' .;' ' ^
^1. * . â ;. ' - ' â ' ,
.
M 'Vquot; , ⢠v 1 ^ ^
,
gt; h ' . r .j gt;
-
V .V-'i-i ' â¢â '
r ., gt;â â â gt; .⢠â ....â â . ⢠. ⢠' ⢠- -i» amp; â¢â¢ ' . â ⢠\quot;r^ â ^ .V- â â v â¢
.
,,
: : ⢠â â â quot; â â â
: v:,s:
Maria, onze Liefde
EEN PARELSNOER
OPGEHANGEN AAN
HET ALTAAR
VAN
Dm liew fe vm tel II. Bart,
32 OEFENINGEN VOOR DE MEIMAAND.
t
f i;
s
y. X-
quot; â â 'â **' : ' , ⢠V-; - ,⢠. ' ⢠;f-' quot;â â ', â â :
/gt; / 7 : 'â quot; . .-â
^â - f ,;â â â , â â .-â¢, i' : .vv V-. .â¢;
⢠ff.
/.
.:?,⢠?'â¢' . # .quot; vi, :
t$-x =.
SS p quot;
\ v r
' Aii.
'Mm
;^i4i
mâÃÃÃim
Vak 87
/. /7_
\
Ã
Maria, onze Liefde
OPGEHANGEN AAN
HET ALTAAR
VAN
Onze toe Yron vai let H. Hart,
in 32 oefeningen voor de Meimaand.
ROBRMOND,
J. J. BOMEN amp; ZONEN,
Drukkers van Z. H. den Paus en van bet Bisdom.
IMPRIMATUR:
Datum in Haarcn, die 25 Februari! 1869.
J. CUYTEN,
Pros. Sem. Lib, Cen
REIIMPRIMATUR:
Rurtpmundae, die 15 Aug. 1893.
P. J. H. RUSSEL,
Can. et Prof. Em.
WAAROM ?
Waarom eene maand van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, terwijl er reeds zoo vele werkjes voor de meimaand bestaan?
Omdat, waarde lezer, de godsvrucht tot Onze Lieve Vrouw, onder dien titel ingang vindt in aller hart, omdat alles wat van Haar spreekt haren kinderen zoo dierbaar is.
Waarom? Omdat O. L. Vrouw van het H. Hart de hoop der hopeloozen is en er zoo velen tot haar snellen wier hart bedroefd, wier geest gedrukt is, en die hij Haar hulp en troost komen zoeken.
Waarom ? Omdat sedert eene kicart eeuw de liefde tot O. L. Vrouw van het H. Hart meer en meer veld wint, meer en meer de harten verovert, wijl de lieve Moeder van Jezus Hart zich in Nederland eene plek heeft uitverkozen waarop zij niet welgevallen neerziet, en waar zij zoo gaarne de gebeden verhoort.
Waarom ? vraagt men wellicht, worden in dexe Meimaand de gunsten niet vermeld door de voorbede van O. L. Vrouw van het H. Hart verkregen ?
Omdat, waarde lezer, het getal legio is, en er geheelc boekdeelen noodig zouden zijn, melden wij slechts vluchtig de gunsten, de genade, de wonderdadige genezingen de schitterende hekeeringen, de duizenden en nogmaals duizenden onverhoopte uitkomsten in de tnoeie-lijkste omstandigheden. Maandelijks vinden de trouwe kinderen van O. L. Vrome van het II. Hart die vermeld, in het Maandschrift en in hoeveier hart heeft eigen ondervinding ze gegrift in gouden letteren der dankbaarheid!
Waarom, ten laatste? Omdat de maand Mei ons geleidt naar de maand Juni, toegewijd aan het H. Hart van Jezus en er geen veiliger weg is om tot het Hart van Jezut te gaan, dan door Maria, de Koningin van het H. Hart.
Wij twijfelen dus niet of dit werkje zal met belangstelling, ja met vreugde ontvangen worden, dagelijks meer en meer de liefde tot O. L, Vrouw van het H. Hart opwekken, de godsvrucht tot die lieve Moeder vermeerderen en hare kinderen met vertrouwen tot het H. Hart van Jezus voeren in de schoone maand Juni.
TWEE-EN-DERTIG OVERWEGINGEN
OVER
ONZE LIEVE VROUW VAN HET H. HART.
EERSIE DVERWEGINB
op den vooravond van den eersten dag. OPROEPIHG.
Wie is in de Hemelzalen 't Naast gezeten bij Gods troon ?
Wie draagt van Gods lieve Heilgen De allerschoonste gloriekroon ?
I. Alles noodigt ons uit de dagen dezer schoone maand aan Maria toe te wijden: de natiuir in feestdos, in de kerken weergalmt nog het blijde alleluia der verrijzenis, van alle kanten roept men Maria onder de liefelijkste benamingen aan en stuurt tot Haar smeekingen vol van een kinderlijk vertrouwen; doch daar reeds de benaming van Onze Lieve Vrouw van hel Heilig Hart ons gemoed tot eene zoete godsvrucht gestemd heeft, en deze nieuwe benaming eene bron van eene menigte gunstbewijzen is gewor-
den en den luister onzer Moeder in onze oogen nog meer doet schilleren, onze gedachte over haar vermogen op het Hart van Jezus nog hooger opvoert en hare voorrechten vermeerdert, zoo zal zij het liefelijk onderwerp onzer overwegingen zijn. Voorzeker, Maria is slechts een schepsel; maar een schepsel zoo uitstekend dat wij in al de eeretitels, welke de godsvrucht der geloovigeh haar ooit mocht geven, vrijelijk berusten kunnen: alle zijn nog ver beueden hare verdiensten. Wij zullen over dit bewonderenswaardig meesterstuk van den Almachtige nooit te veel en, voegt de H. Bernard us er bij, «nooit genoeg kunnen zeggen.quot; «Denkt er aan, o mijne beminden in Christus, schreef een ijverig dienaar van Maria, denkt er aan. dat hoe meer gij n aan de vereering der Onbevlekt ontvangen Koningin, de Moeder der barmhartigheid en de Koningin der Apostelen toewijdt, hoe meer gij werkt tot de verbreiding van haren roem, hoe meer gij de heilige kerkvaders en kerkleeraars, die haar om strijd prezen, navolgt, de Apostelen en Evangelisten, die haar aan de wereld bekend gemaakt hebben, de Profeten, die haar aan alle geslachten voorspeld hebben, de Aartsvaders, die naar het uur harer geboorte verzucht en de vurigste verlangens naar dat uur in hun
hart hebben opgewekt. Daardoor zuil gij de heiligen en de roemrijksten onder de heiligen navolgen; want hoe meer men zich bevlijtigt, om Haar te eeren en te doen vereeren, die te gelijker lijd onze Moeder, onze Voorsprekeres en onze Koningin is, hoe vatbaarder men is tot het ontvangen der overvloedigst heiligmakende genaden. Gij zult de hemelsche legerscharen navolgen, die niet ophoudt de heerlijkheden van Maria te prijzen, te verheffen en te bezingen; macr gij zult vooral de Heilige Drievuldigheid navolgen, die ondoorgrondelijk is in de wijze, waarop zij voortdurend Maria vereert en doet vereeren. God de Vader door zijne goddelijke almacht; God de Zoon door zijne oneindige wijsheid; God de Heilige Geest door zijne oneindige liefde.quot; Laat het ons dan lot vreugde strekken, Maria de Welbeminde van het Hart van Jezus te noemen; deze titel alleen bevat in zich alle andere, en na dien van Moeder Gods, is hij de schoonste, door de liefde en het geloof haar ooit gegeven.
H. Maria zelve noodigt ons uit, om haar onder de zoo troostvolle benaming van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart aan te roepen. Hooien wij, hoe zij op een toon, vol liefde en mededoogen, zegt: wKomt allen tot mij, die zwak en arm zijl/die
het gewicht der zonden of den last der smarten torscht; gij, die steun noch troost hebt, komt allen, want ik heb een schat, die mij in staat slelt, om u kracht en rijkdom, troost en blijdschap, hulp en vrede te schenken; ik ben de hoop dergenen, die geen hoop meer hebben; het Hart van Jezus behoort mij, het is uit mijn maagdelijk bloed gevormd; in mijne knische ingewanden is zijn eerst tabernakel, zijn eerst altaar geweest, ik ben het, die Hem de grootste liefde bewezen heb. die het grootste deel aan zijne smarten heb genomen, die voor immer het kanaal, waarlangs zijne gunsten tot u komen, en de uitdeelster zijner weldaden ben geworden. Komt allen tot mij, zondaars eu rechtvaardigen, kinderen en grijsaards, maagden en priesters; komt, ik ben de koninklijke weg, die naar het Hart van Jezus leidt, de bewaarster der schatten, welke het bevat, de sleutel, die deszelfs deur ontsluit, de hand, die alle hindernissen wegruimt, de gouden keten, die u aan Hem zal hechten, de Moeder, die het recht heeft, om alle harten harer aangenomen kinderen aan het Hart van Jezus, haar goddelijken Zoon, te verbinden. Komt gedurende deze maand, komt eiken dag, ik zal u het geheimzinnig toevluchtsoord van dat aanbiddelijk Hart openen; ik zal u deszelfs wonderen
ontdekken, en met mij en door mij, kunt gij in eeuwigheid nw verblijf daarin vestigen.quot;
III. Begeven wij ons dan met een kinderlijk vertrouwen tot Maria; beloven wij haar, dat wij eiken dag de schatting onzer hulde aan hare voeten zullen komen nederleggen, en naar de woorden luisteren, die zij in hel binnenste onzer harten zal willen doen hoo-ren; nemen wij het voornemen haar in de deugden, waarvan zij ons het voorbeeld gegeven heeft, na te volgen, vooral, in hare liefde tot Jezus; doch vreezen wij niet, haar veel te vragen, daar zij veel voor ons verkrijgen kan. Haar gebed is alvermogend op het Hart van den Almachtige; hare liefde tot ons overtreft de Helde aller moeders; het gezicht onzer armoede zal bovendien haar medelijden opwekken, en wij zullen ons gemakkelijk met hare gunsten kunnen verrijken. Gedurende deze geheele maand zal de naam van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart een onafgebroken voorwerp onzer overweging zijn, onze leus bij het gebed, het zekere bewijs onzer liefde, het beste onderpand onzer hoop.
Zinnebeeldige Voorstelling.
DE PUTTEN VAN OVERVLOED.
Toen de aartsvader Izaak liet Beloofde Land doorreisde, had liij den God zijner vaderen een altaar opgericht. Zich gelukkig gevoelende, daar zijne tent te kunnen opslaan, beval hij aan zijne dienstknechten zoo diep te graven tot dat zij eene welbron gevonden hadden. Zou hij inderdaad daar hebben kunnen wonen, zonder in de be-hoel'ten der ballingscha-p te voorzien ? Ge- tj hoorzaam aan de bevelen huns meesters, p, * begonnen de ijverige herders den arbeid,
en des avonds keerden zij blijmoedig naar Isaak terug. Wij hebben, zeiden zij, water gevonden; Invenimus aquam. Het water beantwoordde zoo wel aan hun verlangen,
dat zij die plaats de plaats des overvloeds j noemden, Abundantiani.
Ook wij, reizigers in het Land van Belofte der genade, waar Maria ons heeft binnengeleid, ook wij hadden gelijk Isaak den Heer een altaar opgericht en wenschten ons verblijf in deszelfs nabijheid te vestigen;
maar om deze betrekking van wederzijdsche liefde tusschen God en onze behoeftige natuur te vestigen, zocht onze geest, ons ons hart in de verschillende namen, aan i
onzis Moeder gegeven, eene nieuwe bron van troost, liclit en blijdschap. Eensklaps is er eetie overvloedige bron ontsprongen en Maria heeft zich aan ons geopenbaard onder een naam, die voortaan den dorst onzer ziel met oniiilpnMelijke waterstroomen zal lesschen. Kan Onze Lieve Vrouw van hel heilig Hart niet met volle recht, ge lijk de putten van Is.iak, da ware overvloed genoemd worden? Door hare welwillende hulp, zal het ons gemakkelijk vallen, lot het Hart van Jezus Ie geraken en daar in een slaat van immer nieuwen godsdienstijver te volharden.
TWEEDE OllEllllVEfilflG
DE KEUZE BODS.
Wie, wie sclionkl Ge 't meest uw liefde, Heilige Drievuldigheid?
Wie hebt gij op aard genade Als met volle maat bereid ?
I. nMagna res est amor: de liefde is eene groote zaak,quot; zegt de godvruchtige schrijver van de Navolging van Christus. Het is de liefde, die in alle eeuwigheid het leven van God zeiven is; uit liefde is de wereld geschapen; het was vooral uit liefde dat het geheim der Menschwording verwezenlijkt werd, en het is de liefde, die door dit geheim onder ons wordt opgewekt. »Zoo iemand onzen Heer Jezns-Chris-tus niet bemint, dat hij vervloekt zijquot;! zegt de H. Panliis.
Jezus komt dus om te beminnen en om bemind te worden; Hij zal ons Zijn Hart schenken, maar in ruil daarvoor zal Hij het onze vragen; Hij wil geheel de onze zijn, mits wij geheel de zijnen zijn... Ach ! Heer, indien niemand van het onuitsprekelijk groot voorrecht, de vriend van God te zijn, moet
uitgesloten worden, welk schepsel zal de eerste plants in Uw Hart innemen ?
Niemand kan een recht doen gelden; alle kinderen der menschen zijn voor U als nietige stofdeeltjes; de geslachten, die geweest zijn en die komen zullen, zijn het werk Uwer handen, en al wat goed in hen is, komt van U. Uwe keuze alleen, o mijn God, zal de rangen en waardigheden bepalen; maar Gij hebt eene Moeder noodig, eene Moeder volgens Uw Hart, eene Moeder, die Gij zelf zult vormen, door in een weergaloos kunstgewrocht alles ten toon te spreiden, wat Uwe wijsheid, macht en opperste goedheid vermogen...
Deze Moeder is Maria. Gij riept haar uit het niet te voorschijn, en zij daagde op, «schitterend van luister, vlekkeloos en overschoon.quot; Toen Gij haar ontwaardet, nam zij U in. Dit schepsel hadt Gij bestemd, om als oppermachtigste gebiedster over Uw heilig Hart te heerschen, en reeds haar eerste blik bracht het in verrukking en deed daarin een onuitsprekelijk gevoel van liefde ontstaan.
God heeft voor zich eene Moeder geschapen, Zijner waardig, zooals Hij haar gewenscht had. Welke gedachte zou ons juister denkbeeld van de ontzaggelijke groot-
10
heid van de Koningin van liet Hart van Jezus kunnen geven ?
Indien deze bewonderenswaardige Maagd slechfs liet voorrecht had de Moeder fles Heeren te zijn, gelijk zoovele aartsvaders en profeten het voorrecht hadden tol de voorouders van deu Verlosser te behooren, dan had de luister van Maria overtroffen kunnen worden; maar, den Hemel zij dank, het tnenschgeworden Woord stelde zich niet tevreden met eene Moeder naar het vleesch, Hij wilde, dat zij hel ook naar zijn geest en harl zou zijn. Hij wilde geene Moeder, wier zending volbracht zou zijn, als zij der wereld een goddelijk Kind geschonken had, en verdween, gelijk de bloem plaats maakt voor de vrucht; Hij wilde eene Moeder, die door nog onverbreekbaarder handen met Hem vereenigd zou zijn dan de wortel met den struik; eene Moeder, van wie Hij niet meer scheiden zou, van wie Hij altijd bemind zon worden, die niet zou ophouden, zijn geest in de zielen over te storten en Hem vol glorie aan de hemellingen te vertoonen.
Hij wilde eene Moeder, die aan Zijne rechterhand zou zitten, die over Zijn Hart zou regeeren, eene Moeder, in wier handen Hij de onmetelijke schatten van Zijn lijden en dood kon stellen, en waarop Hij
11
zich in alle eeuwen zou kunnen beroemen, door hare vereering over het heelal te verspreiden. Hij wil, dat men zou kunnen zeggen: »Een God zelf is hare Kroon; zij heeft over het Hart van God eene onbeperkte macht; een God is haar Zoon; een God, de verheven uitwerker van al de werken, die zij wil ondernemen; een God, de eeuwige beschermer van allen, die haar als Moeder willen eeren en in eeuwigheid dienen.quot;
Ziedaar in één woord het schepsel bij uitnemendheid, dat voor alle eeuwigheid door een onherroepelijk raadsbesluit van den Allerhoogste geroepen was, om aan het Heilig Hart verbonden te zijn. Laten wij alles samenvatten in de woorden: God is bewonderendswaardig in zijne plannen.
II. Toen de eerste Eva in volle onschuld uit de handen van haren God te voorschijn kwam, was hare eerste ontboezeming een zucht van liefde tot haren Schepper gericht. Welk een kreet van dankbaarhetd moet aan hare ziel ontsnapt zijn voor Hem, die haar uit het niet had getrokken en haar had geroepen tot de aanschouwing Zijner grootheid en Zijner werken!
Maar wat zullen wij zeggen van hetgeen de ware Eva gevoelde, toen zij op het eerste oogenblik harer onbevlekte ontvangenis door
een bijzonder voorrecht de oogen der ziel voor de wereld der genade opende, nog vóór dat zij de oogen des licliaams voor die der natuur ontsloten had! Met welk eene kracht wierp haar zoo zuiver Hart zich in den schoot van God, om er het waardig voorwerp harer verzuchtingen en vurige verlangens te vinden! Op de vleugelen dei goddelijke liefde, gedragen, drong zij door tot in de ingewanden der goddelijke Barmhartigheid en kwam er uit, met zich voerende den eenigen Zoon van God. Het goddelijk Woord begon van toen af in deze voorbeschikte Maagd, die zijne moeder zou worden, een leven van genade en liefde, waarvan de Menschwording ons weldra het bekoorlijke en onbegrijpelijke moest doen vermoeden. In deze geheimzinnige vereem-ging verliepen de eerste jaren van Manas leven, en zij maakte van haar het heiligdom, waarvoor de Engel met eerbied zich moest nederbuigen en waarin de werking van den Heiligen Geest het vleeschgeworden Woord zou doen heerschen.
111. Ook wij, Maria, zijn geroepen, om voor het Hart van Jezus te leven, het is ons einddoel, geheel ons wezen verzucht daarnaar; dat Hart alleen is in staat dien on-verzadelijken dorst, te stillen. Maar hoedanig is ons leven?... Zijn wij waardig, om
dat goddelijk Hart te verheugen, te verheerlijken? 0 onze Moeder, o Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart! deel ons een weinig van het vuur mede, dat in n brandt; geef aan al uwe kinderen de eerste lessen in de ware liefde tot het Hart van Jezus.
Zinnebeeldige Voorstelling.
DE ZEE.
Nadat God de wateren geschapen had, die het aardrijk vruchtbaar moesten maken, vergaderde Hij ze in een onmetelijken afgrond, waaraan hij den naam van zee gaf: Congregationes aquarum appellavit maria. Insgelijks dolf de Allerhoogste een on peil-baren afgrond, om daarin de overvloedige genade te verzamelen, die Hij had uitgestort ten einde daarmede den rang der Engelen te verhoogen, de aartsvaders te rechtvaardigen, de profeten te verlichten, de martelaars met purper te tooien, de belijders te ontvlammen, de apostelen staande te houden en van de maagden schoonheid bij te zetten â »en, zegt de H. Bernardus, deze â afgrond was Maria; Congregationes gratiarum appellavit Mariam.quot; En aangezien de eene
groote zaak eene andere in haar gevolg heelt, zoo werd de diepe nederigheid van de Maagd der maagden, die bij zooveel wonderen steeds dezelfde bleef, de veiligste schuilplaats van het Hart van haren Zoon; van toen af werd zij verrijkt met al do schatten, die het beval; wij zullen haar derhalve kunnen noemen: Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.
15
DmE lUmGiNG
VOORBEREIDING.
Wie als Zij van Adams-kindercn, Is omvangen zonder smet ?
Wie is bij God alvermogend Ooor haar minzaam zoet gebed?
[. God heeft zijn meesterstuk voltooid; quot;ij wil het met aandacht beschouwen, met welgevallen er op nederzien, en zich met dit schepsel, uitsluitend voor de eer van den Schepper bestemd, tevreden stellen. Maar indien de werkman in bewondering is over zijn werkstuk, zoo het werkstuk is in aanbidding voor deszelfs Schepper. Reeds op den eersten dag van haar liestaan, gevoelt Maria zich met kracht tot God getrokken. Zij is geheel aan deze wereld onthecht, want te vergeefs zoekt zij er het voorwerp van haar eeuwig geluk; niets hecht haar aan dit leven; de kortstondige vreugde van hier beneden schijnt haar droefheid, de rijkdommen, schijnbeelden, de duizenden stemmen der schepselen dringen tot in hare ziel, maar vinden er geen weerklank. Gehoorzaam aan de roepstem van den Geest der liefde, verlaat
if)
zij hare zoning, hare bloedverwanten, de geheele wereld; de tempel alleen heelt op haar een diepen indruk gemaakt, in dezen herkent zij de woning van den Allerhoogste; zij ziet de priesters, de dienaars van den Heer, zij hoort de godgewijde zangen en beseft, dat daar alleen rust voor haar te
vinden is. , , â ,
In de schaduw der altaren zal naar nart met den geur der olleranden, het gezang der levieten en het gezucht der offerdieren gemakkelijker tot God opstijgen. Nauwlijks is zij drie jaar oud, ol' zij vertrekt. Engelen des hemels, daalt neder! bedekt haar met uwe vleugelen; het is Maria, reeds dooi u allen als koningin begroet. Maagden van Israël, strekt haar tot eergeleide, eens zal men van u zeggen: »De dochters van Jerusalem hebben overvloedige schatten vergaderd, en Maria heeft ze allen overtrolfen, omdat zij het Hart van God tot haar erldeel gekregen heelt.' Zie haar daar vooi den troon van haren Heer en Meester als eene nieuwe Esther! Terwijl zij verlangt zijne dienstmaagd te zijn, vertrouwt de Koning des hemels haar de bewaring van zijn rijk en stelt haar aan tot bewaarster van zijn kostbaarsten schat. .
Treed binnen, o Maria! nooit werd m den tempel eene reiner maagd opgenomen;
ninniier offerden de priesters der oude wet een aan God welgevalliger eersteling. Gij /.ijt de schoonste parel der kroon, welke de wet van Mozes den Heer mocht aanbieden. De wereld, de priesters, de engelen zelfs, hebben slechts een flauw begrip van hetgeen hier geschiedt. Men ziet slechts het uitwendige, door een geheimzinnigen sluier bedekt; men ademt slechts den geur in, die uit het binnenste uwer /.iel opstijgt. Men kent de geheele uitgestrektheid van het geheim nog niet. Het is het geheim des Konings, Hem alleen komt het toe het te openbaren.
II. Maria is ten tempel binnengeleid, de opperpriester heeft haar ontvangen; de maagden hebben haar als hare zuster aangenomen. Nu zal voor haar in vervulling komen wat de Heilige Geest gezegd had, namelijk: Ik zal haar in de eenzaamheid geleiden en lot haar hart spreken: Ducam earn in solitu-dinc.m et loquar ad cor ejus.'quot; Hij, die de harten voor den Allerhoogste vormt, bearbeidt dat van Maria. Dag en nacht is de goddelijke arbeider aan het werk; voortdurend is dit bevoorrecht wezen onder den invloed der genade; de meester wil haar naar zijn eigen beeld vormen; Hij wil Zijne welbeminde dochter, Zijne uitverkoren Moeder, Zijne onder allen uitgelezen Bruid van haar
18
maken. Zoo is liet Hart van Maria dan ook op elk oogenblik, bij arbeid en rust, bij dag en bij nacht, onder de meest afwisselende bezigheden, steeds blootgesteld aan den goddelijken invloed van Hem, die er zijn troon zijn tabernakel er van maken en er heerschen wil. »Cor meum vigilat: mijn Hart waakt,quot; kan Maria ten allen tijde uitroepen. Maar waarom is hel Hart onzer Moeder het middelpunt, waarop alle werkingen der goddelijke liefde als stralen iu een brandpunt samenloopen, dan omdat zij niel alleen bestemd was, om de voorloopster van de Zon der gerechtigheid te zijn, maar ook wijl zij uit naam van de geheele mensch-heid, van alle koren der Engelen en der drie aanbiddelijke personen van de Heilige Drievuldigheid geroepen was geworden, om Jezus een moederlijk en, bij gevolg, een van liefde brandend hart aan te bieden.
III. Onze heiligmaking wordt door den goddelijken wil geëischt: de Koning des Hemels wil ons in zijn rijk hebben, en om eenmaal deze bestemming te bereiken, moeten wij, naar het voorbeeld van Maria, ons in de schaduw van het heiligdom daartoe voorbereiden; de geheime inspraken van den geest Gods aanhooren; ons zoo spoedig mogelijk van de wereld afscheiden, en in eene voortdurende beoefening van
19 â
znclitnioediglicid en nederigheid leven. Dit is het kenmerk, waaraan men de zielen, die aan Jezus toebehooren, herkent; de goddelijke Meester zegt: «Leert van mij, dat ik nederig en zachtmoedig van harte ben.quot;
Zinnebeeldige Voorstelling.
ESTHER.
Assuerus wilde zijne grootheid en roem deelen met een schepsel, dal hem waardig was. Zijne dienaren doorloopen de provinciën van zijn rijk, kiezen de maagden nil. die aan de oogen des konings zouden kunnen behagen en geven haar een jaar tijd om zich tot hare voorstelling aan den koning voor te bereiden. Esther behoort onder het getal der uitgelezen maagden; maar daar zij een vergankelijken troon veracht, brengt zij hare dagen en nachten vóór haren God door, maakt geen werk van den ijdelen opschik eener uitwendige pracht; maar versiert daarentegen hare ziel met deugden; zij wil aan hel hart des konings behagen; doch hare inwendige schoonheid omgeeft haar uitwendig als met een straalkrans, en de koning zelf kan aan de ongekunstelde eenvoudigheid harer bekoorlijkheden geen weer-
20
stand bieden. Boven alle anderen geelt liij aan haar de voorkeur, zet haar zijne kroon op het hoofd, raakt haar met den scepter aan, ontheft haar van de wet, waarbij verboden werd voor den koning te verschijnen, zonder daartoe bevel ontvangen te hebben, en verklaart zich bereid, om haar zelfs de helft van zijn koninkrijk toe te staan.
Maria is de ware Esther; God, de ware Assuerns. Voorbeschikt om met Hem te regeeren, bereidt de H. Maagd zich in den tempel tot deze verheven roeping. Het gebed, de stilzwijgendheid, het verborgen leven zijn de eenigste bekoorlijkheden, waarmede zij zich zoekt te sieren. Wat anderen zich ook laten voorstaan op den adel van hnn geslacht, de rijkdommen hunner hloed-verwanten en hnnne aangeboren goede hoedanigheden!... Zij heeft, terwijl zij een sluier over al deze uitwendige eigenschappen werpt, slechts één doel, namelijk: aan haren God te behagen, door Hem een met de schoonste deugden versierd maagdelijk hart aan te bieden. De afgezant van Hem, die in de harten leesl, onderscheidt haar dan ook weldra onder alle vrouwen, en in naam zijns Meesters zegt hij tot haar: Gij hebt genade gevonden in de oogen van den Koning der koningen; de welriekende geur van uw zuiver leven is tot Hem opge-
21
stegen; de zedigheid uwer blikken heeft zijne oogen op n doen vestigen; uw hart wordt door zijn Hart bemind; Hij roept u om Zijn troon en zijn rijk met Hem te doelen; Hij zelf zal n kronen en gij zult aangesteld worden tot koningin van Zijn Heilig Hart.
22
vierde (mmmig
DE GODGEWIJDE MAAGD.
Wie verleent aan die Haar ecren,
Gunslen groot en zonder tal?
Hoedt en leidt, wie lot Haar vluchten, Veilig door dit tranendal?
I. Maria wordt de Moeder van den Verlosser, zonder op te honden Maagd te zijn. Het Heilig Hart van Jezns zal de vrucht van haar allerzuiverst bloed zijn. Reeds is de tempel tegen het nederig huis van Nazareth verwisseld. God heeft het aldus gewild; maar dit brengt geene verandering in het leven onzer Koningin te weeg: hare verlangens zijn dezelfde; zij verwacht, en roept door hare wensehen den beloofden Verlosser. Weldra verschijnt haar een engel en groet haar als vol van genade. Zij antwoordt met de woorden, welke de verhevenheid van haren diepen ootmoed kenschetsen: /ie de dienstmaagd des Heer en, mij geschiede naar Uw woord.
En daarmede was het grootste der gehei-men lot stand gekomen. Aanbidden wij hel Woord, dat is vleesch geworden; Het heelt een lichaam: het kan lijden. Het heeft
23
bloed: liet kan do wereld wassclien en zuiveren. En, vooral, liet heelt een hart, en kan daardoor Zijne liefde als God en als mensch doen blijken.
Maria heeft Hem dit Hart gegeven; Hij maakt er dadelijk gebruik van, om Zijn Vader in den Hemel en Zijne Moeder op de aarde te bedanken. Maria heelt gezegd: Het geschiede! en reeds stijgt als een liefelijke geur de dank uit het Hart van Jezns op.
II. En dit Hart, waarin de rechtvaardigheid en de barmhartigheid elkander den vredekus geven. Hemel en aarde zich verzoenen, dit Hart, dat al de schatten der zaligheid, alle zegeningen van tijd en eeuwigheid in zich bevat, is de gezegende vrucht van Maria. Deze verhevene Maagd beschouwt zich dan ook reeds als deszelfs Koningin; zij bedient er zich van als van iets, dat haar uitsluitend toebehoort; zij biedt het God aan als eene schatting der liefde, of als een brandoffer, waarop zij krachtens de plannen der Voorzienigheid alle macht uitoefent.
Maria was de eerste, die hare schatting van lof en liefde aan het goddelijk Hart heeft opgedragen; de eerste, om zich de getrouwe dienstmaagd dezer oneindige liefde te verklaren; zij heeft zich er aan overgegeven, zij heeft zich er van bediend voor
24
de eer van den Allerhoogste en de zaligheid onzer zielen... Wie zon kunnen zeggen, hoe aangenaam deze eerste Maagd der maagden, die zich aan den dienst van het Heilig Hart had toegewijd eu reeds daarover heerschte, aan God was.
111. Handelen wij ook aldus, christenen; bedienen wij ons van dat goddelijk Hart. Difwerf is de mensch in zijn rampzaligen hoogmoed zoo ver gegaan, dat hij meende het hart van een God te hebben, en volgens de H. Schrift, verweet God dit eens aan een hoogmoedigen koning: «Gij hebt, zeide Hij hem, uw hart beschouwd als het hart van God: Dedisti cor tuum quasi cor Dei.'quot; Heden is het God zelf, die een menschen-hart aanneemt; Hij brengt het om daarvan het voorwerp onzer liefde en aanbidding te maken; Hij brengt het ons, om het met het onze te vereenigen en het onze daardoor te vergoddelijken. Maar daar het nil de handen van Maria is, dat wij dit geschenk ontvangen, zoo is het ook door de handen van Maria, dat wij de schatting onzer erkentelijkheid aan de voeten van God zullen nederleggen; het is in het hart van Maria, dat wij moeten leeren ons geheel en voor immer aan den dienst toe te wijden van dat aanbiddelijk Hart, waarbij zij onze opperste middelares is.
Zinnebeeldige Voorstelling.
THOMAS MOIIUS.
Wij lezen in liet leven van Thomas Morus, kanselier van Engeland, dat hem eens dooi' eene arme vrouw, als bewijs van erkentelijkheid voor de door hem betoonde rechtvaardigheid, een gouden beker ter hand werd gesteld. De Kanselier, vol goedheid eu kieschheid, nam met genoegen dit bewijs van erkentelijkheid aan; maar daar hij in edelmoedigheid niet wilde onderdoen, vulde hij hij den beker met een kostbaren drank en bood hem zoo der arme vrouw aan, zeggende: «Gij hebt hem mij ledig gegeven, ik geef hem u vol terug.quot;
Het goddelijk Woord wilde zich voor de zaligheid der wereld opofferen; Maria, door zooveel grootmoedigheid getroffen, bood Hem niet een gouden beker aan, maar een menschelijk hart, dal Hem als middel kon dienen, om voor ons te lijden en verdiensten te vergaderen, een Hart, waardig om met de Godheid persoonlijk vereenigd te zijn; en het menschgeworden Woord, leverde haar als blijk van erkentelijkheid. Zijn met al de schatten des Hemels gevuld Hart over, met last om de genade, welker bron Hij is, over de menschheid uit te storten : Voluit nihil dare nisi per Mariam.
VIJFDE 0'/[ft WE O ING
BE GODDELIJKE MEESTER EN ZIJNE WET.
Welzalig zij, die in haar nood en legenhedcn. Door U, o lieve Vrouw, lot Jezus Harte gaan.
Wis vloeit hun rijke troost uit uwe moederbede, Wis glinstert in hun oog straks weer een vreugde-
[traan L
I. Gedurende negen maanden is liet heelal onkundig van den schat, dien het bezit. Jezus heeft in Maria het vleesch aangenomen,-zij heeft de eerste vreugde zijner tegenwoordigheid gesmaakt. De engelen alleen zijn in het geheim ingewijd. Jezus, de vrucht van Maria, is het werk van den Heiligen Geest; Hij, de nitvaardiger van de wet zelf, onderwijst ze aan zijne Moeder. Tot dusverre had God de H. Maagd door zijne proleten onderricht, nu spreekt Hij tot haar door zijn Zoon. Daar, in het verborgene van dit nieuwe tabernakel woont Hij. Zij hoort zijne stem; zij is van liefde doordrongen; haar hart klopt op dat Heilig Hart; zij leeft, voor Hem. in Hem en door Hem; en Hij leeft voor haar, in haar en door haar.
O! wonderbare vereeniging! wie zou zich een denkbeeld kunnen maken van die innige en vertrouwelijke mededeelingen tus-
scheii het hart der Moeder en dat des Zoons! Het menschgeworden Woord komt. om alle volkeren te verlossen; negen maanden lang is Hij verplicht om den ijver, die Hom verteert, in te houden; doch de Allerhoogste heeft in zijne eeuwige wijsheid alles voorzien. De eerstelingen van dezen ijver moeten Maria lot brandpunt hebben.
Alle wonderen, door den Heiland later gewrocht, zijn niets in vergelijking van die, welke Hij in den maagdelijken schoot uitwerkte. In Galilea werkte Hij op weinig belangrijke voorwerpen van stofTelijken aard; hier werkt Hij op eene ziel, in welke alles zich vereenigde om het goede zaad op de meest wonderbare wijze te doen gedijen.
(1. Het leerend en vermanend woord, door Hem op zijne reizen door liet land gesproken, is dikwerf eene stemme, roepende in de woestijn; hier vindt Hij een hart, dat hongert naar de leer des heils, en, zegt de kardinaal Bérulle, indien de H. Maagd, gelijk het Evangelie ons zulks op twee plaatsen leert, zoo zorgvuldig was om zelfs van anderen de handelingen en woorden haars Zoons op te vangen en in haar hart te bewaren, zonder een enkel dier woorden van zulk een belangrijken inhoud te loor e laten gaan; hoeveel te meer reden zal zij gehad hebben, om hare aandacht te wijden aan
â 28
de inwendige handelingen van haren Zoon en de zoete bewegingen van zijn Hart!
Te Jerusalem wacht Hem tegenspraak, beulen en ontrouwe apostelen; Hij zal ver-Tolgd worden; Zijn bloed zal als een vloek op eene ontzettende wijze het godmoordend volk treffen; hier brengt elke druppel van Zijn bloed het eeuwig leven voort; elk Zijner zuchten verricht een wonderwerk van genade, en aan deze ziel geeft Hij alles wat Hij heelt en alles wat Hij is. Overwegen wij deze laatste woorden, en de genaden, waarmede Maria overladen werd, zullen zich zoo groot en zoo talrijk aan ons vertoonen, dat onze gezichtskring zich daardoor meer en meer zal uitbreiden.
Een blik van Jezus, een woord, een gebed of een van Hem uitgegane kracht, werken wonderen uit; maar hier komt al wat Hij zegt, al wat Hij doet uit Zijn Heilig Hart en valt onmiddelijk in dat van Maria om er tot een overvloediger oogst van zegening en zaligheid te ontkiemen en op te wassen.
UI. Hebben wij, als bewonderaars van Jezus' daden in Maria en van hare gemeenschap met de genade van Jezus, niet dezelfde voorrechten? Er zijn in ons leven van die gelukkige dagen, waarop door middel van het H. Sacrament des Altaars het Heilig Hart van Jezus in het onze wordt nedergelegd.
29
Welk eene gunst valt ons op znlk een dag ten deel! Wij kunnen alles vragen, overvloedig en onophoudelijk pulten uit de on-nitputbare bron. Het is alleen om ons te verrijken, dal Jezus met zooveel schatten beladen tot ons komt.
Zinnebeeldige Voorstelling'.
Loretto, eene stad in Italië, bezit den bewonderenswaardigsten tempel, die ooit in het heelal bestaan heeft en bestaan zal: het was de eerste steenen tempel, dien het menschgeworden Woord zich uitkoos; daar rust het oog met ecu zalig gevoel op het kleine huis van Nazareth, op die armoedige woning, viermaal eerbiedig door de engelen vervoerd; eene menigle bedevaartgangers stroomen van alle kanten in diepe godsvrucht toe om neder te knielen bij deze duizendmaal gezegende muren.
Indien nu het huis van Nazareth zoo ver-eerenswaardig is, wat is dan Maria, het eerste heiligdom en levend tabernakel, waarin de Schepper rustte? I)e muren, die Jezus beschutten, hebben den klank Zijner stem doen weerklinken, zijn getuigen geweest van de opwellingen van Zijn Hart, zonder
3
MÃÃMMI
30
ze te begrijpen; tie goddelijke Meester heeft Zijne blikken er op geslagen, zonder dat zij er door aangedaan werden; men kan er slechts de plaats vereeren, waar Hij zich heeft ophouden. Maria, integendeel, heeft alles. Wit er goddelijks in de woorden, liefelijks en aantrekkelijks in de blikken, en aan vergevings- en ontfenningsgezind-heid in hel Hart haars Zoons was, opgevangen; en dit aanbiddelijk Hart was evenwel aan haar ondergeschikt en erkende haar onbetwistbaar gezag. Hoe wondervol! hoe geheimvol! een schepsel voert het gebied over het Hart van den Koning der harten ! Kan men haar den titel van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart ontzeggen?
31
ZESDE ÃÃERÃfEGliG
Di'. APOSTEL VAN HET H. HART.
't Is de Vrouw van 't heilig Harte, Die ons voert tol schoone deugd;
Die ons heiligt en doet komen Tot de zaalge Hemelvreugd.
MÃM
I. Wat wil het Hart van Jezus van het eerste oogenblik af, dat het klopt V God door de zaligheid der zielen verheerlijken en de goddelijke liefdevlammen, die het verteren, doorliet heelal verspreiden. «Ik ben gekomen, zegt Hij, om het vimr op de aarde te brengen; en wat verlang ik anders, dan dal het zich verspreidequot;? Tot de innigste geheimen van dit Hart toegelaten zijnde, bestaat er tusschen Maria en haar goddelij-ken Zoon eeno heilige samenspanning tot de uitvoering van dit groote plan. Als Koningin der Apostelen doet zij het eerst den machtigen invloed van dit boven alle harten aanbiddenswaardig Hart naar buiten gevoelen ; den invloed van dat Hart, dat op het hare rust, dat uit hare zelfstandigheid gevormd is en waarop zij reeds eene zachte heerschappij uitoefent. Zij verlaat hare woning, legt in weerwil der moeielijkheden
32
van den weg groole alstanden af; zij gaat over de bergen, om zich naar Elisabeth te begeven. Wat gaat zij daar doen? Zij gaat in liet hnis barer nicht brengen een schat, dien zij bezit, die haar toebehoort: liet is het Hart van hel nienschgeworden Woord in haren zuiveren schoot; het is het Hart haars Zoons, waarvan altijd gelnk en zaligheid zal voortkomen; zij, gelukkig reeds de apostel zijner liel'de en barmhartigheid Ie zijn en mi reeds de genade, van welke zij later de uitdeelster zal zijn, over de zielen uit te storlen.
Het inwendig onderhoud niet het Hart van Jezus, dat dezen langen weg kort doet sehijnen, ontvlamt de ziel van Maria zoo-daning, dat zij, bij de poort van Hebron aangekomen, gelijk de discipelen van Em-mans kon zeggen: Brandde mijn hart niet mei een levendigen gloed, loen die in mij verborgen God gedurende den weg met mij sprak?
Gelijk de aangename genr de tegenwoordigheid der bloem verraadt en de glans der zon hare komst voorafgaat, zoo ook heeft de heiligheid van Hem, dien Maria in haren schoot draagt, de macht harer aantrekkelijkheid in het huis van Elisabeth doen gevoelen. De moeder des Voorloopers van den Messias gaat vol vreugde Maria te ge-
moet en verklaart luide, dat zij zooveel goedheid onwaardig is. «Van waar komt mij dat geluk, dat de Moeder des Heeren tol mij komt? Namvlijks bereikte de klank uwer stem mijn oor, of mijn kind sprong op van vreugde in mijnen school. (!ij zijt wel gelukkig geloofd le hebben, wijl alles, wat do Heer gezegd heeft, in n vervuld /al wordenquot;.
Elisabeth is het eerste menselielijk wezen, dal het geheim in Maria gewrocht, openlijk erkent. In naam der patriarchen en der profeten, in naam der engelen en der men-schen, bedankt zij de H. Maagd, in den wil van den Allerhoogste toegestemd te hebben. Mei hare oogen kan zij het meesterslnk der oneindige Wijsheid, liet rnenschgeworden Woord, niet zien, maar zij ondervindt reeds de alvermogende kracht, die door Maria, uit het Hart van dezen, ter onzer liefde menscligeworden. God uitgaat-
Joannes, wiens verheven roeping het is hierbeneden de Voorlooper van Jezus te zijn, openbaart zijne vreugde bij de nadering zijns Meesters; hij springt op van blijdschap; vurig verlangt hij naar het oogenblik, dal hij eene stem zal hebben, om aan allen te verkondigen, dat het rijk des Hemels nabij is. Het is, alsof hij reeds den Hemelschen Vader over het goddelijk Kind de woorden, hoort uitspreken, die een;; op de oevers van den
Jordaan zullen weerklinken; »Ziehier mijn welbeminde Zoon, in Wien Ik mijn welbehagen /tc6.quot;
II. En Maria? Zij doet een gezang der lielde hooren, dat liet lieelal sedert achttien eeuwen zich tot een geluk rekent haar te kunnen nazeggen : nMijne ziel. roept zij uit: verheft den Heer, en mijn geest verheft zich in God, mijnen Zaligmaker. Op het hooren van den naam mijns Verlossers, geraken mijne zinnen in verrukking; wat ik in mij niet vinden kan, vind ik meteen onwrikbare standvastigheid in Hem; Hij heeft de nederigheid Zijner dienstmaagd aangezien. Ik heb een steun, die mij niet ontgaan kan, een steun, die Hij zeil' is. Van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen. Hij, die alleen machtig is, heeft groote dingen in mij gedaan; Hij heelt een werk. Zijner macht alleen waardig, verricht: een Godinensch eene Moedermaagd, een Kind, dat alles kan. En zijn naam is groot en heilig, en zijne barmhartigheid strekt zich uit over alle geslachten, over hen, die Hem vreezen......
Herlezen en overwegen wij in de eenzaamheid dezen verheven lofzang der doorluchtige Maagd; luisteren wij naar die hemelsche harmonie, welke uit haar hart opwelt en door het Hart van Jezus, wiens eerste Apostel zij is, haar is ingegeven; en wij zullen
dingen begrijpen, die nocli pen beschrijven,
noch tong kan uitdrukken.....
111. O! konden wij naar hel voorbeeld van Maria onze broeders in de weldaden des Verlossers doen deelen; konden wij. door het vuur van zijn aanbiddelijk Hart ontvlamd, in andere harten liet goddelijk vuur, het ware heilig vuur overstorten. Hoe schoon zou de weg onzes levens hier op aarde zijn; hoe wel aangewend ons leven; iioevelen, wellicht, zou door den ademtocht onzer woorden een geest, als die van den H. Joannes den Doo-per worden ingeblazen; hoevele harten zou den geheiligd, hoevele zielen gered worden. Laat ons, ten einde deze troostvolle gunst van den hemel te verkrijgen, zoo bidden, zoo tot uod spreken als onze Moeder deed, en laat ons met hare hulp nooit ophouden God te bedanken voor al de genadebewijzen, die wij van Hem ontvangen hebben, door ons en het Heilig Hart en Maria, die des-zelf vurigste verkondigster en zendeling is. Hem te schenken.
Zinneb eldige Voorstelling.
ESTHER.
Het Joodsche volk zou op bevel van den goddeioozen Aman vernietigd worden, toen
36
God den wijzen Mardoehens een droom overzond. Hij zag eene Leek, die lot een stroom aanzwol; do stroom veranderde in licht, en dit licht veranderde in eene zon, en zijne van glans en luister schitterende wateren verspreidden zich overal met overvloed. Welnu, dit visioen, zogl de H. Schrift, beteekende Esther, die haar volk van den dood moest redden.
Wie eikent niel liever Maria in dit bekoorlijk en grootsch zinnebeeld? Alle volkeren waren gezeten in de schaduw des doods en de duivel beraamde den ondergang van het menschelijk geslacht, toen uit een nederige woning van Nazareth eene kleine beek ontsprong, schijnbaar van weinig be-teekenis, maar welker helderheid die van het azuur des hemels overtrof. Deze stroom bevatte in zijne bedding al de wateren dei-genade en al den luister der Godheid : het Hart van Jezus was daarin. Gelijk een stroom, die dag aan dag door den aanwas zijner wateren in omvang toeneemt, overstroomde Maria vol van genade alles met hare weldaden, zij verspreidde vreugde en blijdschap in de woning van Elisabeth, en ook alle geslachten werden geroepen, om de gaven van de Maagd der maagden te ontvangen. Va: ;', ar is het, dat Maria ons nu eens verrquot;. .jnt als de onuitputtelijke
waterstroom, die de stad Gods verblijdt, en dan eens, als de geheimzinnige vrouw, bekleed met de zon. Overal brengt zij licht en vreugde, wijl zij den sleutel heeft van hef Hart haars Zoons, die de onnitpnlbare bron aller genade is, welke zij naar believen kan openen.
- 38 -
ZEÃEiöE OVERIEGIiG
AANBIDSTER VAN HET H. HART VAN JEZUS.
Wal zijl gij goed, o Lieve Vrouw, Van Jezus mir.lijk Harte !
Uw voorbêe banl den liitleren rouw. Het felsle leed der smaile.
I. Maria heeft der wereld een schat geschonken. Met kerstmis begint een nieuw tijdperk; het kind Je/.ns op de knieën zijner moeder, en deze windt haar eerstgeborene in doeken en legt Hem in eene kribbe.
Het evangelie spreekt weinig van de inwendige gesteldheid van Maria in dit geheim. Wat deed zij? Op welk eene wijze aanbad zij haar goddelijken Zoon? Hoedanig open-baarden zich de eerste gevoelens van dit kind jegens Maria? Het is ons niet geoorloofd zulks te weten voor den dag der alge-meene openbaring; doch de liefde dringt tol in het binnenste dei harten door.
Maria, de eerste aanbidster van den nieuwgeborene, blijft niet bij het uitwendige van het geheim staan. Gelijk de opperpriester der oude Wet, dringt zij tot in het heiligdom van dezen nieuwen tempel door, en achter den sluier der menschheid, aanschouwt haar
59
vlekloos oog het Heilig Hart. Terwij! de Engelen de glorie van God en den vrede der menschen, ais de vrucht dezer geboorte doen uitkomen, klimt Maria op tot de bron, waaruit deze kostbare gaven vloeien.
De herders begeven zich naar de kribbe, zij aanbidden den Meester der wereld, die een klein kind geworden is. Wat hen tot tranen roert is, dat zij in hel midden van den winter, in eene grot. die aan de winden bloot slaat, een goddelijk Kind zien, dat eene kribbe lol wieg, een weinig slroo tol bed heelt en wiens leedere ledemalen door den adem van twee dieren voor verkleuming bewaard worden. De aanblik daarvan ver-teedert limine harten; zij zouden wenschen rijk le zijn, om hun God ter hulp te kunnen komen.
Maria deelt als eene goede moeder het lijden van haar goddelijken Zoon, maar hare ziel, die reeds in de school van het Heilig Hart van Jezus onderwezen is, aanbidt de vrijwillige onderwerping van dit bedrukte Hart.
De Wijzen uil hel Oosten, door eene ster geleid, komen uit hun ver afgelegen land vragen om den koning der Joden le zien, knielen neder, aanbidden en plaatsen voor de voeten van den Messias hunne beteeke-nisvolle geschenken. Welk een geloof!
Hoe bewonder ik deze grootmoedige vorstelijke boden uit het Oosten ! In dezen stal erkennen zij een paleis, den God, die onze Verlosser geworden is, waardig; in deze herders en in diri armen, hovelingen; rijkdom, in die windsels.
De rol van Maria is nog schooner; het is niet alleen den Koning, dien zij aanbidt, het is vooral het Hart van dien Koninquot;, dat
c 7
zich aan slaven schenkt, zich voor hen slachtoflert, zich tot hun troon, Iimii paleis, hunne beloonina; maakt. Doch al deze ure-
o o
heimen zijn verborgen; Maria alleen heelt den sleutel van deze goddelijke schuilplaats en aanbidt al de geheimen van den Koning der koningen.
II. Maar wat doet Jezus als kind voor Zijne Moeder? Ongetwijfeld hadden de eerste bewegingen van Zijn aanbiddelijk Hart Zijn hemelschen Vader ten doel, en daarna moet Ilij blikken vol teederheid en liefde geslagen hebben op Haar, die Hij tot Zijne Moeder had uitverkoren. Zijne eerste lielde-blijken. Zijne eerste woorden. Zijn eerste glimlach, moeten voor Maria geweest zijn; en Maria moet, loen zij deze eerstelingen ontving, de liefde er uit gezien hebben, waarmede het Hart van Jezus zijne schatten weet uit te deelen.
41
111. En hoe zullen wij ons tea opzichte
van Jezus en zijne Moeder gedragen? Moesten wij dien goeden Meester nog niet meer beminnen dan het de herders eu de Wijzen uit het Oosten gedaan hebben? Zij hebben deze liefde slechts uitwendig gezien, en wij leven in een tijdperk, niet ver verwijderd van dat, waarin Jezus de bron zelve toonde, zeggende aan eene Zijner getrouwe dienaressen : «Ziehier het Hart, Jat de menschen /00 zeer bemind heelt.quot; Ziedaar hetgeen wij van de barmhartigheid van den Verlosser weten. Daarin berusten alle gaven, maar, inzonderheid, de zuivere, grootmoedige en standvastige liefde, waarmede deze hemel-sche gaven ons aangeboden worden.
Wie kennen wil, peile dezen afgrond! Al wie Jezus weldaad door weldaad vergelden wil, werpe zich in dezen gloeiende vuurkolk, welke voor ons brandt in weerwil van den stortvloed onzer gebreken en de zee onzer ongerechtigheden. Maria alleen kan ons leeren ons zeiven aan hel geheiligd Hart van Jezus te schenken zooals zij zich daar aan gegeven heeft. En indien wij Maria beminnen willen, laat ons dan indachtig zijn, dal wij nooit te veel voor haar kunnen doen, en dal zij boven allen lof verheven is, daar een God haar mei eene oneindige liefde bemind heeft.
Zinnebeeldige Voorstelling.
DE B A Uil HARTIGHEID.
Do barmhartigheid is verpersoonlijkt in een hart, dat zich geheel den ougelnkkigen wijdt. De Samaritaan door medelijden getroffen bij hol gezicht van een man, dion do roevers hall'dood op don weg van Jericho hadden laten liggen, blijft staan, om hom met de zorgen en oplettendheid, die zijne vurige naaslenliefde hom ingaf, te overladen.
Een treffend beeld der barmhartigheid, zooals Jezus die hoeft willen alschilderon on zooals Hij zelf die op aarde beoefend heeft! De menschheid werd,gelijk de man, die van Jerusalem naar Jericho trok, toon zij nit Gods hand kwam, door do vreoselijke machten dor Hol aangevallen. Het heidendom zag minachtend op hare smarten neder; de oude wet was niet bij machte verzachting aan te brengen; Jezus alleen is bewogen geweest; Hij is blijven staan; Hij heeft zich aan ons gegeven; Flij heeft zich zeiven verkocht, om ons vrij te koopen; Hij heeft tot balsem onzer wonden tot den laatsten druppol bloed Zijner aderen gegeven.
Doch, helaas! de weldoener is met ondank beloond geworden; Hij, die van den Hemel gekomen was, om ons op te zoeken,
45
moest de eerste zijn, die verlaten, die miskend werd; er moest dus een hart zijn, dal in naam van het heelal den goddelijken Meester de geheiligde schuld der dankbaarheid betaalde. Dit hart, het is het Hart van Maria, die alleen Hem voortdurend getrouw gebleven is, aan wie Hij zijne smarten en kwellingen mededeelde. Daarom noemt de Kerk haar ook terecht de Moeder van barmhartigheid, ot'de Moeder van een hart, dat den ongelukkigen was toegewijd, hetgeen wil zeggen: Onze Lieve Vrouw van hel Heilig Hart. Danken wij Maria voor de zorgen, welke zij voor onzen eeuwigen Weldoener gehad heeft, en vragen wij haar het beste middel, om tot troost van het Hart van Jezus te strekken, na Hem, helaas! te lang verlaten en vergeten te hebben.
44
ACHISIE OURWEGIiG
DE EERSTELINGEN VAN HET BLOED VAN JEZUS.
Geen lelie hier op aarde Prijkte ooit zoo wonderschoon.
Als in het Hemelsch Eden Maria op haar troon.
I. Jezits-Cliristtts draagt den naam van Verlosser, van Koning, van Priester en van Profeet. De verheven verrichtingen van elk dezer bedieningen komen voort uit Zijn Heilig Hart; Zijne zending is menschen te redden, over hen Ie heerschen, ze allen bijeen te roepen tot het nieuwe olïer en hun de geheimen Zijns Vaders te openbaren.
Indien hel steeds uit liefde is, dat deze goede Meester wil handelen, zal Maria, die de eerste plaats in Zijn goddelijk Hart inneemt, de eerste zijn, om de vruchten Zijner komst te ontvangen. Na Jezus zal zij de eerste der voorbeschikten zijn; van liet oogenblik harer onbevlekte ontvangenis al', zal zij kunnen zeggen: «Ik ben besproeid inet het bloed des Lams, dat van den aanvang der wereld af voor God is geslachtofferd geworden; elke druppel van dit goddelijk bloed heeft den glans mijner onschuld, de paarlen mijner kroon, de stralen mijner
â 45 â
glorie gevormd.quot; Maar indien een enkele druppel van dit kostbaar bloed in staal is duizenden werelden te verlossen, duizenden heiligen voort te brengen, wat moet men dan zeggen van eene ziel, in welke de ge-heele bron van dit aanbiddelijk bloed zich uitstort, alvorens zij zich als een stroom over de wereld verspreidt? Wat te zeggen van Maria, die Koningin van het Heilig fan Hart zal genoemd worden? Zij zal gered fan worden, niet alleen als dienares van God, elk maar als Moeder van hel menschgeworden [ijn Woord, als Bruid van den Heiligen Geest, te als de bevoorrechte dochter van den Allerlei! hoogste en als Koningin aller uitverkorenen, en Eertijds riep David, zich tot God wenen. dende, uit: «Heer, zeg aan mijne ziel: Ik eze hen uwe zaligheid : Die anima; mea;: Sa lus die tua ego sum.quot; Maria had het recht van te in- zeggen; »0 Jezus, mijn welbeminde Zoon, iten zeg aan Uwe Moeder, dat Gij hare zaligheid i zij zijl: Salus tua ego sum. Ik ben tot de ver-het heveuste waardigheid, die, ooit bestond, ver-al', heven geworden. Gij hebt gewild, dat ik )eid uwe Moeder zijn zou, en als eene gehoorzame lan- dienstmaagd, heb ik gehoorzaamd; maar hoe ferd zal ik mij zulk een schoonen titel waardig ;lijk maken? Een schepsel de moeder van haren
de God!...quot;
jner i
â 46
De deugden van Maria moeten zonder
twijfel aan de verhevenheid harer hedienin beantwoorden; zij moeten het. peil van 's menschen begrip overschrijden; zij moeten de deugden der Engelen overtrelfen; en nooit zou het hart onzer Moeder deze verbazingwekkende volmaaktheid bereikt hebben, indien liet Hart van haren Zoon Jezus niet alles daarin had weggelegd, wat Hij er in wilde zien.
II. Ingevolge den goddelijken Wil, dooiden Engel bekend gemaakt, werd het mensch-geworden Woord, Jezus, dat is Verlosser, genoemd. Maria sprak dezen naam uit met al het geloof en al de liefde, die in haar waren; zij begreep de geheimvolle beteeke-nis, die er in lag opgesloten. Met meerder recht, dan de Bruid uit het Hooglied tot haar Welbeminde zegt, kon zij van haren Zoon zeggen: Zijn naam is voor mij als uitgestorte olie; eene welriekende olie, die tot in het binnenste der ziel doordringt; een olie van genade, die uit het Hart, van Jezus vloeit; een olie, die haar licht, haar voedsel, haar kracht, hare vreugde zal worden. Deze duizendwerf gezegende naam zal steeds in hare gedachten zijn; zij zal hem als een gezang van liefde herhalen.
III. Wij waren gevangenen, Jezus heeft voor ons het uur der bevrijding doen slaan;
o
â K- -
Hij heelt den onwanrdeerbaren prijs onzer verlossing en de matelooze liefde, waarmede Hij ons allen overladen wilde, uit Zijn Hart doen voortkomen. Zoo voorkwam Hij liet mensclidom met Zijne onovertrefbare harm-liartiglieid, zoodat niemand zich daaraan kon onttrekken; de rechtvaardigen en de zondaars, de foekomende geslachten en die, welke zijn voorbijgegaan, erkennen in Hem hunnen Verlosser; maar om de liefde van dit menschgeworden Woord, dat onze zaligheid heeft uitgewerkt, te begrijpen, moet ons Zijn Hart ontsloten worden en Maria ons er in geleiden; want zij heelt er den sleutel van en kent al deszelfs toegangen. Zij is niet alleen onze Moeder, maar de uitdeelster der verdiensten en der genade van het Hart haars Zoons, wiens milddadige schatbewaarster zij is. Wij moeten altijd tot haar onze toevlucht nemen om de genade des Hemels op ons te zien toegepast.
Zinnebeeldige Voorsteliing.
EEN DRUPPEL BLOED VAN JEZUS.
Men verhaalt, dat de godvreezende gravin van Vlaanderen, Sybilla, in Ho6 haren echtgenoot Theodoric naar Jerusalem vergezelde. Terwijl de edele graaf tegen de ongeloovigen
- 4K -
slreed, besteedde Sybilla haren tijd en haar geld ter oiidcrstei'ning der melaatsehen, die zij dagelijks in het voor hen bestemde gasthuis bezocht. De liefde tot Jezus-Chrisliis in Zijne lijdende ledematen beheerschte haar zoodanig, dat men deze doorluchtige vorstin aan haar gemaal de gunst zag verzoeken, om van haar schoon vaderland, van alle wereldsche eer en van den band, die hen zoo nauw vereenigde, afstand te doen, ten einde zich als eene moeder aan de melaat-schen, die zij als hare kinderen wilde aannemen, le kunnen toewijden. Haar broeder Bondewijn lil. Koning van Jerusalem, voegde, zegt de historieschrijver De Monta-lembert, zijn verzoek bij dat van deze heldhaftige heldin der naastenliefde; de graaf bood lang wederstand, en stemde niet eer in zijne scheiding van Sybilla toe, dan nadat hij een droppel bloed can Christus, bij de afneming van het Kruis door Jozef van Arimathea opgevangen, tot loon voor zijne opolfering, van den koning, zijn schoonbroeder, ontvangen had. Met dezen heiligen schat keerde Theodoric naar Brugge terug, en het Vlaamsche volk vernam met een heiligen eerbied, lot welken prijs de melaatschen eene moeder verkregen hadden, die zij geheel de hunne konden noemen...
Dit treilend voorbeeld van christelijke
nanstenliefde is eene albenlding van holgoon voor on/.o zaligheid gedaan is. Hel eenwig Woord heefl uit liefde aan ons gelijk willen worden; Hij heelt zich met onze broosheid als met een kleed bedekt, en heelt, in de oogen Zijns Vaders, het uiterlijke van een nielaalsehe aangenomen. Indezen staat heelt men Hem miskend, men heeft Hem vergeten, men heeft Hem verraden; maar eehe maagd, de brnid van den Heiligen Geest zeiven, de welbeminde dochter van den Allerhoogste, heeft zich als Zijne dienstmaagd aan Hem wellen toewijden; zij heeft toegestemd Zijne Moeder en die van alle Christenen te zijn. Een schepsel, de troosteres van zijn God! Alaar Jezus, om ons arm geworden, heeft nog in de schatkamer van Zijn goddelijk Hart een redmiddel gevonden, dal Hem door de liefde was ingegeven: Hij heeft zich ten koste van Zijn bloed eene welbeminde Moeder verworven. Het is in het vooruitzicht van een dergelijken prijs, dat de Koning des Hemels er in toegestemd heeft. Zijne bij uitnemendheid beminde dochter, te geven; het, is vooral aan het bloed van Jezus, dat wij het geluk van tie Moeder van den Verlosser tot moeder te hebben verschuldigd zijn; en wie heeft dat bloed verschaft? Hel Hart vau Jezus... En van waar komt dat Hart?... Van Maria.
50 â
iEGEiöE (HERflEGIIG
HET EERSTE KONINKRIJK.
Moeder onbevlekt en schoon.
Deze beè ga lot uw troon;
Houd mij van de zonden vrij.
Doe mij leven, rein als Gij.
I. De Engel, van Jezus sprekende, zeide, dat Hij Koning zoti zijn en Zijn rijk geen einde zou hebben. Hoe zijn deze profetische woorden vervuld? Eenige Wijzen uit het Oosten hebben Hem koning der Joden genoemd, en, ziedaar, een weinig later wordt Hij, ten einde de woede van Herodes te ontgaan, gedwongen zich in ballingschap te begeven. Op zekeren dag van heilige blijdschap, wordt Hij te Jerusalem als koning uitgeroepen, en eenige dagen later bestaat Zijn koninklijke diadeem in eene doornenkroon en Zijn troon is een marteltuig.
O Jezus! waar dan toch is het ware koninkrijk, dat Uw Hart wenscht te bewonen? Nazareth veracht U; Bethleem wijst U at'; Jerusalem kruisigt ü... Ik herinner mij, Heer, dat in het Evangelie gezegd wordt, dat het rijk Gods in ons is: Reg-num Dei intra vos est. Wij allen kunnen dus dit bevoorrechte rijk van Uw Hart zijn.
rgt;i
Onze vereenigde harten zijn als de steden, die het erfgoed Zijner kroon uitmaken, ol' liever, wij zijn elk een koninkrijk, waarin Hij als meester regeeren wil. Ja, aanbiddelijk Hart, het is zoo; maar onder al die harten is er een, dat in het raidden van andere zijne plaats moet hebben als de hoofdstad Uwer staten, en dat in naam van allen voor immer het liefelijk voorrecht verkregen heeft de zetel van Uw rijk te zijn. Dit hart is dat van Maria; daar werdt Gij met de onbaatznehtigste liefde ontvangen; Uwe woorden werden als godspraken aanhoord, Uwe geringste wenschen als bevelen ten uitvoer gelegd.
Laat anderen naar de vergankelijke ko-ninkrijken der aarde haken; Iaat anderen IJ zoeken in macht en rijkdom; laat anderen U vreezen als een ontzaginboezemend koning; wat mij betreft. Heilig Hart, ik wil geen anderen koning dan U alleen; ik wil U bezoeken en aanbidden in Maria, want in haar is het, dat Gij geheel Uw welbehagen hebt.
Heeft de goddelijke Meester aan de H. Machtilda geopenbaard, dal Hij altijd in het hart der H. Gertruda woonde, zal Hij ons dan niet eenmaal openbaren, dat Zijne lievelingplaats, het domein, waaraan Zijn Hart hel meeste hechtte, altijd het hart Zijner Moeder geweest is?
II. Indien liet, Hart, van Jezus als vorst huisvest, in liet hart van Maria, dan kunnen wij zeggen, dat deze onbevlekte Maagd, die als elk ander schepsel verlangt gelukkig te zijn, nergens anders haar koninkrijk heelt willen vestigen, dan in het Hart van Jezus alleen. Daar vestigt zij haar troon, daar vindt zij haar rijkdom en eer. Het Hart van Jezus is haar eigendom; zij heeft het, verworven door toe te stemmen. Zijne moeder te worden; zij behoudt het door eene onschendbare zuiverheid; zij geleidt de zielen daarbinnen door den ijver der liefde en de vurigheid des gebeds; deze schat is haar toevertrouwd en zij is als bewaarster van dit koninkrijk aangesteld geworden; zij heeft zelfs het recht verkregen er eene moederlijke heerschappij uit te oefenen, en alles wat zij wil, komt daar tot stand.
II!. Laat ons de voorbeelden dezer voor immer onscheidbare harten in ons gedrag vereenigen. Richten wij, gelijk Maria, het rijk van het Hart van Jezus in ons op, dat het verlangen naar de komst van dat goddelijk rijk en de vervulling van (iods wil ons dagelij ksch gebed zij! Adveniat regnum tuum... fiat voluntas tua!... De hemelsche Vader regeert en gebiedt slechts door Zijn Zoon.
Laat ons, gelijk Jezus, Maria de lieer-schappij over ons hart geven; zeggen wij haar dikwijls, dat /.ij en haar 'Loon ons bevelen : Dominare nostri tu, et Filius tuus. Israël is haar erfdeel; alle uitverkorenen zijn in hare handen gesteld, opdat zij in hunne harten zon kunnen wortel schieten en hen dekke met de volheid harer machtige bescherming: In Israël hcBreditare... et in elcctis rncis ml tic radices. Vooral moeten wij bidden om de genade, den Zaligmaker in geest en in waarheid te dienen, want Hein dienen is heerschen, en wel over een hart, dat onvergelijkbaar is in mildheid en liefde.
In den hemel, zoo staat er geschreven, zullen wij allen koningen zijn; onze wil zal alsdan in alles één, in alles gelijkvormig zijn met dien van onzen Meester; wij zullen derhalve niets anders begeeren, verlangen en willen, dan heigeen overeenkomt met den wil van den Koning der koningen, bij wien alle macht berust.
Zinnebeeldige Voorstelling.
SAPOK, KONING VAN I'URSlë.
Persië, dal toen door eene regentes bestuurd werd, zag reikhalzend uit naar de geboorte eens konings. De grooten, die met een ongeduldig verlangen het tijdstip
zijner komst verbeidden, ten einde hem in naam des volks limine hulde en de verzekering hunner gehoorzaamheid te brengen, verlangden om den koning, die hun weldra geboren zou werden, in den persoon zijner moederbij voorraad te kronen. De regentes ontving dan plechtig de kroon, men groette haar als het verblijf van den vorst, die verwacht werd, men kende haar de eerbewijzen toe, die den erfgenaam van den troon waren voorbehouden. Later vernam Sapor den liefdevollen ijver, dien men reeds vóór zijne geboorte voor hem gehad had. Zonder twijfel moest hij gebieden, dat men zijne moeder alle eerbewijzen bewees, en hij zelf moest haar met gunsten overladen.
Knnnen wij lof- en eerbewijzen genoeg vinden om naar waarde te verheden die eerste schuilplaats, waar de liefde als meesteres heerschte, dit eerste koninkrijk, waar het Heilig Hart Zijne wetten schreef? Met welke voorrechten heeft Jezus dit niet moeten vereeren? De H. bodewijk, koning van Frankrijk, voegde bij zijne naamteekening den naam der plaats, waar hij het II. Doopsel ontvangen had; Jezus heeft Zijn naam met dien Zijner welbeminde Moeder willen vereenigen : Marien de qua nalas est Jesus, en haar uit dankbaarheid alle macht over Zijn Hart willen geven.
55
TIEIOE ÃÃERWE111I1G
DE KONING DER PROFETEN EN ZIJNE MOEDER.
Wees gegroet. Gij Lieve Vrouw,
Maagd der maagden, nooit volprezen.
Die ons aan uw woord getrouw,
Voorspraak, steun en troost wilt wezen.
I. Jezus is de profeet der nieuwe wet, de proleet der liefde, de uitstekendsle en de Koning van alle proleten. Dat Hij in de wereld kwam, was om den sluier, die de toekomst aan onze blikken verborg, van één te scheuren en ons de oneindige liefde Zijns Vaders Ie openharen. Voortaan zal Zijn woord ieder meusch, komende in deze wereld verlichten; Zijne Kerk zal het voorrecht verkrijgen van de getrouwe bewaarster der onwrikbare waarheid te zijn de eeuwen zullen zich ontrollen, zooals Hij dil gezegd heeft; de laatste dagen zullen komen, zooals Hij die heeft aangekondigd... Ja, Jezus is een profeet en meer dan een profeet; Zijn blik omvat alle lijden, alle volkeren, alle harten. Wie zou zich dus een juist denkbeeld kunnen vormen van de verborgenheden, die in Hem ontsluierd en in een helder licht gesteld zijn geworden ? Wat uit
56
Zijn nioiid zal konion, is slociits eon woord van hntgpcn Hij weet; maar tiisschen liet Har( van .le/.us en dat van Maria moest innige vertrouwelijkheid en onschatbare mededeelingen plaats hebben. Zonder te spreken, begrijpen de harten elkander, en een blik, een wenk, een zucht, een traan Kin uil de kribbe, in welke het goddelijk Kind is nedergelegd, zegt meer voor tie H. 3Iaagd dan de bergrede, die de Verlosser later voor eene van bewondering opgetogen menigte hield.
II. Hoe moet onze Moeder haar voordeel gedaan hebben met die verrukkelijke lichtstralen uit het hcmelsch vaderland! Indien zij reeds dn woorden, die de herders over Jezus lol haar spraken, met zooveel zorg bewaarde, met welke moederlijke bezorgdheid moei zij dan niet de ontboezemingen van het H. Hart in hare ziel bewaard hebben!
Het zien van de grootheid, aan welke de Helde van hel Woord den menscli had deelachtig gemaakt, bracht hare ziel in geestvervoering, deed haar den Schepper verheerlijken en in haar onsterfelijk lofgezang Magnificat de menigvuldigheid der nan de wereld verleende gunsten verkondigen : Esu-rientes implevit bonis: Hij heeft de behoef-' tigen met goederen vervuld. Hoe gelukkig is Maria ! Zij wordt niet als eene dienst-
maagd beschouwd, want de dienslmaagd weet niet wat haar heer doet. Zij wordt als eene welbeminde behandeld ; Jezus spreekt onverholen met haar, reeds bij voorbaat geniet, nj ons geluk en wellicht wist zij reeds, dat milioenen geloovigen in volgende eeuwen zich aan eene bijzondere vereering van het Hart van haren goddelijken Zoon zouden toewijden. Maar de vreugde moest i?fCt de droefheid gepaard gaan, en de Maagd der smarten ontdekte ongetwijfeld in het verschiet reeds het kruis van den Calvarie-berg, de verwenschingeu tier godde-loozen en de afgewezen genade... Haar moederlijk hart gevoelde reeds eene pijnlijke onsteltenis, en smolt ineen met dat van Jezus, toen de eerste weeklacht daaruit op rees.
111. Daar wij door het H. Doopsel Christenen zijn geworden, is voor ons ook het bewonderenswaardig licht des Evangelies ontstoken; het Heilig Hart heeft zich dikwerf aan ons geopenbaard door heilige inspraken, goede voorbeelden, grootmoedige plannen en wijze raadgevingen. Hoe menigmaal hebben wij, bij het doen onzer dankzegging na de H. Communie, met de Samaritaansche vrouw bij den put van Jacob niet uitgeroepen: Ik heb een man gevonden, die mij alles gezegd heeft, wat ik gedaan heb! Die man was
.le/.iis-Clirisliis, die Zijn Hart als een hoek voor ons geopend en ons de gelieinien Zijner liefde daarin heeft laten lezen. Hoe was ons gedrag in die oogenblikken? Laat ons al hetgeen wij van de Godheid van onzen Meester weten tot een enkelen liclitbnndel samenbinden, en zeggen wij tot ons zeiven ; Het is slechts een straal, die van het Heilig Hart is uitgegaan; wij moeten naar het voorbeeld van Maria tot. den oorsprong opklimmen; wij moeten, als een andere Joannes, ons hoofd op het Hart van Jezus laten rusten, en alsdan zullen ons de geheimen der lielde ontsluierd worden, vooral als wij ons wenden tot Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.
Zinnebeeldige Voorstelling.
DE SÃNAMITISCHE VROUW.
Eene Sunamitische vrouw, die verlangend was den profeet Elisous in haar huis te ontvangen, bracht een eenvoudig vertrek voor hem in gereedheid, en plaatste er een bed, eene tafel, een stoel en eene lamp in. Eliseus rustte eens in hare woning uit en, getroffen door de godsvrucht dezer vrouw, wilde bij haar beloonen: Wat wilt gij, zeide hij haar, dat ik voor u doe? Hebt gij iets, waarover gij zoudt verlangen, dat ik den
â 59
koning of den bevelhebber zijner legerbenden sprak?quot; Zij antwoordde hem; »Ik woon in vrede in het midden van mijn volk.quot;
De profeet wilde haar evenwel met iels beloonen, en in de toekomst het schoonste voorrecht lezende, wal deze vrouw verhopen kon, deed hij haar bij zich komen en zeide haar: «Gij zult een zoon bekomen...quot; De voorzegging werd vervuld, de Sunamitische vrouw werd moeder, en toen haar zoon in den bloei zijns levens stierf, wekte Eliseus hem weder op.
Bewonderenswaardige afbeelding van liet geheim, dat wij zoo even in Maria leerden kennen!... Deze vrome, door den Hemel rijk bedeelde Maagd, hoorde eens de stem van den Heiligen Geest lot haar zeggen, dat zij in haar hart een verblijf voor den Koning der profeten in gereedheid moest brengen. Gehoorzaam aan de inspraken van boven, stemt zij toe, om het tabernakel van den waren Eliseus te zijn; zij bereidt haar hart als eene legerstede, waarop Hij zal rusten; als eene tafel, op welke zij Hem het brood der liefde zal voordienen; als een zetel, op welken zij Hem zal uitnoodigen neder te zitten en als Koning te heerschen; als eene ontstoken lamp, die voortdurend voor Hem zal branden... Deze voorzichtige Maagd, heeft reeds sedert lang alles in gereedheid
60 â
gebracht: hare lamp is met olie gevuld, en wanneer in het midden van den nacht de , kreet nZie, daar komt de profeetquot; zich doet hooren, zal zij hem te gemoet gaan. Hem met blijdschap omvangen en verklaren, dat zij voor immer zijne dienstmaagd is: Eccc ancilla Domini.
Het menschgeworden \Vooi;d heeft dit 1 maagdelijk verblijf verkozen, en Zijne liefde j zal niet minder zijn dan die van Maria. In | zijne hoedanigheid van profeet, kan Hij de I toekomst voorspellen: dit heeft Jezus voor Maria moeten doen; daar Hij naar het ; grootste geluk zocht, dat Hij haar, na dat van een goddelijk Kind ter wereld gebracht te hebben, kon aankondigen, verklaart Hij haar, dal zij de Moeder der menschen zal zijn : Muiier, ecce F Ui us tuus; dat zij alle uitverkorenen hare kinderen zal noemen. Zoo de zonde der menschen den dood zal brengen, zal Jezus door Zijne genade de kinderen van Maria weder opwekken en ze aan deze Moeder teruggeven, wier nakomelingschap talrijker zal zijn dan de sterren des hemels. Ten einde hen daarenboven nog in den strijd te versterken, voor nieuwe wonden te behoeden, geeft Hij haar Zijn Hart met al deszelfs verdiensten. Zijn Hart, dat het geneesmiddel tegen alle kwalen is.
61
ELFDE OUBIEfilNG
PRIESTER EN SLACHTOFFER.
Goede Moeder, heiige Maagd,
Voor ons allen minzaam, tccder.
Hoor wat onze bede vraagt.
Zie genadig op ons neder.
Maria gaat naar den tempel, om Jezus, den Heer voor te stellen. Zij heeft aangenomen, om de Moeder van haren God te zijn; op de/.en dag-stemt zij toe in de slachtoffering van dien welbeminden Zoon. Een Engel had haar gegroet als vol van genade; Simeon groet haar heden als vol van smarten. Overwegen wij wat er bij deze ontmoeting van Jezus, Maria en den heiligen grijsaard gaat plaats grijpen, en, vestigen v\ij onze blikken op de harten, ten einde de geheimen daarvan te doorgronden: Revelentur ex mul-tis cordibus congitationes.
I. Jezus heeft reeds, toen Hij in deze wereld kwam, Zijn Hart aan Zijn Vader aangeboden; nn gaat Hij deze opdracht dooide handen Zijner Moeder op plechtige wijze vernieuwen. Hij wil, dat het in den tempel van Jerusalem zij, dat een priester
j
62
der oude wet getuige van Zijne od'erande zal wezen, dat Zijne groote ollerande van den Kalvarieberg voorzegd zal worden, en Zijne Moeder als deelgenoote aan de groote slacht-oflerande, als priesteres van liet goddelijk ofïer, den toekomenden geslachten zal bekend gemaakt worden. Hij heef'l eene Moeder naar Zijn Hart verlangd en haar niet gunsten, voorrechten en deugden moeten verrijken... Hij gaal zich nu als het voor de offerande gereed gemaakte lam bekend maken, en Hij roept Zijne Moeder, om zich mei Hem op le offeren, om al het lijden van Zijn Heilig Hart met Hem te deelen, om den bitteren Kelk met Hem te drinken, en aan den voet des kruises als priesteres dienst te doen. Ziedaar het Harl van Jezus, dat zich opent; ik lees de met bloed geschreven openbaring, door welke Maria wordt nitge-noodigd, om met Jezus op aarde te lijden, zooals zij uitgenoodigd is geworden, om in den Hemel met Hem le heerschen.
II. Het hart van Maria openbaart zich met al deszelfs innigste gedachten. Niet een enkel woord, niet een enkele zucht, niet eene enkele jammerklacht ontsnapt haar. De grijsaard spreekt van het goddelijk Kind, Anna de profetes spreekt er ook van, en Maria zwijgt stil gelijk Jezus; doch dit stilzwijgen ontsluiert ons het geheim. Eens
63
lieel'l zij zich vooi des Heeren genoemd: is het mi noodig, dat door woorden weder blijk gegeven worde van eene innige overtuiging, die met onuit-j wischbare letters in hare ziel geschreven staat? Ja, zij heeft hare toestemming ge-: geven, om in het zoo roemrijk werk der i Menschwording de dienstmaagd des Heeren ; te zijn; overal en altijd zal zij deze edele ; taak voortzetten. Haar goddelijke Meester roept haar tot vrijwillige smarten. Zij zal Jezus vergezellen, met Hem zal Zij beleedi-j gingen verduren, in verlatenheid verkeeren, j zeli's doodsmarten lijden. Neen, zij roept niet gelijk de heilige grijsaard Simeon, uit: »Heer, laat uwe dienares in vrede gaan, want mijne oogen hebben het heil van Israël gezien ! Neen, er blijft voor haar te lijden. Zij wil leven, leven om te deelen in het lijden haars Zoons en in de doodsangsten van Zijn Hart. De H. Franciscus de Sales heeft kunnen zeggen: «beminnen of sterven;quot; de H. Catharina van Sienna: «lijden of sterven.quot; Deze uitdrukkingen kenmerken de meest bewonderenswaardige liefde, maar Maria heeft ze overtroffen; zij heeft toegestemd, om meer dan eenig schepsel te lijden; zij heeft de martelingen van den Verlosser willen deelen; het zwaard, dat het hart van Maria zal doorboren, is hetzelfde zwaard.
dienstmaagd
den Engel de
J
dat liel Hart van Jezus moet. doorboren. Zij zal lijden ais Moeder van God en Moeder van liet tnenschelijk geslacht. Z.ij stemt in hel lijden toe, zonder te vragen : hoeveel, wanneer olquot; hoelang; gelijk anderen naar de vermaken ijlen, snelt zij het lijden tegemoet, met de oogen gesloten en een hart, dat bereid is, om alles uit liefde te verduren.
UI. Het hart van Simeon en dat van Anna de profetes geven luide de zoete gewaarwording te kennen, die zij gevoelen; het is een zegekreet, de zang van een gevangene, die zijne ketenen verbreekt, ol van 'een balling, die de poorten zijns vaderlands voor zich ziet ontsluiten; maar vooral is het de vreugde, dat de uitwerkselen van het groote olfer bij voorraad op hen toegepast worden. Dat Hart moet velen in Israël ten val verstrekken, en Maria gevoelt eene diepe droefheid daarover; maar het dient ook tot de opstanding van velen, en dit doet het hart des heiligen grijsaards van vreugde overvloeien. Ziedaar een voorbeeld ter navolging! Het Heilig Hart van Jezus en Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart zullen met liefde onze hulde ontvangen, indien wij met hunne matelooze smarten ons voordeel weten te doen, en vooral dan wanneer de deelneming in hunne smarten de behartiging der zaligheid van onze evennaasten in ons op-
wekt en wij geheel ons leven in die deelneming volharden.
Zinnebeeldige VoorsteDing.
LODEWIJK XVII.
De jonge Lodewijk XVII hoorde eens eene hofdame het geluk en de heerlijkheid eener koningin roemen... Men noemde deze koningin het geluk in persoon; alles wat /.ij verlangde geschiedde, een onmetelijk forluin. van alle kanten werd zij bewierookt. Helaas! . de jonge vorst begon bij het hoeren dezer woorden te zuchten en zich met een nit-dnikvollen blik tot het gezelschap wendende, zeide hij: «En ik, ik ken eene koningin, die alle dagen weent.quot; Hij sprak de waarheid : zijne moeder had reeds vroegtijdig het lijden gekend, en dikwijls weende zij bij de gedachte aan de treurige toekomst, welke voor het koninklijk kind was weggelegd.
Indien men tegenover den luister van Maria de waardigheid eener koningin tot de wolken verhief, hare voorrechten benijdde en deel in hare grootheid wilde hebben, zou Jezus ons terecht kunnen antwoorden: nik ken eene koningin, die alle dagen geweend heeft... het is de Koningin van mijn Hart.quot; Hoeveel tranen hebben in het verborgen uit de oogen
van Maria gevloeid! Hoevele zuchten heelt zij in liet binnenste harer ziel gesmoord ! En toen zij eens aan den voet des kruises stond, wie kent de bitterheid, waarin zij toen als in eene grenzenlooze zee gedompeld lag?... Ik ken eene Koningin, die alle dagen weent, en die Koningin van het Hart van Jezus is Maria, tegenover de zonde, de doodsvijandin harer liefde.
IÃIÃLFDE flïEiiïllEGIiG
DE VLUCHT NAAR EGYPTE.
\\ie sprcekl voor ons in 's Hemels zaal, Met zoeter dan der englentaal,
De handen opgeheven,
Om Codes oppermajesteit Te aanbidden, ca Zijn heerlijkheid Den hoogsten lof te geven ?
I. Do vervulling der voorzegging van den heiligen grijsaard Simeon laat niet op zicli wachten: de onschuldige Jezus heeft vervolgers: «Neem hel kind en Zijne Moeder, heeft een Engel tot Jozef gezegd, en vlucht naar Egypte.quot; Hoe is het mogelijk! Jezus' leven wordt bedreigd!... O Maria ! het is alsof ik n met ontstelde blikken uw goddelijk Kind zie opnemen; als een schat, die u toebehoort, dien gij ten koste van uw leven wilt redden, zijn aanbiddelijk Hart tegen uw hart drukken. Zonder anderen bijstand dan dien der Voorzienigheid, vertrekt gij dadelijk naar een heidensch en onbekend land. Noch de lange tocht, noch de ongemakken der reis, de vermoeienissen en gevaren, gij zijl niets, indien de Koningin van het Heilig Hart tol dien prijs het voorwerp harer lielde kan redden.
Ik hoor van Maria geen nutteloos gemor over de laagliartiglieid van hare vervolgers, die het op het leven van een kind gemunt hebben. Ik hoor haar geene klachten uiten over de harde noodzakelijkheid, waartoe zij door deze pijnlijke omstandigheid gebracht is. Neen. De Engel toont haar het gevaar, zij houdt zich met niets anders bezig, dan om het zoo spoedig mogelijk te ontkomen. Het goddelijk Kind aan de beleedigingen, aan de verachting onttrekken, van zijn goddelijk Hart den sloot afweren, dien men het toebrengen wil: ziedaar, waartoe Zij geroepen is. Later, als de Verlosser zijn plan, om voor ons te sterven openlijk zal bekend gemaakt hebben, en Hij zich aan zijne beulen zal aangeboden hebben, zal Maria, verre van zich tegen deze overmaat van liefde te verzetten, als eene priesteres, die een vrijwillig oller opdraagt, aan den voet des kruises staan en, zonder de lans terug te houden, het Hart liaars Zoons laten doorsteken. Nn rust op haar de zoete verplichting het te beschermen, en te verhinderen, dal zijne vijanden het bloedige wonden toebrengen. Hoe haast zij zich niet bij haar vertrek! In het midden van den nacht, brengt de Engel haar het bevel van den Allerhoogste, en te midden van dienzelfden nacht, is de H. Familie op reis naar het
09 â
oord barer baUingscliap. Er waren geene uren noodig om toebereidselen te maken en voorraad voor de reis mede te nemen; Maria en haar maagdelijke Bruidegom hebben bij zich het Hart van een God, dat de bron van al de genaden is, welke de Voorzienigheid over het menschdom uitstort; is er meer noodig? Hun schal is spoedig bijééngezocht, zij kennen geen anderen rijkdom dan Jezus. Zij hebben geen tijd om een blik tot afscheid te werpen op de grol. die hun lol verblijf gediend heefi, zij vertrekken in alle haast; hun hart is in alles één met dat van Jezus.
II. Wal denkt gij, o Jeuis, op het oogen-blik van Uw vertrek naar Egypte in Uw Hart? De menschen vervolgen U. miskennen U en willen uwen dood... Vlucht, mijn beminnelijke Verlosser. De tijd is nog niet daar, dat hunne misdadige handen den godsmoord plegen. Gij neemt genoegen in de ballingschap, maar Gij roept ook daarin Uwe Moeder. Het is mij alsof ik in Uw binnenste deze zoete woorden hoor weerklinken : nik zal Maria in de eenzaamheid voeren en tol haar hart spreken: Ducam earn in solitudinem et loquar ad cor ejus.quot; De klank Uwer stem weerklinkt in de ooren Uwer welbeminde Moeder. «Kom mijne duive, mijne eenige, zonder u met mij af
in tie woestijn; /.oeken wij eene schuilplaats iu de rotsen... Veni, columba mea, in fo-raminibus petrw... Hoe liellijk zullen de gesprekken zijn, waarin liet Hart des Zoons zicli jegens dat der Moeder uitstort, middelerwijl de verwoede Herodes de wreedste beulen tot hunne vervolging afzendt!... 0 ! met hoeveel recht kan Maria de woorden van den koninklijken profeet tot de hare maken en zeggen: Indien de Heer niet met ons geweest ware, zou de stortvloed van beproevingen over onze ziel gegaan zijn, en zijne bruischende wateren alles verwoest hebben... Gezegend zij God, die ons niet overgegeven heeft aan de woede onzer vijanden ! Wij zijn verlost geworden als de musch uit het net des vogelaars. Onze hulp is in den naam van Hem, die hemel en aarde geschapen heeft; en het Hart van Jezus, het menschgeworden Woord, is onze machtige beschermer in de balligschap.
111. Wij zullen nooit het voorrecht van het Hart van Jezus te zijn toegewijd beter begrijpen, dan op het oogenblik, dat wij een oifer hebben te brengen; dan is het, dat dit goddelijk Hart de bekoorlijkheid Zijner volmaaktheden doet schitteren. Wanneer wij gedwongen worden, om alles te verlaten, vreezen wij dan moeilijkheden noch kwellingen; Gods Engel zal altijd tot ons
zeggen, als hij ons tot büllingscliap, lijden of tot den dood oproept : nAccipe Puerum et Matrem ejus: Neem liet Kind en Zijne Moeder met n.quot; Met Zijn Hart, dat van liefde brandt, zal liet onze kracht vinden om alles te lijden en, tc midden der beproevingen, van vreugde overvloeien. Als wij sterven moeten, gelijk die gelukkige kinderen, die aan de wreedheid van Herodes opgeofferd werden, zullen wij van vreugde trillen, dat wij ons bloed als een bewijs van liefde mogen storten, en aan den voet van den troon van het Heilig Hart, dat wil zeggen met Maria, onze zegepalmen en kronen zullen gaan nederleggen.
Zinnebeeldige Voorstelling.
MOZES.
Eens stond, door het waakzaam oog der Voorzienigheid beschermd, de wieg van een pasgeboren kind aan den oever van den Nijl. Eene moeder had getracht haar zoon aan het wreed bevel van Pharao, dat den dood eener menigte kinderen eischte te onttrekken; door de avondschemering begunstigd had zij hem uitgezet en terwijl de lichte biezen mand gevaar liep van weldra dooide golven te worden verzwolgen, waakte het
hart der moeder, en vurig steeg haar gebed ten Hemel om eene spoedige hulp at te smeeken. De goede God bevrijdde deze goede moeder \au haren doodelijken angst; zij mocht haren zoon wederzien en hem voor de dochter des konings opvoeden. Op dit kind rustte de hoop van een geheel volk. Mozes moest werkelijk het opperhoofd van het volk Gods, de getrouwe dienaar van Jehova zijn. Had eene goil het ranke vaartuig verzwolgen, de hoop va» Israël ware hiermede ondergegaan.
Vijftien eeuwen later, werd het goddelijk Kind, waarvan Mozes de afbeelding was, niet aan de golven van een stroom blootgesteld, maar aan eene wreede vervolging... Maria zelve onttrekt Hem aan de woede Zijner beulen; in hare armen en aan haar hart rust de nieuwe Mozes, zonder vrees voor hen, die Hem vervolgen. Deze Moeder kan met de bruid uit het Hooglied uitroepen: «Mijn welbeminde is bij mij, en ik zal hem niet laten gaan: Tenui eum, nee dimitam. Dank zij Maria gebracht, dat zij Jezus en de schatten, die Zijn Hart bevatte, voor ons bewaard heelt! Ware het barbaarsch bevel van Herodes aan Jezus ten uitvoer gelegd geworden; met Hem zou het kruis, het werktuig onzer zaligheid, het H. Sacrament des altaars, dat hemelsch manna, het evan-
73
gelie, liet licht der wetten onder zijn gegaan. Het Hart van Jezus bevatte de kiem van dat alles, en het Hart van Jezus is ons door Maria bewaard geworden. Is het niet rechtmatig, dat zij mi deszelfs bewaarster is?
74
DERTIEflDE OÃERWEGHG
DE BALLINGSCHAP EK HET H. HART.
Komt wijden we ons in liefde en trouw
Voor eeuwig Haar, der Hemelvrouw, Die zetelt boven sterreglans;
En vormen wij door liefde en deugden. Voor eeuwig haar den schoonsten krans.
I. Egypte, ecu vreemd en heidensch land, biedl den verbannen God eene schuilplaats aan. Welke eene bittere droefheid doordringt Zijn aanbiddelijk Hart! Hij bevindt zich te midden van een volk dat gezeten is in de schaduw des doods; de tempels der valsche goden zijn ontelbaar; de menigte knielt voor de afgoden neder, en Maria en Jozef, Zijne getrouwe vrienden, worden miskend als Hij. Men veracht hun vreedzaam leven en de onschuld, waarin zij hunne dagen slijten. Reeds als klein kind, ziet Hij de misdaden der wereld voor Zijne oogen oprijzen en als een treurig schouwspel zich voor Zijne blikken ontvouwen ; Hij hoort de godslasteringen van alle geslachten; het ongeluk, waarin de zonde den mensch stort, doet Hem lijden; maar Hlt;j, heeft ten minste één troost namelijk.
dien. Zijne Moeder, te midden van zooveel doornen zich te zien verheffen ais eene schoone van onschuld schitterende lelie, vervuld van den dauw des hemels en de zoet-â ste geuren verspreidende, die zich onder de weldoende stralen van de zon der genade ontsluit.
Uw Hart, o heilig Kind, hadde met vreugde de ontelbare weldaden dei' goddelijke liefde over Egypte's bodemquot;verspreid, indien de harten bereid geweest waren, om dit kostbaar zaad in zich op te nemen. De tijd is nog niet gekomen, maar Gij kunt al die schatten op Uwe Moeder overdragen; Gij kunt U over Uwe plannen van barmhartigheid met haar onderhouden en haar in het geluk Uwer tegenwoordigheid de genoegens van het vaderland doen smaken.
II. Waarmede houdt zich het Hart van Maria in de eenzaamheid bezig? Jerusalem, waar zijt gij? Tempel, waarin de H.Maagd de dagen harer jeugd doorbracht, waarom hebben de Engelen u niet naar het oord der ballingschap overgebracht? En gij, huisje van Nazareth, en gij, grot van Bethleëm, gij zoudt nu tot eene schuilplaats voor de drie ballingen kunnen dienen ; de herinneringen, aan u verknocht, zonden hun tot troost verstrekken en hun de blijdschap der goddelijke geboorte in het geheugen
76
terugroepen. Doch, o Maria, waartoe dat alles? Uw tempel is liet Hart van Jezus. Die tempel is u daarom te dierbaarder, omdat hij u toebehoort; in u en uit u is hij gevormd; in hem bevinden zich alle rijkdommen der aarde, alle heerlijkheid des hemels, alle schatten der Godheid zelve; daar vooral is het U geoorloofd God te aanbidden. De priesters der oude wel zijn slechts voorloopers van den nieuwen Priester, wiens Moeder gij zijt en wiens Hart gij bezit. De offerdieren, die gij zoo dikwijls in de voorhoven des tempels gezien hebt, waren slechts eene afbeelding van het ware Lam. Ook heeft eene enkele daad van het Kart uws goddelijken Zoons meer waarde dan alle offeranden der oude wet. Gij moet dus in uwe ballingschap eene geheime en overvloedige vreugde vinden. Bij U bevindt zich de ware God, Zijne liefde is U bekend; Hij heeft voor U Zijn Hart ontsloten, dagelijks laat Hij u dieper in de onpeilbare diepte Zijner brandende liefde doordringen; met Hem is het U mogelijk den Eeuwige te vereeren, zoo als de Eeuwige verdient vereerd te worden.
III. Is de wereld niet voor ons gelijk het land van Egypte? Die vermaken, die gelijk de afgoden zoovele voor den Hemel geschapen zielen tot zich roepen, dat gewoel van wereld-
J
sclie /.aken. liet vergeten van tlocl: moet dat alles ons niet opwekken, om ons als Maria Ie gedragen? Is hel niet het kenleekcn eens Christens, te midden der wereld verborgen te leven, en, daar het Hart van Jezus zich onder ons in het H. Tabernakel bevindt, is het niet billijk, dat wij uitroepen: «Do voge len hebben luinne nesten;
niets anders dan het Hart van Jezus V
Zinnebeeldige Voorstelling.
ISMAeL.
Terwijl Agar, van alle hulp onlbloot, in de woestijn van Bersabee ronddwaalde, was zij op het punt van haren jongen Ismaël voor hare oogen te zien sterven. Treurende en jammerklachten slakende, verwijderde zij zich om den aanblik van den dood haars kinds fe vermijden, zette zich onder een boom neder, verhief hare stem tol God en weende. God, zegt de H. Schrill, hoorde de stem van het kind, en een Engel riep tol Agar van den Hemel. «Wat doet gij. Agar? Vrees niet, want God heeft de slem des kinds op de plaats, waar het zich bevindt, gehoord, sta op En God, de oogen dezer moeder
openende, iiel haar eene beek zien. Zij liep
k voor mij begeer
6
L
er heen, vulde hare kruik en gaf haren zoon te drinken, die opgroeide, de woestijn bewoonde en bedreven werd in het schieten met den boog: Ju ven is sagittarius.
Moediger dan de dienstmaagd van Abraham, verlaat Maria haren Zoon niet; zij blijft Hem ter zijde, gereed om met Hem te sterven; zij Iradit den dorst te lesschen van Zijn goddelijk Hart, dat van verlangen naar het heil der zielen brandt; zij wenscht dien honger in Hem te stillen, die Hem eens zou doen uitroepen: «Mijn voedsel is den wil mijns Vaders te volbrengen.quot; Helaas! rondom Maria breidt de onverschilligheid zich uit als eene woestijn... Gnene godvruchtige gebeden, geen zuivere deugden, die Zij haren Zoon als een zoeten laafdrank zou kunnen aanbieden! Een onvruchtbaar heidendom heerscht op dezen verlaten grond... Maai' de Hemel heelt de stem van het Goddelijk Kind gehoord; Maria, door eene straal van hoven verlicht, heeft eene bron van levend water gevonden, het Heilig Hart van haren Zoon; daar is het, dat zij in overvloed de liefde put, waarmede zij haar moederlijk hart vervult, dat geheiligd vat, waarmede zij zoo dikwerf de brandende lippen van Jezus zal laven.
79
ÃEERTIEiDE ÃVERÃIEGliG
HET VERLIEZEN VAN JEZÃS IN DEN TEMPEL.
O zalig hij, die op zijn wegen,
In roos of doorn, Gods vaderzegen En namelooze liefde aanbad.
Die in Maria's moederharte Zijn tranen plengde, om Iroosl in smarle En haar in voorspoed niet vergal.
I. Toon HcroHes gestorven was, verscheen op nieuw een Engel aan Jozef, om hem liet oiiifle der ballingschap aan te kondigen. De M. Familie, gehoorzaam aan de bevelen des Hemels, keerl naar Nazareth terug. «Het kind Jezus, zegt het Evangelie, wies op en werd gesterkt, vol van wijsheid, en de ge ⢠nade des Heeren was in Hem...quot; Weldra zal Hij uitwendig doen blijken, hoe vol erbarming de plannen zijn, die Zijn Hart bevat. Sedert limine terugkomst uit Egypte begaven zich Jozef en Maria elk jaar naar den tempel van Jerusalem, om het Paasclifeest. te vieren, en toen Jezus twaalf jaren oud was, namen zij Hem met zich mede.
De eer Zijns hemelschen Vaders ligt ten grondslag aan al Zijne werken en zal voortaan voor aller oogen Zijne zinspreuk zijn.
Voor Dims eer is Hij van den Hemel gedaald, heeft Hij loegestemd, om te lijden en is de bevrijder van het inensehdom geworden. Voor zijne eer onttrekt Hij zich lieden aan de blikken Zijner Moeder; de inspraken van Zijn Hart volgende, wil Hij mededeelen, wat hef in zich bevat; Hij hegeeft zich naar den tempel en brengt de schriflgeleerden, door de wonderen Zijner wijsheid in verbazing. De woorden, toen van Zijne lippen gevloeid, zijn ons onbekend; maar hetgeen Hij tot Maria sprak, is vol onderrichting voor ons. Tot dusverre heeft Hij de liefde, die Mij voor Zijne Moeder heeft, op duizenderlei wijzen doen blijken; heden gaat Hij haar de bron en oorzaak dezer liefde ontdekken. Hringen wij met Maria, die sedert drie dagen haar goddelijken Zoon zocht, lol in den tempel door; zij vindt, zij ziet Hem weder. Het zal haar onjjetwijfeld niet verwonderen, dat do wijzen van Israël in stomme bewondering aan de lippen des Verlossers hangen; maar wat zij niet begrijpen kan, is, dat Hij zich aan haar moederlijk opzicht onttrokken heeft, en waarom Hij in deze eerste handeling Zijner apostolische bediening alleen wil zijn. «Zoon, waarom hebt gij aldus met ons gedaan? Zie, nw vader en ik hebben U met smart gezocht.quot; Hooien wij, wat iii( hef Hart van Jezus komt: «Hoe is het, dat
gij mij gezochl liebt? Wist gij dan niet, dat ik zijn moost in heigeen mijns Vaders is? In his qute Putris mei sunt oportH vsse.quot; Een bewonderenswaardig antwoord, dat wij ons niet vermelen mogen dadelijk te begrijpen, daar Maria en Jozef het niet begrepen; maar dat wij met onze goddelijke Moeder, in de afzondering van Nazareth znlleii overwegen. quot;Uil antwoord en liet gedrag van Jezus geven ons de verklaring van een geheim. Wat zal de Koning des Hemels doen? Zal Hij te midden der schriftgeleerden blijven? He eer Zijns Vaders schijnt dit te vorderen. Neen... ilij onderbreekt eensklaps Zijne verheven lessen en verlaat Zijn gehoor. Wat is er dan gebeurd?... Zijne Moeder heeft gesproken... Zijne Moeder heeft een verlangen te kennen gegeven en zonder dralen volgt Hij haar: Et erat subditus illis. Door zoo te handelen, heeft Jezus ons willen doen zien, welk eene groote macht Maria op Zijn Hart uitoefent. Men ziel in wezenlijkheid, dat zij door hare tranen gebiedt en door de liefde over Hem regeert.
11. Maria bewaarde al de woorden van Jezus en overwoog ze in haar hart. Gedurende drie dagen was zij aan den vreesdijk-sleu angst ten prooi geweest: zij had het kostbaar pand, haar door den hemelschen Vader toevertrouwd, verloren, en als de
bruid uit het Hooglied vroeg zij met smart, of men hem, dien hare ziel beminde, niet gezien had. Nauwlijks heelt zij Hem weder-gevonden en het vermogen gezien, dat zij op Zijn Hart bezit, ot' het geheimzinnig antwoord van Jezus «Wist gij dan niet, dat ik zijn moest in hetgeen mijns Vaders isquot; veroorzaakte haar nog vreeselijker angst. Ja, zij weet het, maar zij vreest, dat Jezus door deze zending dikwijls verplicht zal zijn van haar te scheiden, alleen het Evangelie te gaan verkondigen en zich aan de vervolging der Fariseërs bloot te stellen. Deze torkomsl is wel is waar nog ver van haar verwijderd, maar haar moederlijk hart i.^'Ct er reeds een voorgevoel van, en de profetische woorden van den grijsaard ))Een zwaard van droefheid zal uwe ziel doorborenquot; naderen derzelver vervulling. Ziedaar, wat haar het pijnlijkst kwelde!... Alles met Jezus lijden, daartoe heeft zij den moed. dit is het verlangen van haar moederlijk hart; maar ver van Zijn Harl te lijden, van Hem gescheiden te zijn, daaraan heeft deze goede Moeder nooit gedacht. Nochtans het uur om zich tot dat pijnlijk olfer en tol nog langer en veelvuldiger afwezigheid voor te bereiden, is gekomen. Deze drie dagen waren slechts het voorspel der drie lange jaren van het openbaar leven van Jezus en der drie dagen, welke Hij in
â
het graf noet blijven. Het uur, o Maria,
Iis gekomen, dat gij uwe lippen moet zetten aan een kelk, waarvan gij noch de hitterheid, waarmede hij gevuld is, noch de diepte kent.is gekomen, dat gij uwe lippen moet zetten aan een kelk, waarvan gij noch de hitterheid, waarmede hij gevuld is, noch de diepte kent.
111. Daar wij in de school van hel Heilig Hart zijn opgekweekt, moeten wij de gevoelens van Jezus voor Zijn hemelschen Vader kennen en deelen. De eere Gods moet het edel doelwit onzer zielen zijn. De H. Ignatius van Loyola kon voor zijn gezelschap geen schoonere leus vinden dan de spreuk; nTot meerdere eer van Godquot; \an toen af spoedden de onverschrokken strijders van Jezus onder de 1 nier met deze zinspreuk ter verovering der hielen. Overwegen wij onophoudelijk, terwijl wij het voetspoor der Heiligen drukken en het voorbeeld van Maria navolgen, deze woorden, die uit het Hart van onzen goddelijken Meester kwamen : Wist gij dan niet, dat zijn moet in hetgeen mijns Vaders is. Maria zal ze ons doen begrijpen en beoefenen, als wij tot hare machtige hulp onze toevlucht nemen, en haar onder haar nieuwen titel van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart aanroepen.
I Zinnebeeldige VoorstelliDg. Zinnebeeldige VoorstelliDg.
DU VERLOKEN DUACUMA.
In eene gelijkenis van het H. Evangelie, stelt de Zaligmaker ons voor de ongerustheid
mM
M
oenei' vrouw, din eene drachma verloren heeft; zij ontsteekt hare lamp en /.oekl alles zorgvuldig na, tot dat zij het verloren voorwerp heeft teruggevonden; alsdan roepl zij hare vriendinnen hijeen en zegt; »Verheugt ti mei mij, want de drachma, die ik verloren had, heh ik teruggevonden.quot;
Indien zoodanig de ongerustheid eener vrouw over een verloren muntstuk is, hoedanig moest dan die van Maria over het verliezen van Hem, die de veilossingsprijs der wereld zijn moest, geweest zijn ! Hoe bezorgd is zij niet, om zich van haar geloof en liefde als van een fakkel te bedienen ! Zij doorkruist de stralen der stad, overal haar kostbaren schat zoekende: «llebl gij, roept zij uit, hel beminde voorwerp mijns harten niel gezien ?... Hoe groot was hare vreugde, loen zij Jezus in den tempel terugvond! Zij had Jezus verloren, en Jezus is teruggevonden; het Hart van den goddelijken Meester is haar teruggegeven... Zij bezit het; het is haar eigendom, haar schat!... Smeeken wij haar, dat zij ons die rijkdommen moge mededeelen, en erkennen wij haar als de hemelsche schatbewaarster van hel Heilis Hart.
ÃUFTIEIÃE (HIER I EG ING
NAZiARETH.
Wanhoopt, kindron, wanhoopt niet. Wie vertrouwend naar mij ziet.
Wil 'k een teedre moeder wezen;
Vlult;ht in allen nood tot mij.
Minzaam neem ik n ter zij.
Alle leed wil ik genieten.
Zoo zoo spreekt de Lieve Vrouw En zij houdt haar woord getrouw.
I. Te Nazaroth teruggekeerd, l)lij('l Jezus, onopgemerkt door Zijne nederige levenswijze, aeliUien jaar bij Zijne Moeder, Het Evangelie vat al Zijne liandeiingen in deze weinige woorden samen: Et erat subditus ///is: En Hij was hun onderdanig. Denken wij na over liet gedrag van Hem, die gezegd heelt: «Leert van mij, dat ik nederig en zachtmoedig van harte ben.quot;
Hij was hun onderdanig: Erat subditus Hl is. Welk een diepe zin ligt er in deze woorden, voor dengene, die ze weet te schatten.
Laat ons den H. Bernardns, dien grooten heilige, hooren spreken :
»Hij was hun onderdanig.quot; Wie was on-
ficner vrouw, dio eene drachma verloren heelt; zij ontsleekt hare lamp en zoekt alles zorgvuldig na, tot dat zij liet verloren voorwerp heeft teruggevonden; alsdan roept zij hare vriendinnen bijeen en zegt: «Verheugt, ii met mij, want de drachma, die ik verloren had, heb ik teruggevonden.quot;
Indien zoodanig de ongerustheid eener vrouw over een verloren miintsluk is, hoedanig moest dan die van Maria over hel verliezen van Hem, die de verlossingsprijs der wereld zijn moest, geweest zijn ! Hoe bezorgd is zij niet, om zich van haar geloof en liefde als van een fakkel te bedienen! Zij doorkruist de stralen dei' stad, overal haar kostbaren schat zoekende: «Hebt gij, roept zij uit, hel beminde voorwerp mijns harten niet gezien ?... Hoe groot, was hare vreugde, toen zij Jezus in den tempel terugvond! Zij had Jezus verloren, en Jezus is teruggevonden; het Hart van dm goddel ij ken Meester is haar teruggegeven... Zij bezit het; het is haar eigendom, haar schat!... Smeeken wij haar, dat zij ons die rijkdommen moge mededeelen, en erkennen wij haar als de hemelsche schatbewaarster van het Heilig Hart.
â 85 â
VUFIiEIDE Oil ER If EG ING
NAZ:ARETH.
Wanhoopt, kindrcn, wanlioopl niet, Wie vertrouwend naar mij ziet.
Wil 'k een teedre moeder wezen;
Vlui'ht in allen nood tot mij.
Minzaam neem ik u ter zij.
Alle leed wil ik genieten.
Zoo zoo spreekt de Lieve \ rouw En zij houdt haar woord getrouw.
!. Te Nazareth teruggekeerd, blijft Jezus, onopgemerkt door Zijne nederige levenswijze, achttien jaar bij Zijne Moeder. Het Evangelie vat al Zijne handelingen in deze weinige woorden samen: Et erat subdüus lliis: En Hij wan hun onderdanig. Denken wij na over het gedrag van Hem, die gezegd heeft: «Leert van mij, dat ik nederig en zachtmoedig van harte ben.quot;
Hij was bun onderdanig: Erat subditus illis. Welk een diepe zin ligt er in deze woorden, voor dengene, die ze weet te schatten.
Laat ons den H. Bernardus, dien grooten heilige, booren spreken :
«Hij was hun onderdanig.quot; Wie was on-
86 â
tlerdanig... en aan wie was Hij hetV God was aan de raensehen onderdanig! Die God, die door de Engelen gediend wordt, aan Wien de Machten en Heersciiappijon des hemels gehoorzamen, was niet alleen aan Maria, maar ook ter liefde van Maria, aan Jozef onderworpen. Bewonder wat u liet meest zal behagen, en kies datgene, wat gij het meest bewonderen moet: of de allerootmoedigste onderworpenheid van den Zoon, of de uilstekende waardigheid der Moeder. Zoowel van de eene ais van de andere zijde, dezelfde stol'lol bewondering, een even groot wonder... Eens, zegt een vermaarde kerkleeraar. staakte de zon haren loop op de stem eens menschen; «dertig jaren lang luisterde Christus naar de stem van Maria.quot; Voegen wij er bij, dat deze God noch uit verplichting, noch uit eigenbelang, maar uit liefde onderworpen was; het was eene vrije kenze Zijns Harten, om tol den dood, ja tol den dood des kruises toe te gehoorzamen. De scepter, het teeken dezer gehoorzaamheid, is nedergelegd geworden aan de voeten van Maria, die wij met vreugde de Koningin van het Heilig Hart kunnen noemen.
11. Stellen wij ons Maria voor, terwijl zij op Jezus haar moederlijk gezag uitoefent: zij roept Hem, en Hij komt; zij vraagt, en Hij staat toe; zij geeft een verlangen te kennen,
en haar Zoon volbrengt liet dadelijk. Welk een bewonderenswaardig voorrecht. Hel hart onzer Moeder is in de diepste bewondering. Hare inwilliging, in hetgeen de Engel haar zeide, schijnt haar gering loe, wanneer zij de inwilliging beschouwt van het Hart van Jezus in alles wat zij zegt... Zij is gelukkig, dat zij slechts gevraagd heelt om de dienstmaagd des Heeren genoemd te worden, terwijl de Heer zelfde Zoon der dienstmaagd heeft willen worden en ons veroorlooft, Hem dezen naam te geven: Filius ancillce luw.
Alles wat men van de voorrechten, aan de schepselen verleend, kan zeggen, is niets in vergelijking bij het voorrecht onzer Moedei' van aan God te bevelen. nOok is het mei groote diepziiinigheid, schrijft een godvruchtige geleerde Hisschop, dat de H. Bernardus Maria eene smeekende almacht noemt; umni-potenlia stipplex. Op de aarde gebood deze verheven Maagd haar aanbiddelijken Zoon; in den hemel doet zij niets anders dan Hem zegenen eu Hem bidden. Maar hare tusschen-kornst is niet minder krachtig dan haar gebod. Wanneer zij bevelen geeft, gehoorzaamt Jezus: Et er al subditus. Wanneer zij bidt, wederstaat Jezus niet langer.quot; Maria bezit dus dm sleutel, die het Hart van Jezus opent. Vergeten wij nooit dit voorrecht onzer Moeder.
8«
111. Als wij gehoorzamen staan wij tegen over den gebiedenden persoon in eene verhouding als de mensch tegenover God. Onze wettige overheid is met een geheiligd gezag bekleed; hel is aan het gezag, dat zij vertegenwoordigt, dat wij gehoorzamen en niet aan den persoon. Wie zon kunnen weigeren te gehoorzamen, nu Jezus, de Schepper van het heelal, ons zulk een verheven voorbeeld gegeven heeft, door zich aan een Zijner schepselen, te onderwerpen?
Kiezen wij Zijne Moeder tot onze moeder en geven wij aan Maria een volkomen macht over ons kinderlijk hart. Wij hebben het recht van te zeggen: «Toon dat gij onze Moeder zijt: Monstra te esse Matrem.''' Maar zij zal liet recht hebben van te zeggen : «Toont dat gij mijne kinderen zijt: Monstra te esse filium.quot;
Zinnebeeldige Voorstelling.
HET BRAAMHOSCH.
Er staat, bij wijze van gelijkenis, in het Boek der Rechters geschreven, dat de boo-men eens een koning gingen kiezen, en achtereenvolgens lot den olijf boom,den vijgenboom en den druivenboom zeiden: «Beveel ons: Impera nobis.quot; Niet een wilde regeeren ten
koste der zoelheid zijner vrucliten. De Ijraamstriiik alleen nam de kroon aan en antwoordde: »Indien gij mij werkelijk tol uw koning neemt, komt dan en rnsl onder mijn lommer; wilt gij dat niet, dat alsdan liet vunr uit mijn doornen schiete en de ceders van den Libanon vertere.quot;
De braamstruik in dil verhaal is trotsch; hij neemt de koninklijke waardigheid aan, zonder bekwaam le zijn den last daarvan te kunnen torschen, maar er was een andere struik vol zachtmoedigheid en nederigheid : hel is het brandend braambosch, het is Maria; uitwendig met de doornen der menschelijke natuur bekleed, brandt /.ij inwendig met een lellen liefdegloed. Een bode komt haar eens in naam van (iod, in naam der Engelen en der menschen eene heerschappij aanbieden, die met geen pen le beschrijven is. Zij zal gelijktijdig in den hemel, op de aarde en in het Hart van Jezus gebieden. Zij sleuil alleen daarin toe, wijl zij altijd de getrouwe dienstmaagd des Hoeren wil blijven; daarom is het ook noodig, om onderdaan dezer Koningin (e zijn, dat men in hare schaduw rustte, dat is, zich diep vernedere, zoo als het mensch-geworden Woord, zoo als de Engelen en zoo als de Heiligen gedaan hebben.
ZESIIEIOE ÃÃEliiEGIIG
DANKZEGEINS.
O zoete Lieve Vrouwe,
Van Jezus heilig Hart
Voor ons vol liefde en trouwe In vreugd gelijk in smart.
F. De woorden van Jezus: »Wist gij niet, dat ik zijn moest in hetgeen mijns Vaders is?quot; bevatten eene openbaring, die in de heilige afzondering te Nazareth voor Maria immer duidelijker wordt. Bij de gedachte, dat de Allerhoogste zijne grootste eer stelt in haren Zoon, en dat zij het voorrecht verkregen heeft de moeder van dien Zoon te zijn en de Koningin van Zijn H. Hart, kan zij zich niet. onthouden van in diepe aanbidding weg te zinken. Hij, die den vogelen des hemels hunne nesten, den vossen hunne holen verschaft, heeft behoefte aan eene rustplaats, en aan Maria is het, dat Hij, die de leliën des velds met koninklijke pracht uitdost, het lam zijne witte wol schenkt en aan de duif hare zilveren vederen, heeft behoefte aan een kleed, om Zijn sterfelijk vleesch er mede te bedekken, aan een hart om Zijne liefde daarin te sluiten, en beide verschaft Hem Maria !
lt;)l
Indien Hij openlijk verklaarde, eu met. bewijzen Zijner macht slaafde,dat Hij de Koning des Hemels is, zou men Hem terstond het verblijf, het purper en het voedsel der koningen aangeboden hebben; maar Hij heeft besloten, om alles aan Maria te vragen; aan Maria wil Hij voor al deze weldaden verplicht zijn; aan Maria is het, dat Hij gevoelens eener goddelijke dankbaarheid wil doen blijken.
Ziedaar bewijzen der verheven kieschlieid van het Heilig Hart van Jezus! Deze goede Meester weet, dat het minnenden zielen duizendmaal zoeter is te geven dan te ontvangen, en ofschoon Maria zoovele gunsten van Hem ontvangen heeft, is er eene, welke men haar nog verleenen kan, namelijk, dat haar de gelegenheid verschaft worde, om aan liet Hart haars Zoons te geven. Tel de diensten, welke Jezus gedurende dertig jaar Zijne Moeder in staat stelde Hem te verleenen! Wie vestigde liefdevol de blikken op Hem? Welke handen droogden Zijne eerste tranen? Welke lippen bedekten Hem met moederlijke kussen? Waren het niet die van Maria? Waren het insgelijks niet de blikken van Maria, die zich liefdevol op Hem vestigden, en waren het niet hare handen, die Zijne kinderlijke tranen afdroogden? Brengen wij eens in den geest al de diensten te zamen, welke een kind van zijne moeder vorderen
mag; Je/us licel't zo van de Zijne gevraagd, en, niet tevreden haar deze gunst toe te staan, heeft Hij het middel gevonden, om Zijne teeder beminde Moeder elk oogen-blik door blik en woord bewijzen der hartelijkste toegenegenheid te geven.
II. Maria, door vreugde overstelpt, weet deze hemelsche gunsten te waardeeren, en wil dan ook de schitterendste bewijzen harer dankbaarheid geven. Indien haai- Zoon geheel en al tot de eer Zijns Vaders moet strekken, indien haar Zoon haar tot dusverre, slechts om den Allerhoogste te verheerlijken, met weldaden overladen heeft, moet zij de gevoelens van .lezns deelen, hare oogen opheffen en zelve den hemelschen Vader bedanken, dat Hij haar Zijn goddelijk Woord gegeven heeft. Dat is rechtvaardig! er moet tusschen de moeder en hel kind een wedstrijd van liefde en dankbaarheid plaats grijpen: Jezus bedankt Zijn hemelschen Vader, dat Hij Hem Maria tot Moeder gegeven heeft, en Maria bedankt God, dal Hij haar Jezus lol Zoon heeft geschonken. Welke moeielijkheden doen zich evenwel op. om op eene waardige wijze haren dank Ie betuigen ! Tegenover een Zoon, die Zijn leven aan haar verschuldigd is, valt hel eene moeder altijd gemakkelijk hare erkentelijkheid uil le drukken; maar jegens God;
hoe, o Maria, zult gij dat doen? Wat de eer des Vaders betreft, is Jezus alleen het danklied, dat van de aarde ten Hemel moet stijgen. Neem dan in uwe handen, die gezegende vrucht uwer maagdelijke moederschap, dat goddelijk Hart, dal u om zooveel redenen toebehoort; hef het op tusschen den Schepper en u; oft'er het op als een danklied, en gij zult weldaad met weldaad vergolden hebben. God heeft n een Zoon gegeven, die, als God, niel kon lijden, noch den dood ondergaan; gij offert Hem denzelfden Zoon en God; maar deze God, die in n het vleesch heeft aangenomen, kan aanbidden, lijden en sterven. Door het Harl, met het Hart, in hel Hart van Jezus, dat uit uwe zuiverste zelfstandigheid gevormd werd. geefl gij den Almachtigen God voor immer lof en eer. Wie zal dan weigeren, n nu Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart Ie noemen?
111. Ons leven als christen kontl in vele opzichten met dat der H. Maagd overeen. Jezus is met Zijn aanbiddelijk Hart gesladig bij ons zooals bij Zijne Moeder, Wij leven te midden der armen, die de levende lidmaten van Jezus-Ghristus zijn; hun harl wendt zich smeekend tot ons, zooals dal van Jezus zich lol Maria richtte. Eene leng kond water, een welwillende blik, een troostend woord.
eene daad van naastenliefde, dat alles is van weinig aanbelang, en nochtans stijgt het op lot voor Gods troon.
Dikwijls vallen onze blikken bij onze god-vruchlige oefeningen op het tabernakel; maar waarin anders verschilt het tabernakel van Nazareth, tenzij daarin, dat daar alles wat het Heilig Hart ter onzer liefde volbracht heeft, voor ons welzijn, voor onze versterking, voorlichting en alles wat wij behoeven als tot een enkelen bundel saamgebonden on in de heilige Hostie besloten is? De goddelijke Meester heeft ons dns, gelijk aan Maria, de middelen aangeboden, om Zijne weldoeners te zijn; hel is billijk, erkentelijk te zijn en onze Moeder in hare dankbaarheid na te volgen, door aan God het Heilig Hart van Jezus op te olferen. Maar terwijl wij dat goddelijk Hart olferen, sluiten wij dan alles wat wij hebben, alles wat wij zijn daar in, (Mi alles zal met welgevallen door onzen God worden aangenomen, vooral, indien wij onze toevlucht tot de veelvermogende tusschen-komst van Onze Lieve Vrouw ran hel Heilig Hart nemen.
Zinnebeeldige Voorstelling.
DE GOEDK AARDE.
Nadat de zaaier van het Evangelie het goede zaad te vergeefs op den weg, Ie mid-
â â
lt;leii dei* steenen en der doornen, en op eon drogen grond geworpen h:id, vindt liij eindelijk eene welbereide aarde, die hem hon-derdvondige vruciiten oplevert.
Deze welbereide aarde is liet Heilig Hart â van Jezus. God zeil is de landbouwer: Pater meus agricola est. Daar vloeien de wateren der genade; de zon der liefde gaat er nooit onder; de kleinste korrel der deugd ontwikkelt zich tot een overvloedigen oogst van heerlijkheid, en dit Hart is het bijzonder erfdeel van Maria. Aan de aarde van dezen echten tnin van den Brnidegoni heeft de H. Maagd al hare deugden, al hare voorrechten, verdiensten, handelingen en gevoelens als een kostbaar zaad toevertrouwd; deze vruchtbare aarde heeft alles weten te verveelvoudigen en te hervormen; al hetgeen men in het Hart van Jezus wegsluit, verfraait Hij door Zijne schoonheid, verrijkt Hij met Zijne schatten en maakt het Zijnen Vader waardig; ook de H. Maagd, die al de uit-drtikkingen harer dankbaarheid in di til art geplaatst heeft, ziet ze met die van Jezus zich vereenigen en als een aangenaam reukoffer ten Hemel stijgen.
mALFBE flURHEfiKlG
DE OVERWIKNENDE LIEFDE.
Als 't onweer brult Met angst vervult.
Ons hart, o Moedermaagd,
Sta ons dan bij Want aan Uw zij,
(icon nood, o Moedermaagd.
1. De liefdo (Joot nooit genoeg; zij kent geene grenzen; zij vertoont zich immer meer. Zoo ook heeft hel mensebgeworden Woord, düt Helde is, van eeuwigheid :»f liet plan gevormd om zich in de harten te vermenigvuldigen, teneinde Zijnen Vader voortdurend eene schatting van liefde te kunnen aanbieden. Hij daalt van den hemel om op der-zelver verovering uit te gaan. Hij zal ze met zich vereenigen, Hij zal in hen leven; Hij zal door hen handelen en ieder zal kunnen
zecgen: gt;ilk bemin God. Doch neen, ik . ⢠»
ben het niet, die bemint, het is het Hart
van Jezus, dat door mijn hart bemint, Hij
is het, die in mij leelt.quot; Ziedaar het plan van
het menschgeworden Woord. Maar welk
hart zal onder zoovele harten het eerste zijn?
â¢17
Welk zal liet gehoorzaamst zijn aan Zijne goddelijke inspraken? Dat. waarvan Hij zieh het meest zal bedienen, en het gevoeligst zal zijn voor de machtige aanraking zijner genade; het maagdelijk hart van Maria. Als een nauwkeurig wtrktnig geelquot;), het de uitdrukking van liet Heilig Hart met de grootste getrouwheid terug; het stemt met de welluidende luid van den waren David, die de oneindige barmhartigheid van den Allerhoogste bezingt. Dezelfde gevoelens worden er geboren, dezelfde brandoffers verleerd; het is inderdaad slechts één hart, en dit Hart is gelijktijdig dat van Jezus en van Maria; daarom is het terecht, dat de christenen den niewen titel van de Moeder van God, Onze Lieve Vrouw eau het Heilig Hart, met geestdrift begroet hebben.
ü. De liefde vindt haar gelijken, of stelt gelijkheid daar, tusschen degenen, die niet gelijk zijn. Maria is door den Schepper bijzonder bemind geworden, zij heeft de overvloedigste maat van genade, van voorrechten en deugden van Hem ontvangen; nu moet zij liefde mei liefde vergelden. Maar welk een onoverkomelijke afgrond bestaat nog tusschen haar en God! Zij is, wij weten het, meer verheven boven de hemelsche geesten dan deze het wederom boven nietige stofjes zijn, en in weerwil dezer grootheid.
98
kan zij alleen niet de verhevenheid van haren God bereiken. Zij heek slechts het hart van een schepsel om God, die zoo goed is, te beminnen, en dat is te weinig! Het is niets in vergelijking van hetgeen zij verlangt. Er moet iels zijn, dat den onleschbaren dorst, die haar verteert, verzadigt. Zij is Koningin van hel Hart van Jezus, dit goddelijk Hart is het hare, daarom zal zij zich er van bedienen om God te beminnen. Dit is rechtmatig! Het Hart van den Zoon behoort aan de iVJoeder, het is uit het moederlijk bloed gevormd; in haar zuiveren schoot is het begonnen te kloppen en te trillen.
»0 mijn Schepper! kon de Koningin der maagden uitroepen, ik bied U aan al de liefde, waarvan het Hart mijns Zoons voor U ontstoken is. Wat Hij lot U zegt, zeg ik ook lot U; wat Hij U vraagt, vraag ook ik aan U; wat Hij U aanbied, bied ook ik U aan, en al wat Hij doen zal, ben ik bereid met Hem te doen. Ik bemin li nu met eene grenzelooze liefde voor al de voorrechten, waarmede Gij mij overladen hebt, voor mijne onbevlekte ontvangenis mijne voortdurende maagdelijkheid mijn goddelijk moederschap. Dank zij het Heilig Hart, ik verheerlijk den Allerhoogste met de mateloosheid zelve mijner liefde, en alle geslachten zullen mij zalig noemen, zullen hel middel vinden om
- U9
mijnen roem te verhalen, door mij met liefde Onze Lieve Vrouw can het Heilig Hart te noemen.
111. God heeft ons ook met eene oneindige liefde bemind : In charitate perpetua dilexi le. Wij bestonden nog niet, en reeds was Hij er op bedacht ons wel te doen; Hij koos voor ons eene plaats in den schoot der opperste Barmhartigheid; Hij riep ons tol het hemelsch feestmaal. Nauwlijks ter wereld gekomen, ot de kribbe, het kruis en het tabernakel vertoonden zich aan ons als de schitterendste bewij/.en dezer onnitspreke-lijke lielde. Hoe den Heer al die voorkomenheden, die Hij voor ons heeft, vergolden! Het Hurl van Jezus, die goddelijke kelk der liefde, behoort ons; nemen wij hem, en, naar het voorbeeld van Maria, bieden wij hem den lieer aan om de eindelooze schuld onzer liefde te betalen; nemen wij hem aan uit de handen van Maria, die hem ons aanbiedt; dragen wij hem op door de handen van Maria, die, door hare innige vereeniging met haren Zoon, zooveel recht heelt op den titel van Onze Lieve Vrouw van hel Hart.
*
Zinnebeeldige Voorstelling.
DE ENGEL VAN MANUÃ.
De H. Schrift verhaalt ons, dat een engel des Hceren verscheen aan haar, die de moeder van Samson moest worden, en haar de aanstaande geboorte van dit wonderkind aankondigde. Verblijd over deze onverwachte vooorzegging, deelt deze vrouw die dadelijk mede aan Mamié, haren echtgenoot. Toen zij eenige dagen later den hcmelschen bode zagen terngkomen, liepen zij beiden hem Ie gemoet. hem verzoekende een geschenk te willen aannemen. Doch de Engel antwoordde aan Mamié: nNeen, maar is het, dat gij offeren wilt, doe het den Heer.quot; Deze raad wordt opgevolgd; Mamié neemt een geitje en plengoffers, legt ze op een steen en offert ze aan den God, die wonderen wrocht: zijne vrouw en hij zagen toe. Tom de vlammen ten hemel stegen, steeg ook de Engel des Hemels te midden der vlammen ten Hemel. Aan dit teeken erkenden zij den afgezant van den Allerhoogste.
Gelukkiger dan deze bevoorrechte vrouw, heeft Maria van een Engel de aankondiging ontvangen, dat zij de Moeder van God, de Moeder van alle christenen zou zijn. Zij moet liefde met liefde vergelden; zij offert
aan haren God alles, wat zij bezit; zij offert zich geheel en al als een slachtoffer in het vuur harer brandende liefde, terwijl haar hart met de vlammen tot den Heilige der heiligen opstijgt, stijgt het Heilig Hart van Jezus zeil' er heen en vertoont zich aan Zijn hemelschen Vader als de oneindige liefde eener welbeminde Moeder, welke de Christenen in hunne toenemende godsvrucht voortaan Onze Lieve Vrouwe ran het Heilig Hart zullen noemen.
ACllITlEiDE OIEBWEGIIG
DE HEMELSCHE ARBEIDSTER.
Als de avond zinkl Dc sturrc bl:nkt Gcgrool o Moedermaagd;
Van 't vlak der zee Stijgt onze bcè.
Hoor ons, o Moedermaagd.
I. üc Verlosser zal Zijn geheel leven niet te Nazareth slijten, üerlig jaar blijft iiij als verscholen in een leven van arbeid en gebed; het oogenblik is gekomen, waarop deze Koning der Engelen in het openbaar het Evangelie des heils gaat verkondigen. Ce-lijk die man, die werklieden voor zijn wijngaard gaat zoeken, verlaat Jezus Zijne woning, llij doorloopt de vlekken van Ga-lilea, roept het volk tot zich, kiest twaalf arme visschers als zijne medehelpers, om de wegen en de harten tot Zijne komst voor te bereiden. Vergeten wij in dezen plechtigen stond Maria niet, wijl zij de eerste was, aan wie Jezus dacht. Reeds sedert lang had Zijn goddelijk Hart haar uitgekozen om de Koningin der Apostelen te zijn, Zijne medewerkster in alles, wat Hij gaal volbrengen. »Sta op,
105
mijne welbeminde, zegt Hij, kom, de bloemen der genade beginnen op de aarde le ontluiken: Surge, arnica mca, et ceni... /lores apparucrunt in terra nostra.quot;
Hoe moet liet hart mijner Moeder dooi' vreugde overstelpt zijn geworden, bij deze verheven roeping van God ! O, Maria, gij zijt toegelaten tot alles, wat hel tnensch-geworden Woord hierbeneden (en uitvoer wil brengen; gij zult Hem helpen in he( redden der zielen, en dit nieuwe voorrecht zal in u vereenigd zijn met de beoelening van het verborgen leven. Gij zult met Jezus arbeiden, zonder dat het noodig zal zijn. Hern in het midden der menigte te volgen, de rol, die gij te vervullen hebt, is meer overeenkomstig de liefde van het Heilig Hart van Jezus voor U. Uwe bijzondere roeping is, om op de Apostelen te werken, ten einde hen voor hunne bediening te vormen, door den invloed uwer deugden eu de kracht uwer gebeden; inzonderheid znll gij op de zielen werken door u van hel Hart van Jezus te bedienen, dat werktuig der liefde, dat middel vau heiliging en zaligheid, dat u eenmaal van de Kerk den verheven titel van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart zal doen verwerven.
11. Het hart van Maria leent zich vol ijver tot deze samenwerking, welke haar in
slaat zal slellen de zielen le redden; maar welk een verschil zal er uitwendig tnsschen hare handelingen en die van Christus zijn! De Verlosser zal het woord der eeuwige waarheid verkondigen; Maria zal Zijne woorden aanhooven en in beoefening brengen; de Verlosser zal de steden en vlekken door-loopen; de menigte zal Hem nu eens op den lop eens bergs, dan eens aan den oever der zee, een andermaal aan de boorden van het meer Tiberias ol'(lenezareih ontmoeten. Hij zal o\eral gaan; Hij zal steeds gereed zijn, om tot ieder het woord te richten. Maria zal meestal in hare nederige woning blijven, en terwijl Jezus lot de harten der menschen over God spreekt, zal zij tot het Hart van God over de menschen spreken. Zij zal vragen, dal de genade de harten m ge bereiden, dal de verstanden mogen verlicht worden, dal het kostbaar zaad des heils op goede aaide moge vallen tol een goeden oogst. Jezus vertoont zich, doch Maria verbergt zich: Jezns spreekt, Maria zwijgt; Jezus trekt al weldoende voort, Maria doet wel in hare afzondering. Had zij slechts aan de opwellingen van haren ijver gehoor gegeven, dan zou zij, de Koningin der Apostelen, de verinasde volkeren opgeroepen hebben, om haar te volgen. Welke opheldering over het aanbiddelijk geheim
der Menscliwording had /.ij kunnen geven! Jezus, ootmoedig van Harte, iaat de deugden. die Hein kenmerken, in de schaduw en stelt alleen Zijn liemelschen Vader in het licht. Maria, die Jezus kent, zou ons het Hart van Jezus veel beter hebben kunnen leeren kennen dan al de H. Vaders en Kerkleeraars het ooit hebben kunnen en ooit zullen kunnen doen. Maar het stilzwijgen is haar opgelegd: zij zal gehoorzamen. Met haar moederlijk hart zal zij op het Hart van haar Kind werken om Hem zielen voor te stellen, en door het Hart van Jezus op het Hart van God zeiven, om de schatkamers Zijner oneindige barmhartigheid teontsluilen.
Hl. Komt gij ook in mijnen wijngaard werken, zegt tol ons hel Heilig Hart van Jezus. Ik vraag slechts liefde... Wie kan eenig bezwaar voorwenden tegen een arbeid, zoo gemakkelijk als te beminnen? Ik heb zielen, ik heb uitverkorenen noodig! Ik zeg niet tot allen: gij moet zendelingen, martelaars ol kloosterlingen worden... Neen: bemin en doe wat de liefde u zal ingeven. Het is de liefde, die bekeeringen voortbrengt. Het woord, het bloed, de boetvaardigheid, de wonderen zells. zonder de Helde, beteekenen volstrekt niets en vermogen niets op de bekeering der wereld. Beminnen wij naar hel voorbeeld van Maria... Dat elke
106 â
voetstap, elko blik, olke zucht, elke handeling in het verborgen uwer woning door tnsschen-komst van Jezus aan God opgedragen worde. Tot dit apostelschap zijn wij allen geroepen; zoodanig was het apostelschap van Maria, zoodanig is voortdurend de rol van Onze Lieve Vrouw van hel Heilig Hart.
Zinnebeeldige Voorstelling.
ruth .
Ruth gaat koornaren lezen op den akker van den rijken Booz; zij plaatst zich achter de maaiers en raapt de aren op, die zij laten liggen. Booz kwam van Bethleëm terug, en dit jonge meisje bemerkt hebbende, zeide hij tof haar: Luister, mijne dochter, ga in geen ander veld, om koornaren te lezen: Ne vadas in alterum a gr urn ad colligendum; en dat de Heer u beloone naar uwe werken!quot; En Ruth antwoordde: quot;Ik heb genade in uwe oogen gevonden en gij hebt gesproken tot het hart uwer dienstmaagd.quot; Zij stond op, om koornaren te gaan lezen, en Booz beval den maaiers, met opzet eenige koornaren te laten vallen, opdat zij die zou kunnen oprapen.
Schijnt het ons niet, alsof wij Maria de Apostelen, deze maaiers van verlaten zielen.
j gt;
107
zagen volgen ? Hel veld van den waren Booz staat voor allen open; zij wil haar deel van den oogst, hebben. Zij vervolgt niet hare liefde, met hare gebeden en verdiensten de harten, die de genade geweigerd hebben of die door de genade schijnen vergeten te zijn. »0! mijne Moeder, zegt Jezus, ga niet op een anderen akker koornaren lezen; ga voort met uwe verheven zending, en ik zal den evangelischen maaiers zeggen, dat zij de zielen, die ongeschikt voor de zaligheid schijnen, aan n moeten overlaten, opdat zij door uwe liefdevolle lusschenkomst in den Hemel mogen komen.quot;
Doch er is een ander veld, waarop een ieder onzer de deugd moet gaan oogsten; het is het Heilig Hart van onzen goddelijken Meester; het is daar, dat Maria, nadat de Engelen en Heiligen er hunne glorie, heiligheid en vreugde geoogst hebben, nog genaden vindt, die aan haar alleen zijn voorbehouden, die wij aan Maria overlaten als een voorrecht harer groote waardigheid en als het laatste hulpmiddel van ons apostolaat; het, is daaruit dat voortgesproten is die nieuwe parel aan hare kroon; de titel van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.
NE8EII1 EiDE OÃERWEGING
JEZUS ALLEEN.
Op U hel) ik mijn hoop gebouwd,
ü heb ik mij geheel vertrouwd.
Beminde Vrouw van Jezus Harte En daarom ben ik. Moeder zoel
Verhoord, geholpen en behoed.
Voor droevig leed en billre smarte.
1. Eindelijk zal de wereld de schatten en liet licht, welke dertig jaar te Nazareth verborgen waren, leeren kennen, üe sluier zal vaiiéengereten worden en de goede Meester zal zich aan allen als de verwachte Messias vertoonen. Vaarwel, nederig dak van Nazareth !... Jezus vertrekt. Hij zondert zich in de woestijn af, om zich tot Zijne goddelijke zending voor te bereiden. Wat mij verwondert o Jezus! is dat ik 11 alleen zie vertrekken; Uw openbaar leven beginnen, zonder Uwe Moeder bij U Ie roepen. Gedurende drie jaar verschijnt zij slechts zeldzaam van tijd tot tijd in liet midden Uwer leerlingen, en nog zullen Uwe geheimzinnige woorden hare grootheid verbergen. Wanneer een Uwer hoorders in loftuiging over de moeder, die U liet leven schonk, uitbarst, antwoordt Gij met het gezag eens meesters;
«Gelukkiger is hij, die mijne woorden aanhoort en ze beoelent!...quot; Als men L' zegt: Uwe Moeder is daar, zij zoekt [],quot; zult Gij zeggen : «Wie is mijne Moeder, tenzij hij, die den wil van God doet?quot; Hoe bevreemt mij Uw gedrag, beminnelijke Zaligmaker? Zondt Gij dan al de zorgen en liefde, die Maria voor U gehad heeft, kunnen vergeten !... Gedenkt Gij de uitgestane vermoeienissen niet meer, de moeiten, die zij zich voor U getroost heelt, de waakzame bezorgheid, waarmede zij U omgaf? Wanneer er sprake van Maria is, blijven wij dan niet bij het uitwendige staan; dringen wij door lol in het Heilig Hart; daar moet men de gevoelens, die Jezus voor Zijne Moeder had, leeren kennen! Alles wat Hij voor de menschen doet, doet Hij nog meer voor Maria. Hij denkt aan de schepselen; hoe is het aan te nemen, dal Hij niet aan Zijne Moeder denkt! Het liefelijk gelaat van Maria, moet Hij wel dikwijls voor oogen hebben; Hij moei voor haar bidden, zich verheugen bij de gedachte, da! zij Zijn getrouwste Apostel is en dat zij op eene onzichtbare wijze met Hem op de harten werkt. Kondom Hem heen wrocht Hij wonderen, maar Hij wrocht er nog grootere in hel hart Zijner Moeder!
Stellen wij ons Jezus voor, in alle om-slandiglieden van Zijn apostolische tochten gedurende drie jaren aan Zijne Moeder denkende, en wij zullen verwonderd staan, Hem over de geheimen, die het onderwerp onzer overdenking uitmaken, nog eens te hooren uitweiden. Maria en Jezus kuniien niet gescheiden worden, en het is niet van heden, dat zij in wezenlijkheid Onze Lieve Vrouw van hel Heilig Hurl is.
II. Men verwondert zich, dat Jezus Maria niet roept, om Hem te volgen; men verwondert zich 0)k, dat men Maria haren Zoon niet op den voel ziet volgen. Zij heeft Hem naar Egypte gevolgd; zij heelt Hem drie dagen lang, in tranen badende, in Jerusalem gezocht. Wij ontmoeten haar op den Kalvarieberg, en nu laat zij Hem alleen; alleen gedurende veertig dagen in de woestijn. daarna alleen, blootgesteld aan do aanvallen der Farizeërs; alleen, te midden dei-zee op een broos vaartuig; alleen, te midden van duizenden gevaren. He oplossing van hel geheimvolle van dil gedrag is nogmaals te vinden in het antwoord van Jezus; n Wist gij niet, dat ik zijn moest in hetgeen mijns Vaders is!...quot; Maria begrijpt deze woorden; zij brengt ze in beoelening. Gedurende het openbaar leven van den Verlosser, zal zij trachten, zich in de schaduw te houden
- Hl -
om .Ic/iis alleen te doen uitkomen. Zij zal haren goddelijkeu Zoon niet verlaten; in schijn zal zij Hem slechts van verre volgen, maar haar moederlijk hart zal altijd aan zijne zijde zijn; dikwijls zal zij te midden dier menigte, die den Verlosser vergezelt, onopgemerkt blijven en van talrijke wonderen getuige zijn. Haar hart zal met het Hart van den goddelijkeu Meester vereenigd blijven en er de keunis van het eeuwig leven uit putten. «Iemand heeft mijn Hart aangeraakt, zal Jezus kunnen zeggen; ik heb gevoeld, dat talrijke genaden daarvan zijn uitgegaan.quot; Onder al degenen, die U bewonderen, o goddelijke Zaligmaker, wie denkt er aan, Maria te bedanken, dat zij U zoo zeer bemind heeft en U gedurende dertig jaar heeft verzorgd en beschermd? Gij alleen denkt aan dien plicht der dank baarheid; Uwe oogen ontmoeten, die Uwer Moeder; de macht Uwer liefde neemt haar onder allen duidelijk waar en bereikt haar; het gerucht Uwer voetstappen, de klank Uwer woorden, de beweging Uwer lippen zijn voor Uwe Moeder eene geheele openbaring en een geheele Hemel. Uw Hart gaat regelrecht naar het hare, dan zelfs, wanneer Uw persoon ver van haar is.
III. Hebben wij gedurende onze bezigheden, op onze reizen, in onze ziekten, in
die duizenden wederwaardigheden, waaruit ens leven is samengesteld er wel aan gedacht, dat een (iod zich met ons bezig hield? Dachten wij niet. dat wij geheel vergelen waren? Er is iemand, dien wij niet genoeg waardeeren en wiens aanbiddelijk Hart ons met Zijne iielde vervolgt. Van uil de hoogte des Hemels, waar Hij Zijne heerlijkheid ten toon spreidt; uit hef binnenste van hel Tabernakel. waar Hij zich tot onzen gevangene, tol den innigsten vertrouweling onzes harten maakt en Hij Zijne rust komt zoeken; denkt Jezus aan ons om ons wel te doen; Hij odert zich in onzen naam aan Zijn hemelschen Vader op als een slachtolFer van lof. aanbidding. dankzegging en gebed; hij verwijlt onzichlbaar bij ons, zooals Hij bij Maria deed. Geen gerucht dezer wereld zal machtig genoeg zijn om ons te beletten, de stem Zijner liefde te hoeren; geen afstand zal ons van Hem scheiden: geen hinderpaal zal de vlucht van ons hart naar het Zijne in den weg staan Maria vooral zal, als wij haar als Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart weten te eeren. ons de vleugels der duif welen Ie verschaffen, ten rinde naaide holte in de steenrots te vliegen, die het Hart van Jezus is, en daar zullen wij voor immer ons verblijf kunnen vestigen.
Zinnebeeldige Voorstelling:.
TO BIAS.
De jonge Tobias kreeg van zijn vader den last, om naar de kleine stad Mages te gaan, ten einde daar eeue sehnld van tien talonten in te vorderen, welke Gahelns scliuldig was. Het kind, gehoorzamende aan het bevel zijns vaders, verlaat zijne woning en onderneemt deze verre reis. Hel hart der moeder werd gedurende deze lange afwezigheid pijnlijk gekweld; zij dacht aan hem en verzuchtte naar zijne terugkomst. Helaas ! hoorde men haar dikwijls uitroepen, waarom, mijn zoon, hebben wij n zoo ver weggezonden? Gij, het licht onzer oogen, de steun van onzen ouderdom, de troost onzes levens! Ontroostbaar over het verlies van hem, die alles voor haar was, zette deze moeder zich alle dagen neder op den top eens bergs en blikte naar alle kanten rond, ol' zij haar zoon zag terugkomen. Het hart van Tobias was niet minder met deze gedachte bezig dan dat zijner moeder. Hij had eene echtgenoote naar Gods inzicht; hij was in de vreugde; van alle kanten bewees men hem eerbied en hulde; men wilde hem nog doen blijven, maar hij wist zijn vertrek te bespoedigen, door te antwoorden: »Ik weel, dat mijne
moeder de dagen en uren telt en dal hare ziel diep bedroefd is.quot;
Ligt daarin niet de geheele geschiedenis van Jezus, die op bevel Zijns Vaders ook eene schuld kwam invorderen: die onmetelijke schuld, die wij met God hadden aangegaan, die schuld van dankbaarheid voor verkregen weldaden en van stral voor begane zonden?... De goddelijke zending, die Hij gaat volbrengen, maakt Zijn vertrek van Nazareth noodzakelijk; maar op welke plaats, dat zijne zending Hem roepen moge, overal zal Hij aan Zijne Moeder en Zijne Moeder aan Hem denken...
115
IHIIITIfi81E flVERiEGlNG
HET ERFDEEL VAN DEN H. JOZEF.
O ja, daar heerscht het grootst geluk. Ook zonder vrees voor leed en druk.
Waar Jezus Moeder wordt vereerd En 'l kind dat van zijn ouders leert.
1. Jozef is gedurende dertig jaar hier beneden de gelukkige getuige geweest van de leedere liefde van het Hart van Jezus voor Zijne Moeder, en van die, waarmede deze beminnelijke Moed.-r liet Hart haars goddelijkcn Zoons wist te betalen. Ue heilige Aartsvader heeft deze twee harten in zieh vereenigd; hij heeft ze alle oplettendheden bewezen; hij heeft zijn voordeel weten te doen met de onmetelijke schatten van genade, die zij bevatten. Hel uuromie vertrekken, om zich voor den hemelschen Vader te ver-toonen en rekenschap van een zoo kostbaar pand te geven, is gekomen. Schrik niet, maagdelijke Bruidegom van Maria, uw dood zal hel beeld zijn van den dood eens rechtvaardigen; de Moeder en de Zoon, over wie gij te verantwoorden zult hebben, bewijzen ii in uwe laatste oogenblikken door hunne hartelijkheid en droefheid de teederste toe-
genpgenlieid; zij zeiven zullen bij den oppersten Hechter voor n verantwoorden. De Verlosser zal aan Zijn lienielschen Vader nwen arbeid, nwe vermoeienissen en uwe slapelooze naelilen melden; Hij zal Hem verhalen op welk eene wijze gij Hem bemind hebi, op welk eene wijze gij voor Maria, het dierbaar voorwerp van Zijn Hart, gezorgd hebt. Uwe kroon zal den glans der kronen van al de andere heiligen verduisteren; Jezus en Maria zeiven zullen de zegeteekenen uwer onsterfelijke overwinning zijn. Maar welk erfdeel zult gij. alvorens van deze wereld te scheiden, achterlaten? Aan wien zult gij de eervolle bediening, waarmede God u bekleedde, nalaten? Het schijnt mij, alsof ik hooi', dat gij uwe beminde bruid aan uw welbeminden Zoon aanbeveelt, en dat ik u aan Maria hoor verzoeken, om nwe plaats bij Jezus te vervullen. Uw uiterste wil kou noch meer liefde ademen, noch met meer bereidwilligheid aanvaard worden. Uwe erfgenamen zullen, o H. Jozef, de kostbare talenten, die gij hun ter hand stelt, winstgevend doen zijn. Maria zal dan eene bediening te meer te vervullen, een nieuw recht op het Heilig Hart haars Zoons kunnen doen gelden; zij zal haren ijver verdubbelen, om den persoon van den roemrijken Aartsvader bij Hem te vervangen.
II. Bij den dood v;m Jozef, ziel Maria de zoete verplichting op zicli rusten, om hare zorgen voor den geheiligdeu persoon van Jezus te verdubbelen; aan haar alleen komt liet voorrecht toe om Hem te beschermen, met Hem te wonen, deel te nemen in Zij ne vertrouwelijke gesprekken en vurige gebeden, waaraan te Nazareth de avonduren gewijd waren. Doch, helaas! het vertrek van Jozef naar het eeuwige leven was slechts het voorspel van het vertrek van Jezus naar het openbaar leven. Weldra zal Maria, na den afscheidsgroet van haren bruidegom gehoord te hebben, dien van den Verlosser liooren. Als erfgename der roemvolle opdracht om voor Jezus zorg te dragen, zal zij Hem willen volgen. Hem verdedigen, wanneer Hij gehoond wordt. Hem troosten, wanneer Hij in droefheid is; zij toch is belast om Jozefs plaats bij Jezus in te nemen. 0 Maria ! de goede Meester heeft alles voorzien; Hij zal alles tot Zijne en uwe eer doen dienen... Jezus wil, dat gij de banden der liefde, die ii met Hem vereenigen, nog nauwer zult toehalen; Hij verlangt, dat gij in Zijn goddelijk Hart al de teedere bezorgdheid, die gij geroepen zijl in naam van Jozef aan Hem te bewijzen, zult nederleggen. Hij ontslaat u van alles, wat te veel in het oog valt. Blijf in uwe stille afzondering! Dat uwe gebeden
zielen voor Hem winnen! Door n de nil-wendige beoefening van den ijver te ontzeggen, zult gij eene oderande opdragen, die als een zuiver reukwerk tot God zal opstijgen; en Hij, dien gij bemint, zal op Zijne apostolische tochten de talrijke vruchten uwer deugden plukken. Gij moei Hein in naam van allen beminnen. Hem voor ons uwe gebeden toesturen, en van Zijne barmhartigheid de vergillenis voor de zondaren verkrijgen; vooral hebt gij altijd het voorrecht als eene beminnelijke Koningin over Jezus te regeeren, er in uwen naam en in dien van Jozel heerschappij te voeren. Jezus zal altijd, hetzij ver ol nabij, vrijwillig aan de macht uwer Helde onderworpen zijn, en men zal kunnen zeggen, dat gij nooit opgehouden hebt den zoo schoonen naam van Onze Lieve Vrouw van hel Heilig Hart (e verdienen.
III. Wat Jezus betreft, het is Hem niet moeielijk geweest om de plaats van Jozef bij Mai â¢ia te vervullen, de eenigste beschermer harer zuiverheid en haar steun op den levensweg te zijn. Gedurende drie jaar preekt Hij slechts om de zielen tot zich te trekken, ze aan zich te verbinden en te redden. Doch hetgeen Hij doen gaat voor allen, is reeds op eene wonderbare wijze in de Koningin der maagden ten uitvoer gebracht. Hij heeft hare woning, maar niet haar hart verlaten; Hij
heeft zicli integendeel daar meer dan ooit als gebieder gevestigd,- Hij verblijft daar als de bruidegom liarer ziel en als de Zoon liarer liefde; llij hoort de geringste zuchten van deze zoo leeder beminde Moeder; Hij weet aan de wenschen, die zij Hem kenbaar maakt, te beantwoorden; Hij weet haar wel te doen, en de Aartsvader Jozef wordt vervangen door een Godmensch!... Welk een troost voor ons, dat Jezus en Maria altijd de ledige plaatsen, welke de dood onder ons zal doen ontstaan, door hunne tegenwoordigheid overvloedig zullen kunnen aanvullen. Onze ouders mogen ons ontvallen; onze vrienden ons verlaten; onze beschermers de hand van ons aftrekken... wenden wij dan in onze droefheid onze blikken naar Jezus, die een vader, een broeder, een vriend en een weldoener voor ons zal zijn. Werpen wij ons aan de voelen van Maria, die onze moeder, onze troosteres en onze toevlucht zal zijn. Vereenigen wij in een enkele kreet onzer ziel al de gebeden onzes levens, en Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart zal die met liefde beantwoorden.
Zinnebeeldige Voorstelling'.
EPHRA1M.
be Aartsvader Jozef zag zijn zoon Ephraim door den Aartsvader Jacob met een bijzon-
â 120 â
deren zegen verrijken. Het kind, mei zulk eene groole gunst gezegend, ging het voorspoedig, werd liet hoofd van een roemrijken stam en zinspelende op den roem, dien hij in de gevechten zon inoogsten, kon men van hem zeggen: «Is een tros druiven van Ephraim niet beter dan oen geheele oogst van Abiëzer? JSonne melior est racemus Ephraim , rindemüs A biezer ?
De ware Jozef ontving van den Hemel een duizendwerf gezegenden Zoon, een Zoon, van wien de Almachtige voor het aanschijn der wereld moest zeggen: «Dit is mijn welbeminde Zoon, in wien ik mijn welbehagen heb.quot; Jezus, dat kind van zegening, heeft de wereld veroverd: de geslachten heeft Hij met Zijn roem vervuld, en Hij brengt voor de voelen Zijns Vaders de harten, welke Zijne liefde veroverd heeft.
Doch de schoonste vrucht Zijner overwinning is Zijne Moeder. Ik ken slechts eene vrucht, die de voorkeur boven Maria verdient, en dat is Jezus; vooral is het Zijn Heilig Hart, dat, aan het kruis dooi- de folteringen des doods geperst, den wijn heeft doen ontspringen, die maagden voortbrengt; doch deze zoo zoete vrucht vind ik in Maria, die Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart genoemd wordt. Dat deze godvruchtige gedachte de stof onzer overweging zij. en laat ons niet vergeten
Jozef te bedanken voor de schatten, die liij ons bij zijn sterven vermaakt heeft; vragen wij hem, dat hij ons ieere, om naar zijn voorbeeld ons van Maria te bedienen, om onze liefde lol Jezus, en van Jezus, om onze liefde tot Maria le volmaken.
EE! EN TWIIITIG8TE ÃÃERiEGliG
EEKE HOEDER TOT VOORSPREEKSTER.
MARIA OP DE BRUILOFT VANKANA.
Wie Onze Lieve Vrouw van i II. Harl vereerl. Vertrouwend op haar hulp zich biddend tol Haar
[keert,
Zal zeker ook den steun der Moedermaagd verwerven Op aard gelukkig zijn, in GodeS liefde sterven.
I. Jezus lieelt, zijn openbaar leven begonnen ; alles wat Hij sedert zoo langen tijd in het binnenste Zijns Harten hield besloten, wordt voor de oogen der verbaasde menigte ontrold. Zijne gedachten, Hij openbaart ze; Zijne verlangens. Hij verwezenlijkt ze; Zijne macht. Hij doet ze schitteren; en te midden van dien vnrigen ijver, welken Hij ten loon spreidt, wil Hij een openlijk bewijs Zijner achting voor Zijne Moeder geven. Hij zal ons eene belangrijke waarheid doen begrijpen, namelijk deze: dat indien Maria het voorwerp Zijner bijzondere liefde is, dit niet alleen is, wijl zij Hem het menschelijk aanzijn schonk, maar vooral wegens den moederlijken invloed, dien zij met zooveel liefde op Zijn goddelijk Hart uitoefent.
Men vierde bruiloft te Kana in Galilea, Maria was er met haren Zoon. De tegen-
125
woordigheid van den Verlosser en Zijne Moeder doet onder de gasten eene heilige vreugde heerschen. Op eens heeft Maria's zorgzame blik ontdekt, dat er geen wijn is; zij verwittigt dadelijk Jezus ervan en zegt: «Zij hebben geen wijn meer: Vinum non habent.quot; Het is geen verzoek, maar deze woorden alleen, deze enkele waarschuwing is zoo goed als een gebed. Maria begrijpt het Hart van Jezus. Zij weet, hoe men op Hem moet werken, en Jezus die het Hart eens zoons heeft, zal, door Zijn eerste wonder te wrochten, aan de geheime bedoelingen Zijner Moeder weten te beantwoorden. Hooren wij hetgeen de Verlosser zegt: «Vrouwe! wat heb ik met u?quot;of: nWat gaat het u of mij aan! nog is mijn uur niet gekomen.quot; Eene zonderlinge uitdrukking, die evenwel over zeer vele geheimen licht moet verspreiden, en die ous meer dan iels anders een juist denkbeeld van de grootheid van Maria moet geven ! Men kan met den H. Augustinus antwoorden: «Er bestaat hier het voorrecht der moederschap; doch dit voorrecht, hoe groot het zij, zou van geenerlei waarde geweest zijn, bijaldien het niet gepaard gegaan had met eene, hetzelve waardige, inwendige gesteldheid, met een goddelijk moederschap volgens het hart;quot; met dat moederschap, waarvan Jezus zelf zal
144
zeggen ; «Mijne moeder en broeders zijn zij, die lief woord Gods honren en doen.quot; Dit inwendig moederschap bezit Maria in den hoogsten graad, en doet haar in de innigste betrekking tot liet menschgeworden Woord staan; in schijn is het, alsol' de Verlosser een weigerend antwoord geelt, doch in werkelijkheid staat Hij Zijne Moeder het gevraagde toe; en al mocht het den sc hijn hebben, alsol Hij geen gezag over zijn persoon aan Maria toekent, toont Hij niettemin duidelijk, dat zij ten minste een wettig alvermogen op Zijn Heilig Hart uitoefent. Dal niemand Maria de Beheerscheres van God noeme! Er bestaat een onoverschrijd-bare afgrond tusschen God en het schepsel. Maar men vinde er een zoet welbehagen in, haar den schooneu titel van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart te schenken: de liefde heeft het Heilig Hart van Jezus met dat van de onbevlekte Maagd Maria door de nauwste banden weten te vereenigen.
II. Maria heeft zich in het geheimzinnig antwoord van Jezus; «Vrouwe wat heb ik met u te doen,quot; niet kunnen bedriegen. Zij kent haar Zoon, zij weet wat Hij in het binnenste van Zijn Hart verborgen houdt: en gelukkig als eene ziel, die zeker weet, dat zij verhoord is, keert zij tol de dienaars terug en zegt hun: «Doet wat Hij u zeggen
125 â
zal: Quodcumque dixerit vobis facite.quot; Schijnt het niet ol' zij luin door deze zoo eenvoudige woorden reeds vooraf de verzekering van het goed gevolg hunner gehoorzaamheid wil geven, en dat zij er openlijk voor uitkomt, dat zij de Koningin van het Hart van Jezus is? Schijnt zij niet tot allen te zeggen; ))Zijt niet bekommerd, ik heb mij tot het minnend Hart mijns Zoons gewend; ik heb het Hem doen weten wat ontbrak, Hij zal niet toeven om de schatkamer Zijner macht en liefde voor u te ontsluiten.quot; Jezus voegt zich inderdaad naar het verlangen Zijner Moeder. Hij verandert het water in wijn. Ja, Jezus heeft gewild, dat het eerste schitterend teeken van Zijne intrede in het openbaar leven ter eere Zijner Moeder zijn zou en worden als haar werk, als het uitwerksel harer macht op Zijn Heilig Hart. Wanneer wij dan in het vervolg den goddelijken Meester van tijd lot lijd Maria uiterlijk zullen zien behandelen op eene wijze, die niet met onze denkbeelden strookt, bedenken wij dan altijd, dat de Koningin der maagden uitsluitend gekozen is geworden om moeder naar het Hart en over het Hart van haar goddelijken Zoon te zijn. Wij zullen de geheimen van het Evangelie niet beter begrijpen, dan na ons doordrongen te hebben van eene zoo belang-
9
rijke waarheid, die geheel vervat is in liet woord: O. L. Vr. van het H. Hart.
III. Reeds sedert lang heeft Maria als eene moeder, vol teedere bezorgdheid voor ons eeuwig heil, bemerkt wat ons aan heiligheid ontbreekt. Zij heeft ons verzoek voorkomen, en zich tot het Heilig Hart wendende, heeft zij, van ons sprekende, gezegd; «Zij hebben geene liefde: Amorem non habcnt.quot; De goddelijke Meester kan antwoorden, dat Hij ons genoeg genade verleend heeft, dat Hij ons op de minzaamste wijze tot zich geroepen heeft, dat Hij zich geheel aan ons gegeven heeft, en van onze zijde niets dan voortdnren-den ondank ingeoogst heeft; doch Maria wordt niet ontmoedigd: onophoudelijk is zij onze voorspraak, haar verzoek is reeds verhoord, en wij kunnen de vrucht van haar gebed ontvangen, indien wij als getrouwe dienaren hare raadgevingen in beoefening weten te brengen. Waarom zou zij de ware liefde tot God niet voor ons kunnen verkrijgen, daar zij toch de bron er van bezit en Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart is?
Zinnebeeldige Voorstelling.
DE KRUIK MET OLIE.
Wij lezen in hef vierde Boek der koningen, dat eene vrouw, die onder een zwaren
schuldenlast gebukt ging, zich tot Eliseus, den dienaar Gods, wendde, om hulp van hem te bekomen: »\Vat wilt gij, dat ik doe? zeide haar de Profeet van Israel. Wat hebt gij in uwe woning?quot; Zij antwoordde: «Uwe dienstmaagd heeft in haar huis niets dan een weinig olie. â Ga, zeide haar de profeet, leen van uwe buren eene menigte kruiken, vul ze met den olie, dien gij hebt, en wanneer zij gevuld zijn, zult gij ze weg nemen.quot; Deze vrouw gehoorzaamde; haar olie vermeerderde zoodanig, dat zij al de kruiken, die haar aangeboden werden, daarmede kon vullen, en hield niet eerder op te vermeerderen, dan toen haar kruiken ontbraken. Op raad van den man Gods, verkocht zij haren olie en betaalde al hare schiildeischcrs.
Eene schoone afbeelding van de weldaden des Verlossers aan Zijne Moeder ! Als Koning der profeten heeft Hij deze dochter van Israël het voorrecht hooien verzoeken, om deel te mogen nemen in de redding van het mensch-dom, dat onmachtig was deszelfs schuld te kwijten, en Hij heeft geantwoord: «Neem het uitverkoren vat, waarin zicli de olie dei-genade bevindt, het Heilig Hart van uwen Zoon, put onbeschroomd er uit om de harten uwer kinderen met deugd en liefde te vervullen.quot; Maria heelt aan deze ingeving des Hemels gevolg gegeven; zij heeft haar moe-
128
derlijk hart bij dat van haren Zoon gebracht; de genade heeft, het overstroomd. Zij heeft de harten van alle menschen gebracht, en daar, waar de zonde had overgevloeid, deed de genade dit in nog sterker mate. Hare roeping voortzettende, zal zij tot het laatste van de kinderen der menschen op den weg des levens opwachten; elk hart van goeden wil zal door hare handen gaan en zal daaruit komen overvloeiende van goddelijke gunsten; want de bron, waaruit Maria put, zal nooit opdrogen.
129
TiEE Eü TiliTiGSTE OVERWEGING
EUCHARISTISCHE VEREENI61I5.
Hem die in druk en ledenbeden.
Voor 'l oog der wereld bleef veracbl.
Maar lot Maria heeft gebeden,
Heefl steeds baar liefde troost gebraebt.
!. Jezus gaat zijn liefdeplan ten uitvoei' brengen. Hij is in de wereld gekomen, om ons liet overvloedige leven, liet eeuwige leven te geven; Hij zal ons, alvorens tot Zijn Vader terug te keeren, het levend Brood geven, dat van den Hemel is nedergedaald. De leerlingen zijn in de eetzaal vereenigd: het zinnebeeldig avondmaal van het paaschlam is al'geloopen. De liefde van den Verlosser, die ons tot het einde toe beminnen wil, denkt het oneindig aanbiddenswaardig Sacrament uit, voortaan zal Hij tot aan het laatste dei-tijden in ieder onzer kunnen blijven voortbestaan, en ous de genoegens van het hemelscli vaderland in deze hemelsche spijs bij voorbaat doen smaken. Maar ook hier zien mijne lichamelijke oogen Maria niet onder de Apostelen. De vier Evangelisten verhalen met getrouwheid de bijzonderheden dezer laatste instelling van Jezus. Niet een hunner zegt, welke plaats onze Moeder bij dat verheven
- ISO â
afscheidsmaal innam. Maria zal bij de bloedige slachlolfering van haar Zoon tegenwoordig zijn, en zal zij geen deel hebben aan hel geheimzinnig liefdemaal? Ik kan het niet gelooven. 0 goddelijke Meester ! uwe liefde blijft mij borg, dat Uw Hart aan haar gedacht heeft. Gij hadt Uwe Moeder tot hel ontvangen van Uw lichaam en bloed als spijs moeten uitnoodigen, en indien een sluier het onbeschrijfelijk tafereel van de Koningin der maagden, haar welheminden Zoon als voedsel ontvangende, aan de oogen der gewijde schrijvers verbergt, is zulks zonder twijfel dat een dergelijk geheim door de christelijk gezinde harten gegist moest worden. Met welk eene vreugde moet het menschgeworden Woord, nu spijs geworden, den maagdelijken schoot, die Hem eens droeg, weder zijn binnengegaan ! Met welk eene liefde moest Hij wederom in het bezit treden van Zijn eerste tabernakel, waarop Hij nieuwe rechten had verkregen! Met welke schatten moest Hij het niet overladen ! Maria moet hier, zooals in al de omstandigheden van het leven van Jezus, den naam verdienen van Onze Lieve Vrouw van hel Heilig Hart.
II. Wij zijn geneigd te gelooven, dat Maria de toebereidselen tol het laatste Avondmaal zag maken; dat zij de Apostelen zich hoorde verheugen, wijl zij met den Verlosser het
Paaschlani zouden eten; en dat zij God vurig smeekte om de zielen, in welke haar goddelijke Zoon Zijn verblijf ging vestigen voor te bereiden. Als Koningin der Apostelen wenschte zij, dat zij in dit manna der wet van genade, in dit aanbiddelijk Sacrament des altaars de kracht mochten vinden, om in hun ijver te volharden. Door hare gebeden verkreeg /.ij voor den H. Joannes, dat Jezus hem als erfdeel het onschatbaar voorrecht naliet van op de borst zijns Meesters te rusten. Zelfs voor Judas,den heiligschendenden Apostel, verkreeg zij genade tot bekeering en zaligheid; doch de verrader hechtte geen waarde aan de eeuwige schatten. Maria moet toen wel, om herstelling voor zulk een groo-ten hoon te geven, eene vurige communie aan het Hart van Jezus-Christus hebben opgedragen, en uit dat Hart, dat zij in het H. Sacrament des altaars in wezenlijkheid ontving, de kracht geput hebben om den Kalvarieberg te bestijgen, om daar openlijk bewijzen van hare liefde en haar geloof te geven. Het eucharistisch brood wordt voor onze Moeder het dage-lijksch voedsel; in deze goddelijke Spijs, zal zij, onder eene geheimzinnige gedaante verborgen, Uengene terugvinden, die door een smartelijken dood aan hare oogen ontrukt zal worden, doch Dien niets aan hare liefde zal kunnen ontrukken, gt;\ijl zij is in alles en
overal Onze Lieve Vrouw van hel II. Hart.
III. Zoo vaak wij lol de H. ïal'el naderen, hebben wij hetzelfde geluk als de Apostelen hadden, toen zij niet hun goddelijken Meester aan het H. Avondmaal aanzaten. Maria is het voorwerp bij uitnemendheid, waarop wij onze blikken moeten vestigen. In vereeniging met haar tot de H. Tal'el naderen; hare hulp verzoeken; hare gevoelens in ons overbrengen : ziedaar de beste manier, om met vrucht het altaar te naderen, waar een God zich in persoon aan ons geeft. Maria is O. L. Vr. van het H. Hart: derhalve is zij bet, die den afgrond van Jezus' liefde het best gekend en doorgrond heeft. Zij alleen kan ons bet H. Sacrament des altaars wel doen begrijpen en waardeeren. Zij alleen kan van ons, door de tusschenkomst van het Hart van Jezus, andere Joannessen, andere welbeminde leerlingen maken. Vergeten wij niet Maria te bedanken voor al de schatten, die wij in hel Sacrament van liefde vinden, daar het in haar, als in eene maagdelijke aarde is, dat de eucharistische larwescboof geworteld beeft, en Maria hier wezenlijk nog O. L. Vr. van het H. Hart is.
Zinnebeeldige Voorstelling.
HET BELOOFDE LAND.
God had aan de kinderen van Israël als belooning voor hunne getrouwheid en vol-
hardende pogingen een in alle opzichten gezegend land beloofd, waarnaar van toen af al luinne verlangens gericht waren. Daar zou vruchtbaarheid en overvloed heerschen; stroomen van melk en honig vloeien; daar zouden zij dien honger, die hen in de woestijn zoozeer deed lijden, niet meer gevoelen, noch dien dorst, die hen togen Mozes deed morren. Als een bewijs dezer wonderbare vruchtbaarheid diende een druiventros uit dat land, die door Caleb en Josué gedragen werd en de bewondering van het gansche volk verwekte. Het uur der bevrijding sloeg en al de beloften werden verwezenlijkt.
Wie is het ware Beloofde LandV Is het Maria niet? Is het niet in dien geheimzin-nigen tuin, dat de stroomen der genade in overvloed vloeien? Is het niet daar, dat de zon der liefde den druiventros, die alle geslachten moest voeden en waarnaar men in het Oude Testament verzucht had. tot rijpheid moest kornen? Is zij het eindelijk niet, die aan alle menschen het middel geschonken heeft, om hun honger en dorst te stillen met de eucharistische vrucht, daar wij aan het Hart van Jezus, waarvan Maria de koningin is, het H. Sacrament des altaars verschuldigd zijn.
DRIE EU TllïINTIfiSTE OÃERWEfilUG
DE DOOBSTRIJD VAN JESÃS IN DEN HOF DER OLIJVEN.
Zeker is het dal de beden, Met vertrouwen U gedaan
Als een geur ge wierook stijgend Naar uw troon van glorie gaan.
I. Jezus gaat zich als slachtoffer aanbieden. Het oogenblik, dal Hij zich zal slachtod'eren is gekomen; het laatste woord Zijner liefde is uitgesproken; Zijn testament is gezegeld; de Apostelen zijn priesters; het H. Sacrament des altaars is ons geschonken... Jezus! Gij eindigt uwe zending door te beminnen... De menschen beginnen nu hun rol van ondankbaren te spelen, welke de duivel hun had opgedragen. Gij hebt Uwen Vader bedankt, dat Hij U het aanbiddelijk Sacrament, waarin Uw lichaam en bloed tegenwoordig is, heeft laten instellen. De Hof der Olijven roept U. Gij moet vertrekken... De nacht zal zijn sluier spreiden over de overmaat Uwer droefheid en Uwer liefde, en over de ongehoorde snoodheid, welke de menschen ten Uwen opzichte gaan bedrijven... Uwe leerlingen volgen U, maar zij zullen insluimeren... Geheel alleen, ter aarde gebogen, overstroomt
U het bloed en overstelpt U de droefheid... «Mijn Vader, dat deze kelk van mij ga!..-quot; 0 Jezus! Gij spreekt van Uwen Vader... en Uwe Moeder, waarom zegt Gij niets van haar? waarom geen beroep op Uwe Moeder ? Denkt Gij, dat zij geen uur bij L kan waken, dat de slaap hare oogen zou sluiten? Heeft zij niet hare nachten doorgebracht met voor U te werken, en de lange dagen harer ballingschap in het gezelschap van Uw geheiligden persoon? Doe een beroep op haar en Gij zult haar naar den Hof van Gethsemani zien komen en zich bereid verklaren, om met U den bitteren kelk te drinken. Zij zal U ondersteunen; zij zal U troosten, beter dan de Engel, die van den Hemel gedaald was; Jezus, spreek slechts één woord, en Uwe Moeder is bij U. Jezus zegt niets. Gedurende bijna den geheelen loop van Zijn openbaar leven, is dit het hart, dat op eene onzichtbare, doch krachtige en machtige wijze met Zijne Moeder moet. handelen. Indien wij in liet zieltogend Hart van Jezus doordrongen, zouden wij daar, in weerwil Zijner smarten een levend aandenken aan Zijne Moeder vinden, en wij zonden weten, waarom Hij in dit plechtig uur alleen heefl willen zijn en niel haar, die Hij niet ophoudt te beminnen, en dour ons Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart genoemd wordt, bij zich heeft willen hebben.
II. O Maria, wat. doet gij te Jerusalem gedurende den doodsangst van den Verlosser? Heelt de Engel, die de boodschapper was van de toekomende heerlijkheid uws Zoons, n ook de Folteringen niet medegedeeld, waaraan Hij in dit nachtelijk uur ten prooi is? Kent gij het verraad niet. dat in het duister gesmeed wordt? Kent gij den boozen toeleg niet van de opperste der priesters, de misdadige beloften van Judas om Hem, die de oneindige rijkdom is, voor dertig zilverlingen over te leveren ? Gij weet het, o mijne Moeder, en het zwaard, door Simeon voorzegd, dringt dieper in uw hart. Jezus lijdt, en Zijne Moeder, zijne teedere Moeder, is niet aan zijne zijde. Deze gedachte alleen veroorzaakt Maria eene matelooze smart; en deze smart, ver van Jezus geleden, is het pijnlijkst offer, dat van eene Moeder van God gevorderd kan worden. Jezus ziet hare tranen, hoort hare zuchten. Hij weet dat deze welbeminde Moeder onder het zwijgend lommer van Gethsemani met Hem waakt. Ja, Heer, gij weet, dat het Hart van Maria bij ü is, dat haar gebed met Uw gebed overeenstemt, dat hare moederlijke toestemming zich bij Uwe goddelijke voegt, en dat zij aanneemt al de smarten en versmadingen van den kruisdood met U te deelen. Stellen wij ons Maria voor. Welk een nacht! Welk
157
eene droefheid! Welk eene liefde! Wie zou weigeren, als men haar zou /.iet, om haar Onze Lieve Vrouw verlroosteres van het Heilig Hart te noemen?
lil. De H. Teresia vond er behagen in zich in hare godvruchtige overwegingen in den geest in den Hof der Olijven te verplaatsen. Zij droogde hel bloed van den godde-lijken Meester, hoorde zijne smartkreten, aanschouwde de neerslachtigheid, waartoe Hij gebracht was, de weinige geestkracht der ingeslapen Apostelen, de ondankbaarheid dergenen, die in het duister op kwaad bedacht zijn, en wijdde zich geheel aan de vertroosting van het Heilig Hart van Jezus. Dit is wezenlijk Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart navolgen en deel nemen aan de liefdediensten, welke zij bij haren in doodsangst verkeerenden Zoon vervuld heeft. Welk een voorbeeld ter onzer navolging! Kan het met waarheid gezegd worden, dat wij gedurende de vele vrije uren van den dag en des avonds wanneer het vermaak den tijd verslindt, dat wij niet eenige minuten kunnen waken met het goddelijk Hart van den meester, die zooveel voor ons geleden heeft? Mijn God, laat niet loe, dat zielen, die zich vleien U te beminnen, eenmaal het verpletterend verwijt zullen hooien, dat zij
Uwe tranen en de zuchten Uwer droefheid miskend hebben.
Zinnebeeldige Voorstelling.
DE WORSTELING VAN JACOB MET DEN ENGEL.
Jacob had zijn vader verlaten en vluchtte naar Mesopotamië. Gednrende zijne ballingschap rijk geworden, keert hij, dooi' zijne twaalf zonen voorafgegaan, terug en gaal over de Jordaan. Eenc geheimzinnige worsteling grijpt tiisschen hem en een Engel plaats... Bij de eerste schemering van het morgenlicht, zeide de Engel tot Jacob: »Laat mij los, bid ik u, ziet gij niet, dat de dageraad de kimmen verlicht?quot; De worsteling hield op, en de zon kwam haar licht over de overwinning van den Aartsvader verspreiden; Ortusque est ei statim sol.
Vele eeuwen later, zagen de boorden van de beek Cedron den waren Jacob voorbij trekken; Hij was alleen, Zijne Apostelen wachtten Hem onder de olijfboomen. De diepe stilte van den nacht beheerschte de schouwplaats, waar tusschen God en den Zoon des menschen, de geheimzinnigste strijd gestreden zou worden. Jezus knielt met het aangezicht ter aarde gekeerd en neemt uit de handen van den Engel den kelk der smar-
139
\
ten. De dageraad, die een einde aan den zinnebeeldigen worstelstrijd van Jacob maakte, deed dit niet aan het lijden van den God-mensch, maar een liefelijk morgenrood bracht eene troostende blijdschap voor Zijn Hart mede. Maria moet de weldoende stralen harer deelnemende liefde tot Hem hebben doen doordringen.
440
VIER Ei TilillGSTE mRIEGINB
HET ERFDEEL AAN DE» TOET VAN 'T KRD1S.
Nimmer knielt er iemand neder,
Voor de heiige Moeder Maagd,
Die vergeefs herstel en redding Troost, verlichting, sterkte vraagt.
I. Jezus aanvaardt liet deel, dat Maria in Zijne smarten neemt; Hij noodigt haar uit om Hem naar den Kalvarieberg Ie volgen en onder Zijn Kruis eene schuilplaats te zoeken. Hij wil stervende Zijne laatste blikken op deze teederbeminde Moeder vestigen en haar het geheele geslacht der uitverkorenen als erfdeel achterlaten. Hij wil, dat zij met Hem lijde, dat zij getuige zij van de vernederingen, dat zij de verweuschingen der goddeloozen hoore, en dat zij Zijn Heilig Hart de schatting harer moederlijke liefde als vergoeding voor zooveel smaad opdrage. Zij is als priesteres bij het aanbiddelijk Slachtolfer geroepen; zij moet in de bloedige slachtolfering haars Zoons toestemmen; zij zal tot Koningin dei-martelaren verheven worden, zooals zij zulks tot Koningin der Apostelen geweest is. Bij het bestijgen van den Kalvarieberg gevoelt men zich gelukkig bij de gedachte, dat de
Verlosser dien niet alleen heeft willen beklimmen, dat Hij de Maagd der maagden aan Zijne zijde heeft willen hebben ! Doch, aanbiddelijke Meester, wat bewoog U, om dezen troost te verzoeken? Hadt Gij Uwe Moeder noodig om den last van Uw kruis te verlichten? Wildet Gij, dat zij U tegen Uwe beulen in bescherming nam, ol'ü van het marteltuig losmaakte, om U van het akelige en schrikwekkende van den dood te bevrijden? Wildet Gij, dat zij luide Uwe Godheid verkondigde, en daardoor nog luider den ondank Uwer vervolgers? Neen, dat is de beweegreden niet, die U noopte haar bij U te roepen. Gij hebt, terwijl Gij in een oceaan van bitterheden gedompeld ligt, behoefte aan eene ziel, die het voorbeeld der heldhaftigste trouw voor aller oogen ten loon spreidt. Te midden der versmadingen, waarmede men U drenkt, hebt Gij behoefte aan een hart, dat het Uwe den meest liefdeademenden eerbied bewijst. Maria is onder allen uilverkoren geworden; zij zal U zien kruisigen. Uwe smarten aanschouwen. Uwe wonden tellen; Uw Heilig Hart zal voor hare oogen doorsloken worden; de lans, die het Uwe doorboren zal, zal ook in het hare dringen. Het is niet alleen om Uwe troosteres te zijn, dal Gij Uwe Moeder bij Uw kruis roept; maar ook om haar
10
â 14a â
in de oogen der geheele wereld de bewaarster te maken der onmetelijke schatten, die in Uw aanbiddelijk Hart besloten zijn. Ja, wij hebben recht haar te noemen Onze Lieve Vrome van het Heilig Hart.
II. Maria, staande onder het kruis, toont zich harer verheven roeping waardig. Zij strekt aan God, aan de Engelen en aan de menschen tot schouwspel. Zij lijdt, en hare smart kan afgemeten worden naar de onmetelijkheid harer liefde, naar de onovertrefbare goedheid van den Zoon, die haar ontvalt, naar de onmenschelijke wijze, waarop zij Hem ziet mishandelen. De beste der moeders ziet den besten der zonen sterven. Doch ofschoon zij in diepe droefheid gedompeld is bij liet gezicht van de doornekroon, die het bloed doet stroomen over het aangezicht van Jezus, dat zij zoo dikwerf in des-zelfs goddelijken luister heeft aanschouwd, dat zij met hare kussen en tranen bedekt heeft, ofschoon elke zucht van den God-mensch in hare ziel een trouwen weerklank vindt; ofschoon staande onder het kruis, toch met haar lieven Jezus gekruist, â zoo is er niettemin een afgrond, die door 's menschen blik nog nooit gepeild werd, maar op welks bodem haar moederlijk hart is nedergedaald; een afgrond, waaruit zij smarten put, die onze oogen nooit hebben kunnen
waarnemen, noch waarvan onze ooren ooit hebben kunnen liooren spreken. Deze afgrond is het Heilig Hart van Jezus. Zij ziet het, dat Hart van allen verlaten, miskend in de rijkdommen van deszelfs liefde. Zij hoort, hoe dat Hart zich beklaagt, dat het van allen troost verstoken is, dat het geen vrienden op aarde, noch een Vader meer in den Hemel heeft; dat het voor duizenden zielen, die met deszelfs dood geen voordeel zullen doen, nuttelooze smarten lijdt. Maria deinst niot terug voor dien bitteren kelk, die het Heilig Hart in Zijn smartvol lijden (ot op den bodem ledigde. Met alle kracht, die in haar is, stemt zij toe in de groote slachtoflerande, die voltrokken wordt; zij deelt alle gevoelens van het aanbiddelijk slachtoffer; zij neemt deelt in al Zijne folteringen, in de geheele uitgestrektheid Zijner droefheid. Anderen mogen ontroerd worden bij het verhaal van de lichamelijke folteringen van den Verlosser en weenende blijven staan bij Zijn in bloed badend lichaam! Maria gaat verder: zij gaat tot op den bodem van dezen oceaan van bitterheid; tot eiken prijs, wil zij den God van smarten en liefde vertroosten.
III. Als Jezus dan Zijne Moeder, en den leerling, dien Hij liefhad, naast haar zag staan, sprak Hij tot Zijne Moeder: Vrouwe! zie uw zoon! Daarna sprak Hij tot den leer-
ling; zie uwe Moeder! Wat verlangen wij meer om ons in de armen van Maria te werpen, en haar te zeggen: wij zijn uwe kinderen. Bedenken wij altijd in de moeilijkheden, opotl'eringen en droefheid, die ons overkomen dat degene, die het Hart van een God vertroost heelt, de harten van alle menscheu zal kunnen troosten, en dat zij tot op liet unr van onzen dood bij ons zal blijven, zooals zij tot den laatsten zucht van haren God op de kruin van den Kalvarieberg gebleven is. Nadat zij het bewijs van deze heldhaftige liefde afgelegd had, heeft zij op het Uarl van Jezus eene macht verkregen, waarvan wij de uitwerkselen gevoelen, vooral, wanneer wij onze Moeder aanroepen onder den schoonen titel van On ze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, die zoo goed overeenkomt met
hare sevoelens en onze behoeften.
t»
Zinnebeeldige Voorstelling-,
DE H. VERONICA.
Met een met bloed overdekt gelaat, waarop doodelijke zielsmart te lezen stond, toog Jezus te midden eener menigte, die Hem met slagen en smaad overlaadde, naar de strafplaats. Eene vrouw, moedig door hare liefde, trotseert deze onmenschelijke beulen en dringt door de soldaten, die liet slacht-
oll'er naai* de slaclilbank geleiden; zij valt voor den goddelijken Veroordeelde op de knieën en droogt eerbiedig met een witten doek liet gelaat van haren Verlosser. Deze edele daad wordt oogenblikkelijk beloond; liet gelaat van den Verlosser drukt zich op eene wonderdadige wijze al' op den doek van Veronica.
Met een hart van smaad verzadigd, hangt Jezus aan den boom des kruizes tezieltogen. De hel en de aarde spotten met Zijne smarten; de Hemel zelf had Hem verlaten. Naast haar stervenden Zoon staande, deelt de H. Maagd in de droefheid, waarmede Zijn goddelijk Hart overstelpt wordt. Zij zon wenschen de droefheid, waarin Hij gedompeld is, te lenigen. Een dusdanig bewijs van medelijden verteedert den Verlosser der wereld. Maria ontvangt het omiitwisch-baar beeld van het Hart. van den lijdenden Jezus in hare ziel, en tot aan den laatsten dag van haar aardsch leven zal de smartelijke herinnering daarvan haar bijblijven. «Ik zie,quot; roept de H. Bonaventnra, van de Koningin der goddelijke liefde sprekende, uit. ))ik zie uw hart, maar het is geen hart meer, het is gal, mirre en alsem. Ik zoek de Moeder van mijnen God, en ik vind doornen, nagelen en eene lans. Ik zoek het hart der H. Maagd, en ik vind dat van Jezus.quot;
VIJF EN IllliTlfiSIE 0VERWE6IN0
YEREESI6IJS OHDAHRS HET GRAF.
Wil mij, dierbre Moeder, helpen, 'k Vlucht tol U in bangcn nood;
Laat mij hulp en redding vinden In uw veilden moederschoot.
I. Het offer op den Kalvarieberg was volbracht. Jozef van Arimalhea vroeg onbeschroomd aan Pilatus het lichaam van Jezus; hij bedekte het kostbaar overblijfsel met mirrhe en aloe, wikkelde het in een wit lijnwaad en plaatste het in een nienw graf. Er werd een steen voor het graf gewenteld, en Jezus werd onder de dooden geteld.
In Jerusalem zijn de wonderen van den Verlosser vergeten; de herinnering aan Zijne weldaden is uitgewischt; de eerbied, dien de menigte Hem eertijds betoonde, is geheel verdwenen. Slechts eenige godvruchtige vrouwen zijn op het liefderijk denkbeeld gekomen naar de grot te gaan, die het ontzield lichaam van den Godmensch bevat. En Maria, waar toch ontlast zij haar van droefheid overstelpt hart? Hij, dien zij aan het kruis heeft zien sterven, is haar duizendmaal dierbaarder dan een broeder : het is haar welbeminde
147
Zoon; tot Magdaleua's eer zal men moeten, zeggen, dat zij naar Lazarus' graf ging om er te weenen, en naar dat van Jezus om er den Verlosser te zien; en Maria zal men niet aan het graf haars Zoons vinden ! In deze afwezigheid moet een groot geheim verborgen liggen. De H. Maagd, wier hart in het voorwerp harer teederste liefde gekwetst is, Iaat het lichaam haars Kinds rusten, en, naar het voorbeeld der Sunaraitische vrouw, wier geschiedenis der H. Schrift ons verhaalt, vraagt zij deszelfs opstanding aan Hem, die meester over leven en dood is. Het is niet tot een profeet, dat zij zich wendt; maar tot de liefde, die het menschgeworden Woord aan haar heeft gewijd; lol die goddelijke macht, welke niet sterft. Als Koningin van het Heilig Hart van Jezus weet zij, dat de Verlosser der wereld weldra vol luister en majesteit zal verrijzen. Zij verzucht naar het oogenblik des wederziens; haar moederhart heeft het graf van den Zoon Gods niet kunnen verlaten; hare onoverwinnelijke liefde heeft den afsland overschreden, is door den steen, die Hem aan hare blikken onttrekt, heengedrongen, en zij blijft daar, voor dat kostbaar overblijfsel, voor het Heilig Hart van Jezus, in aanbidding verzonken. Vérwonderen wij ons dus niet, als onze oogen te vergeefs de Moeder van God zoeken
tnssclieii de krijgsknechten, die hel graf bewaken, alsof het cene gevangenis was. Maria ontsnapt aan onze blikken; zij is daar met haar hart en geest; zij is er met hare zuchten en gebeden, zij is er zooais men er zijn moet, als men den naam draagt van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.
II. De ziel van Jezus, ofschoon van het lichaam gescheiden, blijft nietiemin de ver-hevenste gevoelen van liefde behouden. De aartsvaders, de profeten, de rechtvaardigen van de oude wet, de lijdende zielen in het vagevuur begroeten in hun kerker en ballingsoord met eene levendige blijdschap de komst van hun Bevrijder, Zij erkennen Hom als den weldadigen dauw, die hun iu de langdurige hitte van hun smachtend verlangen verlrissching komt schenken, en Jezus vertoont hun Zijne Moeder als de geheimzinnige wolk, die den Rechtvaardige heeft aangebracht, als de aarde, die den Verlosser heeft opgeleverd.
Het schijnt mij, dat Hij haar heeft moeten verhalen, op welke wijze deze Moeder de genaden van den Allerhoogste tot een sieraad verkregen heeft, hoedanig /.ij haar God heeft welen te beminnen, hoe zij zich steeds beijverd heeft Hem op allerlei wijze de liefderijkste hulde te bewijzen, en hoe vurig zij op de aarde naar Zijne terugkomst verzuchtte.
149
Hij moei hun ook gezegd hebben, dat Maria door den invloed, dien zij op Zijn goddelijk Hart bezit, ver boven de engelen en menschen zou verheven worden.
III. De zielen in het vagevuur, in die plaats van lijden, waar de rechtvaardigheid cn de liefde gezamelijk de begane misslagen nitwisschen, ontvangen veel van onze godsvrucht tot Maria. Vooral kunnen wij de hevigheid van hel vuur, waarin wellicht voor vele jaren de zielen van hen, die ons dierbaar zijn of' ons welgedaan hebben, liggen te branden, door onze vurige gebeden lof de Koningin der maagden minder smartelijk doen zijn. Wat zullen wij, die Maria Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart noemen, van deze macht zeggen; wij, die Maria beschouwen als voor immer de wateren dei-genade bezittende en als ons het voorrecht verleenende, om van hare gaven ter verkwikking der lijdende Kerk gebruik le maken? Bidden wij Maria, en zij zal op ons verzoek het Heilig Hart haars god del ijken Zoons in hare handen nemen en licht, verkwikking en vrede voor allen, die wij liefhebben, daaruit doen voortkomen. Daar de leedere Moeder zelve eenigen tijd van hel gezicht haars goddelijken Zoons verstoken is geweest, begrijpt, zij volkomen, welke smart in het vagevuur geleden wordt; zij weet in die smarten.
150
te deelen en om ze te verzachten, maakt zij gebruik van de macht, welke haar de titel van O. L. Vr. van het H. Hart verleent.
Zinnebeeldige Voorstelling.
RESPHA.
Respha, de echtgenoote van Saul, zag twee van hare kinderen en vijf jongelingen van hare familie aan de Gabaonieten overleveren en veroordeelen, om gekruisigd te worden. Toen de zeven rampzalige slachtoffers op den berg aan het kruis gehecht waren snelde hunne troostelooze moeder naar de strafplaats, spreidde haren zwarten rouwsluier over een steen en bleef daar dit verschrikkelijk schouwspel onverschrokken aanstaren. Toen zij hun laatsten snik had opgevangen, bleef zij nog den geheelen zomer, in diepe droefheid en stille smart verzonken bij deze dierbare overblijfselen de wacht houden, om ze voor de vraatzucht der wilde dieren te behoeden. Zij wist, dat God zelf deze slacht-otfering gevorderd had ter uitwissching van het door Saul's wreedaardig geslacht onrechtvaardig vergoten bloed; zij wist, dnt de geweldige dood van hare twee onschuldige zonen tot heil des volks zou strekken en een einde zou makeiT aan den hongersnood, die reeds drie jaar lang het land verwoestte.
- 15i -
Een trelfend beeld van Maria! Deze Maagd der maagden, onder het kruis van Jezus staande en ontroostbaar over den dood van haar éénigen Zoon, was dit nog des te meer op het oogenblik, dat zij van het aanbiddelijk lichaam des Verlossers moest scheiden en het in het graf moest laten leggen. Met meer moed bedeeld dan Resplia, zou zij dit dierbaar slachtoffer tegen allen verdedigd hebben en de wachters, die bij het graf gingen waken, verwijderd hebben; maar er staat geschreven, dat de dochter des Konings haar luister aan hare inwendige waarde ontleent; en Maria, al de bitterheid harer smarten in hare ziel verbergende, keert naar de eenzaamheid harer woning. Haar moederlijk hart, zevenmaal door zulk een groot verlies getroffen, deed het droevig geluid harer smartelijke zuchten tot den Hemel opstijgen; doch deze goede Moeder wist, dat de dood liaars Zoons onze zielen vrijkocht ter zaligheid, en, eener Koningin van het Heilig Hart waardig, neemt zij voor de eer van God en voor onze zaligheid genoegen in deze scheiding, die haar zooveel doet lijden.
ZES Ei IKIHTIGSIE QUERIEGIIG
DE OPSTANDINS.
Treur niet langer, leerbcininde Lieve Vrouw van Jezus Hart,
Lang genoog doorboorde uw harte 't Zevenvoudig zwaard der smart.
Jubel bemelkoninginne, stort uw ziel in jubel uit, Want uw Jezus is verrezen, rijk gelooid met gloriebuit.
I. Het grat'heeft zijne prooi teruggegeven, de nattiur heeft haar feestlied weder hervat; maar eene â¢welluidende stem heeft zich ook wederom doen hoeren. Eene luit, naar welks tonen de Engelen en het gansche hemelseh hof met aandacht luisteren, doet zich na een stilzwijgen van drie dagen op nieuw hooren. Glorie des Allerhoogsten, verrukkelijk speeltuig, doe wederom uwe zoete accoorden klinken: Exurge, gloria mm; exurge, psalterium et cithara... Het Hart van Jezus is die zuivere lier, welker tonen de hemelsche Vader zal vernemen. Thans verheerlijkt, zal Zijn zang meer hemelseh dan aardsch zijn; ter eere van den Allerhoogste zal Hij de overwinning van het leven op den dood, bezingen; Hij zal den roem van Maria bezingen en de overwin-gen, die Hij behaald heelt en die Hij zich gelukkig gevoelt, ter harer beschikking te
stellen. Aan de heilige vrouwen slaat de Verlosser toe, Zijne voeten te kussen; door een groet vol liefde verwijdert Hij de vrees, die haar ontroert; Hij maakt haar lot de boden, die Zijne opstanding moeten bekend maken. Den leerlingen brengt Hij den vrede; Hij deelt hun eene nieuwe macht mede en toont hun Zijn Hart, door de lans geopend. Wat Maria betreft, de H. Schrift zegt niets van haar; maar eens zullen wij de genade leeren kennen, waarmede Jezus Zijne Moeder overladen heeft, en van nu af kunnen wij, die het Heilig Hart van onzen aanbiddelijken Meester kennen, de woorden gissen, die gesproken, de gevoelens van blijdschap, die gedeeld werden. De schitterende majesteit van den Zoon moet op de Moeder terugkaatsen en haar als met een mantel omhullen. Maar inzonderheid is het Heilig Hart, dat zich aan het hart van Maria moet hebben mede gedeeld, en getoond hebben, hoe eenige uren van scheiding den band, die hen reeds zoo nauw vereenigde, nog nauwer heeft toegehaald. Laat vrij een Apostel de liefelijke uitnoodiging ontvangen om zijne hand in de roemrijke wonde van Jezus' Hart te leggen; Maria zal geheel daarin gaan en er voor immer in blijven.
H. Hel hart van Maria doet op zijne beurt zijn zoet gezang hooren. Hoe moet zij door
154
blijdschap vervoerd geweest zijn, toen haar Welbeminde op den ochtend der opstanding deze troostrijke woorden: nik ben verrezen, ik ben wederom bij uquot; in hare ooren deed weerklinken, »0 mijn Zoon, zal zij uitgeroepen hebben, uw heilig Hart klopt wederom in Uwe borst. Ik, Uwe Moeder behoef de hand niet te leggen in de wonde van dat Hart, dat ik U gegeven heb. Ja, Gij zijt verrezen. Uwe stem is mij genoeg bekend; Uwe gevoelens zijn nooit voor mij verborgen geweest. Laat mij in Uw nu verheerlijkt Hart binnengaan. Hart mijns Zoons, geef eer aan Uwen Vader voor mij en alle stervelingen; schenk den menschen vergiffenis; vergeet de folteringen, die zij U aangedaan hebben; den ondank, waarmede zij aan Uwe liefde beantwoord hebben. Ik zal mijne zwakke klanken bij de Uwe voegen; ik zal ze vereenigen met die van alle zuivere zielen, en God, Uw Vader, ziende, dat duizenden harten met het Hart van Zijn menschgeworden Woord slechts één zijn, zal Zijne oneindige rechtvaardigheid niet gedenken en de schatten Zijner oneindige barmhartigheid over ons uitstorten.quot; Van nu af is zij Koningin des Hemels, en de Kerk schept er behagen in, haar op den morgen der verrijzenis toe te roepen : «Verheug u, koningin des Hemels! Regina cceli leetare! omdat Uw Zoon verrezen is, zooals Hij dit
155
voorzegd had.quot; Hel hart van Maria heeft dus eene nieuwe macht verkregen, en haar alvermogend gebed zal, door dat zij nog lange jaren in dit ballingsoord verwijlt, eiken dag tot het Heilig Hart van Jezus kunnen opstijgen en een overvloedigen regen van zegeningen op de ontluikende Kerk doen nederdalen.
III. Wij kunnen Maria's blijdschap over Jezus' opstanding vernieuwen, door zeiven tot het leven der genade te verrijzen; door uit den dood der zonde op te slaan. Ja, laat ons vol nieuwe genaden verrijzen, verrijzen wij met eene grootmoediger gesteldheid; naderen wij door middel van het hart van Maria tot dat van Jezus. Gaan wij dat goddelijk Hart binnen door haar, die er den sleutel van heeft. Welk een gelukzalig verblijf is dat gloeiende brandpunt der zuivere liefde! Ja, Heer, men heeft ze lief Uwe tabernakelen, wijl Uw Hart daar rust, dat Hart, dat het voornaamste tabernakel aller deugden is: quam dilecta tabernacula tua, Domine virlutem! De imisch vindt eene schuilplaats, de duif een nest; mijne schuilplaats is in het Hart van Jezus.
De H. Bonaventura zegt, dat hij, als hij in de plaats van de lans, waarmede de soldaat de zijde zijns goddelijken Meesters opende, geweest ware, hij nooit het Hart, waarin hij doordrongen was, zou hebben willen
1S6 -
verlaten. Bidden wij Maria, dal zij ons lot het Hart van Jezus geleide. Zij kent zoo wel al de toegangen tot dat heiligdom! Dal zij al onze goede werken er op doe uitloopen. en zij zich ons in wezenlijkheid toone Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.
Zinnebeeldige Voorstelling.
HET TERUGGEVONDEN EIGENDOM.
Verhaal mij, zeide Joram, de koning van Israel, tot den dienaar van Elisens, al de wonderen, die uw meester gedaan heeft.
En toen de dienaar verhaalde, op welke wijze hij den zoon van de Sunamielische vrouw van den dood had opgewekt, verscheen zij zelve voor den koning en vroeg om de teruggave van de goederen, welke men haar gedurende eene vrij lange afwezigheid ontroofd had. 0 koning, mijn Heer, riep Giesi, de dienaar des profeels, uit, ziedaar die vrouw, en dat is het kind, dat door Eliseus van den dood is opgewekt geworden. Welnu ! zeide de koning iot een zijner dienaren, dat men haar alles teruggeve, wat haar toebehoort, alsmede datgene, wat hare landerijen sedert haar vertrek uit dit land tot op den dag van heden opgebracht hebben. De enkele gedachte, een kind voor zich te heb-
137 -â
ben, dat op eene wonderbare wijze tot het leven teruggekeerd was, bewoog den koning van Israël om ten opzichte van de gelukkige moeder van dat kind met grootmoedigheid en rechtvaardigheid te handelen.
Laat dit aan onze gewijde boeken ontleend voorval ons aan Maria doen denken; nauw-iijks was haar goddelijke Zoon in het graf gelegd, of deze Moeder verloor in de oogen der menschen alles, waardoor zij vroeger boven anderen uitblonk: haar goddelijk moederschap, hare voortdurende maagdelijkheid, hare macht over het Hart van Jezus, hare aanspraak op het hemelsch koningschap, hare tallooze voorrechten, alles werd met het lichaam van Jezus onder den kouden grafsteen begraven. Als Jezus niet verrijst, is alles voor Maria verloren; doch, dank zij den Hemel, de aarde opent zich en brengt op nieuw haren Verlosser voort.
Christus is verrezen. Maria is gelukkig. Hot gerucht van dit wonder verspreidt zich door geheel Israël. JJienwe geslachten staan op: «Verhaal ons, zeggen zij, de wonderen van den grooten Profeet Jezus !quot; «Hij is door Zijn eigen kracht uit den dood opgestaan, roepen de geslachten, die voorbijgegaan zijn, uit, en ziedaar Maria, Zijne Moeder, zij komt de goederen, welke men haar ver-
n
158 â
schuldigd is, opvorderen... 0! als gij de Moeder van een verrezen God zijt, dan ge-looven wij aan al nwe voorrechten, aan nwen moederlijken invloed op het Heilig Hart van Hem, die tegelijker tijd uw God en uw Zoon is. Ja, wij zullen alles wat men u verschuldigd is (en wij geven u dat met vreugde) in een enkelen titel samenvatten: gij zijt en zult altijd zijn Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. Dat zijn uwe goederen, dat is uw schat.
â 159
ZEÃEI El TWINTIGSTE OVERIEfilNG
DE HEMELVAART.
Bid voor ons o Hemelvrouwe,
Bid voor ons, uw zondig kroost,
Opdat Jezus heilviclorie Ons ook zij lot vreugd en troost.
I. Hot uur der zegepraal heeft voor Jezus geslagen. Zooveel moeiten, opoH'eringen en gebeden kunnen niet onbeloond blijven. De Hemel ziet verlangend naar Hem uit. Jezus beklimt den Olijfberg die nog kortelings getuige Zijner smarten was en nu de schouwplaats Zijner zegepraal zal zijn. De Apostelen vergezellen Hem en ontvangen van Hem de belol'te van den Geest der vertroosting. Maria is daar; haar hart is verdeeld tusschen de droefheid, welke de gedachte aan eene nieuwe scheiding haar veroorzaakt. Doch het Heilig Hart van den goeden Meester, die Zijne heerlijkheid niet heeft willen binnengaan, zonder nog eenmaal Zijne leerlingen en apostelen rondom zich vereenigd te hebben; dat Hart, zeg ik, kan niet nagelaten hebben Maria te troosten, een feeder afsciieid van haar genomen, en haar woorden te hebben doen hooren, welke het oor eens menschen nooit gehoord heeft, maar welke de liefde
ij de
gewen van ; loon hul-) i» zult eilig uw
- iflO â
eens zoons aan de lietde eener moeder heeft weten te doen hooren. «Vereenig u met mij, o Maria, schijnt Jezus haar te zeggen: ik ga de verdiensten van mijn lijden en dood, mijn lichaam en mijne wonden en, vooral, dit Hart, dal gij mij met zooveel Helde geschonken hebt, naar den Hemel overbrengen en aan mijn hemelschen Vader aanbieden. Door dit goddelijk Hart in den schoot mijns Vaders te dragen, ontruk ik het niet aan uw hart. Na in den tijd vereenigd te zijn geweest, moeten zij het ook in de eeuwigheid zijn; nadat zij in het lijden vereenigd zijn geweest, moeten zij het ook zijn in de belooning. Niets zal hen ooit, kunnen scheiden, en eindelijk zal hel uur der volkomen ver-eeniging voor u aanbreken. Vaarwel mijne moeder, mijne goede moeder, h ort gij die hemelsche gezangen niet? Ziet gij dien stoet van engelen niet, die mij té gemoet komt? Do patriarchen, de proleten, de maagden en de heiligen zullen mijn hofstoet uitmaken. Gij, mijne Moeder, zult over de opkomende Kerk gaan waken. Ik laat den menschen mijne gaven, ik laat. hun mijn Hart, maai' ik stel het in uwe handen; gij zult het kanaal zijn, waar langs mijne barmhartigheid tot hen komt. Ik zal nooit iets weigeren, als gij het mij verzoekt. Gij kunt, door nog op de aarde te blijven, de menschen in hunne
161
tallooze moeilijkheden ondersteunen en zult door uwe vurige gebeden een heilig geweld op mijn Hart. waarvan gij de Koningiu zult zijn, uitoefenen.quot; Jezus zegent Zijne Moeder en Zijne leerlingen. Hij klimt op ten Hemel, eene wolk omtrekt Hem aan aller oogen; en weldra zullen de Apostelen beseH'en, dat zij Christus hier op aarde nergens beier kunnen vinden dan in het hart van Maria.
II. Als de Apostelen met verwondering hun goeden Meester nastaarden, terwijl Hij naar den Hemel opklom; als zij hunne blikken niet losrukken konden van de plaats, waar eene geheimzinnige wolk Hem aan hun oogen onttrok, â hoedanig moet de indruk dan niet geweest zijn, die het hart van Maria bij dat alles ondervond? Opgetogen van vreugde over de verheerlijking van Jezus, moest zij Hem met haar hart in Zijn eeuwig koninkrijk volgen; zij moest in de blijdsehap deelen, welke de hemelsche Vader gevoelde, toen Hij Zijn welbeminden Zoon ontving, en in de liefde van dezen Zoon, toen Hij voor alle eeuwigheid aan de rechterhand van den Allerhoogste zeiven plaats nam. Alleen het licht eener ernstige overweging kan ons het inwendige van Maria's hart doen zien en ons de verheven onderwerping toonen, waarmede zij aanneemt om voor het welzijn der Kerk nog verscheidene jaren in dit ballingsoord te
162 â
verblijven. Ja. aan dit oUer zijn pijnlijke doornen verbonden, maar het wordt ook de bron van tallooze verdiensten, waarvan de H. Maagd doli zal bedienen om de maciit, die zij reeds door hare deugden op het Hart van Jezus verkregen heeft, meer en meer te vermeerderen.
III. Jezus is in den Hemel; Maria is Hem met haar hart gevolgd. Volgen wij dit voorbeeld, dat aan ons christelijk gelool' ter navolging wordt voorgesteld. «Dat de aarde ons niet langer lerughonde; verbreken wij de ketenen, die ons er aan hechten, en genieten wij nu reeds door eene stoute vlucht bij voorbaat de gelukkige vrijheid, waarnaar onze zielen verzuchten. Wat, is er voor ons op de aarde, daar onze Opperpriester ons den Hemel opent? Onze voorspreker, onze middelaar, ons opperhoofd is in den Hemel; onze vreugde, onze liefde en hoop, ons erfdeel en onze woonplaats zijn in den Hemel; onze kroon en de plaats onzer rust zijn in den Hemel.quot; Hel Heilig Hart van onzen Koning is ons naar het hemelsch Jerusalem voorafgegaan; dat ons hart Hem volge, en dal niemand anders ons daarheen geleide dan Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart,
Zinnebeeldige Voorstelling.
HET KLEED VAN SAMUEL.
Samuel, het kind van zegening, was van zijne leederste jeugd God toegelieiligd geworden. Zijne moeder, getrouw aan hare belofte, bracht hem naar Silo in den tempel en stelde hem aan den hoogepriester Heli voor. Ik heb dit kind, zeide zij, den dienst des Heeren gewijd, opdat hij, zoolang hij leeft, Hem toebehoore. Het offer werd aangenomen en de scheiding had plaats. Met een linnen kleed omgeven, deed Samuel als leviet dienst bij de altaren van zijn God.
Met het kleed der menschheid, dat Hij van Zijne Moeder ontvangen had. bekleed, is Jezus den Hemel binnengegaan, in het nieuwe tabernakel, om er God uit naam van alle schepselen de olferande van lof, die nooit moet eindigen, aan te bieden. Alles wat Hij als mensch bezit Zijn lichaam en bloed, Zijn Hart en de verdiensten van Zijn lijden, heeft Hij van Maria; en God, die zoozeer Zijn Zoon bemint, welke Hem nu uit liefde aanbidt, ziet met welgevallen neder op de Maagd, door welke deze Zoon het kleed van Zijn eeuwig priesterschap heeft verkregen. Dit kleed vervaardigt zij door de zielen, die zij redt, door de gebeden, die zij hemelwaarts
164
zendt, door de verdiensten, die zij niet ophoudt dagelijks te vergaderen. Wanneer dan liet uur gekomen is, om tot den tempel van hel ware Jerusalem op te klimmen, zal zij dat nieuwe kleed haren goddelijken Zoon aanbieden; uit dit kleed zal eene onuitputbare bron van vreugde voor haar ontspringen, en het zal haar een nog uitgebreider gebied over het Heilig Hart van Jezus geven, waarvan zij voor altijd de Koningin zal zijn.
gel koi tro holt; wii Dri de nee liel zal het twi i
bei eer kle zoc H. da; dei
ACHT Ei TïfliTlGSTE (IVERWEGISG
DE GEEST VAK HET HART VAH JEZÃS.
Smeek het minlijk Hart van Jezus, De onwaardeerbre wclilaad af,
Dal wij eenmaal ook verheerlijkt Mogen opslaan uit het graf.
I. In de diepste afzondering en in het gebed verzonken, wachten de Apostelen de komst af van den Heiligen Geest, den Vertrooster. Eensklaps doet zich een geluid hooien, gelijk aan een hevigen opkomenden wind. De derde persoon van de Heilige Drievuldigheid daalt op Zijne beurt onder de gedaante van vurige tongen op de aarde neder. Op welk iioofd zal de Geest der liefde zich liet eerst plaatsen ? Welk hart zal Hij hel eerst ontvlammen? Zonder twijfel het verhevenste en uitgebreidste; zonder twijfel het onbevlekt hart van Maria.
Gelijk een stroom, die van den (op eens bergs nederstort, door zijn eigen val dadelijk een diepen kolk deltt, waaruit hij zich in kleine beken over de vlakte verspreidt, even zoo vereenigen zich de genaden van den H. Geest in het hart van Maria, om zich van daar in de harten der Apostelen te verspreiden: Dispertita linguce. Dit is eene oplet-
166
tendheid van het Heilig Hart van Jezus voor haar, die deszeifs Koningin is. Hij stort in de ziel der in ballingsciiap zijnde Maagd al de gaven van Zijnen Geest, aan wien Hij als een bijzonderen last heeft opgedragen, vóór alles de vertrooster te zijn van haar, die aan den voet des kruizes een God vertroost heeft. De Geest van het Heilig Hart werd toen aan Maria geschonken. In de stilte eener ernstige overweging zullen wij deze gedachte begrijpen... De Apostelen, die gedurende de driejaren van het openbaar leven des Verlossers de verhevenheid van liet Evangelie niet begrepen hadden, verkregen op den Pinksterdag den geest der nieuwe wet. Maria, die tot toen den goeden Meester de duidelijkste bewijzen der zuiverste liefde gegeven had, ontving bij de/.e gelegenheid den geest dezer goddelijke Helde zelve. Zij werd dus nog volmaakter, nog meer met liefde vervuld dan zij het reeds was; de Heilige Geest, haar goddelijke Bruidegom, wil haar mot schatten overladen en haar meer en meer waardig maken de Koningin van hel Hart van Jezus te zijn.
11. Maria, vervuld van den Heiligen Geest, opent de oogen harer ziel voor dit van boven gedaald licht, en de gezichteinder breidt zich voor haar uit. De geheimzinnige nevel, waarin het leven van Jezus gehuld was, verdwijnt
geheel en al; zij begrijpt He vernedering van het menschgeworden Woord, Zijn openbaar leven. Zijn kruisdood en Zijn vertrek naar den Hemel nog beter, en al deze openbaringen van den Geest Gods vermeerderen hare liefde voor hel Heilig Hart van Jezus. Boveii-dien is de Heilige Geest het vuur der eeuwige liefde. Hij deelt aan Zijne bruid deu heilig-sten liefdegloed mede; hij geelt deze onbevlekte Maagd de grootmoedigste voornemens in; Hij is de kracht van don Allerhoogste; Hij geeft aan Maria de volharding der martelaren, om de bitterheid der ballingschap zonder klacht te verduren; Hij werkt op Maria om een wonder der genade van haar te maken, welks roem de aarde en de Hemel zullen bezingen, waarover de menschen en de Engelen zullen verbaasd staan. En van al deze volmaaktheden, die in onze Moeder grooter en talrijker worden, bedient Maria zich, om meer en meer waardig te worden, om als eene beminnenswaardige Koningin over het Heilig Hart van Jezus te regeeren.
111. Den Heiligen Geest ontvangen en met Zijne genade medewerken, ziedaar waarin het geheim har er heiligheid bestaat. Maria zal door hare macht op den Geest der liefde onze middelares bij Hem zijn; door haar inwendig leven, zal zij ons schoonste voor-
â 168
beeld blijven, en wij kunnen dan onder haramp; moederlijke leiding ware dienaars van het Heilig Hart van Jezus worden. «Dat de ziel van Maria, zeide de H. Ambrosius, in ieder van ons zij om den Heer Ie verheerlijken ! Dat de geest van Maria in ieder van ons zij om ons in God te verhengen !quot; En de H. Franci sens de Sales riep nit: »lk hebvast besloten geen ander hart te willen hebben, dan dal zij, die zoete Moeder der harten, die Moeder der heilige liefde,quot; die beminnende Koningin van het Heilig Hart van Jezus, mij geven zal.
Zinnebeeldige Voorstelling.
DK BERG KARMEL.
Door eene driejarige droogte in de uiterste ellende gedompeld, zag het rijk van Israël eindelijk den dag der ontferming aanbreken. Elias, op den berg Karmel gestegen, bad daar voor het aanschijn Gods, opdat de wateren op de aarde mochten nederdalen. «Ga en zie naar den kant der zee, zeide hij tot zijnen dienaar. Er is niets, antwoordde deze. Keer tot zevenmaal terng,quot; hernam de profeet. En den zevenden keer steeg er eene kleine wolk nit de zee op, breidde zich uit, bedekte den hemel en deed een over-vloedigen regen op de aarde nedervallen.
Sedert eeuwen lieerschte eene verschrikkelijke onvrnchtbaarlieid op de aarde, toen liet uur der erbaruiing zon slaan. De ware Elias, Jezus, op hei hoogste der hemelen geklommen, op de toppen van den nieuwen berg Karmel, op den troon Zijner heerlijkheid, richtte tot God, Zijnen Vader, het verzoek om de wereld met de overvloedigste genade te overstroomen. Blijft in de eetzaal, heeft Hij tol Zijne Apostelen gezegd, om er de komst van den Heiligen Geest, den Vertrooster, af te wachten. Niet van de oevers der zee was het, dal de wolk der genade kwam, maar uit liet hart van Maria, den waren oceaan van de wet der lielde. Op haar was het, dat de Heilige Geest het eerst met de volheid Zijner genade nederdaalde, om zich vervolgens over de Apostelen en al â de andere uitverkoren te verspreiden.
IEGEN EN TWINTIGSTE OVERWEGING
HET HART IN BALLINBSCHAF.
II hoop der hopeloozen,
U, Siltards lieve Vrouw
U zweren wij voor eeuwig Vereering, liefde, trouw.
I. Niets kan de herinnering aan Zijne leerlingen, die Hij met de moeielijke taak om tegen de vijanden der zaligheid te worstelen op aarde achtergelaten heelt, uit het Hart van Jezus verbannen; niets zelfs kon de ongeloovigen en de goddeloozen, die het op den ondergang der Kerk zullen toeleggen, aan Zijne liefde onttrekken. Het Hart van onzen goddelijken Meester omvat ons allen met Zijne oneindige liefde. Zal Maria van al de schepselen het eenigste zijn, waaraan het Hart van Jezus niet denkt? Neen : toen de Verlosser van Zijne heerlijkheid bezit nam, heeft Hij tot den Allerhoogste van Zijne Moeder gesproken; Hij heeft de ontvangen weldaden verhaald; Hij heeft haar aan de Engelen en Heiligen als hunne Koningin voorgesteld; Hij heeft de stralen Zijner schoonheid, de schatten zijner genade, de ontboezemingen Zijner liefde tot haar doen komen; Hij zelf een waakzaam oog op haar gehouden;
Hij zelf verzucht naar hare komst in het hemelsch Jerusalem. Vurig verlangt Hij aan Zijn Hart Ie drukken haar, die Hem in de woestijn van Egypte aan haar hart gedragen heeft, en met Zijne onuitsprekelijke weldaden haar te overladen, die Hem tranen van moederlijke bezordheid toewijdde. Hij zendt Zijne Engelen als de uitvoerders van Zijn wil tot haar. Hij doet de gedachte van Zijn Hart, waarover zij als Koningin regeert, tot haar komen.
II. En Maria, alles wat zij ziet. alles wat zij hoort, alles wat tot haar levensonderhoud dient, alles treft haar hart en brengt de zoete herinnering aan haren Zoon in haar geheugen terug. Zij bewandelt een grond, dien de voeten haars Zoons gedrukt hebben. Zij doortrekt vlekken, waar de woorden van den goddelijken Meester nog weerklinken. Zij ziet de leerlingen talrijker worden, de Kerk in uitgebreidheid toenemen, het. H. Sacrament des Altaars het brood der geloovigeu worden. En eene inwendige stem zegt haar: nüit is het werk van het Hart van Jezus! Zijne liefde is het, die deze wonderen van zegening en liefde heeft uitgevonden.quot; Maar wat haar, door een voorsmaak der vreugde van het hemelsch vaderland, vooral van verlangen doet kwijnen, is, wanneer zij alleen in de schaduw van het heiligdom voor haren onder
172
den schijn van brood verborgen Zoon ligt nedergeknield; wanneer zij Dengenc, dien zij onomslnierd in den glans van het eeuwig licht verlangt te zien, uit de hand van den getrouwen leerling opnieuw in haar hart ontvangt. Hoe spoedig vervliegen de uren! Welke zoete samenspraken! Welke gebeden! Welke wederzijdsche betuigingen van lielde! Wie zal dezer Moeder het voorrecht schenken den sluier op te lichten, die liet gelaat haars Zoons verbergt ? Wie zal haar de vleugelen der duif geven om naar hethemelsch vaderland te vliegen en op den troon des Hemels Dengene weer te zien, dien zij aan het kruis genageld heeft aanschouwd en wiens smartelijk zuchten zij heeft gehoord. Wanneer zal het uur mijner verlossing slaan ? Wanneer wordt mijne ballingschap in dit tranendal verlengd?
III. De H. Paulus vermaant ons om onze gedachten en werken voor den Hemel te doen strekken : Nostra conversatio in caplis est... Voor den Hemel heeft. God ons geschapen; naar dit eeuwig vaderland roept Hij ons; daar zal de gloriekroon ons gegeven worden. Mijn hart verzucht naar hooger sfeeren : Sursutn corda! Het wil zich slechts met liefde voeden, en wat het beminnen wil, is een goddelijk Hart, is een hart, dat boven alle harten waard is bemind te worden â het is het Heilig Hart van Jezus. Om dit
doei le bereiken, zoek ik om mij heen eene beschermende liand, die mijne ketenen ver-brijzele, en ik vind slechts Maria. Zij alleen zal mij het geheim leeren om in deze wereld slechts eene plaats van ballingschap te zien en al mijne gedachten, werken en verzuchtingen van Helde naar het hemelsch Jerusalem te zenden.
Als dan liet nnr van vertrek slaat, dan zal ik, den Hemel zegenende, zonder spijt dit sterfelijk leven verlaten, om in het Hart van mijnen oppersten Koning mijn verblijf te vestigen. En dit geluk zal ik verschuldigd zijn aan Maria, aan Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.
Zinnebeeldige Voorstelling.
DI5 WELDADIGE GEVANGENE.
«Gave God, dat mijn meester naar den proleet, die in Samarië is, gegaan ware! Zonder twijfel zou hij van zijne melaatsch-heid genezen zijn.quot; Aldus sprak een gevangene van den koning van Syrië tot Naman, den aanvoerder der legerbenden. Door deze woorden getrolfen, spoedt de opperbevelhebber zich naar Eliseus, den profeet van Israel, om van hem zijne genezing te vragen,
is
174
Op bevel van den profeet gaat hij zich zevenmaal inde wateren van denJordaan wasschen, en eene volkomen genezing is het loon zijner gehoorzaamheid.
Maria, voor wie deze wereld eene ballingschap en gevangenis is, zal hare dagen geenszins verspillen met mittelooze jammerklachten en ijdele verznehtingen. Zij zal de smart der scheiding, die zij ondervindt, tot verheerlijking van haren God doen dienen, hare gebeden zullen als geheimzinnige stemmen tot de zondige zielen gaan zeggen, dat zij zich tot den Heer bekeeren, zich in het water der boetvaardigheid afwasschen, als oprechte christenen te leven en zich aan de Kerk van Jezns overgeven, teneinde eenmaal in het hemelsch koninkrijk opgenomen te worden. Maria zal in hare ballingschap door de macht, welke zij op het Heilig Hart van Jezus heeft, zielen veroveren en ze haren goddelijken Zoon als een geschenk der liefde aanbieden.
liyQ/-
175
DERTIGSTE OÃERWEGIIG
HET VERTREK HAAR HET VADERLANB.
O Moeder, als mijn brekend nog,
Zicli voor het daglicht sluit,
O roep dan eens nog : »Kom lot mij,quot; En voer mijn ziel naar 't feestgetij Als Jezus lieve Bruid !
I. De koninklijke profeet ne|) in eene vervoering van blijdschap nit : »!k lieb mij verheugd in lidgeen mij gezegd is geworden: nWij zullen ingaan in het huis des Heeren.quot; lgt;o wenst'h, (lien iiij geheel zijn leven gekoesterd heel't, wordt vervuld; liij was gelukkig. Wat Maria betreft, niets is in staat de vreugde uit Ie drukken, waarmede hare ziel op het oogenbük van haar vertrek doordrongen werd... Eindelijk gaat zij vertrekken, zij gaat zich werpen in de armen haars Zoons, die haar op den toon der leederste liefde tol zich roept, üeze Zoon hcefl alles in gereedheid gebracht, om haar met den luister, der Koningin des Hemels waardig, te ontvangen. Dat al de Engelen haar te gemoet gaan, terwijl zij haar als vol van genade groeten, hare zegepraal bij een schitterenden dageraad vergelijken; dit is het niet, wat het hart onzer Moeder van vreuude
170
doet trillen. Dat de aartsvaders in vereeni-ging met de profeten alle lof liederen der oude wet ter eere dezer Maagd herhalen, Maria hcort andere woorden, antwoordt op eene zoeter stem: het Heilig Hurl van den goddelijken Meester noodigt haar op minnelijke wijze uit, om Zijn gelnk met Hem te komen doelen, noemt hare komst eene sedert lang gewachte. Maria steeds gehoorzaam aan hetgeen God haar zegt, maakt zich van de aarde los, gelijk de genr van den wierook; de dood is voor haar niet de schuld dei-zonde, maar de vlucht eener in de gevangenis- smachtende ziel naar het voorwerp harer vurige begeerte en het oord harer vrijheid. Hier 'is het niet de natuur, die eene scheiding bewerkt; maar de Helde, die vereeuigt, wat lang gescheiden geweest is. Maria vliegt nit de ballingschap naar het vaderland, met. eene snelheid, welke die van een pijl of van eene vlam overtreft. Zij dringt door de Hemelen heen en neemt de plaats in, die voor haar bestemd is. Maai' waar, o Koningin des Hemels, zal uw troon zijn. «Moest gij niet, roept Bossuet nil, alle koren der engelen voorbijstreven, om tot uwen Verlosser te snellen ! Daar, na alle rangen der gelukzaligen ver beneden u gelaten te liebben, zult gij bij Uwen Zoon plaats nemen, om voor immer zijne uitgelezenste gunsten
177
te genieten. Wie zou nu eeae macht op Zijn Hart hebben, grooter clan de Uwe. â¢laai' gij in zulk eene nauwe betrekking hiertoe staat, namelijk, de kinderlijke liefde, ver-eenigd met de moederlijke. Jezus zal nu eindelijk de vertroosting smaken, de deugden Zijner Moeder te kronen en haar met meer luister tot Koningin van Zijn Hurt aan te stellen.
II. Welk eene vreugde smaakt Maria bij hare komst in het Rijk baars Zoons! Nu mag zij in waarheid uitroepen : Mijn geest verheugt zich iu den God, die mij verlost heeft. Hij, die machtig is, heeft groote dingen aan mij gedaan ! Hij heeft de nederigen verheven, en zich gewaardigd. om in dit uur den ootmoed Zijner dienstmaagd te kronen. Ik heb den welbeminde van mijn hart gevonden; ik zal hem vasthouden en niet meer verlaten; mijn hart zal in alle eeuwigheid naast Zijn Hart kloppen; Zijne vreugden zullen de mijne zijn, Zijne verlangens zullen mijne genoegens uitmaken; Zijn paleis zal mijne woning. Zijne zegepraal de mijne zijn; Hij zal tot mij spreken en ik zal Hem antwoorden; Hij zal mij beminnen en ik zal Hem beminnen, en onze liefde zal paal noch perk kennen. Mijn gebed zal alles op Zijn Hart vermogen, en de vermeerdering Zijner eer zal meer dan ooit het eenig voorwerp mijner
wenschen zijn. Ik lieb Hem in doeken gewonden en in eene kribbe gelegd : Hij omgeeft mij met Zijn luister en plaatst mij naast Zijnen troon; ik lieb Hem ter aanbidding voorgesteld aan eenige herders van Bethleëm en aan eenige koningen uit liet Oosten: Hij biedt mij nu aan de vereering van alle uitverkorenen aan en roept alle geslachten aan den voet mijner altaren bijeen; ik heb toegestemd, om de geringste Zijner dienstmaagden le zijn: Hij wil, dat ik eene geëerde Moeder voor Hem zij, eene Moeder, wier verlangens Hij met liefde zal verhooren.quot;
111. Ook ons uur zal komen; de Memel zal zich voor ons openen. Welke gevoelens zullen bij onze komst in het rijk van onzen God ons hart bezielen ! Aan wie zullen wij ons aanslnilen, tenzij aan het hart onzer Moeder, aan dal hart, dat onze zaligheid verlangd heeft, die niet moede geworden is ons te wachten en wier laatste gunst zal zijn, ons mei hare gaven versierd, voor den troon der barmhartigheid te geleiden, ons aan he? Heilig Hart ran Jezus voor te stellen! Denken wij aan dien gelukkigen dag. Denken wij daaraan, om ons tot de deugd op te wekken. Met de kroon, die ons warrit bet verschiet, zullen wij krachtiger lujdeti strijd, heldhaftiger in het lijden, meer vol-
hardend in het goede zijn. Docli vergeten wij nimmer, dal Maria de deur des Hemels is.
Zinnebeeldige Voorstelling.
JL'DITH.
Toen Judith hare zending volbracht en Holophernes geveld had, verscheen zij voor de poorten van Belhulie en riep van verre den wachters, die op de muren stonden, toe; «Opent de poorten; want fiod is met ons !quot; De oudsten der stad, van de geringsteii tot de voornaarasten, snelden haar te gemoet. De heldin gaal 0[) eene verheven plaats staan, en rondom haar heerscht de diepste stilte: «Looft den Heer, roept zij uit, die onze hoop niet te leur gesteld heelt; Hij heeft door mij. Zijne dienstmaagd, het werk Zijner barmhartigheid, volbracht.quot; Toen hoorde men het geheele volk eenparig roepen : »Gij zijl de roem van .lerusalem, de vreugde van Israël, de eer van ons volk!quot;
Een flauw afbeeldsel van de ontvangst van Maria aau de poorten van het liemelsch Jerusalem, als overwinnares van de zonde en den duivel, als tempel der Godheid, verwittigt zij de vorsten van het liemelsch Hof van hare komst. De gansche Hemel stelt zich in beweging; alle gelukzaligen stijgen
180
van linnne tronen, om haar, die lien allen overtreft, te begroeten; zij scharen zicli rondom haar, en hunne stemmen bij die van Jezus voegende, zingen zij haar dit zegelied toe: »Gij zijt de roem van Jerusalem, dat nimmer zulk een volmaakt schepsel als gij zijt, bezeten heeft; de vreugde van Israël, aan welks geluk het voorrecht van U te bezitten ontbrak; de eer des Hemels, wijl gij die van het Hart van Jezus zijt, zooals gij Zijn roem en Zijne vreugde uitmaakt.
EEI El ÃERI1G8IE OlERWEfilIG
DE HEMEL.
ü hoop der hopcloozcn U geel' ik eerbetoon,
Als de uitverkoren Moeder Van Jezus, God den Zoon.
I. Maria, bekleed met de zon der cerech-tigheid, doet voor alle oogen den luister harer onuitsprekelijke heerlijkheid sehitleren. Doch de stralen van haar hart zijn duizendmaal doordringender dan die harer schoonheid. Zij weet, dat haar goddelijk moederschap haar het recht geelt, om alle uitverkorenen hare kinderen, alle Engelen hare dienaren te noemen; zij vereenigt hunne lofzangen met de hare, hunne feestliederen met haar feestlied, om het den Koning der koningen aan te bieden. Naar dat doel alleen zal steeds hef streven harer ziel gericht zijn; en hoewel God haar het koningschap des Hemels geeft, en wil, dat zij de Koningin der Heiligen zij en voor allen de leederste bezorgdheid doe blijken, zal zij toch in elk hunner Jezus-Christus zien, en in hunne harten, dat van haar goddelijken Zoon. Zij zal hen beminnen, zooals Jezus hen bemint, en zoo als zij Jezus bemint. Ja, in den Hemel
182
kan ieder Heilige met meer recht dan hier beneden uitroepen: nik leef'; doch neen, ik ben het niet die leeft, maar het is mijn Verlosser, die in mij leeft; Hij is het, die in mij zegepraalt, zijnen Vader eer geeft en met verdiensten gekroond is...quot; Maria vindt dan de begeerte van haar moederlijk hart in het hemelsch vaderland verwezenlijkt: zij vindt het Hart van Jezus in alle harten overgeplant. Zij kan uitroepen; «Ik bemin de Engelen, ik bemin de Patriarchen, ik bemin de Heiligen; doch neen, zij zijn het niet, die ik bemin, maar het Hurl can Jezus, dat in hen is. Immer meer in het Heilig Hart doordringen, hel beminnen en aanbidden is de Hemel van Maria.
II. Jezus gaat gedurende eene geheele eeuwigheid de bewijzen van liefde, die Hij hier beueden van Maria onlvangeu heeft, honderdvoudig aan haar vergelden. Hij zal haar vreugden verschafïen, die nog veel grooter zullen zijn dan de smarten, waarvan zij hier beneden het schuldeloos offer was; het komt Hem toe, haar naar evenredigheid der diepe vernederingen, die zij geleden heeft, le verheffen, en haar met de onmetelijke schatten der Godheid te verrijken. Indien nooit 's menschen oog gezien, noch ooi-gehoord, noch ooit in een hart is opgekomen wat God dengenen, die Hem beminnen, be-
185
reid heeft, zal ook geene menschelijke long beproeven om dien alle begrip le boven gaanden luister te beschrijven, die Maria in alle eeuwigheid omstralen zal. Deze beminnelijke Moeder, aan de rechterhand haars Zoons gezeten, heeft wederom bezit van haar eenigst goed genomen, zonder vrees van het ooit te zullen verliezen. Zij hoort den Koning des Hemels met eene onuitsprekelijke liefde tot haar zeggen; «Gij, o mijne Moeder, hebt mijn Hart veroverd door de bekoorlijkheid uwer deugden, ik verover nu het uwe door mijne alvermogende aantrekkelijkheid; gij hebt mij gedurende de jaren, die ik onder de menschen hebt doorgebracht, wel gedaan, ik zal hel U in eeuwigheid doen en U onophoudelijk met nieuwe gunsten overladen; gij hebt de smarten en den hoon van mijn lijden gedeeld, op mijne beurt wil ik u in mijne rijkdommen, mijne macht en heerlijkheid doen deelen.
111. Het Hart van Jezus slelt zich niet tevreden met zijne Moeder te eeren, haar aan de liefde en vereering des Hemels voor fe stellen; Hij wil ook nog, dat de geheele aarde haar zegene en haar als de zekerste hoop beschonwe. Het is hulde aan den Allerlmog-ste bewijzen, als men Maria hulde bewijst. Men spreekt van Jezus, als men van zijne Moeder spreekt. Een God is ons voorgegaa
in de liefde, welke wij der Koningin des Hemels moeten toedragen. Hij heeft een bijzonder gebod gemaakt, toen Hij van de hoogte van het kruis, ons Zijne Moeder toonende, zeide: «Ziedaar uwe Moeder.quot; Nemen wij dan met vol vertrouwen onze toevlucht lol Maria. Roepen wij haar aan bij hef. maken onzer plannen, iu onze moeie-lijkheden, onzen arbeid onze bekoringen. Dat haar naam dikwijls op onze lippen zij: dat wij hare deugden voortdurend voor oogen hebben en ons leven daarnaar regelen: dat onze ziel het zich als een geluk rekene openlijk te toonen, een kind van Maria te zijn, en als Koningin van ons nietig hart haar aan te stellen, die door de macht der Heide over het Heilig Hart van Jezus regeert.
Zinnebeeldige Voorstelling.
De Kerk stelt ons het Heilig Hart van Jezus en het onbevlekt hart van Maria voor als vereenigd in eene zelfde liefde en in eene gelijktijdige vereering. Deze twee Harten hebben elkander op aarde ontmoet, om zich van elkander meester te maken, en zij ontmoeten elkander nog op onze altaren, om de schatting van ons geloof en onze vereering Ie ontvangen.
Het hurt van Maria is geschapen geworden om dat van Jezus te ontvangen, en het Hart van Jezus, wiens doel het is de wereld ie heiligen, heelt zijnen hemelschen Vader het vlekkeloos harl Zijner welbeminde Moeder als eersteling aangeboden.
Boven liet Hart van Jezus prijkt een kruis en het is met eene doornen kroon omgeven. Hij komt inderdaad om te lijden; de vernedering zal zijn loon zijn. In vele zielen zal Zijne slachtolTering slechts doornsiruiken voortbrengen, maar van deze doornstruiken vlecht Hij zich eene kroon, om ons op den dag der vergelding toe te roepen: »Kon ik ii nog meer beminnen? Ik heb mij eene kroon gevlochten van uwe ondankbaarheden; mijne liefde heelt uwe beleedigingen in offeranden veranderd, uwe slagen, in een middel van boeting en kwijtschelding.quot;
Het hart van Maria is niet eene kroon van rozen omgeven : het zijn de bloemen, welke uit de doornen van Jezus zijn voortgekomen; het zijn de bloemen, die bestemd zijn, om dien Koning van smarten en liefde te vertroosten. Het Hart van Jezus heeft zich in droefheid gehuld, om ons met deugden te bekleeden; en in Zijne Moeder openbaart zich de eerste vrucht van Zijne opoffering.
Het hart van Maria is, volgens de voorzegging van den H. Simeon, doorboord, en
186
dit zwaard is niets anders dan de liefde lot Jezus; een zwaard dat eene diepe wonde heeft toegebracht en voor immer daarin blijft.
Datgene wat deze harten tot elkander brengt en waarin /.ij op elkander gelijken, is de liefde; beide schieten vurige vlammen naar den Hemel uit, die zich vereenigende, een brandoll'er van een verteren.
187
TWEE EN DERTIGSTE ÃÃERWEGIIG
ONZE LIEVE VROUW VAN HET HEILIG HART.
Eerc zij lt;lcn drie Personen Vader, Zoon en Heilig Geesl!
Eer de Vrouw van 't Heilig Harte Na de Godheid 'l allermeest
1. Hel, Hart van Jezus openhaar! voorl-dtirend de voorrecliten van Maria. Elke eeuw laat deze beminnende God eene nieuwe ster te voorschijn komen, om de kroon Zijner Moeder te versieren. Het goddelijk Moederschap, ile voortdurende Maagdelijkheid, de onbevlekte Ontvangenis zijn beurtelings het beeld, dat wij van de koningin des Hemels in onze harten dragen, luister komen bijzitten en de vreugde vermeerderen, die wij smaakten in haar te beminnen. Eeu nieuwe titel is aan de aarde geopenbaard geworden : het Hart van Je/us, dat over de geheele aarde met eene vurige godsvrucht vereerd wordt, heelt onze blikken naar Maria gewend, en wij hebben deze beminnenswaardige Maagd met geestdrift als Onze Lieve Vrouw van hel Heilig Hurl begroef. Deze hemelsche naam heelt weerklank in de christelijke harten gevonden; men heelt hem met voorliefde hooren herhalen... Een nieuwe gezichteinder opent
188 â
zich voor cIcï godvniclilige ziel, wanneer zij aan Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart denkt. Doch laten wij hier het woord aan een uitstekend Fransch Bisschop: «Het is, zegt deze vereerenswaardige kerkvoogd, een heiligen troostrijk denkbeeld om Maria onder den litel van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart te vereeren en aan te roepen. Hoor het aannemen der menschelijke natuur heeft het goddelijk Woord zich al de zelfstandig heden, waaruit deze heslaat, toegeëigend; in den staat van volmaaktheid, tot welke de vereenigiug der goddelijke natuur met de menschelijke natuur ze verhief, heeft Hij zich in alles aan Zijne broed^rs gelijk moeten snaken : debuit per omnia fratribus similari.
«Christus bezit in den hoogsten graad het gevoel van kinderlijke liefde, een der edelste gevoelens van het menschelijk hart; en wel verre van zich na Zijne Verrijzenis en glorierijke Hemelvaart daarvan te ontdoen, zon Hij dit gevoel in den staat Zijner gelukzalige gedaanteverwisseling, in welke Hij aan de rechterhand Zijns Vaders gezeten is, indien het geoorloofd was het te zeggen, nog meer uitgebreidheid geven, versterkt en tot deszelfs hoogste kracht opgevoerd hebben. Hieruit is het gemakkelijk op te maken, dat de verheven Maagd Maria een koninklijk gezag over Zijn goddelijk Hart bezit, dat zij er in werke-
â 189 â
lijklieid koningin van is; daarom wordt zij door een barer godvrncliligste dienaren eene smeekende almacht genoemd ; omnipotens supplex. Men heei't dus zekerheid, dat men dooi- het Hart van Maria tot het Hart van Jezus komt, en het is een zoete troost voor den armen mensch, dat hij als zijne liefhebbende Moeder Haar kan aanroepen, die, gelijk de hemelsche Vader, tot onzen grooten Middelaar kan zeggen; «Gij zijt mijn Zoon !quot; Laten wij daarom dikwijls met vertrouwen en Helde zeggen : Onze Lieve Vrouw van hel Heilig Hart, bid voor ons.
II. Maria kan dus, zich tot haren Zoon wendende, zeggen: «Mijn Zoon, geef mij uw Hart... Prwhe, F Ui, Cor tiium mihi... Ik bezit het reeds als Uwe Moedei', maar ik verlang het, om er tallooze genaden uit te putten, en die aan de menschen uit te deeleu, welke ik het recht heb mijne kinderen te noemen. Geef mij Uw hart; stel mij openlijk tot Koningin daarover aan, opdat men zich tot mij wende, om het te beminnen, dat mijne nieuwe zending in de wereld zij, alle harten met Uw Hart te vereenigen, mijn nieuwe roem, door de christenheid als Onze Lieve Vrouw van hel Heilig Hart begroet te worden... Uw Hart behoort mij toe... bet is uit mijn zuiverst bloed gevormd; ik heb
13
190
het de meeste liefde betoond; ik ben standvastig daarmede vereenigd gebleven; ik heb het, toen liet in droefheid was, niet verlaten; ik heb hei in deszelfs deugden nagevolgd; dat liet mij nu gegeven worde, om het in alle zielen te doen heerschen!... Mijn Zoon, geef mij Uw Hart; het zal mijn werktuig ter overwinning zijn; hel licht, waarmede ik de wereld zal verlichten; het vuur, waarmede ik alle harten zal doen ontbranden, het middel, waardoor ik ü zal verheerlijken en U mijne dankbaarheid betuigen voor de goederen, waarmede Gij uwe dienstmaagd overladen hebt, door haar Moeder van een God te maken.quot;
111. Indien Maria aldus haren goddelijken Zoon aanspreekt, heeft zij dan het recht niet tot ieder onzer te zeggen; «Mijn Zoon, geef mij uw hart, wijd hel mij toe, sta hel geheel aan mij af, ik vraag hel n, om hel Heilig Harl te doen beminnen, om het met dit brandpunt der ware liefde, met die bron van alle goede gaven te vereenigen. Mijn Zoon, geef mij uw hart, ik zal het zuiveren, ik zal het mei deugden versieren, ik zal het met mijne liefde bezielen, alvorens het aan het Hart van uwen oppersten Meester aan te bieden. Geef mij uw hart, en ik zal u dat van Jezus geven. Kunt gij ooit eene voor-deeliger ruiling doen? Zie, in de eene hand
â m â
heb ik het Hart van Jezus, in de andere de harten van allen, die naar mijne stem luisteren; en mijne zending is die te vereenigen, opdat er slechts één Hart zij, dat ze allen omval, namelijk, het Heilig Hart van Jezus, waarvan ik voor altoos de machtige Koningin ben.
Zinnebeeldige Voorstelling.
DE ZEE EN DE ROTSHOLTE.
Een kind, dat zich op het strand bevond, beijverde zich, al het water van den oceaan iïi eene rotsholte te scheppen. Van de zee naar het strand, en van het strand naar de zee gaande, kon liet slechts een druppel in zijn onvoldoende vergaarbak overbrengen.
Een treffend beeld! Maria is de zee, de droppels zijn de geloovigen, het kind is de godvruchtige ziel, die de geheele grootheid en verhevenheid van Maria met eenige enkele woorden zou willen uitdrukken.
God zij geloofd ! een dusdanig denkbeeld zal nooit verwezenlijkt worden. De Kerk verzekert ons door den mond harer leeraren, dat Maria altijd boven allen lol der menschen verheven zal zijn; wij zullen steeds nieuwe titels in haar ontdekken; iedere eeuw zal het Hart van Jezus een nieuw voorrecht bekend m aken, om de gedachtenis Zijner
Moeder Ie eeren; de geloovigen zullen immer iiilroepen: »Van Maria nooit genoog! De Maria numquam satis!quot; Hoe zouden de onmetelijke schatten, welke eene Maagd, die waardig is door allen de Moeder van God en Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart genoemd te worden, in zicii bevat, kunnen uitgeput worden.
De dankbaarheid voert ons, o Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, heden aan Uwe voeten. Op eiken dag dezer maand hebt gij ons toegestaan, uw altaar te naderen, uwen lof te zingen, uwe grootheid te verheffen en uwe liefelijke en machtige bescherming af te smeeken. Is het te verwonderen, dat een kreet van liefde en dankbaarheid uit het binnenste van ons hart tot u opstijgt?
Ja, Maria, gij zijt de Moeder van God en onze Moeder! Geene tong zal ooit geheel uw roem, noch al uwe barmhartigheid vermelden. Het Hart van Jezus alleen, die schatkamer der goddelijke wijsheid en weten-
â 195 ââ¢
schap, /.al ons op den grooten dag der eeuwige vergelding al uwe volmaaklliHen openbaren. Het is in hel aanbiddelijk Hart van Jezus, dal wij in den luop dezer maand al de voorrechten, waarmede God u overladen heelt, de macht, die Hij u verleend heelt, en de moederlijke rechten, die Hij u heelt toegestaan, hebben overwogen; het is met dit eindeloos beminnelijk Hart, dat wij u bemind hebben en dat wij n altijd zulleu beminnen, o beminnenswaardige Koningin van hel Heilig Hart!
Nooit, o Maria, zullen wij vergeten, wat uw schoone titel van schatbewaarster en koningin van het Hart van Jezus aan godvruchtige gedachten, teedere gevoelens en grootmoedige besluiten in onze zielen heelt doen geboren worden. Nooit zal die roemrijke naam. die uwe meest bewonderenswaardige voorrechten in zich vervat, uit ons geheugen gewischt worden. Neen, wij zullen niet ongevoelig zijn voor de uitbreiding van uwen roem, wij willen integendeel er de verkondigers van worden. Maar, machtigste aller moeders, om zulk eene verheven zending waardig te zijn, moeten wij de navolgers uwer deugden zijn, de liefde tot den naaste moet ons bezielen; de wereld moet ons niet meer in hare strikken, en de duivel ons niet meer met zijne ketenen terughouden; in één woord:
wij moeten trachten heilig te worden. Gij kunt deze genade voor ons verkrijgen, daar gij het Hart, dat de bron der heiligheid is, in uwe handen hebt.
In tegenwoordigheid van God en der Engelen, wijden wij ons, o Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, aan u toe, alsmede allen, die ons dierbaar zijn: onze ouders bloedverwanten, vrienden en weldoeners; inzon-heid bevelen wij u, in de tegenwoordige beproeving der Kerk, onzen Heiligen Vader den Paus. Strek de uitwerkselen uwer smeekende almacht uit over de diepste ellende, de smartelijkste krankheden, de meest van God verwijderde zondaars en de zielen in het vagevuur, die het meest lijden en het meest verlaten zijn. Wijl gij de Hoop der hopeloozen zijt, hebt gij balsem voor alle wonden, troost voor alle smarten, middelen voor alle kwalen, hulp in alle gevaren naar ziel en lichaam.
Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, wij zijn uwe kinderen! wees gij altijd onze goede Moeder. Verkrijg voor ons de genade om u in den tijd getrouw te wezen, opdat wij het geluk mogen hebben in alle eeuwigheid uwe kroon te zijn. Amen.
Leve het Heilig Hart van Jezus, het Onbevlekte Hart van Maria en het Getrouwe Hart van den II. Jozef!
195
fl[FEIIlNGEi mmui DE WEEK
TER EERE VAN
(SWjc- Jyiamp;vn ^Vzoutv van c6. camp;az-t.
Zondag.
In vereeniging met U, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, aanbid ik, vol eerbied, den Vader van alle licht, en zijn eeuwigen Zoon Jezus Christus, het waarachtig licht, dul ieder mensch in deze wereld verlicht, eu den Heiligen Geest, die tegelijk licht en liejde is. Ik betuig nederigen dank aan de Aanbiddelijke Drieéenheid voor de onwaardeerbare gunsten, waarmede zij U verrijkt heelt; ik wijd in het bijzonder miju innigen dank aan God den Zoon, wijl Hij U, o Gezegende onder de vrouwen, tot Zijne Moeder verkozen en daardoor U eene smeekende macht over Zijn Aanbiddelijk Hart geschonken heeft.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, vraag voor mij aan de drie Goddelijke Personen het mij noodige licht, opdat ik Hen en ook U kenne, en mijn hart door die kennis van wederliefde braude voor zoo vele uitstekende weldaden. Amen.
Voornemen. Ik zal lieden met Gods hulp van tijd tot tijd herhalen: «Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, verkrijg mij door uwe alvermogende voorspraak eene edelmoedige en offervaardige liefde tot Uwen Jezus.
Geestelijk ruikertje. Het lijden van dezen tijd is niet te vergelijken met de glorie, die eens in ons geopenbaard zal worden.
Maandag.
!n vereeniging met U, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, aanbid ik heden op meer bijzondere wijze den H. Geest, die God is als de Vader en de Zoon, en van beide voortkomt. Verwerf voor mij van dien Goddelijken Geest, die U als Zijne teêrbeminde Brnid begroet, en van het minnelijk Hart van Jezus, waarvan Gij de Schatnitdeelster zijl, het licht en de genade, die ik behoef, om den arbeid dezer week te heiligen, de lasten daarvan te dragen en alles te verrichten tot Gods glorie, tot Uwe eer, tot stichting van den naaste en tot mijne eigene heiliging.
Wil, On/.e Lieve Vrouw van het H. Hart, ook de arme zielen in het vageviuir gedachtig wezen. Amen.
Voornemen. Door de voorspraak van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, hoop ik heden
met geduld alles te verdragen, wat mij onaangenaam is.
Geestelijk ruikertje. Vandaag op aarde aan 't smart'lijk kruis geklonken, en morgen in den Hemel vreugdedronken!
Dinsdag.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, ik groet U heden niet zaligen jubel als de Koningin der Engelen.
Ik verzoek den Aartsengel Gabriel en alle Hemelkoren, inzonderheid mijnen Bewaarengel, dat zij U voor mij groeten, beminnen en aanroepen, opdat de volmaaktheid hunner hulde, de ijver hunner gebeden en het vuur hunner liefde mogen bewerken, dat ik een engel van deugd op aarde worde en alzoo verdiene in eeuwigheid met het geheele Hemelhof het vermogen en de goedheid van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart te loven en Ie prijzen. Amen.
Voornemen, Gelijk de Engelen alles doen om God, zoo wil ik heden mijne kruisjes dragen om God; â zóó is mijn lijden verdienstelijk voor de eeuwigheid, zóó wordt een dag niet zijne kleine kruisjes voor mij een bron van altijddurende vreugde in den Hemel, waar het minste lijden, om God, duizendvoudig beloond wordt.
198
Geestelijk ruikertje. Er is een oog, dat alles ziet, â â een oor, dat alles lioort, â eene band, die alles opteekent.
quot;Woensdag.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, ik kom U op dezen dag groeten als Bruid en Echt-genoote van den H. Jozef. Dien roemwaar-waardigen Aartsvader zeg ik hartelijk dank voor de eerbiedige en teedere zorg, die hij voor U en nw Goddelijk Kind gedragen heeft. Hoopvol wend ik mij lot het zoo getrouwe Hart van den H. Jozef, dat zooveel vermag op uw onbevlekt Hart, o Maria, en daardoor op het Goddelijk Hart van Jezus; met zoeten aandrang smeek ik dien man naar Gods Hart, dat hij mij helpe, mijn hart steeds meer en meer gelijkvormig te maken aan die gulden trits van Harten, en hij alzoo uwe vermogende bescherming. Onze Lieve Vrouw van het H, Hart, voor mij verwerve. Amen.
Voornemen. Ik zal mij ernstig beijveren, heden naar het voorbeeld van deu H. Jozef dikwijls mijn hart tot den God van liefde te verheffen.
Ceeslelijk ruikertje. Alles veroudert en vergaat; God alleen blijft dezelfde. Buiten Hem is er alzoo geen waar rustpunt voor het menschelijk hart.
199
Donderdag.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, deze dag is U bijzonder toegewijd, wijl liet U gegeven is, ons naar eiscli te stemmen, om morgen het H. Hart van Jezus te aanbidden. Wij bedanken nu reeds, in innige vereeni-ging met U, dat liefdevol Hart voor de instelling van het Goddelijk Liefdemaal, waardoor ons alle schatten van Hetzelve toevloeien.
Jlogen wij, dit is onze vurige hartebede, mogen wij den onder broodsgedaante verborgen God, aan uwe moederhand, altoos waardiglijk ontvangen, en in onzen handel ea wandel, de heilzame uitwerkingen van die Goddelijke spijs doen blijken. Amen.
Voornemen. Heden zal ik God verheerlijken, door alles te doen ter eere van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart. Zij is de Sleuteldraagster van Jezus' Hart, Zij is de Smeekende Almacht, Zij is de Hoop der hopeloozen.
Geestelijk ruikertje. De devotie tol Onze Lieve Vrouw van het H. Hart is een teeken, dat men ter zaligheid is voorbeschikt.
Vrijdag.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, heden berdenken wij uwe naamlooze smarten, maar
200
tevens, dat Gij door nw lieldliaftig offer den titel hebt verworven, waaronder wij U met even veel liefde als vertrouwen aanroepen. Hoe meer wij deelen in de smarten,} die U dat olfer heeft gekost, des te meer vertrouwen wij, er de heilzaamste uitwerkingen van te ontwaren. Verkrijg ons van het Goddelijk Hart, met hetwelk Gij zooveel hebt geleden, de onschatbare genade, dat wij. Jezus met U tot den Kalvarieberg moedig mogen volgen, om eens in den Hemel met U voor altoos vereenigd te worden. Amen.
Voornemen. Als ik heden een kruisbeeld aanschouw, zal ik mijne liefde tot den Zaligmaker, die zooveel voor mij geleden heeft, trachten te verlevendigen.
Geestelijk ruikertje. Bij het zien van een Crucifix moet men of niets gelooven èt alles hopen.
Zaterdag.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, deze dag is U reeds sinds tal van eeuwen toegewijd. Gij zijt vereerd geworden onder verschillende titels, alle even roemvol voor ü als heilzaam voor de wereld. Wij willen die te zamen vereenigen in den titel, welke de Kerk U heeft toegekend; deze is de zoetste voor ons hart en het meest geschikt, ons een onwankelbaar vertrouwen, zelfs bij de
201
zwaarste beproevingen, in te boezemen. Wij groeten IJ dan op den laatsten dag der week, Onze Lieve Vronw van liet H. Hart, als de Hoop der hopetoozen; help ons deze week goed te eindigen, help ons vooral onzen pel-grimstoeht door dit leven zoo te volbrengen, dat wij U in eeuwigheid vóór den troon van het Lam mogen lof/.ingen. Amen.
Voornemen, Heden zal ik eenige kleine verstervingen doen, ter eere van Onze Lieve Vrouw van hel H. Hart.
Geestelijk ruikertje. Een waar vereerder van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart zal niet verloren gaan.
GEBED.
0 Moeder van genade en barmhartigheid, sieraad des Hemels en hulp der aarde, al uwe namen zijn begrepen in den verheven en honig/.oeten naam: »Onze Lieve Vrouw van het H. Hart.quot; â U onder dezen hartver-kwikkenden titel te vereeren, is U een zoete spoorslag, voor ons van Jezus' Hart de genade te verwerven, om in dit leven braaf en godsdienstig te zijn en te blijven, en hiernamaals, in het Rijk van uwen Goddelijken Zoon, met U en alle Engelen en Heiligen, der H. Drieeenheid ter eere, het eeuwig Alleluja te mogen zingen. Amen.
501
LITANIE
0fi2amp; lt;£ie/VC' tyjzowv van fiat c6. camp;a/tt.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm ü onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, o. U o.
God Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, o. U. o.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, b v. o.
â jf Koningin des vredes en der goedertie-
ö .
w rcnheid,
I L/Illlciu., W-
^ Uitdeelster van Gods gaven, ^
^ Veroveraarster der harten, lt;
-s Moeder der barmhartigheid, g
a Moeder der Goddelijke genade, o
^ Zoet geschenk des Hemels,
j Opperste Weldoenster, q Onvergelijkelijke Schatmeesteres,
205
Onze Lieve Vrouw van liet H. Hart, Doorlucli tige Middelares, bid voor ons.
Zekere hulp in alle gevaren.
Hoop en bijstand der hopeloozen,
.Moeder der weezen en veriatenen.
Gij, die de geslachten zegenen,
B Gij, wier liefelijkheid de zoetheid van
honig ver overtreft,
â Gij, wier gebeden bij den Almachtige Equot; alles vermogen, ^
« Gezegende aarde, die de Vrucht des § ^ levens hebt voortgebracht,
§ Onbevlekte lelie, welker geuren het = gt;. heelal vervullen,
^Geheimzinnige bron,
⢠Veilige schuilplaats tegen de gevaren der wereld.
Zuiverste en beminnelijkste der schepselen,
Dal het U behage, onze lofzangen te aanvaarden en onze smeekingen te verhooren, p Dat de Hemel U eere, r-
Dat dc aarde uwe weldaden verkondige, lt; Dat de jeugd onder uw maagdelijken schut-
mantel scluiile, S
Dat de moeders U haar huisgezin toever- â trouwen, ^
Dat dc grijsaards ü aanroepen en zegenen, . Verkrijg de bekeering der verslokste ^ zondaars, r
204 â
Vraag voor ons een vermorseld hart. Onze
Lieve Vrouw van lietH. Hart.
Verwerf ons tranen van berouw.
Wees onze wapenrusting, als de satan ons belaagt,
Dat liet U beliage, ons in 't heiligen van
ons leed behulpzaam te wezen,
Dat het U behage, Gods zegen over onze
werkzaamheden af te smeeken, o
Dat het U behage, ons onder nwe bescher- S
tiling Ie bewaren,
Laat U bewegen door onze wonden, ge- 5' varen en kwalen, ®
Dat nwe liefde ons uwe armen ten toe- ^ vlnehtsoord moge openen, §
Dat uw mededoogen ons helpe onze fouten ^ te verbeteren, g
Dat uwe teederheid ons nimmer moge ver- _ laten, 2.
Dat nwe nederigheid over onzen hoogmoed w moge zegepralen, m
Dat nwe liefde ons tot het Hart van Jezus -s
moge geleiden.
Dat uw gebed ons in ons laatste uur moge bijstaan.
Dal uwe verdediging ons voor Gods rechterstoel moge beschermen.
Bewaar door uwe tnssclienkomst den Paus-Koning,
205
jg, dnt het ware gelool' in ons Vaderland steeds bloeie, O.L.V.van het H. Hart.
_g, dat de Bisschoppen en de Geeste- _ lijkheid op den weg der heiligheid be-stierd worden, '
Bescherm de wereld tegen de pogingen
der goddeloosheid,
Breng door uwe voorspraak de ketters =quot; en schem niakers (enig tot de Kerk van Z. Christus, â¢
Verwerl dat het licht van't Evangelie schit- 5quot; tere voor de oogen doT ongeloovigen, â quot; Lam (iods, dat de zonden der wereld wegneemt. spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wc-
neemt. verhoor ons. Heer!
Lam (iods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer!
Christus, hooi' ons. Christus, verhoor ons. Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm
U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Bid voor ons, vermogende en onoverwinnelijke Vrouw van het H. Hart.
Opdat wij door U, verhevene Hoop der hopeloozen, de beloften van Jezus-Christns, uwen Zoon, mogen waardig worden.
Hf.
ft.
14
LAAT ONS BIDDEN.
O God, tlic, om de zegepraal uwer barni liartiglieid en het lieil onzer ziel, aan Maria, de Onbevlekte Maagd, den grootsten invloed op liet Hart van .le/.ns hebt willen geven; verleen ons, floor hare gebeden en tiissclieii-komst, de onschatbare genade, in uwe heilige liefde te sterven. Dit vragen wij U, dooiden zeilden .lezus-Christus, onzen Heer.Amen.
HET .MEMOUAKEquot;
VAN
O. L. Vrouw van liet H. Hart.
......W.....
Gedenk. Onze Lieve Vrouw van het II.Hart, het onuitsprekelijk vertnogen, dat uw Goddelijke Zoon L: op Zijn aanbiddenswaardig Hart verleend heeft. Vol vertrouwen op uwe quot;verdiensten, komen wij uwe bescherming afsnieeken. Hemelsche Schatmeesteres van het Hart van Jezus, van dat Hart, dat de onuitputbare bron van alle genade is, en dat Gij kunt openen naar uw welgevallen, om daarvan al de schatten van liefde en van barmhartigheid, van licht en van zaligheid, welke er in zijn opgesloten, aan de menschen
207
overvloedig uit te deeien, verleen ons, smee-ken wij (J, lt;le gunsten, die wij met anndrang verzoeken. Neen, wij kunnen van Uwentwege geene weigering ondergaan; en omdat (üj onze Moeder /.ijt, On/.e i.icve Vionw van het II. llai'l, neem 011/,gebeden goedgunstig aan. en gelief ze te verliooren. Amen.
DE KLEINE ROZENKRANS
IER EERE VAN
ONZE L1E1IE UROyi Hl HET ü HftRI
C.' ⢠' ⢠-
Talrijk en drnkkend zijn de kwellingen des levens; â de gevaren, waaraan de onschuld is blootgesteld dreigen al meer en meer en nemen met den dag in menigte en verleidelijkheid loe; het ongelool waart allerwegen met drieste onbeschaamdheid rond, om het zaad des bederfs mei kwistige hand te strooien; de booze geest woedt met helsche razernij tegen den godsdienst, en brengt door de behaalde schijn-ovenvinningen, de zwakken tot wankelen, zoodat zij de zoo duidelijk uitgesproken beloften van den God-mensch gaan
betwij l'clen en zich niel meer vasthechten aan de jubelwoorden : »Zie, Ik ben met U lol de voleindiging der eeuwen. Gij zijl Petrus en op deze steènrots zal ik mijne Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet over-mogen.quot; â Allertreurigst is de toestand der maatschappij, zij lijdt aan allerlei kwalen van de ergste soort; en al geelt ons het gelooi de vaste, de onwrikbare overtuiging, dat aan bel lijden een einde zal komen, en dat de Kerk, de Bruid van Jezus, zegevierend uit den strijd zal tevoorschijn treden, wij moeten niet onverdroten ijver medehelpen, om die eindelijke overwinning te behalen en den duur van het lijden te verkorten. Dit kunnen wij, door een eendrachtig, nederig, vertrouwvol en vurig gebed met onbezweken standvastigheid ten Hemel te zenden.
Door eeue zoete ondervinding weten onze leden, dat de liefelijke hartebede: oünze Lieve Vrouw van het II. Hart, bid voor om!quot; een krachtig schietgebedje is: wij bidden het met zoeten aandrang des morgeus en des avonds; en wie weet, hoevele rampen wij hierdoor reeds hebben afgewend. Maar laten wij ons toch, in deze hachelijke tijdsomstandigheden, niet tevreden stellen met die dubbele verzuchting tot de Hoop der hopeloozen! Wij kunnen zooveel meer doen voor de zegepraal der Kerk, zooveel meer voor het heil
209
der wereld, zooveel meer voor ons eigen geluk, voor onze eigene zaligheid. Helaas! hoe vele oogenblikken van den dag gaan in nietsdoen voorbij, die zonder moeite met veel vrucht konden aangewend worden ! Besteden wij die kostbare oogenidikken in het vervolg, om het Rozenhoedje van O. L. V. van het H, Hart niet heiligen jubel ter hand te nemen.
Dat gewijde kransje met 33 koralen herinnert ons aan de 33 jaren van onzen Heiland en Verlosser. Aan de medailje wordt het verdienstelijk schietgebed gestort: Moge het H. Hart van Jezus alom bemind worden ! quot; Aan de groole koralen wordt gebeden; Zoet Hart van Jezus ontferm U over ons!quot;; bij de kleine ; nOnze Lieve Vrouw can het II. Hart, bid voor ons Iquot;
Met het bidden van elk dezer schielge-beden is een aflaat van 10') dagen te verdienen. Het geheele Rozenhoedje kan gemakkelijk in een paar minnten worden algebeden. Wat al schatten van zegeningen en genaden kunnen we ons alzoo niet verwerven, door den tijd te benuttigen, met het bidden van den kleinen Rozenkrans van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart! Welk een danw van hemel-sche gunsten kunnen wij hierdoor over ons zeiven, over anderen, over de geheele wereld doen neêrvloeien ! 0 mogen wij toch vlijtig gebruik maken van dit zegenrijk Rozenhoedje,
J
210 â
en liet nu vooral dikwijls bidden voor de zegepraal van Jezus' strijdende en lijdende Bruid! Dan beleven wij wellicht nog den jubelstond, dal de satan opnieuw geveld en de Kerk iu al haar glans en luister zal hersteld worden.
(St/itv van (Loamp;wi/bincf
aan 0. QJwuw van /tdt c6. cBazt.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, Moeder van bunnhurtig/ieid, Deur des Hemels, Uitdeelster van Gods gaven, ik werp mij met kinderlijk vertrouwen aan uwe voeten neder.
Wees Gij, vermogende Maagd, Sleuteldraagster can Jezus' Hart, Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten, wees Gij aller men-schen heil, wees ook mij tottroost, tot bijstand
en lol redding.
Gij wordt met liet volste reclit het Vertrouwen der rechtvaardigen, delloop der hopeloozen, de Kracht der zwakken, de Vrede der heang-stigden geheel en; daarom verhe!'ik uit dit dal van tranen mijn snioekend oog en hart tot U, 0. L. Vr. van het M. Hart; daarom stel ik mij met zalige geestdrift voor immer onder uwe vermogende en moederlijke bescherming
en wijd ik ü heden mijn licliaam en :il mijne zinnen, mijn hart en zijne neigingen, mijne ziel, al wat ik bezit, met zoete aandrift des harten toe. Snel mij steeds le hulp, o goedertierene 0. L. Vr. van het II. Hart, verwijder van mij de strikken des duivels, doe mij God recht teederlijk beminnen, Hem getrouw dienen en in Zijne heilige liefde sterven, om met U eenwig le mogen jubelen in den Hemel. Amen.
NOVENEN.
Om eene noveen of negendaagsche oefening te honden ter eere van O. L. V. van liet H. Hart, is het voldoende, dat men negen achtereenvolgende dagen dagelijks hel een of ander gebed stort ter eere van die goede Moeder.
Zoo kan men bijv. volstaan, met dagelijks eens of meermalen het kleine Itozcnkransje te bidden, of het Memorare, of de Litanie van O. L. Vr. ran het II. Hart.
Men is geheel vrij in de keuze der gebeden en mag hierin gerust zijne devotie volgen. Ter bevordering echter van verscheidenheid en tevens om hun lot gids te verstrekken, die niet goed weten, hoe zij hierin te werk moeten gaan, laten wij hier eene «Negendaagsche oefening ter eere van 0. L. Vrouw van het H. Hartquot; volgen.
212
NEG-ENDAAGSCHE OEFENING
TER EERE VAN
Gnzc X-ievz tyJiouw van fiat c6. cBait.
(Pt- Co)
Wij raden ieder, die cene Noveen houdt ter eere van 0. L. Vr. van hel H. Hart, len dringendste aan, de negendaagsche oefening te eindigen met eene H. Koniinnnie, ten einde alzoo met meer zekerheid te verkrijgen, wat men, op voorbede van de Hoop der hope-loozen, zoekt te erlangen.
E e r s t e Da g.
De Geboorte des II eer en.
De groote dag is daar, de dag waarnaar de Aartsvaders en Profeten des Ouden Verbonds zoo reikhalzend uitzagen: de aai de bezit haren Zaligmaker, en Gij, Maria, Gij hebt Hem aan ons geschonken. Dewijl Gij de Moeder van den Godmensch zijt, hebt Gij den grootsten invloed op Zijn Aanbiddelijk Hart en moogt Gij de schatten uitdeelen, welke n deze peillooze Bron van ontferming en liefde zijn opgesloten.
Wij komen tot ü, Sleuteldraagster van Jezus Hart, wij die zoo armen hulpbehoevend
-213
zijn, en Gij, Goedertierene Moeder, zult ons, uwe kinderen, met goederen en zegeningen overladen.
Verzuchting, Put voor uwe kinderen. Onze Lieve Vrouw van liet If. Hart, nit die rijke Bron, welke Gij ons ten zegen licht doen ontspringen!
Voornemens. Jezus is op aarde gekomen, om ons ten voorbeeld te zijn. Laten wij, gelijk O. L. Vr. van het H. Hart, Hem in ootmoed des harten volgen en standvastig de paden bewandelen, waarop Hij ons is voorgegaan.
[lel kleine Rozenkransje.
Tweede Dag.
Maria draagt Jezus op in den Tempel.
Tot delging der zondenschuld van het ongelukkige menscluloin wordt een offer ge-eiselil, en dat offer, Maria, kan gepn ander zijn dan Uw teerbeminde Zoon... Waarheen spoedt Gij U? Wat gaat Gij doen. Moeder der schoone liefde? 0, Gij laat ü geleiden, door de liefde, welke Gij ons toedraagt, en Gij offert uwen Zoon den Heer op in Zijnen tempel; maar door die heldhaftige daad handelt Gij naar Zijn minnelijk Hart. dat ü toebehoort en U altoos onderdanig wil zijn.
â¢214
Verzuchting. Geel', O. L. Vrouw van het H. Hart, dat ik naar uw verheven voorbeeld grootmoedig /.ij in het brengen der oilers, welke God in Zijne vaderlijke en alwijze Voorzienigheid gedurende mijn levensloop van mij zal vergen.
Voornemens. Laten wij ons door Maria aan Jezus opdragen; ja doen wij deze zoete en verdienstelijke opdracht zelfs meermalen daags.
Het kleine Rozenkransje.
Derde Dag.
M aria m el Jezus te Na z a r et h.
In uwe nederige woning te Nazareth, mocht Gij, Maria, aan de zijde van uwen knischen Bruidegom, Jezus zien toenemen in jaren en bchagelijkheid bij God en de menschen. Daar vooral, in dat hemelsche huisje, hebt Gij, 0. L. Vi . van het H Hart, uw moederlijk beheer over het Hart van Jezus uitgeoefend. Gij gebied!, en Hij gehoorzaamt U; ja, wat meer is, ilij voorkomt zelfs uwe wenscheu. Welk onuitsprekelijk geheim!
Verzuchting. Onder uw moederlijk beheer, 0. L. V. van het !!. Hart, is de mensch oprecht gelukkig; daarom stel ik mij dan ook met zoele aandrift des harten ouder uwe vermogende moederlijke bescherming.
215
Voornemens. Betuigen wij met geestdrift Maria's kinderen te willen zijn en blijven; laten wij die goede Moeder heerschappij voeren over ons hart en zijn wij Haar, gelijk van Jezus seschreven staat, in alles onder-
danig.
Het kleine Itozenkransje.
Vierde Dag.
Maria op de bruilojl ran Kana.
Bij hei leest, dat te Kana gevierd werd, heelt uw Goddelijke Zoon, o Maria, zonneklaar doen blijken, wat uwe gebeden op Zijn Hart vermogen. Gij vraagt Hem een wonder, en hoewel Zijn uur nog niet gekomen is, doet Hij het wonder, om aan de wereld te toonen, dat Hij U niets zal weigeren. Met hel volste recht mogen wij U dus met den H. Eplirem als de Smeekende Almacht be-groeteu en de Hoop der Hopeloozen noemen.
Verzuchting. Leer mij, beminnenswaardige 0. L. Vr. van het H. Hart, geduldig het oogeublik alwachten, waarop het in Gods lieldeplaunen ligt mij hulp te doen geworden. Leer mij met een grenzenloos verlrouwen de gunsten afsmeeken, waaraan ik behoefte heb; doe mij zell's dan nog vertrouwen, wanneer volgens UKMischelijke berekening alle hoop ijdel schijnt.
Voornemens. Nemen wij in de verschillende noodwendigheden, waarin wij verkeeren, altijd en aanstonds, met kinderlijk vertrouwen onze toevlucht tot 0. L. Vr. van het Heilig Hart; bevelen wij Haar inzonderheid onze geestelijke behoeften en belangen aan.
Het kleine Rozenkransje.
T i j f d e Dag-.
M aria beklimt den Kalvarieberg.
Indien ooit uw Hart, Maria, innig vereenigd was met het Hart van uwen Goddelijken Zoon, dan was het, toen Gij met Hem den kruisberg besteegt; nooit toch hecht zich eene liefdevolle moeder nauwer aan haar teêrgeliefd kind, dan als het gedrukt gaat onder vreese-lijkc kwelling en naamlooze smart. Door alzoo met uwen Jezus te lijden en in Zijne smarten te deelen, hebt Gij meer aanspraak gekregen op de liefde van Zijn Goddelijk Hart.
Verzuchting. Ondersteun mij, 0. L. Vróuw van het H. Hart, bij het leed dat mij treft; wees Gij mijne liefdevolle Troosteres bij alle lijden, dat ik te verduren heb.
Voornemens. Scheiden wij ons, bij de kwellingen en kruisen des levens, al drukken zij nog zoo zwaar, nimmer van onze teérbe-mnide Moeder; blijven wij met Haar innig
vereenigd, clan zal onze zwakheid zicli minder doen gevoelen en liet kruis ons minder zwaar vallen.
Het kleine Rozenhoedje.
Zesde Dag.
Maria aan den voet van het kruis.
Toen (lij daar, o smartvolle Moeder Maria, onder de lijdensarmen van liet kruis stondt, zaagt (lij een soldaat met zijn lans het Heilig Hart van Uwen Zoon openen; toen hebt Gij de stroomen van genade en ontferming, welke uit die zegenrijke Bron vloeiden, met heilige geestdrift vergaderd, om in uwe liefde ons, nwe aangenomen kinderen, daarvan rijkelijk mede te deelen.
Verzuchting. Met U, O. L. Vrouw van liet H. Hart, vang ik den laatsten zucht van Jezus op; ik dring met U tot in de heilige wonde van Zijn Hart, Hij die zich, uit mate-looze liefde jegens ons, heeft doen toebrengen.
Voornemem. Verzuimen wij niets, om de gunsten en genaden te verwerven, waarvan O. L. Vr. van het H. Hart de milde Uitdeelster is; smeeken wij dikwijls hare hulp af, vooral door het zoo krachtig en honigzoet schietgebedje: Onze Lieve Vrouw van het H. Hart bid voor ons!quot;
Het kleine Rozenkransje.
Zevende Dag.
M a r i a b i j de V err i j zen i s.
Uw Goddelijke, Zoon, o Maria, is verrezen, en Gij kunt, o gelukkige Moeder, weder op Zijn heilige borst, aan Zijn Goddelijk liart rusten. Gij inoogt weder dal liefdevol Hart voelen kloppen; Jezus biedt U Zijn Aanbiddelijk Hart aan, het is uw Kijk, Gij moogt daarin door uwe möederbeden voor den tijd en de eeuwigheid heersehen.
Verzuchting. Ik wil, O. L. Vrouw van het H. Hart, eindelijk eens uil het graf mijner geestelijke lauwheid en onverschilligheid opstaan en voor goed een nieuw leven gaan beginnen, 't Is waar, uit mij zeiven vermag ik niets, doch met uwe hulp, vermag ik alles. Help mij dan, o goede Moeder!
Voornemens. Ik zal voortaan de goede gedachten, welke 0. L. Vrouw van het H. Hart mij ingeeft, terstond met offervaardigen ijver opvolgen, om alzoo aan de zonde meer en meer te sterven en voor God en mijne zaligheid, door de beoefening der deugd, meer en meer te leven.
Het kleine Bozenkransje.
ai9
Achtste Dag.
Ma r ia in d c, n II t;in e l.
Niet hinger meci', o Marin, vcrkeerl i.ij in dit jcirdsche jnmniordal van Iranen; voor alloos zijt (lij in don Hoincl mol liet vcriiocr-lijkl Hai'l van uwen Zoon vereenigd. Wijl ik U thans op nwcn glorielroon aansciiomv, noem ik U nicl alleen Koningin des lleniels en der aarde. Koningin der Engelen en dei-Heiligen, maar tevens Gekroonde Moeder Gods en Sineekende Koningin van Jezus' Hart.
Verzuchting. Moge ik eenmaal, beminnelijke 0. N. Vronw van het II. Hart, bij Uwen Goddelijken Zoon en bij U jnbelen in den Hemel! Ik stel mijne ziel geheel in nwe moederlijke handen; help mij hier gelooven, hopen en beminnen, opdat ik eenmaal door onverbreekbare liefdebanden met nwen God delijken Zoon en met U in het eeuwige Jerusalem moge vereenigd worden!
Voornemens. Dikwerf zal ik denken aan de spreuk van den 11. Ignatius: nlloc nidig is mij de, aarde, als ik den Hemel aanschouw Ik wil voortaan alles met eene zuivere meening doen, voor den Hemel, het ware Vaderland van den Christen... Daar zullen wij Onze Lieve Vrouw van het II. Hart in al den luister harer heerlijkheid zien en met Haar
jiii)olpii in het zalig bezit van onzen (lod.
Het kleine. Hozen kransje.
Negende Dag.
Maria onze Middelares.
»Door Maria lot Jezus!quot; Hierin bestaat de geheeie devotie (of U, o zoete, o allerbeminnelijkste 0. L. Vrouw van het H. Hart! Breng ons dan tot Jezns, o Hoop der hope-loozen ! Voer ons op het einde dezer noveen aan uwe moeilerliand tot uwen Goddelijken Zoon! Vereenig ons zoo innig met Hem, dat wij nooit meer van Hein gescheiden worden door de zonde., ten einde wij Zijn aanschijn eeuwig mogen genieten in den Hemel! Verwerf mij ook de gunst, die ik U door deze noveen gevraagd heb.
Verzuchting. 0. L. V. van het H. Hart, sluit mij in de liefdevolle Hartewonde van uwen dierbaren Jezns, opdat ik voortaan slechts in en voor Hem leve!
Voornemens. Ik zal mijn uiterste best doen, om de teedere en zegenrijke devotie tot 0. L. Vrouw van het H. Hart meer en meer in mij zeiven aan te kweeken; ik zal mij bovendien beijveren, die schoone devotie allerwegen meer en meer te verspreiden en te bevorderen.
Het kleine Rozenkransje.
221
|
d. |
INHOUD. |
Bi.ADZ. | ||
|
i. |
Overweging. |
Oproeping. |
\ | |
|
2. |
De kcnzc Gods |
8 | ||
|
â¢J. |
» |
Voorbereiding. |
15 | |
|
\ . |
» |
He Godgewijde Maagd. |
22 | |
|
5. |
» |
De Goddelijke Mcesler en | ||
|
0. |
zijne wet. |
26 | ||
|
)e- |
De Apostel van het H. | |||
|
â t! |
Hart. |
51 | ||
|
)e- ien |
7. |
)gt; |
Aanbidster van het 11. Hart | |
|
van Jezus. |
58 | |||
|
8. |
» |
De eerstelingen van het | ||
|
.en |
Bloed van Jezus. |
U | ||
|
m, |
iO. |
» |
Het eerste koninkrijk. |
50 |
|
en |
» |
De Koning der Profeten en | ||
|
ijn |
1 !. |
en zijne Moeder. |
55 | |
|
on |
)gt; |
Priester en slachtoffer. |
61 | |
|
U |
l-i. |
)gt; |
De vlucht naar Egypte. |
67 |
|
1 |
» |
De ballingschap van het | ||
|
it, |
H. Hart. |
74 | ||
|
U. |
)gt; |
Het verliezen van Jezus in | ||
|
an |
den tempel. |
79 | ||
|
an |
15. |
» |
Nazareth. |
85 |
|
16. |
Dankzegging. |
90 | ||
|
est tie |
17. |
De overwinnende liefde. |
96 | |
|
18. |
» |
De hemelsche Arbeidster |
102 | |
|
19. |
» |
Jezus alleen. |
108 | |
|
on |
20. |
)gt; |
Het erfdeel van den H. | |
|
zal |
21. |
Jozef. |
115 | |
|
tie |
p |
Eene moeder tot voor | ||
|
en |
spreekster, Maria op de brnilofi van Kann. |
122 | ||
|
22. |
)gt; |
Eucharistisehc vereeniging. |
129 |
\:
222
|
25. |
Overwegimj. |
De doodstrijd van Jezus in | ||
|
den hof der olijven. |
154 | |||
|
24. |
» |
Het erfdeel aan den voel van | ||
|
't kruis. |
140 | |||
|
25. |
» |
Vereeniging ondanks het | ||
|
graf .... |
146 | |||
|
26. |
» |
De opstand. |
152 | |
|
27. |
» |
De hemelvaart . |
159 | |
|
28. |
» |
De geest van het Hart van | ||
|
Jezus. |
165 | |||
|
29. |
Het harl 'ii ballingschap . |
170 | ||
|
50. |
U |
Het vertrek naar het vader | ||
|
land. |
175 | |||
|
51. |
» |
De hemel. |
181 | |
|
52. |
)) |
Onze L. Vr. van hel II. Hart. |
187 | |
|
55. |
Oefeningen |
gedurende de weck ter eere | ||
|
van |
Onze 1 |
jieve Vrouw van het H. Harl. |
195 | |
|
54. |
Litanie tot |
Onze Lieve Vrouw van liet | ||
|
H. |
Hart. |
202 | ||
|
55. |
Het .. |
Memorarequot; van Onze Lieve Vrouw | ||
|
van |
het H |
. Hart. .... |
20« | |
|
56. |
De kleine Rozenkrans ter eere van Onze | |||
|
LieveVrouw van het H. Ilari. . |
207 | |||
|
57. |
Akte |
van |
Toewijding aan Onze Lieve | |
|
Vrouw van het 11. Hart. |
210 | |||
|
58. |
Negendaagsche oefening ter eere van | |||
|
Onze Lieve Vrouw van hot H. Hart. |
212 | |||
By de Uitgevers dezes zijn verschenen | en alom verkrijgbaar :
Feamko per post : l
Pater Redemptorist, De week van Maria's dienaar - 0,07 F. Severkns, Redempt., Maria's H. Naam of Psalmen dien liefelijken Naam ter eere, volgens den H. Bonaventura - 0,03 Pater Jozef, De Meimaand . . . . - 0,20 » De Moedergodsmaand, opgedragen
aan hare geliefde kinderen, . - 0,09 R. K. Priester, Maand van Maria; i)'1quot; verbeterde uitgave ... , . - 0,30 » Onze lijdensuren geheiligd, opge
dragen aan de lijdende kinderen van O. L. Vrouw van liet il.
Hart . . ⢠. . . - 0,ü5 i De maand October toegewijd aan
O. L. Vrouw van den H. Rozenkrans . . . . . . - 0,28 J. -Habets, De genaderijke kapel van Onze Lieve
Vrouw aan de Linden te Thorn. - 0,80 J. Watekeeüs, O. L. Vrouw van Lourdes, naar
Henri Lassere . . , . -Pater van Krogten, Het Mirakuleus Beeld van O. L. Vr. in 't Zand en de waardige Joanna van Randenraedt . . - 0,1quot;-' n O. L. Vrouw in 't Zand te Roer
mond, opgedragen aan Z. D. H. Mgr. Faredis, bij gelegenheid van de plechtige kroning van het mirakuleus Beeld . . . . - 1,1