ocr page 1

____3/Z

ocr page 2
ocr page 3

/ /

'*n Cents.

| M H Hl ^ B Ül W ' |

1 liiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiïiiiiiiiiiiiliiiiniiüiiniiiliiiiiiiiiniiiiiiiiniiiiiiniiüniniiiifliiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiliiliiliiliiiii1

PATER MATHEW

Z ii i i i i i i i i i i i i i i i iü: i iniiiiniHii'niiiiiiiniininiiiiiiiiiimiii'i rii i m»-

' ftpostel der drankbestrijding

1 IN IERLAND

i

1)0011

P. Fr. CAJETANUS,

p. M. p-

ir

- !jü Uitgegeven door het Kruisverbond

- to ''

1 Afdeeung Utrecht.

iip

| ,| i iii|iii in tl mi i'ri i n i f ri i ii i i i • • • ^ *•'quot; 1 1111 i i i i • i ' • • 'i'1*1' • '*■

ocr page 4
ocr page 5
ocr page 6

PATER THEOBALD MATHEW, Apostel der drankbestrijding in Ierland.

ocr page 7

JrT v ^

PA FER MA rilKW,

I apostel der drankbestrijding

ii , , : . ......

i IN IERLAND

DOOK

P. Fr. CAJETANUS,

p. M. p.

I \

UITGEGEVEN 1)0011 HET K HUIS VE IMiON D AI'DKEMNÜ UTKECUT.

i

ocr page 8

IMPRIMATUR.

Er. AECHANGELUS

Fr, Min, Capucin. Pvlis.

Tilburg, 8 Sept. 1896.

IMPRIMATUR.

J. G. H. C. ESSINK

Libr. Censor.

Ultrajecti, 13 Sept. 1896.

ocr page 9

' f 9vJ -O^^C^ra'^ïï^^QrS^AÏv-ïO- GX^ quot;'

VOOKÜEIDE.

AN verschillende zijden worden op onze dagen loffelijke pogingen aangewend om den toestand van den werkman te verbeteren, om hem een gunstiger bestaan te verzekeren. Dit ijveren echter zal vergeef-sche moeite zijn, nooit zal men aan het arbeidersvraagstuk eene bevredigende oplossing kunnen geven, zoolang de werkende klasse niet op hare hoede is voor eene ondeugd, welke als eene verpestende kanker de welvaart van huisgezin en maatschappij ondermijnt, namelijk het drankmisbruik. Zij moet zich in acht nemen voor het vernielend venijn, dat voor den arbeider onder alle opzichten in het onmatig gebruik van bedwelmende dranken ligt opgesloten.

Het is dus geenzins te verwonderen, dat er strijd gevoerd wordt tegen de onmatigheid, dat men alle middelen in het werk stelt om den invloed te verminderen, dien de alcohol in de samenleving uitoefent.

Immers, de stoffelijke en zedelijke achteruitgang van het volk is in zekere mate een gevolg van het drankmisbruik. Daardoor mist het de kracht om weerstand te bieden aan de verleidingen, om staande te blijven in de gevaren, zoo-

ocr page 10

IV

diit misdaden van allerlei aard ontzettend toenemen. Daarom is het streven van hen, die de belangen des volks op stoffelijk eu zedelijk gebied werkelijk behartigen, er op gericht oin de heillooze werking van die maatschappelijke pest zooveel mogelijk te verijdelen. Kn wordt dit met een gnnsti-gen uitslag bekroond, dan zal hierdoor een gewichtig deel van het sociale vraagstuk zijn opgelost.

De verbetering van den dikwijls zoo treurigen toestand van veh; arbeidersgezinnen kan en moet beginnen met de verbetering van den werkman zelf. Menige kleine burger, menige arbeider luistert helaas ! te veel naar de verleiding en het bedrog van den alcoholduivel. Zij zijn niet genoeg op hunne hoede voor de vreeselijke gevolgen der onmatigheid, met alle recht de kanker der volkswelvaart genoemd. Men denkt er niet genoeg aan, dat een matig gebruik van sterken drank dikwijls in een schandelijk misbruik overgaat.

Dat treurig gevolg moet men trachten te voorkomen. Daartoe zal men een krachtigen steun vinden in het matigheidsgenootschap, ook hier te lande in het leven geroepen, waarin eene behulpzame hand wordt aangeboden aan degenen, die zich willen vrijwaren voor de verschrikkelijke onheilen, welke de alcohol aan het menschdom berokkent. Deze vereeniging stelt zich ten doei het getal matige drinkers te beperken om aldus te beletten, dat het getal onma-tigeu aangroeie.

Reeds meer dan eene halve eeuw geleden werd dit middel met de beste uitkomst in Ierland door Pater Theobald Mathew, van de Orde der Minderbroeders-Capucijnen, beproefd. Om zijne priesterlijke deugden en zijne overgroote liefde voor de armen en noodlijdenden, stond hij bij alle standen in hoog aanzien. Na rijp beraad waagde hij het den strijd te aanvaarden tegen die ondeugd, welke zulke diepe wortelen had geschoten in de zeden zijner landgenooten, en eene groote menigte rampen en ellenden over zijn dierbaar vaderland gebracht heeft.

De naam van „Apostf.l drii matigheidquot;, dezen vurigen strijder met volkomen recht geschonken, vormt eene heerlijk

ocr page 11

acliitterende parel in de kroon, welke liet dankbare volk hein gevlochten heeft, en geeft tevens te kennen, waarin een voornaam gedeelte van zijn priesterlijken arbeid gelegen was. Zijn edelmoedig streven tot beteugeling van het drankgebruik toont duidelijk, dat het met wilskracht, verstandige regeling en taaie volharding mogelijk is bres te schieten, zelfs in de meest ingekankerde volksgewoonten en misbruiken.

Weldra verspreidde zich de matigheidsbeweging over geheel Ierland, Schotland, Engeland, Amerika, in welke landen nog op den huldigen dag bloeiende vereenigingen tot bestrijding van den alcohol gevonden worden. Mannen als Kardinaal Manning, Mgr. I hel and en verschillende andere bekende leiders hebben zich daarbij aangesloten, overtuigd van het overgroote nut, dat daarin voor den werkenden stand bevat is.

Ook Z. H. LEO XIII heeft in een schrijven van den 27cn Maart 1887 aan Mgr. Ireland, Bisschop van S'. Paul in Minnesota, Vereenigde Staten, zijne hooge goedkeuring aan de matigheidsbeweging willen schenken. Na gewezen te hebben op de wilskracht en tien ijver, waarmede die kerkvoogd, door raiddel van verschillende uitmuntende genootschappen, en in liet bijzonder door de katholieke geheelonthouders-vereeniging de verwoestende ondeugd der onmatigheid bestrijdt, gaat Z. H. aldus voort:

„Wij weten zeer wel, welke verderfelijke en betreurenswaardige gevolgen, voor geloof en zeden, van het onmatig drankgebruik te vreezen zijn. Wij kunnen dan ook de Prelaten der Vereenigde Staten niet genoeg prijzen, die onlangs in het Concilie van Baltimore dit misbruik in allerkrachtigste termen veroordeelden, door namelijk te verklaren, dat het een voortdurende prikkel tot zonde en eene overvloedige bron van alle kwaad is, waardoor de huisgezinnen der onmatigen in de verschrikkelijkste ellende gedompeld, en tallooze zielen naar hun eeuwig verderf medegesleept worden.

„Het is daarom, dat Wij het edele besluit uwer vrome

ocr page 12

VI

genootschappen alle aanbeveling waardig achten, het besluit namelijk, waardoor zij zich verbinden, om zich geheel te onthouden van alle soorten van bedwelmende dranken. Hel kan ook volstrekt niet betwijfeld worden, dat eeu zoodanig besluit een eigenlijk en waarlijk werkdadig geneesmiddel is voor dit buitengewoon euvel; en des te krachtiger zullen nllen aangespoord worden om hun lusten dezen breidel aan te leggen, hoe grooter de waardigheid en de invloed zijn van hen, die het voorbeeld geven.quot;

Vermindering van drankgebruik dan is ontegenzeggelijk een voornaam middel om het geluk van veleu in den arbeidersstand, zoowel op stoffelijk als op zedelijk gebied, te bevorderen. Wij hopen tot bereiking van dat doel een weinig te kunnen bijdragen met deze verhandeling, welke wij aan het Nederlandsche volk in het algemeen, en aan den werkman in 't bijzonder willen aanbieden.

DE SCHRIJVER.

Helmond, Sept. 1896.

ocr page 13

—%..............it..-.-.---------

DE DRANKZUCHT.

■ 7^ ENE der grootste kwalen, welke vooral in den rfj tegen woord igeu tijd onder het mensclidom schrikbarende verwoestingen aanricht, is ontegenzeggelijk ^ de dronkenschap. Deze ondeugd, laag, verlbeielijk en een redelijk schepsel geheel onwaardig, heerscht onder sommige standen der maatschappij vrij algemeen. Zij schijnt in het oog van velen dat walgelijke en schandelijke verloren te hebben, wat elk rechtschapen mensch haar met alle recht toekent.

Hij, die aan den drank verslaafd en aan deze onmen-sclielijke drift overgegeven is, verloochent zijne natuur, verlaagt zich zoo diep mogelijk, handelt lijnrecht in strijd met zijn gezond verstand, waardoor hij als koning over het geschapene moet heerschen. Zijn verstand zegt hem alles te vermijden, alles te vluchten, wat aan zijne gezondheid eenig nadeel kan toebrengen, wat zijne tijdelijke zaken, zijn verinogen, zijn geluk kan ten gronde richten, en een nadeeligen invloed uitoefent op de krachten zijner ziel, waardoor hij zich van het rede-

(5?

ocr page 14

3

looze dier onderscheidt. Dit toch is het gevolg der dronkenschap, en bijgevolg is zij strijdig met 's meu-schen gezond verstand.

Wat is dronkenschap? Dronkenschap is die lage en onteerende toestand, waartoe de mensch geraakt, als hij door onmatig gebruik van geestrijke dranken zich berooft van het edelste en kostbaarste, wat hij bezit, van zijn verstand. Het is een toestand, waarin de duivel als het ware met den mensch speelt, ja, hem als een duivel in menschelijke gedaante doet optreden, voor wien ieder weldenkende schrik en walging gevoelt, en daarom diens gezelschap zoo ver mogelijk zoekt te ontvluchten.

Een Kerkvader schetst den toestand van den dronkaard met de helderste en schrikwekkendste kleuren. „Dronkenschapquot;, zegt hij, „is vrijwillige waanzinnigheid, eene bespottelijke ziekte, een lijden, waarmede men lacht, een duivel zijner eigen vrije keus, en erger dan dwaasheid. Wilt gij zien, dat een dronkaard nog ellendiger is dan zelfs een bezetene ? Met den bezetene heeft een ieder medelijden, maar den dronkaard verfoeit men; de eerste wordt beklaagd, op dezen echter is men verontwaardigd en vergramd. Waarom dat? Het kwaad van den eeti is een ongeluk, dat van den anderen eene strafbare lichtzinnigheid.quot;

„De beschonkeue heeft ook hetzelfde lijden te verdragen als de bezetene. Hij waggelt evenzoo, is even dwaas, valt eveneens, verdraait de oogen, trapt ook met de voeten als hij gevallen is, en schuimbekt gelijk deze. De dronkaard is zijn vriend tot walg, zijn vijand ten spot, voor zijne dienaren een voorwerp van verachting, voor zijne vrouw ondragelijk, voor allen onuitstaanbaar, en verachtelijker dan een redeloos dier.quot;

ocr page 15

3

„Een dier drintt slechts zoolang al? liet dorst heeft/' zoo gaat hij voort, „en zijn lost wordt te gelijk met zijne behoefte gestild ; de dronkaard daarentegen overschrijdt de juiste maat en is onredelijker dan het rede-looze schepsel. En wat nog erger is, eene buitensporigheid, \velllt;e van zoovele rampen en van zulke groote nadeelen vergezeld gaat, wordt soms niet eens als zonde beschouwd.quot;

De geschiedenis aller eenwen en de bijna dagelijksche ondervinding levert ons talrijke en veelal vreeselijke voorbeelden van tie droevige gevolgen der dronkenschap. Onnoemelijk is het getal der misdaden, rechtstreeks of zijdelings door die vervloekte ondeugd veroorzaakt.

Als men haar naam slechts hoort, ziet men reeds in den geest de verwoestingen, welke zij aanricht; verwoestingen in het hart, in den geest, in het lichaam van den mensch ; verwoestingen in het huisgezin en in de maatschappij. Hoeveel geluk is gestoord en verwoest door den drankduivel, hoe menige familie is door hem ten gronde gegaan ! Broodeloos, eerloos werd menig fatsoenlijk werkmansgezin, menige nette burgerhuishouding, menig aanzienlijk geslacht door de schuld van één enkele, die de schande, de ergernis, de plaag van geheel eene gemeente was.

Kent men de veelvuldige en walgelijke rampen, door de drankzucht aangericht en in erfenis in eene familie van geslacht tot geslacht overgezet ? De Hoogleeraar Ïilleman van Bokn heeft zeer belangrijke opsporingen gedaan nopens zulke familie, en heeft de volgende ijzingwekkende geschiedenis opgemaakt.

Eene vrouw, Ada Jurkk genaamd, geboren in het jaar 1740, stierf in het begin dezer eeuw, verslaafd

ocr page 16

4

aan den drank. Zij heeft geleefd ais dievegge en landloopster; hare afstammelingen vormen een getal van 834 personen.

Men heeft liet leven en bestaan van 709 hunner kunnen opsporen, waardoor men tot dezen uitslag is gekomen: 106 waren onwettig geboren, 152 bedelaars, 64' verblijven in bedelaarsgestichteu; 184 vrouwen wierpen zich in de ontucht, en 76 mannen werden voor misdaden veroordeeld, waarvan 7 voor moord. Deze familie heeft aan den Staat meer dan vijf milli-oen mark of ruim drie millioen gulden gekost.

Wie telt de huisgezinnen, door deze uitvinding des duivels reeds rampzalig ten onder gebracht ? Dat de onmatigheid daar groote onheilen sticht, ze ten onderste boven keert en ze langzamerhand tot gebrek en armoede brengt, is eene waarheid, algemeen bekend, eu wslke door onze eigene ondervinding bevestigd wordt. AA at is er geworden van die personen, die ofwel als echte dronkaards te boek stonden, ofwel dikwijls misbruik maakten van sterken drank ? Zij zijn allen achteruit gegaan en tot ellende vervallen. Wie veel en dikwijls drinkt, heeft ook veel en dikwijls geld noodig, want jenever, brandewijn, cognac, of welke bedwelmende dranken dan ook zullen niet van zelf uit eene bron of welput vloeien. Daarenboven, hoe meer men er van drinkt, des te meer dorst krijgt men er van, zoodat de verkwisting nooit afneemt, maar altijd grooter omvang krijgt.

Hierbij komt nog, dat iemand, aan den drank verslaafd, zijne zaken onmogelijk naar behooren kan waarnemen en behartigen. Van een koopman, die veel drinkt, kan men gerust zeggen, dat hij niet lang koopman zal blijven. Een landbouwer, die dikwijls de

ocr page 17

5

flesch aanspreekt of veel in de herberg zit, znl zijn land bouw bedrijf spoedig zien verminderen. In één woord, welk beroep of ambacht men ook moge uitoefenen, welke znak men ook drijve, al zijn zij nog zoo winstgevend, al is zij nog zoo bloeiend, vroeg of laat gaan ze te niet, als de drankzucht er binnen dringt.

In elke huishouding, waar de flesch en het glas steeds de hoofdrol spelen, zal alles heerschen, behalve zegen en voorspoed. Zij, die misbruik maken van sterken drank, mogen vergeleken worden met gescheurde zakken : stopt men er kopergeld in, het valt er uit,— stopt er zilvergeld in, het glijdt er door,— stopt er goudgeld in, stopt er alles in wat gij wilt, het baat niets, alles gaat er uit.

Welke is de reden, dat bij vele werklieden en arbeiders, zelfs in de allergunstige tijden, nog gebrek en annoede heerschen ? Het is bij de meesten niet ver te zoeken. Het komt, omdat de drank hun dierbaarder is dan het geld, dierbaarder dan hunne eer en fntsoen, dierbaarder dan hunne ziel, dierbaarder dan hunne vrouw en kinderen. De drank is hun afgod, aan wien maar al te dikwijls groote offers gebracht worden. Om ons te overtuigen dat dit bij velen gebeurt, zullen wij den werkman bij het staken van den arbeid een oogen-blik in den geest volgen.

Het is Zaterdagavond in eene fabriekstad.

Langs alle kanten ziet men eene groote menigte arbeiders de fabrieken, de winkels en andere werkplaatsen verlaten. Zij hebben het zuur gewonnen loon ontvangen, waarop vrouw en kinderen misschien wachten om hun honger te stillen. Is hun eerste gang naar huis, om in den genoegelijken familiekring uit te rusten van het zwoegen eener geheele week ? Neen,

ocr page 18

6

velen, zeer velen spoeden zich naar de eene of andere herberg of troeg, waar het eerste glaasje sterke drank genuttigd wordt. Het wordt door een tweede, een derde gevolgd, die op hunne beurt nog verschillende anderen tot gezelschap krijgen. Immers, het stof eener gansche week moet worden afgespoeld.

Of vrouw en kinderen met angst de uren tellen, of ze reikhalzend de terugkomst van vader wachten, daaraan stoort zich de ongelukkige drinker niet. De gewoonte om een deel van zijn weekloon te verbrassen, is bij menigen werkman zoo diep ingeworteld, dat zij voor hem als eene tweede natuur is geworden. Evenals hij gedurende de week werktuigelijk zijn arbeid verricht, even werktuigelijk volgt het eene glaasje op het andere, totdat hij eindelijk geheel verhit en in opgewonden stemming, of wel in meerdere of mindere mate dronken is, en al waggelend en struikelend zijne woning bereikt.

Een groot deel van het weekloon bleef reeds in de toonbanklade der kroeg, een ander deel wordt achtergehouden voor den volgenden dag. Het overblijvende is ontoereikend om gedurende eene geheele week aan zijn gezin het noodige onderhoud te verschatten. Door kommer en ontberingen verbitterd, ontvangt de vrouw haar man niet zelden met bijtende woorden, welke door den dronken echtgenoot rnet barschheid beantwoord worden. Grove verwijtingen volgen op de scheldwoorden, en slagen zijn dikwijls de ontknooping der tehuiskomst. op een Zaterdagavond, als soms de nacht niet reeds is ingetreden.

Na zijne roes te hebben uitgeslapen, zal hij den Zondag niet besteden om zich met vrouw en kinderen een gepast genoegen te verschatten. Neen, hij gaat

ocr page 19

7

weer tot de drankhuizen. Waarom toch zou hij dien dag niet genieten ? Werken, zwoegen, slaven is zijn lot; nimmer een oogenblik rust, veel minder eenige stonden van uitspanning gedurende de zes dagen, hij moet toch gebruik maken van den tijd en de gelegenheid, welke hem op den Zondag gegeven worden.

Zoo gaat de ongelukkige voort om door misbruik van drank zijn eigen geluk en dat van zijn huisgezin te verwoesten. De drankzuchtige zoekt zijne uitspanning, zijn genot en geluk in de bevrediging van eene der grootste ondeugden, welke in den mensch, zoowel op stoffelijk als op zedelijk gebied, de grootste verwoestingen aanricht.

En als een echte duivel weet de ophitser der onmatigheid zich te steken in het gewaad van een engel des lichts. Hoe vernuftig, hoe spitsvondig is toch de mensch, als het er op aankomt zich-zelven te misleiden ! Wie somt de verschillende redenen op, waarom hij meent zich het gebruik van sterken drank te mogen veroorloven ! Men heeft die redenen reeds zoo dikwijls in dag- en weekbladen of in andere geschriften kunnen lezen, als de een of andere schrijver tegen die volksondeugd ten strijde trok.

Bij welk ongemak wordt de. sterke drank niet eene lafenis genoemd ? Bij droefheid en vreugde wordt er gedronken, bij begrafenis en bruiloft wordt de drank-flesch aangesproken, bij tegen- en voorspoed, in verdriet en blijdschap grijpt men naar het glaasje. Men ver-hanlt wonderen van zijne heilzame werking op lichaam en geest: hij verlicht den zwaren arbeid en verzoet de rust; — hij is een genees- of voorbehoedmiddel tegen verschillende kwalen en ziekten; in één woord, te veel om hier op te noemen zijn de voorwendsels, waarin

ocr page 20

8

liij als onfeilbaar werkend wordt aangeprezen. Ja,, tegen den waanzin zelf, waartoe de dronkenschap den menscli brengt, weet hij in zijne onzinnigheid niets beters te doen, dan juist in nog ruimere mate liet gift te gebruiken, dat de oorzaak der walgelijke kwaal is, e:i nis een afschuwelijke kanker aan zijn leven knaagt.1) at echter de reeks van al die ellenden en einde-looze rampen, welke uit het drankmisbruik voortspruiten, nog groot er maakt, is het droevig vooruitzicht, dat zulke personen, ondanks al liet bidden en sineeken van bloedverwanten en betrekkingen, ondanks al de heilzame vermaningen en schrikwekkende voorbeelden, toch op denzelfden voet blijven voortleven, en hoogst zeldzaam eene standvastige bekeering beginnen. Én waarom behoort het tot de uitzonderingen, als drinkers van beroep in de begonnen verbetering des levens blijven volharden, en hunne zoo dikwijls hernieuwde en op nieuw verbroken voornemens ten laatste stipt nakomen? Omdat door het veelvuldig gebruik van sterke dranken in het lichaam eene eigenaardige stemming ontstaat, nog verhoogd door de kracht der gewoonte. Het verstand, vergiftigd door den drank, verzwakt meer en meer, zoodat zij hun rampzaligen toestand niet begrijpen, en de grootste misdaad voor eene zekere onfatsoenlijkheid, meer niet, beginnen te houden.

Daarenboven wordt hunne geestkracht verlamd, als het ware uitgeput, zoodat hun de zedelijke sterkte ontbreekt om de kluisters te verbreken, waarin de drankduivel hen geboeid houdt. Zij zouden dien schandelijken drift wel willen onderdrukken, doch het kost hun te veel moeite, zij gevoelen al te zeer hunne

1

Vgl. St. Josepli«bkd, jg 1892.—

ocr page 21

9

zwakheid. Zij zijn niet meer in staat om een krachtig besluit te vormen en in de volle overtuiging huns harten te zeggen „ik uil en ik zal,quot; — „ik moet mijn leven verbeteren, kost wat kost.quot;

De duivel der dronkenschap weet hun een blinddoek voor de oogen te houden, de afschuwelijkheid der ondeugd te verminderen, en aldus laten zij den ge-schikten tijd tot verandering van levensgedrag voorbijgaan. Zij begrijpen niet, dat die verbetering hun des te meer krachtsinspanning zal vragen, naarmate zij langer slaven van dieu rampzaligen drift blijven. Verder verliezen zulke menschen alle schaamte en eergevoel, worden onverschillig en onbekommerd jegens God, hun evennaaste en zich zeiven; immers de mensch, wiens verstand door zijne driften overheerscht wordt, begrijpt niets meer van alles, wat betrekking heeft op God, en op zijn waar geluk voor tijd en eeuwigheid.

Als men nu let op de hardnekkigheid, waarmede de slaven van den sterken drank voortgaan op dien weg, wiens einde verderf en ondergang is, als men let op de machteloosheid, welke zij schijnen te gevoelen om te breken met dat doodelijk vergift, dan kan men gemakkelijk begrijpen, welke vreeselijke macht de drankduivel zijn moet. Hij, die dairaan lijdt, wordt door eene inwendige macht beheerscht, welke hem er toe drijft om bedwelmenden drank te gebruiken. Evenals een hongerige naar spijs, een van dorst versmachtende naar een dronk frisch water verlangt, zoo haakt de drankzuchtige naar sterken drank om voldoening te geven aan den brandenden hartstocht, dour welken hij geheel overmeesterd is.

De alcohol toch, die inen gebruikt, verspreidt zich in het bloed, dat daardoor aangedreven wordt tot snel-

ocr page 22

10

Ier beweging, en zoodoende tot grooter krachtsverbruik. Het gevolg hiervan is, dat er telkens behoefte komt aan den kunstinatigen prikkel, waardoor het bloed weer aangedreven wordt om zijne functiën te verrichten. Daartoe is het niet in staat zonder dien prikkel, omdat de alcohol uitputting bewerkt. En daar de krachtsverspilling in gelijke verhouding toeneemt, naarmate die prikkel meer gebruikt wordt, zoo zullen de machteloosheid en de behoefte aan die opwekking zich steeds sterker doen gevoelen.

Het bloed, daaraan eenmaal gewoon, wordt machteloos oin zonder die opwekking de werking te verrichten, waartoe het in het lichaam bestemd is ; en de persoon gevoelt een onweerstaanbaren aandrang om gebruik te maken van het vocht, dat dien prikkel bevat, en waardoor zijn bloed weer voor korten tijd in staat wordt gesteld zijne taak te vervullen, en een staat van schijnbare gezondheid tot stand te brengen.1)

Eindelijk moet men ook niet uit het oog verliezen, dat de drankzucht, evenals tal van andere ziekten, overerft, zoodat vele menschen geboren worden met eene zekere voorbeschiktheid tot drankzucht, zooals anderen geboren worden met eene voorbeschiktheid tot tering, of tot hartkwalen, of wat dan ook. Als de ouders, of een van beiden, vader of moeder, aan drankzucht lijdende zijn, hetzij door eigen schuld, hetzij ook door overerving, dan zullen de kinderen een aanleg tot drankzucht bezitten, die zicii misschien te kwader ure zal ontwikkelen, en hen tot slachtoffers der drankzucht maken.

Men vindt droevige voorbeelden van de werking der aangeboren drankzucht. Hare arme slachtotfers mogen

1

Vgl. M. Beversluis: — De strijd tegen den alcohol. —

ocr page 23

11

lang vrij blijven van den verderfelijken alcohol, nauwelijks zijn zij er mede in aanraking gekomen, of de duivel ontwaakt, neemt bezit van hen, en zweept ze maar al te dikwijls naar den afgrond voort. De dochter van een dronkaard had, zelf nog een kind, liaar vader van den drankvloek weten te verlossen, door hem tot geheel-onthouding te bewegen. Na zijn dood werd zij op verraderlijke wijze door vriendinnen met drank in aanraking gebracht, verviel tot dronkenschap, en zonk nog dieper dan haar vader.1)

De ellenden dus, de jammerlijke gevolgen, welke uit het drankmisbruik voortspruiten, moeten niet te licht geschat worden. Het is eene satanische macht, die duizenden en duizenden in het verderf stort, eene menigte gezinnen diep ongelukkig maakt, aan een overgroot getal een vroegtijdigen dood berokkent. Hare slachtoffers zijn overal te vinden. Men treft ze aan in de ziekenhuizen, in de krankzinnigengestichten, in de gevangenissen, in de pestholen der openbare zedeloosheid. Zij hebben geen weerstand weten te bieden aan die macht der duisternis, zij zijn van kwaad tot erger, en eindelijk tot den diepsteu val gekomen.

Wij hebben in deze regels getracht een beeld te geven van de dronkenschap. Waarom ? Vooreerst, opdat de lezer een denkbeeld zou kunnen vormen van den treurigeu toestand, welke in Ierland heerschte, waar het volk, en vooral de werkende stand, op zulke vreeselijke wijze onder den invloed van den drankduivel zuchtte. Het kwaad had reeds een hoog toppunt bereikt, toen er een man opstond, met ijzeren wilskracht bezield, die niet zou ophouden zijne landgenooten onder

1} ibid. —

ocr page 24

12

liet oog te brengen, dat zij zelf door hunne drankzucht voor een groot gedeelte de vrijwillige oorzaak hunner ellenden waren.

Op de tweede plaats, wellicht ook om den dronkaard af te schrikken eu terug te brengen van zijn rampzalig bestaan ? Wij zeiden bet reeds, zoo iemand te willen bekeeren is een hopeloos werk. Doch er zijn in Nederland honderden, ja duizenden onder alle standen, die of wel binneii eenige jaren zoover zullen gekomen zijn, bf wel in bun nageslacht zulke bekla-genswaardigen kweeken. Dezen moeten teruggebracht worden van de helling van den afgrond.

Thans heeten zij misschien nog maiig in bun eigen oog, wellicht hebben zij ook in hunne omgeving dien naam nog niet verbeurd. Maar de dag zal komen, dat ook zij zullen vallen en al de ellenden zullen kennen van het misbruik. Velen in den lande, diep geroerd bij dit vooruitzicht, beangst op het zien der onheilspellende wolken, welke zich boven ons volk samenpakken, hebben een middel bedacht om de ramp te weren. „Beperk bet getal der matige drinkers tot een minimumquot;, zeggen zij, „en gij belet dat bet getal der onmatige drinkers aangroeitquot;!

Dit middel is niet nieuw. De man, wiens beeld wij in deze bladzijden aan het Nederlandsche volk willen voorstellen, heeft het aangeprezen eu reeds meer dan eene halve eeuw geleden op zijn geboortegrond doen toepassen. Hij werd niet moede zijne medeburgers toe te roepen, dat dronkenschap de diepste verlaging, matigheid de grootste zegen voor den mensch is. Hij zette zijne reuzentaak met standvastigheid voort, indachtig, dat men reeds half heeft overwonnen, als mtn geestdrift voor eene zaak weet op te wekken.

ocr page 25

II

PATER THEOBALD MATHEW EN ZIJN GEBOORTELAND.

rET in de laatste jaren veel besproken Ierland ji|s mag met alle recht het eiland der heiligen en martelaren genoemd worden. Op menige bladzijde zijner geschiedenis kan het. wijzen op mannen, die in de dagen der verdrukking voor de vrijheid en onafhankelijkheid van hun geboortegrond hebben gestreden. Het heeft ook zonen voortgebracht, die met de grootste edelmoedigheid wilden werken om de lange reeks van rampen hunner moeder te verminderen, om het eindeloos lijden van hun vaderland zooveel mogelijk te lenigen.

Onder degenen, die iu de eerste helft dezer eeuw daarvoor geijverd hebben, moet met alle recht eene eereplaats worden toegekend aan Pater Thkobald Mathkw, wiens naam, evenals die van Daniel 0'Cogt;t-nell, tot in het verre nageslacht bij het lersche volk in dankbare herimiering blijven zal. Zij waren tijdge-nooten, en in den volsten zin des woords kinderen

ocr page 26

14

van liet groene Erin. Beiden beminden hun geboortegrond inet eene vurige, hartstochtelijke liefde, welke voor geene otters, hoe zwaar ook, terugdeinst. Zij hadden het lief zooals slechts een Ier het beminnen kan, die in vaderlandsliefde door geen volk op aarde overtroffen wordt.

De een heeft gestreden en geleden om zijn geboortegrond te bevrijden van het knellende juk van het protestansche Engeland, en aldus met volkomen recht den eeretitei van „Bevrijder des Vaderlands' verworven. Pater Maïhkw zon onverdroten arbeiden om zijne landgenooten op te heffen uit den poel der zedelijke ellenden, waarin de vervolgingswoede der Engel-schen, alsmede armoede en drankmisbruik hen gedompeld hadden. Beiden mogen in waarheid onder lerlands edelste zonen genoemd worden, die slechts voor hun vaderland en het volk leefden.

O'Connüi.l, die grootsche figuur, met dat oog van geestdrift vlammend, die nieuwe apostel der vrijheid, doorkruiste Ierland in alle richtingen. Zijn welsprekend woord deed de hoop herleven, en wekte de slui-merende geestkracht der natie op. Het volk en de geestelijkheid sloten zich als één man bij hem aan. Zij werden verschrikkelijk voor hunne vijanden dooide kracht hunner overtuiging, en zij toonden zich de vrijheid waard door hun eerbied voor de wet. Het eerste vrijheidsbesluit werd geteekend, en op den ISquot;quot; April 1829 werd de katholieke emancipatie een feit. Zeven millioen katholieke Ieren deden hun intocht in de raadzalen des lands in den persoon van Daniel O'CoNNELL.1)

1

Vgl. W. van NieuwenliofF S. J : — Vijf levensschetsen.

ocr page 27

15

Pater Mathew, van zijn kant, begreep niet ten onrechte, dat die eervolle zege en de nog volgende overwinningen van zijn edelen vriend weinige vruchten voor het volk en inzonderheid voor den werkenden stand zouden opleveren, als hun niet eene liefdadige hand werd aangeboden, om hen uit den zedelijken at'groud te doen opstaan, en de oorzaken hunner over-groote armoede weg te nemen. Dat doel zou hij trachten te bereiken, en met zijn beroemden tijdgenoot, zij het dan ook op een meer bescheiden tooneel, in liefde voor het vaderland wedijveren.

Door zijne edelmoedige pogingen, tot opbeuring en verheffing zijner landgenooten aangewend, vult hij eene heerlijke bladzijde in de nieuwere geschiedenis van het groene Erin. Ook zijn naam zal onder den eeretitel van ^Apostel der dran kh eslrijdinyquot; aan de verre nazaten worden overgeleverd.

Thkobald Mathkw werd den 10en October 1790 te Thomastown, in bet graafschap ïipperary, uit bemiddelde en hoogst liefdadige ouders geboren. Hij was het vierde der twaalf kinderen, waarmede dat huwelijk gezegend werd, namelijk negen zonen en drie dochters.

Een zijner karaktertrekken, die zich spoedig openbaarde en hem geheel zijn leven bijbleef, was eene medelijdende liefde voor de hulpbehoevenden. Hij wist dan ook, als knaap reeds, van zijne moeder ruime aalmoezen te verkrijgen, welke hij met de grootste blijdschap aan de armen en noodlijdenden uitdeelde.

Vroegtijdig bespeurde hij in zijn hart een aandrang, een vurig verlangen naar de verheven waardigheid van priester. Op jeugdigen leeftijd trad hij in de Orde der Minderbroeders-Capucijnen, en ontving in het jaar 1814 de H. Priesterwijding. Kort daarop, na zijne

ocr page 28

16

studiën voltooid te hebben, werd Pater Maïhew door zijne Oversten tot liet predikambt bestemd, en naar Kilkenny gezonden.

Deze plaats was slechts korten tijd getuige van zijn priesterlijken ijver, doch lang genoeg om den jeugdigen kloosterling onverdeelde achting en hulde te wijden. Op eene zeer toevallige wijze, welke men als eene beschikking der Goddelijke voorzienigheid mag beschouwen, werd hij naar Cork geroepen. Hier zou hij een uitgestrekt, schier onafzienbaar terrein voor zijn arbeid vinden, want deze zeestad was rijk aan de armsten onder de reeds zoo arme Ieren. Zij was als beschikt om het tooneel van zijn strijden te worden in de verheven levenstaak, welke op zijne schouders werd gelegd, den armen en ellendigen hulp en bijstand te bieden.

Hij deinsde niet terug voor de moeiten, daaraan onvermijdelijk verbonden. Zijne moedige ziel was doordrongen van de zware plichten, welke het priesterschap aankleven, en door zijn beroemden landgenoot. Pater Thomas Buiike, van de Orde der Predikheeren, in zulke treffende woorden zijn neergelegd: ,,De priester is de man, die in de dagen zijner jeugd, als de hartstochten ontwaken, als de natuur hare eischeu het krachtigst doet gelden, tot zich zei ven zegt: ik breng mijn hart, mijne neigingen, mijn leven, mijn lichaam en mijne ziel ten otter. Aan wien ? Alleen aan God?

,,Neen, want hij gaat niet in de woestijn, hij begeeft zich onder de menschen, hij grijpt alle handen om zich heen, drukt ze met hartelijkheid en zegt: ik behoor aan God en aan u. Daar is niemand gewijd aan het heil zijner medemenschen gelijk de priester — hij komt tot hen met eene wijding van God. Daar

ocr page 29

17

is niemand, op wien gelieel een volk rekenen en zicli verlaten kan, gelijk op den priester. Want om het even, of de engel der besmetting over de steden strijkt, hetzij de vijnnd dood en verwoesting brengt — iedereen in.'ig vluchten en zijn leven bergen, alleen de priester mag het niet; hij durft niet, hij kan niet heengaan: hij behoort aan God en den naaste.quot;1)

Het is dus geenzins te verwonderen, dat Pater Mathkw, met dien geest van zelfverloochening en opoffering bezield, onverschrokken zijne handen sloeg aan den hem aangewezen arbeid, en zulk grootsch werk tot stand heeft kunnen brengen.

Treurig was de toestand van het katholieke Ierland. Men weet hoe lang en zwaar het geteisterd werd. Meer dan twee eeuwen van stelselachtige verdrukking hadden het zoodanig uitgeput, dat de armoede er in al hare naaktheid, tot een ongelooflijken graad gestegen, algemeen was. Wetten op wetten waren uitgevaardigd, die den Katholiek meer en meer alle recht op eigen bezit bemoeielijkten, ten voordeele van het protestant-sche Engeland.

Zoo verarmde een volk, dat, nijver als het was en levend in een klimaat, door de natuur met zulke heerlijke gaven gezegend, slechts vrijheid behoefde om rijk te zijn, en eene eervolle plaats in de volkenrij in te nemen. Ten laatste werd het vruchtbare Ierland, om zoo te zeggen, de graanschuur van het Britsche rijk, dat onder dit opzicht minder bedeeld was. Hel geraakte bijna geheel in handen van Engelsche grooten en grondbezitters, die er onmetelijke schatten uit trokken, en waarvan velen ware bloedzuigers waren voor

1

Lectures and Sermons ]I St. Laurence.—

ocr page 30

18

liet arme en uitgeputte lersclie volk.

Doch liet was niet genoeg, dat Ierland naar den lijve arm en vernederd was. Men wilde meer, men wilde hnn hart en hunne katholieke overtuiging opgeofferd zien. Het is ongelooflijk, welke dwangmiddelen aangewend werden om de bevolking van het katholiek geloot afvallig te maken. Helsche listen, bedreigingen, het ruwste geweld, alles werd beproefd, maar ook alles bleef zonder uitwerking.

Honderden huisgezinnen, geheele familiën, reeds aan den bittersten nood prijsgegeven, doch die nog met moeite hun ruwen kost konden verdienen, werden eensklaps en onmeedoogend op straat gezet, zonder eenig onderkomen, zonder eenig ander vooruitzicht dan dat van een gruwzamen hongerdood. Door nood tot de uiterste vertwijfeling gebracht, zwierven zij eerst het land rond. Als laatste redmiddel namen zij eindelijk hunne toevlucht tot de sleden, hopende daar eenig heil te vinden, en er ten minste door een vernederenden arbeid nog eenigen tijd het leven te rekken.

Door die nijpende armoede ontwikkelde zich in sterke mate het drankmisbruik, langzamerhand in de zeden en gewoonten van dat volk ingedrongen, die verderfelijke neiging om in den bedwelmenden lerschen vuurdrank voor enkele oogenblikken zich zeiven en hunne ellenden te vergeten. Nu kan men zich een denkbeeld vormen van den jammerlijken toestand, welke zulk eene schaduwzijde werpt op dat bewonderens- en medelijdenswaardig volk, dat door zijne verknochtheid aan het voorvaderlijk geloof, en door zijne liefde voor de Kerk te midden van zoovele verdrukkingen, aanspraak mag maken op den eerbied en de achting van elk rechtschapen mensch.

Het lenigen van de ellenden, welke uit die twee-

ocr page 31

19

voudige. bron voortkwamen, de bestrijding van dien verderfelijken vijand stelde Pater Mat hew zicli tot levenstaak. In waarheid, een der grootste beulen van het arme Ierland was de alcohol, die vreeselijke plaag, w-elke het lichaam sloopt, den geest vernielt, het geld verslindt, het geluk verwoest, den mensch onteert en hem eindelijk vermoordt.

En meen niet, dat de treurige toestand, voor een groot gedeelte door den drankduivel fian Ierland berokkend, in te sterke kleuren geschilderd is. Neen, nog een andere Ier, de reeds genoemde Pater Burkk, was verplicht de bekentenis af te leggen, dat de gruwel der dronkenschap eene voorname oorzaak was der grootste onheilen, welke men in zijn vaderland in zulke ruime mate aantrof. Pijnlijk griefde hem een brief, door sommige bladen openbaar gemaakt, waarin de schrijver hem vraagde; „Met welk recht spreekt gij ons van uw godsdienst en uw land ? Zitten onze gevangenissen niet vol van uw volk ?quot;

Hij, die ook zijn Ierland zoo vurig beminde, maar toch niet blind was voor de gebreken van zijn volk, kon niet loochenen, dat er waarheid stak in dat verwijt, maar de eenige oorzaak was de duivel der dronkenschap.1) In gloeiende taal geeselde hij die ondeugd, welke zoovele verwoestingen in zijn dierbaar vaderland aangericht, zoovele ellenden over zijne landgenooten gebracht had. In forsche trekken beschreef hij het rampzalig einde van den dronkaard. Als priester had hij de laatste twintig jaren aan menig sterfbed gestaan, en den dood zien naderen in zijne majesteit, in elke gedaante, die hij kan aannemen.

1

W. van NieuwenhoffS. J. — Vijf levenssclietsen, blz. 323 en volg.—

ocr page 32

20

Maar nooit, zoo riep hij uit, Tiooit heb ik den stroeven, schrikwekkenden geweldenaar omringd gezien door al wat de hel verschrikkelijks heeft, meevoerend in zijn stoet voor het oog des zondaars, wiens laatste zandkorrels aan 't vallen zijn, al de folteringen der hem wachtende hel, — nooit heb ik hem zien komen met duivelen bij zich, -— tenzij aan het bed eens dronkaards, die in zijne zonde stierf. O, indien de grootste dronkaard, de rampzaligste van alle slaven dier zonde hoorde, wat ik gehoord, en zng, wat ik gezien heb, hij zon dien vervloekten drank niet meer aan zijne lippen brengen, al kon hij daarmede zijn leven duizend jaren verlengen.

Ik herinner mij, dat ik eens geroepen werd aan het bed van een man, die stierf aan de gevolgen der dronkenschap. Eene huivering overviel mij, toen ik de kamer binnen kwam. Vier mannen moesten hem in bed honden. In zijn waanzin scheen het hem, dat zij, die hem met geweld in bed hielden, hem langzamerhand neerdrnkten in de hel. Vol schrik en ontzetting rolden zijne oogen heen en weer in zijn hoofd. „Ik lig op een bed van vnnrquot;! riep hij nit, „o God, ik brand, ik brand, het bloed kookt in mijne aderen.

Duivels, laat me opstaan van dit folterbed, uit die vlammen ! Wil niemand mij helpen ?quot; Zijne breede borst hijgde zwaar van inspanning, alsof hij te worstelen had met duizend duivelen. Hij zag ze om zich heen. Machteloos zonk zijn hoofd in het kussen; dan poogde hij met een ruk zich weer los te maken en riep : „help, help me ! daar — daar zijn zeven en zeventig duivelen, — waar kan ik vluchten uit de hel, die mij omringt

Zoo ging het toen ik binnen kwam. Zijn gegil

ocr page 33

21

sneed me floor de ziel, de toon der lielsche wanhoop was in zijne stem. Ik trad dichter bij en legde mijne hand op zijn gloeiend hoofd. Mijne kalmte bracht hem tot bedaren, en hij erkende mij. Doch eensklaps schreeuwde hij uit: „Ga weg, weg met uw God — hij is mijn God niet. Ik wil hem niet hebben, ik wil hem niet toebehooren, ga weg ! Ga weg Eene geweldige zucht volgde, zijn hart brak in den kreet zijner razernij — hij ontzonk aan de handen dergenen, die hem vasthielden, -—- en was een lijk. Zijn laatste adem was een vloek geweest. Zoo verwerpt de dronkaard alles, wat hem weer verzoenen kou met God en sterft in zijne vijandschap.

Vervolgens beschreef hij in treilende bewoordingen het ongelukkig leven van zulken dronkaard, en hoe hij ontrouw wordt aan de plichten, door het aangaan van een huwelijk vrijwillig op zich genomen.

Voor het altaar des Allerhoogsten heeft eene jonge vrouw, stralend van schoonheid en deugd, hare maagdelijke hand in de zijne gelegd; onder eede schonk zij hem haar jeugdig hart en hare eerste liefde. Deze vrouw had zooveel vertrouwen in hem, dat zij hem nam voor het leven. Noem het dwaas, indien gij wilt, doch ze had gehoopt aan zijne zijde al hare drooinen van aardsch geluk, blijdschap en vrede vervuld te zien; daarom had ze hem gezegd: na en onder God is mijn hart voor u — u zal ik liefhebben en u alleen; op deze reine liefde drukte de genade van 't Heilig Sacrament het zegel.

Over deze vrouw, over hare en zijne kinderen brengt de dronkaard de schrikkelijkste aller rampen. He vrouw, die hij gezworen heett te beminnen, te eerbier digen en den tol eener trouwe en hartelijke liefde te

ocr page 34

23

betalen^ berokkent hij armoede, verwelkte schoonheid, vroegen ouderdom, een gebroken hart, een slapeloos oog, ellende en broodsgebrek. Elke andere zonde, kan over hem, die ze bedreef, den kreet van afschuw brengen eener ziel, aan welke hij ergernis gaf, — maar tegen de ziel van den dronkaard gaat de beschuldiging op eener tot wanhoop gebrachte ongelukkige, misschien een vloek, ontsnapt aan het benauwde hart van haar, die hem bij den huwelijkszegen voor het altaar hare liefde had geschonken. Ik ken zulk eene geschiedenis: luistert.

Eenige jaren geleden gaf ik eene missie in eene fabriekstad van Engeland en preekte eiken dag. Op een avond na de preek over de dronkenschap kwam er een man om mij te spreken. Het was een flinke, zwaargebouwde, krachtige man, met een blik vol geest en leven. Doch het oog lag diep in 't hoofd gezonken, het voorhoofd was met vroege rimpels doorploegd eu zijn haar grijs, ofschoon hij nog betrekkelijk jong moest wezen. Hij was ellendig gekleed ; het regende en hij had bijna geen schoenen aan de voeten. Aanstonds ua de preek kwam hij mij zijne geschiedenis verhalen. „Ik weet niet/' sprak hij, „of er nog hoop voor m.ij is, maar onder de preek besloot ik u eens te g^aii spreken : mijn hart is tot berstens toe vol, ik moet het bij iemand luchten.quot;

Wat was zijne geschiedenis ? Voor eenige jaren had hij in den handel eene som bespaard van twintig duizend pond.1) Hij had een lersch meisje gehuwd van zijn land en zijn geloof, jong, schoon en braaf. Hij had twee zoons en eene dochter. Een tijdlang

1

240,000 gulden.—

ocr page 35

23

ging alles goed. Eindelijk, zeide hij, liad ik het ongeluk aan den drank te raken. Ik verwaarloosde mijne zaken, en mijne zaken verliepen. Toen mijne vrouw de armoede voor de deur zag, begon zij te kwijnen en verloor hare gezondheid; en ten laatste geheel arm, werd zij ziek en stierf. Ik was dronken op den dag, dat zij stierf'. Ik zat aan haar bed — ik was dronken, toen ze den geest gaf.— Wat werd er van de zoons? Och, zeide hij, hat waren nog kinderen — de oudste is nu over de achttien jaren -— ze- zijn beiden wegens diefstal in de gevangenis.

,,En het meisje?quot;— Och, zeide hij, dat kind had ik op school gedaan, en zij was goed opgevoed. Zij kwam bij mij thuis, toen zij zestien jaar oud was, een lief, jong meisje. Zij was al troost, wat ik had, — maar ik was gedurig dronken. — „Welnu, wat is zij geworden? vroeg ik. Hij zag mij aan. ■—• „quot;Vraagt u naar dat meisje ? Wat zij werd ?quot; Als door een pijl getroffen, viel de man voor mijne voeten en riep : „God in den heme], God in den hemel ! Zij is 's nachts op de straat, eene veile deern \quot;

Op eens vloog hij op en weg; ik zette hem na. „Neen, neen gilde hij, „er is voor mij geene genade bij God. Mijn kind loopt langs de straat!quot; Hij ging weg. God vervloekend, om den dood eens dronkaards te sterven. Hij had eene vrouw en moeder met gebroken hart in 't graf geholpen, — hij had zijne twee zonen in liet verderf gestort, — hij had zijne dochter gemaakt tot eene levende hel, — en stierf met de godslastering op de lippen.

Mgr. Bayley, Bisschop van Newark, die met gespannen aandacht naar den prediker geluisterd had, was van oordeel, dat de duivel van onmatigheid wel-

ocr page 36

24

haast uit liet land zou verbannen zijn, indien deze woorden onder de oogen van elk lid in de huisgezinnen kwamen. Mocht men toch bij tijds zijne oogen openen voor de ellenden, welke uit den alcohol voortspruiten, en de noodige geestkracht bezitten om die allergevaarlijkste neiging te kunnen beteugelen!

Doch de drankduivel heeft maar al te dikwijls zijn rijk op hechte grondslagen gevestigd. Is iemand dooide alcoholziekte aangetast, dan gaat liet gewoonlijk met hum gelijk met het ongelukkige lersche volk, dat verblind ot' onverschillig scheen voor de toch zoo treurige gevolgen der onmatigheid, welke men langs alle zijden in hun land bijna op elke schrede aantrof; overal deden zich de sporen dezer vreeselijke ramp in meerdere of mindere mate voor. Pater Mathew zou dus geducht te strijden hebben om die ingekankerde gewoonte zoodanig te verminderen, dat men met gror.d eenige verbetering van hun stotfelijken en zedelijken toestand kon verwachten.

2^0%,

ocr page 37

Ill

WERKKRING VAN PATER MATHEW TE CORK.

OE betreurenswaardig de stoffelijke ellende van de armen ook wezen mojre, hunne zedelijke ellende verdient ons medelijden en onze zorgen 13 nog veel meer. Ten gevolge echter eener noodlottige dwaling, die bewijst tot welke hoogte de behoeften van het lichaam in onzen geest voor die der ziel gaan, beschouwen wij in de armen bijna niets anders dan de lichamelijke ontberingen, waartoe hun nood hen veroordeelt. Wij meenen maar al te dikwijls, dat men volstrekt niet geroepen is om de hand te leggen op de veel ernstigere en diepere wonden, welke de armoede in hunne ziel veroorzaakt.

Daarenboven, wanneer iemand een goed werk moet doen, ziet hij in zekeren zin niets anders dan zich zeiven en den arme, dien hij te hulp wil komen. Hij beschouwt zich niet als deel uitmakende van eene maatschappij, die ook hare verplichtingen en hare rechten heeft, die den arme èn haar aalmoes èn hare liefde schuldig is. Op deze wijze kan het goed, dat

2

ocr page 38

20

men verricht, wel eenige rampen lenigen en eenige bijzondere toestanden verbeteren. Maar het geeft geen. geneesmiddel voor den wortel van het kwaad, en het laat de misbruiken en ondeugden bestaan, welke de armoede in stand houden en het aantal armen in een land vermeerderen. Men kan de armen ieder in 't bijzonder ondersteunen, zonder daardoor hun toestand aanmerkelijk te verbeteren, en dit is niet voldoende. Neen, men moet ook pogingen in het werk stellen om dit laatste te bereiken.

Pater Mathew nu beschouwde zijn priesterlijken arbeid onder de armen der stad Cork als eene taak, hem door God zelf aangewezen. Met hart en ziel dan ook wijdde hij zich aan de vervulling daarvan toe. Na eenigen tijd iti hun midden gewerkt te hebben, was hij volkomen op de hoogte met den zedelijken toestand der lagere standen, en hij kende volkomen de deugden en ondeugden, de ellenden en de behoeften van zijn volk.

Zijne eerste zorgen besteedde hij aan de opvoeding en de verbetering der jeugd, die in onwetendheid en luiheid opgroeide. Hij zag duidelijk de vreeselijke gevolgen, welke voortdurend uit die verwildering, uit die traagheid, uit dien ingewortelden afkeer van bestendigen arbeid moesten voortspruiten. Hij begreep zeer goed, dat zijn streven om de ellenden te lenigen en het volk uit den poel der zedelijke jammeren op te heffen, geen duurzame vruchten kon opleveren, als het opkomende geslacht niet aan orde, arbeid en spaarzaamheid werd gewoon gemaakt.

Niet de eenige, maar toch eene der voornaamste oorzaketi van de armoede is het gemis aan zedelijkheid, hier in den ruimsten zin van het woord genomen.

ocr page 39

27

namelijk rle getrouwe vervulling der plichten van kuischheid, matigheid, werkzaamheid, spaarzaamheid met het oog op de toekomst, en zorg voor vrouw en kinderen. De dagelijksche ondervinding getuigt maar al te zeer, dat de mensch in zeer vele gevallen behoeftig en ellendig is, omdat hij deze plichten niet getrouw vervult. De kennis dezer verschillende plichten dus moeten in de harten der jeugd geprent worden; dit was de eerste voorwaarde om bestendige vruchten van zijn arbeid te kunnen plukken.

Tot dat einde dan ook stichtte hij eene soort van ambachtsscholen, waar de jeugd vooreerst het lager onderwijs kon genieten, en onderwezen werd in de christelijke leer, de noodzakelijkste wetenschap voor 's menschen tijdelijk en eeuwig geluk. Doch daar ontvingen zij ook onderricht in de verschillende ambachten en andere bedrijven, waardoor zij in staat zouden worden gesteld om later door regel matigen handenarbeid in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. Hij had geschikte personen van allen stand en van beider geslacht voor zijne zaak weten te winnen en den ijver, welke hem bezielde, in hunne harten gestort. Zij stonden hem dan ook trouw ter zijde. Door woord en voorbeeld wisten zij den kinderen in te prenten, dat de mensch hier geplaatst is, niet om er volkomen gelukkig te zijn, maar om door strijd en lijden, door paal en perk te stellen aan zijne bedorven begeerlijkheid, zich tot het eeuwig en waar geluk voor te bereiden.

Bij voorkeur nam hij in die scholen de weezen, de armste en meest verlaten kinderen op, om hunne jeugdige harten tot godsdienstzin en christelijke deugd, tot liefde voor den arbeid en de zedelijkheid te vormen.

ocr page 40

2S

God zegende dan ook zijn edelmoedig streven, dat met den besten uitslag bekroond werd. Na korten tijd mocht hij met zijne volijverige helpers en medewerksters de vreugde smaken, dat behalve een aanzienlijk getal jongens nog 500 aankomende meisjes en kinderen zijne scholen bezochten. Naast de noodzakelijke wetenschappen ontvingen zij ook onderwijs in de vrouwelijke handwerken en andere huishoudelijke bezigheden. Op deze wijze trachtte hij voor het arme volk eene betere toekomst in het verschiet te stellen, hun bestaan en hun treurigen toestand te verbeteren.

Toen echter in het jaar 1833 Ierland, en vooral de stad Cork, door de zoo gevreesde cholera bezocht werd, zou de heldhaftige en zelfopofferende liefde van Pn.ter Math uw jegens de armen op de heerlijkste wijze uitschitteren. Terwijl duizenden en duizenden als slachtoffers dier besmettelijke ziekte vielen, doorkruiste hij met eene ongeëvenaarde bereidvaardigheid de verschillende wijken der stad, drong door tot in de pestholen der besmetting, troostte de stervenden en bereidde hen voor tot den grooten overgang in de eeuwigheid.

Daar de ziekte zich meer en meer uitbreidde, was hij verplicht zijn ijver in het bijzonder te bepalen tot die personen, die aan zijne geestelijke zorgen waren toevertrouwd. In de nabijheid zijner woning in de Covestreet werd een groot gasthuis voor de choleralij-ders geopend, waar de aangetasten in ontzettende menigte werden binnengedragen. Hier eischte hij alles van zijne krachten, want hij was de bestuurder en als de ziel van dit groot doodenhuis. Zijn ijver strekte zich uit tot alles, zelfs tot de kleinste zaken. Niet alleen droeg hij de meeste zorg voor de zieken, maar ook, dat de overledenen op behoorlijke wijze begraven

ocr page 41

29

werden in den schoot der gewijde aarde op de begraafplaats, welke hij een tweetal jaren te voren voor zijne geliefde arme Ieren had weten op te richten.

Zijne algeheele toewijding aan de verzorging der zieken, zijne onbeschroomdheid, welke schier aan het roekelooze grensde, waren voor anderen een prikkel om zijn voorbeeld te volgen. Hij werd krachtig gesteund door verschillende personen, zoowel leeken als priesters, die in deze droevige dagen de lastige taak van zieken-oppnsser en de daaraan verbonden gevaren met hem wilden deeien.

Dertig jaren later schreef de HoogEerwaarde Heer B. O'Shea, Aartsdiaken van Cork, voorheen pastoor van de parochie der H. Apostelen Petrus en Paulus, waar de ziekte het eerst was uitgebroken : „Tot nu toe „(11 Februari 1863) bewaar ik nog in mijn hart een „levendig en dankbaar aandenken aan mijn hoogge-„waardeerden en edelen vriend. Pater Thkobald Ma-„thew. Nog dikwijls denk ik aan zijne overgroote „edelmoedigheid, waarmede hij in de ongelukkige dagen „der maand April 1833 den zoozeer ge vreesden vijand „te gemoed snelde. Onder al degenen, die bij deze „gelegenheid belangstelling toonden in het lot der zieden, komt eene eereplaats toe aan Pater Math uw, „wiens zorgen zich uitstrekten tot allen, zonder onder-„scheid van personen, totdat hij eindelijk, door het „voortdurend toenemen der ziekte, zijne handen meer „dan vol had aan hen, die in het bijzonder aan zijne „geestelijke zorgen waren toevertrouwd.quot;

In deze omstandigheid had de liefdadige zoon van den H. Franciscus groote verdiensten bij God eti voor de menschen verworven. Zijn gezag en invloed werden allengskens grooter en grooter bij het volk, dat hem

ocr page 42

30

als hun Engelbewaarder beschouwde. Maar ook was ongemerkt het, oogenblik aangebroken, waarop hij dat groot werk zou beginnen, dat hem bij zijne landgenoo-ten den roem van een onsterfelijken naam verworven heeft.

De vreeselijke pestziekte had haar vernielingswerk gestaakt, doch zij liet voor de liefdadigheid van Pater Mathew een uitgestrekt veld ter bearbeiding achter. Tot hem, den vader en uitstekenden weldoener der armen, namen de weduwen, weezen en verlaten kinderen hunne toevlucht. Op schrikbarende wijze waren de armoede en de daaruit voortspruitende jammeren vermenigvuldigd, en de man Gods zag geen ander middel oin den nood te lenigen, dan den bedelstaf ter hand te nemen, bij de meergegoeden aan te kloppen, of door openbare liefdadigheidspredikatiën het medelijden voor zijne dierbare armen op te wekken.

Door voortdurend in aanraking te komen met de mindere standen, en vooral in zijne betrekking als bestuurslid van het zoogenaamde werkhuis voor armen (workhouse) te Cork, had hij eene voorname bron der toenemende ellende leeren kennen, en wel het drankmisbruik. Eiken dag aanschouwde hij de verwoestingen van den alcohol onder de meest verschillende vormen en gedaanten. De liefde voor zijn Ierland, die Pater Mathew tot de grootste opofferingen aanzette, maakte hem geenzins blind voor de gebreken van zijn volk.

Geruimen tijd reeds had hij met bijzondere aandacht de verschillende personen nagegaan, die daar werden opgenomen, de landloopers, het uitvaagsel der maatschappij en de slachtoffers hunner eigene verblindheid, zoowel als degenen, die door de ongelukken des levens

ocr page 43

31

gedwongen waren in zulk werk- of annenhuis eene laatste toevlucht en een treurig onderkomen te zoeken. Het was onmogelijk voor zijn priesterhart tleze gemengde bevolking, door eigen of eens anders schuld diep ellendig, te aanschouwen, zonder hun zijne innige toegenegenheid en bestendige zorg te schenken.

Hij bezat, het geheim om harten, nog meer versteend dan het hunne, voor zich te openen, en binnen te dringen in het geweten, dat met nog meer hardnekkigheid voor liet vertrouwen in den priester gesloten bleef. Dikwijls dan ook mocht hij uit den mond der ongelukkige bewoners van dit verblijf de bekentenis hooren van misdaden en dwaasheden, welke men eindelijk; met een berouwvol hart voor hem aflegde. De dronkaard, tot de grootste ellende vervallen, wekte een diep medelijden in zijn liefdevol gemoed op; maar vooral de, arme wees, door den drankzuchtige onverzorgd achtergelaten, deed zijn hart bloeden.

In dat laatste toevluchtsoord der armoede vond hij personen, door ouderdom of ziekte verplicht er binnen te treden, te midden dergenen, die als slachtoffers van hunne eigene en onzinnige dwaasheid gevallen waren. Daar vond hij in groote menigte de rampzalige slaven van een hartstocht, even moeielijk te bedwingen, wanneer men hem involgt, als noodlottig in de gevolgen, welke er uit voortspruiten. In die verzamelplaats van zoovele ellenden kon hij de verwoestingen aanschouwen, in de menscbelijke ziel aangericht door de afschuwelijke ondeugd van dronkenschap, wier gevolgen hij dan eens in het openbaar op den stoel der waarheid, dan wederom in het geheim der biecht had aangewezen.

Onder de bestuursleden van het werkhuis voor armen te Cork was er een, die nooit verzuimde de aandacht

ocr page 44

32

van Pater Maïhew te vestigen op de treurigste gevallen, welke zich daar voordeden. „Het is het misbruik van sterken drank, dat de oorzaak is van al dat kwaad,quot; sprak hij. Eu als de belangstelling van den ijvervollen priester was opgewekt, liet hij niet na er bij te voegen : „Pater Mathew, welk een ontzettend goed zou toch in deze stad kunnen gesticht worden, als gij ons zoudt willen steunen.quot;

Doch het was niet uoodig de aandacht van den Pater te vestigen op den gruwel der dronkenschap, welke wellicht nooit in iemand een grooteren bestrijder heeft gevonden dan in hem. Hij was volkomen overtuigd, dat hij eetie oorzaak en eene der machtigste oorzaken van ellende zou afsnijden, indien hij deze ondeugd uit het hart van zijn volk wist te verwijderen. Groot was zijn ijver om op stoffelijk gebied hulp en bijstand te verleenen, doch niet minder groot was de zorg, welke hij besteedde aan de zedelijke onheilen, welke ongelukkigerwijze zoo talrijk waren, en die 's menschen geest minder treffen dan datgene, wat op het lichaam betrekking heeft.

Reeds lang had hij met al de kracht van zijn priesterlijk woord deze ondeugd aangetast, en er op gewezen, hoe de mensch, Gods beeld, zich door deze misdaad gelijk maakt aan het redeloos dier, ja, zich beneden hetzelve verlaagt. Hij toonde aan, dat de dronkenschap meer huisgezinnen heeft ten onder gebracht dan tegenspoed en vervolgingen, meer menschen ten grave heeft doen dalen dan hongersnood of pest. Wat brengt het volk in de gevangenis, in de armen-gestichten, tot den bedelstaf, en de zielen der kinderen in de klauwen van Satan, riep hij in bezielde taal uit,— wat anders dan de dronkenschap. Dit bewijzen de

ocr page 45

33

verslagen der politie, die der armhuizen, en de zedeloosheid der jeugd.

Sprekend leidde hij zijne toehoorders in den geest het huisgezin van den dronkaard binnen; daar vindt gij kinderen smachtend naar een stuk brood, — vuil, onzindelijk, slecht gekleed;— eene vrouw, zuchtend en weenend over het lang wegblijven van haar man, welke tranen weldra plaats maken voor angst en vrees, als de beschonken echtgenoot het huis binnentreedt. Met vloeken en godslasteringen begroet hij zijne vrouw; zijne intrede in huis is als een storm, waarop een stortvloed van verwenschingen en der laagste scheldwoorden volgt. Allen sidderen in zijne tegenwoordigheid,— men vlucht en zoekt zich te onttrekken aan zijn rede-loozen toorn.

Hij wees met nadruk op de blijvende gevolgen der dronkenschap, welke toch zoo vreeselijk zijn, en die hij eiken dag onder allerlei gedaanten in de werkinrichting voor bedelaars onder de oogen kreeg. Hij toonde die menigte van kinderen aan, verwaarloosd of verlaten door hunne ouders, die aan de dronkenschap zijn overgegeven, welke kinderen maar al te dikwijls den breeden weg des verderfs opgaan, en als slachtotters der ontucht vallen. Wie zal den diepen afgrond peilen, waarin de dronkenschap den mensch, het huisgezin en het familieleven heeft gestort en nog dagelijks stort, riep hij het door zijn hartstocht verblinde volk toe. Doch al zijne pogingen bleven zonder krachtig gevolg; het scheen hem toe, dat hij te vergeefs werkte en zwoegde om die harten te vermurwen en tot inkeer te brengen die door eene ingekankerd gewoonte als in on verbreekbare boeien gekluisterd zijn. En toch zou hem de hulp van die zijde geworden, van waar hij ze het minst verwachtte.

ocr page 46

34

Men had reeds eenige pogingen aangewend om eene vereeniging of een bond tot bestrijding van het drankmisbruik in te stellen. Een zekere William Martin, die deze zaak met hart en ziel aanhing, had de innige overtuiging, dat Pater Mathew bij uitstek de geschikte persoon was om een matigheidsgenootschap in het leven te roepen, voordat deze er aan dacht zich daarbij aan te sluiteu. Een drietal aanzienlijke personen, tot verschillende sekten van den Anglikaanschen Godsdienst behoorende, hadden met vereenigde krachten verschillende middelen beproefd om hunne landgenoo-ten af te trekken van die rampzalige bron, waaruit hun ongeluk voor een groot gedeelte voortsproot.

Doch het volk wilde niet naar hunne waarschuwingen eti vermaningen luisteren. Ti ij ge volg slaagden zij er niet in het te treffen en te overtuigen, terwijl hun streven bij sommigen verwondering baarde, bij anderen, en wel bij het grootste gedeelte, den spotlust opwekte. AVel sloot een zeer kleiti getal zich bij die vereeniging aan, maar hun voorbeeld had geen invloed op de menigte, die gedurende een acht- of tiental jaren niet ophield dezen bond met bespottingen en smaad te overladen.

Al waren nu deze ijveraars voor de bestrijding van het drankmisbruik niet de beste bedoelingen bezield, toch moesten zij bekennen vruchteloos gearbeid te hebben. Openhartig beleden zij hunne onmacht, en legden voor Pater Mathew rondborstig de verklaring af, dat zij hem om zijne populariteit, om de liefde welke het volk hein toedroeg, als den eenigen persoon beschouwden, in staat oin iets tot stand te brengen, waardoor de ondeugd van onmatigheid met vrucht kon bestreden worden.

ocr page 47

In de levendigste kleuren schilderden zij hem de gevolgen af, welke daaruit op stoffelijk en zedelijk gebied zouden voortspruiten. En al was Pater Mathew van dit laatste ten innigste overtuigd, al verlangde hij als priester niets anders dan de verbanning van den drankduivel, toch beschouwde hij zich niet als den aangewezen persoon. Hij wilde niet voorbarig te werk gaan, en zou daarom die ernstige zaak eerst rijpelijk overwegen.

ocr page 48

IV

OPRICHTING VAN DEN GEHEEL-ONTHOUDINGSBOND

L scheen Pater Mathbw gedurende eenigen tijd niet meer te denken aan het voorstel, dat hem gedaan was, nooit wellicht werd eene beslissing genomen, die onder alle mogelijke opzichten ernstiger beschouwd was, dan in deze zaak. In stilte en in de eenzaamheid zijner cel vraagde hij zich voor God en zijn geweten af, ot' hij wel in staat zou zijn deze stoute onderneming te wagen en tot een goed einde te brengen.

In den loop van zijn priesterlijk leven had hij eene diepe en uitgebreide kennis van het menschelijk hart opgedaan, en de treurige gevolgen der ingekankerde kwaal zijner landgenooten in de ruimste mate, in al hunne afschuwelijkheid ondervonden. In de huizen der rijken zoowel als in de hutten der armen, onder degenen, die alles in overvloed bezaten, zoowel als bij hen, voor wie eene week van werkloosheid de hardste ontberingen na zich sleepte, overal had hij de verwoestin-

ocr page 49

37

gen dezer ingewortelde gewoonte kunnen nagaan.

Hij had het geluk zien verdwijnen uit huisgezinnen, ondermijnd door de uitspattingen van den vader, door de ongebondenheid van den man, of, wat nog erger is, hij had er de ellende zien binnendringen door de verlaging der moeder, door het wangedrag der vrouw. Hij was getuige geweest van de losbandigheid en de eerloosheid van zoo menigen jongeling, die met de schitterendste vooruitzichten en de schoonste kansen van slagen zijne eerste schreden in de wereld gezet had. Hij had den rijken koopman, den goed gezeten burger, den kleinen winkelier, die zich in voorspoed verheugde, ellendig te gronde zien gaan. Hij had de heerlijkste en de meest belovende talenten in hun eersten bloei zien sterven ; in het kort, om al de verwoestingen der drankzucht uit te drukken met een gezegde dat hem eigen was, hij had de schitterendste sterren van den hemel zien vallen, en de ceders van den Libanon ontworteld aanschouwd.

In de gevangenissen, in de krankzinnigengestichten, in de werkhuizen van bedelaars, overal had hij de ongelukkige slachtoffers dezer vreeselijke ramp aangetroffen. Ondanks al de ellenden gaat zij steeds voort, terwijl zij op haar weg niets dan armoede, ziekte, verlaging en misdaad zaait.

Met voorliefde bewonderde hij de verstandelijke ontwikkeling van zoovelen in den lerschen arbeidersstand, maar hij betreurde ten zeerste hunne kortzichtigheid, hun gebrek aan zorg voor de toekomst. Hij kende huisgezinnen, die zich een onafhankelijk bestaan, een zekeren welstand hadden kunnen verwerven, en nu in de diepste armoede gedompeld waren. In plaats van welvaart boden zij slechts een tooneel aan van de af-

ocr page 50

38

ecliuwelijkste verwarring. Men zag er kinderen, met eenige lompen bedekt, in hooge mate onzindelijk, ruw en ongemanierd in hunne uitdrukkingen; vrouwen met gebroken hart en liet gemoed vol vertwijfeling, liederlijke, laag gezonken mannen, tot alles in staat.

Deze toestand maakte een diepen indruk op Pater Mathew, en vervulde hem met smart en met eene zekere moedeloosheid. Waar zou hij het geneesmiddel vinden vinden voor dat kwaad, zoo ontzettend groot, zoo diep ingeworteld, zoo algemeen verspreid ? Zeer zeker in de hulp van den godsdienst; doch de dronkaard ontvlucht gewoonlijk den priester, en zeer dikwijls verwaarloost hij de noodzakelijkste plichten van den godsdienst. Zou een voornaam middel werkelijk bestaan in de verbintenis van geheelonthouding, waarop men hem reeds zoo dikwijls gewezen had, in de belofte om te breken met den alcohol, de oorzaak van al het kwaad, dat hij betreurde. Men was doof gebleven voor zijne priesterlijke vermaningen, mocht hij nu hopen, dat men naar zijn woord zou luisteren, dat men afstand zou doen van den geliefkoosdeu drank, als hij een gelieel-onthoudingbond had opgericht.

Hij overwoog het voor en het tegen van deze onderneming. In zijn geest beschouwde hij de schier niet te overwinnen moeielijkheden, hieraan onvermijdelijk verbonden. Hij stelde zich de vraag, of er niet andere middelen konden gevonden worden om het gewenschte doel te bereiken, ora het drankmisbruik met vrucht te kunnen bestrijden. Was het wel raadzaam en voorzichtig om in een land gelijk Ierland, het matig ge-bruik van sterken drank te ontzegden om het «mbruik daarvan te kunnen uitroeien? En toch, volslagen onthouding van bedwelmende dranken scheen aan allen

ocr page 51

39

de aangewezen weg om tie dronkenschap te kunnen bestrijden.

Waarom toch het onmogelijke beproefd, want zulk eene zaak scheen onuitvoerbaar ? Hoe toch zou het mogelijk zijn om van het arme volk, gewoon om maar al te veelvuldig in de bedwelming van den drank, voor enkele oogenblikken al hunne ellenden te vergeten en zich in een paradijs te wanen, de stellige en oprecht gemeende belofte te verkrijgen, zich voortaan geheel van allen sterken drank te onthouden ?

En hoe zou deze onderneming, eenmaal op touw gezet, door de groote menigte worden ontvangen ? Daarenboven waren er groote kapitalen in de branderijen gestoken, welke natuurlijk bij bet gelukkig slagen der onderneming achteruit zouden gaan. De verkoop van sterken drank in het groot en in het klein was de broodwinning van duizenden personen in den lande, waarvan sommigen met milde gitten meer dan eene enkele zijner verschillende instellingen ondersteunden. Kon hij gevoegelijk den een ten onder brengen om een ander te redden ?

Deze en meer andere redenen wikte en woog de kloosterling. Yoor God had hij alles berekend, want hij wilde in deze gewichtige zaak niet roekeloos te werk gaan. Hij stelde zijn vertrouwen op den Allerhoogste, die hem op eene bijzondere wijze moest bijstaan om in zijne pogingen te slagen. Na zulke rijpe overweging aarzelde hij niet langer meer een besluit te nemen. De onderneming was wel is waar gewaagd, doch nuttig, groot, beloofde de heerlijkste vruchten, was tezelfder tijd voor een volijverig priesterhart zeer bekoorlijk, — hij ondernam ze, en zijn arbeid, door God gezegend, zou spoedig de uitstekendste gevolgen

ocr page 52

38

echuwelijkste verwarring. Men zag er kinderen, met eenige lompen bedekt, in hooge mate onzindelijk, ruw en ongemanierd in hunne uitdrukkingen; vrouwen met gebroken hart en het gemoed vol vertwijfeling, liederlijke, laag gezonken mannen, tot alles in staat.

Deze toestand maakte een diepen indruk op Pater Mathew, en vervulde hein met smart en met eene zekere moedeloosheid. Waar zou hij het geneesmiddel vinden vinden voor dat kwaad, zoo ontzettend groot, zoo diep ingeworteld, zoo algemeen verspreid ? Zeer zeker in de hulp van den godsdienst; doch de dronkaard ontvlucht gewoonlijk den priester, en zeer dikwijls verwaarloost hij de noodzakelijkste plichten van den godsdienst. Zou een voornaam middel werkelijk bestaan in de verbintenis van geheelonthouding, waarop men hem reeds zoo dikwijls gewezen had, in de belofte om te breken met den alcohol, de oorzaak van al het kwaad, dat hij betreurde. Men was doof gebleven voor zijne priesterlijke vermaningen, mocht hij nu hopen, dat men naar zijn woord zou luisteren, dat men afstand zou doen van den geliefkoosden drank, als hij een geheel-onthoudingbond had opgericht.

Hij overwoog het voor en het tegen van deze onderneming. In zijn geest beschouwde hij de schier niet te overwinnen moeielijkheden, hieraan onvermijdelijk verbonden. Hij stelde zich de vraag, of er niet andere middelen konden gevonden worden om het gewenschte doel te bereiken, otn het drankmisbruik met vrucht te kunnen bestrijden. Was het wel raadzaam en voorzichtig om in een land gelijk Ierland, het matig ge-bruik van sterken drank te ontzeggen om het rawbruik daarvan te kunnen uitroeien ? En toch, volslagen onthouding van bedwelmende dranken scheen aan allen

ocr page 53

39

de aangewezen weg om de dronkenschap te kunnen bestrijden.

Waarom toch het onmogelijke beproefd, want zulk eene zaak scheen onuitvoerbaar ? Hoe toch zou het mogelijk zijn om van het arme volk, gewoon om maar al te veelvuldig in de bedwelming van den drank, voor enkele oogenblikken al hunne ellenden te vergeten en zich in een paradijs te wanen, de stellige en oprecht gemeende belofte te verkrijgen, zich voortaan geheel van allen sterken drank te onthouden ?

En hoe zou deze onderneming, eenmaal op touw gezet, door de groote menigte worden ontvangen ? Daarenboven waren er groote kapitalen in de branderijen gestoken, welke natuurlijk bij het gelukkig slagen der onderneming achteruit zouden gaan. De verkoop van sterken drank in het groot en in het klein was de broodwinning van duizenden personen in den lande, waarvan sommigen met milde giften meer dan eene enkele zijner verschillende instellingen ondersteunden. Kon hij gevoegelijk den een ten onder brengen om een ander te redden ?

Deze en meer andere redenen wikte en woog de kloosterling. Voor God had hij alles berekend, want hij wilde in deze gewichtige zaak niet roekeloos te werk gaan. Hij stelde zijn vertrouwen op den Allerhoogste, die hem op eene bijzondere wijze moest bijstaan om in zijne pogingen te slagen. Na zulke rijpe overweging aarzelde hij niet langer meer een besluit te nemen. De onderneming was wel is waar gewaagd, doch nuttig, groot, beloofde de heerlijkste vruchten, was tezelfder tijd voor een volijverig priesterhart zeer bekoorlijk, — hij ondernam ze, en zijn arbeid, door God gezegend, zou spoedig de uitstekendste gevolgen

ocr page 54

40

te weeg brengen.

De eerste vergadering tot instelling van den bond had plaats in een schoollokaal, waar slechts een klein getal zijner vrienden vereenigd was met de voorstanders van het vroegere matigheidsgenootschap, dat in het water was gevallen. Pater Mathew legde zijne gedachten en het groote doel, dat men beoogde, in eenvoudige en duidelijke woorden bloot; hij wees op den aandrang, welke hem van verschillende zijden gedaan was om hem tot de onderneming van deze gewichtige zaak te bewegen, en behandelde met nadruk het voor en het tegen van de op te richten vereeniging, dat hij in volle kalmte voor God had overwogen. Ten slotte gaf hij zijn besluit te kennen zich geheel aan dit grootsche werk te willen toewijden.

Al zou ook, zoo eindigde hij, slechts een persoon door onze pogingen gered worden uit den poel van ellenden, waarin hij door de dronkenschap gedompeld is, dan hadden wij reeds eene belooning voor onze moeiten ontvangen. Welaan dan, vrienden, tot bevordering van het geluk des volks, tot eer van God en tot luister van ons vaderland, omgorden wij ons tot den strijd. Niemand, die eene goede gezondheid geniet, heeft noodzakelijke behoefte aan bedwelmende dranken; noch ik, noch iemand uwer heeft ze noodig, en velen hebben door hun voorbeeld getoond, dat men ze zeer goed kan ontberen.

Derhalve noodig ik u allen uit het voorbeeld, dat ik zal geven, te volgen : — „ik beloof plechtig en ,,stellig mij van allen sterken drank geheel te onthou-„den.quot; Hij nam plaats voor de tafel, opende het inschrijvingsregister, nam de peu, sprak toen luide met eene heldere, klankvolle stem : „Aldus zij het in den

ocr page 55

41

naam des Heeren,quot; — en teekende zijn naam liet eerst in het register van het nieuwe geheel-onthoudingsgenootschap „Pateii THEOBALD MATHEW

M i n derbroeder-Capuc ij n

Cove-Street No. 1.quot;

Dit geschiedde in den laten avond van den lO611 April 18ö8, want de zorg voor de hem toevertrouwde kudde had geheel zijn dag in beslag genomen. Al de aanwezigen sloten zich bij hem aan, en allen, 59 in getal, beloofden insgelijks volslagen onthouding van sterken drank. Het genootschap was dan opgericht, en door Gods zegen weldra over geheel Ierland, in Engeland, Schotland, en zelfs in Amerika verspreid, zou het de heerlijkste vruchten op zedelijk en stoffelijk gebied voortbrengen.

Niet alleen Katholieken, maar duizenden belijders der verschillende Anglikaansche secten zouden zich in dien bond laten opnemen, dewijl daarin niets gevonden werd, dat met hunne geloofsovertuiging in strijd was. Het formulier van toetreding luid aldus ; „Ik, N. N., „beloof mij met Gods hulp van alle bedwelmende „dranken te onthouden, en zooveel mij mogelijk is te „beletten, dat anderen zich aan dronkenschap overgeven.quot;

Dit zestigtal eerste leden was het beekje, dat spoedig tot een grouten stroom zou aanwassen. Het was ook het begin van dien reuzenlast, welken Pater Ma.-thew' wellicht nooit op zijne schouders zou genomen hebben, zoo hij alles had kunnen voorzien, al was hij dan ook niet cle grootste edelmoedigheid bezield. Het was een arbeid, zoo lastig en zooveel omvattend, dat nooit een mensch dusdanig werk ondernomen heeft, gelijk een tijdgenoot in uitdrukkelijke woorden van hem getuigt.

ocr page 56

42

Toen het in de stad Cork ruchtbaar werd, dat Pater Mathew zicli de zaak van het matigheidsgenootschap1) aangetrokken en een nieuwen bond opgericht had, konden zeer velen dit niet gelooven, ofwel dreven den spot met die onderneming. Sommige ernstige personen verklaarden, dat dit nogmaals een goed werk was, door hem ondernomen tot welzijn van het arme volk, en te voegen bij degenen, welke hij reeds met dat inzicht tot stand had gebracht. Anderen daarentegen, en zij vormden verreweg het grootste getal, keurden ten zeerste af, dat hij met die dwepers gemeene zaak gemaakt had. Men beweerde, dat hij zijn gezond verstand niet geraadpleegd, en, onder hun aandrang bezweken, er in toegestemd iiad zich bij hen aan te sluiten, en aldus in hunne netten was verward geraakt.

Doch hoe men er ook over dacht of niet, men kon wel een oogenblik den spot drijven met de nieuwe matigheidsbeweging, maar niemand kon of durfde twijfelen aan de oprechtheid zijner overtuiging en aan de zuiverheid der beweegredenen, welke hem hiertoe hadden aangespoord. Het karakter van dien priester kon door de aanvallen der afgunst niet verduisterd worden; de eerbied, welken zijne ongeëvenaarde edelmoedigheid allen afdwong, wees hem, en niemand anders aan, als de persoon, bij uitstek geschikt om dit werk te ondernemen.

1

Dit was eertijds de naam van den Bond, die op zich zelf de eerste geheel-onthoudingsbond was. Thans verstaat men hieronder die vereenigingen, welke hun leden verplichten tot een beperkte maat in het gebruik van sterken drank. Zij zijn echter machteloos gebleken tegen het kwaad. Pater Mathew streed er voor het kwaad tot in den wortel uit te roeien, en ontzegde zich en zijn volgelingen daarom het gebruik van elke hoeveelheid alcohol, hoe gering ook.

ocr page 57

43

Het volk werd nu uitgenoodigd tot bijwoning der tweede vergadering, waarbij eene overgroote toeloop plaats had, om toch de ware toedracht der zaak te vernemen. Het was in den beginne zonder twijfel de nieuwsgierigheid, die de groote menigte bezoekers trok, afschoon liet ledental reeds begon toe te nemen.

Zonder overdrijving, doch met klem en nadruk sprak hij nogmaals over de ellende, over de verwoesting, de verlaging, welke het drankmisbruik bij allen veroorzaakt, doch vooral bij hen, die in het zweet des aan-schijns, door handenarbeid in hun onderhoud moeten voorzien. Hij bezwoer hen voor de zooveelste maal om toch voor bun eigen welzijn, voor de toekomst hunner kinderen, voor hun geluk in het andere zoowel als in het tegenwoordige leven, met een oprecht chris-telijken moed die schandelijke boeien te breken, waarmede de drankduivel hen gekluisterd hield.

Zijne woorden maakten den diepsten indruk, en ofschoon niet allen zich aanstonds bij den bond aansloten, werden zij toch door de overreding van Pater Ma-thew zoodanig getroffen en medegesleept, dat er een einde kwam aan de spotternijen, waarmede men de vereeniging bij haar ontstaan begroet had.

Weldra was hij verplicht om voor de gewone vergaderingen eene veel ruimere zaal te nemen, daar de eerste in het geheel niet meer de menigte kon bevatten, die in steeds grooter getal naar zijne opwekkingen tot geheel-onthouding kwamen luisteren. Gelukkig vond men deze in de „Horse Basar/'1) een zeer ruim overdekt terrein, waar meermalen 4000 personen vereenigd waren. Deze plaats was geheel tot zijne

1

Zaal bestemd tot den verkoop van paarden.

ocr page 58

44

beschikking gesteld door M. O'Connor, die tot zijne beste vrienden en getrouwste aanhangers mocht gerekend worden.

Een beroemd advocaat van dien tijd, Feank Walsch genaamd, een uitstekend volksredenaar, en zeer bemind om de goedheid van zijn karakter, had het edel doel van den nieuwen apostel volkomen begrepen en zich zeer spoedig bij hem aangesloten. Hij werd een der vurigste ijveraars van den geheel-onthoudersbond, en een onmisbare steun in de moeielijke taak, welke op de schouders van Pater Mathisw rustte. Een niet minder ijvervollen strijder vond hij in den Secretaris van den pas opgerichten bond, James M'Kenna, door het volk gewoonlijk Kenna genaamd, die den grooten leider der anti-alcoholbeweging met hart en ziel aan-hing.

De aanzienlijkste inwoners der stad Cork, die het overgroot nut der beweging begonnen in te zien, namen het besluit den kloosterling in zijne grootsche onderneming te steunen. Drie maanden na hare oprichting telde ze reeds 25000 leden; vijf maanden later had ze het getal van 131000 bereikt, en op het einde van het jaar 1838 hadden zich 156000 personen laten inschrijven, die allen voor Pater Mathisw de belofte van geheel-onthouding wilden afleggen. Het waren niet alleen bewoners der stad en van het graafschap Cork, die dit groot getal aanhangers leverden, maar personen uit de naburige graafschappen Kerry, Waterford, Limerick, Clare, Tipperary en zelfs uit het meer verwijderde Gal way, hadden zich aangesloten bij de beweging, welke weldra algemeen en nationaal zou worden.

Het nieuws toch van de groote zedelijke hervorming.

.

ocr page 59

45

welke men te Cork begonnen had, ren tiaar met den besten uitslag bekroond zag, werd door de dagbladpers alom verspreid. Men stelde bijzonder in het licht het onnoemelijk goed, dat daardoor tot stand werd gebracht, men wees op de menigvuldige kwalen, daardoor in dat kort tijdsverloop reeds genezen. Men had nu eenmaal de aandacht van het publiek opgewekt, dat met onverdeelde ingenomenheid den strijd tegen het drankgebruik volgde, en spoedig kwam men tot het besluit: „wat goed en nuttig is voor Cork, is ook geschikt en voordeelig voor andere plaatsen, en wat heilzaam is voor één persoon, kan ook heilzaam zijn voor anderen.quot; Hierdoor opgewekt trok men van alle kanten naar Cork om zich bij het genootschap aan te sluiten. Somtijds gebeurde het, dat de weg als bezaaid was met personen, waarvan sommige, van vermoeidheid uitgeput en met bebloede voeten, zich voortsleepten om het doel van hun tocht te bereiken : Pater Mathew te mogen zien, in zijne handen de belofte van geheelonthouding te mogen afleggen, en zijn zegen te ontvangen.

Had men dit geluk genoten, dan waren de vermoeienissen der reis spoedig vergeten; tevreden en opgeruimd keerde men huiswaarts, zonder er aan te denken, dat men nog eens 50 tot 100 Engelsche mijlen te voet moest afleggen. Het genootschap bloeide en juist degenen, die langs alle zijden hadden uitgeschreeuwd, dat de drankonthouding als kaf voor de wind zou worden weggevaagd, werden hare vurigste bewonderaars en ijverigste verspreiders, toen zij getuigen waren van de heerlijkste en treffendste veranderingen en verbeteringen, zoowel in het openbaar als in het bijzonder.

ocr page 60

Y

PATER MATHEW VERSPREIDT DEN GEHEELONTHOUDERS-BOND OVER GEHEEL IERLAND.

ET was het vurig verlangen van Pater Mathew, dat de beweging, door liem in liet leven geroepen, over geheel Ierland zou worden uitgebreid, maar hij wilde zonder overhaasting, met de grootste voorzichtigheid te werk gaan. Reeds meermalen was hij door de invloedrijkste personen van andere streken met aandrang uitgenoodigd om ook daar den matigheidsbond te vestigen, doch hij had zich steeds met gepaste redenen weten te verontschuldigen ; eerst wilde hij zijne vereeniging op hechte grondslagen gevestigd zien.

Eindelijk kon hij niet langer weerstand bieden aan de dringende uitnoodigingen, welke hem gedaan werden, en in het begin der maand December 1839 begaf hij zich op reis naar Limerick. De dag zijner aankomst was gekend; eene ontelbare menigte uit de omliggende graafschappen had zich bij de inwoners der stad aangesloten, door wie hij met zulke geestdrift werd ontvan-

ocr page 61

47

gen, alsof een koning een zegevierenden intocht liield. Men was daar gekomen om zich te vergewissen omtrent hetgeen van hem gezegd werd, of het werkelijk waarheid was, dat hij het volk aanspoorde zieli van alle alcoholische dranken te onthouden. Zij moesten ondervinden, clat de zoo geëerde volksvriend van Ierland, dat de vader der armen en bedrukten, zooals hij genoemd werd, hen in eenvoudige en uit het hart opwellende woorden aanzocht toch dit gevaar te vluchten, en aan een degelijk voedsel boven de bedwelming van den drank de voorkeur te gevei\. Gedurende vier achtereenvolgende dagen wilde hij voor allen het doel zijner komst blootleggen, en in eene reeks toespraken het drankgebruik op eene bevattelijke wijze bestrijden.

Hij begon deze met de wederlegging der bijna algemeen gangbare meening, dat sterke dranken voedend zijn, dat de mensch, en vooral de werkman ze noodig heeft, wil hij zijn arbeid flink en opgewekt verrichten. Deze meening immers is onjuist. Brandewijn, jenever, whiskey, zooals ze in Ierland genoemd wordt, hebben geene voedingswaarde, dienen alleen tot opwekking, en doen in de meeste gevallen meer schade dan nut. Het gebruik van sterken drank als regel is onvoorwaardelijk af te keuren.

Al de dranken toch, welke dronkenschap kunnen veroorzaken, bezitten deze eigenschap ten gevolge van den alcohol, dien zij in meerdere of mindere mate bevatten. Derhalve moet men nagaan, welken invloed de alcohol in den organischen bouw van het mensche-lijk lichaam uitoefent, of hij daar goed doet, werkeloos is of wel kwaad veroorzaakt.

Om goed te doen in het lichaam behoort hij een bestanddeel te bevatten, dat zich in het bloed oplost.

ocr page 62

48

en dienen kan om het een of ander gedeelte des lichaams te voeden. De voornaamste stolfen, waaruit het menschelijk lichaam bestaat, moeten voortdurend norden aangevoerd door spijs of drank. De organen slijten door het gebruik, en bij gebrek aan nieuwen toevoer van voedende stoffen worden zij spoedig werkeloos.

Plet menschelijk lichaam bestaat uit verschillende bestanddeelen. Een der voornaamste is water. De alcohol nu bevat zelf geen water, en moet met water vermengd worden om drinkbaar te zijn. Alleen, zonder water, kan hij den dorst niet lesschen, daar hij niet voorziet in de behoefte des lichaams aan water. Nog een ander bestanddeel van het lichaam moet door voedsel aangevoerd worden, namelijk het eiwit, dat nochtans in den alcohol in het geheel niet aanwezig is. Een derde bestanddeel is het vet, dat hij ook in het minste niet bevat, hij is zelfs eerder geschikt om het vet op te lossen.

Gelijk het met deze drie voorname bestanddeelen gesteld is, zoo gaat het ook met de anderen. Geen enkel daarvan wordt in den alcohol gevonden, waaruit men dan ook met recht kan besluiten, dat de sterke drank geen voedsel bevat, en niet kan dienen om het lichaam of een van deszelfs deelen te onderhouden. Bijgevolg doet hij geen goed.

Blijft hij in het lichaam werkeloos ? Neen, ook niet. Alle spijs en drank wordt door het maagsap opgelost, in zoover dit mogelijk is. Opgelost, en dus in vloeibaren toestand gebracht, wordt het spoedig opgenomen door het bloed, dat de verschillende voedende bestanddeelen door het geheele lichaam voert naar de plaats, waar zij behooren, en de onbruikbare stoffen verwijdert. De alcohol echter, door het maagsap

é

ocr page 63

49

onveranderd gelaten, gaat in dien toestand over in liet bloed, en verspreidt zich daarin in ongeloofelijk korten tijd.

De alcohol nu, aldus in liet bloed opgenomen, blijft daar niet geheel -werkeloos ; hij heeft eene oogenblik-kelijke en eene voortdurende werking. De eerste veroorzaakt verschijnselen, die na verloop van eenigen tijd weder verdwijnen, zonder, schijnbaar althans, een spoor achter te laten. Zij doet het hart sneller slaan; en de snellere hartslag, daardoor te weeg gebracht, heeft eene gelijke uitwerking als de vermelde hartslag, dooide koorts veroorzaakt.

Wordt de opgewektheid van de koorts gevolgd door groote uitputting, zoo heeft ook de opgewektheid, door den alcohol veroorzaakt, slechts moeheid en uitputting ten gevolge. Wordt van de koorts terecht gezegd, dat zij de lichaams- en levenskracht ondermijnt, men mag ook de opgewektheid van den alcohol beschouwen als eene ondermijning derzelfde krachten.

De tweede werking treedt niet zoo spoedig aan het licht, en is daarom juist des te gevaarlijker. Het is de invloed, dien de alcohol op den duur uitoefend, wanneer zij een bestanddeel van het bloed is geworden. Allerlei ziekteverschijnselen openbaren die werking in meerderen of minderen graad. Als door misbruik van alcohol het aandrijven van het hart tot sneller slaan telkens weer herhaald wordt, dan kan het gevolg hiervan niets anders zijn dan meerdere uitputting, dan grootere verzwakking. Die geregeld alcohol in zijn bloed opneemt, is gelijk aan iemand, die het vuur aanhoudend oppookt, zonder het van brandstof te voorzien.

De alcohol doet dus in het bloed geen goed, maar sticht er integendeel zeer veel kwaad. Het bloed zelf wordt ziek; en zoo ontstaan er ziekten der hersenen,

3

ocr page 64

50

ziekten der longen, der maag, van het hart, leverziekten, nierziekten, enz.1} Menigeen wordt ten grave gedragen als slachtoffer van eene dezer kwalen, door het onmatig gebruik van sterken drank veroorzaakt. Hoe dikwijls hoort men toch, dat de een of ander, overgegeven aan het drankmisbruik, door eene slepende ziekte wordt aangetast, die zijne krachten uitput en hem voor den tijd vallen doet.

Zou iemand soms beweren, steunende op eigen ondervinding of op die van een ander, dat het onmatig gebruik van bedwelmende dranken niet schadelijk is, dan spreekt hij leugentaal, even grof als de slang in het paradijs. Deze sprak immers tot Eva : „Neen, gij zult niet sterven, als gij van de verboden vrucht eet, gij zult veeleer aan God gelijk worden. Eva liet zich misleiden, zij at van die vrucht, en men kent de gevolgen harer onvoorzichtigheid.

Zoo ook laat de mensch zich door den drankduivel bedriegen. Het zal u niet schaden, zoo spreekt hij; het zal veeleer uwe vermoeide krachten herstellen, het zal u opwekken om des te beter uw arbeid te kunnen verrichten. Gij hebt geheel den dag gezwoegd, een borrel zal u goed doen, een werkman mag toch ook wel iets hebben. Men heeft het ongeluk naar die bekoorlijke inblazingen te luisteren, van een komt men tot twee, en zoo gaat men allengskens verder. Het gebruik van sterken drank wordt eene gewoonte, eene tweede natuur; men wordt slaaf van dien drank, die onvermijdelijk werkt, aan het leven knaagt, en de gezondheid ondermijnt.

En wee den jongeling, die zich reeds op jeugdigen

1

Vgl. M. Beversluis : De strijd tegen den alcohol.

ocr page 65

51

leeftijd aan liet onmatig gebruik van drank overgeeft. Want hoe jonger de dronkaard, hoe zwakker gestel, des te spoediger en des te verschrikkelijker wreekt zich de misdaad op den overtreder, en in het algemeen ondervinden drinkers van beroep vroeg of laat, naar lichaam en ziel, de bittere gevolgen van dezen niet bedwongen hartstocht. Het spreekwoord zegt niet te veel; „plures occidit gula quam gladius — de onmatig-„heid heeft er meer om het leven gebracht dan het „zwaardontelbaar zijn de slachtoffers van het drankmisbruik.

Wie telt de ongelukken, door het misbruik van sterken drank veroorzaakt ? Hier valt er een van eene stelling, — hij was dronken; daar wordt een drenkeling opgevischt, — hij was dronken; ginds wordt iemand door zijn wagen overreden, — hij was dronken. Hoe dikwijls hoort men, dat deze of gene huisvader of jongeling opgeruimd en gezond het huis verlaten heeft, en eenige uren later bewusteloos, misvormd, met slijk en bloed overdekt, onkenbaar, in een twist zwaar gewond of gedood, of wel in den drank gestikt, huiswaarts is gedragen !

Hij toonde verder aan, dat dronkenschap dikwijls aanleiding geeft tot twist, tot oueenigiieid, tot vechtpartijen en andere woeste tooneelen, wier gevolgen men soms jaren lang in de gevangenis betreuren moet. Is men eenmaal aan den drank verslaafd, weet men niet weerstand te bieden aan dien verderfelijken hartstocht, dan deinst men voor niets meer terug om dien te bevredigen, en zoo opent hij den weg voor de gruwelijkste misdaden. Waarom, zoo riep hij uit, waarom bevatten de gevangenissen zoovelen onzer landgenooten ? Waarom zijn wij zoo dikwijls getuigen van afschuwe-

ocr page 66

52

lijke wanbedrijven ? Van waar zoovele ellenden op zedelijk gebied? Omdat het drankmisbruik op onzen vaderlandschen bodem zoo welig tiert; de onmatigheid, waaraan men zich overgeeft, is de moeder van al die wanorden, welke de schande van ons volk uitmaken.

In duidelijke en treffende woorden beschreef hij de dronkenschap als eene voorname oorzaak der heerschende armoede, als het ongeluk van het huisgezin, als de ramp van vrouw en kinderen. De drankzuchtige verkwist met de grootste lichtzinnigheid zijn geld en goed, dat dikwijls met moeite, met veel arbeid wordt verkregen. Men werkt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, menigeen wendt de grootste inspanning aan om wat te kunnen verdienen, en nochtans, dit zuurgewonnen geld heeft voor menigeen geen de minste waarde, als het er op aankomt zijn dra.nklust te bevredigen. Dan schijnt men de waarde van het geld niet te kennen, dan ziet men niet wat men onrechtvaardig verkwist, welke schade men zijn huisgezin berokkent. De drinker denkt er niet aan, dat het geld, met zooveel verblindheid weggeworpen, hem arbeid, moeite, zweet heeft gekost, dat hij, om zijn hartstocht te bevredigen, in eenige uren datgene verteert, waarvoor hij dagen heeft moeten werken.

Is dit niet eene verregaande uitzinnigheid ? Maar ook, hoe duur moet hij dit bekoopen ! Wat is immers het gevolg van zulke onzinnige handelwijze ? Is hij reeds arm, dan zal hij altijd arm blijven; en is hij soms niet arm, dan zal hij weldra arm worden. Het is gemakkelijk te begrijpen, dat personen, die door handenarbeid in hun onderhoud moeten voorzien, die niets in eigendom bezitten of geen bijzonder inkomen hebben, arm moeten zijn en blijven, als zij zich aan

ocr page 67

53

den drank overgeven. Hoe flink en knap werkman men ook wezen moge, hoe ijverig men ook zij in zijn bedrijf, hij zal altijd te kort komen, nooit een zekeren welstand hebben, als liij van de drankflesch houdt.

De H. Schrift zegt in uitdrukkelijke woorden : „Een „arbeidsman, die zich in den drank verloopt, zal niet „rijk worden, en die liet kleine versmaadt, gaat allengs-„kens ten gronde jquot;1) hier wordt eene bijzondere vermaning tegen dronkenschap gegeven en gezegd, dat hij, die van het geringe loon, door zijn dagelijkschen arbeid verkregen, niet weet te sparen ter oorzake van zijne drankzucht, onvermijdelijk arm wordt. Zij, die neiging hebben tot drank, en ze niet weten te bedwingen, verliezen en verkwisten alles, wat zij met flink werken verdienen kunnen.

Bezit een drankzuchtige echter iets, hetzij veel of weinig, hij zal zijn bezit, zijn geld en goed weldra verliezen ; hij brengt alles ten offer aan zijn afgod, den drankduivel. In hem wordt het woord van den liei-denschen wijsgeer Dioglnes bewaarheid; toen deze zag, dat het huis van zijn neef te koop hing, sprak hij tot hem : „dit verwondert mij niet, want ik heb reeds lang „geweten, dat een huis, waarin een dronkaard woont, „weldra zijn meester moet uitbraken en op straat wer-„pen.quot; Ontelbaar zijn de huisgezinnen, die tot verval komen, te niet gaan, niet door tegenspoed, niet door ziekten, maar door de drankzucht, door de dronkenschap, waaraan man of vrouw, of wel beiden zich overgeven. De ondervinding bevestigt wat in de Schrift

geschreven staat: „want drinkers.....worden

„arm, en het uitslapen van den roes geeft lompen

1

Eccli. XIX : 1.—

ocr page 68

54

„voor kleeren,quot;1) d. i. drankzucht voert tot armoede en gebrek.

Hoevele huisvaders, aan den drank overgegeven, treden daarenboven nog een hunner voorname plichten onder den voet, namelijk den plicht aan hunne kinderen, volgens staat en vermogen, een eerlijk bestaan na te laten ; in plaats daarvan laten zij hun niets anders na dan schande en oneer, dan armoede en verdriet.

Moet hier nog gesproken worden van het slechte voorbeeld, dat door een drankzuchtigen vader of moeder aan de kinderen gegeven wordt ? Welke indrukken toch ontvangen de kinderen in een huisgezin, waar de drankduivel heerscht? Wie spreekt hun van deugd en godsdienst ? Wie boezemt hun een afkeer in voor het kwaad, voor de ondeugd ? Wie prent hun liefde in voor alles, wat schoon en edel is, gepaard met lust voor den arbeid ? Wie zal hen waarschuwen voor de gevaren der wereld, en vooral van die wereld, waarin de kinderen van den werkman eenmaal moeten verkeeren ?

De vermaningen, de gebeden, de bestraffing, de uitstekende voorbeelden van brave, christelijke ouders zijn menigmaal nog niet in staat om de bedorven neigingen der kinderen te onderdrukken en hen op den goeden weg te geleiden, wat moet er dan geworden van het ongelukkig kroost dergenen, die aan den drank verslaafd zijn ? Hoort het wel ooit den naam van God anders dan in een vloek, en hoe wil het eerbied, liefde koesteren voor zulk een vader ? Gebeurt het niet al te veel, dat de kinderen den weg van den vader opgaan, want de verderfelijke neiging tot drank is wellicht de eenige erfenis, die zij van hem te wachten hebben, en

1

Spreuken XXIII: 21,—

ocr page 69

55

bij zijn leven reeds treden zij in het bezit van dit vaderlijk erfgoed.

Ten laatste beschouwde Pater Mathew de dronkenschap onder een godsdienstig oogpunt, en deed zien, dat zij den godsdienst en de zedelijkheid ondermijnt, dat zij de vruchtbare moeder is van eene groote menigte andere zonden, en den mensch niet alleen voor den tijd, maar ook voor de eeuwigheid ongelukkig maakt. Het is eene zonde, waarvoor men hem, en vooral den jongeling, niet genoeg afschuw kan inboezemen. Hij beriep zich op het voorbeeld der heiden-scbe Spartanen, die hunne kinderen de afschuwelijkheid dier ondeugd vroegtijdig leerden kennen. Als iemand hunner zich aan bedwelmenden drank was te buiten gegaan, lieten zij hein openlijk op een plein heen en weer waggelen, opdat een ieder op dit gezicht een walg zou krijgen van de ondeugd, die den redelijken mensch zoo diep verlaagt, zoo grievend vernedert, hem zelfs gelijk maakt aan het redelooze dier, dat zich in den modder wentelt.

Met klimmende belangstelling hadden zij den begaafden redenaar gevolgd, die met meer dan gewone zeggingskracht zijne zaak verdedigd en hen aangespoord had om tot het matigheidsgenootschap toe te treden. En toen hij zijne laatste opwekking besloot met deze gulden grondgedachte : „sterke drank is voor niemand „noodzakelijk, — voor een ieder gevaarlijk, — voor „zeer velen hoogst verderfelijk,quot; bewezen de luide toejuichingen duidelijk, dat men zijn gevoelen deelde.

Na aldus gedurende vier dagen voor zijne zaak gewerkt te hebben, mocht Pater Mathew met voldoening op zijn arbeid nederzien. De onthoudingsbeweging had bij deze gelegenheid door zijn onvermoeid streven een

ocr page 70

56

reuzenstap gezet, hij had het geluk om in dit viertal dagen 150.000 nieuwe leden aan te werven.

Van Limerick begaf hij zich naar Waterford, waar hij zijn arbeid met een niet minder gunstigen uitslag bekroond zag. De Bisschop zelf dier plaats legde latei-de verklaring af, dat hij Pater Maïhew uitgenoodigd had die stad te willen bezoeken, opdat zijne kudde des te gemakkelijker tot het matigheidsgenootschap zou kunnen toetreden. Ik had gehoopt, zoo sprak hij, dat drie tot vier duizend personen deze gelegenheid zouden benuttigen, eu tot mijne groote vreugde hadden er zich 80.000 binnen het tijdsverloop van drie dagen onder het vaandel der geheel-onthouding geschaard.

De geestelijke zorg echter voor de hem toevertrouwde zielen eischte zijne tegenweziglieid te Cork, en derhalve was hij verplicht daarheen weder te keeren. Na op zijne terugreis nog eenige kleine plaatsen te hebben aangedaan, mocht hij zijne trouwe medehelpers aankondigen, dat de bond met ruim 250.000 nieuwe leden was toegenomen. Doch nauwelijks had hij tijd en gelegenheid gevonden, of hij trok op nieuw het land in om zijn kruistocht tegen het drankgebruik voort te zetten.

u i. u u

ocr page 71

fO^Dt -i.fj-g3333^Let^LaaAg.a.tt'^ag33:^^S2KtjXgt;3?^gl'ïgamp;^i'j?nag3^.y2j^)j=»quot;g3aggt;lj;|n|;o)

3^'vö-^-lt;\^)C

TI

'GUNSTIGE WERKING VAN DEN GEHEELONTHOUDERS-BOND.

^T^OOR zeei- velen in Ierland was de geheel-onthou-kmy ders-bond de dageraad van een nieuw leven, een A/£j leven van geluk en vrede. Niet alleen zij, die ^ reeds te voren een voorbeeld van matigheid gaven, doch ook zwakken en aan den drank verslaafden wilden toetreden, en mochten met blijdschap de veree-niging begroeten als het groote redmiddel in den nood. Zij was een hechte steun voor de zwakken, en het aanzienlijk getnl leden, die zich zoo spoedig in den bond lieten opnemen, toont duidelijk genoeg, dat vele zwakken naar een steun uitzagen.

Niemand kan zijne goedkeuring aan de geheel-ont-houders-beweging weigeren. Een ieder juicht de matigheid toe, zelts de dronkaard, wien het aan zelfbe-heersching ontbreekt om matig te zijn. Zij beoogt immers niets anders dan de bestrijding van het drankmisbruik, en daardoor bevordering van den stoffelijken welstand des volks, en afwering van eene groote menigte wanorden. De geheel-onthouders-bond is het

re^

ocr page 72

58

aangewezen middel tot dien strijd, en vordert slechts onthouding van sterke dranken. Buitengewone kwalen moeten door buitengewone middelen bestreden worden. De matigheid is het doel, dat men zich voorstelt, de onthouding is het middel om dat te kunnen bereiken.

Het leven van den mensch eischt kracht, en de kracht vindt haar beste en hoogste uiting in de matigheid, die naast de sterkte tot de vier hoofddeugden behoort. Geheele onthouding van bedwelmende dranken is voor een groot aantal menschen het eenige behoedmiddel tegen dronkenschap, en voor zulke personen is volslagen onthouding gebiedend voorgeschreven. Doch ook velen willen die onthouding beoefenen, hetzij uit versterving, hetzij uit christelijke voorzichtigheid jegens zich-zelven, hetzij uit christelijke liefde jegens anderen, hetgeen zeker eene daad is, welgevallig in Gods oogen.

De noodzakelijkheid van die versterving voor sommigen, en van die voorzichtigheid is duidelijk, als men let op de verschrikkelijke verwoestingen, die door het misbruik van bedwelmende dranken in de ziel en liet lichaam van mannen, vrouwen en kinderen wordt aangericht. Uit welk inzicht dan ook men nu de onthouding moge beoefenen, de geheel-onthouders-bond biedt daarvoor een zekeren steun aan, en derhalve is het geenszins te verwonderen, dat het zich zoo spoedig in een heerlijken bloei mocht verheugen.

In het begin van het jaar 1840 wilde Pater Ma.-thew een nieuwen kruistocht ondernemen. Eerst bezocht hij Follow, Lismore, Ennis, Gort, om eindelijk den 28en Maart Dublin, lerlands hoofdstad, binnen te treden. Overal werd hij door het volk met dezelfde vreugde, met hetzelfde gejuich ontvangen, waarmede

ocr page 73

59

hij door de menigte te Limerick en Waterford begroet was. De eerste dagen van zijn verblijf aldaar besteedde hij ten voordeele van de arme weezen en de verlaten kinderen, wier getal in Dublin zeer aanzienlijk was. Met graagte luisterde men naar zijne woorden, toen hij de openbare liefdadigheid inriep voor hen, waarvan velen, zeer velen door de schuld der ouders, als slachtoffers van het drankmisbruik, tot dien ellendigeu toestand gekomen waren.

Hij had door die gunstige stemming des volks de beste verwachtingen opgevat, toen hij daar een aanvang maakte met de verspreiding van den geheel-onthouders-boud. Op eene der grootste openbare stadspleinen hield hij zijne toespraken in de open lucht; daar kon men verschillende dagen achter elkander, reeds in den vroegen morgen den onvermoeiden apostel aan het werk zien. Verscheidene jongelingen uit de voornaamste familiën verbonden zich voor hem tot geheel-onthouding, en onder hen waren vele studenten van het „Trinity collegequot; de protestantsche universiteit van Ierland.

De inwoners der hoofdstad, onverschillig tot welken godsdienst zij behoorden, hadden den diepsten eerbied, de hoogste achting voor den edelmoedigen kloosterling. Zij waren zoo innig overtuigd van de heilzame vruchten, welke zijn loffelijk streven afwierp, zij bewonderden zoozeer zijne onbaatzuchtige liefde, dat zij niet schroomden hem bij deze gelegenheid met den eerenaam van „Ierlands herschepperquot; te begroeten.

Zooals men gemakkelijk zal begrijpen, niet een ieder was met de matigheidsbeweging ingenomen; zeef velen zagen met leede oogen haren zoo gunstigen vooruitgang, en spanden alles in het werk om ze in de plaats

ocr page 74

60

hunner inwoning te verijdelen. Het moet ecliter tot eer va,ii de lersche drankverkoopers gezegd worden, dat die tegenwerking niet van hen nitging, ofschoon zij groole verliezen leden. Want hoe meer het getal verbruikers afnam, des te meer verminderden ook de winsten der tappers, slijters en branders; en toch verschillende hunner verzaakten aan hun vroeger bedrijf om zich bij de beweging aan te sluiten.

De eerbied voor Pater Mathevv was zoo groot, dat zelts desrenen, die bekend stonden door den handel in sterke dranken groote sommen gewonnen te hebben, den „Apodel der matigheidquot; de grootste achting toedroegen, en hem zelfs meermalen ruime aalmoezen in geld voor zijne armen schonken. Op zekeren dag hield hij te Dublin eene geldinzameling voor den bouw eener nieuwe kerk, en kwam eenigszins beangst bij een algemeen bekend groothandelaar in sterke dranken, Gkor-gius Rok genaamd, een aalmoes vragen. Tegen alle verwachting in werd hij goed ontvangen. „Niemand,quot; zoo sprak EoË tot hem, „niemand ter wereld heeft mij „meer schade veroorzaakt dan U Eerwaarde; doch de „weldaden, welke gij aan het lersche Vaderland bewe-„zen hebt, zijn zoo groot en menigvuldig, dat het hoogst „onbetamelijk zou zijn mijn eigen belang alleen op het „oog te hebben,quot; — en meteen schonk hij hem eene zeer ruime gift.

Pater Mathew was intusschen een volmaakt volksleider geworden, en ging geheel op in de matigheids-beweging, zonder echter de plichten zijner heilige bediening eetiigzins uit het oog te verliezen. De verspreiding van zijn genootschap was nu het grootste doel van zijn leven. Hij was als het ware met geen ander verlangen bezield dan de grondslagen van dit heerlijk

ocr page 75

61

gebouw uit te breiden en te versterken. Hij werd voortdurend bezig gehouden door de gedachte om den invloed der vereeniging onder de hoogere standen te doen toenemen, om daaraan mannen vol talent en ijver te verbinden, de overheden te overtuigen en aan te sporen om aan hnnne werklieden en dienstboden het goede voorbeeld van onthouding te geven, om vooral de jeugd te doen toetreden, voordat zij onder de aanvallen van den drankduivel gevallen was. Van gan-scher harte wenschte hij, dat toch zijne medebroeders in het priesterambt hunne oprechte belangstelling mochten toonen voor eene zaak, welke volgens zijne meening de eerste plaats na den godsdienst in hun hart moest innemen. In één woord, hij wilde alle pogingen in het werk stellen om het zoover te kunnen brengen, dat al zijne landgenooten zich bij de matigheidsbewe-ging zouden hebben aangesloten. Daarvoor streed hij met mannenmoed en leeuwenkracht, en daagde de tegenstanders uit zijn schild te durven aanraken, hij was met zijn genootschap als vereenzelvigd.

Na honderdduizenden in de verschillende streken van zijn Vaderland voor den matigheidsbond gewonnen te hebben, stond hij reeds omtrent de helft van het jaar 1840 aan het hoofd van meer dan twee millioen zijner medeburgers. Nu wilde hij eene poging wagen in het college van Maynooth waar de toekomstige geestelijkheid van Ierland werd opgevoed. Als hij er in mocht slagen die vurige en edelmoedige harten voor zijn bond te winnen, zou hij voor de toekomst meer gedaan hebben dan wel, wanneer nogmaals een ander millioen personen zich onder zijn standaard hadde geschaard. De schitterendste ontvangst viel hem in dit opvoedingsgesticht ten deel, en de uitslag overtrof zijne stoutste

ocr page 76

62

verwachtingen.

Met onbeschrijfelijke geestdrift sprak hij over de heldenfeiten van het groene Erin, wees op de lang vervlogen tijden, waarin de Ieren als één man opstonden om den geineenscliappelijken vijand het hoofd te bieden, en zullen wij nu, zoo riep hij uit, geen moed genoeg bezitten om den gevaarlijksten aller vijanden den duivel der dronkenschap, onder de oogen te durven zien ? Zullen wij zoo lafhartig zijn, dat wij hem niet durven bestrijden, die zooveel rampen over het vaderland heeft gebracht en zijn ver woestings werk steeds blijft voortzetten ?

Het drankmisbruik toch is de vijand van eiken leeftijd, van beider geslacht, van eiken stand, van den hoogeren zoowel als van den minderen. Het ondermijnt de kracht der jeugd en vernietigt de sterkte van den mannelijken leeftijd. Het doet vaderharten breken, berooft liefhebbende moeders van hare kinderen, dooft de natuurlijke neigingen uit, verstikt de liefde tusschen de echtgenooten, doodt in de harten der kinderen het gevoel voor de ouders, vernietigd de hoop, en doet grijze haren van verdriet ten grave dalen. Het veroorzaakt zwakte, ziekte, vroegtijdigen dood, maakt de vrouwen tot weduwen, de kinderen tot weeaen, de vaders tot vijanden hunner gezinnen, eti allen, vroeg of laat, tot armen en bedelaars.

De sterke drank, onmatig gebruikt, bedekt het land met luiheid, ellende en misdaad. Hij veroorzaakt twist en tweedracht, en geeft den misdadiger den moed tot het volvoeren zijner gruweldaden. Hij wekt den vader op zijne echtgenoote en hulpelooze kinderen zedelijk en maatschappelijk te vermoorden, en zet het kind aan tot het plegen van zondige bedrijven. Hij vergiftigt

ocr page 77

63

het geluk, doodt den vrede, verwoest de zeden, vernietigt het vertrouwen, vernielt den goeden naam, ontneemt de eer aan een volk, en dan vervloekt hij de wereld en heft boven hare puinhoopen een spotlach aan.

Dat alles doet hij, en nog meer. Hij vermoordt de ziel. Hij is het kort begrip van alle schurkenstreken, de vader aller afschuwelijkheden en misdaden, de beste vriend van den duivel en de grootste vijand van den inensch.

Deze woorden bleven niet zonder gevolg, want 8 professoren, 250 leerlingen en 35000 personen uit alle standen sloten zich bij de geheel-onthouders-bond aan.

In October daaropvolgende ging Pater Math uw naar Carlow, waar hij de gast was van den Hertog van Leinster, die hem gedurende ziji\ verblijf aldaar met de grootste hoffelijkheid bejegende. In de Kathedraal dier plaats hield hij zijne toespraken voor het volk, dat daarna in lange rijen naderde om geheel-onthouding te belooven en het onderscheidingsteeken van de geheelonthouders-bond uit zijne handen te ontvangen. Duizenden en duizenden verzaakten aan hunne geliefkoosde neiging, en ook hier wilden de studenten van het college zich bij die menigte aansluiten.

Men moet echter niet nieenen, dat de „Apostel der matigheidquot; geene andere oogenblikken van zijn leven telde dan die van overwinning en zegepraal. Neen, hij had in zijn arbeid met de grootste moeielijkheden te kampen, welke menigeen zouden ontmoedigd hebben. Somtijds had hij al zijne geestkracht noodig om ze het hoofd te kunnen bieden, en niet te bezwijken onder de aanvallen van moedeloosheid, welke onvermijdelijk moest voortkomen uit tegenwerking, miskenning en verdachtmaking. Dan was het voor hem een ware troost te

ocr page 78

6-t

mogen ondervinden, dat hooggeplaatste en invloedrijke personen zijn streven wisten te waardeeren, en aan zijn moed en zelfopoffering hulde brachten.

En in waarheid, niemand, die onpartijdig oordeelde, kon de zegenrijke vruchten van zijn arbeid loochenen. Men was gedwongen te bekennen, dat er in dat korte tijdsverloop verschillende gunstige veranderingen in Ierland hadden plaats gehad; zelfs een Engelsch minister wilde zulk getuigenis gaarne aileggen.

In den loop van het jaar 1840 kwam een deftig heer, maar toch eenvoudig en goedaardig van uiterlijk, in het gebouw, waar de hoofdzetel van de geheel-onthouders-bond gevestigd was. Daar Pater Mathew juist afwezig was, stelde hij bij diens secretaris, den heer Donelly, een onderzoek in omtrent den oorsprong, den vooruitgang en de goede uitkomsten van den bond, maar vooral omtrent het bijzonder leven en de werkzaamheden van den Pater, en aan welke andere goede werken nog hij zich had toegewijd.

Die onbekende heer scheen uiterst tevreden over de ingewonnen inlichtingen; toen hij heenging, overhandigde hij den secretaris zijn kaartje, waarop deze vol verbazing den naam las „Markies de Lansdowne,quot; destijds lid van het Britsche kabinet. Eenige uren later ontving Pater Mathew een brief van den volgende inhoud.

Cork, 15 September 1840.

Zeer Eerwaarde Heer.

Ik heb in den laatsten tijd versclüllende districten van Zuidelijk Ierland doorreisd, en overal eene gunstige verandering onder het volk bespeurd. Deze ondervin-

ocr page 79

65

ding wordt bevestigd door geloofwaardige personen in wie ik alle vertrouwen heb. Ik kan die gelukkige veranderingen slechts toeschrijven aan het. krachtdadig streven van UEvv., die het lersche volk èn de matigheid en hunne persoonlijke waarde hebt leeren kennen.

Als staatsman en als grondeigenaar in die streken zou het mij hoogst aangenaam geweest zijn, indien ik eenige oogenblikken een onderhoud met UEw. had mogen hebben, om mijne gevoelens van hoogschatting en dankbaarheid voor uw arbeid uit te drukken. Ik beschouw uwe pogingen, meer dan alle andere middelen, uiterst geschikt tot bevordering der rast en der welvaart van het land, en tot vermeerdering van bestendig geluk en van alle maatschappelijke deugden.

Tot mijne groote spijt heeft uwe afwezigheid mij dit genoegen ontzegd. Dat het mij echter geoorloofd zij UEvv. als een klein bewijs van waardeering den hierbij ingesloten cheque1) van 100 pond sterling (1300 gulden) aan te bieden, welk geld UEw. volgens goedvinden voor uwe liefdadige werken besteden kunt.

Met de meeste hoogachting blijf ik

UEw's dienstwillige dienaar

LANSDOWNE.

De meeste grootvvaardigheidbekleeders van Ierland en Engeland zwaaiden in hunne redevoeringen Pater Mathew den srootsten lof toe. De hertosr van Devons-

o o

hire, de Gouverneur Lord Ebiungton, de voorzitter van het Engelsche Hoogerhuis, de markiezen van Westmeath, van Normanbj, de graven van Devon, van Wicklow, om slechts enkele personen bij naam te noemen, legden in het openbaar het heerlijkste getuigenis af om-

1

Aauwijzing op de kas ter betalina:.—

ocr page 80

66

trent de gunstige werking van den gelieel-ontliouders-bond.

Mgr Wiseman, destijds Bisschop van Birraing-liam, later Aartsbisschop van Westminster en Cardi-naal, aarzelde niet om bij gelegenheid van liet feest eener kerkwijding, waar Z. D. H. het woord voerde, het werk van Pater Mathew te verheerlijken, en het met den naam van „nieuwen kruistochtquot; te bestempelen.

Zelfs Dr. Channing, algemeen bekend als een der voornaamste van de protestantsche geestelijkheid uit Amerika, die Ierland bezocht en doorkruist had, wilde in eene redevoering te Boston voor het Amerikaansche volk het getuigenis afleggen, dat de „Apostel der matigheidquot; zich door dien arbeid een onsterfelijken roem verworven heeft. Indien ik een land zou hebben moeten aanwijzen, volgens mijne meening door het drankmisbruik het diepst gezonken, en onvermijdelijk verloren, ik zou niet geaarzeld hebben aanstonds Ierland aan te wijzen.

Mannen en vrouwen, grijsaards en kinderen, allen in dit ongelukkig land, werden door den dronkenschap

als door een on weerstaan baren stroom medegesleept____

Nauwelijks zijn er twee of drie jaren verloopen, en die ondeugd, dat droevig erfdeel van vervlogen jaren, is als het ware uitgeroeid. Het Ierland van voorheen heeft opgehouden te bestaan, om plaats te maken voor een nieuw Ierland, dat vol levenskracht, eene schitterende toekomst te gemoet gaat. Meer dan vijf milli-oen zijner inwoners hebben zich in den geheel-onthouders-bond laten opnemen, en bijna allen, op betrekkelijk weinige uitzonderingen na, zijn hunne belofte gestand gebleven.

Een ander protestantsche en onverdachte schrijver

ocr page 81

67

legt de verklaring af: zoo ik ooit in de geschiedenis moest lezen, dat zulke schitterende uitslag door een katholiek priester was verkregen, ik zou aanstonds aan overdrijving denken. Doch ik zelf ben getuige geweest, dat op het woord van Pater Mathkw duizenden eu duizenden aan hun gelietkoosden hartstocht vaarwel zeiden, en zijn aanzcek inwilligden. Wij moeten dit beschouwen als eene der gewichtigste gebeurtenissen van onzen tijd, en ik aarzel niet te verklaren, dat de leider dezer beweging eene eereplaats inneemt naast lerlanda helden en beroemde mannen.

ocr page 82

VII

PATER MATHEW IN HET NOORDEN VAN IERLAND.

N die streken van Ierland, waar de meerderheid der bevolking tot den Icatholieken godsdienst behoorde, vond de geheel-onthouders-bond gereeden ingang. Doch ook in het Noorden, waar in sommige graafschappen de Episcopalen en de Presbyterianen in bijna gelijke verhouding stonden met de Katholieken, waren de pogingen tot vestiging van den bond uitstekend geslaagd. Wel is waar werden de bedoelingen van Pater Mathew dikwijls miskend en somtijds hevig tegen gewerkt in die streken, wier bevolking voor het grootste gedeelte bestond uit de zoogenaamde Orangisten, verklaarde vijanden van alles, wat den naam van katholiek draagt; doch zijn onverzaagde moed kwam die moeielijkheden spoedig te boven.

Met behendigheid zelfs wist hij partij te trekken van beleedigingen, welke hem somtijds werden aangedaan door personen, die meenden, dat hun alles geoorloofd is, wanneer het een katholieken priester geldt. Onder anderen zag hij te Cloones twee vlaggen der Orangisten,

ocr page 83

69

die ze haclden uitgestoten om daardoor hunne afkeuring jegens zijn persoon te kennen te geven. Hij deed echter alsof hij dit als eene beleefdheid beschouwde, en verzocht de Katholieken om ze met een driemaal herhaald vreugdegejuich te begroeten. quot;Van dit oogenblik af kwamen Katholieken en Protestanten zeer vriendschappelijk te zamen om in de vereeniging te worden opgenomen; en gedurende de drie dagen, welke hij in die plaats doorbracht, deed zich niet de minste oneen-nigheid tusschen hen voor.

Toen hij naar Cootehill ging, vond hij langs den weg verschillende waarschuwingen aangeplakt, waarin -hem werd afgeraden zijne reis naar die stad door te zetten, want de Protestanten waren voornemens hem daar op eene alles behalve vriendelijke wijze te ontvangen. De eerste persoon, die hem tegemoet kwam, was de Eerwaarde Heer Douglas, anglikaansch rector van Cootehill, vergezeld van de aanzienlijkste protestan-sche ingezetenen dier plaats. Nu duurde het niet lang, of hij kwam te weten, dat die aangeplakte waarschuwingen het werk was van een katholieken herbergier.

quot;Van Arenagh trok hij naar Caledon, van daar naar Drogheda, doorkruiste verder geheel het graafschap Ulster, en spoedig werd hij overal door een ieder met vriendschap bejegend, onverschillig tot welken stand of tot welke staatkundige partij men behoorde. Hij ontving de eene uitnoodiging op de andere, om dan eens hier, dan daar den bond te komen oprichten, en als hij enkele vrije dagen te zijner beschikking had, verlangde hij niets anders dan die aanzoeken in te willigen.

Dat aanhoudend reizen was voor Pater Maïhew eene oorzaak van groote uitgaven. Wel hadden twee personen, die hem zeer toegenegen waren, de heeren Pur-

ocr page 84

70

cell en Bianconi hunne eclelmoediglieid getoond door hem aan te bieden, altijd en overal kosteloos van hunne postwagens en diligences gebruik te maken. Ofschoon dit vriendelijk aanbod hem groote onkosten bespaarde, was het toch weinig in vergelijking met het aanzienlijk bedrag, dat hij op zijne tochten noodig had. Van het oogenblik af, waarop hij zijne woning verliet, totdat hij ze weder betrad, na een vijf- of zestal graafschappen doorkruist te hebben, had hij altijd de hand in de zak, en was het voortdurend „geven, geven en nogmaals geven.quot;

Op elke pleisterplaats werd het rijtuig omringd door eene menigte, die in den regel bestond uit kreupelen, blinden, zieken, ouden van dagen en kleine kinderen, die allen dringend om een aalmoes smeekten, want de armoede in Ierland was ontzettend groot. Gewoonlijk gaf hij dan met ruime hand, en dikwijls was het als liet ware een regen van klein geld over die ongelukkige armen. Het scheen hem eene onmogelijke zaak te zijn na te denken of te berekenen, als men zijn medelijden opgewekt of een beroep op zijne liefdadigheid gedaan had.

Wanneer hij de zuchten der ellende of de klachten der ontbering hoorde, was zijn hart bewogen, en zijne hand luisterde onmiddelijk naar den aandrang zijns harten. Kwam hij in aanraking met bemiddelde personen, dan nam hij de vrijheid voor de armen en voor andere goede werken een beroep te doen op hunne liefdadigheid, want als kloosterling bezat hij zelf niets. Gaarne dan ook gaf men gehoor aan zijne beden, daar men wist, dat hij nooit een cent van hetgeen hij ontving, voor zijn eigen persoon zou besteed hebben.

Als hij op de eene of andere plaats zijn bond had

ocr page 85

71

opgericht, was hij er ook op bedacht om de rampen en ellenden der onmatigheid zooveel mogelijk te helpen lenigen. Daarbij kwam nog. dat hij ook eenige ondersteuning moest geven aan de muziek-gezelschap-pen, welke aan de verschillende onderafdeelingen van den geheel-onthouders-bond verbonden waren. In dien tijd moest elke vereeniging met alle geweld haar muziek hebben, want zonder dat was ze niet van beteekenis in de openbare meening, en deze zucht had ook de leden van zijn bond aangetast. Het zou in hun oog eene on-uitwischbare schande geweest zijn, als zij bij eene meeting of bij de ontvangst van hun beroemden leider verplicht waren de hulp van eene andere vereeniging in te roepen. Wel wisten zij wat geld bijeen te brengen of te krijgen om eenige noodzakelijke onkosten te bestrijden, maar men rekende altijd op de hulp van Pater Mathew, die voor zijne vereeniging alles overhad.

Met dankbaarheid maakte de apostel der matigheid gebruik van het vriendelijk aanbod der bovengenoemde heeren Puucell en Biakconi, die zoo welwillend waren hem eene vrije plaats in de postwagens af te staan. Dit aanbod had zijn ontstaan te danken aan de volgende gebeurtenis.

Op den weg van Dublin naar Cork hield de wagen te Athy gewoonlijk zoolang stil, als voor de reizigers noodig was om daar het ontbijt te gebruiken. Zekeren morgen hadden eenige nieuwsgierigen, die de gewoonte hadden de aankomst en het vertrek der diligence met belangstelling af te wachten, Pater Mathew tusschen de reizigers opgemerkt. Aanstonds ging als een loopend vuurtje het nieuws door de stad „Pater Mathew is in het hotel afgestapt.quot; In een oogenblik was er eene menigte volks op de been, en toen de tijd van

ocr page 86

73

vertrekken aanbrak, was liet gedrang ontzettend groot, zoodat liet onmogelijk was met den omnibus voor- of acliteruit te komen. Eerst moet Pater Mathew ons in zijn bond opnemen, riep men van alle kanten, of men zou den wagen niet laten vertrekken.

Hij begon dan hunne belofte van drank-onthouding af te nemen, zoo vlug mogelijk. Doch er was geen doorkomen aan; nauwelijks hadden eenigen de formulier uitgesproken, of anderen eisehten ook hunne beurt, en in plaats van te verminderen, groeide de menigte voortdurend aan. Eindelijk, na een oponthoud van vijf uren, geheel in beslag genomen door een voortdu-renden arbeid, kon het vertrek plaats vinden.

Dit voorval werd druk besproken. Sommige dagbladen konden niet genoeg hunne verontwaardiging te kennen geven over de stoutheid van dien monnik, die het durfde wagen de diligences van Hare Majesteit te doen ophouden, en de middelen van verbinding tus-schen de verschillende plaatsen van het koninkrijk te verbreken. De directeur der posterijen te Cork, dien men ook al lastig begon te vallen, zond al de artikelen aan Puucell, den eigenaar der postwagens en concessionaris van den postdienst in Ierland. Als antwoord op die beweging schreef deze aan den directeur een brief voor Pater Mathew. Daarin gaf hij de verzekering het steeds als een groote eer te beschouwen, indien de Pater van alle diligences en wagens, welke hem toebehoorden, zonder eenige vergoeding gebruik wilde maken, zoo dikwijls hij dit voor het nut van den geheel-onthouders-bond noodig oordeelde.

Omtrent dezen tijd had er nogquot; een ander voorval plaats, dat de spotters met schaamte overlaadde.

Na afloop eener groote meeting, welke voor de ge-

ocr page 87

73

heel-onthouders-bond in eene aanzienlijke plaats gehouden was, keerden twee verslaggevers van dagbladen huiswaarts. Zij maakten gebruik van den nachtdienst, en hadden voor reisgenoot slechts een vreemdeling, die, iu een ruimen mantel gewikkeld, in een hoek van den wagen scheen te sluimeren. Weldra waren de twee vrienden in een druk gesprek gewikkeld, om alzoo den tijd der vervelende reis te dooden.

Al pratende stelde de een aan zijn makker de vraag: „Wat zou Pater Maïhew op dit oogenblik toch wel uitvoeren?quot; — „Wel,quot; gaf de andere ten antwoord, „ik detik, dat hij nu een glas heerlijken wannen grog van whiskey zal gebruiken, gelijk wij op de eerst volgende halt ook hopen te doen.quot; — „Komaan,quot; hernam de eerste, „nu geloof ik, dat ge wilt gekscheren; „meent ge dan, dat Pater Mathew in het punt van „geheel-onthouding een huichelaar is?quot;—„Wat hij is of niet, kan mij niet schelen,quot; antwoordde nogmaals de tweede; „doch ik durf een weddenschap aangaan, dat die oude bluffer op dit oogenblik zijn glaasje whiskey drinkt, wat ook mij zeer goed zou smaken.quot;

Op de pleisterplaats stegen de twee verslaggevers uit, en bestelden hun geliefkoosden warmen grog. Nauwelijks hadden zij daarvan de helft gebruikt, of de conducteur verzocht al weer in te stappen. „Kom conducteur,quot; sprak de een, „neem ook wat.quot; — „Ik dank u, heeren, ik ben lid van den geheel-onthouders-bond.quot; — „En gij koetsier?quot; — „Neen, mijnheer, ik ben er ook lid van, en sedert langen tijd reeds heb ik nog een druppel sterken drank gebruikt.quot;—„Conducteur,quot; klonk nu de taaag, „wie is toch die persoon, die met ons in den postwagen gezeten is?quot; — „Weihoe, gij heeren verslaggevers,quot; antwoordde deze met

4

ocr page 88

74

verbazing, „kent gij dien lieer niet? Hij is de roem van ons land, het is Pater Mathew.quot;

Vreemd stonden de spotters te kijken, toen zij dien naam hoorden. Aanstonds lieten zij hun warmen grog staan. De een nam plaats op den bok naast den koetsier, terwijl de ander, in den wagen stappende, met een vriendelijken handdruk begroet werd door Pater Matheav, die niet de minste zinspeling maakte op het gesprek, dat hij eenige oogenblikken te voren had bijgewoond. Hij had het echter zeer goed gehoord, daar hij met belangstelling vrnagde waar de andere verslaggever was gebleven. Men gaf hem ten antwoord, dat het inwendige van den wagen dezen hinderde, en hij bij voorkeur van de heerlijke nachtlucht wilde genieten. Pater Mathew zal ook wel het zijne gedacht hebben van dien zonderlingen smaak van den verslaggever, want het weder was vochtig en buitengewoon koud, en dus alles behalve zacht en aangenaam te noemen.

De Apostel der matigheid had dan geheel Ierland doorkruist, en op zijne veelvuldige reizen eene verbazende vlugheid aan den dag gelegd. Hoorde men heden dat hij zich in het Noorden bevond, morgen kondigde men zijne tegenwoordigheid in het Zuiden aan. Op zekeren dag der maand October 1841 bevond hij zich te Kewry, en twee dagen later was hij langs Cork naar Tralce gegaan om er den geheel-onthouders-bond op te richten.

Die voortdurende en vermoeiende reizen hadden zijne gezondheid ondermijnd; dikwijls was hij verplicht in de open lucht het woord te voeren, en daarna uren en uren achter elkander staande te blijven, om de belofte van geheel-onthouding van duizenden en duizenden af te nemen. De tijd om uit te rusten ontbrak hem

ocr page 89

75

dikwijls, daar hij soms van den nacht gebruik moest maken om zich naar die plaatsen te begeven, waar hij verwacht werd.

Intusschen was zijn arbeid niet onvruchtbaar. De zeden der bevolking veranderden aanmerkelijk, het getal misdaden nam weldra af, en de rechters konden bij de opening der zitting de hun toegevoegde gezworenen of de zoogenaamde jury gelukwenschen, dat er zoo weinig gerechtszaken op de rol stonden ingeschreven. Zij aarzelden niet deze gunstige verandering toe te schrijven aan den geheel-onthouders-bond, die eene voorname oorzaak van zeer vele misdaden had uit den weg geruimd. De Lord-Baron Eichard ging nog verder. Toen hij hoorde, dat Pater Mathew voor de verdere verspreiding van zijn bond werkte in het graafschap Kerry, waar juist de rechtbank der gezworenen vergaderd was, liet hij hem de lijst zien der gevallen, welke zij te vonnissen hadden, en wenschte hem geluk met den heerlijken vooruitgang, welke hij tot stand had weten te brengen. De hoogachting, welke men zijne vereeniging van geheel-onthouding toedroeg, was zoo groot, dat het lidmaatschap van dien bond in de oogen der rechters een soort van aanbeveling was. Het onderscheidingsteeken of de medaille, welke de leden droegen, werd door de rechters beschouwd als een bewijs van zedelijkheid en van goed gedrag.

Een verslag, door bevoegde personen opgemaakt, wijst over de verschillende jaren de volgende uitkomst aan: Getal misdaden:

1839 .... 12049 1843 .... 8620

1840 .... 11194 1844 .... 8042

1841 .... 9287 1845 .... 7101

1842 .... 9875

ocr page 90

76

De (loodstraf werd voltrokken:

in iööy . 916 personen m 751 640

667 „

De volgende cijfers kunnen een denkbeeld geven van de veranderingen, door den invloed van Pater Mathew in de zeden en gewoonten van het lersche volk aangebracht. Zij doen ons zien, hoeveel sterke drank er in die jaren verbruikt, en hoeveel belasting daarvoor aan het rijk betaald werd.

Jaren verbruikte hoeveelheid

1839 . . 55332000 liters .

1810 . . 48670691 „

1841 . . 33304750 „

1842 . . 29184494 „

1843 . . 23807925 „

1844 . . 24959174 „

Tu vier jaren tijds dus was het

dranken tot op de helft verminderd, en de apostel der matigheid mocht met voldoening op zijn arbeid neder-zien, want veel, zeer veel had hij tot stand gebracht. In het jaar 1845 echter mislukte de aardappeloogst voor een groot gedeelte en in 1846 geheel en al.

Daardoor ontstond een vreeselijke hongersnood, welke aan het genootschap een

in 1839 aan 66 personen

„ 1840 „ 43 „

„ 1841 „ 40

„ 1842 „ 25 „

Tot transportatie personen

geduchten

personen

in 1843 aan 16 personen

„ 1844 „ 20 „

„ 1845 „ 13 „

I „ 1846 14 „

roerden veroordeeld:

482 526 428 504

1843

1844

1845

1846

1839

1840

1841

1842

letaalde lelading,

17214876 guld. 15141744 11233512 „ 10376700 „ 10858896 „ 10129016 „ gebruik van sterke

slag toebracht.

ocr page 91

77

Vcrsdieidene onderafcleelingen geraakten in wanorde, vele lokalen moesten gesloten worden, en vooral de minderen zochten hunne ellenden voor enkele oogenblikken te vergeten in eene koortsachtige opgewektheid, door het gebruik van sterken drank teweeg gebracht. Nochtans, zelfs in deze allerongunstige omstandigheden gingen de vruchten van zooveel inspanning niet verloren, en het drankgebruik kwam niet meer tot die hoogte, welke het bereikte in de jaren, toen de matigheidsbeweging in het leven werd geroepen, zooals duidelijk uit het verslag blijkt.

Jaren verbruikte hoeveelheid hetaalde belasting.

1845 . . 29030117 liters . . 10321812 gukl.

1846 . . 34223383 „ . . 12168312 „

1847 . . 35784342 „ . . 12723312 „

Wat de bloedverwanten van Pater Mathew betrof, zijn geheel-onthouders-bond was hun ondergang, wat hij zelf getuigde in eene redevoering door hem in 1842 gehouden. „Ik heb te Gastel een familielid,quot; zoo sprak hij, „die brander is; welnu, zijne branderij brengt tegenwoordig in eene week meer voort dan al zijne afnemers te samen in een geheel jaar noodig hebben. Zijn bedrijf gaat zonder twijfel achteruit, doch ik verheug er mij over, want wie zou het oor durven leenen aan vleesch en bloed, als de eer van God in het spel is?quot;

Een ander lid in de familie Mathew verklaarde in 1843: „Een ieder heeft gewonnen met de geheel-onthoudersbeweging, maar wij zijn er door ten onder gebracht.quot;

Een zijner broeders schreef hem : „als gij zoo blijft voortgaan, verliezen wij geheel ons fortuin.quot; De Pater gaf hierop ten antwoord : „Indien dit het geval is, leg u dan toe op een ander bedrijf. Wat mij- echter aan-

ocr page 92

7S

gaat, ik zal geen duimbreed afwijken van den weg, die mij is afgebakend. Al zouden wij ook geheel de wereld ten onder brengen, wij zijn niettemin gehouden onzen plicht te vervullen.quot;

Uit het hier aangehaalde blijkt derhalve duidelijk, dat de vereeniging veel drankgebruik belette, en daardoor ook het stotleliik en geestelijk welzijn harer leden bevorderde.

Ofschoon Pater Mathew alles deed om aanhangers te werven, bleef zijn ijver toch altijd binnen de grenzen der wellevendheid en van het gezond verstand. Nooit liet hij een woord van afkeuring hooren over hen, die zich niet bij den bond aansloten, of die op matige wijze van wijn of van sterke dranken gebruik maakten. Wel moet men toegeven, dat de ijver, welken men voor eene zaak kan opvatten, den zijnen nooit evenaarde. Noch onderdaan, noch geslacht, noch stand waren voor zijne pogingen gevrijwaard. De grijsaard en het kind, de meester en de knecht, de zieke en zijn oppasser, de priester en de koorknaap, de onderwijzer en de leerling, de deftige dame zoowel als de arme bedelares, allen waren in dit punt gelijk en niemand ontsnapte aan zijne aanzoeken.

Zijn beroemde tijdgenoot de groote Daniel O'Con-nell had het groote gewicht der geheel-onthoudersbeweging zeer goed begrepen, en kende volkomen den gunstigen invloed, dien zij op zijne landgenooten uitoefende. Hij aarzelde niet om ook lid te worden van den geheel-onthoudings-bond, en dien bij elke gelegenheid in tegenwoordigheid van aanzienlijke Protestanten in Engeland niet alleen te verdedigen, maar hem zelfs te prijzen en met allen mogelijken lof te verheffen. Hij bewonderde met geheel zijn gemoed Pater Mathew, die

ocr page 93

79

dit grootsclie werk tot stand had gebracht, en zijn geliefd vaderland uit den poel van jammeren en ellenden had weten op te beuren.

Den SS611 Maart 1842 zou er te Cork een grooten optocht van den geheel-onthouders-bond plaats hebben. Zeven en vijftig onderafdeelingen, een en veertig muziek-vereenigingen, te samen ongeveer 10000 personen tel-lende, waren naar die stad getrokken om zich bij dien optocht aan te sluiten. Deze gelegenheid scheen Daniel O'Connell, destijds Lord-maire1) van Dublin, zeer geschikt om aan het lersche volk in het openbaar te toonen, dat zijn politieke leider, dat hij, die voor de vrijheid van het Vaderland leed en streed, het niet beneden zich achtte lid te zijn van dien bond, die zijn laudgenooten zulke onschatbare diensten bewees. Hij kwam naar Cork, en nam in dien optocht plaats naast Pater Mathew, die, omringd door een groot aantal aanzienlijke personen, met zijn vreedzaam leger door de straten der stad trok. ïoen O'Comnell na aÜoop den stoet verliet, knielde hij voor den Pater neder om onder een donderend gejuich diens priesterlijken zegen te ontvangen.

1

Hoofd eener gemeente.—

ocr page 94

©lü^^-------------------------------------------------™~

»

^ p...aP

((5[n]:c i ^: r iTi :-rlt;r ö rrT2i :: ;3 '' :i;

YIII

OPRICHTING VAN DEN GEHEEL-ONTHOUDERS-BOND IN SCHOTLAND EN ENGELAND. VREESELIJKE HONGERSNOOD IN IERLAND.

JjWOEN men kon zeggen, dat de geheel-onthouders-11n bond in Ierland algemeen verspreid was, dacht 5jf|, Pater Mathew er ernstig aan, onderafdeelingen ®*® van zijn bond ook in andere streken van het Britsche rijk op te richten. Hij kon nu niet langer weerstand bieden aan de herhaalde aanzoeken van verschillende hooggeplaatste en invloedrijke personen, die dagelijks den treurigen toestand aanschouwden van zoovele arbeiders, door het drankgebruik tot armoede en ellende vervallen. Daar hij niets vuriger verlangde dan overal hulp te bieden, nam hij het besluit om in Augustus 1843 naar Schotland over te steken, waar zich een groot aantal werklieden van lerschen oorsprong bevond.

Hij stapte op Zaterdag, den 13en dier maand, te Greenock aan land, en kwam nog denzelfden dag te Glascow. Op Zondag voerde hij het woord voor eene overgroote menigte, die was saamgekomen in de voor-

ocr page 95

81

Tiaamste kerk dier plaats, waarna hij de nieuwe leden, bijna allen katholieke Ieren, in den bond opnam. Maandag's zette hij dit begonnen werk voort, en Dins-dag's werd er een groote optocht gehouden om zijne aankomst in Schotland zoo plechtig mogelijk te vieren.

De „Argusquot;, een blad van Glascow, gaf een breedvoerig verslag der werkzaamheden van Pater Mathew: ,/s Maandags nam de apostel der matigheid 1000 a 1500 personen in den bond op; 'süingsdags steeg dit getal tot ongeveer 12.000, en 's Woensdags was het zoo groot, dat men het onmogelijk kon tellen, zslfs niet bij benadering. In den vroegen morgen van dien dag had hij den dienst verricht in de katholieke kapel van.de Clvdestreet, van waar hij zich naar het marktplein begat. Daar wachtten hem reeds duizenden en duizenden, voor wie hij eene redevoering hield om hun de voordeden der geheel-onthouding duidelijk voor oogen te stellen. Van 's morgens 10 uur tot 's avonds 6 uur was hij zonder ophouden bezig de belofte van toetreding tot den bond af te nemen. Niet alleen de katholieke Ieren, maar ook zeer vele Schotten en belijders van verschillende gezindten maakten van deze gelegenheid gebruik om zich bij de Vereeniging aan te sluiten.quot;

Een protestantsch geestelijke beschreef in de „Scottish temperance Revieuwquot; de gunstige veranderingen, door de zorgen van Pater Mathew tot stand gebracht. Hij verklaarde rondweg, dat de lersche werklieden, die zich tot dan toe hadden doen kennen door hunne woelingen en hunne gewoonte van dronkenschap, na de oprichting van den bond hebben uitgemunt door hun ordelijk gedrag, en in dit punt aan hunne protestant-sche makkers een zeer navolgbaar voorbeeld gaven.

ocr page 96

82

De goede tijdingen, welke men uit Schotland ontving, verwekten de grootste vreugde onder de leden van den lerschen geheel-onthouders-bond. De inwoners der stad Cork sloegen de handen ineen om aan hun gevierd en leider bij diens terugkomst eene heerlijke ontvangst te bereiden en hem als in zegepraal naar zijne woning te voeren. Men had weinig tijd tot voorbereiding ; doch met vereende krachten van rijk en arm wist men iets tot stand te brengen, dat op eene schitterende wijze de hoogachting des volks voor dien eer-biedwaardigen priester toonde. Tot laat in den avond bleef het volk in de nabijheid der woning van den Pater, zegeliederen zingende, welke door muziekuitvoeringen afgewisseld werden, en het hief luide vreugdekreten aan zoo dikwijls hij zich voor het geopend venster zijner kamer vertoonde, om zich in de blijdschap zijner kinderen te verheugen. Deze hartelijke ontvangst is een bewijs te meer, dat men zeer goed feest kan vieren, zonder dat de vroolijkheid door de drankflesch wordt opgewekt.

Ku kwam de beurt aan Engeland. In het jaar 1843 kon de ijvervolle strijder van zich zelf getuigen: „Met Gods hulp heb ik den standaard der matigheid in alle katholieke gemeenten van Ierland mogen planten; de Heer heeft mijn arbeid ruim gezegend.quot; Ook in Schotland was zijn bond met goed gevolg opgericht, en nu wilde hij het wagen hem ook onder het Éngelsche volk te verspreiden. In Juni 1843 ondernam hij tot dat doel zijne tweede buitenlandsche reis, en begon met jeugdigen ijver een nieuwen kruistocht tot bestrijding van het drankgebruik.

Eerst trok hij naar de kleinere plaatsen, waar hij even als te Glascow door Protestant en Katholiek met

ocr page 97

83

geestdrift ontvangen werd, waar allen, zonder onderscheid, hem den meeslen eerbied betoonden. Toen hij daar uitstekend slaagde, stelde hij niet langer uit de grootere fabrieksteden te bezoeken, en ging achtereenvolgens naar Liverpool, naar Manchester, Salford, Hud-dersfield, Wakefield, Leeds, en had het geluk overal met vrucht, vooral onder den arbeidersstand, te kunnen werken.

Op alle plaatsen, welke hij bezocht, verdrongen zich de belijders der verschillende anglikaansche sekten om het preekgestoelte, en luisterden met de meeste aandacht naar zijne opwekkende woorden. De diepe indruk, welken de redenaar door zijne bezielende taal op hen maakte, deden de algemeene volksliefde, waarmede men hem in Engeland omringde, aanmerkelijk stijgen. Daarenboven mochten de fabriekanten en de werkgevers weldra de vruchten plukken, welke de zedelijke verbetering hunner werklieden opleverde. Allen, slechts degenen uitgezonderd, die zich door eigenbelang lieten geleiden, wenschten van ganscher harte, dat deze plant, van lerschen bodem in hun midden overgebracht, ook onder hen diepe wortelen mocht schieten, en voor het tijdelijk en eeuwig geluk der arbeidende klasse voorspoedig zou groeien en bloeien.

De eerbied, dien men den grooten en toch eenvou-digen volksman betoonde, gaf somtijds aanleiding tot vermakelijke voorvallen. Zoo gebeurde het, dat een rijke Kwaker van Wakefield, die vurig naar de eer haakte den apostel der matigheid de gastvrijheid te mogen aanbieden, hem een brief schreef met beleefd verzoek om over zijn huis vrij te beschikken. Pater Mathew dankte voor die vriendelijke uitnoodiging, en verklaarde, dat hij bij voorkeur in een hotel logeerde, om alzoo gemakkelijker ter beschikking te zijn van de-

ocr page 98

84

genen, die hem wenschten te spreken.

Op dit schrijven volgde een tweede brief van den Kwaker, die hem verzekert dat zijn huis een hotel is, en werkelijk werd een schild met het woord „Hotelquot; voor zijn prachtig verblijf geplaatst. Het schoonste huis der stad was al zoo tijdelijk veranderd in een zeer geriefelijk logement. Onze reiziger nam er dan zijn intrek, en was verrukt over de orde, de zindelijkheid, de weelde en den goeden smaak, welke er in deze mo-del-inrichting heerschten. De beschaafde manieren van den gastheer, de oplettende en voorkomende zorg der bedienden, de volslagen rustigheid, welke overal te bespeuren was, wekten zijne verbazing op, terwijl dit alles tezelfder tijd eene zekere bekoorlijkheid veroorzaakte. Doch hij ontdekte den strik, dien men hem gespannen had, eerst op het einde van zijn verblijf, toen de beminnelijke gastheer zijn list kenbaar maakte, zonder te moeten vreezen door eene ontijdige openbaring de afreis van zijn gast te verhaasten.

Na de graafschappen van Lancashire eu Yorkchire doorkruist te hebben, wilde de vreedzame veroveraar eindelijk een aanval op het groote Londen beproeven. Hoe zou hij daar ontvangen worden ? Zijn voortretie-lijke naam was hem vooruitgesneld, de zegenrijke vruchten zijner beweging waren bekend, niet weinige grondeigenaars hadden de gunstige veranderingen in Ierland met eigen oogen aanschouwd, zij konden de heerlijkste uitkomsten van zijn edel streven niet loochenen.

Bij zijn aankomst dan ook vond hij aanzienlijke personen van verschillende geloofsbelijdenis, Anglikanen eu Katholieken, geheel bereid hem in zijne onderneming te steunen. Hij toog met moed aan het werk, en bezocht eerst de afgelegen wijken der wereldstad, waar

ocr page 99

85

de arme Ieren gewoonlijk luin verblijf hielden. Deze ontvingen liem in zijne hoedanigheid van katholiek priester en als landgenoot met den diepsten eerbied en de grootste vreugde. Volgaarne wilden zij zijne vriendelijke waarschuwingen aannemen en hunne harten voor hem openen, zoodat hij onder hen een rijken oogst mocht inzamelen.

Doch liij verwijlde in Londen niet alleen te midden der armen. Al bracht hij een groot gedeelte van den tijd door in de verblijven der ongelukkigen en onder de beklagenswaardige slaven van het drankgebruik, men ontmoette hem ook in de paleizen der rijken en in de salons van den hoogen adel, waar hij altijd allerhartelijkst ontvangen werd. Door zijne voorkomende vriendelijkheid, door zijn waardigen eenvoud wist hij aller harten te winnen. Eenpariglijk noemde men hem een waren apostel, een man Gods, den lierschepper van zijn vaderland, en, wat in Engeland niet weinig zeggen wil, men moest rondborstig bekennen, dat hij met alle recht aanspraak mocht maken op den naam van een hoogst beschaafd man „ïe/v/ gentleman.quot;

]\iet altijd echter scheen voor hem het zonnetje van voorspoed, niet altijd kon hij rekenen op krachtdadige ondersteuning, neen, hij had hier ook te kampen met tegenwerking en miskenningen van allerlei aard. Van lerlands eene grens tot de andere zou niemand hem hebben durven beleedigen, zelfs hij niet, wiens eigenbelang hij het meest schaadde, want allen Anglikanen, Presbyterianen, Episcopalen zoowel als Katholieken, waren innig overtuigd van zijne onbaatzuchtigheid, van de goedheid zijns harten.

Maar te Bermondsey, te Westminster en op andere plaatsen hadden verschillende protestantsche drankver-

ocr page 100

86

koopers, van de grootste tot de kleinste, ziek vereenigd, het volk door drank opgewonden en het aangezet wanorde te veroorzaken, en de meetings, welke hij in de open lucht moest honden, te verhinderen, of door geschreeuw en rumoer te storen.

Somtijds gelukte dit, een anderen keer werden de rustverstoorders door de Ieren en door hun eigen landen geloofsgenooten hardhandig ontvangen, daar deze niet nalieten hun eene geduchte en zeer gevoelige kastijding toe te dienen. Doch het is ook gebeurd, dat de edelmoedige bestrijder van het drankgebruik verplicht was zijn heil in eene overhaaste vlucht te zoeken.

Deze tegenwerking bereikte echter haar doel niet; integendeel, zij bracht er veel toe bij om den gunstigen uitslag van dezen kruistocht te bevorderen, dewijl alle welclenkenden partij kozen voor die edele zaak, welke geen ander doel beoogde dan het geluk van het volk. Onbewimpeld gaven zij hunne afkeuring te kennen over die oneerlijke handelwijze, en meer dan ooit moedigden zij den helhaftigen strijder aan op den eenmaal ingeslagen weg voort te schrijden, want de overgroote meerderheid des volks was zijne partij toegedaan.

Op zekeren dag hield Pater Mathew eene meeting te Goldenlane, Barbicon, waar een aanzienlijk getal Ieren tegenwoordig was. Honderden hunner waren vooruitgedrongen en stonden gereed om zich in den hond te laten opnemen; ook verschillende Engelschen waren met hetzelfde voornemen bezield. Een oogslag om zich heenwerpende, bemerkte hij onder hen den toekomstigen hertog van Norfolk, destijds nog Lord van Arundel en Surrey, die evenals de anderen tot de Ver-eeniging wilde toetreden.

Ofschoon de Pater vurig verlangde zulk een door-

ocr page 101

87

luchtig lid te kunnen opnemen, ioesterde hij nochtans eenigzins de vrees, dat de tegenwoordigheid van den hoogadellijken jongeling op die plaats slechts moest worden toegeschreven aan eene voorbijgaande gemoedsbeweging. Hij meende dus verplicht te zijn hem in gemoede af te vragen, of hij wel had nagedacht over den stap, dien hij ging zetten. „Zeker heb ik daarover ernstig nage-dacht,quot;was het antwoord, „en ik weet zeer goed wat ik ga belooven; maar ik dank God voor het besluit, dat Hij mij heeft ingegeven, en met de hulp des Heeren hoop ik aan mijne belofte getrouw te zullen blijven.quot;

Een ieder werd door dit blijk van oprechte meening getroffen, eu de omstanders hieven een luiden vreugdekreet aan, toen de jeugdige hertog de formulier had uitgesproken. Dit voorbeeld maakte een goeden indruk, want honderden mannen traden toe en beloofden zich voortaan van alle alcoholische dranken te zullen onthouden. En deze verbintenis, in het openbaar door zulk een invloedrijken persoon aangegaan, kwam hij getrouw na. Lange jaren nadien konden de genees-heeren niet dan met de grootste moeite en na dikwijls herhaalden aandrang verkrijgen, dat de hertog er in toestemde bij zijne maaltijden een weinig wijn te gebruiken, wat zij voor zijne gezondheid dringend noodig oordeelden.

Yan Londen ging Pater Mathew naar Morwich, waar de Anglikaansche bisschop, Dr. Stanleij, hem verwelkomde. In zijne aanspraak wees deze op het verschil, dat er in zake des geloofs tusschen hen bestond, wat echter geen beletsel moest zijn om dien katholieken priester ware hoogachting toe te dragen. Hij verklaarde in het openbaar, dat het streven van Pater Mathew noch eene politieke, noch eene godsdienstige strekking

ocr page 102

88

had, dat zijn doel verheven was boven alle partijschappen, welke deze ook zijn mochten, en eindigde met al zijne aanhoorders uit te noodigen dien priester hunne hulp en hun krachtdadigen steun te verleenen. Luide toejuiching gaf duidelijk te kennen, dat zijne woorden ingang hadden gevonden, en dat men zijn gevoelen in deze zaak deelde.

Het getal personen, dat zich bij dezen eersten kruistocht in Engeland in den bond liet opnemen, werd na zorgvuldige berekening op ongeveer 600000 geschat. Een kwart eeuw later werden in het onmetelijke Londen nog duidelijke sporen van het kortstondig verblijf van den apostel der drankbestrijding aangetroffen. In menig eerzaam arbeidersgezin dacht men nog met vreugde aan het tijdstip, waarop Pater Mathew voor de eerste maal in hun midden kwam, om door de vestiging van zijn geheel-onthouders-bond den grondslag van hun geluk te leggen.

Onverdroten bleef de moedige strijder zijn arbeid voortzetten; onverschrokken trok hij ten velde tegen den duivel der dronkenschap, bestreed met alle kracht de pest van het drankgebruik, met de eenige gedachte bezield zijn bond overal te verspreiden, en hem in de zeden en gewoonten des volks diepe en hechte wortelen te doen schieten.

Een achttal jaren mocht hij zich in diens bestendigen bloei verheugen, toen de Goddelijke Voorzienigheid in hare oneindig wijze raadsbesluiten een ander veld voor hem opende, waar hij nieuwe blijken zijner edelmoedigheid en naasteliefde zou geven. In de jaren 1816 en 1847 werd het lersche volk geteisterd door een vreese-lijken hongersnood, welke ten minste het derde gedeelte der bevolking als slachtoffers deed vallen.

ocr page 103

89

Eene nieuwe ramp, de aardappelziekte, vertoonde zieli in 1845 in geheel Ierland, en had de velden in hooge mate aangetast. Wel was de eerste oogst gered, doch de late aardappelen gingen voor het grootste gedeelte verloren, zoodat er weldra een treurige toestand voor het volk ontstond, daar dit zijn voornaamste voedingsmiddel was. Het was echter niet ontmoedigd, maar vol vertrouwen op God, stelde het zijne hoop op den oogst van 1846. Nieuwe en wreede teleurstelling! Ook deze ging geheel verloren, de ellende der bevolking werd nog steeds grooter, weldra vertoonde zich de hongersnood over geheel het land.

Daarbij kwam nog, dat woekeraars en hebzuchtige graanhandelaars van dezen nood misbruik maakten, om het toch zoo arme volk uit te zuigen. De landsregee-ring had wel het hare gedaan om de Ieren werk te verschaften, doch hare ondergeschikte beambten hadden de drankzucht onder den arbeidersstand weten op te wekken, en om zich te kunnen verrijken, kroegen in menigte geopend. Deze afkeurenswaardige handelwijze ondermijnde den geheel-onthouders-bond, die op sommige plaatsen door een samenloop van verschillende omstandigheden min of meer in wanorde was geraakt. Daarenboven waren zeer vele werklieden geheel afhankelijk van die beambten, waaruit gemakkelijk valt op te maken, dat zij als gedwongen waren die kroegen te bezoeken. Hunne oude neiging was wel onderdrukt, maar niet geheel verdwenen, en velen moesten tot hunne schande en schade ondervinden, dat het drankgebruik zeer spoedig ontaardt in drankmisbruik.

ocr page 104

kSisd

j-v£gt;r--^n^) x°r cx^d)

IX

PATER MATHEW IN AMERIKA. — ZIJN DOOD. — EEUWFEEST ZIJNER GEBOORTE.

N de dagen der wreede beproeving, welke Ierland getroffen had, was Pater Mathew niet te vreden met zijn laatsten stuiver aan de armen te geven, hij wilde zich zelfs in schulden steken, om toch maar hulp en bijstand te verleenen, voor zoover dit mogelijk was. 'Vooral was hij er op bedacht om zijn bond zoo spoedig mogelijk te herstellen van de zware slagen, welke hem waren toegebracht. Hij was geen-zins ontmoedigd, en staakte zelfs geen enkel oogenblik den strijd voor de groote zaak der geheel-onthouding. Hij hield niet op met Ierland te doorkruisen en het volk te smeeken toch niet toe te geven aan de bekoring om in de bedwelming van den drank zijne ellende te vergeten.

„Duizenden,quot; zoo riep hij uit, „moeten lijden en sterven, die aan den vreeselijken hongerdood zouden ontkomen zijn, als zij naar mijne woorden hadden willen luisteren, als zij den moed hadden bezeten hunne

ocr page 105

91

drankzucht te beteugelen, en wat spaarspenningen te vergaderen, welke hen in rle dagen van tegenspoed en nood hadden kunnen redden. De gevangenis en het werkhuis openen hunne poorten voor ongelukkigen, die ondergang en schande over hunne huisgezinnen gebracht hebben, die nu rijk zouden zijn, als zij hun geld niet in dronkenschap en uitspattingen hadden verkwist.

„Doch ik wil die slachtoffers van den drankduivel geene verwijtingen doen; neen, ik verlang veeleer ze te kunnen troosten en op te beuren, hun voor oogen te houden, dat het nog niet te laat is, dat zij pog een balsem voor hunne wonden, nog een geneesheer voor hunne kwaal vinden kunnen. Vrienden, ik spreek tot u uit naam van God, het is voor uw eigen welzijn, dat ik het woord tot u richt. Welnu, ik zeg u, dat het een monster is, die zich durft buiten te gaan aan sterken drank, terwijl zijne medeburgers van honger sterven.

„Is het niet te betreuren, dat al het heerlijk graan, waardoor men zoovele menschenlevens zou kunnen redden, veranderd wordt in een doodelijk vergift, dat de ziel zoowel als het lichaam vermoordt. Uit eene onlangs opgemaakte berekening blijkt, dat het graan, tot de bereiding van dit vergift gebruikt, voldoende is om één maaltijd per dag te verschaften aan alle Ieren, mannen, vrouwen en kinderen te samen genomen. Ik zeg het dus nog eens, de man of de vrouw, die drank gebruikt, drinkt het voedsel dergenen, die den hongerdood sterven, en ik vraag u, is hij niet een monster, die aan een van honger stervende zijn voedsel ontneemt?quot;1)

Geheel Europa was bewogen, toen het hoorde gewagen van de schrikkelijke ramp, die Ierland getrotfeu

1

Aanspraak gehouden te Lisgold.

ocr page 106

92

had. Langs alle kanten was men in de weer om den nood der arme leren te lenigen. In de groote steden der Vereenigde Staten van Noord-Amerika werd meeting op meeting gehouden om de hulp der liefdadigheid in te roepen. Twee schepen met levensmiddelen staken den Oceaan over om het uitgehongerde volk voedsel te brengen, en in den dringenden nood te voorzien.

Tan die gelegenheid maakte men ook gebruik om aan Pater Mathkw het verzoek te doen naar Ameiika te komen. Kapitein Tokbks gaf hem de verzekering, dat het Amerikaansche volk met ongeduld zijn bezoek wachtte, en verzocht, hem op zijn vaartuig plaats te nemen voor den overtocht. Hoe gaarne de apostel der matigheid dit aanbod zou hebben ingewilligd, moest hij nochtans een weigerend antwoord geven, want de toestand van Ierland gedoogde niet zich op dat oogenblik te verwijderen. De gedachte alleen om in dezen treu-rigen tijd zijn Vaderland te verlaten, scheen hem eene onvergeeflijke misdaad toe. Eenigen tijd later haakte een ander kapitein, G eoe ge 0. K au, naar de eer om hem naar de nieuwe wereld te mogen overbrengen, doch ook nu was het geschikte oogenblik nog niet aangebroken.

Hij hield niet op overal hulp te bieden, zooveel in zijn vermogen was, toen hij bericht mocht ontvangen, dat voor de derde maal eene scheepslading levensmiddelen uit Amerika was aangekomen, welke evenals de beide vorige keeren te zijner beschikking gesteld waren.

Daarenboven, de roem van zijne zelfopoffering, van zijne overgroote liefde voor de arme Ieren was doorgedrongen tot aan het koninklijk hof te Londen. Uit eigen beweging schonk hem de koningin uit hare particuliere middelen eene jaarwedde van 300 pond sterling of 3600 gulden. Ook van dit geld besteedde hij

ocr page 107

93

niets voor zijn eigen persoon: hij wist het zoo aan te leggen^ dat het ruimschoots ten goede kwam aan zijne geliefde armen.

Intusschen arbeidde hij onvermoeid voort om hem, die door de ellenden van den hongersnood het meest getroffen waren, te waarschuwen voor de bedwelming van den lerschen drank. Hij doorliep alle streken, waar zijn geestdriftig woord vroeger had weerklonken, om de bewoners te herinneren aan de belofte van geheelonthouding, door hen reeds afgelegd, om anderen daartoe te brengen en ze in zijn bond op te nemen. Na aldus voor zijne landgenooten gewerkt te hebben, kon hij eerst in 1849 er toe besluiten om naar Amerika over te steken. Ondanks de betoogingen der geneesheeren en zijner vrienden, die hem wezen op de vermoeienissen, welke zijne toch reeds geknakte gezondheid nog meer zouden ondermijnen, ging hij scheep met zijne secretarissen O'Meaha en Mahony, twee zijner beste medehelpers.

Den 2™ Juli 1849 mocht New-York den apostel der matigheid in haar midden ontvangen. Het bestuur der stad, vergezeld door afgevaardigden van verschillende vereenigingen, trok met den rijk versierden stoomboot „Sylphaquot; den beroemden maar eenvoudigen man te gemoet tot Staten-Island, om hem van daar naar Castle-Gardens te geleiden. Al de schepen in de haven waren getooid met hunne nationale vlaggen en wimpels, terwijl de matrozen in het want hem door luide hoera■'s een hartelijk welkom toeriepen. Aan land gestapt noodigde de Lord-maire Wodhui.l hem dringend uit tijdens zijn verblijf in New-York de gast der stad te willen zijn.

Reeds den dag na zijne aankomst begon hij den kruistocht voor de geheel-onthouding, het eenige doel,

ocr page 108

94.

waarvoor hij de reis naar Amerika aanvaard had. Hier, zoowel als in Ierland en Engeland, was zijn strijd als een zegetocht. Wel ontmoette hij vinnige bestrijders en hevige tegenstanders, doch over het algemeen werd hij met den meesten eerbied, met de- grootste onderscheiding bejegend. Het Congres der Vereenigde Staten bood hem een zetel aan in de zaal zelf, waar de zittingen gehouden werden, wat voor een vreemdeling als het hoogste bewijs van achting moest beschouwd worden. Ook van wege den Senaat viel hem hetzelfde huldebewijs ten deel, en de President der Amerikaan-sche Eepubliek op zijne beurt gaf een schitterend feest ter eere van den grooten alcoholvijand waartoe de waardigheidsbekleeders en de aanzienlijkste personen waren uitgenoodigd.

Weldra verliet Pater Maihew het noordelijk gedeelte der Staten van Amerika om zich meer zuidwaarts te begeven, naar Nieuw-Orleans, Natchez, Arkansas, waar hij eene groote menigte landgenooten aantrof. Vele Ieren hadden hun vaderland moeten verlaten om in de nieuwe wereld hun bestaan te gaan zoeken, en men kan dus gemakkelijk begrijpen, met welke blijdschap zij den beroemden strijder uit het groene Erin begroetten. Zijn hart werd met vreugde overstelpt, toen hij in die streken velen mocht ontmoeten, die eene zekere welvaart genoten, zelfs in hoog aanzien stonden, en die hij vroeger gered had uit den poel van ellenden, waarin zij door den alcohol geraakt waren.

Op zijne reis naar Nastville werd Pater Ma/thew voor de tweede maal door een aanval van beroerte getroffen. Een arbeid van twaalf jaren, die bijna voortdurend al de krachten van zijn geest en lichaam in spanning had gehouden, en geheel besteed was tot ver-

ocr page 109

95

spreiding van zijn gelieel-onthouders-bond, had zijne gezondheid ondermijnd. Ofschoon hij veel leed, zette hij nochtans zijn begonnen werk voort, overal dezelfde geestkracht en toewijding toonende. Toen hij eindelijk de laatste onderafdeeling van zijn bond op Amerikaan-schen bodem in de stad Cincinnati had opgericht, was hij gedwongen te bekennen, dat zijne krachten waren uitgeput en volslagen rust voor hem meer dan noodzakelijk was.

Te vergeefs hadden de geneesheeren hem reeds bezworen zijn arbeid te staken, hem onder de oogen gebracht, dat zijn leven in gevaar was, hij wilde niet ophouden voordat hij zijne taak in Amerika voleind had. Is mijn leven in gevaar, zoo sprak hij, ik kan het aan geene edelere zaak ten ofi'er brengen dan aan de geheelonthoudersbeweging; moet ik sterven, dan sterf ik ten minste met de wapenen in de hand. Mijn hart getuigt mij, dat er geen offer bestaat, noch dat der gezondheid, noch der fortuin, noch zelfs van het leven, hetwelk te groot moet beschouwd worden, als het er op aan komt om aan het gevaar van volslagen ondergang den geringste en kleinste dergenen te onttrekken, voor wie de Goddelijke Zaligmaker zijn dierbaar Bloed heeft willen storten.

Hij verlangde vurig naar Ierland terug te keeren, want aan het geliefde vaderland wilde hij zijne laatste dagen en de hem nog blijvende krachten schenken. Den 8en November 1851 verliet Pater Mathew de nieuwe wereld. Bij het vertrek van den beroemden kloosterling gaf de „New-IJork Heraldquot; een verslag van diens werkkring en somde de vruchten op van den zwaren arbeid, welken die liefdevolle Apostel gedurende twee jaren in Amerika verricht had. Hij gaf zijne ver-

ocr page 110

96

wondering te kennen over den moed, welke den grooten strijder op zestigjarigen leeftijd, met eene wankelende gezondheid, de lichamelijke vermoeienissen had doen trotseeren; hij bewonderde den ijver, waarmede hij zijn grootsch werk van liefde had weten voort te zetten, de ongeëvenaarde zelfverloochening en opoffering, welke hem geen oogenblik verlaten hadden. In die twee jaren van zijn verblijf in Amerika had hij 26 Staten doorreisd, in meer dan 300 steden redenvoeringen gehouden en in eigen persoon over de 600.000 nieuwe leden in zijn bond opgenomen.

In Ierland teruggekeerd hoopte Pater Mathew zijne geschokte gezondheid een weinig te kunnen herstellen, en nam tot dat einde zijn intrek bij zijne familie te Lehenagh. Doch volslagen rust, hoe noodzakelijk ook, was voor hem de grootste foltering. Onmogelijk kon hij zijn bedrijvig leven geheel vaarwel zeggen, en nauwelijks een weinig bekomen, toog hij op nieuw ten strijde; er was nog zooveel voor den geheel-onthouders-bond te verrichten. Wel mocht hij nog eenige jaren zijn leven rekken, wel werden alle middelen beproefd om volslagen genezing te verkrijgen, alies was vruchteloos, zijne krachten namen voortdurend af.

Met den dag werd hij zwakker, en nochtans, als het ware met den dood worstelend, dacht hij aan niets anders dan aan zijne verheven levenstaak, armen en ongelukkigen naar ziel en lichaam helpen en redden, zooveel in zijn vermogen was. Eindelijk was hij verplicht zich naar Queenstown te begeven, waar het klimaat minder ruw en guur is. Hij nam afscheid van al zijne bloedverwanten, dankte zijne vrienden voor alles, wat zij voor hem gedaan hadden, en ging op reis naar die zachtere luchtstreek, in de vaste overtuiging.

ocr page 111

97

dat hij daar weldra slerven zou.

In den herfst van het jaar 1856 zagen de bewoners Van Queenstown dagelijks een man met lange, sneeuwwitte haren, met een zacht en innemend uiterlijk, wiens verschijning onwillekeurig indruk maakte, die, op den schouder van een aankomenden jongeling geleund, zich voortsleepte om nog van de najaarszon te genieten. Die man was Pater Theobald Mathew, de apostel dei-matigheid, de zoo vurige bestrijder van bet drankgebruik, die weleer door zijn machtig woord de menigte in geestdrift bracht, naar wiens stem millioenen en millioenen geluisterd hadden. Als de afgeleefde strijder zich aldus door de straten der stad bewoog, bleven allen staan om hem met eerbied te groeten en dikwijls volgde een blik van innig medelijden dien liefdevollen priester, die -zich geheel voor het welzijn van allen, maar inzonderheid voor het geluk van den arbeidersstand had opgeofferd.

Die wandelingen werden eensklaps gestaakt, en als een vliegend vuur ging de treurige tijding door de plaats, dat Pater Mathew nogmaals door eene hevige beroerte getroffen was. Ofschoon geheel verlamd en van de spraak beroofd, gaf hij te kennen, dat men een priester moest ontbieden, die hem de genademiddelen der H. Kerk toediende. Na aldus tot de groote reis gesterkt te zijn, ontving hij nog kalm en gelaten, met een glimlach op de lippen, het bezoek zijner bloedverwanten, die aanstonds waren toegesneld.

Door teekens deed hij verstaan, dat men allen moest toelaten, die zich aanboden, zonder onderscheid te maken tusschen de bezoekers. Verschillende vreemdelingen, die, onbekend met zijne laatste ziekte, van verre gekomen waren om in den matigheidsbond te worden

ocr page 112

98

opgenomen, knielden aan zijn sterfifed neder om de formulier van toetreding uit te spreken. Nog trachtte hij met zijne verstijfde vingers het teeken des kruises op hun voorhoofd te maken, waarin hij niet dan met de grootste moeite slaagde. Zoo heeft de apostel der geheel-onthouding, de heldhaftige bestrijder van den alcohol tot aan den laatsten stond zijns levens aan zijne groote taak gearbeid.

Den dag voor zijn dood vraagde hem zijn broeder K a eel : „Theobald, wilt gij begraven worden tusschen ouze broeders Frank en Tom?quot; De zieke gaf dooreen hoofdschudden te kennen, dat dit zijn verlangen niet was. „Dan op uw eigen kerkhof te midden der armen/' hernam hij. De stervende gaf een teeken van toe-stemmming. En toen hem nogmaals gevraagd werd of hij wilde rusten aan den voet van het kruis, waren een zoete, teedere glimlach en eene lichte, nauwelijks merkbare handdruk zijn eenig antwoord. Het was zijn vurige wensch begraven te worden op dat kerkhof, waar hij reeds sedert jaren zijne laatste rustplaats had uitgekozen.

Zonder eenige benauwdheid, zonder pijnen, zonder strijd trad hij het huis der eeuwigheid in. De dood was zacht en scheen hem ongemerkt te bemachtigen, gelijk de slaap een vermoeiden reiziger overvalt. Pater Theobald Mathew, de apostel der matigheid, ontsliep alzoo in vrede den 8en December 1S56 in het 66e jaar van zijn ouderdom, in het 42c van zijne priesterlijke bediening, en in het 19e van zijn reuzenstrijd tegen den alcohol-duivel.

Bij de treurmare van zijn dood stonden langs alle kanten welsprekende redenaars op, tot verschillende staatkundige partijen en de meest uiteenloopende ge-

ocr page 113

99

loofsbelijdenissen behoorencle, om den roem zijner deugden te verheffen. Ook de dagbladpers, onverscliillig van welke richting, bleef niet ten achter, en prees den groeten man, die aan het vaderland ontvallen was.

De stad Cork, waar hij het grootste gedeelte van zijn leven had doorgebracht, wilde de nagedachtenis van haren beroemden burger eeren, door hem op hare kosten eene plechtige teraardebestelling te bereiden.

Het lijk werd van Queenstown naar Cork vergezeld door zijne oudste en meest toegenegen vrienden, en den llen December tentoongesteld in de kerk der Allerheiligste Drievuldigheid, door zijne zorgen tot stand gekomen. Duizenden en duizenden personen, van alle streken toegestroomd, verdrongen zich onophoudelijk om met betraande oogen nog eene laatste blik te werpen op dat bleeke figuur met zijne scherpe trekken, die in het marmer schenen uitgehouwen te zijn. Vooral de toeloop der armen was ontzettend groot. Men zag hen zwijgend de rijk in rouw versierde kerk binnen treden, met schroom de lijkkist naderen, om daarna uit te barsten in tranen en zuchten, welke zij niet bedwingen konden.

Vrijdag, 12 December, was geheel de bevolking van Cork op de been. Toen de lijkstoet, die zich over eene lengte van ongeveer 2 Engelsche mijlen uitstrekte en uit personen van allen stand en elke geloofsbelijdenis bestond, het kerkhof naderde, waren daar en in de nabijheid meer dan 50000 menschen vergaderd, om aan hun weldoener en vriend een laatste eerbewijs te geven.

Doch dit blijk van toegenegenheid was slechts van voorbij gaandeu aard. Onder algemeene goedkeuring nam men het besluit een bronzen standbeeld op te richten ter eere van Pater Theobald Mathew, dat nog aan

ocr page 114

100

het verre nageslacht de edelmoedigheid en zelfopoffering van dien grooten weldoener der werkende klasse verkondigen zal. De daartoe benoodigde gelden werden door eene nationale inschrijving bijeengebracht, en den 10en October 1864 had de onthulling van het standbeeld plaats in tegenwoordigheid van 100000 personen, waarbij een tot dan toe te Cork ongekende luister tentoongespreid werd. De lord-maire der stad, J. ï1. Maguire, lid van het Engelsche Lagerhuis^ had de eer het doek te doen vallen, dat voor het gezicht der menigte de sprekend gelijkende trekken van een van lerlands edelste helden verborg.

De gedachtenis van den beroemden apostel der matigheid is nog levendig onder het lersche volk, dat elke gelegenheid aangrijpt om hun volksvriend nog te eeren. In de maand October 1890 werd te Cork onder algemeene deelneming, zoowel van protestantsche als katholieke zijde, het eeuwfeest zijner geboorte gevierd, Het werd in den morgen van den 9en October met eene plechtige dienst geopend door Mgr. O'Cal-laghan, Bisschop van Cork, in de kerk der Allerheiligste Drievuldigheid, die bovenal aan Pater Mathew dierbaar was.

Deze plechtigheid werd opgeluisterd door de tegenwoordigheid van H. D. Hoogwaardigheden de Bisschoppen van Ardagh, Waterford, Ross en Killaloe, van den Hoogwaardigsten Pater Beiinab.dtjs van Andkr-Matt, Generaal van de Orde der Minderbroeders-Capu-cijnen, door afgevaardigden van Z. E. Kardinaal Manning, van den Primaat van Ierland en van den Aartsbisschop van Glascow, om ringd door een zeer groot aantal priesters en kloosterlingen, waaronder verschillende Ordebroeders van den apostel der drankbestrijding.

ocr page 115

101

Op de eerste plaats der aanzienlijke leeken bespeurde men de lord-rnaires van Cork, Kilkenny en Waterford, twee lieeren Mathew, de een advocaat, de ander geneesheer, beiden neven van Pater Mathew, en meer andere personen van rang en aanzien.

De Z. Eerwaarde Pater Antoninus Keane, prior van het klooster der Predikheeren te ïallagth, in het graafschap van Dublin, had met de meeste bereidwilligheid op zich genomen de lofrede van lerlands groo-ten weldoener te houden. Met eene overweldigende welsprekendheid beschouwde de redenaar het leven van den beroemden strijder, schetste in levendige kleuren zijn veelomvattenden arbeid van het begin der geheelonthouders-beweging, en zijne alles opofferende liefde gedurende den vreeselijken hongersnood van het jaar 1847.

Tegen het vallen van den avond had er eene groote muziekuitvoering plaats, welke gevolgd werd door een lierzang ter eere van den held, wiens feest men vierde, het werk van den lerschen dichter Eugenius Davis.

Den volgenden dag hielden de verschillende onderaf-deelingen van den geheel-onthouders-bond en andere vereenigingen, welke zich daarbij hadden aangesloten, een prachtigen optocht door de straten der stad. Sir John Pope Hennessy, oud-gouverneur van het eiland Mauritius, hield bij deze gelegenheid eene redevoering in de open lucht, om ook op zijne beurt te wijzen op de verdiensten van dien edelrnoedigen kloosterling en priester, die door zijn volhardenden arbeid zulk een grootsch werk tot stand wist te brengen, en duizenden en duizenden gered had uit den poel van ellenden, waarin zij door het drankmisbruik gestort waren. Met eene schitterende verlichting van de openbare gebouwen der stad, van vele particuliere woningen en niet het

ocr page 116

102

minst van het standbeeld van Pater Mathew eindigde het eeuwfeest, dat door niet den minsten wanklank of door geene enkele dronkemanspartij gestoord werd.

I)och hierbij bleef het niet. Ook de hoofdstad Dublin, het groote Londen, het nijvere Liverpool, Glascow, Plvmvuth, Coatbridge en verschillende andere fabrieksteden, het groote goed indachtig, dat Pater Mathew door zijn bond van geheel-onthouding in haar midden gesticht had, vierden evenals Cork op eene luisterrijke wijze het eeuwfeest der geboorte van den grooten apostel der drankbestrijding in Ierland.

Wij mogen dit hoofdstuk niet besluiten zonder met een woord melding te maken van de weerklank dien Pater Mathew's stem ook buiten het vereenigde Koninkrijk op het vasteland vond.

In Westfalen begon de Eerw. Heer J. W. Seling, Kapelaan te Osnabrttck, in 18 t-'5 met kracht tegen den sterken drank te ijveren. Hij had wonderbare resultaten. Na drie jaren van strijd had hij in 150 steden en dorpen 82.000 personen in zijn geheel-onthoudings-bonds opgenomen. Op het feest van Maria Lichtmis 1814, volgde de Aartspriester Tieïzek van Deutsch-Pickar zijn voorbeeld. Aanvankelijk beperkte hij zich tot zijne Parochie, maar weldra strekte hij zijne werkzaamheid ook tot de omliggende gemeenten uit.

De krachtigste hulp vond hij bij den Poolschen Capu-cijn P. Stephanus Brzozowzki. In weinige maanden had zich de beweging over de gansche provincie uitgebreid en telde men P/s millioen personen, die door belofte zich tot de matigheid verbonden hadden.

In Augustus 1841lt; nam de Aartsbisschop van 01-mütz de zaak voor zijn diocees ter hand, en op verzoek van Kardinaal Diepekbroek verhief Gregouius

ocr page 117

103

XVI de geheel-onthoudingsbond tot eene Kerkelijke broederschap, die hij met vele aflaten verrijkten.

De Statuten vorderden algeheele onthouding van sterken drank, een matig gebruik van bier, wijn en dergelijke. De vereeniging stond onder Mabia's bijzondere bescherming, (zie Lorinser, Der Sieg fiber die Brantweinpest in Oberschlesiën).

In 1845 beznt Duitschland 872 vereenigingen met 12 bladen aan de Matigheid gewijd. In 1852 rekende men alleen voor Noord-Duitschland 1500 geheel-ont-houdings-bonden met l1/, millioen leden. (Hist. - pol. BI. XXXIX, 831). Later maakte zich nog de Eerw. Pater L. Ketterer S. J. (gest. 1875) bijzonder verdienstelijk als drankbestrijder.

De 28e Katholieken vergadering, gehouden te Bonn in 1881, beval dringend de oprichting aan van Kerkelijke Geheel-onthoudings-bonden of Broederschappen tot voorkoming en vruchtbare bestrijding van den drank.

Door den Aartspriester van Twenthe, den Zeer Eerw. Heer L. Engbers, werd den 25 Juli 1852 eene Godsdienstige vereeniging goedgekeurd onder bescherming van den H. Aartsengel Michaël, welke hoofdzakelijk de afwering van het misbruik van sterken drank beoogde.

Deze vereeniging verplichtte slechts tot een matig gebruik, niet tot onthouding.

Zoo zouden wij nog bladzijden vol kunnen schrijven, want bijna overal in Engeland en Amerika, in Zwitserland en Duitschland, in Noorwegen en Zweden en Denemarken, in Erankrijk en België wordt een felle strijd tegen den drank gestreden.

Naast God, die hem daarvoor als werktuig koos, komt Pater Mathew de eere toe, het eerst de vaan der drankbestrijding omhoog te hebben geheven.

ocr page 118

X

HET DRANKGEBRUIK IN NEDERLAND.

ET scliandelijk juk van den drankduivel rust niet alleen op Ierland, dat de noodlottige gevolgen van den alcohol in al hunne verschrikkelijkheid heeft moeten ondervinden, deze plaag heerscht onder alle beschaafde volkeren, die ze zelfs overbrengen naar die gewesten, welke zij voor de beschaving trachten te winnen. Ook in ons land heeft deze kwaal diepe wortelen geschoten, en ieder weldenkende moet betreuren, dat het gebruik van sterken drank op eene schrikbarende wijze onder het volk toeneemt. Het kleine Nederland brengt jaarlijks 87 millioen gulden aan den drankduivel ten citer, waaruit gemakkelijk valt op te maken, dat zeer vele mannen, vrouwen en kinderen rechtstreeks of zijdelings door die maatschappelijke pest ten verderve gesleept worden.

Al zijn ook de meer gegoeden, de hoogere standen niet vrij van dit euvel, het heerscht toch vooral onder de arbeiders en de kleine burgerij, met andere woorden

ocr page 119

105

onder den werkenden stand, die hierran dan ook de na-deelige gevolgen in ruime mate moet ondervinden. Men kan het niet ontkennen, de alcohol knaagt als een worm aan den welstand van menigen werkman.

Gaarne zal men willen toegeven, dat de onmatigheid de grootste verwoestingen aanricht, dat zij ■'s mensclien welvaart en geluk geheel onmogelijk maakt, en dat zeer velen in den arbeidersstand zich aan die rampzalige ondeugd overgeven. Doch men zal niet inzien, dat men zelf dikwijls aan dit euvel mank gaat; ik neem eiken dag een borrel, dit komt een flink werkman toe, belieft men te zeggen, doch ik ga mij nooit te buiten, ik ben nooit ongeschikt voor mijn werk. Wie tocii kan het matig gebruik van brandewijn en jenever afkeuren?

Kan men hierop niet ten antwoord geven, dat bij velen het gebruik van sterken drank maar al te spoedig ontaardt in misbruik? Immers, om zich aan drankmisbruik schuldig te maken, wordt er niet vereischt, dat men zich aan dronkenschap overgeeft; neen, zonder dit kan men hieraan plichtig zijn, als men zooveel of zoo dikwijls drinkt, dat men zijn huisgezin benadeelt, of zich schade berokkent. Een werkman, die dagelijks drank koopt, begaat in vele gevallen eene misdaad tegenover zijn huisgezin. De bekende Engelsche schrijver Samuel Smiles heeft dit op treffende wijze aangetoond in een gesprek tusschen twee werklieden, door hem aldus voorgesteld.

Terwijl zij samen van de gemeenschappelijke werkplaats naar huis gaan, vraagt de een aan zijn kameraad : „Hoe komt het toch, dat gij uw huisgezin goed voeden en kleeden kunt, en bovendien nog wat geld op de spaarbank hebt, terwijl ik, die toch evenveel verdien als gij, en niet zooveel kinderen heb, niet dan

ocr page 120

106

met groote moeite kan rondkomen/'' — „Wel,quot; gaf de ander ten antwoord, „de reden hiervan is eenvoudig; dat komt, omdat ik op de kleintjes let. Ik geef geen cent uit voor sterken drank, ik ben door dronkenschap of door onmatig gebruik van alcohol nooit ongeschikt om te werken, en spaar liever mijn geld, dan het voor jenever en brandewijn uit te geven. Gij ziet dus wel, dat mijne uitgaven zooveel minder zijn dan de uwe, omdat ik nooit sterken drank gebruik. .Neemt men iederen dag gemiddeld twee borrels, dat kost per week 70 centen; op Zon- en Feestdagen nog eene kleinigheid er bij, dat komt per jaar op 40 gulden. Daarvoor koop ik kleeren voor mijne kinderen en voor mij zel-ven, en wij behoeven niet met de ellebogen door de mouwen en met stukken kousen te loepen.quot;

Ik erken gaarne, dat vele werklieden, als degelijke mannen en als goede huisvaders geen 70 centen per week aan sterken drank uitgeven. Doch men weet ook, dat vele anderen zich voor dat doel uitgaven veroorloven, welke aan liet gezin ten goede moesten komen, of gespaard konden worden voor dagen van ziekten of ongelukken. Er zijn maar al te veel werklieden, die menigen stuiver besteden om hunne verkeerde gewoonte van drankgebruik in te volgen, welke met alle recht eene groote sociale ellende mag genoemd worden. Men treit menigen fabrieksarbeider, menigen werkman aan, die van een weekgeld van 7 tot 8 gulden, en soms nog minder, achttien, twintig tot vijf en twintig stuivers en zelfs nog meer voor zich behoudt, om het op Zondag aan drank te besteden. En zulke personen willen nog beweren matig te zijn en zich niet aan drankmisbruik schuldig te maken.

Hervorming op sociaal gebied is noodzakelijk en

ocr page 121

107

mogelijk ; doch daarbij moet niet uit het oog worden verloren, dat men hiermede, een begin moet maken bij zichzelven. Yermindering van drankgebruik is volstrekt noodzakelijk om in den strijd voor lotsverbetering tot het gewenschte resultaat te komen. Eerst als deze zal zijn overwonnen, zullen daarmede tegelijk èu het geestelijk cn het tijdelijk welzijn van den werkman eene reuzenschrede voorwaarts gedaan hebben. En daarom verdienen niet alleen de vereenigingen tot geheel-onthouding, maar ook alle bevorderingen van gebruiks-vermindering te worden toegejuicht.

Het valt niet te ontkennen, dat in den tegenwoor-digen tijd de armoede onder het volk een steeds grooteren omvang neemt. Ondanks de pogingen, door de christelijke liefdadigheid en andere vereenigingen aangewend, ondanks den ijver dergenen, die tot verbetering van den treurigen toestand der volksklasse in de bres springen, mag men niet altijd slagen de nijpende armoede te beteugelen, het vreeselijk spook van honger en ellende uit het huisgezin te verdrijven. En het zijn niet altijd de hardvochtigen, die bij het geven van een aalmoes zich afvragen, of de armoede, welke zij willen lenigen, niet dikwijls eigen schuld is.

Verschillende bejaarde personen zullen zich zeer goed herinneren, dat er vroeger wel armoede werd geleden, maar dat toch het getal armen niet zoo ontzettend groot was als thans. Zij zullen moeten toegeven, dat voorheen dit getal niet van jaar tot jaar grooter werd, zooals tegenwoordig het geval is.

En welke redenen nu kan men als oorzaken der toenemende armoede aanvoeren ?

Hoewel de opeenstapeling van het kapitaal in enkele handen, en andere maatschappelijke wanverhoudingen

ocr page 122

108

als hoofdoorzaken der armoede moeten beschouwd worden, zijn er nog andere fouten, welke men in het dagelijksch leven van den werkenden stand en den kleinen burger bespeurt, en die voor een groot gedeelte de schuld der armoede zijn. Daaronder mogen vooral de uithuizigheid en de drankzucht op de eerste plaats worden aangestipt.

Drankzucht en armoede gaan in den algemeenen regel met elkander gepaard. In menig huisgezin zou zelfs in de tegenwoordige tijdsomstandigheden een zekere welstand kunnen heerschen, als de alcoholduivel er niet ware binnengeslopen.

Yeel wordt er op onze dagen geklaagd over den slechten gang der zaken, over te veel werkuren en te weinig arbeidsloon, zoodat het voor den werkman eene onmogelijke zaak is, om met vrouw en kinderen op eene fatsoenlijke wijze door de wereld te komen. Gaarne zal men toegeven, dat sommige toestanden voor den werkman kunnen en moeten veranderd worden. Doch men mag ook met alle recht de vraag stellen : brengt de werkman niet al te veel zijn vrijen tijd door in de herberg, en verteert hij niet eene beduidende som gelds, die aan het karige werkloon onttrokken wordt ?

Tot de algemeene klacht over het volk behoort immers overal het bekende : „Zij drinken het toch maar op.quot; Het volk verdient niet hooger loon te ontvangen, zegt men, want ,,het gaat toch maar naar de kroeg.quot; Nog onlangs sprak een industriëel uit de omstreken van Luik: „Als het volk veel verdient, drinkt het meer en beter dan wanneer het weinig verdient, en dit is het eenige verschil.quot; Zonder nu juist deze gezegden tot alle werklieden uit te strekken, moet men niet bekennen, dat onder menig opzicht in de

ocr page 123

109

hierboven aangehaalde woorden veel waarheid ligt opgesloten ?

Hoevelen toch ontvluchten tegenwoordig den schoot van het huisgezin, om hunne uitspanning op andere plaatsen te zoeken. De huiselijke haard ziet op onze dagen zelden meer de huisgenooten in gezellig samenzijn bijeen. De jongelieden brengen den vrijen tijd niet meer door te huis, maar in koffiehuis of herberg. Die niet mee doet of het vaderlijk huis boven de kroeg verkiest, wordt doodeenvoudig uitgekreten voor een achterblijver, die zijne wereld niet kent. Het is nu eenmaal zoo de gewoonte, en een mensch moet toch ook iets hebben, vooral als hij eene geheele week moet werken.

Dit is de gewone verontschuldiging, welke men bijbrengt om dit misbruik, dat men gewoonte noemt, in zijne eigene oogen te rechtvaardigen. Door het veelvuldig bezoek van herbergen en kroegen, waarmede onvermijdelijk een ruim gebruik van bedwelmende dranken gepaard gaat, schept een jongmensch zich behoeften, welke hij later niet meer wil ontberen, of meent er niet meer buiten te kunnen. Eenmaal in het huwelijk getreden, wellicht zelfs vader van een groot gezin, gaat de vermeende noodzakelijkheid van alcohol voor de behoeften van vrouw en kinderen, hij blijft de verkeerde gewoonte volgen, welke hij in zijn ongehuwden staat heeft aangenomen, zooals de ondervinding aantoont.

De ouderen toch geven den jongeren dikwijls op dit punt niet veel toe, en dienen hun tot voorbeeld. De koffiehuizen en herbergen zijn niet alleen gevuld met jongelieden, neen, een groot deel der bezoekers behoort tot den gehuwden stand. De verhouding van den gegoeden burgerstand tot den arbeidersstand valt nog veel

ocr page 124

110

meer in het nadeel van laatstgenoemde uit. De gewone herbergen en kroegen vindt men des Zondags den ge-lieelen dag en in de week nog dikwijls des avonds ge-vnld- met vaders van huisgezinnen, die hier uren aan uren doorbrengen.

Hier wordt een belangrijk deel, somtijds bijna geheel het zuur verdiende werkloon verkwist in drinkgelagen, en nochtans, personen, die aldus handelen, meenen nog, dat zij zich niet aan onmatigheid of drankmisbruik schuldig maken. -Vu ja, zegt men, een paar malen in de week ga ik naar de herberg ; de Zondag is toch de dag om zich wat te ontspannen. Eu bestaat dan niet voor velen, die zoo spreken, het zoogenaamde Maandaghouden, een kanker voor de volkswelvaart ? Zij toch, die er zich aan plichtig maken, worden noodzakelijk tot gebruik van sterken drank gebracht, lijden een belangrijk verlies door het derven der verdiensten van die uren, welke zij niet werken, en door de verteringen, welke zij maken.

En het zijn niet alleen de bewoners der steden, der groote gemeenten, der fabrieksplaatsen, die door dit verderfelijk kwaad worden medegesleept, neen, niet alleen daar, maar ook op het platteland dreigt dit gevaar. Het is eene treurige waarheid, dat in vele kleine plaatsen en zelfs op gehuchten het misbruik van sterken drank groote afmetingen aanneemt. Daar vindt men ook werklieden, arbeiders, dienstboden, boerenknechts, die meer dan de helft van hun verdiend loon aan jenever besteden.

Wat is hiervan het gevolg? De overblijvende verdiensten zijn in den regel niet meer voldoende om andere noodige uitgaven te dekken, en zij, die in dit geval verkeeren, gevoelen zich daardoor niet gelukkig.

ocr page 125

Ill

Men begint te spreken over onvoldoende verdiensten, men wordt ontevreden met de bestaande toestanden. Bleef men nu nog in eene goede omgeving, zocht men omgang met rechtschapen vakgenoofen of' goedgezinde kameraden, dan zou men nog het rechte spoor houden. Doch de tijd is voorbij, dat de bevolking van het platteland afgezonderd woont en leeft.

Daarbij komt nog, dat men daar in bijna elke buurtschap gelegenheid vindt om van de vergunning gebruik te maken, zoodat dan ook de behoefte om bij de meeste werkzaamheden jenever te hebben, ruimschoots bevredigd kan worden. In Zweden en Noorwegen, een land van veel grooteren omvang dan het onze, vindt men slechts 14 kroegen, terwijl deze hier wel bij honderdtallen op het platteland worden aangetroffen.

De bedoelde arbeiders gaan bovendien naar de stad, en weten daar maar al te goed den weg naar kroegen en herbergen, waar zij bij voorkomende gelegenheden, zoo niet in den regel, personen vinden, die in dezelfde omstandigheden verkeeren. Deze zijn echter wat driester, en schromen niet om hun hart te luchten over verdrukking van den arbeidersstand, over gemis van de hooggeroemde vrijheid, over onvoldoende verdiensten, en dergelijke socialistische woordenkramerij meer.

Doch ik stel de eenvoudige vraag: wie zal hun zooveel loon kunnen betalen, dat zij voor zich zeiven en hun huisgezin een voldoend levensonderhoud hebben, en daarbij volop tijd en geld aan den drankduivel kunnen ten offer brengen? Dit toch is onmogelijk.

Daarenboven, beginnen de jeugdige arbeiders dagelijks reeds drank te gebruiken, wat helaas! al vaak gebeurt, dan blijven ze gewoonlijk stumpers in hun vak. Oe lust voor flink en degelijk werk verdwijnt, en al te ras leent

ocr page 126

112

men het oor aan de volksverleiders, die wel van rechten, maar niet van plichten der arbeiders weten te spreken.1)

Professor Demme verklaart, dat het alcoholmisbrnik een verlam menden invloed uitoefent op de zedelijke kracht, op de zedelijkheid van den mensch. De jongeling, die aan het genot van geestrijke dranken gewoon is, laat tengevolge der verlammende werking van den alcohol op de wilskracht aan zijne hartstochten den vrijen teugel. ïen slotte schrikt hij niet meer terug voor uitspattingen van allerlei aard, noch voor misdaad, en eindigt niet zelden met zelfmoord. Genees-heeren en juristen hebben dikwijls genoeg de gelegenheid om de ontwikkeling van dergelijke ongelukkige wezens, de slachtoffers van het alcoholisme, gade te slaan.

Het drankgebruik is dus ontegenzeggelijk eene vruchtbare bron van eene groote menigte rampen eti ellenden, welke men misschien met eigen oogen in zijne onmid-delijke omgeving kan aanschouwen. Het is eene voorname oorzaak van de steeds toenemende armoede onder het volk, en zoo men niet bijtijds op zijne hoede is, zal men wellicht zelf de treurige gevolgen dier voortwoekerende ondeugd moeten ondervinden.

Zoolang de meerderheid van den arbeidersstand zich in meerdere of mindere mate aan den drank blijft te buiten gaan, kan men wel veel spreken van lotsverbetering, zelfs ook hooger loon en andere verbeteringen verkrijgen, maar goed beschouwd zal er toch geene ware en deugdzame verbetering van den toestand der arbeiders plaats hebben. Daarom moet elke gelegenheid benuttigd worden om de groote wonde der volksklasse aan te wijzen, om het drankmisbruik, het vergift der

1

Vgl. „De Katholieke Werkman.quot;

ocr page 127

113

maatschappij, te bestrijden. Al zouden slechts weinigen uit de slavenboeien van den jeneverduivel bevrijd worden, toch zou door die redding zeer veel ellende uit de wereld verdwijnen.

Alle pogingen tot verbetering zullen vergeefsche moeiten zijn, als die rampzalige bron van jammeren in haar woesten loop niet gestuit wordt. Het verbeteren dus van den toestand der arbeiders moet voor een groot gedeelte geschieden door verbetering van den werkman zei ven, en dit voorna me doel zal men bereiken door bestrijding van het alcoholgebruik.

Een krachtig middel daartoe is op de eerste plaats aansluiting bij de genootschappen tot onthouding van sterken drank, welke ook in ons land bestaan, namelijk het Kruisverbond voor mannen, de St. Michaëlvereeni-ghig voor beiderlei geslacht, de Mariavereeniging voor vrouwen en meisjes. Men zal wellicht opwerpen, dat het gebruik van een glaasje jenever, brandewijn of cognac, of wel van een glas bier op zich zelf geen kwaad is; niet het gebruik is slecht, maar het misbruik, en waarom moet men dan ook bet gebruik afsnijden ?

Vooreerst, omdat zeer vele menschen nu en dan van het gebruik tot misbruik komen. Zij, die zich te buiten gaan, zullen wel belooven zich in dat punt te beteren; doch, daar zij zwak zijn, zullen zij zich twee-of driemaal goed houden, maar den derden of vierden keer zijn zij niet bestand tegen de bekoring. Voor dit groot getal zwakken is de onthouding van het gebruik het eenige middel om niet tot misbruik te vervallen.

Daarenboven, tegen de overmacht van het kwaad moet ook het goede zeer krachtig optreden. Er wordt zoo weinig acht geslagen op goede voorbeelden, welke men ook nog in de wereld aantreft, en derhalve moe-

ocr page 128

114

ten ook deze in kracht optreden, willen ze op de groote menigte eenigen indruk maken. Als men bijv. 4000 menschen, die aan alle verleidingen blootstaan, tot matige gebruikers wil maken, moeten er 1000 beginnen met zich te onthouden. Niets is zoo sterk als de prediking van zulk voorbeeld, en daarom moet de onthouding van sterken drank of ten minste het besluit om zich uit beginsel daarvan te onthouden, niet als eene overdrijving, als iets dweepachtigs worden voorgesteld.1)

Pater Mathew had deze dubbele waarheid volkomen begrepen, en daarom in zijn strijdvaandel het beginsel van „geheel-onthoudingquot; geschreven. Millioenen en milloenen wist hij hiertoe op te wekken, zooals wij gezien hebben, en onnoemelijk is het goed, dat hij daardoor aan zijne landgenooten en aan vreemden bewezen heeft. Zijn geest leeft nog voort in de harten dergenen, die voor de verbetering van den toestand der werklieden ijveren, en er ook op bedacht zijn oin den kop van den jeneverduivel te verpletteren. Moge ook hun edel streven, evenals dat van Pater Mathew met den besten uitslag bekroond worden, om alzoo aan de werkende klasse vrede en welvaart te kunnen verzekeren.

Daar echter het drankmisbruik dikwijls voorkomt uit de uithuizigheid, zal men deze maatschappelijke kwaal ook met goed gevolg kunnen bestrijden, door het familieleven onder den arbeidersstand te bevorderen. Men moet op alle mogelijke wijzen trachten het huiselijk leven voor den werkman zoo aangenaam mogelijk te maken, en daardoor zal hij ook meer aan het huisgezin gehecht worden.

Het is een zeer groote fout van onzen tijd, dat de

1

Vgl.' ibid. —

ocr page 129

115

arbeidersvrouw aan het huisgezin onttrokken wordt. Hare plaats toch is in het heiligdom van het huisgezin, waar haar werk, hoewel bijna niet gezien door de buitenwereld, zulk een heilrijken invloed uitoefent op geheel de maatschappij. Zij kan zooveel bijdragen tot het geluk van het huisgezin, en is ze waarlijk vrouw en moeder, dan eerst kan de man zich getrokken voelen naar het huiselijk leven. Nog onlangs is door het katholiek hoofdorgaan in een artikel „Vrouwenrechtenquot; op dit gewichtig punt gewezen.

Het is waar, zegt de schrijver, de vrouw is de medehulp van den man, en dat zal bij de mindere volksklassen altijd insluiten, dat zij hein helpt in het verdienen van het noodige onderhoud. Daar zijn vrouwelijke werkzaamheden, die voor het arbeidersgezin eene niet geringe bijverdienste bezorgen, en die toch de vrouw niet aan de huishouding, de moeder niet aan de kinderen onttrekt.

Maar de hedendaagsche industrie heeft daarin eene schromelijke verwoesting aangericht door de vrouw voor zulke bijverdiensten de gelegenheid te ontnemen, en haar te noodzaken, buitenshuis, veelal in de fabriek, naar werk om te zien. Zij heeft de vrouw aan haar huisgezin ontrukt, en het kan nog lang duren eer zij hare eigenlijke plaats weer zal kunnen innemen. De vrouw is dikwijls bijna geheel den dag van huis.

Het gevolg daarvan is gebrek aan orde in het huisgezin. Komt de man thuis afgemat van den arbeid, hij vindt de woning verwaarloosd, hij ontdekt nergens de hand eener zorgzame echtgenoote. Is het dan wonder, dat hij zich gemakkelijker thuis gaat gevoelen in eene herberg? En heeft de man eenmaal den weg naar de kroeg ingeslagen, dan is het zoo moeielijk hem

ocr page 130

116

op een ander pad te brengen, hem deze verderfelijke gewoonte te doen atleggeu. Zoo wordt de familieband bij de arbeidende klasse steeds losser en het geheele familieleven verwoest.

Wanneer men liet werk der sociale liervorming met ernst wil aanpakken, dan diene eerst en vooral het oog gevestigd te worden op het huisgezin van den werkman. Want geene gezonde maatschappij, als het huisgezin niet gezond is. Dat de vrouw in staat worde gesteld om zich te kunnen beijveren het voor den man aantrekkelijk te maken; dat zij zich in werkelijkheid be-ijvere om het voor hem eene aangename plaats te doen zijn, waar hij gaarne verblijft en zijn grootste geluk vindt. Vele vrouwen zijn helaas! maar al te dikwijls de schuld der uithuizigheid van hunne mannen, zij zijn de oorzaak dat deze zich zoo dikwijls aan drank te buiten gaan en hun huisgezin verwaarloozen. Dat daar voor den vermoeiden en naar rust verlangenden arbeider een vriendelijk licht schijne, dewijl dit op eene krachtige wijze zal bijdragen om een dam op te werpen tegen den vloed van jammeren en ellenden, welke onvermijdelijk uit het drankmisbruik moeten voortspruiten.

ocr page 131

INHOUD.

biz.

Voorrede. i

I. De drankzucht...........1

II. Pater Theobald Mntliew en zijn geboorteland. 13

III. Werkkring van Pater Mathen- te Cork. . . 35

IV. Oprichting van den geheel-onthouders-bond . 36

V. Pater Mathew verspreidt den geheel-ont-

houdersbond over geheel Ierland .... 46

VI. Gunstige werking van den geheel-onlhouders-

bond.............57

VII. Pater Mathew in het Noorden van Ierland . 68

VIII. Oprichting van den geheel-onthouders-bond in

Schotland en Engeland. — Vreeselijke hongersnood in Ierland........80

IX. Pater Mathew in Amerika. — Zijn dood. —

Eeuwfeest zijner geboorte......90

X. Het drankgebruik in Nederland.....104

ocr page 132
ocr page 133
ocr page 134
ocr page 135
ocr page 136

SNEI.PERSDRUKKERIJ V. H ST.-GREGORIUSHUIS. UTRECHT.

ocr page 137
ocr page 138