ocr page 1

i j-' ^ v- f-i r

j

vgt; 7A't-^

r*Sgt;

\ v Vgt; ^ ^ iJP 7 V %

y** Hsé; ■

i r;/'1'- quot; vV/y ;

•-*' t v^ gt;, jf ^ r gt; jT^V

. TV-

t f ^ ^ gt;

^ r 4

( ^ %/X !

k ^^/rf • ^

.• \ -

icVgt;^

■\ f

ocr page 2

I:/;

1

_

t

ocr page 3

-------

■

_

:

_

ocr page 4
ocr page 5

O

mm

sfe gfe

_sig_ _^5_

r\^: i'-raik a\.' '••'■'././4i?. '-'^' f ■ a''-' ^ j£' /5^

x v: 't-s *c quot;i ij- f;--, i t- ifvh 4; ^

--W

quot;W

mil® p1 gt;-, | jk» [ ^

W:5;#

■^v-«j*

litgegeven dour je vereeniging „hibliotliei'k voor zondagschool t'ii huisgezinquot;.

--W

vv'/v-

r' v..

F. B. MEIJER a. b.

Mkgt; hpistus in

%

/f^ gt;-; (tv gt;- \

x aar het engelscl door

tl. w. s.

-w

_^l,

v; ^ i4■.' ïquot;-'. v. vj v-^ \ 'iquot; v, 'ï'-'. x\

'V ^

amsterdam f. w. êgeling

ocr page 6

GUNNING

7C 45

ocr page 7

üxmm

7

4 r-

|^IT£ g^Fgok I

ocr page 8
ocr page 9

CHRISTUS IN J ES A J A.

ocr page 10
ocr page 11

^ ! P4 ƒ C5^(r

CHRISTUS IN JESAJA

f F. B. MEIJER, B. A.

VRIJ BEWERKT NAAR HET ENOELSCH

H. W. S.

5

UITGAVE DER VEREENIGING „BIBLIOTHEEK VOOR ZONDAGSCHOOL EN HUISGEZINquot;.

cV S quot;S

1,

i :gt;.®LieTHcEK DtR j ;IjKBUNIVERS1TE11 UTRECHT.

AMSTERDAM F. W. EG EL ING.

V

ocr page 12

P. A. GEURTS — NIJMEGEN.

ocr page 13

I X H O IJ D,

Biz.

Hoofdstuk I. „Troost, troost mijn volkquot;..............i

„ II. Woorden tot het hart............10

„ III. „Waarom zegt gij dan?'..........21

„ IV. De volkeren opgeroepen........30

„ V. „Ziet mijn Knechtquot; ... .....40

„ VI. „Gijlieden zijt Mijne getuigen '.....51

„ VIL De wijziging in het Godsplan......61

,, VIII. De honger der ziel..........70

„ IX. Ik zal U gorden...........77

„ X. Vragen en bevelen .... ... 86

„ XI. De Heer onze Helper............94

„ XII. De liefde die nimmer vergaat ..... 103

XIII. Een troostwoord voor de vermoeiden van kracht. 112

„ XIV. „Waak op, waak opquot;.........122

„ XV. „Vertrekt, vertrekt, gaat uit van daarquot; . . 129

„ XVI. De Man van smarten.........140

,, XVII. Geloof als een vlaswiek ... ... 152

,. L-VIII. Het schuldoffer voor onze ziel......161

,, XIX. De verzadiging van den Messias.....172

XX. De grootheid van den Zondedrager . . 180

„ XXI. Zing vroolijk, gij onvruchtbare.....187

„ XXII De stad Gods...........195

XXIII. Ons verheerlijkt Hoofd ...... . 203

,, XXIV. De hemelen hooger dan de aarde .... 214

,, XXV. De hernieuwing door Gods genade .... 224

ocr page 14
ocr page 15

HOOFDSTUK I.

TROOST, TROOST MIJN VOLK.quot; Jesaja 40 : 1.

En heeft dan nw oor niet vernomen: Jehova is de eeuwige God;

De Schepper van de einden der aarde; De Koning, de Meester van 't lot.

G. JONCKBLOET.

Weest toch niet verbaasd, kinderen (-rods, alsof u wat vreemds overkwame, wanneer gij in den vurigen oven der beproeving gelouterd wordt. Verblijdt u veeleer, want voorwaar liet mag u een teeken zijn dat gij wandelt in het rechte spoor. Wanneer ons in een vreemd land wordt medegedeeld, dat wij eene vallei door moeten, waar geen zonnestraal doordringt en de weg, waarlangs wij onze woonplaats moeten bereiken, steenachtig is en ruw, dan zegt ons ieder somber plekje, iedere stoot van onzen reiswagen, dat wij op den rechten weg zijn. Alzoo is een kind (xods niet ver-

Christus in Jesaja. I

ocr page 16

TROOST, TROOST, MIJN VOLK.quot;

baasd, wanneer hij door den weg der beproevingquot; heen moet.

Wat nu het volk der verkiezing betrof, dat bijna zeventig- jaren vreemdeling was geweest in een vreemd land, en den beker der bitterheid tot den bodem toe had geledigd — voor dat volk was de smart dubbel zwaar te dragen, door de overtuiging dat zijne gevangenschap het gevolg was van zijne zonden en overtredingen. Dit is wel het bitterst van alles — te weten dat een of ander smartelijk lijden niet noodig was geweest; dat een of andere ongerechtigheid er de aanleiding toe was; dat men slechts maait wat men zelf gezaaid heeft; dat de worm, die aan onze levenskracht knaagt, door ons zelf is gekweekt. Inderdaad, dat is een smartelijke ervaring! Daar is in het men-schelijk leven een onvermijdelijke Nemesis. De wetten van hart en huis en van het geestelijk leven worden nimmer ongestraft overtreden. De zonde moge vergeven worden; het vuur der boete moge veranderd worden in een vuur der loutering; de liefde Gods moge ons dierbaar en meer dan vroeger nabij zijn —, toch blijven de inwendige, knagende pijn, het bevende hart, het verduisterde oog, het smachten der ziel; de Imrp aan de wilgen, en de trillende stem, die geen lied des lofs naar Boven kan zenden.

Verwonderen wij ons niet over deze gedruktheid der ziel. Zien wij slechts naar Boven. Wij kunnen niet meerder zijn dan de Zoon Gods zelf, die hier op aarde geleden heeft en in alles den kinderen der menschen

ocr page 17

»TROOST, TROOST, MIJN VOLK.quot; 3

is gelijk geworden. Indien Hij zelf gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij geleden heeft, zekerlijk kunnen wij dan aan dezen weg niet ontkomen. Zoudt gij ooit Hem gelijk kunnen worden, tenzij ook gij door lijden geheiligd werdt? Wij moeten de vijl van den juwelier; de hitte van den smeltkroes; de kneuzing van den dorschvlegel, verdragen niet om den hemel daarmede te winnen, maar om onze aardschgezindheid te verliezen.

Zien wij verder naar Beneden! Meent gij dat het den vorst der duisternis naar den zin was, toen gij hem den rug toekeerdet om uwen nieuwen Meester, Jesus Christus, te dienen? Waarlijk niet! Op het oogen-blik uwer omkeering werd uw naam op de lijst dei-vogel vrij verklaarden geplaatst en vereenigden zich alle machten der duisternis, om uwen weg te bemoeielijken. Herinner u toch hoe de Satan Job haatte. Zou hij dan u niet haten? Hij zou op u willen uitstorten al den haat, dien hij tegen God zelf koestert, indien hij maar kon!

Zien wij eindelijk rondom ons! Wij leven immers nog in eene wereld, die onzen Heiland en Heer gekruisigd heeft en andermaal hetzelfde zou doen, indien Hij terugkeerde op aarde. Die wereld kan u niet liefhebben; zij zal u even als den Meester, Beëlzebub noemen; zij zal u uit hare synagoge werpen; zij zal het een gode-wel geval li ge daad noemen, indien zij u uit den weg ruimt. In de wereld zult gij verdrukking hebben; hebt nochtans goeden moed.

Wanneer de ziel dus in ballingschap en droefheid

ocr page 18

TROOST, TROOST, MIJN VOLK.quot;

verkeert, zijn haar drie dingen aanbevolen: zie uit naar de vertroosting, bewaar ze binnen in u en deel ze verder uit.

1. /Jr uit naar dr vertroosting.

De vertroosting zal zeker komen. Bij het zwaarste lijden is altijd voldoende vertroosting en leniging nabij, ofschoon onze oogen, gelijk die van 11 agar, dikwerf gehouden worden dat wij ze niet zien. Het is echter even zeker dat de vertroosting gereed is, als dat God de Waarachtige en Getrouwe is. Bunyan zegt ergens, waar hij over zijn twaalfjarige gevangenschap spreekt: ik heb in heel mijn vroeger leven niet zulk een inzicht gehad in het Woord van God als nu; ware het geoorloofd, dan zou ik kunnen bidden om zwaarder beproeving, ten einde meerdere vertroosting deelachtig te worden.quot; God kan zijn kind niet vergeten. Hij kan ons hier niet hulpeloos en alleen laten lijden. Hij loopt den verloren zoon tegemoet; Hij rijdt op den cherub, maar Hij vhegt op de vleugelen van den wind zijnen zinkenden discipel te hulp.

De vertroosting komt echter in evenredigheid van onzen nood. Onze Vader houdt een weegschaal in de hand. De eene. ter rechterzijde heet omdatquot; en draagt uwe beproevingen; de andere, ter linkerzijde, heet atzooquot; en draagt uwe vertroostingen. De balans wordt altijd recht gehouden. Hoe grooter uwe beproeving, hoe meerder uwe vertroosting. Gelijkquot; het lijden van

4

ocr page 19

TROOST, TROOST, illJX VOLK.quot;

Christus in ons overvloedigquot; is, alzooquot; is ook onze vertroosting' door Christus overvloedigquot;.

Ook is het eene goddelijke vertroostingquot;, die tot ons komt, en is het van groot belang dat wij het weten van welken kant de vertroosting komt. Zullen wij haar wachten van de heuvelen, en de heerlijkheid dezer aarde? Neen, te vergeefs wordt de verlossing- gewacht van de menigte der bergen. Zullen wij ze wachten van den mensch? Neen, want hij kan de diepte van het hart niet peilen. Zullen wij opzien tot de engelen? Neen. hoe vaak God hen ook gebruikt om Zijne boodschappen te brengen, llij zendt hen slechts zelden uit om te vertroosten; wellicht, omdat zij to krachtig zijn, of omdat zij nimmer geleden hebben. Om een gebro-kene van hart te verbinden, is eene teerheid noodig, die zelfs een engel Gabriël mist.

God behoudt uitsluitend aan Zichzelven het recht om te vertroosten. Het is dan ook een goddelijke kunst. De heerlijkste naam van den Zone Gods en van den Geest is Parakleet (Trooster, Heilaan brenger). Onze God is de God van alle vertroosting. Wanneer Israël in den uitersten nood en zielsangst verkeert, dan klinkt de goddelijke stem in een stroom van hemel-muziek: , Troost, troost Mijn volk, zegt uw God. Spreek naar het hart van Jerusalem.quot; Ik ben het, die u troost.quot;

.Vis een dien zijne moeder troost, alzoo zal Ik u troosten.quot;

En deze vertroosting komt iniddelykerwijs tot ons: wat de profeet was voor het volk, als de zegsman van

5

ocr page 20

TROOST, TROOST MIJN VOLK.quot;

Jehova, hun in menschelijke woorden de getuigenissen des Geestes Gods vertolkende, dat is voor ons de groote Profeet, Wiens schoenriem de grootste der aardsche

profeten niet waardig was te ontbinden____ en deze

vertroosting is des te liefelijker, omdat ze ons van Hem toekomt. Wij hooren in deze woorden den Vader tot den Zoon spreken: Troost, troost Mijn volk.quot; Onze vertroosting is overvloedig door Christus onzen Heer.

Ook op onderscheidene wijze komt de vertroosting tot ons. Somtijds door het bezoek van een geliefden zielevriend, of door een brief, eene boodschap, eene belofte; een ijskoude hand op een koortsachtig brandend voorhoofd; somtijds door Gods onwedersprekelijke nabijheid. In dit hoofdstuk zien wij duidelijk de verscheidenheid van middelen, waarmede God de ter neer gebogen ziel wil vertroosten: dat het reeds bijna geleden is; dat het verbond vast staat; dat profetische stemmen de vereffening' van alle bezwaren en moeie-lijkheden aankondigen; dat de God, die de Schepper is van de aarde en van alle hemelen, tevens is de teedere, zorgvolle Herder, die Zijne lammeren weidt; dat de mensch, ook de sterkste, gelijk is aan de bloem des velds, terwijl het Godswoord vast staat als de bergen.

Wanneer wij in bittere droefheid verkeeren, dan worden wij niet het meest geholpen door quot;t geen een vriend tot ons zegt, maar door 't geen hij is. Hij vertroost vaak het beste, die het minste zegt, maar eenvoudig de hand des lijders drukt en in zwijgende sympathie bij hem blijft.

6

ocr page 21

TROOST, TROOST MIJN VOLK.quot;

Zóó handelt God met ons: »Gij zijt genaderd ten dage als ik U aanriep; Gij hebt gezegd: Vrees niet.quot; (Klaagl. 3 : 57.)

II. Bcjmar dc vertroosting binnen in n.

Dit was de roeping van den profeet. Hij moest ontvangen eer hij kon mededeelen. Hij moest zelf geleerd worden, vóór hij anderen kon onderwijzen.

De wereld is zoo vol van troostelooze harten. Verweesde kinderkens schreien des nachts. Rachels be-weenen haar kroost. Krachtige mannen worden in de wijnpers vertreden, omdat hun levensbloed het leven der wereld is. Onze God voelt ontferming over die allen. Hij kan den duur van het wereldproces niet verkorten, vóórdat het mysterie der ongerechtigheid vervuld is. Tóch voelt Hij mededoogen en wil ook door u, mijn lezer, de smarten der wereld lenigen. Vóórdat gij echter voor deze heerlijke bediening geschikt zijt, moet gij geoefend worden. En deze oefening is geen lichte zaak; gij moet daartoe door dezelfde beproevingen heen, die tallooze harten met hun harte-bloed doorworstelen. Aldus wordt uw eigen leven de krankenzaal, waar u de goddelijke kunst der verbinding en vertroosting geleerd wordt. Gij wordt verwond, opdat gij in de wijze, waarop de Groote Geneesmeester uwe wonden verbindt, moogt leeren andere gewonden bij te staan. Uwe ledematen worden gebroken, opdat gij bij het zetten uwer gewrichten persoonlijk kennis

ocr page 22

»TROOST, TROOST MIJN VOLK.':

mocht krijgen aan de ontleedkunde en verbandleer voor het hart van uw broeder of zuster. Verwondert het u dan nog, dat gij eene bizondere smart, een diepgaand leed moet doormaken ? Schort uw oordeel een tiental jaren op, en ik sta u borg, dat gij in dien tijd één en wellicht tien menschen zult tegenkomen, die evenzoo bedroefd zijn a,ls gij. Dan zult gij hen zeggen, hoe ook gij geleden hebt en vertroost zijt geworden, en gij zult, als de pijnstillende middelen zijn toegediend, waarmede (rod eenmaal uwe wonden verzacht heeft, en in het vochtig oog de straal der hoop de hopelooze gelaatsuitdrukking verdrijft, weten imarom- gij eens zijt bedroefd en beproefd geworden. Gij zult God danken voor Zijne tuchtende hand, die uw leven met zulk een schat van ervaring en hulpvaardigheid verrijkte. Daarom, bewaar zorgvuldig de herinnering aan Gods vertroostingen. Zie nauwkeurig toe, hoe Hij vertroost; houd desnoods een dagboek, waarin gij Zijne kunstbewerking aan uwe ziel beschrijft. Dit zal een dubbelen zegen met zich brengen: 1 Iet zal uwe gedachten aftrekken van uwe smarten en vestigen op de tallooze zegeningen, en — het zal bij u dat gevoel wegnemen van een nutteloos en doelloos bestaan, dat voor menigen lijder op deze aarde het moeielijkste levenskruis is.

III. Deel dc vertroosting verder 7/it.

Aan een spoorwegstation vond een goedhartig man eens een schooljongen schreiende, omdat hij niet genoeg

8

ocr page 23

»TROOST, TROOST MIJX VOLK.quot;

geld bij zicli had \-oor dc reis huiswaarts. Hij herinnerde zich te goeder ure, hoe hij zelf jaren geleden in dezelfde moeielijkheid geweest was, maar geholpen was door een onbekenden vriend die hem op het hart drukte om dezen liefdedienst bij gelegenheid verder uit te deelen. Oogenblikkelijk begreep hij, dat deze gelegenheid nu gekomen was. Hij nam den schreienden knaap ter zijde; vertelde hem zijne geschiedenis, betaalde zijne reis, en verzocht hem op zijne beurt dezen liefdedienst verder uit te deelen. Terwijl nu de trein het station verliet, riep de knaap vroolijk: Ik zal hem verder geven mijnheer!quot;

»Ga heen en doe gij desgelijks,quot; »spreek naar het hart van Jerusalem en roep haar toe.quot; God vertroost u, opdat gij degenen kondt vertroosten die in moeite zijn. Gij kunt ze niet over het hoofd zien; er zijn er zoovelen! Uw eigen droevigquot; verleden zal u in staat stellen hen te onderkennen, waar anderen hen zouden voorbij zien. Indien gij hen echter niet vindt, zoek hen dan; het gewonde hart zoekt dc eenzaamheid. Droefheid vermijdt het gewoel der wereld. Vraag aan den Man van Smarte uwe aanwijzing waar de bedroefden en beproefden zich schuil houden. Hij kent hunne schuilhoeken van waar zij roepen tot Hem. 11 ij was daar bij hen vóór gij er kwaamt. Als ge hen dan vindt, doe dan aan hen wat de goddelijke Heelmeester aan u deed, toen Hij uwe wonden verbond. Troost, troost mijn volk, zegt uw God.quot;

ocr page 24

HOOFDSTUK

WOORDEN TOT HET Jesaja 40 : 2.

11.

HART.

Spreek moed Jerusalem in 't harte;

Zegt het: „Geleden is uw smarte, Vergeven is uw euvelmoed.

Gij werdt door 's Heeren hand geslagen;

Gij hebt Zijn wraakgericht gedragen;

En dubbel wordt het leed der dagen, In hemelzegen u vergoed!quot;

G. JONCKBLOET.

Waneeer het hart droevig gestemd is en de jaren geen verlichting of uitkomst brengen, wend u dan af van de neerdrukkende omstandigheden, van het verward gegons van het menschelijk leven, van de velerlei stemmen die uit het wereldgewoel tot u spreken; en luister met ingespannen oor. totdat de ziel die andere diepere stemmen onderscheiden kan, die de grenzen der onzienlijke wereld doordringen waar God woont en heel de levensvolheid is. Gij zult geen gedaante of

ocr page 25

WOORDEX TOT HET HART.

zichtbaren vorm kunnen onderscheiden; geen spreken kunnen onderkennen, geen hemelbode zien in lichtglans en krachtigen vleugelslag; maar toch zult ge stemmen hooren, niets slechts een of twee, maar somwijlen zooals in dit hoofdstuk, wel vier tegelijk. Allen zijn zij de stem van God, maar ieder met verschillend geluid en toon. Dat deze verschillende stemmen geen naam heb-' ben, doet niets ter zake. Eenige der heerlijkste Psalmen, zoowel als de Brief aan de Hebreen hebben geen naam; zij dragen echter hun geloofsbrieven op 't gelaat; op iedere bladzijde staat het kenmerk der inspiratie. -Dat deze stemmen van uit het ledig luchtruim tot ons komen, gedragen op de wieken der eeuwigheid, terwijl de herauten zelf zijn omsluierd door de schemering die zeer langzaam overgaat in het licht van den dageraad, doet niets af aan hunne geloofwaardigheid en vertroostende kracht. Eene melodie is liefelijk, ook al kennen wij den schepper niet; eene schilderij is verheven, ook al weten wij niet wie de kunstenaar is; een bock is waar en leerzaam, ook al staat de naam van den schrijver niet op het titelblad. Het hart des menschen, naar het beeld Gods geschapen, herkent instinktmatig de stem Gods, evenals een kind, dat in het duister van den nacht van huis is verdwaald, onmiddellijk de stemmen zou herkennen die zijn oor sinds zijn prilste jeugd heeft gehoord.

De stemmen die van Gods wege tot ons komen, hebben één bizonder kenmerk: /.ij dringen door tot het hart. Liefde wekt liefde; het hart voelt waar het

ocr page 26

WOORDEN TOT HET HART.

verwant is. Vele stemmen trachten de aandacht te trekken, maar van die allen wendt het zich onbevredigd af, zonder er naar te luisteren, totdat het op zekeren dag uit den doodslaap des geestelijken levens opwaakt, om naar de stem des hemelschen Bruidegoms te hooren. Dit zal het teek en zijn, als zij zeggen kunnen; »Ik sliep, maar mijn hart ontwaakte; zie, het is de stem van mijn Beminde die klopt aan de deur mijner ziel.

Dc eerste stem is eene cier vergevende liefde.

De eerste behoefte der ziel is vergeving. Zij kan lijden verduren, en indien dat lijden, als bij de Joodsche bannelingen, veroorzaakt is door eigen dwaasheid en zonde, dan zal zij zich ootmoedig bukken en met Eli uitroepen: Hij is de Heer, Hij doe wat goed is in Zijne oogen.quot; - - Maar o, het drukkend gevoel van onvergeven schuld; van (-rods omsluierd aangezicht; van de donkere schaduw over ons leven; van een zonne- en sterreloozen hemel! O, niets is zoo ter aarde buigend als dat gevoel! Maar die vraag der ziel, of (jods genade zich niet voor goed aan ons onttrokken heeft, of Hij niet voortaan vergeten zal goedgunstig te zijn; deze bitterheid des harten is het eerste kenmerk van ontwakend leven. Zij rechtvaardigt niet, maar bereidt de ziel om (rods weg der rechtvaardiging vuriglijk te begeeren en standvastig te houden. Vóór dat (tocI het groote werk der verlossing kan beginnen aan de ziel, vóór Hij de puinhoopen kan verwijderen en

ocr page 27

WOORDEN TOT HET HART.

den verwoesten tempel kan herbouwen; vóór H ij Zij n eigen beeld kan inprenten, moet de boetvaardige en geloovige ziel verzekerd zijn dat haar strijd vervuld is, dat hare ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des Heeren dubbel ontvangen heeft voor al hare zonden.

Maken wij wel onderscheid, wanneer wij het vraagstuk der zonde en Imre gevolgen bespreken, tusschen hare natuurlijke gevolgen en hare straf? Die onderscheiding komt duidelijk uit, b.v. in gevallen van dronkenschap of misdadig geweld. De maatschappelijke wet grijpt dan in en legt eene straf op van boete of gevangenschap; maar bovendien lijdt de schuldige aan zware hoofdpijn, bevende handen en een geschokt zenuwleven. Hetzelfde geldt van iedere zonde. De schending der heilige wet Gods; de beleediging van de majesteit van het Godsbestuur; de persoonlijke overtreding tegen den Wetgever — dit alles kon slechts verzoend worden door den dood van den Tweeden Adam, den Heer uit den hemel. Hij droeg onze zonden in Zijn lichaam aan het hout Hij deed de zonde teniet door het offer van Zichzelven. Hij werd zonde gemaakt, daardoor worden onze zonden ons niet toegerekend, en God heeft in Hem de wereld met Zichzelven verzoend.

De natuurlijke gevolgen blijven echter. Aan David werd vergeving geschonken, maar het zwaard zou van zijn huis niet wijken. De dronkaard, de losbandige, de Godvergeten zondaars, kunnen vergiffenis erlangen; nochtans zij moeten maaien wat zij gezaaid hebben. De

ocr page 28

14

gevolgen der vergeven zonde kunnen zeker aan ons geheiligd worden; de wateren van Mara kunnen genezen worden door het hout des kruises — nochtans moeten zij geduldig en onvermijdelijk gedragen worden. Op deze wijze torste ook Jerusalem het kruis, toen deze troostende woorden tot haar kwamen, (rod had de stad lief met eene eeuwige liefde; ofschoon zij letterlijk tot een puinhoop was geworden en hare zonen in ballingschap waren, nochtans bleef zij Jerusalem voor haren God: »spreek naar het hart van Jcnisalem.quot; Toch was het afvallige en opstandige volk gedoemd om den tijd zijner ballingschap uit te leven, en de natuurlijke en onvermijdelijke gevolgen van zijn afval te lijden. Daarin juist ligt de dubbele vertroosting van dit eerste woord: niet alleen is alle ongerechtigheid verzoent, maar ook de strijd vervuld, en heeft zij voor al hare zonde dubbel ontvangen om het goddelijk oogmerk der heiligmaking te dienen.

Gij ook mijn broeder of zuster hebt bitter geleden? De zonden en afdwalingen uwer jeugd hebben u een smartelijken oogst aangebracht? Gij hebt vele dagen uws levens een weg moeten gaan, die met brandende sintels geplaveid was, en nu zijn uwe voeten verschroeid? - - Houd moed, God zal niet altoos den dorschvlegel tegen u opheffen; het zwaard zal u niet altijd verwonden; de golven der zee zullen u tot aan, maar nimmermeer tot over de lippen komen. Uw tijd der harde dienstbaarheid is vervuld; uw ongerechtigheid is verzoend, gij hebt dubbel ontvangen voor al

ocr page 29

AVOORDEN TOT HET HART.

uwe zonden. Schijnbaar kwam het alles tot u door uwe vijanden, maar in werkelijkheid werd het u toegemeten door de Hand des Heeren, en Hij spreekt: Het is meer dan genoeg!

Dc hi'ccdc stem is renc dn- verlossing.

Tusschen Babel en Jerusalem lag eene groote woestijn van meer dan dertig dagreizen. De natuurlijke bezwaren die het denkbeeld van terugkeeren hersenschimmig maakten, waren echter gering, vergeleken met dc bezwaren die door andere omstandigheden oprezen. De ballingen werden namelijk in banden gehouden door een niet minder trotsch vorstenhuis dan het Egyptische stamhuis, dat hunne vaderen weigerde vrij te laten van den zwaren dienst der tichelsteenen. Hooge bergketens verhieven zich en diepe valleien stelden zich tusschen hen en de vrijheid. Wanneer God zelf echter opstaat om Zijn volk te verlossen, dat dag en nacht tot Hem roept, dan wijken de bergen achterwaarts, zooals de ijzeren poort van Petrus' gevangenis, dan worden de diepe valleien tot effen wegen, dan wordt het kromme recht en de ruwe weg een gebaand pad. gt;

Wanneer Oostersche vorsten door hun rijksgebied reizen, dan worden zij vooraf gegaan door herauten, die de steden welke zij doortrekken oproepen, om de wegen en paden te herstellen. Dit is de zin van die herautenstem die plotseling in de sidderende stilte weerklinkt: Bereidt den weg des Heeren, maakt recht in

15

ocr page 30

WOORDEX TOT HET HART.

de wildernis een baan voor onzen God,quot; en die de vereffening van alle hindernissen beveelt voor den Heerscher die komt.

Gij mijn broeder of zuster zoudt dezelfde stem verstaan, indien gij maar ooren hadt om te hooren. Gij zit daar eenzaam en verlaten ter neer; des Heeren lof is sints lang op uwe lippen verstomd; de hand des verdrukkers rust zwaar op u, en gij meent vruchteloos uit te zien naar eenig andere verlossing dan die des doods. Evenals Job hebt gij u verheugd in de gedachte van te zullen sterven. Xu zoude ik neder-liggen en stille zijn; ik zoude slapen, dan zoude voor mij rust wezen. (Job 3 : 13.) God heeft echter in de naaste toekomst iets beters voor u weggelegd. De dageraad is nabij en daarmede ook de verlossing.

Dit schijnt u wel onmogelijk. De verwarring is zoo groot, de hinderpalen zijn zoo vele, de banden zoo vast. Ongetwijfeld, daar bestaan zonnige landschappen aan den zuidelijken hemel, maar de Alpen staan daar als een onoverkomelijke scheidsmuur, met ongenaakbare rotsen, muren van ijs en gapende afgronden. De dingen zijn te misvormd om in de wereld ooit recht gemaakt te kunnen worden, de weg te hobbelig om op te kunnen voortgaan. Wacht echter op uw God; laat al uw verwachting van Hem zijn. Hij zal komen meteen sterken arm; en terwijl Hij u voortleidt — zooals do engel Petrus voortleidde — zullen tot uw uiterste verbazing onoverkomelijke hindernissen wijken: Roode zee en Jor-daan zullen hunne paden op het drooge geven, bergen

16

ocr page 31

WOORDEN TOT HET HART.

zullen vallende aangevuld worden, touwen zullen zijn gelijk vlas in het vuur; gespannen netten zullen zijn als spinnewebben die door ééne aanraking verwoest worden.

De derde stem is eene van vergankelijkheid en van onsterfelijke kracht.

Wanneer de menschelijke ziel stil is en in staat om de stemmen te onderscheiden die om haar heen spreken in die onzienlijke wereld, waartoe zij even als de onzichtbare sprekers, behoort, dan hoort zij het eerst en het meest den klaagzang der engelen over het voorbijgaande van den menschelijken roem en het leven. In een stilte, waarin zelfs de adem wordt ingehouden, luistert de ziel naar 'tgeen zij te samen bespreken. »Roep,quot; zegt de een tot den ander. »Wat zal ik roepen?quot; is de onmiddellijke vraag. -Daar is,quot; zoo vervolgt de eerste stem, «slechts één overwegende indruk bij de beschouwing van de menschenwereld: Alle vleesch is als gras en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds; als de oostewind daarin blaast, verdort zij, en als de maaier met zijn zeis daarover heengaat, ligt zij krachteloos.quot;

Deze woorden vinden een diepen weerklank in het gemoed van ieder denkend mensch: ïde mensch is gelijk aan een bloem des velds en wordt alzoo afgesneden.quot; Aangaande den mensch, zijne dagen zijn gelijk het gras dat verdort; als de bloem des velds, alzoo bloeit hij.quot; Wij zijn er immers allen getuige van ge-

Christus in Jesaja. 2

ocr page 32

WOORDEN TOT HET HART.

weest. Onze krachtige jongelingen, onze gezonde jonge meisjes, onze zuigelingen, ze zijn onder onze oogen verwelkt en ligg'en met anderen onder de groene zoden. Jerusalem was sedert lang in ballingschap, en hare helden en kampvechters, hare wetgeleerden en profeten waren een voor een in de gevangenschap gestorven. Hare zonen waren nu van geringer gehalte. Nehemia in plaats van Jesaja. Ezra in plaats van Jeremia. Zerubabel in plaats van Hezekia. Waar was nu de Aiozes, om den tweeden Exodus te leiden? Waar de Jozua om hen in hun land te vestigen? Waar de Salomo, om hunnen tempel te bouwen? Daar scheen geen antwoord te komen op deze vragen, behalve dat eene dat gegeven werd door het zuchten van den wind uit het groote Onbekende Land, en door de scherpe zeis van den Dood. De bevrijders en kampvechters van vroeger dagen waren heengegaan. Wie zal nu ter hulpe komen ?

Luisteren wij verder naar de stemmen der hemelsche wachters. Der menschen tekortkoming zal het goddelijk plan niet verijdelen. Vrienden mogen van verre staan en machteloos zijn om te helpen; de sterke armen mogen in kracht te kort schieten; de steun van het huisgezin moge zijn weggenomen; de broodwinner moge op het ziekbed zijn uitgestrekt, onbekwaam om vrouw en kinderen te onderhouden, nochtans zal God doen wat Hij gezegd heeft. Hij kan de raven bevelen dat zij brood brengen. gt;: Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord Gods blijft tot in eeuwigheid.quot;

ocr page 33

WOORDEN TOT HET HART.

Het is weldadig voor de ziel dit getuigenis des Geestes te vernemen aangaande de onvergankelijkheid van Gods Woord. In trouwe, wij mogen noch kunnen het betwijfelen; immers door het Woord Gods zijn de hemelen gemaakt en al hun heir; door het Woord wordt het rad der wereldorde in beweging gehouden. En toch daar voor ons alles daaraan hangt; daar het de grond onzer hoop op het Evangelie is, toch is het vergefelijk dat wij met blijdschap dit hemelsch getuigenis begroeten, dat het Woord Gods in eeuwigheid blijft bestaan.

De vierde stem juicht den Koning der eere tegen.

Sion, of Jerusalem, de moedergemeente van Israel, wordt bevolen een hoogen berg te bestijgen en hare stem met macht op te heffen, om den verwoesten steden van juda aan te zeggen dat God komende was om hen in eere te herstellen. »Zeg den steden aan, ziet, hier is uw God! Ziet, de Heere Heere zal komen tegen den sterke.quot;

Aller oogen zijn opgeheven om den Heer der heir-scharen te zien verschijnen, niet het minst omdat de aankondiging luidt dat Zijn arm zal heerschen. Maar ziet, plotseling verandert de schilderij. Daar treedt een Herder op, die Zijne kudde zachtkens leidt door de woestijn, die de lammeren in Zijne armen vergadert en in Zijnen schoot draagt; die de zogenden zachtkens leidt. Wij zijn als verplaatst bij het visioen van den

19

ocr page 34

WOORDEN TOT HET HART.

Apostel in later eeuwen, die den Leeuw uit Juda's stam verwachtte; en zie, in het midden des troons stond een Lam als geslacht.

Heb dan geen vrees voor (rod; Hij is de liefdevolle Herder. Hij vergt niet te veel van onze krachten; als Hij zijne schapen voortleidt, zekerlijk, dan gaat Hij vooraan, opdat ze Hem volgen kunnen. Hij zal Zijn stap naar de krachten Zijner schapen regelen. Indien de weg, waarlangs Hij ze voert, steenachtig is en ruw, het komt inderdaad omdat er geen ander pad is dat naar de grazige weide voert. Als onze kracht te kort schiet, zal Hij ons dragen. Wanneer de last ons te zwaar is, helpt Hij ze torsen. Hij is de goede Herder, die Zijne schapen kent, zooals de Vader Hem kent. Waarlijk, door geen mond is uit te spreken, wat Hij voor Zijn schapen kan en wil zijn.

Ziedaar de stemmen, die van uit de onzienlijke wereld tot ons spreken. Welzalig hij, die geleerd heeft stil te zijn en te luisteren; hij zal deze stemmen verstaan. Worde het meer en meer de kreet onzer ziel:

..■Spreek, Heer, Uw dienstknecht hoort!quot;

20

ocr page 35

HOOFDSTUK III.

WAAROM ZEGT GIJ DAN?quot; Jesaja 40 : 12—31.

Wat spreekt yij dan, kindren van Jacob, Ln Isrel, wat mompelt ook gij :

„Mijn weg is den Heere verborgen; „Mijn reebt gaat Gods oogen voorbijlquot; G. JONCKBI.OET.

Wanneer de diepte onzer ziel ontroerd is, dan is het raadzaam weinig te zeggen, uit vreeze dat aan onze lippen onbedachte woorden zouden ontglippen, dat wij tegen ons lot zouden murmureren of ons zouden beklagen over God, alsof Hij vergeten hadde genadig te zijn en in toorn Zijne ontferming van ons afgekeerd had. Dikwijls krijgt de smart meer een gestalte voor ons, wanneer wij ze onder woorden brengen. Wij zeggen meer dan wij meenen, wij verdringen in den stroom onzer woorden het zachte gefluister des (ieestes die ens vertroosten wil; wij spreken alsof wij niets weten

ocr page 36

»WAAROM ZEGT GIJ DAN?quot;

en niets hooren. Het is daarom beter de smart niet onder woorden te brengen; beter de beroerde zee binnen in ons zichzelve te doen bedaren. Waarom zegt gij, o Jacob, en spreekt, o Israël ?quot;

Spraken deze ballingen de waarheid? Zij meenden dat het goddelijk geduld door hen was uitgeput; dat hun weg voor Zijn blik verborgen lag; dat hun recht gquot;een voorwerp meer was van Zijne zorg. Zij stemden gereedelijk toe, dat Hij de God hunner vaderen was geweest; maar nu had Hij Zijn verbond verbroken en wilde niet langer genadig zijn. Dit was de reden, zoo zeiden zij, waarom zij al die lange jaren door in de vlakten van Babel wegkwijnden. Zij spraken alsof zij onbekend waren met de eerste grondbeginselen der wegen en leidingen Gods. Hebt gij niet gehoord? AVeet gij niet?quot;

In onze donkere dagen moeten wij terugzien op de indrukken onzer jeugd, die dikwijls in later jaren hun invloed op ons verloren hebben. Het is merkwaardig, hoe geheiligde smart een dieper inzicht ontvangt in levenswaarheden, die ons tot nu toe gemeenzaam waren als de dingen van het dagelijksch leven. Als wij in zulke tijden voor de honderdste maal wellicht in de diepte van zulk eene waarheid staren, dan zien wij plotseling- engelen der vertroosting. Keereri wij dan de heilsbeloften Gods niet den rug toe; wellicht, terwijl uw ontroerde ziel zich afwendt van menschen en aard-sche aangelegenheden, van wat terneerdrukt en aangrijpt, om zich tot den eeuwigen God, den Heer, den

22

ocr page 37

WAAROM ZEGT GIJ DAN i

Schepper te wenden, zult gij durven gelooven dat Hij u noch vergeten, noch verlaten heeft; dat Zijn oog op u rust; dat Hij u uit het donkere kreupelbosch naar het zonlicht wil geleiden; dat Hij uw leven met teedere zorg bewaakt.

De natuur is altijd eene toevlucht geweest voor de lijdenden. Elia vluchtte naar Horeb; Christus naar den Olijfberg. En in het prachtige hoofdstuk dat wij hier bespreken, dat wel het toppunt van alle gewijde welsprekendheid bereikt, worden wij in Gods onmiddellijke nabijheid gebracht, om daar de branding der levenszee, den loop der sterren en het grootsche in de natuur om ons heen gade te slaan.

In de verschillende afdeelingen van dit hoofdstuk gaan beurtelings dr aarde (12—20), dc hrmelen (21 26) en de ervaring van Gods kinderen in alle eeinven (27—31) aan onzen blik voorbij.

I. Het getuigenis der aarde.

Wij worden geleid naar het strand der Middelland-sche zee, ongeveer op de hoogte waar weleer het oude Tyrus zijn kimmen verhief. Vóór ons strekt zich de Groote Zeequot; uit, zooals de Hebreërs gewoon waren haar te noemen. Ginds aan den gezichtseinder van de wateren, die daar rustig en kalm of wel nog hijgend na een hevigen storm vóór ons liggen uitgestrekt, smelten zee en lucht te samen. Zie dat tooneel aan, zegt de Profeet, en bedenk dat Gods hand zóó krachtig

ocr page 38

quot;WAAROM ZEGT GIJ DAN?quot;

is, dat Hij geheel dien oceaan en alle andere oceanen der wereld vasthoudt als een druppel in eens mans hand. Zijne vingeren strekken zich zóó ver uit, dat zij gansch de hemelbreedte kunnen omspannen. Zijne armen zijn zóó sterk, dat zij waag en weegschaal kunnen houden, waarin de hoogste bergen en de menigte der eilanden van den Archipel als stof bijeenvergaderd, kunnen gewogen worden. En deze God is onze God van eeuwigheid en altoos. Hij heeft niet alleen Israël, maar ook Jacob in Zijn eeuwig verbond opgenomen. De Schepper van de einden der aarde is onze Vader. De schepping is slechts ééne der Godsgedachten; de heerlijkste is deze, dat gij Zijn zoon. Zijn erfgenaam, Zijn g'eliefde zijt. Zie toch, hoe Hij zorgt voor de leliën des velds en de vogelen des hemels, ja, voor het teere waas op de insektenvleugels. Hoe zou Hij dan u kunnen vergeten of verlaten?

Achter ons liggen de heuvelen en daarachter wederom de bergen en boven deze ligt gansch de Libanon met zijn besneeuwd geboomte. Maar gansch het woud van den Libanon, al zijne door den storm gespleten en door ouderdom geknoeste cederen zouden niet genoegzaam zijn om het altaar van Jehova te bedekken. En indien al het gedierte bijeenverzameld was en op het hout gelegd ten brandoffer; en als de Libanon zelf tot een machtig altaar der aarde werd ingericht, dan nog zoude er des brandoffers niet genoeg zijn, dat het gewelf des hemels met rook en vuur zou vervullen. Zóó groot is God, dat het grootste en rijkste offer der menschelijke

24

ocr page 39

»WAAROM ZEGT GIJ DAN?quot;

aanbidding- niet groot genoeg is. Hce zouden wij dan Hem durven vergelijken met eenig gegoten beeld of gesneden hout? Hoe onnoodig eenige menschelijke macht te vreezen! Hoe onwedersprekelijk zeker is het, dat Hij, die Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem heeft overgegeven tot het ontzaglijkst aller offers, ons met Hem ook alle dingen zal schenken!

Heel de wereld moge tegen u te wapen trekken en u met dreiging omsingelen; de volkeren zijn bij Hem geacht als een druppel aan een' emmer, en als een stofje aan de weegschaal. De eilanden werpt Hij henen als dun stof en de inwoners der aarde zijn niets voor Hem. Gij hebt dus voorwaar geen oorzaak om bevreesd te zijn. Als uwe vijanden op u aanstormen, zullen zij struikelen en vallen. De Heer is uw Rechter, uw Wetgever en Koning. Hij zal u uitkomst geven!

II. Het getuigenis der hemelen.

Het tooneel is thans de hemel en al wat daarin is. Jehova wordt ons geteekend gezeten boven den kloot der aarde en nederziende op hare bewoners. Van zulk een afstand gezien, mocht de woelende menigte van het machtige Babel Hem wel klein en onbeteekenend genoeg toeschijnen, en was er geen noembaar verschil tusschcn den vorst op zijn troon en den slaaf die den maalsteen hanteert. Ziehier het tegengif tegen alle vrees: zie niet op van de aarde naar den hemel, maar van den hemel neder op de aarde. Niet de mensch, maar God moet uw uitgangspunt zijn.

25

ocr page 40

2 6 WAAROM ZEGT GIJ DAX ?quot;

Daar is echter meer. Den bezielden denker scheen de blauwe hemel als een dun doek of als een tent om te bewonen door den pelgrim der aarde. Indien dan heel de scheppingquot; Gods tent is, die Hij in alle deelen vervult, hoe nietig en gering worden dan alle vorsten der aarde. »Hij maakt de vorsten te niet, en de rechters der aarde tot ijdelheid!quot;

Het kind van God behoeft dus niet verschrikt te zijn voor den grootsten en machtigsten der aardsche heerschers. Herodes en Pontius Pilatus mogen met al de Heidenen en gansch het volk Israël bij een vergaderd zijn; zij kunnen echter niet anders doen dan wat Hem behaagt; zij zijn in Zijne hand als een riet door den wind bewogen.

En nóg is er meer: de dag gaat over in den nacht, en naarmate het nachtelijk duister toeneemt, komen de sterren één voor één te voorschijn; en plotseling schijnt het hemelgewelf aan de gewijde verbeelding van den dichter-profeet eene onmetelijke grazige weide toe, waarin een onafzienbare kudde den Herder volgt, die ze alle bij name roejst. Welk eene verheven opvatting! Jehova de Herder der starren, leidt hen door het hemelgewelf, en stuurt zoo zorgvuldig hunnen gang. dat er niet één afdwaalt. Zou Jehova zóóveel doen voor de sterren en niets voor Zijne kinderen? Zal Hij ook voor ieder onzer niet een naam hebben? Zal Hij ook ons niet leiden en sturen, zóódat er aan het einde van den weg niet één gemist wordt? Hij die de starren alle eeuwen door hun licht geschonken heeft en ondersteund

ocr page 41

WAAROM ZEGT GIJ DAX ?quot;

in hun onmetelijken loop, zal Hij minder doen voor u, Zijn kind? Indien gij verzoend zijt met God door den dood Zijns Zoons, veelmeer zult gij behouden worden door Zijn leven.

III. Ffrt getuigenis der kinderen Gods.

Hebt gij het niet gehoord? Waar zijn uwe ooren geweest? Deze dingen zijn niet in het geheim, niet in de verborgen plaaitsen der aarde gesproken. Het is onder alle geslachten van Gods getrouwen een on-wedersprekelijke zekerheid geweest, dat de Heer noch moede noch mat wordt. Hij begint geen zaak om ze onvoltooid te laten. Hij begint niet aan een menschen-ziel te werken, om ze daarna half gereed los te laten. Hij wordt niet moede door onzen opstand, onzen achteruitgang, onze trouweloosheid. Ware dit zoo, dan zoude de hemel vele zijner edelste bewoners hebben moeten derven. Jacob, Petrus, David, en millioenen meer, die alle zoovele heerlijke getuigen zijn van Gods onvermoeide zielzorg en ontfermend geduld.

Het is waar, somtijds schijnt het of Hij de ziel vergeet en in noodelooze moeite laat; dit is echter geen teeken dat Hij Zijn arbeid moede is, maar dat Hij de ziel, die Hij liefheeft, slechts door de strengste tucht kan overtuigen. Daar is geen doorgronden van Zijn verstand.quot;

Daar is nóg een punt, waarin alle geloovigen samen-stemmen: n.1. dat vermoeidheid of krachteloosheid geen

O —

ocr page 42

»WAAROM ZEGT GIJ DAN?quot;

hinderpalen zijn voor de doorwerkende kracht Gods. Integendeel wordt de Heer tot de vermoeiden en krachteloozen aangetrokken. De Goddelijke Wet is deze, dat de sterken de zwakheden der onsterken zouden dragen en niet zichzelven behagen. Al wat God is en heeft, houdt Hij voor ons in bewaring, maar het meest voor degenen die het meeste behoeven.

Inderdaad, de meesten onzer zijn te sterk, te zelf-vertrouwend, en steunen op eigen kracht, om den rijkdom van Gods genadegaven te kunnen genieten. Wacht een weinig, tot uwe kracht begint te bezwijken onder den last en de hitte des daags; tot de veerkracht, waarop gij u beroemt, langzaam vermindert, en gij krachteloos zijt geworden. Dan zal de Machtige Jakobs tot u naderen en u zoowel kracht als sterkte geven, jakob moest alzoo worden afgebroken, vóór hij zich vorstelijk kon gedragen met God en met de menschen. Zij die den Heer verwachten, zullen de kracht ver-nieuïven. Zij zullen nieuwe kracht ontvangen, voor iederen nieuwen plicht, iedere nieuwe beproeving. Bij iederen nieuwen eisch hun gesteld ontvangen zij een nieuwen doop. Zelfs geen jongelingsgeestkracht en sterkte kunnen dien zegen vergoeden.

De opklimming van dat laatste vers is merkwaardig (Jes. 40 : 31). Oppervlakkig zoude men meenen dat men van wandelen tot loopen, van loopen tot vliegen moest komen; de orde is hier echter omgekeerd, alsof het gemakkelijker ware met vleugelen op te stijgen dan zonder mat worden te wandelen. En inderdaad.

28

ocr page 43

29

zoo is het ook. Ieder paard zal in den wedloop in draf beginnen, maar hoe weinigen kunnen aldus voortgaan! Om het gewone spoor van den dagelijkschen plicht te volgen — zonder te struikelen en moede te worden — om hiermede voort te gaan als al het nieuwe er af is, als de veerkracht der jeugd verdwenen en de toejuiching der schare tot zwijgen is gebracht — dit is het moeilijkste en het grootste in het christelijk leven. Hiertoe schieten aardsche en menschelijke kracht te kort. God echter is de Algenoegzame. Hij is nimmer moede of mat. Hij kan zulk eene steeds vernieuwde geestkracht in de ziel storten die op Hem wacht, dat zij op vleugelen gelijk de arenden opwaarts stijgt; dat, loopende, zij niet moede, en wandelende zij niet mat wordt.

ocr page 44

HOOFDSTUK IV.

DE VOLKEREN OPGEROEPEN.

Jesaja 41 : 1.

Vreest niet: Ik sta u ter zijde. Wankelt niet: Ik ben uw God. 'k Zal u sterken, 'k zal u schutten, Veilig houdt Mijn hand uw lot!

G. JONCKHLOET.

Het vers, waarmede dit hoofdstuk begint, is verheven van opvatting. Jehova wordt daar voorgesteld als de einden der aarde oproepende tot aan de verst gelegen eilanden, ten einde eens voor al te beslissen wie de ware God is, Hij, of de afgoden en orakelen, waarvan duizenden bij duizenden werden aangebeden door al de natiën onder den hemel.

De toetssteen dien Hij stelt is zeer eenvoudig. De g'oden der volkeren moesten de gebeurtenissen der naaste toekomst voorspellen, of wel aantoonen dat zij de gebeurtenissen van 't verleden recht verstonden.

ocr page 45

DE VOLKEREN OPGEROEPEN. 31

»Brengt ulieder twistzaak voort, zegt de Heere; brengt uwe vaste bewijsgronden bij, zegt de Koningquot; Jakobs. Laat ze voortbrengen en ons verkondigen de dingen die gebeuren zullen; verkondigt de vorige dingen, welke geweest zijn, opdat wij die ter harte nemen, en het einde daarvan weten; of doet ons de toekomende dingen hoorenquot; (Jesaja 41 : 21, 22). Van den anderen kant was de dienaar van Jehova bereid aan te toonen, hoe verzegelde profetiën, toevertrouwd aan zijn geslacht, letterlijk waren bewaarheid geworden; en tevens om eene nauwkeurige voorspelling te doen aangaande Cyrus, »den man die van den opg'ang der zon (het Oosten) zou komenquot;, welke voorspelling in vervulling zoude gaan, nog vóór dat dit geslacht zou zijn voorbijgegaan. Xiet het vuur, als in de dagen van Elia, zou scheidsrechter zijn, maar de overeenkomst tusschen profetie en historische feiten.

Terstond na deze oproeping- ontstaat eene groote beweging; de eilanden zien het en vreezen; de einden der aarde beven; zij naderen en komen tot den Rechterstoel. Onder weg vermaant de een den ander om moedig te zijn. De vervallen afgoden worden ijverig opgepolijst, en nieuwe vervaardigd. De werkmeester versterkt den goudsmid; hij die met den hamer glad maakt dengene die op het aanbeeld slaat. Zij onderzoeken het soldeersel of het zich goed zal houden en drijven groote nagelen in, om de afgoden voor wankelen te bewaren. De algemeene begeerte is zich een aantal sterke goden te maken, die in staat zullen zijn de goddelijke uitdaging' het hoofd te bieden!

ocr page 46

DE VOLKEREN OPGEROEPEN.

De geschiedenis biedt ons eenige belangrijke mede-deelingen, omtrent zulk een contrast tusschen de voorspellingen der heidensche orakels en de kristalheldere profetieën der Oud-Testamentische Schrift, die zoo letterlijk en zoo nauwkeurig in vervulling gingen. Herodotus verhaalt ons b.v. hoe Croesus, van de toenemende macht van Cyrus hoorende, zoo bezorgd was voor zijn rijk, dat hij rijke geschenken zond naar Delphi, Dodone en elders, om te vragen welke de uitslag van den krijgstocht zou zijn. Het orakel van Delphi gaf dit dubbelzinnig antwoord: »Dat hij een groot rijk zou verwoesten.quot; Of echter het rijk dat van Cyrus dan wel van Croesus zou zijn, bleef onopgehelderd; alzoo kon het orakel beweren de waarheid voorspeld te hebben, welke ook de uitslag der gebeurtenissen was. Ziedaar een sprekend voorbeeld van de wijze waarop de orakels de vragen beantwoordden, die in tijden van angst en vreeze zoowel door personen als door geheele natiën tot hen gericht werden. Hoe treffende tegenstelling vormt daartegenover de nauwkeurige profetie in de nu besproken hoofdstukken, waarin niet alleen de naaim van den veroveraar wordt aangegeven, maar ook de richting vanwaar hij op Babel zou aanvallen; de wondervolle aaneenschakeling van zegetochten, die de koningen aan zijn zwaard zouden geven als stof en aan zijn boog als een voortgedreven stoppel; de eerbied dien hij tegenover den hoogen God zou betoonen, zoowel als zijn eenvoudigheid, eerlijkheid en goede trouw (vs. 2, 3, 25).

ocr page 47

DE VOLKEREN OPGEROEPEN.

Wij wenschen bij toeneming sterker nadruk op de profetien te leggen. Wat de wonderen voor een vroegere eeuw waren, dat zijn de voorspellingen des Bijbels voor de onze; en, in tegenstelling met de wonderen, wordt het getuigenis sterker met iedere eeuw die wij nader komen aan de vervulling. Zeer waarschijnlijk ligt daar een nog onbekenden rijkdom van getuigenissen, in de oude documenten en hieroglyphen van Egypte en Babel; wij meenen zeker dat wij aan den vooravond zijn van grootsche ontdekkingen die een onwederlegbaar getuigenis zullen brengen tegenover de aanvallen van het ongeloof onzer dagen !

Te midden van de ontroering door deze majestueuse oproeping teweeggebracht, zijn de afgoden verstomd! Wij kunnen het ons voorstellen hoe zij door hun bedienende priesters in het strijdperk worden gedragen, schitterend van goud, klatergoud en juweelen, uitgerust in prachtige omhulsels. Zij worden op een rij geplaatst, hunne dienaren slingeren het wierookvat, het eentonig opdreunen der priesters gaat over in smeekingen. Stilte wordt alom geboden, opdat zij gelegenheid mogen hebben zich over het vraagstuk uit te spreken; echter zij blijven sprakeloos. Thans spreekt Jehova het vonnis dat niet herroepen kan worden: »Ziet, gijlieden zijt minder dan niet, en ulieder werk is erger dan een adder, hij is een gruwel die ulieden verkiestquot; (v. 24). Als 1 lij rondziet, dan is er niemand; wanneer Hij hen onder-Christus in Jesaja. ^

33

ocr page 48

DE VOLKEREN OPGEROEPEX.

vraagt dan is er geen raadgever die een enkel woord kan antwoorden. »Ziet, zij zijn altemaal ijdelheid, hunne werkers zijn een nietig ding, hunne gegoten beelden zijn wind en ijdelheid.quot;

Terwijl dit groote pleit beslecht wordt, hoort het volk van God woorden van teedere en liefelijke vertroosting; woorden die al de eeuwen door niets van hun kracht en beteekenis verloren hebben, maar ook thans nog even verkwikkend en levengevend zijn als toen de stift des zieners ze neerschreef.

Zien w/j' allereerst onder welke omstandigheden God Zijn volk toespreekt.

Zij zijn arm en behoeftig; zij zoeken water en daar is geen; de hoogten zijn kaal en de valleien dor; hun levensspoor voert midden door de wildernis; zij zijn omgeven van grimmige vijanden die tegen hen opstaan; zij zijn machteloos als een worm. Onder dezulken juist heeft God altijd Zijn uitverkorenen. Niet de wijzen en verstandigen maar de kinderkens; niet de hoogen en de machtigen maar de nederigen en kleinen; niet de koning maar de herdersknaap; niet Eli maar Samuel. Hij zoekt hen op in het verborgene waar zij door de wereld verworpen en voorbijgezien zijn; Hij neemt ze aan en verheerlijkt in hen Zijn naam en eer.

God heeft ruimte noodig om te kunnen werken. Ont-ledigdheid om Hem te kunnen ontvangen; zwakheid om door Zijne kracht te worden gesterkt. De nood der

34

ocr page 49

DE VOLKEREN OPGEROEPEN.

ontelbare schare die zich om Christus verdrong toen 1-Iij op aarde was, gaf Hem gelegenheid om Zijn wonderen te verrichten en Zijn macht te betoonen. I loe lager de bodem is, hoe meer Gods genade zich verheerlijkt, in degenen die op Hem vertrouwen. Schep dan moed, indien gij u zeiven onderkent bij degenen die u hier voor den geest worden geroepen; vrees dan niets indien gij het maar weet, waarlijk weet, dat gij arm zijt en ellendig en zondig. De keur der zegeningen in het Koningrijk der hemelen is weggelegd voor de armen van geest, de vervolgden, de beproefden en aangevochtenen ; de dwalende schapen, de hongerenden en dorstenden.

Zien imj verder welke Gods beloften zijn.

Geen hoogte hoe hoog, geen diepte, hoe diep ook, kan ons van Zijne liefde scheiden. Hij fluistert ons in de duistere uren en dagen van ons leven toe: »Vrees niet, want Ik ben met u.quot; Geen vijanden hoe talrijk en verwoed, behoeven ons te ontstellen; immers Hij is en Hij blijft onze God, krachtens Zijn eigen verbond; Hij kan ons hart versterken. Hij kan ons te hulpe komen met paarden en wagenen van vuur. Ons vleesch en ons hart mogen al ontmoedigd zijn. Hij zal ons versterken. Moeielijlcheden en bezwaren mogen ons onoverkomelijk schijnen. Hij zal helpen. De voeten mogen verwond en bloedend worden door de woestijnreis, Hij grijpt onze rechterhand aan en bewaart ons voor nederzinken.

35

ocr page 50

DE VOLKEREN OPGEROEPEN.

Daar is een treffend woord in een onzer psalmen, waar met al den trotsch van een vader!andschen Jood wordt uitgeweid over de heerlijkheid van Jerusalem, de stad des grooten Konings, alwaar God zich betoond had een Toevlucht te zijn voor de Zijnen. De koningen der volkeren, die het op hare vernietiging hebben aangelegd, zijn vergaderd en trekken hare poorten voorbij; toen zij echter zien hoe God een Hoog Vertrek is rondom hare muren zijn zij verwonderd; zij verschrikken en haasten zich weg. Alzoo is God een Burgen een Uithelper, ja een sterke Toren al dengenen die Hem kennen en op Hem betrouwen, telkenmale als de vijand hun leven, hun gemeenschapsleven met God tracht te belagen. Ieder kind Gods dat in nood is van de baren, iedere ziel die benauwd is van wege hare zonden, van wege de aanvechtingen des Boozen, van wege hare eigen kleine kracht ieder die in den diepen nood, den stervensnood zijner ziel tot God leerde roepen, hoort te eeniger tijd het woord Zijner almachtige vertroosting: Vrees niet; Ik helpe u.quot;

Wanneer nu God de Heer Zijne hand uitstrekt om een Zijner geloovigen te behouden, dan blijft het daar niet bij; neen, dan gebruikt 1 lij den behoudene wederom ten zegen van anderen. Daarom vertroost Hij de enkele getrouwe Israëlieten niet alleen met de verzekering Zijner hulp en herhaalt dezelfde woorden, alsof Hij niet moede werd ze uit te spreken; maar Hij belooft zelfs van hen. wormen als ze waren, scherpe, nieuwe dorsch-sleden te maken, die de bergen zouden dorschen en

36

ocr page 51

DE VOLKEREN OPGEROEXEN.

vermalen en de heuvelen zouden stellen gelijk kaf. Deze profetie is op wondere wijs vervuld in de geschiedenis der Joodsche natie, die zulk een zichtbaren en vormenden invloed heeft gehad op de wereldgeschiedenis ; en eene dergelijke ondervinding zal het deel zijn van ieder die zich onvoorwaardelijk in (rods hand overgeeft. Al zijt ge in eigen schatting een worm, meer niet, indien gij u zelf onvoorwaardelijk aan God overgeeft, zal Hij u tot eene scherpe, nieuwe, krachtige dorschslede maken (v. 15, 16). Waar is de mensch die niet begeerd vernieuwd te worden, een nieuwen doop te ondergaan, een nieuw begin te maken met zijn levenstaak? Wie zou niet verlost willen worden van de botheid en stompheid, die in den sleur van 't leven over ons komt? Wie zou niet kracht begeeren om de bergen van zonde en kwaad te dorschen, totdat zij vernietigd zijn, zooals het kaf van den dorschvloer verwaait met de avondkoelte? Laten dezulken de verzekering van Jehova tot hun eigendom maken: »//' zal het maken.quot; Daar is niets voor n onmogelijk, o worm van een mensch, indien Jehova, uw Verlosser, de Heilige, uwe hand vat.

Zien wij ten slotte ■weiannede God in onzen nood voorziet.

Het leven is voor niemand onzer gemakkelijk, indien wij slechts op de uitwendige omstandigheden letten; zoodra wij echter het goddelijk geheim hebben verstaan, dan stroomen daar rivieren over de hooge

37.

ocr page 52

DE VOLKEREN OPGEROEPEN.

plaatsen om zich in prachtige watervallen neer te storten, fonteinen ontstaan in het midden der onvruchtbaarste valleien; de wildernis wordt tot een waterpaleis, het dorre land tot watergroeven; de vlakte wordt beplant met het edelst geboomte en de woestijnen tot een weelderig woud.

Voor het aardsch gezind gemoed zal er waarschijnlijk geen verschil te bespeuren zijn. Het armoedige zolderkamertje, de uitterende kranke, het wegkwijnende kind dat kermt van pijn, de benauwde levensomstandigheden, de eentonigheid en onbevredigdheid van een eenzaam leven, de neerdrukkende en neertrekkende invloeden, de moeielijke omgang met huisgenooten, de teleurgestelde verwachtingen, de bedrogen hoop, dat alles is gebleven. Het'geloofsoog echter heeft een paradijs der heerlijkheid aanschouwd; murmelende beeken die de lucht met hunne zachte melodiën doortrillen; bladerrijk geboomte dat zijne schaduwen verbreidt.

Van waar het verschil? Wat ziet het geloof? Hoe kan het geloof zulk een ommekeer te weeg brengen ?

— Het geloof is zich van (rods tegenwoordigheid bewust, en weet dat die nabijheid iedere behoefte vervult.

— Het geloof erkent niet alleen de realiteit der eeuwige dingen, maar ook dat God een onverbreekbaar verbond met ons gesloten heeft en dat Zijne liefde en trouw niet laten varen de werken Zijner handen.

— Het geloof weet, dat in iedere beproeving die ons treft, de Hand der liefde werkzaam is; dat de groote Opvoeder eene bedoeling heeft met ieder leed dat Hij

3»

ocr page 53

39

ons toezendt, en dat de dag nadert waarop wij zien zullen, wat God al dien tijd reeds vooruit gezien heeft en waarvoor Hij aan ons gearbeid heeft.

Het geloof eindelijk merkt het op, dat anderen hun voordeel doen met zijne ervaring, dat niets anders hen had kunnen leeren, en dat God in de hoogste hemelen de eere toekomt, omdat menschen en engelen te samen zien, weten, erkennen en verstaan, dat de hand des Heeren dit alles gedaan heeft en dat de Heilige Israels dit bewerkt heeft.

Wellicht heeft een mijner lezers in zijn dagelijksch leven eene moeielijke en vermoeiende woestijnreis door te trekken. Hij zoekt naar water en ziet er is geen, zijn tong versmacht van dorst. Indien wij echter met het oog des geloofs wilden en durfden opzien, dan zouden wij, evenals Hagar weleer, waterfonteinen ontdekken, en een zeer vruchtbaar land. Vele pelgrims trekken door dat vruchtbare land en merken niets op; geen zonnestraal, geen vogelgezang, geen lachende velden en bloemen. Dit alles komt hen tegen op den weg, maar zij zien het niet, terwijl anderen ook in de droevigste omgeving Gods hemel geopend zien.

Het geloof is hier de beslissende kracht! Vertroost u zelf dan o onrustig hart: wacht geduldig op uwen God; grijp het geloof aan dat bergen verzetten kan; hoop volkomenlijk op de genade die ook voor u is weggelegd. Waarlijk, waarlijk, liet woord van den Psalmdichter zal ook aan u bewaarheid worden; Vertrouw op den Heere nt Hij zal het maken.

ocr page 54

HOOFDSTUK V.

ZIET M IJ X K N E C H T.quot;

Jesaja 42 : I.

Ik de Heer heb u geroepen:

'k Riep u in gerechtigheid; 'k Heb u hulp en schuts geboden, 'k Heb u aan Mijn hand geleid.

G. JONCKBLOET.

Toen onze Heiland en Heer de gestalte eens dienstknechts aannam, zich omgordde en begon de voeten der discipelen te wasschen. was dit geen nieuwe dienst dien Hij aanvaardde, immers het leven Gods is altijd een leven van dienende liefde. Hij regeert allen, omdat Hij allen dient. Voor zoover Hij de hoogste is, is Hij ook de laagste, volgens de eeuwige wet der geestelijke wereld. Het leven van dienende liefde dat onze Heiland hier leefde, was daarom de openbaring van het leven Gods in den hemel Zijner kracht. Indien wij dus het handelend beginsel leeren verstaan van dat heerlijke.

ocr page 55

»ZIET MIJN KNECHT.quot;

wondervolle leven, dat gedurende de jaren Zijner omwandeling op aarde honderde en duizende harten met blijdschap en vrede vervulde, dan weten wij hoe wij ons eigen leven tegenover God en menschen hebben in te richten. Het leven van onzen Heiland openbaarde ons het ideaal der dienende liefde.

Daar is geen twijfel aan dat de woorden boven ons hoofdstuk vermeld heenwijzen op onzen Heer. In het Evangelie van Mattheus verwijst ons de Heilige Geest zeer bepaald naar Hem en voegt er bij dat de profetie gansch en al vervuld is geworden door dit voorbeelde-looze leven dat een oogenblik des tijds Zijn licht over de wereld liet schijnen (Matth. 12 : 18). O mocht Hij, die onder ons de gestaltenis eens dienstknechts aannam, en die zich voorstelt eenmaal in Zijn Koningrijk Zijne vermoeide arbeiders mede te doen zitten aan Zijn avondmaalsdisch mocht Hij zóózeer eene gestalte in ons verkrijgen, dat wij in onze mate Zijn beeld gelijkvormig worden.

Het zijn wondervolle, zeldzame eigenschappen die de God des Verbonds ons te aanschouwen geeft in Zijn Knecht in Wien Zijn ziel een welbehagen heeft: Een goddelijke bescheidenheid; een goddelijke ootmoed, een goddelijke volharding.

De goddelijke bescheidenheid.

God werkt steeds aan onze wereld; Hij leidt den gang en de wenteling der zonnen. Hij verkwikt het

41

ocr page 56

42 »ZIEÏ MIJN KNECHT.quot;

gras met den hemeldauw; Hij bestuurt de richting-der zonnestralen en het schijnsel van het glimworpje; Hij bewaakt ons gaan en ons liggen, en bepaald den weg van de zeeschelp op den bodem van den oceaan. Al Zijn werk wordt echter zoo rustig, zoo gedruischloos volbracht, men bemerkt zoo weinig van Zijn persoonlijk ingrijpen, dat vele menschen beweren: daar is geen (rod!

lederen morgen schenkt Hij de noodige spijzen aan duizend maal duizenden in bosch en zee en in de woningen der menschenkinderen, maar trekt zich terug vóórdat we Hem in het oog krijgen aan Wien we alles danken. Wij weten dat Hij aan den arbeid is geweest, maar Hij is heengegaan zonder een enkel geluid, zonder den afdruk van Zijn voet; alleen het kostbaar bewijs Zijner zegenende hand achterlatend.

Zoo was het ook met het werk van onzen Heiland Jesus Christus. Hij legde de hand op den mond bij diegenen die Zijne goddelijkheid uitriepen of Zijnen lof uitbazuinden. Herhaaldelijk gebood Hij degenen die Hij beweldadigde, dat zij het niemand zouden zeggen. Hij ontweek de menigte die zich binnen de poorten van Bethesda verdrong, zoodat de genezene niet wist wie hem gezond gemaakt had. Hij vertoefde zoo lang mogelijk in de hooglanden van Galilea, totdat Zijn broederen Hem naar de steden drongen. Hij schreeuwde niet, noch verhief Zijne stem; ook liet Hij Zijne stem niet op de straten hoor en.

Deze eigenschap der bescheidenheid is Gods stempel op het beste werk; Zijne meest begaafde kunstenaars

ocr page 57

»ZIET MIJN KNECHT.quot;

schrijven hun naam niet op hunne schilderijen, en brengen hun eigen portret niet in de groepen die zij schilderen. Zij verlangen niets hoogers dan weer te geven wat zij in het heiligdom der natuur hebben opgemerkt, of in het menschelijk gelaat van het ziele-leven hebben waargenomen.

Eene ziel voor God te winnen, de wonde van den melaatsche te reinigen; de doode aan moeder, zuster of vriend terug te geven — dit is heerlijk genoeg. Van het volbrachte werk op te zien tot het aangezicht Gods; Zijn goedkeurenden glimlach op te vangen; te worden gezegend door den Aradcr die in 't verborgen ziet — dit — dit is de hemel, en daarmede vergeleken is des menschen lof even waardeloos als zijne veroordeeling.

Zijt gij er u van bewust, mijn medereiziger, dat dit de stemming uwer ziel, de drijfveer van uwen arbeid is? Indien niet; indien gij in de geheimste schuilhoek uwer ziel het akkoord der menschelijke vleierij verlangt te hooren; indien daar ook maar het geringste verlangen in u is, om den uitslag van uwe daden op alle tongen te weten, wees er dan van verzekerd dat een zeer bepaald bederf heel uw werk heeft aangetast. Het wordt dan hoog-tijd dat gij u in de eenzaamheid zoudt terug trekken, waar de troebelheid die de kristallen wateren uwer ziel bezoedelt, kan verzinken en waar geen andere spiegel u wordt voorgehouden dan de donkerblauwe hemel en Zijn starrenheir. Het eenige werk dat God goedkeurt, dat blijvend en vruchtbaar

43

ocr page 58

i ZIET JIIJN KNECHT.quot;

is, en in navolging van onzen Heiland geschiedt, is die arbeid die niet schreeuwt noch roept op de straten om lof in te oogsten, maar in alle stilte, slechts daar waar God roept, Zijn weg gaat. De vogel zingt zijn lied; de bloem toont haar kleurenpracht; de ware arbeider in het Koningrijk Gods is voldaan met het doen van Gods wil.

De goddelijke ootmoed.

God heeft ons Zijne heerlijkste openbaringen doorgaans door zeer nederige werktuigen toegezonden; herdersknapen van achter de kudde; jongste zonen zonder naam of faam, jonge maagden opgegroeid in een of ander vergeten dorpje. Hij heeft de machtigen van hunnen troon verjaagd en nederigen en zachtmoedigen verhoogd. Zoo was het ook met onzen Heer. Hijging het paleis van Herodes voorbij en verkoos den stal van Bethlehem. Hij wees de koninkrijken dezer wereld van de hand en sloeg den weg van het kruis in. Hij koos Zijn discipelen uit de gelederen der armen. Hij openbaarde Zijn heerlijkst heilgeheim aan zuigelingen. Hij verliet het gezelschap van Fariseën en Schriftgeleerden en verleende Zijne liefdevolle zorg' aan het gekrookte riet en de rookende vlaswiek, aan stervende moordenaars en gevallen vrouwen; aan de eenvoudige landlieden van Galilea.

Een gek rookt riet t Welk een aangrijpend symbool is het van een gebroken hart, neergedrukt door de

44

ocr page 59

ZIET MIJX KNECHT.quot;

onvriendelijkheid en dwingelandij der wereld. Daar is niets geen schoonheid in zijn rossigen pluim; daar is geen kracht in zijn tengeren steel; geen aantrekkelijkheid in de dampige moeras waar het groeit. En indien niemand zich veel moeite zou willen geven om een riet te zoeken, hoeveel minder nog een gekrookt riet dat verbrijzeld is door den zwaren voetstap van het paard of zijn bezitter. Op dezelfde wijze worden ook harten gebroken. Te teer om den geweldigen druk der zelfzucht te kunnen wederstaan, en den zwaren tred der gevoellooze wreedheid (o menschen kunnen zoo erbar-mingloos wreed zijn) breken zij zonder een enkele klacht en worden daarna als iets onbruikbaars weggeworpen.

Dc rookendr vlaswiek. Hoe kan zij smeulen! Hoe langzaam volgen de vonkjes elkander op langs hare vezelen! Hoe onmogelijk is het om het smeulende gaas tot een vlam aan te wakkeren. Zóó zwak, zóó flauw brandt de liefde in sommige harten, dat alleen Hij, die alle dingen weet, kan onderscheiden dat er nog een beginsel van liefde is. Ach mijn lezer, waren er niet tijden in uw en mijn leven dat niet de krachtige vuurvlam maar dc rookende vlaswiek het zinnebeeld was van onze liefde?

De oppervlakkige arbeider in den wijngaard ziet zoowel het riet als de vlaswiek in ruwe haast voorbij. Hij gaat ze voorbij om voorwerpen op te zoeken die meer geëvenredigd zijn aan zijne krachten en gaven, (jeef mij,quot; zoo roept hij uit, een werkkring waar ik

4,5

ocr page 60

»ZIET MIJN' KNECHT.quot;

invloed kan oefenen op krachtige, edele groote naturen! Geef mij een strijdperk waar ik vijanden kan ontmoeten die mijn krachtigen arm waardig zijn. Geef mij een taak waar mijn rijke voorraad van geleerdheid en kennis tot zijn recht kan komen!quot; Is dit alles niet voor hem weggelegd, dan beschouwt hij zich als miskend, en spreekt of denkt de vermetele woorden: »Als ik het hoogste en beste niet kan doen, doe ik niets.quot; Welk een ongoddelijke dwaasheid! Het hoogste en beste is, zich met goddelijken ootmoed neer te buigen tot de kleinen die de wereld niet kent en voorbij ziet; voor hen alle krachten in te spannen; van gebroken rietstaven muziekinstrumenten te maken. Voor het nieuwe Jerusalem het smeulende vonkske der rookende vlaswiek jian te blazen tot een vuur van levenwekkende en levengevende liefde.

Hier is ook de toetssteen van den ernstigen echten arbeid. Zijt gij zeer begeerig' naar grooter werkkring? Mort gij over al de moeite om het evangelie der genade voor onwetenden verstaanbaar te maken? Klaagt gij over den gedurigen terug- en achteruitgang der zwakken? Zijt gij het moede de vreeze en twijfelmoedigheid der schroomvalligen te bestrijden? Kost het u te veel om uw stap te schikken naar den stap der zwakken en jongen? Dan moet ik u een »wee uquot; aanzeggen. Dan loopt uw werk gevaar zijne beste krachten te verliezen, dan is de zomervrucht op het punt haar reine waas te verliezen; de zachte tint die God daar verlangt te zien, verdwijnt van uw schilderij; de zegen ontwijkt

46

ocr page 61

ZIET MIJN KNECHT.quot;

uwer handen werk. Wat ik u bidden mag zoek de eenzaamheid op met uwen God, eer het te laat is, en leer van Hem déit de verbroken vaten somtijds de kostbaarste zielen bevatten, en dat het grootste werk vaak wordt tot stand gebracht door de onaanzienlijkste vonkjes.

Dc goddelijke volharding.

Ofschoon onze Heiland zich het meest bekommert over het gekrookte riet en de flauw smeulende vlaswiek, daarom is Hij zelf noch het een, noch het ander. Hij wordt noch ontmoedigd, noch wankelmoedig. Bij het begin der wereld werden de opvolgende aardlagen waaraan Hij arbeidde, onophoudelijk overstroomd door de golven van den chaos die het werk aan des Werkmeesters hand ontrukte; maar Hij hield vol tot de hemelen en de aarde zooals zij nu bestaan, in onvergelijkelijke schoonheid te voorschijn traden en aan des Scheppers lippen de uitspraak ontlokten;»dat alles zeer goed was!quot; Zóó is het ook in de geestelijke wereld. De eeuwen die na het grootste aller offers op Golgotha, zijn voorbij gegaan, zijn getuige geweest van den overgang van den chaos tot den geordenden kosmos, van wanorde in orde; van verwarring in toenemende beschaving. In 't bizonder in de achtste, negende en tiende eeuw scheen het wel of de vrucht van al de tranen der martelaren geheel verloren was. De Werkmeester was echter niet ontmoedigd en trok Zijn hand niet terug;

47

ocr page 62

»ZIET MIJN KNECHT.quot;

Hij zette door goed en kwaad gerucht heen Zijn werk voort.

Ziehier wederom een toetssteen van den cchfcn arbeid. Wat vleeschelijk is, is vol hartstocht, toorn en plotselinge opwelling. Het tracht Israël te verlossen door een plotselinge krachtsuiting die een Egyptenaar ter aarde werpt maar het is spoedig uitgeput en zakt dan ontzenuwd en krachteloos ineen. Eene onderneming die in vurigen ijver aanvaard is, prijs te geven, bewijst dat de bekoring der geestkracht vleeschelijk was en niet opgewekt en geleid door den Geest Gods. Volharding, ondanks verachting en moeielijkheid - - ondanks meedoogenlooze kritiek en nietsontzienden haat - stroomopwaarts roeiende of bergopwaartsklimmende bewijst dat men een goddelijke opdracht vervult, in Gods weg is en dat de ziel hare vurigheid van geest heeft opgedaan aan de Bron der Goddelijke kracht. Ontbreekt u die volharding, vraag u zelf dan ernstig af of uwe taak een hemelsche opdracht dan wel een zelfgekozene is; indien het laatste, o geef haar dan op! Indien het eerste, wacht dan op den Heer, Hij zal uwe kracht vernieuwen, en gij zult noch ontmoedigd worden, noch wankelen. Hoe uitnemend echter de bovengenoemde eigenschappen zijn, zij kunnen ons niet baten voordat de gave des Heiligen Geestes daaraan toegevoegd is.

»Ik zal Mijn Geest op Hem geven.quot; Bij de wateren des doops werd die belofte vervuld, want terwijl de Heer uit het water op steeg, werden de hemelen geopend en daalde de Geest in zichtbaren vorm op Hem

48

ocr page 63

»ZIET MIJN KNECHT.quot;

neder en bleef op Hem. Toen werd Zijn mond geopend en begon Zijne openbare bediening. Dertig jaren lang had Hij zich vergenoegd met het rustige beschouwende leven te Nazareth; nu trad Hij op in de wereld, zeggende: »De Geest des Heeren is op Mij, en Hij heeft Mij gezalfd ter prediking.quot;

Wat deze gebeurtenis was voor het leven van onzen Heer, dat is het Pinksterfeest voor de Kerk. Toen werd zij gezalfd tot hare goddelijke zending in de wereld; de wijding des Heiligen rustte op haar, om daar te blijven en vernieuwd te worden, naarmate de eeuwen langzaam aan het menschdom voorbijgingen.

Wat nu in de Kerk geschiedde, moet ook plaats hebben in de levensgeschiedenis van elk harer leden. Deze doop des Geestes is voor allen, moet door het geloof worden aangenomen, en is zoowel bestemd als onontbeerlijk om ons tot onzen arbeid toe te rusten. Hebt gij deel aan dien doop des Geestes? Indien niet, zijt gij dan niet op een verkeerden weg, waar gij u zonder dien doop aangordt tot Gods werk? Wacht tot gij die onontbeerlijke gave ontvangen hebt. Maar -wacht met vurige smeeking! Van Gods wege is die doop voor allen bestemd.

Hebt gij er iets'van gekend en ervaren? O wees daarmede niet voldaan, begeer den Geestesdoop voor iederen nieuwen arbeid; wees met niets minder voldaan dan telkens op nieuw te worden gezalfd.

Daar zijn echter nog heerlijker beloften. In de woorden: »Ik zal u bij uwe hand grijpen en u behoedenquot;

Christus in Jesaja. 4

49

ocr page 64

»ZIET MIJN KNECHT.quot;

wordt gedoeld op eene samenwerking des Heiligen Geestes met iederen waren arbeider Gods. Als wij van Hem getuigen valt de Heilige Geest op degenen die het woord hooren. Als wij getuigenis geven van Zijn dood, opstanding en Hemelvaart, dan getuigt Hij ook in hart en geweten. Wanneer onze mond in waarheid de boodschap des hemels brengt, dan spreekt de Heilige Geest in het hart: »ja, zoo is het.quot;

Men kan bij den christelijken arbeid niet genoeg den nadruk leggen op de noodzakelijkheid om Gods Geest tot medearbeider te hebben. Niet alleen is dit een voorbehoedmiddel tegen alle onwaardige, ongezonde overspanning onzerzijds, maar ook rust dit den arbeider steeds met frissche krachten toe. Dit bedoelt de Apostel met »de gemeenschap des Heiligen Geestes,quot; wat niet anders beteekent dan Hem in gemeenschap te bezitten. Zalig hij die zulk eene gemeenschap met den goddelijken Geest leerde kennen; hoe vruchtdragend zal zijn leven zijn!

5°

ocr page 65

HOOFDSTUK VI.

»GIJLIEDEN ZIJT MIJN GETUIGEN.quot;

Jesaja 43 : 10.

Gij zijt Mijn getuigen, spreekt Jehova,

Mijn keurling gij, opdat uw hart erkenn'

En vast geloove en wel begrijpe.

Dat Ik de Sterke ben.

G. JONCKBLOET.

De verheven opvatting waarmede Hoofdstuk 41 opent, wordt nog in de schaduw gesteld door dit Hoofdstuk. Nog altijd zijn de volkeren der wereld samen geroepen om te beslissen of Jehova dan wel een der afgoden voortaan als Opperste Godheid zal worden erkend. In het strijdperk staan al de hulpelooze beelden rijk beschilderd en versierd, maar stom, afwachtend dat hunne priesters hen weder huiswaarts zullen dragen. Eer dat de vergadering echter uiteen gaat, moet Jehova Zijn recht handhaven, en roept daarom Zijn uitverkoren volk in de bank der getuigen, opdat

ocr page 66

«GIJLIEDEN ZIJT MIJN GETUIGEN.quot;

zij den menschen mogen zeggen wat zij weten, en getuigen wat zij gezien hebben. Deze oproeping is zeer merkwaardig. In hoofdstuk 42 : 18 worden zij bestraft, omdat zij doof en blind zijn; met dat al worden zij nu opgeroepen om getuigenissen te geven. Ofschoon zij hunne gelegenheden hadden misbruikt en minder vooruit waren gegaan in de kennisse Gods, dan zij hadden gekund, toch wisten zij meer van Hem af dan eenig volk ter aarde en konden zij geheimen oplossen die den diepsten denker ontgaan waren. ;-gt;Gij zijtMijn getuigen, en Mijn knecht dien Ik uitverkoren heb.quot;

Zie ze daar ten gerichte komen en hunne plaats innemen tegenover de koningrijken die hen meedoogen-loos geplunderd en tot verwoesting gebracht hebben, om van Hem te getuigen, Wiens naam zoo vaak gelasterd en miskend is geworden door hunne zonde. Ten tijde dat zij aldus werden opgeroepen om getuigenis te geven, waren zij in gevangenschap, verminderd in aantal, klein gemaakt door verdrukking en leed; en nochtans — dit is de kracht der eeuwige waarheid, zoude hun getuigenis alle andere stemmen tot zwijgen brengen; alle mededingers het onderspit doen delven, en Jehova als den eenigen, waren God handhaven. Zij mochten al overwonnen en verbroken zijn op het terrein der stoffelijke kracht, zij waren echter heerschers en gebieders in het rijk der waarheid. - Aldus stond in later dagen onze Heer en Heiland gebonden voor den vertegenwoordiger van het machtige keizerrijk, en legde nochtans getuigenis af van een Koningrijk niet

52

ocr page 67

»GIJLIEDEN ZIJT MIJN GETUIGEN.quot;

van deze wereld, voor welks heerlijkheid de macht van Rome zou vergaan.

Zien wij dan hoe de Joden het strijdperk binnentreden, hunne eerbiedwaardige, heilige boeken met zich dragend. De toetssteen, zooals wij reeds weten, zoude zijn, of Jehova profetiën had doen hooren die in vervulling waren gegaan. gt;Heeft uw God de toekomst voorspeld?quot;

Zeker,quot; was het antwoord.

Geef ons daarvan eenige voorbeelden?quot;

In onze oudste geschriften, eeuwen te voren, zeide Hij het onzen stamvader Abraham aan, dat zijne afstammelingen een geruimen tijd in Egypte in slavernij zouden verkeer en, en dat zij later na vele oordeelen een land zouden komen bewonen, waar hij thans een vreemdeling was. Dit is letterlijk vervuld.quot;

»Ook voorspelde Jehova, dat Hagar's zoon Ismaël zoude zijn als een woudezel en zijn hand tegen allen; ook dit is bewaarheid in de geschiedenis van Edom.quot;

^ Wederom kondigde Jehova aan, bij monde van Zijn profeet Jesaja, op dien noodlottigen dag, dat koning Hiskia den gezant van Babel zijne schatten vertoonde, dat zij gevangenen zouden zijn in dit land en onze vorsten kamerdienaars in de paleizen onzer overheer-schers, zooals thans is vervuld.quot; -—

De Joden hebben dit getuigenis al de eeuwen door gehandhaafd. Denk aan Babel, heden ten dage door de zandverstuivingen der woestijn onzichtbaar geworden, (reen Arabier stelt daar zijne tent op, geen herder hoedt daar zijne kudde. Het is de schuilplaats van het

53

ocr page 68

«GIJLIEDEN ZIJÏ MIJN GETUIGEN.quot;

wild gedierte, een woonplaats voor slangen en draken. Denk aan Tyrus, aan wier oevers thans enkele vis-schers een schamel bestaan vinden terwijl zij hunne netten droogen op de oude bouwvallige muren; terwijl de prachtige haven, waar, toen Nahum schreef, de schatten der wereld werden aangevoerd, thans is weggezonken in het zand. Denk aan Edom, in welks in de rotsen uitgehouwen woningen, die daar nog staan in de eenzaamheid, zonder door menschelijke voetstappen betreden te worden, de roofvogels zich nestelen. Geen onbevooroordeelde kan den toestand dezer plaatsen vergelijken met de voorspellingen des Ouden Testaments, zonder getroffen te worden door hun onwedersprekelijk getuigenis aangaande de waarheid der Schrift.

Het geheele bestaan der Joden, verspreid als ze zijn over den aardbodem, en toch bewaard voor ineensmelting- met de hun omringende bevolking - »zonder rustplaats voor het holle huns voets, met bevend hart en bezwijkende oogen en matheid der ziel. nacht en dag vreezende te zullen schrikken en hun leven niet zeker zijnde; — terwijl zij blijkbaar bewaard blijven voor hun land, gelijk hun land voor hen dit alles is in letterlijke overeenstemming met het woord van Mozes den man Gods in het boek Deuteronomium.

De bizondere opdracht om Gods getuigen te zijn is echter niet beperkt tot het Joodsche volk, maar is, naar het uitdrukkelijk getuigenis dos Hoeren, uitgestrekt tot Zijne Gemeente. De Gemeente en de Heilige Geest geven te samen getuigenis van den dood, de opstanding

54

ocr page 69

GIJLIEDEN ZIJT MIJN GETUIGEN.

en het verheerlijkte leven van den Zoon Gods. »Gij zult Mijne getuigen zijn, zoowel te Jerusalem als in geheel Judea en Samaria, ja tot de uiterste deelen der aarde.quot; Gelijk de Koning der waarheid getuigenis geeft, alzoo behooren ook Zijne onderdanen te doen. Toen Zijn voorbeeldeloos leven voor de wereld onderging achter de heuvelen van Cah'arië, getuigde Zijne Gemeente, wijl het geloofsoog door den Heiligen Geest was verlicht, dat Hij eeuwig leefde.

Dit is ook de persoonlijke roeping van ieder geloo-vige; niet om te redeneeren en te redetwisten, niet om te bewijzen en te betoogen, niet om Christus' pleitbezorger te zijn; maar om in levende gemeenschap met Gods Geest te wandelen, die den reine van harte Gods verborgenheden openbaart; en alzoo, door de kracht die van ons leven uitgaat, te bewijzen, dat deze dingen alzoo zijn. Op die wijze kan men het best en het vruchtbaarst getuigen voor de waarheid, te midden van onwaarheid en dwaling.

Daar zijn drie zaken waaromtrent het christelijk leven getuigenis moet geven. Zij worden ons voorgesteld in de bezielde woorden, waarin de Profeet ons als Gods getuigen oproept, en wij behoeven geenszins te aarzelen ons zeiven deze woorden toe te eigenen, omdat ons zoo duidelijk gezegd wordt, dat wij niet langer vreemdelingen zijn van de verbonden der belofte, maar huis-genooten Gods (Ef. 2 ; 12—19). En elders bevestigt ons de Apostel, dat degenen die in het geloof zijn, gezegend worden met den geloovigen Abraham, en dat

55

ocr page 70

»GIJLIEDEN ZIJT MIJN GETUIGEN.quot;

de zegening Abrahams in Christus Jesus tot de heidenen komt (Gal. 3 : 9—14).

J Vij moctni allereerst getuigenis geven van ecne liefde die niet moede wordt.

Aan het einde van het vorige hoofdstuk vinden wij eene ontzettende schildering van Israël als een beroofd en geplunderd volk, verstrikt in holen en verstoken in de gevangenhuizen, waarover God uitstortte de grimmigheid Zijns toorns en de macht des oorlogs. Daarna keert zich God op het aller onverwachtst tot hen en zegt: »Vreest niet, gij zijt kostelijk geweest in Mijne oogen en verheerlijkt, ook heb Ik u liefgehad, gij zijt Mijn!quot;

Gij zijt Mijn. Hoe eenvoudig zijn die woorden! Zij konden komen uit het moederhart tot het verdwaalde en teruggevonden kleine kind. Onze diepste aandoeningen worden steeds in de eenvoudigste woorden uitgedrukt. Diepte en innigheid van gevoel kiezen steeds de enkele lettergrepen onzer moedertaal. — O verneem het toch, beroofde, geplunderde, uitgebannen ziel. God roept u nóg! en Hij trekt Zijne hand niet terug eer Hij uw antwoord gehoord heeft: »Groote, machtige, barmhartige God, Gij zijt de mijne!quot;

Zonde noch smart kunnen met hun scherpsten sikkel den band verbreken dien de goddelijke ontferming geweven heeft tusschen uwe zwakke, afgedoolde ziel en Zijne geduldige, eindelooze zondaarsliefde. — Gij zijt kostelijk. Israël durfde zich dat woord nauwelijks

56

ocr page 71

»GIJLIEDEN ZIJT MIJN GETUIGEN.quot; 57

toeeigenen, maar nogthans staat het duidelijk terneer geschreven: »Gij waart kostelijk in Mijne oogen.quot; Ja menschenziel, wie ge ook zijn moogt, gij zijt de parel van groote waarde voor wie uw Koopman alles verkocht heeft, wat Hij bezat, om den wereldakker te kunnen koopen, waarin gij laagt neergeworpen. Kostelijk of kostbaar wordt datgene waarvoor men zich veel ontbering getroost heeft, veel geld en tijd besteed, veel arbeid en moeite gegeven heeft; alle deze voorwaarden zijn wonderbaar vervuld door Gods handelswijze voor u.

»Ik heb u liefgehad.quot; zegt de Heer eindelijk. Deze woorden behoeven geen verklaring, zij spreken voor zich zeiven. Wij moeten van tijd tot tijd in de stilte der eenzaamheid nederzitten en den invloed dier woorden over ons laten heerschen, zooals wij dat doen kunnen met een prachtig schilderij, een verheven melodie, een heerlijk landschap. Maar o, overweeg die woorden meer dan iets anders op aarde, en — geloof ze, ja geloof ze met uwe ziel, geloof ze nóg als alles u ontzinkt. In de donkerste uren van uw leven, wanneer uw voeten bijna zouden uitglijden, en zon, maan noch starren voor u schijnen dan, als gij die liefdehand niet hebt losgekiten, zal ze u vasthouden, staande houden en tot het eeuwige licht voeren dat nooit kan ondergaan.

Dit alles te weten, en daarvan getuige te zijn; het vast te houden en te blijven belijden in de droevigste omstandigheden, bij den bittersten spot, en de grootste

ocr page 72

»GIJLIEDEN ZIJT MIJN GETUIGEN.quot;

verlatenheid; nimmer den twijfel voet te geven die als een koude mist de ziel doet verstijven, nooit bitter te worden in tegenspoed, nimmer zelfs door de uitdrukking van ons gelaat te toonen dat God ons zwaar beproeft, — ziedaar de roeping en het zendingswerk van den geloovige.

Wy moeten getuigen van een onwankelbaar voornemen.

God zegt niet; /Gedenk aan 't geen gisteren geschiedde.quot; Hij gaat terug naar Zijne eeuwige raadsbesluiten ; naar de groote heilsdaden van Bethlehem en Golgotha, naar het eeuwig genadeverbond. Plij zegt: »lees geheel Afijn Woord; ga achterwaarts en overzie het geheel; tracht eenigen indruk te krijgen van den reusachtigen gewortelden boom die uw levenstak draagt. Vrees niet want Ik heb u verlost; Ik heb u bij uwen naam geroepen. Ik heb u geschapen tot Mijn eer. Ik heb u geformeerd. Ik heb u ook gemaakt. (Jes. 43 : i, 7).

Is het waarschijnlijk dat een plan dat tot in de onmetelijke eeuwigheid reikt, licht wordt opgegeven? De liefde van gisteren moge voorbijgaande zijn als de dauw des aardrijks; het haastig gevormde besluit kan even haastig worden opgegeven; de bloemknop van één nacht kan in één nacht verwelken; uwe verkiezing o verloren ziel is echter de vervulling van Gods ideaal, gevormd eer de zon haar loop begon, of de eerste Seraf zijn lofstem in der eeuwen eeuwigheid verhief.

\ an deze liefde moeten wij getuigen zijn. De men-

5«

ocr page 73

59

schen durven God veroordeelen omdat zij slechts een stukje zien van Zijn werk, en halfuitgewerkte plannen beoordeelen kunnen. Kortzichtig, voorbarig, haastig en afkeurend in ons oordeel moeten wij, door de leiding en onder den invloed des (leestes Gods, kalm bezadigde beschouwers worden, die met het geduld des geloofs het voleindigde scheppingsplan en het zedelijk albestuur des heelals afwachten. Aan ons, die naar den naam van Christus ons noemen de roeping om getuigen te zijn van eene eeuwige liefde, wier grondzuilen en wier uiteinden in de hemelen te samen smelten.

Getuigen ivïj ten slotte van eene nimincr teleurstellende verlossing. — God bespaart Zijn kinderen noch het water, noch het vuur. Wij hadden misschien gemeend dat het woord aldus moest luiden: »Gij zult nimmer door het water of door de rivieren gaan ; gij zult nimmer door het vuur behoeven te gaan! Maar, verre van dien, wordt het veeleer als een van zelf sprekende zaak aangenomen, dat daar zoowel water als vuur op onzen weg zullen zijn; de overstroomende wateren der smart; de bijtende vlammen van haat en spot. Gods kinderen worden niet voor, maar juist in de beproeving bewaard. Vuur en water zijn louterende elementen die voor ons onontbeerlijk zijn. Goud en zilver, koper, ijzer en tin, alles wat het vuur kan verdragen, moet door het vuur heen, om gezuiverd te worden, en wat het vuur niet lijden kan, moet door het water gaan. Num. 31 : 23.

Somtijds verbaast de wereld zich, als zij de kinderen Gods beproeft ziet als andere menschen onwetend

ocr page 74

»GIJLIEDEN ZIJT MIJN GETUIGEN.quot;

als zij zijn dat de Koning en Meester zelf door water en vuur gegaan is; onwetend ook dat er doorwaadbare plaatsen in het water en een weg door de vlammen is. God geleidt ons niet naar de eeuwige Stad, langs een voetspoor dat den spot drijft met onzen wankelenden tred. — Wij moeten ook te midden van 's levens leed en zielestrijd, ook terwijl ons levens-scheepken dobbert in nood van de baren, getuigen zijn van deze dingen. De Heer verbreekt zelf het zwijgen niet, daarom moeten -mj Zijne getuigen ztj'n.

En de plaatse der getuigenis is onze woning, is onze werkplaats, is onze samenkomst met vrienden, geburen of vreemden, overal en ten allen tijde waar en wanneer het recht verkort of misverstaan wordt. Door de herscheppende kracht des Geestes Gods worden wij bekwaam gemaakt om getuigen te zijn van den Heer onzen God!

6o

ocr page 75

HOOFDSTUK VIL

DE WIJZIGING IN HET GODSPLAN. Jesaja 43 : 21.

Van d' aanvang af ben eeuwig Ik dezelfde,

En niemand kon ooit redden uit Mijn hand, Wil Ik 't ontworpen plan volvoeren,

Wat baat dan wederstand ?

G. JONCKBLOET.

Dit een en twintigste vers slaat oorspronkelijk op Israël. Het is de last van liet Boek Deuteronomium, dat God het zaad van Abraham verkoos om Hem een volk des eigendoms te zijn, boven alle volken van den aardbodem. Daarvoor voerde Hij het uit het diensthuis van Egypte, en bracht Hij het in Kanaan. Zij moesten Zijn erfdeel zijn. Deze twee woorden: volk en erfdeel worden in den Bijbel voortdurend aaneengeschakeld. :gt;De Heer heeft u aangenomen en uitgevoerd uit den ijzeroven van Egypte, opdat gij Hem tot een erfvolk zoudt zijn, gelijk het te dezer dage is.quot; »U heeft de Heere uw

ocr page 76

DE WIJZIGING IN HET GODSPLAN.

(rod verkoren, dat gij Hem ten volk des eigendoms zoudt zijn, uit alle volken die op den aardbodem zijn. (Deut. 4 : 20, 7 : 6).

In zijn zwanenzang ging de groote Wetgever zelfs zoo ver om te zeggen dat toen de Allerhoogste den volkeren hun erfenis uitdeelde, Hij hun de landpalen stelde naar het getal des volks dat Zijn oogappel was. Op dezelfde wijze zal een tuinier enkele uitgezochte planten afzonderen en daaraan zijn bizondere zorg wijden niet alleen om hunnentwil maar ook om stekjes en zaden te verkrijgen waarmede hij den geheel en grond bepoten kan. »Des Heeren deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.

Jehova's bedoeling is duidelijk uitgedrukt in de woorden boven dit hoofdstuk; »Zij zullen Mijnen lof vertellen.quot; Het was toch Gods bedoeling Zijn volk met eene zorgzame liefdevolle leiding zóó op te voeden, dat hunne geschiedenis der menschen gedachten als van zelf zoude leiden tot verheerlijking en aanbidding van Zijn goddelijk Wezen. Zij zouden de wereld door moeten gaan om de menschen de liefde en goedheid te verkondigen van Hem, die hen had gevonden in de woestijn als een geslacht van bandelooze slaven, en hen gemaakt had tot een volk van priesters, psalmdichters en zieners, die de alles overstemmende heerlijkheid van den eenigen God verkondigden. Door herhaalde afwijkingen verzette Israël zich tegen de vervulling van dit goddelijk plan. Bij deze afzonderlijke gelegenheden dwarsboomde het Jehova, en moest dientengevolge Zijn plan met hen

62

ocr page 77

63

verdaagd zien. Eerst murmureerden zij tegen Hem in de woestijn en werden daarom tot veertig jaren omzwervens in de woestijn veroordeeld. Vervolgens werden zij, nadat eene rij van negentien koningen uit het Huis Davids geregeerd had, gedurende zeventig jaren naar Babyion verbannen. Eindelijk verwierpen zij den Zoon van Gods welbehagen en werden dientengevolge over de wereld verspreid tot een aanfluiting. Aldus is Gods plan nu reeds achttien honderd jaar verdaagd.

Ongetwijfeld zal het eenmaal in vervulling gaan. Het uitverkoren volk zal wederom groot en heerlijk worden, maar intusschen zijn de Heidenen geroepen om hun plaats, zij het dan ook tijdelijk met de voor hen meest zegenrijke gevolgen in te nemen, totdat de takken weer in hun eigen olijfboom zijn ingeënt, en geheel Israël zal zalig worden.

Deze verandering in het Godsplan is voor ons een geopende deur geweest; en dezelfde woorden die eertijds tot Israël gericht werden, zijn thans toepasselijk op ons! Tweemaal althans wordt ons in de brieven, bij monde van de Apostelen Paulus en Petrus aangezegd, dat Christus zich zeiven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zoude verlossen en zich zeiven een eigen volk zou reinigen; zoodat wij een uitverkoren geslacht zijn, een koninklijk Priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk, opdat wij zouden verkondigen de deugden desgenen die ons uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. Wij nu, zijn geworden wat wij zijn, opdat wij in ons leven Gods lof mochten verkon-

ocr page 78

DE WIJZIGING IN HET GODSPLAN.

digen; indien wij in gebreke blijven Zijn ideaal te verwezenlijken, dan is ook voor ons het onvermijdelijke uitstel Zijner plannen te wachten. In plaats van onder Gods zegen Gods plan te volvoeren, zal het dan bij ons, evenals bij Israël geschiedde, volvoerd worden langs een weg van bloed en tranen.

Welk is dan eigenlijk Gods pla)i? »Zij zullen Mijn lof verkondigen.quot; Het woord lof is, naar men zegt van denzelfden wortel afkomstig als het woord »Hallel in Halleluja, het beteekent, eerst een helder, schijnend licht, vervolgens een zachte doordringende fluittoon; wij besluiten hieruit dat Gods kinderen Zijne heerlijkheid zoo moeten weerkaatsen, dat zij in hun leven duidelijk zichtbaar is en anderen aantrekt.

Wij kunnen Gods lof even goed verkondigen door duldzaam lijden als door werkzaamheid en ijverbetoon. Dag aan dag hulpeloos op het krankbed te liggen, zonder te klagen, tevreden met datgene wat Hem behaagt, en bereid om alles te lijden naar Zijn wil, en geen enkel woord van tegenspraak ons te laten ontvallen — dit kan meer dienstbaar zijn in onzen kring aan de verheerlijking Gods, dan het dichten van psalmen die aan vele geslachten Gods lof en eer in den mond leggen. Plet zij maar onder alle omstandigheden van ons leven, op moeielijke wegen, en in raadselachtige omstandigheden onze eenige vraag: wat is het meest tot Gods eer ? Alles wat daaraan in den weg staat moet weggeruimd, alles wat tot Zijn verheerlijking dient moet worden opgevolgd tot iederen prijs, hoeveel het ook moge

64

ocr page 79

DE WIJZIGING IX HET GODSPLAN.

kosten. En - dit kan geschieden indien wij maar eerlijk en waarachtig Hem aan 't woord willen laten komen.

Gods plan kan geckmrsboomd zvorden.

Daar is in de geschiedenis van een zieleleven niets vreesdij kers dan het goddelijk ideaal zooals zich dat openbaart in Schepping en Verlossing te weerstreven, en God te beletten dr^t Hij datgene van ons maakt waartoe Hij ons heeft bestemd. Dit kan uw lot zijn o mensch, die daar als de vijgeboom midden in den weg staat waar de Zoon (xods voorbij gciat en tot wien Hij komen zal om vruchten te oogsten. Xeem u in a,cht, niet dat ge een vijgeboom zijt, bewaart u voor verwerping; niet dat de Zone Gods aan u voorbij gai.t zal u redden. Leer uit deze bladzijden de verschijnselen en oorzaken van Israels verval en wees daardoor gewaarschuwd, opdat niet ook voor u het goddelijk plan worde uitgesteld.

Een eerste verschijnsel met noodlottig gevolg is zeker een toestand van verflauwing in 't gebed. »Gij hebt Mij niet aangeroepen, o Jakob, gij hebt u tegen Mij vermoeid, o Israël.quot; — Niets is zekerder maatstaf van ons geestelijk leven dan ons gebed. Daar kan soms een oververmoeidheid zijn van den geest, die de vrucht is van overspanning en waartegen men niet verstandig doet te worstelen. Wanneer hoofd en hart zóó onder den invloed van lichaamsvermoeienis zijn, dat eene onvermijdelijke slaperigheid de oogen sluit en de gedachten Christus in Jcsaja. ^

65

ocr page 80

DE WIJZIGING IN HET GODSPLAN.

doet stilstaan, dan is het beter ons aan den slaap over te geven en met den grooten Bengel te zeggen-»Nu Heer, het blijft tusschen ons bij het oude!quot; Dit is echter heel iets anders als de haastig geprevelde gebeden die hun oorzaak hebben in een vervuld zijn van en opgaan in de voorbijgaande dingen, of wel in de vervreemding van God door de zonde. Indien daar ook maar een begin van deze vervreemding in u aanwezig is, o waak dan toch eer het te laat is!

Een ander verschijnsel: Het veronachtzamen van kleine dingen. »Gij hebt Mij niet gebracht het kleine vee uwer brandofferen.quot; (Jes. 43 : 23). De nadruk valt hier op het woord klein. Het volk was waarschijnlijk nauwgezet met de groote gewoonten der joodsche plechtigheden, maar veronachtzamend omtrent kleine bizonder-heden. Niemand onzer begint met groote verzuimen; integendeel, het is de kleine scheur in het snaartuig, de kleine vlek aan de vrucht, de kleine spleet in de afsluiting, waar het bederf begint. Niets is iverkelijk klein in verhouding van God en onze ziel 1 — Laat ons dus waken voor kleine afwijkingen, kleine onnauwkeurigheden; waken tegen een terzijde stellen of over 't hoofd zien van de kleine vermaningen van ons geweten. Ongevoeligheid en zorgeloosheid in kleine dingen kunnen oorzaak worden, en zijn het helaas! maar al te veel geweest, van een verloren leven.

Een derde verschijnsel is: Gebrek aan blijnioedigheid in den dienst des He eren. Men kan het goede A-aak doen uit een hard en vormelijk plichtgevoel, waarbij

66

ocr page 81

DE WIJZIGING IX HET GODSPLAN.

de blijdschap en de liefelijkheid van den waren, echten, zuiveren hartegodsdienst op pijnlijke wijze gemist worden. Hoe dikwijls doen wij de dingen omdat wij moeten, of omdat wij willen, maar niet omdat wij geleid worden door het zijden koord van liefde tot onzen Heer en Zaligmaker.

Dit is, zooals de Apostel ook leert een verbonden zijn aan de Wet inplaats van aan Hem, die uit de dooden is opgewekt, en Wiens liefde onze eenige drijfveer moest zijn. Zijn dienst is volmaakte vrijheid; Zijn juk is zacht. Zijn last is licht.

God volvoert Zijn plan ook door den -weg van leed en beproeving.

Gods plan kan ten slotte niet ter zijde gesteld worden. Het kan tot stilstand gedwongen worden door bergen van vooroordeel en ongeloof, maar het zal op de een of andere wijze zijn weg weten te vervolgen onder, door of ondanks alle bezwaren die wij in den weg stellen. Zoo zal het ook met Israël wezen! Zóó is het met ons, maar o tot welk een duren prijs!

Gods plan met de menschheid werd onderbroken door den zondeval die aan diezelfde menschheid zooveel duizende jaren van doodsangst en nameloos wee heeft bereid en het bloedig zweet in Gethsemané en den doodstrijd op Golgoth?. heeft gekost. Maar, ook indien nog duizende jaren verdaagd, het Godsplan met Zijne schepping zal eens worden volvoerd. De gerechtigheid

67

ocr page 82

68 DE WIJZIGING IN HET GODSPLAN.

zal eenmaal ten troon stijgen; de vijand zal verslagen worden; het zaad der vrouw zal den kop der slang vermorzelen.

Dit zal ook bewaarheid worden aan Israël. Het zal nog blinken als eene ster, en Gods lof zingen als de engelen des hemels. Zeker heeft Israël daarvoor een duren prijs betaald; smarten, die in de wereld baars gelijken niet hebben, zijn de smeltkroes geweest waardoor het gelouterd is, om in den vorm te kunnen gegoten worden, die van den beginne aan voor dit volk bestemd was.

Dit wordt ook bewaarheid aan alle kinderen (rods. Zijn gedachten moeten in ons worden uitgevoerd; Zijn ideaal voor ons verwerkelijkt worden; Zijn plan het doel bereiken. Dit kan plaats vinden door onze gewillige gehoorzaamheid; dan is daar geen strak gespannen boog, g-een drukking, geen zielestrijd noodig. Dan wordt de kracht vermenigvuldigd voor iedere taak; de schouder toebereid voor iederen last. Maar, als daar tegenkanting, opstand, verzet, morrende klachten zijn, zooals die zoo menigmaal in Israels tenten vernomen werden, dan is lijden, ballingschap, de woestijnreis met eentonige verlatenheid, een lang wachten tot schamens toe noodig; en dan gebeurt het dat de ziel eerst na jaren van tucht en beproeving wederkeert naar de poort Kanaans, haar erfdeel aanvaardt, en den grooten God des hemels en der aarde die lof en aanbidding toebrengt, waarvoor zij oorspronkelijk geschapen was.

Was dit soms uwe geschiedenis mijn lezer? Keer dan weder, wat ik u om Christus wil bidden mag. God

ocr page 83

DE WIJZIGING IN HET GODSPLAN.

69

heeft gezegd, dat Hij de vorige dingen niet meer gedenken zal; heel dat zondig verleden niet, met zijn bedroevende teleurstellingen, zijn verloren dagen, zijn versmaadde roepstemmen, zijn zonde, zijn opstandigheid. God heeft gezegd, dat Hij door den onnaspeurlijken rijkdom Zijner genade en ontferming grooter teekenen aan u zal doen, dan Hij ooit in de dagen van ouds aan Zijn uitverkoren volk verrichtte; dat Hij een baan door de wildernis zal maken, met stroomende beeken en golvende grasvelden. Wat nood of gij u zeiven in de wildernis gebracht hebt. //y zal u den weg naar Kanaan wel banen. Alleenlijk geef u aan Hem over, onvoorwaardelijk over, laat Zijne gedachten in 11 worden uitgevoerd!

ocr page 84

HOOFDSTUK VIII.

D E H O N G E R D E R ZIEL. Jesajci 44 : 20

Üe dwazenI. .. ach. geblinddoekt zijn hun oogen, Hun hart is voor den glans der waarheid dicht;

Hun geest verwikkeld in een net van logen I hm ziel geheel verduisterd voor het licht.

G. JONCKBLOET.

Twee lessen leerde Israël in de ballingschap — de al genoegzaamheid Gods en de dwaasheid der afgoden. Beide onderwerpen worden behandeld in de geestdriftvolle woorden van dit hoofdstuk, beginnende bij het zesde vers en hun hoogtepunt vindende in het twintigste.

De algenoegzaamheid Gods is het onderwerp van vers 6, 7 en 8. De dwaasheid der afgoden in de verzen 9-20.

Wij moeten nu onze aandacht op dit laatste punt vestigen. Wij worden daar binnengeleid in de afgoden-fabrieken dier dagen, en terwijl wij ons onderzoek zullen

ocr page 85

DE HONGER DER ZIEL.

aanvangen, wordt ons reeds aangekondigd, dat wij de fabrikanten ijdel en de voorwerpen die zij maken onnut zullen bevinden, en dat, ofschoon zij zich altemaal vergaderen zij nochtans verschrikt en beschaamd zullen worden. — Met deze waarschuwing treden wij de werkplaats binnen, waar een beeld gevormd wordt van gloeiend metaal onder de zware hamerslagen, die de krachtige ijzersmid met zijn sterken arm doet nederkomen. Zekerlijk zal toch het voortbrengsel van zooveel krachtsinspanning, ook machtig zijn om te helpen! Maar zie, de smid zelf is vermoeid en dorstig na eenige uren arbeids; hoe duidelijk is het dus, dat hij niet datgene voortbrengen kan, wat andere menschen in hun uitersten nood tot hulpe kan zijn! Het voortbrengsel kan toch niet'grooter zijn dan de voortbrenger! Een afgod kan niet voortdurend kracht geven, als de formeerder zoo spoedig is uitgeput (vers 12).

Vervolgens worden wij in de werkplaats der houten afgodsbeelden gebracht, waar een timmerman aan 't werk is, die het richtsnoer uittrekt, het model uitteekent met den passer, en het maakt naar de beeldtenis eens mans. De vloer is bezaaid met krullen, de meubels liggen dik met zaagsel, en het afgodsbeeld dat zijn vereerder zulk een diep ontzag zal inboezemen, wordt alzoo zonder de minste plichtpleging behandeld.

Ten slotte volgen wij den een of anderen mensch in het woud. Hij houwt een ceder, een cypres of een eikenboom om; of wel een olmboom, welks duurzaam hout aan zijne doeleinden beantwoordt. Een deel van

ocr page 86

DE HONGER DER ZIEL.

den boom wordt tot blokjes gezaagd, en verbrand, terwijl het overschot tot een afgod wordt opgesteld, waarvoor hij zich nederbuigt. Hoe letterlijk naar het leven zijn de beelden genomen. Wij hooren 's mans vergenoegde uiting, terwijl hij zich de handen warmt, of zijn voedsel gereed maakt boven het knetterende houtvuur, en onmiddellijk daarop zien we hem bidden, en aan het overschot van den afgehouwen boomstam smeeken hem uit den nood te redden. — Waarom handelen de menschen zoo onbeschrijfelijk dwaas? Van waar dat zij de ongerijmdheid hunner daden niet inzien? De profeet weet niets van de verlichte! theorie onzer dagen, dat de menschen geen hout of steen aanbidden, maar het afbeeldsel slechts vóór zich stellen om hunne gedachten en gebeden beter te bepalen; hij, de profeet namelijk, zoude ons verzekeren, dat de groote massa wel degelijk aanbidt datzelfde voorwerp, dat hij zien en voelen kan. De oorzaak van den afgodendienst ligt dieper. »Hij voedt zich met asch, het bedrogen hart heeft hem terzijde afgeleid; zoodat hij zijne ziel niet redden kan, noch zeggen: Is er niet een leugen in mijn rechterhand ?quot;

len eerste: Daar is in den mcnsch cm honger naar het goddelijke. Die honger is algemeen. Alle menschen zijn naar hetzelfde Godsplan geformeerd, zoowel lichamelijk als geestelijk. Evenals het lichaam voedsel behoeft, zoo vraagt de geest naar waarheid en de ziel naar God. Dit is voor alle eeuwen en alle hemelstreken

ocr page 87

DE HOXGER DER ZIEL.

g'eldig. Overal en te allen tijde is deze behoefte gevoeld; daarom vindt men overal op aarde dicht bij der menschenwoningen het koornveld, de mango en de broodboom; en binnen een steenworp afstands eene kerkkapel of tempel, terwijl de wegquot; daarheen is uitgehold door vele voetstappen.

Deze honger is ook -veclbeteekenend. Wij weten iets van de samenstelling van het menschelijk lichaam door de bestanddeelen die het ter voeding behoeft. Desgelijks wordt ook de innerlijke waardij des menschen verraden door den honger die hem steeds vervult. Het vee strekt zich vergenoegd en voldaan in het gras uit wanneer het gegeten heeft; de mensch echter is niet voldaan wanneer hij het vleesch gegeten en zijn handen gewarmd heeft bij het vuur; hij rust niet voor hij heeft uitgezien en gezocht naar het schoone, verhevene; naar de harmonie van geluiden en kleuren, naar de eeuwige waarheid, de tegenwoordigheid Gods. Weerspreekt deze behoefte niet de materialistische philoso-phie die in zekere kringen tot een lichtvaardige en belachelijke, indien niet verachtelijke mode is geworden? Indien de mensch slechts stof is, indien gedachten niets zijn dan bewegingen in de grijskleurige her-senformatie; indien er geen geest bestaat en geen onzichtbare wereld, van waar dan dat de stoffelijke wereld niet aan de hoogste eischen kan voldoen ? Van waar dat de mensch, wiens leven vervuld is van rijkdom en macht, zich daarvan onbevredigd afwendt .J Bewijst dit niet dat er bestanddeelen in de mensche-

73

ocr page 88

DE HONGER DER ZIEL.

lijke natuur zijn, en dat wel de beste en edelste, die, omdat zij door de eindige wereld niet kunnen bevredigd worden, boven dien aardschen sleur en tot de onzienlijke eeuwigheid behooren? Moet er dan niet iets goddelijks in den mensch zijn, indien hij hongert naar het goddelijke? Iets geestelijks en eeuwigs indien het geestelijke en eeuwige alleen zijne behoefte kan voldoen ?

Deze honger is ontimjfelbanr ook onvermydehjk. Wij hebben God immers noodig, noodig als de adem onzer ziel, als de beweegkracht onzer handelingen. Wij hebben de gemeenschap met Hem noodig om telkens opnieuw het evenwicht binnen in ons te herstellen, dat wij in den levensstrijd zoo vaak verliezen. Wij hebben Hem ook noodig voor den wasdom van ons geestelijk leven; onze geestelijke groei hangt af van de tijden waarin wij onzen God toelaten binnen in ons te heerschen. Uit gebrek aan het voedsel der goddelijke nabijheid, komen zeer velen nooit uit den kinderstaat. Alleen de diepe innige gemeenschapsoefening met God maakt ons tot krachtige mannen en vrouwen in Christus onzen Heer.

Deze honger der ziel kan bedorven worden. »Hij voedt zich met aschquot; zegt de Profeet. Onze honger kan op zich zelf volkomen gezond zijn, maar met ongeschikte middelen gevoed worden. In tijden van schaarste gebruiken de Chinezen een soort van eetbare aarde als vervanging van voedsel. De negers aan de Westkust van Afrika hebben zich soms gevoed met een geelachtige aarde, vermengd met een grof soort meel om

74

ocr page 89

DE HONGER DER ZIEL. 75

den levensvoorraad te rekken, terwijl Javaansche inboorlingen somtijds klei tot kleine ballen kneeden, die zij als eene soort lekkernij gebruiken. Op deze wijze speelt de mensch met zijn gezonden, natuurlijken honger. Zij geven geld uit voor datgene wat geen brood is en arbeiden voor hetgeen niet verzadigen kan. Daar is echter in de boven aangehaalde voorbeelden eene groote overeenkomst met dcit wonderbare hunkeren naar het onzienlijke en eeuwige dat zulk een onuitroeibaar deel uitmaakt van ons wezen — een honger naar het ideale voedsel, de ideale schoonheid, de ideale waarheid, die zeker wederstaan of voorbijgezien kan worden maar toch bevrediging eischt, en, als zij die niet in het Goddelijk wezen vindt, ze gaat zoeken in de asch van zelf-gevormde afgoden.

Nog altijd worden afgoden gediend op aarde, al zijn het geen houten of steenen beelden die wij vereeren; nog altijd is de afgodendienst onder den eenen of anderen vorm bij ons in zwang. Bij den een is het reisgenot, bij den ander maatschappelijke eer, een groot fortuin, de algemeene meening, de gunst der menschen. In ieder geval wordt echter iets van die voorbijgaande dingen in de plaats van God gesteld, en hiermede tracht men zich te verzadigen; men voedt zich met asch!

Daartegenover slant het 11 Ure Brood. Het is een gave Gods. God die u den honger gaf, schonk ook het Brood dat u verzadigen kan. Hij schonk de ideale schoonheid; de ideale waarheid voor onze ziel; de ideale liefde voor ons hart, en heeft dat alles te samen en

ocr page 90

76

oneindig meer nog te samen gevat in Zijne hoogste gave: Jesus Christus onzen Heer, die alles in zich ver-eenigt wat voor ons inwendig leven noodig- is; Hij is door Zijn offerdood het Brood voor de menschheid geworden. Des Heeren Avondmaal herinnert ons voortdurend hieraan. Daar gedenken wij Hem die dood geweest is en zie Hij leeft, en belijden, dat het Leven dat onze ziel voedt, den prikkel des doods heeft ondergaan, om aan onze ziel het eeuwige leven te kunnen geven. Vergeten wij het toch nooit: niet door Zijn woord, noch door Zijn voorbeeld of door Zijne daden, afgescheiden van Zijn sterven, kunnen wij opgroeien tot de gestalte die Hij in ons wenscht te zien, maar door de gemeenschap aan Zijnen dood, door een in den dood geven van alles wat wij hebben en zijn, ja, van ons zeiven. Door Zijn dood en opstanding is Jesus Christus idles geworden wat onze geestelijke natuur verzadigen kan. Het is dan ook niet genoeg dat wij den Heiland aannemen als om onzentwille aan het kruis genageld! AVij moeten ook verzadiging bij Hem zoeken. AVij moeten Hem in ons hart laten komen en daar de ()pperheerschappij laten aanvaarden; wij moeten onze levenskracht bij Hem zoeken in de ure van strijd en verzoeking. Dan, maar ook dan eerst zullen wij worden tot een volkomen man!

ocr page 91

HOOFDSTUK IX.

»I K Z A L U GORD E X.quot;

Jesaja 45 : 5-

Die (ien aad'laar uit het Oosten Herwaarts wenkte met de hand.

Den voltrekker Mijner plannen Opontbood van 't verre land !

G. JONCKBLOET.

Cyrus, der Perzen koning, die in dit hoofdstuk voor 't eerst genoemd wordt, is een van de edelste figuren der oude geschiedenis. De oude geschiedschrijvers prijzen hem uitbundig. Eene eeuw na zijn dood, toen Xenophon door Klein-Azië reisde, was de indruk zijner edele persoonlijkheid en van zijn wijs staatsbeleid nog volkomen levendig. En inderdaad, Hij, wiens karakter diende tot model voor de Grieksche jeugd, wat sterkte, eenvoud, menschelijkheid, reinheid en zelfbeheersching betreft, moet wel een goed en groot man geweest zijn! - Deze man was Gods uitverkoren werktuig

ocr page 92

»IK ZAL U GORDEN.quot;

voor het werk der vrijmaking en wederherstelling in hun vaderland, van Zijn uitverkoren volk. Wij hebben reeds gezien, dat Jehova Zijn volk genadiglijk den terugkeer uit de ballingschap aan het einde van zeventig jaren had aangekondigd. Dan zouden Jerusalem herbouwd en de steden van Juda weer bewoond worden. Zij verwachtten bij den terugkeer blijkbaar groote wonderen en teekenen, zooals bij de verlossing uit Egypte's slavernij waren geschied; wederom zouden de wateren gescheiden en een pad door de zee gevormd worden; weder zou de woestijngrond met manna bezaaid worden, en de rotsen waterbronnen voortbrengen. Ditmaal was Gods weg echter een andere. Het wonder zou thans niet in de stoffelijke wereld, maar in een 's men-schen ziel gewrocht worden. Langs eene reeks van onberekenbare leidingen zoude het Godsplan worden uitgevoerd door een heidensch monarch, die het niet wist. Wiens kracht hem aangegord, noch Wie zijn weg gebaand had.

Bij den aanvang zijner regeering- was Cyrus slechts het opperhoofd van een weinig bekenden Perzischen stam. Hij wist zijn gebied, hetzij door geweld, hetzij door verstandig beleid, uit te breiden over twee andere stammen, krachtige bergbewoners, toen nog onbekend aian de overzijde hunner heuvelen. Met deze beg'on hij zijn zegetochten, die zich uitstrekten van de grenzen van Indië tot aan de blauwe wateren der Egeïsche zee en zelfs Croesus, koningquot; van Lydie, wiens rijkdom spreekwoordelijk is geworden, medesleepend in zijn vaart.

7»

ocr page 93

IK ZAL U GORDEN.quot;

79

De gelegenheid was hem overal op wonderbare wijze gunstig; de grootste moeielijkheden werden vereffend; verborgen schatten vielen hem in handen, en de poorten openden zich overal voor zijn zegevierenden intocht. Al dien tijd erkende hij de goden van zijn volk, maar kende Jehova niet, die hem gordde en gebruikte tot Zijne doeleinden. — Eindelijk na jaren van onafgebroken zegepraal, klopte hij aan de poorten van Babel en eischte van den zoon en den kleinzoon van Xebu-kadnezar de erkenning zijner opperheerschappij. Hoe weinig vermoedde hij, zoomin als zij, dat deze daad het gevolg was van het goddelijk plan, om de gevangen Joden weer vrij, den terugkeer naar hun heilige stad mogelijk te maken, waar zij de godsdienstige leiders van de wereld zouden worden; die natie waaruit de Gezalfde des Heeren zou voortkomen. — Vele lange maanden weerstond Babel de belegering en lachte het spottend om de pogingen der barbaarsche horden om de ontzaggelijke muren te bestijgen of de zware poorten open te rammeijen. Op zekeren nacht echter bereidde Bélsazar, in ingebeelde rust een feestmaal aan een duizendtal rijksgrooten. Daardoor verslapte de waakzaamheid der wachters; toen verscheen de geheimzinnige hand, die op de muren der koninklijke feestzaal het einde des koningrijks voorspelde. In dien nacht verlegde Cyrus den loop der groote rivier die de stad omgaf; zijne troepen gingen door het ontstane kanaal, en drongen met wild geschreeuw de stad in, de feestvierenden bij hun bekers, de slapers in hun droomen

ocr page 94

»IK ZAL U GORDEN.quot;

8o

overvallende. — Daniël de Godsgezant, was toen reeds hoog bejaard. Ongetwijfeld was hij een der eerste onderdanen des rijks. Dienzelfden nacht der overrompeling had hij Bélsazar om zijner zonde wil bestraft en het naderend oordeel aangekondigd. Hij had al de draden der tot nu toe gevolgde staatkunde in zijn hand; daarom werd hij ook terstond door Cyrus en zijn oom Darius gezocht. Hem was het door de openbaring der ontvangen gezichten duidelijk geworden, dat het tijdperk der zeventig jarige ballingschap ten einde liep (Dan. g : 2), en hij schijnt reeds spoedig de gelegenheid te hebben waargenomen om Cyrus bekend te maken met de geschiedenis van zijn volk en de wonderbare profetiën, die hunne gewijde boekrollen bevatten, waarin 's konings naam en loopbaan reeds beschreven waren. Dezelfde boeken wezen ook den weg aan dien hij verder te volgen had. Ondanks de tegenspraken der Chaldeesche sterrewichelaars, had God hem op Babels troon geplaatst, en ondanks alle schijnbare onwaarschijnlijkheid, zoude hij den raad der bezielde Gódsmannen vervullen, die van Jerusalem zeiden: Gij zult bewoond worden, en tot de steden van Juda: Gij zult herbouwd worden (Jes. 44 : 26). Welk een indruk moet dat op den jongen overweldiger gemaakt hebben, toen de grijze profeet den vinger legde op woorden als deze; »Ik heb hem verwekt in gerechtigheid en al zijne wegen zal Ik recht maken: Hij zal mijne stad bouwen. Hij zal mijne gevangenen loslaten, niet voor prijs, noch voor geschenk zegt de Heer der heirscharen!quot; (Jes. 45 ; 13).

ocr page 95

;gt;IK ZAL U GORDEN.quot;

Het is daarom niet te verwonderen dat hij in het eerste jaar zijner regeering een proclamatie uitvaardigde door heel zijn koningrijk, zeggende; »Zoo zegt Kores, koning van Perzië; de Heere, de God des hemels heeft mij alle koningrijken der aarde gegeven, en Hij heeft mij bevolen Hem een Huis te bouwen te Jerusalem, hetwelk in Juda is. Wie is onder ulieden van al Zijn volk? Zijn God zij met hem en hij trekke op naar Jerusalem, in Juda, en hij bouwe het Huis des Heeren des Gods van Israël.quot; (Ezra i : 1--4).

Welk een diepen blik slaan wij hier in de almacht eener goddelijke Voorzienigheid, die des menschen handeling-en gebruikt en leidt en kneedt naar Zijnen wil. De ondergrond van den schijnbaren chaos der wereld-sche zaken is een goddelijk plan, dat langzaam maar zeker voltooid wordt, al weten de werktuigen die tot Gods doeleinden gebruikt worden, daar zelf niets van. Naar het eigen woord van een der grootste monarchen der oudheid, die ruimschoots gelegenheid had om deze zijne conclusiën te nemen, uit de ervaring van zijn eigen vorstelijk leven, doet God naar Zijnen wil met de inwoners der aarde, en is daar niemand die Zijn hand kan afslaan of tot Hem zeggen kan: Wat doet gij ? (Dan. 4 : 35).

Gods plan is veelomvattend. Het blijft bestaan van eeuw tot eeuw, het is gebouwd op het stof der alleroudste tijden van de wereldgeschiedenis en gaat door tot de voleinding der eeuwen, wanneer de nieuwe hemel en

Christus in Jesaja. 6

ocr page 96

»IK ZAL U GORDEN,quot;

de nieuwe aarde in het aanzijn treden. Niets is gering-of te klein voor onzen God! De musch valt niet ter aarde zonder Zijnen wil, de kleinste nietigste gebeurtenissen worden ingeweven in het plan Zijner veelomvattende Voorzienigheid. Zelfs de zonde en de wrake der menschen worden dienstbaar aan Zijn doel. Men kan dan ook de geschiedenis der menschheid het best terug vinden in de levensgeschiedenis der enkelen. God volbrengt Zijn plan, Zijn gedachten. Zijn rechtvaardige oordeelen door menschelijke werktuigen. Door Columbus rukt Hij den sluier weg die de Nieuwe Wereld aan het oog onttrok. Door een Stephenson begiftigt Hij de menschheid met de kracht van den stoom, die op zoo overweldigende wijze in onze eeuw de gedaante des aardrijks verandert. Door een De Lesseps vereenigt Hij de wateren van Ooster- en Westeroceaan en brengt alzoo het Oosten en het Westen tot elkaar. Door een Wilberforce slaakt Hij de slavenboeien. O, de menschen kennen en zien Gods plan niet in 't geen zij doen. Zij hollen voort op hunnen weg; zij raken gewend aan de ontgrendeling van gesloten deuren, aan de onverwachte opening van poorten. Zij wenschen zich zeiven geluk met hetgeen zij volbreng-en; hunne vrienden bewonderen hunne groote krachten, en zij weten het niet dat zij in werkelijkheid slechts werktuigen zijn in de hand des goddelijken Meesters, dat zij gezonden en aangegord zijn door den Eenen dien zij niet kennen, maar die hen nochtans kent.

Dit doet echter des menschen vrijen wil geenszins

82

ocr page 97

»IK ZAL U GORDEN.quot;

te niet; wij zien dit duidelijk in menig beteekenisvol Schriftwoord. Josefs broederen dienden den goddelijken raad, door Josef naar Egypte te brengen, maar zij handelden nochtans naar de ingeving hunner wraakgierige harten en bedoelden niets dan kwaad. Herodes, Pilatus en de godsdienstige leiders des volks werden voortge-zweept door een stormwind van hartstocht en afgunst; met godvergeten hand nagelden zij den Heer der heerlijkheid aan het vloekhout; evenwel dienden zij den bepaalden raad Gods en brachten ten uitvoer wat Zijn hand en Zijn wil te voren verordineerd hadden. Wij kunnen dit samengesteld mysterie ontleden noch doorgronden. Onze blik reikt niet verder dan de eindigheid van dit leven, wij doen echter wel met het aan te nemen. Het is toch volkomen Schriftuurlijk; een man als Cyrus vervolgde zijn eigen heerschzuchtige plannen, maar werd intusschen gegord door Eenen, dien hij niet kende. Als wij over dit mysterie nadenken, doen wij het dan vooral biddend; door (xods Geest beschenen geeft het eene zeer groote vastigheid aan ons persoonlijk en maatschappelijk leven.

Gods plan is ook zeer persoonlijk. Wij zijn ons immers allen bewust van eene in ons leven ingrijpende macht, waarvan we geen rekenschap kunnen geven! Wij zijn bijv. honderdmaal in levensgevaar geweest en wij ontkwamen, terwijl anderen reeds bezweken aan den drempel hunner woning. Daar is geen sterveling, althans geen ernstig mensch, die niet terugziet op oogenblikken in zijn leven, waarin zijne voeten »bijna

83

ocr page 98

»IK ZAL U GORDEN.quot;

waren uitgegledenquot;. Afgronden waarlangs wij zijn heengegaan, om achterna te zien hoe nabij de diepte wij waren. Herhaaldelijk zijn wij slechts een haarbreedte verwijderd geweest van een noodlottigen stap; om aan eene overweldigende verzoeking gehoor te geven; om een Faustachtig verbond met den Boozc aan te gaan. Hoe waren wij bijna in dien draaikolk meegevoerd! Hoe wonderbaar werden wij aan dat slecht gezelschap ontrukt! Hoe werden wij bewaard voor een huwelijk dat ons rampzalig zou hebben gemaakt; voor die verbindtenis, voor dat reisplan, voor die kennismaking! Daar is iets onverklaarbaars in ieders levensgeschiedenis! Men geeft dit onverklaarbare den naam van: »toeval, geluk, kans,quot; dit zijn echter slechts uitvluchten die het gezond verstand van den denkenden mensch niet bevredigen. Wij weten trouwens beter. Het was God die ons gordde, al kenden wij Hem niet.

Het was God die dezen of dien geopenden weg gaf; die de oneffenheden gelijk maakte; die licht ontstak, waar alles duister was; de koperen poorten ontsloot en de moeiehjkheden wegruimde! — Dit is wel de weelde van den rijperen leeftijd, dat wij al den weg kunnen overzien, waarlangs Hij ons geleid heeft, en dit zal dan ook eene oorzaak tot onuitputtelijke aanbidding zijn in der eeuwen eeuwigheid, als wij Daarboven op onzen levensloop kunnen terugzien. Daar, staande voor Zijn aangezicht, zal Hij ons doen zien. hoe vaak ons aangorden tot een of andere groote taak bewerkt werd en gesteund door Zijn krachtigen arm

84

ocr page 99

»IK ZAL U GORDEN.quot;

die ons omgaf. Hij gordt tot iedere taak waartoe Hij roept. Hij kan niet verlaten wat Zijn hand eens begon. Hij zal over waterstroomen en afgronden heenleiden; niet een der goede dingen laat Hij ter aarde vallen. Gelijk de Patriarch die tot het grensland der eeuwigheid gekomen was, zullen wij zien den Engel Gods die ons verlost heeft van alle kwaad.

Toen Petrus met Zijn Meester stond aan den oever der Galileesche zee, stelde Deze de vrijheid en onafhankelijkheid zijner jeugd, toen hij zichzelve gordde en ging waarheen 1-Iij wilde, tegenover de afhankelijkheid die hem in later dagen zou wachten, wanneer hij zijne handen zou uitstrekken en een ander hem zou gorden. Afet deze woorden beteekende de Heiland met hoeda-nigen dood hij God verheerlijken zoude. Wat aan Petrus bewaarheid werd in zijn ouderdom en zijn marteldood, dat moet aan ieder van ons waar worden in ons leven, wat de bedoeling onzer ziel, wat de uitgangen onzer harten betreft. Geven wij het toch op. ons zeiven te gorden in de verzekerdheid onzer eigen kracht; leeren wij toch de handen uitstrekken en van onzen God vragen dat Hij ons gorde en leide, waarheen 1 lij wil, zelfs ten doode, indien dat strekken moge tot Zijns naams eere.

85

ocr page 100

HOOFDSTUK X.

V R A G E N EX BE V E L E X. Jesaja 45 : II.

Een God die leidt door heiige wenken; Een God die redding 11 kan schenken,

Ben Ik Jehova, eenge Heer Voor Mij zal alle knie zich buigen. En waarheid alle tong geluigen

Bij Mij alleen, zoo spreekt de Heer!

G. JONCKBLOET.

Een heerlijk beeld wordt aan den aanvang van dit Hoofdstuk geteekend. Voor het oog- van den ziener lig't de aarde open als een uitgestrekte akker, waarboven de wolken des hemels neerhangen, en waarop dc zon hare lichtstralen neerzendt. Die wolken zijn zwaar van gerechtigheid. Op de roepstem des gebeds doen dc hemelen hun zegen nederdalen en opent de aarde zich om dien te ontvangen, weldra brengt ieder veld heil voort en spruit de gerechtigheid uit in dc harten der menschcnkindercn. De opvatting is schoon. De bezwan-

ocr page 101

VRAGEN EN BEVELEN.

gerde hemel, de roepende aarde; de afgrond roepende tot den afgrond. Het wezen Gods levenwekkend en bezielend; de natuur des menschen antwoord gevende. Wanneer de nederdalende genade Gods aldus ontvangen wordt door het geloovig verwachtende mensehenhart, dan is de vrucht verlossing en zaligheid. — Door dit geheele hoofdstuk heen klinkt de gedachte »verlossingquot;. Is God zichzelven verborgen houdende? Hij is immers de God Israels, de Heiland! De makers der afgoden zullen beschaamd en tot schande worden; Israël echter wordt verlost door den Heer met eene eeuwige verlossing. De gesneden beelden worden veracht en verworpen; zij zijn ook geen goden die verlossen kunnen. Bevestigt God dat er geen God is dan Hij; er is ook geen rechtvaardig God en geen Heiland dan Hij. Wordt den menschen aangezegd op Hem te zien, tot aan de einden der aarde? Het is, opdat zij zouden behouden worden.

Ongetwijfeld ziet de verlossing allereerst op de vrijmaking van het uitverkoren volk uit de boeien van Bjibel, en op zijn herstelling te Jerusalem. Deze verlossing die wij als de typen mogen aanmerken van de groote verlossing van den vloek en de macht der zonde, was naar het onomstootelijk Godsplan, zoo zeker als de schepping aller dingen ; gewaarborgd door de machtige Hand die den hemel had uitgestrekt en al Zijn heir had voortgebracht. Zoo zeker als God de Heer was en niemand meer, zoo zeker zou Hij Zijn volk wederbrengen naar het land dat Hij hunnen vaderen ten erfdeel gegeven had.

«7

ocr page 102

VRAGEN EX BEVELEN.

Xaast de mededeeling van het onomstootelijk Godsplan volgt plotseling dat wonderbare bevel, dat door een drievoudige omschrijving van den Bevelgever wordt bekrachtigd. »De Heere, de Heilige Israels, zijn Formeerderquot;, met de drievoudige benaming wordt het bevel ingeleid om door vurige smeekgebeden de vervulling der Godsgedachte te begeeren.

Om een pantserschip te laten van stapel loopen is dikwijls niet meer dan de druk van een kinderhand noodigquot;, om het gevaarte in beweging te brengen en majestueuselijk zeewaarts te doen glijden. Op dezelfde wijze — met diepen eerbied gezegd — wachtten Gods plannen met het uitverkoren volk, totdat het om de zegeningen gevraagd had die Hij beloofd had.

De zegetochten van Cyrus, de onvoldaanheid der priesterkaste met den Koning van Babel, de blijkbare teekenen van verval van het machtige rijk; het naderend einde der zeventig jaren door Jeremia geprofeteerd, dat alles zou niet baten, tenzij dan dat het volk, als Daniël het aangezicht stelde tot God den Heere, om van Hem met gebeden, smeekingen en vasten de vervulling Zijner beloften te begeeren.

Alzoo is het gebed de noodzakelijke schakel in het ten uitvoerbrengen der goddelijke beloften. God roept ons steeds toe: »Vraag, zoek, klop.quot; Zelfs tot den Zoon des welbehagens zegt Jehova: »Begeer van Mij en Ik zal u de volkeren tot uw erfdeel, en de einden der aarde tot uw bezitting geven.quot; En tot het volk der verkiezing, zegt Hij aan het einde van een hoofdstuk

88

ocr page 103

VRAGEN EX BEVELEN.

dat herhaaldelijk Zijn goddelijk »Ik zalquot; laat hooren, en het werk dat Hij te doen heeft ontvouwt: »Bovendien, zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hen doe.quot;

Onze Heer en Heiland legt ook een ernstigen nadruk op den eisch van het gebedsleven en verbindt zich om ons te doen wat wij in Zijnen naam begeeren. De apostel Jakobus verklaart onomwonden dat »wij niet hebben omdat wij niet bidden.quot; (Ps. 2 : 8, Ez. 36 ; 37, Joh. 14 : 13, Jak. 4 ; 2).

Het gebed is een machtige factor in de samenwerking' tusschen God en menschen, die geheel de natuur zoowel als ons leven beheerscht. Geen korenzee golft over den akker, geen brood staat op onze tafel, geen steenkool brandt aan onzen haard, die niet getuigt van de samenwerking van God en menschen.

Ook in de geestelijke wereld moet er samenwerking zijn, al moet die zich van de zijde der menschen ook beperken tot het gebed, dat zwak en flauw en mat moge schijnen, maar nochtans het Vaderhart kan raken, evenals de laatste zwakke hamerslag van den mijnwerker een diamant- of goudader kan openen.

Als het gebed oprecht is en uit de diepte der ziel opstijgt, dan bewijst het een geestestoestand die vatbaar is geworden voor de ontvangst van Gods beste gaven. Het zou geen weldaad zijn van onzen God, indien H ij ons zegende vóórdat de ootmoed en de onderwerping aan Zijnen wil en de gespeendheid der ziel aan alle menschenverwachting, in ons geestelijk leven ware

ocr page 104

VRAGEN EX BEVELEN.

ingetreden; daarom dan ook oi/thoudf God ons in Zijne oneindige liefde, Zijne beste gaven totdat ons oproerig, hoogmoedig hart verbroken is en tot Hem heeft leeren roepen uit de diepte dier verbrokenheid. Zulk een kreet is het heerlijke bewijs van zielegenezing. Evenals het niezen van den zoon der weduwe dien de Profeet tot het leven terugbracht, zóó getuigt de roepstem der verbroken ziel uit de diepte van terugkeerend leven; en in zulk een toestand zijn wij ontvankelijk en toebereid, om zonder schade zegeningen te ontvangen, die verder reiken dan de majestueuze adelaar in het luchtruim bereiken kan en dieper dan de peilbare diepte der men-schelijke gedachte.

O verwaarloozen wij ons gebed toch niet; het is de telegraafdraad die ons met den hemel verbindt, de ladder Jakobs waarlangs God Zijn boden ons toezendt; de geopende poort waardoor het God alleen behaagt en behagen kan om ons te zegenen. Verwaarloozen wij zoo min het gemeenschappelijk als het afzonderlijk gebed der binnenkamer. God ziet gaarne den Berg Sions (en iedere vergadering van biddende geloovigen kan zulk een berg zijn) waar de menigte bijeenkomt. Hij wil van het Huis Israels gebeden zijn. Daartoe is echter noodig, niet alleen een uitwendig te samen komen, maar ook een ineensmelting der zielen; wanneer de eene in eene bijeenkomst overluid bidt, dan behooren de anderen zwijgend mee te bidden. Het gemeenschappelijk gebed behoort te zijn een opdragen van gemeenschappelijk gevoelde behoeften, 't zij die van algemeen be-

9°

ocr page 105

VRAGEN EN BEVELEN.

lang zijn, of de zielenood van een bizonder persoon of wel van een der medebiddenden betreft. Het gebed zij krachtig en vurig; de bidder versta het toch wel, God rekent niet met veelheid van woorden, maar met den drang der ziel. Somtijds kan het zijn, zou er één bidder zijn. die dat niet bij ervaring weet — alsof de hemel als koper is, en de poort van Gods genade gegrendeld en het oor der ontferming Gods zwaar geworden om te kunnen hooren. Daar bestaat in de geestelijke wereld zoo iets als worstelen in de gebeden; het Koningrijk Gods moet soms met geweld worden genomen; de genadetroon worden storm geloopen; de ontferming Gods door aanhouden, vurig aanhouden op hoop tegen hoop, met een geloof dat den twijfel der ziel met geweld smoort, met een volharding die de kern van Gods wezen aanraakt, worden aangeroepen en ontvangen.

Aldus is er in den hof der Olijven gebeden in den nacht die de tragedie der wereldgeschiedenis voorafging; aldus door Daniël voor het geopende venster; aldus in de Catacomben bij de flikkering der toortsen; aldus in de rotsholen waar de trouwe Waldenzen gevlucht waren; aldus door zoo menigen strijder die leerde worstelen om eigen zielebehoud of om de ziel van één die hem lief was als het leven.

Wonderbaar, bovenmate wonderbaar en onbegrijpelijk voor den aardschgezinden mensch is de macht des ge-beds, is de macht die God dóór het gebed aan Zijne kinderen verleent. Josua die de zon stilstand gebood

9 1

ocr page 106

92

in het dal van Ajalon; EHa die gedurende drie jaar en zes maanden den hemel sloot zoodat er geen regen viel, ze zijn hiervan het onwedersprekelijk bewijs. God wil gebeden zijn! maar Hij wil ook, dat wij gelooven in de macht van het gebed der zelfovergave. Hij geeft slechts één beperking, ons gebed moet kunnen opgezonden worden in den naam Zijns Zoons, ons gebed moet in Zijn verhooring God verheerlijkend zijn, maar dan ook zegt Hij onbepaald: »Bid en gij zult ontvangen!quot; Moet niet schaamte ons aangezicht bedekken wanneer wij deze dingen overdenken, en het gevoelen hoe aarzelend, hoe ongeloovig, hoe zwak onze gebeden zijn, die door hunne voortdurende herhaling de veerkracht en den aandrang verliezen ? Moet niet menig belijder het erkennen dat hij wel bidt voor eene uitnemende goede zaak, maar sedert lang verleerd heeft op het antwoord Gods te wachten, en misschien nog hoopt op en gelooft aan eene eindelijke verhooring in den loop der tijden, maar niet meer op de mogelijkheid van een onmiddellijk ingrijpende almacht der genade Gods? Tóch is de Schrift vol van zulke bewijzen; bijna op iedere Evangeliebladzijde lezen wij, dat de Heiland op eene bede om ontferming trrsfond de hand uitstrekt, terstond genezing gaf; onmiddellijk Zijn u geschiede naar uw geloofquot; liet hooren. O verstonden we dat maar, verstonden we het in de diepste vezelen onzer ziel, d:it God ons doen wil en doen zal naar ons geloof. Is dat geloof zwak, kwijnend, bestaat het meer in de overtuiging der redeneering dan in de overtuiging der ziel.

ocr page 107

VRAGEN EX BEVELEN.

ons zal weinig geschieden. Is het krachtig, levend, vurig, brandend binnen in ons; hebben wij het waarachtig verstaan dat wij CtocI aan Zijn Woord mogen houden, ons zal veel geschieden.

Ons, een ieder van ons zal, èn met betrekking tot ons zelf èn met betrekking tot anderen die onze ziel liefheeft gcschicdcn naar ons geloof!

Meent niet dat dit aangrijpen van Gods beloften, dit ervaren dat Gods beloften ja en amen zijn, tot hoogmoed brengt of tot een verheffing die schade doet aan ons zieleleven. De ervaring van Gods nabijheid, van Gods barmhartigheden, maakt altijd klein! Zij doet altijd gevoelen, soms met overweldigende kracht, dat wij genade, stroomen van genade, niets dan genade van noode hebben. Ziet het aan Elia dien wij na zijne machtige geloofsoverwinning op den Karmel, in de eenzaamheid ter aarde kruipende vinden als een worm. Gods machtigste engelen buigen het diepst voor Zijnen troon, de meest overgegeven zielen zijn van een verbroken hart en een verslagen geest; de macht om den goddelijken arm in beweging te brengen, die de wereld regeert, is bij hen die de belijdenis het diepst en reëelst tot de hunne leerden maken: Ik ben een worm en geen man.quot;

93

ocr page 108

HOOFDSTUK XL

DE HEER ONZE HELPER. Jesaja 46 : 4.

Of ge oud wordt, steeds blijf Ik dezelfde voor u, Uw grijsheid ben Ik als uw kindsheid verkleefd;

Ik heb u gedragen, Ik draag u ook nu,

'k Zal torsen en redden zoolange gij leeft

G. JONCKBLOET.

Babel is gevallen! Cyrus heeft de muren verbroken, de machtige stad ligt open voor het door wachters getergde leger. Het bloed der edelen heeft vrijelijk gestroomd over de marmeren vloeren hunner paleizen, de meeste verdedigers zijn gevallen. Vrouwen en kinderen schuilen weg in de donkerste gedeelten barer woningen of vervullen de lucht met hare angstkreten, terwijl zij trachten te ontvluchten aan de ruwe handtastelijkheden der soldaten. Het laatste bloedbad heeft plaats gebeid binnen de ommuurde afgodstempels; thans is ook daar alles stil geworden. De priesters zijn ge-

ocr page 109

DE HEER ONZE HELPER.

95

vallen naast hunne altaren; hun bloed heeft zich gemengd met het bloed der offerdieren. Thans worden de hulpelooze, machtelooze afgodsbeelden de marmeren tempelgewelven uitgedragen. Het strenge monotheistisch godsdienstbegrip van Perzië duldt niet het veel godendom van Babel. In het land der zonaanbidding is geen enkele nis om deze afgodsbeelden te plaatsen; zij worden weggedragen als overwinnaars tropheen. »Bel is gekromd, Xebo wordt neergebogen, de afgoden zijn geworden voor de dieren; zij hebben den last niet kunnen redden, maar zij zelf zijn in de gevangenis gegaan.quot; (Jes. 46 : i, 2). Onmiddellijk op deze schildering wordt ons Jehova in de heerlijkheid van Zijn persoonlijkheid geteekend. Hij spreekt tot het huis van Jacob en tot het gansche overblijfsel van het huis Israels, als tot kinderen die Hij van de geboorte aan gedragen heeft. Hij zou tot den ouderdom toe dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe hen dragen. Hij had het tot nu toe gedaan. Hij zou het verder doen, ja. Hij zou dragen en redden. Deze tegenstelling tusschen den eeuwigen, onveranderlijken God en de weggedragen afgoden, hernieuwt zich telkens in 't leven. Sommige menschen dragen hunnen godsdienst, anderen worden door hun godsdienst gedragen; sommigen dragen den last van voorschriften, wetten, eischen en geboden, anderen wijden zelfs geen gedachte aan deze dingen. Zij hebben zich eenvoudig overgegeven aan hunnen God, en zijn overtuigd dat Hij hen dragen en bewaren zal, in al den weg dien zij gaan en waarop Hij zelf hen geleidt.

ocr page 110

DE HEER OXZE HELPER.

Waar dit groot verschil zich voordoet onder de men-schenkinderen, vragen wij daar onszelven ernstig af wie gelijk hebben en welke lasten het zijn die onze God voor Zijne rekening neemt. De meeste menschenlevens zijn zwaar belast, ieder jaar van ons leven doet iets of soms veel toe tot de lasten en zorgen en verantwoordelijkheden die wij te torsen hebben. Wij loopen onzen loopbaan Zcvaar, met moeite, omdat wij lasten van zonden en zorgen met ons voortsleepen.

In de eerste plaats noemen wij den last van het leven zelf. Wij moeten leven. Het is ons niet gevraagd of wij leven willen: wij bestaan. Wij zijn nimmer voor de keus gesteld of wij in het aanzijn wilden komen en die keuze kan ons nimmermeer voorgesteld worden. Het physieke wisselingsprocès dat wij dood noemen, moge een komma plaatsen of een streep trekken, maar het leven gaat voort in andere sfeer en kan geen einde nemen. Juist omdat ons levensvonkje is ontstoken aan het Goddelijk en eeuwig leven, juist daarom zal het voort blijven bestaan, wanneer de maan is ondergegaan en der sterrenglans voor goed is gedoofd.

Dan is daar ook de last der zonde. Vóórdat onze Heiland op aairde kwam, had de mensch ternauwernood gevoel van zonde, en zuchtte hij niet onder dien onduld-baren last. Maar toen het reine, zondelooze leven van den Zoon des menschen deze aarde had betreden; sedert Zijn beeld tot alle volken, tot alle eeuwen is doorgegaan, is de mensch ondanks zich zeiven overtuigd geworden van zonde en schuld. Zelfs bij degenen.

gó

ocr page 111

DE HEER ONZE HELPER.

die door de ongeloofstheorie onzer dagen, verleid door de wolven in schaapskleederen die de Gemeente des Heeren zijn binnengedrongen, vreemd zijn geworden aan het luisteren naar de stem des Geestes, die overtuigd van zonde en gerechti gheid, - zelfs bij dezulken leeft diep op den bodem der ziel een onvoldaanheid, een vredeloosheid, een onrust en een gevoel van ver-vreemding van God waarop gedoeld wordt in het profetisch woord: »Uw ongerechtigheden maken scheiding tusschen u en uwen God.quot; Ziet, hier is de oplossing van dit mysterie onzes tijds, waarom velen zoo gedrukt en terneergebogen, zoo eenzaam en onbevredigd door 't leven gaan; waarom hun gquot;eest de veerkracht, hun hart de blijdschap mist; waarom hun stap zoo traagquot;, het leven zoo vreugdeloos en donker is, hun levensdag in schaduw gehuld ondergaat. De zondelast drukt en Golgotha's kruis is aan veler horizont verdwenen, weggespot door lichtvaardigheid, weggeredeneerd door de dienaren van het zielvergiftigend ongeloof, die zich - God vergeve het hun dienaren der waarheid noemen, en den last van duizende zielen in de eeuwigheid zullen te verantwoorden hebben. Golgotha's kruis verdween en daarmede het woord dat alleen de ziel kan vertroosten en redden door de macht der eeuwige liefde die er uitspreekt: »Voor een wereld diep verloren. Gaf God Zijnen eengeboren!quot;

Ook de last der verantwoordelijkheid kan drukken. Verantwoordelijkheid voor anderer leven, anderer ziel. Zeldzaam is het leven dat op zijn weg geen ander

Christus in Jesuja. 'J

97

ocr page 112

DE HEER ONZE HELPER.

leven met zich voelde samenweven; begeerlijk is het ook niet zonder zulk een verantwoordelijkheid de levensreis te volbrengen. Nochtans zij brengt hare zorgen, hare lasten mede. Ieder hart dat voor het onze zich opent, iedere ziel aan onze zorg toevertrouwt, ieder leven dat met het onze zich kruist, onder de leiding van Hem die alle draden en lijnen in Zijn hand heeft, voegt wel is waar toe aan de bekoring, maar ook aan de verantwoordelijkheid, aan den last des levens.

Ten slotte den last van onze levenstaak. Wij zijn allen uitgezonden om onze taak te volbrengen, wij hebben onze talenten ontvangen waarvan wij rekenschap hebben te geven ook al is het maar één pand, maar één talent. Wij zijn geroepen om een hoekske, al is. het in ons oog nog zoo onbeduidend, van den wijngaard te bewerken; wij moeten al is 't maar een steentje aandragen voor het Godsgebouw; iedere stap dien wij doen, ieder woord dat wij spreken kan ten zegen of ten vloek worden van een ander menschenleven. O, welk eene verantwoordelijkheid!

In al deze dingen staan wij eenzaam, het kan niet anders. Ieder van ons is even zwaar belast, evenredig naar onze krachten; tillen hebben zooveel moeielijk-heden, zooveel strijd als zij dragen en doorworstelen kunnen; niemand kan van de olie zijner lamp, van de kracht of den moed zijns geestelijken leven afstaan voor een ander. Iedere menschenziel, heeft, ondanks de uit-

nemendste sympathie van aardsche vrienden ...... toch

den last van zijn leven, van zijn zonde, van zijn ver-

98

ocr page 113

DE HEER ONZE HELPER.

antwoordelijkheid en van zijn levenstaak zelf te dragen en alleen. Maar hier is het nu juist dat onze God tusschenbeide treedt. Hij scheidt ons niet af van onze lasten; Hij neemt ons zoo als we zijn, neemt al wat we te dragen hebben op in Zijne almachtige, eeuwige armen. Hij heeft ons gedragen tot nu toe, Hij wil ons nog dagelijks dragen met al onze lasten, totdat Hij ons gebracht heeft in het land waar geen last ooit binnenkomt; in de stad welks poorten alleen gezaligden binnenlaten ; in die wereld waar de vermoeiden rusten van hunnen arbeid.

En waarom ? Waarom is het dat onze God alzoo bereid is ons door Zijne eeuwige armen te ondersteunen ? De Profeet geeft het antwoord: »Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen; Ik zal dragen en reddenquot;. Ja, Hij heeft ons geschapen en geformeerd. Hij heeft ons behoeften ingeplant, die Hij alleen kan voldoen. Hij heeft ons onze levenstaak voorgezet, onzen levenslast opgelegd; Hij heeft onze kracht tot het uiterste toe gespannen, en omdat Hij dit alleen deed, daarom neemt Hij-zelf ook de verantwoordelijkheid op zich, van al wat wij noodig hebben voor onze levenstaak. Hij kan het werk Zijner handen niet in den steek laten! A[enige plaats in het Goddelijk woord bevestigt deze gedachte. Denken wij aan 't woord van onzen Heiland, waarin Hij verklaart dat onze Hemelsche Vader weet alle dingen die wij noodig hebben, ook eer wij Hem bidden. Denken wij aan den gouden ketting van Rom. 8, waar iedere schakel de volgende in 't leven roept, en

99

ocr page 114

DE HEER ONZE HELPER.

dan weer een volgende. Uitverkiezing sluit roeping, roeping sluit rechtvaardigmaking, rechtvaardigmaking verheerlijking in. Als God zich voorneemt een karakter te vormen, dan bedenkt Hij vooraf of Hij het ook kan voltooien; en als Hij een menschenleven in Zijne hand neemt dan is het ook zeker dat Hij daarmede Zijn plan volvoeren. Zijn werk voleindigen zal.

Zoo was en zal het zijn met Israël.

Hij heeft het gemaakt tot het volk der verkiezing Zijns welbehagens. Van een vergeten Bedouïnenstam, maakte Hij het tot zijn afgezonderd volk, Zijn eigen erfdeel, tot de dragers Zijner eeuwige gedachten aan de wereld. Ondanks hun vele afdwalingen en zonden, heeft hij nimmer dat volk losgelaten. Door al die lange eeuwen heen zijner vreemdelingschap, heeft Hij Zijn oog gehouden op dit volk en zal het eenmaal wederom op adelaarsvleugelen dragen, naar zijn eigen land en erfenis.

Zoo is het ook met heel de wereld. Hij heeft ze geschapen, deze aarde; zij was toen voedsterkind Zijner liefde en macht, en werd door Hem gezegend. En na al die milliarden van eeuwen heeft Hij niet opgehouden zorg voor haar te dragen, hoewel zij haar weg is gegaan in een spoor van bloed en tranen. Hij heeft der wereld zonde en smaad gedragen toen zij Hem sleepte naar het kruis. Hij heeft die zonde en schuld verzoend aan het hout der schande. Is het einde dan twijfelachtig? Hij draagt de wereld op het Vaderhart, en zal niet rusten totdat andermaal Zijns naam eere weerklinkt door het heelal.

Welk een troost biedt ons deze beschouwing! Een

lOO

ocr page 115

DE HEER ONZE HELPER.

beschouwing gegrond op het woord der Almacht en der eeuwige Liefde. Allereerst in de ure des herouws. IV/j' hebben gezondigd; wij hebben onzen weg verdorven, wij zijn afgeweken. En toch stijgt er uit de diepte van het door zonde gebogen hart een roepen tot God. Hij kent ons, Hij zag onzen weg; Hij zag ons afdwalen, zouden wij niet tot Hem mogen roepen die ons formeerde en ons de aanneming tot kinderen door genade wederom aanbiedt.

Troost ook in uren van zielsangst. Als wij verteerd door zorg en angst voor ons zeiven of voor anderen, aan den voet van den genadetroon neerzinken, en door de duisternis heen de handen omhoog heffen tot onzen (rod; wanneer de omstandigheden ons tot radeloosheid drijven en de zorgen toenemen; wanneer wij niet meer weten wat te doen of hoe te handelen, is er dan geen oorzaak om Gods aangezicht te zoeken en te zeggen: ... Gij hebt mij toegestaan tot Uwen genadetroon te naderen. Gij alleen kunt uitkomst geven. Wilt (iij mij niet dragen op de eeuwige armen Uwer ontferming, door den overstroomenden vloed heen en mij op vasten grond overbrengen? Zijn antwoord zal gewissel ijk zijn: ik heb u geformeerd, Ik zal u dragen.quot;

Troost eindelijk in dagen van angstige voorzorg. De toekomst is voor ons oog verborgen, en met de vreeze der onwetendheid vreezen wij voor 't geen ons wachten zal. De sluier der toekomst is ondoordringbaar. Wat mag zij wel voor ons oog verborgen houden? In die oogenblikken kunnen wij niets beter, wijzer en heer-

IOI

ocr page 116

I 02

lijker doen, dan onszelven en onze toekomst op te dragen aan den onveranderlijken (i-od. Hij weet wat wij dragen kunnen, niet waarschijnlijk zaïl Hij datgene in gevaar brengen waaraan Hij zooveel liefde en zorg besteed heeft. Wij mogen al onze angsten en zorgen op Hem werpen.

O, onze Heer en God, onze Schepper! heb geduld met ons, zooals de vader het heeft met zijn vermoeid kind ■ En het antwoord luidt: Tot den ouderdom toe ben Ik dezelfde, ja, tot de grijsheid toe zal Ik u dragen!quot;

ocr page 117

HOOFDSTUK XII.

DE LIEFDE DIE NIMMER VERGAAT. Jesnja 49 : 16.

Kan ooit een vrouw liaar zuigeling vergeten Dat zij den zoon haurs boezems niet tjemint ?

Maar mocht heur hart zich sluiten voor diens kreten, Toch nimmermeer, vergeet Ik u mijn kind.

G. JON'CKULOET.

Dit hoofdstuk is vol geruststellende beloften aan het volk, dat toch altijd bleef het volk der verkiezing, aan den vooravond van hun vertrek uit Babel. Zij waren huiverig, vreesachtig om de welbekende plaats te verlaten, waar zij de jaren hunner ballingschap hadden gesleten; zij deinsden terug voor al de gevaren der reis, en verkeerden in twijfel of hunne machtige over-heerschers het werkelijk zouden toelaten op te trekken en hunne stad te herbouwen. De eeuwige Ontfermer weet dit ïilles en houdt daarmede rekening. Daarom spreekt Hij met het woord der teederste geruststelling

ocr page 118

I04 DE LIEFDE DIE NIMMER VERGAAT.

en vertroosting, dat ] lij Zijn volk zal vertroosten en over Zijne ellendigen zich zal ontfermen.quot;

I. Hij zal hen leiden als een herder. Het kenmerkend volkskarakter van Israël was destijds dat het een herdersvolk was. »Jakob hoedde de schapen.quot; De patriarchen der natie waren statige herdersvorsten. Haar meest beroemde en geëerde Koning, en haar eerste profeet waren van achter de kudde gehaald. Dit is de reden waarom de volkstaal gekleurd en doorweven is met beeldspraken uit het herdersleven. De Koning en iedere trouwe leider, zelfs en in de eerste plaats Jehova, de God des Verbonds, werden Herders des volks genaamd. »Wij zijn de schapen Zijner weidequot;, heette het van Jehova. En het goddelijk profetisch woord gaat in deze beeldspraak door: zij zullen niet hongeren noch dorsten, en de hitte en de zon zal ze niet steken, want hun Ontfermer zal ze leiden, en Hij zal ze aan de springaders der wateren zachtkens leiden,quot; (vs. 10).

Het leven van den oosterschen herder is geheel verschillend van wat wij daarvan kennen in ons meer noordelijk klimaat. Hij stelt zich op een of ander vooruitstekend rotsblok, van waar hij zijne kudde over de weide verstrooid kan gadeslaan; of wel hij leidt ze beneden naar het dal met zijn grazige weiden en stille wateren, of wel hij geleidt ze door sombere bergengten waar het wild gedierte zich schuil houdt, terwijl de schapen hem volgen op den voet, ën het weten dat hij altijd en overal een wakend oog houdt over de kudde aan zijne zorg toevertrouwd. Men hoort den

ocr page 119

DE LIEFDE DIE NIMMER VERGAAT. 105

toon van den echten herder in Jakobs verontschuldiging aan Esau, om hem en zijne krijgers niet te vergezellen op hunne haastige reis: »Ik heb zoogende schapen bij mij; indien men ze maar éénen dag afdrijft zoo zal de geheele kudde sterven. Ik zal mij op mijn gemak als leidsman voegen naar den gang der kudde welke voor mijn aangezicht is.quot;

Dit alles, en o nog oneindig meer, ligt opgesloten in die heerlijke woorden : »Hun Ontfermer zal zeleiden.quot; Welk een vertroosting voor ons. Hij weet wat maaksel wij zijn. Hij heeft medelijden met onze zwakheden; Hij zal ons niet afdrijven. Hij wil voor ons heen gaan en ons leiden. Hij wil Zich voegen naar onzen gang. Onze weg zal naar onze kracht worden afgebakend; de zwaarste last zal onze kracht niet te boven gaan. Hoe moeielijk en ver en eenzaam de weg ook is mijn medereiziger, door dit land van nevel, en duisternis en verlatenheid en kleurloosheid, vergeet het niet, g'ij wordt geleid door Hem die ontferming over u heeft. Is de schaduw over uw pad, in waarheid het geschiedt opdat de zonnehitte u niet zoude ter neer vellen. Is de weg steil en gevaarvol? Waarlijk, het is opdat Hij u brenge naar de fonteinen van het water des levens.

Klaag dan niet, o christenpelgrim, en murmureer nog-veel minder; maar herhaal het altijd weer voor uzelf, als het pelgrimslied dat u de reis verkort: Mijn Ontfermer leid mij. Hij brengt mij zachtkens naar de springaders der wateren. Juicht gij hemelen, verheug u, o aarde, en alle gij berg'en, maakt gedreun met gejuich.

ocr page 120

Io6 DE LIEFEF DIE NIMMER VERGAAT.

II. Hij maakfr ook dr hinderpalen dienstbaar aan Zijn plan. Ik zal al deze bergen tot eenen weg maken.quot; Bergen zijn hinderpalen! De aardrijkskundige beschouwer van Palestina, wordt onwillekeurig- getroffen dooiden sterken bergketen waarmede God het Land der belofte aan de zuidelijke grenzen beschutte. Ten zuiden van Berseba, voor dat men de vlakke woestijn bereikt en de groote reiswegen van Arable naar Egypte, ligt eene uitgestrektheid van zestig- mijlen bergachtig land, in oostelijke en westelijke richting doorsneden, door steile hellingen en kloven. Door deze landstreek is nooit een groote reisweg gemaakt, en zij is door haar steilte en bergkloven geheel ontoegankelijk. - Op dezelfde wijze hebben Zwitserlands Alpen dat land voor vreemde overbeersching bewaard, en was Afghanistan bijna onbereikbaar voor den Europeaan. Daar waren vele hooge bergen tusschen Israël en zijn vaderland, maar God spreekt niet »Ik zal ze wegnemenquot;, Hij zegt eenvoudig, dat Hij ze tot een weg zal maken, alsof zij zouden bijdragen tot vergemakkelijking der terugreis.

Wij pelgrims op den weg naar het hemels Jerusalem, hebben ook bergen over te trekken in ons leven.

Zoowel menschen als omstandigheden dreigen den voortgang van ons geestelijk leven te belemmeren, O dat moeilijk temperament, die groote familiekring, die zware levenseischen, die onsympathieke werkkring, die doorn in het vleesch. dat dagelijks kruis! Wij verbeelden ons. dat indien deze dingen die ons neerdrukken en belemmeren, maar waren weggenomen, wij beter en

ocr page 121

DE LIEFDE DIE NIMMER VERGAAT.

dichter bij God zouden leven, en dikwijls bidden wij dat de doorn in het vleesch mag worden weggenomen. O, onverstandigen en tragen van hart! Deze dingen juist zijn de noodzakelijke voorwaarden voor den groei van ons geestelijk leven. Zij zijn juist in ons leven geweven om ons te brengen tot het doelwit dat wij voor oogen hebben.

Gij hebt bijvoorbeeld jaren lang gebeden om lijdzaamheid, om geduld, maar daar is iets in uw dagelijks leven dat u op ondragelijke wijze op de proef stelt. Gij hebt getracht daaraan te ontkomen, gij hebt het als een onoverkomelijke hinderpaal beschouwd om uw ideaal te bereiken, en u voorgesteld dat verlossing van dat eene u de verlossing en overwinning zou verzekeren. Niet alzoo, mijne medereiziger, gij zoudt alleen verlost zijn van de verzoeking tot ongeduld, maar dat is nog geen geduld! Geduld kan alleen verkregen worden door dergelijke, in uw oog ondragelijke beproevingen. Keer weder en onderwerp u, draag uw kruis den grooten Kruisdrager achterna, die uw Verlosser is. Op deze wijze zullen de bergen die zich verhieven tusschen u en uw beloofde land, tot een weg gemaakt worden.

Vergeten wij echter niet dat de belofte Gods in den toekomenden tijd geschreven staat: Ik zal maken.quot; Uit de verte zien wij dien weg niet; uit de verte zien wij slechts een berg en rotsmassa. Ook het scherpste gezicht kan het punt niet zien, waar de weg effen gemaakt zal worden. Verontrusten wij ons daarover niet. Wij weten dat God Zijn beloften houdt, wanneer wij ge-

ocr page 122

Io8 DE LIEFDE DIE NIMMER VERGAAT.

nadcrd zijn tot den berg der moeielijkheden, dan zullen wij den weg zien dien Hij maakt.

II f. Gods liefde gaat de moederliefde te boven. Een deel der christenheid heeft in zelfmisleiding de Moeder des Heeren in den troon der Godheid geplaatst, en aanbidt haar, meenende, dat de vrouw teederder, geduldiger meer vergevensgezind dan de man is. »De liefde der vrouwquot; was de toetssteen van David, waar hij zijn vriendschapsverbond met Jonathan bezong. En geen vrouwenliefde is reiner, onzelfzuchtiger, geduldiger als moederliefde; deze liefde indien God ze ons bewaart volgt ons door 't leven; veelmaals terugge-stooten en onbeantwoord, staat zij als een wachter aan onze zijde door gebeden en tranen. De moederliefde verstoot zelfs den boosdoener in boeien geklonken niet, en kan ook de diepstgezonken dochter niet loslaten. Zij gaat in reinheid, zelfvergetenheid en belangeloosheid iedere andere aardsche liefde te boven. Zij is het wel onvolkomen, maar toch meest gelijkend beeld der liefde Gods. Nochtans het moederhart kan vergeten. Door drankzucht gebonden, slavin harer onreine hartstochten, bedwelmd door de ijdelheid der wereld, is het voorgekomen dat eene moeder haar zuigeling vergat. Wordt er niet van het beleg van Samaria verhaald, dat moeders zich voedden met der kinderen lichamen?

God daarentegen kan niet vergeten!

Wij kunnen verzinken in een poel van zonde en ongerechtigheid, zoodat onze liefste betrekkingen zich van ons afwenden. God wendt zich nochtans niet af.

ocr page 123

DE LIEFDE DIE NIMMER VERGAAT.

Wij mogen als de verloren zoon afdwalen naar een ver gelegen land, zoo ver en zoo lang, dat ook de trouwste vriend niet meer rekent op onzen terugkeer; God nochtans rekent er op en wacht! Het vuur ook van het meest geheiligde menschelijke altaar moge tot asch vergaan. Zijn liefde nochtans blijft onveranderbaar.

IV. God bewaart de Zijinu. De oosterlingen hebben de gewoonte om den naam van geliefde vrienden in hunne hemden te tatoueeren. Zie,quot; spreekt de Heere, Ik heb u in de beide handpalen gegraveerd.quot;

Ja, kind van God, gij wordt gedragen, gij wordt bewaard, daar waar de lieer u ten allen tijde zien moet: in Zijn handen, op Zijn Vaderhart. Gij zijt nimmer uit Zijn gedachten, noch verborgen voor Zijn oog.

Immers niet getatoueerd, die afdruk kan afslijten of weggeslepen worden, maar gegraveerd zijt gij in de hand en in het hart Gods, en het graveerwerk-tuig was; de speer, de nagelen, het Kruis!

»Uwe muren zijn steeds voor Mij,quot; zoo spreekt verder de Heer, bij monde van het profetisch woord. Let wel, niet Sions puinhopen; maar zijne vmren, zooals zij waren voor dat Nebukadnesar ze verwoestte zijne muren zooals ze behoorden te zijn. Gedurende zestig jaren reeds lagen deze muren in puin. Nehemia zegt ons, dat de verwoesting zoo groot was, dat daar geen plaats was voor zijne dieren om voort te gaan, toen hij bij het maanlicht zijn eerste droeve onderzoekingstocht deed. San bal lat en zijn handlangers spotten over de verwoesting der plaatsen die hij wilde opbouwen

ocr page 124

DE LIEFDE DIE XI MM EK VERGAAT.

(Xeh. 2), maar Cxod zag- de puinhopen niet aan, deze sprekende getuigen van Israels dwaasheid en zonde. Hij zag Sions muren aan zooals zij geweest waren en weder zijn zouden.

Zoo ziet Hij ons ook aan in Christus; niet zooals wij zijn door zonde en schuld misvormd, maar zooals de rechtvaardig en heiligmakende genade, ons voor Zijn aangezicht zal stellen in Christus onzen Hoogepriester en Middelaar, zoo ziet Hij ons aan.

Welk een contrast! Sion jammert dat het verlaten en vergeten is, en God ontfermt zich met teedere liefde! Wij kinderen des nieuwen verbonds, wij kunnen ook in de diepte der moedeloosheid, in den jammer van ons verduisterd zieleleven, met den blik op ons verloren bestaan onze verloren geestkracht, ons verzondigd leven klagen dat wij uitgeworpen zijn. Het is cchtcr niet zoo. Zelfs ten tijde van onze grootste hopeloosheid, gedenkt God onzer, zooals een moeder haar zuigeling gedenkt; en onze nooden zijn steeds voor Hem.

V. Gods liefde overwint alle hinderpalen. — »Zoude ook eenen machtigen de vangst ontnomen worden, of zouden de gevangenen eens rechtvaardigen ontkomen?quot; (vs, 24), zoo luidt de moedelooze vraag van Israël, dat zich een hulpelooze gevangene gevoelde in 't midden van een machtig rijk. Jehova echter wist wat Hij deed. Hij had slechts Zijne hand op te heffen, en Zijn volk zou door de zorg van vorsten en vorstinnen worden wedergebracht naar het land der vaderen.

Vragen wij dan niet: Hoe zal er verlossing komen ?

1 IO

ocr page 125

11 I

Hoe kan God uitkomst geven in mijnen nood? Zie alleen op Hem, die belooft en het ook doen zal. Hij zal uw Leidsman en uw Bondgenoot zijn, Hij zal u er door helpen, en Zijn kracht in uwe machteloosheid groot maken. God kan niet loslaten wie hij eenmaal in Zijn Verbond heeft opgenomen: Terugvallen in de zonde, opstandigheid, ontrouw, dat alles moge ons tijdelijk van God vervreemden; de vervreemding is aan onze zijde; van Gods zijde heet het nochtans: Gij zijt Mijn.quot; In een kleinen toorn verbergt Hij een oogenblik Zijn aangezicht; maar met eeuwige ontferming zal Hij nochtans onzer gedenken en ons aannemen.

O diepte des rijksdoms: de genadegiften en de roepin-Gods zijn onberouwelijk!

ocr page 126

HOOFDSTUK XIII.

EEN TROOSTWOORD VOOR DE VERMOEIDEN VAX KRACHT.

De sterke wordt mat en wordt moede, De jony'ling zinkt machteloos neer;

Zij weten van wank'Ien noch vallen, Die hopend verbeiden den Heer.

G. JONCKBLOET.

Zoolang de wereld bestaat zijn daar »vermoeidenquot; geweest; »vermoeidenquot; vindt men talloos velen, onder alle natiën, geslachten, talen en volken. »Lichamelijk vermoeiden; de slaaf die wordt voortgedreven, de arbeider op de fabriek; de naaister op haar zolderver-trek, de moeder wakende bij haar doodelijk krank kind. Geestelijke vermoeidheid wanneer de verbeelding de bandelooze fantasie niet langer kan beteugelen, en het verstand door overspanning zijn dienst weigert en geen enkele gedachte kan meester worden. Vermoeidheid des harten, wanneer men vergeefs wacht op den stap des

ocr page 127

EEX TROOSTWOORD EXZ. 113

geliefden, op den terugkeer van den verloren zoon, op het woord der heilige vriendschap dtit alleen nog een lichtstraal kan werpen in het somber en moeitevol bestaan. — Erger nog, wanneer het hart sints lang opgehouden heeft te hopen, op datgeen wat niet wezen mocht, en de schoone levensdroom te vergeefs is gedroomd, of ondergegaan is in een kleurloos bestaan dat van de aarde niets meer hoopt en slechts wacht op de ure der verlossing, om heen te gaan naar het Land waar het hart tot rust komen kan en de tranen van de oogen worden gewischt. - Vermoeidheid door gfcstdijkcii strijd; wanneer het vleesch begeert tegen den geest en heel het leven der ziel, die hijgt naar verlossing, één bange, dagelijksche, jaren lange worsteling is, tegen den engel des satans die met vuisten slaat. De vermoeidheid van den christrn arbeider die zoo gaarne door zijn Heer zou wakend gevonden worden en alleen aan den voet des Kruises telken dage de kracht kan herwinnen tot den smartelijken strijd tegen de zonde, en het worstelen om een ziel die hem dierbaar is.

Ach het leven is op velerlei wijze zoo vermoeiend, zoo uitputtend; eiken dag opnieuw hebben wij ons kruis op te nemen, eiken dag weder den strijd te hervatten, eiken dag de kleurloosheid van het leven weer te aanvaarden, en onder dit alles zuchten wij naar de aankomst bij de hemelpoort waarboven geschreven staat: Hier rusten de vermoeiden van kracht.quot; Op eene of andere wijze wordt ieder mensch in den loop van zijn leven

Christus in Jesaja. 8

ocr page 128

EEX TROOST \V( )OR D

moede. Daarin is niets nieuws of wonderbaars; maar het nieuwe, het uitermate merkwaardige is dit, dat God zelf met zoo teedere zorgquot; voor de vermoeiden waakt. De mensch kan met de grootste kalmte, soms onverschilligheid vernemen, dat honderdtallen vermoeiden en beladenen in den wedloop van dit leven zijn neergezegen en uitgestrekt liggen in den heeten zonnegloed, gedoemd om van uitputting en dorst te sterven; God de Heilige, die in de Hoogte en in het eeuwig licht woont, die de eeuwigheid in Zich omdraagt, buigt zeer laag neder om in den nood van één enkel zwak schepsel te voorzien. Hij strekt Zijn zorg uit tot de lammen, de kreupelen, de blinden; Hij vergadert wat verstrooit, heft op wat gevallen, haalt op wat gezonken was; zoekt naar den verlatene, den zwerveling, den afgedoolde, en vergeet geen enkel vermoeid of gebroken hart, noch laat een traan onopgemerkt langs de gegroefde wangen glijden. Deze God is onze God eeuwig en altoos. Hij vindt Zijns gelijke niet, tot aan de einden der aarde; Hij is de Man der weduw en de Vader van den wees. Deze teere, zoekende liefde Gods voor iederen vermoeide, zouden wij echter niet hebben leeren kennen en verstaan zouden den Grooten Knecht Gods, die in deze hoofdstukken tot ons spreekt; den Grooten Knecht die tegelijk de evenknie van Jehova is. Niemand vertroostte de vermoeiden ooit zooals Hij het deed. Hij kon geene groote schare aanzien, verstrooid als zij was, gelijk schapen zonder herder, zonder met ontferming over haar bewogen te zijn en tot haar woor-

ocr page 129

VOOR DE VERMOEIDEN VAN KRACHT. 11,5

den te richten, zooals niemand voor Hem gesproken had. Hoevele vermoeide zielen heeft Hij door Zijn woord vertroost; tot hoevelen sprak Hij een woord van pas. Vraag Hem naar de wijze der menschen, vanwaar Hij deze onvergelijkelijke macht ontvangen had, en Hij zal 11 antwoorden: Van Mijnen Vader in den hemel. In Zijn groote liefde voor de vermoeide en afgedoolde zielen der aarde, verwekte Hij Mij om uwen Herder te zijn. Bij dagen en bij nachten, onderwees Hij Mij, eiken morgen wekte Hij Mij met nieuwe lessen van genade en ontferming, en ondersteunde Hij Mij in de duistere uren die der menschen daden van den beginne Mij deden doorleven, opdat Ik bekwaam zou zijn anderen te vertroosten, met de vertroosting waarmede Ik zelf van den Vader vertroost ben.quot;

Beschouwen wij dus nader de opleiding, het verlos-singsbesluit, de rechtvaardiging en de smeekstem van den volmaakten Knecht van Jehova; zelf God van alle eeuwigheid.

Dc opleiding van den volniaaktcu Knecht des lleereu. In overeenstemming met het merkwaardige woord uit den Hebreënbrief: »Die ofschoon Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij heeft geleden, en geheiligd zijnde is Hij allen die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden,quot; voert de Profeet den Zoon sprekende in:

»De Heere Heere heeft Mij eene tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete met den moede een woord ter rechtertijd te spreken; Hij wekt alle morgen, Hij wekt

ocr page 130

EEX TROOSTWOORD

mij het oor, dat Ik hoore, gelijk die geleerd worden.quot;

Die opleiding nu was rijk in hare verscheidenheid. Vermoeid zijnde van de reis zat Hij neder bij Sichars waterput. Hij zag op ten hemel, zuchtende, vanwege de menschelijke ellende, en de hardnekkigheid van hun ongeloof. Hij werd verzocht. Hij werd eens gedrongen in de bitterheid Zijner zielesmart uit te roepen: Hoe lang zjiI Ik nog- bij u zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen?quot; Hij was verheugd toen de ure kwam dat Hij zou wederkeeren tot den Vader. De golven der menschelijke smart sloegen te samen over Zijn gevoelig hart, en ofschoon vervuld met onuitputtelijk geduld, werd Zijn lichamelijk bestaan zoozeer overspannen, dat Hij op den weg naar den Hoofdschedelheuvel ineen zonk. Die opleiding ging ook door zonder ophouden. Alle morgen wekte Hem Zijn Vaderquot;; na een korte nachtrust op den heuveltop, in den storm, in de kleine visscherspink, of op de legerstede Hem door de dankbare liefde te Bethanië gespreid, raakte de Geest Hem aan en riep Hem op tot de nieuwe dagtaak. »Alle morgen werd Hij gewekt om door den steeds wisselenden loop der omstandigheden een dieper inzicht te ontvangen in der wereld zonde en smart en den eenigen weg ter genezing!

Ach, leerden wij maar van Hem opmerkzaam te zijn op de aanraking des Geestes en de lessen te verstaan die ons worden opgegeven in de wisselingen van ons levenslot! Die opleiding rekende ook met den rechten (den geschikten) tijd: »Opdat Ik wete met den moede een

ocr page 131

VOOR DE VERMOEIDEN VAN KRACHT. 117

woord ter rechter tijd te spreken.quot; Het is niet genoeg dat wij het rechte woord weten te spreken, wij moeten ook den rechten tijd weten te vinden, anders is het vruchteloos. Menig te onpas gesproken woord, is als een zaadkorrel op den weg neergevallen om door de vogelen te worden weggepikt; terwijl hetzelfde woord ter rechter tijd geuit, al was het ook door een minder bevoegden mond, een balsem (jods is geweest. Het is niet altijd gemakkelijk te weten wanneer het de rechte tijd is voor den vermoeide. Daar zijn tijden dat het zenuwgestel zoo overspannen is. dat zelfs liet zachtst gesproken woord ondragelijk is. In zulke tijden is zwijgen het best. Een liefkozing, een zachte aanraking, eene kalme nabijheid zal dan het beste heelen en verzachten. Deze fijngevoelende deelneming kan slechts in de school des lijdens zelve geleerd worden. Onze Meester en Heer, Hij kent ze en Hij alleen kan ze ons leeren.

O vermoeide ziel! Die Heiland die het weet en kent, is altijd nabij om u te helpen. De stem des goeden Herders noemt uwen naam; Hij zoekt u in het struikgewas, langs veld en stroomen. 1 lij weet het best hoe Hij u opnemen, en np Zijne schouderen huiswaarts dragen moet.

11. Zijn vcrlossings-bcshiit. Van den beginne wist jesus dat Hij sterven moest, (xod had Hem alles door Zijn Geest geopenbaard. Bij andere menschen is de dood liet einde van 't aardsche leven; bij Christus was de dood het doel. Wij sterven omdat wij geboren zijn; Christus werd geboren opdat Hij sterven zou. Van af

ocr page 132

I I 8 EEX TROOSTWOORD

Zijne geboorte hing de schaduw van het kruis over Zijn ziel, toen het tortelduivenbloed voor Hem op het altaar werd geplengd. Tot Xicodemus zeide Hij: »de Zoon des menschen moet verhoogd worden.quot; Herhaaldelijk nam Hij Zijne discipelen afzonderlijk en leerde hen dat de Zoon des menschen zoude overgeleverd worden in de handen der zondaren, die Hem zouden bespotten, geeselen, bespuwen en dooden. Maar ofschoon Hij alles voorzag, murmureerde Hij niet, noch trok Hij Zich terug. Eenmaal, tegen het einde van Zijn aardsche loopbaan, lezen wij van Hem dat Hij Zijn aangezicht richtte om naar Jerusalem te reizen. Van welk eenen heldenmoed spreken deze enkele woorden! Men spreekt wel eens van den Christus, alsof iets weeks, iets zwaks Zijn persoonlijkheid kenmerkt; maar hoe valt geheel deze beschouwing in duigen, tegenover dit onbuigbare besluit dat Zijn aangezicht richtte, en het verlossingsplan nooit een ondeelbaar oogenblik uit het oog verloor.

Want letten wij toch op de vrijwilligheid Zijner zelfovergave. De martelaar sterft omdat hij niet anders kan; Christus stierf omdat Hij wilde. Hij legde Zijn leven van Zichzelven af; niemand nam het van Hem. Hij had zich kunnen verzetten en Zich afkeeren; Hij had twaalf legioenen kunnen begeeren te Zijner hulp; Hij had Zijn vijanden kunnen aan den grond nagelen door één wenk Zijner almacht. Hij deed het echter niet. Luistert naar Zijn eigen woord, terwijl Hij de wijnpers alleen treedt;... Uw wil, niet de Mijne geschiedde!quot;

ocr page 133

VOOR DE VERMOEIDEN VAN KRACHT, 119

Deze vrijwilligheid is het juist die ons hart met bewondering en aanbidding vervult, terwijl wij Hem welbewust Zijnen rug zien geven dengenen die Hem slaan, en Zijne wangen dengenen die Hem het haar uitplukken, Zijn aangezicht niet verbergende voor smaadheden en speeksel; datzelfde aangezicht waarop de engelen met eerbied staren, en voor welks g'lans eenmaal hemel en aarde zullen vlieden. — Vergeten wij het dan nimmer. dat Hij wist al wat over Hem komen zou en dat de boeien die Hem aan 't kruishout klonken waren: liefde tot ons zondaren, liefde tot in den dood, en een alles overheerschende begeerte om den Vader te verheerlijken.

III. Zijne rechtvaardiging. ; Hij is nabij die Mij recht-vaardigtquot; (vs. 8). Deze woorden mogen den Heiland wel versterkt hebben in de bange ure Zijns lijdens. De Vader die Hem zond, was met Hem. Het zegepralend gevoel waarmede Paulus deze woorden der rechtvaar-digmaking aanhaalt, waarmede de ziel die haar Heiland gevonden heeft, zich bekleeden mag, is gelijk aan de zucht der Eoolsche harp, vergeleken met het volle orgelspel, wanneer wij het stellen tegenover de vreugde die het hart van den Zoon des menschen moet vervuld hebben, terwijl Hij Zijne rechtvaardiging door den Vader ten aanschouwe van het heelal vooruitzag.

Wie is het die beschuldiging tegen Mij inbrengt,quot; zoo hooren wij Hem zeggen. »God is het die rechtvaardig maakt.quot; Rechtvaardigmaking hier in den zin genomen van rechtvaardiging die alleen op den God-mensch toepasselijk kan zijn.

ocr page 134

EEN TROOST WOORD

Zijne vijanden zeiden dat Hij een Vriend was v;,n tollenaren en zondaren. God rechtvaardigde Hem door van deze Zijne aanhangers kinderen des Koningsrijks te maken.

Zij zeiden dat Hij uitzinnig was. God rechtvaardigde Hem door Zijn onderwijs voor alle geslachten te bewaren en tot aller geweten te doen doordringen.

Zij zeiden dat Hij den duivel had. God rechtvaardigde Hem door Hem macht te geven om den satan en zijn engelen te binden.

Zij zeiden dat Hij God gelasterd had, door Zichzelven Gods Zoon te noemen. God rechtvaardigde Hem door Hem te verhoogen aan de rechterhand Zijner Majesteit, zoodat Hij eens zal wederkomen op de wolken des hemels met macht en heerlijkheid.

Zij zeiden dat Hij den tempel zou verwoesten en het volk van Israël verstrooien. God rechtvaardigde Hem door den invloed der joodsche natie over al de volken te doen gaan en hun letterkunde, hun geschiedenis, hun Godsidee tot de heerschende te maken. En zoo zal het voortgaan. Zij die in de verwatenheid hunner geleerdheid den Heiland vertreden of verwerpen, zullen in 't stof vergaan en hun naam der vergetelheid worden prijsgegeven. Al Zijne vijanden zullen vergaan; de verhoogde Heiland daarentegen wint dagelijks meer harten — niet in naam maar in geest en waarheid en breidt Zijn schepter uit over de einden der aarde. Vreest dan niet, kleine kuddekens, vreest niet, kruisdragers, vreest niet, discipelen des Heeren. Hij staat aan

1 20

ocr page 135

VOOR DE VERMOEIDEN VAN KRACHT.

uwe zijde die alle schaduw zal doen verdwijnen, eiken nevel zal doen opklaren, die eiken vijand zal overwinnen. Richt slechts uw aangezicht naar het hemelsche Jerusalem; beveel den Heer uw wegen. Hij is het, die alles zoo maken zal, dat g' u verwonderen moet.

IV. Zijn rorpstcin. Den Volmaakten Knecht des Heeren te gehoorzamen beteekent hetzelfde als Ciod te vreezen. Zij die alzoo gezind zijn, die omdat zij God vreezen den toorn der menschen durven te trotseren, die de stem des Grooten Hoogepriesters volgen als de stem Gods, worden vaak geroepen een weg te gaan waarop geen enkele lichtstraal valt. Het kan zijn de vallei der schaduw des doods, of den hof van Gethsemane, of de duistere ure van Calvarie. Maar uit de diepte Zijner eigen ervaring vermaant de Knecht des Heeren hen te vertrouwen ook zonder zien, en zich onbcpa?ild op God te verlaten. Sta dan niet stil, zit niet moedeloos neder, maar ga moedig voorwaarts. Hij heeft Zijn eeuwige trouw verpand dat het licht zal dagen midden in de duisternis!

I 2 I

ocr page 136

HOOFDSTUK XIV.

\V A A K O 1J, W A A K OP !quot; Jesaja 52 : 1.

Hoe schoon op de bergen verschijnen de voeten. Des boden die zegen en vrede verkondt.

Die Sion met tijding van redding komt groeten, Jehova is Koning, de God van uw bond!

Jesaja 52 : 7.

Tot driemaal toe wordt in dit hoofdstuk de roepstem herhaald tot opwaking uit den slaap. De eerste maal tot den arm van Jehova; de beide andere oproepingen tot Jerusalem de verwoeste stad, of tot hare zonen bij de wateren van Babel. (Jes. 51 : 9, 17; 52 : 1).

I. Sions roepstem tot zijnen God. Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan. Gij arm des Heeren.quot;

Het eerste teeken van ontwaken is een kreet. Zoo is het met een kind. Waar de moeder ook vertoeft in haar huis, zij is steeds opmerkend op het eerste teeken van ontwaken van haar zuigeling. Zoo is het ook

ocr page 137

WAAK OP, WAAK OP!quot;

met dc ziel. Toen Saulus van Tarsen bekeerd werd, zeide de hemelsche wachter; Zie, hij bidt.quot; Zoo is het met de Gemeente des Heeren; de uitstorting van den g-eest der gebeden is het eerste kenteeken van hernieuwing en herleving, evenals het gemurmel van den bergstroom in het dal, bewijst dat de sneeuw smelt op den Alpentop. In dit geval berustte de kreet op eene dwaling. 13e bede doelt op een verschijnsel waaraan wij geen van allen vreemd zijn. Daar is eb en vloed, winter en zomer; de Berghoogte der Verheerlijking en het dal met den bezeten knaap. Somstijds schijnt (-rod ons krachtdadig werkzaam, en vervult Zijn geest ons met nieuwe kracht, terwijl Zijne stem ons tot heldendaden bezielt.

Op andere tijden hangt een zware, sombere nevel over het landschap, en onderschept A-oor ons oog het hemelazuur. De dwaling bestaat echter hierin, dat wij de oorzaak aan God toeschrijven in plaats van ze in ons zeiven te zoeken. Indien er eb en vloed is in ons geestelijk leven, dan komt dit omdat onze ontvankelijkheid zoo onderscheiden kan zijn. Niet God is het die slaapt, maar wij. Het is niet God, die moet opwaken, maar wij. Het is voor den arm des Heeren niet noodig zich met sterkte te omgorden, maar voor ons om aan te grijpen wat binnen ons bereik is.

De kreet is kort en ernstig. Tot driemaal toe herhaalde de smeekstem : »Ontwaak!quot; Wanneer wij plotseling worden opgeschrikt door het bewustzijn dat er iets niet goed is en verbeterd moet worden, dan roepen

ocr page 138

»WAAK OP, WAAK OP!quot;

wij ernstig tot God. Het is goed dat wij dit doen, zelfs dan, wanneer wij leeren verstaan, dat bij ons de schuld is; bij ons het gebrek aan ontvankelijkheid. En wat kunnen wij beter doen dan ons beroepen op de voorgaande dingen.

Wij mogen pleiten op vroegere ervaringen van Gods trouw. Wij zouden inderdaad te vergeefs geleefd hebben indien wij niet in de wisseling van ons lot, in de omstandigheden en leidingen van ons leven. God hadden erkend en gevonden. Iedere levensondervinding bedoelt ons een nieuw inzicht te geven in Zijn liefde-hart. Xiet dat wij herhaling van dezelfde weldaden moeten verwachten, maar wel dat wij leeren verstaan: indien Hij dit alles gedaan heeft, dan is er geen nood zoo groot waaruit Hij niet kan verlossen. Hij gaf het Manna uit den hemel zekerlijk kan Hij ook van water voorzien. Hij verloste uit Egypte zeker kan Hij ook vrijmaken van Babel's juk. Hij droogt de wateren der zee op, en maakt daarin een pad voor Zijn vrij gekocht volk. Zekerlijk kan Hij dan ook in de woestijn een waterfontein doen vinden en de bergen tot een weg maken.

Want des Heer en arm is sterk; Hij heeft de hemelen uitgebreid en de aarde gegrond, en Hij heeft evenzeer Zijn almacht in de werken der Schepping geopenbaard. Twijfel dan niet kind Gods, of Hij u ook beschermen kan; of Hij ook uw Burcht en uw Toeverlaat kan zijn, en uw vesting tegen den machtigsten vijand. De toorn van den benauwer moge gereed

ocr page 139

WAAK OP. WAAK OP!quot; 125

schijnen ons te verderven, hij zal afstooten op den machtigen arm des Heeren, evenals de onstuimige golven der zee, breken tegen den gemetselden havenmunr.

Des Heeren arm is ook verreikend; Hij reikt zelfs tot in de diepste diepte. Gelijk Jona mogen wij nederdalen tot de afgronden der bergen, omgeven zijn door de wateren en omwikkeld zijn met wier, nochtans zal God ons opvoeren. Geen diepte .... kan ons scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jesus onzen H eer. Hoe diep wij ook zinken, van onderen Zijn eeuwige armen. Zij wijken nimmer.

En die armen der eeuwige liefde zijn zoo teeder en zacht, zij vertroosten ons. Zij zijn wat de arm der moeder is voor het zieke, uitgeputte kind; die armen aan het kruis uitgebreid, strekten zich uit tot de einden der aarde. Aarzelen wij dan niet ons aan die veilige armen toe te vertrouwen, als ons hart en ons vleesch uitroepen den nood onzer ziel. Niemand kan ons van daar terugtrekken. Wij zijn zoo geneigd dit voorbij te zien en den Heer onzen Maker en onzen Verlosser te vergeten. Wij zien meer op en denken meer aan deze lage aarde, dan aan den boven ons gewelfden hemel; meer aan het gras dat verwelkt dan aan den boom des levens; meer aan den mensch die sterven gaiit dan aan God die eeuwig leeft. Het nabijzijnde heeft het verwijderde verduisterd; de flikkerende gaslamp heeft der sterren glans gedoofd; het menschelijke heeft het Goddelijke overschaduwd. O, denken wij toch aan Hem, die aan de rechterhand Gods is gezeten, en gelooven wij het

ocr page 140

126 »WAAK OP, WAAK OP !quot;

toch cUit Hij tusschen ons en de droevigste, ook de moeilijkste levensomstandigheden staat. -Geduriglijk, den ganschen dag te vreezen is onmogelijk voor degenen, die gelooven in den Immanuel, (rod met ons, en weten dat zij bedekt worden door de schaduw Zijner hand.

II en III. De roepstem tot Sion. Wanneer wij geheel ontwaakt zijn en tijd hebben tot nadenken, dan ontdekken wij dat de schuld geheel aan onze zijde was. God was het niet die traag was geworden. Hij kan sluimeren noch slapen. Integendeel, wij hebben geslapen ; het is een zegen als wij opwaken. Het leven gaat zoo snel voort, de heerlijkheid van den Heiland gaat ongemerkt aan ons voorbij, indien wij niet waken. Doet aan de geheele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den boozen dag (Ef. 6). Doet aan den Heer Jesus Christus (Col. 3). Wij moeten sierlijke kleeding aan doen.

Wij moeten niet alleen den wil Gods doen, wij moeten dien ook op aantrekkelijke wijze doen. Wij moeten niet alleen de waarheid spreken, maar de waarheid betrachten in liefde, niet alleen den arm geven, maar het ook onopgemerkt doen, zonder eenig vertoon van bescherming. De schoonheid van het heerlijke leven van den Gezalfde des Vaders, moet door ons weerkaatst worden. De vrucht Zijns Geestes is barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid. Deze vruchten kunnen wij zelf niet kweeken; wij kunnen onze misvormde natuur niet zoo veranderen. Maar God weet dit en eischt het ook niet; wij hebben slechts Jesus

ocr page 141

WAAK OP, WAAK OP!quot;

Christus onzen Heiland aan te grijpen in het geloof, zooals wij van Hem eens gegrepen zijn Wij hebben slechts te aanvaarden, wat ( i-od van Hem gemaakt heeft: Wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing.

Dit is echter voor ons onstandvastige menschen die wij zijn, niet mogelijk, tenzij het hart tot rust is gekomen, en zich schikken kan nm zijn Heiland te ontmoeten. Wij moeten door persoonlijke ervaringen het weten, dat Zijne gemeenschap ons deel kan zijn, dan zullen wij ook dankbaar de kleederen des heils aanvaarden, die Hij voor ons gereed heeft.

Wij moeten echter niet alleen sierlijke kleeding, wij moeten ook sterkte aandoen: »Trek uw sterkte aan, o Sion.quot; God geeft sterkte en kracht voor iederen nood, voor iederen levenseisch. Wat ook van ons mag gevraagd worden, daar is altijd een stroom van genade die ons tegenkomt. Zeer zeker laat (jod toe, dat verzoekingen en beproevingen ons genaken, opdat wij leeren zouden de hulp aan te grijpen die altijd voor ons gereed is; zonder dat, zouden wij wellicht in eigen kracht onzen weg meenen te kunnen gaan. Voor ieder christen blijft zoolang zijn levensstrijd duurt het gevaar bestaan, dat hij des Christens levensleuze voorbij ziet: »Als ik zwak ben, dan ben ik machtig.quot;

En nu wordt ons niet opgedragen om de sterkte te koopen of te veroveren door middel van onze voornemens, onze gebeden, onze noodkreten, maar om deze sterkte aan te trekken. Zij is reeds voor ons gereed! Trek dan uwe sterkte aan, o arme, aangevochtene.

127

ocr page 142

128 WAAK OP. WAAK OP.

zwakke broeder of zuster. Grijp voor dat ge uwe stille binnenkamer verwisselt met het strijdperk des levens, dat zoo vaak getuige was van uw nederlaag, de kracht van uw verrezen Heiland aan. Bid niet alleen om bewaard en geholpen te worden, maar trek de geheele wapenrusting Gods aan; doe Zijne sterkte aan; leg er beslag op om Zijns woords, om Zijner eeuwige liefde wil. Zeg met David: Ik zal niet vreezen, al stonden tienduizenden tegen mij op. De Heer is mijn licht, mijn heil, wien zal ik vreezen? De Heer is mijns levens kracht voor wien zoude ik vervaard zijn ?

En dan — dan moeten wij ook zeker gelooven, er vast op rekenen dat wij van de macht der zonde verlost worden. Babel zou van zijn troon moeten dalen en neerzitten in het stof; Jerusalem moest oprijzen uitliet stof, en zitten op den troon. De banden van haar hals moesten losgemaakt worden, en binnen hare poorten zou niets meer inkomen, wat onrein was of onbesneden. Zoo volkomen zou de verlossing van Jehova zijn, dat zij voortaan de heilige stad genaamd zou worden, afgezonderd tot den bizonderen dienst van Jehova.

Deze woorden hebben ook voor ons hunne ingrijpende beteekenis. Het binnenste in ons hart is bestemd om door God alleen te worden bewoond. Hij kocht het zich ten eigendom. Hij bouwde Zijne muren op. Hij eischt het op als Zijn woonplaats. Als wij ons alzoo gansch aan Hem gewonnen geven, dan wil Hij ons verlossen. Dan waakt Hijzelf er voor, dat daarbinnen niets inkomt wat onrein is, gruwelijkheid doet of leugen spreekt!

ocr page 143

HOOFDSTUK XV.

VERTREKT, VERTREKT, GAAT UIT VAN DAAR.quot;

Jes 52 : 11, 12.

Trekt henen, trekt henen, uw boei is gevallen Dat niets wat onrein is, uw handen onteer!

Gaat weg uit hun midden en reinigt u allen.

Gij drngers der vaten van quot;t Huis van den Heer.

G. JONCKBLOET.

Ten laïitste is het toppunt der lange, profetische ladder bereikt. Reeds had de Profeet er voortdurend op gewezen dat de bevrijding nabij was, maar Israël kon het niet gelooven. liet was onmogelijk, zoo redeneerde het, dat een sterke natie als Babylonie, een zijner gevangen volkeren zonder losprijs zoude vrijlaten. In de jaarboeken van de geschiedenis der wereld, zoekt men te vergeefs naar zulk een feit. Een voor een had de Profeet des Heeren al hunne tegenwerpingen weerlegd, en hen uit den doodslaap trachten op te wekken, door zijn herhaald: »Hoort naar mij!quot; en »Ontwaaktquot;, en Christus in Jesaja. g

ocr page 144

VERTREKT, VERTREKT,

thans brengt hij andermaal de bazuin aan de lippen en kondigt den uittocht aan: Vertrekt, vertrekt! gaat uit van daar, raakt het onreine niet aan!

Wij krijgen hier eene geestdriftvolle schildering van den terugkeer uit de jaren lange ballingschap zooals hij zich aan het oog van den Ziener vertoonde. Statig en rustig beweegt de lange stoet zich voort. Het is niet de vlucht van eene bende losgebroken slaven, die vervolging en hervatting vreezen: Gij zult niet met haast uitgaan, noch met de vlucht henengaan.quot; Vóór hen uit gaan langs den zoom van het gebergte Sions, de boodschappers der goede tijding, die vrede en heil verkondigen.

De kern van de stoet bestaat uit in 't wit gekleede priesters die met eerbiedige zorg de heilige vaten dragen. door Nebukadnezar uit Jerusalems Tempel medegevoerd, door Belsazar met hoon en spot op zijn feestmaal voortgebracht, en thans door Cyrus teruggegeven. Hun macht en getal zijn nauwkeurig opgeteekend 5400 stuks in 't geheel! (Ezra 1 : 7—11).

Terwijl de optocht, na vier maanden door de wildernis te zijn voortgetrokken, op de heuvelen verschijnt die Jerusalem omgeven, verheffen zijne wachters die sedert lang naar dit, heuchelijk oogenblik hebben uitgezien hunne stem en juichen te samen. De woeste plaatsen van Jerusalem, met hare verkoolde balken en verschroeide steenen maken vroolijk geschal. De heuvelen en dalen mengen zich in dit koor en de einden der aarde zullen zien en aanschouwen dat de Heer

130

ocr page 145

GAAT UIT VAN DAAR.quot;

Zijn heiligen arm ontbloot heeft. Zij zien echter niet wat alleen voor gezalfde oogen zichtbaar is, - dat de Heere God zelf voor Zijn volk uitgaat en tegelijkertijd ook hun achtertocht is, zoodat de moeielijkheden op den weg reeds zijn overkomen vóór zij tot daar genaken, en geen vijand hen van achteren kan aanvallen.

De letterlijke vervulling van des Zieners profetie vinden wij opgeteekend in het Boek Ezra. Daar vinden wij het verhaal van den terugkeer van een klein getal Joden, 1700 in getal. Zij hielden drie dagen stil bij de rivier Ahava, het laatste station voordat zij de woestijn in gingen, om zich daar met vasten en bidden in Gods handen te stellen. Zij hadden geen ondervinding van eene woestijnreis. Zij moesten met vrouwen en kinderen eene landstreek doortrekken die onveilig gemaakt werd door rooversbenden. Toch wilden zij geen geleide van voet- en ruitervolk aanvragen, zóó overtuigd waren zij dat God voor hen uit ging op den weg en tevens hunne achterhoede vormde. In hun midden bevonden zich de Priesters en Levieten, met hun gewijden last, waarvan Ezra gezegd had: Waakt en bewaart het, totdat gij het opweegt in de kamer van des Heeren Huis.quot;

Wij lezen daar niet van de liederen der pelgrimgan-gers, zooals geprofeteerd werd. Daarom kunnen ze toch wel des morgens en des avonds door de woestijn weerklonken hebben en de eentonigheid van den langen weg hebben afgekort. Daar zijn vele psalmen die in dezen tijd geboren zijn, en zij kunnen wel de lievelings-

ocr page 146

VERTREKT, VERTREKT,

zangen van onze reizigers geweest zijn, terwijl zij voorttrokken over de zandige heuvelen of zaten bij het avondwachtvuur. In menig opzicht is het verslag van Ezra lager gestemd dan de profetie van Jesaja; wij moeten echter in 't oog houden, dat de geschiedschrijver alleen de feiten tc boek stelt, en zich niet inlaat met de aandoeningen die ze kleurden zooals de zon de harde, naakte rotsen kleurt. En is het niet altijd weder de ervaring dat wij door ons gebrek aan geloof, en onze ongehoorzaamheid, de volheid der zegeningen moeten ontberen die God voor ons bereid heeft? Wij kunnen hier een en ander leeren dat ons moet kenmerken op onze doorreis, door de woestijn van dit leven naar de stad (-rods.

I. / / ij moeten steeds gereed zijn tot uittrekken.

De Joden Waren aan Babel gewend geraakt. De gewoonte maakt alles dragelijk. In de dagen van Ezra herinnerden zich nog- maar zeer weinigen den jammer der wegvoering. Zij die in het land hunner overweldigers geboren waren, hadden hun leven ingericht naar de gewoonten en de beschaving van dat land. Enkelen hebben ongetwijfeld verlangd naar het einde der ballingschap, maar de meerderheid voelde zich recht tehuis in het land der vreemdelingschap; zij leefden daar in welvaart en weelde, en begeerden volstrekt niet de grootschheid van Babel te verruilen voor de puinhoopen van Sion. Het gevolg hiervan was, dat zij meer en

ocr page 147

GAAT UIT VAN DAAR.quot; 133

meer in het Oosten uit elkaar ging'en; synagogen bouwden en stoffelijken voorspoed genoten; maar in-tusschen als natie verloren gingen, zooals een rivier in het zand verloopt.

In ieder leven zijn Babels, waar de verlosten des Heeren niet tehuis behooren. Wij zijn ze aanvankelijk binnengegaan met een onrustig gevoelen; naarmate echter de tijd verliep, is onze tegenzin verminderd. Wij zijn vertrouwd geraakt met menschen, wier taal en wier handelingen en zelfgekozen wegen ons eerst terugstootten en ergerden. Wij hebben ons laten boeien door een vermaak, dat wij eerst met achterdocht en gewetensbezwaar gadesloegen. Een levensgewoonte is ons eigfen efeworden, neen. heeft de overhand over ons

O O

gekregen, waarvan wij eerst terugdeinsden als eene besmetting. Een zondigen weg om geld te winnen zijn wij ingeslagen, maar we herinneren ons nog' zeer wel met hoeveel moeite het geweten eerst daarvoor in slaap gewiegd werd. Ziet, dat alles zijn Babels, die hun noodlottige betoovering om de ziel slingeren, en waartegen de stem (iods zoo ernstig getuigt: Vertrekt, vertrekt, gaat uit van daar!quot; Wanneer wij ons Babel op deze roepstem verlaten, dan deinzen wij natuurlijk voor de woestijnreis, dien eenzamen weg, dien blik op ons verloren leven terug.

Zij die den eersten tempel gekend hadden, weenden bij de fondamenten van den tweede; en Xehemia kon zijne tranen niet bedwingen bij het gezicht van de met doornen en distels begroeide puinhoopen. — Evenwel.,

ocr page 148

VERTREKT, VERTREKT,

hoe bar en eenzaam de weg ook, hoe moeielijk ook liet afstand doen van paden die ons lief waren geworden wij zullen meer terugontvangen, dan wij achterlaten. Wij laten achter wat zichtbaar maar voorbijgaande is, om den innerlijken vrede en de eeuwige vreugde te winnen. Gedurende de woestijn reis gaat de Zon der Gerechtigheid ons voor, en gevoelen wij den adem onzes Gods; wij genieten een loon. dat honderd offers vergoeden kan: Ik zal u een Vader zijn van nu aan,quot; spreekt de Heer.

IT. 11V/ moeten niet haasten.

Buiten onzen God om gerekend is er groot gevaar dat wij in ons leven die vermaning voorbijzien. Onze tijd is zoo koortsachtig en gejaagd. Men haast zich om rijk te worden; men jaagt naar vermaken, men vliegt door de wereld; men overlaadt de hersenen dei-kinderen met een onverteerbare voorraad kennis; een rustelooze geest heeft zelfs ons godsdienstig leven overrompeld. Het is onmogelijk zich tegenwoordig geheel en al aan iets te wijden, daar we leven of liever voortjagen met het uurwerk in de hand. Onze Heiland en Heer is ook tegenover dat gebrek onzer eeuw een Wegwijzer. Hij ging langzaam en rustig Zijn weg. Hij had tijd tot stilstaan bij iedere roepstem die Zijn oor bereikte, tijd om iedere naar Hem uitgestrekte hand aan te raken. In Hem zoeken wij te vergeefs naar eenig spoor van gejaagdheid. Wel wilde men Hem

134

ocr page 149

GAAT UIT VAN DAAR.quot; 135

soms voortdrijven, maar Zijn onveranderlijk antwoord was: Mijne ure is nogquot; niet gekomen.quot; - Ook Israël kón alzoo rustig zijn gang gaan, zoolang het geloofde dat God zijn weg bestuurde en zoowel zijn voorhoede als zijn achterhoede was. Waarom zouden zij vluchten alsof de vijand hun op de hielen zat, indien God zelf hunne achterhoede was? Waarom zouden zij met haaste voorwaarts snellen om eenig voordeel te behalen, indien God vóór hen uitging, om hunne rustplaats voor hen te kiezen? — Indien wij waarlijk in God gelooven, in Zijne voorzienigheid. Zijne leidingen met ons leven, dan zal ook over ons zulk een heerlijke, gezegende kalmte komen, en wanneer wij in de verzoeking komen om koortsachtig en gejaagd te worden, dan zullen wij ons stellen onder de hoede van Gods eeuwige Vaderhand en zeggen tot onszelven: Mijne ziel, keer weder tot uwe rust, de Heer is uw Banier en Wegbereider.

III. / Vy moeten zekerheid hebben omtrent den -weg.

In onze jeug'd scheen onze weg afgebakend: wij hadden slechts de voetstappen van anderen te volgen, te handelen naeir hun raad en voorschrift, totdat.... wij plotseling onze persoonlijke verantwoordelijkheid leerden verstaan, en wij het wisten en zagen dat het niet langer mogelijk was anderer voetspoor te volgen; dat de wereld voor ons openlag breed, onafzienbaar, ongquot;ebaand, woest, ledig, en wij zelf den goeden, den rechten weg moesten zoeken. Zulk een gevoel van

ocr page 150

VERTREKT, VERTREKT,

met persoonlijke verantwoordelijkheid, in zekeren zin in volstrekte eenzaamheid te zijn uitgeworpen in de woestijn van 't leven, zulk een gevoel moeten ook onze ballingen gehad hebben, toen zij Ahava verlieten en den tocht door de bjirre vlakte aanvaardden. - In eene levensperiode als wij daar juist beschreven, die vroeg of laat tot ieder ernstig mensch komt, fluisterde de Geest Gods ons het groote Heilandswoord in de ziel: Ik, Ik ben de Weg',quot; In de Handelingen der Apostelen vinden wij hoe de apostelen doorgaans van het Evangelie der zaligheid spreken als van: de Wegquot;, alsof deze jongeren zoo overgelukkig waren, dat zij in de tastende en vragende menschenwereld ten laatste het spoor gevonden hadden van het leven der zaligheid, van het voetpad dat door al de moeiten en donkerheid der aarde veilig geleiden zou naar het eeuwige licht der stad Gods. Indien men aan de schrijvers had kunnen vragen ons een ander, eensluidend wóórd te geven voor de uitdrukking die zij voortdurend gebruikten, zij zouden ongetwijfeld genoemd hebben den naam die boven alle naam is, den naam van Jesus Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven. Inderdaad, daar is geen betere levensmethode, geen betere toetssteen om te onderkennen of onze levensweg in 't rechte spoor gaat, dan onszelven af te vragen wat onze Hei-land in gelijk geval zou gedaan hebben; het antwoord op die vraag zal alle moeielijkheden oplossen, voor degenen die recht ivillen wandelen.

Indien dan de weg zich splitst in zijwegen, als wij

ocr page 151

GAAT UIT VAX DAAR.quot;

het te volgen spoor bijster zijn; als de woestijn zoo troosteloos, zonder baken, zonder spoor, zonder eenige leiddraad vóór ons ligt, sta dan een oogenblik stil! Laat dan alle stemmen, alle overwegingen zwijgen ; luister dan alleen naar de stem van Hem, die zich nooit te vergeefs laat aanroepen. Herinner u dan, dat de Goede Herder Zijn schapen vóórgaat, en dat zij Hem volgen moeten. Jesns Christus gaat ons altijd vooruit, in iederen weg van plicht, dien Hij ons wijst, bij ieder offer dat Hij van ons vraagt, bij iedere roepstem die Hij ons doet hooren. A[et die vaste overtuiging in de ziel, welke weldra ook onze vaste levenservaring zal worden, behoeven wij er niet aan te twijfelen of wij niet ten laatste het hemelsch Jerusalem zullen bereiken, waar geen woeste plaatsen zijn, en waar geen muren ooit worden neergeworpen, maar waar het Lam Gods ons leven en ons eeuwig Licht is.

IV. IVy uioctcn ook rein van handen zi/n.

Reinigt u, gij die de vaten des Heeren draagt.quot; Deze vaten, wij zagen het reeds, waren zeer kostbaar, maar zij waren bovenal heilig den Heere. Geslachten achtereen waren zij in den Tempeldienst gebruikt. Zij, die ze droegen, waren geen gewone menschen; maar Levieten, bizonderlijk tot het werk uitverkoren, en van top tot teen voor hun ambt gereinigd. Alzoo gingen zij de woestijn door: geheiligde mannen, dragende de heilige vaten.

Ongezien en onzienlijk voor het sterfelijk oog, gaat

ocr page 152

VERTREKT, VERTREKT,

er ook door deze wereld een optocht, die zijn weg vervolgt ondanks het \quot;oortsnellen van jaren en eeuwen. Hij draagt de heilige vaten, de goddelijke waarheid! en de geheiligden die ze droegen zijn zij, die in Gods Heiligdom Zijnen weg leerden kennen. Op hen rust de dure roeping om den kostbaren last der Gods openbaring, der onzienlijke en eeuwige dingen, der verlossing en der genade; der zonde, der gerechtigheid en des oordeels; der diepte van zonde en der hoogte van de Verlossende Liefde aan het Kruis geopenbaard, door de woestijnreis des levens te dragen en daarvan der wereld getuigenis te geven.

Welk eene roeping is het dus. waartoe wij geroepen zijn. wij allen die den naam van Christus op de lippen nemen en naar Zijnen Koningsnaam ons noemen. Welk eene vreeze moet ons hart vervullen, dat ons leven den Xaam des Heeren smaadheid zou kunnen aandoen. Het is nu eenmaal zoo in de wereld, men oordeelt een godsdienst naar Zijn belijders; men schat de waarheid naar hare volgelingen; men beschouwt den Heiland in het licht dat het leven Zijner discipelen op Hem werpt. Zien wij wel toe, waar wij genoemd zijn naar den gansch eenigen Naam die aarde en hemel vereenigt, dat wij in onzen wandel dien Xaam in eere houden en verheerlijken !

De Profeet zegt ons dat voor dezen optocht de woeste plaatsen een vroolijk geschal zouden maken. Het is een heerlijke opvatting, alsof de voeten der Israëlieten de wildernis die zij doortrokken veranderde; de

ocr page 153

GAAT UIT VAN DAAR.''

woestijnbodem herschiep in een Paradijs; de puinhoopen ophief tot muren; vijandschap, achterdocht, misverstand, deed wijken voor eendracht, vrede en overeenstemming-. - - Ziedaar een getrouw beeld van den invloed dien Jesus Christus over het hart en leven Zijner discipelen moet hebben. De gansche schepping zelfs die nu steunt en zucht, zal eenmaal met opgeheven hoofde en een lof akkoord der verheerlijking de openbaring van den Zone (rods begroeten. God schenke ons de genade, dat wij ons aan mogen sluiten bij dien heiligen optocht, onder goddelijk geleide, dan zullen ook wij eenmaal in de voleinding der eeuwen profetiën en lofpsalmen zien opgelost in den jubelklank van het vrijgemaakte heelal.

Als het onvermijdelijk en allernoodzakelijkst middel om bij die scharen der vrijgekochten ons te mogen voegen, noemen wij het gebed. Het gebed der ziel opent den toegang tot (rods genadetroon; het gebed des zondaars bereikt altijd het hart van den Zonde-venvinnaar; het gebed van Gods kinderen dringt door lucht en wolken, ja door de dichtste nevelen heen. Daarom het gebed zij onze levenskracht.

139

ocr page 154

HOOFDSTUK XYI.

D E M A X V A X S M A R T E X. Jesoja 52 : 13—15.

Voorwaar alle onze ellend' heeft Hij alleen gedragen. Hij heeft getroost wat drukte op onze ziel.

En toch, wij hielden Hem, door 's Heeren roè geslagen, Voor een melaatsche op Wien verbrijzling viel.

G. JONCKELOET.

Daar is slechts een hoofd op aarde, waarop die doornenkroon zal passen. Toen de hoveling der Mooren op zijn wagen zat en de wondervolle geschiedenis las van lijden en dood die de profetische woorden van Jesaja ons zoo merkwaardig beschrijven, toen vroeg hij van wien hier de Profeet sprak. »Ik bid u,quot; zeide hij tot Filippns, »van wien zegt de Profeet dit; van zich zeiven of van iemand anders?quot; De evangelist, in antwoord op die vraag verkondigde hem uit de Schriften Jesus.

Jesus Christus is de sleutel die geheel het Nieuwe Verbond en zijne verborgenheden, waarin hemel en

ocr page 155

dp: man van smarten.

aarde, de eeuwigheid en de voorbijgaande dingen, de liefde Gods en de zwakheid der menschenkinderen ineensmelten, voor ons ontsluit. - Maar ook zonder dat duidelijk getuigenis des (-reestes, zouden wij niemand kunnen vinden, waardig om deze rol te nemen en des-zelfs zegelen te verbreken, dan het Lam Gods dat in het midden des troons zit, de Leeuw uit Juda's stam, de Zone Gods.

Men heeft wel eens getracht om dit gedeelte van Jesaja toe te passen op andere groote lijders uit de menschheid; op een Jeremia, een Ezechiel, of op een ander onbekende martelaar uit de dagen der ballingschap! En wij ontkennen geenszins (kit in een wereld, waarin smart en lijden zoo algemeen erfgoed zijn, eenige trekken van gelijkenis kunnen gevonden worden in minderen dan den grooten Menschenzoon. Maar toch — wie, die uit een vrouw geboren is, zou deze woorden in hun geheel kunnen toepassen op zich zeiven en zeg'gcn: Dit is mijn beeld, ik maak aanspraak ojd geheel deze schets; daarin is geen woord, geen trek, die niet ten volle van mij kunnen gezegd zijn.quot; Zulk een zou eer bespot dan geloofd worden.

Wanneer echter de Rabbi van Nazareth nader treedt en aanspraak maakt op iederen trek dier donkere schildering; wanneer Hij Zijn smartelijk gewond hart openlegt en vraagt of daar een smart is gelijk aan Zijne smart, dan durft niemand Hem weerspreken, ja zelfs dan is in ieder gemoed het zwijgend getuigenis, dat Hij waarschijnlijk door nog duisterder diepte heen-

ocr page 156

DE .MAX VAX SMAKTEN'.

ging, nog bitterder beter uitdronk, dan waarvan hier sprake is.

Het lied der hoogste smart is door de willekeurige verdeeling onzer Bijbelhoofdstukken ongelukkig in tweeën gesplitst. In werkelijkheid vangt het reeds in Jes. 52 : 13 aan, en heeft tot onderwerp: Het lijden van den Knecht Gods; de onware gevolgtrekkingen die de menschen daaruit afleidden; de zegevierende rechtvaardiging die Zijn deel is geweest.

Lijden en smart.

Drie geheimenissen smelten hier ineen, evenals de wolken boven de bergtoppen kunnen te samen treffen, wanneer een onweder dreigt.

Allereerst het geheimenis der vernedering: de teedere plant, de teere kiem, moeitevol zich baan brekende door de harde aardkorst, de afwezigheid van alle natuurlijk schoon der dagelijks zichtbare dingen in de schepping, verstaan wij eerst recht, als wij den Christus Gods gadeslaan komende in de wereld; in armoedige omstandigheden, uit eene eenvoudige moeder, in een kribbe, — visschers zijn zijne eerst volgelingen ; armoede zijn dagelijks deel; de laagste volksklassen zijn beste vrienden; misdadigers ter linker- en rechterzijde van Zijn kruis. Niet vele wijzen noch vele edelen de grondvesters Zijner duur gekochte Gemeente. Inderdaad dit was een weg der vernedering die zijns gelijke niet heeft in de geschiedenis der menschheid. — En de grootste vernedering

142

ocr page 157

DE MAX VAN SMARTEN. 143

was wel deze dat Hij mensch werd. Hij immers was het Woord, dat van alle eeuwigheden bij God was; al de rijkdom des hemels was Zijn bezit; al de heerlijkheid der majesteit waarvoor de engelen het aangezicht bedekken was de Zijne. De eeuwige Zoon van den eeuwigen Vader, zelf God in eeuwigheid te prijzen — die nu werd vleesch van ons vleesch, liet zich in de menschheid inplanten, ademde onzen dampkring in, leefde in de besmetting onzer zonden, verkeerde met tollenaren en melaatschen, leed ons lijden, werd geplaagd met onze plagen, duldde onze smaadheden, leed het loon der ongerechtigheid. O, welk een zielsangst, welk een zielelij den moet van de g'eboorte aan den teederst besnaarden, fijnst bewerktuigden, den zondeloozen menschenzoon, gepijnigd hebben. En dan -dat Hij sterven moest! Dat Hij, die bij den Vader het eeuwige Woord was, zonder Wien geen ding gemaakt was, dat gemaakt is, dat Hij de groote Levensschepper moest doorgaan door de donkere poorten des doods; dat de Zone Gods gehoorzaam werd tot den dood, ja den dood der schande en des kruises, ziet, dat is inderdaad het geheimenis der vernedering.

Wij zien hier ook het geheimenis der smart. Wij kunnen toch daarvan den onuitwischbaren stempel zien op dat »verdorven gelaatquot;. Meerder bewijs behoeven wij niet dat Hij was een Man van smarten en verzocht in krankheden. Wat is smart? Ieder onzer weet het bij bittere ervaring, maar wie kan het omschrijven of in enkele woorden zeggen waaruit ze bestaat? Smart is

ocr page 158

DE MAN VAX SMARTEN.

die aandoening der ziel die ontstaat, wanneer de liefde donkere schaduwen ziet die den geliefde bedreigen. Daar is ongetwijfeld ook een soort van zelfzuchtige smart, die jammert over verliezen van stoffelijken aard, maar daarover spreken wij hier niet, waar wij het gewijde terrein betreden hebben der smarten van 's werelds Verzoener. Wij spreken over de smart die Zijne onvergelijkelijke ziel heeft gevoeld, en die zij kennen die naar Zijn beeld en door Zijn Meesterhand zich laten vormen.

Dezulken zijn eenigermate vatbaar voor goddelijke liefde, en juist naar de mate der vatbaarheid zijn zij ook toegankelijk voor en onderworpen aan hooger en dieper smart. Wanneer de liefde zich versmaad ziet, wanneer door God gewilde en uit G-od geboren vriendschap vergiftigd wordt door misverstand en onware voorstellingen, wanneer het vriendenhart de tweeling-ziel ziet afdrijven naar afgronden, waarvan hij haar o zoo gaarne, tot den prijs van zijn hartebloed zou redden, zonder het te vermogen, omdat onwil en tegenstand en afkeering het eenig antwoord is op al zijn strijd en gebed, ziet dan is daar smart. Verder behoeven wij niet te delven om eenigermate de oorzaak van Jesus' smart te verstaan. Het kon niet anders zijn. Hij kon de menschheid niet liefhebben, zonder dat zij Hem oneindige smart veroorzaakte. Steek de hand in den boezem, mijn lezer; hebt gij Hem geen smarte aangedaan, ja Hem gekruisigd, ja Zijn hart doorwond, juist door uwe onvatbaarheid om de teere, heilige, naar u

'44

ocr page 159

DE MAX VAX SMARTEX.

dorstende liefde te verstaan, die al haar rijkdom voor u gereed heeft? Al de eeuwen door is Hij gekomen tot de Zijnen, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen; Hij heeft ze willen bijeenvergaderen als een hen hare kiekens, maar zij hebben niet gewild; Hij is gekomen tot Zijnen hof, om kostbare vruchten te plukken die Zijne ziel zouden verkwikken, maar Hij heeft de omheining in puin gevonden en bladeren in plaats van vrucht. Afgewezen is Hij, waar Hij aanspraak had op een welkom; smaadheid werd Hem aangedaan in plaats van aanbidding te ontvangen. Zekerlijk en voorwaar, daar is oorzaak voor Zijn smart.

En ten slotte het geheimenis des lijdens. — Gewond, gekneusd, gebonden; door soldaten ruw bespot, en erger nog, het teeken van den uitersten hoon op zijn edel gelaat; de g-eeselroede hare sporen drukkend in den ontvleeschden rug; het bloedig zweet parelend op het voorhoofd; de angstkreet die Hem werd ontperst: «Verlaten, van God verlaten!quot; en de stervenszucht van de brekende lippen, voorwaar, hier was lijden! Wèlmocht Pilatus uitroepen, als om het medelijden op te wekken der schare over zulk een ellende: Zie den mensch!quot;

O Koning des lijdens en der smart! O Man van smarten. Koning met de doornenkroon en het gansch verdorven gelaat, niemand is U ooit nabij gekomen in peillooze en matelooze smart. Wij aanbidden U in Uwe vernedering; meer nog dan Uwe goddelijke heerlijkheid, heeft het lied der verlossing, dat de eeuwen door weerklinkt: »om uwe schuld verbroken, voor uwe schuld

Christus in Jesaja. IO

145

ocr page 160

DE MAN VAN SMARTEN.

vergoten,quot; als de nagalm Uwer liefde tot in den dood, ons hart verwonnen. Om deze oorzaak buigen wij de knieën voor U in sprakelooze aanbidding en leggen ons leven aan Uw voet; ons leven, waarvoor Gij zoo duren losprijs betaaldet!

II. Ommre gevolgtrekkingen.

Ten allen tijde heeft de menschheid ellende en schuld, angst en overtreding, lijden en zonden met elkaar in verband gebracht. Een bizonder lijden werd beschouwd als het teeken eener bizondere overtreding. Te vergeefs bepleitte Job zijn onschuld; zijne vrienden hielden vol dat de oorzaak van zijne vreeselijke beproevingen moest gezocht worden in zonden, die schoon verborgen voor der menschen oog, ongetwijfeld bij hem en bij God bekend waren. De blindgeborene bracht den jongeren des Heeren de vraag op de lippen, of deze dan wel zijne ouders een bizondere misdaad hadden begaan.. En toen op de door den storm gezweepte kust van 't eiland Malta, de hand van Paulus plotseling door een adder werd aangegrepen, besloten de inboorlingen dat hij een moordenaar was, die ofschoon aan de golven der zee ontkomen, de straffende gerechtigheid der goden toch niet kon ontvlieden. Op dezelfde wijze kan wel het oordeel der gedachtelooze schare zijn geweest bij het zien van het nameloos lijden van Christus, dat dit lijden zekerlijk verdiend was. Inderdaad is dit de verklaring van het woord, dat de profeet zijn volk in den mond legt: »Wij achtten Hem, dat

146

ocr page 161

DE MAN VAN SMARTEN.

Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.quot;

Wellicht hebben sommige leden van den Joodschen raad, die in Zijnen dood instemden, medegevoerd tegen beter weten in, door de heftigheid van Kajafas en Annas, toen de avondschaduwen van den gedenkwaardigsten aller dagen over het ledige kruis vielen, zich getroost met de gedachte dat God toch zulk een mate van lijden niet over den Nazarener zou hebben toegelaten, indien Hij niet schuldig ware geweest aan de godslastering, waarvoor Hij ter dood veroordeeld was. In-tusschen deed Jesus Zijnen mond niet open. Zwijgend voor Kajafas, tenzij dan om der waarheid getuigenis te geven, zwijgend voor Herodes, zwijgend voor Pilatus, tenzij dat deze de waarheid begeerde, »werd Hij als een lam ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzoo werd door Hem de mond niet opengedaan.quot;

Waarom zweeg Hij ? Ten deele omdat de Heiland zeer goed wist, hoe onvruchtbaar samenspreking zou zijn met hen, die Hem tot iederen prijs aan het kruis wilden brengen; ten deele omdat Zijne ziel volkomen rustte in Zijnen God, aan Wien Hij zich geheel had overgegeven, wachtende op de ure dat de Vader Hem rechtvaardigen zou. Maar ten voornaamste omdat Hij een eeuwigheidsgeheim in zich omdroeg, de bewustheid n.1. van het doel zijns lijdens; een geheel ander doel dan de menschheid vermoedde, de Goddelijke oplossing van het mysterie der menschelijke schuld. Wij zingen ons hoogste loflied voor degenen die zonder

147

ocr page 162

DE MAX VAX SMARTEX.

eeniin.' klacht om anderer wil lijden; die zwijgend den last \'an smart en pijn dragen, door anderen hen opgelegd; die misverstaan en gehoond, nochtans de lippen op elkaar geklemd houden, opdat geen verwijt hen zou ontsnappen. Hoeveel eerbied en heilig ontzag moesten wij dan niet hebben voor des Heilands zwijgen. Hij kende 't geheim dat aan de Levitische wet ten grondslag lag: zonder bloedstorting geen vergeving; Hij was zich bewust het Lam Gods te zijn dat de zonden dei-wereld zou wegdragen: Het Offer dat aan God behaagt, waarop al de offers zagen.quot; Zijn ziel was rustig in de overtuiging van deze verheven roeping. Hij kon in deze overtuiging zwijgen, totdat Hij door zijn gadeloos offer de zonde te niet gedaan had. Al oordeelden de menschen Hem dan ook valschelijk. God de Vader wist al wat in Zijn hart was. De tijd zou Hem rechtvaardigen; wat Hij thans nog als Zijn Middelaarsgeheim in zich omdroeg, zou eenmaal van de daken gepredikt worden.

Wij mochten allen wel van ons goddelijk Voorbeeld leeren, ook in dit opzicht. Wij zijn er zoo vlug mee om eene verongelijking, beleediging of voorbijziening ons aangedaan, uit te bazuinen. Wij haasten ons om ons gedrag te rechtvaardigen, valsche beschuldigingen te weerspreken, en recht te eischen. Dit is dengenen onwaardig, die het zeker weten hoe (-rod steeds nabij is en over de Zijnen de wacht houdt, hoe Hij zeker hun gerechtigheid aan het licht zal brengen, en hun rechtvaardiging in den vollen dag zal bekend maken. Ver-

148

ocr page 163

DE MAX VAN SMAKTEN.

staan wij het wel: waar wij de hoogste Gerechtigheid aan onze zijde hebben, daar moeten wij ook trachten naeir het goddelijk voorbeeld van Hem, die als Hij leed niet dreigde en als Hij gescholden werd niet weder-schold, onze oogen op te heffen naar de bergen, vanwaar onze hulpe zeker en gewis eens komen zal.

III. Drs lijders rechtvaardiging.

Die rechtvaardiging moge vertoeven, zij komt ten laatste gewis. Zij is gekomen en komt nóg van Christus onzen Heer. Iedere eeuw heeft Zijne goddelijke heerlijkheid slechts te meer bevestigd, zoowel als de waardigheid en majesteit Zijner houding bij Zijn smartelijk lijden en de oneindige waardij van zijn kruisdood.

Hij is dan ook gerechtvaardigd door de diepste overtuiging der menschen. Wij,quot; zoo spreekt de Profeet, wij achtten Hem dat Hij van God geslagen was voor zijne zonden, maar nu weten wij dat Hij onze smarten en onze zonden heeft gedragen, dat Hij om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld, om onzes vredes wil is gekastijd.quot; In andere woorden: de groote waarheid der plaatsvervanging wordt steeds duidelijker aan het geweten der menschen openbaar. Als nooit te voren wordt de leer van het plaatsbekleedend lijden bestraald door het licht der eeuwigheid en doet ons iets van Zijn gadeloos offer begrijpen. Xiet, dat wij ooit zouden kunnen meten of peilen de grootte en de diepte van wat Jesus voor ons

149

ocr page 164

150 DE MAN VAN SMARTEN.

aan het kruis volbracht, maar wij leerden ten minste verstaan dat Zijn lijden de verlossing der menschheid heeft verzekerd en de fondamenten gelegd heeft van een Tempel, welks muren zaligheid, en welks poorten een lofakkoord zijn. Deze veldwinnende overtuiging is een deel van Christus' rechtvaardiging.

Trouwens iedere ziel, overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel, overtuigd van verlossing-, barmhartigheid en genade, rechtvaardigt den Heiland in hare onvoorwaardelijke overgave aan Hem. Telken male als een zondaar tot Hem vliedt en bij Hem genezing, vrede, zaligheid en verlossing, reiniging in Zijn dierbaar bloed, en een schuilplaats onder de uitgestrekte armen aan het kruis vindt; telkenmale als gij, of wel gij, mijn lezer. Zijne ziel als een schuldoffer voor uwe ziel aangrijpt, dan ziet Hij zaad van den arbeid Zijner ziel en is voldaan; dan wordt Hij gerechtvaardigd en beloond voor Zijn lijden.

Ten slotte is Hij volkomen gerechtvaardigd door Zijne verhooging ter rechterhand der kracht Gods. »Gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en den Vorst des Levens hebt gij gedood. Welken God opgewekt heeft uit de dooden.quot; Ziet, dat zet de kroon op Zijn goddelijk hoofd, dat Hij gezeten is in Zijns Vaders troon, bekleed met alle macht en in staat om volkomen zalig te maken, allen die tot Hem komen. Iedere lofzang van engel of seraph, iedere toon der aanbidding en hulde van ons onbekende wezens, iedere kroon aan zijn voet, of palm voor Hem gewuifd, iedere

ocr page 165

DE MAN VAN SMARTEN.

151

toebrenging van lof en aanbidding, terwijl de eeuwen voorbijsnellen; Zijn opwekking van de dooden, Zijn plaats in den grooten witten troon; Zijne eeuwigdurende regeering — dat alles te samen en afzonderlijk bewijst de rechtvaardiging Zijns Vaders. »Hij zal de machtigen als een roof deelen.quot;

De hemel opent zich En groet zijn grooten Koning!

ocr page 166

HOOFDSTUK XVII.

GELOOF ALS EEX VLASWIEK. Jesaja 53 : i ; Joh. 11 : 40.

Wie zal het woord, dat ons verkondigd werd, gelooven? En wien werd d' arm des Heeren geopenbaard?

Gelijk een rijsje schiet hij voor Gods oog naar boven, Gelijk een wortel uit een dorstige aard.

G. JONCKBLOET.

Het kan niet ernstig genoeg gezegd worden, dat ons geloof de mate bepaalt van (rods geestelijke zegeningen; ook ons, nog evenals toen de Heiland op aarde was, geschiedt naar ons geloof. Gods helpende, reddende, verlossende arm moge nabij zijn. Hij kan slechts Zijn werk doen, als wij Hem aangrijpen in 't geloof. Het negatieve en positieve van deze groote en gewichtige waarheid wordt in de beide hierboven aangehaalde teksten in het licht gesteld. De eene klaagt dat de arm des Heeren niet is geopenbaard, omdat de prediking der Godsgedachte niet is geloofd; de andere

ocr page 167

GELOOF ALS EEN' VLASWEEK. 153

bevestigt bij monde van den Meester zelf, dat zij die gelooven de heerlijkheid Gods zullen zien. Beide Godswoorden zullen ons duidelijk maken, waarom sommigen, die zoo uitnemend toegerust zijn tot den arbeid, schipbreuk lijden, terwijl anderen met veel mindere begaafdheden groote en heerlijke dingen tot stand brengen.

I. Dc arm des Ifcrren.

Deze uitdrukking wordt in het Oude Verbond dikwerf aangetroffen en beteekent overal de werkdadige, verlossende macht des Allerhoogsten. Wij ontmoeten de uitdrukking het eerst in 's Heeren woord tot Aiozes: Ik zal u verlossen door eenen uitgestrekten arm.quot; Daarna in den triomfgalm, die daar opsteeg uit de duizenden Israels, toen zij door de Roode Zee waren doorgegaan, en verder in menige bladzijde van Deu-teronomium. Het is een geliefkoosde uitdrukking bij de dichters en profeten Israels: »de arm die verlossing aanbrengt; de heilige, dc heerlijke arm Gods.quot;

Daarnaast hebben wij nu te beschouwen welke de verhouding is tusschen het geloof en de openbaring van Gods verlossende macht. Gods arm was uitgestrekt bij de Roode Zee en maakte een pad door de diepte, waarover Zijn volk kon gaan. Toen had dat volk niet anders dan een lofpsalm, maar hun geloof bezweek later meermalen gedurende de veertigjarige omzwerving in de woestijn.

(■rods arm was uitgestrekt bij den Jordaan, en heel

ocr page 168

1,54 GELOOF ALS EEN VLASWIEK.

dien gedenkwaardiger! loopbaan van Josua; hij kliefde de wateren der rivier, wierp de muren van Jericho neer, sloeg de legers der bondgenooten op de vlucht; liet den loop der zon stilstaan, en gaf het Land der Belofte aan het volk der verkiezing; en dit alles, omdat Josua niet wankelde in zijn heldhaftig en onwrikbaar vertrouwen. Die arm zonk echter in machtelooze rust neder, toen in de dagen der richters het volk het geloof, waarvoor niets onmogelijk zou blijken te zijn, had prijsgegeven. Zoodra het smeulend vuur weer opvlamde uit de asch, in de dagen van Gideon, Jefta en Simson, werd terstond de arm des Heeren uitgestrekt. De arm des Heeren openbaarde zich in de dagen toen Davids geloof zich bewust was dat de levende God nog woonde te midden van zijn volk en machtig was om te verlossen zonder malie, schild of speer. Welk een heldere tijd des geloofs en der kracht was dat! Hoe hebben de helden van Adullam's spelonk de uitreddingen en de kracht Gods ervaren! Wederom echter daalde die arm en gedoogde Hij dat de vijanden van Zijn volk hunne dwingelandij uitoefenden tot in Israels ballingschap toe, omdat Israels geloof was wegge-vaagd als een morgenwolk en omdat het evenals Salomo's tempel tot verwoesting en smaadheid was geworden.

Waartoe zouden wij verder gaan? De Hebreen Brief toont het ons. hoe al de groote daden en tijdperken van Israels geschiedenis hun bron en oorzaak vonden in het geloof aan de rechterhand van Hem, die een Belooner is dergenen die Hem zoeken.

ocr page 169

GELOOF ALS EEX VLASWIEK.

II. Het Leven van den Zoon des menschen.

Zooals het 53ste Hoofdstuk het ons schildert is het in menig opzicht een verloren leven. De arm des Heeren was in Hem, maar verborgen voor ieder behalve het kleine kuddeke dat in Hem geloofde. Waarschijnlijk heeft onze Heer nooit een wonder verricht, tenzij dat bij deze beweldadigden of bij de toeschouwers, het geloof krachtig werkte. De Centurion ofschoon een heiden, de Syro-phenicische vrouw schoon tot de honden gerekend; de melaatsche hoewel een verworpeling der maatschappij - voor hen allen ging genezende kracht van Hem uit, terwijl daarentegen de groote menigte en vooral de stad zijner inwoning den zegen moesten derven, die hén zoo nabij was gekomen, omdat zij zich in trotsche onverschilligheid hadden gehuld. Door ongeloof werden de bakken beroofd van den rijkdom, van den Wortel Davids. En de toestand van het heden-daagsche Israël is de vrucht van een volhardend ongeloof, dat hen de hulp van den sterken arm des Heeren heeft afgesneden.

III. Een bizonder geval.

Twee dagen nog vertoefde de Christus aan de overzijde der Jordaan, hoe dringend men Hem ook behoefde te Bethanië waar het leven zachtkens wegzonk en tranen vloeiden en verlangende oogen naar Hem uitzagen. Welk een gevoel van verlatenheid en raadselachtigheid moet hen hebben aangegrepen omdat de dierbaarste vriend die zij bezaten niet kwam. De Meester intusschen was

1,55

ocr page 170

GELOOF ALS EEN VLASWIEK.

zich zeer wel bewust van alles wat plaats greep. Hij wist dat de ziekte naar het graf geleid had, en zeide daarom: »Lazarus onze vriend slaapt.quot; Die dagen van stilte en afwezigheid heeft Hij blijkbaar gebeden. Hij zinspeelt daarop bij het graf, waar Hij bidt dat Zijns Vaders naam verheerlijkt worde. Eer Hij Zijn schuilplaats verliet wist Hij, dat de Vader Hem, in zijn menschelijke natuur, het leven van den vriend geschonken had. xlk gaquot; sprak Hij, om hem uit den slaap op te wekken en Ik ben blijde om uwentwil dat Ik daar niet geweest ben. opdat gij gelooven moogt.quot; Maar zelfs toen de Heiland naar Bethanie ging met de zeer vaste verzekerdheid dat de arm des Heeren zich zeker openbaren zou, begeerde Hij toch ook daar de medewerking en sympathie van iemands geloof. Hij ontdekte dait geloof in Martha! Dit is voor ons inderdaad een verrassend en tevens een vertroostend bericht. Het zou ons niet verwonderd hebben te vernemen dat het in Maria aanwezig was, omdat hare geestelijke natuur zoo na aan de Zijne verwant was, en zij Zijn woorden zoo diep ingedronken had, en vatbaar was voor zulk een algeheele toewijding en overgave. Maar wij hadden bij Martha niet zulk een mate van geloof verwacht, dat zij de levensmacht van den Heiland in verband durfde brengen met de grafspelonk waar Lazarus sints vier dagen dood nederlag. Toch was het aldus. Zij kwam den Heiland tegemoet met de verzekering dat Hij macht genoeg bezat om den dood te hebben afgewend, indien Hij slechts tijdig gekomen ware; zij sprak haar

ocr page 171

GELOOF ALS EEN' VLASWIEK. 157

geloof uit dat Zijn gebed den wil Gods kon beheer-schen en beleed dat zij reeds sedert lang in hare ziel geloofd had, dat Hij de Christus, de Zone Gods was die in de wereld komen zou. Deze belijdenis toonde diit het geloof reeds woonde in hare ziel, zooals het mosterdzaad, dat slechts de zomerzon van Gods genade behoeft om tot ontwikkeling te komen.

Desgelijks zijn er nog vele ernstige christenen wier levenskracht tot het uiterste in beslag is genomen door hun arbeid voor anderen; die zóóveel om handen hebben. dat zij schijnbaar geen tijd hebben om zich aan de voeten van Jesus te zetten en zich van Hem in de stilte te laten leeren. Voor apathieke christenen, die nimmer werden voortgedreven door den adem des Geestes om zielen te brengen, te trekken, tot het algenoegzame maar ook alleen-genoegzame kruis der Verzoening, vooral voor dezulken zijn deze lieden een zeer vruchtbaar terrein van bespiegeling. O men is zoo spoedig geneigd tot het oordeel dat de werkzame, de toch waarlijk door den Geest Gods voortgedrevene, de stem des Meesters niet kan beluisteren. Alsof de Meester niet spreken kan tot de ziel, bij en onder den arbeid waartoe Hij roept; alsof Hij niet voor sommigen onzer juist den arbeid gebruikt als een hefboom des geloofs, om het geestelijk leven te verwakkeren en door het gevoel van onbekwaamheid voor de levenstaak die 1-1ij op de schouders legde hen dieper weet in te leiden in Zijn gemeenschap. Martha's loon is eene belofte: »Uw broeder zal weder opstaan.quot; Het geloof leeft van

ocr page 172

I,5Ö GELOOF ALS EEN VLASWIEK.

beloften, zooals het smeulend haardvuur leeft van bijgevoegde takken. Wanneer wij zien op de omstandigheden dan verliezen wij den moed, deinzen terug en bezwijken. Maar als wij zien op het klare, duidelijke, krachtige Godswoord, en daardoor op Hem die het spreekt, dan worden wij als Abraham krachtig in het geloof en verzekerd dat God doet wat Hij belooft. Daarom houden wij Gods Woord in eere, worde dat op nieuw het Brood dat ons de ziele spijzigt, het voedsel waarbij wij leven. Het geloof komt door het gehoor, - - luisteren wij dan naar de gewijde bladen waarin God zelf, de Onverwinbare, de Onveranderlijke, de Almachtige tot ons spreekt; dat luisteren der ziel, zal het geloof in ons wekken, en des Heeren arm zal ook aan en in ons geopenbaard worden.

Martha was vast overtuigd dat Lazarus zoude opstaan ten jongsten dage, maar zij had geen geloof in de onmiddellijke herleving van het lichaam, dat daar achter dien grafsteen was weggeborgen. De ],even wekker toonde haar dat die gel oofs ver wachting wel degelijk terstond in vervulling kón gaan. »Ik ben de Opstanding en het Leven.quot; Trachten wij ons dien diepen zin van dit goddelijk »Ik benquot; eens in te denken. Het is de tegenwoordige tijd van den Eeuwige. Bij het brandend braambosch was het de eerste les die Mozes te leeren had. God is de gt;:Ik benquot;. Hij - is; Hij is hier en overal; Hij is bereid en machtig om nu te doen datgene wat Hij vroeger deed en doen zal en kan in de toekomst die nog aanstaande is. Wij zijn zoo geneigd

ocr page 173

GELOOF ALS EEN VLASWIEK.

om het goddelijke en wonderbare te verdagen totdat de een of andere grenslijn is bereikt en overschreden. God heeft gezegend, en Hij zal blijven zegenen. God deed wonderen bij den eersten Advent, en Hij zal ze herhalen bij de wederkomst. Het tegenwoordige is echter het tijdperk van 't goddelijk stilzwijgen — zoo meenen wij. O konden wij slechts in eenvoudigheid maar met heel de ziel, gelooven dat Hij ook nu nog alles voor de ziel wil zijn, wat Hij ooit geweest is. O, konden wij Hem tot onze ziel hooren zeggen: Ik ben de opstanding voor iederen doode; Ik ben het Leven, het volle Leven voor allen die in Mij gelooven!quot;

Hij wil dat wij Zijne zegeningen zullen verwachten. Waarom anders zou Hij gevraagd hebben, dat men den steen wegnam. Zeker is het toch dat Zijn stem het oor van den doode evengoed door den steenen ingang heen zou bereikt hebben ; en dat, indien Hij gewild hadde. Lazarus uit het graf had kunnen te voorschijn komen, ondanks het verzegelde graf. Het is daarom ontwijfelbaar dat het bevel tot wegneming van den grafsteen geschiedde om Martha's verwachting en hoop op te wekken, dat de arm des Heeren zich terstond, in dit oogenblik, zou openbaren. En Zijn woord had den ge-wenschten uitslag. Eerst tracht zij met haastige afwering de uitvoering van Zijn bevel tegen te gaan, maar toen de Heer volhardde, en haar herinnerde dat dit de gelegenheid was om haar geloof te toonen, toen sprong hare ziel op binnen in haar vol blijde verwachting over hetgeen Hij doen zoude. Zij geloofde en als loon van

159

ocr page 174

l6o GELOOF ALS EEN N'LASW'IEK.

haar geloof aanschouwde zij de heerlijkheid ( rods in het aangezicht van Jesus Christus.

Ons levensdoel, ons heerlijk, ons eenig levensdoel moest zijn Christus en de doode Lazarussen tot elkander te brengen. De dood moet wijken waar Hij komt, zoo goed als de nacht wijkt wanneer de zon opkomt. Onreinheid en zonde moeten vlieden voor Hem, Wien de Vader het leven gegeven heeft, en die gekomen is opdat ook wij het leven en overvloed zouden hebben. Laat ons geloof de toegang verleenen aan den grooten Levenwekker in onzen maatschappelijken kring, bij onze levenstaak, in onze woning. Xiets, niets ter wereld kan Zijn gemis vergoeden. Geen welsprekendheid, geen populariteit, geen aanzien en eer, geen geleerdheid, geen rijkdom kunnen bevredigen. De Heiland, de eeuwige Levensbron, de Eeuwiglevende, Hij alleen heeft verzadiging voor iederen honger der ziel; Hij alleen heeft de sleutels van het doodenrijk, ook dat doodenrijk, waarin zoo menige ziel begraven ligt, die toch ook tot eeuwig leven is geroepen en aangelegd.

Begeeren wij dan toch ernstig van den Heer Jesus Christus, den Vorst des levens, den Heilaanbrenger, den Doodenwekker, den Koning der eeuwigheid, dat Hij zulk een geloof in ons wekke; dat Hij het in ons tot ontkieming en ontwikkeling brenge door elk tuchtmiddel, iedere opvoedingsmethode, die Hij voor ons noodig keurt; opdat wij zoodoende vatbaar mogen worden voor de openbaringquot; van den arm des Heeren in ons leven, ter verheerlijking Zijns Xaams.

ocr page 175

HOOFDSTUK XVIII.

HET SCHULDOFFER VOOR ONZE ZIEL. Jesaja 53 : 10,

Wel wilde Hem de Heer vermorselen door lijden;

Maar geeft Hij zich als boetend' Offerand',

Dan zal Hij d' eeuwen door zich in Zijn komst verblijden, En 't werk van God voltooid zien door Zijn hand.

G. JONCKBLOET.

Het is zeker vreemd en raadselachtig, maar het blijft niettemin waar, dat de droevigste, donkerste dag die ooit voor de wereld aanbrak, bestemd was om de droefheid te genezen en de duisternis voor eeuwig te verdrijven. Het is tot den lijdenden Verlosser, dat liefhebbende harten de toevlucht nemen in hunne smartelijkste, donkerste, en schuldbewuste uren, om bij Hem troost, hulp en licht te vinden. Ongetwijfeld is ook dat een der redenen, waarom de Schrift zooveel nadruk legt op het wondervolle Kruis, en dat Profeten en Evangelisten zoo uitvoerig de stervensure beschrijven Christus in Jesaja. 11

ocr page 176

162 HET SCHULDOFFER VOOR ONZE ZIEL.

van Hem, Wiens dood den dood heeft te niet gedaan, voor allen die er den diepen zin van leerden verstaan.

Hoe uitvoerig is de diepe beteekenis van het Kruis in dit 53ste Hoofdstuk door den Profeet uitgewerkt. Als om de mogelijkheid van misvatting onmogelijk te maken, worden wij er telkens opnieuw aan herinnerd, dat het sterven van den Knecht Gods geen gewone gebeurtenis was, maar zich onderscheidde van iederen anderen dood, van alle martelaarschap en ieder offer, door zijn eenige en eenzame grootheid als de eenig volmaakte en algenoegzame offerande voor de zonden der geheele wereld. Elke denkbare uitdrukking wordt gebruikt om de gedachte duidelijk voor te stellen, dat de ontzachelijke doodstrijd niet het gevolg was van eenige bizondere zonde aan de zijde van den Lijder, zooals de oppervlakkige toeschouwer zou kunnen denken, maar dat Hij om onze overtredingen is verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld, dat Zijne striemen door ons verdiend waren en dat Hij de straf droeg die ons den vrede aanbrengt. De gedachte van den Profeet zal duidelijk en vruchtbaar voor ons leven worden, wanneer wij in de eerste plaats der menschen lot gadeslaan; ten tweede het geheel eenige en onderscheidende van Jesus' lot; en ten laatste de hoofdidee van het profetenwoord op onze eigen ervaring toepassen.

1. Der menschen lot.

Het kan worden samengevat in drie woorden: lijden, zonde, dood. Lijden. De natuur is heerlijk schoon, maar

ocr page 177

HET SCHULDOFFER VOOR ONZE ZIEL. 163

haar helderste tooneelen bedekken maar al te doorzichtig het lijden dat landen en wereldzeeën doortrekt. In de zonnige woudopeningen, waar het voorjaar zijn eerste veldbloemen liet ontluiken, hoort men den kreet van het in den valstrik gelokte konijn. Van uit den blauwen zonnenhemel daalt de adelaar neer op het weiland. De kalme oppervlakte van het meer wordt bewogen door de worsteling van de stekelbaars, om den snoek niet ten prooi te vallen. De gansche natuur zucht en weeklaagt als in banden; hoeveel te moer het menschenleven!

Onze kinderen met hun vroolijk lachen en opgeruimde scherts zullen weldra gebogen staan over het sterfbed hunner ouders; of gebukt gaan onder de strenge tucht, die een onvermijdelijk deel van onze aardsche bestemming schijnt. Men kan geen straat doorgaan zonder den kreet van een zuigeling te hooren; geen huis bezoeken waar geen schaduw is binnengedrongen. Vroeger of later heeft ieder mensch den strijd te strijden met de duistere machten, die de wereld willen overheerschen: smart, scheiding, dood; zonde, wroeging, berouw. — En geen sterveling is daar, die niet diep in de ziel, al was 't maar één uur van zijn leven, de waarheid van 't Godswoord ervaren heeft: Uwe onge-rechtigheden maken eene scheiding tusschen u en uwen God, uwe zonden verbergen Zijn aangezicht van u, dat Hij niet hoort. De achtergrond van alle leed dat ons wedervaart is een mysterie, dat op eenigerlei wijze de oplossing geeft van elk waarom?quot; Wij hebben wat

ocr page 178

164 HEÏ SCHULDOFFER VOOR ONZE ZIEL.

goed was veracht of voorbijgezien; wat recht was verdraaid. Wij hebben gedaan wat wij niet mochten doen en nagelaten wat wij verplicht waren geweest. Wij hebben in ieder geval, o zoo vaak, onzen weg verdorven, - Velen zijn er, die dat niet aan zichzelven en aan hunnen God bekennen willen. Daarom werpt men zich in een maalstroom van zaken en wereldsche belangen; daarom reist men naar stad en land, om in onophoudelijke afwisseling zoowel als in luidruchtige vroolijkheid zichzelven te vergeten. Inderdaad, het grootste deel der menschen maakt den indruk, dat men zichzelf ontloopt en de stem des gewetens smoort en alles, alles aangrijpt, wat één oogenblik van vergetelheid belooft. Toch het is het voorrecht van den mensch van Gods geslacht — toch laat zich de stem daarbinnen niet smoren, maar fluistert zij telkens weer tot de ziel: Gij, gij zijt die man.quot;

Het is onder en door dit onuitroeibaar gevoel van zonde en schuld, dat de wereld bezaaid is geworden met altaren, tempels en kerken. Waar op aarde menschen wonen, daar verraden godsdienstige daden het gevoel van zonde en schuld, dat bereid is vaten met olie, en kudden schapen, ja het eigen kroost te offeren, om de knagingen des gewetens te doen bedaren.

Het menschelijk geweten verbindt zonde en dood als onafscheidelijk bijeen hoorende. Lang voor dat de zendbrief aan de Romeinen geschreven was, had het handschrift der menschelijke ervaring- bevestigd en getuigd dat de dood tot alle menschen was doorgedrongen,

ocr page 179

HET SCHULDOFFER VOOR ONZE ZIEL. 1O5

omdat allen gezondigd hadden. Om deze reden kunnen wij nooit verzoend raken met den dood. Noem dien dood bij zijn zachtste benamingen; spreek er zeer luchtig over als van een overgang, een doortocht; spreek van de overwinning van Jesus Christus, die den dood te niet deed en het leven en de onverderfelijkheid aan liet licht heeft gebracht; nochtans, niemand zal ooit het denkbeeld dood kunnen afscheiden van het denkbeeld zonde. Smart, zonde en dood zijn onafscheidelijk in 't menschelijk leven.

II. Het oiidrrschridcndc vau Jesus' hf.

De Knecht Gods biedt ons een merkwaardige uitzondering aan op het algemeene lot der menschen. Niet in Zijn lijden, want Hij was een Man van Smarten, verzocht door krankheden en smart; niet in Zijn dood, want Hij stierf vele dooden aan het smadelijk kruis; maar in Zijn volmaakte onschuld en deugd, tiij heeft geen onrecht gedaan, noch is er bedrog in Zijnen mond geweest. Beschouwen wij dit feit met de da,aruit voortvloeiende gevolgtrekkingen nader. In dit Hoofdstuk lezen wij van smart, zooals ze in heel de wereld aain-wezig is. Het verdorven gelaat doet ons een waar \'er haal, want de troebele stroom van ongekende smart heeft des Lijders hart overstroomd. Verworpen en veracht, gewond en verbrijzeld, ter slachting gquot;eleid en afgesneden van het land der levenden te midden van smaadheid en wreedheid, alzoo heeft de Knecht (rods

ocr page 180

HET SCHULDOFFER VOOR ONZE ZIEL.

elke denkbare smart ervaren; tot den bodem toe iederen beker geledigd; iedere periode van het lijdensgebied doorgemaakt. In Zijn geval komen de gevolgtrekkingen, die men zoo geneigd is te maken, niet uit.

Wie heeft er gezondigd, deze blindgeborene of zijne ouders?quot; zoo vragen wij haastig. Bij Jesus Christus, den Man van Smarten, laat ons deze gewone uitleg ten eenenmale in den steek tegenover Zijn onuitsprekelijk lijden. Zijn leven werd met microscopische zorg en nauwkeurigheid nagegaan, om een enkel vlekje te ontdekken, dat Zijne veroordeeling kon rechtvaardigen. Zijn geheimste omgang met Zijne discipelen en vrienden werd uitgeplozen door het scherpe oog van den verrader. met het doel om daarin eene verontschuldiging te vinden voor zijne zwarte misdaad. Alles was echter te vergeefs. Pilatus en Herodes beiden bevestigden Zijne onschuld. Ten slotte gaf Hij, die zachtmoedig en nederig was boven alle menschen op den aardbodem. Zijn leven gewillig over met de uitdaging aan de wereld: Wie uwer overtuigt Mij van zonde?quot; Wij zien het. daar moet dus een andere uitleg- zijn, die het lijden van den zondeloozen Heiland verklaart.

Deze uitleg lag als een hieroglyph en schrift verborgen in den Levietischen offerdienst, die het Offer dat aan G-od behaagt, waarop al de offers zagen,quot; afscha-duwde. jaar in, jaar uit werd het leven van duizende bij duizende onschuldige slachtoffers overgegeven en hun levensbloed geplengd, niet voor hun eigen schuld, maar voor de zonden dergenen, die hen op Gods altaar

ocr page 181

HET SCHULDOFFER VOOR ONZE ZIEL. 167

legden. Voor den meest onwetenden toeschouwer, geheel afgescheiden van en ongerekend de onthullingen in den Hebreen brief, was het duidelijk dat hun lijden ten eenenmale aan anderer zonden te wijten was. Dit werpt een licht op de eene offerande van Golgotha (Rom. 5 : 8).

Door de leiding des Geestes Gods leerde men aldus van vers 4 tot de gevolgtrekking van vers 5 komen. In plaats van Christus langer te beschouwen als geplaagd. van God geslagen en verdrukt, begon men te zien dat Hij onze smarten gedragen, ons lijden geleden had, en voor onze zonden gestorven was. Dat Hij het Lam Gods was, dat de zonden der wereld wegdroeg; dat Zijn dood de vrijwillige plaatsbekleeding was voor een wereld van overtreders. Deze conclusiën, hier uitgedrukt als de uitspraak der menschelijke conscientie, werpen een licht op heel Zijn geschiedenis en worden bevestigd door de eenstemmigheid, waarmede heel het Nieuwe Testament de gedachte predikt: Hij werd zonde voor ons gemaakt. Hij die geen zonde gekend heeft.quot; Door Zijn daad der gerechtigheid kwam de genadegift Gods tot ^llle menschen.

Ziedaar de groote, eenige uitzondering, die een nieuw licht heeft geworpen op het mysterie van smart en lijden. Het is mogelijk dat er nog ander lijden is, dat in lageren zin en kleiner mate ook verzoenend is, en Gods plan uitwerkt in anderer leven. Nochtans, niemand heeft ooit de zonde geheel kunnen verzoenen; niemand kan zijns broeders ziel lossen.

ocr page 182

HET SCHULDOFFER VAN ONZE ZIEL.

111. Op persoonlijke ervaring toegepast.

-Gij moet zijn ziel tot een schuldoffer stellen.quot; Die uitdrukking »schuldofferquot; komt voor in Leviticus. Indien iemand tegenover den heiligen dienst des Heeren overtreden had, dan moest hij uit zijn kudde een ram zoeken zonder gebrek. Dit was zijn schuldoffer. Hij moest een geldboete betalen voor de overtreding, maar de verzoening geschiedde door het offer vein het dier. sDe priester zal voor hem van wege zijne zonde verzoening doen en het zal hem vergeven worden.quot; Lev. 5.

Eveneens indien iemand tegen zijn naaste gezondigd had. hetzij door afpersing of door roof, dan moest hij niet alleen het ontvreemde wedergeven, maar ook den Heer zijn schuldoffer brengen een volkomen ram uit de kudde, en de priester zal voor hem verzoening doen voor den Heerquot; (Lev. 6).

[s daar wel iemand onder ons die geen overtreding begaan, en gezondigd heeft tegenover de heilige dingen des Heeren? Die niet een heilige opdracht verwaarloosd, Gods heilige gemeenschap veronachtzaamd, den Tempel, der ziel verontreinigd heeft? Wanneer wij ons deze dingen voor den geest roepen dan leggen wij de hand op den mond en staan schuldig voor God.

Is daar iemand die niet vaak te kort kwam in zijn plicht tegenover den naaste of den vriend ? Ook zelfs dan wanneer wij niet in de bizondere gevallen in de oude wet genoemd, overtreden hebben; ook zelfs dan

ocr page 183

HET SCHULDOFFER VOOR OXZE ZIEL. 169

als ons geweten ons vrijspreekt van ontvreemding, afpersing of roof — zijn, daar toch niet vaak tekortkomingen volgens den standaard der zuivere christelijke liefde? Hoe ligt wordt een minachtend woord gesproken, dat den naaste zijne eer ontneemt; hoe dikwijls wordt er gezwegen, waar men een woord ter verdediging of rechtvaardiging van den valschelijk beschuldigde had moeten inbrengen. Mozes reeds leerde dat dit niet alleen zonde tegen den naaste maar ook tegen God was. \Vas het niet zulk een zonde tegen den naaste die David deed uitroepen; Tegen U, U alleen heb ik gezondigd, en gedaan wat kwaad was in Uwe oogen?quot;

Hoe zeer hebben wij behoefte aan het schuldoffer! Indien de Israëliet dit bij zijn schemerlicht reeds gevoelde, hoeveel meer moeten zij het beseffen die weten dat elke zonde niet alleen een misslag maar een misdrijf is, die de eeuwige wet der gerechtigheid schendt en een onvermijdelijke straf aanbrengt, tenzij dat een ander die voor ons voldoet.

Men moge het verklaren zooals men wil, het is en blijft evenwel een onomstootelijk feit in ons innerlijk bewustzijn, dat het gevoel van schuld ons voor den rechterstoel der eeuwige gerechtigheid daagt en ons bedreigt dat wij niet vrij zullen uitgaan, tenzij wij tot den laatsten penning toe betaald hebben.

Dan, als 't zoover met ons bewustzijn en onze zelfkennis gekomen is, zien wij rond naar een pleitbezorger, een middelaar, naar een die niet alleen onze zaak zal bepleiten voor de hoogste rechtbank, maar die zal tus-

ocr page 184

EEX SCHULDOFFER VOOR ONZE ZIEL.

schen treden om de verdiende straf af te wenden door ze zelf voor ons te dragen. In zulke oogenblikken van ons leven, stellen wij Zijne ziel tot een schuldoffer.

Wanneer gij dan mijn broeder of zuster, ter aarde gebogen wordt, door de herinnering aan vroegere zonden, wanneer diepgaande smart bijna vergeten zonden u voor den geest roept; wanneer de schuld zich voor u opstapelt bergen hoog; wanneer het ontdekkend licht van (rods eeuwige waarheid de donkerste schuilhoek van uwe ziel beschijnt, en al de ongerechtigheden die daan-wonen openlegt; wanneer de zondemacht u de baas is geworden en u tot een val heeft gebracht; wanneer herhaalde struikelingen u doen denken dat vergeving onmogelijk is o zoek dan, nader dan tot den genade-troon, waar het ongeschapen licht woont binnen de Cherubims, en aanvaard dan Zijne ziel tot een schuldoffer, Hij gaf Zijne ziel in in den dood; opdat ze u ten leven zou worden. Daar wordt geen enkel bezwaar op uwen weg geplaatst; vrijmoedig kunt gij tot het altaar naderen; geen hinderpaal houdt uwe nadering tegen; geen gordijn maakt een afscheiding tusschen u en uwen Hoogepriester, die ook uw Zoenoffer is. De toegang tot het heiligdom is open; aarzel dan niet.

Dit is de weg, de eenige weg tot uwen vrede. En dit wederom is het bewijs voor de waarheid des Evangelies, dat volstrekte rust, volkomen vrede, he?t deel der ziel wordt, die de verzoening uit ware behoefte aangrijpt. Geloof in Jesus Christus als uw Verzoener en Verlosser; niet aan Hem, maar in Hem, niet in

ocr page 185

HET SCHULDOFFER VOOR OXZE ZIEL.

Zijn dood, maar in Hem die stierf en uit de dooden opstond • en onmiddelijk zult gij u van een vrede bewust zijn, die alle verstand te boven gaat, omdat het diepst van uw ziel door Hem verzadigd wordt. De vrede der wereld gaat voorbij, de vrede Gods is alles bezielend en overheerschend. Wilt gij dien vrede .J Neem dan het schuldoffer aan dat voor uwe ziel gesteld is. Dan wordt de smart niet gebannen uit uw leven, maar het wordt omschenen door hemelsch licht. Dan kunt gij alle lijden dragen met steeds nieuwe kracht en berusting. Dan heeft de dood zijn prikkel voor u verloren.

Aldus heeft de donkerste dag die ooit voor de wereld aanbrak, stralen van hoop en blijdschap in de wereld doen schijnen, en ons weer in verbinding gesteld met dat Land der heerlijkheid, waar geen nacht zijn zal, noch smart, noch droefheid, noch rouw, en (xod alle tranen zal afwisschen.

ocr page 186

HOOFDSTUK XIX.

DE VERZADIGING VAX DEN MESSIAS. Jesaja 53 : 11.

Om 't zwoegen Zijner ziel, zal volle vreugd Hem streelen,

En Hij, mijn Knecht, die zonde en onrecht haat, Zal door Zijn heilige leer, rechtvaardigen die velen,

Wier zondenschuld Hij op Zijn schouders laadt.

G. JONCKBLOET.

Verzadiging! Zeer enkelen maar kunnen dat woord op zichzelven toepassen aan deze zijde van het grensland. De bergbeklimmer kan liet niet, zoolang daar voor hem ontoegankelijke rotstoppen zijn. Dc overwinnaar die de wereld heeft doorloopen, kan het niet, hij betreurt het dat er niet meer werelden te overwinnen zijn; de wijsgeer kan het niet, al heeft hij al de verborgen harmoniën der natuur ontdekt, want zijn lichtkring bereikt slechts den buitensten omtrek van het duistere onbekende. Zelfs de christen kan het woord niet spreken, daar hij het nog niet gegrepen heeft en nog

ocr page 187

DE VERZADIGING VAN DEN MESSIAS. 173

niet volmaakt is. Maar Christus heeft de verzadiging gekend, en geniet al de diepte der blijdschap sedert Hij het kruis heeft verdragen en de schande veracht.

Welke dan ook de mate en het karakter der vreugde moge geweest zijn, die Hij bij den Vader had eerdat het heelal werd voortgebracht, zij zal zeker in innerlijke waarde wegvallen voor die blijdschap welke tot in alle eeuwigheid zich voor Hem zal vermeerderen, als het loon van Zijn zelfovergave aan het Kruis. Deze onuitsprekelijke diepe en heerlijke waarheid kunnen wij van vier gezichtspunten bezien; Daar is geen verzadiging buiten de liefde. Daar kan voor zondige, afgedwaalde zielen g-een liefde zijn zonder arbeid. Daar is geen arbeid zonder vergeldende blijdschap. De verworven zegen zal in evenredigheid zijn met den arbeid en het ondervonden leed.

I. De arbeid Zijn er ziel. Hij leed door Zijn diep mede gevoel met het lijden dat de zonde over de mensch-heid gebracht had. Hij zag met nog geheel andere oogen, dan ook de besten onzer deze dingen bezien, hoe de zwakke door den sterke verdrukt, het hulpeloos slachtoffer door hebzucht en onreinen hartstocht vervolgd werd; hoe moeders weenden om de kinderen die haar van 't hart waren gescheurd. Hij hoorde de jammerklacht van heel de wereldsmart; een jammerklacht, waarin het gekrijt der zuigelingen, het gillen en kermen der vrouw, met de diepe smarttoonen der mannen, tot een ontzachelijk akkoord ineensmolten. Hij zuchtte over dooven en stommen, had ontferming met de me-

ocr page 188

174 DE VERZADIGING VAX DEX MESSIAS.

laatschen, weende bij de graven; wat de doorntak voor de ontblootte voet is, diit moet die wereld voor Zijn medelijdend hart geweest zijn.

Hij moet ook pijnlijk getroffen zijn geweest doorde verwerping van degenen die Hij zoo gaarne bijeen had vergaderd, gelijk een hen hare kiekens onder de vleugels bijeenvergadert. Is daar een smaadwoord dat zij Hem niet naar 't hoofd geworpen hebben ? eene beleediging' die Hij ontgaan is? Eene haatuiting waar mee de eene mensch de andere zoo pijnlijk kan wonden, die niet op Hem afgeslingerd is? Werd niet Zijn hemelsche liefde vergolden met een haat die in de hel geboren was?

Maar dit alles valt geheel in de schaduw weg, vergeleken bij die andere diepe smart die Hij geleden heeft, als het plaatsvervullend offer voor de schuld der menschheid. In een volgend vers lezen wij dat; »Hij Zijne ziel heeft uitgestort in den dood.quot; Dat was een vrijwillige daad, waartoe 11 ij werd aangegord door de oneindige liefde, die Hem Zijne ziel tot een schuldoffer deed stellen voor de zonde. Wat leed Jesus toch eigenlijk aan dat hout der schande? Nauwelijks zal Hij de lichaamssmart gevoeld hebben onder den druk dier zondenlast, dien Hij voor ons datir droegquot;. Hij was gewond niet alleen in Zijn gevoelig lichaam, maar ook en vooral in Zijn heilig liefhebbend hart. Hij was verbrijzeld tusschen den maalsteen van Gods gerechtigheid en waarheid. Hij was geslagen, omdat Zijne ziel de straf der menschelijke schuld op zich had geladen. Hij stond voor het heelal, beladen met de schuld van

ocr page 189

DE VERZADIGING VAX DEX MESSIAS. 175

heel het menschdom. Hij was zoo vereenzelvigd met zonde, schande, lijden en straf, dat Hij Zich van God verlaten gevoelde. Door die eene daad Zijner zelfovergave aan het Kruis, deed Hij het handschrift onzer zonde te niet, wischte Hij de schuld uit, nam de straf op Zich, en legde een fondament der verlossing, dat heel de menschheid kan omvatten.

Het Imd, goed ingedacht, ook niet anders kunnen zijn. Hij kon ons niet volkomen hebben liefgehad, zonder één te worden met ons in die donkere erfenis van de stamouders der menschheid. Hij moest met en voor ons lijden, met en voor ons sterven; met en voor ons de eischen der geschonden goddelijke rijkswet tegemoet treden en daar aan volkomen genoegdoening geven.

Hebt gij Jesus Christus lief? Dan zal de eerste verplichting die Hij op u legt, deze zijn: anderen lief te hebben. Hij zal u leeren, dat er geen ware liefde voor Hem bestaan kan. die ook niet uitgaat naar degenen die Hij heeft liefgehad tot den dood. Het hart dat naar Hem uitgaat, moet noodwendig ook uitgaan naar die allen; en — als gij waarlijk liefhebt, dan zult gij ook verzadiging vinden voor den arbeid uwer ziel; gij ook zult buiten de legerplaats moeten gaan. Zijne smaad-heid dragend. Gij kunt de menschen niet liefhebben zonder met en voor hen te lijden, wel niet zooals Christus leed, maar in uwe mate. Verwonder u niet, wanneer de beproeving komt, maar verheug u dat gij geroepen zijt om deelgenoot te worden aan het lijden van Christus, opdat gij u bij de openbaring Zijner heer-

ocr page 190

176 DE VERZADIGING VAX DEN MESSIAS.

lijkheid moogt verheugen met onuitsprekelijke blijdschap ..

II. Dc zekerheid van oneindige vergelding. Het is onmogelijk dat men vrijwillig voor anderen lijdt en hen niet in eenigerlei opzicht ten zegen is. Daair is natuurlijk een lijden in de wereld dat straf baar is. Het lijden dat geboren wordt uit hoogmoed, uit opstand, onwil en wrevel tegen den Almachtige, zooals de zee in ziedende woede tegen dc rotsen aandondert. Het lijden dergenen die in overmoed en wetsverachting al Gods geboden en instellingen in 't aangezicht slaan. Het lijden dergenen die lijden door het leed ckit zij anderen hebben aangedaan.

Daar is echter ook een lijden dat gewoon en levenwekkend is. De smart der moeder die haar eerstgeborene het leven geeft; de smart der vrouw, die zich vastklemt aan den verloren echtgenoot, broeder of zoon, zijne schande deelt, en met hare gebeden en offers zijn heil van God tracht af te bidden. De smart der schepping die zucht en kermt onder de barensweeën der nieuwe hemelen en der aarde. De smart van den Heiland die leven en zalig-heid geeft aan duizenden die uit den Geest geboren zijn. De smart der kinderen Gods die zelve zuchten, verwachtende de aanneming en de verlossing des lichaams.

De aarde is vervuld met beide soorten van smart. De eerste behoort echter kenmerkend bij den eersten Adam, de laatste bij den tweeden Adam. De eerste behoort tot eene soort die bestemd is om te worden te niet

ocr page 191

DE VEHZADIPtINTt VAX DENquot; MESSIAS.

gedaan; de laatste tot een eeuw, wier schemering schooner is dan eenig licht dat ooit der menschen oogen en hart beschenen heeft. Betreur het, o sterveling, indien gij niets weet van dien geZégenden arbeid; indien g'ij nooit geweten hebt, wat het zegt voor anderen te sidderen; indien uw hart nooit is vaneengereten, door sterke roeping en tranen, om het behoud van een vriend. Zalig zijt gij, indien gij iets van deze dingen weet! Uwe smart moge somtijds ontijdig schijnen; de pijn die uwe ziel ter wille van anderen doorvlijmt te vergeefs geleden schijnen; in waarheid is dat zoo niet. Druppel voor druppel zullen uwe tranen in de weegschaal vergaderd worden. De lijdzaamheid zal een volkomen werk hebben. De oogst is op dit gebied even zeker, als op 't gebied der natuur. God zelf waarborgt u dat er vrucht zal zijn; en — Hij is de Getrouwe. Gij zult eenmaal wederkomen dragende uwe schoven; zij die met tranen zaaien zullen met gejuich maaien. In de gouden toekomst, indien niet reeds nu, zult gij iedere traan, iedere zucht en zielepijn en gebed weder ontmoeten, omgezet in winste voor de eeuwigheid.

III. Dc aard van Christus1 vergelding.

Die vergelding of wellicht beter uitgedrukt vergoedingquot;, wordt verkregen door meerdere verheerlijking-van den Vader. Die verheerlijking is het hoofddoel van den Middelaar. Hij heeft dit gedaan in de schepping, in het wereldbestuur en aan het Kruis. Daar zien wij

Christus in Jesaja. 12

ocr page 192

178 DE VERZADIGING VAX DEN MESSIAS.

hoe gerechtigheid en vrede elkander kussen; hoe de wijsheid een weg der behoudenis wist uit te denken, vereenigbaar met de eischen der hoogste zedewet; hoe de eeuwig Getrouwe in de volheid des tijds de eerste belofte vervulde; en bovenal zien wij daar Gods liefde.

Want - hoe groot de verwoesting ook is door de zonde te weeg gebracht, hoevele duizenden en tienduizenden ook verloren gaan door de listige omleidingen des duivels, millioenen daarentegen worden behouden en gezaligd.

Zag- niet Johannes op Patmos, toen de hemel voor zijn zieners blik geopend werd, eene menigte die niemand tellen kon? Deze was de vrucht van den arbeid der ziel onzes Heilands, en was Hem verzadiging des loons.

IV. Dc grootheid van dm verworven zegen.

Deze zegen moet evenredig zijn aan de grootheid van Christus offer en van den arbeid Zijner ziel. Hem kan niets minder dan een gemeente ontelbaar als de sterren des hemels en het zand der zeekust verzadigen. De onmetelijke vrucht der verlossing kan slechts eenigszins ingedacht worden, door hen die de onmetelijke grootheid van den Verlosser eenigszins naar waarde leert schatten. Wanneer de eeuwige Zoon des eeuwigen Vaders Zijne hand aan eenig werk slaat, dan weet Hij ook dat het wèl gelukken zal. Wanneer wij Hem dus zichzelven volkomen zien ontledigen in dc

ocr page 193

DE VERZADIGING VAN DEN MESSIAS.

vernedering van Bethlehem; den zielestrijd van Gethse-mané en den doodstrijd op Golgotha zien ingaan, dan weten wij dat de vrucht van den arbeid Zijner ziel eenigszins evenredig zal zijn, aan de diepte van den strijd.

Verzadiging ! Verzadiging der vreugde voor Zijn aangezicht, ziedaar de vrucht Zijner zelfovergave, ziedaar de vrucht van het Kruisevangelie, de vrucht van den arbeid Zijner ziel, ook voor ons.

179

ocr page 194

HOOFDSTUK XX.

DE GROOTHEID VAX DEX ZOXDEDRAGER.

Jessja 53 : 12

Daarom zal Ik als loon Hem al wat groot is geven, Als buit verdeelt Hij machtigen uw schat;

Dewijl Hij in den dood ten offer bracht Zijn leven;

Wijl tusschen moordenaars en hooswicht Hij moest sneven, En veler zonden droeg en voor de zondaars bad.

G. JONCKBLOET.

Met is onmogelijk zich te vergissen omtrent het majestueuse Ikquot; van liet hierboven aangehaalde vers,

Het is de stem van God zelf, en het is zeer natuurlijk dat, gelijk Hij in de eerste verzen van dit wonderbare hoofdstuk een schildering gaf van den volmaakten Knecht (rods. Hij aan het einde den uitslag van Zijn voorbeeldeloozen lijdensweg bekend maakt.

Wij hebben aan de hand van dit hoofdstuk gezien hoe het oordeel van den toeschouwer, die hier door »onsquot; en wij' wordt aangeduid, verschillende phases

ocr page 195

DE GROOTHEID VAN DEX ZONDEDRAGER. l8l

doormaakte: vijandschap, \'eroordeeling, medelijden, alvorens het overging in boete en aanbidding. In dit opzicht is het gansche hoofdstuk eene ware schildering van de houding die de wereld meestal aanneemt tegenover Jesus van Nazareth, het ideaal der mensch-heid, en zeker zal het woord dat de Eeuwige hier over Hem spreekt, eens waar gemaakt worden in de mensch-heid, dan wanneer het vreeselijke mysterie van zonde en lijden voorbij is, en de tijd is opgelost in de eeuwigheid.

Twee dingen worden hier van den Zondedrager voorspeld. Ten eerste: dat Hij groot zou zijn, en ten tweede: dat Hij deze grootheid in geen andere school dan die des lijdens zou verkrijgen. Merken wij het wTèl op: Hij heeft Zijn ziel uitgestort in den doodquot;, eene uitdrukking die zoowel het vrijwillige als de zedelijke diepte Zijns lijdens aantoont. Hij is met de overtreders geteld geweestquot; niet omdat 11 ij bij hen behoorde, maar omdat Hij zich in ontferming met hen vereenzelvigde; omdat Hij voor de overtreders gebeden heeftquot;, — om al deze redenen geeft de Almachtige Vader Hem een deel van velen, en zal Hij de machtigen als een roof deelen.

Er is hier geen sprake van de heerlijkheid die Hij bij den Vader had, voor de grondlegging der wereld; van dat alles ontledigde Hij zich toen Hij gehoorzaam is geworden tot den dood des Kruises. Neen, hoewel Hij de heerlijkheid herwonnen heeft, voor ons is de grootheid die Hij zich verwierf door Zijne vrijwillige overgave, van het grootste meest wezenlijke gewicht.

ocr page 196

182 DE GROOTHEID VAX DEN ZOKDEDRAGER.

Ziet, dat is liet gezegende loon dat de Vader aan onzen Heiland gegeven heeft, als het loon voor den arbeid Zijner ziel; alle macht is Hem gegeven, in den hemel en op de aarde, omdat Hij de Zoon des men-schen is geweest, en de macht in de onuitputtelijkheid Zijner ontferming, gebruiken kan voor hen die Hij door Zijne zelfontlediging tot Zijne broeders heeft gemaakt. Hij is verhoogd tot de rechterhand (rods, opdat Hij kolen vuurs kon stapelen op diezelfde natie die Hem verworpen en gekruisigd heeft, door hen te bewegen tot berouw en te geven kwijtschelding van schuld, (i-od heeft Hem een naam gegeven boven allen naam, opdat in den geiegenden Heilands naam zich zou buigen alle knie, en alle tong zou belijden dat Hij de Heer is, tot heerlijkheid des Vaders.

Allen die tot Hem komen, kunnen thans behouden worden, zelfs uit de diepste diepte der zonden, zelfs ter elfder ure. Allen die aan Hem zich overgeven worden verlost van de macht der duisternis, en overgezet in het Koningrijk van (rods liefde. — Grooter loon is in het licht der eeuwigheid gewis niet denkbaar; en in Zijn grootheid heeft het een woord der vertroosting voor allen die in Zijne voetstappen begeeren te treden. Hoe meer wij Hem nabij komen in zelfovergave, hoe meer wij ook Zijn loon zullen deelachtig worden. Hoe meer wij drinken uit Zijn lijdensbeker en gedoopt worden met Zijn doop; hoe meer wij ook in onze mate in staat zullen zijn mede te werken aan Zijn verlossingswerk. Dit bedoelde Hij toen Hij zeide, dat wij mede

ocr page 197

DE GROOTHEID VAN DEX ZONDEDRAGER. 183

zouden zitten in Zijnen troon, en met Hem zouden lieer-schen in reinheid, gerechtigheid en vrede.

Vraagt het Paulus, waarom Hij zoo gereed was om zich in alles te onthouden en alles te verdragen, en Hij zal u antwoorden, dat het was omdat Hij zelf de grootte der genadegave gesmaakt hebbende, nu ook den prijs wilde verkrijgen waarvoor hij streed, namelijk: niet alleen zijner maar ook anderer zaligheid.

Ook hierin openbaart zich 's Heilands grootheid, dat Hij alleen waardig is, om de geheimnisvolle rol der toekomst op te nemen, en de zegelen te verbreken, en door het heerlijk licht dat Hij over de groote mysteriën van der menschen lot geworpen heeft.

De smart bijvoorbeeld, schijnt wel alom tegenwoordig op aarde; vroeger of later weet zij ons wel te vinden, wie we ook zijn mogen. En wanneer zij ons doopt met haren vuurdoop, dan zijn wij geneigd ons zeiven te beschuldigen of aan Gods liefde te twijfelen.

Zijt gij gekomen, o levenssmart, om mij mijne zonde te doen gedenken, en de overtredingen mijner jeugd,quot; zoo roepen wij onder den eersten indruk uit.quot; »God is onrechtvaardig Hij vergeet, anders zou Hij nimmer Zijn onschuldige kinderen zoo laten lijden. Daar is geene gerechtigheid in Zijn wereldbeheer. Ik wil mijn lot vervloeken en sterven.quot; Ziedaar onzen tweeden indruk. Onze Heiland heeft ons echter geleerd dat er nog een derde wijze was om de smart te schouwen. Hij had niet gezondigd en toch leed Hij zooiils geen mensch ooit leed. Blijkbaar is het lijden dus niet altijd de vrucht

ocr page 198

184 DE GROOTHEID VAX DEN ZOXDEDRAGER.

van bizondere zonden. Hij was een tijdlang zoo overstelpt door zielsangst, dat Hij het gevoel verloor van de nabijheid der goddelijke liefde, maar nimmer kwam het in Hem op, dat er afwijking was in de zedelijke wereldorde. De dood van den Heiland heeft dus het lijden van twee aantijgingen bevrijd, en ons duidelijk aangetoond, dat het vaak ter wille van anderen, en tot zeg'en van anderen moest gedragen worden. Juist omdat God ons geslacht liefheeft en het wil zalig maken, juist daarom roept Hij vele uit de gelederen naar voren om hun den beker des lijdens aan de lippen te zetten, opdat anderen daardoor gebaat mogen worden.

Daarom, indien ons een lijdensbeker op de hand wordt gezet, vooral dan wanneer wij ons geen bizondere zonde bewust zijn, klagen wij dan God niet dwaaselijk aan, maar bedenken wij dat ons geduldig dragen van het kruis, en lijden van de opgelegde smart, op de een of andere wijze, te eeniger tijd, soms waar wij het niet vermoeden, mede zal werken tot bevordering van het groote Verlossingsplan, doordat anderen door ons voorbeeld worden getrokken, door ons lijden worden gebaat.

Welk een onwaardeerbare zegen is het, die Zijne zielesmart ons predikt. Hij heeft het lijden voor ons van gedaante veranderd!

En de dood? De menschen vreezen den dood; hij is de onvermijdelijke schaduw die de helderste zonneschijn verdonkert, en de onschuldigste blijdschap omsluiert. Hij, onze Heiland heeft echter de macht des doods verbroken en Leven en Onsterfelijkheid aan het

ocr page 199

DE GROOTHEID VAX DEX ZONDEDRAGER 185

licht gebracht; Hij sprak van een heengaan tot den Vaderquot;; van een hereenigd worden met de Zijnen, aan gindsche zijde des grafs, in het Paradijs; ja van een wederkomen om de Zijnen te vergaderen. Hij toonde aan dat er door de donkere vallei een pad was, waarlangs Hij veilig heen en weer kon gaan, totdat al Zijne schapen tot eene kudde vergaderd waren. Hij had zelf geen vreeze voor den dood, en leerde ons die vreeze te overwinnen. Het sterven was eenvoudig een naar Huis gaan. Voor Zijne komst op aiirde, had men wel gehoopt, wel gedroomd dat er een land der heerlijkheid was, maar weten deed men het niet. Het waren slechts gissingen zooals Columbus ze maakte toen hij westwaarts aanhield op de onmetelijke wateren, en de golven van den Oceaan doorploegde met zijne vaartuigen. Toen echter de Heiland uit het graf herrees, toen waren dood en opstanding geen raadselen en gissingen meer; dit feit sprak duidelijker en onomstootelijker tot alle eeuwen, dan alle theoriën en stelsels van wijsgeeren ooit hadden vermogen te doen. Het leven en de onsterfelijkheid waren nu aan 't licht gebracht. Hij de Menschen-zoon had den dood overwonnen.

Toen Hij aan het kruis stierf, was Hij met de misdadigers gerekend; Hij stond echter boven alle misdadigers, gansch van hen onderscheiden en hunne zonde dragend. De zonde der menschelijke geslachten was op Hem geladen. De zonde, hare bezoldiging die tengevolge van onze afstamming van Adam, tot ons allen is doorgegaan, was door Hem gedragen. Als het Gods-

ocr page 200

l86 DE GROOTHEID VAX DEN ZONDEDRAGER.

lam droeg- Hij de zonde der wereld. Meer dan dat en persoonlijker nog opgevat — want immers daarop komt het aan Hij droeg onze zonde in Zijn eigen lichaam op het hout der schande. Niet alleen de zonde, als het algemeen erfgoed van ons geslacht, maar elke zonde, de uwe en de mijne, zoodat, indien wij met waarachtig berouw onze zonden belijden, wij ook waarachtig' en volkomen vergeving verkrijgen; eene vergeving die niet in strijd is met de gerechtigheid en heerlijkheid Gods, maar juist door Zijn gerechtigheid en trouw gewaarborgd is.

Hij moet immers getrouw zijn aan Zijn woord en recht, tegenover het Godslam dat de zonde droeg. De natuurlijke gevolgen der zonde blijven, maar van de straf zijn wij voor eeuwig ontheven, doordat Hij Zijne ziel tot een schuldoffer gesteld heeft, - Is dit niet een alles overheerschend bewijs van Christus' grootheid? Door Zijn dood deed Hij de zonde te niet; delgde Hij de overtreding uit; reinigde van ongerechtigheid, en bracht een eeuwigdurende gerechtigheid teweeg. Ja, Gij, o Lam Gods, Gij alleen zijt waardig, want (-rij zijt geslacht en kocht ons Gode met Uw bloed.

Xiet de Berg der zaligsprekingen, maar het Kruis is het punt waarop in de voleinding der eeuwen alle oog zal zien. Xiet de Berg der Verheerlijking-maar de Kruisheuvel is het middelpunt van waaruit de hel zal overwonnen worden. Daar eerst wordt al de haat van een heilig en souverein God tegen de zonde verstaan, daar ook de oneindigheid Zijner liefde voor den zondaar!

ocr page 201

HOOFDSTUK XXI.

ZIXGT VROOLIJK, GIJ ONVRUCHTBARE, Jesaja 54 ; I.

Een kleine wijle heb Illt; u verlaten,

Met groote erbarming neem Ik « weer aan. Thans sluit Ik u voor eeuwig in Mijn armen, Dus spreekt uw God uw Redder vol erbarmen.

G. JONCKBLOIiT.

In de voorgaande hoofdstukken hebben wij gezien hoe de bannelingen werden opgeroepen om Babel te verkiten, en zagen wij den Volmaakten Knecht Gods, de Zondedrager worden voor hen en voor de geheele wereld. Thans echter wordt onze aandacht plotseling weder bij de verlaten stad Jerusalem bepaald. »On-vruchtbarequot;, /eenzamequot;, »verlatenequot;, ziedaar de benamingen die haar gegeven worden door (rod zelf. En deze benamingen worden bevestigd door een tijdgenoot. »Jerusalems muur is verscheurd en hare poorten zijn met vuur verbrandquot; (Neb. i : 3).

ocr page 202

188 ZINGT VROOLIJK, GIJ ONVRUCHTBARE.

Hoe echter is dit ? Hebben wij niet gehoord dat de Middelaar de zonde heeft uitgewischt ten koste van wonden, geeselstriemen. toorn, smaad en dood? Hoe ligt daar dan die stad als eene melaatsche ter aanfluiting der heidenen nedergeworpen ? Kan Gnds vergevende liefde, die getriomfeerd heeft over de zonde, ook niet triomferen over de verwoesting die de zonde te weeg bracht? Is de verlossing wel volkomen te noemen, die al de gevolgen der zonde niet kan uitdelgen?

De vragen en het antwoord dat daarop gegeven wordt, raken ons allen. Wij gevoelen immers maar al te wel, dat schoon onze zonde vergeven is, zekere gevolgen der zonden blijven; de verwoeste stad Jerusalem is ons daarvan 't symbool. Wij kunnen het verleden niet ongedaan maken. God zelf kan dat niet. Het kan nooit uitgewischt worden, alsof liet niet bestaan had. De zeventigjarige ballingschap, de schande, de smart, de angst over (-rods toorn, de verzuimde gelegenheden, het onnadenkend gestrooide distel- en doornenzaad. Helaas, God kan ons vergeven, maar deze dingen kunnen niet ongedaan gemaakt worden. — Wat wordt dan eigenlijk met het woord Verlosser bedoeld? Wat beteekende die belofte, dat waar de zonde geheerscht heeft tot den dood, aldaar genade zal heerschen tot in het eeuwige leven? Wat wordt bedoeld met de belofte dat voor een doorn een dennenboom zal opgaan, en voor een distel een mirteboom? Deze vragen worden vaak gedaan, indien al niet met zooveel woorden, dan toch in den geest, i rachten wij het antwoord te vinden;

ocr page 203

ZINGT VROOLIJK, GIJ ONVRUCHTBARE.

het leidt ons in het groote vraagstuk: het verband tus-schen Gods vergeving en de natuurlijke gevolgen dei-zonden.

I. De nqtuurlykc gevolgen der zonden.

Wij moeten wel onderscheiden tusschen de gevolgen en de straf der zonde. Stel u voor, dat een dronken man gevangen wordt genomen, de gevolgen zijner zonde zijn van tweeërlei aard; ter eener zijde heeft hij de wetten van zijn land verbroken, en daarvoor wordt hij gestraft door boete of gevangenschap; ter anderer zijde heeft bovendien zijn losbandigheid hem een verscheurende hoofdpijn, neerslachtigheid en zenuwafspanning gegeven, die de natuurlijke gevolgen zijner euveldaad zijn. Deze zullen hem nog vervolgen en geeselen, nadat hij reeds met de aardsche gerechtigheid heeft afgedaan.

Wanneer wij zondigen stapelen zich eveneens twee gevolgen op. Onze zonde getuigt tegen ons, zooals eenmaal Abels bloed tegen Kaïn; zij roept tot den hemel en kan niet tot zwijgen gebracht worden dan door het zoenbloed van Jesus Christus. Slechts als wij pleiten op dat kostbaar bloed, en het voor ons uit laten gaan in het heilige der heilige, slechts dan vinden wij vrede, rust en verlossing, zoowel van de schuld als van de straf. Maar wanneer wij hiertoe gekomen zijn, en wij vergeven, weder aangenomen en gezegend zijn, dan moeten wij de gevolgen onzer schuld nog dragen en

ocr page 204

I QO ZINGT VROOLIJK, GIJ OX VRUCHTBARE.

onder de oogen zien. De Heilige Schrift zelve geeft ons hiervan voorbeeld en bewijs. Denken wij aan Davids geschiedenis! Toen in antwoord op Nathan's gelijkenis en daarop volgende aanklacht, de stilte verbroken werd en de schuldige kroondrager uitriep: Ik heb gezondigd!quot; toen klonk het profetisch woord onmiddelijk: de Heer heeft uwe zonden weggenomenquot;; maar voegde er bij: het zwaard zal van uw Huis niet wijken.quot; Wat de verwijdering betrof, die door zijne zonde tusschen David en den Heer gekomen was, die werd door zijn schuldbelijden onmiddelijk weggenomen, maar de natuurlijke gevolgen zijner schuld volgden hem zijn leven lang. De dood van Bathseba's kind; de moordaanslag op Ammon; de opstand van Absalom, de strijd en tweedracht in het koningrijk, dat alles was de oogst van het door hem gestrooide zondezaad. Wij behoeven hier niets bij te voegen; wij brengen alleen nogmaals de verzekering van Jes. 40 in herinnering, dat Jerusalem's ongerechtigheid vergeven is, en vergelijken die met de toespelingen in jes. 54, omtrent zijne verlatenheid en verwoesting. Wij zullen het dan verstaan, dat wij door berouw en geloof ons de volkomen vergiffenis van onzen Zaligmaker kunnen toeëigenen en nochtans kunnen lijden onder het bittere kruis, het ongeneese-lijk lidteeken, de verloren levensjaren, die het gevolg zijn onzer zonde.

Deze natuurlijke gevolgen zijn vaak bitter en zwaar om te dragen; terug te moeten zien op vergeefschen arbeid, Gods nabijheid niet te gevoelen, een ontzenuwd

ocr page 205

ZINGT VROOLIJK, (ilj ONVRUCHTBARE. IQI

lichaam, een overwerkten, oververmoeiden geest om te dragen, erger nog: de schaduw te zien rusten op anderer leven door onze schuld, dit zijn alle natuurlijke gevolgen der zonde, die hunnen stempel kunnen drukken op geheel een leven. Denken wij toch aan het onvermijdelijke en smartelijke van deze gevolgen, als de zonde ons Inkt, en de hartstocht ons dreigt mee te sleepen. Het is zeker de troostrijkste levenswaarheid, dat één blik van schuldbelijdenis en berouw ons den toegang tot Gods troon weder openstelt, maar het blijft niet minder ontzachelijk waar, dat de mensch moet maaien wat hij gezaaid heeft. Hij moge een aangenomen en tot het kindschap toegelaten christen zijn, indien hij echter in het vleesch gezaaid heeft, dan moet hij ook in het vleesch maaien.

II. De God des aanziens staat met Zijne vergeving hoven die natuurlijke gevolgen der zonde.

Jehova zegt: Zing gij onvruchtbare; maak geschal met vroolijk gezang en juich!quot;

»Hoe kan ik zingen,quot; zegt Israël, mijne stad ligt in puin, mijn Tempel is verbrand; mijn rijkdom is tot verwoesting geworden. Hoe kan ik zingen/'

Nochtansquot; luidt het goddelijk antwoord: is de tijd des gezangs gekomen; zing niet om hetgeen gij hebt, maar om hetgeen ik beloofd heb u te geven. Maak de plaats uwer tent wijd, maak uwe koorden lang, steek uwe pinnen vaster in, en maak ruimte voor een groote

ocr page 206

2IXGT VROOLIJK, GIJ OX VRUCHTBARE.

menigte.quot; Maar de gevolg-en onzer afdwalingen zijn niet weg te nemen, zelfs Gij, almachtige God, kunt die niet uitwisschen, alhoewel Uwe ontfermingquot; moge vergeven, Gij kunt de 70 jarige ballingschap niet ongedaan maken; Gij kunt de lidteekens niet wegnemen, Gij kunt den last der herinnering aan onze schuld niet van ons afwentelen!quot;

Nochtans antwoordt de Almachtige; -O, gij onvruchtbare, gij moogt zingen, als toen gij uit Egypte verlost werd. Xiet met die opgewonden vreugde, maar met dieper inzicht in de onuitputtelijke genadebron, die zelfs het onherstelbaar verloren en bedorven verleden kan herscheppen, voor zijn distelen een mirteboom kan doen opgaan; uit het kwade het goede kan doen geboren worden. Benoniesquot; zonen der smart, tot Benjamins zonen der rechterhand kan doen worden.quot;

Alzoo kan onze God en Vader in Christus, ons op de middaghoogte des levens, weder doen zingen, als in de dagen der jeugd, met eene door de herinnering aan 't verleden geheiligde blijdschap!

Zoo is het geweest met Israël: in de ballingschap leerde het roepen tot, treuren over, verlangen naar zijn God, Die in 't vaderland der erfenis zoo snood vergeten, zoo onverschillig voorbij gegtian was. Zij leerden in het land der vreemdelingschap binnen de eng^e landpalen die hun eigendom afbakenden beter de oneindigheden Gods verstaan. Zij begrepen beter het wezen van den waren godsdienst dan te voren, en leerden het be-

192

ocr page 207

ZINGT VROOLIJK, GIJ ONVRUCHTBARE.

grijpen dat zij, als het volk der verkiezing, eene roeping-hadden tegenover geheel de wereld.

Alzoo kan de verloren zoon die het Vaderhuis hervond, beter getuigen van des Vaders liefde, dan de oudste zoon die nimmer afdwaalde, en zijn woord zal meer tot ons hart dringen, omdat wij in de trilling zijner ziel, in den harteklop waarmede hij tot ons spreekt van de eeuwige ontferming Gods, de ervaring van zijn eigen leven erkennen.

Terwijl wij treuren over onze zonden en met gebogen hoofd de gevolgen dragen, kunnen wij nochtans zien en erkennen hoe God uit het kwade het goede doet voortkomen, en op de puinhopen van ons verzondigd verleden een heerlijk gebouw optrekt van Zijn eigen maaksel.

Inderdaad, geen verleden kan ongedaan gemaakt worden, maar, het is de goddelijke vertroosting die ons van het kruis tegenstraalt, de zonde kan vergeven worden, en de bezoedelde ziel met het kleed der gerechtigheid getooid worden. Wij kunnen deze onschatbare zegeningen in de diepte van het schuld-bewustzijn waarin Gods Geest ons leiden kan voorbijzien. Daar is dan ook een hemelsbreed verschil tusschen straf en kastijding. De eerste, de straf is door den Heiland gedragen, de straf die ons den vrede aanbrengt, was op Hem; de kastijding is het deel dergenen die Hem door een levend geloof zijn ingeplant.

Klagen wij dan niet, dat wij gestraft worden, wanneer de zonde van 't verleden ons met ijzeren vuist in

Christus in Jesaja. 13

193

ocr page 208

194 ZINGT VROOLIJK, GIJ ONVRUCHTBARE.

't aangezicht slaat. De Heer kastijdt ons ook daarin tot ons nut, opdat wij Zijner heiligheid zouden deelachtig worden.

Houden wij dan ook in die donkere ure, als onze ongerechtigheden ons in gedachtenis worden gebracht, als het schuldbewustzijn binnen in ons wordt tot een hoogen muur, dreigende het aangezicht Gods voor ons te verbergen, houden wij dan ook vast aan (i-ods onveranderlijke, onvervreembare liefde. Zijne ontferming is eeuwig, als Zijn welbehagen; Hij heeft gezworen bij Zichzelven dat de wateren des doods, dat de macht der duisternis, de macht der zonde ons nimmermeer blijvende van Hem zullen scheiden.

Wij mogen verflauwen, vergeten, indommelen in den slaap der onverschilligheid en der zorgeloosheid. Hij vergeet, Hij verflauwt. Hij slaapt nimmermeer.

Zoo ik opvoer ten hemel. Zijne liefde is daar, of bedde ik mij in de hel, zij is ook daar. Xam ik de vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee, opdat een groote afstand kwam tusschen Hem en mij, ook daar zoude Zijne hand mij geleiden en Zijne rechterhand mij steunen. Indien ik zeide: Zeker de duisternis zal mij bedekken, dan is de nacht een licht om mij. Bij dat licht volgt Hij mij stap voor stap en brengt mij tot mijzelf terug; terwijl Hij mij juist door mijne afdwalingen reinigt en heiligt. Deze liefde is mij te wonderbaar, ik kan ze niet bevatten, ik zal er mij echter op verlaten en in Zijn eeuwige armen de ruste vinden.

ocr page 209

HOOFDSTUK XXII.

DE STAD GODS.

Jesaja 54 : 11.

!t Verbond Mijns vredes, blijft geheel uw leven, Gelijk een rots, onwankelbaar als nu.

Dus heeft de Heer, o arme, u toegesproken Duor storm geslingerde, van troost verstoken.

G. JONCKULOET.

Andermaal worden wij hier naar Jerusalem verwezen. Werd het in het vorige hoofdstuk toegesproken als de verlatene, hier wordt het voorgesteld als verrijzende uit asch en puin en de vreugd der gansche aarde. Natuurlijk wordt hier in de eerste plaats gedoeld op den werkelijken opbouw der stad die geschiedde onder leiding van Xehemia. Toch zien wij hier ook een diepere geestelijke beteekenis. Deze woorden (vers 11) bevatten wel degelijk eene toespeling op die stad Gods, die steeds voortgaat gebouwd te worden te midden van al wat op aarde tot puin vergaat.

ocr page 210

DE STAD GODS.

Onder de hoede van het altijd waakzaam oog des grooten Bouwmeesters, gebouwd door onzichtbare handen, steeds onderworpen aan den strengsten toetssteen van waarheid en gerechtigheid, verrijst die eeuwige stad langzaam, maar zeker, in bovenaardsche heerlijkheid van uit de wereld der vergankelijkheid.

In dit hoofdstuk beschrijft ons de Profeet de heerlijkheid van dit Godsgebouw, de voorrechten der bewoners en de veiligheid die hen daar verzekerd is door het Woord van God. Aarzelen wij niet ons deze belofte toe te eigenen, zij wordt klaarblijkelijk binnen ons bereik gesteld door de verzekering waarmede het hoofdstuk eindigt, dat al deze heerlijkheid de erve is der knechten des Heerenquot;.

1. Beschouwen wij allereerst dc kostbaarheid van dit Godsgebouw. Het is eene opsomming van louter kostbare steenen ; saffieren, robijnen, agaath en karbonkel, wedijveren met elkander en schitteren in onderscheidene kleuren. Gaan wij nu eens na wat eigenlijk edelgesteenten zijn. Van nature zijn zij klompen van een levenloos gehalte; de saffier is gevormd uit klei, de diamant van koolstof; waarom verschillen zij echter zooveel van de gewone aarde? Dat is niet gemakkelijk te verklaren, waarschijnlijk echter is dit heerlijk proces te danken aan chrystallisatie die plaats heeft gegrepen onder de buitengewone werking van worsteling, drukking en vuurgloed.

Een juweel is niets anders dan een weinig gewone aarde, die een buitengewone behandeling heeft onder-

ocr page 211

DE STAD GODS.

gaan. Is dit niet een heerlijk zinnebeeld van de geestelijke werking die Gods kinderen moeten ondergaan. Moeten ook zij niet eene worsteling, een ontzachelijken druk en een vuurdoop ondergaan ? Zij vinden dien weg vaak hard, zij begrijpen Gods leiding niet; eenmaal echter zullen zij het verstaan, wanneer zij tot de ontdekking komen dat God met alles een heerlijke bedoeling en een onuitsprekelijk zalige uitkomst voor had.

De saffier is een der schoonste juweelen; zij wordt geboren in de donkerheid en verbergt in zich de zeldzaamste schoonheid. Het heldere blauw van de saffier weerkaatst in zijne onvergelijkelijke tinten de liefelijkheid van den gentiaan, van het viooltje en het ver-geetmijnietje tevens, van den zonnehemel en den zomer-zeespiegel; evenzeer van de prachtige gietscher grot. De saffier wordt herhaaldelijk in de Schrift genoemd. De ouderlingen zagen een plaveisel van saffier als een voetbank uitgestrekt voor den God van Israël. Hij was de vijfde onder de kostbare steenen op des Hooge-priesters borst; de tweede in het fondament van het Nieuwe Jerusalem dat Johannes zag in den geest. Blauw is de overheerschende kleur in de natuur, en vormt den achtergrond van zee, lucht en horizont; het was ook o verheer schend in Tabernakel en Tempel, waar het steeds vermengd was met goud. Gelijk het goud het zinnebeeld was van de majesteit en heerlijkheid Gods, zóó was blauw het reine beeld van 's Heilands. liefde en genade.

Het fondament der stad Gods is ook van saffier..

197

ocr page 212

DE STAD GODS.

iinmcrs het is enkel liefde. De basis van ons leven, van Gods leidingen met ons, met de geheele menschheid, is niets dan liefde. Daal zoo diep af als gij wilt, ten laatste moet gij toch aanlanden bij Gods liefde in Christus, den Verlosser der wereld geopenbaard.

Uwe glasvensteren zal ik kristallijnen maken,quot; zegt de Heer. Zóó neemt Hij de smart die Hij ons toezendt, de wonden die Hij ons slaat, en maakt ze voor onze ziel tot vensteren, waardoor wij de onzienlijke wereld kunnen zien. Op deze aarde zullen wij niet oog in oog zien, evenmin kennen zooals wij gekend zijn. Ons oog-is steeds ten deele verduisterd; als echter droefheid ons treft en de smart ons ziel eleven doet opwaken, dan erkennen wij het onbevredigende van de wereld en de werkelijkheid des ()nzienlijken; dan leeren wij iets van Gods teedere, voorkomende, opzoekende, geduldige liefde verstaan; dan gevoelen wij iets van de waarde en de waarheid der Schrift.

Vensteren der smart! Maar toch vensteren! gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste, gij zult nóg den Heer uwen God loven en Hem danken, dat Hij u door het vuur liet gaan, al was het maar daarom alleen dat gij het eeuwige licht leerdet zien.

Omtrent den karbonkel steen bestaat groote onzekerheid, men weet niet nauwkeurig welke steen met die benaming wordt aangeduid. Daarom komt het ons vruchtbaarder voor om het woord der Openbaring te nemen en te spreken van poorten van paarlen.

De paarl dankt, naar men zegt, haar ontstaan aan

ig8

ocr page 213

DE STAD GODS.

de verwonding van den oester, waardoor hij het kostbaar vocht van zich geeft dat stolt tot een paarl. Indien dit zoo is dan moeten wij in iedere paarl, die de schoonheid tot sieraad dient, een blijvende herinnering zien aan eene pijnlijke wonde. In ieder geval herinnert zij ons aan het levensgevaar, dat de duiker trotseerde toen hij haar opvischte uit de diepte van den Oceaan. Iedere paarl uit het hart der zee gehaald, is het zinnebeeld van het christelijk leven in onze maatschappij. Iedere zegen die verkregen, iedere ziel die behouden wordt, is de vrucht van bange worsteling-, zielestrijd en smart. God maakt deze onze paarlen tot poorten en onze poorten van paarlen.

Wanneer dan wederom donkere dagen over u komen, wanneer gij overstelpt zijt van smart en pijn, wanneer de vereenzaamde ziel pijnlijk trilt onder de ruwe aanraking der wereld; wanneer gij door onweder wordt voortgedreven en daarhenen gaat als een ongetrooste, hef dan het hoofd omhoog en zie in het geloof en door de hope op het einddoel van uwen moeielijken levensweg. Xu is die weg geen oorzaak van blijdschap maar van droefheid, maar daarna____ Onze lichte verdrukking dezes tijds vergt al onze lijdens- en strijdens-vatbaarheid, maar aan de overzijde der doodsjordaan werkt zij ons een gansch uitnemend gewicht der heerlijkheid. Is het toch geen heerlijke gedachte dat onze God langs dezen weg van beproeving en smart van ons, onbruikbaar als we van nature zijn, edelgesteenten en paarlen wil maken om Zijn kroon te versieren?

igq

ocr page 214

DE STAD GODS.

II. Welk is nu het voorrecht van de inwoners der stad Gods ? /.ij zullcii allen i'au God geleerd z/jn. Onze gezegende Heiland heeft deze belofte eens in een Zijner heerlijkste toespraken aangehaald : Daar is geschreven in de Profeten: Zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.quot;

Hoe dikwijls zijn in de dagen onzer jeugd, als wij op een heeten zomerdag op de schoolbanken zaten, onze gedachten afgedwaald van schrift of leerboek, terwijl ons oog de vlinder nastaarde fladderend in den zonneschijn, of de vogel die klapwiekte in de hooge lucht. — Hoe dikwijls was de vrucht dezer afdwalende gedachten, dat het lesboek ons weder terug werd gegeven om op nieuw te beginnen. Op dezelfde wijze ontduiken wij het goddelijk onderwijs, dat ons de Schrift of het ontwaakt geweten, of onze levensloop ons uit de hand der goddelijke liefde toereikt. Indien wij waarlijk luisterden naar des Vaders stem, wij waren reeds lang gevloden tot den voet van het Kruis. Zij die zeggen in God te gelooven, maar niet in Jesus Christus dien Hij gezonden heeft, wijken bewust of onbewust van de waarheid af. De waarheid die ook binnen in hen getuigenis geeft.

Van God geleerd te zijn; door Zijn hand te worden ingeleid in de volmaakte kennis van het mysterie der verlossing; neder te zitten aan den voet van Zijn ge-nadetroon. Zijn discipel te zijn; de vervulling te ontvangen van de bede die de Psalmist zoo herhaaldelijk

ocr page 215

20 I

doet hooren: Leer mij Uwe inzettingen, leid mij in Uwen weg en leer mijquot;, ziet, dit is wel de eerste der gezegende voorrechten van de inwoners der stad Gods.

Het tweede voorrecht is dit, wat (i-od zegt in Zijn Woord: t,dc vrede uwer kinderen zal groot zijnquot;. -Wij hebben eerst vrede met God door het geloof in de verlossing en de gerechtigheid van Christus, daarna wordt het een grootenquot; vrede, die elders genoemd wordt: alle verstand te boven gaandequot;.

Sommige gedeelten van den Oceaan zijn onpeilbaar, men kan het dieplood 1000, 2000, zelfs tot 6000 vademen laten zakken en nóg bereikt men geen grond. Zóó is het ails Gods vrede Zijne woning komt maken in het hart. Hij is beter dan blijdschap die wijken kan of zich op den achtergrond laat dringen; beter dan extase die tot moedeloosheid kan terugvallen. Hij is diep, allesdoordringend, onveranderlijk, geen oog heeft gezien, geen oor gehoord, in geen menschenhart is opgekomen wat Gods vrede in een menschenhart kan teweeg brengen.

Deze beiden nu, vullen elkander aan: hoe meer gij van God geleerd wordt, hoe meer vrede uw deel wordt, omdat gij dan altijd inniger op Hem leert bouwen. Wij hebben rust in den omgang met elkander, wanneer wij weten dat wij elkanders vertrouwen waardig zijn. Gewen u dus aan den Heer, dan zal uw vrede steeds meerder worden. Degenen die Zijne wet beminnen, hebben grooten vrede, en geen kwaad kan hen deren.

III. Het derde voorrecht is: de veiligheid van Gods

ocr page 216

DE STAD GODS.

202

kinderen. Acht het niet vreemd, wanneer eene hitte der verdrukking uw deel is. Het is onmogelijk om hier op aarde aan het levenskruis te ontkomen; het zou niet goed voor ons zijn, indien wij 't konden. In de wereld,quot; zegt de Meester, »zult gij verdrukking hebben, indien zij Mij gehaiat en vervolgd hebben, zij zullen ook u haten en vervolgen.quot; Maar u deren kunnen zij niet. Ga slechts voort onder Zijn oog. met de eenige begeerte dat Zijn naam verheerlijkt worde, de eenige wil dat Zijn wil geschieden moge. Het vuur moge dan om u heen ontstoken worden, het kan alleen uwe banden losmaken; de storm moge dan tegen u opsteken, maar de golven zullen breken tegen het strand. Tracht niet uzelven recht te doen of te wreken. Wees stil en weet dat God regeert, Hij zal tusschen treden juist op het oogenblik dat het noodig is. Hij zal recht doen; Hij zal de wapens der vijanden teg'en henzelven keeren, en iedere beschuldigende of lasterende stem te Zijner tijd tot zwijgen brengen. Dit is uw erfdeel indien gij Gods kind zijt. Dit is de stad Gods waarin wij dagelijks mogen wandelen. Wij zijn gekomen tot den berg Sion, de Stad van den levenden God, tot het hemelsche Jerusalem; Zijne hemellucht waait ons in 't gelaat. Zijn muziek vervult ons oor. Zijn licht bestraalt ons pad; en diit pad voert voorde kinderen des lichts tot het eeuwige hemellicht.

ocr page 217

HOOFDSTUK XXIII.

ONS VERHEERLIJKT HOOFD.

Jesajn 55 : 4.

Zoekt God terwijl Hij is te vinden. Richt uw smeeken Tot Hem, Hij is nabij. O gij, wiens trots Hem tart. Bekeert u tot den Heer, Hij zal ontferming spreken. Wendt u tot onzen God, want liefd'rijk is Zijn hart.

G. JONCKUI.OET.

Daar zijn dingen, die voor geen schatten ter wereld te koop zijn. en die daarom tot een struikelblok zijn voor de rijken, die zich de gewoonte hebben eigen gemaakt, te denken dat geld de eenige macht is, en die zich niet kunnen indenken, dat er bezittingen zijn, welke buiten en zonder hunne pasmunt verkrijgbaar zijn. Welke deze bezittingen zijn, zal zoo aanstonds blijken; thans willen wij alleen u voorhouden, dat deze bezittingen, deze heilgoederen, die wij op het oog hebben, gevonden worden en saamgevat zijn in één Persoon, en dat het onmogelijk is ze te bezitten, tenzij wij in levende gemeenschap met dezen Eenigcn treden.

ocr page 218

ONS VERHEERLIJKT HOOFD.

Het was meer dan tijd dat Israël de oogen weder zouden opengaan voor deze onvergankelijke en onkoopbare goederen. Het was hen in Babyion zoo voor den wind gegaan; hun leven aldaar was zoo weelderig geworden ; zij hadden zich schatten verzameld; zij waren zoo bereid geweest om hun hoog voorrecht, priesters der menschheid te zijn, ter wille van winstbejag prijs te geven; inderdaad daar was oorzaak om te vreezen dat zij de realiteit der geestelijke wereld uit het oog zouden verliezen. Het was daarom de ontferming (rods, die hen kwam herinneren aan den onsterfelijken dorst der ziel, die niet kan gelescht worden door eenige bron dezer aarde, ook al waren hare wateren zoo diep als Sichars bronput; en aan een honger naar de eeuwigheid en haar heilgoederen, die in het menschenhart nooit kan worden verzadigd, zelfs niet door al de voorraadschuren der aarde. Ware bevrediging kan alleen verkregen worden op een gebied waar de pasmunt der wereld niet geldig is; in gemeenschap n.1. met Hem, Wiens stem der ziele toeroept: . Alle gij dorstigen, komt tot de wateren, koopt van Mij wijn en melk, hoort naar Mijne stem, Ik, Ik alleen, ben alles voor de ziel!quot;

Deze gaven der onzienlijke wereld, waarbij de ziel alleen waarlijk kan leven, worden gegeven langs den weg van een verbond.

Iedere menschenziel moet persoonlijk met God in verbondsbetrekking treden. Toch is in den diepsten grond het verbond reeds gesloten voor alle getrouwe

204

ocr page 219

ONS VERHEERLIJKT HOOFD.

zielen, door den Vertegenwoordiger der menschheid, den Middelaar des eeuwigen Verbonds, die hier in het grijs verleden reeds uit de nevelen te voorschijn komt in de onmiskenbare heerlijkheid van den Zoon des Menschen.

Wij wenschen hier op drie punten u te wijzen: op den Vorst des Levens; het Eeuwig Verbond; den overvloed van heilgoederen, die door Hem ons deel zijn.

I. Op den Vorst des Levens: »Ziet, Ik heb Hem tot een Vorst en Gebieder der volkeren gegeven.quot;

Reeds in David vinden wij Hem afgebeeld; de herdersknaap was Gods gave aan Israël om Zijn volk van de dwingelandij te verlossen, waarin Sauls beginsellooze willekeur hen gebonden had; om het land te bevrijden van de invallen der Filistijnen; om het volk te leiden als eene kudde. God sloot met hem een verbond dat zijn Huis zoude bevestigd worden; dat zijn zoon op zijnen troon zou zitten, onder de schaduw der vleugelen van Jehova, en in de zekerheid dat zijn koninkrijk een eeuwig rijk zoude zijn. Dit waren de gewisse weldadigheden Davids, toen God hem koning maakte over Zijn volk. (2 Sam. 7 : 3-17.)

Op dezelfde wijze trad God in 't verbond met Davids Grooten Zoon. Hij is ook tot een Vorst gesteld. Zijn naam is groot; Zijn troon zal in eeuwigheid zijn; Zijn Koninkrijk zal bevestigd worden; Zijn naam zal gehoord worden zoolangquot; de zon is; alle volkeren zullen Hem gelukzalig roemen.

Het type van den Zoon des Menschen werd in David

205

ocr page 220

ons verheerlijkt hoofd.

bezoedeld door zijn zonde en ontrouw; al wat van Boven komt wordt altijd door de zonde, ongerechtigheid en onvolkomenheid van deze wereld besmet. Maar nochtans is daar van Gods zijde g'een verandering of ommekeer. Zijn genade blijft verzekerd. Met name in het heilsplan met Jesus Christus kan de eeuwige Godsgedachte niet gewijzigd worden. Hij blijft getrouw aan de voorwaarden des verbonds en God neemt Zijn woord nooit terug.

Lichter zoude het zijn de opvolging van dag en nacht te verbreken, dan één van Gods beloften krachteloos te maken.

Eerst na Zijne opstanding wordt Christus de Vorst des Levens genoemd; slechts viermaal komt PI ij in het Nieuwe Testament onder deze benaming voor. Op den Pinksterdag beschuldigt Petrus de Joden dat zij »den Vorst des Levensquot; gedood hebben ; en voegt er on-middelijk aan toe: »welke God opgewekt heeft uit de doodenquot;. Wederom verklaart hij voor den Joodschen raad, dat God Hem verhoogd heeft tot een »Vorst en Zaligmakerquot;, welke verhooging blijkbaar doelt op den opgang naar de Hoogte uit de diepte des grafs tot de rechterhand der kracht Gods. (Hand. 5 ; 30.) In den Brief aan de Hebreen wordt ons gezegd, dat God den Leidsman onzer zaligheid door lijden geheiligd heeft en met heerlijkheid en eer gekroond heeft. (Hebr. 2 : g, 10.) En wederom in dienzelfden Brief worden wij vermaand op Jesus te zien, gezeten aan de rechterhand des troons Gods, als clen Oversten Leidsman

2o6

ocr page 221

ONS VERHEERLIJKT HOOFD.

en Voleinder des geloofsquot;. Voor al deze benamingen, Voleinder, Leidsman, Vorst, Overste Leidsman, staat in het Grieksch hetzelfde woord, dat steeds wordt toegepast op den Verrezen Christus.

De etymologie van dit woord is zeer belangrijk, liet beteekent eigenlijk de eersteling eener reeks men-schen, daarom hun leidsman en overste. Het is dus duidelijk dat onze Heer de eerste is van een lange reeks zielen, die Hij van uit het graf met zijn duisternis en verderving opwaarts leidt, door al de sfeeren van aarde en lucht, neen, alle machten en overheden der wereld voorbij, tot aan den troon Gods. Hij is de Eerstgeborene uit de dooden en daarom de Heerscher over de koningen der aarde. Hij heeft door de opstanding het recht verworven om het licht der heidenen voort te brengen.

Werken wij deze gedachte nader uit: Christus de eersteling van een lange rij verlosten, dan komen wij tot heerlijke dingen; dan zien wij hoe IIij de dooden uit den dood tot het leven leidt. Hij die ons is voorgegaan door de wateren der doodsjordaan, en machtig is Zijne vrijgekochten droogvoets daardoor te voeren, zooals eenmaal Josua en zijn volk over de Jordaan door het droge gingen.

Evenzoo kan Hij ons, overwonnelingen door zonde en schuld, tot de overwinning der hemellingen leiden. Door Zijne verhooging ter rechterhand der Eeuwige kracht heeft Hij een pad gevormd, waarlangs al de eeuwen door eene schare die niemand tellen kan Hem

207

ocr page 222

ONS VERHEERLIJKT HOOFD.

navolgt. Waar Hij is, kunnen ook zij komen; gelijk Hij overwonnen heeft, alzoo moeten ook zij overwinnen; gelijk Hij heerscht over overheden en machten, alzoo zullen ook zij zitten in Zijnen troon, totdat al Zijne vijanden overwonnen zijn.

Eveneens leidt Hij den lijdenden door dat lijden tot de heerlijkheid der volmaaktheid, die alleen mogelijk is langs den weg van bittere smart, geheiligd door de genadige werking des Geestes. Ofschoon Hij de Zoon was, heeft Hij gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij geleden heeft en alzoo het lijden gemaakt ook voor ons tot een smeltkroes en middel tot heiliging, opvoeding, opbouwing en geloofsbekrachtiging-. Allen die hun kruis met lijdzaamheid opnemen en dragen naar de wet Gods, volgen in de lange rij, waar Hij vooraan gaat.

In dit alles nu zien wij de vervulling van het profetische woord: Zie, Gij zult een volk roepen, dat Gij niet kendet, en het volk dat U niet kende, zal tot U loopen.quot; Op wien anders kan dit betrekking hebben dan op de Heidenen, die eens verre waren ? Door wie wordt dit anders bewaarheid dan door dien grooten oogst, waarvan onze Heiland zelf spreekt tot de Grieken: »En Ik, als Ik verhoogd zal zijn, zal ze allen tot Mij trekken.quot;

Ten slotte, waar en wanneer ontving onze Heiland meer eer, lof en aanbidding, dan na Zijne gehoorzaamheid tot den dood, waarna Hij een naam ontving, welke boven alle naam is, en waarin alle knie zich eens zal buigen en elke tong zal roemen?quot;

2O8

ocr page 223

209

O, heerlijke, onvolprezen Leidsman, die zulk een grooten uitgang- geleid hebt van het graf der zelfzucht en der zonden, van het gebied des zienlijken en stoffe-lijken levens, tot het onzienlijke en eeuwige, tot de wereld zonder zonde en smart. Wij, die U wenschen te volgen, wij bidden dat de volkeren, die U nog niet kennen, tot U mogen worden gebracht, dat alle natiën der aarde zich weldra mogen scharen onder Uwe banier, en dat velen o zoo velen, die reikhalzend uitzien naar en werken om het water dat hun dorst niet kan lesschen, en om het brood dat hun honger niet verzadigen kan. U mogen volgen naar de Bron van het Water des Levens, en tot den Boom des Levens, die staat in het midden van het hemelsch Paradijs.

Mijn lezer, wie ge ook zijn moogt, die, hetzij in aandachtige leergierigheid, hetzij in de opwelling van een oogenblik. deze regelen onder de oogen krijgt. God heeft Zijn onuitsprekelijke Gaven ook voor u beschikbaar gesteld. Wilt gij ze aannemen ? Hij gaf Zijnen eengeboren Zoon en met Hem alle dingen. O. treed dan toe en neem aan wat God u biedt. Waarlijk, deze Zoon des Vaders zal zijn uw vertroosting, uw hulp, uw steun, uw volkomen verlossing en zaligheid tot in alle eeuwigheid.

II. Het Eeuivig l'crbond.

Tegen het einde van Davids regeering zong de grijze vorst een lied. waarvan hij zeer verzekerd was. dat de

Christus in Jesaja. 14

ocr page 224

ONS VERHEERLIJKT HOOFD.

Geest des Heeren het hem op de tong gelegd had. Het is alsof hij daar terugziet op zijn leven met al zijn ongebruikte geleg'enheden om goed te doen. Hij zegt op weemoedigen toon dat hij, die rechtvaardiglijk heerscht, zoude zijn als het licht des morgens, wanneer de zon opgaat, zonder wolken, wanneer van den glans na den regen de grasscheutjes uit de aarde voortkomen. Zóó had zijne regeering moeten zijn, maar het ideaal was verre van bereikt geworden. Hij was niet altijd een heerscher geweest in de vreeze Gods. Hij had zonde gepleegd, waarvoor hij met menschenroede en met plagen der menschenkinderen gestraft was. (2 Sam. 7 : 14, 15; 2 Sam. 23 ; 3.)

Hem was vergiffenis geschonken, maar de natuurlijke gevolgen der zonde waren gebleven - zooals dit ook met ons het geval is. Zijn stamhuis was verdeeld door moord, haat en bloedschande; en zijne stervende woorden spreken van den goddelooze, die niet kan gegrepen worden, tenzij de hand gewapend is met zwaard en speer. Adonia, Joab, Simei en anderen waren zoovele doornen in de zijde van den bejaarden koning. Nóchtans wist hij dat Gods verbond met hem vast stond. Hij had gesproken: »Mijne goedertierenheid zal niet van u wijken, gelijk Ik die weggenomen heb van Saul, dien Ik van voor uw aangezicht heb weggenomen.quot;

Een dergelijk verbond is daar gesloten tusschen den Vader der eeuwigheden en den eeuwigen Zoon, als Vertegenwoordiger der verlosten. God zal nooit ontrouw

2 IO

ocr page 225

ONS VERHEERLIJKT HOOFD.

zijn aan dat verbond. Het werk des Kruises is een volkomen werk geweest; het Bloed des Kruises is tot een algenoegzame verzoening gesteld. De gehoorzaamheid en het sterven van Jesus Christus waren alge-noegzaam. Zij die in Hem gelooven kunnen niet verloren gaan; Gods genadegiften in Hem zijn onberouwelijk. Maar wij moeten onzerzijds met een beslist zelf-willen in dat verbond treden. De nadrukkelijke, herhaaldelijke oproeping zegt het ons: Neigt uw oor, komt tot Mij, hoort, en - • Ik zal met u een eeuwig verbond maken!

Men spreekt tegenwoordig veel over de solidariteit van het menschelijk geslacht; men groepeert de menschenquot; in eene groote familie en stelt daarbij de even ware leer der persoonlijkheid ter zijde. Wij moeten deze twee waarheden niet in botsing brengen met elkander. Beiden zijn noodig voor de ontwikkeling der ziel. Het is waar dat allen, die berouw hebben en gelooven, in het eeuwig verbond zijn opgenomen; het is echter even waar dat daar iets moet hebben plaats gegrepen tusschen God en elke ziel, uit kracht waarvan een persoonlijke verhouding geboren wordt en een gemeenschapsleven der ziel met haar God, dat nimmer verbroken kan worden, door dood noch leven, door tegenwoordige noch toekomende dingen.

De overvloed der heilgoederen.

De overvloed wordt in verschillende bewoordingen uitgedrukt: water, wijn, melk, voedend brood, verzadiging.

2 I I

ocr page 226

OXS VERHEERLIJKT HOOFD.

Wij worden genoodigd om tot de wateren te komen, en ziet, wij vinden een maaltijd bereid waar wij kunnen aanzitten. Dit herinnert ons aan de woorden in de Zendbrieven, wier rijkdom alle g-edachten te boven gaat: »Gezegend met alle geestelijke zegeningen in Christus. Alles is het uwe.quot;

De godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de beloften des tegemvoordigen en des toekomenden levens. Wij zijn zoo gewoon te bidden, alsof wij door onze smeekingen datgene kunnen verkrijgen wat wij voor ons leven behoeven. Wij roepen; Ik zal dag en nacht aanhouden in het gebed om deze of die genadegave; ik zal die gave, dien zegen veroveren door tranen en zuchten en vele gebeden. Maar ach, waarom verstaan wij toch niet dat de tafel gespreid is, en dat daar overvloed is voor ons, dat onze naam daar geschreven staat en de deur geopend is. zoodat wij allen slechts hebben aan te nemen Alles wat de ziel kan begeeren is g'ereed. Wij behoeven niet ten hemel op te klimmen, om ons Gods genade te verzekeren, wij behoeven evenmin in de diepte af te dalen, om ze daar te zoeken. Zij is nabij, zij is hier. Ivomt, koopt, en eet.quot;

Zonder grid en zonder prijs.

Is het werkelijk aldus? Behoeven wij inderdaad niets te betalen? Xiet naar menschelijk gebruik. Wij kunnen alles verkrijgen door een eenvoudige belijdenis onzer behoeften, door al onze nood en gebrek bloot te leggen.

2 12

ocr page 227

ONS VERHEERLIJKT HOOFD.

door gewillig Gods gaven aan te nemen, als onwaar-digen ons zeiven te ontledigen, van onszelven af te zien, onze gebeden, tranen en smeekingen buiten rekening te laten, bereid te zijn om als een klein kind ootmoedig uit Gods geopende hand te leven - dit is de koopprijs waardoor wij de onschatbare hemelgaven deelachtig worden.

Vergeten wij het daarom nimmer, dat de rijkdom van Gods genade alleen het deel kan zijn dergenen die hunnen Leidsman volgen en gehoorzamen. Deze onze Leidsman eischt onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Als Hij zegt: Kom,quot; dan moeten wij komen, wat wij daarbij ook achterlaten. Indien Hij zegt ■ga,quot; dan moeten wij gaan, hoe groot ook de hinderpalen op onzen weg zijn, welke gevaren wij ook tegemoet gaan. Indien Hij zegt: :gt;Doe dit!quot; dan is geen aarzeling geoorloofd.

Naarmate wij meer die groote lessen der zelfverloochening en der gehoorzaamheid leeren, naar die mate zullen wij ook hier op aarde reeds deel hebben aan die heerlijkheid der eeuwige gewesten, waar zij het Lam volgen waar het ook heengaat; waar ze niet meer hongeren, noch dorsten, waar de zon hen niet meer steekt, noch eenige hitte.

ocr page 228

HOOFDSTUK XXIV.

DE HEMEL HOOGER DAX DE AARDE.

Jesaja 55 : 9.

Want uw gedachten neen. het zijn niet mijn gedachten. Uw wegen neen zegt God. het zijn de mijnen niet Hoog boven 't uwe is 't doen en denken des Almachten Zoover als boven d' aard des hemels blauw verschiet.

G. JONCKBLOET.

Gods gedachten! Wij kunnen er ons iets van voorstellen door de werken Zijner handen, zoowel in de natuur als in het rijk der verlossing. De psalmist beschrijft Gods gedachten als eeuwig, als alle menschelijke berekening te boven gaande en onpeilbaar. Men zegt dat Kepler, de groote astroloog, eens, toen hij uren lang de bewegingen der hemellichamen had gadegeslagen, uitriep: Ik heb de allervroegste gedachten Gods bestudeerd en overdacht.quot; —- Hij dwaalde echter zeer. Daar zijn nog vroegere Godsgedachten dan die welke in de natuur zijn afgedrukt. De liefde Gods die

ocr page 229

DE HEMEL HOOGER DAN DE AARDE.

den mensch in Christus heeft uitverkoren, en haar toppunt vindt in de hemelzaligheid, is nog veel ouder. Laat ons meer rekening houden met de Godsgedachte en ook leeren uitroepen; Hoe kostelijk zijn mij, o God, uwe gedachten, hoe machtig vele zijn hare sommen!

Gods wegen! Hij maakte ze aan Mozes bekend; als of Hij Zijn vertrouwde dienaar beter kon onderrichten van Zijn innerlijkste en heiligste bedoelingen dan de kinderen Israels, die alleen bekend werden gemaakt met Zijne daden, Gods weg is in't verborgen; Zijn pad voert vaak door Oceanen van smart en beproeving. De Psalmist begeert zeer Zijnen weg te mogen verstaan; het was de Goddelijke klacht over Israël, dat zij Zijnen weg niet hadden geweten.

Van deze Godsgedachten en wegen vernemen wij, dat zij zóó hoog boven onze gedachten en wegen verheven zijn als de hemel is boven de aarde. Ien eerste: De hemelen zijn zoo hoog boven de aarde en daarom zoo rein. Ten tweede: Zij zijn zoo ver en daarom zoo menigvuldig. Ten derde: Zij zijn zoo ver en daarom zoo -weldadig. En in alle drie beschouwingen zien wij zinnebeelden van de natuur en de ontferming Gods.

I. Zoo ver en daarom zoo rein.

Het firmament des hemels is onbereikbaar voor bezoedeling of verontreiniging. De vergiftige moerasdampen, de zwarte rook der fabrieks-schoorsteenen, zij kunnen de reinheid van het hemelazuur niet besmet-

ocr page 230

2l6 de hemel hooger dan de aarde.

ten. Heerlijk zinnebeeld vtm de reinheid Gods, Wiens naam »heiligquot; is en die woont in het Hoog-e en het Heilige. Het contrast dat wij hier vinden tusschen hemel en aarde is een beeld van het verschil tusschen Gods en der menschen gedachten. Blijkbaar is alzoo de be-teekenis der woorden: De goddelooze verlate zijnen weg en de ongerechtige man zijne gedachten .. .

Want Mijne gedachten zijn niet uwe gedachten en uwe wegen zijn niet Mijne wegen spreekt de Heer.quot;

Natuurlijk kan geen mensch Gods g-edachten en wegen in hun maatregelen en beweging, hun oneindigheid en onbegrijpelijkheid nastreven. Dit is ook niet noodig! Evenmin is het zonde als wij op oneindigen afstand van Gods weg en gedachte blijven. Maar daar wij inderdaad naar den heelde Gods geformeerd zijn, is het zeer zeker mogelijk, dat wij ons in de lijnen leeren voortbewegen waarop Zijne gedachten ons kunnen bereiken en bezielen, waarop wij ons bewust kunnen worden in Zijnen weg te gaan.

Werpen wij deze gedachte niet moedeloos van ons af; laten wij er integendeel heiligen ernst mede maken, ze zal ons een eind verder brengen in het spoor der heiligmaking, waarin toch als kinderen Gods, vrijge-kochten des Zoons, onze dure roeping ligt. De oorspronkelijke schepping van den mensch naar het beeld Gods, zoowel als in later eeuwen de vleeschwording des eeuwigen Woords, bewijzen ons dat het Gode mogelijk was door onze natuur te handelen en te denken, en bevestigen onwedersprekelijk dat de mensch Gods

ocr page 231

DE HEMEL HOOGER DAN DE AARDE. 217

gedachten kan denken, Gods wegen kan gaan. Al is dan zijn woonplaats nog op aarde, hij is daarom toch geen kind der aarde, maar des hemels, geroepen om niet de dingen die beneden, maar die Boven zijn te zoeken, de dingen Gods en der eeuwigheid.

De zonde heeft al deze dingen veranderd. De machten der aarde bleken te sterk te zijn. De zichtbare wereld met haar beroep op de zinnen, heeft de harmonie verbroken die de Schepper had daargesteld, tusschen het goddelijke en menschelijke. Het is voor ons die de dingen beschouwen willen bij het licht des Geestes, die alle samenvoegselen der menschelijke ziel onderzoekt, maar al te duidelijk dat het gedichtsel van 't men-schenhart boos is en zijn weg verdorven. - Van nature is thans de gang der menschelijke gedachten en wegen benedenwaarts, aardschgezind, zinnelijk, duivelsch. Van daar de ontzachelijke kloven tusschen Gods gedachten en wegen en de onzen.

Daarom het is immers zoo klaar als de dag voor ieder die de waarheid wil erkennen daarom verstaat de natuurlijke mensch God niet, zoo min als de dingen clie des Geestes Gods zijn. Wij kunnen elkander alleen kennen door den geest des menschen die in ons is. De menschelijke sympathie openbaart ons onmiddelijk, en met de snelheid van een bliksemstraal, wat geene woorden ons kunnen zeggen. Wij moeten echter eens geestes zijn om elkanders ziel te verstaan. Zoo is het tusschen ons en God. De natuurlijke mensch wiens smaak, begeerten en wegen vreemd zijn aan Gods

ocr page 232

2l8 de hemel hooger dan de aarde,

Wezen, kan evenmin de dingen des Geestes verstaan, als een wilde de gedachten en manieren van een fijn-beschaafd ontwikkeld en geestelijk mensch onder ons begrijpen kan. Zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat ze geestelijk onderscheiden zijn.quot;

Het is voor den natuurlijken mensch dan ook onmogelijk Gode te behagen. Gods gedachten zijn heilig, Zijn wegen zijn rein, maar de gedachten en wegen van den onwedergeboren mensch zijn onheilig en onrein. Gods gedachten zijn liefde, Zijn wegen teerheid; die van den onwedergeborene zelfzuchtig en ongevoelig. Gods gedachten zijn waarheid. Zijn wegen getrouwheid; die van den onwedergeborene zijn onoprecht en bedriegelijk. Hoe onmogelijk is het derhalve voor degenen die in het vleesch zijn om Gode te behagen! Zij zijn der wet Gods niet onderworpen en het kan ook niet!

Het is voor den natuurlijken mensch evenzeer onmogelijk altijd in Gods nabijheid te leven, tenzij dan dat de goddelooze zijne wegen verlate, en de ongquot;erechtig-e man zijne gedachten. Welke ook de kwellingen der buitenste duisternis mogen zijn. de kwellingen van het leven in den hemel van (rods nabijheid zou onvergelijkelijk veel erger zijn. Voor het kranke, ontstoken oog is niets zulk een folterende marteling als de volheid van zomerzonneschijn, waarin zoowel ouderdom als jeugd zich in gezonden toestand verheugt. Alzoo zoude voor de ongereinig'de ziel geen foltering grooter zijn dan gedwongen te worden voortdurend, in Gods heilige tegenwoordigheid te vertoeven, waarmede hij in ieder opzicht

ocr page 233

DE HEMEL HOOGER DAN DE AARDE.

in tegenspraak en strijd is. Indien het mogelijk ware dat zulk een de stad (xods kon binnentreden, met haar lichtglans boven het licht der zon; met haar hemelsche melodiën en jubelende scharen, dan zou andermaal de kreet gehoord worden: Wïit heb ik met U te doen, o Heilige, Uwe tegenwoordigheid foltert mij.quot;

Het is dus een gebiedende noodzakelijkheid om de wegen en gedachten der goddeloosheid en ongerechtigheid te verlaten. De oogen die tot dusver de ijdelheid hebben nagejaagd moeten worden opgeheven tot het spoor van den verheerlijkten Heiland; de voeten die bijna waren uitgegleden en in den afgrond des verderfs gestort, moeten den weg van Gods geboden leeren gaan, de wil moet zoo worden overgebogen in de lijn van Gods wil, dat Hij in ons werken kan al wat Hem behaagt, tot verheerlijking Zijns naams.

De Hemelvaart van onzen Heer en Koning wijst ons de te nemen richting aan; de Heilige Geest geeft ons de kracht waardoor wij voortaan het nieuwe leven kunnen leven (Col. 3 ; i 4). Aldus kan het reine hemel-leven tot ons gebracht worden, zooals dit in volheid geschied in het leven van den Zoon Gods, die gedurende Zijn aardsche omwandeling niet aarzelde om van Zichzelven te spreken als in den hemel wonende. (Joh. 3 : 13).

II. Zoover en daarom zoo vienigmildig.

Tracht eens de hoogte der hemelen boven de aarde te meten: laat uw oog' eens gaan door het onmetelijke

ocr page 234

- -O DE HEMEL HOOGER DAX DE AARDE.

firmament; bereken eén oogenblik zonder verder te denken de ontelbaarheden der hemellichamen, de onmeetbaarheid der afstanden die zij van elkander beslaan. Dat zijn de hemelen. In waarheid, zij zijn hooger dan de aarde; en in dezelfde evenredigheid, staat de menigvuldigheid van Gods vergevende genade ver boven het bereik van onze stoutmoedigste verbeelding. »Hij vergeeft mcntgvuldiglyk. W'anf: Alijne gedachten zijn niet uwe gedachten, en uwe wegen zijn niet Mijne wegen, spreekt de Heer.

Deze gedachte is het die de Apostel uiteenzet in een der gloedvolle gedeelten van het Boek der heilige Openbaring (Rom. 5 : 12- 21). Zijn betoog grondt zich op deze overtuiging: alles wat door de zonde gedaan is, moet overstemd en uitgewischt worden door de genade Gods. Indien de dood tot alle menschen gekomen is door de misdaad van éénen, natuurlijk moet dan ook de genade tot allen doorgaan, door den persoon en het werk van den Eenen Heiligen en Rechtvaardigen, den Mensch Jesus Christus. Indien de dood kon heerschen op aarde door de misdaad van eenen, dan kan ook het eeuwige leven heerschen door de voorbeeldelooze daad der overgave aan het Kruis. Voordat de schaduwen van het Kruis op aarde vielen, wist God alleen hoe vreeselijk de zonde was; van dat oogenblik af werden de duisternis en diepte van der zonde macht ook aan het heelal geopenbaard. Maar -- indien de zonde gelijk de zwarte wateren van den zondvloed de hoogste bergtoppen der aarde bedekt, toch was de

ocr page 235

DE HEMEL HOOG ER DAX DE AARDE.

genade met hare menigvuldige vergeving zooveel hoo-ger boven de zonde als de hemelen waren boven de vermelde wateren.

Wij kunnen Gods menigvuldige bereidheid tot schuld-vergeven in geen enkel opzicht met de onze vergelijken. Wij zeggen dat we zouden willen vergeven indien er meer evenredig schuldgevoel, meer schuldbelijdenis was. Of wij zouden vergeven indien de zonde niet zoo opzettelijk en ongegrond begaan was; óf wel, wij willen vergeven maar kunnen niet vergeten. Onze vergevensgezindheid is lang niet altijd ^gereed, en wij blijven vaak achterdochtig en koel, tegen degenen die ons beleedigd hebben en met wie wij ons verzoend hebben. Is het wonder dat wij, zijnde zóó als wij zijn, de volkomenheid van Gods vergevensgezindheid niet kunnen bevatten, zoomin als de volle beteekenis van dat woord Zijner trouw: clat Hij onze zonde niet meer zal gedenken !quot;

De verloren zoon meent, dat hij hoogstens eene beperkte vergiffenis en eens huurlings ontvangst magquot; verwachten. Dat komt omdat zijn begrip over Gods goedertierenheid niet hooger reikt. De vader echter loopt hem tegemoet, valt hem om den hals, kust hem, kleedt hem met het beste kleed en bereidt voor hem den feestdisch. Ziedaar het onderscheid tusschen het menschelijk begrip van vergiffenis en de volheid van Christus.

Wanneer God vergeeft, dan gedenkt Hij niet meer. Hij wischt de ongerechtigheden uit als een wolk en

2 2 1

ocr page 236

DE HEMEL HOOGER DAX DE AARDE.

de zonde als een wolkgordijn; Hij behandelt ons niet als begenadigde misdadigers, maar sluit ons aan Zijn hart als geliefde kinderen; Hij bekleedt ons met eene volkomen gerechtigheid; Hij behandelt ons als waren wij getooid met de volmaakte schoonheid van den Geliefde; Hij verandert de droevige gevolgen onzer zonden in zegeningen, zoodat, wanneer wij wederkeeren uit het verre land de heuvelen geschal maken, en de boomen des wouds de handen samen klappen. In de plaats van een doorn laat Hij een denneboom opgaan, en in de plaats van een distel een myrteboom; en deze verandering zal een eeuwig teeken zijn, van wat Gods liefde voor een berouwhebbenden zondaar kan doen. Zekerlijk dit alles is even ver boven de menschelijke bevatting als de hemelen boven de aarde zijn.

Hl. Zoo 7'er cu daarom zoo weldadig.

Omdat de hemelen zoo hoog boven de atirde zijn, daarom kunnen zij in hare uitgestrektheid de dampen der aarde opnemen. De wolken dragen als zooveel sloepen hun kostbaren voorraad van regen en sneeuw boven de verdroogde aarde, om den regen in vrucht-baarmakende stroomen te ontlasten en de sneeuw als een warm kleed over de opgeploegde velden uit te strekken. Omdat de hemelen aldus hooger zijn dan de aarde, daarom komen regen en sneeuw neder en be-vochtigen de aarde, en laten haar zaad ontkiemen opdat zij vrucht geve aan den zaaier en brood aan den eter.

Juist omdat God zoo groot is, zoo hoog verheven

ocr page 237

DE HEMEL HOOGER DAN DE AARDE.

boven de hemelgewelven troont, juist daarom voelt Hij zich krachtens Zijn Wezen gedrongen, om ons in onzen vervallen staat te helpen. Wie zal het aantal of de onbetaalbaarheid, of de heerlijkheid Zijner genadegaven in Jesus Christus bepalen? Wij kunnen niet anders dan belijden: God is liefd', o Englenstem,

Menschenkind verheerlijkt Hem.quot;

De eenige vraag die wij ons zeiven allen te beantwoorden hebben is deze: wat wij op Gods roepstem geantwoord hebben? Hoe hebben wij Zijne genade aan ons betoond beloond? Wee onzer, indien wij ze onopgemerkt hebben voorbijgegaan! Gelukkig daarentegen degenen die Hem met Zijne gerechtigheid bekleed tegemoet g'aan. Wij zijn bestemd om des Heilands erfdeel te zijn als loon voor Zijn bloedig zweet, maar ook van Zijn jarenlang geduld met ons, die van nature allen zijn een tegenstrevend volk.

ocr page 238

HOOFDSTUK XXV.

DE HERXIEUWIXG DOOR GODS GENADE. Jesaja 55 ; 12. 13.

In plaats van doornen zal de denneboom verrijzen,

In plaats van dist'len schiet de mirt zijn twijgen uit. Uw heilstaat zal de Heer, uw een'gen Redder prijzen, Een eeuwig teeken van Zijn eeuwig raadsbesluit.

G. JONCKBLOET.

De rijkdom van Gods overvloedige genade en menigvuldige vergeving is hier voorgesteld in een beeldspraak die de minst bevattelijke zelfs kan verstaan. Niet alleen was den bannelingen vergeving geschonken, was hun oorlog geëindigd, hun ongerechtigheid verzoend, zij zouden ook mogen terugkeeren naar het land hunner

vaderen. »Gij zult uittrekken---- gij zult voortgeleid

worden ....quot; Xiet ailleen zouden zij in hun vaderland terugkeeren, maar die terugkeer zou ook een zegetocht zijn. De natuur zelve zoude medejubolen; bergen en heuvelen zouden geschal maken; alle boomen des velds zouden in de handen klappen.

ocr page 239

DE HERXIEUWING DOOR GODS ÜEXADK. 225

Dit was echter nog niet alles. Een der noodwendige gevolgen van de wegvoering in ballingschap was de verachtering van den grond. Groote landstreken waren onbebouwd gebleven; de hellingen der heuvelen weleer met zooveel zorg bebouwd en bewerkt, waren steen-velden geworden. Waar weleer de korenaren wuifden en hun zacht geruisch deden hooren, of waar saprijke vruchten gerijpt werden in den najaarszonneschijn, daar was nu de voorspelling in letterlijke vervulling gegaan :

Men zal rouwklagen____ over de gewenschte akkers,

over de vruchtbare wijnstokken. Op het land mijns volks zal de doorn en de distel opgaanquot; (Jes. 32 ; 12, 13). Dit alles zou nu omgezet worden. Letterlijk en zinnebeeldig zou daar een algeheele omkeering zijn van de gevolgen der vroeg'ere zonde en afvalligheden. In plaats van de doorn zou een denneboom opgaan; in plaats van een distel de myrteboom, en het zou den Heer wezen tot een naam, tot een eeuwig teeken, dat niet uitgeroeid zou worden.

Een eeuwig teeken.quot; Dit woord wijst onwederspre-kelijk aan, dat onder deze voorspelling een heilig onderwijs verborgen is, dat van blijvend belang en gewicht is. Laat ons trachten het te ontdekken bij het licht van de overige Schriftuitspraken.

»LI ij zeide tot Adam: het aardrijk zij vervloekt om uwentwil; met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens; ook zal het u doornen en distelen voortbrengen.quot;

»En de krijgsknechten vlochten een kroon van doornen en zetteden die op Zijn hoofd.quot;

Christus in Jesaja. 15

ocr page 240

2 26 DK HERNIEUWING DOOR GODS GENADE.

»Mij is gegeven een doorn in het vleesch____ Hierover heb ik den Heer driemaal gebeden, opdat hij van mij zoude wijken.quot; En Hij heeft tot mij gezegd: Mijne genade is u genoeg.quot;

Onze gedachten verdeelen zich onwillekeurig in drie punten: De doornen en distelen des levens; het koningschap des lijdens; de hernieuwing door de genade.

I. De doornen cn distrlcn des levens.

Menigmaal maaien wij wat anderen gezaaid hebben; somtijds zaaien wij voor onszelven, meermalen ook lijden wij door ons verzuim. Wij hebben onze gelegenheden ongebruikt laten voorbijgaan; daardoor bedekten slingerplanten en onkruid de paden van 't verleden, en distels verzamelen zich om de toekomst te bedreigen.

Zeker is een sleehtegezondheid een dezer doornen. Velen onzer hebben door Gods goedheid slechts weinige dagen van ziekte gekend; anderen daarentegen slechts weinige van goede gezondheid. Krankheid bezocht hen reeds in de jeugd, putte hunne kracht uit en sloopte langzamerhand den tabernakel des lichaams. Bij sommigen is de zonde hunner voorvaderen hieraan schuld, anderen maaien wat zij zelf gezaaid hebben. Sleepende krankheden, ongeneeslijke verzwakking, zenuwachtige gedruktheid. ze zijn vaak de erfenis onzes aardschen levens, en het zijn doornen.

Sleehte kinderen zijn het evenzeer. Zou David daaraan niet gedacht hebben toen hij zeide, dat zijn huis niet

ocr page 241

DE HERNIEUWING DOOR GODS GENADE.

wandelde met (i-od, en dat de goddeloozen als doornen moesten uitgerukt worden door de gewapende hand? Zou hij niet gedacht hebben aan Absalom en Adonia en anderen uit zijn gezin ? Zekerlijk beschreef hij de smartelijke ondervinding van vele anderen, wier leven verbitterd werd door goddelooze, losbandige, onwillige kinderen. Wanneer de dochters des huizes onberaden huwelijken sluiten en de zonen alle booze hartstochten botvieren, dan zijn dit doornen en distelen genoeg om ellende te brengen in de rijkste en meest vorstelijke woningen.

Sterke neigingen en voorbeschiktheid tot het kwaad, mogen niet minder tot de doornen gerekend worden. Van een jaloersch of afgunstig temperament te zijn, met buitengewone eerzucht bezield te zijn; mateloos driftig te wezen; de ontzettende erfenis van eene schier onoverwinnelijke behoefte aan prikkel, en onmatigheid mede te brengen in 't leven, zietdaar doornen in het vleesch en doornen in den geest, die niet licht geacht mogen worden.

II. Gedwongen om gang met ongelijksoortig gezelschap bij ons quot;iverk of in onzen huiselijken kring.

Wanneer wij nacht en dag het ondragelijk juk der gemeenschap moeten torsen, met dezulken die niets vreezen en geen mensch ontzien; wanneer wij de nabijheid, de samenwerking van menschen moeten verdragen zóó ongelijksoortig gestemd en aangelegd; zoo

ocr page 242

228 DE HERNIEUWING DOOR GODS GENADE.

onverwant aan onze ziel, dat enkel het hooren hunner stem, het gevoel hunner nabijheid ons een bitterheid des geestes is, ik vraag liet u, is dit geen doorn in ons leven?

Ach, ieder leven heeft ondervinding te over van smarten door (lod alleen gekend, van teleurgestelde verwachting, van vervlogen hoop, van vergeefs gedroomde droomen, van ongeneeslijke hartewonden, van een kruis dat door zijn zwaren druk den schouder verwondt en de ziel ten onder houdt, van engelen des Satans, die ons met vuisten slaan, van boodschappers des Allerhoogsten, die hoewel altijd wijs toch zoo raadselachtig kan zijn in Zijn levensprogram. Ach, hoe meenen wij, dat ons leven anders, beter, edeler, nuttiger, rijker geleefd zou zijn, indien wij slechts bevrijd waren geweest van die doornen! — Neen,quot; zegt de Heer, Ik kan die doornen niet wegnemen — het is voor u de eenige weg tot de koningskroon, maar Ik geve n Mijne algenoegzame genade.quot;

III. Ifrt koningschap des hjctcns.

Het is wel zeer treffend, dat het teeken des vloeks om de slapen van onzen Heiland gevormd werd tot een teeken van het koningschap. De les is duidelijk -namelijk dat Hij den vloek in een zegen herschiep.

Iets van deze waarheid klonk reeds in den eersten vloek, die over de aarde werd uitgesproken: »Het aardrijk zij om nivenhvil vervloekt; doornen en distelen

ocr page 243

DE HERNIEUWING DOOR GODS GENADE. 2 2Q

zal het ii voortbrengen.quot; - Voorzeker waren er wel doornen en distelen op aeirde voordat Adams val Gods schoone aarde verduisterde! Waarschijnlijk echter zijn zij van toen af weelderiger opgeschoten. Hoe het ook zij, daar is geen twijfel aan of Gods bedoeling was ook hiermede enkel goedertierenheid. Vervloekt zij de aarde om nwcnhvil, dat is uit de hardheid van den bodem, en zijne neiging om doornen en distelen voort te brengen, daaruit zal voor u de beste en hoogste zegen geboren worden.

De geschiedenis der menschheid bevestigt dit. Waar heeft de mensch zich het heerlijkst ontwikkeld? In de landen waar de weelderige natuur het overvloedigst was met hare goede gaven ? Waar de bodem ternauwernood bewerking van noode had om een tiendubbelen oogst te geven? Waar het leven zorgeloos en traag kon worden geleefd? Voorwaar neen! Juist daar heeft de natuur hare kinderen ontzenuwd, zijn zij onbekwaam, gemakzuchtig, krachteloos geworden. Daar echter waar de bodem onvruchtbaar, het klimaat ruw, de strijd om het leven zwaar waren, de tegenwoordigheid van doorn en distel steeds dreigend gevoeld werd en iedere krachtsinspanning noodzakelijk was om den onwilligen bodem zijn schatting te ontwoekeren, daar is de mensch ontwikkelt tot zijn volle grootte, daar is al de heerlijkheid van zijn lichaams- en geestkracht aan den dag gekomen. Het is juist in den zwaarsten, hardsten levensstrijd, dat zwakke, karakterlooze Jakobs, tot worstelende Israels worden, gekroonde vorsten Gods.

ocr page 244

230 DE HERXIEUWIXG DOOR GODS GEXADE.

Waarschijnlijk is dit ook den diepen zin van de doornenkroon om de slapen van Christus. Hij leert ons dat de mensch zijn waar koningsschap alleen kan bereiken door smart en verlies en strijd en verwonding heen. (iods bedoeling, waar Hij tuchtigt, is alleen liefde. Hij heeft u te midden der doornen gesteld om die doornen te overwinnen en de wildernis in een Paradijs te herscheppen; en uit die worsteling komt gij zeer zeker veredeld, neen, herboren te voorschijn. Om uwe slapen zullen dezelfde overwonnen doornen zich slingeren tot een kroon der eere.

Welk een heerlijken blik krijgen wij hier op het heilige dal van beproeving en smart! Zoo vele hoogst achtenswaardige Christenen klagen over Gods bedoeling met hun leven, en over het leed dat hen komt bedroeven. Gelijk Paulus bidden zij voortdurend om verlossing van dat leed. God is echter te genadig om hunne onwetende bede te verhooren. De doorn blijft; zij moeten daarmede worstelen, en, naarmate wij ons met meer lijdzaamheid onderwerpen aan onzes Vaders wil, naar die mate zullen wij ook de redelijkheid en de wijsheid van Zijne leiding leeren inzien en den doorn aanvaarden als den weg ter overwinning.

IV. De hfrniniwii/o' door de goiadc.

o O

»Voor een doorn zal een denneboom opgaan; voor een distel zal een mirteboom opgaan.quot; »Mijne genade is u g-enoeg; Mijne kracht wordt in zwakheid volbracht.quot; Ik wil daarom roemenquot;, zegt Paulus, in mijne zwakheden.quot;

ocr page 245

DE HERNIEUWING DOOR GODS GENADE. 23 I

God geeft ons een nieuwen blik op donkere punten. Wat wij als een straf beschouwden, blijkt te zijn eene kastijding van 's Vaders liefde. Het mes dat verwondde kwam niet van den Verdelger, maar van den Geneesmeester. Wat scheen te zijn tot den dood, blijkt te leiden tnt heerlijker leven. Het vuur dat dreigde te vernielen, verteerde slechts onze banden, zoodat wij de wieken vrij uit kunnen slaan. Ja, daar zijn uren in ons leven, dat (rod ons met Zich neemt op den Heiligen Berg, terwijl llij voorbij gaat en Zijn naam ons noemt, en Zijne plannen ons doet zien en Zijne bedoeling ons verklaart. Die ziekte werd u toegezonden om uw lichaam van een gif te zuiveren dat u noodlottig had kunnen worden. Dat kind werd misvormd door dat noodlottig ongeval, omdat het langs geen anderen weg gevrijwaard kon worden voor die ontzettende verleiding waarvoor het zou zijn bezweken. Die handelscatastrophe, die u uw rijkdom ontnam, had plaats omdat uw kinderen ontzenuwd en bedorven zouden zijn geworden door te veel weelde. Voorwaar, de doornen worden tot myrten, wanneer God ons Zijne redenen ontvouwt.

Daar zijn twee wegen, waarlangs de door een zwaren last neergebogen ziel kan geholpen worden. De last kan weggenomen of vernieuwde kracht geschonken worden, evenredig aan de zwaarte die men dragen moet. Het laatste middel wordt doorgaans door God aangewend bij Zijne kinderen. Och, indien wij verstandig waren, zouden wij niet bidden om wegneming

ocr page 246

DE HERNIEUWIXU DOOR GODS GENADE.

van die doornen, maar om meerdere genade. Hoe vruchtbaar wordt het kruis dan voor de ziel! Hoe menig lijder heeft God reeds voor zijne smarten gedankt! Voor hoevelen is de pijnbank een donzen bed geworden en de folterkamer een voorportaal des hemels. De doornen worden onder zulke hoog opgevoerde zielsaandoeningen tot denneboomen, en distels tot myrteboomen.

Gods genade kan ook in het dagelijks leven zulke wonderen der vernieuwing tot stand brengen. Xiet dat Hij ons natuurlijk karakter vernietigt, maar Hij leidt ons tot Zich, Hij verwijdert eenvoudig de kwade ranken van ons levensboompje en ontwikkelt het goede. Alles aan en in ons heiligt Hij. Hij verwijdert het steenen hart en geeft ons een vleeschenhart in de plaats.

Wanneer Zijne tucht aldus haar werk gedaan heeft dan wordt zij verwijderd. De hemelsche Landman weet wel hoe gevoelig de graankorrel is en blijft niet eiltijd clorschen. (-rij hebt uw volle maat van doornen en distelen gehad; gij hebt ze verdragen zonder te bezwijken; daar gij nu uwe les geleerd hebt in kinderlijke onderwerping, worden de doornen en distelen weggenomen, Uw Josef leeft, om wien ge jaren lang getreurd hebt; gij zult hem nng zien met deze uwe oogen. Een Samuel, een kind van God gebeden, zal u nóg gegeven worden om de eenzaamheid van uw hart te vervullen. Gij zult zevenvoudig terug ontvangen wat u zoo plotseling ontnomen werd. In plaats van de doorn zal een denneboom, in plaats van een distel een myrteboom opgaan; zij toch hebben hun doel met u bereikt!

ocr page 247

DE HERXIEUWING DOOR GODS GENADE.

De gloeiende profetie van den grooten Ziener werd gedeeltelijk vervuld bij den terugkeer van Israël onder Ezra en Nehemia; ongetwijfeld zoude zij meer ten volle vervuld zijn geworden indien er bij Israël meer geloof was geweest aan de goddelijke belofte.

Ten volle evenwel zal dit woord eenmaal vervuld worden, tegen het einde der eeuwen, wanneer Israël uit alle landen zal bijeenverzameld worden om weder te keeren naar zijn heiligen grond. Die wederkeer zal te samen treffen met eene opening der oogen, dan wanneer het deksel zal worden weggenomen en zij den Koning zullen zien en erkennen in Zijn schoonheid; Hem dien zij doorstoken hebben, maar dan zullen aanbidden met al den gloed hunner oostersche liefde. Dan zal de vloek worden opgeheven en zullen zij waarlijk zijn tot een eeuwig teeken, dat niet uitgeroeid zal worden.

Die Koning in Zijne schoonheid, vinde, erkenne, aan-bidde ook onze ziel! Hij is van God gegeven tot een volkomen verlossing. Dan zal eenmaal het lied weerklinken tot alle einden des heelals, ter eere van Hem die ons gekocht heeft en gemaakt tot Koningen en Priesters, Goeie tot eeuwige heerlijkheid!

E I X D E.

ocr page 248
ocr page 249

Uitgaven der Bibliotheek voor Zondagschool en Huisgezin. F. B. MEYER

£lia en het geheim zijner kracht.

Naar het Engelsch door H. W. S.

ƒ1.00, in linnen band ƒ2.—.

F. li. MEYEli

—=— J E R E M I A. —

Priester en IProfeeït.

Naar het Engelsch door 1. Z.

ƒ 1.00, in linnen band ƒ2.—.

ANNIE LUCAS

STAD EN BURCHT.

Een verhaal uit den tijd der Hervormins in Zwitserland.

2 deelen ƒ 4.—, in 2 linnen banden ƒ-4.00. E. MARSHALL

DAGERAAD.

Een verhaal uit den voontijd den Henvorming.

Naar het Engelsch door H. W. S. ƒ 2.—. in linnen band ƒ 2.50.

KARL GE ROK

PALMBLADEN.

In het Nederduitsch nagezongen

door Dr. J. RIEMENS.

ƒ2.—, in linnen band ƒ2.00.

AtrN E S G1BERNE

Een verhaal uit den ouden Riddertijd.

Uit het Engelsch door C. VAN OPHEMERT.

^fl/JO, in linnen band ƒ2.50.

ocr page 250

A. L. 0. E.

HEBREEUWSCHE HELDEN.

Een vertiiial uit den tijd der Maceabeën.

Naar het Engelsch door OSA.

ƒ 1.5*0, in linnen band ƒ 2.40.

Mevr, 0. F. WALTON

NEMO.

Naar het Engelsch door H. W. S.

-Niet 8 plaatjes, ƒ0.90.

IWAN m ESTHEE.

Een verhaal uit deu tijd der Jodenvervolging in Rusland.

Uit het Engelsch door OSA.

Met 3 plaatjes ƒ 0.00.

De oude trap te Wapping.

Xaar het Engelsch door I. Z.

Met 3 plaatjes, ƒ0.80.

SILAS K. HOOKING

—== c 12= s. =

Naar het Engelsch door H. W. S.

Met 3 plaatjes ƒ 0.00.

HE,SI!A STKETTON

VERLOREN EN GEVONDEN.

^ Naar het Engelsch door H. W. S.

ƒ 0.(gt;0.

Woorden uit den 'Bijbel

•VOOR JDjP^G- IDES

met toepasselijk bijschrift door H. W. S. en eenige gedichten van OSA.

ƒ0.00, in linnen bandje ƒ 0.00.

ocr page 251
ocr page 252
ocr page 253
ocr page 254