D- W. HAZENBERG.
Wie GRATIS meer van deze lectuur i verlangt vrage j D.s w. hazenberg, i: Postbus 134, AMSTERDAM,
/
Snelpcrsdnikkerij -T. van Tetki.kji.
VEEÃTIDA-M:.
S X
li
9
f
Jêzuü, tic êcuecslrcÃit.
of
De
door
Ds. W. Hazenberg.
RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
2723 918 9
Snelpersdrukkerij â J. van Petegem.
V Ã K N D A M .
4
* os
Jtrzns, de (Jifln^üiipcii
|
» En als hel laai (jeworden ivas, hebben zij velen van den duivel bczclm tul Hem gebrachl en Hij wierp de bonze geesten uil met den ivoor de, en jenas allen, die kwalijk gesteld waren; ojidal vervuld zon worden, dot gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heelt onze krankheden op zich. genomen en onze ziekten gedragen. M'illheils 8 v. '!(⢠amp; 17. üovcnsiaandc woorden zijn rijk viin inlioml, zoo rijk, dal eene be-liooriijke behandeling aller zaken, daaiin verval, een grool boek zouden uilmaken, zoodat ik mij ibans bij ecnige der voornaamsle zaken zal liebbcn Ie bepalen. In deze woorden zien wij Jezus bezig, om aan kranken, kreupelen, dooven, blinden, van den duivel bezelenen, en met welke lichaamsol geesteskwalen ook bevangenen volkomene herslelling le bezorgen. De Heiland beloonde Zich immer bereid, aan hulpbehoevenden naar lichaam olquot; geesl de behulpzame hand le bieden, en daar in Zijn vleesch God was geopenbaard, on-alscheidelijk met Hem vereenigd, /00 vermocht Hij te doen, wat dezen van Hem verlangden |
Hel Vaderhart en de Yaderkracht waren Hem geschonken, vandaar do groole wondoren, die tot heil der menschheid dooi'Jezus verricht werden. De Vader, door lielde bewogen, had Zijnen Zoon aan de wereld lol hare behoudenis gegeven, en terwijl Deze hel afschijnsel van Gods heerlijkheid en bet uil-gedrukle beeld Zijner zelislandig-heid was, zoo woidt de lielde dos Vaders lot do verloren menschheid in den Zoon geopenbaard, al Zijn vermogen bij elke mogelijke ge-legenheid aanwendende lol leniging der smarlen, lol vertroosting der Ireiirigen, lot verslerking der zwakken, lol genezing der kranken en tot vergeving der schuldigen. Duizenden overvielen den god-delijken Mensdienvriend met hunne verschillende smarlen, krankheden en ellenden, echler vvoïs Hij nimmer iemand al, nimmer zeggende, dal het werk voor Hem te veel of te zwaar weid, al \\as hel ook, dat Hij geen tijd had, om le elen. De wonderbare lielde, waarmede de Heiland lol do menschheid is bezield, dreel Hem geslaag lot de hulp der ellendigen aan. Do menschen-liel'de en Zellverloochening des Ilee-ren had nu reeds algemeene vermaardheid verkregen, zoodat men van alle kanten met kranken en bezetenen kwam opdagen, zonder |
JEZUS, DE GENEESHEER*
2
|
zelfs den behoorlijken lijd in acht le nemen, waarvan onze gekozen tekstwoorden het bewijs leveren, daar gezegd wordt; sEn als het laat geworden was, hebben zij velen van den duivel bezeten tol Hem gebracht. Zeer licht was de Heiland maar pas met Zijne discipelen van hel dagwerk teruggekeerd, zijnde onder anderen ook met den hoofdman over honderd in aanraking gekomen, wiens knecht op Zijn bevelwoord genezen was, en levens bod Hij de moeder van Pe-!rus' vrouw door aanraking harer hand van de koorts verlost en eer Hij gelegenheid had, naar het schijnt, iets tol eigen verversching le genieten, bevindt zich eene talrijke schare rondom de deur, wachtende, nic.l op de beroering des waters van Belhesda, maar op de aanraking der hand van den Zoon Gods, opdat krankheden van hen mochlcn wijken en duivelen van hen uitvaren. De ervaring had in dezen lijd reeds geleerd, dal noch duivel, noch krankheid legen Zijn goddelijk machtwoord bestand was, uit kracht waarvan men zich van nabij en van verre, mei kleine en groole kwalen, in vol geloofsvertrouwen tot Hem wendde en waarlijk werd men in dal gelooi niei beschaamd gemaakt, want er slaat: xEn Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren.* |
Uit deze laatste woorden toch blijkt het duidelijk, dat hier geen gewone medicinale kunst in het spel was, wanl niet alleen was de genezing oogenblikkelijk, zoo hel schijnt, maar levens algemeen, terwijl de medicinale genezing, zoo ze nog al eens mag plaatshebben, zer meestal langzaam gaat, teiwijl zij in dat vele gevallen ten eenenmale vruch- Uie teloos wordt bevonden. Dus was voi het niets minder dan goddelijke kii kracht, die bij deze soort gene- dii zing in werking trad. rm In onze dagen zijn er menschen, va die de wonderen des bijbels ontkennen, ze als onmogelijk beschou- be wen, daar ze, zoo men meent, met ze de onveranderlijke naluur-wetlen Zt zouden in botsing komen en de he verstoring van hel heelal zouden 2. ten gevolge hebben; laten die vo wereldwijzen in hun ongeloof tot. d( hun eigene verantwoording vol- zi harden, doch de kinderen Gods, lij die met aanbidding de wonderwer- al ken des Heeren erkennen, vinden d hierin, in verband met de pioleti- e sche voorzeggingen, een sterk be- b wijs, dat Jezus van Nazareth waar- s lijk de Chrislus en Zaligmaker der z wereld is. De Evangelist Matlheüs v was blijkbaar zoozeer door hel feit v getroffen, dat deze wonderbare ge- i nezingen door Jezus Hem als den é van ouds beloofden Messias deden \ kennen, dat hij hierbij de woorden \ uit Jes. 53 v. 4 aanhaalt en zegl: i »0pdal vervuld zou worden, dal gesproken was door Jesaja, den proleet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze ziekten gedragen. Paulus zegt; Onze godsdienst is een redelijke godsdienst, en zoo moei men op haar gebied ook het verband tusschen oorzaak en gevolg kunnen opsporen en aldus brengt Matlheüs ook oorzaak en gevolg samen, bewerende, dat al deze kranken en bezetenen gene- |
JEZUS, DE GENEESHEER,
3
|
zen werden als gevolg van het feil, dal de voorheen beloofde Messias thans Zich onder de m«iischen bevond. Mallheüs tiewaagl hier van krankheden opnemen en ziekten dragen door Clirislus, in verband mei hetgeen Jesaja van hel werk van den Messias gezegd heeft. De Apostel Petrus bezigt dezelfde bewoording omtrent, hel dragen onzer zonden door Christus; »Die Zelf on/.e zonden in Zijn lichaam heefl godragen op hel hout,« 1 Pel. 2. v. S'i, lot een blijk, dat de aard van dit dragen door Hem, van zonde en ziekte beide, in den zelfden zin moet verstaan worden. Hel lijdt geen twijfel, dat velen door alle tijden heen van het dragen der zonden der wereld door Jezus een onredelijk en dus onhijbelsch begrip gehad hebben. Yeelal verstaat men onder het dragen dei-zonde door Jezus, alsof Hij de eeuwige straf der wereld werkelijk in volle mate zou getorschl hebben in Zijn lijden en sterven en daardoor aan Gods recht geheel zou voldaan hebben, uit kracht waarvan volgen zou, dat hel gansclie mensclidom zou moeten zalig worden volgens de reclitvaardigheid Gods, dewijl het duidelijk in de Heilige Schrill geleerd wordt, dat het, plaatsvervangend offerwerk van Christus voor de geheele wereld geweest is, gelijk de Apostel Johannes zegt, dat Christus eene verzoening voor de geheele wereld is, en Paulus, dal God in Christus de wereld, niet een weinig uitverkorenen, met Zichzelvsn was verzoenende. |
Had er nu door hel zondedragen door Christus eene letterlijke betaling plaats in volle mate van de gemaakte schuld der wereld voor God, dan zou God niemand kunnen laten verloren gaan, dal nu echter niet het geval is en daarom moet dal stelsel noodzakelijk onwaar en onhijbelsch zijn. Wij hebben de verlossing door Zijn bloed, doch zulk eene verlossing moet niet op eene onredelijke, tegenstrijdige en onbijhelsche wijze toegepast worden, waardoor men aan des menschen versland onnoo-dige ergernis geelt, en God er tevens door onteert. Wanneer wij dus letten op den aard van hel diagen der ziekte door Christus, dan zal ons daardoor tevens de aard van hel dragen on/.er zonden door Hem ook meer duidelijk worden. De liefde, die Christus lot den mensch heeft en de daaruit voortvloeiende begeerte lol zijn lijdelijk en eeuwig welzijn, veroorzaakt dit dragen der zonde en ziekte en steil het daar. De menschenliefde, die Christus bezat, veroorzaakte Zijn diep en innig medelijden met den kranke, deed hem waarlijk ni^t. in letterlijken, maar in geestcfijken zin zijne krankheid dragen, Christus stelde Zich als in de plaats des kranken en gevoelde in Zijne heilige, liefdevolle ziel, alsoi Hij Zelf inderdaad krank was. Het is. alsof Paulus van des Heilands medegevoel het bevel heeft afgeleid, om blijde te zijn met de blijden en ie weenen met de weenenden en die andere voortrefTelijke woorden van; Draagt elkanders lasten en vervuil alzoo de wel van Christus.» Wij kunnen dus in zekeren zin |
JKZÃS, UK ÃENEESHEEK.
4.
|
ook nog lieden de krankheden en ziekten van anderen dragen, vooral van hen, die ons zeer dierbaar zijn, zoodat we ons gevoelen, alsof we zeil' mei die krankheden bezocht zijn en zelfs zouden we er een dieper gevoel van in onze ziel kunnen omdragen, dan de kwaal in werkelijkheid is. Wij kunnen ons in dezen wel niet met Ghrisius gelijk stellen, daar niet enkel Zijn medegevoel dieper en reiner moet zijn dan het onie, waar Hij levens het vermogen bezit, die weg te nemen, wanneer de lijders slechts lol Hem geloovig de toevlucht nemen, dat echter bij ons niet het geval is, hoewel alle leden ook mede lijden, wanneer een lid lijdt, hoe gaarne wij ook de ziekte en smart zouden wegnemen van hen, die ons zoo nauw aan hel hart liggen. Zoo moeten wij dan ook niet denken, dal Christus met hel dragen onzer ziekten heeft opgehouden, nadat Hij gestorven, opgestaan, ten hemel gevaren en aan Gods rechterhand gezeten is, maar blijven gelooven, dat Hij nog voorlaan onze zieklen draagt, zoo dikwijls daartoe aanleiding bestaat. Christus heeft ze gedragen, draagt ze en zal ze steeds blijven dragen. 01 heelt Christus nu met ons geen medegevoel meer, en heelt Hij Zich tegen onze aard-sche ellenden verhard, nadat Hij aan Gods reciuerhand heell plaats genomen. Gode zij dank, dal zulks geenszins 'l geval is. Luister eens, wal de schrijver aan de Hebreën ons raadl, ziende op Christus verhooging: Dewijl wij dan een groo-len Hoogepriesler hebben, die door de hemelen doorgegaan is, namelijk |
Jezus, den Zoon van God, zoo iaat ons deze belijdenis vasthouden. Want wij. hebben geenen hoogepriesler, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen gelijk als wij is verzocht geweest, doch zonder zonde.k Hebr. 4 v. 14 en 15. Het voortdurend medelijden van den verhoogden Heiland en Hoogepriesler met de ellenden der menschheid en dus ook Zijn voortdurend dragen derzelve, diende alleen voldoende te zijn, om het algemeen gangbare gezegde te mistrouwen, dat Christus thans niet meer, gelijk in vroegere dagen, zoo onmiddellijk en wonderbaar de kranken genezen wil, of met korte woorden: «De tijd der wonderen is voorbij.» Kr beslaan heden in hooldzaak twee gevoelens aangaande de wonderwerken: de een, dal ze uil den aard der zaak nimmer kunnen gebeuren, de ander, dal ze uitsluitend tot het. verleden be-hooren en men ze dus niet meer verwachten mag en ik weel haast niet te bepalen, wal de grootste ongerijmdheid in zich bevat, vooral wanneer men het wonderwerk beperkt lol de onmedicinale, oogen-blikkelijke en goddelijke genezing des lichaams, het onderwerp, thans onder behandeling. Behelst hel Isalsgenoemile gevoelen waarheid, dan is het woord van Jezus: «Het is u nul, dal ik wegga,® niet vervuld geworden, althans mei betrekking tot duizenden van kranken, die vele jaren onder ziekten en smarten gebukt gaan, die Jezus, wanneer men zich voor dal doel lol Hem wendde, toch wegnam, toen Hij |
JEZUS, DK GENEESHEER.
|
nog in liet. vleesch op aarde wandelde. Vandaar, dal er ongelvvij-leid menige zucht aan de ziel der lijders ontglipt: «Och! dat die goede oude lijden nog eens terug kwamen, dat men maar zoo recht-'streeks lot Jezus kon gaan, om door Hem op eens, zonder kosten genezen te worden!« Oeze angstkreten uit men, omdat men niet geloolt, dat Jezus ook op dit gebied gisteren en heden en lot in der eeuwigheid dezelfde is, terwijl men in den algemeenen stroom des ongelools zijns lijds zit verward. Een oneindig groot ge-lal toch heelt sedert het vertrek van Jezus naar den hemel, de ervaring der twaalfjarige lijderes, in hel Evangelie vermeld, opgedaan, van onder vele medicijnmeesters veel geleden te hebben, en onder dat alles steeds erger geworden, taldal het verlies der aardsche bezitting hel voortgaan in den medicinalen weg belelle. In Zuid Afrika allhans, al waar wij met vele kranken in aanraking zijn gekomen, hebben we dikmaals zulke klaagtonen vernomen, ech-ler dikwijls met de troostrijke bijvoeging, dat hurv lichaamstoestand aanmerkelijk was verbeterd, sedert ze geheel van het medicijngebruik hadden afstand gedaan, al hadden ze ook niet op Jezus lot genezing vertrouwd, en heel waarschijnlijk zouden velen in Nederland ook beter doen, in krankheid zich geiieel aan de heilzame werking der natuur over te geven, dan zich aanhoudend onder medecinale behandeling te stellen. Een klein boekje in bet Engelsch, bestaande uit getuigenissen van meer dan dertig der beroemdste doktoren der aarde, heeft mij in dit gevoelen gesterkt en bevestigd. |
In dat boekje wordt o.a. gezegd, dat de medicijnen meer menschen gedood hadden, dan alle oorlogen, hongersnooden en pestelenlien te zamen en dat alle medicijnen vergiftig zijn en eene verderfelijke uitwerking op des menschen lichaam hebben, en dat de medicijnen, hoewel ze somwijlen een geringe kwaal mochten tegengaan, later dikwijls eene ongeneeselijke kwaal aanbrachten, zoodat het, over het geheel genomen, voor den kranke het veiligst is, geheel geene medicinale hulp in ie roepen, zijne kwaal aan de natuur over te geven, dewijl er groole kans bestond, dat de toegediende medicijnen meer kwaad zouden doen dan goed, daar er ook meer menschen krank zijn ten gevolge van medicijn-gebruik, dan door alle andere oorzaken te zamen. Ik durf mij-zei ven niet opwerpen als een deskundige op dit gebied, maar schrijf slechts terneer, wat geleerde mannen van het vak hebben betuigd. Deze doktorale getuigenissen waren door iemand in Amerika, die ook niet veel in dokiers geloofde, uit verschillende boeken bijeenverzameld en aldus in een klein geschrift aan het publiek te nutte gegeven. De eenparige getuigenissen dier beroemde mannen pleiten ook niet sterk voor het feit, dat de medicijnkunst een zegen voor de menschheid en eene instelling Gods zou wezen, gelijk dit niet zelden door zoogenaamde godge- |
JEZUS, DE GENEESHEER.
6
|
leerden beweerd wordt. God heelt blijkkior Zijn Zoon als heelmeester der rnensclien lichamen gesteld, gelijk Mozes reeds tot Israel zeide: Rx. 15 v. 20: De Heer is uw heelmeester, en aldaar de voortdurende gezondheid van de volhardende gehoorzaamheid aan Gods geboden verbindt. God had ook dan onder Israël volstrekt geen medicijnmeesters verordend, en wordt het al gezegd, dat koning Asa in zijne krankheid naar medicijnmeesters ging en niet naar den lieer. Dien hij in zijne geesteloosheid en al val voorbijging, zoo wordt eraan toegevoegd, dal hij stierl, als eene stilzwijgende aanwijzing van des lleeren ongenoegen over zijn ongeioovig gedrag. Werden de kinderen Israels in de woestijn door de vurige slangen gebeten en erkenden zij hunne zonde als de oorzaak van dit kwaad, zoo werd Mozes niet door God bevolen, eene groote hoeveelheid medicijnen te bereiden, om het slangengil tegen te werken, maar hij ontving van God liet bevel een koperen slang aan eene stang te hechten, opdat de gebetenen door het zien op die slang genezing mochten erlangen, welke kopere slang naar Joh. 3 v. 44 een voorbeeld van Christus was, die waarlijk de Heelmeester van den ganschen mensch is, naar ziel en lichaam beide. Ook Hiskia bad in zijne doodelijke krankheid tot God om genezing, en ontving op zijn gebed de belofte van eene 15jarige verlenging zijns levens, terwijl de vijgepleister, door Jesaja ten gebruikc op zijn gezwel bevolen werd, niet ais een medicijn, waaraan geene behoefte bestond i maar als een teeken zijner genezing, waarom hij als eene versterking zijns geloofs gevraagd had. |
Terwijl dus God Christus als een heelmeester des lichaams voor ' alle tijden heeft ingesteld, die uit kracht Zijner onveranderlijke tnen-scheniieide een lloogepriesterlijk drager der ziekte is, zoo is er voor dit doel niet enkel geen tweede instelling noodig, maar is het tevens te verwachten, dat elke poging, om iets aan deze instelling Gods toe te doen, noodlottige 'gevolgen moet hebben, gelijk in de Heilige schrilt geleerd en door de ervaring aller tijden ook bevestigd wordt. Zullen wij nu nog dien goddelij-ken, lielelijken en veiligen heelmeester voorbijgaan en de toevlucht nemen tot onze medemenschen, die misschien zelf godloochenaars zijn en stellen daar ons leven in gevaar, door allerlei soort vergil-tige slolien te verslinden en daarna misschien, indien wij het leven er niet bij inschieten eene rekening ontvangen, die het haar onzes vleesches van angst doet te berge rijzen, of zoo we er zelf al onder bezwijken, dan wellicht benevens het treuren over ons verlies, onze achtergelatene, dierbare betrekkingen ook nog door datgene,â wat misschien het middel onzes doods was,â op zware wijze belast worden? Dewijl Christus Zijn gansche, aardsche leven door aller men-schen krankheid droeg, mei innig tnedelijdon als Uoogepiiesler over |
JfcZUÃ, DK GfiNEESHEKK.
7
|
dezelve in Zijn heilige Ziel vervuld, en die nog heden aan des Vaders rechterhand hei dragen onzer ziekten niet kan nalaten, zoo laten wij dan ook in dezen de begeerte Zijner ziel vervullen, en teven* ons persoonlijk geluk bevorderen, door in het vaste geloofsvertrouwen onder de belijdenis van zonde als oorzaak der ziekte, haar aan onzen dierbaren Zaligmaker overgeven, tot de verheerlijking Gods. Het geloof aan het opnemen dei-krankheid en dragen der ziekte door den Heer, zoowel op aarde als in den hemel, deed ongelwij-leld den ApostelJacobus schrijven: gt;Is iemand krank onder u, dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den naam des Heeren. En het gebed des gelools zal den zieke behouden, en de Heer zal hem oprichten, en zoo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden. Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; want een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel.« Jac. 5 v. 14â16. Wat christen zal durven ontkennen, dat dit bevel van Jacobus door alle lijden heen voor des Heeren gemeente geldig is! Toch is het waar, dat velen in onze dagen spreken en schrijven omtrent des Heeren werk tot genezing, alsof dit Apostolische bevel had uitgediend, en sommigen durven beloogen, dat het voortdurend geloof aan genezing alleen door middel van het gebed, zonder het gebruik van dokier en medicijn, ongereformeerd is; wel aan, dat moge zoo zijn, doch indien de gereformeerde leer en de Bijbel met elkander in strijd komen, dan durf ik het met den Bijbel houden, die ouder is dan het gereformeerde geloof en nog zal beslaan, wanneer dal reeds lang vergelen zal zijn. |
Ook moet men hierbij hel verschil van oorsprong niet uil hel oog verliezen, daar de Bijbel van Goddelijken oorsprong is en alle menschelijke leerstellingen van menschelijken oorsprong zijn. Jacobus acht de gezondheid des lichaams hoog genoeg, om in zijn betrekkelijk korten brief een uitvoerig bevel te geven, hoe de leden der gemeente in krankheid haar zouden terug krijgen. Ilij weidt niet uit over den zegen der medicijnkunst en haren Goddelijken oorsprong, gelijk men thans veel doel op godsdienstig gebied, maar gaal zulke zaken stilzwijgend voorbij, als tot de praktijk des on-geloofs behoorende, daar de gemeente haar medelijdend en ziekte-dragend Hoofd in den hemel heelt, die steeds in liefde aan hare geestelijke en lichamelijke behoeften gedenkt, en bereid is, op het geloofsgebed ze alle te vervullen. Hij beveelt de gemeenteleden, de ouderlingen der gemeente te roepen, opdat die als ervaren christen-menschen en leiders der gemeente voor hen om genezing zouden bidden, niet om een zegen op toegediende medicijnen at te bidden, gelijk men heden in christefijke kringen gewoon is, te doen, maar zonder al die zoogenaamde middelen rechtstreeks door Christus |
JEZUS, DE GENEESHEER.
8
|
tol. God te gaan, om vergeving van de zonde en genezing van het kranke lichaam door de werking des Heiligen Geesles. Tot eenig ander middel dan lol hel gebed toevlucht Ie nemen in krankheid dan lot spijs en drank en behoorlijke verpleging en verzorging, bleek een ongewone zaak te zijn in de eersle Christenkerk, en het is jammer, dat men later daarvan is afgeweken, hetwelk wel een noodzakelijk gevolg werd van bet algemeen verval der kerk, doch ook jaler met hervorming der kerk weder is hersleld geworden, zoodal men beden algemeen schijnt le gelooven, dut men bel bevel van Jacobus niet meer kan en- mag opvolgen. Werd wellicht toen iemand niet in de Gbrislelijke gomeenle geduld, die dit bevel des Apostels naliet en langs lleidensche wijze zicfizelven zocht te redden, zoo wordt thans iemand, die zich in krankheid strikt aan dat bevel wil houden, al'icbl van onrechlzinnig-beid en kelterij beschuldigd. Zoo men hem nog al in de gemeente duldt en in sommige gevallen kan hij misschien daarenboven nog door bet wereldsch gerecht vervolgd worden. Dal de burgerlijke overheid, die veelal geen vreeze Gods bezit, zulke dingen doel, dal laat zich nog verslaan, doch dal op dit gebied vei volging zou komen van lien, die zich Gbristenen durven noemen, is veel meer vreemd. Niet het gebed des twijfels,â waarop men volgens Jacobus niets verkrijgt,â maar bel gebed des ge-lools zoude genezing aanbrengen, (e welen hel geloof des kranken zoowel als dat des voorbidders. |
Samenslemming wordt op dal gebied vereischl, teneinde zich van een gunsligen uitslag te verzekeren, daar ook Christus hel gebed van twee of drie over eene zaak aanbeval, om bet begeerde goed le verkrijgen, liet lieide-dragen der krankheid door Christus houdt niet op, doch in vele gevallen kan hel noodig zijn, dal een of twee of meer onder en in overeenstemming met Hem de krankheid dragen, door Chrislelijk medegevoel en haar le zamen mei den kranke aan Christus opdragen, opdat Ilij als de door God verordende Middelaar de krankheid werkelijk weg-neme en de begeerde gezondheid leruggeve. Dioeg en draagt Christus onze krankheid tevergeefs, doordien wij door ongelool en misverstand eronder blijven versmachten, zoo is on/.e toestand treurig en ontee-ren wij God en Cbrislus, onzen Zaligmaker. Uwe vrienden en bloedverwanten mogen uwe krankheid mei u dragen en laten zulks tevens door daden blijken, hetwelk voor u wel aangenaam is, maar dat in menig geval onvoldoende mag hee-ten, en dan moet gij menschen tol u roepen, naar hel bevel van Jacobus, die voor u en mei u om genezing zullen bidden in het geloof, vertrouwende, dat God naar Zijne belofte op uw gemeenschappelijk gebed den gevraagden zegen geelt. In Jacobus' lijd werd hel zeker niet als een groot wonder beschouwd, wanneer iemand van eene anderszins doodelijke krankheid op |
J P.ZUS, DE GENEESHEER.
9
|
eens of in konen lijd op hel gebed door God gezond gemaakt, werd, doch als in onze dagen zoo iels gebeurt, dan slaat men verbaasd, of weigert ronduit, hel te gelooven, of durft zelfs beweren, dal zulks wel door de hulp der booze geesten moet geschied zijn, aangezien de lijd der wonderen, meent men, reeds lang voorhij is. Het ongeloof in zulke goddelijke genezingen trefl men niet alleen aan hij de Modernen, die de mogelijkheid dezer wonderen durven loochenen, maar ook bij hen, die zich hij uitnemendheid rechtzinnig wanen. Echter is hel een verblijdend feit, dal God nog heden op wonderbare wijs, enkel op hel gebed des gelool's, den kranke kan en wil gezond maken, wanneer men met een ootmoedig hart, met een vast geloof, dien zegen van God afbidt. Velen denken, dal God nog wel zoo genezen kan, doch iv\ijfelen aan Gods wil in hun bijzonder geval en aldus ontbreekt het, hun aan gelooi tol genezing, dewijl de verzekering, dal God ons iets wil geven, immer in een gebed des - gelools wordt vooronderstelt. Wij lezen ook dikwijls in hel Evangelie, dat Jezus allen yenas, die tol Hem kwamen lot een blijk, dat God die allen wilde gezond maken, want anders zou Jezus zekerlijk hel niet gedaan hebben, welke voorbeelden ons geloof dienden te versterken, betreffende Gods wil in de genezing onzer eigene krankheden en smarten. Het waarlijk geloofsgebed om genezing zegt: God wil, dat dit naar |
Zijne beloite aan mij geschieden zal. Hoewel de voorbidding in krankheid door Jacobus bevolen is en zelfs in sommige gevallen noodig kan bevonden worden, zoo kan echter iemand ook op zijn eigen gebed genezen worden, vooral wanneer er niemand in zijn bereik is, die met hem zulke dingen op hel gebed diult verwachten. Toen ik voor ongeveer 25 jaren uil Nederland naar Amerika vertrok, vaite ik op zee een erge koude, die weldra in erg hoesten en tering overging. In Amerika gekomen gmg ik een Hollandschen dokter raadplegen, die mij geen hoop op herstel gaf. Mijn toestand was jammerlijk. Ik iuste bijua geen eten meer, was te zwak om te loopen, kon des nachts niet slapen vanwege de hoest en mijn einde scheen nabij. Echter op een avond voor ik naar bed ging, begaf' ik mij in het gebed tot God om oogenblikke-lijke genezing, opdat ik mijne studie mocht kunnen vervolgen en aldus spoedig bereid le worden voor de prediking des Evangelies, waartoe ik wist, dat God mij geroepen had. Wat ik bad van God, verkreeg ik en ik was op eens geheel gezond, geheel verlost van alle hoesten en sliep des nachts volkomen gerust en had den volgenden morgen groolen honger, doordien het lichaam bijna uitgeleerd was en binnen twee weken lijd was ik sterker dan ooit le voren. Dergelijke wonderbare genezingen op eigen gebed hebben er nog plaats, doch behooren meer tol de zeldzaamheden en hebben |
JEZUS, DE GENEESHEER.
10
|
deze nu meestal plaats op hetjieloo-vig voorgebed van anderen naar liet gebod van Jacobus. Jacobus spreekt in verband met hel gebed om genezing ook van de zalving met olie, welke olie men niet moet aanmerken als eene soort geneesmiddel voor alle kwalen, maar als een teeken en zegel van de werking des Heiligen Gees-tes, die op het geloovig gebed de herstelling des lichaams bewerkt. Het mag beschouwd worden als een teeken en zegel, gelijk brood en wijn in het avondmaal dat ook zijn van Gods genade, ol het water bij den doop, hoewel er in deze teekenen, op zich zelve beschouwd, geen kracht tol zegening aanwezig is. Als teeken kan men de olie, door Jacobus vermeld, ook met de oplegging der banden verwisselen, gelijk Jezus ook zeide: »0p kranken zullen ze de handen leggen en zij zullen gezond worden, gelijk ook Christus bij de genezing der kranken dikwijls de handen opleide, welk voorbeeld Paulus onder de [leidenen scheen te volgen, daar er gezegd wordt, dat God ongewone krachten deed door de handen van Paulus, hoewel men dezulken het niet ten kwade kan duiden, wanneer zij onder de Christenen uit de Heidenen het voorschrilt van Jacobus letterlijk volgen, door onder het pebed voor kranken zich van liet teeken der olie te bedienen, hoewel wij gewoon zijn onder hel gebed om genezing enkel de hand op den kranke te leggen, uls een teeken van de Almachtige hand Gods. |
Op Gods roepstem naar Zuid Afrika gegaan, om aldaar voor Hem in het Evangelie werkzaam te zijn, begonnen wij ons evangeliesatie-werk onder de Mohamedanen in de Kaapstad, die aldaar ten getale van ongeveer negenduizend wonen en ten einde invloed onder hen Ie verkrijgen dienden we eerst aan hunne kranken gratis homoeopatiii-sche medicijnen toe, dat ook niet vruchteloos bleef, doch daarna kregen we in te ?ien, dat God nu ook nog op het gebed hunne kranken wilde gezond maken, waarom we de medicijnen lieten staan, de kranken aanboden, voor hen om genezing te bidden, waartoe velen dan zich ook gewillig betoonden, en waarop onder hen ook wonderbare genezingen hebben plaatsgehad. Daarna schreven we over dit heerlijk feit in de nieuwsbladen in Zuid Afrika, waarop spoedig verzoeken inkwamen van kranken uit alle deelen des lands, om tol hen te komen en voor hen te bidden, waarop honderden genezen zijn geworden, van anders ongeneeslijke kwalen, eenige van welke gevallen we nu laten volgen. Met vrouw en kind hebben we lang door Zuid Afrika gereisd, en groote zegeningen tol bekeering en genezing op onzen arbeid genoten. Als student in 1868 uit Nederland naar Amerika getrokken, werd ik eindelijk Predikant in de Gereformeerde Kerk, welke ik in die betrekking vijt jaren in twee gemeenten gediend heb. Ik trad aldaar in het huwelijk bij den aanvang der Evangeliebediening, en |
JEZUS, DE GENEESHEER.
li
|
we liebben eene dochter, die nu i7 jaar oud is, en in Iloiiand Mich, schoolopleiding geniet, Ier-wijl mijn vrouw en dochter thans nog bij haar ouders in Amerika te huis zijn, terwijl ik nu in Nederland voor den lieer zoek te werken in hel Evangelie, In 1880 verlieten we Panaie, New. Jersey, om naar Zuid Alrika te gaan op Gods roepstem, alwaar we twaalf jaren geweest zijn en benevens aldaar in meer dan 20 kerken onder Mohamedanen en Heidenen 't evangelie gepredikt hebben. Getuigenisseo van genezingen. Wij ondergeteekenden waren reeds lang met krankheden bezocht, die naar den mensch gesproken, ongeneeslijk waren, doch waarvan wij nu door de genadige voorzienigheid des Heeren zijn verlost geworden. Wij lazen in Di Patriot, dat et-op het gebed van Ds. Hazenberg menschen waren gezond geworden, die bij dokters en medicijnen niet de minste baat konden vinden en terwijl wij geloolden, dat deze verhalen van genezingen in het o-penbaar waar moesten zijn, zoo kwamen we spoedig tol het besluit, hem te verzoeken, om uit de Kaapstad tut ons over te komen. |
Echter werden we in ons voornemen eenigermate geschokt, doordien we in naam van Ds L. Hugo een stukje in Di Patriot lazen, dal gericht was legen hei werk van Ds. Hazenberg, doch daar hij zich heel spoedig legen dat schrijven verdedigde, zoo bemerkten wij duidelijk, dat genoemde tegenstand tegen het werk der geioolsgene-zing enkel laster was. Wij hadden hein gevraagd, welke onkosten er voor ons aan verbonden zouden zijn, wanneer hij tot ons over kwam, waarop hij antwoordde, dat hij van ons niets vorderde, dan dat wij hem met vrouw en kind kosteloos van de Kaapstad naar ons zouden laten overkomen, en dat hij het verders aan God zou toevertrouwen, om hem naar de Kaapstad terug le brengen, indien dat Zijnen wil ware. Hij kwam toen met vrouw en kind naar Colerberg, vanwaar we hen met den wagen hebben alge-haald en op Sept. 22 1884 kwamen we met hen bij onze woning aan. Genezing van Jufvrouw Gidion van Tonder: Ook ik geel met blijdschap en dankbaarheid in het openbaar getuigenis van de groote genade, die de Heer aan mij bewezen heeft, door mij van eene langdurige krankheid le verlossen up hel ge-loolsgebed van Ds. Hazenberg. Hel is meer dan twintig jaren geleden, dat ik eene erge pijn kreeg op mijne maag, die acht dagen aanhield en daarna overging in mijne linkerzijde. De pijn in de zijde was dikwijls erg zwaar en daardoor kwam er een gezwel in mijne zijde, dat zeer groot was en waaraan ik bij alwisseling zooveel geleden heb. Niet minder dan zes dokters hebben over mij gegaan, doch hun |
JEZUS, DE GENEESHEER.
12
|
geluigenis wa= eenparig:, dal er }ieené hoop voor mijne herstelling bestond. Gedurende dien lijd kon ik maar weinig naar de kerk gaan, hoevêei lusl ik daartoe ook gevoelde. omdat ik het rijden niet kon uitstaan en daardoor veel pijn moest lijden. Met genoemde kwaal in de zijde leed ik ook aan hevige jichlpijnen, die ik reeds had vóór de vermelde pijn in de zijde begon. Deze pijn bepaalde zich vooral in armen en handen en beenen, hoewel zij ook min o( meer het gansche lichaam doortrok. Deze jichtpiin was bij lijden heel zwaar en dikwijls kon ik des nachts niet slapen ter oorzake van mijne kwaal. Mijne beenen waren door deze erge en aanhoudende pijn ciermate verzwakt, dat ik niet meer kon opstaan zonder met de handen op iets te leunen en het loopen viel mij door het een en ander erg moeilijk. Onder dit alles had ik geone hoop meer, om gezond te worden, daar ik ook alreeds 63 jaren oud ben, vooral ook omdat wij onbekend bleven met de heerlijke waarheid, dat God nog heden kranken geneest op het gebed des geloofs. Mijne ziekte en pijn waren dikwijls van zulk een aard, dal ik den Heer bad, om mij maar van de aarde weg te nemen, indien dit naar Zijn wil mocht zijn. Doch daarna verschalle de lieer uitkomst voor mij. Wij lazen in Di Patriot van de leer en gevallen der geloofsgenezing door Ds. Hazenberg, waarop wij hem van de Kaapstad ontboden, om voor ons den Heer om genezing Ie bidden. Hij bad voor mij en de uitkomst daaivan was ook heerlijk. |
Op het gebed ondervond ik terstond beterschap en versterking en op den derden dag na het gebed was ik geheel gezond. Hel gezwel, dat ik meer dan twintig jaren in de zijde had gehad, werd langzamerhand dunner en binnen vier weken na het gebed was hel geheel verdwenen. Acht dagen na het gebed voor mij gevoelde ik nogmaals een paar malen sleken in de beenen. doch daarop zeide ik; lieer. Gij hebt mij gezond gemaakt en zoo zuil Gij mij ook geheel van deze pijn verlossen en ook in dezen geschiedde hel mij naar mijn gelool', want sedert heb ik er nimmer iets van bespeurd. Ik was terstond over mijne genezing verheugd en verblijd en wist niet, boe ik den Heer zou loven en danken voor de verlossing van die langdurige krankheid. Drie weken nadat er om mijne genezing geloovig gebeden was, werd het Avondmaal te Bloemfontein gehouden, waarheen ik ook ging en ik gevoelde niet de minste hindernis van hel rijden, hoewel ik ter oorzake mijner ziekte de laatste negen maanden niet op het dorp was geweest. Te Bloemfontein zijnde, gal ik vrijmoedig getuigenis van des Heeren genade in mijne genezing bewezen en had tevens den moed, deze zaak te zamen met mijn man Gidion van Tonder, des Zondagsavonds in de tegenwoordigheid van Ds. Morgan en anderen te belijden, opdat God mocht worden verheer- |
JEZUS, DK GENEESHEER.
|
üjkl en de heerlijke waarheid der ^eloolsgenezing mochl worden verslaan en beoe'end. ' Ook moet ik hier bijvoegen, dal de genezing mijner dierbare vrouw mij lol groole blijdschap en dankbaarheid verslrekl en daarenboven dal ik zelf ook de genezende krachl des lleeren ondervonden heb op hel gebed van Ds. Hazenberg; want loen wij des Zaterdags bij hel A-vondmaal naar fJloemlontein reden, kreeg ik eene hevige hooldpijn, waaraan ik dikwijls geleden heb, zoodat ik des Zondags ook zijne voorbede vroeg, waarop ik lerslond van de pijn verlost werd en sedert heb ik er nimmer iets weder van gevoeld. Ik kan ook van harte zeggen: «Looll den lieer, mijne ziel en vergeel geene van Zijne weldaden, die al uwe ongerechtigheid vergeeft, die al uwe krankheden geneest, die uw leven verlost van verderl, die u kroonl met goedertierenheid en barmharligheden, die uwen mond verzadigt met het goede, uwe jeugd vernieuwd als eens arends.« (Ps. 'I0o : 2â4). G. VAN TONDER. M. E. VAN TONDER. Wellevreden, den 14 Nov. 1884. Gmeünj van Ju/V. A. J. van To uier. Junior: Toen ik 14 jaren geleden met mijne, vrouw huwde, was zij reeds bezocht met eene kwaal. |
Wij hebben voor haar vijl dokters gehad, die een korteren of langeren lijd over haar gegaan hebben, doch waarmede wij heel veel geld verspild hebben, zonder daarbij baat te vinden. De dokters zells waren hel niet eens'over den aard dei-kwaal, de een noemde hel suikerziekte, de andere graveel, doch door deze kwaal leed zij zooveel pijn en werd zij zoo verzwakt, dat zij bijna niets meer van haar werk kon doen. Hierbij kreeg zij acht maanden geleden nog eene kwaal in haar borsi en keel, die, zooals wij ge-looven, het gevolg was van al het medicijngebruik. Deze kwaal openbaarde zich in pijn en benauwdheid in borst en keel en in brand in het lichaam, terwijl hare keel opgezwollen was en van binnen in de keel en mond was gedurig een vurige uilslag, waardoor zij dikwijls niet kon elen. Hare longen waren vaak erg belet, waardoor zij dikwijls veel benauwdheid leed. Op het gebed van Ds. Hazenberg is mijne vrouw terstond groote-lijks verbeterd. De kwaal, die zij in hare borsl en keel had, is volkomen genezen en de andere kwaal, waaraan zij meer dan 14 jaren geleden had, is langzamerhand verbeterd en bijna geheel weggenomen en wij verwachten, dat de Heer hel werk geheel voltrekken zal lol de verheerlijking van Zijnen naam en tol onze zaligheid. Tevens moet ik nog melden, dal een onzer kinderen vier dagen ziek geweest was en bij de aankomst van Ds. Hazenberg erg ziek lag aan de heele koorts en lerslond genezen weid op zijn gebed, zoo- |
JEZUS, DE GENEESHEER.
|
dal niet meer dan een liaU uur na hel gebed de hilie geheel weg was en na dien iyd niel hel minste meer aan die ziekle geleden heell. Ook moet ik erkennen, dal ik en mijne vrouw door middel van hel weik van Ds. Hazenberg en diens vrouw groole geestelijke zegeningen ontvangen hebben. Mijn gelooi is door deze zichtbare gebedsverhooringen veel'ver-slerkl geworden en ook bij mijne vrouw is er groote verandering gekomen in haai' geestelijken toestand. Voorheen was zij alloos erg neerslachtig en mismoedig, omdat zij geene iioop had, om immer weder gezond te worden dewijl de ervaring ons genoegzaam geleerd had, dal geen dokter haar tol gezondheid kon terugbrengen en wij loen nog niet verstonden, dal de lieer Jezus ook nog in onze dagen kranken kan en wil gezond maken op hel ge-loovig gebed alleen, gelijk Gods Woord ons leert, dal Hij gedaan heell, toen Hij in het vleesch op aarde was. Hare gedachte was derhalve in dien toestand, dal zij spoedig van hare kinderen zou worden weggenomen; doch die vrees is nu geheel van haar geweken, dewijl zij op hel gebed des geloofs door den lieer Jezus terstond zoo rijkelijk gezegend is. A. J. VAN TONDER. J. E. VAN TONDER. Krotndraai, dist. Blooemfontein, 13 Nov. 1884. |
Genezing van eene zevenjarige harlkwaal. Mijn vader tezamen met oen broeder en zwager hadden Ds. 1 Hazenberg met vrouw en kind op : hunne kosten uit de Kaapstad laten komen, om voor mijne moeder, mijne zuster en schoonzuster te bidden , dewijl die bezocht, waren mei krankheden, die, naar den mensch gesproken, ongeneeselijk waren. Ãenige dagen, nadat hij voor mijne moeder gebeden had, ging ik haar eens bezoeke i, om te zien, hoe hel nu met haar gesteld was en ik vond mijne gehelde moeder lot mijne groole blijdschap gezond. Het was mij dikwijls tot groole smart geweest, dal ik mijne moeder, die alloos veel tol ons welzijn gedaan heeft, zoo erg moesl zien lijden, want zij is reeds gedurende twintig jaren mei eene erge kwaal bezocht geweest, waaraan zij bij tijden heel veel geleden heell. Doch nu was mijne blijdschap niel le beschrijven, dewijl ik mijne moeder in een volkomen gezonden toestand vond. Ik kon liet terstond op haar aangezicht zien, dal de Heer groole dingen aan haar gedaan had op hel gebed des geloots. Dewijl ik hoorde en zag de heer-l'jke genezing mijner moeder, zoo ontstond ook bij mij de begeerte, dat Ds. Hazenberg ook bij ons aan huis zou komen, om voor mijne vrouw om genezing le bidden, dewijl die ook reeds zeven jaren had geleden aan eene hartkwaal, die gedurig erger werd. Da hart- |
JEZUS, DE GENEESHEER.
15
|
kwaal was bij mijne vrouw eene familiekwaal. Haar vader was heel haastig aan de hartkwaal gestorven en eveneens haar oudste bloeien zij dacht ook, dat zij op de zelfde wijze aan haar einde zou moeten komen. Haar vader en broeder hadden alles gedaan bij dokters, wat zij met mogelijkheid konden doen, doch zij hadden daarbij niet de minste b^al gevonden en daarom had zij er geen lust in, met hare kwaal veel te dokteren, wetende dal zij er niets voor konden doen en tevens vree-zende, dal zij medicijnen zouden geven, waardoor de krankheid erger zou worden, dewijl dit niel zelden hel gevolg is van het dokleren. Zij heeft veel pijn geleden in haar hart, borst, schouderen en armen en deze pijn was dikwijls zoo erg, dat zij des avonds bevreesd was, den morgen niel le zullen beleven. Alle hulp bij menschen was dus voor haar afgesneden en daar men in onze dagen doorgaans gelooit en zelfs door predikanten wordl geleerd, dat de tijd der wonderen voorbij is en dal de lieer Jezus niel meer onmiddellijk menschsn wil gezond maken, gelijk voorheen, zoo scheen er voor haar geene kans te bestaan, om immer weder gezond le worden, doch de Heer heelt deze zaak anders bestierd. Op verzoek kwam Ds. Hazenberg bij ons aan huis en er werd besloten levens eene bijbellezing over geloolsgenezing te houden, waarbij ik eenige vrienden en belangstellenden uitnoodigde, waarvan velen gebruik maakten en ook sommigen van hen verzochten de voorbede lol genezing en onder hen zijn er terstond hersteld geworden. |
Ik ben getuige geweest van wonderbare genezingen van personen, voor wie hij op dien zeilden dag gebeden heelt, als b.v. Mr. en Mrs. Sephton, le Slilfontein, hij van langdurige pijnen door hel lichaam en zij van hartkwaal en bloedstorting, wat zij in mijne iegenwoor-digheid verhaald hebben, alsmede eene dochter van den lieer Jan de Beer le Slilfontein, die terstond genezen is van eene erge tering, waarvoor de dokters geene hulp konden aanbrengen. Ook mijne vrouw vroeg dien avond de voorbede van Ds. Hazenberg, waarop zij aanstonds gezond is geworden. Juist voor hel gebed zeide zij mij nog: voel eens, hoe mijn hart slaat en kort. na hel gebed getuigde zij, geheel van de hartkloppingen verlost le zijn, dat ik ook aldus bevond. De eerste nacht heelt zij terstond gerust geslapen en kan nu liggen op de linkerzijde zonder eenige hindernis, dat vroeger niet het geval was. Zy heelt nimmer na het gebed weder hartkloppingen gevoeld en de pijn in haar borst en schouders, die nog een paar dagen aanhield, is toen ook geheel verdwenen. Deze genezing mijner vrouw is ons tot groote blijd.^chap en de dankbaarheid, die wij hiervoor jegens God gevoelen is onuitsprekelijk groot. Mochten de oogen van des Hee-ren gemeente voor die heerlijke waarheid meer opengaan en de |
JEZUS, DE GENEESHEER.
16
schoonouders kwam, bad hij voor mijne schoonmoeder en voor mij om genezing en ik heb daarop terstond helerschap ondervonden gelijk ook mijne schoonmoeder. Sedert hel geloolsgebed voor mij gedaan is, iieb ik nimmer die benauwdheid weder gehad, hoewel het nu meer dan zeven weken geleden is, dal hij voor mij gebeden heelt cn getuig nn, volkomen van die kwaal genezen le zij».
Ook had ik zes maanden pijn in de zijde gehad, waaraan ik dikwijls erg geleden heb, doch die pijn is levens geheel weggenomen op het gebed des gelools.
Nog had ik een gezwel aan hel rechter schouderblad, dal mij veel pijn veroorzaakte en gedurig slekin-I gen, waardoor wij bevreesd waren dal hel kanker zou wezen.
Dit gezwel met de pijnen en ! slekingen had reeds vier jaren ge-! duurd en wij hebben erover ge-1 sproken, om hel le laten uitsnijden. 1 doch op hel gebed des gelools zijn ' de pijn en stekingen terstond opgehouden en het gezwel is langzamerhand in groote algenomen, zoodal I het nu bijna geheel weg is.
1 Bijna levenstang was ik geplaagd j geweest mei zinkingpijnen, die ik i in den laalsten lijd bijna eiken dag i in het hoold gevoelde, doch ook : daarvan hen ik terstond geheel verlost op hel gebed des gelools.
De vreugde en dankbaarheid, die ik omtrent deze zaak gevoel, is onuitsprekelijk groot en mijn harl is daardoor zeer begeerig geworden, om nu miin leven geheel en al aan des 'lleeren dienst toe le wijden. Terwijl de lieer mijn
vijandschap, die zicli liicrlejien overal openbaart, i'clicel opliouden.
A. J. VAIS TOKDKH.
Ilooikraal, disl. lüoi nifonW.'in, 12 Nov. 1884.
Genczitiij van eenc bcnavu'de burxl:
Deze kwaal licli ik refds öll jaren peliad, doch is gestadig erger ge-worden. De kwaal is begonnen door in water te loopen en koude Ie vatten. De kwaal begon vooral ^ hevig Ie worden bij de geboorte van mijn eerste kind. In den eersten lijd verliepen er twee ol drie maanden voor de benauwdheid lerugkeerde, docli in den laalsten tijd kwam hel bijna elke week j en duurde telkens drie 0! vier dagen, zoodal ik er bijna de heil! van den tijd aan leed.
Gedurende de ziekte was de benauwdheid zoo groot, dal ik nimmer kon liggen en moest derhalve ziltende slapen, dal ook maar heel weinig was en kon bijna geen adem halen, zoodal. ik dikwijls op den oever des doods geweest ben door die ziekte.
Wij hebben getracht, hulp bij menschen te vinden naar de al-gemeene gewoonte, doch dal alles baatle mij niels. Mijne gedachte was in dien toestand, dal ik zeker aan die kwaal zou moeten sterven.
Echter begon ik moed te krijgen, oifi genezen le worden, zoodra ik vernam, dal God nog menschen gezond maakte op hel gebed des gelools, gelijk wij in bladen lazen.
Toen Ds. Hazenberg bij mijne
JEZUS, DR GENEESHEER.
17
|
lichaam genezen heelt, op het gebed des geiools, zoo is mijn geloot ook versterkt, om door den Heer zalig gemaakt te worden en lieb daarom ook vooral verzocht, om den Heer te bidden om de zaligheid mijner ziel en ik geloot, dat Hij mij aangenomen heelt. Ook gevoel ik mij zeer verblijd en dankbaar jegens den Heer, dat Hij mijne gelielde vrouw terstond heelt genezen van deze erge en langdurige kwalen. GIDION VAN TONDER, Gz. A. M. VAN TONDKR. Weltevrede, i4- Nov. 1884. Genezing van moeder en kind. Ik mag getuigen, genezen te zijn op het geloolsgcbed van Ds. Hazenberg. Ik was lijdende aan kramppijnen in mijne schouders en boenen en bovendien een inwendige kwaal, waaraan ik vooral des nachts veel leed. Den volgenden dag, nadat hij voor mij had gebeden, begon ik reeds beterschap te gevoelen en ik heb er sedert dien tijd geen hinder meer van gehad. Ook had ons kindje al over de drie weken aan eene maagkwaal geleden, die bij lijden zoo erg was, dal ik sommige nachten elk oo-genblik om haar moest opstaan. Ook leed zij aan zweren op haar hoold. Wij kunnen getuigen, dal ons kind een dag na het gebed ueheel gezond was en wij kunnen den Heer nooil genoeg danken voor de groote zegeningen aan ons |
bewezen op het geloorsgebed.â Nooit kan 't geloof teveel verwachlen; Des lleilands woorden zijn gewis; 'l Faalt aardsche vrienden vaak aan (krachten. Maar nooit een vriend, als Jezus is. Wal zon ooit Zijne macht beperken? 'I Heelal staal onder Zijn gebied; Wal Zijne lielde wil bewerken. Ontzegt Hem Zijn vermogen niet. Gez. 180 v. 4. DANIEL VAN TONDER. Jufirouw D. VAN TONDER. Wellevrede, dist. Rioemfontein. Waaikraai, 7. Jan., 1885. Ds. Hazenberg. Hel verheugt, mij, u mede te dealen, dat toen ik 1 Oct. 84 uii de veroverde grond kwam, mijne moeder geheel verlost was van een andersxins ongeneeselijk.*! kwaal, waaraan zij reeds meer dm twintig jaren poleden had. Hel verheugde mijn hart, dit van haar te hoorcn en ook zeil te zien; en ook mijne zuster, die niol geheel genezen was, maar nu Kan ik niet anders zeggen, dan zij is gezond. Mijne schoonzustur is ook geheel genezen van eene borstkwaal. Nadat u bij mij was en voor mij gebeden heelt, ben ik ook na eeni^e dagen geheel verlost van eene jeukte aan mijn lichaam. Ook mijn zoon, die aan de klieren leed, is van dat oogenbük geheel ge/.ond geworden. Mijn dochtertje, dal in twee dagen niets genoten had, werd dadelijk frisch op uw |
JEZUS, DE GENEESHEER.
18
{â¢ebed, zoodal wij door uwe voorbede vele heerlijke zegeningen van den Heer ontvangen hebben. Ik hoop, dal do Heer u zal bijstaan, daar er aan uw arbeid veel slvijd verbonden is en dal Hij uw werk bekrone mei Zijnen zegen, zoodat. nog vele menschen door middel uwer voorbede heerlijke zegeningen van den lieer zullen ontvangen, waardoor de lieer zal ver-heerlijkl worden en wij ons zullen .verblijden, dal hij onze krankheden nog wil genezen.
Uw heilwenschende vriend, W. J. YAN TONDER.
W'ellevrede, disl. Bloemlonlein, 10 Januari 1S85.
Aan Ds. W. Hazenberg.
Dewijl ik de heerlijke gevolgen der geloofsgenezing heb ondervonden, gevoel ik, dat. ik niet langer kan zwijgen, om een kor! verslag le geven van de zegeningen, die mij daardoor geworden zijn.
Vele jsren, ol liever gezegd 12 jaren heb ik een roosachlig uitslag gehad, dal mij door jeuking veel last veroorzaakte. Eerst hel) ik de hulp van vrienden geraadpleegd, doch heb daarbij geen baal gehad.
Toen ging ik naar een zendeling, die mij eene massa pillen en poeders gal en zeide, dal het niet helpen zou, als wij den lieer niel vragen om Zijn zegen. (»Wanneer zullen leeraren en zendelingen verstaan, dat God alleen hel geloois-gebed lot genezing van krankheid
verordend heeft en dal men derhalve geene medicijnen moet gebruiken en daarna des Heeren zegen over dezelve vragen.«) Mzoo gebruikte ik de medicijnen en kreeg eene andere kwaal; de medicijnen bedierven mijne maag en ik moest eiken morgen opgeven.
Toen ging ik naar een kundig geneesheer en heb daarbij ook geen haal gevonden, li* verliet den Meer en ging nog naar een ander kundige dokter, die mij zeide, dal mijne ziekte zoo oud was en dat het nu moeilijk zou gaan, om de rechte medicijnen ervoor te krijgen, doch zoolang ik zijne medicijnen gebruikte, gevoelde ik mij een weinig beter, doch hield ik op, dan werd hel weer gelijk, zoodal mijn leven mij moeilijk was. daar ik en mijne vrouw loen beide ziek
waren. ..
Mijne vrouw leed aan hooldpiin, alsmede aan een gezwel op haar schouderblad, dal naar de kanker geleek en eene benauwde borst. Wij lazen in de nieuwsbladen, dal er op hel gebed van Ds. Hazenberg vele kranken terstond gezond werden. Toen zijn mijn oude vader, mijn zwager, Andries Tonder en ik overeengekomen, Ds. Hazenberg te ontbieden, om tol ons over le komen.
Toen A. J. van Tonder met hem bij onze woning kwam, heeft ook mijne vrouw hem gevraagd, om hare genezing le bidden en op hel geloolsgebed is i',ij terstond beter geworden en is nu ten volle van alle ziekte ontslagen. Ik was op dien lijd afwezig, doch toen ik te huis kwam, vond ik ze allen opge-
JEZÃS, DE ÃEKEESHÃER.
19
|
wekt en levendig; in den geest, veiheerlijkend'1 den lieer voor liet wonderwerk, dHl (lij aan hen gedaan had. iv'n paar dagen later onlmoelle 'k Ds. Ila/.enherg met blijdschap nn verleide hem, dal ik ook aan eene kwaal leed. Hij vraagde mij, of ik ook gelooide in den lieer Jezus en ol ik geloofde, dal Mij nog dezeKde lieer is en ol ik gelooide, dal diezelfde lieer mij nog kon gezond maken? Ik zeide, ik gelooi', maar heb geen geloof voor genezing, maar hoop, de lieve lieer zal hel in mij werken en daarop verzocht ik hem ook om de voorbede en zoo kreeg ik geloof. Door hel geloo(gt;gebed van Ds. Hazenberg begon ik dadelijk le beleren en twee maanden daarna was ik genezen en nn draag ik den Heiland in mijn hart en verlronw op hem alleen en kan nu van harte mei David zeggen: »lk heb liel, wanl de Heer hoort mijne stem, mijne smeekingen, want Mij neigt Zijn ooi- lol mij; dies zal ik Hem al mijne dagen aanroepen. (Ps. 116 v. 1 en 2. GID10N VAN TONDER, Gz. Ten slotle nolt;r eene korle openbare dankbetuiging aan den heer Gidion en Juffrouw van Tondelen hunne kinderen. Wij hebben reeds vele vrienden in den Oranjevrijstaat , die ons ook min ol' meer goed gedaan hebben, waarvoor God hun genadiglijk beloonen zal en waarvoor wij hun ook dankbaar zijn, doch bij ulieden hebben wij ons van den |
beginne bijzonder tehuis gevoeld. Gij hebl ons immer behandeld als een sroed ouder zijne kinderen had kunnen doen en gij hebl de smaad en laster om des Heeren wil, geduldig met ons gedragen. Wij hebben al vele menschen in den Vrijslaal ontmoet., doch nog geen, door wie wij liever van de Kaapslad zouden zijn optrehaald dan door u! Ons hart is dikwijls verbroken van dankbaarheid tol God, wanneer wij er bij bepaald worden, hoe Hij hel bestierd heelt, om ons juist naar die gewesten, voor ons geheel vreemd, door u-lieden le laten ophalen. Velen in den Vrijstaat, die door middel van ons ook rijkelijk gezegend zijn, hebben daarvoor weinig ol geen dankbaarheid beloond, doch zoo was hel niet met u; gij zijl groolelijks door middel van ons naar ziel en lichaam gezegend, waarvan de voorgaande persoonlijke getuigenissen het. bewijs leveren, maar ook gij hebt uwe dankbaarheid beide door woorden cn daden geloond. Door uwe stollelijke dankolleren worden wij tevens mede in staal gesteld, om dit ge-schrill benevens andere van den-zeilden aard gratis over de wereld te verspreiden, ten einde het mensch-dom over de heerlijke waarheid der geloolsgenezing licht te geven Door middel van uw gelooi in de onveranderlijkheid van Christus tol genezing zijn er reeds velen in den Vrijstaat naar ziel en lichaam gezegend. Den volgenden zegen wenschen we toe aan ulieden en ulieder kroost: «De Meer zegene u en behoede u! De Heer doe |
JEZUS, DE GENEESHEER.
20
|
Zijn aangedicht over u liclilen en zij u genadig! De Heer verliclle Zijn aangeziclii over u en give u vrede!quot; (Num. 6 : 24 en 26.) W. Hazenberg, Kaapstad. Genezing van Juffrouw P. J. Kol-zee op het geloofsgebed. Ook ik gevoel mij genegen, in hel openbaar getuigenis te geven van de gioote genade, die de Heer aan mij bewezen iieel't, door mij op liet gebed des gelools terstond te verlossen van eene langdurige en naar den mensch gesproken, ongeneeselijke ziekte. Hel is nu 17 jaren geleden, dal ik erg verschrikt werd, waardoor ik erge pijn kreeg op de maag, welke pijn elk jaar terugkeerde, doch de pijn kwam telkens eerder, duurde langer en nam ook steeds toe in lievigheid. Gedurende de laatste drie jaren hield de pijn wel meer dan een halt jaar aan en was bij tijden op de krop van de maag ondragelijk en veroorzaakte ook zware stekingen in hart, borst en schouders. Terwijl ik aan die pijn leed, kon ik nimmer een nacht gerust slapen, maar was telkens genoodzaakt, hel bed te verlaten en ik kon op geenerlei wijs van die pijn ontslagen worden. Ook kon ik in dien tijd niets inhouden, zelfs niet een weinig Koud water. Mijn toestand derhalve was ellendig. Door dit alles werd ik zoo verzwakt, dat mijn lichaam een gevoel had, alsof hel verlamd was en ik kon alleen mei veel moeile eenige schreden gaan. Qok heb ik medicijnen van den |
dokter gebruikt, doch die gaven slcchls voor een korten lijd een weinig verzachting en alles was spoedig weer gelijk, nog veel minder. dut de eigenlijke kwaal erdoor werd weggenomen. Door die herhaaldelijke ziekte was ik dikwijls lol nabij den dood gekomen, zonder eenige hoop op herstelling te hebben. Wij kwamen te Bloem'ontein bij gelegenheid van het avondmaal en hoorden toen van den heer Louis Fourie, dat diens vrouw reeds lang ziek geweest was, wel achltien dokters had gehad en waannede hij heel veel geld had verspild, zonder daardoor genezen te worden, doch dal er op hel gebed van Ds. Hazenberg eene groote verandering in haar toestand had plaats gevonden. Dit getuigenis van den heer Fourie deed bij ons de begeerte ontstaan, om hem te vragen den Heer om mijne genezing le bidden. Wij hadden eenigen tiid wel gehoord, dat er vele menschen in Engeland gezond gemaakt werden door den Heer op het geloolsge-bed,quot; gelijk ook Ds. A. Murray aldaar van eene langdurige keel-kwaal genezen is geworden door middel van hel geloofsgebed alleen, zonder het gebruik van medicijnen, terwijl de dokters niets ter zijner 1 genezing konden doen, doch wij hadden voor dezen niet gehooid, dal in Zuid Afrika ook zulke dingen gebeurden. Echter werden wij nu van hel tegendeel overtuigd en vernamen, dat God ook dergelijke zegeningen in Alrika uitdeelt. Het was niet enkel onze begeerte. |
JEZUS, DE GENEESHEER.
-21
|
om door middel van hel gelools-gebed gezond le worden, maar tevens begeerden we dit, opdat hel voor de wereld mochl blijken, dal God nog wonderen wil doen door Zijnen Zoon, gelijk Hij gedaan heeil in vroeger eeuwen. Wij wenschten, dal de Heer door daden zou loonen, dat liet Woord nog waarheid en van kracht is: Alle dingen zijn mogelijk dengenen, die gelooft, ook len opzichte van hedendaagsche onmiddellijke lichaamsgenezing door den lieer Jezus. In deze tweevoudige begeerte zijn wij dan ook niet teleurgesteld geworden. Op de voorbede van Ds. Hazenberg heelt God mij terstond genade bewezen, en mij verlost van die kwaal, waaraan ik bij al-wisseling reeds 17 jaar geleden had. De pijn in de maag en de lamheid door mijn lichaam, alsmede de korte adem, waaraan ik voor dien lijd verschrikkelijk leed, zijn alle aanstonds geheel verdwenen, zoodal ik van ;oen at goed heb kunnen loopen en werken,zonder eenige moeilijkheid. Ook kan ik nu alles eten., wat mij maar gelusl, zonder daarvan de minste hindernis te ondervinden. Ik gevoel eene groote dankbaarheid lot den lieer voor deze verlossing van krankheid en weel niet, boe ik hem daarvoor naar waarde zal verheerlijken. Mijn geestelijk leven is tevens door deze lichamelijke genezing door den lieer veel verbeterd. Voorheen was ik dikwijls wankelend in mijn geloof, zoodat ik dikwijls iels van den lieer bad, zonder het le ontvangen, doch hierdoor ben ik dermate gesterkt in het geloof, dal ik sdies ontvang door het geloot, wat ik van den lieer bid. Mijne lielde tot God en den lieer is door middel dier genezing veel toegenomen, en ik gevoel mij veel meer aan Hem verbonden, dan gedurende mijne krankheid. |
De bovenstaande genezing mijner vrouw is volkomen waarheid. Ik heb veel smart en ellende om en met haar uitgestaan gedurende hare langdurige en smartelijke krankheid en heb den Heer dikwijls ernstig gebeden, dat mijne vrouw nog weer mocht gezond worden, doch wij hadden tevoren niet kunnen vermoeden, dat onze gebeden langs dezen weg verhooring zouden ontvangen. Ook is mijne ziel met dankbaarheid vervuld jegens God voor den groolen zegen. Mijn ziel is verheugd en verblijd in den Heer, ondervindt veel meer gemeenschap met God dan voorheen. Wanneer mij nu menschen kómen bezoeken, dan kan ik bijna niet zwijgen van de groote dingen, die de lieer bij ons gedaan heelt in de genezing mijner dierbare vrouw. P. J. KOTZEE. G. M. KOTZEE. Hartebeeslefontein, district Bloemfontein. De lezers zullen gemerkt hebben, dal de heer en juffrouw KOTZEE ook vooral begeerden, hersteld te worden, opdat 't daaruit mocht blijken, dat Christus nog onmiddellijllt; |
JEZUS, DE 0EKEE8HEEK.
|
zonder medicijnen, wil gezond maken, gelijk ais vooiheen, omdat liel mogelijke dezer dingen door velen, ja zelfs door predikanien, tegengesproken wordt tot yioote ergernis van hen, die in de onveranderlijkheid van Christus en zijne genezende lielde gelooven. Onlangs ontving ik een brief van een heer uit de Tiansvaal, waarin hij zijne verwondering te kennen gal, dal predikanien van de iNed. Gerei. Kerk de geiooi'sgenezing kunnen tegenspreken ol zeils maar in twijfel (rekken, daar zij door Gods woord zoo duidelijk geleerd en steeds door de ervaring bevestigd wordi. Deze zaak is niet enkel te bewonderen, maar tevens le bejammeren, dewijl zij door hunnen invloed vele kranken van den grooten Heelmeester terughouden, waai door deze arme lijders groote lichamelijke en geestelijke zegeningen ontberen. Doch wanneer invloedrijke oudeilingen gelijk de lieer P. J. Kol zee en vele anderen met hem den Heiland als hun heelmeester aannemen, zoo zal dit wederom de geloofsgenezing kunnen bevorderen. \V. Hazenberg. Eene moeder en haar kind genezen op het geloofsgebed. Wij gevoelen ons gedrongen, om getuigenis te geven van de groote genade, die ons door den Heer bewezen is in de gezondmaking onzer kranke lichamen. Ik ben gedurende vier maanden «rg krank geweest, docii op bel |
geloofsgebed van Ds. Hazenberg heell God mij oogenblikkehjk gezond gemaakt. Gedurende vier maanden heb ik zeer veel geleden aan bloedstorting, zoodal ik veel van dien tijd in bod heb moeten doorbrengen en heb daardoor ook veel pijn geleden en was daarvan zoo verzwakt, dal ik bijna niet kon gaan. In deze ziekte heb ik ook medicijnen gebruikt van den dokter, doch ik heb daarbij geen baal gevonden. Toen hel avondmaal inviel, ging mijn man mei mij naar Cloemlonlein. Ik openbaarde mijne begeerte aan hem, om Ds. Hazenberg Ie vragen om de vooibede, omdat wij gehoord hadden, dat er kranken dooi middel van zijn gebed waren gezond geworden. Mijn man sprak dil eerst legen uil vrees, dal ons gelool toch niet voldoende zou zijn, om zonder hel gebruik van medicijnen alleen door den Heer gezond gemaakt te worden. Doch dewijl ik daartoe eene slerke bcgeeite gevoelde, zoo stemde hij er eindelijk ook mede in. Wij gingen echter bij onze aankomst le Bloemfontein nog eeisl naar den dokier, die mijne kwaal onderzocht en getuigde, dat ik nog gansch niet genezen was. Hij gal mij ook nog medicijnen, waarvan ik maar eenmaal een weinig gebruikt heb. Dit onderzoek van den dokter had plaats op Zaterdag. Op Zaterdagavond verzochten wij Ds. H., om voor mij en mijne moeder, die reeds verscheidene jaren erg ziek geweest was, om genezing le bidden. Nadat hij ons mei de voot waaiden der gejond- |
JEZÃÃ, DK GENEEöHKKR,
23
|
making door den Fleer iiad bekend gemaakl, ging liij voor mij en mijne moeder om genezing bidden. Terstond heb ik op zijne voorbede de kracht lol genezing ondervonden. Ik kan getuigen, dat ik aanstonds op het gebed des gelools geheel genezen geworden ben en heb niets meer van mijn kwaal bespeurd. Door deze wonderbare lichaarasgenezing heb ik levens geestelijke zegeningen ontvangen; mijn hart is daal door naar den Heiland heen ⢠getrokken, die mij zoo heerlijk op eens van mijne erge ziekte verlosi heelt. Ouk is een on/.ei kinderen, die gedurende maanden aan de koorts geleden had, op denzelfden tijd op zijn gebed gezond geworden. Toen hij bij ons kwam, was hel kind nog zwaar ziek, doch op zijn gebed is ons kind terstond van die ziekte verlost. Des ileeren naam zij geprezen voor Zijne genade. F. J. YAN ZUL. PETRUNELLA YAN ZUL. Wonderlontein, dist. Cloeiniontein. Genezing van hartwater op hel geloojsgebed. |
liet is al eenige jaren geleden, dat ik geplaagd ben mei eene hevige pijn onder in mijn borst, dat de dokters laier zeiden, dat het hartwater werd. Hel is nu ruim een jjar geleden, dat ik aan deze kwaal e.ig ziek geweest ben, zoodat de Uokleis :nij opgegeven hebben, maar langzameihand ben ik weer eenigermale hersteld, doch was altijd zwak en erg benauwd in de borst en had sleeds een knagende pijn in mijn beenen, zoodat ik maar weinig kou loopen en nauwelijks in een wagen op veeren kon uilgaan. Dan gevoelde ik mij erg zwaar om het hart en bad eene hevige beving erin. Ook heb ik al meer dan Iwintig jaren geleden aan eene pijn in mijn linkerzijde, die bij ; tijden zeer zwaar was; ik hel) dit i gekregen bij de geboorte van een 1 kind. Het was op den 24sten November, dat mijn zoon Ds. H. i haalde, om hier voor zieken te bidden; denzellden avond, toen hij hier kwam, sprak hij met mij en j deed een gebed voor mij en van ! dat oogenblik kan ik getuigen, dat i ik van al mijn kwalen genezen ben. Ik voel mij recht dankbaar in mijn hart, dal Ds. Hazenberg in mijn huis gekomen is, want dit is, om ! mij nader aan den Heer Ie brengen, i dat kan ik gevoelen en mijn geloof 1 is hierdoor dermate geslerkl, dat ik voortaan door Gods genade nu zelf, als mij ziekte ot pijn bevangt, de toevlucht lot den Heer zal nemen, geloovende, dat Jezus nog dczelide is, want Hij is toch onveranderlijk. Ook een mijner zoons was al jaren geplaagd met hooldpijn en in de laatste jaren was het zoo erg, dat I hij er gedurig drie dagen van 1 ziek was en op bed moest blijven i en kon hiervan bijna niet werken I en had juist die ziekte, toen Ds. ! Hazenberg hier kwam. Ook had I hij van zijn dertiende jaar al een I pareltje op zijn oog gekregen en dit ; werd steeds grooter, zoodat in de |
JEZUS, DE GENEESHEER.
24
|
laalste twee jaren het al over de appel trok en hij er bijna niet meer mede kon kijken; ook had hij er veel pijn aan. Van het oogenblik, dat hij voor hem beeft gebeden, is de pijn en krankheid uil zijn lioold en ook uit bel oog â weggegaan en hel roode vlies is steeds minder gewerden en nu bijna geheel verdwenen. Hij kan er nu weer mooi uit zien, zeils om te schieten, wal bij voorheen niet meer durlde te doen. Ook wensch ik nog getuigenis te geven van de gebed.-vei hooring van oene dienstbode, die ik van bare kindsheid in mijn huis gehad heb. Hel is nu achl jaren geleden, dal zij haar voel vertrapt heelt, welke daarna drie jaren zweerde. In dien tijd heb ik Iwee dokters bij baar gebracht, waarvan de eene zei, dat de voel moest algezet worden, de ander beproelde, door mei een zilveren pennetje erin le steken, ol' er nog gevoel in was en bevond, dat zij er niets van gevoelde, waarop bij zei, dal bij er niets aan kon doen. Al die drie jaren daarna kon ze die voet volstrekt niet gebruiken en leed er allijd veel pijn aan, doordal hij gedurig zwelde. Daar ze niet mei een kruk, die ik haar liel maken, kon gaan, gebruikte ze een stok, waarop ze dan altijd met beide handen moest drukken en baar hand was gedurig dik j ezwollen van hel zwaar drukken op de slok, haar voel kon ze volstrekt niel aan den grond bren⢠gen; ook zij vroeg de voorbede van Ds 11. en op den derden dag daarna werd mijn dochter verschrikt, door Feilje in haar keuken le zien komen zonder slok, op beide voeten trappende, dal ze baar in geen acht jaar had zien doen. Men kan zich verbeelden bare en onzer aller blijdschap over deze wonderbare en duidelijke genezing, ondervonden op bet gebed. |
Ook onze schaapwachter heelt 6 jaren geleden een kwaal gekregen, die in den rug is begonnen mei een groote zweer aan de rugge-graal, maar zijn geheele lichaam was vol pijn en ellende; laler waren de zweren meer inwendig onder de borst en zijn beenen en rug waren stijl, zoodat hij niet kon loopen en hij was maanden, dat hij niets kon doen, zell's kon hij niel op eene kar rijden, om naar den dokter gebracht te worden. In dezen toesland was hij, toen Ds 11. bij ons kwam en ooli hij zijne voorbede vroeg. Een week daarna was bij volkomen gezond. Vroeger was bij een verschrikkelijk vloeker, maar nu boort men geen enkel vloekwoord meer van hem en hij verbiedt zells de anderen. MRS. LOUIS F0UR1E. Wildebeeslefonlein, dist. Smisfield. Genezing van doofheid. Mijn dochtertje van 7 jaarheefl, toen ze vijl maanden oud was, steken in bare ooren gekregen, waardoor zij baar gehoor beell verloren en boe ouder zij werd, des te erger werd hare doollieid, |
JEZUS, DE GENEESHEEK.
25
|
zoodat. ik allijd hard lot, liaar moest roepen, ai slond ze dicht, bij mij. Het is nn drie weken celeden, dat ik naar Smithfield gegaan hen mei haar, om do voorbede van I)s. II. te vragen; na twee weken kon ze goed iioorcn en het gehoor van haar is nu zoo goed als hel mijne. Hel was voor mij zwaar, want ik kon, zoo het was, niels van haar verwachten en kon haar ook, zoo doof zij was, niets hebben lalen leeren. Dus gevoel ik mij erg dankbaar aan den Heer. MRS. HENDRIK PUTG1EÃER. Draband, dist. Smilfield. Genezing op hel geloofsijehed. Hel is nu acht jaar geleden, dat mijn vrouw koude geval beeft en daarvan kwam een pün in haar zijde. Zij heeft veel doktor's medicijnen gedronken, maar het is altijd erger geworden, zoodat die pijn oorzaak werd van een hartkwaal. Het is nu twee jaar, dat ook haar hart vreeselijk pijn deed en gedurig opzwoi en erg rukte en geweldig klopte. Zij moesl. menigmaal te bed liggen van de pijn, zoodat zij dagen niels kon doen. Op den 18de November, 1884 behaagde hel den Heer, Zijn dienstknecht Ds. 11. bij ons te brengen. Hij heell voor haar gebeden en terstond heelt de pijn baar verlaten en kan nu al haar werk doen, want zij is volkomen gezond van dat oogenblik. De naam des Heu-ren zij geloofd voor deze genezing. |
De Heer heell ook mi) grooten zegen geschonken op hei gebed van Ds. H., want ik gevoel mij ook veel beter; mijn iioold. dal bijna alle dagen pijnlijk was, is nu geheel gezond. Mijn been is nog niet heter, maar de vreeselijke pijn is weg. De'Heer zij ook gedankt voor die heerlijke genezing. Dezenzellden dag waren hier 14 bruine menschen, die ook Ds. II.'s voorbede gevraagd hebben en bijna allen, zoo ik vernomen heb, zijn die gezond geworden. C. M. VAN DEN HEEVER. i Tienfontein, dist. Wepener. Hel is al meer dan twee jaren, dal ik lijdende was aan een vreese-lijke hooldpijn, die alle week bijna terugkwam en waarmede dikwijls een erge pijn in de maag gepaard g:ng en ik soms een ol twee dagen op bed moest blijven. Ik heb hiervoor veel middelen gebruikt, om er van verlost te worden, maar niels heelt mij geholpen. Toen Ds. 11. bij mijn grootvader was, heb ik ook zijn voorbede gevraagd en sedert dien tijd, wat nu al over een maand geleden is, heb ik nog nooit dio hoofdpijn weer gehad. Ik dank den Heer, dat Hij mij heelt gezond gemaakt. MARIA VAN DEN HEEVER. Tienfontein, dist. Wepener. Ongeveer twee jaar geleden heb |
JEZUS, DE ÃEKEESHEKK.
\
»
|
ik een koude ^evat, waarvan ik een /ware pijn kreeg onder mijn Itorsl, dal ialer ook trok naar aiijn reclner zijde en ik gedurige benauwdheid Kreeg in mijn borst, zoodal ik bloed spuwde en ik in den laalslen lijd niet meer kon werken en zells gedurig te bed moest liggen. Ik beb hiervoor medicijnen gebruikt, maar het heeft niets geholpen. Toen Ds. II. bij mijn grootvader, den lieer C. Van den lleever was, heb ik ook zijne voorbede gevraagd en van dal oogenblik heb ik niets meer van mijn pijn gevoeld, die ik anders onafgebroken steeds had in mijne zijde. Ik kan getuigen, dal ik van dal oogenblik volkomen gezond ben; hel is vijf weken geleden. ROBERT RODERSON. ïienlonlein, dist. Wepener. Genezing mijner dierbaren. Mijne vrouw heeft, jaren erg geleden aan zinkinghooidpijn. Wanneer zij maar een weinig koude vatte, dan kwam de pijn terstond weer terug. Des nachts moesl zij altoos iets om haar iiooid hebben, om koude en pijn al le keeren. Zij heelt vele medicijnen van dokters gebruikt, dal ons veel geld gekost heelt, doch dit alles hielp niet. Ook heell zij tanden laten uittrekken, omdat de dokier zeide, dal de pijn daardoor zou weggaan, doch ook heeft zij daaibij geen baat gevonden. |
Alle hoop op herstel, naar den mensch gesproken, seleen dtisulge-| sneden le zijn, doch God heelt i zich over haar ontlermd. Wij hoorden, dal Ds. II. dikwijls door middel zijner voorbede hel middel was ter genezing van kranken en derhalve lieten wij hem ook tot ons overkomen en dat mil gunstig gevolg. Op hel gebed is zij terstond van hare zinkingpijn verlost en kan nu ook mei hel ongedekte hoofd slapen zonder daarvan eenige bin dernis le hebben, dal voorheen niet het geval was. Wal dokters en medicijnen in jaren niet konden doen, dal heelt de lieer voor haar in een oogenblik gedaan. Ook heeft God aan mijne dochter groole dingen gedaan op het ge-loolsgebed. Zij heeft twee jaren lang paarls op hare oogen gehad. Ook leed zij telkens aan zinkingpijn, die alsdan op hare oogen trok en daaraan veel pijn leed en kon dan bijna niets zien en was zells niet in slaat, om de oogen le openen. Terwijl de zinkingpijn niet in hare oogen was, kon zij toch maar gebrekkig zien. Op hel gebed echter van Ds. II. is zij lerslond van hare oogpijn ontslagen en hel eene oog is geheel van de paarl ontdaan, terwijl hel andere ook bijna ervan verlost is. Gedurende drie maanden kon zij gansch niet lezen en zells is zij acht dagen in eene donkere Kamer geweest, doch nu kan ze reeds weer le/en en hel is onze gelool'sverwachling, dat zij spojdig geheel /.al genezen zijn. Mijn schoonvader, G. W. Fouclie, die twee ja; en krank was aan eene hartkwaal, die hem dikwijls veel |
JEZUS DK GENEESHEER.
â 27
|
pijn en henanwiiliciil veroorzaakle en dikwijls niet huilen huis kon komen, en maar weinig ireden kon gaan. is ook terstond van die krankheid genezen op het, gebed van lb. II. Ook mijne schoonzusier, Mrs. II. Fouche, die nabij Wepener woont, en aan erge kwalen leed. verhaalde mij ook, dat zij geheel was hersteld geworden op'l gebed van Ds. 11. II. J. N. VAN 11EKR DEN. Bultlontein, dist. Rouxvile. Genezing van man en vrouw op het (jebed. Hiermede geel ik getuigenis, wal God aan mij heelt gedaan op liet geloovig gebed van Ds. 11. in de genezing van mij en mijne vrouw. Niet minder dan 17 jaren ben ik ziekelijk geweest en heb ik veel pijn geleden in mijn liciiaam,slechts een korlen lijd kon ik weder liggen. Ik ben dikwijls een langen tijd ziek geweest. Acht maanden ben ik naar hel bad geweest in de Transvaal, dal mij eenige hulp verschalie, doch nadat ik teruggekeerd was, werd mijne krankheid erger dan ooil te voren. Tol vele dokiers ben ik gegaan, doch kon bi) hen geen baal vinden. Dil een en ander heelt mij meer dan L 4.000 gekost en heelt mij veel verarmd. Bij den mensch kon ik geen baal meer vinden, doch God heell mij geholpen. |
Terwijl Ds. H. bij den heer A. van Tonder was le Rooikraal, dist. Uloemlontein, om aldaar voor kran-ken le bidden, kwam hij ook bij mij aan huis, en bad voor rnij en mijne vrouw, waardoor wij l'.roolen zegen ontvangen hebben. Ik heb terstond veel helerschap ondervonden van hel geloolsgebed. Volkomen gezond ben ik nog niet, doch sedei i liet gebed o:ij mijne genezing, dat nu leeds eenige weken geleden is, ben ik mei meer krank geweest en heb geregeld mijn werk kunnen doen. Ik gevoel levens eene bijzondere opgeruimdheid in mijn gemoed en ben verzekerd bij mijzelven, dal God mij geheel ge/.ond maken zal. Zijn gebed echter heell op mijne vrouw nog heerlijker uitwerking gehad dan op mij. Reeds 16 jaren lang is zij geplaagd geweest mei eene pijn in de linkerzijde, wal zekerlijk eene hartkwaal moei geweest zijn, want dikwijls leed ze aan hevige hartkloppingen. De pijn verliet haar nimmer, doch was somtijds zeer hevig, vooral wanneer zij mei eene kar moest, rijden. Zij was niet in staal, op de linkei zijde te slapen. Haar toestand was dikwijls van dien aard, dat de dood haar verkieselijk toescheen. Zij heelt ook niet nagelaten, bij dokters raad le vinden, doch zij konden haar geene hulp aanbrengen met nl iiunne medicijnen. De kwaal was erg en langdurig. Toen Ds. 11. bii ons aan huis was leed mijn vrouw nog aan een andere kwaal. Reeds negen dagen was zij gekweld mei erge bloedspuwing, waardoor zij niel kon «taan en waartegen wij ook geen haal konden vinden. Echter is hel waarheid, dal mijne vrouw |
JEZUS, DE GENEESHKKR.
|
terstond is gezond geworden van die langdurige pijn in haar hart, zoowel als van die andere kwaol. Zij heelt nimmer meer iets gevoeld van de pijn in hare zijde en heeft ruime stol, om den lieer te danken voor Zijne groote genade, aan haar bewezen. W. SmiTUN. ALICE SEPIiTEN. Stilfonlein. district Bloenilonlein. Genezing van een langdurige hoofdpijn. liet is iceds tien jaren geleden, dal ik een erge koude gevat heb, waarvan ik een gedurige pijn in mijn beenen heb overgehouden, die bij lijden zoo erg was, dat ik er 's nachts niet van kon slapen en voornamelijk in de laatste jaren. Ook heb ik de laatste vier jaren veel pijn in mijn hoold gehad, dat zeer zwak was, waardoor ik niet in de buitenlucht kon komen niet ongedekt hoold en anders moest ik altijd lijden aan hooidpijn; dikwijls was ik bedlegerig hiervan. Toen Ds. H. bi| den heer G. v. d. Ileever was, zijn wij ook tot hem gegaan, om ZEws. voorbede te vragen en niet alleen voor mij, maar ook voor mijn man. Mijn man was, van dat ik met hem getrouwd ben, al meer dan twintig jaren erg geplaagd met vreeselijke pijn achter in het hoold en hij heelt hiervoor veel gedokterd en medicijnen gedronken «n omdat alle dokiers beweerden, dal hel lee-kens van beroerte waren, waren wij dasrover erg ongerust, voornamelijk, daar zijn Iarnilie daaraan onderhevig is. Hij kon het nooit uithouden, om in de zon te werken en lag dan soms drie dagen op bed. Ik kan getuigen, dal van het oogenblik, dat Ds. II. voor ons heelt gebeden, wat nu al een maand geleden is, wij volkomen gezond zijn geworden. Mijn man kan nu dagelijks in de hitte werken zonder hinder. |
Ik gevoel, dal mi jn geloof hierdoor uitermate gesterkt is, mijn hart verlicht en dat het mij nader aan den Heer heelt gebracht en dit getuigt ook mijn man, die op dit oogenblik naar de Transvaal is en wij gelooven, dat de Heer ons bij de gezondheid kan bewaren en al is het, dat wij weer krank worden, ook weer helpen kan. Ik celool', dal medicijnen niets dan afgoden zi jn, want hoe dikwijls heb ik die gebruikt, zonder ooit aan den Heer te denken en als ik gezond werd, kregen die de eer in plaals van God, die de eere alleen toekomt. Als ik mij nu iets ongesteld gevoel, ga ik tot den Heer en Hij hoor! mijn gebed. ME.1UF. MIECIHEL DU TOIT. Grooldam, dist. Wepener. De beer M. du Toil is ouderling te Wepener. Geloofsgenezing van slecht gezicht. liet is al negen jaren, dat ik geplaagd ben met een erge hoest, |
JEZUS, DK GENEESHEER.
29
|
waaraan ik veel heb pelcden en nu de laatste !8 maanden heb ik | ook pijn in de schouders en in mijn ' borst gehad. Op den 23 I November hield Ds 1!. bijhelezing over de geloofssrenezing bij den lieer Becker, te Vaaisruit, endaar | heb ik toen ook mei vele anderen ZEws. voorbede gevraagd ; ik tnoesl | toen nog erg hoesten engal allijd ; veel slijm op met het hoesten. â Ik kan getuigen, dal de andere dag mijn hoest geheel weg was j en ik heb sedert dien tijd niet den minsten hinder meer ervan gehad. Ook mijne oogen zijn de laatste twintig jaren zoo verzwakten het was altijd, alsof er eene dikke ; stofwolk voor mijn oogen was en waardoor ik niets meer kon zien, als ik het niet kort voor mijn oogen hield. Ook die zijn nu sterk i en dal stol', dat er altijd voor i scheen le zijn, is geheel verdwenen, zoodal ik nu goed kan zien, van ! ver zoo goed als nabij. Ik geloof, als de Heer mij niet te hnlp gekomen was, zou ik blind geworden zijn. Ook mijn ioon, twintig jaar oud, was de laatste twee jaren geplaagd mei een brand in de oogen, waar van hij veel hinder had, voornamelijk als hij buiten in de hitte was; ook hij is op Ds. II.'s voorbede daar veel beier van geworden. Mijn oudste zoon heelt de laatste vijf jaren altijd pijn gehad in zijn rechter arm en schouder, zoodat hij bijna niet kon werken. Als hij werkte, zwol de arm altijd. Hij is ook nu op het gebed des gelools hiervan volkomen genezen, zoodal hij nu alles kan doen zonder hinder van den arm; hij is volkomen gezond. |
JUF F. D. J. KOTZEE Ook ik was geplaagd met een zwakheid op de maag en gedurig een geheel door mijn geheele lichaam en een pijn onder mijn borst; hiervoor heb ik ook op denzölfden tijd mei mijn vrouw Ds. 11.'s voorbede gevraagd en ik kan ook getuigen, hiervan volkomen genezen le zijn. De laatste drie jaren had mij dit. al gekweld; ik ben dankbaar aan den Heer voor Zijne liefde en genade. Ik gevoel, God is de Heelmeester van ziel en lichaam. D. .1. KOTZEE. Driefonlein, dist. Smithfield. Ik kan getuigen, dat de Heer ook voor mij hel gebed des gelools van den heer H. heelt beantwoord. Hel was reeds negen dagen, dat ik le bed lag aan inilamatie en vreeselijke pijnen leed en een hevige koorts had; ik verwachtte niet anders, dan te moeten sterven, toen wij hoorden, dal Mr. H. bij Mr. L. Fourie was. Mijn man verzocht mijn broeder, hem te verzoeken, om toch zoo spoedig mogelijk bij mij le komen, om den Heer voor mijne genezing le bidden. Ik had al den dokter gehad, maar dil had mij niets geholpen; ik bleet maar even ellendig. Op dinsdagmiddag kwam Mr. H. bij mij en deed voor mij een gebed en sprak, dal ik voorlaan |
JEZUS, DE GENEESHEER.
30
|
alle medicijnen moesl laten slaan, dal ik ook deed en van liet ooiien-blik, nadal hij voor mij liad gebeden, gevoelde ik, dat de pijn onder mijn borsl, die zoo erg ua*. dat ik er wel aan kon sterven, beter werd, zoodat op Zaterdag ik mijn bed kon verlaten, verlost van alle pijn en krankheid en kon Maandag mijn werk weer doen. Ik gevoelde mij rechl dankbaar aan den lieer voor Zijne goedheid. .1. J. F. KRUGER. Rondefontein, dist. Smitblield. Ik kan geluigcn, dat. de Heer ook mij heelt genezen op de geloovige voorbede van Mr. II. Hel is al meer dan vijl jaren, dat ik gekweld ben mei oen pijn in mijn zijde en nu bad ik einige dagen hier een erge koorts en booldpijn bij mei een geweldige hoesl en benauwdheid in de borst, die daardoor bijna toetrok. 7oo lag ik krank op bed, toen Mr. Fonrie met Ds. II. voorbij ons huis kwam. Mijn man verzocht. Ds. II. in Ie komen, hem zeggende, dat ik erg krank was. Hij vroeg mij, of ik begeerde, dat hij de Heer voor mijne genezing zou bidden, waarop ik zei, dal ik dil verlangde. Hij deed een gebed en ik moet getuigen, dat. hij nog geen hall uur vertrokken was, ol ik gevoelde mij gezond, zoodat ik kon opstaan en den volgenden dag kon wasschen. Ik heb sedert, dien lijd nog niet. de minste pijn in mijn zijde wcr cevoeld. MRS. J. KRÃGEK. |
Vaalbanklonlein, dis'. Smillifield. Hel is al een-en-twiniig jaar geleden, dal ik in mijn onderrug een beentje heb gebroken, waaraan ik altijd veel pijn heb geleden en dikwijls niel op een stoel kon zitten. liet was op den 25blen Novem. dal Ds. II. bij Mr. Fourie godsdienst hield en wij ook daar zijn voorbede hebben gevraagd. Ik kan getuigen, dal ik van dal oogenblik beelemaal beter ben geworden en niet alleen van die kwaal, maar ook bad ik al twee jaar een hartkwaal gehad, waardoor ik veel benauwdheid had en ook pijn in mijn hoold; bij tijden kwam hel zoo op in mijn keel, alsol die zou toegaan. Ook hiervan heelt de Heer mij toen verlost, waarvoor ik Hem niet genoeg kan danken. Hel doet mij zeer in mijnliait, dat er zoovelen zijn, die zoo strijden legen dit werk des Heeren. Mijn vertrouwen is hierdoor veel op God versterk!. Ook mijn dochter leed al drie jaren aan een pijn in haar heup en zij is ook op hel. gebed van Ds. 11. volkomen hiervan verlost. MRS. .1. F. KLYHANS. Genezint] eener zusier. Waarde heer H. ik gevoei mij verplicht, u hartelijk le danken voor de heerlijke genezing, die ik op uwe voorbede omvangen bei). Toen u bij ons was, heb ik u gezegd, dal vanwege de pijn ik gedurende een jaar en vier maan- |
JEZUS, DE GENEESHEER.
|
clon op de eene k;.nt niel heb | kunnen lipgen, doch nu kan ik evemvH 0[) die kant, lippen als op de andore. Ook do andere kwalen, waaraan ik veel geleden lieb, o.a. zenuwzwakheid, zijn nu weggenomen, zoodal ik in 0 jaren mij niel zon gezond pevoeld heb ais nu. Ik was waarlijk zoo zwak, dat ik dikwijls, na een emmer water gehaald te hebben, w:e! een uur moest liggen ol stil zitten, doch nu kan ik dit doen zonder de minsle vermoeidheid. Geliefde Ds. II. ik gevoel niel alleen, dal mijn lichaam hersteld is, maar ook mijne ziel is verlicht geworden, vooral door middel van uv\e dierbare viouw, die eenige dagen bij ons doorgebracht en ons uit de 11. Schril! onderwezen heell. Nu weel ik, wat een oprecht geloof is; ja, velen zijn er, die gdooven op zulk eene wijze, als ik ook deed, maar ach, met zulk een geloot gaan ze verloren en hebben op aarde een ellendig leven. Mocht een ieder in ons land hel maar zoo gevoelen als ik, dan zouden er op dit oogenblik honderden uilroepen; Heer, leer mij te geloo ven,want ik heb geen gelool. Ve len zijn er, die in dit ellendig leven voortgaan en jaren achtereen daarin blijven en zeils, wanneer ze slerven, niel eens weten, waar ze heengaan. |
Ik danke God, dal Hij ulieden wilde gebruiken, om in deze buurt rond te reizen en zoovele men-sHien voor Hem Ie winnen en ook mij 'e redden, daar ik 700 goed als treheel aan de macht des satans v\as overgegeven, doch ik ben nu quot;en kind Gods geworden, ja, ik moei zeggen, ik gevoel nu een nieuwe hciligmaktnde genade in mijn hart en eene rust, die ik nimmer te voren heb gesmaakt. Ik moet getuigen, dat niet alleen mijn lichaam hersteld is, maar ook mijne ziel. Nu zal ik ditmaal eindigen en blijl altijd uw dankbare vriendin. MRS. D. J. MARAIS. Kruillonlein, dist. Beaufort. West. Genezing eener bejaarde zuster. Van deze zuster en hare genezing op hel geloolsgebed zegt Ds. A. D. Luckhoff, predikant in de Kaapstad, hel volgende in De Kerkbode van Dec. 19, 1884: «Eene geloolwaardige zuster van onze kerk heell inij echter verhaald, dat. zij op Ds. II. geloofsgebed van twee ernstige lichaamskwalen is hersteld geworden, alsook dal een barer kleinkinderen van kroep in hevigen graad op hel gebed is gezond geworden. Wat mij persoonlijk betrelt, heb ik geene vrijmoedigheid, orn Ds. II. tegen te werken. Hij slaat of valt zijnen eigen heer.# Nu volgt de getuigenis der gene-zing der door Ds, Luckhoff orenoeni- equot; ⢠de zuster en vun een hater kleinkinderen, «Hiermede wensch ik ook getuigenis te geven, wat God aan ons gedaan heell op de voorbede van Ds. H. Gedurende twee jaren ivas mijn viomv gepluagd geweest mei vallende ziekte, wal haar |
JEZUS, DE GENEESHEER,
32
|
mei overkwam door kvvaadhoid ol drill, inaar dikwijls, wanmei'onze kinderen op de harrnoniiun speelden en zij meezono' en driemaal hebben zo haar uil de kerk moeien dragen, zoodal ik hel niel meer waagde, om haar mede ie nemen naar de kerk en de, predikant L. haar zeil' verzoehl had, om in dien toestand maar liever uil do keik Ie blijven. Ook heelï zij dtv.e krankheid eens opslraai gekregen De krankheid kwam me^slal on-verwachls en duurde van een lol drie uren of langer. Onderscheiden dokiers hebben we geraadpleegd zonder baat ie vinden. Somtijds kreeg zij eiken dag de vallende krankheid, doch ook ivei eens of Iweemaal in de week. Gedurende de eerste week, dal wij Ds. U. leerden kennen, kreeg zij de krankheid op Donderdag, terwijl hij niel tehuis was, doch op Vrijdag kreeg zij de krankheid erger dan ooit le voren. Daar ik en de kinderen zagen, hoe gevaarlijk zij was, zoo lieten wij Dr. Wesley halen, die getuigde, dal hij ai veertig jaren dokter was geweest, doch nimmer zulk een geval had gezien. Hij meende zeils met mij en de kinderen, dat hel leven er uit was; hij luisterde naar haar hart en opende hare oogen en sloey: met een natten doek op baar gezicht, maar vernam niel bel minste teeken van leven en levens was zii geheel stijl. |
De dokier ging weder heen en op dit oogenhlik kwam ,lnf(. II. bij ons. Zij had toen al meer dan Iwee uren bewusteloos gelegen. Wij zeiden, nu is hel spoedig gedaan met moeder. Allen waren diep bewogen en zij gevoelde, dal zij toch niet haar zoo kon laten sterven, zonder nog eerst liaar man le i oepen. om voor mijn vrouw ie bidden, daar zij daclil, dat dit nog het ecnigste was, dal ei' voor ons over bleef. Toen hij inkwam, werd ook zijn harl ontroerd over het tooneel, dat. hij aanschouwde. Ik vroeg, wat kunnen wij doen voor haar? Waarop hij antwoordde: »God is machtig, om zonder eenig middel haar terstond op le richten en gezond le maken.» Toen verzocht ik hem, om voor haar te bidden, ilij vatte haar bij de eene hand, terwijl zij bewusteloos en schiinbaar levenloos op bed lag en deed een kort gebed voor haar en loen hij in den naam van Christus bare gezondmaking gebood, zal zij terstond op zonder eenigemenschelijke hulp. Allen, die er tegenwoordig waren, aanschouwden dit weik des lleeren met schrik en verwondering, waarop zij sprak: «Waarom slaat gij allen hier? ik ben volkomen hersteld, ik mankeer niets meer.« Na een weinig thee gebruikt le hebben, vroeg zij mij, ol ik nu kon gelooven, dat. de lieer nog zulke wonderen wilde doen op hel gebed des gelools. Zij verzocht toen mij, om God te danken voor deze wonderbare uilredding, doch ik was zoo door deze wonderbare gebeurtenis overstelpt, dal ik getuigde, dit niel le kunnen doen. Zij was er dadelijk van overtuigd, dal God dit wonder aan haai- gedaan bad op de voorbede van Ds. 11. en daarom begeerde zij, dal God |
JEZUS, DE GENEESHEER.
33
|
nu terstond voor dezen grooten ! zegen zou worden gedankt,. Allen in de kamer waren erg ontroerd en ook ik, zoodat ik geen woorden kon voortbrengen. üparna dankte mijn oudste zoon met diep gevoel van dankbaarheid den Heer, dal Hij hunne moeder als het ware uit den dood had teruggeroepen en bij vernieuwing aan hun vader en hun als kinderen had geschonken en zij als kinderen nog langer onder hare vleugelen zouden worden beschermd. Deze gebeurtenis heeft een diepen induik op ons allen gemaakt, die nimmermeer zal worden uitge-wischl. Wij getuigen, dat zij toen volkomen genezen was; zij merkte zelfs niets meer van dat nare gevoel in haar lichaam, dal zij anders immer voor een korteren of lan-geren tijd behield, nadat de vallende ziekte over was. Terstond daarna verliet zij hel bed en zat nog eenigen tijd samen met hare dierbare betrekkingen en Ds. en Juff. H. om de wonderlijke wegen des lleeren te bespreken en Mem voor zijne genade le danken en te prijzen. Gedurende vier maanden na het genoemde voorval heelt zij nimmer iets van de vallende ziekte geweten, doch toen gebeurde het eens, dal zij erg verschrikte in den spoortrein, waardoor zij een kleine aandoening van hare vorige ziekte bespeurde, doch daarna zijn er nu reeds vele maanden verstreken, in welken lijd haar de vallende-ziekte niet het minste geplaagd heelt en wij welen den Heer niet genoeg te danken voor de volkomene en wonderbare verlossing van deze verschrikkelijke en naar den mensch gesproken, ongeneeslijke ziekte. |
Eenigen tijd na mijne wonderbare genezing van vallende ziekte, kreeg ik een hevigen aanval van de bloedende aambijen, aan welke kwaal ik meer dan twintig jaren verschrikkelijk geleden heb. Onderscheidene dokters heb ik aangaande deze kwaal geraadpleegd, verschillende soorten van medicijnen ervoor gebruikt, veel geld erdoor verspild, zonder met dil alles eenige baal le vinden. Alle maanden was ik aan deze ziekte onderhevig en heb er zeer zwaar aan geleden. Op een zekeren dag, toen ik mij /eer ziek gevoelde, verzocht ik Ds. H. om mijne genezing in het gebed van God te vragen en thans kan ik ook God danken, dat Hij mij ook van deze kwaal verlost heeft, die in menig opzicht nog erger was dan de vallende ziekte, terwijl hiermede dikwijls eene verschrikkelijke pijn gepaard ging. Nog kan ik den Heer danken voor de genezing van eene andere kwaal op hel gebed van Ds. H. Het gebeurde in Juni iSS-i, dat ik erg ongesteld werd en den dokter ontbood, (dewijl Ds. H. toen niet tehuis was in de Kaapstad), die getuigde, dat er een mijner bloedaderen moest zijn gesprongen, doch dat hij er niets aan doen kon, omdat ik geene pijn gevoelde en hij derhalve niet kon uitvinden, op welke plaats hel ongeluk ontstaan was. De dokter kwam mij gedurig zien, zonder mij iets te kunnen helpen. Toen |
JEZUS, DE GENEESHEER.
u
|
Ds. II. terug kwam naar de Kaapstad, 6 weken nadat ik dit ongeluk ol deze bezoeking had gekregen, liet ik hem terstond voor mij om genezing bidden. Door hel aanhoudend bloedverlies was ik zeer verzwakt geworden en zells op den dag, dal Ds. 11. voor mij bad, had ik nog veel bloed verloren. Hij bad voor mij en daarna ben ik terstond door God genezen en heb sedert niets meer van deze kwaal kunnen bespeuren. Ik kan den Heer niet genoeg danken voor de groole verandering, die ik op de voorbede van Ds. 21. in mijn lichaam heb ondervonden. Reeds een geruimen lijd heb ik wegens het verlies van bioed nacht en dag veel aan koude geleden, zoodal ik door geen middel bijna lol warmte kon komen en was des morgens onbekwaam, om op te slaan, ol mijne noodzakelijke bezigheden le verrichten. Hel is zeer opmerkelijk, hoe de Heer op eens mii op hel geloovig gebed I heelt hersteld en mij mijne krach- : ten heelt teruggeschonken. Nu moei ik nog de genezing i melden van een mijner kleinkinderen, drie jaar oud. Dinsdagavond, den 5den Aug., bezocht ik mijn zoon cn vond hel kind erg krank, : dé! al eenige dagen ongesteld was geweest en zeide hun, dal hun kind kranker was dan zij dachten on in den nachl was hij erg benauwd, daarom ging de moeder j den volgenden morgen met hem naar den dokier, die getuigde, dal zij le lang hadden gewacht, om zijne hulp in te roepen en dat het kind gevaarlijk krank was. Wij be- |
avond had toch niet lot het medicijnen over te gaan, maar dal zij Ds. H. zou vragen, om voor hel kind te bidden. Zij willigde nu dit mijn verzoek in en liet hem voor hel kind bidden. Drie uren na het gebed was er reeds een groole verbetering in het kind te hespeuren en hel weid gestadig beter en sliep den volgenden nach zeer rustig en is nu volkomen hersteld zonder etnige medicijnen ol pleisters le hebben gebruikt. De ervaring heeft mij duidelijk geleerd, dat het. de eenige veilige weg is, om in ziekte niet naar medicijnrneeslers, maar lol God onze toevlucht te nemen. Mochten toch allen den lieer als hunnen Heelmeester leertn kennen. W. F. IIOOGEDOREN. ALIJDA IIOOGEDOREN. 43 Rose-straai, Kaapstad. »Lel wel lezer, deze zuster had voor dezen mei haar man erover gesproken, ol God ook nog in onze dagen den mensch onmiddellijk van i sloten, hetgeen hij zeide, dal het , kind de worgziekle of benauwde I ziekte had, zooals dil, wordl ge-| noemd. Hij gal hun een recept | cn zeide, dal, ze het kind moslard-i pleister op de borst moeslen leg-i gen en pap op zijn rug en borst. Mijne schoondochter kwam hui-lende met hel kind van den dokter 1 en ik raadde haar, gelijk ik ook den gedaan, om gebruik van |
35
JEZUS, DE GENEESHEER,
%
|
erge krankheden wilde verlossen, enkel op het gebed des gelools, omdat ik beweerd had, dal (lod thans nos zulke dinjren deed en c? F? getuigde, dal er reeds op rniine voorbede vele personen onmiddellijk genezen waren. Zij had gezegd, in deze zaak te gelooven, terwijl haar man dit alles zeer betwijfelde, liet is ook geen wonder, dat de hedcndaagsche geloofs-genezing door zoovelen wordt belwijleld, dewijl men uit kracht van het algemeen ongelool onzer (laj',en de/e dingen nimmer heelt zien geschieden en daarenboven wordt deze leer door ouders, van den kansel en door middel van zoogenaamde orthodoxe boeken ingeprent , dal de tijd der wonderen voorbij is, dat men in den legenwoordigen tijd die onmiddellijke en wonderbare genezingen niet meer kan verwachten. Echter mogen wij hierbij wel opmerken, dal deze zuster in haren onbewuslen toestand genezen werd door God, nadat zij in haren be-wusten toestand het geloof had uitgedrukt, dat God nog heden zulke wonderen konde en wilde doen. Zonder gelooi is het onmogelijk, Gode te behagen, doch God wordt verheerlijkt door hel geloofsvertrouwen in Zijne belollen en daarop gebiedt Hij ook zekerlijk Zijnen zegen. |
Deze menschen zijn niet enkel dankbaar jegens God met woorden, maar zij hebben zulks ook herhaaldelijk geloond door daden, door ons, die als Jezus en Zijn discipelen door middel van vrijwillige gaven hun levensondeihoud vinden, mildelijk van hunne tijdelijke goederen te geven en daardoor voldoen aan het voorschrift van Paulus: «Indien wij ulieden het geestelijke gezaaid hebben, is het een groole zaak, zoo wij het uwe, dal lichamelijk is, maaien.® (1 Cor. 9. v. 11.) W. IIAZENBEKG. Genezing van tering op hel c/eloofsgebed. Onze dochter Christina werd krank, toen zij 14 jaren oud was en is nu 19 jaren oud. Hare krankheid is begonnen mei koude te vatten, dat spoedig in lering eindigde. Gedurende vijl jaren lang heeft zij immer pijn gehad lusschen de schouderbladen en de dokters verklaarden hare krankheid voor lering. Zij is dikwijls tot aan den oever des doods geweest, doch daarna kwam ze weer bij. In den laat-slen tijd heeft zij veertien maanden gehoest, wal haar nimmer verliet, doch des nachts w^s het zoo erg, dat zij nimmer op bed kon slapen. Zij kon maar weinig eten. Een dokter te Dewelsdorp, die doorgaans als zeer kundig wordt beschouwd, heeft verklaard, dat hij voor haar niets kon doen en hij had gansch geen hoop op haar herstel. Op hel gebed van Ds. H, heelt zij terstond helerschap ondervonden. Haar hoesten verminderde en nu drie weken na het gebed is het hoesten zoo goed als voorbij. Zij heelt nu goeden eetlust, haar |
JEZUS, DE GENEI'SHEER
36
|
kleur is natuurlijk en hare kracli-ten zijn teruggekomen. Wij spreken er gedurig over, ilal liet een groot wonder is, dut, de Hoer on/.e docl'ter genezen heelt op het gebed des geloofs. Voorheen moesten wij haar behandelen als een kind en nu kan zij gere. gold weer voor ons werken. Ook zij is zeer verblijd in hare ziel, dut de Heer haar van den oever des gral's heet'l opgelicht en zij gevoelt nu ook eene sterke begeerte in het hart, om voor don lieer te leven. De krankheid van onze dochter was in onze omgeving algemeen bekend en zoo is ook de verwondering over hare wonderlijke genezing algemeen. JAN DE BEER, G. A. DE BEER. Stillontein, dist. Bloemlonlein. Genezing van een.vader en twee kinderen. Hot is reeds veertien jaren, dat ik erg geplaagd ben door aambyen, waaraan ik veel heb geleden, daar ik altijd een geweldigen brand en pijn had, zoodat ik bijna niets kon werken, want zoodra ik zweette, was het veel erger; voor deze kwaal heb ik vier dokters gehad, maar heb nooit de minste baat bij hen gevonden. Vijl maanden geleden ben ik naar de Diamantvelden gereden en hoorde, dal de pokken daar waren en liet mij daarom inenten; het is toen van mijn arm naar mijn hoold getrokken , waardoor ik een gestadig knagende pijn en drukking in mijn hoofd had, zoodat, wanneer ik in gespiek met iemand was, het rnijn verstand benevelde; ook hiervoor heb ik twee dokiers gehad, maar heb niets geen baat bij hen gevonden. |
Op 23 November was ik ook op de godsdienstoelening, die Ds. ü. bij den heer 11. Becker hield en vroeg ook zijne voorbede. Ik kan getuigen, dal ik onder 't gebed reeds verlost ben van dien brand in mijn lichaam en nu ben ik verlost van al mijn kwalen, nadat ik de medicijnen, die ik nog altijd in huis had, twee weken na zijne voorbede voor mij heb weggeworpen. Ook de laatste tien jaren was ik verslaald aan den drank en dit was tegen mijn eigen wil en ik heb veel getracht, ervan verlost te worden in mijn eigen kracht, maar dit was voor nii| onmogeli jk en de laatste drie jaren heb ik veel gelezen in moderne boeken, die mij geleend waren, waardoor ik geheel aan het wankelen kwam en mijn ziel onrustig werd, zoodat ik niet wist, waar rnij te bergen. He duivel zei mij, het moderne gelooi was beter dan het Christelijk geloof en onder deze omstandigheden zocht ik mijn geweten te stillen, door mij meer dan ooit over te geven aan den drank; ik was verblind onder dien last van ziel en lichaam en had een hangen strijd. Ik had op den dag, dat ik Ds II. hoorde, meer zegen en hij had meer invloed op mijn hart, dan ik ooit gehad heb onder al de leeraren, die ik |
JkZUS, DE GENEESHEER.
37
|
»le laalsle Iwinlig jaren gehoord lieb. Onder deze preek werd ik overtuigd van de waarheid van Gods woord. Vroeger kon ik nooit liefde voor den Heer gevoelen, maar nu werd mijne ziel als overstroomd met liefde lol Jezus en vroeger was hel, alsof die ge-loofsgenezing niet kon wezen, maar nu werd ik overtuigd, dal Jezus nog dezelfde was. Ik dacht, ik zou nooit meer beter worden, want ik gevoelde mij als de verloren zoon en nu gevoelde ik zoo mijn zonden en kreeg een ernstige begeerte, dat Ds. 11. voor mij moest bidden, dal ik genezing mocht omvangen naar ziel en lichaam, en dal ik mocht verlost worden ran dien lust tol den drank. Ik kan met een dankbaar hart getuigen, dal de lieer dit gebed voor mij heeft verhoord en niet alleen mijn lichaam heeft genezen, maar mij ook een afschuw van den drank heeft gegeven, zoodal ik er nimmer weer lust of begeerte naar heb gevoeld en mij een geheel nieuwe mensch heeft gemaakt. Ik gevoel, mijn zonde is mij vergeven en geloof, dal Jezus mij heelt aangenomen en mij door Zijne kracht zal bewaren. |
Ook mijn dochtertje van ell jaren was al een jaar geplaagd met een zeere keel en ook zweeren waren aan haar tong en aan haar gehemelte; hiervoor heb ik twee dokters geliad en het kost mij meer dan veerlig pond. Ook zij is bijna oogenblikkelijk op hel gebed genezen, want den derden dag was zij reeds gezond. Ook ons kleinste kind was van haar geboorte krank en had de laalsle twintig dagen een verschrikkelijke hoest, die dag en nacht aanhield, waardoor zijn zwakke lichaampje zeer gefolterd werd; ook dit kind was reeds den derden dag volkomen gezond. Ik heb de laatste vier jaren meer dan 200 L. aan dokters betaald, zonder door hun geholpen te worden, en kan nu den Heer niet genoeg danken, daar wij nu allen voor niets de gezondheid hebben ont- .1011. 11. ENGELBRECllT. Vaalspruit, dist. Smilhfield. Bovenstaande getuigenis heeft mij zoo getroffen, dat ik mij gedrongen gevoel, er eenige opmerkingen bij te maken; 1. Zijne ervaring leert ons, hoezeer de medicijnen de genezing door den lieer kunnen verhinderen. Hij had geene medicijnen gebruikt, nadat er om zijne genezing gebeden was, doch had ze slechts bewaard, zeer licht met hel doel, ze te gebruiken, indien het gebed niet de gewenschle uitwerking mocht hebben. Dit was derhalve nog een leeken van ongeloof en moest verdwijnen, vóór de herstelling komen kon. 2. Hij weet niet genoegzaam zijne dankbaarheid uil te spreken, daar hij nu om niet voor zich en zijne kinderen de gezondheid verkreeg, terwijl hij zonder baat te vinden, 'in vier jaren meer dan L200 aan dokters besteed had. Er is reeds eene groole menigte |
JEZUS, DE GKENEESHHEK.
38
|
in Zuid-Afrika, die dergelijke dank-beluiging peelt als de heer En-gelbrecht en nog wordt de ge-loolsgenezing veracht, 3. Wij leeren uit zijne getuigenis, wat de veilige weg is, om van de heerschappij der bedwelmende dranken verlost te worden, namelijk door het geloolsgebed. Ik heb reeds voor vele dronkaards gebeden, die door dal middel geheel van den drank verlost zijn. Slaven van dit nat, dat lichaam, ziel en huisgezin verderft, zoekt toch door het gebed des gelools van deze banden des Satans losgemaakt te worden. 4. De heer Engelbrecht was bijna tol wanhoop gebracht door hel lezen xan moderne boeken, die met minachting van den Bijbel spraken. Om uws levens wil, wacht u, zulke boeken te lezen. De modernen leeren, dat wonderbare genezingen door den Heer onmogelijk zijn, als strijdig zijnde met de wetten der natuur en daarom is de hedendaagsche geloofs-genezing zeer dienstbaar, om de modernen eerst van hunne dwaling en dan van zonde te overtuigen en aldus hen te zaligen. Genezing van kanker. Eene zuster, die doormiddel van ons gebed vanden kanker in de borst genezen is, schreef mij kortgeleden en zond tevens de getuigenis barer volkomene genezing van deze anderszins ongeneeslijke kwaal. Zij schrijft als volgt: |
Ik heb lang verzuimd, om mijne genezing uit te schrijven, omdat ^rij van de eene plaats naar de andere rondgetrokken zijn. liet is hier bitter droog, vele schapen sterven en de lieer roept door dezen tegenspoed lot bekeering, doch de men-schen nemen geen acht op de hand des Ileeren. Dr. S. Ilolmeijer, predikant te Montagu, was verleden week bij ons en wij hebben een aangenaam uur gehad. Hij heelt mijne borst gezien, die van de kanker genezen was en was daarover zeer vertlijd en heelt toen ook een dankgebed met mij gehouden en was recht dankbaar, dat God nog met ons wil wonen, zooals in vroegere dagen. Bidt toch gedurig voor ons, dat wij in de genade mogen wassen en dat wij daar aan Gods rechterhand elkander mogen ontmoeten en onzen God mogen danken voor de hier reeds genoten zegeningen naar ziel en lichaam. Nu volgt haar eigene getuigenis harer genezing; »Mijne lieve vrienden, ik wil u gaarne meededen, wat de Heer aan mij naar ziel en lichaam gedaan heeft. In 1882 werd mijn eene borst erg gekneusd en de borst werd van dag tot dag erger en het gezwel grooler. Ik ging naar den dokter, die veel medelijden met mij had en alles voor mij gedaan heeft, wal hij kon, doch dewijl de borst al erger werd, verzocht hij mij, om liever hel gezwel uit te snijden. Gij kunt u wel verbeelden, in welk een treurig lot ik mij toen bevond. Mijn lichaam was vol van de grootste smart en mijne ziel bedroefd tot den dood en ik had geen rust dag of nacht. |
JEZUS, DK ÃENEESHEER.
39
|
In April 1884-, verzocht ik mijn man, om mij naar Beaufort West te brengen, daar ik dacht, dal liet 'l Ipatste nachtmaal zou zijn, dat ik zou kunnen bijwonen. Toen wij op het dorp kwamen, ging ik weer naar den dokter en vroeg hem ol iiij geen ander middel kon uitvinden, dan het mes. Hij riep dokter Robertson, om zijn oordeel er over te vragen, die ook zeide, dal hel kanker was en dat er voor de borst geen ander middel was, dan liet mes en dat dit binnen zes weken moest geschieden. Ik kon dien nacht niet slapen van angst en pijn. Mijne vrienden vertelden mij van Ds. 11. en dwongen, om mij aan geloofsgenezing over te geven, maar daartoe kon ik niet komen, doch dacht onophoudelijk aan Jak. 5 v. 14 Sc 15. Den volgenden dag was het voorbereiding en de dienst werd door Ds H. gehouden. Ik had eerst aan de preek niets, het was alles om mij heen in duisternis en het was gedurig, of ik een geopend gral zag, waarin ik binnen weinige dagen zou gelegd worden. Ik had geen anderen raad, dan naar ziel en lichaam tot Jezus le vluchten, onder wiens vleugelen alleen schaduw le vinden is. Ik zeide vervolgens, Heer, ik zal u niet laten gaan, tenzij dal Gij mij zegent. |
Wie kan Gods lielde peilen, die een zondaar door zulke wolken van duisternis kan voeren, want toen ik uit de kerk kwam, had ik vrede met God en Christus was mij alles; ook was de gelootsge-pnying, waaraan ik voorheen twijfelde, voor mij zoo duidelijk, dat ik het oogenblik niet kon alvvach-ten, om Ds. 11. te ontmoeten, om met hem om mijne genezing te bidden, daar God zegt: Waar twee ol drie in mijnen naam vergaderd zijn, dnar ben ik in liet midden van hen. Den volgenden morgen bad hij met mij. maar op het oogenbük kan ik niet zeggen, dat ik beterschap ondervond, maar eenige dagen later kwam hij bij ons aan huis en sprak en bad loen met mij en verklaarde, op welk eene wijze hel geschieden moei, daar de genezing alleen van God moet verwacht worden, naar Zijnen heiligen wil en welbehagen. Toen hij bad kreeg ik zeer veel steken in mijn borst en lichaam, maar het was de laatste pijn, die ik immer aan de borst gevoeld heb en een miand en 10 dagen daarna was mijne borst volkomen hersteld. Mijne borst is nu 0 maanden volkomen gezond. Doch mijne lieve vrienden, aan wien heb ik mijne herstelling te danken? Mijn God en Zaligmaker heelt het gedaan, want Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze ziekten gedragen. (Mallh. 8. v. 17.) «Loot den Heer mijne ziel en al, wat binnen in mij is. Zijnen heiligen naam. Loof den lieer mijne ziel en vergeet geene van Zijne weldaden. Die al uwe ongerechtigheid vergeeft, die al uwe krankheden geneest, die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhar-ligheden, die uwen mond vciva- |
JEZUS, DE GENEESHEEK.
40
|
digi mei het goede en uwe jeugd vernieuwl als een arends.* (Ps. 103 v. 1 êc 5.) Ook wil ik mijn liarlelijken dank betoenen aan Ds. H. die voor mij gebeden en gestreden heeft. Moge God zijn werk bekronen, dal wij aan Gods rechterband hem mogen daniten voor de genade, door middel v»n hem alhier genoten. Juff. W. BEZUIDENMOUT. Zoulkloof. Naar het mij toeschijnt kunnen er bij de getuigenis dezer zusier eenige nuttige opmerkingen gemaakt worden, waarvan ik mij thans wensch te bedienen. Deze zijn de volgende: 1. Hierin vinden we eene vergelijking tusschen de waarde der menschelijke wijsheid in de geneeskunst en het geloofsgebed. Wij hebben deze zuster zelve lioo-ren getuigen, dat de geneesheeren voor haai' niets konden doen, dan de borst, waarin de kanker was, afzetten. Zelfs heelt ïij mij verteld, dat de geneesheeren hare pijn niet eens gemakkelijker konden maken, terwijl de pijn haar terstond verliet, nadat wij bij haar aan huis om hare genezing gebeden hadden. De wijsheid dezer wereld, volgens welke de geneesheeren hare borst wilden afzetten en waardoor tevens haar leven in gevaar zou gebracht zijn, is dwaasheid bij God, die zonder mes, zonder pijn, zonder levensgevaar, enkel op het geloofsgebed de kanker uit de borst wegneemt. |
Eenigen lijd geleden onlving Juff. H. een brief van Juff. D. J. Marais Ie Kruilfontein, district Beaufort West, waarin zij melding maakt van de genezing van bovengenoemde zusier, alsmede van een andere Juflrouw, die ook kanker in de borst had en welke groole geestelijke zegeningen zij en haaiman door middel daarvan ontvangen hadden. Nu volgt haarbriel. »Wel geliefde, u zal zekerlijk nieuwsgierig wezen omtrent die twee vrouwen, waar Ds. H. voor gebeden heeft, n. 1. Juffrouw Malan en Juffrouw Bezuidenhoul; die twee zijn geheel hersteld geworden. 0 geliefde, de Heer heeft wonderlijk Zijnen G'jesl uitgestort op Juffrouw Malan. De Heer Malan was niet een man, die in hel openbaar gebeden heeft en nu zijn hij en zijne vrouw heerlijk bekeerd en loven en danken God voor die goedheid aan hen bewezen. Zij hebben nu ook biduur in hunne buurt en er waren acht menschen, die voorgingen in hel gebed.quot; Deze Juffrouw D. Malan, district Frazerburg, had ter ooi-zake van den kanker reeds eenmaal hare borst laten snijden en nu begon hel weder aan Ie wassen en zij was van plan, de borst andermaal door den geneesheer te lalen snijden, doch toen zij vernam, dat Juffrouw Bezuidenhoul zoo wonderlijk genas op het gebed des geloofs, kreeg zij ook een sterke begeerte, om op gelijke wijze dooiden Heer genezen te worden. Mijn tijd was zeer beperkt, zoodal ik slechts een uur kon besteden, om met haar en haren man |
%
JEZUS, DE GENEKSHEEK.
41
|
le spreken en te bidden, docli waarop God rijken zegen gegeven lieell, gelijk de vermelde briel duidelijk aanloont, nielenkeiinde genezing van den kanker in de borst, maar tevens in bekeering en heiligmaking. 2. Uit liet geva! van Juffrouw Bezuidenbout leeren we tevens, dat herhaaldelijke samenspreking en samenbidding dikwijls noodif, kan zijn, om de genezing van God le ontvangen, want zij getuigt, dat mijn eerste gebed voor haar geen merkbare beterschap aanbracht, doch dal zij terstond genezen werd, nadat ik de tweede maal voor haar gebeden bad. Of heeft Jezus aanhoudend bidden om dezelfde zaak afgekeurd? Immers neen, maar integendeel zegt Lukas: En liij zeide ook een gelijkenis tot ben, daartoe strekkende, dal men altijd bidden moet en niet vertragen. En de lieer zeide; Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan geen recht doen zijnen uitverkorenen, die dag en nacht tot hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen (of het antwoord vertraagt?) Lukas 18 v. 1, 6 en 7. |
3. Wij leeren mede uit de getuigenis van Juffrouw Bezuidenbout en dat gegeven van Juffrouw Ma-lan. welke groote geestelijke zegeningen er gepaard gaan met de lichaamsgenezing door bet gebed des geloof's, dat zij bekeering en heiligmaking aanbrengt. Vele leden der Ned. Geref. Kerk schijnen te meenen (en wie kan zeggen in hoeverre hunne predikanten daarvan de oorzaak zijn), dat de genezing der kranken, die door middel van ons geschiedt, eigenlijk gezegd geene geloolsgenezing is, ol genezing door liet gebed des geloofs, maar eene soort tan bespreking aldus genoemd, dat doorgaans en misschien niet ten onrechte, als' een duivelskunslenaarsvverk wordl beschouwd, doch veronderstel eens dal zulk eene beschuldiging waar-beid behelsde, zouden er dan mei on/.e wijze van genezing zulke groote geestelijke zegeningen van bekeering en lieiligmaking vergezeld gaan, gelijk verhaald is in bovengenoemde getuigenissen en welke zegeningen men allerwege bij de geloolsgenezing waarneemt. Niet dat de genezing door middel van ons noodzakelijk bekeering (en gevolge heelt, maar dal de Heilige Geest, die de lichaamsgenezing op hel geloolsgebed werkt, ook de genezenen lol geestelijke hernieuwing en hervorming aanspoort. Onlangs vroeg ik iemand, die op het geloolsgebed hersteld was van ziekle, ol bij nu zijn hart ook al aan den lieer gegeven had, waarop hij antwoordde: nlndien ik dit nu niet gedaan had, dan zou ik het in der eeuwigheid niet doen,* gevende daardoor te kennen, welk een aandrang de geloolsgenezing tol waarachtige bekeering geeft. De lezer vergelijke nu de dingen, die God door middel van ons gedaan heelt tot lichamelijk en geestelijk heil der menschen, mei de smaad en vervolging, die wij zooveel in Zuid-Afrika le verduren hebben. En wat nog meest le betreuren is, dai eenige predikanten de geeslelijke leiders des volks iq |
f
42 JEZUS, DE GENEESHEEK.
|
deze vervolging de voorgangers zijn. Zij schrijven stukken met hel merkbare doei, om ons te schande te maken, alsof wij oproermakers, leugenaars en bedriegers waren en laten die lasterlijke stukken in alle bladen des lands opnemen. Zij denken schijnbaar, Gode een dienst te doen, door ons karakter op allerlei mogelijke wijze te bekladden. Doch God zelve zal hen richten. Wij mogen wel zeggen met betrekking lot hen, gelijk Paulus zeide: «Alexander, de ko- |
Eersmid, heelt mij veel kwaads eloond; de Heer vergelde hem naar zijne werken, t 2 Tim. 4 v. 14. Van een kopersmid echter zou men zulks nog beter kunnen overzien, dan van hen, die voorgeven, dienstknechten van Chrislus te zijn. Deze doen zulks onder den naam van wachters te zijn op Zions muren, waardoor zij bij de eenvoudigen hel geloof tol genezing benemen. Paulus bemoedigde Timotheus in de vervolging, die liij om das Heeren wil ondergaan moest. Ook allen, die god-zaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden. (2 Timótheüs 3 vers 12.)ersmid, heelt mij veel kwaads eloond; de Heer vergelde hem naar zijne werken, t 2 Tim. 4 v. 14. Van een kopersmid echter zou men zulks nog beter kunnen overzien, dan van hen, die voorgeven, dienstknechten van Chrislus te zijn. Deze doen zulks onder den naam van wachters te zijn op Zions muren, waardoor zij bij de eenvoudigen hel geloof tol genezing benemen. Paulus bemoedigde Timotheus in de vervolging, die liij om das Heeren wil ondergaan moest. Ook allen, die god-zaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden. (2 Timótheüs 3 vers 12.) Vrienden van des Heeren werk, bidt voor ons op navolgende wijze: »Ileer, zie op hunne dreigingen en geef uwen dienstknechten mat alle vrijmoedigheid uw woord te spreken, daarin, dat gij uwe hand uitstrekt tol genezing en dattej-kenen en wonderen geschiedea, door den naam van uw heilig Kind Jezus.« (Hand. 4 v. 29,30.) |
EINDE,