'% =â
A. W. ICOCll,
ST K L L I \ (i K X.
TK GRONINGKN lil.l .1. I;. WOI.TKUS. IS'.ir..
S4 I
STELLINGEN.
STELLING-EN
TER VERKRIJGING VAN DEN GRAAD VAN
i Mi li 1)E mBISTOiSdP
AAN DE RIJKSUNIVERSITEIT TE GRONINGEN,
OP GEZAG VAN DEN BECTOR MAGNIFICUS
Dr. F. DE BOER,
HOOGLEERAAR IN DE FACULTEIT DER WIS- EN NATUURKUNDE,
TEGEN DE BEDENKINGEN DER FACULTEIT IN HET OPENBAAR TE VERDEDIGEN
OP 7ATERDAG 12 OCTOBER 1895,
DES NAMIDDAGS TE 3 UUH,
DOOR
ANTONIUS WERNER KOCH,
GEBOREN TE GRONINGEN.
I
TE GRONINGEN BIJ J. 13. WOLTERS, 4895.
STOOMDRUKKERIJ VAN J. B. WOLTERS.
STELLINGEN.
i.
De iiitclrukkiiig: âdos qnamvis in bonis mariti, tarnen revera mulieris estquot; is onjuist; gedurende liet huwelijk, en ook daarna, is jure Romano de man eigenaar vnn de dos.
II.
Het is wensehelijk, dat de wetgever bij tweede huwelijk de gemeenschap zonder eenige beperking late gelden.
III.
In het stelsel van ons burgerlijk wetboek moest door de wet worden voorgeschreven, dat bij een tweede huwelijk met voorkinderen de wederzijdsehe aanbrengst werd vastgesteld.
6
IV.
Den burgerlijken rechter moet de bevoegdheid worden verleend in bepaalde gevallen beide ouders uit hun ouderlijk gezag te ontzetten.
V.
Het beding van artikel 1230 li. W. kan ook door den kooper tegen den huurder worden ingeroepen.
VI.
Het bevrachtingscontract moet beschouwd worden als eene bijzondere handelsrechtelijke overeenkomst, en worden uitgelegd naar hare eigen beginselen, niet naar die van de overeenkomst van huur en verhuur.
VII.
Artikel 478, 3de lid, W. v. K. bevat eene voor den schipper onbillijke verplichting.
VUL
Tusschen den trekker en den acceptant ontstaat uit den wisselbrief geene handeling van lastgeving, zooals artikel 140 W. v. K. verkeerdelijk zegt.
IX.
Bij vervalsching van de wisselsom is de acceptant niettemin verplicht altijd het echte bedrag- uit te keeren.
X.
Niettegenstaande artikel 93 W. v. B. R. moet de exceptie van nietigheid óók voorafgegaan worden door de exceptie van litispendentie.
XI.
De doodstraf moet in Nederland weer worden
ingevoerd.
XII.
Herstelbaarheid is geen essentieel vereischte eener straf.
XIII.
Artikel 306, W. v. S., is ook dan toepasselijk, wanneer èn zwaar èn licht lichamelijk letsel is toegebracht.
8
XIV.
Terecht lieeft men in onze strafprocedure de jury afgeschaft.
XV.
De controle van de rechterlijke macht over het openbaar ministerie, zooals die in de Nederlandsche wetgeving bestaat, is geen inbreuk op ons begrip van recht.
XVI.
Ten opzichte der strafvervolging is liet opportuniteitsbeginsel te verkiezen boven het legaliteitsbeginsel.
XVII.
In bepaalde gevallen moet ontslag van de preventieve hechtenis onder borgtocht mogelijk zijn.
XVIII.
De vrije rechterlijke bewijsleer is te verkiezen boven onze negatief wettelijke.
9
XIX.
Artikel 59, al. 2, van de Grondwet is niet toepasselijk op de verdragen van art. 44 van het reglement op liet beleid der regeering van Ned. Indië.
XX.
Artikel 90, al. 4, van de Grondwet is niet voldoende voor de bedoeling van den grondwetgever.
XXL
Niet bij de Staten-Generaal, maar bij den rechter behoort de beslissing van de geschillen aangaande de geloofsbrieven en de verkiezingen der volksvertegenwoordigers.
XXII.
Het ontbindingsrecht van den Koning is geen exceptioneel recht.
10
xxm.
Vereeniging- van ministerambt en kamerlidmaatschap is niet wenschelijk.
XXIV.
Terecht heeft de wetgever de bevoegdheid om bankbilletten in circulatie te brengen bij uitsluiting verleend aan ééne bankinrichting.
XXV.
De afschaffing in 186!) van de octrooien van uitvinding was billijk noch wenschelijk.
XXVI.
Woekerwetten zijn afkeurenswaardig.