ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

I

I

ocr page 4
ocr page 5

Vsira ^A- ^':. ■ :1;. . A- .A.

NIEUW GOMPLIMENTEERBOEK.

H A N D L EI J) I N G

OM ZICH IN (lEZELSClIAPPEN ONBEHISPELMK TE (;EI)11/V(;E\ EN DAAHIN CEPAST TE SPREKEN,

• ALSMEDE OPGAVE

dor vo.rsrlril lende vormen iraar onder JnvitatiP.n, Itehendnml: ingen en de anfivoorden daaroj) behooren te worden opgesteld, met dr Htnlatuur die aan verschillende standen der Maatschappij gegeven wordt,

VERDEi;

DE KEGELEN VAN WEIXEVENlHtEID TOT IN DE KLEINSTE lilZONDEUHEDEN. AANCiEGEVl^N IN VERHAND MET ALLE VOORKOMENDE OMSTANDIGHEDEN: ALSOOK

Toasten, Toespraken, Brieven enzoovoorts,

EN TEN SLOTTE Écitf ■BlorinruBjtrnnh, uitflfjorljtr ftlluttmieröjcs, ilffiiEsuerhlnriimrii in vofnr rit rrnttic nituutt flttrbtijljrïirn tioor flruilnftrn fitj. fttf. n».

Een boek voor den Goeden Toon en voor den meer gedistingeerden smaak in taal, A in gebaar, in houding en in gedrag,

TTi. MET-EK.

VIJFDE DliUK.

a

i

f

!

Al !

ROTTERDAM - D. BOLLE; ■Ir -J~

p ^ ^ 'V T* quot;'f '^r ^ quot;*^ ^quot;1

ocr page 6
ocr page 7

NIEUW COMPLIMENTEERBOEK.

ocr page 8
ocr page 9

V

Nieuw Complimenteerboek

HANDLEIDING

OM ZICH IN GEZELSCHAPPEN ONBERISPELIJK TE GEDRAGEN EN DAARIN GEPAST TE SPREKEN,

ALSMEDE OPGAA^E

der verschillende vonnen waaronder Jnvitatiën, Beleendmakingen en de

antwoorden daarop hehooren te worden opyesteld, met de titulatuur die aan verschillende standen der Maatschappij gegeven wordt,

VERDER

DE REGELEN VAN WELLEVENDHEID TOT IN DE KLEINSTE BIJZONDERHEDEN, AANGEGEVEN IN VERBAND MET ALLE VOORKOMENDE OMSTANDIGHEDEN; ALSOOK

Toasten, Toespraken, Brieven enzoovoorts,

EN TEN SLOTTE

eene Bloemenspraak, nitgezochte Albumversjes, Liefdesverklaringen in poëzie en eenige nieuwe Aardigheden voor Bruiloften enz. enz. enz.

Een boek voor den Goeden Toon en voor den meer gedistingeerden smaak in taal, in gebaar, in houding en in gedrag,

DOOR

Iquot; ht. JME Y JSÜ.

BIBL. CONV. _

r VIJFDE DBl'K.

Wij' ■ izN:■

ROTTERDAM - D. BOLLE.

ocr page 10
ocr page 11

INHOUD.

I. Gelukwenschen en toespraken op Nieuwjaars-en Verjaardagen.

Bladz.

A. Brieven van gelukwcnsching......... 1

Aan ouders en grootouders. Een vader aan zijnen zoon. Een man aan zijne vrouw. Antwoord van de vrouw aan haren man. Eenige kinderen aan de ouders. Aan de ouders. Aan een vader op zijnen verjaardag.

Over liefde en zielen-sympathie........ 9

Aan een geliefde. Sympathie. Nachtgebed. Ontwaakte liefde. Verzuchting. Aan Louize. Aan Sophia. liij het ondergaan der zon. De liefde. Aan eene aangebedene. Gebed. Bekentenis.

Liefde. Hoe wonderlijk.

B. Aan ouders, bloedverwanten en vrienden .... 16

Aan ouders. Een ander aan ouders. Gelukwensch aan een vriend of eene vriendin. Een andere. Aan eene goede vriendin. Een andere. Aan eene beminde. Aan een vriend.

C. Gelukwenschen op verjaardagen........20

Aan eene dame. Aan een vriend. Een andere. Een bruidegom aan de bruid.

ocr page 12

INHOUD.

VI

Bladz.

Brieven van gelukwensching op verjaardagen ... 22 lan een vriend.

D. Huwelijkswenschen,

Aan de bruid of den bruidegom. Aan eene dame met wie men bekend is. Aan een vriend. Aan de ouders der bruid.

Brieven van gelukwensching bij huwelijksgelegenheden 24 Aan een vriend.

25

Bruiloftsgedichten

Bruiloftslied. Bruilofts-danslied. Bruiloftswensch. Huwelijks-wensch. Gelukwensch bij gelegenheid van een zilveren (of gouden) bruiloftsfeest.

E. Kennisgevingen van bevalling, gelukwenschen bij de geboorte, bij het doopen van kinderen en bij aanvaarding van het peetschap.........29

De vader aan eenen vriend. Gelukwensch aan een vader. Aan eene. moeder. Een vader meldt een vriend de bevalling zijner vrouw van een dood kind. Mondelinge kennisgeving door eene dienstbode van de geboorte eens kinds. Gelukwensch aan de ouders met de geboorte van een kind. Gelukwensch bij de geboorte van een zoon. Compliment aan eene dame met wie men peter en meter zal staan. Aanspraak van den peter aan de ouders van het kind. Compliment van een vriend, die op het doopmaal genoodigd is. Afscheidscompliment van een peter. Verzoek om nog langer in het gezelschap te toeven. Bij het aanbieden van een bloemruiker aan een beminde mede-standeres in het peetschap over een kind. Bij dezelfde gelegenheid. Bij een bezoek aan de kraamvrouw. Bij den kerkgang van eene kraamvrouw. Bij den kerkgang van eene kraamvrouw,

wier kind gestorven is.

F. Gelukwenschen bij bevorderingen.......37

23

ocr page 13

INHOUD.

VII

Bladz.

G. Gemengde gelukwenschen .

Gelukwensch met een aanzienlijke winst in de loterij. Geluk-wensch met een gelukte speculatie. Gelukwensch aan iemand die op reis gaat. Gelukwensch met de gelukkige terugkomst van eene reis. Bij de herstelling van eene ziekte. Een ander naar aanleiding van hetzelfde.

II. Huwelijksaanvragen.

De minnaar aan zijn beminde. Antwoord van den minnaar. Dezelfde aan de ouders van de bruid. Antwoord van de ouders. Antwoord van den minnaar. Dezelfde aan de bruid. Een ander. De minnaar aan de ouders van de bruid. De minnaar aan de bruid. Een ander aan een meisje, dat onder voogdij staat. Dezelfde aan den voogd. Iemand, die een handwerk uitoefent,

vraagt een ander om de hand van zijne dochter. De minnaar

tot de dochter...................42 — 49

Afwijzend antwoord op een huwelijksaanzoek ... 49 De vader aan den minnaar. Een ander. Een ander van eene dame.

Twee andere.

III. Toespraken en complimenten bij het dansen.

De heer tot de dame. Antwoorden der dames. Na den dans. Aan een heer met wiens dame men wenscht te dansen. Als een dame geen lust meer heeft om te dansen. Tot eene dame bij het naar huis gaan. Verzoek aan eene dame om haar te huis te mogen brengen. Antwoorden daarop. Bij het afscheid tot de dame. Antwoorden waarmede het verzoek om de dame naar huis te mogen brengen wordt afgeslagen. Voornaamste voorschriften hij het dansen. Over hel dansen met betrekking tot de gezondheid. Het gebruik van frissclie dranken en verver-schingen bij het dansen. Wat men te doen heeft wanneer het dansen is afgeloopen................51 — 57

IV. Condoleantiën.

A. Bij ziekten..........

Aan de familiebetrekkingen van den zieke.

38

58

ocr page 14

INHOUD.

VIII

Bladz.

B. Bij sterfgevallen

Aan eenen man, wiens vrouw, of aan eene vrouw, wier man gestorven is. Aan ouders, die een kind verloren hebben. Aan kinderen, die hunnen vader verloren hebben. Aan kinderen, die hunne moeder verloren hebben. Aan eene. dame, wier verloofde gestorven is. Aan een heer, wiens verloofde gestorven is.

C. Bij verschillende gelegenheden........63

Aan iemand die door een brand heeft geleden. Aan iemand die door diefstal schade geleden heeft,

65-68

V. TJitnoodigingen.

Uitnoodiging aan eene dame tot eene wandeling. Uitnoodiging. Uitnoodiging tot een sledevaart. Uitnoodiging tot een gezelschap. Uitnoodiging voor den schouwburg. Weigerend antwoord. Uitnoodiging voor een bal. Eene andere uitnoodiging. Uitnoodi-

ging tot het bijwonen van een verlovingsfeest

VI. Verschillende complimenten en toespraken.

Toespraak van een bruiloftsgast aan den bruidegom of aan de bruid. Bij het aanbieden van een huwelijksgeschenk. De bruidegom aan de bruid bij het wisselen van de ringen. Bij dezelfde gelegenheid. Bij de aanbieding van een verjaarsgeschenk. Bij de aanbieding van een kermisgeschenk aan eene vriendin. Toespraak aan hen met wie men vroeger nog nooit in gezelschap geweest is. Aan iemand, naast wien men plaats wenscht te nemen. Toespraak bij een bezoek aan een vriend. Een andere toespraak. Bij het bezoek aan eene dame. Aan een gezelschap van dames. Dienstaanbieding van den eenen vriend aan den anderen. Een andere dienstaanbieding. Aan eene dame. Verzoek tot aanbeveling bij eene dame. Verzoek aan een vriend om een kleine som gelds te leen. Afwijzend antwoord. Aanmaningaan een kennis. Bij het afscheid nemen uit een gezelschap. Afscheid van eene dame bij wie men in gezelschap geweest is. Afscheid eer men

59

ocr page 15

INHOUD. IX.

Bladz.

de reis aanneemt. Een ander afscheid. Verontschuldiging wegens het niet afleggen van een toegezegd bezoek. Verzoek aan een vriend tot aanbeveling bij eenen anderen. Aanbeveling voor een vriend. Dankzegging van den aanbevolen vriend.

Eene andere aanbeveling. Bij het overhandigen van een aanbevelingsbrief. Vriendschaps-aanbieding.........69 — 82

VII. Eenige schetsen voor aankondigingen in dagbladen.

Aanbeveling eener zaak. Een dito aanbeveling. Dankbetuiging en afscheid bij verandering van woonplaats. Openlijke dankzegging. Eene andere. Aankondiging wegens verandering van woonplaats. In korter vorm. Huwelijksaankondiging. Verlovings-advertentie. Advertentie wegens de geboorte van een kind.

Eene andere (doodgeboren kind). Advertentie wegens overlijden.

Twee andere. Andere van een kind...........83 — 88

VIII. Naamkaartjes enz....... ........ 89

IX. Voorschriften in acht te nemen bij het schrijven

van brieven enz............... 90

X. Titels.

A. Wereldlijke titels.............101

B. Titels, die met den Godsdienst in verband staan . . 103

XI. Voornaamste regels betreffende den goeden levenstoon.

I. Blik en gelaatsuitdrukking.........104

II. Houding en beweging des lichaams.....106

III. Bezadigdheid..............108

IV. Wellevendheid en voorkomendheid......109

V. Uitdrukking, toon en voordracht......110

VI. Complimenten of plichtplegingen......113

VIL Keuze en reinheid der kleeding.......115

VIII. Fatsoenlijke gedragingen aan tafel......116

IX. Fatsoenlijke gedragingen in gezelschap .... 121

ocr page 16

INHOUD.

X

Bladz.

X. Gedragslijn te volgen bij het spel

122

123

124

XI. Voorschriften van den goeden levenstoon bij het

afleggen van bezoeken

XII. Kenteekenen, waaraan men merken kan of onze bezoeken aan degenen aan wie wij ze brengen,

aangenaam zijn of niet,

XIII. Voorschriften voor den goeden levenstoon in den

omgang met aanzienlijken en grooten . . . 125

XIV. Wellevendheidsregels voor den omgang met het

schoone geslacht................127

XV. Gedrags-regels, als men een concert bijwoont. . 128 XVI. Gedrags-regels in den schouwburg......129

XVII. Over het gezellig onderhoud........131

XVIII. Over het gedrag van de vrouw des huizes als

134

136

137

140

141

142

gastvrouw . .

Over het eigenlijk onthaal

XIX. Gedragingen op reis ....

Bloemenspraak.........

Bloemen-orakel.........

Proeve van Oostersche bloemenspraak

ocr page 17

Uitgaven van I). HOLLE te Rotterdam.

©ö iJlomiscRz SHangzr.

Keur van uitgezochte Coupletten en Komische Scènes, te zamen 48 stuks met de zangmuziek er bij, de kluchtigste die ooit gezongen en voorgedragen zijn in het Salon des Variétés, te Amsterdam, '2e druk, in geïllustreerd omslag, f 0.60.

Inhoud: Kiifduët (Uit de Opera: De Dochter van Mad. Angot.) — Als 'k je lief neb? Zeg mij waartoe dient dit dan? — De Roode Neus.— Daar rijzen mijne haren te berge van. — Ik heb een zwak en 't is, dat 'k o! zoo graag tlaneer. — Toen ik nog Prins was van Arkadië. — Draaiorgel-Coupletten. — Misdruklied. — Het groote Gekkenhuis. — Men moet de Zaak in 't groot verstaan. — Het Koffiehuisleven. — De Rarekiek. — Kattenduet. — 't Hart is een kluchtig Ding. — De Verkwister. — De Rloemenhof. — De Dronkaard en zijn liefje. — De Grenscommies. — De Mensch leeft niet van brood alleen. — De Conducteur. — De Vrouw is de Baas. — S. T. R. O. O. P., enz, enz. _

O Igt; ï: O TV,

verzameling van ernstige en luimige Voordrachten in

Proza en Poëzie, Scènes voor éen of meer personen met

Coupletten enz., voorzien van de bijbehoorende muziek,

2e druk, prijs slechts f 0.60.

Inhoud: Twee Huwelijks-Candidaatjes. — De dramatische Huisknecht.— Meilied. — Het Kostschooljuffertje. — Liefdesverklaring van een Muzikant. — Toast op het brinken. — Drinklied. — De Hemel maakt het goed. — Kolossaal. — Des koopmans Minneklacht. — Het Melkmeisje. — De Socialist. — Jurgen als recruut. — De orgelman en zijne familie. _

DE HUMORIST.

Verzameling van liuimige Gedichten, Voordrachten, Berijmde Anecdoten enz., prijs slechts f 0.30.

Inhoud: Voor pleizier uit. — Mietje op 't Bal.— De Orgelman (Komieke Scène). — Het Snijdertje. — De Zeeman. — De gelukkige Derde. — Geesten zien. — De Nachtwacht. — De Schatgravers. — De Gevolgen van een Standje. — De Waard van Schelmhuizen. — Haast je maar niet! — Waar ik van hou? — Consciëntieus. — Booze Marie. — In 's Duivels Dienst. — Na Honger.... Dorst. — enz. enz.

O R P H É U S.

Keur van Coupletten, Bomances, Humoristische Scènes, enz. met de Zangmuziek er bij, voorgedragen door Van Doeselaer, prijs slechts f 0.60.

Inhoud: De Duivenmelker. — Dat komt van 't dralen. — Be Kwakzalver. — Ik kan zwijgen. — Liefde wat is dat? — Voor Weduwen en Weezen. — Het Bloemenmeisje. — De Marketentster. — Jan de Lantaarnman. — Vlaamsche Vastenavond. — Verkeerde Rijmwoorden. — Wat een jongen voor een meisje zooal doet, enz.

ocr page 18

Uitgave van D. BOLLE te Hotterdaiu.

Se beroemde VerzameliDg

Luimige Voordraehten

door

.1. s c : l i i : rs i v m gt; .

7«,e druk, 2 deelen, prijs te zamen slechts ƒ 1.—.

---— --

INHOUD VAN DEN EERSTEN BUNDEL.

Nieuwe Huwelijks-Predikatie. — Een Zoenpartijtje in het Haagsche Bosch. — Jantje lacht en Jantje huilt. — Dertig Dominees op een Hampartijtje. — Negentien Priesters op een Kabeljauwmaal. — Belastingwet op de Crinolines. — Bij het geven van een slaapmuts. — De blauwe schenen. — Toast aan eene baker op een Doopfeest. — Vrouwen en uurwerken. — Handschoenen. — De Maskers. — De bedrogen Papa, of de schaking met verlof. — Een Brandgast. — Mozes in de knip. — Belangrijke briefwisseling van twee dames. — De ratel. — Antwoord aan mevrouw Van Buitengroen. — Eerste en tweede belangrijke brief van Levi Mozes Zadok aan zijne moeder te Amsterdam. — Berijmde brief van Moeder Zadok, ter beantwoording van de beide bovenstaande brieven. — Een tafereel uit het huishouden van een Amsterdamschen huisheer, afgeluisterd door de buren, enz. enz.

INHOUD VAN DEN TWEEDEN BUNDEL.

Het Friesche boertje op de markt te Sneek. — Origineele brief van een Poolschen Jood. — Algemeen Adres van Dienstmeisjes. — Een makelaar in menschenvleesch bedrogen door een Pillendraaier. — Merkwaardig verhaal van de lotgevallen van Eduard Stevens. — Een nieuw Huwelijksformulier. — Trouwen of niet trouwen. — Brief van Nathan Zierkool. — Groot politiek Beestenspel. — Modern, Conservatief en Orthodox. — Lied van den Liereman. — Hij gaat naar Meer-en-berg. — Het verongelukken van tien Amsterdamsche predikanten. — Het eten van een tulband aan huis van dominee Viervant. — Kluchtige levensloop van een Haagschen Deserteur (alias Springer), enz. enz.

ocr page 19

I.

GELUKWENSCHEN EN TOESPRAKEN OP NIEUWJAARS- EN VERJAARDAGEN.

A. BRIE YEN VAN GELUKWENSCHING.

Aan ouders en grootouders.

1) Waarde Ouders!

Met blijdschap nader ik u heden om u mijne hartelijke gelukwenschen aan te bieden: God spare u nog lang in een volmaakte gezondheid, en doe u steeds uw liefde voor mij behouden, opdat gij eenmaal, wanneer ik grooter geworden ben, veel vreugde van mij moogt beleven.

Dit is de wensch van

Uwen liefhebbenden Zoon. (Uwe liefhebbende Dochter.) Alkmaar, 1 Januari 1900.

2) Dierbare Vader (Moeder)!

Ik kan dezen dag onmogelijk laten voorbijgaan, zonder u, dierbare Vader (Moeder)! bij vernieuwing een blijk te geven van

Complimenteerb. 5e dr. 1

ocr page 20

mijne dankbaarheid voor uwe liefde, waardoor ge mij zoo gelukkig maakt. Aanvaard het kleine geschenk dat ik u hierbij aanbied en waarbij ik u verzoek minder op de waarde te letten dan op het hart van den gever (de geefster).

Nimmer zal ik ophouden u hartelijk lief te hebben en u te toonen dat ik altijd ben

Uw dankbare Zoon.

(Uwe dankbare Dochter).

Breda, 1 Januari 1900.

3) Innig geliefde Moeder!

De dag van heden is voor mij van bijzonder gewicht. Diep voel ik mij getroffen, wanneer ik er over denk dat gij aanhoudend zorgt voor mijne zoo verstandelijke als lichamelijke ontwikkeling en zooveel in u is mijn geluk tracht te verzekeren. Eiken dag denk ik in stilte met een dankbaar hart aan de veelvuldige bewijzen van uwe onvermoeide goedheid en zorg voor mij, en bid ik God voor het behoud van het leven van zulk eene goede moeder. U vreugde te verschaffen door mijn gedrag en alzoo den avond van uw leven veraangenamen, zal steeds mijn streven zijn. Ziedaar de gelofte die ik mij gedrongen voel op dezen dag af te leggen. Blijf mij bij voortduring uwe liefde toedragen en schenk uwen moederlijken zegen aan

Uwen u innig liefhebbenden Zoon.

(Uwe u innig liefhebbende Dochter).

Cabauw, 1 Januari 1900.

4) Hartelijk geliefde Ouders!

Hoe heerlijk is mij deze dag, nu ik bij vernieuwing de gevoelens kan uitdrukken van mijn innige dankbaarheid en eerbiedige liefde. Ik heb u lief met een oprecht hart, en mijne vurigste wenschen zijn louter aan uw welzijn gewijd. Of mijn patroon zoo

ocr page 21

3

tevreden over mij is als ik het wensch, durf ik zelf niet zeggen; maar ik doe zooveel mogelijk mijn best. Ik zal bij al mijn doen en laten zorgen, dat gij mij met onverdeelde tevredenheid kunt ontvangen, wanneer ik eerlang het geluk zal hebben u weder te zien. Dat heerlijke oogenblik wordt met ongeduld verbeid door

Uwen dankbaren en liefhebbenden Zoon A. H. Pruymboom.

Deventer, 1 Januari 1900.

5) Inni/jgeliefde Moeder!

Deze regelen zullen bij u aankomen ongeveer op het oogenblik waarop gij, omringd door mijne lieve zusters en broeders en door een aantal goede vrienden, met blijde aandoening de hartelijke gelukwenschen van die allen zult omvangen op uwen gezegenden verjaardag. Laat ik ook dan zeggen hoe innig ik u vereer en liefheb, hoe vurig mijne wenschen en heilbeden voor u zijn op dezen heuglijken dag. O, mocht ik in staat zijn u heden naar waarheid uit te drukken het zalig gevoel dat ik heb, telkens wanneer ik aan u denk! Maar het is mij niet mogelijk dat in woorden te brengen. Daarom, dierbare moeder! laat mijne eenvoudige, maar daarom niet minder oprechte verzekering u voldoende zijn, dat ik 's Hemels beste zegeningen afsmeek over uwe volgende levensdagen, die Gods goedheid verlengen moge tot aan de uiterste grenzen van des menschen levenstijd.

De hierbij gevoegde teekening is een voortbrengsel van mijne uitspannings-uren. Ik hoop er u plezier mee ie doen, lieve moeder! en zal trachten dat gij voortdurend veel zult kunnen houden van

Uwen u ipnig liefhebbenden Zoon.

Enkhuizen, 28 Februari 1900.

ocr page 22

•4

6) Waarde Vader (Moeder)!

Alweder is dus een jaar daarheen gevaren, en met dezen dag treden wij een nieuwen jaarkring in. Met blijdschap vat ik de pen op om u. lieve vader (moeder)! op dezen heuglijken dag mijne innigste gelukwenschen te komen aanbieden. Moge de Almachtige bij voortduring over u waken, en u zegenen met een ongestoorde gezondheid, opdat gij nog vele jaren na dezen een gelukkig leven moogt leiden. Ik hoop zooveel in mij is te trachten u genoegen te bereiden om zoodoende eeniger-mate al uwe weldaden te vergelden, en u te toonen dat ik ook voor het vervolg uwe liefde niet onwaardig ben.

Ontvang, waarde vader (moeder)! deze oprechte heilwenschen met de hartelijkste groete van

Uwen u liefhebbenden Zoon.

Franeker, 1 Januari 1900.

7) Een vader aan zijnen zoon.

Ik dank u, waarde zoon! voor de goedgemeende wenschen, die gij in uwen brief voor uwe moeder en voor mij geuit hebt. Ga voort, ons ook in dit nieuwe jaar door uwen ijver en door uw gedrag blijdschap aan u te laten beleven, en u zelven meer en meer te vormen tot een deugdzaam mensch en een nuttig lid der maatschappij. De zegen des hemels, de liefde van uwe ouders en de achting van alle weidenkenden zullen dan uw deel zijn. Dit is de eenige wensch van uwe moeder, die u hartelijk groet, en van

Uw u altijd liefhebbenden Vader.

Goes, 2 Januari 1900.

8) Lieve Vader!

Gij viert heden uwen geboortedag, en niets kan meer overeenkomstig mijne wenschen zijn, dan dat gij dezen dag weder

ocr page 23

in gezoudlieid en tevredenheid moogt beleven. Ik heb alle geluk, alle genoegens des levens aan u te danken. Met een gevoel der innigste dankbaarheid zie ik dan ook terug op al de weldaden, die gij mij van mijne prilste jeugd af aan hebt bewezen. Met ieder jaar wordt mijne verplichting jegens u grooter, en zoo ook mijn dankbaarheid .... of neen, die kan onmogelijk grooter worden dan zij reeds is. Alles wat ik ben, wat ik heb, ben en heb ik door u. Moge de Almachtige u al de zorgen vergelden, die gij om mijnentwil gehad hebt, en u eene ongestoorde gezondheid, eenen hoogen, gelukkigen ouderdom en de reinste en edelste genoegens des levens schenken als uw deel op aarde! Dit is de vurigste wenscli van

Uwe u innig liefhebbende Dochter.

Haarlem, 26 Januari 1900.

9) Dierbare Grootmoeder!

In feestgewaad kom ik heden, lieve grootmoeder, om u de vurigste gelukwenschen aan te bieden op uwen verjaardag. In kinderlijke oprechtheid zendt mijn hart een innig dankgebed op en eene warme smeekbede voor uw welzijn tot onzen Vader, die in de hemelen is. Dat gij nog zeer dikwijls dezen blijden dag in volmaakte gezondheid moogt beleven is mijn hartewensch en dat gij mij voortdurend uwe liefdevolle toegenegenheid moogt blijven schenken, is mijne dierbaarste hoop. Die toegenegenheid te verdienen zal aanhoudend het streven zijn van

Uwe u oprecht liefhebbende Kleindochter.

Ilpendam, 26 Januari 1900.

10) Dierbare Grootvader!

Uw verjaardag is voor mij een heerlijke dag. O, dat hij nog dikwijs moge wederkeeren; dat de goede God mijn dierbaren grootvader nog lang, zeer lang in het leven spare, en hem voort-

ocr page 24

6

durend eene ongestoorde gezondheid en opgeruimdheid schenke.

Ik hoop dat gij liet hierbijgaande kleine geschenk op uw geboortefeest gaarne zult aannemen, en dat gij daarin het dankbare hart zult erkennen van uwen kleinzoon (uwe kleindochterquot;), die nimmer ophouden zal u innig lief te hebben, en die er steeds ijverig naar streven zal om zich uwe liefde meer waardig te maken.

LI) Een man aan zijne vrouw.

Van de gelegenheid die nieuwjaar mij aanbiedt, wil ik gebruik maken om u mijnen hartelijken dank uit te drukken voor al de liefde waarmede gij mij gedurende het afgeloopen jaar zoo gelukkig gemaakt hebt; ik kan tevens niet nalaten u de verzekering te geven dat ik van mijnen kant alles hoop aan te wenden om tot zelfs uwe kleinste wenschen te bevredigen. God, hoop ik, zal u nog lang eene ongestoorde gezondheid schenken en daarbij een tevreden gemoed en opgeruimdheid van geest.

2) Antwoord van de vrouw aan haren man.

Ook in dit jaar, en in alle volgende, zal het mijn ijverigste streven zijn uw liefde, die mijn gansche geluk uitmaakt, zooveel in mijn vermogen is te vergelden. Houd u verzekerd dat ik mij met blijdschap elke gelegenheid ten nutte zal maken om u het leven te veraangenamen, en dat ik niets vuriger wensch dan dat God u voortdurend zal zegenen met gezondheid en met alle aardsch geluk.

13) Eenige kinderen aan de ouders.

Welk een heil is ons gegeven. Dierbare ouders! die in 't leven En in welstand bleeft bewaard.

ocr page 25

Dat gij immer blij te moede Godes heiige Vaderhoede

Ondervinden moogt op aard! En, verhoore God ons bidden, Dat gij lang nog in ons midden Voor uw kindren blijft gespaard!

Aan de ouders.

Voor mijne ouders, voor de braven, Mij zoo liefderijk en goed

Smeek ik 's Hemels beste gaven Af, met kinderlijk gemoed.

Heer! ik smeek U, laat Uw zegen Hen verzeilen overal.

Bloemen strooien op hun wegen Nog een zeer groot jarental.

Moge ik recht al 't goed waardeeren, Dat ik van hen ondervind!

Moge ik steeds mijn ouders eeren Als een braaf en dankbaar kind!

Aan een vader op zijnen verjaardag.

(Uit een verre plaats.]

Heden in den morgenstond, Dierbre, innig lieve vader!

Treden u uw kindren nader

Om u blij met hart en mond Heil te wenschen al te gader.

ocr page 26

8

Ik alleen, ik kan niet blij, Vol van 't zaligste verrukken U aan 't kinderharte drukken;

Maar — toch ben ik u nabij.

Met Sophietjen op den arm. Brengt ook moeder u haar zegen En de kleine lacht u tegen.

O, wat klopt u 't harte warm Bij al 't heil van God verkregen!

Een der uwen, één slechts, mij Mag uw oog thans niet ontmoeten, Ik, ik mag u niet begroeten;

Maar — toch ben ik u nabij.

Met de dierbren om u henen Zal hier ook mijn geest vereenen,

Om Gods goedheid zonder peil In een dankgebed te loven.

En ik wil den Heer daarboven

Zegening voor u en heil En een reeks van levensdagen In een warme smeekbeê vragen.

Is deze aarde een rampwoestijn Voor een talloos tal van menschen; Dat zij u (dit wil 'k nog wenschen) Steeds een Eden moge zijn!

ocr page 27

lt;)

OVER LIEFDE EN ZIELEN-SYMPATHIE.

Wat, wat helpt mij al mijn smachten,

Als gij nimmer aan mij denkt? Wat, wat helpen mij mijn klachten,

Als ge uw liefde mij niet schenkt?

Aan een geliefde.

Suizende zefirs die zacht mij begroet.

Lieflijke geuren zoo smeltend en zoet.

Die mij omzweeft en die zalig genieten,

Zalige vreugd door mijn aadren doet vlieten: — Zegt mij, wat drijft gij mijn harte toch aan. Waar toch, terwijl ik zoo snel het voel slaan. Waar trekt het rusteloos heen.

Zegt mij, waarheen, o waarheen?

Rustloos verlangen, een bang, jagend hart. Nooit iets dan tranen en klachten en smart! . Wat toch doet heilig den boezem mij blaken? Wat is die zucht, dat verlangen, dat haken? Hoe wordt het smachtend begeeren gestild, Dat door mijn ziel en mijn zenuwen trilt? Wat is mijn Al hier beneên?

O Gij alleen, anders geen!

Sympathie.

Van 't droomen en van 't malen

Ontwaakte ik hedennacht.

En 't was me als klonk me een stemme: „Hebt gij aan mij gedacht?quot;

ocr page 28

10

Hoe kon die stem mij vragen: „Hebt gij aan mij gedacht?quot; 'k Doe nooit bij dag iets anders, En 'k droom van u bij nacht.

Verneemt gij ook die stemme?

O, 'k weet, gij fluistert zacht: Dat steeds mijn geest bij u is En naar het weerzien smacht.

Nachtgebed.

Begaf ik mij voorheen ter ruste,

Dan deed ik, strijk en zet.

Altijd een nachtgebed.

Eer nog de slaap mijn oogleên kuste:

'k Beval dan steeds mijn ziel aan God,

En dankend voor den zegen.

Uit Zijne vaderhand verkrijgen.

Prees ik mijn lot.

En nu — nu leg ik mij ter ruste neder,

Terwijl éen naam slechts op mijn lippen zweeft: Ik noem hem duizendmaal en noem hem nog eens weder.

Dien naam van haar, die in mijn ziel bestendig leeft. Die naam verzelt me in 's werelds bont gewemel. Die naam is mijn geluk, mijn heil, mijn heul, myn hemel. Die naam is poezij

Voor mij En Englenmelodij.

En als ik eens mijn stervenssnik zal geven.

Zal nog die zoete naam op mijne lippen leven!

ocr page 29

11

Ontwaakte liefde.

Duizend zachte melodieën Juublen in mij, smeltend zoet;

Duizend schoone wonderbloemen Bloeien thans in mijn gemoed.

Englen voel ik binnen zweven In mijn ziel en weer er uit,

En daar binnen klinken tonen Van een hemel-zacht geluid.

Laat nu vrij de koude Eesi Brommen dat mijn harte dweept.

Zij, ook zij wordt in 't gejubel Onweerstaanbaar meegesleept.

Machtloos is zij om te tempren 't Heilig vuur, dat in mij blaakt;

Want in mijn gelukkig harte Is der liefde lente ontwaakt!

Verzuchting.

Gij wolken en gij winden

En al wat vleuglen heeft, Brengt haar de grootsche tijding Van 'tgeen er in mij leeft.

Brengt haar mijn groet der ziele,

Den kus van mijnen mond. En vraagt haar zachten balsem Voor mijne harte-wond.

ocr page 30

12

O, dat mijn zalig hopen

Zich niet geheel bedroog, En dat er uit haar zielvol oog Voor mij een blik van liefde strale: Dat smeek ik van Omhoog!

Aan Louize.

Denkt gij in uwe eenzame uren Lieve! nog wel eens aan mij? Of vloog voor uw maagdlijk harte Eas mijn beeld voorgoed voorbij?

O, vergun mij dan het voorrecht,

In mijn hart uw lieflijk beeld Altijd met mij om te dragen.

Want 'k behoor u onverdeeld.

Laat mij in herinnringsdroomen Dwepen met een blij verdriet; Laat me uw lief gelispel hooren: Vrind, houd moed en wanhoop niet.

Aan Sophia.

Geen vuur, hoe hel in vlammen, Brandt ooit zoo gloeiend heet, Als heimelijke liefde.

Waarvan geen mensch iets weet.

ocr page 31

13

Geen bloem, hoe rijk aan kleuren, Bloeit ooit met zooveel pracht, Als twee verliefde zielen, Ontwaakt in volle kracht.

Zet in mijn hart een spiegel,

Die 't voor u openlegt; Dan zult ge zeker weten

Wat thans mijn mond u zegt: „Mijn hart meent u oprecht!quot;

Bij het ondergaan der zon.

Eer ge, o zon! gaat nederdalen,

Met uw bHk zoo vriendlijk zacht, Kus toch met uw gouden stralen Mijn beminde goeden nacht.

's Hemels zegen moog' zij smaken

In een zoete, kalme rust, En Gods hoede haar bewaken Tot gij haar weer wakker kust.

De liefde.

Niet aan tijd en stof gebonden,

Duurt de liefde in eeuwigheid; Worden we ook aan de aarde ontwonden,

't Wederzien is ons bereid.

Daar waar niets ons dan meer scheidt. Daar wordt liefde weergevonden. Liefde, liefde in eeuwigheid!

ocr page 32

14

Aan eene aangebedene.

Besef de zaligheid, die heel mijn ziel doorstroomt, Terwijl ze in zacht gedweep van uwe weermin droomt, O, stil mijn zoete smart, mijn zuchtend ziele-smachten, Of make ras de dood een eind aan al mijn klachten.

Gebed.

Neem mij op in uw gewijde dreven.

Geest der liefde, o, neem mij spoedig op. Aan mijn smart kan niemand in dit leven Ooit een balsem tot verzachting geven;

Geest der liefde, o, neem mij spoedig op. Zielen dacht ik hier te zullen vinden,

Zielen, die als ik gevoelden en beminden.

Maar, helaas! 'k vond niets dan kouden trots, Hoogmoed, die gelijk een rots.

Ijzervast in 't golfgeklots Staan bleef in den stroom van mijn gevoel. Koud, ijskoud. Verbrijzeld is mijn hope

En vernield mijn heeriijk levensdoel . . . Dat mijn uurglas snel ten einde loope,

De aarde is nu voor mij een folterhel. Die slechts smart en ramp en rouw mij baarde.

O Marie, vaarwel, vaar altijd wel.

Geest der liefde, o, neem mij op van de aarde!

Bekentenis.

Meisjelief als melk en bloed: U te zien, dat doet mij goed. In de naarste rampwoestijn Zou 'k met u gelukkig zijn.

ocr page 33

Toen ik u voor de eerste maal Zag, gelijk een zonnestraal Tintelde der liefde gloed Eensklaps zalig door mijn bloed.

Liefde.

Mond op mond en hart aan hart, Allerzoetste minnesmart!

Wie u eenmaal komt te smaken

Acht geene andre lekkernij: Al wat leeft en zweeft moet blaken In de liefelijke lij!

Al de nimfjes die de min En haar zoetigheid verachten, Spreken tegen haar gedachten;

Anders ligt het in haar zin.

Of zij waren niet rechtschapen!

't Heele schepsel voelt dien brand Tegen liefde baat geen wapen, Maagdeliefde is nooit een schand.

Hoe wonderlijk.

Ondoorgrondelijke gronden!...

'k Ga niet veilig zonder nood, 'k Ben niet vroolijk zonder wonden

En niet levend zonder dood. 't Zijn twee oogen, die mij geven

Dood en doodelijke wond:

En dat dooden doet mij leven, En dat wonden maakt gezond.

ocr page 34

lü

Hierom, opdat ik zou mogen

Hoeden mij voor stervenspijn, Zoek ik stadig naar deze oogen. Om van hen gewond te zijn.

Zoete wonden zonder sterven!

Lieflijk sterven zonder dood ! Aardig stelen zonder derven! Wonder derven zonder nood!

AAN OUDERS, BLOEDVERWANTEN EN VRIENDEN.

De Hemel moge u heel uw leven.

Een lange jaren-reeks aaneen,

Geluk slechts en gezondheid geven En onspoedsdagen geen!

'k AVensch u in dit nieuwe jaar Al de rijkste zegeningen.

Die de wijze Alzegenaar Immer schonk aan stervelingen;

En dat nog een jarental Zóó Zijn zegen hier beneden U altoos, op al uw schreden. Onverstoord verzeilen zal.

ocr page 35

' Aan ouders.

Dierbare Ouders, welk een zegen Stort Gods goedheid op ons uit! 't Nieuwe jaar toch lacht ons tegen Nu deez' dag 't voor ons ontsluit. In gezondheid, weltevreden,

Ziet gij al uw kind'ren heden

Blij en dankbaar om u heen. En terwijl zij God daarboven Voor zijn zegeningen loven.

Bidden zij opnieuw om een; God, wil nog een reeks van jaren Onze dierbare ouders sparen, En strekke immer meer hun kroost Hun tot vreugde en heil en troost!

4) Een ander aan ouders.

Geen rijke woordenpraal past in den kindermond, Eenvoudig is de wensch waarmee 'k u heden nader; 'k Wensch, lieve moeder! u, en aan mijn lieven vader: Leeft nog een jarenreeks gelukkig en gezond!

5) Gelukwensch aan een vriend of eene vriendin.

Uit een oprecht tort wensch ik u bij den aanvang van dit nieuwe jaar het hoogste geluk toe, en bid God dat Hij u in de ruimste mate zijnen zegen schenke.

Tegelijk maak ik van de gelegenheid gebruik om mij bij voortduring aan te bevelen in uwe onschatbare vriendschap.

Complimenteerb. 5e dr. 2

3)

ocr page 36

IS

01 Een andere.

Mijn hartewensch is: u volkomen gelukkig te zien. Ik kan dus bij den aanvang van het nieuwe jaar niet beter doen dan God voor u bidden om tevredenheid, gezondheid, opgeruimdheid en vervulling van al uwe redelijke wenschen. Dat alles moge in de ruimste mate uw deel worden en voortdurend blijven.

7) Aan eene goede vriendin.

Alle goede menschen wenschen elkander heden geluk, en ook ik heb een heelen voorraad van wenschen voor u. Maar nu ik u aanzie voel ik mij den moed ontzinken; want al wat ik u zeggen wilde, hoe goed ook door mij bedacht, komt mij als overtollig voor. — Gezondheid is uw deel; aan fortuin ontbreekt het u niet; uw bekoorlijkheden worden door velen bewonderd en door even velen misschien benijd; een aanstaanden echtvriend, zooals gij er met mogelijkheid een verlangen kunt, hebt gij ook, - wat zou ik u dan nog wenschen kunnen? — Wacht, daar valt mij iets in: ik wensch u een spoedige, blijde bruiloft.

g) Een andere.

Verheugd over het geluk mij uwen vriend te mogen noemen maak ik mij met een waar genoegen de gelegenheid ten nutte, die het nieuwejaar mij aanbiedt, om u oprecht en hartelijk geluk te wenschen. De hemel schenke u bij voortduring gezondheid, opgeruimdheid en helderheid van geest, opdat allen die u kennen zich nog lang mogen verheugen in uw onwaardeerbaren omgang.

Aan eene beminde.

De eerste dag van een jaar, waarin ik het geluk hoop te smaken, u, mijne dierbare ! door het zegel der wet en den zegen der kerk geheel de mijne te mogen noemen, is plechtiger en

ocr page 37

19

gewichtiger voor mij dan nog ooit een nieuwjaarsdag geweest is. Ik bid God dat Hij u bij voortduring uwe, voor mij zoo onschatbare, gezondheid en tevredenheid des gemoeds moge doen behouden en dat al uwe wenschen mogen worden vervuld.

Antwoord. Moge u het nieuwe jaar, mijn beminde! al die genoegens aanbrengen, die het den mensch hier op aarde vergund is te genieten! Mogen al uwe hoopvolle verwachtingen en al uwe wenschen vervuld worden. God geve mij al het noo-dige om u zoo gelukkig te maken als uw edel hart het verdient.

10) Aan een vriend.

Ik volg slechts de oprechte inspraak van mijn hart, wanneer ik u bij den aanvang van het nieuwe jaar mijne gelukwen-■schen aanbied. Dat gi) in dit nieuwe jaar al die waarachtige genoegens moogt beleven, die een sterveling met mogelijkheid genieten kan, en dat dan op dit blijde jaar nog vele andere, en op deze weer andere van ongestoord geluk mogen volgen. Ziedaar alles wat ik u kan wenschen.

Uwe hartelijke goedheid zal mij steeds veroorloven mij te noemen

Uwen oprechten Vriend N. N.

Antwoord. Vergeef het mij, waarde vriend! dat ik door uwe hartelijke letteren herinnerd ben moeten worden het als 't ware heilige gebruik te volgen, namelijk elkander bij den aanvang van een nieuw jaar wederzijds geluk te wenschen. Gij weet echter dat mijne vriendschap onwankelbaar is, dat mijne gevoelens voor u steeds dezelfde blijven, al verzuim ik ook somwijlen ze in woorden lucht te geven op de dagen, die de almanak daartoe aanwijst.

ocr page 38

20

Ontvang dus, beste vriend! mijnen warmsten dank voor de wenschen, die uw oprecht hart mij heeft toegezonden en neem tevens de verzekering aan, dat ik den Gever alles goeds uit de volheid mijner ziel bid voor uw bestendig, ongestoord geluk. Moogt gij ook dit nieuw ingetreden jaar en nog eene reeks van volgende jaren in gezondheid en genoegen doorbrengen en nimmer ophouden mij de bewijzen te geven uwer onschatbare vriendschap.

Uw oprechte Vriend N. N.

C. GELUKWENSCHEN OP YERJAARDAGEN.

Aan eene dame.

Ontvang, geëerde vriendin! tegelijk met dit ( ), dat

ik u als een bewijs mijner hoogachting aanbied, mijne innigste gelukwenschen op uwen blijde verjaardag, dien God, hoop ik, u nog menigmaal in volmaakten welstand en ongestoord geluk zal laten beleven.

2) Aan een vriend.

Het kleine geschenk, dat ik de vrijheid neem u aan te bieden en dat ik u verzoek wel te willen aannemen, moge u ten bewijze strekken van mijne hartelijke deelneming in het geluk, dat u op dezen dag weder te beurt valt. Ik hoop dat deze dag nog zeer dikwijls voor u moge wederkeeren, en dat hij u telkens slechts nieuwe zegeningen en genoegens aanbrenge.

Antwoord. Uw lief geschenk zoowel als vooral uw hartelijke gelukwensch doet mij een bijzonder genoegen. Voor

ocr page 39

21

het een en voor het ander zeg ik u mijnen oprechten dank met de verzekering dat ik gaarne van elke gelegenheid gebruik zal maken om u wederkeerig, zooveel in mij is, genoegen te bereiden.

3) Een andere. Aan een vriend.

Op uwen blijden, thans weder in gezondheid door u gevierd wordenden geboortedag wensch ik u uit de volheid van mijn hart dat gij dezen dag nog menigmaal in volmaakten welstand en onverstoord geluk zult mogen beleven tot heil en vreugde van uwe geachte familie en van al uwe vrienden.

4) Een bruidegom aan de bruid.

Met een innig, warm dankgebed tot God heb ik dezen feestdag begroet, waarop gij eens, tot vreugde uwer ouders en tot mijn geluk, het levenslicht mocht aanschouwen. Neem dan, mijn eenig beminde! met dit kleine geschenk mijner liefde, den hartelijksten, vurigsten heilwensch van mij aan met de verzekering dat mijn eenig geluk slechts daarin bestaat en bestaan zal nog menigmaal dezen gezegenden dag aan uwe zijde blijde en gelukkig te kunnen vieren.

Antwoord. Mijn beminde! Ontvang met mijnen hartelijksten dank voor uwe liefdevolle deelneming in mijn geluk, en voor het smaakvolle geschenk, waarmede gij mij vereert, tevens de hechte verzekering, dat ik dezelfde wenschen voor u voed en dat ik mijn geheele leven door er slechts naar streven zal u genoegen te bereiden en mij uwe liefde meer en meer waardig te maken.

ocr page 40

22

BRIEVEN VAN GELUKWENSCHING OP VERJAARDAGEN.

5) Aan een vriend.

Waarde vriend! De dag, waarop gij werdt geboren, is voor velen, doch inzonderheid voor uwe vrienden, een feestdag. Neem dan ook mijne wenschen voor uw verder geluk met die welwillendheid aan, door welke gij allen, die de eer hebben zich uwe vrienden te mogen noemen, zoozeer aan u verbindt en houd u vastelijk overtuigd dat mijne vriendschap en gehechtheid aan u slechts kan eindigen met mijn leven.

Wees hartelijk gegroet

van uwen oprecht toegenegen N. N.

Antwoord. Was er mij altijd veel aan gelegen mijnen vrienden eene oprechte toegenegenheid toe te dragen en hun naar mijne geringe krachten van dienst te zijn, ik mocht daarentegen ook het genoegen smaken mij wederkeerig door hen bemind te zien. Een nieuw, zeer aangenaam bewijs daarvan was mij uwe hartelijke gelukwensching op mijn verjaardag. Het doet mij inderdaad leed u op dit oogenblik niet anders daarvoor te kunnen danken dan met het verzoek dat gij mij bij voortduring uwe onschatbare vriendschap moogt blijven schenken en ik hoop dat de overtuiging steeds levendig in u moge blijven dat ik nimmer zal ophouden te zijn

Uw oprechte vriend N. N.

6) Ik wensch u niet anders, dan dat alles wat uw levensgeluk kan bestendigen en verhoogen, en alles wat heilzaam en goed voor u is, bestendig uw deel moge zijn.

ocr page 41

I). I1U WEL I.I KS WKNSCH EX.

1) Aan de bruid of den bruidegom.

Mijne hartelijke gelukwenschen voor uwe aanstaande echt-vereeniging zijn in weinig woorden aldus saam te vatten: dat nimmer voor u een zweem van waarheid moge liggen in de spreuk: „trouwen, berouwenquot;; maar dat gij een lange reeks van jaren aan elkanders zijde moogt slijten in eenen tevredenen, gelukkigen en gezegenden echt!

2) Aan eene dame met wie men bekend is.

Ik heb altijd levendig en oprecht deelgenomen in alles wat u betrof, en de tijding van uwe verloving met mijnen vriend heeft mij dus niet anders dan aangenaam kunnen verrassen. Uit de volheid van een vriendenhart wensch ik u dan ook met uwe echtvereeniging geluk, en bid God dat Hij u in uw huwelijk zooveel voorspoed en genoegen moge bereiden als uw edel hart verdient. Dat mijn vriend steeds alles doe om u het leven te veraangenamen, en u steeds meer reden te geven uwen trouwdag den schoonsten dag uws levens te noemen; dat eenmaal een schare blozende kinderen u al de liefde ver-gelde, die gij altijd uwen braven ouders hebt toegedragen — in één woord, dat gi] in uw huwelijk een volmaakt geluk moogt. vinden!

Antwoord. Ik dank u hartelijk voor uwe vriendelijke deelneming in mijn geluk, en verzoek u wel zeer in 't bijzonder mij voortdurend uwe onschatbare vriendschap te willen blijven schenken, die mij reeds zoo menigmaal op de ondubbelzinnigste wijze is gebleken. Van mijnen kant hoop ik nimmer eene gelegenheid te zullen laten voorbijgaan om u het bewijs te geven van mijne vriendschap en hoogachting, waarvan ik u op dit oogenblik bij vernieuwing de verzekering aanbied.

ocr page 42

Aan een vriend.

Ik kan niet nalaten u met uw huwelijk hartelijk geluk te wenschen! Moge het u eene rijke bron van zegen zijn, en gij eene lange reeks van jaren dien zegen ongestoord genieten!

Antwoord. Wees verzekerd, beste vriend, dat ik uwe vriendelijke deelneming en uwe hartelijke gelukwenschen op hoogen prijs stel, en dat niets mij aangenamer zal wezen, dan spoedig eenzelfden wensch aan u te komen brengen.

4) Aan de ouders der bruid.

De gelukkige echtverbintenis van mejuffrouw uwe dochter heeft mij innig verheugd, en ik wensch van harte dat al de welmeenende wenschen, die zij bij deze gelegenheid zoo ruimschoots ontvangen heeft, in gezegende vervulling mogen gaan en dat gij nog lang getuigen daarvan moogt wezen.

BRIEVEN VAN GELUKWENSCHING BIJ HUWELIJKSGELEGENHEDEN.

5) Aan een vriend.

Hartelijk, innig hartelijk geluk met uw voorgenomen huwelijk! ik wensch u, dat het zoo gelukkig moge uitvallen, als gij en uwe lieve bruid beiden evenzeer verdienen. Van uwe vriendelijke uitnoodiging zal ik met zeer veel genoegen gebruik maken, om u — en, als gij niet jaloersch zijt, ook uwe geëerde bruid — mondeling te verzekeren, dat ik niet ophouden zal u beiden de hartelijkste genegenheid toe te dragen, en dat ik mij steeds gelukkig zal rekenen, wanneer zich eene gelegenheid voor mij aanbiedt u te kunnen bewijzen, hoezeer ik ben

Uw oprechte vriend xNL N.

3)

ocr page 43

Antwoord. Uw hartelijke gelukwenschen, zoowel als het vriendelijk aannemen van onze uitnoodiging heeft mijne beminde bruid evenzeer als mijzelven het grootste genoegen gedaan. Gij hebt ons daardoor opnieuw het bewijs geleverd van uwe ware toegenegenheid en vriendschap, en wij zijn verlangend naar het oogenblik, waarop wij de eer zullen hebben u persoonlijk te zien deelnemen in ons geluk.

Kom dus spoedig en verhoog door uwe onschatbare tegenwoordigheid het genoegen der overige gasten, doch vooral van mijne lieve bruid en van

Uwen waren vriend N. N.

BRUILOFTSGEDICHTEN.

Bruiloftslied.

Op, gij knapen,

Siert de slapen Nu met bloemen, vlecht ze in 't haar. Danst ter eer van 't jonge paar.

Op, gij schoonen,

Paart uw tonen Aan het blijde maatgeluid:

Danst ter eere van de bruid.

Dansen, zingen,

Lachen, springen.

Schertsen, dollen vol vermaak Zij, in onschuld, thans uw taak!

ocr page 44

26

Bmilofts-danslied.

Komt maagden, vlecht, de bruid ter eere,

Een schitterenden bloemenkrans;

Komt knapen, voert de maagdenrijen, Ter eere van het puik der mans, Ten dans, ten dans!

Komt allen, die hier zijt vergaderd

Ten dans, ter eer van 't jonge paar; Hun huwlijk worde rijk met kinders Gezegend, wenschen we al te gaar. Van jaar, tot jaar.

Komt allen, helder opgezongen,

Ten dans, ten dans, ten dans, ten dans! Lang leev' het sieraad aller vrouwen!

Lang leev' het sieraad van de mans! En nu — ten dans,

Ten dans, ten dans!

Bruiloftswensch.

Zachtkens glijde uw huwlijksbootje

Over 's levens oceaan.

En het lieve minnegoodje Blijve steeds aan 't roer er staan!

Heel uw tocht zij slechts verblijden!

Zonneschijn kleur' 't al u licht! En betrekt de lucht bij tijden,

Houdt dan 't oog op God gericht

ocr page 45

Hij, de Alzegenaar hierboven,

Zeegne rijk met kroost uw echt;

Moogt gij steeds Gods goedheid loven Voor al 't heil u weggelegd;

Moogt ge een lange reeks van jaren, Vrij van allen aardschen druk,

Samen 's levens zee bevaren In het ongestoordst geluk;

Moogt ge aan d' avond van uw leven Gode danken blijgemoed.

Voor al 't heil aan u gegeven. Dankend juichen: God is goed!

Huwelijkswensch.

Ik wensch u geen schatten,

Die deze kamer nauwlijks kan bevatten;

Ik wensch u geen kinderen bij twaalftallen,

Daar zulks u op den duur, geloof ik, niet zou bevallen; Ik wensch u geen leven,

Zoo lang als 't Methuzalem eens werd gegeven; Ik wensch u geen keur van 's hemels zegeningen; Want dat is onbestaanbaar met den loop der wereldsche dingen; Kortom, ik doe geen ongerijmde wenschen;

Want ik beschouw u als een paar verstandige menschen; Maar wat ik u toe wensch, dat meen ik oprecht.

En het is met zeer weinig woorden gezegd:

Gezondheid en eendracht en liefde al de dagen. Dat gij te zamen 's levens lief en leed zult dragen; Tevredenheid bij al wat uw deel wordt naar Gods welbehagen En dat gij den Heer nooit vertoornt met morren en klagen. Bovendien een paar kinderen, die opgroeien u tot vreugde

en tot eer.

En dat godsvrucht in uw huis woon' en deugd in uw hart —

en verder wensch ik niets meer.

ocr page 46

28

Gelukwensch bij gelegenheid van een zilveren (of gouden) bruiloftsfeest (1)

Eeeds vijf en twintig jaar, met 's Hemels gunst doorv/even, Vaart uwe huwlijksboot daarheen op 's levens zee; Allengskens wordt zij dicht en dichter voortgedreven Naar 't einde van den tocht, naar de onbekende ree,

Waar 't eeuwigheids-gebied zich opent voor uw blikken. IJl niet te snel, o boot! die verre baan ten end;

Neen, moog' de Algoede God, wiens wegen niemand kent, Gansch anders het voor u in zijne alwijsheid schikken. Ach! 't leven is zoo schoon voor een zacht minnend paar, Als God zijn zegen schenkt aan beiden, als hun harten Recht innig saamgesnoerd, vereend zijn met elkaar, — Dan is hun 't leven zoet, dan voelen zij geen smarten. En komt er soms een dag, die hun de ziel bedroeft, Nog loven zij den Heer, die nooit te zwaar beproeft.

Er waren ook voor u wel eens beproevingsdagen; Nu echter wil ik niet van leed en ramp gewagen.

Altijd blijv' zoolang gij ademhaalt.

Christendeugd het voorwerp van uw streven, Christendeugd het kenmerk van uw leven; Ondervindt Gods zegen onbepaald,

Smaakt dien hier nog lange vroom en blijde;

Staat nog lang gezond elkaar ter zijde,

Als een paar door God gesmeed tot één;

Al wat Hij u toedeelt hier beneên Rijpe u meer voor 't leven na dit heden .. .

Edel paar! ziedaar mijn zegenbeden!

1

Gekit het eene (jouden bruiloft, dan worden de twee eerste regels veranderd:

Een vijftig jarental, met 's Hemels gunst doorweven,

Vaart reeds uw huwlijksboot daarheen op 's levens zee.

ocr page 47

29

E. KENNISGEVINGEN VA\ BEVALLING, GELUK-WENSCHEN BIJ DE GKBOORTE, HIJ HET 1)00-PEN VAN KINDEREN EN BIJ AANVAARDING VAN HET PEETSCHAP.

X) De vader aan eenen vriend.

Verheug u met mij, waarde vriend! al mijne wenschen zijn nu vervuld; want een uur geleden is mijne lieve vrouw voorspoedig en gelukkig bevallen van een dikken, gezonden jongen, zoodat ik nu de gelukkigste echtgenoot en vader ben die er zijn kan. Moeder en kind bevinden zich naar omstandigheden zeer welvarend.

2) of: Overtuigd van uw vriendschappelijke deelneming in alles wat mijne familie en mij zei ven betreft, haast ik mij u beleefdelijk kennis te geven, dat mijne lieve vrouw omstreeks een paar uur geleden voorspoedig is bevallen van een welgeschapen zoon (dochter).

3) of: Een uur geleden, waarde vriend! was ik wanhopig; want het leven van mijne geliefde vrouw hing, om zoo te zeggen, aan een zijden draad. Doch, als de nood op het hoogst is, is de redding het meest nabij! Na eenige gevaarlijke uren doorstaan te hebben, is mijne goede Caroline eindelijk gelukkig bevallen van een gezonden jongen en zoo zie ik mij opeens van een diep beangsten in den meest gelukkigen echtgenoot herschapen. De kraamvrouw is wel zwak, maar bevindt zich thans, God zij dank! buiten gevaar.

4) Gelukwensch aan een vader.

Gij weet, waarde vriend! met hoeveel blijdschap ik mijn eerstgeborene heb begroet; gij weet hoe opgetogen wij zijn doop-maal hebben gevierd en gij kunt u derhalve van mijne harte-

ocr page 48

30

lijke vreugde over uw geluk wel overtuigd houden. Moge de lieve kleine geheel en al het voorbeeld van zijne waarde ouders worden, en eenmaal zoo met mijne kinderen overeenstemmen, als gij en uwe lieve wederhelft het met mijne lieve vrouw en met mij doet.

5) of: Zoo aangenaam mij de tijding van de gelukkige vermeerdering uwer waarde familie was, zoo hartelijk wensch ik dat God het lieve kind en de brave moeder eene volmaakte gezondheid moge schenken en dat gij van de kleine nooit anders moogt beleven dan vreugde!

6) Aan eene moeder.

De tijding van uwe gelukkige bevalling was mij eene aangename verrassing, en ik haast mij u mijne hartelijkste geluk-wenschen aan te bieden. G-od schenke u zeer spoedig, tot blijdschap van uwen dierbaren echtgenoot en van al uwe vrienden, de verlorene krachten weder en late het lieve kind naar geest en lichaam aan u gelijk worden!

7) Een vader meldt een vriend de bevalling zijner vrouw

van een dood kind.

Mijn schoonste hoop is vervlogen, waarde vriend! Het zoolang gewenschte pand mijner huwelijksliefde is dood, en dood is daarmede, voor wie weet hoe lang, mijn opgeruimdheid! Eenige uren geleden is mijne lieve vrouw van een dood zoontje (dochtertje) verlost. Hare bevalling is vrij voorspoedig gegaan, doch hare smart, evenals de mijne, is grenzenloos.

Antwoord. Met de oprechtste, innigste aandoening heb ik de tijding vernomen van het ongeluk dat u heeft getroffen, en betuig u daarover mijne hartelijke deelneming. Vertrouw echter op Gods wijsheid en goedheid, en hoop op eene gelukkiger toekomst. Troost uwe lieve vrouw, opdat de smart geen nadeeligen invloed hebbe op hare dierbare gezondheid.

ocr page 49

31

8) Mondelinge kennisgeving door eene dienstbode van de geboorte eens kinds.

Het compliment van mijnheer, en hij laat u weten dat mevrouw zoo even voorspoedig is bevallen van een welgeschapen zoontje (dochtertje).

Antwoord. Doe de complimenten terug en zeg dat wy oprecht deelnemen in deze voor mijnheer en mevrouw R. R. zoo gelukkige gebeurtenis; wij wenschen hartelijk dat de moeder zeer spoedig hersteld zal wezen en dat het lieve kind tot vreugde der ouders moge opgroeien!

9) Gelukwensch. aan de ouders met de geboorte van een kind.

De tijding van de gelukkige vermeerdering van uwe, mij zoo waarde, familie heeft mij het grootste genoegen gedaan en het is mi} een bijzonder genoegen den aangenamen vriendschapsplicht te vervullen u mijne hartelijkste gelukwenschen aan te bieden; moge nog menigmaal een vreugde als deze u ten deel vallen en gij met uwe lieve vrouw (uwen waarden man) steeds de beste gezondheid en eene ongestoorde welvaart genieten. Dat de jonggeborene door eene voorspoedige ontwikkeling naar lichaam en geest moge opgroeien tot vreugde van zijn lieve ouders!

10) Gelukwensch bij de geboorte van een zoon.

De tijding, dat gij thans een opvolger hebt, een erfgenaam van uwe deugden, een volkomen evenbeeld van u zeiven, heeft mij met ongemeene vreugde vervuld. Neem dan ook mijne hartelijkste gelukwenschen aan voor het welzijn van den dierbaren zuigeling, en houd u vast overtuigd dat ik nu reeds het lieve kind met even zooveel genegenheid toegedaan ben, als

ocr page 50

ik steeds voor uwe gansche familie gekoesterd heb. Moge de jonggeborene erfprins spoedig door eene kleine prinses gevolgd worden. Met de warmste wenschen voor uw voortdurend welzijn, beveel ik mij in uw toegenegen aandenken aan.

Antwoord. Hoe groot ook mijne blijdschap over de geboorte van mijn eersteling is, toch wordt die door de vriendelijke, liefderijke deelneming van gevoelvolle vrienden nog oneindig verhoogd. Ontvang dus mijn hartelijksten dank voor uwe oprechte gelukwenschen en houd u overtuigd, dat het mijne grootste vreugde zal zijn u spoedig, op gelijke wijze, van mijne deelneming te mogen doen blijken. Mijne lieve vrouw en ik wenschen u alle denkbare welvaart toe. Als altijd

Uw toegenegen vriend N. N.

11) Compliment aan eene dame met wie men peter en meter zal staan.

Reeds lang, mijn waarde hooggeëerde mejuffrouw (mevrouw) had de mare van uwe uitmuntende eigenschappen mijn hart met hoogachting voor u vervuld, en niets betreur ik zoozeer dan dat mij tot nu toe de gelegenheid heeft ontbroken u daarvan persoonlijk de bewijzen te geven. De zoolang gewenschte gelegenheid is nu eindelijk daar, en ik betuig u dan ook dat ik den dag, waarop ik het streelend genoegen en de benijdenswaardige eer zal hebben, met u het peetschap over het kind van den heer R. R. te aanvaarden, onder de schoonste dagen mijns levens zal tellen.

Antwoord. Het zal mij zeer veel eer en een bijzonder genoegen zijn met u het peetschap over het kind van den heer R. R. te bekleeden. Doch ik houd mij overtuigd, dat ik op verre na uwe vleiende complimenten niet verdien en vrees, dat mijn gezelschap u niet zoo aangenaam zal zijn wellicht als dat van vele anderen.

ocr page 51

33

12) Aanspraak van den peter aan de ouders van het kind.

Met mijn innigsten, besten dank voor het vertrouwen dat gij mij bewijst, door mij het peetschap over uw lief kind op te dragen, geef ik u de plechtige verzekering dat mijn iiefde voor de kleine nimmer ophouden zal en dat ik gaarne alles zal aanwenden wat tot haar geluk kan bijdragen. Ik beveel mij bij voortduring in uwe waarde vriendschap en wensch u met de kleine veel voorspoed toe.

13) Compliment van een vriend, die op het doop maal

genoodigd is.

Terwijl ik de vrijheid neem van uwe vriendelijke uitnoodi-ging gebruik te maken, bied ik u tevens mijne hartelijkste gelukwenschen aan bij de geboorte van uw zoontje (dochtertje) en hoop dat het lieve kind voorspoedig opgroeie en zijn lieven ouders steeds tot vreugde zij. Ook verzoek ik u deze kleinigheid te willen aannemen als een gering bewijs van mijne oprechte deelneming in het geluk, dat u thans te beurt is gevallen.

Antwoord. Uw vriendelijk aannemen van onze uitnoodi-ging heeft ons opnieuw een aangenaam bewijs geleverd van de toegenegenheid en vriendschap, die gij ons toedraagt. Wij gevoelen ons daardoor, zoowel als door het fraaie, kostbare geschenk, hetwelk ons steeds een dierbaar aandenken zal zijn, ten hoogste aan u verplicht. Verblijd ons bij voortduring met uwe vriendschap.

14) Afscheidscompliment van een peter.

Terwijl ik u mijne oprechten dank betuig voor de mij bewezen eer en voor uw allervriendelijkst onthaal, doet het mij leed dat gij zooveel moeite gehad en zooveel omslag gemaakt hebt. Ik hoop u daarvoor altijd erkentelijk te zijn, en wensch

Complimenteerb. 5e dr. 3

ocr page 52

34

van harte dat God u allen en mijn lief petekind bij voortduring eene volmaakte gezondheid sehenke en zoo gelukkig make, als iemand op aarde wezen kan!

Antwoord. Gij maakt ons inderdaad verlegen door uwe dankbetuigingen, daar het voor ons eene groote eer en een bijzonder genoegen is, dat gij ons gering onthaal wel voor lief hebt willen nemen. Bovendien zijn wij ten hoogste verplicht voor de vriendschap en de eer die gij ons hebt aangedaan door het peetschap over ons kind aan te nemen en voor de moeite die u daardoor veroorzaakt is geworden. De hemel zegene u voortdurend met eene volmaakte gezondheid en late uwe onschatbare vriendschap voor ons steeds dezelfde blijven!

15) Verzoek om nog langer in het gezelschap te toeven.

Indien ons gezelschap u niet onaangenaam is, mijnheer! zoudt gij ons allen ten zeerste verplichten door ons nog niet zoo spoedig van uw aangenaam bijzijn te berooven.

Antwoord. Mijn eens voor altijd aangenomen stelregel en behalve dat dringende bezigheden, die ik morgen reeds vroegtijdig te verrichten heb, veroorloven mij niet nog langer te blijven. Ik moet u dus op dit oogenblik verlaten; ik doe dat met mijn hartelijksfen dank voor uwe allervriendelijkste ontvangst en verzeker u dat ik in lang zulk een genoeglijken avond niet heb doorgebracht.

16) of: Ofechooa ik in den regel nooit langer uitblijf, zal ik thans zoo vrij zijn van uwe vriendelijke uitnoodiging gebruik te maken, daar ik in lang geen gezelschap heb mogen genieten dat mij zoo bijzonder aangenaam was als hier het geval is; ik moet echter uwe toegevendheid inroepen voor hetgeen mij ontbreekt om mijn gezelschap even onderhoudend voor u te maken als mij het uwe is.

ocr page 53

35

17) Bij het aanbieden van een bloemruiker aan een beminde

medestanderes in het peetschap over een kind.

Lieve juffrouw! Van uw goedheid en vriendelijkheid overtuigd zijnde, neem ik de vrijheid u een kleinen bloemruiker te doen geworden (aan te bieden). Hij bestaat uit rozen, het zinnebeeld der vergenoegdheid en der gezondheid, die uit uwe lieve oogen stralen en op uwe wangen bloeien; uit leliën, het beeld der reine, kinderlijke onschuld die het sieraad is van uw hart, en uit het schoone bloempje der trouw, omkleed met den blijden maagdenpalm der hoop. Mocht gij eenmaal met de twee eerste getooid mij de beide laatste aanbieden uit uwe beminde hand!

Antwoord. De bloemruiker, dien ge zoo goed zijt geweest mij te zenden (aan te bieden), is mij een nieuw bewijs van uwe fijngevoeligheid en toegenegenheid, waarvoor ik u niet beter weet te danken dan door u te zeggen, dat ik met het grootste genoegen den dag te gemoet zie, waarop ik de eer zal hebben in uw zeer aangenaam gezelschap het kind van den heer N. N. ten doop te houden.

18) Bij dezelfde gelegenheid.

Ten zeerste verheugd over de eer en het genoegen, welke mij eerlang in uw beminnelijk gezelschap te beurt zullen vallen, en vertrouwende op uwe algemeen bekende goedheid en vriendelijkheid, veroorloof ik mij, lieve juffrouw X. N., u bij dezen een bloemruikertje toe te zenden (aan te bieden). Mocht het misschien niet geheel aan uwen smaak beantwoorden, dan hoop ik dat gij dit zult wijten aan mijne weinige bekendheid met al wat het vrouwelijke toilet betreft en dat gij mij daarom toch niet door de aanneming te weigeren bedroeven zult.

Antwoord. De smaakvolle bloemruiker, dien gij de goedheid hebt (gehad) mij toe te zenden (aan te bieden), is mij eene aangename verrassing geweest en heeft mij een nieuw, hoogst

ocr page 54

36

vleiend bewiis geleverd van uwe onschatbare vriendschap. Terwijl ik u dus mijn hartelijksten dank zeg voor dit schoone, met zooveel smaak gekozen geschenk, verzeker ik u tevens, dat het mij eene bijzondere eer zal zijn met dien ruiker getooid in uw aangenaam gezelschap te verschijnen als medepeet over het kind van den heer N. N.

19) of: Gij schertst voorzeker, wanneer gij u voor een oningewijde in de toilet-geheimen uitgeeft, want de ruiker, dien gij zoo vriendelijk geweest zijt mij te zenden doet uwen smaak alle eer aan. Het zal mij dan ook een bijzonder genoegen zijn u door dien schoonen ruiker in de hand te hebben, een bewijs van mijne hoogachting en erkentelijkheid te kunnen geven.

20) Bij een bezoek aan de kraamvrouw.

Ik hoop dat gij het mij wel zult willen vergeven, waarde mevrouw, dat ik zoo vrij ben u met een bezoek lastig te komen vallen. Ik kom enkel om naar de gezondheid van u en uw lief kind te vernemen en daar ik u beiden in goeden welstand vind, zie ik mijn innigsten wensch vervuld. God schenke u eene voortdurende gezondheid en late de lieve kleine opgroeien tot vreugde en eer zijner (harer) ouders!

Antwoord. Uw vriendelijk bezoek is mij te meer aangenaam, daar ik in mijnen tegenwoordige!) toestand zeer eenzaam leef en niets mij welkomer kan zijn dan een onderhoudend gezelschap als het uwe. Ik ben u dan ook ten zeerste verplicht voor dit nieuw bewijs van vriendschap jegens mij en mijn kind en ik zal gaarne van iedere gelegenheid gebruik maken om u wederkeerig het bewijs te leveren van mijne erkentelijke toegenegenheid.

21) Bij den kerkgang van eene kraamvrouw.

Terwijl ik u in de bescherming en in de heilige hoede des Allerhoogsten aanbeveel, wensch ik hartelijk dat uw kerkgang voor u en uw liefkind van de zegenrijkste gevolgen moge zijn.

ocr page 55

22) Bij den kerkgang van eene kraamvrouw, wier kind

gestorven is.

Hoeveel grootev zou mijn blijdschap en mijn deelneming zijn, als ik bij mijne hartelijke gelukwenschen over uwen kerkgang, die voor u de zegenrijkste gevolgen moge dragen, ook voor uw zoo vroeg van u weggenomen kind eene welgemeende heilbede mocht uiten. Maar al zijn de wegen der Voorzienigheid dikwijls donker en ondoorgrondelijk, toch blijven zij altijd wijs en goed en ik hoop dan ook dat gij u als een goede Christin over dezen harden slag zult troosten en daarin berusten. De hemel zal u voorzeker ook weer zegenen, laat dit u eene heilige bemoediging zijn.

F. GELUKWENSCHEN BïJ BEVORDERINGEN.

1) Daar alles wat u betreft mij zeer ter harte gaat, heeft ook de tijding van uwe bevordering mij hoogst aangenaam verrast en het verheugt mij dat uwe talenten en verdiensten de rechtmatige belooning hebben verworven.

Antwoord. Met dankbare erkenning der vriendschappelijke gevoelens, die gij voor mij koestert, wensch ik u eveneens een spoedige vervulling van uw hoop en verzoek ik u wel zeer in het bijzonder mij de gelegenheid te geven u mijne oprechte vriendschap door daden te kunnen bewijzen.

2) Een ander.

Met den oprechtsten wensch dat nu door uw bevordering al uwe verwachtingen en al uwe hoop vervuld zullen zijn, geef ik mij het genoegen u hiermede mijue hartelijkste gelukwenschen met uwe zoozeer verdiende bevordering aan te bieden.

ocr page 56

38

Antwoord. Met den hartelijksten dank voor uwe vriendschappelijke gelukwenschen geef ik u tegelijk de verzekering dat ik geen gelegenheid verzuimen zal u van mijn vriendschap en dienstvaardigheid te overtuigen. Moge ook uw lot spoedig de gewenschte betere wending nemen.

3) Een andere.

De tijding dat gij eindelijk tot de betrekking waarop gij zoolang gehoopt hebt, bevorderd zijt, heei't mij zooveel genoegen gedaan dat ik het niet met woorden kan uitdrukken. Wees verzekerd dat ik ook in het vervolg levendig deel zal nemen in uw lot en dat het mijn innige wensch is, dat gij in uwe nieuwe betrekking die vriendschap voor mij zult blijven voeden, waarmede gij mij tot nu toe vereerd hebt.

Antwoord. Het is waar, mijn vurigste wensch is nu bevredigd; maar de blijdschap over mijne bevordering zou niet half zoo groot zijn, als ik niet wist dat mijne vrienden mij mijn geluk gunden. Ik dank u hartelijk voor uwe vriendelijke deelneming en bied u de verzekering aan van mijne bestendige vriendschap.

G. GEMENGDE GELUKWENSCHEN. 1) Gelukwensch met een aanzienlijke winst in de loterij.

Hoe ongunstiger en onaangenamer tot hiertoe uwe omstandigheden geweest zijn, des te grooter moet thans uwe blijdschap en die van uwe vrienden wezen, nu de grillige Fortuin u eindelijk eens goedgunstig is geweest en het rad van avontuur u zulk een aanzienlijke winst heeft toegeworpen. Mogen van nu

ocr page 57

39

af aan alle uwe ondernemingen met eenen gewenschten uitslag bekroond en het geluk u thans te beurt gevallen eene rijke bron van zegen voor u worden!

Antwoord. Ofschoon mijn toestand tot nu toe in het geheel niet benijdenswaardig was, heb ik den moed toch niet laten zinken, maar standvastig op een gunstige wending van mijn lot gehoopt. Dat gezegende oogenblik is nu aangebroken, en mijne vreugde over dit onverhoopt geluk is te grooter, daar ik weet dat deelnemende vrienden er zich mede in verblijden.

2) G-elukwensch met oen gelukte speculatie.

Wie waagt die wint! Dit kan men met waarheid op u toepassen, waarde vriend! Moge Mercurius u ook in het vervolg gunstig gezind blijven, en mogen al uwe ondernemingen met eenen gelukkigen uitslag bekroond worden!

Antwoord. Terwijl ik u mijnen innigen, oprechten dank betuig voor uwe gelukwenschen, hoop ik tevens van harte dat ook aan al uwe ondernemingen een dergelijk lot zij beschoren.

3) Gelukwensch aan iemand die op reis gaat.

Eer gij op reis gaat kan ik niet nalaten van harte te wen-schen, dat de uitslag van uwen tocht volkomen moge beantwoorden aan de verwachtingen, waarmede hij door u wordt ondernomen, en dat gij tot vreugde van al uwe vrienden en kennissen gezond en opgeruimd moogt wederkeeren.

Antwoord. Uw gelukwensch is mij zeer aangenaam en ik dank u er hartelijk voor. Houd u verzekerd dat ik met genoegen het oogenblik te gemoet zal zien, waarop ik mij weder in uw aangenaam gezelschap zal mogen verheugen.

ocr page 58

40

4) Qelukwensch met de gelukkige terugkomst van eene reis.

Met de grootste blijdschap heb ik vernomen, dat gij gelukkig van uwe reis teruggekeerd zijt en dat gij uw doel, zoo goed gij het wenschen kondt, bereikt hebt. Ik bied u deswege mijne hartelijkste gelukwenschen aan.

Antwoord. Met genoegen zie ik uit de vreugde, die gij over mijne terugkomst aan den dag legt, dat gij mij in mijne afwezigheid niet geheel vergeten waart, en dat uw vriendschap voor mij niet is verflauwd. Terwijl ik u daarvoor mijn warmsten dank betuig, geef ik u tegelijk de verzekering dat de herinnering aan uwen aangenamen omgang mij, terwijl ik mij verre van u bevond, menig genoeglijk oogenblik heeft verschaft.

5) Bij de herstelling van eene ziekte.

De blijdschap die de tijding van uw volkomen herstel mij heeft doen ondervinden, maakt dat ik niet rusten kan, voordat ik mij met eigen oogen van de waarheid overtuigd heb. Ik kom u dus mijne beste gelukwenschen bij uw herstel aanbieden, en wensch van harte dat gij van nu af aan een gezondheid moogt genieten, duurzamer en bloeiender dan ooit, als een vergoeding voor de zware ziekte die gij doorstaan hebt.

Antwoord. De vriendelijke deelneming, die gij mij gedurende mijn ziekte bewezen hebt, en de aangename verstrooiing die uw boeiend onderhoud mij verschaft heeft, hebben niet weinig tot mijn herstel bijgedragen en ik gevoel mij daarvoor ten hoogste jegens u verplicht.

6) Een ander naar aanleiding van hetzelfde.

De tijding van uwe ongesteldheid kon niet anders dan zeer smartelijk zijn voor ieder, die het geluk heeft tot uw vrienden

ocr page 59

41

te behooren; hoeveel meer echter moest zij mij bedroeven, die het bijzonder voorrecht mag genieten dagelijks in uwen aangenamen omgang te deelen. De dag van uw volkomen herstel is dus hoogst gewichtig en verblijdend voor mij, en ik smeek den hemel dat al uwe vrienden zich van dit oogen-blik af aan voortdurend in het voorrecht zullen mogen verheugen hunnen kring met u in volmaakte bloeiende gezondheid vermeerderd te zien.

Antwoord. Uwe aanhoudend bewezene, liefderijke deelneming gedurende mijne ziekte is mij de zekerste waarborg voor de oprechtheid en hartelijkheid van hetgeen gij mij toewenscht, en ik geloof u niet beter daarvoor te kunnen danken dan God te bidden, dat ik mij nooit in de treurige verplichting gebracht moge zien u een dergelljken wensch te komen aanbieden.

ocr page 60

II.

HUWELIJKSAANVRAGEN.

1) De minnaar aan zijn beminde.

Reeds lang, mijn dierbare! heb ik reikhalzend het oogenblik te gemoet gezien, waarop ik het geluk zou hebben u zonder getuigen te kunnen spreken. Dit gewenschte oogenblik is nu eindelijk daar, en mijn hart dringt mij een verzoek tot u te richten van welks vervulling mijn gansche levensgeluk afhangt. Waarom zou ik het u niet bekennen, lieve Amalia! dat ik van het eerste oogenblik onzer kennismaking de vurigste, zuiverste liefde voor u gevoeld heb Doch het gemis aan een verzekerd bestaan en de vrees u wellicht door mijn bekentenis te zullen mishagen, deden mij tot hiertoe zwijgen. Thans echter nu ik eene vaste betrekking heb en van mijn inkomen fatsoenlijk een vrouw kan onderhouden, nu kan ik niet langer nalaten u mijn hart en mijne hand aan te bieden en u met nadruk te verzoeken, als mijne lieve gezellin op aarde, mij het leven te' willen veraangenamen, dat zonder uw bezit voor mij hoegenaamd geen waarde zou hebben.

Antwoord. Ik wil u niet ontveinzen mijnheer! dat mij uw omgang tot nu toe veel genoegen verschaft heeft, en dat ik steeds de meeste hoogachting voor u gekoesterd heb. De stap is echter te gewichtig, dan dat ik oogenblikkelijk daarop

ocr page 61

43

zou kunnen beslissen. Bovendien eer ik mijne ouders te zeer en heb ik hen te lief om iets hoegenaamd, zelfs het geringste te doen zonder hunne toestemming en zonder hunnen raad. Ik moet u derhalve verzoeken eerst met hen te willen spreken en u vooralsnog met de bekentenis tevreden te stellen dat mijn hart volstrekt niet onverschillig is voor uw voortreffelijke hoedanigheden.

Antwoord van den minnaar.

De door u aangevoerde redenen strekken mij opnieuw ten bewijze voor uw voortreffelijk hart en kunnen niets anders dan mijne achting en liefde voor u nog verhoogen. Verrukt door de streelende bekentenis, die uwe bekoorlijke lippen zoo even hebben uitgesproken, vlieg ik op de vleugelen der liefde naar uwe geachte ouders om hun hunne toestemming te verzoeken.

2) Dezelfde aan de ouders van de bruid.

De goedheid en vriendschap, die gij tot nog toe voor mij gehad hebt, doen mij de vrijheid nemen mij met een verzoek tot u te wenden, van welks gunstigen uitslag het geluk van mijn geheele leven afhangt. Reeds lang koesterde ik de oprechtste liefde voor uwe dochter, maar durfde haar niets daarvan te kennen te geven, dewijl mijn inkomen te gering was om eene vrouw fatsoenlijk naar haren stand te kunnen onderhouden. Mijne gelukkige bevordering echter tot ( ) heeft eindelijk de zoolang gewenschte verandering in mijne omstandigheden teweeggebracht, en ik kom op het oogenblik van uwe lieve dochter, aan wie ik reeds mijn hart geopend heb. Door hare rondborstige verklaring dat ik haar niet geheel onverschillig ben, heeft zij de zoetste hoop voor de vervulling van mijn vurigsten wensch bij mij opgewekt, doch ze heeft mij naar u verwezen om in de allereerste plaats uwe toestemming te verwerven. Ik verzoek u dus ten dringendste mij daardoor den gelukkigsten sterveling te maken die op aarde leeft.

ocr page 62

44

Antwoord van de ouders.

Ofschoon dit uw aanzoek ons onverwacht komt, willen wij u onze toestemming niet weigeren, daar wii onze dochter in hetgeen haar hart betreft nooit iets zouden willen voorschrijven, en zij u niet ongenegen is; wij geven nog te eerder onze toestemming, daar al uwe gedragingen tot hiertoe ons nooit anders dan achting voor u hebben ingeboezemd, en wenschen dat gij u geen van beiden bedrogen zult hebben, maar elkander het leven zooveel mogelijk zult veraangenamen.

Antwoord van den minnaar.

Gij maakt dezen dag tot den gelukkigsten mijns levens, en ik spoed mij naar mijne geliefde Sophie om met haar uwen ouderlijken zegen te komen ontvangen.

3) Dezelfde aan de bruid.

Uwe ouders zijn lieve, beste, brave menschen! Zij hebben mij hunne toestemming niet geweigerd maar u vrijgelaten te doen wat gij wilt. Nu behoef ik om geheel gelukkig te zijn nog slechts de bevestiging van mijn geluk uit uwen lieven mond. Welaan dan mijn aangebedene, beschik gij thans over mijn lot!

Antwoord. Daar mijne ouders u hunne toestemming niet geweigerd hebben, beken ik u gaarne dat ik uwe liefde voor mij reeds lang heb geraden, en dat ik ook weerkeerig genegenheid gevoel voor u. Aanvaard dus met mijne verzekering van oprechte, trouwe liefde mijn hart en mijne hand, en laten wij ons naar mijne ouders spoeden om hun onzen innigen dank te betuigen.

ocr page 63

45

4) Een ander.

Hoe meer ik het genoegen had uw aangenamen omgang te genieten, des te meer voortreffelijke hoedanigheden mocht ik in u ontdekken en deze heuglijke ontdekking deed den vurigen wensch bij mij ontstaan eenmaal aan de hand van zulk eene beminnenswaardige gezellin het leven door te kunnen wandelen. Mijn geringe verdiensten in aanmerking genomen, waagde ik het intusschen niet mijne wenschen te uiten, maar ik beijverde mij zooveel mogelijk die te verbergen in mijn hart. Ieder te-zamenzijn echter met u, maakte u nog beminnelijker in mijne oogen en vuurde mijne liefde steeds meer en meer aan; ik zie mij daarom nu genoodzaakt mijne toevlucht tot uwe goedheid te nemen, terwijl ik u de verzekering geef dat ik u boven alles bemin en hoogacht, en dat ik mij den gelukkigsten mensch die er bestaat zou noemen, als gij in mijne bede wildet toestemmen om door den heiligen band van het huwelijk uw lot onafscheidelijk aan het mijne te verbinden.

Antwoord. De algemeene roep van de uitmuntende eigenschappen van uw verstand en van uw hart hadden mij reeds lang met hoogachting voor u vervuld; de nadere omgang met u, uwe manier van zijn, zoo geheel vrij van aanmatiging, uwe bescheidenheid en edele denkwijze hebben u zoo beminnenswaardig in mijne oogen gemaakt dat het gevoel van achting dat ik voor u voelde eerst geheel in genegenheid en toen in liefde is overgegaan. Ik schaam mij daarom niet u te bekennen dat ik u van harte genegen ben en dat mij uw vereerend aanzoek zeer aangenaam verrast.

5) De minnaar aan de ouders van de bruid.

De onschatbare bewijzen van vriendschappelijke welwillendheid die gij zoo goed zijt geweest mij bij verscheidene gelegenheden te geven, laten mij ook de verwezenlijking van mijne bede hopen, waarvan mijn geluk of ongeluk afhangt. Gij zijt

ocr page 64

46

zoo goed geweest mij den omgang met uwe waarde familie te veroorloven en die voortreffelijke vergunning heeft mij de gelegenheid gegeven de voortreffelijke eigenschappen van uwe beminnenswaardige dochter te leeren kennen en waardeeren. Yan lieverlede ontstond er tusschen ons een wederkeerige toenadering, die spoedig in liefde is overgegaan en zoo even hebben wij elkander de bekentenis daarvan gedaan. Ik bid u daarom dringend om uwe toestemming tot ons engagement.

Antwoord. Wij hebben met genoegen het ontstaan van uwe wederkeerige liefde gadegeslagen, en verhelen u niet dat uw aanzoek ons bijzonder aangenaam is. Wil dus ook zonder verwijl ons lieve kind onze toestemming in uwen wensch, die ook de hare is, overbrengen, en wees verzekerd dat Emilie alles aanwenden zal om u het leven te veraangenamen en u zoo gelukkig mogelijk te maken.

6) De minnaar aan de bruid.

Uwe lieve ouders zijn de goedheid zelve. Gij kunt niet gelooven hoe lief zij mij ontvangen, en hoe vriendschappelijk zij ons hunne toestemming gegeven hebben. Kom dus dadelijk met mij om hun onzen hartelijksten dank daarvoor aan te bieden.

7) Een ander aan een meisje, dat onder voogdij staat.

Reeds lang hebben alleen die gezelschappen waarde voor mij gehad, die opgeluisterd werden door uwe beminnelijke tegenwoordigheid; want telkens als ik u weder zag, ontdekte ik nieuwe aanminnigheden en voortreffelijke hoedanigheden in u, terwijl uwe zoo verfijnde beschaving, de adeldom van uw hart en uwe weergalooze lieftalligheid de algemeene bewondering en hulde tot zich trokken en alle harten voor u deden kloppen van de warmste toegenegenheid. Uw lief, bekoorlijk beeld zweefde mij dan ook in mijn waken en droomen voor oogen,

ocr page 65

47

en doden wenschen in mij ontstaan, van welker verwezenlijking het hoogste geluk mijns levens afhankelijk is geworden. Gij zult het dus wel niet vreemd vinden hoop ik, als ik het waag u om uw hart en uwe hand te verzoeken, terwijl ik u de verzekering geef dat ik mijn geheele leven door er slechts op bedacht zal zijn mij uwe liefde meer en meer waardig te maken. Al bezit ik geen rijkdom, toch belooft u mijn niet onaanzienlijke betrekking eene verzekerde en onbezorgde toekomst.

Antwoord. De , vereeniging met een man van uwe verdiensten kan voor mij niet anders dan vleiend zijn. Ik verzeker u dat gij mij van het eerste oogenblik van onze kennismaking af aan niet onverschillig geweest zijt en dat ik u nu werkelijk hartelijk liefheb. Zooals gij echter weet, ben ik niet geheel en al mijn eigen meester, en gij zult dus eerst de toestemming van mijn goeden voogd dienen te vragen.

Wederantwoord. Door de streelende bekentenis van uwe wederkeerige liefde maakt gij mij volkomen gelukkig en ik wil daarom geen oogenblik verliezen om de toestemming van uwen goeden voogd te gaan verzoeken.

g) Dezelfde aan den voogd.

Gij zult het mij hoop ik vergeven, mijnheer, dat ik u eenige minuten kom spreken. Mijne huishoudelijke omstandigheden veroorloven mij niet nog langer ongetrouwd te blijven, daar mijne bezigheden dikwijls mijne tegenwoordigheid buitenshuis vorderen. De beminnenswaardige en huiselijke deugden van uwe lieve pupil hebben zulk een indruk op mijn hart gemaakt, dat ik alleen in haar bezit gelukkig hoop te worden. Ik heb haar dan ook mijne liefde bekend, en ben zoo gelukkig geweest de bekentenis van hare wederliefde te erlangen. Bekroon gij dus onze wenschen met uwe goedgunstige toestemming.

ocr page 66

48

Antwoord. Ik geef u met genoegen mijne toestemming tot uwe verbintenis met mijne lieve pupil; het is eene groote vreugde en geruststelling voor mij, dat het goede meisje zulk eene goede partij zal doen. Ik wensch u van harte geluk en blijf mij in uwe vriendschap aanbevelen.

9) Iemand die een handwerk uitoefent, vraagt een ander

om de hand van zijne dochter.

De dag waarop ik het genoegen had u en uw lieve dochter te leeren kennen is niet weer uit mijn gedachten gegaan en gedurig zweeft mij haar beeld voor de oogen. Mijne zaken, die ik thans uitgebreid heb, veroorloven mij niet, langer zonder vrouw te blijven, en ik verzoek u daarom dringend mij door de hand van uwe lieve dochter gelukkig te maken.

Antwoord van den vader. Ofschoon ik het zeer gaarne zou zien dat gij mijn schoonzoon wierdt, hob ik mij echter voorgenomen mijne dochter in huwelijkszaken niets voor te schrijven. Wat mijne toestemming betreft, daarvan kunt gij u verzekerd houden; doch wend u in de allereerste plaats tot mijne dochter zelve.

10) De minnaar tot de dochter.

Keeds bij onze eerste samenkomst maakte uwe beminnenswaardigheid zulk een indruk op mijn hart, dat ik het van dat oogenblik af aan als het grootste geluk beschouw, u als mijne levensgezellin te mogen bezitten. Vergeef mij dus dat ik u nu zeg hoe ik u boven alles liefheb en dat ik u vriendelijk om uw hart en uwe hand verzoek. Uw waarde vader zal ons gaarne zijne toestemming geven.

Antwoord. Ik heb ook van het eerste oogenblik onzer kennismaking genegenheid voor u gevoeld en mij naderhand altijd verheugd als mijn vader iets goeds van u zeide. Als hij

ocr page 67

49

ons dus, zooals gij zegt, zijne toestemming verleent, dan geef ik u met genoegen mijn hart en mijn hand.

AFWIJZEND ANTWOORD OP EEN HUWELIJKSAANZOEK.

11) De vader aan den minnaar.

Ik ben zeer vereerd door uw aanzoek om de hand van mijne dochter en zou mij ook geen oogenblik bedenken om u mijne toestemming te geven, indien ik die niet reeds aan een ander had geschonken. Mijne dochter is namelijk reeds lang, ofschoon zulks nog niet wereldkundig is, met den heer N. N. verloofd. Laat mij intusschen uwe waarde vriendschap behouden en geef mij spoedig de gelegenheid u op een andere wijze aangenaam te kunnen zijn.

12) Een ander.

Zoo vereerend uw aanzoek voor mij is, en zooveel achting ik u altijd heb toegedragen, zoo smartelijk is het mij uw verzoek rnet eene weigering te moeten beantwoorden. Mijne dochter heeft gedurende haar verblijf in B. kennis met een jongmensch gemaakt, wien wij onze toestemming niet hebben kunnen weigeren. Gij ziet dus dat de vervulling van uwen wensch niet meer in onze macht staat. Ik hoop van harte, dat u spoedig een ander het geluk moge doen vinden, hetwelk gij aan onze dochter hadt toegedacht en houd mij en haar voortdurend in uwe vriendschap aanbevolen.

13) Een ander van eene dame.

Uw vereerend aanzoek is zeer vleiend voor mij; intusschen geloof ik nog niet genoeg kennis en geschiktheid te bezitten om eene huishouding waar te nemen; ook ben ik nog te jong en houd nog te veel van uitspanningen en vermaken om mij nu reeds in de kluisters des huwelijks te begeven. Beroof

Compllmenteerb. 5e dr. 4

ocr page 68

50

mij echter, dit verzoek ik u dringend, wegens deze open-hartige bekentenis van uwen omgang niet, die mij steeds zoo bijzonder aangenaam is.

14) Een ander.

Eene kwaal die ik voel dat ongeneeslijk is. maakt mij ongeschikt tot de bestiering van eene huishouding en heeft mij reeds verscheidene voordeelige partijen van de hand doen slaan. Ik geloof dat ik zeer slecht zou doen den man, die zijn geluk in mijn bezit zocht, te misleiden en wellicht geheel ongelukkig te maken. Om deze reden moet ik, hoeveel leed het mij ook doet, ook uw aanzoek afwijzen. Laat mij echter uwe waarde vriendschap behouden en wees verzekerd dat ik u altijd eene oprechte vriendin zal blijven.

15) Een ander.

Van der jeugd af aan ben ik met den heer N. N., wiens vader de boezemvriend van mijn vader is, bekend geweest en wij hebben elkander reeds als kinderen bruid en bruidegom genoemd. Deze scherts der kinderjaren is met den tijd ernst geworden voor geheel ons leven. Het doet mij dus, daar ik u inderdaad hoogacht en uwe verdiensten gaarne erken, leed dat ik uw vereerend aanzoek afwijzen moet; ik hoop echter dat dit in onze vriendschap geen verkoeling zal teweegbrengen.

ocr page 69

III.

TOESPRAKEN EN COMPLIMENTEN BIJ HET DANSEN.

Zoowel bij het ten dans voeren als bij het naar de plaats terugbrengen, wordt gewoonlijk slechts eene kleine buiging gemaakt; intusschen zijn ook de volgende toespraken zeer gepast, vooral tegenover dames, met wie men nog niet in gezelschap is geweest.

1) De heer tot de dame.

Zal ik de eer mogen hebben, mejuffrouw! den volgenden dans met u te dansen?

of: Mag ik de vrijheid nemen u voor den volgenden dans te vragen?

of: Als u voor den volgenden dans uw woord nog niet gegeven hebt, zal het my zeer veel eer zijn u daartoe uit te noodigen.

of: Ik zou mij zeer gestreeld voelen, als ik de eer mocht hebben aan uwe schoone hand den volgenden dans te dansen.

Antwoorden der dames.

Als ik u daarmede genoegen kan doen, zal ik uwe ver-

ocr page 70

eerende uitnoodiging aannemen; doch ik moet u verzoeken een weinig toegevend te zijn, want ik kan niet goed dansen.

of: Ik heb mijn woord reeds voor de twee volgende dansen gegeven.

2) Na den dans.

Mejuffrouw, ik dank u voor de genoten eer. Ik maak u wel mijn compliment over uw dansen, en zoo het niet te veel gevergd is, zou ik gaarne met u de volgende wals dansen.

3) Aan een heer met wiens dame men wenscht te dansen.

Vergeef mij mijnheer, dat ik zoo vrij ben u in uw gesprek te storen. Zou ik de eer mogen hebben met uwe dame den volgenden dans te dansen?

Antwoord. Met genoegen mijnlieer, ten minste als mijn dame er niets tegen heeft.

4) Als een dame geen lust meer heeft om te dansen.

Ofschoon het mij bijzonder aangenaam zou geweest ziin, als ik de eer had mogen hebben nog langer met u te dansen, moet ik mi] echter dat genoegen ontzeggen, daar ik niet langer bij u durf aandringen. Ik blijf u ten zeerste verplicht voor de eer, die ge mij aangedaan hebt en beveel mij bijzonder in uwe vriendschap aan.

5) Tot eene dame bij het naar huis gaan.

Terwijl ik mij in uwe voortdurende genegenheid aanbeveel, hoop ik dat de gehouden lichaamsbeweging u wel moge bekomen. Ik blijf u zeer verplicht zoowel voor uw aangenaam gezelschap als voor de eer dat ik met u heb mogen dansen.

Antwoord. Ik hoop dat de avond u niet te lang is ge-

ocr page 71

53

vallen. Ik dank u voor uw aangenaam onderhoud en het zal mij genoegen doen, als ik spoedig weder de eer mag hebben met u in gezelschap te zijn.

6) Verzoek aan eene dame om haar te huis te mogen

brengen.

Het zou mij zeer aangenaam zijn, als ik de eer mocht hebben u naar huis te brengen.

of: Het genoegen dat ik dezen avond gesmaakt heb, zou volkomen voor mij zijn, als ik u mijn arm mocht aanbieden om u naar huis te vergezellen.

of: Vergeef mij dat ik de vrijheid neem u mijn geleide aan te bieden naar uw huis, waardoor ik mij bijzonder vereerd zou rekenen.

of: Als ik durfde hopen u niet ongevallig te zijn, zou het mij bijzonder genoegen doen u thuis te mogen brengen.

7) Antwoorden daarop.

Als ik u niet te veel moeite geef door uw vriendelijk aanbod aan te nemen zou het mij zeer veel genoegen doen.

of: Overtuigd van uwe vriendelijkheid voor mij, zal ik gaarne van uw aanbod gebruik maken.

of: Als mijn gezelschap u niet onaangenaam is, zal ik zoo vrij zijn van uw aanbod gebruik te maken.

of: Daar uw onderhoudend gezelschap mij zeer aangenaam is, kan ik niet anders dan uw vriendelijk aanbod, waarvoor ik u zeer verplicht ben, aannemen.

8) Bij het afscheid tot de dame.

De eer die ik gehad heb u naar huis te mogen brengen is zoo groot, dat ik niet nalaten kan u daarvoor ten zeerste mijn

ocr page 72

54

dank te betuigen; ik hoop spoedig in de gelegenheid te zullen zijn u opnieuw mijn hoogachting te kunnen bewijzen.

of: Ik beveel mij in uwe verdere vriendschap en welwillendheid aan en dank u zeer voor het nieuw bewijs van achting dat u mij gegeven hebt door mij te vergunnen u naar huis te vergezellen.

Antwoord. Daar gij om mijnentwille een aangenaam gezelschap verlaten hebt, (of ook: een vrij grooten omweg gemaakt hebt) waarvoor mijn onderhoud u al zeer weinig heeft schadeloos gesteld, zal het mij biizonder aangenaam zijn spoedig de gelegenheid te vinden u mijne erkentelijkheid te kunnen toonen.

9) Antwoorden waarmede het verzoek om de dame naar

huis te mogen brengen wordt afgeslagen.

Het zou zeer onheusch van mij zijn als ik u daarmede last wilde veroorzaken, te meer daar- ik zoo dichtbij woon en ik u toch reeds zooveel moeite heb bezorgd. Ik dank u voor de oplettendheden die gij mij bewezen hebt en wensch u een aangename nachtrust.

of: Ik zou het gezelschap een slechten dienst bewijzen, als ik het, al ware het slechts voor een oogenblik, van uw aangenaam bijzijn beroofde. Ik zeg u dus wel mijn dank voor de eer die gij mij wilt aandoen, en wensch u verder zeer veel genoegen.

10) Voornaamste voorschriften bij het dansen.

Ongedwongenheid, gepastheid en bevalligheid in al onze bewegingen en lichaamsstanden krijgen wij door den dans, die menigmaal het middel is om ons bemind te maken. Er zijn voorbeelden, dat overigens weinig begaafde menschen aan hunne danskunst geluk en bevordering te danken hadden. Om goed te dansen dient men de volgende regels in acht te nemen: cl. Men houde de handen niet achteloos of zwaar neerhangend; de armen moeten niet als aan het lijf geplakt zitten, maar ook niet er langs heen en weer slingeren, h. Al wat naar

ocr page 73

oo

onhandigheid, gedwongenheid zweemt moet, wanneer men eene dame ten dans vraagt, haar ten dans leidt en haar naar hare plaats terugbrengt, zorgvuldig worden vermeden; ook wachte men zich onder het dansen zelf voor alles wat daarnaar gelijkt, c. Men mag de handen der dame met wie men danst nooit te veel in de zijne drukken; ook is het eene grove onwelvoeglijkheid, wanneer de paren elkander moeten vasthouden, de dame te veel tegen zich aan te drukken, d. Nooit veroorlove men zich in het dansen houdingen, die verkeerd kunnen worden opgevat en minder nog bewegingen van dien aard met de handen; men moet zich voor een en ander bijzonder in acht nemen bij het balanceeren, bij het walsen en bij het omarmen. Iedere dubbelzinnige gelaatsuitdrukking bij het dansen is eene beleediging aan de welvoeglijkheid ten opzichte van haar met wie men danst en van het gezelschap waarin men zich bevindt, verraadt derhalve een strafbaar uit het oog verliezen van de verschuldigde achting, e. Men drage zorg dat het lichaam niet te zeer in aanraking komt met dat van haar met wie men danst; men zij uiterst behoedzaam bij het omarmen; men rake haar hand slechts even aan, en de bewegingen des lichaams late men wel steeds vergezeld gaan van eenig gebarenspel, doch zorge dat dit niet anders uitdrukke dan waardige vriendelijkheid, kieschheid en hoogachting. /quot; Bij springende dansen overschrijde men volstrekt de maat niet. Ook houde men daarmede niet tot moe worden aan. Het zou boersche onbeschaafdheid verraden met zulke dansen vol te houden, totdat danser en danseres in hun zweet baadden en naar adem hijgden, g. Bij dansen in colonnes of carrés vordert de achting die men aan de modedansende verschuldigd is, dat men noch zichzelven noch anderen op eenigerlei wijze in verstrooiing brenge, dat men goed acht geve op de bewegingen en geen figuur oversla.

11) Over het dansen met betrekking tot de gezondheid.

Wanneer het dansen met mate geschiedt is het eene beweging, die evenzeer weldadig werkt op het lichaam als op het

ocr page 74

gemoed, die in overeenstemming is met de menschelijke natuur en als het ware daarmede saamgeweven. Immers, huppelen en springen niet reeds de kleine kinderen zoodra zij aan hunne blijdschap lucht willen geven; dansen zelfs niet wilde volken ? Het dansen is heilzaam voor eiken leeftijd, zoolang de kracht en vlugheid der leden het toelaten.

Het matig dansen moet op 's menschen gezondheid den weldadigsten invloed uitoefenen, daar het alle deelen des lichaams in een zachte beweging brengt, den omloop des bloeds bevordert, de uitwaseming der huid vermeerdert, een gezonde vermenging der levenssappen onderhoudt, de spijsvertering begunstigt, de beschaving en manieren ontwikkelt, de ledematen lenig maakt en houdt, vastheid en sierlijkheid in de houding des lichaams doet verkrijgen, en onder begeleiding der muziek bijdraagt tot veraangenaming der gemoedsstemming, tot veredeling der zeden en tot beschaving van liet hart.

Zal het dansen echter deze veelzijdig weldadige werking uitoefenen, dan moet het geschieden naargelang van leeftijd, krachten en bijzonderheden aan ieders gestel eigen. Bijgevolg kunnen niet alle menschen evenveel dansen. Het kan niet genoeg worden aanbevolen er wèl op te letten of bij het dansen de blos der wangen hooger gekleurd dan wel of men daarbij bleek wordt. In het laatste geval is het dansen bepaald nadeelig, en dus, zoo al niet geheel en al af te raden, althans de meest mogelijke matigheid en omzichtigheid aan te bevelen.

Het dansen moet licht en ongedwongen geschieden, daar het anders te veel vermoeit en de krachten uitput. Het moet met gemakkelijke, langzaam gaande dansen aanvangen en ook zoo eindigen, zoodat die dansen, bij welke veel snelheid wordt gevorderd, bestemd moeten blijven voor het middengedeelte van den tijd, die met deze uitspanning zal worden doorgebracht.

12) Het gebruik van frissche dranken en ververschingen bij het dansen.

Alle koude dranken en ververschingen, zooals water, bier, wijn, koude punch, limonade, ijs, enz. veroorzaken lichtelijk

ocr page 75

57

keel- en borstontsteking, maagkramp en krampen van allerlei aard, diarrhee, belemmerde waterloozing, heete koorts, ja er zijn verscheidene voorbeelden dat ze verlammingen, bloedspuwingen en zelfs een oogenblikkelijken dood hebben veroorzaakt; zij zijn bepaald schadelijk voor iedereen die gedanst heeft, zelfs al is men eerst genoegzaam tot bekoeling gekomen; men moge er dan al niet dadelijk den nadeeligen invloed van ondervinden, de gezondheid wordt er in ieder geval door ondermijnd. Wel daarentegen is, wanneer men behoefte aan drinken gevoelt, een kop thee met melk of met een teug rooden wijn er in, aan te bevelen; zoo ook een glas warme punch, mits niet te veel arak of ander geestrijk vocht inhoudend; maar het best van alles, als men althans iets drinken wil, is een glas zuivere wijn met warm water.

13) quot;Wat men te doen heeft wanneer het dansen

is afgeloopen.

Wil men zijne gezondheid niet roekeloos in gevaar brengen, dan drage men zorg zich niet aan den invloed der koude, en vooral niet aan tocht, bloot te stellen. Men verlate dus de zaal niet, voordat men genoegzaam bekoeld is, en dan nog kleede men zich, eer men in de lucht gaat, warmer dan gewoonlijk. Thuis komende moet men zich niet dadelijk, maar slechts van lieverlede ontkleeden, en vooral zorgen, als men schoon linnen aantrekt, dat dit eerst goed uitgewasemd is. Heeft men dorst, dan kan men, eer men naar bed gaat, nog een kop warme thee gebruiken.

ocr page 76

IV.

CONDOLEANTIEN.

1) A. BIJ ZIEKTEN.

Met diep leedwezen en innige deelneming heb ik vernomen ] dat gij ongesteld zijt. Hartelijk wensch ik dat de ziekte niet van ernstigen aard en slechts van korten duur zij, en dat wij spoedig weder het genoegen zullen hebben u te zien uitgaan.

Antwoord. Ik ben u ten zeerste verplicht voor uwe deelneming in mijn ongelukkig lot, en wensch hartelijk dat gij voortdurend voor dergelijk ongeval bewaard moogt blijven.

2) Toespraak. Het doet mij innig leed dat ik u ongesteld vind; ik hoop echter dat gij spoedig de verloren krachten terug moogt krijgen, en dat ik u binnen weinig dagen geluk zal mogen komen wenschen met uw volkomen herstel.

Antwoord. Voor uwe vriendschap en hartelijke deelneming, waarvan dit uw belangstellend bezoek mij het bewijs levert, ben ik u ten zeerste verplicht, en ik kan u niet beter mijnen dank daarvoor betuigen dan met den wensch, dat gij en uwe geheele familie voortdurend eene ongestoorde gezondheid moogt blijven genieten.

3) Aan de familiebetrekkingen van den zieke.

De treurige toestand waarin gü u door de ziekte van.....

bevindt, heeft mijne levendigste deelneming opgewekt, en ik wensch niets zoozeer dan dat gij u zeer spoedig over het vol-

ocr page 77

59

komen herstel van den zieke moogt verheugen, terwijl ik hoop dat het vertrouwen op Gods goedheid en almacht u intusschen de noodige sterkte moge schenken.

Antwoord. Wij kunnen u niet genoeg dankzeggen voor uw vriendelijk bezoek en uwe deelnemende belangstelling in den toestand van onzen waarden . , en wenschen hartelijk dat gij en de uwen voortdurend voor dergelijk onheil moogt bewaard blijven. Bijzonder erkentelijk zullen wij u zijn als gij den zieke door eene spoedige vernieuwing van uw bezoek komt opbeuren, waartoe wij ons ten zeerste in uwe vriendschap aanbevelen.

li. 15 IJ STE li FGE VALLEN.

1) Aan eenen man, wiens vrouw, of aan eene vrouw,

wier man gestorven is.

De tijding van het treurig verlies dat gij geleden hebt, heeft mij diep getroffen, en ik betuig u daarvoor mijn innigste deelneming. De almachtige en wijze Beschikker van der menschen lot, die niemand een zwaarder kruis oplegt dan hij in staat is te dragen, zal u, hoop ik, kracht schenken om in deze bittere beproeving staande te blijven, terwijl het bewustzijn dat gij al het mogelijke gedaan hebt, om het dierbaar leven van de(n) overledene te redden, reeds eene groote gerustheid voor u moet zijn.

Antwoord. Terwijl ik u mijnen hartelijken dank betuig voor uwe vriendelijke deelneming in den slag die mij getroffen heeft, verzoek ik u tevens voor mij en mijne kinderen dezelfde vriendschap te blijven behouden, die gij steeds voor de(n) overledene hebt gehad. Ook wensch ik van harte dat God u en de uwen nog lang van dergelijke zware beproevingen moge verschoonen.

2) Eene andere toespraak. Met de diepste smart vervul ik den treurigen plicht u mijn oprechte deelneming te komen

ocr page 78

60

betuigen in het groote ongeluk dat u heeft getroffen. De brave overledene zal als altijd bij zijne (hare) vrienden in dierbaar aandenken blijven. God moge u de noodige sterkte schenken om dezen zwaren slag met christelijke onderwerping te dragen, en u en uwe lieve kinderen in het vervolg even rijkelijk zegenen, als Zijne hand u thans zwaar beproeft.

Antwoord. Hoe harder en onverwachter de slag is geweest die mij getroffen heeft, en hoe dieper de droefheid is waarin ik met mijne arme kinderen gedompeld ben, des te troostender moet mij ook de deelnemende belangstelling van ware vrienden zijn. Ik dank u daarom zeer voor den opbeurenden troost, dien uw hartelijk bezoek mij verschaft in mijnen treurigen toestand, en beveel mij en mijne kinderen in uwe verdere welwillendheid en vriendschap aan.

3) Eene kortere toespraak. Ik heb met diep leedwezen uw ongeluk vernomen, en hoop dat God u sterken zal om den slag die u getroffen heeft met christelijke onderwerping te dragen.

Of ook: Vergeet niet, dat Gods roede nimmer slaat, of zij heelt ook weder. De wegen der Voorzienigheid zijn menigmaal ondoorgrondelijk, maar wat God doet is wel gedaan. quot;Wanneer gij u aan deze twee waarheden vasthoudt, zal de hemel u in uw ongeluk niet ongetroost laten.

4) Aan ouders, die een kind verloren hebben.

Uwe diepe droefheid over het vroege afsterven van uw lieve kind is rechtmatig, en ik verzeker u dat niemand hartelijker deel kan nemen in uwe smart, dan ik. Doch vergeet niet dat God, die de wijsheid en de goedheid zelve is, voorzeker hoogere bedoelingen heeft gehad met u deze beproeving toe te zenden: in die godsdienstige overtuiging zult gij ontwijfelbaar eenigen troost vinden en met den Zaligmaker uitroepen: „Heere, niet mijn wil, maar de uwe alleen geschiede!quot;

ocr page 79

61

Of ook: De onverwachte dood van uw lieve kind heeft mij zeer getroffen, en ik kom u mijne hartelijke deelneming in uwe droefheid betuigen, met den wensch, dat Gods vaderhand u deze zware beproeving door rijken zegen weer vergoede.

Antwoord. Ik ben u zeer dankbaar voor uwe hartelijke deelneming in mijn ongeluk, en verzeker u dat uwe welmeenende toespraak mij eenigen troost schenkt in den rouw, waarin gij mij gedompeld ziet.

5) Aan kinderen, die hunnen vader verloren hebben.

De treurige omstandigheden waarin gij u door den vroegen dood van uwen braven vader gedompeld ziet, hebben mijn innigste deelneming gewekt; ik bid God dat Hij uwe goede moeder en u eenigen troost moge schenken en uit de volheid van zijne almacht uwe bittere smart moge lenigen. Tegelijk echter wil ik u, als de vriend van den overledene, op het hart drukken zijne voetstappen zooveel in u is te drukken, en door vlijt en goed gedrag te trachten het harde lot van uwe brave moeder eenigszins te verlichten. Houdt het steeds voor oogen, dat God u gadeslaat in al uwe gedachten, woorden en werken, en dat zijn zegen rust op degenen, die hunnen plicht doen en zijne geboden houden.

Antwoord der kinderen. Onze dierbare vader zal ons onvergetelijk blijven, en wij zullen niet ophouden God te bidden om de noodige krachten, opdat wij in al ons doen en laten mogen toonen, dat wij niet anders dan troost en vreugde willen bereiden aan onze lieve moeder. Wij danken u ten zeerste voor uwe hartelijke deelneming in ons ongeluk, en hopen dat gij ons in het vervolg, wanneer het noodig mocht zijn, steeds met uwen vaderlijken raad zult willen bijstaan.

6) Aan kinderen, die hunne moeder verloren hebben.

Het zware, onherstelbare verlies dat u door den te vroegen dood van uwe lieve moeder getroffen heeft, wekt mijn innig

ocr page 80

62

medelijden met uwen treurigen toestand. Doch vertrouwt op God; gehoorzaamt uwen braven, diep bedroefden vader en lenigt zijne smart zooveel in uw vermogen staat door nimmer af te wijken van het pad der deugd. Het woord des Heeren zij steeds een licht voor uwen voet, en geleide al uwe schreden! De zalige geest uwer moeder die nu bij God is, zal dan ontwijfelbaar altijd als een zegenende engel om u heen zweven.

Antwoord. Alleen het vertrouwen op de eeuwige goedheid van God en de deelneming van oprechte vrienden in ons ongeluk, zijn in staat ons eenigermate te troosten en ons staande te houden; het zal dan ook steeds onze heiligste plicht zijn Gods geboden te onderhouden, onzen dierbaren vader en ook onze waarde bloedverwanten vreugde aan ons te doen beleven, en ons van onze hooggeschatte vrienden zooveel in ons is steeds de achting en de toegenegenheid waardig te blijven toonen.

7) Aan eene dame, wier verloofde gestorven is.

Zoo groot als mijne vreugde geweest is, toen ik vernam dat gij verloofd waart met mijnen vriend, zoo groot is nu mijne smart bij zijnen vroegen dood. Ach, wat zijn toch al onze wenschen en hoopvolle verwachtingen, wanneer wij zien hoe snel hetgeen wij reeds zeker dachten te bezitten ons ontrukt kan worden! Laat u echter niet geheel en al door uwe smart overmeesteren, doch open uw hart voor de hoop op betere tijden. Troost u met het vertrouwen op Gods eindelooze goedheid, die u gewis dezen bitteren slag niet toezendt, dan met hoogwijze bedoelingen, voor welke de sterfelijke mensch moet zwijgen en de knieën buigen, en wees verzekerd dat de Hemel u wederom ook zegenen zal, hetgeen ik u innig toewensch.

Antwoord. Alhoewel mijn smart over den geliefden afgestorvene op dit oogenblik grenzenloos is, daar zijne uitstekende hoedanigheden mij de schoonste toekomst voorspelden, wil ik niet morren tegen God, doch in vertrouwen op zijne eindelooze wijsheid en goedheid mij ootmoedig onderwerpen aan zijnen

ocr page 81

63

heiligen wil. Ik zeg u mijnen oprechten dank voor uwe hartelijke deelneming.

8) Aan een heer wiens verloofde gestorven is.

Bij het treurig overlijden van uwe beminde kan ik niet nalaten u mijne innigste deelneming te betuigen. Uwe reeds in zoovele omstandigheden betoonde godsdienstige onderwerping en standvastigheid doet mij echter de hoop voeden, dat gij u niet geheel en al door de smart over dit bittere verlies zult laten wegsleepen. De alles lenigende tijd zal voorzeker ook de u thans zoo fel geslagen wonden heelen en u weder vatbaar maken voor de genoegens, waarmede de hemel u ruimschoots moge zegenen.

Antwoord. De deugden van mijne dierbare overledene lieten mij de hoop voeden op eenen allergelukkigsten echt, en ik prees mij zei ven gelukkig dat zulk een engel de mijne zoude mogen worden; maar God heeft het anders beschikt, en eerbiedig zwijg ik stil voor zijnen ondoorgrondelijken wil. Alleen de zalige hoop dat ik de dierbare overledene eenmaal in eene betere wereld zal mogen wedervinden, en ook de liefderijke deelneming van ware vrienden gelijk gij, schenkt mij eenigen troost in mijne bittere smart.

C. BIJ VERSCHIL LENDE GELEGENHEDEN.

1) Aan iemand die door een brand heeft geleden.

Hartelijk beklaag ik u wegens het ongeluk, dat u zoo wreed heeft getroffen. Wees er echter getroost onder, en blijf op God vertrouwen die uwen arbeid moge zegenen en u het verlorene dubbel vergoeden. Prijs den Allerhoogste dat al uwe dierbare huisgenooten gelukkig aan het gevaar ontkomen zijn, en neem deze kleinigheid van mij aan, die u uit de hand der ware vriendschap wordt aangeboden. Wat ik verder mocht kunnen doen om u in uw treurig lot te gemoet te komen, zal ik niet nalaten.

ocr page 82

64

Antwoord. Hoe bedroevend ook het lot zij dat mij getroffen heeft, toch strekt de overtuiging dat ik het, althans bij mijn weten, niet verdiend heb, mij tot een grooten troost. Ik dank God voor de gezegende redding van mijne dierbaren en u voor de hartelijke deelneming die gij mij betoont, en verzoek u mij ook verder uwe onschatbare vriendschap te blijven schenken.

2) Aan iemand die door diefstal schade geleden heeft.

Ik heb met de levendigste deelneming gehoord dat er van nacht bij u gestolen is, en hoe daarbij het leven van u en uwe huisgenooten in het grootste gevaar heeft verkeerd; te meer beklaag ik u, daar in dure tijden als die wij tegenwoordig beleven, het verlies van zoo zuur bijeenspaarde penningen dubbel moet worden gevoeld. Geef echter den moed niet verloren, en hoop met mij dat het der Justitie gelukken zal de daders op te sporen en u het gestolene terug te doen erlangen, en bovenal blijf op den Alwetende en Rechtvaardige vertrouwen, die de misdaad niet ongestraft en de beden der zijnen nooit onverhoord laat.

Antwoord. Hoezeer ik mij ook verheugen mag nog een gedeelte van hetgeen ik bezat, gered te hebben en met de mijnen aan een dreigend levensgevaar ontkomen te zijn, moet ik nochtans mijn lieve vrouw en kinderen beklagen, daar een groot gedeelte van hetgeen ik door vlijt en spaarzaamheid bijeen had gebracht om hun lot verzekerd te zien, wanneer ik eenmaal mocht komen te vallen, thans in handen van ellendige dieven is gevallen. Ik wil echter jvast op Gods rechtvaardigheid vertrouwen, en hopen, dat de booswichten ook den arm der wereldlijke gerechtigheid niet ontgaan zullen. Intusschen zeg ik u mijnen oprechten dank voor uwe hartelijke deelneming in ons ongeluk, en beveel mij en de mijnen bij voortduring in uwe onschatbare vriendschap aan.

ocr page 83

V.

UITNOODIGINGEN.

1) TJitnoodiging aan eene dame tot eene wandeling.

Gij zijt zoo goed geweest mij eenigen tijd geleden te beloven spoedig eens weer een wandeling met mij te doen, het weer vandaag is zóó uitlokkend, dat ik de vrijheid kom nemen u uwe vriendelijke belofte te herinneren en u mii'n geleide aan te bieden.

Antwoord. Het aangenaam weer had ook bij mij den lust tot eene wandeling opgewekt en ik zal dus met zeer veel genoegen van uw vriendelijk geleide gebruik maken.

2) Uitnoodiging.

Wij hebben vandaag den eersten mooien dag sedert eenige weken en alles spoedt zich naar buiten om het heerlijke weder te genieten. Mijn zuster denkt ook een uurtje uit te rijden en laat u vriendelijk verzoeken door uw aangenaam gezelschap het genoeglijke van dit toertje te willen verhoogen. Zoo gij in ons verzoek toestemt zullen wij de eer hebben u tegen twee uur af te komen halen.

Antwoord. Alhoewel ik verscheidene noodzakelijke bezigheden te verrichten heb, kan ik mij echter het genoegen niet ontzeggen eenige aangename oogenblikken met mijne

Compllmenteerb. 5e dr. 5

ocr page 84

66

lieve vrienden door te brengen, en neem dus uwe vriendelijke uitnoodiging erkentelijk aan.

of: Het spijt mij zeer dat ik mij genoodzaakt zie uw verzoek te moeten afslaan, want ofschoon het heerlijke weer een zeer aangenaam toertje belooft, moet ik echter te huis blijven, aangezien eene tante (nicht, vriendin), die slechts eenige dagen bij ons gelogeerd heeft, juist hedenmiddag denkt te vertrekken.

3) Uitnoodiging tot een sledevaart.

Ik heb mij reeds den geheelen winter in het vooruitzicht op eene sledevaart verheugd, maar altijd is het weer er ongunstig voor geweest. Door de sedert eenige dagen gevallen sneeuw kan nu eindelijk mijn wensch vervuld worden en ik haast mij dus, mijne lieve juffrouw, u uit te noodigen tot een sledevaart, waaraan zeker al onze vrienden en bekenden deel zullen nemen.

Antwoord. Het genoegen van een sledevaart is zoo zeldzaam en zoo aangenaam, dat ik zoo vrij ben uwe vriendelijke uitnoodiging aan te nemen, en zulks te eer daar uwe bedrevenheid in het arren algemeen bekend is.

4) Uitnoodiging tot een gezelschap.

Heden namiddag krijg ik een bezoek van eenige vrienden (vriendinnen) van buiten, die reeds lang gewenscht hebben kennis met u te kunnen maken. Ik verzoek u dus hedenmiddag tegen ( ) uur ons met uwe tegenwoordigheid te vereeren.

Antwoord. Het doet mij van harte leed, waarde vriend, (vriendin), dat ik het genoegen niet kan hebben, dezen namiddag met u door te brengen. Vader en moeder zijn uitgevraagd en ik dien dus thuis te blijven.

ocr page 85

67

5) Uitnoodiging voor den schouwburg.

Ik neem de vrijheid u een kaartje voor de komedie van hedenavond aan te bieden en verzoek u zoo vriendelijk te willen zijn mij het uur te doen weten, waarop ik de eer zal mogen hebben u daarheen te vergezellen.

Antwoord. Het stuk dat vanavond gegeven wordt, is een van mijne lievelingsstukken en ik ben dus zoo vrij van uwe goedheid gebruik te maken. Indien het niet te veel gevergd is, verzoek ik u, daar ik de eer van uw geleide aanneem, mij om 6 uur te komen afhalen.

6) quot;Weigerend antwoord.

Over het algemeen ben ik geen vriendin van dergelijke uitspanningen, en wel het allerminst van treurspelen; ik ben u echter zeer verplicht voor de moeite, die gij u om mij gegeven hebt. Elke andere gelegenheid om u mijne toegenegenheid te bewijzen, zal mij zeer aangenaam zijn.

of: De heer N. N. is onlangs zoo goed geweest mij een half dozijn kaartjes te vereeren, waarvan het laatste nog slechts hedenavond geldig is. Het zou dus onheusch van mij zijn u onnoodig kosten te laten maken.

7) Uitnoodiging voor een bal.

Het laatste bal, waarop ik het genoegen had kennis met u te maken, is door uw aangenaam onderhoud voor mij een van de genoeglijkste geweest, die ik tot nog toe bezocht heb. Ik zou mij dus zeer gelukkig achten, als gij mij wildet vergunnen u op dat van hedenavond te mogen vergezellen.

Antwoord. Ook ik heb op het laatste bal zeer veel genoegen gehad; ik maak dus zeer gaarne van uwe vriendelijke uitnoodiging gebruik.

ocr page 86

68

8) Eene andere uitnoodiging.

Mejuffrouw, indien gij uw woord voor het bal van hedenavond nog niet gegeven hebt, dan ben ik zoo vrij te verzoeken mijn geleide te willen aannemen.

Weigerend antwoord. Het spijt mij, mijnheer! dat ik de eer van uw geleide niet aannemen kan, daar ik reeds den heer N. N. mijne toezegging heb gegeven.

of: Hoeveel ik ook van dansen en van vroolijke gezelschappen houd, maakt een zware hoofdpijn het mij echter onmogelijk het bal van hedenavond bij te wonen; ik ben u ten hoogste verplicht voor uwe goedheid, waarvan ik tot mijn leedwezen geen gebruik kan maken.

9) Uitnoodiging tot het bijwonen van een verlovingsfeest.

Het zal u zeker bekend zijn, waarde vriend, dat ik het geluk heb de bruidegom van mejuffrouw N. te zijn. Opdat nu al mijne vrienden in mijn geluk zouden kunnen deelen, hebben mijne schoonouders onze verloving op aanstaanden Zondag vastgesteld. Ik noodig u dus bij dezen vriendschappelijk uit, dit familiefeest met uwe aangename tegenwoordigheid te vereeren.

Antwoord. Met zeer veel genoegen neem ik uwe vriendelijke uitnoodiging aan, en verzeker u van mijn oprechte belangstelling in uw geluk. Groet uw bruid hartelijk van mij en beveel mij aan in de vriendschap van uwe ouders en toekomstige ouders.

ocr page 87

VI.

VERSCHILLENDE COMPLIMENTEN EN TOESPRAKEN.

1) Toespraak van een bruiloftsgast aan den bruidegom

of aan de bruid.

Aan uwe vriendelijke uitnoodiging voor dezen voor u zoo gewichtigen dag heb ik met genoegen gevolg gegeven.

Ik wensch dat gij in den echten staat al het geluk zult vinden dat gij en uwe lieve bruid Aiw bruidegom) verdient, en dat uw verder leven eene aaneenschakeling van gelukkige en genoeglijke dagen moge zijn!

Antwoord. De eer, die gij ons door uw aangenaam bezoek bewijst en uw hartelijke gelukwenschen verplichten ons ten hoogste en doen mij hopen, dat gij ons gering onthaal voor lief zult nemen.

2) Bij het aanbieden van een huwelijksgeschenk.

Om u een gering bewijs te geven van miine erkentelijkheid voor de genoeglijke oogenblikken, die ik in den kring uwer waarde familie heb mogen doorbrengen, neem ik de vrijheid, u dit klein aandenken aan te bieden in de hoop, dat gij het wel van mij zult willen aannemen.

Of: Nogmaals wensch ik u met uwe vereeniging van harte

ocr page 88

70

geluk en verzoek ik u tevens mij de eer te doen deze kleinigheid aan te nemen als een teeken van mijne oprechte belangstelling in uw geluk. Moge u de echtstaat slechts vreugde bereiden.

Antwoord. Terwijl ik u mijnen oprechtsten dank zeg, verzoek ik u tevens, mij voortdurend met uwe vriendschap te vereeren.

Of: Het zou mij een groot genoegen zijn, als ik spoedig in de gelegenheid ware u een dito gelukwensch te kunnen zenden.

3) De bruidegom aan de bruid bij het wisselen

van de ringen.

Eindelijk mijn waarde! is dan de zoolang gewenschte, gewichtige dag aangebroken, waarop onze liefde door den zegen van onze geliefde ouders geheiligd zal worden. Neem met dezen ring de verzekering van mijn eeuwige liefde en trouw aan, en spreek nog eenmaal in het openbaar dat zalige woord uit, dat mij den gelukkigsten aller stervelingen maakt.

Antwoord. Deze ring, mijn geliefde! moge u ten waarborg strekken dat ik nooit ophouden zal u te beminnen, en ten onderpand dat ik er steeds naar streven zal u het leven te veraangenamen, zooveel als in mijn vermogen is.

4) Bij dezelfde gelegenheid.

Ontvang, mijne waarde! in tegenwoordigheid van onze geliefde ouders en van de geëerde gasten tegelijk met dezen ring nogmaals de heilige verzekering dat mijne onveranderlijke liefde voor u dezelfde zal blijven. Deze ring zal daarvan het heilig zinnebeeld zijn en mijne liefde steeds zuiver wezen als dit edel metaal. Laten wij van dit oogenblik af aan het gedwon-gene u in onzen omgang verwisselen tegen het gemeenzamere;

ocr page 89

71

laten we van nu af aan zóó in onzen omgang zijn, als wij voortdurend willen blijven — hartelijk en ongekunsteld!

Antwoord. Ook ik beloof u plechtig dat mijn liefde altijd rein zal blijven en slechts met mijn leven eindigen zal: Ik geef u dezen ring als een onderpand van mijne trouw.

5) Bij de aanbieding van een verjaarsgeschenk.

Om u mijne blijdschap te toonen over het geluk dat u te beurt valt heden weder in gezondheid te verjaren, veroorloof ik mij u dit kleine geschenk aan te bieden. Ik hoop dat gij het met welwillendheid zult aannemen en meer op het hart van den gever letten dan op de waarde van het geschenk. Dat gij nog menigmaal dezen dag in volmaakten welstand en in ongestoord geluk moogt beleven, is de vurigste wensch van mijn hart.

Antwoord. Het lieve geschenk, waarmede ik mij door u vereerd zie, zal mij steeds een aangenaam aandenken zijn van uwe hartelijke belangstelling in mijn geluk, en gaarne zal ik mij iedere gelegenheid ten nutte maken om u daar, waar ik kan, wederkeerig genoegen te bereiden.

6) Bij de aanbieding van een kermisgeschenk aan eene

vriendin.

Ik hoop dat gij het mij niet ten kwade zult duiden, lieve Mimi, dat ik zoo vrij ben u bij gelegenheid van de kermis een klein geschenk aan te bieden; het is wel niet veel bijzonders, doch gij zult den goeden wil voor de daad houden, hoop ik, en mijne verzekering gelooven, dat ik mij zeer gelukkig zal rekenen, als gij het van mij wilt aannemen.

Antwoord. Uw lief geschenk is mij eene meer dan aangename verrassing; en, overtuigd van uwe oprechte gevoelens, die de waarde van dit geschenk nog oneindig voor mij ver-

ocr page 90

72

hoogen, aarzel ik geen oogenblik het aan te nemen, terwijl ik niets liever wensch dan spoedig een gelegenheid te zullen vinden om u mijne erkentelijkheid te kunnen toonen.

7) Toespraak aan hen met wie men vroeger nog nooit

in gezelschap geweest is.

Mijnheer! (Mevrouw! Mejuffrouw!) Nog nooit de eer en het genoegen gehad hebbende mij in uw aangenaam gezelschap te bevinden, acht ik mij zeer gelukkig u. thans te mogen ontmoeten, waardoor een wensch vervuld wordt, dien ik reeds sinds lang heb gekoesterd.

Antwoord. Ik ben u zeer verplicht, en hoop slechts dat mijn gezelschap u niet onaangenaam zal zijn.

8) Aan iemand, naast wien men plaats wenscht te nemen.

Mag ik de eer hebben. Mijnheer! (Mevrouw! Mejuffrouw!) bij u plaats te nemen, en uw aangenaam gezelschap te genieten ?

Antwoord. Uw gezelschap zal mij bijzonder aangenaam, zijn, te meer daar ik weet dat gij de gaaf bezit biizonder onderhoudend te zijn.

9) Toespraak bij een bezoek aan een vriend.

Ik heb reeds lang gewenscht, mijn waarde vriend, u te bezoeken en mij voortdurend in uwe genegenheid aan te bevelen. Het zal mij derhalve aangenaam zijn, indien ik u nu niet in uwe bezigheden stoor, en het genoegen mag hebben mij eenige oogenblikken met u te onderhouden.

Antwoord. Uw bezoek is mij te allen tijde lief en aangenaam; ik betreur het slechts dat ik die eer zoo zelden mag genieten.

ocr page 91

78

10) Een andere toespraak.

Ik kan niet nalaten mijne onlangs gedane belofte na te komen en u mijn opwachting te maken. Indien ik u echter misschien ongelegen mocht komen, verzoek ik vriendelijk het niet te verbloemen en mij den tijd te willen bepalen, wanneer gij mil beter zult kunnen wachten.

Antwoord. Gij komt mij volstrekt niet ongelegen. Uw vriendelijk bezoek is mij integendeel zeer aangenaam, daar ik reeds lang gewenscht heb uwen goeden raad in te winnen in eene zaak, waarin ik zeer veel belang stel.

11) Bij het bezoek aan eene dame.

Ik ben ten hoogste verheugd dat ik heden het geluk eens mag hebben eenigen tijd met u door te brengen, en u van mijne oprechtste hoogachting te kunnen verzekeren.

Antwoord. Ik wensch van harte, dat de oogenblikken die gij in mijn gezelschap zult doorbrengen, u zoo aangenaam mogen zijn, als gij verwacht, en mocht dit het geval niet wezen, dat gij dan eenige toegevendheid voor mij zult hebben.

12) Aan een gezelschap van dames.

Het geluk is mij vandaag buitengewoon gunstig, daar het mij de gelegenheid schenkt eenige oogenblikken in zulk een aangenaam gezelschap door te brengen. Ik verzoek u dus zoo vriendelijk te willen zijn mijne indringendheid te verschoonen, terwijl ik hoop dat mijn gezelschap u niet te onaangenaam zal zijn.

Antwoord. Uw aangenaam gezelschap belooft ons allen veel genoegen, wij twijfelen echter of wij de gaaf zullen bezitten om u ons gezelschap aangenaam te maken.

ocr page 92

74

13) Dienstaanbieding van don eenen vriend aan den anderen.

Ik heb reeds lang naar eene gelegenheid verlangd om u door daden mijn toegenegenheid te kunnen bewijzen; dit is mij echter tot nog toe niet mogen gelukken. Ik verzoek u daarom bij voorkomende gelegenheid van mijn aanbod gebruik te willen maken en zoodoende een mijner vurigste wenschen te vervullen.

Antwoord. De verzekering van uw vriendschap doet mij zeer veel genoegen; ik zal bij de eerste de beste gelegenheid zoo vrij zijn van uwe goedheid gebruik te maken. Intusschen beveel ik mij tot eiken wederdienst aan.

14) Een andere dienstaanbieding.

De menigvuldige bewiizen van goedheid en vriendschap, die ik tot nu toe van u heb genoten, hebben reeds lang bij mij den wensch doen ontstaan eens spoedig de gelegenheid te vinden u daarvoor mijne dankbaarheid te kunnen bewijzen. Het zou mij dus zeer aangenaam zijn als mijne aanstaande reis mij de gelegenheid aanbood om dien wensch te bevredigen en ik verzoek u derhalve ten zeerste mij wel met het een of ander te willen belasten.

Antwoord. Ik dank u hartelijk voor uwe vriendelijkheid en ben zoo vrij u te belasten met (en dan waarmede).

15) Aan eene dame.

De toegenegenheid en vriendschap, die gij mij tot hiertoe bewezen hebt, doen mij de vrijheid nemen u mijne geringe diensten aan te bieden. Vereer mij dus eens spoedig met uwe waarde bevelen en verschaf mij zoodoende de gelegenheid u te overtuigen van mijne oprechte genegenheid.

ocr page 93

to

Antwoord. Indien ik niet behoef te vreezen den schijn op mij te zullen laden van onbescheiden te zijn en misbruik te willen maken van uwe goedheid, zal ik zoo vrij wezen bij voorkomende gelegenheid van uw vriendelijk aanbod gebruik te maken.

16) Verzoek tot aanbeveling bij eene dame.

Met genoegen heb ik gehoord, dat gij met mejuffrouw N. N., met wie ik reeds lang kennis heb wenschen te maken, op een zeer goeden voet zijt. Ik verzoek u daarom dringend de goedheid te willen hebben mi] bij haar aan te bevelen. Gij zult mij daardoor oneindig verplichten en ik zal te allen tijde trachten u wederkeerig aangenaam te zijn.

Antwoord. Het is mij zeer aangenaam eindelijk eens in de gelegenheid te zijn u mijne vriendschap te kunnen bewijzen. Ik zal dus met genoegen den weinigen invloed dien ik misschien bij mejuffrouw N. N, heb, te uwer gunst aanwenden.

17) Verzoek aan een vriend om een kleine som gelds

te leen.

Eene dringende betaling te doen hebbende zie ik mij door eene oogenblikkelijke geldelijke verlegenheid in de noodzakelijkheid gebracht uwe goedheid in te roepen en u te verzoeken wel zoo vriendelijk te willen wezen mij de som van vijf en twintig gulden te leenen. Met de grootste dankbaarheid zal ik uwe goedheid erkennen en door de spoedige teruggave mij uwe vriendschap waardig toonen.

Antwoord. Daar ik zoo zelden het genoegen hete^cPvan dienst te kunnen zijn, is het mij des te aangenameMezigt;Jgè-,. 11 legenheid, om u een klein bewijs van mijne vri^nds6hapi tegt; kunnen geven, niet ongebruikt te laten voorfrijgaajn-. ■ • ' k

ocr page 94

76

Of\ Ofschoon ik op het oogenblik niet ruim bij kas ben, wil ik toch zooveel in mijn vermogen is aan uwen wensch voldoen. Neem dus voor het oogenblik deze vijftien gulden, en houd u verzekerd dat ik de nog ontbrekende tien met genoegen morgen geven zal.

18) Afwijzend antwoord.

Het spijt mij zeer dat ik het genoegen niet hebben kan u te helpen, daar een aantal buitengewone uitgaven, waartoe de kermis mij verplicht heeft, eene groote leegte in mijn kas hebben veroorzaakt. Bij elke andere gelegenheid echter om u van dienst te wezen, zult gi] mij volkomen bereid vinden.

19) Aanmaning aan een kennis.

Er biedt zich een gelegenheid voor mij aan, eenige zeer voordeelige inkoopen te doen, waaruit ik eene niet onaanzienlijke winst denk te trekken. Ik hoop dus dat gij het mij niet ten kwade zult duiden, dat ik zoo vrij ben u vriendelijk te verzoeken mij de som die ik u onlangs heb voorgeschoten, (of de voldoening der onlangs gezonden nota) wel te willen doen geworden. Gij zult mij op een anderen tijd met genoegen bereid vinden iets langer te wachten.

Antwoord. Het was reeds lang mijn plicht geweest mijne schuld bi) u af te doen; vergeef dus eene nalatigheid, die naar ik hoop, geen reden voor u zal zijn om mij uw vertrouwen in het vervolg niet meer te schenken.

Of: Indien liet in mijne macht gestaan had, dan zou ik reeds lang mijne verplichting nagekomen zijn en mijn schuld met den hartelijksten dank bij u afgedaan hebben. Onvoorziene uitgaven hebben mij echter tot nu toe daarin verhinderd, en dubbel grievend valt het mij op dit oogenblik dat ik juist

ocr page 95

77

dezer dagen met eenig geld dat ik te ontvangen en waarop ik stellig gerekend had teleurgesteld ben geworden, zoodat ik ook nog op dit oogenblik niet in staat ben aan uwe billijke vordering te voldoen. Houd u echter verzekerd dat het mijn eerste zorg zal zijn u zoo spoedig mogelijk tevreden te stellen.

20) Bij het afscheid nemen uit een gezelschap.

Terwijl ik u mijnen hartelijken dank betuig voor het genoegen en de eer die gij mij bewezen hebt, vraag ik u tegelijkertijd om verschooning, dat ik het zoo lang heb gemaakt. Ik hoop echter zeer spoedig de eer te hebben u ook eens by mij te zien en zoodoende gelegenheid te vinden u het genoegen, dat ik thans heb mogen smaken, althans voor een gedeelte te vergelden.

Of: Ik verzoek u mij wederkeerig aanstaanden Maandag met een bezoek te willen vereeren, en bied u tevens mijnen oprechten dank aan voor uw vriendelijk onthaal en voor de eer, die gij mij hebt aangedaan, terwijl ik mij voortdurend in uwe vriendschap blijf aanbevelen.

Of: Het zou mij een waar genoegen zijn, indien gij mij nu eem- spoedig wederkeerig met een bezoek wildet vereeren en mij zoodoende de gelegenheid verschaftet u alle uwe vriendelijkheid eenigermate te kunnen vergelden.

Antwoord. Indien ons onderhoud en gering onthaal n slechts eenig genoegen heeft veroorzaakt, dan is onze wensch reeds meer dan vervuld. Wij nemen uwe vriendelijke uitnoo-diging gaarne aan en zullen zoo vrij zijn u spoedig een bezoek te brengen.

Of: Indien wij mogen hopen u daarmee niet ongevallig te wezen, zullen wij eerstdaags zoo vrij zijn u te komen bezoeken.

ocr page 96

78

21) Afscheid van eene dame bij wie men in gezelschap

geweest is.

Ik vraag u wel om verschooning dat ik zoo vrij geweest ben zoo lang in uw aangenaam gezelschap door te brengen. Uwe vriendelijkheid en goedheid maakten het mij hier zoo bijzonder genoeglijk, dat ik waarlijk de kracht niet gehad heb mijn bezoek te bekorten.

A. n t w o o r d. Gij hebt mij door uw vriendelijk bezoek zeer veel genoegen gedaan, en ik hoop dat gy mij de eer zult doen het eens spoedig te hervatten.

22) Afscheid eer men de reis aanneemt.

Uw aangename omgang heeft mij den tijd hier zoo aangenaam doen doorbrengen, dat het mij moeilijk valt van u te scheiden; zaken echter, die geen uitstel kunnen lijden, noodzaken mij er toe, en brengen mij in de treurige noodzakelijkheid afscheid van u te nemen. Ik dank u voor al de goedheid en liefde die gij mij bewezen hebt, en verzoek u, al ben ik ook ver van u verwijderd, mij toch in vriendschap te willen gedenken.

Antwoord. Het genoegen dat uw aangename omgang ons verschaft heeft, zal ons altijd in de gedachte blijven, en ;ïl uwe vrienden zullen uw gezelschap met leedwezen missen. Houd u overtuigd, dat onze beste wenschen u op uwe reis vergezellen en dat gij nog dikwijls een aangenaam onderwerp van ons onderhoud zult zijn.

23) Een ander afscheid.

Reeds lang zag ik op tegen het naderend oogenblik, waarop ik van hier gaan en van mijne vrienden zou moeten scheiden. Dat oogenblik is nu gekomen, en ik vervul den treurigen

ocr page 97

79

plicht u vaarwel te zeggen, terwijl ik u tevens mijnen harte-lijksten dank betuig voor al de goedheid en liefde, die gij mij bewezen hebt en voor het genoegen, dat ik uwen aangenamen omgang heb genoten. Laat mij uwe vriendschap, hoe ver ook van u verwijderd, behouden.

Antwoord. Uwe geheele manier van zijn en uwe bijzondere gaaf om het aangename van den gezelligen omgang te verhoogen, worden zoozeer door ons op prijs gesteld, dat wij u niet anders dan met leedwezen zien vertrekken. Wees verzekerd dat wij altijd met vriendschap aan u zullen denken, en dat niets zoo vurig door ons gewenscht wordt dan ons zeer spoedig weder in uw aangenaam gezelschap te mogen verheugen.

24) Verontschuldiging wegens het niet afleggen van een

toegezegd bezoek.

Vergeef mij, mijn waarde vriend, dat ik niet op den bepaalden tijd gekomen ben; werk, dat dadelijk af moest, heeft mij van het genoegen verstoken uw gezelschap te genieten.

Of: Ik ben een woordbreker geworden, maar buiten mijn schuld. Een vriend, dien ik in verscheidene jaren niet gezien had, is hier doorgereisd en ik kon hem niet anders spreken dan juist op den tijd, waarop ik beloofd had u te zullen bezoeken. Gij zult mij dus wel willen vergeven, hoop ik, dat ik mijn woord jegens u niet heb gehouden en een ander tijdstip bepalen, waarop gij mij kunt wachten.

25) Verzoek aan een vriend tot aanbeveling bij eenen

anderen.

Ik heb gehoord, dat gij met den heer N. N. in vriendschappelijke betrekking staat en zeer veel bij hem vermoogt. Ik verzoek u dus dringend uwen invloed bij hem te mijner gunst te willen aanwenden, en mij een onderhoud met hem te

ocr page 98

80

verschaffen, daar ik door zijne tusschenkomst eene zaak, die van zeer veel gewicht voor mii is, spoedig tot een gewenscht einde hoop te brengen.

26) Aanbeveling voor een vriend.

Ik neem de vrijheid, waarde vriend, uwe goedheid voor een van mijne kennissen in te roepen. De heer N. N. heeft mij verzocht u voor hem de vergunning te vragen u zijne opwachting te mogen komen maken, ten einde uwen raad in te winnen in eene zaak, die hem persoonlijk betreft. Ik ben te zeer van uwe goedheid overtuigd om te vreezen, dat gij mij dezen vriendschapsdienst weigeren zoudt.

Antwoord. Daar ik u genoegen daarmede kan doen, zal mij het bezoek van den heer N. N., voor wien ik bovendien zeer veel achting heb, zeer aangenaam zijn; zeg hem dus-dat hij mij kan komen spreken, waaneer hij verkiest.

27) Dankzegging van den aanbevolen vriend.

Door uwe vriendelijke aanbeveling bij den heer N. N., hebt gij mij een wezenlijken vriendschapsdienst bewezen, want door zijne krachtdadige tusschenkomst is mijne zaak eindelijk tot mijn voordeel geëindigd. Ik ben u voor deze vriendelijkheid te meer dankbaar, daar de spoedige beëindiging van deze zaak van het hoogste gewicht voor mij was, en ik wensch niets zoozeer als spoedig de gelegenheid te vinden dat ik u mijne dankbaarheid door daden zal kunnen toonen.

28) Eene andere aanbeveling.

Mijnheer! Het vertrouwen op uwe alom erkende mensch-lievendheid doet mij de vrijheid nemen u eene behoeftige, ongelukkige, maar in alle opzichten achtenswaardige familie aan te

ocr page 99

81

bevelen. Ik hoop op uwe goedheid, dat gij ze niet zonder troost zult laten.

Antwoord. Uwe aanbeveling is mij een genoegzame waarborg voor de braafheid van die familie en het zal mij aangenaam zijn, als ik iets tot verlichting van hun ongeluk kan bijdragen.

29) Bij het overhandigen van een aanbevelingsbrief.

Ik hoop niet, mijnheer, dat gij het mij kwalijk zult nemen dat ik zoo vrij ben u eenige oogenblikken te komen storen. Mijnheer N. N. te B. heeft bij mijn vertrek van daar de goedheid gehad mij een aanbevelingsbrief aan u mede te geven. Ik heb de eer u dien bij dezen te overhandigen, en verzoek u wel de goedheid te willen hebben mij een uur te bepalen, waarop ik de eer zal mogen hebben u te komen spreken.

Antwoord. Mijn vriend N. N. te B. is een te goed menschenkenner dan dat niet elke aanbeveling die van hem komt, mij bijzonder aangenaam zou zijn. Gij zult mij dus welkom wezen op het uur dat gij zelf wenscht te bepalen en ik hoop dat wij zeer spoedig nadere kennismaking met elkander zullen maken.

30) Vriendschaps-aanbieding.

Mijnheer, ofschoon ik de eer nog niet gehad heb mij mondeling met u te onderhouden, hebben toch uwe alom erkende verdiensten en voortreffelijke hoedanigheden reeds sedert lang den wensch bij mij doen ontstaan de eer te mogen hebben nadere kennis met u te maken. Vergeef mij derhalve de vrijmoedigheid, waarmede ik uwe vriendschappelijke kennismaking verzoek: ik heb het verlangen van mijn hart niet langer kunnen weerstaan.

Oomplimenteerb. 5e dr. C

ocr page 100

82

Antwoord. Gij doet juist datgene wat ik zelf reeds lang heb willen doen en gij voorkomt dus mijne wenschen; want ook ik heb reeds lang gewenscht met u in nadere kennis te komen. Ik verzoek u dus mij eens spoedig in de gelegenheid te stellen om u van mijne hoogachting en vriendschap het bewijs te kunnen geven.

ocr page 101

VII.

EENIGE SCHETSEN VOOR AANKONDIGINGEN IN DAGBLADEN.

1) Aanbeveling eener zaak.

Door aankoop eigenaar geworden van het manufactuur- en modemagazijn van den heer N. N,, en tevens een voorraad dei-nieuwste artikelen uit Parijs ontvangen hebbende, zie ik mij in staat gesteld aan de dames die mijnen winkel met een bezoek willen vereeren, de ruimste keuze aan te bieden uit een rijk assortiment van allerhande artikelen, dtè tot mijnen handel behooren. Ik beveel mij beleefdelijk in hetzelfde vertrouwen aan dat mijnen voorganger steeds ten deel is mogen vallen en zal niets nalaten om, zoo door eene prompte an solide bediening als door de laagst mogelijke prijzen, mij ieders begunstiging en vertrouwen waardig te maken.

N. N.

In overeenstemming met bovenstaande advertentie neem ik de vrijheid het geëerde publiek, en mijnert velen hoog-geachten begunstigers in 't bijzonder, te berichten dat ik mijnen handel in manufactuur- en modeartikelen heb overgedaan aan den heer N. N., dien ik uit volle overtuiging k»n aanbevelen in dat vertrouwen, hetwelk mij zoo ruimschoots ten deel mocht vallen, en waarvoor ik bij dezen mijnen oprechteft dank betuig.

N. N.

ocr page 102

84

Een dito aanbeveling.

2)

Onze tot hiertoe onder de firma Heinsen amp; Cie gedreven handel in koloniale waren zal met 1° September eerstkomende ophouden als zoodanig te bestaan, doch zal door onzen compagnon Adolf Meijer, die de zaak met al hare uit- en in-schulden overneemt, voor eigen rekening en op zijn eigen naam worden voortgezet.

Wij veroorloven ons derhalve hem in het geëerde vertrouwen aan te bevelen, dat onze firma tot hiertoe in zoo ruime mate mocht ten deel vallen, en waarvoor wij bij dezen onzen oprechten dank betuigen.

Ad. Meijer.

P. J. Heinsen.

firma Heinsen amp; Cie.

Terwijl ik de eer heb naar bovenstaande advertentie te verwijzen, neem ik tevens de vrijheid, de verzekering te geven dat het mijn voortdurend streven zal zijn den handel in koloniale waren te drijven met dezelfde strikte nauwgezetheid en soliditeit, welke de vroegere firma steeds hebben gekenmerkt.

Bij voortduring blijf ik dus deze zaak, die ik voortaan op mijn eigen naam en voor eigen rekening hoop te drijven, in de welwillendheid en in het vertrouwen aanbevelen, zoowel van al de handelsvrienden met wie de vroegere firma de eer heeft gehad in betrekking te staan, als van hen die mij met het openen van nieuwe relatiën zullen willen vereeren, terwijl ik tevens verzoek nota te willen nemen van mijne hand-teekening, zooals die zal voorkomen in de circulaire, welke door mij zal worden verzonden.

Ad. Meijer.

ocr page 103

85

3) Dankbetuiging en afscheid hij verandering van icoonplaats.

Bij mijn aanstaande vertrek van hier is het mij een aangename plicht mijnen geëerden begunstigers en vrienden den warmsten dank te betuigen voor de ontelbare bewijzen van welwillendheid en vriendschap, die mij het verblijf in deze stad zoozeer hebben veraangenaamd. Moge de Heer zijnen rijksten zegen over u uitstorten, en gij ook verder in welwillend aandenken houden hem, die u bij dezen een hartelijk vaarwel toeroept.

N. N.

4) Openlijke dankzegging.

Hoe harder en onverwachter de slag des noodlots was, door welken ik verre van mijne woonplaats op een smartelijk ziekbed werd geworpen, des te weldadiger moest het op mijne herstelling werken, deelnemende, edele harten te vinden, die mij met woord en daad op de liefderijkste wijze troost en leniging op mijn ziekbed hebben geboden. Aan allen die zich mijn lot hebben aangetrokken met zooveel nooit te vergelden edelmoedigheid, bied ik bij dezen mijnen innigsten dank aan, en bid den Hemel hun door een rijken schat van zegen te vergelden, hetgeen zij aan mij gedaan hebben.

N. N.

5) Eene andere.

Aan al mijne waarde vrienden en bekenden in wier aange-namen omgang de tijd, dien ik hier ter stede woonachtig ben geweest, zoo genoeglijk voor mij is omgegaan, betuig ik bij dezen mijnen besten dank en roep hun een hartelijk vaarwel toe. Het aandenken aan (naam der stad) en hare bewoners zal niet licht bij mij worden uitgewischt, terwijl ik ook mij-zelven voortdurend in de toegenegen herinnering van allen, die mij kennen, blijf aanbevelen.

N. N.

ocr page 104

so

6) Aankondiging wegens verandering van woonplaats.

De ondergeteekende heeft de eer zijnen geëerden begunstigers te berichten, dat hij op heden is verhuisd naar de 'quot;straat no. 77, waar hij zijne (naam der affaire] voortdurend in ieders gunst en vertrouwen blijft aanbevelen.

N. N.

Amsterdam, 3 Mei 1900.

7) In korter vorm .

J. C. Verheul, pianofabrikant, is verhuisd naar de ***straat no. 77, het 6e huis rechts van de ***straat.

8) Huivelijksaankondiging.

Getrouwd:

Willem Jan Meijer niet

Sara Eliza Klein.

Amsterdam, 6 Juli 1899.

9) Verlovings-advertentie.

Verloofd:

P. J. Kaspers Jr.

met

E. J. C. de Zwaan.

Rotterdam, 16 Juli 1899.

10) Advertentie wegens de geboorte van een kind.

Mijne geliefde echtgenoote Clara Brommers beviel heden voorspoedig van een welgeschapen zoon.

W. J. SlGTMANS.

Haarlem, 16 September 1899.

ocr page 105

87

11) Eene andere (doodgeboren kind).

Mijne geliefde echtgenoot Saba Pluiji beviel heden van eene doodgeboren dochter. Naar omstandigheden bevindt de kraamvrouw zich redelijk wel. ;

H. van Bolgen.

's-Gravenhage, 16 September 1899.

12) Advertentie wegens overlijden.

Hedennacht omstreeks 4 uren maakte de dood een einde am het dierbaar leven van mijnen onvergetelijken echtgenoot Jaj Willem Verploegh. Hij stierf aan eene langdurige, slempende ziekte in den ouderdom van 46 jaren, van welke ik er 9 met hem vereenigd mocht zijn in den genoeglijksten echt.

Wed. J. W. Verploegh —

Van Bommel.

Ijiden, 14 Maart 1900.

18) Andere.

Hden overleed tot mijne innige droefheid mijne geliefde echtgooote Sara Johanna Krugt, in den jeugdigen leeftijd van ng geen 28 jaren. Allen die haar van nabij gekend hebben zullen beseffen wat ik, met mijne drie kinderen, in de dierbare overleóne verlies.

P. J. Schichtmans.

's-Gavenhage, 16 Maart 1900.

14) Andere.

Hedo overleed aan eene kortstondige, maar hevige ziekte onze dirbare moeder en behuwdmoeder Adriana van Lom ,

ocr page 106

88

laatst weduwe C. J. vam den Beröhe , in leven scheepsmakelaar alhier, in den ouderdom van 67 jaren en 8 maanden.

TJit aller naam: P. H. C. van den BeRGHE.

Amsterdam, 13 Maart 1900.

Eenige en algemeene kennisgeving.

15) Andere van een kind.

Onze jongste lieveling Philippine Marie werd ons heden in den ouderdom van 5 jaren en 8 dagen door den dood ontrukt

Rotterdam, C. H. van Moor.

7 Mei 1900. P. M. van Moor—Leijssens.

ocr page 107

VIII.

NAAMKAARTJES, ENZ.

Bij de aankomst in eene stad, badplaats, enz. waar nien zich eenigen tijd denkt op te houden, zendt men eenen bediende met zoogenaamde visite-kaartjes rond; bij lieden van aanSien of die met ons van gelijken stand zijn, rijdt men echter Kelf voor, laat het kaartje door den knecht binnenbrengen en blijft in het rijtuig voor de deur wachten om te vernemen of het bezoek aangenomen wordt. In den regel worden naar den meest verfijnden levenstoon zulke bezoeken niet aangenonien, evenmin als die op Nieuwjaar, daar ze zoowel voor dengene die ze brengt, als voor hem die ze zou ontvangen, lastig /4in-

Op zulke kaartjes vindt men behalve den naam en den titel somwijlen alleen enkele letters, als:

p. f. v. pour faire visite - - om een bezoek te brengen, p. r. v. pour rendre visite = om een tegen-bezoek te brengen, p. v. f. pour vous féliciter om geluk te wenschen. p. v. v. pour vous visiter - om u te bezoeken.

p. f. c. per felicitation card gelukwensching door middel van

dit kaartje.

p. v. c. per visit card = dit kaartje geldt voor een bezoek.

Zijn de 4 eerste Fransch gebruik, de beide laatste Engelwch.

Alvorens weder die stad of plaats te verlaten, zendt of brengt men kaartjes rond met de letters:

p. p. c. pottr prendre congé om afscheid te nemen.

ocr page 108

IX.

VOORSCHRIFTEN IN ACHT TE NEMEN BIJ HET SCHRIJVEN VAN BRIEVEN.

Brieven strekken om aan afwezige personen schriftelijke mededeelingen te geven, die men mondeling of niet wil of niet kan doen; bijgevolg vervangen ze het mondeling onderhoud. Het gewicht der brieven is licht begrijpelijk en niet te ontkennen, in welke omstandigheden ze ook geschreven worden. Gelijk het nu in de wereld, bij alles wat men denkt en doet, er op aankomt dat zulks verstandig geschiede, is dit ook en wel inzonderheid bij het schrijven van brieven het geval. Ieder die door omstandigheden in de noodzakelijkheid wordt gebracht eenen brief te schrijven, doet zulks zoo goed als hij het kan; maar het is van de uiterste noodzakelijkheid zich reeds vroegtydig bekwaam te maken in het schrijven van eenen behoorlijken brief. Daartoe wordt in de eerste plaats eene toereikende taalkennis gevorderd; zonder dat helpen de beste regels niets hoegenaamd, dewijl men er zonder die kennis geen gebruik van kan maken.

Onder toereikende taalkennis verstaan wij juistheid, zoo in spelling als in uitdrukking en in 't plaatsen der noodige lees-teekens. Het niet in acht nemen daarvan moet onvermijdelijk aanleiding geven tot allerhande dubbelzinnigheid en misverstand, en bovendien al aanstonds een geringen dunk ten aanzien van den briefschrijver doen opvatten.

ocr page 109

91

Men vermijde het gebruik van onbekende (verouderde of nieuw gesmede) woorden, provincialismen, woorden of volzinnen uit vreemde talen, tenzij men vooraf zeker wete dat de ontvanger van den brief die verstaan zal. Bovendien is het in een Hollandschen brief altoos beter, zooveel mogelijk uitsluitend Hollandsch te schrijven.

Natuurlijkheid is een eerste vereischte in eiken brief, d. i. de briefschrijver moet juist zoo schrijven als het hem te moede is, niet in gewrongen, gedwongen of gezwollen bewoordingen, maar volkomen zoo, als hij denkt en gewoon is te spreken — een en ander natuurlijk met inachtneming der wellevendheid en der verschuldigde gevoelens voor dengene aan wien de brief gericht is.

Daar bij ieder schriftelijk opstel verondersteld wordt dat er meer moeite eu voorbereiding aan besteed is dan aan een mondeling onderhoud, en daar een brief wordt gelezen, en met meer opmerkzaamheid wordt beoordeeld dan gesproken woorden, zoo is ook menig woord, menige uitdrukking, waarop bij het spreken geen aanmerking gemaakt wordt, bij het schrijven niet geoorloofd. De briefstijl vordert meerdere zorg in de inkleeding der gedachten ; onbestaanbaar is de gemeenzame alledaagsche spreektrant voor den inhoud van een brief; hij moet in een vorm zijn, zooals slechts lieden van goede opvoeding en beschaving gewoon zijn zich uit te drukken.

In eiken brief moet een juiste en natuurlijke volgorde in de uiteenzetting der gedachten heerschen. Eer men den brief begint te schrijven, moet men derhalve goed bedenken wat men te schrijven heeft, en dit in een behoorlijke orde in zijne gedachten rangschikken, om het gemakkelijk te kunnen overzien ; immers het is duidelijk, dat alleen door een verstandige en behoorlijke inrichting, door eene juiste aaneenschakeling der gedachten, door wèl gekozen, aangename uitdrukkingen enz., het geschrevene de daarmee beoogde werking kan doen.

Men schrijft nooit een brief of men wenscht daarmede het een of ander doel te bereiken; dit is het geval zoowel met de brieven der vertrouwelijke vriendschap, als met die der kinderlijke of der ouderlijke liefde, met die van den zachten, zoeten trek der harten, welke „liefdequot; heet, en met die van alle

ocr page 110

burgerlijke en maatschappelijke betrekkingen, handelingen en zaken. Natuurlijk zal het beoogde doel het best bereikt worden, wanneer de geheele samenstelling van den brief zoo doelmatig mogelijk is ingericht.

Schrijft men aan iemand met wien men niet bekend is, dan moet men er op bedacht zijn, eerst den indruk weg te nemen, die doorgaans door een geheel onbekend persoon op ons gemaakt wordt. Daartoe is noodig zich in den aanhef {die overigens bij alle brieven, evenals het slot, zoo kort mogelijk moet zijn), te verontschuldigen wegens de vrijheid die men neemt, door, onbekend gelijk men is, eenen brief te schrijven. Van de rechtschapenheid desgenen, die den brief ontvangt, verwacht men dat hij die vrijheid zal verschoonen; men voert daarbij aan, dat men van niemand eenen beteren raad, eene meer volledige inlichting (of wat het anders moge zijn) nopens de zaak over welke men schrijft, zou kunnen hopen. Ook de bekendheid met bloedverwanten of vrienden van dengene aan wien men schrijft, een zelfde vaderland, eene zelfde geboorteplaats, een zelfde beroep, vak, ambtsbediening, studie, streven en honderd dingen meer kunnen in zoodanige gevallen als reden ter verontschuldiging, of als beweeggrond voor het schrijven worden aangevoerd; in één woord, men drage zorg al datgene aan te voeren, waardoor de ontvanger van den brief vermoedelijk gunstig en welwillend voor ons gestemd zal worden.

Zeer ongepast evenwel zou het zijn, het vorenstaande in toepassing te brengen ten overstaan van iemand aan wien men schrijft om een gunst voor zich te verzoeken. In dit geval vrage men eenvoudig om verschooning voor de vrijheid die men neemt en late onmiddellijk daarop een ongekunstelde en duidelijke uiteenzetting van het verzoek volgen; ook ver-zuime men niet, aan het slot een voorloopige dankbetuiging voor de gevraagde gunst te voegen.

Bij het schrijven aan onze meerderen houde men steeds de betrekking of verhouding in het oog, in welke men ten overstaan van hen geplaatst is. Men overlade eenen brief aan hooggeplaatste personen niet met al te veel beleefdheids- of «erbiedsbetuigingen, doch drage het verzoek in duidelijke

ocr page 111

93

woorden en met bescheidenheid voor. Al naar gelang van hetgeen men verzoekt en van den persoon aan wien men verzoekt, kan daarbij gevoegd worden, dat men een bijzonder vertrouwen heeft op zijne algemeen erkende goedheid, of dat men meende geen betere toevlucht te kunnen nemen dan tot zijne algemeen erkende bekwaamheid, invloed of zoodanige andere bijvoeging als 't best op het geval slaat.

Heeft men van persoonlijk bekenden reeds brieven in handen, dan regele men zich zooveel mogelijk naar den door hen gebezigden toon.

Terwijl men schrijft moet men zich verbeelden, dat men persoonlijk tegen den lezer van den brief spreekt. Kent men zijn karakter en zijne doorgaande gemoedsstemming, dan moet men den schrijftrant zooveel mogelijk daarnaar inrichten. Een brief vol opgeruimdheid en scherts kan slechts aan iemand bevallen, die vroolijk en opgeruimd is van aard. Lieden die overstelpt zijn door bezigheden, zien liefst brieven kort en zakelijk van inhoud. Aan ernstige en bejaarde menschen moet men met waardigheid en zonder wijdloopigheid schrijven. Zij die lijden of treuren, lezen niet gaarne verhalen van blijde gebeurtenissen, uitspanningen en genoegens. — Lieden van hoogeren rang behandele men met den verschuldigden eerbied, doch, zonder zichzelven te vernederen; men overlade vooral den brief niet met plichtplegingen. Het geheel achterwege laten daarvan zou echter bij trotsche en ijdele menschen geen goed doen. Men schrijve hun met zorgvuldige inachtneming van al die plichtplegingen, welke de wellevendheid vordert, en wachte zich vooral voor de minste uitdrukking die hen op het denkbeeld konde brengen, dat men geen grooten dunk van hen koestert. Bij dezulken echter die geen hooger gedachten van zich zeiven hebben, dan een betamelijk gevoel van eigenwaarde hun voorschrijft, zij men spaarzaam met alles wat naar loftuiting en vleierij zweemt: zij zouden hem een onbeschaamden dwaas noemen, die door overdreven vleierij zoo goed als te kennen gaf, dat hij hen voor zotten hield.

De uiterste omzichtigheid ten aanzien van de ijdelheid dergenen die ze ontvangen, vorderen de brieven aan het schoone

ocr page 112

burgerlijke en maatschappelijke betrekkingen, handelingen en zaken. Natuurlijk zal het beoogde doel het best bereikt worden, wanneer de geheele samenstelling van den brief zoo doelmatig mogelijk is ingericht.

Schrijft men aan iemand met wien men niet bekend is, dan moet men er op bedacht zijn, eerst den indruk weg te nemen, die doorgaans door een geheel onbekend persoon op ons gemaakt wordt. Daartoe is noodig zich in den aanhef (die overigens bij alle brieven, evenals het slot, zoo kort mogelijk moet zijn), te verontschuldigen wegens de vrijheid die men neemt, door, onbekend gelijk men is, eenen brief te schrijven. Van de rechtschapenheid desgenen, die den brief ontvangt, verwacht men dat hij die vrijheid zal verschoonen; men voert daarbij aan, dat men van niemand eenen beteren raad, eene meer volledige inlichting (of wat het anders moge zijn) nopens de zaak over welke men schrijft, zou kunnen hopen. Ook de bekendheid met bloedverwanten of vrienden van dengene aan wien men schrijft, een zelfde vaderland, eene zelfde geboorteplaats, een zelfde beroep, vak, ambtsbediening, studie, streven en honderd dingen meer kunnen in zoodanige gevallen als reden ter verontschuldiging, of als beweeggrond voor het schrijven worden aangevoerd; in één woord, men drage zorg al datgene aan te voeren, waardoor de ontvanger van den brief vermoedelijk gunstig en welwillend voor ons gestemd zal worden.

Zeer ongepast evenwel zou het zijn, het vorenstaande in toepassing te brengen ten overstaan van iemand aan wien men schrijft om een gunst voor zich te verzoeken. In dit geval vrage men eenvoudig om verschooning voor de vrijheid die men neemt en late onmiddellijk daarop een ongekunstelde en duidelijke uiteenzetting van het verzoek volgen; ook ver-zuime men niet, aan het slot een voorloopige dankbetuiging voor de gevraagde gunst te voegen.

Bij het schrijven aan onze meerderen houde men steeds de betrekking of verhouding in het oog, in welke men ten overstaan van hen geplaatst is. Men overlade eenen brief aan hooggeplaatste personen niet met al te veel beleefdheids- of ■eerbiedsbetuigingen, doch drage het verzoek in duidelijke

ocr page 113

93

woorden en met bescheidenheid voor. Al naar gelang van hetgeen men verzoekt en van den persoon aan wien men verzoekt, kan daarbij gevoegd worden, dat men een bijzonder vertrouwen heeft op zijne algemeen erkende goedheid, of dat men meende geen betere toevlucht te kunnen nemen dan tot zijne algemeen erkende bekwaamheid, invloed of zoodanige andere bijvoeging als 't best op het geval slaat.

Heeft men van persoonlijk bekenden reeds brieven in handen, dan regele men zich zooveel mogelijk naar den door hen gebezigden toon.

Terwijl men schrijft moet men zich verbeelden, dat men persoonlijk tegen den lezer van den brief spreekt. Kent men zijn karakter en zijne doorgaande gemoedsstemming, dan moet men den schrijftrant zooveel mogelijk daarnaar inrichten. Een brief vol opgeruimdheid en scherts kan slechts aan iemand bevallen, die vroolijk en opgeruimd is van aard. Lieden die overstelpt zijn door bezigheden, zien liefst brieven kort en zakelijk van inhoud. Aan ernstige en bejaarde menschen moet men met waardigheid en zonder wijdloopigheid schrijven. Zij die lijden of treuren, lezen niet gaarne verhalen van blijde gebeurtenissen, uitspanningen en genoegens. — Lieden van hoogeren rang behandele men met den verschuldigden eerbied, doch, zonder zichzelven te vernederen; men overlade vooral den brief niet met plichtplegingen. Het geheel achterwege laten daarvan zou echter bij trotsche en ijdele menschen geen goed doen. Men schrijve hun met zorgvuldige inachtneming van al die plichtplegingen, welke de wellevendheid vordert, en wachte zich vooral voor de minste uitdrukking die hen op het denkbeeld konde brengen, dat men geen grooten dunk van hen koestert. Bij dezulken echter die geen hooger gedachten van zich zeiven hebben, dan een betamelijk gevoel van eigenwaarde hun voorschrijft, zij men spaarzaam met alles wat naar loftuiting en vleierij zweemt: zij zouden hem een onbeschaamden dwaas noemen, die door overdreven vleierij zoo goed als te kennen gaf, dat hij hen voor zotten hield.

De uiterste omzichtigheid ten aanzien van de ijdelheid dergenen die ze ontvangen, vorderen de brieven aan het schoone

ocr page 114

lJ4

geslacht. Valsche lof wordt echter ook hier, zoowel door de voorzichtigheid als door het gezond verstand, verboden.

Er zijn heden van den zoogenaamden middelstand, die bij grooten in aanzien staan, en daarom veel bij dezen vermogen: zulke lieden zouden het zeer vreemd vinden, wanneer men de taal der vertrouwelijkheid tot hen wilde voeren, aan welke zij niet gewoon zijn.

Wat de verdiensten betreft, die iemand heeft, men kan in eenen brief zeer gevoeglijk daarvan spreken. Een verdienstelijk man heeft ten zeerste voorspraak op onze achting.

Men moet ook letten op de geldelijke omstandigheden van dengene aan wien men schrijft. Geld schenkt wel geen werkelijk aanzien, doch er zijn slechts weinig rijken, die deze waarheid voor waar houden. Hun dwaalbegrip dient men dus, indien men niet beleedigen wil, als eene waarheid te laten gelden, doch slechts in zooverre, dat men zich wachte aan hunne dwalingen eenigen aanstoot te geven. Daar met rijkdom meestentijds eene grootere of kleinere mate van ijdelheid gepaard gaat, moet men de rijken liever naar het cijfer van hun vermogen behandelen dan naar het standpunt, dat zij in Gods denkende en handelende schepping bekleeden.

Aan bloedverwanten, vrienden en geliefden schrijve men geheel in den toon, geheel in die bewoordingen, waarvan men zich met hen bedienen zou in liet mondeling onderhoud. Zulke brieven bevatten geheel en al de reine en onvervalschte uitdrukkingen van de taal des harten, en ofschoon in alle brieven zonder onderscheid natuurlijkheid moet heerschen, is zulks inzonderheid het geval met brieven aan hen, aan wie wij dooi de banden des bloeds, der vriendschap of der liefde gehecht zijn, aangezien deze ons veel nader aan het hart liggen, en onze brieven aan hen niet afhankelijk zijn van velerlei bijomstandigheden, op welke in andere brieven gelet moet worden.

Is men verplicht zijnen dank aan iemand te betuigen voor genoten weldaden, dan moet men het ontvangene behoorlijk omschrijven, zonder daarbij aan de waarheid te kort te doen of te overdrijven. Heeft men den persoon, dien men bedankt, zelf ook diensten bewezen, die niet onbelangrijk zijn, het zou nochtans onverstandig zijn daarvan melding te maken of zich

ocr page 115

95

daarop te beroemen. Evenzoo is het gewag maken van dienstbetoon, dat men nog zal kunnen bewijzen aan dengene die den brief ontvangt, geheel en al ongepast.

Schrijft men aan personen die men beleedigd heeft, dan is het beste middel om zich met hen te verzoenen, eene ronde erkenning dat men verkeerd gehandeld heeft, eene betuiging dat men er leedwezen over gevoelt, en de verzekering dat men voortaan alle aanleiding tot soortgelijke beleedigingen in de toekomst zal vermijden. Wanneer zulks overeenkomstig de waarheid is, kan men zich verontschuldigen met zijne jeugd of overijling. Er zijn ook gevallen waarin men tevens aan den beleedigden persoon te verstaan kan geven, dat hij zijnerzijds wel eenigszins aanleiding tot het gebeurde heeft gegeven; dit punt moet echter slechts even en met veel omzichtigheid aangeroerd worden, want anders kon het licht den schijn hebben van eene nieuwe beleediging. Mocht men te weten komen of vermoeden dat ook andere personen van het voorgevallene kennis dragen, dan moet men trachten hen voor zich in te nemen. Daartoe zal men het best doen wanneer men hen de zaak uit een minder ongunstig oogpunt doet beschouwen, en hun te kennen geeft hoe onaangenaam men zelf het gebeurde vindt.

Wil men zich over iemand beklagen, dan doe men zulks op eenvoudige wijze zonder de ontevredenheid die wij gevoelen, te zeer te laten doorstralen. Men overdrijve het geleden onrecht niet; de diensten, door ons bewezen aan dengene over wien wij ons beklagen, moeten niet breed door ons worden uitgemeten; hec best is, dat men ongezocht aantoone, welk vertrouwen men in den bewusten persoon gesteld had, om vervolgens, even ongezocht, het leedwezen te kennen te geven, dat wij ondervonden, toen wij ons in dat vertrouwen zagen teleurgesteld.

In brieven van gelukwensching of van troost, welke wij, hetzij uithoofde van hunne ongeschiktheid voor hunne betrekking of uit eenigen anderen hoofde, verplicht zijn te schrijven, aan personen van aanzien of die wij als onze meerderen beschouwen, moet zonder veel omhaal van woorden en op eene passende wijze onze deelneming worden uitgedrukt.

ocr page 116

96

In dusdanige brieven aan bloedverwanten en vrienden late men het hart alleen spreken, het doet het beter dan ooit eene gekunstelde taal het doen kan.

Brieven in zaken van teedere genegenheid en van liefde moeten geschreven worden met die openhartigheid, welke de wellevendheid niet kwetst. Mag gevoel en gemoed de geheele warmte onzer gehechtheid aan het voorwerp der toegenegenheid of der liefde in woorden uitstorten, toch mag men daarbij geenszins de palen te buiten gaan der welvoeglijkheid, die men trouwens ook jegens zichzelf verplicht is in acht te nemen. Niettemin behooren zulke brieven geheel ongedwongen te zijn. Ons gevoel moet zich vrij daarin bewegen. Iedere gedwongene of gekunstelde phrase wekt zoo licht wantrouwen op ten aanzien van des schrijvers gezindheid; met wantrouwen is toegenegenheid iets onbestaanbaars; het is de gevaarlijkste vijand voor elke teedere betrekking des harten. Dien vijand kan men niet beter te keer gaan dan door rondborstigheid en trouwe gezindheid, welke zich vanzelf laten uitdrukken inde ongekunstelde taal des harten.

Wat papier, schrift, enz. betreft, om den brief een goed oog te geven zijn in de allereerste plaats als onmisbare vereischten te beschouwen het gebruik van schoon (dat wil zeggen, zindelijk) papier, zoo fijn mogelijk van qualiteit, en van goeden, zwarten inkt. Wordt het geschrevene met zand bestrooid, dan moet men dit, wanneer het genoegzaam gedroogd is, weder zorgvuldig verwijderen, opdat niet degene, die den brief ontvangt, dadelijk bij het openmaken door eene lading zand onaangenaam wordt gestemd. Beter is het, vooral wanneer men aan lieden van aanzien schrijft, het zand geheel achterwege te laten, en te wachten tot de inkt vanzelf is opgedroogd. Zindelijkheid (netheid) is insgelijks ten zeerste aan te bevelen. Het zou een groot gebrek aan wellevendheid verraden, als men eenen brief aan iemand zond vol inktvlekken, doorhalingen en bijvoegingen.

Men schrijve de brieven zeer leesbaar, en make dus de letters liever een weinig te groot dan te klein, want brieven zoo te schrijven, dat degene die ze ontvangt den inhoud slechts-met moeite gissen of in het geheel niet ontraadselen kan, is

ocr page 117

97

nog veel onaangenamer en lastiger, dan onduidelijk te spreken. Iemand die onduidelijk spreekt kan men, wanneer men hem niet verstaat, dadelijk vragen wat hij bedoelt; met den schrijver van eenen brief is dit het geval niet. — Kan men nog meer doen dan leesbaar schrijven, des te beter: fraai schrift is altoos eene aanbeveling; men vermijde echter zorgvuldig alle krullen, of andere zoogenaamde sieraden.

Voor brieven aan bloedverwanten, vrienden, bekenden, alsmede voor die over zaken, kortom voor alle gewone brieven bedient men zich van het zoogenaamde postpapier [Fransch: papier a lettres — formaat in quarto]. — Aan personen van hoogen stand bedient men zich voegzaamst van v e 1 i n s c h r ij f -papier in klein folio-formaat.

Voor rouwbrieven bezigt men doorgaans papier met een zwarten rand. — Minder gepast is het gebruik, gedurende den geheelen rouwtijd dusdanig papier te bezigen voor alle brieven zonder onderscheid, daar zulks alleen te pas komt voor zulke brieven, die met het sterfgeval in verband staan.

Papier met gouden kantjes, d. i. verguld op sneê, dat voorheen voornameliik bij brieven van gelukwen-sching werd gebezigd, wordt tegenwoordig nog alleen voor de zoogenaamde minnebrieven gebruikt. — Papier met gekleurde figuren (kransen, loofwerk, enz.) is zeer aan de orde van den dag voor brieven van gelukwensching van kinderen aan bloedverwanten of van volwassen personen aan goede vrienden. — Papier van k 1 e i n - o c t a v o formaat voor zeer korte briefjes kan niet gebruikt worden, of men moet met degenen aan wie men schrijft op eenen gemeenzamen voet staan.

Een blad papier geheel vol te schrijven van boven af aan, zou eene groote onbeleefdheid zijn, doch het is geheel onnoodig de bladzijden bijna half onbeschreven te laten. Wanneer men de aanspraak of den titel ter breedte van drie a vier vingers van den bovensten rand af begint, en men laat aan de linkerhand een strook wit, ter breedte van een paar vingers, dan heeft men de voorschriften der wellevendheid voldoende in acht genomen.

Daar de titel of aanspraak in eene benaming bestaat, welke

Complimentearl). 5e dr. 7

ocr page 118

98

men hetzij uit verplichting, hetzij uit hoogachting of liefde aan den persoon aan wien men schrijft, geeft, zoo laat zich dienaangaande niet veel bepalen, en geldt daarvoor het gebruik en de wellevendheid. Alleenlijk dient hierbij opgemerkt, dat men in een Hollandschen brief Hollandsch moet schrijven, en zeer verkeerd doet, Fransche of Latijnsche woorden er in te voegen. Iets meer dienaangaande zal in § IV te vinden zijn.

Tusschen den aanspraaks-titel en den aanhef van den brief late men zooveel plaats open, als er van den bovenkant van het blad papier tot aan den aanspraakstitel wit is gebleven. Hoe aanzienlijker de persoon is aan wien men schrijft, of hoe meer hoogachting men verplicht of geneigd is hem te bewijzen, des te grooter kan men die tusschen-ruimten maken.

De tweede, en wanneer dat noodig is, de derde bladzijde mag nooit geheel bovenaan begonnen worden, maar zoowel boven- als onderaan moet men minstens een paar duim breedte van den kant blijven.

Men drage zorg dat men met den eind titel niet te laag onder aan de bladzijde uitkome, opdat er tusschen dezen en de naamteekening eene behoorlijke tusschenruimte wit blijve. Hoe eerbiediger men zich jegens den ontvanger van den brief wil toonen, des te grooter moet die wit blijvende tusschenruimte zijn.

De geheele op deze wijze in eenen brief wit gelaten ruimte noemt men respect-plaats. Onder goede vrienden, kooplieden, fabrikanten, enz. wordt zeer weinig respect-plaats opengelaten.

Door de ruimte, welke tusschen het slot van den brief en de naamteekening opengelaten wordt, haalt men gewoonlijk een streep, eensdeels opdat van deze ruimte, wanneer de brief onverhoopt in verkeerde handen mocht vallen, geen misbruik gemaakt zou kunnen worden, anderdeels ook om zijn eerbied te bewijzen aan den ontvanger van den brief, waarom dan ook deze streep somwijlen respect-streep genoemd wordt.

Is duidelijk schrift een eerste vereischte in eiken brief, vooral is dit het geval met de naamteekening en de plaats van waar de brief gedateerd wordt. Zijnen naam te

ocr page 119

99

schrijven met vormelooze, onleesbare teekens, die hoegenaamd geene overeenkomst hebben met letters, zooals menigeen zulks pleegt te doen, is eene achteloosheid, of liever slordigheid die zich door niets laat verontschuldigen. Voor of boven de naamteekening schrijft men gemeenlijk nog de eene of andere bij voeging, die de betrekking aanduidt in welke men zich tot den ontvanger van den brief plaatst; zoo heeft men: dienaar, vriend, zoon, vader en een aantal andere meer, met hunne adjectieven; gehoorzaam, toegenegen, liefhebbende, dankbare, enz.; terwijl men vóór die adjectieven nog weder ad verben plaatsen kan, zooals: zeer, innig, hartelijk, steeds, altijd, eeuwig, onveranderlijk, en zoo al meer.

Is de brief bestemd voor iemand bij wien men onbekend is, dan wordt onder de naamteekening ook vermeldde betrekking die men in de maatschappij bekleedt, of het vak dat men uitoefent, bijvoorbeeld: J. van Heel, notaris: P. den Boer, Mr. smid.

Velen hebben de gewoonte hunne brieven te eindigen met de woorden: In haast, of In vliegende haast. Deze wijze van zich wegens slecht schrift of gebrekkigen stijl te verontschuldigen is echter ten hoogste af te keuren, en is dan ook reeds zoo goed als in onbruik geraakt.

Een even ongunstigen indruk maakt de briefschrijver, wanneer hij onder aan zijnen brief een P.S. (postscriptum) toevoegt. Zulke naschriften zijn altijd in strijd met de welvoeglijkheid, daar zij eene overhaasting, eene achteloosheid verraden, waaraan men zich jegens niemand, vooral niet jegens personen van hoogeren stand of rang, mag schuldig maken. Heeft men iets in den brief vergeten, dan schrijve men hem liever geheel over, ten einde er het ontbrekende ter behoorlijker plaatse te kunnen inlasschen. Alleen dan, wanneer het iets betreft, dat men eerst vernomen heeft toen de brief reeds geschreven was, is een post scriptum verschoonbaar. Onder deze naschriften, of wel onder de brieven zelve, uitdrukkingen te vinden als deze: adieu, le vótre, tout d vons, vale enz. kan een echten Hollander nooit welgevallig zijn.

Zijne brieven eigenhandig te schrijven, is de meest geschikte manier; ze door een ander te laten schrijven, en

ocr page 120

100

slechts te onderteekenen, geeft te veel het aanzien van meerderheid, uitgenomen wanneer de afzender een koopman is, of iemand, die eene zeer uitgebreide briefwisseling heeft te voeren. Deze kunnen gevoeglijk de meeste hunner brieven laten schrijven door eene andere hand, uitgenomen echter familie-brieven en dezulken die niet bepaald handelen over hetgeen men „zakenquot; noemt — particuliere brieven schrijft iedereen, in den regel, eigenhandig.

Wat het dichtmaken der brieven betreft, moet men zich van alle kunstmatigheid onthouden. Dat vouwen laat zich niet wèl beschrijven, men dient zulks van het afzien te leeren. Aan lieden, wien men achting verschuldigd is, moet men nooit anders brieven zenden dan in een couvert (omslag).

Bvenzoo moeten brieven aan hen, wien wij achting willen bewijzen, niet met een ouwel worden verzegeld, maar met een cachet-afdruk in rood lak. Van gekleurd lak kan men zich nooit anders bedienen dan aan goede vrienden en bekenden. Zwart lak wordt alleen gebezigd voor brieven, die kennis geven van een sterfgeval; het is zelfs tegen den goeden levenstoon zondigen, wanneer men den ganschen rouwtijd uit zich voor alle brieven van zwart lak bedient. Gekleurde of zwarte ouwels zijn niet verkieselijk; witte zijn het meest aan te raden. Met ouwels kunnen alleen brieven worden dichtgemaakt, die niet aan meerderen of aan lieden van aanzien zijn gericht.

ocr page 121

X.

TITELS.

A. Wereldlijke Titels.

Een Koning of een Keizer heet: Zijne Majesteit. De aanspraak is: Sire! In den samenhang van de mondelinge voordracht bezigt men Uwe Majesteit; zoo ook in den samenhang dei-schriftelijke voordracht en dan ter afwisseling tevens Hoogstdezelve.

Eene Koningin of eene Keizerin heet: Hare Majesteit. De aanspraak is: Geëerhiedigde Vorstin! of ook wel eenvoudig Mevrouw! In den samenhang der voordracht Uwe Majesteit en ter afwisseling Hoogstdezelve.

Een Nederlandsche prins van den bloede heet: Zijne Koninklijke Hoogheid. De aanspraak is: Koninklijke Hoogheid. In den samenhang luidt het Uive Koninklijke Hoogheid.

Eene Nederlandsche prinses van den bloede heet: Hare Koninklijke Hoogheid. Aanspraak en in den samenhang als aan een prins.

Een graaf heet: Hooggeboren Heer. In den samenhang der voordracht UHG., en bij afwisseling eenvoudig U.

Een baron heet: Hoogeddgeboren Heer. In den samenhang UHEG. en ter afwisseling eenvoudig U.

ocr page 122

102

Een Jonkheer heet: Hoogwelgeboren Heer. In den samenhang UHWamp;. en ter afwisseling eenvoudig U.

Een aanzienlijk man, die geen adellijken titel voert, heet: Weledelgeboren Heer. In den samenhang TJWEG. — Of hij heet: Weledele Heer, en in den samenhang UWE.

Alle fatsoenlijke lieden zonder onderscheid kan men overigens eenvoudigweg noemen: Mijnheer, en in den samenhang U (met den 2en persoon: u hebt, u zaagt, u gingt).

Vrouwen van eenig aanzien heeten: Mevrouw; in den samenhang der voordracht U. — Voor vrouwen van adel kan men ook gebruiken: Mevrouw de gravin, mevrouw de barones.

Ongehuwde vrouwen van adel heeten: Freule. Niet van adel: Mejuffrouw of Juffrouw.

Weet men niet of men tot eene gehuwde of eene ongehuwde dame, of eene van adel of niet van adel spreekt, dan zegge men niet Juffrouw of Freule maar Dame.

Een Minister, Staatsraad, Commissaris des Konings (Gouverneur), Luitenant-Generaal, Vice-Admiraal, heet: Zijne Excellentie. De aanspraak is: Excellentie! In den samenhang: Uwe Excellentie.

De Staten-Generaal heeten: Mijne Heeren, ook in den samenhang.

De Provinciale Staten heeten: Edelgrootachtbare Heeren. In den samenhang UEGA.

Een Burgemeester heet: Edelachtbare Heer. In den samenhang UEA.

Hooge rechterlijke Colleges heeten Edelgrootachtbare Heeren. In den samenhang UEGA.

Mindere Rechtscolleges heeten: Edelachtbare Heeren. In den samenhang UEA.

Een Generaal-Majoor of ander hoofdofficier, hetzij van de zee-of van de landmacht, heet: Hoogedelgestrenge Heer. In den samenhang UHEG.

Verdere officieren, rechtsgeleerden, secretarissen enz. heeten: Weledelgestrenge Heer. In den samenhang UWEG.

Een Professor (niet in de Godgeleerdheid) heet: Weledel Hooggeleerde Heer.

Een doctor heet: Weledel Zeergeleerde Heer.

ocr page 123

103

B. Titels, die met den Godsdienst in verband staan.

Een theologiee Professor heet: Hoogeerwaarde Hooggdeerde Heer.

Een theologiaB Doctor heet: Weleerwaarde Zeergeleerde Heer. Een Predikant heet: Weleenvaarde Heer.

Een Aartsbisschop heet: Zvjne Doorluchtigheid. In den samenhang Uwe Doorluchtigheid Een Bisschop heet: Zijne Doorluchtigheid. In den samenhang Uwe Doorluchtigheid. De aanspraak voor aartsbisschoppen en bisschoppen is Monseigneur! Men kan beiden in den samenhang ook noemen UHE.

Een Pastoor of Priester heet: Eerwaarde Heer. Een Opper-Rabbijn heet: Hoogeerwaarde Heer.

Een Rabbijn heet: Weleerwaarde Heer.

N.B. Wat al deze titels betreft — ze komen alleen te pas bij het schrijven; in het spreken noemt men in de beschaafde wereld al de hier verzamelden zonder onderscheid Mijnheer en in den samenhang U. Wat echter de aartsbisschoppen, bisschoppen, opperrabbijnen en rabbijnen betreft, die worden in het spreken door de leeken hunner kerk veelal bij hunnen titel genoemd.

ocr page 124

XI.

VOORNAAMSTE REGELS BETREFFENDE DEN GOEDEN LEVENSTOON.

I. Blik en gelaats-uitdrukking.

Een blik die algemeen bevalt en ons gelaat tot een sieraad zal zijn, moet zich kenmerken door openheid en opgeruimdheid. Het moet een blik wezen, waardoor wij ons het vertrouwen verwerven van anderen, een blik die reinheid en zachtheid van gevoel doet veronderstellen, en die vastheid van karakter, gevoel van eigenwaarde en achting voor zichzelven aanduidt. De mensch met een open blik, met een open gelaat, ziet iedereen bescheiden, zacht en minzaam in de oogen. Zijn blik verraadt geen schroomvallige verlegenheid, geen vrijpostigheid of onbeschaamdheid, geen slaafsche kruiperij, geen boosaardige gluipschheid, zoomin als weelderige wulpschheid en stoute schaamteloosheid. Vast en onbedeesd zij het oog met vriende-lijken blik op den persoon gevestigd met wien men zich onderhoudt, en een zacht, bescheiden lachje, het kenteeken van opgeruimdheid en tevredenheid verhoogt er nog den indruk van en spreidt eene bijzondere behaaglijkheid over het gansche gelaat. Vertoont men zich met zulk een blik, met zulk een

ocr page 125

105

gelaat in gezelschap, dat kan men zich ook verzekerd houden van de algemeene genegenheid en als een aangenaam, behaaglijk mensch in den omgang zal men zich den toegang zien opengesteld tot de uitgezochtste en genoeglijkste gezelschappen, waardoor men zijn levensgeluk verhoogt en zich tevens den weg baant om in de wereld vooruit te komen.

Doch door welke middelen krijgt men zulk een blik en zulk een gelaat? Alleen door vorming van onzen smaak en door veredeling van ons hart. Men legge zich dus vooral er op toe zijn gevoel voor al wat schoon en behaaglijk is aan te kweeken en te verfijnen, zoo door wel gekozene lectuur als door zorgvuldige opmerkzaamheid op de gedragingen van erkend beschaafde en edele menschen. Bovenal echter kloppe ons hart warm voor het heil der menschheid, want slechts door de zachte aandoeningen der weldadigheid, der liefde en des medegevoels kan ons oog, ons gelaat (de spiegel van ons gemoed) die treftende, innemende uitdrukking krijgen, die ons het hart opent van iedereen. Alleen door het beoefenen dier hemelsche deugden krijgen wij die zachte teergevoeligheid, die ons vatbaar maakt voor het genot der meer edele maatschappelijke genoegens, ons met blijde opgeruimdheid vervult en ons het zalige bewustzijn schenkt, dat voortvloeit uit getrouwe plichtsvervulling. Wees voor uwe medemenschen wat de zon voor do geheele wereld is. Gelijk zy dagelijks den aardbodem haren heilrijken invloed doet genieten, gelijk zij over dankbaren zoowel als over ondankbaren opgaat, en dalen beschijnt zoowel als bergen, zoo weldadig, zoo heilrijk zij ook uw leven voor uwe medeschepselen. Laat dagelijks uwe goede gezindheden als opnieuw worden geboren; doe iedereen wel naar uw vermogen zonder de verdienste te wegen of het nut te berekenen, en leg u er op toe zóó te leven en te handelen, dat gij der wereld ten zegen strekt.

ocr page 126

106

II. Houding en beweging des licliaams.

De meest gepaste en aanbevelenswaardige houding des lichaams wijst onze beste leermeesteres, de natuur, zelve ons aan, — het is namelijk de rechtstandige. Licht en ongedwongen bewege zich de heer der schepping, met het lichaam recht overeind en opgeheven hoofd. De houding zijns lichaams moet evenzeer als zijn blik en zijn gelaat, van zijn innerlijk getuigen, en de beschaafde, wel opgevoede man zal derhalve in gezelschap nooit daar staan gelijk een stijf houten beeld, en evenmin gelijk een ledepop door zotte standen en gebaren zich belachelijk maken, maar de woorden die hij spreekt, daar waar het pas geeft, vergezeld doen gaan van bewegingen even bevallig als natuurlijk. Hij zal dus niet bij ieder woord van een ander dat naar zijn zin is, welgevallig knikken of het hoofd zoover achterover werpen, dat hij gevaar loopt zijn evenwicht te verliezen; ook zal hij niet met neergebogen hoofd daar staan gelijk iemand, die den blik niet durft opslaan vrij en onbeschroomd. Verder zal hij zich bijzonder er op toeleggen de handen kiesch en behaaglijk te houden en anderen niet hinderlijk of onaangenaam zijn door de handen in de zijden te zetten, zich in de handen te wrijven, de armen loodrecht, slap slingerend of stokstijf langs het lijf te laten hangen, op de nagels te bijten, de leden der vingers telkens uit te rekken, bestendig de duimen om elkander heen te draaien, met de handen te schermen, alle in zijn bereik zijnde personen, en ook levenlooze voorwerpen, aan te grijpen, de vuisten te ballen gelijk de boxers in Engeland, de handen in den zak of onder de kleederen te verbergen of door andere belachelijke of onvoegzame wijzen van de handen te houden en zich te bewegen. Wijders zal hij zorgvuldig vermijden zich den naam van een onuitstaanbaren grimassen-maker te verwerven, en dus niet gedurig knipoogen, allerhande vreemde gezichten trekken, enz. Ook zal hij zich wachten door komieke verdraaiingen van den mond of kunstige manoeuvres met den neus aan anderen stof tot lachen te geven; het minst van alles zal hij door luid lachen de gehoorvliezen van anderen

ocr page 127

*107

onaangenaam aandoen en door het daarbij onvermijdelijk wijd opensperren van den mond aan de oogen der aanwezige personen het schouwspel leveren van eenen gapenden afgrond. Ook op de beweging in het zetten der voeten zal hij acht geven, ze niet te ver van elkander verwijderen en met de beenen zwaaien gelijk een hannekemaaier met de zeisen, en evenmin ze te dicht bij elkander halen, waardoor hij zijnen tred wankelend en onzeker zou maken; wanneer hij zit zal hij de beenen niet over elkander slaan, niet met de vingers trommelen, de voeten niet wegstoppen onder den stoel en zoo al meer.

De gang van een fatsoenlijk man mag niet te snel en ook niet te langzaam zijn, ook niet waggelend of spelend; een vaste, gelijke en geen gedruisch makende tred, gepaard aan eene goede houding, geeft den mensch vanzelf reeds een zeker aanzien. Iemands gang moet zich dus door bedaardheid kenmerken, maar altoos eene bedaardheid, geëvenredigd aan de jaren die men telt. Er mag niets dansends, trippelends, huppelends, niets gedwongen of gemaakts in zijn; een jongeling zou zich zeer belachelijk maken, wanneer hij in zijnen gang den lichtzinnigen spring-in-'t-veld nabootsen of de deftigheid en den waardigen ernst van een aanzienlijk man van jaren wilde aannemen. Licht en ongedwongen moet de gang zijn en niet door onnatuurlijke bewegingen van het hoofd en van de handen ontsierd worden. Wanneer men loopt, moet men het hoofd rechtop houden en in 't geheel niet om zijne handen denken, opdat de bewegingen die zij maken onwillekeurig en ongekunsteld zijn en met de houding des lichaams een bevallig geheel vormen. Is men met eene dame, ■ dan-j houde men, ten einde haar niet te stooten, gelijken tred met j haar door telkens denzelfden voet te verzetten als zij. Moet j men steile trappen af, dan late men de dames steeds'het]eersta gaan; moet men zulke trappen op, dan gaan de heeren vooruit en laten de dames volgen.

ocr page 128

108

HI. liezudig'dlieiil.

Eene voorname eigenschap voor een man van goeden levens-toon is de bezadigdheid, dat wil zeggen eene wijze van zich te gedragen, waarbij hij door blik, gelaatstrek en houding des lichaams, vooral echter door het gesprek, de keuze dei-onderwerpen, de manier van zich uit te drukken en zijnen woorden door gepaste gebaren bevalligheid en klem bij te zetten, aanduidt, dat hij de beschaving van geest en hart niet heeft verwaarloosd. Juist door deze eigenschap stellen wij ons nooit aan het gevaar bloot beschuldigd te worden van lichtzinnigheid, ongestadigheid, inconsequentie, onbezonnenheid of gebrek aan vastheid van karakter. Een bezadigd man kan dan ook verzekerd zijn, dat men hem nimmer de verschuldigde achting en oplettendheid zal onthouden; want hij toont dat hij zijne eigen waarde kent en zich, zonder onbescheidenheid, daar waar het pas geeft, weet te doen gelden. Daar men aan hem ziet dat hij zichzelf acht, betoont men hem ook achting. Daarentegen kan hij die zichzelf wegwerpt, zich belachelijk aanstelt, tegenover iedereen den gehoorzamen dienaar speelt, den draak met zich laat steken of zich voor nar laat gebruiken, nooit aanspraak maken op de achting van anderen.

Een bezadigd man houdt in zijn spreken en handelen steeds den middelweg, laat zich door niets tot overijling vervoeren, voedt geen overspannen ideeën en vermijdt zorgvuldig alle uitersten. In al zijne handelingen, gewaarwordingen en woorden straalt kalme bedaardheid, overleg en waarheidsliefde door. Hij loopt, gelijk men dat noemt, niet le spoedig met iemand weg, is beleefd jegens degenen met wie hij omgaat, maar is niet al te gul met zijne vriendschap, die daardoor hare waarde steeds blijft behouden. Heeffc hij het echter eens op iemand, dan weet men ook bepaald wat men aan hem heeft, want hij is bestendig in zijne vriendschap en laat die meer door daden blijken dan door woorden.

Voor dezulken die weten hoe zij zich moeten gedragen, is alle indringendheid onuitstaanbaar, al wordt die ook nog zoo schoon in het kleed van vleierij gehuld.

ocr page 129

109

IV. Wellevendheid en voorkomendheid.

Wellevendheid is het blijkbaar streven, zooveel in gesprek als in handeling, om zich zoo voor te doen dat iedereen moet denken, dat wij hem onze achting betoonen en aan zijn verdiensten en goede hoedanigheden de rechtmatige hulde willen brengen. Wordt die wellevendheid opgevoerd tot den hoogsten graad, dan gaat zij over in voorkomendheid. Waar daartoe reden bestaat legge men (in zijn spreken, gelaatsuitdrukking en gebaren) wellevendheid, belangstelling en deelneming en aandoening aan den dag.

De juiste maat hierin mag nimmer worden overschreden. Buig dus waar liet pas geeft, maar werp u nooit op de knieën ^ wees beleefd maar kruip niet, want gij kunt zeer beleefd zijn en tocli goed op uw beenen blijven staan; aanbid nimmer een gouden kalf! Plaats u nooit op den voorgrond of aan de rechterhand, maar verlaag u ook niet tot slaafsche of lakeidiensten.

Wordt men niet door maatschappeliike roeping of door plichtsgevoel daartoe in de noodzakelijkheid gebracht, dan ver-mijde men alle gissing en tegenspraak; men late een ander zijne zienswijze behouden, zoolang die onschadelijk is en niemand daardoor benadeeld wordt. Komt evenwel iemands eer of goede naam daardoor in gevaar, of wordt er de zedelijkheid door gekwetst, dan behoort een fatsoenlijk man niet het stilzwijgen te bewaren, maar met bescheiden nadruk er tegen op te komen. Hij zal dus met gepasten ernst zijne afkeuring uitspreken zonder alles te willen beoordeelen; want diegene die veel weet is doorgaans bescheiden en nederig ; wie slechts weinig weet is gemeenlijk trotsch en aanmatigend. De eerste beseft hoevéél er nog is, dat hij niet weet; de ander verbeeldt zich in zijne verwaandheid dat hij de wijsheid in pacht heeft.

Zeer ongepast en tevens zeer onedel is het, anderen, die men reden heeft voor zwakker of voor minder beschaafd en verstandelijk ontwikkeld te houden, belachelijk te maken. Is zoo iemand onnoozel of dom, dan heeft men weinig eer van de

ocr page 130

110

moeite, die men zich te zijnen aanzien geeft; is hij minder dom of onnoozel dan men denkt, dan loopt men licht gevaar het voorwerp te worden van zijne spotternij en van zijne grofheden; is hij goedaardig en gevoelig, dan krenkt men hem dieper dan men zelf eigenlijk wel wilde; is hij valsch en wraakzuchtig, dan vergeeft hij het ons niet gemakkelijk en zal hij ons benadeelen waar hij slechts kan. Hoe dikwijls kan men niet, wanneer het publiek op onze oordeelvellingen afgaat, een anders inderdaad goed mensch benadeelen, somwijlen zelfs zijn gansche geluk ondermijnen, of iemand die niet veel zielskracht bezit zóó neerslaan, dat alle eergevoel in hem uitgedoofd en alle kiemen van het goede in hem worden gedood, wanneer men hem door het doen uitkomen van zijne ons belachelijk toeschijnende zijden, prijsgeeft aan bespotting en verachting.

De waarlijk edele en fatsoenlijke man zoekt dus ook dezulken, die bloode of weinig bedreven in het gezellig onderhoud zijn, daaraan te doen deelnemen, hen aan te moedigen om, hoe gering ook hunne talenten zijn, die aan het genoeglijk verkeer dienstbaar te maken, en door vriendelijkheid en zachtheid hun geloof aan eigenwaarde op te wekken en te versterken. Overigens is de taal der wellevendheid altijd verplichtend; men moet nooit iets zeggen wat een ander onaangenaam of hinderlijk zou kunnen zijn; de toon waarop men spreekt moet zacht en innemend wezen, en tot vertrouwelijke toenadering uitlokken, terwijl men door een gepasten, spaarzamen lof aan den dag legt dat men gaarne eens anders verdiensten wil erkennen.

Y. Uitdrukking, toon en voordracht.

Onder de eerste vereischten voor goeden levenstoon behoort ook een zuivere, juiste uitspraak en eene krach-tige, welluidende stem. Hoe menigmaal gebeurt het (kit zich een gevoel van plotselinge teleurstelling meester van

ocr page 131

Ill

ons maakt, wanneer wij eene bevallig uitziende dame of een man met een flink voorkomen den mond hooren opendoen en spreken. Wij hadden er naar verlangd hem of haar eens te hooren; wij verwachtten eene aangename manier van uitdrukking, eene schoone welluidende stem, en al wat wij hooren is een stroef en stootend uitbrengen der woorden met een onbehaaglijk stemgeluid, en het geheele gesprek is eene aaneenschakeling van onbeduidende onderwerpen en platte geradbraakte zegswijzen. Ik zien het niet graag, ik hep het haarlui gezeid, zijlui waren er ook bij; hij heit georven (heeft geërfd), ik heb het geynorken (gemerkt), onsse myt (onze meid), mijn oomew en tante, deze en duizend dergelijke meer, zoomede gedurige herhaling van een en dezelfde uitdrukking, „en zeg ik, dat zou ik, zóódoen zeg ik maar zeg ik, het moet niet lang duren zeg ik want zeg ik als het lang duurt zeg ik dan komt er niets van terecht zeg ik,quot; of, „en als men bijvoorbeeld alle dagen de courant leest, en men vergelijkt bijvoorbeeld hoe den eenen dag bijvoorbeeld uit Turkije geschreven wordt dat er bijvoorbeeld kans is op oorlog, en men vindt dan bijvoorbeeld den dag daarna dat er . . . bijvoorbeeld hoop is dat de vrede niet verstoord zal worden, dan vraag ik bijvoorbeeld of er op al die couranten bijvoorbeeld wel veel te rekenen is.quot; Zulke soort van gesprekken zijn voor degenen die ze moeten aanhooren, onuitstaanbaar. — Anderen doorspekken hunne redeneering met allerlei uitheemsche of met zoogenaamde stadhuiswoorden; het een zoowel als het ander is ten hoogste af te keuren. Ziehier van elk een proefje; le; ik zou gecharmeerd zijn u wat meer te rencontreeren, maar het schijnt mijn sort te wezen altijd obstacles te hebben, wanneer er iets extraordinairs te doen is, en sans cela op gewone tijden, pardonnez-moi dat ik franchement zeg wat ik denk, is u tamelijk invisible-, maar enfin, enz.; 2e: Ik moest nolens volens een glas wijn met hem drinken, en hij vertelde mij sub rosa dat hij wel dacht, dat er een gunstige dispositie op komen zou, want er is instantelvjk over gedelibereerd tusschen den minister en N. N. en de conclusie moet geweest zijn dat er geen termen bestonden om a priori te bepalen, dat, enz. — Weder anderen zijn er die lispelen, stotteren, door den neus

ocr page 132

112

spreken, of wier stem onverdraaglijk fijn of schel of schor of krakend is, of die de woorden afbijten, of ze half opslikken, of ze lijmen en rekken, en honderderlei onaangename dingen meer.

Men legge zich dus in de allereerste plaats toe op taalkundige juistheid door eene zorgvuldige beoefening van onze-schoone moedertaal. Wijders vorme men zijnen smaak door eene met zorg gekozene lectuur, en vooral door op te lel ten hoe waarlijk beschaafde lieden spreken. Men kieze steeds de aangenaamste bewoordingen om zich uit te drukken. Men zorge dat men in hetgeen men verhaalt, niet te wijdloopig worde en zoodoende verveling wekke; doch door kortheid en juistheid van uitdrukking geve men aan al wat men spreekt den noodigen graad van zeggenskracht en nadruk. Eindelijk lette men ook vooral op de zorgvuldige beschaving van den toon zijner stem. De toon moet helder en welluidend zijn, gelijk de klank van zuiver metaal, en daarbij bestendig — nooit afwisselend: nu eens basse-taüle dan weder/awsse^; zulke overgangen in den toon verraden steeds gebrek aan opvoeding. De toon is niet beter te ontwikkelen dan door veel hardop te lezen en door oefening in den zang. Schorre en onvaste stemmen worden helder, zuiver en vast door 's morgens een half uurtje in de open lucht te gaan en zoo hard men kan te schreeuwen ten einde de stem uit te zetten. Men bedenke hoe eindeloos veel moeite zich eens de grootste redenaar der oudheid, Demosthenes, gaf, en men late zich door geen moeilijkheden van de eenmaal aangevangen pogingen afbrengen.

Men neme zich wel in acht nooit met volle, opgeblazen wangen, met wijdgeopenden mond en diep uit de keel te spreken, en trachte den toon behoorlijk te moduleeren. Zoodoende zal men het verwijt logenstraffen dat vreemdelingen zoo gaarne tegen onze taal uitspreken, namelijk dat het Hollandsch eene harde, plompe en barbaarsch klinkende taal is; want zoo het Hollandsch goed en met eene welluidende stem wordt gesproken, is het onbetwistbaar een der welluidendste en tevens meest krachtvolle talen van den aardbol, en mag het misschien op eéne lijn worden gesteld met het oude Grieksch en met het Castiliaansch.

ocr page 133

113

Bij het doen van verbalen lette men vooral op de keuze der onderwerpen, op de ink 1 eed ing en op de voordracht. Men kieze slechts zulke onderwerpen voor ziine verhalen en gesprekken, van welke men weet dat ze het geheele gezelschap of althans het meerendeel der aanwezigen eenig belang inboezemen. Verstand en bescheidenheid raden tevens het gesprek ot verhaal zoodanig in te kleeden dat het voor al de toehoorders begrijpelijk en verstaanbaar is; zorgt men niet daarvoor, dan loopt men licht gevaar den schijn te hebben, als wilde men pralen met zijne kennis of met zijn vernuft.

?Jet verhaal moet worden ingekleed in zuivere, ongekunstelde, boeiende, korte en krachtige bewoordingen. Men bediene zich derhalve niet van gezwollen, hoogdravende (en vooral niet van dubbelzinnige of onkiesche) bewoordingen. Vooral ook zorge men voor eene goede aaneenschakeling, voor eene juiste volgorde der gedachten.

Overigens is dit punt, al naar gelang van de plaats waar en de personen met wie, en de zaken waarover men spreekt, voor zoovele uitweiding vatbaar, dat wij de rest aan den nadenkenden lezer moeten overlaten.

TT. Complimenten of pliclitplegingeii-

Onder compliment verstaat men gewoonlijk een rechtstandige buiging van het lichaam, waardoor men anderen zijne achting betuigen wil. Somwijlen verstaat men er ook door eene beleefdheid, die men iemand wegens een of ander gelukkig voorval zegt, of waardoor men hem zijne deelneming in ongelukken betuigt. Men verdeelt de eerste soort gewoonlijk in drie klassen: in complimenten die onder het gaan, in dezulke die al staande en in de zoodanige die terwijl men zit gemaakt worden.

Aan dames, aan aanzienlijke en aan bejaarde personen,

Complimentecrb. 5e dr. 5

ocr page 134

114

maakt een wellevend mensch, als hij hen op de straat of op eene wandeling ontmoet, het eerst zijn compliment. Bij de mannen geschiedt dit door eene buiging met ontbloot hoofd en die buiging is meer of minder diep, alnaarmate van den rang dergenen die men groet. Ook moet /.ij licht en ongedwongen zijn; maar desniettemin mag zij, evenmin als het ontblooten van het hoofd, nooit te vlug of te haastig geschieden. Bij het afnemen van het hoofddeksel moet men er op letten dat men het niet recht voor zich uitsteke of naar den kant waar degene loopt dien men groet; ook moet men zorgen dat de gegroet wordende aan onze rechterzijde voorbij kome.

Overigens groet men bij de complimenten onder het gaan een aanzienlijke reeds op eenigen afstand en houde men, evenals wanneer men hem aanspreekt, het hoofddeksel zoolang in de hand tot hij ons voorbij is of ons verzocht heeft toch gedekt te blijven. Het zou zeer onbescheiden zijn, als men bij dusdanige gelegenheid eenen aanzienlijke verzocht zich te dekken. Over het algemeen moet ieder compliment met een vriendelijk en innemend gelaat gemaakt worden ; hoe aanzienlijker de persoon is, des te meer ernst en hoogachting moet er in ons uiterlijk liggen. Hier dient ook opmerkzaam te worden gemaakt dat een beleefd mensch, als hij lieden aan wie hij achting verschuldigd is, op bruggen of in smalle straten tegenkomt, zoo lang bescheiden moet blijven staan tot zij voorbij zijn, gelijk het ook behoorlijk is, bij het ontmoeten op trappen zoo lang boven of beneden te blijven staan, tot degenen, wien men achting bewijzen wil, er op of af zijn. Is men met hen tegelijk op de trap, dan late men hen vooruit gaan en trachte hun het opklimmen zoo gemakkelijk mogelijk te maken. Bij het opklimmen van trappen, wanneer men dames bij zich heeft, is het algemeen ingevoerde gebruik zelf vooruit te gaan naar boven, en de dames te laten volgen.

Het compliment onder het staan maakt men öf bij het komen of in een gezelschap, of als men iemand iets ver-plichtends zegt of hem iets verzoekt. Bij dit compliment trekt men gewoonlijk den eenen voet onmerkbaar en even achter den hiel van den anderen, totdat de buigende beweging met het hoofd is geschied.

ocr page 135

115

Het compliment onder het zitten kan slechts in gezelschap van vertrouwde vrienden en bekenden plaats hebben en vordert niet anders dan een matig knikken met het hoofd en een lichte buiging van den rug, of eenige andere bevallige beweging van het lichaam.

TIL Keuze en reinheid der kleeding.

Een voornaam bestanddeel der uiterlijke welvoeglijkheid is eene reine, smaakvolle kleeding. Deze laat ons menigen blik werpen in het innerlijk leven van eenen mensch, en niet zelden kunnen wij daaruit opmaken hoe zijn karakter en denkwijze is. De eerste vereischten van eene kleeding, die ons de achting en de genegenheid van anderen zal verwerven, zijn zindelijkheid, orde en smaak. De zorg voor onze gezondheid maakt het ons reeds ten plicht op zindelijkheid en gemak bij de kleedingstukken te letcen, en evenzeer zijn wij ook aan onze medemenschen verschuldigd alles in ons uiterlijk te vermijden wat hun zou kunnen mishagen of hunnen afkeer opwekken. Een zindelijk mensch maakt op iedereen een aangenamen, behaaglijken indruk.

Vooral zorge men voor rein linnengoed, want de schitterendste en rijkste kleeding blijft onooglijk, wanneer niet het linnengoed zindelijk is en helder.

Evenzoo moet er orde in onze kleeding heerschen. Men moet er dus op letten dat er niets aan ontbreekt, dat alles geëvenredigd is aan het doel, waartoe het moet dienen; dat de kleedingstukken naar ons lijf gemaakt en dus niet te wijd, te nauw, te kort of te lang zijn.

Zal de kleeding eenen gunstigen indruk bij anderen teweegbrengen, dan moet zij ook smaakvol zijn. Men moet derhalve iedere verstandige mode volgen, zonder echter een modegek te worden; men moet zich veeleer naar personen richten,

ocr page 136

116

wier goede smaak en beschaafdheid algemeen erkend zijn. Men vermijde alles, wat in het oog loopend en pralend is, vooral echter een te groote hoeveelheid en verscheidenheid van kleuren. De kleeding moet dus niet te opzichtig en te schitterend, maar eenvoudig gekozen en degelijk zijn. Men moet zich overigens, indien het mogelijk is liever te goed dan te slecht, liever te rijk dan te armoedig kleeden; want de wereld ziet naar de kleeding en behandelt iedereen naar het kleed dat hij draagt. Vóór alles moen men zich echter wachten door een of ander teeken te laten merken dat men grootsch op zijne kleeding is, want dit is het kenteeken van een ijdelen dwaas.

Till. Fatsoenlijke gedragingen aan tafel.

Wordt men ten eten gevraagd, dan kome men niet precies op het uur van den maaltijd; ook niet al te vroeg, hetgeen naar boersche zeden riekt, maar in geen geval te laat, want dit toont gebrek aan fatsoen. Tegenwerpingen tegen de ons aangewezene plaats te maken is onfatsoenlijk; men moet in-tusschen niet dadelijk gaan zitten, maar wachten tot de dame naast wie men te zitten komt, plaats genomen heeft. Men moet zich aan tafel niet te lang laten noodigen eenig gerecht dat ons toegereikt wordt, aan te nemen; het is echter beleefd aan de beide dames die naast ons zitten, het gerecht eerst aan te bieden.

Draagt men ons op, voor te snijden, dan doe men het bedachtzaam en zindelijk; men moet zich niet te veel haasten; niet te veel snijden, kortom daarbij te werk gaan naar de regelen der voorsnijkunst. Men moet de portiën zooveel mogelijk van gelijke grootte maken en het zoo inrichten, dat iedereen er van krijgt. Men moet zich met de dame, naast wie men zit, onderhouden; want een zwijgende buurman is onverdraaglijk; ook heeft zij overeenkomstig het gebruik de eerste toespraak van den man te verwachten.

ocr page 137

117

Men moei haar altijd eerst het rondgaande gerecht aanbieden en er op letten dat zij, als geen bedienden de spijzen ronddienen, het beste krijge. Voor zich zelf het beste stuk uit te zoeken is zeer laakbaar. Men moet dat nemen hetwelk vlak voor de hand ligt en nooit een stukje dat men reeds aan de vork gehad heeft, weer neerleggen om een ander uit te zoeken.

Men wachte zich wel lepels, messen, vorken enz., die men reeds gebruikt heeft, met het tafellaken of met het servet schoon te maken. Den lepel laat men op het bord liggen zonder dien (op zijn boersch) eerst af te likken; mes en vork maakt men met een stukje brood schoon, dat eveneens op het bord moet blijven liggen; dit gebruik strekt voornamelijk om dengene die over het zilver enz. gaat, in de gelegenheid te stellen alles na aüoop der tafel bijeen te verzamelen, hetgeen hij niet voegzaam zou kunnen doen, wanneer vorken, lepels en messen eerst naar de keuken moesten, omdat ze besmeerd zijn met vet.

Keikt men sauskommen rond, dan moet men ze altijd zoo draaien, dat het oor of handvatsel of de lepel die er zich in bevindt, zoo ligt, dat diegene aan wie zij toegereikt worden er zich gemakkelijk van kunne bedienen; zet men de kom of wat het zijn moge weder op de tafel, dan plaatse men het in de nabijheid der aanzienlijkste dischgenooten, doch zoo, dat het met de overige schotels, enz. zooveel mogelijk in eene geregelde orde sta.

Men moet niet van alle spijzen die ons aangeboden worden nemen, men zou daardoor slechts begeerigheid en gebrek aan fatsoen verraden. Men ete en drinke met mate, snijde het vleesch dat men op zijn bord heeft genomen, niet achtereen aan kleine stukjes, daar dit verraden zou dat men gaarne hetgeen men vóór zich heeft zonder tusschenpoozing wenscht op te eten, iets, dat zeer veel schijn zou geven van uitgehongerd te wezen. Bij het snijden der spijzen wachte men zich ook vooral niet te sterk met het mes te drukken, dewijl dit hierdoor stomp en het bord bedorven wordt, en zulks bovendien een onaangenaam gekras veroorzaakt. Het snijden moet zoo zacht en behendig mogelijk geschieden; men mag vooral niet, op de manier der slachters, het mes aan de vork afstrijken.

ocr page 138

118

Men neme niet: salade, ingelegde spijzen, enz. alles door elkander, opdat men niet aan zijn bord het voorkomen geve van eene olla podrida. Men late niet blijken dat men naar eenigerlei gerecht bijzonder verlangend is; een fatsoenlijk man moet zich boven dergelijke kleinigheden verheven toonen.

quot;Wanneer eene uitgezochte spijze rondgediend wordt, van welke juist niet veel op den schotel aanwezig is, of die als iets zeldzaams kan gelden, moet men in de eerste plaats dames en meer aanzienlijke personen, en over het geheel de overige gasten in de gelegenheid stellen daarvan te nemen.

quot;Wanneer een gerecht opgedragen wordt, dat men nog nooit gegeten heeft, moet men zicli wel wachten zulks te laten merken, maar juist doen of men het kent en of men het reeds dikwijls gegeten heeft; dit neemt niet weg, dat men heimelijk, eer men er van begint te gebruiken, goed moet afzien hoe zij, die het gerecht blijkbaar kennen, daarmede te werk gaan.

Is men in vertrouwelijke kringen, dan spreekt het wel vanzelf dat men eet hetgeen ons smaakt, zonder zich op dat punt den minsten dwang op te leggen, hetgeen anders ook te dezen aanzien noodig is; want in kleine gezelschappen, wanneer de gastheer het oog over al zijne gasten kan laten gaan, mag men nooit laten merken dat men dit of dat gerecht niet gaarne lust; daardoor toch zou men zeer licht den gastheer in eene zekere mate in verlegenheid kunnen brengen en hem al zijn genoegen vergallen. In kleine gezelschappen late men zich zeer zeldzaam, of liever nooit, tweemaal hetzelfde gerecht toedienen; in grooter, talrijker gezelschappen waar onmogelijk op alles zoo het oog kan worden gehouden, mag men zich ook eenige meerdere vrijheid veroorloven.

Wil men aan tafel om iets vragen, bijv. om brood, wijn, zout, messen, enz. dan wende men zich tot degenen die aan tafel dienen, en men doe het steeds zacht of door een teeken, nooit met luider stem. Men moet nooit vragen van eenig gerecht bediend te worden, zoolang lieden van meerder aanzien of hooger jaren nog niet daarvan genomen hebben.

Vooral bediene men iemand (bijv. eene dame) die naast ons zit, nooit met een reeds door ons gebruikte vork, lepel of mes;

ocr page 139

119

men moet altoos tot dat einde schoone dito vragen, waartoe een kleine wenk aan een der bedienden voldoende zal zijn.

Zoo dikwijls ons een schoon bord gegeven wordt, moeten wij het aannemen; men zou zich zeer belachelijk maken als men, omdat het bord dat men voor zich heeft, nog tamelijk zindelijk is, het schoone bord uit eene soort van beleefdheid wilde weigeren.

Met de dischgenooten te willen klinken, zou een groot gebrek aan fatsoen verraden. Het klinken is alleen bij bijzondere gelegenheden geoorloofd, maar in geen geval anders dan onder vrienden of kennissen. Men zorge daarbij vooral dat er niets van den inhoud der glazen gestort worde. Ook moet men zich wanneer men niet de voornaamste persoon aan tafel is, nooit veroorloven op de gezondheid van dezen of genen te drinken, tenware het instellen van toosten algemeen werd.

Aan tafel zijn een aantal kleine wellevendheden, voorkomendheden en oplettendheden in acht te nemen, om welke iemand wiens gedachten verstrooid zijn, niet denkt, b. v. dat men water, wijn, brood, beleefd en spoedig aan de dames doe toekomen of haar, die misschien gaarne zou willen nemen van een gerecht dat bi] ons staat en te bescheiden is om te vragen of ons lastig te vallen, voorkome en er haar van bediene. Men moet aan tafel vooral opmerkzaam zijn, en er op de plaats waar men zit voor zorgen, dat de schaaltjes en dergelijke zaken altijd weer op de plaats komen die er voor bestemd is en waar ze in harmonie met al het overige staan ; aan eene dame die b. v. haar bord later krijgt, moet men het zijne aanbieden en meer dergelijke oplettendheden.

Een beschaafd man tracht bij het kauwen der spijzen den mond zooveel mogelijk gesloten te houden om het afschuwelijke smakken, zooals dat aan ruwe en ongemanierde menschen eigen is, en het onaangename luide slurpen als men soep eet, te vermijden. Men moet ook niet met een vollen mond spreken, of de vork of het mes als tandenstoker gebruiken.

Men moet nooit zijne meening over de hoedanigheid der spijzen of over de toebereiding er van te kennen geven. Hier kan echter eene uitzondering plaats vinden, als de gastheer een man is, die zijne gerechten en zijnen wijn gaarne hoort prijzen.

ocr page 140

120

Wij moeten een vroolljk, vriendelijk gelaat hebben, als wij aan tafel gaan, en dit bestendig houden, spraakzaam zijn zonder in ijdel gesnap te vervallen, en zorgen dat hetgeen men zegt van belang voor iedereen is.

Als men zelf gastheer is, dan is het plicht de gasten zelf te ontvangen. Een persoon van hoogen rang gaat men tot aan de trap te gemoet, de minder aanzienlijken ontvangt men in de voorkamer of aan de deur van de eetkamer. Ontvangt men een gast die nog onbekend is, dan moet men hem aan het gezelschap voorstellen, dat is, aan de aanwezigen zijn rang en zijnen naam, en als hij bloedverwant is, ook dit zeggen.

Men moet als gastheer zeer vriendelijk en voorkomend zijn en zich over het algemeen zoo gedragen dat iedereen merken kan dat het gezelschap welkom is. Den gastheer is het opgedragen het gezelschap zoo goed mogelijk te onderhouden, hun stof tot spreken te geven en alles voor allen te zijn. Een gastheer van beschaving en levenstoon redeneert nooit over zich zeiven, roemt nooit zijne spijzen noch de kostbaarheid van zijn tafelgoed.

Het strijdt tegen alle wellevendheid, gedurig tot het nemen van eenig gerecht, of tot overmatig drinken te noodigen. Als gastheer moet men het voorbeeld van matigheid geven, doch niet opzettelijk, niet zóó dat het in 't oog loopt; de aanwezigen zullen niets liever doen dan zich regelen naar het voorbeeld dat hun gegeven wordt. Is het een plicht voor ieder dei-gasten aan tafel oplettend te zijn, het is zulks dubbel voor den gastheer. Hij moet de oogen overal laten gaan, voor iederen gast in het bijzonder zorgen, en het nooit aan stof tot onderhoud laten ontbreken, zoodra hij merkt dat het gesprek verflauwt, doch zich ook wel wachten gedurig het woord te voeren. , Men moet zijnen gasten altijd het beste en uitgezochtste voorzetten en zich wel hoeden karigheid in een of ander te laten doorstralen. Dat men als gastheer aan tafel altiji de laatste is, spreekt vanzelf; de geringste der gasten moet nog de voorkeur hebben. Men moet niet van tafel opstaan, voordat de voornaamste in het gezelschap den wensch daartoe te kennen geeft, of voordat de vrouw des huizes het teeken geeft tot opstaan.

ocr page 141

121

IX. Fatsoenlijke gedragingen in gezelschap.

In gezelschap zijn allei' oogen op ona gericht, raen staat aan de beoordeeling van ieder der aanwezigen bloot. Het is hier dus noodwendig zich zoo voor te doen en zich zoo te gedragen dat men niet mishage of belachelijk worde.

Men moet het gezelschap niet te lang op zich laten wachten. Men moet zonder drukte verschijnen, en als het een groot gezelschap is, weggaan zonder afscheid te nemen.

Aan dames, bejaarden, moet men in alles den voorrang geven, zelfs dan wanneer zij in rang en aanzien met ons gelijk staan.

Leden van het gezelschap, die aan de aanwezigen nog niet bekend zijn, stelle men op eene beschaafde wijze voor en men , handelt zeer wellevend, als men te hunnen aanzien iets verplichtende daarbij voegt. Als men twee personen, die elkander nog niet kennen, aan elkaar heeft voor te stellen, noemt men den naam van den geringste in rang of stand eerst en daarna dengene met wien men hem bekend maakt. Bij een persoon van hoogen rang blijft dit laatste echter geheel achterwege, dewijl men voorzien kan dat deze toch reeds genoegzaam bekend is. Men moet echter wel zulk een persoon van hoogen rang aan de andere aanwezigen voorstellen.

Gastheer en gasten moeten zeer vriendelijk, vroolijk en goed geluimd zijn, jde grootste opmerkzaamheid toonen voor alles wat gezegd wordt en de heeren bijzonder zorg dragen de wenschen der dames te voorkomen. In gezelschap van dames moet men nooit zijn oordeel over schoonheid en leelijkheid, over gelaat en gestalte zeggen. Men moet nooit in gezelschappen iemand die een onschuldige aardigheid wil vertellen of doen, daarin hinderlijk zijn, bijv. als iemand een kunstje met de kaarten doen zal, niet vooraf zeggen: o ja, dat gaat zoo en zoo.

Is men in een gesprek en een derde voegt zich er bij, dan moet men hem in het kort met het onderwerp waarover men spreekt, bekend maken. Men moet ook tegen minderen uiterst beleefd zijn. Wij doen aan onze waarde niets te kort, als wij

ocr page 142

122

ook hem die veel geringer is dan wij zijn en die ons bezoekt, een stoel aanbieden, en hem als wij samen zijn, de eerste plaats aan tafel geven en hem vóór ons van de spijzen bedienen; want den vreemde komt altijd de eerste oplettendheid en beleefdheid toe.

De eerste buiging moet voor de vrouw en den heer des huizes zijn, dan eerst richte men zijnen blik naar de overige aanwezigen, daarbij eene beschaafde buiging makende.

X. Gedragslijn te volgen l)ij het spel.

Zeer menigvuldig zijn de spelen, die de op tijdkorting beluste verfijnde wereld uitgevonden heeft. Zij laten zich echter in vier hoofdklassen verdeelen:

a) Eenige er van houden meer het verstand, het geheugen, de oplettendheid bezig, enz. b. v. het schaak- en damspel, eenige kaart- en allerhande gezelschapsspelen.

b) Andere die men physische spelen noemt, houden het lichaam meer bezig en vorderen eene zekere bedrevenheid en losheid; daartoe behooren b. v. het kegel-, biljart- en kaatsspel.

c) Andere zijn slechts aan het blinde toeval overgelaten; dit zijn de zoogenaamde hazardspelen, waartoe het Lotto-, dobbel- en vele kaartspelen behooren.

d) Eindelijk zijn er gemengde spelen, waarbij in meerdere of mindere mate èn geest- ên lichaamskrachten tevens te pas komen en ook zulke bij welke het toeval insgelijks medewerkt.

Ontaardt het spel in eene hartstochtelijke neiging, in de beruchte speelwoede, dan is het voor iedereen onvermijdelijk de verderfelijkste ondeugd.

Men moet het spel dus houden voor hetgeen het behoort te zijn, namelijk voor eene bloote verstrooiing der gedachten en onschuldige uitspanning; nooit voor een gelegenheid om geld te winnen. Men spele dus:

ocr page 143

123

1) Bedaard, worde niet boos als de kaarten slecht vallen, als deze of gene kaart die volgen moest, niet komt, als men zelf of onze medespeler (maat) slechter speelt dan anders.

2) Speelt men met dames, dan moet men zich niet hare zwakheid in het spel ten nutte maken om haar geld af te winnen; integendeel bezorge men haar kleine voordeelen, en late haar menigmaal de overwinning.

3) Men kruide het spel zooveel mogelijk met geestige invallen.

4) Is ons het geluk in het spelen gunstig, dan zou het onbeleefd zijn op eens op te houden; heeft men dit echter in den zin, dan bepale men vooruit het getal partijen, die men nog wil spelen.

5) Men moet altijd om zeer weinig geld spelen, opdat geen der verliezenden in verlegenheid gebracht worde.

XI. Voorschriften van den goeden levenstoon bij het afleggen van bezoeken.

Wanneer men een partij wil geven, op welke ook lieden van hoogen rang verzocht zullen worden, moet men deze persoonlijk daartoe uitnoodigen; aan de overigen zendt men uitnoodigingskaarten en zulks dewijl de dienstboden bij mondelinge uitnoodigingen dikwijls misslagen begaan.

Men moet nooit verzuimen goed of kwaad nieuws van eenige beteekenis, waarvan onze kennissen, vrienden en bloedverwanten kennis dienen te dragen, zooals verlovingen, huwelijken, sterfgevallen, verhooging van rang, op reis gaan of terugkomst enz, opzettelijk en nauwkeurig aan hen te laten weten. Nalatigheden van dien aard worden zeer kwalijk genomen en voor groote misslagen tegen den goeden levens-toon gehouden.

Men moet altoos door zijne eigene bedienden, en nooit

ocr page 144

124

door den bediende die ons een bericht brengt, zijne deelneming laten betuigen. Bij rouwbezoeken vordert het gebruik en de wellevendheid zich in het zwart te kleeden.

De tegenbezoeken die men bij anderen dient af te leggen, mogen niet lang worden uitgesteld; men laadt daardoor den schijn van onbeleefdheid op zich.

De wellevendheid vordert wijders, dat men zich bij bezoeken in aanzienlijke huizen altoos laat aandienen. Bij het binnenkomen in de kamer make men, terwijl men nog bij de deur is, zijn compliment aan het geheele gezelschap, en wel zoo dat men met zijne buiging voor de vrouw en den heer des huizes aanvangt, dan zijnen blik over al de aanwezigen laat gaan met ééne lichte buiging voor allen; dit gedaan zijnde treedt men verder de kamer in op de vrouw en den heer dea huizes toe.

Groote winterdassen, mantels, overjassen, parapluies enz. neemt men niet mede in de kamer; men laat die in de zijkamer, of geeft ze eer men binnengaat aan den knecht of de meid af. Men spreke alleen over zulke dingen omtrent welke men nagenoeg met zekerheid veronderstellen kan, dat ze dengenen aan wie men het bezoek brengt, eenige belangstelling zullen inboezemen. Men moet niet nieuwsgierig in de kamer rondzien en zich niet veroorloven papieren, boeken en andere dingen te betasten of te verleggen.

XII. Keuteek enen, waaraan men merken kan of onze bezoeken aan degenen aan wie wij ze brengen aangenaam zijn of niet.

Er zijn zekere kenteekenen die ons verraden of de bezoeken den persoon wien ze gelden aangenaam zijn of niet, of wij ze kunnen herhalen of niet. Deze kenteekenen zijn (tenminste wanneer geen overdreven ijdelheid en zelfzucht ons misleiden) de volgende;

ocr page 145

125

1) Degene wien onze omg:ing en dus ook onze bezoeken aangenaam zijn, beklaagt zich gemeenlijk telkens wanneer wij hem bezoeken, dat wij zoo zeldzaam komen; blijft deze klacht achterwege, dan wordt ons wegblijven ook niet zeer door hem gevoeld.

2) Degenen, die men gaarne bij zich ziet, ontvangt men met een vriendelijk gelaat; zelfs het gelaat der dienstboden en der kinderen verraadt dat hunne bezoeken welkom zijn.

3) Zij, wien onze bezoeken aangenaam zijn, wijden den tijd dien het bezoek duurt, geheel aan ons; zij echter die zich verontschuldigen dat ze nog een brief te schrijven of eene andere bezigheid (die overigens het gesprek niet storen zal) te verrichten hebben, verraden daardoor dat zij van onze bezoeken niet gediend zijn.

4) Nog minder genoegen doen onze bezoeken blijkbaar den-gene die ze ontvangt, wanneer hij door zekere wenken het bezoek bekort, bijv.: wanneer wij hem tegen den avond een bezoek brengen en hij zegt: Ik denk hedenavond de nieuwe zangeres te gaan hooren, of iets dergelijks.

5) Eene genoegzame mate van opmerkingsgave zal ons overigens uit de bedaardheid of de meerdere of mindere gejaagdheid van dengene dien men bezoekt, doen opmaken of wij al dan niet gaarne ontvangen worden.

XIII. Voorschriften voor den goeden levenstoon in den omgang niet aiinzienlijken en grooten.

In den omgang met grooten is een zekere ernst en bedaardheid een wezenlijk vereischte. Zij, die zich met waardigheid en ernst gedragen, verlangen ook deze eigenschap bij diegenen, die zij bij zich ontvangen. Een gepaste eerbied en de verschuldigde hoogachting moeten in onze gelaatsuitdrukking en in geheel ons doel doorstralen. Het is onze plicht ons bekend

ocr page 146

126

te maken met de wellevcndheidsregelen, zooals die in de groote wereld (d. i. bij de aanzienlijken) aangenomen en in zwang zijn en ons strikt dienovereenkomstig te gedragen. Men moet altijd de grooten het woord laten voeren, en zich vergenoegen met hun op hunne vragen te antwoorden, of bescheidene korte ophelderingen over dit of dat te geven. Men moet hen zoo min mogelijk tegenspreken, in alles wat zij zeggen en doen zichtbaar belang stellen, vol opmerkzaamheid en bereidwilligheid zijn om hunne wenschen te voorkomen, hen nooit „vriendquot; noemen, zelfs dar. niet wanneer zij ons meer als vriend dan wel als beschermer behandelen. In dat geval mogen wij toch den toon, waarop wij in het begin spraken, niet laten varen en moeten op een zekeren afstand van den man blijven, die door geboorte en stand boven ons in de maatschappij verheven staat. Bij een dusdanig gedrag zullen wij altijd winnen en ons meer en meer de vriendschap van onze meerderen verzekeren. Hoe meer eerbied zulke personen schijnen te vorderen, des te meer moet men hun dien bewijzen.

Bespeurt men dat de man van stand verdriet heeft, dan moet men hem dit toch niet laten merken. Spreekt hij zelf over zijn leed, dan moet men hem niet naar de oorzaak vragen, en hem geen raad of troost willen geven. Het hindert aanzienlijke lieden altoos, wanneer men van een deelneming blijk geeft, die zij niet verlangen, en belachelijk vinden zij het wanneer een jongmensch hun op zoodanige wijze van dienst wil zijn.

Wanneer men zijn opwachting bij aanzienlijke personen maakt, dan moet men in zijn spreken zoo kort mogelijk zijn en het bezoek slechts eenige oogenblikken laten duren. Zoolang een persoon van stand niet zegt, dat men plaats zal nemen, moet men niet gaan zitten; noodigt hij er echter toe uit, dan moet men liet niet doen, voordat hij zijne uitnoodi-ging nog eens herhaald heeft en vooral niet eerder dan nadat hij zelf plaats heeft genomen.

Dames van hoogen stand moet men, zoo mogelijk, met nog meer eerbied behandelen en vooral zoolang men in haar bijzijn is, het voornaamste deel zijner oplettendheid aan haar wijden.

ocr page 147

127

Als men bi] eenen aanzienlijke de kamer uitgaat, mag men hem niet den rug toewenden, maar moet men trachten door een zijdelingsch achteruitgaan en onder gepaste buigingen de deur te bereiken.

XIV. Wellevendheidsregels voor den omgang met het schoone geslacht.

Een verstandige, fatsoenlijke vrouw verlangt van den man mannelijke bedaardheid, en blijft gaarne van overdreven oplettendheden verschoond. Zij verlangt voorkomende wellevendheid, maar nooit kruipende vleierij. De toon in den omgang met dames moet hartelijk, vriendelijk, aangenaam zacht en bescheiden zijn. Er moet betcheidenheid, ingetogenheid en zedigheid in onze manieren en gebaren heerschen; zonder dat zullen beschaafde vrouwen geen behagen in onzen omgang kunnen vinden.

In gezelschap van dames moet men nooit zijn oordeel over schoonheid en leelijkheid, over deugd of ouderdom te kennen geven, daar we door onze meening dienaangaande uitte spreken licht gevaar kunnen loopen een der aanwezigen te beleedi-gen of te grieven.

Men moet zich nooit de minste dubbelzinnigheid, het geringste onkiesche woord en geen gebaren of handelingen veroorloven, welke, zij het ook slechts in de verte, naar onbetamelijkheid zweemen; iedere fatsoenlijke dame zou ons in zoodanig geval met recht voor onbeschaafd houden.

Als men in gezelschap van dames iets tot veraangenaming kan bijbrengen, moet men zulks niet nalaten, doch duidelijk laten doorstralen, dat men het zich tot eene eer rekent het schoone geslacht aangenaam te kunnen zijn.

ocr page 148

128

XV. Gedragsregels als men een concert bijwoont.

1) Men moet gedurende de uitvoeiing van het concert geen gesprekken voeren, nifmand iets toefluistertn en de orde niet storen.

2) Men moet zich van elk openlijk oordeel over het spel of den zang onthouden, tenminste zoolang de concertgever of geefsler zich nog op het orkest bevindt. Dit is noodzakelijk om verschillende redenen : vooreerst kunnen er zich lieden in onze nabijheid bevinden, die vrienden zijn van den persoon wien onze afkeuring geldt; deze zullen het kwalijk nemen, en zoodoende maken wij ons vijanden; ten andere kan ons te schielijk oordeel allicht ongegrond zijn, en in dat geval maien wij ons niet alleen aan laakbare voorbarigheid schuldig, maar verraden wij tevens gebrek aan de noodige kennis om te kunnen beoordeelen.

3) Men moet derhalve ook niet de eerste zijn, die „bravoquot; (is de concertgeefster eene dame „bravaquot;) roept: het kon licht den schijn hebben, alsof men een vrijkaartje gekregen had, met het stilzwijgend verzoek om te applaudisseeren of een teeken tot algemeen applaudissement te geven.

4) Men moet zich zoo plaatsen of gaan zitten, dat men dengene die achter ons staat of zit, het gezicht niet beneemt. Daar de vrouwen in den regel kleiner dan de mannen zijn, vordert de beleefdheid dat men haar de voorste plaatsen geeft, waarvoor men haar dan ook verzoeken kan de hoeden af te

' zetten.

5) Men moet nooit te laat in de concertzaal komen, dewijl men daardoor de algemeene rust en orde stoort.

ocr page 149

129

XYT. Gedragsregels in den schouwburg.

De voorstellingen in den schouwburg zijn uit een tweeledig gezichtspunt te beschouwen, namelijk :

1) Als vormingsschool voor jongelieden van beiderlei geslacht, en

2) als het meest gepaste middel tot a 1 g e m e e n e a v o n d-uits panning.

Eene vormingsschool is de schouwburg alleen dan, wanneer de stukken, die opgevoerd zullen worden, met zorg worden gekozen. Een korte uiteenzetting van den invloed, dien de verschillende soorten van stukken op het zedelijk karakter en op de verstandelijke ontwikkeling der jongelieden uitoefenen, zal dit het best doen zien.

De comedie (het blijspel, bijv.) scherpt den geest der jongelieden, houdt hen bezig, geeft hun opgewektheid en vermaakt hen door het belachelijke, dat des te krachtiger werkt, wanneer scherts en ernst elkander op eene doelmatige wijze afwisselen.

Hooger staat daarentegen het eigenlijke drama (tooneel-en treurspel) dat sterker tot het gevoel spreekt, het schouw-tooneel der wereld, de zeden en gebruiken, de vriendschap en de liefde, de rechtvaardigheid en de deugd veredelt, met ernst, teederheid en waarheid voorstelt en bijgevolg ook meer tot den geest en tot het hart spreekt. In de tragedie (het treurspel) streeft de dramatische kunst naar het hoogste ideaal van het verhevene, hetwelk zich geheel en al meester maakt van het gemoed. De goede en slechte karakters, de neigingen en hartstochten- en de velerlei voorvallen van het menschelijk leven worden hier met de sterkste kleuren geschilderd. Daar de geijkte tooneel- en treurspelen de ondeugd in hare verach-telijkste gedaante, de macht der deugd daarentegen in haren glansrijksten triomf voorstellen, wekken zij door hunne hooge belangrijkheid de algemeene belangstelling der toeschouwers door alle geslachten heen, en dragen veel tot de verbetering van de zeden der jongelieden bij.

Van de andere zijde schenkt het bezoeken van den schouwburg vermaak en uitspanning, vooral in den winter, wanneer men

Complimenteerb. 5e dr. 9

ocr page 150

130

de avonduren niet aan het genieten van Gods vrije natuur wijden kan. Ten aanzien van het bezoeken der schouwburgen gelden voor jongelieden de volgende nooit uit het oog te verliezen regels.

1) Brengt men eene dame met zich in den schouwburg, dan zoeke men voor haar steeds de best mogelijke plaats.

2) Brengt men verscheidene jonge, tevens schoone dames met zich in den schouwburg, dan geve men haar altijd die plaatsen, waar zij algemeen gezien kunnen worden, want het fluisteren en draaien der hoofden dat hare schoonheid verwekt, bevalt haar dikwijls beter dan het stuk dat opgevoerd wordt.

3) Men moet aan de dames altijd het affiche bezorgen, opdat zij dadelijk de namen en rollen der optredende tooneelspelers kunnen nazien.

4) Brengen de dames hoed, doek, mantel meê in den schouwburg, dan ziet men naar een geschikte plaats om, waar die voorwerpen kunnen neergelegd worden.

5) Men moet in den schouwburg nooit overluid spreken, zoolang het scherm opgehaald is.

6) In de loge komt aan de dames volstrekt de eerste plaats toe.

7) Brengt men dames in den schouwburg, die het stuk dat gegeven zal worden, nog niet kennen, dan moet men zich wel wachten haar den inhoud er van mede te deelen; men zegge dus nooit; nu zal dit of dat gebeuren, nu zal die of die acteur (die of die actrice) optreden, hierin ligt de intrige, het hoofdzakelijke van het stuk is, enz. want hierdoor verliest eene voorstelling al het aanlokkende en al het verrassende der nieuwheid.

8) Is er toejuiching verdiend, dan geschiede dit op eene voegzame en nooit overdreven wijze, opdat men de oogen van degenen die naast ons zitten, niet onwillekeurig op zich vestige, en men zich niet allerhande aanmerkingen op den hals hale of het voorwerp van hun gelach worde. Het beste is, liever in het geheel niet toe te juichen.

ocr page 151

131

XVII. Over het gezellig onderhoud.

De onderwerpen van het gezellig onderhoud, zoowel van het algemeen gesprek als van het bijzondere, moeten den geest aangenaam bezighouden zonder dien in te spannen ofte vermoeien, het gevoel licht en zacht opwekken en niet kwetsen.

Banale onderwerpen, zooals alledaagsche verschijnselen en gebeurtenissen, bekende oppervlakkige begrippen, aanmerkingen, narichten, kunnen den geest niet bezighouden. Niemand die levenstoon bezit maakt zulke dingen tot het onderwerp des gezelligen verkeers, zoomin van het algemeene gesprek als van het bijzondere onderhoud. Evenmin geschiedt dit met abstracte onderwerpen; deze zijn niet algemeen bevattelijk genoeg en spannen wanneer ze besproken worden, zelfs van hen die ze begrijpen kunnen, te veel den geest in. Men late het gesprek ook niet te lang over een en hetzelfde onderwerp loopen, daar dit den geest vermoeit.

Onderwerpen, die een heftige, doch phantastische spanning van het gevoel gaande maken, gevaarvolle avonturen, wonderlijke gebeurtenissen, worden door den goeden levenstoon als onderwerpen voor het gezellig onderhoud gedoogd. —Men moet daarbij echter wel in het oog houden of niet deze of gene van het gezelschap er te zeer door aangedaan kan worden. — Zaken die werkelijk om en rond ons gebeurd zijn en die het gemoed kunnen schokken of beangstigen, moeten zorgvuldig buiten het gesprek worden gehouden.

Heeft men het ongeluk gehad zonder opzet het gevoel van dezen of genen uit het gezelschap te kwetsen door het ter sprake brengen van eenig onderwerp, dan vrage men hem onder vier oogen om verschooning, zoodra men zulks gewaar wordt, altijd indien die kwetsing niet bepaald beleedigend is geweest. Was dit echter wel het geval en doet de gekwetste en beleedigde persoon alsof er niets gebeurd ware, dan volge men zijn voorbeeld en spreke er ook niet meer over, maar dan zoeke men in den verderen loop van het gesprek door eene verdubbelde heuschheid en wellevendheid den gemaakten

ocr page 152

132

onaangenamer! indruk uit te wisschen. Iedere andere wijze do beleediging goed te maken zou in dat geval slechts eene tweede zijn.

De kieschheid van den goeden levenstoon is in dit opzicht zóó groot dat in den regel de aanzienlijke niet over zijne eer en grootheid tegen eenen geringe zal spreken, de vermogende niet over zijnen rijkdom tegen eenen arme, de gezonde niet over zijnen goeden welstand tegen eenen zieke, iemand van talent niet over zijne bekwaamheden tegen iemand, die alle bekwaamheid mist. Wel daarentegen kan het geoorloofd zijn dat een aanzienlijke, zonder zich daarop te verhoovaardigen, tegen een geringe over zijn aanzien en zijnen invloed spreekt, namelijk dan, wanneer hij die in het belang van dien geringe wil laten gelden, of wanneer hij hem beschouwingen en zienswijzen mededeelt, welke hem nuttig kunnen zijn. - De rijke spreekt tot den arme over zijne bezittingen om hem zijne kunstschatten te verklaren, hem op hunne schoonheid opmerkzaam te maken, hem eene zeldzaamheid te laten zien, hem een gemakkelijk iets aan te bevelen, waarvan hij hem het gebruik aanbiedt. De gezonde spreekt den zieke over zijne gezondheid om hem hoop op herstel te geven, om hem te bewegen tot het aannemen van een of ander dienstbetoon. De man van talent spreekt over zijne bekwaamheden, wanneer hij iemand het genoegen wil doen ophelderingen of inlichtingen te geven, welke de ander hem niet zou hebben durven vragen, enz.

De genoegens van het gezellig onderhoud mogen niet worden verbitterd door kwetsing van eens anders gevoel. Te ver gedreven woordenstrijd wanneer er over een of ander punt wordt geredetwist, moet steeds zorgvuldig worden gemeden. Is het gesprek op weg om zulk eene wending te nemen, dan zal diegene der redekavelende personen het verstandigst handelen, die van het onderwerp afstapt; ook kan in dat geval een derde, door een gepaste vraag, eene geschikte aanmerking, als anderszins, dus door zich op een ongezochte wijze in het gesprek te mengen, eene zeer heilzame afleiding geven. De man, die zulks met tact weet te doen, zal zich doen kennen als de echte man van goeden levenstoon, en op die wijze

ocr page 153

Ib3

eenen wezenlijken dienst bewijzen aan de redetwistende personen en aan het geheele gezelschap.

Alle onderwerpen die in het gezellig onderhoud ter sprake komen, kunnen onmogelijk voor het geheele gezelschap van evenveel belang zijn. Men moet het onderwerp van het algemeen gesprek afwisselen en het zoo zoeken te wenden, dat het achtereenvolgens een onderwerp van bijzonder belang voor ieder der aanwezigen wordt. Niemand mag bij een onderwerp blijven stilstaan, waarin hij bij voorkeur belang stelt, zoodra het niet eene zekere mate van belangrijkheid heeft voor iedereen. Zelfs in dit geval nog moeten onderwerpen van algemeen belang de voorkeur hebben. Het vorenstaande geldt bij gesprekken over wetenschap, levensondervinding, enz.

Voor bijzondere gesprekken kiest men onderwerpen, die voor degenen met wie men het gesprek voert van bijzonder belang zijn.

Onderwerpen die voor bejaarde of voornamer lieden van belang zijn, gaan, vooral wanneer zij die personen zelve betreffen, in het gezellig onderhoud vóór die, welke voor de jongeren en de minder aanzienlijken van eenig aanbelang zijn, maar niet vóór zoodanige onderwerpen, welke op zich zelf gewichtig of van algemeen belang zijn.

Men moet aan de voornamer lieden wanneer men hen het eerst aanspreekt en ook gedurende het gesprek den titel geven die hun toekomt. Men moet nooit iemand in de rede vallen; vooral mag zulks de geringere geen aanzienlijke, de jongere geen bejaarde, de man geen vrouw doen. De wellevendheid vordert dat men dengene die spreekt late uitspreken, al gevoelt men ook nog zooveel lust hem het woord uit den mond te nemen.

Men moet niet sierlijk zoeken te spreken, maar duidelijk, verstaanbaar, eenvoudig, met de gedachten geheel bij het onderwerp waarover en bij den persoon tegen wien men spreekt — ziedaar hoe men in gezelschap verplicht is te spreken.

ocr page 154

134

XVIII. Over het gedrag van de vrouw des huizes als gastvrouw.

De heer en de vrouw des huizes zijn gehouden te zorgen dat de personen, die zij bij zich noodigen de vereischte genoegens bij hen vinden. Voornamelijk is daarvoor de vrouw-des huizes aansprakelijk. De huiselijke kring is het natuurlijk gebied waarop zij zich beweegt; de huiselijke bezigheden zijn hare eigenaardige roeping. Zij is uit kracht harer sekse degene die den toon aangeeft, als vrouw bezit zij meer fijnen tact dan de man; als zoodanig heeft zij voor de blijdschap of de grieve, welke in een ander hart ondervonden wordt, teederder en levendiger medegevoel, en in hare ziel is een sterk verlangen aanwezig naar harmonie, naar al wat de omstandigheden des levens schooner maken en tot een eenstemmig geheel vormen kan.

Slechts bij betrekkelijk gelijke gewoonten, gelijke gevoelens kan gezellig genoegen plaats vinden, slechts menschen die in gewoonte en zienswijze en neiging tamelijk overeenstemmen mogen tot een gezamenlijk gezelschap vereenigd worden; personen tusschen wie een groote ongelijkheid van gewoonten of een hartstochtelijk verschil van meeningen heerscht, of die door veel eerzucht en baatzucht worden gedreven, kunnen geen genoegen in het wederzijdsch verkeer vinden en met dezulken is men niet zeker, dat het genoegen der overigen niet door hen gestoord zal worden.

Kan men echter volstrekt niet vermijden zulke personen tegelijk te verzoeken, dan moet de vrouw des huizes zorgen, dat ze zooveel mogelijk van elkander gescheiden blijven, en evenzoo is zij ook verplicht te zorgen, dat personen, die veel behagen in elkanders onderhoud vinden, elkander te haren huize aantreffen.

Zij moet zorg dragen dat hare gasten de eerbewijzingen ontvangen die hun toekomen, ieder naar zijnen rang, en dat daarop bij de • bediening enz. gelet worde. Mocht de een of ander harer gasten jegens een derde in gebreke blijven hem de eer te geven die hem toekomt, dan moet de vrouw des

ocr page 155

huizes zulks door verdubbelde oplettendheid en wellevendheid in haar eigen gedrag goedmaken. Zij beschermt hare gasten tegen opzettelijke krenking in die onderscheiding, welke hun in gezelschap toekomt, en tegen iedereen, die zich in haar huis aan eene dusdanige krenking mocht schuldig maken. Elke beleediging van zoodanigen aard is eene beleediging, der vrouw des huizes zelve aangedaan.

Zij stelt diegenen van hare gasten, die elkander niet kennen, aan elkander voor. De minderen worden aan de meer aanzienlijken, de jongeren aan de ouderen, de mannen aan de vrouwen voorgesteld. Ten aanzien van hare eigene familie maakt zij hierop eene uitzondering; deze worden zonder onderscheid aan de gasten voorgesteld, zoo zij tot de huisgenooten be hoor en.

Is de kring van het gezelschap niet zoo groot, of de gasten kunnen zelve hunne gemeenschappelijke bekenden, die elkander nog niet kennen, met elkaar in kennis brengen, dan geschiede dit, daar de vrouw des huizes niet overal tegelijk kan zijn; of ook, is het gezelschap niet zoo klein of door het voorstellen zou de ongelegenheid veroorzaakt worden dat den gasten meer namen genoemd moesten worden dan zij gevoeglijk kunnen onthouden, dan late men het voorstellen geheel achterwege, maar dan noeme de vrouw des huizes den naam van den gast en spreke zij hem zóó aan, dat het gezelschap het hoort; zoo noemt zij ter gelegener tijd den naam van al de aanwezigen door bijvoorbeeld de eene of andere vraag tot hen te richten en make op die wijze de onbekenden met het gezelschap en het gezelschap met de onbekenden bekend.

Zij leidt het gesprek, brengt het op onderwerpen, die voor al de gasten iets aangenaams of iets belangrijks hebben, richt het woord tot een ieder, weet zoodanige onderwerpen of uitdrukkingen, die bij den een of den ander smartelijke gewaarwordingen verwekken of tot hartstochtelijke redetwisten aanleiding kunnen geven, met tact te verbloemen en aan het gesprek eene andere wending te geven.

Zij zorge dat een ieder van hare gasten die gemakken hebbe en die ververschingen bekome, die hij mocht kunnen wenschen, voorts dat ieder naar zijnen of haren rang bediend

ocr page 156

136

worde. Hare oogen moeten overal zijn en de bedienden moeten op haar letten, overal waar zij zich bevindt en hare onmerkbare wenken, al hare blikken weten te verstaan en te begrijpen. Eene opmerkzame, bedaarde, bedreven bediening draagt zeer veel bij tot de veraangenaming van het gezellig verkeer.

Ververschingen en spijzen voor welke een gast bedankt, zullen hem door geen gastvrouw van goeden toon als het ware worden opgedrongen; zij begrijpt dat hare bedoeling om allen genoegen te geven, en de pogingen die zij daartoe te werk stelt, door niemand van bijoogmerken verdacht zullen worden; dat ieder hetgeen haar huis hem aanbiedt als gul aangeboden en als geëvenredigd aan hare middelen beschouwen en gaarne en vrij aannemen zal voor zoover het hem behaagt.

Weet de huisvrouw, dat een of andere spijze of verver-sching aan een harer gasten bijzonder aangenaam is, dan late zij het hem bij voorkeur aanbieden of biedt het hem zelve aan.

Over het algemeen moet haar gedrag jegens allen het genoegen uitdrukken dat zij heeft hen in haar huis te zien, het genoegen dat zij er in vindt om allen de uren van dit samenzijn zoo aangenaam mogelijk te maken.

Over liet eigenlijk onthaal.

De genietingen van den reuk en de ademhaling zijn de meest verfijnde. Eene heldere en genoegzame verlichting der gezelschaps ver trekken, een zuivere, frissche, eenigermate zelfs met welriekenden geur bezwangerde lucht is het allereerste, waarvoor de vrouw des huizes behoort te zorgen.

De werking (het effect) van het licht moet meer in het oog vallen dan de verlichting zelve. Voor de noodige verver-sching der lucht moet, ofschoon ongemerkt, geregeld en naarmate der behoefte bij langere of kortere tusschenpoozen de stiptste zorg worden gedragen.

ocr page 157

137

Welriekende geuren brengt men gevoeglijkst in het vertrek aan door middel van afgesneden bloemen, die men in vazen of glazen met water zet, of beter nog door gewassen, die tevens het oog en de verbeelding streelen.

In de kamers of zalen die tot het ontvangen van het gezelschap zijn ingericht, mag geen spoor van onordelijkheid, veel minder van onzindelijkheid te vinden zijn. — De eettafel moet overdekt zijn met een helder tafellaken van fijn, smaakvol gewerkt wit linnen damast. Middenop worde eenig sieraad geplaatst waarvan vorm en grootte geëvenredigd moeten zijn aan den vorm en de grootte der tafel, terwijl de sierlijkheid of pracht er van in overeenstemming dient te wezen met de belangrijkheid van het feest. Pronk vazen met bloemen of met fijne vruchten zijn hier het eenvoudigst en het meest gebruikelijk.

De spijzen moeten uiterst zindelijk en zorgvuldig toebereid worden en smaakvol opgebracht. Men zorge dat haar uiterlijk het oog bekore, en zoo mogelijk niet dadelijk doe raden wat het eigenlijk is.

Zijn personen, die niet wel groote kosten kunnen maken, uit den aard der omstandigheden somwijlen verplicht, lieden van meer aanzien en fortuin bij zich ten eten te ontvangen, dan moeten zij vooral zorgen dat hetgeen ze op tafel laten brengen van de eerste qualiteit is; maar eenvoudig moet hun onthaal zijn en geëvenredigd aan hunne geldelijke middelen. Zindelijkheid, orde en smaak kunnen tegen zeer veel weelde opwegen.

XIX. Gedragingen op reis.

Komt men als reizend persoon op eene vreemde plaats, dan winne men inlichtingen in wat wel de meest bezochte herberg1) is, maar men vrage niet naar de goedkoopste. Een huis dat druk bezocht wordt, is doorgaans goed en goedkoop.

1

Wie zich aan dit echt Hollandsche woord mocht ergeren, gelieve in plaats daarvan te lezen „logementquot; of „hotelquot;.

ocr page 158

138

Komt men in de herberg aan, dan zij men bescheiden, minzaam en vriendelijk; men verlange niet dadelijk al te veel, men verlange vooral niet dat er aan ons gezicht gezien worde wat wij begeeren, men make geen aanmerkingen op alles, enz. Wanneer men zich zóó gedraagt, zal men doorgaans beter bediend en minder gekweld worden, dan bij eene tegenovergestelde wijze van doen. — Men zorge echter dat men daar waar het pas geeft behoorlijk spreke, en die oplettendheid vordere welke men voor zijn geld verlangen kan; bij eene overmatige blooheid of verlegenheid zou men allicht kans hebben in het geheel niet geteld te worden.

Men snoeve of prale niet, en wachte zich over het geheel wel geen al te schitterende rol te spelen, anders toch loopt men gevaar meer te moeten betalen, en vooral om meer fooitjes gekweld te worden, dan een ander die minder „noten op zijn zangquot; heeft. — Men stelle zich daarentegen ook niet knibbelig of karig aan, want in dat geval wordt men, onvermijdelijk, slecht bediend, en desniettemin krijgt men toch niets voor niet. Zoo ergens dan is ook hier het bewandelen van den gulden middelweg het best.

Men t'rachte, nevens het eigenlijke doel der reize, zooveel voordeel daarvan te trekken als mogelijk is, inzonderheid zijne kennis uit te breiden. — Uitstekende personen zoeke men te leeren kennen, merkwaardige voortbrengselen uit het gebied van natuur of kunst trachte men in oogenschouw te nemen, zich ten aanzien van Staats- en andere inrichtingen, van zeden en gebruiken en zoo al meer, alle mogelijke inlichtingen te verschaffen; men bezoeke de voornaamste openbare instellingen, gebouwen, tuinen, kerken, enz.; men onthoude de hoegrootheid van het getal inwoners van iedere stad, die men bezoekt. Wanneer iemand die veel gereisd heeft, weinig of niets van al dergelijke zaken weet te vertellen, dan verraadt hij niet anders dan een zeer bekrompen verstand en eenen graad van beschaving, die nog zeer veel te wenschen overlaat.

Bij het kennismaken met lieden die men op reis ontmoet, zijn niet alleen de gewone wellevendheidsregels in acht te nemen, maar tevens de meest mogelijke omzichtigheid.

Op openbare plaatsen of in gezelschappen, waar men als

ocr page 159

139

vreemdeling toegang krijgt, vertoone men zich met de meeste wellevendheid en bescheidenheid; alleen zoodoende zal de aandacht, die men op zich vestigt, niet hinderlijk voor ons wezen, maar een middel zijn om spoedig aangenaam gezelschap te vinden. — Al heeft men werkelijk recht op eene gastvrije en heusche bejegening, toch kan men die van niemand bepaald eischen; men moet derhalve zelf beginnen met zich zulk een bejegening waardig te toonen.

Men dient zich bekend te maken met de in eene vreemde plaats heerschende gebruiken en moet zich daarnaar voegen. Vooral onthoude men zich van al wat naar afkeuring of bespotting zou kunnen zweemen ten aanzien van eigenaardige gewoonten of gebruiken, plaatselijke verordeningen of wat dies meer zij. Het betaamt eenen vreemdeling niet daarover op de plaats zelve zijn oordeel te uiten; zulks doende, stelt hij zich aan allerhande onaangenaamheden bloot. — Voor de gedragslijn die men op reis heeft te volgen, kan men in het algemeen aannemen dat het verstand en over het geheel genomen de geest niet werkeloos en dommelig moet zijn, dat men zonder zijn gezond verstand goed te gebruiken, op reis onvermijdelijk eene slechte rol zal spelen, en dat men in geen geval de regelen der wellevendheid en der voorzichtigheid uit het oog verliezen mag.

ocr page 160

BLOEMENSPRAAK.

Akelei, schalkachtigheid. Amaranta, herinnering. Anemonie-roos, scheiding. Anjelier, weekelijkheid. Aster, trouw.

Auricula, verraad.

Balsamine, coquetterie. Basilicum, armoede.

Cypresse, hoop. Cypresse-takje, droefheid.

Duiveboonebloesem, reinheid.

Duizendschoon, troost.

Fluweelbloem, domheid.

Giroffel, rijkdom. Goudsbloem, kommer. Granaatbloesem, eer.

Haagdoorn, oprechtheid. Hyacinth, ootmoed.

Immortelle, dankbaarheid. Iris, lichtzinnigheid.

Jalappe, galanterie. Jonquille, trouweloosheid.

Kamperfoelie, kruiperij. Klimop, vriendschap. Kruidje-roer-me-niet, lichtgeraaktheid.

Kruidnagel, vertrouwen.

Lauwer, overwinning.

Lelie, onschuld. Lelie-der-dalen, j

of j- behaagzucht.

Meibloem, I

Mirth, liefde.


ocr page 161

141

Nachtviooltje, bedeesdheid. N a r c i s s e, eigenliefde. Nieskruid, dwaasheid.

Papaver bloesem, traagheid. Penseebloem, wispelturigheid.

Eeseda, aanmatigingloosheid. Ridderspoor, dapperheid. Roode lelie, ijverzucht. Roos, schoonheid.

Taxus, krenking.

T u 1 p, IJdelheid.

Ver ge et-mij-niet, drukt den wensch uit dat men onzer in liefde gedenke.

Viooltje, bescheidenheid. Violier, ziekelijkheid.

Vijg plant, ongevoeligheid.

Winterbloem, volharding. Wolfwortel, wraakzucht.

Zonnebloem, vleierij.


BLOEMEN ORAKEL.

Onderstaand Bloemen-orakel heeft reeds de bijzondere goedkeuring van een aantal jonge dames mogen wegdragen. — Men legt namelijk verscheidene bloemen en bloesems naast elkander, en geeft aan elke eene beteekenis, die men opschrijft of in zijn geheugen huudt, bijvoorbeeld in dezer voege:

Aardbezie, geestelijke. Appel, advocaat.

Cyane, landbouwer. Cypres, dokter.

Eikel, handwerksman.

Laurier, dichter. Oranjebloesem, koopman. Roos, artist.

Taxus, ambtenaar.


Tulp, soldaat, enz.

Lelie, edelman.

ocr page 162

142

Nu late men de jonge datnes daaruit kiezen, en dan verrasse men haar met de mededeeling aan welken stand zij zoodoende de voorkeur hebben gegeven boven alle andere voor haren aanstaanden echtgenoot.

PROEVE VAN OOSTERSCHE BLOEMENSPRAAK.

A.

Abrikoos.

Acacia.

Adonis.

Akelei.

Aloë.

Amandel.

Amandelen. Amarant.

Amaril.

Anijs.

Appelbloesem

Aster.

Auricula.

Verhoor mijn been, en blijf niet langer boos.

O koine 't weerzien niet zeer spa!

Men zegt dat uw hart aan veroovren gewoon is.

Ik bemin u zoo zeer als de vooglen de Mei.

Ach, red me, of ik verga van wee.

Mijn hart is in gevaar als ik aan uwe zijde wandel.

Laat mij maar eens handelen.

Heeft de almacht der liefde u nog nooit overmand?

Een minnaar houdt voor wet al wat zijn liefste wil.

Wie goeden raad veracht, voorwaar, die is niet wijs.

Ik lees in uw oog wat er huist in uw boezem.

Vlied het kwaad, opdat 't u niet verbaster'.

De vriendschap eindigt nooit en blijft dezelfde voor en na.


B.

Balsaminen.

Berenklauw. Berkeblad.

Laat uw weldadig hart der armen dank

verdienen.

Dat uw liefde nooit verflauw'!

'k Heb van uw plagen nu genoeg gehad.


ocr page 163

143

Boomwol. Gij speelt uw rol zeer stout, althans volstrekt

niet schroomvol.

Boon. Hartelijk lach ik om uw hoon.

Bjjvoet. 'k Heb liefst dat nooit een valschaard mij groet.

C.

Ceder. Cipressen.

Citroen

D.

Daliah. Doorn.

Druif. Druiven. Duizend-sclioontjes.

E.

Eikeblaren. Espeblad.

r.

Fenkelkruid.

G.

Goudsbloem.

H.

Hanekam. Hazelnoot. Bieliotroop.

Mijn hart bemint u teeder.

Zoo gij mij ooit bedroogt — hoe zou 'k mijn

wraakdorst lesschen !

Wat gij mij vraagt kan ik onmooglijk doen.

Het is zoo waar als ik hier voor u sta. Ik gloei van spijt en toorn.

Vol onschuld zijt ge en zacht gelijk een duif. Wil nu de zaak toch niet langer verschuiven.

'k Aanbid die blosjes op uw koontjes.

Ik vrees geen gevaren.

Leeft er wel iemand die nooit eens verdriet heeft gehad!

Mijn hart smacht naar een lieve bruid.

Gij weet dat 'k u mijn vriend van ouds noem.

Ik ben geduldig als een lam.

Ach, dat uw mondje mij een kusje bood.

Zacht maar innig is mijn hoop.


ocr page 164

144

/

Hooi. Die daad van u vind ik niet mooi.

Hop. Hoe kunt gij denken dat 'k u fop!

Hortensia. Uw schoonheid heeft geen wederga.

Hyacinth. 'k Houd niet van hen die anders zijn dan ik gezind.

I.

Immortellen. Gij moet mij niet door langer veinzen kwellen.

J.

Jasmijn. Gij werpt in ieders hart een zoete minnepijn.

K.

Kamillen. Kastanje. Kersen. Klaver.

Korenaar.

I..

Lavendel. M.

Meloen.

Mirth,

Mispel.

N,

Narcissen. Hoot,

'k Zal altijd doen wat gij zult willen, 'k Hou zielsveel van je.

Ik zou van toorn wel willen tandenknersen. Mijn hart smacht naar liefde als een paard

naar de haver.

Ach, doe het maar.

De liefde stoort zich niet aan slot of grendel.

'k Wil uw verdiensten hulde doen. Mijn hartje jaagt gelijk het duifje kirt. Wat beduidt dat gelispel ?

Uw kusjes zijn pijlen, die mijn hartje nooit missen.

Voor één kusje van u braveer ik gaarne den dood.

ocr page 165

145

Nooit scheide ons 't Noodlot van malkander.

Dat ik niet durf hopen smart mij zeer.

Het spel der liefde, geloof mij vrij,

Is eene onwisse loterij,

Beschouw het slechts van naderbij.

Mijn vriend! en op de keper.

Niet liever zie ik u dan in een goede luim.

Ik ben gedwee en schik mij naar uw luimen.

O.

Oleander. P.

Peer. Peper.

Pruim. Pruimen.

R.

Radijs. Ranonkelen. Reseda.

Riet.

Ridderspoor. Roos.

Rozemarijn.

Ik stel uwen omgang op prijs.

Wij zien malkaar zoodra de sterren fonkelen.

'k Verlang niet dat uw oor voor mij opensta.

Merkt gij dan uw dwaasheid niet?

Ik stierf nog liever, dan dat 'k ooit den

moed verloor.

Ik bemin u steeds, bemin ook mij altoos. Mijn hart lijdt folterende pijn.


S.

Saffraan. Geluk op al uw levenspaan!

Salade. O. dat mij toch uw goedheid rade.

Sleutelbloem. Door zulk een handelwijs verwerft ge u weinig roem.

T.

Tamarinde. O, zeg mij waar 'k u wedervinde.

Tulp. Volgaarne beloof ik u mijn hulp.

U.

Uien. Wil het mij niet euvel duiën,

ocr page 166

146

V.

Valeriaan. Violen.

Vlas.

Vlier.

Vyif.

W.

Winterbloemen. quot;Wolfswortel.

Z.

Zonnebloem.

Ik heb uw doel geraan.

Uw deugd is onder 't kleed der needrigheid

verscholen.

Mijn hart is te kneden als was.

Zeer spoedig kom ik weder hier.

Let op en zwijg.

Op uw volhardend streven moogt gij roemen.

Ik ben op wraak belust, gelijk de sperwer op den tortel.

Dat uwe welbeminde u spoedig eega noem'.


ocr page 167

Uitgaven van 1). BOLLK, te Rotterdam.

A. WE RU ME US BUN ING.

KirvivKiv JEIV J5iJiriM:r\ JSOOR-Ö.

Verzamelde Schetsen,

nieuwe uiUjave, met fraaie titelplaat door JAN DE JONG,

1 deel, ingenaaid voor slechts ƒ 1.75, in smaakvol len prachtband voor slechts f 2.25.

[ Inhoud: Marineschetsen. — Verschillende Ouwe Heeren. — Uit en thuis met de Tromp. — De Dochter van Ouwe Kees. — ,.Magdalena.quot; — Hoe de Mottige zorgde voor kleine Leen. — Een Kritiek Oogenblik. — Een Marine-requiem. — De Erfenis van den Burgemeester. — Een Schilderijtje bij Maanlicht. — Het vertrek van de Hollandsche Mail. — Jonker Sicco (Marinestudiën).

IN ion vvo Volletiifre Encyclopetlie,

behandelende aile takken van Wetenschap, Nijverheid en Kunst, door Cr. L. KEI'PER,

onder medewerking van mannen als; Buugehsdijk, Calisch, Matthes e. a., tweede zooeven verschenen, herziene, veel vermeerderde druk, 2 deelen, ongeveer 1750 bladzijden druks, in 2 fraaie en solide linnen Stempelbanden, voor den geringen prijs van slechts f 7.50.

Nieuw Volledig Woordenboek der Nederlandsche Taal,

tevens bevattende de meest gebruikelijke Kunst- en Bastaardwoorden, bewerkt naar de grondbeginselen der spelling van Dr. M. ue Vries en Dr. L. A. te Winkel, 5e druk, herzien door M. J. KOENEN, in heel [ linnen hand voor slechts f 1.10.

Dit woordenboek behandelt nagenoeg 50,000 woorden en bevat alles wat men redelijkerwijze mag verlangen in een Woordenboek dal zoowel dienen moet voor de school en het studeervertrek als voor het kantoor en den handel.

j. SGïiEKriovcAisr.

DE VROOU1KE PRETMAKER IN GEZELSCHAPPEN,

inhoudende GO Gezelschapsspelen, 75 Pandinlossingen, 10 Profeteer-kunsten, 70 gemakkelijke Kunststukjes, '18 Kunstjes met de Kaart, 34 rekenkundige Opgaven, Oi llaadsels. Strikvragen en Woordspelingen, 32 Charades en Logogryphen met de antwoorden, een nieuwen alpha-betischen Droomuitlegger en 75 Toasten en Tafelzangen, 8e verbeterde druk, 1 deel. In geïllustreerd omslag, prijs slechts f I.—

Wie een bruiloft of partij in 't vooruitzicht heeft en zich daar eens wat moeite wil getroosten om het gezelschap te amuseeren, heeft aan „De Vrooiijke Pretmakerquot; den besten raadsman en kan er staat op maken de lield van het feest te zullen zijn.

Igt; K II IJ gt;1 O li T iS r,

omvattende eene groote Verzameling van de alleraardigste Anecdot'Hi grappuie Verhalen, enz. enz., qroot 4o formaat, 400 Bladz. mei pl. 600 Humoristische platen in prachtigen omslag, fraai en f' f. gecartonneerd voor slechts / 1.25.

Elk uur van den dag, in gevallen van slapeloosheid o '

nacht, verschaft De Humorist eene aangenani ■ i r

bonten inhoud; beter dan de best ingerichte hu

hij een afdoend remedie tegen zwaarmoedig1

beid, of verveling. Een hu» ! 1 ■■■ i. i .

hij zich niet een exemplaar Mv. r,

ocr page 168

Uitgaven van I). BOLLE, te Rotterdam.

• ï lgt;. It W A.ST. Gr ezel s e h npsl i e tlor en,

of uitgezochte verzameling van 145 Nederlandsche zangen en 14 volksliederen van de voornaamste landen, met de muziek voor Zang en Accompagnement van Piano, 4e vermeerderde druk, 2 deelen, voor f 1.25; in één, zeer fraaien. prachtband voqr f 1.75.

wm- De geneele tekst en muziek hiervan is voor deze uitgave expresselijk in tin gegraveerd — tengevolge waarvan alles correct en duidelijk tot het oog spreekt; hierdoor is tevens de indeeling zóó gevormd kunnen worden dat het lastige blad-omslaan onder het spelen geheel vermeden wordt.

Deze unieke Liederverzameling is zulk eene kostbare uitvoering overwaard — want zij behoort thuis, niet alleen bij iedere Piano, doch tevens in ieder gezin. Behalve allerlei Volksliederen van verschillende Natiën, vindt men er alle mogelijke bekende Hollandsehe Liederen in terug, die kostelijke liederen waarvan wij allen de melodieën, maar meestal niet de woorden kennen, zooals bijvoorbeeld: „Heb je wel gehoordquot; — „Aan d'Oever van een snellen vlietquot; — „Kolijn, een brave Boerenzoonquot; — „Schilder, 'k wil mij zelf eens zienquot; — „Kom, mijn Bruintje, stap wat aanquot; —„Triomf, de Vreugde stijgt ten topquot; — .Jö Vivat — „Het is bestemdquot; — „De Kabels losquot; — „0 dierbaar plekje grondquot; — enz. enz., niet minder dan 145 geliefkoosde Hollandsehe zangen en behalve dat nog 14 volksliederen van verschillende Natiën — het is een ware Liederenschat, onbetaalbaar om zijn rijken inhoud; het is een lust, een bron van genot en van gezelligheid die kostelijke uitgave in de huiskamer en bij de Piano tot zijne beschikking te hebben.

Kwasfs Liederen geven, in één woord, dat waaraan behoefte is; men boude het Hollandsch Lied in eere en zij gedachtig aan Heine's woorden: „Sleditt de boozen zingen niet.quot;

DE KLEINE PIANIST.

Melodieën-Albums voor de Jeugd, 4 bundels fraaie Piano-muziek, speciaal voor eerstbèginnenden, de vier bundels in oblong-formaat, samen voor f 0.15.

Inhoud: Lucretia Borgia, Tannhauser, Don Juan, Zampa, Stradella, La Fille du Régiment, Nordstern, 11 Trovatore, Nebucodonosor, Robert le Diable, Le Prophéte, Norma, Le Barbier de Seville, Der Freischütz, Guillaume Teil, allen van D. Krug.

Kukkukswalzer, Wie die Husaren blasen. Schone Mondnacht. Schwei-zerliedchen, Folgende Geschichte bat mir ein Maikafer erzahlt, Wasser-fahrt, Gesang der verzauberten Prinzessin, Tanzende Wassernixen, So springen die Heuschrecken, Ringeltanz, Parademarsch der kleinen Soldaten, Die Spieluhr. Der kleine Wildsang, Neckender Kobolt, Herumzie-hende Bergleute, Puppentanz, Kriegslied,Lustige Musikanten,\Veihnachts-gesang der Engel, Die Weinlese, Vom Popanz mit denSiebenmeilenstiefelnT Stiindchen mit Pauken und Trompeten, Stelzentanz, allen van Th. Oesten.

METHODE tot het aanleeren van het Pianospel, bewerkt naar de beroemde Engelsche Handleiding van J. B. Cramer, onder toezicht van W. Bargiel en Jon. H. Sikemeieu en aanbevolen door Joh. Bastiaans, M. F. Brandts Buys, F. Coenen, W. Hutschf.nhuytkh, C. van de Sandt enz., met tekstverklaringen, voorbeelden, oefeningen enz. enz., enz., beknopte leermethode voor slechts f 1.25.

ie Volledige Catalogus van Nieuwe in prijs verminderde Boeken en Goedkoope Uitgaven, 'alsmede tiie van Nieuwe goedkoope Muziek, is op aanvraag gratis en franco verkrijgbaar.

ocr page 169
ocr page 170
ocr page 171
ocr page 172

i quot;S1 , ^ k

V f - Jr

■ 7\ ' quot; X l V

gt; r ♦r ♦ -

v /

^ a * ~ r*

f ■% »

f-. '/ s gt;

r^v , • . , s H v v ^ gt;

' * gt;v v S's 'J

j • ' - T y ^ - l

1 ' - .i. - i ^

v. v1 ^ ^ 'gt; gt;

gt;rlt;- 1 ^ ?X

.. V ' ■ quot; quot; ,

quot; .y, V

gt; ■ quot;; .'* » ^ gt; '

n - ,-; /,'^- •' ,rV'

amp;' - /

^ r % v- /V ^ r

, V. 1 ■ 4 ' V * ^

tw quot; X c ' ^ ^ -v/-^

^ , ^v;

•r^ - . v' quot; ' - ' ^ - '

■,'■ ,, ^-7 x -l ' ^a P 'w

r,

v gt; f isquot; ? gt; :

t ' /

^ ' ).H- / ^

A lt;ii

quot; V ^ gt;

lt; ^

■lt; .. V-;'-v^- y.,:

■-; lt; ,-r^

~ } A

^ ' V *

gt; f «!gt;

. • ^ ,, * r *

T ' ' ^

rif

/...' 1 .