ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

LUK

op den WelEerw. ITeer

GERARDUS JOANNES VAN ROOIJEN,

BIJ ZIJN

DER [SITEIT

Iht

Lasse

BiBUOTHE RiJKSUNIN

utri

coll. thc

Plenhiigen Lijkdienst

TE NEEDE

den öon Juü 1898 gehouden

D r. G. B R O

STOOM DUIK. (i. BRUJKJKMAN. UTRKi'llT.

IVici iia «l^ii liaiulel.

ocr page 4
ocr page 5

Pertransiit benefaciendo.

Hij f s \ o o r b ij g e g a an al \v e 1 il o o n d e.

Hand. X : »58.

(HootjFcrwaardc en 'WcïFenraarie llceren,

(jehc/ile 'Christenen.

Wedt toiii beeft do dood, die niets of niemand ter wereld ontziet, wederom beeft de onverbiddelijke dood een offer geëisebt. H ij is bier wel niet gekomen als een dief in den nacbt. Hij is bier wel niet verscbenen als de bliksem, die plotseling met één geweldigen slag de tl forseben eik toriiederv(dt. Maar bij is bier neergedaald als een broeiend onweder, dat op een seboonen zoinerscben dag gebeel onverwaebt losbreekt en den gereedstaanden oogst door stormwind en bagelslag vernielt.

VVrederom beeft de dood een olfer geëisebt. Voorzeker, een offer van meer dan gewone zwaarte en bitterheid. Mi ssebien is er niemand bier aanwezig, of tot dat offer beeft bij iets van bet zijne bijgedragen, of in dat offer beeft liij medegeplengd van zijn tranen, ja zelfs van zijn bartebloed.

Ziedaar een jeugdig priester in den vollen bloei dei-jaren, een priester blakend van levenslust en gezondheid, brandend van ijver voor de eer van God en bet zielenbeil, tintelend van boop en verwaebting op de scboone toekomst, die bem allerwegen tegenlachte, ziedaar een jeugdig, begaafd on nog zooveelbelovend priester binnen weinige dagen uit bet loven weggerukt. — Ziedaar een bejaarden vader, die ICatboliek in alles en vóór alles zijn priesterlijken zoon vereorde en liefhad als de glorie van zijn geslacht, en wien nn de eerokroon van bet hoofd is afgenomen. — Ziedaar teerminnonde broeders en zusters.

ocr page 6

1

ooii broodo seliaar bloodvorwanten 011 vrienden, van heinde on verre samengestroomd, die allen zonder uitzondering met dozen onvergetelijlven doode een stuk gaan begraven van hun eigen hart.— Ziedaar eindelijk een pas ontluiken do gemeente, die haar eersten herder aanhing met al do kraolit en teederheid ooner eerste liefde en die nu roods, na enkele jaren, den stichter gaat verliezen, aan wion zij haar ontstaan en opkomst te danken heelt.

O! onverbiddelijke dood, hoe zwaar en bittor is hot offer, dat gij hier komt vragen. Hoe vult zich ons oog mot tranen, als hot op deze lijkbaar nederziet. Hoe krimpt ons het hart ineen van droefheid en rouw, nu zulke innige bandon worden losgescheurd. Hoe stokken mij do woorden in de keel, nn ik moet gaan vertolken, wat or omgaat in zoovele en zoo diep ontroerde g'O-moodoren.

Ja. één woord is het, dat ons allen reeds dagen achtereen op de lippen zweefde, 't Is de bange kreet, dien Martha, toon haar eonige broeder Lazarus gestorven was, richtte tot don Heer van loven en van dood: «Domino, si fnisses h i c, frater mens non fuisset mortuus1), Heer, indien Gij hier waart geweest, mijn 1) roeder zou niet gestorven zijn.quot; Indien Gij, die don dood overwonnen hebt, hier met Uw goddelijke Almacht tnsschon beide waart getreden, de wroede dood zon ons ons dit offer niet hebben afgeperst. Deze overledene, die meer nog was dan een inniggeliofde broeder — immers ook een teerbeminde zoon, een trouwe en onschatbare vriend, een goede en zorgvuldige herder — deze overledene zon ons niet ontvallen, maar door oen wonder van Gods Almacht, waarom wij toch don Hemel oen heilig gewold hebben aangedaan, voor ons allen behouden zijn.

Is de Heer Jezus dan doof gebleven voor ons vurig smeekgebedl' Of quot;is misschien zijn hand vor-k o r t e n m a c h t e 1 o o s g o \v o r d e n, z o o-dat Hij niet meer helpen kan«, -) sinds don

'} Joëa XI ; 21. -) Is. li : 2.

ocr page 7

5

flnpf, toen Hij bij liet ^nif' van zijn vriend Lazarus met luider sleiiiiiic ricj): » L a z a r e veni foras L a z a r n s. kom te v o o r scli ij iiquot; !' — Mijn lt;Toliefden, zulk t-en godslasterlijke veronderstelling kan geen oogenblik ernst onder ons zijn. Nog altoos blijft Hij, die Lazarus weer levend nit het graf te voorscliijn riep, nog altoos blijft Hij zijn onfeilbare verzekering gestand: quot;Ego snm r e s u r r e e t i o et vita, -) Ik ben de v e r r ij zen is eu het leven; wie in Mij gelooft, ook al is l'Ü gestorven, zal leven in eeuwigheid.quot;

Ja, Heer Jesus Christus, wij gelooven in Uw woord. Al is het ook niet rouwmisbaar gelijk de weenende Martha, toch vallen wij met haar aan Uwe voeten neder, om in aanbidding te belijden: «Utique, Do mine. ego eredidi. ja Heer. ik geloof, dat (Jij zijt de Christus, de /oon van den levenden (xod.quot; •') Al wordt ons hart ook overstelpt van aandoening en droefheid, toeh buigen wij eerbiedig ons hoofd voorüw aanbiddelijken Wil. Al stribbelt ons mensehelijk gevoel nog zoo tegen, in en door Uwe genade zijn wij toch sterk genoeg, om ons hij ilit aangrijpend sterfgeval even oprecht als de wijze man Joh te betuigen: quot;De Heer heeft g e g e v en, de H e e r h e eft genu m e n , z ij n heilige Naam hlijve geprezen,quot; ') voor eeuwig en altijd.

Maar zou de goddelijke Heiland dan geen enkel woord van troost en opbeuring voor ons over hebben in deze treurige stondquot;.' /ou Hij. die zelf hij de grafspelonk van zijn vriend Lazarus geweend heeft, •*) dan geen deernis gevoelen met onze tranen!' Zou Hij. die hier zijn Almacht opschort tot den jongsten dag. ook aan zijn liefdevolle erharming het zwijgen hebben opgelegd !'

Green nood, Mijn Geliefden. Hij. die verzekerd heeft: quot;Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt, en ik zal U verkwikken,quot; quot;) onze goddelijke Heiland zal ook hier een verkwikkend, troostend, be-

!) Jocs XI : -tó. -) Joös XI : '25. Jocs XI: 27. 'jJob 1:21 •') Joös XI : 35. ''jMatth. XI : 28.

ocr page 8

moedigend woord tot ons spreken. Wél gaat Hij thans spreken door mijn onwaardigen mond, maar tocli door den mond van een Zijner priesters, tot wie li ij gezegd heeft: quot;Qui vos audit, me audit, l) wie U hoort, hoort mij, wie ü versmaadt, versmaadt mij.»

Welnu, het woord, dat Jesus Christus door mijn onwaardigen mond tot U gaat richten, is geen ander dan hetgeen Hijzelf' bij het graf van Zijn vriend Lazarus gesproken heeft: wLazare v?ni for as. Lazarus, kom te voorschijn.quot;

Zoo waag ik het dan, o goddelijke Meester, voor deze treurende schaar van priesters en geloovigen in Uwen naam het woord te herhalen: quot;La/, are ven! forasquot;. Lazarus, kom te v oor se hij 11.« Geen vermetel vertrouwen doet mij thans wederom een scljitterciid wonder van U verwachten, ofschoon ik vast en zeker geloof, dat (xij nog altoos zijt de Almachtige Heer van leven en van dood. Neen, Gij zult dezen jeugdigen priester, wiens levensdraad Gij in Uw aanImldelIjk bestel hebt afgesneden. Gij zult dezen overledene, vóórdat het uur der algemeene opstanding geslagen is, niet in levenden lijve doen verrijzen uit het reeds geopende graf. Maar wat Gij zeker in Uw goedertierenheid gedoogt, is niijn stoute poging, om zijn geliefde beeltenis nog eenmaal voor onzen geest te doen herrijzen, om nog eens voor het laatst de beminnelijke verschijning van Gerardus J oannes van Hooi jen in trouwe gelijkenis voor te stellen aan deze diepbedroefde schare, welke hem aanstonds zoo noode gaat begeleiden naar bet graf.

Met twee woorden, Mijn Geliefden, heb ik U reeds het sprekende beeld van Neede's ontslapen herder ge-teekend: «Pertransiit ben efaciendo, hij is geheel voorbijgegaan al weldoende.quot;

Die schoone lofspraak is wel allereerst en bij uitnemendheid toepasselijk op onzen goddelijken Heiland, van wien de Apostel Petrus voor den hoofdman Cornelius

J) Lucas X: 16.

ocr page 9

7

te Cesarea met volle rcclit verlilaanlo: «Qui pertran-siit benefacieudo, lt;lat Hij [«yclioel Judaea] al weldoende was rondgegaan.quot; Maar dezelfde lofspraak wordt geenszins ontwijd, als ik haar ook van toepassing aclit op onzen dierbaren overledene.

Was Lij geen priester van het Nieuwe Verbond, over wien naar waarheid getuigd wordt: «Sacerdos alter Christus, de priester is een andere Christusquot;Stond deze priester niet telken dage hier in Uw midden, om als een andere Christus het vlekkeloos Offer op te dragen van 's Heeren Vleesch en Bloed? Was hij niet in deze gemeente door het wettig gezag aangesteld, gelijk de Vader zijn eenigen Zoon op de wereld uitzond,l) om hetzelfde werk voort te zetten: de onderwijzing, heiliging en zaligmaking dergenen, voor wier onsterfelijke ziel Jesus Christus den kruisdood onderging? Welnu, dan mag liet ook geen ontwijding heeten, wanneer ik aan dezen ontslapen priester de lofspraak durf' toekennen, welke in haar volle en oorspronkelijke beteekenis slechts onzen godde-lijken Meester toebehoort.

wPertransiitquot;, hij is dan geheel voorbijgegaan, de eerste herder van Neede s ternauwernood opgerichte parochie. quot;Hij werd afgeplukt als een wijnstok, w elks d r u i fquot; e e r s t a an quot;t bloei e n i s, e n als e e n olijfboom, die zijn bloesem laat vallenquot;.'-) «Gelijk eene wolk[badend i ti purperen gloed] verdwijnt en voorbijgaat, zoo keert hij niet weder, die [nu] ten grave daalt» :!). — Pertra n s i i t.

Niet eens de helft van den vollen menschenleeftijd mocht deze 34-jarige priester bereiken, en reeds moet hij getuigen met den Psalmist: quot;Mijne dagen zijn

vergaan als rook..... Ik ben getroffen en

verdord als gras, dat wordt afgemaaid.quot; ') Slechts een tiental jaren mocht hij doorbrengen in het heiligdom, waarvan hij den luist e r b e m i n d e •quot;') boven al, en reeds wordt de jeugdige priester van het Altaar des

') Vgl. Joes XX : 21. '-) Job XV = 33. Job XII ; 9. •i) Ps. CJ. : 4-5. ') I's. XXV: 8.

ocr page 10

8

TTpprcn aftyeroppen. Nop1 geéri vijf jaren was liij met de

K lfine cvpiiHM'iilc \ ;i n N.....Ir \crlioiKli'ii ;/ii! lictVlc en

tromv, (ilquot; (Ir waak/.amo lierdor, lt;lie bij dag cu luj iiackt bezorgd was voor zijne sdiapen, wonlt van lt;1r lieui zoo dierViare kudde weggerukt. Nog zooveel verlangde Jiij te doen tot uitbl'eidiug van bet (lodsrijk op aarde, zoo gaarne bad bij quot;d e volle b i 11 e e n last ') van den arbeid in 'slleereu \vijngaard gedragen, en reeds moet bij at'sebeid nenii'n van al zijn scltoone illusiën, gelijk eens de man Job in sombere t(deurstelling uitriep : n M ij ii e d a g e u z ij n sneller vo o r Ij ij g e g a a n d a li een 1 o o ]) e r; z ij vlo d e n gt;v e g e n zage n li e t g o e d e niet. Z ij z ij n v o o r b ij g e g a a n als s e li e p e li m e t fr uil lgt; e I a d e n o f a 1 s e e n a d e I a a r, d i e v 1 i e g t n a a r z ij n (gt; p r o o i.quot; -) P (quot; r t r a n s i i t, liij is gelieel voorbijgegaan. Ziet, een vader, met luirt en ziel gebeelit aan den priesterlijken zoon, hoopte zoo vurig, dat die zoon liem eenmaal de brekende oogen sluiten zon, en nn moet de zoon door den vader grafwaarts worden gedragen. L'e r t r a n-s i i t.— Ziet, een broederpaar, dat gelijk Jonatlias zijn David, ziet eene zuster, die go]ijk Martlia haren broeder Lazarus beminde, eenparig dezen priester erkenden als hun uitverkoren lieveling, — ziet, een breeds rij van bloedverwanten en vrienden, die zijn trouw en warm-kloppend bart o]) prijs stelden als een onwaardeerbaren seliat, hun allen is bij thans onherroepelijk ontvallen. P e r t r a n s i i t. Ziet, een pas ontluikende parochie, die haar eersten eigen zieleberder op de banden droeg en die nog zooveel van zijn offervaardigen ijver kon ver-warliten, /ij is reeds \i,r\veesd, een paar dagen slechts vóórdat de edelmoedige priester tot loon /.ijner verdien-sten officieel als pastoor zou worden aangesteld. Per t ra ii s i i (. — Ziet, het reeds balf opgetrokken kerkgebouw, waarvoor de stichter moeite noch kosten, zorg noch inspanning, geduld noch volharding gespaard heeft, hij mocht den grondslag ervan leggen, maar niet de

') Matth. XX: 12. Job IX: 25- 2(5.

ocr page 11

9

voltooiing- beleven; wat hij gezaaid en besproeid beeft niet bet zweet van zijn aanscbijii, dat zal een ander oogsten; liet sierlijke godshuis, dat aan de grenzelooze toewijding van pastoor Van Rooi jen bet ontstaan verscbnldigd is, zal hem nimmer of nooit binnen de ge-wijde muren bevatten; lang vóórdat de nieuwe kerk onder de kap wordt gezet, zal haar stichter reeds zijn bijgezet onder de groene zoden. Pertransiit....

Zoo ging hij dan heen, evenals Mozes, die Gods volk wel in kommer en gebrek mocht voeren door de woestijn, maar het Beloofde Land, zonder het zelf met den voet te betreden, slechts even uit de verte mocht aanschouwen.

Zoo is deze Grezalfde, nog vóórdat hij gekroond werd en bezit kon nemen van zijn rijk, op den drempel van het heiligdom tegengehouden.

Zoo moet het zegefeest der plechtige consecratie van Neede's parochiekerk, dat hij over tallooze moeilijkheden bevochten heeft, weldra gevierd worden zonder den eigenlijken overwinnaar.

Zijn eerlijk veroverde buit zal den opvolger ten deel vallen. Zijn lauweren werden afgeplukt, vóórdat ze tot rijpheid zijn gekomen. Zijn licht op den kandelaar is nu uitgeblnscht. De ster, die pas begon te flonkeren aan den kerkelijken hemel van het Aartsbisdom, die zacht en lieflijk glanzende ster, welke nog zoovelen tot wegwijzer kon dienen naar den Stal van Bethlehem, is gevallen en verdwenen gelijk een meteoor.

Pertransiit, hij is geheel voorbijgegaan.

Maar is deze te vroeg ontslapen priester ook met ledige handen heengegaan? Verre vandaar. quot;Tn korten tijd volmaakt geworden, beeft hij een 1 an gen t ij d vervuld. VVa n t zijne ziel was a a n-genaam aan Grodquot; !); zijn lamp was, zooals die der vijf wijze maagden, brandende en rijkelijk met geurige (gt;lie van goede werken gevuld, toen op eenmaal de

!) Wijshoid IV : 13.

ocr page 12

10

waarschuwfmle stein zich liet liooren: »Ecce sponsns venit -), zie de Brnide^oiu komt.quot;

Laat het dan zijn, dat deze priester met den profeet zou kunnen weeklagen: quot;Ik ga op de lielt't mijner day en naar de poorten des grafs en te vergeefs zocht ik den rest mijner jaren« ;i); — wij antwoorden hem met een ander getuigenis der H. Schrift: «Gij zult toch het graf binnengaan in overvloed, zooals een volle korenschoof tegelege-nertijd de schuur wordt ingedragen «

Is het dan te veel gezegd, wanneer ik den ganschen tekst op hem toepasselijk acht: quot;pert ra n s i it bene-faciendoquot;; hij is geheel voorbijgegaan, quot; p e v-transiitquot;, maar al weldoende, /;benefaciendo«? Voorwaar neen. Immers zijn priesterlijk leven is niets anders dan een doorloopende weldaad voor anderen geweest. Hij behoorde tot de Zondagskinderen, door wier bemiddeling, naar het treffende woord van den wijsgeer, Gods oneindige goedheid zich aan ons menschen openbaart en mededeelt.

Deze priester —niemand zal het tegenspreken-—-was inderdaad goed. Niet alsof hij van nature geen fouten en gebreken had. Waarachtige eerbied voor den doode doet aan de waarheid niet te kort. Deze priester had zelfkennis en bescheidenheid meer dan genoeg, om aan ieder, die het hooren wilden, eerlijk te bekennen: quot;Homo snm, humanum nil alienum a me puto«, ik ben ook maar een mensch, een zwak en zondig mensch, niets menschelijks acht ik vreemd aan mij. Maar wat dezen man vooral zoo goed heeft gemaakt, wat zijn hart gelouterd, zijn wil gestaald, zijn bedoelingen veredeld, zijn toewijding verruimd, zijn edelmoedigheid zonder grenzen gemaakt heeft, dat zijn voornamelijk de genade van he^ H. Doopsel en de wijding van het H. Priesterschap.

Zoo moest hij met den Apostel Paulns ootmoedig belijden: w Gra t ia Dei sum id quod sum1), door de genade Gods ben ik wat ik ben«, — een onmis-

1

I Gor. XV : 10.

ocr page 13

11

bare genade, om wier belumd en vermeeixlerin^ liij dadelijks vurig smeekte iu zijn onverpoosd gebed. Maar nu kon liij ook met denzeitden Apostel dankbaar uitroepen: quot;Vivo ego, jam non ego, ik leef, niet meer ik, want J e s u s C krist us leeft in mijquot; ').

«Pertrausiit beuefaciendoquot;, hij is dan voorbijgegaan al weldoende. Een levende weldaad, waarvoor Gij den goeden God niet genoeg kunt prijzen, was hij immers voor U, Vader, broeders en zuster van dezen onvergetelijken doode. Een onbetaalbare schat was zijn trouwe vriendschap en belanglouze toegenegenheid voor ons allen, die in hem mochten bezitten wat de Prediker verklaart: «Een t r o u w e v r i e n d is een k o s t b a a r geneesmiddel in tijd en eeuwigheidquot; -).

Hoe was zijn gul en open gelaat steeds de reine spiegel van zijn gulle openhartigheid 1 Hoe stond zijn gastvrije disch telken dage voor iedereen bereid! Hoe was geheel zijne woning versierd met kernachtige spreuken, die nimmer ijdele leuzen bleken te zijn, maar altoos een stipte beoefening vonden der Apostolische les: k H o sp i t a lit a t e ni sec tantes :i), houdt de gastvrijheid in eerequot;. Hoe mild opende hij zijn onuitputtelijke hand, waar te geven en te helpen viel! Bij hem was het woord des Heeren als het ware een tweede natuur geworden, dat het «het zaliger is te geven dan te ontvangen.quot; 4)

it P ertransiit b e n e f a c i e n d o,quot; hij is voorbijgegaan al weldoende; meer reden nog dan [wie ook hebt Gij, treurende genieentenaren van Neede, om die lofspraak Uwen eersten herder na te geven. Hier vooral trachtte hij wa lies voor a 11 e n t e z ij n.quot; •quot;gt;) Hier vooral stortte ziju wijdgeopend hart, quot;c o r d i 1 a t a t u in do schatten van onbaatzuchtige naastenliefde uit. Hier was hij quot;de goede herderquot;, die zoo noodig alles voor zijn kuddeken veil had en gaarne «z ij u leven zo u h ebbe n g e g e v e n v oor z ij n e s c h a p e u.quot; quot;)

!) Galat. [1:20. -) Eccli. VI: 16. ::) Rom. XII: 13. ') Hand. XX; 35. X I Cor. II : 22. i;) II (Jor. YI :11. ') Joes XI; ll-

ocr page 14

12

Hier in 't biznndor was, naar Sint Angustinns' woord, quot;de liefde [van dien goeden herder] altoos dezelfde; zij gaf aan dezen de onderricliting der ziel en het voedsel des lichaams, aan genen het teederste medelijden, verootmoedigde zich met sommigen, wist zich tot anderen te verheffen, bezigde nn eens de zachtzinnigheid, dan weer de gestrengheid, was niemands vijand, maar had jegens allen eene teedere genegenheid, als die eener moeder.//

quot;Pertransiit henefa ciendo,// hij is hier voorbijgegaan al weldoende, niet slechts in de vijf jaren bijna van geestelijken arbeid, dien hij, de jeugdige, maar dos te offervaardiger herder aan den bloei zijner gemeente heeft besteed; ook de vijf volle dagen, die hij op zijn smartelijk ziekbel heeft doorgebracht, mogen voor ons allen een kostlare weldaad gerekend worden.

Terecht is ooit opgemerkt: «daar bestaat misschien niets grootscher op de wereld dan een lijdende priester; de offeraar wordt offerande tevens, volkomen gelijk aan zijn goddelijken Meesterquot;. Dat grootsche schouwspel heeft de stille pastorie van Neede vijf dagen achtereen binnen haar muren gezien.

Geen klacht werd van zijn lippen gehoord, hoe fel en onverdragelijk het lijden ook toenam. Geen andere zucht ontsnapte aan zijn benauwde borst dan alleen: quot;Mijn Jesus, barmhartigheid! Wees mij geen Rechter, maar een Zaligmaker.quot; Niets anders dan heldhaftige berusting toekende zijn afgematte gelaatstrekken, berusting in den schielijken en smartvollen dood, die hem blijkbaar was voorbeschikt. Rn wie onzer, die het voorrecht had afscheid van den stervende te mogen nemen, wie onzer verliet zijn lijdenssponde anders dan bezield meteen sprank van het martelaarsgednld, dat ons met hemelsche kalmte daar tegenlachte

quot;Pertransiit benefaciendoquot;. Ja, wel is hij voor goed heengegaan al weldoende.

In zijn laatste oogenblikken liet do zieltogende priester zich voor het venster dragen, waar hij een oogslag kon werpen op zijn halverwege afgebouwd godshuis.

ocr page 15

Was lipt om af'sclieid te nemen van liet door hem aan-quot;WUwerk, dat liij niet vlt;iltlt;Miid inucht /.icn

Ik aclit dit niet de eeni^e, zcH.s jiiet de meest aau-nein(dijke verklaring.

Met zijn. liaifgebou vvdo kerk vuur dogen wilde de jeugdige priester sterven, om in het volle hewustzijii, in helder l)esef van de zwaarte zijns offers het leven aan God* terug te geven. En hij nam den knstharen kelk, dien hij dagelijks hij het 11. Misoffer gebruikt had, in zijn nauwelijks meer beweegbare handen. Kn hij drukte dien kelk aan zijn brekend hart, thans niet als quot;den k e I k d e s heil s, dien h ij b 1 ij m o e d i g a a it n a m,« i) maar als den bitteren kelk des lijdens, die hem was toegereikt en dien hij wilde ledigen tot den laatsten druppel. hhi in zijn doodsangst bad hij met zijn goddelijken Meester in den hot van Gethsemaui: quot;quot;Vader, indien het mogelijk is, neem dezen lijdenskelk dan v a ii M i) w e g ; n o c h t h a n s n i e t M ij u w i 1, m a a r de Uwe geschied e.'t -)

Toen heelt de stervende priester zich .van God opgedragen als een. vrijwillige offerande voor het zielenheil zijner geliefde parochianen, voor liet welzijn van al zijn dierbaren. Toeu is hij geheel voorbijgegaan naar hetere gewesten, quot;pert ran si it b e u e i'a c i e u d o,/i weldoende in zijn leven, weldoende tot in zijn dood, weldoende aan ons allen, die hij in diepe droefheid achterliet.

Zoo ligt Gij op Uw lijkbaar voor ons in de smette-looze albe Uwer priesterlijke deugden, zoo verrijst Uw beeld noquot;- eenmaal voor onze in traneii schemerende oogen, zoo blijft (üj ons on verga n kei ijk bij in al U w bemin-nelijkheid, (lij veel te vroeg heengegane herder van Neede, Gij teerbeminde zoon en broeder, Gij onvergetelijke vriend, trouwe helper, trooster, raadsman en gids. ()! ik mag het wel zeggen, niet slechts voor mijzelf, maar uit naam van alle aanwezigen: quot;8i oblitus fuero tui, indien ik U ooit verge te, dat mij de rech-

I) Ps. CXV: lo. -) Matth. XXVi: 39.

ocr page 16

14

t e r 1j a nd verdo rr' en dat mij n e tong vastkleve aan liet ver hom el te. ')

quot;8i oblitus fuero tui, indien ik U ooit ver-ge tequot; ____

Neen, wij zullen U nooit vergeten tot in hoogeu ouderdom. Wij zullen ons nog dikwijls spiegelen aan üw voorbeeld van innige godsvrucht tot Jesus Christus in het allerheiligst Sacrament des Altaars en van tee-dere devotie tot de lieve Moeder]naagd, aan üw voorbeeld van herderlijken ijver en priesterlijke toewijding, aan üw voorbeeld van edelnioedige oftervaardigheid, aan üw voorbeeld van echt Christelijke blijheid des linrten, aau üw voorbeeld van blanke, ongekreukte trouw en vriendschap tot in dood.

Neen, wij zullen ü nimmer of nooit vergeten in ons gebed, maar dagelijks zullen wij bidden voor de zalige rust üwer schoone ziel, om aldus een kleinen tol van dankbaarheid te betalen voor al de weldaden, die üw kort, maar vruchtbaar leven ons geschonken heeft.

Aanstonds brengen wij in plechtigen stoet Uw stoffelijk overschot naar het kerkhof, door ü gesticht en gewijd. Zoo-als Gij het uitdrukkelijk hebt verlangd, zullen wij ü begraven tusschen de lichaampjes van twee onschuldige kinderen, die Cij met eigen hand gedoopt hebt. O! moge dan üw kinderlijke ziel, door een juichenden Englenstoet gedragen, opwaarts zweven tot de heinelsche Stad Jerusalem, waar (Jij het Huis des Heeren, niet onvoltooid, maar in weergalooze volmaaktheid, in nooit gedachten luister en glorie zult aanschouwen.

Neen, wij scheiden uiet van ü, dierbare doode, wij scheiden niet van ü. Maar wij allen zonder uitzondering roepen ü toe: Tot weerziens hierboven, tot weerziens voor eeuwig, tot weerziens bij God!

A. m e n.

R. I. P.

1) pb. cxxxvi; 5-6.

ocr page 17

De VWlEcrw. Jiccr (J. J. v :i n Llo «i ij c ti, jiastoor te Neeclc, is liedenuaelit om lialf twee, na een smartelijk docb n'i'duklil;' lijden, in den lieer ontslapen.

Hij werd te Utreelit ^eljoreu den •'!] DeceJiiber IHOo, priester gewijd den 15 Januari 1888, was aelitereenvol-^•i'iis kapelaan te ivanierik i-n Wegdam, totdat hij in October IS!);! werd benoemd tot reetor der liulpkerk te Neede. Daar bouwde bij uit eiyeu middelen een nieuwe pastorie en sedert een goed jaar zamelde liij, met goedkeuring der kerkelijke overheid, overal gelden in, om liet arm/.aliee godslmis van Neede door een waardig1 kerkgebouw te doen vervangen, liet lieve, eenvoudige dorpskerkje was ri'éds een huislioogte boven den grond opgetrokken; deze week zou de eerste steen plechtig' worden g'eleg'd ; het aartsbisschoppelijk sclirijven, waarbij Ni'ede tot jjarochie verheven en de ijverige rector tot pastoor benoemd werd, zou aanstaanxlen Zondag'van den Icausel worden afgeleziMt ; in het eerstkomende na jaar

zou de nieuwe parochiekerk worden geconsacreerd......

Maar de menscli wikt eu God bescliikt. Onvei'liiddelijk trad de dood tusschen beide, oin met zijn killen adem al die schoone vooruitzicliten als evenzooveel lentebloesems te verstijven.

De stichter van Neecle's parochiekerk heeft zijn werk niet voltooid mogen zien. In zijn laatste oogenblikken liet de stervende priester zich voor het venster dragen, waar hij een afscheidsblik kon werpen oj» zijn boven alles geliefde kerk, die nog maar half opgetrokken, maar wier spoedige voltooiing dan toch verzekerd was.

En hij is heengegaan de jeugdige priester, in de volle, bloeiende kracht zijns levens, pas 31 jaar oud.

ocr page 18

14

terliand verdorr' en dat mijne tong vastkleve aan het verhemelte. ')

«Si oblitus 1'ueru tui, indien ik U (joit ver-getequot;----

Neen, wij zullen U nooit vergeten tot in hoogen ouderdom. Wij zullen ons nog dikwijls spiegelen aau Uw voorbeeld van innige godsvrucht tot Jesus Christus in het allerheiligst Sacrament des Altaars en van tee-dere devotie tot de lieve Moedermaagd, aan Uw voorbeeld van herderlijken ijver en priesterlijke toewijding, aau Uw voorbeeld van edelmoedige offervaardigheid, aan Uw voorbeeld van echt Christelijke blijheid des harten, aan Uw voorbeeld van blanke, ongekreukte trouw eu vriendschap tot in dood.

Neen, wij zullen IJ nimmer of nooit vergeten in ons gebed, maar dagelijks zullen wij bidden voor de zalige rust Uwer schoone ziel, om aldus een kleinen tol van dankbaarheid te betalen voor al de weldaden, die Uw kort, maar vruchtbaar leven ons geschonken heeft.

Aanstonds brengen wij in plechtigen stoet Uw stoffelijk overschot naar het kerkhof, door U gesticht en gewijd. Zooals Gij het uitdrukkelijk hebt verlangd, zullen wij U begraven tnsschen de lichaampjes van twee onschuldige kinderen, die Gij met eigen hand gedoopt hebt. O! moge dan Uw kinderlijke ziel, door een juichenden Englenstoet gedragen, opwaarts zweven tot de hemelsche Stad Jerusalem, waar (iij liet Ruis des Heeren, niet onvoltooid, maar in weergalooze volmaaktheid, in nooit gedachten luister en glorie zult aanschouwen.

Neen, wij scheiden niet van U, dierbare doode, wij scheiden niet van U. Maar wij allen zonder uitzondering roepen U toe: Tot weerziens hierboven, tot weerziens voor eeuwig, tot weerziens bij God!

A. m en.

R. I. P.

1) Ps. CXXXVI: 5-6.

ocr page 19

D(gt; Wol I'jcrw. ]iccr («. J. \ ;i It ivn n Ij c n, piistoor tc Needc, is lici.lcnnarht om lull 1 twee, iiii ci'n sniarii'1 ijk tlucli geduldlijden, in den lieer onislajteit.

11 ij werd te Ucreclil ^ehoren den :gt;l December iH(jo, priester gewijd den 15 Januari 1888, was aclitereenvolgens kapelaa n te Kamerik en VVefjfdam, totdat li ij in Octiiber 1S!K) werd beimeind tot rector der hulpkerk te Neede. Daar bouwde bij uit eiyen niiddelen een nieuwe pastorie en sedert een goed jaar /.ameldo liij, niet goedkeuring- der kerkelijke overheid, overal gelden in, om liet armzalige godshuis van Neede door een waardig kerkgebouw te doen vervangen, li.et lieve, eenvoudige dorpskerkje was reeds een huishoogte boven den grond opgetrokken; deze week /ou de eerste steen plechtig worden gelegd; hei aartsbisschoppelijk sclirijven, waarbij Neede tot parochie verheven en de ijverige rector tot pastoor benoemd werd, zou aanstaanden Zondag van den kansel worden al'gelezen; in het eerstkomende najaar

zou de nieuwe parochiekerk worden geconsacreerd......

Maar de mensch wikt en (Jod lieschikt. Onverbiddelijk trad de dood tusschen beide, om met zijn killen adem al die schoone vooruitzichten als evenzooveel lentebloesems te verstijven.

De stichter van Neede's parochiekerk heeft zijn werk niet voltooid mogen zien. In zijn laatste oogenblikken liet de stervende priester zich voor het venster dragen, waar hij een afscheidsblik kon werpen op zijn boven alles geliefde kerk, die nog maar half opgetrokken, maar wier spoedige voltooiing dan toch verzekerd was.

En hij is heengegaan de jeugdige priester, in de volle, bloeiende kracht zijns levens, pas :! t jaar oud.

ocr page 20

16

Tn heldhaftige bernsting bracht hij, die eens missionaris wilde, worden in het verre Afrika, nu even vrijwillig het otter, om alles wat hem dierbaar was te verlaten. Bloedverwanten, vrienden en parochianen, zij treuren wel diep bij dit aangrijpend sterfgeval. Maar zij weten* dat deze priester niet te vergeefs heeft geleefd en gearbeid. Zijn onvergankelijk grafmonument is en blijft de weldra voltooide parochiekerk van Neede. Elke steen daarvan spreekt lof en dank over den ottervaardigen stichter; en de sierlijke gewelven zullen steeds de bede weerkaatsen:

quot;Heer, laat Uwen priester, die den luister van Uw Huis zoo heeft liefgehad, de zalige rust genieten na zijn moeitevolleu arbeid en nu de volle schoonheid aanschouwen van het Huis Uwer heerlijkheid.quot;

(i. F?.

(7Let ^Centnua 2 Juli ISIKS),

ocr page 21

Begrafenis te Neede

5 Juh iSyS.

Do plochtige lijkdionst en tornardobostcliny van ilfMi VVftlEerw. Heer (i. J. van liou ij en Jiatl dezen vnor-

niiddag plaats.

Gisteravond waren reeds door een aantal Eerw. (^eeste-

1 ijken — goede buren of verre vrienden van den overledene — de Eonwmetten gebeden bij bet lijk, dat in de noodkerk vóór de coininnniebank geplaatst was. Het voorste gedeelte der noodkerk was gebeel met zwart bi-bangen en als bet ware in een rluipellc iirdcntc veranderd; aan bet acbtergedeelte bad men een Hink stnk aangebouwd, wijl anders de beperkte ruimte niet toereikend wezen zou.

Des morgens werden van baltquot; zes af geregeld H.H. Missen aan bet eenige altaar gelezen. Om half tien begonnen de Landen, waaraan door ongeveer veertig Eerw. Geestelijken — meerendeels vrienden, van heinde eti verre saaingestroomd — werd deelgenomen. De plechtige lijkdienst werd opgedragen door den HoOgEerw. Kanunnik B. Ter windt. Deken van Groenlo en pastoor van Ulft. daarbij geassisteerd door den V\ elEew. Deser-vitor Boonekamp als diaken, den WelEerw. Kap. Th. van Vilsteren als subdiaken, en den theologant Chr. van Rooijen als caeremoniarius.

Na het Evangelie hield Dr. G. Brom de lijkrede. Hij sprak naar aanleiding van Hand. X: 88. De lofspraak, welke Petrus daar aan J. Chr. toekent: «per-transiit benefaciendo,quot; mag zonder ontwijding ook op den priester als een anderen Christus worden overgebracht. Vooral op dezen jeugdigen priester, wiens leven zoo spoedig 'jekcel was, maar die al weldoende

zijn priesterlijk leven had besteed tot het laatste oogen-blik toe.

De Absolutie na de li. Mis werd verricht door den

ocr page 22

18

WelEerw. Heer P. Bosman, pastoor van Groenlo, die ook de plechtigliedeii der begrafenis doen zou.

Door twaalf jonge inanueu — waarvan op linn dringend verzoek de helft uit Protestanten bestond — werd de lijkbaar gedragen naar liet op een klein kwartier afstand gelegen R. lv, kerkhof, dat pastoor Van Eooijen zelf had gesticht. Vier geestelijken waren slippedragers. Acht in het wit gekleede bruidjes droegen lauwerkransen eu palmtakkeu. Den geheelen weg langs stond een talrijke menigte en kaic, blijkbaar vol eerbied eu deelneming. De groote spinfabriek, waar de lijkstoet moest passeeren, had dieu morgen gestopt.

Op het kerkhof gekomen, kon de Eerw. geestelijkheid weer het koorkleed aantrekken, en mocht het zilveren kruis, dat omtloersd den lijkstoet was vooropgedragni, ontbloot worden. Onder lithurgisch treurgezang werd het lijk neergelaten in den gemetselden grafkelder; toen zeker was de ontroering algemeen bij geestelijken en leekeu, mannen en vrouwen, groot en klein.

Waarlijk, deze begrafenis herinnerde op treffende wijze aan liet afscheidstooneel van den Apostel Panlns to Milete, waar ook «een groot geween ontstond van allenquot;, omdat zij liun geliefden zieleherdor en vriend moesten verliezen en «zijn gelaat niet meer zouden aanschouwen.quot; (Hand. XX : 08.)

{liet ''Ccnlnim (i Juli 1898.

ocr page 23
ocr page 24