ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

/ /h /

/' /r// j* s ^ ' Ï

HET EVANGELIE VAN PETRUS,

TEKST EN VERTALING.

DOOR

DR. W. C. VAN MANEN,

LEIDEN. — E. J. BRILL. 1893.

ocr page 4
ocr page 5

HET EVANGELIE VAN PETRUS.

TEKST EN VERTALING.

BOOR

DR. W. C. YAJST MANEN.

ocr page 6

rijksuniversiteit utrecht

1047 8919

ocr page 7

In den winter Tan 1886/87 vonden Fransclie oudheidkundigen, bij hun opgravingen te Akhmim, het voormalige Panopolis in Opper-Bgypte, in het graf van een „Koptischen monnikquot;, een perkamenten codex, naar gissing niet ouder dan de 8ste en niet jonger dan de 12de eeuw. Het werk, geschreven in het Q-rieksch, bleek al spoedig te bevatten fragmenten van het Evangelie van Petrus, van de Openbaring van Petrus, en van het boek Henoch.

Men mocht verwachten, dat de belangrijke teksten weldra in druk zouden verschijnen. Evenwel, dit geschiedde eerst tegen het einde van 1892, door de goede zorgen van U. Bouriant, in Mémoires publiés par les membres de la mission archéologique franqaise au Caire, t. IX, fase. 1. Paris, Leroux.

Sedert volgden Engelsche, Duitsche en Fransche uitgaven , met bijgevoegde verhandelingen, elkander met spoed. Inzonderheid trokken de fragmenten der aan Petrus toegekende geschriften de aandacht, bovenal wat men had gevonden van zijn Evangelie.

Men wist daaromtrent slechts, door mededeelingen van Theodoretus, Origines, Eusebius, misschien ook Justinus, dat het eenmaal, waarschijnlijk reeds in de eerste helft van de tweede eeuw, had bestaan, en dat het tijdelijk in meer dan één kring, hier en daar zelfs met groote voorliefde , was gebruikt. Doch bijzonderheden betreffende den inhoud waren zoo goed als geheel onbekend. Geen wonder,

ocr page 8

4

dat mi belangstellenden zicli haasten, om van dien inhoud, althans ten deele, kennis te nemen.

Deze uitgave bedoelt niet anders dan daarbij, inzonderheid aan studenten, de behulpzame hand te bieden. Ik heb getracht, in eenvoudigen vorm, den tekst te geven, zoo goed als dit voor het oogenblik mogelijk is, terwijl ons nog het in uitzicht gestelde facsimile van het handschrift ontbreekt, en de wetenschappelijke bestudeering van het fragment nog slechts enkele maanden oud is. Yoortgezet onderzoek zal ook hier helderder licht doen schijnen. In-tusschen mocht reeds dankbaar gebruik worden gemaakt van hetgeen Harnack, Eobinson en Lods, mede aan de hand van door hen geraadpleegde deskundigen, voor een oordeelkundige vaststelling van den tekst hebben gedaan. Hun geschriften 1 duid ik kortheidshalve aan met de letters H, E. en L. Bij Nicholson denk ik aan diens opstel in de Academy van 17 Dec. 1892; bij Bensley aan diens mededeelingen in hetzelfde weekblad van 11 Febr. 1893; bij Manchot aan diens artikelen in de Prot. Kirchenzeitung, 1893, N. 6—9; bij MS aan den tekst van het handschrift, gelijk wij dien kennen door Bouriant.

De vertaling is natuurlijk niet voor studenten, maar voor wie wellicht uit andere kringen een oog mochten slaan in dit boekske.

23 Febr. 1893.

1

Met name: A. Harnack, Bruchstücke des Evangeliums und der Apo-kalypse des Petrus. Leipzig, J. C. Hinrich, 1893; J. Armitage Robinson and M. R. James, The Gospel according to Peter, and tlie Revelation of Peter. London, C. J. Clay and Sons, 1892; A. Lods, Evangelium sec. Petrum etc. Parisiis, E. Leroux, 1892.

ocr page 9

ETAITEAION KATA DETPON.

'

A

HET EYANGELIE YA1N PETEUS.

ocr page 10

1 ..... . tüv Sf cuSs;? êvtyxro tok; %elpxg,

2 ouSf 'Hpü'Sm , auSÈ «f? tüv xpiTÜv xutov. xx) ity fiouhti-ósvtüiv vlipxvóxi xviatvi usi^xto?. kx) tót( xshsuei 'Hpü-s)lt;? a (ixaiXevs trxpxtrsftcpóiivxt tov xupiov, einuv xiitoïi; , oti otra. ixéhfvtrx üftTv iroiijexi xincji ttoiviitxts.

3 quot;Rxei 5è ixsï 'iwtrvjCp ó Cp/Ao? ïïei^xtov xx) toü xvplou, xx't fi5«? oti (rTxvpucrciv xutov fteAAoLxriv, Trpb? tov usthxtov xx) ytvias to (rüftx tov nvpiov irpcx; txqyv.

4 xx) o UstXxTog vé^xg Trpoi; 'HpucSyv ^ttj(rsv xvtoïi to

5 aünx. xx) ó 'Hpü'Syi? iQyf xSsAQè niUxTf, ei xx) /avi 10 tic xiitov yTyxsi, yHJLsli; xutov iOxirTO/tsv , •ysypxTTTXi yxp

èv tcji vófta, faiov ftvi Süvxi st) irctyoveuftévc;).

Kx) Trxpsduxev xutov Tcji hxcji Trpb ftixi; tüv x^ufiav,

tijg èoptiii; xótüv.

1. TWV, MS T..

2. ovdè sït;, met Nicholson. MS ov$£iq. R, H, L ov$* sjq. — uvtov. kou .... vtyasrQaii aivscrry n., met R, von Gebhardt en H. MS en L otvrov Kca .... v/ypardau. 'Avérry FI. au) xtA. — kx) i^yj (3., MS xoci . . /3. R xcci tuv /3. H xcc) /3. avramp;v. L xxtTrsp /3. Nich. xaï ov (3.

3. MS rie/Aar^^.

4. TrcepaTrepcpQyvai, met Manchot. MS Troep....(pQyvtxt. R, H, L 7rocpxhy(/,lt;püv\voii.

5. MS knetevya-iz.

7. (rroivpaxreiv, met Blass. MS, R, H, L a-Tavp/crxsiv. Manchot $s$iuq of eidajt; 'ón tui a-totvpu) vo-^g/v.

9. Trépipase. Manchot kcci/,^06q.

11. Achter ssuttopbv heeft MS de ingeslopen kantteekening sttsï koci lt;rcc(3-(3cirov eTTKpcócrxsi. Diels en H plaatsen sttsi — ttsq. tusschen haakjes. Zij kenden nog niet de vijf volgende woorden, door Bensley aan het licht gebracht.

14. rïfc éopryt; oturoóv, stellig een glosse, meent Nich.

ocr page 11

1......docli geen der Joden wiesch zich de han-

2 den, noch Herodes, noch één zijner rechters. En toen zij zich niet wilden wasschen, stond Pilatus op. Daarna beyal Herodes, de Koning, den Heer weg te leiden, tot hen zeggende: „Wat ik ti bevolen heb aan hem te doen, doet dat.quot;

3 Toen kwam daar Jozef, de vriend van Pilatus en van den Heer. Wetende dat zij hem zouden kruisigen, begaf hij zich tot Pilatus, en verzocht om het lichaam

4 des Heeren, ten einde het te begraven. En Pilatus zond

5 tot Herodes, vragende om zijn lichaam. En Herodes zeide: „broeder Pilatus, ook indien niemand om hem had gevraagd, begroeven wij hem, want er is geschreven in de wet: de zon ga niet onder over iemand, die ter dood gebracht wordt.quot;

En hij gaf hem over aan het volk, één dag vóór de ongezuurde brooden, hun feest.

ocr page 12

8

6 O/ Sf KxftivTes tov xupiov uóovv xürov TpsxovTst; xai sXeyov • triipuftev tov u!ov toü Qsoü , H-ovirlxv ocutoli i(7Xgt;l~

7 xórss, koc) iropQvptxv xutov trepisfixhhov, xa.) ixxQiexv xvTov èir) xxêé'Spxv xpivsui; Xsyovrei;' S;xa/w$ xplvs,

8 /3alt;r/Afy tov 'lapxyh. xxi nq xvtüv èvayxoov rrsQxvov 5

9 xxxvóivov sQyixsv in) rijf? xeQxhijs roïi xuplou. |[ xx) srepoi l(7T«Tf$ ivSTTTVOV XUTOll TXlS 0^JS(7t , xx) XM.01 TXg (TIX-yévxq XUTOÏI spXTTKTXV , STSpOl XXXX^Cfi hvUVOV XVTOV , xxi riveg xutov iftxiTTiamp;v Xsyovrei' TxvTy rijj t itiftfaxftsv tov u'iov toïi Qsoïi. 1°

10 Kx) ijvsyxov SlJO KXXOUpyOUG xx) CUTXUpUVXV XVX [ASTOV XUTÜV TOV xupiov. XUTOS Se (vluttx cis ftySsv TTOVOV s%cov.

11 xx) ore upüairxv tov vTXupov iireypxipxv, oti outoi; êcrTiv

12 o (Sxiriheui; tov 'lapxtix, xx) TcösixÓTeg tx ivdiiftxTx sp-Trpoaêiv xxitou 'sisiaspigxvto, xx) ax%/uov 'é/SxAov fV' 15

13 xötoïi;. ff? 5« tii tccv xxxovpyuv ixelvuv uvsiïitrsv xütous kiyuv • vjfjlsli; quot;six tx xxxx x iiroifaxftsv ovtoj ttsttovóx-pev, ovtos §«, trciityp •yevó^evoi; tuv xvêpÜTrccv, tl ^s/x»}-

14 irsv v/txs; xx) xyxvxxTytrxvTei; fV xiiTcji IxtXevaxv quot;vx trxehoxoirvóy, oiruf (ixaxvi^i^evoi; XTrodxvy. 20

2. o-i/pwfiev, met Harris, R en H. MS eVpanev, waarvoor R nog gist eVpoftêv of apcoizsv. L eVpcpsv. Manchot xvpH/zev. Punt oetpupev.

10. êTii^frociJtev, met H en L. MS Tii/.ylt;rcei/,sv. R , wellicht

Irnzyorotizev gt; of Tiizfaopsv.

12. etricüTrx uq , met von Gebhardt en and. MS kncoTravccs. — , mis-scMen (tydévoi, H, L.

13. 'óre üpQ., met Diels, H, R, L. MS tiri eupQwrxv.

16. uvs/ditrsv, met R, H, L. MS ójvstöytrsv.

20. MS, gevolgd door H, R, L ïvcc (zvj (tks^okott^. Manchot wet (/.ij

ocr page 13

9

I 6 Zij nu namen den Heer mede, stootten hem onder het loopen en zeiden : „Maken wij ons vroolijk met den

7 Zoon Gods, nu wij macht over hem hebben!quot; En zij wierpen hem een purperen mantel om, en zetten hem op een rechtszetel, zeggende: ^oordeel rechtvaardig,

8 koning Israëls.quot; Één hunner bracht een doornen kroon

9 en zette die op het hoofd des Heeren. En anderen stonden daarbij en spuwden hem in het aangezicht; en anderen sloegen hem op de wangen; anderen staken hem met een riet; en sommigen geeselden hem, zeggende ; „zoo hoog eeren wij den Zoon Gods.quot;

10 En zij brachten twee boosdoeners, en kruisigden den Heer tusschen hen in. Doch hij zweeg, als leed hij

11 geen smart. En toen zij het kruis hadden opgericht, schreven zij daarboven: „deze is de koning Israelsquot;.

12 En de kleeren, die zij vóór hem hadden gelegd, ver-

13 deelden zij, en zij wierpen daarover het lot. Doch één dier boosdoeners richtte verwijten tot hen, zeggende: „wij lijden zoo om het kwade dat wij deden, maar welk onrecht heeft deze, die een redder der menschen

14 is geworden, u aangedaan?quot; En zij maakten zich boos op hem en bevalen, hem de beenen te breken, opdat hij mocht sterven onder hevige pijnen.

ocr page 14

10

15 vHv Ss ftstrvitfipix, kx) trkótog xoiTfV^f vxvav rifv 'lov^mxv, kx) êQopufiovvTO xx) yyavtaxv ftyiroTe o

16 euSs. xxi ris xiiTÜv H srmev' iroTlirxTe xutov xohijv

17 f/fSTX ot;ovs. xx) Kspxexvre? inoTiirxv. xx) STr^puffxv xxvtx , xx) èrsheiuirxv xxtx Tijg xsCpx^tji; xvtüv rx 5

18 xfixpryfAXTX. nepivipxovTO 5s ttoAAc/ i^stx Au%v«i/, vopl-

19 fyvres OTi vvf; itrnv, kx) Itvmxvto, kx) o Kvpiot; xv-cpóya-e \syuv' f) syvas^t/? ftoy, y suvxfiu [tou kxts^si-

20 ^jx? ns. kx) eiKUV xve^yjCp^. kx) xuTiji; rij? copxi; Sie-pxyy to kxtxtrstxe/tx ray vxoïi riji; 'Ispovtrxhypc. sis Sus. io

21 K«( T«Tf xirhnxaxv tovs !jhou? xtto tüv xeipav tov xuplou, kx) sQvkxv xÏitov stt) rijg yiji;. kx) y yij Trxvx

22 heiadyj, kx) (J)oj3c? ncyxt eyévero. tots gt;}Alt;o? t\x^e,

23 kx) eupéfy apx ivxty. è%xpyi(rxv 5« ol 'lovSxïoi kx) S«5w-

o-HShoTrédyv Qy = dass er keine Beinfessel anlege. — KTroQavy, met von Gebhardt en H. MS, R, L ixttoQccvoi.

1. MS fjisa-eiz^piot.

2. MS kQopov^ovvro. — Voor yyuvto-av schrijven R, H, L, met Blass yyuviuv,

3. evde = yvèe. MS svèe, waarvoor Nicholson sVds. H ïJc. R en L 'éSve. MS heeft achter dit woord de ingeslopen kantteekening hTrsiSij 'in 'éfy • yé-ypccTTTdi ahrdie,, #A/ov (zii dvvoci stti Trscpovsvizévcfl. R, H, L behouden deze woorden, terwijl R en H yiypoi^Tcci aanvullen met yup. Nicholson schrapt yty. — 7re4gt;-

6. MS TrepiépxovTO.

7. STréravro. R, L STretrcév rs. Von Gebhardt 'éTrairccv of 'dn vv% xccï èv-ê7rélt;r0CT0. Manchot èrpéravro.

8. Het tweede [tov, ingevuld met H.

9. avrys rvfe, met H en Nich. MS ocvtoq. R, L ocvryt;.

10. Tïf£ 'IspovrochyiJ,, misschien een ingeslopen kantteekening.

13. MS hye/rQv].

14. MS evpviüy.

ocr page 15

11

15 Het was dan middag, en duisternis bedekte geheel Judea. En zij hieven een luid geschreeuw aan en stre-

16 den, opdat de zon niet ging slapen. En één hunner zeide: „geeft hem gal met azijn te drinken.quot; En zij

17 mengden en gaven hem te drinken. En zij vervulden alles, en maakten de zonden over hun hoofd vol.

18 Velen nu liepen rond met lampen, meenende dat het

19 avond was, en zij legden zich neder. En de Heer riep luide, zeggende: „Mijn kracht, mijn kracht, gij hebt mij verlaten;quot; en toen hij (dat) gezegd had, werd hij

20 weggenomen. En terzelfder ure scheurde het voorhangsel des tempels van Jeruzalem in tweeën.

21 Toen trokken zij de nagels uit de handen des Hee-ren; en zij legden hem op den grond. En de gansche

22 aarde schokte; en er ontstond groote vreeze. Toen begon de zon te schijnen, en men bevond, dat het de

23 negende ure was. De Joden dan verheugden zich en

ocr page 16

12

24 KMI rcj 'I«(rv)Cp ts trccfAOi auroü, ï'vtx xiito óii^y. hx(3uv 5« tov xvpiov s^ovcrs kx) elhytrs (rivamp;ivi kx) eiaviyxysv cis ïhov rdcpou, icxhouftsvov xijTrov 'latrtitp.

25 Tors ol 'lou'Sxïoi kx) ot TrpstrfiiiTipoi xx) o'i hpcT?, 'tèiivTet; olov || kxxov sxvtoIi; iiroiyaoiv, iip^xvro xÓtttsgóxi 5 xx) Xsyeiv ovx) txJi; x^xprixii; ypav, ijyyiirev y xpivig, xx) to TfAs? 'lepouuxhypc,.

26 'Eyu §è [astx tüv srxipuv ftou ihuTrovpuiv, xx) TSTpw-pisvoi kxtx dixvoixv sxpvamp;iitiQx' ifyTOVfteQx yxp utt' xutuv ca? xxxoïipyoi, xx) wq tov vxov HxovTti; ipcirpijtrxt. io

27 fV) Sè tovtoi? Trxaiv èvqvTsvo/Aev xx) ixx6e%ó/te6x ttsv-óoüvTei; xx) x^xiovTeg vvxtos xx) vutspas, £«? tcü o-«/3-(Sxtou.

28 ZuvxxóévTii; §f oï ypx^i^xTeli; xx) CpxpivxToi xx) Trpiir-jSvTipoi irpoi; «AA^Aoy? xxovtrxvTsg, oti ó A«c? xttxi; 15 yoyyvfyi xx) xotttstxi tx XtyovTtq, oti s'i tq êxvxTCfi xvtoü TXVTd Tx [/.syiTTx Gy^slx ysyovsv, /SfTf

29 oti Tróirov 'hlxxtóg sittiv , iCpo(3yióyitrxv ol TrpsafiuTepoi, xx) vthQov irpbs TleihxTov dsópsvoi xvtoü xx) XeyovTS? •

30 irxpxiïoi; y}(uv (jTpxTiuTxq quot;vx (puXx^w^sv to (/.vvhax xvtov 20

1. Achter Sav}'}) heeft MS de ingeslopen kantteelcening èveiSij dscKriiizsvos ijv 'óect izyoifa STrofytrev. Nicholson ziet in deze woorden, behouden door R, H, L, een kantteekening bij vs. 13. Manchot verbindt ze met vs. 24.

2. iihVilt;TZ. H met von Gebhardt en Blass evstfyas.

11. MS evylt;TrévoiJ.sv.

14. MS

18. 'ón Trórov. H met Diels ótoVov. Nicholson on is een glos bij

TT Ó (TOV.

20. (pvAx^uizev, met H en L. MS (pu^iz^aj. . . II (pvAat-uri.

ocr page 17

13

24 gaven zijn lichaam aan Jozef, om het te begraven. Hij nu nam den Heer, wiesch en wikkelde hem in een kleed, en bracht hem in zijn eigen graf, genaamd Jozefshof.

25 Toen begonnen de Joden en de oudsten en de priesters, ziende hoeveel kwaad zij zich berokkend hadden,

zich op de borst te slaan en te zeggen: „Wee over

onze zonden, het oordeel is nabij, en het einde van A^dfïc Jeruzalem.quot; /yy lt;£-. /£?

26 Doch ik was, met mijn makkers, bedroefd; en ge-wond naar den geest, hielden wij ons verborgen. quot;Want wij werden door hen gezocht als boosdoeners, en als

27 wilden wij den tempel in brand steken. Bovendien nu vastten wij en zetten ons neder, treurende en weenende,

des nachts en des daags, tot aan den sabbat.

28 Toen nu de schriftgeleerden, en Farizeërs en oudsten onderling waren samengekomen en hoorden, dat al het volk morde, en zich op de borst sloeg, en zeide:

„indien door zijn dood deze groote teekenen zijn ge-

29 schied, ziet, hoe rechtvaardig hij is!quot; — werden de oudsten bevreesd. Zij gingen naar Pilatus en smeekten

30 hem, zeggende: „geef ons soldaten, ter bewaking van

ocr page 18

14

èv) rpeTt; jftépx?, f/,vj770TG i^óóvTsg |( 01 [txöijTx] xurov kxetpaa-iv xiirèv, xx) utro\x(iy ó hxos oti ik vexpüv

31 xvkaTvi, xxi 7roitjircclt;rii/ yiplv xxxx. è Se Usi^xTOf nctpx-sfscbjcfv xiitoTi; ïlsrpaviov rbv KsvTuplccvx {astx irTpxTia-Tav Cpuhxircreiv tov TaQov. kx) ahv xurolt; yjhêov 7i-ps(r(3u- 5

32 repot kx) ypx^iAXTels stt) to [tvypix. kx) ku^iaxvrei; hlóov [/.èyxv pt,stx roü xsvrvpleovo? kx) tüv jtpxtiutüv ófto) ttxvtst; o'l OVTS? IksI (Ó^kxv èv) tijj dópcf, toü (avyftxtot; ,

33 kx) stréxpivxv stttx aCppxyl'Sxi;, kx) gkyvyv sks) tt^xvtsi;

S(p6^X^XV. 10

34 Hpwixi; Ss iiriCpuirKOVTOs roü a-xPfitirov ykOev ox^o? xito 'lepcvaxXvin kx) riji Trspix^pou, ïvx to [^vyj-

è(Tlt;ppx'yi(Tpe,ivov.

35 Tjj 5f VUKTl % STTSCpCCITKSV Vj KUpiXKlIj , (pUhXaVOVTUV TÜV (TTpxTiUTÜv xvx Sua KXTX Qpovpxv, (pwvvi syévsTO 15

36 èv tü oüpxvcii • kx) sJdov xvoixOsvtx? tous oiipxvoiii; kx)

Stio xt/Spxf || kxtsAÜoi/txi; sxsTóev, ttoKu Qsyyo? sxovrxs:

37 KX) tTTKTTXVTXS TU TXlt;py. Ó Sf hiBoq SKSlvOS Ó fisfihtlfié-

4. MS (rrpocTicüTöv.

5. Misschien 01 TrperfivTepot, met H.

7. [-ibtcc , met R, H, L. MS kztcc. — De woorden (jlstoc — trTpariarcov behooren misschien niet tot den oorspronkelijken tekst. — MS 0//0/. R, H d/zo7. L opov.

9. MS eTrexpetcuv-

15. dvo. MS èvo dvo.

16. MS amp;VOI%Qsvtss.

17. sxeiQsv , met v. Gebh., H en L. MS en R IxeTöe.

18. eTrKTTavrau;, met R en L. MS eTrfaavrocg. H met Diels — MS te/Qog.

ocr page 19

15

zijn graf, gedurende drie dagen, opdat zijn leerlingen hein niet komen stelen, en het volk aanneme: „hij is opgestaan uit de doodenquot;, en zij ons kwaad doen.quot;

31 Pilatus gaf hun dan den hoofdman over honderd Petro-nius, met soldaten, ter bewaking van het graf. Eu met hen kwamen oudsten en schriftgeleerden bij het

32 graf. En als zij, met den hoofdman over honderd en de soldaten, een grooten steen hadden aangewenteld, plaatsten allen, die daar aanwezig waren, (hem) voor

33 de deur van het graf. En zij smeerden er zeven zegels op, bouwden daar een hut, en hielden de wacht.

34 Des morgens nu, bij het aanlichten van den sabbat, kwam een menigte uit Jeruzalem en den omtrek, om het verzegelde graf te zien.

35 Doch in den nacht, waarin de dag des ïïeeren aanbrak, terwijl de soldaten twee aan twee, naar wachts-orde, waakten, ontstond in den hemel een groot geluid.

36 En zij zagen de hemelen geopend en twee sterk verlichte mannen, vandaar gekomen, staan bij het graf.

37 Die steen nu, die voor de deur was geworpen, wen-

ocr page 20

16

voi; sir) rifi Mpx êxuToü ku^ilt;t6s)i; xvrsxciipyvs vxpx ftépos, xa.) b rxCpoi; yvoiyy, xx) cifitpótfpoi oi vsxv'kjuoi s'ivïixQov.

38 'liïÓvTeS OVV o'i ITTpXTlaiTXl (Kslvoi i^ÓTTVKTXV TOV kcv-

39 Tvpiuvx xx) Toii? vpsirfiuTspoue. kx) it-yyovpiévuv xutöiv

x sThov, tvcUxiv opüaiv H-skHóvtxs xvo toü txQcu rpeh; 5 xv'Spxt;, kx) Tovt sya tov svx vxopamp;ovvTxt;, kx) rTxupov

40 xicohouöoüvtiz xötoTi;. kx) tui/ [aIv Süo ryv kfcpx^v xu-povaxv [teXP1 TOü oupxvov , toü §£ xsipxyccyou^tvou vir'1

41 xutüv vvsppxivovïxv roue oïipxvovi;. Kx) cpuvïis ykollov sx

42 tüv oüpxvüv heyoutryis' ixtipul-xs toJs xoi/taftivois; xx) 10

VTTXXOy yXOUSTO XTTO Tüïl (TTXVpOÏl , OTI Vxl.

43 ZiivsaxsTTTOVTO ovu xA^^oig sxstvoi xttsXÖsïv , || xx)

44 tvCpxvttrxt txvtx tq UeihxTu. xx) sti'Sixvooupi.évuv xvtüv , (pxlvovTxi ttxXiv xvoix^kvra; o'i ovpxvo), xx) xvêpuTrtig t/? xxtsxQuv xx) slirehQuu sU to pc,vyjpt,x. 15

1

1. uTrexufyct gt; Blot von Gebhardt en H. MS eTexüpys-e. B misschien

ocr page 21

17

telde van zelf en week ter zijde; het graf ging open, en de beide jongelingen traden er binnen.

38 Toen die soldaten dan dit zagen, wekten zij den

39 hoofdman en de oudsten. En terwijl zij verhaalden wat zij gezien hadden, zagen zij wederom, dat die mannen uit het graf kwamen, en dat de twee den éénen on-

40 dersteunden; en dat een kruis hen volgde; en dat het hoofd van de twee ontweek tot aan den hemel, doch van hem, die door hen werd geleid, de hemelen over-

41 schreed. En zij hoorden een stem uit de hemelen zeg-

42 gen: „hebt gij aan de ontslapenen gepredikt?quot; En als antwoord werd van het kruis vernomen: „ja.quot;

43 Zij dan overlegden met elkander om heen te gaan,

44 en deze dingen aan Pilatus mede te deelen. Terwijl zij nog nadachten, vertoonden zich wederom de hemelen geopend, en een mensch, die nederdaalde en in het graf ging.

ocr page 22

18

45 Txürai 'lióvrsg 01 ttso) tov xsvrvpluva vunroi; samp;irsvamp;ixv irpoi; riii^aTov, cèCpsvrst; tov TxCpov Sv sCPuKxtramp;ov. kx) samp;yfaxvTO ttxvtx XTTSf eJ'Sov, STrxviüvTei; fteyxhui; xx)

46 ^.éyovrsi;' xkyêai; vios Jjv ósoü. xTTOKpiósis ó YlethxTOi; etpvt • iyai Kxöxpsva toü x'^xtoi; toü vioïi toü Qsoü , v[üv 5

47 Ss TOÜTO fSa^fv. arx TrporrsXQóvTci; TVXVTB^ SSSOI/TO XUTCÜ

xx) -TTXpSKXhOUV KSXeVGXl TÜ HSVTlipicCVl Kx) Tolt; lt;TTpXTtCCTXtG

48 s'iTreTv x ffSav truftipépsi yxp, Qxiriv, vuiiv otyhy-axi iMfy/Vrtji/ xfAxprixv s/tTrpotröev toü deov, xx) fty i//,irslt;reïv sic xeTpxi; roïi Aaaö tüv 'louèxlav xx) hiêxir- 10

49 öijvxi. CKStevvcv ouv o Tlsiharoi; toi xevrupiavi kx) tc?? (rrpxTiüiTxii; t'iveTv.

50 quot;OpQpov Sé Tij? xupixxijs Mapixfi vj MxySxAyvij , ftx-QitjTptx toü xvpiou — Cpoffouftévyi 'Six tov? 'louèxlovi;, èirsiSyj sQKeyovTx || uno rijs öpyijs, ovk iiroiyirsv sir) tü ^5 lAvyi^KTi toü xupiov x s'iciöstyxv ttoicTv x'i yuvxlxst; stt)

51 Tolt; XTTOÖvVIVXOVai xx) TOTs XyXTTCOftSVOIS XVTXÏG — A«-povvx ftsö' sxuriji; txi; (J/Aa:? faós im to /uvyftsTov ottov

52 yv Tsóeis. xx) èQofiovvTO pcyj ISuaiv xuTxg 01 'lovSxïoi,

3. èTToevióüvret;. MS axavióovrst;. Diels, H, R, L, aycovioóvrec;.

5. MS üf/ïv.

7. xocï Trapsxcéhovv, met H, R en L. MS xufaep ey.cxAovv.

8. Blass üv slèov.

13. MS 'Opflot/ ... MayèaAivy, waarachter misschieii met H, »). L Mxy-dcchivvj.

14—17. lt;po(3ovizév*] — cevTCiÏQ, door R, Preuschen, H en L tusschen haakjes geplaatst, schijnt te zijn een ingeslopen kantteekening, óf vrucht van omwerking. R schrijft ijrtq cpo(3., Blass 'dn lt;po(3. H is geneigd te lezen: cpo(3. — opytfe, èv rfi yipspqc y èrravpdüöy o xvptoQ ovk hirofyrev xrA.

17. Frankel schrapt tcoei. — cojroiïc,, met R, H, L. MS olvtoIs.

ocr page 23

19

45 Toen zij, die 's nachts bij den hoofdman geweest waren dit zagen, verlieten zij het graf, dat zij bewaakt hadden, en spoedden zij zich naar Pilatus. En zij verhaalden al wat zij gezien hadden, diep verslagen, en

46 zeggende: „Hij was waarlijk Gods Zoon.quot; Pilatus antwoordde en zeide: „Ik ben rein ten aanzien van het bloed van den Zoon van God, doch u heeft dit be-

47 haagd.quot; Daarop kwamen allen nader, verzochten hem en drongen er op aan, dat hij den hoofdman en den soldaten zou bevelen, niets te zeggen van hetgeen zij

48 gezien hadden. „Wantquot; zeiden zij, „het is beter voor ons, de grootste zonde schuldig te zijn tegenover God, dan te vallen in de handen van het Joodsche

49 volk en gesteenigd te worden.quot; Pilatus dan beval den hoofdman en den soldaten, niets te zeggen.

50 Aan den morgen nu van den dag des Heeren nam Maria Magdalena, een leerlinge van den Heer — bevreesd geworden wegens de Joden, daar zij brandden van toorn, deed zij bij het graf des Heeren niet, wat de vrouwen gewoon waren te doen aan de gestorvenen,

51 die zij liefhadden ■— haar vriendinnen mede en kwam

52 bij het graf, waarin hij was gelegd. En zij vreesden, dat

ocr page 24

20

kx) s^syov • e'i kx) pyj iv ixsivy rijj vutépcf, y èaTavpüiéy tSuviliQyi(Aev xhxvtrxi kx) x0\px70xi, kx) vüv ctt) toü [tvii-

53 pixToe xutou iroifaufiev txvtx . ris Ss x7roxv\lcrst yplv rbv Kióov tov Teösvrx iv) ryq dupxi; toü ftvyipetou, ï'vx sltrshöoütTxi TTxpxKxósa-óüftsv xvTq kx) troiwojftev tx 5

54 oCpeihóftevx ■ — ftsyxc yxp yjv è hióog — kx) lt;po(3ou-fisöx, tt$ yiitxt 'idy. kx) ei fty ^uvx^edx, kxv stt) rïjg óvpag fixhuftsv x Cpépoftsv sU tivgt;if*,olt;rvvvv xütoïi , Khxvlt;ropt,sv kx) Koipdftsöx su? exqu/tev elf tov oJkov vhaüv. 10

55 Kx) xnsXÖoüaxi svpov tov TxCpov vjveyyfiévov, kx) Trpotr-shóovirxi ttxpekvipxv skcT, kx) épaaiv sks! tivx vsxvia-kov Kaóstyftsvov èv [téucfi toü txQov apxïov kx) irspifie-

56 (3}.gt;ii£svov II tjToXviv hxpnrpoTXTyv, cW/? sCpy XLITXIi; • tI yhöxTs; t'ivx ^tsTts ; [tvi tov a-TxupaóévTx ixsTvov; xvsutvi 15 Kx) XTlVlKÜiV. e'l Sf I^V) TTIITTCUSTS , TTXpXKVIpXTS Kx) 'i'SxTS tov totcov hQx sksito, oti ouK saTiv, JcvécTTyi yxp kx) XTryXamp;ev sxel oösv XTrsirTXhyi.

57 Tst£ xi yvvxlxet; CpofiyQslaxi tCpuyov.

%. MS xótysa-Qui. — nou vvv, met MS, R en L. H met Blass xccv. 3. yj(uv, met Nicholson. MS, R, H en L yjiziv kou.

6. o$bik6[j.zvci\ met R. H oQEiAopsva. — De volgende vijf woorden zijn misschien een ingeslopen kantteekening.

9. H misschien y.a} y.^ava-coizev y.cci ko^uizsqcc.

13. ev, ingevoegd met von Gebhardt en H.

16. MS TTlO-TSVeTCil.

17. R gist üds achter erriv. Nicholson on ovx 'évernv of on oVk hrnv sxei.

19. MS (popydsïg.

ocr page 25

21

de Joden haar zouden zien, en zeiden: „indien wij al niet konden weeuen en treuren op dien dag, waarop hij gekruisigd werd, doen wij dit dan toch nu op zijn

53 sraf. Maar wie zal voor ons den steen afwentelen, die

O 7

geplaatst is voor de deur Tan het graf, opdat wij er binnengaan, ons bij hem nederzetten en het noodige

54 doen? — want de steen was groot — En wij vree-zen , dat iemand ons zien zal. En indien wij niet kunnen, en bij de deur zullen hebben nedergelegd wat wij tot zijn gedachtenis meebrengen, zullen wij weenen en rouwmisbaar drijven, totdat wij in ons huis zullen zijn gekomen.quot;

55 Zij gingen dan heen en vonden het graf geopend. En naderbij gekomen, bukten zij daar neder, en zagen daar een jongeling zitten midden in het graf, schoon en omhangen met een zeer schitterend kleed. Deze zeide

56 tot haar: „Waartoe zijt gij gekomen? Wien zoekt gij? Toch niet dien gekruisigde? Hij is opgestaan en heengegaan. Doch indien gij het niet gelooft, bukt u neder en ziet de plaats waar hij gelegen heeft: hij is er niet, want hij is opgestaan en daarheen gegaan, vanwaar hij was gezonden.quot;

57 Toen vluchtten de vrouwen, vol vrees.

ocr page 26

22

58 Hv Se TsXeurxia. yj^spx tüv x^ufiaiv, xx) iroWoi tivsi; iamp;PXOVTO uvoa-TpéQovTS? eU tov? o'xout xiitüv , rij? kopTijs

59 irxiiax/téviis. vmels 31 c; quot;Su^skx pxQy.tx) tov nupiou

SKhxiofitv xx) è/.u7roiifA,söx, xx) exxTTot; hvirovftsvo? Six

60 to itu//,(3xv , xtryhhx'/y sU tov oJxov xutoli. lyw Ss üi/tuv 5 nstpos xx) 'Avdpéxg o «SfACpfl? ijlou , hxfióvtes wiüv tx A/W, x7ryiX6xi/,ev cis t^v (ixKaaaxv, xx) tjv lt;ruv üfüv afufls o toïi 'AXCpxïov ov ó kvpioi;............

8. ó Kvpioc,. MS xvpioc;.

ocr page 27

23

58 Het was dan de laatste dag der ongezuurde brooden, en Telen gingen uit, terugkeerende naar hun woningen,

59 daar het feest geëindigd was. Maar wij, de twaalf leerlingen des Heeren, weenden en waren bedroefd. En ieder ging naar zijn huis, bedroefd wegens het gebeurde.

60 Ik nu, Simon Petrus en Andreas mijn broeder, wij namen onze netten en gingen naar de zee; en met ons was Levi, de zoon van Alpheus, dien de Heer . . , .

ocr page 28
ocr page 29
ocr page 30