ocr page 1

HI';

WHtBB «* ■—

, .■'' Jrgt;#óp^r gt;

..rAgj

s i; quot;igt; •, : :-

fak Ï57

■wfïnr^

— /iiii

D E J E N E V E R.

m00rl) lai i)oUu

UITGEGEVEN DOOR

eme kommissie van de Vereaiiying „^IrhcUermhlquot;.

VERTAALD DOOR

C. A. WILLEMSE,

Dlreetoiir van het Post- en Telegraafkantoor te Henselo (0.1

Met een voorwoord

VAN

Dr. A. M. A. J. Ariëns.

TWEEDE DRUK. Vierde duizendtal.

Prijs ; 10 ct.

25 exempl. 9* ct.; 50 exerapl. 9 ct.; 100 exempl. 8 ct.

Snelpersdruk. — G. Bruggeman. — Oldenzaal.

ocr page 2
ocr page 3

DE JEN EVER. v 1 '5U

bhhhbbsbhbbhhhhhbhhhhhhhhhr

êtw uaüorir tat lytvt 001L

UITGEGEVEN DOOR

eene 'Commissie vamp;n de 'Veremiginu ,,^lrbeiterugt;ohlquot;.

VERTAALD DOOR

C. A. WILLEMSE,

Directeur van het Post- en Telegraafkantoor te Hengelo (O.)

Met een voorwoord

VAN

Dr. A. M. A. J. Ariëns.

TWEEDE DRUK. Vierde duizendtal.

ocr page 4

INHOUD.

Gaar ver de: paar w Het jis; go den w soms bitters Zuil name plicht

Vr; gelijk durf De chure veret Rijks de v mun well-waa kun Vat tiei ï ver get in

1

hu: »zlt;

Voorwoord.

I. Kan men den jenever ontberen. 11. De moorddadigheid van het jeneververbruik.

Reglement van het Kruisverbond. Reglement van de Maria- Vereenigtng.

:

ocr page 5

i

Yoorwoord

Gaarne voldoe ik aan het verlangen van den schrijver der volgende bladzijden, om zijn werkje meteen paar woorden bij het publiek in te leiden.

Het eenige doel, dat hij met zijn arbeid beoogt, is : goed te stichten, het volk bekend te maken met den waren aard van den alcohol, die oogenschijniijk soms een vriend mag zijn, maar in waarheid zijn bitterste vijand is.

Zulk een edel pogen te bevorderen is een aangename zaak en — voor wie het kan — een dure plicht.

Vraagt men mij, of de degelijkheid van den inhoud gelijken tred houdt met den adel van het doel, dan durf ik gerust met een volmondig »jaquot; antwoorden.

De Jenever is een vertaling van de Duitsche brochure Der Schnaps, uitgegeven door de katholieke vereeniging gt; Arbeit erwohlquot; waarvan de bekende Rijksdagafgevaardigde dr. Fr. Hitze secretaris is. Al de volksgeschriften, die van die zijde verschenen zijn, munten uit door eene zakelijkheid en bevattelijkheid, welke ze bij katholieken en niet-katholieken de hoogste waardeering hebben doen vinden. Ten bewijze kunnen strekken de verbazende oplagen dier werkjes. Van -gt; Der Schnapsquot; is onlangs reeds het zevende tienduiz endtal aangekondigd!

Een andere en zeer voorname vraag is, of de schrijver niet wat ver gaat met niet slechts het onmatig gebruik, maar zelfs elk gebruik van sterken drank, ook in kleine hoeveelheden, als verkeerd voor te stellen.

Ik twijfel er niet aan, of velen zullen terstond met hun antwoord klaar staan. ■♦Zeer zeker — zuilen zij gt;zeggen — dat is overdreven. Ook hier had de gt; gulden middelweg bewandeld moeten worden. Men

ocr page 6

IV

iliad geen onthouding, maar matigheid moeten aan-»prijzen, al was het alleen maar uit een practisch joogpiint.quot;

Deze uitspraak moge op het eerste gehoor de ware schijnen, — in de werkelijkheid heeft zij geen grond. Neen, juist uit een practisch oogpunt moet onthouding als het eenig ware middel van bestrijding der onmatigheid opgewekt worden.

Voor duizenden immers is het ^rbruik de naaste gelegenheid tot ;«wbruik. Dat voor dezen de onthouding een wet moet zijn, ligt voor de hand. En evenzoo ligt het voor de hand, dat het een zeer practisch middel zal zijn om vele zwakken t gt;t dien no dzake-lijken stap te bewegen, wanneer vele sterken hen daarin voorgaan.

Maar bovendien, afgezien van het gt;ergerlijke misbruik:quot;, waarvan de ^kennelijke staatquot; een uiting en kerkerstraf niet zelden het gevolg, is, bestaat de onma-tfgheid als algemeene maatschappelijke kwaal. Het gebruik van alcoholische dranken heeft zulk een omvang gekregen in alle rangen en standen ; het brandende vocht rooft zóóveel schatten, verwoest zóóveel goeds in de lichamen, de geesten en harten van honderdduizenden, dat men feitelijk staat voor een groote maatschappelijke ellende. Men krijgt eene gealcoho-liseerde maatschappij. Wie dat niet inziet en de ontzettende gevolgen daarvan niet bevroedt, is inderdaad onbekend met het abc van het alcoholvraagstuk.

Welnu, dat buitengewone euvel moet genezen worden, en het zal niet genezen worden zonder buitengewone middelen. En een der noodzakelijkste buitengewone middelen is de onthouding — als protest en als prediking —- beoefend door een Bond van aaneengesloten, overtuigde personen.

Een goede drankwet zal nog meer uitrichten, ik wil het gaarne gelooven. Wanneer bv. het aantal

ocr page 7

V

drankhuizen tot een minimum beperkt en de verkoopers tegen een vast salaris aangesteld werden, zcodat de drijfveer van de eigenbaat ophield ; wanneer aldus met krachtige hand het mes in den wortel gezet werd, — o ja, dan zou evenals in Noorwegen de matigheid hier een heerlijken triomf kunnen behalen. Maar nooit komen dergelijke wetten tot stand, wanneer er geen krachtige volksbeweging ten gunste daarvan vooraf bestaan heeft, wanneer n et name de onthouding zich niet baan gebroken heeft in dichte rijen.

Er is geen ontkomen aan. Onthouding voor velen is een noodzakelijkheid geworden. Dat leert de ervaring.

Vandaar, dat zoovele leiders van werkliedenpartijen in binnen- en buitenland tot de onthouding zijn overgegaan.

Vandaar dat die groote kenner van het volk, kardinaal Manning, met zooveel kracht de vaan van het Kruisverbond (League of the Cross) verhief en in zijn laatste oogenblikken nog de klacht kon slaken : »0 had ik toch vroeger de noodlottige gevaren van het alcoholisme nagega m !quot;

Vandaar dat een van America's grootste bisschoppen en patriotten, Mgr. Ireland van St. Paul in Minnesota, niet slechts luid zijne stem verheft stegen de ondeugd der onmatigheid, die elk uur van den dag de zielen en lichamen uagt;i tallooze slachtoffers verwoest en die, meer dan elke andere maatschappelijke zonde, ellende brengt over de Kerk en hare kinderenquot;, maar tevens de onthouding als middel aanprijst.

Maar wat vooral indruk op ons moet maken is het woord van Paus Leo XIII. Welnu, deze groote ziener, wiens scherpziende blik in de kennis van onzen tijd aan vriend en vijand bewondering afdwingt, schreef vóór jaren reeds aan den zooeven genoemden bisschop van St. Paul, dat Hij de verbintenis, om zich geheel »te onthouden van bedwelmende dranken, alle aan-

ocr page 8

VI

gt;beveling waardig achtte.quot; En verder; »dat het volstrekt gt;niet betwijfeld kan worden, dat een zoodanig besluit »een eigenlijk en werkdadig geneesmiddel is voor dit •*buitengewone euvelquot;. '■) Nu onlangs bij gelegenheid van het congres te Basel heeft Z. H. zooals men weet, zich op niet minder krachtige wijze uitgelaten.

Waar stemmen opgaan van zóo hoog gezag, daar mag de zaak der onthouding door ons katholieken wel als een goede en degelijke zaak betracht worden; en wie nog twijfelen mocht, of die uitspraken wel voor ons vaderland kunnen gelden, behoeft maar even de begrooting van financiën in te zien, om bekeerd tc worden.

Gelukkig is de beweging tot onthouding van sterke dranken ten onzent geen onbekende meer. In den loop van het laatste jaar is, in navolging van kardinaal Manning's League of the Cross, een Kruisverband opgericht, dat van zijne leden de ver'oindtenis vordert, zich van sterken drank te onthouden. De snelhe'd, waarmee dit genootschap zich op tal van plaatsen vestigde, mag als bewijs gelden, dat het nut der onthouding reeds in vele kringen begint ingezien te worden. ')

1) Schrijven van Z. H. Paus Leo XIII over het nut der onthoudera-geuootseliappenaanMgr.JoliaunesIreland, .Bisschop van St. Paul in Minesota.

2) Hei Kruisverbond bestaat thans in Enschede, Hengeloo, Nijmegen, Amersfoort, Oldenzaal. Borne, Almeloo, Uselstein, Deventer, Hilversum, Zwolle en Utrecht, en waarschijnlijk zal het niet lang duren of al deze regimenten (en de vele die er nog bijkomen) zijn tot een groot leger vereenigd. Een der krachtigste voorstanders der beweging is ongetwijfeld de ZeerGeJ. Heer Dr. F. Banning te Nijmegen, voorz-itter van liet Kruisverbond aldaar, wien ik bij deze mijne hulde brenor.

Sedert de verschijning van dit boekje zijn nog afdeelingen opgericht te Losser. Lonneker, Delden, Haaksbergen, Wierden en Arnhem.

Onder onze nict-katholieke landgenooten bestaan sinds jaren reeds verschillende bloeiende onthoudersvereenigingen. Herinnerd zij slechts aan de Ned. Vereen, tot afscha ff. van sterkon drank en die der' C h r i a]t. Geheelonthouders. Ook bestaat er eene N e d e r 1. Onder wij ze rs-Propagandaclub (voor drankbestrijding) welke bijna 350 leden en den heer Th. H. van de Wonde onder haar verdienstelijkste hoofd mannen telt. Welk een gezegende invloed van deze laatst; club kan uitgaan, ligt voor de hand.

ocr page 9

vu

Eene instelling van gelijke strekking, maar op eenigs-zins andere leest geschoeid als het Kruisverbond, is

de Mariavereeniging, Matigheidsgenootschap tot wering van het gebruik van sterken drank bij R. K. Meisjes en Vrouwen. In een schrijven van den 19 October 11. aan den ZeerEerw. heer H. J. de Jong, pastoor te Delden en deken van Oldenzaal, werd het Reglement van dit Genootschap door Z. D. H. Mgr. H. van de Wetering goedgekeurd en met aflaten verrijkt.

Dat zijn verblijdende feiten. Zij doen mij vast vertrouwen, dat de volgende bladzijden een bijzonder welkom onthaal zullen vinden.

Ik hoop meer dan dat. Ik hoop, dat zij bekeerlingen zullen maken ; dat zij vele zwakken zullen overhalen om met een forschen ruk hunne ketenen te verbreken, en vele sterken om ter liefde Gods en tot heil van hun zwakkeren evenmensch een edelmoedig voorbeeld te geven.

Dat zou voor den schrijver de schoonste belooning zijn voor zijn arbeid, — de éenige, die hij wenscht.

Enschede, 14 December 1895.

dr. ALPH. ARIËNS,

R. K. Pr.

ocr page 10

tjÖtiumlc

Versmaad dit boekje niet en lees het van A tot Z door. Het is wel klein en nietig van uiterlijk, maar wat er in staat heeft voor u en de uwen zeer veel waarde.

Den inhoud zegt u de titel. Het is gericht tegen den jenever, dien duivel die zooveel nadeel aan ziel en lichaam toebrengt, aan huisgezin en maatschappij.

sDan hoop ik, zegt gij wellicht, dat het boekje bij allen die het noodig hebben, een goed onthaal moge vinden. Ik kan het wel missen, want ik ben Goddank, geen jeneverdrinker. Ik drink ook wel mijn borreltje ais anderen, maar ik weet goed, wanneer ik op moet houden, en nog nooit heeft iemand mij dronken gezienquot;.

Welnu, dan zijt gij juist mijn man ! Voor oude, verstokte dronkaards schrijf ik niet. Om dezulken van het drinken af te brengen, worden krachtiger middelen vereischt. Mijn geschrift is bestemd voor verstandige lieden die luisteren willen naar een goed, welgemeend woord, en niet eigenzinnig vasthouden aan eigen meening en vooroordeelen. Ook heb ik het oog op de jeugd, die helaas het meest aan de verleiding der onmatigheid is blootgesteld.

»Maar zoo gij dan niet tegen dronkaards en hartstochtelijke jeneverdrinkers schrijft, welk doel hebt gij dan toch met dit boekje ? Of wilt gij den jenever geheel zien afgeschaft ? Dat zou toch dunkt mij, stellig te ver gaan. Weet gij dan niet dat de jenever, matig gebruikt, voor een groot aantal menschen een

ocr page 11

9

zeer nuttige, ja vaak een onmisbare drank is, een drank die vooral den werkman moed en kracht tot den arbeid geeft rquot;

Daar hebben wij het al ! Gij meendet dat dit boekje voor u niet noodig was en nu bemerk ik eerst duidelijk dat het ook u van nut zal zijn. \eeni het dus maar moedig ter hand en reeds op de eerste bladzijden zult gij het verlangde antwoord ontvangen.

ocr page 12

i de

i.

Is de jenever een voedingsversterkingsmiddel ?

en

Gij meent dat jenever een geschikt middel is om het lichaam zuchtend onder den last des arbeids te versterken. gt;Zoo'n glaasje, zegt gij, doet mij bij het werk goed; het geeft nieuwen moed en nieuwe krachtquot;. Dat de jenever moed geeft en tot werken prikkelt, zal ik z'ker niet ontkennen. Ik weet zeer goed dat hij door zijn invloed op de zenuwen en door den door hem veroorza-ikten snelleren bloedsomloop voor korten tijd het gevoel van afmatting wegneemt, maar even stellig weet en beweer ik dat hij aan het lichaam in werkelijkheid geen kracht verleent. Hij werkt op het lichaam zooals de zïvecp op het vermoeide paard. Het arme dier door de slagen opgewekt, verzamelt de nog voorhanden krachten voor een overmatige inspanning, maar ten koste van zijn reeds uitgeput lichaam.

Zoo ook drijft de jenever den werkman tot grootere werkzaamheid aan, maar wee hem die dit bedriege-lijk opwekkingsmiddel vertrouwt: hij zal mettertijd ook de schadelijke gevolgen daarvan ondervinden, ja, »de jenever of brandewijn is een ware bedrieger voor den armen manquot;, zooals een ervaren arts zich uitdrukt,

ocr page 13

^en wie dezen voor genen waarschuwt is zijn beste vriend. Geen beschouwing heeft de zucht naar drank meer gesteund dan die van zijne voedingskracht, geen beschouwing is gevaarlijker en heeft het welzijn der armere volksklassen meer schade berokkend dan die welke den jenever een voedingsmiddel durft noemenquot;.

Was het waar dat de drank kracht tot werken gaf, dan zou men dit toch stellig reeds lang overal hebben opgemerkt, waar zware arbeid te verrichten valt, zooals in fabrieken, smederijen en mijnwerken. Men kwam integendeel overal tot de ervaring d-it juist die werklieden die geen sterken drank gebruiken, veel sterker en gezonder zijn, veel zorgvuldiger werken, het langer uithouden en in elk opzicht meer vertrouwen verdienen dan hunne medearbeiders die meenen dez'en drank niet te kunnen missen.

In 1840 en later reisde een braaf priester, Seling genaamd, door de steden en dorpen van Noord-Duitschland, om groot en klein te waarschuwen tegen den jenever. Door zijn woord en voorbeeld aangespoord, beproefden vele duizenden of het dan ook niet ging zonder jenever. En zie, de proef slaagde uitmuntend. Reeds kort daarna verklaarden velen, met tranen in de oogen, hoe gelukkig zij waren, omdat zij van dezen dwingeland bevrijd en geheel andere menschen geworden waren. Toen gaven naar aanleiding van wat de onvermoeibare Seling deed, vierduizend Europeesche en Amerikaansche geneesheer en de schriftelijke verklaring af, dat de jenever niet voedt en versterkt, maar als een heete koorts de vo rhanden krachten opwekt en overspant en deze langzamerhand steeds meer verzwakt en eindelijk geheel breekt.

Zooals gij ziet komt het er maar op aan of men het eens wil beproeven. Wat anderen konden, kunt ook gij, misschien nog beter en gemakkelijker dan

ocr page 14

zij. Natuurlijk is alle bfgin moeiclijk, en het zal u in de eerste dagen en weken wel wat ongewoon voorkomen uw borreltje te moeten missen. Ook zal uwe standvastigheid bij verschillende gelegenheden op een zware proef worden gesteld. Maar houdt moed 1 Een man toch laat zich niet zoo licht uit het veld slaan, en zooals het spreekwoord zegt; den moedige helpt God !

De poging ééns gelukt zal ook elders een rijke belooning vinden, wijl gij er ook veel door bespaart. Met het geld dat gij dagelijks zoudt hebben uitgege-van voor den drank, dien gij volstrekt met noodig hebt, kunt gij u een massa echte voedingsmiddelen of huishoudelijke zaken koopen, die onmisbaar zijn, in welke huishouding ook. Ook kan met deze op het drinken uitgespaarde gelden, nog zoo menige oude rekening worden betaald, of kunnen schulden afgedaan worden, die gij ondanks uzelf maken moest, vooral in die dagen toen de kinderen nog klein of ziekelijk waren, en alle verdiensten geheel en uitsluitend uit uwe handen moesten komen. Ik zal mij nader verklaren.

Als gij alle dag voor slechts 3 cent verdrinkt, bedraagt dit ongeveer elf gulden in het jaar; voor 6 cent is het reeds 22 gulden. Voor deze 22 gulden kunt gij u onder anderen aanschaffen ;

1. 50 pond ham of spek.

2. 60 ■gt; rundvleesch.

3. Een half vet varken.

4. 70 pond vet.

5. 40 5 boter.

6. 45 ' braadworst.

7. 80 » bloedworst.

8. 60 dozijn eieren.

9. 8 mud aardappelen.

10. 80 roggebrooden van 10 pond.

ocr page 15

13

11. i lo wittebrooden van 3)2 pond

12. 30 pond koftïeboonen.

13. 300 liter zoetemelk.

14. 250 pond boonen of erwten.

15- 35° gt;' 'quot;'jst of meel.

16. 20 mud steenkolen.

IJ- Sa 6000 turven.

18. 3 a 400 stuks witte kool.

ig. 40 el stof voor kinder- en vrouwenkleeding.

20. Een tweeslaaps ijzeren ledikant met matrassen,

peluw en twee kussens.

21. Een kleed, met mantel en hoed.

22. Een zondagspak voor werklieden.

23. Kosten voor ziekenbus en begrafenisfonds.

24. Vijf paar schoenen voor volwassenen.

25. Zeven of acht paar kinderschoenen.

26. 75 paar klompen.

27. 100 el Haaksbergsch-linnen.

28. 200 el ongebleekt katoen.

29. Een kachel met toebehooren.

30. Een kleer- of legkast.

31. Twee maanden huishuur.

32. Een dozijn mooie stoelen.

33. De volgende huishoudelijke artikelen: kolenbak

met schop, 2 ijzeren potten, 1 ketel, 1 koekpan, 1 vergiet, 12 schotels en borden, 1 dozijn vorken, messen en lepels, 1 emmer, 1 kuip, 2 inmaakvaatjes, 1 strijkijzer, 1 lamp, f koffiekan, 1 koffiemolen en 12 kopjes. Een heele voorraad is het niet zoo ?

Hoe gelukkig zou menige huismoeder zijn als zij met die 22 gulden ter hand eens een nummer mocht uitkiezen.

En toch als het heilige feest van Kerstmis nadert of het feest van den heiligen kindervriend St. Nico-laas, dan wordt het goede hart van den armen huis-

ocr page 16

M

vader zeer pijnlijk, tot bloedens toe, getroffen. Want o zoo gaarne zou hij zijne kinderen een nuttig geschenkje aanbieden, en de liefde en de zorgen zijner brave vrouw beloonen! Een warm kleed voor den winter zou haar toch zoo goed doen. Zij laat het hem aan niets ontbreken; uit haar eigen mond spaart zij om hem goed te kunnen doen, en zelfs de lieve, arme kleinen kunnen van deze besparingen voor het welzijn van vader medespreken. Hoe zou het er echter nu uitzien, alsook de vader eens spaarde, wel niet op de noodige voeding, maar op dien geheel en al overbodige drank, en als hij dan die bespaarde penningen ongemerkt op zijde legde, en die met Kerstmis of St. Xicolaas in blinkende goudstukken aan zijne vrouw ter hand stelde?

2. Is de jenever een behoedmiddel?

Misschien dacht gij bij het lezen van het vorige hoofdstuk; »Nu al brengt een borrel dan eigenlijk ook geen kracht aan, hij doet mij toch dikwijls veel goed. Bij koude verwarmt hij, bij hitte verkoelt hij, en voor hen die in vochtige, n itte plaatsen moeten werken of in ongezonde huizen wonen, of zich in moerassige streken moeten ophouden, is hij toch wel degelijk noodig en onmisbaar.

Dat hebt gij waarschijnlijk door anderen hoeren zeggen, waarde lezer, maar kunt gij dit uit eigen ondervinding bevestigen? De hand pp het hart: heeft de jenever u ooit werkelijk verwarmd? Ik geloof het niet. Ja voor een oogenblik heeft hij u de maag en de ingewanden verhit, maar hoe lang duurde het of gij werd weder koud, ja zelfs kouder dan te

ocr page 17

IS

voren ? Gij hebt het kortstondige gevoel van warmte voor echtc lichaamswarmte gehouden.

Hoor eens wat ervaren geneesheeren daaromtrent leeren. Echte lichaamswarmte, zeggen zij, komt niet voort uit een voorbijgaande prikkeling der maagzenuwen, maar uit gezonde voeding, regelmatige spijsvertering, flinke beweging, warme kleeding enz. De jenever behoort echter niet tot de voedingsmiddelen, en bewerkt ook geen goede, regelmatige spijsvertering. Daarom, zoo spreekt een geleerd geneesheer, veroordeelen allen, die de zaak van nabij hebben bezien, het gebruik van jenever tegen de koude. Zoo jenever tegen de koude beschutte, zouden toch zeker matrozen en reizigers die hoog op de koude ijszee hunne ontdekkingstochten hebben gemaakt, en nog steeds maken, dezen drank met voorliefde gebruiken en hem als ontbeerlijk roemen. Maar juist zij behoeden zich in den regel het meest voor den jenever, ja de meesten van hen drinken zelfs geen droppel. Hun voornaamste dranken zijn thee en koffie. Zelfs de walvischvangers, die onder veel moeite en ontberingen hun gevaarlijk beroep uitoefenen, onthouden zich geheel van bedwelmende dranken.

De officieren en geneesheeren bij de marine verzekeren bijna eenparig dat de manschappen zonder jenever veel gezonder blijven in de koude streken of in het gure jaargetijde, dan wanneer zij drinken. Het is niet onbekend dat juist in den winter de plotselinge sterfgevallen bij de jeneverdrinkers voorkomen. Deze ongelukkigen meenen zich juist door den jenever het best tegen tegen de koude te beschutten en betalen hun dwaling met den dood. De eerstbe-vrorenen die de officier van gezondheid Schulz te Osnabruck in den russischen oorlog te zien kreeg, waren juist de op den brandnwijn verzotte Kozakken, gekleed in een driedubbelen pels. waarin zij niet be-

ocr page 18

i6

vroren zouden zijn, hadden zij geen sterken drank gedronken. Hebt gij ook niet gehoord dat koning Karei III van Zweden op zijne krijgstochten 4000 man verloor door bevriezen, juist omdat deze arme stakkers dachten zich door brandewijn tegen de snerpende koude te kunnen vrijwaren. Hebt gij uwe ouders of grootouders nooit hooren vertellen hoeveel Franschen in de ijsvelden van Rusland met de jene-verflesch in de hand verstijfd zijn ? Neen, mijn waarde, jenever haat niet tegen koude, maar ook tegen warmte helpt hij niet.

Was de jenever werkelijk een behoedmiddel tegen den invloed der hitte, dan had men toch in de wanne landen zeker reeds lang zijn nut. of liever zijn onmisbaarheid, ingezien en verkondigd. Maar 't is juist andersom.

Volgens de berichten van vertrouwbare personen en het zeggen van ervaren reizigers en geleerde geneeskundigen werkt juist de onthouding van sterken drank als het zekerste middel tegen de vele ziekten die door de hitte ontstaan, vooral tegen de gevaarlijke, doodelijke koortsen. In Egypte en in de ongezonde streken van het gloeiende Afrika waren juist die soldaten die geen jenever gebruikten, het gezondste en het geschiktste. Men gaf hun meestal thee en koffie te drinken. Het gezondste leger, waarin ik ooit diende, schrijft een voornaam engelsch officier van gezondheid, bezat geen droppel jenever, ofschoon het bij de Kaffers, bij nat en ruw weder, zonder tent of eenige beschutting was, en aan de vermoeienissen van den oorlog blootgesteld. Hij telde zelden meer dan één zieke op de honderd soldaten, niet enkel gedurende den oorlog, maar ook bij het einde daarvan.

Als dan zelts in het brandende Afrika de jenever geen behoedmiddel is, maar zelfs nadeelig werkt, behoeft men toch waarlijk hier te lande, waar de

ocr page 19

17

hitte op verre na niet zoo drukkend is, den jenever niet voor onontbeerlijk te houden. En als in de glasblazerijen — zooals Seling vertelt — de arbeiders de afmattende hitte beter konden verdragen sedert zij geen jenever meer dronken, dan is het toch buiten twijfel dat de jenever evenmin noodig is op ijzergieterijen, bij veldarbeid enz. Verstandige boeren hebben dan ook reeds lang koffie in hunne kruikjes naar het veld meêgenomen. Daarmede wordt hun dorst het best gestild ; zij kunnen er ongehinderd een duchtigen teug uit nemen, zonder te moeten vreezen dat het hen in het werk zal schaden. Integendeel, koffie is een voortreffelijk middel ter opwekking en juist daarom zoo goed, wijl het geen enkel der slechte gevolgen van alcohol bezit.

De zoo vaak gehoorde uitdrukking «zonder jenever kan men niet werkenquot; houdt al evenmin steek. Met eenigen goeden wil gaat het wel en ook wel goed, beter zelfs dan met sterken drank. Hoe bewerkte men dan vroeger de velden hier te lande, toen de jenever nog onbekend was, of toen men hem nog niet zooveel gebruikte als tegenwoordig ? Hebben toen de menschen misschien niet in het zweet huns aanschijns gewerkt ? Bestond er toen geen hitte, geen koude, geen boos weer ? Moesten er toen geen akkers bewerkt, geen koren, tarwe en andere veldvruchten gezaaid, gemaaid, ingehaald en gedorscht worden ? Alles zonder jenever ! En de bouwwerken dan uit vroegere eeuwen, die prachtige kerken, stadhuizen, kasteelen, kloosters en massieve huizen in de steden, de flinke, zware boerenhofsteden op het land, bij dit alles zijn vele zweetdroppelen gevallen, maar werd geen droppel jenever gedronken.

Gij meent dat jenever beschermt tegen vocht e;n nattigheid, of wanneer men in moerassige plaatsen verblijft enz. Naar het oordeel van beroemde ge-

ocr page 20

i8

neesheeren is hier juist geen jenever aan te raden, om zijne bijzondere werking op bloed en zenuwen. Daarom ook waarschuwde het congres van geneeskundigen in het hertogdom Oldenburg de bewoners van de zoogenaamde »Marschenquot; (moerassige landen) op zeer dringenden toon tegen het gebruik van alcoholische dranken.

«Brandewijn was vroeger, schrijft een geleerde dokter, ook in het oog van vele geneesheeren, een behoedmiddel tegen menige ziekte en nog menigeen valt het zwaar deze door en door dwaze zienswijze over boord te werpen. De eenige werking van brandewijn bestaat in het opwekken der zenuwen, met daarop volgende vermoeidheid. Zoodra deze is ingetreden, wordt ook het lichaam meer ontvankelijk voor eiken invloed van buiten, en kan dezen minder weerstand bieden, 't Is juist daarom dat bij alle besmettelijke ziekten in den regel de jeneverdrinkers en de dronkaards het eerste en het heftigste worden aangetastquot;.

Dit kunt gij zelf ook opmerken, als gij bij zulk eene ziekte, b.v. cholera slechts even oplet. Ik ken eene plaats waar cholera, heerschte en waar in den beginne er velen stierven. Onder hen die bezweken, waren meer dan twee derden jeneverdrinkers.

Een beroemde professor in de geneeskunde zegt;

»Als ik mocht dan zou ik in tijden van cholera op elke herberg of eiken jeneverwinkel laten schrijven : ■shier verkoopt men cholera.'''

Toen in een groote stad in Schotland de cholera heerschte, stierven er van de honderd aangetaste jeneverdrinkers een-en-negentig.

In de jaren van 1831 tot 1867 stierven in Pruisen 360,000 menschen aan de cholera. De meeste sterfgevallen kwamen daar voor, waar de meeste sterke drank werd gedronken.

ocr page 21

19

Dit zijn feiten, waarde lezer, die tot nadenken nopen. En nu nog een woord over het drankgebruik

in zekere fabrieken, werkplaatsen enz. die deels dcor de daar heerschende lucht, deels door de grondstoffen, die min of meer vergiftige bestanddeelen bevstten, schadelijk voor de gezondheid zijn.

Als het nu, zooals wij gezien hebben, door de geneeskundige wetenschap en ervaring is uitgemaakt dat sterke drank het lichaam voor het oogenblik even opfrischt, maar het later des te meer verslapt; dat het weerstandsvermogen van het lichaam op c'en duur vermindert en het lichaam ontvankelijk maakt voor allerlei nadeelige invloeden, dan volgt er toch van zelf uit dat overal waar men een schadelijke inwerking op de gezondheid te vreezen heeft, er gten slechter en minder aan te bevelen middel bestaat dan juist sterke drank. Dat allen dit toch inzagen en er naar handelden ter wille hunner dierbare gezondheid.

De meeste arbeiders in de mijnen, vooral in de kolenmijnen, het grootste deel reeds ais knaap, drinken dagelijks na het werk hun fpotjequot;, om zich, zoosls zij zeggen, te vrijwaren tegen de gevolgen der ingeademde slechte lucht en het overvloedig ingeademde kolenstof. Denkt gij nu werkelijk dat dit den arbeiders goed kan doen ? Hoe komt het dat bij zoovele mijnwerkers reeds zoo vroeg cene algemeene lichaamszwakte zich openbaart en allerlei ziekten zich vertoo-nen, die hem voor den tijd zwak en ongeschikt maken om te werken r Zie deze arme lieden maar eens aan, hoe vroeg zij reeds een lichaam met zich meeslepen als men anders slechts bij afgeleefde grijsaards vindt. Het is wel waar, de arbeid in de mijnen is uit zich zelf reeds afmattend en doodend, maar wees er zeker van dat de arbeid langer en beter was uitte-: houden als niet het lichaam van velen dooi het drank-

ocr page 22

gebruik was verzwakt en daardoor ongeschikt gemaakt om de dagelijks terugkeerende vermoeienissen te verdragen.

Juist de mijnwerkers en andere dergelijke arbeiders moesten in hun eigen belang eigenlijk volstrekt geen sterken drank gebruiken ; juist zij moesten een groot gedeelte van het geld dat zij kunnen missen, aan goede voeding uitgeven, ten einde hun lichaam te versterken tegen de inwerking der nadeelige dampen en den inspannenden arbeid.

3. Is de jenever een geneesmiddel ?

Deze vraag te stellen en te beantwoorden, waarde lezer, houd ik voor zeer belangrijk.

Mij dunkt, ik hoor u al opwerpen : maar zou dan de jenever werkelijk tot niets van nut zijn r Ik heb mijzelf toch al zoo dikwijls door een glaasje, vooral een sterk bittertje genezen, en daardoor kosten voor dokter en apotheker uitgewonnen. Wat zal ik nu daarop antwoorden ? Ja en neen — juist zooals men de zaak beziet. Welnu dan, eerst zeg ik — ja: Sterke drank is somtijds, op voorschrift van een bekwaam geneesheer een geneesmiddel. Er zijn gevallen dat sterke drank met goed gevolg tegen in- of uitwendige kwalen wordt toegepast, evenals andere geneesmiddelen uit de apotheek.

Vroeger vond men den sterken drank alleen in de apotheken, en hij mocht slechts op voorschrift van een dokter worden afgegeven.

| hToentertijd was hij algemeen bekend onder den naam * levenswater \ later noemde hem het volk ndoodswaterquot;. Men had dien drank in de apotheken

ocr page 23

moeten laten. Sedert men hem vrij mocht verkoopen. heeft hij onheil op onheil gesticht. Van toen af wilde een ieder zich bij jenever genezen ; tegen maagpijn, bij koude, bij hitte, bij droefheid, bij vreugde, om te waken, om beter te werken enz. enz. In groote en kleine couranten ziet men nu nog .oftuitingen op maagbit ter, gezondheidsbittcr en andere nog mooiere namen. In prachtige fleschjes met bonte opschriften en prentjes wordt hij tot op het kleinste boerendorp aan den man gebracht.

O? tentoonstellingen wordt hij bekroond en verwerft hij medailles. In éen woord, sterke drank is een allemans dokter geworden, een nieuwe Dr. Eisenbart, van wien het liedje zingt dat hij op zijn manier alle kwalen zeker geneest. Op die wijze zijn er vele drinkers gekomen, en zonder het te bemerken of het te willen weten, zoetjes aan stille drinkebroers geworden. In dezen zin, dat is ; in de hand van eiken onervaren leek, is de sterke drank stellig geen geneesmiddel en met de ervaringen der geneeskundige wetenschap beantwoord ik de bovenstaande vraag met een krachtig : neen. Ik zeg »met de ervaringen der geneeskundige wetenschap '. Want reeds vóór 40 jaar waarschuwden 3000 Europeesche geneesheci-eu den sterken drank niet als geneesmiddel te gebruiken, zonder voorschrift van een dokter, en de geneesheeren uit enburg (waar toen zooveel gedronken werd) gaven een openlijke verklaring af, waarin men leest dat in bijna elk geval, sterke drank in het gewone leven als geneesmiddel gebruikt, bepaald nadeelig is, en vooral bij maagkrampen, oprispingen, koliek en koortsachtige aandoeningen. Nu kom ik op de tegenwerping die gij maaktet en die men van zoovelen te hoeren knjgt. Ik heb mijzelf toch al 200 dikwijls door een borrel opgeknapt en gevoelde mij dan dadelijk zooveel beter. Mijn antwoord is : tegen te spreken is

ocr page 24

22

het niet dat somtijds, en wel mw het oogenblik, een sterke borrel bij zekere ziekten verzachting aanbrengt, ook bij hierboven genoemde. Dat zeggen ook de geneesheeren, maar zij leeren cns er ook bij dat zulke scherpe dranken die het slijmvlies der maag en der ingewanden zoodanig prikkelen, op den duui de kwaal erger maken, omdat zij het lichaam meer ontvankelijk maken voor dat soort van ziekten en tevens een grondige genezing tegenhouden.

Ken hooggeplaatst ambtenaar vertelde mij. »inhet jaar 1830 begon ik met mijn maag te sukkelen en nam daartegen als huismiddel brandewijn. In het beg:n dronk ik slechts weinig, en dan voelde ik verzachting. Mettertijd moest ik steeds meer nemen, wilde ik nog eenige leniging gevoelen en zoo namen gedurende zeven jaar mijne kwaal en mijn drinken steeds toe, zoodat ik op het punt stond een dronkaard te worden en aan een maagkwaal sterven. Daar viel mij, gelukkig, een boekje over de matigheid toevallig in handen. Toen ik het gelezen had, nam ik geen droppel brandewijn meer ; mijn kwaal genas en na dien tijd ben ik steeds volkomen gezond.

Een boer beproefde zijne maagkwaal door sterken drank te genezen. Ofschoon hij telkens een voorbijgaande verzachting bespeurde, werd de kwa.al toch allengskens erger. Hij sprak er eens met zijn dokter over en half wanhopig riep hij uit; »Och dokter tk gaf er de helft van tnijn hofstede aan, 01 tl mijn maag weer in orde te krijgen.quot; Daarop antwoordde de dokter; ^dat behoeft geen halve hofstee te kosten; drink van af heden geen sterken drank meer, dan hoop ik u spoedig van die kwaal te genezen.

De boer heeft niet meer gedronken en de dokter heeft zijn belofte volbracht.

Maar zou nu zoo'n glaasje vóór het eten niet heel goed zijn om eetlust te krijgen ? Ook daarop moet

ocr page 25

»3

een dokter tot antwoord geven ; dat sterke drank, vóór het eten genomen, grooteren eetlust geeft, kan niet worden tegengesproken, ja hij zal zelfs geeuwhonger veroorzaken, een honger als een paard, maar deze is meer nadeelig dan nuttig, en werkt de spijsvertering tegen. Die vreeselijke en kunstmatige eetlust gaat spoedig over, en hoe meer dit opwekkingsmiddel wordt te baat genomen, hoe eer de ware eetlust vermindert, tot eindelijk alle eetlust verdwijnt. Sterke drank is dus juist een goed middel om het tegendeel te verkrijgen van wat men meent te zullen vinden. Men wil eetlust bekomen en verliest hem stilletjes aan ; men wil de maag sterker maken en verzwakt haar ; men wil de spijsvertering bevorderen en bederft haar, want de maagsappen worden zoodanig veranderd dat zij hunne oplossende kracht verliezen.

Op deze en andere gronden had dus een oprechte vriend van den werkman volkomen gelijk, toen hij schreef; »Weg met dien gevaarlijken kwakzalver!quot; Laat ons weer de middelen gebruiken, die eenparig door de geneesheeren worden aanbevolen en die gedurende duizend jaar hunne goede diensten hebben bewezen. Inderdaad heeft de almacht, wijsheid en liefde des Scheppers een onmetelijk grooten en kostbaren schat van waarachtige geneesmiddelen in de ons omringende natuur verspreid. Zij biedt ons in overvloed, en immer door met nieuwe vruchtbaarheid, de talrijke kruiden, de verwarmende, verzachtende theebloesems en hoe zij verder mogen heeten, de geschenken van den Hemelschen Huisvader, opdat wij er ons mede versterken en er ons aan laven en ons voor een deel althans van het lijden genezen, dat het verblijf en de arbeid in de natuur, die nog altijd onder den vloek der erfzonde zucht, gebracht heeft.

Nog op een ander punt wil ik wijzen. God heeft het goudgeel graan en de aardappelen op onze velden

ocr page 26

24

niet doen rijpen, opdat wij er sterken drank uit zouden bereiden. Daarom is het te begrijpen, wat oude boeken ons zeggen : »dat, toen men voor het eerst begon uit het koren jenever te stoken, de brave boeren luide morden en klaagden, daar men het heerlijke koren in een' drank ging omzetten, die mensch en dier razend maakt.

Vatten wij nu, waarde lezer, het hierboven gezegde in het kort samen : als sterke drank geen voedingsmiddel is, als hij het lichaam geen kracht schenkt, als hij den werkman zonder groote mdeelen allerminst voor langduriger arbeid kan bekwaam maken dan ieder ander werkelijk voedingsmiddel, als hij ons lichaam niet behoeden kan tegen nadeelige invloeden, als eindelijk zijn hooggeroemde geneeskracht als «.huismiddel» niets dan bedrog is, dau kan men hem toch in den vollen zin van het woord een volkomen overtolligen drank noemen.

11. De moorddadigheid van het jenevergebruik.

Uit hetgeen ik u tot nu toe heb medegedeeld, waarde lezer, zult gij, hoop ik tot de overtuiging zijn gekomen dat de jenever een recht onnutte en zeer wel te ontberen drank is. Daarom is het ook weggeworpen geld dat gij aan sterken drank uitgeeft; gij kutit uwe zuur verdiende centen waarlijk beter ebruiken.

ocr page 27

25

De jenever is niet enkel een drank dien men best missen kan, maar daarenboven een zeer schadelijke drank, die tot op den huldigen dag onnoemlijk veel kwaad in de menschelijke maatschappij heeft aangericht. Als wij slechts oppervlakkig de vernielende uitwerkingen konden overzien die de sterke drank in maatschappij en huisgezin te weeg brengt, hoe tallooze vele offers hij reeds aan gezondheid en menschenle-vens heeft geescht, hoeveel welvaart en huiselijk geluk hij heeft vernietigd, hoeveel kwaad en misdaden hij reeds heeft veroorzaakt; als wij hem op zijn wegen konden volgen, des daags en des nachts, in herbergen en op straat, in fabrieken en woningen, als wij hem konden bespieden hoe listig hij zijne slachtoffers weet te vangen en steeds vaster aan zich te ketenen, om hen niet weer los te laten vóór hij hen een' vroegen dood ziet sterven of in de gevangenis of in het krankzinnigengesticht heeft binnengeleid ; als wij met één woord het duivelsche werk van dezen boozen verleider, was het slechts voor één enkelen dag, konden waarnemen, hoe zouden wij vol schrik terugdeinzen en ons met ontzetting van dezen gruwel afwenden.

Helaas ! zulk een overzicht is niet mogelijk, en toch is het weinige dat wij zeiven zien of wat geleerde en ondervindingrijke geneesheeren, zielzorgers, rechters en anderen, die het volksleven van nabij gadeslaan, dagelijks te hooren krijgen, reeds zóó afschrikwekkend, dat wij met hen den dag zouden zegenen, waarop wij den sterken drank uit de maatschappij konden verbannen.

De verderfelijke gevolgen van het jeneverdrinken vindt gij in 't kort saamgevat in de volgende versregels : Ziekte en te vroege dood,

Naakte armoê, bitt're nood.

Zonde die hier nederdrukt.

Eens den mensch zijn heil ontrukt.

ocr page 28

26

Zie en oordeel nu zelf met den vollen ernst van een eerlijk man of ik te veel van u verlang als ik aan het slot van het volgende hoofdstuk u dringend kom vragen : «Onthoud u van sterken drank!quot;

I. «Ziekte en te vroege doodquot;.

Als sterke drank dikwijls, of met een zekere regelmatigheid, gedurende langen tijd wordt gebruikt, vooral echter, wanneer hij vaak met overdaad wordt gedronken, legt hij bij vele menschen de kiem voor pijnlijke en lastige ziekten, die veeltijds slechts met den dood e:ndigen ; hij brengt den ziekteaanleg gemakkelijker en eerder tot ontwikkeling, en maakt ten slotte de genezing van ongesteldheden moeilijker, ja dikwijls onmogelijk. Zóó luidt eenparig het oordeel van alle bekwame geneesheeren en het is ook heel gemakkelijk dit te begrijpen.

Een boer liet in de weide zijn jeneverflesch vallen en deze viel stuk. Een paar dagen later komt hij die plek weder voorbij, en zie, zoover de jenever gevloeid had, was het gras verdord, dat toch zooveel weerstandsvermogen bezit tegen hitte en koude, vochtigheid en droogte. »0 zoo, zei de verstandige boer, als de jenever in de natuur reeds zulke verwoestingen aanricht, hoe zal het er dan in mijn maag en in mijn lichaam van binnen wel uitzien ; die zijn toch niet zoo taai als dit gras ? En hij heeft zijn levensdagen geen droppel jenever meer gedronken !

Zet men een hond jenever voor, dan schudt hij met schrik zijn kop en loopt hard weg. Een konijn dat bij wijze van proef dagelijks een eetlepel jenever

ocr page 29

27

werd ingegeven bezweek reeds na weinige dagen onder de hevigste krampen. Als gij een waterdroppel onder een vergrootglas beziet, dan zult gij in dezen enkelen droppel eenige honderden diertjes lustig zien rondzwemmen. Breng onder het vergrootglas dan een droppel jenever, en gij bespeurt volstrekt geen leven ; h er heerscht de dood. En vermeng nu den droppel jenever met den waterdroppel. Wat ziet gij daar ? De arme diertjes, pas nog zoo vroolijk en opgewekt, beginnen eensklaps angstig rond te zwemmen ; hun lichaam krijgt stuiptrekkingen ; nog een korte strijd en het leven is er uit.

Hieruit kunt gij de natuur van den jenever kennen, en het u verklaren hoe ieder schepsel een natuurlijken afkeer van jenever heeft.

Vooral voor het menschelijk lichaam is sterke drank een verderfelijk vergif, hij is de oorzaak van een lange reeks van ziekten: maag- en ingewandsziekten, ziekten van het hart, de lever, de nieren, van het strottenhoofd en van de luchtwegen, van de hersenen, van de zintuigen en van de huid en verder van al de verschillende zielsziekten. Hoeveel pijn en last, kommer en ellende kan reeds ccn enkele dezer ziekten teweeg brengen ? Hoe wordt niet het menschelijk lichaam er door misvormd en geknakt, het schoonste kunstwerk in Gods zichtbare schepping, »de tempel' des H. Geestesquot;, zooals de apostel zegt.

Laatst zag ik acht gekleurde platen waarop de menschelijke maag getrouw werd weergegeven, aangetast door de verschillende ziekten die het jenever drinken bij velen veroorzaakt.

Ik geef u de verzekering dat deze maagafbeeldingen in den hoogsten graad afschrikwekkend waren, zoodat zij die deze gezien hadden, dien dag van walging niet konden eten. Ja, konden de jeneverdrinkers hunne eigene maag eens zien, velen van hen

ocr page 30

28

zouden het vervloekte drinken wel voor goed vaarwel zeggen. t Is jammer dat de meesten dezen onherstelbare!! schat in zijne beteekenis voor het geheele lichaam en het leven des lichaams eerst dan begrijpen, als het te laat is.

Toen Scltng eens een zieken dronkaard bezocht en hem afvroeg of hij nu ook inzag dat zijne ziekte te wijten was aan den drank, antwoordde deze driftig : *het komt met van het drinken, het komt dat ik er niet genoeg bij gegeten heb.quot; Se ling antwoordde hem op kalmen toon : »dat gij zoo weinig gegeten hebt, komt juist van het drinken. De drank heeft u langzamerhand de gezonde spijsvertering ontnomen, en allen eetlust doen verdwijnen. Ik zal het duidelijk maken, let eens goed op. Als wij brood in den mond nemen, wordt het spoedig bevochtigd door het speeksel dat zich binnen in den mond uitstort en vooral dient om de spijsvertering te helpen bevorderen. Komt het brood in de maag, dan gebeurt daar hetzelfde ; ook uit de wanden der maag komt een vocht, maagsap geheeten, en dit bewerkt de spijsvertering. Hoe kan nu de maagwand goed maagsap afscheiden, als hij zelf geheel ontstoken is en bedekt met dikke bloedaderen, met zweren of zwart geronnen bloed ?quot;

De juistheid dezer verklaring springt toch ieder duidelijk in het oog. gt;Maar, zult gij opmerken, er zijn toch zooveel jeneverdrinkers die er maar wat gezond uitzienquot;. De schijn bedriegt, mijn waarde ! Een geleerd geneesheer waarschuwt hiertegen en zegt: »men moet er zich niet door laten beetnemen dat men bij veel jeneverdrinken er nog tamelijk goed kan uitzien en weinig of geen hinder aan het lichaam gevoelt. Zelfs bij een zoo schijnbaar gunstigen toestand kan reeds het grootste levensgevaar voorhanden zijn, zooals ik ook reeds dikwijls heb moeten ondervinden. Meerdere mijner patiënten stierven plotseling

ocr page 31

29

op een leeftijd van slechts 30 tot 40 jaar. Zij hadden van hun drinken ook niet den minsten last gehad, of ergens pijn gevoeld. En toch vond ik de inwendige organen zéér ontstoken. Met is dus dwaas en erger om het jeneverdrinken zóó lang te willen voortzetten tot men zelf de nadeelen er van met eigen oogen ziet. Juist door den drank wordt de gevoels-zin bijna geheel verstompt. Wie dus — zoo besluit de humane geneesheer — dikwijls een borrel drinkt, zal goed doen dit natelaten, wil hij niet vroegtijdig sterven ; zijn ernstig streven moet zijn om zijne reeds twijfelachtige gezondheid te herstellen door den sterken drank geheel en al te mijdenquot;.

De ontelbare lichaamskwalen gaan nog gepaard met de zielesmarten, niet alleen voor den jeneverdr nker zelf, maar ook voor zijne naaste en verdere bloedverwanten, die in hem moeten medelijden. In den volksmond wordt dit lijden zoo treffend uitgedrukt; zorg en kommer, angst en nood en de verdere kwellingen door * nagels aan de doodkistquot;. En de H. Schrift vraagt in het boek der Spreuken : »voor wie is wee ? voor wiens vader is wee ? voor wie zijn de twisten, voor wie de kuilen, voor wie de wonden zonder oorzaak, voor wie de oogen met tranen gevuld ? Is het niet voor hen, die verwijlen bij den wijn en er immer op uit zijn bekers leeg te drinkenquot;. ')

Kon ik u eens in die ontelbare ziekenkamers brengen, waar men menigmaal het allernoodigste mist, waar dag en nacht zuchten, klagen, huilen en ijzige jammerklachten allen slaap verbannen en de nabestaanden smartvolle uren doorbrengen. Kon ik u en allen die een deelnemend hart bezitten, eens in de hospitalen der groote steden binnenleiden, om u aan

1) Spreuken Salomon'» XXIII; 29, 30.

ocr page 32

3°

te toonen op welke vreeselijke, gruwzame wijze de igt;drankduivelquot; zijne slachtoffers pijnigt en hun arm lichaam ten grave sleept. Schokt het u niet tot in het binnenste van uw hart den eenigen kostwinner van veel kinderen zich te zien rondwentelen op zijn sterfbed, gefolterd door gewetenswroegingen, of een jongeling, in de schoonste levensjaren te zien wegkwijnen. Het is helaas maar al te waar wat de beroemde matigheidsapostel Pater Matthew in zijn tijd zoo dikwijls zeide ; T)c bedwelmende dranken doen meer kwaad aan de gezondheid en het leven dan pest, hongersnood en alle ongevallen in de natuur \

De verbazende sterjte, als gevolg van het drinken, kunt gij het duidelijkst waarnemen bij de ongelukkige oorspronkelijke bewoners van Amerika, Afrika en andere werelddeelen.

De stam der Sack- en Fuchs-Indianen verminderde van 80,000 tot 2000 zielen in tien jaar tijds. De hoofdoorzaak hiervan was het 5vuurwaterquot; (d. i. de sterke drank) dat de blanken hun gebracht hadden. Daarom vermaande een oud opperhoofd der Kansa-Indianen de jonge mannen van zijn stam, bij elke gelegenheid ; »Drinkt nooit het vergiftige vuurwater der blanke mannen, want de booze geest heeft het gezonden om ons uitteroeienquot;.

En een hoofd der Chippiwah-1ndiagt;ien in New-Foundland sprak tot den Engelschen minister ; »Wij waren eens zeer talrijk en geheel Boven-Canada behoorde ons ; wij leefden van de jacht en de visscherij. Maar de bljmken die tot ens kwamen om met ons handel te drijven, leerden onze vaderen ^nmurwater drinken ; dit heeft ons arm en ziek gemaakt en vele van onze mannen gedood, tot we zeer weinigen zijn gewordenquot;.

Doch niet slechts bij de wilde volksstammen vinden wij deze groote sterfte, ook in de beschaafde landen

ocr page 33

3i

der oude en nieuwe wereld heeft men, zcoals een geleerd schrijver zegt, sopgemerkt dat sedert deze verhittende drank werd ingevoerd, de sterkte der men schen af- en hunne sterfte is toegenomen.quot; Het komt echter ook wel eens voor dac jeneververslinders oud worden. Maar dit zijn groote uitzonderingen op den regel en deze uitzonderingen vinden hunne verklaring in een bijzondere gesteldheid des lichaams, cf in andere geheel bijzondere omstandigheden. Het sterke eikenhout houdt het onder den drup ook langer uit dan het wilgenhout. En dan, hoevele dezer drinkers zijn eerst begonnen met drinken toen zij ouder waren, dikwijls een gevolg van allerlei treuiige en noodlottige gebeurtenissen. Zooveel is echter ook zeker dat zij die tot in hoogen ouderdom een flinken borrel dronken, zonder dien borrel nog veel ouder zouden zijn geworden, en dat zij dus met het drinken hun leven nog aanzienlijk hebben verkort. Dat de onthouding van alcoholische dranken het zekerste middel is om oud te worden, hebben de maatschappijen voor levensverzekering vooral in Engeland, ondervonden. Het aantal overledenen van de bij deze maatschappijen verzekerden die zich onthielden van sterken drank, beliep percentsgewijze nog niet de helft van hen die drank gebruikten. Niet enkel door veelvuldige ziekten, brengt de drankzucht lichamelijk lijden, kommer en te vroegen dood aan, maar ook nog op de doodelijke verwondingen, bij twisten en oneenig-heden; op de zoo dikwijls voorkomende ongelukken waaraan dronken werklieden, vooral voerlui bezwijken; op de gevallen waarin aangeschotenen den weg missen en in den winter ellendig het leven er bij verliezen, als zij verdrinken, uitglijden of van een hoogte storten enz. ; eindelijk nog de zelfmoorden. Drankzucht brengt ziekte en te vroegen dood niet slechts aan de drinkers zeiven, maar ook nog middelijk aan een. tal-

ocr page 34

looze menigte menschen van eiken leeftijd, kunne en stand.

Reeds de prilste jeugd moet daaronder lijden. Van 97 kinderen die geboren werden uit dranklievende ouders, bleven slechts veertien zonder gebreken en een engelsch geleerde beweert, na lange waarnemingen, dat in den regel al de ziekten, die uit drankzucht voortkomen, zich tot in het derde en vierde geslicht voortplanten, en ten slotte als het drinken voortduurt, de geheele nakomelingschap doet uitsterven.

Pastoor Bötther die zich vele jaren aan de matigheidsgenootschappen wijdde en door zijne geschriften met goed gevolg werkzaam was, schrijft in zijn handboek over de matigheid dat in zijn tijd te Londen de helft der kinderen dh geboren werden, reeds in de eerste drie jaar stierven, tengevolge van het jene-verdrinken der ouders, en Seling schrijft: »ik ken de gemeenten waar om dezelfde oorzaak bijna de helft der kinderen voor hunne volle veertien jaar beswijkenquot;. Dronkaards veroorzaken nog op andere wijze sziekte en te vroegen doodquot;. Zij laten zich door hun ziedenden drift tot ruwheden en mishandelingen vervoeren, waaronder vooral de nabestaanden en zij die van hun persoonlijk afhankelijk zijn, verschrikkelijk veel te verduren hebben. Deze lastige, verdrietige wezens geraken ook dikwijls in toorn, zonder dat zij dronken zijn. Er zijn ook nog menschen die als zij nog maar zeer weinig jenever gedronken hebben, reeds in den hoogsten graad knorrig en twistziek worden.

Jeneverdrinkers zijn meestal wantrouwend en ijverzuchtig. Zij voelen het dat men niet van hen houdt, dat men voor hen uitwijkt, dat men een hekel aan hen heeft. Vandaar de gruweldaden, ja zelfs moorden, die dikwijls uit den haat en de ijverzucht der drinkers voortspruiten. Mannen die drinken zijn in

ocr page 35

33

den regel baatzuchtig en verteren zooals de H. Schrift zegt, »de ingewanden hunner kinderenquot;, dat wil zeggen : zij laten hun gebrek lijden aan de allernoodig-ste voeding en kleeding, als zij maar kunnen drinken. En als de kinderen honger en koude lijden, wie telt dan de ontberingen der moeder ? Is het dan te verwonderen dat in zulke huisgezinnen ziekte en te vroege dood hun intrek nemen ?

»Ziekte en te vroege dood'' zijn eindelijk in zooverre de gevolgen van het drinken, dat door de de schuld van dronken lieden of van aan den drank verslaafde menschen een aantal sterfgevallen en vooral ongelukken met doodelijken afloop jaarlijks in alle landen plaats hebben. Hoeveel ongelukken op de spoorwegen ? Hoeveel menschenlevens hangen niet af van een stationschef, conducteur, remmer, wisselwachter en andere beambten ? Wee de duizenden die zich dagelijks aan hen moeten toevertrouwen, als het dronkaards zijn 1 Hoe dikwijls is niet brand veroorzaakt door de nalatigheid van personen aan den drank verslaafd, aan wie het opzicht over fabrieken, gestichten en andere groote gebouwen is toevertrouwd ? Juist de zoogenaamde »stille drinkebroersquot; zijn hier het gevaarlijkste. Hoe kunnen dezulken ooit het groote verlies aan tnctischenlevens verantwoorden door hunne schuld ontstaan bij brand of ontploffingen en andere dergelijke gebeurtenissen ? Menige fabriek staat daardoor maanden of minstens weken lang stil en honderden arbeiders worden daardoor broodeloos.

En dan de gevaren te water, als de kapitein, of de stuurman, de machinist of de stoker stille drinkers zijn 1 Op de zeeschepen veroorzaakte de sterke drank reeds zooveel ongelukken door het vergaan van schip en manschap, door stranding of door brand, dat de verzekeringsom voor schepen, die geen ster-

ocr page 36

34

ken drank aan boord hebben, aanmerkelijk lager is gesteld.

Vreeselijke dingen omtrent het verderf dat de sterke drank in ziel en lichaam aanricht, weten ook de kruizeii te verhalen aan de publieke wegen en straten opgericht; die kruizen die in hunne stomme taal zoo krachtig spreken tot het christelijk hart. En dan vraag ik : als reeds een enkel zoodanig ongeluk voor den getroffene zelf verschrikkelijk is, en voor zijne bloedverwanten de bron van zware bekommeringen, hoeveel ellende en smart ligt er dan niet in al de voorkomende ongeluken te samen opgesloten ? En wie draagt van dit alles de schuld ? De jenever.

Laat mij alvorens dit hoofdstuk te sluiten, nog een paar woorden zeggen over den sterken drank als de hoofdoorzaak der zoogenaamde zielsziekten. Niets ter wereld kan mij zoo treurig stemmen dan het bezoeken van een krankzinnigengesticht. Inderdaad, als men niet wist dat al die ongelukkigen die daar zijn, óf voor herstel, óf voor de veiligheid van zich zeiven of van anderen dag en nacht streng moeten bewaakt worden, onze medemenschen zijn, zou men denken, redelooze, woedende dieren in menschenklee-ding voor zich te zien. Wie heeft den koning der schepping zóó vernederd ? Wie heeft het evenbeeld Gods zóó misvormd ? Wie heeft dit vreeselijk ongelijk bij deze beklagenswaardige schepselen veroorzaakt f Bij velen heeft het de jenever gedaan ?

Deze feiten heeft men voor het eerst en het duidelijkst erkend in die landen, waar het jeneverdrinken zich het meest ontwikkeld heeft, namelijk in Amerika en in Groot-Brittanje en Ierland.

Uit Amerika meldde men reeds in het begin dezer eeuw dat een derde van al de krankzinnigen in de groote hospitalen waren gekomen door drankmisbruik.

In het jaar 1851 sprak een hooggeplaatst engelsch

ocr page 37

35

ambtenaar op grond van een twintigjarig, nauwkeurig onderzoek, als zijne overtuiging uit, dat meer dan drie vijfden van de gevallen van krankzinnigheid ii^ Amerika en Engeland alleen te wijten waren aan onmatigheid, en vooral aan het drinken van jenever.

Van de 5721 verpleegden in de Schotsche krankzinnigengestichten waren volgens opgaaf der genees-heeren 1000 jeneverdrinkers. Het getal zou echter nog grooter zijn als men hen meetelde bij wie de ziekte onder medehulp van sterken drank zich had ontwikkeld.

Het Richmonds-hospitaal in de hoofdstad van Ierland is voor de helft gevuld met personen die dooiden drank krankzinnig zijn geworden. De eerste dokter aan de grojte gevangenis Plötsensee bij Berlijn, zegt dat in Pruisen een aanzienlijk deel der krankzinnigen door den drank hun verstand verloren.

In Berlijn is het derde gedeelte van alle gevallen van krankzinnigheid bij de arbeidersbevolking te wijten aan het jeneverdrinken. Bijna een derde der krankzinnigen in Silezië en het Rijnland zijn door drinken zoo ongelukkig geworden. De Jeneverdrinkers veroorzaken niet slechts huu eigen ongeluk, maar ook in vele gevallen nog dat van hun nakorue-lin gen.

In een groot gesticht waar 300 waanzinnige kinderen werden verpleegd, waren 145 kinderen vanjeue-verdrinkers. Een Fransch geleerde houdt staande dat de in de krankzinnigengestichten der steden verpleegde kinderen gewoonlijk voor de helft van drankzuchtige ouders afstammen.

Als reeds een enkele dezer zielsziekten zooveel kommer en leed, zooveel tijdelijk nadeel, zooveel verlies aan eer en goeden naam in haar gevolg heeft, wejke gruwelijke ellende zouden wij dan te zien krijgen als wij met éénen blik alle deze ziekten konden overzien.

ocr page 38

36

En als ik dan denk aan de arme kinderen in die huizen aan wie zelfs de onschuldige vreugde der kindsheid meestal ontzegd is, dan gaat mij een huivering door de leden bij de gedachte aan de verschrikkelijke verantwoording en het gruwelijke lot dat talrijke huisvaders wacht. Want ook deze kinderen hebben een onsterfelijke ziel en zijn Gods lievelingen ; ook zij hebben hunne beschermengelen die het aanschijn des Hemelschen Vaders aanschouwen, en deze engelen zullen eens als aanklagers optreden voor den rechterstoel des Allerhoogsten.

2. Naakte armoê, bitt're nood.

Overal waar de onmatigheid heerscht, voert zij armoede en ellende met zich, evenals het lichaam zijn schaduwbeeld. Wie zooals ik, verklaart een ervaren man, een lange reeks van jaren aan het hoofd van het armwezen eener tamelijk groote stad heeft gestaan, en verplicht was de oorzaken van den achteruitgang op te sporen, heeft de ervaring opgedaan dat er van de tien oorzaken van de armoede negen moeten geweten worden aan den jenever. En dat is ook goed te begrijpen. Het huishouden van de meeste kleine burgerlieden kan op den duur de contante betaling voor jenever niet uithouden.

Als iemand dagelijks voor slechts zes cent jenever drinkt, dan kost hem dat jaarlijks meer dan acht rijksdaalders. En bleef het nog maar bij deze zes centen t In werkelijkheid wordt in vele gezinnen dagelijks voor twaalf, achttien, dertig en meer centen Opgedronken. En nu spreken wij hier nog niet eens

ocr page 39

37

van de eigenlijke dronkaards. Weike sommen deze dagelijksche verkwisting beloopt, kan uit de volgende tabel blijken.

00

O OO to O co

« a « « 3.

Wie dagelijks alleen of met gezin opdrinkt voor:

■ 1 t ■ ^

O os 1^ to ' ® CO 0 0* ILq 00 quot;lt;0 quot;co

O O O O

Drinkt per jaar

voor

0* 00 bO ' CO CC 1—lt; ct

01 00 j3» c» «0 quot;bi 00 fco quot;«O

Ü* CU CO GO O

«_i re tr* 0

g a 3 §

-j ro 3 ^

quot;* JTquot; CC N

2 0 ^ ^3 0 o« TÏ ;

H-'

OS -J Cquot; to '

O 00 to Oi bO

CO K-' ' 0 _CO

O H- co «0 cxgt; 00 to ^

In 10

jaar zou

het kapitaal aangroeien

tot:

1 • t 1 ^

O* co 10 '

-0 IO h—' O' CO If». 0 tfk to o co o« ' co quot;o to CO 00 00 co os co

In 30 jaar

zon het bedragen:

O C5 to '

CO Cl CC '—1 0

Ü1 -^1 GO lt;0 «O

O O O O C7*

Voor 100 drinkers

eener gemeente maakt dit per jaar:

• 1 •

CO 0« 'O H-'

O 00 ic. Ci to t—' ' 0 «O to co co

GC CO Oquot; to

Voor 100 drinkers, rente op

rente in 10 jaar:

En nu vraag ik u, hoe kunt gij als fabrieksarbeider, daglooner, beambte of kleine koopimn eene som van twintig, dertig en meer guldens uitgeven, voor

ocr page 40

3«

iets dat gij volkomen missen kunt, zonder de aller-nooctzakclijkste dingen te moeten ontberen ?

Hoe kunt gij deze som missen, vooral tegenwoordig, nu de levensbehoeften grooter zijn geworden en de strijd voor het dagelijksch brood zooveel zwaarder?

Hoe zult gij als huisvader uwe vier en zes kinderen voeden, kleeden, opvoeden, als gij om zulke sommen u niet bekommert r Als alle uitgaven voor een groot gezin — en hoe vele zijn er niet — moeten bestreden worden uit het dagloon van vader of moeder, uit de geringe inkomsten van een ondergeschikt beambte, uit de opbrengsten van een zwaar belast of duur gepacht boerderijtje, of uit de armzalige winst van een klein handelszaakje, dan is meer dan gewone spaarzaamheid noodig en een buitengewoon duchtige huisvrouw om dat klaar te spelen zonder schulden te maken. Waar echter de jenever of sterke drank in huis de baas is, of waar hij een stuk van het dagelijksch inkomen opeischt, daar gelukt zoo iets niet zonder zich in schulden te steken. Maar als er nu nog van vroeger dagen niet-afgedane schulden bijkomen, zooals dit in vele huisgezinnen het geval is, dan wordt het een wanhopig werk uit de schulden te geraken. Men zinkt steeds dieper en dieper den afgrond in en bittere nood is het natuurlijke en onvermijdelijke einde.

Deze bittere nood, als gevolg van het jenever-drinken, komt somtijds op een verschrikkelijke wijze roor den dag. In Noord-Amerika hadden de Sack-en Fuchs lndianen zich zoo arm gedronken, dat zij in den harden winter, in plaats van brood, mei; hunne kinderen boomschors moesten eten. Vóór het optreden van den beroemden matigheidsapostel P. Matthew kenden de meeste kinderen in Ierland sinds lang geen brood meer. Als de Tersche moeder 's morgens hare

ocr page 41

39

kinderen wekte, had zij reeds voor ieder drie groote aardappelen klaar, óf gekookt, óf op het vuur gebakken. Een van deze at het k;nd als ontbijt op, de tweede stak het in den zak voor middagmaal in de school en de derde werd zorgvuldig door moeder bewaard voor avondeten. Ik weet van een jongen, dat de arme moeder, wijl vader schier alles verdronk, hem de boerenhuizen in de naburige dorpen liet afloopen om aardappelschillen voor de geit te halen. Maar van deze schillen leefde niet de geit, maar de moeder zelf met hare kinderen. De vrouw van een jeneverdrinker, die dikwijls inet hare kinderen honger leed, ging nu en dan naar een medelijdenden slager, om den weggeworpen afval, die toch niet verkocht kon worden, op te rapen. Somtijds wierp haar de slager nog een stuk been toe. Eens komt die vrouw weder in den winkel en zoekt ditkeer niet naar afval, maar bekijkt lang met verlangen een groot stuk vleesch. Eindelijk vraagt zij ; «Hoeveel zou dit stuk wel kosten ?quot; Barsch antwoordt haar de vleesch-houwer: »Och kom, hou me nu toch niet op, dat koop je toch niet. Daar heb je een stuk been 1quot; gt;En toch wil ik het koopenquot;, sprak de arme vrouw, de oogen vol tranen ; gt;vroeger, toen mijn man nog dronk, konden wij geen vleesch koopen, maar thans, God zij dank, is het anders geworden. Mijn man drinkt geen droppel jenever meer; hij is lid van het matigheids-genootschap geworden; alles wat hij verdient, brengt hij thuis, en hij verdient zooveel, dat wij nu kunnen leven en ook een stuk vleesch koopenquot;.

Met het jeneverdrinken gaat meestal gepaard een druk kroegloopen. Dat veel en lang in de herbergen zitcen is echter een gevaarlijke gelegenheid voor het spelen en schuld maken, en hieruit ontstaat dat drukkende geldgebrek en die bittere afhankelijk-

ocr page 42

4°

heid, die zoovelen reeds, die vroeger in goeden doerr waren of ten minste goed konden leven, langzamerhand tot den bedelstaf hebben gebracht. Als er geen geld meer is en de kastelein of winkelier niet langer borgen wil, dan neemt de jeneverdrinker elk middel te baat om aan zijn lievelingsdrank te komen. Hij draagt het eene stuk huisraad na het andere de deur uit, dan beddegoed, klee.dingstukken, tot zelfs de noodzakelijkste kleertjes voor de kinderen. De landbouwer geeft het eene stuk land na het andere voor een spotprijs in pand of verkoopt met beetjes de veldvruchten uit zijne schuur, tot er niets meer te halen is. De schoenmaker verkoopt voor halven inkoopprijs zijn voorraad leder, de kleermaker het hem toevertrouwde laken, de wever het ter aflevering gereed gekomen goed, menig handwerksman zelf zijn onmisbaarste gereedschappen.

Het is haast niet te gelooven, maar toch waar, wat in het dorp A. in Pruisen verleden jaar gebeurde. Een arme vrouw lag op haar uiterste: de volwassen zoon, een onverbeterlijk dronkaard, kwam aan het sterfbed der moeder en greep het eenige dek van de arme oude vrouw, die bevend van koude daar nederlag, weg om het in een naburig dorp voor jenever te gaan verkoopen. De ontaarde, dierlijke zoon stierf korten tijd na zijne moeder in dronkaardswaanzin.

De duivel in de hel kan moeielijk wreeder en slechter zijn dan zulke verdierlijkte menschen. En deze menschen zijn niet zoo op eens slecht geworden ; bij velen waren er jaren noodig voor zij zoover waren. Velen van hen zijn met één borreltje begonnen en zijn zoetjesaan op het hellende pad gekomen.

Vooral bij de bevolking ten platten lande kunt ge de jenever-ellende recht duidelijk waarnemen. Daar is cr bijv. een, die vroeger tien morgen land bezat ;

ocr page 43

41

nü is hij een bedelarme daglooner. Een andere had een mooi boerenbedrijf met twee paarden, in zijn stal stond prachtig vee, zijn akkers waren voorbeeldig bewerkt; thans dient hij als knecht op een boerenhofstede en zijn kinderen, die vroeger betere dagen hebben gekend, zijn knecht en ondergeschikt, evenals de vader.

In het gehucht X. kwam op een werkdag eene weduwe om in het matigheidsgenootschap te worden opgenomen. Onder heete tranen vertelde zij aan den pastoor, dat het erve scliuldvrij was bij den dood van haren man ; dat zij echter, toen zij weduwe was, zich had overgegeven aan sterken drank en, langzaam aan, de boerderij geheel haren voorschootquot; de

kroeg had ingedragen en verdronken. In een zeer vruchtbare streek van Oldenburg werden eens van de negen eigen boerenhoeven acht verkocht, tengevolge van het jeneverdrinken der eigenaars. In een dorp in Hannover kwamen alle boerderijen om dezelfde redenen onder den hamer. Te H. verdronk en verspeelde een boer zijn hofstee en bovendien nog 20,000 daalders contant geld, waardoor hij met de zijnen lichamelijk en geestelijk in de grootste ellende geraakte. Niet ver daar vandaan verdronk en verspeelde een grondbezitter huis en 40,000 daalders geld ; hij stierf in het gekkenhuis.

De uitgaven aan het buffet zijn oorzaak van nog andere verliezen. Wie zal het nadeel berekenen, dat ontstaat door verlies aan tijd, aan kracht, aan lust tot den arbeid, aan alles wat aan arbeid verloren gaat en wat verwaarloosd en beschadigd wordt.

Wie telt de uren die de drinker — niet enkel op blauwenmaandag — in de kroeg zoek maakt ? En uit dit kroegloopen volgt als van zelf het leegloopen. Het is hem veel gemakkelijker in de sgezelligequot; herberg te zitten, onder een glaasje en bij kaartspel.

ocr page 44

42

dan ingespannen te arbeiden en in het zweet huns aanschijns hunne beroepsplichten te vervullen. Dit komt vooral voor bij handwerkslieden die in den sterken drank hun talent, hunne vlijt, hun goeden naavi en hun klandisie verdrinken. Men hoort dan de menschen verdrietig zeggen : »jammer, hij is anders zoo'n bekwaam werkman, maar die vervloekte jenever, bederft hem, men kan niet meer op hem aan, en ook zijn werk wordt er gebrekkiger op. Wij moeten wel naar een ander werkman omzienquot;.

gt;Toen wij veertien jaar geleden huwden — zoo deelt de vrouw van een schoenmaker mede — hadden wij huis en hof en 600 daalders geld. Mijn man dronk echter eiken dag twee slokjes ; meer kon hij er niet verdragen. Maar ook dat was voor hem nog te veel. Hij werd steeds onplezieriger en slordiger, ook bij zijn werk, verloor den eenen goeden klant na den anderen, beging daarbij in zijn kwade buien allerlei domme streken, geraakte daarbij in allerlei geschillen en processen, zoodat hij na zeven jaren geen cent meer bezat. Eindelijk hield hij deels vrijwillig, deels door nood gedwongen, met drinken op, en zoo zijn wij na vele jaren zoetjes aan tot een weinig welvaart gekomen.

* Naakte armoe, bitf re noodquot; van vele gezinnen voert van zelf tot verarming der gemeenten. Er zijn vele plattelandsplaatsen die groote sommen voor armengeld moeten opbrengen, en een aanzienlijk deel dezer armoede is te vinden in eigen schuld.

Het betreft meestal onderstand te verleenen aan vroegere jeneverdrinkers die ongeschikt tot werken, broodeloos zijn geworden, alsmede hunne gezinnen, en in het bijzonder hunne nog onmondige kinderen.

In enkele gemeenten vindt men opvallend veel waanzinnigen, die om grooter onheil te voorkomen op kosten der gemeenten in krankzinnigengestichten

ocr page 45

43

moeten worden verzorgd. Bij een groot deel dezer ongelukkigen draagt middelijk of onmiddelijk de jenever de schuld. In een dorp van 600 zielen moesten jaarlijks 900 daalders armengeld worden opgebracht. Daarom zal een Engelsche geschiedschrijver wel gelijk hebben als hij schrijft: »er zijn streken die het begin harer armenbelasting kunnen stellen op den tijd toen er de herbergen zijn verrezenquot;.

In het armenhu:s te Philadelphia in Noord-Amerika waren destijds 4000—5000 armen per jaar, die uit de gemeentekas mo;sten onderhouden worden, alleen door den drank tot den bedelstaf gebracht. Van de 1996 schooiers in die stad, waren er 1790 die door het drinken tot die ellende waren afgedaald.

In de Amerikaansche stad Salem waren van de 3000 verzorgden in het armhuis 2900 jeneverdrinkers. Toen echter in deze stad de viatighcidsgenootschap-pen eenige jaren gebloeid hadden, nam de armenbelasting met vier vijfden af. Nu ik juist over matigheidsgenootschappen spreek, wil ik nog even er het volgende aan toevoegen. Toen in den winter van i860 op 1861 in Londen strenge koude tn groote werkeloosheid heerschte, vermeerderde het aantal uit de stadkas verzorgden zeer sterk. Het bereikte het getal van 130,370 personen. Maar van de 7947 handwerkslieden en arbeiders die lid waren van de matigheidsgenootschappen was er niet één die ondersteuning was komen vragen.

Ook de Staten zeiven zijn aan den drank schatplichtig en zuchten onder dezen last. Volgens ambtelijke opgaven kostten dertig jaar geleden de bedwelmende dranken, en op de eerste plaats de jenever, aan de inwoners van Engeland Schotland en Ierland 60 millioen pond sterling, dat is zevenhonderd en twintig millioen gulden. De verliezen aan geld en geldswaarde, waarvoor minstens een even hooge

ocr page 46

44

som kan worden aangenomen, zijn hierbij nog niet eens meegeteld. Anders kreeg men een totaal cijfer van veertien honderd en veertig mtlhoen gulden 1 Deze som is heden ten dage gestegen tot eene ontzettende hoogte. Gij zoudt er van duizelen als ik u dat cijfer opgaf.

Waarlijk ! met deze som was toch iets beters te verrichten. Men kon er veel gebrek en bittere ellende door lenigen en een groot deel van de zoogenaamde sociale kwestie zou er mede opgelost kunnen worden. In Duitschland is het nog wel niet zoo erg als in Efigeland, maar toch in elk geval reeds erg. Ook bij ons worden ontzettende sommen uitgegeven aan arm-, zieken-, werk-, gevangen-, tucht- en gekkenhuizen. En het grootste gedeelte dezer gelden komt ook bij ons ten goede aan de jeneverdrinkers, d. w. z. aan dezulken, die middelijk of onmiddellijk door den drank in deze inrichtingen zijn gekomen. Vooral kunnen de tuchthuizen en gevangenissen bij ons over de jeneverrampen een vreeselijk treffend woord mede-spreken, zooals ik u in het nu volgende laatste hoofdstuk zal aantoonen.

3. «Zonde die hier nederdrukt,

Eens den mensch zijn heil ontrukt?quot;'

De drankzucht is in eiken vorm een afschuwelijk kwaad. Zij misvormt in den mensch het heerlijke evenbeeld Gods en maakt den mensch gelijk aan het redelooze dier. Hoe meer hij vervalt in dit kwaad, hoe meer de mensch verdierlijkt wordt. Geen drank

ocr page 47

45

in overdaad gebruikt, verlaagt den mensch zóó zeer, maakt hem zóó gemeen en zóó liederlijk in de oogen van anderen als de jenever. Daarom zijn ook bij geen onmatigheid de zonden en gruwelen zóó talrijk en zóó algemeen als bij het onmatig gebruik van sterken drank. Van een oprechte en goed gemeende levensverbetering kan bij de ongelukkige aan den drank verslaafden geen sprake zijn, als zij niet vier-kant met het drinken ophouden Bij een Indianenstam in N ord-Amerika arbeidden eenige ijvervolle missionarissen langen tijd te vergeefs om het Christendom ingang te doen vinden. Zij begonnen toen met alle kracht en welsprekendheid tegen het ■» vuurwaterquot; te prediken, en dit hielp. Nadat de arme wilden moedig den drank hadden vaarwel gezegd, werden zij op eenmaal nieuwe menschen. Hun opperhoofd sprak toen tot de missionarissen : »Toen wij nog vuurwater dronken, vervlogen al uwe woorden in den wind; nu is het anders geworden; al uwe woorden blijven nu hier rustenquot;, waarbij hij op zijn hart wees. Wat hier gezegd is, raakt niet enkel de Indianen, maar geldt ook voor alle andere drinkers. Zoo lang de dronkaard zijn hartstocht niet overwint, is hij tot alle kwaad in staat. Geen gebod is hem heilig; hij staat werkelijk elk oogenblik gereed elk gebod te overtreden als het zijn drinklusten in den weg staat.

Hij zondigt tegen het eerste gebod: »gij zult geen vreemde goden nevens mij hebbenquot;. »Want zijn buik is zijn godquot;, zooals de apostel Paulus zegt, »en zijn maag zijn altaarquot;.

Hij veracht het tweede gebod, want de afschuwelijkste godslasteringen hoort men uit den mond eens dronkaards, en God alleen weet van hoeveel valsche en lichtvaardige eeden de »drankduivelquot; de oorzaak is. Niet lang geleden stond in een der dagbladen,

ocr page 48

46

dat ergens vier personen wegens valschen eed en verleiding daartoe voor het gerechtshof waren veroordeeld. Zij hadden voor een ellendigen borrel den afschuwelijken meineed op hun geweten geladen.

Hoe zou nu de dronkaard den Zondag heiligen ? De Zon- en Feestdagen toch zijn voor hem dagen van woeste uitgelatenheid en afschuwelijke uitsp ttin-gen. Het is nog niet lang geleden dat publieke bladen uit Bochum het bericht bevatten : »de jeneverpest neemt steeds toe en vordert voortdurend meer offers aan huiselijk geluk gezondheid en leven. De betaal- en de Zondagen zijn de dagen waarop de politie hier het meeste te doen heeft. De meeste vechtpartijen met messen en revolvers, ruwheden en bloedige twisten vallen op deze dagen voor.

Talloos vele personen bedrinken zich alleen en uitsluitend op de Zondagen.

En het vierde gebod dan in het huis van den dronkaard? Waar is daar de liefde en de eerbied} Is het te verwonderen, dat daar de kinderen den vader de gehoorzaamheid weigeren en nauwelijks van hem nog iets willen weten r Met tranen van bittere smart in de oogen vertelde een jong mensch nog in latere jaren: toen hij kir:ap was, kwam zijn vader dikwijls 's nachts dronken thuis. Dan werd moeder gestooten, geslagen en geschopt. Eens werd moeder zoo schandelijk mishandeld, dat zij bloedde. Toen is zij met hare kinderen in pikdonkeren nacht, onder naamloos leed naar haar geboorteplaats gevlucht.

Een ander kind, jongeling geworden, en ondanks het slechte voorbeeld zijns vaders door den goeden God en zijn beschermengel van het kwaad bevrijd gebleven, verhaalt het volgende : Als moeder 's avonds om 8 uur vermoeid uit de fabriek kwam, dan moest zij voor vader den maaltijd bereiden en dezen bewaren tot hij tusschen 10 en li uur dronken

ocr page 49

47

thuis kwam. Gewoonlijk was hem het eten niet goed genoeg en dan sloeg hij haar paars en blauw. Was het eten naar zijn zin en gevoelde hij zich prettig gestemd in zijn roes, dan moest onze 5 Sjarige moeder met hare door arbeid en ouderdom stram geworden ledematen voor hem staan dansen, tot hij op zijn stoel in slaap viel. En dan hadden wij eenige uren rust, wij kinderen althans. Moeder zal wel menigen droevigen en bangen nacht doorleefd hebben ; hare oogen waren 's morgens rood geschreid. Op een avond, ach ik vergeet het nooit, kwam vader weder beschonken thuis. Hij vond niets op de tafel klaar staan, want onze arme moeder lag op haar uiterste. Woedend viel hij op de stervende aan, schold haar uit voor een lui beest, trok haar het bed uit en slingerde haar tegen den harden vloer, waar zij den geest gaf'.

Als het vierde gebod aan de kinderen verbiedt hunne ouders in hun hart te minachten of te verachten, met spot over hen te spreken, zich over hen te schamen, of hen ruw en stug te bejegenen, hoe sterk moet dan niet het geloof, hoe groot de liefde tot God en hoe heldhaftig de deugd van een kind zijn dat onder zulke en dergelijke omstandigheden en ondervindingen het vierde gebod van God nog in eere houdt ! En welke gruwelen grijpen niet plaats in vele gezinnen als de volwassene en aankomende zoons laat in den nacht beschonken thuis komen en dan hun wrevel luchten tegen de ouders, broeders en zusters!

Wanneer wordt het vijfde gebod erger en dikwijlder overtreden dan in den toestand van dronkenschap ? De drank maakt de nienschen beestachtig wreed, twistziek en hatelijk als een bezetene. Wanneer speelt het vies de hoofdrol r Is dit meestal niet dan als de goedhartige en verdraagzame werkman

ocr page 50

48

in zijn roes wordt betrokken in eene vechtpartij in de kroeg?

De gerechtsdienaars van alle landen kunnen daarover dingen mededeelen die de haren te berge doen rijzen, en gij zelf zijt daar ook wel eens getuige van geweest. Meen toch niet dat zulke mishandelingen, verwondingen en doodslagen slechts bedreven worden door verstokte dronkaards, of drinkers reeds jaren aan den drank verslaafd. De ondervinding leert integendeel dat vooral vele jongelieden die anders een bedaard en ordelijk leven leiden, zich zeiven en anderen en vooral hunne nabestaanden, daardoor vree-selijk ongelukkig maken, dat rij bij bijzondere gelegenheden als kennissen, jaarmarkten, veilingen, ver-koopingen, feestvergaderingen en andere samenkomsten, jenever gaan drinken, iets waaraan zij volstrekt niet gewoon zijn, althans niet in die hoeveelheid. Menigeen is door één glas jenever of brandewijn een moordenaar geworden. Gij kunt het gelooven of niet, maar de feiten zijn daar om het te bewijzen. Slechts één enkel voorbeeld wil ik aanhalen.

Een rijke boer had een eenige zoon, braaf en goed van karakter als zijn vader. En deze zoon had een trouw vriend, van dezelfde geaardheid. Geen van beide dronken sterken drank. Op een zekeren dag reden zij samen naar de paardenmarkt heen. Daar wordt een koop gesloten en nu laten beiden zich verleiden met den koopman een borrel te gaan drinken. Kort daarop wordt een van hen verdrietig gestemd ; een onschuldige grap van den andere wekt zijne gramschap op, en er komt twist en gekijf. Beide verlaten de tapperij, worden buiten handgemeen, en nog voor dat goedgezinde mannen het kunnen beletten, ligt de eene door meerdere messteken doo-_ de lijk gewond op den grond. Twee uren later was hij een lijk.

ocr page 51

49

Toen Seling in het Oldenburgsche tuchthuis te Vechta eene predikatie hield over de matigheid kwamen van de 120 boeven' waarvan eenig geketend, er 81 naar het altaar en legden daar plechtig, de oogen vol tranen, de belofte af geen sterken drank meer te zullen drinken. Allen bijna, volgens hunne eigene verkhring, waren misdadigers geworden door den sterken drank. Als de priester eenige van hen 's avonds bezocht, verklaarden de meesten met zichtbare ontroering: »Die zeker wil zijn, nooit in het tuchthuis te komen, beware zich voor den sterken drank, sWant al zal hij nog zoo matig en zeldzaam drinken, hij kan er toch niet op rekenen, dat hij niet eens bij de een of andere gelegenheid zooveel zal gebruiken, om een misdaad te begaan. De beste opvoeding, ja het heiligste voornemen kunnen hem dan niets baten.

Over het zesde en het negende gebod wil ik uit passenden eerbied voor u hier zwijgen, tenminste geen enkel voorbeeld aanhalen uit dien afschuwelijken poel vol vuilnis en bederf. Dit echter staat vast; geen drank kan den mensch zoo sterk tot de liederlijkste uitspattingen van dierlijke lusten en wreedheid aanzetten, dan de sterke drank. Wat ik reeds gezegd heb bij het vijfde gebod over lichamelijke mishandelingen en dergelijke wanbedrijven, namelijk dat jongelieden en huisvaders, die tot nog to^ braaf en onbesproken van gedrag waren, door een kleine hoeveelheid jenever vaak ongelukkig werden, dat geldt vooral tegenover het zesde gebod. Dat is een hoofdstuk dat eiken vriend der jeugd het hart doet bloeden en hem de tranen uit de oogen perst. Was de sterke drank de wereld uit, dan was de verleiding en degnnvelijke ontucht ook voor een groot deel verdwenen.

Ook slaat de dronkaard geen acht op wat het zevende ep tiende gebod behelzen. Hij is een dief, een dief van zijn eigen geld en van dat van anderen, een dief

ocr page 52

Sö

van den kostbaren tijd, van de hem geschonken arbeidskrachten en van de hem toevertrouwde talenten ; een dief ten slótte van den goeden naam èn van zichzelf èn van zijne familie. Dat de dronkaard, en vooral de jeneverdrinker, zijne tong niet in bedwang houdt en daardoor ontelbare zonden bedrijft tegen het achtste gebod ligt voor het grijpen. Reeds de oude heidensche wijsgeeren hielden het voor onmogelijk, dat iemand, die dronk, zich kon onthouden van onvoorzichtige uitdrukkingen. Van daar dan ook dat boosaardig geklets met al zijn kwade gevolgen: haat en vijandschap in de familie, oneen igheid en ijverzucht in het huwelijksleven, doortrapt boosaardig verraad en hoe verder de liefdeloosheden meer mogen heeten.

Dus kon men het in volle wcarheid getuigen : er bestaat geen misdaad, waartoe niet de jeneverdrinker in staat is, als hij door den jenever verhit en opgehitst wordt. Dan gelijkt het of een duivelsche geest in hem is gevaren. Hier vallen mij onwillekeurig de woorden te binnen, die eens een beruchte struikroo-ver, moordenaar en brandstichter, vanaf het schavot tot de toeschouwers richtte, met het gelaat naar de valbijl en zijn geestesoog op de naderende eeuwigheid:

«Bewaart u toch voor den sterken drank, want hij is het bloed van satan. 'Ja, satansbloed !quot; En omdat het «satansbloed isquot; bewerkt het ook zoo'n grenzelooze ellende. Het is dat rampzalig zaad der hel waaruit duizcnde en nog eens duizende misdaden als kwade vruchten geboren worden.

In Noord-Amerika komen drie vierden, in Engeland drie vijfden tot drie vierden, in Zweden bijna drie vierden van alle misdaden op rekening van den sterken drank. In Ierland is bijna elk vergrijp een on-middelijk gevolg van het drinken.

»Als dit volk — zoo sprak in 1868 de hoogst-geplaatste ambtenaar in Ierland — van dit kwaad

ocr page 53

5»

was bevrijd, zou geen enkele misdaad voor de rechtbank meer te behandelen zijnquot;.

Van de tien moorden in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika hebben er negen hun grond in de onmatigheid, meest in het jeneverdrinken. Van de 690 wegens misdaad veroordeelde kinderen waren er over de 400 afkomstig uit gezinnen van jeneverdrinkers, en van de 2421 gevangenen te Philadelphia waren 2020 verslaafd aan den drank.

In Holland zijn van alle misdaden wegens aanranding van personen en liA van vergrijpen aan den eigendom, uitsluitend het gevolg van den sterken drank.

In Duitschland is ook de drank de hoofdschuldige van de twisten, vechtpartijen, beroovingen, doodslagen en moorden. Ik had dus wel gelijk boven dit hoofdstuk de woorden te plaatsen : )Zonde die hier neder-drukt, Eens den mensch zijn heil ontruktquot;.

En konden wij nu eens met één blik al die zonden overzien !

Konden wij alle tranen opvangen die de jenever doet schreien, trónen van angst en bitteren nood, tranen van hartverscheurende ellende en diepen kommer, tranen van den waanzin en da wanhoop, tranen der vreeselijkste smarten aan lichaam en ziel, waarlijk wij zouden over den breeden waterstroom die dan gevormd zou worden, verbaasd staan.

Vloeide al het bloed te samen waarvan de sterke drank dé schuld draagt, dan zou een ontzettende bloedzee ontstaan, die naar den Hemel om wraak riep ! Een huiveringwekkende berg van doodshoofden zou voor onze cogui oprijzen als wij de sehe'dels tot éenen hoop verzameld zagen van allen, die mid-delijk of onmiddelijk als otiers van het jeneverdrinken zijn gevallen.

Het lijden dat den jeneverdrinker hier in dit leven

ocr page 54

52

wacht, is echter niet in vergelijking te brengen met de kwellingen die hem hiernamaals te wachten staan. Want ook daar is er voor hem geen heil, geen zaligheid, als hij onboetvaardig, zonder zijn' hartstocht vaarwel gezegd te hebben, voor Gods rechterstoel moet verschijnen. Daar tr^ft hem een nieuw alles nog overtreffend wee, een wee zonder einde, dat geen menschenverstand ooit zal kunnen begrijpen, of in de verste verte in geheel zijne ontzettende beteekenis zal bevroeden.

Ik geloof, waarde vriend, dat ik thans kan eindigen.

, Als de sterke drank een in het algemeen overbodige drank is, voor alle menschen zonder onderscheid gevaarlijk en voor zeer vele in werkelijkheid een door eu door verderfelijke drank, dan ligt in de volstrekte onthouding daarvan het zekerste middel nooit een drinker te zullen worden, en daardoor voor tijd en eeuwigheid verloren te gaan.

Onthoudt u dus geheel'.

Deze volledige onthouding is toch zeker niet onmogelijk, ja ook lang niet zóó zwaar als velen denken. Het overal heerschende vooroordeel als zou de geheel onthouding de slechtste gevolgen voor de gezondheid hebben, is in werkelijkheid een onwaarheid.

»Onder de 52000 volwassenen, zoo deelt ons Seling mede, die ik buiten Osnabrück in de vereeniging opnam, zullen er wel 1000—2000 geweest zijn, aan wie de onthouding iti den beginne zeer moeilijk viel. Maar zij bleven standvastig, en gevoelden er zich naderhand zeer goed bij.

De Ieren waren, zooals P. Matthew publiek te Londen verklaarde, tot het jaar 1838, »zoowel het meest verdrukte, als het meest aan den drank ver-slaafde volk op Gods aardbodemquot;. Men kon geen twee Ieren bijeen zien. of minstens één van hen was

ocr page 55

53

dronken. Daarentegen kon men na het optreden van P. Matthew reeds 200000—300000 mannen verzameld zien, onder welke men nauwelijks één, of zelfs niet een aantrof, die iets bedwelmends gebruikt had. Een Duitsch geleerde die destijds Ierland bereisde en zich overtuigen wilde van de standvastigheid der onthouders, bood velen die met hem in aanraking kwamen, sterken drank aan, maar on Ier de 40 was er slechts één die het glas aannam. Ook bood hij aan zes gewezen drinkebroers die hem met nat en kil weder over het Turkmeer roeiden, brandewijn aan, maar te vergeefs ; inplaats van te drinken, schilderden zij in aangrijpende taal hun vroeger ongeluk af, en roemden zij op hun tegenwoordig geluk, door de geheel-onthouding verkregen.

Toen van de circa 600,000 Poolschsprekende Boven-Sileziërs, die meest allen dronkaards waren geworden, in den tijd van één jaar bijna 500,000 plotseling en geheel den drank verzaakten, meende een gezaghebbende arts. Dr. Lorinser in Oppeln, dat dit onmogelijk goed kon gaan ; tc ch bleken zooals hij zelf na een nauwgezet onderzoek toegaf, zijne bezwaren ongegrond en werden in geen enkel geval bevestigd.

Tot op heden blijft de matigheids-apostel Fitzeck in dankbaar aandenken bij de Sileziërs.

Zoo blijken alle voorwendsels en beweegredenen die aangevoerd worden ten gunste van het drankgebruik, niet steekhoudend te zijn. Bij deugdelijk onderzoek verdwijnen zij als de nevel voor de zon.

Dus, mijn waarde, heb moed en stel uw vertrouwen op God 1 Neem een moedig besluit: verzaak den verleidelijken drank! Geen droppel jenever kome meer over uwe lippen. »God helpt den moediger'

Reeds menige drankiustige heeft hem grootmoedig verzaakt en is daar goed bij gevaren. Wat duizenden anderen konden doen, zouden wij dat niet kunnen ?

ocr page 56

54

Zullen wij nog langer de vriendschap aanhouden met dezen boozen geest, die reeds zooveel verderf en ellende over het menschdom heeft uitgestort, die reeds zoovele slachtoffers in zijne valstrikken heeft gelokt ? Of zijt gij er dan zoo zeker van dat hij ook u niet ip het verderf zal storten ? Nu valt het u reeds moeielijk uw gewoon borreltje er a^n te geven. Reeds vaak genoeg heeft hij met u gespeeld, toen het piet bleef bij één glaasje en voor gij het be merktet u verstand en menschenwaarde ontstal ? Zulk een verleider moogt gij niet vertrouwen, want heeft hij een vinger, dan wil hij de hand. Zoo menigen flinken en oppassenden man heeft hij geruïneerd. Wellicht kent gij ze zelf wel in den kring uwer kennissen of vrienden. Vermijd den tooverkring; een booze begoocheling gaat van hem uit en sleept u ten gronde. En al meent gij de betoovering weerstand te kunnen bieden, denk dan aan uwe vrienden en bekenden, denk aan uwe kinderen ! Kunt gij al weerstaan aan de verleiding, zullen ook zij het kunnen ? Men neemt toch niet onnoodig vergif in huis. Men herbergt geen gast die ons ten verderve wezen wil. Men is niet gesteld op iemand die reeds duizenden belogen heeft, dje als vleier en verleider bekend staat. Allen wien hun eigen welzijn en het geluk van anderen dierbaar is, moeten den sterken drank den oorlog verklaren. Allen aan wie de jeugd en de toekomst van het christelijk volk ter harte gaat moeten schouder aan schouder gaan staan en zich vereenigen onder den kreet:

ocr page 57

STATUTES

van het ^ATIGHEIDS-pENOOTSCHAP

HET KRUISVERBOND,

onder patronaat van den H. Bernardus.

Doel.

Art. i .

Het Kruisverbond stelt zich ten doel :

1°. Katholieke mannen en jongelingen voor wie het gebruik van sterke dranken, — ten gevolge van zwakte of levensomstandigheden — eene ge-reede aanleiding is tot misbruik, voor het gevaar dienaangaande te vrijwaren.

2®. De maatschappelijke kwaal der onmatigheid welke in alle standen is doorgedrongen, en het zedelijk en stoffelijk welzijn van ons volk ondermijnt, krachtdadig te bestrijden.

Middelen.

Art. 2.

Het Kruisverbond tracht zijn doel te bereiken door het vormen van een Bond van mannen en jongelingen, die zich verbinden om — 1°. tot steun van den zwakke en 2*. tot een voorbeeld voor allen — op eene bijzondere wijze de christelijke deugd der matigheid te beoefenen.

ocr page 58

S6

De verbintenis, die het genootschap van zijne leden vordert, bestaat hierin, dat zij zich verplichten :

i*. zich geheel te onthouden van alle sterke dranken, als jenever, brandewijn, rum, cognac enz.

2®. gegiste dranken, als bier, enz., slechts matig te gebruiken.

Art. 3.

De verbintenis of belofte, waarvan in het voorgaande artikel sprake is, is geene gelofte aan God gedaan en verplicht niet onder zonde. Het is alleen een duidelijk uitgesproken ernstig voornemen, dat men ter liefde Gods, tot heil van zichzelf en den evenmensch, te goeder trouw en eerlijk wil naleven.

Leden en Eereleden.

Art. 4.

Het Kruisverbond bestaat uit leden en eereleden»

Als leden kunnen toetreden : katholieke mannen of jongelingen, die zich verbinden om de verplichtingen in art. 2 aangegeven, stipt te vervullen.

De leeftijd van toetreding wordt vastgesteld bij Huishoudelijk Reglement.

Als eereleden kunnen worden aangenomen, zij die door zedelijken steun of door eene geldelijke bijdrage, hetzij in eens, hetzij jaarlijks te betalen, het doel van het Genootschap bevorderen, willen.

Verkriiging van het lidmaatschap.

Art. 5.

Wie lid wil worden, moet zich bij een der bestuursleden aanmelden.

Verklaart hij, dat hij de verbintenis, vermeld ia

ocr page 59

57

art. 4, wil naleven, dan wordt hij op de lijst der aspirant-leden ingeschreven.

Art. 6.

Wie éen maand een goed aspirant-lid is geweest en van voldoend zedelijk gedrag blijkt te zijn, kan als werkelijk lid worden aangenomen. Dit geschiedt op de eerstvolgende ledenvergadering.

Het aspirant-lid schrijft zijn naam in op het register van het Genootschap en ontvangt daarvoor een diploma en het insigne als bewijs van lidmaatschap.

' Art. 7.

De leden verbinden zich, naar verkiezing, voor den tijd van een half jaar, een jaar of hoogstens twee jaren.

Bestuur.

Art 8.

Het Bestuur wordt uit en door de leden met volstrekte meerderheid van stemmen gekozen. De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester worden bij onderling goedvinden verdeeld.

Art. 9.

Het Bestuur vergadert minstens zoo dikwijls eene ledenvergadering ophanden is, en wel uiterlijk 8 dagen te voren.

Ledenvergaderingen.

Art. ioï

Eenmaal 's jaars, t. w. in de maand Januari, heeft eene algemeene ledenvergadering plaats, waarop secretaris en penningmeester verslag uitbrengen en eene commissie van controle, door de leden gekozen, de boeken onderzoekt.

ocr page 60

5«

Buitendien hebben algemeene vergaderingen plaats, zoo dikwijls de installatie van nieuwe leden dit noodig maakt of het Bestuur het wenschelijk acht.

Verlies van het lidmaatschap.

Art. i i.

Leden, die hunne verbintenis niet nakomen, worden door het Bestuur geschrapt. Zij kunnen zich na drie maanden weer als aspirant lid aanmelden, doch niet meer dan drie maal.

Slotbepalingen.

Art. i 2,

Het aantal bestuursleden, de tijd van aftreden, de v. ijze waarop in de onkosten — door het heffen van contributies of anderszins — voorzien wordt, alsook nadere bepalingen omtrent de inrichting en werking van het Kruisverbond worden vastgesteld bij huishoudelijk reglement.

Art. 13.

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het Bestuur naar goedvinden.

ocr page 61

Reglement

DER

MAJUAYSiamp;gSHïGma.

Matigheids-Genootschap

tot wering van het gebruik van sterken drank bij R. K. Meisjes en Vrouwen.

Goeieekeurd doop z. D. H. Mgr. H. van de Wetering, Aartsbis-schop van Utrecht, den 19 October 1895.

Art. i.

De Mariavereenigintj heeft ten doel de christelijke deugd der matigheid bij de vrouwen te bevorderen.

Art. 2.

Men kan als lid worden ingeschreven, zoodra men de eerste H. Communie gedaan heeft.

Art. 3.

De leden verbinden zich:

a. zich geheel te onthouden van alle geestrijke dranken, als jenever, brandewijn, rum, cognac en dergelijke, — tenzij de dokter het gebruik mocht voorschrijven ;

b. gegiste dranken, als bier enz., slechts matig te gebruiken ;

c. dagelijks te bidden, zoowel tot eigen volharding als tot uitbreiding en bloei van het Genoot-

ocr page 62

6o

schap: een Onze Vader, een Wees Gegroet en het schietgebed; »O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemenquot;.

Art. 4.

De verbintenis wordt aangegaan voor minstens 6 maanden en hoogstens 2 jaren.

Zij die na verloop van den tijd, waarvoor zij zich verbonden hebben, lid van het Genootschap willen blijven, moeten opnieuw de belofte afleggen.

Art. 5,

De directeur van het genootschap is de ZeerEerw. pastoor der gemeente of een ander geestelijke door den pastoor te benoemen. Hij wordt in het bestuur bijgestaan door drie assistenten, gekozen uit de gehuwde leden van het Genootschap. De assistenten treden jaarlijks af, maar zijn terstond herkiesbaar.

Art. 6.

De assistenten worden den eersten keer gekozen door den ZeerEerw. directeur, maar later door de leden van het genootschap, die den leeftijd van 18 jaren bereikt hebben. Tijd en plaats en wijze dier verkiezing worden vastgesteld door den directeur.

Art. 7.

De assistenten zijn belast met de zorg om

a. aspirant-leden op te nemen;

b. door woord en voorbeeld te ijveren voor den bloei en de uitbreiding van het Genootschap.

Zij vergaderen uiterlijk 14 dagen vóórdat eene plechtige aanneming van nieuwe leden plaats heeft, maken gezamenlijk de lijst der aspirant-leden op en stellen deze tijdig den directeur ter hand.

ocr page 63

6i

Art. 8.

Wie lid wenscht te worden, moet zich vervoegen bij een der assistenten. Deze zet de verplichtingen der leden uiteen en wanneer de aanvraagster verklaart, dat zij dezelve van dat oogenblik af wil onderhouden, wordt zij ingeschreven in de lijst der aspirant-leden.

Indien zij 4 weken hare verplichtingen goed heeft nageleeft, kan zij als lid worden aangenomen. Minstens 4 maal 's jaars, t. w. op den 2en Zondag van de maanden Januari, April, Juli en October zal hiertoe gelegenheid gegeven worden. Dc directeur kan evenwel, zoo de omstandigheden het wenschelijk maken, de datums veranderen.

Art. 9,

De plechtige aanneming als lid geschiedt door den ZeerEerw. directeur in tegenwoordigheid der assistenten. Het aspirant-lid legt alsdan geknield de volgende verklaring af:

Ik beloof aan U, Eenuaarde Vader, en aan de vereeniging, waarvan ik thans lid wil zvorden'dat ik, met de hulp van Gods genade, mij van alle

sterke dranken zal onthouden voor den tijd van____

{6 maanden, 10/2 jaar).

Daarna teekent men zijn naam in het ledenregister onder eene verklaring van gelijkluidenden inhoud als de mondeling uitgesproken belofte en ontvangt van den directeur, tegen vergoeding der kosten, het insigne en het diploma als bewijs van het verworven lidmaatschap.

Wanneer het lidmaatschap slechts verlengd wordt, zal de directeur een schriftelijk bewijs hiervan afgeven. hetzij door eene aanteekening op de achterzijde van het diploma hetzij door een afzonderlijk hiervoor in te richten formulier.

ocr page 64

02

Art. io.

De belofte waarvan spraak is m art. 9, is geen gelofte aan Gód gedaan en verplicht niet ouder zónde. Het is alleen een duidelijk uitgesproken ehistig voornemen, dat men ter liefde Gods, tot heil van zich zelf en van den evenmensch^te goeder trouw en eerlijk wil uitvoeren.

Art. 11.

Jaarlijks op den feestdag van Maria Hemelvaart of in het octaaf van Maria Geboorte wordt eene H. Mis voor de leden opgedragen en heeft een plechtig Lof met uitstelling plaats, waaronder eene toepasselijke toespraak gehouden wordt.

Art. 12.

Wie niet langer lid wenscht te blijven, moet hiervan kennis geven aan den ZeerEerw. directeur of eene der assistenten.

ocr page 65
ocr page 66
ocr page 67
ocr page 68