w ?; y // z/J.
DRIE LOFREDENEN
OP DEN
Zaligen PETRUS CANISIUS
TER (il'LEOE.MIElP V.W Zl.l.\ HEIIOE EEFWFEEST
UITGESPROKEN IN DE
Si'. FRANC.-XAVEUIUSKERK TE AMSTERDAM
BIBLIOTHEEK RIJKSUNIVERS
UTRECI-
-lt;3-1 âlt;3--lt;3-âlt;3--lt;3--(3-1
-lt;3-âg-
-â¢I3-
-lt;3
-a-. âë-âlt;3-
-a-
âlt;3-
-lt;3-
âa
âlt;3-
-S-
âQ-
âlt;3 -4
â Bâ -B--Bâ
-egt;~ -gâ
â amp;â -ftâ -g-
-6gt;~ â éâ
-t)~ -Bâ -Bâ -B-â Bâ -B~
-lt;3--(3--â¢Ã¨ -lt;3
-S--#
-lt;3 -i3 -lt;3 -â¢lt;3 -â¢lt;3 -lt;3
-lt;3-
-B-Bâ
©ER
tTEIT
-pâ
f:
W. DE VEER. s.
COLL. THOMA,
-a-
A3S-E
-g)-
-g)â -g)â -B-
âa--a-
-a--a-âa-âa--a-âa--a-
-a--a--a--a--a-i -a--a--â¢a--a-
NI.) MEGEN, L. 0. G. MALMBEh'G.
1898.
V(A
â Bâ -B--Bgt;-â¬)--â¬)-
1 1 1 1 1 1 1 1 1 I M I I I | ; | | | i i i i i i i i i i i i T\
Vak 76
2)e uitverkiezing.
Quis putas puer iste orit ?
Wie meent £;ii zal dit kind eenmaal zijn?
Luc. 1 : 6G.
Feestvierende Christenen !
In September van dit jaar toog een breede schare van katholieke Nederlanders ter beevaart naar liet Zwitsersche stadje Freiburg, om godvruchtige hulde te brengen aan de roemrijke nagedachtenis van den gelukzaligen Petrus Canisius.
En zóó was het plicht.
Terwijl Duitschland, Oostenrijk en Zwitserland, bij het derde eeuwfeest van hun âapostelquot;, als om strijd zijn door wonderen verheerlijkt graf gingen vereeren, mocht daar het geboorteland van den grooten man achterblijven?
Petrus Canisius: welk eene verschijning! Een ridder in den edelsten zin des woords, een ridder van Christus â miles Christi â wiens volle leven geheel opgaat in dat ééne, grootsche, goddelijke ideaal; Koning Jezus alom te doen zegevieren!
En dat ideaal heeft de machtige geloofsheld, onder Gods zegen, verwezenlijkt voor een ruim deel. Aan hem in de eerste plaats dankt het katholieke Duitschland, dat het in den geweldigen worstelkamp der zestiende eeuw niet ten eenen male onderging.
Maar deze tweede Bonifatius â wij herhalen
4
liet met reclitmatigen trots ! â was een Nederlander. Op Nederlandschen grond heeft zijn wieg gestaan, in Nederlandsche tale heeft zijn eerst gebed geklonken. Niet als katholieken alleen, ook als Nederlanders gevoelen wij ons tot dezen kampioen der waarheid aangetrokken, en, nu de Kerk het derde eeuwfeest viert van zijn intrede in de glorie, nu menge zich in het hulde- en danklied, dat uit alle oorden der wereld opgaat Canisius ter eer, vol geestdrift ook de stern van Nederlands Katholieken! Een volk, dat zijn groote mannen eert, eert zich zelf.
Verschillend in de verschillende heiligen werkt de genade Gods. Vandaar eene wonderbare verscheidenheid onder de heiligen, wat aangaat de deugden en daden, waardoor zij uitmunten. Zoo blinken aan 't firmament de duizenden sterren in rijk afwisselende grootte en glans.
Het kenschetsende in Canisius, het schitterend brandpunt van de glorie, die hem omstraalt, is de waarlijk apostolische ijver, waarmede hij vijftig jaar lang heeft gewerkt, om 't alleen-zaligmakend geloof der ééne, heilige, katholieke en apostolische Kerk overal in de harten te herstellen, te behouden, uit te breiden. Canisius was boven alles apostel, een door God verkoren, een heilig, een machtig apostel.
Aldus wil ik hem n voorstellen, u achtereenvolgens schetsend in deze drie dagen zijne roeping als apostel, zijne heiligheid als apostel, zijn arbeid als apostel.
Verheven apostel van Duitschland, door God en de menschen met glorie en eere gekroond, smeek over het woord, dat ik tot uwen lof ga spreken, den zegen des Hemels af, opdat uw luistervolle
i)
loopbaan worde verhaald op eene wijze, uwer niet geheel onwaardig, en niet geheel onwaardig de heilige geestdrift, waarvan voor uwe grootheid het hart uwer katholieke landgenooten is vervuld!
Sinds Luther in het jaar 1517 openlijk was opgetreden' met eenige stellingen, welke tegen de oude katholieke leer aandruischten, had hij zich een aanhang verworven, die met den dag wies. Dit noodzaakte Leo X een bul uit te vaardigen, waarin die stellingen werden veroordeeld, terwijl den afvallige op strafte van den kerkelijken ban gelast werd te herroepen.
Thans echter bleek het, hoe diep de nieuwe ketterij in de Duitsche landen reeds had wortel geschoten.
De afkondiging van 't pauselijk stuk vond op vele plaatse]) den heftigsten tegenstand. In de herberg en op straat openbaarden zich tegen den Stedehouder van Jezus Christus de aangeprikkelde hartstochten des volks. Luther zelf gaf ten aanschouwen eener groote menigte de gehate bul aan de vlammen prijs, en ..Leve Luther! Weg met den Paus !quot; klonk het van honderden lippen.
De bijval, die hem ten deel viel, maakte den ongelukkigen monnik immer driester. In 1521 op den rijksdag te Worms verklaarde hij, ten overstaan van de talrijk verzamelde geestelijke en wereldlijke grootwaardigheidbekleeders, dat hij aan paus noch kerkvergadering meer geloof sloeg. Hiermede was de scheuring voltrokken, de rampzalige scheuring, die met algeheele vernietiging de Kerk in Duitschland en naburige landen bedreigde.
Maar God, wiens ontfermende Voorzienigheid bij het opkomen van elke groote ketterij steeds mannen had verwekt, in staat den stroom des
G
verderfs te keeren, nam ook thans de zorg voor zijne Kerk op zich.
In ditzelfde jaar 1521 hangt de ridderlijke Ignatius van Loyola, bij de verdediging van Pampeluna gewond, zijn heldenzwaard op bij quot;t altaar van O. L. Vrouw te Montserrat, en wijdt zich onverdeeld aan den dienst Gods. Hij wordt de stichter der Sociëteit van Jezus en zijne orde welhaast een uitgelezen keurbende voor de fel bestreden Kerk. En ook in hetzelfde jaar, den 8 Mei, aanschouwt onze Petrus Canisius te Nijmegen het levenslicht, hij die eenmaal onder de geloofsverdedigers in Duitschland als de Paulus zal uitsteken, hij Duitschlands uitverkoren, glorievolle redder. O Voorzienigheid Gods, hoe wonderbaar zijn uwe wegen!
Petrus Canisius stamde uit een der aanzienlijkste familiën van Nijmegen, waar zijn vader meermalen het ambt van burgemeester bekleedde. Zijne ouders â o welk een zegen brave ouders te bezitten ! â waren uitmuntende katholieken. Heeft wellicht de moeder van de hooge roeping haars zoons eenig voorgevoel gehad ? Dikwerf hoorde men haar onder een vloed van tranen den kleinen Petrus aan God aanbevelen. ^ Stervend in den bloei der jaren drukte zij haren man op quot;t hart, den kinderen eene christelijke opvoeding te geven, en de ketterij steeds verre te houden uit zijn gezin. De schreiende echtgenoot beloofde het, en weldra schonk hem God voor zijn moeilijke taak een krachtdadigen steun in de zuster zijner tweede vrouw. Onder de leiding dezer vrome maagd, die bij de twee kinderen uit het vorig huwelijk
!) Zie Studiën Dl. XI.IX : Een beroemd Nijmegenaar der XV[e eeuw, door W. Van Nieuwenhoff.
7
niet de liefderijkste toewijding de plaats der moeder innam, ontwikkelden zich in onzen Petrus op quot;t voorspoedigst de kostbare talenten en deugden, die eenmaal zulke heerlijke vruchten moesten dragen voor de Kerk.
Vroeg gaf de knaap blijk van neiging tot het priesterschap, 't Was zijn grootste geluk de H. Mis te mogen dienen, en thuis op zijne wijze de plechtigheden na te bootsen, die hij in de kerk had afgezien, daarbij gaarne voor zijne medekinderen eenc predikatie houdend.
Hoe vurig beminde Petrus 't gebed! 1 Hkwijls vond men hem in een stillen hoek der woning geknield, de handen gevouwen, sprekend met God. Voor quot;t gebed werd menig uur van den nacht afgezonderd. Kwam hij op straat aan eene kerk, kon zich het genoegen niet ontzeggen, ze even binnen te gaan en eene groetenis te brengen aan het Allerheiligste.
Op zekeren dag treedt hij zichtbaar ontsteld de groote St. Stephanuskerk van Nijmegen binnen. Wat is gebeurd? Ernstige gedachten houden den knaap bezig. Hij ziet zijne onschuld van tallooze gevaren omringd, overal ziet hij strikken gespannen voor zijn voet. Hij is bang, den strijd met de bekoring niet vol te zullen houden. In deze stemming werpt hij zich vóór 't H. Sacrament neder en verzucht met den Psalmist: ..Toon mij uwe wegen, o Heer, en leer mij uwe paden kennen ; geleid mij in uwe waarheid, en onderricht mij : want gij zijt mijn God, mijn Redder!quot; 1) De verlangde hulp blijft niet uit. Licht en troost dalen verkwikkend neer in quot;t somber gemoed van den knaap, en tevens wordt zijn geest vervuld van die
') Ps. 24 : 4, 5.
8
heilzame vreeze des Heeren, welke het begin dei-wijsheid is, en den toekorastigen apostel voor geheel zijn leven zal sterken tegen iederen aanval dei-hel. Wie erkent in deze gebeurtenis niet den vinger Gods, tusschen alle gevaren heen de uitverkorenen leidend naar quot;t van eeuwigheid gewilde doel ?
Intusschen legde zich de jeugdige Canisius met do borst op de studie toe. (ieen minuut van den tijd ging verloren. Zijn dorst naar kennis scheen niet te bevredigen. Zijne leermeesters wisten niet wat meer in den knaap te bewonderen: zijn heerlijken aanleg oi' zijn ernstigen toeleg.
Lust tot werken vindt men in de jeugd van alle groote mannen. De arbeid is de harde wet des levens, is de pijnlijke straf van Adams zonde. Maar wie zich aan deze wet, aan deze straf vroegtijdig onderwerpt, hij komt zekerlijk tot wat groot is en edel en schoon.
Het bleek den gelukkigen vader uit alles, dat God met hot veelbelovend kind verheven dingen voorhad. God zou nog duidelijker spreken.
Daar leefde te Arnhem in den hoogsten roep van heiligheid eene weduwvrouwe, Reinolda ge-heeten, bloedverwante van Canisius. Menigmaal geraakte zij in geestvervoering en lag de toekomst voor haar open. Zoo had zij de godsdienstige verwarringen van Duitschland en de Nederlanden voorspeld.
Eens dat onze Petrus met zijn vader de weduwvrouwe bezocht, sprak zij den knaap met deze woorden toe: âGij, mijn kind, zult in een nieuwe orde van priesters treden, welke God in zijne Kerk zal verwekken, om deze te hervormen en velen zalig te maken. In een visioen heb ik die mannen aanschouwd en ik zag, dat gij u bij hen aansloot. Zij zijn ernstig, geleerd en bescheiden, vol van God en van ijver voor de zielen.quot;
9
En hoe treffend werden spoedig daarop die woorden bevestigd, toen eene godvreezende maagd te Oosterwijk in Noordbrabant, met wie Petrus zich dikwijls over geestelijke zaken onderhield, hem onder meer voorzegde, dat zijn arbeid en geschriften eens in de Kerk veel goeds zouden doen!
Tegen het einde van het jaar 1535 vinden wij den Grelukzalige te Keulen, waar hij aan de liooge-school zijne studiën voortzet.
Zijn leermeester in de welsprekendheid, en die met hem onder 't zelfde dak woont, is de even deugdzame als geleerde Nederlander Nicolaas Eschius. Deze, terstond de uitnemende hoedanigheden van zijn jeugdigen landgenoot erkennend, trekt zich zijner met vaderlijke goedheid aan. Anderzijds gevoelt de jongeling eene eerbiedige genegenheid voor den beminlijk ernstigen priester, en kiest hem tot biechtvader en geestelijken raadsman. Eschius beijvert zich, om zijn leerling te wapenen tegen den immer wereldschen en door de ketterij thans nog meer bedorven geest der hoogeschool. lederen dag moet de student een hoofdstuk uit het evangelie lezen, zich daaruit een kernachtige waarheid kiezen en die overwegen. Tevens zal hij dagelijks zijn geweten onderzoeken, gestadig de levens der Heiligen lezen, dikwijls naderen tot do H. Sacramenten. âEén ding slechtsquot; â zoo pleegt de heilige priester te zeggen -â âéén ding slechts brengt geluk aan, (jod dienen: al het overige is bedrog.quot; âGod dienen is heerschen.quot; âKent gij Christus goed, dan is het genoeg, al begrijpt gij niets anders.quot;
Is 't bij zulk eene leiding te verwonderen, dat de deugd van den bevoorrechten jongeling leliereiu bleef, ja altoos in volmaaktheid toenam ?
10
Nog als zeventigjarige grijsaard dankte onze Gelukzalige later God, hem in quot;t gevaarlijkst tijdperk zijns levens in handen van Eschins te hebben gevoerd. .,0 mijne zielquot; â aldus schrijft hij in zijn geestelijk Testament ^ â ..loof den Heer en vergeet nooit, hoe goed Hij geweest is met u ter opleiding in de godsvrucht zulk een leermeester te geven! . . . O God, trouwe bewaker der menschen en beschermer mijns levens, door eene bijzondere voorzienigheid hebt gij te Keulen dezen man als een tweeden Ananias voor mij bestemd, ten einde mij in de deugd op te kweeken en nauwer aan u te verbinden!quot;
Eervol getuigenis voor den Keulschen leeraar ! Tot het einde der dagen zal de naam van Ni col aas Eschius te samen met dien van Petrus Canisius worden genoemd, en zal de roem van Duitschlands apostel terugstralen op het hoofd van den geestelijken leidsman zijner jeugd.
Hier voel ik mij gedrongen, een woord te richten tot u, ouders, en tot u, jongelieden.
Ouders, spiegelt u aan het voorbeeld des edelen priesters, waarvan ik verhaalde. Kinderen groot te brengen voor den Hemel, voor God; kunt gij u grootscher roeping denken ? Oefent men er niet een waarachtig priesterschap mede uit ? Toont u dan uw verheven taak waardig. Ontziet geen moeite, spaart straf noch belooning, bidt en lijdt en strijdt, om de u toevertrouwden op te voeden in eere en deugd. Eenmaal zullen zij dan de troost en de trots uwer grijsheid wezen.
En gij, jongelieden, wat zegt gij van den heiligen omgang tusschen den jongen Canisius en zijn geestelijken leermeester? Zoudt ook gij u niet een
') Testamentum sacrum IV.
11
wijzen gids kiezen op den schoonen, doch gevaarlijken weg, dien gij betreedt ?
Ja, schoon is uw weg. Lieflijke bloemen bloeien op voor uw voet; ter rechter en ter linker landouwen in bonte pracht, en vóór u, vóór n 't gouden verschiet eener heerlijke toekomst. Dan â gij weet hefc misschien reeds bij ondervinding â langs uw weg flikkeren dwaallichten, en zij wenken u tot zich met betooverende kracht, en zij maken u het spoor bijster, en zij voeren u naar de verstikkende moerassen der zonde; daar vindt uwe ziel een wissen dood . . .
Wilt gij dus niet afwijken van het rechte pad, kiest u een priester tot leidsman, dat hij uwe schreden richte. Schenkt hem ?t volste vertrouwen. Openbaart hem alles: uwe vreugden en tranen, uwe deugden en zonden. Gehoorzaamt hem blindelings. Wie trouw de voorlichting zijns biechtvaders involgt, zal tusschen alle aanlokselen der booze wereld veilig en ongedeerd voortgaan, een andere jeugdige Tobias aan de zijde eens engels.
Gelijk te Nijmegen de St. Stephanuskerk, zoo was te Keulen de St. Gereon Canisius' geliefkoosd bedeoord. Hier knielde hij telkens neder en riep de voorbede in der Thebaansche heiligen, die ér werden vereerd, ten einde zijne levensbestemming te leeren kennen. Toen de talentvolle jongeling in 1540 tot meester in de vrije kunsten bevorderd was, stelde hem zijn vader een zeer aanzienlijk huwelijk voor. Doch hoe konden vooruitzichten van dien aard hem bekoren? Had hij niet slechts weinige maanden geleden door de gelofte van eeuwige zuiverheid zich onverdeeld den Heer weggeschonken ? Thans wilde de vader hem een eervolle en winstgevende kanunniksplaats aan de hand doen. Petrus verklaarde zich van alle eerambten afkeerig
12
en gaf als zijn wensch te verstaan, dat hij in quot;t volgen zijner roeping geheel vrij mocht wezen.
De roeping, welke hem voor oogen zweefde, had echter nog geen duidelijke vormen aangenomen. Wel groeide zijn verlangen naar geestelijke zaken immer aan. Daarom wijdde hij zich met voorliefde aan de studie der godgeleerdheid, en zijne vorderingen hierin waren zoo schitterend, dat het de aandacht trok van leeraren en medeleerlingen. Van dit oogenhlik af zochten de voornaamste mannen der hoogeschool met hem in aanraking te komen, (rod had het aldus beschikt. Zoo ooit dan gevoelde de Kerk in die dagen behoefte aan godgeleerden van naam en gezag; onder dezen ging Canisius een eerste plaats bekleeden.
Hoe meer hem echter de roem begon te omschijnen, te meer trok de jeugdige doctor zich van de groote wereld terug. Slechts ééne gedachte vervalt zijn geest : Gods aanbiddelijken wil te kennen. En dringender wordt zijn smeeken in de St. Ge-reon : âToon mij uwe wegen, o Heer!quot;
Een zichtbare wenk des Hemels wijst den zoekende eindelijk quot;t begeerde pad aan.
Te Mainz bevindt zich Petrus Eaber, een der eerste gezellen van Ignatius. Hij verklaart er de H. Schrift, predikt voor het volk en leidt Ignatius' ..geestelijke oefeningenquot;. Zijn invloed op de harten is onwederstaanbaar. Alom verspreidt zich de faam van zijn apostolischen arbeid en heiligen levenswandel. Ook onze Canisius hoort ervan gewagen. Personen, die Faber van nabij kennen, getuigen, dat hij een waar heilige en een waar apostel is.
En nu komen den jongeling de voorzeggingen voor den geest van de Arnhemsche weduwvrouwe en van de maagd uit Noordbrabant. En de vraag dringt zich bij hem op : âIs dit niet een der
mannen van de nieuwe orde. tot welke God mij zou roepen ?quot;
Brandend van begeerte om Faber te spreken, reist hij naar Mainz. 't Is in de paaschweek van het jaar 1543. Als de man Gods dan eindelijk vóór hem staat, is de indruk, dien hij op Canisius maakt, overweldigend. âIk kwam te Mainzquot; âzoo schrijft hij later â ..en vond er den man, dien ik sedert lang had gezocht; ik weet niet of ik hem niet veeleer een engel dan een mensch moet noemen.quot; Canisius legt den Pater geheel zijn toestand bloot en vangt op diens raad de ..geestelijke oefeningenquot; aan. Vier weken blijft hij in de eenzaamheid. Wat omkeer grijpt in hem plaats ! Een nieuw licht gaat op voor zijn geest, een nieuwe levenskracht doorstroomt zijn hart; 't is hem, of hij in een ander mensch wordt herschapen.
En eene stem klinkt daar in zijn binnenste, hem uitnoodigend zich in de Sociëteit van Jezus te begeven, om gelijk Faber veel te werken tot glorie Gods en der zielen heil. Is dat niet eene stem uit den Hemel ? Faber hierover geraadpleegd, zijn eigen hart, de wonderbare gang der laatste gebeurtenissen : alles zegt hem van ja.
Nu is zijn voornemen gemaakt. Na het eindigen der heilige afzondering zegt hij edelmoedig de wereld vaarwel en treedt, op zijn geboortefeest den S Mei 1543, in de Sociëteit van Jezus.
Hier staan wij voor dezen avond stil. Petrus Canisius heeft zijn levensweg bereikt. Volgens het doel der orde, waarvan hij lid werd, zal hij zich niet enkel op eigen heil en volmaaktheid gaan toeleggen, maar ook met hart en ziel op 't heil en de volmaaktheid des evenaasten. Volgens het doel dierzelfde orde zal hij verschillende plaatsen
14
doorreizen, en daar ter wereld verwijlen, waar men hopen mag, dat de glorie des Heeren in hoogere mate wordt bevorderd. Als Jezuïet zal Petrus Canisius weldra kunnen optreden in de voorste rij der apostelen van Jezus Christus.
Feestvierende Christenen! God richt den loop der wereldgebeurtenissen met zachte en toch vaste hand. Komt dit niet heerlijk uit in de wijze, waarop onze Gelukzalige wordt verkoren en gevormd en geleid tot het apostolaat?
In het jaar, dat Luther voor goed het masker afwerpt en aan de Moederkerk een oorlog verklaart op leven en dood, wordt hij geboren, die een halve eeuw lang de zegepralende ridder dier Kerk zal wezen.
God heeft het kind overvloedig toegerust met de eigenschappen van geest en hart, welke in den apostel zijn gevorderd, en opdat die talenten ten vollen wasdom komen, vertrouwt Hij het aan de edelste zorgen toe.
Ten einde den onschuldigen knaap tegen de woede der hel te beveiligen, omgordt Hij hem in de St. Stephanuskerk met de sterke wapenrusting der vreeze.
De toekomstige geloofsheld behoort vroegtijdig een denkbeeld te hebben van de groote dingen, waartoe hij is bestemd: ze worden hem openbaar gemaakt door den mond van heiligen.
Te Keulen ontmoet de jongeling een Eschius tot leidsman: hoe kon anders de argelooze student de strikken ontwijken eener ongeloovige, zedelooze omoeving ?
O o
Dat zulk een schitterende uitslag Petrus' studiën bekroont, is 't niet de wil van Hem, wiens vijanden hij moet bekampen met het zwaard der heilige wetenschap?
15
En hoe treffend voleindt God het grootsche werk van Canisins' roeping door den jonkman samen te brengen met Faber, den waardigen zoon van Ignatius!
Dit overwegend, Christenen, moeten wij een hooge, hooge gedachte opvatten van de liefderijke voorzienigheid Gods.
Ook thans zooals in den tijd van Canisius' jeugd bedreigen ontzettende gevaren de Kerk. Van den eenen hoek der wereld tot den anderen reiken de mannen der beschaving, gelijk zij zich noemen, elkaar de hand, om het rijk van het naturalisme, dat is: van 't volslagen ongeloof, op te trekken op de ruïnen der christelijke maatschappij.
Ja, de christelijke maatschappij moet vallen, men heeft het gezworen! En nu worden de beginselen van 't ongeloof in tal van geschriften pasklaar gemaakt voor den gemeenen man. En nu worden scholen opgericht, waar de naam van God niet meer mag worden genoemd. En nu worden de hartstochten des volks op alle wijzen geprikkeld en ontwikkeld. . .
Wat zal het einde wezen ?
0, wellicht een afgrond van maatschappelijke jammeren, verlaging en verwildering eener halve wereld, sociale beroeringen, gelijk de historie ze nog niet heeft gekend!
De oorlog, dien de kinderen der menschen den
O 7
kinderen Gods hebben verklaard, is verschrikkelijk, is algemeen!
En toch, Christenen, wat ook dreige : sursum cordal Slaan wij vertrouwvol den blik ten Hemel! In den Hemel troont Hij, die aan zijne al zoo menigwerf en zoo hevig geteisterde Kerk steeds hulpe bood ten bekwamen tijde, en die, terwijl Luthers reuzenvuist haar slagen toebracht, welke
]()
vernietigend schenen, in stilte voortwerkte aan de vorming van Duitschlands groeten apostel.
Snrsuni corda! Nog altijd houdt diezelfde God het waakzaam oog op zijne Kerk; â wat zouden wij dan vreezen? De Kerk van Jezus Christus zal iederen storm trotseeren, zal triomfeeren tot het einde der dagen. En tot het einde der dagen zal in vervulling gaan hetgeen er staat geschreven over de vijanden der goddelijke waarheid: Confusi sunt, et erubuerunt omnes: âmet schande en schaamte zijn ze allen overdekt!quot; 'j
Sursum corda! liet hart verruimd, den blik omhoog, den Hemel gedankt, daar wij behooren tot eene Kerk met een goddelijk verleden en een goddelijke toekomst!
'l Is. 45 ; 16.
!l.
Ghristus, zijne liefde.
Vivo autem, jam non ego: vivit vero in me Christus. Ik leef. maar niet ik: Christus leeft in mij.
Gal. 2 : 20.
Feestvierende Christenen !
Gelijk wij hebben verhaald, sloot de twee-en-twintigjarige Petrus Canisius zich den 8 Mei 1543 bij de Sociëteit van Jezus aan, en bereikte hiermede den glorievollen weg, waarheen Gods hand hem voortgeleid had van zijn eerste jaren af. Zou de Gelukzalige immers, volgens de plannen der Voorzienigheid, spoedig het wereldtooneel betreden, om voor de Kerk in Duitschland den zwaren kamp op te nemen: doeltreffende middelen daartoe bood hem de orde, welke, eerst kort geleden in 't leven geroepen, geheel hare werkzaamheid richtte op het verdedigen van Christus' rijk tegen de geduchte vijanden van het oogenblik.
Wat is een Jezuiët volgens de idee van den H. Ignatius? Dat is een man â zegt P. And el finger 1) â der wereld met haar laag, zelfzuchtig streven afgestorven; een man, die op lederen wenk der gehoorzaamheid met onverschrokken moed naar alle hoeken der wereld snelt, om Jezusquot; naam te brengen aan vorsten en volkeren; een man met slechts ééne leuze en één hartstocht ; veel te zwoegen voor Gods
') Festpredigt zum 300 jiilirigen Canisius â Jubilaum in Freiburg 1881.
20
eer en de zaligheid der zielen; een man, die slechts ééne smart kent: wanneer hij de kroon zijns godde-lijken Konings op aarde ziet vernederd, en slechts ééne glorie, welke tegelijk zijn loon is: ter wille van Jezus smaad te verduren, te lijden en te sterven.
Maar zulk een man is niemand, of de geest van Christus moet hem geheel doordringen, zoodat hij, als één geworden met Christus, gelijk 1'aulus mag uitroepen: âIk leef, maar niet ik: Christus leeft in mij!quot;
Onmogelijk, Canisius als apostel naar waarde te schatten, zonder eerst een blik te slaan op zijne verheven heiligheid, d. w. z. op zijne verheven vereeniging met Christus.
Hoeveel groots liet de jeugdige Petrus van zich verwachten, toen hij, gehoor gevend aan's Hemels roepstem, de nieuwe orde was ingetreden, en quot;t voortaan zijn eenig streven word, Christus te volgen, zooals deze arm, kuisch en gehoorzaam op den weg des kruises hem was voorgegaan! 1)
Faber zegent den Heer, die, gelijk hij zich over Canisius uitdrukt, dezen veelhelovenden hoorn heeft geplant.
Franciscus Strada, een van Canisius' studiege-nooten, schrijft aan de Paters der Sociëteit te Rome, dat zij God bedanken voor de aanwinst van zulk een reine en rijk begenadigde ziel, van zulle een oprecht en edel karakter, van zulk een uitverkoren en uitstekenden dienaar Gods, dien Christus als een kostbare tarwe te midden zooveler stroo-halmen in stilte voor zich heeft behouden.
Die hooge verwachtingen heeft Petrus Canisius niet beschaamd. Beantwoordend aan den geest
') Testam. sacr. IV.
21
zijner orde brengt hij 54 jaar in de Sociëteit door als een heilige.
Luistert naar 't getuigenis van tijdgenooten.
De vrome koning Ferdinand pleegt hem den heilige te noemen. De geestelijkheid van Augsburg erkent luide, dat hij zich door zijne geleerdheid, heiligen levenswandel en veelvuldige deugden in geheel Duitschland den grootsten roem verworven heeft. Paus Pius TV zegt over de rijke vruchten van zijn apostolischen arbeid, dat zij den zoeten geur der heiligheid ademen. Kardinaal Otto Truchses verklaart, dat niemand in Duitschland op de geestelijke en wereldlijke vorsten zoo machtig een invloed bezit als Canisius, en dat hij dien invloed dankt aan zijn blakenden ijver voor het goede, aan zijn hoogere, uit het geloof geputte wijsheid, en aan zijn waarachtige heiligheid. Op gelijke wijze niten zich over Canisius de groote heiligen der eeuw : een H. Ignatius, een li. Franciscus Borgias, een H. Carolus Borromeüs, een H. Philippus Nerius, een H. Franciscus van Sales. 1)
Zonder het te weten, beeft de Gelukzalige zich zeiven geteekend met de woorden, die hij zoo vaak op de lippen had ; âWij apostolische mannen moeten zijn als de engelen Gods. Al werken wij naar buiten, wij moeten toch niet ophouden, bet aanschijn des Heeren te zienquot;.
Die innige vereeniging, die hartelijke en onafgebroken omgang met Christus : zietdaar het eigenaardig karakter van Canisiusquot; heiligheid.
Wij vernamen reeds, hoe hij, nog kind zijnde, zijn droefenis en vrees ging uitstorten voor 't H. Sacrament in de St. Stephanuskerk. En 't goddelijk
') Vgl. Riesz : Der selige Petrus Canisius, p. 531 en 532.
Hart van Jezus deelde den vromen knaap zulk een krachtigen troost mede, dat al zijn angst verzwond en hij zich met blij gemoed aan zijn verdere volmaking kon gaan wijden.
Als hij. twee en twintig jaar oud, de verklaring neerschrijft, dat hij met de wereld breekt en zich onder de gehoorzaamheid der Sociëteit stelt, dan voegt zijn minnend hart er treilend schoon bij, dat hij dezen stap zet alleen ter liefde van Jezus Christus, en dat hij zijne beslissing voor immer wil bekrachtigen door 't ontvangen van 's Heeren lichaam.
O welk een vreugde voor den heldhaftigen jongeling op het oogenblik, dat Pater Faber hem ten eersten male als novice der Sociëteit van Jezus begroet! Smaakt ooit de liefde hooger weelde dan wanneer zij zich volkomen aan den beminde mag wegschenken? Trapsgewijze zien wij den ijverigen religieus nu toenemen in heiligheid, steeds nauwer de banden worden tusschen hem en Jezus, totdat de 4 September van quot;t jaar 1549 aanbreekt, en de liefdevereeniging met den goddelijken Bruidegom zijner ziel hare bekroning ontvangt.
Wel een groote dag voor Petrus Canisius, die 4 September!
Van Sicilië, waar hij, reeds priester, onderwijs gaf aan ;t college te Messina, door Ignatius naar Rome ontboden, om zijne benoeming te vernemen als leeraar aan do hoogeschool te Ingolstadt. zal hij vóór zijn vertrek naar Duitschland in de handen des heiligen stichters plechtig zijne professie afleggen.
Alvorens de heilige geloften uit te spreken, knielt hij neder in de St. Pieterskerk en smeekt den zegen der apostelen Petrus en Paulus af over de gewichtige daad, welke hij gaat stellen. Op eenmaal geraakt de Zalige in geestvervoering. Een engel staat
vóór hem. die hem wijst op de hooge volmaaktheid, waartoe de af te leggen geloften verplichten, en anderszijds op de diepte zijner menschelijke zwakheid en op de menigte zijner feilen. Canisius beeft in quot;t levendig besef van zijne ellende!
Maar nn verschijnt Jezus Christus aan zijn dienaar. en toont hem zijn goddelijk Hart, en noodigt hem uit, aan die genadenrijke bron de sterkte te drinken, die hij mist. 0 stonde van hemelsche genieting! Canisius mag naderen ; smachtend naar vermeerdering van geloof, hoop. liefde, smachtend naar een hoogeren graad van armoede, kuischheid, gehoorzaamheid, mag hij zijn dorst lesschen aan 't Hart zelve des goddelijken Meesters. ... O stonde van hemelsche genieting!
W ie beschrijft met welk een gemoedsvreugde de bevoorrechte uit zijn geestverrukking ontwaakt? 't Is of de vrede, de liefde en de volharding als een drievoudig kleed van licht zijne ziel bedekt.
Aldus gesterkt begeeft Canisius zich naar de kerk van 0. L. Vrouw della Strada. Hier draagt Ignatius de heilige geheimen op. Na de nuttiging van 's Heeren lichaam en bloed keert deze zich met de H. Hostie naar Canisius om. Het verheven oogenblik is gekomen. De Gelukzalige zweert in tegenwoordigheid van den God der altaren trouwe tot in den dood aan Jezus Christus, aan de Kerk, aan de Sociëteit. Als de eed is afgelegd, het brandoffer gebracht, kent Gods dienaar zich zei ven niet meer. Hij gevoelt het: met Christus is hij dei-wereld gekruist, hij ademt den geest van Christus, leeft het leven van Christus, hij is met Christus één!
Nu rijst hij op, her als de schildknaap, zoo even tot ridder geslagen. Hoe stralen die oogen van liefde! 't Is de liefde geput uit Jezus' eigen Kart. Hoe schittert dat voorhoofd van geestdrift! quot;t Js
24
de geestdrift van den apostel, die, vervuld van den Heer. voor 't eerst zijn grootsche roeping begrijpt, in geheel haren omvang begrijpt.
Zielenijver is de liefde tot Jezus Christus ten hoogste opgevoerd, in volste werking. De ware apostel gloeit van zulk eene liefde tot Jezus Christus,- dat hij het vuur daarvan niet vermag te bedwingen in eigen borst, doch het naar buiten moet uitstorten en voort laten bruisen een halve wereld door!
Bevreemdt het u dan, dat Petrus Cauisius, sedert den dag zijner professie zoo nauw door de liefde met -lezus Christus verbonden, brandde van ijver voor 't heil der zielen ?
0 wat heeft onze Gelukzalige niet gezwoegd om zielen te winnen voor zijn goddelijken Koning! âMen kan zich nauwiijks voorstellenquot; â zegt Pius IX in de breve der zaligverklaring â âhoevele en lange reizen deze werkzame man gedurende meer dan vijftig jaren ondernomen heeft, hoeveel lijden hij verduurd, hoeveel moeilijkheden hij doorworsteld heeft.quot; Hij stond, volgens de uitdrukking van een zijner levensbeschrijvers, immer met den eenen voet als opgeheven, gereed om te gaan, te loopen, terug te keeren, duizendmaal denzelfden weg te betreden of een anderen in te slaan, al naar dat de behoefte der zielen en de gehoorzaamheid, aan paus en oversten gezworen, hem riepen.
Morgen zullen wij dien weergaloozen ijver van nabij mogen bewonderen, â doch welk is er quot;t geheim, de drijfkracht, de ziel van? Xiets anders dan Cauisius' blakende liefde tot Jezus Christus.
Zijne gezindheid jegens de ketters bewijst het. Met onversaagden moed bekampt hij de dwaling; maar die haar aanhangen, die haar verspreiden
zelfs, bemint hij oprecht. Ten hunnen opzichte toont hij zich bezadigd, vriendelijk, innemend. In weerwil van den schandelijken haat. waarmede zij hem en zijne orde achtervolgen, blijft hij voor hen, zijn afgedoolde broeders, teeder en medelijdend gevoelen.
.. De Lutheranen'quot;' â zoo bericht hij aan P. Lainez â âdichten mij in hunne geschriften geen geringe misdrijven toe en trachten hierdoor het aanzien te verminderen, dat ik zonder liet te zoeken of te verdedigen geniet. Van haat tegen de Jezuïeten gloeien alle ketters. Op lt;le Jezuïeten storten zij allerlei laster uit, en spoedig misschien zal het bij hen van woorden en beschimpingen tot slagen en verwondingen komen. O, mochten wij hen nog vuriger liefhebben dan zij ons haten! Hoezeer ons vervolgend verdienen zij ter wille van Christus' bloed en liefde te worden bemind, ook al ware 't alleen, omdat de meesten hunner onwetend dwalen.quot; â Is dat niet de taal van den echten apostel, die geen ander begeeren koestert dan de dwalen-den terug te voeren in Christus' Kerk, opdat het weer één herder en één schaapstal worde?
Daar was weder een opzienbarend boek verschenen, vol lagen laster op de Sociëteit van Jezus. De Grelukzalige verheugt zich over dezen nieuwen smaad. âPrijst u zeiven gelukkigquot; â zoo spreekt hij tot zijn medebroeders â .prijst u zeiven gelukkig ! Laat dat boek u geen schrik aanjagen ! Houdt het voor eervol, met Christus den hoon des kruises te dragen !quot;
0 van wat verheven eene glorie omgaf de hel-sche woede zijner vijanden den edelen apostel ! Was het niet de glorie zslve van Christus, den verschopten Hemelkoning, gekroond met doornen-krone '?
Van geen andere glorie dan die van Christus
2G
wilde Canisius weten. Beroemd als prediker, leeraar en schrijver, hooggeschat door de grootste mannen van zijn tijd. blijft hij eenvoudig en ootmoedig, angstig ontwijkend de paleizen der aanzienlijken, doch gaarne vertoevend in der armen schamele hut. Als hij den eersten keer van de kerkvergadering van Trente terugkomt, biedt hij zich bij Ignatius aan, om geheel zijn leven door te brengen in de laagste bedieningen van keuken of tuin. Vier jaar lang voert liij een hardnekkigen strijd tenen konins; Ferdinand, die het voor de
«'O O
Kerk in Oostenrijk noodig acht, dat de verdienstelijke man op den aartsbisschoppelijken zetel van Weenen worde geplaatst. Gedurende veertien jaren bestuurt hij de Duitsche huizen zijner orde. Hem dankt de Sociëteit hare eigenlijke gronding en snelle uitbreiding in Duitschland. Op zijn aanhoudend smeeken ontheft men hem eindelijk van zijne waardigheid. Canisius weent van vreugde bij het bericht, en zendt een rondgaanden brief aan zijn gewezen onderdanen, waarin hij afscheid van hen neemt en nederig vergeving vraagt, omdat hij hun, gelijk hij zegt, al dien tijd zoo slecht heeft gediend.
^let hoevele anciere lieten zich deze voorbeelden van oprechten ootmoed vermeerderen ! Doch genoeg, dunkt mij. om u te overtuigen, dat de groote man bij alles hetgeen hij ondernam niet eigen eere zocht, maar de eere alleen zijns goddelijken Meesters.
Heilige apostel, hoe trouw zie ik in u opgenomen de gevoelens, in u uitgedrukt de beeltenis van Hem, die, evengelijk aan God, zich heeft ontdaan, de gedaante eens dienstknechts aannemende, in gelijkheid van menschen geworden, en in houding bevonden als mensch!1)
') Philipp. 2 : 7.
27
En in welk een teeclere gemeenschap verkeert de Gelukzalige met Christus, zijne liefde! Op Christus, zijne liefde, houdt hij onafgewend den mimienden blik geslagen; de meest verstrooiende beslommeringen, de drukte der steden, de verblindende pracht der hoven: niets kan hem scheiden van Christus, zijne liefde. De natuur met hare lieflijkheid en geduchte kracht, de vogelen en de bloemen, de huilende storm en de ratelende donder; alles herinnert hem aan Christus, zijne liefde. Niet zelden gaat hij, verslonden in gebed, als buiten zich zeiven voort door struik- en doorngewas, over ijs en sneeuw, zoodat hij afdwaalt van den weg en zijne reisgenooten hem eerst na lang zoeken terugvinden. Raadpleegt zijne talrijke geschriften, leest bovenal zijne âbelijdenissenquot;, of de gebeden door hem opgesteld: hoe tintelen die bladzijden van liefde voor Christus!
De liefde van Canisius werd beantwoord. Op zijne beurt deelde zich de goddelijke Heiland aan zijn dienaar mede door de heerlijkste bovennatuurlijke gunsten. AVie het geluk had, de H. Mis bij te wonen, welke Canisius opdroeg, kon zich niet verzadigen aan 't schouwspel van de hemel-sche verrukking, welke zich van den uitverkoren priester had meester gemaakt. En niet enkel aan den voet der altaren, neen, waar en wanneer hij ook bad, scheen Jezus' vurige minnaar diens goddelijke zoetheid te smaken. Hij stond des morgens vóór de anderen op, om zich langer met God te kunnen onderhouden. De broeder, die de huisge-nooten wekte, vond Pater Canisius gemeenlijk reeds verdiept in de overweging, in knielende houding, badend in tranen. Op zekeren keer werd hij in de kerk van den H. Nicolaas te Freiburg zoozeer van liefde tot Christus doordrongen, dat
de vlam naar buiten uitsloeg en gedurende eenige oogenblikkeu boven 't hoofd des Gelukzaligen een vurigen bol vormde. Pater Sclierer, nog novice te Weenen, ontwaakte eens in den nacht door een luid geroep, hetwelk uit de belendende kamer van Canisius kwam. Een ongeluk vermoedend snelt hij ter plaatse heen. en wat ziet hij ? Geheel de kamer in licht, Canisius in 't midden neergeknield : 't aangezicht ontvlamd, de handen ten Hemel, luid biddend voor de rampzalige slachtoffers der ketterij . . . Eveneens getuigen in de processtukken voor de zaligverklaring tal van personen, dat zij 't gelaat van den biddenden Canisius meermalen hebben zien schitteren van wonderbaren gloed.
De zon spreidt dikwerf haar hoogste pracht ten toon, wanneer zij op 't punt is aan de kim onder te gaan. Zoo blonk bij het naderen des doods de heiligheid van onzen Gelukzalige als in nieuwen luister.
In de laatste dagen van Augustus 1597 openbaarde zich bij den grijsaard eene ziekte, die hem in ieder lichaamsdeel de hevigste pijnen veroorzaakte. Vier lange maanden van namelooze smart volgden.
Treden wij de kamer des verheven lijders binnen. Zachte vreugde ligt er over zijn uitgeteerd gelaat. De heilige grijsaard heeft blij de krankte begroet, ja heeft zijne bevreemding te kennen gegeven, dat hem, zondig mensch, de gunst werd beschoren, in zijne laatste dagen met Christus te mogen lijden en met Christus aan liet kruis te sterven. Gij vindt hem biddende, den rozenkrans in de bleeke hand. Wie hem naar zijn toestand vraagt, ontvangt ten antwoord : ..De ziekte neemt toe, God zij geloofd!quot; Dan gaat de lijder met bid-
29
den door, als vreest hij. den zoeten omgang niet Jezus en Maria te storen.
De kwaal verergert met den dag. Vaak kan de Pater de minste beweging niet doen zonder de vreeselijkste smarten. Toch komt hem nooit een klacht van de lippen. Wat zeg ik? Hij schijnt naar wensch nog niet voldoende te lijden. Wanneer men hem de geschiedenis der H. Martelaren voorleest, roept hij uit: âO hoeveel hebben zij voor Jezus gedaan en geleden. â en ik ellendige, ik zit hier loom en werkeloos neder!quot;
Eens kon men het niet langer meer aanzien: zóó leed de arme grijsaard. Men smeekt hem, dat hij God om eenige verlichting vrage. âNeenquot;' â luidt het antwoord - âik heb er mij te goed bij bevonden, gedurende de vele jaren, dat ik het geluk heb den Heer te dienen, mij altijd door zijne liefderijke voorzienigheid te laten besturen: zou ik er mij dan aan onttrekken in de enkele dagen, die mij nog resten?quot;
Ãe 21 December is eindelijk genaderd. Petrus Canisius gaat sterven. Komt thans naderbij, Beminde Geloovigen; het sterven van een heilige heeft immer iets verhevens, iets onuitsprekelijk verhevens. â Daar ligt hij op 't ziekbed uitgestrekt, de 7 njarige grijsaard. Aanstonds sluiten zich voor altoos die oogen, nog stralend van goddelijke liefde en apos-tolischen gloed; sluiten zich die lippen, die aan duizenden 't alleen-zaligmakend geloof hebben gepredikt . . . Petrus Canisus gaat sterven. Allen, die de stille kamer binnentreden, en huiverend van eerbied en vol weemoed den kranke naderen, fluistert hij met blijde stemme toe: âIk ga vertrekken; bidt Jezus voor mij.quot; Laat men hem eenigen tijd rustig, dan verzucht hij: âCupio dissolvi et esse cum Christo!quot; âIk wensch ontbonden te
30
worden en met Christus te zijn!quot; âPetrus Canisius gaat sterven: de minuten levens zijn geteld...
Daar werpt hij den blik stralend van blijdschap op het Mariabeeld in de kamer, opent den bleeken mond tot een zoeten glimlach, buigt zoo goed hij kan eerbiedig het hoofd, en roept meermalen: ,,0 ziet toch daar, ziet toch daar, ave Maria, ave Maria!quot; Green der omstanders ontwaart iets, maar niemand twijfelt, of de Moedermaagd zelve, ter verdediging van wier naam Canisius zoo vurig heeft geijverd, bezoekt haren dienaar thans, om hem tot geleide te wezen naar het rijk haars goddelijken Zoons. En onmiddellijk valt de doodsstrijd in. Enkele zuchten nog . . . Petrus Canisius heeft de kroon ontvangen, en rust van zijn grootschen arbeid uit, en jubelt voor eeuwig aan het Hart van Jezus Christus, zijne liefde!
En nu. Beminde Christenen, voordat wij van den Gelukzalige afscheid nemen, prenten wij zijn heerlijk beeld diep in 't gemoed, gelijk dit heden avond voor onze oogen rees: Petrus Canisius, gedurende een halve eeuw van onvermoeid werken als apostel, op 't innigst door de liefde vei-eenigd met Jezus Christus, van de liefde tot Jezus Christus doorgloeid gelijk 't kristal van 't licht der zon !
Wat houdt ons van Jezus Christus verwijderd, misschien zoo ver verwijderd? De geest der wereld is 't, de geest der wereld, die zicli tegenwoordig weder zoo krachtig en zoo algemeen, ook in ons dierbaar vaderland, openbaart; de geest der wereld, die ons zegt; âOmkrans u met rozen, en zet u onbekommerd aan des levens vreugdedisch, en geniet zooveel, zoolang ge kunt!quot; Jezus Christus daarentegen spreekt slechts van kruis en zelfverloochening en boete! ,, Indien iemand na mij wil
31
komen, hij verloochene zicli zeiven. en neme zijn kruis op, en volge mij.quot; 1) âWie zijn kruis niet draagt en niet na mij komt, kan mijn leerling niet zijn.quot; -) âHoe eng is de poort, en hoe smal is de weg, die ten leven leidt!quot; :J)
Niemand kan twee heeren dienen. Wij hebben te kiezen tusschen de wereld en Jezus Christus. Laat onze keuze dezen avond zijn geschied. Beloven wij onzen Gelukzalige, die nu zetelt in de glorie zijns goddelijken Meesters, te willen breken met de bedorven wereld en als vurige Christenen Hem te willen volgen, die de weg is, de waarheid en het leven!
Gelukzalige Petrus Canisius, gij zoo machtig bij God, verwerf ons een groote, groote liefde tot Jezus Christus! Jezus Christus zij voor ons wat Hij voor u was: âonze God en ons al, ons erfdeel in eeuwigheid!quot;
') Matth. 16 ; 24. =) Lue. 14 : 27. !l) Matth. 7 : 14.
111.
Het apostolaat.
Positus sum ego praedicator et apostolus. Ik beu aangesteld tot prediker en apostel.
1 Tim. 2 : 7.
Feestvierende Christenen !
In een afgrond van zedelijke ellenden had de ketterij der zestiende eeuw het Duitsche rijk gedompeld. De emancipatie der rede tegelijk met die van quot;t geweten, door Luther uitgeroepen, had weerklank gevonden in duizenden harten.
Welk een schouwspel! Als tot een rooverbende bijeengescholen, loopen de mannen der nieuwe leer de provinciën af, kloosters ontvolkend, kerken in assche leggend, priesters vermoordend! Anderen hullen zich schaamteloos in 't masker der katholieke rechtzinnigheid, bezetten in grooten getale de leerstoelen der universiteiten, en verspreiden er hunne dwaling ondereen lichtzinnige jongelingschap. Het verderf dringt door in stad en dorp. Op vele plaatsen is den katholieken van hun godsdienst niet meer dan de naam bijgebleven. Alom de Sacramenten in onbruik geraakt, de priesters veracht, de zeden verwilderd. Waar moet dat heen? Steeds verder kankert de nieuwe sekte voort; een paar jaren nog en gansch Duitschland ligt aangetast dooide doodelijke kwaal!
En de Kerk van Rome weent bittere tranen over 't verlies van zoovele kinderen, haar door 't Pro-
36
testantisine gewelddadig van t harte gescheurd. . .
Ach, âwaarmede zal ik u vergelijken, dochter van Jeruzalem? Wat ramp tegenover de uwe stellen, om u te troosten, jonkvrouw, Slons dochter! Want groot als de zee is uwe droefenis; wie zal u genezen? Uwe vijanden sparren den mond tegen u op, zij sissen en knersen met de tanden en spreken: Wij zullen haar verslinden ! Zie, dit is de dag, waarop wij hadden gewacht! Dien dag hebben wij gevonden, aanschouwd! ')
Doch terwijl de tranen van Christus' Bruid bij stroomen vloeien over den schrikwekkenden afval van 't Duitsche volk, heeft daar in de Eeuwige Stad eene gebeurtenis plaats, welke ten volle onze aandacht verdient.
In de St. Pieterskerk op de graven der H. Apostelen ligt een jeugdig priester geknield. Een slanke gestalte; 't hoog gewelfd voorhoofd van zwarte haarvlokken dicht omschaduwd; een heldere, levendige blik; manlijke trekken, sprekend van ijzeren wilskracht, maar zacht innemend tevens; over geheel die verschijning iets adelijks.
't Is Petrus Canisius van Nijmegen, die, benoemd tot leeraar aan de hoogeschool te Ingolstadt, zoo even van paus Paulus 111 den zegen over zijne onderneming heeft gevraagd en thans de voorspraak der Apostelen inroept, om de hulpe des Hemels te erlangen.
Op die bede daalt hem overvloedige troost in 't hart. Hij gevoelt, dat ook Petrus en Paulus hem zegenen, en zijn zending bekrachtigen, en hem als den toekomstigen apostel van Duitschland hun wel-willenden steun toezeggen.
Twee dagen later legt Canisius in de kerk van
') Thren. 2 : 13, 16.
O. L. Vrouw della Strada zijn plechtige geloften af. na eerst, gelijk wij verhaalden, ter /elfder plaatse in de St. Pieter, nieuwe kracht uit Jezus' aanbiddelijk Hart te hebben geput.
Droog thans uwe tranen, Kerk van Jezus Christus ! De held is opgestaan, door God verkoren, om met het zwaard zijns monds 1) over de geheele linie uwe vijanden te verslaan, uwe eer te herstellen 1
Het terrein, waar Canisius zijn werkkring als apostel van Duitschland voor goed opende, was ingolstadt, waar hij aan de universiteit een leerstoel der godgeleerdheid ontving. Uiterst klein was hier 't getal van echt katholieken professoren geworden : de meesten bleken, voor hun beginselen en voor hun zeden, verderfelijk. Vandaar dat bij de leerlingen alle lust tot ernstige studie had plaats gemaakt voor het zoeken naar het laagste zingenot.
in zulke omstandigheden grijpt Pater Canisius met al het vuur zijns ijvers den reuzenarbeid aan. 't Verblijdendst welslagen kroont zijn pogen. De godgeleerde wetenschap, sinds eeuwen door uitnemende, van God verlichte kerkleeraars onderwezen, doch hier vergeten, dei1 verachting ten prooi : hij voert ze tot haar vroegeren luister terug, terwijl hij tevens gedurende zijn lessen op quot;t bedorven gemoed zijner toehoorders den lieilzaamsten invloed weet uit te oefenen.
Om het groot nut, dat hij sticht, benoemt men hem tot rector der hoogeschool. Zij verandert nu geheel van gedaante. De geest der dwaling verdwijnt, het geloof keert; ergerlijke misbruiken wijken voor heerlijke voorbeelden van deugd: de wetenschap bloeit op tegelijk met den godsdienst.
') Apoc. 2 ; 10.
38
Maar voor een priester dorstend naar zielen, als Petrus Canisius, zijn de wanden eener universiteit te eng. Geheel Ingolstadt wordt het veld zijner apostolische liefde. Er heerscht daar diepe ellende. Van de zijde der ketters de grootste bedrijvigheid in het bevorderen hunner zaak; van de zijde der katholieken twijfelzucht en ongeloof, verslappingen zedeloosheid.
Bewonderenswaardig is de werkkracht, die Canisius ontwikkelt gedurende de 212 jaar van zijn verblijf in die stad. Zijn priesterlijk woord klinkt vermanend van den kansel voor edele en burger, doch niet minder in de straten voor werkman en bedelaar; het verklaart den volwassenen Ignatius' âgeestelijke oefeningenquot;' en onderwijst de kinderen in de christelijke leer; het verlicht den naar waarheid zoekende en troost den armen kranke in 't somber hospitaal. De genade der bekeering, door ('anisius' arbeid op het volk van Ingolstadt neergekomen. is zóó overvloedig en zóó zichtbaar, dat van dit oogenblik af vorsten en prelaten zich bij den paus en bij den overste der Sociëteit verdringen, om den kostbaren man voor hun steden te verkrijgen.
Van Ingolstadt vertrekt Canisius haar W eenen. Te Weenen dezelfde machtige toewijding voor t heil der zielen. Spoedig na zijn aankomst in de stad breekt de pest uit. Thans plukt uw naastenliefde, heldhaftige apostel, haar schoonste lauwerenIk zie u spottend met eigen lijfsbehoud naar de treurige slachtoffers der besmetting heenspoeden! Als een reddende engel aan hun sponde verschijnend spreekt gij hun moed in 't hart, sterkt hen met de li. Sacramenten, bewijst hun de walgelijkste diensten!
Eindelijk houdt de geweldige krankte op. Canisius maü rust nemen na zulk een bovenmenschelyke
39
inspanning. Doch wat spreek ik van rust? Duitscla-lands apostel kent ze niet. Vergezeld van eenige medebroeders, die zijn voorbeeld heeft aangevuurd, verlaat hij voor geruimen tijd de stad. Waarheen voert hen die levensgevaarlijke weg door de hooge sneeuw, over steile rotsen, langs met ijs bedekte afgronden'? Ach, honderden gemeenten in den omtrek zijn sinds jaren van alle geestelijke hulp verstoken. Oanisius zou dit lijdelijk kunnen aanzien ? De liefde drijft hem voort, eu de liefde, die allen omvat en alles opoffert, brengt groote dingen tot stand: in meer dan 800 dorpen mag de gelukkige priester den ouden christelijken geest herstellen!
Doch wilde ik op deze wijze voortgaan, den on-vermoeiden geloofsheld, waarvan elke schrede op eene nieuwe victorie wijst, met u volgend voet voor voet: waar zoude ik eindigen?
Vergunt mij daarom u de verdere geschiedenis van lt; 'anisius' vruchtbaar apostolaat in overzicht voor te stellen.
Wat den Gelukzalige bovenal aau 't harte lag, was de jeugd. Wien zal 't bevreemden? Op de jeugd is de toekomst gebouwd. Wordt de jeugd christelijk ongeleid, dan is het zedelijk gehalte der maatschappij voor lang gewaarborgd; doch verwaarloost men in de opvoeding't godsdienstig element: dan wee over de wereld! Dan verschijnt welhaast ten tooneele een geslacht van boozen en eerloozen ! Vandaar de hooge zorg welke de Kerk ten allen tijde heeft gehad om de jeugd te plaatsen onder den weldoenden invloed van den godsdienst.
Treurig zag het er in den tijd van Canisius niet het onderwijs uit. Reeds in 1521 had Luther geklaagd: âIn de Duitsche landen laat men allervvege de scholen verloopen ....; onder het pausdom spande
40
de duivel zijne netten door het oprichten van kloosters en scholen; thans, nu door het woord Gods zijne strikken werden verraden, laat hij niets meer leeren.quot;
Canisius zet zich aan den moeitevollen arbeid. Te Weenen, Praag, Ingolstadt, München, Dillingen, Freiburg sticht hij scholen, waar de keur der jongelingschap volgens degelijke beginselen zal worden gevormd, tot onberekenbaar voordeel der katholieke Kerk.
Hoe zou ik hier kunnen zwijgen van een dei-grootste en nuttigste stichtingen der eeuw, van het âDuitsch Collegequot;, te Rome ontworpen en opgericht door Kardinaal Joannes Morone en Ignatius van Loyola, maar tot uitbreiding waarvan onze Canisius zoo onvergelijkelijk veel heeft bijgedragen ? quot;t Was de kweekschool van priesters voor het van goede priesters beroofde Duitschland. W at breede schaar rijst hier voor onze oogen van herders, leeraren, bisschoppen, die, na hier hunne studiën te hebben voleind, met kennis en deugd toegerust in hun vaderland terugkeerden als bestrijders der dwaling, als paladijnen der H. Roomsche Kerk! Ignatius had in den aanvang deze onderneming bij zijn zoon Canisius met warmte aanbevolen, en sedert liet deze geen enkele gelegenheid voorbijgaan, het grootsche werk op alle wijzen te steunen. Aan Canisius' ijver heeft Duitschland de volkomen bevestiging en hoogere opvoering van het âDuitsch Collegequot; te danken.
Bij voorkeur trok Canisius zich de kleinen aan. Had de goddelijke Heiland zelve niet gezegd: âLaat de kleinen tot Mij komen!quot;? De groote Apostel der Duitschers was de hartelijkste kindervriend. Xog als G')jarige man placht hij op zijn weg van Innsbruck naar Hall de huizen der land-
41
lieden binnen te gaan, om godsdienstig onderricht te geven. Al van verre liepen de kinderen hem te geraoet, en mon moest ze, wilde hij zijne wandeling vervolgen, met geweld van hem losmaken.
In 1554 verscheen zijne wereldberoemde Catechismus, later door hemzelven in verschillende vormen omgewerkt, 't Is het meesterstuk van Canisius' pen, en misschien heeft de voortrett'elijke man de katholieke zaak in en buiten Duitschland nergens meer door geholpen dan door dit standaardwerk.
1 Iet doel van het boek was niet alleen eene afdoende weerlegging te verstrekken van Luthers grooten Catechismus, maar tevens de overal in omloop gekomen, van ketterij doortrokken catechismusboekjes te verdringen.
Bij 't verschijnen van het werk ontstond er in het vijandelijk kamp ontzettende opschudding; het regende vlugschriften, waarin de predikanten hunne woede tegen den, gelijk zij zich uitdrukten, âvloek-waardigen, godslasterlijken Catechismusquot; luchtten. Doch uit de goedgeloovige kringen steeg een alge-meene kreet van dankbare vreugde op.
In een oogwenk verspreidde zich de Catechismus over geheel Europa. Verschillende bisschoppen hebben het als hunne overtuiging uitgesproken, dat aan dit boek hunne diocesen grootendeels het behoud des geloofs verschuldigd zijn. En Leo XI11 zegt in zijne Encycliek over Canisius:
âDoor zijn Catechismus is hij driehonderd jaar lang de algemeene leermeester geworden van Duitschlands katholieken, zoodat in den mond des volks âzijn catechismus kennenquot; de beteekenis had van âgoed onderwezen zijn in den godsdienstquot;.
De pen was overigens in Canisius' hand een veelgebruikt en krachtig rapier, dat in den heiligen strijd voor de Kerk hare vijanden beangstigd in
hunne schuilhoeken deed terugvlieden. Tot in zijn hoogen ouderdom liet de ijverige apostel niet at, grootere en kleinere boeken te vervaardigen, ter bevordering van de godsvrucht of ter verdediging van de Kerk tegen den aanval van het oogenblik. Welk een machtigen invloed ten goede die geschriften in alle landen der wereld, in Duitschland in de eerste plaats, hebben geoefend, kan niet met woorden worden uitgedrukt. Een der meest belangrijke is het op last van Pius V ondernomen werk tegen de zoogenaamde Maagdenburger Centnriatoren, die een geschiedenis der Kerk hadden uitgegeven vol leugen en laster. In het tweede deel van zijn lijvig boek bepleit de geleerde en vrome Jezuïet de onbevlekte maagdelijkheid der Moeder Gods.
Op den kansel wrochtte Canisius wonderen. Zijne welsprekendheid, kunsteloos maar zinrijk, van den geest der oude traditie doortrokken, en tevens geheel berekend naar de tijdsomstandigheden, drong diep in de harten door.
De dom van Augsburg bezit den missionaris ter gelegenheid van het jubilé van löGl. Ten spijt van een twaalftal predikanten, die alle pogingen aanwenden, om het volk af te houden van den man Oods, stroomt het naar zijn kansel heen. Binnen korten tijd ziet men de katholieken opnieuw tot de H. Sacramenten naderen, en niet weinige protestanten tot de Moederkerk terug-keeren. Gelijke vruchten oogst de gevierde prediker alom, waar hij quot;t woord voert, en in de meeste kathedralen van Duitschland treedt hij op.
Blijkt uit deze korte schets niet genoegzaam, dat onze landgenoot de groote Hervormer was in de dagen der noodlottige scheuring van de 10° eeuw, de groote Hervormer, â â niet van het oud katholiek geloof, waarvoor Christus heeft gebeden dat het
43
nooit bezwijke; maar van de harten'? Aldus beschouwden hem de katholieken. Gold het eene zaak van openbaar kerkelijk belang. Canisius werd er in betrokken. Op de samenkomst van protestanten en katholieken te Worms is hij de ziel der katholieke partij, haar voornaamste spreker, en. in weerwil hunner onbeschaamde hooghartigheid, de schrik zijner tegenstanders. Op de kerkvergadering van Trente verwerft hij zich, ondanks zijn betrekkelijk jeugdigen leeftijd, hoogen roem door zijne verhandelingen over 't H. Sacrament, terwijl hij er tevens de gewilde raadsman is der Kardinaal-gezanten in 't beramen van middelen tot verbetering van den kerkelijken toestand. Hem draagt Pius IV, na afloop der Kerkvergadering, het gewichtig ambt op, als pauselijk nuntius de Duitsche hoven te bezoeken, ten einde er de besluiten der synode te doen aannemen. Pius V benoemt hem tot godgeleerde van Kardinaal Commendone voor den rijksdag te Augsburg, waarvan de gelukkige uitslag-tot welzijn van den godsdienst voornamelijk aan onzen Canisius is toe te schrijven. Gregorius XIII belast hem in een vereerenden brief, zich naar Rome te begeven, na eerst alles te hebben opge-teekend, wat hem dienstig zal voorkomen tot herstel van 't Katholicisme in Duitschland.
In 1580 roept men den Gelukzalige voor het stichten eens colleges naar Freiburg in Zwitserland. Als hij met den apostolischen gezant de raadzaal der stad binnentreedt, spreekt deze, na de begroeting der magistraatspersonen te hebben ontvangen, terwijl hij op Canisius naast hem wijst : âZiethier, Mijne Heeren, een man, dien gij immer moet liefhebben, en als een kostbaar kleinood bewaren; weest overtuigd, dat gij in hem een apostel, een leeraar, een liefdevollen herder zult vinden!quot; De
44
nederige religieus bloosde. Hij nam liet woord en verklaarde, alleen te zijn gekomen tot glorie Gods en tot heil der zielen. ..En hierbijquot; â zoo ging hij voort â âbied ik n den arbeid aan, de vermoeienissen en ontberingen, het leven zelfs van mij en van mijne medebroeders, voor het welzijn uwer kinderen, uwer stad, uwer republiek!quot;
En die belofte heeft de groote apostel gestand gedaan. Met de heldhaftigste liefde heeft hij te Freiburg nog achttien jaren lang aan de uitbreiding van Christus' rijk gearbeid, het college besturend, predikend het woord (Jods, de H. Sacramenten toedienend. brieven zendend naar alle zijden van Zwitserland en Europa, waar zijn raad werd ingeroepen, zijn troost werd afgesmeekt, alles voor allen zijnde om allen voor Christus te winnen.
Den l'I December 1097 legt de 76jarige grijsaard het moede hoofd ter ruste.
Mannen bekleed met liet hoogste gezag, achtenswaardig om hun kennis en deugd. Kardinalen als een Hosius, een Commendone, een Truchses, hebben onzen Canisius herhaaldelijk genoemd en geroemd als: âden Hieronymus en den Augustinus zijner eeuw, den hamer der ketters, de zuil van het Noorden, den verdediger der Kerk tegen de poorten der hel, den Xaverius van het Westen, den Apostel van Duitschlandquot;.
Feestvierende Christenen! Petrus Canisius â wij gaan er lier op â was Nederlander! Waarom heeft (lod den onvergelijkelijken priester niet geschonken aan ons eigen, dierbaar Nederland! Door zijn forschen arm bedwongen zon de stroom van het Calvinisme hier niet zulke droeve sporen van verwoesting hebben achtergelaten. . .. Bedenken wij echter, hoe 't Duitsche rijk een veel ruimer veld
bood aan den blakenden zielenijver des apostels, en loven wij God, die in het land zelve, waar de dwaling haar eersten oorsprong nam, dezen kampioen der waarheid ten strijde riep.
Maar heeft Canisius buiten Nederland gewerkt, toch behoort zijn voorbeeld invloed uit te oefenen op ons, zijn katholieke landgenooten.
Eerst behoort dat voorbeeld ons te sterken in quot;t geloof. Daarom juist heeft Pius IX Canisius op de altaren verheven, om, gelijk het in de Breve der Zallyverklariria' heet: ..in dezen stormachtig
O O -J v_7
bewogen tijd, waarin de Kerk zoo hevig door de wapenen der goddeloozen wordt aangevochten, den geloovigen het schitterend voorbeeld van een onverschrokken geloofsheld voor te stellen, opdat zij hem zouden navolgen, door den kostbaren schat des geloofs, zonder welken men de zaligheid niet verwerven kan, trouw te bewaren.quot;
Toen Canisius als pauselijk gezant de hoven van Duitschland bezocht en op reis Keulen aandeed, gewerd hem eene uitnoodiging. om ook zijne geboortestad Nijmegen met een bezoek te willen vereeren. De Gelukzalige nam het voorstel aan en verscheen. Ondanks het dringend smeeken zijner talrijke bloedverwanten was hij er echter niet toe te bewegen, elders dan in het hospitaal zijn intrek te nemen. Doch ziethier wat Canisius deed. Op een bepaalden dag laat hij zijne geheele familie tot een gemeenschappelijken maaltijd in liet hospitaal samenkomen. Hij zet zich, na te voren de kranken des huizes met de ootmoedigste liefde te hebben gediend, tusschen de zijnen aan tafel, en houdt hun gedurende den maaltijd voor oogen. dat zij toch onwrikbaar trouw blijven aan den katholieken godsdienst. Allen waren tot tranen geroerd, en toen de heilige man had uitgesproken, rezen
46
allen op en zwoeren met opgestoken hand, dat de familie Canis liever goed en bloed zou prijsgeven dan het erfdeel der vaderen, het katholiek geloof verlaten ....
Katholieken van Nederland! Zweert ook gij dezen avond voor de beeltenis uws grooten Canisius houw en trouw aan het katholiek geloof! Zweert, dat gij wilt zijn en wilt blij ven echte, oprechte katholieken, die roemen op hun heiligen godsdienst, en voor wie de godsdienst in waarheid is het beginsel, de ziel van geheel hun leven en streven, â echte, oprechte katholieken in vreugde en smart, in vrede en strijd, in leven en sterven!
En wat staat u nog meer te doen, katholieke landgenooten van den roemrijken Canisius?
Hem navolgen, in Nederland apostelen zijnde op uwe. wijze. 0 dat uw levendig, werkdadig geloof, dat uwe deugdzame levenswandel den andersdenkenden predike de waarachtigheid en de heiligheid der Kerk, waartoe gij het geluk hebt te behooren!
Ook moet gij apostelen zijn door uw gebed. Ach, die duizenden protestanten ten onzent, ze zijn als wij geschapen voor den Hemel, als wij vrijgekocht met Jezus' goddelijk bloed ! Een afgrond van ongeloof en zedenbederf gaapt aan hunne voeten. . . . Ongeloof en zedenbederf zijn de natuurlijke gevolgen eener leer, waarin 't hoogste gezag op aarde verworpen, en de noodzakelijkheid der goede werken of de vrijheid van wil geloochend wordt. Zullen wij onzen broeders de reddende hand niet toesteken? En wij hunnen hen redden, velen hunner zullen wij redden door te bidden voor hunne bekeering. âVraagt en gij zult verkrijgenquot; : zoo dit geldt van elk vertrouwvol gebed, dan geldt het toch zeker van het meest onbaatzuchtig gebed, van het gebed der apostolische naastenliefde.
47
Gelukzalige Petrus Canisius van Nijmegen! W ij bevelen u ons Nederland, Nederland aan ! Smeek het goddelijk Hart van Jezus, gij die er zooveel op vermoogt, dat onzen in 't duister der ketterij dwa-lenden broeders de oogen opengaan, en zij aanschouwen en als 't werk Gods erkennen âde stad op den berg, van allen kant zichtbaarquot;, de heilige Roomsch-katholieke Kerk ! Bid, dierbare Gelukzalige, voor ons, katholieken van Nederland, dat wij immer in aantal groeien, in geloof en godsvrucht toenemen, en zóó uwer waardig zijn, o verheven apostel, onze glorie!
IMPRIMATUR.
Ha a kenquot;. L. BEUKVENS,
Januarii 1898. Lihrquot;r- Cequot;*
O