Vak 100
DE GODSDIENSTLEER
VOOR DB
f
O
DOOR
J. H. WIJNEN
c^astooz. te )2itiv6iicfi.t.
»y
EERSTE UITGAVE.
1 deel 8° van 168 blz. Prijs 50 cents; in half linnen band 50 cents. Bij alle Katholieke Boekhandelaren verkrijgbaar.
MAASTRTCHTSCHE STOOMDRUjJSJ-RIJ 1891. r, gt;
OEDICEURING.
Dewijl de Godsdienstleer- voor de katholieke Jeugd van den WelEerw. Heer J. H. Wijnen, Pastoor te Limbricht, door onzen daartoe gemachtigde nauwkeurig onderzocht, niets bevat wat met de Geloofs- of Zedenleer in strijd is en het werk bovendien, door even zoo veel degelijkheid als duidelijkheid uitmunt, aarzelen wij niet onze goedkeuring daaraan te schenken en hetzelve als handboek voor d^ katholieke scholen en huisgezinnen ten zeerste aan te bevelen.
lioermond, 20 Januari 1891.
P. A. H. BOEEMANS,
liisschop van Roermond.
VOORREDE,
In fa laatste vergadering der Bisschoppelijke School-Commissie te Roermond, werd aangetoond, dat er werkeWk eene groote behoefte bestaat aan eene korte bandleiding, tyi 7W godsdienstig onderwijs. Het groote Handdoek der Godsdienstleer van Dankelman en Wijnen is inderdaad te uitgebreid en te moeielijk voor de leer-lingen van het lager- en ook voor die der lagere klassen van het middelbaar- en hooger onderwijs. Be Katechismus daarentegen geeft te weinig voor jongelieden van 12 tot la jaar.
Door Zijne Doorl. Hoogw. den Bisschop van Roermond werd aan schrijver dezes de vereerende taak op-geclraüen eene dergelijke handleiding te vervaardigen.
Dientengevolge verschijnt thans: de Godsdienstleer voor de Katholieke Jeugd.
Xk heb getracht de Godsdienst- en Zedenleer duidelijk en kort, doch ook volledig genoeg, voor het doel waartoe dit boek bestemd is, te behandelen. Tgt;e voornaamste puntefi zijn meestal in vragen behandeld en in grooteren ew de uitlegging in kleineren druk gezet.
Bij elke les worden, zooveel mogelijk; voorbeelden (voorül wit de Bijbelsche Geschiedenis) aangehaald.
Het boek is vooral bestemd voor de lagere liassen van hooger- en middelbaar onderwijs, voor Pen-sionatamp;i en voor de hoogste klassen der scholen van meer uitgebreid lager onderwijs.
Ook zal het, naar onze bescheiden meening, niet ondienstig zijn als handleiding bij het geven van het katechismus-ondenicht en als leesboek in de katholieke gezinnen.
Moge Gods zegen ook op dezen niemcen arbeid rusten en daardoor de kennis en de liefde voor den Godsdienst in de harten mijner jeugdige vrienden vermeerderd V-orden, dan zal de vurige icensch vervuld zijn van
Den Scheijvee.
Limbricht, feestdag van den H. Apostel Thomas, ISflU.
INLEIDING.
Over den mensch en zijne bestemming.
De mensch bestaat uit ziel en licliaam.
Het lichaam, als stoffelijk wezen, is vergankelijk en sterfelijk.
De ziel is een onsterfelijke geest, met verstand begaafd en naar Gods beeld en gelijkenis geschapen.
Kan de mensch hier op aarde volkomen gelukkig zijn?
Neen, de mensch kan op aarde niet volkomen gelukkig zijn; 1° omdat alle aardsche
o o o '
genoegens en goederen onvolmaakt en vergankelijk zijn; 2° omdat de mensch voor God en voor een eeuwig en volmaakt geluk geschapen is,
Welke is derhalve 's menschen bestemming?
1° Zijne bestemming op aarde: is God te dienen en, als hij dat getrouw vervult, 2° te komen tot zijne eind-bestemming, het eeuwig en volmaakt geluk des hemels.
Wat vordert nu de dienst van God (de Gods-
dienst) van ons, opdat wij onze zaligheid bewerken?
De Godsdienst vordert dat wij :
1° God kennen en derhalve alles gelooven, hetgeen Hij geopenbaard heeft;
2° Dat wij op God hoven en van Hem den hemel en alles, wat ons daartoe kan helpen,
verwachten;
3° Dat wij God beminnen en zijne geboden trouw onderhonden;
4° Dat wij een goed gebruik maken van de genademiddelen, welke, tot bereiking onzer zaligheid, zijn ingesteld;
5° Dat wij als brave christènen de zonde vermijden en de deugd beoefenen.
Derhalve wordt de godsdienstleer in 5 hoofdstukkei] verdeeld, welke achtereenvolgens handelen: over het Geloof, over de Hoop, over do Liefde, over de LLH. Sacramenten en over de christelijke rechtvaardigheid.
De kennis der godsdienstleer is de ver heven sle aller wetenschappen â waarom?
1° Omdat zij ons vele waarheden leert, welke ons natuurlijk verstand, uit eigen krachten, niet had kunnen kennen;
2° Omdat zij ons den weg en de middelen aanwijst om een eeuwig geluk te erlangen.
Zij is de noodzakelijkste aller wetenschappen â waarom \
1° Omdat God ons uitdrukkelijk bevolen heeft, dat wij de waarheden, door Hem geopenbaard, moeten aannemen en gelooven;
2° Omdat de menscii, door schuldige onwetendheid, kan verloren gaan;
3° Omdat gebrekkige godsdienstkennis dikwijls leidt tot twijfel, tot ongeloof, tot een zondig leven en dus tot een eeuwig ongeluk.
Alle monsehpii zijn geen christenen. Men wordt christen door het H. doopsel.
Zijn nu allen, die gedoopt zijn, imt^e christenen ?
Neen , niet allen, tlie gedoopt zijn, zijn ware christenen, omdat velen van hen niet alles ge-looven, maar slechts een gedeelte, van de waarheden, welke Cliristus geopenbaard heeft.
Wien noemen wij dan een waar Christen ?
Wij noemen een waar christen, een leerling van Jesus Christus, die gedoopt zijnde, geloolt en belijdt de zalige leer van Christus in de Katholieke Kerk.
Waarom zijn de Katholieken alleen de ware christenen ?
Omdat de Katholieken alleen alle waarheden gelooven welke-en gelijk Christusdie geleerd heelt.
Waarom noemen, wij het H. Kruis het kentee-ken van den christen ?
Omdat, als wij het Kruis vereeren, of het kruis-teeken maken, daardoor belijden dat wij leerlingen zijn van Christus, die ons door zijn Kruis verlost heeft.
Het ia zeer nuttig het H. Krui steek en te maken, 's morgens en's avonds, vóór en na de maaltijden, vóór ieder belangrijk werk, vóór het gebed eu in de bekoringen.
Wat voordeel trekken wij uit het maken van het krnis-teeken ?
1° liet, Kruisteeken is eene belijdenis van ons geloof, omdat, het ons herinnert aan het geheim der H. Drievuldigheid en der mensch wording van Christus.
2° Het, is een kort gebed, omdat wij het maken, onder aanroeping der H. Drievuldigheid
3° Het verdrijft van ons den duivel, omdat Christus licm door zijn kruis overwonnen heeft.
â 1° Als wij godvruchtig het kruisteeken maken, kunnen wij telkens een aflaat van 50 dagen verdienen.
EERSTE HOOFDSTUK.
EEESTE LES.
Over het Geloof
§ 1. OviCB UB DELGU DES GELOOFS.
Gdooven is iets voor waar aanncmeu, omdat oen ander het cezcgd heett. Een kind gelooft wat zijn vader bcm verhaalt. Dat echter is slechts een natuurlijk, een menschehj/c erg loof. Aan God gelooven wil zeggen: als waar aaimemen hetgeen Hij geleerd heeft, juist daarom, wijl Hy het gezoga heett.
Wat is dan de deugd van (jelootl.
Het Gek-of is eene gave Gods en een liclil, waardoor de mensch als waar en zeker aanneemt heigeen God geopenbaard heett en door de hvr der heilige Kerk ons te gelooven voorstelt, hel/.i)
het geschreven is ot niet.
Waarom wordt het Geloot een gate Gods ge-
noemd l . , rr ^ . i
Omdat het ons door God, in het H. Doopsel,
gegeven werd, zonder onze verdiensten, tegelijk
met de Hoop en de Liefde.
Waarom wordt het Geloof een licht en vgt;el een hovennaiuurbjk licht genoemd l
Omdat het ons verstand, op bovennatuurlijke wijze, verlicht en onzen wil versterkt, om alles te kennen en te gelooven, wat wij geloo\en moeten.
_ 9 â
Wij moeien gelooven alles, wat God eeopen-baard heeft en dooi' de leer der H. Kerk ons te gelooven voorstelt hetzij hd geschreven is of üet.
Wat beleekenen die laatste woorden: hetzij het cjeschrcven is of niet ?
Dat wil zeggen: Dat wij alle waarheden, door de Katholieke Kerk voorgesteld, moeten gelooven, hetzij die opgeteekend zijn in de II-Schrift, of door de Overlevering tot ons gekomen.
Wanneer zeggen wij dat God iets openbaart?
Als God een of andere waarheid aan de men-scben op bovennatmniijke wijze bekend maakt.
Dat noemen wij bovennatnariijkc Openbaring.
Ondei- natuurlijke openbaring wordt verstaan, die, welke op natuurlijke wijze geschiedt. Zóó kunnen wij door ons ver stand het bestaan van Gori, uit de schepselen, ieeren kennen
Hoe heeft God de bovennatuurlijke Openbaring gegevenl
God heeft vele waarheden geopenbaard aan de eei'ste menschen, later aan de aartsvaders en profeten en eindelijk kwam de goddelijke Ver losser, om zelf' den menschen zijne goddelijke leer te verkondigen. 11 ij stichtte de Kerk, die den schat der Openbaring, tol aan het einde der wereld, moest bewaren.
Profeten noemen wij die H.H. mannen, die op bijzondere wijze door God verlicht, de toekomst, vooral over de komst, het leven en lijden des Verlossers duidelijk voorspelden.
Waardoor weten wij met zekerheid hetgeen God geopenbaard heeft t
Door de leer der fi. Kerk, die onfeilbaar is.
Waarom is de Kerk onfeilbaar?
Omdat zij door den II. Geest bestierd wordt on Christus beloofd heeft met haar te zullen zijn, tot aan het einde der wereld.
â 1U â
Hoe moeten wij gelooven wat God geopenbaard heeft?
Dat alles moeten wij vastelijk gelooven, dat is zóó, dat wij daaraan niet het minste twij-lelen.
Waarom moeten wij alles, wat God geopenbaard heelt, vastelijk gelooven?
Omdat God de opperste waarheid en wijsheid is, die niet kan liegen, noch bedriegen, noch bedrogen worden.
o
üod is de eeuwige wijsheid, die alles kent,; Hij is de oneindige Waarheid, bij Wien bedrog onmogelijk is. Juist daarom nemen wij aan alles, wat Hij geloerd heeft; dat is de grondsla;; van ons Geloof'.
§ 2. OVER HET AVARE GELOOF.
Is het geloof noodzakelijk ter zaligheid ?
Zeer zeker; want 1° zonder het Geloof (zegt do H. Paulus) is het onmogelijk aan God te behagen.
2° Juist daarom heeft God de geloofswaarheden geopenbaard, opdat alle menschen die zouden gelooven.
Kan er meer dan één waar geloof zijn?
Geenszins; want, dewijl maar één God ons de waarheden des Geloofs geopenbaard heelt en ééne H. Kerk ons die voorstelt, zoo kan maar één waar geloof zijn.
God toch, do eeuwige waarheid, kan zich zeiven aiet tegenspreken en twee tegenstrijdige zaken leeren, de onfeilbare Kerk kan alleen die waarheden voorstellen, welke God zeJf ffcoiH'ubiuird heeft
Waar vinden wij dat ééne ware geloot ?
Alleen in de katholieke Kerk, die den gehee-len schat der goddelijke Openbaring van de Apostelen ontvangen en altoos ongeschonden bewaard heeft.
â 11 â
Hebben de ketters ook het ware Geloo eenigo punten des Geloofs aannemei en an* verwerpen i
Neen, zij hebben geen goddelijk Geloof, maar alleen eene menschelijke meening of goeddunkeri.
Ketters noemen wij hen, die wel gerlonpt zijn, iloch slechts een gedeelte van de leer van CliristUH aannemen. Zij geloo ven niet alles, wat God ons door de II Kerk te gelooven voorstelt, maar alleen hetgeen zij, volgens hun eigen meaning, goedvinden te gelooven.
Is het waar, dat ieder in zijn geloof kan zalig worden {
Zóó leeren so mini ge ketters, doch zij dwalen; want zonder het éóne ware geloof is de zaligheid onmogelijk.
Alle waarheden des geloofs zijn door God geopenbaard, opdat alle mensohon die zouden aannemen. Hij dus, die óéne der geopenbaarde waarheden verwerpt, verzet zich tegen God en miskent zijne onfeilbare waarheid en staat op tegen Gi ds gezag
Zullen dan de ketters, alleen om hunne dwaling verloren gaan ^
Zeer zeker, als zij 1° in die dwaling grootelijks plichtig zijn en 2° daarin vrijwillig volharden.
Dat. wil zeggen; als zij weten of ernstig twijfelen of hun Geloof goed is en zich dan toch niet willen hekeeren.
Daaruit volgt ook dat een ketter, die 1° goed gedoopt is, 2° geheel tor goeder trouw meent dat. zijn Geloof goed is, kan zalig worden, op voorwaarde, dat bij zijnen dood, zijne ziel rein zij van doodzonde.
Is het Geloof alleen voldoende om zalig te worden l
Neen, het moet vergezeld gaan van goede werken, want, volgens de li. Schrift, is hei Geloof, zonder de goede werken, een dood Geloof.
â 12 â
§ 3. OvKI! DE KENNIS DES GELOOFS,
Wij moeten alle waarheden, zonder uitzondoring. welke door God geopenbaard zijn, vastelijk gelooven. Hef is echter daarom niet noodzakelijk al die waarheden in het bijzonder te kennen. Eenige punten echter moet ieder menach weten uit noodzakelijkeid des middels. Dat wil zeggen dat zij, die tot de jaren van verstand gekomen zijn, niet kunnen zalig â worden, zonder die te kennen. Die punten zijn: dat er één God is, drievuldig in Personen; dat God de Zoon voor ons is mensch geworden en dat God het goede beloont en het kwaad straft.
Andere punten moet men kennen uil noodzakelijkheid des gehods, dat is: er bestaat een gebod, dat ons verplicht, op straf van zware zonde, die punten te weten, als men kan. Het zijn namelijk: de hoofdinhoud van : het Onze Vaderen het Wees gegroet, der 12 Artikelen, der 10 Geboden Gods, der 5 geboden der 11. Kerk en hetgeen noodig is om tot de 11.11. Sacramenten, die men wil of moet ontvangen, waardig te naderen.
De oorzaken' van twijfel m â en verlies van het Geloof zijn gewoonlijk: 1° Onwetendheid in Geloofszaken, 2° Hoogmoed en verwaandheid, 3° vooral echter een zondig en onzedig leven; want brave menschen ziju altoos geloovige christenen.
Voorbeelden van levend en werkzaam Geloof; Abraham (Bijb. Gesch 1 12), Nicodemus (II 21), De Hoofdman (II 32), De Kananeesche vrouw (IT 53)
Besluit; Danken wij dikwijls den goeden God voor de genade van het ware Geloof, welke Hij ons, buiten zoovele anderen, geschonken heeft; beantwoorden wij daaraan door een deugdzaam leven en bidden wij dikwijls voor de bekeering der ongeloovigen eu afgedwaalden.
TWEEDE LES.
Over de bronnen des Geloofs: de H. Schrift en de Overlevering.
De H. Kerk, welke ons voorstelt hetgeen wij gelooven moeten, put die waarheden uit de goddelijke Openbaring
Hoe is nu die goddelijke Openbaring tot ons gekomen?
â 13 â
tweevou-di'ge wijze: schriftelijk, door den Bijbel ol' de H. Schrift; mondeüng, door de Overleverki-g of Traditie.
Derltalve heeft de H. Kerk alles, wat zii ons te gelooven voorstelt ; viit de H. Schrift of uit de Overlevering, die daarom genoerml worden de bronnen des Geloofs.
Wat wordt verslaan door de 11. Schrift oj den Bijbel ?
Door de H. Schrift wordt verstaan de hoeken van het Oude en van het Nieuwe Testament, wetko, onder ingeving'enhijzouderen bijstand van den H. Geest, geschreven zyn.
ilet woord Bijbel komt af van een Grieksch woorr!, dat hock beteekent ; do H. Schrift is het heiligste, eerbiedwaardigste, het boek bij uitnemendheid.
Testament beteekent Verbond, omdat liet bevat de Openbaringen en wetten, welke God, als een verbond van liefde en genade, den raenschen gegeven heeft.
boeken der beide Testiiraenten zijn 72 in getal.
De boeken van het Oude Testament bevatten de goddelijke Openbaring vóór de komst van Christus den mensohen gedaan. Daarin wordt verhaald de geschiedenis der sche]i|)iiig, der Aartsvaders en van het Israëlielische volk, zij bevatten de heerlijkste zedelessen en de voorzegginggen der Profeten, vooral over het levea des Verlossers.
Het Nieuwe Testament bevat; 1° het li. Evangelie, volgens de H. II. K* angelisten Matheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Daarin wordt verhaald het leven, lijden en verheerlijking van Christus, alsmede de goddelijke leer, welke Hij verkondigde. i0 De Geschiedenis der Apostelen ; 3° De brieven van eenige Apostelen. 4° Het boek der openbaringen van den H. Johannes.
Hoe moeten wij de boeken der II Schrift beschouwen ?
Als heilige boeken, dewijl zij 1° onder bovenna-hmrlijke ingeving Gods geschreven zijn en 2° dus geene dwaling kunnen bevatten.
Waaruit weten wij welke boeken tot de H Schrift behooren ?
â 14 â
Uit dp leer der II. Kerk, die ze als zoodanig aanneemt en voorstelt.
Do Kerk heeft de II. Schrift van de Apostelen ontvangen en altoos ongeschonden bewaai'd. Als men het onfeilbaar gezag der Kerk verwerpt, dan kan men niet meer met zekerheid weten, wat tot de H. Schrift behoort of niet.
Zijn de kettersche hijbeis ook de H. Schrift'?
Neen, want zij zijn op vele plaatsen vervalscht.
De protestantsche sekten, die het gezag der Kerk verwierpen, vervalschten ielke volgens hare meening) tie 11. Schrift. Daarom is de lezing daarvan volstrekt verboden.
Kan ieder christen de H. Schrift met zekerheid verstaan en uitleggen.
Neen; dat kan alleen het onfeilbaar leergezag der Kerk.
Dewijl de Protestanten meenen, dat elkeen de H. Schrift kan verklaren naar zijne meening, daarom ook heerscht bij hen de grootste verwarring en verdeeldheid in geloofszaken.
Is het iedere- n geoorloofd de M. Schrift to lezen?
Neen. het is verboden die, zonder verlof der geestelijke Overheid, in een der levende talen te lezen
Waarom is dat verbod gegeven ?
Omdat de H. Schrift zeer duister is op vele plaatsen en het derhalve gevaarlijk is voor ongeleerde menschen haar te lezen.
Dergelijke menschen zonden uit die lezing valsche denkbeelden kunnen putten. Zij die een of andere doode taal (Latijn, Grieksch, enz ) verstaan, worden geacht geleerd genoeg te zijn om de H. Schrift zonder nadeel te lezen. Hij die meent uit die lezing in eene lerende taal nut te kunnen trekken, kan daartoe verlof krijgen van de geestelijke Overheid.
Moeten wij nog iets gelooven, dat in de H. Schrift niet geschreven staat?
Ja, de Apostolische Traditiën of Overleveringen.
quot;Wat wordt verstaan door Overleveringen ?
Dooi' Overleveringen wordt verstaan geopen-
â 15
baarde waarheden, welke niet in de II. Schrift op-geteekend zijn.
Die waarheden worden Ooerleveringen genoemd, omdat zij van de Apostelen af, onafgebroken in de Kerk van geslacht lot geslacht zijn overgeleverd, door mondeling onderricht, door gebruiken in de Kerk en door de schriften der H.H. Vaders.
Die waarheden moeten wij eveneens gelooven als die in de H. Schrift zijn opgeteekend, omdat zij ook door Grod geopen-bnard zijn.
DE li DE LES.
Over God en zijne eigenschappen en over de H. Drievuldigheid,
Welk is het kort begrip van hetgeen wij ge looveu moeten t
Hol Syinbolum des Geloofs, of de Apostolische Geloofsbelijdenis in 12 artikelen verdeeld.
De geloofsbelijdenis wordt Apostolische genoemd omdat zij van do tijden der Apostelen afkomstig, volgens de Overlevering, door hen werd opgesteld, vóór dat zij van elkander scheidden. Het eerste artikel luidt: Ik geloof in God, den Vader almachtig, Schepper van hemel ea aarde.
Wat is God ?
('lt;od is een oneindig volmaakte Geest, Schepper. Heer, Regeerder van hemelenaarde, de bron onzer zaligheid en ons opperste Goed.
Waarom wordt God oneindig volmaakt genoemd \
Omdat aan zijn goddelijk wezen niets ontbreekt en ilij in zichzelven alles zóó volmaakt bezit, dat geen volmaakter wezen kan uitgedacht worden.
God bezit alle goede hoedanigheden en eigenschappen en wel in oneindige mate, zóó dat het menschelijk verstand die niet kan begrijpen.
- 16 -
hen (/eest noemen wij een onstoffelijk wezen, dat verstand en vrijen wil heeft. Onze ziel is ook een geest, doch bestemd om met het iichanm verbonden te zijn op aarde en ook na de algemeene verrijzenis.
God echter is een zuivere geest, omdat Hij geen lichaam heeft. De Engelen zijn ook zuivere geesten, zonder lichaam, loch zijn niet oneindig volmaakt.
God dan, en Hij alleen, is een zuivere en oneindig volmaakte Geest.
Dewijl God een enkele, zuivere Geest ia, kunnen wij Hem niet zien, evenmin als onzen Engelbewaarder. Eens echter, in den hemel, zullen wij, verlicht door eon bovennatuurlijk licht. God van aanschijn tot aanschijn aanschouwen.
God wordt Schepper genoemd, omdat Hij alles geschapen heeft; Heer, omdat Hem alles toebehoort; Regeerder van hemel en aarde, omdat Hij alles, met wijsheid en goedheid, beschikt, en leidt tot het doel, waarvoor Hij de wereld geschapen heeft, namelijk; tot Zijne eer en glorie on tot geluk van den mensch. Dat noemen wij het bestuur der goddelijke Fo o rz ien igh eid.
W aarom noemen wij God de bron onzer zaligheid l
Omdat onze zaligheid van God komt, als ook alles, wat voor onze zaligheid dienstig of nuttig is.
God alleen kan ons het geluk dos hemels schenken; ook Hij alleen kan ons de vergiffenis der zonden en zijne genaden geven, zonder welke wij niet kunnen zalig worden.
Waarom wordt God ons opperste Goed genoemd ?
Omdat wij in het bezit van God alleen waarlijk kunnen gelukkig zijn.
Een volmaakt geluk bestaat niet op aarde; alleen in don hemel, in het aanschouwen en het bezitten van God, zullon wij volkomen gelukkig zijn.
Hoe weten wij dat er een God bestaat?
Dai leert ons de rede en het Geloof.
Hoe leert ons de rede het bestaan van God?
T'it de schepselen, want, waar schepselen zijn, moet ook een Schepper wezen
lu Ons verstand zegt ons duidelijk: dat alles een oorzaak höbbon moet; waar niets is, kan van zelf niets voortkomen. Wanneer wij nu de hemellicliamen, de aarde niet hare planten cu dieren en de mensoheu beschouwen, dan leert ons het vorstand, dat een oneindig machtig Wezen, namelijk God. dat alles gemaakt heeft.
2° Wanneer wij de heerlijke orde beschouwen, welke in de gansche schepping heerscht, dan zegt ons de rede, dat eon oneindig wijze God dat alles geregeld heeft.
â¢i0 Het geweten, dat de stem der rede is, zegt ons dat wij van onze daden rekenschap zullen geven aan een oneindig rechtvaardigen God.
Doch, de kennis, welke wij van God en zijne volmaaktheden kunnen krijgen, alleen door ons verstand, is zeer gebrekkig. Daarom heeft God, in zijne oneindige goedheid, zich zeiven en zijne eigenschappen, op bovennatuurlijke wijze, aan de menschen nader bekend gemaakt. Dat noemen wij de bovennatuurlijke Openbaring, waarover reeds vroeger gesproken is. Deze is opgesloten in de H. Schrift eu in de Overlevering eu wordt ons door de Kerk voorgesteld.
Kan er meer dan één God zijn ?
Neen, dat is niet mogelijk, omdat geen twee of meer oneindig volmaakte wezens tegelijk bestaan kunnen Is God eeuwig?
Ja, God is van alle eeuwigheid en zal ook eeuwig bestaan blijven.
Is Hij dan niet geschapen ?
Neen, God is van zich zeiven, dat is, Hij heeft een noodzakelijk bestaan.
Van Hem zegt de H. Schrift (Openb. 1. 8); Die was, die is en die wezen zal. Ook de rede zegt ons, dat God van eeuwigheid noodzakelijk bestaan moet, want anders zou noch God, nocli eenig sciiepsel ooit hebben kunnen ontstaan.
God is alomtegenwoordig, dat wil zeggen : Hij is in den hemel, op de aarde en op alle plaatsen.
Die waarheid leert ons duidelijk de H. Schrift. Ook zegt ons do rede, dat God, als oneindig volmaakt wezen, door niets begrensd kan worden.
God is alwetend, dat is: Hij kent op de volmaaktste wijze alles, wat gekend kan worden ; Hij ziet en weet alles, zelfs de geheimste gedachten van ons hart; Hij kent alles in het verledene, in het tegenwoordige en in de toekomst.
â 18 â
God ia heilig, dat wil zeggen; Hij wil en bemiiit, het goed, omdat liet met zijue goddelijke volmaaktheid overeenkomt; ilii haat het kwaad, als strijdig met zijne volmaaktheid.
God is rechtvaardig. IJ ij beloont, het goede en straft het kwaad, naar verdiensten. Uie beiooning en bestraffing geschiedt dikwijls, doch niet altoos, in dit leven ; do volkomeue vergelding beeft eerst in de eeuwigheid plaats.
God is eindelijk oneindig goed en barmhartig; ilij verlangt ons geluk en scheukt deu rouwmoedigen zondaar gaarne vergiffenis
Gods almacht: de schepping (Schuster 1 1) Wonderen in Egypte (I 45) De mirakelen van Christus.
Gods alwetenheid: De eerste zonde (I 4) Jezus bij de Ja-kobs bron (II 22) Hij voorzegt, zijn lijden (11 75).
Gods rechtvaardigheid; Straf der eerste zonde (1 5) De Zondvloed (17) Sodoma (1 15) Coré enz (1 G5)
Gods barmhartigheid; Belofte des Verlossers (.15, Noe(I7) Magdalena ill 36) De verloren zoon (II 3ü) De goede Herder (II (36) De goede moordenaar (II 100)
Gods wijsheid (Jozef (1 20) Daniël (1 135).
God heeft ons over zijn wezen en zijne volmaaktheden alsook over vele andere punten, bovennatuurlijke waarheden geopenbaard, welke verre boven het bereik van het menschelijk verstand zijn, omdat ons vei-sinnd beperkt is en het eindige hel oneindige niet kan begrijpen
Wat is een geheim of ntyslerte:
Een mysterie is eene van God geopenbaarde waarheid, welke ons verstand te boven gaat.
Moeten wij die geheimen toch gelooven, ofschoon wij ze niet begrijpen
Zeer zeker; omdat wij welen dat God de eeuwige waarheid ze ons geleerd heelt.
Ook in de natuurlijke orde nemen wij zaken aan, welke wij zien gebeuren, ofschoon wij niet begrijpen hoe ze geschieden ; dus veel vaster moeten wij de geheimen gelooven, welke ons door Gods onfeilbare woord geleerd zijn.
Welk is het verhevenste geheim van ons Geloof?
Het mysterie der Allerheiligste Drievuldigheid.
Wat is de H. Drievuldigheid ?
De H. Drievuldigheid is : God de Vader, God de Zoon en God de H. Geest, drie Personen, die maai' één God zijn.
In andere .woorden : de drie goddelijke Personen, welke wij in God erkennen, liebben slecdits één goddi-lijk wezen of natuur; ieder der goddelijke Personen bezit alle volmaaktheden der Godheid en is dus waarlijk God; zij zijn dus niet in wezen, maar slechts als Personen van elkander onder-Sclieidon.
De eerste Persoon der H. Drievuldigheid is God de Vader, die het beginsel en de oorsprong is der andere twee Personen. Hij komt niet voort, maar is van zich zeiven.
God de Zoon komt voort van God den Vader en de H. Geest komt voort van God den Vader en God den Zoon te zamen. Zij zijn echter niet ge-schapen, maar hehben een eeuwig en noodzakelijk bestaan.
Is God de Vader dan ouder ofmachtiyer dan God de Zoon of God de H. Geest.
Neen, zij zijn alle drie even oud, want zij zijn van eeuwigheid; zij zijn ook even wijs, even machtig en goed.
Waarom noemen wij dan in het bijzonder, God den Vader almachtig ?
Niet, omdat Hij machtiger is; maar omdat Hem de almacht bijzonder wordt toegekend of toegeschreven ; gelijk de wijsheid aan den Zoon en de heiligheid aan den H. Geest.
Besluit: Ziedaar de voornaamste waarheden, ons over de II drievuldigheid geopenbaard en door de Kerk te golooven voorgesteld Begrijpen kunnen wij ze niet, maar slechts Gods onbegrijpelijke Majesteit aanbidden eu gelooveu.
â 20 â
VIEEDE LES.
Over de schepping.
§ 1. Over de schei-ping in het algemeen.
Waarom wordt God almachtig genoemd i
Omdat God alle macht bezit en, door zijn wil alleen, alle dingen kan maken en ook te niet doen.
God vermag alles, zonder uiterlijke middolen, alleen dooide kracht van zijnen wil. Want, indien er iets was, dat God niet vermocht, dan zou Hij uiet oneindig volmaakt zijn.
Slechts eene zaak kan Hij niet, namelijk iets doen, wat zondig is of' kwaad.
Waarom niet?
Omdat dit. strijdig is met zijne oneindige volmaaktheid.
Dat is echter geen zwakheid of machteloosheid, maar de hoogste volmaaktheid.
Waardoor heeft God zijne almacht het meest getoond l
Door het scheppen van hemel en aarde en alles wat daarin is.
Schoppen is iets van niets maken of uit niets voortbrengen (Schuster I, 1.).
Als wij eenige duizende jaren terugdenken, vóór dat God de wereld schiep, toen bestond niets anders dan God alleen, die van alle eeuwigheid is Toen eindelijk, heeft Hij alle schepselen het aanzijn gegeven, alleen door de kracht van zijn goddelijken wil. Want als God eene voorafgaande stof noodig had, dan ware zijne macht beperkt en dus met oneindig.
God kon de wereld in één oogenblik scheppen; Hij heeft dat echter in zes dagen gedaan; dewijl dat met zijne wijsheid overeenstemde. JJe reden, waarom dat zijner wijsheid paste, heeft God ons niet geopenbaard.
§ 2. Over de schepping der engelen.
Heeft God nog, hehalve den mensch, andere redelijke wezens geschapen t
Ja, God heeft nog zuivere en onsterfelijke wezens geschapen, die wij Engelen noemen.
- 21 â
i)e Engplon zijn zuivere geesten (dat wil zeggen ; zij zijn enkel ycest, zonder lichaam.) Als zij met een menfchelijk li-nhaam aan lt;io ineuschen verschenen, dan was dat slechts een nunyeiioineii lichaam, dat weor verdween, als hunne zending vnlbrachl was.
Dm nutuni der Engelen is volmaakter, huuue Macht eu Ku'üuis grooter dan ilie der menschen.
De naarii van Engelen keteekent afgezanten-, omdat zij Gods wil bekend maken en uitvoeren.
Zij worden verdeeld in 3 hiërarchiën en in 9 koren Hun juist getal is onbekend ; de II. Schrift spreekt van duizenden en millioenen
Hoedanig waren de Engelen, bij Imnne schepping '
Zij waren goed en gelukkig en met de heerlijkste gaven versierd.
God echter had hen tot een bovennatuur Lijk geluk bestemd, dat zij door hunne gehoorzaamheid, gedurende den hun gestelden proeftijd, moesten waardig worden.
Zijn alle Engelen goed en gelukkig gebleven ?
Neen, de hoovaardige en ongehoorzame Engelen zijn uit den hemel verdreven naar den afgrond der hel.
Die afgevallen Engelen worden hooze geesten of duivelen genoemd.
De duivelen, ook als zy over de wereld rondzwerven, dragen overal de straf der hel met zich mede. Uit haat. tegen God en afgunst jegens den mensch trachten zij ons door de bekoring tot zonden te brengen.
God laat die bekoringen toe tot zijne verheerlijking en om ons gelegenheid te geven tot meerdere verdiensten.
Hij laat echter niet toe dat wij boven onze krachten bekoord worden, maar geeft ons altoos voldoende genaden om daaraan te weerstaan.
Voorbeelden: De duivelen (Schuster (12) Job, (I 39) Christus in de woestijn (II 16) Hij drijft de duivelen uit (J1 26)
Do aan God getrouw gebleven Engelen werden ;ot het geluk des Hemels toegelaten.
Welke is de bediening der goede Engelen (
God te dienen en te loven en de menschen behulp/aam fe zijn.
Zij zijn volmaakt gelukkig iu den hemel cu ook, als zij op aarde Gods wil volbrengen, bezitten zij de zaligheid des hemels.
tZij aanschomoen altijd (zegt Christus) het aanschijn des 1 adersquot;
Zijn er ook eenige Engelen, die ons bewaren ^
Ja, ieder inensch heeft een Engel, die hem van het begin zijns levens bewaart.
Welke is de bediening van onzen Engel-Bewaarder i
1° Ons door zijne heilzame ingevingen tot liet goede te leiden ; 2° onze gebeden en goede werken aan God op te dragen; 3° ons in de gevaren, en vooral in het uur van onzen dood, tegen den boozen vijand te beschermen.
Aan onzen H. Engel-Bewaarder hebben wij vele goede inspraken te danken, waardoor wij tot haat der zonde en tot liefde voor de deugd worden aangezet. Menigmaal redt hij ons uit de grootste gevaren naar ziel en lichaam.
Besluit: 1° Denk dikwijls aan de tegenwoordigheid van uwen II. Engel-Bewaarder. 2° Bid hem iederen dag dat hij u bescherme in alle gevaren en vooral in het uur des doods, ü» Wedersta do bekoringen des duivels, door het vluchten der ledigheid, der eenzaamheid, der zondige gevaren en vooral door het gebed.
Voorbeelden; Tobias (Schuster 1119) De jongelingen inden gloeienden oven (1138) Do Engelen-Bewaarders (II 57)
§. 3. OvEE BE SCHEPPING EN DEN TAL DEE EERSTE MENSCHEN.
Nadat God de hemellichamen en de aarde met hare planten en dieren, geschapen had, sprak Hij: laat ons den mensch â maken, near ons beeld en gelijkenis.quot; De eerste menschen heet en Adam (dat is man uit aarde] en Eva {moeder der lei-enden)
Waarvan heelt God den inensch gemaakt?
God heeft het lichaam van Adam gemaakt uit aarde en eene ziel daarin gestort; maar Eva's lichaam uit eene ribbe, genomen van Adam.
Wat is de ziel des menschen !
De ziel is een onsterfelijke geest, met verstand en vrijen wil begaafd.
Dat de ziel een gi-cst is, blijkl liieruit; «lat /Aj handelingen verricht, welke niet de stof, maiir alleen een geest ver richten kan, zooals deuken, ndcneerev, Gods'beslaan erkennen en 'L.
Dat /.ij ee)i rt'isterlelijke geest is, naar Gods beeld gesclra-pen. leert ons de goddelijke Openbaring.
Waf! vinden wij, bij den mensch, het even-heeld Gods gt;lt;
iquot; In de natuurlijke gaven der ziel, die onsterfelijk is en met verstand begaafd.
2° Vooral echter m de bovennatuurlijke gaven, welke God den eersten nienschen geschonken heelt.
Wat noemen wij natnuiiijke gaven I
Die, welke tot het wezen der menschelijke natuur behooren en niet kunnen verloren worden.
Waarom worden sommige andere gaven bo-vennatuv/rlijke genoemd ?
ümdal zij niet tot het wezen van den mensch behooren en den mensch boven zijn natuurlijken toestand vorhpflon
In welken stam waren Adam en Eva. eer zi| gezondigd hadden \
Zij waren in den staat der heiligmakende genade en daarenhoven nog vei i ijkt met bijzondere voorrechten, naai' ziel en lichaam.
God schonk den eersten menschen 1° do heiligmakende qe-uade, waardoor zij, op bijzondere wijze, aan God welgevalliquot;-waren, kinderen Gods en erfgenamen des hemels.
2° Hijzondere voorvcchlen naar ziel en liduiani,
a) naar de ziel: hun wil beheerschte de driften en It nu versland was verrijkt met buitengewone kennissen.
b) naar het lichaam: als zij God getrouw bleven, zouden â i[lt; niet sterven en ook uiet aan de kwellingen des levens outlorworpen zijn.
Zijn Adam en Eva inden staat der heiligmakende genade gebleven !
â 24 â
Neen, zij zijn gevallen in de slavernij des duivels, door eene zware zonde van ongehoorzaamheid ; doordien zij gegeten hebben van de vrucht, waarvan God hun verboden had te eten.
Waarom heeft God hun dat gebod gegeven'?
God gaf hun dat gebod, opdat zij, door hunne gehoorzaamheid, de bovennatuurlijke zaligheid in den hemel, waartoe zij bestemd waren, zouden verdienen.
Hoe werd die zonde in de eerste menschen gestraft *
1° Zij werden uit het Paradijs verdreven;
2° Zij werden onderworpen aan de ellenden des levens en aan den dood;
3° Zij verloren de heiligmakende genade, en alle bovennatuurlijke gaven, alsook het recht op den hemel.
Is Adam alleen, door die zonde in de slavernij des duivels gevallen?
Neen, alle menschen hebben in Adam gezondigd en zijn met hem in de slavernij des duivels gevallen.
Als de eerste menschen aan God getrouw gebleven waren, dan hadden zij de hun geschonken bovennatuurlijke gaven, aan al hunne nakomelingen kunnen overgeven. Door hunne on-gehoorzaamheid hebben zij die gaven, niet alleen voor zich, maar ook voor het gausche menschengeslacht, waarvan Adam da stamvader en het hootd is, verloren.
Die zonde is dus met alle gevolgen op zijne nakomelingen overgegaan.
Hoe wordt die zonde, waardoor alle menschen in Adam gezondigd hebben, genoemd ?
Erfzonde, omdat alle menschen die van Adam enen.
Hoedanig komen de menschen ter wereld, tengevolge van die erfzonde ?
Als kinderen van Godssramschap, dewijl hunne ziel dood is voor God
â % â
Volgens de verordening Gods moesten alle menschen de lieiligmnkeude genade bezitten ten gevolge der erfzonde komen alle menschen ter wereld, beroofd van het hovenna-tnnrlijk leven der f/enade in tegenstrijd met God als voor werpen zijner gramscliap.
Welki /ijn de gevolgen der erfzonde voor ons menschen ?
lü De berooving der lieiliginakende genade en van het recht op den hemel.
2° Ons verstand is verduisterd en onze wil zwakker, dan diedereerste menschen vóór dezonde.
3° Alle menschen zijn aan de kwellingen des levens en aan den dood onderworpen.
Is ook iemand van de erfzonde bevrijd gebleven \
Ja, de H. Maagd Maria is daarvan bevrijd gebleven, door de verdiensten van Christus.
Hoe noemen wij dat voorrecht ?
De onbevlekte ontvangenis der H. Maagd.
VIJFDE LES.
Tweede Geloofs-artikel: Kn in Jezus-Christus, zijnen eenigen Zoon, onzen Heer, d'e omvangen is van den H. Geest, geboren nit de Alaagd Maria.
Over de verlossing van het mecschdom en over de menschwording van Christus
Is liet menschdom nog in de slavernij des duivels, waarin Adam het gebracht heeft 'l
Neen, Jezus-Ghristus heeft het menschdom daar-uil verlost.
Wie is Jezus-Ghristus?
Jezus Ghristus is God d( /001. d^ tweede Persoon der Allerheiligste Drievuldigheid, die voor ons is mensch geworden-
Wat beteekent de Naam van Jezus-Gliristus ^
Jezus beteekent Verlosser of Zaligmaker en Chris!us beteekent de gezalfde.
Hij werd Jesus genoemd, omdat Hij gekomen is om ons te verlossen. Gij znll (/.no sprak do ïlngel, op Gods bevel) zijn Naam Jesus noemen, want Hij zal zijn volk van hunne zouden verlossen.quot; (Schuster II 3 en ij)
Waarom wordt Hij Christus of de Gezalfde genoemd \
Dewijl, in het Oude Verbond, de Profeten, de lloogepnesicrs en de Koningen met olie gezalfd werden- Christus nu is de leeraar der Pro-feltn, die ons zelf alle waarheid geleerd heeft, Hij is de HooqepriesU'r van liet Nieuwe Verbond en de Koning der Koningen.
\\ at wil het zeggen . dat God de Zoon voor ons is mensch geworden l
Dat God de Zoon aangenomen heeft de men-schelijke natuur, dat is eene ziel en een lichaam gelijk de menschen hebben.
Is God de Vader of Gotl de II. Geest ook voor ons mensch geworden ?
Neen, God de Zoon alleen.
Als God de Zoon mensch geworden is, is Hij dan ook nog God gebleven gt;:
Ja zeker, zóó dat Hij is, waarlijk God en waarlijk mensch in één Persoon.
Daaruit volgt: dat in Christus zijn; twee naturen, namelijk de goddelijke on de menschelijko natuur, maar slechts één Persoon, namelijk, God do Zoon, die iu zich de' beide naturen vereenigt.
Hoe heeft de Zoon Gods de menschelijke natuur aangenomen ?
De Zoon Gods heeft, door eene bijzondere werking van den H. Geest, de menschelijke natuur
aangenomen in liet maagdelijk lichaam van Maria.
Aldus sprak op Gods bevel, de Engel Gabriël tot Maria: âde II. Geest sal over U komen, en de kracht des Allerhooi/sten Z'tl JJ overschaduwen. Daarom ook zal ütv heduj Kind de /0011 des Allerhooysteii (jenoemd worden,quot; (Zie Schusters üijbl. Gescli. blz. 3.)
Waarom noemen wi j Moria de Moeder Gods ?
Omdat Christus, die uit haar geboren is, waarlijk God is.
is de H. Jozot ook de vader van Christus ?
Neen, als mensch, lu'el't Christus geen vadei gehad; maar do H. Jozef was alleen z\]n voedstervader of bewaarder.
Gelijk wij weten uit de Bijb.-Isehe Geschiedenis, (Zie Schus-lor hl. ü eu vlg.) is Christus, iu den Kerstnacht te Bethlehem geboren in een verlaten slul 1° 0111 reeds, van het begin zijns levens voor ons te lijden; 2° om ons to leeren dat â wij ons hart niet aan de goederen dezer aarde moeten hechten.
Waarom is God de Zoon voor ons mensch
geworden ?
lu Om ons door zijn voorbeeld en zijne leering den weg naar den hemel te toonen, 2° maar vooral, om. door zijn lijden en dood, ons van de slavernij des duivels en van den eouwi gen dood te verlossen.
1° üe goddelijke Heiland heeft, ia zijn sterfelijk leven, ons een voorbeeld van alle deugden gegeven. Van Hem zegt de 11. Schrift: âJezus begon te doen en te onderwijzen.quot; Der jeugd heeft Jlij vooral een schoon voorbeeld van yehoor-zaamheid gegeven, in het huis van Nazareth.
'1° Het hoofddoel der menschwording echter was, om, door zijn lijden en dood aan Gods rechtvaardigheid te voldoen voor de zouden en zóó het mensclulom te verlossen uit de macht des duivels eu van het eeuwig ongeluk der hel.
Had Christus dan niet kunnen lijden en sterven zonder mensch te worden ?
Neen, Christus heeft alleen kunnen lijden en
sterven in zijne menschelijke maar niet in zijne goddelijke natuur.
Waaruit weten wij, dat Jesus-Christus de door God beloofde Messias of Verlosser is ?
Wijl in Hem vervuld werd alles, wat do Profeten van Hem voorspeld hebben, namelijk;
1° den tijd zijner komst, de omstandigheden zijner geboorte, zijns levens en van zijnen dood ;
2° Zijne verrijzenis, zijne hemelvaart en de zending van den H, Geest.
3° De verwoesting van Jeruzalem, welke zoude volgen, omdat het joodsche volk Hem niet wilde erkennen;
4° De stichting, de uitbreiding en het voortbestaan zijner Kerk
Honderden jareu vóór de komst van Christus (Malachias, de laatste der Profeten, leefde 450 jareu vóór Christus, voorspelden de Profeten, tol in de kleinste bijzonderheden, allea, wat op den Verlosser betrekking heeft Dat nu konden zij alleen, door goddelijke openbaring, weten. Dewijl dat alles letterlijk in, Christus is vervuld geworden, is Hij de beloofde Verlosser.
Waaruit weten wij dat Christus waarlijk God is?
1° Uit de voorzeggingen der Profeten;
2° Uit de getuigenis des Hemelschen Vaders,
3° Uit zijne eigene getuigenis;
4° Uit de leer der Apostelen en
5° Uit de leer der katholieke Kerk.
1° De Profeten noemenden Verlosser: âGod, God met ons, den Allerheiligste enz. Dus is de door de Profeten, voorspelde Messias waarlijk God,
2° Bij Jezus' doop in de Jordaan en op den berg der verheerlijking sprak de Hemelsche Vader : ^deze is mijn welbeminde Zoon ''
3° Christus verklaarde van zich zei ven: dat Hij de Zoon Gods is, in alles aan den Vader gelijk; als Petrus zeide:
â jy â
âCrUj zijl de Christus, de Zoon Godsquot; en Thomas: mijn Heer en mijn Godquot; bevestigde Hij deze Apostelen in hunne belijdenis.
De getuigenis zijner Godheid bevestigde Hij ;
a. door duizenden mirakelen ()) en dcor zijne Verrijzenis en Hemelvaart.
Als Christus niet waarlijk God was, dan kon Hij dat alles niet gedaan hebben.
b. Ook deed Christus voorspellingen over de verwoesting van Jeruzalem, over de uitbreiding zijner Kerk, over de vervolging zijner leerlingen enz.
Die profetieen bewijzen wederom de waarheid zijner getuigenis: dat Hij waarlijk God is.
4° üe Apostelen predikten openlijk dat Christus waarachtig God is. Zij bewezen hunne leer door ontelbare wonderen en bezegelden die door hun bloed.
5° Zóó was altoos de leer der katholieke Kerk.
Later zullen wij aantoonen dat deze alleen de geheele waarheid der goddelijke Openbaring bezit en altoos bewaart.
ZES D E L E S.
Vierde Geloofs-artikel: die neleden heeft onder Pontius 1'i-latus, is gekruist, gestorven en begraven.
Over Christus' lijden.
Wat heeft Christus voor ons geleden?
Zijn geheel leven lang, heeft Christus geleden armoede en verdrukking naar ziel en lichaam ; maar op den dag van zijn lijden, grooter smart dan ooit eenig mensch verdragen heeft.
Gelijk wij uit de Bijbelsche Geschiedenis weten, (Schuster II 90 en volg.) heeft de Heiland zijn leven in nederigheid en armoede doorge-bracht; gedurende de 3 jaren van zijn openbaar leven de versmadingen en bespottingen der Joden verdragen. Toen de tijd zijns lijdens geko-
(1) Wondaren of mirakelen zijn zulke bnitengewone wetten, welke niet door de kracht der natuur, maar alleen door Gods Almaelit kunnen geschic-den.
-so
men was, werd Hij gevangen genomen, bespoten mishandeld, gegeeseld en met doornen gekroond en zóó stierf Hij aan het kruis, te midden der bitterste smarten. Jozef een rijk man van Ari-mathea en Nïcodemus, een lid van den Hoogen Raad, hebben liet lichaam des Heeren, tegen den avond van Goeden Vrijdag, van het kruis afgenomen en het neergelegd in een nieuw steenen graf. (Zie Schnster blz. 90 en volg.).
Waarom heeft Christus voor ons willen lijden en sterven ?
Om in onze plaats, aan de goddelijke Rechtvaardigheid te voldoen voor de zonden van alle menschen.
Kon de mensch dan niet voldoen voor de zonde?
Neen ; want, daar de zonde van oneindige boosheid is, kon ook alleen een Persoon van oneindige waardigheid voldoen voor de zonden.
De belcediging, door do zonde, der Opperste Majesteit Gods aangedaan, bevatte oene oneindic/e boosheid; Gods vechtvaardigheid nu vroeg eone vollcomene herstelling en geen schepsel nu, ook niot allo schepselen samen genomen, konden die volmaakte voldoening geven. Derhalve konden wij alleen verlost worden door eene volkomene voldoening, welke alleen een rnensch-geworden-God geven kon.
Was liet dan noodig dat Christus zoo veel leed om ons van de zonde te verlossen?
Neen ; ook het geringste lijden van Christus, als van oneindige waarde zijnde, zoude voldoende geweest zijn om ons te verlossen.
Waarom heeft Christus dan toch zooveel voor ons willen lijden?
1° Om ons daardoor zijne overgroote liefde en de oneindige boosheid der zonden te doen begrijpen, 2° om ons een voorbeeld te geven van vele deugden en 3° opdat wij ons lijden op aarde des te geduldiger zouden dragen.
~ O O
â 31 â
Waarvan heeft Christus ons, door zijn lijden -eerlost ?
lu Van de zonde 2° van de slavernij des duivels, waarin ons de zonde gebracht had en 3° van de eemoiye verdoemenis, welke wij door de zonde verdiend hadden.
Wat heeft Hij ons door zijn lijden en door zijnen dood verdiend}
Hij heeft ons 1° met God verzoend, 2° den hemel loeder geopend en 3° overvloedige genaden verdiend, opdat wij heilig leven en zalig sterven knnnoi:,
Die genaden heeft Hij verdiend niet sleelits voor lien, dio /.:ilig zullen worden, maar voor (Ola mensciien: âJezns-Chris-tus heeft zich voor allen opgeofferd.quot; (1 Tim. 2,(5.)
indien Christus voor alle menschen de zaligheid verdiend heeft, waarom worden dan niet allen zalig?
Omdat niet allen doen, wat tot de zaligheid noodig is; wijl niet allen gelooven, de geboden onderhouden en de middelen ter zaligheid gebruiken.
Is het noodig dat wij lijden, aangezien Christus voor ons voldaan heelt
Ja, want het is Gods wil dat wij, door ons lijden en onze goede werken, aan het lijden van Christus deelachtig worden.
Hesluit. Derhalve moeten wij, hier op aarde ons kruis i pnemen en Christus navolgen, om een» doelgenooton te worden van zijne heerlijkheid.
Vergeten wij niet hoe Jezus ons bemind en wat Hij voor onze zaligheid gedaan heeft, maar zijn wij Hem van ganscher harte dankbaar, door een christelijk en deugdzaam leven.
Z E V E N 1) E L E S.
Vijfde Geloofs-artikel. âDie nedergedaald is ter helle, den derden dag verrezen van de dooden.quot;
Over de nederdaling ter belle en de Verrijzenis .
Wat, heelt Christus gedaan, na zijnen dood ?
De Ziel van Christus, vereenigd niet de Godheid, is nedergedaald ter helle.
Wat verstaat men door de hel, tot welke de Ziel van Christus is neergedaald:'
Die plaats, waarin de zielen der afgestorvene rechtvaardigen den tijd moesten afwachten, waarop Christus hun den hemel zou openen.
Die plaats noemen wij hel voorgeborgie der hel. Daardoor wordt dus niet aangeduid de hel, waar dc verdoemden zijn.
Waarom moesten de afgestorvene rechtvaardigen in het voorgeborgte der hel blijven ?
Omdat de hemel nog door de zonde gesloten was en eerst door Christus moest geopend worden.
Die /.ielen waren daar tevreden en genoten een natuurlijk geluk; het bezit en het aanschouwen van God zou haar eerst later gegeven worden.
Waarom is Christus ter helle neergedaald?
1° Om de zielen der heilige Oudvaders en van anderen, die in Gods liefde gestorven waren, te troosten en te verlossen
Wat beteekenen de woorden: ten derden dage verrezen van de dooden {
Dat Christus, den derden dag na zijnen dood, (op Paaschdag) gelijk Hij het voorspeld had, door zijne eigene macht is verrezen.
Hoe is Chrie'us verrezen l
Nadat zijne ziel zich wederom met hot lichaam vereenigd had, is Hij verheerlijkt uit het graf opgestaan. (Zie Schuster bl. 104).
jS'a de verrijzenis, was het H. lichaam van Christus nnhj-delijk en onsterfelijk-, snel in zijne bewegingen als de gedacli-te en alles doordringend als een geest.
Waarom heeft Christus de vijf wonden in zijn verheerlijkt lichaam willen behouden?
1quot; Om daarmede zijne verrijzenis te bevestigen en den Apostelen te toonen, dat Mij met hetzelfde lichaam, dat voor ons is gestorven, van den dood verrezen is;
2° Om die H. wonden aan alle menschen in het oordeel Ie toonen, den zaligen tot tioost, den verdoemden, tot schande.
Heeft Christus zich, na zijne verrijzenis ook
levend vertoond ?
Ja, Christus heeft zich, gedurende veertig dagen, aan zijne leerlingen meermalen vertoond en hun vele bewijzen gegeven, dat Hij werkelijk leefde.
W aarvan weten wij met zekerheid dat Christus werkelijk verrezen is ?
Uit de getuigenis der Apostelen, die zich niet bedrogen hebben, die anderen nietvjilden bedriegen ; die ook de andere menschen niet honden bedriegen, ook zelfs als zij het gewild hadden-
-O ]jp Apostelen wilden in den beginne niet gelooven dat Christus verrezen was; Thomas zelfs ook toen niet, als de andere Apostelen hem zeiden dat zij den lieer gezien hadden Zij hebben zich herhaaldelijk en degelijk van het feit
overtnigd. .
2° Zij wilden niet bedriegen. Zij hadden van de prediking der verrijzenis geen voordeel, maar vervolging en dood te verwachten.
3° Zij Iconden de wereld niet bedriegen, want het graf was gesloten en door soldaten bewaakt; het H. lichaam kon dus niet weggenomen worden. De wachters verklaarden dat Christus quot;verrezen was. Ook zijn nog vele menschen getuigen geweest toen de Verlosser ten hemel opgeklommen is.
Besluit: 1° de verrijzenis des Heeren moet ons geloof aan Jezus Godheid bevestigen en versterken. '2° Ons aanspcea
om, uit den dood 'lor zoinlo, tot een nieuw, heilig leven te verrijzen.
A CUT ST E LES.
Zesde Geloofs-artikel: Die opgeklommen is ten / mei, zit aan de rechterhand des Vaders almacrliy.
Over Christus Hemelvaart
Wat leeren ons die woorden van het zesde artikel ?
Dat Christus, door zijne eigene macht, nirt, zie] en lichaam, ten hemel is opgeklommen.
Is Hij aller}} ten hemel opgeklommen ?
Neen, Hij heeft oolc met zich medegevoerd de zielen uit liet vooigehorgte der hel.
Dat geschiedde veertig dagen na de verrijzenis, op den Olijtberg, even buiten Jeruzalem, in tegenwoordigheid der il. Maagd, der Apostelen en van vele andere leerlingen. (Sohus tor 110.)
Waarom is Christus ten hemel opgeklommen?
1° Om, als overwinnaar van hel en dood ook als mensch, hezit te nemen van het rijk zijner heerlijkheid ;
2° Om ook ons daar eene plaats voor te bereiden en onze middelaar te zijn hij den He-melschen Vader.
Wat heteekenen die woorden : Christus zit aan de rechterhand des Vader si.
Dat Christus, ook als mensch, hoven al het geschapene verheven, deel heeft aan de macl t en de heerlijkheid van God den Vader.
.Die woorden: ter rechterhand moeten dus niet letterlijk, jnaar in zinnebeeldigen zin verstaan worden.
Is Christus dan niet overal tegenwoordig?
.Als Gnd is Hij alomtegenwoordig; doch zijne
â 85 â
/Æ. Menschheid is alleen in den hemel en in H. Sacrament des Altaars tegenwoordig.
Besluit: Doi.ken wij dikwijls, dat, wij hier op aurde geen blijvende woonpliiats liel)beii; dat ons ware vaderland de hemel is, waar wij eeuwig en onuitsprekelijk gelukkig zullen wezen.
De voorwaarde is: een christelijk eu deugdzaam leven.
N E G E JST DE L E S.
Zevende G doofs-artikel: âVan daar zal Hij komen oordee-len de Levenden en de dooien.quot;
Over liet aigerneea en het bijzonder oordeel.
Wat leert ons het zevende Artikel dos Geloofs?
Dat Christus, op het einde der wereld, zal wederkomen, om alle menschen te oordeelen.
Dat oordeel wordt genoemd: liet algemeen of laatste oor-dee! Het tijdstip, waarop het zal plaats hebben, is niemand bekend (zegt de goddelijke Verlosser) zelfs nier, aan de Engelen des hemels
Velke teekenen zullen het laatste oordeel voor-
afcian ?
i'J Eene geweldige vervolging, welke de Antichrist verwekken zal; 2'' Verscheidene vreese-lijke plagen: 3° Een vuur, dat alles verslinden zal. iZie Schuster II 72.)
Valsche profeten eu vooral de Antichrist, zullen door verleiding en geweld de geloovigen tot afval trachten te dwin-gei.
Er zullen hongersnood, ziekten, oorlogen en andere plagen komen Dit alVs heeft Christus zelf voorspeld.
Hoe zal Christus ten oordeel komen ?
Hij zal, met zijn menschelijk lichaam, met groote macht en heerlijkheid verschijnen op de wolken des hemels, om te oordeelen de levenden tn de dooden.
â 36 â
Welke zijn de levenden en de dood en, die Christus zal oordeelen \
Alle menschen, die ooit geleefd hebben; de rechtvaardigen zoowel als de zondaars.
Als alle menschen zulleu verrezen en met ziel en licliaam voor Gods oordeel verschenen zijn, dan zal Christus, door zijne Engelen de rechtvaardigen van de zondaars afscheiden, de eersten aan zijne rechter-, de anderen aan zijne linkerhand plaatsen ('Schuster II !-0 en 84 .
Waarover zullen wij geoordeeld worden.
Over alle goed en kwaad ; over woorden werken en verzuimenissen ; alles, zelfs de geheimste gedachten zullen door den Oppersten Rechter geopenbaard worden.
Welk vonnis zal Christus in het oordeel uitspreken ?
Hij zal de rechtvaardigen, met groote liefde, tot zich roepen en hun den hemel geven; maar de zondaars zal Hij met gramschap van zich in de eeuwige verdoemenis werpen.
Tot de Zaligen i;al Hij zeggen: âKomt, gezeyendev mijns Vaders, bezit hel Rijk, dal u van de grondlegging der wereld bereid is'1', tot de verdoemden: Gaat van Mij, gevloekten in het eeuwige vuur.
Zullen de menschen dan. tot den laatst en oordeels-dag, zonder oordeel blijven?
Neen; elkeen wordt terstond na zijnen dood geoordeeld. Dat noemen wij het hijzonder oordeel, omdat het voor ieder in het bijzonder geschiedt
Waarom wordt dan toch nog eens het algemeen oordeel gehouden ?
1° Opdat Gods wijsheid en rechtvaardigheid door alle menschen erkend worde ;
2° De goddelijke Verlosser voor de heele wereld verheerlijkt worde en
3° Opdat de zaligen de verdiende eer ontvan-
â 87 â
gen en de verdoemden de gerechte vernedering en strn r.
iSesluit: Denken wij dikwijls aan den schrikkelijken oordeelsdag. Leven wij zóó, dat wij bereid zijn, ieder oogenblik, vóór Gods oordeel te verschijnen.
T 1 E N DE L E S.
Achtste Geloofs-artikel: Ik geloof in den heiligen Geest.
Over God den H. Geest
Door wien en waar wordt ons de genade der Verlossing medegedeeld?
Door den H. Geest en wel in de Katholieke Kerk, aan welke Christus beloofd heeft, dat zij door den H. Geest zal bestuurd worden
Wat gelooven wij van den H. Geest?
Dat Hij waarachtig God is, de derde Persoon der H. Drievuldigheid, voortkomende van God den Vader en God den Zoon.
[s de H. Geest gelijk aan de andere twee Personen ?
Ja, Hij is even wijs, machtig en eeuwig, als de andere twee Personen.
Hoe heeft de H- Geest zich vertoond ?
De H. Geest heeft zicli vertoond, onder de gedaante eener duif, bij den doop van Christus, en onder de gedaante van zitrige tongen, op den Pinksterdag. (Zie Schuster II, 17 en 111, 112'en 123).
Dat geschiedde onder de gedaante van vurige tongen, om aan te duiden, dat de H. Geest de Apostelen kwam verlich ten met de kennis des heils en verwannen met het vuur der goddelijke liefde.
3
Welk werk wordt voornamelijk aan den H. Geest toegeschreven?
Dat Hij de zielen heiligt en troost en de Kerk 'bestuurt, tot aan het einde der wereld.
Ofschoon de heiliging onzer zielen aan de drie Goddelijke Personen gemeen is, wordt zij den H. Geest, bijzonder toene-kitid, omdat zij vooral het werk der liefde is en de H. Geest de Geest der lief.lo is, ja do persoonlijke liefde van den Vader en den Zoon.
Waardoor bewerkt de H- Geest de heiliging-onzer zielen ?
Doordien Hij de bovennatuurlijke genade, vooral door middel der HU. Sacramenten, in onze zielen uitstort.
Hoedanig is de werking van den H. Geest in onze zielen?
1° Hij deelt haar de heilig makende genade mede, vooral door de HH. Sacramenten.
2° Hij verlicht liet verstand, om het ware en het goede te kennen; hij versterkt haren wil, om de zonde te vluchten en de deugd te beoefenen.
3° Hij deelt haar bijzondere gaven mede, om tot de volmaaktheid te komen, welke wij de 7 gaven van den II. Geest noemen.
Het zijn de volgende: wijsheid, verstand, raad, sterkte, we-ienschap, godsvrucht en vrees des Tleeren.
Gelijk de H. Paulns ons leert, woont de H. Geest, op bijzondere wijze, in de ziel der geloovigen, zoolang zij de heiligmakemie genade bewaren.
Door de doodzonde, wordt onze ziel, als de tempel Gods, ontheiligt cn de H. Geest woont niet meer in haar, op die bijzondere wijze.
Welken invloed oefent de H. Gee^i uit op de Kerk in het algemeen?
1° Hij verlicht de Kerk, door diegenen te verlichten, die de Openbaring ongeschonden moeten bewaren.
2° Hij heiligt de Kerk, door hare ledematen zijne genaden mede te deelen.
3° Hi.j bestuurt de Kerk zóó, dat zij nimmer in dwaling kan vervallen of door hare vijanden vernietigd worden
Besluit : Vluchten wij de zonde, vooral de doodzonde, ojj-lt;lat de H. Geest altoos in onze ziel wone. Bidden wij Hem dagelijks, en vooral in moeielijke omstandigheden, dat Hij ⢠«na verlichte en versterke. om in alles Gods H. wil te vol-
i.innïRti
E L F DEL K S.
Negende Greloofs-artikel: Eene, heilige, katholieke Kerk; de Gemeenschap dei- Heiligen.
§ 1. Over de Ivkuk kn iiaue inkichting.
Nadat de H. Geest over de Apostelen was nedergedaald, gingen zij over de gausche wereld hei geloof verkondigen; /.ij vereenigden om zich heen, die geloofden en zich lieten doopen. Zóó ontstonden de eerste christen gemeenten. Toen deze zich vermeerderden, werden door de Apostelen, Bisschoppen en Priesters aangesteld, om in hnnno plaats de sreloovigen te leiden.
A.1 deze gemeenten waren onder elkander verbonden door hetzelfde Geloof, dezelfde Sacramenten, en allen erkenden als hun Opperhoofd den H. Petrus. Al deze christen-gemeenten samen, onder het eéne Opperhoofd, werden van de eerste tijden af katholieke of algemeene â of eenvondig de Kerk genoemd. (Zie Schuster 123 en volg.)
Wat is dan de H. Kerk?
De H. Kerk is de vereeniging van alle ge-loovige christenen, die, onder de gehoorzaamheid van den Pans van Rome, de ware leer van Christus belijden.
Wie is het opperhoofd der Kerk?
Het onzichtbaar opperhoofd is Christus, docli hel zichtbaar opperhoofd is zijn plaatsbekleeder op aarde, de Paus van Rome.
- 40 -
Christus wordt het onzichtbaar Opperhoofd genoemd, omdat Hij hier op aarde niet kau gezien worden ; Hij blijft eehtm-hel hoogste Opperhoofd der Kerk, omdat Hij, als God, ile Meester van alles is en omdat Hij zelf de Kerk gesticht heeft.
Hij heeft echter gewild dat zijne leerlingen, de christenen, hier op aarde, een ziehtbaar Opperhoofd hebben zouden, die als het middelpunt der eenheid van geloof, de Kerk in Christus' plaats zou regeeren en besturen tot aan het einde der wereld. Als dusdanig stelde Hij den H. Petrus aan.
Waaruit weten wij, dat Christus lt;leii 11 Petrus, tot algemeen Oppérhooid tier Kerk, heeft aan^i'steld (
1° Dewijl Christus zijne Kerk heeft gebouwd op den H. Petrus, als op eeue onwankelbare rots. quot;Gij zijt Petrus fdat is sleenrois) en op die sleenrois zul Ik mijne Kerk bouwen. '
2° Dewijl Hij aan Petrus, m het bijzonder de sleutelen van het hemelrijk en ook dc al-geheele volmacht m de Kerk heeft toevertrouwd. fIk zal U de sleutels eau hel rijk der hemelen geven en alles, wat (/gt;j op (Kirde zult ontbonden hebben, zal in den hemel ontbonden zijn ' enz. . (Schuster 11 52 en IOj )
3° Omdat Christus hem heeft aangesteld tot Opperherder der (jansehe kudde, dat is tot O] quot;^erhootd der gansche Kerk, van isscboppen. priesters en geloovigen. =» Weid mijne lammeren â weid mijne schapen.
Welke feilen bewijzen dezelfde waarheid ?
iü Dat Petrus, na Christus' Hemelvaart, het Opperherderschap heeft uitgeoefend;
2° Dat de Apostelen en alle geloovigen hem, als het Hoofd der gansche Kerk hebben aan-erkend.
Moest dan, met den dood van den 11. Petrus, liet Opperherderschap ophouden te bestaan?
â 41 â
Neen, het moest tot aan liet einde der wereld voortduren. Want; De Kerk, gesticht voor het heil van alle menschen, moest zóó hlijven bostaan, gelijk Christus ze gesticht had, met één Opperherder.
2° Dat Opperherdcrschap was in latere tijden, toen de Kerk zich meer uithreiddc, ook nog meer noodzakelijk, om de eenheid des geloots te bewaren. Derhalve heeil Christus, die aan zijne Kerk alle middelen van bestaan en uitbreiding heeft gegeven, ook gewild, dat het primaatschap zou blijven voortduren.
Op wien is dan, na den dood van den H. Petrus, dat primaatschap overgegaan?
Op den Paus van Rome, die de wettige op-volger is van den H. Petrus, die als Bisschop van Rome gestorven is.
De Paus van Rome ia derhalve, als opvolger van den H. Petrus, het zichtbaar Opperhoofd der gansehe Kerk, de plaatsbekleeder van Christus. Behalve het eéne, hoogste Opperhoofd, beeft Christus aan zijne Kerk nog andere herders gegeven, die, onder leiding van den H. Petrus en zijne opvolgers de Kerk zouden besturen. Als dusdanig stelde Hij de Apostelen aan en hunne wettige opvolgers, de Bisschoppen.
Wat zijn dan de Bisschoppen in de Kerk l
De Bisschoppen zijn de prinsen der H. Kerk en bekleeden de plaats der Apostelen. (Schuster II 45, 58, 100).
Welke macht en gezag heeft Christus hun gegeven ]
1quot; Om het Geloof te verkondigen, 2° om de Sacramenten toe te dienen, 3U om de Kerk te besturen, onder leiding van den Paus.
Dat drievoudig ambt van leeraars, priesters en herders moest ook, volgens Christus' wil in de Kerk hlijven voortbestaan, in den persoon
â 42 -
der Bisschoppen. »Gaat en onderwijst alle volkeren en ziet. Ik zal met u zijn tot aan het einde der wereld.quot; Zoo sprak Gliristus tot de Apostelen-
In hoeverre besturen de Bisschoppen de Kerk ?
1° Dewijl zij het hun, door den Paus aangewezen deel der Kerk (het Bisdom) besturen en
2° Dewijl zij somtijds door den Paus tot een algemeen Concilie of Kerkvergadering opgeroepen worden, om met hem dan over de aangelegenheden der Kerk te beraadslagen en voorschriften te maken.
De medehelpers der Bissidioppen, die niet overal kunnen tegenwoordig zijn, zijn de hun onderhoorige Pastoors en Priesters.
Welke is de bediening der Pastoors en Priesters?
Zij verkondigen het woord Gods en bedienen de H H. Sacramenten, onder toeziciit der Bisschoppen.
Waardoor wordt de orde en de eenheid in de Kerk bewaard?
Door dat de geloovigen gehoorzaam aan hunne zielhestierders, dezen onderdanig zijn aan de Bisschoppen en dezen wederom onderworpen aan den Paus.
Zijn wij aan de geestelijke overheid eerbied en gehoorzaamheid verschuldigd?
Ja zeker, want zij bekleeden Gods plaats en van hen heeft Christus gezegd: die naar u lioort, hoort naar Mij, die u versmaadt. versmaadt Mij.quot;
Door wien wordt de goddelijke leer altijd in de Kerk onvervalscht bewaard?
Door liet onfeilbaar leergezag in de Kerk,
Door wien wordt dat onfeilbaar leergezag uitgeoefend ?
Door de leerende Kerk, namelijk, den Paus en de niet hem vereenigde Bisschoppen.
Wat noemen wij een onfeilbaar leergezag gt;
Een gezag, dat in zaken, waarover liet te beslissen heeft, niet dwalen kan.
Waarover moet het leergezag in de Kerk uitspraak doen?
Over punten van rjeloofs- en zedenleer en alles wat daarmede in verband staat.
Christus stichtte zijne Kerk en richtte ze zóó in, dat zijne leer altoos door haar ongeschonden bewaard zou blijven. Daarom schonk Hij haar de gave der onfeilbaarheid
Waaruit weten wij dat de leerende Kerk de gave der onfeilbaarheid bezit.
Hieruit: 1° Dat Christus den Apostelen bevolen heeft het Evangelie te prediken en beloofd met hen ie zijn, tot aan het einde der wereld. Hij blijft dus ook met hunne wettige opvolgers in alle eeuwen. Als zij dwalen konden, zou Christus niet meer met hen zijn.
â 1° Toen Christus den II. Petrus tot hoofd der Kerk beloofde aan te stellen, voegde Hij daarbij : en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen-'''' Indien de leerende Kerk, kon dwalen, dan zou de gansche Kerk door de macht der hel, worden overweldigd, dat is door leugen en valschheid.
3° Aan Petrus, in het bijzonder, en dus ook aan zijne opvolgers, droeg Christus den last op zijne broeders in het Geloof te bevestigen. Dat zou niet geschieden kunnen, als hij zelf, als opperherder, dwaling kon leeren.
4° Dat is ook de leer der HH. Vaders en der Algemeene Kerkvergaderingen.
Wanneer geeft nu dat leerend gezag eene
â 44 â
onfeilbare uitspraak, welke door alle geloovigeu moet aangenomen worden'?
W anneer de Paus, als Opperherder der Kerk, ot eene door hem bevestigde Kerkvergadering een ol andere waarheid als geloofspunt aan alle Christenen voorhoudt.
^Val wordt derhalve vereischt tot eene ovfeü-hare uitspraak, welke wij verplicht zijn aan te nemen?
Daartoe wordt vereischt. 1° Dat die uitspraak gegeven worde door den Paus, sprekende als Opperherder der Kerk of door eene van hem goedgekeurd Concilie.
2° Dat die uitspraak geschiede over zaken van Geloofs- en zedenleer.
3° Dat zij gericht zij tot alle Christenen, met de verplichting om die aan te nemen.
Daaruit volgt: 1° Dat do Paus niet onfeilbaar is in particuliere gesprekken en dat hij (evenals de H. Petrus) persoonlijk in zonde kan vallen,
2° Dat de onfeilbare uitspraken der Kerk nimmer betrekking hebben op zuiver stoffelijke of aardsche zaken, die met de Geloofs- en zedenleer geen betrekking hebben.
§ 2. Over be ééne wake Kerk van (Juristus.
Heeft Christus meer dan ééne ware Kerk gesticht?
Neen, Christus heeft maar ééne ware Kerk gesticht. Want 1° Er kan, gelijk wij vroeger gezien hebben, maar één waar Geloof zijn, dus ook maar ééne ware Kerk, die ons de waarheden van dat Geloof voorstelt. 2° Christus heeft uitdrukkelijk verklaard, dat zijne Kerk één onveranderd geheel zou uitmaken, gelijk later zal aangetoond worden.
Moeten alle menschen tot de ware Kerk van Christus behooren om zalig te worden:
â 45 â
Ja. want voor allen, die door hunne schuld buiten de ware Keik sterven, is de zaligheid onmogelijk,
Waarom moeten alle menschen tot de ware Kerk behooren, om zalig te worden?
1° Omdat Christus de bewaring der Openbaring en de uitdeeling der Sacramenten aan zijne Kerk heeft toevertrouwd. Hij heeft uitdrukkelijk geboden zijne (jansche leer aai; te nemen, welke alleen de ware Kerk bezit en de Sacramenten te ontvangen, die alleen in de ware Kerk toegediend worden.
2° Hij zegt uitdrukkelijk: ,,die de Kerk niet. hoort, zij u als een heiden en openhaar zondaar.'quot; Derhalve verplicht Hij alle menschen, op straf' der verdoemenis, tot de ware Kerk toe te treden.
Daaruit blijkt dat hij, die vrijwillig door zijne schnld, Imi-ten de ware Kerk blijft, verloren gaat. Hij, «tie ter goeder trouw, in dwaling leeft, kun zalig worden, als hij goed gedoopt is en dan, of wel geen doodzonde doet, of die uitwischt door een volmaakt berouw.
Welke is de ééne ware Kerk?
De Roomsch-Katholieke Kerk is de ééne ware Kerk van Christus.
Kan men die ware Kerk ook gemakkelijk erkennen\
Zeer zeker; want Christus heeft eene zichtbare Kerk gesticht, welke kenteekenen heeft, waardoor zij gemakkelijk van alle anderen onderscheiden kan worden; 2° Als zij niet erkend kon worden, hoe zou Christus hen, die niet tot haar toetreden met eeuwige verwerping gedreigd hebben I
Waardoor is de Kerk van Christus zichtbaar \
!0 Door hare overheid en hare ledematen-,
â 4(3 â
2° Door de prediking en de helydenis des Geloofs;
3° Door de aan God gebrachte offerande en de bediening der Sacramenten.
Welke kenteekenen moet de ware Kerk hebben?
Vooral deze vier; 1° Zij moet één zijn, 2° heilig, 3° katholiek ol algemeen en 4° apostolisch.
De Kerk moet één ziju 1° want Christus, die de Kerk vergelijkt met een rijk, voegt daarbij : dat een rijk, dat iu zich zeiven verdeeld is, niet staan isan blijven :
2° Zij moet één zijn in de geloofsleer, omdat alle waarheden der Openbaring één geheel uitmaken.
3° Zij moet één zijn, door de gehoorzaamheid aan één en hetzelfde, door Christus aangestelde Opperhoofd. ('Schuster II 89 en 90.)
De Kerk moet heilig zijn: 1° omdat de H. Schrift ons dat duidelijk leert: zoo zegt de H. Paulus, dat Christus zich voor zijne Kerk heeft overgel V'rd, opdat zij heilig en vlekkeloos wezen zon. (Ephes. 5.'2 ) 'i0 Haar doel is de heiliging der zielen, zij moet dus daui uie de noodige middelen bezitten en ook werkelijk vruchten van heiligheid voortbrengen.
Zij moet algemeen zijn; want Christus heeft gezegd: Gaat en onderwijst alle volkeren; predikt het Evangelie aan alle schepselen!
Zij moet Apostolisch zijn, zij moet dezelfde leer verkon-digeü, welke de Apostelen geleerd hebben; want anders bezat zij niet meer de leer van Christus. Christus heett in zijnt Kerk aan Petrus en de Apostelen gezag ca macht gegeven, om de Kerk te besturen. Dat gezag moet immer bestaan blijven in de wettige opvolgers van Petrus en do Apostelen. De Roomsch-Katholieke Kerk ai.i.ken bezit die vier kenteekenen; Jjij GrEENE der afgescheiden sekten, die zich Christenen noemen, zijn zij te vinden: derhalve is de Katholieke herk c/e eeniq wake Kerk van Christus. (Schuster 11, 4o, 44, 5-t.)
Wat bewijst dat de Katholieke Kerk één is ?
Dat zij onder één Hoofd staat en m alle stukken des Geloofs maar éént- leering volgt
Hoe komt het dan, dal de vasten- en onthou-
- 47 â
dingsdagen, alsmede de geboden feestdagen niet overal dezelfde zijn?
Dat zijn geen c/eloo/spunten, maar slechts kerkelijke wetten, welke door het kerkelijk Gezag, naar omstandigheden kunnen veranderd worden.
Bestaat, bij de afgescheiden sekten, dan die opniieid niet ?
Neen; want 1° zij zijn in honderden sekten verdeeld en ieder gelooft, wat hij goedvindt. 2° Eenheid van gezag is hun gausch onbekend.
Wat bewijst dat de Katholieke Kerk heihr/ is ?
1° Dat haar Stichter en hare leer heilig zijn;
2° Dat bij haar alleen te vinden is het gebruik der H. H. Sacramenten, die ons heilig maken;
3° Dat zij, door alle eeuwen heen, overvloedige vruchten van heiligheid heeft voortgebracht.
De leer der Kerk, hare wetten en genademiddelen leiden tot de heiliging der zielen In alle eeuwen bloeiden in haaide beoefening der verhevenste deugden en duizenden harer kinderen hebben, door hun heilig leven en door hunne wonderen, den naam van Heiligen verdiend.
Die heiligheid vindt men nitt bij de afgescheiden christenen. 1° Zij kunnen Christus niet als hun Stichter en hun Hoofd beschouwen, daar Hij gezegd heeft: ,,die u versmaadt, versmaadt Mij.quot; Hunne leer bevat grondbeginselen, welke van deugd en heiligheid verwijderen. Hunne stichters waren geen heilige mannen.
2° Zij hebben het gebruik van bijna alle Sacramenten verworpen.
3° Nimmer hebben zij Heiligen voortgebracht, die door hun verheven deugd en door wonderen geschitterd hebben.
Wat bewijst dat de Roomsche Kerk Katholiek of alqemeen is^
Dat zij verspreid is onder alle volken en in alle landen der wereld.
Niet éene sekte is over de gansohe aai'de verspreid, zij zijn meestal in eenige landen of streken beperkt.
_. 48 - -
Wat bewijst dat de Katholieke Kerk Apostolisch is ?
Dat zij, door de Apostelen gevestigd, de leer der Apostelen belijdt en door hunne wettige opvolgers, zonder onderbreking altoos wordt bestierd. De vestiging en uitbreiding der Kerk dateert van de Apostelen; door allo eeuwen lieeft zij de leer der Apostelen bewaard en vanaf Petrus tot Leo XIII is altoos, als hoofd der Kerk, een opvolger van den Prins der Apostelen geweest en waren er altoos Bisschoppen, onder zijne leiding.
De Profestansche Sekten zijn eerst vele eemucn na de Apostelen ontstaan, door opstand tejren het wettig gezag.
Hare leer is, in vele punten, van die der Apostelen alge-weken ; zij hebben geen opvolgers der Apostelen, als hunne bestuurders. Zij kunnen dus niet apostolisch genoemd worden.
Wat zijn wonderen of mirakelen?
Mirakelen zijn wonderlijke werken, welke de kracht der natuur te boven gaan en alleen door Gods bijzondere hulp kunnen geschieden.
Toen de goddelijke Heiland, met een enkel woord de zieken genas, de dooden opwekte â verrichtte Hij mirakelen. Dergelijke wonderen hebben, ten allen tijde, in de katholieke Kerk plaats gehad, en geschieden ook nu nog.
Bij de sekten is nooit een deugdelijk bewezen wonder geschied.
Hoe bewijzen de mirakelen, welke alleen in de katholieke Kerk geschieden, dat zij dn ware Kerk van Christus is (
Omdat God. die alleen in staat is mirakelen te doen, geen getuigenis der valschheid kan geven.
Besluit: Zijn wij den goeden God dankbaar, dat Hij ons in de éene. ware Kerk heeft laten geboren en opgevoed worden ; blijven wij standvastig in het Geloof en bidden wij dikwijls voor de bekeering onzer afgedwaalde broeders.
â 4quot;.' â
TWAALFDE LES.
Over de Gemeenschap der Heiligen.
Behooren de geloovigen op aarde alleen tot de Kerk van Christus?
Neen, tot de Kerk van Christus behooren ook de zielen in liet vagevuur en de zaligen in den hemel.
Allen, die in staat van genade dit leven verlaten, blijven ledematen van het, door Christus gestichte rijk, zijne Kerk; de verdoemden zijn daarvan uitgesloten.
Hoe worden die drie deelen der Kerk genoemd ?
De slrijdende Kerk op aarde, omdat wij nog strijden moeten tegen den duivel, de verleiding der wereld en onze eigene hartstochten;
de lijdende Kerk in het vagevuur, omdat die zielen door haar lijden aan Gods rechtvaardigheid voldoen moeten;
de zegepralende Kerk in den hemel, omdat de zaligen over de vijanden hunner ziel gezegevierd hebhen en thans verheerlijkt worden.
Wie zijn, hier op aarde, uitgesloten van de gemeenschap der Kerk?
Heidenen, Joden. Turken, Scheurmakers en allen, die in den kerkdijken ban zijn.
Heidenen of afgodendienaars noemen wij hen, die beelden of andere schepselen, als Godheden aanbidden.
Joden zijn de afstammelingen der oude Israëlieten, die Christus niet als den Verlosser erkennen willen
Turken zijn de leerlingen van Mahomed (zij worden ook Matiomedanen genoemd). Hunne leer is een mengsel van christendom en heidendom.
Keiiers zijn zij, die wel gedoopt zijn, maar een gedeelte der leef van Christus verworpen hebben, gelijk do Protestanten.
Schismatieken zijn zij, die zich aan de gehoorzaamheid van het Opperhoofd der Kerk hebben afgescheurd. Daarom worden zij ook Scheurmakers genoemd.
- 50 _
Wat is de herhel\:ke bon of excommunicatie ?
Een vonnis der H. Kerk, waardoor iemand, om zijne misdaden en hardnekkigheid, berooid wordt van de gemeenschap der H. Kerk.
In die kerkelijke straf vervallen zij, die willens en wetens, zich aan eene misdaad, waaraan die straf verboEfh.n is, schuldig maken, (b. v. het lezen van Keitersche boekea, vaann ketterij verdedigd wordt; het aanvoeren van een duel].
De gevolgen dier straf zijn : 1° dat zij, die zo hebben ingeloopen, vóór de opheffing daarvan, niet tot delIH Sacramenten kunnen naderen ; 2° geen deel meer hebben aan de gebeden en goede werken, welke in de Kerk geschieden ; 3° dat zij niet in gewijde aarde mogen begraven wordei..
Wat verstaat men door Heiligen, als men zegt: de gemeenschap der Heiligen?
Door Heiligen wordt hier verstaan: do zaligen in den Hemel, die zielen in het vagevuur, die reeds heilig zijn en de geloovigen op aarde, die allen tot heiligheid geroepen zijn.
Wat wil dan zeggen: gemeenschap, als wij spreken van gemeenschap der Heiligen?
1° Dat deze drie deelen der Kerk maar één geestelijk lichaam uitmaken, waarvan Christus het hoofd is en ^,0 dat ieder lid deel heeft aan de geestelijke goederen, welke aan de gansche Kerk toebehooren.
Wordt door den dood, de gemeenschap der geloovigen niet verbroken?
Neen, evenmin als de innige verbinding van alle ledematen der drievoudige Kerk van Christus.
Welke gemeenschap hebben wij met de Zaligen in den hemel?
Dat wij geholpen worden door hunne gebeden en door de overvloedige voldoeningen, wTelke zij in de wereld volbracht hebben.
Welke geestelijke goederen hebben de c/e-loorïjen op aarde met elkander gemeen?
Dat zij deel hebben aan alle heilige missen en openbare diensten en goede werken, welke in de Kerk geschieden.
Natuurlijk hebben zij, die de g^ede werken verrichten, de H. Mis bijwonen enz. daarvan de meeste verdiensten.
Hebben de geloovigen, die in staat van doodzonde leven, ook nog deel aan die geestelijke goederen ?
Dewijl zij, door het verlies der heiiigmakende genade, geestelijkerwijze dood zijn, zoo hebben zij geen rechtslreeksch deel meer aan de geestelijke goederen der Kerk ; door hun eigen gebed en ook door dat van anderen, kunnen zij toch de genade der bekeering verkrijgen.
Welke gemeenschap hebben wij met de zielen in het vagevnnr?
Wij kunnen de zielen nit het vagevuur verlossen of hare pijnen verkorten.
Hoe kunnen wij die zielen helpen of verlossen i
Moor gelieden en goede werken, en bijzonder d'.gt;;)i' het Sacrificie der Mis en het toevoegen van aflaten.
Wat verstaat men door de schatten der H. Kerk
Door de schatten dei' H. Kerk wordt verstaan di' verzameling der oneindige verdiensten van Christus en de overvloedige voldoeningen der Heiligen.
Daaruit blijkt, dat die geestelijke schatten onuitputtelijk zijn. De nitdeeling of' toepassing daarvan heeft Christus aan den H. Petins en de Apostelen en aan hunne opvolgers, den Paus en de Bisschoppen, toevertrouwd.
Waardoor worden ons die; schatten toegevoegd ?
I )oor de aflaten.
Door de aflaten verkrijgen wij kwijtschelding der tijdelijke straffen, welke wij nog zouden
â 52 â
moeten lijden, voor de zonden, welke vergeven zijn.
Opmerking: 1° Eeu aflaat g^eft dus geen vergiffenis der zonde, maar alleen van de tijdelijke straffen, welke men nog zou moeten ondergaan.
2° Die tijdelijke straffen blijven gewoonlijk nog te boeten over voor de doodzonden, nadat zij in de biecht vergeven werden ; ook verdient men die door de dagelijhsche zonden.
Hoe worden de allaten verdeeld ^
In volle en gedeeltelijke aflaten.
Indien men een vollen aflaat t/ansch verdient, dan worden alle tijdelijke straffen daardoor kwijtgescholden.
Door een gedeeltelijken aflaat krijgt men kwijtPehelding van een gedeelte der tijdelijke straf'. Zóó b v. verdient men door een aflaat van honderd dagen, zóóveel kwijtschelding van tijdelijke straf, als men zou verdienen door 100 dagen boete te plegen, volgens de oude tnchtregels der Kerk.
Tot het verdienen van gedeeltelijken aflaat is het voldoende, dat men in staat van genade zij en het werk verrichte, waaraan de aflaat verbonden is.
Welke zijn de gewone voorwaarden voor het verdienen van ei-n vollen aflaat \
De geicone voorwaarden zijn . 1° dal men een goed werk verrichte (b. v. het bezoek eener kerk) waaraan de aflaat verbonden is; dat â¢
men biechte en communiceere en 3° eenigcn tijd (b. v. 5 onze Vaders en weesgegroeten met het Eere zv} den Vader) bidde, volgens de meening der H. Kerk.
Ziehier eenige gebeden, waaraan aflaten verbonden zijn :
aan het bidden van den Angelus als de klok luidt, (Zaterdagavond en Zondags staande, anders geknield), 100 dagen.
Aan ile Litanie ran Loretten, oOO dagen.
Aan de akten van Geloof, Hoop en Liefde, 7 Jaren en i maal 40 dagen.
N15. Als men die gebeden dagelijks doet, kan men voor elk daarvan ééns in de maand, onder de gewone voorwaarden,
een vollen aflaat verdienen.
Vele aflaten zijn verbonden aan het bidden van den I?o zenkrans, als die gewijd is en vooral als men lid is der Broederschap.
Voor het verdienen der menigvuldige aflaten, aan de oefening van den //. Kruisweg verbonden, behoeft men slechts : 1quot; te zijn in staat van genade, 2° vóór elke statie cenige oogenblikken te overdenken, wat Cliristus daar geleden heeft en een klein gebed doen, 3° na afloop, bidden tot intentie van den Paus.
Ten slotte zij opgemerkt,quot; 1° dat de meeste aflaten toe-jiasselijk zijn op de geloovige zielen ; gewoonlijk wordt dat daarbij aangemerkt.
2quot; Eéne biecht en eéne H. Communie is voldoende, om verscheidene aflaten, op een dag te verdienen voor zich zeiven of voor de Zielen des Vagevuurs.
Besluit: Trachten wij, door het veelvuldig verdienen van Aflaten, te voldoen voor de straf, verdiend door onze zonden en ook de lijdende zielen des Vagevuurs te troosten en te verlossen.
TWAALFDE LES.
Tiende Geloofs-artikel: de vergiffenis der zonden.
Wat leert ons het 10® artikel des Geloofs?
Dal men in de katholieke Kerk, krachtens de goddelijke macht, haar door Christus geschonken, vergiffenis der zonden bekomen kan.
Aan te elke zonden kan men vergiffenis krijgen ?
Van alle zonden, hoe menigvuldig en zwaar zij ook mogen wezen.
Christus toch, toen Hij zijne Apostelen de macht verleende, om de zonden te vergeven, sprak zonder beperking-. uri'T zonden dj vergeven zult, zijn htm vergeven . . . (Schuster 11 M). 109).
De zouden worden onderscheiden in: erfzonde en persoov-lijice zonden. Over de erfzonde is reeds vroeger gesproken ; zij wordt door het Doopsel vergeven.
De persoonlijke zonde is, of' doodzonde of dagelijksche zoude. Later zal daarover nader gesproken worden.
4
â 54 â
Alle jjersoujiiijke zonden, vóór het Doopsel begaau, worden door het Doopsel versreven.
Waardoor wordt de doodzonde, na liet Doopsel begaan, vergeven r
Door de priesterlijke macht in de biecht en door een volmaakt berouw.
Van den kant des zondaars wordt vereischt, dat hij die zonden bieelite, met een waar berouw en een vast voornemen om zijn leven te beteren.
Moe kan iemand zalig worden, die in staat van doodzonde is, zonder die ie biechten*
Als bij daarover een volmaakt berouw heeft, met den wil van te biechten.
Waardoor kunnen de dagelijksche zonden vergeven worden.
Door de biecht, door berouw en ook door gebeden of andere goede werken, verricht met een rouwmoedig hart.
Besluit: Danken wij God, dat Hij ons zoo vele middelen tot vergiffenis der zonden geschonken heeft; ontvangen wij met goede gesteltenis het Sacrament der Biecdit en trachten wij olken avond, een volmaakte akte van berouw te verwekken, opdat onze ziel niet verloren ga, als wij in zonde mochten gevallen zijn.
V E E li T 1 K N D E 1. E S.
Elfde Geloofs-artikel; de verrijzenis des rlecsches.
Over de algemeene verrijzenis
Wat geschiedt bij den dood des inenselicn i
De ziel scheidt dan van het lichaam en ver schijnt voor Gods oordeel; het lichaam keert tot stof terug.
Hoe lang blijft het lichaam in de aarde?
Tot den laatsten oordeels dag, als alle dooden verrijzen zullen.
â .00 â
Wat beliiden wij dooi' het lle artikel: de verrijzenis des vleesc/ies?
Dat de lichamen van alle afgestorvenen, in den laatsten dag des oordeels wederom met hunr.v. ziel zullen vereenigd worden en levend uit het graf opstaan.
Hoe kunnen die, tot stof vergane lichamen wederom levend worden?
Door Gods almacht kan dat even gemakkelijk geschieden, als de gansche wereld eens uit het niet geschapen werd.
Waarom zal die algemeene verrijzenis geschieden gt;:
1° Opdat de lichamen ook deel zouden hebben aan het loon of aan de straf, gelijk zij ook deel gehad zullen hebben aan de zonden of aan de beoefening der deugd.
Opdat de overwinning van Christus over den dood volkomen zij.
In welken toestand zullen de lichamen verrijzen !-
Klkeen zal verrijzen in zijne natuurlijke en volmaakte gestalte, nogtans zeer verschillend in hoedanigheid .
Hoedanig zullen de verrezen lichamen der zaligen gesteld zijn?
De lichamen der zaligen zullen heel klaar, licht, onlijdelijk en aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijkvormig zijn.
/ij zullen met hemeiscben glans en luister omgeven zijn, zoodat de ziel met vreugde in het verheerlijkte lichaam zal terugkeeren, waarmede zij in alle eeuwigheid zal gelukkig zijn.
Hoedanig zullen de lichamen der verdoemden gesteld zijn?
De lichamen der verdoemden zullen afgrijselijk zijn en geheel gesteld om te lijden.
â 6ö â
Die lichamen zullen zóó afschuwelijk zijn, dat de ziel, met vrees en angst, daarin zal terugkeeren, dewijl zij weet dat zij nu eeuwig niet datzelfde lichaam verbonden zal worden om te lijden.
Wat moeten wij uit de waarheid der alge-meene verrijzenis leeren?
1° Ons lichaam te eerbiedigen en het nooit tot zonden te misbruiken;
2° Alle lijden en zelfs den dood met onderwerping aan Gods Voorzienigheid aannemen;
3° Uns troosten bij den dood onzer dierbaren.
VIJFTIENDE LES
Twaalfde Grelools-artikel: En het eeuwig leven, Amen.
Over het eeuwig leven.
Wat leert ons het laatste artikel des Geloofs?
Dat, na dit sterfelijk leven, er een ander leven volgen zal, dat eeuwig zal duren.
Waarheen gaat de ziel van den mensch, als hij sterfte
Naar een van deze drie plaatsen: den hemel, de hel of het vagevuur.
Is dat altoos zóó geweest en zal het altijd zóó zijn?
Neen; vóór de komst van Christus, was de hemel nog gesloten en gingen die zielen, die geheel zuiver waren, naar het voorgeborgte der hel. Na den laatsten oordeelsdag zal het vagevuur ophouden te bestaan.
Welke zielen gaan naar den hemel?
De zielen dergenen, die in de liefde Gods sterven, zóó dat zij niets meer te boeten of te zuiveren hebben.
Niets, wat besmet is, zal den hemel ingaan.
Derhalve moeten die zielen /.tiiver zijn van doodzonde en
â bl â
ook van dagelijksche zonden en daarenboven, door hare goede werken, voldaan hebben voor alle tijdelijke straffen, welke zij door de zonden verdiend hadden.
Hoedanig zal liet geluk der rechtvaardigen zijn in den hemel
Zij zullen God zeiven aanschouwen en he-ininnen en in iieL gezelschap der Engelen en Heiligen, met eeuwigdurende vreugde verzadigd worden.
Door een bovennatuurlijk licht bestraald, zullen zij God van aanschijn tot aanschijn aanschouwen en niet Hem innig vereenigd zijn. Zij zullen, naar ziel en lichaam volmaakt gelukkig zijn en, in alle eeuwigheid, eene onbeschrijfelijke vreugde genieten. (Schuster I 152 J1 (55, 71)
Welke zielen gaan naar het vagevuur?
Di1 zielen dergenen, die wel in de liefde Gods gestorven zijn, maar nog niet geheel voldaan hebben voor hunne zonden.
Men komt in het vagevuur: lu voor de dagelijksche zonden, waarmede men de eeuwigheid ingaat; 2' tot uitboeting der tijdelijke straffen, welken nog overgebleven waren van de vergevene zonden.
In de M. Schrift wordt ons die waarheid duidelijk geleerd; zij werd ook altoos door de Kerk verkondigd.
Welke straffen lijden de zielen in het vagevuur gt;.
!)e straf van schade, of de berooving van Gods aanschijn, en de slraf van gevoelen-, zij worden gekweld door een hevig vuur dat, dour Gods almacht, ook die zielen folteren kan.'
Hoelang blijven de zielen in het vagevuur?
Totdat zij door haar lijden aan de goddelijke rechtvaardigheid voldaan hebben of' door de hulp van anderen daaruit verlost worden.
JToe wij die zielen kunnen troosten en verlossen, hebben wij vroeger gezien.
â 58 â
Welke zielen gaan naar de hel?
De zielen dergenen, die in staat van dood-zonde sterven.
Wat lijden de verdoemden in de hel?
Zij betreuren daar eeuwig het verlies van God, worden gekweld door het vuur en lijden met de duivelen smarten zonder einde.
Kunnen de verdoemden ook uit de hel verlost worden?
Neen, in de hel is geen verlossing.
De verdoemden lijden 1° de straf' van .«c/zarfe, de beroovin^ van het bezit van God, naar Wien zij zoo vurig verlangen ; 2° de knaging des gewetens, dat hun altoos verwijt, dat zij zoo gemakkelijk hadden kunnen zalig worden ; 3° Zij zijn in het afschuwelijk gezelschap der duivelen en der anderever doemden; 4° Zij bevinden zich in de akeligste duisternis en worden gekweld door een vreeselijk vuur, door Gods gramschap ontstoken.
Waaruit weten wij, dat die schrikwekkende straffen eeuwig duren zullen?
Uit de allerduidelijkste verklaringen van Christus zeiven en van de Apostelen en uit de onfeilbare leer der Kerk.
Waarom zullen die straffen eeuwig duren?
1° Dewijl de heleediging, door de doodzonde der oneindige Majesteit Gods aangedaan, vordert, dat die straf zonder einde zij;
2° Wijl, na den dood de bekeering onmogelijk is, en de verdoemden dus eeuwig in zonde blijven en voorwerpen van Gods gramschap zijn:
3° Wijl de eewigheid der straf het krachtigste middel is, om den mensch van de zonden af te houden.
Gaan de verdoemden door eigene schuld verloren?
Zeer zeker, omdat alle menschen kunnen za-
lig worden, als zij aan de genaden, welke God hun geeft, trouw beantwoorden.
Besluit: Denk dikwijls, vooral in de bekoring, aan de waarheid ; eens verdoemd, blijft emwu/ verdoemd. Ot wel; kortstondig vermaak hrencjt eeuwift lijden. Kortslonduj lijden yteft eeuwiye vreugde.
TWEEDE HOOFDSTUK.
Over de Hoop.
ZESTIENDELES
§ 1 OviCIi BE HOOP.
Wat is de Hoop^
De Hoop is eene deugd en gave Gods, waardoor wij, met een vast vertrouwen, van God verwachten het eeuwig leven en alles wat ons daartoe helpen kan.
Hopen wil zeggen: iets met grond verwachten.
De Hoop werd in onze ziel gestort tegelijk met het Geloof en de Lietde, in het H. Doopsel.
Het voorwerp der christelijke Hoop is tweevoudig: wij hoopen van God te verkrijgen: het eeuwig leven en alles wat ons daartoe kan helpen.
Waarin bestaat dat eeuwig leven?
In God eeuwig te aanschouwen, te beminnen en te bezitten in den hemel.
Wat hopen wij van God, als wij zeggen : alles wat ons daartoe helpen kan 1
Voornamelijk Gods genade en de vergiffenis der zonden.
Beiden zijn volatrekt ter zaliglieid noodzakelijk. Doch wij moeten die noodzakelijke niiddelen van God verwachten en wel met een vast vertrouwen.
- 61 -
Waarom moeten wij hopen met een vast vertrouwen 5
Omdat God oneindig goed is tot ons, ahnachiiy en getrouw in zijne he io ft en.
J)oor wiens verdiensten moeten wij hopen?
Door de verdiensten van Jezus-Christus.
Derhalve, gelijk, voor het Geloof, Gods onfeilha-re waarheid, de grondslag is, zóó is het fundament der Hoop (Je reden, waarom wij hopen) Gods barmhartigheid, die ons alles geven wil, Gods almacht, die ons alles geven kan en zijne goddelijke belofte, waardoor Hij vrijwillig onze schuldenaar is geworden.
Christus alleen heeft ons, door zijn lijden, alle genaden en ook de zaligheid verdiend.
Waardoor wordt de hoop verloren %
Door wanhoop en vermetel vertrouwen.
Wanhoop is gebrek aan vertrouwen, zóó dat men meent geen vergiffenis zijner zonden te kunnen krijgen. Zóó wanhoopten Kaïn en Judas.
Vermetel vertrouwen is de misdaad van hen, die gerust in de zonden blijven voortleven, juist daarom, omdat zij weten dat God barmhartig is.
Waardoor kunnen wij verkrijgen hetgeen wij hopen?
Door een godvruchtig leven, door goede werken en bijzonder door het c/ehed.
S 2. Over iikt Gkded.
Wat is het gebed ?
Hel gebed is eene samenspraak met God. waardoor wij Hem de gevoelens en de begeerten van ons hart te kennen geven.
Bidden is dus spreken tot God 1° om vóór Hem de gevoelens van ons hart uit te storten en wèl om Hem, als Opperheer te loven en als onzen hoogsten Weldoener te danken ; 2° om van God alles te vragen, wat wij noodig hebben, naar ziel en lichaam.
Daarom wordt het gebed onderscheiden : in lof- dank- en stneekijebed.
Is het gebed voor allen noodzakelijk \
Ja. het gebed is noodzakelijk ter zaligheid voor allen, -lie tot de jaren van verstand ge-Kom en zijn.
Waarom is het gebed zoo noodzakelijk?
1° Omdat God ons uitdrukkelijk en herhaaldelijk die verplichting heeft opgelegd;
2° Omdat God verlangt, dat wij Hem als Schepper loven, dat wij Hem danken voor zijne weldaden en dat wij ons, door ze te vragen, nieuwe genaden waardiger maken. (Schuster 1 90, 127, II, 57)
Hoe moeten wij bidden ?
Wij moeten bidden met eerbiedigheid, aandacht, vertrouwen en volharding.
1» Wij moeten met eerbitdujheid b ddeii, dat is, alle» vermijden wat onpassend is aan een onderhoud met den Almachtigen God, zooals: rondzien, praten, eene onbetamelijke houding aannemen.
2° Met aandacht, dat wil zeggen: wij moeten, niet alleen met den mond, maar meer met ons hart en ziel, ons met God onderhouden en alle vreemde gedachten en verstrooidheden trachten te verwijderen. Als men dat, zoo goed mogelijk doet, dan zijn de opkomende verstrooidheden onvrijwillig en het gt-bed is God aangenaam.
3° Wij moeten bidden met vertrouwen, dat is, met de vaste overtuiging, dat God ons alles geven aal, wat tot zijne eer en tot onze zaligheid dienstig is.
4» Bidden met volharding is: niet ophouden te bidden, als de goede God ons niet dadelijk verhoort, maar voortgaan en met des te grooter vurigheid bidden. (Voorbeeld: de Kana-neesche Vrouw. (Schuster bl. 53 en 67).
Ook moeten wij bidden met een nederig gemoed, in erkenning onzer onwaardigheid. (De Farizeër en de Tollenaar). (Schuster 70.)
Mogen wij alle dingen op dezelfde wijze vragen in het gebedr
Neen, want geestelijke dingen mogen wij onvoorwaardelijk vragen in het gebed; maai'
â 63 â
tijdelijke dingen alleen, voor zoover zij ter zaligheid nuttig zijn.
Door geestelijke zaken verstaat men alles, wat dienstig is voor onze ziel en zaligheid b, v. de genade om braaf te leven, zalig te sterven enz.
Tijdelijke zaken zijn die, welke betrekking hebben op ons lichaam en ons tijdelijk geluk op aaide b. v. een lang leven, voorspoed in zaken enz.
De geestelijke goederen mogen wij zonder conditie of voorwaarde vragen, omdat zij betrekking hebben op ons eeuwig geluk ; de tijdelijke zaken moeten mij vragen, onder voorwaarde, in woorden of althans in ons hart uitgedrukt, voor zoover ons dat zalig is. Immers, als ons hetgeeu wij vragen schadelijk zou zijn voor onze zaligheid, dan zouden wij het niet mogen verlangen ; ons eeuwig geluk toch moet boven alles gaan.
Hoe komt het, dat velen bidden en niet verkrijgen wat zij vragen?
Omdat zij niet bidden gelijk het behoort of dingen vragen, welke hun niet zalvj zijn.
Dn goede God heeft beloofd, dat ons gebeil altijd zal verquot; hoord worden, maar dan moet het geschieden 1° met die hoedanigheden, boven aangegeven en 2quot; dat het gevraagde niet schadelijk zij voor onze zaligheid. In dat geval toch zou de goede God ons een oudionst bewijzen, als Hij bet gebed verhoorde.
Waaneer beboeren wij te bidden?
Christus heeft gezegd, dat men altijd moet bidden en nimmer ophouden.
Dat wil zeggen; 1° dat wij veel en dikwijls moeten bidden^0 dikwijls ons hart tot God moeten verhellen, gedurende den dag; en 3quot; al ons doen en laten aan God opofferen.
Wanneer behooren wij vooral te bidden?
'sMorgens bij het opstaan, 'savonds bij het slapen yaan; vóór en na het eten en als men eene bijzondere genade van God wil verkrijgen.
Welke plaatsen zijn het meest geschikt om te bulden?
Men kan God overal bidden, maar de herken zijn daartoe meer geschikt dan andere plaatsen en wèl:
â (34 â
1° omdat Christus daar tegenwoordig is in het H. Sacrament en 2° omdat /ij door den Bisschop gewijd zijn tot huizen van gebed-
Voor loic moeten wij bidden?
Voor alle menschen, vrienden en vijanden; bijzonder echter voor ouders, bloedverwanten en weldoeners; voor geestelijke en wereldlijke overheid.
Besluit: Welk eeu geluk voor ons, arme stervelingen, dat wij ons in het gebed met den Allerhoogste kunnen onderhouden.
Denk dikwijls aan het woord van een H. Kerkleeraar; âdie niet bidt, gaat verloren; die weinig of niet goed bidt, stelt zijne zaligheid in het grootste gevaar; die veel en goed bidt, kan gerust de eeuwigheid te genioet zien.quot;
Z E V E N T i E 2N D E LES.
Over het Gebed des Heeren.
Onze goddelijke Heiland had den leerlingen zoo dikwijls en zoo dringend aanbevolen, dat zij veel, ja altijd bidden moesten.
Op zekeren dag nu vroegen Hem de Apostelen: Heer, leer ons bidden \ Toen sprak de Verlosser; âAldus zult gij bidden ; Onze Vaderquot; enz.
Welk is het beste en het waardigste gebed?
Het Gebed des Heeren ot het Onze Vader.
Waarom is dat gebed het beste en waardigste?
Omdat dit gebed door onzen Heer Jezus-Ghristus zeiven gemaakt is, en alles bevat, wat wij naar ziel en lichaam noodig hebben.
Waaruit bestaat het gebed des Heeren?
Het bestaat: uit eene inleiding, namelijk; Onze Vader, die in de hemelen zijt. en zeven vragen.
Waarom noemen wij God onzen Vader*
Omdat God ons geschapen en door hel Doopsel tot zijne kinderen aangenomen heelt.
Waarom zeggen wij; onze Vadert
Dewijl God, als Schepper de vader is vsn alle menschen en wij dus elkander als broeders beminnen en voor elkander bidden moeien
Waarom '/eggen wij, die in de hemelen zijtï
Omdat God, alhoewel Hij overal tegenwooi dig is, in den hemel zich zeiven en zijne hen
O '
lijkheid aan de Zaligen vertoont
Ook moeten wij hierbij ons herinneren
dat wij, bij het frebed, alle aard^r.he (linden moeten vergeten en ons hart ten hemel verhellen.
2° dat de hemel ons ware vaderland '? en â teze «arde slechts een oord van ballingschap
Wat verlangen wij als wij zeggen qeheibgd zij Uw Naam?
Dat God door ons en door alle menschen mo ge gekend, bemind en verheerlijkt worden
Uier wordt dus door den Naam Gods verstaan God zelf eij al ziine eigenschappen : zijne Almacht, goedheid, lietde en/.
Wat verzoeken wij van God. als wij bidden ons toehome uw Rijh ?
1° Dat de Kerk, die het Rijk Gods is op aarde, zich altijd meer en meer moge niihreiden .
2° dat het Rijk der goddelijke fjenade ingang vmde in onze harten;
3° dat het Rijk der heerlijhheid ons eens mnge ten deel vallen in den hemel
In andere woorden; wij bidden «â¢oor de bekeering der ongelovigen en zondaar.0; om zelven altijdg etrou w aan God? genaden te beantwoorden quot;n /.óó eens zaliy te worden
Wat vragen wij, -ds wij zeggen: Uu wil geschiedde, op aarde als in den hemel'
Wij vragen, dat hier op narde, de menschen Gods wij zoo volmaakt mogen volbrengen, gelijk de Engelen dat doen in den Hemel.
Ãük erkennen wij, dour die bede, dat wij bereid zijn ons in alles aan Gods H. wil te onderwerpen.
Wat is het dagelijksch brood, dat wij van God begeeren?
Alles, wat wij naai ziel en lichaam noodi?' hebben.
Wat vragen wij door de woorden. en vergeef ons onze schulden, gelijk ook icij vergeven aan*onze schuldenaren?
Wij vragen, dat God ons onze zonden ver geven moge, gelijk ook wij bereid zijn vergil fenis te schenken aan hen. die ons beleedigd hebben.
De christen dus, die deze bede doet en haat en afgekeerd-heid in zijn hart draagt, spreekt telken male het vonnis zijner eigene veroordeeling nir.
Waf vragen wij als wij zeggen; en leid ons niet in bekoring ?
Wij bidden 1° om niet bekoord te worden en 2° als wij bekoord worden, dat God ons /ijn bijstand verleene, om in de bekoring niet te bezwijken.
Wie bekoort of tracht ons tot zonde te brengen ?
i0 Onze eigene driften en hartstochten.
2° De wereld, dat is: de valsche grondbeginselen, welke daar verspreid worden, de slechte voorbeelden en de verleiding der booze menschen.
3° De duivel, die (gelijk de H. Petrus zegt) als een briesende leeuw rondzwerft, zoekende wien hij zal verslinden
Waarom laai God toe dat wij bekoord worden?
1° Om ons in de nederigheid te bevestigen.
2° Om ons de gelegenheid te gever; Hem onze getrouwheid en gehoorzaamheid ie bewijzen .
8° Om ons de gelegenheid te versciialleii lot grootere verdiensten voor den hemel.
Is elke bekoring eene zonde!
De bekoring alleen is geen zonde; doch hei is zonde daarin toe te stemmen of vrijwillig zonder noodzakelijkheid, zich aan hot gevaar der bekoring bloot te stellen.
V\at moeten wij doen, om in de bekoring niet toe te stemmen ?
1° De gevaren vermijden; 2° over onze zintuigen waken en 3° vurig bidden, vooral in het oogenblik der bekoring.
Van welk kwaad begeeren wij verlost te worden, als wij bidden: maar verlos ons van den kwade!
Wij begeeren verlost te worden van alle kwaad dal ons tijdelijk of eeuwig geluk beletten kan.
Het slotwoord. Amen beteekent ⢠het zij zuo â , het drukt ons verlangen uit, om verhoord te worden.
Besluit; Zijn wij altoos indachtig, dat dit schoon gehed, door Christus zeiven gemaakt, is; trachten wij den diepen jin daarvan dikwijls te overwegen, om liet met des te groo-ter godsvrucht te bidden.
ACHTTIENDE L E S.
Over de groetenis des Engels oihei Wees gegroet.
Waarom voegen wij gewoonlijk de groetenis des Engels bij het Onze Vader}
Om door de H. Maagd ons gebed aan God op te dragen.
Hot eerste gedeelte is een lojgebed, het tweede, dat begint met de woorden, lleiliye Maria, is een smeekgebed.
Wie heeft de eerste woorden uitgesproken: wees gegroet, vol van genade, de lieer is met Ã, gezegend zijt Gij hoven alle vrouwen!
_ GS â
De Ens'el Gabriël, toer. hij aan Maria kwam boodschappen, dat zij tie Moeder zou worden van den Verlosser der wereld- , , , , Wie heeft de volgende woorden het eerst o-esproken . gezegend zijt Gij hoven alle vrouwen ben gezegend is de vrucht uws bchaamsl
Elisabeth, de moeder van Johannes den Dooper, toen zij door hare nicht Maria bezocht werd.
Merken wij hier op, dat Elisabeth, onder goddelijke in-iviug de laatste woorden, door den Engel gesproken,
geviug, herhaalt
â¢naau -i ⢠⢠i ^
Wie heeft de laatste woorden daarby gevoegd.
Onze Moeder de H. Kerk.
Waarom noemen wij Onze Lieve Vrouw vol
van qenadet u ⢠i
1° Omdat Onze Lieve Vrouw de volheid dei
2 en ad e van God ontvangen heeft en 2° omdat Si .lie genade nooit door eenige zonde verloren maar die steeds door hare deugden vermeerderd ll0 0ft
Wat bevat onder anderen de volheid der genade door God aan Maria geschonken? 0 Dat God door eene geheel bijzondere genade Maria bewaard heeft van de erfzonde en ook van de geringste dagelijksche zonde Wat wil zeggen: de lieer is mei U. Dat God de Heer, door de uitstekende gunsten aan Maria bewezen, meer met Haar is
dan met andere raenschen.
Waarom zeggen wij tot Maria: gezegend zijt
oii hoven alle vrouwen^ . â ,
1quot; Omdat zij onder alle vrouwen is mtvei-
koren om de Moeder te zijn van den eeuwigen
Zoon'des Vaders; 2° omdat zij, alhoewel Moeder
o-eworden, toch altijd Maagd gebleven is.
O
â G'j â
Waarom voegen wij daarbij: gezegend is de vrucht TJws licJiaams,
1° Om aan te duiden, dat, wij Maria, daarom zalig prijzen, dewijl zij de Moeder van Christus is.
2° Omdat de vereering van Maria nauw verbonden is aan godsvereering van Jezus.
Waarom heeft de H Kerk het smeekgebed aan de groetenis des Engels toegevoegd?
1° Om daardoor openlijk te belijden, dat wij Maria als de Moeder Gods erkennen,
2° Om. dooi hare voorspraak, in allen nood gedurende ons leven, en vooral in het uur des doods, geholpen te worden.
Waarom bidden wij vooral voor een zalig sterluur l
1° Omdat daarvan ons eeuwig heil afhangt.
2° Omdat alsdan de bekoring gewoonlijk heviger is.
3° Omdat de volhard ing tot het einde eene bijzondere genade is, welke wij dikwijls vragen moeten.
NEGENTIENDE LES.
Cver de vereering der Allerheiligste Maagd
Waar is Maria nu?
Zij is met ziel en lichaam in den hemel verheven hoven alle schepselen.
Door (l1 Overlevering weten wij, dat de ziel van Maria, na haren dood, in het lichaam is teruggekeerd en Zij aldus verrezen en verheerlijkt ton hemel is opgenomen.
Christus wildn dat zijne II. Moeder sterven zou, om ook in dat opzic.it meer aan haron godgelijken Zoon gelijkvormig to wozen; doch Hij kon niet toelaten dat haiir lichaam in de aarde vergaan zon
5
Mogen wij Maria, even als God, eereu en aanbidden]
IS'cen wij mogen Maria geen goddelijke eer bewijzen, omdat zij maar een schepsel is.
Mogen wij Maria dan meer vereeren dan de andere Heiligen ?
Ja, wij mogen Maria, meer dan de andere Heiligen vereeren, omdat Zij, als Gods Moeder, boven alle Engelen en Heiligen in waardigheid verheven is en Zij, door hare voorspraak, alles bij God vermag.
Welke hulp mogen wij van Maria verwachten ?
In den loop des levens, verkrijgt Maria ons van God alles wat ons heilzaam is en, in het uur van onzen dood, helpt Zij ons tot de eeuwige zaligheid.
Hue helpt ons de H. Maagd?
De 11 Maagd helpt ons, door hare verdiensten en gebeden aan God voor ons op te dragen.
Mogen wij met vertrouwen alles, door de
voorspraak van Maria, verwachten f
Zeer zeker, alles wat ons zalig is; want 1° Christus zal Zijner beminde Moeder niets weigeren, en 2° Maria bemint ons vurig, als hare kinderen.
£)e H. Beruardus zegt, dat een oprechte dienaar van Maria nooit zal verloren gaan.
Hoe kunnen wij de voorspraak en de bescherming der H. Maagd het best verkrijgen?
1° Door dikwijls Maria aan te roepen, 2° door hare deugden na te volgen en 3° goede werken ter barer eer te verrichten.
Welke gebeden zijn het meest geschikt om Maria aan te roepen en te vereeren ?
â 71 â
Hel Weesgegroet, de H nnie van O. L. Vr. van Lorelten, den Rozenkrnnz enz.
Eepluit: Roep den bijstand van Maria aan in alle moeic-lijkheden des levens, vooral in le bekoiin^; beveel n dagelijks in hare bescherming nan; tracht, naar haar voorbeeld, gehoorzaam, nederig en -zuiver te leven, dan zal Zij n beschermen in uw leven en in het uur des doods
DERDE HOOFDSTUK.
T W I N T I G S T E L E S.
Over do Liefde.
Welke is de voornaamste ea waardigste van alle deugden?
De Liefde, omdat zonder haar, noch het Geloof noch de Hoop ons helpen kunnen tor zaligheid,
]ndien ienuiud het Geloof en ook de Hoop bezit, docli de Liefde niet, dan is hij van God gescheiden en kan niet zalig worden.
Doch als wij de Liefde in 0113 hart bezitten, dan hebben wij tegelijk (tok het Geloof en de Hoop
Wat is de Liefde?
Eene deugd en gave Gods, waardoor wij God boven alles beminnen en onzen naaste gelijk ons zeiven.
De Liefde is een der drie goddelijke deugden, ons door God ingestort, in het H. Doopsel.
Haar voorwerp (datgene wat wij beminnen moeten) is tweevoudiu: God en den eveiimensch.
Hoe moeien wij Gud beminnen?
Wij moeten God beminnen boven alles, dat is: Hem zóó beminnen, dat wij liever alles, ook zelfs het leven zouden verliezen, dan Hem door eene doodzonde te vergrammen.
De niensch dus, die ireun dood/.oi.de doet, bemint God boven alles; doch hoe meer hij zich beijvert om ook alie dagelijksche zonden te vermijden, des to grooter is zijne liefde voor God.
Waarom moeten wij God zóó beminnen?
1quot; Omdat God oneindig goed en beminnenswaardig is.
2° Omdat Hij ons ontelbare weldaden bewezen heeft.
God is hot lioogste en oneindige Good, in wiens bezit wij alleen kunnen gelukkig zijn Hij is onze grootste Weldoener; van Hem hebben wij alles, wat wij bezitten; aan Hem hebben wij onze zaligheid te danken Ook heeft God zelt' ons het uitdrukkelijk ijtOud gegeven. Hem te beminnen uit geheel ons hart en uit ui onze krachten.
Die liefde moeten wij ook bewij/.eu door onze werlen tdie mijne cjeboden heejt (zegt Christus) en ze onderhoudt, hij is het die Mij bemintquot;
De liefde (iods wordt in onze ziel vermeerderd door het gebed, de beoefening der deugden en vooral door het waardig ontvangen der H. H. Saciaiv.enteu.
Waardoor wordt de liefde Gods verloren?
Door de doodzonde; de mensch vervalt dan in slaat van vijandschap niet God.
De vnrilheid der goddelijke liefde wordt in de ziel verzwakt door de dagflijl'schc zonde.
Wie verstaan wij door onzen naaste}
\lle redelijke schepselen, die met ons deel kunnen hebben in den hemel.
De naastenliefde omvat dus lt;dle redelijke schepselen in den hemel, in 't vauevuur en op aarde, alleen de duivelen en de verdoemden zijn daarvan uitgesloten.
De goddelijke Heiland heelt ons het gebod der naastenliefde herhaaldelijk op het hart gedrukt. Zoo zegt. Hij onder anderen: tlk geef n een nieuw qehod, dat r/ij elkcuder bemin/, gelijk ïk n heb liefgehadquot; Zelfs gebiedt li ij ons onze vijanden te beminnen, gelijk wij later zien zullen.
Hoe moeten wij onzen naaste beminnen?
Wij moeten onzen naaste beminnen fjeb k zeiven, dat is; hem zoo beminnen, dat wij hem geen kwaad aandoen en hem het goed trachten te bewijzen, wat wij ons zeiven wenschen.
Wij mogen derhalve den naaste nimmer beleedigen, l em
geen leed of' droefheid aandoen, maar integendeel hem bijstaan in zijne geestelijke of'tijdelijke behoeften, hem troosten in zijn lijdt-ii en bidden voor zijne zaligheid.
Om welke reden moeten wij den naaste beminnen r
1° Uit liefde voor God, naar wiens beeld onze naaste geschapen is.
2° Om te voldoen aan het uitdrukkelijk gebod des Heeren.
Onze naasteliefde moet niet eene natuurlijke liefde zijn, waardoor â \vij hem slechts beminnen, omdat hij ouzo vriend of weldoener is; zij moet bovennatuurlijk wezen, dat is: dat wij den naaste beminnen om bovenualuurlijkc beweogredenen: uit liefde tot God, wiens kind hij is en uit gehoorzaamheid aan het goddelijk gebod.
Welk is het kort begrip van helgeon wij moeten doen, om de liefde Gods te onderhonden I
De Wet Gods, in 10 geboden verdeeld.
1,\rilien wij de liefde Gods bewaren, dan moeten wij don wil des Heeren, uitgedrukt in de 10 geboden, getrouwelijk volbrengen â Wilt gij ten lenen ingaan (zegt Christus) onderhoud de geboden.quot;
Wie heeft de 10 geboden gegeven?
God zelf heeft de geboden, van het begin der wereld in de harten der menschen gedrukt,; daarna heeft Hij die aan Mozes gegeven, op twee steenen tafels geschreven en Christus heeft die bekrachtigd in het Nieuwe Testament.
In 'smenschen ziel heeft God eenige geboden ingeprent, zoo dat de mensch kan, door het licht der rede in vele zaken weten ^at goed of kwaad is Niet ai.lk geboden, noch hunne geheele strekking kunnen wij aldus leeren kennen: b. v, het gebod van den Sabbat of den Zondag te vieren, kunnen wij alleen kennen door de goddelijke Openbaring.
Hoe God op den berg Sinaï aan Mozes de 10 geboden gaf, zie Schuster I. 54.
Christus verklaart zelf, dat Hij niet gekomen is om de geboden af te schail' n, maar om die tc volmaken en nader te bevestigen.
K !â¢: N-K N-T W I N T 1 G- S T E LES.
Over het eerste gebod.
.,//j hen de lieer Uw God, gij zult geen vreemde goden voor wijne oogen h ebben, gij zult n geen gesneden beeld of e enige gv/ijkenis maken; gij zult die niet aanbidden noch godsdienst lt;i ^'id oen
Wat gebiedt God in het eerste Gebod ?
Dat, wij één Goil alleen moeten erkennen, aanbidden en dienen.
Gelijk de rede en onk het geloof ons leeren, kan slechts één oneindig Opperwezen bestaiin ; derhalve kunnen wij
aiieen één God erkennen.
Hoe zullen wij God voornamelijk aanhielden^.
1° Door ons geheel aan zijne opperheerschappij gansch te onderwerpen en 2° Hem alle m-wendicje en uitwendige eer te bewijzen.
Hoe bewijzen wij aan God die inwendige eer t
1° Als wij in ons hart God aanbidden, Hem danken en onze onderwerping aan zijn godde lijken wil betuigen; 2° vooral echter door de beoefening der drie goddelijke deugden.
Hoe kunnen wij gemakkelijk die deugden beoefenen ?
Door dikwijls de akten van Geloof, Hoop, en Liefde te verwekken.
Hoe dikwijls bebooren wij die akten te ver wekken ?
1° Als men komt tot de jaren van verstand;
2''1 als men in gevaar is van sterven ;
3° als men bekoord wordt tegen eene dezer drie deugden.
4° Is het raadzaam die akten dagelijks te verwekken.
Hoe kunnen wij gemakkelijk en voordeelig God eeren, als onzen Opperste Heer?
â 7() -
Door dagelijks, in ons morgengebed, ons zeiven en jil de werken van den dag ;ian God op te dragen.
Waarom zijn wij God ook uitwendiye eer-betooning, door ons gebed enz. verschuldigd?
1° Omdat wij, zoowel naar het lichaam als naar de ziel, van God athankelijk zijn; derhalve moet ook ons lichaam in de Gods-vereering deel en.
2° Dewijl het in do natunr ligt van den mensch, om zijne inwendige gevoelens ook uiterlijk te betoonen.
3° Die uiterlijke Gods-vereering is ook noodig, dewijl de Kerk op aarde eene ztcliihare ver-eeniging is van menschen, die zóó elkander stichten en in het Geloof versterkt worden.
Voorbeeld: Daniël, die liever in den leeuwenkuil wildo g w irpon worden, dan do door do Wet voorgeschreven godsdienst-oefeningen ae'.iter te laten
Tloo zondigt men tegen den plicht der uitwendige Gods-vereering l
Als men de verplichtende oefeningen verwaarloost of zich daarbij oneerbiedig gedraagt.
Voorbeeld: God strafte een groot aantal Belhsamieten met den dood, dewijl zij zich oneerbiedig jegens de arke des Verbond» gedragen hadden
Wat verbiedt God in het eerstequot; gebod?
Afgoderij, bijgeloovigheid, tooverij en alle andere ongeloovigheid, wanhoop en haat tegen God
Wat is afgoderij?
Het geven van goddelijke eer aan beelden of andere dingen, welke voor God gehouden worden, ofschoon zij maar schepselen zijn.
Dat is de zonde van die ongelukkige menschen, die wij heidenen of afgodendienaars noemen: die wel door het
â I i â
l.clit der l ede God kunnen kennen, un nogtans de zon, de maan, beelden, enz. aanbidden (üet guudea kalt; (Scliusler I ÃG) Ue afgod Hel I 140).
Wanneer maakt men zich schuldig aan hijrje-looviftheid of supersüiie?
1° Als men God ot zijne Heiligen vereert op â¢eene wijze, welke strijdig is met de leer der Kerk; of wel 2° als men, om iets te weten of te bewerken, woorden of tcekenen gebruikt, welke daartoe r/ern kracht hebben, noch uit hnn eigen natuur, noch van God, noch uit de instelling der H. Kerk.
Hot is derhalve bijaeloof: door het leggen van kaarten, het. bezien der handen, geheime dingen te achterhalen ot' geluk ea ongeluk te voorspellen; als men aan teekenen of gebeden eene onfeilbare kracht toeschrijlt om mensehen of dieren te genezen ; als men in niets beduidende zaken een voorteeken ziet b.v. met 13 personen aan tafel zitten, enz.
Is het gebruik van icijioaler, palmen, medajes â¬n andore gewijde zaken ook bijgeloof?
Neen, want die dingen verkrijgen eene bijzondere kracht, door het gebed, dat volgens do instelling der Kerk, daarover gesproken is.
Doch ook die zaken moet men nicl anders dan volgens de instelling en het doel door de Kerk daaraan gch' cht, gebruiken. Dus niet daarmede wouderljke dingen willen verrichten, welke de Kerk niet goedkeurt.
Mag men bij loovenaars ol' icaarzef/yers te raden gaan l
Geenszins; want dat ware van God afwijken en den duivel aanhangen, wiens hulp zij inroepen.
Wij weten uit de Bijbelsche geschiedenis, dat het nvgelijk is dat menscheo, door de hulp des duivels, wonderlijke zakeu verrichten (b.v. Simon, de toovenaar). Doch bijna altoos zijn zij, die zich voor waarzeggers en toovenaars uitgeven, iet/negers.
Keilers noemen wij hen, die wel gedoopt
â 78 â
zijn. maar die hardnekkig ééne of meer waarheden des Geloofs verwerpen.
Hoe zondigen de keilers tegen het ie Gebod?
Met niet te gelooven hetgeen God geopenbaard heeft en door de H Kerk te gelooven voorstelt, loochenen zij Gods onfeilbare waarheid.
De Ketters, die nid ter goeder trouw zijn, maar vrijwillig in limine dwaling volharden, willen zich aan Gods onfeilbaar gezair niet onderwerpen en loochenen aldus indirect eene van Gods oneindige volmaaktheden Erger nog dan de Kelters, zondigen zij tegen het le gebod, die alle waarheden van het geloot', zelfs het bestaan van God verwerpen. Wij noemen hen ongeloooigen. Niemand echter van hen is volkomen van de waarheid hunner iiieening overtuigd.
Wat moeten wij ten opzichte der ketters en andere ongeloovigen vennijden?
Wij moeten hunne gemeenschap vermijdei;, vooral in kerkelijke of godsdienstige zaken.
Wij mogen deze menschen niet haten of afgekeerd zijn ; doch wij moeten met hen geen vriendschap aanknoopen en niet bij hen gaan inwonen, dewijl hun omgang en voor den godsdienst en dikwijls ook voor de zedelijkheid gevaarlijk is. Aan hunne godsdienst oefeningen deelnemen is volstrekt verboden;
Wanneer maakt men zich schuldig aan heiligschennis ?
Als men aan God toegewijde personen, plaatsen, of zaken onteert of' mishandeld b v geestelijke personen, kerken, H.H. Sacramenten.
Men kan zich dus, op drievondirjc wijze, aan heiligschennis plichtig maken: door aan God toegewijde (geeste
lijken of kloosterlingen) te mishandelen of te dooden. Door pludtsen. aan God toegewijd b v. eene kerk, een kerkhof te schenden en eindelijk door heilige zaken te onteeren b.v. gewijde vaten met minachting te verbrijzelen, een Sacrament one/eldir/ of onwaardig te ontvangen.
Voorbeelden: L)e ark des Verbonds (Schuster I. 81) Ozias (I, 120) Baltasar (1. 110) Jezus in den tempel ,11.21)
â 79 â
Is liet ook zonde geestelijke zaken te koopen of te verkoopen?
Ja, als men daarvoor geld geelt of vraagt in zoover die zaken geestelijk zijn en dio zonde noemt men Simonie.
Zij ontleent dien naam aan Simon den toovenaar, die den Apostelen geld aanbood, om de macht van mirakelen te doen, te verkrijgen. Hij werd op zichtbare wijze gestraft, met een schielijken dood.âDaaruit blijkt dat men b. v. voor een rozenkrans niet meer mag vragen omdat hij gewijd is, of voor een doos, omdat een relikwie er in is.
Besluit: Bid iederen dag de akten van Geloof', Hoop en Liefde. Zeg iederen morgen in uw gebed: mijn God, ik offer U op alle gedachten, woorden en werken van dézen day; zegen mij, opdat ik niet in zonde valle en alles moge dienen tot Uwe meerdere eer en glorie. Vernieuw, gedurende den dag, eenigi-keeren, die goede meening, om zóó alles verdienstig te maken voor den hemel.
T \V E K-K N-T W 1 N T ] G S T E L E S.
Over de vereering der Heiligen, der beelden en relikwieën.
Wat leert ons de H. Kerk aangaande de vereering der Heiligen?
Dat het goed en nuttig is de Heiligen te vereeren en aan te roepen.
Is het dan niet strijdig met het le gebod als wij de Heiligen eeren en aanroepen \
Neen, want wij aanbidden de Heilgen niet en bewijzen hun geen goddelijke eer; wij roepen hen ook niet aan als goden, maar als vrienden en dienaars van den waren God.
God alleen aanbidden wij. als het Hoogste Wezen; de Heiligen vereeren wij slechts als Gods vrienden, die thans in den hemel verheerlijkt worden.
â 80 -
Wftlk onderscheid is er tusschen het gebed, dat wij tot God en dat wij tot de Heiligen richten ?
Dat wij God erkennen als den gever van alle goed, doch de Heiligen roepen wij slechts aan, als voorsprekers, die bij God, mei en voor ons bidden.
Wie moeten wij het meest onder alle Heiligen vereeren en aanroepen?
De allerzaligste en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, omdat Zij boven alle Heiligen in waardigheid verheven is en Zij alles bij God kan verkrijgen.
Wat moeten wij vooral bij de vertering der Heiligen in acht nemen?
Ons te beijveren hunne deugden na te volgen, opdat wij ook eens met hen mogen verheerlijkt worden.
Kunnen de Heiligen iets voor ons bij God verkrijgen ?
Zeer zeker: zij konden dal reeds hier op aarde en kunnen thans in den hemel, nog veel meer voor ons verkrijgen. Het aanhoudend gebed des rechtvaardigen vermag veel, zegt de H. Jacobus.
De H. Schrift verklaart ous, op vele plaalsnu, dat de Engelen en Heiligen iti den hemel voor ons bidden en.vele gunsten verkrijgen. Daaruit volgt dus ook dat zij welen wat wij noodig hehbeu of wat wij tor hunner eer doen.
Waarom verleent God ons door de voorspraak der Heiligen, vele woldaden?
Omdat God wil dat wij 1° onze eigene onwaardigheid en 2° de verdiensten zijner dienaars zouden erkennen.
Zóó beval God aan de vrienden van Job, dat zij tot hem gaan zouden en voegde daarbij: mijn dienaar Joh zal voor u bidden.
â 81 -
Misdoen de Katholieken tegen het eerste gebod, als zij heelden maken?
Neen, want zij maken die beelden niet om ze te aanbidden en kennen hun ook geen in
wondige kracht toe.
Mogen wij dan de beelden van Christus en
zijne Heiligen vereeren?
Zeer zeker, want God verbiedt alleen beelden
te maken en ze te aanbidden, gelijk de heidenen doen.
De H Schrift keurt het vereeren der beelden goed gelijk ,vij zien uit het voorbeeld van Mozes, die twee beelden van Cherubijuen op de ark plaatste en een koperen slang, (welke eon afbeedsel was des gekruisten Verlossers) m de hoogte veihi-f, tot genezing des volks (Schuster 1 57, bo). _
De 11 Kerk heeft ook ten alien tijde het chnsttlijk gebruik der beelden goedgekeurd.
Doen wij kwaad, als wij de beelden vereeren, daarvoor licht onlslehen oi bidden'.
Geenzins; want wij bewijzen die eer met aan de beelden , maar aan God of zijne Heiligen, die ons door die beelden worden
voorgesteld.
Wat voordeel doen ons dan de beeldenf 1° Zij stellen ons het leven des Zaligmakeis oi der Heiligen voor oogen en sporen ons aan om hunne deugden na te volgen; 2° zij helpen ons, om aandachtig te bidden.
Wat verstaat men door Relikwieën of overblijfsels der Heiligen?
Daardoor verslaat men vooral hunne beenderen, doch ook hunne kleederen en andere voorwerpen, welke door de Heiligen ons nagelaten oi door hunne aanraking geheiligd zijn.
Wat leert ons de H. Kerk, aangaande de vereering der relikwieën?
â S-A â
Dat liet goed 'n iiutlig is de relikwieën der Heiligen te vereeren
Waaruit weten wij, dat de vereering der relikwieën ,tan God aangenaam is?
Hieruit, dat God dikwijls door die overblijf seis groote wonderen verricht heeft, gelijk de H. Schrift en de geschiedenis der Kerk getuigen.
Een doode werd ten leven opgewekt, door de aanraking van het liclmam des Profeten Jjjiizeüs, aan zieken legde men de zweetdoeken van den II Panlus op en zij werden genezen. (Scliustei- I 1 14, II 133.)
Waarom vereeren wij de relikwieën der Heiligen
1° (Jnulat zij kostbare panden of gedachtenissen zijn, ons door goede vrienden nagelaten; 2° omdat hunne lichamen tempels zijn geweest van den H. Geest, die op bijzondere wijze, in hen woonden; 3° omdat hunne lichamen eens, na de verrijzenis, zullen verheerlijkt worden bij God-
Opmerking' De Protestanten verwijten den Katholieken, dat zij afgodendienaars zouden zijn. omdat zij de Heiligen en de beelden vereeren
Wij kunnen daarop antwoorden ⢠1° dat, gelijk blijkt uit de leer der Kerk hierboven aangehaald, dat verwijt eene schandelijke lasterinq is.
2'' Ook de Protestanten hebben eerbied voor den Koning, voor hnnne ouders en oversten ; waarom zouden wij dan nog niet grootere eerbewijzing aan de Heiligen kunnen geven r
3° Zij houden de beeldtenis des Konings, de portretten of gedacluenissen van ouders «mi vrienden in eer; met hoeve( 1 meer recht doen wij dat niet de heelden der Heiligen en hunne overblijfsels.
4° Dat verwijt, bewijst alleen dat zij de katholieke leer over die punten niet kennen en zij zóó, of nit onwetendheid of uit kwaadwilligheid de Katholieken lasteren.
Besluit; Vereer de Heiligen, roep hunne voorspraak in vooral die der H Maagd, van den H. Jozef en van uwei'
H. Patroon. Lees de geschiedenis huns levens, volg hunne deugden na, dan zult gij u eens in huu gezelschap eeuwig verheugen.
D RIE-E N-T W I N TIGS T E L E S.
Over het tweede gebod.
âGij zult den Naam, van den Heer, Uwen God, niet ijdel gebruiken.quot;
Wat gebiedt God door het 2e gebod?
Dat wij Gods H. Naam moeten eerbiedigen en niet anders tlan met godsvrucht uitspreken.
Wat verbiedt God in het gebod?
Alle oneer, die den goddelijken Naam wordt aangedaan, voornamelijk door godslastering, ongeoorloofd zweren en breken van beloften.
Op welke wijze geschiedt (jodslastering}
Als men aan God ot zijne Heiligen iets toe-schrijft, wat tegen hunne eer is; als men iets van hen loochent, dat hun toekomt ot spots-gewijze van hen spreekt. Als men verwenschin-gen of vloeken tegen God uitspreekt.
Hel is dus eene godslastering te zeggen of' vrijwillig te denken dat God niet hariuhartig, niet rechtvaardig is ; als men den spot drijft met de Heiligen, de H.H. Sacramenten of met den Godsdienst-
De godslastering, als zij vrijwillig geschiedt, is 1° eene zeer zware zonde ; want men beleedigt rechtstreeks de Opperste Majesteit of men versmaadt God, in hetgeen onmiddellijk met Hem in betrekking staat. Daarom had God in het Oude Verbond bepaald : â Wie den Naam Gods lastert, zal den dood sterven ; de gansche menigte zal hem steenigen '.
'2° Zij is eene roekelooze misdaad: de inensch toch brleedigt den oneindig rechtvaardigen God in het aanschijn, en daagt Hem, als het ware uit, om gestraft te worden.
3° Zij is eene onbegrijpelijke zonde, omdat de mensch daar uit toch geen voordeel trekken, noch eenige voldoening daarin vinden kan.
â 84 â
Wat is eed doen ot' ziceren ?
God of iets dat God merkelijk aangaat, tot getuigen nemen van hetgeen men zegt.
Meu doet derhalve een eed, als men zegt: zoowaar als Ãoil, God zal mij straffen, als het niet waar is. Zoo ook als uieu zweert op het augelie, bij het H. Kruis, op zijne zaligheid.
De spreekwijzen: op mijn woord van eer, zoo waar als ik hier sla â zijn geen eeden, omdat daarbij noch God, noch iets dat met Hem in onmiddellijke betrekking staat, grenoemd wordt.
Is het altoos kwaad of verboden te zwerend
Neen; liet is zelfs goed, als de eed geschiedt met goed oordeel, rechlraardifj/ieid en icaarheid, maar het is zonde, als eene dezer voorwaarden ontbreekt.
Wie zweert zonder (joed oordeel\
Die zweert zonder noodzakelijkheid of goede reden.
Wie zweert tegen de rechtvaardigheide
Die met eed bevestigt iets te doen, hetgeen kwaad, en verboden is en deze eed mag niet gehouden worden.
Als iemand, onder eed zou beloofd hebben een andere dood te slaan of niet meer naar de Kerk te gaan, dan mag hij die belofte niet volbrengen, omdat men zich niet tot zonde'kan verplichten ; eed en belofte zijn beiden onyeldiy.
W ie zweert lejen de waarheid^
Die met eed bevestigt hetgeen hij zeker weet of meent valsch te zijn, of ook iets, waaraan men twijfelt.
Wanneer is zweren eene doodzonde^.
1° Als men een valsch en eed doet of zweert op iets, wat men niet zeker weet waar te zijn.
2° Als men zweert tegen de rechtvaardigheid, door te beloven onder eed iets kwaads te zullen doen.
Wanneer is zweren eene dagelijhsche zonde?
Als hetgeen, waarop men zweert, yocd is en volgens de waarheid,, doch dat men daartoe geen voldoende reden heeft.
Wanneer is de eed (jeoorloofdh
Als de drie vereischte voorwaarden volbracht worden: dat hij geschiedt 1° uit noodzakelijkheid ol om gewichtige redenen ; 'i0 met waarheid, volgens de overtuiging van zijn geweten; oü dat de gezworen zaak goed zij.
Wat is eene gelofiel
Eene gelofte is eene toezegging vrijwillig, aan God gedaan, om iets te doen; wat Gode aangenaam is en wat men kan volbrengen.
Is het goed aan God iets te beloven ter zijner eer, of ter eere zijner Heiligen te doen?
Ja, op voorwaarde, dat hetgeen men belooft aan God welyevallui ;dj en men het kunne en ook icil volbrengen.
Het wezen der yelojle bestaat hierin, dat men vrijwillig eene verpliclning op zich neemt
Derhalve doet men geen gelolte, als men slechts een tjocd voornemen maakt om iets te doen
iMen mag geen gelofte doen om iets kwaads of wat geheel onverschillig is te doen. Evenm:n mag men iets beloven wat men niet kou of niet ivil voligt;i,engen ' dat ware spotten met Crod.
Hoe kan de verphchtintj eener gelofte ophouden ?
\ ooral in deze gevallen :
1quot; Als de uitvoering der gelofte ovmoyelijk is geworden; 2° Als de vooricciarde, (jniier welke men zich verplicht heeft, niet vervuld is geworden; gt;3° dooi' dispensatie der Kerkelijke Overheid
. lieshut ; Heb altoos een groeten afkeer van elke godslastering, verhinder dis waar gij kunt en, als gij dat niet vermoogt, vtaag God in stilte vergiffenis voor don ongelukkige. Zweer nooit dan uit noodzakelijkheid en met rechtvaardigheid en waar
SO -
lieid. Doo ireen gelofte uit liclitzinnifihoid, noch in cpgewoii-ilenheicl. Spreek nooit dan reet eerbied den JCiuim Gods eu de 1111. Namen van Jezus en Maria uit.
V 1 E R-E NT WINTIG-STE LE S.
Over het derde gebod.
â IVees gedachtig dat gij den Sabbatdag heiligt'''
Wat gebiedt God in het 3e gebod \
Den Zondag of den dag des Heeren te heiligen, door werken van godsdienstigheid.
Waarom wordt de Zondag ook dag des Heeren genoemd l
Omdat God de Heer wil dat, van de zeven dagen der week, de Zondag aan Hem bijzonder worde toegewijd.
In het Oude Verbond had God voorgeschreven dat de. Is dag der week, de Sabbat, Hem zou toegewijd zijn, ter gedachtenis dat het scheppingswerk toen voltrokken was De Apostelen, door den Heiland daartoe gemachtigd, hebben den Zondag aangewezen om aan God te worden toegewijd, gelijk dat in de H Sclirit't aangeduid wordt. (Zie Schuster H, 134).
Waarom hebben de Apostelen den Sabbat in den Zondag veranderd?
1° Om de christenen meer van de joden af te scheiden, 2° Omdat Christus op den Zondag verrezen is en de H. Geest over de Apostelen is nedergedaald
Wat zijn wij verplicht te doen, om den Zondag te heiligen t
Ten minste Mis te hoorei), alhoewel wij ook de preek, de christelijke leering en andere ker kelijke diensten behooren bij te wonen
Wij zeggen: ten minste Mis te hooren, dewijl wij daartoe verplicht zijn op straf van doodzonde.
â «7 â
Hoe wij dien plicht vervullen moeten, zuilen wij zien bij hut 2e gebod der H. Kerk.
Ofschoon de andere godsdiensto-efeningen niet zóó sir ng verplichten, zal toch ieder deugdzaam christen zich beijveren, om ile Vespers, Lof' eu onderrichtingen bij te wonen.
Wat verbiedt God in het 3e gebod?
Alle slaafsche werken en ambachten, koophandel en processen, als daartoe yeen wellige reden bestaat.
Slaafschen arbeid verrichten of doen verrichten zonder noodzakelijkheid, is doodzonde als dat geruimen tijd b.v. ü ul 3 uren duurt.
Koophandel in het openhaar is altijd verboden ; eveneens het koopen in winkels, tenzij daarvoor eene billijke reden beslaat b.v. het koopen van geneesmiddelen, levensmiddelen enz-
Wanneer is het geoorloofd Zondags te arbeiden i
1° Als dooi- de geestelijke Overheid daartoe dispensatie verleend wordt;
2° Als de eer van God, het welzijn des naasten ot eene noodzakelijkheid het vordert: b.v. het luiden der klokken, het versieren van een altaar, het oppassen van zieken. Arbeid te verrichten bij brand of overstrooming ot als de veldvruchten in gevaar zijn van te bederven enz.
In geval van twijfel over de noodzakelijkheid, vrage men dispensatie bij den Pastoor.
V IJ F E N ï W 1 N T I-GSTE LES.
Over het vierde gebod.
âLêr uwen vader en uwe moeder, opdat gij lang tnoogi leven op aarde.quot;
Wie verstaat men door vader en moeder in het vierde gebod ?
â 88 â
Onze ouders en alle oversten, zoo wel geestelijke als wereldlijke.
Ondei- geestelijke overheid wordt verotaaa: de Paus, de Bisschoppen en de Priesters, die met de zorg der zielen be-In.-l zijn, en in ons midden Gods plaats bekleeden. T veest den llei-v en houdt zijne Priesters in fiere, zegt God in de H Schrift. U nn moet men niet alleen eerbied en liefde toedragen, maar hun ook gehoorzamen in alles wat betrek king heett op onze ziel en zaligheid.
JFcrddlijke Overheden, aan wie men moet gehoorzamen in alles waartoe zij hel recht liel)l)quot;n te gebieden, zijn; de Koning en zij. die met zijne macht bekleed zijn, voor alle onderdanen; do ouderwijzers voor de leerlingen, de meesters voor hunne dienstboden.
Wat gebiedt God in het 4e gebod ?
Aan ouders en oversten liefde, eeibied, gehoorzaamheid en behulpzaamheid te bewijzen.
Hoe zullen de kinderen den ouders hunne liefde bewijzen?
1° Door hen van harte alle goed te wenschen ; 2.° hun vreugde te verschatten en 3° hunne fouten geduldig te verdragen.
Hoe bewijzen de kinderen den ouders eerbied}
1° Als zij de ouders, als Gods plaatsbeklee-dors in hun hart hoogachten en 2° door woord en daad de ouders eerbiedig bejegenen. Hoe moeten zij den ouders gehoorzamen. 1° door alles 'te doen, wat de ouders gebieden en te laten, wat zij verbieden. 2° Door hun ne raadgevingen gewillig aan te hooren en op
to volgen. 777
Hoe zullen de kinderen den ouders behuip-
zaawiheid bewijzen?
Door hen bij te staan in hun licnamelyken
of geestelijken nood.
In hun lichamelijken nood moeten tie kinderen de ouders bijstaan, door te zorgen voor hunne tijdelijke welvaart op
89 -
aarde b. v. door hen te helpen bij den arbeid, hen in ziekte te verzorgen en te ondersteunen in hunnen nood.
Voor hun geestelijk of zielen heil moeten zij zorge'i door veel voor hunne ouders te bidden, hun de 11.11. Sa «â¢Â«monteu tijdig laten toedienen, als zij ziek ziju enz.
Waarom moeten wij onze ouders zóóeeren?
Omdat, naast God, alle goed ons van hen komt en zij ons in Gods pl.-iats besturen.
Wat heeft God beloofd aan de kinderen, die hunne ouders zoo eeren ?
Een lang en gelukkig leven en hierna het eeuwig leven.
Voorbeelden: Jozef van Egyple, de jonge Tbi/fw. De goddelijke Verlosser zeil' heeft den Kinderen het s hoonste voor beeld gegeven.
Wat verbiedt God in het 4e gebod?
Alles, wat strijdig is met de liefde, den eerbied, de gehoorzaamheid de behuliizaamheid aan de ouders verschuldigd.
Wie zondigen tegen de liefde, den ouders veischuldigd?
Die hunne ouders haten, bedroeven of kwaad wenschen.
Wie zondigen tegen den eerhicd, aan de ouders verschuldigd ?
Die hunne ouders minachten, spijtig bejegenen, mishandelen of kwaad van hen spreken.
AVie zondigen tegen de gehoorzaamheid?
Die de rechtmatige bevelen hunner ouders niet of slecht volbrengen.
Mag men zijnen ouders of oversten gehoorzamen, als zij iets gebieden, wat hv:aad is?
Neen, dan mag men hun niet gehoorzamen.
Waarom zou men dan niet mogen gehoorzamen ?
Omdat God het kwaad verbiedt, en men eerst aan God moet gehoorzamen.
- 90 -
Voorbeeld: De H. Petrus en de H. Johannes vóór de:, iloogen Eaad der Joden. (Bijb Gesch. II 114).
quot;Wie zondigen tegen de behid'pzaamheid aan hunne ouders verschuldigd :
Die liiume ouders niet bijstaan in hun geestelijken of lichainelijken nood, als zij hen helpen kunnen.
Wat hebben de kinderen, die hunne plichten jegens hunne, ouders verwaarloozen, te wachten ?
In dit leven den vloek Gods, smaad en schande, en in de eeuwigheid, de strai der hel.
Voorbeelden: Cham, de zonen van den Hoogppriester Hdi, Absulon. (Schuster I 10, 71). 98).
IS,'sluit; Eer en bemin uwe ouders en alle gestelde overheid. Wees, naar Jezus' voorbeeld, gehoorzaam, opdat God u ze-gene in dit leven en n eens de eeuwige zaligheid schenken moge.
Z E S-E N-T V 1 N TIGS T E L E S.
Over het vijfde g-obod.
,.Gij .uit niet lt;loolt;ldlt;ilt;iii.
Wat gebiedt God in hel 5C gebod?
1° Voor on; eigen leven en gezondheid eene ^edelijki; zorg te dragen
met den naaste in vrede en eendracht te leven â¢
30 /ij,, geestelijk en lichamelijk welzijn, zooveel wij kunnen, te bevorderen.
Wat verbiedt het T»3 gebod?
Zich zeiven of andere mensehen, zonder wettige macht en recht, te dooden, te kwetsen, lichamelijk te schaden of daartoe raad of hulp te verleenen.
Daaruit volgt: 1° dat men zich zeiven het leven niet mag ontnemen, verkorten of zijner gezondheid schade doen, door
â 'Jl â
(lronken?chap of andere zonden ; aan God toch behoort oii-gt; leven en gezondheid Men mag het niet in gevaar stellen, dan dlleen, als een Iiuixjkh plicht dat vordert.
2° Den naaste mag nn . nimmer, naar het lichaam beschadigen, dim alleen in twee gevallen; als men daartoe de wclti'je mach/ heeft, gelijk de jiiKtitie, die de boosdoeners straft; ol' wel, als men daartoe het wettige vecht heeft, om zich zeiven uit noodzakelijkheid te verdediyen tegen onrecht vaardigen aanval. Die verdediging mag echter niet verder gaan dar. noodzakelijk is.
Misdoen wij alleen tegen het ;je gebod, als wij werkelijk, met der daad iemand hinderen ?
Niet alleen dan misdoen wij tegen het 5e gebod, maar ook als wij iemand vervloeken, kwaad wenschen of haat en nijd in het hart dragen.
Wat leert ons ChrisUis aan onze vijanden te doen \
Hij leert ons alle ongelijk te vergeven, voor onze vijanden te bidden en het kwaad met goed te loonen.
Waarom moet men zich meer wachten qeestelij ke personen te slaan of te kwetsen dan wereldlijke !
Omdat dit grooter kwaad is (eene zonde namelijk van heiligschennis) en zij, die dat doen, in den kerkelijken ban vallen.
Misdoen ook zij tegen het 5e gebod die den naaste ergernis geven \
Ja, want door ergernis te geven dooden of kwetsen zij de ziel des naasten.
Wanneer geeft men ergernis ?
Als men door woorden, werken of verznime-ilissen, welke min goed zijn, oorzaak is dat anderen zondigen of daartoe aanleiding geeft.
Men geeft dus ergernis ; als men anderen tot zonden verleidt of als men vrijviilinj daarvan oorzaak is. b. v. door een slecht voorbeeld te geven (Kleazar. Zie Schuster I 135 en 11 57)
Wat moet hij doen, die den naaste naar li-
__')â -gt; _
â¢chaam ol' ziel benadeeld iieel't?
Hij moet, niet alleen die bedreven zonden beweenen en biechten, maar hij moet ook het veroorzaakte kwaad zooveel mogelijk, herstellen.
1° Daaruit volgt dus, dat meu zich iu do biecht moet beschuldigen, en zeggen welk kwaad men dan naaste gedaan en tot welke zonde men hem verleid heeft
'i0 Hij, die een andere naar het Itchaain beschadigd heelt, moet alle geledene schade herstellen; die den usxuste ei gemis gaf, dat zooveel mogelijk goed maken door den andere van de zonde le verwijderen, voor hem te biddm enz.
Besluit: Leef in vrede en eendracht met den naaste, verdraag geduldig zijne fouten; wees steeds den gulden stelregel indachtig :
Wat gij niet wilt, dat u geschiedt,
Doet dat ook aan anderen niet.
Z E V E N-E NT W I N T 1 G S T E LES.
Over het Zesde en negende gebod.
'Zesde gebod; â(jij zuil ijeen overspel doen.11 Negende gebod: âr/ij zult nws naaslen huisvrouw niet hegeeren.quot;
Wat verbiedt het zesde gebod?
Overspel en alle onkuisheid ; alle oneerbare blikken en aanrakingen, oneerbare woorden of ffezanuen; alsook het gebruik van onzuivere
O O ' O
boeken en albeeldingen.
Wat verbiedt het negende gebod ? Onkuischheid te willen doen ol vrijwillig behagen nemen in onkuissche gedachten.
Wat gebiedt het zesde en negende gebod? In al onze gedachten, begeerten blikken, woorden en werken zedig te zijn en de reinheid onzer ziel te bewaren.
Waarom moet men zich voor de onkuiscli-lieid bijzonder wachten \
â 9;J -
Omdat geen zonde schandeUjher is in zicli Z'dve en verschrihhclijher in hare gevolgen.
Waarom is die zondo zoo schandelyhï
De mensch, nnar Gods evenbeeld gescliapen en' de levende tempel des H. Gecsles, moet zijnen God met een rein hart ⢠li neu; die zonde ecliter bezoedelt den menscb en doet beu ;il'.!alen tot liet redoloozc wezen: daarom juist wordt zij onreinheid of onkuischheid genoemd.
Ziehier enkele der schrikwekkende gevolgen dezer afschuwe-liike zonde:
1° Zij berooft don mensch van de onschuld en reinheid des harten ; zij verduistert het verstand ea verwoest de gezondheid ;
â 2r zij is de oorzaak van vele andere zonden;
3° zij brengt tot oneer en schande en tot do eeuwige v--lt;quot;doernenis.
De H. Alphonsus meent dat de meeste verdoemden in de-hel zijn om of' althans met deze zonde.
4° God straft deze zonde dikwijls reeds in dit. leven.
Om die zonde werd hot nienschdom gestraft met den zondvloed, de steden Sodoma en Gomorrba, door een regen van vuur en zwavel, verwoest
Zijn allo zonden van onkuischheid doodzonden ?
Ja, als men met vollen vrijen wil iets doi't of toelaat wat werkelijk onzuiver is dun begaat men eene doodzomle.
Wat zal men doen, als men twijfelt of iets strijdig is met do kuischheid of niet?
Dan moet men don biechtvader om raad vragen en, zon lang dat niet geschied is, zich zorgvuldig van die zaak onthouden.
Waardoor valt men meestal iu deze zonde ?
1° Door onvoorzichtigheid in zijne blikken -,
y0 door den omgang met bedorven vrienden-,
3° door het lezen van onzedige boeken ;
4° door al te gemeenzamen omgang met anderen ;
5° door luiheid en dronkenschap.
Welke zijn de voornaamste middelen tegen de onkuischheid?
1° Zich onthouden van lediggang en overdaad ; 2° alle gevaarlijke gelegenheden vermijden; 3° zijne zintuigenen vooral zijne oogen steeds bewaken; 4° dikwijls te biechten gaan en den raad van den biechtvader volgen
â lJ4 â
Wat moet men doen als men tol onkuischheid bekoord wordt?
Men moet dadelijk die onznivere gedachten verwerpen en zijne toevlucht nemen tot liet gebed.
Zijn onzuivere gedachten dadelijk zonden!
Neen, zoolang men daarin geen behagen neemt on ze tracht te verwerpen zijn het geen zonden .
Wanneer zijn die gedachten ol' begeerten zonden?
Als men zich vrijwillig onzuivere voorwerpen of werken voor den geest stelt, ot als men daarin vrijicilhj behagen neemt.
Wat nioet men doen als men iets onzedigs ziet of hoort ?
Men moet dadelijk de oogen daarvan afwenden en, als men kan, die plaats verlaten; kan dat niet geschieden, dan moet men op iets anders denken en daarin geen behagen nemen.
Waarom moeten wij de schoone deugd der zuiverheid bijzonder beminnen en beoefenen?
1° Omdat zij het schoonste sieraad der ziel is; 2° dewijl zij, op bijzondere wijze aangenaam en welgevalig maakt aan God. * Zalig zipi do zuiveren van harte, want zij zullen God zien.'quot; 3° Omdat zij zoo bijzonder verdienstelijk is en, reeds in dit leven, ons Gods Zegen verzekert.
Besluit: Maak getrouw gebruik van de boven aangeliaalde middelen, om steeds de reinheid uws harten te bewaren; dan zult gij bemind zijn door God, geacht door de raensehen en voor u zei ven tevreden en gelukkig op aarde, in afwachting van de eeuwige zaligheid, door den goddelijken Heiland beloofd, aan de reinen van harte.
ACH T-E N-T W r N T J G S T E L E S
Over het zevende en tiende geDod.
Zovende gebod: â;/ij zult niet delen.'quot;
'iieude gebod: âgij zult zijn hnis (des naasten) niethetjee-ren, noch zijn Land, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets van alles, ivat hem toebehoort.
vVat gebiedt God in het zevende en tiende gebod?
Iedereen het zijne te geven en te laten en weldadig jegens den naaste te zijn.
Wat verbiedt het zevende gebod ?
Alle onrechtvaardigheid en ongelijk, den naaste aangedaan in zijne tijdelijke goederen.
Tijddijke goederen noemen wij alles wat de mensch voor deze wereld bezit, geld, kleederen, boeken, huis, land enz.
Noem eenige zonden tegen het 7° gebod? Iemands goed stelen of helpen stelen; gestolen goed koopen of bewaren; looeker drijven; in processen, koophandel of contracten bedrog of valschheid plegen en eindelijk den naaste op ongerechte wijze beschadigen.
Stelen wil zeggen, op onrechtvaardige wijze, zich het good eens anderen toeeigenen.
Men helpt tot stelen, als men anderen dat gebiedt of aanraadt te doen of als men hen daarbij bchnlpzaam is.
Als men denkt of met reden veronderstelt dat iefs gestolen is, dien mag men dat niet koopen of in bewarring nemen, zomlei* zich aan onrechtvaardigheid schuldig te maken
Men drijft, woeker, als men al te hoogen intrest vraagt van geleend geld.
Men pleegt bedrogt als men in processen den naaste onrechtvaardig aanklaagt of in den handel hem bedriegt door slechte waar voor goede ot door minder te geven dan hij gekocht heeft enz.
Kindelijk doet men den nnaste onrechtvaardig schade aan in zijn goed of eigendom: als men zijnen eigendom bederft b, v. kleederen, boeken, boomen, veldvruchten, als men den verplichten arbeid niei verricht, als men kooplieden asterten zij daardoor hunne klandisie verliezen enz. (Giëzi Schuster I 114 Achab I 1(9)
â 'JÃ â
Is elke onrechtvaardigheid eene doodzonde}
Neen, zi] is slechts dagelijhsche zonde als de schade zeer gering is b. v. van enkele centen; zij is echter doodzonde als de schade werkelijk c/root is.
Hierbij merke men op; «Int verschillende, op elkander rollende kleine diefstallen of bescliadigingen te genomen
doodzonde kunnen worden, vooral nis men vooraf don wil had, zóó langzaam tot een groot bedrag te komen
Wat moet men doen, als men den naaste in zijne tijdelijke goederen benadeeld heeft?
Men moet niet alleen die bedreven zonde beweenen en biechten, maar ook het nadeel herstellen of restitutie doen.
Wie moet restituëeren l
1° Hij, die de zaak gestolen of de schade veroorzaakt heeft.
2° Als hij het niet kan of niet doet, ook zij, diequot; door raad of daad de oorzaak der schade geweest zijn.
Men moet de restitutie doen aan den rechtraatigen eigenaar of aan zijne wettige erfgenamen.
Wat moet men doen, als men de schade
niet kan herstellen =
Men moet ten minste dan den goeden wil hebben om het te doen en den raad van den
biechtvader volgen.
Besluit: Denk altoos, dat vreemd goed geen zegen, miuir onheil aanbrengt; dat het dwaasheid is voor een.gt.jdeluk goed, den vrede des harten en lt;len hemel te ver iezen. uac .t n zelfs van de kleinte onrechtvaardigheid; want, denk a.in hét voorbeeld van Judas, die begon met mindere onrechtvaardigheden en eindigde met het verraad des Verlossers.
97 -
N E G E N-E N-T W I N T I G S T E L E S.
Over het achtste gebod.
âGij zul! legen vwen naasten geen valsche getuigenis geven.
Wat gebiedt het achtste gebod?
Den goeden naam des naasten ineeiete honden. en altoos waarheid te spreken.
Moeten wij ook zorg dragen voor onzen eigen goeden naam en onze eer?
Zeer zeker, in zoover als de eer Gods de stichting des naasten en de plichten jegens ons zeiven dat vorderen.
Doch als de eere Gods het vordert, dan moeten wij bereid zijn alle smaad en schande te verduren.
Wat verbiedt het achtste gebod?
Alle ongelijk, onzen naaste aangedaan, hetzij vóór of buiten het gerecht.
Hoe misdoet men meestal vóór het gerecht tegen dat gebod?
Als men, door den rechter wettig ondervraagd zijnde, de waarheid verzwijgt ot de valsch-heid voorstaat of bevestigt.
Iemand, die voor de rechtbank, eene valsche getuigenis aflegt, begaat gewoonlijk eene drievoudige zonde : een valschen eed, lanter tegen den naaste en onrechtvaardige schade.
Hoe zondigt men meestal tegen het 8e gebod, buiten de rechtbank?
Als men door lastertaal ol' kwaadspreken des naasten eer ontneemt, of zonder goede reden kwaadvermoedt of oordeelt.
Men maakt zich schu'dig aan !aster, als men den naaste een kwaad ten laste legt, waaraan hij onpchnldig is; aan kwaadspreken of eerrunf a!s men een kwaad, waaraan de naaste plichtig is bekend maakt. (De vrouw van Pntiphar: Schuster T 27. Jezabel (1 110). Daniël (1 I3ö).
-98 â
Wanneer begaat men eene doodzonde door laster ol' eerrooCr
Als men den naaste, op onrechtvaardige wijze, zijne eer ontneemt ot die grootelijks krenkt.
Dat kan vooral geschieden in twee gevallen :
1° als men hen een yroot kwaad ten laste legt waaraan hij onschuldig is en 2° als men een groot kwaad, waaraan hij werkelijk plichtig is, doch dat geheim was, bekend maakt.
Wanneer is laster ot eerroof daqelijksche zonde r
Als men aan de eer des ni ssten bleclits pe-ringe schade doet 1). v. door het vertellen van kleine fouten of gebreken.
Het is geen zonde te spreken over een publiek feit dat zeker bewezen is.
Wat moet hij doen die iemand in zijne eer, door laster of eerroof, beschadigd heeft l
Hij moet zoodra en zoo goed hij kan dat nadeel herstellen.
Heeft hij een andere gelasterd, dan moet hij ronduit beken-non onwaarheid gesproken te hebben; heeft hij geheime zaken bekend gemaakt, dan moet hij beletten, zoo goed hij kan, dat het kwaad verder verteld wordt, den naaste verontschuldigen, goed van hem spreken, enz.
Is men soms ook verplicht de slechte handelingen des naasten bekend te maken (
Ja, als dat noodzakelijk is tot verbetering van hem zeiven of om groot kwaad voor anderen fe voorkomen.
Zoo b. v. als men weet dat een kind Zondags de H. Mis verzuimt of dat het anderen tot zonden verleidt, dan is men verplicht dat aan ouders of oversten bekend te maken
fs het ook zonde kwaadspreken aan te hoor en ?
Ja, 1° als men, door vragen of anderszins daarvan oorzaak is. ii0 als uien daaraan beha-
'JU -
gen neemt; 3° als men liet kwaadspreken gemakkelijk kan verhinderen en het niet doet.
Als men liet kwaadspreken niet kan beletten en er ook geen behagen inneemt, dan is het aanhooren geen zonde. Men verwijdert zich dan uit liet gezelschap of'wel men toont daarmede niet in te stemmen.
Wanneer is het zonde, kwaad van den naaste te vermijden ot' kwaad te oordeelen l
Als men, zonder voldoende reden, denkt en meent dat de naaste aan eenig kwaad schuldig is. (Schuster II 33).
Wat is liegen !
Liegen is wetens en met voorbedachtheid onwaarheid spreken.
Mag men ooit liegen ?
Neen, ook zelfs niet uit scherts of als men voor zich zeiven of voor den naaste daaruit voordeel kan trekken. (Schuster I 152. It 114).
Is liegen zonde ^
Ja, gewoonlijk is het dagelijksche zonde.
Het kan doodzonde worden als daaruit een ander groot kwaad volgt b v. groot nadeel voor den naaste.
Besluit: God straft dikwijls de kwaadsprekers en lasteraars, reeds in dit leven. Denk aan Aman, den gunsteling van Ko ning Assuërus. Spreek nooit kwaad van anderen; oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordel.quot;
Verfoei de leugen en alle huichelarij; dat zal n welgevallig maken bij God en de menschen.
Opmerking: Maak eens voor u zeiven eene vergelrjkmj tusschen het 5e, 7e en 8e gebod. Waarin komen zij met elkander overeen ^ Waardoor zijn zij verschillend l
â 100 â
D K R 'J1 ] G S T E LES.
Over de geboden der H Kerk.
Behalve de geboden Gods, zijn er nog vijf .andere, welk. wij ffcboden. der Kerk noempii.
Deze geboden werden gegeven door de Kerkelijke Over beid, die door Christus zelven met die macht, is bekleed cje-worden. Hij toch heeft gezegd tot de Apostelen: âalles, wat gij op aarde zuil gebonden hebben, zat in den hemel gebonden zijn'quot; Derhalve hebben hunne wetten en voorschriften verbindende kracht. (Schuster 11 54. 58. 59)
Waarom heeft, de Kerkelijke Overheid die geboden gegeven ? 1° Om do goddelijke geboden nader te omschrijven en te verklaren hoe zij moeten onderhonden worden.
2° Om ons in de boetvaardigheid en in de beoefening vau den godsdienst te bevestigen en zod onze zaligheid te verzekeren.
Zijn wij r er plicht de geboden der Kerk te onderhoudeni
Ja. even nis de goddelijke geboden, dewijl zij ons gegeven zijn door hen, die met Gods macht bekleed zijn.
§ 1 Over het eerste gebod der Kerk.
,.AIle geboden heilige dngen zuil gij vieren.quot;
Wat gebiedt het eerste gebod der Kerk ?
Alle floor de Kerk als verplichlende feestdagen ingesleld, te vieren als den Zondag.
Waarom zijn de feestdagen des IJ eer en ingesteld gt;.
Om alsdan de geheimen onzer verlossing te overwegen en God voor zijne weldaden te danken
Feestdagen des 11 eer en noemen wij die, welke ingesteld zijn ter eere van onzen goddelijkeu Verlosser, zooals de feesten van Christus' Geboorte, Hemelvaart enz.
Waarom zijn de feestdagen der IJ ei Hf/en ingesteld ?
- 101 â
1quot; Om de Hoi li gen te vereeren; 2° om hunne voorspraak bij God in te roepen en 3° om ons tot vervolging hunner deugden op te wekken.
J a het Diocees Roermond zijn vie.r verplichtende feestdagen W1J als, dequot; bondag moeten vieren, door onthoudin.r van platei ij ken arbeid en het bijwonen der H. Mis, nameiijk'
^ Hemel-0Pnemâ¢9, Alla h al,gen
Als een dezer feesten op een Zondag valt, voldoet men met
het hooren eener II Mis en op Kerstdag is men slechts m-
7 , .?ene 1X1,8 te hooren, ofschoon alle brave menschen er clne bijwonen.
Kan de kerkelijke Overheid ook feestdagen afschaffen ol de plechtigheid daarvan verschuiven? Zeer zeker; evenals zij de macht heelt om feesten in te stellen, zoo heeft zij ook de macht om die at te schallen ofte verschuiven.
Dat heeft do Kerk dan ook, wegens bijzondere omstandi-r. noden gedaan; daarom zijn de verplichte,ule feestdagen ook verschillend voor de verscheidene Diocesen. quot;
Zijn wij ook verplicht de afgezette feestdagen te vieren?
Neen,^ die verplichting bestaat niet meer; doch (e IJ. Keik lerlanfit, dat wij die feesten blijven vieren als voorheen.
§ 2. Over het tweede (ïeisou dki; Iveuk.
âEn dan ook Mis hooren met yoede vut meren'quot;.
Wat gehiedt het tweede gebod der Kerk?
Het gebiedt op alle Zondagen en geboden
feesten de H. Mis, gelijk het behoort, bij te wonen.
Waai om is dat gebod gegeven ?
Omdat de H. offerande der Mis de heiligste en beste .Gods-vereering is, welke wijdenAUer-hoogsle op die dagen kunnen aanbieden.
10-2
Wie zijn verplicht op tie Zondagen eu geboden feestdagen Mis te hooiend
Alle o-elovigen, die tot de jaren van verstand gekomen, daarvan door ziekte ot andere wettige reden niet verschoond zijn.
Ten tijde der Apostelen bestond .1 â. yondai's do 11. Mis te hooren. (/ie bcl.ustei 11 Lrf ). \ Heen ziekte of eene andere reden, welke het bijwonen der H. Mis onmogelijk maakt, kan van d.cn plicht ontheften.
Wie zondigt tegen dit gebod!
Allen, die op de verplichtende dagen vrij willio- en zonder icdtirje reden, de H. Mis geheel ^of een merkelijk deel daarvan verzunnen, maken zich aan doodzonde plichtig; zij die een gering deel verzuimen begaan dagehjksche zon-
JToe behoort men de H. Mis bij te wonen? Met eerbied, aandacht en godsvrucht. Wie hoort de H. Mis zonder godsvrucht? Die met anderen spreekt, lacht, rondziet or eene onbetamelijke houding aanneemt.
Wanneer die oneerbiedigheid langen tijd duurt, en vooral
âi r â '«quot;uquot;men .......
doodzonde plichtig maken.
Wie hoort de H. Mis zonder aandacht'. Die zijn geest vrijwillig met allerlei vreemde o-edachten bezig houdt.
_ Wanneer ook dat lang duurt en men hoegenaamd nietop-Ipr on de H handeling, welke aan het altaar geschiedt, stelt men zkdi in gevaar geen goede Mis te hooren Wy zeggen dat 'iulks vrijwillig moot geschieden; want, a s^ men verstrooidheden tracht te verwerpen, dan hoort men de
ET Mis goed.
Wie hoort de H. Mis zonder godsvrucht Die zijn hart niet eenigszins tot God verheft.
Besluit- Zorg altoos bij tijds in de 11. Mis tegenwoordig te ziin⢠stel u dan voor, dat do ofterando van denCalvane berg op onbloedige wijze zal vernieuwd worden; aanbi
- 1U3 â
:;rLvr!-r t ,la.tzeifde ^ueuo ^
5?. amp;5t i; amp; « *
§ 3. OVEU HET DERDE (JEIiOD DER KEKK.
âOeen geboden vastendagen zult gij breken:â¢
Wat gebiedt het .T gebod der Kerk'? Het gebiedt lt;!e geboden vaste,.- en oâU,ondingâdagen te onderliouden.
at is volkomen vasten}
^S0,nen- VaSten is 10 zich ophouden van verboden spyzen en 90 s]echts éélimaal
een vollen maaltijd gebruiken.
brS^groorioof'o^Tr1 T het' fl001quot; een a,gemeen g-
{ccllatie) te jiemen. ^ n0g e0ne kleiquot;0 verstcrlcfng
Wie is verplicht zoo geheel te vasten?
leder ehristen, die zijn 2Je jaar bereikt hoeft aarvan door ziekte, zwaren arbeid of andere redenen niet ontslagen is.
1° ziT'cl'ip ' dat'ne.t tot den vollen vasten verplicht ?ijn â¢
L'LfvZ/S'oVr TAri; 20 ziekei'
te schaden ; 3» zij d e =ezo,ldl'eid merkelijk
die gedispenseerd zijn ^'id'teu; 4« zij,
va£n!quot;SlllriVâ0ldde0e,lde r1en Leeftofom âlotte hej(i acipie^e men den geneesheer en de kerkelijke over-
vasten?^^6 111011 verPlicht a^us te
Op alle, door de H. Kerk, voorbeschreven mfT\ namel/'k : de veertigdaajsche vasten de ^^erdage. en zekere tigdie-dagen
104
wit ftan moet men A rijdags vaston.
Wat verslaat men door eenvoudige onthour
^ meâ ^^ te vasten, maar «el rich onthouden van vlees,d.
Pil V6t.
t) nrl ^ door bijzondere dispensatie,
In bet Diocees ^rmund S; door eenVr.i
de Vrijdag alleen ontlioud.ngs-dag. Als ive
daquot; valt, mag mon vleesch eten. 1TP., ; p dat eiëron,
Over het gebruik van eieren . terboden zijn op deze
als zij eene spijs op zicl' ^ quatertemperdagen in de
7 da'reu : Asch-Woensdag, de 'l ^ .2° zii, die tat
»a. s WW. -p, in'.!,.; (i.ij â¢Â«.
verplicht T, WJ-J» I...... 3» gt;»â -
middagmaal) op alle \ erp t Verplie.bt zijn, mogen
izzz -' ââ¢
quot;wte is verplicht tot ontkoiidinff van vleesch
en andere verboden si11!'-quot;1'' verstand
leder christen, d.e,
gekomen, daarvan door wettige leae
''lie ma?, op ,ev.rPliMe,uk^n. vleesch
of andere ^ verstand geko-
10 Die met tot de jaren
men zi-in' Q o-pwiohti^e reden, daarvan
90 die, om eene gewicm^e
â¢â¢ 1 vr wptvpns zware ziekte,
3snenseer,rziin, gelijk de milihm-en
voor zich speciale dispensatie verkregen h bton
ï T t'ipli.
lirnik van vleescli Langen uj
men den Pastoor ot ^60 ^ . en oilthoU-
Waarom heelt de Kok vasten
dings-dagen voorgeschreven.
- 105
1° Omdat de beoefening van zulke versterving
aan God welgevallig en 2° xoor ons zeer lieif-zaain is.
li^aaron. zeggen Avij ; dat dit God welgeval-
Omdat God zelf dikwijls het vasten bevolen en daaraan vele gunsten geschonken beeft.
^ Dewijl Christus zelf en de Heiligen ons (laaivan bet voorbeeld gegeven hebben
3° Omdat door bet vasten onze zinnelijke lusten, ter liefde Gods, bedwongen worden.
Hei iiiiK ! en wij ons liel voorbeeld Vein: Mozes David Sr'il wt tle vnquot; Nini- (SeLustér I ifj
Welk voordeel trekken wij zeiven uit hel vasten ?
1° Wij bedwingen onze kwade driften wij verzoenen Gods gramschap en yo voldoen voor onze zonden.
De menach die vast of andere verstervingen beoefent zal beter z.jne zinnelijkheid beheerschen en .Tiet zoo Su h! zon e va en, hy geeft aan God, door die verstervino- en Vi inedering, voldoening voor de Hem aangedane beleediquot;in ,r en kan zoo ook voldoen voor do verdiende tijdelijke straffe,
Wat beteekenen de woorden van Christus-wat den mond ingaat, verontreinigt de ziel nieti Die woorden beteekenen: dat stoffelijke spijs o// zich zelve beschouwd, de ziel niet bezoedelt ⢠maar xoel de ongehoorzaamheid, gelijk blijkt uit net voorbeeld der eerste menschen.
Besluit : RcIum, liet u tot plicht en tot eer hot ...........
ov;.ï::ï^ quot;it menschelyk doe iiw plicht tn lTle^f
106 â
g 4. Over het vierde en vijfde oebod dek kerk. âGij zult ten minste ééns 'sjaars, den Priester uwe b.crht
Styi'sJcGli ⢠''
âEu nultijen omtrent Taschen, het Lichaam des II eer en.
Het vierde gebod der Kerk gebiedt ten minste ééns i;i het jaar te biechten; want de II. Kerk verlangt, dat men zulks
meermalen doe in het jjuir.
Die verplichting begint zoodra men tot de jaren van
verstand gekomen ia. â n j
Aan die verplichting kan men alleen voldoen door ome
geldige en goede biecht.
Wat gebiedt het 5e gebod der Kerk l Ten minste ééns in het jaar, te coinmuni-ceeren en wel, gedurende den Paaschtijd.
Die tijd is in 't algemeen bepaald van Palmzondag tot
Beloken-Faschen. , , , , ,
Ook hier wordt weer gezegd; ten minste eens, omdat de H Kerk verlangt dat wij dikwijls commumceeren, vooral op do feestdagen. De H. Franciscus van Sales zegt: dat hg die godvruchtig wil leven, ten minste alle maanden tot de UH. Sacramenten naderen moet. ..
De Paasch-comnumie moet men in zijn parochiekerk
vangen.
Wanneer begint die verplichting?
Als men de le H. Comnuniie gedaan heelt, of ook in bijzondere gevallen, zoodra men een passend onderscheid Aveet te maken tusschen het aardsche brood en het brood der Engelen.
Aan dit gebod kan men alleen voldoen door een waardige Communie.
Wat zon hij doen moeten, die eene onwaardige
Paasch-Gommunie gedaan heeft?
Hij moet, zoo haast het kan geschieden, eene goede biecht spreken en door eene waardige Communie aan het gebod der Kerk voldoen.
Besluit' Maak het voornomen dikwijls tot do II.H. Sacra-menten to naderen; bet is een der krachtigste middelen om Wf te loven en zalig te sterven. De eerste christenen naderden bijna eiken dag tot de 11 Communie.
VIERDE HOOFDSTUK.
Over de Sacramenten.
E E N-E N-D E li ï ] G S T E L E S.
§ 1 Over de genade.
Kunnen wij, uit eigen krachten gelooven en
geboden onderhouden en daardoor salie/ worden l J
Neen, dat kunnen wij niet uit eigen krachten daartoe hebben wij Gods genade noodig.
Die waarheid wordt ons herhaaldelijk in de li .Schrift «re-zegto- a; Clirislus zelf: Zonder Mij kunt
Hoeveelerlei is de genade?
De genade is tweederlei: te dadelijke genade
'o «fnade van Histand) en de heiligrnakende genade. y
Waarin bestaat de dadelijke genade?
De dadelijke genade bestaat hierin : dat God op bovennatuurlijke wijze ons verstand verlicht en ons hart beweer/t om het goede te doen en net kwade te vermijden.
Zij wordt ook voorbijgaande genade genoemd, omdat zij niet in de ziel voortdurend blijft, maar ons bij herhaling gegeven wordt. Het zijn
v. heilige en goede inspraken, eene bovennatuurlijke hulp, welke de ziel ontvangt in het oogenblik der bekoring enz.
Is de bijstand der dadelijke genade noodza-keluk ?
de
â lOs â
Ja, die bijstand is zóó noodzakelijk, dat wij zonder 1 ia;ir niets vermogen tei' zaligheid.
De H. Paulus schrijft aldus aai\ de Pliilippensen: Qod is het, die iu ons, zoowel het willen als het volbrengen bewerkt.
De zaligheid is een bovennatuurlijk goed, dat wij alléén door bovennatuurlijke middelen (gelijk de genade) bereiken kunnen.
Verleent God aan alle menschen die genade
van bijstand ?
Ja, God geeft aan alle mensehen, voldoende
genade om zalig te kunnen worden.
0 Zóó schrijft de H. Paulus aan zijn leerling Timotheüs:
God wil dal alle menschen zalig worden en tot de kennis dei-
waarheid komen.quot;
Derhalve geeft God ook aan aZ/e» het daartoe noodzakelijke
middel; zijne genade.
Geeft God ook aan de zondaars en ongeloo-vio-en voldoende genade om zalig te woiden?
quot;zeer zeker; als zij van linnnen kant doen \vat zij vermogen om aan die genaden te beantwoorden, dan kunnen zij zalig worden.
Wat moet de mensch, van zijnen kant doen om door de genade zalig te quot;woiden?
Hij mag aan de genade niet weerstaan, maar getrouw met haar medewerken.
Meu weerstaat aan de genade als men b v. de heilige inspraken tegenwerkt, niet luistert naar de vermaningen van ouders of van den biechtvader, als men misbruik maakt van de genademiddelen, zooals de H II. Sacramenten. Denk hier
aan het voorbeeld van Judas.
Wanneer wij echter getrouw met de genade medewerken ,.n een .'oed en veelvuldig gebruik maken van het gebed en de H H Sacramenten, dan kunnen wij hopen, dat Gods goedheid ons niet alleen voldoende, maar ook overvloedige genaden zal schenken ter zaligheid.
Wat is de heilic)makende genade?
Zij is eene bovennatuurlijke en onverdiende gave, door God ons ingestort, waardoor wij van zondaars, reck i vaar dig en, hinderen Gods en erfgenamen des hemels wonimi.
â 100 â
Wij noemen do lioiliginakende genade 1° eene bovennatuurlijke gave, omdat zij den mensch vei heft boven zijn natinii lijken staat en aan zijne natuur niet eigen is.
2° Zij is eene onverdiende gave, deAvijl wij ze, door onze eigen, natuurlijke krachten niot verdienen kunnen. Wij liebben haar te danken aan Gods barmhartigheid, door de verdiensten van Christus.
3° Die genade is een blijvend sieraad der ziel, dat in haar blijft (als zij die eens bezit), zóó lang, tot dat zij verloren gaat.
Waardoor gaat de heiligmakende genade verloren I
Door de doodzonde, al ware het maar éene.
. Doc!1' doodzonde verliest de menseh dat bovennatuurlijk sieraad der ziel, dat wij heiligmakende genade noemen equot; tevens ook de liefde en liet kindschap Gods en het recht op den hemel.
. ,)Iilkei1 wij vergelijking tussehen de dadelijke en de
Imhgniakende genade, dan vinden wij:
1° Dat heide bovennatuurlijke gaven zijn, welke wij alken a:iii Gods goedheid te danken hebben;
2° (lat beide noodzakelijk zijn ter zaligheid.
Zij verschillen vooral hierin:
Dat de dadelijke genade een bijstand, eene hulp is, welke God ons herhaaldelijk geeft en dus voorbijgaande is; de hedignakende genade is iets, wat in de ziel blijft; zij werd ons het eerst gegeven in het H. Doopsol en' als wij ze later verloren hebben, teruggeschonken in de Biecht.
2o De dadelijke genade wordt nimmer geheel verloren -want ook den zondaars wordt zij nog in voldoende mate gegeven ; de heiligmakende gaat verloren door de dood/.omle. quot;
Door welke middelen kunnen wij Gods genade verkrijgen en vermeerderen t
Door het gebed en de goede werken, maar vooral door de H.H. Sacramenten.
Door die middelen wordt de heiligmakende genade, dat schoone sieraad der ziel, in haar vermeerderd, zóó dat zij nog
â 110 â
meer welgevallig aan God wordt. Ook kunnen wij hopen, dat de Algoede, als wij die middelen trouw gebruiken, ous eeu overvloed van dadelijke genaden zal schenken.
7 2. Ovee de Sacramenten in het algemeen. Wat zijn Sacramenten?
Uitwendige teekenen, door Cliristus ingesteld, waardoor ons eene bijzondere genade aangeduid
en gegeven wordt.
Wat wordt derhalve gevorderd voor een
Sacrament ?
Drie zaken: 1° een zichtbaar of uitwendig teeken, 2° de instelling door Christus en 3quot; de mededèeling of de vermeerdering der genade.
Waarom heelt Christus tot mededeeling zijner genaden,
zichtbare teekenen ingesteld? _
lo Opdat wij menschen, bestaande uit ziel en lichaam, een zichtbaar onderpand zouden hebben van de onzichtbare ge-
quot;t om, door de deelneming aan dezelfde uiterlijke teekenen, te doen 'blijken van onze gemeenschap met do éene ware
' 3° Om door die teekenen, ons te doen verstaan wat inwendig in de ziel geschiedt b. v. door de ajwassc/dng in het Doopsel, de reiniging der ziel van alle zonden. .
Wij weten dat zeven Sacramenten zijn, niet meer 01 minder,
uit de onfeilbare leer der Kerk. , , i
De Sacramenten hebben alleen hunne kracht om de genade in de ziel te bewerken, door de instelling en de verdiensten
van Christus. . . i i
Daaruit voM, dat b. v. hot Doopsel, goed toegediend door
een mensch inquot; staat van doodzonde, geldig is en de genade voortbrengt.
Welke genaden geven de Sacramenten aan de ziel, als zij waardig ontvangen worden?
1° Zii qeven of vermeerderen de heilig makende o-enade; 2° zij geven ook nog bijzonder genaden, volgens den aard en de bestennning van ieder Sacrament.
Twee Sacramenten heeft Christus vooral ingesteld om ons de verlorene heiligmakende genade terug te schenken, namelijK
â Ill â
het Doopsel en de Bicclit. Do vijf overige heeft Hij vooral ingesteld om die genade te vermeerderen.
Die bijzondere genaden, welke ieder Sacrament geeft, volgens zijnen aard en bestemming, zijn dadelijke genaden b. v in hol Doopsel, de genade om christelijk te leven, in het Vormsel, de genade om het. Geloof standvastig te belijden.
Wordt de kracht der Sacramenten ook door iets belet?
Ja, door de onbekicaamhcid en de ome aar dif/heid dergenen, die ze ontvangen.
Door onbekwaamheid verstaan wij, dat iemand niet in â itoat is een Sacrament geldu/ te kunnen ontvangen b.v. die eens gedoopt is kan geen tweeden keer gedoopi worden; die niet gedoopt is, kan niet biechten enz. Zulk iemand zou niets ontvangen. Door onwaardigheid verstaan wij: dat iemand wel een Sacrament geldig kan ontvangen, maar, door zijne schuld, het op slechte en onwaardige wijze doet b.v. iemand, die vrijwillig eene doodzonde in de Biecht verzwijgt, die in staat van doodzonde communiceert.
Doet hij nok zonde, die vrijwillig een Sacrament ongeldig of onwaardig ontvangt?
Ja, hij doet eene groote zonde van heiligschennis.
Hoe worden die Sacramenten verdeeld']
In Sacramenten der dooden en der lerenden.
Het Doopsel en de liiecht worden Sacramenten der dooden genoemd, omdat zij vooral tot vergillenis der zonden zijn ingesteld en dus in staat van doodzonde mogen ontvangen worden.
Het Vormsel, het II. Sacrament des Altaars, het H. Oliesel, het Priesterschap en het Huwelijk zijn Sacramenten der levenden, omdat zij in staat van genade moeten ontvangen worden.
Omdat nog duidelijker te maken, moeten wij opmerken dat de ziel een tweevoudig leven heeft ; 1° het natuurlijk leven, dat dei' ziel eigen is, waardoor zij bestaat, denkt en handelt. 2° Het lor en natuurlijk leven, waardoor de ziel op
â 1VA â
bovennatuiniijke wijze met God verbondon is en vóór Hem leeft.
Dat leveu nu bestaat in het bezit der heiligmakende genade. quot;Wij kunnen dus zeggen dat de Sacramenten der dooden vooral zijn ingesteld om aan de zielen dis geestelijker wijzo dood zijn voor God, het leven der genade terug te geven. De Sacramenten der lei-enden daarentegen zijn vooral ingesteld, om in de zielen die geestelijker wijze leven, door het bezit der heiligmakende genade, dat leven te vermeerderen.
Wij hebben gezien, dat de Sacramenten der dooden in staat van doodzonde kunnen of moyen ontvangen worden. Zóó kan het gebeuren, dat iemand te biechten gaat, alleen met dayelijksche zonden op zijn geweten In dat geval ontvangt hij de vermeerdering der heiligmakende genade.
Wanneer is de ziel in staat van genade ? Als zij zuiver is van doodzonde.
Daaruit volgt, dat iemand, die geen doodzonde op zijn quot;â eweten heeft, maar wel een groot aantal daijelijksclie zonden, nog immer in staat van genade is. Gelijk wij later zien zullen, is het echter zeer nadeelig en ook gevaarlijk, als men zich dikwijls en vrijwillig aan dagelijksche zonden plichtig maakt.
Welke Sacramenten mag men maar ééns in zijn leven ontvangen ?
Het Doopsel, het Vormsel en het Priesterschap omdat deze Sacramenten een onuitwisbaar geestelijk merkteeken in de ziel prenten.
Door het Doopsel worden wij kinderen Gods en ledematen der Kerk; door het Vormsel strijders voor Jezus-Christus; door het Priesterschap wordt hij, die het ontvangt hcdienaar der Kerk en uitdeeler der Sacramenten. Die teekenen blijven in eeuwigheid in de ziel tot grootere glorie voor de zaligen en tot grootere schande voor de verdoemden.
Bij de Sacramenten moeten wij nog onderscheiden de stof, de vorm en de plechlif/lteden.
Door de stof verstaan wij vooral de zank waarmede het Sacrament toegediend wordt b.v. de afwassching met water in het Doopsel.
D e vorm zijn de woorden, welke de bedienaar uitspreekt.
Do plechtigheden of ceremoniën, zijn de gebeden, inzegeningen enz. die tot de geldigheid van het Sacrament niet nood-
â 113 â
znkolijk zijn. Deze zijn door de II. Kerk aan de Sacramenten
tof gevoegd.
Waartoe dienen de Germoniën, hij de toediening dor Sacramenten in gebruik?
Om de Sacramenten met meer eerbied toe te dienen en ons de kracht daarvan duidelijker voor oogen te stellen.
Besluit; Dank G-od vurig voor zijne goedheid ons bewezen door de instelling der Sacramenten. Ontvang ze dikwijls op waardige wijze, dan zult gij daarin eene overvloedige bron van genade vinden.
T W EE EN DERTIGSTE L E S.
Over het Doopsel.
Het eerste en het noodzakelijkste van alle Sacramenten is het Doopsel.
Het Doopsel is werkelijk een Sacrament dewijl het alles bezit wat tot een Sacrament voreischt wordt; het wlxoendifi teeken, de instelling van Christus en de medcdeeling der genade.
Over het zichtbare teeken en do mededeeling d t genade zal aanstonds gesproken worden.
Wanneer heeft Christus het Doopsel ingesteld?
Het juiste tijdstip dier instelling kan niet met volkomen zekerheid, bepaald worden : men meent dat dit geschied is, toen Christus in de Jordaan gedoopt werd.
Later gaf Hij den Apostelen den uitdrukke lijken last dit Sacrament toe te dienen, toen Hij sprak; gaat en leert alle volkeren; hen dooiende in den- naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes'.
Het Doopsel wordt het eerste Sacrament ge-
â 114 â
noemd, omdat men voor het Doopsel geen ander Sacrament geldig kan ontvangen.
Het is liet noodzakelijkste Sacrament, omdat men, zonder het Doopsel, niet kan zalig worden.
Waarom kan men, zonder het Doopsel, niet zalig worden?
10 Omdat de mensch besmet is met de erfzonde welke door het Doopsel moet vergeven worden.
2° Omdat de goddelijke Heiland znlks duidelijk verklaard heeft: tenzij iemand, door hel water en den H. Geest, herhoren worde, kan hij het rijk der hemelen niet int/aan.quot;
Wat is het Doopsel'?
Een Sacrament, waarin, door de uitwendige atwassching en aanroeping van de H. Drievuldigheid, de mensch gezuiverd wordt van al zijne zonden en schulden.
Welke genaden verkrijgen wij door het Doopsel ?
1° De vergiffenis der erfzonde en van alle, vóór het Doopsel, bedreven zonden; 2° kwijtschelding van alle straffen, welke wij door de zonden verdiend hadden ; 3° bijzondere genaden om christelijk te leven.
Daaruit volgt, dat. door liet Doopsel niet alleen a//e zonden, maar ook alle verdiende strafFen vergeven worden en hij, die onmiddellijk na het Doopsel sterft, recht naar den hemel gaat.
Die bijzondere genaden, om christelijk te leven, ziju dadelijke genaden.
Door loien moet het Doopsel toegediend worden ?
Door den Priester, doch in tijd van nood mag en moet een ieder doopen. De Priester is van dit, evenals van de andere Sacramenten, de cjeicone bedienaar; doch als iemand misschien
â 115 â
zonder Doopsel zou sterven, dan en moet
elkeen doopen. Dat heelt Gliristus aldus gewild, omdat dit Sacrament zóó volstrekt noodzakelijk is ter zaligheid.
Is het Doopsel, door nict-kalholieken toegediend ook geldig \
Zeer zeker, mits zij 1° de afwassching doen en 2° de woorden uilgesproken gel\]h het behoort en 3° daarenboven de meenincj hehben te doen wat Christus heeft ingesteld ofquot; wat de Kerk doet.
Dewijl echter dikwijls een of meer dier voorwaarden ont-breken of althans twijfelachtig zijn, worden de Protestanten, die zich hekeeren, meestal onder conditie herdoopt.
Waarmede moet men doopen?
Met waarachtig en natuurlijk water.
Als men gewijd water bij de hand heeft, dan neemt men dat; zoo niet is elk water voor de geldige toediening van dit Sacrament voldoende.
Welke woorden moet men uitspreken hij het Doopsel'?
Men moet zeggen: Ik doop u, in den naam des Vaders en des Zoons en des II. Geestes.quot;
Van die woorden mag hoegenaamd niets weggelaten werden op gevaar af dat dit Sacramant ongeldig zou worden toegediend.
Hoe moet men doopen ?
Eén en dezelfde persoon moet liet water uitgieten op liet hoofd en tegelijk de woorden (even aangehaald) uitspreken.
Merk hier op: 1° (hvt als één persoon het water zou uitgieten on een andere de woorden spreken, het Doopsel ongeldig zijn zou,
2° l)o woorden moeten uitgesproken worden, terwijl men het water op het hoofd doet vloeien.
3° Het is niet voldoende dat het water over het Jwofdhoar vloeie; het hoofd zelf moet afgewasschen worden, of daar
â HG â
over moet het water vloeien. Indien dus iematid veel hooidhaai-beeft, is liet voorzichtig het voorhoofd af' te wassehen. Ook moet men zooveel water nemen, dat men zeggen kan, dat werkelijk eene afwassching geschied is.
Wat moet men doen, als men het water niet op het hoofd kan uitgieten?
Dan moet men het Doopsel toedienen op het voornaamste lichaamsdeel, dat men bereiken kan.
Zoo b.v. als iemand eene hoofdziekte heelt en dcor het uitgieten van het water deu dood zou veroorzaakt worden of iemand ligt met het hoofd onder de puinen van een omgestort huis en verlangt gedoopt te worden: dan dient men het Sacrament toe op den schouder, arm of been, zoo goed het kan. Als het later mogelijk is geworden het op het hoofd te doen, dan wordt het Doopsel opnieuw toegediend, met bijvoeging der woorden: Als gij niet gedoopt zijt, dan doop ik U in den naam, enz.
Als men twijfelt of iemand leeft, dan zegt men; Indien gij leeft, dun doop enz,
Wat heioven wij in het Doopsel ?
1° De katholieke leer vast te zullen gelooven en belijden; 2° Braaf en christelijk te zullen leven.
Die beloften worden, in onzen naam, afgelegd door peier en meier.
Personen, die gedoopt worden als zij tot de jaren van verstand gekomen zijn, moeten zeiven die beloften afleggen.
Welke is de plicht van peter en meter l
Zij moeten, zoo ver zij kunnen, zorgen dat hun petekind in de katholieke leer onderwezen worde en zijne doopbeloften nakome, als de ouders daarvoor geen zorg dragen
Kan het Doopsel des waters ook vervangen worden f
Ja, door het Doopsel des hloeds en door het Doopsel der hegeerte.
Dat zijn twee middelen ter zaligheid, welke de goede God
â i 17 â
geschonken heelt van hen, die niet in do gelegenheid zijn het Doopsel des waters te ontvangen.
Wat is het 1 )oopsel van begeerte 1
Eene oprechte begeerte van gedoopt te worden, verbonden niet een vohnaakl berouw of eene volmaakte liefde tot God.
Zóó kan een ongedoopte zalig worden, die in stervensgevaar den wil heeft alles te doen, wat Grod van hom verlangt en tevens een volmaakt berouw of eene volmaakte liefde tot God heeft.
Wat is het Doopsel des bloeds ?
Het verduren van den marteldood, om Christus' wil.
Zoo zijn in de eerste eeuwen vele Kathechu-menen (die in de leering waren om christen te worden) den marteldood gestorven en zalig geworden.
Zijn het Doopsel der begeerte en des bloeds ook Sacramenten ?
Neen, maarzij bewerken de vergiffenis der zonden, als men niet in de gelegenheid is het Doopsel des waters te kunnen ontvangen.
D li J E-E N-ü E li TIGS T E L E S.
Over het Vormsel.
Wat is het Vormsel?
Een Sacrament, in hetwelk, degenen, die gedoopt zijn, door den H. Geest gestei'kt worden, om het Geloof standvastig te belijden.
Het Vormeel is een Sacrament, gelijk wij weten uit de onfeilbare leer der Kerk, omdat het alles wat tot een Sacrament vereischt wordt, bezit: i0 Het zichtbare teehen, namelijk do handoplegging en de zalving met. chrisma, onder hot nit-spreken der heilige worden:
2° Door dat toeken wordt aan de ziel den H. Geest met zijne genaden en garen medegedeeld. (Zie Schuster H 118 en 130;.
8
â 118 â
3° Do instelling door Christus.
Dat alios blijkt duidelijk uit de Schrift, de Overlevering en d.' voortdurende leer der Kerk.
Hoe wordt het Vormsel ioogediend?
De Bisschop d'onl het Vormsel toe, door handoplegging en zalving met chrisma, onder het uitspreken van heilige woorden.
De Bisschop is de gewone dienaar, doch de Paus kau ook een Priester machtigen om dit Sacrament toe te dienen.
Waaruit bestaat het chrisma, waarmede de Bisschop liet voorhoofd der vormelingen zalft?
Uit olijfolie, met balsem vermengd, en door den Bisschop op Willen Donderdag gewijd.
De olie duidt aan, dat de ziel gesterkt wordt in deu geestelijken strijd; de balsem duidt aau, dat de gevormde de genade ontvangt, om den goeden geur des Geloof's en der deugd rondom te verspreiden. Het kruisteeken herinnert den gevormde, dat hij zich nooit over Jezus' leer of kruis moet schamen.
Waartoe dient de lichte kaakslag, welken de Bisschop den vormelingen geeft?
Om ons te herinneren, dal wij moeten bereid zijn, voor Christus en het Geloof, alle vervolgii g te verduren.
Wanneer moeien de vormelingen in de kerk zijn?
Vóór dat de Bisschop zijne beide handen over de vormelingen uitstrekt.
Wanneer mogen zij de kerk verlaten?
Nadal door den Bisschop de laatste zegen gegeven is.
Is het Vormsel noodzakelijk ter zaligheid?
Het Vormsel is niet volstrekt noodzakelijk ter zaligheid; maar het is zonde hel niet te ontvangen uit nalatigheid of onverschilligheid.
Alzoo kau iemand, die dadelijk na hot Doopsel sterft of ook die niet in de gelegenheid is geweest het Vormsel to ontvangen, zalig worden.
- ll^ â
Wat wordt vereischt om liet Vormsel waardig te ontvangen ?
1° dat men gedoopt zij 2° behoorlijk onderwezen en 3° zuiver van doodzonde-
Dat volgt hieruit: 1° vóór liet Doopsel kan men geen Sacrament ontvangen ; 2° Men moet goed weten wat men ontvangt; 3° Het Vormsel is een Sacrament der levendon.
Hne dikwijls mag men gevormd worden?
Slechts ééns in het leven; omdat het Vormsel een onuitwischhaar merkteeken in de ziel prent.
Welke genaden wij door liet Vormsel?
1quot; De vermeerdering der heiligmakende genade en 2° bijzondere genaden om het Geloot standvastig te belijden.
De ziel, die reeds in staat van genade is, ontvangt de vermeerdering der heiligmakende genade, alsmede de gaven dra H Geestes. De bijzondere genaden van bijstand, welke hft Vormsel mededeelt, zijn vooral die, om het Geloof moedig en standvastig te belijden.
Waarom geeft men ons in het Doopsel en in het Vormsel namen van Heiligen?
Opdat wij de deugden der Heiligen zouden navolgen en door hunne voorspraak geholpen worden.
Besluit: Schaam u nooit over uw Geloof, belijd het ook openlijk, waar het noodig is, vereer ook getrouw uwen H. Patroon en tracht zijne deugden na te volgen.
V I K K-E N-D E li T 1 G S T E L E S.
Over het H. Sacrament des Altaars.
§ 1. Over de instelling kn de teuenwookdigukid van Cuuistus in iikt li. Sacrament
Zijn wij aan alle Sacramenten een hoogen eerbied verschuldigd, omdat zij bronnen zijn van genaden; grooter nog moot onze hoogachting zijn voor het Allerheiligste^ Sacrament des Altaars, omdat Christus zelf met zijne Godheid en Menschheid daar tegenivoordiri is.
â 120 â
Daarom ook wordt dit Sacrament genoemd : het heiligste en waardigste van alle Sacramenten
Wat is het H. Sacrament des Altaars?
Een Sacrament, in hetwelk, onder de gedaanten van brood en wijn, Christus zelt tegenwoordig is.
Het wordt genoemd het H. Sacrament des Altaars, omdat het op liet altaar voltrokken en in het tabernakel bewaai 1 wordt, IL't is een waar Sacrament omdat wij daarin vinden: 1° Hot zichtbare teekeu, namelijk de gedaanten van brood cu wijn; 2° Het deelt ons de genade, ja Christus zeiven, den gever der genaden, mede; 3° De instelling door Christiu zeiven.
Wanneer heeft Christus dit H. Sacrament ingesteld ?
Op den vooravond van zijn lijden, in het laatste avondmaal
Hoe heett Christus dat Sacrament ingesteld?
Doordien Hij zelf, over het brood en den wijn, de woorden der Consecratie uitsprak: dit is mijn lichaamâdit is mijn bloed; daarbij voegende; doet dit ter mijner gedachtenis. (Schuster II. 80).
Waaruit weten wij dat Christus wezenlijk in dit H. Sacrament tegenwoordig is?
1° Uit de belofte der instelling; Christus had duidelijk en herhaaldelijk beloofd, zijn vleesch en bloed tot spijs en drank te zullen geven. (zie Schuster II 51). Die belofte heeft Hij zeer zeker volbracht.
2° Dewijl Hij in het laatste avondmaal uitdrukkelijk verklaarde, dat hetgeen THj in de handen had, werkelijk zijn lichaam en zijn bloed was; dit is mijn lichaam â dit mijn bloed.
In dat oogenblik dus, veranderde (door Jezus; almacht) bet brood en de wijn in zijn H. Lichaam en Bloed.
â 121 â
Diezelfde macht gaf Hij toen ook aan de Apostelen, om te doen namelijk hetgeen hij gedaan had; doet dit ter mijner gedachtenis.
3quot; Dewijl de Apostelen, met de duidelijkste woorden, de leer der tegenwoordigheid van Christus verkondigd hebben.
40 Dat leert ons ook de voortdurende en onfeilbare leer der Kerk.
De macht, door Christus don Apostelen geschonken, is overgegaan op de Bisschoppen en Priesters. Dezen oefenen die macht nit in do JEL Mis, wanneer zij, als Christus' plaatsbekleeders de woorden der Consecratie uitspreken.
Wat geschiedt dus bij de Consecratie?
Door de Consecratie wordt het brood en de wijn veranderd in het li. Lichaam en Bloed van Christus, zóó dat geen werkelijk brood en wijn, maar slechts de gedaante of de schijn daarvan overblijft.
Wat verstaat men door sclvjn of gedaante}
Daardoor verslaat men alles, wat men uder-iïjk ziet, ruikt, smaak! of gevoelt.
Wij kunnen dit geheim niet bei/rijpen-, wij moeten ons bekrompen verstand onderwerpen aan het onfeilbaar woord van God. Om ons echter eenig denkbeeld te geven wat eigenlijk eene gedaante of schijn is, kunnen wij ons, bij wijze van voorbeeld herinneren, dat men in een spiegel geen werkelijk aangezicht, maar den schijn daarvan ziet : zoo in het wdtei, de gedaante van boomen en huizen
Hoe is Christus in het H. Sacrament tegenwoordig'?
Christus is tegenwoordig, onder de gedaanten van brood en wijn, met zijne Godheid en Mensch-lieid, met zijne ziel en, zijn Lichaam, gelijk Hij nu onsterfelijk en verheerlijkt in den hemel is.
Is onder elke der beide gedaanten Christus geheel tegenwoordig?
Ja, Christus is geheel tegenwoordig onder de
â 122 -
gedaante van brood en ook r/eheel tegonwoor-dig onder de gedaante van wijn, gelijk Hij ook geheel en onverdeeld in den hemel is
In het laatste avondmaal, kon liet Bloed van Christus nog geseheiden worden van zijn H. Lichaam; nn echter Christus ontijdelijk en verheerlijkt in den hemel is, kan die scheiding niet meer geschieden; zóó dat waar zijn H. Lichaam is, daar is ook zijn Bloed (en omgekeerd), vereenigd mot den goddclijken Persoon
Als de H. Hostie gebroken wordt, wordt het lichaam van Christus dan ook verdeeldi
Neen, alleen de gedaante van brood wordt dan verdeeld.
Onder welk gedeelte is Christus dan tegenwoordig?
Onder elk gedeelte is Christus geheel tegenwoordig.
Hoelang blijft Christus in het H. Sacrament tegenwoordig?
Zoolang de gedaanten van brood en wijn bestaan blijven.
Daaruit volgt: i0 zoolang de H. Hosties in hot tabernakel bewaard worden, moeien wij Christus, daar tegenwoordig, aanbidden; 2° Dat nog, eenigen lijd na de H. Communie, Christus in ons hart werkelijk tegenwoordig is. Daarom moet meu eenigen tijd in aanbidding en dankzegging doorbrengen.
Welke eer zijn wij aan het H. Sacrament verschuldigd \
Dezelfde eer, welke wij aan Christus moeten bewijzen, te weten, de goddelijke eer en aanbidding.
In andere woorden; wij aanbidden Christus zclvcn, dio in dit H. Sacrament wezenlijk tegenwoordig is. Daarom knielen wij godvruchtig, als wij de kerk binnen komen of die verlaten, als het H. Sacrament in processie ot' naar de â zieken gedragen wordt.
Tot welk einde heell Christus liet II. Sacrament ingesteld ?
1° Tot gedachtenis van zijne liefde en zijn lijden. 2° Tot eene waarachtige spijze onzer zielen. 3° Tot eene voortdurende oflerande van het Nienwe Verbond.
Dat Christus iihijil lgt;ij di\g cd bij nacht in alle katholieke kerken in ons midden wil blijven, is zeker het grootste bewijs zijner oneindige Liefde.
De instelling van dit Sacrament goschi-dde op het oogen-blik, toen Christus zijn H. lijden zou gaan beginnen, het is dus eene voortdurende gedachtenis van zijn lijden.
â 2° Hot is eeue waarachtige spijs, een geestelijk voedsel onzer ziel. in de H. Communie.
3o En eimlelijk de offerande van het Nieuwe Verbond in de H. Mis.
Besluit: Zijt den goddelijken Heiland dankbaar voor zijne oneindige liefde, ons in dit Sacrament betoond; gaat Hem dikwijls daar bezoeken en aanbidden; Hij roept u zoo liefdevol tot zich; Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijl en Jh zal n verkwikken.quot;
§ 2. Ovi;i{ de H. Communie.
Wat ontvangt gij in de H. Goninntnie?
Met waarachtig Lichaam en Bloed van Christus, vereenigd met den goddelijken Persoon.
Wat wordt vereischt om waardig te coinmu-niceeren t
1° Dat men vastelijk geloove, dat Christus in het H. Sacrament tegenwoordig is;
2° dat men zuiver zij, ten minste van doodzonde ;
3° dat men nuchter zij, van 's nachts 12 uren.
1° Zonder het Geloof kunnen wij Gode niet behagen, derhalve ook niet waardig dit Sacrament ontvangen.
2° Men moet zuiver zijn ten minste van doodzonde, omdat men een Sacrament der levenden, ja Christus zeiven in zijn liart ontvangt. Wij zeggen, dat men zuiver moet zijn ten
mmste van doodzonde. Hoe nicer men echter ook zijne ziel van dagdijksche zonden zuivert, des te meer genaden zal men in de H. Communie ontvangen.
8° Men moet, uit eerbied voor dit li. Sacrament, nuchter zijn, dat is: men mag niets, bij wijze van spijs ot drank, genomen hebben, van af 'snachts 12 uren.
De geringste spijs of drank, welke men genomen heeft helet het naderen tot de H. Communie, ook zelfs dan als dat onvrijwillig gebeurd is.
Alleen als men gevaarlijk is, mag men, zonder nuchter te zijn, coninmniceeren. Hot oordeel daarover late incn aau den biechtvader over.
Ontvangt ook hij Chrislus, die in staat van doodzonde connnuniceert ?
Ja, maar tot zijne eigene verdoemenis, dewijl hij eene groote zonde van heiligschennis doet.
Daarom zegt de TT Apostel Paulus: âdat de mensch zich dan beproeve, alvorens hij van dit brood eet of van dezen kelk drinkt; hij die het onwaardig doet, eet en drinkt zijn eigen oordeel.quot; De heiligschendende Communie is zeker de grootste en vreeselijkste onteering welke de mensch den goddelijken Heiland kan aandoen. Daarom ook beeft trod dikwijls, op zichtbare wijze, de heiligschenners gestraft.
Wat moet men 'lan doen, als men in staat van doodzonde is?
Men moet, alvorens te communiceeren, eeno goede biecht spreken.
Wanneer moet men de H. Communie ontvangen?
1° Als men in gevaar is van sterven ; 2° volgens het gebod der 11. Kerk, ten minste ééns in liet jaar; doch brave christenen doen zulks meermalen in het jaar, vooral op hooge feestdagen.
1° Men moet de H. Communie ontvangen als men gevaarlijk ziek is, om zich zóó te sterken voor den laatsten strijd en tot (ie eeuwigheid voor te bereiden. 5Ien moet dat tijdig doen en niet het grootse gevaar afwachten; dan zalmen dat met betere gesteltenis doen en ook meer genaden verkregen.
â 125 â
Zoadra men de le 11 Communie gedaan heeft, is men streng verplicht zijnen Paschen te linuHen. Wil men echter beantwoorden aan .ïezus oneindige liefde en aan liet vei-landen der Kerk en voor zich zeiven vele genaden verkrijgen, dan moet men dikwijls en godvruchtig comraunieeeren
Moet uien dit Sacrament onder beide gedaanten ontvangenl
Neen, onder ééne gedaante is voldoende, omdat men, onder die ééne gedaante, Christus (jeheel ontvangt.
Alleen de Priester, onder de H. Mis, communiceert onder de twee gedaanten, omdat, hij de H. Mis moet opdragen ouder de beidé gedaanten, gelijk Christus die heeft ingesteld.
Welke genaden schenkt ons eene waardige Communie?
1° Zij vereenigt ons innig met Christus en vermeerdert de heiligmakende genade; 2° zij zuivert ons van de dagehiksche zonde, 3° zij geeft ons vele bijzondere genaden, om de deugd te beoefenen en ons van zonden te bewaren
Hoe moet men zich nader tot de H- Communie voorbereiden?
Door ingetogenheid en vurig gebed.
Alle gebeden zijn goed; doch bijzonder geschikt zijn de voorbereidings-gebeden, welke men in zijn kerkboek vindt. Wanneer het bijna tijd is om te communiceeren, dan is het iroed dat men voor zich zeiven bidde en zich in zijn hart opwekke tot levend geloof en aanbidding, tot nederigheid en berouw tot liefde en rurig rerlangen..
Nu de H. Communie, moet men ten minste een kwartier-uurs in gebed en dankzegging doorbrengen. Eerst traehte men, zoogoed mogelijk. Christus in ons hart tegemvoordig, te aanbidden, mot de Engelen, die ons omringen; Hem van quot;anscher harte te bedanken, ons aan Hem toe te wijden en 'met kinderlijk vertrouwen alle genaden te vragen. Dan neemt men zijn kerkboek eu bidt de geboden na de H. Communie.
Eenige oogenblikken vóór de H. Communie kan men onlt;gt;eveer aldus bidden: Mijn Jezus, ik geloof vastelijk dat Gif hier tegenwoordig zijt, ik aanbid U, in het 11, Sacrament tegenwoordig, met de Kngelen, die TJw Altaar omringen j
â 126 â
ik ben een arme zondaar eu onwaardig U te ontvangen. Maar, lieve Jezus, ik verfoei thans van ganscher harte al mijne zonden, ik bemin XJ uit al de krachten mijner ziel en verlang vurig U te ontvangen in de H. Communie. Kom, Heer Jezus, mijn hart is bereid!quot;
Dadelijk na de H. Communie bidde men in dezer voeo-e ; âMijn Jezus, ik aanbid XT in mijn hart tegenwoordig; van waar komt mij het geluk dat Gij, o mijn God, U gewaar-digt in mijn hart te komen rusten ? Hoe zal ik ü Uwe liefde vergelden? Ik dank U. lieve Jezus, van ganscher harte ; ik offer U op mijne ziel en mijn lichaam, alles wat ik ben en bezit. Ik bemin U uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten; vermeerder die liefde in mijn hart! Lieve Jezus, zegen mij en schenk mij de genade om TJ voortaan getrouwer te dienen; wees Gij geheel aan mij en ik geheel aan TJ, voor dit teven en voor de eeuwigheid!
Besluit: Overweeg dikwijls het onbeschrijfelijk geluk, dat onze ziel geniet in de H. Communie en de menigvuldige genaden, welke wij daarin ontvangen Nader dikwijls met een rein hart en vurige godsvrucht tot do H. Tafel, dan zult gij daarin vinden oen rijke bron van zegeningen en genaden eu het onderpand des eeuwigen levens.
VU F-E N-D E 11 T I G S T E L E S.
Over de H. Mis.
Wat wordt verstaan door een offer}
Door een offer wordt meestal verstaan, eene zichtbare gave, welke aan God gebracht wordt, om Hem als don Oppersten Heer te erkennen en te aanbidden.
Van den beginne af', hebben de menschen Gode offers aangeboden, het waren vooral dieren en vruchten der aarde. (Zie Bijb. Gesch. I 6, 13, öö, 78.)
(roil zelt iiad, in het Oude Verbond, die offers voorge-s reven en bepaald, hoe zij opgedragen moesten worden.
Wat wordt verstaan door Sacrificie of offer-avde %
De opoffering zelve aan God door vernieii-cjuuj of verandering van hof geofferde.
â 127 â
Zoo werden, in hot Oude Verbond, do vruchten of wrook verbrand, de dieren ijeüacht en ook soms gedeeltelijk verbrand; dat was toen de offerande aan God aangeboden. Uat geschiedde door de wettige bedienaars, de 1 riesters en levieten.
Moesten de offeranden des Ouden Verbomls
altijd bestaan blijven?
Neen, zij moesten (gelijk de Profeten voorspeld hadden) ophouden, bij de instelling van het Sacrificie der Nieuwe Wet. Hiervan Vv ai en zij slechts de voorafbeeldingen.
quot; Welk is het offer der nieuwe Wet?
liet offer der Nieuwe Wet is Christus zelf die zich aan den Hemelschen Vader, door zijnen dood op het kruis heeft opgeofferd en nog dagelijks blijft opofferen in het H. Sacrificie der
Mis.
Moest dan niet, met de bloedige offerande aan het kruis, het sacrificie des Nieuwen Verbomls een einde nemen. ^
Keen, Christus heeft gewild, dat de offerande des kruises, dadelijks op onbloedige wijze, in de H, Mis, zou vernieuwd worden: 1° om ons zijnen dood te herinneren en 2° om aan deszelfs vruchten deelachtig te maken.
Wat is dan de H. Mis?
De H. Mis is de offerande van het Nieuwe Verbond, waarin het H. Lichaam en Bloed van Christus aan God den Vader wordt opgeofferd.
Door de Profeten (vooral door Daniël en Malechias) was voorspeld, dat bij de komst des Verlossers, de otleranden des Ouden Verbonds, zouden ophouden en een nieuwe, vlek-kelooze offerande over do gansche wereld, zou opgedragen worden.
Is het Sacrificie der Mis hef zelfde als het
Sacrificie van het kruis?
Ja het is een en dezelfde offerande, want Christus is in beiden nfler en offeraar.
Is de wijze van opofferen ook in beide dezelfde l
â 128 â
Neen, aan hot kruis heeft Christus zich op zichtbare en bloedige wijze opgeofferd; doch in de IJ. Mis, doet Hij dat op onzichtbare en onbloedige wijze, onder de gedaanten \an brood en wijn.
Is het dan de Priester niet, die de H. Mis opdraagtt
Ja zeker, maar hij doet het als dienaar en plaatsbekleeder van Christus.
Wanneer heelt Christus de H. Mis ingesteld?
In het laatste avondmaal, toen Hij de^poste-len tot Priesters des Nieuwen Verhonds aanstelde en hun de macht gaf die H. Offerande op te dragen.
Duidelijk leert ons de H. Schrift, de Overleveringen de leer der Kerk, dat ten allen tijde, van de Apostelenquot; af, de H. Mis is opgedragen.
Aan wien wordt de H. Mis opgedragen?
Aan God alleen \ doch dat kan wel geschieden ter gedachtenis of ter eere der Heiligen.
Welke zijn de voornaamste deelen der H Mis?
le De opoffering van brood en wijn; 2° de Consecratie en 3° de nuttiging of Gommiinie.
Wanneer geschiedt de offerande van brood en wijn ?
Na het Evangelie, als de Priester den kelk ontdekt heeft.
Wanneer geschiedt de Consecratie?
In het midden der M. Mis, even vóór dat de Priester de H. Hostie en den Kelk ter aanbidding opheft.
Wanneer geschiedt de nuttiging of Communie?
Tegen het einde der H. Mis, als de Priester hot H. Lichaam en Bloed van Christus nnttiirt.
12(J â
Tot wat einde of â waarom wordt liet bcKiili-
cie der Mis aan God opgedragen?
ie Tot erhenninrj, van Gods opperste Majes-steit en heerschappij; 2° tot dankzegging voor de ontvangene weldaden ; 3° tot vergif]ems der zonden en verdiende straffen en 4° om nieuwe genaden en weldaden van God voor ons en voor anderen te verkrijggen.
Uit dat viervoudig doeleinde, waartoe de H. Mis opgedragen wordt, blijkt: dat zij wordt opgeofferd als .-c-uo olFerande van aanbidding, dankzegging, verzoening en al» smecL-otYerande.
Wien komen de vruchten der H. Mis toe?
1quot; De algetueene vruchten komen toe actn alle ledematen der Kerk, levenden en overledenen ,
â¢gt;o De bijzondere vruchten echter er van a) hun, voor wie'de 11. Mis opgedragen wordt, h) aan hen, die ze godvruchtig bijwonen,en c) aan den Priester, die ze opdraagt.
Waartoe dienen de Cermoniën der H. Mis?
1° Tot gedachtenis van Christus' lijden en dood ; 2° om ons hart tot godsvrucht en eerbied te stemmen.
Ceremoniën noemen wij de gebeden, zegeningen en andere plechtigheden, welke bij de H. Mis gebruikt worden.
De meeste ceremoniën zijn afkomstig uit de eeiste eeuwen des Christendoms, sommigen zelfs van de Apostolische tijden.
Waarom wordt de H. Mis in liet kdijn gele
zen r
i :
1° Omdat Rome, van de eerste tijden af, het middelpunt was der Kerk; 2° Omdat deze taal niet, gelijk de moderne talen, w\\ verandering onderworpen is; 3° om de eenheid der Kerk over de gansche wereld beter te doen uitschitteren.
~ 130 -
Waarom draagt de Priester aan liet Altaar, eene bijzondere Meeding \
Omdat hij alsdan de plaatsbekleeder van Lilu'istus is en eene hoogheilige handeling verricht.
Besluit; Woon dagelijks, als het mogelijk is, de M Mis godvruclitig bij, om zoo deelachtig te worden aan de veel-suldigo vrachten en genaden, welke wij daardoor kuniiea veikrijgen. Iraoht ook den zin en de geheimnisvolle he-teekenis der ceremoniën te begrijpen, gelijk die in godvruchtige boeken uitgelegd worden.
Z E S-E N D E R T I G S T E L E S.
Over de Biecht
§ 1. OVEU HET SiCHAMENT DER BlECIIT IN HET ALGEMEEN.
Wat is de Biechtl
Een Sacrament, door Christus ingesteld, in hetwelk de zonden, die na het Doopsel begaan zijn , door de priesterlijke macht, vergeven worden.
W ij zeggen 1° dat de Biecht een Sacrament is, omdat zij alles bezit, wat tot een Sacrament vereischt wordt:
a) het uitwendige teeken, de rouwmoedige belijdenis des zondaars en de woorden der absolutie;
b) de mededeeling der genade, namelijk de vergiffenis der zonden en vele andere genaden, waarover lateiquot; gesproken wordt; 0 1
c) de instelling door Christus, welke wij aanstonds in het kort, zullen aantoonen.
2° Dat de zonden daarin vergeven worden, welke na het Doopsel begaan zijn; wijl de zonden, vóór het Doopsel begaan, door dat Sacrament worden vergeven en ook dewijl men vóór hetDoopsel geen ander Sacrament geldig kan ontvangen.
3° Dat de zonden in de Biecht werkelijk vergeven worden en wel, door de macht, welke de Priester daartoe van God in de H wijding ontvangen heeft.
Wanneer heeft Christus de Biecht ingesteld !
Op den dag zijner verrijzenis, als Mij tot de Apostelen sprak; »Ontvangt den H. Geest;
â 151
icier zonden gij verqera» zidt, dien xcorden zij vergeven en trier zonden (jij zul! houden, dien zijn zij gehouden.quot;
Christus gaf (lus met klare woorden, nan do Apostelen ,1» macht om alle zonden te vergeven â Hij sprekt toch zonder oenige terughouding. Zóó luidt ook de onfeiliwe leer der Kerk.
Heeft Christus die macht alleen aan de Apostelen quot;egeven'
Neen,quot; Hij â lt;,eft ze ook medegedeeld aan allen, die den Apostelen in het Piiesteranibt zouden opvolgen.
Waarom heeft Cliristus gewild, dat die macht op de Bisschoppen en Priesters zou overgaan ?
Omdat Christus de Sacramenten heelt ingesteld voor alle hjden en coor alle menschen, die er van gebruik willen maken.
Waarom moet men dan do /onden Jnechlen of belijden, om
vergiffenis te verkrijgen?
Omdat Christus don Apostelen de macht gaf om de zonden te vergeven of to weder houden. Hij stelde hen dus aan als rechters, die oordeelen moeten of zij al of niet â en welke zonden zij moeten vergeven. Dat alles, alsmede de des zondaars (ben.!; en voornemen) kunnen zij niet anders dan door de belijdeni-. zondaars zeiven kennen.
is het Sacrament der Biecht noodzakelijk ter zaligheid?
Ja , voor allen, die na het Doopsel in doodzonde gevallen zijn.
Als men echter geen gelegenheid heeft om te biechten, of daartoe riet meer in staat is en een volmaakt berouw heeft, met den wil van te biechten, dan kan men toch zalig worden. Trachten wij dus dikwijls een volmaakt berouw te verwekken, opdat wij het des te gemakkelijker dat doen kunnen, in onverwacht stervensgevaar.
Waardoor wordt de zonde in de Biecht vergeven I
Door de absolufie, welke de Priester onsg-eeft in Christus' naam.
Mag de Priester de hem gebiechte zouden openbaren?
Neen, al moest hij zelfs den dood sterven.
Men heeft, wel ooit gehoord dat Priesters van het Geloof zijn afgevallen; maar zelfs van die ongelnkkigen heeft men nooit vernomen, dat zij het geheim der Biecht geschonden hebben. Houd u vast overtuigd dat de Priester, om de quot;e-bieehte zonden u niet minder zal achten, ja zelfs, dat die bij hem onmiddellijk weer vergeten zijn.
Wees dus altoos oprecht, openbaar uw ganscJi geweten en gij zult in dit Sacrament de grootste vreugde smaken.
Kunnen alle zonden, na het Doopsel, begaan, in de Biecht vergeven worden ?
Ja alle zonden kunnen vergeven worden in de Biecht, hoe groot of menigvuldig die ook zijn mogen; want Christus heeft geen terughouding gemaakt.
Hoe dikwijls kan men in de Biecht vergiffenis der zonden bekomen ?
Zoo dikwijls men, met een oprecht berouio, zijne zonden behoorlijk biecht.
§ 2 Over het geweteksoni-ehzoek het bebouw.
Wat moet men doen, als men te biechten gaat ?
1° Den H. Geest bidden om zijne genade ;
2° naarstig zijn geweten onderzoeken ;
3° de akten van Geloof, Hoop en Liefde en bijzonder een goed akte van berouw verwekken ;
4° te biechten gaan en
5° zijne penitentie volbrengen.
Zonder Gods genade kunnen wij niets ter zaligheid en dus ook geen goede Biecht doen ; derhalve moeten wij den li. Geest bidden, dat Hij ons verstand verlichte om onze
â 133 â
zonden goed te kennen en ous hart bewege, om daarover een goed berouw te hebben.
vVat wil zeggen: naarstig zijn gen:eten onderzoeken ?
Dat wil zeggen, dat men ernstig moet nadenken, om alle zonden, vooral de doodzonden goed te kennen.
Dat onderzoek moet ernstig zijn, gelijk eene zaük van zóó groot belang vordert. Iemand, die in langen tijd niet meer gebiecht en vele doodzonden begaan heeft, moet natuurlijk veel langeren tijd daaraan besteden, dan iemand, die dikwijls biecht en zelden doodzonde begaat. Zoo is b.v. voor iemand, die gewoon is alle maanden te biechten, een ernstig onderzoek van een kwartier in den regel voldoende.
Hoe kan men gemakkelijk zijn geweten onderzoeken ?
Met na te denken de 10 geboden Gods, de 5 geboden der H. Kerk, de 7 hoofdzonden, de 9 vreemde zonden en de plichten van zijnen staat; en dan te overdenken op welke plaatsen men geweest is, met welke personen men verkeerd heeft en hoe men in dat alles gezondigd heeft in gedachten, woorden, werken en ver-zuimenissen.
Op die wijze moet iemand, die veel gezondigd heeft en lang niet meer gebiecht, zijn geweten onderzoeken en dan bij elk punt der geboden, der zonden enz. zich afvragen hoe en hoe dikwijls hij daartegen gezondigd heeft.
Doch als men dikwijls biechten gaat, kan men het onderzoek eenvoudiger doen, door ernstig na te denken: hoe heb ik gezondigd in woorden, werken, gedachte?» en verznimenis, tegen God, den naaste of mij zeiven of tegen de plichten \au zijnen staat. Daarbij denkt men: waar ben ik geweest, met wien heb ik omgegaan, enz.
1 hans moeten wij spreken over het noodzakelijkste deel dei- Biecht, namelijk het berouw. De Biecht kan soms geldig zijn, als zonder de schuld des biechtelings er iets aan ontbreekt, doch zonder het berouw is de geldige Biecht en ook 4e vergiffenis der zonden onmogelijk. God toch is oneindig heilig en rechtvaardig: Hij kan geen vergiffenis schenken.
â 134 â
vóór dat de wil des zondaars, door oprecht berouw, zich tot Hem terugkeert.
Wat is het berouw?
Het berouw is een leedwezen des harten, waardoor men zijne zonden verfoeit, met het vaste voornemen var. zijn leven te beteren.
Twee zaken zijn dus tot het berouw noodzakelijk: 1° de droefheid des harten, waardoor men de zonden verafschuwt en 2° het vaste voornemen van zijn leven te beteren,
Voorbeelden: David (Schuster I 93) De melaatschen (II 34) De verloren zoon (U 68) Zacheüs (11 io).
Hoedanig moet dat leedwezen of die droefheid
des harten zijn?
Die droefheid moet zijn: 1° bovennatuurlijk,
2° oprecht, 3° bovenal en 4° algemeen. Wanneer is het berouw bovennatuurlijk} Als men zijne zonden verfoeit, niet alleen om eenig tijdelijk nadeel, maar uit eene beweegreden, welke het Geloof ons leert, b. v. omdat men daardoor God vergramd ot de hel verdiend heeft.
Iemand dus, die bedroefd is over een diefstal, omdat hij in de qevaugenis zit, of een kind, dat leedwezen heeft over de ongehoorzaamheid, omdat het gestraft is; zij hebben 0een berouw, maar slechts eeu menschelijk leedwezen.
Wanneer is het berouw oprecht l Als men zijne zonden niet alleen met den mond, maar ook met het hart verfoeit.
Zóó b.r. iemand, die ook herhaaldelijk zou bidden. âMijn Heer en mijn God, mijne zonden zijn mij leed, en dat vM oprecht meent ia zijn hart, heeft geen berouw.
Wanneer is hot berouw bovenalï
Als men de zonde meer dan elk ander kwaad
verfoeit.
Wanneer is het berouw alyemeen l Als men, ten minste alle doodzonden yeiïoe\i, waaraan men plichtig is.
â 135 â
Aldus heeft, iemand, die 5 verschillende soorten van doodzonden gedaan heeft en berouw heelt over 4, maar niet ovgt; i' de vijfde, geen goed berouw en krijgt ook geen ver. giti'onis van de andere vier.
Als men het berouw verwekt ia het niet noodig dat te doen over elke noude; het is voldoende, als men berouw heeft over de zonden in het algemeen..
Wanneer men, vóór de Biecht, de akten van Geloof, Hoop en Liefde gebeden heeft, dan moet men niet dadetijk het berouw verwekken. Het is beter, dat men eerst eens ernstig nadenke wat men door do zoude gedaan, wat men verloren en wat men verdiend heeft en dan bidt men aandachtig het berouw.
Waarover moet men dan nadenken, om zich met Gods genade, tot een goed berouw op te wekken ?
1° dat men, door de zonde, liet rechtopden. hemel en Gods vriendschap heeft verloren, 2° dat men daardoor de eeuwige siraiTen der hel heeft verdiend; 3° dat men Gods vaderlijke goedheid, op zoo ondankbare wijze, beleedigd heeft.
Iloe veelerlei is het goed berouw?
Tweederlei: het volmaakt en hel onvolmaakt berouw.
Het eerste is natuurlijk het beste; daardoor kan zelfs de doodzonde vergeven worden zonder de Biecht. Het tweede, het onvolmaakt berouw is echter voldoende met de Biecht
Wanneer heeft men een volmaakt berouw?
Men heeft een volmaakt berouw, als men de zonden verfoeit, uit volmaakte liefde tot God ; dat is: als men bedroefd is over de zonde alleen, omdat men God, het hoogste Goed, daardoor beleedigd heeft.
Zulk een berouw hadden de H. Petrus en Magdalena.
Wanneer heeft men een herouw?
Men heeft een onvolmaakt berouw, als men de' zonden verfoeit, omdat men daardoor den
136 â
hemel verloren en de hel verdiend heelt, of wel om de afschuwelijkheid der zonden, of uit onvolmaakte liefde tot God.
Hier zij nog opgemerkt : 1° dat de volmaakte liefde tut God daarin bestaat dat wij Hem boven alles beminnen,
omdat Hij het hoogste goed, de oneindige barmhartigheid is ; 2° De onvolmaakte liefde bestaat hierin. Hem beminnen, om hot goed, dat wij van Hem hopen te verkrijgen.
Na het eerste gedeelte van het berouw (namelijk het leedwezen) beschouwd te hebben, blijft nog het tweede deel over en wel het voornemen.
Is het voornemen van niet meer te zondigen ook tot een goed herouw noodzakelijk ?
Zeer zeker, want zonder dat vaste voornemen is het berouw onmogelijk.
Wanneer iemand dat vaste voornemen niet heeft, dan blijft zijn hart aan de zonde (jehecld, hij doel daarvan geen afstand en heeft dus ook geen oprecht berouw
Wat. wordt vereischt tot dat vaste voornemen l.
Dat men vast besloten zij 1° ten minste alle doodzonden te vermijden en 2® ook de middelen te gebruiken, welke daartoe noodzakelijk zijn.
Dat voornemen moet vooral oprecht zijn, dat is, dat men het werkelijk in zijn hart meene, het moet algemeen zijn ;
ten minste voor alle doodzonden; het moet vast zijn. dat wil zeggen, dat men ook de noodige middelen wille aanwenden »
om niet meer te vallen. j
Welk is een der voornaamste middelen1?
Met vluchten der naaste gelegenheid.
Door naaste gelegenheid verslaat men: 'personen, plaatsen en zaken, welke gevaarlijk zijn en waardoor men waarschijnlijk tot zonde zal verleid worden- 13. v. Omgaan met slechte en bedorven vrienden \ in een huis of in de 6en-zaamheid zich begeven, waar men waarschijnlijk lol zonde zal verleid worden ; het lezen van
â 137 -
slechte boeken, het zien van onzedige zaken enz.
Wat moet men doen als mende naaste gelegenheid der zonde niet kan vermijden?
Dan moet men zorgvuldig die middelen aanwenden, welke door den Biechtvader worden voorgeschreven.
Wanneer zulk een naaste gelegenheid niet dadelijk kan verlaten worden, b. v. een huis, waar men nog eenigen tyd moet blijven, dan moet men 1° liet voornemen maken die plaats zoodra het kan, te verlaten; 2° alle gelegenheid tot verleiding te vermijden', 3° daarin nimmer toe te stemmen en 4° als het kan, de zaak aan de overheid bekend te maken.
§ 3. Over de uei.ijdenis der zonden en over
de voldoening op penitentie.
W at verstaat men door belijdenis i
De belijdenis is de rouicmoedige bekentenis zijner zonden aan den Priester, om daarover de absolutie te vragen.
Die belijdenis moet vooral oprecht en volledig zij n
Die belijdenis is volledig: als men ton minste alle doodzonden biecht, waaraan men zich na een behoorlijk onderzoek bewust is plichtigtezijn, met het ylol en noodige omstandigheden.
Wat is biechten met getal}
Dat is zeggen hoe diJucijls men eene zonde bedreven heeft.
Wat zal men noen, als men zich bet juiste getal niet kan herinneren?
Dan zegt men het naasthijkomend getal en voegt er bij: min of' meer.
Kan men dat getal ook niet ten naaste hij vinden, b.v. bij een generale biecht, dan zegt men hoeveel maal in de week of in de maand die ot die zonde geschiedt is.
- ).38 â
Welke omstandigheden moet men biechten? Die omstandigheden, welke de soort en de hoosheid der zonden merkelijk veranderen.
Voo is de mishandeling van ceu geestelijken peraOou, het stelen van kerkelijk goed eene omstandigheid, waardoor die zonde van een andere soort wordt namelijk heiligschennis
\ls de omstandigheid van dagelijksohe doodzonde maakt, dan moet zij uitgedrukt worden b. v als men door een leugen anderen groote schade gedaan heeft. . ^ .
Zóó kan soms door oene omstandigheid b. v. dat het niet .reheel vrijwillig gebeurd is, eene doodzonde dagehjksche worden, zulke omstandigheid moet ook gebiecht worden. Nooit mag men den tiaam noemen van andere personen, met wie men gezondigd heeft.
De biecht moet oprecht zijn, dat is: men moet de zonden (vooral de doodzonden) belijden, juist gelijk men meent voor God schuldig te zijn; zonder iets te vermeerderen ot' te verminderen. ..... ! TV I I
Is het groot kwaad vrijicilhy m de Biecht,
eene doodzonde te verzwijgen 'i
Ja, liet is eene groote zonde van heiligschennis. . Hij, die dat doet, krijgt ook yeen vergifïems
van de gebiechte zonden, maar bezwaart daarenboven zijn geweten met eene nieuwe zonde
van heiligschennis.
Wat moet hij doen, die eene doodzonde vrijwillig verzwegen heelt l
1° Hij moet die zonde biechten en zeggen
dat hij ze vrijwillig verzwegen heeft;
2° alle andere doodzonden, sedert de laatste
goede Biecht, opnieuw belijden;
3° zeggen hoe dikwijls hij, sinds dien lijd, onwaardig gebiecht, gecommuniceerd of andere
Sacramenten ontvangen heeft.
Is de Biecht ook geldig als men onvrijwillig
eene doodzonde vergeten heeit?
- 1-39 â
Ja de Biecht is geldig en die zonde wordt met de anderen vergeven.
Wanneer is dat vergeten onvrijwillig 1
1° Als inen zijn geweten naaratifi onderzocht heelt en die zonde niet is indachtig geworden;
2° als men ze voor de Biecht wel kende, maar ze onscJu-ldiy vergeet te zeggen in de Biecht.
Moet men die vergeten doodzonde, welke toch reeds vergeven is, vog eens biechten ?
â¢fa zeker; want Christus wil, dat alle doodzonden, na het Doopsel begaan, ééns gebiecht worden.
Wanneer behoort men die vergeten doodzonde te biechten?
Het is raadzaam dal te doen vóór de Com-mnnie, als het gemakkelijk kan geschieden ; als dat moeielijk gaat, dan bidt men voor de Communie eene akte van berouw en belijdt die zonde in de volgende biecht.
Als men twijfelt over de geldigheid der vorige biechten b.v. over het berouw, het voornemen of over de belijdenis der zonden, dan moet men dien twijfel aan den Biechtvader bekend maken.
Is men ook verplicht tie dafjelijksche zonden te biechten?
Men is daartoe niet verpllcld, doch het is zeer raadzaam.
Die verplichting bestaat niet:
1° omdat men, ook zonder de vergiffenis der dagelij ksche zonden kan zalig worden ;
i0 omdat men op andere wijze vergiffenis daarvan krijgen kan b. v door berouw enz.
Waarom is het dan 'raadzaam de dagelij ksche zonden te biechten ?
â 140 â
1° Omdat men door de Biecht, op de zekerste en beste wijze, daarvan vergilfenis krijgt;
2° dewijl men, door de genade van liet Sacrament en de raadgevingen des Biechtvaders, beter het gevaar van in groote zonden te vallen zal vermijden en ook deugdzamer en volmaakter zal worden.
Als men niets anders dan clageh'jksche zonden te biechten heelt, moet men daarover ook beromo hebben ?
Men moet dan berouw hebben ten minste over ééne soort van dagelijksche zonden ; want het berouw is voor de geldigheid der Biecht volstrekt noodzakelrjk.
Wat is dan raadzaam te doen, als men denkt (gelijk dat dikwijls gebeurt) over de dagelijksche zonden geen genoegzaam berouw te hebben ?
Dan beschuldige men zich van eene of meer doodzonden van het vroegere leven.
Hierbij merke men op; 1° dat men, vóór de Biecht er moet aan denken ; ik wd wj van dit of dat punt van mijn vroeger leven beschuldigen ; daarover wekt men zich bijzonder op tot goed berouw.
2° Nadat men de dagelijksche zonden gebiecht heeft, zegt men ; ik beschuldig nvj nog vooral uit mijn voorig leven, van alle zonden van ongehoorzaamheid of onzedigheid enz.
Wat is eene generale biecht'?
Eene biecht, waarin men eenige of alle vorige biechten herhaalt.
Eene generale biecht dus van drie jaren, is zulk eene, waarin men alles herhaaU, wat men in die drie jaren gedaan heeft.
Eene generale biecht van zijn leven is die,
â 141 â
waarin men alles biecht, wat men in zijn gansche leven gedaan heeft.
Zulk eene generale biecht, of van eenige jaren of van zijn leven, kan soms noodzazelijk soms nuttig zijn.
Zij is noodzakelijk, als de vorige Biechten ongeldig geweest zijn.
Wanneer is de Biecht ongeldig^.
Voornamelijk in deze gevallen: Je als men zeer nalatig zijn geiceten onderzoekt en zich zóó vrijwillig in gevaar stelt doodzonden te vergeten ; 2° als men geen goed heroïne heeft over de zonden ; 3° als men geen vast voornemen heeft, ten minste de doodzonden te vermijden en ook alle naaste gelegenheid daartoe; 4quot; als men vrijwillig eene doodzonde verzwijgt-, 5° als men vóór de absolutie het voornemen zou maken zijne penitentie niet te bidden.
Wanneer is eene generale biecht nuttig ?
1° Bij de eerste II. Communie; 2° als men een levenstaat aangaat; 3° als men gevaarlijk ziek is; 4° als men twijfelt over de geldigheid der vorige biechten en 5° als de Biechtvader het raadzaam oordeelt.
Men begint de biecht, met het maken van hoi kruis; dan zegt men de voorbiecht, of als men dat niet doet, moet men ten minste zeggen: mijne laatste biecht is geleden eene maand of 2 maanden enz. Dan belijdt men, in alle nederigheid en oprechtheid zijne zonden. Men kan beginnen met welke zonden men verkiest: het is echter raadzaam Ae.grootste \\p\, eerste te zeggen, om ze niet te vergeten of in gevaar te komen ze onviij willig te vergeten of ze te verzwijgen.
â 142 -
Als de belijdenis gedaan is. luistert nun aandachtig naar do vermaningen des Biechtvaders en let op welke penitentie hij oplegt. Terwijl de Priester de eerste gebeden doet, bidt men nog eens de akte van berouw ; als hij de absolutie geeft, maakt men het teeken van het H. Kruis.
is men verplicht de vóór of nabiecht te zeggen ?
Men is daartoe niet verplicht; doch het is goed en raadzaam.
Wat moet men doen als men'uit den biechtstoel komt?
Men bedankt God voor de ontvangene genaden, men bidt als liet kan de gebeden na de Biecht, uit zijn Kerkboek en eindelijk volbrengt men zijne penitentie.
De penitentie wordt opgelegd 1° tot voldoening voor de tijdelijke straffen, 2° tot beterschap des levens; 3° zij is ook tot de Biecht noodzakelijk.
Wanneer moet men zijne penitentie volhren-gen ?
Op den lijd, door den Biechtvader bepaald, en als hij geen tijd bepaald heeft, zoodra mo-gelijk.
Men merke hierbij op: 1° als de Biechtvader zegt: gij moet 8 dogen lang vijj Onze Vaders hulden, ' dan moet men dit niet in ééns samen maar 8 dagen lang bidden.
Als de Biechtvader niets over den tijd bepaald, dan kan men de penitentie of vóór of na de Communie bidden; men zorge slechts
het niet te vegeten.
fs het ook zonde zijne penitentie achter te
laten ?
Ja, het is zonde als men het vrijwillig doet.
â 143 â
liet is doodzonde zijne penitentie niet te bidden 1° al.- liet eene zware of' groote penitentie is b v. een rozenkrans: 2° als men vóór de absolutie den wil zou hebben ze niet te volbrengen.
Het is dacjelijksche zonde, als men, na de Biecht, eene gerhu/e penitentie b. v. drie wees gegroeten, niet zou bidden.
Is de Biecht ook geldig, als men de penitentie niet volbrengt
Ja, de Biecht is geldig als men vóór de absolutie den wil had ze te volbrengen; de Biecht is ongeldig, als men vóór de absolutie het voornemen had de penitentie niet te volbrengen.
Men merke op : als soms de Biechtvader eene penitentie oplegt, welke men niet of moeielijk kan volbrengen, dan moet men dat eerbiedigden Biechtvader zeggen, die dan zeker iets anders zal opgeven.
Wanneer is men verplicht te biechten?
l0Als men in gevaar is van sterven;
2° volgens het gebod der H. Kerk, ten minste ééns in het jaar.
Behalve dat strenge gebod, is het zeer raadzaam spoedig te biechten te gaan, als men in doodzonde gevallen is 1° om het gevaar te vermijden in nog meer zonden te vallen of wel 2° daarin ongelukkig te sterven.
Besluit: Hebt gij het ongeluk gehad te zondigen, ga dan spoedig biecliten; bereid u altoos goed voor tot dit zoo gena denrijk Sacrament: door gebed, ernstig onderzoek van geweten en vooral door een goed berouw en vast voornemen. Dan zult gij daarin do vergiffenis der zonden en tevens den vrede en de gerustheid des harten bekomen en vele genaden om braaf te leven en zalig te sterven.
â 144 â
Z E V E N-E N I) E R ï I G S T E L E S.
Over het H. Oliesel.
Wat is het II. Oliesel ?
Een Sacrament, iu hetwelk, door de H. zul-ving en het gebed des Priesters, aan de zieken, genade wordt verleend tot heil van zhd en lichaam.
Het is een waar Sacrament, want het bezit alles, wat daartoe vereischt wordt: 1° liet uitwendige teeken, iu de zalving en liet gebed des Priesters ; 2° de mededeeling der genade eu 3° de instelling van Christus.
Waaruit weten wij dat het door Christus ingesteld, is?
1° Uit de H. Schrift: de II. Apostel Jacobus, in zijnen brief aan de eerste christenen, spreekt duidelijk van dit Sacrament en geeft de genaden en uitwerkselen aan, welke het voortbrengt;
2° uit de voortdurende, onfeilbare leer der Kerk.
Wat wordt vereischt om dit Sacrament te kunnen ontvangen \
1° Dat men gedoopt zij; 2° tot de jaren van verstand gekomen en 3° gevaarlijk ziek zij.
Opmerking: 1° vóór het Doopsel kan men geen Sacrament, en dus ook dit niet ontvangen. 2' Aan kinderen, die de jaren van verstand nog niet bereikt hebben of personen, die nimmer het gebruik der rede gehad hebben, kan het niet toegediend worden. .rgt;0 Men moet gevaarlijk ziek zijn ; niet echter zóó dat geen kans van beterschap meer is, het is voldoende dat de ziekte oen ivaarschijnlijk gevaar oplevert.
Men wachte derhalve niet tot het uiterste, om dit Sacrament te ontvangen, want:
1° dan stelt men zich in gevaar zonder dit Sacrament te sterven, dat, wel is waar niet volstrekt noodzakelijk is ter zaligheid, maar toch zeer vele en bijzondere genaden schenkt; 2° Door te lang te wachten, stelt men zich in gevaar het minder goed voorbereid te ontvangen en dus niet alle genaden daardoor ie verkrijgen ; 3° Als men dit Sacrament tijdig ontvangt, dan zal het fals het den zieke zalig is) des te eerder
- 145 â
de gezondheid teruggeven, gelijk de ondervinding leert.
Wat is noodig om dit Sacrament waardig te ontvangen l
l)at men zi j in staat van genade, omdat het H. Oliesel een Sacrament der levenden is.
Wanneer ecliler do zieko niet meer kan biechten, dan is het voldoende, dat iiij een oprecht berouw hebbe over zijne zonden, dan worden, door het H. Oliesel zelf, ook zelfs de doodzonden vergeven.
Hoe dikwijls kan men het H. Oliesel ontvangen ?
Maar ééns in dezelfde ziekte; doch als de zieke weer beter wordt en in dezelfde of eene andere ziekte hervalt, dan kan het andermaal worden toegediend.
Welke zijn de voornaamste uiticerksels van het H. Oliesel?
1° Het vergeeft de dagelijksche zonden en zelfs ook de doodzonden, ais de zieke niet meer kan biechten; 2° het sterkt den zieke in zijn lijden en tegen de bekoringen, en vooral in den doodstrijd ; 3° het helpt den zieke tot gezondheid, als het hem zalig is.
Besluit: Als iemand uwer dierbaren ernstig ziek is, zorg altoos dat een Priester Ujdig geroepen worde, om de H.fl. Sacramenten toe te dienen. Wordt gij zelf ziek, vrees dan nooit, door het ontvangen dor HH; Sacramenten spoediger te zullen sterven; door het tijdig ontvangen der Sacramenten zult üij niet alleen vele genaden voor uwe ziel verkrijgen, maar ook do gerustheid van uw hart en vooral liet ontvangen van het H. Oliesel zal uwe genezing bevorderen, als n dat zalig is.
A Cl I T-E N-l) E E T 1 G S T E L E S.
Cver het Priesterschap.
Gelijk wij reeds gezien hebben, stelde Christus de Apos*-
â 14(5 â
telen aan tot Priesters van het Nieuwe Verbond; in het laatste Avondmaal schonk Hij hun de macht om in de H, Mis, het brood en den wijn te veranderen iu zijn H. Lichaam en Bloed. Op Paaschdag gaf Hij hun daarenboven de macht, om de zonden te vergeven.
Christus, die zijne genademiddelen heeft ingesteld voor het heil van alle menschen, heeft gewild, dat die tweevoudige macht, den Apostelen geschonken, tot aan het einde dei-wereld zou blijven voortbestaan Daarom stelden do Apostelen Bisschoppen en Priesters aan en deelden dezen in^ de H. wijding, de even vermelde tweevoudige macht mede. Zót) moet, onophoudelijk het Sacrament des Priesterschaps, in alle eeuwen blijven voortbestaan.
Wat is het Priesterschap ?
Eeu Sacrament, in hetwelk de bedienaren der H. Kerk macht en genade ontvangen, om hun ambt behoorlijk uit te oefenen.
Het is een Sacrament, dewijl wij daarin vinden: 1° Het uitwendig teelcen, de handoplegging des Bisschops, de zalviiig en gebeden, enz. 2° De mededeeling der genade, namelijk de vermeerdering der heiügmakende genade, de macht om de zonden te vergeven en de H. Mis op te dragen en bijzondere dadelijke genaden om het H. Priesterambt behoorlijk te vervullen. 3° De instelling van Christus, welke blijkt uit de H. Schrift en de voortdurende leer der Kerk.
Voorafbeeldingen in het Oude Verbond: Melchisedivli (iSchuster I 13) De Priesters (I. 59, CO) Onias (1 126).
Wie kan het Priesterschap toedienen?
Alleen de Bisschop, die daartoe in zijne bisschopswijding de macht ontvangen heeft.
Welke wijdingen gaan die van het Priesterschap vooraf?
1° De vier mindere orden-, 2° het subdiüho-
nciüt en 3^ het diühoucicd.
Mag een ieder de II. wijding ontvangen?
Neen, maar alleen zij, die, door God geroepen, daartoe de noodige vereischten hebben.
Hij die zonder geroepen te zijn, do H. wijding zou ontvangen, stelt zijne zaligheid in groot gevaar. Vóór d- f men daartoe besluit, moet men 1° vurig en aanhoudend bidden;
%
l
- 147 â
2quot; zich zeiven afvragen of men tot dien verheven staat gvoote neiging en de noodige bekwaamheid heeft , 3quot; zijnen zielsbestierder om raad vragen Datzelfde moet gezegd worden voor hen, die in een klooster willen treden.
Waarom moeten de geloovigen voor de Priesters en Zielzorgers achting en eerbied hebben ?
10 Om de hooge waardigheid, waarmede de priester bekleed is en de verheven wacV/Y, welke hij van God ontvangen heelt;
2,0 Om de zegenrijke arbeid en de groote weldaden, welke de Priester den geloovigen bewijst.
Besluit: Eer den Priester, als Gods plaatsbekleeder, volg zijne vermaningen, welke alleen voor Uiv heil gegeven worden; denk dikwijls aan het woorddes Heilands: die ü hoort.
hoort Mij, die à versviaadt, versmaadt Mij.1'
N F. G E N-E N-l) E R T 1 G S T E L E S.
Over het Huwelijk.
Het Huwelijk is eene goddelijke instelling ; het eerste men-schenpaar werd door God zeiven, als het eerste echtpaar vereenigd. Die natuurlijke verbindtenis werd door den god-delijken lleihvnd verheven tot Sacrament.
Wat is is dan het Huwelijk tusschen Christenen?
Een Sacrament, waardoor man en vrouw wettig verbonden worden en genaden ontvangen, om de plichten van den huwelijken staat wel te vervullen.
De H. Apostel Paulus noemt het: âeen groot Sacrament in Christus en in zijne Kerk.quot;
Het is een Sacrament der levenden en moet dus in staat van genade ontvangen worden.
Welke zijn de voornaamste plichten van den
huwelijken staat?
1° De gehuwden moeten met elkander in
- 148 â
vrede en eendracht leven; 2° zij moeten hunne kinderen gemeenschappelijk in deugd en godsvrucht opvoeden; 3° de man moet zijne vrouw verzorgen en beschermen en de vrouw moet den man onderdanig zijn.
Kan het christelijk Huwelijk ontbonden worden?
Neen, het Christelijk Huwelijk, eens voltrokken, kan alleen door den dood van één der echtgenooten ontbonden worden. Christus locli heeft gezegd: Wat God gebonden heeft, schelde de mensch niet.
Kunnen dan de christelijke echtgenooten nooit gescheiden worden?
Ja, maar alléén in zoover, dat zij niet meer samenwonen; de huwelijks-band blijft echter altoos bestaan.
Wat geschiedt dan door de echtscheiding, welke de Rechtbank uitspreekt ?
Daardoor wordt alleen de burgerlijke ver-bindtenis en hare gevolgen opgeheven; het Huwelijk blijft bestaan en de zóó civielgeschei-denen kunnen geen nieuw Huwelijk geldig aangaan.
Wanneer eene scheiding van samenwoning noodig |is raadplege men altiiooa de geestelijke Overheid.
Welke zijn de voornaamste beletselen, welke het Huwelijk ongeldig maken \
1° Bloedverwantschap, 2° aanverwantschap , 3° geestelijk maagschap.
Wat volgt uit het beletsel van bloedverwantschap ?
Dat het Huwelijk ongeldig is tusschen bloedverwanten. tot en met den vierden graad.
Wat volgt uit het beletsel van aanverwantschap ?
- 149 â
Dat het Huwelijk ongeoorloofd en nietir/ is, tusschen den overleden echtgenoot en de bloedverwanten van den overledene, tot en met den vierden graad.
Wat volgt uit geestelijk maagschap'?
Dit beletsel maakt het Huwelijk ongeldig tusschen Peter of Meter eenerzijds en dengene, die gedoopt of gevormd is en zijne ouders, an-anderzijds; doch niet tusschen Peter en Meter.
Wat moet men doen, als men weet dat tegen een Huwelijk een beletsel bestaat ?
Men is verplicht dat aan den Pastoor bekend te maken.
Vóór wien wordt het Huwelijk aangegaan?
Voor den eigen Pastoor of eenen door hem gemachtigden Priester, en twee getuigen.
Wat doen de christelijke Bruidegom en Bruid vóór deu ambtenaar van den burgelijken stand ?
Zij verrichten daar slechts eene burgerlijke formaliteit en leggen eene verklaring af, alleen om de civiele rechten van gehuwden te verkrijgen.
De eigenlijke, onoplosbare huwelijksband wordt eerst gesloten, als zij, volgens de wetten der Kerk, het Sacrament des Huwelijks ontvangen.
Mag men met Joden of ongedoopten het Huwelijk aangaan ?
Neen, zulk Huwelijk is ongeoorloofd en ongeldig. Daartoe kan de Paus alleen dispensatie verleenen, welke slechts gegeven wordt om buitengewone redenen.
Is het ook verboden met Protestanten te trouwen ?
Ja, de Kerk heeft altoos zulke gemengde Y{\\-welijken afgekeurd en verboden, wegens de ongelukkige gevolgen, welke èn voor de katholieke
10
â 150 â
partij en voor de kinderen, daaruit voortspruiten.
Slechts met weerzin en onder verscheidene voorwaarden, wordt door den Paus daarin gedispenseerd. Zij zijn altoos ten zeerste af te raden.
Waarom is de Huwelijksplechtigheid in den Advent en in de Vasten verhodenl
Omdat het tijden zijn van boetvaardigheid en bijzondere godsdienstigheid.
Hoe behoort men zich tot den huwelijken staat voor te bereiden \
1° Door altoos, van zijne jeugd af, braaf en zuiver te leven; 2° door eerbaar, en slechts met toestemming zijner ouders, te verkeeren, 3° door Gods bijstand te vragen in het gebed en het dikwijls ontvangen der 11.11. Sacramenten.
Besluit: Het Huwelijk is eeu staat, die vele en zware verplichtingen oplegt; men verbindt zich voor zijn gansche leven. Het geluk voor deze wereld, en soms voor de gansche eeuwigheid hangt daarvan at. i)e ondervinding leert dat zij , die het Huwelijk aangaan, tegen den redelijken wil der ouders of zich door een zondig of ongodsdienstig leven daartoe voorbereiden, meestal ongelukkig zijn.
VEER T ] G S T E L E S.
Over de Sacramentaliën
Wat verstaat men door Sacramentaliën^
1° Alles, wat de Kerk wijdt of zegent voor een godsdienstig gebruik b. v. gewijd water, palmen, medaljes, rozenkransen enz.
2'' De zegeningen, welke door de Kerk over personen ot zaken worden uitgesproken.
Zij zijn niet, gelijk de Sacramenten, door Christus ingesteld, maar door de Kerk; zij zijn wel is waar ter zaligheid niet noodzakelijk; doch het gebruik daarvan is zeer nuttig.
Waarom zegent of wijdt de Kerk sommige zaken ?
â löl â
1° Zij doet dat naar het voorbeeld van Christus zeiven, die ook brood eu visschen zegende 2° Opdat (gelijk de H.Pauluszegt)^)' dengenen, die God beminnen, ten goede gedijen mor/en
Waarom moeten wij de Sacramentaliën niet eerbied en betrouwen gebruiken 1
Om deelachtig te worden aan het gebed en de zegening der Kerk, in wier naam de Pries ter wijdt en zegent.
Door plechtigheden of ceremoniën verstaat men beteekenis-volle teekeneu of handelingen, welke de Kerk bij do Godsdienstoefeningen voorgeschreven heeft. (1)
Ual deze ceremoniën zeer nuttig zijn volgt hieruit: 1° dewijl zij, door de Kerk, om God ook uiterlijk te vereeren zijn ingesteld; 2° omdat zij ons helpen om ons hart tot God en de beschouwing der goddelijke duigen te verheiien en om aandachtiger te bidden; 3quot; wijl dergelijke godsdienstige ceremoniën Gode aangenaam zijn.
In het Oude Verbond had God zelf menigvuldige plechtigheden voorgeschreven; ook Christus zelf heeft dikwijls b. v. bij trenezing van zieken, dergelijke uiterlijke teekenen gebruikt; In het 'laatste Avondmaal, de voetenwassehing. Waartoe dient het gebruik van wierook â .
1« Ten opzichte van het H. Sacrament is het een teeken
van aanbidding. , . , , ,
2quot; De bewieroking van personen geschiedt, als een bewijs van eerbied en tevens om den Christenen te her.nneren, dat ons gebed, als een aangename geur, tot God moet opstijgen.
3° lis de lijkbaar der overledenen, het altaar of andere dingen bewierookt worden, dan geschiedt dat tot toeken van eerbied en ook tevens van zuivering. j
Welk is de beteekenis der brandende kaarsen bij den eerc-
dTzij stellen ons voor het Geloof, dat verlicht, de Hoop, welke opwaarts stijgt en do Liefde, die verteert. ^
2» Zii herinneren ons oolgt; aan de eerste tijden des Clmsten doms, toen de eeredienst in de onderaardsche gangen der
Katacomben gevierd werd.
Waarom worden de kaarsen gewijd, op hot feest
Jezus' opdracht in den tempel;
Zij herinneren ons 1° aan de woorden van Smieon, dat
(1) Zie ons werk ; Flechtightd n en gebruiken in de K'a/holieke Kerk.
â 152 â
Jezus het licht zou zijn tot verlichting der wereld en 2° dat ook wij, ah hinderen des lichts, belmoren te leven.
Waaraan herinnert ons de Paasch-kaars ?
Aan Christus, den Verrezene, die ons uit de slavernij des duivels verlost heeft, gelijk eertijds de Israëlieten uit de Egyptische slavernij gevoerd werden, door de verlichtende vuurkolom, welke hen voorafging.
Waarom wordt, op Aschwoensdag, het hoofd met gewijde assche bestrooid ?
Om ons te herinneren dat wij ons moeten vernederen eu oprechte boetvaardigheid doen; daarom zegt alsdan de Priester: gedenk, o mensch, dat gij stof zijt, en tot stof zult weder-keeren.
Waaraan herinneren ons de gewijde palmen op Palmzondag P
1° Aan Christus' plechtige intrede in Jeruzalem; 2° aan zijne overwinning over hel en dood eu 3° dat ook wij moe-teu trachten den palm der overwinning te behalen.
Het gebed der Kerk heeft eene bijzondere kracht, dewijl zij de Bruid van Christus is eu haar gebed steeds ver-ecnigd is met dat des goddelijken Heilands en der Heiligen in den hemel. In die gebeden en wijdingen vraagt de Kerk de afwending van Gods straffen, bescherming tegen den boozen vijand, voor ons vrede, zegen en welvaart naar ziel en lichaam. Gebruik dan altoos de Sacramentaliën, in den ziu eu volgens de instelliiig der II. Kerk.
VIJFDE HOOFDSTUK.
Over de Christelijke Rechtvaardigheid.
E E N-E N-V E E li T l G S T E L E S.
Over de zonde.
Door christelijke rechtvaardigheid wordt bier verstaan, een deugdzaam eu godvreezend leven, gelijk de christen, die zijne zaligheid wil verzekeren, moet beoefenen.
Daartoe zijn twee zaken noodig: 1° het kwaad of de zonde vermijden eu het goede of de deugd beoefenen.
Wat is de zonde l
De zonde is eene vrijwillirje overtreding van Gods wet.
Over de erfzonde is reeds gesproken; hier wordt alleen gehandeld over de persoonlijke zoude.
Wij zeggen : eene vrijioillige overtreding, omdat juist de boosheid der zonde in het verzet van den menschelijken wil t( gen den goddelijken wil, gelegen is.
Zoo is iets, wat ia zich zeiven eene overtreding is der goddelijke wet, geen zoude, als het ge/teel onvrijwillig geschiedt.
Op hoeveelerlei wijzen kan men zondigen?
Door gedachten, begeerten, woorden, werken en verzuirnenissen.
Men zondigt door gedachten, als men vrijwillig in zondige gedachten behagen neemt; zij zijn echter geen zonde, als men ze verwerpt-
Men zondigt door begeerten, als men werkelijk den wil oi' het verlangen heeft eenig kwaad te doen.
' -oor xcoorden begaat men zonde, als men
â 154 â
]}. v. vrijwillig God lastert, onzuivere taal spreekt, kwaad spreekt van den naaste.
Door \rerhen : ongehoorzaamheid, onzedigheid, onrechtvaardigheid.
Dnor versuimenis van iets, waartoe men verplicht was: verzuim der H. Mis, van zijne penitentie enz.
Zijn alle zonden even groott
Neen, er zijn zware zonden, welke doodzonden genoemd worden en kleinere zonden, die dage-Ujksche genoemd worden.
Wat is eene doodzonde^
Eene zonde, welke grootebjks strijdt tegen Gods H. wil.
Ook kunnen wij zeggen: eeno zonde, waardoor me-' vrijwillig, in een gewichtig punt, Gods wet overlreedt ot ook: eene groote beleediging Gode aaBgedaiin.
Waarom wordt z\\ doodzonde genoemd?
Omdat zij de ziel berooft van de lieiligma-kende genade, welke het bovennatuurlijk leven der ziel is.
Onze ziel kan eon tweevoudig leveu hebben; het natuurlijk leven, waardoor zij bestaat, denkt en werkt; het hoven-natuurlijk leven, waardoor zij aan God, op bijzondere wijze, welgevallig is: dat loven bestaat in hot bezit der heiligraa-kende genade. De doodzonde berooft de ziel van de heiligquot; makende genade, ontneemt haar het bovennatuurlijk teven en brengt haar den geestelijken dood aan.
Wat wordt vereischt tot eene doodzonde \
1° Dat de overtreding van Gods wet grooic-Hjks strijde ot' tegen Gods eer of tegen hot welzijn (les naasten of tegen de plichten jegens ons zeiven, üquot; Dat meu de boosheid der zonde genoegzaam kenne en 3° dat men zondige 'me! geheel vrijen toil
Zoo b. v iemand, die vrijwillig God lastert, begaat eene doodzonde, omdat het eene zware belediging is, Gode aange-
- 155 -
daan, waarvan hij de boosheid kent en toch vrijwillig begaat. Iemand, die 10 gulden steelt, doet. eene doodzonde; omdat hij wetens en willens een groote schade aandoet. Hij, die, ij
vólle verstand zicli liet leven ontneemt, doet doodzonde: omdat
hij vrijwillig en met votle bewustzijn een groot kwaad pleegt
jegens zich zeiven. i ⢠i
Ontbreekt.ééne van de drie gestelde voorwaarden, dan is de zonde gering : zelfs als het geheel onvrijwilhg is geschied, dan
is het geen zonde.
Daaruit blijkt (le groote boosheid der doodzonde, die een zware en vrijwillige opstand, een verzet is tegen de Opperste Maiesteit , . .
Die oneindige boosheid der doodzonde blijkt ook nog hieruit. 1° dat een oneindig groote God alleen in staat was om voor de zonden die volkomen voldoening te gi\en, quot;w' eeuwige Eechtvaardigheid vorderde; 2° uit hetgeen wij wr-Hezen Aoov de doodzonde en uit hare straiten. (Val der Engelen Schuster I. 2. De eerste zonde der menschen 1. â¢i jje zondvloed 1. 7)
Wat verliezen wij «looi1 de doodzonde? 1° De heiliginakende gei;ade ; quot;3quot; de verdiensten onzer goede werken en 3 de hemolschc glorie.
Waartoe brengt ons de doodzonde.
Tot de slavernij des duivels eu de eeu\M,ue
strallen der hel.
Eéne doodzonde is voldoende, om de strallen
der hel te verdienen.
Wat is de daf/elijksche zonde ?
Eene zonde, 'welke niet grootelijhs strijdt tegen Gods H. wil.
Wanneer hegaat men eene dagehjksclie zon
de? .
1° Als men Gods wet in gerwge punten
overtreedt; 2° als men zondigt zonder genoegzame kennis of 3° zonder (jeheel vrijen iml.
Op drie wijzen dus kan men dagehjksclie zonden bedrijven: 1° door de geringheid ol klei nigheid der overtreding, b. v. eene leugen, zonder schade, eene kleine oneerbiedigheid in de
â 156 â
H Mis, eene geringe ongehoorzaamheid. 2° Als men de hoosheid van het kwaad niet voldoende kent h. v. iemand, die eene groote godslastering zegt, doch meent dat het slechts een onbetamelijk woord is. 3° Als men niet geheel vrijwillig zondigt h. v. als iemand half slapende, zonder voldoende bewustzijn, zou vloeken.
Beroolt ons de dagelijksche zonde ook van de heiligmakende genade?
Neen, al zou men zelfs vele dagelijksche zonden gedaan hebben, dan is daardoor de heiligmakende genade nog niet verloren.
Ofschoon nu de dagelijksche zonde eeae veel geringere lieleediging Gods is en ons de genade niet doet verliezen, is zij toch altoos nog een werkelijk groot kwaad 1° dewijl zij toch altoos eene zekere ongehoorzaamheid aan God in zich hevat; 2° omdat zij voor de ziel zeer veel schadelijke gevolgen aanbrengt.
Welk kwaad doet ons dan de dagelijksche zonde ?
1° Zij doet ons in de vurigheid van Gods liefde verflauwen; 2quot; zij brengt ons lichtelijk totgroo-tere zonden; 3° zij verbindt ons tot tijdelijke straffen.
De dagelijksche zonden, vooral de veelvuldige en geheel vrijwillige, doen in onze ziel do liefde Gods verminderen en berooven ons van zeer vele genaden, welke God anders o; s zou geschonken hebben.
Die de dagelijksche zonden als kleinigheden beschouwt of daarvan de gewoonte heeft, zal dikwijls in .groote zonden vallen. Denk slechts aan het voorbeeld van Judas.
Eindelijk moeten de dagelijksche zonden in dit leven uit-gelioet worden of wel men zal daarvoor later vreeselijk gestraft worden in het Vagevuur.
Besluit; Overdenk dikwijls de groote, de eindelooze boosheid der doodzonde, in zich zelve en in hare gevolgen; verafschuw en vrees baar als het eenigsic kwaad, dat u voor tijd en eeuwigheid llt;an ongelukkig maken.
Vlucht ook, vooral de geheel vrijwillige, dagelijksche zonde,
houd steeds voor oogen de vermaning van Tobias: âmijn zoon, bewaar God in uw hart, aile dayen uws levens en wacht u ooit in eenige zonde toe ie stemmen.
T W E E ⢠E N - V E E E T 1 G S T E LES.
Over verschillende soorten van zonden.
Onder de verschillende soorten van zonden zijn de voornaamste ; de hoofdzonden, do vreemde zonden, de zonden tegen den II. Geest en de wraakroepende zonden.
Wat verstaat men door hoofdzonden ?
Die zonden, welke het begin en de oorsprong zijn van vele andere zonden, namelijk deze zeven: hoovaardigheid, gierigheid, onkuischheid, nijd, gulzigheid, gramschap en traagheid.
Zijn de hoofdzonden altijd doodzonden 1
Neen, zij kunnen ook dagelijksche zonden zijn.
Zij zijn doodzonden, zoo dikwijls zij grootelijhs strijden tegen de eer Gods, het welzijn des naasten of de plichten jegens ons zeiven.
Men merke op 1° dat de onzuiverheid, als men met volle kennis en geheel vrijen wil, daarin toestemt altoos doodzonde is.
2° alle overige zijn zeer dikwijls slechts dagelijksche zonden; doch zij zijn uiterst gevaarlijke zonden, dewijl zij het hoofd, het beginsel zijn van vele andere zonden.
Voorbeelden; Hoovaardigheid: Dc Engelen (Schuster 1 2); De toren van Babel (I 11); Pharao (1 45) Aman (I 147); De Farizeër fll 70).
Gierigheid-. Gh'zi (I 5o); Judas (II 76).
Onkuischheid-, Sodoma (I 15) Salomons einde
(T loi);
Nijd, : Kaïn (I) ; Jozefs broeders (1 25) De Fari-zeëi's (II 75 en 7G).
â 158 â
Gulzigheid: Noë (I, 9); Rzau (I 20); De Israëlieten (I 56 en (31); Holofemes (I 133); Ue vrek (11 65).
Gramschap: (Ezau I 22); Saül (1 87)
Traagheid: De luie knecht 11 839.
Wat zijn vreemde zonden \
Die wel is waar, door anderen geschieden, maar ons toch aangerekend worden, omdat wij daartoe hebben bijgedragen.
Nimmer zullen wij rekenschap behoeven te geven over de zonden van anderen, als wij daaraan geheel onschuldig zijn ; doch, als wij daarvan, op een of andere wijze, de oorzaak zijn of daartoe hebben bijgedragen, dan worden wij daaraan medeplichtig.
Hoe geschieden de vreemde zonden?
Door aanraden, beschermen, gebieden, prijzen, mededeelen, toestemmen, niet strailen, niet beletten, niet overdragen.
7 o
Voorbeelden uit do Bijb-Gresch. 1° Abisai I 89, Jezabel I, Herodes II 7, Caiphas II 92, ; 2° Acliab I 107 3° David I 93, tlerodes II 12; 4° Koboam 1 102; 5° Eva I 4, Aaron I 95, Pilatus II 96; G0 Aaron I; 5° Saulus 11 117; 7° Heli I 96; 8° De Joodsche Hoogeraad II 92; 9° Jozef I 25, Zie ook II 56
Opmerkingen: 1° door de 6 eerste vreemde zonden is men rechtstreeks oorzaak dat een andere kwaad doet, dewijl men hem die zonde heeft aangeraden of geboden, hen in de boosheid beschermd, of daarin behagen genomen heeft en dus aan-lijding gegeven heeft dat de andere waaarschijnlijk in die zonde voortgaat of eindelijk omdat mon daaraan heeft deelgenomen of geholpen.
Daaruit volgt dus: dat men uitdrukkelijk in de biecht moet verklaren als men een andere tot zonde verleid heeft of daarvan de oorzaak geweest is.
2° Door de drie laatste vreemde zonden is men op negatieve wijze schuld van de zonde van anderen: als men namelijk die niet straft niet belquot;.t of aan hen, die ze kunnen beletten niet overdraagt of bekend maakt, als men dat kan en moet doen.
Wanneer is men streng verplicht ian ouders of oversten de zonden van kinderen of onderdanen bekend te maken ?
â 159 â
Als het werkelijk een groot kwaad is of tot zware zonden kan aanleiding geven.
Zoo b.v. als men weet dat een kind Zondags de 11. Mis verzuimt, dan moet men dat den ouders zeggen j als in eene conimuniteit, iemand de anderen tot zonde tracht te verleiden, dan is men verplicht dat aan de Overheid bekend te maken.
In geval van twijfel, raadplege men den Lieclil vader.
Welke zonden noemt men zonden tegen den H. Geest \
Die zonden, welke hijzonder strijden met Gods barmhartigheid en daarom de bekeeiing zeer moeielijk maken.
Welke zijn die zonden?
1° Aan Gods genade wanhopen, 2° vermetel op Gods barmhartigheid betrouwen; 3° eene welbekende waarheid des Geloofs bestrijden; 4quot; den naaste Gods lielde en genade benijden; 5° hardnekkig zijn in de boosheid en 6° verachten het berouw en de boetvaardigheid.
Wanhopen is (gelijk Kain en Judas deden) meenen, dat men -eon vergiffenis der zonden krijgen kan.
Vermetel Jrtro,nven wil zeggen, in zonden ^J-n voo -gaan, omdat God barmhartig is in de ll»0P vquot; quot;,ff,I^S2 (Antiochus Bijb Gesch. II 50. Het Israehetische volk 1 .2
honden eener letyen, maar eene outkenmnD â¢
heid des Geloofs. (De Farizeërs 11 lt;5 De Joodsche Ho-ge
raad II 113 116. 117 Sergius li 120 )
LI naaste Gods liefde en gcnadu benyden ^ eene z.aule welke niterst zelden voorkomt. (Kam 1 0, Do Joden te An-
tl0De' twee laatste beteekenen: hardnekkig m ll0
voortleven en zich niet willen l'fee.en.
Bruiloft II 78. De H. Stephanas tot de Joden II 1 )â
- 1G0 â
Waarom worden sommige zonden genoemd wraakroepende zonden \
Omdat zij, door hare groote boosheid, Gods rechtvaardige wraak en straf, ook in dit leven afroepen.
Welke zijn de wraakroepende zonden ?
1° Vrijwillige doodslag, 2° Onkuischheid tegen de natuur ; 3° Het verdrukken van armen, weduwen en weezen ; 4° Het achterhouden van het loon der werklieden.
Voorbeelden : Kaïn I 6, Joab I 93 : Achab en Jezabel I 109 ; Laban I 22).
D E I E-E N V E E K TI G S T E L E S.
Over de deugden eu de goede werken.
§ 1. Over de deugden.
Wat verstaat men door eene deugd in het algemeen ?
De christelijke deugd in het algemeen, is eene voortdurende geneigdheid der ziel om te doen wat Gode aangenaam is.
Merken wij op ; 1° dat er ook eene natuurlijke deugd bestaat, als die neiging der ziel con natuurlijk doel beoogt b.v. matig leven, om oud te worden.
2° De ware christelijke deugd stelt zich een hooger, bovennatuurlijk doel voor, vooral het volbrengen van Gods wil.
3° Deze deugd nu is, niet iets voorbijgaands, maar eene voortdurende en blijvende geneigdheid
De christelijke deugden worden vooral verdeeld in goddelijke en zedelijke deugden:
De goddelijke deugden zijn ; het Geloof, de Hoop en de Liefde.
Zij worden aldus genoemd, 1° omdat zij ons door God zijn ingestort, in het H. Doopsel en 2° omdat zij ons onmiddellijk met God bezig houden.
- 161 -
werden ons onmiddellijk door God, als eene gave zij ner goedheid gegeven zonder onze verdiensten
Zij hebben rechtstreeks betrekking op God: door het Geloof gelooven wij aan God, door de Hoop vertrouwen wij 0]i Hem; door de Liefde beminnen wij Hem.
Zedelijke deugden worden die genoemd, welke ons zedelijk gedrag zóó regelen, gelijk dat aan God welgevallig is. Die deugden hebben betrekking op de plichten, welke wij jegens God, den naaste en ons zeiven te vervullen hebben.
Welke zijn de voornaamste zedelijke deugden ? Deze vier (welke daarom hoofd- of kardinale deugden genoemd worden ) : de voorzichtigheid, de rechtvaardigheid, de sterkte en de matigheid.
De voorzichtigheid bestaat in de kennis van hetgeen gedaan en gelaten moet worden, om Gode welgevallig te zijn.
De rechtvaardigheid bestaat hierin , dat men eikeen geeft wat hen toekomt.
De sterkte hierin, dat men zich door geen moeielijkheden van de beoefening van het goede laat afschrikken.
De matigheid bestaat in het bedwingen zijner zinnelijke neigingen.
Andere zedelijke deugden zijn ; de nederigheid, de zacht-iiiiledigheid, de gehoorzaamheid, de zuiverheid enz...
§. 2. OvKR DE GOEJ3E WERKEN.
Goede icerkcn noemen wij alle werken, welke Gode aangenaam zijn, gelijk ; vasten, bidden , alinoezen geven enz.
Zijn wij verplicht goede werken te doen \
Ja, wij moeten, door de goede werken, onze roeping tot den hemel zeker maken.
Hij, die niet bidt en geen goede werken doet, gaat zeker verloren; hoe meer goede werken wij doen en hoe beter wij bidden, Hes te meer kunnen wij hopen zalig te worden.
Wat wordt vereischteer een goed werk verdien stig is voor den hemel ?
1° Dat liet, dode welgevallig zij ; dat het
â 162 â
gedaan worde in staat van genade en 3° met eene goede rneening.
Met welke meening moeten wij onze goede werken verrichten?
Uit liefde voor God en niet, om door de men-schen geprezen te worden of om andere natuurlijke redenen.
Welke voordeelen geven ons de goede werken, in staat van genade verricht?
1° De vermeerdering der goddelijke genade en der hemelsche glorie; 2° zij verwerven ons de vergiffenis der dagelijksche zondenen 5° zij voldoen voor de tijdelijke straffen, welke wij voor de zonden zouden moeden lijden.
Niet uit zich zeiven of' uit onze natuurlijke krachten, hebben de goede werken de kracht om den hemel te verdienen, maar uit de verdiensten van Christus en zijne goddelijke belofte.
Zijn de goede werken, in staat van doodzonde verricht, dan geheel vruchieloos ?
Neen, maar met Gods genade, zijn zij het gewone middel ter bekeering.
Niet rechtslreeks zijn zij verdienstig voor den hemel, maar zij wenden Gods straffende hand af en verkrijgen dikwijls den zondaar de genade en den tijd om zich te bekeeren.
De zondaar moet derhalve nog meer goede werken doen en vuriger bidden, om niet in zijne zonden te sterven
De goede werken, welke wij ten opzichte van den naaste verrichten, worden werken van harm-harlijheid genoemd. Zij zijn tweederlei: geestelijke en lichamelijke.
Geestelijke werken van barmhartigheid zijn die, waardoor wij den naaste in zijnen geestelijken nood, in zijne behoeften naar de ziel, uit .1) ar m h a rti gh e i d bij sta a n.
Lichamelijke, zijn die, waardoor wij den naaste.
â 163 -
ui zijn tijdelijken of licbamelijken nood, uit barmhartigheid iielpen.
Wie is vooral verplicht de zondaars te berispen?
Alle ouders, oversten en zij, die met ziel-zorg belast zijn.
Derhalve moeten kinderen en onderdanen die vermaningen altijd beschouwen, als gegeven uit plichtbesef, tot hun eigen welzijn en die ook getrouw nakomen.
Voor wie zijn wij verplicht te bidden ?
Voor alle menschen in het algemeen, vooral echter voor ouders, bloedverwanten, oversten en weldoeners, hetzij zij nog leven of reeds over leden, zijn.
Zijn wij ook verplicht aalmoezen te geven?
Ja,ieder is verplicht aalmoezen te geven,volgens zijnen staal, vooral als de naaste in uitersten of grooten nood verkeert.
Besluit: Bid eiken dag de akten van Geloof, Hoop en Liefde; wees nederig, gehoorzaam, zedig, liefderijk jegens den naaste; leef in den geest des gebeds en de kroon der heerlijkheid is voor u weggelegd.
V IER- E N - V E E U TIGS T E L E S.
Over de christelijke volmaaktheid.
Waarin bestaat de christelijke volmaaktheid ?
Zij bestaat hierin, dat wij God boven alles, en alles, om God, beminnen.
De volmaaktheid vordert dus dat wij steeds, in al ons doen en laten, God vóór oogen houden en alles ter zijner liefde doen.
Behoort ieder, in zijnen staat, naar de christelijke volmaaktheid te streven ?
Ja zeker, want Christus heeft tot allen gezegd : zijl volmaakt , gelijk de Uemelscha Vader volmaakt is.
â 1(54 â
ij kunnen natuurlijk niet oneindig volmaakt worden, zo-lijk God is; douh wij moeten ons beijveren, om meer en meer volmaakt te worden.
Wijmoeten dus, met ijver en volharding, de middelen ter volmaaktheid aanwenden, welke Christus ons daartoe gegeven heeft en die zijn Iweederlei: gewone en buitengewone.
Welke zijn de gewone middelen, welke ieder christen gebruiken moet \
1° Gaarne bidden en aandachtig Gods woord aanhooren en overwegen ï 2° dikwijls en godvruchtig de H.H. Sacramenten ontvangen; 3° zijne driften en kwade neigingen bestrijden; 4° zijne gewone bezigheden zoo volmaakt ino-gelijk verrichten en aan God opdragen.
Welke zijn de buitengewone middelen?
Uie middelen, welke tot bereiking der christelijke volmaaktheid wel niet noodzakelijk, maar toch zeer nuttig zijn en door Christus in het Evangelie worden aangeprezen.
Het zijn de Evangelische raden, namelijk : vrijwillige armoede eeuwige zuiverheid en volkomen gehoorzaamheid.
Dat zijn de geloften, welke door de kloosterlingen afge-gelegd worden.
Als men tot den kloosterlijken staat geroepen is en na rijp overleg met zijne ouders en vooral met den biechtvadflr, die geloften doet, dan is het aeker het krachtigste middel om tot de volmaaktheid te komen.
Besluit: Gevoelt gij neiging voor den priesterlijken of kloosterlijken staat, volg don raaii van n won zielshestiorder en gij zult uw geluk in dit en hegt;l. Andere ievsn verzekeren. Leeft gij in de wereld, traoht nok daar, tM »c voigeusuwen etaat volmaakt te leven, want hij, die niet tracht volmaakter te worden, stelt zich in gevaar achteruit te gaan, in zonde te vallen en verloren te gaan.
V IJ F E N V E E R T T G S T E LES.
Over de vier uitersten des menschen.
Wat is een der beste middelen om ons tot haat der zonde en tot liefde voor de deugd op te wekken?
- 165 â
Het aandachtig overdenken der vier uiterster
des menschen.
Iemand die dikwijls en ernstig denkt aan hetgeen ons wacht, bij het einde van dit kortstondig leven, zal van harte de zonden verfoeien en de deugd beminnen en beoefenen.
Welke zijn de vier uitersten des menschen?
De dood, liet oordeel, de hel en de hemelsche glorie.
De dood en het oordeel zijn voor alle menschen, de hel voor hen, die in doodzonde sterven en de hemel voor hen, die in staat van genade sterven.
Zij, die in staat van genade sterven, maar met dagelijksche zonde of nog niet geiieel voor hunne zonden voldaan hebben, gaan, voor een tijd naar het Vagevuur, doch zullen eindelijk in den hemel komen.
Wat moeten wij van den dood gelooven?
Dat alle menschen sterven moeten en dat de dood ons kan overkomen, als wij er het minst op denken.
Dat alle menschen sterven moeten, leert ons niet alleen het Geloof, maar ook de ondervinding; doch men denkt er niet genoeg aan, dat ieder oogenblik ons leven in Gods hand is en dat Christus gezegd heeft: dat wij altoos tot sterven moeten bereid zijn en dat Hij zal komen als een dief in den nacht, op het uur, als wij er het minste aan deuken.
Wat moeten wij van het oordeel gelooven?
1° Dat ieder zal geoordeeld worden, eerst in het bijzonder â en later in het algemeen oordeel; 2° dat de Rechter oneindig rechtvaardig en het vonnis onherroepelijk zijn zal; 3° dat liet goed zal beloond en kwaad zal gestraft worden.
Wat is de hel?
Eene plaats van onbegrijpelijke pijnen, waar de verdoemden met de duivelen eeuwig door God gestraft worden.
r
â 166 â
De verdoemden zijn beroofd van het geluk des liemel^, waarnaar zij zoo vurig verlangen, zij worden gekweld door di knaging des gewetens, dat hun immer verwijt, dat zij zoo gemakkelijk hadden zalig kunnen worden ; zij worden gefolterd door het vuur en lijden smarten zonder einde. Zij die meer gezondigd hebben, zullen ook des te meer te lijdon hebben.
Wat is de hemel?
Eene plaats, waar de gelukzaligen God eeuwig aanschouwen en onuitsprekelijke vreugde genieten.
Het geluk des hemels zal, wol is waar verschillend zijn en grooter uaar de mate der grootere verdiensten; alle /.aligen echter zullen volmaakt gelukkig zijn.
De heerlijkheid en de zaligheid des hemels kunnen wij, hierop op aarde, niet begrijpen: De H. Paulus, die in zijn leven, ten hemel werd opgenomen en d?szelfs heerlijkheid aanschouwde, zegt ons daarvan: -«geen oog heeft het gezien, geen oor heefi het gehoord, in geen menschen hart is het opgekomen, hetgeen God bereid heeft voor diegenen, die Hem beminnen.*
Besluit. Denk dikwijls en ernstig: ik zal eens sterven en weet niet wanneer, waar of hoe; ik zal streng geoordeeld worden en clan wacht mij of eene eeuwigheid van smarten of vau onuitsprekelijke vreugde; ik zal dus zóó leven, dat ik ieder oogenblik bereid ben om te sterven en de gelukkige eeuwigheid iu te gaan.
INHOUDSTAFEL.
Bladz.
Voorrede..................3
Inleiding ................5
Eerste Hoofdstuk.
leles: Over het Geloof................8
2P les: Over de bronnen des Geloofs, de H. Schrift
en de Traditie........12
3e les: Over God en zijne eigenschappen en over
de H. Drievuldigheid......15
4e les: Over de schrj pin,/ in 't algemeen en over
de schepping der Engelen.....20
§ 2. Over de schepping en den val der eerste 22
menschen..........
5e les: Over de Verlossing der menschen en de
Menschwording van Christus. ... 25
6eles: Over Christus' lijden......29
7eles: Over de nederdaling ter helle en de verrijzenis ..........32
8eles: Over Christus' hemelvaart.....34
9® les: Over het algemeen en bijzonder oordeel. 35
10eles: Over God den II. Geest..........37
11u les: Over de 'Kerk en hare inrichting. , . 39
§ 2. Over de ééne ware Kerk.....44
12® les: Over de gemeenschap der Heiligen . . 49
13eles: Over de vergiffenis der zonden ... 53
14eles: Over de verrijzenis des vleesches ... 54
15®les: Over het eeuwig leven......56
Tweede Hoofdstuk.
Over de Hoop.
16eles: Over de Hoop en het gebed , 60
â 168 â
Blad/.
17e'les: Over het geheel des Heer en.....64
18eles: Ovc, het Wees gegroet......67
19eles: Over de vereering der H. Maagd . . 69 Deede Hoofdstuk.
20® les: Over de Liefde........72
2115 les: Over het le gebod..............75
22eles: Over de vereering der Heiligen, der beelden en der relikwieën......79
23eles: Over het 2e gebod.......83
24eles: Over het 3« gebod.......86
2 5e les: Over het 4e gebod.......87
26eles: Over het 5e gebod.......90
27eles: Over het 6e en gebod.....92
2Se les: Over het 7e en 10e gebod.....95
29eles: Over het 8e gebod ....... 97
30eles: Over de geboden der H. Kerk. . . . 1U0 Veerde Hoofdstuk.
Over de genademiddelen.
31eles: Over de genade en over de Sacramenten 107
^ 32eles: Over het Doopsel........113
33eles: Over het Vormsel . ,.....117
34eles: Over het H. Sacrament des Altaars. . 119
35eles: Over de H. Mis........126
36eles: Over de Biecht........130
37eles: Over het H. Oliesel.......144
38eles: Over het Priesterschap......145
3f'e les: Over het Huwelijk........147
40e les; Over de Sacramentalieën.....150
Vijfde Hoofdstuk.
Over de christelijke rechtvaardigheid.
41eles; Over de zonde in het algemeen . . . 153
42® les: Over de hoofdzonden, vreemde zonden, enz. 157
43eles: Over de deugden en de goede werken . 160
44® les: Over de christelijke volmaaktheid . . . 168
45® les; Over de vier uitersten......164
OPMERKING.
Na den afdruk van liet werk, vielen ons behalve eenige typografische fouten, enkele minder juiste uitdrukkingen in het oog, waarop wij hier wijzen. Wij verzoeken tevens onze vrienden ons hunne op- en aanmerkingen te willen doen toekomen; wij zullen daarvan, bij eene volgende uitgave dankbaar gebruik maken.
|
STAAT: blz. 11 regel 25: als zij loeten enz. blz. 29 in de noot: wetten blz. 40 regel 34: aanerkend blz. 53. Twaalfde Les blz. 75 regel 32: 4» Is het raadzaam enz. blz. 84 regel 4 : zoowaar als God blz. 87 regel 15: tenzij daarvoor eene billijke reden bestaat blz. 95 regel 10; en weldadig te zijn jegens den naaste |
LEES: als zij weten dat hun Godsdienst niet goed is, en zich dan niet bekeeren. Als zij daaraan twijfelen, moeten zij verder onderzoeken. werken of feiten. erkend. Dertiende Les. 4° Dikwijls in het leven; derhalve is het raadzaam enz. Zoo waar helpe mij God almachtig. tenzij daarvoor eene billijke reden bestaat....., of zulks door een algemeen gebruik geoorloofd is. (dat kan wegvallen) |
STAAT: LEES:
blz. 97 regel 1 9 :
Als men door den rechter Als men door den rechter, wettig ondervraagd enz. als getuige, wettig ondervraagd
enz.
blz. 114 regel 35;
als van de andere enz. als van de meeste andere enz.
blz. 122 regel 5;
In het laatste Avondmaal enz. (die zinsnede moet wegvallen.)
blz. 132 regel 11:
Ja zelfs enz. (moet wegblijven).
blz. 140 regel 19 ;
doodzonden andere zonden.
blz. 142. regel 19: 3°. Zij is ook tot de biecht
noodzakelijk, althans in zoover dat zij door den biechteling moet worden aangenomen.