ocr page 1

jSjb /Slt;P ^

ocr page 2

Vak U

lr:_; . -r

ocr page 3

ak 158

B i±

WAAR 'T 'EM ZIT.

DOOK ' £

■ J , S

•V

den Sehfijver van „GOED GELiD'

- : |

m i

106

ocr page 4
ocr page 5

WAAR 'T 'EM ZIT,

HOOR

den Schrijver van „GOED GELtD'

«UI

2J*

Leiden,

J. \V. VAN LEEUWEN,

Uitgever en Antiq. Boekhandel. Hoogewoerd No. 89. 1897.

Wk 1

*

ocr page 6

GEDRUKT BIJ J. J. GROEN EN ZOON TE LEIDEN.

ocr page 7

TER INLEIDING.

Had ik verlangd naar een fiinken steun in mijn rug, om de verantwoordelijkheid te dragen, die ik met mijne brochure T(joed (jehV op mij nam, de lieer Smid zou met zijn mannelijken. stevigen arbeid landhoHWcrmsquot;1 zelfs mijn minst bescheiden begeerten overtroffen hebben.

Een verrassend licht wierp hij over de vraag der verhouding tusschen landbouw- en standaard-questie.

Ue onderscheiding, waarnaar zijn werk streefde, den gouden eerepenning, heeft liet met onmiskenbaar recht verworven.

Mij bewees hij, — door de uiteenzetting zijner denkbeelden over den nadeeligen invloed der zilverdalingeu op den Europeeschen en vaderlandschen landbouw, — dezen allergewichtigsten dienst, dat hij zicli ongedwongen ter mijner zijde stelde, waar ik, juist om de blootlegging dezer waarheid, onverhoeds in de Hank werd gegrepen.

Wat een commissie van deskundigen, die den Heer Smid hot eeregoud toewezen voor zijn arbeid, met hem van oordeel bleek te zijn, liet kan in mijn pen zich niet omzetten tot een paskwil of een misverstand.

Do Heer Smid heeft mijn lof niet van noode, maar mijn hulde wil ik hem toch brengen.

Van verschillende punten uitgaande, met verschillende

ocr page 8

4

oogmerken voorttredend, ontmoetten wij elkander, — door do noodzakelijkheid van den logischen voortgang der ge-dachten, — op hetzelfde punt, en kwamen tot hetzelfde besluit: do zilverdaling en do hierdoor veroorzaakte export-premie voor de landen met zilveren standaard, drukt, in alle goudlanden. industrie, handel en landbouw.

Merkwaardig! Hij komt ter plaatse in gezelschap van vijf mannen van onbetwist gezag, — ik had daar reeds post gevat met een veertigtal anderen; en de erkende meerderheid van dezer aanzien behoeft de billijke waardeering van genen niet in den weg te staan.

Ook al had de Heer Sjud zijn verdienstelijk geschrift over het verband tusschen standaard en landbouw niet saamgesteld, ik zou het Nederlandsch publiek aandacht hebben verzocht, voor het eenstemmig getuigenis van een veertigtal mijner aanzienlijkste mede- en tegenstanders, do eensluidendheid van wier oordeel het antwoord op do vraag „waar het 'em zitquot;, open op de hand legt.

Thans wil ik ook den deskundigen, door den Heer Smid aangeduid, het woord niet weigeren.

Ziehier dan, lezer, wat men pleegt te noemen: de „bronnen van dit werkje:quot;

1) A. J. Balfour: „The currency «luestionLundon Effingham

quot;Wilson on Co. H Koyal exchange.

Dit is oene redevoering, door dezen aanvoerder der bim.partij gehouden 8 Aug. 1893 in „Mansion housequot; to London.

2) Dr. Otto Arendt: „Leitfaden zur Wahrungsfragequot;. Hermann

quot;Walther, Berlin 1895.

3) Mo*t Rev. Dr. Walsh (Archbishop of Dublin): „Bimetallism

and Monometallism.quot; Browne and Kolan, Nassaustreet, Dublin, 1894.

4) A. Chahnj: „Or centre argentquot;, Kue Francois I 8, Paris.

ocr page 9

5

5) A. Chdhry: „L'usure suprèmequot;, „lu moimaiequot;, „la orise moné-tairequot; oto. — dito.

li) A. Chahnj: Particulier schrijven aan mij (18!J(i). (1S!)7).

7) Jhr. Rochussen: „Ons geldquot;. Erven BoiIN, Haarlem. 1S94.

8) Jhr. Rochussen: „Wilhrung, Uanke und Handelquot;. Berlin, 1896,

(Haude amp; Spencer).

!)) G. M. Boissevain: „Memorie betreffende het muntvraagstuk,quot; J. H. de Bussv, Amsterdam, 1895.

10) G. M. Boissevain: „De munttoestand in 1897quot;. dito.

11) If. yVilmdHHs: „Wahrung, Industrie, Minenbetrieb.quot; (Vice consul

van Mexico). Berlin. Waltiier. 1894.

12) Otto Willfingh: „Wahrungsfrage und Industrie,quot; Berlin, 1894.

Waltheh.

Deze heer was lid der Duitsche „Silber Kommissionquot; (1894). lil) Alex non Giilpen: „Terminhandel und Wiihrung.quot; Caul Hkij-

maxxh, Berlin, 189*!.

14 ) Alex von Giilpen: „Terminhandel und Börse.quot; Cari- Heijmanns, Berlin, 1896.

Deze heer werd indertijd ontboden door de Duitsche „Silber-Kom-missionquot;, om haar van deskundigen raad te dienen.

15) Emil Asschendorf: Geschaftsführer des Deutschen Bimetallisten

Bundos, „dii^ 'Withrungsreformquot;. II. Waltiier, Berlin, 1896.

16) Dr. G. Ratzinger: „Die Volkswirtschaft in ihren sittlichen Oruud-

lagen.quot; Herder, Freiburg, 1895.

17) „Wiihrungsdebatte im Reichtstagquot; 1quot;), 16 Febr. 1895, redevoering van II. LeuscJiner, lid der Duitsche „Silber-Kommissionquot; (1894).

18) Dito, redevoering van £*;•./•'c/erffteri/, eveneens lid dier commissie.

19) „ „ „ IJ/'. Jjieher.

20) „ „ „ Dr. Barth.

21) „ „ ,, Graaf v. Bismarck (Herbert). '2'2) „ „ „ von Kiirelor/f'.

23) „ „ „ rt/n Mirbctch.

24) ,, „ ., Kiie/ène Richter

25) „ _ „ don „Reichschatzsecretarquot; Guat vox Po-

s a 7) o %v s k' i - w k11n ei:.

26) ,. „ „ Reichskanzler Fürst van Hoheulohe.

27) „ „ „ Siegle.

28) „ „ „ Dr. Meijer.

29) Theod. Fritsch. Brennende Fragequot;, Leipzig 1894.

30) ., „ „D. Hoc. Blatter,quot; ditn.

ocr page 10

f) '

SI) Artikels vun den Heer K'. Renders, „Tijdquot; 1892.

32) Artikel van den lieer Alphonne Alhiyc/, eere-direkteur der Belgische Munt.

35) Artikel van Georges Hdphael Leri, „Revue des deux Mondesquot; Avril 1897.

36) Fan/ (PEstounielles de Constant: „le peril jaunequot; 1 Avril 189(gt;, „Revue des'deux Mondesquot;; dit artikel nam „de Tijdquot; over („een dreigend gevaarquot;) ü October 1890.

37) de Heer W. lioscn in „//c/ Handelsbladquot;.

38) Jhr. Sochussen, „Pierson's muntleer eu muntpolitiekquot;. 1896. C. L. van Langf.nhuysen.

39) Smid, „Landbouwcrisisquot;. — In dit bekroond geschrift vind ik blz. 17—20 aangehaald: Jhr. Rochussen, A. v. Dedem, M. de Monchy, .1. Müllek en A. C. Wertheim.

40) Eenige brieven van den Heer van Gulpen aan mjj.

41) „Wissenschal'tllche Qutachten über die Wiihrungsfragequot;. — Berlin 1893 bij AValthek.

Oordeel van Prof. Dr. Wilhelm Lexis te Göttingen.

42) Dito. Oordeel van Prof. Dr. William Scharling te Kopenhagen.

43) Dito. Oordeel van Prof. Dr. Friedrich Kleiniviichtcr te Czernowicz.

44) Dito. Oordeel van Prof Dr. [. Conrad Professor te Halle.

45) Dito. Oordeel van Minister a. D. Dr. A. Sclnif/ie te Stuttgart.

46) Dito Oordeel van 't Parlementslid Herman Schmidt, Londen.

Ik heb hot genoegen, den lozer deze Hoeren voor te stellen; ik zal lion aan 't woord laten, opdat niet enkel van mij, maar veel meer van hun bevoegde verklaringen, de belangstellende verneme „waar 't'cm zitquot;, cn hoe, in stelsel en tastbare praktijk, import- cn exportverhouding door het zwenken cn schokken der zilverprijzen op deerlijke wijze ontwricht wordt.

DE SCHRIJVER.

ocr page 11

HOOFDSTUK I

Een weinig lichte theorie.

Do zware verplichting, die Mgr. Walsh, Aartsbisschop van Dublin, zich laadde op de schouders, toen hij, het hoog sociaal belang der muntquestie gevoelend, dat gevoelen onverschrokken te kennen gaf, wie zal zeggen, dat zij hom hot hart beklemde, toen hij, ter Brusselsehe internationale muntconferentie, nogmaals open. klaar, zonder sluiers om do zaak te weven, zijn overtuiging ter tafel legde?

Persoonlijk verblijdde mij nog voor eenige weken do ondervinding, dat Mgr. Walsh zijn vorige booordeoling noch overdreven, noch te onpas hooft gekeurd

In het aangeduide werk van dezen Bisschop (Xquot;. H) loos ik bldz. 34 en 35:

„Balpour heeft op de meeting te Manchester verklaard, dat ,,do internationale handel een spel was geworden over de waarde „van het zilver. Sir David Barbour spreekt dezelfde meening uit „in zijn „Financial statement for Indiaquot;. Mr. Barclay spreekt van rde waarde met dubbel gezicht, of van de dubbele koopkracht „der Koepie, — eene kracht, die standvastig is in Indië, maar „wisselvallig en tot op de helft verminderd in Europa.quot; {The silrer question aiul the gold question p. 118)quot;'.

Tot zoover Mgr. Walsh.

ocr page 12

8

Thans, — a tout seigneur tout honneur, — liet woord aan Lord Balfour zolf.

Ton aanhoore van oon uitgezocht publiek, — wier leden bldz. 4, 5 on (i der bovengenoemde brochure (N#. 1) worden opgesomd, — sprak hij zijn voor immer merkwaardige rode-voering uit.

Meer dan 100 klinkende titels en namen tel ik onder zijn toehoorders; ik zio !l Direkteuren van de bank van Engeland, ik bemerk 7 Consul-generaals, Ministers als Chaplix, Parlementsleden als Courtney, Houldsworth, Thompson, bankiers,... schier niets dan bankiers en bestuurders van banken; City-bank, bank of India, Lloyds-bank, West-minster-bank, Chartered-bank, zonden haar vertegenwoordigers, Professor Poxwell, Gibbs, Joiix A. Beith, A. Morgan, Lord Lidderdale, de Ambassadeurs van Amerika, Nederland, Japan, naast velerlei finantieele grootheden.

Welnu, ten overstaan dier keur van kenners, sprak de man, die toch op dit gebied een naam te verliezen heeft, deze beslissende taal:

„/Ze/ zal wel niet noodvj zijn, lieden, die met den handel ver-yytrouwd zijn, er op te wijzen, dat een toestand, als dien wij „nu beleven met zoo grootc valuta-verschillen, niet enkel belachelijk „maar ook hoogst bedenkelijk is! Het nadeel hierdoor berokkend „is tweevoudig. Vooreerst moet de schommeling der wisselkoersen „een nevel van onzekerheid over de handelszaken werpen van „allen, die met een zilverland in betrekking staan. Vervolgens „moet het bestaan van zulk een groot onderscheid tussehen goud „en zilver, onder zekere omstandigheden, zonder twijfel, als „eene premie werken op de productie der zilverlanden in zekere „takken van landbouw en industrie. Ik zal dil niet nader toelichten, „daar ik may aannemen, dat niemand dit loochent.... Wij bebinden ons dan in den hatehjken toestand, dat wij moeten „blijven bij een ruilmiddel, dat aan huitenlandsche producenten , die

ocr page 13

9

„met onze medeburgers concurreeren, feitelijk eene premie „verleent.quot; („Most niuinestiouably act as a bountyquot;).

Alilus sprak, voor dit uitgelezen gehoor, Lord Balfour; Bludz. 17 van het verslag dier vergadering deelt het ons mede. De open hulde en dank, hem door twee sprekers gebracht voor zjjn rede, mogen ton nieuw bewijs strekken

voor de vastheid der algemeene overtuiging.

*

*

De menigte mijner stof' ontstemt mij en ik weet niet, waar ik de grage hand nu het eerst zal toestaan te grijpen.

Laat mjj u dan thans voorstellen: den heer Alex Van Gülpen ; deze man schreef twee zeer gunstig bekende werken , waarin de standaard-vraag met veel kennis en talent wordt besproken (Nquot;. 13, 14). De Duitsche regeering noodde hem, in 1894, om als deskundige voor de „zilver-commissiequot; zijne verklaringen af te leggen. Was het wonder? Had niet deze man persoonlijk Indië bereisd, om den toestand dezer streken (zilveilanden) te peilen?

Ik lees in het boek „Tc.nninhiouJp.l iokI Wi'Hinntf/quot; p, 111 als besluit des schrijvers:

„Tollen wil men invoeren tegen Azië, — is de omhoog-drijving der zilvcrprijzen niet een veel krachtiger middel ?. ... Iedere pemtiny, waarmede het zilver stijgt, is een tol voor «Ie goiKllniulcn tegen Azië, — iedere penning, waarmede het zilver valt, is eene exportpremie voor de zilvcrlaiiden.quot;

Hetzelfde geschrift ontwikkelt op vele plaatsen deze gedachte; eene nauwelijks oppervlakkige lezing dwingt reeds tot die overtuiging. Zoo schrijft van Gülpex b. v. pag. 26:

„Als de splitsing in goud- en zilverlanden blijft duren, zal het verschil der arbeidsloonen, die met het zilver gedaald zijn, ten gevolge hebben, dat do arbeid naar het Oosten zal verhuizen en

ocr page 14

10

onze arbeid en ons geld zal de werkplaatsen yan het Oosten opzoeken, waar het kapitaal hoogere renten kan maken!quot;

En pag. 27:

„De aanhangers der goudpartij oordeelen over den invloed der mindere waarde van het zilver als over den invloed eener papiervalutaquot;

v. Gülpex geeft dit (zeer terecht!) niet toe: het feit echter, dat er een invloed van soortgelijken aard bestaat, looclieut noch hij, noch eenig lid zelfs der goudpartij! Vandaar pag. 68:

„Wij willen onze arbeiders in veiligheid stellen tegen de Aziatische, en daarom hun loon verhoogen door de rijzing der zilverwaarden te bevorderen; zoo zullen wij den Aziaten het voordeel ontnemen, dat zij hebben tegenover de Europeesche arbeiders.

En pag. 72:

„Als deze standaard-verschillen nog langer moeten duren, worden zij als een Chineesche muur, waarover de Europeanen niet klimmen kunnen .... en toch hebben wij het Oosten. Indië, Oost-Azië als terrein van verkoop noodig.quot;

Van den anderen kant (voor liet export uit die landen naar Europa):

„Ons geld zal derwaarts gaan, zilver koopen en met het zilver arbeid : hoe goedkooper het zilver, hoe voordeeliger de aanlegquot; ....

En nog p. 78:

„Immer wordt de goedkoopste markt door den inkoop bevoor-„recht en altijd zal men de duurste markt voor don verkoop „opzoeken; zoo zullen, als natuurlij h yevoly, de zilverzanden in. de toekomst fabrikanten en verkoopers worden, — do „goudlanden koopers. Zullen wij daarbij ons wel bevinden ? Tot „heden hebben wij de aarde bediend!quot; (waren wij do rerkoopers).

Men ziet liet: premie op export der zilverlanden, strem-

ocr page 15

11

ming van export uit de goudlanden is liet natuurlijk gevolg der zilverdaling, want in de eerstgenoemde kan men met (joud 't goedkoopst goederen bestellen.

Deze verklaringen laten geen twijfel aan schrijvers bedoeling.

Ziehier een andere deskundige; de Mexikaansche Consul te Berlijn ; zelf vertegenwoordiger van een land met zilveren standaard, schrijft hij in zijn bovenvermeld werkje (nquot;. 11) blz. 20:

„In landen met minwaardige valuta bevordert de daling het rexport, vermindert zij het import, — dat is: deze daling werkt r tegeljjkerhjd als uitvoerpremie en tol.quot;

Een weinig verder (blz. 22);

„Van den anderen kant moest voor diezelfde landen (met zilveren standaard) de verschuiving der waarden als export-premie „werken ... en zoo wordt Europa door de voortbrengselen dier „landen met immer scherper mededinging bedreigd. En zoo blijkt „dan, hoe eng, in de standaard-questie, de belangen van landbouw en nijverheid verbonden zijn.quot;

Voorts nog pag. 24;

„Do zilverdaling heeft aan alle zilverlanden een voorsprong „gegeven, zóó groot als geen tarief hun had kunnen schenken en „nooit meer zal men aan dit voordeel een einde kunnen maken ! . .. „Mexico b. v. is uitsluitend door de daling der zilverwaarden in „staat gesteld, mede te dingen met de Duitsche industrie.... „Maar dit voorbeeld is leerrijk, al wordt het gegeven door een „kleiner land. Want dezelfde verschijnselen maken zich kenbaar „ook in andere landen, en de ernstigste gevaren dreigen deswege „de Europeesche industriequot;.

Hier sluiten wij gemakkelijk aan, wat de heer Leuschser sprak in den Duitsehcn Rijksdag, 1G Feb. 1895.

Diens redevoering werd afgedrukt in het boekje: „ 1) 'Hhruiiys dehatte 'nu Bcichsla;/quot;; dit bevat ook de oordeelen der ove-

ocr page 16

12

rigo Duitschc Parlements-leden, in mijne inleiding genoerid. (nO. 17—28).

De lieer Leusciiner , lid der „Silber-enquêtii-Commission,\ man van gezag op dit punt, sprak:

„Geen mensch kan toch ontkennen, dat door de vorschillon der „standaard-metalen, goud en zilver, in de verschillende landen jjvaluta-verschillen moeten ontstaan. Deze valuta-verschillen heb-„ben het gevolg, dat het import van industrie-voorwerpen en „van granen uit de zilverlandeu naar onze streken buitengewoon „wordt bevorderd, terwjjl omgekeerd hel export derwaarts lijdt; „dit is U bekend, dit kunt gij niet loochenen, dit werd zonder „meer toegegeven door de goud verdedigers, die zitting hadden in „de zilver-euquête-coininissie. Dit zijn tocli onoverkomelijke beswaren , reusachtige nadoelen, — en allen moeten wij den enkelen „goudstandaard, die dit alles veroorzaakte, in het belang van „ons maatschappelijk welzijn, afschaftenquot;, (pag. 67).

Hierbij voeg ik onmiddellijk de oordeelen zijner medeleden van den Rijksdag.

Do heer Vox Kardorff:

„Herinner U de woorden uit de bekende redo van Gladstone. „Hij zeide, wat den zin betreft, dit: Ik geef toe dat onze land-„bouw-productie wordt geruineerd, — de naar zilcoianden expor-„teerende industrie moet de zwaarste offers brengenquot;,... (p. 7).

En een weinig later:

„M.H. De standaardvraag is voor den landbouw van grout „gewicht, vooreerst om het valutaversehil, en wel hierom, daar .de landbouw met zoovele landen concurreert, die eene minwaar-„dige valuta hebben (vooral den zilveren standaard) en vervolgens „daar alle landbouwvoortbrengselen, minstens do grootere, een „wereldmarktprijs hebben. Daarom is de standaardvraag voor den

„landbouw een der belangrijkste..... Voor de industrie en wel

„voor de naar ziloerlanden exporteerende, is deze vraag een levens-„kwestiequot;. (p. 9).

ocr page 17

13

En nog:

„Waarom doet Argentinië ons zulk eene scherpe concurrentie

„aan?.....Deze beslissende invloed komt.... door de minwaar-

„digheid der Argentijnsche valuta;. . .. daar verdienen de land-„bouwers, overmits zij mot minwaardige munt betalen, die „echter haar volle koopkracht behield in het hiunen-„landsch verkeer, terwijl zij voor hun producten van de wercld-„markt den dubbelen of een nog hoogeren prijs bedingen kunnen. „Ik beveel U over dit punt do lezing aan van hot geschrift: „Die Ostindische Konkurrenz im Weizenhandelquot;, door Wolff, „leeraar aan de Universiteit van Zurich, die nota bene zelf geen „Bimetallist is. Deze zet uit een 1°).... 2°) Iedere penny, welke „de roepie in waarde verliest, vermindert de productiekosten „uitgedrukt in goudprijs, 3quot;) de rol dor zilvorpnjzen is de over-„heerschende, in de toekomstige ontwikkeling der Indische concurrentie.

„Als een geleerde, die in de standaardvraag onze tegenstander „is, zulke beweringen vaststelt en verdedigt, dan heeft dit toch „wel eenige beteekenis!quot; (p. 15).

Diens partijgenoot Dr. Friedberg stemde volkomen met hem in:

„Daarom zal het voordeelig zijn industrieën in dié landen te „beginnen, die een minwaardige valuta hebben, en dit heeft „invloed op de landen met hoogere valuta, maakt hun de mede-,,dinging moeilijk, benadeelt de arbeiders dier landen door do „concurrentie der buitenlandscho collega's, die met billijker loonon „arbeidenquot; (dus premie op den uitvoer uit zilverlanden, door do zilverdaling), (p. 80).

„Tijdens de beraadslagingen over het handolstraktaat met Rus-„land nam ik hot standpunt in, dat men zulke overeenkomsten „niet sluiten moet met landen, die een volkomen verschillende „valuta hebben. Dit nam men mij nog al kwalijk.... Nu is ... . „de roebelkoers gestegen (10%) en thans verklaren do vNo.tilt;mal-^Zeituwf en do „ Vossische Zeitnngquot;, dat dit een leolijke streek „van Rusland is en dat met zulke valuta-afwijkingen de industrie

ocr page 18

14

„niet bestaan kan, daar iedere berekening der industrieelen dan „wordt verschalkt.

„De kern der Bimetallistisehe beweringenis Aeze: Aai de valuta-„verschillen zóó groot :ijn, dat het internationaal verkeer er aan-„merkelijk door geschaad wordt. Ik verheug mij, dat de Heer „Richter dit heden toegafquot; (p. 77).

Zoo luidde eveneons liet oordeel van Graaf' Herbert Von Bismarck:

„De Heeren weten toch wel, dat de meest aanzienlijke nationaal-„oeconomen als Laveleye, Carey en anderen, bij de invoering „van den gouden standaard gewaarschuwd hebben, dat dit dwingen „zou tot invoering ran beschermende rechten; en dit is ook ge-„schiedquot; (p. 46).

Beschermonde rechten, om de premie te verevenen, dooide zilverdaling aan zilverlanden geborgd; de Heer Smid geeft hier aan Bismarck , Leusciiner , v. Kardorfp , Dr. Friedberg en Van Gülpen de hand!

Merkwaardiger nog is het getuigenis onzer tegenstanders.

Hoor den verbaasden Dr. Meijer spreken: (n0. 28)

„Het is mij niet duidelijk, waarop Dr. Friedbero zijn beweren „grondt, dat mijn vriend Bartii den invloed der valutaverschillen „op de ledrijfsontioikkeling loochent. Neen, do Heer Friedberg „heeft hierin volkomen gelijk, dat iedere verstandige koopman „ook met deze valutaverschillen moet rekenenquot;, (p. 95).

En Eugene Richter , — geen hardnekkiger goudman is denkbaar, — sprak:

„Eene terugwerking op de verhoudingen van verkeer en bedrijf, „als gevolg dor veranderde waardebetrekking (tusschen goud en „zilver) kan door niemand geloochend worden; minstens is „het onmogelijk te ontkennen, dat door don val der zilver-grijzen onze handelsrelatien met de landen, die den zilveren „standaard hebben, tegenwoordig zeer bemoeilijkt zijnquot; (p. 73).

ocr page 19

15

Daarbij verklaarde diens vriend Siegi.e (goudman):

„Evenzoo heken ik openlijk, dat do uitvoer van Duitsehland „naar landen met zilveren standaard, b. v. naar Mexico en Oost-„ Azië onder de minwaardigheid van hul zilccr lijdt, en ik hoop dus, „dat die prijs moge stjjgen. Ik erken in de uiting van den lieer „Rijkskanselier dezelfde opvatting.quot; (p. 72).

Dr. Barth geeft denzelfden invloed toe, als bij spreekt:

„Ja ik zou kunnen begrijpen, dat Engeland, wegens zijn „nauwe betrekkingen mot Indië en de moeilijkheden, die de „Indische toestanden hebben veroorzaakt en die haar teruyslay „allereerst in Kutje land doen (je voelen, op bot idee kwam : wij „willen eens do kat do bel aanbindenquot; (ton gunste eener munt-conferentio, om de invoering van het Bimetallisme te bespreken).

Is het mij kwalijk te nemen, dat ik dien zin meen te ontdekken in zijne woorden , daar toeh zijn vriend Meijer er hetzelfde in bespeurde? ....

Laat mij, wat Duitschlands Kijksdag betreft, eindigen met do woorden van Graaf Posadowski Weiiner, Reirh-schats-Seeretar;

„Es ist unbestrittenquot;, -— het is geen punt van debat, dat de

„gedaalde zilverwaarde een nadeeligen invloed op onze eigen fabrikatie en export uitoefent.quot; (p. 84).

Zoo dan ook luidt het oordeel der Bimetallistisclie Liga, die 't bewuste boekje iu het licht gaf („

„De verandering der prijzen heeft enkel plaats voor de export-„en import-artikelen (door de valuta-wijzigingen); daarom juist „wordt do invoer in de landen met lage valuta bemoeilijkt, — „dezer uitvoer bevorderd; juist daarom ook is het nadeel aan den

„kant der landen met hoogere valuta.quot; (p. 96 — noot).

*

Nog mag ik echter niet eindigen. Ik moet nog aandacht

ocr page 20

16

vragen voor iemand, dien wij in liet vervolg van dit betoog herhaaldelijk zullen hooren; de heer quot;Wülfing , medelid der zilver-commissie, deskundige op dit terrein, schrijft:

„Do valuta-verschillen werken bij den invoer in do landen „met lagere valuta als een tol, bij den uitvoer als ecne premie; „zij hebben geen reden om een muntverdrag te sluiten, zij „kunnen bedaard hun zilveren standaard behouden, en komt „er zulk een verdrag tot stand tusschen Europeescho Staten en „Noord-Amerika, op den voet van 1:21, dan genieten die „zilverlanden op hun voortbrengselen een premie en beschermend „recht van 25 %----quot; (p. 87 nquot;. 12).

In Maart 1896 verscheen dan ook in het Russisch Ministerie van Financien, van de hand van P. A. Sciiostak, eene brochure: ,over den invloed der lioelxdp-ijzen op de graanprijzen''''\ hij bewees, dat de prijs van het Russisch graan door den Roebelkoers wordt beheerscht en dat dit ook niet anders zijn kan; dat die prijs hooger of lager staat

naar den stand dos Roebels').

*

* 1

En thans hooren wij eenige Nederlandsehe schrijvers.

Jhr Rochussex , in zijn jongste werk over , Pier son's Muntleer en MmitpolitieV schrijft p. 45:

„Met het ontmunten zijner Thalers hield Duitschland op, toen „men in de hoogste kringen tot het inzicht was gekomen, dat

1

Ik mag den lezer niet langer vermoeien en zot dus een punt achter de citaten uit buitenlandsohe schrijvers. Nog enkele verwijzingen. Het oordeel van Dr. Arendt vindt men in zijn „Leitfaden' p. 17—19. Voorts stemmen Prof. Lexis (o. e. p. 6) Prof. Conbad (o. c. p. 30), Prof. JvLEixwaCllTKU (o. o. p. 24, 28, 20), Dr. SdlaFFLE (o. c. ]gt;. 38) allen in met do opmerkelijk eensluidende uitspraak: de export-premie voor de zilverlanden, de export-belemmering voor do goudlanden bestaat, en is van de zilverdaling hot logisch gevolg.

ocr page 21

17

rdaardoor telkens aan de zilver- en de papierlanden eene premie „werd gegeven voor hunne invoeren in Duitschland, op de Duitsche „uitvoeren daarentegen een hoog recht werd gelegd, de waarde, „van vorderingen dier landen op Duitschland, verhoogd, die van

„Duitschland's vorderingen verminderd werdquot;..... „Hoe meer

„deze landen zich van hot zilver ontdeden, hoe meer zij dus door „eigen daad den goudprijs rei)/ het zilver verlaui/deii, des te on-„gunstiger maakten zjj voor zichzelve en des te gunstiger voor „de zilverlanden de voorwaarden van voortbrenging, eerst op het

„gebied van landbouw, dan ook van nijverheid;.....ernstig is

„het gevaar, dat die volken al minder en minder als koopers, „steeds meer als verkoopers bij do beschaafden ter markt zullen „komen. Voor dezen natuurlijk met omgekeerd gevolg.

„Op deze werking der zilverontmunting is, vóórdat Duitschland „daartoe besloot, gewezen door een te Londen als makelaar in „edel metaal gevestigd Duitscher, de in 1881 overleden Ernst „Sevd, een man van zeldzame scherpzinnigheid. Hedert en vooral „in den laatsten tijd hebben tal van schrijvers, daaronder ook „aanhangers der goudpartij, met aandrang do gevaren in het licht „gesteld, welke deze staat van zaken voor het, door de sociale „quaestie bewogen Europa, in zich bergtquot;. ')

Dezelfde verdienstelijke en kundige man had reeds in een Duitscli werk (W. B. mul II. p. !)!!—100) verdedigd:

„Over dit punt is geen twijfel meer, zelfs niet voor don ver-„stoktsten goudman ;. .. . onmetelijke schade is den goudlanden „toegebracht door do ontmunting dos zilvers. Aldus de Kngelsehe „consulaire berichten. Wie zich hiervan een helder denkbeeld wil „vormen, vergelijke Otto Akkxdt : Leitfaden zur Wahrungsfrage „17o Autlage; Ed.moxd Thkry: la criso des changes; Heinrich „Sciiwerix: „Die Lösung der Silberfrage otc.quot; (goudverdediger);

') „Zie o. a. het artikel van den goudiuoiioinetallist rle mouvement écoiipmiquequot; in de Revue des deux Mondes 1'gt; Aut^

„Paul (lEtifounirUca de Constant „PKurope et sesrivaux ; le j)éril janiH?quot; „in datzelfde tijdschrift l April 180G. Voorts: Ie pc'ril jaune van TAlpho)i$e Allard, Bruxelles (|). 45).

ocr page 22

IS

„Moireau: Revue des deux Momlos 15 Aug. 189G (goudverdodiger). „En dit alles was reeds voorspeld door mannen van groot gezag „in deze rjuaestie: Gosciien, de Engelsche kanselier der schatkist, „en onze voormalige President der Nederlandsche Bank, Meesquot;. ...

Bossevaix schetst ons do rampen, clio wij in liet oog vatten, in zijn bock „Memoriequot; enz. (biz. G2 Nquot;. 9):

„De verstoring der vroegere handels- en produutieverhoudingen „is veroorzaakt, doordat het goud en het zilver niet meer genoeg-„zaam in vaste waardeverhouding aan elkander verbonden, hebben „opgehouden één waardemeter te vormen, zoowel in de goud- als „de zilverlanden; door den invloed van de hiermede namengaande „afwijking der vroegere wisselkoersen tusschen beiderlei gewesten

„op hun invoer- en uitvoerhandel.....(63) Nu moest bij voorboeld

„iedere daling van den goudprijs van het zilver in Engeland gespaard gaan met eene evenredige daling van den wisselkoers op „Indië. En wat was hiervan het gevolg? In de eerste plaats eene „verandering iu de handelsbeweging'quot;.

Niet genoeg;

„Maar wij zijn hiermede nog niet aan het eind der ongunstige „uitwerking der vermeerdering van de koopkracht des gouds op „den toestand der goudlanden. quot;Ware de loop van zaken in deze „overal dezelfde geweest, het zou reeds erg genoeg zijn. Tegenover „de goudlanden stonden echter de zilverlanden, en iedere achter-„uitgang van den maatsehappelijken toestand in de eerste gaf „aan do laatste een voorsprong. Verschuiving van de voordeelen „van den ruilvoet, ziedaar ten opzichte van het verkeer tusschen „de goud- en zilverlanden do uitkomst der beweging'', (p. G7).

„Door de onvoldoende toestrooming van het ruilmiddel in de goudlanden , is do voortbrenging in hare ontwikkeling gestuit,... ook „omdat bovendien er nu uit is voortgevloeid achteruitgang van den

„ruilvoet dezer landen in verhouding tot de zilverlandenquot;. (p. 92).

*

* *

Moet ik nu spreken van de veelgeachte dag-en weekbladen? Maar dan kwam ik nooit aan een einde! Ik wijs enkel op

ocr page 23

lit

do „Brennende Fracje'quot; van Fritsch , 1887, p. 3, — dc „I). Soc. Blaffer'1'' (passim), „'/« Tijdquot; van 1892, artikels van den Heer W. Renders Art. 2, kolom 2; do m ReichKposV (Weenen) drukte don 22stcn April 1896, de redevoering van Prins Liciitenstein af', waarin ik deze woorden aantref:

„De waardevermindering van het zilver is eeno hron van wel-„stand voor de Oostersche volken en van ellende voor do Euro-„peanen, enz.

Eón model-artikel wil ik geven. Het is uit den „Pufriotequot;1 (1895).

La question monetaire revient de nouveau en discussion.

A ce propos, on peut lire dans un rapport présenté par M. Tiikrv au cours de la session générale de 1895 do la Sociétu dos agri-culteurs de Franco, les lignes suivantes qui exposent d'une faron lumineuse le phénomène de la disqualification de l'unjent conunc instrument d'échanye international et les conséquences qui en découlent pour les différents pays.

Dans les pays a étalon argent, a la baisse do l'argent no correspond pas une baisse des denrées; celles-ci conservent, tout au contraire, la memo valeur en argent.

Aux Jndes on se procure la mème quantité do blé pour le même poids d'argent qu'en 1873; nous no devons pas oublior, en effet, que, dans les pays mono-métallistes-argent, le poim'on n'est qu'une marque apposée sur le lingot pour en garantir le poids.

Dès lors, la demonstration est facile: pour le même poids, vous acquerrez la même quantité de blé; aucune porto n'est subie. Mais tout autre est la conséquence de eet état de choses dans les pays monométalistes-or et dans la France, qui Test devenue de fait par la suppression de la frappe libre do l'argent. Qu'est-il advenu ?

Le cours s'établit, d'une part en France, au taux de For; de l'autre, dans les pays pi'oducteurs, au taux de l'argent; l'ache-teur appartenant au pays a étalon or voit son numeraire or so transformer en uno somme double de numéraire argent et reroit,

ocr page 24

20

par suite, une quantity do denrées double do celle correspondant au ehilire de Tor qu'il a dóboursó.

Do eetto dépréciation do I'argent est résulté un double phéno-rnène. En premier Hou, les pays inononu'tallistes-argent out vu, par la force-méme des ehoses, former lour territoire a toute importation. En second lieu, lours produits out bónóficie d'une prime eertaine a I'exportation.

Les documents oHieiels donnent des exomples frappants do rintiuence de la situation monetaire sur lo commerce extérieur des peuples a étalon d'argent.

C'est en 1873 que la valour intrinsoque de la piastre moxi-caine a commence a décliner.

Or, en 1873, les exportations du Mexique s'elevaient a 6 millions 320,000 dollars ; en 1893, olios avaiont monté a ])lus do 31 millions.

Ces exportations ne portent absolument que sur des produits pnrement indigenes; et parmi ceux-ci tigurent des produits agri-coles importés depuis 18!)2 aux Etats-Unis.

Rarement nous avons trouvé exposé d'une facon aussi notte et aussi precise I'influence de la question monétaire sur la crise actuelle. Jeiiax.

En nu ga niou heen eu betooge, dat do opvatting :ila bracht ile daling van het zilver hier een stremming van uitvoer te weeg en ginds een onnatuurlijke premie, dat deze opvatting, op het wenken van mijn willekeur, Hagelnieuw, in het jaar des Heeren 18!)G. ter wereld verscheen.

ocr page 25

hoofdstuk rr.

Duidelijke praktijk.

Hoe licht vertecrbaiir bovenaiingcdusndo theorie moge zijn, en hoe onverklaarbaar de bezwaren om deze aan te nemen, er schijnen toch immer lieden te bestaan, wie zij te machtig is.

Allicht kunnen ecnige Heeren deskundigen het proces veraangenamen.

Laat mij eerst den Heer Asc hex durf dit werk toevertrouwen, — den veelgeprezen vice-president der Duitsche bimetallistische Liga:

(p. 11) „Tusschen twee landen, dio dezelfde valuta hebben, „kan de geldwaarde niet veranderen. Zoo kan deze in landen, „waar goud standaard-metaal is, worden gewijzigd, zonder dat „deze iets van dien aard ondergaat in de landen, wier standaard „de zilveren is en omgekeerd, üe valuta-verschillen treden aan „den dag in den internationalen handel. H. v. de centenaar rogge „kost in Rusland 2 Koebels en de Ivoebel kost in Duitschland „Mark, dan kost de centenaar rogge in Rusland, volgens Duitsch „geld, (i Mark; maar valt nu do Roebel van 3 op 2 Mark, dan „kost de centenaar rogge in Rusland met Duitsch geld maar 4 „Mark meer.... Hooge geldwaarde werkt in een land als premie „op den in roer, — lage geldwaarde verzwaart het export naar „zulk een land....; lage valuta bevordert don uitvoer, — liooge „valiiln lievonlert den invoer.

ocr page 26

„Ongetwijfeld volgt hieruit, dat, in den graanhandel, het land ,wet de laagste, valuta het krachtigst met anderen kan mededingen; ,wat Argentinië voor ons beteekent met betrekking tot de tarwe, ,dat is Rusland voor de rogge.

„De valuta van Rusland staat 06.40%. „ „ „ „ Argentinië „ 32.63.

„Dat luidt dus: met J00 Mark koopt men 306.50 Mark in .Argentinië, — 100 Mark in Argentijnsche valuta koopt men ,niet 32,63 Mark: 100 Mark in Kussische valuta koopt men mot ,66,40 Mark goud.

„Om een koop van 100 Mark in Duitschland te doen, moet ,men 100 Mark betalen (in goud), on? een koop van 100 Mark in .Argentinië, in Rusland aan te gaan, heeft men slechts 32.63 .Mark en 66.40 Mark noodig; maar met 100 Mark goud of ,bankpapier koopt men 300 Mark Argentijnsche waren. Men zal ,diis produkten, die èn hier èn in Argentinië (of Rusland) ge-.teeld worden, voordeeliger daar koopen dan in Duitschland! .Men koopt dus, daar de Duitsche banknoot do drievoudige Jiuopkracht in Argentinië heeft, in dat land do tarwe zóó voor-.deelig, dat men, na aftrek aller kosten , winst kan maken en toch ,lager dan den Duitschen boer zijn waar aanbieden.quot;

(p. 14) „Dit alles wordt door do feiten bewezen endebescher-,mende rechten worden zelfs niet enkel verminderd, maar te ,niet gedaan door deze reusachtige valuta-verschillen.

(p. 15) „Welnu, in Argentinië heeft de goudstandaard een .grooten rol gespeeld; eerst kwam deze en toen het Staats-jbankroet.

„Beschouwen wij nu de valuta der zilverlanden met betrekking tot Argentinië en Rusland:

„de valuta van Mexico geldt in Duitschland 51.52 %. „ „ „ „ Indië „ „ „ 01.70 ?o'.

„ „ „ „ Japan „ „ „ 53,43 %.

„ „ „ „ China r r „ 52.87 %.

„ „ „ „ Rusland „ „ „ 00.40

„ „ „ „ Argentinië ,. „ „ 32.03 %.

(p. 19) „Voor de Duitsche fakrikanten volgt hieruit (Jnut valuta

ocr page 27

„staat op 100%) voor hun export naar deze landen; wil hij zijn „100% ontvangen dan betaalt do Chinees hom 189 %

„de Japaneos 187.15 % „de Indiër 161.90 % „do Moxikaan 193.92 %

„in de valuta zijns lands. Zulk oon bezwaring voert tot beperking in het gebruik en spoort die landen aan, de zaken zelf te „gaan fabriceeren .... of wel de lieden betalen in hun valuta en „dit maakt, dat Duitscbland slechts een deel beurt zijner vorde-„ring. Daartegenover staat, dat een minwaardige valuta den uil-rvoer he vordert.quot;

Na deze, mij dunkt, overduidelijke verklaring geef ik liet woord aan de Hoeren Vox Gülpek , Vox MtRiiACii en Vox Kardorff. De eerste spreekt ons toe: („Tmninli. mid Wülirunyquot;).

(p. 1). „Een reis door Engelsch-Indiö stelde mij in de gelegenheid, het standaardvraagstuk dieper te onderzoeken.quot;

(p. 26). „Men koopt nu tweemaal zooveel zilver voor goud dan „weleer, — men koopt ook daar, waar met zilver betaald „wordtquot; (zilveren-standaard-landen) „den dubbelen arbeid voor „zijn goud. ... In die landen treden de nadeelige gevolgen des „gouden standaards helder in het licht. Do Indische Roepie „wordt nu met de helft van het goud van weleer gekocht; „voorheen was zij 2 Mark, nu 1 Mark waard. Maar dc Roepie „is in Indië ccne Roepie rjehleven, de prijs der binnenlandsche „produkten heeft (jeen verandering ondergaan. Het arbeidsloon is „met de Itoepie op de helft gedaald, zonder dat de bevolking het „bemerkt, daar deze nu nog immer haar levensmiddelen enz. „kan koopen gelijk weleer.quot;

(p. 28). „Zilver als standaard-metaal is geen krediet-geld, het „betaalt uit eigen kracht, en in Indië koopt men nu met de „Roepie dezelfde hoeveelheid handenarbeid als in vroeger tijden.quot;

Het gevolg ligt voor 't grijpen; de Indische handenarbeid moet ton gevolge der zilverdaling, den Europeeschen verpletteren. Vox Gülpex zelf ([gt;. !•) stelde hot ook in 't licht.

ocr page 28

24

Van Mi reach in zijn — drie-uren lange! — redevoering spreekt;

(p. 12) „Toen in 1890 eene aanzienlijke stijging van 't zilver „plaats vond, werden de gevolgen dezer gebeurlijkheid door zeer „vele bladen der linkerzijde, lang en breed uitgemeten; do „ „ Vossisclie ZcUiukjquot; schreef: „Heeft nu in Indië de Roepie een „hoogere goudwaarde dan kan de Kuropeesche industrie ook „dadelijk met meer voordeel exporteercn; de zaken bloeien en de „prijzen stijgen in Europa. Dit heeft reeds een aanvang genomen. „Manchester, Liverpool teekenen stijgende markten.quot; ....

„En de „Miinchener Nachrichlenquot;: De waardevermeerdering „van hot zilver heeft de zaken naar het zilverland Indie reeds „nu zoozeer vermeerderd, dat do meeste Engelsche industrie-„markten er rooskleurig uitzien. Indie betaalt, zooals bekend is, „met zilver en als de zilver prijs op de Engelsche markt 10 a 15quot;ó „meer Engelsch (/oud waard is, worden natuurlijk de zaken „zeer bevorderd. Dit nu werkt ook op den Duitschen uitvoerquot;.

Op het natuurlijk verband tussclien export en zilvolprijs wordt hier behendig de vinger gelogd.

(p. 23) „Als Amerika eindelijk den goudslag verbiedt en tot „vrije zilveraanmunting overgaat, dan staan ons valutaverschillon „tegenover, die ons nog oen weinig dreigender vóórkomen dan „do tegenwoordige! Dan bljjft ons niets anders over dan ons „hermetisch af te sluiten tegen Amerika en Amerika zou den „handel op Azie tot zich trekken, door do gelijkheid van zijn „zilvervaluta met Azie.quot;

Met andere woorden: Amerika, door vrije zilveraanmunting , zilverland geworden, zou 't goudland Europa verbrijzelen onder 't overwicht der export-premie en bovendien Europa den laatsten adem benemen op de Aziatische markten.

Eindelijk van Kardorff.

„Gij koopt hier voor ongeveer 20 Mark 3 centenaars graan, „in Argentinië koopt gij voor die som 12 centenaars. Hoe kan

ocr page 29

„men dan hier concurecren 'ï En do papier-goldrogolin^ van Argcn-„tinië heeft wèl betrekking op onze questie, want aan de papiermanden wordt de herstelling hunner valuta vergemakkelijkt, als pzij hun renten en in goud èn in zilver kunnen betalen, hun „noten met goud èn zilver dokken; Dr. Friedberu heeft dit „reeds aangetoondquot;. Minwaardige valuta is dus een premie oj) export, (p. 89).

„Onder hel youdai/iuquot; is de Japansche boom wolspinnerij van „48,700 stoelen in 1883 op 600.000 in 1893 gestegen. Hetzelfde „zien wij in Indië door het minwaardige zilverquot; (de uitvoer wordt bevorderd door Indië's minwaardige valuta! (p. 92).

Wi I do lezer nog Graaf Bismarck hooren ?

„De geweldige verschillen, in de waardeering der middelen „van betaling, — ik meen 290 % in Argentinië, — maken het „aan do landbouwers van dit land mogelijk, tot spotprijzen te „verkoopen. Mijne Heeren, in Indië is de zaak zóó gesteld, dat „binnen 20 jaren de graanprijzen de helft der goudprijzen waren „gedaald , maar de Roepie IhhI hare waarde behouden, daar zij „natuurlijk in Indië dezelfde koopkracht bezat van weleer. Als „men voorheen 180 mark voor de ton (1000 Kilo) graan betaalde „waren dit 90 Roepie's goudmunt (1 Roepie = 2 Mark), nu kost „dit graan iioy in Indië 90 Roepie's, maar dit is nu.... 90 „Mark! In Argentinie is het verschil nog veel grooter, 'lelijkyij „allen weet, en ik u niet behoef mede te doelen.quot; (p. 52).

Het is nu, mag men meenen . genoeg; maar ik wil liet schier overtollige geven.

Ziellier ton overvloede een brief' door Chabry aan mij gericht (Mei 1S9()).

„Een klein verschil van (gt; centimes verwaarloozende , was de „roepie, op pari-waarde, 2 shilluit/; van 1803-1873 heeft ze om „dio waarde mot; kleine wijzigingen geslingerd , . .. . In dit tijd-„perk derhalve kon ieder Engelsch koopman, die in liidiê voor „1 roopio koopwaar wkocht deze ontvangen roepie verkoopen „voor 2 shilling en ontving hij, bij slot van rekening te Londen

ocr page 30

26

r2 shilling Kngelsche munt. Als Indië m-kocht Ie Londen had rhot tegenovergestelde plaats, iedere verkoop te Londen voor 2 „sh. kwam neder op 1 roepie Indische munt.

„Heden ten dage, tengevolge van wat men heet: „de. dedimj vl-(iii hef zilverquot; is de roepie niet meer dan {één) 1 sh. waard ren nog eenige pence, in plaats van 2 sh. En deze prijs daalt „nog immer....

„Als do Engelschman nu in Indië koopwaar verkoopt voor 1 „roepie, kan hij die roepie niet meer voor 2 sh. verkoopen, maar „hij maakt er slechts 1 sh. (één') voor: verlies naast den ouden „prijs 50%.

„Maar als Indië verkoopt aan Engeland voor 2 shilling koop-„waren, dan ontvangt het *2 roepies Ind. munt in plaats van „weleer 1 roepie. Winst voor den Indischen koopman 100 in „vergelijking van weleer.

„Do «er/koopprijs ten opzichte van dit land is dus geheel ge-„wijzigd door de wijziging in do roepie-koersen. Maar nademaal „do productie-prijs der koopwaren geenszins een tegenovergestelde „zwenking heeft genomen, is de toestand voor Engelsche en Indi-„sche kooplieden t'eenemale veranderd. Ziehier het bewijs.

„Veronderstellen wij, dat eertijds een zak Indisch graan, — „kosten van bouwen en vervoeren inbegrepen, — to Londen „verkocht, — stond op: 10 roepies. Do importeur moest, om „niets te verliezen dit graan te Londen verkoopen voor 20 sh. „Want, 2 sh. de roepie, gaven hem 20 shillings 10 roepies. Nu „echter volstaat hij, als hij dit graan voor 10 sh. laat, want „tegen 1 sh. de roepie beurt hij dan nóg 10 roepies. Do importeur kan dus voor 10 sh. ter markt brengen , wat hij vroeger „voor 20 sh. verkocht, en ontvangt nu als weleer 10 roepies „Indische munt. Maar toen het Indisch graan te Londen verdocht werd voor 'JO sh., kon de Engelsche of lersche graan-„bouwer ook het zijne tot denzelfdon prijs aanbieden; hij kon „toen zijn brood winnen.

„Nu de importeur dit Indisch graan voor 10 sh. kan leveren, „moet de Engelsche en lersche graanbouwer het zijne ook voor „denzelfden prijs ter markt brengen en hij ruïneert zich. Want „do Engelsche graanbouwer blijft zitten met zijn 10 sh., terwijl

ocr page 31

rhij cr weleer 'iO ontving. Maar de importeur, roepies koopende, „vindt zijn 10 roepies weder, te weten denzelfden prijs als weleer. „Ziedaar hot gevolg van de roepiedaling voor liet graan en voor „alle andere nationale produkten, die concurecren willen met „waren uit landen, wier valuta laag staat.quot;

Wat Chabry in dit schrijven uiteenzet, vind ik terug in zijn boekje: „/« rW.se nionéfairt-.'1'' p. 17—20 en in „/f n/ov-vaicquot; p. 47—50.

Ts dit niet volkomen, wat Jlir. Kochusskx in „Ohs yeWquot; luid geschreven;

(p. 118) „Een Nederlander, die aannam Rbl 2000 te betalen „op het oogenblik, dat die som met / 2G00 gelijkstond, kan (als „het agio stijgt, de koers van hot papier dus lager wordt) nu „mot eene betaling van /'2548 volstaan en evenzeer verkrijgt dan „de Kus, voor eene met ^2(i00 te betalen vordering op Nederland 2040 libl. in plaats van 2000 naar don vorigen koers. „Kijst echter de koers (van don papierroebel) dan zijn, om/ 2000 „te Amsterdam te betalen, minder Roebels noodig en meer guldens „om 2000 Rbl. af te doenquot; —.

En omgekeerd.

„Met de geljjke som in ropijen kan do Indische landbouwer „heden evenveel grond verbouwen als voor circa 20 jaren.

„ . . .. Do lagere tarweprijs te Londen is dus voor den Britsch-„Indischon tarwebouwer geen nadeel, voor zoover de ropij, door „de daling van den zilvorprijs, een geringere breuk van hot £ „wordt (voorheen '/io nu 1 an £') eu bij dus voor zijne vorde-„ring op het buitenland dezelfde, misschien zelfs eene grootere „som in ropijen ontvangt; een val van den koers kan hem zelf „eene bate brengen .... omdat het goud in Europa het eenig „betaalmiddel is, werkt het zilver in de landen, dio het behouden „hebben, als premie van uitvoer, evenals niet hot oninwisselbaar „papier het geval is. Dit erkent ook een Duitschor, aanhanger „der goudpartij, in het „Deufschcs WocheMatt'quot; \a.n Br. Arexut „Nquot;. 5 Jaarg. 1894; deze Duitsche handelaar aanschouwde die „gevolgen niet eigen oogen in Argentinië.quot; (p. 211).

ocr page 32

28

Eenige bladzijden verder raakt liij dit punt nogmaals aan (p. 215).

„Wij moeten nog oven by dit punt stilstaan en zien, hoe het „zilver in het Oosten tevens werkt als eene belemmering der „Europeesche invoeren. Stel een Duitsch fabrikant verkoopt „waren in Indië of' Mexieo voor eene zekere som in geld van „dat land b. v. voor 6000 ropijeu. Naar den ouden parikoers, „dien de Duitsche muntwet vernietigd heeft, kon hij zijn wissel „plaatsen voor circa 12000 Mark naar den tegenwoordigen voor

„circa 0000 Mark____om denzelfden prijs (in Marken) temaken

„moest de Duitsche fabrikant dus telkens een hoogeren ropjprijs „verlangen. Maar dien wilde en liau de Britsch-Indische verbrui-„ker niet geven .... De fabrikant moet dus op de productie „gaan bezuinigen, — arbeidsloon! —- of wel.... men kan dien-„aangaande stichtelijke dingen in do Duitsche zilver-enquête „lezen.quot;

Hierover, ook tot ónze stichting, iets naders in het volgend chapiter.

*

* *

De Dagblad-Pers zon het mij niet vergeven, als ik haar geheel verzweeg.

Welaan, ik geef het woord aan „het Crnfrtdii'1'' {Zondd;/*-hhtd, 2 Maart 1896); op dit artikel doelde ik reeds vroeger; thans wil ik het afdrukken:

DE MUNTQUAESTIE IN ELF CIJFERS.

„Aldus kan men in een paar woorden een brief samenvatten, „welken do heer Ai.laud, de bekende directeur der Belgische „Muntinrichting te Brussel en een der bekwaamste woordvoer-„ders van het bimetallisme, aan zijn geestverwant, den heer „Thkry, redacteur van den Parijschcn Economistc Kuropéen, „dezer dagen heeft geschreven.

„In dat weekblad werd onlangs opgegeven, dat een Fransch

ocr page 33

29

rbankbiljct van 100 francs, inwisselbaar tegen 5 goudstukken of ,.20 vijft'rancs-stukkon, op 24 Nov. jl. gelijke waarde bad met:

„in Spanje........fr. 118.57

, „ Griekenland.......„ 174.—

„ „ Italië........ r 108.10

r v Rusland........„ 148.05

„ r Mexico........„ 195.67

r „ Argentina.......v 334.50

„ „ Chili.........„ 273.22

,, „ Bra/ilië........„ 20!).43

r r Indië ... .....„ 160.43

„ Japan.........r 189.78

, „ China.............r 190.50

„Nemen wij nu eens aan, zegt do heer Allakd, dat een Indiër „een voorwerp van 100 francs te Parijs wil koopen, dan moet hij „van zijn geld 166,43 frs. in betaling geven voor do 100 francs „Fransch geld, waarmede hij het gewenschte artikel betalen kan.

„Natuurlijk zal hij eerst nagaan, wat het hem kosten zou als „hij het voorworp in Indië kocht. En dan zal hij alras ontdekken, „dat de gemiddelde prijzen in Indië niet zijn gestegen; immers ,.do eensluidende consulaire berichten bewijzen, dat. do prijzen in „Azië niet zijn gestegen, ofschoon het betaalmiddel aldaar (zilver) „in Europa 50 pet. tegenover goud is gedaald.

„Hij zal dus zonder aarzelen zijn inkoop in Indië doen, en „alleen dan zich tot Parijs wenden, als hij iets koopen wil, dat „alleen daar te vinden is. Hij zal bovendien tal van machinerieën „zich aanschaften om fabrikaten in Indië te vervaardigen, ten „nadeele der Europeosche nijverheid, welke vacantie kan houden.

„Hetzelfde geldt van de andere tien landen, in bovenstaand „lijstje genoemd. En wat van Frankrijk waar is, vindt ook toe-„passing in allo staten, waar hot muntwezen op goud berust, „dat wil zoggen, waar de goudwaarde op kunstvaardige wijzeis „opgeschroefd. Europa voert dus al minder en minder uit naar „die landen, en bij 't goon het nog derwaarts uitvoert, geschiedt „dat tegen zeer gedrukte prijzen. Er komt dus steeds minder „werk en de sociale omwenteling krijgt steeds meer voedsel. Allo „Europeosche consuls in het Oosten verklaren eenstemmig, dat

ocr page 34

30

„do toestand werkelijk zoo bedenkelijk is, —• en dat is een recht-„streeksch gevolg van den stand der wisselkoersen en van den „munttoestand. Zoo hebben onlangs nog de heeren Jamieson, do „Britscho consul-generaal in China, en Klebukowski, de Fransche „consul te Tokio, hun regeeringen bericht, dat, terwijl de handel „van Europa verlamd is, Oost-Azië zich ten koste van Europa „ontwikkelt. Beide hooggeplaatste ambtenaren lieten een waar-„schuwende stem hooren, maar in beide landen is men doof „gebleven.

„Aldus zien wij den uitvoer van Europa allengs afnemen. „Daarentegen zien wij den uitvoer uit de koloniën naar Europa „bovenmatig vooruitgaan. De cijfers spreken hier weder duidelijk. „Nemen wij dezelfde gegevens als boven in omgekeerde verhouding.

„Dan zien wij, dat men voor 100 fr nominaal, in buitenland-„sche biljetten of muntstukken, op 24 Januari jl. in Frankrijk

„kon krijgen, voor:

„Spaansche bankbiljetten . . . . fr. 84.33

„Grieksche „ . . . . „ 57.47

„Italiaansche „ . . . . „ 92.40

„llussische „ . . . . „ 67.54

„Mexicaansch zilvergeld . . . . „51.50

„Argent, bankbiljetten.....„ 29.88

„Chil. „ .....„ 30.60

„Braz. „ .....„ 37.11

„Britsch-Ind. zilvergeld.....„ 60.08

„Japansch „ .......52.70

„Chineeseh „ .....„ 52.47

„Nemen wij weder Indië tot voorbeeld, dan blijkt uit deze „cijfers, dat ieder, die in Europa de matige som van iets boven „00 francs uittelt, daarvoor een wissel kan erlangen voor 100 „francs, betaalbaar in Indië met daar gangbare wettige muntstukken, Geen wonder, dat ieder in Europa zich beijvert in „Indië te koopen, wat hij daar aan voorwerpen van Europeesch „gebruik krijgen kan. In de eerste plaats graan, dat hij aldaar „zich veel goedkooper kan aanschaften dan een producent in „Europa het leveren kan. Hot is duidelijk, dat dit tot oen landbouwcrisis moest leiden.

ocr page 35

31

„Maar niet alleen landbouwproducten, maar ook nijverheids-nartikelen laat Europa uit het Oosten komen. In liet Oosten „worden eiken dag nieuwe fabrieken opgericht en zij bedreigen „zelfs reeds de Britsche katoennijverheid, door do concurentie „met in Indië vervaardigde fabrikaten. Bij de landbouwcrisis „kwam daardoor een industrieele en sociale crisis.

„En niet alleen Indië doet Europa zulk een ongelijke concurrentie aan, van al do tien overige genoemde landen geldt het-„zolfde. Zij kunnen met hun goedkoope producten onze Euro-„peesche markten overstroomen. Vandaar in zoovele landen van „Europa de manie, om hun grenzen door hooge invoerrechten te „sluiten, terwijl zij zich van die concurrentie zouden kunnen „ontslaan door de muntrjuaestie in bimetallieken geest op te „lossen.

„In het kort is de toestand aldus: de wisselkoersen belemmeren de uitvoeren van Europeesche producten en verlammen dus „ook de productie. Zij begunstigen daarentegen den invoer in „Europa, van in landen met zilveren standaard vervaardigde „goederen. De ongunstige wisselkoers doodt dus den vrijen „handel, roept protectionistische tarieven in het leven, verlamt „den arbeid in Europa en werkt de oplossing dor sociale vraagstukken tegen.

„Dat bewijzen de bovenstaande cijfers helder en ondubbelzinnig. En dat zal eerst ophouden, wanneer aan dien onzinnigen ,,toestand een einde zal gemaakt worden, doordat Europa terug-„keert tot het bimetallisme.

„„Moge dat spoedig gebeurenquot;, zoo eindigde de heer Allard, „„anders gaan wij nog treuriger tijden te gemoetquot; quot;

Boven dit artikel mocht men schrijven: „sociale questio en standaardquestie!quot;

De lezer zal mij wel gelooven, als ik hem betuig dergelijke artikels te bezitten uit rale andere bladen, — ik zoek echter nog naar de eerste Redactie, die zich tegen deze opvatting verzet.

In TijcV van 5 Oct. 1896, 2de blad, vindt men een

ocr page 36

32

merkwaardig opstel, dezen toestand betreffende; ten titel voort het; „een dreigend gevaar.quot;

Hierbij mag ik niet verzuimen, te wijzen op do mannen door den Heer Smid ten tooneele gevoerd; mot krachtige stem roepen zij ons dezelfde waarheid toe, waar ik in deze bladzijden aandacht voor vroeg. Do Heer Smid heeft recht ook oenigc ruimte te verzoeken voor mannen als van Dedem , Mn.i.er, de Moxcnv, Hikkes Borger , van Assen-delft de Coningh en zoovele andoren! (p. 17—20).

Den lezer zal liet thans wel klaar voor den geest staan, hoe do bewuste premie en tol in de praktijk werken.

Mocht ik mij vergissen, dan hoop ik, dat do pogingen, die ik thans ga iu 't werk stollen, om de (levolcjcn van dezen stand van zaken te belichten. de laatste nevelen zullen wegjagen.

ocr page 37

HOOFDSTUK III.

Hinderlijke gevolgen.

Had ik con pleit tc winnen, loopende over eene twistvraag, in dit geval over do vraag, of inderdaad eene premie en oen tol door de zilvordaling ontstaan, waarlijk ik had mijn verplichting gelost in de vorige bladzijden. Op andere wijze had ik kunnen volstaan, met het geschrift over te zetten, waaraan ik in hoofdzaak het derde deel van dit vlugschrift ontleen.

Maar het is, zoover ik weet, niet eene strijdvraag; er valt enkel te redeneeren over de (Inun/irijdfr. ran het feit.

Hierop antwoordt ons een boekske van den Heer Wül-fingh (n0. 12), dat ik echter niet vertalen zal.

De reden, die mij van de eenvoudige vertaling moest weerhouden, was niet enkel dc onvermijdelijke verveling, die dit legkaartjc van staatjes cn becijferingen mijn lezer zou gewaarborgd hebben, maar ook gold hier de klaarblijkelijke overbodigheid dier vertolking. Waartoe met dozijnen voorbeelden, en tientallen getuigenissen het publiek afmatten, waar enkele weinige aan alle redelijke eischen voldoen?

De Heer Wülfingii was lid der „Silber-Komniissionquot;, door de Duitsche regcering benoemd. In die hoedanigheid legde hij een eerbiedwekkende hoeveelheid verklaringen over

3

ocr page 38

34

van Duitsche export-huizon, eensluidend uit hun ondervinding bevestigend , wat de deskundigen der nmntvraag roepen van de daken: de zilverdaling geeft aan de zilverlanden en dezer export oen voorsprong, en stremt het export uit de goud- naar do zilver-landen.

400 (rier honderd) firma's teekenden eene verklaring, die dit feit met leedwezen vaststelt (p. 43); evenbedoelde 400 firma's worden door den lieer Wülfingh over vier bladzijden opgesomd (p. 43—47).

Ik a'oef nu liet woord aan dezen deskundige, om ons

O o '

eenige bladzijden droevige histoire contemporaine uit de handelswereld te verhalen.

(j). 4) „In de zilver-eommissic sprak ik ongeveer aldus: Do „daling des zilvers moet de prijzen (voor Indië) duurder maken, „maar daar staat tegenover, dat de prijzen, bij den inkoop in „goud berekend, billijker vallen, en ook, dat de inkoopers (in „Indië) de prijsverhooging ontsnappen door lichtere waren te „bestellen; zoo gaat de daling des zilvers samen met het immer „lichter worden der waren.... Maar hieruit volgt, dat het export „naar Indië enkel tot zekeren prijs mogelijk blijft . . als de indus-„trie eenmaal aan de grens is gekomen, gaat het niet moer.... „Door den val van het zilver moesten aldus waren, die voorheen „36 pf. kostten voor 24 pf. geleverd worden, later, toon de lloepie „op 1 Mark viel, moest 0.24 Roepie worden gegeven voor waar, „die weleer met 0.18 Roepie werd betaald ....

„Ik heb, op grond van berichten uit Honkong en Shanghai, „in de zilver-commissie medegedeeld, dat de Aziaat Europeesehe „waren enkel dan koopt, als haar inkoopsprijs zekere hoogte niet „overtreft; overschrijdt men dit punt dan laat hij do grondstoffen „komen en weeft zelf, en kleurt dan oen weinig minder fraai „zijn kleodingstukken . ...quot;

(p. 5) „En dan moet het export uit Europa ophouden.... „Voor zulk oen krisis staat de boomwol-industrie. Het overmatige „aanbod dezer koopwaren, de opstapeling in de entrepóte dit

ocr page 39

„alles is onkel te wijten aan de stremming van het export, door „de daling dor zilverprijzen. Eeno enkele firma uit Gladliacli „berekent, dat zij 200.000 mark verliest door do vermindering „van haar export naar de zilverlanden en 250.000 op de landen „met papieren standaard; als het zilver niet stijgt, is dit export „voor goed onmogelijk .... ik legde aan do Commissie hoom-„wollen waren voor, fabrikaat uit Mexico, aldaar geweven, ge-„bleekt, gedrukt. Welnu, deze waar kon 33' , goedkooper gecoverd worden dan do Duitsche van gelijke waarde .... Gelijk „men mij bewees, heeft cóne enkele Berlijnsche export-firma, die „enkel met de Amerikaanache zilverlanden arbeidt, van l Juli — 1 „Deo. 1893, voor 80.000 Mark, doch in 1894 slechts voor 3000 „Mark Duitsche geweven stoffen verkocht. Voorhoen bedroeg dit „cijfer 800.000 tot 1.000.000 Mark!.... En dit geval staat niet „op zich zelf en moet dus van krachtigen invloed op de gehcole „industrie zijnquot;....

(p. C) „Do „Summerfelder Fabrikanten Verein.quot; publiceerde „10 April 1894 een document, waaruit bleek, dat, 9 Februari 1881, „in een schrijven aan don Rijksdag, het export uit deze Duitsche „landstreek naar China on Indië geraamd word op jaarlijks drie „millioen meters doek, ter waarde van ongeveer 12 millioen Mark; „hieraan arbeidden 3000 man. In genoemd schrijven aan don „Rijksdag werd toegevoegd; de Shangai-tael geldt nu ()27/.. pence, „4 maanden op Londen , en de export industrie heeft alle krachten „moeten inspannen, om bij de huidige, door de zilverdaling ver-„oorzaakte, verliezen nog op de been te blijven!.... Do zilver-„waarde daalde immer, zoodat nu dit metaal 27 d. per ons staat „d. i. zoodat de tael nu nog 33 pence geldt; hot gevolg hiervan „is, dat wij voorheen mochten spreken van een jaarlijksch export „naar de zilverlanden van 12.000.000 mark, maar dat er nu „ n i e t s meer naar China en Indië verkocht kan wordenquot;....

(p. 8.) „De Staat mag toch geen toestanden bevorderen als „die der zilverdaling, waardoor de rijkelijk ontwikkelde export-„industrie geheel vernietigd wordt!quot; ....

(p. 9.) „De Heer Alfred Patz van de firma Patz amp; C'. te „Oelnitz.

„In mijn bedrijf heb ik reeds vele jaren opgemerkt, dat met

ocr page 40

36

„hot vallon der zilverprijzon do gronzon immer scherper worden, dio „ik van wege mijne afnemers niet mocht overschrijden , zoodat „het in vele gevallen onmogelijk was, hun te voldoen, en waar ik „het vermocht, werd mijne bate er tot een minimum door terug-„gebracht. Na den val der zilverprijzen in 181)3, is de groote be-„stelling voor het zomerseizoen in Japan, niet enkel bij mij maar „overal, geheel weggevallen. Evenzoo heeft het export naar „Mexico en Centraal-Amerika zeer geleden door de zilverdaling. „Sinds twee maanden (hij schrijft 19 Maart 1894) komen wel „bestellingen uit Indië, maar zulke lage prijzen worden bedongen, „dat ik de lasten niet kan uitvoeren, of wel geen redelijk voor-„deel meer behalen.quot;

Zoo haalt Wülfikgh nog vele andere firma's aan; do feiten zijn volkomen dezelfde, de cijfers schrikbarend!

(p. 10) „Do firma Markx in Seifhonnersdorf, (Saksen) schrijft „o. a.: Sinds 1888 deed ik met succes zaken naar Manilla; hoe „moer het zilver viel, des te moeilijker de zaken werden. De koers „van Londen is, sinds aanvang 1891, 30% gedaald. Geheel mijn „handel naar Manilla is vernietigd. Evenzoo gaat het, wat Oost-„Indië betreft; men eischt lage prijzen, en ten gevolge van den „slechten koers vallen zij te hoog. Dit zijn de zeer beklagens-„waardige gevolgen der zilverdaling; onze vaderlandsche indus „trie wordt er zeer door benadeeld.

De vcreeniging van Saksische bezitters van spinnerijen geeft aan WüLFixcf dezelfde feiten, eu noemt eveneens als haar oorzaak: de zilverdaling.

„Dezelfde vereeniging zond 13 Dec. 1892 een schrijven aan „het ^Central-verhand Deutscher Industrieller, Berlin''''; hierin

„lees ik o. a..... „Duitschland heeft het hoogste belang bij do

„zilverprijzen.... want het Duitsche export naar de zilverlanden „wordt door de zilverdaling belemmerd, en de Duitsche landbouw wordt benadeeld door het import uit de zilverlanden, „vermits de schommelingen in de koersen ten deele den invloed „der graanrechten vernietigen ....quot;

ocr page 41

I] 7

(p 12) „Eone Gladbacher firma stelt hetzelfde vast: Do schrik-„wekkende daling der zilvcrwaarden heeft onze vroegere botrek-„kingen met Indië geheel afgebroken; terwijl bij een koers van „50 a 54 pence per ons (zilver) een regelmatige handel op „Rangoon, Hombay, Calcutta bestond, wordt sinds geruimen tijd „iedere bestelling van daar 30 % lager gesteld en is dus niet „uitvoerbaar. Evenzeer zijn onze zaken met Peru eerst tot onze „schade gekeerd, en nu geheel geëindigd .... juist zoo met betrekking tot Bolivia en andore landen met zilveren standaard, „die aan Duitschland in goud moeten betalen.quot;

(p. 13) 400 expo r t- fir »i k 's, uit 59 vorschillendo plaatsen van Duitschland, tookendon ccne door Wülfing opgestelde verklaring, waarin ik lees:

„De zilverdalingen en de, door de standaard-verwarring veroorzaakte, valuta verschillen, benadeelen landbouw en industrie, „daar zij het export belemmeren, en de prijzen omlaag werpen''''

(p. 13) 30 Juni 1893 schreef een Hamburgsch agent, dat ton gevolge van don val der zilverprjjzen één enkel huis 200.000 Mark verloor op buitenlandsche vorderingen en dat alle huizen, die zaken doen met zilverlandcn, er gevoelig door werden getroffen.

(p. 15) De Heer Julius Zizold in Hamburg, lid dor firma Zizor.n Coi.zmaxx amp; Cquot;.:

„Uit den aard der zaak, kan ieder slechts voor zichzelf do „verliezen aangeven, die de zilverdaling hem, in zijn handel met „de zilverlandcn, heeft veroorzaakt; toch kan ik wel eene raming „beproeven, die dan steunt op mijn jaar-balans. Voor mij is het „koersverlies, van 31 Dcc. 1892 tot 31 Dcc. 1893, 400.000 Mark; „dit is hot direkte verlies; het indirekte, 't welk hieruit voort-„spruit, dat de bestellingen tot de helft verminderd zijn, bedraagt „200 000 Mark: te samen 000.000 Mark. Nu bestaan hier nog ,5 andore firma's als de mijne; het algohool verlies is dus „ 3.600.000 Mark enz.... Do Europeaan in Zuid-Amerika lijdt „onder de zilverdalingen: 1) daar zijn vastliggend kapitaal in

ocr page 42

38

^zich minder waard wordt, 2) daar do zilverlandon onder do rdubbelo bescherming van tollen op de Europeesche waren en „nog hoogero goud-premiën, meer en meer genoopt worden, zelf rto vervaardigen, wat weleer uit Europa werd betrokkenquot; ....

(p. 18) 28 Uuitsclio firma's te Londen, die handel drijven op ludië, China, en Zuid-Amerika richtten aan ZExcoll. den Staatssecretaris der Rijksschatkist, Graaf van Posadcavski-Weiinek, een schrijven, waarin hetzelfde staat te lezen:

,Na rijpe overweging hopen zij, dat middelen mogen gevonden „worden, om een kwaad te genezen, dat den handel met de „zilverlanden dreigt te vermoorden. quot;Wij sluiten ons dus aan bij .de petitie, door het bestuur der Londensche Kamer van Koop-„handel tot de Engelsche regeering gericht.quot;

In deze laatste lees ik:

„Overwegende, dat de handel op hot Oosten , door do veelvuldige „en geweldige schommelingen in den wisselkoers en den volkomen „onbevredigenden toestand der zilverquestie ten zeerste wordt „benadeeld enz.quot;

Hoe dit geschiedt heeft lord Balfour ons nader toegelicht . niet waar ? .

Maart 1894 zonden de Duitsche kooplieden te Hongkong een telegram naar het Min. van Buitenl. zaken te Berlijn, om te vragen of er niets verricht kon worden om de zilver-prijzen omhoog te werpen, daar de export-handel van Duitseliland op China zeer lijdt onder die lage zilverprjjzen. De China-Association te Shanghaiquot; zond onlangs aan de Indische regeering oen petitie, waarin o. a. staat te lezen: „Gelukkig begint men in Europa in te zien. hoezeer de export-handel zucht onder de zilverdaling! Op eene kolonie, als Hongkong drukt deze daling, daar hier de zilveren standaard heorscht, zeer zwaar, Zoo is 1). v. de contributie aan liet Min. van Oorlog bij een koers van 2 sh. 6 pence

ocr page 43

(do tael) vastgesteld op ;32ü.O()() sh.; nu is deze echter 400.000 shilling, daar de tael op 1 sh. ll1 4 pence is gevallen .... enz. (o. c. p. 19)

Wülfing's collega in de Commissie, de Heer Alex. Neu-stadt , Direkteur der lïadensche Bank te Mannheim. ontving een brief' van den Heer .1. Feiedricusfeld te Mannlieim (4 Maart 1894), waarin staat te lezen:

,Nemen wij aun, dat een handelaar vóór den zilverval.... „voor rond 500,000 Mark had verkocht, maar nog niet leverde „en dus nog niet betaalde waren in het magazijn van zijn com „missionnair had liggen, zoo ondergaat hij, als de koers voorheen „400 en nu 320 is (tegen pari is de taal 5 Mark) aan deze massa „een verlies van rond 100,000 Mark. Zoo groot kan zijn „winst niet geweest zijn, dat hij nu niet verliest en dit verlies „wordt bij iedere zilverdaling scherper. Hij is gehouden, den „Chinees do bij kontrakt toegezegde hoeveelheid te leveren, en „hot hangt geheel van diens helieven af, ze nu of'over 0 maanden „of nog later te betrekken. Den Chinees kan de zilverwaarde in „Europa niet schelen ; hij betaalt Taels en een Tael heeft 100 canda-„rinen, en moet hij meer batalen dan weleer, dan past bijvoor „de bestelling.... enz.quot;

„Do lieer Woldemak Schuster (firma Gcbr. Sciiustek) te Mark-„neukirchen, Baksen (muziek-instrumenten).

„...De zilverdaling werkt bijzonder nadeelig op onze industrie. „Het volk aan de andere zijde der zee begrijpt dit alles niet en „wil voor hetzelfde geld als weleer (zilvergeld) dezelfde zaken „hebben en zoo wordt het export derwaarts gestremd,

„Wixkler amp; Sohk te Rochlin, in Saksen, schrijft:

„De immer toenemende zilverdaling heeft onze zaken zeer benadeeld. Wij werkten lange jaren met Oost-lndië, maar dit „wordt immer moeilijker, zoodat wij reeds besloten hebben, dit „gebied geheel prijs te geven enz.quot; (p. 26 o. c.)

Gelijk ik zeide, ware hot mij tc doen een pleit tc winnen, dan kon dit getuigenis der praktijk wel beslechten!

ocr page 44

40

Het is toch zeer lastig bij deze tallooze kooplieden te gc-looven aan een soort manie, die hen een zeker premie-spook voor den geest zon tooveren! Maar or is van een spook of een pleit geen sprake bjj zoo algemeene overeenstemming,

er is enkel sprake van een ^hocquot;, niet van een weifelend „o/quot;

*

* *

De vriendelijke lezer heeft mogelijk van den aanvang vermoed, dat ik ook mi niet enkel den Heer AVülpingii als getuige op wil roepen.

Wij moeten ook anderen booren. Luister naar Ciiabry. den vice-president der Bimetallieke Liga in Frankrijk. Deze gezaghebbende man schrijft in do inleiding der vertaling van Mgr. Walsh's werk (n0, 3).

„Vóór 1872 loverde Frankrijk gemiddeld 35 yo der zijde, die „te Lyon werd verwerkt in do fabrieken. Japan ongeveer 12 0/c. „Toen waren echter goud en zilver op gelijken voet als munt en „de yen (Japansche munt van ongeveer 5 francs) was in goud „waard: 5 francs 19. Nu kost de yen niet meer dan 3 fr. 02 „en als de Japannees nu in Frankrijk voor 5 francs zijde koopt, „trekt hij in plaats van één yen, er 1Het gevolg was, „dat Frankrijk in plaats van 35% nog 9J%, maar Japan 21 % „in plaats van 12% voortbrengt der Japansche zijde.quot; (p. IX).

„In 1872 maakt Frankrijk 1.128 000 kilo's en in 1803 nog „slechts 562.000.

„In 1872 verkoopt Japan 408.125 kilo en in 1893 1.248.197!

„In 1873 maakt Canton 138.150 kilo en in 1893 verkoopt het „1.226.136! Zoo verlaat eene industrie een land, dank aan de „standaard-wisselingen en de waardeverhooging van goud. Evenzoo „staat het met de wol, het graan, den wijn , het vee enz.quot; (p. IX).

Mgr. Walsh zelve, in het bekende geschrift, voert, p. 28, Prof. Nicholson aldus sprekend op:

„De manufacturier van Lancashire, om te verevenen de koers-

ocr page 45

41

„dalingen heeft zijn winst tot hot rninsto moeten beperken, en „op alle mogelijke wijzen zijn kosten verlagen. Tot zekere hoogte „heeft hij hot verlies kunnen dokken door zijn inateriaal to ver-„beteren, maar het algemoone gevolg, — door de moeilijkheid, „de prijzen in Indiö to verhoogen , — was voor eenigo produkten: „er den uitvoer van to verhinderen en voor andere, dat zij in „scherper concurrentie kwamen. En als men tot den grond der „zaak doordringt boteekent dit, dat do manufacturiors van Indiö „zijn beschermd.quot; (Nicholson, Money and monetary problems ,p. 207).quot;

Dr. Friedberg oordeelt niet anders:

„In Je zilverenquêto-commissie is door een lid het feit vast-„gesteld , dat door het dalen der Roepie koers hot export van „Boomwolgarons uit Indiö tot in het hart van Duitschland mogelijk „werd.quot; (= premie op uitvoer) (p. 76).

Graaf vox Mirbach teekent aan :

„In Hamburg waren de zilverprijzen als volgt:

„1871 .... 178 Mark voor 1 kilogram.

„1892 . ... 116 „ „1

„1893 tusschon 90 en 100 Mark. Hieruit is ticinukkeljk te hi-vf/rJp,'H gt; wolke grooto verliezen voor vele kooplieden moesten „ontstaan , dio belangen in landen mot zilverstandaard hebben.quot; (p. 14).

Hierbij slnit zich, — met scherpzinnige beperking, — onze Boissevaix aan:

„Menig handelaar weet voor zich, die bezwaren te boven to „komen, al zal hij toch menigmaal oiiveniijdelijk blootgesteld „blijven aan verliezen, die hij niot in zijne berekeningen kan „opnemen. Maar zou toch niet het verkeer met dergelijke landen „aanmerkelijk winnen , indien deze bezwaren worden opgeheven ?quot; (Nquot;. 9, p. 94).

En met scherpen spot Jhr. Rociiussf.v (X0. 8, p. 20), de dwaasheid van den goud-standaard hekelend:

ocr page 46

42

„Gelijk de voorstellen van Ba.mbeuoer en Lasker kunstig om-„sluierd waren, zoo werd hun heilzarae werking ook op geenorlei rwijze duidelijk gemaakt. Groot en klein, allo boeren lieten zich rloiden tot hun waarachtig belang. Dit leeren zij nu uit een „geschrift van Dr. Bamberger, bijna een vierdeel eeuws na do „invoering van den gouden standaard; dit geschrift leert de „Heeren Bamberger en Lasker aan de verbaasde wereld kennen „als de ... . weldoenors van den landbouw, want de goud stan-„daard bewerkt door het bevorderen van overzeeschc graan-aan-„voeren dat de vaderlandsche .... landbouw .... binnen de ge-„wenschte . . .. grenzen blijve, gelijk do goudmannen orakelen.quot;

Wn, lm ANNS (o. c. p 21).

„In die zilverlanden (Mexico etc.) kwamen weleer 10 Mark „overeen mot 2.40 dollar, nu golden die 10 Mark 5 dollar. De „invloed op de Europeeschc industrie is tastbaar! Bij vermin-„ derden verkoop teruggang dor prijzen .... en ten laatste alge-„heole verhindering van den uitvoer. De Europeesche voortbren-„selen zijn tot een prijs gestegen (voor de zilverlanden) die door „het volk niet meer kan worden betaald. liet export naar do „ Zuid-Amerikaansche zilverlanden is, tengevolge der laatste zil-„verdalingen (1893), geheel verlamd. Enkel voorwerpen van „hoogere weelde zijn nog goed, om uitgevoerd te worden: maar „hiervan kan de industrie niet bestaan! liet export der massa-„artikelen is gestremd .... Men moge hooge cijfers aanvoeren, „men moet ze onderzoeken, want het scheelt veel of 1000 Mark „in ijzer en katoen of in zijde en lijfsieraden worden uitgevoerd!quot;

Zoodat een der hoofdvoorstanders van den gouden standaard, do Franschman Georges Raphael Lévi (N0. 35) schrijft:

(p. 323). „Het is niet aan twijfel onderheciy, dat de dollar,— „als de Bryan-partij in Amerika overwint, — in het buitenland „dalen zou, zoolang het zilver in waarde staat benedon hot goud.quot;

1)1. zoolang in het buitonland niet, (gelijk '/«« iu Ame-ka), goud: zilver als 1 : 1G, maar 1 : 32.

ocr page 47

43

„Wat oen Amerikaan nu koopt in Frankrijk of Engeland voor „één dollar zou hij dan 2 dollars moeten betalen .... uit dien „hoofde zouden de Amerikanen dus geen baat genieten, tenzij „men als zoodanig beschouwe eene beperking van den inioev.quot;

Doze zou er «lus volgens Levy liet gevolg van zijn.

„De plotselinge stijging dor buitenlandschc koopwaren, gewaardeerd in dollarsquot;

(Meer dollars dus dan weleer).

„zou den handel onderstboven keeren en, minstens in don aan-„vang, de inkoopen belemmeren door Amerika in het buitenland „gedaan.,.. Zij zouden dan b.v. 100 francs met 40 dollar moeten „koopon inplaats van met 20 en 100 j£quot; met duizend dollar in „plaats van nu met 50; het gevolg voor den invoer in Amerika „is onloochenbaar ....

„Daartegenover staat: de koopwaren , die door Amerika worden uitgevoerd, worden hun betaald in het geld der koopende landen; „daar nu een zelfde hoeveelheid dier munt in 't vervolg een „grootere som dollars vertegenwoordigt zullen deze uitvoerders „in schijn meer innen dan weleer; de francs en £ zullen een „grooter aantal dollars vertegenwoordigen.quot;

Dus premie op den uitvoer; ziedaar Levi's besluit.

Toch ware, volgens hom, de winst enkel „in schijnquot;, daar een grooter verlies deze winst zou boeten, gelijk hij voorts verklaart.

Maar liet feit, gelijk het daar ligt, het bestaan eeuer iin-port- en export-premie, door zilverdaling veroorzaakt, dit feit met al zijn onhebbelijke gevolgen ontkent zelfs Kaphael Levi niet. Evenmin twijfelt Theod. Eritscu:

„liet Duitsche geld hoeft heden ten dage in het internationaal „verkeer veel waarde en bezit in het buitenland oeno groote koop-„kracht. Meent gij nu. dat dit het volk ten zegen strekt? Laat „eens zien. De Koebel staat laag, de Mark (goud) staat hoog. „Wisselt iemand nu Duitsch geld togen Russisch Koebelgold in.

ocr page 48

44

„koopt hij daarvoor roggo in Rusland, betaalt den kleinen tol „en verkoopt in Duitschland het graan weder tegen Duitsch goud „geld, dan maakt hij goede zaken .... en onze landbouw lijdt „en jamraort. Dus: de groote koopkracht van het Duitsehe goud „ruïneert den binnenlandschen producent. Mocht men dan bijna „niet wenschen , dat het Duitsehe geld minwaardig mocht worden ; „zou niet een hoogere koopkracht van den Roebel vele Duitsehe „industrieën, in haar uitbreiding naar Rusland, ten bate komen „en de Duitsehe productie bevorderen-' Waar blijft toch hot „gezond verstand bij zulke toestanden'r''... . („Deutsch Soc. 151.quot; p. 262. 1893).

Xeon Dr. Lieber streed niet met windmolens toen liij uitriep: (o. e. p. 57).

„Tegenover de sociaal-demokraten wil ik de vrijheid nemen te „bemerken, dat het belang van millioenen arbeiders, die in onze „industrie werken, afhangt van de vraag , of deze industrie nog „in staaf is te verkoopen aan het buitenland. Als onze industrie „niet meer uitvoeren kan, — en juist die verkoop aan het JSuiten-„land hangt (ganz wesentlich) zeer innig samen met de regeling „der standaardvraag, als onzequot; industrie niet meer uitvoeren kan , „dan zullen zij (die arbeiders) noch in goud noch in zilver eenig „loon meer beuren!quot;

:'fi *

Premie en tol door zilverdaling; deze premie en tol zeer gemakkelijk te verklaren; beide tastbaar in hoogst bedenkelijke finantieele en sociale gevolgen: ziedaar schering en inslag van dit somber weefsel!

ocr page 49

HOOFDSTUK IV.

Gewenschte matiging.

Het lust mij niet kleinkeurig toe te zien, of mogelijk op den eifen weg eenige steentjes liggen, waar kleinzeerige inenschen aanstoot aan zouden nemen; ik zeg liever: die weg is glad, effen, goed. En ik meen dit, na hei voorgaande, zonder vrees van overdrijving te mogen beweren: deze questio kan niemand, die er don weg eeniger mate in kent, op onoverkomelijke moeilijkheden doen stuiten.

Toch moet ik bekennen, dat men verstandig voort moot gaan; er liggen hier en daar voetangels en klemmen, en dit is erger; 't kan gebeuren, dat de voortvarende wandelaar er in stapt, en dan mismoedig uitroept: „wat een weg!quot;...

Voorzichtig dus!

Allereerst men besluite niet kordaat-wes: als volst:

O O

„Indien den zilverlanden boven de goudlanden zulk een „voorsprong gegeven werd, dan moeten zij toch schatrijk „zijn geworden! Is dit echter wel 't geval?quot;

Mijn vriendelijke lezer doorschouwt wel, dat hier een voetangel ligt.

Vind, door een buitenkansje, een rijksdaalder, maar iieb een gat in den zak, waar de rijksdaalder weder door valt...

Laat mij het buiten beeldspraak zeggen: een volk is

ocr page 50

46

niet gebaat bij de voordeelige kansen van weinigen, waar de Staat als geheel voor die bate moet boeten.

De Heer Friedberg oordeelde niet anders:

„Do Koebelkoers is, als deze daalt, minstens een verscherpende „factor voor den uitvoer van Russisch graan (premie dus op den „uitvoer), (o. c. p. 78).

„Terwijl de Russische Minister Katkofp volkomen juist beweerde, „dat de daling van den Roebelkoers voor het export der landbouwproducten een ware „beschermingquot; is, heeft de Russische „Minister van Financiën, die gedwongen is voor de zeer groote „Russsische leeningen do moeste renten ui yoiul te betalen, een „geheel ander belang; do hooye koers van den Roebel (die voor van belang is) komt, ik twijfel er niet aan — niemand, die „met de Russische toestanden bekend is, kan er aan twijfelen, — „den landbouw tot schade en deze zou er voordeel bij hebben „als de Roebelkoers op 170 of 165 zonk.'' (o. c. p. 14).

Mot andere woorden: Wat do premie inbrengt, verdwijnt in de kolken dor belasting; do zilverdaling noodzaakt tot voldoening van dozen ciseb : méér zilver voor t gelijk bedrag goud. Ik schrijf goone brochure over do geheele mnntquestie cn stip dit punt dus lichtelijk aan; wie do questie voelt, voelt ook het antwoord.

*

s}:

Een ander moeilijk to voldoen mensch kan ter goeder trouw meenon:

„Ik ben het eens met do voorgaande beschouwingen en „do feiten spreken beslissend; maar 't kan toch niet zitten, „waar gij zegt; want als zilver in prijs daalde steey toch „ook. de markt in 't zilverlund. Voorheen b. v. voor 1 goud „2 zilver en voor 1 zilver 2 graan ; dus voor 1 goud 4 graan ; „nu voor 1 goud 4 zilver,—toegegeven; maar voor 1 zilver

ocr page 51

47

„in 't zilverlam! 1 graan, dus nog immer voor 1 goud 4 „graan on uw premie bestaat niet.quot;'

Ongeveer dezelfde moeielijkheid staat ook voor oogen na deze redeneering:

„Voorheen kocht zilver de helft minder koopwaren in een „land met (jonden standaard dan tlians; de gulden b. v. „koopt daar niet voor de zilverwaarde dier munt maar „voor haar goud waarde (' , () van /10 goud) Welaan. de „markt daalde in de goudlanden ongeveer 50%. Zilrer „koopt dus hier evenveel nu als weleer. — In liet zilvar-„land vind hetzelfde plaats. De premie door de zilverdaling „bestaat dus niet.quot;

Ik antwoord hierop, voor zoover het pas geeft.

Vooreerst: niet te vlug!

Do zeer vele deskundigen, wie ik het voord gaf, verklaren eenstemmig liet tegendeel. (Zie Hoofdstuk I).

Vervolgens: de tallooze handelaren, do vertrouwbaarheid van wier ervaring boven spitsvindigheden waarde bezit, getuigen iets geheel anders. (Zie hoofdstuk II en III).

Dan dit: die premie moei bestaan:

Dr. Friedberg spreekt (o. c. p. 74).

„Bij economische vragen gaat hot immer over saaragestelde „verschijnselen; op import en export oefenen nog een gehcelo „reeks andere oorzaken haar invloed, behalve de standaard-regeling. „Maar dat de standaard niedi', een factor is on ceteris paribus „zich ook doet gelden, dit k a n n i e m a n d h e st r ij d e gt;i, als „men niet ontkennen wil, dat onze kooplieden logica en scherp-„zinnigheid genoeg bezitten om do valuta-verschillen tot hun „voordeel aan te wenden.''

Die premie uux't dus bestaan zoolang handel handel is ...

Waar zit de fout der redeneering, vervat in de opmerking?

Volkomen juist is de bewering: voor wat de waarde van

ocr page 52

48

onyetiiKnt zilver voorstelt, koopt men nu b.v. in't goudland Engeland dezelfde hoeveelheid waren als weleer, want voor (/eimint zilver (dubbele waarde) koopt men nu de dubbele massa van vroeger dagen. Voor een bedrag ongemunt zilver koopt men dus in 't zilverhmd dezelfde goederen van weleer.... Maar. . . . dit raakt zelfs de, questie niet! —

De gevolgtrekking: dus geen premie op export van zilver naar goudland, — geen stremming van export in omgekeerde richting, hangt geheel in de lucht.

Do moeilijkheid gewaagt immers van de nationale markt en de standaardquestie doet zich gevoelen in den internationalen handel. Daar alléén, — op het punt, wel te verstaan, dat wij thans bespreken.

Goud koopt zilver en met dit zilver waren in het zilver-land, — de dubbele hoeveelheid van iceleer, en die massa drnl'f de markt der goudlanden, ziedaar de questie. Dit is de geheele brochure van den Heer Smid, — dit is schering en inslag der getuigenissen, door mij aan 46 mannen van erkend gezag ontleend. Er komt geen sprake van nationale markt op zichzelf beschouwd!

Do Heer van Gülpen schreef mij 0 Aug. 1897 over deze „moeilijkheidquot;:

„So argurnentirt man innerhalb der Grenzen des Landen und „darin liegt der Fehler. Die Wahrungstrage tritt erst hervor „wenn von einen GoIdwahrungslande nach einem Silberw.-lande „versandt wirdt oder uragekehrt.quot;

Waarlijk geen wonder, dat deze invloed zich in de standaardquestie niet doet gelden, waar ieder die den aard dier (juestie in 't oog houdt, inziet, dat hij zich niet kan laten gevoelen.

In den internationalen handel is hij onmiskenbaar, onverbiddelijk.

ocr page 53

49

En toch, — mits vooreerst de markt der waren in de zilverlanden niet zij gestegen.

Welnu, wat Boissevain in zijn jongste werk schreef (p. 65) is waarheid:

„Trots de toeneming van muntmetaal (door do ontwikkeling „van het binnenlandsche handelsverkeer en de vermoerdoring „der binnenlandsche produktie (p. 64) werd de verhouding hier-rvan tot alle andere zat,'en, goederen en diensten, duurzaam „niet gewijzigd.... waardoor de economische toestand dier „landen zich zelfs gunstig ontwikkelde.quot;

En dit rekenen onafwijsbaar de consulaire berichten u vóór: de markt is in de zilverlanden niet gestegen.

De premie bestaat dus wel.

Theorie, praktijk, tastbare gevolgen stemmen overeen.

*

* »

„Hola!quot; — roept iemand — „nu smokkelt gij!quot; Boissevain schrijft in hetzelfde werk („de munttoestand in 1897quot;) p. 69:

„Sedert 1893 is daling in do waarde van het zilver niet alleen in do verhouding tot het goud, maar ook tot alle andere „koopwaren onmiskenbaar. De loop der prijzen in Japan, al „kunnen daar ook andere redenen toe hebben bijgedragen, „schijnt dit duidelijk aan te geven.quot;

De markt stijgt dus wèl in die landen ....

Do premie verdwijnt!....

En dus ook de beteekenis der questie? ....

Lezer, laat mij u eene gebeurtenis verhalen.

Er huist in een van Nederlands steden een welgezeten burger, tevreden, in het rustig bezit van een begeerlijk levenslot; hij heeft een lieve vrouw, het milde glimmen van wier oogslag zijn zoetst geluk, — vroolijke, geestige kin-

4

ocr page 54

50

deren het schudden van wier krullebol zijn prettigste uitspanning is.

Maar een konkurrent loert op den eerlijken rijkdom van den onergdenkende. Met praktijken, die een eerlijke handel diefstal heet, maar die, onder schooner namen, niet ter deure worden verwezen aan ieder handels- of bankiers-kantoor, weet de mededinger onzen argeloozen burger te verstrikken in zijn treken.

Van welstand tot behoeftigheid, van behoeftigheid tot gebrek en nooddruft 't was al do vraag van enkele maanden.

Nu zit met roodgeschreide oogen, vervallen, schrikwekkend bleek de vrouw daarneder, — dreigend schittert en stekelt het starend oog des mans, — ingevallen is de weleer blozende wang dor krullekopjes.

Ga nu naar dien man, lezer, en zeg hem: „Man, wat „klaagt go en zit wrevelig neder, daar de Regeering zulke „gevloekte treken aan zijn burgers laat spelen; wees bljj-„moedig, de dag nadert, waarop uw konkurrent van zijn „fielterij niet meer genieten zal, de hooge Regeering voorts „al deze schurkerijen beletten.quot;

Gelooft ge niet, dat de man uw troost onmenschelijke ironie zou achten?

„Hoe, is mijn fortuin, is mijn lieve vrouw, zijn mijn „kinderen gebaat met uw erbarmelijke tockomst-muziek ? „Geef mij terug lust en loven, mijn ontweldigd recht, „mijn uitgestroopt bezit, mijn ontredderden boedel, — „praat niet tot iemand, die aan 't verdrinken is, over

„een nieuwe uitvinding van zwemboeien! Dat is tergend!quot;

*

* *

Ik had mij vast voorgenomen zeer kalm te blijven, maar

ocr page 55

51

do verontwaardiging worpt in de woorden gloed; ik kan den kregeien spotlust, de berekende domhoudenj dierhaute-finance niet gelijkmoedig dragen, die zelf met koortsigen hartstocht naar schatten brandt en de meest argelooze koelheid veinst, waar de menschelijke gemeenschap jammert over hot verloren goed.

Ja, het is volle waarheid, wat Uoissevaix schrijft in zijn jongste werk (p. 05).

„Deze Huctuatiën mogen tjjtlolijko winsten hebben gegeven „aan den exporthandel, hier stonden ook; verliezen tegenover. „En de zoogenaamde export-premie, welke de daling van, bijv., „den Engelschen wisselkoers op Indië aan den export-bandel „aldaar verschafte, kan ook immers uit den aard der zaak, „geen oorzaak zijn van nanhuicdeml voordeel, want in de prijs-„verhouding der exportartikelen moest spocdiij daarmede rekening „worden gehouden.quot;

Ja, dit is waar.

Maar waar is ook, dat de ruïne achterblijft al houdt do orkaan op met looien; — waar is óok, dat de 25 jaar schrikbewind van het goud-stelsel (1870 —189....) landbouw en industrie vermoord iiebben, minstens lamgeslagen, in Europa's eertijds bloeiende rijken; gevoerd tot ownatuur-lijke bescherming, tot vervalsching der waren, tot ontwrichting der nationale kracht, tot verwoesting van's lands welvaart, tot stremming van uitvoer en zwoegen der markt onder verpletterende mededinging.

Ik weet, dat de konkurrentie, — Alex van Gulpen schreef bet mij nog (i Augustus 1897, — spoedig do valuta-verschillen „ausgleichtquot;, gelijkmaakt, verevent; maar het zilver wordt in zijn dalingen niet als door een automatische rijzing der markt gevolgd; de nekslag is gegeven aan duizenden, vóórdat het schild nog opgeheven is ter dekking.

ocr page 56

Daarbij dit; 't gaat iiiot bloot om de winst der handelaren, liet gaat ook, het gaat vooral om het bestaan der landbouwers. Al daalde dan ook de markt der goudlanden, zoodat het gewin der export-premie voor de handelaars der zilver-gewesten ten deelc verviel, toch blijft die premie bestaan in IjcyinscJ; zij blijft ter internationale markt dooide zwenkingen der goudprijzen van het zilver; vooral: zij oefende haar invloed een vierendeel eeuws en dwong r/e-iceldif/ de Europeesche markt omlaag.

Er beetaat geen reden voor dezen zwendel, die de Europeesche volkeren mot vernieling dreigt, dun handschoen op te nemen,... en in 't algemeen zijn bestaan in een nevel van twijfelingen te hullen, omdat „door de schier algemeene daling der Europeesche marktquot;, — ruïneeren-der gedachtenis! — „niet immer meer do volle winst dier premie genoten wordt.quot;

Jseeu! omdat het export der zilverlanden een voorsprong kreeg door de daling der zilverprijzen, daarom duurt nu voort, wat Europa's markt uit de voegen lichtte; de doodelijke invloed van het wit metaal.

Deze wierp de markt omlaag;

deze, — blijft de toestand, — blijft ons immer dreigen met nieuwen druk op de handelsbeweging;

deze, — het hoog gewin moge dan, door ondersteld schier evenredige verevening der markt, worden verkort, — deze duurt voort, zoolang niet ovengenoemde markt op de maat danst met de grillen der zilver-termijn-speculatie.

quot;Welnu, dit zal de markt nimmer doen; het gewin blijft dus bestaan.

Cfiabry schreef mij in antwoord op de bedenking, die ons thans bezig houdt een merkwaardigen brief; ik had de

ocr page 57

53

moeilijkheid zoo scherp mogelijk opgesteld (Mei 18!)(i) en hij kwam inderdaad in den waan, dat ik het bestaan van „premiequot; en „tolquot; betwistte.

Ziellier zijn merkwaardig antwoord:

„Monsieur

„Je viens do rocevoir votre lettre avec quelijuc retard paree que, „en cc moment, je ne suis pas a men domicile habituel, mais „habitc a la campagne par I'ete. Cost ce qui vous oxplique le „retard do ma réponse.

„Voici ma réponse a votre interessante lettre.

„Vous vous y occupez d'un point de vue spécial savoir: quelle „est rintiuonce de la crise monetaire sur les operations commer-„ciales de ceux qui se livrent au commerce d'importation ou „d'exportation ?

„Et vous trouvez avec raison que les résultats do la crise ne „sont pas les mêmes vis a vis de ces nrgociants en bló que vis „a vis des producteurs de blé des pays d'or.

„Seuloment comme vous ne vous ètes pas rendu compte sut-„tisament je crois, que les producteurs et los négociants sont „dans dos conditions absolument différentes, vous êtes tout pret „a conclure, quo les ett'ets de la crise sont contre les producteurs „les mêmes que contre les négociants. La est l'erreur quojevais „tacher de dissipor.

„Evidemment si la puissance de l'or avait augmonté vis a vis „do la monnaie des pays a argent, mais n'avait pas augmenté „vis a vis dos marchandises dos pays a monnaie d'or les negotiants feraient des aft'airos fort lucratives.

„Si par exemple 1 shelling achetait en Angleterre autant seule-„ment de blé aujourd'hui qu'autrefois: quo la rou[)ie fut restée „dans l'Inde, vis a vis du bló do l'lndo, dans la même situation, „on pourrait aujourd'hui en achetant les roupies a '/■gt; prix, „achcter dans l'lndo lo blé a '/■• P1quot;ix puis le revondre a double „en Angleterre. Mais comme le prix du blé a baissé do '/2 en „Angleterre cotte dernioreoperation n'est plus coni])lètcmeiit])ossible.

ocr page 58

54

„En sortc qu'après avoir achetó le blé a 1 '2 prix en Indo, il „faut lo revendre a '/„ prix on Angleterro.

„Alors vous concluoz: inais oü done sont les faraeux bénóficos pde Ia crise monétaire?

„Voila bien votrc raisonnoment et jo ne crois pas l'avoir aff'aibli.

„Mais en le condonsant ainsi, vous voyez clairement que vous „ne vous êtes occupé que de la situation du negociant en blé „qui Vachcte et le remicl, mais nulloment do celle du prodnrteur rde blé qui le vend seulement et ne l'achète pas, ou du moins „l'achète ])ar xon travail et non avec do la monnaic.

„Car le negociant ])eut, sans porte, revendre a 1 , prix. co „qu'il a acheté a ' , prix: inais le cultivateur ne pout pas vendro „a 1 , prix co qui lui coute le mrme prix qu'autrefois en salaires „ou intérêt de dettes ou fermage. La oil lo ferraage a baissé la „perte a été pour le propriétaire au liou de l'être pour le fcrmier „soul: mais si l'on considère on bloc fermiers ou cultivateurs et „propiétairos c'est a dire producteurs de blé des pays a mon-„naie d'or on voit que vendre a '/•. Pr'x produit peur oux une „porto soche sans compensation tandis que pour le négociant la „compensation existe du fait qu'il a acheté a 1 prix.

„11 ne faut done pas confondre los deux situations.

„Bien plus elles sont opposées.

„Si en effet, le blé se vondait lo même prix lt;iue jadis en „Angleterro alors que grace a la baisse do la roupie on racheterait „a ' 2 prix aux Indes, lo négociant ferait a la vérité dos béné-„tices scandaleux, mais d'un autre cóté les producteurs ne feraient „aucune perte puisqu'il auroiont conserve les prix de vente an „cions et ils ne se plaindraient pas.

„Or cette supposition est fausse; car, grace a la concurrence „l'egalité dos prix s'etablit toujours , en théorie, d'un bout du „monde a l'autre; et un shelling a forcément, en théorie, la même „puissance d'achat en Inde ou en Angleterro sauf rofï'ot der frais „de transport, frais de change do monnaie, agio etc.

„Mais de ce que la crise actuelle no peut pas détruirc cette „loi générale du nivellement des prix, de ce que le spéculatour „ne peut pas gagner 100% sur lo change de sa monnaie, il n'en „faut pas conclure comme vous semblez disposé a lo faire.

ocr page 59

„1°. Que le change ne signifie rien et quo le m'gociant n'y Tgagne rien.

„2°. Que le eultivateur de nos pays par conséquent n'y perd rien; „et qu'il doit chercher ailleurs la cause de la baisse, alors quo ,.cette baisse vient bien uniquement du change.

„En offet. ln. il est inexact de croire que le nugociant no „gagno rien, sans quoi il ne ferait pas son metier. II faut qu'il y „ait bónéfice non seulemont pour ceux qui achetent et revendent „du bló, raais aussi pour ceux qui achètent et revendent des „roupies C'est-a-diro qu'il faut quo les prix ne soient pas com-„plètement nivelés. Si le banquier qui achotc dos roupies a la „bourse de Londres ne ferait par de benefice ;i la revento, „il n'en achèterait pas, de mómo pour le negociant en bló. Car „ces deux professions sont généraleraent sóparees. Quand elles sont „reünies sur la même tête, la memo tête fait les deux bénófi-„ces, voila tout.

„Quel est le f aux do ces benefices ? Je l'ignore. II depend „d'abord do la concurence que se fout entr'eux les négociants „en roupies et les négociants en blé. Et cetto concurrence est „d'autant moins grande que le nombre des concurrents est plus „restreint. Or lo commerce do l'oriont a toujours été en un petit „noinbre de mains, done la concurence y est minimo et les béné-,.fices considerables.

„11 dépend ensuite des variations dans les cours du change „et de l'habilité a en profiter. Quand l'Jnde ferma en 1893 ses „monnaies a la frappe de 1'argent, les cours de ce métal et celui „de la roupie (coté en or) baissaient de 20 % on hnit jours. „Pour ceux qui avaient acheté du blé ce fut un benefice de „20 % puisqu'il puront so procurer des traites a 20 % de baisse. „Pour ceux qui avaient vendu dos traites a décembre, memo „résultat car ils puront les racheter en bénéfice etc.

,11 est certain qu'au début de la baisse de l'argont les bénéfices „furent d'autant plus considerables quo la source de la baisse ctait „moins connue, et que ceux qui la connaissaient pouvaient mieux „règler lours combinaisons sans crainte do concurrence.

„Aujourd'hui encore le cours de la roupie dépendant absolument „du petit groupe de banquiers de la Cité qui mene a sa guise

ocr page 60

56

„la crise monetaire, soyez sur qu'il la rnone au mieux de ses „interets.

„Voila pounjuoi leur sort me préoccuppe peu et (juo je songo „surtout dans ma polómique aux producteurs de blé, c'est-a-diro „aux cultivateurs de nos pays qui, eux, sont dupes de tout cela.

„En eff'et il est connu et reconnu que la baisse effroyable „du prix du bló dans nos pays riexiste pas aux Indes, au Japon „en Chine en Argentine vis a via la monnaie de ces pays la. „(L'argentine se complique do l'eft'et du papier monnaie déprcoié „a Vintérieur, ce qu'il faut déduire).

„Le blé de l'Inde comme celui de l'Angleterre a baissé do „50 % vis a vis du shelliny, mais le blé de l'Inde n'a pays baissé „de 50 % vis a vis de la roupie.

„1 roupie égale la même quantité de ble anjourd'hiii qu'il ij a „20 a us. Voila qui est reconnu par tous et voila oü est la crise „monétaire. Salaires , blé, marchandises ont la-bas gardé la même „valeur monétaire depuis des sioeles paree qu'on y a gardé la „même monnaie.

„Cette même valeur monetaire a changé ehez nous paree que „nous avous changé notre monnaie.

„Le cultivatour indien qui vendait son sac de blé 10 roupies -il y a 20 ans, le vend encore aujourdhui 10 roupies et sa „situation, n'a pas changé.

„Si, a cette époque, on eut voulu porter ce blé en Angleterre „il y eut coüté 20 shellings, puisque 1 roupie valait 2 shellings.

„Aujourd'hui que la roupie vaut 1 shelling , le même sac de „blé qui vaut toujours 10 roupies dans l'Inde peut se transporter „en Angleterre et n'y coüter que 10 shellings au transporteur.

„Grace a la baisse de la roupie le spéculateur peut done „introduire en Angleterre du blé qui lui conto 1/2 moins qu'autrefois „bien qu'il paie le même prix quo jadis au cultivateur indien.

„II a done devant lui une margo de bénétice de 100 % du „chef seul du change des monnaies et il domino par suite le „marché anglais.

„Qu'il puisse ou qu'il ne puisse pas réaliser complètement ce „bénétice de 100%; que d'autres concurrents fassent la même „opération , que pour attirer a lui les acheteurs anglais il doivo

ocr page 61

57

„baissor son prix au dessous du prix anglais et par conséquent „réduire son benefice; que ee benefice puisse même, avee le „temps, ètre réduit au taux ordinaire des bdnifices de tout com-„merce (jesuis accomodant, j'espore) ])eu importe: le négociant ,iniportateur n'en impose pas moins la baisse au cultivateur „anglais. II lui impose une baisse ruineuse; il ruine Tagriculture „anglaise et l'agriculture européenne grace aux prix de revient „({He lui procure le change.

„Ce prix de revient est en eft'et fixe par un cours de change „sans cesse baissant, tandis que le prix de revient du producteur „anglais ne baisse pas. En sorte que chaque fois que ce dernier „baisse son prix de vente, il voit dispara!tre ses benefices et, par „suite, son capital, puisque la valeur du capital est toujours „proportionnelle aux benefices qu'il produit.

„Toute la baisse que je viens de décrire vient bien uniquement „de la baisse do la roupie. Le coüt do la main d'oeuvre dans „1'Inde, du prix des bateaux et de tout ee qu'il vous plaira n'ont „rien a y voir, puisque je n'ai pas eu besoin de les nommer „dans mon raisonnement.

„Si les salaires baissaient encore dans l'Indo (ce qui me parait „difficile) sans dovite le blé y baisserait encore et la baisse aetuello „s'accentuerait ici.

„Si le prix baissait même résultat.

„Tout cela s'ajouterait u la baisse de la roupie; mais rien de „tont cela no saurait créer dans l'avenir et n'a pu créer dans „le passé la baisse même de cette roupie.

„Or c'est la baisse de cette roupie qui reste la cheville „ouvrière de la puissance d'achat du shelling et par conséquent „de rintroduction du blé etranger; car ce qui s'applique a la „roupie s'applique au dollar argontin, au taél, au yen etc. „ii toutes les monnaies qui ne sont pas au pair de For.

„Done rintroduction dos marchandises des pays a monnaie „d'argent pivote autour do la hausse do l'or par rapport a 1'argont; „cette introduction regie les prix ehez nous des marchandises que „nous produisons et force nos producteurs a baisser leurs prix.

„Cette hausse de l'or par rapport a l'argent est précisément ce „qu'on appelle la crise monétaire.

ocr page 62

58

„Done la baisse dont nous souffrons est le résultat de la erise r monetaire.

„Ce qu'il fallait demontrer.

„Voila, monsieur, ma réponse dont vous voudrez bien excuser rla longueur, si j'ai róussi a etre clair.

On est trop ten té de croire que les benefices des importateurs „sont ryaiix aux pertes des producteurs puisqu'il ont la 'inê)ne cause „monetaire. C'est une erreur. Toutc la perte est pour nos produc-„teurs son doute, mais tout ec benefice n'est pas pour les impor-rtateurs. lis ont leur part sans doute; mais les reis de Tor, „créanciers du monde, qui nous ruiner.t, ont aussi la leur. Tout „ce qui s'évalue en or baisse. Tout ce qui est en or se maintient „immuable, c'est a dire (|ue peu lï peu les créanciers absorbent „l'actif de leurs débiteurs Or les débiteurs c'est rhumanité entière; „les créanciers c'est une poignée de financiers de Londres: voila „mos amis, et mes enncrais.

Voire Men dévoué, A CilAHliY.quot;

Waarheid is derhalve, dat die „premiequot; uiet immer geheel ton goede komt aan den handel zelf, — waarheid echter ook. dat de markt de zwenkingen der koersen niet als hij toomslay volgt; van 1 Augustus tot 1 September '97 is de zilverprijs gevallen van 30 op 24 pence het Engelsch ons; — meent men, dat deze verdiensten verdwijnen in de lucht? ... Of meent men, dat de Aziatische markt als eene hinde deze huppelingen van het zilver meemaakt?

Op den duw zal do prijs gelijk worden, — ja, maar dan nog blijft dit waar: dit geschiedt dan door de onnatuurlijke daling der markt in de goudlanden, —onnatuurlijk,daar zij voor een groot gedeelte het gevolg is der export-premie, door de zilverdaling verleend aan produkten der zilver-landen.

]STiet de vraag, of deze of gene 50, 100% verdient is een sociale vraag, maar of zijn gewin de maatschappij werkelijk ontstelt.

ocr page 63

Zoo staat dan, — ik verzoek den lezer te denken aan de vorige schets van den gernïneerden koopman, — zoo staat dan de; geheele levens-qnestie in volle kracht voor Europa: „zullen wij onzen landbouw, onze industrie door „het „peril jaunequot; laten verpletteren?quot;... Tiet gele ras heeft het witte metaal en de speculatie met liet witte metaal is moordend voor Europa. Ons werelddeel heeft te kiezen: de eigen markt prijs geven aan de zilverlanden, of mededingen tot hongersnood-prijzen. Hongersnood-prijzen, want al daalde de markt der groothandel-artikelen , niet de ƒ/«Acv/c markt daalde in Europa, niet, om iets te noemen, de arbeidsloonen, en ook niet de lasten van den boerenstand. Daarom vergt de muntvraag een ernstigon blik, van al wie de sociale belangen dor volkeren ter harte gaan. quot;Waarlijk

niet bloot om liet gewin her of der aan een koopman verzekerd!

* *

*

Staan blijft bovendien dit woord van Boissevaix . en volkomen sluit het aan hetgeen Van Gülpex mij schreef, 2 Aug.;

rquot;t Js het voordeel geweest dor zilverlanden dat do algemeone rver)gt;iiiideruiij der roortbrengingsmueite, welke mot do daling van rden goudprijs van liet zilver gepaard ging.... daar niet is „saaragovallon niet verhooging der koopkracht van het gold, maar „integendeel mot oene ruimere beschikking over hot ruilmiddelquot; .... (o. c. j). G5).

En zoo schreef mij ook Van Gulpen 2 Aug. 1897:

„Die Preisen der Waaren werden durch die überall aufmerksame „Conkurrenz regulirt, und etwaïge Vortheile (die hij dus niet „ontkent!) dor Silberliinder sclmell auticjeglicheii.11 (Middelerwijl kan een millioen winst „bootquot; zijn!)

„Abor was sich nicht so schnell ausgloicht, ist der Arhcitslohn ; „der Chinese und Inder kauft seine Lebensmittel wie friiher und

ocr page 64

60

„arbeitet wie frülier für denselben Lohn. Heuto kauft man abor „fiir 1 Pfd. Sterling Gold, das doppelte Quantum Silber, man „kaul't also auch die doppelte Arbeit in China und Indien; das „priimiert die Industrie in China und Indienquot;,...

Eldz. 29—32 cn 71—74 der brochure „Termuihandel und WahruiKf werkt deze deskundige dit punt breedvoerig uit.

Ik aanvaard, wat mijn tegenstander Siegle (o, c. p. 61) te berde bracht:

„Mijne Heeren, men beweert, dat Duitschland zich tegenover „andere landen, die den dubbelen of den zilveren standaard „hebben, in het nadeel bevindt, daar deze laatste hun voort-„brengselen kunnen invoeren cjcnictende het voordeel der valuta-verschillen. iS'u dit is (zweifellos) zonder twijfel tot zekere hoogte juist.quot;

Wat beoogd wordt met de beperking „tot zekere hoogtequot;

staat thans ook boven twijfel.

* *

*

Laten wij deze antwoorden samenvatten:

1quot;. De export-premie voor de zilverlanden, de exportstremming voor do goudlanden, bestaat ten gevolge der zilverdalingen; de drie eerste hoofdstukken van dit geschrift stellen het boven allen twijfel.

2quot;. Do winst moge niet iminer ten volle worden genoten door do importeurs, dit doet ter zake niets; de vraag is: oefent de bewuste toestand socialen invloed; liet antwoord hierop bleek te luiden: rja.quot;

3°. Dat, door de daling der markt in de goudlanden, do bewuste premie cenhcijtien zal, is onjuist, zoolang de grootmarkt niet alle sprongen der zilverkoerson mede maakt. Zoo is b.v. do graanprijs in Augustus 1897 volstrekt niet de aanmerkelijke zilverdalingen gevolgd.

ocr page 65

61

4°. Stijgt de markt in dc zilverlauden, dan zijn wij voor de toekomst gered; maar blijft dc gedrukte markt dor goudlanden duren, dan blijft de ruïneerende toestand in al zijn schrikwekkendheid.

5°. Zoolang niet de geheele markt, óók van arbeidsloon, huur, hypotheek enz. gedaald is, tot het peil der produk-tenmarkt, blijft de „exportpremiequot; haar verwoestenden|invloed oefenen op de goudlanden,

6quot;. Zou eenmaal, — cene utopie, wier vervulling de stoutste verbeelding niet kan wachten, — de gehenlr markt der goudlanden, alle prijzen, — arbeidsloon!! — tot het onnatuurlijk laag peil zijn gevallen, waartoe de wereldmarkt-produkten daalden, dan nóg zou het gezond verstand geen reden hebben, iemand uit te noodigen tot een zegelied! Dan nog ware het treurgezang gewettigd, over het 25jarig schrikbewind der valuta-speculatie (1871—1897) en over de tallooze ruïnen, door dezen zwendel in Europa achtergelaten.

Ziedaar, in hoofdzaak, wat ik in dit hoofdstuk heb ontwikkeld. Waarlijkgeleid door mannen van erkend gezag.

* *

*

Het zij mij vergund, hier nog een gedeelte in te lasschen uit een brief, dien Chabky tot mij richtte 17 Sept. 1897. Hij gewaagt van de Mexikaansche wevers:

„Jadis ces négociants acbetaient leurs tissue en France (ils rsont francais) les vendaient ;i leur clientèle du Mexique et payaient „les fabricants francais avec de l'argent mexicain a raison de ,.200 francs le Kilo d'argent. Aujourd'hui l'argent mexicain ne „vaut en France que 100 fr. le Kilo. Mais comme ils ne peuvent pas „vendre leurs marchandises plus cher qu'autrefois il en résultait „qu'ils perdaient 50 % dans leurs remises sur la France. Qu ont-ils „fait? lis ent cessé tons achats en France, ont bati a Mexico

ocr page 66

„une fabrique de tissus qui leur a coütó 3 millions et qui est „une les plus belles du monde, lis fabriquent leurs tissus eux „mèraes et continuent leur commerce. La France y a done .perdu un gros débouché d'oü les crises des tissus qu'on ressent „en co moment. Voila Tofibt du change et de la prime de Tor.

„Maintenant va question monetaire va plus loin que le change. „11 s'agit de l'accaparoment monetaire universel e'est a dire de „la domination commerciale et industrielle du monde. J'ai mis „cela en lumière dans un rapport que j'ai fait il y a 15 jours „au Congres de Nimes. 11 est sous presse et je vous l'enverrai.quot;

Tot inijii leedwezen kon ik do verschijning van dit stuk niet afwachten. Het gemis moge niet te zeer worden gevoeld.

Wat het meeste belang inboezemt in deze regels, is ongetwijfeld de beschrijving van Frankrijks toestand door de valuta-questie. Zullen do Franseho wevers óók oordeelcn,

dat de premie op Mexikaansch export is een hersenschim?')

*

* *

') Dit geschrift was gereed, toen, 1 Ootober IWJT, liet boekje van Chabry mij werd toegezonden door den weiwillenden selirijver. De titel is „la Monnaiequot;. — Op bldz. 11—23 behandelt hjj onze questie.

Na zijn geheele rapport getrouw te hebben weergegeven, besluit hij met deze noot, die ons eene gedachte geeft van den indruk, dien zijn toespraak maakte op de leden van het „Coiigrès des Froprietaires et capitalistes chrétiensquot;:

_A la suite do ee discours, la Société des Propriétaires et Capita-„listes chrétiens a adopté, a 1'unanimité, le vceu suivant:

„„Considérant que la demonetisation de 1'argent et 1'adoption do l'or „„comme seule monnaie internationale semble être l'un des puissants „„facteurs de la erise actuelle, spécialement de la crise agricole; — „„Que la ([uestion monetaire est, en elfet, ])lus que jamais a l'ordre „„du jour auprès de tous les gouvernements; — Que les chrétiens ne „„sauraient se désintéresser d'une modilieation monetaire aussi vaste „„que eelle qui a pour elfet 1'abandon d'un métal qui de temps immé-„„morial avait éte la base de la monnaie internationale, des piix des „„marchandises et des contrats ;

„„La Société des Propriétaires et Capitalistes chrétiens émot le vieu:

ocr page 67

63

Vox Mirbach mocht in den vollen Duitsclien Rijksdag hulde brengen aan Mgr. Walsh voor diens krachtig optreden, ten gunste van het bimetallisme, — voor diens helder inzicht in de breede sociale gevolgen der zilver-dalingen; — hij mocht spreken: „Als een man, die den „rang bekleedt van Aartsbisschop, besluit, zoo krachtig ten „heil zijner landslieden te spreken voor de oplossing der „standaardvraag, dan kan ik mij niet onthouden, te huldigen „deze moedige daad ... ik kan niet nalaten hier open te „verklaren: ziedaar eene ecclesia mi li fans in do edelste uit-„oefening van haar ambt.quot; (o. c. p. 24).

Nu vraag ik mij af, tast ik in het duister, speel ik met nevelbeelden , als mijn blik zich beweegt in dezelfde richting ? Als ik niet versta, de ellendig verwarde wegen te volgen, die de moderne economie aanwijst, niet, met bespotting der Voorzienigheid, smalen wil op vermeerdering van industriecle kracht en vergemakkelijking van verkeer, niet met tergende waanwijsheid de bevolking kunstmatig wil beperken, maar liever de scheeve standen der maatschappij wil helpen recht zetten ? En dit beteekent voor haar: zich aan het kunstmatig: overwicht der zilverlanden ontwrinsjen.

O O

Dat is het hoog sociaal belang der muntvraag; — eenmaal op weg gezet door de aanzienlijke deskundigen, die onverbiddelijk in deze richting duiden, kan do eerlijke overtuiging niet weigeren met Mgr. Walsh, Dr. Lieber, vox Mirbach , Chabry en zoovele anderen te gaan tot het hoogtepunt, waar een zoo verrassende, zoo duidelijke blik gegund wordt in de sociale belangen der Christenheid.

„„Quo tous ses membres étudient eet te question avec application et „„emploient leui' influence pour appeler sur elle, auteur d'eux, l'atten-„,tion qu'elle mérite.quot;quot; (p. 23).

ocr page 68

64

inhoud.

Bladz.

Inleiding..............^

Hoofdstuk I..............7

Hoofdstuk II..............21

Hoofdstuk III.............33

Hoofdstuk IV.............45

inhoud...............64

ocr page 69
ocr page 70