ocr page 1

'J/cJ -Zi/

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4

KORTE EN GEMEENZAME

!ï

OP

DE GEWONE BEDENKINGEN

TEGEH DEN GODSDIENST DOOR Mgr DE SÉGUR.

UIT HET FRANSCH, NAAR DE EEN EN ZESTIGSTE HERZIENE EN VERMEERDERDE UITGAVE

F- M- ft, K

PcW-S

A. N. GO VERS

Binnen- en Buitenlandsche Boekhandel Hcoge Westcinde, 's-Gravenhage.

ocr page 5

1M IMMM ATüli

Vooiisjiio'j'EN. 4- Febr. 1890.

M. BEl'N'SKX libr. Censor.

ocr page 6

/

/; '

'J

BERICHT VAN DEN UITGEVER.

Do Anhcoorden van den geestigen franschen schrijver, die bij uitnemendheid do kunst verstaat om op hoogst bevattelijke en zeer onderhoudende wijze, de waarheden van onzen heiligen godsdienst te verkondigen, zullen don nederlandschen katholieken lezer ongetwijfeld niet minder welkom zijn dan de overige werkjes van Mgr do Ségur, waarvan vroeger eene nederduitsohe vertaling het licht heeft gezien.

Er bestaat des te meer reden om dit te gelooven, dewijl die Antwoorden in het buitenland een ongo wonen bijval hebben verworven. In Frankrijk en in België toch werden daarvan meer dan negen honderd duizend exemplaren geplaatst! Verscheidene uitgaven, waarvan de oplage elf duizend exemplaren bedroeg, zijn in acht of tien dagen uitverkocht.

Dit werkje is in bijna alle talen overgebracht. In Italië zijn daarvan reeds zes of zeven uitgaven verschenen; in Duitschland drie of vier; m Engeland insgelijks verscheidene. Het is ook vertaald in het Portugeesch, in het Zweedsch, in het Russisch, in het Poolsch, ja zelfs in do Hindoesche taal.

Deze een en zesligsle uitgave is door den hoogeerwaarden schrijver herzien en met verscheidene

ocr page 7

BERICHT VAN DEN UITGEVER.

nieuwe hoofdstukken verrijkt. De nederduitsche vertaling verschijnt niet bijzondere en zeer ver-eerende toestemming van Mgr. do Ségur.

God heeft de lezing van dit boekje zoozeer gezegend, dat liet voor een groot aantal zielen het werktuig van hun terugkeer tot den godsdienst is geweest. Wij nemen dan ook de vrijheid de Antwoorden aan do Eerwaarde Heeren Geestelijken, aan de leden van de Vereeniging van den H. Vin-centius van Paulo, aan al degenen, die zich aan het zielenheil hunner medemensehen laten gelegen liggen, aan te bevelen, als een uitstekend middel 0«!°onder hot volk do vooroordeelen, de dwalingen, de valsche stollingen van allerlei aard te bestrijden en weg te nemen, die van verschillende kanten met znlk een betreurenswaardigen ijver worden verspreid.

4

ocr page 8

YOORRSDK

Ziehier een bockske, dat ik bijzonderlijk voor u heb geschreven, waarde lezer. Wollicht zal het u op het oog mishagen; veroorloof mij evenwel het u aan te bieden; want zijt gij er zoo oppervlakkig niet mede ingenomen, dan is het oen stellig teeken, dat gij daaraan zeer groote behoefte hebt.

Een goed boek, zegt men, is een vrie'nd.

Ik hoop u thans, wat gij daarvan ook denken mocht, een dier vrienden voor te stellen. Ontvang hem, zooals men zijne vrienden ontvangt, welwillend en openhartig. Ik stel hem u met dezelfde gevoelens voor.

Ofschoon hij over eenigszins ernstige dingen spreekt, mag ik toch met reden onderstellen, dat hij niet zal vervelen. Ik hem het hem zeer aanbevolen, en hij heeft mij beloofd niet te zwWenprehen, maar eenvoudig te zullen kouten. — Wanneer gij het laatste hoofdstuk zult gelezen hehben, dan zal ik van u vernemen, of hij woord heeft gehouden.

Gij zult ongetwijfeld bespeuren, dat de voor-oordeelen, tegenover welke ik een antwoord stel, van drieërlei soort zijn. De eenc komen voort uil goddeloosheid, dat zijn de ergste; met deze ben ik begonnen : de andere ontspruiten uit onwetendheid; de dorde, eindelijk, uit flauwheid.

Ik hoop, dat de meeste dier bedenkingen u vreemd zijn, en dat gij ze u zeiven nimmer ernstig hebt voorgesteld.

ocr page 9

vooeeede.

Ik heb zc evenwel opgeteekend als een voorbehoedmiddel voor de toekomst. Dit is het tegengift dat ik, uit voorzorg, u vooruit geef.

Ik bid den goeden God, dat dit eenvoudig en gemeenzaam onderhoud u goed moge doen, uw hart moge winnen.

Dewijl ik door eene zoete ondervinding weet, dat het ware geluk daarin bestaat, dat men God kent, bemint, dient, heb ik geen vuriger begeerte, dan dat mijn zoo zuiver, zoo hecht geluk, ook het uwe worde.....

Do meening is goed; dat is reeds iets, vooral in den tegenwoordigen tijd. Is het boek even goed als de meening? Ik hoop het, ofschoon het mij bekend is, hoe weinig bekwaamheid ik bezit.

Ongetwijfeld zult gij vinden, dat verscheidene vragen te kort behandeld zijn; maar ik was bevreesd u te vermoeien, waarde lezer, en ik was liever onvolledig, dan dat ik gevaar wilde loepen, u te doen in slaap vallen. Wee het boek, waarover men insluimert! . . . .

quot;Wat dit werkje betreft, ik raad u aan daarvan niet te veel achtereen, maar wel hel geheel te lezen, van het begin tot het einde. Lees aan-dachig, de redenen die ik u aangeef zorgvuldig wegende. Ih vraag u vooral de waarheid ter goeder trouw te zoeken, haar niet van u af te stooten, als zij zich aan uwen geest aanbiedt. Als het hart oprecht en rechtzinnig Is, dan is liet daarbinnen al spoedig dag!

6

ocr page 10

KORTE EN GEMEENZAME

ANTWOORDEN

OP

ÖE Mm B[DEiKliG[fl

TEGEN DEN GODSDIENST.' ---- « •—-

I.

Wat heb ik met den godsdienst te maken? Ik heb geen godsdienst, en dat neemt niet weg dat ik volmaakt gezond ben.

Antwoord. Ik wil u den godsdienst ook niet geven als een middel om te groeien of om gezond te zijn.

Maar, ik Lid u, zijn we dan alleen daarvoor in de wereld? en heLben wij geenlioo-gere bestemming dan onze ossen, onze honden en onze katten?... Al de volken, in al de tijden, op aide plaatsen, zijn altijd van het tegendeel overtuigd geweest, en ik kan toch niet gelooven, dat gij gelijk zoudt hebben tegen de geheele wereld.

Met deze bestemming, welke de uwe, de mijne, de bestemming van al onze gelijken is, houdt de godsdienst zich bezig. Niets kan u en mij van meer nabij raken, niets kan meer de aandacht verdienen van een redelijk schepsel.

ocr page 11

8 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

Inderdaad, naarmate men den godsdienst als waar of valsch beschouwt, verandert alles in de praktische richting van ons leven, in onze denkbeelden, in onze innigste en gewichtigste gevoelens.

Nu, het is niet slechts mogelijk dat de godsdienst waar is, maar er bestaan zeer gewichtige vermoedens ten zijnen gunste, in de onmetelijke weldaden van beschaving, welke hij op de wereld heeft verspreid, en in den eerbied, dien eene menigte mannen liem hebben bewezen, uitmuntend door deugd en genie, zooals Bossuet, Fénélon, de heilige Lodewijk, Bayard, du Guesciin, Turenne, de groote Condé, Napoleon, de heilige Vin-centius a Paulo, de heilige Franciscus Xaverius, de heilige Franciscus van Sales, en zoo vele anderen.

Veroorloof mij dus, met u de zaak van den godsdienst te bespreken.

Geloof mij ; gij stoot hem alleen van u af,

omdat gij hem niet kent..... Zooals gij hem

u voorstelt, begrijp ik ligt dat hij u tegen den borst stuit. Maar stelt gij hem u voor zooals hij wezenlijk is? Dat isjuist de vraag. — Helaas, hoeveel vooroordeel en, hoeveel vreemde dwalingen heerschen er ten zijnen opzichte!

ocr page 12

TEGEN DEN GODSDIENST.

Het zal mij niet moeilijk zijn, waarde lezer, om u in dit eenvoudig onderhoud te toonen, hoe onrechtvaardig die vooroordeelen zijn; dat de godsdienst niet is wat men wil zeggen; dat hij niet alleen niet ongerijmd, maar ( uitermate redelijk, schoon, harmonieus is, dat I hij op de krachtigste bewijsgronden rust.

Ik zal u aantoonen, dat hij voor u gemaakt is, omdat gij gemaakt zijt voor hem !. .

Indien gij, even ais ik, dien gezegenden godsdienst dagelijks de tranen van den arme ^ zaagt droogen, de hedorvenste harten veranderen, het kwaad stuiten, de onrechtvaardigheden herstellen, den haat tot zwijgen brengen, overal de onderwerping, den vrede, de hoop, de vreugde in de harten verspreiden ....., dan zoudt gij ongetwijfeld van

taal veranderen en dan zou ik u niet meer behoeven voort te helpen!

Maar ongelukkigerwijze moet dat praktisch, dat op de ondervinding gegrond bewijs van den godsdienst, veeleer gevoeld, dan met woorden geleverd worden. De ondervinding, niet het woord, doet de onoverwinbare kracht daarvan gevoelen.

Veroorloof mij evenwel, dat ik voor en aleer wij ons klein en zeer groot onderhoud aanvangen, onder duizende treffende voorvallen, welke mij inde gedachte komen,

9

ocr page 13

10 antwoorden op de bedenkingen

een zeer onlangs voorgevallen gebeurtenis kie-ze, waarvan ik u de volstrekte waarheid kan waarborgen, omdat ik daarvan getuige ben geweest en er bijna eene rol in heb vervuld. Mij dunkt, het zal ten gunste mijner stelling nog beter spreken dan alle mogelijke redeneeringen.

Eenige jaren geleden wachtte een arme ter-dood-veroordeelde onderofficier, in de militaire gevangenis van Parijs, de uitvoering van het noodlottig vonnis.

Zijne misdaad was zeer groot. Hij had, met voorbedachten rade, zijn luitenant gedood, om zich te wreken over eene straf, die deze hem had opgelegd.

Als aalmoezenier dier gevangenis, bezocht ik den sergeant Herbuel en bracht hem de troostmiddelen van den godsdienst. Reeds berouw hebbende over zijne misdaad, maakte hij geen bezwaar om ze te ontvangen. Den tweeden of derden dag, nadat hij gevonnisd was, naderde hij totdeH. Sakramenten, en, van datoogenblik af, scheen deze man geheel veranderd te zijn.

quot;Nu, herhaalde hij mij, nu ben ik gelukkig. Ik ben gereed: dat de goede God met mij doet wat hem behage. Ikben zeer kalm en gerust; ik betreur alleen het leven, omdat ik nu geen boete meer kan doen.quot;

ocr page 14

TEGEN DEN GODSDIENST.

Hij biechtte en communiceerde ongeveer , alle acht dagen.

Na twee maanden in de gevangenis te hebben doorgebracht, kondigde men hem den 1 November (1848) de uitvoering . van het vonnis aan. Hij hoorde het met de | kalmte van een christen. Zijn lichaam werd door eene soort stuipachtige beving aangetast, maar de ziel beheerschte die hevige aandoening, en hij bewaarde den vrede des harten. «De wil Gods geschiede,quot; zeide hij ' tot den kommandant.

Ik bleef alleen met hem. Ik ontving voor de laatste maal de bekentenis zijner zonden; vervolgens bracht ik hem de heilige Teerspijs ! Hij bad den ganschcn nacht, van tijd tot tijd bedaard sprekende met zijne beide bewakers.

Het sombere voertuig, dat ons naar Vin-cennes moest brengen, kwam tegen zes ure aan. Herbuel omhelsde den cipier der gevangenis en den kommandant; niemand kon zijne tranen weerhouden. Ik nam met hem plaats in den gevangenwagen.

Hij was kalm, zelfs vroolijk, gedurende den overtocht. quot;Gij zoudt niet gelooven, mijnheer de aalmoezenier, zeide hij mij, welk een goeden dag ik gisteren heb doorgebracht! Wat was ik gelukkig : het was een voorge- \

IJ \y%

11

1

ocr page 15

12 antwoorden op db bedenkingen

voel dat de goede Voorzienigheid had toegelaten. Ik wist dat het Allerheiligen was; ik heb

aanhoudend gebeden____ 's Avonds was ik

zeer tevreden____ en nu ben ik het nocj.

Geen woorden zijn in siaat om uit te drukken welk een vrede ik dezen nacht gesmaakt heb : het was eene vreugde waar van men zich geen denkbeeld kan maken.quot; —

En hij werd ter dood geleid!____

quot;De dood, voegde hij er bij, is niets meer voor mij. — Ik weet waarheen ik ga; ik ga daar boven, bij mijn Vader; ik ga naar

huis____ Binnen eenige oogenblikken zul ik

daar zijn. — Ik ben een groote zondaar, de grootste aller zondaars. Ik plaats mij zei ven zoo laag mogelijk ; ik hel) God beleedigd; ik

heb gezondigd____ maar God is goed, en ik

stel een onmetelijk vertrouwen in Hem.quot;

Een gebed lezende dat hem de communie herinnerde:

;gt;Mijn God is daar, murmelde hij, en hij was vol vreugde. O! hoe vastelijkgeloofik, zeide hij nog, al de waarheden der Kerk!

O! hoe hij zonder kalm ben ik!____en welk

een schoone dag ! — Ik zal weldra bij God zijn!quot; En zich met een glimlach tot mij keerende : «Mijn Vader, ik zal u wachten ; ik zal u op mijne beurt doen binnengaan; van mij zal het niet afhangen.quot; Vervolgens,

ocr page 16

tegen den godsdienst. 13

tot zich zeiven sprekende: »Ik ben niets, God alleen is alles. Is er iets goeds in mij, het behoort Hem toe, het komt van Hem

alleen..... Ik verdien niels ; ik ben een

groote zondaar!quot;

Hij toonde mij zijn Handhoek van den christen: «De soldaten moesten altijd dit kleine boek hebben, en het nooit ter zijde leggen. Indien ik het mijn geheele leven lang had gelezen, dan zou ik niet gedaan hebben hetgeen ik gedaan heb, en dan zou ik

niet zijn waar ik nu ben____quot; Sedert eeni-

gen tijd waren wij aangekomen in de vlakte van Vincennes. Het oogenblik van de voltrekking van het doodvonnis naderde. Ik hield den armen veroordeelde het kruisbeeld voor; hij nam het met verrukking, en, het met eene onuitsprekelijke liefde aanschouwende, zeide hij zacht en herhaalde malen: «Mijn Verlosser! mijn Verlosser! Ja, aan dat kruis is Hij wel voor mij gestorven. En ik ga ook met Hem sterven!quot; — En hij kuste het heilige beeld.

Alles was gereed. Men stapte af. Herbuel vroeg, dat men hem mocht veroorloven, het kommando: «vuurquot; te geven; men stemde er in toe: Ik heb den moed gehad om de

misdaad te bedrijven, Zeide hij, ik moet den moed hebben om haar te boeten!quot;

ocr page 17

14 antwoorden op de bedenkingen

Hij ontving geknield een laatsten zegen. Hij plaatste zich voor de soldaten, die hem moesten fusilleren. — -Kameraden, riep hij met trillende stem, ik sterf christen! Ziehier het beeld van Onzen Heer Jezus Christus! Ziet goed, ik sterf christen!quot; — En hij vertoonde hun allen het kruis. — ^Doet niet wat ik gedaan heb; eerbiedigt uwe overheid!quot;

Ik omhelsde hem voor de laatste maal____

Een oogenblik daarna, deed het vreeselijk

geknal zich hooren____en Her]gt;uel verscheen

voor den God, die alles aan den berouwhebbende vergeeft!....

Wat dunkt u, zeg het mij, van eenen Godsdienst die een groeten schuldige zóó doet sterven? en geeft u dat geen stof lot nadenken?

II.

Er is geen God.

Antw. — Weet gij dai wel zeiier? — En wie heeft dan den hemel, de aarde, de zon, de sterren, den mensch, de wereld geschapen ?

Is dat alles van zelf gekomen ? — Wat zoudt gij zeggen van iemand, die u een huis toonde en u verzekerde, dat het zich zelf had gebouwd? Wat zoudt gij zeggen, indien bij beweerde, dat dit mogelijk is? Gij zoudt

ocr page 18

tegen den godsdienst,

zeggen, dat hij den spot met u dreef, niet waar? of dat hij gek is; en gij zoudtvolkomen gelijk hebben.

Indien een huis zich niet zelf kan houwen, hoeveel minder nog kunnende bewonderenswaardige schepselen die het heelal vervullen, zich zelf voortbrengen, te beginnen met ons lichaam, dat het volmaaktste van alles is!

Er hcsiaat geen Gorl. — Wie heeft u dat gezegd ? Ongetwijfeld de eene of andere losbol, die den goeden God niet gezien had, en daaruit besloot, dat hij niet bestond ? — Maar beslaan dan alleen de wezens die men kan zien, hooren, aanraken, voelen? — Bestaat uwe gedachte, dal wil zeggen uwe ziel die denkt, dan niet? Zij bestaat zóó zeker, en gij gevoelt dat zóó innig, zóó klaarblijkelijk, dat geen redeneering ter wereld u van hel tegendeel zou kunnen overtuigen. — Hebt gij evenwel uwe ziel ooit gezien, gehoord, of aangeraakt? — Is het derhalve niet belachelijk te zeggen: God bestaat niet, omdat ik hem niet zie.

God is een zuivere geest, dat wil zeggen een wezen dat niet kan vallen onder het bereik van de stoffelijke zintuigen van ons lichaam. — Onze ziel is ook een zuivere geest -. God heeft die naar zijne beeltenis geschapen.

15

ocr page 19

16 antwoorden op de bedenkingen

Men verhaalt dat, in de laatstvoorgaande eeuw, toen de goddeloosheid in de mode was, een geestig man eens het avondmaal gebruikte met eenige zoogenaamde philosofen, die over God spraken en zijn bestaan ontkenden. Maar hij zweeg.

De klok had juist geslagen, toen men hem zijne mcening vroeg. Hij stelde zich tevreden met op het uurwerk te wijzen, en voegde er, met even veel fijne scherts als gezond verstand bij, dat hoe meer hij er over dacht, hoe minder hij kon gelooven, dat deze klok liep, en toch niet door een uurwerkmaker vervaardigd was.

Men zegt niet wat zijne vrienden antwoordden . —

Men verhaalt nog een zeer scherp woord van eene jonge vrouw, aan een beroemden ongeloovigen uit de school van Voltaire. Hij had vergeefsche pogingen aangewend, om die vrouw tot zijn atheïsme over te halen. Geraakt door haren tegenstand, zegt hij: «Ik had niet gedacht, dat ik-alleen in een gezelschap van verstandige lieden niet aan God zou gelooven.quot;

Gij zijt volstrekt niet de eenige, mijnheer, antwoordde hem de vrouw des huizes: mijne paarden, mijn patrijshond en mijne kat hebben ook die eer; maar die arme

ocr page 20

tegen den godsdienst.

dieren zijn verstandig genoeg om daarop niet, te poclien.quot;

Wilt gij weten, wat deze ruwe woorden: quot;Er is geen God,quot; eigenlijk willen zeggen? — Ziehier daarvan de getrouwe vertaling: »Ik lien een deugniet, en zeer bevreesd, dat daar Loven iemand Lestaat om mij te straffen.quot;

III.

Met den dood houdt alles op.

Antw. Wel zeker, Lij de honden, de katten, deezels, de kanarievogels, enz. Maar gij zijt bij uitstek bescheiden, indien gij uwe plaats kiest in zulk gezelschap.

i.

Gij zijt een mensch, goede vriend, en geen beest. Het is vreemd, dat men u dat nog behoeft te zeggen. Gij hebt ecnc ziel, in staat om na te denken, om het goed of het kwaad te doen, endiezielisonsterfelijk; de dieren hebben geen ziel.

Het is de ziel, die den mensch uitmaakt; dat wil zeggen, hetgeen in ons denkt, hetgeen ons de waarheid doet kennen en het goede beminnen. Daardoor zijn wij onderscheiden van de dieren. Dat is de reden, waarom het eene groote beleediging is, te zeggen: «Gij zijt een beest, gij zijt eendier,quot;

17

2

ocr page 21

18 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

enz. Drukt men zich aldus uit, dan weigert men iemand hem zijnen grootsten roem te geven, namelijk dien van mensch te zijn.

Derhalve, wanneer men zegt: »Met den dood houdt alles op,quot; dan zegt men : Ik ben een beest, een wezenlijk redeloos schepsel, een dier. En welk een dier! Ik ben minder waard dan mijn hond, want hij loopt sneller, slaapt beter, ziet verder, heeft eene fijnere reuk, enz., enz.; minder dan mijne kat, die in de duisternis ziet, die zich niet behoeft te bekommeren om hare kleeding, om haar schoeisel, enz. Kortom, ik ben een arm beest, en het hulpbehoevendste der dieren.

Kan u dat genoegen doen, wel, zeg het dan ; geloof het, indien gij het kunt; maar veroorloof ons wat meer fierheid te bezitten en luide te verklaren, dat wij menseden zijn. Dat zult gij ons toch, hoop ik, niet kwalijk nemen.

li.

O ! wat zou er van de wereld worden, indien uw heweeren gegrond ware? Zij zou een wezenlijk moordhol zijn! — Het goed en het kwaad, de deugd en de ondeugd zouden niets meer wezen dan ijdele woorden, of liever afschuwelijke leugens!

ocr page 22

TEGEN DEN GODSDIENST. 19

Waarom, inderdaad, indien ik van den eenen kant niets heb te vreezen in een ander leven, en indien ik, van den anderen kant, zoo behendig mijne voorzorgen neem, dat ik in deze wereld voor niets behoef beducht te zijn, waarom zal ik dan niet stelen, niet moorden, als mijn belang dat zal medebrengen? Waarom zal ik mij niet overgeven aan de ergste losbandigheid? Waarom zal ik mijne hartstochten bedwingen? Ik heb niets meer te vreezen ; mijn geweten is eene leugenachtige stem, die ik het stilzwijgen zal opleggen... Op eene enkele zaak zal ik letten: ik zal oppassen om niet in de handen van de politie en van de justitie te vallen. Het goed zal voor mij, evenals voor ieder verstandig man, daarin bestaan, dat ik haar ontkomen; het kwaad, dat men mij zal betrappen.

quot;Welke taal! zegt gij; men moet zijn verstand verloren hebben, om zoo in ernst te spreken.quot;

Dat is zoo. En desniettegenstaande, indien alles voor ons gedaan was met den dood, dan zou ik u tarten die afschuwelijke, die ongerijmde stelling te wederleggen.

Indien er geen toekomstig levenbeslond, dan zou ik u uitdagen om mij aan te toonen, in welk opzicht de heilige Vincen-

ocr page 23

20 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

tius a Paulo meer achting verdient dan Cartouche !

Ken dus de vruchten aan den boom, zooals het gezond verstand en het Evangelie ii leert. — Oordeel over het beginsel, naar

de afgrijselijke gevolgen____En durf dan nog

zeggen; «Met den dood houdt alles op!quot; — We weten nu wat dat wil zeggen....

in.

Strijdig met het gezond verstand, is het materialisme ook in strijd met het algemeen en onverzettelijk gevoelen van alle menschen. Overal en altijd heeft men aan een toekomstig leven geloofd. Overal en altijd heeft de onrechtvaardig vervolgde onschuldige, de ongelukkige brave mensch in een ander leven de rechtvaardigheid en het geluk verwacht, die hem op aarde geweigerd werden; overal en altijd heeft men geloofd in een God, wreker der ongestrafte misdaad!.....

Overal en altijd eindelijk, heeft men voor de dooden gebeden, heeft men gehoopt aan gene zijde van het graf, in eene betere wereld, degenen terug te vinden, die men had bemind.

«Waarom weent gij, zeide Bernardin de Saint-Pierre op zijn sterfbed aan zijne vrouw en aan zijne kinderen. Hetgeen gij in mij

ocr page 24

TEGEN DEN GODSDIENST. 21

bemint zal altijd leven..... Het is slechts

eene tijdelijke scheiding; maak haar niet zoo smartvol!... Ik gevoel dat ik de aarde verlaat, niet hel leven!quot;

Ziedaar de stem des gewetens, ziedaar de zoete, de troostrijke stem der waarheid.

Dat is ook het plechtig woord van het Christendom. Het doet ons het tegenwoordig leven beschouwen als eene voorbijgaande beproeving, die de goede God met een eeuwig geluk zal bekronen. Het wekt ons op, om dat geluk te verdienen door de opofferingen, de getrouwe vervulling onzer plichten. Wanneer zijn laatste uur heeft geslagen, dan beveelt de christen met vertrouwen zijne ziel in de handen van zijn God, en op een zuiver, heilig cn kalm leven, volgteeneeeuwig-heid van vreugde !.....

Verre van ons dan dat bedroevende materialisme, hetwelk ons zulke verhevene verwachtingen zou willen ontrooven? Verre van ons die leugens, welke hel lichaam verlagen, alles vernmlen wat goed, eerbiedwaardig, zoet op aarde is!

Verre van onsde leer die aan den lijdenden en weenenden arme, aan de onderdrukte onschuld , de wanhoop alleen ten deel wil laten!..

Het menschelijk geweten werpt die leer met verachting van zich af!

ocr page 25

22 antwoorden op de bedenkingen

IV.

Het toeval bestuurt alles, anders zou er niet zooveel wanorde op aarde zijn. Wat zijn er niet veel nuttelooze, onvolmaakte, slechte zaken! Het is duidelijk dat God zich niet met ons bemoeit,

I.

Antw. Indien een onwetende, die niet kan lezen, een deel van Corneille of van Racine opende, en, zoovele onbekende, op duizend verscheidene wijzen gerangschikte letters zag, soms acht te zamen, soms zes, nu eens drie, dan weder zeven, of twee, om woorden samen te stellen; indien hij verscheidene regels zag, die elkander volgen, deze aan het begin, die aan het einde van eene bladzijde; verschillende bladen, gerangschikt, het eene aan het hoofd, het andere in het midden, het derde aan het slot; indien hij bemerkte dat sommige plaatsen wit zijn gelaten, andere met letters bedekt; hier hoofd-, daar kleine letters, enz.; indien hij, dat alles ziende, waarvan hij niets begrijpt, vroeg : waarom die letters, die bladen, die regels hier en niet daar geplaatst zijn; waarom hetgeen in het begin voorkomt, niet in het midden of aan het einde staat; waarom bladzijde 20 niet bladzijde 5 is enz., dan zou men hem zeggen: «Vriend, een groot dichter.

ocr page 26

TEGEN DEN GODSDIENST.

een man van genie heeft dat zóó geschikt, om zijne gedachten uit te drukken, en als men de eene bladzijde vóór de andere plaatste, indien men niet slechts de regels, maar zelfs de woorden ofde letters verwisselde, dan zou er wanorde ontstaan in dit schooneboek, en het doel des schrijvers vernietigd worden.quot;

En indien die domme mensch dan den verstandige wilde uithangen, en de orde van dat boek wilde berispen ; als hij mocht zeggen ; maar mij dunkt toch, dat het veel beter ware geweest, indien men al de letters, die elkander gelijken, liad bijeengebracht, de groote hij de groote, de kleine hij de kleine, dat het veel regelmatiger ware geweest, indien men al de woorden even lang had gemaakt, en met hetzelfde getal letters samengesteld, waarom zijn deze zoo kort, gene zoo lang? enz. Waarom hier wit, en daar niet? Dat alles is slecht geschikt, er is geen orde in. De man die dat hoek gemaakt heeft, weet er niets van; alles is dooreen gehaspeld. — Dan zouden wij hem antwoorden ; weetniet, die gij zijt, gij zelve begrijpt er niets van. Waren de zaken geschikt naar uw begrip, dan zou dat boek zin noch slot hebben Iemand, die honderdmaal meer verstand bezit dan gij, heeft die schikking-voorbereid en bereidt ze altijd voor; en in-

23

ocr page 27

24 antwoorden op de bedenkingen

dien gij daarvoor geen reden weet, wijt het dan alleen aan uwe domheid.

Zoo handelen wij, als we Gods werken berispen.

Wij aanschouwen z?jn groot Bock, als wij do Hikken op de wereld vestigen. Allo eeuwen zijn daarvan als het ware de bladzijden die elkander volgen; al dejaren zijn daarvan als het ware do rogels; on al do verschoidone schepselen, van den engel af, lot aan den mensen, tot aan de kleinste grashalmpjes en do nietigste zandkorreltjes,zijn daarvan omzoo te zeggen de letters, elke op zijne eigene plaats geschikt door de hand van den grooten Zetter, die alleen zijne eeuwige gedachten en het geheel van zijn werk kent.

Vraagt gi j waarom het oene schepsel volmaak lor is dan het andere ; waarom het eene hier, en hot andere daar geplaatst is; waarom het des winters koud, en des zomers warm is; waarom liet heden regende, en gisteren niel; waarom deze zijn fortuin maakt of verliest, ziek of gezond is; waarom dit jonge kind sterft en die grijsaard blijft loven ; waarom de dood den weldadicen man wen-neemt, en niet dien boozonmensch, dieniets dan kwaad doet? enz; dan zal ik u antwoorden, dat een oneindig verstand, eene oneindige wijsheid, eone oneindige recht-

ocr page 28

tegen den godsdienst.

vaardigheid en goedheid do dingen zóó geregeld heeft, en dat zeer zeker alles in orde is, ofschoon het ons anders toeschijnt.

Ik zal u antwoorden, dat men een werk niet goed kan heoordeelen, als men het niet geheel kent; men moet het in zijngeheelen in zijne bijzonderheden kunnen omvatten, de middelen vergelijken met het einde dat zij moeten bereiken. Nu. welke mensch, welk wezen is immer getreden in de eeuwige raadsbesluiten des Scheppers?

Dat zou vooral noodig zijn om de wijsheid en de rechtvaardigheid der Voorzienigheid te kunnen waarderen, met betrekking tot de redel ijke en vrije menschen, bestemd tot een onsterfelijk leven, in staat om het goed en bet kwaad te doen, in staat om te verdienen of niet le verdienen.

Somtijds schikt God zich naai'onze zwakheid, en gewaardigt hij zich, reeds in dit leven, door troostrijke of vreeselijke feiten zich te rechtvaardigen. Geen eeuw waarin men niet dergelijke duidelijke uitwerkselen der goddelijke rechtvaardigheid of goedheid ziet; met eene helsche kunst verborgen mis^ daden worden ontdekt door geheel onverwachte en 1 )uilengew( me middelen; vermetele godslasteraars worden getroffen op het oogen-blik zelf dat zij dien onzichtbaren God uit-

25

ocr page 29

26 antwoorden op de bedenkingen

dagen, aan wien ze niet gelooven. — In 1848, hield een goddeloozevolksmenner, in de nabijheid van Toulouse, gedurende de verkiezingen voor de Constitueerende Vergadering, eene aanspraak tot de kiezers van liet platte land, en trachtte in hun geest den eerbied voor den Godsdienst, dien altijd zoo geduchten hinderpaal voor de ontwerpen der boozen, uit te dooven.

De redenaar viel alles aan, ontkende alles, tot zelfs het bestaan van God. — «Dat Hij dan spreke, riep hij uit, de vuist tegen den hemel opheffende, dat Hij spreke, indien hij mij hoort!____quot;

Nauwelijks had hij dit gezegd, ofzie, een verschrikkelijke bliksemslag doorklieft de lucht en werpt den godslasteraar te midden der ontstelde menigte neder. — Men dacht dat hij dood was; na twee uren kwam hij weder tot kennis; ik betwijfel of hij in het vervolg wel nieuwe bewijzen van Gods Voorzienigheid zal gevraagd hebben.

Een andere ellendeling, ongetwijfeld nog schuldiger, werd, in 1849, in een dorpje bij Caen, nog vreeselijker gestraft. Het was op zondag, gedurende de H. Mis. Die man bevond zicli mot een vriend in eene herberg dicht bij de kerk. Het luiden der klokken deed hem in woede ontbranden. Na duizend af-

ocr page 30

tegen den godsdienst.

schuwelijke lasteringen tegen den Godsdienst, tegen den priester, ter prooi aan eene soort-van razernij, neemt hij zijn glas, en, opstaande , voor zijn medgezel enden herbergier, die hem te vergeefs tot liedaren wilden brengen ; »• Indien er een God bestaat, roept hij uit, dat hij dan eens trachte mij te beletten om mijn glas wijn uit te drinken!quot; — En hij valt op hetzelfde oogenblik ter aarde, getroffen door eene beroerte! — Men zou tal van dergelijke voorbeelden van de goddelijke rechtvaardigheid reeds in deze we-relde kunnen aanhalen. Het zijn staaltjes, en als godspenningm der toekomstige rechtvaardigheid.

God heeft ook onderpanden van zijne Voorzienigheid op de goeden Hoeveel ellende werd niet tegen alle verwachting gelenigd! Hoe dikwijls ontdekt men niet, dat mender heilige goedheid Gods tot werktuig gediend heeft! De armen, en de christenen die de armen bijstaan, kunnen het zeggen. Hun leven is de Voorzienigheid, zich vertoonende in werken , het is het levend bewijs der Voorzienigheid.

ii.

Waarom nu rechtvaardigt God niet altijd op die wijze zijne rechtvaardigheid, zijne goed-

27

ocr page 31

28 antwoorden op de bedenkingen

heid. zijneheiliglieid reeds in deze wereld ? — Do reden daarvan is hoogst eenvoudig. Zij bestaat daarin, dat het tegenwoordiar leven

' o o

slechts de kiem. het hefrinis van hetgeen ons

o o

betreft, en dat de voltooiing van het werk Gods in ons, passender hare plaats vindt in de eeuwigheid; daar geraken wij eerst tot de volmaakte ontwikkeling van ons wezen Die reden bestaat nog daarin, dat het tegenwoordige leven de tijdisvanlietgeloof. dat moei gelooven zonder te zien, dat moet gelooven, zelfs ondanks den schijn van het tegendeel, hetgeen het weldra ontbloot zal zien. wanneer de sluier zal zijn opgeheven.

Men moei de eeuwigheid nimmer uit het oog verliezen, wanneer men demenschelijke dingen moet beoordeelen. Zij herstelt op wonderbare wijze de schijnbare verwarring dezer wereld — quot;Waarom, zeide men bij zieli zeiven. strafl God dien erooten schuldige niet2 Waarom wordt die booswicht overladen met voorspoed, en moet die brave man gebukt gaan onder zoovele kwalen? Hoe laat God zich daaraan dan toch gelegen liggen ? Waar is zijne rechtvaardigheid ? Waar zijne wijsheid? Waar zijne goedheid?

De Eeuwigheid legt dit geheim uit! Het was billijk en wijs om door den voorbijgaanden voorspoed der aarde het weinige goed te be-

ocr page 32

tegen den godsdienst.

loonen d at die goddelooze, die groote zondaar, dien de Eeuwigheid moest straffen, gedaan had. En die rechtvaardigen, die de wereld zoo ongelukkig waande, voldeden terecht door voorbijgaande wederwaardigheden de straf der geringe fouten, diedermenschelijke zwakheid ontglipt waren, de gelukzalige Eeuwigheid was de belooning voor hunne deugd !

Men moet al hetgeen den mensch in deze wereld overkomt, heoordeclen naar de maai der Eeuwigheid Zonder dat, is het onmogelijk iets te begrijpen van de inzichten die God met ons heeft.

Hervormen wij derhalve voortaan onze zienswijze. Beoordeelen wij onzen grooten Rechter niet! —- Gij noch ik, geloof mij gerust, zien zoo ver als Hij.

Hetgeen Hij doet is wél gedaan, en, als hij het kwaad toelaat, dan geschiedt dit altijd om een grooter goed.

Herinnert gij u den tuinman uit de fabel niet meer?

Hij was in zijn tuin en zag eene groote pompoen. Mij dunkt, zeide hij, dat ik die vrucht anders zou geplaatst hebben en dat zij veel beter figuur zou maken aan dien grooten eikenboom, terwijl de eikel, dieniet grooter is dan mijn pink, meerop zijne plaats

29

ocr page 33

30 antwoorden op de bedenkingen

zou wezen aan de plant. Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer het mij toeschijnt dat God zich hier vergist heeft!

Het was eene warme dag; de tuinman was vermoeid ; 'hij legt zich ter ruste aan den voet van den eikenboom. Hij begon in te slapen, toen een eikel losgeraakt, en, uit den hoogen boom op zijne neus valt. Onze tuinman, wordt met schrik wakker, slaakt eene kreet, ziet de oorzaak van zijn ongeval. O! O!, zegt hij, mijne neus bloedt! Wat zou mij wel overkomen zijn, indien die eikel een kalebas ware geweest! God heeft liet niet gewild; hij had ongetwijfeld gelijk. Ik begrijp nu wel waarom hij zóó en niet anders gedaan heeft. En de goddelijke wijsheid lovende, ging hij naar huis.

Doe even als die goede man ; en, wel verre van de goddelijke Voorzienigheid te ontkennen, wacht u wel van over haar te klagen.

V.

De Godsdienst is goed voor de vrouwen.

Antw. En waarom dan niet voor de mannen ?

Hij is waar, of hij is valsch. Is hij waar, dan is hij het evenzeer (en dus ook cjoed) voor de mannen als voor de vrouwen. Is hij

ocr page 34

tegen den godsdienst. 31

valsch, dan is hij niet beter voor de vrouwen dan voor de mannen ; want de leugen deugt voor niemand.

Ja, ongetwijfeld, «de Godsdienst is goed voor de vrouwen;quot; maar ook, en volstrekt om dezelfde reden, is hij goed voor de mannen.

De mannen hebben niet minder dan de vrouwen, hartstochten,.en dikwijls zeer hevige, te bestrijden; en evenzeer als de vrouwen, kunnen de mannen ze niet overwinnen, dan door de vrees en de liefde voor God , dan door de machtige middelen die de Godsdienst alleen hun verschaft.

Voor de mannen, evenzeer als voor de vrouwen, is hetlevenvolmoeielijkeenlastige plichten: plichten jegens God, plichten jegens de maatschappij, plichten jegens het huisgezin, plichten jegens zich zelven.

De mannen moeten evenals de vrouwen, God aanbidden en dienen, eene onsterfelijke ziel redden, ondeugden onderdrukken, deugden beoefenen, een hemel winnen, eene hel vermijden, een oordeel vreezen, zich tot een altijd dreigenden dood voorbereiden.

Voor de mannen zoo goed als voor de vrouwen, is Jezus Christus aan het kruis gestorven, en zijne geboden zijn voor iedereen geschreven.

ocr page 35

32 antwoorden op de bedenkingen

De Godsdienst is dus even goed voor de mannen als voor de vrouwen ; en bestaat er een onderscheid, dan is het daarin gelegen, dat hij nog onmisbaarder is voor de mannen dan voor de vrouwen. De mannen toch zijn blootgesteld aan meer gevaren, zij kunnen het kwaad gemakkelijker doen, en zij zijn meer omgeven van kwade voorbeelden, voornamelijk met betrekking tot de slechte zeden, de onmatigheid en het verzuim der godsdienstplichten.

De Godsdienst is goed voor iedereen. Hij is vooral noodzakelijk voor degenen die zeggen dat hij niet voor hen gemaakt is. Hoe meer men hem noodigheeft, hoe minder men er van wil weten.

VI.

Het is voldoende een braaf mensch te zijn;

dat is de beste godsdienst, dat is genoeg

Antw. Jawel, om niet gehangen te worden, maar volstrekt niet om in den hemel te komen. — Ja, voor de menschen; neen, voor God, den oppersten Hechter.

i.

•-■Het is voldoende een braaf mensch te zijnquot; zegt gij. — Het zij zoo; maar laten wij elkander eens goed verstaan. Wat noemt ge een braaf mensch ? — Het komt mij voor

ocr page 36

TEGEN DEN GODSDIENST. 33

dat dit woord zeer rekbaar, zeer gemakkelijk is, ieders smaak kan voldoen.

Neem daarvan eens de proef. Vraag eens aan dien losbandigen jongeling, of men, met hot meer dan lichtzinnig leven, dat hij leidt, een braaf mensch kan wezen? — quot;Kunt gij dat vragen ! zal hij antwoorden ; de dwaasheden der jeugd beletten volstrekt niet, dat men een braaf mensch is. Ik beweer ten minste het te wezen; en ik zou wel eens willen zien dat iemand mij dien schoonen titel zou durven betwisten!quot;

Vraag vervolgens aan den koopman, die stoffen van mindere kwaliteit koopt, en ze vervolgens verkoopt alsof ze van de eerste kwaliteit waren; aan dien werkman die, wanneer men hem bij dagloonen betaalt, de helft minder arbeidt dan wanneer hij op stuk werkt; aan dien patroon, die misbruik maakt van de dure tijden, om zijnen arbeiders de noodzakelijke rust van den Zondag te ontrooven; vraag hun of hetgeen ze doen hun belet brave lieden te zijn ? En geen hunner zal aarzelen u te antwoorden dat hij een braaf man is, en dat die kleine streken, die handigheidnietsterzakeafdoen.

Vraag ook aan dien doorbrenger, of zijne verkwisting, aan dien grijsaard, of zijne schandelijke gierigheid, aan dien kroegloo-

ocr page 37

34 antwoorden op de bedenkingen

per, of zijne dronkenschap, hun hunne braaiheid doen verliezen ? En iedereen zal verschooning vragen voor zijn gelicfkoosden hartstocht, en verklaren dal hij een braaf, een zeer braaf mensch is!

Derhalve, volgens de bekentenis zeiveder brave lieden van welke hier sprake is, kan een lichtmis, een bedrieger, een dronkaard, een gierigaard, een woekeraar, een verkwister, een losbol, een braaf mensch zijn, en niemand kan hem dien titel betwisten, als hij maar geen geld gestolen of geen moord begaan heeft.

Wel, die nieuwe zedeleer is al zeer gemakkelijk ! Al wie niets uitstaande heeft met het gerecht, zal geen rekenschap aan God behoeven te geven. — Voortaan zal men de lieden niet naar het hart, maar naar den schouder moeten beoordeelen; en ieder die geen brandmerk draagt, zal geacht worden goed te zijn voor den Hemel !

En gij noemt dat den godsdienst van den braven man! — En gij beweert dat het uw godsdienst is? dat het de beste godsdienst is ? een godsdienst welke alles veroorlooft, behalve diefstal en manslag! Kom, kom, dat meent ge niet ! Dat is het kwaad goed noemen, dat iseeneafschuwelijke leer, dat is geen godsdienst.

ocr page 38

tegen den godsdienst.

ii-

«Maar, zegt gij, dan versta ik onder braaf man, meer dan men gewoonlijk daaronder Legrijpt. Ik noem een hraaf wan dengene, die goed al zijne plichten vervult, die het goed doet en het kwaad vermijdt.quot;

En ik antwoord u dan en verzeker u, steunende op de ondervinding, dat indien gij zijt, wat gij zegt te zijn, zonder de machtige hulp van den godsdienst, gij liet achtste wonder der wereld zijt; maar ik wed honderd tegen een, dat gij het niet zijt.

Gij zult mij toch niet willen wijs maken, dat gij geen hartstochten, geen ongeregelde neigingen hebt; ieder mensch heefter, en velen. — Indien gij derhalve geneigd zijt tot losbandigheid, tot gulzigheid, tot zingenot, wie zal u dan in toorn houden? — Indien gij overhelt tot toorn, tot luiheid, tot hoogmoed, wie zal die hartstochten beheerschen ? Wie zal uwen arm tegenhouden? Wie zal uwe tong bedwingen? Zal het de vreeze Gods zijn? Maar daarvan is geen sprake in dien godsdienst van den braven man. — De stem der rede? Maar wij weten hoeveel men op de rede kan rekenen als zij in strijd is met een hevigen hartstocht. — Wat dan? In waarheid, er blijft niets over dan de vrees voor de politie, voor de gewapende mach'.

35

ocr page 39

36 antwoorden op de bedenkingen

Welkeen edele godsdienst, nietwaar? — Ik maak er u mijn compliment over. — Ik houd meer van den mijne.

De christelijke godsdienst alleen levert krachtdadige geneesmiddelen op voor onze hartstochten, en bezit een voldoenden breidel voor hunne opwellingen. Wilt gij niet aannemen dat een mensch niet kan zondigen, dat hij een enge] is (en dat is niet zoo), dan moet gij noodwendig besluiten, dat wij, zonder de krachtige hulpmiddelen welke het christendom ons geeft, niet aanhoudend ye-trouw hunnen zijn aan al degrooteplich-ten, zonder wier vervulling men niet een wezenlijk braaf mensch kan zijn..

Buiten het christendom, kunnen wij vooral ze niet vervullen met die oprechtheid van meening, welke er de geheelezedelijkeschoon-heid van uitmaakt.

De deugdzaamste christenen (zoo groot is die menschelijke zwakheid waarvan gij beweert vrij te zijn!) komen zeiven dikwijls in plichten te kort, ondanks de bovennatuurlijke kracht, welke zij uitliet geloof putten. En gij, die dezen alvermogendenbreidel niet bezit, gij, die zijt overgegeven aan de neigingen der natuur, gij, die zijt blootgesteld aan duizenden gevaren der wereld, zoudt gij willen beweren altous getrouw te zijn?

ocr page 40

tegen den godsdienst. 37

Ik verzeker hot ten stelligste, hij die, zonder christen te zijn, zich een braaf man noemt (in den zin, dien wij zoo even hebben aangegeven) bedriegt zich zeer, of hij spreekt legen zijn geweten.

in.

Maar ik ga verder. Zelfs al zag ik u uwe plichten van burger, van vader, van echtgenoot, van zoon, van vriend, kortom al de plichten die den braven man naar de wereld uitmaken, volkomen goed vervullen, dan zou ik nog zeggen: «Dit is niet voldoende!quot;

Neen, dit is nici voldoende, — Waarom dan? Omdat er een God bestaat, die in do Hemelen heerscht, die u geschapen heeft, die u in het leven houdt, die u tot zich roept, die u eene bepaalde wet voorschrijft, welke niemand ter wereld mag terzijdestellen.— Omdat gij jegens dien God bepaalde plichten van aanbiddincr, van dankzesjffing, van

Oquot; OO O '

gebed hebt, die even gestreng, even noodzakelijk, en zelfs wezenlijk minder aan verjaring onderworpen zijn, dan uwe plichten jegens uwe naasten.

Kan een ondankbare, een weerspannige zeggen; vlk ben goed; ik heb mij niets te verwijten?quot; Voorzeker, neen ! — Welnu, gij zijteen ondankbare, een weerspannige, gij, brave man naar de wereld, diedengoe-

ocr page 41

38 antwoorden op de bedenkingen

den God vergeet! — Hij is uw Vader ; gij zijt hem liet aanzijn, helleven, het verstand de zedelijke waardigheid, do gezondheid, uwe goederen, alles verschuldigd ; hij heeft de wereld om uwentwil geschapen, voor uw nut, voor uw genoegen. — Hij zelve heeft u zijne wet geleerd; hij heeft u verlost. Hij bereidt u in den Hemel een onuitsprekelijk geluk voor. — Hij is uw Heer; hij is uw Meester; hij zegent u ; hij vergeeft u, hij hemint u ; hij wacht u !

En gij, wat geeft hij hem van uwen kant? Welke liefde, welken eerbied, welke huidc' Gij pluist koeltjes en haarfijn de voorwendsels uit welke zijne vijanden uitvinden, om u aan zijnen dienst Le onttrekken. Wellicht hebt gij alleen schimp, haat, verachting veil voor al wat tot zijnen eeredienstbetrekking lieefli Gij bidt hem niet. Gij aanbidt hem niet. Gij bedankt hem niel. Gij steekt den draak met het geloof aan zijn woord, met de naleving zijner wetten !

Ondankbare! — En gij hebt u zelvcn niets te verwijten? En gij vervult ai, uwe plichlcn ?____

Geloof mij, bedrieg u zelven niet langer! Waartoe dient hot zich zelvcn 1e misleiden? Waartoe zal men zich zelven onlveinzendat men ongelijk heeft?

ocr page 42

tegen den godsdienst.

Erkennen wij veeleer dat hetjuk vanden godsdienst, dat is hetjuk van den plicht, ons verschrikt heeft, on dat Avij dien godsdiens/, van den braven man hebben uitgevonden, om ons niet al le schaamteloos van dien last te ontslaan.

Niet slechts is die godsdienst niet voldoende, maar, om u de waarheid te zeggen, het is niet anders dan een holle, zinledige klank, welke geen ander doel heeft dan om, in do oogen dor wereld en in onze eigene oogen, wanordelijkheden, zwakheden Le bewimpelen, waarvoor do beoefening van het Christendom hel eonig geneesmiddel is vii.

Mijn godsdienst bestaat in anderen goed te doen.

Antw. Opperbest. Hetzelfde beveelt de christelijke godsdienst ons met den meesten aandrang; bij gaat zelfs zoo ver van dien plicht gelijk le stollen met den grooten en voornaamsten plicht om God te beminnen : quot;Gij zult, loerl ons het geloof, don Heer uwen Gon beminnen uit geheel uw hart, dat is hot eerste gebod. En het tweede, dat aan het eerste gelijk is, luidt: gij zult uwen naaste liefhebbon, als u zolven,quot;

Dat zijn de eigen woorden van Jezus Christus, (Ev. volgens Matthseus, hoofd-

39

ocr page 43

40 antwoorden op de bedenkingen

stuk 22); maar hij voegt er iets bij, waarop gij geen acht slaat. quot;Aan deze twee cje-boden hangt de geheele wet.quot;

Gij, wiens godsdienst, zooals ge zegt, alleen bestaat in anderen goed l.c doen, gij stelt een der geboden ter zijde, het voornaamste, het gebod dal gewoonlijk het andere doet ontstaan, dat het ontwikkelt, hel voedt, het tot den heldenmoed doet opklimmen, het gebod dal hetalleen verheft tol een rjods(]iensl\)\'ic\).t ; het gebod van de liefde GoDsen vandeverplichtingom hemtedienen Men moet zijne heide becncn hebben om te loopen, is het niet waar? Eveneens moet men, om zijne bestemming op aarde te vervullen en in den hemel te komen, de heide groote geboden beoefenen:

1°. Gij zuil uwen Gon beminnen, 2°. Gij zult uwe broeders gelijkuzeiven beminnen.

Het tweede gebeurt dan ook zeer zeldzaam, waar het eerste geen plaats vindt; de ondervinding van negentien eeuwenisdaar, om het te getuigen. De christenen, die de liefde tot hunne naasten doen steunen op de liefde tot God, zijn de eenigen, (\icwaar-lij h, werkdadig, zuiver en aanhoudend beminnen.

Wie zijn de grootste weldoeners der lij-

ocr page 44

tegen den godsdienst.

dende menschheid geweest? Heiligen, dal is menschen, brandende van liefde tot God.

Om er slechts een ie noemen onder allen, den heiligen Vineen/his a Paulo, dien held der broederliefde, dien vader van al do ongelukkigen, die nog wèl doet over de gansclie aarde, door middel der liefdewerken door hem gesticht! Wie wasdieheilige Vincentius a Paulo ? Een priester, een man der Kerk ! Waaraan ontleende hij die verwonderlijke liefde jegens zijne evennaasten? Aan de liefde Gods, aan de beoefening van dengodsdienst van Jezus Christus.

Welke instellingen 'van weldadigheid bloeien het meest (om niet te zeggen bloeien nlleru)? Welke dier instellingen leven,ontwikkelen zich, blijven bestaan dooralleeeu-wen? Die welke de Kerk sticht; die, welke berusten op eene godsdienstige gedachte; die, welke gekroond zijn met het kruis van Jezus Christus.

Wie heeft de gasthuizen gesticht? De Kerk.

Wie heeft gedurende alle tijden zich aangetrokken, en trekt zich nog heden ton dage aan, ondanks de belemmeringen, die blinde regeeringen haar in den weg slellon, al de ellenden, hetzij van do ziel, hetzij van het lichaam, hetzij van de kindschhoid, hetzij

41

ocr page 45

42 antwoorden op de bedenkingen

van den mannelijken leeftijd, hetzij van den ouderdom ? De Kerk

Wie heeft, ten einde elke dier ellenden te lenigen, godsdienstige orden vanmannen of van vrouwen gesticht, bezig, deeenemet do kleine verlatene kinderen, de anderen met de opvoeding der armen, de derden met de verzorging der zieken, dezen met de verzorging der krankzinnigen, genen met de vrijkooping der gevangenen, met het ver-leenen van gastvrijheid aan de reizigers, enz. enz. ! De Kerk, en de Kerk alleen.

Zij is het, die de volmaaktste liefde voor de mcnschheid voortbrengt; zij is het d ie AQlie.fdcziislcr evenals den missionnaris en den rnonnikva.nclcn S/..Bernord vormt! — Altijd de liefde Gods, als de hechtste grondslag van de liefde der menschen.

In onze dagen spreekt men, meer dar, ooit, veel van menschlievendheid, van broederschap, van liefde voor de armen. Men bouwt stelsels : fraaie woorden kostenniets; men maakt boeken en houdt redevoeringen Waarom heeft dat alles zoo weinig goed gevolg? Omdat de godsdienst die pogingen niet levend maakt. Een gevolg kan niet bestaan zonder zijne oorzaak ; de oorzaak, het vruchtbaarste beginsel der broederliefde, is de goddelijke liefde of de liefde tot God.

ocr page 46

TEGEN DEN GODSDIENST.

Wantrouw derhalve die fraaie stelsels van broederschap, welke den godsdienst erbuiten laten. Buiten onzen Heer Jezus Christus, best aat er geen werkdaxlige, zuivere, hechte en duurzame menschenliefde.

VIII

De godsdienst zou beter doen van wat minder over het toekomstig leven te spreken, zich wat meer te bemoeien met het tegenwoordig leven, en de ellende daaruit weg te nemen.

Antw. De Godsdienst spreekt veel over het andere leven, omdat het andere leven eeuwig, en daarom van een onmetelijk gewicht is, en wel verdient dat men zich daarmede nog meer bezig houdt, dan met dit leven. Daar wordt immers voor altijd die grooto vraag van geluk of van ongeluk beslist; op de aarde bereiden wij die oplossing slechts voor.

Maar al spreekt hij veel over het eeuwig leven, dan past de Godsdienst er wel op, dat hij het leven op deze aarde niet veronachtzaamt. Hij heeft het oog gevestigd op al de belangen van den mensch, op zijn ziel, op zijn lichaam, op zijn voorbijgaand, op zijn toekomstig en onveranderlijk leven ; bij vergeet niets.

Indien hij de ellende nietgeheel en al wegneemt, dan heeft het deze reden : dat de ellende niet weggenomen kan worden ; —

43

ocr page 47

44 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

on de ellende kan niet worden weggenomen, omdat de oorzaken, die haarvoortbren-gen, niel kunnen worden weggeruimd.

De eerste dier oorzaken is de ongelijkheid van de lichamelijke krachten, van de gezondheid, van de talenten, van het verstand, van de bedrijvigheid onder de menschen.— Indien ik, ten gevolge van een toeval, of eenvoudig door ouderdom, denoodigekracht verlies om mijne betrekking te vervullen, zal ik dan niet tot armoede vervallen? — Indien ik, ondanks mijne pogingen, zoo onbekwaam lien, dat ik minder goed arbeid dan mijne mededingers, zullen mijne klanten zich dan niet bij voorkeur wenden tot de meer bekwamen; en zal ik dan niet tot armoede vervallen?— En evenwel, wie is er die u kan waarborgen voor ziekte, toevallen, ouderdom? Wie kan verstand geven aan dengene die het niet bezit? AVie kan de menschen gelijk maken in kracht, in verstand, in goeden wil?____Ziedaar dus eene

zeer vruchtbare oorzaak van ellende, diode Godsdienst zelfs bij geen mogelijkheid kan wegnemen.

De tweede oorzaak der ellende, niet minder groot dan de andere, zijn de ondeugden onzer arme natuur, bedorven door de zonde; de 1 uiheid, de losbandigheid, de dronken -

ocr page 48

tegen den godsdienst. 45

schap, de liefde tot vermaak, de wraak, de hoogmoed, enz.

Hoe vele armen zijn ongelukkig door h unne schuld ? Negentien van de twintig. Zij beschuldigen God en zouden niemand anders dan zich zeiven moeten beschuldigen. De goede armen vinden spoedig hulp; God en de vrienden der armen verlaten hen nooit!

De armoede is, even als de ziekte en de dood, de straf der zonde. Het is onmogelijk haar weg te nemen! want het is onmogelijk de erfzonde weg te nemen, die een voldongen feit is, en den mensch onzondigbaar te maken. — Maar het is mogelijk, en de Godsdienst doet dat op bewonderenswaardige wijze, om de ellende te verminderen, haar te lenigen, te verzachten, dragelijk te maken, haar eindelijk te heiligen.

De godsdienst vereert in onslichaam den tempel dier onsterfelijke ziel, welkezelvede levende tempel Gods is. Hij geeft zich moeite om al de smarten van dien tempel te genezen, zelfs te voorkomen,door die duizende instellingen van liefdadigheid, die godshuizen van allerlei aard, welke de christen wereld bedek ken, Overal waar naar zijne stem geluisterd wordt, wordt de rijke vriend, de broeder, dikwijls de dienaar van den arme. Bijstort met vreugde zijn' overvloed in den schoot

ocr page 49

46 antwoorden op de bedenkingen

der ongelukkigen uit. De arme, op zijne beurt, leert hopen. Hij leert in de school van Jezus Chkistus geduldig verdragen, en soms gaat hij zoover van het lijden te beminnen, hetwelk hij weet in de aanbiddelijke raadsbesluiten zijns hemelschenVaders bestemd te zijn, om zijne getrouwheid te beproeven, om hem te zuiveren van zijne fouten, om hem gelijkvormige!- te maken aan zijn armen en gekruisten Verlosser, om hem onuitsprekelijke schatten van geluk in het eeuwige vaderland te doen opeenstapelen!... Hoe veel goede armen heb ik God niet zien bedanken voor bun lijden, zich zien verheugen over hunne ontberingen.

De Godsdienst doet derhalve hetgeen hij moet doen, wanneer hij zich met ons in dit leven bezig houdt, en wanneer hij zich nog meer laat gelegen liggen aan het toekomstig leven.

Niemand kan zich over hem beklagen. Dat de rijken goede, en daardoor liefderijke christenen worden; dat de armen goede, en daardoor geduldige christenen worden; daarin ligt het gansche geheim opgesloten.

IX.

Men moet van het leven genieten: men moet zich zeiven goede dagen bezorgen; want God heeft ons alleen kunnen scheppen om ons gelukkig te maken.

Antw. O ja! God heeft ons in zijne goed-

ocr page 50

tegen den godsdienst. 47

heid alleen geschapen om ons gelukkig te maken! Maar de groote vraag is, dat wij ons niet vergissen omtrent het geluk.

Gij tracht gelukkig te zijn. Gij hebt gelijk. Maar pas op dat giju niet vergist inde keus der middelen! Verschillende wegen

zijn u geopend; ééniocrj ulleenistXewixve____

wee dengene, die den verkeerden weg inslaat !!!...

Meer dan ooit vervalt men in onzen tijd in die dwaling; want nimmer werd, dunkt mij, de wereld in dit opzicht met meer leugenachtige leerstellingen overstroomd. — Schuldige of dwalende lieden verspreiden heinde en ver, en door de duizende middelen, die de pers aan de handgeeft,leerstellingen, welke al de hartstochten streelen, en daardoor gemakkelijk ingang vinden in den geest der bevolking.

Zij willen ons overtuigen, dat wij slechts op aarde zijn om te genieten ; dat de verwachtingen van het toekomstig loven hersenschimmen zijn ; dat het geluk bestaat in den stoffelijken voorspoed, in het gelden in de genietingen die het verschaft. — Dat is de leer van het vermaak.

Ziedaar de leer, die tegenwoordig tracht de bovenhand te verkrijgen op het christendom, en die poogt het geluk stoffelijk tema-

ocr page 51

48 antwoorden en bedenkingen

ken — In de vorige eeuw noemde men het 'philosophic,; heden ten dage hesLempelt men het met den naam van socialisme.

Ik zal u de beleediging niet aandoen van u te bewijzen, dat het geluk hetwelk het genot oplevert verlagend is. Dat springt in het oog. Het vernietigt al hetgeen ons onderscheidt van de heesten, het goede, de deugd, de christelijke liefde, de zedelijke orde. De mensch verschilt niet meer van zijnen hond dan door het vel en het gezicht; het geluk is hetzelfde voor den een evenals voor den andere, de voldoening van al zijne neigingen het zingenot!

Maar men is niet genoeg overtuigd, en daarom wil ik er de aandacht op vestigen, van de praktische onmogelijkheid der socialistische leer, de ongerijmdheid van het algemeen geluk dat zij predikt.

Ik zou u met den vinger willen doen aanraken hmx volstrekte tegenstrijdigheid met de natuur der dingen, met debestaan-de feiten, die niemand kan veranderen; u overtuigen dat zij niets is dan een droom, eene gevaarlijke en lielachelijke utopie, en dat niets schuilt achter de grooto woorden waarmede zij zich optooit.

Indien er een erkend feit bestaat, even helder als het zonnelicht, dan is het voor-

ocr page 52

tegen den godsd enst.

zeker do treurige noodzakelijkheid waarin wij ons allen bevinden om le lijden en le sterven, dat is deloestand van alle mensclien op deze aarde; dat is de staat waarin ik mij Levind, waarin gij zijl, waarin onze voorvaders geleefd hebben, waarin onzekinderen zich zullen geplaatst zien, waaraan geen menschelijke macht ons kan onttrekken.

Zijn er niet op deze wereld, ik vraag het u, en zullen er niet altijd, altijd en nog eens altijd ziekten, wederwaardigheden, smarten bèstaan? Zijn er niet en zullen er niet altijd zijn weduwen en weezen? troos-telooze moeders, die hij de ledige wieg van haar kindje weenen?...

Zijn er niet en zullen er niet altijd zijn tegenstrijdige karakters, botsingen van den eenen wil tegen den andere, zeer grooteteleurstellingen ?

Niets zal dien staat van zaken kunnen veranderen? Zal ecne nieuwe inrichting der maatschappij, welke ook, voorkomen dat wij ziekten hebben, dat wij lijden ondergaan ; — zal zij verkoudheden, de koorts, het voeteuvel, de cholera verhinderen? Zal zij beletten dat wij degenen verliezen die wij beminnen ? Zal zij de zoo onaangename afwijkingen in de weergesteldheid derjaargetijden, do strenge winterkou de, debrandende

4

49

ocr page 53

50 antwoorden op de bedenkingen

zomerliitto beletten?____ Zal zij beletten dat

de mensch ondeugden heeft ? hoogmoed, baatzucht, toorn, haat? Zal zij hem vooral beletten te sterven ?

Bestaat dat alles of bestaat het niet ? En is het niet even zeker dat hei hesiaat, als het zeker is dat het allijd zal beslaan ? Men zou zijn verstand verloren moeten hebben om het te ontkennen.

En wat wordt, eilieve, bij het bestaan van dat feit, wat wordt, te midden van zoovele onvermijdelijke kwalen, dat ongestoord genot, dat volmaakt aardsche geluk, hetwelk het Socialisme ons belooft? — Zie, daar nadert de ziekte, het verdriet, dedood, en het wordt vernietigd !... En die vreese-lijke vijanden staan altijd voor de deur.

Derhalve is uw Communisme, uw Socialisme (noem hot zooals het u zal believen) een droom, een ijdole utopie, tegenstrijdig met de natuur der dingen.

Derhalve bedriegt het zich zeiven of het bedriegt mij, als het mij de rust vanhetge-luk op aarde belooft, waar ze niet beslaan kan, en wanneer het die doet bestaanin een onmogelijken staat van genot.

Derhalve moetik het geluk elders zoeken; want ergens bestaat het, dat weet ik; de wijsheid, de goedheid, de almacht Gods

ocr page 54

tegen den godsdienst.

strekkenmij daartoe lot zekeren waarborg!...

Waar dan? — Daar, waar liet Christendom het mij aantoont: in kiem op aarde, in volkomenheid in den hemel.

Het Christendom, van zijn kant. komt volkomen overeen met het groote feit van onzen sterfelijken toestand. Het Jogt ons het vreeselijk vraagstuk van het lijden en van het geluk uit.

Het neemt den mensch geheel en al en ^ooft/s hij is; liet neemt wezenlijke feilen in aanmerking, die het Socialisme ontkent (de oorspronkelijke staat van verval, de veroordeeling tot hoe te, de verlossing dooi- Jezus Christus, de noodzakelijkheid om den Zaligmaker na te volgen, ten einde deelteheh-Len aan zijne verlossing, het eeuwige leven dat ons wacht, enz.) Hot redeneert niet in de lucht, zooals het Socialisme, en op hersenschimmige onderstellingen.

Het Socialisme ziet slechts in onsde schors, het vergeet de pit, de ziel. — Het Christendom vergeelde schors, hetlichaamgeenszins, maar het ziet ook de pit, en vindt dat de pit nog heter is dan de schors.

— Het brengt alles terug tot de ziel, tot de eeuwigheid, tot God.

Door cene even zachte als machtige werking, zuivert het de ziel langzamerhand van

51

ocr page 55

52 ANTWOORDEN Or DE BEDENKINGEN

haren hoogmoed, van hare eigenbaat, van hare begeerlijkbeden, van hare buitensporigheden, kortom van al hare ondeugden ; en liet dringt aldus door tot den diepsten wortel van de meeste dier kwalen, welke wij zoo-even opnoemden. En inderdaad, onze ongelukken komen 1 (ijnaaltijd voort uit onze harts-tochlen; en het Christendom stilt en onderdrukt die hartstochten, houdt ze in bedwang.

Het geeft aan ons hart die vreugde, dien zoelen vrede, welken de zuiverheid van het geweten voortbrengt.

Het geloofwijst ons duidelijk den weg aan, die tot het geluk voert; de hoop en de liefde doen ons dien weg bewandelen, en maken het juk van den plicht zoet, beminnelijk.

Indien het zooveel voor de ziel doet, hel Christendom, wij hebben het gezegd, vergeet het lichaam niet. Wij hebben reeds gezien boevele zorgen het daarvoor draagt.

O

Het houdt zich daarmede niet bezig, als ware het lichaam het voornaamste en de meester (dat zou eene wanordelijkheidzijn), maar als het aanhangsel en de medgezel. liet bewaart het door de matigheid en de kuischheid ; het heiligthet door den uitwen-digen eeredienst, door hot ontvangen dei-Sacramenten. en vooral door de vcreenigins'

O O

ocr page 56

tegen den godsdienst. 53

met het heilig lichaam van Jezus Christus in de Eucharistie.

Het ontvangt zijn laatsten snik, het vergezelt het met eer tot aan zijne laatste woonplaats; en, daar zelfs, zegt het Christendom aan het lichaam nog niet een eeuwig vaarwel!.... Het weet dat eenmaal dat christelijk lichaam, gelouterd door het doopsel des doods, glansrijk uit zijne asch zal opstaan, zal verrijzen in de heerlijkheid, zalvereenigd worden met zijne ziel, en met haar in het paradijs onuitsprekelijke genietingen zal smaken!____

Ziedaar het Christendom.

Het kent, belooft, geeft het geluk.

Het geeft op aarde, wat mogelijk is op aarde. Geeft het niet alles, dan is dat een gevolg daarvan, dat op deze wereld niet alles moet en kan gegeven worden.

Het ondersteunt zijne beloften metdeon-wedersprekelijkste bewijzen. Wat hij nog niet heeft, de christen ivcel, is zeker, dat hij het eenmaal zal hebben.

Daarom is iedere icare Christen gelukkig. Er zijn verdrietelijkheden, smarten____

Het is onmogelijk die niet te gevoelen, maar zijn hart is nooit ledig, altijd kalm en tevreden.

Behandelt het Socialisme ook zóó de arme

ocr page 57

54 antwoorden op de bedenkingen

verdwaalden, die het door zijne hersenschimmen in slaap wiegt? Hij belooft wat geene menschelijke macht kan geven; het belooft

het onmogelijke..... Het heeft geen andere

bewijzen dan de vermetele bevestiging van zijne hoofden ; en kunnen dan die hoofden zooveel vertrouwen inboezemen?

aDe wereld zal gelukkig zijn, zeggen zij, wanneer alles zal veranderd loezen.quot; — Ja; maar wanneer zal alles veranderd zijn1. — Indien, zooals wij meenen het bewezen te hebben, die verandering strijdig is met de natuur der dingen, dan loopt de wereld groot gevaar om het geluk nooit te kennen.

Het Socialisme doet evenals de pruikenmaker uit Gasconje die op zijn uithangbord schreef:

Morgen scheert rti'-'n hier voor niet.

Morgen moest altijd morgen blijven; en heden kwam nooit.

Het Socialisme wil belooning zonder arbeid; de christen wil belooning na arbeid.

Het Socialisme spreekt als de slechte arbeiders, de christen als de goede. Daarom neemt iedere straatslijper, iedere luiaard de leer van het Socialisme gaarne aan, en sluit hij instinktmatig de ooren voor de stem van den Godsdienst.

Dat ons land zich derhalve wachte voor

ocr page 58

tegen den godsdienst.

die holle, maar verleidelijke beloften, waarmede zijne vijanden hunne dagbladen, hunne

romans, hunne pamfletten opvullen.....

Dat het die beloften van de hand wijze, dat het, door zijne verachting, recht doe wedervaren aan de mannen, die zich niet schamen om hunne broeders het onedele geluk der dieren, hetzingenotvoor te spiegelen. Heffen wij het hoofd omhoog, doen wij ons ingesluimerd geloof weder ontwaken, worden wij weder christenen! Daarin ligt het hulpmiddel voor onze kwalen opgesloten. Lee-ren wij, even als onze voorvaderen, de goddelijke lessen begrijpen, die de Grootb Meester ons omtrent het geluk heeft achtergelaten :

«Gelukkig, zegt hij, gelukkig de armen van geest, (dat wil zeggen degenen die onthecht zijn aan de brooze goederen der aarde!), want hun is het rijk der Hemelen !

quot;Gelukkig zijn de zachtmoedigenende vreedzamen; want zij zullen kinderen Gods genoemd worden!

«Gelukkig zijn zij, die weenen; want zij zullen vertroost worden l

quot;Gelukkig zijn d.eharmhartigen-, want zij zullen barmhartigheid verwerven!

quot;Gelukkig zijn de zuiveren van harte-, want zij zullen God zien!quot;

55

9-

ocr page 59

56 antwoorden op de bedenkingen

Onderrichten wij ons in, on doordringen wij ons van dien katholieken godsdienst, welke Frankrijk heeft voortgebracht! Doordringen wij daarvan ons verstand, ons hart, onze gewoonten, onze instellingen, onze wetten ! Wij zullen dan het geluk hebben dat mogelijk is op deze wereld, cn het volmaakte geluk hiernamaals!

Hij, die meer wil, is een dwaas, die noch liet een, noch hel andere zal genieten.

X.

Ei' zijn geleerde en verstandige lieden die niet in den Godsdienst gelooven.

Antw. Kan men daaruit eenige andere gevolgtrekking maken dan deze, dat het, om van God de gave des geloofs te verkrijgen, niet voldoende is wereklsche wetenschap of verstand te bezitten, maar dat men daarenboven een oprecht, zuiver, nederig, goed gestemd hart moet hebben, gereed om de offers te brengen welke de kennis der waarheid zal opleggen !

En dat nu ontbreekt aan het klein getal der ongodsdienstige geleerden;

lo. Zij zijn onverschillig of onwetend in zake van Godsdienst : verslonden in hunne wiskundige, sterrekundige, of natuurkundige studiën, denken zo niet aan God of aan

ocr page 60

tegen den godsdienst.

hunne ziel.' Met betrekking tot den Godsdienst, zijn ze weetnieten, en hun oordeel daarover heeft niet meer waarde dan het oordeel van een wiskundige over muziek of schilderkunst.

Er bestaan geleerden die onwetender zijn omtrent den Godsdienst, dan een kind van tien jaren dat den Catechismus getrouw bijwoont.

2°. Of. en dit gebeurt menigvuldiger, die lieden zijn hoogmoedigen, welke God willen beoordeelen, met hem willen handelen als van gelijken tot gelijken, en Zijn woord willen afmeten naar den omvang van hunne zwakke rede De hoogmoed is de grootste van alle ondeugden Daarom verwerpt men hen terecht als vermetelen, en beroofd van het licht dat alleen aan de eenvoudigen en nederigen van harte wordt gegeven De goede God houdt niet van opstand.

3°. Of wel, en dit gebeurt nog meer en gaat, gewoonlijk, gepaard met twee andere ondeugden, — die geleerden hebben ondeug-den, welke ze niet willen afleggen, en die zij weten dat onvereenigbaar zijn met den christelijken Godsdienst.

Wil men, daarenboven, het getal en de waarde der getuigenissen wegen, dan verdwijnt de moeielijkheid ten eenenmale.

57

ocr page 61

58 antwoorden op de bedenkingen

Men kan aannemen, dat sedert achttien honderd jaren, onder de uitstekende mannen van elke eeuw, er niet één ongeloovige op twintig is geweest

En men kan nog aannemen, dat onder dit gering getal ongeloovigen, de meerderheid niet standvastig is geweest in hare on-geloovigheid en dat die mannen zich, vóór dat ze stierven, in de armen wieden van dien Godsdienst, welken zij gelasterd hadden. — Zoo deden, onder anderen, verscheidene hoofden van de voltairiaansche school der 18de eeuw, Montesquieu, Buffon, La Harpe, enz.

Voltaire zelve, te Parijs ziek liggende, liet den pastoor van Suint-Sulpice roepen, een maand ongeveer vóór zijn dood. — Het gevaar ging voorhij, en met het gevaar, de vrees voor God Maar een tweede krisis vond plaats ; de vrienden van dengoddelooze snelden toe. ... Zijn geneesheer, die ooggetuige was, verklaart dat Voltaire op nieuw

de hulp van den Godsdienst inriep.....maar

ditmaal was het te vergeefs; men liet den priester niet tot den stervende naderen, die den laatsten adem uitblies in eeno afgrijselijke wanhoop!

DAlembert wilde ook biechten; en het werd hem, even als zijn meester, door de philosophen, die zijn bed omringden, belet.

ocr page 62

TEGEN DEN GODSDIENST.

— quot;Indien wij niet, daar geweest waren, zeide een hunner, dan zou hij door de mand gevallen zijn even als de anderen!quot;

Welke zedelijke waarde hebben die mannen? en wat bewijst hunne ongodsdienstigheid,, vooral indien gij hun tegenoverstelt het verlichte geloof der grootste geleerden, der verhevenste geniën, der eerbiedwaardigste lieden, die op aarde verschenen zijn?

Het geloof, vergeet dat niet, legde hun, even als aan alle menschen, een onaangena-men dwang, slaafscheplichten op. De klaarblijkelijkheid alleen van de waarheid des Christensdoms heeft hen tot onderwerping kunnen dwingen.

Zonder te spreken van de bewonderens-waardiafe leeraars die de Kerk de Kerkva-

O

ders noemt, en die bijna de eenige wijsgee-ren, de eenige geleerden der vijftien eerste eeuwen waren, zoo als de heilige Athanasius, de heilige Ambrosius, de heilige Gregorius de Groote, de heilige Hieronymus, de heilige Augustinus, de heilige Bernardus, de heilige Thomas van Aquinen (wellicht de wonderbaarste mensch die ooit bestaan heeft), hoeveel beroemde namen telt de Godsdienst niet op de lijst barer kinderen?

Ruiger Bacon, Copernicus, Cortesius, Pascal, Malebranche, d'A guesseau, La-

ocr page 63

60 antwoorden op de bedenkingen

moignon, Maltheus Molé, Cujas, Domat,

dc Maistre, de Bonald, enz..... onder de

grootste wijsgeeren, rechtsgeleerden en geleerden der wereld.

Bossuet, Fénélon, Bourdaloue, Massil-lon, onder de groote kanselredenaars,

Corneille, Racine, Danlc, Tasso, Boi-leau, Chateaubriand, enz. onder de leller-kundigen en de dichters.

En zijn onze militairen van grooten naam ook voor het meerendeel geen lierocnidc christenen? Was Karei de Groote geen christen? Bogen Godfried van Bouillon, Tancred, Bayard, du Guesclin, Jeanne d'Arc, Crillon, Vauhan, Villars, Cdtinat •hun roemrijk hoofd, gekroond met de lauweren van duizende overwinningen, niet voor den Godsdienst? Hendrik IV, Lode wijk XIV, waren christenen. Turenne was christen ; hij had op den dag zeiven van zijn' dood gecommuniceerd. — üe (jroote Condé was christen. — En boven allen, de heilige Lodewijk, die ware held, die zoo beminnelijke en zoo volmaakte man, de roem van Frankrijk en tevens van de Kerk.

Iedereen kent de gevoelen van den grooten Napoleon betreffende het Ghristendoni. Ue-dwelmd door zijne macht en zijne beersch-zucht, week hij, ik weet het, groolelijks

ocr page 64

TF.GEN DEK GODSDIENST. 61

af van de voorsclirif'cn cn van (lebeoefening der plichten van den Godsdienst, maar altijd behield hij het geloof aan cn de eerbied voor den Godsdienst, «Ik ben christen, rcomsch katholiek, zeido hij ; mijn zoon is hel evenals ik; ik zou zeer veel verdriet daarvan hebben indien mijn kleinzoon het niet mocht wezen,quot; — De grootste dienst, die ik aan Frankrijk bewezen heb, voegde hij nogdaar-bij, is, dat ik daar den katholieken Godsdienst hersteld heb. Waartoe zouden de menschen zonder den Godsdienst gekomen zijn? Zij zouden elkander vermoorden voor de schoonste vrouw of voor de grootste peer!quot;

In zijne eenzaamheid op St, Helena, begon hij liet geloof zijner Idndsche jaren te overwegen: en, in zijn verheven genie, oordeelde Napoleon, dat de katholieke Godsdienst waar en heilig is.

Hij vroeg aan den Godsdienst zijne laatste troostmiddelen.

Hij liet een katholieken priester op St Helena komen, en woonde de mis bij, die in zijne kamer gelezen werd. Hij beval zijn kok om op deonthoudingsdagengeenvleeschspij-zen op te disschen. Hij verbaasde zijne medeballingen door do kracht, waarmede hij de grondwaarheden van bet katholicisme verklaarde.

ocr page 65

62 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

Op het pnnt van te sterven, zond hij de geneesheeren weg, deed den eerwaarden Heer Vignali, zijn aalmoezenier, komen, en sprak tot hein ; ^Ik geloof in God ; ik hen geboren in den katholieken Godsdienst; ik wil de plichten vervullen die zij oplegt en de genademiddelen ontvangen die zij toedient.....quot;

En de keizer biechtte, ontving de heilige Teerspijs en het H. Oliesel! — quot;Ik ben gelukkig dat ik mijne plichten vervuld heb, zeide hij aan generaal Montholon. Ikwensch u toe, generaal, dat gij, op uw doodbed,

hetzelfde geluk zult genieten..... Op den

troon, bel) ik den Godsdienst niet beoefend, omdat de macht de menschen bedwelmt Maar ik heb altijd het geloof behouden; hel luiden der klokken doet mij genoegen, en het gezicht van een priester ontroert mij — Ik zou dat alles geheim willen houden ;

maar dat is zwakheid..... Ik wil glorie aan

God geven!____

Vervolgens beval hij, dat men een altaar in het nabijgelegen vertrek zoude oprichten, om het Heilig Sakrament uit te stellen en het gebed van veertig uren te doen. Zoo stierf Napoleon, als een christen. Zijn wij niet bevreesd dat wij ons zullen bedriegen, met het voorbeeld voor oogen van

ocr page 66

tegen den godsdienst.

zoovele groote mannen, wier getal, wier kennis van den Godsdienst en vooral wier zedelijke waarde duizendmaal grooter zijn dan die van eenige lieden, die het Christendom miskenden.

De hoogmoed, — de ongeregelde neiging tot de wereldsche wetenschap, die hen geheel verslond, — andere nog heviger en schandelijker hartstochten, —zijn redenen genoeg om hun ongeloof te verklaren; terwijl de waarheid van den Godsdienst, wij herhalen het, alleen liet voorhoofd der anderen heeft kunnen buigen, onder het heilig juk van hot katholicisme !

xi.

De pastoors oefenen een beroep uit, ze ge-looven niet hetgeen zij prediken.

Antw. Hoe druft gij het zeggen? — De priesters van Jezus Christus, bedriegers! Hoe weet gij dat? Hoe kunt gij in het binnenste hunner harten lezen of zij al dan niet gelooven in hun priesterschap? Op den beschuldiger rust de plicht om zijne beschuldiging te bewijzen; bewijs die beschuldiging; ik tart u daartoe uit.

Zult gij mij misschien, als bewijs, den naam van dezen of genen slechten priester voor de voeten werpen ?

Maar ziet gij dan niet dat de uitzondering

63

ocr page 67

64 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

den regel bevestigt? Men zou een slechten priester niet opmerken, indien de zeer groote meerderheid niet heilig, zuiver en eerbiedwaardig ware.

Hetzelfde is waar van de kat holieke Priesterschap, aan welke de goddeloosheid hier een onwillekeurig huldebewijs brengt.

Hot is niet vreemd, dal er slechte priesters zijn. Herinner u dal er een Judas onder de Apostelen gevonden werd 1 — Even als de Apostelen, de eerste priesters, den onge-trouwen Apostel verwierpen en niet verantwoordelijk waren voor zijne misdaad, zoo veroordeelt de Kerk met nog meer energie, met nog meer afschuw dan gij zelve het doet, de schuldige priesters, die hunne verhevene plichten niet nakomen! Zij tracht hen eersl terug le brengen door zachtheid en vergiffenis; de priester heeft, even als de andere mcnschen, recht op barmhartigheid; maar indien zij zich niel verbeteren, indien zij den kwaden weg blijven bewandelen, dan verwijdert ze hen uil haren boezem en spreekt over hen den banvloek uit.

■De priesters bedriegers! — En welk belang hebben zij er bij om uw biecht te hooren, om u le berispen over uwe ondeugden, om uwe kinderen in den Goflsdienslleonderwijzen, om de armen le voeden, om dezen eenen

ocr page 68

tegen den godsdienst. 65

raad, genen con troost, don derden brood le geven?

Zou men een halve cent vanhunne karige bezoldiging, van hunne nog geringere toevallige inkomsten afnemen, indien zij het stilzwijgen bewaarden over wanordelijkheden, welke in hunne parochiën geschieden, indien zij iedereen tot de heilige Sakramenten toelieten, zonder zich de moeite te geven om de gewetens te onderzoeken, indien zij hunnen catechismus op de helft verkortten, enz? Welk belang hebben ze er dan bij om hunne bediening goed te vervullen ?

Neen, neen; de priester is niet hetgeen de goddeloozen wenschen dat hij zou zijn; en omdat zij dat wel weten, verfoeien zij den priester Zij zien in hem den Vertegenwoordiger van God, die hunne ondeugden veroordeelt, den gezant van Jezus Christus dien zij lasteren en die hen zal oordeelen. Zij zien in hem eene personificatie van die wet Gods, welke zij onophoudelijk schenden; en omdat ze den Meester niet willen, willen zij zijn bedienaar ook niet.

XII

De priesters zijn ledigloopers: waartoe dienen ze?

Antw. Om de zielen te redden 1 Is die bediening met oven goed als elke andere !

ocr page 69

66 antwoorden op de bedenkingen

I)e werkman bearbeidt de stof; de Priester, daarentegen, bearbeidt de ziel. Zoozeer als de ziel boven de stof verheven is, zoozeer is het werk des Priesters verheven boven al de werkzaamheden der aarde.

De Priester vervolgt het groote verlossingswerk der wereld. Jezus Christus, zijn God en zijn voorbeeld, iieeft het begonnen, zijne Priesters zetten zijn werk voort door alle eeuwen heen.

Op zijn voorbeeld gaat de Priester voorbij, het goede doende. Hij is de man van allen; zijn hart, zijn tijd, zijne gezondheid, zijne zorgen, zijne beurs, zijn leven, behooren aan allen, vooral aan de kleinen, aan de kinderen, aan de armen, aan de veriatenen, aan degenen die weenen en geen vriend hebben.

Hij verwacht niets in ruil tegen die toegenegenheid ; meestal ontvangt hij daarvoor slechts beleedigingen, afschuwelijke lasteringen , en onaangename bejegeningen. Als ware discipel van zijn goddelijken Meester, beantwoordt hij dat alles, alleen met het goede te doen. Welk een leven! Welke bovenmen-schelijke zelfverloochening!

Bij de openbare rampen, in den burgeroorlog, in tijden van besmettelijke ziekten, van cholera, wanneer deprotestantsche pre-

ocr page 70

TEGEN DEN GODSDIENST.

dikanten en de philantropen de vlucht nemen, dan ziet men hem zijne gezondheid en zijn leven blootstellen, om zijne broeders te helpen en te redden. Zoo deed monseigneur Affre op de parijsche barrikaden. Zoo deden Belzunce en de heilige Carolus Borromeus gedurende de pest te Marseille en te Milaan; zoo deed gedurende de cholera in 1832 en 1849 de geheele geestelijkheid van Parijs en van zoovele andere steden, zij, die zich de openbare dienstknecht van het gansche volk had gemaakt.

Daartoe dienen dus de priesters ! Ik zou wel eens willen weten of zij, die hen aanvallen, tot iets beters dienen.

De ondankbaren ! zij worden niet moede met bitteren smaad dengene te overladen, dien zij in dagen van tegenspoed aan hunne sponde roepen, dengene, die hunne kindsche jaren heeft gezegend, en die niet ophoudt voor hen te bidden.

Al de ongelukken die ons land treffen, vinden hunne oorzaak alleen daarin, dat men niet in beoefening brengt hetgeen de priester leert. En het arme Frankrijk, dat verscheurd is door burgertwisten, door politieke beroeringen, kan op zich zelf toepassen het woord dat een arme ter dood veroordeelde, die uit geheel zijn hart lot God was terug-

ocr page 71

(ïs antwoorden 01' de bedenkingen

gokcml, ini j ct-ns in eene der gevangenissen van Parijs toesprak. Ik had hem een klein Handhoek voor den Christen gegeven. '• Ach! eerwaarde, zeide hij, mij dat hoek toonende, indien ik had geweien al wat daarin staat, en indien ik het gedurende mijn geheele leven had beoefend, dan zou ik niet gedaan hehhen wat ik hei) gedaan, dan zou ik niet zijn waar ik nu ben.quot;

Indien Frankrijk had geweten, indien het wist hetgeen de priester leert, indien het gedaan had, indien het deed hetgeen hij zegt, dat het moet doen, dan zou het niet in vijftig jaren tijds door drie of vier omwentelingen zijn geteisterd geworden, en dan zou het zich nog heden niet moeten vragen; [zal ik ten onder gaan? Kan ik nog gered worden?

Ja, voor Frankrijk is nog redding mogelijk. indien het wederkatholiek wil worden? ja, voor Frankrijk is nog redding mogelijk, indien het wil hooren naar de bedienaars van dengene die de wereld redt !

De priesters zijn het heil van Frankrijk ! Zonder den Godsdienst, is de maatschappij verloren.

Meer dan ooit is men eer, eerbied, dankbaarheid aan den Priester verschuldigd. Iedereen, die hem van zich afstoot, begrijpt onze eeuw, ons vaderland niet.

ocr page 72

tegkn den godsdienst.

Verre dan van ons die oude vooroordeelen ! Verre van ons die grove en beleedigende scheldnamen, waarmede de ))lindcgoddeloosheid van hel voltairianisme de katholieke priesterschap had onteerd!

Eerbiedigen wij onze priesters. Indien wij in hen onvolmaaktheden, zelfs ondeugden bemerken, herinneren wij ons dan dat men iets moet toegeven aan de menschelijke zwakheid.

Trachten wij in dat geval niet den rnensch, maar slechts den priester te zien als priester is hij altijd eerbiedwaardig, en zijne bediening is altijd heilig; want hij is de opvolger van Jezus Christus, den Opperpriester, door alle eeuwen heen, en van hem heeft de Verlosser gezegd; ■•■Die u hoort, hoort mij; en die u versnMadt, versmaadt mij,quot;

XIII.

Er bestaan slechte priesters; hoe kunnen zij de bedienaars vaa God zijn ?

Antw. Omdat zij, slecht wordende, niet ophouden priester te zijn.

Houdt gij op christen te zijn, omdat gij eene zonde begaat? Houdt een rechter op rechter te zijn, verbindende vonnissen uitte spreken, omdat hij tegen trouw en plicht handelt? Een vader, vader te zijn, omdat hij zijne plichten uit het oog verliest? Ver-

69

ocr page 73

70 antwoorden en bedenkingen

liest oen kaptitcin hel recht orn liet hevel te voeren, omdat hij eene fout tegen de krijgstucht hegaat?

Is dat waar met betrekking tot de men-schelijke zaken, daar waar de openbare bedieningen des noods, aan de schuldigen kunnen ontnomen worden, hoeveel duurzamer, onvervreemdbaarder nog moet niet, in de goddelijke zaken, dat heiligkaraktervanhet priesterschap wezen, waarop de gerustheid der gewetens en het gansche leven der ge-loovigen berust!

Indien onze Priesters ophielden Priesters te zijn enkel en alleen door het begaan van eene groote zonde, dan zouden wij nooit weten of wij wezenlijk de heilige zaken uit hunne handen ontvangen , want God alleen kent en doorgrondt de gewetens

Ten onzen behueve zijn zij Priesters; ten onzen behoeve blijven zij het, zelfs wanneer zij hunne grootheid vergeten.

xiv.

De priesters moesten trouwen De ongehuwde staat is tegen de natuur.

Antw. Niet tegen, maar boven de natuur. Dat is geheel iets anders.

Ware het niet zóó, dan zou do kuischheid zelfs veroordeeld zijn, en het christendom, dat die kuischheid aan al de ongehuwde

ocr page 74

tegen den godsdienst.

christenen beveelt, zou eene schuldige en tyrannieke wet wezen.

De ongehuwde staat der Priesters is volstrekt zulk eene buitengewone zaak niet. Wanneer de Kerk dien staat aan hare bedienaars voorschrijft, dan heeft zij daarmede geen ander duel dan om hen in eene volmaakte vrijheid te vestigen, die hen in de gelegenheid stelt om zich geheel aan hunne heilige bediening te kunnen overgeven Het is duidelijk en klaar, dat een ongehuwde man oneindig meer geneigd is om zicli toe te wijden aan den dienst van God en van zijne broeders; om zich aan de gevaren bloot te stellen en zich zelf op te offeren voor het heil van den naaste, dan een man dat zou doen, die belast is met de zorg voor vrouw en kinderen

Welke soldaten van onze legers trekken in den oorlog, met den meesten moed ten strijde? Zijn het de gehuwde soldaten en officieren ? De ondervinding leert, en dat is overigens niet moeielijk te begrijpen, dat de gedachte aan vrouw of kind, bij meer dan een soldaat den moed heeft aan het wankelen gebracht.

Hetzelfde zou plaats vinden met den gehuwden Priester, en dat heeft de kerk in hare groote wijsheid begrepen. Demenschen

71

ocr page 75

72 antwoorden op de bedenkingen

zouden m hem minder den man Gods zien, den bedienaar van den Godsdienst, van het gebed en de zelfopoffering. Indien de Priester, de volmaakte onlhoudingmacht noemt, doet hij overigens mets dan Jezus Christus, den goddelijken Meester, navolgen Jezus, de Zoon eener Maagd, is zelve maagd gebleven Zijn gezant kan niet anders dan er bij winnen, wanneer hij hem navolgt ■■ Üe. discipel is volmaakt, als hij den mccslcr gelijkt.quot;

De priesterlijke kuischheid omgeeft den dienaar Gods met eenesoor t van stralenkrans. die hem boven zijne broeders verheft en hem veroorlooft hunne ondeugden, vooral de onzuiverheid en de losbandigheid, met meer vrijheid aan de vallen. Zij is een krachtige steun in de zoo kiesche, zoo zuivere bediening der biecht, zij is het die hem veroorlooft :n zulke innige geheimen door te dringen, dat de dochter ze niet aan bare moeder, deman niet aan zijne vrouw, de broeder niet aan zijnen broeder durft zeggen.

Degenen, die de stem verheffen tegen den ongehuwden staat der Priesters weten het wel, de zedelijke macht vanden katholieken Priester is voor een groot gedeelte gelegen in zijn celibaat. Zij gevoelen dat de mannen, die door hun stand belast zijn niet de

ocr page 76

TEGEN DEN GODSDIENST.

taak om hunne broeders te onderwijzen en uit hunne zonden te doen opstaan, veel inschikkelijker en toegefelijker zouden worden, indien zij eene vrouw namen. Temidden der beslommeringen van hun huisgezin, zouden zij bijna geen tijd vinden om zich bezig te houden met de zaken van den goeden Goo of met het geweten hunner parochianen.

En dan zou men de geestelijke belangen in den familiekring behandelen. Om de toegevendheid van den pastoor te verkrijgen, zou men Mcvrouio zijne echtgcnoote vleien, men zou het hof maken -Aan Mejuffrouw de oudste dochter, menzou, inbijzijn y au papa, het verstand, het goed uiterlijk van het heilig kroost bewonderen. De echtgenootpapa-biechtvader zou daaraan geen weêrstand kunnen bieden en alles toestaan wat men zou verlangen.

En de christelijke liefdadigheid! en die heldhaftige zelfopoffering, waarvan de geschiedenis der katholieke priesterschap op elke bladzijde zulke bewonderenswaardige voorbeelden geeft, heeft het celibaat ze niet mogelijk gemaakt ?

De gehuwde priester zal medelijden kunnen hebben met den arme en met de wees, maar hij zal zich niet geheel aan hen loewij-

73

ocr page 77

74 antwoorden op de bedenkingen

denquot;quot;, hij, die de genegenheid zijns harten en zijne spaarpenningen in de eerste plaats verschuldigd is aan en moei besteden voor liet onderhoud, de opvoeding, de toekomst van zijne eigene kinderen.

Hij zal het stuk brood, dat hij misschien uit zijnen mond zal sparen om don hongerige te spijzigen die aan zijne deur staat te wee-nen, niet ontnemen aan zijn eigen zoon.

Hij is dat leven, hetwelk hij in lijden van openbare rampen, van besmettelijke ziekten, zou willen opofferen tot heil zijner broeders, verschuldigd aan zijn huisgezin, hij zal het

bewaren voor zijne familie!____Wat wordt

er van het edelmoedigste besluit, wanneer men de tranen eener geliefde vrouw ziet vloeien, wanneer men wordt teruggehouden door de liefkozingen van een kind?

Willen wij dat onze priesters onze ziel redden (en zij alleen kunnen het doen), laten zij zich dan uitsluitend aan Jezus Christus toewijden!

En verlangen zij dan zeiven zoozeer naar het huwelijk? In het minst niet, ik verzeker het u.

Sedert wanneer vergt -men dat iemand zich tegen zijn zin in het huwelijk zal begeven ?

ocr page 78

tegen den godsdienst.

xv.

Ik geloof niets dan hetgeen ik begrijp Kan een redeliik mensch de geheimen van den Godsdienst gelooven?

Antw Geloof dan niets, niets ter wereld. zelfs niet dat gij leeft, datgij ziet, datgij spreekt, dat gij hoort, enz ; want ik tart u om een dier verschijnselen te hegrijpen

Wat toch is hel leven ? wat de spraak ? wat het geluid, wat het yedruisch, de kleur, de reuk, enz.

Wat is de wind? waar begint hij? waar en hoe houdt hij op? wat de koude, de warmte?

Wat is slapen ? Hoe komt het dat, gedurende den slaap, mijne ooren open blijven, even als wanneer ik waak, en dat ik toch niets meer hoor? waarom, hoe word ik wakker? en wat geschiedt er dan?

Wat is de vermoeidheid, Aepijn, \\eigenoegen, enz.? Wat is de stof, dat ik weet niet wat, hetwelk alle vormen, alle kleuren aanneemt, enz. ?

Wie begrijpt wat het is?

Hoe komt het dat ik met mijne oogen, met die twee kleine zwarte bolletjes daar binnen, alles zie wat mij omringt, en tot op duizende uren afstands (bij voorbeeld, de sterren) ?

75

ocr page 79

76 antwoorden op de bedenkingen

Hoe komt het dat mijne ziel zich van mijn lichaam zou afscheiden, indien ik niet regelmatig, in datlichaam, doorhelvoedsel, stukken van doode dieren, van planten, van groenten, enz opnam?

Alles is geheim 1 in mij, tot zelfs de dierlijkste, de meest gewone dingen.

Welke geleerde heeft het hoeen het waarom der natuurverschijnselen ie;/;Wie is er, die een enkel dier verschijnselen heeft begrepen? Welke geheimen!!

En dan wil ik Dengene begrijpen, die al de wezens heeft geschapen, welke ik niet begrijpen kan. Ik begrijp het schepsel niet, en ik wil den Schepper begrijpen!

Ik begrijp het eindige niet, en toch wil ik het oneindige begrijpen! Ik begrijp een eikel, eene vlieg, een keisteen niet, en ik wil God begrijpen en al hetgeen Hij ons geleerd heeft! !____

Maar dat is immers o« / Een ander

antwoord kan ik daarop niet geven.

Men kan de geheimen van den godsdienst vergelijken bij de zon. Ondoordringbaar in zich zeiven, verlichten en bezielen zij degenen, die in de eenvoudigheid des harten in

(1) Een gelieim is eene waarheid, wier bestaan wij met zekerheid kunnen kennen, maar die wij in haar zelve slechts op eene onvolkomene wijze kunnen begrijpen.

Voor dengene die nadenkt, is alles geheim, zoowel in de natuur als in den godsdienst. Dat is het kenmerkt van Gons werken.

ocr page 80

tegen den godsdienst.

hun licht wandelen; zij verblinden daarentegen het oog van den vermetelen, die hunnen luister wil doorgronden.

De geheimen zijn hoven dc rede, en niet strijdig met de rede; dat is niet hetzelfde — De rede ziet niet, door hare eigen kracht, de waarheid die zij uitdrukken, maar zij ziet ook niet de onmogelijkheid dier waarheid,

Plet gelouf is voor de rede, wat de teles-koop voor hel hloote oog is. Het oog ziet, met behulp van den teleskoop, hetgeen het anders niet kan zien Het dringt door in de streken, welke het zonder die hulp niet kan bereiken. Zult gij daarom zeggen dat de teleskoop strijdt tegen het gezicht?

Dat is ook waar omtrent het geloof Het regelt en breidt de rede slechts uit. Het geloof laat de rede werken op al hetgeen tot haar gebied behoort, en daar waar hare natuurlijke krachten niet kunnen reiken, neemt het geloof de rede. heft haar op en doet haar doordringen in nieuwe bovennatuurlijke, goddelijke waarheden, tot in de geheimen van God.

Ik geloof dus in de geheimen van den godsdienst, even als ik geloof m de geheimen der natuur, omdat ik weet dat ze bestaan.

Ik weel- dat de geheimen der natuur he-staan, omdat onwraakbare getuigen het mij

77

ocr page 81

78 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

doen zien: on die getuigen zijn mijne zintuigen en het gezond versland.

Ik weet dat degeheimen van den godsdienst bestaan, omdat al weder onwraakbare getuigen hot mij verzekeren : (die getuigen zijn Jezus Christus en zijne Kerk.') Maar, zoodra ik, met den fakkel van de wijsbegeerte, van de kritiek en van het gezond verstand, de feiten die mij de waarheid, de goddelijkheid, de onfeilbaarheid der getuigenissen bewijzen, heb onderzocht, dan heeft mijne rede haar werk volbracht; bet geloof moet haar dan opvolgen, de rede hooft mij dan tot de waarheid geleid. Het geloof spreekt; ik moet eenvoudig luisteren. mijne ziel openen, gelooven aanbidden.

Derhalve is mijn geloof aan de christelijke geheimen bovenmate redelijk Het bewijst dat ik een degelijk en logisch verstand bezit. Mijne rede zegt mij : «Die getuigen kunnen u niet bedriegen en zich niet vergissen. Zij brengen u de waarheid uit den hemel!quot; — Ik zou te kort doen aan mijne rede. indien ik hun woord niet geloofde.

Als men alleen wil gelooven wat men begrijpt, dan legt men eene treurige kleingeestigheid aan den dag.

(1) In de hoofdstukken XVII, XVIII en XIX wordt het vraagstuk van de goddelijkheid van Jkzus Ciiiustus en van zijne Kerk besproken.

ocr page 82

TEGEN DEN GODSDIENST.

XVI

Ik zou het geloof wel willen hebben, maar het is mij niet mogelijk.

Antw. Louter zelfbedrog, dat n niet zal verschoonen voor den rechterstoel van den vreeselijken Rechter, die ons heeft verklaard

dat quot;DEGENE, die in HEM GELOOFT, HET EEUWIG LEVEN HEEFT, EN DAT DEGENE, DIE NIET IN HEM GELOOFT, REEDS VEU00R-DEELD IS.quot;

quot;Gij kunt niet geloovcn ?quot; Maar zeg mij, welke middelen hebt gij te baat genomen om tot het geloof te geraken? Degene, die het doel wil, wil de middelen; hij, die de middelen met gebruikt, toont duidelijk, dat hij zich niet voel om het doel bekreunt.

Welnu, indien gij het geloof niet bezit, dan bevindt gij u in dat geval — Een van beiden, of gij hebt de middelen niet ter hand genomen om het te verkrijgen, of wel gij hebt verkeerde middelen gebruikt, en dat is ongeveer hetzelfde.

1° Hebt gij gebeden? Dat is de eerste voorwaarde van alle gaven Gods, bijgevolg van het geloof, dat de kostbaarste en de voornaamste gaaf is. Hebt gij aan God die genade van het geloof gevraagd ? — Hoehebt gij haar gevraagd? — Hebt gij het wellicht gedaan zoo luchtig weg, zonder er u veel aan

79

ocr page 83

8o ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

te laten gelegen liggen ; zoo eens in het voorbijgaan en zonder volharding? — Hadt gij Jjij uw gebed, hebt gij thans een goed gevestigd, oprecht en levendig verlangen om te gelooven en christen te zijn? Er zijn lieden, die de deugden vragen met groote vreesdat zij ze zullen verkrijgen.

2° Hebt gij den godsdienst met eene oprechte liefde tot de waarheid bestudeerd ? Ik heb immers ongeloovigen den godsdienst zien bestudeeren in Voltaire, in Rousseau, enz.1 Dan zou het beter zijn Frankrijk in Engeland te bestudeeren. — Hebt gij een geleerden priester gevonden, of, tenminste, een christen, die verlicht is omtrent zijn geloof. om hem uwe moeilijkheden bloot te leggen en daarvan de oplossing te verkrijgen ? De hoogmoed houdt daarvan dikwijls terug.

3° Zijt gij vast besloten, indien God u het geloof geeft, om te leven volgens zijne heilige en gestrenge grondregelen, om uwe hartstochten te bestrijden, om aan uwe heiligmaking te arbeiden, om aan God de offers te brengen, welke hij u zou vragen?

Dat is, bij do meeste ongeloovigen, de ware reden van hun staat. In den grond der zaak, is het veeleer het hart, de hartstocht, dan de rede. die liet geloof, als te

ocr page 84

tegen den godsdienst.

moeielijk en te hinderlijk, verwerpt. --Het licht is in de wereld gekomen, zegt jezus Christus, en de menschen hebben de duisternissen verkozen hoven hel licht, omdat kunne werken slecht waren.quot; Het hart sleept het hoofd mede Dan doen alle redeneringen ter wereld niets meer af; men wil de waarheid niet. Het is aan eene doove-mans deur geklept

Die verblindheid is vrijwillig en schuldig in hare oorzaak, daarom verklaart onze Heer Jezus Christus, dat iedereongeloovigereeds geoordeeld is : hij heeft der waarheid weerstand geboden

Wees ter goeder trouw in uw onderzoek naar de godsdienstige waarheid; vraag aan God het licht met oprechtheid en volharding; leg uwe twijfelingen bloot aan een liefderijken en verlichten priester : wees bereid om volgens het geloof te leven zoodra zijn goddelijk licht uwe ziel zal verlichten; en ik verzeker u, inden naam van Jezus Christus, dat gij al spoedig zult gelooven en een goede katholiek zult zijn.

XVII.

Elke godsdienst is goed

Antw Elke godsdienst is goed in dien zin dat het beter is er eene, welke ook. te

6

81

ocr page 85

82 antwoorden op de bedenkingen

hebben, dan in het geheel geen; maar niet in dien zin dat het onverschillig is of men dezen ot' genen belijdt.

Gij meent wellicht dat het er weinig op aan komt of men Heiden, Jood, Turk, Christen, Katholiek, Protestant is, als men maar een braaf mensch is ; dat al de godsdiensten menschelijke vindingen zijn, waarom de goede God zich al zeer weinig moet bekreunen

Maar , eilieve, waar hebt gij dat gehoord? Kn wie lieeft u geopenbaard dat al de godsdiensten welke men op aarde ziet, even aangenaam aan den Heer zouden zijn?

Omdat er valsche godsdiensten zijn, volgt daaruit dat er geen ware godsdienst bestaat'? En omdat men omringd is van bedriegers, is het daarom niet meer mogelijk om een oprechten vriend te onderscheiden?

Hebt gij ontdekt dat God met dezelfde liefdeaanneemt den christen , die Jezus Christus aanbidt, en den jood, die in hem slechts een gemeenen bedrieger ziet ? Dat het goed en geoorloofd is, in plaats van den oppersten God, in deheidenschelanden, Jupiter, Mars, Priapus, Venus te aanbidden? in Egypte, goddelijke eer te bewijzen aan de heilige krokodillen en aan den os Apis? Bij de Pheni-ciërs, zijne kinderen aan den god Moloch op te offeren? In Gallië of in Mexico, duizende

ocr page 86

tegen den gobsdienst.

menschenofïers te dooden voor de afschuwelijke afgoden die men er vreest? Elders neder te knielen voor een boomstruik, voor steenen, planten, gedeelten van dieren, onreine overblijfsels van den dood? Te Kon-stantinopel, uit den grond des harten te zeggen: -God is God, en Mahomet is zijn profeet!quot; Te Rome, te Parijs, al die valsche goden te verafschuwen, dienzelfden Mahomet als een bedrieger te verachten?

Ma ar dat kunt gij onmogelijk in ernst ge-looven ! — Dat neemt niet weg, dat gij zegt; quot;Elke godsdienst is goed.''

Waarom wilt gij niet liever de verdienste der vrijmoedigheid hebben, en bekennen dat gij u de moeite niet wilt geven om de waarheid te zoeken, dat zij u niet aangaat, en dat gij haar als eene nuttelooze zaak beschouwt?

Het zoeken der'godsdienstige waarheid,

eene nuttelooze zaak!____Waanzinnige! En

als, in strijd met uwe verzekering, die op niets steunt. God den mensch eene bepaalde orde van huldebewijzen heeft voorgeschreven ! Indien, onder aide godsdiensten, eene, eene enkele DE GODSDIENST, de godsdienstige, de volstrekte waarheid is, die evenals alle waarheid, elk mengsel verwerpt,

S3

ocr page 87

84 antwoorden op db bedenkingen

alles uitsluit dat niet zij is?____aan welk lot

steil gij u clan bloot? Meent gij dat uwe onverschilligheid u voor den rechterstoel van den oppersten Rechter zal verschoonen ? En kunt gij, zonder als een dwaze te handelen, zulk een vreeselijk vooruitzicht trotseren?

Zie dan toch eens hoe ellendig de mensch is zonder een goddelijken godsdienst! Zie hem met het zwakke schijnsel zijner rede, overgelaten aan den twijfel, dikwijls zelfs aan de onvermijdelijkste, de gevaarlijkste onwetendheid, omtrent de voornaamste vraagstukken zijner bestemming, zijner plichten, zijns geluks! quot;Van waar kom ik? Wie ben ik? Waarheen ga ik? Welk is mijn laatste einde ? Hoe moet ik daarnaar streven? Wat bestaat er na dit leven? Wat is God? Wat wil Hij van mij? enz. enz.

Wat antwoordt de rede op die ontzaglijke vraagstukken, wanneer zij overgelaten is aan hare eigene krachten? Zij stamelt, blijft sprakeloos ; zij geeft waarschijnlijkheden, mogelijkheden aan de hand, die duizendwerf onvoldoende zijn om ons de hevigheid der hartstochten te doen overwinnen, om ons staande te houden op het moeielijk pad van den plicht! ...

En gij zoudt willen dat de God van alle

ocr page 88

tegen den godsdienst

wijsheid, van alle goedheid, van alle licbt, zijn redelijk schepsel, den mensch, het meesterstuk zijner handen, zóó aan zich zeiven zou hebben overgelaten

Neen, neon Hij heeft voor zijne oogen een henioisch licht doen schijnen dat, beantwoordende aan de dringende behoeften van zijn wezen, hem met eene goddelijke klaarblijkelijkheid, de natuur, de rechtvaardigheid, de goedheid de inzichten openbaart van dien God, zijn eerste begin en zijn laatste einde; een licht dat hem den weg van het goed en den weg van het kwaad toont, beide voor hem geopend, uitloopende, de een op eene eeuwige vreugde, de andere op eene eeuwige straf; een licht, dat zich, te midden der valsche schijnsels waarmede de menschelijke bedorvenheid het heeft omgeven, onderscheidt door denluister alleen van zijne waarheid; een licht dat verlicht, dat levend maakt, dat volmaakt, al hetgeen het doordringt! ,.

En dat licht is de christelijke Openbaring , het Christendom, de eenige godsdienst die bewijzen bezit, de eenige die de rede verlicht, die het hart heiligt, die, onze geheele zedelijke volmaaktheid terugbrengende tot de kennis en de liefde van den goeden God, God en ons zei ven waardig is.

85

ocr page 89

SG antwoorden or or bedenkingen

Welke monsclu'lijkc taal is in slaat om 'lit to (1 T.kkon hocvoi*! rot-hl hcl (^liristcn-doni op ons g'oligt;i'l bcv.il ?

Zie hoo hei, al dadelijk, lot dc wieg der wereld opklimt door do profeliën die het ellen door hcl geloof, de hoop en de liefdr der heilige Aartsvaders, en door de vloehtiehcdon van den mozaïschen en den nav.airiiiken godsdienst die het verbeelden'

Het is inderdaad altijd eene en dezelfde £. dsdienst geweest, ofschoon hij zie.h heeft ontwikkeld m drie achtereen volgende tijdvakken

1°. In den aartsvaderlijken godsdienst, die geduurd heeft van Adam tut Mozes ;

2quot; In tienjoodsche godsdienst. dien Mozes afkondigde van wege God, en die geduurd heefMot de komst van Jezus Chris-

t u s ;

3°. In den chnstclijkGii of kcdholickGn godsdienst, door Jezu^ Christus zelvcn on-derwezen, gepredikt door zijne Apostelen

Het ontwikkelde zich van den beginne af langzaam en mei majesteit, zooals al de werken Gods; — zooals de mensch, die de

kindschheid en vervolgens de jongelingsjaren, moei doorgaan, eer dal hij lol den volwassen loeflijd kiijnt; — even als de dag. diode iiiortrensebemering en den dageraad doorgaal,

ocr page 90

tegen ben godsdienst.

vóór dat liij in zijn vol middaglicht schijnt; — even als de hloem. die eerst eene liot, dan eene gesloten knop is, vóór dat zij de pracht ten toon spreidt, in haar verborgen.

En zoo omvat liet Christendom, en hel Clir 'tstendora dUecn, degeheele menschheid; het heheerscht alles, den tijd, de eeuwen Het gaat uit van de eeuwigheid om in de eeuwigheid terug te keeren, liet komt uit God voort, om eeuwig in God te rusten !____

' o

Alles in den godsdienst is zijnen grondlegger waardig. Alles in hem is waarheih en heit iGtiEiD. En degenen die hem hestu-deren, ontdekken in den godsdienst eene hewonderenswaardige harmonie, eene altijd toenemende schoonheid, grootheid, klaarblijkelijkheid van waarheid, naarmate zij zijne leerstellingen meer en meer doorgronden.

De godsdienst raakt en zuivert het hart, en verlicht Ier zelfder tijd het verstand. Hij vervult den geheelen mensch.

Het verhevene, bovenmenschelijke, onvergelijkelijke karakter van Jezus Christus, zijn stichter;

De goddelijke volmaaktheid van zijn leven ;

De heiligheid van zijne wet;

Do praktische verhevenheid der leer die hij heeft onderwezen;

87

ocr page 91

S \ \ VW.I^Unl'.M or UK HKDKNKINfiRN

■■.o t.'i.'il, - oono dwaashoid intliori ze v'.oiidoltjk is;

Uol .o r^ot col al on do klaarblijkelijkheid v.r w gt; ndoi 'Mt. wolko /.oils zijne hardnek-

\ ;'andon orkond iiolihon;

Po maoht van zijn Kruis; Po . n-.standiuhodou van zijn onnitspre-o'vk l.v ion, dio aan allen voorspeld zijn;

v.o r.orijko vorrijzonis, welke hij zelve ïcn aan zijne discipelen heelt aan-

vk lied. on do ongoloovigheid zelve van zij-e Aj , stelen, die door de klaarblijkelijkheid 'c-i'-v niren werden om aan de waarheid van .e verrijzenis huns Meesters te gelooven;

Zvne Hemelvaart in tegenwoordigheid van meer dan vijfhonderd getuigen;

De bovennatuurlijke ontwikkeling zijner Kerk. ondanks de natuurlijke onmogelijk-tie; .. zoowel stoffelijke als zedelijke;

De schitterende wonderen die over de car.--he aarde de ])i-ediking zijner Apostelen ver. ezeld hebben, dier onwetendeen schuchtere visschers, plotseling veranderd in leeraars en in overwinnaars der wereld;

De bovenmenschelijke kracht van zijne neii'Ti rnillioen Mai'lelaren;

liet genie dor Kerkvaders, dat door de eenvoudige blootlegging van het christelijk geloof, al de dwalingen verbrijzelt;

ocr page 92

tegen den godsdienst.

Het heilige leven der ware christenen in tegenstelling van het bederfendenatuurlijke zwakheid der menschen;

De maatschappelijke gedaanteverwisseling, die het Christendom heeft bewerkt en nog in onze dagen bewerkt, in ai de landen waar het doordringt.

Eindelijk, zijnen duur, de onveranderlijkheid van zijne leer, van zijne constitutie, van zijne katholieke hiërarchie ; zijne onoplosbare eenheid te midden der Rijken die vallen, der maatschappijen die gewijzigd worden: alles toont ons aan, dat de vinger Gods daar is , en dat het buiten het vermogen van don mensch ligt om dergelijk werk te ontwerpen, tot stand te brengen en te behouden.

Gij zegt dus, dat er een ware godsdienst is, een enkele, de christelijke godsdienst

Hij alleen is DE GODSDIENST, dat wil zeggen de heilige band, die ons aan God, onzen Schepper en onzen Vader, verbindt.

Hij alleen brengt ons de ware godsdienstige leer over, hetgeen God zelve ons leert omtrent Hem zeiven, Zijne natuur. Zijne werken, ons zeiven, onze eeuwige bestem-

' o

ming, onze zedelijke plichten.

Al de andere zoogenaamde godsdiensten,

ocr page 93

90 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

die leercn hetgeen het christendom verwerpt, die verwerpen hetgeen het loert, heidendom , jodendom1, mahometanisme, hoe ook genaamd, zijn dus valsch, en daarom kwaad Het zijn menschclijhe vindingen, terwiji de godsdienst eene goddelijke instelling is. Het zijn heiligschennende nabootsingen van don waren godsdienst, zooals valsche munt eene misdadige nabootsing is van de echte. Zou het niet dwaas zijn te zeggen: «Al de muntstukken zijn goed,'' zonder onderscheid te maken tusschen de echte en de valsche ?

Het zou nog waanzinniger zijn in het vervolg dat gezegde te herhalen, waarop wij nu een antwoord gegeven hebben : quot;Elke godsdienst is goed quot;

Het is eene zeer groote goddeloosheid of

(1) Wat de ioodsshe godsdienst betreft, bestaat er eene bij-zondere moeilijkheid ; want, daar hij, in Gods oogmerken, de voorbereiding tot de komst van den Messias, en als het tweede tijdperk van den waren godsdienst geweest is, iras hij, maar is hij met meer, sedert Jirzus Christus, do ware godsdienst. Het Jodendom was als de stellage van den metselaar, noodig om het huis te houwen. Maar zoodra het gebouwd is, moet die stelling worden weggenomen. zij is niets meer dan een nutteloos en hinderlijk beletsel.

De stijfhoofdige Jood heeft het huis laten varen om de stellage te behouden; hij heeft de wezenlijkheid aan de figuur opgeoflerd. Sedert de komst van den Messias, zonder tempel, zonder altaar, zonder offer, draagt het Joodsehe volk, over de wereld verspreid, waar het niet kan verdelgd worden, het lijk van zijn godsdienst met zieh rond het bfsta gt;t. volgens de voorspelling van Jiczns Christus door .alle eeuwen heen. om tot voortdurend getuige van hot Christendom le dieren, even als de sehaduw van een lichaam, het bestaan van dal lichaam bewijst.

ocr page 94

tegen den godsdienst. 91

eene zeer groote dwaasheid ; cene goddeloosheid, wanneer men zoo spreekt uit onverschilligheid, ecne dwaasheid, als men het doet uit onwetendheid of uit lichtzinnigheid.

XVIII.

Is Jezus Christus iets anders dan een groot wijsgeer, dan een groot weldoener der menschheid, dan een groot profeet? .(,s hij waarlijk God1?

An ' W, Hoor hoe Hij u zelve antwoordt;

■•gu hebt het gezegd; ik ben het.--Ben

ik zoo langen tijd met u, en hebt gij mij niet gekend? Die mij ziet, ziet ook den Vader , gelooft gij niet dat ik in den Vader ben en de Vader in mij is!!!1quot;

Ik zou een lijvig boek moeten schrijven, om dit vraagstuk naar hehooren lo behandelen Wij hebben het reeds aangeroerd ; door de goddelijkheid van den christelijken godsdienst te bewijzen. Wij zullen evenwel meer moeien aandringen, op een punt, dal. de grondslag van ons geloof uitmaakt, en hel moeien oulwikkelen.

I.

Jezus Christus is bel bovenmenschelijk

d) n. m.-iiiii, n. xxvr, v. - n. m.-.iv., ii. xiv, v. gi, CS. — ii. I.uc., h. XXII, v 70. II. .lom.:., h. XIV, V. Ij en 10.

ocr page 95

02 antwoorden or de bedenkingen

Wezen waarvan het Evangelie ons spreekt!1

En let in de eerste plaats eens op de reusachtige afmetingen van die figuur, vergeleken hij al de andere menschen! Alle sterven geheel en cd: zij maken voel leven gedurende hun voorbijgaan, zij brengen de wereld in rep en roer en als zij van het tooneel der wereld verdwenen zijn, wat blijft er dan van hen over2 Hun naam. eerst geprezen of gehoond, daarna met onverschilligheid behandeld, wordt begraven in de boeken Zij leven met meer op aarde.

Jezus Christus alleen leeft nog, leeft altijd, leeft overal. Hij is tegenwoordig in de wereld Heden ten dage, even als achttienhonderd jaren geleden, bemint of haat men hem overal, te Parijs, te Londen, te Rome, te St. Petersburg, in Azië, in Amerika; overal verdedigt men hem en valt men hem aan, overal neemt men hem aan of verstoot men hem, even als ten tijde van zijn sterfelijk leven. Hij bevindt zich in den grond van al de groote bewegingen, die de wereld

(l Het Evmifirhe is do gosrlucdcms van Jezus Christus, quot;cschreven dooi- ooy^cluigcn voor andere ooggetuigen, de Joden en de eersU- Glu'isleuen . verhaald door de heiligste mannen, de Apostelen, di • zich lu-hhen laten docden om de waarheid van hun woord te getuigen....

Men behoeft hel Kvaugehe slechts te lezen om overtuigd te zijn van zijne waarheid. De ongeloovige Rousseau bekende zelve zóó rn/ili, rncu me! Kil y.r v.U'hij, on dv itilvinder van dergelijk bock zonde ven.rotide, lgt;Jki'gt;' zijn dan degene zelve, die cr de held van uilmuahl.

ocr page 96

tegen den godsdienst

beroeren , hij is de hoofdvraag, het middelpunt waarop alle kwestiën uitioopen die het hart der mensckheid raken

Hij leeft, hij spreekt, hij beveelt, hij onderwijst, hij verdedigt, hij ontwikkelt zijn machtig leven in het Christendom waarvan

o '

hij het beginsel, de ziel en de samenvatting is Het lot van het eene is het lot van het andere; want het Christendom is de voortzetting van het leven van Jezus Christus in het heelal, door alle eeuwen heen. ..

Derhalve is Jezus Christus een algemeen, voortdurend, altijd tegenwoordig, gedurende negentien eeuwen handelend feit, m levende karakters geschreven op alle geslachten, op alle landen, op alle volken Het is een leven bij uitzondering, dat de wereld doordringt Alles gaat voorbij, alles sterft rondom hem; hij alleen, HIJ ALLEEN leeft en blijft bestaan !.,

Er is derhalve in hem meer dan een mensch, en de groote Napoleon had gelijk toen hij zeide : »Ik weet wat menschen zijn, en ik zeg u, ik, dat die mensch meer was dan een mensch.quot;

II.

En, zonderling verschijnsel, Jezus Christus alleen eigen, dat leven hetwelk de we-

93

ocr page 97

94 antwoorden op de bedenkingen

rekl vervult sedert zijne verschijning op do aarde, heeft met dezelfde macht de vroegere eeuwen vervuld, lot aan de wieg der wereld Voor dienzelfden Jezus, voor wien de christen geslachten geleefd hebben, leven en zul-ien leven, voor hem is het, dat de geslachten der oude geloovigen, der leerlingen van Mo-zes, der Profeten, der Aartsvaders geleefd hebben ! In hem hebben zij geloofd ; op hem hebben zij gehoopt; item hebben zij verwacht; hem hebben zij bemind! Op den middag verlicht de zon met hare stralen de gansche uitgestrektheid der baan, welke zij heeft afgelegd en nog moet doorloopen; zoo verlicht Jezus Christus, het middelpunt der menschheid, en verlevendigt hij alles, het verleden, het tegenwoordige, de toekomst. ....

Ill

Jezus Christus, en Jezus Christus alleen, is het toonbeeld der volmaaktheid, het model waarnaar de zedelijke, beschaafde wereld zich vormt, de mal waarin de menschheid, m zekeren zin, zich giet om hare ondeugden te hervormen — Is de deugd wel iets anders dan de navolging van Jezus Christus?

Er is niets gemeens tusschen hem en eenig

ocr page 98

tegen den godsdienst.

bekend toonbeeld der volmaaktheid, joodsch, grieksch, of romeinsch Hij is Hu, hij is alleen, hij is eenig, hij is boven alles verheven.

In de menschelijke volmaaktheid bestaat er altijd mededinging in deugd, de eene mensch overtreft den andere ; er zijn tegenhangers Jezus Christus, en Jezus Christus alleen, maakt eenc uitzondering. Er

' O

beslaat eene gaping tusschen zijne volmaaktheid en die der andere nienscben.

Welke naam kan men naast den zijne plaatsen? Wie zou men met hem durven vergelijken? De Heiligen, die de helderder deugd op aarde zijn, zijn niets dan zwakke kopieën van hem.

Niemand denkt er aan, niemand heeft er ooit aan gedacht om hem te evenaren ; want men gevoelt, dat hier onmogelijk sprake kan zijn van mededinging. Alles wordt verduisterd bij zijn licht, even als al de kunstlichten der wereld verduisterd worden door het licht der zon. Hij heeft het dan ook zelve gezegd; Ik hen het licht der icereld.

En die bovenmenschelijke volmaaktheid is een verschijnsel zonder antecedenten; niets heeft haar voorgegaan, niets haar voorbereid. Evenals zijne leer, komt zij geheel afge-werkt, geheel volkomen, voort. Zij maakt

95

ocr page 99

96 antwoorden op de bedenkingen

goen deel uit van eenige wijsgeerige of godgeleerde school, er is geen oorzaak die haar voortbrengt of uitlegt, tenzij de tegenwoordigheid dor Volmaaktheid zelve, die God is. Zij verlicht alles, zij wordt door niets verlicht, zij is het brandpunt zelf van het licht.

Eene andere, niet minder treffende opmerking, aan Jezus alleen eigen, is deze: bij hem, is die waarlijk goddelijke volmaaktheid, welke zoo hoog verheven schijnt te zijn boven de menschheid, zoo onbereikbaar voor onze zwakheid, evenwel do meest praktische, de navolgbaarste, de vruchtbaarste, de eenig vruchtbare in navolgers en in discipelen. Zij wordt voorgesteld aan alle menschen. aan het kind en aan den grijsaard, aan den ongeletterde en aan den geleerde, aan den arme en aan den rijke, aan dengene die begint en aan dengene die eindigt. Zij schijnt voor ieder in het bijzonder gemaakt. Zij eigent zich tot, kan worden toegepast op alles en hervormt alles; zij is de volmaaktheid voor allen!

Wie ziet daar niet het kenmerk der Godheid? Kan de mensch iets van dat alles?

Eindelijk, laatste karakter der volmaaktheid van Jezus Christus, bovenmenschelijk gelijk alle anderen, en, gelijk alle anderen.

ocr page 100

tegen den godsdienst 07

aan hem alleen eigen: zijne Yolniaakllieid heeft niets overdrevens.

De mensch overdrijft altijd zijne hoedanigheden. Zich zwak gevoelende, wil hij liever, uit vrees van te falen, overdreven zijn m het goede.

De heilige Vincentius a Paulo was nederig, maar hij schijnt de geringschatting van zich zeiven te overdrijven; de heilige Carolus was gestreng, maar zijne strengheid schijnt ons schrikaanjagend toe: de heilige Franciscus, die arm was, schijnt zijne ontberingen te overdrijven, enz. ; de mensche-lijke onvolmaaktheid schijnt tol zelfs in de heldhaftigheid door — In Jezus Christus is het goede volkomen waar , niets is overdreven; de volmaaktheid der goddelijke natuur vertoont zich en smelt samen in de ware en goede aandoeningen der menschelijke natuur. De geheele mensch vertoont zich in hem. De God en de mensch zijn geheel.

En juist uit dien hoofde boezemt dat zoo volmaakt model geen wanhoop in; het is integendeel zacht, zoet en beminnelijk. Het is de waarheid eener volmaakte en mogelijke deugd, door een Godmensch, zoo icaariijh mensch als hij waarlijk God is, aan men-schcn voorgesteld.

Welk een wonder! cenig in zijn soort'.

ocr page 101

08 antwoorden èn bedenkingen

Welkeen wonderwerk is Jezus Christus!____

Wie zal niet uilroepen: !:De vinger Gods is hier!quot;

IV.

En zijne leer. en dat woord, dat sedert achttien eeuwen is overwogen, besproken, aangevallen, ontleed door elke soort van wetenschap, door allerlei haat, door de grootste genieën; dat is toegepast op de maatschappijen, op de volken, op de personen,— nimmer heeft men het van dwaling kunnen overtuigen! — Altijd blijft het quot;het licht der werelden elke poging bevestigt, hetgeen de Meester voorzegd heeft: ^Hemelen aarde zullen voorhij gaan: maar mijne woorden zullen niet voorbijgaan.quot;

Daar, waar dal woord weerklinkt, dringt de beschaving, het verstandelijke en zedelijke leven, de vooruitgang, de verlichting

door____; daar, waar het niet heerscht, en

naar mate het er minder heerscht, vindt men de verlaging, de machteloosheid, het materialisme, den dood.

liet woord van Jezus Christus heeft onze hedendaagsche maatschappij gesticht; dat woord is de leidsman, de flambouw geworden die de menschelijke rede en de wijsbegeerte verlicht en leidt; en, of ze het wil-

ocr page 102

tegen den godsdienst. 99

len of niet, de ongeloovige christenen rede-j neeren legen Jezus Christus met hetgeen I Hij zelve hun gegeven beeft.

«Nooit hc.eji een rnensch, zeiden de Joden. gesproken zooals deze rnensch!quot;

Inderdaad, sla het Evangelie open____

Welke ongehoorde mach I! welk gezag! welke

kalmte! welke hemelseheeenvoudigheid!____

' Jezus onderwijst hetgeen hij ziet, hetgeen hij weet Hij redetwist niet; hij tracht niet te bewijzen, te overtuigen; Zijn woord is 1 hem genoeg; hij is zeker, hij spreekt op stelligen toon. Alleen de menschgeworden God, tot de menschen sprekende, is in staat om zulk eene taal te voeren.

v.

Wat meer is, hetwoord van Jezus Christus hewijst zich zelf; want het bevestigt onophoudelijk zijne Godheid

Hij zegt te zijn God, de Zoon Gods1, de Christus, de 'Waarheid, hel Leven, de Verlosser, de Messias.

«Indien gij de Christus zijt, zeiden hem

(1) Door Zoon Gods verstonden noch Jezos Christus, noch de Joden, tot wien hij sprak, een rechtvaardig man, kindGous. vriend Gods. Hij en zij verstonden daardoor het goddelijk woord, de tweede persoon der Heilige Urieéenheid, de eeuwige en eenige Zoon Gods, God gelijk de Vader en de Heilige Geest. En daarom ook, wanneer Jezus aan Kaiphas verklaart »dat hij deZüon Gods is,quot; roepen de hoogepriester en de fariseön uit, dat hij gelasterd heeft en veroordeelen zij !Iem ter dood als lasteraar omdat zij zich zeiven God gemaakt hee/'t-

ocr page 103

100 antwoorden op de bedenkingen

de Joden, zeg het ons. — Ik spreek tof.n, antwoordde Hij hen, en gij gelooft mij niet. De lijerken die ik in mijns Vaders naam doe, deze geven van mij getuigenis. Ik en de Vader zijn één.,quot; Zij willen hem steenigen, in plaats van dat woord te ge-looven. quot;Waarom, zegt Jezus, wilt gij mij steenigen?quot;

quot;Wegens godslastering, en omdat gij, een mensch zijnde, u zei,ven tot God maakt.quot;

De Samarilaansche vrouw spreekt hem over den Verlosser Christus, die alle men-schen moet zalig maken en hun alle waarheid moet leeren : »Ik een het, zegt hij, ih die tot u spreek.

Een andermaal onderwijst hij de scharen die hem omringen ; Voorwaar, voorwaar ik zeg het u, evenals de Vader de dooden opwekt, geeft de Zoon het leven terug aan wien hij wil..., opdat allen den Zoon

een gelijke eer bewijzen als die, welke

den Vader verschuldigd is.

Degene, die den Zoon niet vereert,

vereert den vader niet.

Hij onderricht een geleerden jood, die hem was komen raadplegen, ■•Niemand, zegt hi j tot hem, klimt ten hemel op dan degene die uit den hemel is nedergedaald, de

ocr page 104

tegen den godsdienst.

Zoon des menschen die in den hemel is.quot;

quot;Zoozeer heeft God de wereld lief gehad, dat hij haar zijn eenigen Zoon heeft gegeven, opdat degene die in hem gelooft, niet sterve, maar het eeuioig leven be zilte. God heeft zijn Zoon in de loereld gezonden, opdat de wereld door hem verlost worde.

^•■Degene, die in hem gelooft, zal niet veroordeeld worden, maar-degene, die niet gelooft, is vooraf geoordeeld, omdat hij niet gelooft in den eeniggeboren Zoon Gods.quot;

Hij heeft den blindgeborene genezen; deze, door de farizeën uit de synagoog verjaagd, omdat hij zeide dat zijn weldoener ten minste een profeet was, vindt hein terug en werpt zich aan zijne voeten. «Gelooft gij in den Zoon Gods?quot; vraagt Jezus hem. — «En wie is hij, Heer, opdat ik in hem geloove? — Gij ziet hem; en degene, die tot u spreekt, hij is het zelve.quot; En die arme man zegt: »Ik geloof. Heer!quot; En ne-derknielende, aanbidt hij hem.

Is het genoeg ? of wilt gij hem nog meer hooren spreken?

«Uw vader Abraham, zeg', hij aan de Joden, heeft zich verheugd, dat hij mijnen dag zou zien. — Hoe! antwoordt men. gij zijt

101

ocr page 105

102 antwoorden op de bedenkingen

nog geen vijftig jaren oud, en gij hebt Abraham gezien1 !quot;

quot;..... Voor dat Abraham was, ben ik

Tot de zuster van Lazarus, die hem komt vragen om haar broeder van den dood op te wekken, zegt hij: Ik ben de opstanding en het leven, die in mij gelooft, al ware hij gesiorven, zal leven. En een iegelijk die leeft en in mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft gij dit? — Ja ,Heere, antwoordt de getrouwe Martha, ik heb geloofd, dat gij de Christus zijt, de Zoon des levenden Gods, die in deze wereld gekomen zijt.

En eenige oogenblikken daarna genaderd zijnde tot het reeds in ontbinding overgegane lijk van Lazarus, voegt hij er deze goddelijke woorden bij;

»Vader, ik dank u, dat gij mij hebt verhoord, Ik wist wel, dat Gij mij altijd verhoort; maar om het volk, hetwelk rondom staat, heb ik dit gesproken, opdat zij ge-looven dat Gij mij gezonden hebt.

En hij riep met luide stem: -Lazarus, kom uit!quot; En de doode stond op, terwijl zijn aangezicht, zijne handen en zijne voeten gebonden waren met de grafdoeken ____

(1) Abraham leefde twintig eeuwen vóór Ji-zrs Christus.

ocr page 106

tegen den godsdienst. 103

Men zou hel geheele Evangelie moeten aanhalen.

Leest voornamelijk zijn onvergelijkelijke rede voor het laatste Avondmaal (in het Evangelie volgens Joannes, H. XIII en volgg.): Ik ben, zegt hij, de weg, en de waarheid, en het leven. Niemand komt tot den Vader, dan door mij; Indien gij mij gekend kadi, zoudt gij ook wel mijnen Vader gekend hebben, degene die mij ziet, ziet mijn vader.

En al wat gij den Vader zidt vragen in mijnen naam zal ik doen, opdat de ^ ad er in den Zoon verheerlijkt worde. Hebt mij lief. Indien gij mij lief hebt, onderhoudt mijne geboden en mijn Vader zal u beminnen, en wu zullen in u komen, en wu zullen in u wonen.quot;

Tot op het kruis verzekerde Jezus, dat hij God is en spreekt hij als een God. Do goede moordenaar, aan zijne zijde gekruist, roept, door het geloof verlicht, uit; quot;Heer, gedenk u mijner in uw rijk. — Heden, antwoordt hem Jezus, zult gij met mij in het paradijs zijn,quot;

Eindelijk — want ik moet mij beperken, — de ongeloovige Thomas ziet hem, raakt hem aan na zijne verrijzenis; door de klaarblijkelijkheid overwonnen, valt hij aan zijne

ocr page 107

104 antwoorden op de bedenkingen

voeten en roept hij uit; quot;Mijn lieer en mijn God!quot; Wol verre van hem te berispen, keurt Jezus het goed; »Dewijl gij gezien hebt, Thomas, hebt gij geloofd. Zalig

zijn zij die niet gezien en toch geloofd hebben!

Zie welke taal, welk gedrag, welke almacht! Hoe laat hij zich God noemen! hoe heeft hij den toon en de uitdrukking van een God ! hoe eischt hij voor zich de rechten der godheid, het geloof, de aanbidding, het gebed, de liefde, het offer!

Welnu, de redenering is eenvoudig deze:

Jezus spreekt de wct.arheid, of hij spreekt de wnarheid niet. Een middxnweg is hier niet te vinden.

1°. Spreekt hij de waarheid, dan is hij wat hij zegt te zijn, hij is God Hij is de eeuwige Zoon van den levenden God, gezegend in de eeuwen der eeuwen, en ai zijne woorden, zijne daden, zijne wonderen, zijne overwinning, laten zich gemakkelijk uitleggen. Niets is onmogelijk voor God,

2°. Indien hij onwaarheid spreekt, dan is hij (godslastering die ik ternauwernood durf schrijven, ofschoon ik het doe om haar te bestrijden) dan is hij een gek of een bedrieger.

ocr page 108

tegen den godsdienst.

Ja, een gek, indien hij niet weet wat hij doet; een verfoeielijke bedrieger, indien hij met kennis van zaken liegt.

Zoudt gij hot ook durven zeggen? Jezus Christus, de wijze bij uitnemendheid, een gek !!! — Jezus Christus, de deugdzaamste, de heiligste der menschen, een leugenaar, een heiligschennende bedrieger! ! !

o o

Men zou het verstand en den zedelijken zin moeten verloren hebben, om dergelijke dwaasheid te uiten. Derhalve is hij God.

Jezus Christus is voor de menschelijke rede evenals hij voor Caïphas was op den dag van zijn lijden. ^Ik bezweer u, zeide de hoogepriester tot hem, in den n aam van den levenden God, ons te zeggen of gij de Christus, de Zoon van God zijt. — JA, antwoordt Jezus ; GIJ HEBT HET GEZEGD, IK BEN HET.quot;

Men moet die bevestiging gelooven ufniet; een middenweg is niet mogelijk.

Men moet Jezus Christus geheel en al aannemen, of hem geheel en al verwerpen. Degene, die niet voor hem is, is tegen hem; degene, die hem niet aanbidt, kan niet, zonder zich zeiven tegen te sprehen, zonder dwaas

o i- '

te handelen, hem loven, hem bewonderen, hem verheffen als een wijze, als een groot man, als een profeet.

105

ocr page 109

106 antwoorden op de bedenkingen

quot;Maar misschien, zal iemand denken, noemde hij zich alleen God om zijne leer gemakkelijker te doen aannemen.quot;

Dan blijft de moeilijkheid toch in haar geheel bestaan; want zelfs de liesle bedoeling zou nooit zulk een groot, zulk een voortdurend bedrog kunnen verontschuldigen, en men zou daaruit niettemin moeten besluiten, dat dewijl het geheele leven van Jezus Christus eene bevestigine; was van

o o

zijne godheid, bet een weefsel van dwaasheden en godslasteringen is geweest.

Maar, die reden daargelaten, deze onderstelling is volstrekt onaannemelijk. Inderdaad :

1° Dergelijk verdichtsel /oude zijngeheelo werk omvergeworpen, zijn geheele leer vernietigd hebben. — Jezus Christus heeft maar één doel: de afgoderij te vernietigen, overal het rijk der waarheid te herstellen : (foorfZetürtrtr/tc?(:Z,dedeugdendeheiligheid op aarde terug te brengen; God te geven wat aan God alleen toebehoort: het hart des menschen, zijn geloof, zijne genegenheid, zijne Helde. Kon hij, met dat denkbeeld, zonder waarlijk God te zijn, den titel van God aannemen en de rechten van God voor zich vorderen, zonder daardoor den grondslag yan zijn gansche doel te vernietigen?

ocr page 110

tegen den godsdienst. 107

2°. Dat zoogenaamd middel, bestemd om zijne leer te ondersteunen, zou haie geducht-ste vijand zijn geweest.

;• Het onmogelijke, menschelijker wijze gesproken, in ue prediking van Jezus Ghris-tus en van zijne Apostelen, was voornamelijk daarin gelegen, dat men den volken de goddelijkheid moest doen aannemen van dien armen, vernederden Jezus, van dien man van smarten, gestorven aan het kruis. Verzet zich niet juist de rede het meest daartegen in het christelijk onderwijs? Is dat niet juist de steen des aanstoots voor den ongeloovige? En Jezus Christus zou dat middel gekozen hebben om zijnen godsdienst te doen aannemen? Maar dat ware het toppunt van dwaasheid geweest! Welk een zonderling lokaas dat honderdmaal meer verschrikt dan de vischangel zelve!

Ik begrijp, dat, wanneermen de goddelijkheid van Jezus Christus eenmaal aangenomen heeft, zij een krachtig middel wordt om aan zijne leer te doen gelooven. Maar wie zou die onderstelling zelve hebben doen aannemen? en hoe zou Jezus Christus als een God hebben kunnen beschouwd worden, vmAeveenehlaarblijkelijkecnomveersicxan-bare openbaring.

Neen, neen, ik herhaal het, het boven-

ocr page 111

108 antwoorden op t)e bedenkingen

menschelijk karakter van Jezus Ciiiustus, zijne voorden, zijne verklaringen, zi jne handelingen, zijn werk, dat het christendom is, in aanmerking genomen, kan de redelijke en rechtzinnige man maar ééne partij kiezen: iiij moet nederknielen, de oneindige liefde aanbidden van een God, die de wereld zoo zeer bemind heeft, dat hij haar zijnen eenigen Zoon heeft gegeven, en met den heiligen, getrouw geworden Thomas uitroepen : «Mijn Heer en MIJN GüDi — Dominls meuset DEUS MEÜS ■!quot;

XIX

Het is vee! beter protestant dax' katlioiiek te zjjn; men is toch altijd christen, en liet is bijna hetzelfde

Antw Wel zeker, bijna-, even als devai-schc munt bijna hetzelfde is als de echte. Het eenig verschil bestaat daarin, dat de eene echt en de andere ^alsch is

I.

Katholiek en Protestant, »bij rui hetzelfde !quot; — Maar kent gij dar. geen van beide ?

Daar, waar de katholieke Kerk bevestigt, ontkent de Protestant

De Katholiek neemt als geloofsregel aan, de onfeilbare leer de: Kerk — De Protes-

1) deze hoof'ivran^ is belimndeld in non afzoiulerlijk werkje, gciitcld; Qn'esl cc 'j nv J '\lt;us-Cligt;'isl ? (Wat is Jczus-C'Jo-istus f)

ocr page 112

tegen den godsdienst.

lant verwerpt de Kerk. veraclit haar gezagj en kent niets dan den Bijbel, dien hij uitlegt zooals hij kan en zooals hij wil.

Ue Katholiek put het christelijk leven uit de zeven HIJ. 'vikramenteji der Kerk, en onderhoudt het voornamelijk door het ontvangen van de HH. Sakramenten der Biecht en der Eucharistie. - - De Protestant erkent die HH. Sakramenten niet; hij behoudt alleen het Doopsel, en hoe dan nog i...

De Katholiek aanbidt in de Eucharistie, Jezus Christus, die er waarlijk tegenwoordig is. — De Protestant ziet daarin niets dan een ijdel zinnebeeld, een stuk brood.

De Katholiek vereert de Allerheiligste Maagd Maria, de Moeder van den mensch-geworden God. hij roept haar aan, bemint haar — De Protestant gevoelt voor Haar een onverwinbare verwijdering, die dikwijls gaat tot verachting, tot afkeer.

De Katholiek vereert in den Paus, den Plaatsbekleeder van Jezus Christus, het Opperhoofd der geloovigen, den Opperherder en den onfeilbaren Leeraar van Gods wet. —• De Protestant ziet in hem niets dan den Antichrist, den plaatsbekleeder van satan en den vijand der waarheid, enz., enz., enz.

Het Protestantisme staat tot het Katho-

109

ocr page 113

110 antwoorden op de bedenkingen

licisme als neen tol ja, en dat wel in de hoolchvaarheden van den Godsdienst. — IJc-halve dit kleine verschil, is het volkomen hetzelfde.

II.

gt;■ Hel is heler, zeidet gij, Prolesianidan Katholiek te zijn.quot; Neen. Dat alleen is of liever dat is lt;joed, wat waar is. Het overige deugt niet.

Ga uit van dit klaarblijkelijk beginsel : Er is geen middenweg tvsschen de waarheid en de dwaling. Wat niet waar is, is valsch, en wat niet valseh is, is waar.

In zake van Godsdienst is dat beginsel nog van meer gewicht dan in elke andere zaak. — Er is maar één ware Godsdienst; wij hebben het gezien, de Godsdienst van Jezus Christus, die alle eeuwen, alle volken, alle menschen omvat, en die, daarom, altijd katholiek of r/A/cween werd genoemd.

De Protestantsche sekten zijn die eeneen katholieke Godsdienst van Jezus Christus niet; denaam alleen duidt het aan; derhalve bezitten zij de ware Godsdienst niet; derhalve zijn zij eene dwaling, eene verval-sching van het Christendom.

Dat alleen zou reeds genoeg zijn. Maar onderzoeken wij en laat ons verder gaan.

ocr page 114

TEGEN DEN GODSDIENST. lil

III.

Jezus Christus, de stichter van liet Christendom, is daarvan alleen de Meester. Niemand heeft dat ooit ontkend.

Niemand heeft het recht om dien Godsdienst te onderwijzen, te prediken, indien hij daartoe den last niet heeft gekregen van Jezus Christus.

Indien ik u eens zeide: quot;Mijn vriend, gij zijt christen. De christelijke godsdienst onderwijst u deze of gene leer, legt u dezen of genen plicht op. Welnu, ik zal dat alles eens hervormen. Gelooft niet meer wat gij tot nu toe geloofd helit, geloof nu hetgeen ik u onderwijs; ik onthef u van dezen of genen plicht die lastig is; ik veroorloof u hetgeen uw godsdienst u verbiedt,quot; enz.

Gij zoudt mij ongetwijfeld antwoorden: quot;Maar wie zijt gij toch, dat gij zoo handelt? Mijn Godsdienst heeft maar één Meester, Jezus Christus. Heeft hij u gezonden? Wanneer en hoe heeft hij u gezonden ? Bewijs mij de goddelijkheid uwer zending?quot;

Welnu, toen Luther, Calvijn, Zwingli, Hendrik VIII, enz., driehonderd jaar geleden, zich hebben opgeworpen als hervormers van den christelijken Godsdienst, kon dat bezwaar van het eenvoudigst gezond ver-

ocr page 115

i 12 antwoorden op de bedenkingen

stand hen heLhen teruggehouden hij den eersten stap.

Velen hebben hun die vraag gesteld; zij hebben niets kunnen antwoorden 1; en de kwade driften alleen hebben hun nieuw godsdienst doen omhelzen.

Zij alleen derhalve die daarmede door Jezus Christus belast zijn, hebben het recht om zijnen Godsdienst te onderwijzen. Maar die gezanten, die wettige, die alleen wettige leeraars van den Godsdienst, die wettige Herders van bet christen volk, wie zijn ze? hoe zal men ze herkennen ? — Door middel van twee zeer eenvoudige opmerkingen.

De eerste is een groot historisch feit, zoo klaarblijkelijk, dat de protestanten die ter goeder trouw zijn, er zelfs niet aan denken om het te ont kennen, namelijk: dat de Paus, de tegenwoordige Bisschop van Rome, het Hoofd van den katholieken Godsdienst is, en dat hij, door eene onafgebrokene opvolging van Opperpriesters, tot aan den heiligen

1

Evenwel wilde Calvijn eens een iconder doen om de moeilijklieid op te lossen. Ongelukkiger wijze nam hij zijne maatregelen slecht, of liever God verijdelde die. — Hij had een man betaald om zich dood te houden, ten einde hem daarna Of* te wekken. Toen hij, gevolgd door zijne vrienden, hij den gewaanden doode kwam, had Gods rechtvaardigheid zijn medejdiclitige getroffen: hij lag wezenlijk djod in zijn bed.

Luther ontstak in toorn als men hem het bewijs zijner zending vroeg. Hij antwoordde mot den onbescheiden vrager eenige scheldwoorden: ezel, varken, hond, vervloeide Turk, en dergelijke liefelijkheden naar het hoofd te werpen.

ocr page 116

tegen den godsdienst. 113

Apostel Petrus opklimt; dat, de katholieke Bisschoppei) ten allen tijde zijn beschouwd geworden als de opvolgers der Apostelen.

De tweede is de verklaring van dat feit dooide eenvoudige lezing der plaatsen van het Evangelie, waar onze Heer Jezus Christus aan zijne Apostelen en hun alleen de heilige zending geeft om zijnen Godsdienst aan alle mensohen te prediken, en onder de Apostelen zeiven den heiligen Petrus uitkiest, om het hoofd der geheele Kerk. de band van eenheid der herders en der geloovigen, de onveranderlijke grondslag van hot levende gebouw te zijn, dat hij moet optrekken.

Ik vraag het u, wat is duidelijker, wat plechtiger dan die zending als herders en leeraars, welke de Apostelen ontvangen hebben? — quot;Ontvangt den Heiligen Geest, zegt hun de Zoon Gods; gelijk de Vader

mij gezonden heeft, 7.ende ik ook u (H.

Joannes) Gaat derhalve en leert allen volken;en doopt hen in den naam des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes. Verkondigt het Evangelie aan alle schepselen. En ziet ik ben met u alle de dagen, tot de voleinding der wereld. Wie u hoort, hoort mij, wie u versmaadt, versmaadt mij (HH, Matthteus en Marcus).

8

ocr page 117

114 anwoorden op de bedenkingen

En dat andere woord des Heeren tot den heiligen Petrus gesproken, mocnt gij dat het niet even duidelijk en klaar is?

«Gij zijl Petrus^, en or deze steenrots

zal ik mijne kerk bouwen; CV (h pdOVten der hel zullen haar rvicl orericelfligen. En ik zal u de sleutelen van het rijk der

hemelen geven. En al wat gij opdeoarcle zult binden, zed ook in den hemel gebonden zijn, en al wat gij op de aarde zult ontbinden, zal ook in den hemel ontbonden zijn^.

1°. Er bestaat eene christelijke Kerk, omdat Jezus Christus zegt; Mijne kerk.

2°. Er is maar eene Kerk, want hij zegt niet mijne Kerken, maai mijne Kerk.

3°. Sn welke is nu de ware, de eenig ware Kerk, onder ai degenen die zeggen dat .zij die eenige Kerk zijn? De Kerk die gegrond is op den heiligen Petms, die bestuurd wordt door den heiligen Petrus, die onderricht wordt door den heiligen Petrus, altijd levende in zijn' opvolger, derhalve, de roomsch katholieke Kerk, waarvan de Paus, de opvolger van den heiligen Petrus, de Opperpriester en het Opperhoofd is.

1) In de hebreeuwsche taai, waarvan onze Heer zich bediende, is dat -woord nog duidelijker. Vertaalde men volgens de letter, dan zou men moeten zeggen ; Gij zijl de steenrots, en op die steenrots zal ik mijne Kerk bouwen.

2) Heilige Mattlueus, li. xvi.

ocr page 118

TEGEN DEN GODSDIENST.

Is die redenering niet hoogst eenvoudig? Daardoor alleen heb ik een* protestant, die later katholiek is geworden, en eene russi-sche schismatieke vrouw overtuigd.

Op het punt van ten hemel te varen, heeft de Verlosser nogmaals aangedrongen en bevestigd, hetgeen hij aan den heiligen Petrus gegeven had, hem zeggende: ..Weid mijne lammeren! Weid mijne schapen!quot; (H. Joann, xxi: 15 —17.)

115

Derhalve zijn die groote beloften van Jezus Christus gedaan aan den Paus en aan de Bisschoppen, de tegenwoordige Herders der katholieke Kerk, die alleen door eene onafgebrokene opvolging tot den heiligen Petrus, het Opperhoofd der Apostelen, en tot aan de Apostelen opklimmen, aan hen, en aan hen alleen, is de zending toevertrouwd om te onderwijzen, te prediken, den Godsdienst te bewaren; zij, en zij alleen, zijn de wettige Herders van het christen volk, Met hen, en met hen alleen, blijft Jezus Christus tot de voleinding der eeuwen, om hen te behoeden tegen alle dwaling in de leer, en legen alle fouten in de heiligmaking der zielen 1

1

Dat noemt men de onfeilbaarheid der Kerk: het is de onfeilbaarheid van Jezus Christus, van God zeiven, die haar'is medegedeeld.

ocr page 119

116 antwoorden op de bedenkingen

Wanneer ik derhalve mij aan hen onderwerp en naar hunne onderrichtingen luister, dan ben ik zeker den waren christelijker! Godsdienst te kennen en te beoefenen.

En gelief hier de ontzaglijke voordcelen van dit goddelijk, duidelijk en onfeilbaar kanaal van gezag op te merken, dat de katholieke Kerk onsaanbiedt. — Hoegernak-kelijk is het voor een katholiek, om met volstrekte zekerheid te weten wat hij geloo-ven, wat hij vermijden moet om christen te zijn! Hij behoeft slechts te luisteren naar zijn pastoor, die gezonden is door zijn Bisschop, die zelve vereenigd is met den Paus, den Plaatsbekleeder van Jezus Christus , zijn bedienaar op aarde, door wien hij onderwijst, door wien hij oppermachtig beslist wat men moet gelooven, doen en nalaten .

Hoe schoon, hoe eenvoudig is dat! Zie eens welke volmauklc eenheid uit dat gezag voortvloeit! Overal hetzelfde geloof, dezelfde leer; te Rome, te Parijs, in China, in Amerika,'quot; )n Azië, in Afrika, overal hetzelfde ware 'godsdienstig ondeiricht, dat van den Plaatsbekleeder van Jezus Christus zeiven! Overal hetzelfde priesterschap, dat, waarvan de Paus het zichtbare en Jezus Christus het onzichtbare Opperhoofd is! Overal hetzelfde offer, dezelfde eemlienst,

ocr page 120

tegen den godsdienst. 117

dezelfde sakramenten, dezelfde middelen van heiligmaking en van zaligheid !

Des te schoonere, des te hovenmensche-lijkere eenheid, omdat de clu'istclijke maat-ichappij onder bestuur van den Paus (en zij alleen) zich over dcganscheaarde uilstrekt.

Overal zijn er Katholieken. Hun naam alleen duidt hel aan (dat deed de heilige Augustinus reeds vijftien honderd jaren geleden opmerken); kutholiek wil zeggen algemeen . De katholieke Kerk omvat al de tijden, al de landen, al de volken. En, zoo als onze Heer Jezus Christus liet heeft aangekondigd, zal het laatste oordeel plaats vinden, wanneer de katholieke Kerk het Evangelié' aan alquot;de volken der aarde zal gepredikt hebben1.

Overal waar zij doordringt, verspreidt de katholieke Kerk de christelijke heiligheid Zij brengt overal en altijd de verhevenste volmaaktheid voort in degenen die hare onderrichtingen nakomen. Zij is de moedor der heiligen Sedert achttien eeuwen heeft zij mol opgehouden heiligen voort te brengen, en Jezus Christus, haar God en haar stichter, bevestigd te zien door de wonderen van de heiligheid barer dienaren.

1

Mattaeus. H. xxiv, v. 14.

ocr page 121

118 antwoorden op de bedenkingen IV.

Het Protestantisme daarentegen (zijn naam alleen doet het gissen), is eene arer-woesting, eene ontbinding van die geheele orde, onder het voorwendsel van hervorming. In dien naam ligt opstand opgesloten.

Verdeeld in tal van kleine sekten, die elkander onderling den banvloek naar het hoofd slingeren, en die alleen eenstemmig zijn in hunnen haat tegen de oude Kerk; lutheranen, calvinisten, zwinglianen, sakra-mentarissen, wederdoopers, pedobaptisten, hernhutters, evangelieschen, anglikanen, kwakers, piëtisten, methodisten, bevers, «duikers, enz. enz. (men telt er meer dan twee honderd), is het protestantisme de godsdienstige regeringloosheid.

Het heeft het Christendom aangevallen lot in zijn wezen en zijne regeling. Het heeft den hoofdregel van het geloof verworpen, namelijk het onfeilbare onderwijs en het goddelijk gezag van den Paus en van de Bisschoppen, de eenige wettige herders en leeraars. — En zoo doende heeft het, ofschoon hoog opgevende van het geloof, het geloof, dat is de onderwerping van verstand en van hart aan het goddelijk onderwijs, vernietigd. Do Protestant gelooft immers alleen aan zijne eigene uitlegging van Gods woord;

ocr page 122

tegen den godsdienst

hij stelt zich zeiven, in plaats van degenen die Jezus Christus als rechters gesteld hoeft, als rechter aan over de godsdienstgeschillen; hij gelooft ia zijn reden, niet in het woord Gods dal hij in zijn bijbel leest; hij heeft geen geloofsleer, hij heeft slechts weemngren, veranderlijk als hij zelve, en hij gelooft niet meer aan zijne meeningen Zooveel hoofden, zooveel godsdiensten bij de Protestanten En wat meer is, ieder hoofd kan dagelijks van godsdienst veranderen. Ik ken eene zeer achtenswaardige protestantsche familie, uit vier personen samengesteld, waarvan ieder een anderen godsdienst heelt ! ! !

Om diezelfde reden waait het Protestantisme, met betrekking tot zijne leer. naar alle winden, het verandert telken jare, telken dag in zijne geloofsbelijdenis. — Het verwerpt heden, wat het gisteren leerde; het heeft geen eenheid, geen oudheid, geen algemeenheid, geen duurzaamheid

Ik tart een Protestant om mij met juistheid te zeggen wat iedereen moet gelooven, op stratfe van niet in de christelijke waarheid te zijn.

quot;Gij verschilt, zeide weleer Tertullianus aan Montanus, derhalve dwaalt gij.quot;

Het Protestantisme brengt deugden voort,

119

ocr page 123

120 ANTWOORDEN GP DE BEDENKINGEN

omdat het overblijfsels van de waarheid heeft behouden te midden zijner afbraak; maar die deugden dragen wel den stempel van het mengsel. Zij zijn bijna altijd koel en trotsch, even als de deugden der farizeën, — zij bestaan ondanks het protestantisme. In wezenlijkheid zijn zij katholiek, zij behooren tot de Kerk. Hoe protestanter de protestanten zijn,quot; hoe minder christelijke deugden ze bezitten; hoe meer zij tot ons naderen, hoe wezenlijker en levendiger hunne deugden zijn. Men heeft terecht van het protestant-sche Engeland gezegd, dat het, onder de an-dero sekten, de minst wanstaltige was, om-

O '

dat hel de minst hervormde ivas1.

Het protestantisme verwerpt alles wat troostrijk. teedcr. liefderijk in den Godsdienst is: de heilige tegenwoordigheid van Jezus Christus in het Sakramont zijner liefde; den recliterstocl der barmhartigheid en der vergiffenis; de liefde tot en de aanroeping van de Allerheiligste Maagd Maria, die zoete Moeder des Verlossers, die hij ons in zijn

1

Sedert ruim eene halve eeuw ve.-toom zicli ander de Pro-testanten, die nog Christimcr. zijn, eer. zeer bepaald streven oir. tot de Katholieke Kerk Ie naderen. De godsdienst dien zij zich zeiven vormen, hee't bijna niets protestantsch dan de naam. Zij vcilgon ons na zeer vc;e dingeii, on velen hunner bedie-naars varen niet meer uit teffen de Kerk: verseheidenen roe-Ijon de heilige Maagd aan, gel.,oven aan de .Mis, enz. Het go-zond verstand en de waarheid beheersclien langzamerhand de vooroordeelen der kindschheid .1. der sekle

ocr page 124

tegen den godsdienst.

stervensuur tot Moeder heeft gegeven; do aanroeping der Heiligen, onze oudste broeders, onze vrienden, die reeds hel. vaderland zijn binnengegaan, waar zij ons roepen en wachten; hel gebed voor de dood en, enz., enz.

Het heeft geen eeredienst: want jnen kan dien naam niet geven aan hetgeen in de groote naakte vergaderplaats voorvalt, die men den tempel noemt.

Zijt gij daar ooit binnengetreden? Op het eerste gezicht meent men dat die vergaderingen vol van godsdienstigen geest zijn. — Men moet ze eens van nabij gadeslaan: daar is de goede God niet waarlijk tegenwoordig; men gevoelt daar vooral zijne liefde niet.. . Men moet zich herinneren, dat de farizeën oudtijds veel geregelder Ier tempel gingen dan de anderen !...,

De hoofdondeugd van het Protestantisme is de opstand, is de hoogmoed.

Het is dan ook onvruchtbaar in heiligen. Nimmer heeft het eene ware liefdezuster voortgebracht, dat is eene nederige en liefdevolle dienares van God en van zijne armen Zijn ijver is dweepziek; zijne vurige aanhangers zijn zoogenaamde verlichten, onbestemde mystieken, die meenen dat ze vervuld zijn met den Heiligen Geest, en aan wien

121

ocr page 125

122 antwoorden op de uedenkingen

die zoogenaamde geest dikwijls al zeer zonderlinge zaken openbaart!

Zijne zendelingen zijn Mjbelverkoopers... Vergelijk ze eens met de Apostelen of met onze katholieke missionarissen, erfgenamen van den ijver, van de christelijke liefde, van het lijden der Apostelen, evenals zij erfgenamen zijn van hun geloof! Welk een verschil!

Zijne bedienaars prediken zonder zending. Hot zijn in het zwart gekleede hoeren, die eene flauwe zedeleer preeken, welke hierop nederkomt: «Leest den bijbel, en doet wat gij goedvindt, — als gij maar oppast, dat ge niet katholiek wordt.quot;

Met welk recht onderwijzen zij anderen ? Zij bekennen zeiven, dat zij niet meer zijn dan zij, dewijl alle christenen priesters zijn, en, volgens een groot aantal, alle de christinnen ook..... Met welk rechl komen zij

Gods woord aan hunne broeders verklaren? Zijn ze onfeilbaar? Dewijl hunne geheele christelijke godsdienst bestaat in het bijbellezen, moesten zij immers met hun men-schelijk woord niet tusschenbeide komen!

Die gehuwde mannen zijn niet meer de manven Gods, de bruidegoms der Kerk, do mannen van zelfverloochening en opoffering,

ocr page 126

tegen t)en godsdienst.

van christelijke liefde, van kuischheid, van volmaaktheid____

VI.

Alzoo, — om te besluiten, — strijdig met het uitdrukkelijk woord van Jezus Christus; strijdig met de historische overlevering van al de vervlogen eeuwen; strijdig met het denkbeeld van vastheid, van eenheid, van volmaaktheid dat onafscheidbaar is van Gods werk, —zijndeproteslant-sche sekten, waarvan de oudsten nauwelijks drie honderd jaar geleden geboren werden, de jongsten vervaardigd, herzien, vermeerderd, en opgelapt zijn onder onze oogen, in onze eeuw, niet en kunnen ze niet zijn de eene, ware, aZ^e?Jicenc maatschappij of Kerk der ware discipelen van Jezus Christus,

achttien honderd jaren geuf.de.n, QCVCS-iicjd en gegrondvest door de Aposlelenynn den goddelijken Meester.

Ik zou nog andere bewijzen kunnen bijbrengen, de volstrekte onmogelijkheid kunnen aantoonen om de goddelijke ingeving der Heilige Schriftuur, en in het bijzonder van het Evangelie te bewijzen zonder bet onfeilbaar gezag der Kerk; — de ongerijmdheden die de protestanten verplicht zijn zich te laten welgevallen, indien zij zich zeiven willen gelijk blijven en getrouw zijn aan

123

ocr page 127

124 antwoorden op de bedenkingen hunne beginselen ; — het innerliike en loei-

O 7 O CD

sche verband, dal er bestaat, tusschen de protestantsche beginselen en de wanordelijke leerstellingen der revolutionairen, enz. Wat wij gezegd hebben is meer dan voldoende1 .

Het is derhalve, om Christen te zijn. niel genoeg dat men in de godheid van Jezus Christus gelooft, maar men moet, daarenboven, gelooven al hetgeen hij openbaart.

Derhalve, is Christen en Katholiek zijn. eene en dezelfde zaak.

Derhalve is er buiten de Katholieke Kerk geen waar christendom, en zooals de heilige Cvprianus, Bisschop en Martelaar het zestien honderd jaar geleden, verkondigde : quot;Niemand kan God tot Vader hebben,

«die de kerk niet tot moeder wil heb-quot;renquot;.

Derhalve, een protestant die de ware Kerk, do katholieke, apostolieke en room-

1; Het is een merkwaardig verschijnsel, dat nooit een goede. 1)1 zijn r/cloof ondenrezene ca oprecht fjodvruchtifjc Kalliolick, tot het protestantisme is overgegaan, om beter te worden; terwijl de protestanten die katholiek worden, gewoonlijk god-vrueliligslen, de verlichlsten en eerbiedwaardigstcn zijn, volgons de getuigenis z. lts van hunne gfloolsgenooten.

DikwijN (en heden ten dage meer dan ooit, zijn protestanten katholiek geworden op h-ai sterfbed; njmmkr is een katholiek tot het protestantisme overgegaan in dat vreeselijk oogcu-blik, waarin de waarlieid alleen zich voor de ziel vertoont om haar te oordeelen.

Deze opmerking zou alleen voldoende zijn, o» dlt;' vraa.'r te beslissen die ons bezig houdt, en om ons te dov n beslui'cu dat de Katholieke Godsdienst de ecnig ware is.

ocr page 128

tegen den godsdienst

schc Kerk kent, Lestuurd en onderwezen door den Paus, is verplicht daarin icrug te kecren, up stra/fc run zijne ziel le doen verloren gaan. — In zake van godsdienst, meer dan. in alle andere zaken, is men verplicht de dwaling te laten varen, zoodra men haar kent, en de waarheid aan te nemen.

Derhalve, en ten slotte, is het niet meer overeenkomstig de waarheid te zeggen: Ik kan katholiek, protestant, scheurmaker zijn, en toch niet ophouden christen te wezen, dan te zeggen: »Ik kan Turk, heiden, •jood of christen zijn, zonder daarom op te ••houden den waren godsdienst tchezillen1quot;.

XX.

Da Protestanten hebben hetzelfde Evangelie als wij.

Antw. Zij hebben de letter, maar niet den geest van dat Evangelie. «Welnu, de letter doodt, zegt de heilige Paulus, en de geest maakt levend.quot; —De letter der Heilige

I Wij schromen niet een weinig bij het protestantisme stil te staan, uit hoofde van eene soort van hernieuwde proselielen-niakerij die men, in verscheidene landen, bij de protestantsche leeraars opmerkt. Met name te Parijs, hebben zij de golieele stad in wijken verdeeld, en zij bewegen hemel en aarde om scholen op te richten en de kinderen der arbeidende klasse tot zich te trekken.

Er bestaat, daarenboven, een innig verband tusschen de protestantsche beginselen en de revolutionnaire leerstellingen die Frankrijk ondermijnen. De vader onzer anarchisten is Calvijn. Kn de vader van Calvijn is de duivel. Vos expatrediabolo estis, — Ik zal mij niet onderwerpen ; Non serviatn. Dat is hun aller leus.

125

ocr page 129

126 antwoorden op de bedenkingen

Schriftuur doodt de protestanten, zooals de letter der Profetien de joden gedood heeft; omdat de protestanten, evenals de joden, het heilig onderwijs verwerpen van degenen die God zond oni deleilerleverklaren. De joden hebben het onderwijs van Jezus Christus en van zijne Apostelen verworpen, en zij zijn verloren gegaan; de protestanten verwerpen het onderwijs van de wettige Herders der Kerk, en ze gaan verloren.

De Kerk bestaat vóór de Heilige Schriftuur. De Kerk is de goddelijke, door Jezus Christus gegrondveste instelling om de christelijke openbaring toe te passen, en, bij gevolg, de Heilige Schriftuur, een voornaam deel dier openbaring, te bewaren, uit te leggen, te prediken, te verdedigen.

De Kerk, en de Kerk alleen, onderwijst ons onfeilbaar, in naam en op gezag van Jezus Christus, de goddelijke ingeving der gewijde Boeken. Zij alleen onderscheidt ze oppermachtig van de niet ingegeven boeken. Zij alleen verklaart den wezenlijken zin der duistere of betwiste plaatsen, en zij doet het met het licht van denzelfden Geest, die de Boeken zei ven heeft ingegeven.. Van haar, eindelijk, hebben de protestanten die Boeken ontvangen.

Zonder de Kerk zijn, èn de Bijbel, èn

ocr page 130

tegen den' godsdienst.

het Evangelie, slechts eene doode letter voor hen. Daarom zeide de croole lieilicre Augustinus aan de ketters der vierde eeuw, die hem kwalijk begrepen bijbelteksten voorhielden : ■■ Ik zou het Evangelie niet ge-xlooven, indien het gezag der katholieke Kerk mij daartoe niet dtoongv\

XXI.

Een braaf mensch moet niet van godsdienst veranderen. Men moet den godsdienst, waarin men geboren is, niet verlaten.

Antw. Ja, wanneer men in den waren godsdienst, namelijk in den katholieken godsdienst, geboren is.

Maar wanneer men het geluk niet heeft gehad van uil katholieke ouders geboren le worden, en wanneer men het ware geloof gevonden heeft, dan is het niet alleen geoorloofd, maar volstrekt noodzakelijk, op strafte van zware zonde te begaan, de protestant-sche (of andere) sekte te verlaten, waarin men is opgevoed.

Dat is niet afvallig worden. Afvallig is alleen hij, die de waarheid verlaat, voor de dwaling. O

Als men de dwaling verlaat, om tot de waarheid terug le keeren, dan vervult men

1) rEvanRolio non credercm, nisi me cogeret Ecclcsue catho-licie auctoritas lquot;

127

ocr page 131

128 antwoorden op de bedenkingen

Gods wil; dan doet men oene zeer redelijke, wettige, eerlijke daad; dan handelt men volgens zijn geweten, dan vervult men den heiligste aller plichten.

Daarenboven doet men dan eene daad van heldhaftige deugd. — Want degene, die zich bekeert , heeft bijna altijd een vree-selijken strijd te wachten; de verwijten, de verachting, de beleedigingen, de tranen, de smeekingen zijner familie, zijner vrienden, zijner geloofsgenooten, vooral dei-leeraars, die spijt gevoelen over dit verlies.

Dan moet hij zich die verhevene woorden des Zaligmakers herinneren: Ik ben niet gekomen om vrede, maar om het zwaard te brengen: Ik ben gekonicn om den zoon van zijn vader, de dochter van hare moeder ie scheiden____ Want dikwijls zijnde

leden zijner familie, de vijanden die de mensch het meest te duchten heeft.

■■Die zijn vader en zijne moeder, zijn zoon of zijne dochter, meer lief heeft dan mij, is mij niet waardig.

«En, diezijn kruis niet opneemt en mij niet volgt, is mij niet waardig.

quot;Gij zult door allen gehaat worden om mijnen naam. Hij echter, die volhardt tot het einde, die zal zalig zijn. (H. Matthseus, h. x.)

ocr page 132

TEGEN DEN GODSDIENST.

Eene beroemde protestante, Mevrouw do Staël, nam eens, bij gelegenheid van een godsdiensttwist, dien zij had uitgelokt, omtrent de vraag van het veranderen van godsdienst, haar toevlucht tot dit alledaagsche gezegde: quot;Ik wil leven en sterven in den godsdienst mijner vaderen. — Enik, mevrouw, in den godsdienst mijver voorvaderenquot; antwoordde hare geestige tegenpartij .

Iedereen kent de beweegreden van gezond

O O

verstand, die Hendrik IV heeft doen besluiten om, van protestant, katholiek te .worden. Hij woonde eene conferentie tusschen katholieke godgeleerden en protestantsche leeraars bij. quot;Kan ik zalig worden in de katholieke Kerk, vroeg hij aan de leeraars, toen de conferentie ffeeindigd was.quot; — Ja,

O O

Sire, antwoordden zij, maar gij'zult gemakkelijker uwe zaligheid bewerken, indien gij de hervormde leer blijft aankleven.

— En gij, mijne Heeren, zeide de koning tot de katholieke godgeleerden, wat dunkt, u er van ? — Wij denken Sire, en wij verklaren, dal dewijl gij den waren godsdienst gekend hebt, gij verplicht zijt dien te omhelzen, en dat er in het protestantisme geen zaligheid meer voor uwe ziel te vinden is,

— Zoo; dan kies ik den veili^sten we?.

'j quot;

129

ocr page 133

130 antwoorden op de bedenkingen

besloot de koning opstaande; dewijl iedereen het daarover eens is, dat ik zalig kan worden in het katholiek geloof, word ik katholiek.quot;

En hij zwoer zijne dwaling af. l)

XXII.

De katholieke kerk heeft haar tijd gehad.

Antw. Zij bestaat weldra negentien honderd jaren, en bijna even lang heeft men dit van haar gezegd.

Elke eeuw, iedere goddelooze, iedere uitvinder van eene sekte of van eene ketterij meent, dat eindelijk die groote dag is aangebroken, waarop de katholieke Kerk zal begraven worden; ieder hunner meent, dat hij bestemd is om de profundis over het Pausdom, over de Mis, en over al de oude

geloofsartikelen der Kerk aan Ie heffen____,

en echter komt het niet, dat gewenschte oogenblik.

Zoo schreef in de eerste eeuw van het christendom, een proconsul aan keizer Trajanus: ^Binnen kort, en dank de vervolging, zal die sekte vernietigd zijn, en zal men niet meer hooren spreken van dien gekruisigden God...

1) Over de protestanlsche kwestie, leze men het werkje, getiteld: Hei hedendaagsch Protestantisme.

ocr page 134

tegen den godsdienst. 131

En Trajanus is dood, en de gekruisigde God lieerscht altijd in de wereld !

Zoo beroemde zich, drie eeuwen later, Juliaan de Afvallige, dat hij, «de doodkist van den Galileër in gereedheid bracht,quot; dat wil zeggen, dat hij zijn godsdienst en zijne Kerk zou vernietigen.

En Juliaan is gestorven, en de Galileër en zijne Kerk leven nog !

Zoo sprak in de XVIe eeuw, Luther, die oproerige monnik, die den hoogmoed en den opstand tot godsdienst verhief, over het Pausdom als over eene oude, afgesletene zaak, die op het punt was van te eindigen. »0 Paus, zeide hij, o Paus! ik was eene pest voor u gedurende mijn leven; na mijn dood, zal ik uwen ondergang bewerken.

En Luther is overleden, en zijn protestantisme geraakt overal tot ontbinding! en het Pausdom blijft, altijd levendiger, altijd bloeiender, altijd meer geëerbiedigd dan ooit!

Zoo schreef ook Voltaire, de persoonlijke vijand van Jezus Christus, Voltaire, die zijne brieven teekende: Voltaire Christmo-que, *)quot; of ^Verpletteren wij den eerloozë' (dat wil zeggen, verpletteren wij Jezus en zijne Kerk); zoo, schreef, zeg ik, Voltaire aan een zijner vrienden : «Ik ben het moede

1) Voltaire die met C/irislu* den spot drijf'.

ocr page 135

132 antwoorden op dk bedenkingen

van altijd te hoeren zeggen dat twaalf mannen den katholieken godsdienst hebben kunnen stichten, ik ■svil doen zien dat één man in staat is om haar te vernietigen.quot; — Hin-nen twintig jaren, schreef hij aan oen ander, zal de Galileër veel spels hebben!quot;

En, ticintigjaren daarna, dag voor dog, stierf Voltaire, wanhopig als een verdoemde, een priester roepende, dien zijne vrienden, de wijsgeeren, beletten tot hem te komen.

En de Kerk leeft altijd, door alle eeuwen heen, en zij verbrijzelt op haren vreedzamen tocht, al degenen, die haar willen verbrijzelen.

Zoo zal het ook gaan met onze groote nieuwerwetsche wijsgeerige en maatschappelijke stelsels, wier uitvinders zich zedig-lijk voordoen als hervormers van den godsdienst van Jezus Christus, en als plaatsvervangers van de katholieke Kerk.

Nog minder geducht dan hunne voorgangers. hebben die arme lieden zelfs geen begrip van hunne zwakheid ! Zij meonen iets nieuws te scheppen, maar zij doen niets anders, dan het. oude thema der Voltaire's, der Calvijn's, der Luthers, derAriussenenz. opwarmen.

Hebben zij dan hel woord vergeten, dat

ocr page 136

TEGEN DEN GODSDIENST. 133

de Verlosser tot den eersten Paus en tot de eerste Bisschoppen sprak; * Gaat derhalve, en leert alle volken-, ik hen met u alle de dagen, tot de voleinding der wereld?quot;

Hebben zij vergeten hetgeen Hij tot den prins der Apostelen zegt; ^ Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal ik mijne Kerk houwen, en de poorten der hel zullen

haar niet overweldigen?quot;

Meenen zij te kunnen vernietigen, wat God gesticht heeft?

Neen, de katholieke kerk vheeft haar tijd niet gehad;quot; zij zal alleen haar tijd gehad hebben, wanneer de wereld haar tijd zal hebben gehad.

De Kerk vreest niets; zij weet welk het goddelijk beginsel van hare kracht, van haar leven is. En zij zal hare tegenwoordige tegenstanders nog gemakkelijker, nog bedaarder begraven dan zij dit hunne voorgangers gedaan heeft.

XXIII.

Ik wil het zuivere Evangelie, het oorspronkelijk Christendom.

Antw. En ik wil het ook, en ik wilgeen ander; en ik bezit het, indien ik goed katholiek ben; en gij kunt het op dezelfde voorwaarden bezitten.

Indien gij een goed katholiek zijt, dan

ocr page 137

134 antwoorden op de bedenkingen

beoefent gij het Evangelie in al zijne zuiverheid; dan hebt gij hetzelfde Christendom, dezelfde geloofsleer, denzelfden godsdienst als die der eerste christenen.

'3 De tijd heeft het Christendom alleen ge-wijzigd in eenige zijner uitwendige vormen; de grond is dezelfde, volstrekt dezelfde, zoolang als het bestaat. Die wijzigingen, die ontwikkeling, welke aan weinig nadenkende lieden doen gelooven, dat het heden-daagsch Christendom verschilt van het oorspronkelijk Christendom, liggen in de natuur zelve der dingen, en treft men in al de werken Gods aan.

Is de mensch een van zich zelven verschillend wezen op één-, tien- of dertig-jarigen leeftijd? — Immers, neen; het is dezelfde mensch, die zich langzamerhand ontwikkelt en de volmaaktheid van zijn wezen verkrijgt. Zoo is het ook met Gods werken in de bovennatuurlijke orde.

Ten tijde der Apostelen, was de katholieke Kerk in hare opkomst; men zag toen nog niet al hare rijkdommen, al hare macht, al haar leven; maar dit alles bestond, gereed om zich van eeuw tut eeuw te ontwikkelen .

Hoe meer men de christelijke oudheid bestudeert, hoe meer men de waarheid

ocr page 138

tegen den godsdienst. 135

erkent van hetgeen wij hier zeggen. En het is die nauwgezette studie, welke een groot aantal geleerde protestanten of ongeloovi-gen tot den katholieken gododienst heeft teruggebracht, die in de gedenkteekenen van de drie eerste eeuwen der Kerk de treffende sporen on liet beginsel van al onze katholieke instellingen vonden; onder anderen de geestelijke suprematie van den bisschop van Rome, den opvolger van den heiligen Petrus, zijn leerstellig gezag, evenals dat der bisschoppen, opvolgers der Apostelen; de pracht van den eeredienst, het offer der Mis, met al de plechtigheden die wij nog behouden hebben, en waarvan de meesten opklimmen tot den tijd der Apostelen ; de vereering der heilige Maagd, Moeder Gods; de eeredienst der Heiligen, der relieken, der beelden, der zeven Sa-kramenten, onder anderen de oorbiecht, onz.

Men heeft onlangs in de katakomben van Rome, vooral in die van de heilige Agnes, welke dagteekcnt van het midden der tweede eeuw, geheele kapellen gevonden met verscheidene altaren, waarin de relieken der martelaren rusten, met schilderingen, met beelden van de heilige Maagd, met een pauselijken zetel, met wijwatersvaten, met

ocr page 139

136 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

stoelen, die dienden tot biechtstoelen, enz.

Men maakt dus grootelijks misbruik van de lichtgeloovigheid van het volk, als men het verkondigt, dat het ware Christendom, het Christendom dei' eerste tijden, zich ergens anders bevond dan in geloofsleer en in de godsdienst-oefeningen der katholieke Kerk,

len allen tijde hebben de woorden christen en katholiek dezelfde beteekenis gehad, en de goede katholieken van onzen tijd verschillen in niets anders van de katholieken der eerste eeuwen dan in hunne kleeding; het geloof, liet hart, de werken zijn dezelfden.

Al de ketterijen hebben zich hetzelfde aangematigd wat de zoogenaamde hervormers der maatschappij en van den godsdienst zich in onze dagen aanmatigen. Zij herhalen hetgeen, drie eeuwen geleden, Luther en Galvijn, hunne voorvaders, zeiden; quot;Wij willen het Christendom hervormen, door het terug te brengen tot zijne oorspronkelijke zuiverheid. Gij^ katholieke Kerk, gij, katholieke priesters, kegrijpt er niets van; gij hebt de waarheid, den godsdienst, do leer van Jezus Christus bedorven. Wij bezitten haar alleen, en brengen haar aan de wereld! Dat iedereen ons dus

ocr page 140

tegen den godsdienst. 137

hoore ; de menschelijkc ellende gaat een einde nemen; ziet, een nieuw tijdperk gaat beginnen !____quot;

Laat ze maar praten, en gelooft er geen letter van.

XXIV.

De kerk is eene vijandin van den vooruitgang.

Antw. Van welken vooruitgang? Er is een goede en ware vooruitgang, de ontwikkeling van al wat den menschen nuttig is; er Leslaat ook een valsche, een leugenachtige vooruitgang, die zich alleen bezighoudt met het stoffelijk welzijn, die de hartstochten en de begeerlijkheden vleit, ten koste van de zaligheid der ziel.

Deze tweede vooruitgang wordt door de Kerk geweerd en bestreden met al de geest-kracht van hare menschenliefde, omdat zij weet dat het eene doodelijke ziekte; een kwaad, — geen goed is Wat den eersten vooruitgang betreft, die alleen dien naam verdient, de Kerk is zijn vurigste medestander, zijn ware vriendin. Zij alleen heeft dien vooruitgang deen zegevieren over de schandelijke verfijning der zoogenaamde heiden-sche beschaving-, zij alleen heeft hem in de wereld gevestigd; zij alleen, wat men daarvan ook zeggen moge, houdt dien vooruitgang

ocr page 141

138 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

staande, overal de ware vrijheid verdedigende tegen alle dwingelandij, het ware gezag tegen alle losbandigheid.

Zonder in het allerminst den vooruitgansr

O O

der nijverheid te verwerpen, die de groote hoop der oppervlakkige lieden doen gapen van bewondering, blijft zij tamelijk onverschillig voor dat snoeven op uitvindingen, op werktuigen, op telegrafen, op stoom, op centralisatie enz. omdat zij een wezenlijk gevaar daarin ziet, dat zekere stofielijke voordeelen weinig kunnen goedmaken. Zij is bevreesd, dat uit dat alles meer kwaads, dan goeds zal geboren worden. En, om de waarheid te zeggen, hebben bijna al onze nieuwer-wetsche verbeteringen niet tot eenig doel om de weelde uit te breiden, om de zinnen te streelen, en om de lieden boven hun' stand te verheffen en de hoofden op hol te brengen? Doen zij ons voor-of achteruitgaan op den weg van het goede, welke ons alleen tot ons hoogste doel, tot het eeuwig geluk voert? Die weg alleen is de weg van vooruitgang.

De andere is eigenlijk niets dan zinbedrog. De ondervinding toont dat van dag tot dag met eene meer en meer smartelijke klaarblijkelijkheid aan.

Hoe meerde weelde toeneemt, hoe grooter

ocr page 142

tegen den godsdienst.

de ellende van het volk, hoe brandender de handelskoorts wordt, hoe meer de werkman en de werkvrouw aan de willekeur der groo-te, baatzuchtige kooplieden zijn overgeleverd.

Er zou veel over dat alles te zeggen zijn, over de bureaucratie, over de ontvolking van het platteland, over het overvoeren van alle betrekkingen (behalve van' de beste, de armste en de heiligste van allen : de priesterlijke bediening); over den alge-meenen lust om alles te weten, alles te lezen; over de halve wetenschap tlie alle volken doet ten ondergaan, in stede van ze te verlichten, enz., enz. Het zij ons voldoende dit feit goed te doen uitkomen, dat men aan de Kerk niet evenals aan onze grootc, mannen en onze dagbladschrijvers knollen voor citroenen kan verkoopen, en dat zij, in de beweging onzer nieuwe maatschappijen, alleen begunstigt wat goed en braaf', zuiver, nuttig en christelijk is en volgens God.

XXV.

Er wordt in het Evangelie niet van den Paus gesproken.

Antw. Daar wordt zoo zeker van den Paus gesproken, dat de protestanten te vergeefs sedert drie eeuwen worstelen tegen de verpletterende klaarblijkelijkheid van de woorden onzes Hceren Jezus Christus, zoo

139

ocr page 143

140 antwoorden op de bedenkingen

als die zijn opgeteekend in het zestiende hoofdstuk van het Evangelie van den heiligen Matthseus. Hoort slechts:

Onze Heer, in de vlakte van Csesarea gekomen, ondervroeg zijne twaalf Apostelen omtrent de meening die de menschen van hem koesterden. «Wat zegt men van mij? vraagt hij hun, en wie, denkt men, dat ik ben?quot; De Apostelen antwoordden: «Eenigen gelooven dat gij de verrezen Joannes de Doo-per zijt; anderen dat gij de profeet Elias zijt, en weder anderen Jeremias, of een der oude profeten. — Maar gij, voegt de Heer er bij, wie, zegt gij, dat ik hen! quot;Toen treedt Simon Petrus voor zijn' Meester, en in naam der anderen, in naam der geheele toekomstige Kerk antwoordende, roept hij met liefde uit: «Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God;quot; tu es Christus, Filius Dei vivi. — Jezus werpt een blik van goddehj-ke teederheid op hem, en spreekt: «Zalig zijt gij, Simon, zoonvan Jonas; want vleesch en bloed heeft u dit niet geopenbaard, maar mijn- Vader, die in de hemelen isl^En ik zeg u: gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal ik mijne Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. En ik zal u de sleutelen van het rijk der hemelen geven. En al wat gij op aarde zult binden.

ocr page 144

tegen den godsdienst. 141

zal ook in den hemel gebonden zijn- cn al wat gij op aarde zult ontbinden, zal ook in den hemel ontbonden zijn.quot;

Ziedaar het geheele katholieke Pausdom ziedaar in korte woorden door Christus zeiven, duidelijk verklaard door Gods mond, waarin het geestelijke oppergezag van den Paus, van den opvolger van Petrus op den stoel van Rome, en het Opperhoofd der Kerk bestaat.

Merk in de eerste plaats op welk denkbeeld bet Evangelie ons geeft van de eenige groot-heid der voorrechten van den heili^en Pe-trus! «Mijn Vader heeft u geopenbaard, zegt hem de Verlosser, dal ik de Christus, de vleeschgeworden God, de eeuwige Zoon van den eeuwigen God lien. Uit hoofde daarvan, neem ik u, kies ik u alleen onder alle menschen, om, even als ik zelve ben, oen eenig Wezen, een afzonderlijke mensch, boven allen verheven, te zijn: e.t ego dico tibi; uit dien hoofde, zeg ik aan u: Ik, de Christus; aan U, den Plaatsbekleeder van den Christus. Ik, die door mijne natuur de Opperpriester der wereld, de Vader en de Monarch der zielen, het Opperhoofd van den Godsdienst ben; aan u, dien ik door mijne genade maak, hetgeen ik door mijne natuur ben: Opperpriester, Vader en Koning

ocr page 145

142 antwoorden op de bedenkingen

der zielen, Hoofd van den Godsdienst.

En wat zegt Jezus Christus nu aan dien geliefden discipel, uitverkoren onder al dc discipelen? •'Gij zijt Petrus. Uoor uwe natuur zijt gij slechts Simon, een arme vis-scher en een arme zondaar; door dc genade, maak ik u de steenrots-, ik verander u, n en uwen naam; ik geef u de hechtheid van den steen, de onbewegelijkheid der rots, opdat ik op die rots, op dien steen, den grondslag mijner Kerk kunne vestigen. In den hemel, onzichtbaar, zal ik de hoeksteen, de eenige onwrikbare steen zijn, waarop de geheele Godsdienst, liet gansche heil der wereld rust; op de aarde, te midden dermenschen, plaats ik u, mijn' Plaatsbekleeder, als een andere ik zelve; gij zult op mij steunen, cn mijne Kerk zal op u steunen; et siipc7quot; heme petram cedi[icabo Ecclesiam meam: en op deze steenrots zal ik mijne Kerk bouwen, stichten.

Omdat mijne Kerk aldus op u en op mij, op mij in u zal steunen, zullen de machten der hel haar nimmer kunnen overwinnen; ei portee inferinon 'prcevcüehvnt adversus earn. De machten der hel, dat is de razernij en de trouweloosheid der joden, de woede der beulen, de macht der Ca?sars, de list der ketters, het aantal der barbaren, de op-

ocr page 146

tegen den godsdienst.

stand der valsche christenen, de ondankbaarheid der menschen, de verzuimen en zwakheden van de bedienaars zelven van den Godsdienst. Niels van dat alles zal de Kerk kunnen overweldigen, omdat de Kerk in u

o '

de kracht, de waarheid, den steun zal vinden, die noodig zijn voor haar bestaan. Evenals ik, zal de Kerk hare dagen van strijd en van duisternis, van rouw en van bloed hebben; maar altijd, voor haar evenals voor mij, zal na het Lijden, de glansrijke zon van Pasclion opgaan.quot;

Ten einde zijn doel te verwezenlijken, geeft Onze Heer aan Petrus quot;de sleutels van het Piijk der hemelen; ct tibi üaho claves regni coelorumquot; en met die sleutelen, het teeken der opperheerschappij, greft hij hem de discretionaire macht, de volstrekte en onbeperkte macht om zich daarvan te bedienen, ten einde te openen en te sluiten, te binden of te ontbinden, hem met zijnen on-feilbaren mond verklarende, dat «al wat hij op aarde zou binden, gebonden zoude zijn in den hemel; en al wat hij op aarde zou ontbinden, zoude ontbonden zijn in den hemel; et quoclcumque ligaveris super ter-ram, erit ligaturn e^mccete.quot; Niets wordt uitgezonderd: al hetgeen gij zult hinden, al hetgeen gij zult ontbinden-, derhalve

143

ocr page 147

144 antwoorden op de bedenkingen

wordt de Paus als opperste en onfeilbare rechter gesteld over al de kwestiën, die de zaligheid der wereld kunnen raken; opperste en onfeilbare rechter over alle leerstukken; opperste en onfeilbare leider van alle gewetens, van alle maatschappijen, van alle instellingen, kortom, Vader der menschcn en der volken, Beschermer van alle rechten. Herder der wereld.

Ziedaar wat de Paus is, in de gedachte van Christus; ziedaar de Paus van het Evangelie; ziedaar de orakels en de besluiten van Gods Zoon. Daarom verklaarde de heilige Leo de Groote, toen hij vijftien eeuwen geleden, diezelfde bladzijde van het Evangelieuitlegde, dat: quot;dit woord het woord is des levens, dat het ten hemel voert degenen, die het aannemen en nakomen, en in de diepten der helle stort degenen, die het verwerpen.quot;

De Kerk, die roemrijke voorrechten door den goddelijken Verlosser aan den Paus gegeven, op de algemeene Kerkvergadering van Florence erkennende, heeft ze in een beroemd geloofsdekreet geformuleerd, dat vervat is in deze plechtige bewoordingen : «Wij bepalen en verklaren dat de Heilige Apostolische Stoel en de roomsche Opperpriester den eersten rang in de wereld be-

ocr page 148

tegen den godsdienst.

kleeden; dat hij, de roomscheOpperpriester, de opvolger van den heiligen Petrus, de Prins der Apostelen, en de ware Plaatsbe-kleeder van Christus is; dat hij liet Hoofd is der geheele Kerk, de Vader en de Leeraar van al de Christenen; en dat eindelijk Onze Heer Jezus Christus aan hem alleen, in den persoon van den heiligen Petrus, de volkomene macht heeft gegeven om de alge-meene Kerk te weiden, te leiden en te besturen, zooals de handelingen en de beslissingen der algemeene Kerkvergaderingen getuigen.quot; Zóó spreekt de Kerk, in deze, evenals altijd, overeenkomstig het allerheiligste woord van haren goddelijken Stichter.

Met welk recht beweert men dan, dat het Evangelie geen gewag maakt van den Paus? Het spreekt van den Paus, zooals het spreekt van de heilige Drieëenheid, van de Menschwording, van de Verlossing, enz.; indien het den naam niet uitspre 'kt, dan spreekt het toch van de zaak, en daarop komt het alleen aan, dit alleen is noodzakelijk. Men moet onwetend of ter kwader trouw zijn, om zich daarin te vergissen.

quot;Maar het Evangelie spreekt ten minste niet van de tijdelijke macht.quot; — Dat is zoo; doch het behoefde daarvan geen gewag

10

145

ocr page 149

146 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

te maken. Wanneer men van een mensch spreekt, spreekt men dan van zijn hemd, en zijne kleederen? en is het niet natuurlijk dat de wapenrusting bij den krijgsman behoort? De tijdelijke macht van den Paus is niets anders; het is een kleed van betamelijkheid en van eer, dat de christenvolken aan hun' Vader hebben gegeven; het is eene wapenrusting, die de soldaten van Christus geschonken hebben aan hun opperhoofd, om het des te veiliger te behoeden tegen de aanslagen en de verrassingen van den vijand. Omdat men het Pausdom wil vernietigen, valt men, sedert verscheidene eeuwen, zijne tijdelijke macht aan. Indien het den duivel ooit gelukt, om hem die te ontrukken, dan zal hij aan den Plaatsbekleeder van Christus en aan de gansche Kerk een zijner geduchtste slagen hebben toegebracht. Wanneer de Opperpriester, van zijne tijdelijke macht beroofd, geen wortel meer in de aarde zal hebben, dan zal de Antichrist nabij zijn, en met hem de voleinding der eeuwen en het laatste oordeel! 1

4) De kleine Verhandeling, getiteld; le Souverain Pontife. ide Opperpriester) geeft meer bijzonderheden over het geestelijk gezag van den Paus: die, weike tot Lte! heeft; VEyliae, behandelt de kwestien weike betrekking hebben 0|i de Kerk; het kleine in den volkstrant geschreven werkje, getiteld; Le Pape, (de Paus', bespreekt de bijzondere kwestie van het tijdelijk gezag.

ocr page 150

tegen den godsdienst. 147

XXVI.

Ik heb mijn' eigenquot; godsdienst Iedereen is vrij om zijn godsdienst uit te oefenen, zooals hij goedvindt; dat gaat mij alleen aan, en ik dien God op mijne wijze

Antw. En moe wijze, niet waar, is hem niet te dienen! Dat is juist als de lieden, die door »vrijheid van gewetenquot; verstaan vrijheid van geen geweten te hebben.

Neen, iedereen is niet vrij God te dienen zooals hij goedvindt, maar hij moet God dienen, zooals God wil gediend zijn, en niet anders.

quot;Dat gaat u aan,quot; het is waar; maar er is nog iemand dien hel ook aangaat, namelijk de Kerk, aan welke God bevolen heeft u te leeren hoe gij hem dienen moet. ■quot;Gaat, heeft hij aan de eerste Bisschoppen zijner Kerk gezegd, gaat, en leert allen volken ,

en leert hen onderhouden, al hetgeen

ik u bevolen heb. Die v hoort, hoort mij, die v versmaadt, -eersmaadt mij; en ziet, ik ben met u alle de dagen, tot de voleinding der xoereld.

De christelijke Godsdienst (of de katholieke, dat is hetzelfde) is de eenig ware Godsdienst, wij hébben het vroeger gezien1);

1

In de nummers xvn:, xix en xx.

ocr page 151

148 antwoorden op de bedenkingen

hij is dus de eenig ware en wettige dienst van God.

Iedereen derhalve

1° Die niet al de christelijke waarheden gelooft, welke de Kerk leert, welke zij heeft saamgevat in de Geloofsbelijdenis der Apostelen, en welke zij in de katholieke Kate-chismus uitlegt;

2° Die niet naar zijn beste vermogen de tien geboden Gods en de wetten, welke de Herders der Kerk maken, onderhoudt;

3° Die niet de christelijke deugden beoefent (de kuischheid, de nederigheid, de zachtmoedigheid, de onthechting, de gehoorzaamheid, enz.) en die niet de aan die deugden tegenovergestelde ondeugden «, vliedt;

4° Die niet al de middelen ter zaligheid,

welke de Kerk aan hare kinderen voorhoudt, dat wil zeggen het gebed en de sakramen-ten. gebruikt; gt;

Iedereen, zeg ik, die God niet op die wijze dient, dient hem in wezenlijkheid niet. Hij biedt God een eeredienst aan,

dien God niet verlangt; hij wil zijne zaligheid bewerken op eene andere dan de hem voor-geschrevene wijze, hij bezit den Godsdienst in schijn, niet in werkelijkheid.

Derhalve zijt gij niet vrij om God te die-

ocr page 152

tegen den godsdienst.

non zoonis u goeddunkt; vooal zijt gij niot vrij hern in het geheel niet te dienen

XXVII.

Do. Priesters zijn menschen even als wij; de Paus en de Bisschoppen zijn menschen: hoe kannen menschen onfeilbaar zijn? ik wil God wel gehoorzamen, maar geen menschen gelijk ik.

Antw. Dat is juist hetzelfde alsof een soldaat zou zeggen gt;Jk wil den koning wel gehoorzamen, maar ik zal mijn generaal, mijn kolonel, mijn kapitein, niet gehoorzamen, want zij zijn onderdanen des konings evenals ik ben.quot;

Zou het moeielijk zijn daarop een antwoord te geven?

Mijne zaak is hier niet moeilijker

De Kerk, dat is zoo, is samengesteld uit menschen-, de Paus, de Bisschoppen, de Priesters zijn menschen.

Maar het zijn menschen door Jezus Christus zei ven bekleed met de geestelijke macht en het goddelijk gezag.

En uit dien hoofde, zijn het geen menschen gelijk de anderen.

De Apostelen, die de eerste Bisschoppen der Kerk waren, zijn door Onzen Heer Jezus Christus aan de menschen gezonden als zijne plaatsvervangers. Gehoorzaamt

149

ocr page 153

150 antwoordenquot; op de bedenkingen'

men hen. dan gehoorzaamt men geen men-schen, maar God, Jezus Christus. Hen niet gehoorzamen, hunne wetten verachten, is ongehoorzaam zijn aan God, Jezus Christus versmaden. quot;Dieu versmaadt, 'cevsmaadt yrdj.

Ik onderwerp mij niet aan den mensch, maar aan God, die door hem zijn gezag op mij uitoefent.

Het eenige onderscheid tusschen de Geboden Gods en de Geboden der Kerk, is dat de eerste ons onmiddellijk gegeven zijn, en de tweede middelijk, door de tusschen-komst zijner gezanten; maar het is altijd God die beveelt.

Eigenlijk gezegd is ook niet de mensch. onfeilbaar in den Paus, maar Jezus Christus, maar God, die hem met zijne waarheid bekleedt, opdat hij geene dwalingen aan de christen volken zou kunnen leeren.1 Daarom moet men ook in zake van geestelijke gehoorzaamheid, geen acht slaan op de persoonlijke hoedanigheden van den Paus, of van den Bisschop, of van den Priester,

1) Het is niot overbodig hier bij te voegen, dat de Kerk. alleen onfeilbaar is in zake van godsdienst, zooals de bepaling der geloofsartikelen, de regeling der zeden, de algemeene tucht, de liturgie, de canonisatie der Heiligen, enz.

Onze Heer Jezus Christus staat haar bij in alle dingen, en belet haar altijd iets vast le stellen tegen de waarheid of liet geestelijk welzijn van het christenvolk.

A//een daarin is zij onfeilbaar.

ocr page 154

tegen den godsdienst. 151

die ons de heilige zaken toedient, maar alleen op zijn wettig gezag, op zijn karakter van Paus, van Bisschop of van Priester

Uit dien hoofde, moeten de gebreken, somtijds zelfs de ondeugden van een Priester (hetgeen, Goddank, zeldzaam is), in onze harten den eerbied, het geloof, de liefde voor den Godsdienst niet verminderen.

Die zwakheden komen voort uit den mensch, niet uit den priester Zij kunnen het goddelijk priesterschap, waarmede hij bekleed is, niet treffen. Heeft de misdaad van Judas zijne bediening bevlekt?

Om die reden ook zijn de Mis, de absolutie enz., van een'slechten priester even j geldig als de Mis, de absolutie enz van een' getrouwen priester. De consecratie heeft evengoed plaats door de woorden van den eene als van den andere; deze, evengoed als eene vergeeft zonden; omdat die handelin-

O ' O

' gen gedaan worden door den priester en niet

door den mensch, en omdat de zonden, die de priester begaat, hem het onuitwischbaar karakter van het priesterschap niet ontnemen.

De plichtvergeten priester is zeer schuldig; maar zijn priesterschap blijft altijd hetzelfde; het is het priesterschap van Jezus Christus, dat door niets van

amp;

ocr page 155

152 antwoorden op de bedenkingen

aard kan veranderd of vernietigd worden.

XXVIII.

Buiten de Kerk geen zaligheid!... Welk eene onverdraagzaamheid! Zuik eene harde leer kan ik niet aannemen !

Antw. Gij kunt dat niet aannemen in den zin waarin gij het verstaal, dat is: die niet katholiek is, is verdoemd.

Zoo gaat het: men kritiseert den Godsdienst, omdat men hem niet begrijpt; en men laat hem dingen zeggen, die afgrijzen inboezemen.

Die woorden toch drukken de eenvoudigste der waarheden, eene waarheid van het gezond verstand uit, als men ze verstaat zooals de Kerk het ons leert. quot;Buiten de Kerk, geen zaligheid,quot; dat wil zeggen: het licht sluit de duisternis uit; het wit, het zwart; het goed, het kwaad: het leven, den dood, en de waarheid, de dwaling enz.

Waarin bestaat dan hier het geheim? Waarin ligt de moeilijkheid ?

quot;Buiten de Kerk, geene zaligheid,quot; dat wil eenvoudig zeggen quot;dat men, op straffe van zware zonde, verplicht is den waren Godsdienst (dat is don katholieken Godsdienst) te gelooven en te beoefenen, als men hel kan door. ' Dat beteekent: quot;gij zondigt,

ocr page 156

tegen den godsdienst, 153

en derhalve doet gij uwe ziel verloren gaan, indien gij vrijioülig de waarheid verwerpt, wanneer zij zich aan u voordoet.quot; Is dat iets buitengewoons? Moet men daarom schreeuw en dat de Kerk onverdraagzaam, wreed is ?

Een protestant, een scheurmaker, wordt niet verdoemd, alleen omdat hij protestant of scheurmaker is. Indien hij Ier goeder trouw dwaalt, dat wil zeggen, indien hij om de ecne of andere redenf het katholieke geloof niet iieeft kunnen kennen en omhelzen, don lieschouwt de Kerk hem als een harer kinderen: en, indien hij geleefd heeft naar hetgeen hij gemeend heeft de ware wet Gods ie zijn, dan heeft hij evenveel recht op de hemelsche gelukzaligheid, als ware hij katholiek geweest.

Er zijn. Goddank! een groot getal pro-protestanten ter goeder trouw, en zelfs vindt men or onder hunne leeraars. Do heer de Gheverus, Lisschóp van Boston, heeft er twee, zeer geleorde en zeer godvruchtige lieden, bekeerd, en, na hunnen terugkeer tot do katholieke Kerk, verklaarden zij aan den goeden bisschop, dat zij, tot op het tijdstip waarop zij zijne kennis maakten, nooit aan do waarheid van hun godsdienst o-etwij-fold hadden. quot;

ocr page 157

154 antwoorden op de bedenkingen

Verontrusten wij öns, voor het overige, niet over het oordeel dat God over de protestanten en de ongeloovigen zal uitspreken, Van den eenen kant weten wij, dat God goed is, dat hij de zaligheid van al de men-schen wil, en van den anderen kant, dat hij de rechtvaardigheid zelve is. Dienen wij hem naar ons beste weten, en maken wij ons over de anderen niet ongerust.

Men verwart gewoonlijk twee wezelijk verschillende dingen : de onverdvciagzaam-heid mei betrekking tot de leer en deon-verdraagzcinmheid met betrekking tot de personen, en, na alles verward te hebben, houdt men zich verontwaardigd, schreeuwt men over hardvochtigheid, overbarbaarscb beid!

Indien de Kerk leerde betgeen men beweert dat zij leert, ja, dan zou zij hard en wreed zijn, en dan zou men haar met moeite kunnen gelooven.

Maar zóó is bet niet. De Kerk is alleen onverdraagzaam in billijke, ware, noodzakelijke mate. Vol barmhartigheid voor de personen, is zij alleen onverdraagzaam voor de leerstellingen. Zij doet evenals God, die in ons de zonde verfoeit en den zondaar bemint.

De leerstellige onverdraagzaamheid is het

ocr page 158

tegen den godsdienst. 155

wezelijk karakter van den waren Godsdienst.

De waarheid die hij belast is te onderwijzen, is immers volstrekt onveranderlijk. Iedereen moet zich naar hem voegen; hij moet voor niemand huigen. Iedereen die hem niet bezit, bedriegt zich. Met hem is geen verdrag mogeleijk; het is alles of niets. Buiten hem vindt men niets dan dwaling.

De katholieke Kerk alleen is altijd zoo onbuigzaam in hare leer geweest. Dat is wellicht het treffendst bewijs van hare waarheid, van de goddelijke zending harer Herders.

Toegevend voor de zioakheden, is zij het nooit geweest, zal zij het nimmer zijn voor de dwalingen. »Indien iemand niet gelooft hetgeen ik leer, zegt zij in de geloofs-regelen die door hare kerkvergaderingen geformuleerd zijn, dat hij zijajiaiherna!quot; dat wil zeggen, afgesneden van de christelijke maatschappij.

De waarheid alleen spreekt met die macht.

De lieden die de Kerk van wreedheid beschuldigen met betrekking tot de onver-draagzaamheid, welke zij haar toedichten, hebben in het Conirat social Rousseau, den grooten apostel der onverdraagzaam-

ocr page 159

i 56 antwoorden op d£ bedenkingen heid, dezen treffenden srondresel gelezen :

' o o o

«De souverein kan uitdenStaaiverbannen, iedereen die niet gelooft in de artikelen van het Staatsgeloof____, Indien iemand, na diezelfde leerstukken in het openbaar te hebben erkend, zich gedraagt als geloofde hij ze niet, hij onderga de straf des doods !quot; (Boek iv, hoofdst. vm.)

Welk eeno verdraagzaamheid ! ! !

Gij zult moeten bekennen, dat de Kerk het beter begrijpt dan hare bedillers.

XXIX.

Maar de Heilige Bartliolomeüsnacht?

Is het nu waarlijk die Heilige Bartho-lomeüsnacht, welke u belet goed te leven?

Zijt gij inderdaad bevreesd, dat indien gij een goed christen wordt , menu zal aansporen om uwe buren te vermoorden, indien ze den goeden God niet dienen !

I)e moord vanden Heiligen Bartholomoüs-nacht is eene der betreurenswaardigste buitensporigheden geweest, welke de verbittering tier burgeroorlog, en de sluwheid der politiek, de woede van eenige dweepzieke lee-ken, de ruwheid der zeden van dien tijd kunnen verklaren.

De Godsdienst keurt volstrekt niet al-

ocr page 160

tegen den godsdienst.

les goed wat men in zijn naam doet en met zijn heiligen mantel bedekt.

Voor het overige moet men zeggen, dat zijne vijanden die misdaad al zonderling van natuur veranderd hebben. Zij hebben haar voorgesteld als het werk van den Godsdienst, terwijl zij niets anders was dan het werk der haat en der dweepzucht, die door den Godsdienst gelaakt worden.

Zij hebben het voorgesteld alsof die misdaad was uitgevoerd door de priesters, terwijl geen enkele hunner daaraan deelnam. Verscheidene hunner, wat meer is, onder anderen de Bisschop van Lisieux, redden zooveel hugenooten als zij konden, en waren hun voorspraak bij koning Ka-rel IX.

Indien één feit thans erkend en boven allen twijfel geacht wordt, dan is het, dat de Heilige Bartholomeüsnacht, vóór alles, eene 'politieke staatsgreep was, dat de Godsdienst daarvan veeleer het voorwendsel dan de oorzaak is geweest, en dat de sluwe Ca-tharina van Medicis, de Moeder van Karei IX, veeleer zocht zich te ontdoen van eene partij, die dagelijks meer en meer hare regeering hinderde en bemoeielijkte, dan eer aan God verschafte.

Het heeft een dichter der voltairiaansche

157

ocr page 161

158 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

school behaagd den Kardinaal van Lotharingen voor te stellen ^de duiken der katholieken zegenende.quot; Het is maarjammer, dat die Kardinaal zich toen te Rome ophield, voor de verkiezing van Paus Gregorius XIII, den opvolger van den heiligen Pius V, die juist gestorven was.

Maar die heeren zien zoo nauw niet. quot;Liegt, liegt altijd, durfde Voltaire aan een zijner vrienden schrijven, er zal altijd' iets van blijven hangen! 1

Sedert drie eeuwen heeft de haat der protestanten, en later die der voltairianen tegen de Kerk, de geschiedenis zoozeer verminkt, dat het moeilijk is daarin de waarheid te leeren kennen,

Men schikt de feiten naar zijn zin, men voegt hij, men neemt weg, men vindt zelfs uit, als het noodig is. Men stelt op rekening der Kerk misdaden die zij verfoeit. Men overlaadt den Godsdienst met afschuwelijke beschuldigingen. Wantrouw, in het algemeen, historische feiten, waarin de Godsdienst eene belachelijke rol speeelt. Het is mogelijk, dat zij waar zijn ; en dan moet de blaam vallen op den zwakken of slechten man, die zijn karakter van priester, van Bisschop, of zelfs van Paus, uit het oog heeft

1) Brief aan den markies d'Argens.

ocr page 162

tegen den godsdienst. 159

lorcn, en die, het goede moetende doen, het kwade gedaan heeft; maar liet is ook mogelijk (en meestal is het zoo) dat die feiten, zoo al niet geheel uitgevonden, ten minste zóó verdraaid en overdreven zijn, dat men ze met recht, met den naam van leugens mag bestempelen

Het is zeer gemakelijk de Kerk op die wijze aan te vallen; maar is het wettig? ishet eerlijk? is het oprecht?

XXX.

Er bestaat geen hel: niemand is er ooit van teruggekomen,

Antw. Neen, niemand is ooit uit de hel teruggekomen ; en indien gij zelve daar binnen gaat, dan zult gij er evenmin van terug komen als de anderen.

Indien men ervan terugkomen kon, al ware het maar eene enkele keer, dan zou ik u zeggen : quot;Ga er heen, en gij zult zien dat er eene hel is.quot; Maar omdat men die proef niet kan nemen, is het dwaas zich aan een onheil bloot te stellen, waarvoor geen redmiddel bestaat, dat zonder einde en zonder maat is.

Gij zegt dat er geen hei bestaat? Zijtgij daar wel zeker van? Ik tart u het tebeves-tigen. Gij zoudt dan eene overtuiging heb-

ocr page 163

d 60 antwoorden op de bedenkingen

iicn, die niemand vóór u gehad heeft, zelfs de grootste goddeloozen niet. Op de vraag; Is er eene hel ? ant woorddeRousseau ; ,,/A weet cr niets van.quot; En Voltaire schreefaan een zijner vrienden, die meende het bewijs ontdekt te hebben van het niet bestaan der-hel Gij zijt wel gelukkig! /00 ver- heb ik het niet hunnen brengen l 1)

Maar ik zal tegenover uw misschien eene vreeselijke verklaring stellen. Jezus Christus, de vleeschgeworden zoon Gods, zegt, dat er eene hel is, eene zóó verschrikkelijke hel, quot;dat het vuur daar nimmer, zal worden uitgedoofd.quot; Dat zijn Gods eigene woorden, die hij driemaal achtereen herhaalt!

Wien moet meu eerder gelooven: een mensch, die den Godsdienst nooit bestudeerd heeft, die aanvalt hetgeen hij niet kent ,die

1) Onze Heer Jezus Christus spreekt vijftien maal in zijn Evangelie van het helsche vuur.

Zie, onder anderen, dezeven of acht laatste verzen van het negende hoodstuk van den heiligen Marcns, waarin hij zegt, dat liet heter is alles te verliezen en alles te lijden dan «in de hel, in het onhluschbaar vuur geworpen te worden, waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uit wordt gebluscht. quot;Want voegt hij er bij, een ieder zal met vuur gezouten w orden,quot; dat wil zeggen dat hij daarvan doordrongen, daardoor verleerd en bewaard zal worden, evenals het zout het vleesch bewaart, door het geheel en al te doortrekken.

Zie ook den heiligen Matthseus, aan hel einde van hoofdetuk XXV ;»Gaat van mij, gij vervloekten, in hcteeuiciye vuur, hetwelk den duivel en zijne engelen bereid is. En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn ; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.quot;

En den heiligen Joannes, hoofdstuk XV-. «Zoo iemand niet in mij verblijft, door de genade . zal hij in het vuur geworden worden, en hij zal verbranden/' enz. enz.

ocr page 164

tegen den godsdienst. 101

slechts twijfel kan voeden, geen zekerheid kan hebben, omtrent dit onderricht; — of dengene, die gezegd heeft: quot;ik ben de waarheid ; hemel en aarde zullen voorhij-gaan, maar mijne woorden zullen niet voorbijgaan ?quot;

Pas op; het is Jezus, de goede Jezus, Jezus, zoo barmhartig en zoo zoet, die «//es vergeeft aan de armen berou whebbenden zondaars; Jezus, die zonder een woord van verwijt Magdalena, de overspelige vrouw, den tollenaar Zachéeus, en den san zijne zijde gekruisten moordenaar genadig aanneemt; het is Jezus, die u verklaart, dat er een eeuwig helsch vuur is, en die het uitdrukkelijk vijftienmaal in zijn Evangelie herhaalt!

Beweert gij Deter dan Jezus te weten, wat barmhartigheid en goedheid is?

Zie, in deze stof, moer dan in eenige andere, spreekt dikwijls het hart van den booze en niet zijn rede. Het is de misdadige hartstocht, die de rechtvaardigheid Gods vreest, en, om zijn geweten in slaap te wiegen, uitroept: «Er is geen rechtvaardigheid Gods; er beslaat geen hel!quot;

Maar wat doen inderdaad die kreten en die hartstochten af? Als de blinde ontkent, dat liet licht bestaat, belet hij bet dan te

9

ocr page 165

'1 62 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

schijnen? De goddelooze onlkennc het of niet, er beslaat eene hel. die de zonde, de ondeugd wreekt, en die hel is eeuwig.

Dat is de kreet der gcheele menschheid ; De zekerheid, dat er éene hel bestaat, ligt zoozeer op den bodem van 's menschep geweten, dat men inderdaad dit leerstuk terugvind! hij al de volken, zoowel oude als nieuwe, bij de wilde afgodendienaars zoowel als bij de beschaafde christenen. Het ligt zoozeer in den grond van het Christendom, dat, van al de ketters, die de katholieke leerstukken hebben aangevallen, niet een enkele er aan gedacht heeft het te ontkennen. Te midden van zoovele puinhoo-pen, is de waarheid van de hel alleen staande gebleven. De grootste wijsgeeren- de grootste vernuften, niet slechts onder dechris-tenen, dat spreek van zelf, maarzelfsonderde heidenen, hebben de hel aangenomen : Vir-gilius, Ovidius, Iloratius, Plato, Socrates, eindelijk de goddelooze Celsius zelf, de Voltaire der derdeeeuw. Wie zou op dit punt minder willen toegeven, dan zij gedaan hebben?

Een twintigtal jaren geleden had de aalmoezenier der militaire school van Sainl-Cyr, in de vasten, een onderricht gegeven over de hel. Hij ging de trap op die naar zijne kamer voerde en wilde die juist bin-

ocr page 166

tegen den godsdienst,

nentreden, toen een oude kapitein, die aan de school v/as Terhonden als instructeur en die achter hem de trap opliep, hem op spot-tenden toon zeide: quot;Mijnheer de aalmoezenier, zoudt ge mij kunnen zeggen of wij in de hel gebraden of gekookt zullen worden?quot;

De aalmoezenier keert zich om, ziet hem een oogenhlik sprakeloos aan, en antwoordt koeltjes: quot;Gij zult dat zien, kapitein,quot; — en hij doet de kamerdeur dicht.

De officier had geen trek meer om te lachen en droop af. Later tot God teruggekeerd, verklaarde hij zijne bekeering verschuldigd te zijn aan dat treffend antwoord, en aan de gedachte aan de hel.

Lach niet met de hel, waarde lezer; zij geeft waarlijk geen stof tot lachen.

XXXI

Hog kunt gij de goedheid van God rijmen met de eeuwigheid der helsche straffen God is oneindig barmhartig

Antw. Ja. God is oneindige barmhartigheid ; maar alleen in deze, niet meer in de andere wereld.

Al de bedenkingen tegen de eeuwigheid der helsche straMen vallen van zelf weg, zoodra men zich rekenschap geeft van het-

1G3

ocr page 167

164 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

geen do ccuirighcid is. De eeuwigheid is nieL cenc reeks van eeuwen, die elkander zonder einde opvolgen, zooals wij geneigd zijn ons dal voor te stellen ; het is een tegenwoordige tijd zonder toekomst en zonder ander verleden dan dat der aarde; als mén de eeuwigheid eens is binnengegaan, dan bevindt men zich in een bestaan, dat volkomen verschilt van het bestaan op aarde ; er is dan geene opvolging van tijden meer, en uit dien hoofde kan men niet meer veranderen. Waarom kan ik mij op aarde bekeeren en berouw hebben over de zonden, die ik legen God heb bedreven? Omdat ik daartoe den tijd heb, omdat ik jaren, dagen, uren, minuten voor mij heb, en omdat eene enkele minuut voldoende is, om door het berouw tot God terug te keeren Maar in de eeuwigheid bestaan er geen jaren, geen dagen, geen uren, geen minuten, daar bestaat geen lijd, geen opvolging, en bijgevolg is daar geen verandering mogelijk. Zóó als men de eeuwigheid ingaat, zóó blijft men er, of, om nauwkeuriger te spreken, zoo is men er.

De hel is dus eeuwig, omdat zij niet niet-eeuwig kan zijn.

Overweeg die uitlegging eens een weinig, en gij zult daarin de oplossing vinden van

ocr page 168

TEGEN DEN GODSDIENST.

al dc bezwaren tegen de eeuwigheid der hel.

Overigens weegt de leer der Kerk omtrent de eeuwige belooning, volkomen op tegen de leer der eeuwige straffen. Do ecne openbaart ons de opperste en oneindige rechtvaardigheid Gods, do andere, zijne opperste en oneindige goedheid. Maar is alles in God niet aaniiiddclijk, zijne rechtvaardigheid evenals zijne andere eigenschappen? Ik herhaal het, men zou er waarlijk niet aan denken om de hel te ontkennen, indien men geen vrees voor de hel had.

Indien men kon weten hoevele misdaden voorgekomen zijn dooi- de vrees van de eeu-'ivigheid der hei, dan zou men getroffen zijn door de noodzakelijkheid dier sanctie; en dewijl God den mensch alles geeft, wat hem noodzakelijk is, zou men uit de noodzakelijkheid van de eeuwigheid der straffen tot hare wezenlijkheid moeten besluiten.

Ik zou nog kunnen aantoonen, dat de hei ons alleen zoo onbegrijpelijk voorkomt, omdat wij ons geen voldoend denkbeeld maken van de grootte der zonde, waarvan zij de straf is, en van de gemakkelijkheid waarmede wij die zonde kunnen vermijden.

Maar ik bepaal mij bij de twee groote autoriteiten, die ik tegenover uwen twijfel gesteld heb : het gezag van het wensciielijk

105

ocr page 169

166 antwoorden op de bedenkingen

OKSi.AciiT, en het veel indrukwekkender gczng van onzkn Hkkr Jezus Christus, die, in zijn Kvangelie, tot de verdoemden zegt: (iaat weg van mij, vervloekten, in liet eeuwig vuur.

XXXI1.

God is te goed om mij te verdoemen.

Antw. Maar het is God ook niet die u verdoemt, gij zijl het zelf, die u verdoemt.

God is evenmin de oorzaak van de hel als hij de oorzaak van de zonde is, die de hel voorlhrenet

o

Waarom laai hij dan de zonde toe?quot;

Omdat hij u de uitstekendstezijner gaven, de e'aal der rede ffesreven heeft, die u aan

O lt;_/ O '

hem gelijkvormig maakt, omdat hij u een eeuwig geluk lieeft voorbereid, en dewijl het daarom niet betaamde, dal hij u behandelde als een dier. dat geen rede heeft en alleen voor de aarde geschapen is.

Het betaamde niet, dat gij zoudt gedrongen worden om Gods gaven te ontvangen; gij moest uwe rede gebruiken om den schat eener eeuwige gelukzaligheid vrijwillig aan te nomen en te verkrijgen.

Daarom lieeft God u, met de rede, de zedelijke vrijheid geschonken, dat wii zeggen, het vermogen om naar welgevallen liet

ocr page 170

tegen den godsdienst. 167

goed of het kwaad te kiezen, de stem van onzen goeden Vader, die ons tot hem roept, te volgen of niet.

Die vrijheid is het grootste eer- en lief-dehewijs dat wij van God konden ontvangen.

Indien wij daarvan misbruik maken, dan is het onze schuld, niet de schuld van God.

Indien ik u een wapen geef om uw leven te verdedigen, is dat geen bewijs van liefde van mijnen kant ? En indien gij, tegen mijn wil, ondanks de waarschuwingen en de lessen, welke ik u heb gegeven, om u daarvan goed te bedienen, dat wapen tegen u zeiven keert, zal ik dan de schuld van uwe kwetsuur dragen? Zult gij u dat dan niet alleen moeten wijten?

Zoo handelt de goede God ten onzen opzichte. Hij geeft ons de vrijheid om goed of kwaad te doen ; maar hij verzuimt niets, om ons het goed te doen kiezen Onderrichtingen. waarschuwingen, teedere uitnoodiein-gen, vreeselijke bedreigingen, hij spaart niets. Hij overlaadt ons met zijne genaden, hij staat ons bij met hulp; — maar hij dwingt ons niet; want dan zou hij zijn werk vernieten.

Hij eerbiedigt in ons de gaven, die hij in ons heeft nedergelegd.

Derhalve gaat de verworpeling door zijn

ocr page 171

108 antwoorden op de bedenkingen

eigen schuld verloren ; God verwerpt hem niet, hij zelf haalt zich zijne verdoemenis op den hals, God geeft slechts aan iedereen wat iedereen vrijwillig heeft gekozen, het leven of den dood; het paradijs, de vrucht der deugd, of do hel, de vrucht der zonde.

Een reiziger trad eens binnen op de plaats van den Postwagendienst, te Parijs, en verklaarde, dat hij naar Rijssel in Vlaanderen, in het noorden van Frankrijk, wilde gaan. Men haast zich hem de diligence aan le wijzen, die op het punt was van naar de aangegeven bestemming te vertrekken. Onze reiziger had den voet reeds op de trede gezet, toen hij niet ver van daar een ander i'ijtuig ontdekte, geheel nieuw geverwd, en dat hem schooner en gemakkelijker toescheen. Onmiddelijk verandert hij van gedachte en neemt plaats in dien wagen.. Dit rijtuig nu moest vertrekken naar Marseille, eene slad in het zuiden van Frankrijk, en dus in eene geheel tegenovergestelde richting dan die, welke het doel van 's mans reis was.

De chef van het kantoor, die hem van rijtuig zag veranderen, haastte zich om hem zijne dwaling onder het oog te brengen.

quot;Wat doet gij, Mijnheer? sprak hij zeer beleefd tot hem, gij gaat immers naar Piijssel ?

ocr page 172

tegen dén godsdienst. 109

— Juist, Mijnheer, naar Rijssel.

— Maar, Mijnheer, dan zijt gij in een verkeerd rijtuig gaan zitten; de diligencet waarin gij plaats hebt genomen, gaat niet naar Rijssel, maar naar Marseille.

— Maar ik zal toch eindelijk altijd wel te Rijssel komen.

— Hoe bedoelt gij dat! Te Rijssel? Gij zult te Marseille aankomen, indien gij in de diligence gaat zitten die naar Marseille vertrekt .

— Kom ! kom ! praatjes! zeide de dwaze reiziger; dit rijtuig is veel fraaier en veel gemakkelijker dan het andere; en de administratie is veel te wellevend, om mij te brengen waar ik niet wil wezen. Hoor eens. Mijnheer, ik zit hier goed, en, gij moogt zeggen wat gij wilt, morgen avond ben ik te Rijssel

Het uur van vertrek was daar, het rijtuig ging weg, en twee dagen daarna bracht het onzen reiziger te... Marseille.

Dat was niet moeielijk te raden.

Zoo handelen degenen die, zonder bekommerd te zijn om braaf te leven, van Gods goedheid onderstellen, dat zij toch wel in den hemel zullen komen.

In dit leven staan twee wegen voor ons open, die der deugd en die der ondeugd.

ocr page 173

170 antwoorden op de bedenkingen

De tweede is somtijds aangenamer, verleidelijker dan de eerste, vooral in den beginne, maar de eene geleidt naar de hel. waar de zoetheid in bitterheid verandert; de andere naar het paradijs, waar de arbeid verkeert in eene onuitsprekelijke rust.

Om naar het paradijs te gaan, moet men den weg naar het paradijs inslaan ,■ dat is klaar en duidelijk. De katholieke priester is de liefderijke leidsman, die, van Gods wege, aan allen den weg toont. Hoe velen, helaas, sluiten de ooren voor zijne stem. Hoe velen gaan er verloren, omdat zij zijne raadgevingen niet gevolgd hebben,

XXXIII.

God lieefs van alle eeuwigheid voorzien of ik zalig of verdoemd zal worden. Ik moge doen v/at ik wil, het noodlot zal ik niet kimnen

veranderen.

Antw, Indien uwe vrouw u kwam zeggen : -Mijn vriend, God heeft van alle eeuwigheid voorzien of gij heden eten zult of niet. Ik moge doen wat ik wil, gebeuren zal, wat God voorzien heeft. Ik ga dus wandelen, en ik zal mij dus maar niet om uw eten bekommeren.quot;

Indien uw kind u zeide : «Beste vader, God heeft van alle eeuwigheid voorzien of ik heden moet werken of leêgloopen. Het is

ocr page 174

tegen den godsdienst.

mij met den besten wil der wereld niet mogelijk, om het noodlot te veranderen. Ik zal mij dus maar gaan vermaken, in plaats van te lezen of te schrijven.quot;

Dan zoudt gij, geloof ik, hun gemakkelijk een antwoord kunnen geven, en vooral hen tot rede kunnen brengen.

Het antwoord dat gij aan uwe vrouw en aan uw kind zoudt geven, geef ik u.

De vooncetenschap van God, vernietigt onze vrijheid niet. En ofschoon onze zwakke rede den grond van dat groote geheim niet kunne peilen, weet zij echter genoeg om zeker te zijn van de waarheid.

In de eerste plaats hebben wij allen, in spijt van alle redeningen, van alle spitsvondigheden, het innig gevoel, dat wij vrij zijn in onze beslissingen. Terwijl ik deze regels schrijf, gevoel ik, dat het slechts van mijn wilafhangt, om hier het eene woord voor het andere te plaatsen, mijn arbeid te staken of voort te zetten, enz. Gij, die leest, gij gevoelt, en niemand zal u van het tegendeel kunnen overtuigen, dat het slechts van u afhangt om te lezen of dit boek te sluiten, te zingen of te zwijgen, op te staan of te blijven zitten, enz. — Derhalve zijn wij beiden vrij.

•_ In de tweede plaats; is die moeielijk-heid om onze zedelijke vrijheid over een te

171

ocr page 175

172 antwoorden op de bedenkingen

brengen met Gods voorwetenschap, zoo ernstig gemeend als men wel zoude willen doen aannemen? Ik geloof het niet, en ik zie daarin niet veel anders dan eene kwestie van woorden.

Wij meten bier God uit met onze el, wij spreken over hem als over ons zei ven. Wij dichten hem onze zwakheden toe; m scheppen ons daardoor hersenschimmige bezwaren .

Om zoo te zeggen bestaat er geenfoorwe-tenschap van God. Voorzien, is vooruil-zien, zien wat zal zijn. Voorzien onderstelt natuurlijker wijze eene toekomst, die nog niet bestaat. Welnu, er is voor God geen toekomst of geen opvolging van tijd, maar een eeuwige en overanderlijke tegenwoordi-ge lijd. Het verleden en de toekomst bestaan alleen voor eindige en veranderende men-schen. Wij voorzien, maar dit is eene onvolmaaktheid van ons wezen. God, het volmaakte wezen, ziet, — voorziet niet.

Hij ziet ons handelen. Nu, niemand heeft bij mijn weten, ooit gezegd, dat de actueele kennis die God van onze handelingen heeft, hare vrijheid belemmert. Welnu, God heeft er geen andere.

Mij dunkt, dat is eenvoudig, zeer gemakkelijk te begrijpen. Er blijft dan niets over

ocr page 176

tegen den godsdienst. 173

dan het geheim der eeuwigheid, der onveranderlijkheid van God, of liever het geheim van zijn bestaan. Maar wie zou ooit waanzinnig genoeg zijn om te zeggen: Ik weiger in God te gelooven, omdat ik het oneindige niet hegrijp?

Maak dus een goed gebruik van uwe vrijheid onder de oogen van den goeden God, die iedereen naar zijne werken zal vergelden ,

XXXIV.

Niet hetgeen het lichaam binnengaat besmet de ziel. God zal mij niet verdoemen om een stuk vleesch. Het is evenmin kwaad om op vrijdag en zaterdag vleesch te eten, als op de andere dagen.

Antw. Ge hebt volkomen gelijk; het vleesch doet u niet verloren gaan; op zich zelf is het niet meer kwaad om den eenen dag vleesch te eten, dan den andere.

Het is de ongehoorzaamheid, die vleesch doet eten, welke ons ter helle doemt.

Het is kwaad des vrijdags en des zaterdags de wet te schenden, welke niet voor de andere dagen bestaat; kwaad is de opstand tegen het \Vettig gezag der Herders, aan wien wij allen moeten gehoorzamen als aan Hem zeiven die ze zendt: «Gaat, ik zend u. Die u hoort, hoort mij ; die u versmaadt, versmaadt mij.quot;

ocr page 177

17-1 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

Er is dan geen sprake van vleesch, van dagen, van uwe maag; er is alleen sprake van het hart dat zondigt, omdat hot weigert zich aan een verplichtend en gemakkelijk gebod te onderwerpen.

Behalve de groote en algemeene beweegreden om al de wetten der Kerk te onderhouden, kunnen wij nog daarbij voegen, dat de wetten niet bij toeval, ten gevolge van eene luim,, gemaakt zijn, maar dat zij steunen op wijze en zeer belangrijke redenen.

Zoo is de wet der onthouding, wier toepassing elke week terugkeert, bestemd om steeds in de gedachte der Christenen terua; te roepen het Lijden, de smarten en den dood van den Verlosser ; zij is de openbare beoefening der boete van de Christenen, enz.

Alleen een oppervlakkig of onwetend mensch kon die instelling voor nutteloos houden. Men kan niet begrijpen, hoezeer dat enkel derven van vleeschspijzen des vrijdags en des zaterdags, de ziel belet om zich buiten de godsdienstige denkbeelden te bewegen .'

Ofschoon de kerkelijke wetten op straffe van zonde verplichten, zijn ze toch ver van hard of tyranniek te zijn. De Kerk is eene moeder, geen heorschzuchtige gebiedster. Het is voldoende, dat gij. om eene ernstige

ocr page 178

TEGEN DEN GODSDIENST.

en weUige reden, geen vleescli kunt derven, óin daardoor alleen van die verplichting ontslagen te zijn. De Kerk wil u goed, geen kwaad doen. Zij wil u uwe zonden doen boeten, niet u ziek maken. Ziekte, zwakte van gestel, de vermoeienis van een doorgaans zwaren arbeid, buitengemeene armoede, de groote moeielijkheid orn zich andere dan vleeschspijzen te verschaffen, zijn redenen die ontheffen van de verplichiing om geen vleesch te eten.

Evenwel is het goed eerst den pastoor of den biechtvader, de uitleggers der wet, te raadplegen, ten einde zich zei ven niet zonder wettige redenen van de verplichting der onthouding te ontslaan.

Deze opmerking, die zich over al de wetten der heilige Kerk uitstrekt, doet u zien hoe wijs en gematigd het gezag is dat ze oplegt. Eerbiedig dat gezag uit den grond uws harten; laat lachen dengene die er niets van begrijpt, en vervul zonder morren zulke eenvoudige, zulke wijze wetten, welke zoo nuttig zijn voor onze zielen.

XXXV.

God behoeft mijne gebeden niet. Hij weet wel wat ik nooriig heb, zonder dat ik het Hem vraag.

Antw. Ja, hij weet het ongetwijfeld,

175

ocr page 179

176 antwoorden op de bedenkingen

maar gij zoudt liet grootste ongelijk hebben, van daaruit af te leiden, dat gij u van het gebed zoudt, kunnen ontslaan.

Het is waar, God heeft uwe gebeden niet noodig. Uwe gebeden en uwe hulde veranderen niet zijne onveranderlijke gelukzaligheid...... Maar hij vordert ze van u, die

hulde, die aanbidding, die dankzegging, die gebeden; omdat gij, zijn schepsel eh zijn kind, ze hem verschuldigd zijt.

Hij heeft recht op uwe gedachten, wier Schepper hij is; hij wil dat gij u tot hem richt, en evenzeer hóeft hij recht op de liefde van dat hart, hetwelk hij uheeft gegeven, en hij wil, dat gij het hem vrijwillig door de liefde zult wedergeven.

Gor kent al uwe behoeften. Ook dit is volkomen waar Ge moet hem die dan ook niet blootleggen, om ze hem (c doen kennen Gij moet dat doen, om uwe onmacht zonder zijne hulp niet uit het oog te verliezen: om u onophoudelijk uwe afhankelijkheid te herinneren.

Het gebed is voorgeschreven voor u, niet voor hem. Hij ivü dat gij zult bidden, in de eerste plaats, omdat het rechtmatig is dat gij uwen God aanbidt, dat gij aan Dengene denkt, die onophoudelijk aan u denkt, dat gij Dengene teminl die het opperste goed

ocr page 180

tegen den godsdienst

en uw uitstekende weldoener is: en eindelijk, omdat het goed, nuttig en zelfs noodzakelijk voor u is om te bidden.

Wat is er grooter, zoeter, eenvoudiger, gemakkelijker, dan het gebed !

Het is de edelste bezigheid van den mensch op deze wereld: het gebed veredelt, verheft al onze andere bezigheden en maakt ze een redelijk wezen waardig.

Het is de menschelijke gedachte, toegepast op God. zijn waardigste voorwerp.

Het is het hart, zich vereenigende met den God van oneindige goedheid, van oneindige volmaaktheid, van oneindige liefde, die alleen dat hart volkomen kan voldoen.

Het is het kind, dat met zijn welbeminden vader spreekt.

Het is de schuldige, die vergiffenis heeft ontvangen en zijn Verlosser teederlijk bedankt; het is de zwakke en hulpbehoevende zondaar, die barmhartigheid vraagt aan God die gezegd heeft: quot;Ik zal nimmer den-gene verstooten, die tot mij komt.quot;

Het gebed verschaft ons troost in al onze wederwaardigheden. Het is de schatkamer van ons inwendig geluk, dat niets ons kan ontrooven. Want het gebed is in ons; ket is wij zei ven. Het is wij zeiven aan Gok denkende en God liefhebbende.

177

10

ocr page 181

178 ANÏWOORDB.M OP«DE BEDENKINGEM

Met liet gebed is het als met de liefde Gops. Het gebed is zulk eene aangename, zulk eene zoetg bezigheid, dat de goede God ons dc verplichting daartoe opleggende, niets anders doet dan ons bevelen gelukkig te zijn.

Daarom beveelt onze Heer Jesüs Christus, die op deze wereld gekomen is om ons gelukkig le doen zijn door ons goed te maken, niets zoo zeer aan als het gebed: quot;Bidt zonder ophouden, zegt hij, en icordt niet moede ie biddenquot; Dat wil zeggen, gewen uwe ziel om aan God te denken en om hem bovenal te beminnen Het gebed is de grondslag van het christelijk leven

Bid dus, en met een goed hart; niet slechts met den mond, maar uit het binnenste uws harten. Laat nimmer na, om den goeden God bij den aanvang en bij het einde van den dag, uwe kinderlijke hulde te bewijzen. 1 Bid in al uwe wederwaardigheden, bid in uwe gevaren, bid in uwe bekoringen. Bid, als gij fouten hebt begaan, ten einde daarvan vergiffenis te bekomen. Bid in de voornaamste omstandigheden des levens.

Bid onder uwe dagelijksche bezigheden.

i) Verwacht niets, zeiclc de heiiige Vmcentius van Puulo, van iemand die zijne morgen- en uvondgebeden verzuimt.

ocr page 182

tegen den godsdienst. 170

A]s gjj bidt dan is niets gering voor God, als gij quot;bidt dan gaat er niets verloren voor het paradijs. Gij zult zuiver en goed wezen, indien gij het gebed beoefent, uw hart zal in vrede wezen Te midden der ellenden des levens, zult gij die inwendige vreugde genieten, welke er de bitterheid van verzacht; en als de tijd uwer beproeving zal ten einde zijn, dan zult gij honderdvoudige vruchten van uwe getrouwheid inoogsten.

XXXVI.

Ik laid en verkrijg niet. Ik verlies miju tijd

Antw. Heeft de heilige Monica, de moeder van den heiligen Augustinus, haar tijd verloren, toen zij gedurende zestien jaren met bidden en weenen aan God heeft gevraagd, hetgeen zij eindelijk verkregen heeft, de bekeering van haren zoon ?

Heeft de heilige Franciscus van Sales zijn tijd verloren, toen hij gedurende twee en twintig jaren gearbeid heeft om do zachtmoedigheid te verkrijgen.

De volharding is derhalve ecne dervoor-naamste hoedanigheden van het gebed.

Worden wij het bidden nimmer moede. De goede God verhoort ons niet, ten einde ons met meer aandrang en menigvuldiger te doen bidden; hij schijnt zich te verbergen,

ocr page 183

180 antwoorden op de bedenkingen

opdat wij zijne afwezigheid heter zouden ge-v o el en . ipd'al wij de zoetheid zijner tegen-woordigheid beter zouden waardeeren.

Herinneren wij ons de belofte van den Moester: -Zoekt, en uu zi lt vinden.quot; Wij zullen vinden, wij zijn zeker van te vinden. Maar wij zijn niet zeker van dadelijk te vinden. ' De heilige Monica, de vrouw van i'-elocf en van vc Iharding, heeft eerst na viji-tW jaren gevonden, en hare onwrikbare standvastigheid heeft haar geheiligd. De Cananeescho vrouw van het Evangelie, heeft liet leven van haar kind eer:t ■'■eiiviei.en nadat zij het driemaal gevraagd had, en dat •iitquot;v1el zoo wreed vi ! haar rr.1 ederliait, igt; de beproeving en de zegepraal Nan haai geloof geweest.....

Worden wij niet moede. Rot o-.'gcnl -ik, •waarop wij den moed verliezen, is misschien hamp;f ocsenbhk ^'aa.ropLi'.'i ^ot on^ z.il

XXXVII.

Wat heb ik den goeden God tccii gedar.-Hij m'j zoo kwaad overzendt

Antw. «Kleingeloovige, die de geheimeü Gcds niet begrijpt. quot;Wanneer hij u metlijden, bezoekt, doe hem dan. geloof mij, nimmer deze vreoselijke vraag : ■■ ^ at he; ik .. j-1? daan om zóó te moeten lijden?

ocr page 184

TEGEN DEN GODSDIENST.

Bijna all ij d zou hij u tot stilzwijgen kunnen brengen door voor uwe oogen, tot uwen schrik, eene lange, eene afzichtelijke lijst van zonden te ontrollen, die uwe godsdienstige onverschilligheid alleen aan uwe aandacht doet ontgaan, en door u te wijzen op de eeuwige pijnen der hel welke die zonden honderdmaal verdienen !

Altijd zou hij u kunnen antwoorden, door u aan de vreeselijke vlammen van het vagevuur te herinneren, dat niemand heil ia- is in zijne oogen, en dat de verzachte straffen van het tegenwoordige leven, al zeer gering zijn in vergelijking van de boeten in het toekomstig leven.

Altijd, eindelijk, zou hij u kunnen antwoorden door u zijn paradijs, zijne kribbe, zijn kruis te toonen, door u daarop te wijzen dat uwe reis op deze wereld slechts eene voorbijgaande beproeving is ; dat hij u. het eerst, het voorbeeld van het geduld heeft gegeven, opdat gij, door het heilig gebruik van het lijden, uwe ziel zoudt heiligen en een ontzaggelijk gewicht van glorie in de eeuwigheid op uw hoofd verzamelen.

Hij zou u herinneren aan deze godspraken, welke weleer van zijne lippen gevloeid zijn :

T Vooncaar, vooncaar, ik zeg u- gij zuil loeeklayen en iceenen. rraar de icerelJ

ocr page 185

\h2 A.vnvooiuucN oi' ok iibjiKnkinoé.v

zo.l zich, vcrhcunamp;n ■ cn dij zuil bedroefd zij'i', vnndi' mee droe/heul zul vu, vreugde 'CCi 'hïi'U'Ï '/ u'ot 'den.

Uerif. vi'OKir, ids zij ha/irl, heelt droefheid, dewijl hu re wc gekowien is; als zij ech.ler h,el kind mhaard heeft, gedenk1, zij niel meer de sutarie, om de vreugde, dnl cm mensch ter wereld geboren is.quot;

Wie gij ook zijn moogt, rechtvaardige of zc-n begrijp hot aanbiddelijk geheim der smart. Het is hef, innigste bezoek van God. E':\ i- de kostbaarste gave zijner harmhar-

Het ; s de grootste krachtsinspanning zijner

Cr ;•:gt; heoft niets aitstekenders gevonden orr. ' : r. zi;n eeniggeboren Zoon Jezus, aan M.-.: :a, zijne bruid, zijne moeder, zijn wel-herr.ind schepsel, aan zijne heiligen, aan zijne- martelaren, aan al zijne vrienden te geven !..,,

Indien gij lijdt met Jezus Christus, zult gij met hem gekroond worden. — Door het kruis komt men tot de glorie!

XXXVIII.

Waarom zou ik de heilige Maagd bidden Het is eene bijgeloovigheid. Daarenboven, zij kan ons immers toch niet hooren

Antw. Hoe kunt gij mij hooren f

ocr page 186

tegen den godsdienst. 183

~ Wel, met mijne ooren?

— Dat weet ik ; dat vraag ik u dan ook niet. Ik vraag u hoe gij mij met uwe ooren kunt hooren ?

Ik beweeg mijne lippen, zij verplaatsen een weinig lucht; die lucht gaat in uwe ooren en houdt stil Lij een beentje dat bekleed is met een vel, trommelvlies ge-naawd... En zóó hoort gij wat ik u zeg!

Hoe komt dat? Welke betrekking bestaat er tusschen dat beetje lucht, dat het trommelvlies raakt en mijne gedachte, die zich in uwe ziel openbaart? — Waren wij daarvan niet dagelijks getuigen, wij zouden het niet kunnen gelooven. En toch is het zóó.

Nu dan! als gij mij zult gezegd hebben hoe of gij, die u op twee passen afstands van mij bevindt, mij kunt hooren en in betrekking tot mij kunt komen als ik tot u spreek, dan zal ik u zeggen, hoe de heilige Maagd en de Heiligen in den hemel, mijnegebeden kunnen hooren en ze beantwoorden.

Dezelfde God die maakt dat gij mij hoort, maakt ook dat zij mij hooren, als ik hen vraag mijne voorspraak bij hem te zijn.

Hoe doet de goede God dit? Dat is mij tamelijk onverschillig. AI wat ik weet is dat het zóó is; dat God aan de allerheiligste Maagd, die hij alleen onder al de schep-

ocr page 187

184 antwoorden op de bedenkingen

selen tot de wliclerbare waardigheid van zijne Moeder heeft verheven, aan haar die hij ons, aan het kruis stervende, heeft gelaten als moeder, voorspreeksler. be-schermster, dat hij zeg ik, onze geiteden, de behoeften barer kinderen, aan de Maagd Maria bekend maakt; dat hij altijd haar hoort, die bij boven al de werken zijner handen liefiieeft; dat hij nog tot ons komt door haar, zooals hij weleer op den dag-zijner Mcnschwording gekomen is, dat het zekerste middel cm tot Jesus te komen is, tot Maria te gaan, die ons bij haar Zoon en onzen God binnenleidt, aldus door hare bescherming onze onwaardigheid en onze onvolmaakte gesteldheid bedekkende.

Ik weet dat niets zoeter, niets aangenamer. niets troostrijker is dan de heilige Maagd te beminnen, haar zijne smarten toe te vertrouwen, haar zijn hart op de oficrcn

Dat komt omdat haar vereering beter, zuiver, zachtzinnig, nederig maakt, het gebed doet beminnen, de vreugde en den vrede aan de ziel geeft—

Al wat ik weet. is dal als ik Maria bemin en dien, ik niet anders doe dan, en zeer onvolmaakt, mijn Verlosser Jesus Christus zei ven navolgen.

ocr page 188

tegen den godsdienst 185

Hij heeft het eerst, hij heeft bovenal de schepselen, zijne Moeder bemind; het eerst, heeft ||j haar met zijne handen gediend, haar alle soort van eer, plichten, gehoorzaamheid bewezen.

En dewijl hij mij, op den avond vóór zijn dood gezegd heeft: «Ik heb u het voorbeeld gegeven, opdo.t (jij zov.dl cïocp., hclfjccn ik gedaan ■■heb,quot; tracht ik de allerheiligste Maagd Maria volkomen te beminnen en te vereoren, die hij zoo volmaakt heeft liefgehad en vereerd. 1

Het is hier de plaats niet om eene verhandeling te houden over de vereering van de heilige Maagd.

Maar het is altijd de plaats om te zeggen, dat de haat tegen die vereering het algemeen kenmerk van al de ketterijen, van eiken godsdienstigen opstand geweest is; dat men Maria nimmer verlaat, zonder Jesus weldra te laten varen; dat men zelfs nimmer er beter op wordt, als men in die vereering verflaauwt.

Men mag het wel zeggen, die arme protestanten zijn wel ie beklagen, dat zij hun-

1 De protestanten stellen tegenover onze godsvrv.eht jegens de heilige Maagd eenige sleeht begrepen teksten van liet Iv\ an-gflie. Moest men hen gelooven, dan zou onze Heer zijn Moeder niet hebben lief gehad, en gedurende zijn gans.-he leven hel vierde gebod van God zijn Vader geschonden hebben. Maar dilt;' teveel bewijst, bewijst ni'ls; men zal mij nooit overtu:gen, dal Ji:sus een slechte zoon is geweest.

ocr page 189

186 antwoorden op de eedenkingkn

ne Moeder niet kennen, niet beminnen 1... dat zij Degene niet aannemen, die Jesus Christus gekozen, hemind, onafscheidelijk vereenigd heeft met het geheim zijner Menschwording, met de geheimen van zijne kindschheid, van zijn verborgen en van zijn openbaar leven, met het geheim van zijn lijden en van onze verlossing; Degene, die hij, in den hemel, in de aanbiddelijke geheimen van zijne glorie en van zijn koningschap doet deelen.

Zij moeten wel beven, wanneer zij, de oogen slaande op al de christen eeuwen, er geen enkele vinden die hun stilzwijgen niet veroordeelt, en die het profetische woord der heilige Maagd zelve niet vervuld heeft: quot; Van nu af zullen all'e geslachien mij zalig prijzen.quot; (Heilige Lucas, h. 1.)

Nergens ziet men dien eenzamen Christus, dien Luther, Calvijn en hunne leerlingen gedroomd hebben, maar men vindt overal den Christus terug, zooals hij zich vertoonde aan het oog der profeten, zooals hij verschijnt in liet Evangelie, het Kind der Maagd, gevormd uit haar vleesch en haar bloed, lang gedragen in haren schoot en op hare armen, gedurende dertig jaren de plichten van den onderdanigsten der zonen jegens haar vervullende, onder hare oogen

ocr page 190

tegen den godsdienst,

stervende, en nog in hare armen rustende, vóór dat liij- van liet kruis in het graf over-

om no*

do*.....

Zij vreezen aan Jesus te ontrooven, hetgeen ze aan Maria zouden geven. — Maar is dit niet een bewijs van grove onkunde met betrekking tot het menschelijk hart, dat naar Gods beeld geschapen is, indien men vreest een vriend le kwetsen, als men, om zijneniicille, eene groote liefde aan diens Moeder betuigt? Beminnen wij de Moeder niet om den Zoon? en keeren al die hulde-bewijzen niet tot Jezus Christus terug?

Dat er eenige misbruiken, eenige onbezonnenheid bij onwetende lieden bestaan, met betrekking tot de vereering der heilige Maagd, wie zal het ontkennen? Maakt men geen misbruik van alles? Maar de Kerk keurt die misbruiken af. De Bisschoppen en de priesters brengen de gcloovigen daarvan terug, zoodra zij er kennis van dragen

Wat de vereering van Maria betreft, geloof mij, men overdrijft niet te veel, maar wel te weinig. Zoolang toch als men niet aanbidt (en men moet niet aanbidden, de aanbidding is aan God alleen verschuldigd), zoolang men de heilige Maagd niet aanbidt, blijft men altijd beneden hetgeen zij verdient . Nimmer zullen wij haar zooveel vereeren

187

ocr page 191

188 antwoorden op de bedenkingen

als God haar vereerd beeft, door haar tot de \vaarcligheid van zijne Moeder te verheffen. ■Nimmer zullen wij haar zooveel beminnen als Jezus, ons model, haar heeft liefgehad.

Als Katholieken, vormen wij de groote familie van Jezus Christus. Is het te verwonderen dat wij zijne Moeder beminnen?

XXXIX.

Waarom gebeuren er geen wonderen meer?

Antw. Een wonder is een tastbaar feit, dat klaarblijkelijk de krachten dernatuurte boven gaat.

Het is iets dat God alleen kan doen. en dat zijne tusschenkomst in de dingen dezer wereld op eene buitengewone wijze open-haart.

Waarom gebeuren er geen wonderen meer? vraagt men. Ik heb daarop twee antwoorden:

1° Er gebeuren nog wonderen, en vele ; 2C het is zeer natuurlijk dat er minder wonderen gebeuren dan in de eerste eeuwen van het Christendom.

1° Er gebeuren nog wonderen.

Ik, die in dit boekje het woord tot u richt, zou u kunnen zeggen dat ik wonderen gezien heb, en dat ik liovendien verscheidene personen heb gekend, aan wien voor echt

ocr page 192

tegen den godsdienst.

verklaarde wonderen, zooals de onmiddellijke genezing van ongeneeselijke ziekten, geschied zijn.

Maar ik zal u liever eene feit aanhalen dat moer onder ieders bereik valt.

Onder het pontificaat van Benedictus XVI, bevond zich een protestantsche Engelschman in Piome. Hij sprak met een kardinaalover den katholieken godsdienst, viel dien nog al warm aan, en verwierp vooral, als valsch, de wonderen, welke op de voorspraak der Heiligen gebeurd waren.

Weinig tijds daarna, werd de Kardinaal belast met het onderzoek der stukken betrekkelijk de zaligverklaring van een dienaar Gods. Hij gaf ze den protestant, beval hem aan om ze met zorg te onderzoeken en hem zijn gevoelen te zeggen over den graad van geloof, welke die getuigenissen verdienden .

Na verloop van eenige dagen, brengt de Engelschman de processen-verbaai terug. «Welnu, mijnheer, vraagt de Prelaat hem, welken indruk hebben die stukken op u ge-maakt?quot;

— quot;Om u de waarheid te zeggen, Eminentie, ik beken dat ik daartegen niets kan inbrengen, en als al de wonderen der Heiligen die uwe Kerk canoniseert, zóó zeker

189

ocr page 193

190 antwoorden op uk bedenkingen

waren als deze, dan zou mij dit stof tot nadenken gevenquot;.....

— «Ei, ei? hernam de Kardinaal glimlachende; welnu, dan zijn wij te Rome moeielijker dan gij; want die bewijsstukken zijn ons niet overtuigend toegeschenen en de zaak is verworpen.quot;

De Engelschman was zóó getroffen over deze verklaring, dat hij het katholieke geloof grondiger onderzocht. Hij zwoer het protestantisme af, voor dat hij Rome verliet.

Die buitengemeene gestrengheid nu bestaat nog in de processen tol heiligverklaring. En dewijl men heden ten dage heiligverklaringen doet, zooals het in alle eeuwen geschied is, 1 en men, van den anderen kant niemand heilig verklaart zonder een nauwkeurig onderzoek, waaruit blijkt dat er ten minste vijf xcondcren gebeurd zijn op de voorspraak van den betrokken persoon, kunnen wij dus met recht beweren dat er nog loonderm geschieden.

2°. Ik antwoord in de tweede plaats: Er gebeuren minder wonderen dan in het begin van het christendom, en dat moet zoo zijn.

1

De twee laatste heiligverklaringen hebben plaats gehad in 1839 en in 18G2. Gregorius XVI en PiusIX hehhcn heilig ver-hlaard den Gelukzaliger; Alphonsus van Liguori en vier andere dienaars Gons; en de zes en twintig Japansche martelaren.

ocr page 194

tegen den godsdienst

Om drie redenen :

1°. Omdat het wezenlijke doel der wonderen bereikt is, te weten: de bekeering der wereld en de vestiging van den christe-lijken godsdienst;

2°. Omdat dit doel niet is kunnen bereikt worden zonder wonderen en zeer groote wonderen, en het daarom voor altijd het feit der wonderen getuigt.

De klaarblijkelijkheid van den christelijken godsdienst, geopenbaard door groote iconderen, heeft alleen de zoo zinnelijke heidenen en de zoo hardnekkige Joden kunnen overtuigen: 1° van de godheid van den armen en gekruisigden Jezus ; 2° van de waarheid zijner leer, geheel tegenstrijdig met hunne ingeworteldste denkbeelden, 3° van de goddelijke zending der Apostelen en hunner-opvolgers.

Indien de wereld tol het christen dom ware bekeerd geworden zonder wonderen, dan zou dit het verwonderlijkste, het onbegrijpe-lijkste van alle wonderen zijn geweest,

3°. Omdat wij heden ten dage een schitterender bewijs van de godheid van ons geloof onder de oogen hebben, dan de wonderen het waren voor de eerste christenen, ik wil zeggen de profetiën van het Evangelie en hare vervulling in de wereld.

191

ocr page 195

192 antwoorden op de bedenkingen

Twee natuurlijke en goddelijke feilen bewijzen de goddelijkheid vanhet Christendom: 1° de wonderen van Jezus Christus en van zijne gezanten ; 2° de vervulling der profe-tiën van het Evangelie.

De eerste christenen zagen de wonderen, zij zagen niet de vervulling der profetiën die hun Meester deed: evenwel waren zij verplicht om die vastelijk te gelooven, 1 en zij geloofden die gemakkelijk uit hoofde der wonderen welke zij zagen.

Wij zien de wonderen niet die onze voorvaders gezien hebben, maar wij zien de vervulling der profetiën van het Evangelie; en hetgeen wij zien, doet ons gemakkelijk de wonderen aannemen, ' die wij niet gezien hebben.

De klaarblijkelijke wonderen deden de eerste christenen de zekere vervulling der profetiën aannemen; de klaarblijkelijke vervulling der profetiën, doet ons de zekere wezenlijkheid der wonderen aannemen.

Het wonder was het bewijs der eerste christenen; de profetie, daarentegen, is ons bewijs, door de klaarblijkelijkheid van het goddelijk feit barer vervulling.

En wij doen opmerken, dat dit bewijs,

1

Gelooven is de waarheid van iets aannemen op de getuigenis van een ander.

ocr page 196

tegen den godsdienst. 193

getrokken uit de vervulling der profetiën, wellicht nog meer afdoende is dan het bewijs ontleend aan de wonderen, in dien zin dat de tijd de kracht van dat bewijs vandagtot dag vermeerdert.

Alzoo, de duurzaamheid van den Stoel van den heiligen Petrus, de voortdurendheid van de verspreiding, en, levens, van het hestaan der joden, gedurende negentien eeuwen enz., zijn veel treflënder feiten, dan indien zij slechts sedert drie of vier eeuwen hestonden. En als de wereld nog eenige duizende jaren duurt, dan zal dal, bewijs van de goddelijkheid van den Godsdienst nog veel overtuigender zijn binnen drie of vier duizend jaren, dan het heden ten dage is.

Het is dus niet te verwonderen, dat er nn minder wonderen gebeuren, dan inde eerste eeuwen van het Christendom.

XL.

Waarom latijn spreken? Waarom sich van eene onhelieacle taal bedienen. ?

Antw. Omdat bij onveranderlijke leerstukken eene onveranderlijke taal past, die de formule zelve dier leerstukken kan behoeden voor veranderingen van welken aard ook. 13

ocr page 197

104 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

Omdat bij eene algemeene maatschappij, eenc algemeene taal past, die de algemeenheid van het geloof en de algemeene broederschap van den waren Godsdienst kan handhaven, versterken, luide verkondigen.

De protestanten en al de vijanden der katholieke Kerk hebben haar om dat lalijn zeer hard gevallen. Zij gevoelen, dat deon-bewegelijkheid van (lat kuras, die oude christelijke overleveringen, welker getuigenis hen verplettert, op bewonderenswaardige wijze verdedigt tegen alle verandering. Zij zouden den vorm der zaak willen verbreken, om de zaak zelve tebereiken. — De dwaling spreekt gaarne eene veranderlijke en veranderende taal.

Overigens, als men dat verwijt van meer nabij onderzoekt, dan ziet men dat het allen grond mist; zijn er niet zeer vele menschen die latijn kennen? Heeft de predikatie, dat wil zeggen het gedeelte van den godsdienst dat rechtstreeks tot de geloovigen gericht wordt, niet in de landtaal plaats? Bestaat er, wat het overige der officiën aangaat, niet een oneindig getal vertalingen van de gebeden der Kerk? Is er wel één christen, dien de geheimzinnige taal, welke aan bet altaar gesproken wordt, belet om den dienst te volgen? Zijn er niet zekere plechtigheden, zekere

ocr page 198

TEr.EN l.KN GODSDIENST.

kenteekens waaraan alle christenen die den dienst Lijwonen, kunnen weten water gedaan en gezegd wordt? Is het niet liun eigen sclmld, indien zo verstrooid zijn?

Daarenboven is niets te vergelijken bij de waardigheid, de grootheid, de helderheid, de schoonheid der latijnsche taal. Het is de taal van de veroveraars der wereld, van de Romeinen ; het is de taal der beschaving, het is de taal der wetenschap. Die taal is de koningin der talen; zij verdiende de taal van den Godsdienst te worden.

Daargelaten de groote veranderingen, welke de levende talen doen ontaarden, zijn er vele anderen die van weinig gewicht schijnen te zijn, maar die evenwel van veel belang moeten geacht worden. Zoo verandert het spraakgebruik dagelijks den zin der woorden en bederft dien dikwijls uit loutere grilligheid. Sprak de Kerk onze taal, danzoueen onbeschaamde spotter het in zijne macht hebben, om het heiligste woord der liturgie belachelijk of onzedelijk te maken.

Onder alle denkbare opzichten, moet de kerkelijke taal buiten 's menschen bereik gesteld worden.

Daarom spreekt de katholieke Kerklatijn.

195

ocr page 199

196 antwoorden op de bedenkingen XLI.

De priesters vragen altijd geld,

Antw. Ja, maar vragen ze het voorzicli zei ven ?

Zij vragen alleen geld voor de armen en Ier bestrijding van de kosten van den godsdienst. Zuil gij hen daarom laken? Zijn zij niet de verzorgers der armen en de vaders der be-hoeftigen? Zijn zij niet de dienaren Gods, heiast met de eer van zijn godsdienst en met de zorg zijner tempels?

Zij vragen u dikwijls, dot geef ik toe; maai' is dal, niet een weinig uwe schuld? Waarom zijl gij zoo verkwistend wanneer hel uwe vermaken betreft, zoo karig wan-

/ O

neer hel geldt hel goede te doen? Waarom geeft gij hun zoo weinig, als zij u eene gift vragen? Is het niet juist uwe ongepaste zuinigheid die hen, ondanks hen zeiven, verplicht terug te komen ?

Daarenboven, gelooft gij dal men het hoofd kan bieden aan groote uitgaven zonder groote inkomsten. Stel u toch een oogenblik in de plaats van uwen Pastoor, die belastis met de zorg voor al de armen zijner parochie, die verplicht is liefdewerken te onderhouden en te stichten, die verplicht is, om de Kerk en haar toehehooren ineen behoorlijken staat

ocr page 200

tegen den godsdienst

van netheid to onderhouden; verplichting welke meer kosten vereischt dan men zou denken. Is voor dat alles geen geld noodig?

Zijt dus niet verwonderd indien uw Pastoor u geld vraagt . Uie uitgave, wees daarvan zeker, zal u geen wroeging veroorzaken. Zij zal u ook niet ten gronde doen gaan. De aalmoes heeft nimmer iemands ondergang veroorzaakt. Helft gij veel, geef veel; hebt gij weinig, geef weinig; maar wat ge geeft, geef het met een goed hart.

De Priester is de man van geloof en van liefde. Laat ons meer geloof en meer liefde hebhen, en wij zullen begrijpen waarom hij altijd vraagt!

XLII.

De biecht is eene uitvinding der priesters.

Antw. Wij gaan hier een belangrijk punt bespreken.

Gij begrijpt hoe belangrijk dit vraagstuk is, niet waar, beste vriend? Komt de biecht van den goeden God, dan moeten we ons onderwerpen, v/ant het zou dwaasheid zijn God te wederstaan. Heeft God de biecht niet ingesteld, maar een mensch, gelijk gij of ik, dan moet men hem (neem de uitdrukking niet kwalijk) de deur wijzen, hem en zijne uitvinding, want het is de' onaange-

197

ocr page 201

198 antwoorden op de bedenkingen

naamsl.e uitvinding die men maar kan bedenken .

Biechten is zijne zonden bekend maken, aan een Priester al het kwaad zeggen, dat men bedreven heeft, zoo schandelijk het ook zij: — Kent gij iets onaangenamers, kan men van 's menschen hoogmoed een grooter offer eischen?

Moet ik nu dat offer hrengen ? lien ik verplicht, in geweten verplicht, op straffe van opstand tegen God, om te biechten te gaan?

Ja.

Want Jezus Christus zelf, de Zoon van den levenden God, die op aarde is nederge-daald en de menschelijke natuur heeft aangenomen om ons te verlossen, heeft de biecht aan een Priester ingesteld.

En inderdaad, slaan wij zijn Evangelie eens open.

Wij vinden daar twee woorden van dien goddelijken Meester, betrekkelijk de biecht der zonden en de macht die hij aan zijne bedienaren gegeven heeft om den zondaars hunne zonden, in zijn naam, te vergeven.

Het eerste dier woorden is de belofte door Jezus Christus aan zijne Apostelen gedaan, om hun die macht te geven. Het tweede is de vervulling dier belofte,

ocr page 202

tegen den godsdienst. 199

1°. Dc belofte. Men vindt haar in het Evangelie van den heiligen Matthseus, hoofdstuk xviii, vers 18; quot;Voorwaar, ik zeg u: Al xoat (jij op de aarde zult jebondenhebben, zal ook in den hemel gebonden zijn;

en al wat gij op de aarde zult ontbonden hebben, zal ook ontbonden zijn in den hemel.quot;

2°. De vermdling der belofte (Heilige Joannes, hoofdstuk xx). Het is Paaschdag, de dag zelf der Verrijzenis. (Wat is die goddelijke macht welke Jezus Christus aan zijne Apostelen gaat verleenen, inderdaad anders dan de macht om de door de zonden gestorven zielen te doen verrijzen?

De Apostelen zijn, bevende van angst, vergaderd in de zaal des Avondmaals. Zij hebben zich opgesloten, uit vrees voor de Joden, die hun Meester den laatstvorigen dag gekruisigd hebben..... Eensklaps, ofschoon de deuren gesloten zijn, verschijnt Jezus in hun midden. «Vrede zij u, zegt hij; ik ben het, vreest niet.quot; Zij zijn verschrikt ; zij willen hunne oogen niet geloo-ven! Maar zij raken het heilige lichaam, de wonden der handen, der voeten, der zijde aan. Zij vallen neder voor do voeten van den verrezen Verlosser en aanbidden hem.

Jezus blaast over hen, en spreekt lot hen ;

ocr page 203

200 antwoorden op de bedenk in tie n

Ontvangt den Heiligen Geest, gelijk de Vader mij gezonden heeft, zende ik ook u. «Even als mijn Vader mij gezonden heeft als Verlosserder mensohen, zoozendeik u, ik, gelijk aan mijn Vader, eeuwige, almachtige God gelijk hij. Ik zend u als redders uwer broeders; ik zendualshewaartlersderschal-ten ter zaligheid, die ik heb opeengestapeld om ze over tie menschen uit te storten, bewaarders en uitdeelers mijner Sacramenten, waarin ik al de verdiensten van mijn Lijden en van mijn dood heb besloten: ^Gelijk de Vader mij gezonden heeft, zende ik ook u. Ontvangt den Heiligen Geest ! Wier

zonden gij zult vergeven, dien worden zij vergeven ; en wier zonden gij zult houden, dien worden zij gehouden.quot;

Is het noodig, ik vraag het u, om over zulke woorden te redeneeren ? quot;Wie zal durven ontkennen, dat Jezus Christus hier aan zijne Apostelen, de eerste Priesters, de eerste Herders zijner Kerk, de macht geeft om de zonden te vergeven of ze te houden, naar mate zij het gepast zullen oordeelen ?

Derhalve is bet Jezus Christus, de menschgeworden Zoon Gods, die gewild, die bevolen heeft, dat iedere mensch die cene zonde begaan heeft en die daarvan vergiffenis wil verkrijgen, zijn toevlucht neme tut de

ocr page 204

tegen den godsdienst. 201

bediening zijner Priesters, die belast zijn met het oordeel over den slaat zijner ziel en met do uitspraak, in Gods naam, vanhetvonnis. Derhalve heeft hij, en hij alleen de biecht ingesteld, bevolen, opgelegd aan de wereld.

Waartoe toch zou de Priester van Jkzus Christus, die macht om de zonden te vergeven ofte houden, ontvangenbeljben, indien er een ander middel bestond om daarvan vergiffenis te bekomen? Welke zin zouden de woorden des Heeren dan hebben ? Waartoe zou men de sleutels der deur aan een bewaarder geven, indien er mogelijkheid bestond om het huis lanffs een anderen weg

o o

binnen te gaan?

En welk middel zou de Priester hebben om redelijkerwijze zijn vonnis te vellen, indien tie schuldige hem niet zeiven zijne zonden kwam bekennen, waarvan hij dikwijls alleen het geheim bezit?

Derhalve zijn de christenen verpliclit om hunne zonden aan hunne Priesters te biechten, indien zij vergiffenis van God willen bekomen. Naar goddelijk recht, is de biecht de weg tot vergiffenis ; hij, die het doel wil, wil ook het middel; hij, die het middel niet bij de hand neemt, zal het doel niet bereiken.

Men heeft dan ook in alle eeuwen bij de Priesters gebiecht.

ocr page 205

202 antwoobden op de bedenkingen

Dc geschiedenis heeft ons den naam bewaard van don biechtvader van Karei den Groote, in de negende eeuw.

In de vierde eeuw, ziet men den groeten heiligen Ambrosius, den Bisschop van Milaan, zich bijzonder bezig houdende met het biecht hooren der boetelingen; en de schrijver van zijn leven, zijn tijdgenoot, voegt er hij : quot;dat hij de zonden die men hein beleed, zoozeer beweende, dal de zondaars gedwon-aen werden oin niet hem te weenen.

Ten zelfden tijde, hoort men den heiligen Augustinus aan de ketters van Afrika verwijlen, dat zij, even als de protestanten dit later deden, zich het recht aanmatigden om hunne zonden aan God alleen te belijden. «Heeft dan,quot; roept bij uit, quot;de Heer de sleutelen voor niets aan de Kerk overhandigd ? Heeft hij voor niets gezegd: Al hetgeen gij zult ontbinden op aarde, zal ontbonden zijn in den hemel? — Gij drijft den spot met het Evangelie! Gij belooft wat het weigert !quot;

In de derde en in de tweede eeuw, vindt men nog in dc boeken der cude kerkvaders, welke bewaard zijn gebleven, treffende getuigenissen over de noodzakelijkheid van de biecht, aan den Priester gedaan, om vergiffenis van God te verwerven.

ocr page 206

TEGEN DEN GODSDIENST.

In de kalakoinben heeft men verscheidene stoelen ontdekt, die, door hun vorm, door hunne plaatsing iu de kapellen, klaarblijkelijk biechtstoelen waren.

Eindelijk ziet men in het boek zelfvan de Handelingen der Apostelen, vele der heidenen die te Ephesus bekeerd waren, gehoorzamen aan de stern van den heiligen Paulus Oil KOMEN BELIJDENDE EN BEKEND MAKENDE HUNNE DADEN. 1

Belijdt men iets anders dan schuldige handelingen, dan zonden? En wat bet eekent die plaats uit het boek der Handelingen, tenzij de belijdenis der zonden, de biecht?

Gij ziet het dus, de goede God, onze Verlosser, heeft ons do biecht gegeven als geneesmiddel onzer ziel, als het middel om weder in genade door onzen hemelschen Vader te worden opgenomen.

Het is eene uitvinding van barmhartis-

O O

203

beid, van zachtmoedigheid en teederheid. Het kost een weinig, dat is waar, vooral als een lange achteloosheid vele en grooto zonden heeft doen opeenhopen. Maar dat eerste oogenblik is spoedig voorbij, en daarna, welk eene vreugde, welk een vrede! Welk een geluk als men, even als weleer,

1

-Coiililenles ot amiuntiantes actus luos.quot; (Handelingen der Apostelen, h. xix, v. 18 en 19.)

ocr page 207

204 antwoorden op de bedenkingen

het kind van God, de vriend van Jezus Christus is! Indien de biecht een juk is, dan is het «dat zh.cmjukendiei.icmv. ktsiquot; waarvan de Verlosser spreekt. Necrul, het op, voegt de goede Meester er bij, daar alleen zult gij rust voor moe zielen vinden.''

Ga eens biechten, en gij zult het zien. 1

XLIII.

Waartoe dient de biecht?

Antw. In de eerste plaats, moet zij wel tot iels goeds dienen, daar zij eene goddelijke instelling is, en God niets zonder reden doet.

Maar, daarenboven, gij vraagt waartoe de biecht dient? Ga eens bicchten, en gij zidt zien waartoe dat dient.

Gij zult zien dat het dient om van een slechten mensch, die men was, een goede mensch te worden; gij zult zien dat het dient, om zich te verbeteren van zijne ondeugden, en om grooten voortgang in de heldhaftige deugden lo maken.

Waartoe dient de hieeht? Vraag het aan dat arme kind, dat verlaagd werd door onteerende gewoonten, waarvan de schandelijke kenteekenen reeds op zijn gelaal te

1

Meer bijzonderheden over dit zoo prakliscli onderwerp, geeft de kleine verhandeling voor het volk, getiteld : De Biecht.

ocr page 208

tegen den godsdienst. 205

lezen stonden..... Zie eens hoe liet veranderd is, zoowel lichamelijk als zed el ijk. Wat heeft het dan toch gedaan? liet heeft g(gt;-

l.iecht, het gaat te biechten____ Voorheen

• ■i' idle het niet.

Waarioc dient de hi echt ? Vraag het aan dien werkman, die vroeger zoo losbandig, zoo verslaafd was aan de kroeg, die nu zoo knisch, zoo matig, zoo ordelijk, zoo arbeidzaam is en in weinig tijds het voorbeeld zijner kameraden is geworden. Zijne vrouw en zijne kinderen meenen dat de biecht tot iets dient.

Waartoe dient dehiecht? Vraag liet aan die arme vrouw, overstelpt van ellende, belast met kinderen, zuchtende onder de mishandelingen van haren man..... Die ongelukkige, zij heeft al menigmaal een einde willen maken aan haar lijden, door zich te

verdrinken..... De gedachte aan God en

aan hare kinderen, heeft haar teruggehouden. Zij gaat tot den biechtvader..... Ik

weet niet wat hij haar zegt; maar ik ziedat zij naar huis terug keert met den vrede in het hart, bijkans met de vreugde op het ge-'aat. Zij verdraagt haar lijden geduldig; zij verduurt zonder een enkel woord van klachte de harde bejegeningen van haren echtgenoot..... Deze is verwonderd over die ver-

ocr page 209

200 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

anrlering; vervolgens bewondert hij haar, vervolgens bemint hij haar, vervolgens volgt hij haar na. Tel op: een zelfmoord minder; eene moeder voor zes of zeven kinderen behouden; een goed huishouden en een deugdzaam huisgezin meer.

Een ander voorbeeld. Een knecht verschafte zich, sedert vele jaren, kleine voor-deelen die hij niet wel kon verantwoorden, ten koste van zijn heer. Zijn geweten begint te

knagen; hij begeeft zich tot den priester.....

Indien de heer goed opmerkt, dan zal hij zien dat de uitgaven verminderen, ofschoon zijn huishouden niet op minder grooten voet

is ingericht..... Op zekeren dag ontvangt

hij van een onbekende hand een bankbillet van vier of vijf honderd franken. 1

Tel op : een dief minder ; misschien eene achtenswaardige familie gespaard voor de schande der galei; een brave knecht meer.

Waartoe dient de biecht? Vraag het aan de armen van deze of gene gemeente. De rijke eigenaar liet hen in hunne ellende; hij

1

Jan Jakob Rousseau erkent zelf. ondanks zijn haat tegen den godsdienst, het nut der biecht. Hoeveel teruggaren, zegt hij in zijn Emile, hoeveel hertellingen brengt de Biecht niet bij de hatholiehen te weeg! — Een priester, stelde eens aan een predikant, die ■gewoon was met de biecht en de communie der katholieken te spotten, eene groote som terhand, die men hem had ontroofd. Dat zeer tastbaar argument maakte indruk op het gemoed van den predikant. Men moei toch erkennen, zeide hij sedert, dat de biecht eene zeer goede zddk is.'

ocr page 210

tegen den godsdienst. 207

verteerde voor zich zeiven zijn ontzettend

groot fortuin..... Sedert eenigen tijd gaat

hij biechten..... en nu is hij de vader dor

ongel ukkigen geworden; hij voorkomt hunne

ontberingen..... Die arme lieden vinden dat

de biecht tot iets dient!

De biecht, is het schild Oer volharding en der deugd. — Het is de schors, scherp en ruw, dat beken ik, maar de beschermende schors, die de bewonderenswaardige vrucht welke het geweten genoemd wordt, ongeschonden bewaart.

Het is de biecht, die den vrede des harten, zonder welke er geen geluk is, teruggeeft en bewaart.

Het is de biecht, die eene menigte misdaden en ongelukken voorkomt.

Het is de biecht, die den armen door zijne zwakheid van God gescheiden zondaar, weder doet opstaan! Het is de biecht vooral die den stervende troost, wanneer bij op het punt is om voor zijn God en zijn rechter te verschijnen. 1

1) De heer Tissot, een beroemde geneefsche geneesheer, protestant zooals bijna al de bewoners van dat ongelukkige Genove, haalde met bewondering de onverwachte genezing aan van eene stervende katholieke vrouw, te weeg gebracht door de biecht. Die vrouw werd zoo kalm, zoo recht gelukkig, nadat zij de heilige Sacramenten der stervenden ontvangen had, dal men de gevolgen daarvan voor hare gezondheid,bijnaonmiddeilijk nadebediening, kon waarnemen. De koorls nam af, dc zorgwekkende verschijnselen verdwenen en de zieke genas. Van icaar toch, ricj) de heer Tissot uit, liOmt die macht der biecht bij de hatholieken?

ocr page 211

208 ANTWOORDEN OP DK BEDENKIXGEN

Gij zoudt eens eene verandering zien, indien iedereen biechtte, oprecht en ernstig zooais men het behoort te doen!

De wetten en de policie zouden bi jna niet meer te pas komen. Dit enkele gebod der Kerk; -Gij zult uwen Priester ten minste eens 'sjaars uwe biecht spreken,quot; zou voldoende zijn om Frankrijk te herscheppen, en paal en perk te stellen aan al zijne omwentelingen.

Oordeel derhalve den boom naar zijne vruchten.

Het gaat met de biecht als met eiken godsdienst; alleen de onwetendheid, de vooroor-deelen en de hartstochten zijn hare vijanden.

XL1V.

Ik behoef niette biechten. Ik heb mij zeiven niets te verwijten; ik heb niet doodgeslagen, niet gestolen, niemandeenig kwaad gedaan. Ik zou niets te zeggen hebben.

Antw. Is dat de uitkomst van uw gewetensonderzoek. Een van beide, mijn beste vriend: of gij zijt een buitengewoon mensch, of gij slaat geen helderen blik in uw geweten.

Eon andere protestantsche geneesheer, de heer Tabel, legt dezelfde bekentenis af. Hij bewijst door menigvuUuge voorbeelden, dat de biecht nuttig is, niet sleehls voor iedereen, maar voor de geheele maatschappij, en dat zij verdient de aandach-tot zich te trekken van iedereen die het welzijn van het men-schelijk geslacht beoogt.

ocr page 212

tegen den godsdienst. 209

En wil ik het eens ronduit zeggen ? Ik hen zeker dat gij een mensch zijt gelijk anderen, en dat de tweede onderstelling de eenig juiste is.

Hebt gij u niets te verwijten? — Laat eens zien. — Het zou wel zonderling zijn, indien ik helderder in u zeiven zag dan gij zelve!

1. In de eerste plaats, hoe is het met u gelegen met betrekking tot den goeden God? Gij zult mij bekennen dat gij hem wel iets verschuldigd zijl! Hij is niet voor niet uw Schepper, uw Meester, uw Vader, uw laatste einde.....

Aanbidt gij hem, — Bidt gij hem dacje-Ujks? — Bedankt gij hem voor zijne weldaden ?

Vraagt gij hem vergiffenis voor de overtredingen zijner geboden? — Gehoorzaamt gij aan zijne geboden ?

Welke plaats neemt Degene in uw leven in,» die daarvan de voornaamste bezigheid zoude moeten uitmaken? De arme wilden eeren de valsche goden. En gij, die den levenden en waren God kent, leeft gij niet alsoi hij niet bestond ?

Ziedaar dus een punt waarover gij uw geweten niet goed onderzocht hadt, toen gij mij zoo even zeidet dat gij u niets te verwijlt

ocr page 213

210 antwoorden op de bedenkingen

ten hadt, en dat gij niet zoudt weten wat aan den pastoor te zeggen.

2. En uwe plichten jegens uwe naasten, zijt gij ten dien opzichte getrouwer? Leg uwe hand op uw geweten : hoeveel schiet gij ook niet in dit opzicht te kort!

Broederlijke, werkdadige en oprechte liefde; toegenegenheid en welwillendheid jegens anderen; barmhartigheid jegens de armen ; toegevendheid voor de gebreken uwer broeders, eerbied voor hun goeden naam, vergiffenis der beleedigingen; wederzijdsche ondersteuning ; goed voorbeeld; burgerplichten ; plichten jegens liet huisgezin, plichten van een goeden zoon en van een goeden vader; plichten van een goeden echtgenoot ; plichten van een goeden meester en vaneen goeden dienaar; plichten van een goeden en getrouwen vriend; plichten van naauwge-zette werklieden of van rechtvaardige en menschlievende meesters, enz. : de lijst is lang. Vervult gij al die plichten?

Is dat ook niet eene rijke stof voor uwe aanstaande biecht ?

3, Plichten jegens u zeiven; ik meen u te kunnen waarborgen, dat indien gij den godsdienst niet beoefent, er nog meer te zeggen zal vallen. Hoor eens;

Gij hebt eene ziel; welke zorg besteedt

ocr page 214

tegen den godsdienst.

gij aan haar? Gij leeft bijna als hadt gij geen ziel.

Welke zijn uwe beweegredenen, indien gij het goede doet? Gij weet dat de meening de daad is. Eene slechte meening maakt de beste handelingen in schijn, slecht. Is het derhalve de beweegreden van plicht die u doet handelen? Is liet de begeerte om Gods wil te volbrengen, Goue (e behagen, of is het niet veeleer het eigenbelang, do zucht tut vertoon, het verlangen om bij de wereld geacht en in aanzien te zijn?

Hoe is bet met de soberheid, met de matigheid gesteld ?

Hoe is het vooral met de kuischheid? Indien uw zoon in uwe tegenwoordigheid deed wat gij voor God doet, die alles ziet, zoudt gij hem om zijn schandelijk gedrag niet

uit uw huis jagen?____ Indien oen andere

man aan uwe vrouw, aan uwe zuster, aan uwe dochter zeide, hetgeen gij zoo dikwijls aan zoovele vrouwen of jonge meisjesgezegd hebt, wat zoudt gij dan van hem denken, en zoudt gij bem niet zeer schuldig achten?

Hebt gij u dus niet bezoedeld met hetgeen de anderen bezoedelt ?

AVij zouden uw gewetensonderzoek nog kunnen voortzetten; de bron, geloof mij, is niet uitgeput.

211

ocr page 215

212 antwoorden op de bedenkingen

Is lt;laL nu mcL genoeg om u te overtuigen, indien gij overtuigd wilt worden, dat gij, ondanks uwe volmaakte onschuld, alles gedaan licht om eene uitstekende, lange en degelijke biecht te spreken. Van den eencn kant, hebt gij de zonden begaan, die ik u zoo in het gros heb opgesomd; van den anderen kant hebt gij ongetwijfeld den goeden wil. Gij kent dezen of genen goeden priester, die hoogst gelukkig zal zijn u te ontvangen en u, in den naam van den goeden

O ' ^

God, vergiflewis te schenken.

(la hem dan met een goed hart opzoeken.

De eerste stap is de moeielijkste,- de zwarigheden zijn spoedig overwonnen ; devreug-

■•Maar ik ben in zoo lang niet te hierhlen geweesl ?quot;

Heden Ie meer om te gaan. want het is des te noodiger.

— -Maar ik heb le voel te zoggen. — Dat is iinmors geen reden. Al? zij maar berouw hebben, dan mtvan^t do biechtvader de groote zondaars liever dan de kleinen.

-Maar ik kan mij niot alles herinneren?quot; — Wal doet dat tot de zaak? Zeg hetgeen gij u herinnert; heb berouw over al uwe zonden, en God, die alleen een goe-

ocr page 216

tegen den godsdienst. 213

den wil vraagt, zal u alles vergeven. Het berouw is in de biecht het voornaamste.

Ga biechten, geloof mij. Gij zult gelukkig en ten hoogste verblijd zijn als het gedaan is.

liet ware geluk op aarde, is de vrede des harten, de vrucht van een goed geweten.

XLV.

Biechten is vervelend.

Antw. Maar wie zegt u dat gij voor uw genoegen moet gaan biechten !

Al wat goed en nutlig is, is niet altijd aangenaam. — Het is niet aangenaam drankjes in te nemen als men ziek is. Men doet iiet toch, om te herstellen. —- Het is niet aangenaam om van den ochtend tot den avond te werken, om zijn brood te verdienen en te voorzien in het onderhoud van zijn gezin, om iets te besparen voor den ouden dag. Maar nuttig is het, en noodzakelijk; en men werkt, ofschoon werken hard, onaangenaam, moeielijk is.

Zoo is bet ook met de biecht. Het is een geneesmiddel, een onaangenaam geneesmiddel, des te onaangenamer, naarmate men daaraan meer behoefte heeft,- maar het is een noodzakelijk geneesmiddel. Ik ga niet biechten voor mijn vermaak, maar om gene-

ocr page 217

^14 antwoorden op de bedenkingen

zon te worden, en om mij voor het kwaad te behoeden.

Heb toch wat meer geestkracht. Geef u toch niet over aan de groote ziekte onzer eeuw, namelijk r/c vermindering van de achting voor den plicht. De plicht, dat groole en verhevene woord, laat vele zielen koud. Zij begrijpen niets meer dan het vermaak.

Wacht u voor die betreurenswaardige zwakheid en herinner u Gods oordeel.

XL VI.

Biechten, dat was goed toen ik school ging, maar nu !..

Antw. Maar nu, nu ik het tienmaal meer noodig zou hebben, nu ga ik nietmeer biechten!

Maar nu, nu mijne hartstochten toenemen, nn de gevaren der wereld mij omringen, nu ik van alle kanten aan het kwaad ben blootgesteld, waarom zal ik nu voorzorgen nemen?...

Arm menschelijk hart! hoezeer vergist bet zich als het, in plaats van aan de rede te gehoorzamen, haar bestuurt!

Men heeft, behoefte om te biechten in el-ken leeftijd, omdat men in eiken leeftijd Gons wet, welke door de Katholieke Kerk

ocr page 218

tegen den godsdienst. 215

is afgekondigd, behoeft na te komen. Welnu, Gods wet beveelt aan iedereen die in slaat is om te zondigen, ten minste eenmaal s jaars zijne biecht te spreken.

In eiken leeftijd heeft men behoefte om te biechten, omdat men in eiken leeftijd zondigt, omdat men in eiken leeftijd kan sterven, omdat de biecht alleen het goddelijk geneesmiddel is, dat de zonden uitwischt en de ziel gereed houdt om vöor God le verschijnen.

Naarmate men ouder wordt, wordt de strijd heviger, de aanval menigvuldiger en geduchter, worden de vijanden talrijker. En is dat dan het oogenblik om de wapens neêr te leggen?

XLVII.

Ik ken godvruchtige lieden, die niet beter zijn dan andere menschen. Deze of gene die biecht, is er niet beter om

Antw. Dat bewijst 1°. óf dat deze of gene zeer slecht biecht of geen waar christen is,-

2°. óf dat zijne natuur bijzonder weerbarstig is, dewijl zulk een machtige invloed hem niet heter maakt dan het gros der menschen ;

3°. öf wel (en dat is het waarschijn-

ocr page 219

21G ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

lijksl), dat gij u vergist en dat gij onrechtvaardig voor hem zijt.

De christenen, gelief dit niet uit liet oog te verliezen, houden niei op inenschen te wezen, omdat ze christenen zijn. Zij behouden de zwakheid, de strijdigheid met eigen beginselen onzer arme menschelijkc natuur die de zonde zoo zeer bedorven heeft; daarom is hun gedrag dan ook niet altijd in overeenstemming met hunne beginselen, met hunne voornemens.

Maar al verbetert de godsdienst niet cl de gebreken van 's menschen inborst, al vernietigt zij niet geheel en aanstonds al de onvolmaaktheden, dan, tenminste, vermindert, vernietigt zij die langzamerhand. Zij beveelt onophoudelijk haar te bestrijden, zij biedt zeer eenvoudige, en zeer machtige middelen aan om niet alleen goed, maar omvol-maakt te worden, zooveel als de mensclielijke natuur medebrengt. Zie de heiligen; zie den heiligen Franciscus van Sales, zie den heiligen Franciscus Xaverius, den heiligen Vincentius a Paulo ; dat waren icare christenen, niets meer!

Daarom verbeteren zich de oprechte en moedige zielen die van deze middelen gebruik maken, spoedig, en eindigen met beter, vervolgens goed, eindelijk uitstekend te worden.

ocr page 220

TEGEN DEN GODSDIENST, 217

Dit is zeker, dat de meesten dergenen die tegen de godvruchtige lieden aangaan, voor drie vierden, tienmaal slechter zijn dan zij ; zij zien den splinter in het oog van hunne buren, maar bemerken den balk niet die in hun oog is.

De Oodstlicnl kan niet anders dan den mensch hc/cr maken Degene die gebreken heeft ofschoon hij christen is, zou diezelfde gebreken in veel grootere male hebben, als hij het niet was.

En, daarenboven, zou hij het zeer groote gebrek hebben dat gij hebt, gij die hem laakt godsdienstig te zijn; dat hij God den eeredienst van aanbidding, van gebed en van gehoorzaamheid niet zou bewijzen, dien hij van al de menschen vordert.

XLVin.

Hoekan het lichaam van Jezus Christus waarlijk tegenwoordig zijn in het H. Sacrament des Altaars ? Het is onmogelijk,

Antw. Mijn antwoord zal kort, maar krachtig zijn.

Het is zoo; dus is het mogelijk. Het is zoo ; dus moet gij het gelooven, ofschoon gij niet begrijpt hoehetmogelijkis. Ik zee; derhalve dat het zoo is, dat.lEZüs

o '

Christus waarachtig en zelfstandig tegen-

ocr page 221

218 antwoorden op de bedenkingen

woordig is in het H. Sacrament des Altaars en dat er na de consecratie der mis, geen brood meer op het altaar is, in de handen des Priesters, maar liet levende lichaam, en het bloed van onzen Heer Jezus Chistus, verborgen onder de heilige gedaante van brood en van wijn,

Om u daarvan te overtuigen, zal ik unict wijzen op al de christen eeuwen, sedert de Apostelen tot op onze dagen, die wezenlijke tegenwoordigheid van Jezus Christus ge-loovende, aanbiddende, luid verkondigende. Het zou ongetwijfeld veel wezen, dat men de grootste geniën, de verhevenste en geleerdste kerkvaders, met het volmaakstegeloof het heilig geheim des altaars heêft zien aanbidden.

Maar behalve dat wij daardoor in te veel bijzonderheden zouden moeten treden, wil ik hier alleen een beroep doen op de goede trouw. Tot deze alleen richt ik mijne woorden, en ik zal hier slechts woordelijk, bijna zonder uitlegging, de eigen woorden van Jezus Christus aanhalen, die verklaart, dat het H. Sacrament des Altaars hij zelve is, zijn lichaam, zijn vleesch, zijn bloed.

Hij spreekt tweemaal over de Eucharistie in het Evangelie; de eerste maal om haar te belooven (ongeveer een jaar voor zijn lij-

ocr page 222

TEGEN DEN GODSDIENST. 219

den); de tweede maal (des avonds voor zijn lijden), om haar in te stellen, en op die wijze zijne belofte te vervullen.

1°. üe eerste woorden komen voor in hoofdstuk \ I van het Evangelie volgens Joannes . Ik onderwerp ze aan uwe goede trouw: quot; Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: Die in mij gelooft, heeft het eeuwig leven.quot; Hij vordert eerst dat men geloof slaat aan zijne woorden; want hetgeen hij zal zeggen is het grootste geheim des geloofs.

quot;/A ben het brood des levens. '' - Ik ben het levende brood, die uit den hemel ben nedergedaald. Zoo iemand, van dit brood eet, zallevenineeuwigheid-, en het brood, dat ih zal geven'', is mijn vleesch, voor het leven der wereld

De joden, tot wien hij sprak, zeiden toen tot elkander, hetgeen gij zelve zegt: hoekan deze onszijn vleesch teetengeven? Hoe kan dat ge-beuren? — En zij wilden het niet gelooven.

Hoor hoe Onze Heer Jezus Christus hun andermaal verzekert, dat hij waarachtig tegenwoordig zal zijn in het brood dat hij hun belooft:

Ij Let wel op de woorden : Jezt.'s Christus belooft dat ro-neimzmnig brood: hij geeft het nog niet, hij zal het later geven; het brood, dat ik zal yeven. liet is dus niet, zooals de protestanten zeggen, eene beeldspraak van de leer welke hij predikte, want die leer gaf hij ; men kim niet belooven hetgeen men reeds gegeven heeft en hetgeen men geeft.

ocr page 223

220 antwoorden op de bedenkingen

«Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: Tenzij gij het vleesch van den Zoon des

menschen eet, 671 Zijn bloed drinkt, Zult gij het leven in u niet hebben.

Die mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leren, m ik zal hem ten jong sten dage opioekken.

Want mijn vleesch is waarlijk spijs,

en mijn bloed is waarlijk drank,

Die mijn vleesch eet in mijn bloed

drinkt, blijft in mij, en ik in hem. Die dit brood eet, zal leren in eeuirigheid!quot;

Wat dunkt u daarvan? Gelooft gij niet aan do woorden van Jezus Christus zeiven, als hij u verzekert dal het H. Sacrament des Altaars zijn lichaam en zijn Moed is, als hij dat verklaart met eene helderheid van uitdrukkingen, die zoozeer allen mogelijken twijfel uitsluit, dat de protestanten zich sedert drie eeuwen te vergeefs in alle bochten wenden en koeren, hun geest pijnigen, om zich aan die klaarblijkelijkheid te onttrekken.

2°. Indien deze eerste woorden van Jezus Christus helder zijn als de godheid zelve, dat zijn tie andere, waarmede hij het H. Sacrament des altaars instelde het niet minder.

Don avond voor zijn Lijdei' neemt Onze

ocr page 224

tegen den godsdienst. 221

Heer, na hel Avondmaal, brood in zijne goddelijke en eerbiedwaardige handen, zegent het en biedt het zijne Apostelen aan, zeggende: «Neemt en eci: dit is mijn lichaam,quot;

Is dat duidelijk of niet? — Dit, hetgeen ik in mijne handen houd, is, wat? mijn lichaam.

Vervolgens geeft hij aan zijne Apostelen, die zijne eerste priesters waren, het bevel en de macht om te doen hetgeen hij zelf zoo even gedaan. heeft, door deze woorden daarbij te voegen: Doet dü tol mijne gedachtenis ; dat wil zeggen, even als ik dit nu gedaan heb.

Gij allen die ter goeder trouw zijt, hoort en oordeelt: DIT IS MI.IÏN LICHAAM!!!...

Wat mij aangaat, ik verklaar dat deze woorden mij genoeg zijn, en niet slechts zijn zij voor mij het schitterend bewijs van de tegenwoordigheid van Jezus Christus in bet H. Sacrament des Altaars maar zij bewijzen mij op niet minder en ontegensprekelijke wijze zijne godheid. Nooit heeft een mensch iets dergelijks gezegd, of kunnen zeggen!—

Eene zeer eenvoudige opmerking, zal u, voor het overige, het geloof aan het geheim van het H. Sacrament des Altaars gemakkelijk maken.

ocr page 225

222 antwoorden op de bedenkingen

De natuur Medt ons talrijk voorbeelden aan van deze zoogenaamd omnogelijke verandering, van de eene zelfstandigheid in eene andere. •

Het treffendst voorbeeld van allen, is dat van het lichamelijk voedsel. Het brood dat ik eet wordt, door de geheimzinnige werking der spijsvertering, veranderd in mijn lichaam, in mijn eigen vleesch, en in mijn eigen bloed. De zelfstandigheid van het brood wordt veranderd in die van mijn lichaam.

Waarom zou God niet op bovennatuurlijke wijze in het geheim van het H. Sacrament des Altaars kunnen doen, hetgeen hij alle dagen op natuurlijke wijze in ons zeiven bewerkt ?

Gij ziet dus dat het niet onmogelijk is dat, door Gods almacht, het brood en de wijn, op onze allaren, veranderd worden in de zelfstandigheid van het lichaam en liet bloed van Jezus Christus ; en dat de Kerk, wanneer zij de waarachtige tegenwoordigheid in het Allerheiligste Sacrament leert, niets leert dat opgerijmd, dat onmogelijk, dat aanstootelijk is voor de rede, zooals de weetnieten of de loszinnige lieden voorgeven.

Hoe geschiedt nu dat bewonderenswaardig wonderwerk? Ik iceet liet niet, en de

ocr page 226

tegen den godsdienst.

grootste Kerkvaders weten het evenmin als wij. Dat is het geheim van het geloof, het geheim van God. Wij weten dat het is, en dat is genoeg.

Door die aanbiddelijke tegenwoordigheid, is Jezus Christus, de Koning der zielen, het Opperhoofd der Kerk, de toevlucht dei-zondaren, de goede en zachtmoedige Verlosser, de trooster van alle smarten, steeds

te midden zijner kinderen.....God en mensch

tevens, is hij de levende band die ons aan zijnen en aan onzen Vader verbindt. Hij aanbidt zijn Vader op volmaakte wijze, en vult de onvolmaaktheid onzer hulde aan. Hij vraagt barmhartigheid voor de aanhoudende zonden der wereld.

Hij is tegenwoordig onder aldemensche-lijke geslachten, die hij allen gelijkelijk bemint en verlost heeft, om van elk hunner, tot aan de voleinding der eeuwen, de hulde van zijn geloof, van zijne aanbidding, van zijn eeredienst, van zijne gebeden te ontvangen .

Indien net Heilig Sacrament een geheim des geloofs is, is het ook, en nog meer, een geheim der liefde?____

Laat ons gelooven, beminnen en aanbidden.

223

ocr page 227

224 antwoorden op de bedenkingen

XLIX.

Ik beboet iii-t naar de mis te gaan; ik bid den goeden God even goed te huis.

Antw. En bidt gij hem wezenlijk zoo veel te huis? Neem mij niet kwalijk, indien ik me vergis; maar ik verdenk er .u een weinig van, dat gij even min te huis als in de kerk bidt.

Luister eens aandachtig, mijn vriend : het is niet de vraag of gij den goeden God even goed te huis bidt dan in de mis, maar de vraag is, of de goede God wil dat gij, op zondag en op de feestdagen, heminde Mis zult bidden en niet te huis.

Nu, hij wil dat.

Gij herinnert u dat wij daarover reeds zamen gesproken hebben, en toen zijn wij overeengekomen, dat de godsdienstige wetten van de herders der katholieke Kerk in geweten verplichten, omdat zij de wetten maken op gezag zelfvan Jezus Christus. ■■Bic v. hoort, hoort mij; en die ?. versmaadt, versmaadt mij.quot;

Als de Kerk ons beveelt om op zondag en op de groote feestdagen de Mis bij te wonen, dan zijn wij ongehoorzaam aan Onzen Heer Jezus Christus, aan God zeiven, indien wij verzuimen dat te doen.

De reden die deze wet heeft doen voor-

ocr page 228

tegen den godsdienst.

schrijven is zeer gewichtig; daarom is de wet ook van groot gewicht. Het geldt de noodzakelijkheid van den eeredienst, dien men aan God moet bewijzen.

Wij leven niets slechts ieder op zich zei ven als menschen, als christenen; maar wij leven nog als godsdienstige maalschappij; en die maatschappij, waarvan wij ledenzijn, door God zeiven daargesteld, heeft jegens hem plichten te vervullen, even goed als ieder onzer in het bijzonder.

Nu, de openbare eeredienst der christelijke maatschappij (of Kerk), bestaat juist in hei bijwonen van hei heilig Misoffer, dat ons allen, in tegenwoordigheid van onzen God, in zijn tempel vereenigt, op vaste ten dien einde bepaalde dagen, de eenen door God zeiven 1, hetzij voor, hetzij na zijne Menschwording, de anderen door de Apostelen of hunne opvolgers.

Vereenigt men zich, op die plechtige dagen, niet met de overige leden der christelijke familie, dan doet men, in zekeren zin, afstand van zijn titel van chrislen, van kind

15

1

De goede God heeft in den beginne der wereld, de rust van flén zévendèn dag ingesteld, ter voortdurende herinnering nan dè Schepping en de eeuwigheid. De zondag is de dag van den goeden God, de dag waarop men zich zeer bijzonder ïiel Hem moet bezig houden en zich moet voorbereiden op onze eeuwigheid, die de eeuwige rust en de eeuwige zondag zijn.

ocr page 229

226 antwoorden op de bedenkingen

Gods, van leerling van Jezus Christus, van lid der katholieke Kerk.

Daarom is het eene zware zonde als men, zonder wezenlijke noodzakelijkheid, verzuimt om op de zondagen en op de feestdagen van verplichting, de heilige Mis bij te wonen.

Men begrijpt des te beter, dat bet eene zware zonde is, naarmate men meer de grootheid, de heiligheid, de goddelijke uitnemendheid van het Misoffer kent.

De Mis is het middelpunt van den ge-heelen Godsdienst.

Het is de onbloedige voortzetting, door al de eeuwen en al degeslachtenheen, vanhet bloedig offer van Jezus Christus.

Er bestaat geen enkel wezenlijk verschil tusschen het Kruisoffer en het Misoffer. Het is hetzelfde en eenige offer, onder een verscheiden vorm opgedragen. — De Priester is dezelfde, het is Jezus Christus; zichtbaar op den Calvarieberg, onzichtbaar en verborgen inden Priester,aanhetaltaar. Het offer is hetzelfde; Jeïus Christus; bloedig op den Calvarieberg, onbloedig en verborgen onder het Sacrament, op het altaar. Hel verschil is louter uitwendig en in schijn; de grond, hot offer is hetzelfde. _ .Door het geheimzinnige en geheel goddelijke woord van den Priester, of liever van

ocr page 230

TIÏGE.N DEN GüljÖülEN'öt,

Jezus Christus zeiven, die door zijn dienaar spreekt, wordt hetzelfde wonder van liefde dat in het heilig Avondmaal, op Witten Donderdag, is gewrocht, dagelijks op onze altaren hernieuwd. Het hrood en de wijn worden veranderd in het lichaam en in het Lloed van .Te::gt;jS Christus, en behouden alleen den eenvoudigen schijn van brood en van wijn; zoodat er, na de Consecratie, niets anders op het altaar is dan het lichaam en het bloed van Jezus Christus, dan Jezus Christus levende, aldus in het Heilig Sacrament al de geheimen van zijn sterfelijk en van zijn glorierijk leven samenvattende.

Begrijp dan de grootheid van uw geloof, en spreek niet meer zooals gij deedt.

Kom met al uwe broeders, kom tot uwen Verlosser; voor u daalt hij neder, slachtoffert hij zich in dit groote geheim. Zonder hem, kunt gij uwe ziel niet redden; en echter verwaarloost gij hem, minacht gij hem, geeft gij boven hem de voorkeur aan onbeduidende bezigheden, aan beuzelingen, aan nietswaardige dingen '....

Geloof mij. Koer toch in uw zeiven. Vervul een plicht, die even gemakkelijk als gewichtig en noodzakelijk is.

Ga des zondags, aan de voeten van God,

221

ocr page 231

^8 antwoorden op de bedenkingen

uw overzicht houden van de afgeloopen week en uw voorraad opdoen voor de volgende. Dan zal God u zegenen en dan zult gij gelukkig zijn.

L.

ïk heb geen tijd.

Antw. Heht ge Lijd om te eten?

— Dat spreekt van zelf.

— En waarom eet gij?

— Hoe kiml gij dit vragen? Om niet te sterven Het voedsel is het leven van liet lichaam.

— Wat is meer waard, uwe ziel of uw lichaam ?

— Is dat nu al weder eene vraag' Mijne ziel, dit lijdt geen twijfel.

— Welnu doe dan ten minste voor uwe ziel, wat gij voor uw lichaam doet! Gij vindt, gij neemt den tijd om uw lichaam te doen leven, en ge neemt den tijd niet, om het leven uwer ziel te onderhouden!

Ik zou wel eens willen zien, dat uw meester u zou verbieden om den tijd te nemen van te eten ! Gij zoudt hem zeker laten loo-pen, hem en zijn winkel, en gij zoudt zeggen : Voor alles, moet ik leven.

Welnu, ik zeg u op nog veel dringender wijze ; Voor alles, zelfs voor het leven uws

ocr page 232

tegen den godsdienst.

lichaams, foor alles, Iaat uwe ziel niet sterven, die het voornaamste gedeelte van u zeiven is; uwe ziel, die u een monscli maakt, want door hetlichaamzijn wij slechts een dier, het is de ziel die den menschmaakt en hem van het dier onderscheidt.

De Godsdienst geeft u het leven uwer ziel, door haar met God te verbinden, en gij zegt: Ik heb den tijd niet om mijne godsdienstplichten te vervullen? Welnu, neem hem, neem dien noodzakelijhen tijd, neem hem, het koste wat hel wil; het komt er niet op aan ten koste van wien ook.

Niemand ter wereld heeft het recht omu daarvan te berooven, noch uw baas, noch uwe meesters, noch uw vader, noch uwe moeder; niemand zonder uitzondering! Geen schepsel ter wereld heeft het recht om u de eeuwige zaligheid uwer ziel te ontroo-ven, en durfde iemand het wagen om de handen te slaan aan het heiligste uwer rechten, dan zoudt gij dien grooten regel der Apostelen moeten in praktijk brengen: Hel is heter aan God, dan aan de ruenschen te gehoorzamen.

Maar mijn staat, zegt gij, belet mij om aan mijne zaligheid te arbeiden.

Is dit waar? Bedenk wel wat gij zult antwoorden; want antwoordt gij mij, na

229

ocr page 233

230 antwoorden op de bedenkingen

overweging; ju, dan zal ik u zeggen: Gij moet in dit geval uwe Leirekking laten varen en cone andere kiezen.

Het leven snelt immers spoedig voorluj, maar de eeuwigheid blijft. Waartoe zou 'net ii dienen de gansolie wereld te winnen, indien gij schade moest lijden aan uwe ziel?

Maar laat ons oprecht zijn. Is het wezenlijk waar, dat gij in uwen staat uwezid niet kunt zalig maken, niet christelijk kunt leven ?

Belet uwe betrekking u s morgens en 's avonds een kort gebed te doen? Belet uw staat u van tijd tot tijd in den dag uw hart tot God te verhellen, hem uwe geheden, uwen arbeid, uwe ontberingen op teofieren?

Het is immers uw staat niet die u doet vloeken, den naam van God onteeren, de slechte schouwburgen, de bals, dekroegen, de huizen van ontucht bezoeken?. . De tijd dien gij op die wijze verliest, zou honderdmaal voldoende zijn om u een goeden chris-te maken, indien gij hem besteeddel om aan uwe zaligheid te arbeiden.

• Uw staat belet u ook niet, om des avonds, na uw dagwerk, bij het naderen dergroote feesten, naar uwen biechtvader te gaan, om van hem, met de vergiffenis uwer zonden, randsevingen en aanmoedigingente

ocr page 234

tegen den godsdienst. 231

ontvangen, ten einde in het vervolg beter te leven.

GIJ ziet dan dat men in zake van geweten den tijd heeft om te doen wat men wil. Maar men moet het ernstig, vast en met volharding willen.

Zeg dus niet meer; «Ik heb den tijd niet om christelijk te levenquot;, want dan zoudt gij u zelven bedriegen.

Zeg, indien gij wilt: «Ik heb niet zooveel «tijd, zooveel gemak als ik zou willen.quot; — Dit neem ik wel aan; maar, inallegevallen vraagt God het hart en den goeden wil; en er is, niet veel lijd noodig om den goeden God te beminnen, de zonde te ontvlieden, berouw te hebben over zijne overtredingen; er is niet veel tijd noodig om zijne dage-lijksche gebeden te verrichten; er is zelfs niet veel tijd noodig om des zondags eene stille mis van een half uurtje bij te wonen, en vier of vijfmaal 's jaars te biechten te gaan.

Anderen doen dat en nog meer. Ik ken er die geen maand laten voorbijgaan zonder de heilige Sacramenten te ontvangen; en die zijn er geen slechtere werklieden om. Hoe doen die menschen? komaan; heb een goeden wil gelijk- zij; en dan zult gij, gelijk zij, als een ware christen leven; en, even

ocr page 235

232 antwoorden op de bedejskingem

als zij, zult gij naar den hemel gaan in plaats van naar de hel.

Aan hem. die zijn tijd niet aan God geeft, zal God zijne eeuwigheid ■weigeren.

LI.

Ik kan niet! Het is te moeielijk!

Antw. Zeg maar dat gij niet will! Men kan al hetgeen men wil, mol, betrekking tol het geweten en de zaligheid.

Niet het vermogen, maar de moed ontbreekt. Men is hang voor den arbeid, men deinst terug. De ware christen is een dappere; gelijk aan een goeden soldaat dien de wederstand der vijanden slechts meer tot den strijd opwekt, is hij voor niets bevreesd. Steunende op Jezus Christus, ontleent hij aan hem al zijne kracht. Valt hij, dan staat hij weder op, en begint den strijd met meer warmte dan te voren.

«Ik kan nietquot;! l)e luiaard die, 's morgens, geeuwt, zich uitrekt, zich omdraait in zijn bed, en, en in plaats van te werken, weder inslaapt, zegt ook.- «Ik kan uietquot;!

Er zal een dag komen, waarop gij zult zien dat gij kondet. Maar dan zal het te laat wezen, en het oogenblik van werken voorbij.

Gij zult dan staan voorden rechterstoel

ocr page 236

tegen den godsdienst.

van Jezus Christus, enzijnvreeselijkwoord hoeren: quot;Gaat van mij, gij vervloekten, in liet eeuwige vuur, hetwelk den duivelen zijnen engelen bereid is.quot; 1 Gij zult op dien dag begrijpen, dat gij kondel!

Echter is er iets zeer waars in hetgeen gij zegt. Neen, gij kunt uwe hartstochten niet overwinnen en de zoo verhevene christelijke deugden niet beoefenen, indien gij de noodige kracht daartoe niet gaat opdoen, waar ze te vinden is.

Keen, gij kunt de zonden, waarvan gij de gewoonte hebt, niet vermijden, indien gij de middelen niet gebruikt die Jezus Christus, uw Verlosser, ten dien einde in de handen zijner Kerk heeft gesteld.

Gij kent die middelen; in gelukkige tijden, toen gij goed, zuiver, braaf waart, omdat gij christen waart, hebt gij ze gebruikt, en hebt gij uit eigen ondervinding, al hunne zoetheid, al hunne macht gekend.

Die middelen zijn:

Het gebed;

De heiliging van den zondag;

Het godsdienstig onderricht;

Vooral het menigvuldig gebruik der biecht en der heilige Communie ;

Het vlieden der gevaarlijke gelegenheden,

1) Heilige muuli. xxv.

ocr page 237

234 antwoorden op de bedenkingen

der schuldige vermaken, der slechte makkers, en der slechte boeken.

Zonder die middelen, neen, kunt gij niet goed zijn. Met die middelen, kunt gij het niet alleen, maar is niets aangenamer en gemakkelijker.

Hoeveel jongelieden, mannen van allen leeftijd en van allen stand, hebben heviger hartstochten dan gij, die ze evenwel onderdrukken en meester geworden zijn! \er-scheidenen zijn meer blootgesteld dan gij het zijt, en hebben meer bezwaren van allerlei aard te overwinnen. Waarom zoudt gij niet kunnen doen, wat zij doen?

Ik heb een ouden militair gekend, die sedert zijne kindsche jaren de gewoonte had om Gods naam ijdel te gebruiken. Hij kon geen twee volzinnen zeggen zonder te vloeken. Getroffen door eene goede vermaning, nam hij het besluit om zijne christenplichten te vervullen. Hij besloot omzijn gebrek met kracht te overwinnen; en in veertien dagen tij dn geraakte hij tot zijn doel. Telken reize als de naam van God hem uit den mond viel, zeide hij in zijn hart: «ilfyn God, vergeef mij; dat uw naam gezegend zij!quot; — Hij deed het ook, als hij zijne kameraden dezelfde zonde hoorde begaan. — Hij zeide mij: rik heb moeite om mij goed te

ocr page 238

TEGEN DEN GODSDIENST.

houden; ik berisp mij zeiven meer dan vijftig maal daags.quot;

Men heeft dikwijls mannen, die overgegeven waren aan den vreeselijken hartstocht der dronkenscMap, eene nog moeielijkere overwinning zien behalen, met even grooten moed. De beroemde generaal Cambronne bad die verfoeielijke gewoonte, toen hij gewoon soldaat was. In zijne dronkenschap, sloeg hij eens een officier en werd Ier dood veroordeeld ; Zijn kolonel, die veel van hem hield, omdat hij een dappere en getrouwe soldaat was, verkreeg gratie voor hem, op voorwaarde dat hij nooil meer wijn zoudrin-keïi. — Twintig jaren daarna was de korporaal Cambronne, de generaal Cambronne geworden, en had zich onsterfelijk gemaakt door zijn heldhaftigen aftocht van Waterloo. Later leefde hij stilletjes bij zijne familie to Parijs, bemind en geacht door allen. Zijn oud kolonel vraagt hem eens ten eten, met eenige gewezen wapenbroeders. De eereplaats wordt aan Cambronne gegeven, terrechterhand van den heer des huizes. Men brengt een zeer fijnen wijn. die voor de groote gelegen!] eden bewaard werd / -Generaal, zegt de oud kolonel, dezen moet ge eens keuren,quot; en hij wil het glas van Cambronne inschenken. Deze weigert — de andere dringt aan;

235

ocr page 239

236 ANTWOORDEN OP DB BEDENKINGEN

Gambronne wordt Loos. «Maar, generaal, ik verzeker u dat hij uitmuntend is!quot; — «Als het niets anders was ! zeide levendis Camhronne. Maar het geldt mijne eer ! En hebt ge dan mijne belofte, mijne belofte als

korporaal vergeten, kolonel?..... Sedert

dien dag heeft geen druppel wijn mijne lippen bevochtigd. Mijn woord en mijn geweten zijn meer waard dan uwe wijn !quot;

Houd dan moed; dat ontbreekt u. Men

is christen, zoodra men het wil zijn.

LIL

Men zou m;j nitlachen! Men moet den zon der!inga niet uithangen; men moet doen gelijk de anderen.

Antw. Gij redeneert als een schaap, mijn arme vriend ! De schapen, dat weet ik, volgen elkander altijd; en als het eerste over de brug is, dan volgt liet tweede, dan volgt het derde, dan volgt het vierde, en zoo voorts; liet eene gaat de brug over, omdat het andere het deed; i/y' doen even als de anderen.

Maar moeten do menschen even dom handelen?

Helaas! hoevelen zijn schapen in dit opzicht! hoe velen gaan naar de hel, omdat zij de anderen volgen!

ocr page 240

tegen den godsdienst. 237

Men moet den zonderlinge niet uithangen; zegt men. Wel zeker men moet den zonderlinge uithangen, niet uit hoogmoed en omdat men zijn evennaaste veracht, maar omdat men goed moet zijn te midden der wereld, die slecht is.

Kwaad is er in overvloed, maar zeer weinig goed; cr zijn veel slechten en weinig goeden; veel heidenen en weinig christenen. De kwaden maken de meerderheid uit; zij geven de mode, de gewoonte aan. Hij dus die den anderen, den goeden weg wil volgen, is dus wel verplicht om zonderling ie zijn.

Welnu, zóu zonderling moet men wezen! Die zonderlingheid is het teeken, de noodzakelijke voorwaarde van uwe eeuwige zaligheid.

Onze Heer Jesus Christus heeft het in uitdrukkelijke woorden verklaard: Gaal in, zegt hij, O oor de enge 'poo'rlxoant wijd is de poorl, cu hreed de wey, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan. Hoe eng is de poort, en hoe nauw de iveg, die tot het leven leidt, en hoe weinigen zijn er die hem vinden.'quot;1 En wil hen niet vreezen, voegt hij er ,op eene andere plaats van het Evangelie hij, 'die het lichaam dooden, doch de ziel niet

1) Heilige Mattheus, h. vu. v. 13. 14.

ocr page 241

238 aktwootlden op de bedenkingen

doodm Tnmnen, maar veeleer vrccslIIcm, die heide ziel en lichaarn kan verderven in de hel!1 — Wie zich over mij, en mijne icoorden schaamt, over dien zal ook de-Zoon des raenschen zich schamen, wanneer hij komen zal in Zijne en des Vaders heerlijkheid, en die der heilige Engelen.2 Wie echter tot het einde volhardtquot;, ondanks al de hinderpalen, vooral in spijt van de spotternij, van de voorbeelden en de aanvallen der losbandigen, die zal zalig zijn.quot;

Is de waarschuwing niet duidelijk? Het is Degene, die niet te vergeefs spreekt en die met zijn eigen mond verklaart dat -hemel en aarde zullen voorbijgaanquot;, maar dat, '-zijne woorden niet zullen voorbijgaan.quot;

Men moet dus, op straffe van eeuwige verdoemenis, anders in de wereld leven dan de wereld leeft. Men moet wel verre van haar te vreezen en daarover te blozen, roem stellen op die zonderlingheid. Het is juist die zonderlineheid, welke ons christenen doet zijn.

«Maar men zal den spot met mij drijven!quot; — Welnu! laat de zotten den spot met u drijven; ge zult er niet van sterven! Lach

1) ld. li. x. v, 28,

2) Heilige Luc. h. ix. v. 20.

3) Heilige Mat Ui. h. xxiv. v. 13.

ocr page 242

TEGEN DEN GODSDIENST.

degenen uit die u uitlachen, zij zijn belachelijke lieden, en gij zijl de wijze; wie moet den spot met een ander drijven: de gek met den wijze, of de wijze met den gek?

Indien men u uitlachte omdat gij eet, of omdat gij op uwe heenen en nietop uw hoofd loopt, zoudt gij immers niet ophouden met te eten, zoudt gij daarom niet op uwe handen gaan loopen. Waarom zoudt gij dit niet doen! Omdat wat gij doet goed en redelijk is, en dat hetgeen men u zou willen zien doen, ongerijmd is.

Hoeveel ongerijmder is het, uwe ziel te doen verloren gaan, om te behagen aan eenige loshoofden, wier ongebondenheid gij in den grond uws harten veracht! Den lof van zulke lieden inoogsten, is zich eene wezenlijke schande op den hals halen : hun blaam is eene goede, wenschelijke zaak. Zij bewijst dat gij hen niet gelijkt.

Maar overdrijf de dingen niet. Gij zult niet de eenige van uwe partij zijn. Er zijn meer kwaden dan goeden, maar het getal der laatsten is toch grooter dan men denkt, vooral in onze dagen, nu de Godsdienst hoe langer hoe meer veld wint. — In de verlichte klassen der maatschappij, is het thans eene eervolle aanbeveling christen te zijn.

Eenige jaren geleden, verloor de jonge

239

ocr page 243

240 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

C*'*, ■•een der liesto leerlingen van de Poly-teclinisclieschool, zijn rozenkrans. Een makker vond dien, en in hot speeluur, riep hij al de leerlingen bijeen, hing den rozenkrans aan een der hoornen van de speelplaats, en riep op uitdagenden toon: quot;Dat degene aan wien deze rozenkrans toebehoort. Hemkome terugvragen!quot; — «Ik heb dien rozenkrans verloren, zeide de jonge Cquot; zeer bedaard, te midden der leerlingen voort tredende ,■ het is eene gedachtenis van mijne moeder; ik hecht daar veel aan en bid hem dagelijks.quot; — «Bravo, roept een zware stem. Allen keeren zich om : het was de generaal kom-mandant der school. - Bravo, vriendje, zeide hij, do hand van den jongen christen drukkende ; gij zijt een man van hart en geestkracht. Ga zoo voort, gij zult uwen weg maken!quot; — ('/quot; verliet de school alseerste zijner klasse, en gedurende den gehcelon tijd, dien hij er doorbracht, was hij het meeste geacht, het meeste bemind van allen.

Zijt goed, vriendelijk, welwillend jegens iedereen; lach met de anderen over hetgeen waarover gij kunt lachen, zonder den goeden God te belcedigen ; en zij zullen u spoedig gerust laten met opzicht tot den Godsdienst, als ze u al zullen aanvallen.

Ik ken een Elzasser, een zeer goede chris-

ocr page 244

tegen den godsdienst.

ten, die, toen hij bij zijn regement kwam, door verscheidene zijner makkers werd uitgelachen. Men schold hem uit yoovhuichelaar, kwezel, schijnheilige, en zoo voorts.

Eens toen men weder met elkander heviger slaags was geraakt dan ooit, verzocht hij verlof aan zijn kajntein om de compagnie in hare kamer bijeen te roepen. Hi; ging op eene Lank staan en sprak haar in dezer voege aan ; »Doe wat ge wilt, gij ziüt mij niet zien veranderen. De goede God is meer waard dan gij, niet waar ? Welnu ! ik behaag hem liever dan u. Blaas den aftocht maar, als het u niet bevalt! Al stond het ce-

' O

heele regiment daar, dan zou ik nog geen duimbreed wijken!quot; Zijne kameraden lachten en klapten in de handen, en sedert dien tijd zeide men geen enkel onwelwillend woord meer tegen dien braven jongen.

Op een zaterdag neemt een reiziger plaats aan eene open tafel: hij vraagt een diner zonder vleeschspijzen. Eenige tafelge-nooten glimlachen. Een hunner, die wat meer durfde, vraagt hem spottender wijze; quot;Eet mijnheer geen vleesch?quot; — quot;Neen, mijnheer, antwoordt de reiziger op denzelfden toun; en eet mijnheer vleesch? — Ja, mijnheer, zegt de andere, dien het tegenviel dat men nu den spot met hem dreef. — Des

16

241

ocr page 245

242 antwoorden op de bedenkingen

te erger voor mijnheer, antwoordt de andere. Meenl mijnheer dan, dat oen man van eer de voorkeur moet geven aan een kotelet boven zijn geweten? Ik hecht meer aan mijn geweten dan aan een kotelet.quot; — Do lachers waren op zijne zijde. En nog mooier: een dischgenoot, keert zich tot hein, wonscht hem geluk mot zijne standvastigheid in de naleving van zijn plicht, en voegt er bij : quot; Ik wil niet, mijnheer, dat gij hier de eenigste zult zijn, ik zal mijn voordeel doen mot uwe goede les, want ik bon ook katholiek. Jan, ik ook geen vleesch.quot;

Laat u niet uit het veld slaan door een woord, een blik, oen glimlach.

Willen de anderen hunne zaligheid op het spel zotten, dit is hun zaak; maar gij, die weet waar het op aankomt, moet uwe ziel behouden. Laat lachen die lachen wil. Die het laatste lacht, is het best te pas.

LUI.

Men raoet geen kwezel zijn.

Antw. Wel zeker niet, men moet geen kwezel zijn. Wie zegt u dat?

Kwezelarij is geen godsdienst, maar het is misbruik van godsdienst.

De gebreken dor personen die aldus,

ocr page 246

tegen den godsdienst. 243

meestal uit onwetendheid, inislmiik maken van den godsdienst, moeten aan dezen niet geweten worden.

Men maakt even goed misbruik van den godsdienst, als van alle goede zaken. Men moet het misbruik verworpenenhetgebruik behouden.

Men moet een godvruchtig monsch, maar geen kwezel zijn. God bemint den eene, en niet den andere. Hij wil in ons hart godsvrucht zien, dat is toewijding aan zijn dienst, aan de plichten die hij oplegt en aan de liefde voor zijne wet; maar hij wil er geen kwezelarij in vinden, dat zijn die kleine dwaasheden, die kleingeestige of bijge-loovige godsdienstige gewoonten, welke dikwerf het voornaamste door het ondergeschikte doen vervangen en de middelen voor het doel nemen.

Men moet echter zeggen, dat die misbruiken niet zoo groot en zoo onaangenaam zijn, als men het wel wil zeggen.

Meestal doen zij niemand kwaad en schaden alleen aan degenen, die ze begaan. Zij die daarin vervallen, zijn vooral weinig verlichte vrouwen (bij de mannen is dit gebrek niet zoo menigvuldig), personen, die zich vermoeien met uitwendige oefeningen, goed in zich zei ven,

ocr page 247

244 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

zijn, maar te menigmaal herhaald ; die zonderlinge manieren hebben, die hun geweten kwellen uit vrees van kwaad te doen, die door een kwalijk geplaatsten ijver, vuur vatten, waar het meer van pas ware geweest te zwijgen, enz.

Dat is kwezelarij. Het is een gebrek; maar God gave dat er geen andere misbruiken op de wereld bestonden! Degenen, die zoo hevig uitvaren tegen de kwezelarij, degenen die verontwaardigd zijn over die belachelijke praktijken, doen mij denken aan den man, die, veroordeeld tot altijdduren-den dwangarbeid, voor een afschuwelij teen moord, verontwaardigd was dat men hem in de galei tot mede-kettingganger had gegeven........ oen dief.

Ze zijn veel meer te veroordeelen, dan degenen dis ze aanvallen.

Hunne ongebondenheid, hun wangedrag, hun vergeten van de heiligste plichten, hunne godsdienstige on wetenheid, hunne onkuische gesprekken, hunne voorbeelden, enz., enz., zijn al die zaken geen misbruiken? zijn het geen misdaden?

Hun geheele leven is een misbruik, en ik geloof dat het misbruik van de godsvrucht, het eenicje is waaraan zij zich niet sclmldm'

O J .O

maken. Zou het niet beter zijn, ik vraag

ocr page 248

tegen den godsdienst. 2'!5

liet u, dat zij dit misbruik legen de andere misbruiken verwisselden ?

Wees dus geen kwezelaar, maar een christen, en een goede christen. Heb God lief, dien hom getrouwelijk, kom al zijne geboden na; verval, om aan God te behagen, al uwe verplichtingen, en volg de onderrichtingen van de bedienaars van Jesus Christus op.

LIV.

Het christelijk leven is te vervelend. Het is te treurig. Zich van alles onthouden, bang zija voor alles. Welk een leven!,...

Antw. Hei daar; Hei daar i bedaard wat, goede vriend, laat u zoo spoedig niet afschrikken. Het christelijk leven verplicht u niet om u alles te ontzeggen, Gij overdrijft; indien de wet des Evangelies een juk is. Onze Heer Jesu.s Christus, die hef; ons oplegt, verklaart ons zelve: :.-dat dit juk zacht en die last ligt is.quot;

Gij kent ongetwijfeld goede christenen ? Zien ze er zoo treurig, zoo onaangenaam, zoo ongelukkig uit?

Al degenen die ik ken, hebben integendeel, iets kalms, iets eerlijks, iets tevredens op het gelaat; hen te zien alleen doet goed,.

ocr page 249

246 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

Ik beken dat ik, om een wezenlijk christen te zijn, veel over mij zeiven waken en zeker slechte of gevaarlijke vermaken vermijden moet. ik beken, dat de strijd van den wil tegen de hartstochten somtijds zeer moeielijk is.

Maar vind eens een staat zonder strijd en zonder moeielijkheden ! Om uwen beroep te leeren, om uw brood te winnen, moet gij u immers ook moeite, veel moeite geven?

Zelfs om zich te vermaken, moet men zich gewoonlijk eenige opofferingen getroosten—

En dan zou men willen, dat het grootste, het belangrijkste, het eenige noodige van alle dingen, het werk der eeuwige zaligheid, ' niets zoude kosten ! Dat is onmogelijk !

De wereld ziet christenen bidden, boete doen, zicii zeiven aan banden leggen, hetgeen zij bezitten aan de armen geven, hunne hartstochten bedwingen, zich onthouden van de zinnelijke vermaken, en deze of gene andere zaken doen, die haar dit leven als onaangenaam en gestreng doen beschouwen.

Maar dat is slechts do schors. Zie daarbinnen, en gij zult ontwaren dathethartzeer verblijd en edelmoedig is, en dat dit die schijnbaar zoo moeielijke opofferingen gemakkelijk, zelfs aangenaam maakt.

ocr page 250

tegen den' godsdienst. 247

Is een goede zoon, die zich het een of ander voor zijne moeder ontzegt, niet verheugd over die ontbering ?

De christelijke godsvrucht verandert in zoetheid, hetgeen bitter is in de vervulling der plichten; even als de bijen, die het zeer bittere sap dat zij uit de tijmbloem zuigen, m honing omzetten.

Beproef, en gij zult ondervinden. Men moet die dingen gevoelen ; woorden kunnen ze niet doen begrijpen aan dengene, die daarvan de ondervinding niet heeft.

Misschien behoeft gij u slechts terug te denken in de jaren uwer kindschheid, om het te kunnen begrijpen. Er zijn weinig menschen, die dat zuivere geluk van Gods liefde niet gesmaakt hebben in het plechtig

uur hunner eerste communie..... Gij

waart toengelukkig!.. . . Waarom? Omdat gij zuiver, kuisch waart, u op het goede toelegde, kortom, omdat gij christen waart.

Wordt het dan weder, engij zult opnieuw gelukkig zijn. De God uwer kindschheid is

niet veranderd..... even als gij, helaas! Hij

bemint u altijd, en wacht den terugkeer van zijn verloren zoon. Wees niet bevreesd voor hem ; hij is de goede Verlosser, de toevlucht der rouwmoedige zondaars. «Nooit, heeft

ocr page 251

248 antwoorden op de bedenkingen'

hij ons gezegd, nooit zal ik dengene verwerpen die tot mij komt.

Neem dit zachte en lichte juk van het christelijk leven op, en gij zult de rust, den vrede des harten, de ware vreugde in deze wereld vinden, en na uwen dood de eeuwige vreugde van het paradijs.

LV.

Ik ben niet waardig om tot cle Sacramenten, te naderen. Men moet geen misbruik makaa van de heilige zaken.

Antw. Neen, maar men moet er gebruik van maken.

Na de heiligschennis, kan men Jesus Christus in het heilig Sacrament geen groo-tere heleediging aandoen, dan door hom te veronachtzamen.

Er zijn twee soorten van personen, die tot tic Sacramenten moeten naderen ; de goeden, die goed willen blijven, endezondaars die braaf willen worden.

Onthoudt gij u, dan vlucht gij het leven, vVls men hel water wil verwarmen, verwijdert men het dan van het vuur? Als men de zickLe wil genezen, onthoudt men zich dan van het gebruik van geneesmiddelen ?

Die Sacramenten zijn geneesmiddelen.

ocr page 252

tegen den godsdienst.

Maak daarvan gebruik, niet omdat gij het waardig zijt, (niemand is God waardig), maar om minder onwaardig te worden; niet omdat gij sterk zijt, maar om uwe zwakheid te genezen.

Begeef u tot Jezus Christus ; zonder hem kunt gij uwe zaligheid niet bewerken. Ga hem zoeken, waar hij zich bevindt; in de biecht waar hij zijn tempel, die uw hartis, zuivert, en in de heilige Communie, waardoor hij in persoon die woning binnentreedt, welke hij gezuiverd heeft.

Doe wat van u afhangt, en vreest niet. Wees maar van goeden wil; gij zult dan altijd beter worden door het gebruik der heilige Sacramenten.

LVI.

Ik heb te groote zonden gedaan; het is niet mogelijk dat God mij vergeeft.

Antw. Niet mogelijk? Arme ziel, die het hart van Jezus Christus niet kent!

Zeg mij eens, hebt gij meer zonden bedreven dan Magdalena, de ontuchtige vrouw, de openbare zondares, Magdalena die door iedereen werd verstooten, alsof men met haar niet kon verkeeren zonder zich te bezoedelen ! Herinnert gij u hare geschiedenis niet meer?

249

ocr page 253

250 antwoorden op de bedenkingen

Dequot; goede Jezus is ten eten verzocht bij denpliarizeër Simon. Hij zit aan. Eene vrouw treedt de zaal binnen, werpt zich voor de voeten des Verlossers, en zonder iets te zeggen, neemt zij zijne heilige voeten in hare handen, besproeit ze met hare tranen, bedekt ze met hare kussen... De pliarizeër herkent haar, het is Magdalena, de zondares! Indien deze een profeet ware, denkt hij, zoude hij gewis weten, wie en hoedanig eene vrouw het is, die hem aanraakt; want zij is eene zondares! Jezus, zijne gedachten kennende, spreekt: »Simon ik heb u iels te zeggen.quot; — Hij nu zeide: «Meester, zeg het!quot; —■ quot;Een schuldeischer had twee schuldenaars, de een was vijf honderd tienlingen schuldig, en de andere vijftig. Daar zij niet hadden om te betalen, schold hij beide kwijt! Wie dan zal hom meer liefhebben ?quot; — «Simon, antwoordde en zeide : Ik meen, hij, wien hij hot meerdere heeft kwijtgescholden.quot; —■ quot;Cxij hebt goed geoordeeld,quot; zeide Jezus Christus. En zich tot de vrouw keerende, sprak bij tot Simon : '■Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen, gij hebt mij geen water gegeven voor mijne voeten; maar zij lieefL mijne voeten met tranen besproeid, en met hare haren afgedroogd. Gij hebt mij geen kus

ocr page 254

tegen den godsdienst. 251

gegeven; maar zij heeft, van dat zij gekomen is, niet opgehouden mijne voeten te kussen. Daarom zeg ik u : haar worden vele zonden vergeven, omdat zij veel heeft liefgehad. Vervolgens, zonder zich verder te storen aan het gemor van den trotschen pha-rizeër, sprak hij tot de heilige Magdalena: «Uwe zonden worden u vergeven!quot;

En zoudt gij dan nog wanhopen aan de goedheid Gods?... O! neen; het hart van uwen Verlosser is altijd hetzelfde. Hij wacht u met eene bewonderenswaardigezachtmoe-digheid. Ga, ga u aan zijne voeten werpen ; ga uwe zonden heweenen. Zij zijn groot, ja; maar zijne goedheid is nog grooter! Hij heeft het met zijne goddelijke lippen verklaard; -Nimmer zal ik dengene verstoo-ten, die tot mij komt!''

Herinner u de smarten, die hij voor u heeft uitgestaan; herinner u zijne kribbe, zijne armoede, zijn doodstrijd; zijne geese-Hng, zijn kruis, zijn dood... Herinner u zijne Moeder, zijne zoele Moeder, die hij u juist gegeven heeft, om bij hem uwe voorspraak, uwe toevlucht, uwe hoop te zijn...

Ga vervolgens, met berouw in het hart, den bedienaar der vergiffenis, den rechter van barmhartigheid, den biechtvader opzoeken. Vraag hem toegevendheid en hulp.

ocr page 255

252 antwoorden op de bedenkingen

Hij zal ze u geven, wees daar zeker van, want God wil dat hij ze aan allen en altijd verleene. Vervolgens zult gij met een he-wogen gemoed, het groote woord van het eeuwig leven hooren, dat Magdalena heeft doen opstaan, en van Mctgdalena de zondares, de heilige Maria Mnydalena gemaakt heeft; -Uwe zonden worden u vergeven ; sta op en zondig niet meer.quot;

LVII.

Do jeugd moet haar tijd hebben.

Antw. Om wat le doen ? Dwaasheden? zonden? om hare ziel te verliezen, hare eer, hare gezondheid, haar geld in ongebondenheid te verspillen? om tedoenwat GoDhaar verbiedt te doen? Dit is, dunkt mij, al eene zeer zonderlinge zedeleer! en ik weet niet uit welke plaats van het Evangelie zij getrokken is !

Ja, de jeugd moét haar tijd hebben ; maar die tijd moet,, even als het geheele leven, worden doorgebracht, in de beoefening van het goede, in het vermijden van hot kwaad, in de vervulling der plichten.

Het eenig onderscheid tusschen de jeugd en den ouderdom is, dat de jeugd meer levendigheid en meer krachlen heeft, en dat zij dus het goede moet doen met meer ijver, met meer vurigheid, met meer opoffering.

ocr page 256

tegen den godsdienst.

Ja, zóó moet de jeugd haar tijd hebben, wil zij eervol zijn voor God en voordemen-schen, wil zij de voorbode zijn tot een eer-biedwaardigen, van Cxoo gezegenden ouderdom ; wil zij van verre den oogst voorbereiden dien de ziel, op den dag van haar vertrek, oj) den drempel der eeuwigheid zal inzamelen.

Er is niels verrukkelijker op aarde dan eene heilige en zuivere jeugd. .Er is niets schooner, niets treffender, niets beminnelijker dan een kuisch, zedig, arbeidzaam jongeling, die zijne plichten getrouw vervult.

O ! wisten de jonge christenen eens wat zij zijn! voor niets ter wereld zouden zij hunne glorie verliezen?

Is zij eenmaal verloren, zij komt niet weder. Het berouw heeft zijne bekoorlijkheden ; maar het is de onschuld niet meer

Mocht de jeugd het beseffen ? Mocht het den ouderdom niet aan de krachten ontbreken !

LVIII.

Het Heilig Oliesel doet de zieken sterven. Het is genoeg om iemand den dood aan te doen. Men moet den priester eerst roepen als de stervende buiten kennis is.

Antw. Niet waar? men moet den biechtvader roepen, wanneer men niet meer kan

253

ocr page 257

254 ANTWOORDEN op DE BEDENKINGEN

biechten, men moet den priester halen, wanneer zijne tegenwoordigheid niet meer noo-dig is! — Het ware nog eenvoudiger hem in het geheel niet te roepen en de menschen als honden te laten sterven____

Is Jezus Christus dan de God der doo-den? heeft hij zijne priesters voor lijken gegeven ?

Het getal dor ongelukkige zielen, die door dit noodlottig vooroordeel zijn verloren gegaan, voor eeuwig verloren gegaan, is ontelbaar. De dagelijksche ondervinding moge het logenstraflen, men moge zieken van vreugde zien weenen, nadat zij de laatste genademiddelen van den Godsdienst hebben ontvangen, desniettegenstaande ziet men toch geheele familiën, die beweren christenen te zijn, om zoo te zeggen in een verbond treden tegen den priester, om hem te beletten de ziel van een vader, van eene moeder, van eon kind, van een vriend te redden, die op het punt staat om voor God te verschijnen !

En als het dan te laat is, als de priester eenige verwijten tot die dwaze familie richt, dan zegt men; «Och! hij was zoo goed! Het was zulk een braaf man ! zulk eene brave vrouw! Hij leefde zoo geregeld! Zij beminde hare kinderen zooveel! Men behoeft geen vrees voor haar te hebben. — En dikwijls

ocr page 258

TEGEN DEN GODSDIENST. 255

was het tien, twintig jaren geleden, dat die ongelukkige Jezus Christus vergeten had, en zijne wezenlijke plichten van het christelijk leven iiad verwaarloosd.

Neen, neen, weet het toch eens voor al, de arme stervenden zijn niet bevreesd voor den priester! neen, zijn bezoek doet hen den dood niet aan. Het redt hen daarentegen,

o 1

het vertroost hen, het ondersteunt hen, dikwijls zelfs lichamelijk. De geneesheeren zijn zeer dikwijls in de gelegenheid, om de niet minder onverwachte, dan treffende uitkomsten waar te nemen, die het gevolg daarvan zijn, dat de zieken aan hunne godsdienstplichten hebben voldaan.

Eenige jaren geleden, heb ik daarvan een voorbeeld gezien, dat ik mijn geheele leven niet zal vergeten, Ik werd op vastenavond van het jaar 1850 bij een ziek kind geroepen, dat door den dokter was opgegeven. De arme moeder had geene hoop meer. Ik gaf aan dien armen kleine de laatste Sacramenten der christenen, ik hoorde zijne biecht, bediende hem, en liet hem als Teerspijs, zijne eerste of liever zijne laatste heilige Communie doen! Gedurende die treurige en godvruchtige plechtigheid, hield het kind zijne handjes saamgevouwen. En toen ik hem daarna vroeg, of hij niet /eer tevreden was,

ocr page 259

256 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

verzamelde hij zijne krachten, om rnij met een glimlach ie antwoorden : ^ja, eerwaarde, zeer tevreden.quot; Ik ging weg, in do verwachting dat ik hem niet meer zoude zien.

Den volgenden morgen wasdegeneesncer verwonderd hem nog in leven le vinden. Maar zijne verwondering klom nog meer, toen hij hem van nabij gadesloeg. Hij had geen koorts meer; de verschijnselen van den dood waren verdwenen. Hij begreep ér-niéts van.

Drie dagen daarna, speelde de kleine ver-rezene met zijn broertje.

Had het heilige Oliesel hem doen sterven ?

Wees dus niet bang voor den priester. Indien gij ernstig ziek zijt, laat hem dan in de eerste plaats halen. Vraaghem de troostmiddelen van den Godsdienst. Houd u gereed voor het ergste, en zorg dat gij in vrede met God zijt. Hij, die zijn paspoort heeft gehaald, is daarom nog niet verplicht om te vertrekken.

ocr page 260

TEGEN DEN GODSDIENST.

I.IX

Ik zal den godsdienst later beoefenen, wanneer ik het zoo druk niet meer zal hebben ïkzal later biechten, op mijn sterfbed. ïk zal nog wel tijd hebben, om vóór mijn dood de hei lige Sacramenten te ontvangen

Antw. Later?

— Wel zeker.

— Ja, indien er eon later voor u is, en. indien gij daartoe de middelen hebt in uw stervensuur, iels, dat zrrr z.ckcr, twijfelachtig is.

Hoevelen hebben even als gij gezegd: -morgen, later, die onvoorbereid deccuwig-hêitl ZV4\ iBWcraan!..,

Hoevelen heblion vorzinmd te biechten, toen zij het gemakkelijk doen konden, en het niet konden doen, toen zij het doen wilden ?

Gij zult op uic sterfbed biechten? Maar indien God den dood stelde vóór de biecht?

«O! antwoordt gij, hij is barmharlig !quot;— ja; en daarom biedt hij u heden eene vergiffenis aan, die gij niet verdient.

Maar degene die den boetvaardigen zondaar heden vergiffenis heeft beloofd, heeft het hem niet morgen toeffezesd.

O 'O O '

257

17

ocr page 261

258 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN

Integendeel, hij heeft hem gewaarschuwd, dat hij op zijne hoede moest zijn, omdat de dood onverwachts zoude komen.

Welk eene dwaasheid om zijne eeuwigheid te doen afhangen voor een misschien!

Weinige jaren geleden, had een achttienjarige gevangene, in de cellulaire gevangenis van Roquette te Parijs, den aalmoezenier geweigerd hem te komen bezoeken, om zijnen paaschplicht te vervullen. Allen, behalve hij, hadden aan de roepstem des Priesters gehoor gegeven.

-Later, had hij geantwoord,quot; »nu niet; het volgend jaar, dit jaar niet!quot;

Den dag na zijn vruchteloos bezoek, gaat de aalmoezenier naar de cellen der ziekenzaal. Hij ziet op eei?s der deuï-en liet n'u-racro van zijn gevangene van den vorigen dag. Hij gaat binnen, en vindt hem te bed, in slaap en zeer bleek. Hij roept de ziekenzuster, en vraagt wat dien jongeling deert. quot;Het is niet veel bijzonders, zegt zij, een wei nig hoo f'dpij n, well icht eene kwade maag.quot; — Zij gaan heiden binnen; de zuster nadert, en spreekt den zieke aan, die haar niet antwoordt. -Maar, zuster, zegt de Priester verschrikt, die jongen is zeer ongesteld. Laat den dokter halen.quot; — Na eenige minuten komt de dokter... De zieke was in-

ocr page 262

tegen den godsdienst. 259

derdaad builen kennis. De geneesheer voelt

hem de pols, legt zijne hand op het hart____

■■Ach! mijn O )d i____ roept hij niet ontsteltenis op het gelaat. — Wat is er dan ?quot; vraagt de I 'riester, —De dokter onderzoekt hem nog eens: » Wat er is!.. roept hij, wat er is! Die jongen is dood !quot;

Dood ! riep de aalmoezenier met schrik uit, dood !

En met vrees beschouwde hij die nog geopende lippen, welke God hadden terugge-stooten, en gezegd hadden: ■■Luier, locho-mende jaar P'

...... In de naaste cel lag oen andere gevangene, die ook zeventien jaar oud was Sedert eenige dagen bediend, verwachtte üKT. elk-QOareublik, dal hij zou gaan sterven;

O eerwaarde, sprak hij zacia, toen hij den Priester zag binnen komen, o goede vader, wat ben ik gelukkig!.,. Ik ga den goeden God zien., zal het weldra gebeuren ?quot; En als de aalmoezedier hem eenige hoop gaf op herstel: quot;Zeg dat toch niet, sprak hij met een glimlach. Ik ga veel liever sterven; ik zou kunnen zondigen. God kunnen uit het oog verliezen, indien ik mocht herstellen... Ik sterf liever, om naar het Paradijs te gaan !.....

En dien avond stierf de jongeling zacht,

ocr page 263

260 antwoorden op de bedenkingen

met den heiligen naam .!ksus, in zijn laat-sten ademtochl, c.i]i tie liiijici!!. ...

Dagelijks ziet men vooriieelden van plotselinge, geheel onvoorziene sterfgevallen. Korten tijd geleden, viel een werkman een huisvader, van eene hoogte van eenisre voeten op het plaveisel derstraat de Vaugirard, te Parijs. Hij was morsdood. Hij kon zelfs geen kreet doen hooren. Hij had gehoor gegeven aan de vermaning van het Evangelie— Hij biechtte en communieeerde elke week.

Indien dergelijk ongeval 11 dezen avond overkwam, zoudt gij dan, even als hij, ce-reed zijn om de eeuwigheid in te gaan?

Nog korter geleden ging een mandoor de. straat. Hij wankelt, valt; Wéïi iirehgl hem in den nahij gelegen winkel. Een dokter wordt geroepen; hij onderzoekt hem, en verklaart dat de dood plotseling was geweest, zelfs voor dat deongelukkige geheel ter aarde V/as gevallen. Deze was niot voorbereid.

Reken nu nog op den rohjc.n.dcn dog, om uwe ziel te redden !

Spreek mij nog van lalcr! Slaap nu nog gerust met deze gedachte: ik zal zeer zeker oj) mijn sterfbed biechlen !

Een arme leerjongen bad ecnige maanden geleden zijne eerste heilige communie ge-

ocr page 264

tegen den godsdienst. 261

daan. Hij had slechts een enkel voornemen gemaakt, maar het was zeer ernstig gemeend: Indien ik het ongeluk heb van ccne doodzonde te hedvijven, zed ik den-zelfden dag gaan biechten, voor dat ik

naar bed ga.quot;

Dat ongeluk had hij. Het was een zaterdag, en zeer ongunstig weder. De Priester woonde ver af. Hij zeide eerst in zich zeiven : quot;Ik zal binneneenige dagen gaan biechten.quot; Maar zijne belofte kwam hem weder in de gedachte, en hij meende in zijn binnenste eene stem te hoeren, die hem zeide: doe hetgeen gij beloofd hebt; ga biechten.

Hij aarzelde. In dien inwendigen strijd, knielt hij neder en bidt een Wees gegroet, om de genade te verkrijgen van Gods wil ïê kennén..... Het gebed is bet heil dei-

ziel .....

Hij staat op en gaat biechten.

Teruggekomen, komt hij eene zijner betrekkingen tegen, die hem vraagt van waar hij komt; hij verhaalt het haar, en met de vreugde op het gelaat, zegt hij; «ik ga gerust quot;slapen, want ik ben weder in Gods vriendschap aangenomen.quot;

Zijne moeder had de gewoonte, om hem zondags, iets langer te lied laten liggen dan in de week.

ocr page 265

262 ANTWOORDEN OP DE BEDENKINGEN ENZ.

Volgens haar gewoonte dus, roept zij hem eerst te zeven uren, op zijne kamerdeur Kloppende.

Een kwartier later, sliep Paulusnog. De moeder riep hem weder, en ongeduldig, omdat ze geen antwoord kreeg, treedt zij de kamer binnen. «Kom, luie jongen ! het is bijna half acht, schaam uwat!____quot;

Zij nadert tot het kind, dat zich niet verroerde... Zij vat zijne hand aan, die ijskoud is.*. Verschrikt, kijkt zij.....en, een

vervaarlijken kreet slakende, valt zij bewusteloos ter aarde..... Het kind was dood, en

zijn lijk reeds koud !

Gelukkig dat hij zijneljiecht niet tot lat er, dat hij zelfs niet tot den volgendendag had uitgesteld. ___________-

Gij die dit leest, moogt gij u even verstan-dig gedragen, en doen gelijk deze jongen t

ocr page 266

BESLUIT.

Gij ziet, waarde lezer, dat al deze antwoorden niets anders zijn dan de taal van het gezond verstand. Gij zult moeten bekennen, dat ge niets daarin hebt gevonden wat zweemt naar muggezifterij of naarspits-vindig schermen met fraaiklinkende woorden. Men behoeft de waarheid slechts bloot te leggen, om haar te bewijzen. Er zijn in de wereld ongetwijfeld nog andere bedenkingen tegen den Godsdienst. De dwaling heeft geen grenzen, even min als de uiensehe^ lijke dwaasheid. — Maar ik geloof toch, dat de meest algemeen in omloop zijnde bedenkingen , in dit boekske hare wederlegging hebben gevonden.

De overigen hebben geen beteren grond, dat durf ik u te verzekeren. Onder welke gedaante zij zich ook mogen voordoen, het zijn drogredenen, dat wil zeggen redeneringen die een schijn van waarheid bezitten, maar die in het een of ander opzicht mank gaan. Men kan geen gelijk hebben tegen de waarheid.

ocr page 267

264 BESLUIT.

Mocht eenige dier bedenkingen n ongegrond voorkomen, ik bid u, begeef u tot den een of anderen goeden Priester (men vindt er Goddank, in overvloed onder ons), en wees vrij verzekerd, dat hij u met welwillendheid zal ontvangen. Leg hem met vrijmoedigheid uw bezwaar bloot; hij zal

het uit den weg ruimen.

Doe uw best om u in den Godsdienst te

onderrichten. Hoe meer men hem leert ken- j

nen hoe meer men hem bemint, hoe meer men hem beoefent. Velen vallen hem aan uit onkunde. Zij stellen hem zich geheel anders voor dan hij is, en dan natuurlijk valt het hun zeer gemakkelijk om met den Godsdienst den spot te drijven.

Ik wensch dat mijne A ii/icoonlev nuLüg— zullen zijn voor uwé ziel. — Herlees en overweeg de punten,.y.--aartegen gij voornamelijk bezwaar hebt. Indien mijne redenen u onvoldoende schijnen te zijn, houd u dan wel overtuigd dat de schuld alleen aan mij ligt, en niet aan de heilige zaak der waai-heid, die ik heb willen verdedigen. De noodzakelijkheid om zeer kort te zijn, en mijne geringe bekwaamheid, zijn de eenige redenen van de zwakheid der verdediging.

Moge ik des niettemin geslaagd zijn ! Moge ik in uw hart den eerbied voor het geloot,

ocr page 268

BESLUIT. 265

de liefde tot de deugd, den ijver voor uw /ielelicil lidihun doen toenejnen! i)it is al wat ik in dit werkje beoogd heb!.... Dan toch zou ik voor uw (jcluh geai'heid hebben, en dan zou mijn boek eene goede daad zijn.

Ik bid den goeden God, u te zegenen, en mij zeiven te zegenen. Kn nu, waarde lezer, neem ik afscheid van u ; tot weder-ziens, hoop ik^ in het Paradijs,

G. S.

buh tuum pycusidiuiii, Lmuiucultilu.

IMPRIMATUR.

Dalum in lIuMrcn 20 Nov. 18G3.

•1. crVTKX,

Pnos. Sein. Lib. Cou».

ocr page 269

INHOUD.

Bmucirr van des ....................j*

......................

I. Wal heb ik iixf den godsdienst te malu^n.

' II; lieb ii ^otlsdiens», en d;it neemt niet

i.veg (i:it ii; vxliiumkt go/oud 'nen.....~

II. Mr is (l'-'i............• • i

Ili. M'-t den dood houdt idles op...... *

IV. Ih l toev;d bestuurt alles, aiHb rs /■ w eiquot; niet zooveel wanorde oj' aarde /.i.in. NN -'d zijn er ni.'i veel nuttelooze, onvolmaakte slechte zakeni Ui t is duidelijk dat «hnl zi.-h niet met ons bemoeit...............f'r.

V. De (Godsdienst is «oed voor de vrouwen . . .iO

VI. Het is voldoende, een braaiquot; rnenseh te zijn;

M

dat is de beste godsdienst, dat is

VIL Mijn «ïoilsdiensl bestaat in anderen goc-dte

deell.......... . • -r-

VII! l»e «rodsdi-gt;:.mi i»rte'r doen van wat minder • ver het toekomstig leven (lt;■ spreken, zich wat. meer b henioeien met bet tegenwoordig leven en de ellende daaruit weg te nemen . . . 4'.quot;.

IX. Men moét van bet leven gemeten • men moet zieb /.elven goede dagen bezorgen ; ward God heeft ons alleen kunnen seheppen om ors gelukkig te maken...........

quot;X. Er zijn geleerde en verstandige liedi-n die niet

aan den godsdienst gelooven . ......

'XI. De pastoors oefenen een beroep uit, zegeloo-

ven niet hetgeen zij prediken......

XII. De priesters zijn ledigloopers: waartoe die-

On

nen

XIII Mr beslaan slecbte priesters, hoe kunnen zij de

bedienaars van Ood zijn * ......lt;quot;»•'

XI\'. I)-- priesters moesten trouwen. De ongehuwde

staaf, is tegen de natuur........

. XV. Ik ge.looi' niets dan hetgien ik begrijp. Kan een redelijk menseh de geiteimen van den Godsdienst gelooveiK...........

XVI. Ik zou liet geloof wel willen hebben, maar het i.s mij niet mogelijk......

ocr page 270

iNiroun. ?07

XVII. Elke godsdienst is goed........81

XVlir. Is Jesus Christus iets anders dan een groot wijsgeer, dan een groot weldoener der menscli-heid, dan een groot proleet? Is Hij waarlijk

God '.............. . 01

XIX. Het is veel beter protestant dan knlholick te zijn; men is toch altijd christen, en het is

bijna h'-tzcllde........... . 10S

XX. Do prü^estanten hchben hetzell'de Kvangelie

als wij...............125

XXI. Een braaf inenseh nioet niet v;in godslt;lienst veranderen. IVÏen moet de godsdienst waarin men geboren is, niet verlaten......1?7

XX n. I)e katholiekf K.*i k lieel'l haar lij'i gehad. i:;0

XX1;I. Ik wil het zuivere Evangelie, ln-t oorspnaike-

lijke Christendom...........1^3

XXH'. De kerk is; eene vijat»din van vooruitgang . . li)7

XXV. Ju- wordt in liet Evangelie niet van den Paus gesproken..........., 131)

XXVI. Ik heh mijn ei.nen godsdienst. Iedereen is vrij om zijnen godsdienst uit te odenen zoo als hij goedvindt; dat gaat mij alleen aan, en ik dien God op mijne wijze..........147

XXVII. De Priesters zijn menschen even als wij; de. Paus en de Bisschoppen zijn menschen ; hoe, kunnen mensehen onfeilbnar zijn ? Ik \vi! God wel gehoorzarTien, iïia;ir geen mensehen 'ijk ik. 11*) XXVIir. Ihiiten lt;!lt;■ Kerk ^cene .Ziilijfheid : W- ik eene .. onverdraagzaamln,ilt;l : Zulk .eene harde, leer kan

ik j;icl- ■'■'onenien :..........152

XXIX. Maar de Heilige ........................... ^ . . . 156

XXX. Er bestaat geen hel; niemand is ' gt;it van teruggekomen............159

XXXI. Hoe kunt gij de goedheid van God rijmen met de eeuwigheid d('r helselie strad'em God is oneindig harmhat tig..........103

XXXII. God is te goed om mij te verdoemen . . . 10(5

XXXIII. God heeft van alle eeuwigheid voorzien of ik zalig of verdoemd zal worden. Ik moge doen wat ik wil, het noodlot zal ik niet kunnen veranderen.............170

XXXIV, Niet hetgeen het lichaam binnengaat besmet de ziel. God zal mij niet verdoemen om een stuk vleesch'. Het is evenmin kwaad om op vrijdag en zoterdag vleeseh lo eten als op de andere dagen............ . 173

XXXV. God behoeft mijne gebeden niet. Hij weet wel wat ik noodig heb, zonder dat ik het Hem vraag...............175

XXXVI. Ik bid en verkrijg niet. Ik verlies mijn

tiid................179

XXXVII. XVat heb ik den goeden God toch gedaan dat

Hij mij zulk kwaad overzendt ?.....180

ocr page 271

INHOUD*

X XXVITT. Waarom zon ik de heilige Maagd biddenquot;* Het is ecne bijgcloovigheid. Daarenboven, zij kan ons immers toeli niet hooren. . .182 XXXIX. W.iarom gehenren er geen wonderen meer ? 188 XL. Waarom Ijif.ijn sproken ? quot;Waarom zich van

eene onbekende laai bedienen?.....103

XTJ. De priesters vragen altijd geld.....1%

XI.TI. De bieelit is oen uitvinding der j)riesters. 107

XLIII. Waartoe dient de bieebt ?.......204

XLH'. Ik beboet' niet Ie biechten. Ik heb mij zeiven niets Ie verwijten; ik heb niet doodgeslagen. niet gesloler., niemand eenig kwaad gedaan. Jk zon niet* te zeggen hel.ben . . ?08

XI.V. Hieehten is vervelend.........

XI.VI. Biechten dat wns goed toen ik school ging.

maar nu !............ . 214

XLVTI. Ik ken godvrnchlige lieden, die niet beter zijn dan nndere menschen. Deze of gene

die biecht, is er niet beter om.....2irgt;

XLVII1. Hoe kan 'net lichaam v:in Jesus Clirislus waarlijk tegenwoordig zijn in het heilig Sa-cramenl dos Altaars? Het is onmogelijk . 217 XLTX. Ik behoef niet nnar de mis te gaan ; ik

bid den goeden God even goed te huis . . 224

L. Ik heb geen tijd..........228

T,T. Ik kan ni. t ' Met is te moeijelijk ! . . . 232 UI. Men zou mi.i uitlachen : Men moet den zonderlingen niet uithangen, men moet doen

gelijk de andoren..........23(3

LUI. Men moot gven kwezel zijn.....gt;

TilV. liet christelijk leven j-va. V^emfT'liet is te treurig. Zieh vaii alles ontbonden, h.nng y.j.i voor alles. Welk oen leven: .... 245 IA . Ik ben niet waardig om tot de Sacramenten te naderen. Men moet geen misbruik maken

van de heilige zaken.........248

LVI. Ik hel) te greote rzonden gedaan; het is

niet mogelijk dat God mij vergeeft .' . . 240 IA II. Do jeugd moet haar tijd hebhon . . . . 252 IA III. Het Heilig Oliesel doet do zieken sterven. Hot is genoeg om iemand den dood aan Ie doen. Men moet den priester eerst roepen als de stervende buiten kennis is ... . 253 I-1X. Ik zal de godsdiejist la Ier beoefenen wanneer ik het zoo druk niet meer zal hebben. Ik zal later biechten, op mijn sterfbed. Ik zal nog wol tijd hebben om voor mijn dood de heilige Saeramenten te ontvangen .... 257 ...... ......1 203

ocr page 272
ocr page 273

Bij den rUcjevcr dezer is mede rcrschencn ;

De Maand van Maria naar Iiot Italiaansch,

door oen E. K. pr. .....f 0.25

In linnonband........0. tO

Litanie ter eere van iiei lï. Hart van

.fesiis metdö opdracht aan liaria per 100. „ 0.C0 Litanie ter eere lt;ier II. .Moeder (Jods

Koningin van den Allerheiiigsten

Kozen krans ])cr 100......„ 0.60

We maand van den M. Jozef. Bezoeken eu andere oofeiiingen voor eiken dag naar E. P. Saintrain pr. der Congregatie des Allerli. Verlossers. . . . „ 0.40

ld. in linnen........„ 0.60

De Goede weck vau hut Roomsch-ALissaal overgezet on toegelicht door J. P.

Güriz pastoor. In linnen band verg. op snede...........„0.75

Ruime keuze in ijzersterke rozenkransen van S0 et. por dozijn, t 9.— per gros, alsmede kanten eatecliismusprenljes, coinmunieplaten in ruime keuze enz. enz.

ocr page 274