ocr page 1

r' sfea

^fXÏ gt;

I

k.

ocr page 2

Kast 217 PLC N0.40

ocr page 3
ocr page 4

1

-

RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT

■

■

2717 209 1

ocr page 5

2

DE FRANSCH-DU1TSCHE OORLOG

1870—1871

ocr page 6

LUITENANT-GENERAAL VON BUDRITZKI MET HET VAANDEL VAN HET REGIMENT ELISABETH OP DE BARRICADE VAN LE BOURGET DEN 30E:lt; OCTOBER. (Zie blz. 30l).

w

Ar

ocr page 7

1)1.

De Fransch-Düitsche Oorlog

1870/71,

AAN HET VOLK VERHAALD

DOOR

H. Th. C H A P P U I S,

Majoor der Infanterie, Ridder der Orde rnu de Eikenkroon.

D. BOLLE.

Met talrijke Illustratiën, Portretten en Kaartjes.

ROTTERDAM. —

ocr page 8
ocr page 9

r HOOFDSTUK.

DE OORZAKEN ENquot; DE AANLEIDING.

Het jaar 1867 dreigde voor de rust van Europa rampspoedig te worden. Een van die vraagstukken, welke op staatkundig gebied bij de minste aanleiding, dikwerf slechts door een ? noodlottig toeval,quot; op het slagveld worden opgelost, was in de eerste plaats »de Luxemburgsche Ouaestie.quot; Zelfs in den dienst vergrijsde staatslieden van naam achtten het uitbreken van een oorlog, met die quaestie ten grondslag, onvermijdelijk. Nog eenmaal, oogenschijnlijk ter elfder ure, traden de Euro-peesche mogendheden bemiddelend op, en wonder boven wonder, — Napoleon III, die het zwaard reeds half uit de scheede had getrokken, zwichtte voor de verzoenende nota's. Hij nam genoegen met het vergelijk, dat hem en Erankrijk het zoo lang en zoo vurig begeerde Luxemburg ontrukte.

De eenige troost, welke hem hierbij overbleef, terwijl hij zelf zwichtte, was, dat Pruisen, het sinds zijn overwinningen, in 1866, op Oostenrijk behaald, door de Eransche grootheidskraaiers zoo gehate Pruisen, zijn militaire bezetting uit Luxemburg moest terugtrekken. Hoe meer Pruisen in de Duitsche couranten en andere organen der pers om dat »wijken zonder strijdquot; aangevallen, ja zelfs gehoond werd, hoe hooger en hoe opgeblazener de Eransche pers haar stem verhief om op dien »bloedeloozen oorlogquot; te pochen en de gematigdheid van den keizer overal rond te bazuinen. Over de indirecte voordeelen, welke Pruisen bij dit vergelijk verkregen had, was men echter wel zoo wijs het stilzwijgen te bewaren. Zoo wachtte de Eransche pers zich bijvoorbeeld wel te vermelden, dat de Noord duitsche Bond, door de gebeurtenissen van 1866 ontstaan, juist door diezelfde Luxemburgsche quaestie veel krachtiger was geworden. Vóór alles echter vermeed ze zorgvuldig de eigenlijke reden van Napoleon's gematigdheid te noemen. Men vergenoegde zich met die

1

ocr page 10

gematigdheid voor te stellen als een gevolg van 's keizers vredelievendheid. Feitelijk was ze echter niets anders dan een zwijgend erkennen van eigen zwakheid.

Alleen door den nood gedwongen, had Napoleon het in 1867 niet tot een oorlog laten komen. Hij toch wist zeer goed, dat hij niet in staat was met eenige kans op succes den strijd te beginnen tegen een uitstekend uitgeruste tegenpartij, die uit een veldtocht, zoo bezwaarlijk als die van 1866, zegepralend was teruggekeerd en die thans door haar verbond met al de Noord-duitsche staten nog zooveel aan kracht had gewonnen.

Hoewel de keizer de oostelijke grenzen van zijn rijk gaarne uitgebreid, beter «afgerondquot; had gezien, was het resultaat der onderhandelingen over Luxemburg hem dus zeer welkom. De overprikkelde bevolking, die, — voor het grootste gedeelte zelfs zonder te weten waarom; — voortdurend »Wraak voor Sadowa!quot; riep, had hij een soort van genoegdoening verschaft, terwijl hij wees op de overwinning, die zijn diplomaten hadden behaald. Het »terugtredenquot; van Pruisen deed hij duidelijk en onverholen als een zege voor Frankrijk voorstellen, en aan de Fransche natie schonk hij opnieuw de overtuiging, dat alleen vrees voor Frankrijk de Duitschers tot toegeven had bewogen. De «gematigdheid,quot; door Napoleon aan den dag gelegd, werd door velen geprezen en op hoogen prijs gesteld op 't zelfde oogenblik, dat de keizer reeds in stilte peinsde over een gunstiger tijdstip voor de verwezenlijking zijner plannen en met den meesten ijver aan de verbetering van zijn leger begon te arbeiden.

Sedert de mislukte expeditie naar Mexico, stellig een der somberste bladzijden uit de Napoleontische geschiedenis, een expeditie, welke aan keizer Maximiliaan het leven, aan diens gemalin het verstand had gekost, had Frankrijk veel van zijn wapenroem verloren. Daargelaten nog de omstandigheid, dat de expeditie was teruggeroepen, — een zedelijke wonde aan het leger toegebracht; — had ditzelfde leger ginds in Mexico zware verliezen geleden.

Dat hij onder zulke omstandigheden niet tegen Pruisen's macht was opgewassen, begreep de keizer volkomen, en dat het leger bij het uitbreken van den oorlog in 1870 volstrekt niet »gereed,quot; volstrekt niet «volkomen uitgerustquot; was, zooals enkele zijner generaals durfden beweren, kan den keizer welhaast niet onbekend zijn gebleven. Dat er derhalve andere machten hebben samengewerkt, waaraan hij geen weerstand vermocht te bieden, is bijna als zeker aan te nemen, wanneer men hem een oorlog ziet beginnen, terwijl de middelen om dezen voort te zetten en zoo mogelijk tot een goed einde te brengen, niet alleen niet «volkomenquot;, doch zelfs maar hoogst gebrekkig voorhanden waren.

Nauwkeurig aangeven welke die bovenbedoelde machten waren, moeten wij aan de geschiedschrijvers van lateren tijd overlaten. Tot het blootleggen van al de geheime drijfveeren, welke Frankrijks keizer tot een

ocr page 11

oorlog hebben gedwongen,

die het land in 't verderf stortte, zal op dit oogenblik nog wel niemand in staat zijn; maar dat de vrees voor het toenemende aanzien van Pruisen en de vrees voor het verminderen van Frankrijks prestige stellig ook onder die drijfveeren hebben behoord , staat reeds vast.

Toen de keizer na den slag bij Sedan zeide, dat men hèm voor het beginnen van dezen oorlog niet moest verantwoordelijk stellen, omdat de druk der chauvinisten op de stemming der natie hem gedwongen had het zwaard te trekken, was dit dus niet de geheele waarheid. Het woord van Napoleon den Eersten ; »II faut avilir la Pnisse et puis alors la détruirt geten, en niet onmogelijk is 't, dat reeds de Luxemburgsche quaestie de eerste stap was geweest om in elk geval tot dit ? avilissementquot; te geraken.

Reeds bij de vredesonderhandelingen van Nikolsburg, die aan den oorlog van 1866 een einde maakten, had Napoleon ingegrepen. «Stemrecht voor Sleeswijkquot; had toenmaals zijn eisch geheeten. Zelfs was hij nog verder gegaan, want toen koning Wilhelm van zijn plannen betreffende een vergoeding in grondgebied op den linkeroever van den Rijn blijkbaar volstrekt niets wilde weten, had hij met geweld gedreigd. Reeds in die dagen was er in Duitschland een partij geweest, die een nieuwen veldtocht van 1866, een herfstveldtocht dus, in 't verschiet zag. Gelukkig echter zag Napoleon van zijn eischen af. De vrede werd gesloten.

Op den eenmaal door hem ingeslagen weg voortgaande, was het stellen van de Luxemburgsche quaestie de tweede schrede geweest. Het oogenschijnlijke succes, hierbij behaald, moge de bevolking hebben verblind. Napoleon zelf zal wel hebben ingezien, hoe weinig het in werkelijkheid te beteekenen had.

Een nieuw gevaar, dat de dingen tot het uiterste zouden gedreven worden, — en dit gevaar mag vóór alles niet uit het oog worden ver-

was door den neef niet ver-

ocr page 12

loren; — was intusschen aan den horizon der toekomst opgedoemd, de publieke opinie in Frankrijk. Deze stelde zich weldra niet meer tevreden met raadgeven en voorstellen doen; ze begon eischen te stellen. — Van dezen omkeer was de keizer zelf de schuld, en wat zijn aanhangers tot zijn rechtvaardiging mogen aanvoeren, een feit blijft het, dat hij zelf de persoon is geweest, die de blikken van de opgewonden menigte naar den Rijn wendde. Waarom? — Omdat hij zijn troon, zijn dynastie hechter grondvesten, de gevaren, die in het binnenland dreigden en een omwenteling voorspelden, naar buiten afleiden wilde. Het thema van »de natuurlijke grenzen van Frankrijkquot; had hij reeds geruimen tijd met allerlei variaties laten afspelen. De jaloezie der Duitsche staten onderling had daarbij telkens dienst gedaan, en niet onmogelijk, zelfs zeer waarschijnlijk is het, dat Napoleon, die anders, altoos zoo scherp en juist berekenende kop, ditmaal faalde, toen hij ook nu weder rekende op Duitschlands oneenigheid.

De opgewondenheid van het Fransche volk werd aldus geprikkeld op een wijze, die verontrustend werd; de stemming voor een oorlog tegen Pruisen werd dus voortdurend levendig gehouden, en dit nog wel, terwijl de keizer de groote wereldtentoonstelling te Parijs in 1867 een »feest des vredesquot; dorst noemen.

Ook koning Wilhelm verscheen te Parijs; met hem zijn zoon, de kroonprins, graaf Bismarck en generaal von Moltke.

Om de natie nog meer zand in de oogen te strooien en Europa toch vooral aan zijn vredelievende gezindheid te doen gelooven, toonde Napoleon zich in diezelfde dagen niet ongenegen om zijn land een eenigermate constitutioneelen regeeringsvorm te schenken. De voor-, malige republikein, thans bonapartist, Emile Ollivier werd verkozen tot minister-president, en door het plebiscit moest worden bewezen, dat de gansche natie met deze wijziging en met het beheer des keizers was ingenomen.

De stemmachine was voor deze gelegenheid buitengewoon goed gesmeerd. Meer dan zeven millioen stemmen verklaarden door haar sgt;Ja,quot; dat »de nieuwe constitutiequot; een ieder zeer bevredigde. Slechts anderhalf millioen briefjes kwamen met »Neenquot; uit de stembus. Dat deze min^ derheid door het grootste gedeelte van de beschaafde klasse in Frankrijk-werd gevormd, behoefde de buitenwereld niet te weten, en dat het leger zich met veertig duizend stemmen tegen het regeeringsbeleid van zijn opperbevelhebber had verklaard, werd ook zooveel mogelijk bemanteld. — Maar in ditzelfde leger, den hoeksteen van het gebouw, was ook zooveel ontuig verborgen, heette het nu, zooveel slechte elementen herbergde datzelfde leger, dat er tegen deze kankerachtige plek geen ander geneesmiddel kon bestaan dan — de oorlog.

Licht ontvlambaar, sinds eeuwen strijdlustig, door het telkens weder wijzen op de glorierijke daden van zijn voorvaderen bewierookt, zich

— 4 —

ocr page 13

bewust, dat het over schier onuitputtelijke hulpbronnen kon beschikken, had het Fransche volk, dat door den Duitscher, heette het, in zijn wapenroem naar de kroon werd gestoken, dezen zelfden Duitscher feitelijk reeds den oorlog verklaard, nog voordat de keizer hiertoe een passend voorwendsel had gevonden. Naar dit laatste zou echter niet lang gezocht behoeven te worden.

In Duitschland leefde men intusschen in vollen vrede. Zelfs in de hoogste kringen te Berlijn, — von Bismarck met zijn duistere politiek er buiten gelaten ; — dacht men niet aan een oorlog. De koning was geheel vervuld met de toebereidselen tot de onthulling van het gedenkteeken, dat hij ter herinnering aan wijlen zijn vader te Berlijn in den Lustgarten (openbaren tuin) had doen plaatsen, en met de toebereidselen voor de aanstaande herfstmanoeuvres; zelfs werd het vraagstuk eener transformatie van het zündnadelgeweer onder handen genomen, een en ander vrijwel aanwijzingen, dat ginds, aan den oostelijken Rijnoever, voorloopig ten minste, het uitbreken van een oorlog niet werd voorzien.

Doch wat gebeurt? — Verweg, in 't zuiden, in 't heerlijke land van Spanje greep op staatkundig terrein een gebeurtenis plaats, die gansch Europa weldra in rep en roer zou brengen.

Nog altijd was de troon van Isabella onbezet; nog altijd wachtte Spanje een koning. In weerwil van het groote aantal candidaten had nog niet één hunner genade gevonden in de oogen van de natie en mogelijk ook wel van den Spaanschen minister-president Prim; maar ziet! Op den i iel1 Juni 1870 kwam deze laatste in de Cortes met de niet geheel van geheimzinnigheid ontbloote mededeeling, dat er thans eindelijk een candidaat was gevonden, die stellig de eer zou hebben aan allen te behagen, namelijk prins Leopold van Hohenzollern.

Dat deze prins op den Spaanscher. troon lang geen slecht figuur zou maken, was reeds vroeger door de pers half en half te kennen gegeven, doch toenmaals had men te Parijs hierop weinig acht geslagen; zelfs toen in Juni 1870 in Engelsche en Fransche bladen op deze candi-datuur werd gezinspeeld, liet dit het Fransche kabinet aanvankelijk, naar 't scheen, vrij koud. De hertog de Gramont, de toenmalige minister van buitenlandsche zaken, achtte het zeker raadzaam, voordat hij er zich mede bemoeide, die quaestie eerst tot rijpheid te laten komen.

De door het Spaansche gouvernement openbaar gemaakte bescheiden bewijzen oogenschijnlijk zonneklaar, dat de Pruisische regeering zich met het geheele vraagstuk dezer troonsopvolging niet heeft bemoeid. Bismarck's houding in deze is echter raadselachtig geweest. — Prins Leopold was zelfstandig meester over zijn doen en laten. Uitsluitend in zijn hoedanigheid als hoofd van het stamhuis der Hohenzollerns en als chef van den prins, die kolonel was in Pruisischen dienst, ontving de koning van prins Leopold kennis van het hem gedaan en vroeger reeds driemaal afgeslagen aanbod. Terwijl in Madrid openlijk over de candidatuur

■

— 5 —

ocr page 14

van den prins werd gesproken, liet koning Wilhelm, wien deze zaak in 't geheim was medegedeeld en die van den beginne af tegen deze candidatuur bezwaar had gemaakt, zich hierover voorloopig niet uit. Alleen von Bismarck had hij in het vertrouwen genomen.

In de Fransche couranten daarentegen begonnen enkele aanvankelijk zwakke stemmen deze quaestie hoe langer hoe luider uit te bazuinen. Die naam van Hohenzollern wees immers rechtstreeks in Pruisische richting. Dat de prins als kleinzoon van een prinses Murat en van de stiefdochter van Napoleon I, de burggravin Stephanie de Beauharnais, ook met Napoleon I was vermaagschapt en de Napoleontische dynastie dus veel nader stond dan de Hohenzollernsche, wist men niet óf wilde men liever niet weten.

Den 4en Juli 1870 bevatte het Parijsche bladConstitutio.incl eensklaps een opmerkelijk bericht. Een zaakgelastigde van den generaal Prim zou namelijk naar Pruisen zijn gereisd om den prins van Hohenzollern de Spaansche kroon aan te bieden. Tegelijk met dit blad begonnen ook de overige Parijsche couranten tegen de candidatuur te velde te trekken.

Den 5en Juli kwam de afgevaardigde Cochery in het Wetgevend Lichaam met een interpellatie »betreffende een prins van het Pruisische koningshuis, die candidaat zou wezen voor den troon van Spanje.quot; Een diep stilzwijgen volgde op deze woorden. Den volgenden dag betrad de Gramont de tribune om deze interpellatie te beantwoorden. — »Het bericht, dat maarschalk Prim den prins van Hohenzollern de Spaansche kroon heeft aangeboden, en dat deze ze aangenomen heeft, is juist,quot; zeide hij. » De onderhandelingen zijn voor ons een geheim. Hoe die geleid worden, is ons dus niet bekend. Welke beslissing het Spaansche volk nemen zal, is nog een open vraagstuk. Ik verzoek u dus, mijne heeren, de discussie over dit punt te verdagen. Ze zou niet leiden tot eenig resultaat. Frankrijk heeft altoos bewezen, dat het voor Spanje sympathie gevoelt; het zal alles vermijden wat ook slechts eenigermate aan een inmenging onzerzijds in de aangelegenheden van deze groote en edele natie zou kunnen doen denken. Maar,quot; ging de hertog voort, »deze achting voor de rechten van een naburigen staat kan ons daarom nog niet dwingen lijdelijk aan te zien, dat een vreemde mogendheid een harer prinsen plaatst op den troon van Karei V, het evenwicht van Europa hierdoor in haar eigen belang verstoort en de belangen, de eer van Frankrijk in gevaar brengt.

»Nog altijd koesteren wij de hoop, dat wij ons over dit alles slechts noodeloos ongerust hebben gemaakt, en dat de wijsheid van het Duitsche volk en de vriendschap tusschen Spanje en Frankrijk die vreeswekkende spooksels weldra zullen verjaagd hebben. Mocht de loop der zaken anders wezen, dan rekenen wij op uw steun, mijne heeren, en op dien van de natie. Door deze beide krachtig gemaakt, zullen wij dan, zonder aarzelen, zonder zwakheid, onzen plicht weten te vervullen.quot;

— 6 —

ocr page 15

Deze woorden werden met een oorverdoovend gejuich begroet. Het slot er van toch liet geen twijfel over; het wees op een oplossing door de wapenen. Door het geweldige rumoer, dat bijna een half uur aanhield, werden de weinige stemmen, die bij het begin van het debat een vreedzame oplossing hadden aangeraden, zoo goed als gesmoord.

't Geen Ollivier daarna van de tribune sprak, szijn tot kalmte stemmend woord,quot; was dubbelzinnig,

»De hertog de Gramont had Frankrijks vreedzame bedoelingen sterk genoeg doen uitkomen, maar wanneer Frankrijks eer daarbij werd betrokken, hadden ook deze vreedzame bedoelingen haar grenzen. De regeering was altoos recht door zee gegaan. Als zij den oorlog wilde, had zij geen reden dit te verbloemen. Zoodra het gevaar voor een beslissing door de wapenen onvermijdelijk scheen, zou de regeering aan het Wetgevende Lichaam dienaangaande ruiterlijk zijn meening vragen.quot;

Dat ook deze redevoering luide werd toegejuicht, behoeft zeker geen betoog. Te vergeefs verhief Arago zijn stem tegen de woorden van de chauvinisten aan de ministerstafel. Hij werd letterlijk door gebrul overstemd. Het onweder pakte zich samen. In de verte hoorde men den donder reeds rollen.

Voor het juiste begrip van het thans volgende is het van het grootste belang, dat nauwkeurig op de data der feiten worde gelet. Op den 4en Juli kwam de Constitutionnel met zijn eerste alarmeerende artikel, op den 5en diende Cochery zijn interpellatie in, op den 6en beantwoordde de Gramont deze onder den bijval van de Kamer en de tribunes.

Toevallig ook liet de plaatsvervangende gezant van Frankrijk te Berlijn, de heer Le Sourd, zich den 4en Juli aandienen bij den Pruisi-schen staatssecretaris, den heer von Thile, die graaf Bismarck tijdelijk verving. Le Sourd gaf den staatssecretaris over het voorgevallene met prins Leopold zijn bevreemding te kennen en voegde er bij, dat deze zaak te Parijs een pijnlijken indruk had teweeggebracht, en dat deze indruk met ieder uur toenam.

Volkomen terecht kon de heer von Thile antwoorden, dat het Pruisische kabinet met de Spaansche troonsopvolgingsquaestie niets had te maken niet alleen, maar dat Pruisen zich daarmede ook volstrekt niet had bemoeid.

Denzelfden dag nog had er te Parijs een samenkomst plaats tusschen de Gramont, Ollivier en den Pruischen gezant, den heer von Werther. Hier sprak de heer Gramont niet alleen van «een pijnlijke indrukquot;, van »een opgewonden stemmingquot; enz., maar wees hij ook op den sluier van geheimzinnigheid, welke al de onderhandelingen met prins Leopold omgaf, een sluier, wel geëigend om tegen Pruisen wantrouwen te kweeken. Besteeg de prins werkelijk den troon, dan was dit alleszins

ocr page 16

voldoende om 't behoud van den vrede in de waagschaal te stellen, — een casus belli (reden tot oorlog) dus.

Von Werther antwoordde, dat hij zijn souverein van deze mededeelin-gen zou kennis geven, doch dat de zaak zelve hem zoo goed als geheel onbekend was en dat hij dienaangaande ook geen uitsluitsel kon geven. Daarop begaf hij zich op reis naar de badplaats Ems. Hier bevond zich koning Wilhelm.

De samenkomst der diplomaten had dus de zaak zoomin in goeden als in kwaden zin een enkele schrede verdergebracht; alleen had ze ten gevolge, dat ze de aandacht van geheel Europa begon te trekken. Uit Spanje kwamen tijdingen onder dagteekening van den 5en Juli. Prim's maatregelen in zake de troonsopvolging waren door den Regent, maarschalk Serrano, goedgekeurd. Tegen den 20en Juli zouden de Cortes worden bijeengeroepen. Tegelijkertijd gaf het Spaansche gouvernement te kennen, dat het de keuze van prins Leopold volstrekt niet beschouwde als een vijandige handeling tegenover Frankrijk. Ook zou Prim zich volstrekt niet met graaf Bismark in verbinding hebben gesteld, om door dezen de toestemming van den koning van Pruisen te verkrijgen. Rechtstreeks met Spanje's gezant had prins Leopold onderhandeld.

Thans meende de Pruische pers zich van een behandeling van het hangende vraagstuk ook niet langer te mogen onthouden; het publiek verlangde te worden ingelicht. De toon van de dagbladen was daar echter gematigd, zelfs terughoudend. Terwijl de Constitutionnel den 8en Juli een tweede officieus artikel bevatte, waarin kortaf werd gezegd, »dat het niet voldoende was, wanneer Pruisen verklaarde met de can-didatuur niets te maken te hebben,quot; bepaalden de Duitsche couranten zich nog altijd tot mededeelingen, uit de organen van naburige rijken overgenomen. Zelfs de regeeringsbladen hadden voor hun berichten geen andere bron, want Benedetti, de Fransche zaakgelastigde, was tot herstel van gezondheid uit Berlijn naar Wildbad vertrokken, en alle verkeer tusschen de beide kabinetten stond tegelijkertijd stil.

Nog op den 6ea Juli schreef de officieuse Norddeutsche Algemeine Zeitung: »Het Spaansche volk alleen moet hierin beslissen, — anders niemand. Het Duitsche volk heeft alleen tot taak zich verstandig te gedragen, met andere woorden onzijdig te blijven. Willen andere natiën ingrijpen, dan moeten zij dit zeiven weten. Wij houden er ons zooveel mogelijk buiten.quot;

ocr page 17

ir HOOFDSTUK.

GRAAF BENEDETTI TE EMS.

Dat Parijs rumoer maakte, was niets nieuws; de officieele pers te Berlijn was in haar mededeelingen dus nog altijd volkomen rustig; en teekenachtig mag het stellig wel worden genoemd, dat koning Wilhelm zich in die dagen te Ems bevond, terwijl von Bismarck, von Roon en von Moltke zich ophielden op hun landgoederen. Aan de mogelijkheid van een oorlog schenen die mannen dus zelfs niet te denken.

Veel rust zou graaf Benedetti te Wildbad niet smaken. Het Fransche kabinet gelastte hem zich onverwijld naar Ems naar koning Wilhelm te begeven, om dezen een categorisch antwoord te vragen. — »Het eenige, dat ons bevredigen en den oorlog voorkomen kan, is het volgende: »De Pruisische regeering keurt de candidatuur van den prins af en beveelt dezen zijn woord terug te nemen. Herroept de koning zijn verlof om de candidatuur aan te nemen, dan is dit een succes van belang. Doet hij dit niet, dan volgt er oorlog.quot; — Zoo ongeveer luidde Benedetti's instructie.

Vóór hem was von Werther te Ems gekomen, den 6en Juli. Ongeveer op hetzelfde oogenblik, dat de gezant zijn vorst mededeeling deed van 't geen er door hem met de Gramont was besproken, werd te Ems het draadbericht ontvangen van de redevoering, welke de Fransche minister in den middag van den 6en Juli te Parijs in het Wetgevend Lichaam had gehouden. Op dat oogenblik was het niet wel meer mogelijk de Gramont nog verdere mededeelingen te doen toekomen. Von Werther zond aan zijn plaatsvervanger dus alleen nogmaals de voor den Franschen minister bestemde verzekering, dat het Pruisische kabinet met de Spaansche troonsopvolging niets had te maken, en dat het deze quaestie geheel overliet aan het Spaansche volk.

Den 8en Juli arriveerde Benedetti te Ems en liet terstond verzoeken

ocr page 18

om een audientie. Dat hij op de bezadigdheid en de vredelievendheid des konings zijn plan had ontworpen, is vrijwel aan te nemen. In weerwil van het krijgsgeschreeuw te Parijs, had deze souverein blijkbaar nog niet willen of kunnen gelooven, dat Frankrijks oorlogzuchtige plannen

een voldongen feit zouden worden, N want nog niet één zijner raadslieden

had hij naar Ems ontboden. Hij bevond zich met zijn gevolg op een badplaats, waar letterlijk de halve wereld haar vertegenwoordigers ziet komen, en waar men stellig evenveel toeristen als zieken vindt. De etiquette gaarne eens voor een poosje ter zijde schuivende, was de koning dagelijks op hetzelfde uur in blijmoedige stemming te midden der badgasten op de promenade te vinden.

Den 9e» Juli werd Benedetti door den koning ontvangen. Het resultaat van de audientie was een verklaring van den koning, dat hij als »regeerend graak benedetti. vorstquot; met de hangende quaestie niets

had te maken, en dat hem alleen in zijn positie van » hoofd van het geslachtquot; om zijn toestemming was gevraagd. Op het besluit, door den prins te nemen, kon noch wilde hij invloed uitoefenen. Overigens zou hij den gezant zijn eindbeslissing eerst mede-deelen, nadat hij van den vader des prinsen, den vorst van Hohen-zollern en Sigmaringen, nadere mededeelingen had ontvangen. Mocht de prins, die op dat oogenblik een reis maakte door Zwitserland, zelf besluiten terug te treden, dan zou de koning hieraan zijn goedkeuring hechten.

In den loop van den gen en den ioen Juli had het telegraafpersoneel te Parijs en te Ems de handen vol. Benedetti vroeg en verkreeg nieuwe orders. Een dag — en een nacht gingen voorbij. De door Benedetti gevraagde orders schijnen in den nacht van den ioen op den I ien Juli Ems te hebben bereikt; in elk geval kwam de Eransche gezant in den voormiddag van den iien weder bij den koning aankloppen. Deze ontving hem.

Thans trachtte Benedetti den koning te bewegen om den prins van Hohenzollern te doen weten, dat deze voor eens en voor altoos van iedere candidatuur naar den troon van Spanje moest afzien. — In weerwil van zijn rechtmatigen wrevel, bleef de koning nog altijd binnen de perken, welke zijn lankmoedigheid en mogelijk ook wel zijn aangeboren hoffelijkheid hem stelden. Met andere woorden herhaalde hij 't geen hij reeds eenmaal gezegd had, betoogde alleen nogmaals in nu scherp

k

lo

ocr page 19

omlijnde volzinnen, dat de prins in zijn handelingen volkomen vrij was, en voegde er bij, dat hij niet eens wist waar de prins zich op dat oogenblik bevond. Benedetti, vrijwel met zijn figuur verlegen, ging heen.

Intusschen namen de zaken te Parijs een voortdurend dreigender vorm aan. Den iien Juli werd de Gramont in het Wetgevend Lichaam nogmaals over den stand van zaken geïnterpelleerd; doch de hertog achtte het geraden voorloopig slechts ontwijkende antwoorden te geven.

»Het ongeduld der kamerleden en der patriotten in den lande vond hij zeer verklaarbaar, doch voor het oogenblik was hij nog niet bij machte bepaalde ophelderingen te geven. Zelfs de regeering bezat geen nadere tijdingen. Weldra echter dacht ze deze te ontvangen. Voor heden hoopte de minister, dat de Kamer zich als echte vaderlanders vol tact met zijn woorden zou vergenoegen, te meer omdat het al den schijn had, alsof de overige kabinetten van Europa Frankrijks bezwaren gerechtvaardigd achtten.quot;

Hierop stelde Arago de vraag of er thans nog alleen quaestie was van de Hohenzollernsche candidatuur, dan wel of het kabinet nog andere, in elk geval meer op den achtergrond liggende vraagstukken in de onderhandelingen had opgenomen. — »Is dit laatste geschied,quot; vervolgde Arago; »dan moeten mijn partijgenooten en ik zulk een handelwijze beschouwen, als een voorwendsel om den oorlog te doen ontbranden.quot;

De minderheid in de Kamer, die een geweldig rumoer begon te maken, was oorzaak, dat de Gramont van 't geven van een antwoord op die vraag werd ontheven.

De pers te Parijs deed intusschen haar best om den strijdlust bij het publiek voortdurend aan te wakkeren.

Tegenover al dit geraas scheen men te Berlijn een afwachtende houding aan te nemen. Daar heerschte bijna volkomen rust. Dat een groote, door niemand belaagde natie enkel en alleen ter wille eener candidatuur, welke toch feitelijk alleen Spanje betrof en door Spanje alleen behoorde te worden uitgemaakt, zich zou storten in een bloedigen oorlog met schier onberekenbare gevolgen, scheen men daar nog altijd maar niet te kunnen begrijpen. Dit belette niet, dat men in de toongevende kringen den toestand te Parijs thans nauwkeuriger begon te bekijken. Den ilen Juli had er onder presidium van den minister van oorlog von Roon, die hiertoe zijn landgoed had verlaten, een samenkomst plaats van de te Berlijn aanwezige ministers. Voor graaf von Bismarck, die afwezig was, trad de staatssecretaris von Thile op.

De vraag werd gesteld of het voor Pruisen tegenover Frankrijks krijgstoerustingen niet noodzakelijk was buitengewone militaire maatregelen te nemen.

Deze vraag werd ontkennend beantwoord. Niet onwaarschijnlijk is 't. dat hierbij rekening werd gehouden met de reeds zoolang tevoren

ocr page 20

getroffen, reusachtige voorbereidingsmaatregelen tot mobilisatie en met de tot iedere snelle beweging geëigende inrichting van het leger. — Het spreekt van zelf, dat dit besluit, eenmaal ter kennis gebracht van

het publiek, niet weinig medewerkte om de gemoederen te kalmeeren, gemoederen, die het kanon reeds in de verte meenden te hooren dreunen. Nog meer werd men gerustgesteld, toen het bericht kwam, dat graaf von Bismarck door den koning naar Ems was ontboden en in den avond van den 12en Juli te Berlijn zou arriveeren.

De morgen van den I2en brak aan, en een ieder haalde weder vrij adem, toen de telegraaf de tijding bracht, dat »de prins voor de can-didatuur naar de Spaansche troon had bedankt, in de eerste plaats om de Spaansche regeering zoodoende haar volkomen vrijheid van handelen terug te geven, en dan, omdat hij stellig besloten had te voorkomen, dat een ondergeschikte familiequaestie het voorwendsel tot een oorlog kon worden.quot;

Tegen het middaguur kwam er uit Parijs een tweede bericht, een, dat niet minder diende om de gemoederen gerust te stellen:

— 12 —

ocr page 21

»De Spaansche gezant Olozaga heeft den hertog de Gramont hedenmiddag officieel medegedeeld, dat de prins van Hohenzollern voor de candidatuur bedankt.quot;

Dus was ieder, ook zelfs het onbeduidendste voorwendsel tot een oorlogsverklaring weggevallen; en zelfs de grootste ongeluksprofeten schenen nu gerustgesteld. In de badplaatsen pakte men de reeds tot vertrek gereedgemaakte koffers weder uit. Nieuwe reizigers begonnen hun toer; graaf von Moltke verleende zelfs den 13en Juli nog verlof aan stafofficieren van zeer hoogen rang, en de vloot onder den prinsadmiraal Heinrich ontving order haar oefeningstocht naar de Stille Zuidzee te beginnen.

Licht te begrijpen is 't, dat de loop, dien de zaken thans zoo eensklaps hadden genomen, Napoleon en zijn omgeving volstrekt niet welkom was. Men had gerekend op Pruisen's hardnekkigheid. Zoodra het Fransche kabinet begon te dreigen, zou deze stellig op den voorgrond treden, had men gedacht. In dat geval zou Pruisen's vredelievende gezindheid immers wel móeten wijken, meende men. Op grond van het bovenstaande waren de onderhandelingen, als men het voorgevallene namelijk aldus wil betitelen, reeds dadelijk gevoerd op een toon, die een zekere mate van gekrenktheid moest verraden, en met een drang, die niet geheel van onbeschaamdheid was vrij te pleiten.

Nu de prins officieel van zijn candidatuur had afgezien, viel de gansche quaestie, die een bedreiging waard had kunnen schijnen, echter weg.

Maar de kwaad- en onruststokers gaven hun duistere plannen hierom nog niet op. Parijs achtte de quaestie nog niet beslist.

Nauwkeurig lettende op de data der verschillende feiten, mag men met zekerheid aannemen, dat Benedetti tegelijk met het bericht, dat de prins had afgezien van zijn candidatuur, te Ems bevelen had ontvangen om de zaak tot het uiterste te drijven.

Den I 3el1 Juli wandelde de koning met graaf Lehndorff, zijn adjudant, weder als naar gewoonte te Ems rond. Het ontvangen telegram had hem in een hoogst opgeruimde stemming gebracht. De vrede zou niet worden verstoord. — Daar trad aan het einde van de promenade graaf Benedetti hem te gemoet. Vriendelijk reikte de vorst, die nooit lang boos kon blijven, hem de hand. Op dit oogenblik waren de koning en de gezant een weinig van graaf Lehndorff verwijderd; terstond kwam Benedetti met zijn nieuwe orders voor den dag.

Lachend viel de koning hem in de rede en haalde het extra-nommer van de Kólnische Zeitung, waarin het telegram stond afgedrukt, uit den zak. Dit telegram was uit Sigmaringen gedagteekend. De koning zeide tevens, dat hij uit deze plaats nog wel geen brief had ontvangen, maar dat hij dezen toch in den loop van den dag verwachtte.

Benedetti aarzelde. Toen scheen hij een aanloop te nemen, en begon hij den koning namelijk mede te deelen, dat hij deze tijding reeds den

w

— 13 —

1

ocr page 22

vorigen avond, dus den 12en, had ontvangen. — Er volgde een korte pauze. — De koning knikte een paarmaal. Benedetti scheen zijn krachten te willen verzamelen tot voor het volbrengen zijner laatste opdracht. Hij kuchte even en begon toen nog nader bij den koning aan te dringen. Kortaf luidde het antwoord van dezen, dat hij de quaestie beschouwde als afgedaan.

Thans kwam Benedetti voor den dag met zijn ware opdracht; sgt; üe koning zou hem de verzekering geven, dat, als het vraagstuk van deze zelfde candidatuur ooit opnieuw te berde mocht worden gebracht, hij nimmer zijn toestemming zou geven.quot;

Een paar seconden scheen de vorst als met stomheid geslagen. Door 't geen daar van hem werd verlangd, was hij zoo driftig geworden, dat hij geen woord kon uitbrengen. Toen zeide hij, oogenschijnlijk volkomen bedaard, dat hij aan dezen eisch onder geen vorm kon voldoen.

De gezant werd dringender. — Ten slotte zeide de monarch, nog altoos kalm maar met nadruk, dat hij het Fransche kabinet een dergelijke nieuwe concessie onmogelijk kon doen. levens gaf hij Benedetti zijn afscheid.

Tegen het middaguur verzocht deze niettemin nogmaals om een audientie, en hoewel de koning volkomen gerechtigd was geweest deze na het voorgevallene niet te verleenen, zond hij toch prins Radziwill, zijn vleugeladjudant, om twee uur naar het hotel van den gezant met de mededeeling, dat de koning thans de schriftelijke mededeeling had ontvangen, dat de prins van zijn candidatuur afzag. — Benedetti antwoordde, dat hij van de Gramont een telegram had ontvangen met den last nogmaals een audientie te verzoeken. Hierbij zou hij den koning het verlangen der Fransche regeering nogmaals kenbaar maken, nl. dat de koning het terugtreden van den prins openlijk goedkeuren zou. Voorts wilde de gezant den koning verzoeken om de verzekering, dat deze elk later optreden van den prins als candidaat voor den Spaanschen troon zou verhinderen.

De koning deed hierop ten antwoord geven, dat hij dit bedanken van den prins in denzelfden zin en in dezelfde mate goedkeurde als het aannemen dezer candidatuur kort te voren. Wat betrof de waarborgen, te geven voor de toekomst, beriep Zijne Majesteit zich op 't geen hij den graaf dien morgen op de promenade had gezegd.

Graaf Benedetti was met dit antwoord van prins Radziwill oogenschijnlijk zeer in zijn schik; hij zeide, dat hij die woorden terstond naar Parijs zou seinen, en voegde er bij, dat hij, wat het tweede punt betrof, echter nogmaals om een audiëntie moest verzoeken.

Hierop liet de koning den graaf omstreeks zes uur in den namiddag voor de derde maal, weder door prins Radziwill, berichten, dat hij beslist weigeren moest betreffende dit punt nogmaals in discussie te treden. — »'t Geen hij dienzelfden morgen had gezegd, was in deze zijn laatste woord.

ocr page 23

Deze voorvallen deed de koning aan graaf Bismarck, die intusschen te Berlijn was aangekomen, telegrafisch mededeelen, hem vrijlatende om den eisch van Benedetti en zijn eigen antwoord hierop zoowel aan den Pruisischen gezant te Parijs als aan de pers bekend te maken.

In overleg met von Roon en von Moltke, die bij de ontvangst van dit telegram toevallig bij den graaf dineerden, schreef Bismarck terstond het volgende hoogst gewichtige bericht:

«Nadat de Fransche regeering door de Spaansche van het terugtreden van den prins van Hohenzollern officieel had kennis ontvangen, heeft de Fransche gezant te Ems aan den koning alsnog den eisch gesteld, dat Zijne Majesteit hem verlof zou geven naar Parijs te telegrafeeren, dat Zijne Majesteit zich voor goed verbond nooit weder zijn toestemming te geven, als Hohenzollern op zijn candidatuur mocht willen terugkomen. Zijne Majesteit heeft den gezant daarop niet weder willen ontvangen en heeft hem door den adjudant van dienst doen weten, dat hij hem verder niets mede te deelen had.quot;

Dit telegram werd terstond in de kolommen van de Norddeutsche Zeitung opgenomen en tevens aan de Pruisische gezanten in het buitenland toegezonden. Nog laat op den avond van den I3ei1 Juli werd het door een extra-blad aan de bevolking van Berlijn bekend gemaakt.

De uitwerking er van op de harten was enorm. Men herademde. — » De gezant van dat opgeblazen Fransche hof had zijn verdiend loon; hem was de deur gewezen,quot; hoorde men zeggen.

Freiherr von Werther, intusschen uit Ems weder te Parijs teruggekeerd, had onderwijl een onderhoud met den hertog de Gramont in tegenwoordigheid van Oilivier.

»Evenals u wensch ook ik geen oorlog; hier is 't dus de vraag een middel te bedenken, dat een kalmeerenden indruk kan teweegbrengen,quot; zeide de Gramont bij die gelegenheid. »Terwijl ik een beroep doe op het ridderlijke hart van uw souverein, geloof ik, dat een brief van hem zeiven aan den keizer daartoe de beste en eenvoudigste weg zou wezen.quot; — Volgens de Gramont zou deze brief dan ongeveer moeten behelzen, gt; dat de koning bij het geven van zijn toestemming aan den prins volstrekt niet bedoeld had de belangen van Frankrijk of de waardigheid van dit land te benadeelen, en dat hij zich met het terugtreden van den prins vereenigde, hopende, dat voortaan iedere schaduw van oneenigheid tus-schen de beide regeeringen mocht zijn verdwenen.quot; — Deze of eenige dergelijke woorden zouden op het publiek een goede uitwerking hebben.

De Gramont vorderde van den grijzen monarch dus niets minder dan een soort van apologie, van verontschuldiging.

Van dit minstens genomen zonderlinge verlangen gaf von Werther kennis aan von Bismarck. Deze antwoordde onmiddellijk, »dat hij dergelijke woorden onmogelijk officieel aan zijn vorst kon overbrengen; — officieus waren ze dezen natuurlijk bekend geworden.quot;

— 15 —

ocr page 24

Het gesprek, dat den 12en Augustus tusschen de Gramont en den Pruisischen gezant te Parijs was gevoerd, werd door dezen aan zijn regeering medegedeeld in een memorie: — »De hertog de Gramont zeide, dat hij het terugtreden van den prins van Hohenzollern beschouwt als een zaak van ondergeschikt belang, aangezien de Fransche regeering diens troonsbestijging toch nimmer zou hebben gedoogd; maar ten gevolge van onze houding vreest hij een duurzame spanning tusschen de beide landen. De oorzaak dezer spanning moet volgens hem vernietigd worden en, om nu zijn verlangen te formuleeren, gaat hij uit van het gezichtspunt, dat wij bij onze handelwijze tegenover Frankrijk weinig kiesch zijn geweest, wat volgens hem door al de groote mogendheden erkend wordt. — Om de waarheid te zeggen, wenscht hij den oorlog niet, veeleer een hoffelijke en aangename verhouding met Pruisen. Wetende, dat ik streef naar 't zelfde doel, zeide hij verder, dat wij samen een middel moesten zoeken, geschikt om in dien zin een gun-stigen invloed uit te oefenen. Aan mij liet hij de zorg over na te gaan of een brief, door den koning aan den keizer gericht, niet de ware weg zou zijn om daartoe te geraken. Tegelijkertijd deed hij een beroep op het ridderlijke hart van Zijne Majesteit, die ongetwijfeld goedgezind zoude wezen. — In dezen brief behoeft slechts te worden gezegd, dat Zijne Majesteit, prins Leopold machtigende de kroon van Spanje aan te nemen, niet kon gelooven, dat de belangen en de waardigheid der Fransche natie zouden worden gekwetst, dat Zijne Majesteit instemt met het terugtreden van den prins en daarbij den wensch uitdrukt, dat alle geschil tusschen onze regeeringen nu zal zijn verdwenen. — In dezen geest kon die brief zijn gesteld; door de daaraan te geven openbaarheid zouden de gemoederen der natie worden gerustgesteld. De heer de Gramont gaf daarbij den raad, niet te spreken over de bloedverwantschap met den keizer, daar juist dit argument hier als kwetsend wordt beschouwd.

»Ik heb den hertog de Gramont doen opmerken, dat een dergelijke stap bijzonder moeilijk was gemaakt door zijn verklaring, den 6en Augustus jl. in 't Wetgevend Lichaam gedaan, een verklaring, die Zijne Majesteit moest kwetsen. Hij trachtte dit te bestrijden. — In zijn rede had hij Pruisen zelfs niet genoemd, en deze rede had hij móeten houden om de in opschudding gebrachte kamer tot bedaren te brengen.

» Inmiddels had de minister van justitie Ollivier zich bij ons gevoegd : hij werd door den hertog op de hoogte gebracht van ons onderhoud. — De heer Ollivier legde zeer den nadruk op den heilzamen invloed van bedoelden brief, noodzakelijk in 't belang van den vrede, en verzocht mij met aandrang het denkbeeld eener dergelijke missive aan Zijne Majesteit in overweging te geven. Beiden verklaarden dat, wanneer ik meende mij niet met deze opdracht te kunnen belasten, zij zich genoodzaakt zouden zien graaf Benedetti te bevelen deze quaestie op te werpen. Terwijl zij er op wezen, dat zij een dusdanige schikking behoefden om

— 16 —

ocr page 25

de opgewonden gemoederen in 't belang hunner positie als ministers te doen bedaren, voegden zij er bij, dat een brief in dien geest hun het recht zou geven Zijne Majesteit te verdedigen tegen de aanvallen, die zich niet zouden laten wachten.

»Ten slotte deden zij mij opmerken, dat onze houding in de quaestie der candidatuur veel meer de Fransche natie dan den keizer had verontrust. Gedurende ons onderhoud maakte de hertog de Gramont de opmerking, dat de prins zijn candidatuur zeker op verlangen van Zijne Majesteit had teruggetrokken. Ik heb dit feit ontkend en verklaard, dat deze handeling uitsluitend te danken was aan 's prinsen eigen initiatief.quot;

De Kamer was reeds bijeengeroepen, en het debat over het budget begonnen, toen Ollivier na dat gesprek met von Werther de zaal binnentrad. — 't Was juist pauze. De minister maakte van de gelegenheid gebruik om verscheiden afgevaardigden mede te deelen, dat prins Leopold van zijn candidatuur had afgezien.

Als een loopend vuurtje deed dit bericht de ronde. Er ontstond een heftige beweging, en het slot was, dat de afgevaardigde Picard de tribune beklom met de vraag aan den minister, wat er van dit gerucht waar was.

De minister antwoordde ontwijkend. Dit was van hem een handige zet. Openlijk bewaarde het kabinet nog altoos den schijn van gematigdheid; door de onzekerheid, waarin het de partijen thans bracht, stookte het 't vuur echter in stilte voortdurend aan.

Aan de opgewonden stemming der Kamer gaf de afgevaardigde Clement Duvernois thans uiting door de vraag welke waarborgen het kabinet dacht te vragen, om in 't vervolg tegen dergelijke verwikkelingen met Pruisen gewaarborgd te wezen.

De quaestie met Pruisen over de troonsopvolging in Spanje was door het bedanken van prins Leopold thans feitelijk uit de wereld. Door die vraag van Clement Duvernois, een vriend van 't gouvernement, kreeg het Fransche kabinet echter een prachtige gelegenheid om den strijd voort te zetten. Juist door die vraag was het nu immers wel tegen wil en dank gedwongen verder te gaan en op 't geven van waarborgen bij koning Wilhelm te blijven aandringen!

Het bericht van het voorgevallene te Parijs was oorzaak, dat Bismarck niet naar Ems vertrok, zooals hij aanvankelijk voornemens was geweest, voorts dat men te Berlijn den gang van zaken te Parijs met heel wat meer zorg begon gade te slaan.

Te Parijs was het publiek nog wel altijd opgewonden, maar toch ook eenigermate verbluft. Na 't geen Ollivier in de Kamer was komen verklaren, wist men niet goed meer wat er zou gebeuren. — Juist hierdoor werd de opgewondenheid nog grooter.

Den 13en Juli sprak de Constitutionnel. — Ze knoopte haar beschouwingen vast aan die van den 6en Juli tevoren en vervolgde toen:

T

—jL

— 17 —

ocr page 26

sgt; De orde zal niet worden verstoord. Zich bewust van hun hooge positie, welke hen de eer waardig maakt een groot land te regeeren, hebben de ministers als mannen met nadruk gesproken. Aan hun rechtmatige eischen is gehoor gegeven. Geen prins van Hohenzollern zal in Spanje regeeren. Meer hebben wij niet verlangd, en vol trots nemen wij kennis van deze vreedzame oplossing. Een grootsche overwinning is behaald! Ze kostte geen enkele traan, geen enkelen droppel bloed.quot;

Dit was een jammerlijke huichelarij. De regeering, al sprak ze dit niet ruiterlijk uit, verlangde naar den oorlog. Dat de hangende quaestie zoo vreedzaam was opgelost, kwam haar zeer ten onpas.

Onder een doodsch stilzwijgen van de Kamer begon de Gramont den 18en Juli zijn mededeelingen te doen en sprak bij wijze van inleiding over de gruwelijke moordtooneelen in China, waarbij honderd Lranschen waren omgekomen.

Een ontzettend rumoer verdoofde zijn stem. Toen er weder eenige stilte was gekomen, vervolgde hij:

»Ik moet u kennisgeven van het Spaansch-Pruisische incident. De Spaansche gezant heeft mij de officieele mededeeling gedaan, dat de prins van Hohenzollern zijn candidatuur heeft teruggenomen. De met Pruisen gevoerde onderhandelingen zijn echter nog niet afgeloopen. Dienaangaande is 't ons onmogelijk nadere inlichtingen te geven.quot;

De minister deed door deze woorden opnieuw onzekerheid ontstaan; het vuur van den hartstocht werd hierdoor weder opgestookt. Men schreeuwde om een »Ultimatum.quot; Van de tribune brulde men, dat het bewijs geleverd moest worden hoe het kabinet de waardigheid der natie had gehandhaafd, en het regende interpellaties, die de minister beloofde den volgenden dag te zullen beantwoorden.

Geruchten van krijgstoerustingen doorliepen Parijs en geheel Prankrijk. De minister van oorlog Leboeuf, heette het, zou aandringen op een oogenblikkelijk begin van den krijg. Den Pruisen moest geen tijd tot voorbereiding worden gelaten. — Het feit was, dat Leboeuf een circulaire had rondgezonden, waarin verzocht werd om een opgave van de officieren, die om gezondheidsredenen langdurig verlof, en mogelijk zelfs wel een overplaatsing bij de mobiele garde, mochten wenschen.

Dat Benedetti zich thans van zijn gevaarlijke positie volkomen was bewust, is met beslistheid aan te nemen, want den 13en verzocht hij de Gramont nadere instructies. — »Men zou de moeilijke omstandigheden, waarin hij verkeerde, wel begrijpen; niettemin zou hij alles in 't werk stellen om aan de door Parijs gestelde eischen te voldoen.quot;

Den I3ei1 Juli kwart vóór tienen bereikte hem een nieuw telegram van de Gramont. Het luidde:

gt; Uw beide depêches heb ik heden omstreeks het middaguur ontvangen. Zooals ik u reeds meldde, is de gevoeligheid hier dermate geprikkeld, dat wij 't ontvangen der bewuste verklaring slechts met groote moeite tot vrijdag

— 18 —

ocr page 27

kunnen verschuiven. Doe bij den koning dus nog eens uw best. Zeg hem, dat wij van hem niets anders verlangen dan het verbod aan den prins van Hohenzollern om op zijn bedanken terug te komen. Voldoende is 't, wanneer hij u zegt, dat hij dit den prins zal verbieden, en u tevens machtigt mij dit te schrijven, of wanneer hij zijn minister of zijn gezant last geeft mij dit te doen weten. Koestert de koning inderdaad geen bijoogmerken, dan is dit voor hem slechts een ondergeschikte quaestie.quot; — Verder zeide het telegram: »Keizer Alexander schenkt ons zijn warmen steun. De overige kabinetten vinden, dat wij gelijk hebben en gematigd zijn. In elk geval verlaat gij Ems en komt met het antwoord zelf naar Parijs. Vóór vrijdag twaalf uur moet ik u hebben gesproken. Xeem desnoods een extra-trein. Ga voort met alles te telegrafeeren wat op de zaak betrekking heeft. Wanneer gij van den koning de mededeeling ontvangt, dat de prins heeft bedankt, kunt gij hem mogelijk zeggen: Sire, Uwe Majesteit staat ons borg voor het woord van den prins, want het is u niet onbekend, dat wij als mogendheid met den prins niet in relatie staan, en dat onze officieele bescherming tegenover de natie ligt in uw koninklijk woord.quot;

Na dit telegram was Benedetti stellig verplicht nóg een poging te wagen. Als voorwendsel nam hij de ontvangen opdracht om Ems te verlaten. Hij deed den koning weten, dat hij dien avond, — den I4en — zou vertrekken, en ontving hierop het antwoord, dat de koning hem vóór zijn vertrek nog eenmaal in de stationswachtkamer zou ontmoeten.

Wat er in die wachtkamer voorviel, laat zich het beste verklaren door den inhoud van het telegram, dat Benedetti den i4ei1 Juli aan de Gramont zond. — s Zooeven heb ik den koning gesproken aan 't station. Hij bepaalde zich uitsluitend tot de verzekering, dat hij mij verder niets had mede te deelen, en dat, als de onderhandelingen nog mochten worden voortgezet, dit door zijn kabinet zou geschieden. Zijne Majesteit verzekerde mij, dat zijn vertrek naar Berlijn op dinsdag a.s. is vastgesteld.quot;

Bij de meerderheid der toongevende mannen te Parijs scheen een vredelievender stemming intusschen nog eenmaal boven te komen. Nu het oorlogsgevaar zoo dreigend dicht naderde, zonk de strijdlust; zelfs het oproepen der reserves werd weder verschoven.

Daar ontving de Gramont de mededeeling, dat graaf von Bismarck den Pruisischen gezant ernstig zijn afkeuring had te kennen gegeven, omdat deze had willen kennisnemen van den ongehoorden cisch om een brief met verontschuldigingen te schrijven, en dat de gezant bevel ontvangen had, s wegens gezondheidsredenenquot; verlof te nemen. Kort daarna kreeg hij kennis van het telegram, waarin von Bismark den Pruisischen gezant het te Ems voorgevallene mededeelde met de toevoeging, dat de koning door de wijze, waarop hij was bejegend, geweigerd had Benedetti nog weder te ontvangen. — In deze kennisgeving aan alle hoven van Europa

PIHJIIIII Hill J Hi.. .1..-------- -----------U-. I — --------- ---

— 19 —

ocr page 28

zag de Graniont een beleediging van Frankrijk, terwijl het telegram toch inderdaad niets anders was dan een vermelding van feiten. Ook heette het, dat Pruisen met zijn krijgstoerustingen reeds ver was gevorderd. — Trouwens was dit in Frankrijk niet minder het geval.

Thans sloeg de stemming nogmaals om. Tot de mobilisatie der armee werd besloten, en den 15 Juli werd in den Senaat door de Gramont, in het Wetgevend Lichaam door Ollivier een verklaring voorgelezen, die de beslissing gaf.

Deze verklaring behelsde in hoofdzaak, dat, »toen de onderhandelingen met de Pruisische gevolmachtigden tot niets hadden geleid, men zich tot den koning zelf had gewend. Deze had toegegeven, dat hij den prins van Hohenzollern verlof had verleend de kroon van Spanje te aanvaarden, doch had er bijgevoegd, dat hij van den loop der onderhandelingen niet op de hoogte was, aangezien hij slechts als hoofd van het geslacht, niet als souverein, bij deze aangelegenheid was betrokken geweest. — Dergelijke fijne onderscheidingen hadden bij het Fransche kabinet echter geen ingang gevonden. Den eisch om na 's prinsen terugtreden dezen stap goed te keuren en voortaan elk nieuw verzoek van die zijde om verlof tot aannemen der candidatuur te weigeren, had de koning niet verkozen in te willigen. Wel was dit antwoord zeer stellig gegeven, maar de onderhandelingen waren hierom nog niet afgebroken. — Daarentegen was het Fransche kabinet niet weinig verrast geworden, toen de koning graaf Benedetti plotseling niet meer had willen ontvangen. Verdere verrassingen waren voor het kabinet geweest, eerst het bericht, dat de heer von Werther bevel ontvangen had te vertrekken, dan de vertrouwenswaardige berichten, dat Pruisen zich wapende.

»Onder deze omstandigheden,quot; aldus luidde het slot van het exposé, »zou het een vergeten van onze waardigheid, een onvoorzichtigheid van onze zijde zijn geweest, als wij geen voorbereidingen begonnen te treffen om den oorlog, dien men ons aanbiedt, te kunnen volhouden, terwijl wij een ieder het hem toekomende deel der verantwoordelijkheid laten dragen. Sinds gisteren zijn de reserves opgeroepen. Wij zullen de noodige maatregelen nemen om onze belangen alsmede de veiligheid en de eer van Frankrijk te beschermen.quot;

In de werking dezer woorden hadden de ministers zich niet misrekend. Ze was allesoverweldigend. De Kamer benoemde terstond een commissie om te beraadslagen over de credieten, die de regeering had aangevraagd. Aan deze commissie gaf de Gramont onder anderen ook voorlezing van de telegrammen, welke hij met Benedetti had gewisseld, en dit nog wel, zooals thans is bekend, onder een zoodanig licht en met zulke aanwijzingen, dat ze een vervalsching vrijwel nabijkwamen en het geloof moesten doen ontstaan, dat Frankrijks gezant te Ems een grove beleediging was aangedaan.

Professor von Sybel zegt dan ook terecht: »De geweldigste oorlog

— 20 —

ocr page 29

dezer eeuw vond den 6equot; Juli zijn aanleiding in een uit de lucht gegrepen verdachtmaking, werd den i3en Juli onvermijdelijk door een ongepasten eisch en werd den i5eD Juli verklaard op grond eener ministerieele vervalsching.''

In de grootste opgewondenheid golfde de menschenzee door de straten van Parijs. Het exposé van den minister was oogenblikkelijk in druk gegeven en bij duizende exemplaren verspreid, gelezen en besproken. Op de Place de la Concorde liep het volk te hoop. Ditzelfde geschiedde in de Rue Rivoli en voor de Tuilerieën, en de woeste kreet van : »A Berlin! A Berlin r weerklonk reeds op denzelfden dag, die voor Frankrijk zoo noodlottig zou worden.

In Pruisen's hoofdstad waren de geestdrift en de opgewondenheid intusschen niet minder geweldig dan te Parijs. Daar was in den avond van den 15en Juli de tijding ontvangen, die de beslissing bracht. Die tijding, een telegram, luidde als volgt:

»Parijs. li uur 12 min. voormiddag. — Heden middag om één uur zal van de regeering een mededeeling inkomen zoowel bij den Senaat als bij de Kamer, een mededeeling, welke een exposé der feiten bevat. Dit exposé besluit met de kennisgeving, dat Frankrijk aan Pruisen den oorlog heeft verklaard.quot;

De inhoud van dit telegram werd in een ommezien in de gansche stad bekend. Het aantal druk en levendig sprekende en gesticuleerende groepjes Unter den Linden, — de Berlijnsche boulevard, waar bij alle groote gebeurtenissen de menigte samenstroomt, — nam voortdurend toe. Wel ontbraken nog de officieele berichten, wel was het telegram slechts van het «bureau Wolff,quot; doch twijfel scheen bijna niet meer mogelijk. De koning was op weg naar Berlijn. De kroonprins, graaf Bismarck, graaf von Roon en generaal von Moltke waren hem dien middag reeds om drie uur te gemoet gespoord. Dit alles bewees, dat de toestand hoogst ernstig was.

Kort daarop verspreidde zich het bericht, dat de oorlog reeds verklaard was. Niemand kende de bron, waaruit dit bericht voortkwam, maar het bestond. De geestdrift steeg voortdurend, en toen ten slotte de tijding kwam, dat de koning dienzelfden avond nog in zijn hoofdstad zou terugkeeren, steeg ze ten top en was ze oorzaak, dat honderdduizenden zich tegen zeven uur aan het station schier verdrongen, om niet alleen den alom beminden souverein, maar vóór alles den man welkom te heeten, »die zijn eigen eer en die van zijn vaderland tegenover laatdunkende willekeur en aanmatiging zoo fier had gehandhaafd.quot;

ocr page 30

Ille HOOFDSTUK.

TE PARIJS EN TE BERLIJN.

ocr page 31

»Bedenkt gij wel, dat van uw besluit voor millioenen menschen zegen of rampspoed afhangt?quot; zeide hij. »Aan uw voornaanisten eisch is voldaan.quot; — Geweldig rumoer. — Thiers (tegen de rechterzijde) : »Gijlieden zult mij niet vermoeien. Ik vervul mijn plicht, den plicht om aan onzedelijke hartstochten weerstand te bieden.quot; — Geducht rumoer. — »Is het waar of niet, dat men onze cischen heeft ingewilligd? Wilt gij nu, louter om een quaestie van vorm, stroomen bloeds gaan vergieten? Ik beschouw dezen oorlog als onredelijk, als onverstandig. Meer dan iemand anders ben ik door de gebeurtenissen van 1866 verrast, maar het oogenblik der vergelding kon niet slechter worden gekozen. Gij hebt de meerderheid; gij zult beslissen, maar de dag zal komen, waarop uw overijling u berouwen zal. Dit zeg ik u, ik, een man, die op Frankrijks grootheid ijverzuchtig is.quot;

Na Thiers sprak Jules Favre.

Ook hij ijverde tegen den oorlog,

maar, terwijl hij sprak, liepen de banken leèg. De afgevaardigden verlieten de zaal. Dit was voor den redenaar nog beleedigender dan de bejegening, die Thiers had ondergaan. Dezen had men doof geschreeuwd ; op Favre sloeg men niet eens acht.

Vijfhonderd millioen francs voor het leger, zestien millioen voor de vloot had de regeering gevraagd;

bovendien had ze gevorderd, dat de derde ban der reserve benevens de mobiele garde zou worden opgeroepen.

In Parijs steeg de dolzinnigheid intusschen ten top. De stad was gelijk aan een vat in gisting, dat weldra onder deze laatste moet barsten. De oorlogspartij zegepraalde en gaf door toomeloos gejubel, beleedigende spotprenten en onbeschofte aardigheden tegen Duitschland aan haar vreugde lucht.

Intusschen naderde koning Wilhelm snel zijn hoofdstad. Zijn reis geleek een zegetocht; zelfs op plaatsen, waar hem in vroeger jaren slechts een zeer koele ontvangst was ten deel gevallen, werd hij thans met gejubel begroet. Om drie uur hield de koninklijke trein aan 't station te Brandenburg stil. Hier ontving de souverein de reeds vroeger genoemde grootwaardigheidsbekleeders, mannen, die hij reeds jarenlang kende, die hij in de ure des gevaars reeds zoo menigmaal geraadpleegd en

ocr page 32

gehoord had. Eerst hier ontving hij van von Bismarck de tijding, dat, hoewel nog niet officieel in zijn handen, de oorlogsverklaring van Frankrijk toch reeds naar Eerlijn onder weg was.

Geruimen tijd hield de grijze vorst zijn zoon omhelsd. Beide mannen waren zich bewust van den diepen ernst, welke de omstandigheden eischten. — De koning bleef nog enkele uren te 1'otsdam stil en kwam eerst tegen kwart vóór negenen in Berlijn.

De levende haag van menschen, tusschen welke zijn rijtuig naar het paleis reed, en het luide, alles overstemmende gejubel dier golvende menigte moesten hem wel de overtuiging schenken, dat zijn volk niet alleen volkomen met hem eenstemmig dacht, maar dat het hem dankbaar was voor de wijze, waarop hij de eer der natie had hoog gehouden. Duizende handteekeningen vulden de adressen der natie aan haar vorst, adressen, opgesteld bij het licht eener schitterende illuminatie van bijna de gansche stad. — Bij de komst des konings in de hoofdstad was het gansche leger mobiel verklaard. Zoodra de laatste berichten uit Parijs den monarch door von Bismarck waren medegedeeld, was hiertoe door hem het bevel gegeven.

Den i6en Juli vergaderde de per telegram tot een buitengewone zitting opgeroepen Bondsraad. Hier was 't, dat Saksens gevolmachtigde, Freiherr von Friesen, de volgende manhaftige verklaring gaf: »In naam mijner regeering, die, zooals ik durf aannemen, hierin met al de hooge bor.dsregeeringen eenstemmig is, verklaar ik mijn volle goedkeuring te hechten aan al 't geen tot heden door den Bondspresident is verricht en aan de door Pruisen medegedeelde opvatting van den toestand. Frankrijk wil den oorlog. Moge deze dan zoo krachtig en zoo snel mogelijk gevoerd worden!quot;

De ig6 Juli bracht de officiëele oorlogsverklaring. Dienzelfden dag opende de koning den Noord-duitschen Rijksdag met een troonrede, welke een getrouwe afspiegeling mocht heeten van den ernst der tijden, maar ook van het vertrouwen, van den moed der Duitsche mannen.

Na een bezoek aan de tombe zijner moeder in den koninklijken grafkelder te Charlottenburg, keerde de vorst naar Berlijn terug en onderteekende hier de acte, waarbij de orde van het IJzeren Kruis weder werd ingesteld. Niet onmogelijk is 't, dat zijn pen hierbij geleid werd door gedachten aan zijn jeugd, toen zijn vaderland onder Frankrijks druk zoo diep ging gebukt.

Onmiddellijk nadat de Rijksdag was geopend, — des namiddags om twee uur, — had de eerste zitting plaats. Graaf von Bismarck, de rijkskanselier, beklom de tribune en deelde aan de vergadering mede, dat de Fransche gezant hem in den loop van den voormiddag de oorlogsverklaring had overhandigd. — Deze mededeeling werd met luiden bijval begroet. —- Dadelijk daarop werd overgegaan tot de behandeling eener wet, die de noodige credieten verleende.

ocr page 33

In de tweede zitting werd daarop in de eerste plaats het door den afgevaardigde Miquel voorgestelde, aan den koning te richten adres in behandeling genomen. Het geheele huis nam het eenstemmig aan. Terwijl men zich nog met het adres bezighield, trad de bondskanselier binnen, vroeg het woord en begon tegenover de vergadering thans een exposé te geven, dat over de oorzaken tot den oorlog een eigenaardig licht wierp. Tevens legde hij verschillende bewijsstukken over, met mede-deelingen van de verschillende gezanten en van den minister van buiten-landsche zaken en constateerde, dat er van de zijde der Fransche regeering nopens de hangende quaestie slechts één officieel stuk was ingekomen, namelijk de oorlogsverklaring.

«Na het oogenblik, waarop de Fransche regeering door haar gezant aan het kabinet van Berlijn de vraag heeft laten doen, wat wij van de zaak wisten, is dit de eerste en eenige mededeeling, die van de Fransche regeering rechtstreeks tot ons is gekomen. Al de gesprekken, welke Benedetti al dan niet in zijn hoedanigheid van Fransch gezant met den koning onder vier oogen op een badplaats heeft gevoerd, zijn, zooals een ieder weet, die met dergelijke internationale onderhandelingen bekend is, slechts gesprekken van persoonlijken aard, die op internationale verhoudingen volstrekt geen betrekking hebben,quot; liet von Bismarck er op volgen.

In de namiddagzitting werd beraadslaagd over de voorstellen, welke de regeering had ingediend. Met groote meerderheid werd een crediet van 120 millioen mark ten behoeve van leger en vloot aangenomen, en de Rijksdag in diezelfde zitting met groote geestdrift gesloten.

Zeiden wij reeds vroeger, dat Napoleon zich had vergist, toen hij rekende op Duitschlands verdeeldheid, thans bleek dit volkomen. Evenals in Noord-Duitschland was ook in het zuiden de geestdrift groot. Onstuimig vroeg het volk om den oorlog.

In Baden was de zaak terstond uitgemaakt. Den 12en Juli te Karlsruhe teruggekeerd, beraadslaagde de groothertog terstond met zijn ministers over de maatregelen van verdediging. Den i6en werd het leger mobiel verklaard en den 2 2en aan Frankrijks gezant, graaf Mosburg, officieel kennis gegeven, dat Baden, het Duitsche grondgebied bedreigd ziende, zich volgens het verdrag van 1866 bij Pruisen aansloot en Frankrijk den oorlog verklaarde.

Het Fransche hof was over deze handelwijze van Baden in de hoogste mate gebelgd. Den i6en was de gemeenschap tusschen Kehl en Straatsburg door het wegnemen van de schipbrug en het opnemen van rails reeds verbroken, en nog voordat het diplomatieke verkeer tusschen de beide rijken was afgebroken, ontving Baden van Frankrijk door zijn gezant te Parijs een beklag, dat er aan de Badensche troepen ontplofbare munitie was uitgedeeld. Hoewel dit bericht een grof verzinsel bleek en door de Badensche regeering, zoowel als door graaf Mosburg,

ocr page 34

werd gelogenstraft, — sinds i S69 was Baden tot de Petersburger conventie toegetreden; — bracht graaf Keratry dien logen den 2ien nog even ter sprake in het Wetgevende Lichaam. Een natie, die zoo handelde, moest volgens hem buiten het volkenrecht geplaatst, het land aan plundering prijs gegeven worden!

Wat Beieren zou doen, hoe Wurtemberg zou optreden was nog een open vraagstuk. In het eerstgenoemde land heerschten nog altoos ultramontaansche woelingen; daar waren de ultramontanen in de Kamer ongeveer even sterk als de nationalen. Welke partij zou zegevieren ?

Koning Lodewijk hakte den knoop zonder aarzelen door. Den 13en waren de algemeene beraadslagingen over het budget van oorlog juist afgeloopen, toen hij, het gebeurde te Parijs vernemende, dadelijk kort en bondig verklaarde, dat Duitschlands onschendbaarheid en veiligheid werden bedreigd, dat de casus foederis (de bondsquaestie) was gesteld, dat hij zijn koninklijk woord gestand doen en zijn Noord-duitsche bond-genooten ter zijde staan zou.

Den i6en volgde de oorlogsverklaring. In de zitting van den i8eD, die in groote opgewondenheid was aangevangen, vroeg von Pranckh, de minister van oorlog, een crediet van ruim zes en twintig millioen florijnen, terwijl de minister van buitenlandsche zaken, graaf Bray, het zwaartepunt van zijn gansche betoog legde in zijn merkwaardig: Den 15en Juli verdween het vraagstuk der candidatuur in Spanje en begon de Duitsche quaestie.quot;

De commissie tot onderzoek der credietwet bestond uit zes ultramontanen en drie liberalen. Bij monde van Dr. Jörg bracht ze den volgenden dag rapport uit. — De meerderheid der commissie verkoos niet meer toe te staan dan ruim 5 millioen florijnen, tot handhaving eener gewapende neutraliteit. De casus foederis was niet aanwezig. Duitschlands eer was bij deze aangelegenheid niet betrokken. De koning van Pruisen had door de zoo geheimzinnig op touw gezette candidatuur, — door een soort van Pruisische huispolitiek, — een grooten, onstaatkundigen misslag begaan, een misslag, dien hij met één enkel woord en zonder aan zijn eer te kort te doen had kunnen herstellen. Geen Duitsche quaestie bestond hier. De oorsprong van al de verwikkelingen lag in een schending van de étiquette. Dat Pruisen het oppercommando zou voeren, was te kort doen aan de Beiersche souvereiniteit, 't slot van Dr. Jörg's betoog was, dat men liever onzijdig moest blijven. Frankrijk toch had dit aan Beieren verzocht gt; en als ik goed heb verstaan, zelfs met garantie van de Palts.quot;

In 't geen verschillende andere ultramontaansche afgevaardigden thans nog in 't midden brachten, lag, evenals in 't geen Dr. Jörg gezegd had, veel waars, vooral wat betreft de houding van koning Wilhelm van Pruisen. Toch zou de ultramontaansche partij de zege niet wegdragen. Dr. Sepp, eveneens een ultramontaan, de minister van oorlog en Dr. Völk

—.26 —

ocr page 35

spraken thans, en de laatste vooral wist veel ultramontanen over te halen om te stemmen vóór het regeeringsvoorstel. — »Wij moeten ons geen praatjes op de mouw laten spelden. Napoleon kan ons de Palts niet garandeeren; hij garandeere zich zelfquot;, zeide hij ondermeer. » Hoe willen wij vertrouwen stellen in een man als Napoleon, een man, die den eed verbrak, op de grondwet afgelegd? Hoe wil die ons de Palts garandeeren? Hiertoe is alleen de vereenigde kracht der üuitsche natie bij machtequot;.

In kernachtige taal deed de minister van oorlog uitkomen, dat Beieren alleen door het vervullen van zijn plicht in Duitschland zijn zelfstandigheid kon behouden, dat het echter, onzijdig blijvende, voor de oorlogvoerende mogendheden later wel eens een welkome, gemakkelijk te verdeden buit kon worden.

Voegt hierbij het denzelfden middag verspreide gerucht, — mogelijk was t wel een zet van von Bismarck; — dat de Franschen reeds in de Beiersche Palts waren gevallen, en men kan begrijpen, dat het voorstel der commissie van rapporteurs met 89 tegen 58 stemmen viel en dat het voorstel van Schleich, om achttien millioen toe te staan, met een groote meerderheid werd aangenomen. — Dus werd Beieren Pruisens bondgenoot 1

De koning van Pruisen zond koning Lodewijk terstond een telegram, prees hierin de echt Duitsche houding van zijn »neefquot; en voegde er bij, dat hij het bevel over het Beiersche leger terstond op zich genomen en dit laatste ingedeeld had bij de IIIe armee onder bevel van zijn zoon.

Voor Wurtcmberg was de door Beieren aangenomen houding beslissend. Aan den Franschen gezant werd onomwonden te kennen gegeven, dat de eischen van Napoleon, nadat prins Leopold zijn candidatuur had ingetrokken, het nationale gevoel in Wurtemberg diep hadden beleedigd. Den 20en Juli kwamen de stenden bijeen, -— reeds den 17quot;' was besloten het leger te mobiliseeren; — en met bijna algemeene stemmen werd een crediet van nagenoeg zes millioen florijnen toegestaan.

In het groothertogdom Hessen stonden de zaken tamelijk eenvoudig. Zoowel door zijne militaire conventie als door de omstandigheid, dat een deel van zijn gebied in den Noord-duitschen bond was opgenomen, was het onherroepelijk aan Noord-Duitschlands lot verbonden. De bondskanselier vaardigde den i6en Juli een besluit uit, dat de Hessische divisie zou worden gemobiliseerd. Wel aarzelde men een korte poos, dewijl het gerucht liep, dat de Franschen Freiburg reeds hadden bezet, en men beducht was voor Frankrijks wraak; wel waagde de Fransche gezant het naar aanleiding van dien den 1 8el1 Juli te vragen of Hessen onzijdig wilde blijven, maar op deze vraag luidde het antwoord ontkennend.

De Hessische minister Dalwigk legde nu in de Kamer de verklaring

— 27 —

ocr page 36

s

af, dat Frankrijk onder een ellendig voorwendsel Duitschlands grenzen bedreigde, en vroeg een crediet van ruim vier millioen florijnen. Dit werd toegestaan.

Zoo was dus gansch Duitschland thans vastbesloten, tegen Frankrijk re velde te trekken.

Graaf Mosburg was woedend. — » Wat scheelt die dwarskoppen toch, dat zij nu met die Pruisische canailles gemeene zaak maken?quot; riep hij uit, toen hij van de oorlogsverklaring van Beieren hoorde. » De Keizer had het met Beieren zoo goed voor; hij wilde het land vergrooten.quot;

Welk een ontnuchterenden indruk die houding van Zuid-Duitschland op Frankrijk maakte, is uit het bovenstaande af te leiden, en dit alles nog wel nadat Sigl, de redacteur van het ultramontaansche blad Dat Vaterland, den I7en Juli uit München naar Parijs had getelegrafeerd: »De patriotische partij (ultramontanen) heeft besloten geen kreuzer toe te staan voor de ten bate van Pruisen aanbevolen mobilisatie.quot;

Zoo rustte gansch Duitschland zich ten oorlog toe. Binnen weinige dagen zouden zijn zonen onder het zingen van Die Wacht am Rhein naar de grenzen trekken. Evenals Körner in vroeger jaren den gouden morgen van de overwinning slechts zou zien aanbreken, zoo was het Max Schneckenburger, den vervaardiger van het gedicht, dat door den componist Wilhelm op muziek werd gebracht, niet vergund de geestdrift te zien, waarmede zijn lied in die dagen werd gezongen. Hij rustte reeds onder de groene zoden.

Enkele etmalen nog slechts, en de ontketende hartstochten zouden tegen elkander botsen; een deel van Europa zou opgaan in een zee van vuur en bloed.

Vraagt men ons thans of die geweldige oorlog voorkomen had kunnen worden, dan luidt ons antwoord, al mogen er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, onomwonden bevestigend, — doch met deze beperking, dat een oorlog tusschen Frankrijk en Pruisen te eeniger tijd toch zou zijn gevolgd.

Het Fransche kabinet verkoos in het hoofd van het geslacht von Hohenzollern voortdurend niemand anders te zien dan den koning van Pruisen, terwijl deze die beide qualiteiten wel van elkander gescheiden wilde zien door anderen, maar zelf ze niet van elkander scheidde; dit laatste toch blii'kt eerst uit het door den koning zelf erkende feit, dat hij von Bismarck, den Pruisischen Bondskanselier tevens zijn eersten staatsdienaar, over de quaestie der candidatuur had geraadpleegd, dan uit de omstandigheid, dat hij in zijn hoedanigheid van koning van Pruisen graaf Benedetti verwees naar zijn ministers, toen hij zelf dezen gezant niet langer verkoos te hooren.

Voorts had Frankrijk volstrekt niet zoo groot ongelijk, toen het eenigen waarborg verlangde, dat prins Leopold zich niet weder candi-daat zou stellen. De toestand toch in Spanje gaf hiervoor meer dan

— 38 —

ocr page 37

voldoende aanleiding. — Als Pruisen in de toekomst werkelijk niets met de candidatuur van den prins uitstaande wilde hebben, had de koning, zonder aan zijn eer te kort te doen, die verzekering zeer goed kunnen geven; wat meer zegt, hij had ze behooren te geven, vooral dewijl hij sinds het vorige jaar wist, dat, wanneer een Hohenzollern den Spaanschen troon beklom, dit een casus belli zou wezen. Ollivier's niet voor twee uitleggingen vatbare woorden : » Old, il menace la guerrequot;, gebezigd tegen den Pruisischen gezant von Werther, even voordat deze naar Ems zou vertrekken, — 5 Juli '70 —, hadden bovendien genoeg gezegd.

Alle reden bestaat er om aan te nemen, dat des konings raadsman, von Bismarck, zijn invloed in deze krachtig heeft doen gelden om zijn meester niet aan den gestelden eisch te doen toegeven. Bismarck wist, dat Pruisen volkomen ten oorlog was toegerust, dat het mobilisatieplan tot in de kleinste bijzonderheden was uitgewerkt, en — dat, zooals wij boven reeds zeiden, de oorlog te eeniger tijd toch onvermijdelijk was. Dan liever de oorlog thans, nu le beau role aan Pruisen was, dan later, is er mogelijk wel door hem gedacht, te meer omdat hij juist een wapen in handen had om in Zuid-Duitschland zelfs ieder greintje van nog bestaande sympathie voor Frankrijk weg te nemen en om dit land te dwingen, den strijd te voeren zonder bondgenooten.

Dit wapen was de openbaarmaking van een ontwerp-tractaat, in den loop van 1866 voor een groot deel door graaf Benedetti zelf geschreven en niets meer of minder ten doel hebbende dan het in bezit nemen van België. Hiertegenover zou Pruisen dan zijn veroveringen, in den laatsten oorlog (1866) gemaakt, mogen behouden en zou Napoleon zich niet verzetten tegen een federale vereeniging van den Noord-duitschen bond met de staten van Midden- (Zuid-) Duitschland. Om de volkomen uitvoering dezer bepalingen te verzekeren, zouden de koning van Pruisen en Napoleon tevens een of - en defensief verbond sluiten.

Deze wonderschoone proeve van Napoleon's politique de pourboire, waarin Bismarck onwederlegbaar de hand had gehad, liet deze thans eerst opnemen in de Times, daarna photografeeren en eindelijk zenden aan 't kabinet van S1. James. Tevens noodigde hij alle buiten-landsche gezanten, die zich op dat oogenblik te Berlijn bevonden, uit het manuscript te komen bezichtigen. — Allen herkenden het schrift van Benedetti.

De verontwaardiging in Engeland was groot. Bijna alle groote bladen verklaarden zich terstond voor het handhaven eener gewapende onzijdigheid. Ook de van geen der partijen afhankelijke Fransche couranten gaven hun afkeuring over zulk een politiek in ronde woorden te kennen. Dat Bismarck, de man, onder wiens dictee Benedetti, volgens diens eigen verklaring, geschreven had, hierbij ook heel wat vecren moest laten, is gemakkelijk te begrijpen. De woorden, welke o. a. de Siècle sprak, zijn te karakteristiek om ze hier niet een plaatsje te geven, te meer omdat

— 29 —

ocr page 38

(quot;.RAAF OTTO VON BISMARCK.

ze zoo goed als den totaal-indruk geven, door de openbaarmaking van dit tractaat op Europa gemaakt.

Voor ditmaal slechts ^één opmerking, namelijk, dat de wederzijdsche

— 30 —

ocr page 39

kuiperijen tot bevrediging van eerzuchtige begeerten te Berlijn en te Parijs, — al mochten ze te rechtvaardigen wezen, — vreemd zijn gebleven aan de beide groote natiën, die op het punt staan haar edelste bloed op het slagveld te vergieten. Alles is afgehandeld tusschen twee even eigenaardige als dictatoriale machten. Wij, Franschen en Duitschers, moeten den bloedigen losprijs thans betalen voor onze onbekwaamheid om ons zeiven te regeeren. Wij halen het voorval aan als een les, zoo al niet voor ons eigen ongelukkig geslacht dan toch voor het geslacht, dat na ons op het wereldtooneel zal optreden.quot;

Bij deze ééne onthulling liet von Bismarck het niet blijven. Den 2gequot; Juli ontvingen de vertegenwoordigers en de politieke zaakgelastigden van den Noord-duitschen bond bij de onzijdige mogendheden een circulaire, bevattende een opsomming van al de pogingen, door het Fran-sche kabinet in de laatste tien jaren aangewend om met behulp van Pruisen zijn noordelijke en oostelijke grenzen uit te breiden. In die circulaire beweerde hij o. a., dat Frankrijk in dien tijd beurtelings al zijn naburen gedreigd had te verslinden, minstens te berooven, en dat het gereed stond Oostenrijk opnieuw te beoorlogen. Zoo zou het Fransche kabinet zich zelfs reeds in 1862, toen Bismarck nog gezant was te Parijs, een en ander tegen hem hebben laten ontvallen over plannen ten opzichte van de Rijngrenzen en België.

Ridderlijk was Bismarck's politiek in deze het allerminste. Het Fransche ministerie bleef natuurlijk niet in gebreke, den kanselier in al die staatkundige kuiperijen een groote plaats te geven en zich zelf zooveel mogelijk van schuld vrij te pleiten. Het liberale blad Daily News gaf dan ook onverholen als zijn meening te kennen, dat al deze beschuldigingen over en weer veeleer pasten bij twee doortrapte misdadigers dan bij twee zoo hooggeplaatste staatslieden, en dat het bedroevend was te moeten vernemen, hoe twee groote mogendheden samen hadden kunnen onderhandelen over de berooving van een derde.

Maar al was Bismarck's politiek deloyaal, onedel, zelfs misdadig, succes had ze. De andere groote mogendheden mochten misschien jaloersch zijn op Pruisens zoo snel toegenomen grootheid, die jaloezie werd nu voor een groot deel geneutraliseerd door het bekend worden van Napoleon's schaamtelooze annexatieplannen. Al de groote mogendheden namen zich voor de gestrengste onzijdigheid in acht te nemen. Zelfs Italië besloot tot een afwachtende houding. Ruslands invloed was oorzaak, dat ook Denemarken zich niet in den strijd mengde, al hunkerde het naar wraak over 1864. Frankrijk stond dus alleen tegenover gansch Duitschland, en met snelle schreden naderde het oogenblik, waarop het eerste kanonschot vallen, het eerste wapenfeit in dezen reuzenstrijd plaats grijpen zou.

— 31 —

ocr page 40

ive HOOFDSTUK.

DE BEIDE LEGERS.

Reeds geruimen tijd voordat die drang naar den oorlog in Frankrijk, — Hever gezegd te Parijs, — zoo heftig werd, was daar een vlugschrift verschenen, dat binnen drie jaar twintig herdrukken beleefde. In IJannée francaise en i86j had de ongenoemde schrijver, — het publiek echter noemde generaal Trochu, den lateren verdediger van Parijs; — had de ongenoemde schrijver dus over dit leger onomwonden zijn meening gezegd, daarbij nadrukkelijk gewezen op de fouten, welke het in organisatie, mobilisatie en aanvoering aankleefden, en ten slotte aangetoond hoe uitmuntend dit alles in orde was in Pruisen. Zijn woorden waren in den wind geslagen.

Op eenigszins andere wijze had de kolonel Stoffel, langen tijd attaché militaire te Berlijn, zijn keizer gewezen op de groote leemten, welke bij het Fransche leger werden aangetroffen, en op het gevaar van een mogelijken oorlog met Pruisen. Ook op die waarschuwende stem, de stem van een man, die zoo bijzonder goed ingelicht kon wezen en dit ook was, werd geen acht gegeven. Mogelijk kón men toen te Parijs reeds niet meer terug.

Reeds dadelijk werd thans een misslag begaan, die nimmer meer hersteld zou kunnen worden. De samenstelling van het leger en de strategische opmarsch naar de grenzen geschiedden, vóórdat het leger was gemobiliseerd. De maarschalk Leboeuf, chef van den generalen staf tevens minister van oorlog, had de troepenbewegingen terstond doen beginnen, nadat men zich reeds weken vóór de oorlogsverklaring met toebereidselen voor de indeeling had beziggehouden.

Wat was thans het plan van Napoleon? —Voordat de erfvijand zijn macht had gemobiliseerd, wilde hij zich met een leger tusschen Noorden Zuid-Duitschland werpen, om door een snel verkregen eerste succes

ocr page 41

Italië, dat met 100,000 man gereed stond, en misschien ook Oostenrijk zijn partij te doen kiezen. — Gelet op zijn gevaarlijke positie, had dit plan veel goeds, maar Napoleon was de man niet meer om het uit te voeren. Daarbij werkte het met een geest van centralisatie vervulde ministerie van oorlog slecht, en het mobielmaken der troepen, een beweging, die van zeer veel soldaten dagenlange marschen vorderde, b.v. van Marseille naar Amiens, ging met groote bezwaren en enorm tijdverlies gepaard. Hierdoor alleen reeds werd het 6e korps, dat tot het Rijnleger behoorde, bij voorbeeld nooit voltallig.

In de naamlooze verwarring dier eerste zooveel eischende dagen raakte het legerbestuur het hoofd kwijt. Wel stond de armee reeds den 25en Juli vlak bij de Duitsche grenzen, doch de meeste bataljons hadden nog slechts hun halve sterkte. Tot een snellen inval in Duitschland dorst men dus, schijnt wel, niet besluiten. Toch bevond zich op genoemden datum, hoewel het geheele leger over een frontbreedte van 20 geografische mijlen was versnipperd, om en bij Metz en Straatsburg een troepenmacht, die, wel is waar niet volkomen uitgerust, toch sterk genoeg was om vlug een gedachten slag toe te brengen. De man, die de teugels hield, was voor deze taak echter reeds te zwak geworden.

üp het oogenblik, dat Napoleon zijn legermacht de noodige slagvaardigheid meende te hebben gegeven, telde deze macht acht legerkorpsen, ter gezamenlijke sterkte van circa 300,000 man met 924 vuurmonden.

De zoogenaamde Rijn-armée bestond uit het garde-, ie, 2e, 3e, 4e, 5e, 6e en 7e korps met een cavalerie-, een artillerie- en een genie-reserve. Een indeeling in twee of drie kleinere legers achtte men niet gewenscht. De korpsen stonden rechtstreeks onder het opperbevel van den keizer.

In weerwil van het bovenstaande hadden de opmarsch en de omstandigheden ten gevolge, dat dit groote lichaam zich reeds dadelijk bij het begin van den oorlog in twee legerdrommen splitste, de eene onder maarschalk Mac-Mahon in den Elzas, — het ie, 5e en 7e korps; — de andere, eerst onder persoonlijk bevel des keizers, later onder dat van den maarschalk Bazaine en bestaande uit de overige korpsen, in Lotharingen. De vorming van het leger van Chalons had eerst later plaats.

Het Duitsche leger daarentegen was van den beginne af evenals in 1866 organiek in drie legers ingedeeld.

Het Ie, samengesteld uit het ie, 7e en 8e korps, benevens de ie en 3e cavalerie-divisie, stond onder commando van den generaal der infanterie von Steinmetz. Het IIe, waartoe het garde-, 2e, 3e, 4e, 9e, ioeen 12e of Saksische korps benevens de 5e en 6e cavalerie-divisie behoorden, had tot commandant prins Frederik Karei van Pruisen, terwijl het 5e, 6e en iie benevens het ie en 2e Beiersche korps, te zamen met de Badensche en de Wurtembergsche divisiën en de 2e en 4e cavalerie-divisie, de IIIe armee vormden. Deze stond onder de bevelen van den Pruisischen kroonprins Frederik Wilhelm.

ocr page 42

In de samenstelling der legerkorpsen van de beide reuzenmachten bestond zoowel voor het tactische als voor het strategische gebruik er van een scherp verschil. — Het Duitsche legerkorps toch bestond uit twee divisiën infanterie, die ieder een regiment cavalerie en vier veldbatterijen aan zich toegevoegd kregen. De rest der artillerie was onder den naam van korpsartillerie bijeengevoegd. Ze bleef dus niet in reserve doch moest op het juiste oogenblik worden gebezigd om den be-slissingsstrijd, — die der infanterie, — door haar vuur voor te bereiden.

Het jagerbataljon, bij ieder korps ingedeeld, werd bij een der divisiën gevoegd; het pionierbataljon met toe-behooren werd medegegeven aan de divisiën. De overige cavalerie was ingedeeld in zelfstandige, rechtstreeks onder den legercommandant staande divisiën van twee en ook van drie brigades, waaraan verscheiden rijdende batterijen waren toegevoegd.

Bij het Fransche leger daarentegen was de toestand gansch anders. Terwijl de Duitsche legerkorpsen gemiddeld acht en twintig duizend man telden, waren de Fransche van ongelijke sterkte. Die, welke door een maarschalk werden aangevoerd, telden vier, de andere drie, het gardekorps zelfs maar twee divisiën infanterie. Fik korps beschikte voorts over een divisie cavalerie. De artillerie was in niet zoo grooten getale als bij de Duitschers aan de infanterie- en de cavalerie-divisiën toegevoegd; de rest vormde de artillerie-reserve van het korps. De pionier-afdeelingen waren verdeeld als in Pruisen.

Buitendien telde het Fransche leger een cavalerie-reserve van drie divisiën a twee brigades met 30 vuurmonden en 6 mitrailleuses, onder onmiddellijk bevel van den commandant der Rijn-armée, een artillerie-hoofdreserve van 96 stukken en een genie-hoofdreserve van 3 compagnieën.

— 34 —

ocr page 43

De cavalerie was dus bij de legerkorpsen wel in divisiën ingedeeld, maar tevens was een massa van drie divisiën, dus een volslagen ruiter-korps, gevormd tot een zelfstandig lichaam, terwijl de naam van » reservequot; reeds meer dan voldoende aangaf, dat deze ruiterij voor den ophelderings-dienst niet zou worden gebruikt, zooals bij de Duitschers wèl het geval was.

Met betrekking tot het aantal krijgers was Frankrijk reeds terstond bij het uitbreken van den oorlog, voordat er nog een enkel gevecht was geleverd, in 't nadeel. Terwijl het keizerrijk, zooals wij boven reeds vermeldden, slechts 300,000 man met 924 stukken in 't veld kon brengen, telden Duitschlands legers, — ongerekend het ie, 2e en 6e korps, die voorloopig nog achterbleven ; — gezamenlijk 384,000 soldaten en circa 1400 veldstukken.

Nemen wij ten slotte in aanmerking, dat de geoefendheid der Fransche troepen bij die der Duitsche ver ten achter stond, dat ook het moreele gehalte uit den aard der zaak daar veel minder goed was dan hier, dat de Franschen in hun tactiek te weinig rekening hadden gehouden met de nieuwe juistheidswapenen, dat de plaatsvervangers en beroepssoldaten in de Fransche armee stonden tegenover soldaten, door den persoonlijken dienstplicht onder de wapenen geroepen en dus in elk opzicht beter ontwikkeld, met meer zedelijk bewustzijn toegerust en vóór alles — beter gedrild, stippen wij eindelijk aan, dat de bevelvoering in 't Fransche leger in verschillende opzichten, vooral in de hoogere rangen, zeer ongunstig afstak bij die der Duitschers, dan mag het ons niet verwonderen, dat zelfs de aangeboren dapperheid van den Franschen soldaat, zijn doodsverachting en echt militaire eigenschappen niet konden voorkomen, dat de Duitsche wapenen telkens en telkens weder de zege behaalden, al waren de verliezen, daarbij geleden, ontzettend. In Frankrijk schatte men den soldaat alleen dan hoog, wanneer hij door het behalen van overwinningen den roem der natie hielp in stand houden; nederlagen maakten hem tot een voorwerp van spot en verachting. Dat slechts een klein deel der meer beschaafde klasse de wapenen droeg, was den soldaat bekend en diende niet om zijn moreel te verhoogen. Bovendien werkte het zenden van zouaven- en turco-regimenten, de halfbeschaafde, donkerkleurige horden uit Afrika's woestijnen, naar het oorlogstooneel niet mede, om de toch reeds vrijwel slappe krijgstucht te verbeteren. Integendeel, hun slecht voorbeeld werkte demoraliseerend op de andere regimenten.

Met de mobiele garde, een slechte kopie van de landweer in Duitsch-land, stond het ook niet best. De dood van maarschalk Niel was oorzaak geweest, dat aan de reorganisatie van die burgerlijke leger-reserve niet voldoende zorg was besteed en dat de moblots, zooals zij wel eens spottend werden genoemd, zeer onvoldoende waren geoefend.

Nadat Pruisen in 1866 met het zündnadelgeweer zooveel succes had behaald, was er in Frankrijk met koortsachtige drift gezocht naar

— 35 —

ocr page 44

een handvuurwapen, dat het Duitsche overtrof. Het chassepotgevveer was ingevoerd.

Dit wapen bezat ontegenzeglijk eigenschappen, op welke het Duitsche geweer niet kon bogen; toch werd het geminacht. Over dien smaad heeft het zich bloedig gewroken. Een vuurwapen, dat zijn kogel reeds op een afstand van 2000 pas in de vijandelijke drommen kan slingeren, terwijl het geweer van deze drommen eerst op 400 of 500 pas voldoende uitwerking krijgt, is en blijft onder alle omstandigheden geducht; en hoewel de kans van een bepaald doel te treffen op dien afstand vrijwel verdwijnt, is de uitwerking van een massa kogels, uit de verte naar de vijandelijke colonnes geslingerd, reeds voldoende om, zooal niet gaten hierin te maken, dan. toch die onder sterk vuur genomen afdeelingen onrustig te doen worden.

De onwrikbare kalmte en de ware doodsverachting der Duitsche soldaten waren noodig om onder zulk een kogelregen nog rustig voorwaarts te blijven gaan.

Evenals in 1859 bij den oorlog tegen Oostenrijk, had de keizer ook nu weèr gezorgd voor een verrassing. Toenmaals waren het de nieuwe getrokken kanonnen geweest, welke de militaire wereld verbaasd hadden doen staan. Thans zou een revolverkanon, de mitrailleuse, een echt product van Satan, zooals velen het noemden, in den strijd tegen Duitschland debuteeren.

Het werd omhuld met een sluier van geheimzinnigheid; alleen zij, die onmiddellijk met de bediening er van waren belast, leerden dien vuurmond wat nader kennen. In Duitschland was het revolverkanon reeds in 1869 beproefd en voor den dienst te velde — afgekeurd.

Een voordeelige uitwerking kon het hebben, wanneer het op smalle toegangen of accessen, zooals vóór onze forten, gebezigd werd tegen troepen, die uit een bepaalde richting aanrukten, maar beperkt was en bleef de uitwerking toch altijd. Dat het vreemdsoortige, knetterende geluid der salvo's, — een geluid, dat veel overeenkomst heeft met dat van een zware ankerketting, die zeer snel over een ijzeren plaat wordt gesleept, — in den beginne op de stormende afdeelingen indruk maakte, valt intusschen evenmin te loochenen, als dat het revolverkanon in enkele gevechten op bepaalde punten zware verliezen heeft toegebracht.

Laten wij thans zien op welke wijze Duitschland zich toerustte tot den krijg.

Terwijl generaal von Roon, de toenmalige minister van oorlog, zooals wij weten, reeds in vredestijd alles had aangewend om het leger volgens de aanwijzingen van den opperbevelhebber, koning Wilhelm, voor te bereiden voor zijn taak in oorlogstijd, was het, evenals in 1866, aan generaal von Moltke, den chef van den generalen staf, opgedragen een operatieplan te ontwerpen, dit uit te voeren, de groote legerverbanden te scheppen, en deze tot gemeenschappelijk handelen te doen in elkander grijpen.

- 36 -

ocr page 45

Reeds in den winter van I 868 op i 869 had von Moltke zijn souverein een uitvoerig plan voorgelegd van 't geen er zou behooren gedaan te worden, om in geval van een oorlog met Frankrijk al de Duitsche strijdkrachten te concentreeren en de op zich zelf staande legers zoodanig op te stellen, dat zij een hechte basis vormden voor alle volgende oorlogshandelingen. Geheel in overeenstemming met het beginsel orn een beslist aanvallenden krijg te voeren was, evenals in 1866, de hoofdmacht der

tegenpartij het eerste doel van alle operaties, en de leidende gedachte daarbij het streven om, eenmaal op die hoofdmacht gestooten, deze zoo mogelijk in noordelijke richting van haar verbindingen met Parijs af te dringen. Uitgaande van het standpunt, dat de sterkteverhoudingen Duitschland gunstig waren, legde dit plan vooral den nadruk op het gebruik van dit numerieke overwicht.

Dat de Franschen zich in de lijn Metz—Straatsburg zouden concentreeren, dat ze niet op het sterke Rijnfront aanrukken doch liever, dit

— 37 —

ocr page 46

links latende liggen, naar de Main zouden rukken, om zoodoende Noord-van Zuid-Duitschland te scheiden en met dit laatste zoo mogelijk tot een verdrag te komen, had de groote strateeg volkomen begrepen. Maar dan moesten alle beschikbare strijdkrachten van Duitschland ook ten zuiden van den Moezel, in de Beiersche Palts, worden bijeengebracht om een dergelijk plan te verijdelen.

3Wel is het mogelijk,quot; leest men in 't plan; »wel is het mogelijk, dat de Franschen, met het vooruitzicht op eenige gemakkelijk te behalen voordeden, tot het besluit komen met een deel hunner macht van Straatsburg uit op te rukken tegen Zuid-Duitschland, doch een operatie van onze zijde den Rijn op, dus in de flank dezer beweging, zal alle voort-dringen aan gene zijde van het Schwarzwald beletten en de tegenpartij dwingen naar het noorden front te maken. — De verzameling van alle krachten in de Palts beschermt zoowel den Boven- als den Beneden-Rijn; zij veroorlooft een aanvallende beweging in 's vijands land, die, tijdig genoeg ondernomen, waarschijnlijk zal verhinderen, dat de Franschen den voet zetten op Duitschen bodem.quot;

Scherpzinnig berekend, met een ruimen, vèrzienden blik opgezet, was dit plan een meesterstuk; dat het stipt, ja, letterlijk van uur tot uur werd uitgevoerd, vorderde voor opperbevelhebbers mannen, toegerust met groote militaire bekwaamheden; de ondervinding heeft bewezen, dat Duitschland deze in 1870 bezat.

Zoodra den 23en Juli de eerste Duitsche troepenafdeelingen haar mobilisatie hadden voltooid, begonnen de reusachtige transporten langs al de negen tot aan de grenzen doorgaande spoorbanen, en den 3el1 Augustus stonden de drie machtige legers op de hun aangewezen punten ten strijde gereed.

Op alle gebeurlijkheden bedacht, waren nog drie legerkorpsen ter gezamenlijke sterkte van 88 bataljons, 86 escadrons en 306 stukken in het land achtergebleven. Toen in de volgende weken ook deze troepen naar het oorlogstooneel werden ontboden, en zelfs eenige landweer-divisiën derwaarts werden getrokken, bleven er in het land zelf nog slechts 200 landweer-bataljons, circa 165,000 man, benevens de reserve-troependeelen over. Zij werden als bezettingstroepen en kustbewaking gebezigd en stonden onder bevel van den generaal Vogel von Falckenstein.

- 38 -

ocr page 47

Ve HOOFDSTUK.

HET OORLOGSTOOXEEL DER EERSTE DAGEN.

De grens tusschen de beide oorlogvoerende mogendheden werd voor een aanzienlijk deei gevormd door den Rijn. Reeds in vroeger eeuwen is om het bezit van deze rivier verwoed gestreden; haar oevers zijn op verschillende plaatsen met Fransch, Spaansch, Duitsch en Zwit-sersch bloed gedrenkt.

In 1870 scheidde de Rijn bij 't verlaten van Zwitserland Baden van Frankrijk. Van af het punt, waar de rivier tusschen Duitsche oevers begon te stroomen, liep de Fransche grens zuidwaarts om de Rijn-Palts tot bij het oude Trier en dan noordwaarts naar Luxemburg, dat hier Fransch van Duitsch grondgebied scheidt. Nog verder noordwaarts lag België tusschen de beide landen in. — Tusschen Luxemburg en de Rijn-Palts lag grondgebied van Pruisen tot tegen de Fransche grens vooruitgeschoven, en van de Duitsche eindpunten Saarlouis en Saarbrücken keek men op Thionville, Boulay en St. Avoid met de reuzenveste Metz [la pucelle) op den achtergrond.

Een deel van Frankrijk lag wigvormig tusschen het Duitsche grondgebied ingeklemd. De zijden van dezen driehoek werden gevormd door de plaatsen Forbach, Bitsch, Weissenburg, Hagenau, Straatsburg, Schlett-stadt, Kolmar en Mühlhausen. De spits van dezen driehoek droeg Lauter-burg. Al deze punten waren in den loop der jaren door Frankrijk minder of meer versterkt. Achter hen verhieven zich de blauwe lijnen der Vogezen.

Aan de Duitsche zijde vormen de passen en bergen van het Schwarz-wald een natuurlijke vesting, terwijl de gansche streek tusschen de Vogezen en het Schwarzwald beschouwd kan worden als een reusachtig dal, dat met steden, bosschen, dorpen, kleine bergruggen en hier en daar steil opgaande rotspartijen is bezaaid.

De geografische ligging van het terrein was geheel in 't voordeel van

— 39 —

ocr page 48

Frankrijk. De reusachtige vestingen Straatsburg en Metz, dikwerf niet ten onrechte »uitvalspoorten tegenover Duitschlandquot; genoemd, schonken Napoleon gelegenheid aan Duitschland zoowel in noordelijke als in oostelijke richting een rechtstreekschen, gevaarlijken stoot toe te brengen, nadat hij zijn legers onder de muren dier vestingen had verzameld. Geen enkele Duitsche vesting van eenige beteekenis lag zóó dicht bij de grenzen, dat ze een bolwerk tegen den eersten aanloop had kunnen wezen. Eerst Mainz en Koblentz konden aan een aanval van die zijde paal en perk stellen. Tot daar lagen Pruisen en Beieren voor den vijand open; ook Zuid-Duitschland was hem prijsgegeven.

Zooals ons reeds is bekend, had Napoleon met het oog op zijn voor-deeüge strategische positie de troepen snel bij Straatsburg bijeen willen trekken om dan verrassend op te treden tegen de Main. Op het beslissende oogenblik van handelen miste hij hiertoe echter zoowel de kracht als den moed. De Napoleon van i 870, de door verschillende kwalen geplaagde man, was lang niet meer de man van den coup détat van 2 December 1852.

In verband met von Moltke's plannen moesten de drie Duitsche legers in de lijn Koblentz—Mainz—Mannheim—Karlsruhe worden geconcentreerd. Wilde Napoleon nu in Zuid-Duitschland vallen, dan ontblootte hij zijn linkerflank; verkoos hij daarentegen een inval in de Palts of in Rijn-Pruisen, dan stuitte hij hier weldra op overmachtigen tegenstand.

Uit een en ander viel nu met eenige zekerheid af te leiden, dat die oostwaarts uitspringende hoek, dus de Elzas en Lotharingen, mogelijk ook wel de Palts, het tooneel der eerste gevechten zou wezen.

Geven wij nu in groote trekken aan, waar reeds den 25en Juli de voorste Fransche korpsen stonden, dan vinden wij dicht bij de grenzen een lange keten en wel op den rechtervleugel het ie korps bij Straatsburg, daarachter bij Belfort het 7e met één zijner divisiën bij Kolmar. Het centrum — 5e korps; —■ bevond zich bij Bitsch. Als steunpunt van den linkervleugel diende het door het 2e korps bezette St. Avoid. Verderop vond men bij Thionville het 4e korps en hierachter het garde- en het 3e korps met Metz als steunpunt. Het 6e korps formeerde zich nog in 't kamp van Chalons.

Al die troepen, nog wel niet voltallig doch te zamen sterk genoeg om terstond krachtig handelend te kunnen optreden, stonden aan de grenzen dus reeds lang slagvaardig, voordat de Duitsche troepen aan den linker Rijn-oever in voldoenden getale aanwezig waren, om aan een aanval van een dergelijke macht met eenige kans op succes weerstand te bieden.

Maar — de commandanten dezer Fransche troepenkorpsen verkeerden blijkbaar in volslagen onzekerheid omtrent hetgeen bij de tegenpartij voorviel. Zorgeloosheid en kleinachting des vijands waren hiervan ten deele de oorzaak. Terwijl graaf Zeppelin, een Wurtembergsch officier

-

— 40 —

ocr page 49

van den generalen staf, den 26en Juli bij Lauterburg over de grenzen trok, door slechts enkele dragonders vergezeld, 48 uren lang op vijandelijk grondgebied bleef, de opstelling der Fransche troepen tusschen Hagenau en Weissenburg bespiedde, hier de telegraafdraden doorsneed, zich met de sabel in de vuist bij Niederbronn door den vijand moest heenslaan en den kroonprins hoogst belangrijke berichten bracht, terwijl de luitenant von Voigt, even vermetel als zijn Wurtembergsche kameraad, met enkele huzaren en een paar pioniers, daarbij niet eens in 't bezit eener goede kaart, op het vijandelijke grondgebied doordrong, de spoorwegviaduct tusschen Saargemünd en Hagenau vernielde, de rails opbrak en de telegraafdraden doorsneed, terwijl, om kort te gaan, de Duitsche grenstroepen letterlijk het onmogelijke beproefden om betreffende den vijand en zijn opstelling juiste berichten te verkrijgen, waagden de Fransche patrouilles zich niet verder over de grens dan tusschen Saarbrücken en Forbach. Hier trachtten zij o. a. in den morgen van den I9en Juli een paar douanen gevangen te nemen en weg te voeren; een afdeeling ulanen joeg de chasseurs tVAfrique echter ijlings terug.

Dergelijke kleine schermutselingen en verkenningsgevechten kwamen van af den ig6quot; Juli herhaalde malen voor. Een gevecht van meer ernstigen aard greep echter niet plaats vóór den 2en Augustus.

\Tog altijd was Saarbrücken zeer zwak bezet; nog altijd huisvestte deze spoorwegknoop, een volslagen open stad, slechts één bataljon infanterie dat met het 7e regiment ulanen de wacht hield aan de Saar. terwijl het 9e regiment huzaren vereenigd met de bezetting van Saarlouis de bewegingen van den zich verzamelenden vijand verderop gadesloeg, toen enkele patrouilles in den morgen van gezegden dag op den weg van Forbach sterke vijandelijke afdeelingen zagen naderen.

't Was het legerkorps van den generaal Frossard, het 2e, dat zich tegen de stad begon te ontwikkelen. Napoleon en zijn zoon waren dien morgen van Metz te Forbach aangekomen. — Onder de oogen des keizers breidden de troepen zich uit tot het gevecht; één mitrailleuse- en vier veldbatterijen kwamen in stelling en openden het vuur op het ééne Pruisische bataljon, dat met drie compagnieën in voorste linie en één compagnie in reserve dit vuur begon te beantwoorden en dtior vier vuurmonden en enkele pelotons cavalerie werd gesteund.

Tegen elf uur verlieten verscheiden Fransche bataljons hun positie op de hoogten, daalden neder in de vlakte ten westen van het exercitieveld en gaven hier salvovuur en daarna op grooten afstand met zeer weinig gevolg snelvuur af. Omstreeks het middaguur werd het duidelijk, dat de Fran-schen den aanval op de stad wilden doorzetten. Deze werd dus door de Pruisen ontruimd. Het gevecht werd daarop langzamerhand gestaakt. Tegen den avond betrokken de Pruisen noordwestwaarts van de stad een bivak.

Frossard bezette met een paar bataljons Saarbrücken, waarvan het

41 —

ocr page 50

stationsgebouw en enkele huizen waren in brand geschoten, doch bleet ze niet bezet houden, maar keerde naar zijn vorige stellingen op de Spicherer hoogten terug.

Het verlies aan beide zijden bedroeg slechts enkele dooden en gekwetsten. Het artillerievuur buiten rekening latende, had het geheel meer den indruk gegeven van een revue, die men hield ter eere van den keizer, dan van een ernstig gevecht. De Fransche bladen staken evenwel de loftrompet. — gt; Een luisterrijke overwinning was behaald. Prins Louis (Lou-Lou) had zich met zijn vader in de voorste slaglinie begeven, had »de vuurdoopquot; ontvangen en op 't slagveld kogels geraapt.quot; — De keizerin te Parijs toog met een paar hofdames naar de kerk Notre-Dame-des-Vtctoires om voor deze overwinning een dankgebed uit te storten.

Intusschen zetten de Duitschers hun oorlogstoebereidselen rustig voort. Dag en nacht, ja, schier onafgebroken voerden de treinen, welker loop reeds lang te voren was geregeld op een wijze, die boven allen lof is verheven, manschappen, paarden en krijgsvoorraad aan, tot eindelijk den 3en Augustus gezegd kon worden, dat de opmarsch der troepen, — veel treinafdeelingen volgden eerst later; — was voltooid. In breede trekken genoemd, stond het ie leger bij Koblentz, het 2e bij Homburg en Neunkirchen, het 3e in de omstreken van Landau en Rastadt verzameld. Van hier rukten die massa's krijgers nu naar de grenzen.

Dewijl het Duitsche hoofdkwartier had kennis gekregen, dat de Fransche vloot, met welke de Duitsche zich volstrekt niet kon meten, was uitgeloopen, en er dus gevaar kon ontstaan voor een landing ,op de kust der Noord- of Oostzee, werd den groothertog van Mecklem-burg—Schwerin opgedragen met vier divisiën infanterie, waaronder drie van de landweer, en een cavalerie-brigade de kust te bewaken. Later, toen bleek, dat Frankrijk zijn troepen alle in 't land zelf hoog noodig had, zoodat er aan een landing zelfs niet eens kon worden gedacht, ontvingen die afdeelingen een andere bestemming.

Wat Napoleon met dien aanval op Saarbrücken heeft vóór gehad, zal wel altijd een geheim blijven. Geen geheim echter bleef de indruk, dien de generaal Frossard ontving, toen hij, dienzelfden middag in de stad gekomen, „den burgemeester 'bij zich ontbood en van dezen moest vernemen, dat de vijandelijke macht, waartegen hij zijn drie divisiën had ontwikkeld, slechts had bestaan uit enkele compagnieën infanterie, een batterij veld-artillerie en enkele ruiters. De generaal staarde een korte poos zwijgend naar den grond. — » Dan waren wij zeer slecht ingelicht. Ik had hier een groote troepenmacht verwacht.quot;

De beweging der Fransche troepen in oostelijke richting, oogenschijnlijk door het gevecht bij Saarbrücken ingeleid, werd den 3ei:l Augustus niet voortgezet; waarom niet? Zooals wij reeds weten, was het plan van Napoleon geweest van uit Straatsburg en Metz vlug en vastberaden op Baden aan te rukken. Waarom kwam dit plan thans niet tot uitvoering?

— 42 —

ocr page 51

Had de Keizer, te Metz komende, daar met zijn scherpen blik reeds dadelijk gezien, dat de troepen voor zulk een stout stuk volstrekt niet voldoende waren uitgerust? Wist hij toen reeds, dat de korpsen, onder Mac Mahon's bevelen gesteld in den Beneden-Elzas, nog lang niet van alles voorzien, nog lang niet op hun normale sterkte gekomen waren ? Dorst hij daarom zijn plan niet doorzetten? Wij mogen het aannemen. — Een feit blijft het in elk geval, dat er in dit plan plotseling verandering kwam en dat al de gegeven bevelen werden gewijzigd. — Nu had het » schitterendequot; gevecht van Saarbrücken mogelijk wel moeten dienen om de bevolking van Parijs, die ongeduldig werd, die een daad,

een wapenfeit wilde zien, die een zegepraal behaald wilde hebben, zand in de oogen te strooien en althans voorloopig tevreden te stellen.

In de drie volgende dagen leden het stationsgebouw van St. Johann bij Saarbrücken en enkele nevenstaande gebouwen heel wat door het vuur, dat de Franschen telkens openden op de van Trier komende spoortreinen. Een deel van 't stationsgebouw ging zelfs in vlammen op. Van een »bombardementquot; van Saarbrücken zelf, zooals in die dagen werd verteld, was echter evenmin sprake als van wreedheden, welke de Franschen daar reeds den 2en zouden gepleegd hebben. Dronken waren veel soldaten, ja, en menige bakker en kruidenier was in een ommezien «uitverkochtquot;, zonder dat hij hierdoor een centime rijker was geworden.

ocr page 52

maar dergelijke tooneelen zullen wel in eiken oorlog voorkomen. Bekend is 't, dat de generaal Frossard alle op heeterdaad betrapte stroopers gestreng deed straffen.

Van het voornemen om Baden aan te grijpen was door Napoleon dus afgezien. Niet aanvallend, slechts verdedigend, — dus volgens de beginselen van den kort te voren overleden maarschalk Niel; — zou het Fransche leger den oorlog voeren. In overeenstemming met dit plan moesten de te veel zuidwaarts staande troepen, met name die van Mac-Mahon, meer noordwaarts worden aangetrokken. Mac-Mahon zou dus marcheeren naar Hagenau en van hier aansluiten bij het 5e korps van generaal de Failly, dat bij Bitsch stond en, zooals wij reeds vermeldden, het centrum heette te vormen van het Rijnleger. — Om dezen flank-marsch naar het noorden op de rechterflank te dekken, werd de divisie Abel Douay van het ie korps aangewezen. Zij zou bij Weissenburg aan de Lauter stelling nemen.

Nauwelijks had het Duitsche hoofdkwartier van deze beweging kennis gekregen, of de kroonprins ontving bevel met het IIIe leger aanvallend voorwaarts te rukken en den vijand aan de Lauter aan te grijpen. Mocht het IIe leger bij zijn opmarsch door de Fransche strijdkrachten uit den Elzas worden bedreigd, dan diende deze beweging tegelijkertijd om de linkerflank van dit leger te dekken.

't Was de 4e Augustus. Het motregende. De nevel, welke boomen en bergen omhulde, verkoos niet op te trekken. Uit de laaghangende mist-strepen kwamen de huizen slechts in wazige omtrekken te voorschijn, 't Begon harder te regenen; de boomen dropen van 't nat; de gansche natuur was als in een lijkwade gehuld. Dof, dreunend naderden op het doorweekte zand van den straatweg duizende voetstappen. De bewoners der omliggende dorpen snelden naar de vensters. Een massa krijgers kwam achtereenvolgens opduiken uit het bosch. Het eene bataljon na het andere trok voorbij. De helmen glinsterden in den regen; de grond dreunde onder den vasten, gelijkmatigen tred van al die voeten. — Ginds aan den horizon trok een tweede colonne voorbij, een onafzienbare rij soldaten te paard en te voet, met vuurmonden en bagagewagens, met karren vol proviand; en eindelijk vertoonden zich nog een derde en een vierde lange, zwarte, levende, bewegende massa tusschen de beide eerstgenoemde in.

't Waren de colonnes van het Ille leger onder den kroonprins. In den vroegen morgen waren ze opgebroken, om aan gene zijde van de Lauter den vijand nog dien zelfden dag een bloedigen groet te brengen.

» Richting houden op Weissenburg 1quot; was bevolen aan de 2C divisie van het 2e Beiersche korps. Deze divisie vormde de voorhoede.

Daarneven had het 5e korps onder von Kirchbach zijn richting ontvangen op Altenstadt. Naast deze massa marcheerde het iie korps, onder zijn commandant von Bo.se. Deze zou door het Birnwald vooruit-

— 44 —

ocr page 53

dringen en dan bij den molen op den linkeroever de rivier overgaan.

» Lauterburg moet worden bezet 1quot; was de order geweest voor de colonne op den linkervleugel, de Badensers en de Wurtembergers. De luitenant-generaal von Werder, een man, die zijn naam door dezen veldtocht onsterfelijk zou maken, voerde over die krijgers bevel.

Wanneer de laatste afdeelingen der vier colonnes reeds lang aan den grauwen horizon zijn verdwenen, volgt de legerreserve, het ie Beiersche korps. Von der Tann is hier commandant, een krijgsman in den volsten zin van het woord. Het Pruisische leger kan trotsch zijn naast zulk een bondgenoot te velde te mogen trekken. De 4e cavalerie-divisie (prins Albrecht van Pruisen) volgt de Beieren.

Den avond te voren hoorde men aan Fransche zijde tromgeroffel en fluitspel, om de bivakvuren zang en dans. Zoo ver het oog reikte zag men een levendig, kleurig, druk tooneel, door de telkens hoog opvlammende vuren bij Weissenburg grillig verlicht.

Aan den boschrand staat een postenketen. Een troepje Fransche officieren rijdt er langs, aan de spits Abel Douay, de generaal. Zijn divisie is naar Weissenburg gezonden ; ze zal bij Mac-Mahon's opmarsch immers diens rechterflank dekken.

» Qui vive f klinkt het vlak voor den generaal. De officieren houden hun paarden in. Twee infanteristen van het 50e regiment komen met drie boeren wat naderbij; zij hebben een rapport. — »Sterke colonnes zijn van Landau uit op marsch naar de grenzen.quot; — Een van de boeren was te paard en is de spits van een groote afdeeling in galop voorbijgejaagd. —- »Ze waren allemaal in't lichtblauw en hadden een blinkenden helm op met een wolligen kam,quot; zegt de man. — »'t Zijn Beieren geweest,quot; zegt de tweede boer. De generaal aarzelt geen seconde meer. Reeds verschillende berichten heeft hij ontvangen. Dit laatste is beslissend.

't Is de derde Augustus. Hij bevindt zich met zijn elf bataljons in de meest vooruitgeschoven positie van 't gansche leger; cavalerie bezit hij in 't geheel niet. — Wat moet er gedaan? — In galop vliegén de ordonnansen 't veld in. De telegraaf werkt, voor zoover ze nogr kan.

O quot; O

De troepen, welke Douay het dichtste in zijne nabijheid heeft, liggen circa vier en twintig kilometer achter hem. 't Is de ie divisie Ducrot bij Wörth, en de generaal de Septeuil bij Sultz met twee bataljons infanterie en één cavalerie-brigade.

Het antwoord van Ducrot, den superieur van Douay, is kort en bondig. — »Bij Weissenburg staan blijven; het gevecht aannemen.quot; — De generaal moet den vijand dus hier afwachten.

De morgen van den 4en breekt aan. Veel is er tot verbetering van de positie niet verricht. In den loop van den nacht zijn eenige escadrons cavalerie de Fransche krijgsmacht komen versterken. Bij het hoofdkwartier waren nog enkele officieren van meening, dat, bijaldien de

ocr page 54

Pruisen de grenzen werkelijk mochten naderen, zij dit alleen deden om te verkennen.

Op de hoogten van Weissenburg waren de Franschen met hun bekende zorgeloosheid nog aan 't soep koken, toen eensklaps de alarmkreet: »De vijand! Daar komt de vijand 1quot; weergalmde. Terstond daarop werd de trom geroerd, hoornsignalen schetterden en van de hoogten snelden de Fransche afdeelingen in allerijl het dal in, om de haar aangewezen stellingen aan de Lauter te bezetten. Ook Weissenburg zelf zou worden verdedigd. Twee bataljons turco's en het 74e regiment infanterie waren hiertoe bestemd.

't Is negen uur. Duidelijk zijn de bataljons van den vijand, die zich tot het gevecht ontwikkelt, thans zichtbaar.

De voorhoede van de Beieren onder generaal von Bothmer rukt aan op de stad. De kroonprins, die zelf de leiding van het gevecht op zich komt nemen en bij zijn verschijning op het terrein door de troepen met een donderend hoera wordt begroet, gaat staan op de hoogte van Sc'nweigen. Door den regen heen zijn de tenten der Franschen in de verte zichtbaar. Kort na elkander dreunen vijf, zes kanonschoten. Dit vuur geldt de drie voorhoede-bataljons. Daar jagen een paar escadrons Beiersche chevau-légers den heuvel bij Schweigen op. Eenige batte-ri'en volgen ze, en terwijl de Beiersche infanterie reeds dooden begint te tellen, de ziekendragers reeds de handen vol werk krijgen, en de granaten ook onder de cavalerie reeds slachtoffers maken, komt de Beiersche artillerie in positie en opent het vuur op de ongelukkige stad. Sissend vliegen de granaten door den regensluier, slaan met knetterend geluid door de daken der huizen en hebben binnen tien minuten tijd op twee plaatsen brand gesticht. Roode, vurige tongen schieten de lucht in. De stormklok luidt. Uit de naaste omgfevins: der stad vlucht alles

O O

wat leven heeft onder dat heftige inleidingsvuur het veld in.

»Voorwaarts 1quot; roept het hoornsignaal. Reeds veel te lang naar hun zin hebben de Beieren stilgestaan. Een luid hoera begroet het zoo welkome sein. Allen branden van verlangen om zich eens met die turco's, met die »halve wildenquot; te meten.

Lang behoeven de Beieren niet te wachten. Ginds duiken ze reeds op uit het kreupelhout, die turco's; — zwarte, woeste gezichten zijn't met den witten tulband of de roode fez op het hoofd. In bonte kleurenmengeling vertoonen de Afrikaansche tirailleurs zich tusschen de struiken. Lenig en vlug in al hun bewegingen, verschijnen zij letterlijk op drie, vier plaatsen tegelijk. Bij het spoorwegstation hebben de zwarte mannen zich genesteld; het kleine tolhuis aan den ingang der stad is eveneens door hen bezet. Achter deze keten van tirailleurs naderen gesloten troepen.

Aan den voet van den Geisberg, een met een kasteel bekroonden heuvel circa een half uur van de stad, aan den voet van den Geisberg

■

■

- 46 -

ocr page 55

dus formeeren zich de zouaven. Op de hoogten ten zuiden van de stad ontwikkelen zich nieuwe Fransche afdeelingen. Door twee vijandelijke batterijen worden de stukken bij Schweigen hevig onder vuur genomen. Aan de Duitsche infanterie wordt daarom door een signaal halt geboden. Eerst moet het artillerievuur des verdedigers, zoo niet geheel dan toch ten deele, tot zwijgen zijn gebracht; anders zouden de verliezen bij den aanvaller te groot worden, 't Is wel hard, in het vijandelijke granaat-vuur werkeloos te moeten blijven staan, maar 't kan niet anders.

Eindelijk heeft deze artilleriestrijd toch blijkbaar lang genoeg geduurd. »Tirailleurs vóórlquot; klinkt het bij de Beieren en, evenals een reusachtige waaier, die zich ontvouwt, stormen de gehelmde, blauwe mannen met den hartsvanger op 't geweer, door kleine soutiens gevolgd, in opgeloste orde vooruit. Maar — de zege is nog lang niet bevochten, nog lang niet, al heeft de Beiersche artillerie die der tegenpartij geducht gehavend. De verdediger is op zijn hoede geweest; hij heeft zijn tijd goed gebruikt. Van iedere heg, van ieder boschje, van eiken slootrand heeft hij partij getrokken. Zelfs de lange, zware houtmijten zijn tot verdediging ingericht. Aanhoudend bliksemt en knettert het uit boschrand en slootkant, en menige chassepotkogel vindt zijn weg door den licht-blauwen wapenrok en doet een vijand in 't stof bijten.

Van tijd tot tijd schiet een troepje zouaven of turco's uit zijn dekking te voorschijn; dan werpt zoo'n zwerm zich als een hoop wilde dieren op de aanvallers; dan ontstaat er een woedend handgemeen en vervangen sabel en bajonet het vuurwapen.

Het hevige vuur des verdedigers dwingt den aanvaller ten slotte

ö O O

nogmaals halt te maken. Vóór Weissenburg staat het gevecht. Op een zoo hardnekkigen weerstand, door een zoo zwakke vijandelijke afdeeling geboden aan een zoo groote overmacht, had men blijkbaar niet gerekend.

De kroonprins geeft bevel in front over te gaan tot een slepend gevecht, tot een flankaanval hieraan steun zal geven en van twee kanten tegelijk kan worden vooruitgegaan.

Terwijl de eerste heftige aanval op de stad plaats greep, was de 17e infanterie-brigade, de voorhoede van het 5e legerkorps van den generaal von Kirchbach, nog bezig zich te ontwikkelen. De Beieren zouden de stelling aangrijpen uit het noorden, dan zou het 5e korps uit het zuidoosten op Weissenburg marcheeren.

Aan het hoofd van het 5 8e regiment, had de kolonel Rex de Lauter overschreden en terstond daarop eerst Altenstadt en daarna het stationsgebouw aangegrepen. — In weerwil van den heldenmoed der verdedigers gelukte het hem hier vasten voet te krijgen; ook was het hem nu mogelijk zich ais een wig te wringen tusschen de stad en de hoofdmacht der divisie Douay, zoodat de eerste thans geen ondersteuning meer kon ontvangen.

't Is kwart voor tienen geworden. Bij Altenstadt en St. Remy staan

— 47 —

ocr page 56
ocr page 57

de Pruisen en bedreigen den rechtervleugel der Franschen. Maar nu dreunt en dondert het eensklaps van de hoogte van den Geisberg. Douay heeft hier het gros zijner artillerie in batterij doen komen. liet hagelt granaatkartetsen. De Pruisen lijden zware verliezen; doch heeft de ioe divisie bij Skalitz en Nachod tegen het Oostenrijksche granalatvuur durven ingaan, de 9e zal heden niet minder haar plicht doen. Die hoogten ginds móeten genomen; de vijand móet daar verpletterd worden, doch —- daar ont-vangt generaal von Kirchbach het rapport, dat vóór Weissenburg zelf het gevecht staat, dat graaf von Bothmer om iederen voet grond moet kampen, dat de Beieren niet vooruit kunnen, als er geen hulp opdaagt. -— Hulp? — »Opstaan! Voorwaarts de I Se brigade! Voorwaarts naar de vijandelijke positie bij Altenstadt!quot; — 't Zijn de koningsgrenadiers en 't 47e- De compagnieën komen in beweging. Waterachtig glinstert het zonlicht op het bosch van bajonetten, welker dragers de richting naar Altenstadt inslaan.

Geschoten wordt er niet veel door de koningsgrenadiers. Met de bajonet gaat het er op in. Verwoed is de weerstand, maar als de torenklok op haar doorschoten wijzerplaat half twaalf wijst, is Altenstadt in de handen der Pruisen.

Zeer hard te verantwoorden hebben de Beieren het intusschen nog altijd. Het vuur van den Geisberg doet de verliezen ontzettend toenemen. De mitrailleuses werken met volle kracht.

Die Geisberg moet worden genomen, begrijpt von Kirchbach. Dit is het eenige middel om dat ontzettende vuur te doen zwijgen. Op den Geisberg ligt de sleutel der stelling. Doch eerst moet Weissenburg veroverd. De brigade, twee bataljons afgevende om door het weiland langs de Lauter de Beieren te steunen, formeert zich tot den aanval; de generaal stelt zich zelf aan de spits om de richting aan te geven; vastberaden dringen zijn bataljons van uit het zuidwesten tegen den stadsmuur vooruit. Prins Frederik Karei ontvangt de tijding, dat de generaal von Bose met het i ie legerkorps aan het 5e reeds de hand heeft gereikt, en dat de geheele korpsartillerie van het laatstgenoemde onder kolonel Gaede reeds in stelling is gekomen.

Dan klinkt het signaal; «Voorwaarts voor het geheel!quot; Het knallen van de salvo's, het donderen van 't kanon wordt oorverdoovend. Vlak onder Weissenburg's muren wordt verwoed gevochten. Uit het noorden stormen de Beieren, door de Pruisen getrouw gesteund, naar de Lan-dauerpoort. De twee nagezonden bataljons van het 47® regiment grijpen de poort van Hagenau aan. » Vive l'Empercurgillen en brullen de turco's, terwijl zij voelen, dat de in allerijl opgeworpen barricaden onder de werking der Duitsche granaten waggelen en ineenzakken. Bajonet en geweerkolf houden onder de aanvallers afgrijselijk huis, maar 't baat niet. De overmacht is tè groot. De Beiersche jagers hebben de zware

brug over de gracht aan de Landauerpoort met storm genomen. De

1)

'j!

4

— 49 —

ocr page 58

voorste mannen dringen de stad binnen en werpen zich op de hier strijdende turco's. Een woedend handgemeen van man tegen man ontstaat. Met nagels en tanden klemmen de strijders zich aan elkander

vast. Het krijgsgeschreeuw der zwarte woestijnbewoners klinkt uit boven het knetteren van het kleingeweervuur.

Ia de voorste straten woedt de kamp het hevigste. Tot tweemaal toe wierpen de Franschen zich met de bajonet op den aanstormenden vijand en dringen hem terug naar de poort, die haar pijlers van rood-

— 50 —

ocr page 59

achtigen steen door de inslaande granaten ziet blakeren; maar persoonlijke moed baat niet tegen zulk een verpletterende overmacht.

Door de Hagenauerpoort zijn de Pruisen intusschen eveneens de stad binnengedrongen. Het stratengevecht woedt schier overal. Eindelijk reiken Pruis en Beier elkander in het midden van het plaatsje de hand. Het gevecht in en om enkele groote huizen duurt niettemin voort. Een zestal turco's, die zich in een kelder hadden verstopt, die ontdekt werden en zich toen te weer stelden, werden tegen een muur gezet en doodgeschoten.

Eerst tegen twee uur, kon men zeggen, was de stad geheel in handen der Duitschers. De bezetting had zich voor het meerendeel gevangen gegeven. Enkele bewoners, die uit de dak- en keldervensters met hun vuur aan den strijd tegen de aanvallers hadden deelgenomen, werden zonder vorm van proces tegen een huis gezet en, als een waarschuwend voorbeeld voor anderen, op staanden voet gefusilleerd.

Plet verwoede gevecht in de stad, het kraken van de salvo's uit het kleingeweer en het donderen van het kanon voor de stad waren tegelijkertijd het sein geweest voor een omvattenden aanval op de sterk bezette hoogten van den Geisberg. — Generaal Douay had den strijd binnen Weissenburg en in de naaste omgeving der stad van af dit hooge punt duidelijk waargenomen. Van het leger van Mac-Mahon gescheiden, letterlijk overgelaten aan zijn lot, daarbij zonder voldoende reserves, spande hij niettemin alle krachten in om zich in zijn benarde positie te handhaven.

Nog bleef hem de Geisberg, een schier onneembaar punt. Die berg is een vrij aanzienlijke, achter de stad oprijzende hoogte, liggende binnen een ovaal, gevormd door de spoorbaan naar Sultz en die naar Hagenau. De berg zelf heeft een reeks van door de natuur gevormde terrassen en draagt op zijn top een kasteel. Dit laatste, een massieve steenklomp met twee vleugels, gedekt door kleine torens, dagteekent van 't begin der 18e eeuw. De geweldige muur, welke aan één zijde den aan 't kasteel grenzenden tuin omgeeft, is circa 25 voet hoog. Aan de andere zijde strekt zich in de richting der stad een binnenplein uit met verscheiden huizen. Een zware, hooge poort vormt den toegang. Dewijl het kasteel lag tegenover de stad, en de hoogten er omheen uitnemende artilleriestellingen aanboden, vormde het gebouw met zijn naaste omgeving een zeer goede positie, die bovendien gemakkelijk was te verdedigen, omdat de tirailleurs van alle zijden étagevuur konden afgeven.

Voor het bieden van hardnekkigen weerstand hadden de Franschen alles voorbereid. De wegen naar boven, naar het kasteel, waren in allerijl door natuurlijke en aangevoerde verhakkingen afgesloten. De in de nabijheid gelegen pachthoeve was eveneens tot verdediging ingericht.

Op den weg naar Schleithal flikkert en blinkt het. Snel ontwikkelen zich daarop lange kolonnes. Tirailleurs gaan voorop, 't Zijn de Duitschers, de voortroepen van het iie korps; hun doel is de Geisberg.

ocr page 60

Zij komen de kameraden van bet 5e, die Weissenburg hebben aangegrepen, de hand reiken.

Tegen zulk een overmacht, begrijpt de generaal Douay, is hij niet opgewassen. Het gevecht moet dus afgebroken, op den Geisberg moet hiertoe voorloopig stand gehouden worden.

Reeds dringen ook troepen van het 5e korps met slaande trom naar den voet der hoogte, 't Zijn compagnieën van het 590, gS6 en 47e regiment benevens het jagerbataljon en de grenadiers. Zoolang zij het spoorwegstation niet zijn gepasseerd, lijden zij weinig of geen verliezen. Nauwelijks echter hebben de voorste tirailleurliniën de huizen achter zich, of een moorddadig vuur uit de hoptuinen en wijnbergen aan den voet der hoogten slaat hen tegen.

Tot aan de oogen gedekt, geven de Fransche tirailleurs hun schot met groote zekerheid af. Dichte tirailleurliniën dringen daarna vooruit van achter hun dekkingen. De Duitsche jagers ontvangen ze met snelvuur; het naaldgeweer spreekt thans een woord mede. De Fransche liniën wijken; maar de schutters achter hun dekkingen nemen het vuur dadelijk weder op, en van de aanrukkende, gesloten colonnes vegen de kogels gansche gelederen weg. Bij de formatie, waarin de aanvaller nadert, is met het snelvurende, verdragende chassepotgeweer geen rekening gehouden. Geen gesloten afdeelingen, alleen tirailleurs kunnen in de eerste gevechtslinie met eenige kans op succes onder zulk een heftig vuur voorwaarts terrein winnen; in meer opgeloste orde moet de strijd dus worden gevoerd.

De aanvaller begrijpt dit blijkbaar zelf ook. Hier ziet men een tirailleurpeloton uitzwermen, om achter de helling van een terras dekking te zoeken; daar buigt een compagnie zijwaarts af om, in pelotons opgelost, met minder verliezen een diepe sloot te bereiken. — Dat alleen zulke uitstekend gedrilde en gedisciplineerde troepen als de Duitsche in staat zijn onder het hevige vuur eens vijands den strijd te gaan opnemen in een formatie, welke hun tot heden vreemd was, behoeft natuurlijk geen betoog. — Een beweegbare keten van kleine, zeer kleine afdee-linkjes, tirailleurs en soutiens, begint op die wijze de Fransche vuurlinie hoe langer hoe nauwer te omsluiten. Van elke dekking, van elke holte, van elke terreinplooi wordt door hen gebruikt gemaakt om dichterbij te komen. Gevuurd wordt er door hen niet; de afstand is nog te groot. Achter die keten, door de voorste, opgeloste compagnieën gevormd, komen de reserves, ook van het terrein, van hoogten en diepten gebruik makende, voortdurend nader naar den Geisberg. Elk bataljon van de drie, welke ten aanval gaan, heeft nu twee compagnieën opgelost in de voorste linie, de twee andere daarachter.

Aanvankelijk wil het schijnen, alsof ze zonder al te zware verliezen terrein kunnen winnen, maar eensklaps, — weg is de illusie! Van alle kanten kraakt en knalt en ratelt het. Een hagelbui van lood slaat

ocr page 61

neder op de koningsgrenadiers. Van achter hun dekkingen hebben de verdedigers het vuur geopend. Op honderden plaatsen vlamt en flikkert het. — »Voorwaarts 1quot; roepen de signaalhorens. «Voorwaarts!quot; com-mandeeren de officieren. Reeds stappen de grenadiers over de lijken hunner gevallen makkers; aanhoudend steiler wordt de weg. Een tijdlang wordt het geweer opnieuw stootwapen; de bajonet krijgt weder een beurt. Houw en steek wisselen elkander af. Wild geschreeuw klinkt in de hoptuinen. Eindelijk geven de verdedigers den ongelijken strijd op. — Hoera! — De Pruisen klauteren naar boven, naar 't kasteel. Reeds zien zij de omtrekken van dit laatste, dicht in kruitdamp gehuld. Voorwaarts ! — Daar schijnt de gansche steenklomp eensklaps een krater geworden. Uit ieder venster, uit ieder keldergat, uit iedere scheur, uit iedere spleet letterlijk flikkert en licht en bliksemt het.

De voorste grenadiers kleuren den steenachtigen bodem met hun bloed. Aan het Voorwaarts! schijnt plotseling halt geboden. De verwarring, door dit welgemikte vuur teweeggebracht, de vallende, kermende kameraden, het krijgsrumoer met zijn verschrikkingen hebben dit veroorzaakt. De grenadiers houden halt. Dadelijk wordt de zündnadel van stoot- weder vuurwapen. Twee compagnieën worden opgelost cn tirailleur; bedaard wordt het vuur beantwoord. Het halve bataljon uit de tweede linie maakt zich gereed onder bescherming van dit vuur het kasteel te bestormen. Trillend van strijdlust en verbittering over 't verlies van zooveel zijner kranigste soldaten, vliegt de majoor von Kaisenberg vóór 't front, het vaandel naast zich. Naar boven wijst zijn sabel. Met een dreunend hoera volgen hem zijn mannen.

Reeds heeft het vuur des vijands den bodem vóór de stormende compagnieën met dooden en gewonden bedekt; reeds hebben drie compagniescommandanten den doodenden kogel ontvangen; reeds zijn och, zooveel oogen gesloten, die enkele seconden te voren nog zoo fier en krijgshaftig naar den vijand blikten, maar de overblijvenden letten hierop niet. Onversaagd klauteren ze verder. Reeds kunnen zij de verdedigers op de muren duidelijk zien. Daar klinkt het plotseling weder: »Haitiquot; — Tegen dat ontzettend snelvuur is zelfs de dapperste schaar niet bestand.

Een korte poos wordt adem geschept; dan tracht Kaisenberg zijn soldaten nog eenmaal vooruit te brengen. — De storm begint opnieuw. Een kogel doet den vaandeldrager vallen. De majoor grijpt nu zelf de vlag. Een tweede schot treft den stok. De majoor zwaait met het dundoek hoog boven het hoofd. Daar klinkt een doffe smartkreet; Kaisenberg valt zelf zwaar gewond neder. Het vaandel zinkt in 't stof. Luitenant Simon raapt het op; een schot in 't hart doet ook hem dood ncderslaan. Luitenant von Lüttwitz sleurt het dierbare veldteeken naar zich toe. Ook hij valt.

Vreeselijk woedt op die plek de dood. Standhouden is ondoenlijk.

— 53 —

ocr page 62

HET FUSELIERllATAIJON VAN HET REGIMENT KONINGSGRENADIERS BESTORMT DEN GEISÜERC MAJOOR VON KAISENIJERG MET HET VAANDEL.

Het bataljon wijkt vurende terug. Het vijandelijke lood bestrijkt de toegangen. In de holle wegen, in de nabijheid van de gebouwen op het plein zoekt alles dekking en wacht daar en vuurt op het park, dat reeds door den vijand ontruimd schijnt te worden.

ocr page 63

Daar naderen van beneden, met 't geweer in den arm, de andere bataljons der koningsgrenadiers. Geen schot zullen zij doen ; hun munitie zullen zij sparen. Met de bajonet zullen zij den vijand te lijf gaan, er moge dan vallen wat wil. Het kasteel zullen zij hebben.

De Franschen daar binnen bemerken dit zwijgend stormloopen der donkere drommen; zij worden onrustig. Hun schoten vallen niet meer zoo snel achtereen. Op enkele punten zwijgt het vuur zelfs geheel.

Nog een laatste poging zal de generaal Douay doen om zich de stormende Pruisen van 't lijf te houden. De mitrailleuse-batterij doet haar snerpend, knetterend geluid weder hooren. Daar kraakt en knalt het eensklaps dicht vóór de linie van het i6e bataljon chasseurs a pied. De munitiecaisson der batterij is in de lucht gevlogen en heeft mannen en paarden benevens de bediening der mitrailleuses gedood en gekwetst.

Opnieuw valt een hagel van lood uit het kasteel op de Pruisen neder. — » Cest incroyableroept de generaal Douay, als hij ziet, dat de grenadiers den storm toch niet opgeven. Nu zelf geen commando meer hebbende, ijlt hij naar een mitrailleuse en richt ze op den stormenden vijand, als een granaatscherf hem zwaar gewond in de armen van een zijner kanonniers doet zinken.

Thans begint de werking der Duitsche batterijen tegen het kasteel en zijn omgeving zich te doen gevoelen. Twaalf kanonnen staan reeds in 't vuur; weldra schaart nog een zestal zich er neven. Zelf heeft de korpscommandant deze batterij naar haar stelling gebracht. Om niet door hun eigen granaten te worden getroffen, moeten de grenadiers nog eenmaal halt houden. Dreunend slaan de projectielen door het dak van 't kasteel en

ocr page 64

springen en verspreiden dood en verderf onder de verdedigers, 't Wordt hier weldra een oven.

Eindelijk, eindelijk wordt met witte doeken uit de vensters gezwaaid.

»Hoera! Het kasteel is ons!quot; — Gezamenlijk met afdeelingen van het 47e regiment stormen de grenadiers nogmaals voorwaarts, en met 300 man geeft de kapitein, die op 't kasteel het commando voerde, zich over.

Op den rechtervleugel wordt het gevecht door het 5e jagerbataljon nog een tijdlang voortgezet. Hier staat de Fransche artillerie; doch de jagers van graaf Waldersee, welke laatste bij deze gelegenheid doodelijk wordt gewond, doen met hun zeker schot bedieningsmanschappen en paarden ter aarde vallen en veroveren ten slotte zelfs een vuurmond, dien enkele turco's en infanteristen als woedenden getracht hebben te verdedigen.

't Is twee uur. Wel zwijgt het heftige vuur langzamerhand, doch in de wijnbergen en hoptuinen om Weissenburg knettert'en kraakt het nog onophoudelijk. Hier rekenen de Pruisen af met de turco's, die Duitsche gewonden afschuwelijk verminkt en zonder genade doodgeschoten hebben. In die tuinen hebben gruwelijke tooneelen plaats; de groene wijnstokken aan den rand van den steilen berg zijn met bloed bevlekt.

Langzamerhand zwijgt ook dit vuur. Het lot van den slag is beslist. Op den straatweg naar Hagenau verdringt zich in wilde vlucht een drom Fransche soldaten. Het tentenkamp op de hoogte valt den vijand in handen. De artillerie van het 5e korps zendt haar granaten de vluchtenden achterna, en de dragonders houwen er op in, waar ze kunnen. Toch is dien avond de voeling met den vijand verloren; de vervolging is niet ver genoeg doorgezet.

De Duitschers hebben de overwinning behaald, maar duur is ze gekocht. Vijftienhonderd man dood en gewond, — hieronder een en negentig officieren, -—- 't is veel voor zulk een kortstondig gevecht. De Franschen verloren circa duizend man aan dooden en gekwetsten, doch even zooveel hadden zich gevangen gegeven, onder deze dertig officieren.

De kroonprins rijdt over het slagveld. Het vaandel van het grenadierregiment wordt hem getoond. Hij grijpt het doek, drukt er een kus op en heft het hoog in de lucht. — »Een heerlijk schouwspel,quot; zegt hij; »en 't eerlijk verdiende eerekruis zal aan het vaandel niet ontgaan.''

»Waar is de vaan?quot; vroeg majoor von Kaisenberg, zoodra hij uit zijn bezwijming ontwaakte. Toen hij vernam, dat ze gelukkig was gered, kwam een lachje op zijn doodsbleek gelaat en drukte hij het doek aan 't hart. Ze boven het hoofd zijner mannen zien wapperen zou hij nimmer meer; de dood raapte den dapperen hoofdofficier weg.

De nacht daalde over het aardrijk. Terwijl de geslagen troepen van den als een held gevallen generaal Abel Douay hun aftocht naar de zijde van Sultz voortzetten, en de officieren zich beijverden in het menschenkluwen de orde weder eenigermate te herstellen, bivakkeerden

— 56 —

ocr page 65

r.ESrORMIXG VAN HET KASTEEL OP DEN' GEISÜERG HOOR MANSCHAtTEN VAN HET 47STE EN VAN HET REGIMENT KONINGSGRENAIlIERS.

ocr page 66

de Duitschers op het slagveld, en waren de leden van het Roode Kruis met onbezweken liefde urenlang bezig met het opzoeken, verbinden en verplegen der vele gekwetsten, die den bodem met hun bloed hadden gedrenkt.

Uit een militair oogpunt bezien, was dit gevecht niet van hooge be-teekenis. Een enkele divisie had met heldenmoed en doodsverachting gestreden tegen een vierdubbele overmacht. Veel eer was de Duitsche wapens hiermede niet ten deel gevallen, maar een overwinning was in e!k geval behaald. De Fransche troepen hadden gelegenheid gehad kennis te maken met de Duitsche artillerie, welke sinds I 866 groote verbeteringen had ondergaan.

De vastberadenheid en de vlugheid, waarmede de kroonprins den oorlog dadelijk op Fransch grondgebied was begonnen, brachten Frankrijk en Europa ernstig tot nadenken. Te Parijs begon men zich reeds af te vragen of er bij de leiding van den veldtocht wel voldoende scherpzinnigheid en gezond verstand voorzaten. Het vertrouwen in het leger zelf was door het heldhaftige gedrag der divisie Abel Douay echter nog versterkt. — »Dit kleine échec was onbeduidend; weldra zouden de Fransche wapenen een schitterende /vrwwc/ri'nemen,quot; zoo redeneerde men te Parijs.

- 58 -

ocr page 67

6e HOOFDSTUK.

HET TREFFEN BIJ WÖRTH. — 6 AUGUSTUS.

Na het gevecht van den 4en Augustus bij Weissenburg had maarschalk Mac-Mahon, die zich op denzelfden dag te Straatsburg bevond, nog drie volslagen strijdvaardige divisiën onder zijn bevel. Om en bij Hagenau geconcentreerd, wachtten ze slechts een bevel om zich in beweging te stellen.

De tijding van het gevecht bij Weissenburg en van de nederlaag zijner divisie ontvangende, begreep de maarschalk maar al te wel, dat, wilde hij den stoutmoedigen opmarsch van het IIIe Duitsche leger naar en door de Vogezen paal en perk stellen, wilde hij voorkomen, dat dit leger, in den Elzas doorgedrongen, de vijf bij Metz staande Fransche korpsen in de rechterflank bedreigde, hij al de troepen, welke hij in zijn nabijheid had staan, onder anderen het 5e en 7e korps, bij zijn eigen korps, het ie, aantrekken en den kroonprins van Pruisen den toegang tot de passen door de Vogezen, met name die van Niederbronn en Lichtenberg, moest betwisten en tevens den spoorweg Straatsburg-Bitsch dekken.

Naar aanleiding van dien en na een nauwkeurige verkenning van het terrein, besloot de maarschalk hiertoe stelling te nemen op de uit-loopers der Vogezen ten westen van het aan de Sauer gelegen stadje Wörth, ongeveer op dezelfde hoogten, die in de Fransche jaarboeken reeds beroemd zijn geworden door de overwinning, hier door den generaal Hoche op de Oostenrijkers onder Wurmser bevochten. Op last van den keizer werden den maarschalk het 5e korps (de Failly) en het 7e korps (Felix Douay) dus toegevoegd. — Van dit laatste korps bereikte alleen de divisie Conseil-Dumenil benevens de reserve-cavaleriedivisie de Bonnemains vroegtijdig genoeg het slagveld om aan den strijd te kunnen deelnemen. De bevelen, door den maarschalk aan den commandant van het 5e korps schriftelijk gegeven, waren zóó onduidelijk

ocr page 68

en zóó onbestemd, dat slechts een deel van dit korps in den avond van den 6en het slagveld bereikte, en toen alleen nog eenigermate medewerken kon om de vlucht der troepen te dekken.

Een korte beschrijving van het gevechtsveld achten wij hier niet misplaatst.

Het stadje Wörth ligt, van uit het oosten gezien, in een dal aan den straatweg van Sultz naar Bitsch, tusschen Sultz en Reichshofen. (De Franschen noemen den slag naar dit dorp.) Het riviertje de Sauer slingert zich door dit dal; het heeft zeer steile oevers en kon in het oorlogsjaar 1870 slechts op drie plaatsen, namelijk bij Wörth zelf, een weinig noordelijker bij Görsdorf en voorts ten zuiden van Wörth bij Gunstett door middel van bruggen worden gepasseerd. Gewoonlijk niet bevaarbaar, meestal zelfs zeer goed doorwaadbaar, was het den 6'n Augustus 1870 door de massa gevallen regen zeer gezwollen. Den Pruisen, die de beek doorwaadden, kwam het water hier en daar tot aan den hals. Veel soldaten vonden dien dag in dit beekje den dood.

Ten westen van Wörth, wat hooger de bergen in, ligt het dorp P roschwiller, wat meer zuidelijk Elzashausen. Daarachter rijzen de Vogezen op. Froschwiller ligt op een soort van plateau; de straatweg naar Wörth slingert er doorheen. Ten westen van Elzashausen verheft zich het Niederwald met zijn hoogten en ravijnen. Het sluit aan bij het »Grosse Waldquot;. Voor de gedekte nadering van reserven was dit boschrijke, sterk golvende terrein uitstekend. Liggende achter het centrum van Mac-Mahon's stelling moest ditzelfde terrein bij een aftocht voor de geslagen troepen echter de oorzaak worden van volslagen oplossing. Het terrein aan die zijde beheerscht den oostelijken oever van de Sauer geheel.

In deze bij uitnemendheid sterke stelling, die echter door haar fronthindernis, de Sauer, elke gedachte aan een krachtig offensief van 't geheel buitensloot, had de maarschalk zijn troepen, circa 45000 man, in een halven boog opgesteld. In de voorste linie stonden de drie intact gebleven divisiën van het ie korps met haar rechtervleugel tegenover Gunstett, haar centrum op den dalrand tusschen Wörth en Elzashausen en haar linkervleugel ten noorden van Froschwiller, met detachementen bij Xeehwiller en Grosz Jagernthal. Deze vleugel vormde dus eenigermate een haakstelling tegenover een aanval uit de richting van Lembach.

In de tweede slaglinie stond op den rechtervleugel de bij Weissen-burg geslagen divisie Abel Douay. De cavalerie-divisie de Bonnemains en de cavaleriebrigade de Septueil stonden in 't centrum tusschen Froschwiller en Elzashausen; de divisie Conseil Dumenil van het 7e korps bevond zich achter den linkervleugel. Het front der Franschen besloeg een uitgestrektheid van circa 1 2 kilometer. Er stonden dus zoowat 4 man op eiken strekkenden meter.

Voornamelijk ten zuiden en ten westen van Wörth hadden de Fran-

É

— 60 —

ocr page 69

schen veel gedaan om hun positie te versterken. Een gansche reeks van tirailleurloopgraven strekte zich uit langs den zoom van de Sauer en aan den voet van het heuvelachtige terrein. De artillerie had zeer gunstige stellingen gekozen, en de buitenrand van de hier zeer talrijke hoptuinen was met ijzerdraadversperringen afgesloten. Verhakkingen lagen dwars over de bergwegen.

De stelling, aldus bezet, had groote voordeelen. Een uit het oosten aanrukkende vijand moest, om haar te bereiken, naderkomen over een zoo goed als geheel open en bloot liggend terrein, daarna een breede, diepe beek passeeren en dan weder over open terrein , want het ruime dal van de Sauer lag totaal onder het werkzame geweer- en geschutvuur des verdedigers. Eindelijk moest de dijkvormige straatweg dan nog worden overschreden, die van Hagenau voert naar Worth en die aan haar westelijke glooiing dicht met tirailleurs was bezet. Door het vuur van deze hooggeplaatste schutters werden van hieruit niet alleen de oostelijke oevers van de Sauer, maar ook de aan die zijde gelegen weilanden tot op grooten afstand bestreken.

Na de overwinning, bij Weissenburg behaald, was de kroonprins met het IÏIe leger den 5en Augustus verdergemarcheerd naar Sultz. Overal zag men nog de sporen van den kampstrijd en van de nederlaag der Franschen. De stadjes en dorpen lagen vol gewonden; alom ontdekte men de wagens van het Roede Kruis. De doodgravers waren reeds druk aan den arbeid. Bij tientallen lagen de karren der Fransche marketensters langs den weg, en de Duitschers, aan die vrouwen bij den troep niet gewoon, barstten herhaaldelijk uit in lachen, als zij hier of daar den bonten rok of het koperen brandewijnvaatje van zoo n gevluchte leger-dame vonden liggen. Het schampschot, dat generaal von Kirchbach den vorigen dag had getroffen, scheen niet van veel beteekenis te zijn geweest, want de generaal zat weder te paard aan het hoofd van zijn korps.

Om het vrije veld aan den Moder te kunnen bereiken en om door het voorgelegen, zeer boschrijke terrein niet een ganschen dag te worden opgehouden, werd de marsch in zuidwestelijke richting voortgezet, en in den avond van den 5en Augustus stond het geheele Ille leger met zijn hoofdkwartier te Sultz op een frontlijn van circa vijftien kilometer lengte tegenover den voet der Vogesen, met de voorhoede dicht bij de Sauer, de Beieren (2e korps) op den rechtervleugel, bij Sultz het iie korps, op den linkervleugel het 5e. De cavalerie-divisie had zich bij het iie korps aangesloten en zou hiermede de reserve vormen. Ook de Wur-tembergers en de Badensers onder von Werder hadden order ontvangen dichter op te sluiten; deze afdeelingen, die bij Lauterburg niet op den vijand waren gestooten, hadden echter nog een zeer grooten afstand af te leggen.

Wel hadden de voorposten der vijandelijke legers in den avond en den nacht van den 5en op den 6en Augustus reeds voeling met elkander;

— 61 —

ocr page 70

wel vielen er dien nacht reeds zelfs in de postenketen enkele schoten doch tot ernstiger vijandelijkheden kwam het voorloopig niet. Uit verschillende omstandigheden, doch niet zoozeer door een verkenning van de cavalerie, — deze verkende in den beginne nog lang niet zoo krachtig en zoo doortastend als later; — uit verschillende omstandigheden dus had men in 't hoofdkwartier van den kroonprins afgeleid, dat op den oostelijken oever van de Sauer een groote troepenmacht had stelling genomen.

Deze troepen aanvallen, voordat hij al zijn beschikbare krachten had bijeengetrokken, wilde de kroonprins niet. Voor het in eerste linie staande 5e en het 2e Beiersche korps zou de 6e Augustus dus zoo goed als een rustdag wezen. De nog achter zijnde korpsen zouden in den loop van dien dag, onder het maken eener frontverandering naar rechts, dichter opsluiten. Den 7en dacht de kroonprins dan weder aanvallend te werk te gaan.

Op dezelfde wijze rekende Mac-Mahon op den 6eD Augustus, om nog meer troepen bij zich aan te trekken. Wij weten echter reeds, dat dit hem niet gelukte.

Toch zou de beslissende slag niet den 7en, doch vroeger vallen.

In den vroegen morgen van den 6en toch meende de generaal Walther, commandant der voorhoede van het 5e korps, bij de Franschen veel beweging te bespeuren, 't Kwam hem voor, dat de tegenpartij aanstalten maakte tot den aftocht. — 't Was een regenachtige morgen ; het gezichtsveld was beperkt; om zekerheid te hebben, liet de generaal dus om zeven uur een bataljon infanterie, door een batterij ondersteund, tegen Wörth oprukken. Dit bataljon drong door het stadje heen, vond de brug versperd en half vernield, stiet aan de overzijde van de Sauer op sterke afdeelingen des vijands en werd daar met granaten begroet. Het bataljon ging dus terug. De geschutstrijd duurde voort tot half negen.

Bij Wörth, in 't centrum, was het gevecht op dit uur dus afgebroken. — Op den rechtervleugel daarentegen begon het thans eerst recht te ontbranden. Indachtig aan de order, den vorigen dag ontvangen, om »als 't kanon zich bij Wörth deed hooren, met een divisie in het gevecht in te grijpenquot;, had de generaal von Hartmann van het 2e Beiersche korps, bij Wörth zwaar hoorende vuren, de divisie von Bothmer bevolen, richting nemende op Froschwiller, tegen den Franschen linkervleugel voor te gaan. In het zeer geaccidenteerde, boschrijke, heuvelachtige terrein begon zich daarop een gevecht, zeer rijk aan verliezen, te ontspinnen tegen troepen van de divisie Ducrot, die op den linkervleugel stond.

Op den linkervleugel der Pruisen bij Gunstett, bij het iie korps, zag men tegelijkertijd ongeveer hetzelfde gebeuren. Het dreunen van 't kanon bij Wörth was oorzaak geweest, dat dit geheele korps van zijn oorspronkelijke marschlijn was afgeweken, de richting rechtstreeks op Gunstett

ocr page 71

had genomen en de voorposten van het 5e korps met zijn voorhoede was komen ondersteunen. Tegelijkertijd reed zijn divisie-artillerie bij Gunstett op en opende het vuur.

Terwijl, zooals wij zeiden, het gevecht in 't centrum om half negen dus tot staan was gekomen, was het op beide vleugels heftig ontbrand.

Dat het onder deze omstandigheden ook in 't centrum terstond moest worden voortgezet, begreep de kolonel von Esch, chef van den staf van het 5e korps, maar al te wel. Aan den vijand mocht geen gelegenheid worden gegeven zich met overmacht tegen het 11e korps of tegen de Beieren bij Langensulzbach te wenden. —- Met goedvinden van den generaal von Schmidt, van de ioe divisie, — de generaal von Kirchbach was achteruitgegaan naar zijn reserve, de ge divisie; — werd tot een nieuwen aanval besloten. De gansche artillerie van het 5e korps, — 84 stukken of 14 batterijen; — kwam dus dwars over den straatweg VVörth Preusch-dorf in stelling en nam den strijd op tegen de Fransche vuurmonden.

De meerderheid der Duitsche artillerie bleek weldra. Omstreeks tien uur zweeg de Fransche in 't centrum zoo goed als overal.

Wat was intusschen gebeurd bij het hoofdkwartier van den kroonprins? — Daar had deze den majoor von Hahnke naar Wörth gezonden, om te informeeren wat dat heftige vuur beduidde. Om negen uur terug-keerende, meldde genoemde majoor, dat èn de Beieren èn het 5e èn het iie korps in gevecht stonden.

Dewijl de kroonprins zich niet krachtig genoeg achtte om met eenige kans op succes nu reeds een beslissing te zoeken, deed hij generaal von Kirchbach het bevel overbrengen »het gevecht niet door te zetten, doch het af te breken en alles te vermijden wat tot een tweede leiden kon.quot; -— Om half twaalf werd dit bevel ontvangen. Door een vergissing kwam het echter ook bij den commandant van het 2e Beiersche korps terecht. Het gevolg hiervan was, dat deze het uitputtende boschgevecht zoo spoedig mogelijk afbrak en zijn sterk gedunde bataljons, die ten gevolge van het zeer bedekte terrein niet of niet voldoende door artillerie konden worden ondersteund, langzamerhand naar Langensulzbach deed teruggaan.

In het centrum, bij Wörth dus, bij het meer zuidelijk gelegen dorpje Spachbach (ook aan de Sauer) zoowel als bij Gunstett, was dit afbreken echter niet meer mogelijk, zonder dat de tegenpartij zich met recht de eer van den dag kon toekennen. Want wel had de Duitsche artillerie de Fransche in 't centrum voor 't grootste gedeelte tot zwijgen gebracht, — tegen den vèrdragenden, Duitschen vuurmond was de zooveel korter schietende Fransche niet opgewassen; — wel had de Duitsche infanterie reeds vasten voet gekregen op den westelijken oever van de Sauer, — de Galgenberg, ten westen van het plaatsje, was zelfs reeds voor een deel in haar handen; — doch het gevecht afbreken en teruggaan stond thans gelijk met erkennen, dat men een nederlaag had geleden.

- 63 —

ocr page 72

te meer omdat het gevecht bij Gunstett bij het i Ie korps, voor de Duitschers nu reeds heel wat ongunstiger stond dan in 't midden. Daar toch waren de Pruisen door de herhaalde aanvallen van dichte Fransche stormcolonnes, die uit Eberbach en Morsbronn, uit het heuvelachtige terrein dus op den rechtervleugel der stelling van Mac Mahon, te voorschijn waren gekomen, ten deele over de Sauer teruggeworpen en zelfs in de richting van Gunstett achtervolgd; daar was het slechts aan enkele kleine afdeelingen Pruisen gelukt zich op de weilanden tusschen de Sauer en den reeds vroeger genoemden straatwegdijk staande te houden ; daar was al het succes dus aan de zijde der Franschen.

Afbreken van het gevecht op dit oogenblik zou dus niet alleen een moreele nederlaag, maar ook nóg grootere verliezen ten gevolge hebben gehad.

Met dezen toestand voor oogen, dorst de generaal von Kirchbach een groote verantwoordelijkheid op zich nemen. Hij volgde het ontvangen bevel namelijk niet op, deed den kroonprins hiervan verwittigen en verzocht aan de commandanten van het 2e Beiersche en het iie Pruisische korps hem met kracht te ondersteunen. Beiden beloofden dit. De bataljons van het 2e Beiersche korps, die nog niet in gevecht waren geweest, werden in de voorste linie gebracht, en de generaal von Bose, commandant van het I ie korps, deed zijn gansche korps-artillerie bij Gunstett oprijden en gaf aan zijn 2 2e divisie last nogmaals over de Sauer te gaan en te trachten 's vijands rechterflank, dus de reeds genoemde dorpen Morsbronn en Eberbach, te bestormen en te nemen.

Met welk een drift, met welk een snelheid werd intusschen door het ie Beiersche korps en door de Wurtembergers en de Badensers gemarcheerd, om toch nog deel aan den strijd te kunnen nemen 1 Ginds vooruit bij Wörth donderde het kanon reeds uren; daar vochten de kameraden, daar ging het leven om leven, daar snakten mogelijk allen naar hulp, en de weg was zoo lang en zoo zwaar, en de regen had de kleeding zoo geducht doorweekt! Toch stond om één uur von der Tann met de voorhoede van zijn Beieren reeds ten zuiden van Görsdorf, reikte het 5e korps de hand en deed zijn artillerie oogenblikkelijk aan 't gevecht deelnemen; — en om twee uur stond de 2e Wurtembergsche brigade reeds bij Gunstett aan de Sauer, terwijl de beide andere afdeelingen van von Werder hun marsch nog zooveel mogelijk versnelden.

Zóó stond het toen bij den aanvaller; en bij den verdediger? -Tevergeefs zag Mac-Mahon den ganschen morgen en voormiddag uit naar versterking door het 5e korps, de Failly. Dit korps verscheen niet. De maarschalk zou het gevecht dus alleen moeten voeren, alleen tegen een geduchte overmacht, die was toegerust met een artillerie, welke de zijne blijkbaar verreweg in kracht overtrof, die binnen anderhalf uur reeds verscheiden zijner batterijen tot zwijgen had gebracht, die m afstanden van 2500 tot 4000 pas geen hinderpaal zag om treffers te

- 64

ocr page 73

verkrijgen, en die door zijn geweldige artillerielinie op 't bergvlak ten oosten van Worth en de Sauer nu reeds voor het I ie korps den weg begon te banen naar den rechtervleugel, naar het zwakke punt van de stelling, en van hier naar Froschwiller, den sleutel er van.

't Is één uur. De kroonprins galoppeert de hoogte op tegenover Wörth. Hij weet, dat al zijn korpsen binnen enkele uren onder zijn onmiddellijk bereik zullen zijn, dat bijna het gansche IIIe leger dan aan de Sauer staat. Hij billijkt de handeling van von Kirchbach, die het gevecht doorzette en een reeks van kleine gevechten hervormde tot één grooten veldslag, en geeft voor 't geheel bevel tot den aanval op Froschwiller.

Het bevel wordt ontvangen; maar nog voordat de Wurtembergers hun kameraden van het iie korps bij Gunstett steun kunnen geven, moet de 21e divisie hier een ontzettenden aanval doorstaan. Gansche drommen turco's en zouaven zijn na hun aanvankelijk succes de Sauer gepasseerd en stormen nu, met dichte tirailleurliniën, die aanhoudend vuren, voor zich uit, op de Pruisen in. Deze weten, dat zij een goed gedrilden, uitstekend aangevoerden vijand tegenover zich hebben. Ver in 't rond klinkt het afschuwelijke, oorverscheurende ühi-i! waarmede de zwarte soldaten ten aanval gaan. Nog enkele minuten, en daar vliegt de veelkleurige drom op de omheiningen van Gunstett aan. Bajonet en kolf, sabel en yatagan doen weder hun vreeselijk werk. — De kans staat slecht voor de Pruisen. De aanval is letterlijk onwederstaanbaar. Nieuwe vijandelijke drommen stormen aanhoudend naderbij. Daar duiken van achter de heggen in den hollen weg, die naar de Sauer voert, de zwarte kepi's der Hessische jagers op. De majoor von Johnston voert ze aan, die jagers; zij zijn in allerijl naar voren gezonden om den woedenden aanval der turco's af te slaan. Nu knalt en knettert het uit de buksen, met vaste hand gevoerd, en als kaf stuiven de aanvallers uiteen. Hun dooden en gewonden bedekken bij tientallen het slagveld.

Weldra echter hebben de wilde scharen zich herzameld. Onder een woedend gehuil herhalen zij den storm, doch het rustige vuur der jagers drijft ze nogmaals terug, ditmaal tot over de Sauer.

Ginds wordt de strijd om de hoogten ten westen van Wörth niet minder verwoed gevoerd. De gansche ioe divisie van het 5e korps staat hier reeds sinds uren in een gevecht, dat behoort tot de hardnekkigste, welke in de jaarboeken der krijgsgeschiedenis staan opgeteekend. Bij honderden bedekken de dooden en gewonden den met hop en wijnstokken begroeiden, heuvelachtigen grond. Voet voor voet moet hier terrein worden gewonnen. Telkens stormen Fransche afdeelingen op den aanvaller in en werpen hem terug. — 't Kan zoo niet langer 1 De verliezen worden te zwaar. Hulp, ondersteuning moet er komen. Met achterlating van slechts drie bataljons als reserve, passeert dus ook de gansche 9e divisie de Sauer.

- 6s -

5

ocr page 74

Deze versche krachten brengen eindelijk een wijziging in den stand der zaken in 't centrum. De Galgenberg wordt ditmaal voor goed genomen. De generaal von Kirchbach doet over een in VVörth geslagen brug artillerie avanceeren. Ze neemt stelling op den Galgenberg. Een andere batterij komt ten noorden van Wörth in 't vuur, en eindelijk, nu het ie Beiersche korps zoo nabij is, worden ook de laatste drie bataljons van het 5e korps over de Sauer gevoerd.

De geweldige massa artillerie, — 84 stukken; — op de hoogten ten oosten van Wörth was middelerwijl nog krachtiger gemaakt door de artillerie van het iie korps, die ten noorden van Gunstett had stelling genomen. Deze bereidde den aanval voor, welke het i ie korps op Morsbronn en de pachthoeve Albrechtshauserhof wilde ondernemen. De 21e divisie was, zooals wij weten, reeds geruimen tijd in een hardnekkig gevecht gewikkeld, waarbij het voordeel nu aan deze dan aan gene zijde was. Thans ontving de 2 2e divisie, — twaalt bataljons, — order om, met haar linkervleugel de richting nemende op Morsbronn, een aanval van uit het zuiden tegen Froschwiller te doen.

Weldra werd er terrein gewonnen. Met dichte tirailleurliniën voorop, drong de infanterie vooruit, vermengde zich met afdeelingen van de 2r.e divisie en maakte zich meester van een deel van het Niederwald, een zeer groot bosch, dat zich tusschen den straatweg Wörth-Hagenau en het dorp Elsashausen uitstrekt en door de Franschen hardnekkig werd verdedigd. Bij den aanval op Albrechtshauserhof, een reusachtige pachthoeve, stieten de Pruisen echter op geduchten wederstand, lelkens deden de Franschen een meestal zeer goed geleiden tegenaanval en sloegen de bestormers voor een wijle terug, tot nieuwe versterking kwam en er wederom werd vooruitgedrongen.

Juist was Morsbronn zonder veel wederstand genomen; juist waren de uit elkander geraakte Pruisische compagnieën, die aan het dorpsgevecht hadden deelgenomen, bezig de orde en het verband weder eenigermate te herstellen, toen de generaal de Lartigue zich trachtte los te wringen uit den doodelijken druk, welke hem op die wijze uit het zuiden begon te bedreigen. De brigade Michel, het 8e en 9e regiment kurassiers, met deelen van het 6e lanciers, zou trachten de naderende infanterie te chargeeren en onder den voet te rijden. — Slecht aangezet, ondernomen op een niet behoorlijk verkend terrein, kwam van deze charge, hoe dapper ze ook werd gereden, niets terecht. Wat niet viel onder het vuur der Pruisen, die zich niet eens verzamelden of carré formeerden, doch, waar en zooals zij stonden, de charge afwachtten, werd opgevangen door drie escadrons huzaren, die oostelijk om Morsbronn waren heengereden.

In weerwil van de telkens herhaalde tegenaanvallen der I' ranschen, aan wie het eenmaal zelfs gelukte Albrechtshauserhof te hernemen, was het omstreeks half twee eindelijk met zware verliezen aan de

— 66 —

ocr page 75

Pruisen gelukt, den noordelijken zoom van het Niederwald te bereiken; het hardnekkige, langdurige boschgevecht had de bataljons echter geducht door elkander doen geraken.

Nu de Wurtembergers naderen, laat de generaal von Bose, commandant van het 1 ie korps, ook zijn laatste reserve-bataljon over de Sauer gaan. Weldra zijn ook zeven batterijen de beek gepasseerd en beginnen Elsashausen onder vuur te nemen. Gemakkelijk is het passeeren van de beek door de infanterie niet gegaan. Hoornen, balken, ladders, staldeuren, in één woord allerlei materiaal is aangedragen en aangesleept moeten worden, om onder het hevige vuur der verdedigers van den straatwegdijk en de hierachter liggende holle wegen overgangen te maken. Eenmaal aan de overzijde, is ijlings de orde hersteld. Dan gaat het met Hoeral Marsch 1 Marsch 1 over de weilanden tegen den straatweg op. De verdedigers, voor 't meerendeel turco's en zouaven, vluchten. Een vuurmond en twee mitrailleuses worden genomen; daarna wordt een kleine schans bestormd en in den eersten aanloop vermeesterd. Maar nu zijn de mannen ook ademloos. Ze kunnen letterlijk niet meer. Gelukkig, dat op dit oogenblik de brigade Scheler, — Wurtembergsche cavalerie, — bij de hand is, om een nieuwen tegenaanval der Franschen paal en perk te stellen.

Uit het oosten wordt Elsashausen nu eveneens bedreigd.

Ook de Beieren op den rechtervleugel tegenover de soldaten van Ducrot hebben over hun succes thans niet meer te klagen. Mocht het hun in de morgenuren niet gelukt zijn in de richting van Froschwiller veld te winnen, thans — 't is circa half twee; — begint de divisie Ducrot te wijken. Niet voldoende ondersteund, verzwakt door detacheeringen naar 't centrum bij Worth, waar het 5e Duitsche korps, in weerwil van zijn kolossale verliezen, voortdurend meer terrein wint, beginnen de bataljons langzaam hun stellingen te verlaten. Zij moéten terug; de drang van uit het oosten en noordoosten wordt te sterk.

Mac-Mahon, staande onder den historisch geworden boom, voelt dien drang. Hij voelt den ijzeren gordel, die hem reeds omgeeft, voortdurend nauwer worden; hij begrijpt, dat de slag is verloren, ten minste indien het hem niet gelukt dien gordel uiteen te rukken. Nog heeft hij hiertoe een geduchte kracht in de hand, zijn cavalerie. Vier kurassier-regi-menten, de gansche divisie de Bonnemains, zullen het beproeven.

Een prachtig schouwspel is 't, die drom van ruiters met hun in het zonlicht blinkende helmen, hun reuzenfiguren gedekt door het stalen kuras, hun zware paarden, stampend en snuivend van drift. Ze zwaaien den geduchten pallas. Ze doen hun donderend: » Vive 1'Empereur!quot; over het slagveld klinken. Als een orkaan jagen ze in op den vijand. — Nu zijn ze er dichtbij, nog maar vierhonderd pas ervan daan. Daar kraakt en bliksemt het uit honderd geweren. Paarden storten, ruiters vallen. — gt; En avant! Vive tEmperciirf' — Nog een salvo en een derde. — Opeens

- 67 -

ocr page 76

slingert ook een Duitsche batterij haar dood en verderf brengende granaten in de ruitermassa. In een wild, golvend kluwen geraken de escadrons door elkander. Bruinen en vossen, schimmels en zwarten steigeren met hun bloedende ruiters hoog in de lucht. Nog een salvo, en de escadrons maken keert en slaan, door moordend vuur vervolgd, op de vlucht of jagen tusschen de voorste liniën des vijands door, om hier door de Thuringers, die zich omkeeren, in den rug te worden beschoten.

Van de divisie de Bonnemains was den avond van dien dag nog maar een klein hoopje ruiters over.

De wanhopige aanval dezer dappere ruiterschaar, een echte chevauchade de mort, was ongeveer een der laatste pogingen, door Mac-Mahon aangewend, om de kans nog te zijnen gunste te doen keeren. — Elsas-hausen wordt genomen. Wel heeft een retour offensif der Franschen den aanvaller nog een korte poos in zijn overwinnend voortgaan gestuit; wel is de toestand bij dezen een oogenblik zóó hachelijk geweest, dat alles begon te wijken en de Duitsche batterijen, in de voorste liniën der infanterie strijdende, verplicht waren met kartetsen te laden en in stap met de infanterie terug te gaan; wel hebben de Franschen in hun doodsverachting den vijand met de bajonet bijna in de ribben gezeten en zijn zij doorgedrongen tot op 50 pas van de vuurmonden, maar in allerijl zijn hier de reserves opgerukt. Ze hebben de wijkende afdeelingen, de verwarde slaghoopen, — want meer zijn ze thans niet; — tot staan, even daarna weder tot voorwaarts gaan gebracht. Nu wijken de Franschen. Zij voelen 't; de slag is onherroepelijk verloren.

Aan 't hoofd zijner sterk gedunde bataljons maakt de generaal von Bose zich gereed tot den laatsten storm. — nog altijd is Froschwiller niet genomen; — als hij voor de tweede maal wordt gewond. Dit schot door den enkel, hoe pijnlijk ook, belet hem echter niet het bevel te blijven voeren. Fluks laat hij zich verbinden en, als het signaal: »Voorwaarts voor het geheel!quot; langs de gansche aanvallende linie weerklinkt, zit hij reeds weder in den zadel.

Met het gansche 5e korps van uit het oosten, het iie en de Wur-tembergsche brigade Starkloff uit het zuiden, met het 2e Beiersche korps uit het noorden dringt nu de gansche macht des aanvallers op tegen het laatste steunpunt der verdedigers, 't Is een helsch concert, dat over het slagveld dreunt, dat, door geweervuur, kanongedonder, gegil, gejuich en smartkreten voortgebracht, door dof tromgeroffel en scherp hoorngeschetter nog ondersteund wordt. Met de woede der vertwijfeling vechten de Franschen in en om het dorp. Uit de tuinen, uit de straten, uit de huizen, kortom uit alle richtingen kraken hun schoten, bliksemt hun geweervuur. Dooden en gekwetsten vallen er bij hoopen. Hoog schieten de vlammen uit de in brand geschoten huizen de lucht in. De kamp om Froschwiller is het laatste moment van de worsteling. Huis

— 6S —

ocr page 77

voor huis moet worden bestormd. Hebben geweerkolf en bijl de deur opengerammeid, dan begint de bajonet haar werk, en raast het handgemeen in de kamers, in de tuinen.

Om half vijf eindelijk is het dorp in de handen der aanvallers. Meer dan 500 gevangenen worden door dezen gemaakt, onder hen behoort de generaal Raoult. De Franschen vluchten naar alle zijden. Zóó hardnekkig is er gestreden, zóólang heeft Mac-Mahon den ongelijken kamp

voortgezet, dat, wanneer eindelijk tot den aftocht wordt besloten, deze ontaardt in een wilde vlucht. De artillerie der Pruisen iaacrt haar gra-

O O

naten in dat weerlooze, rampzalige menschenkluwen, scheurt er gaten in en maakt de paniek nog grooter. Alles wat bij Elsashausen en Reichshofen gevochten heeft, loopt en rent voort in de richting van dit dorp. De rechtervleugel zoekt door het dichte woud naar Hagenau te ontkomen. De vluchtelingen achterna, jagen Pruisische dragonders, Hessische huzaren en Beiersche chevau-legers, eindelijk Wurtembergsche reiter.

— 69 —

ocr page 78

Alleen de divisie Guyot de Lespart van het 5e korps, die in de laatste uren van den slag per trein werd aangevoerd, doch die te laat, veel te laat kwam om de kans nog te doen keeren, biedt eenigen wederstand en geeft aan het ie korps gelegenheid eenigszins minder in wanorde terug te gaan. Eindelijk ziende, dat alles is verloren, verdwijnt ook deze divisie, in de richting van Bitsch.

Zoo ooit ergens dan is het hier de plaats even stil te staan bij enkele episoden uit het gevecht aan de zijde der verdedigers, episoden, die bewijzen, dat, mocht de hooge bevelvoering bij de Fransche legers gebrekkig zijn, de troepen zeiven streden als leeuwen. Het ie regiment turco's moest onder anderen aan den ingang van Froschwiller vier fanions in de handen des aanvallers laten blijven, maar veroverd werden die fanions niet; ze werden gevonden op de lijken van de mannen, die ze tot het laatste toe hadden gedragen. — Het 2e -egiment turco's heeft zijn vaandel weten te redden. Toen zij zagen, dat alles was verloren, verzamelden een drie- of viertal tirailleurs zich met een ouden sergeant om dit zinnebeeld van trouw en eer. Nog enkele manschappen sloten zich aan, en vechtend, stekend, schietend wist dit troepje door het handgemeen heen te breken, tot het in de schaduw van het Grosse Wald even adem scheppen kon. Na twee dagen lang zwerven door een hun volslagen onbekende landstreek, waarvan zij de taal niet eens verstonden, kwamen die zwarte krijgers, uitgeput van vermoeienis en honger doch mèt hun vaandel, te Straatsburg en werden hier met uitbundig gejuich ontvangen.

En de maarschalk nu? — Door zijn eigen adjudanten van het slagveld weggevoerd, letterlijk gedwongen quot;hen te volgen, reed hij midden in den chaos den weg op naar Reichshofen. Zijn paard was één schuim en bloed, 't Was dien dag zijn derde reeds. Zijn uniformjas hing hem in flarden aan 't lijf; zijn epauletten waren losgerukt, afgescheurd. Nog begroetten zijn soldaten hem met een: » Vive Mac-Mahon!'' Tevergeefs trachtte hij in de vluchtende massa de orde een weinig te herstellen. Met het gevest van den degen ranselde hij op de mannen in, doch het baatte niet. Blijmoedig hadden zijn krijgers voor hem, voor den ouden held uit Afrika's woestijnen, voor den bestormer van den Malakoff, voor den hertog van Magenta, in den dood willen gaan, maar thans was de paniek in de troepen geslagen. Ze dachten aan niets meer dan aan de vlucht.

Voor de Duitsche wapenen bracht de slag bij Worth een grootsche overwinning. Niet minder dan 9000 gevangenen, r adelaar, 5 mitrailleuses en 98 vuurmonden werden buitgemaakt. Meer dan 8000 doode en gekwetste Franschen bedekten den met bloed gedrenkten bodem;— maar duur gekocht was die overwinning toch ook. Niet minder dan tienduizend dooden, gewonden en vermisten en hieronder 500 officieren, Pruisen, Beieren en Wurtembergers, lagen uitgestrekt op de wegen, die naar

T

— 70 —

ocr page 79

het brandpunt van den strijd, naar Froschwiller voerden. Het 5e korps alleen verloor 22 0/0, van dit korps de ioe divisie bijna 31 0/o van haar sterkte. De derde man was dus gevallen.

't Werd avond. Bij de Duitschers werd de overwinning met zekere plechtigheid gevierd. De muziekkorpsen speelden het volkslied, de vaan-

dels wapperden; duizenden soldaten verdrongen elkander bijna op de hoofdpunten der verdediging en lieten den blik vol weemoed en ernst weiden over het rookende, van bloed doortrokken slagveld, over dat uitgestrekte veld der vernietiging, over de hoopen gevallenen. Wat zouden er ginds in 't vaderland bittere tranen worden geschreid de volgende dagen, als de verlieslijsten bekend werden, als blijken zou, dat zooveel duizenden nimmer zouden terugkeeren!

Onder het doffe gonzen dier menschenmassa werden de gewonden aangedragen. Bij de kerk van Froschwiller, van welke de half stukgeschoten vensters gloeiden in 't licht der ondergaande zon, werden de gevangenen bijeengebracht.

't Werd nacht. Diepe duisternis legde zich over de nog rookende

ocr page 80

T

puinhoopen, over het omgeploegde gevechtsveld. Alles daarginds scheen te rusten. Slechts het kermen der gekwetsten, het aanroepen der posten verbrak de stilte. In Froschwiller zelf echter en onder de schaduwrijke boomen van den slottuin aldaar bleef het nog druk en levendig. Hier hadden de overwinnaars de particuliere bagage van Mac-Mahon en zijn staf ontdekt. Toiletartikelen, schommelstoelen, photografieën van dames uit de demi-monde, vrouwenkleederen, waaiers, handschoenen, poeder-doozen en kwasten, kortom allerlei artikelen van den meest uiteenloopenden aard bewezen hier, dat de tradities van Soubise nog niet uit het Fransche leger waren verdwenen, en dat de lichtekooi en de soldaat daar ook thans nog hand in hand te velde trokken.

Van veel meer gewicht was de vondst van den stafwagen met Mac-Mahon's gansche correspondentie en een brief, waarin de slag bij Weissenburg onder anderen tune petite affairequot; werd genoemd.

Laat in den avond keerden de Wurtembergers terug van de vervolging, die zij voor een deel op zich hadden genomen. De voeling met den vijand was wel verloren gegaan, doch de krijgskas met 360,000 francs was door hen buitgemaakt. (Jok de Badensers brachten heel wat mede terug, een groot aantal wagens met allerlei voorwerpen namelijk en wel honderd paarden; maar — de vervolging was slechts voortgezet tot Reichshofen; een groote fout was begaan. Waarheen de vijand was gevlucht, wist men nu niet.

Terwijl de overwinnaar rust op de duurgekochte lauweren, terwijl de toren en de kerk van Froschwiller in vlammen opgaan, het Roode Kruis op 't Witte veld overal is te vinden, om troost en hulp en lafenis te brengen aan zooveel versmachtenden, terwijl de lijkendragers met hun karren en baren bij fakkellicht hun sombere taak beginnen en de gevallenen in lange, zwijgende rijen naast elkander nederleggen, terwijl Fransche gevangenen die rijen naderen en zacht, schier eerbiedig de namen noemen van hun officieren, van een d'Epeuilles, een Vassart, een Septeuil, allen als helden gevallen bij de verdediging van hun land, stormen de geslagen afdeelingen, ruiters, infanterie, wagens met vluchtelingen en gewonden, losloopende, wild geworden paarden, als een bont, verward kluwen door den donkeren nacht voort, in de richting van Hagenau. Dicht opeengepakt, schreeuwend en gillend over de akkers voortrennende, komt die bende de stad binnen. De gansche weg is met geweren, met vaandels, met proviand, met patronen letterlijk bezaaid. Hier drie turco's op één ros, daar twee artilleristen op een trekpaard, de doorgesneden strengen achter zich aansleepend, verderop een wagen, waarop marketensters en stafofficieren bont dooreen zijn gezeten, terwijl eenige doodelijk vermoeide vluchtelingen zich aan de treeplanken hebben vastgeklemd, ziedaar het tooneel; — daarbij overal bloed, overal ellende. Zoo is de oorlog.

Eerst te Saverne gelukte het Mac-Mahon den dag na den slag de

— 72 —

ocr page 81

overblijfselen van zijn leger eenigermate te verzamelen en te ordenen. Een nachtmarsch, — een geslagen leger marcheert ongeloofelijk snel; — een nachtmarsch van vele uren bracht de moedeloos geworden mannen naar Saarburg. Van hier over Luneville naar Chalons was een groote afstand; toch kwam het ie korps, nog circa 20000 man sterk, tusschen den ij6quot; en den 18eu Augustus hier reeds aan.

In het hoofdkwartier te Metz heerschten den dag na den slag onzekerheid en zorg, later diepe verslagenheid, zelfs angst. Wat zou de toekomst baren? — Weldra zou het antwoord op die vraag worden gegeven. Den 6en Augustus, den dag van den bloedigen worstelstrijd bij Worth, waren de Franschen ook bij Spicheren ongelukkig geweest.

ocr page 82

Vir HOOFDSTUK.

BIJ SPICIIEREN'.

Napoleon heeft in een later door hem uitgegeven vlugschrift gezegd, dat het gevecht op den 2en Augustus bij Saarbrücken alleen door hem was gevoerd om van de voornemens en de opstelling der tegenpartij wat meer te weten te komen, om deze te verkennen dus. 't Is niet onmogelijk, dat dit inderdaad om die reden is geschied, maar dan is het resultaat dezer verkenning toch niet anders te noemen dan »zeer onvoldoende,quot; want de Franschen bleven daarna tot den 6en Augustus zoo goed als werkeloos in hun stellingen. Aan een tweede verkenning op ietwat grootere schaal, naar gene zijde van de Saar werd, schijnt wel, zelfs niet meer gedacht.

Den 6en Augustus waren de hoogten van Spicheren, front naar Saarbrücken, door het 2e korps (Frossard) ongeveer bezet als volgt: Op den linkervleugel, dwars over den straatweg van hier naar Forbach, de ie divisie (Hergé), op den rechtervleugel op en vóór genoemde hoogten de 3e (Laveaucoupet), terwijl de 2e (Bataille) de reserve vormde en bij Forbach en Ötingen stond.

»Werkeloosquot; zeiden wij daareven. Dit woord is echter niet volkomen juist; véél werd er zelfs gewerkt om deze geduchte, reeds door de natuur zoo sterke positie tot een schier onneembare veste te maken. Tirailleurloopgraven, étagesgewijze boven elkander uitgebroken, geschutstellingen, verhakkingen en andere versperringen werden op de zwakste punten aangebracht.

In diezelfde dagen verkenden de Pruisen echter wèl. Zij zetten dit werk zelfs door tot in Saarbrücken zelf. — Wil men deze stad, alsmede de hoogten, waarom het gevecht zich later zou ontspinnen, goed kunnen overzien, dan doet men het beste ongeveer met den rug naar het oosten te gaan staan. De steenen brug over de Saar ligt dan vóór u. De

— 74 —

ocr page 83

stad strekt zich met haar groene tuinen uit langs de boorden der rivier; achter haar rijzen de heuvels op. Op een hoogte dicht achter de stad ligt het exercitieveld. Hierachter ziet men de hellingen van den Galgenberg, den Reppertsberg en de Folster Höhe.

Deze drie zijn echter slechts uitloopers van den Spichererberg, den zoogenaamden Roten Berg, een circa 350 voet hooge, het geheele voor-liggende terrein beheerschende hoogte met dikwerf steile wanden, een hoogte, die voor een aanvaller nog zooveel bezwaarlijker te bestijgen wordt, omdat aan haar voet een breed dal ligt, dat haar scheidt van de te voren genoemde toppen. Slechts weinig begroeid, is de Rote Berg van de zijde van Saarbrücken niet ongezien te naderen, terwijl vier breede kloven dwars er doorheen haar verdedigingsvermogen nog ver-hoogen.

Dit terrein nu hadden de Franschen, meesters in de kunst van pionieren, door kunstmatige hindernissen, zooals wij vroeger reeds noemden, tot een bijna onneembare veste gemaakt. Vooral tegenover Stiring was veel gewerkt, omdat, Stiring eenmaal in 't bezit des aanvallers, het forceeren der stelling langs die zijde mogelijk was, doch ook niet meer dan dit.

Als eerste verdedigingslinie hadden de Franschen een lange terreinplooi gekozen vóór de populieren, die den straatweg van Saarbrücken naar Forbach omzoomen. Ook deze plooi was nog verder tot verdediging ingericht; ze dekte de schutters tot aan de oogen. De straatweg liep ten deele vóór langs den Roten Berg heen. Deze laatste was de plaats voor de opstelling der tweede gevechtslinie, terwijl nog verder achteruit, op den kam van eenige lage heuvels, de vuurmonden in positie waren gebracht.

Geen vijftien kilometer achterwaarts en zijwaarts van de plaats, door Frossard's korps ingenomen, was het 3e korps (Bazaine) thans opgesteld. De maarschalk had St. Avoid verlaten. Zijn linkervleugel alleen leunde nog aan dit plaatsje. Zijn rechtervleugel, vooruitgeschoven tot Saargemünd, had hier voeling met het 5e korps. Bazaine had de opdracht Frossard zoo noodig bij tijds te ondersteunen.

Wij hebben ons tot heden hoofdzakelijk, ja, bijna uitsluitend beziggehouden met de bewegingen van het IIIe leger, dat op den linkervleugel stond. Den 4en Augustus had het, als het dichtste bij den vijand, dezen bij Weissenburg teruggeworpen. Het II6 leger nu, dat van prins Frederik Karei, het centrumleger, zou dwars door de Palts naar de grenzen rukken, het Ie , onder den generaal von Steinmetz op den rechtervleugel, zou voortgaan naar de Saar, hier blijven staan en nadere bevelen afwachten. De reden hiertoe was, dat het He leger nog niet geheel was opgesloten; verscheiden regimenten waren nog ver achter, en vooral de verschillende treinen, als de munitietrein, de verplegings-trein, de veldbruggentrein, de telegraafafdeeling enz., alle samengesteld

— 75 —

ocr page 84

uit talrijke voertuigen met hun bespanningen, waren nog lang niet zoo dicht bij de troepen, dat daarover binnen betrekkelijk korten tijd kon worden beschikt; — en gemist konden ze niet worden, volstrekt niet, dewijl een voortrukkende legermacht juist uit deze treinen telkens weder van het benoodigde aan munitie, levensmiddelen, enz. moet worden voorzien, of zich van haar hulp bedienen moet bij haar verdere operaties.

Het Ie leger zou dus aan de Saar blijven staan, was bevolen; maar in een grooten oorlog als deze staat elke aanvoerder bloot aan zóóveel wisselvalligheden en toevalligheden, dat het geringste incident dikwerf in staat is een gansch voorafberaamd plan omver te stooten. Dat het Ie leger den 6en Augustus zou slag leveren, lag bij voorbeeld volstrekt niet in de bedoeling van het groote hoofdkwartier. Toch zou dit gebeuren.

In den nacht van den 5en op den 6ei1 Augustus begon Frossard van de hoogten voor Saarbrücken het spoorwegstation te St. Johann eensklaps met granaten te beschieten. — Mogelijk was dit wel een kleine wraakneming voor 't bij Weissenburg geleden verlies. — Tegelijkertijd werd waargenomen, dat Frossard de troepen deed teruggaan, die het excercitieveld tot nog toe hadden bezet gehouden.

Om ruimte te maken voor de voorste afdeelingen van het IIe leger en aan deze gelegenheid te geven Saarbrücken te bereiken, deed von Steinmetz daarop in den morgen van den 6e,! het 7e korps (von Zastrow) tot aan de Saar vooruitgaan. Het 8e korps (von Göben) marcheerde links naast het 7e. — Zoo naderden de Duitsche regimenten langs verschillende wegen de grenzen. Het diepe Köllerthalerbosch was oorzaak, dat de bewegingen dezer afdeelingen verborgen bleven voor de Fran-schen, die bovendien niet verkenden. Met de 5« cavalerie-divisie (von Rheinbaben) bevond de I4e infanterie divisie, von Kameke, (12 bataljons van het 7e korps) zich het dichtste bij den vijand.

Eensklaps komt door cavalerie-patrouilles der divisie Rheinbaben, die tot vóór de Fransche stellingen hebben verkend, het bericht bij von Kameke, dat »de vijand een achterwaartsche beweging maakt, dat er aan gene zijde van Forbach een massa ledige spoorwegwaggons gereed staan, dat Frossard zijn troepen wil terugnemen en dat twee bataljons infanterie en een batterij de achterhoede zullen vormen.quot;

» Dan kan den retireerenden vijand mogelijk nog een geduchte stoot worden toegebracht,quot; denkt de generaal von Rheinbaben. Om negen uur passeeren zijn regimenten, ulanen, kurassiers en huzaren, de stad en worden overal met gejuich en gejubel begroet. Nóg een minuut of wat later, en de Pruisische escadrons staan op het exercitieveld. Twee granaten slingert een Fransche batterij hun toe zonder schade aan te richten. De ruiterij rukt verder voort; weldra heeft ze genoeg waargenomen. De vijand heeft zijn stellingen nog niet verlaten. De bergen en de dalen bij Spicheren zijn nog dicht door hem bezet.

— 76 —

ocr page 85

Half tien, — met slaande trom rukt de 14e infanterie-divisie door Saarbrücken. Aan een ernstig gevecht denkt nog niemand. De vijand moet bij zijn aftocht alleen worden verontrust; de voeling, met hem verkregen, mag niet meer verloren gaan. — De bataljons naderen het excercitieveld; een paar batterijen rijden op en openen het vuur tegen de hoogten.

Thans verlaten de Franschen hun legerplaatsen en nemen de hun aangewezen positiën in. Het kanonvuur wordt beantwoord. Er ontspint zich hier blijkbaar een ernstig gevecht.

Von Zastrow, die nog achter is, ontvangt een ordonnans met het bericht, dat zijn I4e divisie in een vuurgevecht is gewikkeld met een vijand, die de hoogten van Spicheren heeft bezet. Ook bij de Franschen jagen ordonnansen in verschillende richtingen over 't terrein. — »Daar zijn de Pruisen!quot; is de melding, die Frossard ontvangt. Weldra bevinden de twee elkander vijandige korpscommandanten, von Zastrow en Frossard, * zich op de plaats der handeling.

Intusschen is de I4e divisie reeds dadelijk, zoodra zij zich op en naast den straatweg naar Forbach begon te ontwikkelen, heftig onder vuur genomen. Het knalt en knettert en dondert aanhoudend van de hoogten. De granaten suizen door Saarbrücken's straten. Hier vlucht alles; — en tegenover al dit vuur staat de I4e divisie alleen.

Maar al dat heftige schieten der Franschen is tevens een machtige roepstem om hulp en steun voor de andere partij. Overal waar het kanon wordt gehoord, versnellen de Duitsche troepen het marschtempo; en na eenig tijdsverloop dagen ze reeds op, de donkere infanteriedrommen,

niet alleen van het Ie, maar ook van het IIe leger. Bataljons van het 8e en bataljons van het 3e legerkorps gaan dadelijk op marsch naar Saarbrücken, om de in de engte gedreven kameraden van het 7e te helpen; want hulp is er zeer noodig: de generaal von Kameke heeft de krachten van zijn tegenpartij onderschat, en de gansche i 3e divisie is zóó ver verwijderd, dat ze het dreunen van de schoten niet eens hoort. De geheele S/6 brigade, — zes bataljons; — moet reeds opgelost worden in de voorste gevechtslinie. Weldra moet ook de 28e in 't vuur, want de frontuitgebreidheid, die de divisie thans heeft, is te groot. Intusschen brengt Frossard aldoor meer troepen in 't vuur, en bij Stiring rijden twee nieuwe batterijen op. 't Is reeds drie uur, doch dadelijke hulp voor den aanvaller laat zich nog altijd wachten.

Eindelijk! — Ginds naderen de voorste bataljons der i6e divisie en daar op die hoogte, op den Winterberg, verschijnen twee ruitergestalten, 't Zijn de generaals von Stülpnagel en von Döring; dus kan de 5e divisie ook niet meer veraf zijn. Een trein brengt te St. Johann twee bataljons van het 12e regiment. Zij worden over den Reppertsberg naar den Roten Berg gedirigeerd. Zes en dertig vuurmonden van het Ie leger rijden achtereenvolgens op en openen, blijkbaar met goed gevolg, het

— 77 —

ocr page 86

vuur tegen de hoogten. Maar de divisie Laveaucoupet geeft de divisie Bergé niets in dapperheid toe : zij wijst den met heldenmoed en doodsverachting ondernomen frontaanval dapper af. De omvatting van den Franschen rechtervleugel zal dus met heel wat meer krachten ondernomen moeten worden, dan er nu nog bij de hand zijn.

Daar verschijnt generaal von Göben, commandant van 't 8e korps, de lieveling zijner soldaten, op 't slagveld en neemt het commando over.

De aanval zal worden vernieuwd. — Van het 5e korps zijn pas 4 bataljons aanwezig. Generaal von Döring zal ze aanvoeren. Generaal von Frangois zal met zijn brigade, de 27e, nogmaals het front der Franschen aangrijpen; op den rechtervleugel zal de [2Se brigade van het 7e korps mede vooruitdringen.

ocr page 87

»Voorwaarts!quot; roepen de hoornsignalen. Een geduchte linie van bataljons, met dichte zwermen tirailleurs voorop, begint den zwaren tocht door het zoo moeilijk te passeeren terrein. Nauwelijks verspreiden zich de tirailleurs, of elke hoogte, elke heuvelrug wordt letterlijk een vuurspuwende krater. Met volle kracht werken de batterijen; uit iedere groeve, uit al de loopgraven licht en bliksemt het. Toch zetten de Pruisen, al vallen er bij tientallen, den aanval door. — Even staan zij om adem te scheppen, dan gaat het weder, elkander aanmoedigende, vooruit tegen de steilten op, generaal Frangois vooraan, een rofielenden tamboer naast zich. Op hun achterlieden storten de doodelijk getroffenen neder. Steunen en kermen, vermengd met een toornig: »Vooruit, kerels! Wreekt meiquot; klinkt door tusschen het knallen der schoten, den slag der springende granaten, het ratelen der mitrailleuses. — » Vooruit, brave Negen en dertigers!quot; roept Frangois, als kapitein Bennhold met het overschot zijner compagnie de kruin der hoogte bereikt.

Nog even halt! Nog even ademgehaald! Nog eenmaal roepen hoorn en trom: «Voorwaarts!quot; — De Rote Berg is genomen. Daar knalt een salvo, en door vijf kogels getroffen, zakt generaal Frangois dood neder; de hoornblazer naast hem.

Onder luid hoera wordt de berg verder bestegen. Uit een op den rand gelegen boschje knettert het opnieuw. Bij tientallen vallen de Pickel-hauben onder het moordende lood, dat letterlijk op de aanvallers neder-klettert. Allen zoeken dekking achter struiken en steenen, in groeven en sloten en openen van hier 't vuur.

Ginds uit de verte klinkt weder een luid hoera, 't Is het i 2e regiment. Kolonel von Reuther voert het zelf de hoogten op. Vernietigend vuur slaat in de flank der mannen. Een kogel slingert den kolonel tegen den grond. — »Niet naar mij kijken. Vooruit!quot; roept hij, en de bataljons dringen verder voort, over hun chef heen, en bereiken den top, maar die roemrijke tocht kost het regiment 32 officieren en 800 man. Als een geweersalvo dreunt het hoera van het 12e de Franschen in de ooren. Zij wijken.

Niet minder zwaar is de weg, die de 2 8e brigade heeft af te leggen om het bosch aan gene zijde van Stiring te bemachtigen. De divisie Bergé vecht daar met leeuwenmoed; eiken voetstap laat ze den aanvaller met bloed betalen. Hier zijn 't de bataljons van het 74e, die stormloopen. De tirailleurloopgraven des verdedigers spuwen vuur. De artillerie trekt diepe voren door de colonnes, maar de hoogte wordt bereikt. De ademlooze mannen worden door den verdediger met de bajonet aangegrepen, — » Halt! Salvovuur!quot; — De zündnadel breekt baan. De Franschen wijken op dat punt.

't Is vier uur. Nog is de strijd niet beslist. Nog handhaven de Franschen zich met voorbeeldelooze taaiheid in hun stellingen ; de verliezen der Duitschers zijn reusachtig, maar ook de zes Duitsche batte-

— 79 —

ocr page 88

rijen bij en op den Galgenberg hebben een vernietigende werking. Onder haar geducht vuur hóudt de verdediger niettemin nog een vol uur stand.

Ten slotte nadert tegen 5 uur de generaal von Alvensleben met versche troepen van het 3e korps. — Een nieuwe kampstrijd ontbrandt, want deze bataljons grijpen het Gifert- en het Pfaffenwald, den rechtervleugel der Franschen, aan. Een uur lang raast en woedt de strijd in het bosch. Langzamerhand zijn 32 Duitsche compagnieën van vijf verschillende regimenten hierin opgelost. De Franschen ontvangen versterking. Toch wordt de zuidelijke boschrand eindelijk door de tegenpartij bereikt en bezet; doch lang kan hier niet worden halt gehouden. Die boschrand ligt onder het werkzame, heftige artillerievuur des verdedigers, en deze heeft nu ook zijn reserve, de divisie Bataille, in 't vuur gebracht en dringt naar alle richtingen vooruit. De voorste Duitsche afdeelingen worden hier en daar teruggeslingerd, en het gevecht staat. Tot een beslissing is men nog niet gekomen.

Een voorbeeldeloos vermetel waagstuk moet ten slotte ondernomen om over het lot van den dag te beslissen. Geschut moet er gebracht op de ternauwernood vermeesterde hoogten 1 — Onder den majoor von Lyncker arbeiden twee batterijen van het 3e korps zich vooruit. Welk een ontzettende taak 1 Geschoven, gedragen, getrokken door de infanteristen komen de kanonnen onder het vuur des vijands nader. De paarden, voor het meerendeel reeds gewond, spannen iedere zenuw in ; de manschappen helpen ze trekken. Paarden en mannen storten naast den stei-len weg in den afgrond, 't Is een werk van reuzen, dat brengen van slechts enkele vuurmonden op dien steilen kam, toch gelukt het. Weldra slaan de Duitsche granaten in de nog altijd dicht bezette liniën der verdedigers.

Het dreunen van 't kanon, zoo dicht in hun nabijheid, schenkt aan de doodelijk vermoeide aanvallers nieuwe krachten. De tot kleine slag-hoopen weggesmolten compagnieën stormen, in weerwil van zware verliezen, nogmaals vooruit. Zij winnen terrein.

Toch is 't tot nu toe niet mogelijk geweest den vijand te verdrijven van den noordelijken rand van den Forbacherberg, welken rand hij van af het bosch van Spicheren tot aan het dorp van dien naam nog altoos bezet houdt, terwijl zijn herhaalde tegenaanvallen duidelijk verraden, dat hij den met zooveel bloedige offers verdedigden bodem wil terugwinnen.

Naarmate het aantal bataljons van den aanvaller op het slagveld aangroeit, krijgt de generaal van Alvensleben, commandant van het 3e korps, de handen ruimer. Hij besluit den zoo hardnekkigen vijand ook van uit het westen aan te grijpen. Het fuselierbataljon van het I2e, het jagerbataljon onder majoor von Jena, het 52« regiment en het 2e bataljon van het 8e zullen deze taak op zich nemen. Deze aanval zal de beslissing brengen. Hij voert over het bosch van Spicheren naar den

— 80 —

ocr page 89

Forbacherberg — en gelukt. De tegenpartij had haar laatste krachten besteed aan een vergeefschen tegenaanval op den Roten Berg en het Gifertbosch. Voor de verdediging van het bosch van Spicheren had ze geen troepen meer beschikbaar.

6

ocr page 90

't Is donker geworden. De bataljons van Frossard beginnen uit hun verband te geraken; in de kloven en de struiken worden ze door de aanvallers opgezocht. Hun kracht is gebroken. De signaalhoorn schalt: »Retireeren Iquot; De bloedige dag behoort aan de Pruisen; maar vraagt

niet tot welken prijs 1

Ook de I 3e divisie van het 7e korps, die omstreeks twee uur in den namiddag in Ludweiler rustte, had nog een korte poos aan het gevecht deelgenomen. Omstreeks dat uur toch ontving haar commandant, de generaal Övon Glümer, van von Zastrow bericht van het treffen bij Spicheren. De voorhoede, — twee bataljons en een batterij; — begaf zich terstond weder op marsch in de richting van Forbach, om den vijand in de linkerflank te vallen. Reeds spoedig kregen de tirailleurs vuur; vóór hen lag de overal met loopgraven bedekte Konijnenberg. Het donderen van 't geschut bij Saarbrücken was hier reeds duidelijk hoorbaar. De loopgraven werden met storm genomen ; de vijand werd in de richting van Forbach teruggeworpen. De artillerie volgde in draf en kwam tegenover dit plaatsje in batterij. Fransche reserves brachten echter steun aan de wijkende troepen. De Duitsche granaten vielen reeds in Forbach en tusschen de Fransche bataljons, doch de duisternis maakte ook hier een einde aan den strijd.

't Was dien nacht helder maar koud weder; de sterren fonkelden aan den hemel, terwijl een scherpe wind joeg over veld en bosch. De gansche omtrek wemelde van donkere gestalten; overal bewogen zich lichten. Lange treinen gewonden begaven zich in de richting van Saarbrücken. In de kerk van Spicheren lagen ze in dichte rijen, de steunende, bloedende soldaten, vriend en vijand bont dooreen. Een groot aantal geneesheeren waren druk in de weer; de ziekendragers hadden de handen vol werk. De heiligenbeelden waren in witte doeken gewikkeld; op het altaar brandde een stallantaarn; bij dit licht werden de rapporten geschreven. Onvermoeid droegen de inwoners van Saarbrücken gekwetsten aan ; vrouwen en meisjes, kinderen zelfs boden hulp.

De morgenzon, welke een dichten, natten nevel deed optrekken, bestraalde een lijkenveld, te afgrijselijk om aan te zien. Alom verspreid lagen de dooden, op enkele plaatsen, zooals bij Stiring, letterlijk bij hoopen. Vooral de wegen en paden, die bergopwaarts voerden, maakten een ontzettenden indruk. Als een lange, donkere streep, waartusschen geweren en ander wapentuig glinsterden, lagen daar de dooden; ook hingen daar de lijken der Franschen, die in de heggen en de loopgraven of op den kant van deze neergeveld waren, in de struiken. Het stationsgebouw van St. Johann krioelde van menschen. De granaten hadden hier geducht huisgehouden. Het station was letterlijk een ruïne.

De beide torens hadden veel geleden; de rechtervleugel was zwaar beschadigd. De groote kroon in de zaal was vernield; geen spiegelruit was er meer heel. Het dak was doorschoten als een zeef. Toch huis-

— 82 —

ocr page 91

vestte het gebouw een groot aantal gekwetsten, die door de inwoners van Saarbrücken voorbeeldig werden verzorgd.

Een schitterende zegepraal was behaald, doch met het verlies van 223 officieren en bijna 5000 minderen was ze duur, zeer duur, tè duur zelfs gekocht. Ook zonder gevecht toch zou Frossard gedwongen zijn geworden die sterke stelling te verlaten; de Duitschers hadden hem er uit kunnen manoeuvreeren. Maar — ten wille van den moreelen indruk op de tegenpartij was ze niet te duur gekocht. In drie dagen drie glansrijke overwinningen op troepen, die gevochten hadden als leeuwen, die, als echte zonen van Gallic, dikwerf hadden standgehouden tot de laatste man viel, wier heldenmoed in dezen ontzettenden kamp boven onzen lof is verheven, in drie dagen drie glansrijke overwinningen, herhalen wij, was meer dan ooit verwacht had kunnen worden. Als een bliksemstraal uit een wolkenloozen hemel werkte die tijding op de Parijsche bevolking, die heel wat anders had gedroomd, en op het keizerlijke hoofdkwartier. Hier werd aan offensief optreden thans zelfs niet meer gedacht. De weg naar den Moezel lag reeds voor de Duitsche legers open.

Een opmerking over een aanmerkelijk verschil in de wijze van aanvoering bij de twee strijdvoerende legers mag hier haar plaats vinden. — Terwijl Frossard bleef zonder ondersteuning, en zulks hoewel Bazaine hem zeer goed had kunnen ondersteunen, terwijl de Fransche divisie-generaals Metman, Castagny en Montaudon, die hun vechtende makkers zeer wel vroegtijdig genoeg hulp hadden kunnen verleenen, zich hiertoe veel te

ocr page 92

laat in beweging stelden, ijlde bij de Duitschers, zoodra men daar net kanon hoorde dreunen, elke afdeeling, elk troependeel, zonder verdere bevelen af te wachten, naar het tooneel van den strijd. Dit noemt men initiatief; dit noemt men durven handelen naar de omstandigheden; dit is kameraadschap. — Toen de generaal von Zastrow met zijn I4e divisie bij Spicheren den strijd opnam, bleef hij uren met zijn twaalf bataljons alleen staan; dit is zoo; het kon niet anders; doch toen de avond viel, stonden er zeven en twintig bataljons in de eerste linie en nog vele daarachter in reserve. Het kanon was het sein geweest: Maakt voort! — Ai die duizenden krijgers juichten nu en zongen en bestormden letterlijk de proviandwagens der marketenters, die naar schnaps (jenever) riekende heeren, welke met hun sluwe, waardige helpsters altoos bij den bagagetrein volgden, die, zoodra de slag geëindigd was, met hun karren de bivaks opzochten en met den verkoop van een homp brood, een borrel en een stuk worst uitstekende zaken maakten.

Met de drie voorgaande gevechten was, als men 't zoo wil noemen, het voorspel afgesloten van het grootsche drama van dezen volkeren-krijg. Nog een korte spanne tijds, en het tweede bedrijf zou aanvangen met de reuzenveldslagen om Metz.

- 84 -

ocr page 93

VHP HOOFDSTUK.

BIJ HET FRANSCHE LEGER EX TE PARIJS.

In redelijk goede orde was Frossard, door de duisternis van den nacht beschermd, met zijn geslagen troepen naar Saargemund afgetrokken. Dewijl den 7en 's morgens reeds vijandelijke patrouilles zich voor deze stad vertoonden, achtte hij zich hier echter niet veilig genoeg; hij ging omstreeks één uur in den namiddag dus weder op marsch en ontving onderweg uit het hoofdkwartier bevel om, evenals al de troepen van den linkervleugel, terug te gaan op Metz. — Zooals wij reeds weten, waren het ie korps (Mac-Mahon) en het 5e (de Failly) op weg naar Chalons. Later, den 20en, kwam hier ook het 7e (Felix Douay).

Bij de Fransche korpsen hadden het verband, de orde en de krijgstucht reeds veel geleden. Van de geslagen regimenten kwamen berichten in, die bij de soldaten schrik en ontsteltenis verwekten. Langzamerhand nam het aantal uitrustingstukken, legerwagens, munitiecaissons en zelfs vuurmonden, die in den steek waren gelaten, onrustbarend toe. Hier en daar zag men reeds groepen soldaten achterblijven; in de boschrijke streken begonnen zich de verdachte gestalten van marodeurs en lijken-plunderaars te vertoonen. Overal begon ontsteltenis te heerschen ; — en dicht achter de achterhoede, bij welke het verband ook reeds heel wat te wenschen overliet, naderde snel de vijandelijke cavalerie, welke van de vleugels der Duitsche legers was afgezonden om de tegenpartij te verontrusten en met haar voeling te houden.

Een hoogst gewichtig resultaat had de aanvaller door zijn aanvankelijk succes dus reeds verkregen. Hij had de tegenpartij een geduchte moreele nederlaag toegebracht.

Ook in het hoofdkwartier te Metz was de ontsteltenis groot. Reeds in die dagen moet de keizer den stand van zaken juist hebben beoordeeld en moet hij overtuigd zijn geweest, dat deze eerste nederlagen, niet alleen van

ocr page 94

een militair maar ook van een politiek standpunt beschouwd, voor hem doodend waren. Hij zag bleeker dan gewoonlijk; zijn houding was gebogen. —• »Neen,quot; luidde met een diepen zucht zijn antwoord op de vraag, of hij zich wel in staat voelde de vermoeienissen van een veldtocht nog langer te doorstaan.

Intusschen had de regeering te Parijs door leugenachtige, dubbelzinnige proclamaties en telegrammen al het mogelijke gedaan, om den waren toestand zoolang mogelijk verborgen te houden. Zelfs hadden enkele vermetele beursspeculanten de verregaande brutaliteit gehad, het treffen bij Weissenburg voor te stellen als een groote overwinning, waarbij niet minder dan 25000 Duitschers, en zelfs prins Frederik Karei, gevangen genomen zouden zijn. Enkele uren was de bevolking dol van vreugde. Arpoul, de tenor van de Opera-comique, moest midden op het beursplein boven op een omnibus gaan staan en de Marseillaise zingen. Op den boulevard moest madame Sasse, de welbekende zangeres, hetzelfde doen.

Weldra echter bleek de waarheid, en daarmede kwam de omkeer in de gemoederen. — De beurs werd letterlijk bestormd; verscheiden speculanten kregen een pak slaag, zooals zij 't mogelijk in hun gansche leven nog niet hadden * genotenquot;. Vloeken en verwenschingen werden »dat laffe, laaghartige leger,quot; dat zich door »die Pruisische bendenquot; had laten verslaan, naar 'thoofd geslingerd. — »Wij zijn verraden!quot; hoorde men alom.

Ook een telegram uit Metz trachtte den waren toestand nu nog te verbloemen. — »Wij worden op een ernstige proef gesteld. Ons vertrouwen op de toekomst en onze koelbloedigheid zijn echter nog geenszins verloren gegaan. Na den slag bij Reichshofen trok Mac-Mahon terug om Nancy te dekken. Het korps van Frossard heeft veel geleden. Krachtige verdedigingsmaatregelen worden genomen. De chef van den staf is bij de voorpostenquot;, heette het daarin.

Een tweede telegram gaf al evenmin de waarheid. — »Mac-Mahon dekt Nancy. De troepen bij Metz verkeeren in een uitmuntende stemming. Wij worden op een harde proef gesteld, doch deze gaat niet boven 't geen de vaderlandsliefde der natie vermag. Het cijfer der verliezen kan voorshands onmogelijk worden bepaald. Generaal de Coffinières (de commandant van Metz) neemt maatregelen ter verdediging.quot;

Keizerin Eugenie, een moedige vrouw, kwam terstond naar Parijs, riep in haar hoedanigheid van regentes den ministerraad bijeen en kondigde een proclamatie af, onder andere luidende: ïLaat er in deze ure der beproeving in Frankrijk slechts één partij wezen, die van alle Franschen, slechts één banier, die onzer nationale eer I Deze banier wappere voor ons uit! Ik bezweer alle oprechte staatsburgers de orde te bewaren. Wie ze stoort, heult met den vijand.quot;

De ministerraad bleef dien dag (7 Augustus) permanent. Tegen den 1 len Augustus werden de Kamers bijeengeroepen ; tevens werd het Seine-departement verklaard in staat van beleg.

— 86 —

ocr page 95

Den 8ei1 volgden er nog meer decreten. Nog vijt andere departementen werden in staat van beleg verklaard; de burgers tusschen de 30 en 40 jaar werden opgeroepen voor de nationale garde; de mannen, beneden de 30 en niet bij de nationale garde ingedeeld, werden er bij ingelijfd. In den ministerraad werd nu reeds gesproken van een levée en masse, evenals in de omwentelingsoorlogen.

De opgewondenheid onder de bevolking was tevens zóó hoog gestegen, dat de ministers trilden op hun zetels. Alleen voelden zij zich niet sterk genoeg meer. Niet tegen den iien, tegen den gen reeds werden dus de Kamers bijeengeroepen.

De zitting was meer dan stormachtig. Onbewimpeld werd door graaf Keratry onder meer gezegd: »Napoleon is niet in staat geweest ons leger ter overwinning te voeren; hij moet dus aftreden en zijn plaats inruimen voor de Kamer.quot; — Op Jerome David's : »Wij hebben een leger, dat men, de omstandigheden in aanmerking genomen, overwinnend kan noemen,quot; liet Jules Favre koel zijn : » Geeft het een waardigen aanvoerderquot;, volgen. Er broeide een onweder voor het ministerie. Clement Duvernois, de voormalige vertrouwde des keizers, gaf het den genadestoot. Hij stelde als motie voor: »De Kamer, besloten een ministerie te steunen, dat in staat is de verdediging des lands te organiseeren, gaat over tot de orde van den dag.quot;

Ollivier noemde deze motie met het volste recht een motie van wantrouwen en verzekerde, dat het ministerie ze niet kon aannemen ; de Kamer nam ze wèl aan, en het ministerie, dat over Frankrijk zooveel ongeluk had gebracht, nam zijn ontslag. — Frankrijk achterlatende op den rand van den afgrond, togen de twee raddraaiers in het politieke voorspel van den oorlog, Ollivier en de Gramont, naar 't buitenland; de eerste zocht Italië op; de laatste ging een poosje in Engeland vertoeven.

Generaal Montauban, graaf van Palikao, een creatuur des keizers, werd door de keizerin belast met de vorming van een nieuw kabinet. Dit was het beruchte Mamelukkenkabinet en bestond uitsluitend uit Bonapar-tisten, uit mannen tevens, die, zoolang het leger hun gehoorzaamde, voor geen cotip a état, voor geen barricadengevecht zouden terugdeinzen. Die keuze was de laatste kaart, welke het reeds wankelende keizerrijk uitspeelde.

Niet alleen het ministerie was gevallen, ook het opperbevel over het leger kwam in andere handen. Den 12el1 Augustus droeg de keizer het over aan maarschalk Bazaine, commandant van het het 3e korps. Ook de maarschalk Le Boeuf, uit zijn betrekking ontslagen, verdween van 't tooneel. Palikao, de nieuive minister van oorlog, tevens minister-president, en Bazaine, de opperbevelhebber, waren nu de twee mannen, op wie Frankrijk zijn hoop had gevestigd. Van den eersten echter zeide men, dat hij in Ch ina geplunderd en het geplunderde later in Frankrijk verschaggerd had, van den anderen, dat hij eerst keizer Maximiliaan in Mexico ver-schaggerd en toen daar geplunderd had. De generaal Baraguay d'Hilliers,

- 87 -

ocr page 96

die in 1859 in Italië niet met Palikao had willen dienen, »omdat een fatsoenlijk man met zoo'n individu niet kón dienen zonder te kort te doen aan de eer,quot; werd nu terstond als gouverneur van Parijs ontslagen en enkele dagen daarop vervangen door Trochu, een vriend van Thiers en een officier, toegerust met groot organiseerend talent en grondige kennis, doch met republikeinsche beginselen.

Den 1 oen Augustus reeds was het nieuwe kabinet gevormd, en in de eerstvolgende zitting der Kamers stelde de minister van binnenlandsche zaken Chevreau voor alle Duitschers, die in Frankrijk verblijf hielden, zelfs families, die hier al twintig en meer jaren woonden, het land uit te zetten, »als maatregel van veiligheid.quot; Alleen Camille Pelletan verhief zijn stem tegen dien onbillijken, wreeden maatregel, welke binnen de eerstvolgende weken met even groote hardheid als willekeur werd toegepast.

Zoo was er dus een zuiver Napoleontisch kabinet aan 't roer gekomen; onmiddellijk begon het met de Kamer maatregelen te beramen om in den nood des lands te voorzien. — Zoo werden o. a. alle niet-dienende, ongehuwde soldaten van de lichtingen 1858—1 S63 opgeroepen ; alle ongehuwde burgers van 25 tot 35 jaar moesten worden geoefend; het crediet tot ondersteuning der huisgezinnen van de mobiele garde werd tevens van vier op twintig millioen francs gebracht.

De troepen in den Kerkelijken Staat werden teruggeroepen ; die, bestemd voor een landing in Pruisen, werden niet ingescheept. (Hierdoor kreeg Pruisen meer de handen vrij en kon het de kustbewaking voortaan overlaten aan de landweer.) — En terwijl dit kabinet van Bonapartisten dat alles deed, geraakte de persoon des keizers zelf hoe langer hoe meer op den achtergrond. Den 1 3cn Augustus deed de advocaat Gambetta in de Kamer zelfs het voorstel, hem van den troon vervallen te verklaren, en de president riep hem niet tot de orde. Glais-Bizoin sprak reeds van »den man,quot; die Frankrijk zoo diep rampzalig had gemaakt. Gambetta verweet het kabinet, dat het zich schier uitsluitend bezighield met het bedenken van middeltjes om de dynastie te redden. — » Alleen volkeren, die door onbekwame handen worden bestuurd, kunnen in een toestand geraken, gelijk aan die, waarin het vaderland zich thans bevindt,quot; zeide hij, en toen de rechterzijde — de Bonapartisten, — hiertegen wilde protesteeren, slingerde hij deze een dreigend: » Zwijgt 1quot; toe. »UIieden past alleen zwijgen en boete doen.quot;

De keizerin ontving van bevriende zijde reeds de waarschuwing zich liever niet in 't publiek te vertoonen. De revolutie zat blijkbaar in de lucht. Nog enkele dagen, en de omwenteling zou van Frankrijk een republiek maken.

Onder al die berichten uit Parijs, berichten, die hem oogenblikkelijk moesten doen gevoelen, dat de troon onder hem wankelde, was Napoleon schier verpletterd. Na de gevechten van den 6en Augustus had hij het plan gevormd het geheele leger te doen teruggaan tot Chalons en zoo-

ocr page 97

doende de hoofdstad, natuurlijk het object, het doelwit der aanvallers, te dekken. Al de toebereidselen hiervoor waren reeds gemaakt; hij zelfwas aanvankelijk voornemens dadelijk naar Parijs terug te keeren. — Thans echter met die zoo geheel veranderde stemming bij de bevolking dorst hij dit niet meer; men zou hem verwijten, dat hij, op Chalons teruggaande, een groot deel van Frankrijks grondgebied zonder slag of stoot prijs had gegeven; het leger zou in dien terugmarsch niets anders zien dan een goed georganiseerde vlucht; eindelijk beweerde de generaal de Coffinières, dat hij, aan zijn lot overgelaten, Metz geen veertien dagen zou kunnen houden.

Dus werd nu door Napoleon besloten niet terug te gaan, doch de linie van den Moezel te bezetten. De troepen van Chalons konden dan mogelijk nog dichterbij worden getrokken. — Hoelang men in het hoofdkwartier bij dit besluit bleef, zal weldra blijken.

De man, die het zoogenaamde Rijnleger thans aanvoerde, was een soort van pendant van Palikao. Zooals deze in China, had Bazaine zich in ATexico een allesbehalve gunstige reputatie verworven. Dapper doch voor den overwonneling zonder genade, van den overwinnaar alleen de rechten kennende, had zij zich reeds vroeger, zoowel in Algerië en in Spanje als in Italië en in de Krim, doen kennen als een gewetenloos soldaat, die wel wat deed denken aan de zoo beruchte condottieri der i6e eeuw. — Eerlang zullen wij hem aan 't werk zien.

In 't bedreigde land was intusschen alles ingespannen bezig het ten deele geslagen en half gedemoraliseerde leger in een beteren staat te brengen ; even hard werkte men in Duitschland om de zegevierende troepen weder op hun sterkte te brengen, verliezen aan te vullen en opengevallen officiersplaatsen opnieuw te bezetten. Tegelijkertijd was de bevolking daar schier onuitputtelijk in haar bewijzen van sympathie met het leger. Waggons vol pakjes met allerlei eetwaren, zelfs snoeperijen, als ook » Liebescigar-rcnquot;, — somtijds echte Amersfoorters, derde qualiteit, maar te velde kijkt men niet zoo nauw; — werden uit het vaderland gezonden naar de troepen in Frankrijk. Ginds wist een ieder, dat het pleit nog lang niet was beslecht, dat de zwaarste dagen nog moesten komen, dat er nog veel Duitsch bloed zou moeten vloeien, voordat aan den vrede zelfs maar kon worden gedacht; doch juist dit bewustzijn was voor jong en oud, voor rijk en arm een reden te meer, om den zoon, den broeder, den vader, daarginds op het bivak in 't vreemde land, een bewijs te zenden, dat men thuis aan hem dacht — ? Och, neen, dat hij thans de eenige was, aan wien men dacht.

Doch niet alleen in dezen, in een veel edeler vorm toonde zich schier •overal de sympathie met de strijdvoerenden. Bewonderenswaardig was de houding van gansch Duitschland bij voorbeeld in 't verleenen van hulp, in 't verplegen van gewonden. Menig klein vrijwilligerskorps, van al het benoodigde, mogelijk alleen niet van de noodige kennis voorzien, toog met wagens vol verbandmiddelen onder het doorstaan van de

ocr page 98

grootste gevaren en ontberingen naar de kampplaats. Alle onderscheid van stand en rang verdween bij dien edelen, boven onzen lof verheven drang om gemeenschappelijk en eendrachtelijk zoowel het met bloed bedekte landskind als den beklagenswaardigen vijand hulp te verleenen, te laven en moed in te spreken. Op elke halte van spoorwegen werd steeds in ruime mate voor ververschingen gezorgd. Volgens de verklaring van ooggetuigen was het schier aandoenlijk te zien, hoe zelfs in de kleinste dorpjes en stadjes de bevolking aanhoudend naar de stations liep, hoe de een een brood, de ander een flesch land wijn, een derde zelfs maar een handvol bloemen naar de treinen kwam dragen, om de soldaten toch iets tot verkwikking, tot opvroolijking aan te bieden. Wijn, tabak, sigaren, brood, kaas, vruchten, in één woord allerlei versnaperingen werden onder de troepen uitgedeeld door een bevolking, die ter eere van den dag zelfs haar zondagsche kleeding had aangetrokken.

Op 't gebied van de geneeskundige hulp en ziekenverpleging was het vooral Wurtemberg, dat voorging. Daar waren in 't begin van Augustus reeds over de 5000 bedden ter opname van gekwetsten in particuliere inrichtingen gereed, inrichtingen, die zich niet minder door haar uitstekende uitrusting dan door haar practische bruikbaarheid onderscheidden.

Ook van regeeringswege werd veel voor de gekwetsten gedaan. Vergezeld door een staf van 2000 ervaren artsen benevens door een klein leger van apothekers, assistenten, studenten-vrijwilligers, enz. verscheen Dr. Grimm als hoofd van den geneeskundigen dienst van den Noord-duitschen Bond op de kampplaats. Tegelijkertijd regelde de koning het werk der vrijwillige ziekenverpleging, de taak der Johanniter- en Malthezer-orde en van de talrijke andere hulpvereenigingen en benoemde den vorst von Plesz tot commissaris van toezicht over het geheel.

Terwijl bij de Franschen gedurende hun teruggaande beweging in de richting van Metz en van Chalons elke voeling met de hoofdmacht des vijands verloren ging; terwijl men in 't Fransche hoofdkwartier volslagen onkundig was en bleef omtrent 't geen de door een scherm van cavalerieregimenten verborgen tegenstanders uitvoerden, bestond er in de dagen tusschen den 7el1 en den 12ei1 Augustus bij het Duitsche hoofdkwartier reeds weinig twijfel meer omtrent de voornemens der tegenpartij. Aangezien het hoofddenkbeeld »Verspreid marcheeren, vereenigd strijden,quot; evenals eenmaal bij Napoleon I, thans ook bij von Moltke voorzat, lag het in den aard der zaak, dat, wilde men dit »vereenigd strijdenquot; consequent toepassen, terwijl de tegenpartij zich verplaatste naar 't noordwesten, met name naar Metz, dan door de gansche Duitsche legermacht een zwenking naar rechts moest worden gemaakt, een zwenking dus, waarbij het Ie leger de spil vormde en het Ille leger den uitersten, omzwenkenden vleugel, terwijl het IIe, dat nog het verste achter

— 90 —

ocr page 99

was, — den 6en Augustus stond zijn hoofdkwartier nog pas te Homburg ; — zich dan tusschen de twee andere zou inschuiven.

Aan het IIIe leger, met uitzondering van de Badensche divisie, die naar Hagenau en van hier naar Straatsburg zou rukken, om deze vesting in te sluiten, aan het IIIe leger dus, dat nu van Worth over Saarunion naar Dieuze en Nancy werd gedirigeerd, vielen hierdoor de langste en de gevaarlijkste marschen ten deel, want de Vogezen moesten thans worden gepasseerd, en de passen door dit gebergte werden alle door kleine vestingen en sterkten beschermd en beheerscht.

Het bleek echter weldra, dat de bezetting van vele dezer laatste begreep, van hoe weinig beteekenis ze waren tegenover zulk een overmacht. Lichtenberg en Petite Pierre capituleerden. Het van nature sterke Bitsch werd evenals Marsal en het rotsennest Pfalzburg ingesloten. Den 13en Augustus bevond het hoofdkwartier van den kroonprins zich te Saarburg, den I 5ea kwam het te Luneville. — Op den I 2en Augustus werd Nancy reeds door Duitsche ulanen bezet. De wijze, waarop dit geschiedde, is te tragi-komisch en voor den toestand, — Nancy telde 54000 zielen; — te kenschetsend, om ze hier niet even te vermelden.

Op genoemden datum kwamen vier, zegge vier Pruisische ulanen doodbedaard de stad binnenrijden en namen haar in bezit. Een half uur later reed een peloton dier zoo gevreesde ruiters naar het spoorwegstation en handelde hiermede op dezelfde manier, bekeek toen de stad, eischte haver voor de paarden en voor zich zelf 300,000 francs doch vergenoegde zich later met 50,000 francs, » hoewel dat sommetje voor zoo'n groote stad wel wat weinig werd gevonden.quot; — Twintig arbeiders uit de stad werden daarop geprest om onder militair toezicht de rails op te breken tot bij Maxeville en ze in 't water te werpen; vervolgens moesten die arbeiders ook de telegraafpalen omkappen.

Het aantal ulanen was intusschen gestegen tot circa een escadron; deze bestelden in twee hotels een diner, bestaande uit soep, rundvleesch, groenten, een liter wijn en zes sigaren per hoofd, en tegen den volgenden morgen om vier uur koffie. — De eigenlijke bezetting had eerst twee dagen later plaats.

In en om Nancy hield het IIIe leger eenige dagen rust. Na zooveel vermoeiende marschen had het die eerlijk verdiend.

Bij dezen grooten tocht, dwars door het vijandelijke land, was na het passeeren van de Vogezen het opzoeken en daarna onderhouden van 't verband met het IIe leger van het hoogste gewicht geweest. — Gingen het Ie en het ne leger over tot den frontaanval, dan zou het IIIe met volle kracht tegen den vijandelijken vleugel moeten drukken. — Voor het onderhouden van dit verband nu werd door het oppercommando uitstekend gezorgd. Dewijl de mogelijkheid nog altijd niet was buitengesloten, dat de bij Worth geslagen tegenpartij, met welke men de voeling verloren en nog niet teruggevonden had, den straatweg van

— 91 —

ocr page 100

Worth naar Saargemund zou trachten vast te houden, zond het IIe leger bij voorbaat het 4e korps af ter beveiliging van het in drie colonnes door de Vogezen voortrukkende IIIe leger. Doch weldra bleek dit een overbodige voorzorg. Hoever de ruiters van Bredow hun verkenningen ook uitstrekten, nergens vonden zij een spoor van den vijand; — wij weten dat deze al doorgemarcheerd was naar Chalons ; — wel troffen ze reeds deelen van het IIIe leger aan. Het verband hiermede was dus gevonden. Op den 12en Augustus kwam het llle leger eindelijk, zonder op den vijand te zijn gestooten, in breed front aan de Saar. Alleen de I 2e divisie was bij Saarunion achtergebleven.

Intusschen rukte ook het IIe leger in twee hoofdcolonnes voorwaarts, door een machtig gordijn van verkennende cavalerie gedekt. Alom schrik en ontsteltenis verspreidende, trok dit gordijn, deze lange, buigzame linie van ruiters, voortdurend dieper Frankrijk binnen en was weldra door haar in alle richtingen krachtig doorgezette verkenningen in staat het groote hoofdkwartier in te lichten, omtrent de juiste plaats, waar de vijandelijke hoofdmacht zich ophield.

Van Fransche zijde werd hiertegenover zoo goed als niets gedaan, om betreffende de naderende tegenpartij en betreffende de punten, waar deze zich bevond, gegevens te verkrijgen. Al die dagen bleef het leger onder de muren van Metz in dezen zin schier werkeloos. Toch stond een deel van die tegenpartij den 12en Augustus waarlijk reeds dicht genoeg in de nabijheid. De ie cavaleriedivisie dekte haar front.

Het ie legerkorps (von ManteufTel) was het Ie leger onderwijl komen versterken. Bij het IIe leger was het 2e korps (Fransecky) met hetzelfde doel uit het vaderland op weg; zoo was ook het 6e (von Tümpling) op marsch om zich bij het Ille leger te voegen.

Den 13quot;* Augustus stonden de voortroepen van het Ie leger reeds in de lijn Les Etangs-Courcelles aan de oostzijde van Metz. De Nied was hierbij op verschillende punten overschreden, onder anderen door de voorhoede van het 7e korps. In de richting van Marsilly willende voorwaarts gaan, werd de generaal von der Goltz, commandant dezer voorhoede, in de nabijheid van Courcelles sur-Nied, enkele kilometers van Metz, uit de daargelegen boschranden door hevig infanterievuur ontvangen. Waar de hoofdmacht der tegenpartij zich bevond, was voor die voorhoede nu weldra geen geheim meer. De Fransche tentenkampen werden in de verte, op de hoogten ten oosten en zuidoosten van Metz, langzamerhand zichtbaar. — Von der Goltz nam het gevecht niet aan. Weldra verstomde het vuur.

Laten wij hier in hoofdtrekken even aangeven waar en hoe het leger van Metz, circa i 80000 man sterk, onder Bazaine den I 3en was opgesteld.

Aan een machtigen arm gelijk, die een dierbaar kleinood omslingert, lag het, met het front naar het zuiden en oosten, om de stad gekampeerd. Ter hoogte van het dorp Peltre dekte het 2e korps (Frossard) den straatweg

ocr page 101

naar Straatsburg; bij Grigy, Colombey en Nouilly legerde, met het front naar het oosten, het 3e korps; het 4e korps (Ladmirault) stond schuins links achter het 3e ; tusschen de Seille en den Moezel, dus ten zuiden der stad, bevond zich Canrobert met het 6e korps; de generaal Bourbaki, commandant van de garde, bevond zich met deze achter het midden en vormde de reserve.

De reuzenvesting Metz, het aloude Divodurum, ligt op den rechteroever van den Moezel op twee eilanden. In 1648 werd ze aan Frankrijk afgestaan en in den loop der tijden veel verfraaid en vergroot. Lommerrijke lanen, breede wandelpaden en sierlijk aangelegde tuinen wisselen elkander daar af. Binnen de stad valt de Seille in den Moezel.

De omstreken zijn eenig schoon. Groote bosschen, hooge bergen en lage heuvels, voor 't meerendeel met wijnstokken beplant, strekken zich uit, zoover het oog reikt, en geven op de Esplanade vóór de geniekazerne een zeldzaam prachtig panorama te aanschouwen.

Om deze moderne wapenplaats eerste klasse nu, die door de Fran-schen ten overvloede door een keten van veelal hooggelegen forten was omgeven, • zouden de veldslagen worden geleverd, welke den val der Napoleontische dynastie voorafgingen. In ronde cijfers telde het Fransche Rijnleger den 13en Augustus 201 bataljons, 126 escadrons en 76 veld-batterijen. Het had het voordeel eener sterke stelling; een groot deel der troepen was nog niet in 't vuur geweest en brandde van verlangen op den vijand los te gaan en voor de reeds geleden nederlagen wraak te nemen. Tegenover den aanrukkenden vijand stond hier dus onder alles behalve ongunstige omstandigheden een indrukwekkende strijdmacht tot handelen gereed. Alles kwam hier nu slechts aan op de wijze, waarop deze zou worden gebruikt.

93

ocr page 102

IXe HOOFDSTUK.

TE METZ EN BIJ COLOMBEY.

Den i 2en xA.ugustus had Napoleon het commando dus overgegeven aan den maarschalk Bazaine. — Zich in geenen deele ontveinzende, dat de taak, hem op de schouders gelegd, vooral onder deze omstandigheden meer dan zwaar was, trad de maarschalk terstond in functie. Tevens werd te elfder ure besloten niet om en bij Metz te blijven staan, doch hier een bezetting van circa 34000 man achter te laten en terstond met de rest terug te gaan, voorloopig naar Verdun, achter de Maaslinie.

Dat er in Metz reeds wanorde heerschte, bleek, toen in den voormiddag van den 1 3en de order kwam, dat den volgenden morgen om vijf uur ieder man, voor drie dagen van mondvoorraad voorzien, marschvaardig moest zijn. — De manschappen, die dan niet marschvaardig mochten wezen, zouden in de vesting achtergelaten en tot afzonderlijke korpsen vereemgd worden! (sic) — De intendance ontving tevens bevel zooveel mogelijk proviand mede te voeren en niet meer achter te laten dan het garnizoen behoefde. De divisie Laveaucoupet, eenige bataljons mobiele garde, de genietroepen en enkele infanteriebataljons, die men bezig was te formeeren, zouden onder commando van den generaal de Coffinières de bezetting uitmaken. De verdedigingswerken waren met ruim 700 vuurmonden bewapend. Weldra echter bleek, dat de uitrusting aan munitie voor al dit geschut lang niet voorhanden was, zoomede dat men voor de infanterie niet over vijftig- doch slechts over vijf millioen patronen kon beschikken.

Onder de vele uitspattingen, waaraan de troepen zich in de stad toen reeds schuldig maakten, hield de bevolking zich tamelijk kalm. De tijding, dat de keizer het commando had overgegeven, maakte nauwelijks eenigen indruk; zelfs terwijl hij zich nog in de stad bevond, werd in de koffiehuizen aldaar hardop over zijn afzetting gesproken. Uit Parijs had men

— 94 —

ocr page 103

reeds bericht, dat de minister Chevreaueen oproeping voor de volkswapening had gedaan, waarin de naam des keizers niet eens genoemd en alleen van »de natiequot; gesproken was. Toch onderteekende Napoleon alle bevelen nog tot den i 2equot; 's nachts om twaalf uur, o. a. die, waarbij Bazaine tot zijn opvolger werd benoemd, Trochu chef werd van een te Chalons te vormen nieuw korps (het 12e) en de generaal Vinoy op dezelfde wijze van een 13e korps, dat bij Parijs moest blijven.

Voor den aftocht naar Verdun was alles dus voorbereid. De keizer zou den I4en Metz verlaten, te Longueville het leger zien passeeren na zijn overgang over den Moezel en daarop naar Chalons vertrekken.

Contrasten 1 — Terwijl Napoleon dus het leger verliet, toog koning Wilhelm, door von Bismarck, von Koon en von Moltke vergezeld, juist naar zijn troepen op marsch en vaardigde, te Homburg gekomen, een legerorder uit, waarin hij onder andere zeide, dat hij rekende op de gestrengste handhaving der krijgstucht bij de troepen, »omdat er niet tegen de vreedzame inwoners van het land werd oorlog gevoerd.quot; — Later, toen hij na den val van het keizerrijk den oorlog bleef voortzetten, zijn deze woorden hem wel eens van Fransche zijde verweten. — Den I ien Augustus hield de grijze monarch te St. Avoid voor het eerst nachtkwartier op Franschen bodem; de volgende dag zag hem te Faulquemont te midden van zijn legerscharen, geen vijf en dertig kilometer van Metz.

De morgen van den 14en Augustus brak aan.

Ingevolge de order van Bazaine stond het Fransche leger klokslag vijf uur op den rechteroever van den Moezel gereed, om over te gaan op den linker- en te marcheeren naar Verdun. Van den vijand waren geen nadere berichten ingekomen. Hij scheen nog veraf. De in zeer kleinen getale op verkenning gezonden cavaleriepatrouilles waren teruggekeerd met het rapport, dat er van de Duitschers geen nieuws was, »terwijl ook uit niets bleek, dat deze voornemens was dichter te naderen.quot;

Om half zes reed Bazaine zelf nog even langs een deel van de voorpostenketen, welke langzaam terugging op het gros. Dat de vijand met een groote macht geen uur meer van hem af stond, was den maarschalk blijkbaar onbekend. Het gordijn van Duitsche cavalerie belette hem dit waar te nemen, en in 't verkennen was de Fransche ruiterij in die dagen mogelijk wel eenigszins, in elk geval niet genoegzaam geoefend.

Bij het Duitsche hoofdkwartier heerschte op dezellde manier betreffende de plannen der tegenpartij nog onzekerheid. Ging deze terug, dan zou door hem op den rechteroever van den Moezel wel een voldoende macht achtergelaten worden, om dezen terugtocht te dekken. Bleef hij met het geheele leger ten oosten van Metz staan, dan moest het hier stellig tot een gevecht komen. Op beide gebeurlijkheden diende dus door het hoofdkwartier te worden gerekend. Gingen de Franschen uit hun stellingen over tot den aanval, dan moest er een voldoende macht bijeen wezen om hun het hoofd te kunnen bieden; trokken zij terug, dan moest men

— 95 —

ocr page 104

hen op hun terugtocht nog in de flank trachten te vallen; dan moest Pont-a-Mousson met zijn brug over den Moezel dus vóór alles in Duitsche handen zijn, wilde de aanvaller de linkerflank der Franschen vroegtijdig g-enoesf kunnen bereiken.

• • • i

Door zijn gebrekkig uitgevoerde verkenningen in de meening, dat er

voor een aanval geen gevaar dreigde, deed Bazaine den aftocht beginnen ; maar zelfs een leek kan terstond begrijpen, dat, wanneer zulk een reusachtig leger met zijn onafzienbare reeks van voertuigen van allerlei aard verplicht is zijn weg te kiezen door een stad met meestal nauwe straten en over slechts twee, drie bruggen, er met zulk een beweging uren en nogmaals uren zijn gemoeid, en dat het minste ongeluk, als het storten van een paard, het breken van een rad, voldoende is om de beweging oogenblikkelijk te doen ophouden. Voegen wij nu hierbij, dat de bewoners der omstreken sinds den vorigen avond met een deel van hun have en hun vee begonnen waren zich bij de nadering des vijands naar de stad te spoeden, dan is het voor een ieder duidelijk, dat er weldra verwarring moest ontstaan, dat de troepen tusschen al die voertuigen in geraakten, en dat de straten al spoedig op verschillende plaatsen waren verstopt.

Toch ging alles nog sneller in zijn werk dan men gedacht zou hebben. Tegen het middaguur waren het 2e en het 6e korps benevens een deel der veldartillerie reeds op den linkeroever. In Metz zelf begon eenige orde te komen in den chaos. Nog wat later stonden alleen de garde, het 3e korps, — dit laatste het dichtste bij den vijand; —- en een deel van het 4e nog op de hoogvlakten ten oosten van Metz. — Ook de keizer begaf zich nu op weg. Bijna niemand sloeg acht op den bleeken man met zijn somber gezicht, die met zijn zoontje naast zich in een rijtuig was gezeten. Een paar straatjongens, die: Vive l'Empereur! riepen, werden uitgelachen. Te Metz was de neef van Napoleon den Grooten reeds onttroond. De proclamatie, vóór zijn vertrek afgekondigd, een stuk, waarin hij de verdediging der stad zeide toe te vertrouwen aan de vaderlandsliefde der inwoners, werd ternauwernood gelezen. Om één uur had de keizer de muren van Metz achter zich.

Onafgebroken marcheerden de troepen onderwijl door Metz. Zelfs de voorhoede van het 3e korps was reeds binnen het rayon der vestingwerken teruggegaan. Twee uur waren sinds 't vertrek des keizers verloopen. — Daar vaart eensklaps een schok door de bataljons. — Vuur in den rug 1 Eerst een paar geweersalvo's, dan enkele kanonschoten. Bij het plateau van Aubigny ten zuidoosten van de stad stijgen rookwolken op. — 5 Halt!quot; wordt gecommandeerd. Midden in de stad blijven de troepen staan. Angstig dringen de inwoners om hen heen. Adjudanten banen zich een weg door het menschenkluwen. Signalen klinken van buiten de stad. — »Rechtsomkeert, marschlquot; — Meteen luid hoera beantwoorden de soldaten dit commando. Eindelijk zullen zij dan toch eens kunnen vech-

— 96 —

ocr page 105

ten. — «Alles terug naar den rechteroever!quot; klinkt het volgende bevel, want — de vijand valt aan.

Het eerste oogenblik meende een ieder, dat dit slechts een loos alarm was, dat er hoogstens een voorpostengevecht, een schermutseling, evenals den vorigen dag bij Jury, plaats had; doch geen half uur later bleek heel wat anders. In goede orde toch kwam de vijand opzetten met tirailleurs voorop, daarachter half gesloten compagniescolonnes, om niet te veel te lijden door het ver dragende geschut der forten.

Wat was nu de oorzaak, dat zoo laat reeds op den dag, terwijl het Ie leger nog lang niet was opgesloten, en de troepen reeds voor een deel het bivak hadden betrokken, nog tot den aanval werd overgegaan ?

Den vorigen avond omstreeks negen uur had von Moltke aan de verschillende legercommando's het volgende bevel uitgegeven: »Volgens ingewonnen berichten stonden groote vijandelijke afdeelingen heden m den voormiddag, — den i 3ei1 dus; — nog bij Servigny en Borny. Ue koning beveelt daarom, dat het Ie leger morgen in zijn stellingen aan de Fransche Nied blijft staan en door voorgeschoven troepen waarneemt of de vijand terug- dan wel tot den aanval overgaat. Met het oog op deze laatste gebeurlijkheid, rukt van het IIe leger het 3e korps morgen niet verder dan tot Pange, het ge korps tot Bucky. Vroegtijdig genoeg opbrekende, zijn die troepen, die dan slechts circa zeven kilometer van het Ie leger verwijderd staan, bij een ernstig gevecht bij machte nog in te grijpen. Omgekeerd kan het Ie leger elk voortdringen eens vijands in zuidelijke richting dan door een flankaanval verhinderen.

»De overige korpsen van het IIe leger zetten den marsch naar den Moezel in de strook van Pont-a-Mousson tot Marbache voort. Het ioe korps komt westwaarts van Pont-a-Mousson te staan.

» De cavalerie der beide legers moet zoo ver doenlijk vooruitgeschoven worden en moet een mogelijken terugtocht des vijands langs den straatweg naar Verdun verontrusten.quot;

Het Ie leger bleef den I4en dus staan; het IIe zette zijn rechts-zwenking voort. Von Steinmetz, de commandant van het 1° leger, begreep uit het bovenstaande, dat hij de opdracht had zuiver defensief te handelen ; aan een aanval op het front des vijands dacht hij misschien zelfs niet eens.

De eerste uren van den morgen en den voormiddag verliepen zeer rustig. Bij den vijand was geen verandering of beweging te bespeuren. Eensklaps echter kregen de zaken daar een heel ander aanzien.

Na elven toch begonnen bij de verschillende hoofdkwartieren achtereenvolgens hoe langer hoe meer rapporten in te komen, dat de vijand scheen terue te saan. De luitenant Stumm van het Se huzaren bracht

O O

het eerste bericht. Om half één rapporteerde de commandant der 2e divisie van de hoogte van Chateau Gras, dat het kamp bij Borny werd afgebroken. Om drie uur nam een stafofficier dezer divisie waar, dat ver-

-

7

— 97 —

ocr page 106

9

derop noordelijk, in de richting van het fort St. Julien tot aan den Moezel, geen enkele Fransche soldaat meer te zien was. Andere officieren maakten dezelfde opmerking. — De generaal von Manteuffel, beducht dat de vijand een aanval op het 7e korps op het oog had, deed het zijne dus alarmeeren.

Het beste van allen had de reeds vroeger genoemde generaal von der Goltz, de commandant der voorhoede van het 7e korps, kunnen waarnemen wat er bij de tegenpartij voorviel. Dat deze terugging naar de vesting, stond bij hem weldra vast.

Reeds in den vroegen morgen van dien dag had von der Goltz bericht ontvangen, dat de voorhoede van het IIe leger bij Pont-a-Mousson den Moezel was gepasseerd. Niet onmogelijk was 't, redeneerde hij nu, dat het Fransche hoofdkwartier, hiervan eveneens kennis gekregen hebbende en beducht voor een omtrekking van zijn rechtervleugel, nog ter elfder ure had besloten dit gevaar te ontgaan en daarom dezen terugtocht had bevolen. — Dat Napoleon en Bazaine hiertoe reeds vroeger hadden besloten, hoofdzakelijk op raad van den ouden generaal de Changarnier, die het gevaar had gezien, waardoor het leger van die zijde werd bedreigd, kon aan von der Goltz natuurlijk niet bekend zijn. — Wel echter begreep hij, dat hij, den vijand terstond met kracht aangrijpende, dezen dwingen zou naar hem front te maken, dat de terugtocht der Franschen hierdoor mogelijk gestaakt, in elk geval vertraagd zou worden, en dat het IIe leger hierdoor tijd zou winnen om zijn omtrekkende beweging door te zetten, de flank van het teruggaande leger te bereiken en met deze voeling te krijgen.

Fluks heeft von der Goltz zijn besluit genomen. Hij zal den vijand aangrijpen — Om half vier klinken in de lijn Laquenexy-Jury overal de alarmsignalen. Tegelijkertijd wordt aan het ie en aan het 7e korps zoowel als aan de ie cavalerie-divisie van dit voornemen kennis gegeven en om hulp gevraagd. Ook naar het 11° leger wordt een ordonnans gezonden. Als de beloften van onmiddellijken steun terugkomen, is het gevecht reeds in vollen gang. Met drie bataljons in voorste en met het gros, — vier bataljons en een batterij, — in tweede linie, op den rechtervleugel gedekt door vier escadrons cavalerie, rukt de brigade in de richting van Marsilly en Chateau Aubigny stoutmoedig voorwaarts. Dat ze niet dadelijk ondersteuning krijgen kan, is aan von der Goltz bekend. -—• De Franschen maken weldra halt. De vuurmonden komen tegenover Marsilly in batterij. Het vuurgevecht begint. De Fransche divisiën de Castagny en Metman beantwoorden het vuur uit zeer goed gedekte stellingen, doch beginnen weldra voor de sterk opdringende brigade terug te gaan. Voorloopig is deze nog slechts met de voortroepen des vijands in gevecht, en tegen deze is zij wel opgewassen.

Weldra echter verandert de toestand geheel, want ook de divisie Grenier, die reeds op den terugmarsch was, alsmede de troepen, die de

- 98 -

ocr page 107

stad reeds hadden bereikt, maken eerst halt en keeren dan terug op hun schreden. Aan gene zijde van Aubigny ontstaat groote beweging. Ordonnansen jagen terug naar de stad; zij melden, dat de aanval met kracht wordt doorgezet. In de stad maakt nu alles rechtsomkeert. De Fran-schen gaan terug op den rechteroever van den Moezel, zooals wij een weinig vroeger reeds vermeldden.

De brigade von der Goltz heeft reeds dadelijk onmiskenbaar succes hierin, dat bij de Franschen, voorloopig althans, aan teruggaan niet meer wordt gedacht, maar — tevens begint ze in dezelfde positie te verkeeren als de 14e divisie von Kameke den 6en Augustus voor de Spicherer hoogten; ze moet namelijk langen tijd alleen den strijd voortzetten. Tot bij Colombey is de vijand teruggeweken; thans houdt hij stand. Een hagel van projectielen slaat neèr op den aanvaller, die Colombey wil nemen. Aan vooruitgaan is weldra niet meer te denken; duidelijk valt waar te nemen, dat de vijand in massa, met dichte tirailleurliniën voorop, naderkomt. Een tweede poging van de voortroepen der brigade om den rand van Colombey met storm te veroveren wordt nogmaals afgeslagen. Uit iedere heg, van achter elke schutting, van achter de verhakkingen tusschen de huizen vallen schoten. De gansche dorpsrand is één lijn van vuur. Wel gelukt het aan de brigade eenige malen een tegenaanval des vijands af te slaan, doch een feit blijft het niettemin, dat zij in een zeer hachelijke positie verkeert Slechts zeven bataljons infanterie, vier escadrons en een batterij is ze sterk; dringen de Franschen thans krachtig met voldoende macht vooruit, dan is ze verloren.

Toch geeft de brigade den strijd niet op. Zelfs gelukt het den majoor von Wichmann nog een boschje op den rand der Vallièresbeek stormenderhand te nemen, en zulks in weerwil van het heftige vuur der verdedigers, van de granaten uit het fort Bellecroix en enkele meer noordwaarts gelegen kleine schansen.

Thans voert de generaal Ladmirault de bataljons van zijn korps, het 4e, eveneens over den Moezel terug. Voortdurend komt er ook meer artillerie in stelling. De positie van de brigade, waarbij de verliezen nog aanhoudend toenemen, wordt letterlijk onhoudbaar.

Eindelijk, tegen vijf uur, komt er lucht.

Uit de richting van Saarbrücken, langs den straatweg, naderen de beide divisiën van het ie korps. Haar vooruit, komt de ie lichte batterij aanvliegen om, ten oosten van Colombey stelling nemende, de zwaar beproefde kameraden hulp te bieden; doch ook bij haar zijn de verliezen weldra groot; een der eersten, die valt, is de commandant zelf, de kapitein Hofbauer.

1 hans komen aanhoudend meer Pruisische bataljons uit het oosten opdagen, de 13® divisie naast de ie ; met slaande trom worden de voor het front der Franschen gelegen dorpen Montoy, Servigny en

— 99 —

ocr page 108

-7?

Noisseville door haar genomen. Hier krijgt de Fransche divisie Grenier het blijkbaar te kwaad; ze vraagt hulp om den druk van zooveel bataljons te kunnen weerstaan. Twee divisiën van het korps Ladmirault worden in het gevecht geworpen. Nu reeds is 't geen gevecht meer; een formeele slag is 't geworden op de oevers van de Vallièresbeek, een watertje, stroomende tusschen zeer steile, hier en daar met wijnstokken beplante oevers, waarover slechts twee overgangen bestaan.

't Is half zes geworden. De batterijen van de 13e divisie hebben zich bij die van het ie Duitsche korps aangesloten Zestig vuurmonden zenden hun granaten thans midden onder de Fransche bataljons. De ondergaande zon wordt in een sluier van damp gehuld; ze doet zich aan het oog voor als een bloedroode bal. Het gewoel in de nabijheid van de beek op den straatweg naar Saarbrücken en op dien naar Saarlouis is ontzettend. Zoover het oog reikt, ontwaart men niets dan het woeste, wilde heen- en weder golven van strijdende mannen. Verjaagt een windvlaag voor een oogenblik den kruitdamp, dan wordt een woelende massa helmen, bajonetten, sabels en andere hel lichtende punten even zichtbaar. In een woedend gevecht van meermalen man tegen man heeft zich de ie divisie vooruitgewerkt; ze heeft de tegenover haar staande divisie Grenier teruggeworpen; reeds hebben de stormende Pruisen de donkere omtrekken van het fort St. Julien duidelijk zichtbaar voor zich.

Maar koelbloedig raapt de Fransche generaal zijn bataljons weder samen. Twee brigades van het korps Ladmirault en een divisie van het 4e korps (Lorencez) ontwikkelen thans haar krachten. Twee mitrailleuse-batterijen rijden voor het fort op. De divisie Lorencez tracht blijkbaar den rechtervleugel van de tegenpartij te overvleugelen; met volle kracht stort zich deze versche krijgsmacht op de uitgeputte Pruisische liniën. Deze beginnen dus in tamelijk goede orde terug te gaan, maar de drang is zoo sterk, dat ze eerst bij Montoy en Noisseville weder standhouden. Verder dan tot daar is Grenier echter niet bij machte ze terug te dringen. Een breed, vreeswekkend, veelzeggend spoor wijst den weg aan, door de wijkenden van 't boschje van Mey tot Noisseville afgelegd. De ie divisie heeft bijna al haar officieren verloren; vooral het 43e regiment heeft ontzettende verliezen geleden.

Enkele minuten wordt er zwaar en diep ademgehaald; dan gaat het met ongekende doodsverachting weder voorwaarts. Het ontzettende vuur doet de Pruisen nogmaals een oogenblik halt houden. Zullen ze weder teruggaan, dan mogelijk zelfs op de vlucht slaan? — De generaal von Bentheim, commandant der ie divisie, rijdt naar hen toe. Hij ziet, dat de troep van bijna al zijn officieren is beroofd, maar ook ziet hij, dat een soldaat in dit critieke oogenblik koelbloedig een sigaar opsteekt. — »Geef mij ook een beetje vuur, jongen,quot; zegt hij, en terwijl de granaten en de chassepotkogels in 't ronde vliegen en telkens nog meer offers vorderen, steekt ook de generaal bedaard een sigaar op en wel

— too —

ocr page 109

aan die van den soldaat. — » Dank je, mijn zoon.quot;— Dan gaat het, met de sigaar in den mond en de sabel getrokken, onder een luidklinkend: »Voorwaarts, jongens!quot; weder op den vijand in.

Oostelijk van Colombey raast en woedt de strijd niet minder heftig. Hier is het de grijze veteraan von Zastrovv, de commandant van het 7e korps, die alles in 't werk stelt om zijn dappere, zoo zwaar in het nauw gebrachte brigade onder von der Goltz te hulp te komen. De gansche 13° divisie komt in gevecht; salvo op salvo slaat in de gele-

deren der Franschen. Deze wijken echter geen voet niet alleen, oogen-blikken zelfs zijn er, waarin zij de divisie van drie zijden insluiten; de verliezen nemen hier voortdurend toe.

Op een hoogen hoop steenen wappert de vaan van het derde of fuselierbataljon van het 55® regiment in den avondwind. De sectie, welke de vaan bewaakt, is gedecimeerd; op haar heeft de vijand hoofdzakelijk het vuur gericht. Driemaal gaat het kleinood in andere handen over; al de vorige dragers zijn gewond of dood. — Nog éénmaal tracht het bataljon terrein naar voren te winnen, doch te vergeefs. De 1 3e divisie

101 —

ocr page 110

mag blij zijn, dat zij zich in haar stelling bij Colombey kan handhaven. — 't Is zeven uur geworden.

Ha, ginds nadert hulp! De blikken der vechtenden bij Colombey wenden zich naar 't zuidwesten. Daar komen ze, de helden van de Spicherer hoogten 1 Met slaande trom en ontplooide vanen komen ze aansnellen, vier bataljons van de I4e divisie von Kameke. Ze grijpen den vijand in de rechterflank. Binnen enkele minuten wordt 't ook hier een wanhopige worsteling, want de tegenpartij heeft het dreigende gevaar gezien en nieuwe troepen in 't gevecht gebracht, afdeelingen van het 2e korps (Frossard).

Von Kameke, die zijn troepen zelf aanvoert, werpt deze echter terug. De brigade von Osten-Sacken ziet, dat er in 's vijands slaglinie een opening ontstaat, 't Bosch van Colombey ligt daar. Ijlings werpt de brigade zich in die open ruimte. De Franschen kunnen het hier niet langer houden; zij wijken in de richting van Borny, en een donderend, driewerf hoera, dat het slaggewoel zelfs een oogenblik overstemt, geeft konde, dat de mannen van von der Goltz eindelijk van den doodelijken druk, die hen uren- en urenlang omsloten hield, zijn verlost.

Nu gaat het er op in met teugellooze woede; met woeste zegekreten stormt al wat op den linkervleugel nog adem heeft mede voorwaarts. Het bosch van Borny wordt in één aanloop genomen. De ie cavaleriedivisie dekt den linkervleugel en draaft mede vooruit in de richting van Mercy le Haut en Grigy, en in 't centrum neemt de 4e zware batterij te voet het op 1500 pas afstand koelbloedig en onversaagd op tegen de mitrailleuses van het korps Ladmirault.

Reeds valt de sluier van den nacht over het van bloed doorweekte slagveld; nog komt aan den strijd geen einde. — Met slaande trom en gedekt door cavalerie en artillerie voert Ladmirault zijn brave soldaten aan den straatweg naar Saarbriicken nogmaals vooruit tegen Noisseville. In den eersten aanloop dringt deze macht alles terug. De jagers van de brigade Pajol maken terstond gebruik van de dekkingen, welke het zeer golvende terrein hun aanbiedt; hun kogels slaan in de liniën der 2e divisie von Manteuffel, die in allerijl komt aanrukken. Onder het heftige vuur der stukken ontwikkelen zich de bataljons dezer divisie nog eenmaal tegenover den vijand, die tracht een omtrekking te verrichten. De duisternis wordt telkens door salvo's van 't kleingeweer verlicht. Sissend en gonzend beschrijven de granaten der forten vurige banen in de lucht, doch langzamerhand verstommen toch ook deze dreigende geluiden. Bij de Franschen hoort men »(retireeren) blazen. Het gevecht wordt gestaakt

Ook bij Colombey scheidt de nacht ten slotte de strijdende partijen. — Om hun vaandel verzamelen zich de fuseliers van het 55e. Sinds vier uur waren zij van hun regiment gescheiden ; in hevig gevecht met den vijand hebben zij twee uur lang alleen den kampstrijd moeten volhouden.

Het bloedige werk is afgeloopen, maar het oorverdoovende rumoer, het

ocr page 111

gegons van zooveel duizenden menschen zwijgt nog lang niet. Overal hoort men signalen blazen, trommelen, roepen, schreeuwen. Tallooze lichten bewegen zich over het uitgestrekte veld; 't zijn de lichten der mannen, die de gewonden opzoeken. De ziekendragers, dokters en liefdezusters beginnen hun zware taak. Steunen en kermen vervult de lucht en klinkt somtijds op hartverscheurende wijze uit boven het gejubel der overwinnaars.

Langzaam beginnen de Duitsche troepen hun stellingen te ontruimen; ze keeren ten deele naar hun bivakplaatsen terug; hun voorposten blijven staan in de lijn La Planchette-Laquenexy.

Dit teruggaan van de Pruisen is oorzaak geweest, dat de l^ranschen zich de overwinning hebben toegeschreven, dat Bazaine zich hiermede door den keizer heeft laten gelukwenschen en dat er in Metz een opgewekte, vroolijke stemming ontstond. Waar is 't, dat de Franschen op den avond van den I4el1 het centrum hunner hoofdstelling op de hoogten van Borny en Bellecroix nog in hun bezit hadden, dat de l-ransche troepen weder met waren heldenmoed hadden gestreden en dat zij op enkele punten, waar zij goed werden aangevoerd, voordeelen hadden behaald. Hiermede was eehter alles gezegd. Overwonnen had geen van beide partijen.

Het meeste succes was behaald docr de Duitschers. Wel kostte het gevecht van Borny aan het leger 222 officieren en 4684 man ; wel hadden enkele regimenten zelfs ontzettende verliezen geleden, — het 43e onder anderen 32 officieren en 735 man; — maar het stoutmoedige optreden van von der Goltz, zijn onversaagd voorwaarts gaan, hoewel hij wist, dat hij het gevecht geruimen tijd alleen zou moeten voeren, had ten gevolge gehad, dat de afmarsch der Franschen voorloopig was gestaakt niet alleen, maar dat geheele korpsen op hun schreden waren teruggekeerd en zelfs, tegen de bedoelingen en de bevelen van Bazaine in, zóó heftig aan den strijd hadden deelgenomen, dat hun afdeelingen voor een deel uit haar verband waren geraakt. Het IIe leger had hierdoor tijd gewonnen. De mogelijkheid, dat het de tegenpartij, die door dit gevecht een ganschen dag had verloren, nog aantreffen zou, als ze bij haar voornemen bleef om af te marcheeren naar Verdun, was aanzienlijk grooter geworden.

Den 1 5en Augustus verlichtte de opkomende zon een ontzettend schouwspel. In lange rijen lagen de gevallen strijders, bleek en koud en dikwerf met pijnlijk verwrongen gelaatstrekken, op de hoogten van Montoy en Noisseville naast elkander. Op enkele plaatsen vormden zij zelfs lijken-hoopen, en lagen vriend en vriend in een afzichtelijke massa op en over elkander. Vooral bij Colombey in de loopgraven had de dood zijn sikkel gezwaaid; in één sloot ten noorden van het dorp lagen 300 dooden en gewonden. Er werd een parlementair naar Bazaine gezonden om te onderhandelen over het begraven der lijken, en het antwoord van den maarschalk was zoo beleefd mogelijk. Dus zag men op den I5eu Au-

— 103 —

ocr page 112

9

gustus, op den geboortedag' van Napoleon I, een anders in Frankrijk in hooge eer gehouden dag, Franschen en Duitschers vreedzaam bezig hun dooden toe te vertrouwen aan den schoot der aarde.

Eerst in den loop van den nacht had koning VVilhehn van het gevecht bericht ontvangen. In den vroegen morgen steeg hij te paard en reed, overal door zijn soldaten met gejuich begroet, over het slagveld van Colombey, dat in den voormiddag weder door de Pruisen was bezet. Zwijgend staarde de vorst op het tooneel van vernietiging. Zijn oogen waren vochtig.

Aan gene zijde van de stad zag men, op de hoogten staande, lange, grauwe stofwolken opstijgen. Trok de vijand dus toch af naar 't westen? 't Zou weldra blijken.

--IO4 -

__

ocr page 113

Xe HOOFDSTUK.

DE SLAG BIJ VIONVILLE—MARS-LA-TOUR.

Zooals ons reeds uit de vorige bladzijden is bekend, was de voorhoede van het 11« leger onder bevel van prins Frederik Karei den !4ea bij Pont-a-Mousson den Moezel gepasseerd. Op dienzelfden datum trok de kroonprins met het IIIe leger door de stad Blamont, om den volgenden dag Luneville binnen te rukken. Het verband tusschen de genoemde legers was gevonden; de ruimte er tusschen aangevuld. De vijand werd in een wijden boog omgetrokken; deze boog moest zooveel mogelijk worden gesloten. Tot het welslagen van dit plan had het gevecht van den I4en zeer veel bijgedragen.

Met de 5e cavalerie-divisie vooruit, daarachter het ioe korps benevens de 13e cavalerie-brigade, vervolgde het leger van prins Frederik Karei den 15«) al vroeg zijn voorwaartschen marsch. Betrekkelijk stonden de korpsen van dit leger nog vrij ver van elkander; het 2e (von Fransecky), dat, zooals wij reeds weten, eerst later voor het IIe leger was bestemd geworden, bevond zich zelfs nog bij Han aan de Nied; het was dus ver, zeer ver zelfs achter.

Het ie legerkorps bleef den I5en in de positie, welke het den morgen van dien dag, ten oosten van Metz had ingenomen.' Alleen schoven het 7e en het 8e korps meer zuidwestelijk uit, om de reuzenvesting ook van deze zijde te omsluiten. Volgens von Moltke's bevelen zouden deze laatste korpsen den i6ei! zich opstellen tusschen de Seille, een rechter zijrivier van den Moezel, en deze rivier zelve. Het IIe leger zou tegelijkertijd krachtig optreden tegen de terugtochtswegen der Franschen.

Terwijl het 10quot; korps en de 5e cavalerie-divisie in westelijke richting dus reeds het verste vooruit waren gedrongen en den last hadden ontvangen verder door te gaan, moesten het 3e korps en de 6e cavaleriedivisie den i6en beneden Pont-a-Mousson den Moezel overgaan en langs

ocr page 114

Novéant en door de diepe dalwegen van Gorze trachten te komen op den straatweg, die van Metz over Gravelotte en Mars-la-Tour voert naar Verdun. Het I 2e korps, de Saksers, zou dan naar Pont-a-Mousson oprukken, terwijl de garde, die ver ten zuiden van deze stad, namelijk bij Dieulouard, den Moezel was overgegaan, in bijna westelijke richting zou doormarcheeren. Het 9e korps moest volgens een later ontvangen bevel het 3e op den voet volgen. Het 2e zou eerst den 17CI1, dus den volgenden dag, te Pont-a-Mousson kunnen arriveeren.

Reeds in den vóórnacht van den i6en begonnen het 3e korps en de 6e cavalerie-divisie hun marsch over den Moezel; zij waren het dichtste bij den vijand. De cavalerie reed door 't bergachtige terrein voorop; net legerkorps volgde langs twee wegen.

In den loop van den I5en hadden er, onder andere bij Mars-la-Tour, tusschen de wederzijdsche cavaleriepatrouilles reeds schermutselingen plaats gegrepen. De Franschen wisten dus, dat de vijand zich in de nabijheid en wel op hun linkerflank bevond.

Toen de generaal von Alvensleven, commandant van het 3e korps, ver genoeg doorgemarcheerd meende te zijn, liet hij halt houden en rusten. Van de Franschen waren de bivakvuren in de verte reeds zichtbaar; de vijanden waren op die plaats door een afstand van hoogstens een uur gaans van elkander gescheiden. —- Bij de Franschen lag alles nog in diepe rust, toen de beide divisiën van het 3e korps om halfvijf reeds weder op marsch gingen. Men moest den vijand vóórkomen; aan slapen werd dus niet veel gedacht.

In de steile bergwegen ten westen van Gorze was 't den 16en al vroeg warm. Later op den dag werd het zelfs snikheet. De weg, dien de Pruisen moesten volgen, was veelal tusschen steile rotspartijen ingesloten, smal en voor groote troependeelen dus moeielijk begaanbaar. Van de zuidzijde was het gansche plateau van Gravelotte alleen langs zulke steile bergwegen te bereiken.

De troepen begonnen dorst te krijgen. Op de bespanningen der vuurmonden begonnen de zweepslagen hoe langer hoe dichter te vallen. Allen smachtten naar een koelen dronk uit een der langs den weg voort-bruisende beekjes, maar tijd tot drinken kon niet worden gegeven ; er was te veel haast bij 't werk. De vijand was, zoo werd beweerd, in vollen aftocht, en von Alvensleben hoopte hem nog vroegtijdig genoeg te bereiken. — Boven op het plateau bleef echter alles raadselachtig stil; daar zong nog de vogel in 't hout zijn morgenlied.

Eensklaps komt ter hoogte van Buxières een officierspatrouille bij den generaal; ze rapporteert: »De vijand heeft zijn voorposten tot in de lijn Vionville-Tronville vooruitgeschoven. Daarachter is duidelijk een tentenkamp zichtbaar. Daar legert in tentes d'abri ]) een groote troep.quot;

!) Kleine, linnen, in lappen gedeelde tenten, die door de soldaten zeiven worden gedragen en op eveneens mede te voeren stokken rusten.

— IO6 —

ocr page 115

»Dan is de tegenpartij wel reeds op den terugmarsch, maar kan door mij nog worden aangegrepen en vastgehouden; dan moet het hier op dezelfde wijze en zoo mogelijk nog beter gaan dan eergisteren bij Colombeyquot;, heeft de generaal von Alvensleben mogelijk wel gedacht. Evenals door von der Goltz, is het besluit om stoutweg aan te vallen ook door hem weldra genomen.

Den I5enna den slag bij Borny hadden de Franschen den terugtocht hervat. Het 2e korps stond zoodoende in den morgen van den i6enten westen van Rezonville aan den straatweg naar Verdun, het 6e ten noorden van dezen straatweg, beide korpsen met elkander ongeveer op dezelfde hoogte. Nog meer noordelijk en een weinig vooruit, stond bijna het geheele 3e korps; het 4e was nog ver achter. Bij Gravelotte, dus ten oosten van Rezonville en achter het 2e korps, legerde de garde. De cavalerie-divisiën bivakkeerden vóór de troepen uit en heetten het front en de linkerflank er van te beschermen. Het gevoel van teruggaan en van geleden nederlagen drukte reeds loodzwaar op de troepen en was, om zoo te zeggen, zelfs reeds in hun bewegingen merkbaar.

Wat gebeurde intusschen bij het ioe korps (von Voigts-Rhetz), dat met de 5e cavalerie-divisie reeds het verste vooruit was? — Daar ging den i6eD omstreeks zes uur in den morgen deze cavalerie, vergezeld van vier batterijen, uit het bivak van Xonville in de richting van Vionville, aan den straatweg naar Verdun ten westen van Rezonville gelegen, vooruit ter verkenning. Ze vond de cavalerie-brigade Murat van de Franschen rustig aan 't soepkoken en verraste haar met granaten zóó geducht, dat de ruiters voor een deel in wilde vlucht dekking zochten bij Rezonville achter de infanterie van Frossard.

Bijna op hetzelfde oogenblik kwam de 6e cavaleriedivisie uit den bergweg van Gorze, reed het plateau op, kreeg voeling met de 5e ei1 begon op haar beurt met de bij haar ingedeelde batterijen het bivak bij Rezonville zeer werkzaam te beschieten.

In een oogwenk stonden de Fransche bataljons achter de geweren en rukten, met dichte tirailleurliniën voorop, naar de positie der Duitsche artillerie, die op dat oogenblik nog geen enkelen infanterist doch alleen cavalerie tot haar dekking had. Het 6e korps (Canrobert) schaarde zich, half links zwenkend, weldra naast het 2e; de positie der Duitsche artillerie, — zes batterijen, — werd hierdoor op het plateau van Vionville zóó gevaarlijk, dat ze verplicht was terug te gaan tot aan den rand der hoogvlakte. Weldra echter begon de 5e infanterie-divisie van het 3e korps zich nu uit den engen bergweg van Gorze te ontwikkelen, en nam in weerwil van haar geringe getalsterkte tegenover die zooveel grootere krachter; den strijd dadelijk onverschrokken op.

De 5e divisie, iater door een paar bataljons infanterie en een batterij onder den kolonel von Lyncker van het roe korps ondersteund, won aanvankelijk wel terrein, doch leed ontzettende verliezen; eerst toen de

— 107 —

ocr page 116

6e, haar zusterdivisie, links naast haar trad, dwars over den straatweg naar Verdun kwam staan, den terugweg langs die zijde aan de Franschen dus totaal afsloot en door het uitvoeren eener rechtsche zwenking eveneens krachtig in 't frontgevecht kon treden, — louur; — werd de positie van de 5e divisie wat minder gevaarlijk. — Met geringe tusschenruimten opgesteld, vormden de batterijen der Duitschers omstreeks dienzelfden tijd drie gevechtsgroepen, gezamenlijk tellende 21 batterijen of 126 stukken. — Vionville werd nu door de aanvallers genomen. De afdee-lingen van het 2e en 6e korps ten noorden van den straatweg weken terug en werden opgenomen door de Fransche artillerie, welke voor het grootste gedeelte op de heuvels ten zuiden van Rezonville en ten noorden van den straatweg in stelling was gekomen.

De maarschalk Bazaine was intusschen zelf op het slagveld verschenen. Hij begreep thans, dat 't geen hij aanvankelijk voor een »verkenningquot; had aangezien, tot een veldslag was aangegroeid, en zag, dat twee zijner legerkorpsen reeds weken. Tot dekking van dezen terugtocht slingerde hij twee regimenten cavalerie in den strijd.

Slechts enkele Pruisische compagnieën waren 't, die dezen stoot moesten doorstaan; in dezelfde formatie, waarin zij zich bevonden, wachtten zij de charge af, en de escadrons werden bijna vernietigd. De cavaleriebrigade von Redern hieuw ten slotte nog op deze in, drong in een batterij van de garde, welke Bazaine persoonlijk vooruitvoeren wilde, vermeesterde die batterij en sloeg den staf van den maarschalk uiteen. Bazaine was een oogenblik verplicht zelf den degen te trekken, en alleen aan een toeval was 't te danken, dat hij niet werd gevangen genomen.

De generaal von Alvensleben had intusschen aan de 6e cavaleriedivisie, die achter den linkervleugel der artillerie gedekt stond, bevel gegeven de wijkende Franschen te vervolgen. De divisie kwam echter niet tot de charge. Ontvangen door hevig artillerie- en infanterievuur, — dit laatste van de grenadierdivisie Picard van de garde; — was ze gedwongen onder groote verliezen achter de vuurlinie der infanterie terug te gaan.

't Is reeds twaalf uur. Als een gloeiende bol staat de zon aan den staalblauwen hemel en schiet haar vurige stralen op het plateau en op de woelende menschenzee, welke het bedekt. Vionville is voor goed in handen van de Duitschers; zoo ook het gehucht Flavigny. In beide woelt een chaos van soldaten en vuurmonden. Rook en stof onttrekken de dorpjes aan het oog; alleen de torenspits steekt er glinsterend boven uit. Langs den rand van het plateau wemelt het van Duitsche uniformen; hier heeft de aanvaller, die weet, die gevoelt, dat hij op dezen dag sterk in de minderheid is, zich letterlijk aan den bodem vastgeklemd. Telkens en telkens weder dringen de Fransche reserves, waaronder gardetroepen, tegen de ondiepe Duitsche stellingen op, doch telkens weder

— 108 —

ocr page 117

slingert het snelvuur van den zündnadel ze terug. Het slagveld daar op die plaats is met lijken bedekt; doch als een muur van menschen staat de divisie von Stülpnagel. Van wijken weet ze niet, te meer omdat intusschen weder eenige versterking is gekomen in den vorm van de brigade Lehmann van het ioe korps. Deze wordt opgesteld achter de linie, weike het 3e korps thans vormt. Och, zoo dun en och, zoo lang is deze linie, wel bijna een uur gaans, en de compagnieën, welke ze bezetten, zijn door de geleden verliezen reeds zoo sterk gedund; maar hoe kan het anders? Aanhoudend verder noordwaarts begint de generaal Can-

robert zijn rechtervleugel uit te breiden. Tevens laat hij ze nog verder rechts zwenken. Langs de oude Romeinsche heirbaan ten noorden van den straatweg naar Verdun naderen tevens, door een geduchte artilleriemassa gesteund, nog twee divisiën van het korps Leboeuf en marcheeren op, front naar het zuiden. De toestand op den linkervleugel wordt kritiek. Alleen de brigade Lehmann is hier ter plaatse om dien geweldigen druk te weerstaan.

— 109 —

ocr page 118
ocr page 119

Terwijl de linkervleugel van het 3e korps dus op die wijze met overvleugeling werd bedreigd, nam de drang tegen den rechter- eveneens sterk toe, want voortdurend schoof Bazaine ook meer troepen naar links. De divisie voltigeurs van de garde had het Bois des Ognons reeds bezet; de divisie Montaudon was bij 't dorp Gravelotte in reserve gebracht; de maarschalk scheen bevreesd voor zijn linkervleugel. Zou de vijand mogelijk trachten hem van uit het dal van den Aioezei van Metz af te snijden? In geen geval mocht dit geschieden. De gemeenschap met de stad moest tot eiken prijs worden opengehouden. Metz was in de oogen van den maarschalk de spil, waarom alles draaide, van welke hij zich onder geen vorm mocht laten afsnijden. — Toch wilde hij terug naar Verdun, beweerde hij.

Zoodra de brigade Lehmann, slechts vier bataljons sterk, in de gevechtslinie van het 3e korps is getreden, deelt ook zij in de groote verliezen, welke dit korps reeds heeft geleden. Tevens wordt het gevaar, dat den linkervleugel bedreigt, met elke minuut grooter. Oogenblikken zijn hier, waarin alleen enkele tirailleurliniën met haar soutiens stoutweg oprukken tegen batterijen, die in positie willen komen ; het zeer golvende, boschachtige terrein is oorzaak, dat de partijen elkander vaak zeer dicht naderen, zonder dat ze betreffende elkanders sterkte ook maar eeniger-mate ingelicht zijn.

't Is twee uur geworden. — Aanhoudend dichter dringen de Fran-schen op. De generaal von Buddenbrock, commandant der 6e divisie, weet, dat hij, voorloopig althans, niet op hulp kan rekenen; hij voelt den ijzeren druk van de geweldige overmacht, die hem weldra overvleugelen en te pletter drukken zal. Eén middel slechts bestaat er om die overmacht misschien een korte poos in haar opmarsch te belemmeren. Met een deel zijner sterkte zal hij hiertoe uit zijn verdedigende stelling moeten te voorschijn komen. — 't Zal geschieden; 't móet. Twee bataljons van het 35e regiment onder commando van den overste von Alten breken uit en grijpen een batterij aan, welke bij de Romeinsche heirbaan is opgereden en groote verliezen toebrengt.

De stoutmoedige daad gelukt. De artillerie wijkt. Voor een oogenblik is er lucht gemaakt; maar den sterk opdringenden vijand beletten telkens opnieuw aan te grijpen, kan deze daad toch niet. Voortdurend duidelijker worden, door de stofwolken heen, de sabelbajonetten zichtbaar van de versterkingen van het 6e Fransche korps, die snel op den Duitschen linkervleugel aanrukken.

Hier moet tot eiken prijs nog mèèrlucht worden gemaakt! —Dit heeft ook het oppercommando begrepen. De cavalerie-brigade von Bredow staat ten westen van 't plateau van Vionville, zes escadrons sterk, in reserve. In galop rijdt de kolonel von Voigts-Rhetz naar den brigadecommandant. — »Ginds bij het bosch zou u doorbreken, generaal.quot; — » Moet die infanterie daarginds onder den voet worden gereden?quot; vraagt

■—• i 11 —

ocr page 120

von Bredow veelbeteekenend. — »Het lot van den dag hangt er van af,quot; luidt het antwoord. — Daarmede is alles gezegd. Om het moorddadige vuur des vijands te dempen, bestaat er slechts één middel, zijn batterijen te nemen.

't Zijn zes escadrons, drie kurassiers, drie ulanen. Daar schettert de trompet: Galop 1 De ruiterdrommen zetten zich in beweging, eerst noordwaarts den straatweg over, dan rechts gezwenkt, met het front naar den vijand. De helmen der kurassiers, de lanspunten der ulanen flikkeren in 't zonlicht. — »Trekt sabel!quot;

Dof dreunt er weder een salvo uit de batterijen. Ratelend slaan de granaatkartetsen in de escadrons, die in lange liniën, elkander rechts overvleugelende, in galop op de stukken losjagen. De kurassiers zijn voorop. Zij attakeeren en houwen de bediening neer. Hun hoera klinkt uit boven het slaggewoel. Nu zijn zij bij de infanterie.

Links en rechts, voor- en achterwaarts vallen de houwen en de steken. Gillen en brullen en hoera met 't knallen der mitrailleuses en het suizen der granaatkartetsen vormen een helsch orkest.

Reeds is de voorste linie overhoopgereden ; reeds zijn de bedieningsmanschappen in de batterijen neergehouvven ; reeds kunnen nog maar twee stukken vuur geven. De kurassiers zijn in een tweede batterij. Een bloedig handgemeen ontstaat. De helm van den majoor von Schmettau van de kurassiers wordt door twee kogels doorboord. — Voor dien woedenden ruiter-aanval wijkt alles. — »Opsluiten!quot; schettert de trompet. De escadrons rijden al wat vóór hen komt onder den voet; als een stormwind jagen ze verder. Thans zijn zij de achterste slaglinie des vijands bijna genaderd. — Twee duizend meter in draf en galop zijn afgelegd, vechtend, houwend, stekend, 't Is een taak van reuzen. De paarden hijgen naar adem; ze steunen; ze trillen op de beenen.

Plotseling ziet men een lijn van vuur. Een salvo slaat kletterend neder op de kurassen. De voorste ruiters gaan over den kop; maar de volgende zijn met één sprong over hen heen. De zware rossen hinniken van pijn onder de spoor; enkele seconden nog, en kurassiers en ulanen zitten tusschen de vijandelijke infanterie; dicht als hagel vallen de sabelhouwen, de lansslagen; elke slag velt een vijand ter aarde. Door de kogels der chassepots en mitrailleuses achtervolgd, breken de zoo goed als geheel uit hun verband geraakte escadrons door de bataljons heen. Drie duizend pas ver voerde hen die Todesritt.

Daar klink opeens vreemd trompetgeschal luid en dreigend voor de linkerflank der ruiters 1 't Is het y6 regiment kurassiers van de Franschen. In ren stormt het uit het bosch bij de Romeinsche heirbaan te voorschijn; daarachter in wilden galop komen dragonders. Troepen zijn het van de divisie de Fquot;orton.

De Pruisen zijn reeds met hen in een verwoed handgemeen gewikkeld, als nog meer dragonders en ook huzaren op de ulanen injagen. Van

— 112 —

ocr page 121

— 113 —

ocr page 122

alle kanten wordt de brigade Bredow besprongen. — »Terug!quot; — Het commando klinkt; de trompetter blaast appèl. De aan den dood gewijde schaar sluit zich nog eenmaal aanéén. Stijgbeugel aan stijgbeugel gaat het met een geweldigen ruk, in het vuur des vijands, in één zwaai «rechtsomkeertquot;. — In 't gewoel gelukt het den luitenant Campbell toch nog een vijandelijken standaard te grijpen. Hij worstelt met den kornet. Nog één enkele minuut, en hij heeft den buit. Plotseling vallen tien, twaalf vijandelijke ruiters hem op 't lijf. Hij moet het doorschoten doek loslaten om zich te kunnen verdedigen; bijna is hij verloren; doch zijn kurassiers zien hem. Rechts en links houwt de zware pallas alles neêr. De «kerelsquot; zijn bij hun luitenant en sleuren hem uit 't gedrang. Nu jaagt alles terug, vriend en vijand, houwend en stekend en vechtend en schietend, terwijl de hoeven der ademlooze rossen de ongelukkige infanteristen, die zich in den weg bevinden, zonder genade vertrappen.

Het noodlottigste oogenblik voor de heldenbrigade nadert. De Fransche infanterie heeft achter haar rug de liniën weder gesloten en, door een ganschen drom dragonders, huzaren en kurassiers vervolgd, wordt de brigade hierheen gedreven. Terug, nog eens terug moet ze, denzelfden langen, met bloed gemerkten weg, altijd door in razenden ren op hijgende, ademlooze paarden, vervolgd door een woedenden vijand, overstelpt door het vuur der infanterie!

Met iedere seconde nemen de verliezen toe. Ritmeester Heister stort gekwetst van het paard; met een houw over 't hoofd doolt luitenant Friese, door zijn ros afgeworpen, te voet tusschen de strijdenden rond. Ginds gaat de majoor von der Dollen met zijn gewond paard in ren over den kop en wordt gevangengenomen; luitenant von Gellhorn valt doodelijk getroffen, en met hem nog velen; maar al de anderen, die in de vuist nog kracht genoeg hebben om een paard te besturen en een pallas of lans te zwaaien, houwen zich er doorheen. De vijandelijke drommen worden lichter. — »Er op in! Er op in! Den vijand op 'l lijf!quot; is 't parool, en het overschot der ruiterschaar komt achterom Flavigny langzamerhand weder bijeen. Met 800 paarden is de charge gereden; 16 officieren en 363 man bedekken thans het slagveld.

»Appèl!quot; beveelt graaf Schmettau, doch geen trompetter is er meer te zien. Eindelijk, ja; ginds is er één. Tien trompetters zijn gevallen of dwalen zonder paard rond in 't gewoel. — »Blaas appèl!quot; beveelt de majoor. De trompetter brengt het instrument aan de lippen. Er volgt een oorverscheurende, krijschende toon, een kreet van ontzetting, 't Is een zoo huilend, akelig, merg en been doordringend geluid, alsof het koper eensklaps leven en gevoel heeft gekregen en in een smartelijke jammerklacht zich wil uiten over al het ontzettende, het afgrijselijke, dat in het dichte kampgewoel voorvalt. Een kogel heeft ook de trompet doorboord.

Elk regiment in drie zwakke pelotons geformeerd, zóó keeren de helden der 1 2e cavalerie-brigade terug. Hun bloedige opdracht hebben zij eervol

— 114 —

ocr page 123

vervuld. — Daar op die plaats valt de Fransche infanterie dien dag niet meer aan! Aan de 6e divisie is lucht verschaft.

Door deze charge was ze tevens ontsnapt aan een gevaar, nog grooter dan zij zelve te voren nog wist, dan zelfs de aanvoerders vermoedden. — Vóór de charge van von Schmettau toch was de generaal Henry van het 6e korps (Canrobert) onopgemerkt met een batterij in de flank der Duitsche artilleriestelling gekomen Door het hout gedekt, wilde hij juist het vuur doen openen, toen de charge als een lawine op hem aankwam. Wij zullen den generaal zelf laten spreken. — »Toen ik met de stukken in stelling kwam, was er geen enkele Pruisische cavalerist te zien. Waar, voor den duivel, kwamen die kurassiers dan nu zoo plotseling vandaan? Als een stormwind waren ze in mijn batterij en reden al mijn artilleristen neder op één na.quot; — Dezen eenen redde von Schmettau. — »Je me rends! Je me rends!quot; riep de arme drommel; maar de kurassiers verstonden geen Fransch en hadden den man zeker nedergesabeld, als Schmettau ze niet had tegengehouden.quot; — Hoe prachtig aangevoerd, hoe uitmuntend gereden de charge zelve was, verklaart dezelfde generaal ook. — »Ik kon mij ternauwernood bergen, toen de ruiterdrom dicht langs mij en mijn adjudant heenstormde en mijn artilleristen onder den voet reed; maar zulk een prachtig militair schouwspel was 't, dat ik in weerwil van 't gevaar niet nalaten kon aan mijn bewondering lucht te geven. Terugjagende, riep ik mijn adjudant toe; » Regarded! Quelle attaque magnifique f

Ken der bloedigste episoden van den ganschen oorlog was afgespeeld; meer dan talrijk waren de offers. Toch brachten enkele der deelnemers er als door een wonder het leven af. Een enkel voorbeeld strekke tot bewijs.

De Fransche sergeant Eugène Delpêche van het 3ie werd door een granaatsplinter gewond. Terwijl hij nederzonk, ontwaarde zijn reeds half benevelde blik door stof en rook heen een naderstormende ruitermassa, wier helmen en kurassen bliksemstralen schoten. Niet in staat uit den weg te kruipen, zag hij, klappertandend en volkomen machteloos, de vernietiging op zich toe vliegen. Geen drie minuten later waren de ruiters vlak vóór hem. Het gillen der vallenden, het kraken der schoten raasde als een stormwind om hem heen; dicht boven zijn hoofd sprong een granaat en nam twee Pruisische ruiters mede. liet half verpletterde ros van den eenen stortte dicht bij den sergeant neder; hij dook weg onder den hals er van. De volgende seconde raasde de gansche drom reeds over hem heen. Hij zag fladderende vaantjes; nóg twee ruiters sloegen uit den zadel. Een er van scheen niet gekwetst, want hij liep weg, zoo hard hij slechts kon. — De sergeant was van bloedverlies en angst zoo totaal verlamd, dat hij zelfs nu nog niet bij machte was zich uit de voeten te maken. De Fransche infanterie week; het veld werd vrij; hij zag en hoorde alleen het rollen van het salvovuur der als een straat zich voor

-

— 115 —

ocr page 124

de ruiters openende infanteriecolonnes. Toen verzonk hij in een staat van gevoelloosheid, die hem echter niet belette al die ontzettende voorvallen met starre, strakke blikken te zien.

De door doodsangst gefolterde man moest de terugjakkerende escadrons, thans Pruisen èn Franschen in wild handgemeen door elkander, nogmaals op zich zien losstormen. Hij kreeg een gewaarwording, alsof de grond onder het stampen der rossen als bij een aardbeving begon te golven. Een donderend geraas, door de hoefslagen voortgebracht, kwam als een stormwind op hem af. Een ontzettend, woest gebrul en gehuil verscheurde zijn oor. Onwillekeurig dook hij weg voor die steigerende, donkere gedaanten, en voor de tweede maal raasde die menschenstroom over hem heen. Als heet water sloeg het zweet der paarden hem in het gelaat. Van dit oogenblik af hoorde of zag hij niets meer; toen hij tot bewustzijn kwam, lag hij in een Fransche ambulance; alleen aan 't linkerbeen had hij een paar kneuzingen opgedaan.

— 116 —

ocr page 125

XIs HOOFDSTUK.

DE SLAG BIJ VIONVILLE—MARS-LA-TOUR. [Vervolg).

't Is drie uur geworden. — Aan de 6e divisie is een korte verademing bezorgd, maar de keten van Fransche bataljons, die den linkervleugel der Pruisen hoe langer hoe nauwer in haar levende schakels sluit, wordt intusschen nog aanhoudend sterker. Omstreeks datzelfde uur is het front der Franschen geheel naar het zuiden gekeerd. De Tronvillerbosschen, tot nu toe door de brigade Lehmann onder enorme verliezen vastgehouden, moeten worden ontruimd. De brigade Barby van de 5e cavaleriedivisie dekt zoo goed mogelijk nog den linkervleugel van 't geheel. Op dat oogenblik, tegen drie uur dus, staan tien Fransche divisiën infanterie tegenover twee en een halve divisie Pruisen. Deze laatsten zijn zoo goed als geheel tot aan de zuidzijde van don straatweg Vionville-Mars-la-Tour teruggedrongen.

Daar verschijnen in de verte de voorste afdeelingen der 39e infanteriebrigade, behoorende tot de 20e divisie. Ze komen van Chamblay, die bataljons; ze behooren tot het iOe korps en hebben een snellen marsch gemaakt; het dreunen van 't kanon heeft ze naar 't slagveld geroepen. Voor hen uit komen in vollen galop de batterijen der korps-artillerie van het i oe korps aanjakkeren. Aan den straatweg tusschen de bos-schen en Mars-la-Tour in positie gebracht, openen deze terstond het vuur op een deel van het korps Ladmirault, dat ten westen der Tronvillerbosschen avanceert.

Generaal von Kraatz-Koschlau, de commandant der 20e divisie, zendt drie bataljons af tot steun van de divisie Stülpnagel, de 6e, die reeds van dien morgen tien uur in gevecht staat en zoo goed als al haar munitie heeft verschoten. Twee andere bataljons voert de brigade-generaal von Woyna zelf aan tegen de Tronvillerbosschen, die thans van Franschen weme-

— 117 —

ocr page 126

len. Daar tusschenin schuift zich het 17e regiment, het voorste van de 40e brigade.

Acht bataljons versterking dus hebben de Duitschers ontvangen, maar die infanterie heeft een langen, zwaren marsch achter den rug. Het dreunen van 't kanon, de vurige begeerte om de in 't nauw gebrachte kameraden te helpen, heeft de mannen onophoudelijk doen voorwaarts gaan. Zonder rusten is de marsch tegen het plateau op met zijn steile bergwegen voortgezet, en hoe is de stemming der troepen daarbij ? — Op de wegen wemelde het van duizenden menschen. Gewonden in menigte, colonnes met munitie, draagbaren met zieltogenden, daartusschen vluchtend landvolk waren de troepen tegengekomen. — »Och, och, ze schieten toch zoo 1 Ze schieten toch zoo 1quot; had het uit een met bloed bespatten wagen geklonken. — » God sta u bij!quot; hadden anderen geroepen. — »Ze gaan niet terug,quot; was door eenige gewonden klagend gezegd. — Onder den indruk van zulke ontmoedigende woorden en tooneelen hadden die troepen het kale plateau bestegen. In elk dorp, in elk gehucht wapperde de vlag met het Roode Kruis. — Hier liggen reeds de eerste lijken ! —-De geheele colonne heeft even te voren man voor man een smalle kloof moeten passeeren en is nu tegen den steilen wand van 't plateau opgeklauterd.

Eindelijk zijn allen boven. De aanvalscolonne wordt geformeerd. Het vaandel wordt ontrold; het wappert in den wind. «Versnelde pas!quot; — Kolonel von Block springt voor het front van zijn regiment, het 56e. »Denkt aan '66!quot; roept hij. Een donderend hoera is 't antwoord. — Ginds is de vijand; circa goo pas van hen af breidt hij zijn lange liniën uit. — De kogels van 't chassepotgeweer fluiten de mannen reeds om de ooren. Nieuwe vijandelijke drommen komen opdagen. Een ontzettend salvo van geweervuur en mitrailleuses begroet de troepen; daartusschen gonzen en suizen de granaten. — Even terug, doch slechts één oogenblik; dan, niettegenstaande den kogelregen, weder vooruit. Bij tientallen vallen de mannen, doch Voorwaarts! luidt het commando, en de Tronvillerbosschen worden met storm hernomen; de Eranschen worden teruggeslingerd.

't Is kwart voor vijven. De reserve van de 20e divisie rukt vooruit tot aan de zuidwestzijde van het bosch; de toestand der Duitschers is op den linkervleugel minder hopeloos geworden. Prins Erederik Karei, die van Pont-a-Mousson omstreeks vier uur op 't slagveld is gekomen, hoopt zich te kunnen handhaven, te meer omdat van uit het westen, van Mars-la-Tour, nu ook de 38«quot; infanterie-brigade (von Wedell) na-derbijkomt, om het 4e korps (Ladmirault), dat op den uitersten rechtervleugel staat, aan te grijpen.

Zooals wij reeds vroeger vermeldden, had het ioe korps voor den i6en Augustus van von Moltke bevel ontvangen zijn marsch dien dag voort te zetten in de richting van Mars-la-Tour om, mocht de vijand

T

— 118 —

ocr page 127

den weg naar Verdun meer in noordelijke richting hebben gezocht, hem dan in de flank te verontrusten. Naar aanleiding van dien had de 19e divisie van dit korps zich reeds in den vroegen morgen van den 16en op marsch begeven en was door de directie, die zij had ontvangen, tegen twaalf uur reeds tamelijk ver van het slagveld verwijderd. — De 38e brigade (von Wedell) onder anderen was reeds bij St. Hilaire gekomen, toen de order van den korpscommandant von Voigts-Rhetz werd gebracht, de zeer in de engte gedreven troepen van het 3e korps ijlings hulp te gaan verleenen.

Terstond waren de bataljons weder aangetreden. De marsch ging over Mars-la-Tour. — Aanvankelijk had de divisiecommandant het voornemen den vijand met de 38e brigade in de rechterflank te vallen. Toen hij omstreeks half vier het slagveld dicht genoeg was genaderd, om eenigermate over den stand van zaken te kunnen oordeelen, werd hem echter duidelijk, dat, wilde hij met de vijf bataljons van de 38e brigade werkelijk oogenblikkelijk hulp verleenen, een aansluiting aan de andere troepen zijner divisie, die voor een deel reeds vochten in de Tronviller-bosschen, vóór alles noodig was. Dringend werd hulp vereischt. Tijdverlies mocht er niet plaats hebben. Dicht in de nabijheid reeds dreunde het geschut.

De troepen van von Wedell waren door den over 't geheel zeer snel afgelegden marsch echter zoo zwaar vermoeid, dat een korte rust bepaald gegeven worden móest.

Om kwart voor vijven is de brigade echter reeds op 't terrein en heeft den vijand vlak voor zich. De brigade garde-dragonders draaft tegelijkertijd naderbij en neemt haar richting op Mars-la-Tour. Die brigade zal den linkervleugel dekken. Generaal von Schwartzkoppen,— ioe korps,— ontwikkelt de vijf bataljons met compagniescolonnes in één linie; twee compagnieën pioniers sluiten zich op den rechtervleugel er bij aan.

Het Pruisische oppercommando en ook de onderaanvoerders van het IIe leger waren op dit uur van den dag nog alleen bezield met die ééne gedachte, den vijand, zelfs ten koste van de zwaarste offers, vast te houden en hem te beletten af te trekken naar Verdun. Van eenig ander succes was door hen voorloopig geheel afgezien. Wel hartverheffend, maar diep weemoedig tevens was dus de gedachte, dat zooveel bloed moest worden vergoten, enkel en alleen om de Franschen op die plek gronds tegen te houden.

Daar komt voor de brigade von Wedell het bevel tot den aanval. De veldprediker der divisie verschijnt; aan ieder bataljon geeft hij met luider stem den zegen. Hij spreekt een gebed uit, en bij het »Amenquot; dreunt een salvo van den vijand.

Up die wijze voorbereid, stort de brigade zich in den strijd.

Dat het er spannen zou ginds op die hoogten, in de richting van het bosch ten noordoosten van den straatweg naar Mars-la-1 our, hadden

ocr page 128

de mannen wel gedacht. De divisie Grenier had daar stelling genomen. Ze stond tusschen Greyère en St. Marcel, en was alleen niet tot den aanval overgegaan, omdat de korpscommandant, generaal Ladmirault, de Pruisen hier veel sterker in aantal achtte, dan ze feitelijk waren. — Deze divisie, 12 bataljons, moesten die vijf andere, zonder één enkel als reserve achter zich, thans aanvallen en zoo mogelijk terugwerpen!

Reeds hebben de voorste tirailleurpelotons zich ontwikkeld, als een ontzettend vuur van de voorliggende heuvels op hen neerslaat. De afstand is 1200 a 1500 pas; zoover draagt de zündnadel niet. Die afstand ongeveer, over zoo goed als open terrein, dat daarbij door ijzerdraadafsluitingen moeielijk is te passeeren, moet dus worden afgelegd, voordat dit vuur kan worden beantwoord.

De stormloop begint. Bij tientallen vallen de Pruisen, doch dit houdt de anderen niet op; ze stormen door, en met donderend hoera worden de hoogten ginds bestegen. Onder het vuur des vijands wordt even uitgeblazen, want vóór de gedunde bataljons gaapt een diepe kloof, die niet te voren is gezien. — In deze wordt afgedaald, aan den anderen kant weder tegen de steile wanden op ; — een gevaarlijk werk is 't, maar 't gaat. Reeds is een gedeelte boven. — Daar kraakt en knalt en knettert het op eens in de onmiddellijke nabijheid van alle kanten. De divisie Cissey is de mannen van Grenier ter zijde gesprongen, en onder het razende snelvuur van zes en twintig bataljons, een vuur, dikwerf op nog geen 150 pas afstand afgegeven, smelten de compagnieën weg als sneeuw voor de zon. Toch is 't aan enkele groepen der Westphalingers gelukt den vijand nóg dichter te naderen; ze zijn handgemeen met tirailleurs van Grenier. Te vergeefs roept de signaalhoorn ze terug; ze weten van geen wijken; eerst den volgenden dag zal men hun lijken vinden, — in hun midden vijf officieren en een vaandrig; — allen zijn daar gebleven.

Met elke seconde wordt de positie der brigade hachelijker. De Fran-schen trekken partij van 't behaalde voordeel. / — En avani !quot;

klinkt het over de gansche linie; in weerwil van de verliezen, welke de zündnadel hun berokkent, dringen ze voorwaarts. Een kwartier lang woedt de strijd op die kleine plek; dan moeten de Duitschers terug. De druk wordt te zwaar. Tegenover zulk een zee van vijanden is geen standhouden mogelijk, te minder omdat die hun gelederen plotseling als een wig tusschen de verspreide compagnieën beginnen in te schuiven. — Terug moet alles! Alles gaat terug, maar hoe?

De kapitein Honig, die den kamp medemaakte, schildert dit retireeren aldus : gt; Officieren en kader vallen; lijken storten op lijken. Het overschot der brigade tuimelt terug; de vijand ijlt het achterna. Alle vorm, alle verband is verdwenen; overal grijnst het verderf; redding is nergens. Ginds wankelt ook een jong officier terug. Nog eenmaal slaat hij een blik achter zich ; nog geen vijf en twintig pas van hem af, ziet hij den

— 120 —

ocr page 129

vaandeldrager neerzinken. De Fransche tirailleurs zijn vlak bij. 't Wordt een wedloop om die banier. De officier is 't vlugste; hij grijpt het doek. Van alle kanten schalt een: » Vive l'Empereur!quot; hem in de ooren; van alle kanten spelen de muziekkorpsen der Franschen bij den aanval. Het gevaar stijgt met elke minuut. Het ratelt, kraakt en sist om hem heen. Paarden, van hun ruiters beroofd, jagen over het veld. De officier is uitgeput. De vaan redden is zijn eenige gedachte. Achter hem komen de Franschen aanstormen. Honderden kogels worden hem nagezonden; geen enkele treft. Hijgend, half ademloos, sleept hij het vaandel mede, tot dragen ontbreekt hem de kracht. De regimentscommandant, — zonder regiment, — neemt het doek eindelijk van hem over. Zwijgend rijdt de kolonel er mede terug. Nu is de kracht van den jeugdigen held ook volslagen uitgeput. Snikkend valt hij zijn zooveel ouderen kameraad in de armen. Schimmen nog slechts zijn 't, die zich achteruit bewegen, krijgers, waaruit de ziel is ontvloden.quot;

Eerst achter Tronville en Mars-la-Tour verzamelen zich de overblijfselen der brigade. Hun trouw hebben haar bataljons bezegeld met hun bloed. Van de 95 officieren en 4500 man mankeeren 71 officieren en circa 2000 man. Bijna al deze zijn dood of gewond; slechts 350 zijn er in 's vijands handen gevallen; maar ook het korps Ladmirault heeft dien dag een verlieslijst van 200 officieren en 2300 man.

Terwijl de brigade von Wedell retireerde, bleef de korpsartillerie ondanks het heftige granaatvuur des vijands koelbloedig in batterij; maar de Franschen zetten den aanval voort, ook aan deze zijde van de bovenbedoelde kloof. — 't Is wederom cavalerie, die moet lucht maken. Ten zuiden van den straatweg tusschen Tronville en Mars-la-Tour staat de brigade von Brandenburg.

't Kan zes uur zijn geweest, toen deze cavalerie voorwaarts ging. Het ie regiment gardedragonders onder commando van den kolonel von Auerswald en den brigadecommandant zelf zal aan het voortdringen der Franschen paal en perk stellen. Het jaagt in escadronscolonnes met pelotons achter om Mars-la-Tour heen, over een door den vijand bestreken défilé, over heggen en slooten, een woeste, wilde rit. Graaf Brandenburg laat s Opmarcheeren!quot; blazen. De escadrons formeeren zich tot de charge, en in gestrekten galop, door geschut- en geweervuur ontvangen, gaat het in op de infanterie. — Het 13e regiment wordt als kaf uiteengeslagen; een aantal krijgsgevangenen worden bevrijd; een woedend handgemeen begint. — Sabel en bajonet komen knarsend op elkander. Slagen, steken, houwen en schoten vallen woest dooreen.

Doch alleen de voorste infanterielinie vermag het dragonderregiment te doorbreken. Door de volgende linie wordt het met salvovuur ontvangen. Terug moeten de Pruisen, terug! 't Gelukt den ritmeester prins von Hohenzollern zijn verstrooide ruiters te verzamelen, en hij, de eenige overgebleven officier, — al de anderen zijn gewond of gedood, — voert

— 1 2 i —

ocr page 130

de kleine schaar uit den geweldigen strijd terug. De kolonel is zwaar gewond ; bloedend wordt hij weggedragen. Geducht toegetakeld, bloedend, niet stof en zweet overdekt, zóó komt het overschot van het regiment terug bij het standaard-escadron, dat de charge niet heeft medegemaakt.

Als er «Verzamelen!quot; wordt geblazen, komen er van de 19 officieren slechts zes, allen gewond, opdagen.

Maar ook hier is door die met doodsverachting gereden charge over «onmogelijkquot; terrein, het doel der dragonders bereikt. De aanval der Fran-schen op de brigade von VVedell wordt niet doorgezet. De vervolgers houden halt. Telkens wanneer een groot succes is te behalen, schijnt het noodige volhardingsvermogen aan die troepen te ontbreken.

Even kranig als de kameraden van het ie, hebben de ruiters van het 4e escadron, 2e regiment gardedragonders zich intusschen gehouden, toen de batterij der dragonderbrigade, in stelling willende komen, door vijandelijke infanterie van zeer nabij werd bedreigd.

Toch waren deze beide charges slechts het voorspel van nog grooter ruitergevechten.

Generaal Ladmirault wil de groote massa cavalerie, welke op den rechtervleugel zijner stelling op de hoogvlakte bij Greyère is opgemarcheerd, thans eveneens gebruiken. De infanterie heeft succes behaald. De ruiterij zal dit voltooien.

In voorste linie rijdt de huzarenbrigade Montaigu; hierop volgt het

_ 12 2 _

ocr page 131

3e regiment dragonders; meer noordelijk komen de chasseurs d'Afrique der divisie du liarail en de garde-brigade de France.

Samen vormen zij vier en twintig escadrons. — Twee en twintig esca-drons Duitschers, huzaren, dragonders en de brigade von Barby jagen ze te gemoet. Van alle kanten duiken nog meer Fransche escadrons op. Op tien, twaalf plaatsen te gelijk volgt de schok. Vijf duizend ruiters houwen en steken op elkander in. Als een lawine raast het gevecht in een stofwolk over het veld. De sloot naast den straatweg neemt tallooze gewonden op. Hals over kop storten de paarden in de gaten en holten, begraven hun ruiters onder zich en slaan hun de hersens uit het hoofd.

Daar wijkt de linie der Franschen. De cavalerie-divisie de Clérembault, — drie jager- en twee dragonderregimenten, — wil ze te hulp komen, doch de aanstormende, ordelooze ruitermassa der wijkenden, die hun generaals Legrand en Montaigu hebben zien vallen, brengt haar in wanorde. Ook zij maakt weldra »keertquot;. Onder een dreunend, juichend hoera jakkeren de Pruisen, de sabel hoog in de lucht zwaaiende, de vluchtenden na. Eerst infanterie en artillerie, van alle zijden te hulp geroepen, zijn bij machte tegen dien doldriesten aanval een dam op te werpen. Bij de Pruisen, die een groot aantal officieren hebben verloren, wordt appèl geblazen. Langzaam ordenen de escadrons zich weder; langzaam gaan zij, zonder te worden vervolgd, naar Mars-la-Tour terug. Aan den horizon achter de heuvels verdwijnen de Franschen.

Van het einde van dezen ruiterkamp zegt het officieele Fransche bericht zoo goed als niets. — »De generaal Ladmirault zag in, dat de positie bij Vionville te sterk was om haar met zijn twee divisiën te kunnen nemen. Hij moest zich dus bepalen tot het vasthouden des vijands, op het door hem veroverde terrein.quot; — Het korps bivakkeerde ongeveer op de plaats, waar het dien dag had gestaan.

Zooals wij reeds ten deele vermeldden, had Bazaine in het centrum tegenover Vionville en de Tronvillerbosschen het 6e korps (Canrobert) staan; op den linkervleugel bevonden zich het 2e korps (Frossard), de garde, één divisie van het 3e korps en de brigade Lapasset. Rezonville hadden de grenadiers en twee regimenten voltigeurs van de garde bezet. De twee andere voltigeurregimenten stonden nog meer achterwaarts links, bij haar twee divisiën cavalerie. — Hoewel Bazaine beweerde volstrekt (?) naar Verdun te willen trekken, moesten al deze troepen tot eiken prijs beletten, dat zijn leger werd afgesneden van Metz. Van daar dan ook zeker, dat hij, hoewel verreweg de overhand hebbende, zoo goed als geen enkele groote offensieve beweging deed uitvoeren, — die stellig succes had gehad; — maar dat hij zich bleef verdedigen en zijn artillerie telkens van plaats deed verwisselen, om ze minder verliezen te doen lijden, terwijl die van de Duitschers onwrikbaar op hetzelfde punt, waar zij zich eenmaal had ingeschoten, staan bleef, tot overmacht ze dwong te wijken.

ocr page 132

In dezen toestand in den omtrek van Rezonville begon bij de Fran-schen tegen zes uur verandering te komen. Groote ruiterdrommen vertoonden zich op den straatweg. Groote infanteriemassa's zetten zich van bovengenoemd punt in beweging; blijkbaar zou er een geduchte aanval worden ondernomen. — De 2e brigade voltigeurs begon de beweging en drong de voorste afdeelingen der Pruisen met volle kracht terug. De toestand voor deze werd weldra uiterst critiek.

Daar op eens schalt een jubelend hoera door hun gelederen. Ginds uit het hout van St. Arnould komen helmen te voorschijn; 't zijn die der voortroepen van het 8e korps. Kort daarop dreunt en dondert het ook uit het bois des Cheveaux. Naar 't bois des Ognons dringen donkere massa's vooruit, 't Zijn Hessen van het ge korps. Hun hoera is hun groet aan de zwaargeteisterde kameraden. De vijand staat. — Het 8e korps van het Ie leger zou, zooals wij weten, Metz meer van 't zuiden omklemmen, toen de generaal von Göben, de korpscommandant, op den oever van den Moezel gekomen, het donderen van 't kanon bij Vionville hoorde. Evenals later bij deelen van het 9e korps geschiedde, werd deze waarschuwing terstond begrepen. Over Gorze marcheerende en daarna door zeer moeilijk terrein, komen op den rechtervleugel der strijdende kameraden het 72e, het I ie, het 46e, de fuseliers van het 40°, kortom zoowel deelen van het 8e .als van het ge korps achtereenvolgens te hulp.

Tot driemaal toe worden de geduchte hoogten van Rezonville nu van uit het zuiden door hen aangegrepen; maar ook tot driemaal toe worden de aanvallers met zwaar verlies teruggeworpen. Aan den noordelijken rand van het bosch van St. Arnould nestelen de zeer gedunde compagnieën der drie genoemde regimenten zich ten slotte vast, en Montaudon's dappere infanterie, die telkens en telkens weer aanvalt, is niet bij machte ze vandaar te verdrijven.

Voortdurend meer troepen van het 9e korps zijn intusschen over Corny naderbij gekomen, zoo onder anderen de 2 5e Hessische divisie onder prins Ludwig van Hessen. De troep heeft de ransels afgeworpen; met hoera gaat het voorwaarts, op het bois des Ognons aan. Daar vecht het 5 2e regiment; de verliezen zijn blijkbaar groot, getuige het aantal gewonden, die de aanrukkende Hessen ontmoeten. — 't Duister begint reeds te vallen in de steile bergpaden, welke de infanterie moet volgen ; die paden zijn zelfs hier en daar bijna niet begaanbaar, doch »Vooruit!quot; roept generaal von Wittich, de commandant der 49e Hessische brigade, «Vooruit!quot; commandeeren de officieren, en »vooruit!quot; gaan de »kerelsquot;, rechtstreeks aan op de plaats, waar de mitrailleuses haar knetterende salvo's doen hooren.

Tegen den drang van al die troepen, ten slotte nog door de 50® brigade versterkt, zijn de Franschen eindelijk niet meer bestand. Zij wijken; de Hessen zijn meester van den noordelijken rand van het bosch, waarin een tijdlang heftig is gevochten; zij richten thans hun vuur op

ocr page 133

de Fransche reserves, die terugwijken naar Rezonville. — Eerst tegen tien uur verstomde het gevecht op dit gedeelte van het terrein. Met het geweer in den arm bivakkeerde de brigade von Wittich in het bosch. In den noordelijken rand stonden de voorposten.

't Is avond geworden; 't is donker geworden; nog altijd blijft de beslissing uit. De positie der Franschen met hun ontzettende overmacht is te sterk. De Pruisen hebben dien morgen een stout stuk durven bestaan; zij hebben den aftrekkenden vijand durven aanvallen, aanvankelijk zelfs uitsluitend met artillerie en cavalerie ; hun succes is in den beginne groot geweest. Zij hebben de cavaleriebrigade Murat verrast, overvallen; zij hebben de tegenpartij in haar geheel zelfs belet aan haar voornemen gevolg te geven en naar Verdun te trekken ; hierbij zal het ook blijven. Beslist zal de strijd niet worden.

Toch wil prins Frederik Karei hiertoe nog een poging doen. De gansche artillerie, de 6e cavalerie-divisie en het ioe korps zullen hiertoe nog een laatste voorwaartsche beweging maken.

Van het iOe korps is dit echter niet meer te vorderen. De mannen kunnen niet meer; ook is 't verband te veel verloren gegaan; alleen infanterie-afdeelingen van het 35e en het 20e regiment vergezellen de batterijen. Om acht uur bekronen deze werkelijk den zoo herhaaldelijk aangegrepen heuvelrug ten zuiden van Rezonville; weldra echter slaat op de uitgeputte menschen en paarden uit het noorden en oosten een hagel van chassepotkogels neer; van gene zijde van Rezonville slingeren ten overvloede 54 stukken der keizerlijke garde hun granaten in de avan-ceerende massa. Een tijdlang beantwoorden de Duitschers dit vuur, dan wijken ze. De positie is daar niet houdbaar. Vijandelijke infanterie dringt na.

Daar klinkt het nogmaals: 2 Cavalerie vóór!quot; — 't Schijnt wel, dat bij de Duitschers dien dag tot de laatste ademtocht van man en paard moet worden verbruikt. — Uit het zuiden draaft de brigade von Grüter vooruit, langs den straatweg van Mars-la-lour de brigade von Schmidt. Doodaf zijn de paarden, letterlijk uitgeput de ruiters, die sedert dien morgen half drie niet uit den zadel zijn geweest, maar met klinkende fanfares en kletterende sabels komt er toch weêr gang, weer leven in. — Door de eigen artilleriestelling, door de eigen tirailleurs gaat het heen, met hoera tegen den vijand in, in den donkeren avond. Nog eenmaal voor dien dag maakt de Fransche infanterie kennis met de Duitsche sabels ; nog eenmaal worden eenige tirailleurliniën overhoop gereden, doch meer succes kan niet worden behaald. Als de beide aanvoerders gewond zijn, wordt door de escadrons »keertquot; gemaakt.

't Is nacht geworden, negen uur door. Het vuur verstomt. Van alle kanten klinken de hoornsignalen: »Ophouden met vuren 1quot; Daartusschen hoort men het commando: «Verzamelen!quot; — Aan den strijd is een einde gekomen. De maan verlicht de plaatsen van gruwzame verwoesting, de hoopen overal in 't ronde liggende lijken; onder het om hulp vragen

— 125 —

ocr page 134

der gekwetsten beginnen de mannen van de ambulance hun zware taak. Te moede, te uitgeput om nog een voet te kunnen verzetten, bivak-keeren beide legers te midden van dooden en stervenden op het slagveld. Door het duister van den nacht rijden de veldgendarmen om de gewonden te beschermen tegen de hyena's van 't slagveld, tegen het roofzuchtige gespuis, dat de dooden en geblesseerden uitschudt en ze desnoods een vinger afsnijdt om een ring machtig te worden. Wat den gruwelijken worstelstrijd gelukkig heeft overleefd, dankt God en drukt elkander de hand.

Niet minder dan 145.000 Franschen hadden dien dag gevochten tegen circa 62.000 Duitschers. Van de eersten bedroesj het verlies circa 10, van de laatsten 25 procent. Het 5 2e Duitsche regiment alleen verloor 52, het i6e alleen 66 procent van zijn sterkte.

De slag bleef onbeslist. Bazaine was eerlijk genoeg zelf te erkennen, dat «beide legers bivakkeerden in hun stellingen.quot; Aangezien »een leger alleen dan de overwinning heeft behaald, wanneer het zich na den slag kan bewegen waarheen het wil,quot; — Bazaine's eigen woorden, — en het Fransche leger dit niet kon, was het voordeel dus stellig niet aan zijn zijde.

Waar was Napoleon al dien tijd gebleven? — Den I4en had hij Metz verlaten en te Gravelotte den nacht doorgebracht. Den i6en echter had hij het leger den rug toegekeerd en was, door de 2e garde-cavale-riebrigade begeleid, naar Etain gereden. In de nabijheid van deze plaats was het kanongebulder duidelijk hoorbaar geweest. De brigade was dus terug-, de keizer doorgereden 1

Hoe hooger de zon den iyen aan den hemel steeg, hoe duidelijker zichtbaar al het afgrijselijke der aangerichte verwoesting aan 't licht kwam. Op verscheiden plaatsen, voornamelijk daar, waar de garde met de Hessen was slaags geweest, lagen de lijken zóó hoog op elkander gestapeld, dat smalle wegen hierdoor totaal waren versperd. In en om Gorze alleen lagen 18000 Duitsche en Fransche gekwetsten. Er was gebrek aan proviand, in den vroegen morgen zelfs aan water. Oorver-doovend was het rumoer, door al die duizenden menschen, door ratelende wagens en alle mogelijke andere zware geluiden voortgebracht. Overal zag men groepen, die zich met geblesseerden en dooden bezighielden. Daartusschen lagen slapenden, die in weerwil van 't ontzettende leven door doodelijke vermoeienis nog rust hadden gevonden, en gewonde Franschen, die het reserveration uit den ransel haalden en dit begonnen op te eten. In den rand van het öois des Ognons waren stroolegers gemaakt voor de tallooze gekwetsten, die daar in den omtrek nog den bodem bedekten. Op het slagveld zelf waren de boeren reeds bezig met het graven van kuilen voor de dooden.

Hadden de Duitschers zware verliezen geleden, niet minder was dit het geval bij de tegenpartij. Bazaine geeft zelf op, dat de slag van den

— 126 —

ocr page 135

i6en Augustus hem op een verlies van 879 officieren en ruim 16000 man is te staan gekomen. In taaiheid, in dapperheid, in doodsverachting hadden zijn soldaten volstrekt niet bij den vijand achtergestaan; alleen had het bij hen ontbroken aan die hoogere leiding, aan dat groote militaire beleid, dat in ruimen zin weet partij te trekken van de fouten der tegenpartij en van de gunstige conditie, waarin men zich zelf bevindt. De maarschalk had zich dien dag een kranig, onverschrokken soldaat betoond. Tot tweemaal toe had hij groot gevaar geloopen levend of dood in 's vijands handen te vallen. Tot lijfsbehoud was hij eenmaal zelfs verplicht geweest den degen te trekken; zijn staf was gedecimeerd. Toen hij den avond na den slag kwam te Plappeville, waarheen hij zijn hoofdkwartier had verlegd, was hij van zweet en stof bijna onkenbaar. Een dapper soldaat had hij zich getoond, zeiden wij, maar in den opperbevelhebber van een groot, strijdend leger is dit een grove fout. Persoonlijken moed betoonen, zichzelf in 't gevecht wagen, is niet zijn taak. Zijn plaats is niet daar, waar het hevigste wordt gestreden, wel daar, waar hij vóór alles zijn kalmte en zijn koelbloedigheid, de eerste voorwaarden voor een helder inzicht in den toestand, kan bewaren, vanwaar hij bevelen geven en den toestand overzien kan, vóór alles, waar hij door de ordonnansen kan worden gevonden.

Andere groote fouten van den maarschalk waren, 10. dat hij, wetende, dat zich bij Gorze de voorhoede van een groote legermacht bevond, niet beter naar die zijde had doen verkennen, — hiertoe had hij cavalerie genoeg bij de hand; 2°. dat hij den linkervleugel van zijn leger niet vroeger, dus terwijl het nog niet te laat was, op marsch deed gaan; 30. dat hij reeds bij het begin van het gevecht zijn plan om terug te gaan naar Verdun, uit het oog verloor, ja, het zelfs losliet en zich schier angstig maakte over zijn linkervleugel, dus over zijn verbinding met Metz, getuige de massa troepen, welke hij op dien vleugel samentrok.

Een eenmaal opgevat plan mag zonder dringende noodzakelijkheid niet zoo spoedig worden losgelaten. Zonder gevecht kon de weg Metz-Mars-la-Tour niet meer worden gepasseerd; dit was bekend. Den vorigen dag reeds hadden er ten zuiden van dezen weg, o. a. bij Mars-la-Tour schermutselingen plaats gegrepen. De tegenpartij had met de linkerflank van het leger dus reeds voeling.

De weg Metz-Etain bleef nog open. De afmarsch daarlangs was den i6elgt; nog zeer goed mogelijk geweest, als Bazaine vroegtijdig genoeg op marsch was gegaan, als hij zich door een krachtige voorwaartsche beweging op zijn linkervleugel lucht verschaft, en den vijand aan die zijde teruggeworpen had. Het 2e en 6e korps hadden later dan, desnoods over Bruville, kunnen volgen.

Het omgekeerde echter deed Bazaine. Hij liet door het 2e en 6e korps, later bovendien door de garde, het gevecht aannemen, en het 3e en 4e korps een rechtsche zwenking maken. Slag leveren wilde hij dus; dan

ocr page 136

móest hij ook overwinnen en, — de overwinning behaalde hij niet, voor een groot deel door eigen schuld.

In den morgen van den 17en rapporteerden de Pruisische voorposten, dat er in het vijandelijke leger duidelijk beweging was waar te nemen. Reeds spoedig bleek, dat de Franschen overal, behalve bij Rezonville, hun stellingen verlieten en teruggingen. Wat Bazaine's bedoeling hiermede was, of hij zijn troepen bijeentrekken en opnieuw aanvallen, dan wel of hij langs een der noordelijke wegen den aftocht naar Verdun voortzetten wilde, was niet oogenblikkelijk te zeggen. Dit zou eerst later blijken.

ocr page 137

XI r HOOFDSTUK.

GRAVELOTTE—ST. PRIVAT LA MONTAGNE.

Wat de Franschen voornemens waren was bij de tegenpartij dus nog niet bekend. Hoewel de koning van Pruisen, die orn 6 uur bij de troepen op het slagveld verscheen, de verwachting uitsprak, dat de vijand dien dag niet meer zou aanvallen, dienden toch alle maatregelen genomen om elk korps, elk regiment, dat bij het IIe leger kon worden aangetrokken, zoo dicht mogelijk te brengen bij het slagveld van den vorigen dag. In den loop van den r/611, terwijl men omtrent de plannen des vijands nog altoos in 't onzekere bleef, werd dit daarom uitgevoerd. Zoodoende kwam van het Ie leger het 7e korps bij Ars aan den Moezel en het 8e korps bij Gorze. Van het IIe leger stond het ge korps nu bij Flavigny, het iOe bij Tronville, het 12e bij Mars-la-Tour, de garde meer zuidelijk bij Hannonville; al die korpsen maakten front naar het noorden, op een lijn ten zuiden van den straatweg Metz-Verdun. Het 2e korps, de reserve, stond nog bij Pont-a-Mousson ; het 4e was nog veel te ver achter; hierop mocht niet worden gerekend. De rechtervleugel was voortdurend in voeling gebleven met den linker der Franschen. Op den linker der Duitschers was die voeling verloren gegaan.

Bij Bazaine schijnt het plan om met zijn leger, front naar Parijs, stelling te nemen en slag te leveren op de hoogten ten oosten van Metz, in een lijn, door de dorpen St. Privat, Amanvillers en Rozerieulles aangegeven, dus reeds dadelijk na den slag bij Vionville te hebben vastgestaan; en zulks in weerwil van 't geen hij den r7en aan den keizer rapporteerde, namelijk, dat hij den I9en, nadat de troepen weder voldoende van levensmiddelen en munitie waren voorzien, den marsch naar Chalons hoopte (?) te kunnen voortzetten. — »Desnoods zou hij hiertoe eene meer noordelijke richting inslaan,quot; voegde hij er bij, «voor 't geval de vijand hem den terugweg over Verdun mocht hebben afgesneden.quot; —

9

— 129 —

ocr page 138

Voor dit plan was zeker wel iets te zeggen. Dat hij een groot deel van het Duitsche leger tegenover zich had, was den maarschalk den ló1-'quot; gebleken; dat zijn troepen veel munitie hadden verbruikt, viel niet te loochenen; dat hierin vóór alles moest worden voorzien, stond vast, en dat het onder zulke omstandigheden raadzamer was zoolang een door de natuur alleen reeds sterke stelling te bezetten, tot in een en ander was voorzien, dan af te marcheeren of op een minder gunstig terrein te blijven, waarop reeds was slag geleverd, sprak van zelf. — Maar niet minder zeker is 't, dat het plan tot den terugtocht zoodoende voor-loopig werd losgelaten. — De genoemde stelling werd in den loop van den I jen en in den vroegen morgen van den 18el1 door de troepen geducht versterkt, doch hoe vreemd 1 De maarschalk trad niet met zijn korpscommandanten in overleg over de wijze, waarop men den I9el1 den bovenbedoelden afmarsch zou aanvangen ; en dit was toch noodig. — Zou het plan om naar Verdun te marcheeren dus nog wel bij hem hebben vastgestaan? — De keizer had Metz verlaten; de keizer controleerde den maarschalk dus niet meer, en mogelijk heeft deze wel heel andere plannen gevormd, toen hij van die controle op zijn handelingen was ontslagem Ook is 't denkbaar, dat Bazaine zijn vijand gelegenheid heeft willen geven hem nogmaals aan te vallen; dat hij gehoopt heeft hem dan door overmachtig vuur uit zijn zoo geduchte stelling zóóveel verliezen toe te brengen, dat de ander niet meer tot krachtigen wederstand in staat was, waarna hij dan door een met al zijn krachten op één oogenblik ondernomen tegenaanval de Pruisen half vernietigen en zichzelf zoodoende den weg naar Chalons openen kon.

Hoe het zij, den 18en stond Bazaine met zijn leger van nog circa i 30000 man in de genoemde stelling en wachtte op een villa bij Plappe-ville den loop der dingen vrij kalm af.

Om de nu volgende gebeurtenissen beter met de gedachten te kunnen volgen, zal een kleine beschrijving van t terrein hier zeker niet onge-wenscht zijn. — Ten westen van den hoogen rug, waarop de geduchte forten St. Quentin en Plappeville zijn gelegen, door een diep dal met zeer steile wanden van dezen rug gescheiden, daarbij zoo goed als geheel met haar flauwe glooiingen naar het westen gekeerd, ligt de rij van lage heuvels, welke door de Fransche troepen in eerste linie waren bezet. Op die lage heuvels zelf en ook nog iets meer westelijk lagen de pachthoeven le Point du Jour, de herberg St. Hubert, Moscou, Leipzig, La Folie, Montigny la Grange en het reeds genoemde dorp Amanvillers. Meer noordelijk nog lag op een vrij hoogen top St. Privat. — Westelijk van die flauw glooiende heuvels vond men het diepe dal van de Mance, een breede beek, die ontspringt in het bois de la Cusse. Voor de stelling was die beek met haar veelal steile wanden van groot belang, daar ze behalve bij Verneville en bij St. Hubert geen ontwikkeling van groote troepenmassa's toeliet. Verneville lag ongeveer midden vóór de

— 130 —

ocr page 139

positie tusschen het bois de la Cusse en het hots des Genivaux. Langs de herberg St. Hubert voerde de straatweg van Metz naar Mars-la-Tour; vrij steil afloopende, passeerde hij het da! van de Mance over een steenen brug. Oostwaarts van de hoeve lag le Point du Jour aan een scherpe bocht van den weg, die kronkelend den berg afvoerde naar Metz. — Het plateau van Rozerieulles, ten zuidoosten van le Point du Jour en hieraan grenzende, heeft een omtrek van circa 5000 pas en is ongeveer zoo groot als het plateau van Verneville. Staande bij Gra-velotte, kan men de dichtbegroeide randen van de Mance en den boven deze uitstekenden heuvelrug duidelijk zien.

Naar deze stelling had het Fransche leger zich reeds in den vroegen

morgen van den I7en begeven. Tusschen 't dorp Rozerieulles en le Point du Jour stond het 2e korps met detachementen bij St. Hubert en in 't voorgelegen bois des Genivaux, dus ook aan de westzijde der Mance. De brigade Lapasset, aan het korps toegevoegd, had het dorpje Ste. Ruffine ten zuiden van Rozerieulles bezet. De cavalerie-divisie de Forton stond achter dezen vleugel. De garde had haar plaats ten oosten van het fort St, Quentin. Het 3e korps (Leboeuf) nam het centrum in; met den linkervleugel leunde het aan le Point du Jour en aan Moscou, aan de noordzijde van den straatweg Metz-Gravelotte; de rechtervleugel had de pachthoeve la Folie tot steunpunt. Moscou, Leipzig en la Folie, drie zeer sterk tot verdediging ingerichte boerderijen, lagen midden voor het front der positie.

— 131 --

ocr page 140

Het 4e korps (Ladmirault) sloot niet onmiddellijk aan bij het 3e. Het had naar Champenois, een pachthoeve ten noorden van Verneville een detachement vooruitgeschoven en had bij Montigny la Grange zijn linker-, bij Amanvillers zijn rechtervleugel. lt; , ■ j ,

Verneville lag dus tegenover die opengebleven ruimte, met het oois ae La Cnsse tegenover het 4« korps. Op den rechtervleugel eindelijk had het 6e korps (Canrobert) zijn positie met de rechterflank bij Roncourt; de linkervleugel strekte zich uit nog tot ten zuiden van St. Privat. Hier bevond zich het sterkste punt van de gansche stelling. Evenals de Mance voor den linkervleugel, liep hier de Orne voor het front langs en verzwaarde den opmarsch van troepen uit het westen. Dicht achter deze beek lagen Ste. Marie aux Chènes, St. Ail en Habonville. Het eerste, een mooi dorpje was goed bezet en dekte den straatweg Metz-Auboue. De pachthoeve Jeruzalem bij St. Privat vormde een tweede voorgelegen, sterk punt. Het 94e regiment bezette later op den dag Ste. Mane aux Chènes. St. Privat met zijn honderd massieve huizen en zijn zware veldsteenmuren rondom de akkers en tuinen geleek wel wat op een

Eenmaal besloten zich voorloopig tot de verdediging te bepalen, had Bazaine geen betere stelling kunnen kiezen. Door zijn artillerie, zijn mitrailleuses en zijn chassepotvuur kon hij een ontzettende vuuruitwerking verkriicren; door den toestand van het terrein was hij bij machte zoowel met zijn geschut als met zijn infanterie op verschillende plaatsen étao-evuur te doen afgeven. Dwars over de met hout bedekte wanden der0 Mance, uit de goed bevestigde pachthoeven en op verscheiden andere punten kon hij, drie hoog, ditzelfde vuur doen afgeven uit tirailleurloop-trraven. Voor den aanvaller, die een grootendeels open, flauw glooiend terrein moest passeeren, voordat er voor hem ook zelfs maar de mogelijkheid ontstond den verdediger aan te grijpen, kon de uitwerking van

al dat vuur met vernietiging gelijkstaan.

Reeds vroeg in den morgen van den 17en het Bazaine met het versterken van de stelling beginnen. Deze had een lengte van circa tien

kilometer. , , t .

Evenals het groote hoofdkwartier in t onzekere omtrent de juiste

plaats, waar de tegenpartij zich toen bevond, deed de generaal von Steinmetz in den morgen van den 17equot; in de richting van Rozeneulles een verkenning doen. Hierdoor bleek, dat er in de nabijheid van Grave-lotte een tentenkamp stond, dat de pachthoeven St. Hubert en le 1 oint du Tour sterk waren bezet, dat het fort St. Quentin met een groot aantal vuurmonden werd bewapend, zoomede dat het plateau van Re/on-ville door de tegenpartij was ontruimd, terwijl er door deze ook aanstalten werden gemaakt de hoogvlakte ten zuiden van Gravelotte te

De troepen, die van het aanbreken van den dag afin rendez-vousstelling

— 132 —

ocr page 141

den gang van zaken hadden afgewacht, d. w. z. met het geweer bij

den voet gereed hadden gestaan om een nieuwen aanval des vijands het

hoofd te bieden, kregen thans verlof aan den inwendigen mensch te

denken. Op den i j011 zelf aanvallen lag niet in de bedoeling van het

quot;Toote hoofdkwartier. Die dasr moest veeleer besteed worden om de ö ö

troepen bijeen te brengen en voor de munitieaanvulling te zorgen.

Um twee uur gaf de koning de bevelen uit voor den 18en.

» Het IIe leger treedt morgenochtend om 5 uur aan en trekt in alge-meenen zin tusschen Ville-sur-Yron en Rezonville met échelons voorwaarts. Bij deze beweging sluit zich het 8e korps rechts aan. Het 7e zorgt voorloopig, dat deze marsch van de zijde van Metz niet wordt gestoord. Nadere bevelen zijn afhankelijk van de handelingen des vijands. Alle rapporten voorloopig te zenden naar de hoogte ten zuiden van Flavigny.quot;

Hierdoor ontving generaal von Steinmetz dus het bevel over den rechtervleugel, het 7e en 8e korps, prins Frederik Karei over het centrum en den linkervleugel.

Dewijl de prins reeds den 17e[1 een hernieuwd treffen had verwacht, was de kroonprins van Saksen met zijn korps, het 12e, op dringend verzoek van den prins reeds dien nacht om half drie van Pont-a-Mousson op marsch gegaan. Zoodoende kwam het den \yeD reeds tegen half drie bij Mars-la-Tour en betrok hier bivaks naast het 9e en het 3e korps.

NTog vermoeiender was de tocht van de garde. — Deze had reeds een paar groote marschdagen achter den rug, toen haar den 17en 's morgens om 3 uur namens prins Frederik Karei werd bevolen weder op weg te gaan. Met haar treinen en ambulance legde het korps in negen en een half uur in zeer bergachtig terrein niettemin ruim 33 kilometer afstand af. Links van de Saksers, tusschen Mars-la-Tour en Hannonville, kwam het op bivak.

Toen de koning den 17en 's avonds in zijn kwartier was teruggekeerd, ontving hij bericht, dat het 2e korps onder generaal von Fransecky reeds tegen den middag te Vont-a-Mousson was gekomen. Deze ijzeren mannen, allen Pommeren, hadden in zes dagen 124 kilometer afstand zonder rustdag afgelegd. De drommen, die hun waren voorafgegaan, hadden den aanwezigen mondvoorraad uitgeput; in de korte rustpauzen, terwijl de drukkende hitte mensch en dier kwelde, de tong smachtte naar een koelen dronk en de maag luide om voedsel riep, hadden de brave «kerelsquot; menigmaal slechts half genoeg water en eten gekregen ; staande of liggende, hadden zij het beetje voedsel, dat zij in den broodzak mededroegen, opgegeten, en nauwelijks hadden zij deze hoogst sobere verkwikking genoten, of het Voorwaarts! had weder geklonken, en alles was toch weder opgeruimd verder gemarcheerd, tot Pont-a-Mousson was bereikt.

Hier monsterde Fransecky zijn troepen.

In weerwil van den zwaar vermoeienden marsch waren de troepen

— 133 —

ocr page 142

frisch, opgewekt en van begeerte brandende om den vijand onder de oogen te zien.

Te l'ont-a-Mousson had de generaal het bevel gevonden, om den IS611 des morgens om vier uur op te breken, naar Buxières te marcheeren en hier te koken. Dit bevel maakte hem ongerust. Dat het op zijn laatst den 18el1 tot een treffen zou komen, voelde hij; dat het IIe leger dus reeds in 't vroege morgenuur verder marcheeren en dat zijn korps dus achterblijven zou, hinderde hem geducht. Van Pont-a-Mousson naar Buxières was 30 kilometer; zijn mannen waren nog frisch en haakten naar den strijd. Mocht hij dus een paar uur vroeger, bijvoorbeeld om twee uur, afmarcheeren, dan zou hij nog juist bij tijds ter plaatse kunnen zijn. Hij vroeg en verkreeg van den koning verlof vroeger op marsch te gaan.

Reeds te middernacht bewoog zich een lange, donkere colonne uit de kantonnementen naar Pont-a-Mousson. Deze colonne, de 4e divisie van het 2e korps, moest vooraf reeds zeven kilometer marcheeren om op de verzamelplaats te komen.

Een zware weg was 't, welke het korps nu moest volgen, een hoogst bezwaarlijke marsch was 't ook, dat smalle pad langs, met hier en daar een klein dal er tusschen in. Toch stond het korps met de spitsen der 3e divisie om tien uur bij Buxières. Om elf uur volgde de 4e divisie. » Water 1 Water !quot; riepen allen. De zon stak ontzettend. De bronnen werden letterlijk belegerd. Het kleinste plasje regenwater werd begeerig opgeslurpt ; doch overal in 't ronde was verder geen droppel water meer te vinden, want reeds vele duizenden hadden hier een dronk gezocht. De 4e divisie maakte hier, zoo goed en zoo kwaad als 't ging, het eten gereed, doch de 3e marcheerde verder. Zij had zelfs den tijd niet zich een weinig te verkwikken. Erger nog dan de honger folterde de dorst; toch snelden de Pommeren weder voort. Vooruit waren de kameraden; mogelijk hadden ze hulp noodig.

Voor zulke taaie, volhardende, onvermoeide troepen moet zelfs een leek, een anti-militairist, eerbied gevoelen.

De opmarsch van het IIe leger had den iS611 plaats, overeenkomstig de bevelen, welke prins Frederik Karei dien morgen reeds om 5 uur op 't slagveld van den 16en had gegeven. De Saksers zouden aanrukken op Jarny, dus in de richting van den straatweg van Metz naar Conflans. Dit was noodig, wilde men de Franschen, als zij naar Verdun mochten trekken, nog inhalen. Had de vijand ergens stelling genomen, dan was dit bovendien de marschrichting om diens rechtervleugel te omvatten. — Wat de vijand deed of voornemens was, wist het hoofdkwartier nog niet. Alleen was door cavaleriepatrouilles bekend geworden, dat ten oosten van Gravelotte groote massa's troepen stonden en dat Moscou en Leipzig waren bezet. Bovendien hingen er groote stofwolken boven den weg naar Conflans, terwijl eveneens een sterke afdeeling scheen te rukken naar Verneville.

— 134 —

ocr page 143

Terwijl de garde van Mars-la-Tour op marsch ging, vertoonden zich de veldpredikers te paard bij de troepen. Een ieder gevoelde, dat er groote gebeurtenissen op til waren, dat de eerstvolgende uren waarschijnlijk tot een bloedige beslissing zouden voeren. Hoewel al die mannen verlangend uitzagen naar den strijd, teekende hun houding toch diepen ernst. Menig oog keek op naar de geestelijken, die, luide sprekende in opwekkende taal, tusschen de bataljons reden. Wie niet luisterde, was bezig in allerijl een briefje te krabbelen; anderen tastten half werktuiglijk naar het blikken plaatje, dat ieder Pruisisch soldaat, die te velde gaat, ontvangt, een plaatje met een doorloopend nommer en met de aanwijzing der compagnie. ')

Op verkenning gereden patrouilles brachten thans de tijding, dat er verderop naar 't noorden niets van den vijand was te zien. De marsch in deze richting werd dus voortgezet dwars over het nog altijd met lijken en overblijfselen van den slag van den i6en bezaaide terrein. Bij en naast de gevallen Franschen lagen képi's, ransels, geweren, stukken van wapens en doode paarden verward door elkander. — Doncourt werd bereikt. Hier werd halt gemaakt en gerust. De manschappen haalden water uit het dorp. Wel was er nog geen vijand te zien. toch lag er over de [e divisie der garde een niet te miskennen gedruktheid.

Om 6 uur was het 9e korps (von Manstein) afgemarcheerd, de richting nemende op St. Marcel. Evenals de andere korpsen rukte men ook hier niet in de marschcolonne voorwaarts, maar waren de divisiën dicht opgesloten.

Om half negen werd bij Caulreferme de straatweg Metz-Conflans bereikt. Geen vijand was te zien; het voorgelegen Verneville was onbezet bevonden, en op een tamelijk goed beschaduwde plek grond in een laagte begon de troep reeds het eten te bereiden, toen het commando » Voorwaarts !quot; weder klonk.

Ongeveer op hetzelfde uur kwam het 12e korps bij Jarny, het 3e bij Vionville, maakte het ioe zich bij Tronville gereed tot den afmarsch, verzamelde het 7e korps zich zuidwaarts van Gravelotte en het 8e bij Rezonville.

De koning had het rapport ontvangen, dat de vijand zijn stellingen op het plateau van Rozerieulles had bezet en dat hij ook in 't bosch van Genivaux troepen had vooruitgeschoven. Dit rapport, in verband gebracht met het ongehinderde voortrukken der Saksers naar den straatweg Metz-Conflans, verschafte de zekerheid, dat Bazaine niet was afgemarcheerd doch positie had genomen op de hoogten ten westen van Metz.

Naar aanleiding van dien werden om half eif nieuwe orders gegeven.

Door onvolledige berichten in den waan verkeerende, dat 's vijands

Deze plaatjes dienen om bij 't opzoeken der dooden de identiteit vast te stellen.

-

— 135 —

ocr page 144

rechtervleugel stond bij Amanvillers, ontving het 9e korps, tot rechtervleugelkorps der eerste linie van het IIe leger aangewezen, den last van Verneville uit des vijands stelling voorloopig alleen met artillerie aan te grijpen; het 7° en 8e korps van het Ie leger zouden rechts daarneven aansluiten. Het 12e en het gardekorps zouden doormarcheeren naar Batilly, om óf des vijands rechtervleugel te omvatten óf hem bij Ste. Marie aux Chênes aan te vallen, als hij naar het noorden mocht willen uitwijken.

Weldra echter bleek, dat de vijandelijke rechtervleugel zich nog veel verder noordwaarts uitstrekte, zelfs tot en met St. Privat, en dat ook te, Marie aux Chcnes vol troepen was.

In de aanvankelijk gegeven bevelen moest dus opnieuw een wijziging worden gebracht. Zoo werd nu ook aan het 8e en het 7e korps last gegeven om het gevecht voorloopig alleen met artillerie in te leiden. Want, eenmaal bekend, dat des vijands rechtervleugel bij en zelfs voorbij St. Privat stond, dat het vijandelijke front dus veel grooter uitgestrektheid had dan men aanvankelijk had ondersteld, moest, met het 7e korps van het Ie leger tot spil, eerst door al de aanwezige korpsen een reusachtige zwenking naar rechts worden gemaakt, voordat er sprake wezen kon van overgaan tot den aanval. Uren zouden verloopen, voordat die zwenking was volbracht, en voordat de geheele macht der Duitschers naar den vijand had front gemaakt.

In dien tusschentijd, — om 1 2 uur, — was bij het ge korps tegenover Montigny la Grange het gevecht niettemin reeds ontbrand. De generaal von Manstein had het met zijn korps-artillerie en met de batterijen zijner i8e divisie op den heuvelrand ten noordoosten van Verneville geopend, nog voordat er infanterie in de nabijheid was, om de stukken te dekken.

Dadelijk nam het 4e korps (Ladmirault) den kamp aan, en binnen weinige minuten stond tegenover Verneville een krachtige artilleriemassa, waarbij zelfs eenige batterijen van het 3e korps zich aansloten, in 't vuur. De infanterie der divisie de Cissey naderde uit de richting van Amanvillers het bots de la Cnsse ten noorden van Verneville ; de divisie Grenier rukte op tegen Champenois. Zoo werd het bois des Genivnux ook dadelijk door troepen van het 3e korps bezet. Vooral de linkervleugel der artillerie van von Manstein, die het dichtste bij den vijand en ook het meeste blootgesteld stond, leed zoodoende, ook door het vuur der batterijen bij St. Privat, — Canrobert had hier 74 vuurmonden; — al zeer spoedig zware verliezen. De afstand van daar tot aan de voorste Pransche infan-terieliniën bedroeg slechts 1OOO pas.

Om de artillerie hulp te bieden en te ontlasten, zond de 18e divisie nu in allerijl eenige bataljons naar het bois de la Cnsse en naar 1'Envie, een voorgelegen pachthoeve. Een gevolg hiervan was, dat ook het infan-teriegevecht op dit gedeelte van het terrein hevig werd en weldra ontbrand was over de geheele strook grond van Chantrenne over l'Envie

— 136 —

ocr page 145

naar het óozs de la Cusse. — Omstreeks twee uur werd de linkervleugel dezer Duitsche artillerie, die nog altijd slecht door infanterie werd gedekt, door een batterij mitrailleuses zóó werkzaam beschoten, tevens deed een bataljon Fransche infanterie, dat ongezien had kunnen naderen, een zóó heftigen aanval, dat een batterij vier stukken verloor en dat twee van deze in Fransche handen bleven en eerst bij de overgave van Metz werden teruggegeven. De ontzettende verliezen van de artillerie van het 9e korps waren oorzaak, dat een deel er van een tijdlang het vuur moest staken.

Hoewel dit volstrekt niet strookte met de plannen van prins Frederik Karei en van het groote hoofdkwartier, lag het onder deze omstandigheden, bij de kranige houding der artillerie, die in weerwil harer ongehoorde verliezen, geen pas week, lag het, zeggen wij, voor de hand, dat voortdurend meer infanterie moest worden aangevoerd om het gevecht te kunnen volhouden, zoodat dus na eenigen tijd de gansche 18e divisie in 't vuur was gebracht.

Aan afbreken van 't gevecht viel hier niet eens meer te denken. Om echter nog te handelen in den geest van het veel te laat ontvangen bevel om den kamp voorloopig alleen met artillerie te voeren, liet von Manstein de groot-hertogelijke Hessische divisie, de zusterdivisie dus van de 18e, ten noorden van het bois de la Cusse een rendez-vousstelling innemen, en vijf batterijen, door de voorhoede gedekt, in stelling komen bij Habonville, vooral met het doel de Fransche batterijen bij St. Privat en Amanvillers de handen vol te geven en haar vuur af te leiden van de reeds zoo geducht geteisterde andere stukken.

Om en bij deze werd het gevecht echter ten laatste zóó heftig, zulk een hagel van chassepotkogels kletterde voortdurend op de vooruitgeschoven compagnieën neèr, dat verreweg het grootste gedeelte der vuurmonden met de infanteriebedekking ten slotte moest wijken en een schuilplaats zoeken in 't hout.

Dewijl het gevecht bij Habonville onderwijl ook voortdurend heftiger werd en meer troepen eischte, kan gezegd worden, dat om drie uur, op enkele bataljons na, het gansche 9e korps in een levendig gevecht was gewikkeld. Omstreeks dit zelfde uur was het 3e korps, — het overschot der helden van Vionville, — bij Verneville opgemarcheerd en had zes batterijen terstond in stelling doen komen, enkel en alleen om het zwaarbeproefde ge korps eenigszins lucht te geven.

Staande op de hoogte bij Habonville, had prins Frederik Karei den ongunstigen loop van het gevecht bij het ge korps vol aandacht gadegeslagen en, nu hem de gansche uitgestrektheid der Fransche stelling vrij nauwkeurig bekend was geworden, bevel gegeven, — om 2 uur, — dat het gardekorps St. Privat aangrijpen, maar tegenover deze stelling aanvankelijk eveneens slechts met artillerie optreden zou, tot de Saksers, die eerst Ste. Marie aux Chênes zouden nemen, hun omtrekkende beweging

137 -

ocr page 146

op den rechtervleugel der tegenpartij hadden volvoerd. Uren nog zouden hiermede gemoeid zijn. Vóór zessen kon de druk der Saksers op 's vijands rechtervleugel zich stellig niet doen gevoelen. — levens kreeg een brigade van de garde last de zwaar geteisterde Hessen van het ge korps steun te verleenen.

Ingevolge de ontvangen bevelen had de generaal-majoor prins von Hohenlohe-lngelfingen, commandant van de artillerie der garde, nu weldra tusschen Habonville en St. Ail 54 stukken in batterij gebracht. Onder de bescherming van dit vuur begonnen de bataljons der garde daarop hun verdere bewegingen, echter niet zonder dat ze nu reeds verliezen leden, want van Amanvillers suisden de granaten hun reeds over 't hoofd. Hoewel de afstand, waarop de Fransche infanterie vuurde, meer dan 1200 pas was, vielen er reeds verscheiden gewonden bij de garde-jagers, die door een kloof bij St. Ail tegelijk met Saksische bataljons op Ste. Marie aux Chênes losgingen.

De krachtige artilleriestelling der garde bij Habonville, weldra door nog 36 stukken, drie rijdende en drie veldbatterijen, tot 90 vuurmonden aangegroeid, deed haar werking op de Fransche artillerie bij St. Privat weldra gevoelen. Het vuur van die zijde scheen zwakker te worden, en terwijl de 2e divisie der garde haar gevechtsveld al meer en meer naderde, kon de voorhoede van de ie zich gereedmaken tot den aanval op Ste. Marie aux Chènes. Zoodra prins Frederik Karei, die aan de spits reed van de 2e garde-divisie, bij deze troepen verscheen, werd hiertoe last gegeven.

Om half drie reeds had de prins het volgende rapport ontvangen: » Het 12e korps (de Saksers) rukt met de 24e divisie op tegen het dorp Ste. Marie aux Chênes. Met de 2 3e divisie wordt over Coinville en het tusschen deze plaats en Roncourt gelegen boschje de rechtervleugel der Franschen omgetrokken. — Albert, kroonprins van Saksen.quot;

Dat het Saksische korps den rechtervleugel der Franschen aanvallen zou, was derhalve te verwachten. Maar — zooals wij reeds zeiden, — uren zouden nog moeten verloopen, voordat deze omtrekking kon zijn geschied. De af te leggen afstand bedroeg ongeveer vijftien kilometer. Generaal von Pape, commandant der ie garde-divisie had intusschen het bevel gegeven: » De voorhoede zal Ste. Marie aux Chènes nemen.quot;

Gedekt door het vuur van enkele batterijen, die den sterk bezetten dorpsrand onder vuur namen, ontwikkelden zich de tirailleurliniën, door gesloten afdeelingen gevolgd. Het terrein was vrijwel overul open.

Nauwelijks zagen de Franschen, het 94e regiment, in het dorp deze voorbereidingsmaatregelen, of zij openden weder op grooten afstand het vuur; maar zij schoten te wild en waren niet koelbloedig genoeg om rustig hun scliot af te geven. In weerwil van het ontzettende vuur, waren de verliezen bij den aanvaller dus betrekkelijk gering. Met hun hoofdofficieren voor 't meerendeel aan de spits, met den kolonel der fuse-

ocr page 147

Hers von Erckert te paard op den linkervleugel zijner tirailleurs, stormden de Pruisen en de Saksers dan gezamenlijk met zooveel geweld het dorp binnen en wierpen den vijand met zulk een vaart terug, dat enkele compagnieën in eens zelfs de andere zijde van het dorp bereikten en ook hier het terrein schoonveegden.

Aan den oostelijken uitgang van het dorp, aan de zijde van St. Privat, was het succes lang niet zoo groot. Daar had de ioe compagnie der garde-fuseliers het zelfs zeer hard te verantwoorden. Wel week de vijand ook hier, doch hij verdedigde hardnekkig iederen voet gronds en gaf bij eiken sprong achterwaarts een salvo af, dat de compagnie een gezamenlijk verlies van zeventig man berokkende. Tevens ontstond een gevecht in de huizen. Hier was 't blanke wapen weder aan het woord. Schreeuwen, schieten, gillen, 't klonk alles wild door elkander. — Eindelijk was het dorp tóch genomen — half vier; —, maar voorloopig bleef het bij dit succes, want het terrein tusschen het dorp en St. Privat was nog vol Franschen. Telkens naderden tirailleurliniën tot op 600 of 700 meter den oostelijken uitgang van het dorp, gaven hier salvo's af en liepen dan weder terug. Daarbij was de toestand der troepen in 't dorp zelf zeer kritiek, want door het gevecht waren de compagnieën geducht uit en door elkander geraakt, en ieder oogenblik kon een tegenaanval plaats hebben om het dorp te hernemen. — Tot een geregelden, goed ingeleiden aanval scheen het bij de Franschen echter niet te kunnen komen; kanon en geweer bleven wel voortdurend in heftige werking, maar tot een stoot werd niet meer overgegaan. De garde-artillerie, moet gezegd worden, deed trouwens ook haar uiterste best om zulk een beweging te doen mislukken; ze had hierbij volop de gelegenheid op te merken, dat geen Fransche afdeeling, in gesloten of in opgeloste orde, twee treffers achter elkander vermocht te weerstaan. Dan spatte de troep uiteen en zette 't op een loopen.

Het dorp Ste. Marie was dus wel genomen, doch in de richting van St. Privat kon door de garde voorloopig geen pas worden gedaan. Alleen gelukte het aan de Saksers, die langs den noordwestelijken uitgang van het dorp het open terrein aldaar hadden bereikt, met enkele batterijen in stelling te komen en het vuur te openen tegen Fransche batterijen ten noorden van St. Privat. Een aanval des vijands, uit de richting van St. Ail tegen Ste. Marie ondernomen om het dorp te hernemen, werd met salvovuur afgewezen. Het ie bataljon garde-fuseliers onder majoor Feld-mann, die het commando over het regiment had aanvaard, nadat de kranige kolonel ven Erckert even te voren door het hoofd was geschoten, werd met hoera ontvangen, nadat het zich van Habonville dwars door het granaat- en het geweervuur naar Ste. Marie een weg had gebaand, en nu? — Nu begonnen de Saksers, op eigen gezag en alleen door hun geestdrift geleid, zich aan de noordwestzijde van het dorp in de richting van Auboué en Roncourt te bewegen. Hun groote verliezen

— 139 —

ocr page 148

hier waren intusschen oorzaak, dat ze voorloopig naar Ste. Marie teruggingen.

Zoodra dit dorp was genomen, was de artillerie der garde vooruitgegaan naar een nieuwe stelling en was van hier, in vereeniging met de Saksische batterijen bij dit dorp zelf, begonnen St. Privat en Jeruzalem zóó krachtig en met zóóveel uitwerking onder vuur te nemen, dat het grootste gedeelte van de daar geplaatste Fransche batterijen weldra zweeg.

Zooals wij reeds zeiden, had Canrobert bij St. Privat 74 vuurmonden in batterij gebracht. Van zijn troepen stonden de divisie Villiers en de brigade Pèchot in de lijn Roncourt-St. Privat. In dit dorp zelf en in de stellingen ten zuiden er van bevonden zich de divisie Levassor Sorval, een regiment der divisie Brissot en een brigade der divisie Tixier.

De rechtervleugel van het 4e korps kon eveneens tot de verdediging van dit zoo hoogst gewichtige punt medewerken.

De helft der 2e garde-divisie, — één brigade was immers ter beschikking gebleven van het ge korps; —- was Ste. Marie intusschen ook meer genaderd en bevond zich bij St. Ail, terwijl de gansche ie divisie tegen vijf uur om en in en bij Ste. Marie was samengebracht. — De artillerie der garde bij St. Ail had nu den aanval op St. Privat wel reeds ingeleid, doch nog lang niet voldoende voorbereid, om thans reeds met infanterie tegen die geduchte stelling te kunnen opgaan. Bovendien was er van de omvattende beweging der Saksers nog niets te bespeuren, want, aangezien de linkervleugel der 2 3e Saksische brigade tusschen Auboué en Roncourt ook nog op vijand was gestooten, en laatstgenoemd dorp tevens sterk scheen bezet, had de kroonprins Albert van Saksen bevel gegeven nog verder noordwaarts om te trekken, ten einde zeker te zijn, dat de voorgenomen omvatting werkelijk dezen naam verdiende.

Na vijf uur ontstond in 't infanteriegevecht bij het garde- en het ge korps een pauze. De artillerie zette den strijd langzaam voort. Het 3e korps had zich in dien tijd naar Verneville, het ioe in de richting van Batilly in beweging gesteld. Beide te zamen vormden ze de reserve achter het centrum en den linkervleugel der Duitschers.

i

— 140 —

ocr page 149

Xlir H O O F D S T U K.

IN DE MIDDAGUREN.

't Is gewenscht, dat wij thans nagaan wat in die zelfde tijdruimte, van twaalf tot vijf uur, op den rechtervleugel, dus bij het 7e en 8e korps,, was gebeurd.

Hier had volgens de ontvangen bevelen de commandant van het Ie leger, generaal von Steinmetz, zijn korpsen zoolang in hun stellingen doen blijven, tot omstreeks kwart over twaalven het voortdurend heviger dreunen van het kanon bij Verneville hem in de ooren klonk.

Toen deed de generaal von Göben door zijn [ 5e divisie Gravelotte bezetten, en achtte de legercommandant het noodzakelijk ook door zijn artillerie een woord te doen medespreken.

Door de geopende liniën van de infanterie joegen de batterijen dus naar de hoogten ten noorden van Gravelotte, om circa 800 pas ten westen van den weg naar Malmaison in positie te komen. Reeds op marsch daarheen werden de batterijen heftig onder handen genomen door een lange linie van vuurmonden, welke achter den kam der heuvels bij Roze-rieulles stonden. Die vuurmonden hadden veel uitwerking. De strijd had hier nog niet gewoed; de Franschen ontwikkelden nieuwe, nog niet door zware vermoeienissen geschokte krachten. — Tevens begon het uit St. Hubert en le Point du Jour geweer- en mitrailleusekogels te hagelen. De paarden der bespanningen vielen, en van de bedieningsmanschappen werden velen gekwetst, maar hierin was spoedig voorzien. De aangewezen positie werd bereikt, en weldra bliksemde ook van hier het vuur der stukken, sloegen de granaten in St. Hubert, en werden ook Moscou en le Point du Jour onder schot genomen. Zoo koelbloedig en bedaard, alsof de batterijen stonden op het exercitieveld, werden de eerste schoten geobserveerd en gecritiseerd. Ze »zatenquot; goed; dus volgde er » Voortgezet vuur.quot; — Weldra stonden de voorgelegen pachthoeven in brand. Fransche

ocr page 150

batterijen, die wilden oprijden, werden terstond zóó heftig en met zóóveel succes beschoten, dat zij verdwenen.

Maar het bois de Genivaux was bezet door vier bataljons Franschen, die den linkervleugel der batterijen met hun kogels overstelpten. Dit nu konden de voorste afdeelingen der I5e divisie niet dulden; uit eigen beweging gingen zij in gevecht; andere bataljons volgden. In den stormpas drong alles het hout in, en zóó heftig werd die eerste aanval doorgezet, dat het geheele zuidelijke gedeelte van het bosch reeds in den eersten aanloop in Duitsche handen kwam. De jagers van het 8e korps zonden, van den eenen boom naar den anderen sluipende, hun wisse schoten in de vijandelijke drommen; hier in dit dicht met slooten en kreupelhout bedekte boschterrein vond de dood weldra een rijken oogst. Van weerszijden hoopten de verliezen zich spoedig op.

Verder voortdringen was voorloopig niet mogelijk. Verhakkingen, dicht met. tirailleurs bezette slooten, tot op manshoogte tegen de boomen gespijkerde, zware latten stremden de beweging, en van achter die dekkingen vuurde de vijand niet alleen, maar deed telkens met kleine en groote massa's uitvallen. In de struiken ontstond een woest gevecht. De Pruisen hadden 't daar meer dan hard te verantwoorden, want de P ranschen weken geen voet doch grepen telkens nóg krachtiger aan en ontvingen voortdurend versterking.

Nu en dan mocht het schijnen, alsof die van zoo nabij besprongen bataljons der I5e divisie zich met geweld lucht wilden verschaffen, alsof zelfs het ademhalen in dat met rook en damp overvulde houtgewas hun niet meer mogelijk was. Dan brak midden in den hoog opbruischenden, overal in 't ronde woedenden kamp een dichte zwerm Pruisische tirailleurs uit het hout, kwam op de vlakte aan gene zijde en wilde zich met doodsverachting op den vijand storten; maar een hagelbui van kogels uit St. Hubert en Moscou joeg ze ook telkens even snel in het hout terug. Zoomin hier als ginds bij Gravelotte zou de aanvaller vooreerst één enkelen voet grond winnen.

Ook de artillerie van het 7e korps was in dien tusschentijd in gevecht gekomen. De I4e divisie stond aanvankelijk op den weg van Ars naar Gravelotte in 't Moezeldal, doch hier had het dreunen van 't kanon eveneens een ieder in beweging doen komen. Ten zuiden van den straatweg Metz-Gravelotte reden al zeer spoedig drie batterijen op, begonnen de artillerie bij Rozerieulles onder vuur te nemen en dwongen haar front te maken naar dezen nieuwen vijand. Hierdoor kregen de afgematte bataljons van de 15e divisie wat lucht; ze konden adem scheppen en zich, zoo goed en zoo kwaad als dit ging, verzamelen. Eenmaal zoover, ging het weder vooruit, weder het bosch binnen, dat door den verdediger met dezelfde taaiheid en hardnekkigheid van daareven werd vastgehouden.

Omstreeks twee uur was in het gevecht op den linkervleugel der Fran-

— 142

ocr page 151

schen een pauze gekomen. In hun voortreffelijke stellinrren stonden de verdedigers als een muur; ze vielen doch weken niet. Feitelijk voerde daar tot nu toe alleen de artillerie het gevecht. Van de infanterie streed slechts één divisie, de I5e.

Hoe stond het nu bij de zoo jammerlijk toegetakelde artillerie van het 9e korps? — Vijftien vuurmonden waren buiten gevecht gesteld; de kogels der mitrailleuses hadden de bedieningsmanschappen weggeschoten, maar deze waren vervangen ; in de slooten van den boschrand lagen de trouwe, ellendig gewonde paarden der bespanningen bij tientallen te stuiptrekken en te zieltogen, en met onwrikbare kracht zette de vijand het vuur voort. Bij de batterijen begon gebrek aan munitie te komen; de voorwagens waren totaal ledig; de caissons hadden haar ganschen voorraad projectielen uitgeput; tevens scheen de vijand iets hiervan te bespeuren, want met dichte zwermen drong hij tegen Verne-ville op; ook over de weilanden van St. Privat en uit den hollen weg vóór Amanvillers naderden dichte liniën tirailleurs.

Er móest hulp komen. — Daar waren de Hessische jagers reeds van het ie bataljon! Hoeral — Door het ie bataljon van het 2e regiment gevolgd, kwamen zij ijlings door het bois de la Cusse bij de plaats der zwaar bedreigde artillerie. Een moorddadig snelvuur, door het meer links staande 2e jagerbataljon krachtig ondersteund, wierp den vijand tot driemaal toe terug. Het 2e jagerbataljon verbruikte in dit heete gevecht zoo goed als al zijn patronen.

Intusschen was de artillerie, hoewel spaarzaam, weder van munitie voorzien. Het vuur werd dus weder geopend. Van deze hulp maakte het ie bataljon van het 2e Hessische regiment gebruik om de hoeve Cham-penois aan te vallen. Heftig was die aanval, hardnekkig de verdediging. Uit de huizen, uit de slooten, van achter de heggen vielen de schoten bij honderden. Een tijdlang stond het gevecht. Eindelijk gelukte het een poortdeur open te rammeien; op de binnenplaats begon een verwoed handgemeen, waarbij bajonet en kolf weder gruwelijk huishielden. Ten slotte werden de verdedigers uit hun positie geslagen; door het vuur uit de zündnadels geducht achtervolgd, vluchtten zij over 't vlakke veld naar hun reserves.

De hoeve Champenois was en bleef nu in de handen der Hessen ; ze dekte den rechtervleugel der artilleriestelling van het 9e korps, welke tegelijkertijd door batterijen van het 3e korps werd verlengd, zoodat hier omstreeks vier uur 109 vuurmonden in batterij stonden.

Vatten wij in een paar woorden samen hoe omstreeks vijf uur bij het 9e korps de toestand was, dan had dit toen ongeveer tegenover zich het gansche 4e en de helft van het 3« korps benevens batterijen van het 6e korps, in 't geheel 49 bataljons met 140 stukken. — Chantrenne met het zuidelijke deel van het bois des Genivaux, l'Envie, Champenois, het bois de la Cnssc en de tusschen deze punten gelegen terreinen

— 143 —

ocr page 152

waren in 't bezit der Duitschers ; maar deze vielen op dit deel van het slagveld niet meer aan; ze bewaarden een afwachtende houdi ng, tot de linkervleugelkorpsen van het IIe leger, met name de Saksers en de garde, meer handelend optraden. Reeds te veel had het 9e korps geleden; de krachten der nog beschikbare bataljons moesten voorloopig gespaard blijven. De dag was nog lang niet ten einde.

Bij het 8e korps stond de I5e divisie nog altijd in het bois des Genivaux. Geweer, bajonet, sabel en kolf waren hier om beurten aan het woord. Op het eene punt hadden de Pruisen, op het andere de hran-schen veld gewonnen ; aan beide zijden waren de verliezen groot. De onvermoeide, onverzettelijke volharding der Pruisen, die telkens en telkens weder aanvielen, was eindelijk toch oorzaak, dat de tegenpartij begon te wijken. De jagers voorop, naast hen tirailleurs van het 67e regiment, stormden de aanvallers over 't open terrein in oostelijke richting vooruit. Daar lag St. Hubert. Dat moest genomen 1 — Het dal van de Mance dus door, aan de andere zijde tegen den steilen rotswand opge-

— 144 —

ocr page 153

klauterd. Nu zijn de dappere mannen op den rand van 't plateau 1

Een overweldigend snelvuur ontvangt hen. Maar de trom roffelt, en met hoera gaat het voorwaarts. De rand van de hoogvlakte wordt veroverd; — in ren gaat het over het open terrein, er valle wie valt 1 'I ot op tweehonderd pas komen kleine afdeelingen van de jagers de goed gesloten en goed versterkte pachthoeve nabij; hier slaat hun een zoo ontzettend massavuur tegen, dat er aan standhouden daar geen denken zelfs is. Onder verliezen, welke bijna grenzen aan vernietiging, loopen de aanvallers terug naar de Mance-kloof, om hier adem te scheppen en onder het vijandelijke vuur geduldig versterking af te wachten. Eindelijk naderen de fusiliers van het 6oe regiment. Bijna op 't zelfde oogenblik springen al de tirailleurs weder op; de meesten bereiken de hofstede. Nog altoos vuurt de vijand hevig, — maar als ten slotte een der groote poortdeuren is opengerammeid, blijkt het nest ledig. Met achterlating van veertig niet gewonde gevangenen heeft de tegenpartij, een bataljon, den laatsten storm niet afgewacht, maar is dwars door de tuinen — weggeloopen.

Dadelijk wordt de hofstede ingericht tot verdediging. Van vier verschillende regimenten zijn hier afdeelingen bijeen, zooals een alle verband, alle eenheid vernietigend gevecht in zulk terrein de mannen heeft samengebracht. Weldra staan er zeventien compagnieën ter verdediging van dit gewichtige punt weder tot het gevecht gereed.

Pogingen door andere gedeelten der i 5e divisie gedaan, om de hoogten van Moscou en le Point du Jour te naderen, leden schipbreuk op het ontzettende vuur, dat telkens weder begon, zoodra een Pruisisch bataljon zich op de vlakte dorst vertoonen. Van half vier af ontstond hier dus een staand vuurgevecht. Geen voet grond werd gewonnen. Het gros der officieren was gewond of gedood. De krachten der Oost-Pruisen waren letterlijk uitgeput.

Op hezelfde tijdstip, dus ongeveer terwijl de garde en de Saksers Ste. Marie aux Chênes bestormden, trad op den linkervleugel der Franschen, en ook bij de Duitschers er tegenover, een soort van pauze in. Men had zich kunnen verbeelden, dat beide partijen even uitblazen, even rusten, even op adem komen wilden. Plotseling zweeg zelfs het geschutvuur. Na het heftige gedonder, dat zonder ophouden al zooveel uren alles had doen dreunen, veroorzaakte deze stilte een benauwend gevoel.

De generaal von Steinmetz bevond zich juist op den straatweg naar Gravelotte. Zooals wij weten, stond hier de gansche artillerie van het 7e en van het 8e korps reeds uren in batterij en had volgens de verklaring der Franschen zeiven een ontzettende uitwerking gehad. In het geheel hadden hier 192 vuurmonden samen in gevecht gestaan.

Die plotselinge stilte bij de tegenpartij nu bevreemdde den generaal. — St. Hubert was genomen. Op het plateau ten zuiden van die hoeve waren reeds verscheiden bataljons van het 7e korps vooruitgedrongen; bij de hoofdreserves van den verdediger werden, zoo meende de gene-

10

— 145 —

ocr page 154

raai, evenals in zijn voorste linie duidelijk teekenen van afmatting en uitputting zichtbaar; — dan kon een met volle kracht ondernomen aanval tegen zijn front en linkerflank zeer wel een groot succes hebben.

Naar aanleiding van deze overweging deed von Steinmetz door generaal von Sperling,' zijn chef van den staf, het mondelinge bevel geven, gt; dat de cavalerie-divisie von Hartmann, die stónd achter den linkervleugel der artillerie, over het défilé ten oosten van Gravelotte zou rukken om bij de hand te zijn.quot; — Tegelijkertijd zou de gansche korpsartillerie van het 7e korps ditzelfde défilé passeeren. Voornamelijk op den linkervleugel des vijands scheen thans sterk gedrukt te moeten worden. Het 7e korps moest dus ook met volle kracht op de sterke stelling van le Point du Jour aanrukken.

Om de I5e divisie, die het bij St. Hubert en in 't bois des Genivaux nog steeds zwaar had te verantwoorden, wat lucht te geven, had generaal von Goben intusschen aan de 3ie brigade bevel doen toekomen over de kloof te gaan en op het plateau in de richting van Moscou voort te dringen. Dus rukte het öp6 regiment ten noorden van het défilé, het 29e in dit laatste zelf vooruit en was omstreeks vier uur met de spitsen er midden in.

Naar den westelijken ingang van het défilé, waarin het 29e regiment juist was verdwenen, kwamen nu schier op één en hetzelfde oogenblik uit het zuiden de batterijen van het 7e, uit het westen de rijdende batterijen van het 8e korps benevens de 2o escadrons van von Hartmann opzetten. Ook het 9e en het I5e regiment huzaren snelden uit hun rendez-vousstelling ten westen van Gravelotte naar het smalle défilé om het plateau aan gene zijde eveneens te bereiken en een lauwer te plukken, »want de vijand hield daar immers geen stand meer!quot; — Dit meende de generaal von Steinmetz ten minste.

Om zijn batterijen bij haar opmarsch door eigen troepen eenige dekking te verschaffen, had de generaal von Zastrow, zooals wij weten, commandant van het 7e korps, een brigade doen plaats nemen op den oostelijken rand van de Mance-kloof. Van deze zijde passeerden juist twee bataljons van het 39e de kloof, toen reeds batterijen van het 7e korps het défilé bereikten, 't Waren er vier; generaal Zimmermann, de commandant der artillerie van het 7e korps, reed aan 't hoofd. Maar nu volgde dadelijk de cavalerie en vulde met haar twintig escadrons ge-ruimen tijd den smallen straatweg, die hoog boven het bed der Mance een smal défilé vormt.

De generaal von Sperling gaf den generaal von Hartmann inlichtingen omtrent den »ondersteldenquot; toestand. Op den »feitelijkenquot; geleek deze intusschen niet het minste, want — wel waren de voorste liniën der Franschen vernield en teruggedreven, maar achter uitstekende dekkingen stonden nog volkomen slagvaardige massa's in menigte gereed. Tegenover deze kon cavalerie niets, niets ter wereld uitrichten.

— 146 —

ocr page 155

Artillerie, cavalerie en infanterie waren thans bont dooreen in 't lange défilé opeengedrongen. Nog had de vijand betrekkelijk weinig teekenen van leven gegeven. Daar werd het in alle stellingen bij hem eensklaps levendig! Een nieuwe hagel van kogels overstelpte het kale plateau en sloeg ook neer in 't défilé; doch vastberaden joegen de drie voorste batterijen er doorheen, jakkerden het bergvlak op, kwamen onder groote verliezen in batterij en openden terstond het vuur. — En nu de cavalerie?

Onder de bundels mitrailleuse- en chassepotkogels zakten in 't défilé zelf ruiters en paarden in elkander. Weldra was die smalle, door een ontredderden vuurmond nog enger geworden toegang zoo goed als totaal door de lijken van mannen en paarden verstopt. Om den ernst van den toestand nog te vergrooten, joeg de dol geworden bespanning van een voorwagen ook nog de engte in. Toch gelukte het aan de energie van het 4e regiment ulanen, dat aan 't hoofd was, den oostelijken uitgang van 't plateau te bereiken en op te marcheeren. Een doel voor een aanval bestond hier echter niet. Onder het overweldigende massavuur werden de verliezen thans met iedere seconde grooter. Geen cavalerie kon 't daar uithouden in dien oven; ze móést terug. De Franschen beschoten haar in den rug. Een massa paarden sloegen op hol en brachten schrik en verwarring onder de talrijke voertuigen, die op den straatweg met munitie en andere benoodigdheden gereed stonden. Toch werd de orde betrekkelijk spoedig hersteld ; de cavalerie reed terug naar een punt, ten noordwesten van Gravelotte en was hier ondanks haar groote verliezen weldra weder in orde geschaard.

Bij de drie batterijen op de hoogte bij St. Hubert werden de verliezen intusschen weldra zeer groot. Ten gevolge van de talrijke verwondingen bij de paarden gingen op één oogenblik van de batterij Humann vier bespannen voorwagens naar 't défilé door. Van dezelfde batterij stonden weldra nog maar vier man benevens de beide luitenants overeind; de rest was gewond of dood. Twee vuurmonden werden met de nog overgebleven voorwagens achteruitgebracht, de andere volgden eerst zeer laat in den avond. Paarden waren er niet meer.

Ook de rijdende batterij van den kapitein Hasse leed terstond zware verliezen. Op 900 pas werd een dicht met tirailleurs bezette holle weg, op 1 100 pas werden Moscou, de tirailleurloopgraven en de mitrailleuses rechts en links er van met zeer veel succes beschoten. — Een generaal deed den eveneens gewonden batterijcommandant bevelen terug te gaan, maar dit was al niet meer mogelijk. Bovendien verklaarde de kapitein Hasse liever te willen sterven -dan te wijken zonder bepaalde noodzakelijkheid.

Het vuur werd dus voortgezet. Weldra kon nog maar één enkele vuurmond met vier man worden bediend; de bedieningsmanschappen der vijf andere waren óf dood óf gewond. Al de munitie der batterijen was eindelijk verschoten. Meer was er voor het oogenblik niet voorhanden.

— 147 —

ocr page 156

Weder kwam het bevel tot teruggaan. Drie paarden waren in allerijl van achteren aangevoerd; zij werden voor de stukken gespannen, en nu ging het terug door het défilé. De voorwagens als een zeef doorschoten ; de stukrijders te voet; de stukken met twee en vier paarden bespannen en met de zwaar gewonden beladen, zóó bewoog die batterij zich langzaam en in stap achteruit. Voortdurend leed ze ook nu nog verliezen; plotseling had een der stukken nog maar één paard. Zwaar met gewonden bepakt, moest het blijven staan, tot er weder hulp naderde. Met een donderend hoera werd de kranige batterij bij Gravelotte ontvangen.

Ook de laatste batterij, die van kapitein Gnügge, had het terstond zeer hard te verantwoorden gehad. Ook hier werden de verliezen weldra enorm. Binnen weinige minuten lagen ook bij deze een groot aantal paarden en mannen dood of gekwetst op den steenachtigen grond. Gelukkig stonden de stukken achter den lagen tuinmuur van St. Hubert eenigermate tegen het vuur uit Moscou gedekt, maar hun rechterflank lag open. Toch nam de kapitein Gnügge koelbloedig den strijd op. Afdeelingen van het 39e, 2ge en 6ge regiment trachtten wel den rechtervleugel te dekken, maar bij tientallen werden de mannen als weggemaaid door 't geweldige vuur. Toch hielden de 39ers stand en behoedden de batterij, die Moscou in brand schoot en Fransche batterijen belette i;i stelling te komen, tegen volkomen vernietiging.

Ten koste van zware verliezen had de generaal von Steinmetz thans de overtuiging opgedaan, dat de Franschen alleen even hadden gerust, dat zij aan teruggaan nog zelfs niet dachten. Als 't ware om zich over die verliezen te wreken, was de lange, geduchte Duitsche artillerielinie ten westen van de Mance-kloof het vuur terstond heftiger dan ooit wede begonnen. Zulk een vernietigenden granaathagel slingerde ze naar de vijandelijke stellingen, zóó bliksemsnel volgden de projectielen elkander op, in zulke massa's vlogen de scherven in 't rond, dat geen enkele Fransche afdeeling zich waagde op de ruimte, welke door dit vuur werd bestreken. Op die wijze, al werd er geen direct voordeel behaald, werd aan de tegenpartij toch belet uit haar stellingen naar voren te komen en van de verwarring, welke bij den aanvaller op het plateau was ontstaan, gebruik te maken.

Niet minder verderfelijk werkten de Duitsche granaten tegen de door de Franschen nog altijd even taai als hardnekkig verdedigde pachthoeven vóór het front. De artillerie schoot deze thans in brand, en weldra omhulden dichte rookwolken de in die ruimte geposteerde soldaten, schoten vlammentongen en een regen van vonken hoog de lucht in, en ontrolde zich een zwaar nevelgordijn tusschen de strijdende afdeelingen, dat belette voor een deel elkanders bewegingen waar te nemen.

't Is vijf uur door. Bij het Ie leger treedt wederom een gevechtspauze in. De troepen scheppen even adem; ook de Franschen nemen weder meer

—-148 —

ocr page 157

een afwachtende houding aan. Het granaatvuur heeft ze geducht geschokt.

Eerst na zessen wordt het in de richting van le Point du Jour weder levendig. Wederom naderen groote massa's Pruisen het plateau van Roze-rieulles; 't zijn troepen van het 7e korps. Ter hoogte van St. Hubert nemen ze stelling. Wat is 't geval? — Koning Wilhelm is omstreeks dien tijd met zijn staf bij Gravelotte gekomen en is van meening, dat, aangezien de avond nadert, er thans op den rechtervleugel een beslissing moet vallen.

Diensvolgens krijgt, met uitzondering van vijf bataljons als reserve, al de infanterie van het 7e korps last nogmaals over de Mance-kloof tot den aanval op te rukken. Al de overige in gevecht staande afdee-lingen moeten hierbij aansluiten. — Voorwaarts gaat het dus nogmaals met Marsch, marsch ! Hoera! en slaande trom.

Een overweldigend vuur begroet de troepen. Uit elke loopgraaf, van achter iederen heuvelrug, uit elke dekking slaan de chassepotkogels de Pruisen tegen. Tevens ontwikkelen zich ginds boven, langs den straatweg en uit het kreupelhout er vóór, geduchte infanteriemassa's. 't Zijn de reserves van Frossard en Leboeuf. Tot nog toe waren ze gedekt opgesteld; nu de beslissing nadert, komen ook zij in 't gevecht. Het vuur, dat zij afgeven, is zóó geweldig, dat de kogels zelfs de standplaats van ven Steinmetz bereiken.

Ook tegen St. Hubert en de boschjes ten zuiden er van dringen sterke Fransche tirailleurzwermen vooruit. De zwakke, door het langdurige gevecht uitgeputte voorste liniën van het 7e korps beginnen te wijken, hoe langer hoe meer. De hier en daar op het vrije veld genestelde afdeelingen, die voor het meerendeel al hun officieren hebben verloren, loopen mede terug; en dit teruggaan van al die vormlooze slaghoopen ontaardt weldra in een wilde vlucht, die zelfs de batterij Gniigge een korte poos voor een deel niedesleurt, die tot ver achter de Duitsche liniën, in den rug der in gevecht staande armee haar panische werking doet gelden, die onder de geleiders der honderden voertuigen een schromelijke verwarring te weeg brengt. — Doch de Franschen zien de grootte van hun succes op dat punt blijkbaar niet in ; zij zetten den aanval niet door, zij houden haltl De zoo krachtig aangezette tegenaanval gaat niet tot aan den rand van 't plateau. De liniën deinzen weder af. Voor de Pruisen nadert tegelijkertijd hulp, zeker niet vóór den tijd. — Vier bataljons der 32« brigade rukken aan; de 25e brigade snelt van uit het zuiden naar den rand van de kloof. Andere troependeelen, die zich niet door de paniek lieten medesleepen, sluiten zich aan; door de artillerie gesteund, nestelen deze afdeelingen zich eindelijk dicht tegenover de sterke stellingen der tegenpartij en houden hier in weerwil van de heftigste tegenaanvallen kloekmoedig stand. Aan nog verder voort-dringen op dien ganschen vleugel valt echter niet te denken, 't Is daar in één woord onmogelijk. —- • Er is te veel lood in de lucht.quot;

— 149 —

ocr page 158

Alleen aan den voet van 't plateau, bij Jussy, is reeds lang te voren eenig succes verkregen. Daar is de 26e brigade om half vier opgerukt. De hoogten van Rozerieulles, het dorp Ste. Ruffine en de wijnbergen tusschen Jussy en Vaux waren door de Fransche brigade Lapasset dicht bezet geweest. Vaux werd thans onbezet gevonden. Jussy, dat wel bezet was, werd onder hevig vuur der verdedigers met de bajonet genomen. In de straten en huizen ontstond een verwoed handgemeen, waaraan ook de inwoners deel namen. Bajonet en kolf hielden verschrikkelijk huis, en moordgeschreeuw en gegil om hulp klonken uit boven het geweervuur.

Sterke Fransche afdeelingen hadden zich intusschen geworpen in de wijnbergen, in de onmiddellijke nabijheid van het dorp. Toen de Pruisen uit Jussy te voorschijn kwamen, ontvingen zij een zóó heftig vuur in de flank, dat aan vooruitdringen niet eens meer viel te denken. Tevens begon het fort St. Quentin zijne geweldige granaten naar de brigade te slingeren. Jussy bleef dus wel in handen van de Duitschers, maar hierbij bepaalde zich ook het succes. Terrein winnen naar voren was verder volslagen ondoenlijk; het werd hier een staand vuurgevecht, waaraan ook nog een batterij deelnam.

in Jussy staande, beschermde de brigade den rechtervleugel der Duitschers, belette groote tegenaanvallen der Franschen en bleef voor deze verder een dreigend opgeheven zwaard.

Willen wij nu een eenigszins nauwkeurig beeld geven van den toestand tegen half zes, dan moeten wij beginnen te zeggen, dat er met uitzondering van enkele punten, die in handen der Duitschers waren gekomen, door deze betrekkelijk nog weinig voordeel was behaald.

Onwrikbaar als een muur stond Canrobert nog altijd met het 6e korps tusschen Roncourt en St. Privat, op den rechtervleugel der stelling. Het 4e korps, ten gevolge van zijn zware verliezen door de divisie Lorencez versterkt, hield de hoogten bij Amanvillers en Montigny nog altijd in zijn bezit. Ook de linkervleugel wist nog van geen wijken, al waren ook hier de verliezen groot. De reserve was nog bijna intact, en wat het 2e korps (Frossard) op den linkervleugel betreft, dit had de gansche divisie Hastoul nog grootendeels achter zich, zooals het 3e korps ook nog de volle beschikking had over de divisie Metman. De Franschen hadden dus nog geen enkel punt van hun hoofdstelling verloren, en hun generaals hadden niet geheel ongelijk, toen zij begonnen te denken, dat de zegepraal dien dag aan hen zou ten deel vallen.

Hoe stond het bij de tegenpartij ?

Op den rechtervleugel was in den bloedigen kamp door haar nog zoo goed als geen enkel voordeel van aanbelang behaald; alleen had de artillerie, evenals in de vroegere gevechten, ook hier weder haar meerderheid bewezen. De verbitterde, verwoede worsteling der infanterie was^ hoe langer hoe meer overgegaan in een staand vuurgevecht. Alleen bij Jussy was terrein gewonnen.

- 150

ocr page 159

In het centrum had het 9e korps, dat zoo ontzettend veel had geleden, de 3e garde-brigade ter ondersteuning ontvangen ; hier was onder groote verliezen langzaam een weinig terrein gewonnen.

Op den linkervleugel hadden de Saksers en de garde Ste. Marie aux Chênes genomen. De storm op St. Privat was wel reeds ingeleid, maar de omtrekking door de Saksers was nog niet ver genoeg gevorderd. Hiervoor was, zooals wij weten, de te doorloopen afstand te groot.

De koning stond, door zijn staf omgeven, midden tusschen de troepen bij Gravelotte. — Eazaine daarentegen stond zeer ver van zijn troepen op de hoogte van Plappeville; zelfs bevond hij zich een tijdlang op het fort St. Ouentin. Als reden voor zijn plaatsnemen zoover achterwaarts heeft hij later opgegeven, dat hij zich daar vlak bij een telegraafstation bevond, dat in gemeenschap stond met een observatiepost op den toren van Metz. De keuze van die standplaats was zeer ongelukkig. Ongeveer in 't midden der slaglinie, bij Leipzig bij voorbeeld, had zijn standplaats moeten zijn. 't Geen op den linkervleugel plaats greep, zag hij nu zelf; 't geen op den rechter- geschiedde, moest hem thans worden overgebracht door een observatiepost, die door middel van een verrekijker St. Privat zoowat kon zien. Deze zoo ongelukkig gekozen plaats was thans oorzaak, dat een garde-voltigeurbrigade van de reserve reeds in den middag ter ondersteuning van het 3e korps naar St. Chatel rukte, waar ze niet noodig was, dat batterijen uit de legerreserve naar den linkervleugel worden gezonden, toen Jussy werd aangegrepen, en eindelijk dat de rechtervleugel, die circa elf kilometer van de reserve stond verwijderd, óf geen of veel te laat hulp ontving, terwijl deze juist daar dringend noodig was geweest, om de beslissing in 't voordeel der Franschen te doen uitvallen. De Fransche garde-regimenten deden den i 8en Augustus zoo goed als niets. Vroegtijdig genoeg naar den rechtervleugel gebracht, hadden zij daar de overwinning kunnen schenken.

»Les extremes se toucJientquot; zou men hier bijna mogen zeggen. Bij Vionville waagde de maarschalk zich zoover vooruit, dat hij als een gewoon soldaat tot zelfverdediging van leer moest trekken en bijna werd gevangen genomen; bij Gravelotte daarentegen bleef hij zoover achteruit, dat hij letterlijk onbereikbaar was en op den gang van zaken slechts uit de verte invloed kon uitoefenen.

De Franschen begonnen zich met het vooruitzicht op de zegepraal dus reeds te vleien, en redenen hiervoor hadden zij te over, toen er binnen betrekkelijk korten tijd in den stand van zaken een groote verandering kwam.

■Bquot;

Bij het 9e korps, dat den ganschen dag door reeds zooveel had geleden, was de kamp eveneens langzamerhand overgegaan in een vuurgevecht. Na een duurbetaalde doch mislukte poging om zich meester te maken van den vóór langs het front heenloopenden spoorwegdam, hadden

— isy —

i

ocr page 160

de Hessische jagers en het 2e regiment, zoo goed en zoo kwaad als dit ging, dekking moeten zoeken in het bijna geheel open terrein vóór de stelling der Franschen.

Daar verschijnen omstreeks half zes de zeven bataljons van de 3e garde-brigade. Een dreunend hoera begroet die zoo welkome versterking. Alles springt op 1 Alles wat nog adem en patronen heeft, loopt mede voorwaarts. Het slot is, dat de verliezen ook nu weder groot zijn, doch dat er in de richting van Amanvillers thans een breede strook terrein wordt gewonnen, waardoor de artillerie nu ook dichter bij de tegenpartij stelling kan nemen.

— 152 —

ocr page 161

XI Ve H O O F D S T U K.

NA VIJF UUR BIJ ST. PRIVAT.

Omstreeks vij'f uur was de maarschalk Canrobert, terwijl hij' zich op den uitersten rechtervleugel bij Roncourt bevond, tot de ontdekking gekomen, dat groote vijandelijke massa's uit de richting van Auboué naderden, en dat deze, nog voordat cavalerie ze naar behooren had kunnen verkennen, Roncourt heftig met artillerie begonnen te beschieten, 't Waren troepen van het i 2e korps, van de Saksers ; 't was de 2 3e divisie. Zooals wij reeds weten, had de kroonprins van Saksen van een recht-streekschen aanval op het geduchte St. Privat voorloopig afgezien en was, door zijn artillerie gedekt en steunende op het door de garde en zijn eigen troepen bezette Ste. Marie aux Chènes, in een wijden boog om 's vijands rechterflank heengemarcheerd.

De garde had het dreunen van het geschut ginds in de verte bij Roncourt terstond gehoord. De vierde garde-brigade was tot St. Ail genaderd. De artillerie onder generaal von Hohenlohe, had, zooals reeds gemeld werd, onafgebroken krachtig gewerkt. De andere garde-bataljons lagen al sinds vier uur bij Ste. Marie op het commando Voorwaarts te wachten. — Ginds bij St. Ail was een geduchte artilleriemassa tegen St. Privat in stelling gekomen; vuurmonden van het 9e, garde- en 12e korps waren 't. Ze slingerden, in échelons vooruitgaande, bedaard als op het cxercitieterrein hun granaten onder den vijand. Veertien batterijen van de garde waren begonnen St. Privat zelf eindelijk ook onder schot te nemen. Het vuur des vijands was hier oogenschijnlijk reeds verzwakt; het doofde ten slotte geheel uit. Op de hoogten ginds in de verte waren groote troepenverplaatsingen in de richting van St, Privat duidelijk zichtbaar. De vijand scheen Roncourt te verlaten; tegenover Amanvillers scheen de 3e garde-brigade Knappe von Knappstadt in vereeniging met de Hessen bij haar aanval nog niet goed op gang

— '53 —

ocr page 162

te kunnen komen. Dan zou een aanval op St. 1'rivat, den sleutel der stelling, wel de beslissing brengen.

Als de klok kwart over vijven wijst, hebben de garden het bevel tot den aanval ontvangen. De drie brigades stellen zich in beweging.

Ten oosten van Ste. Marie aux Chènes, in de richting van St. Privat, rijst het volkomen open terrein aanvankelijk schier onmerkbaar, een weinig verder, — circa 700 meter van het dorp, — eensklaps echter tamelijk sterk op. St. l'rivat zelf verheft zich op een hoogte, welke het omliggende terrein beheerscht; evenals de meeste groote Fransche dorpen heeft het meestal massieve, steenen, door muren omgeven huizen. Deze muren, van talrijke schietgaten voorzien, vormden bastions, waarboven de zware hoogere gebouwen als citadellen uitstaken. Aan de zijde der Pruisen bood het glooiende terrein geen andere dekking dan het aardappelloof, dat de akkers bedekte. — Tegenover de stelling der Duitsche artillerie lag een rij bijzonder zware gebouwen. De zes voet hooge, uitstekend ter verdediging ingerichte muren van het kerkhof op den rand der hoogte vormden op zich zelf reeds een geduchte positie. De straatweg van Metz naar Auboue liep langs dit kerkhof heen en had aan weerskanten boomen. De massieve, statige dorpskerk lag op 't kerkhof een weinig hooger. Over een geheel open, effen, letterlijk naakte glooiing van circa 2000 meter lengte moest de garde dus oprukken tegen zulk een ontzettende stelling!

Met verbazingwekkende kalmte en met een orde, welke op het exercitieterrein niet beter verlangd had kunnen worden, ontwikkelden de regimenten Keizer Frans en Koningin Augusta (4e brigade, generaal Berger) zich bij Habonville tot den aanval. De te garde-divisie (generaal von Pape) kwam links van de 4e brigade een kwartier later tot ontwikkeling. Ze had de voorhoede — een regiment — voorloopig als bezetting in Ste. Marie achtergelaten.

Aan beide zijden van den straatweg avanceerden de garden, voorop de ie brigade, met het ie en 3e regiment benevens de pioniercompagnie in eerste linie, 600 pas daarachter het 2e regiment. De voorste brigaden vormden twee slagliniën met dichte tirailleurzwermen voorop. Het aanvalsfront was slechts 2000 pas breed, zoodat op eiken pas circa tien man kwamen, een veel te dichte formatie dus, waarop de tegenpartij met zijn vèr dragend geweer van achter zijn massieve dekkingen op dit open en bloot liggend terrrein een prachtig schot had.

In de eerste gevechtslinie viel van de voorste troepen des vijands op het met damp en stof bedekte veld slechts weinig te zien. Alleen verder achteruit waren sterke colonnes duidelijk zichtbaar. De in en om het dorp staande talrijke Fransche compagnieën waren slechts op enkele punten ten deele waarneembaar door de roode képi's, welke boven de tirailleurloopgraven en de dekking gevende muren uitstaken.

Nauwelijks hadden de aanvallers de onmiddellijke omgeving van St. Ail

— 154 —

ocr page 163

en Ste. Marie verlaten, of een moorddadig snelvuur, een ware lood- en ijzerhagel sloeg hen tegen. Nu reeds bleek terstond, dat de korpscommandant, prins August van Wurtemberg, een groote misrekening had begaan, toen hij onderstelde, dat deze stormloop door de eigen artillerie voldoende was voorbereid. Zelfs de vijandelijke vuurmonden waren niet eens tot zwijgen gebracht, en de infanterie: — Deze was volkomen strijdvaardig en ongeschokt.

In dat zware, uitermate bestrijkende vuur rukt de garde voort, ai de hoofd- en opperofficieren met hun adjudanten te paard naast en voor hun afdeelingen, met roffelende trom en ontrolde vaandels. — Weldra echter worden aan de meeste officieren de paarden onder het lijf doodgeschoten ; reeds ziet men in de soutiens en in de voorste tirailleurlinien gaten vallen. Reeds wentelen de gekwetsten zich bij tientallen in hun bloed.

Met elke schrede neemt het vuur des vijands in hevigheid toe. Wel tracht de garde-artillerie haar infanterie te steunen, maar de Franschen hebben het getal hunner vuurmonden nog vermeerderd en antwoorden met volle kracht. Toch dringen de grenadiers vooruit. De weg wordt met gevallenen als bezaaid. Zelfs in de achterste pelotons slaan de kogels. Onophoudelijk rolt het salvovuur. St. Privat is in een rookwolk gehuld ; alleen de spits van den toren is nog zichtbaar; alleen door het licht der schoten is de stelling des vijands waar te nemen. De mitrailleuses ratelen mede in 't oorverdoovende geweld. Het donderen van 't geschut overstemt elk commando; alleen het signaal der hoornblazers geeft nog de noodige aanwijzingen. —■ Nog altijd is de afstand voor den zündnadel veel te groot. Nog altoos moet er worden vooruitgegaan, aldoor vooruit zonder een schot te doen. — «Voorwaarts! Voorwaarts!quot; schreeuwen de garden elkander toe. Er liggen reeds vier, vijf hoofdofficieren gewond of dood op den grond. De vaandeldrager van het 3e regiment zinkt gewond neer. Dadelijk grijpt een ander de vaan. Zonder hoera, zwijgend, niet in den looppas, doch in den gewonen, met woedenden blik den onzichtbaren vijand zoekende, rukken de heldenscharen voort. Geen oogenblik wordt de orde verstoord. De gaten, door de gevallenen ontstaan, sluiten zich dadelijk weder, en over de kermende gewonden, over de dooden, door de bloedplassen stappen de overblijvenden. Bij de 4e brigade is thans nog maar één hoofdofficier niet gewond; ook bij de ie, de noordelijkste, nemen de verliezen schrikwekkend toe. Doch altijd maar vooruit, vooruit, dichter naar den vijand toe! Dan is de beslissing weldra gevallen, zoo is aller gedachte

Nog enkele minuten, en het prachtige regiment Keizer Frans is half vernietigd. De overblijfselen kunnen niet verder vooruit; met moeite schuiven zij eenigermate bijeen, waar zij staan.

Meer zuidwaarts is het regiment Koningin Augusta tot den heuvelrug ten zuiden der vijandelijke positie doorgedrongen. Hier wijkt de

— 155 —

ocr page 164

vijand in de richting van St. Privat. Wel jagen twee garde-batterijen met doodsverachting vooruit om de voorste linie steun te geven, doch zij mogen van geluk spreken, dat zii eenigermate kunnen medehelpen om het eenmaal veroverde terrein te behouden! Verder naar voren komen is volslagen onmogelijk.

Moewei ook het 2e garde-regiment in de voorste linie is gebracht, stokt de aanval ook eindelijk bij de ie brigade.

Plotseling klinkt het signaal: Halt! — Halt in dit vuur, halt in dezen kogelregen, halt in 't vrije veld tegenover dit op een vesting gelijkende dorp, dat de vijand zoo heldhaftig verdedigt? — Ja, want 't moet! Om en bij de 6000 man liggen na de eerste tien minuten dood of gewond op 't veld. De aanval móet worden gestaakt. Wel hooren allen het geweervuur der Saksers ginds bij Roncourt, maar voordat de druk van deze troepen sterk genoeg werken zal op den verdediger, moet van een verderen stormloop op St. Privat worden afgezien. De infanterie móet in het vuur des vijands halt houden ; met het geweer bij den voet moet ze den dood bedaard in 't aangezicht zien. Eerst zal de artillerie nog haar werk moeten doen.

Dit doet ze dan ook met onwrikbaren heldenmoed. In 't chassepot-vuur jaagt ze naar voren, overstelpt St. Privat met granaten, trekt het vuur des vijands op zich en beantwoordt dit met volle kracht. Reeds zwijgen de vuurmonden des vijands ten deele. Uit Jeruzalem en St. Privat stijgen reusachtige vlammentongen ten hemel. Maar welk een positie is 't daar in 't open veld!

In dit ontzettende oogenblik, als er halt wordt geblazen, wedijveren bij de infanterie de officieren om hun soldaten een voorbeeld te geven. Maar de verliezen nemen nog aldoor toe. Van het ie bataljon zijn thans al de officieren gevallen.

Ziet! Er komt eenige afwisseling. Cavalerie wil die verspreide, gruwelijk gedunde slaghoopen aanvallen. Het vuur uit den zündnadel jaagt ze terug. Het parool is wachten, volhouden in 't geduchte vuur.

Intusschen heeft de kroonprins van Saksen zich na een kortstondig gevecht van Roncourt meester gemaakt. Maarschalk Canrobert heeft dit dorp ontruimd. Enkele Saksische bataljons hebben, van den gevaarvollen toestand der garde kennis krijgende, als trouwe wapenbroeders reeds naar St. Privat front gemaakt. Ten slotte ontwikkelt zich ook de rest van het 12C korps tegen de noordzijde van dit dorp. Aan de spits der 45e brigade rijdt de generaal von Craushaar, Hem vergezellen al de batterijen der 23e divisie en de korpsartillerie. Nu richten ook die het vuur op het dorp. Zonder ophouden knetteren daarbij de salvo's. Op drie, vier plaatsen tegelijk is brand ontstaan. Van alle kanten dringen Saksers en garden thans naderbij. Geschreeuw, gekraak van schoten, tromgeroffel, hoorngeschal, commando's, alles klinkt wild door elkander.

Van alle kanten rukken de reserves aan. De garde-fuseliers komen

- 156 —

ocr page 165

van Ste. Marie. Daarachter verschijnt in dichte drommen, — 't is zeven uur reeds — de tot St. Ail genaderde 20e divisie van het ioe korps als laatste reserve.

Nog eenmaal bruist het slaggewoel hoog op. Bij tientallen stormen de gekwetsten op eens uit de tirailleurlinie terug. Ijzer en lood wedijveren in 't toebrengen van de afgrijselijkste verwondingen; zelfs in de achterste gelederen der reserven slaan de kogels en scheuren groote

gaten in de compagnieën, doch zonder wankelen, onwrikbaar, avanceeren de garde-fuseliers; zij maken op dat ontzettende lijkenveld den indruk van troepen, die manoeuvreeren op het exercitieterrein.

Daar vliegt de generaal von Pape vóór 't front en houdt ze tegen. Halt moeten ze houden. Ginds vooruit, bij St. Privat, schijnt de aanval nogmaals tot staan te komen. Men had gehoopt, dat Canrobert het dorp zou ontruimen, maar neen! De maarschalk toont zich ook hier den roep, welke van zijn dapperheid uitgaat, waardig. Het dorp staat rondom in vlammen; zonder ophouden slingeren de vuurmonden der

— 157 —

ocr page 166

Duitschers hun granaten onder de verdedigers; zwaar zijn de verliezen, die ook hier worden geleden, maar de Franschen wijken geen voet ; met bajonet en kolf moet het in een bolwerk herschapen dorp hun worden ontwrongen.

Aan maarschalk Bazaine is de hoogst gevaarlijke positie van zijn rechtervleugel niet geheel ontgaan. Hij zendt reserven af ter ondersteuning, de garde-grenadierdivisie Picard voorop met de artillerie der reserve; maar die troepen, die urenlang hebben staan stampvoeten van ongeduld om deel te mogen nemen aan de worsteling, die instinctmatig hebben begrepen, dat bij St. Privat het lot van den slag zal worden beslist, die troepen komen — te laat. Elf kilometer, twee uur gaans, stonden ze van het dorp verwijderd. Ze komen te laat, veel te laat 1

Thans nadert de omvattende aanval het dorp voortdurend meer. Nog eenmaal avanceeren de batterijen der garde en der Saksers. Vuurmonden van het ioe korps schuiven zich ook reeds in de lange linie. Met donderend gedreun vallen de schoten; hoog door de lucht suizen de granaten.

Bloedrood neigt de zon ter kimme.

Vier regimenten Saksers in voorste linie, de gansche 46e brigade als reserve hierachter bij Roncourt, zóó stormen de Saksers op de noorden noord westzijde van het bergdorp aan, generaal von Craushaar vooruit. Over de slooten aan den voet der hoogte springen zij heen; nu gaat het in den looppas verder. Nog eenmaal even halt en snelvuur op de kortste afstanden, dan: »Op 1 — Voorwaarts!quot;

O^er de muren en heiningen klauterend, door de weldra geopende straten het dorp binnendringend, winnen de Saksers terrein. Met iederen voetstap vallen er mannen, want met leeuwenmoed verdedigen de Franschen het brandende dorp tot het uiterste. Van de daken, uit de vensters, van achter elke heining knallen de schoten. Met bajonet en kolf gaan de verdedigers de Saksers te lijf. Doodelijk getroffen slaat generaal von Craushaar van het paard.

Nog wordt er in 't noordelijke gedeelte van het dorp met ontzettende verbittering gestreden, als van de westzijde de schoten der Pruisen reeds knallen. Terwijl de Franschen, tot kleine slaghoopen bijeengedreven, hier om een vuurmond geschaard, ginds uit een gedekte stelling vurende op de mannen, die over de muren klauteren, zich als wanhopigen te weer stellen, zijn de Pruisen het dorp eindelijk tot op driehonderd pas genaderd. Een woedend vuurgevecht is ontstaan. Granaten, kartetsen, chassepots en mitrailleuses werken voor 't laatst om 't hardste. Voor de tweede maal scheuren zij gansche rijen der garde weg en slaan zelfs in de voertuigen op, en in de populieren langs den straatweg. »Op! — Voorwaarts!'' is ook hier weder telkens het commando.

De trommen roffelen en, de wapperende vaandels achterna, stormen de tirailleurs over den kleinen heuvel vóór den straatweg; tusschen de

ocr page 167

— 159 —

ocr page 168

populieren door dringen de bataljons. Wel is 't vuur der Franschen op het kerkhof nog ontzettend, maar de garden zijn boven. Eenmaal nog poogt cavalerie de aanvallers overhoop te rijden. Spahi's zijn 't; hun witte mantels fladderen in den kruitdamp, maar kletterend slaan de kogels van de garde in de escadrons; deze stuiven uit elkander en verdwijnen achter het brandende dorp.

Van dit oogenblik af stormt alles den heuvel op; de woede van het gevecht heeft allen aangegrepen; in één wilden aanloop werpen de garden den vijand terug uit de loopgraven en dringen met hem tegelijk het dorp binnen. De dappere, taaie, geoefende vijand verdedigt huis voor huis. Elke woning moet worden veroverd. Ginds op dien muur staan twee infanteristen; ze vuren nog naar omlaag, hoewel ze reeds van alle kanten door vijanden zijn omringd; van pardon willen ze niet weten; ze moeten worden neergeschoten. De kerk staac in brand; de deuren, de vensters, de grafgesteenten op het kerkhof, in één woord alles is verpletterd, vernield; zelfs het gebladerte van de boomen is door vuur en damp geblakerd en verkoold.

Aldoor dichter worden de drommen der het dorp binnenstroomende vijanden ; wel richt een batterij nog groote verwoestingen onder hen aan, maar reeds beginnen de Franschen te wijken. De deuren der binnen-pleintjes worden opengerammeid ; waar een gemeenschap te maken is, geschiedt dit in allerijl ; meermalen van drie kanten tegelijk besprongen, worden de verdedigers na wanhopigen weerstand neergestoken. De lijken en gewonden hoopen zich opeen; in de kamers, op de pleintjes, op het kerkhof, in de gelogkamer van de herberg, kortom overal woedt het handgemeen.

Daar knetteren van 't noorden twee, drie regelmatige salvo's. — 't Zijn de Saksers der tweede linie! Ontzettend is de uitwerking van hun vuur. Wel staat de vijand nog eenmaal pal, maar met volle kracht drukt de garde reeds van den anderen kant op dien verwilderden menschenhoop. Xog één stoot, en alles rent vurend en stekend het dorp uit, de aanvallers die bonte massa ruiters, infanteristen en voertuigen achterna. De vluchtende menschenhoop dringt den weg op naar Metz.

De garde-fuseliers en nog andere bataljons willen de vluchtelingen nazetten, maar bij de steengroeven van Jaumont staat artillerie in batterij; deze en de bezetting van het hois de Saulny en van het bots de Jaumont dekken met haar krachtig vuur den aftocht. Op den rechtervleugel is de strijd beslist.

In dien zelfden tijd ongeveer was het in het centrum aan de Hessen, ondersteund door de 3e garde-brigade, gelukt de stelling bij Aman-villers onder geduchte verliezen tot op 600 pas te naderen.

Vooral de tirailleurs van de garde en het regiment Alexander hadden hierbij ontzettende offers gebracht. Van het eerstgenoemde bataljon waren al de officieren gevallen; een piepjong vaandrig voerde het be-

— 160 —

ocr page 169

vel over het overschot der compagnieën. Ook het regiment Alexander had veel geleden. Hierbij werden enkele compagnieën reeds door onderofficieren aangevoerd.

Om 7 uur kwam het gevecht tot staan. Zelfs de steun van het regiment Koningin Elisabeth was niet in staat de aanvallers daar nog verder voorwaarts te brengen. Het vuur was tè heftig, tè vernietigend.

Een uur later echter werd het bij St. Privat behaalde succes bij den verdediger ook op dat punt voelbaar. Telkens verwoede tegenaanvallen doende om die beweging te dekken, begon het zeer gedunde 4e korps langzaam te retireeren.

Thans achtte generaal von Manstein, de commandant van het ge korps, het oogenblik gekomen om den strijd ook in 't centrum tot een beslissing te brengen. — Nog eenmaal gingen de Hessen en de garden, ondersteund door de zeer gedunde bataljons, die rechts en links neven hen hadden gestreden, met hoera en tromgeroffel tot den storm vooruit. Nog eenmaal kwam het vlak bij Amanvillers tot een bloedig gevecht, maar het dorp werd ten slotte toch genomen. In wanorde weken de Franschen op Metz terug. Ook hier hadden de Duitsche wapenen dus gezegevierd.

Lang niet zoo gunstig stonden de zaken op den rechtervleugel, bij het Ie leger.

Daar hebben wij gezien, dat na de paniek bij het 7e korps versche bataljons, door hun artillerie gesteund, zich snel aan den westrand van het plateau hadden vastgeklemd. In weerwil van 't hevige geweervuur der Franschen verloren zij hier wel geen voet grond maar wonnen er ook geen enkelen. De toestand was daar nog steeds uiterst kritiek.

De uitmuntende stelling van den vijand, die eiken aanval op 't berg-vlak van Moscou en le Point du Jour tot nog toe had afgewezen en die de met voorbeeldige hardnekkigheid strijdende troepen van het Ie leger zeer in de engte had gedreven, de naderende nacht, kortom al deze omstandigheden bijeen maakten, dat het doen van een groote, nieuwe krachtsontwikkeling, wilde men vóór den nacht nog een beslissing zoeken, voor de Duitschers gebiedend noodzakelijk werd. — Van het 2e korps (von Fransecky) had de artillerie de hoogten van Rezonville reeds bereikt; ook de voorste bataljons er van hadden die hoogten reeds betreden, maar de afstand tot Gravelotte was nog groot. De opmarsch van dat korps moest dus zooveel doenlijk versneld worden; en dit werd gevorderd van een troepenkorps, dat van den vorigen nacht één uur gchier onophoudelijk op marsch geweest was, dat bijna niets te eten gehad en ook bijna niet de minste rust genoten had!

Von Fransecky beveelt: » Al de batterijen naar voren; zoover daar nog plaats is te vinden, naast de artillerie van het ye korps. De 3e divisie oogenblikkelijk op marsch naar Gravelotte en zuidwaarts van dit dorp opgemarcheerd; de 4e volgt onmiddellijk. Als de artillerie in gevecht

11

— 161 —

ocr page 170

treedt, dekken de dragonders den vleugel.quot; — 't Is een geweldig zware opdracht voor de paarden na den achttien uur langen marsch, maar 't moet; er dreigt gevaar. Opnieuw dringen de Franschen krachtig tegen den Duitschen rechtervleugel vooruit.

Om het gansche gewicht der nu volgende gebeurtenissen op zijn juiste waarde te kunnen schatten, is 't noodig, dat wij een enkelen blik werpen op de beschikkingen van Bazaine. — In den loop van den namiddag had de maarschalk een deel van de garde naar den rechtervleugel en ook naar het centrum gezonden. Zoodoende beschikte hij hier nog altijd over aanzienlijke strijdkrachten.

Mocht een door hem met energie te ondernemen en krachtig voort te zetten tegenaanval gelukken, die uit de uitnemend gelegen, vaste posities op de hoogten tegenover Gravelotte geheel kon worden gedekt, dan bestond er groot gevaar, dat de rechtervleugel der Pruisen hier nogmaals en nog veel beslissender werd teruggeworpen dan kort te voren het geval was geweest. Een forsche maatregel, om dit gevaar af te wenden, had dus genomen moeten worden; daarom was aan het 2e korps bevel gegeven snel voorwaarts te komen en deel te nemen aan het gevecht.

Toen dit korps begon te avanceeren, begaf de koning zich op de hoogte van Gravelotte en bleef hier in weerwil van het vijandelijke vuur. Reeds kort te voren waren de voorste bataljons van Fransecky bij Rezonville langs hem heen gemarcheerd. In zijn onmiddellijke nabijheid waren doodgravers en ziekendragers hier druk aan den arbeid. — Vol angstige belangstelling volgde de grijze monarch de herhaalde, doch telkens met te geringe krachten ondernomen aanvallen der Franschen. Eenmaal werd het vuur zoo heftig, dat de plaats, waar hij stond, door de projectielen werd bereikt. Toch waagde niemand den koning te naderen met het voorstel terug te gaan om dekking te zoeken.

Daar nadert het 2e korps, voorop de jagers, dan het 54e. De ransel is afgelegd om vlugger te kunnen vooruitkomen. Reeds bij den opmarsch naar het défilé ontvangen de bataljons heftig vuur; slechts twee batterijen hebben nog plaats kunnen vinden.

Langzamer, veel langzamer dan allen wenschen, vooral dan von Moltke wenscht, naderen de troepen. Bij Rezonville heeft de 3e divisie nog moeten wachten, tot de 4e dichter was opgesloten. — Met iedere minuut klimt de onrust; zelfs de blikken der beproefde oppercommandanten teekenen diepen ernst; allen begrijpen, dat hier op dit punt alles afhangt van minuten. Wel komen er gunstige berichten in van den linkervleugel, waar de garde en de Saksers goed staan tegenover St. Privat, doch ook daar is de beslissing nog lang niet gevallen, en hier op den rechtervleugel is de toestand zeer ernstig, zeer bedenkelijk, want zonder ophouden richten de Franschen uit hun schier onneembare posities hun vuur op de doodelijk afgematte strijders, die den ganschen dag reeds gemarcheerd

— 162 —

ocr page 171

en gestreden hebben, de meesten zelfs zonder een slok water te hebben genoten.

De schaduwen van den nacht beginnen te dalen. — Zeven uur 1 Eensklaps ontstaat bij de Franschen een groote beweging; door overmachtig vuur gedekt, stormen zij in dichte drommen vooruit. Uit de struiken, uit de slooten, uit de holle wegen dagen groote infanterie-rnassa's op; ondersteund door het vuur hunner artillerie, rennen zij vooruit, tegen de stellingen op van den Pruisischen rechtervleugel. Een vernietigend geweervuur ratelt. Dezen ontzettenden druk kunnen de door den strijd, de marschen en het urenlange afmattende standhouden uitgeputte troepen niet wederstaan. Vechtend beginnen zij terug te gaan. Met een daverend: » Vive l Empereur!quot; dringen de Franschen hen na in de richting van de Mance-kloof. Het gevaar is groot. Bij de munitiecolonnes, die ver naar voren zijn gerukt, zijn schrik en ontsteltenis duidelijk zichtbaar. Eij honderden stormen eenklaps de Duitsche soldaten, van hun officieren beroofd, uitgeput, bloedend en alle leiding missende, achteruit. Een paniek dreigt. Daar slingert de artillerie haar dood en verderf brengende projectielen met doffen dreun in de drommen der aanvallers. — y Snelvuur 1quot; — Een ontzettende granaathagel slaat neêr. Het regent scherven. Diepe voren worden in de Fransche colonnes getrokken. Zij houden halt; ze wijken in wanorde terug.

Tijdens dien aanval der Franschen is de koning niet van zijn plaats geweken. Granaten slaan in zijn nabijheid in. Verscheiden paarden worden zwaar gewond. Eindelijk laat de monarch zich door von Roon bewegen die gevaarlijke plaats te verlaten. Dicht bij Gravelotte, achter een half in puin geschoten muur, zet hij zich nu neder op een plank.

Von Moltke is hem niet gevolgd; bij Malmaison is hij gebleven. De Franschen maken zich gereed tot een nieuwen aanval; bij de intredende schemering kan deze mogelijk gelukken, en nog altijd is het gros van het 2e korps niet ter plaatse. Zóó heftig wordt de anders zoo koelbloedige man door de onrust gefolterd, dat hij in galop den straatweg oprijdt, waarlangs de Pommeren moeten naderen. Iedere minuut is er hier één.

't Is half acht. Daar dondert hem een duizendwerf hoera tegen, 't Is het hoera der Pommeren, met Fransecky aan de spits. Het hoera geldt den grooten generaal, den commandant der grenadiers van Kolberg.

Als von Moitke die bataljons ziet, wordt het lichter in zijn binnenste. Het gevaar is verdwenen. Dringt de vijand thans door, dan vindt hij een macht, die hem het hoofd kan bieden. Zelf geleidt hij de voorste bataljons der 3e divisie naar den ingang van 't half verstopte défilé; een andere weg is er niet. Dan klinkt zijn luid; :• Unci jetzt, Kinder, wit Gott fiir König und Vaterlandf' en de voorste liniën verdwijnen in de kloof. — De 4e divisie' blijft voorloopig met de cavalerie in reserve, doch volgt voor een deel ook al zeer spoedig.

— 163 —

ocr page 172

Uit de reeds met de schaduwen van den nacht gevulde kloof duiken de dapperen op, de jagers vooraan, dan het 54e, vervolgens het 2e regiment, later ook regimenten van de I4e divisie, — voor allen uit, met getrokken sabel, von Fransecky.

Als de vijand dien geduchten drom nieuwe vijanden ziet, — 25 bataljons; — is hij een oogenblik ontsteld. Dan echter is hij zich zelf weer meester. Zulk een ontzettende orkaan van vuur breekt nu los, als den ganschen dag nog niet werd gehoord. Snelvuur is 't over de gansche linie. Uit de twee-, zelfs driehoog boven elkander liggende tirailleurloopgraven, uit de huizen, uit de struiken, uit de slooten knettert het vuur der chassepots en mitrailleusen. Een hel is die stelling geworden. Zelfs op den straatweg slaan de kogels in. Dicht aaneen sluiten zich de Pommeren; gelukkig voor hen schieten de Franschen veelal te hoog. Toch zijn de verliezen groot. Over de hoofden der infanterie slingeren de volkomen juist ingeschoten Duitsche vuurmonden hun granaten opnieuw in de Fransche stellingen.

In weerwil van hun gevecht van uren, sluiten enkele afdeelingen van het 8e korps zich bij de Pommeren aan, om deel te nemen aan de beslissing. — Vuurmonden der 4« divisie verschijnen in de colonnes. Overal hoort men niets dan schreeuwen, jammeren, zuchten. Op de flanken is 't een chaos van verwarring. Daar liggen zooveel honderden gekwetsten zonder hulp! — De toenemende duisternis doet de afgrijselijkheid van 't gansche tooneel nog toenemen. De hoornblazers doen over de gansche linie onophoudelijk het signaal: «Voorwaarts!quot; hooren. Daar krijgen de stormcolonnes eensklaps vuur in de linkerflank! — Is de vijand ook daar nog? Och neen; een bonte hoop Pruisen is 't, die heeft geschoten. Reeds zóó donker is 't, dat niemand meer in staat is te zeggen wie vriend is, wie vijand.

Fransecky is te paard boven allen uit zichtbaar, maar de dichte drommen houden hem omklemd; voortdurend dringen zij hem verder naar boven, dichter naar de Fransche stellingen, en van hieruit wordt nog aldoor als razend gevuurd. De vlammen verlichten dit bonte, huiveringwekkende tooneel. Er ontstaat wanorde overal, maar de generaal behoudt zijn kalmte. Wat de discipline in Pruisen is, weet hij; deze zal orde brengen.

«Hoornblazer, blaas: «Ophouden met vuren.quot; — Dit signaal mist zijn werking niet. Terstond wordt het vuren gestaakt; geen enkele man schiet meer. Vreemd genoeg verstomt ook het vuur des vijands een korte poos.

Van dit oogenblik maken de officieren gebruik; voordat er vijf minuten zijn verloopen, is de stormcolonne weder geformeerd. — Voorwaarts ! — Een luid hoera beantwoordt dit signaal, en met nieuwe kracht dringt alles weder naar boven. — Drie regimenten hebben hier reeds stelling genomen en een nieuwen aanval des vijands afgewezen. Wederom klinken

— 164 —

ocr page 173

de salvo's van twee, drie kanten tegelijk. Wederom ontstaat verwarring, wederom doet von Fransecky halt blazen — cn » Ophouden met vuren.quot; Dit middel werkt; — en dan eindelijk met den stormpas er op in!

In 't nachtelijke duister woedt de laatste kamp. Vol vertwijfeling vechten de Franschen; hun vuur verlicht den ganschen omtrek, maar de Pommeren zijn boven. Ze werpen zich nu ook op Leipzig en op Moscou, doch dit is tevergeefs. De verbitterde strijd eindigt hiermede, dat de Franschen behalve daar hun positiën ontruimen. Tegenover het brandende le Point du Jour hebben de tirailleurs zich vastgezet. Alleen in de hofsteden blijft de tegenpartij nog meester, doch tot het doen van een krachtigen tegenaanval is ze niet meer bij machte; de hoogten van Gravelotte zijn door de Pommeren genomen!

»Majesteit, de slag is ook op den rechtervleugel beslist. De Pommeren hebben de hoogten vermeesterd. De zege is ons,quot; komt von Moltke zijn vorst melden, en een donderend: »Leve de koning 1 Hoera!quot; is het antwoord. — Den volgenden morgen eerst zou blijken hoè groot die zege was

Lerst tegen tien uur kon men zeggen, dat aan den bloedigen arbeid ook op den rechtervleugel een einde was gekomen. Het dichtste bij den vijand staande, had het 2e korps den veiligheidsdienst op den rechtervleugel op zich genomen. In weerwil van al de krachtsinspanning van den afgeloopen dag, was dit korps toch dadelijk weer gereed tot het gevecht. De troepen hadden tot aan het défilé van Gravelotte met pak en zak, langs slechte, bergachtige wegen vijf en dertig kilometer afgelegd. Van eten of drinken was al dien tijd zoo goed als geen sprake geweest. — Daarna hadden de mannen drie uur in 't gevecht gestaan. Toen de slag was geëindigd, waren die krijgers negentien uren achtereen marcheerende of vechtende niet uit het gelid geweest. Wordt gevraagd : Wat kan men met zulke troepen niet doen ?

Bij het schijnsel van een bivakvuur, dat met de sporten van een ladder werd gevoed, zat de koning. Het eene einde van de plank, waarop hij gezeten was, lag op een dood paard, het andere op een bascule. Hier dicteerde hij von Bismarck zijn telegram voor de koningin.

»Bivak hij Rezonville iS Augustus p nur 's a vonds.

Het I'ransche leger in zeer sterke stelling ten westen van Jl/etz heden onder mijn leiding aangegrepen, in een kampstrijd van negen uur volkomen geslagen, het afgesneden van Parijs en op Mets teruggeworpen.

Wilhelm.quot;

Tevergeefs werd voor den grijzen monarch naar een verkwikking gezocht. Zelfs een glas wijn was voor hem niet te krijgen. Naar het met gekwetsten overvolle Gorze wilde hij niet terug; hij kon best bivak-

— 165 —

ocr page 174

Uit de reeds met de schaduwen van den nacht gevulde kloof duiken de dapperen op, de jagers vooraan, dan het 54e, vervolgens het 2e regiment, later ook regimenten van de I4e divisie, — voor allen uit, met getrokken sabel, von Fransecky.

Als de vijand dien geduchten drom nieuwe vijanden ziet, — 25 bataljons ; — is hij een oogenblik ontsteld. Dan echter is hij zich zelf weer meester. Zulk een ontzettende orkaan van vuur breekt nu los, als den ganschen dag nog niet werd gehoord. Snelvuur is 't over de gansche linie. Uit de twee-, zelfs driehoog boven elkander liggende tirailleurloopgraven, uit de huizen, uit de struiken, uit de slooten knettert het vuur der chassepots en mitrailleusen. Een hel is die stelling geworden. Zelfs op den straatweg slaan de kogels in. Dicht aaneen sluiten zich de Pommeren; gelukkig voor hen schieten de Franschen veelal te hoog. Toch zijn de verliezen groot. Over de hoofden der infanterie slingeren de volkomen juist ingeschoten Duitsche vuurmonden hun granaten opnieuw in de Fransche stellingen.

In weerwil van hun gevecht van uren, sluiten enkele afdeelingen van het 8e korps zich bij de Pommeren aan, om deel te nemen aan de beslissing. — Vuurmonden der 4« divisie verschijnen in de colonnes. Overal hoort men niets dan schreeuwen, jammeren, zuchten. Op de flanken is 't een chaos van verwarring. Daar liggen zooveel honderden gekwetsten zonder hulp! — De toenemende duisternis doet de afgrijselijkheid van 't gansche tooneel nog toenemen. De hoornblazers doen over de gansche linie onophoudelijk het signaal: » Voorwaarts!quot; hooren. Daar krijgen de stormcolonnes eensklaps vuur in de linkerflank! — Is de vijand ook daar nog? Och neen; een bonte hoop Pruisen is 't, die heeft geschoten. Reeds zóó donker is 't, dat niemand meer in staat is te zeggen wie vriend is, wie vijand.

Fransecky is te paard boven allen uit zichtbaar, maar de dichte drommen houden hem omklemd; voortdurend dringen zij hem verder naar boven, dichter naar de FVansche stellingen, en van hieruit wordt nog aldoor als razend gevuurd. De vlammen verlichten dit bonte, huiveringwekkende tooneel. Er ontstaat wanorde overal, maar de generaal behoudt zijn kalmte. Wat de discipline in Pruisen is, weet hij; deze zal orde brengen.

» Hoornblazer, blaas; «Ophouden met vuren.quot; — Dit signaal mist zijn werking niet. Terstond wordt het vuren gestaakt; geen enkele man schiet meer. Vreemd genoeg verstomt ook het vuur des vijands een korte poos.

Van dit oogenblik maken de officieren gebruik; voordat er vijf minuten zijn verloopen, is de stormcolonne weder geformeerd. —Voorwaarts! — Een luid hoera beantwoordt dit signaal, en met nieuwe kracht dringt alles weder naar boven. — Drie regimenten hebben hier reeds stellinsr

o o

genomen en een nieuwen aanval des vijands afgewezen. Wederom klinken

— 164 —

ocr page 175

de salvo's van twee, drie kanten tegelijk. Wederom ontstaat verwarring, wederom doet von Fransecky halt blazen — en »Ophouden met vuren.quot; Dit middel werkt; -— en dan eindelijk met den stormpas er op in!

In 't nachtelijke duister woedt de laatste kamp. Vol vertwijfeling vechten de Franschen; hun vuur verlicht den ganschen omtrek, maar de Pommeren zijn boven. Ze werpen zich nu ook op Leipzig en op Moscou, doch dit is tevergeefs. De verbitterde strijd eindigt hiermede, dat de Franschen behalve daar hun positiën ontruimen. Tegenover het brandende le Point du Jour hebben de tirailleurs zich vastgezet. Alleen in de hofsteden blijft de tegenpartij nog meester, doch tot het doen van een krachtigen tegenaanval is ze niet meer bij machte; de hoogten van Gravelotte zijn door de Pommeren genomen!

»Majesteit, de slag is ook op den rechtervleugel beslist. De Pommeren hebben de hoogten vermeesterd. De zege is ons,quot; komt von Moltke zijn vorst melden, en een donderend: «Leve de koning 1 Hoera!quot; is het antwoord. — Den volgenden morgen eerst zou blijken hoè groot die zege was

Eerst tegen tien uur kon men zeggen, dat aan den bloedigen arbeid ook op den rechtervleugel een einde was gekomen. Met dichtste bij den vijand staande, had het 2e korps den veiligheidsdienst op den rechtervleugel op zich genomen. In weerwil van al de krachtsinspanning van den afgeloopen dag, was dit korps toch dadelijk weêr gereed tot het gevecht. De troepen hadden tot aan het défilé van Gravelotte met pak en zak, langs slechte, bergachtige wegen vijf en dertig kilometer afgelegd. Van eten of drinken was al dien tijd zoo goed als geen sprake geweest. — Daarna hadden de mannen drie uur in 't gevecht gestaan. Toen de slag was geëindigd, waren die krijgers negentien uren achtereen marcheerende of vechtende niet uit het gelid geweest. Wordt gevraagd: Wat kan men met zulke troepen niet doen ?

Bij het schijnsel van een bivakvuur, dat met de sporten van een ladder werd gevoed, zat de koning. Met eene einde van de plank, waarop hij gezeten was, lag op een dood paard, het andere op een bascule. Mier dicteerde hij von Bismarck zijn telegram voor de koningin.

» Bivak bij Rezonville 18 Augustus p uur 's avonds.

Het Fransche leger in zeer sterke stelling ten westen van Metz heden onder mijn leiding aangegrepen, in een kampstrijd van negen uur volkomen geslagen, het afgesneden van Parijs en op Metz temg-geworpen.

Wilhelm.quot;

tevergeefs werd voor den grijzen monarch naar een verkwikking gezocht. Zelfs een glas wijn was voor hem niet te krijgen. Xaar het met gekwetsten overvolle Gorze wilde hij niet terug; hij kon best bivak-

— 165 —

ocr page 176

keeren bij zijn troepen, meende hij. Eindelijk werd er te Rezonville een armoedig, klein kamertje voor hem gevonden; een draagbaar uit een ziekenkar diende hem dien nacht tot legerstede. Ook was men ten slotte zoo gelukkig een stuk vleesch voor hem machtig te worden; in een glas zonder voet bracht een zoetelaarster hem een teug wijn.

— 166 —

ocr page 177

Dit was na den slag bij Gravelotte het souper des konings. Den ganschen voornacht door kwamen de tijdingen en rapporten in over de behaalde overwinning, en toen er eindelijk van rusten sprake kon wezen, want zelfs nog diep in den nacht verbraken salvo's de stilte, en vielen er schoten van 't fort St. Quentin, wist de koning, dat Bazaine niet alleen op Metz teruggeworpen, doch dat hij van nu af binnen deze veste opgesloten was.

Al de troepen bivakkeerden op 't slagveld; de garde, de Saksers en de 20e divisie van 't ioe korps bij St. Privat en Batilly, de Hessen bij 't bois de la Cusse, het 3e korps bij Verneville, het 8e korps en de 27e brigade bij Gravelotte, de 26e brigade bij Jussy.

Op dat gansche, uitgestrekte gevechtsveld kon men letterlijk geen schrede doen zonder op een lijk, een gewonde of een ander beeld van vernieling te stooten. In St. Privat vertoonde zich een waar tooneel der verschrikking: hoopen meubelen, kleederen, huisraad en daartusschen lijken, afgrijselijk verminkt; de kerk totaal verwoest; de lichtkronen verpletterd; alle deuren en vensters aan splinters; de toren ingestort. In zijn val had hij de klok medegenomen. Massa's kalk, balken en puin bedekten het plaveisel. Het bedehuis lag propvol met gekwetsten; voortdurend werden er nóg meer aangedragen. Op de trappen van het altaar werd verbonden; geen seconde rust hadden de doctoren; vrienden en vijanden lagen bloedend naast elkander.

Na het staken van den strijd hadden het Fransche 6e en 4e korps zich bij Woippy en Plappeville verzameld; bij Ban St. Martin stond weder de garde. Zooals wij weten, was deze bij St. Privat te laat gekomen. — In de grootste wanorde was het 6e korps teruggegaan. Het had het 4e medegesleurd, zoodat het geheele kamp, dat opgeslagen was bij Amanvillers, nu ook in handen des vijands viel. — Nog in den loop van den nacht werden Moscou en le Point du Jour, die zoo heldhaftig verdedigde punten, door de verdedigers ontruimd; het 2e korps bivakkeerde bij Longeville, het 6e ging terug tot bij het fort la Moselle, het 4e bleef bij Sansonet, de cavaleriedivisie de Forton kwam naar het Moezeldal. Al deze bewegingen werden op Bazaine's last in de diepste stilte uitgevoerd.

ocr page 178

XVe HOOFDSTUK.

DE MORGEN VAN DEN 19en AUGUSTUS.

Eerst bij het morgengrauwen was het mogelijk een algemeen overzicht te krijgen van den ontzettenden kampstrijd, die den vorigen dag had gewoed. Lange rijen dooden en verminkten lagen langs de wegen, bij de verhakkingen, in de tuinen. Veel wegen waren door de lijken-hoopen niet begaanbaar; ieder huis, iedere hut, ieder afdak, elke kerk en iedere schuur was gevuld met gewonden. Ontzettend was het schouwspel in de tirailleurloopgraven; vele hadden granaten ontvangen, die de tirailleurs gruwelijk hadden verminkt. In St. Privat hingen de lijken hier en daar op de muren; op verschillende plaatsen lagen Pruisen en Saksers en Franschen kruiselings over elkander op dezelfde plaats, waar zij elkander hadden neergestoken. Reeds waren veel boeren geprest om de dooden te begraven, want de verpestende stank, die zich verspreidde, werd al spoedig ondraaglijk. — Uit een der huizen kwam een man loopen. — »Waar moet ik met al die lijken heen? Gisteren onder het gevecht hebben ze negen gekwetsten bij me in huis gedragen; acht zijn er van nacht gestorven. De negende leeft nog, maar zal ook wel gauw dood zijn. Hij doet niets dan roepen om zijn moeder. Ik moet gaan begraven en kan hem niet meer helpen.quot; — Dergelijke tooneelen kwamen telkens voor. 't Was hartverscheurend.

Niet zonder reden schreef de koning den I9en aan zijn gemalin, dat hij huiverde om te vragen naar de geleden verliezen en — naar namen. Maar al te veel bekenden werden toen reeds genoemd! Tevens bracht hij oprecht gemeende hulde aan zijn eigen leger en aan dat der zoo heldhaftige tegenpartij.

Voor zoover hem dit mogelijk was, bezocht hij op zijn rit over het slagveld de ambulances en tijdelijke veldhospitalen. Bij St. Hubert lagen menscheij en paarden, zelfs honden in bloedige kluwens bijeen, granaat-

- 168 —

ocr page 179

scherven er tusschen, bebloede helmen, képi's en wapens overal er omheen. Zwijgend reed de monarch voort; de tranen stonden hem in de oogen.

In Gorze was elk plekje belegd met gewonden. Veel werd er voor hen gedaan, maar duizenden lagen nog ginds op 't slagveld; daar werkten de brandende gebouwen de verpleging zeer tegen. Bij tientallen reeds waren de dragers van de edelste namen van Frankrijk en Duitschland dood en gekwetst bij elkander gedragen, en telkens nog weder werden er onder uit de diepe kloven en boven van de hoogten nieuwe aangevoerd. Prins, noch graaf, noch hertog had zich ontzien om aan de troepen het voorbeeld te geven. Toen eindelijk na eenige dagen de ontzettend lange verlieslijsten te Berlijn en te Parijs bekend werden, toen bleek hoeveel edel bloed er bij Gravelotte-St. Privat was gevloeid, hoeveel zonen der eerste geslachten van den lande daar het leven hadden gelaten of zwaar verminkt op een strooleger lagen te kermen, toen steeg een lange, droeve jammerklacht op naar Gods troon.

In zijn »Dagboek van een officier van gezondheidquot; geeft de chirurgijnmajoor Dr. Richter een reeks van levendige beelden en tooneelen uit die dagen. Zoo o. a. schrijft hij:

»In één woord allesoverweldigend, verpletterend was de indruk, dien St. Privat zelf teweegbracht. Van alle zijden stegen de vuurzuilen der brandende huizen en schuren ten hemel en verlichtten de lange hoofdstraat zoo goed alsof het helder dag ware geweest. Ginds stonden reeds de voertuigen van het ie hospitaal-detachement. Jammerend en schreiend verzochten de gewonden, die op weg naar 't dorp reeds waren opgenomen, om verlossing uit hun hoogst smartelijken toestand, want zonder eenig verband waren zij overal op de wagens geladen, waar men ze had gevonden. Door omverliggende, stukgeschoten en ineengezakte kanonnen, voorwagens en voertuigen, zoowel als door omlaag gestorte balken uit de brandende huizen was de straat zoodanig versperd, dat de detachementen niet voor- of achteruit konden. Aan beide zijden langs de huizen lagen massa's gewonden, die om hulp smeekten; uit de brandende huizen klonken luide noodkreten; van alle kanten schreeuwden de voerlieden; 't was in één woord een gruwelijke warboel. —- Juichend en zingend drongen afdeelingen Duitsche soldaten door dien chaos, en voor 't meerendeel luide jammerend: * Nous sommes perdus! Quel malheur poiw nous!quot; slopen kleine troepjes gevangengenomen Fran-schen met bleeke, wanhopige gezichten voort.

» Hier vielen een paar vrienden elkander snikkend van blijdschap om den hals; daar vond een lichtgewonde een stervenden ouden bekende, of riep een gekwetste zijn voorbijspoedende kameraden een groet na voor de zijnen. Daartusschen siste en knapte het vuur, en kraakten de balken der brandende huizen; dan klonken weder opeens luide, scherpe commando s door de straten; ordonnansen naderden in galop door een

169 —

ocr page 180

zijstraat; hier klonk opwekkende vreugdemuziek, ginds een flauw gerochel. Een onbeschrijfelijk, droevig door elkander golven was 't van de aangrijpendste, sterkste contrasten.

»In allerijl werden eenige tegen brandgevaar verzekerde, grootere verblijven ontruimd, en de vloeren uit de gevulde schuren met een dikke laag stroo bedekt. Ook in de open lucht langs de huizen werden stroo-legers gereed gemaakt, aangezien zich in 't dorp nog maar enkele woningen bevonden, waarin de gekwetsten zonder gevaar voor verbranden nedergelegd konden worden. Thans eerst konden de gewonden uit de wagens van het voorste hospitaal-detachement verwijderd, en deze wagens zeiven tot het afhalen van een nieuwe vracht naar het slagveld teruggezonden worden. In welk een poel van ellende, smart, lijden en ongeluk staarden wij de eerstvolgende uren! Welk een reeks van hartverscheurende tooneelen trokken ons oog voorbij, maar ook hoeveel voorbeelden van geduld, standvastigheid, berusting en wilskracht wekten hier onze bewondering ! — Onder die allen staat er mij één nog levendig voor den geest. — In een der bovengenoemde ruime vertrekken lag, zorgvuldig op een met matrassen bedekte sponde uitgestrekt, een piepjonge gardeofficier met een schotwond in den buik, waardoor de ingewanden waren beleedigd; de uitdrukking van zijn gelaat alleen reeds verried, dat hij niet lang meer zou lijden.

«Toen ik naar hem toetrad om zijn wonde te onderzoeken en te verbinden, trachtte hij zich in weerwil van de hevige pijn, die hij leed, op te richten, en stelde hij zich even bedaard en vormelijk voor, alsof wij in een salon met elkander kennis gemaakt zouden hebben. Terwijl ik zijn toestand onderzocht, vroeg hij of hij levensgevaarlijk gewond was. Daar het zoo goed als niet denkbaar was, dat ik of een mijner collega's in de eerstvolgende uren naar hem kon komen zien, achtte ik mij verplicht den armen jongen, hoe zwaar mij dit ook viel, openhartig te zeggen, dat hij den morgen waarschijnlijk niet meer zou halen. Hij bedankte mij, dat ik de waarheid niet voor hem had verzwegen, ging daarop, zonder een enkelen zucht te slaken en zonder den minsten doodsangst te toonen, in de kussens achterover liggen en verzocht mij alleen aan zijn compagnie kennis te geven, dat hij hier in St. 1'rivat zwaargewond nederlag; bij 't appèlhouden zou men de reden zijner afwezigheid dan dadelijk weten. — Niet om zijn ouders, niet om zijn naaste bloedverwanten, niet om zijn broeders en zusters dacht die jeugdige, dappere officier in zijn stervensuur het eerste, alleen aan zijn eer, zijn dienst, zijn regiment, zijn naam.

»Ik zorgde, dat hij met de minstmogelijke pijn kon inslapen; toen ik den volgenden morgen in de vroegte zijn sponde naderde, kon ik den held nog slechts de oogen toedrukken. Zijn lijden was gedaan.

»Terwijl de wagens naar het slagveld reden om bij fakkellicht zooveel gewonden als mogelijk was nog naar St. Privat te transporteeren, be-

— 170 —

ocr page 181

gonnen wij zeiven de in de nabijheid van het dorp liggende geblesseerden op te zoeken. Voor het grootste gedeelte waren dit Franschen; en van dezen begonnen er velen, zoodra zij ons zagen naderen, hardop te jammeren. Die Pruisen, die barbaren kwamen immers alleen bij hen om hen te plagen, te mishandelen en hen zelfs naar de andere wereld te helpen! Vandaar, dat er aanvankelijk velen geen onderzoek wilden toelaten. Op veler gelaat waren daarna verwondering en eerbiedige verbazing te lezen, toen zij tot de ontdekking kwamen, dat zij met even groote zorg en welwillendheid verpleegd en behandeld werden als onze eigen gewonden.

»Een jong Fransch officier, die, zwaargekwetst, in een houding lag, welke hem hevige smart moest veroorzaken, verzocht dringend, dat wij niet hem doch eerst de andere gewonden zouden helpen. Zijn laatste uur was toch geslagen. Weldra had hij inderdaad opgehouden te lijden. Toen hij nu opgenomen werd, bleek om welke reden voornamelijk hij ons dit vreemdsoortige verzoek had gedaan. Onder hem toch lag een stuk van een totaal aan flarden geschoten Duitsch vaandel. Mogelijk had de verovering van dit stuk doek, dat hij zelfs nog in den dood in de verstijfde vuist hield geklemd, hem het doodelijke schot bezorgd.

»'t Was vinnig koud, dien nacht, en een fijne regen maakte dezen nog onaangenamer. Toch werd er onafgebroken, rusteloos doorgewerkt, tot tegen twaalf uur de laatste fakkels uitgebrand, en menschen en paarden tot verdere krachtsinspanning niet meer in staat waren. Door al die uren vol inspanning, schrik en ontsteltenis totaal uitgeput, lag ik weldra in een soort van verdooving, die mij wel voor enkele uren het tegenwoordige deed vergeten, maar op een vasten, verkwikkenden slaap volstrekt niet geleek.

»Het eerste lichten van den nieuwen dag deed ons wakker schrikken. Huiverend, stijf, koud en nog half soezend, togen wij weder aan den arbeid. Aangezien de voorraad van het detachement zelf volkomen was uitgeput, kwam het er vóór alles op aan, dat wij de noodige levensmiddelen aanvoerden, niet alleen voor al de arme drommels, die bij ons reeds onder behandeling waren, maar ook voor het nóg grootere aantal, dat nog bij ons gebracht zou worden. Met een stuk of wat treinsoldaten begon ik de verlaten huizen dus te doorzoeken en vond weldra in de kelders niet alleen een aanzienlijken voorraad meel, spek, aardappelen, wijn enzoovoorts, maar tevens een groot aantal ongedeerde Fransche soldaten, die zich daar hadden verstopt.

s De eerste twee drie kecren was 't een lachwekkend tooneel, als de soldaat, die het eerste in den kelder was afgedaald, meestal doodsbleek van schrik naar boven kwam rennen met de boodschap : »Dat 't daaronder vol Franschen zat.quot; — Ging daarop een onderofficier met getrokken sabel voor het luik staan, en riep deze die wegloopers een luid: »Allansf AllansMarcJie!quot; toe, dan was 't grappig te zien hoe de eene rood-

ocr page 182

broek na den anderen in volle wapenrusting door het luik te voorschijn kwam en dadelijk begon te jammeren: »Ah, quel malheur'. Nous sommes per dus lquot; — In den kelder van het huis, waarin wij zeiven eenige uren rust hadden genoten, vonden wij ook het oude moedertje, dat even te voren nog een kop smakelijke koffie voor ons had gezet. Met de handen in den schoot gevouwen en diep ineengedoken, zat zij beneden in het donker naast een wijnvat. Ze was dood. De angst en de ontsteltenis van den vorigen dag en den afgeloopen nacht hadden haar laatste krachten gebroken.

«Onbeschrijfelijk schrikwekkend was het schouwspel, dat St. Privat bij dag aanbood. Nog sloegen overal de vlammen uit de brandende huizen; uit de rookende puinhoopen staken de verkoolde, zwarte of nog glimmende balken spookachtig ten hemel; in de muren gaapten geduchte spleten en gaten, door de granaten geboord; enkele binnenmuren waren door de geweerkogels letterlijk als een zeef doorschoten. De met bloedplassen bedekte straten verrieden in welk een wilde vlucht de Franschen de plaats hadden ontruimd. Weggeworpen wapenen, schako's, ransels, kookgereedschap, gebroken wagens en voertuigen, doode paarden, afgescheurde tuigen, pakjes patronen bedekten met dakpannen en puin van ingestorte huizen allerwege de straten. In de tuinen vond men op enkele plaatsen nog tenten staan met koffers, mantels, toiletartikelen, kleeding-stukken van allerlei aard, kaarten, schrijfgereedschap, glazen, flesschen, in één woord met allerlei zaken er in, die bewezen, dat de Franschen van het 6e korps, even goed als hun makkers den i6en, midden in het vroolijke bivakleven waren overvallen, en dat zij op een aanval niet hadden gerekend.

»Nadat in St. Privat de noodige beschikkingen voor het onder dak brengen der gewonden waren gemaakt, reden wij voor het indienen van het rapport terug naar het bivak bij St. Ail, waar onze bagage reeds was aangekomen. Nauwelijks was ik een onzer gemakkelijk ingerichte wagens binnengeslopen, om mij voor den eersten keer in driemaal vierentwintig uur eens van mijn laarzen te ontdoen, toen ik reeds weder bevel ontving, met een order terug te rijden naar St. Privat. Terstond moest ik dus weder te paard.

»Bij 't verlaten der stad trof ik den adjudant van den staf der pioniers aan en bezichtigde met hem een deel van het slagveld. — In de eerste plaats zochten wij ten westen van St. Privat de plaats op, waar wij onze granaten den vorigen dag met zulk een ontzettende uitwerking in de voorwaarts dringende vijandelijke massa's hadden zien slaan. Hier lag voor en achter een smalle met water gevulde sloot een volslagen dam van gevallen Franschen, dikwerf drie of vier over elkander heen, de meesten door granaatscherven ontzettend verscheurd en vaneengereten. Daartusschen jammerden en weeklaagden een paar /.waargekwetsten, die onder hun doode makkers lagen en die door onze

— 172 —

ocr page 183

ziekendragers nog niet waren gevonden. Dat steunen en klagen was zóó hartverscheurend, dat ik, hoewel niet voorzien van verbandmiddelen, van het paard sprong, den adjudant de teugels overgaf, die zwaargewonden van den druk hunner doode makkers bevrijdde en ze beter legde. Hun doorschoten ledematen gaf ik namelijk een zoodanigen steun, dat de menschen zoo weinig mogelijk pijn leden; tevens laafde ik de half versmachtenden uit mijn veldflesch.

s Terwijl ik weder naast een gewonde nederknielde, hoorde ik naast mij een schot; tevens vloog mij een kogel rakelings langs het hoofd, terwijl de adjudant mij toeriep vlug bij hem terug te komen. Thans hoorde en zag ik, dat een Fransch soldaat, dien ik zooeven, een pas of tien verder achteruit, zoo gemakkelijk mogelijk had gelegd, bij wijze van dankbetuiging zijn geweer op mij had afgeschoten. Natuurlijk verging mij de lust nog eenmaal zulk een bedankje te ontvangen. Vlug sprong ik dus weder in den zadel en draafde weg, het aan een op het schot toesnellend troepje soldaten en ziekendragers overlatende met dien verraderlijken sinjeur af te rekenen.

»Den straatweg Amanvillers-St. Privat naderende, zagen wij tot onze verrassing ten noorden van dien weg een uitgestrekt tentenkamp, dat, zooals mij later bleek, eveneens aan het 6e korps had behoord.

»Dat ook deze troepen door ons overvallen, in elk geval verrast waren geworden, en dat ook zij het bivak in allerijl hadden verlaten, bleek hier uit alles. Zoo bij voorbeeld stonden er nog potten en pannen, met eten gevuld, op de reeds lang uitgedoofde kolen der kookgaten ; in de tenten lagen uitgepakte ransels, uniformen, schoenen en onderkleederen bont door elkander. In de officierstenten stonden open koffers, waaruit nieuwe unitormen, burgerkleederen, linnengoed en allerlei toiletartikelen te voorschijn kwamen. In verscheidene vond men zelfs dameskleederen, waschgereedschap en allerlei potjes, fleschjes en doosjes benevens honderd andere zaken van dien aard; naast schrijfgereedschap, papier en sierlijke snuisterijen lagen glazen, half volle wijnflesschen, borden en eetwaren op tafels, veldstoelen en kisten of op den grond verspreid. Alles gaf in één woord den indruk, dat de eigenaar van al die weelde zich tot het laatste oogenblik aan behaaglijke rust en gemoedelijke zorgeloosheid had overgegeven en aan alles had gedacht, behalve aan de kans op een zoo onverwachten aanval des vijands.

»Aan het hoofdkwartier gaf ik kennis van mijn vondst. Toen er een onderzoek werd ingesteld, waren de tenten reeds grootendeels leeggestolen.

»Vervolgens reden wij naar het terrein, waarover de garden hadden stormgeloopen. Wel waren de meeste gewonden reeds weggevoerd, toch zag het er daar nog droevig genoeg uit. Hier eerst was het duidelijk zichtbaar, hoe uitmuntend gedekt de Franschen in hun stellingen hadden gelegen. Achter de van schietgaten voorziene, zeer zware muren van

ocr page 184
ocr page 185

het dorp, bij de alleenstaande boerderijen en achter de door uitgraving nog dieper gemaakte slooten en achter de muren van veldsteen, welke de akkers omsloten, lagen nog een menigte doode Franschen. Bijna allen hadden een schot door het hoofd. Daarvóór lagen, als gezaaid op dat reusachtige lijkenveld, de gevallen garden. Meer dan 7000 man had het keurkorps op het bed van eer achtergelaten.quot;

Doch 't wordt hoog tijd, dat wij naar de volgende krijgsgebeurtenissen terugkeeren.

In den loop van den morgen van den I9e|gt; eerst was het eenigermate mogelijk de geleden verliezen bij benadering te bepalen ; ook buiten het eigenlijke gevechtsveld was heftig gestreden. Zoo waren van het 1 e korps het 5e en het 45e regiment op den rechteroever van den Moezel ernstig in gevecht geweest, en hadden deze troepen van den St. Quentin zwaar vuur ontvangen. Zoo bleek nu ook, dat bij het voortdringen der Pom-meren. in de duisternis veel officieren en soldaten door de verwarring in den afgrond rechts van het défilé waren gestort; terwijl zelfs nog den 21611 uit de struiken gekwetsten werden te voorschijn gebracht.

Eindelijk, na eenige dagen, was het geheele verlies vrijwel bekend. Aan dooden en gekwetsten bedroeg dit bij de Duitschers 819 officieren en 19260 man; van deze waren 328 officieren en 4909 man dood. Bazaine gaf later op, dat zijn verliezen den 1 8equot; Augustus hadden bedragen 602 officieren en 11705 minderen.

De slag bij Gravelotte was de eerste in dezen oorlog, welke naar een nauwkeurig, goed overwogen, vastgesteld plan van het oppercommando der beide legers was geleverd. De voorafgegane gevechten waren meer ontmoetingsgevechten geweest, die plotseling groote uitbreiding hadden verkregen. Uit schijnbaar kleine verkenningen waren groote veldslagen ontstaan. Het aanhoudende streven van het Duitsche hoofdkwartier om, eenmaal den vijand vastgegrepen, dezen hoe langer hoe meer van zijn terugtochtslijnen, met andere woorden van Chalons en Parijs af te dringen, was tot twee dier gevechten de hoofdaanleiding geweest.

Ditmaal, bij Gravelotte, hadden de aanvallers gestreden met den rug naar Frankrijk, d. w. z. naar de hoofdstad. Een gewaagd stuk was het zeker geweest, zeer gewaagd zelfs, want de stellingen der Franschen waren schier onneembaar; en voordat het tot een geregeld gevecht kon komen, hadden verscheiden Duitsche korpsen uren- en urenlang moeten marcheeren. Versche troepen konden deze dus niet meer heeten. Maar von Moitke wist welke soort van troepen hij bezat en hoeveel hij van hen kon vorderen; ook wist hij, dat alle door hem gegeven bevelen stipt werden uitgevoerd en dat, daar waar de omstandigheden dit onmogelijk maakten, door de aanvoerders zeiven nieuwe bevelen gegeven werden, die het beste bij den toestand pasten. Ten slotte had de tegenwoordigheid van den koning en van zijne naaste mannelijke bloedverwanten bij de troepen stellig veel bijgedragen om in het volksleger der

— 175 —

ocr page 186

Duitschers een hoogeren geest te brengen dan bij de tegenpartij, die in zijn gelederen duizende huurlingen telde.

Hoe het zij, deze drie groote veldslagen om Metz hadden wel ontzettend veel bloed geëischt, doch tevens voor de Duitschers iets groots tot stand gebracht. Gezamenlijk hadden ze een in den aanvang onmogelijk te verwachten succes ten gevolge gehad, want maarschalk Bazaine was teruggeworpen binnen de forten, welke Metz omringden, zijn gemeenschap met Mac-Mahon en met Parijs was verbroken, en voor de Duitschers lag de weg naar Parijs thans zoo goed als geheel open.

Hoe was 't in de dagen van 14 tot 19 Augustus intusschen te Parijs sregaan ? — Dat het ministerie Gramont-Ollivier reeds na de eerste

O O

nederlagen was gevallen, dat het ministerie Palikao aan het bewind gekomen en generaal Trochu gouverneur van Parijs geworden was, is ons reeds bekend. In de Kamers hadden telkens woelige tooneelen plaats gehad. Betreffende de gebeurtenissen op het oorlogsveld had de minister zich niet uitgelaten. — »Ik mag niets zeggen, doch alles staat goed,quot; moesten zeker het geheimzinnige knipoogje en het raadselachtige knikje beteekenen, waarmede hij nu en dan een minister ter zijde genomen en hem iets ingefluisterd had.

In de stad zelve heerschte in die dagen onrust. Reeds den 1 ien hadden in de voorstad La Villette ongeregeldheden plaats gehad. Men wilde ze toeschrijven aan Duitsche invloeden, en de Figaro was zoo geestig het voorstel te doen om de belhamels, voordat zij werden gefusilleerd, eerst Duitsche namen te geven, om op die wijze tegenover het buitenland verantwoord te zijn. Ook Gambetta- wierp de schuld op de Duitschers, en zulks, terwijl zeer spoedig bewezen werd, dat niet de Duitschers doch wel de roode republikein Flourens die standjes in 't leven had geroepen, terwijl er onder de negen en tachtig hierbij gevangen genomenen slechts twee Duitschers waren aangetroffen. Deze werden ter dood veroordeeld ; de Franschen werden of gestraft met gevangenis of wel vrijgesproken.

Den i6en eindelijk was men begonnen Palikao in de Kamer over den stand van zaken bij Metz te interpelleeren. Wel had Bazaine over het gevecht bij Borny getelegrafeerd, dat hij had gezegevierd; doch de Parijzenaars begonnen wantrouwend te worden. Toen ook de beroemde I 5e Augustus, de welbekende Napoleonsdag, zonder eenige nadere tijding was voorbijgegaan, was Palikao letterlijk wel tot spreken gedwongen geworden.

»Groote slagen hadden er eigenlijk nog niet plaats gehad,quot; beweerde hij; »wel afzonderlijke gevechten. De Pruisen hadden groote verliezen geleden en hadden den terugtochtsweg voor de Franschen moeten vrijlaten.quot; — Ten slotte verzocht hij vertrouwen te stellen in het leger. Tevens deelde hij mede, dat er een nieuwe krijgsmacht werd samengesteld om Bazaine krachtig bij te staan.

— 176 —

ocr page 187

Den I7ea nam te Parijs de onrust nog toe. Betreffende het gevecht van den i6ei1 bij Vionville waren geruchten in omloop, doch de regeering kón noch wilde de waarheid mededeelen. In 't Wetgevend Lichaam kwam de mogelijkheid van een beleg der hoofdstad reeds ter sprake, en werd bij voorbaat de raad gegeven levensmiddelen in te koopen. 'Ihiers, de schepper van de reusachtige vestingwerken om Parijs, sprak zelfs reeds als zijn gevoelen uit, dat onder de muren der hoofdstad een geweldig groot succes kon worden behaald, maar dat, »wanneer de verdedigers der hoofdstad uit alle oorden van het land kwamen opdagen, zij ook zeker moesten zijn daar levensmiddelen te vinden.quot;

De minister van koophandel antwoordde, dat hiervoor alle maatregelen reeds waren genomen.

Terwijl de onrust te Parijs dus nog voortdurend toenam, terwijl allerlei onheilspellende geruchten de ronde deden, terwijl een ieder letterlijk begreep, dat hij door de regeering werd misleid, hield Palikao de bevolking nog met allerlei praatjes en uitvluchten in de onzekerheid, tot den 22en eindelijk in den Moniteur de eerste bekentenis der geleden nederlagen verscheen.

De indruk, hierdoor bij de bevolking teweeggebracht, was zoo geweldig groot, dat Palikao al het mogelijke moest doen om den storm te bezweren. — In zijn jongste berichten zou Bazaine, heette het, hebben medegedeeld, dat hij geen versterking noodig had, en dat hij in een uitmuntende positie stond bij Montmédy. — Toen de Engelsche bladen ten slotte het Duitsche officieele bericht bevatten, dat Bazaine in Metz was opgesloten, waagde Palikao het zelfs nog aan de Parijzenaars wijs te maken, dat dit bericht een krijgslist van de Duitschers was, om op die wijze te weten te komen waar Bazaine zich werkelijk bevond.— »Maar geen rechtgeaard vaderlander zal zich laten verleiden dit geheim thans te openbaren,quot; dorst hij zelfs aan 't slot zeggen. — Wij weten reeds dat twee dagen na den slag bij Gravelotte de reusachtige vesting Metz aan alle zijden door de Duitsche troepen was ingesloten. Tevens hadden deze bij Gorze de leiding afgesneden, die de stad van drinkwater voorzag. Vooreerst zou men zich hier dus met Moezelwater moeten behelpen.

■

- 177 —

ocr page 188

XVT HOOFDSTUK.

OP MARSCH NAAR PARIJS EN NAAR SEDAN.

Het IIIe leger, het leger van den kroonprins van Pruisen, dat de gevechten bij Weissenburg en Worth zoo glansrijk had gewonnen, hebben wij door den loop der gebeurtenissen een tijdlang uit het oog verloren. Wij weten, dat de Badensche divisie onder bevel van generaal von Beijer last had ontvangen over Hagenau te marcheeren naar Straatsburg; ook weten wij reeds, dat enkele Fransche vestingen door Wurtem-bergsche en Beiersche troepen waren genomen of ingesloten, en eindelijk vermeldden wij ook al, dat de kroonprins den 15en zijn intocht had gehouden in Luneville. Slechts onbeduidende voorvallen hadden den zoo gevaarlijken marsch dwars door de Vogezen gekenmerkt. Liitzelstein had men door de bezetting verlaten gevonden. Het fort Lichtenberg had slechts enkele uren weerstand geboden. Alleen Bitsch en Pfalzburg hadden van geen overgave willen weten.

Den i6en Augustus had de kroonprins zijn vader per rijtuig van uit Nancy, waarheen zijn hoofdkwartier dien dag verlegd zou worden, te Pont-a-Mousson willen opzoeken; maar te Nancy reeds tijding ontvangen hebbende van de eerste gevechten bij Metz, had hij natuurlijk moeten blijven waar hij was, om nadere berichten af te wachten. — Eindelijk, den 20en, kon hij zijn plan volvoeren. — Vader en zoon hielden elkander langen tijd omarmd. In de weinige dagen na de scheiding was reeds zoo machtig veel gebeurd. — Toen kwamen de zaken, ernstige, hoogst ernstige vraagstukken aan de orde. — Bazaine was opgesloten in Metz; Bazaine had nog een leger van bijna i 30000 man tot zijn beschikking; Bazaine moest dus in Metz opgesloten blijven. Hem moest voor eens en voor altijd belet worden zich met Mac-Mahon in verbinding te stellen. In de tweede plaats moest er een legermacht worden gevormd, sterk

- 178 -

ocr page 189

genoeg om naar Parijs te marcheeren en Mac-Mahon, die dit stellig zou willen beletten, aan te grijpen en te verslaan.

Naar aanleiding van het bovenstaande en volgens het plan van von Moltke, had de koning besloten tot de vorming van een vierde leger. Van het Ie en IIe, die gezamenlijk bestemd werden om Metz in te sluiten, werden de garde, de Saksers en het 4e korps, zoomede drie cavaleriedivisiën, de 5e, 6e en garde-divisie, vereenigd tot een IVe leger, de zoogenaamde Maas-armée. Onder het commando geplaatst van den kroonprins van Saksen, en met sterke cavalcrieafdeelingen voor zich uit, was het reeds den dag na den slag bij Gravelotte gevormd en op marsch gegaan, ten deele naar 't westen. Eerst den 2 3en echter ving het gros den marsch naar Chalons aan; het had de aanwijzing ontvangen om met het IIIe leger ongeveer op gelijke hoogte te blijven.

Inziende van hoeveel belang het was, dat het commando over al de troepen om Metz in één krachtige hand berustte, droeg de koning het opperbevel over deze strijdmacht, die, weldra door troepen van de landweer, de 3e reserve-divisie, versterkt, circa 150000 man zou tellen, op aan prins Frederik Karei. De generaal von Steinmetz, de voormalige commandant van het Ie leger, werd benoemd tot gouverneur van Posen.

Den 23eii Augustus ging ook het IIIe leger, dat rustdagen had gehad om de Maas-armée op dezelfde hoogte te doen komen, ook op marsch. Het doel was voorloopig Chalons. Hier dacht men Mac-Mahon met zijn leger te vinden en — ook Napoleon.

De zware verliezen, in bijna alle groote families van Duitschland en Frankrijk vooral door de twee laatste veldslagen geleden, hadden — hoe kon het anders? — in beide landen een kreet van smart, van leed doen slaken. Zelfs in de kleinste dorpen, in de afgelegenste gehuchten zag men de in zwaren rouw gehulde moeders en zusters en vrouwen der gevallenen opgaan naar de kerk, om hier onder een vloed van tranen gebeden uit te storten voor hem, die ginds, och, zoover weg van ouders en bloedverwanten, met wonden overdekt, een dikwerf naamloos graf had gevonden. Naast dit bittere zieleleed kwam bij de Duitsche vrouwenwereld echter ook weldra het gevoel van trots en rust, dat de zegepraal schenkt. Dat er op den geduchten, zoo machtigen vijand nu reeds zulke groote voordeden waren behaald, was meer dan men had kunnen verwachten. Dit gevoel lenigde de smart. In eiken vorm gaf de Duitsche natie aan dit gevoel van zegepraal uiting. Er werd geïllumineerd, gedanst en gezongen, in één woord feestgevierd, maar — tegelijkertijd werd de soldaat, het landskind, niet vergeten. Wijd openden zich de beurzen, en de rijke geschenken van allerlei vorm, welke het leger werden nagezonden, doch vóór alles de bejegening en de verzorging, welke de zieken en gekwetsten van de zijde van allerlei vereenigingen ten deel vielen, bewezen hoe diep het bewustzijn van groote verplichtingen tegenover de dappere strijders bij allen schier was doorgedrongen.

■79 —

ocr page 190

Intusschen deed het gouvernement reeds stappen om in de zoo snei veroverde streken in den rug van de Duitsche legers een eenigermate geregelden toestand te scheppen. In Duitschland beschouwde men het reeds blijkbaar als een voldongen feit, dat de Elzas en Lotharingen van nu af Duitsch zouden wezen en — blijven. Het nieuwverworven land ontving al zeer spoedig een Duitsch bestuur, dat alle verhoudingen regelde en orde schiep in de wanorde. Zoo werd de generaal von Bonin, die te Nancy zijn zetel koos, gouverneur van Lotharingen; zoo werd de luitenant-generaal von Bismarck-Bohlen met het bestuur over den Elzas belast, terwijl de stad Hagenau hem voorloopig tot standplaats werd aangewezen.

Met een vlugheid en een werkzaamheid, die vooral in omstandigheden zooals deze bijzonder in 't oog moesten vallen, regelde de postadministratie den dienst van het verkeer in de bezette streken, een taak, daarom vooral zoo vol bezwaren, omdat het personeel ten deele met Fransche ambtenaren moest samenwerken.

Welk een contrast met hetgeen men in diezelfde dagen te Parijs en in Frankrijk zag! Hier begon het gesternte van de Napoleontische dynastie snel weg te zinken. De verbittering tegen den keizer, een verbittering, welke ieder oogenblik tot een uitbarsting dreigde te komen, was na de nederlagen bij Metz ten top gestegen. De opgewondenheid streefde het doel, dat enkele partijmannen zich hadden gesteld, zelfs voorbij; ze keerde zich weldra niet alleen meer tegen den keizer, maar greep in haar machtelooze woede zelfs weerloozen aan. De Pruisen-haat werd in die dagen zoo groot, dat een volbloed Franschman voorheen slechts met een Duitscher omgang behoefde te hebben gehad, om onder verdenking te geraken een vijand des lands te zijn. Ongehinderd trok het gepeupel reeds bij troepen door de straten. De revolutie zat in de lucht. Den I4en had Gambetta immers reeds openlijk van de tribune de gronden betoogd, waarop de keizer moest worden onttroond ! — Ondertusschen deden de bevelvoerende generaals hun uiterste best uia hun troepen te reorganiseeren en weder strijdvaardig te maken; tevens verscheen van Trochu reeds den I9en een decreet, waarin hij, als gouverneur van Parijs, de mogelijkheid van een beleg der hoofdstad openlijk behandelde.

Toen de gansche omvang der geleden verliezen en nederlagen eindelijk te Parijs bekend werd, stak er in de Kamer letterlijk een storm op. Keiler, Gambetta en Arago grepen de regeering heftig aan. Aan den keizer en aan de keizerin, welke laatste nog altijd te Parijs vertoefde en zelfs nog de decreten teekende, dacht op dit oogenblik niemand meer. Hoogstens redekavelde men nog over den verderfeüjken invloed, welken zulke verbleekte figuren op den gang van zaken te velde uitoefenden. Die nederlagen, die nederlagen vervulden aller gedachten.

Middelerwijl rukten het IIIe en het IVe Duitsche leger met elkander op een

— 180 —

ocr page 191

hoogte onafgebroken verder door naar Chalons. Wel weigerde de vesting Verdun, die op den weg lag van het IVe leger en reeds door de cavalerie was verkend, zich over te geven; wel werd de stad daarop den 24en door dertien Saksische batterijen een tijdlang tamelijk doelloos beschoten, en werd er later door het io8e regiment een aanval gewaagd op de voorstad Bavé; wel was de wederstand hier zeer hardnekkig, en verkoos de commandant der citadel niet te capituleeren; wel werd de sommatie hiertoe zelfs met een salvo uit zijn vuurmonden beantwoord, maar belemmering in den marsch bracht dit verzet niet veel. De kroonprins van Saksen besloot zich door de stad niet lang te laten ophouden. Boven en beneden Verdun werd de Maas gepasseerd, terwijl de 48e brigade achterbleef om de stad te observeeren. Enkele dagen later sloot dit troependeel echter weder bij het hoofdkorps aan.

Den 24equot; reeds bevond de Maas-armee zich met het IIIe leger ongeveer op dezelfde hoogte in de lijn Vitry-Clermont. De cavalerie breidde haar verkenningen reeds uit tot Chalons.

Thans echter greep een gebeurtenis plaats, welke in het gansche marschtableau een volslagen wijziging bracht niet alleen, maar die ook de plannen van het groote hoofdkwartier voorloopig althans voor een deel deed vervallen.

De cavalerie bracht namelijk de tijding, dat Mac-Mahon het kamp van Chalons had verlaten en was weggetrokken. — Waarheen? Was hij afgemarcheerd naar Parijs, om in elk geval de hoofdstad te dekken, of deed hij een poging om door een flankmarsch in noordelijke richting, dus tusschen den rechtervleugel van het IVe leger en de Belgische grenzen door, Bazaine te naderen, om dezen de hand te reiken en Metz te ontzetten? — Wel was dit laatste een wanhopige onderneming, welke voor de tegenpartij onmogelijk lang verborgen kon blijven ; toch deed alles vermoeden, dat Mac-Mahon die poging waagde, dat hij plan had over Rheims naar het noorden te trekken. Een artikel in de Indépendance Beige, met mede-deelingen uit Mézières betreffende de bewegingen van het Fransche leger, liet weldra geen twijfel meer over betreffende de plaats, waar de maarschalk moest worden gezocht.

Laten wij even nagaan wat er na den slag bij Wörth bij Mac-Mahon was voorgevallen. — In allerijl naar het kamp van Chalons teruggetrokken, was de maarschalk den I5ei1 Augustus met de voorste troepen van zijn geslagen leger daar aangekomen. Gedurende de gevechten om Metz was ook het 7e korps (Douay) derwaarts getrokken, en eindelijk was daar terstond een nieuw korps, het I 2e, gevormd en gesteld onder de bevelen van Trochu. Voor een deel bestond dit laatste korps uit uitstekende troepen, o. a. uit de marine-divisie Vassoignes. Van het 5e korps waren de divisie de Lespart den 20en, de divisie Goze en de brigade l'Abadies den 21en Augustus in 't kamp aangekomen.

De keizer was reeds den 17en hier gearriveerd en had er een zitting

- i 81 —

ocr page 192

van den krijgsraad bijgewoond, waarbij ook Trochu tegenwoordig was geweest. Bij deze gelp~enheid had de keizer de benoeming van dezen generaal tot gouverneur van Parijs onderteekend. Mac-Mahon was met het bevel over het leger van Chalons belast geworden. — Op dat oogenblik was de maarschalk nog stellig voornemens naar Parijs te marcheeren. De inmiddels opgeroepen mobiele garde zou in 't kamp van Vincennes en St. Maur worden gelegerd; ook de keizer zou weldra naar Parijs terugkeeren.

Onder den indruk van de intusschen ontvangen berichten betreffende den slag van den i8en, wilde de regeering te Parijs van deze plannen echter volstrekt niets hooren. Het leger van Chalons moest en zou 'J

naar Metz worden gedirigeerd tot ontzet van Bazaine. Nog altijd leefde men te Parijs in de hoop, dat Bazaine zich door de Pruisische liniën heenslaan en zich dan met Mac-Mahon ergens aan de Maas vereenigen zou.

Het leger van Chalons moest den maarschalk hiertoe de hand reiken.

Onder de gegeven omstandigheden was dit een bespottelijke eisch,

blijkbaar gesteld door menschen, die, zooals er zooveel zijn, van strategie en militaire aangelegenheden zelfs geen flauw begrip hebben en toch op meesterachtigen toon in deze hun gevoelen zeggen. Met een zegevierend, uitmuntend ingericht, goed gedisciplineerd leger was tegenover een besluiteloozen, zwakkeren vijand zulk een waagstuk mogelijk te ondernemen geweest, met een leger, zooals het Fransche toenmaals reeds was, tegenover troepen als de Duitsche, stond het gelijk met het ten offer brengen van een geheel leger.

De keizer oefende intusschen op geen enkel besluit eenigen invloed uit.

Hij liet Mac-Mahon in zijn doen en laten geheel vrij. Den 20en zond de maarschalk dus, na eerst te hebben aangestipt, dat zijn leger nog lang niet aan billijke eischen voldeed, het volgende telegram aan de regeering:

»Morgen trek ik naar Rheivis. Breekt Bazaine door naar het noorden,

dan kan ik hein vandaar beter te hulp komen; breekt hij door naar het zuiden, dan zal dit op veel te groeten afstand zijn om hem te knnnen helpen. Hier blijft een cavaleriedivisie om te dekken en nog na ie zenden wat mogelijk is. Geeft bevel, dat de communicatiemiddelen over Soissons of over Epernay zvorden hersteld.quot;

In Chalons zelf heerschte nog grenzenlooze verwarring. —Ontzettende massa's wagens, paarden, vuurmonden en menschen verstopten de straten.

Naast de geregelde troepen waren groote afdeelingen mobiele garden uit Parijs gekomen, die voor hun plezier uit rijden gingen en het uitvaagsel der vrouwelijke bevolking van Parijs op sleeptouw hadden genomen. De keizer, die zich zelfs op marsch naar 't kamp reeds tus-schen zijn soldaten een vreemdeling had gevoeld, achtte het raadzamer zich niet op straat te vertoonen. Hij bleef in zijn kwartier; alleen de wacht der Cent-Gardes deed zijn aanwezigheid daar vermoeden.

Toch scheen een groot deel van het leger nog wel aan hem gehecht;

— 182 —

ocr page 193

alleen de »mobielenquot; veroorzaakten veel last en moeite, want aan woedende demonstraties liet dit gespuis het niet ontbreken, zoodra het van 's keizers aanwezigheid te Chalons iets had vernomen.

Een proclamatie, den 1 5en Augustus aan de mobielen bekend gemaakt, baatte niets, 't Werd tijd dat volkje weg te zenden. Den 18en gelukte dit inderdaad; toen hoorde men in de verte het kanon dreunen.— Farijs, niet den keizer wilden zij beschermen, riepen de »moblots.quot; — Paris! A Paris'.quot; klonk het overal, liet oproer nam hand over hand toe. Vele officieren maakten met de kerels gemeene zaak, en toen ten slotte de order kwam, dat de mobiele garde naar Parijs, en wel meer bepaald naar 't kamp van St. Maur, zou terugkeeren, vielen de ellendelingen elkander huilend van pret in de armen.

Terwijl zij nog bezig waren de ransels te pakken, kwam het bevel, dat zij deze stukken moesten achterlaten voor de geregelde troepen. De » mobielenquot; namen er genoegen mede en trokken, hun eigendom in dekens gewikkeld medenemende, het kamp uit. Zoodoende was het niet te verwonderen, dat de velden rondom Chalons met voorwerpen van allerlei aard waren bedekt, toen de Duitsche cavalerie die plaats naderde.

Den 21en nu brak de maarschalk eindelijk op en ging met den keizer, die zeer was terneergeslagen, op marsch naar Rheims.

Hier gekomen, was hij nog altijd meester over zijn doen en laten. Vanhier kon hij over Soissons naar Parijs retireeren of, als men dit laatste te Parijs nog altijd bleef eischen, over Vouziers en Stenay in de richting van Metz marcheeren.

Bij Rheims bleef de maarschalk staan, — doch niet lang. De minister Rouher kwam zelf uit Parijs met de stellige order het verband met Bazaine tot eiken prijs te herstellen en dezen zoo mogelijk zelfs te ontzetten. — Mac-Mahon werd volstrekt niet bereid gevonden aan dit bevel te voldoen; met nadruk kwam hij er tegen op; ten slotte verklaarde hij, dat, wanneer hij vóór dien datum van Bazaine geen tijding had ontvangen, welke hem dwong tot andere maatregelen, hij den 2 3en Augustus op marsch zou gaan naar Parijs. — »De Rijn-armee is ingesloten door een leger van 200000 Duitschers,quot; betoogde hij. gt; De kroonprins van Saksen staat met 80000 man tusschen Metz en Verdun; de kroonprins van Pruisen heeft met 1 50000 man de omstreken van Vitry bereikt; dan is een onderneming, zooals men die te Parijs van mij verlangt, onuitvoerbaar.quot;

Reeds den 22en werden dus toebereidselen gemaakt voor den afmarsch naar Parijs, en Rouher keerde naar de hoofdstad terug om de bevolking daar nopens dezen terugtocht gerust te stellen. Dienzelfden middag echter kwam een van den I9en gedagteekend telegram van Bazaine uit Metz en wierp dit gansche plan weder in duigen. — Met een enkel woord slechts repte Bazaine daarin van de nederlaag bij Gravelotte. Hij had, zoo beweerde hij, zijn positie met succes verdedigd.

- 1S3 -

ocr page 194

Zijn troepen hadden slechts een dag of drie rust noodig. Den 20equot; verwachtte hij een nieuwen slag. Dan echter zou hij opbreken naar het noorden, om zich over Montmédy, op den weg van St. Menehould naar Chalons, door den vijand heen te slaan. Mocht deze weg door den vijand echter te sterk zijn bezet, dan dacht hij over Sedan of zelfs over Mézières het kamp van Chalons te bereiken.

Mac-Mahon móest thans wel onderstellen, dat Hazaine reeds op marsch was; hij voelde zich dus verplicht zijn krijgsmakker bij deze gevaarlijke onderneming de hand te reiken.

In den avond van den 2 2ei1 gaf Mac-Mahon bevel den volgenden morgen op marsch te gaan naar Stenay. Reeds stond dit plan bij hem vast, toen hij ten overvloede een depêche van Rouher uit Parijs ontving, waarbij de marsch tot vereeniging met Bazaine als dringend noodzakelijk werd voorgesteld, omdat te Parijs anders een revolutie zou ontstaan.

Intusschen was ook het 12e korps (Lebrun) Rheims genaderd. Den 23equot; g'ng bet geheele leger op marsch naar de Suippe. Bij het ie korps bevond zich Napoleon met de leden van zijn militair huis.

De afmarsch des legers uit Rheims kenmerkte zich door schandelijke tooneelen. — » Nauwelijks hadden de regimenten de stad verlaten,quot; schreef de correspondent van de Gaulois, » of honderden fricaieurs, vuile, have-looze, in uniform gekleede kerels, die zonder ransel of geweer achteraan kwamen, vertoonden zich. Dien avond violen zij het goederenmagazijn van 't station aan en begonnen de waggons met levensmiddelen voor het leger te plunderen. Zelfs van de kruitvaten, die, meenden zij, sterken drank of wijn bevatten, sloegen zij den bodem in. Niet uit honger of armoede geschiedde dit, want een oogenblik later werd er bij 't station een soort van markt gehouden, waar de buitgemaakte eetwaren voor spotprijzen werden verkocht. Een bataljon mobiele garde maakte aan de ongeregeldheden een einde en nam zestig man gevangen, waaronder veertig soldaten.quot;

Niet minder kras schreef de Figaro. — »Gisterenavond tusschen zessen en negenen werd de goederentrein te Rheims door circa vierhonderd achterblijvers van 't korps de Failly geplunderd. Deze soldaten behoorden tot verschillende wapens; de ineesten waren artilleristen. Zij braken wel honderdvijftig wagens open en wierpen de wijn- en de kruitvaten, de patroon- en beschuitkisten, ja, zelfs een groot deel van de bagage des keizers op den grond. Nu kwamen de opkoopers. Ik zag een baal koffie voor één franc negen centimes, een kleedingstuk des keizers voor twintig centimes verkoopen. Eindelijk werd aan dit schandaal door de spoorwegbeambten zeiven voor een groot deel een einde gemaakt. Zestig man, waaronder veertig soldaten, werden gevangengenomen.quot;

Dat de tucht bij de troepen reeds veel had geleden, behoeft onzes inziens thans geen betoog meer. Evenmin zal het iemand nu nog verbazen, wanneer hij leest, dat ook de snelheid van beweging, welke bij

- 184 -

ocr page 195

een zoo gevaarlijke onderneming een hoofdvoorwaarde liad moeten wezen, zoo goed als totaal ontbrak. De maarschalk had in de meening verkeerd, dat het leger voor verscheiden dagen van vivres was voorzien, en dat hij dus niet langer aan de spoorwegen was gebonden ; maar reeds den 24en bleek, dat het 5e en het 12e korps zoo goed als niets met zich voerden. Dientengevolge ging een gansche dag, de 25e Augustus, verloren om die beide afdeelingen te Rethel van het noodige te voorzien.

Eerst den 27en Augustus kwamen het hoofdkwartier en het i 2e korps .zoodoende te Le Chesne Populeux in de Argonnen. Men had voor dezen marsch van nog geen zestig kilometer vijf dagen noodig gehad. Te le Chesne werd rust gehouden. De troepen waren zwaar vermoeid.

Juist zat de maarschalk aan zijn doodeenvoudig middagmaal, toen een ordonnans van het 5e korps binnentrad met de tijding, »dat er bij Huzancy een scherp gevecht tusschen de cavalerie had plaats gehad, dat de vijand in 't zuiden met de Fransche flankdetachementen voeling had gekregen, en dat de rechterflank van het leger werd bedreigd.quot;

Dat zijn plan schipbreuk had geleden, was voor Mac-Mahon thans met éc'n slag duidelijk; tevens moest hij begrijpen, dat zijn eigen leger in gevaar verkeerde. De vijand had het van hem in snelheid gewonnen; het IIIe en het IVe Duitsche leger hadden zich mogelijk reeds veree-nigd ; al 't geen hij van Bazaine's bewegingen had gehoopt was een her-schenschim gebleken. — Slechts één middel bestond er nu nog om zijn troepen aan dat dreigende gevaar te ontrukken : ze moesten teruggevoerd, het noordoosten in, naar Mézières bijvoorbeeld, en vandaar naar Parijs.

Reeds had de maarschalk hiertoe orders gegeven, toen de telegraaf een nieuw, zeer gebiedend bevel bracht uit Parijs: »Laat gij Bazaine in den steek, dan breekt hier stellig een omwenteling uit. Metz en Bazaine móeten ontzet worden. Neem hiertoe terstond de noodige maatregelen. Niet den kroonprins van Pruisen hebt gij tegenover u, maar een zijner onderbevelhebbers. Gij hebt twee, mogelijk wel drie dagen voorsprong op hem.quot; — Wat was men te Parijs slecht ingelicht!

De grijze maarschalk wierp het telegram op tafel, verscheurde het bevel, dat hij reeds had gegeven, en besloot den weg naar Montmédy weder in te slaan.

Den 2Sen 's morgens reeds vroeg was hij op marsch naar Stonne. Den 29en begon het 12e korps bij Mouzon over de Maas te trekken; het 5e, dat een zwaren marsch had te maken om van Belval te Beaumont te komen, en dat daarbij al zijn bagage medevoerde, werd onder weg telkens verontrust; het 7e, dat naar Buzancy moest marcheeren, hield halt te Üches. Het had honderden gerequireerde voertuigen bij zich, die het in zijn marsch belemmerden, en de Duitsche granaten brachten onophoudelijk wanorde in de konvooien. De positie van het Fransche leger begon gevaarlijk te worden; de beide Duitsche legers stonden

185 -

ocr page 196

reeds van Grandpré tot Stenay; de voorhoede had reeds telkens voeling met de Franschen; uitwijken of ontkomen was voor Mac-Mahon reeds zoo goed als niet meer mogelijk. Hem werd alleen nog de keus gelaten of hij slag wilde leveren op den rechter- dan wel op den linker-Maas-oever; maar slag geleverd moest er worden, en dit nog wel onder zulke omstandigheden, dat een verloren slag óf de vernietiging óf den overgang over de Belgische grenzen moest ten gevolge hebben.

Laten wij thans nagaan door welke geweldige krachtsinspanning het aan het IIIe en IVe Duitsche leger was gelukt den maarschalk voor dit ontzettende alternatief te stellen.

Den 24en, zoo vermeldden wij reeds, stonden de beide legers met elkander ongeveer op één hoogte in de lijn Vitry-Clermont. Het hoofdkwartier van den kroonprins van Pruisen had dienzelfden dag Ligny bereikt. De koning werd in het hoofdkwartier van zijn zoon verwacht, toen een ordonnans van de vooruitgezonden, verkennende cavalerie in galop door de wachtende menigte kwam jagen met een rapport voor den prins. — » De Franschen hadden Chalons verlaten en zoo goed als allen daar aanwezigen voorraad vernield.quot; — Om kwart over tweeën kwam de koning; door de troepen met gejuich ontvangen, nam hij dadelijk kennis van dit rapport. Daarna werd krijgsraad gehouden. — De kwartiermeester-generaal von Podbielski was van meening, datdel-ran-schen wel om staatkundige redenen naar Rheims konden zijn gemarcheerd, en stelde dus voor de legers alleen wat meer rechts te doen aanschuiven. Voorloopig werd dit voorstel echter niet gevolgd. De marsch zou in de eenmaal aangegeven richting worden voortgezet. — Maar toen nog dienzelfden avond nieuwe tijdingen inkwamen, toen de 4e cavaleriedivisie den aftocht meldde uit Chalons, toen een toevallig gevonden Parijsch blad de mededeeling behelsde, dat Mac-Mahon bij Rheims had stelling genomen, toen eindelijk een van Parijs over Londen gekomen telegram berichtte, dat Mac-Mahon zich met Bazaine trachtte te vereenigen, móest de marsch naar Parijs voorloopig wel worden gestaakt, móesten er wel andere maatregelen worden genomen. — Dus werd in den voormiddag van den 25en bevolen, dat de richting van den marsch

— 186 —

ocr page 197

meer naar 't noordwesten verlegd en aldus behouden zou worden, tot men nadere berichten had. Denzelfden avond werd het rapport der cavalerie bevestigd. Von Moltke en Podbielski begaven zich naar Har Ie Due, naar het hoofdkwartier des konings, om te overleggen. Het gevolg der beraadslagingen was, dat tot een reusachtige frontverandering naar het noordoosten bevel werd gegeven.

Mac-Mahon zou worden vervolgd.

In de jaarboeken der krijgsgeschiedenis zal het marschtableau van de troepen der IIIe en IVe armee altoos een eervolle bladzijde blijven beslaan, want in de nu volgende dagen tusschen den 26en en den 31en Augustus werden door hen, in dikwerf hoogst ongunstig terrein, onder zeer bezwarende omstandigheden, marschen gemaakt, die de bewondering van het gansche militaire Europa ten volle verdienen. Hierbij toch mag niet uit het oog worden verloren, dat deze verandering in de marsch-richting niet alleen rechtstreeks betrekking had op de troepen zei ven, op de mannen dus, maar dat ook de gansche reeks van munitie-, ver-plegings- en hospitaaltreinen, van telegraaf- en veldbruggenafdeelingen, enz., dienzelfden langen marsch eveneens moest maken, dat al de tot voor enkele uren gegeven bevelen waren vervallen en door nieuwe vervangen, terwijl al die groote marschlichamen toch dicht genoeg bijeen gehouden moesten worden, om ze op een gegeven oogenblik te kunnen gebruiken op één punt.

In weerwil van deze groote bezwaren werd die gansche frontverandering tijdig in goede orde volbracht. Storingen in de beweging kwamen bijna niet voor. — Wat den marsch van het IIIe leger nóg gevaarlijker maakte, was, dat men van Vitry naar Chalons voor een gedeelte door het Argonnerwoud moest rukken. Dit woud, dat een lengte heeft van circa vijfenzeventig kilometer, telt verscheiden moeilijk begaanbare passen, van welke die van Le Chesne Populeux de noordelijkste is. Tusschen de dicht met hout begroeide, lage bergen door, bewoog de IIIe armee zich in ten deele gesloten formatie. Het IVe leger, de Maas-armee onder den kroonprins van Saksen, trof betere wegen; het rukte over Dun, Stenay en Mouzon naar het noorden.

Juist deze geweldige marschen van de beide Duitsche legers hebben voor een groot deel den slag bij Sedan ten gevolge gehad. Zij toch maakten het voor het Duitsche hoofdkwartier mogelijk Mac-Mahon daar te omsingelen.

Reeds in den avond van den 26en kwamen bij het hoofdkwartier van het IVe leger betreffende den vijand rapporten in. Deze was op marsch naar Mézières. De cavalerie-patrouilles hadden lange rijen wachtvuren gezien. Bij Buzancy kwam het, zooals wij reeds vermeldden, den volgenden morgen om tien uur tot een schermutseling tusschen Saksische en Fransche cavalerie-regimenten. waarbij deze laatste werden teruggeworpen. Den 27quot;' 's avonds kreeg het hoofdkwartier van het IIIe leger.

- 1S7

ocr page 198

dat St. Menehould was genaderd, hiervan bericht. De vijand was dus gevonden. — Nu was 't zaak hem vast te houden. In de drie volgende dagen naderden de korpsen der beide Duitsche legers elkander voortdurend meer. Een kort doch verliest ijk gevecht bij N ouart schonk daarop den 29en de zekerheid, dat de Franschen Bazaine wilden ontzetten, en dat hiertoe langs den weg Vouziers-Stenay twee korpsen over Beaumont de andere vooruitrukten.

Hoewel Mac-Mahon door de te Le Chesne ontvangen berichten van het gevaarlijke zijner positie overtuigd was geworden, scheen hij toch nog in de meening te verkeeren, dat hij alleen het Maas-leger, dus slechts circa 60000 man, tegenover zich had. Van de nabijheid van de korpsen der III6 armee scheen hij nog niets te hebben bespeurd; voor-loopig bleef hij dus bij zijn plan om langs een omweg naar Metz te rukken. Hiertoe moest hij op den rechteroever van de Maas overgaan; bij Sedan zoowel als bij Mouzon, ten zuiden van deze vesting, kon dit in een tamelijk breed front geschieden. Voor den 3oeQ was die overtocht vastgesteld. Daarna zou naar Montmédy worden gemarcheerd. — Het groote hoofdkwartier der Duitschers wist intusschen reeds den 26en, dat de tegenpartij in noordoostelijke richting naar de Maas rukte en op dat oogenblik stond tusschen Le Chesne en Beaumont, met het front naar het zuiden.

De morgen van den 30en brak aan. — Van de Franschen zou het 5e korps op marsch gaan naar Mouzon, het 7e naar Villers, het ie met de cavalerie-divisie de Bonnemains naar Remilly. — De beide andere cavalerie-divisiën waren de Maas reeds gepasseerd. Maar in dienzelfden morgen had er bij het 5e korps, dat de terreinen om en bij Beaumont nog niet had verlaten, een brooduitdeeling plaats, 't Was »rust. Over de gansche linie tegenover het bosch van Beaumont waren honderden soldaten bezig hun geweren te poetsen, 't Werd twaalf uur; het uur van appèl sloeg. De bataljons traden aan. Als in vollen vredestijd begonnen de officieren hun inspectie. Daarna begonnen de soldaten voor hun middagmaal te zorgen.

Eensklaps dreunt er uit den boschrand een kanonschot; een huilend gesuis trilt door 't luchtruim, en midden tusschen de troepen springt een granaat. Er ontstaat een paniek. — 0 Daar is de vijand 1 De Pruisen komen!quot; — Reeds worden bij den boschrand geweerschoten gewisseld. In het bosch zelf bliksemt het artillerievuur nog ophoudelijk. — In de thans ontstaande, hopelooze verwarring ontbrak het volslagen aan eenige bevelvoering. Aan geen enkel bataljon was te voren een bepaalde stelling aangewezen. Geheele zwermen infanteristen zag men bij de stad tegen de hoogten oploopen; doch ook hier sloegen de granaten weldra neder. Volslagen radelcos liepen afdeelingen van het iie, 46e en 48e regiment rond. Tusschen hen in zag men jagers van het 4e bataljon der divisie de Lespart. Niet één van al die mannen wist waar hij heen

— 188 —

ocr page 199

moest, en tusschen die bandelooze horden floten de kogels, en uit het hout gonsden de granaten. Slechts met groote moeite werd het verband eindelijk eenigermate hersteld Het gevecht begon. Van alle kanten kwam de tegenpartij in dichte tirailleurzwermen uit den boschrand, uit de struiken en tusschen de verspreid staande huizen door te voorschijn. Zoo goed mogelijk begonnen de Fransche compagnieën zich eenigermate in slagorde te scharen.

Wat had deze overvalling, — want dit was ze in den volsten zin des woords; — mogelijk gemaakt ?

Ingevolge de bevelen des konings waren het 4e en het 12e Duitsche korps reeds vroeg, om twee uur, op marsch gegaan, het 4e hunkerende naar het oogenblik, waarop het eindelijk ook eens zou kunnen vechten. -Bel val, een plaatsje circa zeven kilometer ten zuiden van Beaumont, was reeds door de voorhoede van de 8e divisie, 4e korps, bereikt, maar geen vijand vertoonde zich hier. Zou 't ook dien dag weder zonder vechten afloopen ? — Het dichte bosch van Beaumont lag voor hen; de wegen er doorheen waren slecht, moerassig, somwijlen zelfs half weggespoeld. Hier en daar begonnen de bataljons om die reden reeds rechts en links er van door het struikgewas te marcheeren; daar was de bodem ten minste hard. Eindelijk werd het hout wat lichter. De pachthoeve La petite Forct was bereikt. — Hier had dien morgen een Saksisch ulanen-regiment reeds vroeg zijn verkenningen gedaan en de Fransche jagers bij Beaumont waargenomen. — Een korte pauze ontstond. 't Was over half één. Voorposten scheen de vijand niet te hebben uitgezet. Alleen een paar vijandelijke ruiters waren teruggejaagd. Op hun rapport in 't kamp scheen niet gelet. — Nu naderde een batterij in galop den boschrand en legde hier af; dadelijk daarop sloeg de eerste granaat in 't Fransche bivak.

De infanterie begon zich te ontwikkelen; de heuvels vóór den boschrand werden door haar bezet. Weldra was naast de 8e ook de 7e divisie in de voorste linie gerukt. Rechts naast de voorhoeden van deze beide divisiën begonnen de Saksers ook reeds vooruit te dringen. Na een kort vuurgevecht wierp zich alles met een luid hoera op den vijand; deze werd na heftigen weerstand met zóóveel kracht teruggeworpen, dat de Pruisen reeds bij den eersten aanloop het kamp vermeesterden. Zóó veilig hadden de Franschen zich daar gerekend, dat zij zelfs de bespanningen der vuurmonden afgetuigd hadden. — Thans stormden zij, bagage, vuurmonden, wapens, paarden, in één woord alles achterlatende, in wilde vlucht naar Beaumont.

Het was twee uur geworden; maar al was er reeds groot succes behaald, de slag was nog niet gewonnen. Ten noorden van Beaumont toch had zich onder die bedrijven een sterke Fransche artilleriemassa ontwikkeld. Deze nam de vluchtende bataljons van de Failly op. levens voerde de generaal Lebrun een brigade infanterie, een brigade cavalerie,

— 1S9 —

ocr page 200

benevens eenige batterijen van het 12e korps, dat de Maas reeds was overgegaan, naar den linkeroever terug. Op de hoogten van Mouzon kwamen mitrailleusebatterijen opdagen. — Een tweede kampstrijd, veel bloediger nog dan de eerste, begon

Eerst tegen half zes, nadat een door den vijand sterk bezette stelling ten noorden van Beaumont bij Yoncq was genomen, en nadat het 93e regiment hierbij vier mitrailleuses en acht kanonnen had buitgemaakt,

kon er aan gedacht worden den rechtervleugel van de hoofdstelling zoowel in het front als in de rechterflank aan te grijpen. Aan de regimenten 93 en 27 viel deze bloedige taak ten deel. Met de regimentscommandanten aan het hoofd, wierpen de tirailleurs, door gesloten compagnies- ' colonnes gevolgd, zich op de tegenpartij.

Deze week en liet tien vuurmonden in handen des vijands. Een tegenaanval werd afgewezen. Eensklaps daagde er cavalerie op in de linkerflank der aanvallers. — »Geeft acht 1 Vierhonderd pas.— Aan! —

Vuur!quot;

't Was het 5e regiment kurassiers, dat kwam aanjagen. De kolonel de Contenson zat zelf met getrokken sabel voor zijn escadrons. Het vernietigende snelvuur van de compagnie Helmuth echter deed in één enkele minuut elf officieren en meer dan honderd gepantserde ruiters in 't stof bijten. De kolonel stortte, geen twintig pas van de tirailleurs,

doodelijk getroffen neder. De rest van het regiment joeg in wilde vlucht naar de Maas. Hier waren de bruggen en waadbare plaatsen intusschen reeds dermate door vluchtelingen verstopt, dat veel kurassiers zwemmende den overkant trachtten te bereiken en dat verscheidene bij dit waagstuk verdronken.

't Werd zes uur. Nog altoos slingerde de Duitsche artillerie haar granaten in de vijandelijke drommen. Vereenigd gordden de 7e en het gros der 8e divisie zich aan tot den beslissenden aanval, doch de Fran- ^

schen wachtten dezen niet af. Zij ontruimden zelfs hun laatste stellingen;

na heftigen tegenweer bezetten compagnieën van het 4e korps der Pruisen tot zelfs de Maasbrug bij Mouzon.

De duisternis daalde neder. De Eranschen waren, door het vuur hunner batterijen gedekt, in vollen aftocht naar de Maas. In 't brandende Beaumont wemelde het van gekwetsten en gevangenen. De kerk was tot tijdelijk hospitaal ingericht. Op de openbare straat werden de geblesseerden verbonden, zelfs menigmaal geamputeerd. Vlak achter de kerk gingen verscheiden huizen in vlammen op.

Wederom konden de Pruisen, de Saksers en de Beieren (ie korps) een overwinning in hun vaandels schrijven. Tweeënveertig vuurmonden en mitrailleuses, een massa voorraad van alleilei aard en 3000 gevangenen waren hun in handen gevallen. De verliezen der Eranschen waren zwaar.

Het 1 ie regiment infanterie had 35 officieren dood of gewond in Beaumont liggen; het 68e verloor er 26 ; van het 4e bataljon van het

—-190 —

ocr page 201

46e kwamen 21 man terug. Van de overigen waren slechts 82 man gevangengenomen, de anderen — dood.

Van uit de verte, van een hoogte in 't zuiden, bij Sommanthe, had koning Wilhelm den strijd aanschouwd; bij Stonne staande, ten westen van Beaumont, had de kroonprins den terugtocht der Franschen waargenomen.

Van de troepen, die niet aan den strijd hadden deelgenomen, kwam de garde den 30en 's avonds bij Beaumont, het 2e Beiersche korps bij Sommanthe, het 5e bij Stonne, het ge te Le Besace. Het ie Beiersche, het 4e Pruisische en het Saksische korps stonden op 't slagveld. De zeven groote legerafdeelingen bevonden zich dus thans op den linkeroever van de Maas dicht bij elkander. De Saksische cavalerie was de Maas echter reeds gepasseerd en marcheerde in de richting van Carignan.

Nog dienzelfden avond trokken de Franschen af, over Carignan en Brevilly den rechteroever opzoekende van de Chiers, een rechterzijrivier van de Maas. Hun doel was de vesting Sedan. Hier hoopte Mac-Mahon zijn uitgeputte en reeds ten deele ontmoedigde troepen opnieuw van levensmiddelen en munitie te kunnen voorzien

Dat de maarschalk plan had bij Sedan een slag aan te nemen, mag uit het bovenstaande echter niet worden afgeleid. Uit het werk «Belfort, Rheims, Sedanquot; van prins Bibesco, een der hoofdofficieren van het /e Fran-sche korps, die aan den slag bij Sedan deelnamen, mag zelfs worden afgeleid, dat de maarschalk het hachelijke van zijn toestand niet eens goed inzag. Het aantal vijanden, dat hij tegenover zich had, schatte hij, volgens den prins, op niet meer dan 70000 man. Dat Mac-Mahon zijn toestand niet kende, wordt bevestigd door den generaal Lebrun. In zijn rapport zegt deze, dat de maarschalk, te Stonne zijnde, niet meer dan bovengenoemd aantal vijanden tegenover zich meende te hebben. Nog altijd toch verkeerde hij in de meening, dat hij na een kortstondige rust, gesteund door het 13e korps (Vinoy), dat later gevormd en naar hem op marsch was. ongehinderd naar Mezières zou kunnen afmar-scheeren. — Een andere uitweg stond hem trouwens al niet meer open; namelijk zoolang nog, tot de Duitsche legerkorpsen ook dezen voor hem sloten en hem dwongen slag te leveren of —- op Belgisch grondgebied uit te wijken, om hier te worden gevangengenomen.

Volgens bovengenoemden prins Bibesco was de toestand, waarin de Fransche korpsen in den loop van den 3ien Sedan naderden, meer dan treurig. — 4 Mannen en paarden waren uitgeput van vermoeienis, honger en koude. Al 't geen zij de laatste vier en twintig uur zonder ophouden geleden en doorgestaan hadden en de voortdurende marschen heen en weder hadden hun moreel geducht geschokt. De paarden waren tot schimmen afgevallen en konden zich ternauwernood meer op de beenen houden. Bij de soldaten had de oververmoeidheid het toppunt bereikt; zelfs de flinksten, de kranigsten vielen terstond in slaap,

ocr page 202

zoodra zij maar even gingen zitten.quot; — Dit was het natuurlijke gevolg van al de marschen en contremarschen, welke Mac-Mahons troepen door de onverstandige, onoordeelkundige bevelen van een minister Palikao, die den toestand niet kende en rustig te Parijs zat, hadden moeten maken, terwijl bij allen de overtuiging vaststond, dat al die marschen tot niets dienden, en dat het einde ook nu weder een jammerlijk fiasco zou zijn. Arm leger!

De manier, waarop de slecht ingelichte Palikao thans om politieke redenen omsprong met een leger als dat van Mac-Mahon, een leger, waarvan de voornaamste elementen volstrekt niet slecht waren, is een waardige pendant van de wijze, waarop enkele maanden later de advocaat Gambetta »generaaltjequot; speelde. Nogmaals: Arm leger!

Üp uitdrukkelijk verzoek van Mac-Mahon, die den 30eu op de hoogten van Mouzon met hem was samen geweest, had keizer Napoleon besloten naar Carignan te gaan. Toen de generaal Ducrot hem, geen uur na zijn aankomst aldaar, de tijding bracht van 't geen bij Beaumont was voorgevallen en hem tevens het dringende verzoek deed zijn hoofdkwartier wederom te verplaatsen en wel naar Sedan, omdat ook het geheele leger hierheen terugging, liet de keizer zich nogmaals raden. Omstreeks elf uur in den avond kwam hij in de vesting en ging, te voet als een gewoon burgerman, — een rijtuig was er niet; — door zijn stafofficieren gevolgd, naar het hotel der prefectuur. Aan de keizerin had hij vooraf getelegrafeerd, dat er een gevecht »van weinig beteekenisquot; had plaats gehad.

Het ie en het 5e korps rukten den 3len des morgens reeds om vier uur eveneens de vesting binnen. Het gansche leger van Mac-Mahon was hier thans bijeen.

— 192 —

ocr page 203

XVir HOOFDSTUK.

DE SLAG BIJ SEDAN.

In den morgen van den 3ien stond het grootste gedeelte der Duitsche strijdkrachten nog op den linkeroever van de Maas. Om g uur echter passeerde de garde deze rivier bij Pouilly en rukte naar Carignan. Saksische cavaleriepatrouilles hadden de aanwezigheid van vijandelijke troepen aldaar gesignaleerd. — (Bij hun nachtmarsch naar Carignan waren de Franschen zoo onvoorzichtig geweest door het aansteken van fakkels de richting te verraden, waarin zij zich bewogen). — Het 12e korps toog naar Douzy aan de Maas, doch schoof zijn voorhoede reeds over die rivier vooruit; het 4e bleef voorloopig bij Mouzon.

Welk oordeel de vervolgende Duitsche troepen zich toen reeds van hun tegenpartij moeten gevormd hebben, is niet moeilijk na te gaan. 't Geen zij op hun rnarschroute vonden, sprak duidelijk genoeg, n.1. onbeheerde paarden in massa, geweren, die dezen naam niet meer mochten dragen, kepi's, die alle vorm en kleur hadden verloren, duizenden ransels, door den regen tot zakken misvormd, wagens en karren, waarvan de inhoud ten deele nog er in, ten deele er naast op den weg lag, daartusschen cham-pagneflesschen, teervaten, papieren, zakken meel en hoefijzers, schoenborstels, toiletartikelen, fotographie-albums, stukgescheurde schoenen, in één woord een baaierd van millioenen voorwerpen van alle grootte en soort, weggeworpen, achtergelaten om spoediger vooruit te kunnen komen of omdat de dieren, die al deze vrachten moesten verder brengen, waren gevallen. Tezamen verrieden ze overhaasting, wanorde, in één woord demoralisatie bij den vijand.

Vóór het gros der Maas-armee uit, draafden de Saksische cavaleriedivisie en die van de garde. Weldra vertoonden zij zich in 't dal van de Maas, die hier tusschen tamelijk kale heuvels doorstroomt. Een met

— 193 —

gt;3

ocr page 204

echte ruiterbravoure ondernomen aanval van het 17e regiment Saksische ulanen op het door de Franschen bezette dorpje Douzy, in verband met een charge van het regiment garde-reiter, dat bij Brévilly over de Chiers was gegaan, op troepen, die van Carignan naar Sedan trokken, was oorzaak, dat nog veertig wagens met vivres en vele gevangenen aan de Saksische escadrons in handen vielen. De batterij, die de cavalerie vergezelde, had onder die bedrijven een groote massa geladen spoorwagens bij Carignan in brand geschoten.

Na dit tamelijk scherpe gevecht, dat de ulanen slechts een verlies van twee officieren en negen man met achttien paarden had doen lijden, reden de garde-reiter terug naar Douzy en hielden dit plaatsje bezet, tot de 24e divisie van de Saksers hen om 6 uur kwam aflossen.

Bijna terzelfder tijd donderde het kanon nog weder eens heftig op den linkervleugel. Hier was het ie Beiersche korps (von der Tann) bij Remilly, een plaatsje aan de Maas ten zuiden van Sedan, op de Franschen gestooten. Er ontstond een geweldige geschutstrijd, waarbij de aanvaller door zijn positie op den rand van een bergvlak zeer in het voordeel was en uitwerking verkreeg. Toch werd de ongelijke strijd door de Franschen voortgezet tot bij twaalven. Om half twee begonnen zij hun posities echter te ontruimen. Von der Tann liet het dorp Bazeilles op den rechteroever van de Maas thans reeds tijdelijk bezetten. De groote verliezen, welke twee zijner jagerbataljons hierbij leden, waren echter oorzaak, dat hij zijn troepen later naar den linkeroever van de Maas deed teruggaan, en dat hij zich vergenoegde met het bezetten en barricadeeren van de spoorbrug aldaar.

Te Chémery had thans op last van den koning tusschen von Moltke, Podbielski en von Blumenthal een bespreking plaats over't geen hun den volgenden dag te doen stond. — Aanvankelijk was de koning voornemens geweest eerst den 2en September slag te leveren, om zijn soldaten aldus een welverdienden rustdag te geven; maar de voorvallen van den 30en bij Beaumont en daarop de gevechten bij Remilly, Carignan en Douzy hadden zoowel hem als von Moltke van gedachte doen veranderen. — Met één slag moest de tegenpartij thans worden vernietigd. Nog was de kring, waarin Moltke haar wilde sluiten, niet overal dicht; nog stonden verscheiden korpsen lang niet op de plaats, welke hij hun had toegedacht; maar de overijling, waarmede de tegenpartij terugging, de rapporten, dat deze gansche bagagecolonnes in den steek liet, dat er belangrijke teekenen van demoralisatie aanwezig waren, konden als zooveel bewijzen worden aangemerkt, dat de vijand zeer was ontmoedigd, dat er nog slechts één laatste stoot noodig was om zijn legerverband, om den samenhang zijner troependeelen te doen verloren gaan. Door langer wachten werd bovendien aan Mac-Mahon de gelegenheid gegeven, gedurende den nacht nog een poging te doen tot ontkomen naar 't westen. De groote, beslissende slag, die in eens aan den

■

— 194 —

ocr page 205

veldtocht een einde kon maken, zou dan mogelijk niet geslagen kunnen worden.

Het slot van de beraadslagingen te Chémery was derhalve, dat de tegenpartij den volgenden morgen tusschen de Maas en de Ardennen zou worden aangegrepen. Bevelen werden gegeven, om den marsch van al de troepen in 't duister van den nacht te bespoedigen.

Huilend joeg de wind over 't land; aan den donkeren hemel was geen enkele ster te zien, toen eenige lange, donkere, bewegende massa's door de plaatsjes Dom le Menil en Donchery trokken, 't Waren troepen van het iie korps en van de Wurtembergsche divisie, op marsch naar de bruggen over de Maas. De pontonniers van het iie hadden deze in den loop van den 3ien bij Donchery geslagen. De Wur-tembergers zorgden in 't donker voor een overgang bij Dom le Menil.

Aan de Fransche regimenten was voor den 3!eD alleen bevel gegeven zich om en bij Sedan te concentreeren.

Met het oog op de nadering eens vijands uit het noordwesten ot over Donchery stond op den morgen van den ien September het 7e Fransche korps, drie divisiën sterk, tusschen Floing en Calvaire d'Illy met het front naar 't noorden. De cavalerie-divisiën Margueritte en de Bonne-mains rustten in de laagten bij Floing; de divisie Ameil stond achter het midden van het 7e korps verzameld.

Het ie korps, vier divisiën sterk, was nog in den avond van den 3ien uit Carignan gedirigeerd naar een stelling langs de Givonne, een beek, die ten zuiden van de vesting door een diep dal loopt, langs de dorpjes Givonne, Daigny, la Moncelle en Bazeilles en boven Sedan in de Maas valt.

Het nieuwgevormde korps van Lebrun, het 12e, had een haakstelling ingenomen ten zuiden van Sedan, en wel met de divisie Lacretelle bij

— 195 —

ocr page 206

La Moncelle, front naar het oosten, en met de divisie infanterie der marine (Vassoignes) bij het dorp Bazeilles, front naar het zuiden. — Bij Fond de Givonne stond de divisie Grandchamp in reserve. Het 5e korps, thans gecommandeerd door den enkele dagen te voren uit Afrika teruggekeerden generaal de Wimpffen, in plaats van door de Failly, was in het zoogenaamde Oude Kamp ten noordoosten van de stad verzameld^ en maakte als algemeene reserve front naar het noorden.

Het Fransche leger was op die wijze verdeeld over de drie zijden van een vierhoek, van welke de vierde zijde werd gevormd door Sedan en de Maas. Sedan, op den rechteroever van de rivier, heette nog een vesting, maar had geen enkel buitenwerk en niets dan ouderwetsche vuurmonden; het was slecht van proviand en munitie voorzien en werd door de ver dragende artillerie der Duitschers van de omliggende hoogten geheel beheerscht. De beekjes, de Floing ten noordwesten en de Givonne ten oosten van de stad, beide komende uit het noorden en beide vallende in de Maas, omsloten met deze rivier ongeveer het terrein, waarop de Franschen positie hadden genomen. De beheerschende punten waren de Calvaire d'Illy (Calvariënberg), de sleutel van de positie, dicht bij het dorpje van dien naam, en het bois de la Gar enne, ten westen van het dorp Givonne.

De eenige opengebleven gemeenschapsweg tusschen Sedan en Méziè-res was de straatweg over Floing, Vrigne aux Bois en Tamicourt. Had Mac-Mahon willen terugtrekken op Mézières, dan had hij Sedan moeten loslaten en, met den linkervleugel steunende op de hoogten van Illy en Givonne, het zeer enge défilé, dat zich tusschen Floing en Vrigne aux Bois uitstrekt, reeds vroeg moeten bezetten. De generaal Ducrot, chef van den staf van den maarschalk, had den toestand volkomen juist begrepen, toen hij niet van Sedan maar wèl van den Calvariënberg van Illy het centrum van weerstand wilde maken. — Maar niet aldus werd beschikt. Den 3ien werden de troepen opgesteld in een halven cirkel met een straal van circa drie duizend meter, met Sedan als middel-, met Bazeilles en Floing respectievelijk als rechter- en als linkersteunpunt.

Door deze half cirkelvormige opstelling lag het in den aard der zaak, dat de terugtochtsvveg voerde naar het centrum, en dat, wanneer de troepen werden teruggeworpen, zij instinctmatig naar de stad moesten snellen. Deze werd dan een soort van reuzenketel, waarin allen werden verzwolgen.

Ten noorden van de stad en hoogerop gelegen vond men het daareven reeds genoemde Oude Kamp, de overblijfselen van een versterkte legerplaats, die de omliggende ravijnen beheerschte. Al het terrein ten zuiden van dit kamp was met scheidingsmuren, tuinen, heggen en huizen, aansluitende aan die van Fond de Givonne zóó dicht bezaaid, dat men er tusschen verdwaald geraakte. Door goede troepen verdedigd, was die plek zeer moeilijk te vermeesteren; kwamen teruggeworpen, in wanorde

— 196 —

ocr page 207

gebrachte afdeelingen hier een schuilplaats zoeken, dan echter werd het bijna ondoenlijk ze weder bijeen te brengen en te reorganiseeren.

Op dit zeer afwisselende terrein begon den ien September al zeer vroeg de worsteling. De Duitschers vielen de beide vleugels der stelling bijna gelijktijdig aan. Blijkbaar bestond bij hen dus het stellige voornemen de tegenpartij in te sluiten en haar eiken terugtochtsweg af te snijden. Zoo volkomen overtuigd van zijn succes scheen het Duitsche hoofdkwartier te Vendresse te wezen, dat het had bevolen om den wijkenden vijand desnoods tot op Belgisch grondgebied te vervolgen, ingeval deze, de grens overschreden hebbende, op dit neutrale terrein niet oogenblikkelijk werd ontwapend.

Zoodra hij het vuren hoorde, reed Mac-Mahon naar de voorposten bij Balan. Een poosje later steeg ook de keizer te paard en verliet, door zijn staf en een peloton guides gevolgd, de stad in de richting van Bazeilles, waar de strijd reeds sinds vier uur in den morgen tusschen de marinesoldaten van generaal Vassoignes en de Beieren hevig was ontbrand.

Nauwelijks was de keizer een straat ver,'t was circa 6 uur, of hij kwam een ziekenwagen tegen, waarin Mac-Mahon lag, door een granaatsplinter in de dij ernstig gekwetst. De generaal Ducrot had het commando overgenomen.

Te Balan, een plaatsje gelegen tusschen Sedan en Bazeilles, ontving de keizer van den generaal Vassoignes mededeeling omtrent den stand van zaken en reed toen, uithoofde van het heftige vuur door slechts twee of drie officieren vergezeld, nog verder naar voren. Verscheiden uren achtereen bleef hij nu hier tusschen Givonne en La Moncelle den gang van 't gevecht gadeslaan. In dien tijd wilde de generaal Ducrot door de troepen bij Bazeilles en Balan zoowel als door die aan de Givonne een achterwaartsche beweging doen uitvoeren, om het gevecht zoo mogelijk nog af te breken en zich zoodoende te ontwringen aan den ijzeren druk, dien hij hoe langer hoe meer om zich heen begon te gevoelen. Die teruggaande beweging werd echter weldra gestaakt op bevel van den generaal de Wimpffen. Voorzien van een dienstbrief van de Parijsche regeering en door zijn anciënniteit hiertoe gerechtigd, had hij na Mac-Mahon's verwonding het commando overgenomen. Hij wilde van geen teruggaan weten, was slechts zeer onvolkomen bekend met de plannen en disposities van zijn voorganger, was ook niet op de hoogte van de stellingen des vijands en verkoos stand te houden.

Na een vergeefsche poging om de troepen te bereiken, welke het bergvlak van Illy hadden bezet, besloot de keizer naar de stad terug te keeren. In het ravijn bij Fond de Givonne waren de wegen toen reeds zoodanig verstopt met gekwetsten, die naar de ambulances werden vervoerd, en met een artillerie-munitiecolonne, dat er aan dóórkomen schier niet was te denken. Eindelijk, bij het Oude Kamp beland, zag de keizer, dat de verdedigers van dezen post reeds in goede orde in de

— 197 —

ocr page 208

richting van de stad teruggingen, terwijl gansche drommen infanteristen, die voorgaven geen patronen meer te bezitten, eveneens de eenige opengebleven poort van de stad trachtten te bereiken. — Reeds toen was de toestand der Franschen hopeloos. Napoleon schijnt dit te hebben begrepen.

Omstreeks drie uur kwam een adjudant van generaal de Wimpffen bij hem met het verzoek zich te stellen aan het hoofd van al de troepen, die nog bijeen te brengen waren, en dan te trachten zich hiermede naar Carignan door te slaan. Napoleon weigerde. Zijn leger in den steek laten en zich met enkele duizenden mogelijk door den vijand heenslaan, wilde hij niet.

Om half vier ontving de Wimpffen dit antwoord. Hij stond toen aan den zuidelijken uitgang van Balan. — gt; Zouden wij met de drie of vierduizend man, die wij hier bij elkander hebben, nog iets kunnen uitrichten?quot; vroeg hij kort daarop aan den generaal Lebrun, die juist bezig was zijn positie tot een wanhopige verdediging te doen inrichten. — »Ja stellig 1quot; luidde het antwoord. »We kunnen al onze mannen opofferen, zonder eenig nut; doch mij is 't wel.quot; — Lebrun zette zijn paard in galop. Enkele groepen riepen; «Vooruit! Vooruit!quot; en ook de Wimpffen reed mede met de weinige compagnieën, die aan Lebrun's roepstem gevolg hadden gegeven.

Nauwelijks echter hadden die afdeelingen enkele honderden passen gedaan, of het vuur der artillerie van de garde onder prins Hohenlohe en van de Saksers had onder haar zulk een geduchte opruiming gehouden, dat de generaals eindelijk zoo goed als alleen bleven. Wat niet gekwetst was of dood, had achter een muur, in een sloot, achter een struik dekking gezocht. — »Ik zie 't. We kunnen niets meer uitrichten,quot; zeide de Wimpffen. Had de keizer zijn voorstel aangenomen, dan had die het even ver kunnen brengen, verder niet.

Laten wij thans nagaan, welke posities de Duitschers voor den slag bij Sedan reeds in den avond van den 3ien Augustus hadden ingenomen.

Een slagplan voor den ien September heeft er nooit bestaan. Ook schriftelijke bevelen voor dien dag zijn door het groote hoofdkwartier niet uitgegeven. De op den 30el1 Augustus reeds verstrekte orders hadden de verdere troepenbewegingen in algemeene bewoordingen ongeveer aangegeven; bij de bovenbedoelde bespreking te Chómery was vastgesteld wat er verder moest gebeuren. — Men vermoedde, dat het Fran-sche leger zich door een aftocht naar Mézières aan de dreigende omsingeling zou trachten te onttrekken ; deze onderstelling had den grondslag gevormd voor de maatregelen der IIIe armee.

Den 3ien 's avonds had prins Frederik Karei dus bevel gegeven, dat het 5e en het I ie korps bij Donchery de Maas overgaan en van hier naar Vrigne aux Bois marcheeren zouden. De Wurtembergsche divisie

—• 19S —

ocr page 209

moest deze rivier dan overgaan bij Dom le Menil en daar een zoodanige stelling innemen, dat zij zoowel tegenover Vinoy en zijn korps als tegenover Mac-Mahon kon front maken. Het 2e Beiersche korps zou met één divisie bij Donchery op den linker Maasoever, met de andere bij Frénois en VVadelincourt in positie komen. Om den vijand vast te houden, ontving ten slotte het ie Beiersche korps last, den volgenden morgen al zeer vroeg tot den aanval over te gaan.

Van deze bevelen ontving de kroonprins van Saksen, commandant van het IVe leger, een afschrift. De prins nu beval, dat de garde oogen-blikkelijk gealarmeerd en naar het noordoosten, naar Villers-Cernay en Francheval, gedirigeerd zou worden, terwijl het I2e korps tegen La Moncelle zou voorgaan. Een divisie van het 4e korps bleef bij Remilly als reserve voor de Beieren, de andere bij Mairy als algemeene reserve.

Dichte nevel bedekte nog de velden en de rivier; het gezichtsveld was nog zeer beperkt, toen de commandant van het ie Beiersche korps den iei1 September omstreeks half vijf over de reeds den vorigen dag geslagen pontonbrug infanterie tegen Bazeilles deed voorgaan. Aanvankelijk vond deze in dit zeer versterkte dorp alleen de brigade Martin des Pallières. Weldra echter kwamen meer troepen de marine-bataljons versterken, en stonden eerlang de geheele Beiersche divisie von Stephan en de Fransche divisie Vassoignes (marine-soldaten) tegenover elkander.

In het dorp zelf werd daarop uren achtereen gevochten. In hoofdzaak draaide de strijd om 't bezit van een enkel hoofdsteunpunt, de villa Beurmann. Aanvallen en tegenaanvallen wisselden elkander telkens af; enkele vuurmonden werkten in de hoofdstraat zelfs op afstanden van nog geen 200 pas. Geruimen tijd was het den Beieren niet mogelijk terrein te winnen ; hun verliezen waren groot.

Geheel in overeenstemming met de bedoeling van het hoofdkwartier, bracht generaal von der Tann (ie Beieren) hier langzamerhand het grootste gedeelte van zijn korps in 't gevecht, zoodra de 8e divisie bij Remilly te zijner ondersteuning was aangekomen. Tusschen Bazeilles en La Moncelle, waar vooral het kasteel Monvilliers een der brandpunten was, breidde het geve'cht zich nu hoe langer hoe meer uit.

Omstreeks zes uur namen de Saksers, die weldra met de Beieren voeling hadden gekregen, het dorp La Moncelle, zonder veel tegenstand te ontmoeten. Omstreeks dienzelfden tijd werd Mac-Mahon gewond, en gaf zijn opvolger, de generaal Ducrot, zooals wij weten^ het bevel tot teruggaan in de richting van Illy en Floing, welk bevel daarop door den generaal de Wimptïen werd te niet gedaan. Deze generaal toch hoopte »de Beieren in de Maas te werpenquot; en hierdoor vrijheid van beweging te verkrijgen.

Intusschen was de divisie Lacretelle tegen het reeds veroverde La Moncelle opgerukt en had, krachtig door artillerie gesteund, de zwakke

— 199 —

ocr page 210

Saksische afdeelingen (de voorhoede der 24e divisie) zeer in 't nauw gebracht. Het gros der Saksers kon geen steun bieden, omdat het zich had moeten keeren naar Daigny. Hier toch was de divisie Lartigue de Givonne gepasseerd, om volgens de aanvankelijke aanwijzingen van Ducrot het voorgelegen bosch te bezetten en zoo mogelijk te behouden.

Weldra echter kwam een brigade der Saksische 2 3e divisie eveneens bij La Moncelle; de Beiersche divisie Schuhmacher werd tot ondersteuning der Saksers nu ook op dit plaatsje gedirigeerd, terwijl de artillerie aan den oostelijken rand der Givonne spoedig tot 96 vuurmonden aangroeide. Door deze versterkingen werd de kans om hier terrein te winnen voor de Franschen aanzienlijk verminderd.

Dewijl de divisie Vassoignes van generaal de Wimpffen order had ontvangen niet terug te gaan, en door enkele nieuwe bataljons ondersteuning had ontvangen, kon zij in Bazeilles aanvankelijk eenig succes behalen. Dit laatste ging echter weldra weder verloren, want de voorhoede der Duitsche 8e divisie (4e korps) was thans ook over de Maas gekomen, had ter ondersteuning der Beieren het station van Bazeilles bezet en von der Than hierdoor gelegenheid gegeven over zijn gansche macht te beschikken. De 7e divisie was nog ver achter.

Omstreeks tien uur was de divisie Lartigue over de Givonne teruggeworpen, en hadden de Franschen, op wie verscheiden vuurmonden werden veroverd, zelfs Daigny moeten ontruimen, terwijl het aan de bij La Moncelle strijdende Duitsche troepen, — Beieren en Saksers, te zamen vier regimenten ; — verbonden met afdeelingen van het 4e korps, tegen 't middaguur geheel gelukte om, uit La Moncelle en Monvillers vooruitdringende, het ten noorden van Bazeilles gelegen hooge, heuvelachtige terrein te vermeesteren.

Het 12e Fransche korps, dat herhaaldelijk zoowel van het ie als van het 5e korps ondersteuning had ontvangen, werd hierdoor verplicht onder zware verliezen terug te gaan naar Balan.

Dit was een groot succes voor de Beieren. Oogenblikkelijk werd door hen alles in 't werk gesteld om de uit haar verband gerukte afdeelingen weder te ordenen, en werden maatregelen genomen, dat het eenmaal veroverde terrein niet meer kon verloren gaan.

Nadat het dal van de Givonne door de garde en de Saksers was genomen, begon de kroonprins van Saksen te streven naar een aansluiting met het IIIe leger, noordwaarts om de Fransche stellingen heen. Het 12e korps (Saksers) ontving dus bevel, bij zijn flankmarsch door het ie Beiersche korps en de 8e divisie gedekt, de richting te nemen op Illy. Tevens begon de garde op den uitersten rechtervleugel, met de ie divisie aan 't hoofd, over Villers Cernay te marcheeren naar Givonne. Dit dorp werd weldra genomen, terwijl zeven batterijen ten oosten er van tot ontwikkeling kwamen. Ook La Chapelle viel spoedig in handen der garde; en reeds om half twaalf was door de cavalerie

— 200 —

ocr page 211

de verbinding met het IIIe leger noordwaarts om Illy heen verkregen. Aan de garde-cavalerie was te voren de richting op Illy aangewezen; de artillerie bij 't Givonnedal was tot veertien batterijen versterkt; ze had de divisiën Wolff en Pelet geducht onder vuur genomen, en de infanterie handhaafde zich teijen het middasfuur i'1 dit zelfde dal teren-

o ö o

over de herhaalde tegenaanvallen des vijands.

Bij het 2e Beiersche korps, dat, zooals wij weten, bij Frénois en Wadelincourt zou plaats nemen, was vroeg in den morgen in zooverre in de opstelling verandering gebracht, dat alleen de 4e divisie en de artillerie bij genoemde plaatsen in positie kwamen, terwijl de 3e divisie tot steun der Beieren van het ie korps, die bij en in Bazeilles nog altijd in een scherp gevecht waren gewikkeld, eveneens de Maas overschreed, ten westen van Bazeilles avanceerende, tegen Balan oprukte en dit dorp benevens het park aldaar na een heftigen kamp vermeesterde.

Langzaam vooruitdringende, begonnen de Beieren van het 2e korps dicht onder de wallen van Sedan reeds een langdurig, verliesrijk vuurgevecht.

Door deze geduchte machtsontwikkeling, zoomede door de zware artilleriestelling van zestig stukken op den rechteroever van de Givonne bij La Moncelle, had het 12e Fransche korps, in weerwil van de versterkingen, welke het voortdurend van het ie en 5e korps had ontvangen, tegen één uur tot dicht onder de vesting moeten teruggaan. Reeds begonnen de Beiersche batterijen bij Wadelincourt op dat uur de Fransche stelling bij Floing ten noorden van de stad in den rug te beschieten.

ocr page 212

XVIIIe HOOFDSTUK.

de slag bij sedan. [Vervolg).

Het 5e en I ie Pruisische korps zouden, zooals boven reeds werd aangegeven, zeer in de vroegte bij Donchery, de \\ urtembergers bij Dom le Menil over de Maas gaan.

Toen nu bleek, dat de straatweg Sedan-Mézières vrij was van vijanden, beval de kroonprins om half acht, dat het 5e en [ie korps noordelijk om de Maas zouden heen marcheeren om den vijand, die nu óf bij Sedan stond óf wel naar Carignan getogen was, in flank en rug aan te grijpen. Door generaal von Kirchbach (5e korps) werd het dorp Fleigneux daarop als richtingspunt aangewezen, om den vijand te beletten naar België uit te wijken.

Om negen uur had de voorhoede der 2ie divisie (iie korps) Saint Menges bereikt. Drie batterijen ontwikkelden zich bij dit dorp tegen Floing. Levendig werd dit vuur beantwoord; de Duitsche batterijen leden zware verliezen; zelfs werden enkele vuurmonden onbruikbaar geschoten. — Weldra echter nam het aantal Duitsche batterijen, die met buitengewone stoutmoedigheid haar infanterie te hulp vooruitsnelden, zóó groot, dat de Fransche vuurmonden het hard te verantwoorden kregen. Tot dekking van de zich nu vormende, uitermate groote artilleriestelling waren aanvankelijk slechts enkele escadrons cavalerie bij de hand. Niettemin werd een aanval der cavalerie-divisie Margueritte uit de richting van den t al-vaire d'Illy glansrijk afgeslagen.

Reeds aan de bruggen van Donchery, later bij den hollen weg van La Falizette waren oogenblikken voorgekomen, waarin afdeelingen der twee Duitsche korpsen elkander kruisten. Ook vergissingen in de marsch-richting konden niet worden vermeden. Hierdoor kwam de infanterie eerst zooveel later in gevecht, en dit nog wel juist daar, waar zij tot dekking der artillerie het dringendste noodig was. Een gevolg van

ocr page 213

de ontstane vertragingen, was thans ook, dat de 2ie divisie ten deele bij Floing, ten deele bij Illy optrad.

Reeds op dat oogenblik, tegen den middag dus, trachtten afdeelingen van het ie Fransche korps te ontsnappen naar België. Zij werden door de cavalerie van de ioe divisie echter uiteengejaagd.

Aan een ernstigen aanval der Duitschers bij Illy had generaal de Wimpffen aanvankelijk niet willen gelooven, tot hij zich omstreeks twaalf uur bij Floing zelf van den toestand had overtuigd. Toen riep hij de divi-sien Fellé en L'hériller van het [e korps in de eerste slaglinie. Deze stelden zich op bij 't Bois de la Gar enne, front naar Illy.

SEDAN.

De geweldige artillerielinie, door het 5e en i ie korps te zamen gevormd, was intusschen tot 26 batterijen, zegge 156 vuurmonden, versterkt. Haar granaten kruisten zich reeds met die van de garde bij het dorp Givonne en bestreken den Calvaire d'Illy, het Bois de la Garemie en de hoogvlakte van Floing geheel.

De artillerie van het ie en 7e Fransche korps werd letterlijk vernietigd; de vuurmonden werden aan stukken geschoten, l al van caissons vlogen in de lucht. De zwaargeteisterde infanterie ontruimde nu den Calvaire d'Illy en drong voor een deel het Bois de la Garemie binnen, waar ze echter evenmin dekking vond.

Langzamerhand kreeg de kring van vuur, waarin het rampzalige

— 303 —

ocr page 214

Fransche leger werd ingesloten, nog meer kracht; eindelijk stonden op al de punten van de thans cirkelvormig geworden slaglinie gezamenlijk 71 batterijen, dus 456 vuurmonden, tegen het Fransche leger in werking.

Vervolgens werd door de 22e divisie, die in het Maasdal was opgemarcheerd, ook de linkervleugel der tegenpartij bij Cazal bedreigd. De divisie Liébert, die zich in haar voortreffelijke stelling bij Floing nog altijd met leeuwenmoed had staande gehouden, werd hierdoor in den rug bedreigd, terwijl de 2ie divisie haar in front aanviel.

Werd hier voor de Fransche infanterie geen lucht gemaakt, dan werd ze omsingeld.

Daar klinken op eens hoog boven het donderen van 't geschut uit

schetterende trompetsignalen. Door de rook- en de stofwolken heen, ontwaart men dicht opeengepakte drommen, die snel naderen; daarboven bliksemt en fonkelt het. Witte mantels, roode kepi's en fladderende paardenstaarten golven door elkander. De grond dreunt en trilt. In razenden galop stormen uit het Hozs de la Garenne de escadrons van Alargueritte en de Bonnemains op de Duitsche infanterie van het 5e en iie korps in. Wel scheuren de granaten geweldige, bloedige voren in die ruiterscharen, doch ze zijn niet bij machte hun te verminderen. Een bres willen zij door dien levenden menschenmuur maken, deze escadrons ; zij willen zich opofferen voor hun kameraden der infanterie.

— 204 —

ocr page 215

In razende vaart stormen zij los op de compagnieën van de 43e brigade. Een prachtig schouwspel is 't, die woeste, manmoedige ruiters, kurassiers, dragonders, Afrikaansche jagers en spahi's, met hoog opgeheven sabel vol doodsverachting te zien voortstormen, vastbesloten zich baan te breken. Tot driemaal toe wordt de aanval herhaald; maar de Duitsche infanterie weerstaat ze. Met vaste hand gevoerd, slingert de zündnadel zijn doodend lood in de drommen. Ontzettend, verpletterend is het vuur. Bij hoopen worden de brave ruiters neergeschoten. Een deel jaagt door naar het dal, naar den rechteroever van de Maas. Hier vinden de mannen den dood in 't water of worden door de huzaren van het 13e regiment uiteengehouwen.

Na het mislukken van deze ruiteraanvallen slaagde de Duitsche infanterie er in aanhoudend meer grond te winnen. Het plateau van Floing werd genomen en Cazal veroverd; doch eerst omstreeks vijf uur was de infanterie bij machte den taaien wederstand van de divisie Liébert geheel te breken en ook deze divisie terug te werpen in het Bois de la Gar enne.

De verovering van dit zeer uitgestrekte, dichte bosch gelukte door den gelijktijdigen aanval der infanterie van het i ie en van een deel van het 5e korps uit de richting van Floing en Illy, dus van uit het noordwesten, terwijl de ie garde-divisie van uit Givonne, dus van uit het noordoosten, er binnendrong. De aanval was door de artillerie voorbereid op een wijze, die in de krijgsgeschiedenis zeker eenig is.

In het bosch bevonden zich deelen van het ie, 7e en 5e Fransche korps. In weerwil van het helsche vuur, waaraan de soldaten waren blootgesteld, werd hier en daar in 't hout door hen nog verwoed gevochten. Eerst bij de hoeve Quérimont kwam hieraan een einde. Een zeldzaam schouwspel gaf dit stuk boschgrond toen te zien. De massa's dooden en gewonden, die den grond bedekten, niet eens medegerekend, bevonden zich toen binnen die ruimte circa 15000 Franschen, die zich voor 't meerendeel gedwee lieten ontwapenen of zeiven de wapens reeds hadden weggeworpen, benevens ongeveer 25000 Duitschers, die het hout van alle kanten waren binnengedrongen. Voeten hoog lagen de chasse-pots op elkander. Groote massa's gevangenen stonden op enkele punten als schapen opeengedrongen, terwijl op enkele andere nog een korten tijd geweerschoten werden gewisseld.

Reeds in de laatste uren van den slag was de vlucht van veel troe-pendeelen naar Sedan begonnen; hier hoopten zij tegen het moorddadige vuur der Duitsche artillerie eenige beschutting te vinden. Achter Floing en in de dalen en kloven in de nabijheid van het Bois de la Garenne wemelde het van Franschen; niet minder talrijk waren de vluchtelingen, die zich stortten in een groote kloof, welke langs het dorp Cazal loopt. Op het glacis van Sedan drong alles wild en woest door elkander. Vluchtend kwamen de in oplossing geraakte bataljons

— 205 —

ocr page 216

naar de stad. Vertrapte, gekwetste, gekneusde soldaten en zwaargewonden lagen overal in 't rond, hieronder ook een groot aantal manschappen der divisie L'hériller. De escadrons van de Bonnemains en Margueritte hadden ze in hun razenden aanval totaal onder den voet gereden.

Dewijl de Duitsche vuurmonden hun granaten nu reeds tot in de vesting wierpen, nam de afgrijselijke verwarring hier nog toe. Een ieder wilde het eerste binnen de muren zijn; in de poorten verdrongen de menschen elkander. Honderden klauterden tegen de walmuren op. Cavaleristen zag men jiiet paard en al van boven neêr in de grachten springen, waarbij de arme dieren de beenen braken en zich half te pletter vielen. Door dat menschenkluwen, door dien chaos kwamen nog kanonnen aanrollen en braken zich baan er doorheen; vraagt niet tot welken prijs. De granaten sprongen midden in dit kluwen. Rondom Sedan dreunde nog aldoor het kanon zóó ontzettend, dat iemand hooren en zien schier vergingen.

In de stad zelve woelde alles vol angst door elkander. De vijandelijke kogels suisden reeds door de straten; reeds stiet men hier op lijken van menschen en dieren. De levenden verstopten de straten; vast op elkander gepakt, drongen de woeste, verwilderde hoopen voetje voor voetje voorwaarts.

En terwijl al het bovenbeschrevene voorviel, en de vesting Sedan hoe langer hoe nauwer werd ingesloten, terwijl nog op verschillende punten hardnekkig werd gestreden, werd in den rug der strijdende partijen een afschuwelijk drama afgespeeld, de brand en de vernieling van het dorp Bazeilles.

Omstreeks drie uur, dus nadat zij het dorp reeds in hun bezit hadden gekregen en zich tegen de aanhoudend hernieuwde tegenaanvallen der Fran-schen moesten verdedigen, werden de Beieren bij hun herhaaldelijk voor- en achterwaarts gaan uit de huizen beschoten. In den rug dus aangegrepen, snelden de het meest nabij zijnde manschappen de huizen binnen, om die verborgen schutters op te zoeken. Zoodra de eerste schoten vielen, werden allen, die met het geweer in de hand werden gegrepen, zonder genade nedergestooten. Van dit oogenblik verdubbelden nu de aanvallen van de zijde der bevolking. Uit de kelders, uit de vensters, zelfs uit de kerk vielen schoten. Onder den kreet: * Mort aux Prussiens!quot; vuurden de verwoede inwoners uit alle hoeken. Dit vuur, met vrij groote nauwkeurigheid afgegeven, veroorzaakte tamelijk belangrijke verliezen. Voornamelijk het huis van den smid was een brandpunt van verdediging; zelfs de dochter des huizes moet aan den strijd hebben deelgenomen. De alleen staande Beieren moesten beginnen verscheiden gewonden te verwijderen, die volgens de verklaring van ooggetuigen door de bevolking werden mishandeld. Overal tegelijk hulp verleenen was hun echter niet mogelijk.

— 206 —

ocr page 217
ocr page 218

Aanvankelijk weken daarom de Beieren, doch weldra in grooteren getale terugkeerende, stormden zij, door wraakzucht verwoed, de huizen binnen en ontzagen niemand meer, die met de wapens in de vuist werd gegrepen. Dat hierbij ook wel eenige onschuldigen gevallen zullen zijn, ligt voor de hand. Niemand zal de wandaad vergoelijken of verontschuldigen; maar vordert eens kalmte en bezadigdheid van een soldaat, die, verhit

O '7

door 't gevecht, door een verborgen vijand in den rug wordt beschoten. In die dagen werd van Fransche en van Engelsche zijde in de dagbladen van het «uitmoordenquot; van Bazeilles geweldig veel ophef gemaakt. Dadelijk na den veldtocht zijn officieele opgaven gevraagd van het aantal gt; slachtoffersquot;, op den ien September in Bazeilles gevallen. De Fransche maire van het dorp, de heer Bellemont, gaf toen zelf op, dat van de 2048 inwoners 3 mannen, 2 vrouwen en 3 kinderen door den brand, 30 mannen en 1 vrouw in 't gevecht omgekomen waren.

Toen Bazeilles reeds weinig meer was dan een door de rosse vlammen gelekte puinhoop, werd er in de richting van Balan nog altoos hevig gevochten. De Fransche brigade de Carteret wist hier van geen wijken. Eindelijk viel echter ook dit plaatsje in handen der Beieren, en vloden de verdedigers naar Sedan, waarvan de generaal Lebrun de poorten reeds had doen sluiten.

Van dit oogenblik af was de ijzeren ring om Sedan geheel dicht. Van de hoogte bij Frénois, waar koning Wilhelm met zijn staf was gaan staan, kon men de drommen duidelijk naar één richting zien stroomen. Een ontzettend grootsch schouwspel was 't, die woelende, tot wanhoop gevoerde, hier en daar nog strijdende massa's, door brandende huizen en dorpen omgeven en telkens achterhaald door een granaat uit een der honderden vuurmonden, welke zonder genade en zonder ophouden hun projectielen op de rampzaligen slingerden. Een slag mocht dit reeds niet meer heeten.

Achtereenvolgens hadden de Fransche hoogere bevelhebbers, als Lebrun, Douay en Ducrot, het slagveld verlaten en zich naar Sedan, naar den keizer, begeven, om dezen te rapporteeren, dat alle weerstand onmogelijk was geworden, dat de soldaten den moed geheel hadden verloren, dat allen, die niet in de stad hadden kunnen komen, in de grachten opeengehoopt, noodeloos het doelwit waren van de Duitsche granaten, en dat er dus een besluit moest worden genomen.

Napoleon begreep dit zelf eveneens. Een adjudant, naar de citadel gezonden, kwam weldra terug met het rapport, dat 't geen de generaals hadden gezegd de waarheid was. Dus belastte de keizer den generaal Lebrun met een brief voor de Wimpffen, een brief, dien deze teekenen moest, om hem dan naar het oppercommando van het Duitsche leger te doen brengen. Die brief luidde ongeveer als volgt:

» Op last van den ondergeteekende, opperbevelhebber van het Fransche leger, zal de generaal Grelley, chef van den staf van het 12e korps,

— 208 —

ocr page 219

zich als parlementair begeven naar den opperbevelhebber van de Duitsche troepen en dezen verzoeken het vuur onmiddellijk te doen staken en een wapenstilstand te sluiten. Van dezen zal dan door de beide opperbevelhebbers gebruik gemaakt kunnen worden, om voor beide partijen aannemelijke voorwaarden vast te stellen.quot;

Tegelijkertijd werd op de citadel de witte vlag geheschen. De dichte rook, die boven de stad hing, was echter oorzaak, dat men die vlag bij de Duitschers niet dadelijk zag.

De generaal Lebrun ontmoette de Wimpffen bij Balan en stelde hem den brief ter hand. De witte vlag ziende, dien een cavalerist dicht achter generaal Lebrun aandroeg, riep de Wimpffen; «Neen, neen! 't Gevecht zal niet worden afgebroken. Ik ben hier meester van de positie. Wij gaan zoo dadelijk weder over tot den aanval. Geen wapenstilstand.quot; — De Wimpffen greep den brief en reed naar Sedan.

Welk een geweldige verantwoordelijkheid hij door het voorstellen van dezen wapenstilstand op zich nam, terwijl hij toch zelf het commando niet meer voerde, begreep Napoleon volkomen. In het oog van de wereld bleef hij alleen aansprakelijk voor al de rampen, welke de oorlog nog ten gevolge kon hebben.

Als 't ware om den toestand nog hachelijker te maken, zond de Wimpffen den keizer nu zijn ontslag. Juist terwijl de grootstmogelijke energie dus noodig was, om de orde eenigermate te herstellen en zoo gunstig mogelijke voorwaarden te bedingen, zou dat ontredderde, uit zijn verband gerukte leger nu zelfs zijn hoofd missen 1 — Het ontslag werd echter niet aangenomen, en de Wimpffen begreep, dat, daar hij tijdens den slag het bevel had willen voeren, zijn plicht hem thans ook gebiedend voorschreef onder zulke hachelijke omstandigheden zijn post niet te verlaten.

Terwijl de witte vlag nogmaals werd geheschen, — een tijdlang was ze op last van de Wimpffen weder weggenomen; —- kwam een Pruisisch officier, de luitenant-kolonel Bronsart von Schellendorf, als parlementair namens den koning verzoeken bij het Fransche hoofdkwartier te worden toegelaten. Door hem vernam men thans, dat de koning voor de stad stond. — Blijkbaar was het in het Duitsche leger niet bekend, dat de keizer zich binnen Sedan bevond, want de overste Bron-sart keek verbaasd op, toen hij eensklaps tegenover Napoleon werd gebracht.

Onder deze omstandigheden meende de keizer, dat hem slechts één weg openstond, namelijk zich rechtstreeks tot den koning te wenden. Had hij zich aan den overwinnaar overgegeven, was hij verdwenen van 't tooneel, dan bestond er kans, dat er voor het leger gunstiger voorwaarden werden bedongen, terwijl aan het regentschap hierdoor tevens gelegenheid werd gegeven te Parijs vrede te sluiten.

Len Fransche parlementair was intusschen reeds lang bij de voorste Duitsche afdeelingen verschenen en begonnen in naam des keizers

14

— 209 —-

ocr page 220

met de Beiersche generaals von Bothmer en Maillinger te onderhandelen. Het geschutvuur werd gestaakt, en één lange, daverende juichkreet werd door de Duitsche troepen, zelfs door de gewonden geslaakt, toen men eindelijk de witte vlag van de citadel zag wapperen. De slag was gewonnen. Het Fransche leger was totaal ingesloten en zou zich moeten overgeven. Nu zou de oorlog ook weldra zijn gedaan, de vrede gesloten 1

't Begon reeds te schemeren, toen de overste Bronsart bij den koning terugkwam met de mededeeling, dat hij weldra door een parlementair des keizers zou worden gevolgd. Thans eerst vernamen de Duitschers met zekerheid, dat ook de keizer zich binnen Sedan bevond. Een nieuw gejubel steeg op uit de dichte drommen der aanvallers, die in groote spanning en hoopvolle verwachting den loop der onderhandelingen daarginds op de hoogte van Frénois met de oogen volgden.

't Was bij zevenen, toen de Pruisische troepen een kleinen stoet de stad zagen verlaten en zich begeven in de richting van den weg, die voert naar de hoogten ten zuiden van Donchery. Hier stond de koning met den kroonprins, Moltke, von Roon, Bismarck, Podbielski en zijn geheelen staf. Die stoet bestond uit den majoor von Winterfeld, den Franschen generaal Reille en een trompetter der lansiers met de parlementaire vlag.

Toen de koning de heeren gewaar werd, ging hij hen enkele schreden te gemoet. Dichterbij gekomen, hielden de ruiters halt. Reille, de borst met ridderorden bedekt, steeg af, wierp den trompetter de teugels van zijn paard toe, begaf zich, leunende op een stok, naar den koning, die uit achting voor zijn gevallen vijand dezen het eerste groette, nam de kepi af en haalde uit den borstzak een brief te voorschijn.

»Sire, een andere opdracht heeft mijn keizer mij niet gegeven,quot; volgde er toen met bevende lippen.

De koning nam den brief aan. — «Generaal, mijn eerste voorwaarde is, dat het leger de wapens neerlegt,quot; zeide hij minzaam doch ernstig, opende toen ijlings den brief, sprak den generaal eenige opbeurende woorden toe, wendde zich om naar zijn staf en las hier het schrijven. Dit was even kort als veelzeggend.

»Mijnheer en broeder, dewijl het mij niet is gelukt den dood te vinden te midden mijner troepen, rest mij niets anders dan mijn degen af te geven in handen van Uw Majesteit.

» Ik ben van Uw Majesteit de welmeenende broeder

Napoleon.quot;

»Sedan, [ September 1870.

Dit lezende, was de koning van blijde verbazing een oogenblik sprakeloos; toen drukte hij zijn getrouwen hartelijk de hand, had een kort onderhoud met Moltke en von Bismarck en schreef daarna, zittende op een stoel, met een houten bankje als tafel, het antwoord.

— 210 —

ocr page 221
ocr page 222

a Mijnheer en broeder, terwijl ik de omstandigheden betreur, waaronder wij elkander ontmoeten, neem ik uw degen aan en verzoek u een officier aan te wijzen, voorzien van een volmacht om te onderhandelen over de capitulatie van het leger, dat onder uw bevelen zoo dapper heeft gestreden. Door mij is de generaal von Moltke hiertoe aangewezen.

»Ik ben van Uw Majesteit de welmeenende broeder

Wilhelm.quot;

«Vóór Sedan, den iel1 September 1870.

Dit schrijven overhandigde de majoor von Alten, die het bankje had vastgehouden, aan generaal Reille, die het met ongedekten hoofde aannam. Mierop traden de koning, de kroonprins, Moltke, von Roon en Bismarck naar den Franschen generaal toe en spraken eenige oogenbllkken met hem. Vervolgens reed de generaal terug naar Sedan. — Hier was het onderwijl tusschen de generaals des keizers en de Wimpffen, die tot in het kabinet van dezen was doorgedrongen, tot een heftige woordenwisseling gekomen ; de heeren hadden elkander allerlei doellooze verwijten gedaan. Vooral de generaal Ducrot was driftig. Het slot was nu, dat de Wimpffen den lijdensbeker tot op den bodem moest ledigen, want hem werd opgedragen over de capitulatie met von Moltke te onderhandelen.

Toen de generaal dien zelfden avond nog te Donchery in tegenwoordigheid van von Moltke was gevoerd, begon hij de belangen van zijn troepen vol vuur te bepleiten, maar het antwoord van Moltke was vrij kort; »Uw leger telt op dit oogenblik nog hoogstens 80000 man. Wij hebben er 200000, die het van alle zijden omsluiten. Al onze artillerie staat in stelling en kan de stad binnen een paar uur platschieten. Uw troepen kunnen enkel en alleen door de poorten naar buiten komen en verkeeren in de onmogelijkheid zich voorwaarts te formeeren; zij hebben slechts voor één dag vivres en bijna geen munitie. Onder deze omstandigheden zou een voortzetten van den strijd niets anders dan een noodelooze moord zijn; de verantwoordelijkheid komt dan voor rekening van hen, die dezen niet hebben voorkomen.quot;

Zoowel von Bismarck, die het onderhoud bijwoonde, als von Moltke was vol lof over het Fransche leger; maar, terwijl beiden uitgingen van het standpunt, dat Duitschland stellig vrede verlangde, vorderden zij uitdrukkelijk, dat het leger zich als gevangen zou beschouwen en dat het naar Duitschland zou worden weggevoerd, om aan de Fransche natie iedere poging tot voortzetten van den krijg onmogelijk te maken, — Wimpffen protesteerde en verlangde vrijen aftocht met slaande trom en vliegende vaandels. Von Moltke gaf niet toe; ook voor een langen wapenstilstand wilde hij niet instaan. Tot den volgenden morgen negen uur werd tijd tot bedenken gelaten.

De Wimpffen wilde deze voorwaarden niet aannemen, keerde lerug naar Sedan en had een onderhoud met den keizer.

_ 2 12

ocr page 223

.»Morgenochtend om vijt uur rijd ik naar het koninklijke hoofdkwartier. Ik zal gunstiger voorwaarden van den koning trachten te bedingen,quot; zeide deze. — Nog eenmaal verzamelde de Wimpffen de generaals, tweeëndertig in getal, om zich heen. Op twee na, Pellé en Bellemare, verklaarden allen, dat zij de capitulatie wilden aannemen, omdat iedere verdere strijd nutteloos was; alleen zou de Wimpffen nog een poging moeten doen om betere condities te verwerven.

In den loop van den nacht waren op bevel des konings al de troepen tot dicht bij de stad vooruitgeschoven. Hoewel het bijna niet was aan te nemen, dat de Franschen den 2en September nogmaals weerstand zouden willen bieden, was men van Duitsche zijde op een voortzetting van den strijd toch voorbereid.

Het uitgestrekte, met gevallenen bezaaide slagveld was eerst bij het aanbreken van den dag uit enkele bepaalde punten behoorlijk te overzien. Eindelooze reeksen wagens met het Roode Kruis reden den dalketel in en uit. Elk plekje, dat ook maar eenige beschutting aanbood, was met gekwetsten, vriend en vijand, opgepropt. De kerk van La Chapelle, het station der Nederlandsche Vereeniging, de kerk van Givonne en de fabrieken van Sedan waren in groote veldhospitalen herschapen. Op het terrein lagen in chaotische verwarring overal hoopen voorwerpen, ieder voor zich de stomme getuigen van een bloedig, op die plek afgespeeld drama.

Aan den oever van de Maas, waar die afgrijselijke kamp tegen de cavalerie had plaats gegrepen, ontwaarde men een bloedigen hoop lijken, harnassen, helmen, kepi's en wapenen, en de wateren van de rivier voerden in massa de lijken mede van de paarden, die daarin den dood hadden gevonden. Ijzingwekkende groepen lagen over elkander gewenteld in de kloof van Cazal. In Floing vond men de gevallenen voetenhoog liggen tegen het in puin geschoten huis, waarin Napoleon zich een korte poos had opgehouden.

Het gruwelijkste beeld van ontzetting echter leverde Bazeilles. Naakt en als een zeef doorschoten, staken de zwartgeblakerde muren omhoog. Nog sloegen de vlammen hier en daar uit de puinhoopen, die de straat en tevens een menigte half verkoolde lijken bedekten. In de tuinen van het park Monvillers, om welks bezit zoo lang en zoo verbitterd was gestreden, hingen de lijken van Beieren en Franschen in de heggen. Zelfs die van ziekendragers en hospitaalsoldaten vond men daar. In Balan's straten zag het er niet minder vreeselijk uit, vooral bij de barricade in de hoofdstraat. Hier hadden twee escadrons kurassiers onder den overste Arlincourt in galop alles onder den voet gereden, tot ze voor de barricade kwamen. Bij hoopen waren de mannen hier gevallen onder het vernietigende vuur der Beiersche geweren. De overste was over de barricade heengesprongen, doch met zijn paard gevallen en gewond gevangengenomen.

— 2 13 -

ocr page 224

Niet minder verwoed was bij La Moncelle gekampt. Het eene huis na het andere hadden de Saksers moeten veroveren, en de holle weg bij Daigny, dien zij als toegangsweg naar dit dorp met de bajonet hadden genomen, was opgevuld met dooden, gekwetsten en voorwerpen van allerlei soort.

Vóór Bazeilles, op het letterlijk door granaten omgeploegde terrein, vond men de dooden in de meest verwrongen houdingen. Lang en ontzettend had hun lijden moeten zijn, voordat de dood hen verloste. Velen had men den ransel onder het hoofd geschoven, om hun in de laatste oogenblikken nog een kleine verlichting te verschaffen. Anderen hadden de vingers in den grond vastgegraven; nog anderen hadden den mond vol aarde gestopt; deze aarde was bloederig en kleverig van schuim en slijm. Van woedende pijn hadden de ongelukkigen in die aarde de tanden gezet. Op de hoogten bij de batterijen waren dergelijke tooneelen eveneens niet zeldzaam; hier hadden de projectielen gansche bedieningen met één slag weggescheurd. Op een der vooruitspringende heuvels had de commandant der 5e batterij van de garde, de zoon van von Roon, den minister van oorlog, den dood gevonden.

Veel slagvelden moet men hebben gezien, als men, eenige uren nadat het gevecht is gestaakt, wil begrijpen wat hier en daar en ginds is geschied. — Deze groep doode paarden hier met een paar helmen, een dozijn kurassen, een gebroken trompet en drie doode kurassiers er bij is een teeken, dat er een ernstige strijd is gevoerd; de donkere, roodachtige strepen op den grond zijn de plekken, waar de gewonden, die reeds zijn weggevoerd, hebben gelegen. Ginds, waar dat hoopje wapenen ligt, heeft een kleine afdeeling, die haar paarden had verloren, zich gevangen gegeven. Verderop liggen Pruisische helmen, vertrapt en verbrijzeld, enkele door kogels en granaatscherven getroffen, andere met bloed bevlekt. Daar waar zwarte plekken omgeven zijn van een ransel, een geweer, een kapotjas en een eetketel, hebben soldaten gelegen, die, hoewel zwaar gewond, nog van hun flinke kameraden eenige hulp ontvingen. Eén heeft een klein dak van takken boven zich om de zonnestralen te keeren, een ander een deken, op twee geweren gespannen, tot beschutting en zijn ransel tot peluw; maar in den loop van den nacht is hij gestorven, en met de kapotjas over 't gelaat blijft hij daar nu liggen, tot de doodgravers hem vinden. Verderop, waar ransels en trommen liggen en dooden op hun gelaat, omringd door plassen bloed, heeft een infanterieregiment het hard te verantwoorden gehad; de mannen zijn door tirailleurvuur gevallen; de lijn der dooden wijst aan, waar zij gestaan hebben. Wat meer naar achteren ziet men ook eenige soldaten, doodgeschoten terwijl zij vluchtten, en een aantal ongebruikte geweren over den grond verspreid. Hier is een regiment uit elkander gestoven; hier zijn er eenigen gevallen door een kogel in den rug; daar hebben anderen de wapenen weggeworpen. — Zoo teekenen enkele hoofdmomenten van den strijd zich

li

— 214 —

ocr page 225

den eersten dag nog tamelijk scherp af; den tweeden, als de dooden begraven en de wapens opgezameld zijn en dikwerf reeds weggevoerd, zijn die niet meer zoo gemakkelijk aan te geven; den derden, als de doode paarden tot ontbinding beginnen over te gaan, is het op het slagveld bijna niet meer uit te houden door den verpestenden stank.

Ook ten noordwesten van Sedan was het terrein met doode paarden en menschen bedekt. Hier lag op de eene plaats een dood ros, zooals 't was gevallen, met zadel en toom; ginds was 't een Fransche infanterist, door het hoofd geschoten achter een hoopje aarde, vanwaar hij zijn schoten had gelost; verderop paarden en soldaten op een hoop, eindelijk in een kleine, nieuw opgeworpen schans lijken bij tientallen, allen Fran-schen, bij de verdediging gesneuveld. Hier was de grond door de granaten letterlijk opengescheurd. Een mitrailleusebatterij van vier stukken was met dooden omringd. Op één enkel punt was de grond zóó dicht bedekt met doode paarden, dat er telkens twee op elkander lagen. Verder naar het westen, wat meer in de laagte, hadden de jagers te paard en de Afrikaansche jagers zeker een charge gemaakt. Door hevig snelvuur ontvangen, lagen ze daar nu, die beroemde lichte cavaleristen in hun kleurrijke uniformen, rood van 't bloed, en hun vurige, kleine paarden te pletter geschoten, vernietigd door de Duitsche granaten. Bijna allen waren dood; enkele gewonden lagen nog te zieltogen met stokken, voorzien van witte ringen naast hen ; dan kon de officier van gezondheid ze niet vergeten, als hij zijn patiënten op het slagveld bezocht. De zwaargekwetste paarden, gelukkiger dan de in eenzelfden toestand ver-keerende soldaten, had men den kogel gegeven, om de arme dieren langer lijden te besparen; en slechts een enkel afgedwaald, licht gewond dier stond alleen rond te kijken, alsof het van dat gansche schouwspel niets begreep. Op gindsche plaats weder, doch vooral in de bos-schen, gaf alles het bewijs van een overhaaste vlucht. 1 lier lagen geweren, kepi's, degens, ransels bij honderden. De ontzettende wonden, hier toegebracht, de verminkte lijken, enkelen zonder hoofd, anderen zonder beenen, nog anderen met wijd opengescheurden buik en borst, verrieden, dat hier dc granaten haar bloedigen arbeid hadden verricht; overal lagen de scherven in 't rond.

Om vier uur in den morgen van den 2en September reed Napoleon met een klein gevolg uit, om de stellingen der Duitsche troepen in oogenschouw te nemen. Nadat hij zich had overtuigd, dat langer weerstand bieden eenvoudig onmogelijk was, liet hij zijn rijtuig komen, steeg met drie officieren, waaronder Reille, in en reed, door zes andere officieren gevolgd, naar de Duitsche voorposten. De keizer droeg de generaalsuniform en had een mantel omgeslagen; hij wilde trachten te volvoeren 't geen hij aan de Wimpffen had beloofd, en betere voorwaarden zien te bedingen.

De Duitsche voorposten lieten het rijtuig passeeren. — »Waar is de

— 215 --

ocr page 226

koning?quot; vroeg Napoleon aan een paar officieren, die hem herkenden. Donchery werd genoemd. — Nu zou daarheen worden gereden ; doch onderweg vernemende, dat de koning te Vendresse en alleen graaf Bismarck te Donchery was, ijlde Reille nu naar dit plaatsje om den graaf te verwittigen, dat de keizer hem wenschte te spreken. Terstond ging de »ijzerenquot; graaf, » ongewasschen en nuchter,quot; zooals hij later aanzijn vrouw schreef, naar Napoleon op weg, Reille voor hem uit.

't Was een onvriendelijke morgen. De landstreek was in nevelen gehuld. Bismarck in de uniform der kurassiers, met sabel en revolver gewapend, was zonder eenig geleide den met populieren omzoomden staatweg tusschen Frénois en Sedan opgereden, toen hij het daar staande rijtuig in 't oog kreeg. — sik steeg af, groette den keizer even hoffelijk als indertijd in de Tuilerieën en vroeg zijn bevelen,quot; schreef Bismarck later naar huis.

De keizer en zijn generaals Castelnau, Ney en Vaubert brachten de hand aan de kepi.

Napoleon wenschte den koning te spreken. Nu deze te Vendresse bleek te logeeren, verlangde hij een onderhoud te hebben met von Bismarck. Dit onderhoud volgde weldra in de vrijwel afgelegen woning eens wevers.

»In een vertrekje van tien voet in 't vierkant met een withouten tafel zaten wij een uur lang op twee matten stoelen,quot; schreef von Bismarck later aan zijn vrouw. » Welk een verschil met ons laatste samenzijn in de Tuilerieën in 1867! Ons gesprek vlotte slecht. Liefst toch roerde ik geen punten aan, die den door Gods almachtige hand vernederden man smartelijk moesten aandoen.quot;

Het gesprek draaide om de voorwaarden der capitulatie van het leger, doch Bismarck ontweek dit onderwerp, zeggende, dat dit een zuiver militaire quaestie was, die door von Moltke en de Wimpfifen moest worden afgewikkeld. Wel vroeg hij den keizer of deze genegen was vrede te sluiten. Napoleon verwees hem naar 't gouvernement te Parijs. De graaf gaf den keizer nu te verstaan, dat bij de capitulatie alleen het militaire element ter sprake kwam, en dat dus alle panden van materieelen aard in Pruisische handen komen moesten.

Met de den vorigen avond opgestelde voorwaarden bij zich, was von Moltke intusschen te Doncher}' gekomen. Tevens had Bismarck laten onderzoeken, of er voor de ontmoeting tusschen de beide vorsten niet een zooveel mogelijk voegzaam huis was te vinden. Verscheiden officieren en ook eenige kurassiers waren naderbij gekomen. — Weldra ontving von Bismarck de tijding, dat het kasteel Bellevue bij Frénois geheel verlaten en voor de ontvangst des keizers wel geschikt was. Derwaarts reed nu de keizer, door Bismarck en een escorte kurassiers voorafgegaan.

Toen de koning van het onderhoud tusschen Napoleon en Bismarck kennis kreeg, bevond hij zich op de hoogten van Cheveuge. Een blijder

■

— 216 —

ocr page 227

boodschap had hij onmogelijk kunnen ontvangen. Niet alleen was de zegepraal hierdoor volkomen geworden, maar nu kon het bloed van duizenden gespaard worden, als de keizer te bewegen was de voorwaarden onveranderd aan te nemen. Voordat dit het geval was, verkoos de koning Napoleon echter niet te ontmoeten, had hij aan von Moltke doen weten, voordat deze naar Donchery naar Bismarck reed.

In Sedan scheen het intusschen niet zoo bijzonder veilig meer, want nauwelijks was de keizer op Bellevue gekomen, of men zag zijn rijtuigen met gevolg alsmede vele officieren opdagen, die de vesting hadden verlaten. De Wimpffen verscheen ook, later von Moltke. Voordat deze opdaagde, werd door von Podbielski in tegenwoordigheid van den luitenant-kolonel von Verdy en den Franschen stafofficier Dejean met de Wimpffen onderhandeld.

Deze was te voren bij den keizer toegelaten.

» Wat heeft Uw Majesteit gedaan gekregen?quot; had hij gevraagd.

»Niets. Ik heb den koning nog niet gesproken.quot;

» Dan is 't hoog tijd, dat ik de capitulatie afsluit,quot; zeide de generaal en begaf zich naar 't salon, waar alles voor de onderteekening in gereedheid was gebracht. Toen de grijze de Wimpffen, letterlijk alleen uit Afrika overgekomen om zulk een verdrag te moeten sluiten, de pen greep om zijn naam onder die geduchte capitulatie te zetten, stonden de tranen hem in de oogen.

Buiten en behalve den keizer leverde zijn handteekening I maarschalk (Mac-Mahon), 39 generaals, 230 staf- en 3000 andere officieren, 83000 valiede en 14000 gewonde soldaten, al de adelaars, vaandels en standaarden van het leger van Sedan, 419 veldvuurmonden en mitrailleuses, 39 vestingvuurmonden en 10000 paarden aan de Duitschers over. De massa's, die in den slag waren gevangengenomen, circa 21000 man, waren eveneens onder die voorwaarden begrepen.

Twintig duizend dooden en gekwetsten lagen op de terreinen en in de ambulances voor, bij en in Sedan. Meer dan 140000 man had Mac-Mahon's leger geteld; ongeveer dertig duizend waren over de Belgische grenzen ontsnapt en in België ontwapend.

Als een hulde aan hun betoonde dapperheid mochten de Fransche officieren het zijdgeweer behouden; het leger met inbegrip van de officieren, die niet op hun woord van eer de vrijheid hadden willen aannemen, ging naar Duitschland in krijgsgevangenschap.

De zegepraal was duur gekocht. Bij Sedan hadden de Duitschers 465 officieren en 84!;9 man aan dooden en gewonden verloren.

Zoodra de Wimpffen de capitulatie had onderteekend, ging hij weder naar beneden, naar den keizer.

»Sire, alles is afgeloopen.quot;

Weenend drukte de keizer hem de hand.

Nog altijd verwijlde de koning op de hoogte van Cheveuge, toen de

ocr page 228

BIJEENKOMST VAN KONING WILHELM EN NAPOLEON OP HET KASTEEL KELLEVUE BIJ SEDAN',

DEN 2«N SEPTEMBER ) S70.

door von Moltke en de Wimpffen onderteekende capitulatie hem werd gebracht. De generaal von Tresckovv moest ze terstond voorlezen. Een hartelijk, welgemeend woord van dank richtte de koning daarna tot de aanwezigen. — »Dergelijke zegepralen waren zeker wel het beste in staat om den band nog hechter te maken, die de hoofden der Noord-duitsche staten en de verdere bondgenooten, wier vorstelijke medeleden hij in dit plechtige oogenblik in zoo grooten getale om zich heen verzameld zag, tot één had gebracht,quot; zeide hij luide. — Den kroonprins vaa

— 218 —

ocr page 229

Beieren en dien van Wurtemberg drukte de grijze monarch daarna ernstig, vreugdevol en dankbaar de hand.

Even daarna steeg hij met zijn gansche gevolg te paard en reed naar het kasteel Bellevue.

In het middelste salon van dit kasteel, het eigendom van zekeren heer Amour, volgde nu het gesprek tusschen de twee souvereinen. De keizer was koning Wilhelm, die met den kroonprins door den tuin nader-kwam, tot aan de trap tegemoetgegaan. De beide vorsten bleven alleen; in een der voorkamers was de kroonprins achtergebleven. Wat er besproken werd, is voor 't grootste gedeelte een geheim gebleven. De keizer was kalm, waardig en gelaten, de koning diep getroffen in dezen toestand een man terug te zien, dien hij drie jaar tevoren op het toppunt van glorie en macht had gekend. De keizer had zich, zooals hij zeide, als diens persoonlijke gevangene aan den koning overgegeven; hij voerde het commando niet meer; al het overige liet hij aan de regeering te Parijs ter behandeling over.

Aan den keizer werd Wilhelmshöhe bij Kassei als tijdelijk verblijf aangewezen.

Toen het onderhoud was afgeloopen, drukte de keizer den kroonprins de hand en betuigde hem zijn erkentelijkheid voor de welwillende bejegening, welke hij van diens vader had mogen ondervinden.

Na dit gedenkwaardige gesprek was alles afgeloopen. De koning steeg weder te paard om een rit te maken door de stellingen van zijn leger. Hoe hij daar werd ontvangen, kan men zich gemakkelijker voorstellen dan beschrijven. Dien avond werd in alle bivaks geïllumineerd; vreugdevuren vlamden allerwege. Door het duister heen zag men overal blijdschap en licht, tot ook deze vreugdevuren uitdoofden, en in den pik-donkeren nacht alleen die gloeiende plekken nog licht verspreidden, waar de brand nog altoos langzaam doch verterend woedde. Heel uit de verte klonk het koraal; » Nun danket alle Gott.quot; Toen deze tonen weggestorven waren, volgde er diepe, doodsche stilte, alleen nu en dan door het doffe rammelen van wagens en karren gestoord. Overwinnaar en overwonnene rustten eindelijk. In 't bewustzijn, dat daar om Sedan geen nieuwe kamp zou ontbranden, sluimerden allen in den diepen nacht.

— 219 —

ocr page 230

XlXe HOOFDSTUK.

DE REPUBLIEK WORDT GEPROCLAMEERD. — STRAATSBURG.

Generaal de Wimpffen was terstond na 't sluiten der capitulatie naar Sedan teruggekeerd. Toen de proclamatie den volgenden morgen werd bekend gemaakt, schuimbekten de soldaten van woede, sloegen de geweren stuk, braken de sabels in tweeën en trokken onder luide verwenschingen tegen den keizer en hun generaals, en onder woest geschreeuw in troepen door de stad. Vele vaandels werden heimelijk verbrand, verscheiden adelaars begraven of verborgen. Inzonderheid op de Failly waren de troepen verwoed; zijn kwartier werd met steenen gebombardeerd.

Toen het uur naderde, waarop het leger de stad zou verlaten, herademde de bevolking, want deze was voortdurend voor een vreeselijk oproer beducht geweest. De gevangen armee trok tusschen de op twee gelederen opgestelde Duitsche troepen door naar een kale, naakte, drassige vlakte, die van Vilette en Iges, voor het grootste gedeelte door de Maas omsloten.

Het iie Pruisische en het ie Beiersche korps zorgden voorloopig voor de bewaking. Toen de Franschen tusschen de gelederen der Duitschers door marcheerden, gaf hun toorn zich in woeste gebaren, zelfs in bedreigingen en scheldwoorden lucht.

Tegenover den generaal de Wimpffen waren de gemoederen niet verbolgen; een ieder had eerbied voor zijn smart. — In den loop der eerstvolgende weken werden de gevangenen in dagelijksche transporten van circa IDDOO hoofden naar Duitschland vervoerd, een zeer moeilijk vraagstuk, waarvan de spoorwegmaatschappijen echter even practisch als bevredigend de oplossing wisten te vinden.

Dat het donderende hoera, waarmede de Duitsche troepen om Sedan het bericht der capitulatie hadden ontvangen, ook voor een groot deel een uiting was geweest van de hoop, dat de oorlog hiermede tevens

ocr page 231

was geëindigd, wie zal 't betwijfelen? — Die hoop werd echter bitter teleurgesteld. Den 4en September brak te Parijs een omwenteling uit. De Napoleontische dynastie werd vervallen verklaard; in de grootste overhaasting vluchtte keizerin Eugenie naar Engeland; het volk drong de Tuilerieën binnen; de adelaars en de keizerlijke wapenborden werden overal afgerukt; Frankrijk werd tot een republiek verklaard. — Jules Favre, Gambetta en Trochu stonden aan de spits dezer beweging. De laatste werd benoemd tot gouverneur van Parijs. De Kamer en de Senaat werden ontbonden; bij acclamatie werd een regeering samengesteld, bestaande uit de »burgersquot; Emanuel Arago, Cremieux, Jules Favre, Jules Ferry, Gambetta, Garnier-Pagès, Glais-Bizoin, Pelletan, Picard, den pas uit de gevangenis bevrijden Henri Rochefort en Jules Simon. Trochu werd belast met de taak Parijs te verdedigen en werd tevens president der regeering, terwijl deze, zooals in een proclamatie aan de burgers van Parijs werd bekendgemaakt, vóór alles zou wezen »een regeering der nationale verdediging,quot;

Aan vrede sluiten werd dus niet eens gedacht. Zelfs kwam bij Jules Favre het denkbeeld op een verbond tot stand te brengen tusschen de volkeren van den Romaanschen stam. —• Spanje en Italië waren voor een dergelijk verbond echter evenmin te vinden, als de andere groote mogendheden voor een gewapende interventie, toen Thiers, de oud-gevangene van Mazas, namens de regeering der Fransche Republiek met dit verzoek te Londen, te Florence, te Weenen en te St. Petersburg kwam. Wilde Frankrijk den oorlog voortzetten, dan zou het dezen dus alléén moeten voeren.

Hiertoe was men te Parijs trouwens van het eerste oogenblik af vast besloten. »Geen voetbreed van ons grondgebied, geen steen van onze vestingen,quot; zal de vijand hebben, proclameerde Jules Favre; en de Fransche chauvinisten, waaronder in de eerste plaats Victor Hugo mag worden genoemd, lieten met hun geschriften geen oogenblik af, de gemoederen in de hoofdstad op te zweepen en ze tot een combat a outrance aan te zetten.

Tegelijkertijd begon Trochu met krachtige hand aan de organisatie der verdediging van Parijs te werken. Ontzettende massa's levensmiddelen en proviand werden binnen de stad gebracht, kanonnen gegoten, de vestingwerken bewapend en al wat buiten de wallen lag, zelfs een deel van het prachtige bois de Bologne, als zijnde schadelijk voor de verdediging, vernield en met den grond gelijk gemaakt. Uit de overblijfselen der voormalige legers, uit het i 3e korps (Vinoy), dat zich aan de ramp van Sedan had weten te onttrekken, doordien het den marsch naar deze plaats niet had voortgezet, doch van Mézières naar Parijs was teruggegaan, uit marinebataljons en marschregimenten, uit mobiele garden en vrijkorpsen werd weldra een legermacht bijeengebracht, die in ronde cijfers honderdduizend man telde, terwijl hierbij nog circa 200,000

— 221 —

ocr page 232

zoo goed als volslagen onbruikbare nationale garden konden worden gerekend.

Onder deze omstandigheden begreep de tegenpartij, dat alleen de val van Parijs, van den hoofdzetel der nationale verdediging, in staat zou wezen aan den oorlog een einde te maken. Hoewel het üuitsche legercommando zich de geweldige bezwaren volstrekt niet ontveinsde, aan de insluiting van zulk een reuzenstad verbonden; hoewel het wist, dat ook Metz zich nog in weken niet zou overgeven en dus ook hiertegenover een krachtige troepenmacht noodig was; hoewel het oppercommando zich volkomen bewust was van de ongehoorde krachtsinspanning, welke er noodig zou zijn om voor het insluitingsleger de noodige proviand en krijgsvoorraad aan te voeren, besloot het toch terstond tot den marsch naar Parijs.

Reeds op den 4en September, op den dag dus, die Frankrijk in een republiek zag herschapen, ontvingen het IIIe en het Maasleger bevel tot oprukken. Van deze legers bleven alleen het ie Beiersche en het iie korps onder opperbevel van von der Tann bij de gevangenen achter.

Tellen wij bijeen 't geen aan de Duitsche legers na den slag van Sedan te doen stond, dan zien wij, dat zij Metz en verscheiden andere vestingen ingesloten moesten houden; voorts dat zij Straatsburg belegeren, den Elzas, Lotharingen en een deel van Champagne verder bezetten, het vormen van legers in de provinciën verijdelen, — aan de Loire was men met die legervorming druk bezig; — alle tot ontzet van Parijs aanrukkende krachten verslaan en eindelijk Parijs zelf insluiten moesten. Een groot-sche, een reuzentaak was 't, die het Duitsche oppercommando zich had gesteld, vooral daar het wist, dat het voor de insluiting van Parijs voorloopig over nauwelijks 150000 soldaten kon beschikken, dat de omstreken der hoofdstad voor zulk een massa monden onmogelijk de noodige levensmiddelen konden blijven leveren, dat dus vóór alles in dezen zoo hoogst gewichtigen tak van dienst, de verpleging, moest worden voorzien, en zulks nog wel onder zeer bezwarende omstandigheden, dwars door een met vijanden dicht bezet land en langs één enkele spoorbaan, dewijl de vesting Toul nog niet in Duitsche handen was gevallen. Van den aanvoer van oorlogsinaterieel kon voorloopig dus zelfs geen sprake wezen.

Enkele regels vroeger stipten wij reeds aan, dat ook Straatsburg moest worden belegerd, terwijl wij nóg wat vroeger, nl. na den slag bij Worth reeds vermeldden, dat de Badensche velddivisie, onder bevel van generaal von Werder na den generaal Beijer, die ziek werd, was aangewezen om deze opdracht te vervullen. Slechts enkele dagen echter, van 11 tot 17 Augustus, stond deze geringe macht voor die zware taak alleen. Toen werd het belegeringskorps, dat den 24en d. a. v. de

— 222 —

ocr page 233

vesting geheel had ingesloten, versterkt door de ie garde-landweerdivisie en de ie reserve-divisie, te zamen 24 bataljons infanterie, 16 escadrons en 36 vuurmonden. Uit Rastadt werd voorts het infanterie-regiment No. 34, uit Maintz het regiment No. 30 bij de belegeringstroepen gevoegd. Nog drie cavalerieregimenten sloten zich hierbij aan, terwijl aan Pruisische, Badensche en VVurtembergsche artillerie ten slotte 33 compagnieën beschikbaar werden (ongeveer 7000 man). Het belegeringspark, waarvan de spits den I9en Augustus voor Straatsburg aankwam, telde 200 getrokken vuurmonden, 88 mortieren en 50 achter-laad-walgeweren.

Opmerkelijk is t, dat door den commandant van de stad, den generaal Uhrich, een man, die wel reeds acht en zestig jaar oud maar nog krachtig en energiek was, tijdens de insluiting zoo goed als niets werd gedaan om dit werk zooveel mogelijk in zijn voortgang te vertragen. Zoo werden de beide voorsteden Königshoffen en Schiltigheim onbezet gelaten ; zoo werd ook het kerkhof van St. Helena, vlak voor de Steenpoort, een punt, dat reeds in 1814 een zoo gewichtige rol had gespeeld, niet door de belegerden bewaakt. Een gevolg hiervan was, dat van uit dit punt reeds den 12en Augustus door Badensche patrouilles op de Fransche schildwachten werd geschoten.

Als vesting eerste klasse had Straatsburg een geruimen tijd tot stapelplaats van materieel gediend; zoo vond men er o. a. niet minder dan 1200 vuurmonden. De bezetting telde echter slechts 1200 artilleristen, voor dien overvloed van vuurmonden veel te weinig; daarbij waren het meerendeels slecht geoefende manschappen.

In 't geheel kon de generaal Uhrich bij 't begin van het beleg slechts rekenen op circa 17000 man troepen, waaronder 500 pontonniers, 120 mariniers, 2 escadrons lansiers, 3000 nationale en evenveel mobiele garden en ongeveer 5000 soldaten van verschillende regimenten, die na den slag bij Wörth naar Straatsburg gevlucht en hier, zoo goed en zoo kwaad als dit ging, geëncadreerd en tot bataljons samengevoegd waren. Veel samenhang bestond er in die troepen dus niet; daarbij was een deel er van niet veel beter geoefend dan onze plattelandsche schutterij.

De geest onder de bevolking daarentegen was uitmuntend. Te Straatsburg was men zelfs bepaald krijgszuchtig en tot hardnekkigen weerstand bereid; en nu mogen de Duitschers beweren, dat ze feitelijk een Duitsche stad was, in 1870 was hiervan bij de bevolking niets te bespeuren, integendeel. Door deze bevolking toch is een weerstand geboden, zoo taai, zoo roemrijk, dat men in later eeuwen nog er van zal gewagen en dat Uhrich's proclamatie: »Straatsburg zal zich verdedigen zoo lang er nog een soldaat, een beschuit en een patroon over zijn,quot; bijna is bewaarheid. Straatsburg is gevallen, ja; Straatsburg heeft gecapituleerd; het heeft zich aan den vijand overgegeven, maar niet voordat er op

ocr page 234

1!

twee plaatsen in den hoofdwal was bres geschoten, niet voordat de rampzalige stad dagen en weken achtereen was gebombardeerd, niet voordat ze totaal was uitgehongerd. Zelfs toen waren er onder de burgerij nog honderden, die zich verwoed toonden over de overgave, die niet konden begrijpen, dat men zich overgeven kón, voordat er door den vijand ten minste eenmaal was storm geloopen. Waar een stad zooveel ellende, zooveel jammer had doorstaan; waar van de 80000 inwoners eenige duizenden waren gekwetst of door 't vijandelijke vuur en door gebrek gedood, daar had van een capitulatie geen sprake mogen zijn, beweerden zij, voordat alle middelen tot verdediging volslagen waren uitgeput.

Reeds den I5eu Augustus begon von Werder, die zulk een hardnek-kigen weerstand volstrekt niet had verwacht, met veldbatterijen de stad te beschieten. Het geschut der vesting antwoordde. Het doel, door von Werder zoowel hiermede als ook later met het bombardement beoogd, was de burgerij tot de overgave te dwingen, zoodoende het leven van velen te sparen en tevens te voldoen aan den wensch van het Duitsche Hoofdkwartier, om met de inname zooveel mogelijk spoed te maken. Een leger van 50000 man, — want tot deze sterkte groeide de macht der belegeraars allengs aan; — uitsluitend tegenover één enkele vesting te moeten bezigen, was op dat oogenblik wel wat veel gevorderd van de krachten, die Duitschland in 't veld kon brengen. Met het beleg moest dus spoed worden gemaakt, om deze troepen weldra weder beschikbaar te hebben.

Den i8equot; begonnen drie Badensche batterijen ook uit de richting van Kehl de stad te beschieten.

Tegelijkertijd begon de generaal Uhrich met 't geen hij vroeger had verzuimd, nl. met het doen van groote en kleine uitvallen, zoowel om den vijand te verontrusten als om terreinvoorwerpen te vernielen, boomen om te kappen en huizen in brand te steken, die het vrije uitzicht van den hoofdwal en van de voorwerken belemmerden en die de tegenpartij gelegenheid gaven gedekt te naderen. Zoo werd den 17en Ruprechtsau, den i8en Schiltigheim en het kerkhof van St. Helena door de Franschen aangegrepen en ten deele verwoest.

Het schieten der Duitschers hield intusschen aan en werd door de belegerden beantwoord met het bombardement van Kehl, een nuttelooze wreedheid, die door niets werd gerechtvaardigd, waartegen door von Werder tevergeefs werd geprotesteerd en waardoor werd veroorzaakt, dat de aanvaller van nu af ook geen noodzaak meer zag de stad te sparen.

In den avond van den 27equot; begonnen 68 Duitsche vuurmonden hun metalen stem te doen hooren; ze vuurden bijna tien uur achtereen. Von Werder had verboden de kathedraal tot mikpunt te nemen; dit kunstwerk bleef behoudens enkele kleine beschadigingen dus gespaard; maar

■

— 224 —

ocr page 235

zooveel te meer leed het overige gedeelte der stad. Voor de belegerden was 't een ontzettende nacht; op verschillende plaatsen ontstond brand; vurige bogen beschreven de granaten door het luchtruim, kwamen op een huis, in een straat, op een plein neder en richtten geweldige ver-

woestingen aan. De inwoners dachten, dat hun laatste uur geslagen was, en verborgen zich in kelders en kuilen.

Den volgenden morgen deed von Werder de vesting nogmaals op-eischen. Evenals de eerste maal, toen zij was ingesloten, luidde het antwoord ook nu ontkennend; aan de overgave dacht niemand; wel namen allen, burgers en soldaten, zich voor tot het uiterste hun plicht te doen. — Natuurlijk begonnen er al spoedig armoede en gebrek te ontstaan; om

'5

ocr page 236

deze zoolang mogelijk te lenigen en zoodoende in de eerste plaats verzet en oproer te voorkomen, werden groote spijskokerijen ingericht, waar de behoeftige klasse zich van het noodige kon voorzien. Tevens begon men, nu de woningen door de vijandelijke granaten werden vernield, op de het minst blootgestelde punten van balken en planken noodwoningen te bouwen.

Zoo werd er ook voor de gewonden op voorbeeldige wijze gezorgd. Zoowel de naam van den prefect Valentin als die der maires Human en Küss zullen, alleen hierom reeds, altoos met eere worden genoemd. Moge hun handelend optreden tegen het einde van het beleg niet meer getuigen van zooveel energie als in den beginne, wie zal dit die mannen euvel duiden, waar zooveel factoren samenwerkten om hun energie te dooden ?

Den volgenden nacht werd het bombardement voortgezet. Was de Thomaskerk reeds den vorigen dag in brand geschoten, thans ging de stadsbibliotheek met haar schat van incunabelen en oude kunstwerken in vlammen op. De Nieuwe kerk brandde eveneens geheel uit; van het prachtige orgel van Silbermann bleef letterlijk niets over.

Den volgenden dag trachtte de bisschop verlof te krijgen om den groothertog van Baden te spreken. Hij wilde dezen smeeken het bombardement zoo al niet te staken, dan toch aan de vrouwen, kinderen en ouden van dagen gelegenheid te geven de stad te verlaten. Dit verzoek werd van de hand gewezen. Den nacht daarop werd het bombardement weder voortgezet. Op verschillende plaatsen brak opnieuw brand uit. Tweemaal werd nu ook de Dom getroffen; hij leed echter, zooals wij reeds zeiden, geen noemenswaardige schade. Het spoorwegstation en het gymnasium daarentegen brandden tot den grond toe af. In weerwil van de boven allen lof verheven zelfopoffering, waarmede de vrijwillige brandweer haar taak vervulde, mocht het haar niet gelukken al die branden meester te worden.

Den nacht daarop stonden niet minder dan twintig huizen in één enkele straat in vlammen. Nogmaals zond von VVerder een parlementair; tot twaalf uur in den middag werd aan Uhrich tijd gegeven tot beraad, maar Uhrich weigerde zich over te geven. In de stad deed het stedelijke bestuur afkondigen, dat er, zoodra de dagen van beproeving voorbij zouden zijn, schadevergoeding zou worden gegeven voor de geleden verliezen, wel een bewijs, dat ook bij de burgerij het vaste voornemen bestond, in weerwil van alles tot het einde toe te volharden.

Von Werder begreep, dat, aangezien het bombardement hem niet tot zijn doel leidde, hij tot een geregeld beleg zou moeten overgaan. Met het oog op deze mogelijkheid was bij Vendenheim, circa 10 kilometer van de stad, reeds vroeger een groot belegeringspark bijeengebracht; bij Mun-dolsheim werd een depót opgericht, en in den nacht van den 26eu op den 27en, terwijl er slechts een matig vuur werd onderhouden, weidde eerste parallel geopend tegenover het noordwestelijke front van de stad.

— 226 —

ocr page 237

op een plaats, vanwaar de belegerden een geregelden aanval volstrekt niet hadden verwacht, en waar de bewapening van den hoofdwal en van de voorgelegen werken nog zoo goed als alles te wenschen overliet. Toen de morgen van den 30eu Augustus aanbrak, was de eerste parallel voltooid en waren achter haar elf nieuwe batterijen bewapend, zonder dat de tegenpartij van dien nachtelijken arbeid iets had bespeurd of door het werpen met lichtkogels pogingen had aangewend, om te weten te komen wat de vijand in zijn schild voerde.

Geen achthonderd pas van 't glacis der voorwerken, in de lijn Schil-tigheim-Königshoffen, hadden de Duitschers een loopgraaf geopend van

ruim vier voet diepte en voldoende breedte, benevens de gemeenschapsgangen naar de nieuwe batterijen; het beleg voet voor voet was dus begonnen.

Den ieu September was er wederom een batterij gereed, die evenals de andere haar vuur op de voorgelegen werken opende, terwijl tevens een begin werd gemaakt met de zigzags, die de gemeenschap zouden vormen met de tweede parallel.

Als met het uitgraven van deze zal worden begonnen, is de vijand echter beter op zijn hoede. Uit lunet 44 vliegt een granaat midden in een compagnie werklieden; deze stuiven uit elkander; weldra echter is de orde hersteld. Hoewel de vijand zijn vuur voortzet, de regen neder-valt in stroomen, de arbeiders in 't drasse terrein in het water staan, wordt met het werk onverdroten voortgemaakt. Reeds nu wordt bepaald, dat in de rechterface van bastion N0. 1 1 bres zal worden geschoten.

— 227 —

ocr page 238

Zelfs een uitval der Franschen, met volle kracht begonnen en doorgezet, is niet in staat het werk in zijn voortgang te hinderen; den 6eu September is de 2e parellel voltooid. Er zal nu worden voortgegraven naar den voet van 't glacis.

Om aan het vuur uit de batterijen nog meer kracht bij te zetten, worden van Berlijn en Spandau monstermortieren aangevoerd en in batterij gebracht. Ze hebben een gewicht van 150 centenaars; hun projectiel heeft een middellijn van 21 centimeter. Voor Straatsburg zullen die mortieren hun proefstuk afleggen. Lunet 44 wordt met hun granaten overstelpt.

Onder dezen geweldigen ijzerhagel kan de bezetting het op den wal niet meer uithouden; zij zoekt dekking waar zij kan. Pogingen om nieuwe vuurmonden in batterij te brengen ter vervanging der vernielde leveren geen of zoo goed als geen resultaat. Nog voordat zij in batterij staan, worden zij gewoonlijk reeds onbruikbaar geschoten. Het geschutvuur op de wallen is reeds bijna zoo goed als half uitgedoofd; komt er geen hulp, dan moet de stad eerlang vallen. Uhrich ziet dit zelf ook in, telegrafeert den toestand aan het ministerie van oorlog en vraagt hulp. — Doch vanwaar had die hulp moeten komen? Frankrijk bezat geen legers meer. Het beschikte nog slechts over het 13e korps (Vinoy), dat Parijs moest helpen verdedigen, en over het handjevol soldaten, dat later de kern zou vormen van het Loire-leger.

Reeds den 4ea September deed von Werder aan Uhrich kennis geven van de ramp, welke het Fransche leger bij Sedan had getroffen. Ook zelfs die tijding was niet bij machte den Franschen bevelhebber tot de overgave te bewegen.

Intusschen werkten de Duitschers onafgebroken door aan hun parallellen. In den nacht van den iien op den 12en September werd de derde geopend. Aangezien de vijand zoo weinig van zich deed hooren en zoo weinig weerstand bood, werd nu met de vliegende sappe naar voren gewerkt, een waagstuk, dat hier echter met succes werd bekroond, dewijl de vijand zoo goed als geen enkele poging deed om den voortgang van het werk door telkens herhaalde, kleine uitvallen tegen de hoofden der sappen te stuiten, in elk geval te bemoeilijken. Een krachtdadige, actieve verdediging werd niet gevoerd. Uhrich hield wel vol, doch bepaalde zich grootendeels hiertoe.

Intusschen begon het oogenblik, waarop bres zou zijn geschoten, snel te naderen. Het kruis op de kathedraal, door een granaatscherf getroffen, waggelde op zijn hooge standplaats, letterlijk als een zinnebeeld van den ondergang der stad, wanneer de bestorming na het beschieten mocht volgen. Alleen door inspanning van alle krachten gelukte het te voorkomen, dat de vijand, die de sluisdeuren van de 111 onder vuur had genomen om deze te vernielen, het water uit de grachten aftapte en den toegang tot de stad zoodoende nog gemakkelijker maakte. Door

ocr page 239

middel van het indirecte bresschot niet vier korte kanons van I 5 c.m. -—-een toen nog nieuwe methode, die gebezigd wordt, wanneer zooals hier het doel niet zichtbaar is, — door middel van dit schot dus begonnen de Duitsche artilleristen den bekleedingsmuur der rechterface van lunet 53 thans met hun ijzeren projectielen te beuken.

De stad staat in brand; de bevolking is de wanhoop nabij; de ellende stijgt met den dag; wel heeft een deputatie van het internationale congres van Geneve eindelijk van von Werder gedaan gekregen, dat circa 800 vrouwen, kinderen en grijsaards de stad hebben mogen verlaten, doch wat beteekent zulk een luttel hoopje menschen tegenover de duizenden, die achterblijven, die half verhongerd zijn en zelfs geen dak meer hebben boven het hoofd? Zal Uhrich blijven standhouden?

Ja; hij houdt stand. Van een capitulatie schijnt nog niemand te willen hooren.

Den I5en September begon het vuur opnieuw met volle kracht. Het werd wel vrij hevig beantwoord doch berokkende weinig schade, terwijl van de tegenpartij elk schot »zat.quot; Uit de citadel werd op dien zelfden dag een uitval ondernomen, die echter geen resultaat had. De bekroning van den bedekten weg vóór de lunetten 52 en 53 werd voltooid, de nacht van den 18en September bestemd tot het veroveren dezer voorgelegen werken.

De natte gracht belette dit laatste echter nog; maar reeds was de aanvaller zóó dicht genaderd, dat de commando's der Fransche officieren duidelijk hoorbaar waren.

In de stad begonnen schrik en ontsteltenis te heerschen. De vijand reeds zoo dichtbij ; de schouwburg afgebrand ; de Finkmattkazerne voor de tweede maal opgaande in vlammen; de citadel weinig meer dan een puinhoop 1 De bevolking begon te spreken over een eervolle capitulatie, doch Uhrich wilde hiervan nog niet hooren.

In den nacht van den 20en hadden de troepen, welke tegenover de lunet 53 gereedstonden, van faschinen en andere materialen een soort van dam door de acht voet diepe gracht gelegd. Door officieren der genie voorafgegaan, drongen de landweermannen, die de loopgravenwacht hadden, voor een deel over den dam het werk binnen, vernagelden de hier staande vuurmonden en begonnen zich in te graven tegenover den hoofdwal. De Franschen bespeurden die beweging en openden een heftig geweer- en mortiervuur op de aanvallers; doch deze wisten zich te handhaven. Een der gewichtigste punten vóór Straatsburg was in handen van de belegeraars gekomen.

Voor deze was de zware taak hiermede echter nog slechts ten deele verricht, want vóór lunet 52 lag een gracht van zestig meter breedte en vier meter diepte. Ook deze moest worden gepasseerd. -— De nacht van den 2 2en werd voor dit gevaarvolle werk aangewezen.

Nadat de afdaling naar de gracht was gereedgekomen, werden door

— 229 —

ocr page 240

middel van sloepen manschappen naar de overzijde gebracht, en werd met behulp van reusachtige biertonnen, die twee aan twee in ramen waren vastgelegd, een brug vervaardigd. Planken, stroo en zoden dienden om de tusschenruimten tusschen de tonnen aan te vullen. Nauwelijks was die tonnenbrug eenigermate vastgelegd, of enkele pioniers met hun officieren, gevolgd door drie compagnieën infanterie en landweer, begonnen den overtocht. De vijand, die uit de contregarde vóór den hoofdwal een levendig geweervuur onderhield, scheen van deze beweging echter niets te bespeuren, doch alleen de lunet 53 tot zijn doel te hebben gekozen. — Daar ontstaat onder de aanvallers eenige beweging! Van den hoofdwal wordt dit blijkbaar gezien. In een oogwenk hagelt het geweerkogels op de sappeurs en op de troepen. Nergens dekking vindende, werpen deze zich, om aan 't razende vuur eenigermate te ontkomen, plat op den grond neder. Nu slaat een granaat in de lunet en doodt en kwetst vijftien a twintig man.

Doch thans openen de batterijen achter lunet 53 het vuur ook weder op den hoofdwal. Hier begint het schieten ras te verzwakken. Eindelijk verstomt dit geheel. Lunet 52 blijft in handen van den aanvaller.

Reeds den volgenden morgen vroeg werd daarop de hoofdwal tusschen de bastions 11 en 12 geducht onder handen genomen. Zelfs de vuurmonden in de veroverde voorwerken namen reeds aan 't gevecht deel; de rechterface van bastion 1 1 werd door de kogels letterlijk omgeploegd. Wel hield de verdediger op den hoofdwal nog altijd stand, maar geen enkel hoofd kon zich meer boven den rand der dekking vertoonen of het werd het doel der Badensche walbusschutters.

De citadel was intusschen ook in een puinhoop herschapen ; alle lokalen waren vernield. Van een geregelde leiding van het artillerievuur op den open wal was zelfs geen sprake meer. De voorstad Stein en de Stein-poort waren volslagen vernield. De hoofdwal was nog slechts een vorm-looze aardhoop. Alle traversen, poternes en doorgangen waren door het ontzettende vuur ingestort, en tusschen de aardhoopen lag een bajerd van stukgeschoten affuiten, vernielde, verkoolde, tot splinters geslagen voorwerpen zonder naam, stukken van geweren en van uniformen, patronen, wapentuig en — lijken.

Thans liet von Werder aan de inwoners weten, dat de stad opnieuw zou worden gebombardeerd, en dat hun werd aangeraden een schuilplaats te zoeken in de kathedraal, omdat deze niet zou worden beschoten. Tevens begon het vuur tegen het bastion met hernieuwde kracht. Wel poogden de belegerden dit schieten nog zoo goed mogelijk te beantwoorden, doch hun kracht was gebroken. Geen worp- of geweervuur was bij machte het op te nemen tegen de zware vuurmonden, die den hoofdwal beukten met hun projectielen; geen mogelijkheid bestond er de tonnenbrug te vernielen, die met ijzeren vlijt weldra door een vasten dam werd vervangen,

w

— 230

ocr page 241

Den 26en September reeds vroeg stonden al de kanonniers in den nevel bij hun stukken. Den vorigen nacht had het over de ongelukkige stad voortdurend granaten geregend. De verdediger had ook nog wel geantwoord, doch het lot, dat Straatsburg wachtte, kon hierdoor niet meer worden afgewend. Een bres van meer dan vijf en twintig meter breedte gaapte in bastion i I ; die bres was beklimbaar; van bastion 12 was de keelmuur vernield. Nog maar enkele schoten waren noodig, om ook dezen in bres te leggen; lunet 44 was een puinhoop.

Sedert drie dagen beraadslaagden Uhrich en zijn officieren met een deputatie uit het gemeentebestuur over 't geen er moest worden gedaan; de bevolking bevroedde, dat de overgave der stad het onderwerp dier beraadslagingen was. Toch had Uhrich nog maar even te voren afwijzend geantwoord op een schrijven van den groothertog van Baden, die hem dringend aanried te capituleeren.

Von VVerder maakte toebereidselen tot de bestorming. Zag de generaal Uhrich niet af van de verdediging van een puinhoop, dan moest een bloedbad hiervan noodzakelijk het gevolg wezen.

Nog scheen de grijze generaal niet tot een zoodanig besluit te kunnen komen. Den 27en dreunde de grond weder onder het ontzettende vuur, dat de batterijen des aanvallers, thans echter voor de laatste maal, op de vesting openden. Dicht als hagel vielen de projectielen neder op stad en wal; de gansche omtrek was in één reusachtige wolk van kruitdamp gehuld. Granaatscherven vlogen overal in 't rond; suizen, kraken en kermen, anders hoorde men niet.

In dien poel van vuur en ijzer was niemand zijn leven meer zeker. Ontzetting greep allen in 't hart. Zes en veertig dagen had de stad het uitgehouden ; hulp was niet te verwachten ; langer verzet stond met waanzin gelijk.

Daar richtte zich om half zes plotseling aller oog op de spits der kathedraal. Een witte vaan wapperde van den torentrans. De stad gaf zich over.

De generaal Uhrich had den raad van defensie gevraagd, ie, of een storm met succes kon worden afgewacht; 2e, of het oogenblik tot de overgave was gekomen. — De eerste vraag was met neen, de tweede met ja beantwoord. Toen bad de generaal de witte vlag doen hijschen.

Bij de bevolking werd de tijding der overgave niet overal op dezelfde wijze ontvangen. In de eerste oogenblikken was men over 't algemeen zelfs er door ontstemd; een deel wilde volstrekt nog langer weerstand bieden. Hier en daar hoorde men het woord «verraad,quot; en werd de Marseillaise gezongen. Vooral onder de troepen was de ontevredenheid groot; menige verwensching werd Uhrich naar het hoofd geslingerd.

Under de Duitschers daarentegen was de blijdschap uitbundig. Hoewel er van den hoofdwal nog werd geschoten, omdat men de witte vlag niet terstond overal had gezien, snelden de soldaten allen naar voren.

- 231 —

ocr page 242

De groothertog van Baden en von Werder ijlden naar de derde parallel.

Het vuur verstomde eindelijk van weerszijden, doch een parlementair verscheen niet. De Fransche officieren in de voorwerken verklaarden, dat zij het schieten wel hadden doen staken, doch dat hun van een capitulatie nog niets was bekend, en dat zij het vuur dadelijk weder zouden openen, als de belegeraars nog dichter dorsten naderen.

Intusschen waren de gemoederen in de stad een weinig tot bedaren gekomen. Het zien van al die ellende werkte hiertoe stellig mede; de diepe stilte buiten, die alleen door 't gezang der Duitschers werd afgebroken, bracht zeker ook het hare hiertoe bij. De nacht viel, en nog altoos bleef men in onzekerheid omtrent 't geen er zou gebeuren.

Door zijn gang naar de derde parallel was von Werder den parlementair van Uhrich misgeloopen, en het schrijven van dezen was aan de voorposten bij Königshoffen afgegeven. Von Werder vond het dus eerst, toen hij te Mundolsheim kwam, waarheen een ordonnans het had gebracht. — Door onrust en onzekerheid voortgedreven, hadden de kolonel Ducasse en de overste Mangin zich in dien tusschentijd eveneens reeds naar Mundolsheim gespoed, en in den nacht van den 28eD September werd in een barak bij Ivönigshoffen de capitulatie onderteekend.

Nadat ze I 89 jaren in Fransche handen was geweest, ging de vesting Straatsburg weder aan Duitschland over.

De voorwaarden waren voor de bezetting in allen deele eervol. De franc-tireurs en de nationale garden werden vrijgelaten, de soldaten van het staande leger krijgsgevangen. De officieren konden de vrijheid verkrijgen, mits zij beloofden in dezen veldtocht niet langer tegen Duitschland te dienen.

In den morgen van den 2 8en verlieten de Fransche troepen de stad, om tusschen lunet 44 en schans 37 de wapens neer te leggen. Aan verwenschingen aan 't adres van Uhrich ontbrak het hierbij niet. Verscheiden soldaten vernielden hun wapens; verscheidenen waren beschonken, onder deze vooral veel turco's.

Onder het spelen van gt; die Wacht aui Rheiri' hielden de Duitschers hun intocht in de stad ; zij hadden nu gelegenheid de uitwerking van hun artillerie na te gaan en konden tevreden zijn. Behalve de reusachtige schade, op het front van aanval aan de vestingwerken toegebracht, waren vierhonderd huizen totaal vernield, en honderden andere beschadigd. Tevens waren tienduizend menschen zonder dak. Houdt men rekening met het groote aantal inwoners — 80000 —, dan zijn de verliezen — 261 dooden en circa 1000 gewonden — niet groot, vooral wanneer men nagaat, dat de stad in den beginne drie dagen achtereen werd gebombardeerd. Van de bezetting vielen 661 man en werden 2000 gewond of ziek.

Over de wijze, waarop Straatsburg is verdedigd geworden, is indertijd

— 232 —

ocr page 243

heel wat geschreven en gesproken. Van een militair standpunt bezien, valt er zeker nogal wat op aan te merken. Volslagen gebrek aan verlichting van het voorterrein bij nacht, onvoldoende activiteit in 't eerste tijdperk van 't beleg door het niet doen van krachtige uitvallen, onvoldoende leiding van het geschutvuur, vooral op het te laat bekend geworden front van aanval, zijn stellig grove fouten bij een verdediger, die den naam van energiek en actief wil dragen; maar — Uhrich zelf was reeds een oud man; zijn troepen waren voor 't meerendeel slecht georganiseerd; voldoende bediening voor zijn vuurmonden miste hij, en niet iedereen, al is hij een kranig en stoutmoedig soldaat, bezit daarbij het in een bevelhebber zoo hoogst noodige initiatief en het genie van een legerhoofd. Ten slotte mag hierbij niet worden vergeten, dat het Duitsche belege-ringsgeschut van de allernieuwste constructie ook hier weder, evenals op het slagveld, ver de meerdere was gebleken van het Fransche, terwijl aan 't hoofd der Duitsche troepen een man stond, die, zooals men later nogmaals zal zien bij zijn gevechten aan de Lisaine, een helder doorzicht aan enorme wilskracht paarde en hiermede resultaten verkreeg, welke minstens bewonderenswaardig zijn te noemen.

ocr page 244

XXe HOOFDSTUK.

METZ INGESLOTEN.

Voordat wij ons bezighouden met 't geen er in de volgende weken in en om Parijs en aan de Loire voorviel, zal het noodig wezen een blik te slaan op den toestand, waarin maarschalk Bazaine na den slag van Gravelotte gekomen was.

In den nacht van den i8en op den I9en Augustus waren de weinige vooruitgeschoven stellingen, welke de Franschen op het slagveld nog bezet hadden gehouden, ontruimd. Het geheele leger was tot binnen het rayon der forten teruggegaan. De garde bivakkeerde onder bescherming van het fort Plappeville en het fort des Carrières. In den avond van den 20en brak ze van hier op en trok naar de oostelijke hellingen van den hoogen heuvel, waarop het fort St. Quentin is gelegen. Ook de andere korpsen betrokken bivaks op de terreinen tusschen de stad en de forten. Dienzelfden dag had Bazaine, die zijn hoofdkwartier had te Ban-Saint-Martin, een dagorder uitgegeven van den volgenden inhoud: «Officieren, onderofficieren en soldaten van de Rijn-armée,

»Drie veldslagen werden door u geleverd, waarin gij u met roem overdektet, en waarin de vijand gevoelige verliezen leed, terwijl hij een standaard (?) benevens twee kanonnen en 700 gevangenen in uw handen moest achterlaten. Het vaderland juicht over het behaalde succes. De keizer draagt mij op u geluk te wenschen en u de verzekering te geven van zijn dankbaarheid. Wie uwer het geluk had zich te onderscheiden, zal worden beloond.

» De strijd is echter ternauwernood begonnen; langdurig zal hij wezen en verwoed, want wie onzer zou zijn laatsten druppel bloed niet willen geven om zijn geboortegrond te bevrijden ?

»Laten wij dus allen, bezield door liefde voor ons dierbaar vaderland,

— 234 —

ocr page 245

in den strijd onzen moed, onder de ontberingen en de vermoeienissen onze gelatenheid verdubbelen.

»Soldaten 1

»Vergeet nooit de leuze, die uw adelaars dragen: Heldenmoed en krijgstucht 1 Dan is de overwinning ons, want gansch Frankrijk rijst achter u op 1

Hoofdkwartier Ban-Saint-Martin, 20 Augs. 1870.

De opperbevelhebber des legers,

Bazaine.quot;

Op den 22eii Augustus daaraanvolgende was alle verkeer met de buitenwereld voor datzelfde geduchte, met roem overdekte leger afgesneden. Slechts een enkele maal kwam er tijding uit Parijs of uit de legerplaats van Chalons binnen de fortenlinie. Prins Frederik Karei, aan het hoofd eener macht van circa 150000 man, welke macht echter weldra het cijfer van 200000 had bereikt, had de reuzenvesting van alle zijden ingesloten.

Eerst den 26en scheen er bij de ingeslotenen eenige beweging te ontstaan. In Metz zelf dacht men, dat er in de richting van Thionville een uitval op groote schaal zou worden uitgevoerd. Een deel der troepen toch trok over één enkele schipbrug naar den rechteroever van den Moezel, passeerde het eiland Chambière, terwijl de regen bij stroomen nederviel, bleef hier tot circa drie uur staan en ontving daarop order terug te keeren naar het bivak. Volgens ooggetuigen volgde daarop bij gezegde brug een tooneel van de onbeschrijfelijkste verwarring. — Waartoe had deze beweging gediend, werd toen gevraagd. Niemand wist het. Zoo had stellig ook niemand kunnen zeggen wat het gevolg zou zijn geweest, wanneer Bazaine geen twaalf, doch slechts twee of drie dagen gebezigd had om zijn troepen, die toch stellig niet meer hadden geleden dan de Duitsche, te reorganiseeren, van vivres en munitie te voorzien, om dan met zijn gansche macht door de toen nog zoo dunne, hier en daar zelfs gapende insluitingslinie heen te breken. Die insluitingslinie toch besloeg een lengte van circa veertig kilometer; de Moezel liep midden er doorheen ; slechts over twee bruggen konden de Duitschers aanvankelijk beschikken, over die bij Ars ten zuiden en over die bij Malroy ten noorden van de stad, en een afstand van circa twaalf kilometer scheidde die twee. — Thans deed Bazaine niets, gaf aan den energieken, doortastenden vijand den tijd zijn insluitingslinie geducht te versterken, verbindingswegen te maken, waar deze vroeger niet bestonden, en met de kaart in de hand al de maatregelen te treffen, noodig om binnen den kortstmogelijken tijd het grootst mogelijke aantal troepen op één punt samen te brengen.

Te meer moet deze houding van Bazaine hierin ons verwonderen, dewijl Metz we! voldoende was voorzien van krijgsvoorraad, doch de levensmiddelen voor zooveel monden, waarop niet was gerekend.

ocr page 246

zeer schaarsch waren. —- Den 4en September bestond het rantsoen reeds uitsluitend uit paardenvleesch. — Voor l^azaine was't dus een gebiedende noodzakelijkheid geweest, in den kortst mogelijken tijd weder in 't vrije veld te komen, in elk geval, Metz vasthoudende, den rechteroever van den Moezel te bezetten en dit zoo gewichtige terreingedeelte onder geen vorm meer los te laten. Van uithongeren, zooals thans gebeurd is, had dan bijna geen sprake kunnen zijn.

Thans echter deed de maarschalk niets van dien aard. De schijnbeweging van den 26en werd den 27en door een tweede op kleinere schaal gevolgd; hierbij bleef het. Mogelijk verkeerde de maarschalk door de brieven, welke hij reeds vroeger, na den i6en, van Mac-Mahon had ontvangen, in de meening, dat deze zich dichter in zijn nabijheid bevond dan hij zelf op dat oogenblik wist, en dat Mac-Mahon ieder oogenblik kon komen opdagen tot zijn ontzet. — Hoe het zij, vóór den 3ien werd er door het Rijn-leger geen enkele krachtige, doortastende poging gedaan om den ijzeren ring, die zich hoe langer hoe nauwer om de stad legde, te verbreken.

Den 30en werd te Metz een door Mac-Mahon onderteekende depêche aangebracht van den volgenden inhoud: »Uw depêche van den I9ente Rheims ontvangen; ruk vooruit richting Montmedy; — sta overmorgen aan de Aisne, — zal naar omstandigheden handelen om u te hulp te komen.quot;

Waarschijnlijk naar aanleiding van deze depêche, besloot Bazaine den laatsten Augustus een poging te doen, om zich ten oosten van de stad, en wel in de richting van Noisseville door te slaan. Dat den 27en twee groote afdeelingen van het insluitingsleger in noordelijke richting waren afgemarcheerd, kon den maarschalk niet onbekend zijn gebleven.

Op dat oogenblik bestonden de strijdkrachten, waarover Frederik Karei voor Metz beschikte, uit het ie, 7e en 8e benevens het 2e, 3e, 9e en ioe korps. Hierbij was gevoegd de landweerdivisie Von Rummer, ter sterkte van iS bataljons infanterie, 3 regimenten cavalerie en 6 batterijen. Deze divisie, die nog nooit in 't vuur was geweest, had de ruimte tusschen Malroy en Charly bezet. Links naast haar sloot zich aan het ie korps. De generaal von Manteuffel voerde hier het commando.

Dat Bazaine voor zijn uitval als gevechtsveld had gekozen de hoogvlakte van Sainte-Barbe, een deel dus van het terrein, waarop den I4en Augustus zoo verwoed was gevochten, was weldra voor het Duitsche hoofdkwartier geen geheim meer. Den 3ien Augustus om half acht in den morgen stond de ie divisie van het ie korps dus reeds tot den strijd gereed. In de richting van het fort St. Julien naar het oosten waren groote drommen infanterie zeer duidelijk zichtbaar. Zóó dicht opeengedrongen rukten deze massa's echter voort, dat niet te bepalen viel uit hoeveel bataljons ze bestonden. Tevens vertoonden zich

— 236 —

ocr page 247

in de lagergelegen terreinen bij de pachthoeve Bellecroix infanterie-afdeelingen, ongeveer ter sterkte van twee divisiën.

Naar aanleiding van dien gaf prins Frederik Karei terstond last, dat al de korpsen der insluitingsarmée dichter bij de vesting zouden aanschuiven, om bij een werkelijk met kracht doorgezette poging tot doorbreken een voldoende troepenmacht tegenover den vijand te kunnen stellen. Zoodoende kwam het 2e korps (von Fransecky) bij Auboué en het 3e korps (von Alvensleben II) bij St. Privat in positie. — Deze beide korpsen, den 27e'i naar de Maas-armée gedetacheerd, waren den volgenden dag , reeds weder aan den prins teruggegeven. Waarschijnlijk was dit Bazaine niet bekend geworden.

Het front der 2e divisie van het ie korps ontving bij Colombey den eersten stoot. Met zóóveel kracht werd deze doorgezet, dat de Pruisische compagnieën tot bij Aubigny moesten wijken. Het 7e korps liet de kameraden echter niet in den steek, maar drong met een brigade vooruit in de richting van Courcelles, en zulks hoewel de forten Queuleu en les Bordes het vuur uit hun batterijen hadden geopend, terwijl uit de vesting voortdurend meer bataljons te voorschijn kwamen. Het plan om hier terstond tot den aanval over te gaan op 't geen men gevoeglijk den linkervleugel der Duitsche stelling zou kunnen noemen, scheen echter niet te bestaan, want in weerwil van de heftigheid, waarmede hier de aanval was begonnen, verflauwde het vuur weldra. Zelfs ontstond er ten slotte een zeer lange gevechtspauze, welke de voorste Fransche afdeelingen bezigden om hun eten te koken, 't Werd half vier. Juist wilde de commandant der 2e divisie aan de voorste brigade te Courcelles gelegenheid geven ook tot die vreedzame bezigheid over te gaan, toen de Franschen eensklaps weder ondanks den neerstroomenden regen met volle kracht tegen Aubigny begonnen op te dringen.

Om de bewegingen des vijands beter te kunnen nagaan, had prins Frederik Karei zich omstreeks elf uur in den voormiddag begeven naar den bergtop le Horimont, ten noordoosten van St. Privat. Hier gekomen, had hij al zeer spoedig ingezien, dat, al mocht die eerste aanval op zijn linkervleugel aanvankelijk zeer krachtig zijn doorgezet, het hoofddoel van Bazaine toch in een andere richting lag; want, hoewel de afstand zelfs met den kijker groot was, kon de prins goed waarnemen, dat geduchte vijandelijke afdeelingen, wier sterkte niet met juistheid was te bepalen, voortdurend naar den rechteroever van den Moezel bleven trekken. Zoo maakte de prins uit verschillende omstandigheden tevens op, dat Bazaine geen plan scheen te hebben zijn geheele macht in het vuur te brengen, maar dat hij ongeveer de helft er van in reserve wilde houden. Ten slotte trof het den prins, dat de geheele beweging volstrekt niet van stapel liep met die snelheid en dien samenhang, welke bij dergelijke uitvallen tegenover een betrekkelijk zwakken tegenstander een eerste, een allernoodzakelijkste vereischte zijn, maar dat de op-

ocr page 248

marsch des vijands zich door een zekere matheid en loomheid kenmerkte.

In weerwil van dit laatste gaf hij tegen twaalf uur aan de 2 5e divisie (Hessen) van het 9e korps last eveneens, en meer bepaald ten noordoosten van St. Privat bij Hautoncourt, den Moezel te passeeren en zich, al naarmate van de plaats, waar ze noodig mocht wezen, ter beschikking te stellen van den generaal von Manteuffel of wel van den generaal von Kommer.

Zooals aanvankelijk de ontwikkeling der Fransche troepen zich door een zekere matheid gekenmerkt had, zoo scheen ook het verloop van den aanval te zullen wezen. Door cavalerie gesteund, naderde de infanterie de stellingen der divisie von Kummer, doch toen deze het vuur begon te openen, ging diezelfde infanterie ook weder terug.

't Werd later op den dag; 't liep tegen vier uur. Behalve eenige schoten uit het fort St. Julien, bijna zonder eenig effect tegen de stelling von Kummer afgegeven, gebeurde er letterlijk niets van beteekenis. Reeds begon de meening veld te winnen, dat al 't geen dien dag van Fransche zijde was verricht een voorspel was geweest, en dat de beslissende slag eerst den iel1 September zou worden geslagen; reeds had het ioe korps bevel ontvangen weder op den linkeroever van den Moezel over te gaan, terwijl de 25e divisie naar Antilly (ten noorden van Charly) zou mar-cheeren, toen eensklaps over de gansche linie der Franschen een geweldig artillerievuur werd geopend. Het aanleggen van bivakvuren en 't bereiden van het middagmaal scheen dus een poging te zijn geweest om de tegenpartij te misleiden en om, door den rook dier vuren verborgen, een geduchte artillerie naar voren te kunnen brengen. Niet den volgenden, denzelfden dag nog zou Bazaine dus trachten zich door te slaan! Getrouw aan zijn plan, zou de hoogvlakte van Sainte-Barbe het tooneel van den strijd zijn.

De eerste stoot, door het geheele korps Leboeuf ondernomen, was thans gericht op de stelling Servigny-Failly. De ie divisie hield deze bezet. De straatweg liep tusschen deze dorpen door; om de hoogvlakte te bereiken, moest Bazaine tusschen die twee punten dezen straatweg dus passeeren.

In allerijl zond de generaal von Manteuffel zijn 3e brigade naar Retonfay; de landweerdivisie von Senden ijlde in den looppas naar Saint-Barbe tot steun der ie divisie, die aanvankelijk met vier doch weldra, door de korpsartillerie versterkt, met zeven batterijen krachtig het vuur opende.

Ternauwernood heeft de 3e brigade Retonfay bereikt en begint zij zich te ontwikkelen, of de Fransche tirailleurs dringen reeds in lange, zware liniën tegen haar op. In weerwil van den rook van het hevige geschut- en geweervuur is duidelijk te zien, dat dichte drommen langs den straatweg naar Saarlouis opmarcheeren, dat voortdurend meer vijan-

— 238 —

ocr page 249

delijke bataljons in 't golvende, hier en daar bedekte terrein tot ontwikkeling overgaan. In het dal van Nouilly tegenover het dorp Noisseville wemelt het reeds van vijanden, die allen stormloopen tegen Montoy en Noisseville. De 3e brigade komt de bezetting van dit laatste dorp wel te hulp, maar de druk van den aanvaller is te sterk. Na een hardnekkig huizengevecht, waarbij dat om de brouwerij een hoofdrol speelt, worden de Pruisen uit het dorp geworpen. Om 6 uur zijn de Franschen hiervan meester.

Noisseville genomen, de Pruisen met groot verlies teruggeslagen, wendt de Fransche infanterie, in haar bewegingen door het golvende terrein der wijnbergen gedekt, zich thans tegen de artillerie, welke bij Servigny in stelling staat en die, dadelijk reeds op een afstand van 2000 meter uit het dal van Nouilly door infanterie beschoten wordende, nu ook eensklaps vuur krijgt in den rug. Eenigermate door een bataljon van het 4ie regiment gedekt, zetten de batterijen haar vuur niettemin voort tegen de artillerie der tegenpartij. Bij deze wordt het vuur aanhoudend heviger. Ook de zware projectielen der forten, die gezicht hebben op 't slagveld, woelen allenvege den grond op; ze doen echter niet veel schade. Door dit helsche concert begeleid, stormen onderwijl uit de kloof der Vallièresbeek nieuwe Fransche liniën naar Servigny en het ten noorden daarvan gelegen gehucht Poix. 't Zijn troepen van de divisie de Cissey, waarbij zich later afdeelingen der divisie Metman aansluiten. Hun vuur is zóó hevig, dat de Duitsche artillerie moet teruggaan, wil ze geen zware verliezen lijden.

Het gevecht, dat hier in de toenemende duisternis thans volgde, en waarbij de Franschen, in weerwil van op de kortste afstanden afgegeven vuur, telkens opnieuw ten aanval gingen, werd met de grootste verbittering gevoerd. Herhaalde malen werden beide partijen handgemeen, en deden bajonet en kolf weder dienst. Een korte poos waren de aanvallers ook van de westelijke uitgangen van Servigny meester; maar ten slotte bleven de compagnieën van het grenadierregiment Kronprinz toch meester van deze stelling.

Hoewel Noisseville was in brand geschoten, hielden de Franschen het met doodsverachting vast, tot een deel van de 3e infanterie-brigade onder generaal von Memerty hen omstreeks half negen na hardnekkigen tegenweer uit het dorp terugwierp. — De duisternis was oorzaak, dat het gevecht werd gestaakt. Vriend en vijand waren niet meer van elkander te onderscheiden; bij de verdediging van Servigny was het reeds voorgekomen, dat Duitsche afdeelingen elkander beschoten. Ook de Duitsche artillerie staakte haar vuur en keerde voor een gedeelte naar haar bivaks terug.

Bij de Duitschers geloofde men algemeen, dat het gevecht een einde had genomen. Toch was alles waakzaam gebleven, toen omstreeks tien uur in den avond bij diepe duisternis eensklaps over de gansche linie

ocr page 250

der Franschen, en zelfs in de onmiddellijke nabijheid der bovengenoemde dorpen, het vuur weder met volle kracht werd geopend. Tegelijkertijd drongen uit de kloof van Nouilly en langs den straatweg naar Saar-brücken sterke afdeelingen naar voren. Flanville moest door de Duit-schers worden ontruimd. Tegelijkertijd werd de brouwerij van Noisseville weder aangevallen, en werden de Pruisen ook uit Servigny teruggeworpen. Bloedig en verwoed was dat gevecht in 't pikdonker. Hoe 't verloop er van was, valt niet te zeggen; alleen het resultaat is bekend. Als de Franschen in 't duister van den nacht verdwijnen, — in weerwil van hun heldenmoed en hun hardnekkigheid hebben zij voor 't vastberaden optreden van generaal von Eentheim het onderspit moeten delven; — als de Franschen dus verdwijnen, is Servigny heroverd, is Failly in Duitsche handen gebleven.

't Geheele resultaat van den strijd van den 3ien was, dat Montoy, Flanville, Aubigny, Colombey en de brouwerij van Noisseville in de handen der Franschen waren gekomen, en dat deze zich dus als een wig tusschen de stellingen der ie en 2e Duitsche divisie hadden ingeschoven. Geen gering succes 1

Den ganschen nacht door bleven schoten vallen; tot tweemaal toe werden kleine aanvallen gedaan. Stellig kon er bij de Duitschers op worden gerekend, dat Bazaine het bij die ééne poging tot doorbreken niet zou laten, dat hij het gevecht den volgenden morgen weder zou beginnen.

Tusschen vier en vijf uur in den morgen van den ien September werd in noordelijke richting door het hoofdkwartier van den kroonprins duidelijk kanonvuur gehoord. In den loop van den nacht was het geheele 9e korps in de nabijheid van Failly en Charly aangekomen.

Om twee uur in den nacht gaf generaal von Manteuffel, bevreesd, dat de vijand bij het dorp Retonfay zou doorbreken, last de Fransche stelling tusschen Montoy en Noisseville tegen vier uur aan te grijpen.

Dichte nevel bedekt nog de landstreek, als de 2e en 3e brigade beginnen te avanceeren. Zwaar snelvuur slaat haar terstond vooral uit de richting van Noisseville tegen. Mitrailleusevuur voegt zich bij dat van den chassepot; groot zijn de verliezen. Noisseville, niettemin een oogen-blik genomen, moet weldra weder worden losgelaten.

Tot tien uur ongeveer wordt nu gestreden om 't bezit van dit dorp, dat de artillerie opnieuw heeft in brand geschoten. Findelijk, omstreeks elf uur, gelukt het aan de taaie volharding van de landweerdivisie von Senden en van deelen der 3e brigade het dorp nogmaals te nemen. De landweer en de linietroepen hebben hier schouder aan schouder gevochten, en het is hun gelukt de helden van Leboeuf, want deze hebben in Noisseville gestreden, terug te werpen.

Om elf uur begon de dichte nevel in zooverre op te trekken, dat de Duitsche artillerie weder tot haar volle kracht kon komen. — Van dit

— 240 —

ocr page 251

oogenblik is het pleit voor dien dag beslist. — Flanville en Coincy worden met de bajonet hernomen. De brigade Fauvart-Bastoul moet de in rook en vlammen gehulde dorpjes eindelijk ontruimen, en wanneer omstreeks half elf het 6e korps (Canrobert) den rechtervleugel des vijands bij Rupigny en Failly tracht door te breken en, mei dichte liniën van tirailleurs voorop, snel tegen de positie van Servigny voorgaat, wacht de artillerie die naderstormende colonnes zonder te vuren bedaard af. Dan echter dreunt op eens de grond. De Duitsche granaten slaan in het front der aanvallers; als kaf stuiven deze uit elkander. Snel verzameld, wenden de Fransche compagnieën zich thans tegen Charly, tegen de 18e divisie, doch ook hier worden ze zóó geducht begroet door den

zündnadel en de artillerie, die door den commandant dezer divisie naast het bosch van Failly in stelling is gebracht, dat de lange liniën beginnen te wankelen en eindelijk afdeinzen, maar om even daarna nogmaals, dus nu voor de derde maal, tot den aanval over te gaan.

Alleen een tegenaanval van twee regimenten, die den rechtervleugel der Fransche aanvalslinie bijna geheel weten te omvatten, gepaard met een tegenstoot uit de richting van Rupigny, is eindelijk bij machte die telkens met ware doodsverachting herhaalde aanvallen het hoofd te bieden.

Naar gelang de Duitsche vuurmond langer zijn stem had doen hooren, werd de positie der Fransche infanterie ongunstiger. Het slagveld van Noisseville verried later bij 't opzoeken der doodcn en gewonden hoe ontzettend de granaat onder de dapperen had huisgehouden. De tegen-

ocr page 252

over Poix gevallen Franschen waren bijna allen door granaatsplinters neergeveld.

De Fransche compagnieën, door 't artillerievuur gedecimeerd, worden nu langzaam doch zeker tot onder het kanon der forten teruggedrongen. Het lot van den dag is beslist. Om vier uur hebben de Pruisen hun voormalige stellingen weder bezet. Kazaine heeft zijn voornemen niet kunnen volvoeren; niet eens heeft hij op den rechteroever van den Moezel vasten voet kunnen houden.

Naar Noisseville is deze tweedaagsche slag genoemd, doch zeker niet, omdat dit dorp het meeste had geleden, want van al de bovengenoemde gehuchten en plaatsjes toch was in den avond van den ien September weinig meer dan een rookende puinhoop overgebleven.

Deze slag kan niet onder de gewone worden gerekend. Terwijl toch Bazaine niet alleen vrijelijk kon beschikken over al de troepen van het Rijnleger; terwijl deze krachtig door het granaatvuur der forten werden ondersteund; terwijl het terrein aan deze troepen de gelegenheid schonk zich in een breed front te ontwikkelen, waarbij uit de vesting voortdurend versche afdeelingen tot steun konden worden aangevoerd; terwijl, om kort te gaan, Bazaine in elk opzicht in 't voordeel was en een armée commandeerde, die al dagen had gehunkerd naar het oogenblik, waarop zij revanche zou kunnen nemen, was het de taak der Duitschers om met een veel geringere macht en zonder de noodige reserves een positie te verdedigen, waarvan al de détails, dus ook al de gebreken, aan de tegenpartij waren bekend, en dit niet enkele uren, één enkelen dag, maar meer dan vierentwintig uren aan één stuk. De aanvallen toch werden van den middag van den 3iea Augustus den ganschen nacht door tot in 't namiddaguur van den ieu September onophoudelijk, en telkens weder met nieuwe kracht doch met dezelfde verbittering en doodsverachting, herhaald. Voor de Duitschers gold het in die uren staan en blijven staan, tot de laatste patroon verschoten, de laatste man gevallen was.

Zoo ooit, dan heeft deze reeks van gevechten om dorpen en pachthoeven het bewijs geleverd, in hoe hooge mate bij de Duitsche troepen tot bij den minsten gegradueerde toe initiatief, schanderheid en taaiheid waren ontwikkeld. Die gansche slag van Noisseville toch bestond uit een reeks van partieele gevechten, waarbij alleen het beleid der onderaanvoerders en de bewonderenswaardige taaiheid en dapperheid der soldaten de overwinning konden brengen, namelijk als deze tegenover zulk een overmacht, tegenover zulk een vijand, als de soldaten van het Rijnleger waren, te behalen was. — Vergeten wij hierbij echter niet, dat, zonder iets af te doen aan de waarde der Duitsche soldaten, de Duitsche artillerie tot het behalen van zulk een succes een groot gewicht in de schaal heeft gelegd, en dat herhaaldelijk alleen de ontzettende, de gruwzame uitwerking van het Duitsche granaatvuur de dappere Fran-

— 242 —

ocr page 253

sche bataljons ten slotte verplichtte terug te gaan en onder het kanon der forten beschutting te zoeken.

Na den [en September werd door het Rijnleger geen enkele groote uitval meer ondernomen. Wel zien wij nog nu en dan partieele gevechten plaatsgrijpen, doch deze waren meer het gevolg van het gebrek, dat langzamerhand binnen de vesting begon te heerschen, en waaraan men door krachtig ondernomen fourageeringen het hoofd wilde bieden, dan van ernstig gemeende pogingen om den insluitingskring te verbreken. Ook zelfs de beweging tegen de bij Peltre in positie staande Duitsche troepen, op den 6en September ondernomen en aanvankelijk met succes bekroond, — de Franschen werden per trein naar Peltre gevoerd en vielen van hier de Duitschers aan, die het kasteel Mercy le Haut hadden bezet; — ook zelfs deze onderneming kan, herhalen wij, niet gerekend worden onder de ernstige pogingen tot doorbreken. Hiertoe werd ze met veel te weinig troepen begonnen en met veel te weinig kracht doorgezet.

Toch had juist in zuidoostelijke richting, in de richting van Straatsburg dus, voor Bazaine wel een kans bestaan om zich door te slaan. In die richting had hoogstens een deel van von Werder's leger hem in den weg kunnen treden, maar een deel van zijn treinen had hij dan moeten achterlaten.

Alleen de uitval, den ycn October voor het laatst ondernomen, de uitval naar het noorden, in de richting van Ladonchamps en Petites en Grandes Tapes, had nog het karakter van iets meer dan een fourageering op groote schaal. Een Engelschman, ooggetuige van dit hardnekkige gevecht, gaf hiervan ongeveer de volgende beschrijving:

»Ten noorden van Metz loopt het terrein, als ware het een eeuwenoude aanslibbing van den Moezel, zeer flauw glooiend ter breedte van circa vier Engelsche mijlen (anderhalf uur gaans) af naar Maizières. Deze bijna effen strook grond wordt, met den Moezel er middenin, ten oosten en ten westen begrensd door hooge heuvelrijen. Daar, waar de strook het smalste is, ligt een reeks van dorpen, nl. de beide Tapes en St. Remy, benevens Maxe en Ladonchamps; zij waren door de insluitingstroepen alle minder of meer sterk bezet. Den 7en October werden ze door Bazaine onder een dichten nevel, die zijn bewegingen voor het oog des verdedigers langen tijd verborg, krachtig aangevallen.

»Ladonchamps met zijn bezetting van een halve compagnie landweer had omstreeks één uur in den namiddag den eersten schok te doorstaan. Weldra bleek, dat hier echter slechts een schijnaaval plaats had, want eensklaps doken ook vlak voor de andere bovengenoemde dorpen zwermen Franschen op. Het 59quot;-' regiment landweer leed hierbij ontzettende verliezen, doch wist van geen wijken. Ook van het 52« regiment kan hetzelfde worden gezegd. Een enkel bataljon er van verkoos niet terug te gaan; het werd door chassepot-, mitrailleuse- en artillerievuur letterlijk in

- 243 —

ocr page 254

elkander geschoten. Al die helden, die mannen, die, voor het meeren-deel gehuwd, thuis kinderen hadden achtergelaten, zijn daar gevallen, zooals zij stonden, met den rug tegen een muur, met het gelaat naar den vijand gekeerd.

»Tot dusverre had Bazaine met het 6e en het gardekorps, want deze troepen deden den aanval, vrij veel succes gehad; hij had de door den vijand bezette dorpen veroverd en batterijen voorgeschoven, om het vuur der Pruisische artillerie te beantwoorden; thans trok hij in de nabijheid van het dorp Maxe een geduchte macht bijeen, om de insluitingslinie, daar waar deze het zwakste was, dus aan den Moezel, te verbreken.

»Voor de troepen van de landweer begon het er kritiek uit te zien. Op één enkele brigade na, die nog zoo lang mogelijk in reserve werd gehouden, stond de gansche landweer thans in 't vuur. Kwam er niet spoedig hulp, dan waren de gevolgen niet te overzien.

»Die hulp zouden de mannen van het ioe korps weldra brengen. Zij waren reeds op marsch over de pontonbrug van den Moezel en naderden snel. — 't Was een onvergetelijk schouwspel,quot; verhaalt die Engelschman verder. gt; Voorop de tirailleurs in den looppas, met hun liniën bijna de gansche vlakte bedekkende, daarachter in gesloten compagniescolonnes de grenadiers met vliegende vaandels en slaande trom. Artillerie steunde dezen opmarsch en nam de dichte drommen der Franschen krachtig onder vuur. Bazaine was opmerkelijk zwak in artillerie; alleen de forten St. Julien en St. Eloy vuurden; maar zooveel te luider deden de mitrailleuses haar knetterend geratel hooren, richtten dood en verderf aan onder de stormende fuseliers en scheurden groote gaten in de colonnes.

»'t Was echter ook hier weder de Duitsche granaat, die ten laatste het pleit besliste. Tegen dat moorddadige vuur, tegen dien hagel van scherven, stukken en splinters bleek zelfs de heldenmoed der gardefuseliers niet bestand ; ze begonnen te wankelen, toen te wijken en het einde was, dat de donkere massa's als kaf uiteenstoven en achter de muren van Maxe eenige dekking gingen zoeken.

«Eenmaal hier beland, met een muur tusschen zich en de Pruisen, wisten ze echter ook niet van nog verder teruggaan.

^Tevergeefs nam de artillerie de dorpen onder vuur; tevergeefs rukten de batterijen nader en overstelpten de bezetting met haar projectielen. De Fransche vuurmonden, die bij Grandes Tapes in positie waren gekomen, waren niet tot zwijgen te brengen; de Fransche tirailleurs drongen zelfs weder vooruit tot aan den straatweg langs het dorp.

»'t Was vier uur geworden. Er moest een beslissing vallen. Een Pruisisch stafofficier galoppeerde langs de liniën. Stormenderhand zouden de dorpen worden hernomen; aan vier brigades landweer, gesteund door twee brigades linietroepen, zou die eer te beurt vallen.

» Weldra klonken de commando's; de manschappen sprongen op van achter hun dekkingen en begonnen met den snellen, regelmatigen pas,

— 244 —

ocr page 255

die de Uuitsche troepen in zoo hooge mate kenmerkt, vooruit te rukken. De granaten der batterij van Grandes Tapes sloegen in de gelederen; mitrailleuse en geweer begroetten ze met een hagel van lood, doch zwijgend bleef de landweer naderen. Ik ben dikwijls in 't gevecht geweest, doch een zóó ontzettend vuur als thans op het centrum der stormende fuseliers werd afgegeven heb ik nog nooit bijgewoond. Generaal von Hrandenstein, commandant der 3e landweerbrigade, viel; naast hem verscheiden zijner stafofficieren. Eindelijk waren de aarden werken en de verschansingen bereikt, waarachter zooveel dappere mannen van het 59e en 58e gewond

en dood nederlagen. Een luid : 5 Hoera, Pruisen!quot; klonk de aanvallers tegen. » Voorwaarts! Altoos voorwaarts!quot; was het antwoord, en ternauwernood hadden de dappere Fransche kanonniers, die zoo onverzettelijk tot het laatste oogenblik het vuur hadden volgehouden, den tijd om zich te bergen, toen de landweer ze reeds op de hielen zat.

»De landweerman geeft niet zoo licht kwartier ') als de soldaat. Door een bajonetsteek doorboord, zakte op die plek menige Franschman in elkander. In de nauwe dorpsstraten zetten de Franschen het gevecht als ware duivels voort en bedienden zich met overgroote behendigheid en succes van hun mitrailleuses.

»Daar dreunde de vaste, zware stap van de landweermannen. Hun

') Lijfsgenade.

— 245 —

ocr page 256

sterke beenen en schouders gaven aan de onverbiddelijke bajonet haar doodende kracht, en weldra waren al de dorpen van roodbroeken, de dooden en gewonden er buiten gerekend, gezuiverd.

»Aan de landweer komt de eer van den dag toe. Zij was het, die aan den eersten aanval weerstand bood, tot geen enkele man meer rechtop stond, die nog een zündnadel kon hanteeren; zij ook was het, die de dorpen schoonveegde.

»Gisteren heb ik het gehalte der landweertroepen leeren kennen. Bedaard liggen ze in hun greppels en loopgraven, waar zij, niets anders te doen hebbende, de kogels oprapen, die in hun nabijheid vallen; onwe-derstaanbaar en vastberaden bij den aanval, vooral bij die met bajonet en kolf, vormen zij een troep, die het hart van een man met militairen geest genoegen doet. Opmerkelijk is de bedaardheid, waarmede de gewonden, die nog maar eenigszins kunnen loopen, op zich zeiven rekenende en alle hulp van de hand wijzende, achter het front naar de verband-plaats wankelen. Toch waren de wonden, hun toegebracht, lang niet licht. Met eigen oogen zag ik een landweerman, wien een kogel door de long was gegaan, en bij wien de adem rochelend door de wonde drong. Zulke dapperen te moeten zien sterven, doet pijn. De landweerman, die ten strijde gaat, doet dit niet zoo luchthartig als de liniesoldaat. Wie weet hoeveel jonge vogels hij in 't nest achterliet, toen hij uittrok, omdat het vaderland hem riep? Voor eiken landweerman, die ginds op Frankrijks bodem viel, telt 't vaderland thans een weduwe. Toch ging die man even onversaagd, even dapper op den vijand in als de vroolijke, jonge vrijwilliger, om wien alleen zijn liefje weent, als hij valt.quot;

Na dezen uitval in noordelijke richting gaf het Rijnleger zoo goed als geen teeken van leven meer. Het bleef bijna totaal werkeloos binnen den kring der forten. Honger en gebrek slopen naar binnen. Ziektegevallen en sterfte namen geweldig toe; de paarden stierven bij honderden. De ellende bij de troepen werd door het aanhoudende slechte weder, regen, weken achtereen, nog grooter.

— 246 —

ocr page 257

XXr HOOFDSTUK.

VÓÓR ÜK VESTING.

Was de toestand bij de belegerden dus ongunstig, het leven van den belegeraar was, zooals zich laat begrijpen, ook alles behalve benijdenswaardig. De plichtsbetrachting en de volharding der soldaten werden hier op een niet minder harde proef gesteld.

Het hoofdkwartier had intusschen te zorgen, dat de troepen een geheel stormvrije, veilige stelling konden innemen, dat er naar alle zijden verbindingswegen werden aangelegd, zoomede boven en beneden de stad bruggen geslagen. Al de kwartieren der verschillende legerkorpsen moesten onderling telegraphisch verbonden ; de Fransche telegraaflijnen waren vernield.

Op ieder hooggelegen punt werd een observatiepost gebracht, waarin officieren, voorzien van uitstekende kijkers, de wacht hielden. Van Remilly naar Pont-a-Mousson werd in den tijd van vijf weken een spoorbaan gelegd door de spoorwegcompagnieën ; tevens werd het vernielde baanvak Saarbrücken-Remilly hersteld en een stuk van vijfendertig kilometer verbindingsbaan voor 't vervoer voltooid; dit alles binnen zeer korten tijd en in vijandelijk land. 't Was meer dan buitengewoon.

De lijn der voorposten om Metz had een gezamenlijke lengte van ruim veertig kilometer. De veldwachten en dubbelposten moesten een plaats zoeken in de slooten langs den straatweg, in de ingravingen der leemgroeven en zelfs in de tirailleurloopgraven, welke de Franschen bij de vroegere gevechten hadden gebezigd en welke nu werden omgelegd. De wegen, welke de konvooien met levensmiddelen moesten volgen, werden verbeterd; hier en daar werden perceelen hout omgekapt; de gansche omgeving van Metz werd in één woord veranderd. De dorpen en vlekken in de nabijheid der groote verkeerswegen met Metz, als 1 ournebride, Frescati, werden van palissadeeringen, schietgaten en barricades voorzien en op die wijze ingericht tot verdediging. Bij Servigny

ocr page 258

Vany, Chieulles en op andere gunstig gelegen punten kwamen batterijen. Kortom, overal werden krachtige maatregelen van tegenweer getroffen. Zelfs kleine schansen zag men hier en daar opwerpen.

Uit het bovenstaande valt gemakkelijk af te leiden, dat de troepen, belast niet het in orde brengen van dit alles en tevens met het onverdroten bewaken en gadeslaan eens krachtigen tegenstanders, de eerste weken na de insluiting een zwaar, zelfs zeer zwaar leven hadden. Daarbij was de weersgesteldheid bijna voortdurend ongunstig, terwijl de verblijven der troepen toen nog uit weinig meer dan uit afdaken, loofhutten en dergelijke tijdelijke schuilplaatsen bestonden.

Een korten tijd later kwam zich bij die beproevingen er eene voegen, die afgrijselijk mag worden genoemd. — Het uitgestrekte terrein rondom Metz, waarop het insluitingsleger was onder dak gebracht, was het tooneel geweest van de ontzettende, hevige gevechten, welke de insluiting ten gevolge hadden gehad. Wel bevonden de troepen zich hierdoor op tamelijk bekend terrein, doch meer kon er niet van worden gezegd; ze logeerden op een slagveld. Voor het insluitingsleger was hier van nu af het parool: »Ge blijft hier, tot de ingeslotenen niet langer bij machte zijn de wapenen te voeren. Wanneer de door den honger verzwakte legerdrommen zich met de woede der vertwijfeling op u werpen, slaat gij ze terug en wacht dan weder tot een niet minder bloedige aanval op uw stellingen gedaan wordt. Wachten, geduldig wachten is dus hier uw taak.quot;

Zoo goed en zoo kwaad als dit onder de gegeven omstandigheden doenlijk was, begonnen de troepen zich daarop wat betere nachtverblijven te maken. De zeldzaamste modellen van barakken en schuilplaatsen zag men zoodoende verrijzen. Hier had een escouade een hut getimmerd uit schermen, welke nog maar korten tijd te voren het boudoir van een elegante dame, van de eigenares van een nabijgelegen kasteel hadden getooid. De overblijfselen der Chineesche behangsels waren zelfs nog op de paneelen zichtbaar. Thans lieten deze door hun spleten den rook ontsnappen van het armzalige vuurtje, waarop de bewoners hun middageten trachtten te bereiden. Verderop stond een stroohut, ginds een barak, van planken en linnen in elkander geknutseld, en zoo meer.

Door de kleine en groote straten tusschen de barakken bewogen zich de soldaten, die water haalden of hout voor het vuur. Reeds begon het weder om te slaan, en tintte de herfst het gebladerte met zijn donker oud-goud. Door een hardnekkigen wind voortgezweept, gierden koude regenbuien over de vlakte. In een sluier van grijzen nevel gehuld, lag ginds in de verte de vesting. Mat en flauw werd de vochtige lucht door het vale zonlicht verhelderd. Als ware ze half verlamd, sloop de Moezel traag en loom voort tusschen zijn in damp en nevel gehulde oevers. Voortdurende regenbuien begonnen de landerijen onbegaanbaar te maken. De aanvoer van levensmiddelen werd hierdoor aanzienlijk vertraagd.

— 248 —

ocr page 259

somtijds bijna onmogelijk gemaakt; dan leed de soldaat zulk een dag honger.

Was dit reeds een zeer kwade factor, die storend werkte op den goeden geest en de opgewektheid, welke de soldaten onder deze bezwarende omstandigheden zoo hoog noodig hadden, nog een andere, een veel gevaarlijker vijand begon thans nader te sluipen.

De aanhoudende plasregens hadden den grond sterk losgewoeld; uit dezen kwamen dientengevolge langzamerhand de lijken te voorschijn, welke weken, ja maanden vroeger reeds als offers van den strijd om Metz daar een vergeten graf hadden gevonden. Feitelijk had het inslui-tingsleger zijn kamp opgeslagen op een onafzienbaar kerkhof. Daar waar

de arme soldaten hun ellendige, schamele verblijven hadden staan, vond men meestal in de nabijheid een plek, waar de bodem met bloed was gedrenkt. De door den regen reeds half modder geworden graszoden waren meermalen slechts het zwakke dek van een graf. De regen spoelde die graszoden weg; afgrijselijke overblijfselen kwamen afschuwwekkend uit de diepte te voorschijn, en de kiemen van allerlei rot-ziekten stroomden uit de geopende groeve. De dood zond zijn verpestenden adem onder de levenden; de veldhospitalen vulden zich met sidderende gedaanten, die, door buikloop en typhus aangetast, met hun groengrauwe gezichten reeds in 't voorportaal stonden van den dood.

Bazaine had dus een ontzettenden bondgenoot gekregen. Weldra was het aantal zieken in de hospitalen tot 15, bij enkele onderdeelen tot 50 percent van de sterkte gestegen.

p

— 249 —

ocr page 260

Al wat met mogelijkheid gedaan kon worden om in dezen rampzaligen toestand verbetering te brengen, wérd gedaan; doch men stiet hierbij telkens op onoverkomelijke zwarigheden. Werd de legerplaats verlegd, wie stond er dan voor in, dat de nieuwe niet weldra in denzelfden toestand zou verkeeren, dat de versche lap grond niet even spoedig een grondelooze modderpoel zou wezen ? De hemel toch zond niets dan stroomen water naar beneden, die elk nieuw bivak binnen een paar uur tijds in een moeras herschiepen.

Met moeite werkte de vlam van het wachtvuur zich heen door het natte brandhout. De schildwacht aan den zoom van het door dichten nevel omsluierde bosch moest dikwerf wel driemaal van plaats verwisselen, want de regen vormde telkens een klein meer om hem heen. Tot aan de knieën moest de man vaak door een poel waden. Met moeite haalde hij het been, waaraan de doorweekte laars, naar zich toe om een ander, nog drooggebleven plekje te bereiken. Zoover het oog reikte, zag hij daarbij niets dan het doodsche, in een regen- en nevelkleed gehulde landschap; och, het was een zoo ontzettend zwaarmoedig, zoo doodsch tooneel ginds voor Metzl De troepen er om heen hadden het zoo mogelijk nóg harder te verantwoorden dan die er binnen.

Naderde in den nevel eindelijk de aflossing, dan snelde, huiverig en doornat, de afgeloste schildwacht naar het bivak, maar vond de armzalige hut, die enkele uren te voren nog een tamelijk goede schuilplaats aanbood, vaak door den regen weggespoeld. Een stuk kleigrond, waarop met water gevulde gaten, kookgereedschap en banken zichtbaar waren, lag voor hem, terwijl de achtergebleven kameraden zwijgend en somber bezig waren dat treurige plekje door afdammen en kuilen graven weder eenigermate tot een menschelijk verblijf in te richten.

Gelukkig kwam er nu en dan een lichtpunt voor de arme drommels, namelijk als de trein uit het vaderland een handvol sigaren of wel wat worst, ham en brood en ook wel eens een erwtenworst had medegebracht. — Hoera! klonk het dan. Fluks werd de kar afgeladen, een vuurtje aangemaakt, gekookt en dan ging alles »aan den bakquot; ! — Twee planken, als kaartenbladen tegen elkander gezet, vormden vaak voor den nacht de woning van enkele soldaten. Op een vuurtje, waarvan de rook hem volstrekt niet meer hinderde, kookte de landweerman zijn soep en las daarbij soms een brief uit het verre vaderland, een brief, dien de onvermoeide, wakkere veldpost hem had gebracht. Met een vochtig oog las hij dan, dat vrouw en kind welvarend waren, hem duizend groeten en kussen zonden, voor hem baden en dag en nacht aan hem dachten.

Somwijlen drukte de landweerman dan tevens een wollen sjaal tegen de borst of slingerde dien dankbaar om den hals; 't was een geschenk van een echtgenoote, een moeder of een aanstaande. Vol liefde was dat stuk voor hem gehaakt; de warmte er van zou hem goed doen.

Sliep hij eindelijk in op zijn vochtig strooleger, dan droomde hij van

p

— 250 —

ocr page 261

de geliefden ginds en rustte na den zwaren wachtdienst eindelijk uit. Hoe lang? — Daar roffelt de alarmtrom reeds weder! — »In 't geweer 1quot; dreunt het door de straten der bivaks. De voorposten vuren. — Toch is 't slechts een alarmeering, die dikwerf twee-, driemaal in één nacht wordt herhaald. In een zijner dagorders heeft Bazaine gezegd, dat in de eerste plaats de vijand geen oogenblik met rust moet worden gelaten, en verder: «Wij moeten voor hem wezen wat in de arena de mannen zijn, die den stier ophitsen en afmatten,'' en aan 't slot: «Het gewichtigste hier is tijd winnen.quot;

»Het leven om Metz is tamelijk geregeld, dit wil zeggen eentonig,quot; schreef een der mannen van het ioe korps; »eiken dag staan we van vieren tot zessen in 't geweer en gaan dan koffie drinken. De rest van den dag brengen wij door met pionieren en koken.quot;

Pionieren! Ja, dit werd ontzettend veel gedaan. Hierdoor werden de aanvankelijk zoo zwakke dekkingen langzamerhand herschapen in mooie, regelmatige tirailleurloopgraven met stevige, aarden wallen. Ongeveer vijftig pas hierachter ontstonden aarden borstweringen van manshoogte en zóó dik, dat ze tegen granaatvuur bestand waren.

De manschappen, die in de gracht er van geen plaats vonden, gingen op drie gelederen er achter staan en konden van hier onafgebroken salvovuur afgeven. Vaste punten werden geheel versterkt. Het kerkhof van Maizières, rechts van den straatweg, bij voorbeeld, werd door het lOe jagerbataljon in een kleine vesting herschapen. De voorste muur werd gedekt door een aarden masker, de achterste afgebroken om alle hindernissen voor de reserves uit den weg te ruimen. Voor de vuurmonden bouwden de artilleristen en de pioniers bomvrije emplacementen. Tevens werden vóór elke stelling de afstanden in 't voorgelegen terrein nauwkeurig opgenomen en uitgebakend; de artillerie maakte hiertoe van de verste tot de kortste afstanden van haar batterijen goed zichtbare teekens hoog in de boomen, de jagers deden 't zelfde op den grond voor hun verdragende buksen.

De op zich zelf staande gebouwen van de dorpen werden eveneens met de grootste zorg ter verdediging ingericht. Hier werden de muren en de wanden op zoodanige wijze van schietgaten voorzien, dat twee of drie gelederen boven elkander konden vuur geven. Alle uitgangen naar de zijde des vijands werden met mest, aarde, karren en gereedschappen van allerlei aard gebarricadeerd.

Afleiding was er voor de mannen al zeer weinig; alleen konden ze op de mooie zomeravonden genieten van de regimentsmuziek; doch, zooals wij reeds vermeldden, werden deze mooie avonden al zeer spoedig door herfstdagen met geweldige regenbuien opgevolgd.

Dat de verzorging van het lichaam bij den troep onder dergelijke ellendige omstandigheden nogal iets te wenschen overliet, behoeft natuurlijk geen betoog. Een der strijders schreef in zijn dagboek, — 't was een

ocr page 262

soldaat; — onder dagteekening van den yen September: »Van morgen heb ik mijn hemd uitgewasschen en mij, voor de eerste maal sinds ik op Franschen bodem sta, verschoond.quot; — In de laatste zes weken hadden de meeste mannen geen schoon linnen zelfs maar gezien; dag en nacht waren zij in de uniform gebleven, in de gloedheete dagen van Augustus badende in 't zweet, in de koude van September door den regen doorweekt. Drinkwater was er maar even genoeg; slechts met moeite werd nog zooveel meer gevonden, dat gezicht en handen nu en dan een beurt konden krijgen; voor andere doeleinden was er niets. Vraagt dus eens hoe menschen, die zoolang onder zulke omstandigheden hebben geleefd, moesten verwilderen ! Ook is te begrijpen, dat dezelfde mannen hartelijk, vurig verlangden naar eenige afwisseling in hun somber, eentonig bestaan, zelfs al werd deze afwisseling gebracht door een woedenden aanval des vijands.

Door den onverdroten ijver en de taaie wilskracht der pioniers werden ten slotte eenigszins betere woningen gebouwd in den vorm van houten barakken. Toen daarbij later van huis sigaren kwamen en rum en wijn en sago, werd de stemming ook wat beter. Aan de Fransche boeren, die voortdurend met verdachte gebaren en schuine blikken om de bivaks rondslopen, begonnen de soldaten met hun humor nu reeds wijs te maken, dat ze !»van thuisquot; binnenkort groote kachels zouden krijgen ook, want dat ze plan hadden den heelen winter daar te blijven.

Zóó was het leven der troepen om Metz 1 De soldaten van Bazaine behoefden hen waarlijk niet te benijden, hoewel 't waar is, dat de toestand der ingeslotenen met eiken dag, die verliep, bedenkelijker werd. De uitvallen, die thans nog werden ondernomen, waren reeds weinig meer dan gevechten om brood machtig te worden. Ook aan stroo begon gebrek te komen; hooi was er bijna niet meer. Sinds half September werden de officierspaarden reeds met meel gevoederd; de cavalerieregimenten telden nog maar twee escadrons ; de overige paarden waren — opgegeten.

De boven reeds vermelde uitval in de richting van Ladonchamps en de beide Tapes zou men, op de data lettende, met eenig recht een wanhoopsuiting van Bazaine kunnen noemen, want dien zelfden dag nog liet hij een brief opstellen, gericht aan alle korpscommandanten, met verzoek hem binnen acht en veertig uren te rapporteeren omtrent den toestand der troepen en omtrent 't geen men bij het toenemende gebrek aan levensmiddelen dacht te doen.

Den I oen October werd daarop in 't hoofdkwartier krijgsraad gehouden. Hier werd eenstemmig een besluit genomen om door tusschenkomst van prins Frederik Karei den koning van Pruisen te verzoeken, een generaal met de noodige volmacht naar het koninklijke hoofdkwartier te Versailles te mogen zenden. Die generaal zou dan daar de mededeelingen

— 252 —

ocr page 263

ontvangen betreffende de voorwaarden eener capitulatie van het Rijnleger.

Het protocol der zitting van dezen krijgsraad was ongeveer van den volgenden inhoud:

»Het onderzoek naar den stand der levensmiddelen heeft doen zien, dat, wanneer alle krachten worden ingespannen, wanneer al de voorraad, ook die uit de forten en uit de stad zelve, bijeengebracht en verbruikt wordt, wanneer het ration brood op 3 ons daags gebracht en de bevolking op rantsoen gesteld wordt, wanneer de vermenging van het meel met andere zelfstandigheden tevens zoover wordt opgevoerd, als de hygiène dit eenigszins toelaat, de mogelijkheid bestaat tot den 2oen October vol te houden. De scheepsbeschuit uit de ransels der soldaten moet dan ook onder de voedingsmiddelen worden medegerekend. Het ration paar-denvleesch wordt dan 6 ons en kan, daar al de paarden als verloren beschouwd moeten worden, later desnoods op 7'/j ons worden gebracht. Weiden voor de dieren zijn niet meer aanwezig; de sterfte onder hen neemt ontzettend toe.

» De gezondheidstoestand in de stad en haar omgeving begint onrustbarend te worden; dit is niet te verwonderen als men weet, dat er 19000 zieken en gewonden in de hospitalen en bij de burgers zijn opeengehoopt, dat er gebrek aan geneesmiddelen, aan bedden, aan ruimte voor hospitaalbarakken zelfs is, en er niet eens over een voldoend aantal geneesheeren kan worden beschikt. Volgens het rapport van den eerst-aanwezenden officier van gezondheid ter plaatse beginnen typhus, pokken, buikloop en een gansche reeks van andere besmettelijke ziekten zich zoowel in de hospitalen als bij de ingezetenen te vertoonen, terwijl er oogenblikkelijk gevaar zou ontstaan voor de gezondheid der inwoners, wanneer nog meer gewonden stadwaarts werden gebracht, om hier te worden verpleegd.

»Daarna werd overgegaan tot de behandeling der rapporten omtrent den militairen toestand, en werden naar aanleiding van deze bescheiden de volgende vragen gesteld :

1 e. Zal het leger onder de muren van Metz standhouden, tot de voorraad levensmiddelen volkomen is uitgeput?

2gt;-, Zullen er in de omstreken expedities worden ondernomen, om zoodoende levensmiddelen en fourage machtig te worden ?

3e, Kan er met den vijand worden onderhandeld over de punten eener militaire conventie ?

4e, Moet het geluk der wapenen worden beproefd om de vijandelijke liniën te doorbreken?

»De eerste vraag werd eenstemmig met ja beantwoord. De aanwezigheid van het leger toch onder de muren van Metz hield 200000 Duit-schers vast. In den toestand, waarin het land zich bevond, kon het leger hieraan geen grooteren dienst bewijzen dan wanneer het de natie in de gelegenheid stelde den tegenstand in de departementen te organiseeren.

— 253 —

ocr page 264

I

»De tweede vraag werd eenparig ontkennend beantwoord. De kans op 't verkrijgen van levensmiddelen stond niet in evenredigheid tot de groote verliezen, die hiervan het gevolg zouden wezen, en een mislukte expeditie werkte altoos verderfelijk op 't moreel.

»Op de derde vraag volgde weder een eenparig ja, maar dan — moesten de onderhandelingen binnen 48 uren worden geopend om te voorkomen, dat de vijand met het sluiten der conventie draalde, tot alle levensmiddelen waren verteerd.

»De voorwaarden dezer conventie, aldus verlangden al de leden van den krijgsraad, moesten zoowel voor de Fransche wapenen als voor de troepen zei ven billijk wezen.

» Er is dus besloten, ie, dat er zoolang mogelijk onder de muren van Metz zal worden standgehouden; 2e, dat er om der gevolgen wille geen operaties meer in de omstreken zullen worden ondernomen ; 3e, dat er binnen 48 uren met den vijand onderhandelingen aangeknoopt zullen worden tot het sluiten eener alleszins billijke en voor beide partijen aannemelijke conventie; 4e, dat, mocht de vijand voorwaarden willen opleggen, onvereenigbaar met onze eer en ons militair plichtsgevoel, er een poging moet worden gedaan om zich met de wapenen in de vuist door hem heen te slaan.quot;

Volgden de handteekeningen: Canrobert, Frossard, Leboeuf, Lad-mirault, Desvaux, Soleille, de Coffinières, Lebrun, Bazaine.

— 254 -

ocr page 265

XXIr HOOFDSTUK.

13 \ZA1NE' S IIANDEL1XG EX.

Naar aanleiding van bovenstaande beslissing vertrok de generaal Boyer daarop als afgezant naar Versailles en werd eerst den 14®quot;, en daarop den I7eu nogmaals, door Bismarck ontvangen. Zijn zending trof echter geen doel. Bazaine vroeg een capitulatie uitsluitend voor zichzelf en zijn leger, niet voor de vesting. Het Duitsche hoofdkwartier echter eischte bovendien de overgave van deze. — Of vrije aftocht met wapenen en bagage kon worden verleend, was, beweerde von Bismarck, een quaestie van politiek. In het belang van het leger kon hij bij zijn souverein mogelijk echter staatkundige redenen doen gelden, »omdat Duitschland het gouvernement der Nationale Verdediging niet erkende en alleen kon onderhandelen met de regentes.quot;

De vraag, aan Boyer gedaan, of men te Metz dit gouvernement had erkend, beantwoordde de generaal met een onomwonden: »Voor ons bestaat dit gouvernement niet. Aan den keizer hebben wij onzen eed gedaan; aan dien eed zullen wij trouw blijven, tot het vaderland hieromtrent anders heeft beschikt.quot;

Wat de quaestie der onderhandelingen met de regentes aangaat, verklaarde Boyer zich niet gemachtigd eenige mededeeling te doen. Wel zou hij gaarne de denkbeelden vernemen, welke de kanselier omtrent dit punt had, om deze dan later te Metz bloot te leggen. — Bismarck zeide toen, dat het Rijnleger door een manifestatie van zijn trouw aan de keizerlijke dynastie moest doen blijken ; daarna moest Bazaine trachten de regentes te bewegen tot het onderteekenen van vredespreliminairen. — 1 oen Boyer hierop antwoordde, dat dergelijke manifestaties of pronun-ciamentos geheel in strijd waren met de Fransche begrippen dienaangaande, beweerde von Bismarck, dat zulk een manifestatie toch onontbeerlijk was, aangezien de regentes natuurlijk geen onderhandelingen

— 255 —

ocr page 266

zou beginnen, als zij van den steun des legers niet was verzekerd. Eenmaal de vredespreliminairen geteekend, zou het leger van Bazaine met wapens en bagage kunnen aftrekken, en zou Metz meester blijven over zijn doen en laten.

Boyer, met die voorstellen in den krijgsraad teruggekomen, werd daarop door Bazaine aangewezen om in Engeland aan de keizerin haar meening te vragen. Zijn reis was nutteloos. De keizerin weigerde eenige overeenkomst te teekenen; onder geen vorm wenschte zij meer direct in politieke aangelegenheden te worden betrokken. De regeering te Parijs wilde zij geheel vrijlaten. Von Bismarck schreef dus den 24en October aan Bazaine dat, aangezien geen van de gevraagde waarborgen hem door den generaal Boyer was gebracht, hij tot zijn leedwezen geen kans zag langs politieken weg tot een bevredigend resultaat te komen.

Bazaine was op dien datum dus even ver, als toen een zekere Regnier, een onbekend persoon, die zich had uitgegeven voor een afgezant der keizerin en die van von Bismarck een vrijpas naar Metz had ontvangen, hem kort te voren quasi namens de keizerin voorstellen was komen doen, voorstellen, die de zending van den generaal Bourbaki naar Engeland ten gevolge hadden gehad. Ook aan dezen generaal had Eugenie uitdrukkelijk te kennen gegeven, dat zij zich met staatszaken niet meer direct zou inlaten, terwijl zij tevens haar verwondering te kennen gaf, dat die meneer Regnier uit haar naam had gesproken. — Bourbaki kon niet naar Metz terugkeeren en bood de nieuwe regeering zijn degen aan.

Alles wel beschouwd, bevond de maarschalk zich in een zeer moeilijken toestand. Hij, de soldaat, wilde het leger voor zijn keizer trachten te behouden ; hij erkende het gouvernement der Nationale Vereeniging dus niet; tegenover hem stond een vijand, die alleen dan met hem verkoos te onderhandelen, als hij door een manifest van de keizerin waarborgen ontving voor een mogelijk te sluiten vrede. Thans bleek de keizerin niet genegen zulk een manifest aan het Fransche volk te onderteekenen, en intusschen stond de honger voor de poort.

Eveneens was 't voor het Duitsche hoofdkwartier bijna ondoenlijk met Bazaine te onderhandelen op andere voorwaarden dan die van Sedan. Jules Favre, naar Versailles gereisd, had op zijn pogingen tot vrede sluiten evenmin succes als Boyer. Ook de onderhandelingen met hem liepen uit op niets.

Intusschen kwam in de stemming van de soldaten van het Rijnleger met iederen dag, die verliep, een bedenkelijker wijziging.

Alleen door den honger gedreven, waren zij nu en dan nog te bewegen kleine uitvallen te doen. Reeds begonnen talrijke overloopers zich bij de Duitsche voorposten aan te melden. Er kwam gisting onder de troepen; gebrek aan levensmiddelen en ellende in iederen zin van het woord waren hiervan de oorzaak.

— 256 —

ocr page 267

Bazaine koesterde intusschen zeker nog altijd de hoop, dat de onderhandelingen met het üuitsche hoofdkwartier tot een bevredigend einde zouden leiden, want den ip611 ontvingen zijn officieren van hun chefs de onderstaande circulaire :

»Mijne heeren, de maarschalk Bazaine heeft mij opgedragen u gewichtige zaken te doen kennen. Hij heeft gemeend met den vijand in onderhandeling te moeten treden. Generaal Boyer begaf zich hiertoe naar 't hoofdkwartier te Versailles; de spoed, waarmede hij werd ontvangen, is een bewijs, dat de Pruisen naar het einde van den oorlog verlangen. Door een hofrijtuig te Chateau-Thierry afgehaald, werd de generaal te Versailles door von Bismarck, op zijn verzoek om een audientie bij den koning, terstond binnengelaten. De koning presideerde juist een krijgsraad.

»Nadat de generaal Boyer het doel zijner zending had blootgelegd, nam generaal von Moltke het woord. —- gt;Over een zuiver militair vraagstuk konden geen langdurige onderhandelingen worden gevoerd,quot; zeide hij. ï Het leger van Metz moest deelen in het lot des legers van Sedan en moest zich derhalve krijgsgevangen geven.quot; — Von Bismarck merkte echter op, dat het politieke vraagstuk stond boven het militaire, en dat hij niet ongenegen zou bevonden worden tot het sluiten eener overeenkomst, waarbij aan het leger van Metz werd toegestaan te gaan naar een vooraf te bepalen punt van het Fransche grondgebied, om daar een waakzaam oog te houden over de beraadslagingen, welke tot herstel van den vrede noodzakelijk zouden zijn.

»Dit denkbeeld was hem ingegeven, zeide Bismarck, doordien er in Frankrijk regeeringloosheid heerscht. — Dat deze daar werkelijk heerscht, heeft de generaal Boyer op zijn reis naar Versailles van de stationchefs en van andere personen zoomede door de dagbladen, welke hij meenam, kunnen vernemen. Omtrent dit punt bestaat dus »gelukkigquot;, — (Bazaine was immers een vurig Bonapartist en erkende het voorloopige gouvernement niet;) — bestaat dus «gelukkigquot; geen twijfel meer. In Frankrijk heerscht volslagen anarchie. Ingesloten, uitgehongerd, van alle gemeenschap naar buiten afgesloten, zal Parijs zijn poorten binnen enkele dagen voor de Pruisen moeten openen. In de hoofdstad is het de burgerkrijg, die de verdediging verlamt. De leden van het comité der Nationale Verdediging zijn niet langer meester over den toestand. Gambetta en Keratry zijn in een luchtballon uit Parijs vertrokken ; de een kwam neder te Amiëns, de ander te Bar-le-Duc. Ie Lyon, te Marseille en te Bordeaux waait de roode vlag. Een leger van vrijwilligers uit Bretagne werd vernietigd. Normandië, afgeloopen door benden struikroovers, heeft de Pruisen om hulp gevraagd. Havre, Elboeuf en Rouaan hebben Pruisisch garnizoen, dat in vereeniging met de nationale garde de orde handhaaft. Het noorden verlangt vurig naar vrede. In de Vendee is een godsdienstige beweging uitgebroken. — Pruisen vor-

17

— 257 —

ocr page 268

'

dert den Elzas en Lotharingen benevens eenige milliarden voor oorlogskosten. Italië verlangt Savoye, Nizza en Corsica.

»Nu de leden der voorloopige regeering zijn verstrooid, de verschillende steden het over een nieuwen regeeringsvorm niet eens kunnen worden, en de Orleansen zich niet op den voorgrond plaatsen, veroorzaakt deze anarchie de Pruisische regeering, die tot vredesonderhandelingen geneigd is, onvoorziene moeilijkheden. Alleen de grondslagen kan zij dus aangeven, waarop aan te knoopen onderhandelingen behooren te rusten. Zij wendt zich dus tot de regeering, die bestond vóór den 4equot; September, namelijk tot het regentschap. Of de regentes onder de tegenwoordige omstandigheden van vredesvoorstellen zal willen hooren, is nog niet bekend. Ingeval zij weigert, kan men zich alleen nog wenden tot de Kamer van afgevaardigden, gesproten uit het algemeene stemrecht en nog altoos wettig de natie vertegenwoordigende.

»Zal het Wetgevend Lichaam, dat tot den 4en September ji. vergaderd bleef, opnieuw kunnen bijeenkomen om te beraadslagen, dan moet het door een Fransch leger worden beschermd. Deze rol nu zal dan stellig aan het leger van Metz worden opgedragen. Het is dus dringend noodig de troepen te doen weten, dat de pijnlijke toestand, waarin wij ons bevinden, slechts van voorbijgaanden aard is, dat het leger moet wachten, tot de generaal Boyer, die met nieuwe volmachten naar Versailles vertrok, is teruggekeerd. — Het leger scheidt zijn toestand af van dien der stad Metz. Voordat het afmarcheert om een nieuwe vaderlandslievende taak te gaan vervullen, zal het de ontberingen nog eenige dagen moedig moeten doorstaan. Verdere inlichtingen ben ik gaarne bereid u te geven. Discussie is echter niet geoorloofd.quot;

Toen het comité der nationale verdediging dit merkwaardige stuk later in handen kreeg, schreeuwde Gambetta; «Verraad 1quot;

Onzes inziens was die kreet van den advocaat eenvoudig belachelijk. Op al zijn brieven had Bazaine, zeide hij, geen taal of teeken tot antwoord ontvangen. In zijn oog, in 't oog van den soldaat, van den maarschalk van Frankrijk, berustte de regeering nog in handen van het regentschap, en hoewel de bewering volkomen is gegrond, dat 't een zonderling regentschap was, waarvan het hoofd op de vlucht ging naar Engeland, is het een feit, dat ook het comité der nationale verdediging toen nog een zeer vreemd, een zeer zonderling model van een landsbestuur was.

Als 't ware opgeraapt van de straat, nog steeds door geen enkel votum van de natie bekrachtigd, was zijn bestaan, zoolang de natie het niet sanc-tionneerde, onwettig, waren dus ook al zijn daden onwettig en willekeurig. Neemt men daarbij in aanmerking, dat Bazaine op al zijn brieven geen jota antwoord ontving, (zooals hij ten minste beweerde), en dat dit voorloopige bewind toen nog geen enkele ernstige poging had gedaan, om door een beroep op het volk zijn bestaan te doen wettigen, dan is het den

— 258 —

ocr page 269

maarschalk niet kwalijk te nemen, dat hij met dit voorloopige bewind niet verkoos te rekenen, dat hij het niet erkende.

En Duitschland? — Duitschland was evenmin gezind met zulk een regeering onderhandelingen aan te knoopen. Wie stond von Bismarck er voor in, dat de vredesvoorwaarden dan zouden worden nagekomen ? — Dat een langer verzet van de natie tegen de Duitschers eenvoudig een hope-looze onderneming was; dat samengeraapte benden, jonge troepen, die nog nooit een geweer afgeschoten, nog nooit kruit geroken hadden, onder geen vorm bestand waren tegen de zoo uitstekend gedisciplineerde Duit-sche cohorten, dat strijdvoeren met zulke arme drommels eenvoudig was menschenoffers brengen bij duizenden zonder eenig resultaat, wist stellig niemand beter dan hij, die met de beste, braafste, dapperste, geregelde troepen, welke Frankrijk bezat, tegen die Duitsche cohorten had gestreden en — het onderspit had gedolven Bazaine had dus gelijk, toen hij meende, dit hij in Frankrijk nog groot gewicht in de schaal legde. Maar, — en dit viel niet te loochenen, — opzettelijk of onwillekeurig had de maarschalk in zijn circulaire verzekeringen gegeven, die niet strookten met den waren stand van zaken, en Gambetta, die »verraadquot; schreeuwde, was een heethoofd, die op zijn woorden niet altoos zoo kieskeurig was. — Zoo had Bazaine onder andere gezegd, dat Parijs zich binnen enkele dagen zou moeten overgeven, en I'arijs hield het nog drie maanden uit; dat Normandië de Pruisen in 't land had geroepen om de orde te herstellen; ook dit was niet waar. In geheel Normandië was nog geen enkele Duitscher te zien geweest; ook had de bevolking nog volstrekt geen hulp van Duitschers gevraagd. Eerst veel later, nadat Metz was gevallen, rukten de troepen van von Göben en van von Manteuffel deze provincie binnen. Zoo heeft Havre gedurende den gan-schen oorlog geen enkelen vijandelijken soldaat binnen zijn muren gezien, en werd Rouaan eerst in 't begin van December door von Göben bezet. Zoo was 't ook een praatje, dat er in de Vendée een godsdienstige beweging was uitgebroken, en dat. Italië het bezit van Savoye, Nizza en Corsica eischte.

Heeft Bazaine den toestand van Frankrijk opzettelijk zoo zwart gekleurd ; wist hij beter of heeft hij voetstoots aangenomen wat de generaal Beyer hem had medegedeeld en wat dezen in 't Duitsche hoofdkwartier, mogelijk wel om de capitulatie te verhaasten, als feitelijk, als »heuschquot; waar was medegedeeld? Het antwoord hierop is moeilijk te geven. Bij ons staat de overtuiging vast, dat Bazaine, de vurige aanhanger van Napoleon, alles ter wereld heeft in 't werk gesteld om zijn soldaten te doen volhouden tot het uiterste, dat hij hen heeft trachten te brengen tot het begrip, hoe de hoop van gansch Frankrijk nog was gevestigd op hen, als vormende de eenige geregelde armee van eenige beteekenis, die nog in 't veld stond tegenover den vijand. Van een militair standpunt bezien was deze wijze van handelen volkomen correct en — be-

— 259 —

ocr page 270

grijpelijk, evenzeer als wij 't, van ditzelfde standpunt bezien, volkomen begrijpelijk vinden, dat hij, die van zijn eed aan den keizer niet was ontslagen, een bestuur niet erkende, dat zich zelf had opgeworpen.

De generaal Boyer was dus niet geslaagd. Enkele dagen later verzocht Bazaine den eerwaardigen houwdegen generaal de Changarnier zich naar 't hoofdkwartier van prins Frederik Karei te begeven met het wel wat zonderlinge voorstel, dat Metz niet zou capituleeren, doch dat er een wapenstilstand zou worden gesloten. In dit tijdsverloop zou de stad van levensmiddelen worden voorzien, terwijl het leger naar een verwijderde streek, bij voorbeeld naar Afrika, zou worden overgevoerd.

De grijze generaal werd door den prins zeer hoffelijk en welwillend ontvangen, maar ook nu leidden de onderhandelingen tot niets. Met tranen in de oogen ging Changarnier terug.

Metz moest in Duitsche handen komen. Van deze voorwaarde liet de prins niets vallen. Toch verlangde ook hij hartelijk naar het einde der insluiting, en terecht. De toestand der Duitschers in het vijandelijke land was ver van rooskleurig. Metz aan de eene. Parijs aan de andere zijde eischten voor hun insluiting honderdduizenden. In weerwil van de gestadige aanvullingen door reserve- en landweertroepen was de macht, die buitendien nog in 't veld kon worden gebracht, betrekkelijk klein. Tegenover deze werden in de provinciën van Frankrijk met een totaal onverwachte energie en snelheid nieuwe legers bijeengebracht, legers, die thans nog wel grootendeels slecht geoefend en slecht geëncadreerd waren en die ook nog maar over weinig artillerie konden beschikken, doch die binnen een week of vijf, zes wel reeds voor groote ondernemingen te bezigen zouden zijn, meende Gambetta. Duizenden soldaten en onderofficieren, die aan de ramp van Sedan waren ontsnapt, schaarden zich reeds onder de vanen van de republiek en vormden de kern van nieuwe regimenten. Weldra zouden deze voor Duitschland een werkelijk gevaar worden. Juist de omstandigheid, dat Metz het zoolang uithield en dus een leger van circa 200000 man aan één plek kluisterde, maakte, dat aan de Loire voor de levée e)i masse zooveel kon worden gedaan.

Eindelijk gaf de maarschalk zich niettemin over. Den 27en October om acht uur in den avond had de onderteekening van de capitulatie plaats. In den krijgsraad had de intendant Lebrun verklaard, dat er nog maar voor drie dagen levensmiddelen voorhanden waren, en welke dan nog! Faardenvleesch benevens brood, dat geen brood mocht heeten en letterlijk onverteerbaar was.

Het leger en de vesting werden dus overgegeven. Metz la Puccllc werd Duitsch. Al het materieel van het leger en van de vesting werd oorlogsbuit; de troepen werden krijgsgevangen ; de officieren behielden hun zijdgeweer.

— 260 —

ocr page 271

Nauwelijks was de tijding der capitulatie in de stad bekend of het woord: » Verraad 1quot; dreunde door de straten. De geheele Fransche bevolking was verwoed. De nationale garde weigerde de wapens neêr te leggen. Vrouwen zongen de Marseillaise. Toen de generaal de Coffinières een poging deed om het volk tot bedaren te brengen, werd hij met revolverschoten begroet. Eerst toen het bleek, dat de «barbaren,'' zooals de Duitsche soldaten veeltijds werden genoemd, honderden wagens met levensmiddelen voor de uitgehongerde stad vooraf te Courcelles hadden bijeengebracht, toen men zag, dat die zelfde » barbaren,quot; die al dien tijd toch waarlijk ook niet op een bed van rozen hadden gelegen, aan den uit-

gehongerden vijand hun eigen ration brood vrijwillig afstonden, veranderde de stemming eenigszins.

't Regende dat het goot; de storm huilde, en de gansche hemel was met zware wolken bedekt, toen de uittocht der Fransche troepen plaats had langs het front der overwinnaars, die in groot tenue waren gekleed. Voorop reed Bazaine aan de spits zijner officieren. — ï Monseigneur, f ai riiormeur de me presenter,quot; klonk het van zijn lippen, toen hij prins Frederik Karei was genaderd. Daarop begon het défilé. Om twee uur aangevangen, was het donker reeds gevallen, toen de laatste afdeelingen passeerden. Bij het afscheid tusschen de officieren en hun soldaten was menig oog vochtig, had menig roerend tooneeltje plaats gehad. Slechts flauw verlicht door de vlam der wachtvuren, die reeds bij voorbaat voor hen waren aangelegd, kampende tegen den regen, die nog altoos in stroomen nederviel, betrokken de gevangenen een uit-

— 261 —

ocr page 272

gestrekt bivak. Eerst tien dagen later waren de laatsten naar Duitschland overgebracht.

Reeds den 29el1 October werd de stad door troepen van het 7e korps bezet. Ongeregeldheden hadden niet plaats. — Thans eerst kon men be-oordeelen wat daar in al die weken door de troepen en de bevolking was geleden. Aan de hand van den welbekenden schrijver Hans Wachenhusen willen wij trachten onze lezers eenigermate een beeld te schenken van 't geen Metz toen te zien gaf.

»De weg naar de stad langs de kuilen onzer voorposten was vol Fransche soldaten van alle wapenen, die zich in troepjes naar het bivak begaven. De schietgaten, in de muren en huizen aangebracht, de ver-hakkingen en barricaden verrieden waar onze posten hadden geslaan. Als een gevallen trotschaard blikte de Mont Saint Quentin, het geheele Moezeldal beheerschende, op ons neder.

»Door zijn granaten waren veel huizen langs den weg zwaarbescha-digd. — Een barricade van schanskorven wees de plaats aan, waar de Fransche weerstandslinie had gelegen. Hier zag men reeds enkele doode paarden in 't rond liggen. In de nabijheid der verschansingen vóór de waterleiding was de toestand het ellendigste. Hier lagen de uitgedroogde geraamten en de versche lijken van paarden, waaruit dikke reepen waren gesneden. Stukken paardevleesch hingen aan de muren der verschansingen en lagen op den modderigen grond. Dertienduizend paarden waren te Metz opgegeten.

»Een ondraaglijke stank heerschte daar. Stevige barricaden hadden de waterleiding moeten beschermen. Op de plaatsen, waar de troepen hadden gekampeerd, was 't één chaos van vuil en afval. Enkele barakken verkeerden in een allerellendigsten toestand; alles was hier smerig en verwaarloosd. — Reeds waren Pruisische soldaten in de huizen ingekwartierd ; met half verbijsterde gezichten lagen de bewoners uit de vensters te kijken. Overal stonden Fransche officieren, met den wandelstok in de hand, ongewapend in de huisdeuren.

»Sterke detachementen Pruisen trokken door de straten; ruiters renden voorbij; voerlieden schreeuwden door elkander; commandowoorden klonken uit boven het alarm, en daarbij viel de regen onophoudelijk in stroomen. Achter de voorstad lagen de bivaks. Hier en daar stonden de tenten nog overeind, doornat en van binnen vol onreinheid ; van de omgehouwen boomen waren de stompen reeds zwart geworden door den invloed van het weder. De geheele weg tot aan de brug was vol met van onder tot boven met slijk bedekte, doodmagere paarden, terwijl de dronken cavaleristen, die ze bereden, hun de sporen in de flanken sloegen. Uitgehongerde, ellendige dieren liepen overal in 't rond en rukten de weinige grashalmen uit, die zij hier en daar nog vonden staan. Bij honderden slenterden de Fransche soldaten rond in smerige uniformen, terwijl zelfs de roode kleur der pantalons door 't slijk bijna niet meer was te onderscheiden.

— 262 —

ocr page 273

»Dronken zouaven en jagers, die blijkbaar reeds een paarmaal in den modder hadden gelegen, zwaaiden met bebloede gezichten overal rond. Omgevallen karren, doode paarden, troepen muildieren zonder meester, wagens van zoetelaars, waaromheen zich honderden verdrongen, versperden den weg. Nu volgden in onafzienbare rijen de wagens met vluchtelingen van buiten de stad; kisten, kasten, beddegoed, meubels, matrassen, in één woord van alles voerden ze mede terug naar hun huis ginds, buiten. Lang niet allen vonden dit weder. Vrouwen en meisjes met roodgeweende oogen, mannen met grimmige gezichten, meisjes met zuigelingen op den arm, in één woord een treurige optocht was 't, die zeker nog veel meer ellende verborg dan haar uiterlijk verried.

»Uit een eigen rijtuig, dat, van onder tot boven met slijk bespat, mij voorbijreed, keek een baardig, grimmig, oud gezicht; quot;t was dat van den een of anderen generaal, die op weg was naar Duitschland en liefst zoo spoedig mogelijk de stad verliet, om niet door zijn soldaten te worden uitgejouwd.

»De straten van Metz waren vol officieren, die elkander bon voyage wenschten of een au revoir toeriepen. Veel officieren waren vergezeld van hun in diepen rouw gekleede vrouwen of — maitressen. In de volle straten zag men op twintig Fransche soldaten nauwelijks één Duitscher. Hadden de eersten ons met hun stokken willen doodslaan, dan zou dit hun geen moeite hebben gekost. Maar ook hier evenals te Sedan liep alles rustig af; den geheelen dag kwam er geen enkel standje voor; zelfs in de koffiehuizen, waar de Pruis en de Franschman aan de tafeltjes bijna knie aan knie zaten, viel niets voor.

»Toen ik de eetzaal binnentrad van 't Hotel du Nord, zat deze vol Fransche officieren. Ik bestelde een boeuf a la mode en kreeg een stuk vleesch, afkomstig van een dier, dat enkele weken te voren stellig een huzaar getorscht of een kanon getrokken had.

» Tiens, le jolipain!quot; riep een der kellners, het stuk tarwebrood ziende, dat ik zoo voorzichtig was geweest uit Ars mede te brengen. «Morgen hebben wij hier ook weder wittebrood,quot; vervolgde hij, toen ik het stuk belegeringsbrood in de hand nam. 't Was zwaar als lood ; 't heette te bestaan uit rogge- en tarwemeel, doch stellig was er ook haver onder.

» Het voortdurend toenemende aantal zieken (4000 officieren en circa 30000 man) was in de laatste dagen van het beleg bedenkelijk geworden. De troepen, die onder de wallen waren gelegerd, njoesten geweldig veel hebben geleden. De kampen verrieden den toestand, waarin ze waren verlaten. — De kazernen, de magazijnen, de rijschool, in één woord al de groote militaire gebouwen waren ledig. Op het plein der cavaleriekazerne lagen de wapens, door de troepen afgelegd, in reusachtige stapels bijeen. Op het plein vóór de geniekazerne liepen een paar stomdronken soldaten te schelden op Napoleon, op Bazaine, op de Coffinières, in één woord op al de generaals en zochten dan weder hun

■

— 263 —

ocr page 274

troost bij de veldflesch. Evenals te Sedan was Metz één groote paardenmarkt. De officieren moesten hun paarden verkoopen, doch maakten blijkbaar vrij hooge prijzen. In de voorsteden liepen de magere knollen rond als honden zonder meester. Ze waren zonder voedsel, in troepen een wagen nadravende, als zij een bos stroo er op zagen liggen. De dieren zagen er allerellendigst uit. Even droevig was 't gesteld met de muildieren, die op den straatweg, bij de brug en op de velden bij honderden rondsukkelden.

»In de stad liep alles rustig af. De Fransche officieren verdrongen zich voor 't Hotel de l'Europe; langzamerhand verzamelden de soldaten zich, om naar de hun aangewezen legerplaatsen te marcheeren. Alleen in de voorsteden zag 't er ellendig en woest uit. Hier lagen dien avond de beschonkenen nog bij dozijnen in den dikken modder. Midden op den weg zag men roodbroeken staan, die waggelend om zich heen sloegen en ten slotte achterover vielen in 't slijk, 't Was een jammerlijk schouwspel.quot;

Voor de wijze, waarop prins Frederik Karei de insluiting had geleid, beloonde de koning hem met den maarschalkstaf. Tegelijkertijd werd ook de kroonprins veldmaarschalk, terwijl Freiherr von Moltke werd begiftigd met den titel van graaf.

Wat was het loon, dat Bazaine ontving? — De inhoud van een deel der proclamatie, den 30en October door Crémieux, Glais-Bizoin en Gam-betta, leden van het comité der nationale verdediging, uitgevaardigd, geeft hierop het antwoord :

» Franschen,

»Metz heeft gecapituleerd.

» Een opperofficier, op wien Frankrijk zelfs in weerwil van 'tgeen eenmaal in Mexico voorviel, staat maakte, heeft enkele dagen geleden het in nood verkeerende vaderland beroofd van meer dan honderdduizend zijner verdedigers.

»Maarschalk Bazaine heeft ve7-raad gepleegd.

» Hij heeft zich gemaakt tot den agent van » den man van Sedan,quot; tot den medeplichtige van den overweldiger en heeft tot schande van het leger, dat aan zijn hoede was toevertrouwd, zelfs zonder een allerlaatsten uitval te beproeven, honderdtwintigduizend strijdbare mannen en twintigduizend gekwetsten met al hun geweren, kanonnen en standaarden benevens het tot heden ongerepte Metz, de sterkste vesting van Frankrijk, aan den hoon van den vreemdeling prijs gegeven.

sZulk een misdaad staat zelfs boven de straffen, welke de justitie kan opleggen.quot;

Dit laatste schijnt toch niet geheel juist te zijn geweest, want later is Bazaine voor een krijgsraad gebracht. Deze heeft hem ter dood veroordeeld. Door Mac-Mahon is dit vonnis gewijzigd in gevangenisstraf

— 264 —

ocr page 275

op het eiland Ste. Marguérite in de Middellandsche Zee. Geholpen door zijn tweede vrouw, een Mexicaansche, is 't Eazaine na eenigen tijd echter gelukt uit dezen kerker te ontvluchten.

De rol, door den maarschalk in het geheele treurspel van Metz vervuld, heeft voor velen iets verdachts gehad. Zijn voortdurende werkeloosheid, dertien dagen lang, nl. van den i S011 tot en met den 30equot; Augustus, is volslagen onverklaarbaar en heeft menigeen tegen hem ingenomen. Zooveel tijd had hij toch waarlijk niet noodig om zijn leger weder volkomen strijdvaardig te maken. In de eerste dagen na Gravelotte zouden de omstandigheden voor een uitval op groote schaal met zijn gansche macht hem tevens bijzonder gunstig zijn geweest. Ook het Duitsche leger had ontzettend geleden; ook daar waren de kaders geweldig gedund; ook daar voerden feldwebels compagnieën aan en was de munitie bijna uitgeput, terwijl van dit zelfde Duitsche leger na Gravelotte nog een aanzienlijk deel was afgescheiden om, zooals wij weten, het IVe leger te vormen. — Doch Bazaine liet die schoone gelegenheid om zich vrij te maken ongebruikt voorbijgaan en bleef waar hij was, nl. in zijn hoofdkwartier te Ban Saint-Martin.

Daarop had de uitval van den 3ien Augustus plaats in een richting, die hem dwong al zijn troepen tot den aanval te doen oprukken langs smalle accessen, want de Vallièresbeek lag vóór zijn front. Tijdverlies en langdurig oponthoud door een opmarsch tot het gevecht, die uit de marschcolonne moest plaats hebben, waren hiervan het gevolg. — Waarom dan niet liever getracht in zuidelijke richting, dus naar Straatsburg, zich door te slaan? Hier had hij 't terrein geheel in zijn voordeel; door het bezetten van den rechter-Moezeloever had hij 't gevaar van een aanval in zijn rechterflank bovendien voldoende kunnen afwenden.

Een der groote militaire fouten van dezen opperbevelhebber was zijn gebrek aan initiatief. Ook ontbrak hem die vonk van genie, welke krijgsoversten maakt en welke succes doet verkrijgen daar, waar ieder ander den toestand hopeloos acht.

En na den ien September, na Sedan, na de gevangenneming van den keizer, na de vlucht der keizerin en de proclamatie der republiek? — Zeker! Raadselachtig is Bazaine's houding geweest; hij wist, dat hij handelen moést, want dat zijn voorraad levensmiddelen binnen zes weken zou zijn uitgeput; dat hij dan voor zijn batterijen geen bespanningen, geen paarden meer zou hebben; dat hij dan zou verplicht zijn te capi-tuleeren. Heeft hij zijn troepen opzettelijk werkeloos laten blijven, ze zonder doel, uit inertie laten uithongeren, of heeft hij altijd door geleefd in de hoop, dat de kans nog keeren, dat de keizerin terugkomen, dat Frankrijk, dat de natie, — en dit is nog weder iets anders dan de bevolking van Parijs; — van dat voorloopige bewind der nationale verdediging zijn bekomst krijgen, dat een contra-revolutie uitbreken zou, en dat hij dan, bij militaire conventie door den koning van Pruisen vrijgelaten, met zijn leger

ocr page 276

te Parijs de orde herstellen zou? Heeft de mogelijkheid van zelf nog eenmaal Regent van Frankrijk te worden hem misschien daarbij door het hoofd gespeeld? Wie zal 't zeggen? — Zijn rechters hebben geoordeeld, dat hij om zijn persoonlijke belangen te dienen verraad heeft gepleegd. Hun vonnis, door Mac-Mahon, den president der Republiek, gewijzigd, was de doodstraf wegens verraad.

Het pleit was dus voldongen. Metz was gevallen; hiermede had het Pruisische hoofdkwartier eensklaps, en lang niet vóór den tijd, de vrije beschikking gekregen over circa 200000 soldaten. Deze moesten dienen om de troepen voor Parijs te steunen, tegen het Loire-leger op te rukken en de zich in 't noorden van Frankrijk vormende macht tegemoet te treden. Voor Frankrijk was de val van Metz dus van onberekenbaar nadeel.

Laten we thans even een blik slaan op de kust en op de beide vloten.

— 266 —

ocr page 277

XXIir HOOFDSTUK.

AAN DE KUST EN OP DE VLOOT.

Wij weten reeds, dat Pruisen bij het begin van den oorlog een vrij aanzienlijke troepenmacht achtergelaten had tot bewaking van de kust, doch dat deze macht reeds spoedig naar het oorlogstooneel werd geroepen en vervangen door landweerbataljons, ie, omdat de Franschen het te voren beraamde plan tot een landing op de Duitsche kust schenen te hebben opgegeven, 2e, omdat die troepen op het slagveld hoog noodig bleken.

De landweer dus, met de vloot vereenigd, zou thans voor de kust zorgen, 't Spreekt van zelf, dat de vloot, — toen nog in een stadium van wording en ontwikkeling, — zich nog in de verste verte niet kon meten met de macht, welke Frankrijk in staat was zee te doen kiezen, en dat het voor de Duitschers van overwegend belang was in de eerste plaats Wilhelmshaven, het gewichtigste punt van de geheele kust, en dan Kiel te beschermen. Omvangrijke torpedoversperringen werden dus vooral bij die havens aangebracht; alles werd in één woord gedaan, om bij een landing des vijands dezen een warme ontvangst te bereiden. Slechts drie groote pantserfregatten waren voor offensieve bewegingen aangewezen; de andere, 25 groote schepen en 22 kanonneerbooten met een bemanning van circa 13000 koppen, zouden volgens het ontwerp van den vice-admiraal Jachmann een defensieve houding aannemen. Voornamelijk moesten deze schepen medewerken tot verdediging van den mond van de Elbe en van de Wezer. Tot bescherming van de Jahdebocht, — Wil-helmshafen, — waren de zwaarste schepen bestemd.

Dewijl de prins-admiraal Adalbert naar het veldleger was geroepen, was het commando over het eskader der Noordzee aan den vice-admiraal Jachmann, over dat van de Oostzee aan den contre-admiraal Meldt toevertrouwd.

— 267 —

ocr page 278

Wat de geduchte Fransche vloot aangaat, kan vrijwel worden gezegd, dat ze bij 't uitbreken van den oorlog niet volkomen slagvaardig en zelfs van proviand en kolen slechts zeer spaarzaam voorzien was. Eerst op den 7en Juli waren voor deze laatste artikelen contracten met groote leveranciers gesloten. Dit belette niet, dat een deel van de vloot den l6en reeds had kunnen zee kiezen. Volgens den minister van marine Rigault was echter ook dit deel voor een groote onderneming nog niet voldoende uitgerust. Door de gebrekkige voorbereiding ontstond dus ook hier evenals bij het leger te velde een zekere vertraging.

Eerst den 24eigt; kon het eskader van de pantservloot van Cherbourg uitloopen; het stcnd onder commando van den ervaren vlootvoogd admiraal Bouët-Willaumez. Van dit uitloopen werd natuurlijk munt geslagen voor reclame. De keizerin zelve verscheen te Cherbourg en vergezelde het eskader een eindweegs zee in. 't Moet een grootsch schouwspel zijn geweest.

't Heette, dat de admiraal stellig voornemens was de Noord-duitsche scheepsmacht op te zoeken. Twee dagen vóór 't uitloopen was het commando over die vloot hem opgedragen, terwijl een tweede smaldeel onder bevel van den vice-admiraal La Roncière le Noury werd gevormd, dat van allerlei vernielingsmiddelen voorzien en tevens voor 't transport van landingstroepen ingericht zou worden.

De order voor den admiraal Willaumez luidde: »Naar de Sont.quot; Die order was gegeven in de eerste plaats, omdat de schepen in de Deensche havens dan nog kolen konden innemen, voorts om door dit plotselinge verschijnen Denemarken mogelijk staatkundig nauwer met Frankrijk te verbinden. — Denemarken bleef voorloopig echter liefst onzijdig.

Het Duitsche eskader, dat enkele dagen te voren onder prins Adalbert voor een grooten oefeningstocht had zee gekozen en voor Plymouth lag, kreeg door berichten uit Londen juist nog bijtijds kennis van den loop, dien de zaken hadden genomen, en keerde ijlings terug naar de Jahde-bocht (16 Juli).

Toen het eenmaal bekend was, dat een sterk Fransch eskader had zee gekozen, werden de Duitsche kusten nog scherper en nauwkeuriger bewaakt, en gunden de bewakingsdetachementen zich letterlijk dag noch nacht rust. Voortdurend werd de woelige zee met kijkers afgezocht, doch — geen enkel Fransch schip kwam opdagen.

Dat de admiraal Willaumez niet handelend optrad, schijnt het gevolg geweest te zijn van twee telegrammen, die elkander kruisten en die orders gaven, welke met elkander in strijd of voor hem onuitvoerbaar waren. Denemarkens neutraliteit beschermen, de geheele Duitsche kust scherp in 't oog houden en ook Rusland niet uit het oog verliezen, was, oordeelde de admiraal, wel wat veel gevorderd van zulk een klein eskader, als hij commandeerde.

Op zee geschiedde er voorloopig dus niets.

— 268 —

ocr page 279

Eerst in 't begin van Augustus stak onder den vice-admiraal Fourichon een tweede Fransche vloot in zee; doch ook deze richtte niets uit en bepaalde zich tot enkele schoten op de stationschepen, die buitengaats observeerden, want het spiegelgevecht, dat graaf Waldersee met het jacht Grille en eenige kanonneerbooten voor de bocht van Krioge met een paar Fransche pantserschepen leverde, zal men wel niet met den weidschen naam van »zeeslagquot; willen betitelen.

Evenals het leger voor Metz, konden de Duitsche kustbewakingstroepen zich dus hier oefenen in de kunst van » wachten en waakzaam zijnquot;, want op de Duitsche kust gebeurde niets, zelfs niet eens, toen de admiraal Fourichon zoogenaamd een telegram had ontvangen met het korte en duidelijke bevel: «Forceer de Jahde, het koste wat het wil, en verniel er al de werkenquot;. Nu is 't niet te loochenen, dat het juist in die dagen afschuwelijk weder was, en dat dit in de plannen mogelijk verandering heeft gebracht. Dit slechte weder was echter ook voor den verdediger gevaarlijk, want veel torpedo's sloegen van haar ankerplaatsen en dreven naar de kust.

De admiraal Fourichon werd kort daarop tot minister gekozen; veel matrozen en mariniers volgden hem naar 't veld ; en toen de Duitsche korvet Arminius den i i^n September tot bij Helgoland een verkenningstocht deed, was er op den ganschen oceaan geen Fransch oorlogsvaartuig meer te zien.

Voor de haven van Havana streed in November de kanonneerboot Meteor onder commando van den kapitein-luitenant Knorr een ganschen middag met het Fransche adviesjacht Bouvet. Zwaar beschadigd zochten beide vaartuigen daarna de haven weder op om »te timmerenquot;.

De Augusta, een zeer snelvarend Duitsch schip, maakte in den Atlanti-schen Oceaan later eenige prijzen; zoo liep het in 't begin van Januari den mond der Gironde binnen en nam in 't gezicht der havenbatterij van Bordeaux een met tarwe geladen bark weg.

De wapenstilstand maakte ook hier aan den oorlogstoestand een einde. Toch duurde het nog zeer lang, voordat de buitengewone veiligheidmaatregelen buiten werking gesteld en de kustlichten weder ontstoken mochten worden.

— 269 —

ocr page 280

XXIVe HOOFDSTUK.

OM EN IN PARIJS.

Om verbrokkeling der hoofddeelen van ons onderwerp te voorkomen en die hoofddeelen als één samenhangend geheel af te werken, waren wij verplicht, zoowel bij de beschrijving van het beleg van Straatsburg als bij die der insluiting van Metz, een flinken stap vooruit te doen, zonder dat er met de andere hoofdgebeurtenissen van den oorlog veel meer dan een zeer los verband werd onderhouden.

Thans echter genaderd tot het grootsche drama, het beleg van Parijs, verzoeken wij onze welwillende lezers met ons ook weder een flinken stap terug te doen en wel tot den 2eD September, toen aan het IIIe leger onder den kroonprins van Pruisen en aan het Maasleger onder den kroonprins van Saksen bevel werd gegeven op te rukken naar de hoofdstad.

Langs verschillende lijnen werd die marsch aangevangen en zonder veel buitengewone voorvallen volbracht. Alleen teekenen wij aan, dat Rheims, de kroningsstad der vroegere Fransche koningen, den 4en September door troepen van het 6e korps, den 8en door den kroonprins werd bereikt, en dat den 9en September de stad Laon zich aan den commandant der 6e cavalerie-divisie overgaf, doch onder omstandigheden, die in de geschiedenis van dezen wreeden oorlog met bloedroode letters staan geboekstaafd.

Terwijl een Duitsche compagnie jagers namelijk de citadel ging bezetten, veel Fransche en Duitsche officieren, onder welke hertog Wilhelm van Mecklenburg-Schwerin, de commandant der cavalerie-divisie, alsmede de commandant der vesting De Theremin op het plein der citadel stonden, hoorde men plotseling een ontzettenden slag. De grond opende zich onder de voeten der soldaten en braakte een zee van vuur en vlammen. Verscheurde, verminkte, onkenbaar geworden overblijfselen van lichamen

— 270 —

ocr page 281

vlosen door de lucht, en behalve veel Fransche soldaten werd ook de halve

o '

compagnie jagers gedood of gewond. Met kruitmagazijn was in de lucht gevlogen 1 — Men beweert, dat een opzichter der artillerie, een zekere Loriot, de dader is geweest, omdat hij zou gezegd hebben, »dat hij de Pruisen eens zou laten dansenquot;. Anderen hebben beweerd, dat alleen de sergeant der artillerie Henriet de dader kan zijn geweest, omdat hij de sleutels van het kruitmagazijn onder zijn berusting had. Wie de dader was, laat ons intusschen koud, niet echter het feit, dat een deel der Parijsche pers de snoode daad als een heldenfeit dorst ophemelen.

Op den i5eL1 September hadden de Duitsche legers met hun voorste afdeelingen ongeveer een lijn bereikt, die van Senlis, ten noordoosten van Parijs, over Meaux en Crécy naar Rozoy loopt. De koning bevond zich reeds te Meaux; den I9en moest Parijs geheel zijn ingesloten.

De bevelen, den I5eu door het hoofdkwartier gegeven, bewijzen, dat men reeds toen voorbereid was op de mogelijkheid, van ook nog te moeten strijden tegen nieuwe troepen, die intusschen aan de Loire gevormd waren. Een deel van het IIP leger werd hiertoe aangewezen ; maar tevens werd terstond als hoofdbeginsel aangenomen, dat Parijs totaal moest worden ingesloten op zóódanige wijze, dat de stad van alle gemeenschap met de omstreken en het overige deel van Frankrijk was afgesloten, en dat iedere poging van de in de stad aanwezige troepen om zich door te slaan door krachtig optreden op al de bedreigde punten kon worden verijdeld. Terwijl de hoofdstad dus boogvormig van uit het noorden werd omspannen door de Maas-armée, zou het IIP leger hetzelfde verrichten van uit het zuiden. Tevens zou dit leger een krachtig korps cavalerie op verkenning zenden naar de Loire. — Dat de bezetting van Parijs deze voorgenomen omsingeling niet zoo geheel ongehinderd zou doen plaats hebben; dat er nog herhaaldelijk scherp gevochten zou moeten worden, voordat de Duitschers een kring van posten hadden staan voor de forten, die de hoofdstad van alle zijden omgaven, begreep men aan het hoofdkwartier even goed, als dat voor de troepen nu een zware, zeer zware tijd aanbrak, waarin voortdurend arbeiden tot versterking en verbetering der insluitingslinie en onafgebroken waakzaam zijn gepaard zouden gaan met groote, met zelfs zeer groote ontberingen, zelfs dan, wanneer de stad, zooals men toen nog algemeen onderstelde, het hoogstens een paar maanden kon uithouden.

Slaan we thans een blik op Parijs en zijn levende en doode strijdkrachten, een blik op de bevolking van die heerlijke, schoone wereldstad, welke heet te staan aan de spits der beschaving en zich nog nooit op één en 't zelfde oogenblik door zulk een drom goedgeoefende krijgers had besprongen gezien.

Met inbegrip van de vluchtelingen uit de naburige dorpen en gehuchten, die op de tijding, dat de Duitschers, ces barbar es, naderden, in allerijl met hun tilbare have naar de stad waren gesneld, kan het

— 271 —

ocr page 282

cijfer der bevolking in die bange dagen veilig op twee millioen worden geraamd. Geheel omsloten door een ringmuur, welke door middel van zesenzestig poorten toegang gaf tot de omstreken, doch als verdedigingswerk van luttel waarde was, had de in een vlakte liggende stad tot haar bescherming een gordel van vijftien gedetacheerde forten. Nogent, Rosny, Noisy en Romainville aan de oostzijde waren de sterkste. Ten zuidoosten lag de sterkte Charenton; in 't zuiden vond men Issy, Vanves, Montrouge, Bicêtre en Ivry, dan ten westen den Mont Valérien, die de geheele landstreek aan deze zijde beheerschte, circa driehonderd meter boven den waterspiegel der Seine lag en op zich zelf reeds een schier onneembare vesting vormde.

Eindelijk vond men ten noordoosten van de stad het zeer sterke St. Denis benevens het fort Aubervillers. St. Denis bestond weder uit drie zelfstandige, onderling verbonden sterkten, als Briche, Double Cou-ronne en het fort de l'Est. Gemiddeld 2700 meter van elkander verwijderd, hier en daar door groote, tusschenliggende schansen en redoutes onderling verbonden, waren al deze forten gebastionneerd, telegrafisch onderling en met de stad aangesloten, goed geapproviandeerd, voorzien van een sterke bezetting en zwaar bewapend. Vooral met den Mont Valérien was dit het geval.

Om het verdedigingsvermogen van het geheel nog te vermeerderen, werden reeds in het begin van den oorlog enkele groote permanente werken onder handen genomen. Hoewel ze dringend benoodigd waren, vorderde de genie daaraan zoo goed als niet. Het werkvolk had in die dagen wel wat anders te doen dan te arbeiden, meende het; het deed aan politiek! Dit achtte het van heel wat meer belang dan het metselen der bekleedingsmuren van een fort, waarvan het 't nut en de noodzakelijkheid niet inzag! Toch was de Mont Valérien door een afstand van twaalf kilometer van Saint Denis gescheiden, en was in die ruimte een nieuwe sterkte, die van Gennevilliers, hoog noodig. Op dezelfde wijze moest tus-schen den Mont Valérien en het fort Issy, een afstand van zeven kilometer, nog door den bouw van vijf kleine redoutes worden voorzien.

De arbeid aan den ringmuur was opgedragen aan de bataljons der nationale garde en eenige afdeelingen burgerwerklieden. In de eerste helft van September was men daarmede reeds ver opgeschoten. Al de poorten waren gereed; smalle ophaalbruggen hadden de breede toegangen vervangen; een veldwerk dekte de bruggen; verhakkingen kroonden den voet van 't glacis. De bastions waren alle bewapend; buskruitmagazijntjes, scherfvrije wijkplaatsen, traversen, enz. waren aller-wege aangebracht, schietgaten ingesneden en beddingen gelegd.

De hoofdwal werd verdeeld in negen sectoren, iedere sector onder commando van een opperofficier, een generaal of admiraal. Zoo vond men op den rechteroever van de Seine zes, op den linker- drie van deze sectoren. Linietroepen en mariniers vormden de bezetting der forten.

ocr page 283

terwijl de nationale garde meer in 't bijzonder belast was met de verdediging van den hoofdwal.

Om den vijand buiten de linie van forten het hoofd te bieden, waren er te Parijs op dat oogenblik slechts twee korpsen geregelde troepen, het 13e (Vinoy), dat zich, zooals wij reeds weten, tijdens den slag van Sedan bij Mézières bevond, maar naar Parijs was terugontboden en zich op zijn marsch derwaarts slechts met groote moeite aan een vervolging door de Wurtembergers had kunnen onttrekken, en het nog in wording zijnde I4e korps onder commando van den generaal Regnault.

Krachtigen steun zouden deze geregelde troepen, beweerde men, echter ontvangen van de bataljons mobiele garde uit de departementen, die reeds voor een groot deel naar Parijs op weg waren en hier ook onbelemmerd achtereenvolgens met hun officieren aankwamen.

Den 13en September, vier dagen dus, voordat het eerste scherpe gevecht bij Parijs plaats vond, en zes dagen, voordat de stad volledig was ingesloten, hadden al deze afdeelingen haar bestemming bereikt. In het geheel waren negentig bataljons garde, waaronder vooral vele uit de westelijke departementen, binnen de muren van Parijs bijeengebracht, te zamen sterk ruim 120000 man. 't Was een geduchte massa men-schen; dit bleek vooral, toen Trochu, om de geestdrift der Parijzenaars op te wekken en het leger aan te moedigen, den 13en bij prachtig weder een revue hield. De troepen waren dicht naast en achter elkander opgesteld en besloegen toch nog een ruimte van af de place de la Bastille langs de boulevards tot aan den Triomfboog, en in de rue Rivoli tot aan 't stadhuis.

Een geweldige menschenmassa was quot;t, o, stellig; maar — de uitrusting dier mobielen, welke, zooals wij reeds zeiden, in gehalte vaak niet veel hooger stonden dan onze plattelandsche schutterij, liet meer dan veel te wenschen over; vele van die jonge mannen droegen alleen een kiel, zoodat er van een uniform zelfs geen sprake was. Ook met het kader was het allerdroevigst gesteld; de meeste officieren hadden ternauwernood de eerste beginselen eener militaire opvoeding genoten; de onderofficieren wisten — bijna niets.

Toch was en bleef 't een geduchte macht, waarvan met ijver, goeden wil en energie door goed kader weldra wel iets zou zijn te maken, want 't waren allen jonge mannen, sterk, forsch en taai genoeg om met kracht in 't militaire gareel te worden gedrongen. Vóór alles was bij hen echter discipline noodig; en dat zelfs de mobiele garden van Parijs deze niet kenden, was reeds gebleken in 't kamp van Chalons en zou blijven blijken tot aan 't einde van den oorlog toe.

Terwijl een ieder kan begrijpen hoe zwaar het aan de officieren en vooral aan generaal Trochu vallen rnoest, om in dien bandeloozen troep eenige krijgstucht te brengen, kwam het comité der nationale verdediging met zijn gewone onhandigheid, waar het militaire aangelegenheden betrof,

ocr page 284

den 17en September voor den dag met een decreet, waarbij al de bij vroegere decreten benoemde officieren der mobiele garde, de mannen dus, die al deze bataljons toch bij elkander gebracht en naar Parijs gevoerd hadden, werden ontslagen en vervangen door andere, die door de mobielen zeiven zouden worden gekozen. Die verkiezingen zouden den I9ea plaats hebben.

De gevolgen van dezen groven misslag hebben zich, zoolang de oorlog duurde, doen gevoelen.

Viel hier dus veel te laken, aan den anderen kant moeten wij de wijze bewonderen, waarop het comité der nationale verdediging Parijs wist te voorzien van een voorraad levensmiddelen veel, o veel grooter dan de Duitschers zich dien hadden voorgesteld, een voorraad, zóó enorm, dat tot verbazing van de gansche wereld Parijs met zijn twee millioen te voeden monden het bijna vijf maanden lang heeft volgehouden.

De approviandeering eener zoo reusachtige stad voor langen tijd had men voor onmogelijk gehouden. Toch was dit vraagstuk door den verdediger met groote vindingrijkheid opgelost, hoewel hierbij niet mag uit het oog worden verloren, dat men reeds bij het uitbreken van den oorlog op de mogelijkheid van een beleg was bedacht geweest en hiernaar zijn maatregelen had genomen. Toch blijft het geheel een meesterstuk. Het was in hoofdzaak het werk van den hoofd-intendant VVolfT, die reeds in Augustus met de approviandeering een aanvang had gemaakt en daarmede krachtig was voortgegaan. Spoorwegen, schepen, wagens, alles moest hulp bieden. Zonder genade werd het vee uit de omstreken naar Parijs gedreven, en werd de voorraad graan en paarden voeder weggehaald. Te Vincennes, in den Plantentuin en in 't Bosch van Boulogne, waarvan later een deel werd omgekapt, werden reusachtige kudden vee onderhouden; — tot op 19 September waren 30000 stuks runderen, 6000 varkens en 18000 schapen bijeengedreven. Bakkerijen rezen allerwege als paddestoelen op uit den grond.

Zoo had Wolff ook een plan uitgewerkt naar 't welk de verdeeling der levensmiddelen moest plaats hebben. De ontzettende voorraad wijn, in de stad aanwezig, was voldoende voor nóg langeren tijd dan 't beleg duurde, en ook brood was er genoegzaam voorhanden. Groote openbare gebouwen werden in voorraadschuren herschapen.

Minder gunstig zag het er uit met de brandstof. Al spoedig brandde bv. het gaslicht niet meer. — Ook voor de onderlinge verbinding tus-schen de hoofddeelen der stad had de opperbevelhebber voldoende zorg gedragen. Brandpiketten en brandsignalen vond men op verschillende punten, en de telegraphische gemeenschap was overal hersteld.

Tevens werd door de Parijzenaars voortdurend ijverig gezocht naar middelen om met de buitenwereld in verbinding te blijven. De luchtreiziger Nadar organiseerde de ballonpost, een wel wat onzeker en gevaarlijk middel, maar toch zelfs door Gambetta gebezigd, toen hij zich

ocr page 285

in 't begin van October naar Tours wilde begeven om vandaar uit den weerstand ten platten lande te organiseeren en aan de heeren gedelegeerden, die zich reeds hier bevonden, aan 't verstand te gaan brengen, »dat zij eigenlijk maar een heel klein beetje hadden te vertellen, en dat zij alleen hadden uit te voeren, 't geen door het hoofdcomité te Parijs werd bevolen, terwijl hij zelf eigenlijk de man was, die het wel alleen doen zou.quot; — Bekennen moeten wij, dat hij een man was van meer dan groote werkkracht en energie en dat hij als agitator meesterlijk de kunst verstond, de bevolking een tijdlang in geestdrift te houden.

Hoe hielden de Parijzenaars zich aanvankelijk onder het naderen des vijands? Waren ze verslagen, ontmoedigd?

In 't minste niet. Integendeel! Van de tweedracht, van de onlusten, welke het Duitsche hoofdkwartier verwacht had te Parijs terstond te zien uitbreken, was niets te bespeuren. De vaderlandsliefde der bevolking overwon dit alles. De onafgebroken arbeid aan de verdedigingswerken onder het vuur der forten verried den aanvaller ook weldra, dat hij buiten den waard had gerekend, toen hij meende, dat de 1'arijzenaar, dat wufte, lichtzinnige wezen, zijn stad niet zou verdedigen. Dat Metz, dat Straatsburg zou vallen, dacht te Parijs in die dagen nog niemand; de vorming van nieuwe legers werd onverdroten voortgezet. Dat de hoofdstad kon vallen, achtte men kortweg onmogelijk; de Parijzenaars keken dan ook niet weinig verbaasd op, toen de insluiting een feit werd. Daarvoor was, meenden zij, minstens een millioen soldaten noodig geweest.

Een deel der bevolking bleef bijna als vroeger voortleven. In de belegerde stad heerschten aanvankelijk nog drukte en bedrijvigheid genoeg. De schouwburgen en theaters waren goed gevuld; op de openbare wandelplaatsen wemelde het van boemelaars, liefst in uniform, en deze dan tevens hoe bonter hoe mooier. Allerlei vrijkorpsen met weidsch klinkende namen, als les Francs-tireurs de la Seine, les compagnons de la Mort, les Francs-tireurs de la Pr esse, enz., vormden zich, de officieren met gouden galons schier op eiken naad van de attila of de jas. Het nieuwe van den toestand had voor de Parijzenaars zelfs een groote bekoorlijkheid. De menschen vroegen elkander op »belegeringsdinersquot; en op »belegeringsdéjeunersquot;, amuseerden zich met allerlei verhaaltjes van heldenfeiten, die bij de voorposten zouden zijn gepleegd, en eenige slimme knapen hadden overal verrekijkers geplaatst, door welke men gt; voor twee sous een kijkje kon krijgen op de Prussiens.quot;

Naarmate het beleg langer duurde, ontstond er onder de bevolking echter een zekere mate van prikkelbaarheid, die eindelijk tot halven waanzin overging. De »spionnenjachtquot; begon een ontzettenden omvang aan te nemen; men behoefde maar een eenigszins vreemd kleedingstuk te dragen, een bankje van 1000 francs te wisselen in een café of iets dergelijks te doen, dat de aandacht trok, om de kreet van: »/Espion! A mort! A la Seine!quot; door de lucht te hooren klinken; en de ramp-

— 275 —

ocr page 286

zalige, wien dit trof, mocht den hemel danken, als hij, door de politie ontzet, met gehavende en gescheurde kleederen benevens een paar blauwe oogen en dito schenen naar huis kon komen, om hier aan zijn wettige wederhelft onder de heftigste gebaren te vertellen, »dat dit was gebeurd aan hem, Anselme Bonhomme, Parijzenaar van eeuwen her, aartsvijand van al wat Pruis was en zelfs uitvinder van stankbommen, om dien gehaten vreemdeling daarmede van Frankrijks grondgebied te verjagen!quot;

Bereidde de Parijzenaar zich dus voor op een hardnekkige verdediging, gaf hij door 't trouw betrekken van de wacht op de wallen bewijs, dat hem dit voornemen ernst was, en bleef hij daarbij, vooral zoolang het weder medewerkte, welgemoed en zelfs opgeruimd, niet minder deed een deel der bevolking in de nabijheid van de hoofdstad en in den rug des vijands zijn best om te bewijzen, dat het zijn leven veil had om den gehaten Duitscher door elk denkbaar middel afbreuk te doen, schade toe te brengen en te verdelgen, zonder te vragen of de middelen, welke hiertoe werden gebezigd, voor de meest gewone rechtbank der mensche-lijkheid ook zelfs maar waren te verdedigen.

Behalve toch het leger, dat aan de Loire en ook nog op andere plaatsen, bij Lyon b.v. en in 't noorden werd gevormd, begonnen de afdeelingen francs-tireurs in de omstreken van Parijs als paddestoelen uit den grond op te schieten. Reeds in de laatste helft van September hadden de troepen van het insluitingsleger veel te lijden door het optreden van groote, talrijke benden, waaronder vooral die van den kolonel Moceau zich kenmerkten. In de bosschen van Rambouillet en Chartres was de guerilla-oorlog volslagen georganiseerd. Wie te Parijs niet kon worden gebruikt, sloot zich aan bij de francs-tireurs en bracht den vijand uit een hinderlaag menigmaal groot nadeel toe.

Het eerste werd de 5e cavalerie-divisie von Rheinbaben, die, zooals wij reeds weten, ten westen van Parijs eclaireerde, met deze nieuwe soort van vijanden handgemeen. Bij Maule en Aulnay kwam het tot kleine gevechten. Mézières werd verbrand. Mantes weerstond zelfs een aanval met artillerie, tot een vliegende colonne onder bevel van den generaal von Bredow aan 't verzet een einde maakte. In Aulnay kwam het tot een scherp gevecht; bij Evreux hielden de francs-tireurs stand, tot er artillerie in batterij kwam. Houdan en Dreux, beide aanvankelijk eveneens door de partijgangers verdedigd, vielen de Duitschers in handen. Als een bewijs voor de kracht, waarmede de francs-tireurs hier optraden, kan dienen, dat bij laatstgenoemd plaatsje 5000 man bij elkander waren.

Vooral ten zuidwesten van Parijs, in de richting van Rambouillet en Versailles, waar de 6e cavalerie-divisie stond, werd de toestand met iederen dag ongunstiger. Dagelijks vielen patrouilles, op zichzelf staande veldwachten en fourageerende soldaten als offers van in hinderlaag liggende schutters. Was 't te verwonderen, dat heel wat van die sluipmoordenaars, — want veel meer waren ze niet, — als de vijand ze vond, op

— 276 —

ocr page 287

staanden voet doodgeschoten of aan den eersten boom den besten opgeknoopt werden ? 't Ergste was, dat, zooals te St. Leger en te Condé, het fanatisme der roomsch-katholieke geestelijken de mannelijke bevolking nog trachtte op te hitsen.

Hoe langer hoe verder breidde die guerilla-oorlog zich zoodoende uit. 't Scheelde weinig of Rambouillet was in handen der francs-tireurs gevallen; Chartres was in vollen opstand. Epernon kon eerst worden bezet, nadat de Duitsche huzaren een scherp gevecht te voet hadden gevoerd.

Bij Ablis werd een escadron huzaren onder den ritmeester Ulrich in den slaap in de stallen door mobiele garden en francs-tireurs overrompeld. Mannen en paarden werden afgemaakt. Van 't geheele escadron bleven slechts veertig man over; de anderen vielen. Zulks geschiedde nog wel in de nabijheid van een Beiersche veldwacht van 60 man. Aan deze werd echter belet hulp te verleenen. Het stadje moest tot straf 5000 francs oorlogsschatting betalen en twintig burgers als gijzelaars afstaan.

Was 't te verwonderen, dat de maatregelen van représaille, door de Duitschers genomen, afschrikwekkend waren? Alleen door vrees en schrik was 't mogelijk zich die ongeordende, niet tot het leger behoorende moordenaarsbenden van 't lijf te houden. Vallen met het front naar den vijand is een eerlijke soldatendood, maar vallen 's nachts in 't donker, onder 't mes van een sluipmoordenaar, die vaak begon u een slaapplaats te geven, is de dood van een hond.

Dat de positie van het insluitingsleger met zijn geringe sterkte, — 125000 man infanterie en 25000 man ruiters; — en met zulke vijanden in den rug het Duitsche hoofdkwartier vaak zorg baarde, ligt voor de hand. — Tot bespoediging der legervorming had het rusteloos werkzame comité der nationale verdediging de nog niet bezette gedeelten van Frankrijk bovendien verdeeld in vier vakken. Bij Le Mans was de generaal Ficreck, bij Conlie graaf Keratry, bij Lille generaal Bourbaki, bij Besangon de generaal Cambriels bezig de kern te vormen van nieuwe legers, die volgens Gambetta weldra in voldoende mate geoefend zouden wezen om tegenover den vijand te worden gebracht.

Zelfs aan het Duitsche hoofdkwartier dwong die snelle troepenformatie bewondering af; dat er met zooveel energie weerstand zou worden geboden, had niemand daar verwacht. Maar, — en hier zetten wij een reusachtig vraagteeken, — maar mochten die menschenhoopen, want meer waren 't niet, den naam van legers eigenlijk wel dragen? De lezer kan deze vraag zelf beantwoorden.

Geweren hadden die legers aanvankelijk bijna niet, patroontasschen evenmin. Hoe kon 't anders? In de groote depóts als Metz, Straatsburg en Parijs waren de wapens opgelegd, en deze vestingen waren ingesloten. Men was dus nu verplicht nieuwe geweren van allerlei kaliber en model te gaan koopen met munitie, welke geheel van die van 't chassepotgeweer afweek. Vraagt niet welk een omslag, een zorg en een oplettendheid de

— 277 —

ocr page 288

verzending van het artikel munitie alleen reeds vorderde! — Ontving een met Snidergeweren gewapende afdeeling munitie voor den Remington, dan kon ze die niet gebruiken en stond dus weerloos. Voorts werd door de onkunde en de onervarenheid van 't comité afgeweken van de proefondervindelijk doeltreffend gebleken opleidingsmethode van jonge soldaten. In plaats van de officieren en onderofficieren bij de depóts der regimenten in hun functie te laten, hierbij door een gedwongen lichting en door vrijwilligers nieuwe bataljons te vormen, waarvan de indeeling en de opleiding uitsluitend aan die mannen van het vak werd toevertrouwd, tot de jonge soldaten rijp waren om tot regimenten te worden vereenigd, volgde men een geheel nieuwe maar — slechte methode. De afzonderlijke manschappen werden te Tours en te Lyon dadelijk tot korpsen vereenigd; zoodoende had de eene troep overvloed van officieren, en had de andere er in 't geheel geen. Daarbij geschiedde de vorming van reserves met de grootste overhaasting. Nauwelijks had de man een geweer ontvangen, of hij werd, zonder dat er verder aan zijn oefening of uitrusting werd gedacht, naar Tours, naar Lyon, naar Langres of naar Havre gezonden. Wat kreeg men op die wijze? Wel vormlooze massa's, menschenhoopen, bestaande uit francs-tireurs, uitgediende manschappen, reserve-soldaten en recruten, bruikbare troepen echter niet. Hiervan was ook het gevolg, dat duizenden jongelieden als bandieten rondzwierven in de bosschen en door hun verraderlijk, moordzuchtig optreden de Duitsche troepen dreven tot die verbitterde en barbaarsche weerwraak, waarvan de geschiedbladen van dien oorlog maar al te vaak getuigen, maar dat de legerformatie ellendig van stapel liep.

Met de verdeeling van de wapens en de uitrustingstukken onder die massa's werd ook al op de vreemdsoortigste manier omgesprongen. De nationale garden uit de verstafgelegen steden bij voorbeeld liepen rond in prachtige uniformen en hadden goede geweren, terwijl de in 't veld staande vrijwilligers het met een snaphaan van oude constructie moesten doen en somtijds zelfs geen schoenen aan de voeten hadden. Zoo kwam het, dat de nationale garden van Toulouse, waar nooit een vijand zich heeft vertoond, een goed geweer hadden, terwijl de burgers van Orleans de Duitschers met de hooivork tegemoet gingen; zoo kwam het, dat honderden jongelieden op eigen hand oorlogje speelden, in plaats van, tot bataljons vereenigd, flink gedrild te worden. De ge-heele gang van zaken verried, dat, hoewel met den besten wil bezield, de »heerenquot; te Tours, Gambetta en de Freycinet hieronder begrepen, te weinig kennis van het vak, te weinig bekwaamheid bezaten om een dergelijke reuzenorganisatie tot stand te brengen. Met de oude, proefondervindelijk goed gebleken methode was gebroken, en de mannen, die nu aan 't hoofd stonden, waren veel te onervaren en veel te onbeholpen om een nieuwe te scheppen. Toch is 't verre van ons om hier, zooals voorheen door zoovelen geschied is, den staf te breken over de

- 278 -

ocr page 289

mannen, die gepoogd hebben om, steunende op Frankrijk's schier onuitputtelijke hulpbronnen, den gehaten vijand door een levée en masse van het grondgebied van den staat te verdrijven. Frankrijk heeft deze heldhaftige poging op hoogen prijs gesteld; bij zijn dood is Gambetta als een der grootste mannen van Frankrijk geëerd, en is hem op kosten van den staat een vorstelijke begrafenis toegekend, waarbij half het land was vertegenwoordigd; maar, koelzinnig redeneerende en niet door hartstocht of geestdrift gebracht in een toestand, waarbij het gezonde verstand ophoudt te werken en de mensch half wordt verblindt, vragen we alleen : Bestond er eenige kans, dat groote benden bijna ongeoefende, jonge soldaten, slecht geëncadreerd, slecht gewapend, slecht gekleed, slecht gedisciplineerd en zonder voldoende artillerie, het in een winterveldtocht ooit zouden kunnen opnemen tegen de geharde, uitstekend gedrilde, uitstekend gedisciplineerde troepen van Frederik Karei? Bestond die kans niet of zoo goed als niet, dan is het van het comité der nationale verdediging onverantwoordelijk, dat het zooveel duizenden menschenlevens opgeofferd, zooveel honderden huisgezinnen diep ongelukkig gemaakt, dat het een oorlog doorgezet heeft, waarvan het einde reeds dadelijk was te voorzien.

— 279 —

ocr page 290

XXVe HOOFDSTUK.

DE EERSTE GEVECHTEN VOOR PARIJS TOT IO OCTOBER.

Dat de generaal Trochu, president van 't comité en gouverneur van Parijs, den met eiken dag naderrukkenden vijand bij zijn opmarsch niet ongehinderd zou laten, dat hij alles in 't werk zou stellen om dien opmarsch te vertragen, lag voor de hand. —- Om te beginnen, had hij dus in de richting van Meaux twee divisiën cavalerie afgezonden. (Deze troepen werden echter weldra teruggedrongen.) Tevens werd het i 3e korps (Vinoy) aangewezen om ten zuidoosten van de stad, tusschen Vincennes en Charenton, bivaks te betrekken. Den 17en kwam het bij Creteil reeds tot een kort maar scherp gevecht met de voortroepen van het 5e korps, dat op zijn marsch naar Versailles eerst door het ie Beiersche, dan door het 6e korps gevolgd werd.

Natuurlijk moet 't geen er nu gebeurde op rekening worden geschreven van den angst en de zenuwachtigheid der wachthebbenden, doch in den daarop volgenden nacht ontvingen de troepen van Vinoy, die onder de wallen van de stad bivakkeerden, herhaalde malen vuur in den rug van de schildwachten (nationale garden) op den hoofdwal; het verblijf in deze bivaks werd dus gevaarlijk; er vielen dooden.

Den volgenden dag gingen die burgers in een soldatenpak in hun ijver en hun wantrouwen nog wat verder, want de maarschalk Vaillant, lid van het comité van defensie, en in die hoedanigheid het recht hebbende zich vrij op de wallen te bewegen, werd door hen vastgegrepen en als spion behandeld. De wacht liet zelfs toe, dat het grauw hem mishandelde, en bracht hem eindelijk bij den gouverneur van de stad. Deze had heel wat moeite om den grijzen maarschalk aan de woede der dolzinnige mannen te ontrukken.

De iq6 was voor de belegerden een ongelukkige dag, die door al 't geen toen voorviel op den verderen loop der verdediging een noodlot-

— 280 —

ocr page 291

tigen invloed zou uitoefenen. De generaal Ducrot, door frochu belast met het bevel over het 13e en het 141-' korps, had zeker besloten zijn nieuw commando door een overwinning in te wijden. Hij wilde het ie Beiersche korps, dat door het dal van de Hièvre over Villeneuve St. Georges en Choisy le Roi naar Versailles marcheerde, hiertoe in de rechterflank te grijpen, en steunde hierbij met den linkervleugel op Sceaux, met den rechter- op het bosch van Meudon. De Franschen grepen echter niet de Beieren aan doch wel de voorhoede van het 5e korps, overstelpten haar met granaten en hadden aanvankelijk eenig succes.

Toen de 3e divisie Beieren het 5e korps te hulp kwam en haar artillerie voorbracht, veranderde de toestand echter. De Franschen moesten de nog niet voltooide redoute van Chatillon benevens die van Bagneux en Moulin-de-Pierre loslaten; een deel der jonge soldaten stormde tevens terug naar Parijs en verspreidde hier schrik en verwarring. Hadden de Duitschers hun succes op dit punt vervolgd, wie weet of zij niet, den doorgang tusschen de forten Issy en Vanves forceerende, tegelijk met de vluchtelingen tot aan den hoofdwal waren doorgedrongen. Thans }

geschiedde dit niet. Het verlies van de bovengenoemde positie alleen was voor de verdedigers reeds nadeel genoeg. Was die positie in hun bezit gebleven, dan had Parijs niet zoo gemakkelijk gebombardeerd kunnen worden.

■

— 281 —

ocr page 292

Tengevolge van dit scherpe gevecht van Chatillon moesten nog meer stellingen door den verdediger worden verlaten. De bruggen bij Sèvres, Billancourt, St. Cloud, de Bineau-brug in 't park van Neuilly, benevens de brug bij Asnières, bij Clichy en die bij St. Ouen werden vernield. Alleen de brug bij Neuilly vormde van nu af nog de vrije gemeenschap tusschen de beide oevers der Seine, en alleen de Mont Valérien bleef nog als een vooruitgeschoven post staan, voorwaarts van de natuurlijke verdedigingslinie, door de Seine gevormd.

i Een divisie van het i 3e korps werd nu aangewezen om het vak tus

schen de Bièvre en de Seine te bewaken.

Het Duitsche hoofdkwartier had bepaald, dat de insluiting van Parijs den I9er' September zou zijn voltooid. Den I9en was ze dit! Zelfs Versailles was reeds bezet, en de bewoners keken de vreemde soldaten, die zich met de grootste vrijmoedigheid tusschen de menigte door bewogen of met open monden de prachtige bouwwerken stonden te bewonderen, aan, alsof 't wezens waren van een andere planeet.

In de lijn Bougival-Choisy le Roi-Bonneuil logeerde het 5e korps, dekte Versailles en had zijn voorposten staan tot bij Sèvres en Bougival. De linkervleugel van het 5e leunde tegen den rechter- van het 4e korps der Maas-armée, de rechter- tegen den linkervleugel van het 2e Beiersche korps. Dit kwam den i9en in de lijn van 't park Meudon tot l'Hay aan de Bièvre en reikte zoodoende op zijn beurt weder de hand aan het 6e ; hiernaast schaarde zich de VVurtembergsche divisie.

Ook het Maasleger had den I9en zijn stellingen ingenomen. De voorposten van het 4e korps bezetten het terrein van af den molen Haut Rei tot Montagny-Pierrefitte. Beneden Argenteuil, dat door een brigade (6 bataljons) was bezet, vormden de ulanen een lange keten van posten, die van Argenteuil liep tot voorbij St. Germain en zoodoende verband hield met de 6e cavalerie-divisie, welke stond bij Chevreuse en gemeenschap onderhield met de 2e cavalerie-divisie. Bij Poissy, dus ten noorden van Saint-Germain, kreeg de 5e cavalerie-divisie haar kwartieren.

Pierrefitte vormde dus den linkervleugel van het 4e korps. Hierbij sloot zich aan het gardekorps in de lijn Stains-Aulnay les Bondy. Dicht naast het gardekorps bevond zich het i 2e korps; het had zijn stellingen bij Sevran, Livry, Clichy en Montfermeil-Chelles.

Het I ie en het ie Beiersche korps bereikten eerst den 2 2en Montlhéry en St. Leger. Het eerste kwam te staan in de lijn Choisy le Roi-Bonneuil; later zal blijken waarom.

Het Maasleger had zijn standplaatsen zoo goed als onbelemmerd bereikt. Alleen den I Sen had er bij Pierrefitte een onbeduidende schermutseling plaats gehad.

De insluiting eenmaal volbracht, stond het Duitsche leger over een lijn van circa zevenentwintig kilometer uitgestrektheid verspreid; er kwamen dus nog geen twee man op den strekkenden pas. Van hoeveel

— 282 —

ocr page 293

belang het dus was, de gemeenschap tusschen de standplaatsen der verschillende korpsen te verzekeren, kan zelfs een leek begrijpen. Dat alle krachten tegelijkertijd moesten worden ingespannen om de insluitingslinie zóó sterk te maken, dat ze niet licht door een co?cfi de main te doorbreken was, behoeft stellig ook geen betoog.

Het natuurlijke gevolg hiervan was, dat de lachende, heerlijke omstreken van Frankrijks hoofdstad met haar bekoorlijke, schilderachtig gelegen dorpjes en stadjes, villa's en landhuizen binnen enkele weken letterlijk in één reusachtig Duitsch legerkamp werden herschapen. Zelfs de namen der straten in de plaatsjes werden verduitscht; men zag er een Kronprinzstrasse, een Wörtherstrasse en zelfs een Reegengasse, welke naam sterk deed denken aan de Berlijnsche achterbuurt.

Nauwkeurig werden de alarmplaatsen aangegeven; stram-duitsch werd de orde overal gehandhaafd. Iedere toegang naar de zijde van Parijs werd gebarricadeerd, en voor de patrouilles slechts een smalle doorgang opengelaten, die zoo noodig terstond met een in de nabijheid geplaatste zware deur, een ijzeren hek of eenige schanskorven kon worden gesloten.

Aangezien op dat terreingedeelte de meeste villa's en tuinen door muren waren omgeven, kostte het niet veel moeite deze reeds bestaande hindernissen tot een hardnekkige verdediging in te richten. In de huizen werden de tusschenmuren overal doorgeslagen, om gemeenschap te verkrijgen en zoo noodig gemakkelijk materialen aan te voeren of terug te kunnen gaan. Voor dit laatste waren op de buitenmuren zelfs overal pijltjes of handwijzers aangebracht. Zoo waren in de dorpen de voornaamste huizen, bij voorbeeld de alarmhuizen, eveneens door merken duidelijk kenbaar gemaakt.

Op zeer eenvoudige, doch tevens zeer practische manier werd voorts gezorgd, dat men ten allen tijde in de geheel door de bewoners verlaten ' dorpen en stadjes om Parijs, zelfs bij nacht, behoorlijk den weg vinden kon. Aan den ingang van elk dorp, op eiken viersprong vond men hiertoe wel ruwe maar zeer voldoende handwijzers, meestal niet meer dan een paal met een hiertegenaan gespijkerde lat, waarop de weg stond aangegeven.

In dien tweeden kring van voorposten rondom Parijs heerschten veel leven en bedrijvigheid ; daar ging het dikwerf zelfs zeer vroolijk toe. Dichter bij de stad échter, in de voorste linie, zóóver vooruit, dat zij door den nevel bijna niet meer te zien waren, stonden de waakzame, altijd ver voor zich uit turende schildwachten. Tegenover hen vond men de Fransche posten.

In den beginne kwam het veel voor, dat Fransche soldaten, in te grooten getale op de velden naar aardappelen en kool komende zoeken, de Duitsche postenlinie alarmeerden, en dat er schoten vielen. Langzamerhand echter geraakte dit gedaan; de posten lieten de arme drommels ongestoord aardappelen zoeken en schoten niet meer op hen.

Achter de voorpostenlinie, in de dorpjes en stadjes, werd weldra een

ocr page 294

toestand geboren, die, de ontberingen buiten rekening latende niet zoo

^ ::r-z

%**%* 'srr ^ s»

erp Lamp;gt;ng hier zoo goed te doen wezen, als onder dergelijke omstan digheden m redelijkheid kon worden verlangd, dan komen vvy tot dequot;

slotsom, dat het leven der troepen in de tweede linie vóór Parijs in den beginne met zoo ellendig was als wel eens is beweerd. Boter en melk ja die waren zelfs voor geen goud te verkrijgen, en sigaren, bier suike?

vL hS laten r zich Zelf aaquot;schaffen of ze

braaf voor T H-6quot;' VOedillg WaS g0ed ; de quot;tendance zorgde

braaf voor t noodige brandhout, en bovendien zit de soldaat te velde

Maa m0eder.S PaPPot- Dit weet hij en hierin schikt hij zich.

leJde ~ t'L; WaS 66,1 KaCt0r' die een Sr00t -ewicht iquot; ^ schaal 5k i~ , WaS er bltter vervelend! Slechts een enkele maal

erbrak een alarmeering, — en meestal was 't dan noquot; een loos alarm —

e eentonigheid van den toestand. De vijand alarmeerde o-aarne De

6 D^Monrvtr ^ i ^ afmatten' was een tactiek van Trochu.

De Mont Valenen begon al zeer spoedig zijn vuur te openen, doch

— 284 —

ocr page 295

weldra maakte zelfs dit onafgebroken schieten op de belegeraars geen indruk meer. De soldaten noemden de sterkte ïOom Bulderbastquot;, oogden de gonzende »suikerbroodenquot; na en berekenden dan samen waar die reuzengranaten zouden nederkomen. De projectielen van den Mont Valé-rien en van de forten, die eveneens aan dit doellooze vuren deelnamen, hebben meer Fransch eigendom vernield dan Duitsche soldaten getrotten of aan hun tijdelijk onderkomen nadeel toegebracht.

Natuurlijk werd ook voortdurend druk geredekaveld over de quaestie, óf en hoe en wanneer de stad zich zou overgeven, alsmede langs welken weg het hoofdkwartier, dat eerst te Ferrières, later te Versailles was gevestigd en waarbij na 5 October ook de koning zich ophield, plan had de stad tot overgave te dwingen. — Doch het Duitsche hoofdkwartier was wijzer dan de burgerstrateeg Gambetta, het hulde zich in verstandig en voorzichtig zwijgen; Gambetta bazuinde echter overal rond, dat het thans nieuwgevormde Loireleger dienen moest om Parijs te ontzetten. Parijs! Alsof niet eerst aan Metz met zijn groot, nog goed georganiseerd en gedisciplineerd leger gedacht had behooren te worden; maar — Parijs lag dichterbij. Parijs was de hoofdstad, het palladium van 't Fransche volk, dus Parijs 1

Het Duitsche hoofdkwartier zweeg dus. Reeds stond hier echter vast, dat, mocht tot een werkelijke belegering worden overgegaan, de terreinstrook tusschen de Bièvre en de Seine, — dus het zuidwestelijke front der stad, -met de voorgelegen forten Issy en Vanves hiertoe het eerste in aanmerking kwam. Die forten lagen te dicht bij den hoofdwal en werden beheerscht door de hoogten van Clamart, Chatillon en Meudon. Met het doel den vijand aan die zijde terug te dringen en tevens de brug te vernielen, die, bij Choisy le Roi gelegen, hem van zeer veel nut scheen te zijn, werd den 30en op last van Irochu door het 1 3e korps met een in vier colonnes verdeelde troepenmacht, die over slechts weinig artillerie beschikte, een aanval gedaan op l hiais, ( hoisy le Roi en Che-villy. Van het plateau van Villejuif, waarop de troepen zich hadden verzameld, werd in goede orde en langs de door 1 rochu zelf aangegeven wegen naar de bedoelde punten voorwaarts gerukt, nadat de artillerie der forten, welke gezicht op die punten hadden, deze een half uur lang had beschoten.

Ongeveer om vier uur in den morgen werd de beweging begonnen. Maar de vijand, door het dreunen der vuurmonden op den straatweg naar Italië vroegtijdig gewaarschuwd, dat er bij de belegerden iets bijzonders plaats greep, was waakzaam. Hoewel een deel der troepen van Vinoy met den eersten aanloop Chevilly nam, en de toestand dei Pruisen een oogenblik zelfs kritiek begon te worden, deden de artillerie en de voortdurend aangevoerde versterkingen de kans hier weldra keeren. De generaal Guilhem, door tien kogels in de borst getroffen, viel aan 't hoofd zijner troepen; Chevilly moest weder worden ontruimd, en om

— 285 -

ocr page 296

negen uur begonnen de Franschen in goede orde den terugtocht naar 't plateau van Villejuif, welk dorp vol gewonden lag, want er was scherp gevochten. Zoodra de Fransche troepen voldoende waren teruggegaan, opende het fort Montrouge het vuur op het dorpje l'Hay, dat sterk door Duitsche reserven was bezet, en bracht hier dood en verderf. De brug bij Choisy le Ro}' was echter niét vernield; de Pruisen waren niét teruggedreven; het doel van de onderneming was dus niét bereikt. Daarbij waren de verliezen groot, ruim 1200 man. De troepen hadden als eerlijke, trouwe soldaten hun plicht gedaan; op enkele uitzonderingen na hadden ook de mobiele garden zich vrij goed gehouden. De generaal Vinoy had zelf het commando gevoerd, en Trochu betuigde dezen zijn tevredenheid over de houding der troepen bij den terugtocht. Van Fransche zijde waren circa 40000 man in 't vuur geweest; bij de Pruisen hadden al de regimenten van het 6e korps, later door eenige bataljons Beieren versterkt, den aanval doorstaan.

Deze door een zoo groote troepenmacht ondernomen uitval deed het Duitsche hoofdkwartier zien, dat Parijs nog genoeg geregelde en goed gedrilde soldaten bevatte, dat het dus op zijn hoede moest wezen. Terstond werd dus bevel gegeven de reeds bestaande posities nog meer te versterken en ze bijna onneembaar te maken.

Veel is er indertijd over en weer geschreven over het vandalisme, door de Duitschers tijdens het beleg van Parijs aan den dag gelegd, en de laatsten zullen wij zijn om dit vandalisme te vergoelijken, maar onbillijk achten wij het hun alleen de schuld te geven van 't geen in de huizen en de villa's om Parijs tijdens de insluiting bedorven, vernield of verdwenen is. De troepen deden schier onafgebroken dienst maar maakten het zich, een oogenblik rust hebbende, natuurlijk zoo gemakkelijk mogelijk. Alle huizen, alle villa's, bijna al de dorpen waren geheel verlaten. Wie wilde het nu een schildwacht, die, om niet in 't oog te vallen, op zijn post achter een barricade zitten mocht, kwalijk nemen, dat hij naast deze uit balken, planken en rijshout samengestelde afsluiting een tafel zette en een vergulden stoel uit een naburige villa en dat hij, niet dadelijk een lamp vindende, om zijn donker wachtlokaal te verlichten, ook weder even naar diezelfde villa liep en er een prachtige lamp haalde, met het wapen van den eigenaar er op? Wie zal het een veldwachtcommandant en zijn manschappen euvel duiden, dat zij, om de verveling van de lange wachturen te verdrijven, uit de bibliotheek eenige prachtig gebonden boeken met platen medenamen? Waren de bewoners in hun huizen gebleven, dan zou dit zeker niet zijn gebeurd. — In de tweede linie van verdediging waren de troepen in de huizen en de villa's zeiven onder dak gebracht. De geweren stonden naast de prachtigste zetels; midden in de kamer stond vaak een kunststuk van een tafel, beladen met de meest uiteenloopende voorwerpen. Een chineesch vuurscherm.

— 286 —

ocr page 297

mogelijk wel een geschenk van een der hovelingen van Lodewijk XV aan een markiezin, een voorwerp dus, dat voorheen nooit anders dan hoogadellijke neuzen tegen tocht had beschermd, hield thans dien tocht uit den nek van een baardigen Sakser, die voor 't gemak de hakken zijner beslijkte laarzen wel eens op den rand van genoemde tafel liet rusten. Ja, wij geven toe, dat het voor den eigenaar dier voorwerpen van smaak en kunst niet aangenaam was, als hij al dat moois bevlekt, gescheurd, gehavend en bedorven terugvond, als zijn bibliotheek was leeggehaald, zijn wijn, — en deze was er in massa en dikwerf op de vindingrijkste wijze verborgen tevens, — was opgedronken, en als zijn kelders en provisiekasten geplunderd waren; maar van al dit bedrijf en van nog heel wat meer aangerichte schade zijn de bewoners voor 't grootste gedeelte toch zeiven de schuld geweest. Wie in oorlogstijd, — vergeten wij dit niet; — wie in oorlogstijd, als de vijand in aantocht is, van zijn recht op eenig voorwerp vrijwillig afstand doet, stelt zich hierdoor bloot aan de willekeur van hem, die dit voorwerp te recht of ten onrechte in zijn bezit krijgt. Waar de inwoners waren gebleven, hadden deze volgens hun eigen verklaringen zeer weinig over de Duitsche troepen te klagen, in elk geval veel minder dan over de nationale en mobiele garden, die vroeger bij hen in kwartier hadden gelegen. » Liever twintig Duitschers dan vijf mobielen!quot; was een uitroep, die in de dorpen om Parijs in die dagen menigmaal werd geslaakt. En die mobielen waren nog wel landgenooten! Voor enkele uitspattingen, — en die zim in weerwil van de gestrenge daarop gestelde straffen stellig voorgekomen ; — voor enkele uitspattingen, herhalen wij, gaat het niet aan een geheel leger aansprakelijk te stellen. — Doch verder!

Zooals wij boven reeds met een enkel woord aangaven, stond het insluitingsleger in drie kringen of liniën om de stad. De buitenste linie, die, welke het verste van de stad lag verwijderd, had, zooals later bleek, het meeste geleden; dit lag trouwens voor de hand. Op deze was de aanrukkende vijand het eerste gestooten, en in hun belachelijken angst voor »de barbarenquot; waren de bewoners allen gevlucht. Hun woningen waren dus verlaten gevonden. Geen bed, geen tafel, geen stoel zelfs trof men er somtijds nog in aan. Een doodmoede soldaat, in zulk een verlaten huis komende, maakt gewoonlijk niet veel omslag doch brengt vlug zijn kwartier in orde. Thans begint de wanorde reeds, want hij pakt en grijpt en neemt wat hij vindt en bezigt dit voor zijn eigen tijdelijk gerief. Van de derde naar de tweede linie oprukkende, naderkomende dus bij Parijs, moesten de troepen die geschonden woningen overlaten aan talrijke scharen van allerlei gespuis, dat die omstreken onveilig maakte. Deze vagebonden, een der onvermijdelijke slechte gevolgen van den oorlog, achtten zich volkomen gerechtigd, bezit te nemen van een nalatenschap, die reeds niet meer in al te besten toestand verkeerde.

Al wat door dit canaille geroofd, gestolen, vernield werd, kwam

ocr page 298

dus — hoe kon het anders? — op rekening van het insluitingsleger. Voor een struikroover van beroep was 't daar toen een goddelijke tijd 1

In den tweeden kring was de toestand juist andersom. Nadat de bewoners van die linie gevlucht en vóórdat de Duitschers hier binnengetrokken waren, hadden daar marodeurs huis gehouden; ook hadden hier de mobiele garden de diepe sporen van hun verblijf achtergelaten. Toen de Duitschers kwamen, vonden deze dus volslagen vernielde en onder den voet gehaalde woningen, waarin letterlijk niets was ontzien; en welk nadenkend mensch wil nu den gewonen soldaat, een man, die vaak uit de heffe des volks is voortgesproten en die, — niet te vergeten, — door een langen veldtocht reeds eenigszins verwilderd is,, verantwoordelijk stellen, dat hij een eigendom niet eerbiedigde, 't welk hij reeds half vernield vond, toen hij er bezit van nam?

Een enkel voorbeeld tot opheldering zal wel voldoende wezen. — Te Villeneuve Saint Georges kwam een kleine afdeeling Beieren op het bekoorlijke buiten van een gevluchten Parijschen bankier. De tuin met zijn heerlijke bloempartijen was totaal verwoest; in de prachtige, geheel in style renaissance gemeubelde zalen gelijkvloers was zoo goed als alles vernield. Voor den zeven voet hoogen spiegel stond een met fluweel be-kleede sopha; op deze rustte de haverbak van de in die zaal gestalde pakpaarden. De drinkemmers hingen aan de bronzen luchters; op een kostbaar biljart sliepen op een paar bossen stroo twee cavaleristen. Glas, keukengereedschap, koperwerk, een prachtige bibliotheek alsmede beelden en vazen van allerlei vorm en soort, onder- en bovenkleedingstukken en papieren lagen in een chaos door elkander. De koffie, die de mannen den volgenden morgen kregen, werd gekookt op de kachel in 't vernielde boudoir van mevrouw; het vuur was aangemaakt met de gebeeldhouwde paneelen der boiserie, die de wanden bedekte. — »Wat een verwoesting!quot; riep een der officieren. — s We hebben 't allemaal zoo gevonden,quot; klonk het antwoord van de manschappen. Tevens wezen zij naar een hoop kleingehakt hout, dat achter de kachel lag opgestapeld en uit stukken dier lambriseering bestond. — Die Beieren kwamen van Lagny. Vóór hun komst had dit buiten nog geen enkelen Duitschen soldaat gezien. Is 't te verwonderen, dat de krijgsman voor zulke door afschuwelijk vandalisme ontwijde verblijven ook geen eerbied meer koestert, dat hij die op zijn beurt ook niet meer verschoont?

Die marodeurs, waarvan wij boven spraken, schenen in de eerste plaats te hebben gezocht naar geld. Dit bleek uit de afgerukte paneelen en lambriseeringen, die bijna alle van boven in den rand waren weggebroken, 't Was een bekend feit, dat veel vluchtelingen hun baar geld achter de randen der tapijten hadden verstopt, en in een menigte gevallen waren de lambriseeringen juist daar vernield. Soldaten hadden dit niet kunnen doen; daarvoor stonden zij te scherp onder toezicht ^ zulk een vondst had den vinder bovendien niet gebaat.

— 288 —

ocr page 299

De meubels daarentegen werden den soldaat ten gebruike gegeven; doch niet meer dan hij noodig had. Voor de officieren werden de verlangde meubels uit de kasteelen aangedragen. Een kachel, een hier maar zelden voorkomend artikel, verhuisde natuurlijk wel eens mede van het eene kwartier naar het andere. Gemakkelijk maakten allen het zich, en waarom ook niet? De zware dienst alleen reeds was hiervoor verontschuldiging genoeg; dan spreken wij nog niet eens van de ellendige kwartieren, die aan enkele afdeelingen waren toegewezen. Zoo lagen de Maagdenburger jagers tegenover den Mont Valérien in een steengroeve, tusschen de spleten der kalkrotsen, in voortdurend schemerdonker. Als kaboutermannetjes slopen zij, aanhoudend bedreigd door de granaten van den Mont Valérien, gestadig op hun hoede tegen een aanval, in die bedompte holen rond. Wien zal 't bevreemden, dat zij zulk een afschuwelijk verblijf doormiddel van tapijten en gemakkelijke stoelen,

door sopha's en tafels eenigermate bewoonbaar maakten ?

Verwisselde een troep voor Parijs van plaats, dan werden de meubels dikwerf medegenomen, omdat men in het nieuwe kantonnement meestal niets vond. De voorwerpen, die men voor eigen gebruik noodig had, werden natuurlijk zooveel mogelijk ontzien; maar als men weet,

dat bij Ville d'Avray zelfs pianino's werden gebezigd om een barricade te bouwen, zoodat de schildwacht op zijn post desnoods die Wacht am Rhein had kunnen spelen, begrijpt een ieder, dat het denkbeeld van »iets moois in eere houdenquot; bij de soldaten er spoedig uit was.

Nog in de eerste dagen der insluiting werd door Jules Favre, minister van buitenlandsche zaken, een poging gedaan om met von Bismarck te onderhandelen. Hij begaf zich hiertoe naar Villeneuve, vond den generaal von Tümpling en had later met den kanselier tot driemaal toe een onderhoud. Het sluiten van een wapenstilstand was het eerste punt, waarover werd onderhandeld. Gedurende dezen zou de Parijsche regeering de gelegenheid hebben de verkiezingen te doen plaats vinden voor de constitueerende vergadering. Door deze zou dan een rechtmatige regeering worden ingesteld, waarmede Duitschland een volkenrechterlijken vrede kon sluiten. Over de vredesvoorwaarden werd slechts terloops gesproken.

— 289 —

9

ocr page 300

De bondskanselier gaf aan Jules Favre te kennen, dat hij ten behoeve van die verkiezingen een wapenstilstand zou kunnen toestaan van hoogstens drie weken, onder voorwaarde, dat de militaire toestand, zooals die op dat oogenblik in en vóór Parijs was, geheel zou gehandhaafd blijven, dat de vijandelijkheden bij Metz, binnen een bepaald rayon zouden voortduren en dat de vestingen Straatsburg, Toul en Bitsch zich moesten overgeven; alleen de bezetting der eerste plaats zou krijgsgevangen worden gehouden.

Reeds bij die gelegenheid deed de kanselier duidelijk doorschemeren, dat, als er daarna vrede werd gesloten, Duitschland den Elzas en een groot deel van Lotharingen, in elk geval Metz, zou eischen; en aangezien Favre wel geld geven, doch geen grondgebied afstaan wilde, liepen de onderhandelingen uit op niets. Het gedeelte van het comité der nationale verdediging, dat, zooals wij reeds weten, sinds 13 September te Tours had zitting genomen, zond in antwoord op Favre's rapport van de gevoerde besprekingen met Bismarck de volgende proclamatie de wereld in: »Wij weten thans wat l'ruisen's bedoelingen zijn. Het wil den oorlog voortzetten en Frankrijk verlagen tot een mogendheid van den tweeden rang. Liever laat Parijs zich onder zijn puinhoopen begraven. Dergelijke onbeschaamde eischen beantwoordt men slechts met een strijd tot het uiterste.quot;

Bismarck toonde door zijn nota van 1 October het belachelijke aan van de bewering, dat Frankrijk met zijn 42 millioen inwoners door een verlies van drie kwart millioen zielen een mogendheid van den tweeden rang zou worden, en betoogde een paar dagen later nog, dat, als Parijs thans door den hongersnood werd bedreigd, het Duitsche hoofdkwartier hiervoor niet kon worden aansprakelijk gesteld, wel de Fransche regeering, die door het niet aannemen der voorwaarden van den wapenstilstand het thans tot 't uiterste liet komen.

De oorlog a outrance zou dus worden doorgezet.

Een andere niet minder gewichtige gebeurtenis was de reis van Ihiers naar de neutrale hoven, zoogenaamd om de nieuwe regeering door deze te doen erkennen, waarschijnlijk echter met nog andere bedoelingen, om bij voorbeeld een interventie te verkrijgen. Thiers werd echter zeer beleefd, doch zeer koel ontvangen ; ook deze reis leidde dus niet tot een bevredigend resultaat.

Zooveel te beter slaagden de Duitschers daarentegen in hun plan om door middel van het water uit het canal de l' Ourcq een strook van het terrein ten noordwesten van Parijs onder water te zetten en zoodoende een deel hunner stellingen tegen een coiip dc mam te beveiligen. Tevens beroofden zij de belegerden hiermede van een aanzienlijke hoeveelheid drinkwater. Den 5eu October hield koning Wilhelm zijn intocht in Versailles.

Gaan wij thans na hoe de toestand van de twee oorlogvoerende par-

—- 290 —

ocr page 301

tijen ongeveer was in de eerste dagen van October, dan vinden wij Parijs zóó nauw ingesloten, dat de stad slechts bij tusschenpoozen en dan nog alleen door buitengewone middelen, als luchtballons en postduiven, met het overige gedeelte van Frankrijk gemeenschap kon onderhouden. Maarschalk Bazaine, zooals wij weten, nog altoos in Metz opgesloten, had de vijandelijkheden gestaakt en maakte reeds aanstalten tot een capitulatie. Straatsburg had zich den 28en September overgegeven; von Werder had zich na den val der stad met zijn korps gericht tegen het korps van den generaal Cambriels, het zoogenaamde leger van Lyon, een der eerste producten van de volkswapening, en had dit teruggedrongen, zóó ver, dat de generaal Cambriels, wiens troepen door het vuur des vijands doch vooral door vermoeienis en desertie veel hadden geleden en nog maar vierentwintig duizend man sterk waren, de Vogezen moest verlaten en naar Besancon een goed heenkomen zocht.

In het westen tusschen Chartres en Evreux stonden mogelijk dertig duizend mobiele garden. Zooals wij reeds vroeger zeiden, waren die mannen slecht uitgerust, slecht gewapend, enkelen zelfs bijna niet gewapend en niet eens behoorlijk ingedeeld. Voorts misten ze cavalerie en artillerie.

In het noorden waren alleen de vestingen bezet. Hier stond nog geen leger in 't veld. Eindelijk bevonden zich aan de Loire circa vijfentwintig duizend man troepen, het I5e korps, aanvankelijk onder commando van den generaal de la Motterouge, later onder dat van den generaal d'Aurelle de l'aladines.

Van de samenstelling en de sterkte dier zoogenaamde legers was in 't Duitsche hoofdkwartier niet veel bekend; alleen wist men dat bij het Loireleger ook troepen uit Afrika waren ingedeeld, en dat het voortdurend in sterkte toenam. Tevens begreep men, dat het gevaar vooral van die zijde dreigde, omdat Orleans, het centrale punt, op niet te grooten afstand van Parijs en in den rug der belegeraars was gelegen. Wel misten de daar bijeengeloopen troepen nog eenheid, oefening en samenhang maar, in samenwerking met de vrijkorpsen, kon van de zijde van Orleans toch ernstig gevaar beginnen te dreigen.

Zooals wij reeds weten, was de 4e cavalerie-divisie, gesteund door een paar bataljons Beieren en twee batterijen, daarom reeds den 17en Sep-

—-291 —

ocr page 302

tember ter verkenning naar de Loire vooruitgeschoven. Bij Melun was de divisie de Seine gepasseerd, had onder gestadige gevechten met de francs-tireurs Pithiviers bereikt en was van hier in westelijke richting afgebogen om op den straatweg Etampes-Orleans te komen.

Dewijl bij Artenay, ten noordoosten van deze laatste plaats, echter ge-stooten werd op sterke afdeelingen, uit de drie wapens bestaande, — 25 en 26 September, — nam de divisie bij Toury stelling, rapporteerde naar 't hoofdkwartier en wachtte, voortdurend voeling houdende met den vijand, den loop der dingen af.

Toen de Franschen den 5en October echter met een sterke voorhoede

tegen Toury oprukten, begreep prins Albrecht van Pruisen, de commandant der divisie, terecht, dat achter deze voorhoede, waarschijnlijk ten noorden van Orleans, groote afdeelingen moesten staan. Nadat hij zich hiervan voldoende had overtuigd, trok hij vechtende naar Etampes terug.

Terstond werd nu van het IIIe leger een sterk korps naar 't zuiden gezonden. — Met het bevel aanvallend te werk te gaan en het land tot aan de Loire van vijanden te zuiveren, marcheerde de generaal von der Tann dus af aan het hoofd van het ie Beiersche korps, de 22e divisie van het iie korps en de 2e cavalerie-divisie, terwijl ook de 4e onder zijn bevelen werd gesteld. Zonder ernstigen tegenstand te ontmoeten, kon tot den ioen worden voortgerukt tot bij Artenay. Hier vond de voorhoede, de ie Beiersche brigade, de Franschen in een sterke stelling.

— 292 —

ocr page 303

Zonder aarzelen werd deze aangegrepen; na een hardnekkig gevecht, waaraan zoo goed als het geheele ie Beiersche korps benevens de beide cavalerie-divisiën deelnamen, terwijl de 2 2e divisie in reserve bleef, werd de stad stormenderhand genomen. Wel poogde een afdeeling zouaven bij Creuzy nog wederstand te bieden, en ontstond er nogmaals een kort, wanhopig gevecht met bajonet en kolf, doch de Beieren drongen den vijand weldra terug naar den straatweg van Orleans; hier geraakten de vluchtelingen onder de hoeven der paarden van de vervolgende Duitsche cavalerie. De zware sabel kwam met geduchte houwen neder in den hoop, en eerst toen het woud van Orleans zich beschermend achter de vluchtelingen sloot, werd de vervolging gestaakt. Duizend man werden bij deze gelegenheid gevangen gemaakt.

Reeds ditmaal was duidelijk gebleken, hoe weinig eenheid en samenhang er nog in die nieuw gevormde armee bestond en hoe slecht ze was geoefend. Dit hardnekkige gevecht had de Beieren slechts een paar honderd man aan dooden en gewonden gekost. Alleen de eerstgenoemde omstandigheid rechtvaardigt echter de meer dan vermetele wijze, waarop von der Tann den I ien October zijn succes voortzette, nadat zijn zwaar vermoeide mannen zich te Artenay eerst eens flink hadden te goed gedaan aan den voorraad levensmiddelen, welken de aftrekkende Franschen hier hadden achtergelaten.

Voornemens de stad Orleans van de noord- en de oostzijde aan te grijpen, deed von der Tann zijn commando den volgenden morgen langs drie wegen voorwaarts trekken, de eerste colonne, — de 2 2e divisie en 5 batterijen, — rukte op langs den straatweg van Chateaudun, de 4e Beiersche brigade marcheerde over Gidy, de 3e brigade, en achter haar de geheele ie divisie als reserve, langs den straatweg Parijs-Orleans.

Generaal de Ia Motterouge, de commandant van het i 5e korps, zooals wij weten, was voor alle zekerheid met zijn hoofdmacht nog in den loop van den nacht over de Loire gegaan, doch had een sterke achterhoede van circa 15000 man in een uitstekende positie ten noorden van Orleans achtergelaten.

Al spoedig werden van de rechtercolonne der Duitschers drie vuurmonden onbruikbaar geschoten ; bij de 2 2e divisie werd de positie een oogenblik zelfs zóó hachelijk, zóóveel versche troepen bracht de tegenpartij telkens in 't gevecht, zóó hardnekkig hield hij zijn veldschansen bij Ormes vast, dat de kurassiers werden voorgeroepen om een tegenaanval af te wijzen. Toch gelukte het eindelijk aan de rechtercolonne het dorp Ormes te nemen en tegelijk met den terugtrekkenden vijand de voorstad te bereiken, die zich tot Orleans uitstrekt. Hier ontstond nu in het zeer bedekte terrein een hardnekkig huizengevecht.

Vóórdat het donker begon te vallen, gelukte het ook niet aan de 2e divisie van het Beiersche korps om de stellingen te vermeesteren, welke de Franschen bij Saran en les Aides hadden ingericht. Na een woedend

— 293 —

ocr page 304

gevecht ontruimden de verdedigers ten slotte het stationsgebouw en de nabijgelegen gasfabriek. Tegen vijf uur beval von der Tann daarop aan een der reservebrigades, de eerste Beiersche, zich tusschen de 2 2e divisie en de 4e Beiersche brigade in te schuiven en tegen de voorstad St. Jean op te rukken.

Uithoofde van den heldhaftigen wederstand was hier het persoonlijke voorbeeld van den chef van den staf der Beieren, den overste von Heinleth, noodig om de troepen nog eenmaal vooruit te krijgen, nadat zij den eersten keer door zwaar chassepotvuur en handgranaten waren teruggeworpen.

De Duitsche artillerie was intusschen begonnen de stad onder vuur te nemen. De springende granaten veroorzaakten een paniek onder de burgerij; het gevecht werd minder hevig. Bij gansche scharen verlieten de Franschen de stad, en nadat de tegenstand bij de poort aan de zuidzijde der stad door de artillerie was gebroken, viel Orleans in handen der Duitschers.

Thans kwam de maire von der Tann smeeken de stad te sparen. Het vuur werd gestaakt; de vijandelijke afdeelingen waren alle op den linkeroever van de Loire overgegaan ; de brug aan die zijde werd evenals de stad bezet, en met recht kon de colonne thans rusten op haar lauweren.

De geslagen Fransche afdeelingen trokken den volgenden dag diep in de Sologne terug, om zich daar te reorganiseeren en uit te rusten. De gevechten van den ioen en den i ien hadden haar circa 3000 man aan dooden en gekwetsten en ruim 1800 gevangenen gekost. Ongeveer 40000 man hadden aan den strijd deelgenomen. De verliezen der Duitschers waren aanmerkelijk veel geringer. — Voor de Franschen was dit échec in zijn beteekenis groot. Het Loireleger, waarop Gambetta, die opzettelijk naar Tours was gekomen om de volkswapening in de departementen te reorganiseeren, zoo stellig had gerekend, had te veel geleden om vooreerst weder handelend te kunnen optreden.

— 294 —

ocr page 305

XXVT HOOFDSTUK.

VÓÓR EN IN PARIJS.

Na dezen blik op de toestanden bij Orleans en aan de Loire, noodig voor het verband in 't geheel, keeren wij terug naar Parijs.

In den nacht van den I 2en op den t 3en October ontving de generaal Vinoy bevel hot plateau van Chatillon den volgenden morgen te gaan verkennen. Trochu scheen zich alleen te willen overtuigen of dit plateau nog sterk door den vijand was bezet.

Volgens de genomen beschikkingen zou de slaglinie een uitgestrektheid hebben van 6 kilometer, nl. van het fort Issy tot aan het dal van de Bièvre. Gesteund door de forten Montrouee, Issy en Vanves zouden

O ' J

de vier tot cVen aanval bestemde brigades, te zamen circa 20000 man, die verkenning verrichten. Twee kanonschoten, door het fort Vanves den 13en om negen uur in den morgen af te geven, zouden het sein wezen tot voorwaarts rukken.

Het fort Montrouge opende het vuur terstond op het dorp Bagneux en bereidde zoodoende den aanval voor van de brigade la Charricre, die dit dorp moest nemen en hiertoe een kale, open vlakte van circa duizend meter lengte onder het vuur der Duitschers moest overschrijden. In weerwil van den heldhaftigen tegenstand, door het 5e bataljon jagers van het 2e Beiersche korps geboden, werd het dorp genomen.

Bij Chatillon, tegen welk dorp de brigade Susbielle in drie colonnes opgerukt was, was het succes lang zoo groot niet. Eerst moesten een drietal gecreneleerde muren worden genomen; toen moest bij de kerk een bijzonder sterk reduit worden veroverd; dit laatste kostte zware verliezen, omdat de tegenpartij niet anders dan sappeerende en dwars door de huizen heen kon worden genaderd. De Duitschers kregen hierdoor tijd hun reserves te laten oprukken en hun artillerie in batterij te brengen. Thans ontstond er tusschen de veldstukken der Duitschers en het posi-

ocr page 306

tiegeschut der Franschen een langdurige artilleriestriid, die echter onnoodig was, omdat Trochu, zooals later bleek, Bagneux niet bezet wilde houden en ook den aanval op Chatillon niet wilde doorzetten. Na een vrijwel doelloos gevecht, dat eenige honderden dooden en gekwetsten had doen vallen, gingen de Franschen omstreeks drie uur in goede orde terug.

Terwijl dus ten zuiden van Parijs bij herhaling werd gevochten, gebeurde er ten westen van de stad iets, dat vriend en vijand leed moest doen. Een compagnie jagers onder den kapitein von Strantz had den

l'ARIJS EN OMSTREKEN.

iien October het kasteel van St. Cloud bezet; dien zelfden dag begon men uit de Fransche posities dit prachtstuk in brand te schieten. Wel bluschten de jagers het vuur bij herhaling, maar den r8en hagelde het zooveel projectielen op het kasteel, dat het dak in brand geraakte. Geholpen door zijn compagnie, trachtte de kapitein von Strantz de heerlijke kunstschatten, boeken en meubels, welke het bevatte, ten minste ten deele te redden; de wind dreef de vlammen echter zóó krachtig voort, dat het vuur weldra den gevel had bereikt en dat ook de linkervleugel geheel in gloed kwam. Met inspanning van alle krachten trachtten

— 296 —

ocr page 307

de jagers ten minste de bibliotheek te behouden en sleepten zij a! wat zij bovendien nog konden weghalen, naar den tuin; maar dien avond was het eenmaal zoo prachtige slot een rookende bouwval, waarnaast de jagers hun bivak hadden betrokken. De geredde bibliotheek werd later naar de prefectuur te Versailles gebracht. De zoogenaamde Lantenw de Diogène in het park, een hoog en zeer gelukkig gelegen observatiepunt voor de aanvallers, was reeds vroeger vernield.

Dat de belegerden zich niet lang rustig zouden houden, en dat er door hen weldra nogmaals een poging zou gedaan worden om een deel der insluitingslinie terug te drijven, was te verwachten. Terwijl de Duit-schers den kring om de stad voortdurend nauwer maakten, — van het dorp Vitry hadden de Franschen de noordelijkste, de Duitschers de zuidelijkste huizen reeds met hun voorposten bezet, en dit gaf wel eens aanleiding tot dwaze verhoudingen; — terwijl de Duitschers den kring dus steeds vernauwden, besteedden zij derhalve bijna ieder uur om hun posities nóg beter in staat van tegenweer te brengen. Dit bleek noodig door de telkens herhaalde kleine uitvallen, tegen de voorposten ondernomen. Wel werden die niet met kracht doorgezet, maar niettemin hadden ze ten gevolge, dat ook de achterstaande afdeelingen steeds gealarmeerd werden, dat minstens een deel der mannen in de nachtelijke uren geruimen tijd onder de wapens moest blijven, en dat de troepen door gebrek aan nachtrust dus werden vermoeid en uitgeput, trouwens juist 't geen Trochu wenschte.

Nu en dan volgde er wel eens een gevecht, dat grooter afmetingen aannam; zoo onder andere ook weder den 2ien October, toen het nieuw gevormde 14e korps onder den generaal Ducrot een poging deed om zich van Malmaison, Bougival en Buzenval meester te maken. In 't geheel brachten de Franschen circa 30000 man en 1 20 vuurmonden in't gevecht, terwijl de stukken van den Mont Valérien en die van eenige geblindeerde vaartuigen op de Seine den aanval ondersteunden. De ioe divisie van het 5e korps ontving den eersten stoot. Vooral in 't park van Malmaison was het gevecht weldra zeer hevig, nadat de Franschen, die eenige met buskruit gevulde zakken hadden medegevoerd, de muren van dit park hiermede in bres hadden gelegd. Weldra lagen de prachtige grasvelden om de villa bezaaid met lijken van Franschen en Duitschers.

Bij la Celle St. Cloud ging het niet minder heet toe. Merkwaardig was bij dit gevecht de flankaanval van het 2e bataljon van het 5oe regiment. Toen de vijand tegen la Celle opdrong, greep dit bataljon tot steun der iq6 brigade het dorp Buzenval met de bajonet aan, drong in één aanloop door tot bij de daarachter staande batterij, nam deze en wierp den vijand onder zwaar vuur uit Buzenval terug.

Tegen zes uur was 't gevecht ceëindicfd. — In de meening, dat de

ö OOO O '

Franschen de zegepraal hadden behaald, — bij 't begin van 't gevecht waren de Pruisen een oogenblik teruggeweken; — begonnen de bewoners van

■

— 297 —

ocr page 308

Bougival deze uit te jouwen; zelfs werden er enkele schoten op hen gelost. Het plaatsje boette echter zwaar voor dien hoon, want verscheiden inwoners werden nedergestoken; voorts kwam later bevel, dat het dorp door zijn bewoners moest worden ontruimd.

Bij het begin van den uitval werd de geheele omtrek tot bij Versailles gealarmeerd, en was de ongerustheid hier niet gering, want de mogelijkheid was niet uitgesloten, dat de uitval de plaats gold, waar het hoofdkwartier was gevestigd. Koning Wilhelm woonde het gevecht

bij, staande op de viaduct van Marly. Ook Trochu was bij dezen uitval tegenwoordig.

In diezelfde uren hadden eenige bataljons mobielen de voorposten der VVurtembergers bij Champigny op het oostfront aangegrepen, doch waren na een kortstondig gevecht teruggeworpen.

Reeds eenige bladzijden vroeger repten wij met een enkel woord van de zorg, waarmede de aanvaller zijn verdedigingswerken aanlegde en voortdurend nog verbeterde. Vooral aan de noordzijde der stad, meer

— 298 —

ocr page 309

bepaald bij en om het dorp Le Bourget, was dit het geval. Le Bourget ligt circa een uur gaans van St. Denis; een breede, goed onderhouden straatweg voert over Pont Iblon dwars er doorheen. Evenals de meeste Fransche dorpen om Parijs, kenmerkt zich ook dit dorp door zijn groote, stevige, massieve huizen en meerendeels door muren ingesloten tuinen.

Reeds den 20en September was het door de Duitschers veroverd op een bataljon mobielen en sinds dien tijd ook in hun handen gebleven. Aangezien het bijna het eenige vóór hun front gelegen waarnemings-punt was, mochten de Duitschers het niet meer loslaten, omdat de verdediger, eenmaal weder van het dorp meester, hier batterijen in stelling kon doen komen, die de positie der garde ernstig bedreigden. Het plaatsje had echter het nadeel geheel te liggen onder 't werkzame vuur van het fort de l'Est, van St. Denis, Aubervilliers en Romainville.

Van hoeveel gewicht het dorp was, had Trochu zeer goed doch te laat begrepen; eerst den 27en October dus deed hij met een aanzienlijke macht van de zijde van Aubervilliers op Le Bourget aanrukken. De verdediger, een compagnie van het garderegiment Königin, wachtte den storm niet af, doch ontruimde het vlek. Een poging, den volgenden dag met 2 bataljons garde ondernomen, om het weder in handen te krijgen, mislukte. De tegenpartij had zijn tijd goed besteed, had al de huizen in staat van verdediging gebracht, de muren van schietgaten, de uitgangen van geduchte barricaden voorzien en de sterkte der verdedigers gebracht op 5000 man en een mitrailleusebatterij.

Op dien zelfden dag kwam de tijding, dat Metz was gevallen. — De bevolking te Parijs was diep ternedergeslagen. Aletz gevallen, bleef alleen de hoofdstad nog over. Tweemaal honderdduizend soldaten kreeg de aanvaller thans tot zijn beschikking om op te rukken tegen de Loire-armée en tegen de troepen, die zich in 't noorden bij Amiens begonnen te vormen. Het insluitingsleger kreeg de handen dus ruimer. Voor de Parijzenaars was dit een ware ramp. Verraad was er gepleegd, riep men alom. Door Duitsch goud had Bazaine zich laten omkoopen. Uit Tours slingerde Gambetta een proclamatie de wereld in, welke, zooals wij reeds van vroeger weten, Bazaine brandmerkte als het werktuig van »de man van Sedanquot; en aan de prefecten bevel gaf, den maarschalk te grijpen en naar Tours te doen voeren. Tevens riep Gambetta de Franschen op tot verzet tot het uiterste.

En het insluitingsleger? —■ Dit werd door al die berichten nog meer op zijn hoede, want, — voordat het leger van Erederik Karei van vóór Metz naar Parijs was overgebracht, zou Trochu, die reeds lang had begrepen, dat niet een geregeld beleg, wèl een uithongeringsproces in 't plan des aanvallers lag, zeker nog menige stoutmoedige poging doen om door de insluitingslinie heen te breken.

Doch laten wij naar Le Bourget terugkeeren.

— 299

ocr page 310

Den 29en openden de Duitschers, die het dorp tot eiken prijs weder in hun bezit wilden zien, een ontzettend vuur er tegen. Daar dit niet baatte, — want de verdedigers vertoonden zich niet, doch kropen, zoolang de beschieting duurde, inde kelders der huizen,— werd besloten het dorp met de 2e garde-divisie te bestormen. De vijand scheen zich in Le Bourget te willen vastzetten ; tot eiken prijs moest dit worden belet. Maar — bloed, veel bloed zou dit kosten. Le Bourget is letterlijk een hoofdschedelplaats geworden van vriend en vijand; veel beter dan woord of beeld dit vermogen, spreken de talrijke graven langs den grooten weg van de bloedige offers, die daar zijn gebracht.

De generaal de Bellemare, commandant van St. Denis, had tot bezetting van het dorp 10 bataljons, — marschbataljons en mobielen, — benevens het bataljon Francs-tireurs de la Presse, bijna allen jongelieden, journalisten en » mannen van de krantquot;, aangewezen. De kolonel Henrion en de generaal Martin commandeerden daar.

De generaal von Budritzki, commandant der 2e garde-divisie, had zijn troepen verdeeld in drie stormcolonnes, wier marsch zoodanig was geregeld, dat zij alle drie ongeveer op 't zelfde oogenblik den dorpsrand konden bereikt hebben. Een vierde colonne, de ie brigade der garde, vormde de reserve.

Om acht uur opende de artillerie het vuur. Zooals in dezen oorlog nog wel eens meer is voorgekomen, trof dit den vijand juist aan de soep 1 De vijand liet zijn keteltjes staan en verdween weder in de kelders. Thans begonnen de vuurmonden der forten te antwoorden en hun granaten over het nog half in een natten nevel gehulde terrein te slingeren.

De linkercolonne der garde, circa drie bataljons sterk, had den lang-sten weg, moest de Morée, een modderige beek met slappe oevers, over, en ging dus het eerste op marsch. Een half uur later volgden de twee andere colonnes.

Zwijgend en stil, zonder een schot te doen, in dichte tirailleurzwermen opgelost, de reserves ver daarachter, beginnen de garde-bataljons het dorp te naderen. Nog is hier alles stil. Thans hult de buitenomwalling zich plotseling in een rookwolk, waaruit het knalt en bliksemt. Geen schot doet de aanvaller, al tuimelen verscheiden tirailleurs in 't stof om nooit meer op te staan. Hoog boven de hoofden der mannen wappert hun vaandel. Luid klinkt de muziek. Die Wacht am Rhein speelt ze; de trom accompagneert, en nu: » Zur Attaque, Gewehr rechts f' — Een dreunend, donderend hoera, en in den stormpas, met von Budritzki te paard aan de spits, stormt alles naar de muren van 't dorp.

Doch recht vooruit is nergens een toegang te vinden; onder geweldige verliezen moet de aanval naar links worden verschoven. Hier wordt eindelijk een zware tuindeur gevonden. De bijlen der pioniers doen ze aan splinters vliegen; de garden stormen naar binnen, maar ze stormen letterlijk in een helsch vuur, want uit alle ramen en vensters, uit elk

— 300 —

ocr page 311

kelderluik, ja zelfs van de daken slaat hun een hagel van kogels tegen. Toch houden ze vol en dringen ze door, al vallen hun kameraden bij tientallen, al kost elke voetstap verliezen. De verdedigers van een groot huis schijnen zich te willen overgeven. Uit de vensters wuift men met witte doeken. Graaf von Waldersee, kolonel van 't regiment Königin, rijdt naar voren om 't vuur op die plaats te doen staken. Daar treft hem de doodende kogel; hij zakt ineen. Duitschland telt weder een held minder.

Onder zwaar vuur had de middelste stormcolonne, waarbij de generaal von Budritzki zich bevond, intusschen een barricade bereikt, welke den noordelijken dorpsrand versperde en afsloot. Hier viel schot op schot; herhaalde malen waren de grenadiers verplicht de buiten de schietgaten uitstekende geweren met de hand vast te pakken en zich letterlijk tegen de muren der huizen te drukken, terwijl de kogels rechts en links van hen tegen de steenen plat sloegen. Op dit punt stond het gevecht weldra; de aanvallers konden voor- noch achteruit. Dit oogenblik van rust bezigde de kolonel von Zaluskowsky, commandant van het regiment Königin Elisabeth, om vijf compagnieën van zijn regiment onder een geweldig vuur wat verder naar rechts en tegenover een andere barricade te voeren. — Wel slaan de kogels onophoudelijk in de reeds sterk gedunde gelederen der aanvallende compagnieën; wel zinken achter elkander drie, vier vaandeldragers gekwetst of dood op de steenen; wel verdwijnt de vaan zelfs eenmaal onder een hoop lijken, doch volgehouden wordt er. Boven op de barricade liggen reeds stapels garden, waaronder verscheiden officieren. De aanval dreigt te zullen mislukken. Daar grijpt von Budritzki, wien het paard onder het lijf is doodgeschoten, zelf de vaan. — s Voorwaarts, kinderen! Voorwaarts 1quot;, en met het doek in de linker-, het zwaard in de rechtervuist, springt hij op de barricade. Drie hoofdofficieren volgen hem op den voet. Terstond dringen de soldaten na; de barricade wordt genomen, en als een levende stroom storten de compagnieën zich uit over de dorpsstraat, om hier een woedend huizengevecht te beginnen.

Ook aan de derde colonne was het eindelijk gelukt, na groote verliezen door te dringen tot in het dorp. Het doel van den aanval was dus bereikt. Ontzaglijk veel moeite kostte het nu de verdedigers voor goed uit het dorp te verdrijven. Elk huis werd een kampplaats. Zelfs in de nauwste steegjes en gangetjes, in de kamers, in de kelders, op de trappen, kortom overal waar Fransch en Duitsch bloed elkander vonden, werd gevochten met een woede, die aan wilde dieren deed denken. In de straten woedde de strijd ook heftig. Bajonet en kolf, faschinemes, sabel en revolver volbrachten er hun bloedig werk, en tusschen het knallen en kraken der schoten door hoorde men het kermen en gillen der mannen, die vielen onder 't staal. Zóó gruwelijk was de verbittering, dat zelfs zwaargewonden nog met elkander worstelden. De kerk werd

ocr page 312

eerst genomen, nadat de garden in de vensters waren geklommen en van daar hun doodend lood naar binnen begonnen te zenden.

Eindelijk toch was Le Bourget in handen der Duitschers; de verdediger vluchtte naar St. Denis; met het geweer bij den voet konden de overwinnaars, doodaf van vermoeienis, nederzien op de veroverde ruimten. Overal trof hun oog lijken, vlammen, vuur en vernielde huizen, overal verwoesting, voor elke barricade stapels dooden, een groote plas bloed er naast.

Die dag kostte de garde vijfhonderd man aan dooden en gekwetsten en hieronder vierendertig officieren. Bij de Franschen waren de verliezen nóg grooter; daarbij hadden zij veel gevangenen moeten achterlaten.

De val van Le Bourget tegelijk met de tijding, dat Metz had gecapituleerd, was te Parijs bij velen, die zich met den tegenwoordigen gang van zaken volstrekt niet konden vereenigen, — en hieronder behoorde

een groot deel van het gepeupel uit de voorsteden Belleville en Mont-martre, — een reden om het bestuur aan te klagen van slecht beheer. Daar het gepeupel tevens had vernomen, dat er voorstellen waren gedaan tot het sluiten van een wapenstilstand, en een groot aantal kielemannen uit diezelfde voorsteden in nationale garden waren herschapen, die eiken dag hun soldij ontvingen van ruim een franc benevens de noodige vivres, wilden vooral zij, die 't hun leven lang nog niet zoo best hadden gehad, van geen wapenstilstand of vrede hooren.

Van deze stemming van 't janhagel maakten mannen als een Felix Pyat, Blanqui en Flourens gebruik. In den nacht van den 30equot; October op den ien November klok de alarmtrom door de straten. De bataljons mobielen kwamen in 't geweer; gansche benden rukten naar 't stadhuis, bestormden dit, schoten door de vensters, beleedigden Trochu en wierpen hem eindelijk zelfs in de gevangenis.

Weldra natuurlijk werd hij door de goedgezinde garden bevrijd; maar dit

— 302 —

ocr page 313

oproer was voor Trochu toch het bewijs, dat er vooral onder de kiele-mannen een sterke gisting heerschte. De vraag of hij bij dreigend gevaar wel op de bataljons van Belleville zou kunnen rekenen, is toen zeker wel bij hem opgekomen. — Overdreven berichten van succes bij het Loire-leger maakten nu, dat er te Parijs in de volgende dagen aan alles behalve aan nieuwe onderhandelingen met den vijand werd gedacht.

Om op alles voorbereid te wezen, ook omdat er geruchten liepen, dat een groote uitval werd voorbereid, spande het Duitsche hoofdkwartier intusschen alle krachten in om de door den val van Metz vrijgekomen troepen zoo spoedig doenlijk bij het observatiekorps aan de Loire of bij de insluitingsarmée aan te trekken. In 't begin van November kwam zoodoende onder anderen de 3e divisie infanterie (2e korps) voor Parijs. Andere deelen van dit korps volgden weldra; den ig6quot; November werd ook de Wurtembergsche velddivisie bij het Maasleger ingedeeld. Ook een deel der garde-landweer was reeds aangekomen. In die dagen, — half November, — kan men zeggen, stonden voor Parijs, van het IIIe leger, het 2e, 5e en 6e korps, van het ioe korps de 2e divisie, het 2e Heiersche korps, de Wurtembergsche divisie en de ie divisie garde landweer. Deze troepenmassa bewaakte het terrein op den linkeroever der Seine. Het Maasleger, de garde, de Saksers en het 4e korps hielden de omstreken tusschen de Seine en de Marne bezet. — Dat het ie Beiersche korps benevens de I 7e divisie en al de cavalerie-divisiën voor een groot deel óf aan de Loire stonden óf het leger vóór Parijs in den rug dekten, werd reeds vroeger gemeld.

Vooral in November begonnen schier dagelijks kleine schermutselingen voor te komen met partijgangerskorpsen en mobiele garden. Bij Chan-tilly hadden deze zich eenmaal zelfs in zóó grooten getale verzameld, dat de vliegende colonnes, welke telkens tegenover hen optraden, moesten worden versterkt, voordat het hoofdkwartier het wagen dorst op die plaats een magazijn aan te leggen.

Begrijpende, dat de oorlog nog niét zoo spoedig zou zijn gedaan, als zij zich in den beginne hadden voorgesteld, waren de Duitschers tevens begonnen hun kwartieren in te richten tegen het slechte weder en de naderende winterkoude. Vooral met de villa's, kasteelen en groote huizen was dit het geval. Met de bewoners, die niet waren gevlucht, begonnen de troepen ook reeds op een minder vijandigen voet te komen. Alleen in de dorpen, die het dichtste bij Parijs lagen, werden de bewoners voorzichtigheidshalve als gevangenen behandeld. Dit was onder andere het geval te Carrières, omdat was gebleken, dat in 't donker daar ontstoken lichten door de artilleristen op den Mont Valérien herhaaldelijk tot mikpunt waren genomen, en hier dus blijkbaar kwade trouw in 't spel was. Te Carrières was men de stad trouwens reeds zóó dicht genaderd, dat men de Fransche posten met ongewapend oog duidelijk kon onderscheiden. Wegens het veelvuldige inslaan van granaten waren

— 303 —

ocr page 314

de standplaatsen der posten en veldwachten hier ook weinig meer dan gaten in den grond, die met planken en latten waren beschoten en een zeer laag deurtje hadden benevens hier en daar een luchtgat om te kunnen ademhalen. De verblijven der officieren-wachtcommandanten waren gewoonlijk niet beter.

Uit Versailles ging de koning schier dagelijks een bezoek brengen aan de hospitalen of aan een deel zijner troepen.

Dat hij hier vijf maanden verblijf zou houden, had de grijze monarch zeker ook niet voorzien, toen hij den 5en October van uit Ferrières, waar eerst zijn hoofdkwartier was geweest, in allen eenvoud bezit nam van het kasteel van Versailles, en zeer zeker zal hij niet hebben verwacht, dat weldra in dat zelfde trotsche gebouw de Duitsche vanen voor de eerste maal zich buigen zouden voor hem als Duitschlands keizer.

Evenals altijd was de levenswijze van den vorst ook hier hoogst eenvoudig. Een ijzeren veldbed met een dunne sprei vormde zijn slaap-

— 304 —

ocr page 315

plaats. Den geheelen dag bleef hij in uniform. Zijn toilet vorderde geen half uur tijd.

Na een zeer licht ontbijt toog hij 's morgens naar zijn schrijfvertrek voor de behandeling en afdoening der staatszaken. Um vier uur werd gewoonlijk gedineerd, üok het diner was meestal zeer eenvoudig. Hoewel de koning van champagne volstrekt niet afkeerig was, werd deze wijn aan zijn tafel toch aanvankelijk slechts weinig gedronken; meestal bepaalde men zich tot gewonen Bordeaux. Na tafel ging de koning weder aan 't werk. Meermalen gebeurde het, dat von Bismarck dan 's avonds nog bij hem kwam met een portefeuille boordevol met stukken. Anders hield de vorst zich bezig met het doorlezen van de rapporten en de gevechtsberichten, die in den loop van den dag waren ingekomen. Omstreeks negen uur werd in gezelschap van zijn naaste omgeving door den koning thee gedronken, terwijl hij meestal tegen elf uur verdween, om dan nog tot middernacht te werken.

Dit was zoo zijn gewone levenswijze, maar vaak kwam hierin verandering, bij voorbeeld als hij naar zijn troepen reed, op de hoogten van St. Cloud uren en uren bleef staan kijken naar den loop van een gevecht aan die zijde van Parijs, of als hij een der lange reeksen van veldhospitalen ging bezoeken, waar zijn krijgers van pijn lagen te krimpen. Half Versailles was één groot lazareth; de geheele benedenverdieping van het kasteel was tot het ontvangen van gewonden ingericht. Dat de koning den gemoedstoestand der bewoners begreep, verried hij onder andere ten duidelijkste, toen in zijn omgeving iemand de quaestie ter sprake bracht, of men niet eens een paar kleine tooneelvoorstellingen zou geven. — »Een stad, die in haar hospitalen zóóveel gekwetsten huisvest, is tot 't bijwonen van amusementen niet gestemd,quot; zeide de vorst.

Het leven van 's konings omgeving daar was dus vrijwel eentonig; dit was vooral het gevoelen van al de nieuwsgierigen en belangstellenden, die in den vorm van Roode-Kruismannen, toeristen, photografen en dergelijke heeren bij tientallen naar die stad togen, »om er toch eens alles van te zien.quot; Nu ja, ze zagen ook wel wat, een massa soldaten van allerlei wapens en in allerlei uniformen namelijk, en een massa officieren, zelfs eenige der beroemdste mannen van Duitschland; hierbij bleef het echter, want de bevolking was volkomen rustig; ook Parijs verroerde zich in die dagen bijna niet. Er was niets van belang te doen. Dié heeren bezoekers verveelden zich dus gruwelijk.

Vooral de troep verveelde zich. Den ganschen dag liggen kijken of de Mont Valérien nog niet weèr eens met .»suikerbrooden' zou beginnen te gooien, of deze dan wel gene niet eens weder een luchtballon zou oplaten, en of de Franschen nog niet eens wat meer van zich zouden laten zien, was eigenlijk geen leven voor een soldaat, vooral wanneer de plek, van waar hij observeerde, zoo dras was als slijk, en het wachtvuur door het vochtige hout niet verkoos te branden.

— 305 —

20

ocr page 316

Gelukkig bleef de goede geest toch bewaard; ook werd aan den humor en aan grappen van allerlei aard vrij spel gegeven. Zoo vond men hier en daar een barricade met een paar poppen er op, zoo mal toegetakeld als men verlangen kon; verderop stond quasi een vuurmond, bestaande uit een kachelpijp en een paar wagenraderen, en in Groslay had een fuselier van de garde zelfs de aardigheid bedacht de bevolking schrik aan te jagen door hameren op een groot vat, zoodat het klonk alsof er in de verte schoten vielen. Wat een gejuich ging er op, als de soldaten dan zagen, dat de quasi-vuurmond door Fransche officieren met den kijker nauwlettend werd begluurd 1

De gt; gemoedelijkheidquot; nam ten slotte in zoo hooge mate toe, dat de schildwachten elkander over en weder begonnen te groeten en uit de veldflesch elkanders gezondheid dronken. Waartoe de verveling den mensch al niet brengt!

Alleen de veld- en de pakketpost brachten hierin nu en dan een weinig afwisseling. Bewonderenswaardig zijn de bewijzen van vlugheid, vaardigheid en werkzaamheid, door dezen gewichtigen tak van dienst tijdens den oorlog gegeven. Natuurlijk is er wel eens een enkele brief verloren gegaan; natuurlijk heeft ook wel een enkel pakje nooit zijn adres bereikt, doch dergelijke nietigheden móet men over 't hoofd zien, als men verneemt, dat van 16 Juli 1870 tot 31 Maart 1871 door diezelfde veldpost bezorgd werden: bijna 21i'J millioen couranten, ruim 43 millioen thaler voor den dienst en bijna 17 millioen thaler voor bijzondere personen bij de troepen zeiven. dat ze ruim honderdduizend dienst-pakketten en bijna 2 millioen groote en kleine pakjes hun bestemming deed bereiken. Daarvoor alleen reeds verdiende de postmeester-generaal von Stephan een woord van waardeering; en vraagt dan nog eens aan hoeveel gevaren die veldpost, door een vijandelijk land trekkende te midden van benden francs-tireurs, voortdurend was blootgesteld 1

— 306 —

ocr page 317

XXVIP HOOFDSTUK.

DE MONT AVRON, CHAMPIGNY EN BRIE.

Op welke wijze dit geschiedde, welke middelen en welke personen hiertoe werden gebezigd, zal wel altoos een geheim blijven, doch een feit is 't, dat het Duitsche hoofdkwartier van 't geen er binnen Parijs voorviel voortdurend vrij goed op de hoogte bleef. Zoo ontving het reeds den i8ea November bericht, dat de troepen voor zes dagen van levensmiddelen voorzien en dat ook de bespanningen compleet gemaakt zouden worden. Blijkbaar was er dus weder een groote uitval te wachten. — Zooals wij later zien zullen, hield dit tijdperk vrijwel verband met dat, waarop de generaal d'Aureüe de Paladines van Orleans uit zijn bewegingen begon. Den I ien November toch was von der Tann ten westen van Orleans bij Coulmiers geslagen en in noordelijke richting teruggegaan, en Gambetta, de dictator, had verlangd, dat de generaal d'Aurelle dit succes zou vervolgen en aanrukken op Parijs.

Tevens had Trochu in die dagen een geheel nieuwe indeeling van zijn troepen gemaakt, en had hij den generaal Vinoy onder andere het commando opgedragen over het IIIe leger. — Dit leger van zes divisiën was »op papierquot; 70000 man sterk doch over de halve verdedigingslinie verspreid; het miste dus alle eenheid en bezat zelfs geen enkele veld-batterij. — Voorts was er gedurende dien tijd onafgebroken doorgearbeid aan de voorgeschoven werken, die het verdedigingsvermogen der stad nog konden verhoogen.

Stilgezeten werd bij den verdediger dus evenmin als bij den aanvaller. Toch werd het 26 November, voordat er naar buiten van toebereidselen op groote schaal iets merkbaar werd. 'loen echter ontving het hoofdkwartier der Maas-armée de tijding: gt; Gisteren hebben de voorposten den vijand bezig gezien met toebereidselen voor een bruggenbouw. Dit werk schijnt bij St. Denis en Bezon te zullen plaats vinden.quot; — Vrijwel

— 307 —

ocr page 318

sloot dit bericht aan bij 't geen de garde had waargenomen. Den I9en reeds was door deze een groote troepenverzameling gezien aan de parte de Neuilly. — In den morgen van den 26en meldden de voorposten, dat ook op het schiereiland Gennevilliers druk werd gewerkt. Nu en dan werd tevens geweervuur vernomen. Kort daarna kon bij de garde te Groslay het vuur uit het fort de l' Est en 't fort Aubervilliers worden gezien. Overal werd de generale marsch geslagen ; men rekende op een uitval. Niets van aanbelang gebeurde er echter.

Den 27en kwam de tijding, dat de vijand nóg een brug sloeg, en wel bij Choisy. Zooals later bleek, werden in de dagen van 27 tot 29 November in 't geheel acht bruggen geslagen over de Marne, en werd de uitval, die reeds vroeger had moeten plaats hebben, alleen vertraagd door den was van het water. Deze toch belette, dat de pontons onder de vernielde en slechts ten deele herstelde brug bij Joinville doorvoeren.

Aan voorbereiding bij de Franschen ontbrak het ditmaal niet. De Mont-Avron ten oosten van Parijs werd in den nacht van den 2 8en op den 29en door de geheele divisie Hugues, sterk 10000 man, en door een afdeeling van 3000 oorlogsmatrozen en drie veldbatterijen bezet en in den volgenden nacht met vierentwintig stukken positiegeschut bewapend, alles onder de leiding van den contre-admiraal Saisset. De geheele divisie Bellemare van het 3e korps, lle leger, kwam in reserve tusschen het fort Rosny en een voorgelegen redoute. Op den rechteroever van de Marne werden tevens batterijen aangelegd.

In afwachting van 't geen er volgen zou, — dat er in oostelijke richting stellig een geduchte uitval zou worden gedaan, stond bij de Duitschers dadelijk vast; — hadden de Saksers reeds van af den 26en den ganschen dag op de alarmplaatsen doorgebracht.

Vóór den 29en gebeurde er echter niets. Toen werd, behalve nog op andere punten, terwijl de forten hevig vuurden, voornamelijk op het zuiderfront tegen het 6e korps een aanval gedaan in de richting van l'Hay en la Gare aux Boeufs. Niet krachtig doorgezet, bewees deze aanval, dat hij slechts een demonstratie, een inleidingsgevecht was. De aandacht van het Duitsche hoofdkwartier bleef dus op het oostelijke front gevestigd. Reeds vroegtijdig werden aan de Maas-armée (Saksers, garde en 4e korps) bevelen gegeven dichter aansluiting te zoeken en in het geheel wat meer naar links te schuiven, omdat een aanval op de stellingen der Wurtembergsche divisie werd verwacht. Deze order sloot met de woorden : » Amiens gisteren genomen. Doorbreking naar 't noorden dus doelloos. Wurtembergsche divisie met alle beschikbare krachten ondersteunen.quot;

(Zooals wij later zullen zien, trof de voorgenomen uitval bijna samen met den slag bij Beaune la Rolande in 't zuiden.)

De nacht van den 29en op den 30ea November was buitengewoon donker en voor de voltooiing der aarden werken des verdedigers dus

— 308 —

ocr page 319

zeer gunstig; tevens was hij zeer koud. Deze omstandigheid werkte niet gunstig op de troepen van den generaal Vinoy, die den vorigen dag een uitval hadden gedaan in de richting van 1 Hay en Chevilly, en door dit langdurige, verliesrijke gevecht toch al niet te best in staat waren den 30en handelend op te treden op den rechtervleugel der troepen van het Ile leger, die tot den grooten uitval zouden medewerken.

De omstandigheden, waaronder de Duitschers dien dreigenden aanval afwachtten, waren echter eveneens verre van gunstig. Ken groot deel van den nacht brachten de regimenten met het geweer bij den voet op hun alarmplaatsen door, elk oogenblik gereed den naderenden vijand te ontvangen. Waar de troepen in de kwartieren bleven, was voor hen toch ook geen sprake van rusten, want reeds tegen middernacht begon het van al de voorliggende forten zoo geducht te lichten en te donderen, dat de glazen er van dreunden en de lucht er van daverde, t Was voor beide partijen een bange nacht.

Eerst tegen den morgenstond begon het geschutvuur in hevigheid af te nemen. Om zeven uur zweeg het een oogenblik; weldra echter begon het weder even hevig, zoo niet nóg heviger dan te voren.

Volgens het aanvalsplan van generaal Ducrot, commandant van het IIe, nieuwgevormde Fransche leger, zouden de forten, die op de Duitsche stellingen aan de oostzijde der stad gezicht hadden, een langzaam doch goed onderhouden vuur tegen deze openen, dus tegen \ ille Lvrart, Brie, Champigny en de hoogvlakte ten noorden van Chennevieres. (hider bescherming van dit vuur zouden de voortroepen van het ie korps dan tegen Coeuüly, die van het 2e tegen Villiers vooruitdringen. Anderhalf uur later, terwijl de forten al dien tijd onophoudelijk bleven vuren, zouden op een signaal, gegeven door het fort Nogent, de infanteriecolonnes zich op de naastbijgelegen aanvalspunten werpen en deze nemen. Intus-schen zou het vuur worden gestaakt. Na tien minuten pauze zou dit echter weder beginnen en vooral op Noisy, Villiers en Chennevieres worden gericht. Precies een uur later zou het geschut dan weder zwijgen om den aanval der infanterie op die tweede rij punten mogelijk te maken.

Het 3e korps zou in den loop van den voormiddag onder bescherming van het vuur van den Mont Avron bij Neuilly en brie bruggen slaan over de Marne, dan Noisy le Grand aangrijpen en nemen en van hieruit daarna V illiers, dat volkomen terecht als de sleutel van de Duitsche stellingen werd beschouwd, in de rechterflank grijpen. Zooals men ziet, was alles zeer nauwkeurig voorbereid. — Het ie en 2e korps kwamen op hun tijd te bestemder plaatse, het 3'quot; kwam echter te laat.

Als schijnbeweging, dienende om te beletten, dat de Duitschers hun troepen verplaatsten, zou in 't noorden de divisie Hugues van den Alont Avron tegen Chelles, in 't zuiden de divisie Susbielle tegen de hoogten bij Mesly oprukken; ook zou het zoogenaamde leger van St. Denis een uitval doen in noordelijke richting.

— 309 —

ocr page 320

De aanval der Franschen op Champigny en Villiers zoomede op den Mont Mesly was zóu hevig en werd door de artillerie, door het vuur der forten en door dat van de kanonneerbooten op de Marne zóó krachtig ondersteund, dat alle weerstand hopeloos was en dat de Wurtembergers ten slotte werden teruggeworpen, terwijl een Fransche batterij op den Mont Mesly in stelling kwam. Weldra echter kregen de Duitschers versterking, onder anderen van de 7e infanteriebrigade van het 2e korps en van het 6e korps. Een verwoed gevecht, waaraan ook Wurtembergsche rcitcr deelnamen, volgde, en 't slot was, dat de Mont Mesly werd hernomen.

De hoofdaanval was, zooals wij reeds weten, echter meer op Cham-pigny. Brie en op Villiers gericht. Terwijl de fortvuurmonden de door

de Saksers bezette dorpen met hun granaten overstelpten, gepantserde waggons, langs de spoorbaan vooruitgebracht, hun licht geschut lieten spelen en het zware scheepsgeschut uit de stellingen op den Mont Avron zijn geweldige projectielen in de gelederen der Saksers slingerde, had de aanval der Franschen met zóóveel kracht plaats, dat de Saksers voor dien drang zwichtten. Met ware doodsverachting had hun artillerie den aanvaller echter weldra weder tot staan gebracht. — In den loop van den dag wordt het dorp Champigny nu herhaaldelijk genomen en hernomen. Telkens voeren de Franschen nieuwe reserves in 't vuur, maar hoewel het- terrein, waarop de Saksers vechten moeten, door de granaten der forten wordt doorploegd, wijken de mannen niet.

Den ganschen dag, tot het donker viel, woedde dit hardnekkige ge-

- S'O —

ocr page 321

vecht, waaraan tegen den middag ook nog zelfs door troepen van Vinoy bij Thiais en Chevilly werd deelgenomen. Eerst tegen zes uur, toen het dus reeds lang volslagen donker was, staakten ook de forten hun vuur.

Aan een behoorlijk bivak viel voor geer. van beide partijen te denken. Na dien zoo bloedigen dag moesten de doodmoede troepen te midden van dooden en stervenden, op den met bloed bevlekten grond, in den ijskouden nacht, zoo goed als zonder vuur zelfs, een rustplaats zoeken. De voorposten der beide partijen stonden dicht tegenover elkander.

Alles rustte of trachtte te rusten, om het gevecht den volgenden morgen opnieuw te beginnen.

Die nacht mocht te recht vreeselijk worden genoemd. Zoover het oog reikte, bespeurde men de lantaarns der ziekenwagens en hospitaalsoldaten. De wagens reden de vlakte van Champigny op, en uit de boschjes en de slooten kwamen massa's gewonden te voorschijn. Al de huizen in den omtrek lagen vol kermende en steunende mannen. Aan den dorps-rand van Champigny lagen de dooden in gansche rijen, en telkens nog weder werden gekwetsten te voorschijn gebracht, die hun tegenwoordigheid alleen door hun gekerm hadden verraden.

De dag van den 30en was voor de Franschen een gedeeltelijk succes geweest. Brie en Champigny waren in hun handen gevallen, maar de hoofdpunten Villiers en Coeuilly niet. De voorwaartsche beweging was gestaakt. Beide partijen hadden geduchte verliezen geleden. Van het Saksische korps waren 29 officieren en 1000 man dood of zwaar gewond. De Wurtembergers hadden 1500 man verloren.

Den ien December was 't wapenstilstand om de dooden te begraven. Reeds om vier uur echter dreunde weder het kanon der forten.

Een lange rust werd aan de zwaar vermoeide krijgers niet gegund. Champigny en Brie moesten worden hernomen, had het hoofdkwartier te Versailles besloten, en de 2e December was hiertoe aangewezen.

Met 2e korps (von Eransecky), de dappere Pommeren van Gravelotte, waren dichterbij gebracht. De Saksers zouden Brie aangrijpen, de Wurtembergers Champigny.

Op den 2en December stonden daarom tot den aanval gereed zestien bataljons Saksers, de Wurtembergsche divisie en achttien bataljons van het 2e korps. In reserve stonden bovendien zes bataljons van het 6e korps. Prins George van Saksen zou persoonlijk den aanval leiden.

In Champigny en Brie hadden de Franschen zich terdege versterkt, en niet zonder reden, want hun positie halverwege een bergvlakte, waarvan de tegenpartij de hoogstgelegen punten bezette, was uiterst gevaarlijk. De Marne stroomde langs den voet van die hoogvlakte. Werden de Franschen teruggeworpen, dan was het aantal bruggen over het water voor een geregelden terugtocht te gering, en liepen de mannen dus gevaar in de rivier te worden gedrongen.

Trochu had dit zelf blijkbaar ook zeer goed ingezien en dus vóór

— 311 —

ocr page 322

alles voor versterking gezorgd. Hij had de divisie Susbielle hiertoe bij zich aangetrokken benevens enkele bataljons van het IIIe leger (Vinoy). Tevens had hij dezen generaal doen weten dat, mocht Champigny worden aangevallen, deze over zijn geheele front een krachtige demonstratie zou doen tegen l'Hay, Chevilly en Choisy le Roi.

Met klokslag vier uur, bij pikdonkeren nacht, traden de Duitsche bataljons aan. Van het 2e korps zou voorloopig alleen de brigade du Trossel in de gevechtslinie treden en wel bij Chennevières achter den linkervleugel. De rest van dit korps bleef voorloopig in zijn kwartieren. Vóór zevenen zou de aanval niet beginnen; wegens de duisternis konden de troepen niet vroeger tegen de dorpen oprukken.

't Was nog schemering, toen de Saksers, met tirailleurs voorop, onder een donderend hoera op Brie aanvielen. Zóó vroeg hadden de Fran-schen den vijand natuurlijk niet verwacht; zij werden overrompeld en door twee bataljons van het regiment 107 in den eersten aanloop tot midden in 't dorp teruggeworpen. Wel vielen bij 't nu volgende stra-tengevecht de meeste officieren dier bataljons, maar zóóveel versterking drong van achteren op, dat de Franschen ten slotte het gansche dorp moesten ontruimen. De Saksers stormden in één adem zelfs door tot aan de Marnebruggen en tot midden in de Fransche bivaks. Hier werden hun verliezen echter zóó groot, dat er aan staan blijven zelfs geen denken was, en allen ijlings op Brie terugweken.

Met evenveel dapperheid werd Champigny door de Wurtembergers aangevallen. — Hier was de vijand beter op zijn hoede. Al de huizen waren versterkt, en in weerwil van de kracht, waarmede de aanvaller opdrong, was het hem niet mogelijk zich onder het moorddadige vuur van de forten en de bezettingstroepen staande te houden. Hij moest zonder genade terug. De 7e Pruisische brigade kwam ijlings te hulp; nóg verwoeder werd thans het gevecht. Tot op dertig, veertig pas afstand van elkander werd door beide partijen geschoten.

De Fransche bataljons in de bivaks op den rechteroever van de Marne, door het geraas van den slag opmerkzaam geworden, werden thans gealarmeerd, over de Marne gevoerd en tot steun der bezetting van de beide dorpen gebezigd.

Tegen een zóó geduchte overmacht waren de Duitschers niet opgewassen. Brie moest door de Saksers worden verlaten; de Wurtembergers hielden zich in een deel van Champigny nog wel staande, maar voorde aanvallers was dit geen beletsel. Met ware doodsverachting zetten zij den stormloop door, thans tegen Villiers en Coeuilly. — Hier echter geboden de Duitsche granaten halt. — Mocht het den lezer verwonderen, dat hij in de hier besproken gevechten zoo weinig van de artillerie des aanvallers hoort gewag maken, dan dient tot zijn inlichting, dat aan optreden van veldartillerie op deze terreinen niet viel te denken. Totale vernietiging toch dreigde elke batterij, die het mocht wagen deze

ocr page 323

voor het vuur van de forten en van den Mont Avron geheel open liggende bergvlakten te betreden.

In het dorp Villiers zelf, doch niet minder in het park van dien naam, ontstond thans weder een van die verwoede gevechten, welke wij reeds kennen uit vroegere beschrijvingen.

Den ganschen dag tot de schemering inviel, — half vier, — duurde de strijd met afwisselend geluk voort, tot Brie evenals de helft van Champigny eindelijk bleef in de handen der Franschen. —- Dien dag was het succes wederom niet aan de zijde der Duitschers; wederom bivakkeerden beide legers dicht tegenover elkander op den naakten grond.

De verliezen, door de Duitschers geleden, waren zóó groot, het aantal troepen, waarover de tegenpartij aan de oostzijde van de Marne nog beschikte, was zóó talrijk, en al de aanvallen waren door de belegerden met zóóveel taaiheid en energie doorgezet, dat het Duitsche hoofdkwartier zich over het gevaar van een nieuwen aanval op den 3en December zeer bezorgd begon te maken. Nog in den loop van den nacht hadden daarom zulke belangrijke troepenverschuivingen plaats, dat de kroonprins van Saksen de beschikking kreeg over circa nog vijftien bataljons.

Maar tot een grooten slag zou het den 3ei1 niet meer komen. — Wel •werd er dien dag in het door beide partijen bezette Champigny en ook in Villiers nog gevochten; wel openden de forten het vuur ook weder, doch hierbij bleef het. Ieder leger bleef binnen zijn stellingen, terwijl de Franschen ingespannen bezig waren om den Mont Avron, van welke positie zij het gewicht thans eerst schenen in te zien, in geduchten staat van tegenweer te brengen.

Zou de strijd dan mogelijk den 4en weder worden aangebonden? — Ook niet. Den morgen van dien dag zagen de Duitschers, dat de Franschen hun stellingen hadden ontruimd en op den rechteroever van de Marne waren teruggegaan. Of dit noodzakelijk was r Ja. — De vorst was ingevallen; 't was vinnig koud. Op de kale bergvlakten hadden de jonge Fransche troepen de laatste drie dagen veel geleden en veel ontberingen doorstaan, en al mochten de rapporten den toestand veel rooskleuriger voorstellen, een feit bleef het, dat de geduchte uitval, dien Trochu had beraamd om de troepen van de Loire de hand te reiken, niet het beoogde resultaat had gehad. In weerwil van het aanvankelijk behaalde succes had zijn leger zich niet door de insluitingslinie kunnen heenslaan.

Bovendien konden de Franschen niet werkeloos blijven liggen in een positie, welke aanhoudend gevaarlijker werd. Het gevecht van den vorigen dag, toen de Saksers zelfs over de bruggen van de Marne waren gedrongen, had Trochu duidelijk doen zien, dat de stelling van zijn leger op den linkeroever van de rivier zeer ongunstig was, en dat hij dus verstandig zou doen zijn macht weder op den rechter- over te brengen. Voor de soldaten was dit echter hard, zeer hard zelfs, en dat deze terugtocht ontmoedigend en demoraliseercnd op hen werkte, staat vast. Door dit aanhou-

— 313 —

ocr page 324

dende terugtrekken na scherpe gevechten, waarin zij hadden getoond wat ze waard waren, waarin zij met doodsverachting hadden gestreden, werd hun het vertrouwen ontnomen, dat zij in 't succes der verdediging mogelijk nog hadden. Was al dat bloed dan nutteloos vergoten, vroegen zij. Waren al die menschenlevens dan doelloos ten offer gebracht, terwijl de overwinning aan hun zijde was? Waartoe dan nog langer gestreden ? A quoi bon: — En die offers waren geducht groot 1 Twaalfduizend man had Trochu verloren, benevens vijftienhonderd gevangenen. Ook bij de Duitschers waren de verliezen in die drie dagen niet gering, want meer dan zesduizend doode en gewonde soldaten en bijna driehonderd officieren hadden hun trouw aan het vaderland met hun bloed bezegeld.

D ien zelfden dag, 4 December, had het ge korps, dat wij nog kennen door het hardnekkig volhouden zijner artillerie bij Verneville in den slag van Gravelotte, met prins Frederik Karei aan 't hoofd Orleans aan het Loireleger ontwrongen. Von Moltke deed Trochu hiervan kennis geven. Deze bedankte voor die beleefdheid. — »In weerwil van de geleden nederlagen zou hij Parijs toch niet overgeven, Een wending in den loop der gebeurtenissen achtte hij volstrekt niet onmogelijk; dan zou hij terstond van deze gebruik maken.quot;

Het leger, dat zoo dapper had gestreden, vestigde zich nu op 't berg-vlak van Vincennes. De Mont Avron bleef door de divisie Hugues bezet. — Een poging, in die zelfde dagen in 't werk gesteld, om de mobiele bataljons der nationale garde voortaan ook voor den voorpos-tendienst te bezigen, viel zeer ongelukkig uit. In den nacht van den 7en December werd het bataljon van den beruchten majoor Flourens door een paniek getroffen. Het verliet zijn post en ging, zelfs zonder te zijn aangevallen, schandelijk aan den haal. Thans vond het gouvernement het toch maar beter dien «schreeuwerquot; te arresteeren. Om die bataljons eenigszins aan hun militaire plichten en aan de krijgstucht te gewennen, werden ze naar de voorposten gezonden. Wegens dronkenschap op post werden twee er van echter dadelijk ontbonden; en dit waren nog wel juist de bataljons, die het hevigste er op hadden aangedrongen tegen den vijand te worden aangevoerd!

Welk een verschil met de Fransche matrozen en mariniers! Zoo ellendig als die dronkaards van de mobielen zich op de voorposten gedroegen, zoo fier en flink hielden zich »de Jantjesquot;. Niets was hun te veel; zeer gehecht aan hun officieren, matig, rustig en trouw, deden die mannen van de zee in verschillende gevechten, onder andere bij Le Bourget, zelfs meer dan hun plicht; als artilleristen waren zij onbetaalbaar.

Op de gestrenge vorst in de eerste dagen van December, een vorst, waaronder vriend en vijand veel leden, volgde weldra een even sterke dooi, die de kampementen der troepen wel in één reusachtigen slijkpoel deed verkeeren, maar die tevens aan de belegerden de gelegenheid gaf de werken op den Mont Avron te voltooien. Drieënzestig stukken

— 3 14 —

ocr page 325

stonden daar thans in batterij, waaronder ook een zeker aantal van 7 c.M., zeer aardige achteriaadvuurmonden, die hun projectiel met vrij voldoende zekerheid tot op 6500 meter brachten, maar waarbij vaak klemming van het sluitstuk voorkwam.

Intusschen begon te Parijs gebrek-te ontstaan. De mindere klasse leed hieronder niet minder dan de soldaat.

Het ration vleesch werd hoe langer hoe kleiner; ook het brood, nu reeds een mengsel van zemelen en meel van geringe hoedanigheid, werd reeds in afgepaste porties uitgedeeld ;

tot overmaat van ramp moest men bij de bakkers en de slagers dikwerf eindeloos lang wachten om die onvoldoende hoeveelheid voedsel machtig te worden. Och, wat een droevig schouwspel leverden die lange reeksen arme, door vermoeienis en gebrek half tot geraamten uitgeteerde vrouwen,

die op 't trottoir uren en uren achtereen geduldig en gedwee, — ja, dit is 't woord; — stonden te wachten op haar beurt, met nationale garden er naast om de orde te bewaren! De sterfte onder die klasse nam hand over hand toe. Vooral veel kleine kinderen stierven.

't Zooveel zachtere weder was oorzaak, dat nu ook weder postduiven aankwamen met berichten uit de provincie. Die berichten bevestigden 't geen het Duitsche hoofdkwartier reeds aan Trochu had doen weten, namelijk, dat Orleans den 4equot; was gevallen, dat het Loireleger was teruggetrokken en dat Amiens en Rouaan in handen des vijands waren gekomen. Wel werden die verliezen niet voorgesteld als groote rampen, maar te Parijs bestond bij de mannen van het vak van nu af reeds geen twijfel meer of Parijs zou, wilde het worden bevrijd, voortaan alleen mogen rekenen op zich zelf. De hoop op hulp van buiten was bij hen verdwenen.

Zooals vanzelf spreekt, brachten al die berichten in de verdediging echter geen verandering. Een belegerde stad moet weerstand bieden tot den laatsten dag; heeft ze, zooals Parijs, slechts een insluiting te doorstaan, dan mag ze, nadat alle middelen van tegenweer zijn beproefd en alles tot haar bevrijding is aangewend, haar poorten voor den vijand eerst dan openen, wanneer al haar hulpbronnen totaal zijn uitgeput.

Niet onwaarschijnlijk is 't, dat de in de laatste dagen door Gambetta te Tours gemaakte opmerking, als zou Parijs zelf zoo werkeloos blijven, oorzaak is geweest, dat Trochu besloot tot nóg een uitval op groote schaal. De Parijsche couranten uit die dagen wijzen hier trouwens ook

— 315 —

ocr page 326

op; in het Journal Officie I van den 20en December werd die uitval zelfs aan de bevolking beloofd.

Van dit voornemen bleven de Duitschers echter geenszins onkundig. De observatieposten hadden waargenomen, dat een groot aantal Fransche stafofficieren op verkenning waren geweest. Voorts was het hoofdkwartier rechtstreeks te weten gekomen, dat de troepen binnen Parijs den i8en December voor acht dagen van levensmiddelen waren voorzien. Ten slotte meldde een waarnemingspost den 20en, dat»groote troepenmassa's bij Courneuve werden bijeengetrokken.quot;

Reeds den 18eu had Trochu den generaal Vinoy bij zich ontboden, en hem den last gegeven, met het IIIe leger, voor zoover hij dit bij elkander en beschikbaar had, — wij weten, dat dit leger vrijwel over de terreinen om Parijs was verdeeld; — een diversie te maken in de richting van den Mont Avron, en den rechtervleugel van het IIe leger, dat onder commando van den generaal Ducrot op Le Bourget zou aanrukken, op die wijze te ondersteunen.

't Werd echter de 2ie, voordat deze order tot uitvoering kwam en voordat de brigades Blaise en Salmon Ville Evrart begonnen te naderen. Het vuur van den Mont Avron ondersteunde die beweging, terwijl de artillerie der Duitschers bij Noisy le Grand niet bij machte was de Fransche infanterie te doen wijken. Ville Evrart werd aangegrepen en genomen; de Saksische compagnieën, die het plaatsje hadden bezet, weken. In den laten avond van dien dag deden die compagnieën een poging om de verloren positie te herwinnen. Aanvankelijk met succes bekroond, — de Franschen werden overvallen, terwijl zij bezig waren, het eten te bereiden; — werd die beweging, door de volslagen onzekerheid, waarin de troepen zich omtrent elkanders standplaatsen bevonden, door den aanvaller gestaakt. De Franschen bleven ten slotte dus meester van het dorp, doch ontruimden het den volgenden morgen. Waarom ? Den 21611 waren door enkele bataljons van de mobiele garde zóóveel treurige bewijzen van gebrek aan orde en krijgstucht geleverd, dat de generaal Trochu besloten had die zoo slecht gedisciplineerde troepen naar Parijs te doen teruggaan. — Ook bij het staande leger kwamen tegenwoordig jammerlijke dingen voor. Bij den nachtelijken aanval der Saksers waren zelfs enkele officieren gevlucht en hadden in 't fort Rosny schrik en verwarring doen ontstaan, terwijl de luitenant Schanz naar den vijand was overgeloopen.

De troepen van den generaal Vinoy hadden zich dus in Ville Evrart gehandhaafd. Laten wij thans zien hoe die van het Ile leger (Ducrot) bij hun aanval op Le Bourget waren ontvangen.

Prins August van Wurtemberg had van 't eerste oogenblik af Le Bourget een gevaarlijk punt geacht. Evenals de dorpjes Stains, Pierre-fitte en Dugny was het, sinds zijn bezetting door de garde, voortdurend door de Franschen beschoten. Den 2ieD was het bezet door vijf com-

— 316 —

ocr page 327

pagnieën. De ie divisie van de garde stond reeds zeer vroeg ten oosten van Gonesse gereed; volgens de bevelen des konings was ook de rest der Maas-armée op een aanval des vijands voorbereid, want reeds vroegtijdig was van de nadering van drie vijandelijke brigades met artillerie kennis gegeven.

Had de garde van ieder beschikbaar oogenblik gebruik gemaakt om het half vernielde dorp steeds meer verdedigingsvermogen te doen krijgen, waren hiertoe barricaden, tirailleurloopgraven en doorgangen gemaakt en waren punten als het kerkhof en het zoogenaamde park met zijn aangrenzende gebouwen hiervoor in de eerste plaats in aanmerking gekomen, niet minder hadden de Franschen van 't nachtelijke duister gebruik gemaakt om gedekte naderingswegen te maken. Dat tegenover de zuidelijkste barricade eenige op een afstand gelegen huizen voortdurend in hun bezit waren gebleven, was zeer in hun voordeel.

De tijding van naderend gevaar was oorzaak geweest, dat de verdedigers van 't dorp den ganschen voorafgaanden nacht op hun hoede waren gebleven.

Nog terwijl diepe duisternis het gansche landschap bedekte, hadden de posten in het park in de richting van Aubervilliers verdachte geluiden vernomen en ook hier en daar een licht zien verschijnen en weder verdwijnen ; blijkbaar was de vijand druk aan 't werk. In het dorp zelf stond reeds alles tot het gevecht gereed. — Daar treft op eens, — 't is nog altoos schemerdonker, — een dof gesuis het oor der scherp luisterende schildwachten. Achter een voorgelegen terreinafscheiding stijgen kleine, ballonvormige rookwolken op. De schildwachten bij de bouwvallen van 't vernielde spoorwegstation zien die eveneens. Ginds zijn eenige locomotieven in beweging! Schoten vallen. — Een windvlaag jaagt het nevelgordijn weg, en het geheele veld blijkt bedekt met Fransche tirailleurs, die in een langen boog met den looppas naar Le Bourget stormen, 't Zijn zeven bataljons marine-troepen onder commando van den kolonel ter zee Lamothe-Tenet. Het vuur der verdedigers schrikt ze niet af; gesteund door de projectielen, waarmede eenige gepantserde spoorwegwaggons den dorps-rand van Le Bourget overstelpen, dringen zij, telkens opspringende en zich na een sprong voorwaarts weder nederwerpende, aanhoudend naderbij.

Dit is echter nog slechts het voorspel van den aanval, want naarmate de zon thans hooger uit de kimmen rijst, beginnen de forten, die op Le Bourget gezicht hebben, dit dorp onder een hagel van ijzer als te begraven. De granaten jagen gonzend door de straten, slaan bres in de zwakke muren van het park, kwetsen en dooden een deel der verdedigers en doen door de bataljons van den generaal Lavoignet, die de marine tot reserve dienen, de gegronde hoop reeds koesteren, dat het dorp ditmaal wel in hun bezit zal komen. Aan den westelijken dorps-rand wordt de strijd reeds met de grootste verbittering gevoerd; aan den zuidelijken werken reeds bajonet en kolf. In de nabijheid eener daar

— 3[ 7 —

ocr page 328

staande en door de garden bezette parfumeriefabiiek dringen de Fran-schen, met breede scharen turco's als tirailleurs voorop, zóó krachtig door, dat alleen een salvo, waardoor de mannen bij tientallen neerploffen, in staat is de opdringende tegenpartij eenige minuten te doen aarzelen.

Tevergeefs zien de verdedigers reikhalzend uit naar versterking; hun positie wordt aanhoudend kritieker. Viermaal reeds zijn de matrozen teruggeworpen. De nog staan gebleven huizen storten door 't granaatvuur der lorten en der gepantserde waggons boven de hoofden der verdedigers inéén. Een oogenblik meenen de garden, dat er versterking nadert. Toch nietl 't Zijn Fransche mariniers. Bij den westelijken dorpsuitgang teruggeworpen, zijn deze, door een terreinplooi aan 't oog onttrokken, langs

een omweg de hier bijna geheel openliggende dorpsomheining genaderd. Eensklaps krijgt de verdediger kogels in front en rug. Wel werpt een geduchte aanval met de bajonet den vijand voor een oogenblik terug, maar de zeeofficieren vliegen voor 't front. De aanval wordt doorgezet, de noordelijke straat genomen, en in een ommezien hebben de matrozen de kerk en de aangrenzende huizen bezet.

Dicht bij deze huizen ligt het park. Hier, in 't voorste gedeelte, hebben de garden nog altijd vasten voet. Met bewonderenswaardige taaiheid hebben ze dat punt tegen den aanhoudend opnieuw vooruitdringenden vijand weten vast te houden; maar de munitie begint uitgeput te geraken. De officier, die daar commandeert, luitenant Knappe,

- 318 -

ocr page 329

zinkt zwaar gewond neder. De matrozen slaan een bres in den parkmuur, en de garden geven zich over.

Le Bourget is niet meer te houden; de Franschen hebben te veel de overmacht. — Eensklaps echter brengen deze zclven den verdediger hulp; het Fransche artillerievuur toch wordt verkeerd geleid 1 De granaten treffen vriend en vijand. Alles zoekt een schuilplaats tegen de scherven, die door de dorpsstraten gieren, de kalk van de muren slaan en bij beide partijen een paniek doen ontstaan.

Een tijdlang bleef deze zonderlinge toestand voortduren. De grappigste tooneelen waren 't gevolg er van. In één en denzelfden kelder bij voorbeeld zaten Franschen en Duitschers, beide partijen gewapend, gezamenlijk nedergehurkt, zonder dat zij elkander te lijf gingen, 't Gemeenschappelijke gevaar was hiervan de oorzaak.

Eindelijk nadert toch werkelijk hulp. Te Pont Iblon heeft men, al bleven de berichten uit, ten slotte toch begrepen, dat de zaken in Le Bourget niet goed gaan. Artillerie komt in batterij en neemt het dorp onder vuur. Tevens dringt een bataljon der garde vooruit en wordt aanvankelijk hardnekkig door vriend en vijand beschoten. — De nevel is hiervan oorzaak. — Tegen tien uur ontbrandt de strijd in het dorp opnieuw. Een verwoed huizengevecht volgt, en 't slot is toch ook hier weder, dat de Franschen in weerwil van hun taaiheid en hun doodsverachting uit het dorp geworpen worden, en dat de garden zelfs nog heel wat gevangenen maken.

Deze dag kostte aan het garderegiment Elisabeth elf officieren en bijna driehonderd man. — Met gevecht om Le Bourget levert voor de krijgsgeschiedenis een voorbeeld op, hoe nog geen zevenhonderd man zich vier uur aan één stuk tegen een tiendubbele overmacht hebben weten te verdedigen. — De verwondingen, welke men op dezen dag in de veldhospitalen te zien kreeg, waren afzichtelijk. In de dorpsstraten toch had elk denkbaar vernielingswerktuig slachtoffers gemaakt.

De kleine demonstraties, dien dag door Fransche troepen op andere punten gemaakt, zooals tegen Montretout, Buzenval en Epinay, kunnen wij wel met stilzwijgen voorbijgaan.

Van veel energie getuigden de aanvallen der Franschen bij Le Bourget niet; alleen de marine-soldaten hadden met meer dan gewone dapperheid gestreden. Wie weet of de berichten uit de provinciën, die aldoor ongunstige berichten, de troepen niet moedeloos hadden gemaakt r

Vóórdat Nieuwjaar in 't land was, waren door de Duitschers de emplacementen afgebakend en gedeeltelijk reeds ontgraven, waar tegenover het zuiderfront van Parijs de belegeringsbatterijen zouden komen te liggen, die de stad moesten bombardeeren. De taaiheid der verdediging begon het hoofdkwartier te Versailles te vervelen. Met geweld zou thans hieraan een einde worden gemaakt.

— 319 —

ocr page 330

XXVIIP HOOFDSTUK.

IN OCTOBER EX NOVEMBER AAN DE LOIRE.

Reeds in een voorgaand hoofdstuk vermeldden wij, dat Orleans door de Duitschers onder commando van generaal von der Tann den i ien October was genomen en dat de Franschen, toen nog onder de la Motterouge, weldra echter onder den generaal d'Aurelle de Paladines, in de Sologne waren teruggegaan, 't Wordt tijd, dat wij vermelden welke feiten van aanbelang hierop volgden.

Reeds den i6en October rukte de generaal von Wittich met de 2 2amp; infanterie- en de 4e cavaleriedivisie in noordwestelijke richting van Orleans over Chateaudun naar Chartres met den last de streek aldaar van vijanden te zuiveren. Bij Chateaudun, dat sterk was gebarricadeerd en zoowel door francs-tireurs als door een deel der inwoners hardnekkig werd verdedigd, had men nu weder getuige kunnen zijn van een dier verwoede huizen- en stratengevechten, waaraan vooral dit gedeelte van den oorlog zoo rijk is. Door de artillerie gebombardeerd en in brand geschoten, daarna door de vijandelijke infanterie in diepe duisternis, — negen uur 's avonds, — bestormd, verweerde de rampzalige stad zich tot laat in den nacht. Huis voor huis moest genomen; kwartier werd niet gegeven of gevraagd; 't gevecht werd grootendeels gevoerd man tegen man. Eerst nadat al de huizen bij de hoofdpunten der verdediging in brand stonden, en de gansche stad een gloeiende oven geleek, dacht de verdediger aan teruggaan. — Chateaudun is door den oorlog ontzettend bezocht geworden. Veel inwoners, vooral vrouwen en kinderen, zijn door den rook in de kelders gestikt. Den 18en brandde de stad nog altijd; aan blusschen viel bijna niet te denken. Circa drie duizend francs-tireurs onder commando van den Pool Lipowski hadden de verdediging gevoerd. Den volgenden dag poogde een nieuwe afdeeling, door een regiment

— 320 —

ocr page 331

cavalerie gesteund, de plaats te hernemen, doch de artillerie wees dezen aanval terug.

Aan het lot van Chateaudun had Chartres zich zeker gespiegeld, want zonder slag of stoot gaf die plaats zich over, terwijl de bezetting capituleerde en aftrok naar het westen.

Reeds stond de generaal von Wittich den 22^ gereed om aan een reeds vroeger ontvangen order gevolg te geven en naar het leger voor Parijs terug te keeren, toen hij tegenbevel ontving. Hij zou te Chartres blijven en door zijn cavalerie doen verkennen in de richting van Le Mans en Tours. Dreux was bezet door de 6e cavaleriedivisie. Bij Chartres blijvende, kon de generaal Wittich nu zoo noodig den generaal von der Tann ondersteunen en tevens verkennen naar 't westen. Hier scheen de vijand weder groote troepenmassa's samen te trekken; en uit de wijze, waarop deze zich voordeden, meende het Duitsche hoofdkwartier, volkomen terecht, te moeten afleiden, dat hier een nieuw leger werd gevormd, 't welk Versailles als object had en uitsluitend van uit Orleans in zijn bewegingen niet naar behooren kon worden gadegeslagen.

Zooals weldra bleek, was het hoofdkwartier te Versailles in die dagen over den toestand aan de Loire slechts zeer onvolledig ingelicht, en zulks hoewel het op de lijn Dreux-Chartres-Orleans drie zelfstandige divisiën cavalerie had staan. Eerst later toch kwam men te Versailles te weten, dat de slag bij Orleans (l i October) het Loireleger volstrekt niét had vernietigd, en dat versche troepen uit Algerië als kern dienden voor nieuw te vormen regimenten.

Bewonderenswaardig mogen de voortvarendheid, de energie en het orga-niseerende talent van Gambetta in die dagen worden genoemd. In het noorden, bij Lille, was de voormalige commandant der keizerlijke garde Bourbaki door hem aangewezen om een nieuw leger te vormen; in het westen was 't de Kératry, in het oosten waren 't Cambriels en de oude partijganger Garibaldi, die troepen bijeenbrachten, terwijl de generaal d'Aurelle de Paladines aan de Loire alles in 't werk stelde om de ongeregelde, ongeoefende, ongewapende, slecht gekleede menschenhoopen, die hem van alle kanten toestroomden, zoo goed en zoo kwaad als dit met hoogst beperkte middelen mogelijk was, in te deelen, te oefenen, te wapenen en eenigermate soldaat te maken.

Het leger aan de Loire bestond in de laatste dagen van October reeds uit het I5e en het i6e korps, het eerste onder bevel van d'Aurelle, het andere onder dat van Chanzy. In de omstreken van Blois werd het 17e korps geformeerd, bij Nevers het I 8e, terwijl bij Le Mans, de hoofdplaats van het departement Sarthe, en in 't kamp van Conlie eveneens onverdroten aan 't samenvoegen en ordenen van nieuwe afdeelingen werd gearbeid. Welk een omvang de verpleging van zulk een reusachtig, over een groote uitgestrektheid verspreid aantal menschen, — circa zeshonderdduizend, — in een ten deele door den vijand bezet land moest aan-

ocr page 332

nemen, kan het beste blijken, wanneer wij hieronder een klein overzicht geven van de verschillende benoodigdheden, in het tijdsverloop tusschen 15 October 1870 en 31 Januari 1871 aan die troepen uit de magazijnen toegezonden;

779200 dekens, 677400 kapotjassen, 1.157300 flanellen lijfgordels, 957200 pantalons, 714500 korte jassen, 60S000 wollen vesten, 1.805000 hemden, 1.813700 paren schoenen, 732000 onderbroeken, 385000 schapenvachten, 697000 ransels, 17.000000 rations beschuit, 40.OOOOOO rations rijst, ir.000000 rations spek, 35.000000 rations zout, 35.000000 rations suiker en koffie, 12.OOOOOO rations brandewijn, 6.400000 rations haver.

Hierbij valt nog op te merken, dat de mobiele en gemobiliseerde garden niet eens door het departement van oorlog gekleed en onderhouden werden; dit was de taak van het departement van binnenlandsche zaken.

Of al de bovengenoemde artikelen hun bestemming hebben bereikt, is een andere vraag. Wij durven zelfs gerust te zeggen, dat dit volstrekt niét het geval is geweest, dat honderden waggons met levensmiddelen en kleeding zijn blijven staan op de rails en óf door den vijand genomen en vernield óf verloren gegaan zijn, voor een deel het gevolg van onvoldoende middelen om ze te bestemder plaatse te brengen, voor het meerendeel echter door de onbekwaamheid der mannen, die aan het hoofd der regimenten en brigades stonden. Juist door dit laatste punt te noemen, komen wij op het cardinale gebrek, dat die gansche volkswapening in October 1870 in Frankrijk aankleefde. De troepen misten bruikbare aanvoerders, zelfs in de lagere rangen. Van een soldaat, al heeft hij gediend, maakt men maar niet op eens een onderofficier, van een jong luitenant een compagniescommandant, van een majoor een divisie-generaal, van een generaal-majoor een legerbevelhebber. Toch moest dit vaak gebeuren, eenvoudig omdat men over geen andere stof kon beschikken. Karakteristiek zijn de woorden van den gedelegeerde van Oorlog, den heer de Freycinet, waarmede hij aan een der legerhoofden kennis geeft van een toezending van troepen en materieel: »Ik zend u morgen toe vijf kolonels of »als zoodanig dienstdoenden.quot; — Zoo miste het i8e korps, dat bij Gien zou worden geformeerd, een tijdlang zelfs een commandant. Bourbaki was hiervoor aangewezen, doch bevond zich nog te Lille. — Al dien tijd werd dit nieuw te vormen leger gecommandeerd door een pas benoemden kolonel, den heer Billot, afkomstig van den generalen staf. Geen maand later werd die officier voorloopig chef van dit korps en bij een eerstvolgend gevecht divisie-generaal. Alles hing bij dergelijke snelle bevorderingen samen met de vraag of men een weinig succes had en — of men het den dictator Gambetta naar den zin kon maken. Wie dit laatste niét kon, of wie niet verkoos de inzichten van dezen doldriftigen commissionnair in tactiek en krijgszaken te volgen, ook daar waar deze indruischten tegen alle regelen van legeraanvoering, werd eenvoudig naar huis gezonden en door een ander vervangen. Dit lot

ocr page 333

mmsivsrnisssm

viel onder anderen te beurt aan de Kératry en aan den talentvollen commandant van het Loireleger, generaal d Aurelle de Paladines, een man van onbetwistbaar groote militaire bekwaamheden, een man, wiens veldheerstalenten zelfs door de tegenpartij werden gehuldigd.

Na deze kleine uitweiding, die, meenen wij, hier niet ten onpas kwam,

keeren wij terug naar 't tooneel des oorlogs.

Door de hooge regeering was op I 5 October in overleg met enkele korpscommandanten besloten, na 't verlies van Orleans stelling te nemen in 't hart van de Sologne, bij Salbris, achter de Sauldre. Het i6e korps zou zich dan tusschen Blois en Vendame plaatsen en het woud van Mar-chénoir sterk bezetten. 13e kolonel Lipowski, die Chateaudun zoo heldhaftig had verdedigd, zou den linkervleugel dezer positie beveiligen, en de kolonel Cathelineau met een nieuw opgericht vrijkorps het park van Chambord op den linkeroever van de Loire bezetten en dus den rechtervleugel dezer stelling dekken. Op die wijze was voor het voorloopige bestuur te Tours de vrees tevens weggenomen, dat de Duitschers verder zuidwaarts doordringen. Tours bezetten en dat zelfde bestuur van hier verdrijven zouden.

Van het I5e korps, dat o. a. ook 't kamp van Salbris had betrokken,

stond de derde divisie onder commando van den generaal Martin des Pallières verder oostwaarts bij Argent. Enkele duizenden manschappen hadden bovendien post gevat bij Gien aan de Loire, om een verrassing langs deze rivier te voorkomen. Zoodoende werd dus een dun gordijn van slecht georganiseerde, slecht geëncadreerde, slecht uitgeruste, slecht gedisciplineerde troepen tusschen den vijand en het hart van Frankrijk geschoven.

Lang zou het echter niet duren, of in dezen treurigen toestand van de troepen zou verbetering komen. Met een energie en een doortastendheid, welke boven onzen lof zijn verheven, begon de generaal d Aurelle die reuzentaak. Wel behelsde de Moniteur schier dagelijks een door den krijgsraad uitgesproken doodvonnis; wel vorderde de hervorming van een bandeloozen troep mannen in een ordelijken troep soldaten groote wilskracht, maar geen veertien dagen waren de troepen in t kamp van Salbris, of orde en krijgstucht begonnen hier te heerschen. Het 15e korps begon reeds eenigermate op een troep soldaten te gelijken.

En dadelijk werd door Gambetta nu ook weder gedacht aan offensieve bewegingen in de richting van Parijs! Parijs moest bevrijd! Parijs was het groote doel. Was Parijs bevrijd, dan was Frankrijk gered 1 Het Loireleger stond het dichtste bij de hoofdstad; dit leger was dus het eerste geroepen om haar te ontzetten.

Politiek, slim of zelfs maar gewoon verstandig van Gambetta was 't volstrekt niet, dat hij dit; gt; Parijs moet bevrijd worden! zoo luid en zoo telkens weder deed weerklinken, dat hij telkens opnieuw bewijzen gaf hoe alleen deze gedachte hem vervulde, want in de eerste plaats hieven heel wat Franschen uit de departementen, die door hem voor de levee

— 323 —

_i

ocr page 334

en masse werden opgeroepen, deze leuze niet met hem aan en kwamen dus niet op voor den dienst, in de tweede plaats was het hoofdkwartier te Versailles hierdoor dadelijk bekend met 's mans bedoelingen en behoefde het deze niet eerst, — wat anders heel wat tijd zou gekost hebben, — te gaan uitvorschen.

Eenmaal door Gambetta het plan gevormd om met dat bijeengeloopen leger van meerendeels recruten tot den aanval over te gaan, —Trochu, de verdediger van Parijs, heette nog maar tot den 15eu November van levensmiddelen voorzien; er moest dus haast worden gemaakt; — eenmaal dus tot den aanval besloten, was 't de vraag in welke richting. — Metz ontzetten, met Bazaine vereenigd prins Frederik Karei verslaan en daarna aanrukken op Parijs was wel een prachtig plan, maar de te doorloopen afstand was geducht groot; de kans van slager, met een slecht uitgerust leger, dat bovendien niet over voldoende cavalerie en artillerie kon beschikken, was zeer klein. Dus werd dit plan al spoedig losgelaten, te meer omdat er reeds geruchten liepen van een capitulatie. Dus naar Parijs! Hiertoe diende in de eerste plaats Orleans weder in Fransche handen te zijn; dan bleven Tours en Bourges bovendien gedekt.

Eenmaal te Orleans, bood het reusachtige bosch aldaar gelegenheid tot het kiezen van prachtige stellingen. Werd hier een groot kamp aangelegd, dan was er bovendien geen gevaar, dat de troepen honger leden ; van hier uit kon dan verder worden voortgerukt.

Den 24equot; October werd dit plan, namelijk om met het i6e korps en de 2e en 3e divisie van het 15e korps, ter gezamenlijke sterkte van circa 70000 man onder d'Aurelle over Tours langs den rechteroever der Loire naar Orleans te marcheeren, terwijl de ie divisie van het 15e korps onder de Pallières bij Gien deze rivier passeeren en aldus in den rug der Duitschers vallen zou, aan den generaal d'Aurelle voorgelegd.

Deze had er heel wat tegen in te brengen. De troepen, vooral die van het i6e korps, waren nog te jong, te slecht uitgerust, te ongeoefend. Door de bij Chartres en Chateaudun staande Duitsche afdeelingen kon hun linkervleugel worden omgetrokken. Mislukte de beweging, dan waren de gevolgen hiervan niet te berekenen; beter was het dus voorloopig in de stelling bij Salbris te blijven. — D'Aurelle somde in één woord al de bezwaren op, welke een ervaren krijgsoverste, die den toestand niet door een rooskleurigen bril bekijkt, opgeven móet.

Het antwoord van Gambetta luidde echter, dat »er iets moest worden gedaan, want dat Parijs honger had en wachtte.quot; — »Naar Parijs!quot; moest dus het parool wezen. Jules Favre had den 2 3en te voren immers zelf getelegrafeerd dat. Parijs ontzet, de oorlog was geëindigd.

Generaal d'Aurelle liet zich overhalen. Den 26en werd het plan te Tours in tegenwoordigheid van Gambetta nogmaals besproken; den 2gen zou het leger zijn stellingen voorwaarts van Blois verlaten en oprukken naar Orleans.

— 324 —

ocr page 335

Den 2Sen 's avonds ontving Gambetta van den generaal echter de tijding, dat deze niét op marsch zou gaan. 't Was hondeweêr; de wegen waren zeer slecht; een deel der nationale garde had niet eens een bajonet. Onder zulke omstandigheden zou het onvoorzichtig wezen doortastend op te treden. — De zaak was, dat Thiers, die zich van Tours naar Parijs begaf, om hier verslag te doen van zijn rondreis bij de hoven van Europa, de tijding van den val van Metz onder de troepen had verspreid, terwijl tevens geruchten van een wapenstilstand de ronde deden.

Onder dergelijke omstandigheden was 't nogal begrijpelijk, dat de opperbevelhebber weinig genegen was tot een voorwaartsche beweging, welke hij in beginsel toch reeds afkeurde en waarvan hij alleen de volle verantwoordelijkheid droeg.

De drang van Gambetta was echter te sterk. — » Hij was minister van oorlog,quot; schreef hij aan de Freycinet, zijn gedelegeerde, in antwoord op diens vraag wat er nu moest worden gedaan; »hij kende alleen zijn mandaat, en dit was de oorlog a outrance. Of de regeering te Parijs wilde onderhandelen, was hem onbekend. Pogingen tot onderhandelen van welken aard dan ook zouden hem dus niet afhouden van 't vervullen van zijn plicht. Vooruit lag de weg 1 Geen oogenblik was er te verliezen. Gehandeld moest er worden, voordat prins Frederik Karei hem met zijn 200000 man geoefende soldaten op 't lijf kon vallen.quot; — Dit schreef Gambetta den 4en November te Tours, en den 7en toog het gansche Loireleger in de reeds boven aangegeven formatie op marsch.

Den 8en hadden er verschillende kleine schermutselingen plaats met de voortroepen der Beieren van von der Tann, die Orleans nog altijd hield bezet.

Het naderende gevaar vroegtijdig genoeg inziende en begrijpende, dat d'Aurelle met zijn leger een poging zou doen om hem van zijn verbindingen met von Wittich bij Chartres af te snijden, liet von der 1 ann dezen waarschuwen hem te hulp te komen, levens liet hij in Orleans zelf slechts één regiment infanterie als bezetting achter en nam ten noordwesten van de stad, bij Coulmiers en Ormes, front naar t westen, een stelling in.

Hier werd hij in den morgen van den 9en, voordat hij zich met von Wittich had kunnen vereenigen, zóó onstuimig aangevallen, dat hij na een gevecht van zeven uur voor de overmacht moest zwichten. In tamelijk goede orde gingen zijn troepen, door de artillerie gedekt en door den zwaar vermoeiden vijand zoo goed als niet achtervolgd, in de richting van Toury terug. Door een nachtmarsch in een ijskouden regen bij scherpen wind en slechte wegen in de richting van Artenay bevrijdde von der Tann zich daarop van zijn vijanden.

Voor de eerste maal in den ganschen oorlog hadden de Franschen dus beslist de overwinning behaald 1 Orleans, waarin von der 1 ann

— 32S —

ocr page 336

duizend zieken had moeten achtergelaten, was weder in hun handen, en de vijand was achteruitgeworpen met een verlies van circa twaalfhonderd dooden en gekwetsten, van twee vuurmonden, een konvooi munitie en van honderd gevangenen, waaronder vijf officieren. De vruchten van deze overwinning, welke bij het Duitsche hoofdkwartier ontsteltenis en in gansch Europa groote verbazing verwekte, waren echter zeer gering, want een vervolging van eenige beteekenis had niet plaats; hiervoor beschikte d'Aurelle over te weinig cavalerie. — De marsch naar het noordoosten, naar Parijs, werd niet voortgezet. De troepen van het Loireleger hadden te veel geleden. Zelfs was generaal d'Aurelle van gevoelen, dat men 't verstandigste zou doen, indien men naar de stellingen van Salbris in de Sologne terugkeerde, om hier de regimenten weder te organiseeren.

Hiervan wilde Gambetta echter volstrekt niets hooien. Dan ging al het voordeel van deze zegepraal verloren; de zedelijke indruk, hierdoor op de bevolking en op Parijs teweeggebracht, zou bovendien geweldig zijn.

't Slot was derhalve, dat Orleans moest bezet blijven, dat de positie aldaar zeer versterkt zou worden, en dat bij de eerstvolgende aanvallende beweging Parijs wederom het hoofddoel moest wezen. Om dit laatsie den vijand toch vooral duidelijk te maken, vaardigde Gambetta een proclamatie uit, waarin hij de overwinning bij Coulmiers tot in de wolken verhief, en waarin hij het Loireleger de voorhoede noemde van het gansche land, op dit oogenblik staande op den weg naar Parijs met het bewustzijn, dat de hoofdstad reikhalzend naar de komst van dat Loireleger uitzag, terwijl dit laatste zelf begrijpen moest, dat zijn eer gebood de hoofdstad te ontrukken aan de doodelijke omhelzing der barbaren, die haar met plundering en brandstichting bedreigden.

Gambetta had wel den slag de gemoederen door zijn taal op te zvveepen en de bevolking der departementen aan te vuren tot een verzet, dat zelfs op dit oogenblik reeds door velen als hopeloos werd gedoodverfd, en dat Frankrijk in nog ongunstiger omstandigheden bracht, nu bij het ellendig slechte winterweder, dien geesel van alle nieuwgevormde legers, prins Frederik Karei naderkwam met het 3e, het ge en het ioe korps benevens de ie cavaleriedivisie. Door den val van Metz beschikbaar geworden, was deze macht thans naar de midden-Loire op marsch met een snelheid, die door Fransche troepen in elk geval nog nooit werd geëvenaard, en met een eenheid van handelen en optreden, die de bewondering gaande maakte van 't geheele militaire Europa.

Een derde nadeelige factor voor de Fransche troepen was, dat Frederik Frans, groothertog van Mecklenburg-Schwerin, de overweldiger van Toul en Soissons, terstond met de 17e divisie infanterie van voor Parijs naar het oorlogstooneel aan de Loire werd gezonden, om het bevel op zich te nemen over al de zich daar bevindende Duitsche troepen, en s met deze alle pogingen tot ontzet, door den vijand te ondernemen,

m

— 326 —

ocr page 337

met nadruk terug te wijzen.quot; — Het ie Beiersche korps, de I7een de 22e divisie infanterie, zoomede de 2e, 4e, 5e en 6e cavaleriedivisie, kwamen hierdoor dus onder één hoofd, den groothertog.

Dat het Loireleger na de zegepraal bij Coulmiers niét terstond nog krachtiger offensief zou optreden, achtten het Duitsche hoofdkwartier en ook de groothertog niet wel aannemelijk. Toen een gedeelte van het nieuwgevormde 17e korps, dat bij Mer en Blois was samengevloeid, dus westwaarts van het bosch van Marchénoir begon te demonstreeren tegen Chateaudun; toen tegelijkertijd kennis werd ontvangen, dat zich bij Artenay Fransche troepen hadden vertoond; toen vervolgens den r4en 's avonds van de 5e cavaleriedivisie de onrustbarende tijding kwam, dat «sterke vijandelijke afdeelingen over Dreux oprukten naar Houdan,quot; een plaats, slechts enkele Duitsche mijlen van Versailles verwijderd; toen er ten slotte rapport kwam, dat de spoortreinen in de buurt van Dreux voortdurend troepen aanbrachten, terwijl er van de sterkte der Fransche strijdkrachten in 't westen bij 't hoofdkwartier te Versailles zoo goed als niets was bekend, vreesde men hier het gansche Loireleger voor zich te hebben, dat een poging deed om Versailles te nemen. De groothertog verliet dus Chartrt/i en wendde zich naar het noorden om op de rechterflank des vijands te komen. Hij kreeg echter weldra bericht, dat zich ten oosten van Houdan geen vijand vertoonde, en dat de troepen in Houdan zelf alleen uit vrijkorpsen hadden bestaan. Toen wendde hij zich naar Dreux en sloeg hier een korps van circa 1200 man francs-tireurs uit elkander, waarvan de overblijfselen, door de 5e cavaleriedivisie vervolgd, in de richting van Evreux terugweken (17 November).

Nu was de weg naar Chateauneuf ook vrij geworden. De generaal Wittich rukte hierheen met de 2 2e divisie infanterie. De eerstvolgende dagen, kunnen wij zeggen, verliepen nu onder voortdurende kleine gevechten en schermutselingen met Fransche marinetroepen, francs-tireurs en mobiele garden, die bij St. Jean, bij Digny, bij Illiers en op nog andere door hen versterkte punten nu eens met wat meer dan weder met wat minder hardnekkigheid standhielden en bij den ellendigen toestand der wegen, de sombere, mistige weersgesteldheid en de slechte bivaks de Duitsche troepen geducht afmatten.

Hiertegenover stond echter, dat de groothertog voortdurend verder het hart van Frankrijk binnendrong, dat hij Le Mans begon te bedreigen en Gambetta den schrik om 't hart deed slaan. Eenmaal toch te Le Mans, zou het den groothertog geen moeite kosten door te dringen naar Tours en hier het gedelegeerde bestuur op te lichten. Tot eiken prijs moest dit voortdringen dus worden belet, en de eenige weg hiertoe lag volgens Gambetta in een nieuw, krachtig offensief van den generaal d'Aurelle uit zijn stellingen bij Orleans.

Om zich van den stand van zaken te Le Mans persoonlijk te overtuigen, toog Gambetta den 2 2en zelf naar die stad. 't Geen hij thans

■

— 327 —

ocr page 338

zag moet hem echter geen hoog denkbeeld hebben gegeven van 't geen de volkswapening daar was. Om aan dien bijeengeloopen troep gediende soldaten, francs-tireurs, vrijwilligers, nationale garden, boschwachters, enz. eenigen samenhang te geven, was men begonnen dien menschenhoop te organiseeren (?) en had dien gedoopt met den naam van het 2 ie korps. Maar een groot deel van 't kader mankeerde; hoofd- en subalterne officieren waren er niet, artillerie en cavalerie evenmin. Zelfs de bevelhebber, generaal Jaurès, was nog niet aanwezig. Toch waren deelen dier troepen reeds hier en daar voor den vijand geweest en hadden zelfs gestreden, zoo goed zij konden, met wapenen, die zij dikwerf nog maar enkele malen in handen hadden gehad. Thans, na dien marsch van de Duitschers in de richting van Le Mans, bedekten reeds duizenden vluchtelingen van dit 2ie korps de wegen. Een gedeelte was zelfs naar het departement van de Orne en van Calvados teruggeworpen en voor het 21e korps dus volslagen verloren gegaan ').

Zeer weinig scheelde het, of het gansche korps was opgelost. Het moest letterlijk onder het vuur des vijands worden gereorganiseerd. Gelukkig kwam de generaal Jaurès, een voormalig zeeofficier, thans te Le Mans en begon, door Gambetta's aanwezigheid geschraagd, den reuzenarbeid eener organisatie. Binnen zesendertig uur werden hem door het legerbestuur toegezonden circa 12000 man geregelde troepen benevens dertien batterijen, voor welker bespanningen hij zelf door requisitie moest zorgen. Tevens kreeg hij de beschikking over eenige bataljons nationale garden uit het kamp van Conlie. Op die wijze werd binnen een dag of drie een legermacht (?) gevormd van circa 35000 man, die den hertog van Mecklenburg zou tegenhouden. Eindelijk ontving de generaal de Sonis, commandant van het 17e korps, last Chateaudun te bezetten, terwijl circa tienduizend man geregelde troepen, uit Tours gezonden, Vendóme en Montoire moesten bewaken.

Zoodoende was Tours dan eenigermate beveiligd, maar dat de linkervleugel van het Loireleger nog gevaarlijk stond, bleef een feit.

!) Zooals aan den groothertog door verkenningen later bleek, behoorden de troepen, die hij de laatste dagen tegenover zich had gehad, tot een weslleger, dat door den generaal Fiéreck bij Le Mans was bijeengebracht, in samenwerking met de afdeelingen francs-tireurs en nationale garden, die tusschen Evreux en Chartres een dun gordijn van troepen vormden, doch die allen samenhang, alle deugdelijke organisatie misten en, krachtig aangegrepen, ook door gebrek aan artillerie, onmogelijk langdurigen weerstand konden bieden.

ocr page 339

XXIXe HOOFDSTUK.

PRINS FREDERIK KAREL VOOR ORLEANS.

Ürr. dit gevaar af te wenden, den vijand zijn aandacht niet langer op Le Mans en Tours doch nu op een ander punt te doen vestigen, aan Parijs te bewijzen, dat het Loireleger voortdurend werkzaam bleef, en dus, zooals Gambetta het uitdrukte, iets te doen, werd den generaal d'Aurelle door het departement van oorlog daarop herhaaldelijk gevraagd of hij geen plan had thans weder voorwaarts te gaan. Toen de generaal dit blijkbaar niét van plan scheen, maar het raadzamer achtte in zijn sterke positie bij Orleans zijn nieuw leger krachtiger te maken, gaf Gambetta aan het i8e korps, dat nog niet officieel tot het Loireleger behoorde en dat nog niet eens een commandant had, want bij afwezigheid van Bourbaki voerde, zooals wij weten, een jong kolonel het bevel, — dat zelfs nog niet eens behoorlijk uitgerust en gewapend was, last zich bij Gien te concentreeren. Aan het 20e korps, generaal Crcuzat, waarvan de bataljons en regimenten voor 't meerendeel door geïmproviseerde majoors en kolonels gecommandeerd werden, terwijl ook daaraan nog zeer veel, vooral wapens, ontbrak, gaf Gambetta order in verband met het 18e korps een diversie te maken in de richting van Pithiviers en Montargis. De divisie Martin des Pallières van het i 5e korps, die, zooals wij reeds weten, op den rechtervleugel van dit korps stond, ontving tevens bevel den 24-ei1 voort te rukken naar Chilleurs aux Pois ten noordoosten van Orleans en zoodoende den linkervleugel te dekken van het 20e korps, dat op den avond van dien zelfden dag in de omstreken van Beaune la Rolande zou bivakkeeren.

Ook tegen dit plan van Gambetta had d'Aurelle heel wat bedenkingen. De wegen waren afschuwelijk slecht, zoodat de ellendig bespannen voertuigen bijna niet waren te bewegen ; de vijand had overal de meerderheid. Peter achtte hij het dus gunstiger omstandigheden af te wachten.

— 329 —

ocr page 340

Vooral speet het hem, dat de divisie des Pallières hem werd afgenomen, omdat de rechtervleugel zijner stelling bij Orleans hierdoor werd verzwakt.

De opmerkingen, door den generaal betreffende deze divisie gemaakt, waren oorzaak, dat de beweging in de richting van Pithiviers door deze afdeeling niét werd ondernomen, en dat alleen het I 8e en het 20e korps deelnamen aan deze diversie, welke, ongehoord feit in de krijgsgeschiedenis, van uit Tours door den advocaat Gambetta en den gedelegeerde van Oorlog de Freycinet, een voormalig hoofdingenieur bij de spoorwegen, werd geleid.

Dat Pithiviers den 20en November reeds was bezet door het 3e, zoomede Montargis door het iOe korps van prins Frederik Karei, welke troepen bezig waren met versnelde marschen aan te sluiten bij het 9e korps aan den straatweg Parijs-Etampes-Artenay-Orleans, schijnt Gambetta toen niet te hebben geweten. Zoo wisten de Duitschers ook niets van de formatie van een 20e korps bij de tegenpartij.

Om den toestand van dat oogenblik onzen lezers duidelijk te maken, stippen wij hier aan :

ie, dat aan prins Frederik ICarel het commando over al de troepen ten zuiden der insluitingslinie van Parijs was opgedragen ; dat hij met versnelde marschen langs ellendige, overal vernielde wegen, bij voortdurend slecht weder, onder zeer ongunstige verplegingsomstandigheden en onder herhaalde schermutselingen met de francs-tireurs, den 20en niettemin reeds gekomen was ter hoogte van Angerville aan den straatweg Parijs-Orleans en wel met het ge korps bij eerstgenoemde plaats, met het 3e bij Pithiviers en met het iOe bij Montargis, terwijl de ie cava-lerie-divisie voor dit breede front verkende, en

2e, dat de groothertog van Mecklenburg-Schwerin op dien zelfden datum bezig was over La Loupe en Nogent le Rotrou, dus van uit het noordoosten, op te rukken tegen het riviertje de Huisne, beter gezegd tegen de positie van Le Mans, om zekerheid te verkrijgen omtrent de stelling des vijands aldaar.

Toen zijn vooruitgeschoven cavalerie den prins nu kwam berichten, dat de Franschen aan de Loire een lijn hadden bezet, die liep van Orgères tot aan Beaune la Rolande (hier stonden voor 't meerendeel slechts partijgangerskorpsen), en voorts, dat de vijand vooral bij Arténay en Chevilly, dus aan den straatweg Parijs-Orleans, groote troepenmassa's had samengebracht; toen de prins door eigen waarneming en door de berichten van overloopers en gevangenen die berichten daarop bevestigd zag, achtte hij het niet raadzaam deze stelling aan te grijpen, voordat hij al zijn op dat oogenblik beschikbare strijdkrachten dichter had bijeengetrokken. Om dezelfde reden ontving de groothertog van Mecklen-burg-Schwerin van den prins order den marsch naar Le Mans niet door te zetten, doch terstond bij diens leger aan te sluiten en hiertoe als algemeene marschlijn voorloopig te bezigen die, welke van Nogent le

■

— 330 —

ocr page 341

Rotrou voert naar Beaugency aan de Loire. (Later ontving de groothertog bevel deze marschroute te verleggen over Chateaudun-Orleans.)

Terwijl het 9e korps den 2 2en dus enge kantonnementen betrok bij Toury en Allaines, en het 3e korps Basoches en Pithiviers bereikte, ver-zamelde het iOe zich bij ATontargis, en marcheerde de commandant \an dit korps, de generaal von Voigts-Rhetz, met de ons uit den slag bij Mars le Tours nog zoo welbekende 38e brigade von VVedell en de aan hem toegevoegde Hessische Ret ter den 23en over Ladon naar Beaune la Rolandc. De 40e brigade stond nog voor de vesting Langres, de 37e en 39e zouden op den 24en November de 38e volgen.

Toen die beide brigades op dezen datum den marsch wilden vervolgen, stieten zij bij Ladon en Maizières op het 20e korps (Crouzat). Deze eerste kennismaking met de Duitschers viel de Franschen met mede; zij werden met kracht teruggeworpen. Onder een heftig, doch tamelijk doelloos geweervuur des verdedigers werden de bosschen bij Maizières daarna genomen. In den avond van den 24en bevond het geheele ioe korps, de 40e brigade voor Langres uitgezonderd, zich bij

Beaune la Rolande.

In de eerstvolgende dagen kwamen daarop voor het front der Fransche stellingen herhaaldelijk schermutselingen voor. Dagelijks hadden verkenningen plaats. De zware voorpostendienst bij het voortdurend slechte weder en de onmiddellijke nabijheid des vijands maakten, dat aan weerszijden door de troepen weinig rust werd genoten.

Zoodra het 18e korps (Billot) aan het 20e (Crouzat) de hand had gereikt (28 November), werd de linkervleugel van het Duitsche ioe korps aangegrepen. Met zijn 3^e brigade stond dit bij Beaune la Rolande, door de omstandigheden gedwongen, had het een zeer uitgebreide voorpostenstelling moeten innemen.

't Was het 20e korps, dat omstreeks 10 uur in den morgen tot den aanval overging. — Voor dezen weken de Duitsche voorposten terug. Eerst toen de artillerie haar werking begon te doen gevoelen, kwam die aanval tot staan. Toch bleef de positie der Duitschers hachelijk door de groote massa's, die de aanvaller in t vuur bracht. De bezetting van Beaune, het 16e regiment (elf compagnieën), benevens twee compagnieën van het 5 7e' dadelijk naar de stad waren terugge

weken,' was weldra geheel van de rest van het korps afgesneden. Het stadje had voor de verdediging betrekkelijk veel voordeelen; het was voor een groot deel omringd door een drie meter hoogen muur; waar deze ontbrak, flankeerde het kerkhof met zijn één meter hoogen muur de stelling benevens de boerenhoeven hiervóór. Reeds sinds enkele dagen lag het i6e regiment daar in kwartier; het kende het plaatsje dus door en door en had alles gedaan om het door barricaden af te sluiten, de muren van schietgaten te voorzien, hier en daar gemeenschapswegen te maken, enz.

ocr page 342

Ook hier bleek weder wat een kleine doch goed gedisciplineerde, goed aangevoerde troep vermag tegenover een vijand, die wel veel sterker in getal is, doch deze hoofdfactoren grootendeels mist.

De circa vijftienhonderd verdedigers, — de Duitsche bataljons telden in die dagen voor 't meerendeel geen 500 man meer; — hielden het van tien uur in den morgen uit tot het donker viel. Van drie kanten tegelijk aangevallen met een dapperheid, die men van zulke jonge troepen stellig niet zou hebben verwacht, door artillerie heftig beschoten, in den rug zelfs door mitrailleusevuur begroet, bleven de mannen van het i6e regiment niettemin onwrikbaar op hun post aan de buitenomwalling, lieten de aanvalscolonnes rustig tot binnen den werkzamen geweerschotsafstand naderen en velden dan gansche rijen met één salvo neder. Toen de Franschen eindelijk aflieten na een laatsten wanhopigen stormaanval in 't donker, waarbij alleen nog de commando's aan de verdedigers verrieden, dat zij den vijand tegenover zich hadden, bezaten de eersten ieder nog maar één of twee patronen.

Hoe dapper de Franschen zich dien dag hadden gehouden, bleek bij een bezichtiging van het slagveld den volgenden morgen. Daar lagen ze in dichte rijen, de mobiele garden, maar vooral ook veel soldaten van de marschregimenten. Het lijkenveld deed aan den dag van Vion-ville denken. Tot vlak onder den bovenbedoelden muur waren enkele krijgers doorgedrongen. — In wanorde was het 20e korps teruggeweken. Zeker heeft het verlies der Franschen dien dag aan dooden, gewonden en krijgsgevangenen bij de drieduizend man bedragen. — En Gambetta schreef zich nog wel de overwinning toe!

De Duitschers daarentegen waren van oordeel, dat het 18e en 20e korps na de bovengenoemde gevechten zeker wel veertien dagen noodig hadden, voordat zij weder strijdvaardig konden heeten. Toch hadden hier veel soldaten uit Afrika en mobiele garden uit Bretagne, de beste van 't geheele leger, in de voorste liniën gestreden. — Maar »de mennekesquot; alleen doen 't niet. De aanvoering is 't, die den troep brengt, waar hij wezen moet, die de eenheid en 't verband er in houdt, die voorgaat en raad geeft en die den soldaat vertrouwen schenkt. Ook bij de Pruisen, in de groote gevechten om Metz, is 't herhaaldelijk voorgekomen, dat compagnieën, van al hun officieren, van al hun kader beroofd, als een schip zonder roer een korte poos op 't slagveld ronddwaalden en dan uiteenspatten. Juist die aanvoering misten Gambetta's scharen veelal, en Gambetta zelf scheen niet te kunnen begrijpen, dat men met 't verleenen van een graad of een rang aan een individu, dus met 't geven van de galons en den mooien rok, nog niet bij machte is ook de bekwaamheid en den tact te schenken, die vóór alles daarbij behooren.

Toch vertegenwoordigden die half gedisciplineerde, gewapende massa's een zekere, hier en daar zelfs een groote kracht, en niet onwaarschijnlijk.

ocr page 343

ja, bijna zeker is 't, dat het hoofdkwartier te Versailles, met name von Moltke en zijn omgeving, zich van deze kracht niet voldoende rekenschap gaven, dat zij zich ook geen juiste voorstelling maakten van den toestand, toen zij de meening uitspraken, dat het verzet van de tegenpartij sneller kon worden onderdrukt dan hier 't geval was. Enkele militaire autoriteiten te Versailles gaven zelfs als hun zienswijze te kennen, dat die snelheid ook zeer wel te bereiken was. Volgens hen zond prins Frederik Karei ook niet voldoende berichten in omtrent den waren toestand en verkende hij niet genoeg; maar die heeren hadden goed praten. Het weder, de toestand der wegen, die dikwerf zoo glad waren, dat de paarden aan de hand moesten worden geleid, de vijandige gezindheid der bevolking, die telkens deelnam aan de verdediging, en eindelijk de omstandigheid, dat de troepen zich bevonden in een door francs-tireurs onveilig gemaakt, den Duitschers volkomen vreemd terrein, waarvan dikwerf niet eens een behoorlijke kaart was te krijgen, maakte k dit verkennen uiterst moeilijk, somtijds ondoenlijk.

Alle reden bestaat er om aan te nemen, dat de grijze koning Wilhelm den toestand nog het beste van allen inzag, toen hij het wederstandsvermogen van de Fransche natie hooger schatte dan zijn omgeving en, niet met zoo groot optimisme vervuld als deze, een snel en krachtig offensief optreden wel wenschelijk doch niet geraden achtte, voordat de hiertoe benoodigde krachten waren bijeengebracht.

Buiten von Moltke om voegde hij aan den staf van prins Frederik Karei daarom den overste von Waldersee toe en liet zich door dezen op de hoogte houden van 't geen aan de Loire voorviel.

En prins Frederik Karei nu? — Ook deze schijnt zeer goed te hebben ingezien, dat het weerstandsvermogen van die vijandelijke massa's grooter, veel grooter zelfs was dan velen dachten ; dat overijling en onvoldoende voorbereiding de oorzaken konden worden van een échec, 't welk door Gambetta oogenblikkelijk zou worden gebezigd om nog heftiger tot den strijd a outrance aan te vuren, redenen te over waarom eerst alle beschikbare troepen bij de hand moesten wezen, voordat aanvallend kon worden te werk gegaan.

Om dit doel te bereiken, kwam de groothertog van Mecklenburg-Schwerin in den loop van den 30en November met zijn troepen te staan in de lijn Orgères-Toury, terwijl het ge korps Pithiviers had bezet en het 3e en ioe korps om en bij Beaune la Rolande zich ophielden, met de cavalerie-divisiën vóór dit front verkennende. Aangezien volgens ontvangen berichten Parijs in diezelfde dagen aanstalten maakte tot een grooten uitval, aangezien deze allicht in zuidelijke richting zou worden ondernomen, om bij welslagen het bosch van Fontainebleau te bereiken en aan de troepen aan de Loire op die wijze de hand te kunnen reiken, aangezien een met dien uitval gepaard gaande voorwaartsche beweging van 't Loireleger noodzakelijk in de richting Orleans-Etampes-Parijs of

■y 1 -y _

ocr page 344

in de richting Orleans-Pithiviers-Malesherbes-Parijs moest voeren, had de prins deze positie gekozen.

De sterkte van zijn geheele macht bedroeg daar hoogstens 75000 man infanterie, 15000 ruiters en 460 stukken. Hiertegenover kan de leger van d'Aurelle om en bij Orleans wel op 200000 man worden geschat. Naar verhouding waren cavalerie en artillerie bij dit laatste leger echter in veel te geringe hoeveelheid aanwezig.

Terwijl bij prins Frederik Karei dus het voornemen bestond in den geest van het groote hoofdkwartier te handelen en de Fransche posities bij Orleans achter de Conie (een linker zijriviertje van de Loire) en achter de moerassen tussrhen Patay en Orleans aan te grijpen, terwijl de prins hiertoe zijn gansche macht bijeentrok, had tevens Gambetta, in weerwil van d'Aurelle's vertoogen, besloten het succes (?), bij Beaune la Rolande, Maizières en Ladon behaald, te vervolgen, doch eerst af te wachten .welke berichten hij uit Parijs ontving. Reeds had hij van Trochu een depêche ontvangen, gedagteekend van den i8en, waarin de gouverneur hem de redenen uiteenzette van de vertraging, ontstaan in zijn pogingen tot verbreking der insluitingslinie, terwijl het slot van de depêche luidde: »//è heb juist uw heden ontvangen bericht van den ij1'quot; jl. aan Jides Favre in handen (tijding der overwinning bij Couhniers). Mijn ijver en mijn belangstelling worden door deze tijding in de hoogste mate opgewekt. Maar ik heb haar vijf dagen te laat ontvangen, en waarschijnlijk heb ik acht dagen noodig om marschvaardig te zijn. Ik zal echter geen minuut laten verloren gaan. Uiv stelling voorwaarts van Orleans is goed gekozen, uw maatregelen daar zijn goed genomen. Wij hebben hier levensmiddelen genoeg om het einde van het jaar te halen, maar de geest van 't publiek wil ons mogelijk niet tot zoover volgen-, het vraagstuk moet dus lans; vóór dien tijd zijn opgelost.quot;

Deze depêche was van den 18en; de bedoelde acht dagen strekten tot den 26en; de tijding van den grooten uitval kon door Gambetta dus ieder oogenblik worden ontvangen,

Ze wérd ontvangen, den 3oen November namelijk. De uitval, waarnaar zoo vurig door den dictator was verlangd, zou eindelijk plaats hebben. Een luchtballon, den 24en te Parijs opgelaten, was belast geworden met het overbrengen van de tijding.

Die ballon kwam echter terecht in Noorwegen! De depêche had hierdoor zes dagen noodig om Gambetta te bereiken, vier dagen dus te veel. In dit stuk meldde Trochu: »De van het Loireleger ontvangen berichten hebben mij natuurlijk doen besluiten een uitval te ondernemen in zuidelijke richting om, het koste wat het wil, dat leger de hand te reiken. Maandag 28 November ben ik met mijn toebereidselen gereed. Dinsdag zal het leger, dat buiten den hoofdwal staat en dat wordt aangevoerd door Ducrot, den ener gieksten van ons allen, de versterkte stellingen des vijands aangrijpen en, als hij die vermeestert, naar de Loire rukken,

■

— 334 —

ocr page 345

waarschijnlijk in de richting van Gien. Mocht uw leger door de bewegingen van den groothertog van Mecklenburg gedwongen worden, om meer front te maken naar links (dus naar ,t noordwesten), dan moet het de Loire overgaan en over Lamothe-Beuvron en Vierzon retireer en naar Bourges.quot;

Den 30en November kwam de heer de Freycinet met dit bericht in 't hoofdkwartier van d'Aurelle te Saint-Jean-Ia-Ruelle. Al de generaals waren terstond vol geestdrift en aarzelden geen seconde in hun besluit om generaal Ducrot tegemoet te gaan. Wel werden de hieraan verbonden bezwaren door niemand hunner licht geteld, wel waren allen overtuigd, dat een zoo overhaaste afmarsch hoogst ongunstig moest werken op verschillende zaken, als verpleging, vervoer van munitie, zorg voor gewonden enz., maar allen vereenigden zich toch ten slotte met het plan om over Pithiviers en Beaune la Rolande te trachten Fontainebleau te bereiken.

Vier korpsen, het I5e, i6e, i8e en 20e, te zamen ongeveer r 70000 man, zouden het leger vormen, dat voorwaarts rukte. Het 17e zou bij Orleans blijven en zoo noodig worden ondersteund door het 2ie, dat onder bevel van den generaal Jaurès bij Vendome in wording was. Het i6e korps zou, met Orleans tot spil, tusschen Artenay en Toury den straatweg Orleans-Parijs passeeren en Pithiviers aanvallen van uit de vlakte. Deze beweging zou worden gesteund door de 2e en de 3e divisie van het 15e korps. Van uit Artenay zouden deze divisiën een frontverandering maken naar rechts, terwijl de ie divisie van het 15e korps onder bevel van den generaal Martin des Pallières, die op dat oogenblik ten noordoosten van Orleans bij Loury stond, naar Chilleurs-aux Bois en van hier naar Pithiviers rukken en deze stad zoodoende van de zuidzijde bedreigen zou. Het 18e en 20e korps (waarvan het laatste bij Beaune la Rolande zooveel had geleden) zouden naar Beaune mar-cheeren en in elk geval den rechtervleugel der beweging dekken.

Den ien December begon deze thans. Het i6e korps (Chanzy) stiet reeds tegen het middaguur op de door al hun marschen doodelijk vermoeide divisiën van von der Tann. Voor het meerendeel hadden de bataljons van deze de helft hunner sterkte niet meer. Bij Villepion behaalden de Franschen dus wederom de overwinning.

Hierdoor en door de tijding, dat Ducrot vóór Parijs eveneens de zege had behaald, tot nieuwe krachtsinspanning aangevuurd, zette de linkervleugel van 't Loireleger zijn zwenkende beweging naar rechts den 2en December krachtig voort. Generaal Chanzy stiet hierbij niet zijn 2e divisie op het 1e Beiersche korps, dat ten deele bij 't kasteel Goury en bij Loigny stond. Bij het nu volgende hardnekkige gevecht, waarin de jonge Fran-sche troepen aanvankelijk met ware doodsverachting streden, waren de Beiersche bataljons, die 't kasteel en Loigny hadden genomen, de vernietiging nabij. Chanzy behaalde reeds groote voordeelen, toen de

— 335 —

ocr page 346

artillerie van de 17° divisie met al haar kracht begon te werken. Tevens kwamen gansche bataljons dezer divisie de zoozeer in 't nauw gebrachte Beieren te hulp.

De Franschen begonnen te wijken. Wel trachtte de kolonel Charette met zijn pauselijke zouaven de kans nog te doen keeren, doch de drang der Pruisen was te sterk. Gansche rijen slingerden de Duitsche granaten ter aarde, en de slag van Loigny was voor de Franschen verloren.

Met ongeveer hetzelfde resultaat had het I5e korps het dorp Poupry bij den straatweg van Artenay naar Chartres aangegrepen en hier de 22e divisie tegenover zich gevonden; hoewel het gevecht urenlang met de grootste hardnekkigheid voortduurde, en de jonge soldaten van gene-

raai Peytavin zoo braaf streden als oudgediende troepen, bleef het succes aan de Duitschers. Aan weerszijden waren de verliezen groot; ze beliepen duizenden.

Het grootste verlies, ook in een anderen zin, leden echter de Franschen, want bij Loigny en bij Poupry hadden zij nog slechts tegen de soldaten van den groothertog van Mecklenburg gestreden. Niet meer dan een deel der vijandelijke macht had het Loireleger dus tegenover zich gehad; toch viel nu reeds aan een marsch naar Fontainebleau niet meer te denken. Het i/e korps (Sonis), dat op den linkervleugel had gevochten, had al zijn divisie-generaals en zelfs zijn chef verloren, en de andere opperofficieren verklaarden, dat hun regimenten te veel hadden geleden, te zeer uit hun verband waren gerukt en te zwaar waren vermoeid, om opnieuw krachtig voorwaarts te kunnen gaan. Zelfs alvorens

— 336 —

ocr page 347

hun soldaten eenige dagen rust hadden genoten en weder van het noodige waren voorzien.

Met zulke gegevens vóór zich was 't volkomen verklaarbaar, dat de generaal d'Aurelle besloot achter zijn stellingen ten noorden van Ur-leans terug te gaan.

Had hij dit besluit niet genomen, dan zou de tegenpartij hem hiertoe toch hebben gedwongen. Voortdurend rusteloos bezig om aan zijn opdracht, Orleans te nemen, zoo volkomen mogelijk te voldoen, had prins Frederik Karei in den nacht van den 2en op den 3el1 December een nauwere verbinding weten te verkrijgen met het korps van den groothertog. Thans eerst kon gemeenschappelijk gehandeld, gemeenschappelijk opgetreden worden. Terstond werden hiertoe bevelen gegeven. Om rechtstreeks op Orleans te kunnen aanrukken en met den groothertog in nauw verband te komen, was er wel noodig geweest, dat de prins, die zijn hoofdkwartier had te Pithiviers, met een deel zijner troepen vóór langs het front van het i8e en het 20e korps, die ten zuiden van Beaune la Rolande stonden, heenmarcheerde, maar die stoute zet was even vlug uitgevoerd als beraamd; van het verdwijnen van het gros der Duitsche troepen van vóór hun front, bespeurden de Fransche voorposten aldaar zoo goed als niets.

In den middag van den 2en December begonnen, in den nacht voortgezet, was dit bijeenbrengen van de Duitsche afdeelingen vóór Orleans in den vroegen morgen van den 3eu geheel afgeloopen.

Thans ging het op tegen de verschillende posities vóór Orleans! — Eerst werpt het 3e korps, — het middenkorps van het IIe leger, zooals wij weten, — den vijand uit zijn stellingen bij Santeau ; dan slingert het 9e de troepen van d'Aurelle terug uit Artenay. Ook Chevilly zal den 3en nog worden genomen, maar 't wordt te laat. Het donker valt, en de prins, die evenals zijn dappere maar ongelukkige tegenstander, generaal d'Aurelle, den ganschen dag in 't gevecht is geweest, beveelt den strijd te staken. Chevilly zal dus den 4en worden aangevallen.

Maar den 4en blijkt Chevilly reeds door de Franschen verlaten. Generaal d'Aurelle heeft zijn soldaten nog in den nacht doen teruggaan, om hen de stelling bij Orleans te doen innemen, een stelling, door schansen, die met scheepsgeschut zijn bewapend, door barricaden, verhakkingen, tirailleurloopgraven en kleine veldwerken in geduchten staat van tegenweer gebracht

Deze gebogen verdedigingslijn nu werd in den morgen van den 4en December langzamerhand geheel door de Duitsche strijdkrachten omspannen, door het korps van den groothertog op den uitersten rechtervleugel en door het 9e korps, voortrukkendc langs den straatweg Parijs Etampes-Orleans, met den prins aan de spits.

Eerst ligt de positie Gidy-Cercottes aan de beurt. De Fransche batterijen op den molenberg bij Gidy scheuren diepe voren in de aanruk-

____»7 _

0 0/

ocr page 348

kende regimenten. Fransche cavalerie tracht deze in de flank te grijpen; in Cercottes zelf begint een verwoed huizengevecht, maar de Hessen van von Manstein en diens dappere jagers hebben zich nu eenmaal voorgenomen de verderop gelegen voorstad St. Jean te bestormen; zij doen dit dan ook, al vallen de jagers bij tientallen onder het doodende lood der chassepots.

Niet zonder reden worden de terreinen rondom Orleans 2gt;de bloedigequot; genoemd, want, zooals het gevecht verliep bij de Hessen in de voorstad St. Jean, verliep het vóór St. Loup bij het 3e korps en, in de wijngaarden ten noorden van de stad, bij de 17e divisie van den groothertog. Overal waren 't weder bajonet en kolf en het gevecht man tegen man, die bij den aanval den strijd beslisten. Bij St. Péravy trachtten eenige escadrons Afrikaansche cavalerie (spahis) 't geluk van den dag nog te doen keeren. Zóó verwoed was zelfs de aanval dezer zonen der woestijn in hun vreemdsoortige uniform, met den witten burnous om de schouders fladderende, in zóó toomelooze vaart stormden zij op hun kleine, brieschende hengsten vooruit, dat een paar escadrons Duitsche ulanen er voor uiteenspatten. Weldra echter deed de generaal von Bernhardi met zijn Reiter de kans keeren. Tegen de geduchte houwen van het Duitsche rapier waren de Fransche schedels niet bestand, en in verwarring joegen de spahis terug naar de stad.

De zon neigde reeds ter kimme, en nog was Orleans niet genomen; den ganschen dag door was de strijd in de huizen, in de straten, in de wijnbergen met ongekende woede en volharding door den verdediger gevoerd. — Om verder noodeloos bloedvergieten bij een nachtgevecht te voorkomen, had de prins reeds besloten onder de muren der stad te bivakkeeren en den dag af te wachten, toen generaal d'Aurelle begon te onderhandelen. — Aan de Fransche troepen zou twee uur tijd worden gegeven om de stad te ontruimen. De groothertog, die de onderhandelingen voerde, nam dit voorstel aan. Om half twaalf rukten de Duitschers de stad binnen.

In de straten was 't een chaotische verwarring; al de pleinen lagen vol gewonden; de inwoners vluchtten huilend en weeklagend in alle richtingen weg, en tusschen bergen rommel en overblijfselen van allerlei aard zaten Fransche soldaten in stomme gelatenheid bij een vuurtje te staren naar hun menageketel, waarin hun avondeten stond te koken. Eerst in den morgenstond was 't mogelijk dat geheele tooneel van verwoesting wat beter te overzien. Groote bloedplassen stonden op de trottoirs; de lange, dichte troepencolonnes met al die gewonden, welke ze achternastrompelden, het doffe geroffel der trommen en de gehavende, gescheurde uniformen der soldaten maakten een allesoverweldigenden indruk. Alle huizen en kerken lagen vol geblesseerden; daartusschen dwaalden dronken kerels en bedelaars rond. Bij 't zien der eindelooze rijen Duitsche soldaten, die de stad binnentrokken, schenen de inwoners letterlijk met stomheid geslagen.

— 338 —

ocr page 349

1

Was de inname van Orleans voor prins Frederik Karei een feit van groote beteekenis, — niet minder dan i 8000 gevangenen toch benevens 74 vuurmonden en vier kanonneerbooten vielen daarbij in zijn handen; — van niet minder groote beteekenis, doch in tegenovergestelden zin, was ze voor het Loireleger. Dit was zoo goed als geheel uit zijn verband gerukt; het i8e en 20e korps waren in oostelijke, het i6e en I7e over Beaugency in westelijke richting afgetrokken: alleen het I5e korps, trouwens de eenige afdeeling, die in en om Orleans zelf gestaan en daar gestreden had, had in zuidelijke richting een goed heenkomen gezocht en had gruwelijk veel geleden.

— 339 —

ocr page 350

XXXe HOOFDSTUK.

CHANZY EN HET IIE LOIRELEGER.

Dat het leger van generaal d'Aurelia bij Orleans was geslagen, was voor Frankrijk een geduchte slag, doch stellig mocht dit niet in zoodanige mate aan dezen opperofficier worden verweten als Gambetta deed, want deze zette hem af en belastte hem met het bevel over het kamp bij Cherbourg, voor welke eer de ander echter bedankte. — Dit afzetten van opperofficieren, als zij niet handelden in den geest van den advocaat-legerbevelhebber of diens dikwerf hoogst onvoorzichtige en onoordeelkundige bevelen niet opvolgden, was niets nieuws.

De eenheid van het Loireleger ging thans ook verloren, want oogen-blikkelijk hief Gambetta het opperbevel over dit leger op en vormde drie geheel nieuwe, die op zich zeiven stonden. Hij voegde het 16e en I7e korps bijeen onder commando van den reeds meer genoemden generaal Chanzy, bracht het i8e en 2oe onder dat van den generaal Bourbaki, en stelde het 15e, dat op zich zelf bleef, onder de bevelen van den generaal Martin des Pallières. De eerste groep trok terug naar Blois, de tweede naar Vierzon, de derde naar Gien. Zoodra Bourbaki de Loire was gepasseerd om over te gaan in de Sologne, kreeg hij ook het i 5e korps onder zijn orders. Het i5e, i8e en 20e korps ontvingen nu vereenigd den naam van Ie Loireleger, terwijl het i6e, iye en het 2ie korps, welk laatste in 't bosch van Marchénoir stond, te zamen onder Chanzy het IIe Loireleger zouden vormen.

Toen al de vermisten en gevluchten terug en de opengevallen plaatsen aangevuld waren, telden die twee legers ieder circa 120000 man.

De terugtocht van het Ie leger werd niet bijzonder bemoeilijkt. De Duitschers zeiven waren te zeer uitgeput, de wegen waren te slecht. Voorts schoven de horden francs-tireurs dadelijk een zóó dicht gordijn achter de aftrekkende troepen, dat het hoofdkwartier te Versailles het spoor van dit leger een tijdlang zelfs geheel bijster was en niet wist of

— 340 —

ocr page 351

het dit in de richting van Vierzon dan wel in die van Tours moest zoeken. Van dit leger, later het Oosterleger genaamd onder bevel van Bourbaki, was het I5e korps zóó volslagen gedemoraliseerd, dat er in dagen niet aan te denken viel, het weder te kunnen bezigen. De generaal des Pallières diende zijn ontslag in, dat niet werd aangenomen. Met het leger van den generaal Chanzy, het IIe Loireleger, zullen wij ons nu het eerste bezighouden.

Van deze troepen hadden de Duitschers het spoor niet verloren ; wel was de doodelijke vermoeienis der aanvallers, door 't barre winterweder, de gladde wegen en voortdurende gevechten ontstaan, oorzaak, dat een korte rust voor het gros gebiedend noodzakelijk was, voordat hier opnieuw kon worden voorwaarts gegaan.

Terwijl het ge en ioe korps dus voorloopig bij Orleans bleven, en het 3e stroomopwaarts ging in de richting van Chateauneuf, ontving de groothertog van Mecklenburg last de Loire te volgen stroomafwaarts en al 't geen er van het » zoo gedemoraliseerdequot; Loireleger in die streken was overgebleven uiteen te slaan en zoo mogelijk te vernietigen.

Dit laatste was echter gemakkelijker bevolen dan uitgevoerd, want in de eerste plaats had de onder zijn bevelen staande macht, vooral door de groote verliezen, die de Beieren hadden geleden, een sterkte van slechts even 25000 man, in de tweede plaats vond de groothertog in den generaal Chanzy, den nieuwen Franschen legercommandant, een man, die voor zijn taak volkomen was berekend.

Na een paar kleine gevechten, den 7en bij Meung, den Sen bij Cravant, stiet de groothertog den 8en met zijn hoofdmacht bij Beaugency op de stellingen, door Chanzy hier ingenomen. Thans bood die zoogenaamd »zoo gedemoraliseerdequot; en bevreesd geworden vijand een zoo hard-nekkigen wederstand, dat de Duitschers geen duimbreed grond konden winnen, en dat Chanzy in zijn stellingen bivakkeerde.

Op zulk een gang van zaken volstrekt niet voorbereid, beval prins Frederik Karei terstond, dat het ge korps van uit Orleans op den linkeroever van de Loire overgaan en het detachement van den groothertog langs die zijde ondersteunen zou. Tevens werd het ioe korps rechtstreeks onder de bevelen van den groothertog gesteld om langs den rechteroever der rivier voort te rukken.

Ook den 9el1 en den ioen werd nu in de terreinen vóór Beaugency met de grootste verwoedheid gestreden. Op verschillende punten was het voordeel hierbij herhaaldelijk aan Fransche zijde. Meermalen grepen de troepen van Chanzy zóó onstuimig en doortastend aan, dat alleen granaatvuur de stormende colonnes kon tegenhouden.

Toen in den morgen van den 1 ien het geheele ioe korps op 't ge-vechtsveld kwam, bleek Chanzy echter afgetrokken naar Vendóme. De beweging, door het gc korps langs den linkeroever der Loire ondernomen, en door de francs-tireurs bij Chambord niet belet, bedreigde zijn rechter-

— 341 —

ocr page 352

flank, die bij Beaugency aan de rivier was geleund. Raadzaam had de generaal het dus geacht terug te gaan en zich zoodoende aan een minder gewenschte omarming te onttrekken.

Tevens had het comité te Tours het veiliger geacht haar bureaux over te brengen naar Bordeaux. Door de beweging van het 9e korps toch stond Tours bloot aan een coup de main, en vóór alles behoorde de zetel van het bestuur veilig te wezen.

Aan Chanzy's dringend, door Gambetta ondersteund verzoek om hem van uit Blois te hulp te komen, kon door Bourbaki niet worden voldaan. Waarom niet? Omdat de toestand van het Ie Loireleger in die dagen genoegzaam bleek uit het antwoord, den 12el1 door Bourbaki gezonden ;

» Wiit gij het leger (het zijne) redden, doe het dan teruggaan. Verlangt gij, dat het onder de omstandigheden, waarin het zich thans bevindt, een aanvallende beweging zal doen, dan loopt gij gevaar het totaal te verliezen. Mocht gij niettemin hij inv eisch blijven, dan ben ik van de gevolgen, welke daaruit kunnen voortvloeien, zóó volkomen overtuigd, dat ik u dan verzoeken moet die taak aan een ander op te dragen.quot;

In tamelijk goede orde kwam het IIe Loireleger in den avond van den li611 te Vendóme en betrok een stelling achter de Loir, een rechterzijrivier van de Loire.

Betreffende den afmarsch der Franschen eenmaal behoorlijk ingelicht, besloot prins Frederik Karei wel hen tot het uiterste te vervolgen, maar — tevens op zijn hoede te zijn voor Bourbaki. Volgens zijn meening was deze met zijn leger, — de prins wist hiervan toen nog weinig of niets; — volgens zijne meening dus was deze met zijn leger een niet licht te tellen vijand, die, terwijl Chanzy hem de handen vol gaf bij Vendóme, zeer wel over Montargis en Fontainebleau naar Parijs kon rukken.

Om dit gevaar te ontkomen, besloot de prins voorloopig niet verder aanvallend te werk te gaan, doch bij Orleans een centrale stelling in te nemen. Van hier kon hij alle van 't zuiden naar de hoofdstad voerende wegen dan gadeslaan. Gien werd dus bezet door een detachement; het 9e korps kwam te staan bij en in Blois; het 3e bereikte den I5en Villetrun, een plaatsje ten zuidoosten van Vendóme, terwijl de ij6 divisie, een deel van 't korps van den groothertog, bij laatstgenoemde plaats met Chanzy bleef schermutselen.

Door een Duitschen telegraaf beambte te Blois kwam de prins tevens (den i5eQ December) te weten, dat Chanzy voornemens was naar Le Mans en het kamp van Conlie terug te gaan. Weldra bleek dit bericht juist, want den i6ea begon Chanzy den afmarsch. — Hij was beducht geworden, dat de vijand hem langs den rechtervleugel omtrekken en hem zoodoende van Le Mans afsnijden zou. Door deze beweging trok hij nu zoo ver het westen in, dat de prins het gevaarlijk achtte hem met zijn betrekkelijk geringe strijdkrachten te vervolgen. Hij besloot dus

— 342 —

ocr page 353

het roe korps op Tours te dirigeeren, de legerafdeeling van den groothertog, die hierdoor weder zelfstandig werd, op Chartres te dirigeeren, zelf met het 9e korps terug te gaan naar Orleans, — het grootste gedeelte van het ie Beiersche korps stond hier reeds; — en de 6e cava-lerie-divisie met het 3e korps achter zich zoover mogelijk naar het oosten te schuiven. Dit alles diende enkel en alleen, omdat de prins nog altijd vreesde voor een poging van Bourbaki om door te breken naar Parijs, wel een bewijs, dat men in die dagen betreffende den toestand der troepen, welke deze generaal onder zijn bevelen had, bij het hoofdkwartier te Versailles zoo goed als in 't geheel niet op de hoogte was.

Thans brak aan de Loire een tijdperk van betrekkelijke rust aan, meer dan hoog noodig om de soldaten op adem te doen komen, de ontstane gaten aan te vullen en te voorzien in het groote gebrek aan schoeisel en kleeding. Wanneer wij nagaan, dat Metz den 28ea October had gecapituleerd, en dat het leger van den prins op enkele uitzonderingen na vanaf t November gestadig gemarcheerd, gebivakkeerd en gevochten had, dat het weder in November en 't begin van December allerellendigst was geweest, dat de wegen, waarlangs de soldaat zich bewegen moest, vaak met sneeuw en ijs bedekt of door de francs-tireurs onbruikbaar gemaakt waren, dat er menige nacht in de open lucht was gebivakkeerd, en dat de troepen eerst den I5en December weder eens naar beboeren konden worden onder dak gebracht, zal het niemand verwonderen, dat verscheiden Duitsche compagnieën in de zonderlingste kleedij waren gehuld en dat men menigmaal moeite had, in zoo'n vreemdsoortig toegetakelden krijgsman een Duitschen soldaat te herkennen; want menige soldaat had, daar zijn eigen uniform tot op den draad versleten was, zich in de plunje van een gevallen Franschen piou-piou (infanterist) gestoken, zelfs diens geweer genomen en voorzichtigheidshalve alleen de roode broek gelaten waar ze was.

Wie nu echter in de meening mocht verkeeren, dat beide partijen van nu af rustig in hun kantonnementen bleven, zou zich van den toestand een valsche voorstelling maken. Telkens werden van weerszijden met kleine en groote afdeelingen verkenningen gedaan; tusschen deze kwam het dan dikwerf tot een scherp gevecht, onder andere den 26en December, toen de overste von Boltenstern, met twee bataljons infanterie, een escadron ulanen en een sectie artillerie een verkenning maakte naar Montoire; zoo ook op Oudejaarsdag, toen een Fransch verkenningsdetachement bij Vendóme slaags raakte met deelen van de divisie Kraatz-Koschlau en met bebloede koppen moest afdeinzen.

Terwijl de prins door die verkenningen nauwkeuriger gegevens wilde verkrijgen betreffende de stelling zijner tegenpartij in 't westen, was het generaal Chanzy meer te doen om een voortdurend verontrusten en op het dwaalspoor brengen van den vijand. In dien tusschentijd reorganiseerde hij zijn korpsen, voorzag ze van munitie en vivres, vulde hun

— 343

ocr page 354

kaders zoo goed mogelijk aan, oefende ze in 't schieten en maakte zich, zooals hij ook aan Gambetta mededeelde, gereed om tegen den 8eu Januari op te rukken in de richting van Chartres en Versailles. — Wanneer, zoo redeneerde de generaal, Bourbaki dan tegelijkertijd van Bourges over Chatillon en Montargis (dus van uit het zuiden) met zijn leger naar Parijs rukte, kon er succes worden verkregen. — Voor generaal Bourbaki was echter reeds een andere taak gevonden. Hij was, zooals wij weldra zien zullen, naar 't oosten op marsch. In verband hiermede stelde Gambetta aan Chanzy voor, met de uitvoering van zijn plan te wachten tot den I4en en dan in de richting van Dreux vooruit te gaan. — »In dien tijd waren dan tevens twee nieuwe korpsen, het !9een het 25e, gevormd; die zouden hem bij zijn opmarsch steunen. Deze hulp zou de generaal ook zeer noodig hebben, want volgens ingewonnen berichten trok prins Frederik Karei aanhoudend meer versterkingen tot zich.quot;

Zelfs tot een begin van uitvoering zou dit plan van Chanzy niet eens komen, want op Nieuwjaarsdag 1871 ontving de prins uit Versailles het bevel het IIe Loireleger van uit Vendóme aan te grijpen. Volgens het groote hoofdkwartier was dit het eenige middel om te weten te komen wat de tegenpartij in zijn schild voerde. Het 7e korps werd door von Moltke naar Auxerre aan de Yonne tegen Bourbaki vooruitgeschoven. De prins kon dus over zijn gansche macht beschikken; ook werd de legerafdeeling van den groothertog van Mecklenburg, herdoopt in het 1 3e korps, weder te zijner beschikking gesteld.

Alleen de Hessische divisie zou te Orleans blijven en een detachement naar Blois zenden ; het ie Beiersche korps moest naar Etampes rukken en de insluitingsarmée tot algemeene reserve dienen.

Den 5en Januari toog het gros van 's prinsen leger op marsch. In de terreinen van Les Perches, in één woord aan weerszijden van den straatweg Vendóme—St. Calais-—Ardenay-—Le Mans en aan het riviertje de Huisne werd nu zeven dagen lang hardnekkig gevochten. Voor het meerendeel eindigden deze gevechten in het voordeel des aanvallers. Het slot was, dat Le Mans, de hoofdplaats van het departement der Sarthe, den 12en na een woedenden kamp, die tot laat in den avond duurde, den Duitschers in handen viel.

Had de kapitein ter zee Jaurès, aan wien het commando over het 21e korps was opgedragen, de herhaalde aanvallen van het 13e korps onder den groothertog, die hem van uit het noordoosten bedreigde, niet zoo heldhaftig twee dagen lang weerstaan, dan waren de gevolgen van den val van Le Mans voor Chanzy's leger mogelijk niet te overzien geweest. Thans kon dit leger terugtrekken naar Mayenne en Laval, maar in welk een toestand?

De Cozirrtcr de la Gironde, een Fransch blad dus nog wel, verhaalt er het volgende van; gt; Aan het spoorwegstation van Le Mans waren hospitaaldetachementen bezig om de talrijke gekwetsten uit het laatste

— 344 —

ocr page 355

gevecht in te laden, toen in wilde vlucht dichte drommen soldaten kwamen aanstormen, de wagens binnendrongen en de zieken er uitsleurden, terwijl anderen in 't water sprongen. Tevergeefs schoten de officieren met de revolver onder dien razenden hoop; de paniek was algemeen. Toen de laatste trein omstreeks drie uur met medeneming van den stationchef en zijn beambten uit de stad vertrok, bleven vijf locomotieven en 160 waggons achter. Wel een bewijs met welk een overhaasting de plaats werd ontruimd.

De generaal Chanzy zegt in zijn rapport aan Gambetta:

s Toen ik den iicquot; omstreeks zes uur in den avond het slagveld verliet, om mijn hoofdkwartier weder op te zoeken, was ik over mijn dasr in hoone mate voldaan. Met recht kon ik hef gevecht gewonnen

O ^ ' O

achten, terwijl ik volkomen gereed was het den volgenden morgen voort te zetten.

t Al die inspanning zou echter weldra nutteloos blijken. — Het eerste rapport, dat ik ontving, was, dat de generaal Lalande, die door den admiraal Janrcgniherry op het plateau der 'Tuilenes was opgesteld en met gemobiliseerde bataljons garde en artillerie het centrum vormde van de slaglinie, die prachtige stelling in 't donker eensklaps had verlaten, dat voorts de mobielen van Ille et Villaine bij het eerste granaatschot op de vlucht waren geslagen, en dat de vijand zich in V duister zonder slag of stoot van de Tinier ie s had meester gemaakt.

— 345 —

ocr page 356

»Ik gaf den admiraal last die stelling denzelfden nacht nog tot eiken prijs te hernemen. Om twee nur in den nacht kwam de admiraal mij rapporteeren, dat de troepen, met groote moeite verzameld en naar voren gebracht, bij het eerste geweerschot, dat viel, in zvanorde waren gevlucht, dat de divisie Jouffroy, die links van hem stond, gedurende den nacht haar stellingen had verlaten en uiteen was gegaan, dat, uitgezonderd de divisie Roquebrune, al de soldaten, door een panischen schrik bevangen en op onbegrijpelijke zvijze lafhartig geworden, i)i groeten getale uit de gelederen liepen en dat er niet meer op hen viel te rekenen.quot;

Wanneer een legeraanvoerder zelf zulk een rapport schrijft, behoeft men niet te vragen hoe de toestand was in werkelijkheid.

Twintig duizend gevangenen, een aanzienlijke massa oorlogsmaterieel, zeventien vuurmonden en twee vaandels waren de laatste buit, door den aanvaller behaald. Ook het kamp van Conlie met al zijn voorraad werd genomen, en met het zwaard in de vuist dreef de generaal von Schmidt den geslagen vijand tot in Bretagne terug. Wij meenen niet te overdrijven, wanneer wij zeggen, dat het lle Loireleger in die dagen zoo goed als ontbonden was, al vormden kleine afdeelingen der zoogenaamd teruggaande gt; arméequot; nog een kern van wederstand. Duizenden soldaten zwierven van nu af rond in de bosschen en vielen, door den honger gedreven, zelfs hier en daar een derp aan. Met sabelslagen moesten de menschen vaak op den weg bijeen worden gehouden.

Met den val van Le Mans was het lot van het zuiden van Frankrijk beslist. Frederik Karei zond het 9® korps naar Orleans, het 1 3e toog naar Rouaan om daar tegen het leger van Faidherbe te helpen ageeren, het ioe kwam naar Le Mans, terwijl het 3e korps en de cavalerie-divisie in de richting van Mayenne voor de veiligheid aan die zijde moesten zorgen.

Wat vriend en vijand gedurende dien zevendaagschen veldtocht hebben geleden, gaat alle beschrijving te boven. Voortdurend vechtend in een terrein, dat, eerst door vorst en sneeuw bezocht, daarna door het dooi-weder bijna grondeloos was geworden, voortdurend gehuld in een natten nevel, die elk voorwerp op eenigen afstand aan het oog onttrok en allen tot op de huid toe nat maakte, den 9equot; Januari een sneeuwstorm doorstaande, zoo hevig als weinigen zich herinnerden, en dan des nachts aanhoudend moetende bivakkeeren op den blooten grond, die dikwerf weinig beter was dan een modderpoel, was 't te verwonderen, dat het aantal zieken dagelijks onrustbarend steeg? Voor de onervaren Fransche officieren was het bijna onmogelijk hun even onervaren en niet aan den oorlog gewende manschappen al die ellende, waarbij dikwerf nog de honger kwam, geduldig en moedig te doen dragen, en vreemd was 't niet, dat ook de Duitsche soldaat vurig begon te verlangen naar het einde van een oorlog, die al zoo vreeselijk lang duurde en al zooveel offers had gekost.

— 346 —

ocr page 357

XXXr HOOFDSTUK.

FAIDIIERBE EN VÜN MANTEUFFEL.

Reeds vroeger vermeldden wij, dat de generaal Bourbaki, die na zijn vergeefsche zending naar de keizerin te Hastings in Engeland niet naar Metz had kunnen terugkeeren, van de regeering te Tours tot taak had gekregen in 't noorden van Frankrijk, met name bij Amiens en Lille, een legermacht bijeen te trekken en hiermede de insluitingsarmée vóór Parijs te bedreigen. Door den weldra tot brigade-generaal benoemden kolonel der genie Farre hierin krachtig bijgestaan, gelukte het aan Bourbaki weldra een afdeeling troepen bijeen te brengen, die wel niet groot was, — hoogstens achttien of twintig duizend man, — maar die meer innerlijke waarde bezat dan de soldatenbenden aan de Loire, en wel omdat ze voor een groot deel bestond uit officieren en soldaten, die zich aan de capitulatie van Metz en van Sedan hadden weten te onttrekken. Natuurlijk echter was het troepenverband ook bij hen aanvankelijk vrij gering.

Om aan deze krijgsmacht, die voortdurend in gehalte en sterkte verbeterde, die steunde op de vestingen Arras, Lille, Cambrai en Amiens, voor welke groote leveringscontracten werden gesloten en wier verpleging behoorlijk geregeld werd, ontzag in te boezemen en tegen haar op te treden, was reeds vóór den val van Metz een gedeelte van het Ie Duitsche leger aangewezen.

Op den 2quot;en October was het bevel over dit Ie leger, — het ie, 7e en Se korps met de 3e landweerdivisie en de 3e cavaleriedivisie, — opgedragen aan den generaal der cavalerie von Manteutïel met den last Metz te bezetten. Thionville en Montmédy te belegeren, de gevangenen van Metz te bewaken en deze door troepen van de landweer te doen wegvoeren, eindelijk met twee korpsen terstond naar de linie St. Ouen-tin—Compiègne op te rukken.

— 347 —

ocr page 358

Aangezien het 7e korps (von Zastrow) gedeeltelijk in Metz en vóór Thionville en Montmédy werd achtergelaten en met de landweer zorgde voor de gevangenen, de ie divisie van het ie korps ter aflossing van een ander troepcndeel naar Mézières werd gezonden en ook de belegering van La Fcre troepen vorderde, was het Ie leger bij zijn afmarsch van Metz den 7en November niet veel sterker dan 25000 man infanterie, 5000 man cavalerie en 180 vuurmonden. Het bestond uit deelen van het ie korps (generaal von Bentheim), het 8e korps (generaal von Göben) en de 3e cavaleriedivisie (graaf Gröben).

Na een tocht van circa veertien dagen, waarbij de troepen gemiddeld

tweeëntwintig kilometer per dag hadden afgelegd, zou von Manteuffel juist zijn geheele macht aan de Oise, een rechter zijrivier van de Seine, tusschen Compiègne en Noyon bijeentrekken, toen hij uit Versailles bevel ontving om in de richting van Rouaan verder te rukken en de vraag, of met de hoofdmacht naar Amiens moest worden afgebogen, afhankelijk te stellen van de positie, welke het Fransche Noorderleger daar mogelijk had ingenomen. — »In elk geval was Amiens belangrijk genoeg, om die plaats door een sterk detachement te doen bezetten.quot;

't Was 21 November toen von Manteuffel dezen last ontving. Reeds twee dagen te voren had Bourbaki, zoogenaamd wegens een misverstand

— 348 —

ii

ocr page 359

met de bevolking, het Noorderleger verlaten en was vertrokken om het commando over het 18e korps bij Orleans op zich te gaan nemen. De aanwezigheid van den generaal, chef van den staf, Farre was oorzaak, dat door dit vertrek in de organisatie van het jeugdige leger echter geen stoornis ontstond.

Aangezien von Manteufifel betreffende den stand en de sterkte der tegenpartij zoo goed als geen enkel juist gegeven bezat. — ook in 't noorden wemelde het van francs-tireurs, die elke verkenning op kleine schaal belemmerden; — zond hij reeds den 22en Movember zoo goed als de geheele 3e cavalerie-divisie op marsch naar Amiens en naar St. Quentin om dienaangaande zekerheid te verkrijgen.

Thans bleek reeds spoedig, dat de hoofdmacht der tegenpartij zich bij Amiens bevond, dat ook bij Rouaan wel troepen stonden doch weinig in aantal, dat de tegenpartij gebrek had aan cavalerie, en dat ook aan de artillerie nog heel wat mankeerde.

Den 23el1 reeds werd dus weder opgebroken, en terwijl de 3e cavaleriedivisie bij le Ouesnel met de mobiele garden schermutselde, rukte de generaal naar Amiens (27 November).

Bij Villers-Bretonneux, ten zuidoosten van de stad, had het eerste ernstige treffen plaats. Op de tijding, dat de Duitschers de stad naderden, had de generaal Farre, die tijdelijk het opperbevel voerde, al de beschikbare troepen hier ijlings in een uitmuntende stelling bijeengetrokken.

't Was een nevelachtige, mistige dag. Den vorigen nacht had het zwaar geregend, en de damp, die over het terrein hing, belemmerde geruimen tijd de positiën der tegenpartij te onderscheiden, 't Was dus reeds over negenen, voordat het 8e korps in een ernstig gevecht werd gewikkeld. Gesteund door het 20e jagerbataljon, hield het 2e bataljon van het 43e Fransche regiment den strijd tegen den aanvaller geruimen tijd vol; eindelijk werd het dorp Cagny door de Pruisen toch met de bajonet genomen. — Ook in dit gevecht was 't weder de geweldige overmacht der artillerie des aanvallers, die ten slotte de beslissing gaf. —- Villers-Bretonneux, eerst door de Duitschers bezet, werd door mariniers en jagers met zooveel onstuimigheid aangegrepen, dat de Duitschers na een verwoed huizengevecht het dorp moesten ontruimen en dat er twee escadrons van het ge regiment huzaren noodig waren om de infanterie uit het handgemeen los te houwen ; doch weldra moest Villers-Bretonneux weder door de Franschen worden ontruimd. Hiermede begon voor hen over de gansche linie de terugtocht; alleen de Fransche artillerie was door heftig vuur uit haar achterwaarts gelegen stelling bij machte de nastormende Duitsche infanterie halt te gebieden. De Franschen bezetten thans de bij Dury opgeworpen schansen, en aangezien von Manteufifel, nu het duister reeds begon te vallen, begreep, dat deze schansen, door krachtig artillerievuur geflankeerd, niet zonder zware verliezen te nemen zouden

~ 349 -

ocr page 360

zijn, terwijl er door het langdurige gevecht ook in zijn afdeelingen verwarring was ontstaan, besloot hij den strijd af te breken en den dag van den 28el1 November te kiezen voor de beslissing.

Deze wachtte den vijand echter niet af; hij verliet nog in denzelfden nacht Amiens en trok af in de richting van Corbie en Arras. De Duit-schers vervolgden hem niet, vooreerst omdat zij zeiven te zwaar waren vermoeid, dan omdat de generaal Farre den spoortrein tot zijn beschikking had, eindelijk omdat de Franschen de brug aan gene zijde van de stad hadden doen springen. De verliezen stonden aan weerszijden ongeveer gelijk, — twaalf- a veertienhonderd dooden en gekwetsten ; — doch de jonge, ten deele slecht geoefende, slecht gewapende troepen van het Noorderleger hadden bij deze gelegenheid een taaiheid en een doodsverachting aan den dag gelegd, welke zelfs aan de tegenpartij bewondering afdwongen.

Den dag van den slag bij Villers-Bretonneux capituleerde de vesting La Fère, nadat een bataljon mobiele garden met vier vuurmonden den 20en had getracht de plaats te ontzetten. Voor de Duitschers was de val van die veste van groot gewicht, omdat La Fère de spoorbanen van Rheims naar Creil en naar Amiens beheerschte. Thans kon het Ie leger van uit Rheims behoorlijk van al het benoodigde worden voorzien.

De val van Thionville op den 24en na een hevig bombardement was van niet minder gewicht, want hierdoor kreeg generaal von Kameke de handen vrij om het beleg te slaan voor Longwy en Montmédy. Thionville was van de linie van den Moezel het laatste punt geweest, dat zich nog in Fransche handen bevond. Dat Toul, Soissons en Schlettstadt zich reeds vóór den val van Metz hadden overgegeven, is ons bekend, zoo ook dat Verdun reeds in Duitsche handen was.

Met het 8e korps op den rechter-, met het ie korps op den linkervleugel rukte von Manteuffel den 2gea November op naar Rouaan. Hij was thans meester over het geheele gebied ten zuiden van de Somme. Van het Noorderleger had hij na dat scherpe gevecht voorloopig niet veel te vreezen; aan de belegering van Péronne kon voorshands evenmin worden gedacht als aan die van Lille en Arras, en — Rouaan was, niet te vergeten, de stapelplaats van een groote hoeveelheid krijgsvoorraad.

Bij een koude van 10° C werd zoo goed als onafgebroken doorgemarcheerd langs wegen, welke de vijand op alle denkbare manieren getracht had onbruikbaar te maken, midden door kleine vijandelijke afdeelingen, die telkens, nu hier dan daar, standhielden en de Duitschers tot gedeeltelijke ontwikkeling dwongen. Bijna gestadig werd in die dagen onder den blooten hemel gebivakkeerd. Hartelijk werd dus (5 December) door de troepen naar een rustdag verlangd, toen de verkenningspatrouilles de tijding brachten, dat de vijand met een sterke macht van de zijde van Rouaan naderde.

Dit bleek echter slechts een loos alarm, want Rouaan verdedigde zich

- 35° —

ocr page 361

niet eens. De met geschut bewapende schansen om de stad hadden zelfs geen enkelen verdediger, en Manteuffel trok den 6en December, zooals men dit wel eens uitdrukt, » met schoenen en kousenquot; de stad binnen.

Terwijl rondom deze plaats met haar zeer groote arbeidersbevolking batterijen opgeworpen en, tegen 't gevaar van mogelijk verzet, ook bewapend werden, begon men van uit Rouaan straalsgewijze kleine vliegende colonnes aftezenden om in den omtrek alle verzet te breken. Meer kon voorshands ook niet worden gedaan, want, hoewel von Manteuffel de Saksische cavalerie-divisie en de Pruisische garde-dragonderbrigade nog tot zijn beschikking had gekregen, was zijn macht toch niet groot genoeg om naar Havre te rukken en deze stad in te sluiten en te nemen, vooral niet omdat Havre door den officier van de marine Mouchez uitmuntend in staat van tegenweer was gebracht. Wel werden Dieppe en Evreux den I4en December bezet.

Eensklaps ontving het 8e korps echter bevel zoo snel mogelijk naar Amiens terug te keeren. Hier waren de toestanden onverwachts zeer veranderd. De generaal Faidherbe, een der eerste dagen van December aan 't hoofd van het Noorderleger getreden, was de vijandelijkheden reeds den lO'quot; December begonnen door het hernemen van het stadje Ham, welbekend door het feit, dat Napoleon III daar een tijdlang heeft gevangen gezeten. Tegelijkertijd hadden verschillende kleine aanvallen op konvooien plaats gegrepen.

Aangezien Faidherbe de telegrafische gemeenschap tevens overal had doen verbreken, was er, en niet zonder reden, bij 't hoofdkwartier van von Manteuffel groote bezorgdheid ontstaan. Afdeelingen, afgezonden om het te Ham gevangen genomen detachement van bijna 300 man te bevrijden, werden met kracht teruggeworpen ; den I4en meldden de patrouilles,

dat groote troepenkorpsen van de zijde van Cambrai over Bapaume naderden. Het leed dus geen twijfel, of von Manteuffel had zich schromelijk vergist, toen hij zich na den slag bij Amiens of Villers-Bretonneux van het Noorderleger voor langen tijd ontslagen achtte. Dit Noorderleger bestónd nog en rukte aan op Amiens.

Met een snelheid en een voortvarendheid, die in hooge mate getuigden voor zijn wilskracht en zijn organiseerend talent, had de pas uit Afrika

ocr page 362

teruggekeerde generaal Faidherbe, een man niet een uitstekenden naam, tevens een wetenschappelijk hoogst ontwikkeld officier, de vormlooze menschenhoopen, waarover hij te beschikken had, binnen weinige dagen in twee korpsen, het 22e en het 23«, herschapen en was met deze macht, die 60 vuurmonden medevoerde en circa 50000 man sterk was, in den rug der Duitschers op Amiens aangerukt, op een oogenblik, dat van de Duitschers alleen de I5e divisie beschikbaar was om hem den marsch van hier naar Compiègne te belemmeren.

Een depcche, door von Manteuffel den I5ei1 van het hoofdkwartier te Versailles ontvangen, waarschuwde hem voor het dreigende gevaar en beval hem met het Ie leger op Beauvais te marcheeren en de mogelijkheid niet uit het oog te verliezen, dat ook van uit de Fransche vestingen aan de Belgische grenzen een poging kon worden gedaan om Parijs te ontzetten.

De fortuin was de Duitschers gunstig. Den I4en had Montmédy gecapituleerd. Von Manteuffel kreeg dus de handen vrijer. De i6e divisie rukte van Dieppe naar Beauvais, en den 19en stond het 8e korps tus-schen Breteuil en Roye, het ie korps bij Amiens.

Een verkenning, hoofdzakelijk door cavalerie en artillerie den 20en van uit Amiens in de richting van Arras en meer bepaald naar Quer-rieux ondernomen, bewees, dat hier een aanzienlijke massa vijandelijke troepen stonden, want het verkenningsdetachement werd krachtig teruggeworpen. In 't hoofdkwartier kreeg men nu voldoende zekerheid, dat de Franschen hadden stelling genomen tusschen Péronne en Corbie, ten noorden van de Somme. De geheele omtrek daar wemelde van partijgangers ; overal waren de bruggen afgebroken; slechts over smalle loopbruggen onderhield men nog de gemeenschap met den rechteroever.

Von Manteuffel besloot de tegenpartij in zijn stellingen aldaar aan te vallen; zoodoende kwam het den 2 3en bij Pont Noyelles aan de Hallue tot een scherp gevecht, dat aan de Franschen circa twaalfhonderd dooden en gekwetsten kostte, onbeslist bleef en den 24en, nadat de troepen bij een koude van 7° of 8° C. op het slagveld hadden overnacht, niet werd voortgezet. In den namiddag van dezen dag retireerde Faidherbe, om zijn troepen in kantonnementen onder te brengen en hun eenige rust te gunnen.

Den 2 5en brak von Manteuffel weder op om den wijkenden vijand in de richting van Arras te vervolgen. Twee dagen later werd Péronne door hem ingesloten en gebombardeerd. Den ioen Januari, nadat er zeventig huizen in puin geschoten en vijfhonderd half vernield waren, gaf de stad zich over. 't Was niet de eerste maal, dat de Pruisen door het bombardement eener stad de bezetting ervan tot de overgave dwongen; door velen werd deze even wreedaardige als tegen het volkenrecht indruischende geweldmaatregel dan ook scherp afgekeurd.

Hieraan stoorden de Duitschers zich echter niet. Volgens hen werd

— 35 2 —

ocr page 363

op deze wijze minder bloed vergoten dan bij een langdurig, geregeld beleg. Op zijn marsch naar Arras werd door von Manteuffel bij Bapaume, aan 't punt van samenkomst der wegen van Arras en Cambray naar Amiens, met het 8e korps halt gemaakt. Terwijl de generaal von Bentheim nu bij Rouaan den vijand in bedwang hield, die uit Havre deze stad bedreigde, terwijl Mézières den ien Januari 1871 zich overgaf, 2.ond de generaal von Göben van uit zijn stellingen ten noorden van de Somme in verschillende richtingen detachementen uit, om den vijand op te zoeken en terug te drijven.

Aangenomen mag worden, dat het Duitsche hoofdkwartier, — doch vooral von Manteuffel zelf, — zich schromelijk vergiste, toen het meende, dat het Noorderleger na den slag aan de Hallue was vernietigd; niets was minder waar, en de slag bij Bapaume zou dit weldra bewijzen. Had von Manteuffel geweten, wat hij niét wist, dat Faidherbe na den slag aan de Hallue alleen was teruggegaan om zijn jonge troepen te kanton-neeren en ze dus te beschermen tegen de felle koude van het bivak, om hun een paar rustdagen te gunnen, die zij noodig hadden, en hen weder van al 't noodige te voorzien, dan zou hij zijn regimenten stellig niet over zulk een lange lijn als van Rouaan tot aan Bapaume hebben geëchelonneerd, maar zou hij ze zeker bij elkander hebben gehouden.

Toen Faidherbe dus den 3en Januari langs vier wegen oprukte om Péronne, dat al dagen lang gebombardeerd werd, te ontzetten, stiet hij hierdoor bij Bapaume alleen op het 8e korps, dat ook veel jonge manschappen telde.

Zonder aarzelen viel hij aan, en het gevecht in de voorsteden van Bapaume en in de nabijgelegen dorpen werd weldra zóó verwoed, dat de dooden en gekwetsten in de straten vier, vijf man hoog op elkander lagen; zóó onstuimig herhaalden de Franschen hierbij telkens den aanval, dat de Duitschers de voorsteden moesten ontruimen.

't Was reeds geruimen tijd donker, — zeven uur, — toen Faidherbe 't gevecht afbrak en vlak tegenover zijn tegenpartij een bivak betrok, terwijl de Duitschers, beducht voor een hernieuwden aanval, den volgenden morgen Bapaume ontruimden. Met het oog op den overmach-tigen vijand, die zoo hardnekkig had gevochten, op het ingetreden gebrek aan munitie en op de omstandigheid, dat voorloopig op geen enkelen man versterking meer kon worden gerekend, werd zelfs bevel gegeven om, gedekt door cavalerie, terug te gaan tot achter de Somme.

Deze beweging bleek den 4en echter niet meer noodig, want haidherbe keerde zelf naar zijn kantonnementen terug, volgens eigen verklaring, omdat een retour offensif van uit Amiens zeer goed mogelijk was, omdat hij rapport had ontvangen, dat Péronne op den Oude- en op den Nieuwjaarsdag niet meer was beschoten, en omdat hij het bivakkeeren in de open lucht voor zijn vermoeide troepen zeer onraadzaam achtte. Dat zijn leger echter nog volkomen slagvaardig was, bleek toen een

— 35 3 —

__

23

ocr page 364

paar escadrons Pruisische kurassiers het wilden vervolgen. Het eene werd totaal vernietigd, het andere toog op de vlucht. Het bataljon, dat de escadrons op die wijze ontving, een van de divisie Bressol, had de ruiters tot op dertig pas laten naderen en had toen snelvuur afgegeven.

Péronne gaf zich 10 Januari over; hierdoor kreeg von Göben, die intusschen von Manteuffel als commandant over het Ie leger was opgevolgd, de handen eensklaps veel ruimer. Von Göben was thans meester over de gansche stelling aan de Somme; hij kon voor- en achteruit en hij kon zijn krachten concentreeren om zijn tegenpartij te beletten over Péronne naar Parijs te marcheeren. Amiens bezittende, belette hij Faidherbe de Somme over te gaan, en mocht deze over St. Quentin en Laon naar Rheims, dus naar de Duitsche operatie-lijnen, willen trekken, dan kon hij hem thans op verschillende punten tegentreden.

Om zijn gevaarlijken, ondernemenden en talentvollen tegenstander, die stellig wel spoedig weder aanvallend zou optreden, naar behooren het hoofd te kunnen bieden, nam von Göben met het 8e korps dus positie tusschen Péronne en Bray achter de Somme en met de i 2e cavaleriedivisie te St. Quentin; de 3e reservedivisie stond in en om Péronne.

Toen von Göben meende, dat Faidherbe niet lang wachten doch het offensief weldra hernemen zou, zag hij den toestand zeer juist in. Aan den generaal von Manteuffel was, zooals wij weldra meer in bijzonderheden zullen hooren, het bevel opgedragen over de zuid-armée, die tegenover Bourbaki met het Ie Loireleger moest optreden.

't Was reeds bijna half Januari. Dat Parijs het nog langer dan enkele dagen zou kunnen uithouden, geloofde niemand, en aangezien Faidherbe tijding had ontvangen, dat Trochu eerstdaags een laatste, wanhopige poging zou doen om zich door den vijand heen te slaan, benevens een telegram uit Bordeaux van de Freycinet, meldende, dat het oogenblik van krachtig optreden was gekomen, terwijl van hem vóór alles werd gevorderd, zooveel mogelijk vijandelijke troepen tot zich te trekken om de macht der belegeraars van Parijs te verzwakken, was energiek handelen plicht.

Van Albert, waar hij toen (15 Januari) stond, -— Bapaume was reeds lang weder door de Duitschers ontruimd; — besloot Faidherbe daarom door een paar geforceerde marschen naar het oosten, met een grooten boog om Péronne heen, naar de zuidzijde van St. Quentin te rukken en zoodoende den weg naar La Fère en Compiègne, dus 's vijands operatielijnen, te bedreigen.

Dat hij hierbij weldra een overmachtigen vijand tegenover zich vinden zou, wist hij even stellig als dat hij dezen marsch naar St. Quentin niet onopgemerkt zou afleggen, maar hij achtte het oogenblik gekomen om aan Parijs een offer te brengen. Werd hij door een al te groote overmacht aangegrepen, dan stond hem altijd nog de terugtocht open

— 354 —

ocr page 365

-

355 —

ocr page 366

naar den vestingvierhoek Cambray, Bouchain, Douai en Valenciennes, waarbinnen de vijand zich wel wachten zou hem te vervolgen.

Den i6eD werd de marsch aangevangen van Albert naar Sailly-Saillisel, en den I7en bij spiegelgladde wegen, — want het had hard geijzeld, — naar Vermand vervolgd. Hier reeds kregen afdeelingen van de divisie von Barnekow, die voor Péronne hadden gestaan, met de Franschen voeling.

In den vroegen morgen van den i 8en werd de achterhoede der divisie Bessol voortdurend lastig gevallen door escadrons der 3e cavaleriedivisie; tegen den middag werd die achterhoede ook aangegrepen door de voorhoede der i5e divisie (von Kummer). De generaal Paulze d'Ivoy was met de 2e divisie van het 2 2e korps zelfs verplicht bij Vermand ir; stelling te komen en een gevecht aan te nemen.

Uit alles bleek, dat von Göben zijn tegenstander met zijn gansche macht was gevolgd, en dat geen enkele van diens bewegingen hem was ontgaan. — Van een terugmarsch naar 't noorden was voor Faidherbe thans zelfs geen sprake meer; dan zou dit teruggaan, met den vijand vlak achter zich, met volslagen vernietiging hebben gelijk gestaan. Op denzelfden dag, dat Trochu vóór Parijs zijn grooten uitval deed naar Montretout, nam Faidherbe daarom den slag aan bij St. Quentin.

Aan de west- en de zuidzijde van de stad, en circa vijf kilometer van deze verwijderd, had hij aan weerszijden van het kanaal een zeer goede stelling gevonden. Het dorp Fayet vormde het rechtersteunpunt, het dorp Grugis het linker. In een halven boog stond zijn circa 40000 man sterk leger om de stad.

Den vorigen nacht had het vrij zwaar geregend, zoodat wegen en akkers, aanvankelijk met ijs bedekt, nu een modderpoel vormden, en groote strooken weiland aan een meer gelijk waren geworden.

Om acht uur begonnen, werd het gevecht over de gansche linie weldra algemeen. Later op den dag draaide het voornamelijk om de hoogten van Gauchy op den linkervleugel. In de nabijheid van den molen A tout vent staande, had Faidherbe een goed overzicht over den loop er van. Op alle voorname punten, onder andere bij Savy en op en bij den straatweg naar Ham, werd door zijn troepen met de grootste taaiheid en hardnekkigheid gestreden.

Eerst tegen zes uur in den avond, toen eenige compagnieën van het 41e regiment het stationsgebouw bestormd en zich in een gedeelte der stad vastgezet hadden, begon de weerstand der Franschen te verzwakken. Op den rechtervleugel duurde de strijd nog geruimen tijd. Hier ontvingen de Franschen versterking en wisten zij het dorp Fayet den aanvaller weder te ontwringen, — de invallende duisternis was hun hierbij gunstig; — maar een alles overweldigende bajonetaanval van het 41® regiment smeet hen ten slotte toch achter hun barricaden terug, en onder het kraken der schoten, het gegil en gekerm der gewonden en het dreunende hoera der Duitschers moest de terugtocht ten slotte worden aangenomen.

— 356 —

ocr page 367

Wel stelden Faidherbe en zijn stafofficieren alles in 't werk om dezen geregeld en ordelijk te doen plaats hebben, maar de springende granaten brachten de vluchtelingen weldra in verwarring. De colonnes stoven uiteen. Wagens, karren, ruiters, infanteristen, in één woord een dichte drom van menschen, dieren en voertuigen begon om half acht de wegen naar Cambray te vullen. — sgt;De Pruisen komen 1quot; was dekreet, waarmede enkele uren daarna gansche scharen met slijk en zweet bedekte mannen hijgend en ademloos deze stad binnenstormden. — » De Pruisen komen!quot; — Als een loopend vuurtje plantte die angstkreet zich in den omtrek voort. Honderden voertuigen, ten deele met gewonden beladen, joegen in razenden galop op de straatwegen voort; als dolzinnig ranselden de voerlieden los op de paarden, en deze renden zonder genade

voort over de lichamen van honderden gewond langs den weg liggende, zieltogende menschen.

Voor dit wanhopig geworden menschenkluwen sloot Cambray zijn poorten; maar ook weigerde het zich over te geven, toen de Pruisen den volgenden morgen de stad naderden.

De slag van St. Quentin had het leger van Faidherbe doen uiteenspatten. Von Göben maakte 9000 gevangenen en nam zes vuurmonden, terwijl circa 3000 dooden en gewonden het slagveld bedekten; ook de Duitschers hadden zware verliezen geleden. Voordat het lot van het Noorderleger was beslist, was er zeven uur lang van beide zijden met grenzenlooze hardnekkigheid gestreden.

't Geen de slag bij Le Mans een week tevoren was geweest voor Chanzy, was die bij St. Quentin thans voor Faidherbe. Voor geruimen tijd waren de legers van beide generaals tot een nieuwen veldtocht ongeschikt gemaakt. Toch bleef von Göben op zijn hoede; terwijl de

— 357 —

ocr page 368

15e divisie en een regiment cavalerie Amiens dekten en Cambray, dat niet werd belegerd, benevens Arras in 't oog hielden, nam een deel van het ie korps en van de cavaleriedivisie Gröben, front naar Cambray, stelling ten noorden van Péronne. De i6e divisie kwam op de lijn Clary-Prémont-Brancourt, terwijl graaf Lippe Cateau Cambresis bezette.

Hier rustten de troepen uit van hun zware vermoeienissen, terwijl vliegende colonnes het land doortrokken, in de dorpen en de steden oorlogschatting hieven, graan en slachtvee samendreven en elk verzet terstond onderdrukten.

Rondom de steden Cambray, Douai, Valenciennes, Arras en Lille gekantonneerd, werd het Noorderleger door Faidherbe's wilskracht toch betrekkelijk spoedig weder georganiseerd, zoodat het den ioen Februari bijna weder even sterk was als in 't midden van Januari. De wapenstilstand en de vrede waren echter oorzaak, dat die troepen niet meer te velde gebezigd doch per scheepsgelegenheid over Duinkerken naar Cherbourg getransporteerd werden, om de garnizoenen van de vestingen in dat gedeelte van het land te versterken.

- 358 —

ocr page 369

XXXir HOOFDSTUK.

VON WERDER, GARIBALDI EN BOURBAKI IN 'T OOSTEN.

Reeds vroeger, bij 't beleg van Straatsburg immers, maakten wij kennis met den man, wiens naam het eerste boven dit hoofdstuk is vermeld. Bij die gelegenheid en ook later nog, stipten wij aan, dat wij hem eerlang op een ander gedeelte van het oorlogstooneel zouden weder-vinden. De omstandigheden hebben gemaakt, dat wij onze belofte thans eerst kunnen vervullen om te verhalen van de omvangrijke, grootsche taak, welke dezen uitstekenden Pruisischen generaal na den val van Straatsburg te verrichten werd gegeven.

Ti algemeene trekken luidde zijn opdracht, dat hij den marsch naar Troyes en Chatillon terstond aanvangen, elke verzameling van vijandelijke troepen in de departementen Vogezen, Boven-Marne en Aube uiteenjagen, de daar vernielde gemeenschapsmiddelen herstellen, de reeds met den Elzas en Lotharingen bestaande in stand houden en met den generaal von Schmeling, den commandant der nieuwgevormde preserve-divisie, als veiligheidsmaatregel tegenover de sterke vesting Belfort, in verbinding blijven moest.

Den generaal werd hiertoe het commando gegeven over het nieuwgevormde !4e korps, met de Badensche veld-divisie er bij gerekend, sterk 23 bataljons infanterie, 20 escadrons ruiters en 72 vuurmonden.

Hier zij opgemerkt, dat von Schmeling tusschen 1 en 3 October bij Neuenburg over den Rijn was gegaan, Schlettstadt en Neu-Breisach had ingesloten en nu bezig was den Boven-Elzas door middel van vliegende colonnes van francs-tireurs te zuiveren, waartoe hij 15 bataljons infanterie, 8 escadrons en 36 stukken onder zijn bevelen had.

Zooals ons ook reeds bekend is, had de generaal Cambriels in 't begin van October een legertje van circa 15000 man tot aan de Meurthe vooruitgeschoven, en was hij bezig achter dit troepengordijn bij Dijon,

— 359 —

ocr page 370

Besangon en Lyon grootere afdeelingen samen te stellen. Bovendien bevonden zich in 't zuiden van Frankrijk een massa min of meer georganiseerde vijandelijke detachementen, die aanhoudend in sterkte toenamen, benevens de vrijscharen van den welbekenden partijganger Garibaldi, die slechts op de komst van hun chef wachtten, om handelend op te treden.

Von Werder kon dus veilig zeggen, dat hij bij den opmarsch naar 't zuiden de hand stak in een wespennest, dat hem van alle kanten gevaar dreigde, dat van achter iedere heg, iedere struik, ieder rotsblok het geweer blonk van een franc-tireur, van een man dus, die zonder te vragen naar het meer of minder geoorloofde of edele in zijn daad, zonder te vragen wat hiervan voor hemzelven het gevolg kon wezen, den vijand belaagde en afbreuk poogde te doen, van een man, die de smalle bergpassen, welke de Duitschers moesten doortrekken, door ver-hakkingen en diepe sleuven telkens versperde, die de kanten der bergwanden afstak en het passeeren van voertuigen en vuurmonden op die plaatsen tot een uiterst gevaarlijk werk maakte, die in één woord alles deed om de tegenpartij nadeel toe te brengen en uit te putten.

Gestadig schermutselend met zulk een vijand, die nu eens in kleinen getale dan weder, zooals bij Etival en Nompatelize, met grootere macht optrad, brak de generaal von Degenfeld, commandant der Badensche veldtroepen, tegelijk commandant van von Werders voorhoede, zich een baan naar St. Dié, waar bijna het geheele korps den 9ea was vereenigd, cm den 13en Epinal te bereiken.

Geheel in overeenstemming met het gevoelen van het groote hoofdkwartier was von Werder thans voornemens, de lijn Dijon-Mühlhausen te bezigen als operatiebasis. Eenmaal hier gekomen, dekte hij de aanvoerlijn Straatsburg-Luneville-Nancy-Chalons tegen een ernstigfn aanval uit het zuiden en maakte hij tevens, dat von Schmeling ongestoord tegenover de vestingen in den Boven-Elzas kon opereeren. — Op hooger last zette hij den i6en echter den marsch voort naar Vesoul. Hier, luidden de rapporten, hadden zich veel troepen verzameld. Deze eenmaal teruggeworpen, was 't von Moltke's bedoeling, dat von Werder zijn aanvallende beweging zelfs tot aan het nog zooveel zuidelijker gelegen Hesangon zou vervolgen.

Zonder dat de tegenpartij een enkele poging had gedaan dit te beletten, kwam Vesoul den i 8en in 't bezit van het I4e korps. Thans begonnen de berichten omtrent generaal Cambriels en Garibaldi een wat meer stelligen vorm te krijgen. Een van Besangon vertrokken en voor Vesoul bestemde Eransche veldpost werd opgelicht; uit bij hem gevonden brieven bleek, dat bijna al de vijandelijke afdeelingen op Besangon en Belfort waren teruggegaan, dat Cambriels zijn soldaten ten westen van eerstgenoemde plaats had gekantonneerd, en dat Garibaldi, die eerst ook te Besangon was gekomen, van hier weder naar 't zuiden was getrokken, omdat zeer veel mobiele garden niet onder »een Italiaanquot; verkozen te

— 360 —

ocr page 371

dienen, voorts, dat »de oude van Capreraquot; zijn beide zonen Menotti en Ricciotti bij zich had, dat een voormalige apotheker, een zekere Bordone, zijn chef van den staf was en dat het in de meer zuidwaarts gelegen steden wemelde van allerlei fantastisch uitgedoste kerels met roode hemden en zwarte gezichten, met een gepluimde baret op 't hoofd en met geweren van allerlei soort en kaliber, terwijl men te Lyon een werfbureau vond met een vlag, waarop de woorden : »Armee des Vosges de la République francaise. Enrolements volontaires. Garibaldi general en chef.quot;

Op den 22en, terwijl von Werder op marsch was naar den Ognon, een linkerzijrivier van de Saone, kwam het bij Etuz of Cussey aan dat riviertje, ten noorden van Besangon, tot een scherp gevecht met de troepen van Cambriels. De brug bij Cussey werd na een gruwelijk handgemeen genomen, en de Franschen bij 't invallen der duisternis op Besangon teruggedrongen

Den volgenden morgen brachten kleine cavaleriepatrouilles, die zich stoutmoedig vooruit hadden gewaagd, de tijding, dat Garibaldi zich te Dóle ophield om vrijkorpsen te vormen, en dat Auxonne ook Fransche bezetting had. Von Werder vervolgde zijn geslagen tegenstander niet. Van verschillende zijden toch dreigde gevaar. Op alle wegen vertoonden zich vrijscharen, en de troepen hadden zware marschen door moeilijk, bergachtig terrein achter den rug; de generaal besloot dus zijn mannen te Gray met de Saóne in den rug eenige rust te gunnen en, zooals het groote hoofdkwartier had bevolen, van hieruit op te rukken naar Dijon.

Terwijl het korps nog te Gray rust hield, ontving het de tijding, dat Schlettstadt had gecapituleerd (24 October). Neu-Breisach lag thans aan de beurt. Door gevangenen, bij kleine schermutselingen gemaakt, te weten komende, dat Cambriels bij Besangon was blijven staan, en dat Garibaldi zich nu te Dijon bevond en hier dagelijks meer versterking kreeg, besloot von Werder den tocht naar deze stad terstond te beginnen.

Terwijl zijn korps zich onder afschuwelijk weder op marsch bevond, kwam het voor de troepen zoo verblijdende bericht, dat Metz zich den 27en had overgegeven.

Thans kreeg men tevens een bewijs hoe hard bij het groote hoofdkwartier werd gewerkt, hoe alles daar reeds zooveel mogelijk vooruit werd gereed gemaakt, want reeds den 2gea had von Werder nieuwe instructies, waarin nog zelfs van de belegering van Schlettstadt werd gesproken, — van Schlettstadt, dat den 2j.en reeds was gevallen!

Volgens deze instructies moesten Neu-Breisach en Belfort worden belegerd, moest de linkervleugel van het IIe leger bij zijn marsch naar Parijs worden beveiligd, moesten Vesoul en Dijon bezet en moest de vijand vastgehouden worden, alles te zamen gevat een buitengewoon zware taak, te meer omdat Belfort met zijn sterke bezetting, — 17000 man, — en ook Langres scherp in 't oog gehouden moesten worden, en de ie reserve-divisie, welke evenals de 4e thans onder de orders van von

T

.

— 361 —

ocr page 372

Werder werd gesteld, Belfort waarschijnlijk niet vóór den 6en November kon hebben ingesloten.

Volgens de bevelen van hoogerhand zouden eerst Vesoul en Dijon worden bezet. Dijon viel na een heftig gevecht, dat den ganschen dag duurde, reeds den 3ieu den Duitschers in handen. Nog in dien zelfden nacht vernielden deze een groot gedeelte van het baanvak Lyon— Auxonne. Vesoul viel den 2en November.

Dat Dijon was genomen, had voor von Werder groote beteekenis; hierdoor toch verloor de tegenpartij zijn middel- en steunpunt van verdediging. — Thans Dole bezet en naar Dijon terug!

Toen Neu-Breisach den ioen November had gecapituleerd, kreeg von Werder weder de beschikking over de 4e reserve-divisie; ook kwam het belegeringspark nu vrij, dat tegen Belfort moest worden gebezigd.

Deze sterke vesting, door den kolonel Denfert de Rocherau verdedigd, was namelijk reeds den 3en November, dus drie dagen vroeger dan men verwacht had, door de le reserve-divisie onder generaal von Tresckow I ingesloten ; tevens had deze divisie de stad Montbéliard en het daarbij gelegen groote kasteel aan den spoorweg Besangon—Belfort sterk bezet.

Met zijn hoofdmacht blijvende ten zuidoosten van Dijon, dekte von Werder nu met een deel der 4e reserve-divisie de lijn Vesoul—Gray, en ondersteunde met een ander deel de troepen vóór Belfort. Voorloopig was het thans zijn taak van uit deze stellingen naar alle zijden front te maken naar de vrijscharen en francs-tireursbenden, die de geheele streek van de Cóte d'Or, van Langres af tot Chalons sur Saóne, afliepen, telkens de voorposten aangrepen, het landweerbataljon Unna overvielen en een groot deel van de manschappen in koelen bloede in hun slaap afmaakten, in één woord een oorlog voerden, die aan de jammerlijkste dagen van Napoleon's kampstrijd in Spanje deed denken. Nog moeilijker werd von Werders taak, toen bleek, dat Garibaldi met een aanzienlijke doch ongeregelde macht bij Autun stond, dat ten zuiden van Dijon bij Chagny en Chalons sur Saóne groote massa's bijeenliepen, in één woord, dat zijn korps letterlijk van alle zijden door vijanden was ingesloten.

Een moedige uitval in de richting van de Cóte d'Or, een scherp gevecht bij Pasques, een heftige schermutseling bij Chateauneuf en Vandenesse, en von Werder had zich voor een korten tijd lucht gemaakt en kon zijn soldaten een weinig rust gunnen. Deze was hoog noodig, want, hoe onvermoeibaar en krijgsvaardig ook, hadden zijn troepen door de vinnige koude, — 18° Reaumur, — de voeten diepe sneeuw, die velden en wegen bedekte, en de aanhoudende, zware marschen veel geleden Die sneeuw was tevens oorzaak, dat de transporten kleeding-stukken en vivres zeer ongeregeld aankwamen, dat er vaak gebrek heerschte en dat er vooral in de behoefte aan winterkleederen niet naar behooren kon worden voorzien.

In die dagen, begin December, kwamen ook weder wat nauwkeuriger

— 362 —

ocr page 373

berichten omtrent den vijand in. Zoo werd vernomen, dat de generaal Cambriels door den generaal Michel was vervangen, en dat de generaal Cremer, een voormalig kapitein, die, bij Metz gevangen genomen, uit Mainz ontsnapt en in weerwil van zijn jeugdigen leeftijd door Gambetta bij het Oosterleger tot divisie-generaal benoemd was, nieuwe troepen-korpsen vormde. Ook was bekend geworden, dat het Loireleger na den slag bij Orleans (4 December) in tweeën was gesplitst, alsmede dat Bour-baki de eene helft, het I5e, i8e en 20e korps, commandeerde en thans waarschijnlijk stond bij Bourges en Nevers, doch dat hieromtrent nauwkeurige berichten nog ontbraken.

Eveneens had von Werder thans de zekerheid, dat het 7e korps (von Zastrow), in 't laatst van November door von Moltke naar Troyes gezonden, om de aanvoerlijnen van het IIe leger tegenover den vijand in 't zuiden te beschermen, in 't begin van December reeds met zijn voortroepen bij Chaumont aan de Marne was gekomen. — Den I5en December had dit korps, front naar het zuiden makende, de lijn Chatillon sur Seine—Ravières aan de spoorbaan Parijs—Dijon bereikt, en was met de bataljons van von Werder in nauwe verbinding getreden.

Intusschen bleef de toestand van dezen toch nog altijd kritiek, niet zoozeer omdat hij stond tegenover een geregelde troepenmacht, die hem ieder oogenblik kon aanvallen en slag leveren, als wel omdat Garibaldi en zijn zonen hem voortdurend met hun francs-tireurs het leven lastig maakten, dewijl deze zich nu hier dan daar vertoonden en oorzaak waren, dat telkens vliegende colonnes tegen hen afgezonden moesten worden. Neemt men nu in aanmerking, dat deze telkens herhaalde, kleine aanvallen eener tegenpartij, omtrent wier sterkte en vaste standplaatsen men geene of slechts weinig vertrouwbare gegevens bezat, een voortdurende troepenverplaatsing noodzakelijk maakten ; dat het gansche drama aan de Saóne en in de Cóte d'or binnen enkele weken werd afgespeeld, en dat hooge sneeuw, grondelooze wegen en vinnige koude het marcheeren zeer belemmerden, dan weet men bijna niet wat men meer moet bewonderen, de vlugheid en de koenheid van den aanvoerder, die zijn omvangrijke taak behoorlijk wist te volbrengen, of de taaiheid en het volhardingsvermogen zijner soldaten.

Doch verder 1 Dewijl de brigade von der Goltz, door von Werder naar Langres gezonden, den i6en December in den omtrek van deze plaats eenige benden francs-tireurs van Garibaldi had teruggeworpen, besloot de generaal Cremer dezen uit Lyon met eenige troepen te hulp te komen. Hij stiet hierdoor op de Badensche divisie; nu volgde het gevecht bij Nuits, ten zuiden van Dijon, een gevecht, dat met den aftocht der Franschen en de inbezitneming dezer stad door de Duitschers eindigde. Wel behaalden deze ook hier weder de zege, wel vielen veel wapens, vooral geweren van allerlei fabrikaat, een massa munitie en affuiten in hun handen, maar, evenals wij reeds vroeger bij Orleans zagen, was ook

- 363 —

ocr page 374

in de wijnbergen van Nuits een verwoede strijd gevoerd en hadden zelfs verschillende Duitsche opper- en hoofdoflicieren, onder anderen de ridderlijke prins Wilhelm van Baden en de generaal von Gliimer de overwinning met hun bloed betaald.

In de laatste dagen van December begonnen daarop hoe langer hoe onrustbarender berichten bij von VVerder in te komen. In Autun organiseerde Garibaldi een nieuw legertje; Cremer commandeerde stellig wel 20000 man ongeregelde troepen; het leger van Lyon nam aanhoudend in sterkte toe; de mogelijkheid was dus volstrekt niet uitgesloten, dat al die massa's von VVerder op één oogenblik van verschillende zijden aangrijpen, hem met vereenigde krachten slaan en daarna tot ontzet van Belfort oprukken zouden.

Nóg onrustbarender tijdingen, namelijk, dat ook bij Besangon aanzienlijke troepenmassa's werden bijeengetrokken, dat men bij Clerval aan de Doubs ten noordoosten van Besangon ook op vijanden was gestuit, en eindelijk, dat het baanvak Lyon-Besangon van af den 27en December uitsluitend voor 't vervoer van Fransche troepen beschikbaar was gesteld, deden het groote hoofdkwartier zeker begrijpen, dat von Werder's geïsoleerde positie in 't zuiden thans toch wat al te gevaarlijk werd. De generaal kreeg dus bevel zijn geheele macht te vereenigen om en in Vesoul en, wat meer zegt, zelfs het zoo gewichtige Dijon tijdelijk te ontruimen.

Terwijl het 7e korps nu in de lijn Montbard—Nuits sur Armangon, ten noordwesten van Dijon, staan bleef, had von VVerder den 30en December zijn geheele macht bij Vesoul en Gray aan de Saóne bijeengetrokken en bij Villersexel aan de Ognon een deel der divisie Schmeling gebracht. Zoodoende bedreigde hij de linkerflank van elke armée, die uit de richting Dóle-Besangon tot ontzet van Belfort mocht willen oprukken. Ten overvloede had hij uit Straatsburg het detachement Debschütz (8 landweerbataljons, 2 escadrons en 2 batterijen) ontboden en die ten zuidoosten van Belfort, aan de grenzen bij Delle opgesteld.

Betrekkelijk rustig ging het nieuwe jaar in, doch den 5en Januari veranderde de toestand eensklaps. De voorposten werden gealarmeerd. Groote vijandelijke drommen naderden ; gevangenen verklaarden, dat ze behoorden tot een leger, bestaande uit het I5e, i8e en 20e korps, gecommandeerd door Bourbaki en op marsch naar Belfort.

Laten wij even zien hoe deze geduchte troepenmacht, wel iOOOOO man sterk, daar was gekomen.

Om kort te gaan, was dit het resultaat van een avontuurlijk plan van den advocaat Gambetta en den gedelegeerde de Freycinet, een plan, dat ook wel kans van slagen had gehad, wanneer één enkel der zake kundig man aan het hoofd had gestaan, wanneer niet de gansche regeling der onderdeden aan verschillende niét deskundige personen was overgelaten geworden, en — wanneer de Fransche generaals beter bewust waren geweest

— 364 —

ocr page 375

van de waarheid, dat een spoorlijn met haar materieel voor troepen een prachtig middel van vervoer is, doch, — en hier zetelde juist de groote, de onvergeeflijke fout; — doch dat men de beheerders van zoo'n spoorweg dan ook den tijd moet laten het noodige materieel bijeen te brengen en een gedétailleerde regeling van den loop der treinen samen te stellen, en voorts, dat men niet roekeloos en onhandig in het fijne, nauwluisterende raderwerk van zulk een treinenvervoer moet ingrijpen, zooals hier bij herhaling geschiedde.

Het te Bordeaux uitgewerkte operatieplan luidde: »Het 15e korps dekt Bourges en Nevers; het 18e en 20e worden ijlings per trein vervoerd naar Beaune (aan de spoorbaan Lyon-Dijon). Hier vereenigen zij zich met de legers van Garibaldi en Cremer en vermeesteren gezamenlijk Dijon. Intusschen spoort het leger van Lyon (20000 man) naar Besangon, trekt het garnizoen (15000 man) bij zich aan, vereenigt zich met het andere leger, dat Dijon heeft genomen, rukt hiermede op naar Belfort, ontzet deze vesting en werpt zich dan op de Duitsche commu-catie- en aanvoerlijnen. Het gevolg hiervan zal dan wezen, dat het beleg van al de vestingen in 't noorden terstond wordt opgebroken, en dat mogelijk later zelfs aan Faidherbe de hand kan worden gereikt.quot;

Voor een leek was dit, zóó gezien, een prachtig plan: de »mennekesquot; hier in-, ginds uitladen, ze vereenigen met andere » mennekesquot; en dan met die gezamenlijk tegen een vijand op, die veel zwakker was, die nog geen 40000 man telde; wel 't kon haast niet mooier 1 Een kind zelfs had kunnen begrijpen, dat dit plan slagen móest. — Stellig 1 Slagen kón het, wanneer voldaan werd aan de volgende voorwaarden: a! dat de beweging zóó snel werd uitgevoerd, dat de tegenpartij er niets van bespeurde, — hier echter begon het vervoer bij Bourges en Vierzon den 2oen December en eerst den 5en Januari, dus vijftien dagen later, was het ongeveer voltooid ; — b. wanneer één hoofd alles bestuurde; — hier echter waren vier hoofden, Cremer, Garibaldi, Bressolles uit Lyon en Bourbaki; — c. wanneer de troepenaanvoerders begrepen hadden, dat een troep noodzakelijk ook genoeg vivres en krijgsvoorraad moet medevoeren, en dat de treinen niet uitsluitend voor de soldaten doch ook voor het vervoer van deze impedimenta moeten dienen, - - wat hier maar al te vaak uit het oog werd verloren; — d. wanneer alle omstandigheden, dus ook het weder en het jaargetijde, medewerkten.

Van al deze voor het welslagen vooral van jonge troepen zoo dringend noodzakelijke factoren nu was bij deze expeditie niet één enkele aanwezig. Daarbij had het Oosterleger een wel niet groote maar geharde, goed gedisciplineerde troepenmacht tegenover zich onder een energieken, genialen aanvoerder, die den ganschen toeleg van zijn tegenpartij weldra had doorzien, die door het groote hoofdkwartier wist, dat hem terstond versterking zou worden toegezonden (het 2e en het 7e korps onder commando van von Manteuffel), en die tevens had begrepen, dat er slechts

— 365 —

ocr page 376

één middel bestond om den toeleg van Bourbaki en zijn hulplegers te doen mislukken, namelijk door stelling te nemen achter de Lisaine, een riviertje, dat ten zuidwesten van Belfort langs Frahier en Héricourt

naar Montbcliard stroomt. Werd deze stelling met alle voorhanden middelen, zelfs door zwaar geschut uit 't belegeringspark van Belfort, zoo sterk mogelijk gemaakt en werd hier dan standgehouden, desnoods tot de laatste man was gevallen, wel, dan was er veel kans, dat Bour-

— 366 —

ocr page 377

baki's plan mislukte. — Doch voor 't bezetten dezer stelling was tijd noodig, en de weg van Vesoul naar Belfort was zeer lang. Kon de tegenpartij niet van zijn marschlijn worden afgeleid, dan was de kans groot, dat de tijd tot het in gereedheid brengen er van te klein was.

Dus trachtte von VVerder zijn vijand te verlokken om met zijn hoofdmacht van zijn marschlijn af te wijken. Deze toeleg gelukte (9 Januari). De stad Villersexel met haar sterk kasteel op den oever van de Ognon, aanvankelijk door Fransche voortroepen bezet, werd door de 4e reservedivisie aangegrepen en genomen. De Fransche bezetting werd naar 't zuiden en zuidwesten teruggejaagd; en thans viel Bourbaki in den hem gespannen strik. — In de meening, dat Villersexel bij het middelpunt lag van een groote slaglinie, deed hij omstreeks één uur in den namiddag van den gen Januari artillerie voorkomen en aanhoudend meer troepen tegen het stadje zich ontwikkelen, terwijl von VVerder, om zijn tegenstander volkomen te verschalken, zijn slaglinie ook eenigszins uitbreidde, waartoe het terrein in hooge mate in zijn voordeel was. — Langdurig en verwoed werd gestreden. Toen de nacht aanbrak, bestormden versche Fransche troepen nog telkens weder het brandende kasteel. Terwijl kleine voorpostenafdeelingen van hem het gevecht den ganschen nacht voortzetten, trok von Werder bij schemerachtig maanlicht met 't gros zijns legers af naar de lijn Montbéliard-Héricourt. Voorloopig waren het thans alleen de krachtig gespierde beenen der Duitsche soldaten, die hun chef de overwinning konden bezorgen.

Met zijn logge afdeelingen jonge troepen, die na 't gevecht eerst weder marschvaardig gemaakt dienden te worden, kon Bourbaki onmogelijk zoo snel volgen. Eerst den 1 ien ging hij dus weder op marsch ; volle vierentwintig uren had hij bij Villersexel moeten blijven, omdat de aanvoer van levensmiddelen enz. nu reeds veel te wenschen overliet, een gevolg van de slechte regeling van den treinenloop, waardoor honderden waggons in de bergstations bleven staan.

Na een kort gevecht bij Arcey den 1 3eD tegen verkenningstroepen van von Werder, kwam Bourbaki eindelijk eerst in den avond van den 14eQ vóór Héricourt. — » Was deze plaats genomen, dan móest 't beleg voor Belfort worden opgebroken, dan móest von Tresckow zijn toevlucht zoeken in den Elzas, mogelijk zelfs wel aan gene zijde van den Rijn,quot; zoo redeneerden Gambetta en de Freycinet.

Doch Héricourt werd niét genomen en Montbéliard ook niet, en van dat gansche, zoo zonnige visioen werd niets tot werkelijkheid, want in de thans volgende gevechtenreeks aan de uitgestrekte Lisainelinie — van Frahier tot Delle was ze zesendertig kilometer lang, — was het geluk de Fransche wapenen wederom geen enkele maal gunstig. Toch was Bourbaki's leger nog wel met het I5e korps versterkt. Terwijl over dag met de grootste verbittering en, volgens de verklaring van Duitsche officieren, door de Franschen met bewonderenswaardige!! helden-

— 367 —

ocr page 378

moed werd gestreden, moesten die jonge troepen zonder vuur, zonder beschutting de nachten doorbrengen op de kale, met diepe sneeuw bedekte bergplateau's bij een koude van 16 tot 18 graden vorst. Een scherpe, snijdende wind joeg over die vlakten en deed wolken sneeuw opgaan, die de soldaten bijna blind maakten en hen half als onder een lijkkleed begroeven. Bij de meer achterwaarts gelegerde troepen werden van groene takken vuren aangemaakt, en om deze kon men generaals, subalterne officieren en soldaten in een bonten hoop zich zien verdringen. Zittende op den ransel en met de voeten half in t vuur, om toch een weinig warmte in 't lichaam te houden, daarbij gekweld

Cb (' /gt; O} ^

VERDEDIGING VAN HET KASTEEL VAN MONTBELIARD DOOR 2 COMPAGNIEËN LANDWEER.

door den honger, want de transporten levensmiddelen lieten zich wachten, brachten de arme soldaten de lange, nachtelijke uren door.

Vraagt nu eens wat er van een jong leger, dat drie dagen en nachten onder zulke hoogst ongunstige omstandigheden doorgebracht heeft, dat hierbij geen enkele maal eenig succes van beteekenis mocht behalen, nog te verwachten is, als de opperbevelhebber eindelijk, den hopeloozen strijd moede, het sein geeft tot teruggaan 1

Maar vraagt dan tevens eens of er reden bestond voor het donderende hoera, waarmede eindelijk, den i8equot; Januari, bij de kranige verdedigers het bericht ontvangen werd, dat de Franschen over de gansche linie teruggingen. Vooral de landweermannen, die t kasteel van Montbéliard te bewaken hadden gehad, mochten verheugd zijn, want tallooze malen hadden

— 368 —

ocr page 379

de salvo's der mitrailleuses over hun hoofden heengegonsd, terwijl de aanvalscolonnes de stad binnenstormden en zich tevens van het kasteel trachtten meester te maken. Doodaf van vermoeienis hadden ook zij die nachten wakend in hun stellingen doorgebracht, terwijl een dichte nevel alles om hen heen als in een lijkkleed hulde, en de koude zóó hevig werd, dat de sluitstukken der vuurmonden en de grendels der geweren bijna niet meer geopend konden worden. Onder de Duitsche landweermannen even goed als onder de Fransche mobielen bevonden zich heel wat burgers, die thuis vrouw en kinderen hadden achtergelaten en door hun positie in de maatschappij zoowel als door hun fortuin aan zulk een ruw, hard leven volstrekt niet waren gewend.

Menigen landweerman rezen de haren te berge, toen hij, ten slotte van achter zijn verschansingen te voorschijn gekomen, het slagveld der laatste drie dagen betrad. Hier waren plaatsen, waar vier, vijf aanvallers in een afgrijselijk kluwen dood op een hoop lagen. Over de slootranden hingen de lijken der gevallenen bij tientallen met het hoofd omlaag in de sneeuw. Meer dan 5000 dooden vond men daar, en ruim 3000 gewonden had de vijand zonder voedsel, zonder eenig verband op het slagveld in handen der overwinnaars achtergelaten 1

Voor de belegeraars van Belfort, voor den Elzas en voor Duitschland was het gevaar, dat uit het zuiden had gedreigd, thans geweken. Met nauwelijks 45000 man en circa 140 vuurmonden had von Werder het drie dagen lang tegen 1 20000 vijanden uitgehouden. Zijn kalmte in 't gevaar, zijn helder doorzicht hadden hiertoe stellig evenveel bijgebracht als de heldenmoed en de doodsverachting zijner soldaten. De hooge onderscheiding, welke zijn koninklijke meester hem weldra deed toekomen, was waarlijk welverdiend.

Zoo ooit, dan was vooral hier, aan de Lisaine, het bewijs geleverd hoe weinig waarde zulke jonge, nieuwgevormde troepen als Bourbaki in 't gevecht voerde, bezitten tegenover in vredestijd goed gedrilde, uitmuntend gedisciplineerde krijgers, en hoeveel waarheid er ligt in de bewering, dat lang niet altoos de overmacht de overwinning schenkt, alsmede dat tot het vormen van een »legerquot; nog iets meer noodig is dan een troep mannen, die allen een zelfde wapen voeren en een zelfde uniform dragen.

Nauwelijks had von Werder de zekerheid, dat zijn tegenstander in vollen aftocht was, of hij deed de belegering van Belfort weder met kracht voortzetten. Tevens ging hij tot de vervolging over. Dewijl hij met zijn korps door een besluit van het groote hoofdkwartier van nu af onder het opperbevel van den generaal von Manteuffel was gesteld, was hij reeds den 18en begonnen, met dezen opperofficier depêches te wisselen. Den 22en met zijn korps in de lijn l'Isle sur Doubs—Mont-bozon gekomen, kon hij hem thans rapporteeren, dat Bourbaki naar Besangon terugging. — 9 De vervolging met alle kracht voortzetten,quot;

f

— 369 —

24

ocr page 380

luidde het antwoord van von Manteuffel, die intusschen reeds zoo dichtbij was gekomen, dat zijn cavalerie-patrouilles die van het 14« korps bij Rougemont hadden ontmoet.

De toestand, waarin Bourbaki thans was geraakt tegenover drie Duitsche korpsen, welke hem van verschillende zijden bedreigden, was zeer gevaarlijk. Wel kon hij zijn leger, — nog circa 100000 man sterk, binnen vierentwintig uur om en bij Besangon hebben bijeengetrokken; wel was naar het noorden zijn front gedekt, want de overgangen over de Ognon bij Voray, Cussey en Pin waren door hem bezet, maar tusschen den i6en en den 22en, dus terwijl hij voor de Lisaine stond en terwijl hij op den terugtocht was, hadden in zijn rug, met name bij Dijon,

Dóle en Gray gebeurtenissen plaats gegrepen, die in den ganschen toestand een geweldige verandering brachten. Tot goed begrip van 't geen er thans volgt is 't noodig een blik te slaan op de marschbewegingen van het 2e en het 7e korps onder von Manteuffel.

Den i4eu was het 2e korps van Montbard, het 7e van Chatillon opgebroken en, telkens met francs-tireurs schermutselende, door de met sneeuw bedekte bergwegen der Cóte d'Or naar 't zuidoosten gemarcheerd, von Werder te hulp. Op den i 7^ waren de uitloopers der Cóte d'Or bereikt cn stonden de korpsen op de lijn Longeau—Is sur Tille, aan den straatweg van Langres naar Dijon, front naar 't zuidoosten, terwijl de generaal-majoor von Kettler met de 8e infanterie-brigade van het 2e korps, twee escadrons en twee batterijen gedetacheerd was naar

— 370 —

ocr page 381

Dijon, om deze stad, waar Garibaldi zich met circa 25000 man vrij-scharen en francs-tireurs bevond, in 't oog te houden.

Zwaar, zeer zwaar was de marsch, welke de troepen van von Man-teuffel na den 17en wachtte, en met ieder uur namen de zwarigheden nog toe. Het 2e korps toch trok voort, nu eens door lange, met sneeuw bedekte en door hooge bergen ingesloten passen, dan weder door diepe dalen. De koude nam voortdurend toe ; de wegen waren spiegelglad, en overal zag men de veldsmidsen staan rooken, om het beslag der paarden »scherpquot; te houden. Slechts met inspanning van alle krachten was 't mogelijk de wagens over de gladde wegen voort te schuiven. Telkens moesten hier de soldaten helpen. Bovendien werd er voortdurend met den vijand gevochten.

Den 18en stonden de twee korpsen in de lijn Is sur Tille—Cham-plitte (op den weg van Gray naar Langres), toen laat in den avond eensklaps het bevel kwam, dat het geheel thans een groote rechtszvven-king moest maken! — Von Alanteuffel had van von Werder bericht ontvangen, dat Bourbaki aan de Lisaine geslagen en op den terugtocht was; terstond had toen de grijze cavaleriegeneraal een plan beraamd, dat, stout en vermetel, een reusachtig succes kon hebben, als het gelukte, maar dat tevens van zijn troepen ongehoorde krachtsinspanning zou vorderen. Von Manteuffel had namelijk besloten van Besangon een tweede editie van Sedan te maken en, doordringende tusschen Dijon, dat hij door von Kettler deed observeeren, en Besangon, zijn tegenstander den weg naar het zuiden af te snijden en hem te dwingen onder de muren van deze stad een slag aan te nemen, die voor Bourbaki bijna niet anders dan een nederlaag kon wezen, of zich te laten terugdringen tot over de Zwitsersche grenzen, om hier te worden geïnterneerd. — Bourbaki nu was zelf oorzaak geweest, dat dit plan veel kans had van slagen.

Voordat hij toch op marsch toog naar de Lisaine met het 1 8e, 2oe en het nieuwgevormde 24e korps,

waaraan echter nog heel wat haperde, had hij verzocht om het 15e korps, het voormalige korps van d'Aurelle, ook aan hem toe te voegen, en wel »om daaruit een zelfstandige afdee-

ling te vormen, die voor de veiligheid zijner verbindingslijnen kon zorgen.quot; — Het I5e korps was den generaal dus uit Bourges nagezonden;

- 371 —

ocr page 382

en aangezien deze den 18en Januari, den laatsten gevechtsdag aan de Lisaine, nog aan Gambetta geschreven had, »dat hij alle noodige beschikkingen had genomen om de Saone en de Ognon te bezigen; dat hij het garnizoen van Auxonne had doen versterken, en dat hij den generaal Rolland had aangewezen om het riviervak Voray-Marnay (aan de Ognon) te bewaken,quot; mocht aangenomen worden, dat hij ook de steden Dole en Gray had doen bezetten.

Juist dit echter was door den generaal verzuimd. De schuld van deze nalatigheid schoof hij op rekening van Garibaldi, die stond te Dijon, doch dit is onzes inziens niet billijk, want Auxonne, op den weg van Dijon naar Dole, door den generaal bezet zijnde, had het dichterbij liggende Dole nog zooveel te eer door hem bezet moeten wezen.

Hoe dit zij, voor de oorlogshandelingen zeiven doet dit weinig af. Het feit blijft bestaan, dat von Manteuffel, die zijn groote rechtszwenking met tamelijk veel succes volbracht. Gray verlaten vond en van Pontaillier,. waarin hij troepen wierp, tusschen het sterk bezette Auxonne en Besangon door, naar Döle rukte en ook deze plaats zonder slag of stoot in bezit nam. Dit laatste geschiedde in den avond van den 2ien, dus terwijl Bourbaki zijn geslagen leger om en bij Besangon begon samen te trekken. Lezende van de rechtszwenking van een leger, zal menigeen, die vroeger ook wel eens aan het commando; «Rechts zwenkt, marsch 1quot; gehoorzaamde, denken, dat zulk een beweging tamelijk gemakkelijk is uit te voeren. Niets echter is minder juist. Hier was 't een reuzenwerk. Te midden der verschrikkingen van een door een gestrengen winter en een mededoogenloozen vijand (de francs-tireurs) onveilig gemaakte, onherbergzame landstreek, moest het geheele leger eensklaps uit de vroeger aangegeven richting in een andere, volmaakt nieuwe worden gebracht. De korpscommandanten, die hun aanvankelijke marschrichting geheel hadden ingestudeerd en die daarmede overeenkomstige bevelen hadden gegeven, moesten thans op eens in een tegenovergestelde richting nieuwe wegen opzoeken en nieuwe bevelen geven, waarbij het verband tusschen de onderdeelen echter geen seconde mocht verloren gaan en elke gaping moest worden vermeden, terwijl van den kostbaren, krap toegemeten tijd geen minuut mocht worden verspild; — en dit alles, terwijl het gansche leger zich bewoog op smalle, vaak spiegelgladde wegen, terwijl de vijand telkens stoornis bracht in den marsch, terwijl de vuurmonden, vivrestreinen, in één woord de gansche mijlenlange voertuigen-sleep diezelfde zwenking ook moesten maken. Zóó voorgesteld, zal men begrijpen, dat zulk een zwenking met enorme zorg en zaakkennis moest worden ingestudeerd, wilde ze niet totaal mislukken.

Na deze kleine uitweiding, welke onze lezers ons zeker niet euvel zullen duiden, gaan wij weder verder.

Terwijl het 2e en 7e korps den 2ien den marsch voortzetten, terwijl Bourbaki werkeloos staan bleef en zelfs niets deed om zich aan de

— 372 —

ocr page 383

naderende, doodelijke omhelzing zijner tegenpartij te onttrekken, greep de generaal von Kettler met zijn brigade Dijon aan. Zijn doel was niet zoozeer deze stad te veroveren, — met haar sterke bezetting van circa 25000 Garibaldianen en francs-tireurs was hieraan zelfs geen denken; — doch hoofdzakelijk om de aandacht van von Manteufifels bewegingen af te leiden en de groote bezetting der stad vast te houden. Het gevecht van den 2ien was voor de Duitsche wapenen gelukkig; den 2 3ei' echter ging het vaandel van het 2e bataljon van het Pommersche regiment No. 61 verloren bij een vergeefschen aanval op een sterk bezette, groote fabriek. Het doek, eerst door sergeant Pionke, daarna door luitenant Schulze, vervolgens door verschillende musketiers, eindelijk door den luitenant-adjudant von Puttkammer ten aanval vooropgedragen, ging, nadat al deze dragers dood of gewond waren, zonder dat iemand dit bespeurde, in 't duister van den avond verloren. Den volgenden morgen deed Ricciotti Garibaldi aan von Kettler weten, dat het doek onder een heuvel van lijken, met bloed bevlekt en gebroken was gevonden. Dit is het eenige vaandel, dat de Duitsche armee in den ganschen veldtocht verloor.

Dole bezet, een deel van de spoorbaan naar Lons le Saulnier, dus naar Lyon, opgebroken, de telegrafische gemeenschap tusschen Besangon en deze stad vernield, Danipierre, tusschen deze stad en Dóle aan de Doubs gelegen, in zijn handen, en von Manteuffel begon te begrijpen, dat zijn stout opgevat, stout uitgevoerd plan reeds voor twee derden was gelukt. Tot nog toe had hij alleen francs-tireurs, ongeregelde troepen en partijgangerskorpsen tegenover zich gehad; thans echter bracht de luitenant von Massow, die bezig was ten noorden van den Ognon verband te zoeken met de cavalerie van von Werder, groot nieuws en — gevangenen. Deze waren bij Rioz door hem gemaakt. Zij verklaarden te be-hooren tot het korps van den generaal Cremer, dus tot het leger van Bourbaki, en zeiden, dat dit leger in vollen terugtocht was naar 't zuiden.

In de volgende dagen werd het net, dat von Manteuffel om zijn tegenstander spande, nu hoe langer hoe kleiner. Achtereenvolgens bezitnemende van Ouingey, Mouchard, Arbois, Salins, Champagnole en Levier, drong de generaal het Fransche leger onder gestadige gevechten hoe langer hoe meer van het zuiden af, tot Bourbaki zelf inzag, dat alleen een snelle aftocht langs een grooten omweg over Pontarlier (niet te verwarren met Pontaillier; het eerste ligt vlak bij de Zwitsersche grenzen, het laatste bij Dijon) hem mogelijk nog redden kon, want — von Werder drong reeds sterk op van uit het noorden en noordoosten, had den 25en Beauine les Dames aan de Doubs bezet en schoof met zijn korps nu noordwaarts aan op den rechteroever van die rivier, om aan het 7® korps de hand te reiken. Tevens rukte de generaal Hann von VVeyhern met een divisie tegen Dijon op, om af te rekenen met Garibaldi, die in deze dagen wel ernstig ziek was, maar zich

ocr page 384

hierdoor niet had laten weerhouden om, in een rijtuig gezeten, bij 't gevecht zijn troepen aan te vuren.

Toen Gambetta den 256quot; Januari Bourbaki's besluit las om op Pon-tarlier terug te gaan, was de burgerstrateeg woedend.

» ]Vat is dat rquot; schreef hij ongeveer. * Acht dagen geleden bij Héri-coui't waart ge vol vuur; en verklaart ge thans, zonder dat ge nog een enkel gevecht meer hebt geleverd, na een paar bewegingen, die, op de kaart gezien, bijna niet van beteekenis zijn, dat uw leger niet langer in staat is te marcheeren en te vechten, dat het geen joooo vallede soldaten meer telt, dat de marsch, dien ik u naar 't zuiden of 't westen aanbeval, onuitvoerbaar is, en dat er geen andere keuze overblijft dan de af marsch naar Pontarlieren een weinig verder: » Bij mij bestaat de innige overtuiging, dat, wanneer gij al mo krachten verzamelt en desnoods met Garibaldi in overleg treedt, gij voldoende sterk zijt om over Dole, over Mouchard, over Gray of over Pontaillier u er door-heeu te slaan. Gij zoudt het 2f korps en het korps Cremer dan met Garibaldi in verband kunnen doen blijven, en als de toestand van uzu leger geen lange marschen veroorlooft, naar Chagny (aan de lijn Dijon—Lyon) kunnen rukken, om daar te blijven staan of uzu troepoi daar in te laden. Bedenk wel, dat gij, naar Pontarlier rukkende, Lyon zelfs niet meer dekt.

•» Ziedaar mijn zienswijze, generaal: maar nogmaals zeg ik, dat de beslissing is aan u, want alleen gij weet precies in welken toestand,

zoo moreel als physiek, uzv leger en zijn aanvoerders zich bevinden.quot;

Geen drie uur later zond hij den generaal een tweede depêche.

»Hoe meer ik nadenk over uzv plan om naar Pontarlier te marcheeren, hoe minder ik hiervan iets begrijp.

»Ik heb dit plan daareven besproken met de generaals aan het ministerie, en zij begrepen er evenmin iets van. Hebt gij u niet vergist in den naam r Hebt ge zvel Pontarlier bedoeld? Pontarlier aan de Zzvitsersche grenzen r Zoo ja, hebt gij dan wel rekenschap gehouden met de gevolgen.- Waarvan zult gij daar leven r Stellig komt gij daar van honger om. Gij zult dan moeten capi-

— 374 —

ocr page 385

tuleercn of wel overgaan op Zwitsersch grondgebied, zuant een kans om te ontkomen zie ik niet. Overal zult gij den vijand tegenover u en vóór u vinden. Stellig is voor n alleen heil te zoeken in een van de door mij aangegeven richtingen, al zoudt gij hiertoe al utu treinen, enz. moeten achterlaten en alleen uzv valiede troepen medcnemen. Tot eiken prijs moet gij u er door slaan. Zonder dat gaat gij mv verderf te gemoet.quot;

Niettemin bleef Bourbaki bij zijn besluit; den 26ea begon de terugtocht naar Pontarlier *). Von Manteuffel trok mede. Terwijl ven Werder met het I4e korps de Doubs bleef bewaken, met het front naar Besan-gon, stond het ye korps den 2yea tusschen Quingey en Salins, en het 2e van Arbois naar Pont d'Hery geëchelonneerd. Tevens begon de 4e reserve-divisie reeds voort te dringen op den straatweg Besangon-Pontarlier.

Die marsch door de bergen was geweldig afmattend. In de dalen mocht het reeds zoel wezen, in dc bergpassen vertoonde de natuur zich nog in haar volle, ijzige winterkleedij. Spiegelglad waren de bergpaden. Op deze kwamen de troepen slechts langzaam vooruit. Bij le Souillot hielden enkele Fransche afdeelin-gen nog stand. Granaat-vuur dreef hen echter weldra terug, en wat bleef staan werd door de huzaren van het I5e regiment over de kling gejaagd.

Bij Sombacourt en Chaffois ontbrandde de strijd opnieuw, doch ook hier werden de Franschen weldra in de richting van Pontarlier teruggeworpen.

Reeds bij 't gevecht van Chaffois op 29 Januari had de tijding, dat een wapenstilstand was gesloten, de gelederen der Franschen doorloopen. Die tijding was oorzaak geweest, dat vele soldaten onder den roep van: »Armistice Jquot; zich hadden laten ontwapenen. In den avond van den 29eigt; ontving ook von Manteuffel bericht van 't sluiten van een wapenstilstand, maar —- deze bepaalde uitdrukkelijk, dat het gansche gebied der departementen Cóte d'or, Doubs

s') Bourbaki liet zijn leger voorbij zich heen defileeren. zag de doodmoede, wankelende colonnes, die in lange rijen, vergezeld van eindelooze wagen reekeen, door zieken en gewonden omgeven, voortstrompelden over de met sneeuw bedekte vlakte, ging naar zijn kwartier en deed een poging tot zelfmoord.

— 375 —

ocr page 386

en Jura daarin niet was begrepen. Tevergeefs trachtte de generaal Clinchant, Bourbaki's opvolger, met von Manteuffel te onderhandelen; deze was onverzettelijk; van voorwaarden stellen wilde hij niets weten.— »Onvoorwaardelijk nederleggen van de wapens!quot; vorderde hij; het Oos-terleger was niet in den wapenstilstand begrepen; het moest zich dus

overgeven of zich doodvechten. — De door von Manteuffel beraamde aanval op Pontarlier zou over het lot der Fransche troepen beslissen.

Den l6quot; Februari begon het gevecht bij 't fort La Cluse. De tweehonderd voet hooge rotspartijen met haar steile wanden waren door de overblijfselen van de Afrikaansche regimenten dicht bezet; met de wanhoop der vertwijfeling vochten deze, als in 't nauw gedreven wilde dieren.

— 376 —

__1

ocr page 387

Uit elke bergspleet, van achter ieder rotsblok kraakten en bliksemden de schoten; doch al viel menige soldaat onder 't doodende lood in den afgrpnd te pletter, de Pommeren klauterden tegen de klippen op. Een woedend handgemeen in de bergpaden en op de rotsen ontstond ; de Fran-srhen dolven nogmaals het onderspit. Door de duisternis beveiligd, trokken zij in de bergen terug. Hun laatste tegenstand was gebroken. Meer dan 1600 gevangenen, honderden wagens, vele kanonnen en mitrailleuses vielen den Duitschers in handen. Het waagstuk van von Man-teutïel was gelukt.

Reeds enkele dagen te voren had Clinchant met Zwitserland over een interneering onderhandeld. Thans volgde deze. Langzaam begonnen de gedemoraliseerde colonnes over 't grensgebergte te trekken, 't Waren Soood man, 266 vuurmonden, 19 mitrailleuses en 10000 paarden, die onder toezicht van den generaal Herzog op Zwitsersch grondgebied overgingen. Geschaard op twee gelederen, zagen de Zwitsersche soldaten dien langen, eindeloozen stoet van bleeke, vermagerde gestalten, voor een groot deel in lompen gehuld, met gebroken wapentuig en kreupele paarden naderkomen, turco's, zouaven, kielemannen, francs-tireurs en mobiele garden, daarachter honderden wagens, volgepakt met gekwetsten en zieken.

Onloochenbaar is 't, dat enkele afdeelingen, gansche bataljons zelfs in weerwil van al de doorgestane ellende nog een goed figuur maakten, behoorlijk waren gevoed, gewapend en gekleed, maar — die hadden het geluk gehad te worden gecommandeerd door flinke, ervaren officieren, die voor hun soldaten zorgden, die hart hadden voor hun troep, juist dit laatste haperde maar al te dikwerf bij de Fransche legers, getuige een deel van Gambetta's schrijven aan Bourbaki, gedagteekend : Bordeaux 26 Januari.

* Generaal, al mijn opmerkingen te zamen genomen, ben ik gekomen tot het besluit, dat de officier niet genoeg met den soldaat medeleeft en zich niet voldoende met hem bemoeit.

»In strijd met de bestaande bepalingen en de nog onlangs uitgegeven hevelen, ziet men de officieren verblijf houden m de stad, terzvijl de troep onder de tenten ligt in 't kamp. Op een ganschen dag komen de officieren slechts nu en dan met hun inferieuren in aanraking; V is precies alsof zij niet bij den troep behoorden. Dit kan, dit mag zoo niet langer, enz!'

Zoo waar en gegrond als deze opmerking is, zoo dwaas volgt dan later, dat de hoofd- en opperofficieren toch vooral dikwerf een revue over hun troepen moeten houden, om dan tevens dagorders en proclamaties voor te lezen en toespraken te houden en hierdoor de vaderlandsliefde der soldaten op te wekken en het innige verband tusschen de aanvoerders en deze te verhoogen. — Nu, aan proclamaties heeft het de Fransche legers onder Gambetta nooit ontbroken. Naar onze be-

— 377 —

ocr page 388

scheiden meening' ontstaat er tusschen den soldaat en zijn chef alleen dan een innige band, wanneer de eerste ziet, dat de laatste hem steeds voorgaat in alles, dat hij zijn ontberingen te velde met hem deelt en,/^jt' least, in alles goed voor hem zorgt. Bij een vermoeiden, hongerigen soldaat te velde werkt een stuk brood, dat zijn officier hem verschaft, tienmaal beter op zijn moreel dan honderd bluffende proclamaties.

Zoo hadden von Werder en von Manteuffel de hun gestelde taak dus glansrijk volbracht. Zij hadden een groot Fransch leger gedwongen de wapens neder te leggen ; hun troepen hadden hen hiertoe in de gelegenheid gesteld door een mate van taaiheid, van volharding en van doodsverachting, die de bewondering uitmaakten van gansch Europa '). Eerlijk verdiend was dan ook de lof, waarmede koning Wilhelm zijn dank be-

i

geleidde: »Een reusachtig succes werd behaald. Het behoort tot de grootste wapenfeiten van de laatste eeuwen.quot;

De generaal Hann von Weyhern was intusschen Dijon genaderd. Nadat den dag te voren een licht gevecht had plaatsgegrepen, stond hij den ien Februari voor de stad. Garibaldi was door zijn ziekte verplicht geweest het commando tijdelijk over te geven aan zijn chef van den staf Bordone en had zijn ontslag ingediend. Bordone trok met het leger der Vogezen thans af naar Chalons aan de Saóne, en de generaal Hann, die hem met zijn kleine macht zoover naar het zuiden niet wilde volgen, bezette Dijon.

Niet onmogelijk is 't, dat, wanneer Garibaldi na 't gelukkige gevecht bij Dijon op den 2 3en het leger van Bourbaki in zijn linkerflank onder-

Bij den marsch van von Manteuffel waren er van het 2e korps, de Pommeren van Fran-secky, regimenten, die onder 't overwinnen van talrijke hinderpalen in zesendertig dagen, ruim 650 kilomeier, dus gemiddeld achttien kilometer daags, hadden afgelegd.

- 378 -

ocr page 389

steund en dezen vleugel dus gedekt had, Bourbaki met zijn macht had kunnen doorbreken naar 't zuiden.

Thans nog een oogenblik stilgestaan bij het zoo merkwaardige beleg van Belfort.

Zooals wij reeds vroeger vermeldden, was generaal von Tresckow I reeds den 3en November voor de vesting gekomen, had deze terstond ingesloten, ook Montbéliard bezet en deze plaats met het oog op een poging tot ontzet terdege versterkt en gewapend.

Belfort is door het omliggende terrein alleen reeds voor de verdediging uitstekend geschikt. Het enge dal draagt den naam van la Tronée de Belfort en wordt gedekt door de vesting, die de stad geheel be-heerscht en de omstreken op circa 5000 meter afstand onder vuur kan houden. Vauban reeds legde de grondslagen voor de omwalling. De citadel of »het slotquot; vormt het voornaamste deel der verdedigingswerken. Gelegen op den Rocher de Belfort had ze in 1871 drie gebastionneerde fronten en was ruimschoots van bomvrije ruimten en kazematten voorzien. Verschillende andere verdedigingswerken, als de met de citadel verbonden forten La Justice en la Miotte, die den omtrek beheerschten, alsmede de op zichzelf staande redouten les Basses Perches en les Hautes Perches, binnen den boog gelegen, welken de spoorbaan hier beschrijft, brachten tot het verdedigingsvermogen niet weinig bij.

Beter dan eenige andere vesting was Belfort uitgerust; toch moest de kolonel der genie Denfert de Roche-rau, die den I9en October met het commando was belast, nog met inspanning van alle krachten doen arbeiden, om de plaats bij de nadering der Pruisen tegen een stormen-derhandschen aanval te vrijwaren.

Geheel voor zijn taak berekend,

doortastend en omzichtig tevens,

verzuimde de kolonel niets wat aangewend kon worden om de verde-diging hardnekkig en langdurig te doen zijn. Levensmiddelen werden in overvloed bijeengebracht. Gezouten vleesch en een kudde van 1000 stuks vee vormden den vleeschvoor-raad; voorhonderdtachtigdagenmeel,

beschuit, groenten en rijst waren voorhanden ; voorts waren er zout, koffie, wijn en andere artikelen in overvloed. Alleen was er weinig hooi voor de paarden. De bezetting, 1 7000 hoofden sterk, bestond uit verschillende elementen, soldaten, mobielen en gemobiliseerden, terwijl 350 vuurmonden in batterij konden gebracht worden.

— 379 —

ocr page 390

Volgens krijgsgebruik werd de vesting terstond na de insluiting op-geëischt. Dat Denfert zou bedanken voor de eer van zich terstond over te geven, was te verwachten; wat meer zegt, reeds in de eerste dagen na de insluiting, den 7en en den I oen November, liet hij kleine uitvallen doen, den i 5cn zelfs een grooten, die echter door de vlucht van enkele nog niet aan 't vuur gewende afdeelingen mobiele garden met groot verlies werd afgeslagen. Drie hoofdofficieren werden hierbij gedood ol gewond.

Nu begonnen de belegeraars de vesting snel te naderen. Verschillende aanvankeliik door de Fransche voorposten bezette punten werden genomen; weldra bestond er bij Denfert geen twijfel meer, of de aanvaller zou tot een bombardement overgaan. Nacht op nacht ontwaarde men door zoeklicht, dat de Duitschers druk aan den arbeid waren; blijkbaar bouwden zij batterijen.

Reeds den 2en December werd aan de bevolking, die voor 't meeren-deel stellig had geloofd, dat er geen bombardement volgen zou, op smartelijke manier bewezen, dat zij zich hierin had vergist. Om acht uur in den morgen begon het vuur.

Huilend joegen de granaten door de lucht, vernielden daken en muren en waren oorzaak, dat de inwoners jammerend en weeklagend in de kelders vluchtten. Van dezen dag af kan gezegd worden, dat het vuur van weerszijden, want de citadel en de forten gaven terstond antwoord, tot in Februari onafgebroken is voortgezet.

Von Tresckow zag echter weldra in, dat hij, in weerwil van den hagel van ijzer, dien hij in de stad slingerde, deze toch niet zou meester worden, zoolang de beide redouten van les Perches niet in zijn handen waren. Vóór deze lag het dorp Danjoutin, door de Franschen onder den kapitein Vassières bezet en door veldschansen versterkt.

Eerst moest Danjoutin dus worden veroverd; hiertoe behoorde dit dorp krachtig onder vuur te worden genomen, nadat de aanvalswerken de vesting dichter genaderd zouden zijn. Zoodoende werd het de avond van den 7en Januari, voordat zeven compagnieën, hoofdzakelijk landweermannen, tot den storm op het versterkte dorp werden aangewezen.

Zonder een schot te lossen drongen de mannen in eens door tot aan het dorp. Thans ontstond in 't donker een woedend handgemeen; met grenzenlooze verbittering werd van beide zijden gestreden, en in de diepe duisternis van den winternacht hadden bajonet en kolf in de huizen weder het hoogste woord. Met een verlies van vijfhonderd dooden en circa zevenhonderd gevangenen verlieten de Franschen hun stellingen.

Thans lagen les Perches aan de beurt. Dag en nacht donderde het kanon tegen de beide redouten; even krachtig deed Denfert dit vuur beantwoorden. Waren die beide redouten genomen, dan lag de vesting, doch vooral de citadel, open voor den vijandelijken artillerieaanval.

— 3^0 —

ocr page 391

Aan de overgave dacht Denfert echter nog evenmin als de inwoners. De onderhandelingen, door Zwitserland met von Tresckow gevoerd, om vrouwen, grijsaards en kinderen de stad te doen verlaten, waren afgesprongen; dan moest er ook maar worden gevochten tot het laatste toe, dachten velen.

Den 9en Januari werd het geschutvuur bij Villersexel duidelijk binnen Belfort gehoord. Zou er hulp naderen? Zou de stad worden ontzet? Bij de bevolking herleefde de hoop. Geruchten van een naderend leger hadden reeds de ronde gedaan. Nog meer steeg die hoop, toen den 15en het dreunen van 't geschut hoe langer hoe naderbij scheen te komen. Ginds was Bourbaki met zijn leger! Dien dag werd Belfort slechts zwak onder vuur genomen; — we weten, dat verscheiden afdeelingen van het be-legeringskorps en ook een aantal vuurmonden naar de Lisaine waren getransporteerd. —- Om Bourbaki de hand te reiken, deed Denfert uit-

vallen doen, maar — deze misten de noodige kracht; het noodige clan ontbrak er aan. Een groote uitval met minstens één vierde van de bezetting werd niet ondernomen. Terwijl de inwoners den I 5en nog vreugdeschoten losten, begon den i jea de zoo hoog gespannen verwachting reeds te verminderen; tevens begonnen de granaten der Duitschers met vernieuwde woede door de lucht te gonzen. Een der monstermortieren van Krupp slingerde een projectiel met zooveel kracht tegen de kazerne van de citadel, dat de geheele bekleedingsmuur van het officierskwartier werd doorgeslagen, nadat het aarden masker er vóór bij 't springen der granaat was uiteengescheurd.

Den 19en Januari wist gansch Belfort, dat de hoop op ontzet was vervlogen. Het vuur daarginds bij Hericourt en Montbéliard was verstomd; Bourbaki was verslagen en teruggeworpen. — Aan capituleeren dacht echter nog niemand; toch woedden de pokken reeds geducht in de zwaar bezochte stad, en was een groot deel der huizen reeds beschadigd en aan een bouwval gelijk.

- 38t -

ocr page 392

s

In den nacht van den 20en op den 2 1eu Januari had von Tresckow het dorp Perouse tegenover les Hautes Perches doen nemen ; tegenover de beide forten waren de parallellen geopend; letterlijk als paddestoelen kwamen de belegeringsbatterijen uit den grond op. In den avond van den 26en zouden beide forten worden bestormd.

't Waren voor een groot deel landweermannen, die het waagstuk zouden ondernemen. — «Ransels af! De schansen worden bestormd!quot; klonk het commando zacht door de gelederen. De landweermannen keken elkander eens aan en wisselden een handdruk; enkelen gaven hun beurs en hun horloge in bewaring. Ze kenden dien bloedigen arbeid reeds. Och, uit de sappen kwamen telkens zoo weinig arbeiders terug 1 Zoovelen waren daar reeds gebleven !

Om zeven uur in den avond snelden de stonncolonnes uit de paral-lellen, één tegen ieder van de beide hoofdpunten, één tegen de schans, die de twee werken verbond. — Maar de Franschen waren op hun hoede. Met een moorddadig vuur uit het kleingeweer, met granaten, kartetsen en mitrailleusekogels werden de colonnes ontvangen. Een hagel van lood kletterde neder op de landweermannen. Vreeselijk was de uitwerking, want in de beperkte ruimte was uitwijken ondoenlijk. Overal hoorde men gillen en kermen. Telkens werd het donker van den nacht door het licht der schoten verscheurd. Bij tientallen lagen de gewonden weldra in de hoeken der schansen. — »Terug!quot; luidde het commando eindelijk. Tegen dat helsche vuur kon niet worden ingegaan. Het hoornsignaal schetterde derhalve; vurend gingen de Duitschers terug. — Eensklaps echter, terwijl het vuur even zwijgt en de gedunde compagnieën zich verzamelen, stormen donkere drommen tegen haar flanken. Met gevelde bajonet gaat het op de landweer in, die zich woedend verdedigt. Eindelijk neemt de parallel de doodelijk vermoeide, met bloed en slijk bedekte mannen op. Het waagstuk is mislukt.

Von Tresckow deed zulk een aanval niet weder; deze had hem bijna 500 man gekost.

Den ien Februari werd daarom de eerste parallel tegen les Perches geopend. In den rotsachtigen bodem moest ze met het houweel worden uitgehouwen, terwijl de in stroomen nedervallende regen oorzaak was, dat de arbeiders dikwerf tot halverwege de knieën in 't water stonden. De vijand wachtte den storm echter niet geheel af; toen de Pruisen den 8eu na een dagenlang hevig vuur op de beide werken ten aanval oprukten, vonden zij deze reeds zoo goed als ontruimd. Dat de Franschen ze hadden verlaten, was te begrijpen; les Perches waren niet meer dan een puinhoop.

Met het nemen dezer voorgelegen werken was het beleg zijn laatste tijdperk ingetreden; met onbezweken kracht konden de Duitsche vuurmonden de muren der citadel thans beginnen te beuken. Reeds vertoonden zich hierin breede scheuren; reeds wankelden ze, wanneer een

ocr page 393

granaat in de nabijheid insloeg. Ook in de stad nam de verwoesting met iederen dag grooter afmetingen aan. Thans kwamen geruchten van een wapenstilstand; een en ander maakte, dat de inwoners van den kolonel Denfert eveneens een wapenstilstand begonnen te vorderen.

Denfert deed dus aan von Tresckovv vragen wat er van die geruchten waar was. — Ja, den 28eQ Januari was te Parijs wel een wapenstilstand gesloten, maar deze gold Belfort niét. Als de kolonel de vesting wilde overgeven, dan —. Van zich overgeven wilde Denfort echter niet hooren,

zelfs niet, nadat hij uit Bazel de stellige verzekering had ontvangen, dat von Tresckow hem de waarheid had gezegd, en nadat hem namens dezen was aangekondigd, dat hij twaalf uur tijd tot nadenken had, doch dat de achtentwintig belegeringsbatterijen dan met nog grooter kracht zouden vuren.

Eerst den i 3en kwam er van den minister Picard de machtiging de vesting over te geven. Het vuur werd gestaakt. Met slaande trom en vliegende vaandels, met wapens en bagage verliet het garnizoen door de por te de France de tot een puinhoop geschoten vesting. Voor hun heldhaftige tegenpartij presenteerden de Duitsche troepen het geweer.

ocr page 394

XXXIir HOOFDSTUK.

PARIJS GEBOMBARDEERD. DE WAPENSTILSTAND.

Wij weten het reeds. In 't laatst van December was door het groote hoofdkwartier besloten, dat Frankrijks hoofdstad, ondanks Favre's ver-toogen zou worden gebombardeerd. Tot aanvalfsfront was het zuiderfront tegenover de forten Tssy en Vanves gekozen, terwijl een beschieting van het noordelijke en noordwestelijke front hiermede zou gepaard gaan.

Reeds in 't begin van Wintermaand was met den arbeid begonnen, doch weken en weken verliepen, vóórdat het eerste schot viel. Een ieder zal dit intusschen begrijpen, als hij weet, dat voor eiken belegeringsvuurmond eerst 500 schoten moesten aanwezig zijn, voordat met de beschieting een aanvang werd gemaakt, en dat alleen het transport van het geschut, 250 vuurmonden, en van de projectielen van het naastbijgelegen spoorwegstation Nanteuil naar Villacomblay, waar het belegeringspark lag, dagelijks 5000 voertuigen eischte, en dit in een streek, waaruit alle paarden en voertuigen zoo goed als verdwenen waren, terwijl die van de belegeringstroepen te veel hadden geleden om die zware vrachten langs de nu eens spiegelgladde dan weder grondelooze landwegen te vervoeren !

Het eerst lag de Mont-Avron aan de beurt. Dewijl de belegerden in den loop van December den kring hunner verdedigingswerken hoe langer hoe meer naar buiten hadden uitgelegd, en de batterijen van dat plateau den Duitschers veel overlast aandeden, werd den 27el1 het vuur hiertegen geopend en van nu af onafgebroken voortgezet.

Dat plotseling openen van het vuur uit punten, die, volgens hun eigen verklaring, door de Fransche officieren niet eens bij benadering waren te bepalen, een reden waarom dit vuur bijna niet kon worden beantwoord, sloeg den verdediger letterlijk met verstomming. Van hoog

- 384 —

ocr page 395

gelegen punten was met den kijker duidelijk zichtbaar, dat overal in de Fransche kampen werd gealarmeerd.

Wel antwoordden de batterijen van het plateau zelf en van de forten Rosny en Nogent aanvankelijk heftig, doch den 30en December bleek het plateau toch door zijn verdedigers verlaten. Van de hierop gelegen verdedigingswerken waren nog slechts puinhoopen overgebleven.

De zedelijke indruk, door den val van dit sterke punt op de bevolking

uitgeoefend, was geweldig groot. Reeds werd het woord »capitulatiequot; uitgesproken.

Thans werden de forten Issy, Vanves en Montrouge onder vuur genomen; uit reuzenmortieren werden granaten van eenentwintig centimeter in de werken geslingerd. Borstweringen, muren, kazernen, in één woord alles werd vernield. Wel werd zelfs van den stadswal krachtig geantwoord ; wel dreunde en donderde het kanon van alle punten, die ongeveer op de belegeringswerken gezicht hadden, doch het hiermede behaalde succes was gering.

In een wijden boog stonden de Duitsche vuurmonden zoo goed als geheel

— 3S5 -

25

ocr page 396

aan het oog der belegerden onttrokken en zetten hun vernielingswerk onder leiding van den generaal von Kameke iederen nacht door.

Mézières had zich intusschen ook overgegeven. Het hiertegen gebezigde belegeringspark werd nu eveneens naar Parijs overgebracht, om het aantal vuurmonden tegen het zuiderfront nog te vergrooten.

Dit belette niet, dat de belegerden met onbezweken moed bleven antwoorden en dat het aan enkele batterijen, onder andere aan die bij Moulin Saquet, die voortreffelijk waren ingeschoten, gelukte aan de Duitsche posities groot nadeel toe te brengen.

Terwijl dit alles in 't begin van Januari buiten de omwalling plaats greep, begonnen zich binnen deze, vooral bij de bewoners der arbeiderswijken, teekenen van gisting te vertoonen, die de rustige burgerij den schrik om 't hart deden slaan. In den nacht van 8 op 9 Januari trokken dichte drommen gewapend gepeupel door de uit gebrek aan brandstof reeds lang niet meer met gas verlichte straten. Alom ontwaarde men onrustbarende samenscholingen, te midden van welke volksmenners met boeventronies onder heftige gebaren stonden te redeneeren. Het woord »verraadquot; klonk reeds luid van hun lippen. Allerlei valsche berichten deden de ronde.

Op eens schiet hoog in de lucht een vuurstraal over de hoofden der samengepakte menschenmassa heen. Een sissend geluid vergezelt deze vuurstraal, die aanhoudend langer wordt en thans over den koepel van het Pantheon heenvaart. Nu dooft ze uit; — de granaat slaat in 1

Huilend, vloekend en doodelijk ontsteld stuift de menigte uit elkander. Wat niemand kon gelooven, wat niemand voor mogelijk hield, is gebeurd. Parijs wordt gebombardeerd; de «heilige stadquot;, het «centrum der moderne beschavingquot; ontvangt granaten van den gehaten vijand!

Weldra volgen meer ijzeren boden des verderfs; de wijken Crenelle, Montrouge, St. Germain, zelfs Passy en Auteuil worden onder vuur genomen. Voortdurend enger wordt de ijzeren ring, die de stad omspant, want thans (10 Januari) beginnen de batterijen bij Le Bourget, Stains en Pierrefitte, ten slotte zelfs die bij Ormesson haar dreunenden knal eveneens te doen hooren.

Op de bevolking had dit bombardement, waartegen door Gambetta en Favre uit naam van gansch het beschaafde Europa heftig doch zonder resultaat werd geprotesteerd, op de bevolking, herhalen wij, had dit bombardement intusschen niet de uitwerking, welke men van Duitsche zijde mogelijk wel had verwacht. Geen zwakheid verried de bevolking, maar ook onthield ze zich van alle snoeverij. Een ieder bleef zijn plicht doen. De bewoners der onder vuur genomen wijken verhuisden tijdelijk naar een ander deel van de stad. Had het woord capitulatie aanvankelijk reeds hier en daar de ronde gedaan, had het oproer den kop reeds hier en daar dreigend opgestoken, door het bombardement scheen dit alles eensklaps bezworen. Dit plotseling toenemen van 't gevaar

— 386 —

ocr page 397

deed den drang om weerstand te blijven bieden tot het uiterste even sterk aangroeien; het gemeenschappelijk te dragen gevaar verstikte de reeds ontstane verdeeldheid.

Van de forten had Montrouge in die dagen door zijn heftigen weerstand het meeste te lijden. Een der kazernes werd in brand geschoten, de andere zwaar beschadigd. Zoo had ook Vanves het hard te verantwoorden, en eindelijk Issy. Hier begonnen de beiegeringsbatterijen den i5eQ Januari reeds bres te schieten; tevens werden twee kazematten vernield vlak naast een derde, die Sooo gevulde projectielen huisvestte. Werd deze kazemat getroffen, dan zou ze in de lucht vliegen, dan zou in de courtine van het fort een onherstelbare bres worden gemaakt; dan konden de aanvallers stormloopen. Gelukkig voor de belegerden, werd die kazemat in één nacht door 4000 arbeiders van haar inhoud ontlast.

Een plan van den generaal Vinoy om uit de loopgraven bij nacht een aanval te doen op de batterijen bij Chatillon en dien aanval te doen gepaard gaan met een tweeden van den voet van den Mont Va-lérien in de richting van Versailles werd wel besproken, doch kwam niet tot uitvoering. Met zoo weinig betrouwbare troepen, als Parijs nog tot zijn beschikking had, werd een nachtelijke onderneming hoogst bedenkelijk geacht. De minste stoornis in de uitvoering, de kleinste paniek kon oorzaak zijn, dat de troepen in 't duister op elkander schoten, en dan was de ramp niet te overzien.

Werd het plan, om op de batterijen bij Chatillon een aanval te doen, dus losgelaten, dat van den generaal Schmitz, om over het plateau van Bougival bij dag een uitval te ondernemen, werd aangenomen, doch zou eerst later, den I9en Januari, tot uitvoering komen.

Xa een periode van negentien dagen vorst kwam er den 8en eindelijk een weinig zachter weder. Daarmede herleefde bij de Parijzenaars de hoop op berichten van buiten. Thans zouden de duiven, die met de in dien tusschentijd opgelaten luchtballons waren medegevoerd, wel naar hun slag terugkeeren, meenden zij; en terecht, want den 9eu reeds kwam er één aan. Ze bracht de tijding van het voordeel, door Faidherbe bij Bapaume behaald, en van de beweging, in 't oosten door Bourbaki begonnen.

Deze berichten, geweldig overdreven en verfraaid aan de bevolking bekend gemaakt, waren oorzaak, dat de drang tot verzet nog toenam. Wat kwam het er op aan of er elke week bijna vier duizend menschen stierven? De meesten waren toch slechts kinderen. Wat maakte het uit of een pond hondenvleesch reeds met bijna twee gulden werd betaald? Weldra zou Parijs worden ontzet. Faidherbe had von ManteutTel immers geslagen. Chanzy hield zich kranig bij Le Mans. Bourbaki en Garibaldi bedreigden immers de Duitsche operatielijnen 1

Den i5eD deed het gerucht de ronde, dat Bourbaki Belfort had ontzet. Een ieder maakte zich reeds vroolijk om den omweg, dien de omnibus

- 387 -

ocr page 398

JL

/4L

Carte -

Souehcrie. Is am :

Uomicile:

Signature:

moest maken, als de koetsier op den hoek van een straat de waarschuwing las: »Omkeeren! Hier vallen granaten.quot; In de wijken, waar geen granaten terecht kwamen, was men aan 't schieten reeds gewoon geworden ; dag en nacht immers hoorde men niet anders, en in de bedreigde wijken waren de kelders ingericht tot woningen. Alleen dan kwam de angst weder boven, als er projectielen begonnen te vallen bij de openbare slachterijen, waar gansche drommen arme, schamel gekleede

vrouwen vaak uren achtereen queue moesten maken, tot de beurt kwam aan haar, om in ruil voor een hogt;i een klein stukje taai, dor rundvleesch te ontvangen. Op zulke dagen bleven er honderden weg.

Jammer genoeg deden al de bovenbedoelde overdreven berichten bij de lagere klassen een geweldige gisting ontstaan. Ook bij het leger openbaarde zich een geest van wantrouwen tegen Trochu en zijn raadslieden ; het woord verraad klonk weder. Waarom deed Trochu geen flinken, grooten uitval met volle kracht ? Hij heulde met den vijand, beweerden de kielemannen weder.

In Belleville, Montmartre, Batignolles en la Villette begonnen gestalten rond te waren met borstelig haar en bleeke gezichten. Die hielden vergaderingen, die spraken van de anarchie, die kwamen de hongerige arbeidersklasse influisteren: «Houdt je gereed! Zorgt, dat je wapens bij de hand hebt. Het uur van de coinmune zal weldra zijn geslagen.quot;

Wijkende voor dezen drang, voor dezen wensch der volksmenigte om een uiterste poging te wagen tot doorbreking van des vijands liniën, gaf Trochu eindelijk toe. Reeds den i 3en, I4ei1 en 15en hadden in verschillende richtingen uitvallen op kleine schaal plaats gehad, die de tegenpartij bloedig had teruggewezen. Den ip611 zou een groote uitval plaats grijpen. Wel noemde Trochu dezen een noodelooze menschen-slachtincr, wel waren verscheiden leden van 't comité van defensie dit

o'

— 38S -

ocr page 399

met hem eens, maar de bevolking verlangde nu eenmaal naar dien uitval. — »Trochu zou Faidherbe immers de hand reiken.quot; — De nevelachtige morgen van den IQ6quot; Januari zag dichte drommen Fransche troepen over een breed front van den voet van den Mont Valcrien tegen de vijandelijke stellingen oprukken.

Terwijl de generaal Ducrot op den rechtervleugel met een macht van circa 27000 man, de helft mobielen, naar het kasteel Buzenval werd ge-

dirigeerd, zou de generaal de Bellemare met 34000 man, grootendeels mobielen en nationale garden, zijn macht in drieën deelende, het plateau van les Garches veroveren, terwijl de generaal Vinoy met circa 22000 man de hoogten van Montretout moest nemen. Drie kanonschoten van den Mont Valérien zouden het sein tot den gemeenschappelijken aanval geven.

Van dezen kwam echter niets! Alleen de colonnes Vinoy en Belle-mare vielen op 't aangegeven uur krachtig aan en wierpen de Duitschers aanvankelijk terug; doch, door allerlei hinderpalen in haar opmarsch ver-

— 389 —

ocr page 400

traagd, kwam de colonne Ducrot veel te Iaat. Ook ondersteunde de Fransche artillerie den aanval lang niet krachtig genoeg. Op den avond van dien voor Parijs zoo rampspoedigen dag, kon de hongerende bevolking, die van dezen monsteruitval met ruim 80000 man alles had verwacht, een bericht van Trochu lezen, dat er te Sèvres noodzakelijk over een tweedaagschen wapenstilstand moest worden geparlementeerd, »en dat er veel tijd, veel inspanning, doch vooral veel ziekendragers noodig waren.quot;

Den volgenden morgen eerst bleek hoe hardnekkig en verwoed er op verschillende punten was gestreden. Het stadje St. Cloud was half een puinhoop. Meer dan 3000 doode en gekwetste Franschen, onder deze veel mobiele garden uit den deftigen stand, werden door de Duit-schers op 't slagveld gevonden.

Weder hadden de Duitsche wapenen dus gezegevierd, als ware het om den eed van trouw, aan den nieuwen Duitschen Keizer afgelegd, met bloed te bezegelen. Honderd zeventig jaar was 't geleden, dat een zoon uit het doorluchtige stamhuis van Hohenzollern zich te Koningsbergen de koningskroon op 't hoofd zette, thans, den dag vóór den slag bij den Mont Valérien, had een andere zoon uit dit huis, had koning Wilhelm in de groote spiegelzaal van het trotsche kasteel der Fransche koningen te Versailles zich de Duitsche keizerskroon zien aanbieden. Beieren's koning had hiertoe vroeger reeds den eersten stoot gegeven; in de spiegelzaal was 't de groothertog van Baden, die met den helm hoog boven het hoofd het eerste een luid: sLang leve Zijne Majesteit keizer Wilhelm 1quot; langs de hooge gewelven deed daveren. Duitschland had weder een keizer.

Na den slag van den I9en begon in 't Duitsche hoofdkwartier de meening hoe langer hoe meer veld te winnen, dat die uitval de laatste groote krachtsinspanning der tegenpartij was geweest. In de stad nam de wanorde hand over hand toe ; reeds werden de deuren der gevangenissen hier en daar met geweld geopend; het grauw wapende zich en begon de broodmagazijnen te plunderen. Letterlijk brak het oproer reeds uit, terwijl de troepen nog op den terugmarsch waren van 't slagveld. Het zien van die afgematte, gewonde, bloedende soldaten was niet eens bij machte het janhagel tot bezinning te brengen. De slag was verloren, Trochu moest afgezet! Bij het stadhuis kwam het tot een heftig vuurgevecht; uit de vensters werd geschoten, en eerst door de komst van eenige bataljons mobiele garden werd de orde cenigermate hersteld.

Trochu legde zijn waardigheid neder; generaal Vinoy nam terstond zijn plaats in. De laatste dagen van het beleg waren aangebroken. Den 23en Januari vroeg en verkreeg Jules Favre een vrijgeleide om zich naar Versailles te kunnen begeven; daarop had er tusschen hem en von Bis-

— 390 —

ocr page 401

marck een langdurig onderhoud plaats. Toch werd het nog de 28e, voordat de onderhandelingen afgeloopen, en de partijen tot overeenstemming gekomen waren.

Te Parijs was de gisting onder het gepeupel intusschen nog toegenomen ; reeds drong het door ellende en honger tot wanhoop gevoerde janhagel de woningen der welgestelde burgers binnen. Niettemin nam het van de voorwaarden der conventie van Versailles veeleer met woede dan met blijdschap kennis.

Hoewel Jules Favre aanvankelijk alleen naar Versailles was getogen om over de capitulatie van de stad te onderhandelen, was hij al spoedig tot het besluit gekomen met von Bismarck de voorwaarden van een wapenstilstand te bespreken. In dit tijdsverloop konden in Frankrijk dan de verkiezingen plaats hebben; een Nationale Vergadering kon worden samengeroepen, welke over het staken der vijandelijkheden beraadslagen zou. Den 26en waren de onderhandelaars eindelijk zoover gevorderd, dat het vuur bij de Duitschers kon ophouden. Den 2 8eu werd de conventie onderteekend.

De voorwaarden waren de volgende: Er zou een wapenstilstand worden gesloten voor den tijd van drie weken. Op uitdrukkelijk verlangen van de regeering te Parijs zouden het oorlogstooneel in het zuidoosten, de departementen Doubs, Cote d'Or en Jura zoomede Belfort, hiervan zijn uitgesloten. Blijkbaar hoopten de heeren dus nog altoos op een gelukkige wending, welke in de kansen des oorlogs op dat terrein door Bourbaki mogelijk kon worden verkregen, zoodat de vredesvoorwaarden hierdoor gunstiger konden worden. — De forten om Parijs werden overgegeven; de linietroepen en de mobiele garde der bezetting, uitgezonderd één divisie, welke voor het bewaren van de orde en de rust haar wapens behield, werd krijgsgevangen, en Parijs zou 200 millioen fiancs oorlogsschatting betalen.

Hiertegenover gaf het Duitsche legercommando verlof Parijs van levensmiddelen te voorzien.

Na een beleg te hebben doorstaan van 132 dagen was de Parijsche bevolking dus weder vrij geworden. Terstond maakte ze van deze vrijheid gebruik; jong en oud stroomde de poorten der stad uit, om de verwoestingen te gaan aanschouwen, voor een groot deel ook door de Fransche granaten in de omstreken teweeggebracht. Menigeen kromp het hart samen, als hij zag hoe gruwzaam zwaar de oorlog zijn stempel hier op alles had gedrukt, hoe ontzettend veel hier was vernield en verwoest, dat weinige maanden te voren nog een lust der oogen mocht heeten. Toch vermoedde niet één van al de duizenden, die in de eerste dagen na den wapenstilstand buiten Parijs ronddoolden, dat er voor hen weldra nog veel ontzettender dagen zouden aanbreken dan toen s de barbarenquot; voor de stad lagen. Niet één van die allen had er een voorgevoel van, dat binnen de muren van diezelfde stad, welke zich zoo

— 391 —

ocr page 402

heldhaftig zooveel maanden lang had verdedigd, weldra een burgeroorlog zou losbarsten, die al de verschrikkingen van 't geen was voorafgegaan nog ver zou overtreffen, dat de roode vaan van de comviunc, van de anarchie, zou wapperen van 't stadhuis, dat de prachtigste openbare gebouwen, de schoonste voortbrengselen van bouwkunst, door de hand van pétroleuses in brand gestoken, weldra in vlammen zouden opgaan.

Den 12en Februari kwam de Nationale Vergadering te ]3ordeaux bijeen. Thiers en Jules Favre werden door haar afgevaardigd naar Versailles om met den vijand te onderhandelen over den vrede. Frankrijk was den oorlog moede. De legers van het Keizerrijk bevonden zich in krijgsgevangenschap; die, welke de levee en masse had bijeengebracht, waren vernietigd; zelfs de vloot had geen bemanning meer. Wat kon het zoo diep, zoo gruwelijk zwaar beproefde land dus nog hopen? Waarlijk, Thiers had gelijk, toen hij reeds te Bordeaux uitriep: »Vrede sluiten, reorganiseeren, het crediet opbeuren, den arbeid doen herleven, dat is voor Frankrijk op dit oogenblik de eenig mogelijke politiek!quot;

Tegen een voorstel om den wapenstilstand te verlengen tot den 26en Februari werd door von Bismarck geen enkel bezwaar gemaakt; iets anders was 't, toen Thiers op verschillende manieren, eenmaal zelfs door een toespeling op Engelands tusschenkomst, op de hoofdvoorwaarden van den vrede trachtte af te dingen.

Op enkele ondergeschikte punten werd toegegeven, ja; zoo zouden de oorlogskosten bijvoorbeeld geen zes doch slechts vijf milliarden francs bedragen; zoo zou Belfort aan Frankrijk blijven; maar overigens liet de rijkskanselier, — sinds den I9en Januari voerde von Bismarck dezen titel; — niets van zijn voorwaarden vallen. De oude Thiers, die zoo dapper en zoo hardnekkig de belangen van zijn vaderland had verdedigd, was eindelijk dus wel gedwongen in die voorwaarden, al waren ze nóg zoo hard, te berusten.

Zondagavond den 26en Februari tusschen vijven en zessen werd de historische oorkonde namens Duitschland door von Bismarck, den Beier-schen minister Bray, de Wurtembergsche ministers Wachter en Mittnacht en den Badenschen minister Jolly, namens Frankrijk door Ihiers en Favre onderteekend.

» Met een hart vol erkentelijkheid tegenover de Voorzienigheidquot; aldus luidde het telegram van den Keizer aan de overige Duitsche vorsten; »deel ik U mede, dat gisteren namiddag de vredespreliminairen hier zijn onderteekend, zuaardoor de Elzas doch zonder Belfort, en Duitsch-Lotharingen met Metz aan Duitschland worden afgestaan, vijf milhar-den francs betaald ivorden en enkele gedeelten van Frankrijk bezet blijven, tot deze som is afgedaan. Parijs wordt ten deele bezet. Indien de bekrachtiging te Bordeaux volgt, staan wij aan het einde van dezen roemrijken maar bloedigen oorlog, die ons met voorbeeldelooze lichtzinnigheid werd opgedrongen en aan welken Uw troepen op zulk een eer-

*

— 392 —

ocr page 403

volle wijze hebben deelgenomen. Moge Duitsehlands grootheid zich van nu af in vrede kunnen bevestigen.quot;

Van al de voorwaarden viel die der gedeeltelijke bezetting van Parijs door de Duitschers, een eisch, dien de keizer niet had willen loslaten, aan het Fransche volk nog het zwaarste te vervullen. Thiers en Favre beproefden al het mogelijke om deze «vernederingquot; te voorkomen, maar juist de omstandigheid, dat Parijs en zijn vertegenwoordigers den overwinnaar door de pers hadden getart, maakte die bezetting noodzakelijk. Aan de stad moest het bewijs worden geleverd, dat de overwinnaar het volkomen in zijn macht had haar geheel te bezetten.

*

Van die macht en van dit recht werd echter slechts spaarzaam gebruik gemaakt. — Den ien Maart bezetten 30000 man troepen het westelijke deel der stad tusschen de Seine en den Faubourg St. Honoré. De gewichtige dag begon met een wapenschouwing op de terreinen van Longchamp over troepen van het 6e, 1 ie en 2e Beiersche korps. De keizer keerde na het défilé terug naar Versailles; de troepen rukten door den Triomfboog de stad binnen, nadat de kar was verwijderd, waarmede deze, kinderachtig genoeg, door enkele Parijzenaars was gebarricadeerd.

In de Champs Elysées bevond zich aanvankelijk slechts weinig publiek.

— 393 —

ocr page 404

Eenige schimpscheuten aan 't adres der soldaten buiten rekening gelaten, keek dit zwijgend doch verbaasd naar de fiere, krachtige gestalten, die, recht als een kaars, met den strammen pas, aan de Pruisen zoo eigen, voorbijrukten.

Dien avond werd door de troepen, op de place de la Concorde en in de Champs Elysées gebivakkeerd. Onder de artikelen van den wapenstilstand was o. a. ook opgenomen, dat de soldaten de Louvre zouden moeen bezoeken. Toen dit geschiedde, waren van de meeste huizen de

O ö 7

gordijnen voor de ramen nedergelaten. De soldaten gedroegen zich overal volkomen rustig. Op de scheldwoorden, die hun hier en daar naar 't hoofd werden geslingerd, gaven zij schijnbaar geen acht; zelfs verlieten zij den tuin der Tuilerieën terstond, toen een kapitein van de nationale garde hun dit verzocht uit vrees, »dat hij zijn manschappen anders niet in toom zou kunnen houden.quot;

De krijgshaftige, forsche gestalten der Duitsche soldaten wekten algemeene verbazing en — bewondering. Dat de afdeelingen, door de levée en masse onder de wapenen geroepen, het in weerwil van hun doodsverachting en hun heldenmoed tegen zulke krijgslieden hadden móeten afleggen, begon de Parijzenaars thans duidelijk te worden.

Lang duurde het verblijf van de Duitsche troepen binnen de muren der hoofdstad niet, want reeds in den avond van den ien Maart kwam de tijding, dat de Nationale Vergadering te Bordeaux de vredesprelimi-nairen had aangenomen. Dus verzocht Jules Favre de stad te doen ontruimen; op den 3en Maart werd aan dit verzoek gevolg gegeven.

Dien avond was de bevolking letterlijk door een roes van dolle blijdschap en vroolijkheid bevangen, 't Was prachtig weder, en bij den helderen maneschijn en het licht der weder ontstoken gaslantarens dansten, zongen en jubelden duizenden menschen. De Champs Ely sées geleken wel een groote jaarmarkt; men ontving den indruk, alsof er een groote overwinning was behaald. Wie al die blijmoedige, lachende gezichten daar bijeen had gezien zou stellig niet hebben vermoed, dat achter die drommen, in de wijken van Belleville, La Villette en Montmartre, het oproer reeds grijnzend den drakenkop opstak, dat Parijs weldra, in rook en vlammen gehuld, een prooi zou zijn van de gruwelijkste anarchie.

Nog geruimen tijd bleef het Duitsche leger op Frankrijks bodem, want hoewel artikel III van het voorloopige vredesverdrag bepaalde, dat de troepen Parijs en de aan den linkeroever van de Seine gelegen forten terstond na de aanneming van het verdrag door de Nationale Vergadering zouden ontruimen, kwam in dit zelfde artikel alsnog voor, »dat de ontruiming der departementen, gelegen tusschen den rechteroever der Seine en de oostelijke grenzen, eerst zou plaats grijpen na de betaling van het eerste halve milliard,quot; en zóó spoedig geschiedde dit niet.

Zoodra twee milliarden betaald waren, zouden alleen de departementen Marne, Ardennes, Haute Marne, Meuse, Yosges, Meurthe be-

— 394 —

1

ocr page 405

nevens de vesting Belfort met omliggend gebied nog gt; geoccupeerdquot; blijven, als onderpand voor de dan nog te betalen drie milliarden.

Artikel IV zeide, dat de Duitsche troepen in de bezette departementen alle requisities moesten staken, maar dat zij op kosten van Frankrijk zouden worden onderhouden.

Eerst op den 28en Maart werden de eigenlijke vredesonderhandelingen te Brussel geopend, en niet vóór den iOen Mei d.a.v. werd de definitieve vrede gesloten, dewijl de Fransche onderhandelaars door hun pogingen om milder voorwaarden af te dwingen oorzaak waren, dat men niet vorderde. — 4n hoofdzaak waren de artikelen van dit verdrag vrijwel gelijk aan die van het voorloopige; alleen in de grensregeling was ten gunste van Frankrijk nog eenige verandering gemaakt.

Voorts bevatte artikel VII eenige bepalingen betreffende de te betalen oorlogskosten. Binnen dertig dagen, nadat het wettige gezag te Parijs hersteld zou wezen, moest het eerste halve milliard worden betaald; het volgende milliard moest in den loop van 187 r, nóg een half milliard op 1 Mei 1872 afgedaan worden. Tot 1 Maart 1874 bleven de laatste drie milliarden betaalbaar.

Reeds schreef men 20 Mei, voordat de officieele en goedgekeurde verdragen te Frankfort tusschen vorst von Bismarck en Jules Favre, den Franschen minister van Buitenlandsche Zaken, werden uitgewisseld. Met de overgave van Belfort, dus sedert den 15en Februari, was de strijd op het oorlogsveld geëindigd; ook formeel was thans aan den krijg een einde gemaakt.

Ruim vijfentwintig jaren zijn sinds dien dag voorbijgegaan. De vrede tusschen de twee machtige rijken is in dien tijd niet verstoord. De bevolking der nieuwe »Rijkslandenquot;, zooals de Elzas en Lotharingen thans worden genoemd, heeft zich in den gewijzigden toestand leeren schikken. Nog klinkt wel eens een wraakkreet van de lippen van enkele Fransche chauvinisten, maar weerklank vindt die kreet niet. In Frankrijks leger is veel veranderd; ook hierbij is de persoonlijke dienstplicht thans ingevoerd; ook in Frankrijk leeft de natie thans mede met het leger, en deze natie heeft haar zonen te lief, om ze zonder gewichtige redenen opnieuw bloot te stellen aan al de verschrikkingen eens oorlogs.

Aan den oostelijken oever van den Rijn staat, als uit graniet gehouwen, het Duitsche Rijk met zijn groot, strijdbaar leger, met zijn jeugdigen, energieken, talentvollen keizer. In zijn rustige, zich zelf bewuste kracht wenscht dit Rijk ook met zijn westelijken nabuur in vrede te leven. — Moge deze toestand tot heil en zegen van beide volken en van gansch Europa eeuwen blijven bestaan I

f

é

— 395 —

ocr page 406

GERAADPLEEGDE BRONNEN.

Der deutsch-französische Krieg 1870—1S71, redigirt von der kriegs-

geschichtlichen Abtheilung des grossen Generalstabes.

Chanzy. La deuxième armee de la Loire,

C. DE FrevcINET. La guerre en province pendant le siege de Paris. L. FaidhERBE. Campagne de l'Armée du Nord en 1870—1871. G. HlLTL. Der französische Krieg.

G. Schubert. Das Königl. Sachsische Armée-corps wahrend der Ein-

schliessung von Paris.

VlNOY. Campagne de 1870—1871. Sicge de Paris.

d'Aurelle de Paladin es. La première armée de Ia Loire.

Ambert. Histoire de la guerre de 1870 —1871.

Vonder Goltz. Feldzug 1870—1871. Die Operationen der IIe Armée.

Enz.

E R R A T A.

Bladz. 40, regel 17 v. b, staat »52quot;, lees »51quot;.

/gt; 97, regel 20 v. b. staat »Pangequot; en ^Buckyquot; lees »Pagnyquot; en »Buchy,,. -gt; 325, regel $ v. o. staat »ToiiryM, lees »St. Peravyquot;.

» 331, regel 9 v. b. tusschen «stondquot; en »nogquot; te voegen »ten deelequot;.

» 334, regel 10 v. b. staat »Loire'' lees »Loirquot;.

ygt; 336, onderste regel staat »Zelfsquot;, lees », als nietquot;.

» 337, regel 7 v. b. achter «zijnquot; te doen volgen »in den namiddag van den 2en ontvangenquot;.

» 338, regel 7 v. b. achter »la Ruellequot; te lezen »een voorstad van Orleans, genaamd Bannierquot;.

« 342, regel 20 v. b. staat «rechterzijrivier van de Loirequot;, »lees »linkerzijrivier van de Sarthequot;.

3521

— 390

ocr page 407

Overzichtskaart van het Oorlogstooneel in Frankrijk

(s

Os

.quot;gt;lt;gt;-

N-

\

enCaux '

; ) x /w? »ji

.1 \ quot;v V-■Nvgt;„;,wy ^^8^3-t v,K^\^ J4vci'i1TV Bovamp;.

-r r Fetraiii

l'-lrrtafer] /

lürtLj .y. .lt;l3^,e^dAK\ ' • li .' ■.

7Vv«rdAt^OrtfTpuK w *

^ ' vquot;^ -

l/ROUf

- Etrrpaq,

^—a,/'»

.jicincr gt;igt;-'

e \ ..jar^y-T

teiw»-r '•quot;quot;4''m, X. 1

/o^v-

^bgt;C^^w MoaiJ

Mwuvwi -fQ^ ^ ' '

FrrritM zgdurft

.SV/zvZ/;//^

'i/ijnhonUl7t~l

\ ^fil'zochn A vx C'i'fquot;quot;u!Lneur hd^^^SAriW,in^V^^f —^z-

r -^Kln, f'r, onW^\jL 0 ^WaiJtJen/irfrA^

L -VI^kW -- ' ^Nelun

W' yKi*, J^^mietHquot;''f,,,L Lreriil* ( .

' ^($f'rtablrJ'/amp; ',!lZ/wT^v^TiTsjc^r^V^^Bunnevai x\('lt;{t P'f,'namp;amp;i/y, T\]v /-h^i ^

f\^A / ^l,\\r /Jquot;en'l(rü quot;UttKOÏnf'l'ihifi Tv ___,»nfvl \ •ji'Jujtf jiLy^jPJc^ean.ic TTJA, Ihirnif ^

li ,/ Ir \)ouliboru£ V

^yamp; Ti

4^5wifiw^j /

/•;,•( nil*'

,^rr,ir„

'™ risle A

I'onhAsamp;LfC

ttnlaji^ (S^x

4R

JtfeiZ/V

^ *4 . ■

yj^fjt/nj/wy

hi 'lrrJuy^

IjeLa

ANC

ifJftli/Hu'lai'luirl^ . .. , ^Wr

' ^ .'/i'quot;quot; , BloiA

SPfhi rv^^a/^r

I v /

■ - . i fiien

-y-iio I - V^v*

■ 1V/J,'// 1 1 tl V.! 7

ULMuttrBnirföms ^ »

,«^v^rr— ■

! / A\ lal/uwrllr irvi^/ klA'/ïtoA

■f *v;quot;quot;!' T) ,vffl

('Untillorii

• dftilUj

i'|iiquot;quot;v, r„/ij

Bomui


iöfcftcfll /. laCharii,

Jgmpóes

., /CwA^A

.,,. „C. 1 lu'BQut'hariï* '

. gt;--

^'Mlhliai

ySUrlm/rr

h'rroajr ïmnncaiS)

s?.

Scha til van

- 'iLegrrKrot»npr. vr Pruisen—. _ . _ SLegerr.Melz ^

Graizenfl

JLpffvr Sttvnnetz onthanden n a

' Ijeger Pr: Fredrrik Karei.

ocr page 408
ocr page 409
ocr page 410
ocr page 411
ocr page 412
ocr page 413