JTSÃQsm'/â £gt; /3 /
/â gt;-(- i..
De tweeërlei Rust
âKomt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en heiast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uwe zielen want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht''1.
f,
ilatth. 11: 28-30.
/v
V f f
door
Ds. W. HAZENBERG.
s. W. HAZENBERG
in Holland teruggekeerd, is als ; vosrhsen fcareid, op verzoek, bij j #n met zieken om hun genezing ;t te bidden. Adres: No. 8, buis, ij V\, yestermarkt, Amaterdazn. yf
Druk van JOH. DE LJEFDE. â Utrecht.
De tweeërlei Rust.
âKomt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en heiast zijt, en Ik sal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en â nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uwe zielen want Mijn juk is zacht, en Mijn last is lichtquot;.
Matth. 11: 2S-30.
DOOR
Ds W. HAZENBERG,
RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
2723 928 8
Druk van JOH. DE LIEFDE. â Utrecht.
TWEEÃRLEI RUST.
door
Ds. W. Hazenberg.
âKomt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijl, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij. dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uwe zielen; want Mijn juk is zacht, en Mijn last' is licht.quot; Matth. 11 ; 28â30.
Eenige jaren geleden heb ik ook naar aanleiding dezer woorden des Heeren een traktaat geschreven, waarmede een eigenaardige geschiedenis verbonden is.
Na kort in de Kaapstad gewoond te- hebben, alwaar we aan de Mahomedanen het Evangelie predikten, kreeg ik het verzoek van Ds. A. Murray, terwijl hij aan eene erge keel-kwaal leed. om te Wellington voor hem preekbeurten te vervullen, dal ik ook verscheidene malen gedaan heb. Terwijl ik dus daar eens deze tekst tot onderwerp koos, vroeg mij een ouderling bij het einde der preek, of ik deze preek ook in geschrift had; toen ik die vraag bevestigend beantwoordde, verzocht hij mij ze op eigen kosten te laten drukken, en ze aldus trachten te verspreiden, hopende aldus, daar hij ze met genoegen had aangehoord, dat ze door middel van druk ook voor vele anderen ten zegen mocht worden.
Aan dit verzoek gaf ik gaarne mijne toestemming, wijl ik dit geschrift voor den druk bestemd had, doch op dien lijd niet in staat was de kosten ervan te bestrijden. Ds. A. Murray verwonderde zich over het aanbod van dien man, daar hij, hoewel ruim met aardsche middelen bedeeld, doorgaans ongaarne veel voor godsdienstige doeleinden besteedde, doch God, die alle harten in zijn hand heeft, neigde ook het hart van dezen anderszins zuinigen man, om dit voor Zijn zaak te doen.
Sedert dien tijd heeft God in den weg zijner Voorzienigheid ons middelen geschonken, om honderd duizenden exemplaren dergelijke geschriften te laten drukken, en tevens op verschillende deelen der aarde gratis te verspreiden, tot grooten zegen van velen.
Dat geschrift, âTweeërlei Rustquot; genaamd, werd gretig door vele Boerenmenschen gelezen, en wij hebben dikwijls lieden gehoord, die doormiddel ervan zeer gezegend waren.
Sommige onzer vrienden hebben mij herhaaldelijk gevraagd, om dit boeksken te laten herdrukken, doch wijl ik
4
in eenige opzichten andere beschouwingen der waarheid gekregen heb, en sedert dien tijd door ervaring veel geleerd heb, zoo komt bet mij verkieselijker voor, naar aanleiding der ze II'de Scliriftwoorden, het te herschrijven, hopende en biddende dat liet in dien nieuwen vorm en inhoud meer nut zal stichten dan het voorgaande.
Do drie verzen onzer lekst maken het slot uit van eene afscheidsrede, die de Heiland vooral lot drie steden, Cbora-zin, Bethsaïda en Kapernaum. heeft, uitgesproken: de Inhoud dezer rede was het gevolg van den betrekkelijk onge-zegenden arbeid, dien Hij. gedurende bijna drie jaren, aan deze steden had besteed: ilij had den tijd. in Galilea doorgebracht. niet uitsluitend aan deze ondankbare steden gewijd, maar had dit gansche land. in gezelschap zijner discipelen, doorreisd, zooals men leest: ..En Jezus omging geheel Galilea, leerende in hunne synagogen en predikende het Evangelie des Koningrijks, en genezende alle ziekte en alle kwalen onder het volk. En Zijn gerucht ging van daar uit in geheel Syrië; en zij brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren, met verscheidene ziekten en pijnen bevangen zijnde, en van den duivel bezeten, en maanzieken en geraakten; en Hij genas ze. En vele scharen volgden Hom na, van Galilea en van Dekapolis, en van Jeruzalem, en van Judea en van over de Jordaan,quot; Matth, 4 : 23â25. Uit deze woorden ziet men dat Jezus geheel Galilea bewerkte, en volgens de â geschiedenis zouden er op dezen tijd niet minder dan 100 steden in Galilea geweest zijn, die ieder over 15.000 inwoners telde.
De afscheidsrede des Heeren bepaalde zich echter bij name tot drie steden, aan welke Hij naar evenredigheid meer tijd en krachten gewijd had, dan aan eenig andere stad in Galilea; en daarom kon Hij verwachten, dat de uitwerking ten goede ook die van eenig andere stad zou overtroffen hebben. hetgeen echter niet hot geval bleek te zijn: want we lezen: ..Toen begon Hij de steden, in welke Zijne krachten meest geschied waren te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden: wee u. Chorazin! wee u Bethsaïda! want zoo in Tyrus en Sidon de krachten geschied waren, die in u geschied zijn. zij zouden zich eertijds in zak en asch bekeerd hebben; doch Ik zeg u: het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in den dag des oordeels dan u lieden! En gij Kapernaum! die tot den hemel zijl verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestooten worden; want zoo in Sodom die krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden tot op den huldigen dag gebleven zijn: doch Ik zeg u, dat het den lande van Sodom verdraaglijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u,quot; Matth. li : 20â24.
In deze verzen wordt ons gezegd welke soort geestelijke zegeningen deze drie steden boven andere was te beurtge-vailen, en welke ondankbaarheid deze daartegenover aan den dag hadden gelegd, en welk een zwaar oordeel Gods in overeenkomst daarmede ze te duchten stond. Door de gedurige tegenwoordigheid des Heeren in hun midden waren ze ruimschoots door Goddelijk licht bestraald geworden, doch ze weigerden er in te wandelen en er een behoorlijk gebruik van te maken. Jezus zegt elders: ,,Indien Ik tot hen niet gesproken had, zij hadden geene zonde, maar nu hebben ze geen voorwendsel voor hun zonde.quot;quot; Zeer licht heeft de Heiland in deze steden dikwijls heerlijke redevoeringen gehouden, waarin Hij Zijn Messiasschap, Zijn verhouding tot God den Vader, Zijn werk der verlossing, en den weg der zaligheid hun duidelijk bekend maakte, doch al deze bemoeiingen tot behoudenis der inwoners dier steden had geen gewenschte uitwerking gehad.
De Heiland had in deze steden niet slechts gepredikt â hoewel dit geen geringe zaak zou zijn â, maar Hij had Zijn hand ter genezing er aan menig kranke uitgestrekt, gelijk men leest: âToen begon Hij de steden, in welke Zijne krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden.quot; De genezingskracht des Heeren, die hier bedoeld wordt, blijkt het grootste genademiddel tot bekeering geweest te zijn. terwijl dit met nadruk wordt genoemd, met voorbijgaan van de prediking des woords, die immers ook niet zal ontbroken hebben.
In onze dagen spreekt men dikwijls met minachting van de Goddelijke genezing, alsof zij in waarde zou gelijk staan met de zoogenaamde medicijngenezing, die wel stoffelijk en lichamelijk voordeel kan aanbrengen, maar die toch op geestelijk gebied, niet de zaligheid der ziel, hoegenaamd niets te maken heeft. De Evangelist, die als genademiddel zooveel nadruk op het doen van quot;s Heeren krachten legt, is blijkbaar van een ander gevoelen geweest. Hij was menigmaal ooggetuige geweest van des Heeren wonderbare genezingen, en van de wonderbare uitwerking tot bekee-j-ing, die hij dikwijls daarmede had zien gepaard gaan, en daarom kon hij geenszins nalaten in dit verband er speciale vermelding van te maken. Ook is het gansch niet. onwaarschijnlijk. dat Jezus in deze rede veel meer woorden gebezigd heeft, dan Mattheus beschreven heeft, en dat Hij over dit onderwerp ten aanhoore der massa bijzonder uit-gewijd heeft, wijzende hun op verschillende merkwaardige gevallen van genezing des lichaams, als die van den knecht des hoofdmans van lamheid; van de twaalfjarige lijderes, die al haar goed aan de vele medicijnmeesters besteed had,
6
en daaronder veel erger was geworden; van de genezing des geraakten, die van vier gedragen werd, en met het bed op zijn hoofd naar huis terugging, en veel meer andere gevallen, die Jezus bij wijze van afscheid had kunnen noemen. om dus de onverantwoordelijkheid hunner onbekeer-lijkheid aan het licht te brengen. 'De gevallen van genezing ons in hel Evangelie verhaald als te en nabij Kapernaum en de andere twee steden te zijn voorgevallen, zullen waarschijnlijk slechts een klein deel uitmaken, van al de krachtdadige genezingen, die aldaar door den Heer zijn verricht geworden.
Op deze zaak mogen de woorden van Johannes toepasselijk zijn; ..En er zijn nog vele andere dingen, die Jezus gedaan beeft welke, zoo zij elk bijzonder geschreven werden, ik acht, dat ook de wereld zelve de geschrevene boeken niet zou bevattenquot;. Joh. 21 : 25. Deze apostel schrijft nu wel in 't algemeen, doch zonder twijfel zou dit ook toepasselijk zijn op de krachten door Jezus in en bij deze drie steden verricht. welker onbekeerlijkheid de Heiland hun verwijt, in weerwil van de onschatbare genademiddelen, die ze genoten en lol verzwaring des oordeels smadelijk verworpen hadden.
Laatstgenoemde der drie steden. Kapernaum, had liet meeste licht verworpen, door Jezus zijn eigen stad genoemd, omdat Hij gedurende Zijn arbeid in Galilea aldaar een hoofdverblijf vond. in quot;I huis van Petrus, en wordt daarom gezegd tot den hemel verhoogd te zijn. volgens welke het oordeel Gods op haar ook zwaar zou drukken, en gezegd wordt tot de hel toe nedergestooten te zullen worden. Sodom werd van wege haar goddeloosheid door vuur van den hemel verwoest, doch het een zoowel als het. ander was het gevolg van gebrek aan de genademiddelen, die Kapernaum had genoten: âWant zoo in Sodom die krachten waren geschied, die in u geschied zijn. zij zouden lot den huidigen dag gebleven zijn: doch ik zeg u. dat het den lande van Sodom verdraaglijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u.quot;
Door deze Woorden wordt duidelijk aangetoond, dat zoo de Heiland Zijne genezingskracht in 't midden van Sodom had verricht, gelijk Hij in Kapernaum had gedaan, dat zij daardoor tot inkeer en bekeering zou gebracht zijn. en dat-de verwoesting, tot vermijding waarvan Abraham zoo ernstig bad. niet zou plaats gehad hebben. De verrichting der genezingskrachten was een zichtbare betooning van Gods liefde jegens de menschheld, en was meer berekend een middel tol bekeering te zijn, dan al de schoone woorden, die er tot bekeering zouden kunnen gesproken worden. De evangelieprediking, zonder gepaard te gaan met zichtbare liefde-
kracltlon. schijnen voor den mensch dikwijls maar ijdele klanken le zijn. omdal de natuurlijke mensch niet begrijpt de dingen, die des Geestes Gods zijn, doch wanneer de blinden ziende, de dooven hoorende, de melaatschen gereinigd, en kranken van allerlei aard gezond gemaakt worden, dan wordt de liefde Gods tot de wereld meer aanschouwelijk en bevatbaar gemaakt, wat op zichzelve wel geen bekeering is, maar in elk geval een kostelijke voorbereiding daartoe, gelijk de Schrift leert en de ondervinding overvloediglijk bevestigd heeft.
Deze rede was de laatste, die de Heere Jezus immer tot deze menschen zoude houden, en daarom drukt Hij hen op het hart hoe gevaarlijk het is, onder zulke rijke geestelijke zegeningen, zich tegen God te blijven verharden, en in den weg der zonde voort te gaan, en dat het oordeel Gods hen gewisselijk zal treffen, en wel dat het oordeel Gods voor hen veel zwaarder zal zijn dan voor de inwoners van Sodom, die nimmer de allesgenezende Zoon Gods in hun midden hadden gehad, en zelfs van alle ware genademiddelen waren verstoken geweest.
Over Kapernaum spreekt Jezus een tweevoudig oordeel Gods uit: ten eerste: ..Tot de hel toe nedergestoolen wordenquot;; ten tweede: ..dat het den lande van Sodom verdraaglijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u.quot;
Het: ,,tot de hel toenedergestooten wordenquot;, heeft echter niet zulk een vreeselijke beteekenis. als menig lezer zou denken. Velen zullen er door verstaan een werkelijke vuurpoel, waarin eerst de zielen van menschen alleen, en laler in ver-eeniging met hun lichamen, zullen geworpen en eeuwig-lijk gepijnigd worden, zonder de minste hoop te hebben er immer uit verlost te worden. Dit is echter een groote misvatting. Zulk een oordeel Gods over de zondaren bestaat er gansch niet. en wordt ten minste niet in dezen tekst gevonden want in het Grieksch staat voor het woord ..helquot; ha-des. wat graf of staat der dooden beteekent. welke woorden door ds. N. de Jonge door ..doodenrijkquot; vertaald zijn.
Maar is er dan in deze woorden des Heeren gansch geen oordeel Gods over de zonde begrepen? Gewisselijk. Met dat doel werden deze woorden door den Heiland gebezigd, hoewel niet zoo vreeselijk in beteekenis. als velen door onkunde zich voorstellen. De Heere wilde er zwaar tijdelijk oordeel of strafgericht door aanduiden. Hel zou een dergelijk tijdelijk oordeel zijn als God om der zondewil aan Sodom toezond, namenlijk de verwoesting der stad met hare inwoners, Sodom werd verwoest, door rechtstreeks vuur van den hemel, volgens het verhaal des Bijbels, doch Kapernaum zal verwoest geworden en hare inwoners gedood zijn door mid-
8
del van menschen; want de geschiedenis leert dat Kaper-naum later door de Romeinen verwoest is, en dat hel water der zee, waaraan de stad grensde, rood geweest is van menschenbloed. De menschen die alsdan leefden stierven geen gewonen en natuurlijken dood, maar werden eensklaps baldadig vermoordd en eenpariglijk tot het graf (hades) ne-dergestooten, naar des Heeren voorzegging.
Dit oordeel Gods was wel niet. zoo erg als velen door onkunde zullen denken, doch de toen levende bewoners van Kapernaum zullen het zwaar genoeg gevonden hebben, en sommigen hunner, die van des Heeren uitspraak over Kapernaum gehoord hadden, zullen misschien erkend hebben, dat de vervulling met des Heeren voorzegging strookte.
Niet alle inwoners van Kapernaum waren ongeloovig en onbekeerd gebleven onder des Heeren wonderwerken, waarvan de hoofdman over honderd ons zelfs het bewijs levert, en zeer licht zijn er nog velen zulken geweest, vooral pok van de genezenen en hun vrienden en betrekkingen, doch verreweg de groote meerderheid, en vooral de groot© lieden en hooge standen, de voorgangers op geestelijk en burgerlijk gebied, en de weinigen, die zich door die ..krachtenquot; der liefde en goedertierenheid Gods tot bekeering hadden laten leiden, konden door de voorzienigheid Gods van die alge-meene verwoesting verschoond gebleven zijn, gelijk, volgens de geschiedenis, ook 70 jaren n. C. bij de verwoesting van Jeruzalem gebeurd is.
De verwoesting van Kapernaum of haar nederstorting ter hel moet, naar gezegd wordt, zoo volkomen geschied zijn, dat de ligging der vroegere bloeiende en volkrijke stad niet meer te ontdekken is.
Op dit gebied dus met betrekking tot deze Bedeeling bestond er groote overeenkomst tusschen het oordeel Gods over Sodom en over Kapernaum, doch er zou een tijd aanbreken. wanneer er verschil in het oordeel Gods over deze twee steden zou ontdekt worden, zooals de tekst zegt: ,,Doch Ik zeg u, dat het den lande van Sodom verdraaglijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u.quot; Het groote verschil derhalve in de straf over de zonde zal niet in dezen tijd, maar in de toekomende eeuw plaats hebben. Alle menschen in deze eeuw bv. moeten sterven uit kracht van Adam's zonde, waarin zelfs de rechtvaardigen zoowel als de goddeloozen moeten deelen, en dit is geen schijndood, of enkel aflegging des lichaams, zooals men vaak zegt, terwijl er een ziel of geest blijft voortleven, in een staat van zaligheid of rampzaligheid, maar een werkelijken dood, een dood van den ganschen mensch, gelijk de Schrift leert: ,,Daarom, gelijk door eenen mensch de zonde in de wereld ingekomen is, en door de
9
zonde de dood; en alzoo de dood tot alle menschen doorge-,gaan is, in welken alle gezondigd hebben.quot; Rom. 5 : 12.
Het groote verschil tussehen den toestand des menschen moet vooral in de toekomst gezocht worden. Een deel des menschdoms, dal gedurende deze eeuw tot des Heeren gemeelde vergaderd wordt, en aan Hem gansch en al toegewijd is, zal het groote heil genieten van tot des Heeren lichaam te behooren, en zal de grootst mogelijke zaligheid smaken, een andere klasse der geloovigen zal gezaligde onderdanen van des Heeren Koninkrijk uitmaken, en zullen met Abraham. Izak en Jakob aanzitten in het Koninkrijk der hemelen, terwijl gedurende het Duizendjarig Rijk de groote onbekeerde wereld zal geoordeeld worden, hier en op andere plaatsen der Schrift den dag des oordeels genoemd.
Dit oordeel zal wederom geen eeuwige pijniging in een soort vuurhel zijn, want was dal waarlijk het geval, dan zou Jezus niet gesproken hebben van een oordeel Gods dat min of meer verdraaglijk zal zijn, want dan immers zou hel geringste oordeel nog wel onverdraaglijk zijn. Op een andere plaats der Schrift leest men van een toekomend oordeel Gods over de zonde, waarin vele of weinige slagen zullen toegediend worden, naar gelang de mensch op aarde al of niet des Heeren wil geweten heeft, welke uitdrukkingen ons immers niet laten denken aan een soort eeuwige vuurhel, waarover menschen zooveel gesproken en geschreven hebben.
Waarin die straf over de zonde van Kapernaum en anderen. even als zij op aarde door God bevoorrecht, zal bestaan. dal gaat ons verstand te boven, dat wij ook niet noo-dig hebben juist te weten, maar dat wij gerust aan den liefhebbenden en rechtvaardigen God kunnen overlaten, doch is het een troost te weten, dat God geen mensch, in zonde ontvangen en in ongerechtigheid geboren, tol een eeuwige vuurhel zal verdoemen, waar geen hervorming of verbetering mogelijk is, en dat bestaan zal in een eeuwige pijniging en lastering van God. zooals dit door velen voorgesteld wordt.
De Bijbel leert ons. beide in het Oude en Nieuwe Testament. dat de goddeloozen gedurende het Duizendjarig rijk, den dag des oordeels, die zich aan Christus niet willen onderwerpen. èn in Hem niet willen gelooven. eindelijk verdorven of vernietigd zullen worden, dat zij den tweeden dood zullen ondergaan, van welken geen opstanding zal plaats hebben.
Christus heeft door dood en opstanding de opstanding van alle menschen verworven, dewijl zij allen in Adam â dus noodzakelijk sterven, doch de tweede dood is niet
o
10
noodzakelijk, maar zal afhaneen van persoonlijk geloof en gehoorzaamheid.
Het zal Cliristus zwaar genoeg gevallen zijn door omstandigheden gedwongen te worden, zulk een schrikkelijk tweevoudig oordeel Gods over de massa der inwoneren van Ka-pernaum uit te spreken, doch was het Hem ongetwijfeld tot groote troost, dat Hij midden in Zijn redevoering het hoofd dankend tot Zijn Vader kon opheffen, dat Hij te Kapernaum en omstreken niet te vergeefs gearbeid had, en dat een deel des volks van zijn genademiddelen een recht gebruik had gemaakt, al w:as tilt deel ook slechts veracht bij de aanzienlijken des volks, gelijk Hij zegt: ..Ik dank 1quot;, Vader! Heere des hemels en der aarde! dat gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt ze den kinderkens geopenbaard; ja, Vader! want alzoo is geweest het welbehagen voor U.quot;
WAT IS DE BEKEERING?
De bekeering moet zekerlijk een belangrijk iets zijn, wanneer Christus de uitwerking van Zijn arbeid afmeet naar de bekeering, die er op volgt en mede gaat. Neemt Hij geen bekeering waar bij hen. die onder Zijn prediking en invloed komen, dan beschouwt Hij Zijn werk als vruchteloos, behalve dat zulks helaas tot verzwaring des oordeels strekt, en dat was, immers niet Zijn doel, want Hij kwam niet, opdat Hij de wereld veroordeelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. De bekeering is een geestelijke omkeering. het is den weg der zonde en den dienst des Satans te verlaten, en zich te wenden tot God en Zijn dienst. Het is een verandering van zin en gedachten ten goede, en de volgende uitvoering ervan. .Met andere woorden. het as de aanneming van Jezus Christus door het geloof als Zaligmaker, zooals Christus dat zelf verklaart aan het slot van Zijn afscheidsrede tot Kapernaum en de twee andere steden, waar Hij zegt: ,,Komt herwaarts tot Mij, allen,, die vermoeid en belast zijl, en Ik zal u rust geven.quot;
IS DES MENSCEEN BEKEERING BELANGRIJK?
Velen mogen denken natuurlijk goed genoeg te zijn, en dus geen bekeering te behoeven, gelijk de farizeër met den tollenaar in den tempel, die God voor zijn deugden dankteT
11
on den tollenaar met minachting aanschouwde, doch dezulken hebben er bijzonder behoefte aan, en op hen is des Heeren woord toepasselijk: ,,üij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden, en heb geen ding gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. Jezus spreekt ook in de gelijkenis van negen en negentig rechtvaardigen, die de bekeering niet van noode hebben, doch het verband toont aan, naar het mij toeschijnt, dat deze menschen zich zelve rechtvaardigen, en anderen niets achten, en dus niet in een rechte stemming zijn, om door Jezus gezegend te worden, gelijk Hij zegt: ,,Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekeeringquot;, namelijk hen, die erkennen verloren zondaars te zijn.
De mensch is van natuur in de macht van den vorst der duisternis, en daarom heelt hij aan bekeering, aan weder-keering behoefte: ,,Om hunne oogen te openen, en hen te bekeeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des Satans tot üod; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.quot; Hand. 26 : 18.
De vergeving der zonden is noodzakelijk, om vrede met God en het eeuwige leven deelachtig te worden, en die wordt niet verkregen zonder bekeering tot God: ,,En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: ,,Wat zullen wij doen, mannen broeders?quot; En Petrus zeide tol hen: .,Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geesles ontvangen.quot; Hand. 2 : 37, 38. De onbekeerlijk-heid leidt tot eeuwigen dood: ..Zoo waarachtig als Ik leve, spreekt de Heere Heere, zoo Ik lust heb in den dood des god-deloozen; maar daarin heb Ik lust, dat de goddelooze zich bekeere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw booze wegen, want waarom zoudt gij sterven.quot; Ezech. 33 : 11, 12.
JEZUS' HOOFDDOEL DES MENSCHEN BEKEERING.
Wanneer men slechts gadeslaat het groote en algemeene genezingswerk door Jezus op aarde aan de kranken verricht, dan zou men tot de gedachte kunnen komen, dat het lichamelijk heil der menschheid het voornaam doel Zijner openbare bediening was, doch dit zou een groote misvatting zijn; tot zulk een valsch denkbeeld zullen zij te lichter kunnen ge-
12
raken, die nog heden in des Heeren wondergenezing geloo-ven, en daarin door persoonlijke ondervinding een grool heil hebben ontdekt; wij hebben echter in dezen op onze hoede te zijn, door de aanneming van het mindere, het groo-tere niet voorbij te zien.
De Evangeliën maken hel ons zeer duidelijk, dat Jezus groot belang stelde in het doen van teekenen en wonderen aan de kranken, dal llij innerlijk bewogen was over hun groote lichamelijke smarten, waaronder velen Zijner tijdgenoten gebukt gingen, en dat llij die lijders gaarne zou genezen hebben, al hadden ze er ook anders geen voordeel uil getrokken, doch hel zou gansch verkeerd zijn te zeggen, dat des Heeren krachtbetoon in de genezing van krankheden het hoofddoel Zijner Ualileesche werkzaamheden uilmaakle. Hij trachtte door het uitwendige op het inwendige te werken; de wegneming der lichamelijke melaalschheid, moest dienstbaar worden tot wegneming der geestelijke melaalschheid, veroorzaakt door de zonde; de genezing der lichamelijke hardkloppingen was als '1 ware de aanduiding, dat «ie patiënt een geestelijk hart bezat, dat enkel lot. stilstand en rust kon komen, door den Geneesmeester als den reiniger en genezer van dat hart aan te nemen. De geraakte, die door vier gedragen werd, had meer noodig dan lichamelijk versterkt te worden, opdat hij zijn beddeken huiswaarts zou kunnen dragen; maar er moest een nieuw geestelijk leven in hem geboren worden, dat hij tevens in de vergeving zijner zonden deelachtig werd, zoodat hij waarlijk bekeerd was, en God naar lichaam en geest kon dienen. Bekeering en eeuwig leven en eindelooze zaligheid, was immer het hoogste streven van 's Heeren werk.
DES ZONDAARS VERANTWOORDELIJKHEID.
âToen begon Hij de steden, in welke Zijne krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden.quot; Velen zeggen in onze dagen, dat God van eeuwigheid slechts een klein getal tol de zaligheid verkoren heeft, en dat Hij alleen aan die de genade der bekeering schenkt, en dat die groote verworpene massa enkel een noodzakelijke eeuwige pijniging wacht, waarvan voor hen geen ontkomen beslaat. Was dal de waarheid, dan had Jezus geen gegronde rede den in woneren van Kapermum te verwijten, dat zij, in weerwil van al zijn liefde-arbeid, zich niet bekeerd hadden. Hel is als de apostel Petrus zegt. dal de menschen de Schriften verdraaien tot hun eigen verderf. Jezus was volko-
men overtuigd, dat de menschen, wier onbekeeriijkheid Hij hen verwijt, voldoende genademiddelen hadden genoten, waarop Hij billijkerwijze hun bekeering mocht verwachten.
Zou het niet zeer onrechtvaardig zijn van den Heiland, die menschen hun onbekeeriijkheid Ie verwijlen, waarvoor zij geen verantwoordelijkheid konden hebben, en ze bovendien nog met tegenwoordige en toekomende oordeelen Gods te bedreigen, welke ook reeds deels gekomen zijn. en deels nog zeker komen zullen. Het is alsof de Heere hierdoor wilde zeggen: ,,lk ben jaren een inwoner van Kapernaum geweest; Ik heb Mijne liefde en hulpvaardigheid aan allen beloond; Ik heb niet enkel betuigd de beloofde Messias te zijn. maar heb dil overvloediglijk bewezen, door de blinden ziende en doo-ven hoorende te maken, door de kreupelen en lammen te doen wandelen, door de metaatschen te reinigen, en allerlei soort kranken le genezen, die maar tot Mij de toevlucht hebben genomen. Die tol Mij kwam heb Ik nimmer uitgeworpen, hetzij bij dag of bij nacht, en zelfs belaste en beladene on vermoeide zondaren heb ik rusl en vrede des harten geschonken, en wat reden kunt ge dus gehad hebben u van Mij te onthouden, opdat Ik u van zonde en ziekte zou genezen!quot;'
DE ZONDAAR KON ZICH ALDUS NIET VERONTSCHULDIGEN.
Kapernaum derhalve had geruimen lijd het volle Evangelie in.haar midden gehad, gepredikt en beoefend door den eigen Zoon van God, zpadat er voor hen geen verontschuldiging voor onbekeeriijkheid overbleef. Volgende Schriftwoorden waren op hen toepasselijk: âHoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zoo groote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd le worden door den Heere, aan ons is bevestigd geworden van degenen, die Hem gehoord hebben: God bovendien mede getuigende door teekenen en wonderen, en menigerlei krachten en bedeelingen des Heiligen Gees les, naar Zijnen wil.quot; Heb. 2 : 3, 4.
Christus predikte en beoefende het volle Evangelie, als een middel .tot bekeering en ontneming van gegronde verontschuldiging. en hierin behooren zij, die tol evangeliedienaars zijn aangesteld, hun Heer en Meester te volgen. Men predikt en betuigt, maar men maakt geen gebruik van des Hee-ren genezingskracht, die Hij beloof; heeft Zijn» discipelen te verleenen. Dit volte Evangelie zal in 'l Duizendjarig rijk alleen geduld worden.
ii
CHRISTUS PREDIKT HET OORDEEL GODS.
De Bijbel leert: ,,God is liefdequot;, quot;t welk beteekentdat Hij niet enkel liefheeft, maar dal Zijn natuur en Wezen de liefde zelve is; deze liefde Gods is ondoorgrondelijk, en zal nimmer door eenig schepsel kunnen gepeild worden, noch in deze eeuw. noch in de loekomende eeuw. Gelijk van veel andere dingen, zoo maakt ook de mensch dikwijls misbruik van de liefde Uods. tot zijn eigen verderf, aannemende dat Gods'liefde van dien aard is, dal zij met het straffen des zondaars onvereenigbaar zou zijn. Sommigen willen beweren dal alle mensciien. als gevolg van de liefde Gods, zullen zalig worden, doch die leer is geheel strijdig met liet woord Gods.
Jezus, de Zoon Gods. die in des Vaders heerlijkheid deelde eer de wereld was, heeft ons het karakter Gods duidelijk verklaard, en geloond dat God de gansche wereld wel lief-heefl. maar tévens dat de mensch Hem moet leeren gehoorzamen ten einde onafgebroken tot in der eeuwigheid in de liefde Uods le deelen:..Alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.quot; Joh. 3 :16.
Geloof in den Zoon. dat hetzelfde beteekent Erts-ware bekeering. wordt hier als-voorwaarde gesteld, om het verderf of de vernietiging te ontgaan, en het eeuwige leven le ontvangen.
De Heiland nam de bedreiging met straf te baat als middel. om Zijne hoorderen tot bekeering le bewegen, waarin Hij ook door de apostelen is nagevolgd: .Met vlammend vuur wraak doende over degenen, die God niet kennen, en over degenen, die hel Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn; dewelke zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van hel aangezicht des Heeren. en van de heerlijkheid Zijner sterkte.quot; 11 Thes. 1 : 8. 9.
Deze manier van prediking werd reeds gevolgd door al des Heeren ware profeten, eeuwen voor Christus en de Apostelen. bedreigende het zondige volk met allerlei strafgcrich-ten Gods. in de hoop het daardoor tot bekeering te bewegen.
Het lijdt geen twijfel, dal het thans nog de roeping des evangeliepredikers is. de verharde zondaren Gods oordeel aan le kondigen, in de hoop dat onder den zegen des Heeren zulke strafbedreigingen tot bekeering mogen leiden, en dat ook dikwijls waarlijk het gevolg is.
Bij Zijn afscheidsrede van Kapernaum en de twee andere steden, wendt de Heiland nog een laatste poging aan. om door den schrik des Heeren de menschen tot het geloof te
bewegen, opdat ze nog, als ter elfder ure lot Hem de toe-vluclit mochten nemen, en aldus van de straf des Heeren bevrijd, rust voor hunne zielen mochten vinden.
Zijne overvloedige betooning der liefde Gods in de genezing van kranken en vergeving van zondaren, was blijkbaar zonder gewenschte uitwerking gebleven, en daar het zwaard des Geestes gefeild had, zoo neemt Hij nu het zwaard van Gods wraak ter hand, en beproeft wat daarmede kan gedaan worden. Waar de liefde niet vermocht te lokken, wordt het zwaard beproefd te drijven.
Van Gods strafgerichten over de zondaren wordt thans maar-weinig op de kansels der Christelijke kerken gehoord, welk gemis voor het werk der bekeering schadelijk kan zijn. De algemeene nalatigheid op dit gebied- kan ook zijn oorzaak hebben in de overdreven denkbeelden, die men algemeen koesterl van Gods straf over de zondaren, zoodat men zich schaamt het geloof zijner Kerk over die zaken uil te spreken. Die denkbeelden omtrent de toekomende straf over de zonde zijn zoo overdreven, onbijbelsch, gruwelijk en godslasterlijk, zoodat elk redelijk en verstandig mensch er van moet walgen, en druischt in tegen het begrip van rechtvaardigheid, en geeft den schijn dat God ,die liefde is, er lust in heeft den armen zondaar zooveel mogelijk te kwellen en te pijnigen.
Leest men het woord ..helquot; (hades) in deze woorden des Heeren, dan denkt men terstond aan een soort vuurpoel, waarin de in zonde geboren en door den duivel verleide zielen, bij den dood zullen geworpen worden, en dat diezelfde zielen, bij de opstanding des lichaams, met dat lichaam zullen hereenigd worden, en dat deze twee deelen dan te zamen naar die vuurhel moeten gaan. om dan lot alle eeuwigheid op vreeselijke wijze gepijnigd en gemarteld te worden.
Dit is echter gansch niet de soort straf, die Jezus predikte in Zijn afscheidsrede, n.1. een soort straf, die alleszins redelijk en billijk was, een straf, die in alle opzichten overeenkomt met Gods deugden en volmaaktheden.
Heeft Christus zich nu en dan in Zijne gelijkenissen van uitdrukkingen bediend, die naar zulk een eeuwige vuurhel gelijken, dan heeft men daarbij te bedenken, dat Hij daarin figuurlijke en symbolische taal bezigt, die verwijst naar het dal des zoons van Hinnom, in het Grieksch door ,,gehennaquot; uitgedrukt, dat een plaats was, waar de afval en onreinig-heid van Jeruzalem verbrand werd, tot bevordering der gezondheid. en wat dan als symbool dient van des menschen tweeden dood, zijn totale vernietiging, van welke geene opstanding weer zal plaats hebben. Christus en Zijn apostelen.
16
Code zij dank, hebben het toekomstig oordeel Gods zuiverder verkondigd, dan men itel in de verschillende kerkelijke belijdenissen aantreft. De Protestanten hebben deze soort, dwaalbegrippen van de Roomsche kerk, in de duistere eeuwen uitgevonden, overgenomen, en ze zullen wel in eere gehouden worden tot de komst van des Heeren Koninkrijk, wanneer ze als sneeuw voor de zon zullen verdwijnen, door de verschijning van de zon der gerechtigheid in haar heerlijkheid. De waarheid zal alsdan zuiver op de kandelaar worden geplaatst, en de liefde en rechlvaardigheid Gods zullen luisterrijk len toon worden gespreid, terwijl de Satan, die altijd Iracht God als een wreedaardig monster voor te stellen, gedurende dat heerlijke duizendjarig tijdperk gebonden zal zijn.
Laat ons steeds ernstiger bidden, om de komst van dot heerlijk Koninkrijk!
DE HEILAND BEDREIGT MET TIJDELIJKE OORDEELEN.
Hij weet welke zware oordeelen Gods den mensch terwille der zonde kunnen treffen; en hoewel Hij zeer wel weet, dat de strafgerichten in den dag des oordeels, een lijdperk van duizend jaar, aanmerkelijk zwaarder kunnen zijn, dan die des tegenwoordigen lijds, zoo acht Hij echter deze van genoeg aanbeveling, om ze als drangrede ter bekeering te gebruiken.
In elk geval zijn de menschen mei den aard dezer uit kracht van onderwijs en ondervinding bekend, terwijl strafgerichten in de toekomende eeuw, na dood en opstanding, meestal in dikke nevelen gehuld zijn. waarvan liet God niet: behaagd heeft den sluier ten volle op le lichten. En gelijk het was bij de inwoneren van Kapernaum, zoo is het ook nog dikwijls in onzen tijd, dat tijdelijke straffen op de zonde meer geducht worden, dan die in de nog onbekende toekomst liggen.
,,Gij, Kapernaum! die tot den hemel toe zijl verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestoolen worden.quot; De verhooging door hen genoten had betrekking op de tegenwoordigheid des Zoons Gods, en do heerlijke redevoeringen doGr Hein gesproken. en de krachtdadige lichaamsceneizingen door Hem verricht. Jezus zelf is als 't ware het middelpunt, des hemels. wij! alle zaligheid, hier en hierna gesmaakt, is het gevolg van Zijn middelaarswerk. Ook in Tiet boek der Openbaring wordt aan Jezus gelijkelijk met den Vader alle eer,.
17
lof en heerlijkheid toegebracht, van daar was het geen wonder dal Jezus Kapernaum beschouwt, als tot den hemel toe verhoogd te zijn; en althans was in Jezus de deur des hemels voor allen geopend, zoodat Hij zich noemt: ,,de Weg, de Waarheid en liet Leven.quot;
,,Tot de liet toe nedergeslooten worden.quot; Zij zouden niet in een hellevuur nedergeslooten worden, waarin ze eeuwig-lijk hopeloos zouden moeten versmachten, want zoo iets bestaat er niet letterlijk in Gods heelal, maar een zwaar, tijdelijk oordeel zou ze treffen, namelijk een plotselinge en onverwachte overrompeling hunner vijanden, die hen niet zouden sparen of genade bewijzen, maar hen zouden verwoesten en verderven, welk oordeel Gods over hen voor den tijd onverdraagbaar zwaar zou zijn.
De Heere ziet die ondankbare stad in een gezicht als door heirlegers omringd, ziet de imvoneren, mannen, vrouwen en kinderen, door liet zwaard des vijands geslacht, en ziet hun bloed met het water der zee gemengd, en ziet de sclioo-ne gebouwen der stad in puinhopen verkeerd. De Heiland weet dat dit alles hen zal treffen, zoo zeker als Hij deze woorden heden tot hen spreekt.
Hij doet dit alles, niet omdat Hij behagen schept in hun aardschen ondergang, maar omdat Hij ze hartelijk bemint, en diep en innig medelijden met hen heeft. Een paar jaren heeft Hij reeds tijd en krachten aan hun welzijn gewijd, en langs verschillende middelen hun bekeering en zaligheid gezocht, en nu bij gelegenheid van Zijn afscheid, juist vóór Zijn vertrek naar Judea, geeft Hij nog eens lucht aan Zijn bedroefd en teleurgesteld hart, in de hoop dal deze Zijn laatste woorden tol hen gesproken, nog ingang mochten vinden in hun aller harten, opdat ze zich als een eenig man tol Hem mochten wenden, terwijl Hij nog bij hen tegenwoordig is, opdat zij als belaste en vermoeide zondaren bij Hem en in Hem rust mochten vinden.
De uitkomst dezer rede wordt ons niet vermeld, doch Ik zou liefst willen aannemen, dat dit laatste ernstige vermaningswoord des Heeren in goede aarde zal gevallen zijn, en dal althans sommigen der menigte ter elfder ure tot den Heiland zullen gevlucht zijn, en toevlucht hebben genomen onder de schaduw Zijner vleugelen ,en rust gevonden hebben voor hun zielen. Deze hun bekeering was eigenlijk niet zulk een groot werk, want zij hadden Hem maar slechts als den beloofden Messias te erkennen, en Hem verder in alles te gehoorzamen, en Zijn leiding in alles te volgen. Hierdoor, weliswaar, mochten ze veel haat en vijandschap op zich laden, doch de Heere zou hen dit overvloediglijk vergoeden, gelijk Hij in de bergrede beloofd heeft: ,.Zalig zijl gij, als de
3
18
rnensciien u smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Verblijdt en verheugL u; want uw loon is groot in de hemelen; wanL alzoo hebben zij vervolgd de profeten, die vóór u geweest zijn.quot; Matlh. 5 : 11, 12.
Die nog Jezus niet als Zaligmaker aangenomen heeft, en zich tot heden tegen Zijn liefelijke uitnoodiging heeft verhard, laat die dit toch zonder uilstel doen, want wij kunnen er zeker van zijn, overeenkomstig de profetieën, dat er zeer zware lijden voor de ongeloovige en goddelooze wereld op handen zijn. Er zal verdrukking en oordeel Gods over deze wereld komen, zooals er nimmer vóór dezen geweest is, en daarom is het zeer raadzaam voor elk, om in geloof lot den Heere Jezus te komen als schuldig zondaar, om als belaste en vermoeide bij Hem rust le vinden.
,,Want het is de lijd, dat hel, oordeel beginne van hel huis Gods; en indien liet eerst van ons begint, welk zal hel einde zijn dergenen, die hel Evangelie van Gud ongehoorzaam zijn? Eu indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddelooze en zondaar verschijnen.quot; 1 Pet. 4 : 27, 18.
DE OORDEELSDAG ALS BEWEEGGROND TOT BEKEERING.
âGod dan, de tijden der onwelendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen menschen alom, dat zij zich be-keeren; daarom dal ilij eenen dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardig oordeelen zal, door eenen man, dien Hij daartoe verordend heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de dooden opgewekt heeft.quot; Hand. 17 : 30, 31. In deze woorden vinden we de duidelijke bevestiging der uitspraak, dat de dag des oordeels een beweeggrond uitmaakt tot bekeering tot God. De Bijbel en de ondervinding aller eeuwen leveren ons genoegzaam bewijs, dat God in deze Bedeel ing de zonden der menschen zoodanig met Zijn tuchtroede bezoekt, dat een voldoende beweeggrond tot bekeering tot God wordt daargesteld, uil kracht waarvan dikwijls bekeeringen hebben plaats gehad; denk in dezen slechts aan de geschiedenis van den goddeloo-zen Koning Manasse, die tot bekeering en hervorming des levens kwam, nadat hij in ketenen geboeid naar Babel werd gevoerd. Nog menigeen in onzen tijd is door de strafgerich-ten Gods tol. ware bekeering bewogen, door in dat alles eigen zonde en ongerechtigheid te erkennen, en God om ver-
19
geving te hidden en die van Hein te ontvangen, om voortaan in den weg der gerechtigheid te wandelen. Sommigen blijken vooral zware wegen noodig te hebben om ze van de godtergende zonden los te rukken.
Jezus dus sprak over het rijkelijk gezegende doch hoogst ondankbare Kapernaum een tweevoudig oordeel Gods uil, het eene bestemd voor dezen, liet andere voor volgenden tijd, als een drangrede en beweeggrond ter harer bekeering, wat liet einddoel Zijner langdurige werkzaamheid in haar midden geweest was.
Miste misschien het eerste oordeel zijn doel, dan nog mocht het tweede gewenschte vruchten dragen. Wij hebben ons voor te stellen, dat het meesl verantwoordelijk deel fles volks uil Joden bestond â te Kapernaum zijnde ten minste één Synagoge â, en dat hel tweede aangekondigde oordeel Gods ze bijzonder vreemd in de ooren zal geklonken hebben, niet aileen omdat Israël blijkbaar maar een flauw begrip van een oordeel Gods na dit leven gehad heeft, naar de Schriften des Ouden Testaments geoordeeld, maar vooral ook dat zij zich niet konden begrijpen, dat Jezus, in nederige omstandigheden te Kapernaum geleefd, in Gods oog zulk een voortreffelijk persoon kon zijn, Wien te geringschatten en te verwerpen, met hun toekomstig oordeel in een andere wereld in verband zou kunnen worden gebracht.
De schriftgeleerden, farizeën en priesteren zullen hun invloed bij het volk hebben gebruikt, om het tegenover de bedreiging van Jezus gerust te stellen, dat het die uitspraak niet te erg moest opvatten, en dat er voor hen niet het minste gevaar bestond, wanneer ze hun geestelijke en burgerlijke leiders maar getrouw gehoorzaamheid bewezen.
Niettegenstaande dit alles bleef het de waarheid, dat des Heeren uitspraak geen ijdel geklap van woorden behelsde, maar dat er naar Zijn woord een dag des oordeels zou aanbreken voor de inwoneren van Kapernaum, zoowel als voor het overige deel des menschdoms, waarop er een rechtvaardig oordeel zou geveld worden, zonder eenige verschooning of aanneming des persoons, zooals dat in aardsche rechtbanken dikwijls plaats vindt.
Niemand echter denke dat Jezus en Paulus, van een loe-kornstigen dag des oordeels sprekende, een gewonen dag van 24 uren zullen bedoeld hebben; deze gedachte is geheel onredelijk, want het tijdelijk oordeel Gods over Kapernaum zal misschien wel eenige jaren geduurd hebben, en dan zou deze eindbeslissing des ganschen menschdoms in een tijdsverloop van 24 uren, gedurende hetwelk de aarde rond haar as draait, afgedaan zijn.
20
De apostel Petrus geeft ons daarvan een duidelijke beschrijving, wanneer hij van het toekomend oordeel des menschen gewaagt: âDoch deze eene zaak zij u niet. onbekend, geliefden! dat één dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag.quot; 2 Pet. 3 : 8.
Zulk zeven dagen of zevenduizcndjarige tijdperken heeft dus blijkbaar deze aarde te doorloopen, vóór hel heelal van zonde en duivelen zal gezuiverd zijn, en het duizendjarig Koninkrijk van Christus, dal alle andere Koninkrijken vermalen en te niet doen zal. aan God den Vader zal overgegeven worden, naar I Cor. 15, welk tijdstip de datum van een geheiligd en zondeloos heelal zal zijn.
In het zeer korte verhaal in Matth. 11 wordt er niet door Jezus gezegd, dal Kapernaum door Hemzeiven zal worden geoordeeld. Wiens liefde-arbeid zij had versmaad, doch Paulus vult als 't ware dat gebrek aan door Ie zeggen; âDaarom dal Hij een dag gesU'ld heefl, op denwetke Hij den aardbodem rechlvaardiglijk zal oordeelen, door eenen man. dien Hij daartoe gesteld heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hom uit de dooden opgewekt heeft.quot;
..Door eenen manquot; hebben we hier niet Paulus of eenig ander mensch, maar Jezus Christus, Gods Zoon, te verstaan, dezelfde die Kapernaum het oordeel aankondigt.
Met betrekking tot den dag des oordeels zegt ook Jezus: âWant ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven; opdat zij allen den Zoon eeren, gelijk zij den Vader eeren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, die Hem gezonden heeft.quot; Joh. 5 : 22, 23.
Hier vinden we dus de sluitrede, dat de Heere Jezus Christus, de Zaligmaker der wereld, gedurende Zijn duizendjarig Koninkrijk, âden aardbodem rechlvaardiglijk zal oordeelen.quot; Gelukkig dat dit levens een rechtvaardig oordeel zal zijn, en geenszins zulk een oordeel als het Christendom algemeen schijnt te veronderstellen. Weliswaar noemt men dit een rechtvaardig oordeel, doch men schrijft er zulke vreemde dingen aan toe, waardoor het feitelijk onrechtvaardig wordt. Algemeen schijnt men aan te nemen, dal zelfs de gansche Heidenwereld, die nimmer van Christus als Zaligmaker der wereld gehoord heeft, in den dag des oordeeïs naar de plaats van eeuwige pijniging zal verwezen worden, waarin zij trouwens naar de ziel reeds korteren of langeren lijd zijn geweest.
Onlangs hoorde ik in een opleidingsschool voor zendelingen een student ernstiglijk bidden, dat de Heidenen toch spoedig hel Evangelie mochten ontvangen, opdat ze toch verlost mochten worden van dat eeuwige vuur, waaraan ze
21
zonder hel Evangelie blootstonden; dit schijnt dus de leer van dat zendingsgenootschap te zijn, en hiermede stemmen zeer licht Christelijke kerken en zendingsgenootschappen overeen.
Op Christelijk gebied schijnt men aan de zijde üods alles als rechtvaardig te kunnen aannemen, hoezeer zulks ook strijdt met alle naluurlijk besef van rechtvaardigheid. Het is nu eenmaal genoeg dat zekere zaken als waarheid in Kerkelijke belijdenissen aangenomen zijn, waarbij elk lidmaat en leeraar der Kerk verplicht is zich te houden.
Op natuurlijk gebied veroordeelt men geen blinde, omdat hij niet zien kan, en geen doove, omdat hij niet hooren kan, maar wanneer Uod of Christus dat zou doen in den dag des oordeels, dan zou men dat zelfs rechtvaardig durven noemen.
De Heidenen hebben niet van Jezus Christus gehoord, en konden dus niet in Hem gelooven, en konden daarom volgens de Schrift zich ook niet bekeeren en zalig worden, en toch vindL men er geen bezwaar in betrekkelijk Gods rechtvaardigheid, wanneer Hij deze ongelukkige menschheid, niet alleen voor het misbruik van naluurlichl behoorlijk zou tuchtigen, maar hetzelve zelfs naar een eeuwig brandend hellevuur zou verwijzen. God zij dank, dat er niet zulk een vreemd soort rechtvaardigheid in den dag des oordeels zal gehandhaafd worden.
Men is gewoon maar allerlei soort schijnbare onrechtvaardigheden op de lijst van verborgenheden te schuiven, doch laat men verslaan dat z u 1 k s o o r I ve r b o r g e n-heden door den Duivel uitgevonden zijn, en niet door God als geloofszaken van ons worden gevergd.
Ook geloof ik niet dat de door Jezus veroordeelde inwoners dier steden, naar hunne zielen, aireede in een plaats van pijnigende verdoemenis zijn, zooais velen volgens hun aangenomen leerstellingen zouden moeten gelooven, maar dat ze allen reeds vele eeuwen, niet enkel schijnbaar, maar werkelijk dood zijn, van alle gevoel en bewustzijn ontdaan. Was het anders, dan waren ze. reeds lang op zeer gevoelige wijze geoordeeld, en dan zou de te verwachten dag des oordeels in hun geval geen beteekenis hebben.
Vele dwalingen omtrent bijbelsche waarheden zijn er onder hel Christendom gangbaar, doch bijkans geene zijn meer in het oogloopend dan (lie omtrent het toekomend oordeel. Men vindt er groot bezwaar in den mensch geheel te laten sterven, gelijk de Bijbel leert, dal hem geschieden zal, misschien uit heimelijke vrees, dat bij alsdan nimmermeer uit den dood zal opstaan, doch God die den mensch oorspronkelijk geformeerd heeft uit het stof der aarde, en den adem
22
des levens in zijn neusgaten geblazen heeft, zal zulks in geval van alle menschen andermaal kunnen doen, en Hij zal dit ook doen.
Zoowel als God den eersten niensch heilig kon daarstel-len, zoo zal Hij ook het verinogen bezitten een ieder mensoh in den dag der opstandig, bij het aanbreken van het toekomstig Koninkrijk, juist in den zedelijken toestand te herstellen, waarin liij stierf en tot het stof der aarde wederkeerde, waaruit hij genomen was. Dit is waarlijk een groot wonderwerk, doch bij God is niets onmogelijk.
Waarin het oordeel des Heeren na de opstanding eigenlijk zal bestaan, dat kan door gebrek aan Openbaring dienaangaande niet met juistheid worden bepaald, hoewel men zeker kan zijn dat iiet grootelijks van het aangenomen gevoelen der Christenheid zal verschillen. Wij hebben hierbij op te merken, dat liet een tijd van algemeene evangelieprediking zal zijn. zoodat zekerlijk alle Heidenen, die op aarde het Evangelie niet hoorden, er alsdan mede bekend gemaakt zullen worden, opdat ook zij in do zaligheid kunnen deelen, en zeer licht zal liet tevens waar zijn, wat Otto Puncke, een voornaam Gereformeerd prediker, zegt, dat velen in de volgende eeuw, die gebrekkiglijk met tiet Evangelie waren bekend gemaakt liet alsdan duidelijker zullen hooren, en als gevolg daarvan den Heiland zullen leeren aanbidden. Jezus leert ook dat sommige menschen, die tegen den Heiligen Geest gelasterd hebben, noch in deze, noch in de toekomende eeuw vergeving der zonden zullen ontvangen, waaruit men het besluit zou mogen afleiden, dat er in de toekomende eeuw wel vergeving zal kunnen worden verkregen. De dag des oordeels zal dus niet zoo vreeselijk zijn. als hij door velen onzer dagen voorgesteld wordt.
Ook wordt ervan dienzelfden dag voorspeld, dat de aarde met het woord der waarheid zal worden bedekt, gelijk de wateren don bodem der zee bedekken. Het is derhalve niet tevergeefs, dat de Heiland de gemeente laat bidden: ..Uw Koninkrijk komequot;, omdat het alsdan een bijzonderen heerlijken geestelijken tijd zal zijn, waarin de duivel, do men-schenmoorder van den beginne, zal gebonden zijn, en het zuivere Evangelie zijn vrijen loop zal hebben.
Was het slechts een tijd om bijna het ganscho menschdom in een eeuwige vuurhel te werpen, dan mocht men voor dien tijd schrikken, en hem afbidden, maar alsdan zullen de engelen zich verblijden over de bekeering van vele zondaren, en God en Christus zullen alsdan wonderlijk verheerlijkt worden.
Nu zou de vraag kunnen gedaan worden, of er dan geen gevaar bestaat dien lijd in een onbekeerden toestand en in
SS
vijandschap legen God te gemoel le gaan, waarvoor de Heere Jezus immers de bewoners van Kapernauni zoo ernstig waarschuwde? Daarvoor bestaat wel terdege groot gevaar, zoodat des Heeren aankondiging van den dag des oordeels als een krachtige beweegrede lol bekeering moet worden aangemerkt.
At ware ook de zaligheid dezer menschen gedurende den dag des oordeels mogelijk, zoo hadden ze daarvan niet de minste zekerheid. De ondervinding leerl hoe wisselvallig en onzeker de bekeering van iemand wordt, die haar uitstell tot den ouden dag, en wie zou alsdan kunnen verzekerd zijn, dat er gedurende den duizendjarigen dag lust en genegenheid tot bekeering zou zijn. Hoe gevaarlijk niel dat liet hart des menschen alsdan geheel verhard en ongevoelig zou zijn, en geheel onwillig om den Koning der Koningen te gehoorzamen, zoodal eindelijk de geheele vernietiging zijn deel zou worden, waarna geen opstanding zal volgen, en waar alsdan de eeuwige zaligheid zal worden verbeurd, die het deel der ware kinderen Gods zal zijn. Denk er slechts aan, dat er volgens de Openbaring, op het eind van dien duizendjarigen dag nog groole heirlegers zullen zijn, die legen des Heeren volk zullen krijgvoeren, en hoe kan dus demand, onbekeerd stervende, de verzekering hebben, dal hij niel tol die wederspannigen zal beboeren, wier einde een vreese-lijke en schandelijke vernietiging zal zijn.
Wordt de mensch in deze eeuw dikwijls zwaar om zijn zonde getuchtigd, in den dag des oordeels zal dit, vrijzeker nog veel erger zijn, waarvan de Heere een wenk gal' met te zeggen: ,,Doch Ik zeg u, dat hel den lande van Sodom verdraaglijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u.quot;
Sodom, wier inwoners in wellust verzonken waren, zou niel geheel zonder straf zijn in den dag des oordeels, doch de inwoners van Kapernaum zouden hel zwaarder hebben, omdat zij door Gods eigen Zoon het volle Evangelie in hun midden hadden gehad, en zij zich nog niet hadden bekeerd.
Op dit volk was toepasselijk: âHet volk, dat in duisternis zat., heeft een groot licht gezien; en dengenen, die zaten in het land en de schaduwe des doods, hun is een licht opgegaan. Van toen aan is Jezus beginnen te prediken, en te zeggen: âBekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.quot; Malth. 4 : 16, 17.
Van des Heeren straf over de zondaren gedurende den dag des oordeels leest men in verschillende deelen der Schrift: âEisch van Mij, en Ik zal de Heidenen geven tol Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uwe bezitting. Gij zult hen verpletteren met een ijzeren schepler; gij zult hen i n s t u k-ken slaan als een pottenbakkersvat.quot; Ps. 2 : 8, 9. Hier
è4
wordt gemeld van slaan â niet branden in de hel â, waarmede het Evangelie overeenstemt: âEn die dienstknecht, welke geweten heeft den wil des Heeren, en zich niet bereid, noch naar Zijn wil gedaan heeft, die zalmetveleslagen geslagen worde n.quot;
âMaar die denzelven niet geweten heeft, en gedaan heeft dingen, d i e s 1 a g e n w a a r dig z ij n, die zal met w e i-nige slagen geslagen worden.quot;
WIE DURFT NU VAN DEZE SLAGEN EEN SOORT VUURHEL MAKEN?
Het betrekkelijk onkundige Sodom derhalve zal maar weinige, doch het zeer verlichte Kapernaum zal vele slagen ontvangen tijdens den dag des oordeels. Deze âvele slagenquot; zullen zeer licht bovendien nog wel zeer gevoelige slagen kunnen zijn, en daarom zal hel maar zeer gevaarlijk kunnen zijn er gemakkelijk over te denken, en maar in zijn onbe-keerden toestand en opstand tegen God te volharden, en bovendien nog de zalige gemeenschap mei God te ontberen, die alleen langs den weg van bekeering wordt verkregen, âüe Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uil uw broederen, gelijk mij: dien zult gij hooren, in alles, wat Hij tot u spreken zal; en het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke. En ook al de profeten, van Samuël aan, en die daarna gevolgd zijn, die hebben ook deze dagen tevoren verkondigd.quot; Hand. 3 : 22â24.
* DE ONRUST VAN KAPERNAUM.
EV
Des Heilands rede was ontwijfelbaar bestemd, om onrust bij zijn hoorderen te .verwekken, enkel opdat ze zich lol Hem mochten wenden, lot verkrijging der ware harterust. Hij schepte geen behagen in hun onrust en kwelling, en wenschte dal ze hun aardsch leven in gerustheid en vrede konden doorbrengen, doch Hij wist dal ze zonder voorgaande bekommering en ongerustheid de ware rust nimmer konden deelachtig worden.
Vele der inwoneren van Kapernaum zullen des Heeren afscheidsrede persoonlijk hebben aangehoord, en haar inhoud was zoo merkwaardig, dat zij er niet van hebben
kunnen zwijgen, maar zullen die inhoud naar vermogen; aan hun iamiWebe[rekkingen. vrienden en medeburgers-hebben bekend gemaakt.
Zij verstonden de taal, waarin de Heiland sprak, en zullen dus hun nederstooling ter hel hades, graf ol' dooden-staat) wel hebben verstaan, als aanduidende een groote tijdelijke verwoesting of ondergang, die hen wegens ongeloof en minachting van den Spreker zou treffen.
Zij zullen later nagedacht hebben over den wonderbaren persoon des Sprekers, over Zijn ongewoon menschlievend gedrag in hun midden, over de krachtige daden ter genezing aan zoovele inwoneren verricht, over de vele smarten des harten gelenigd, over de vele harten door Hem met vreugde vervuld. Velen misschien zullen op dat alles geen acht geslagen hebben, en zich geen van al die dingen hebben aangetrokken. doch ook vele anderen zullen onder dat alles-niet rustig hebben kunnen voortgaan, maar dikwijls heimelijk de gedachte gekoesterd, dat zij hier in Jezus wel met een dóór God gezonden profeet konden te doen hebben, gelijk het volk Israël reeds zware rampen getroffen hadden, die immer juiste vervullingen waren geweest van voorzeggingen in Gods naam door de profeten gedaan.
Deze voorzegde verwoesting immers zou wel eens kunnen gebeuren gedurende hun eigen leven, waardoor zij zeiven wellicht een vreeselijken dood hadden te ondergaan, dat ook menigeen der toen levenden zal tebeurtgevallen zijn. Zij wisten toch dat het Israels God aan geen middelen ontbreekt om een land en volk te vernietigen, waarbij zij slechts aan het lot van Sodom hadden te denken, dat volgens den Bijbel door vuur en zwavel van den hemel verwoest werd, en al de inwoneren gedood.
Hoe vreeselijk echter ook het oordeel Gods mocht worden vóór zij den levensadem zouden uitblazen, zoo zouden ze daaruit nog troost- kunnen scheppen, indien ze slechts de verzekering hadden, dat daarmede al het oordeel Gods over hen was uitgeput: maar helaas! nadat ze misschien duizenden jaren tot het stof der aarde waren wedergekeerd, dan zouden ze. naar des Heeren woord, andermaal, door de opstanding uit de dooden. in het leven geroepen worden, en in den grooten dag des oordeels voor hun zonden worden gestraft. Schoon den rechten aard dier straf door hen niet kon worden verstaan, zoo hadden ze toch geen grond er to gemakkelijk over te denken, aangezien het hun duidelijk werd aangezegd, dat het den lande van Sodom in dien dag verdraaglijker zou zijn. dan hen. Uit- de geschiedenis was-hun de groote zonde van Sodom bekend, alsmede de tijdelijke toorn Gods daarover betoond, zoodat ze gegronde rede-
26
nen konden hebben, voor dat toekomend oordeel zeer beducht te zijn. De Joden, tijdens Jezus omwandeling op aarde, geloofden meest d in de opstanding der dooden en in een toekomstig oordeel, zoo mochten de woorden des Hee-ren op velen hunner diepen indruk hebben nagelaten.
Terwijl Jezus nog in hun midden is, wendt Hij een laatste ernstige poging aan. om de ondankbare bevolking van Kapernaum met schrik te vervullen, opdat ze uit Zijn tegenwoordigheid voordeel mochten trekken, daar Ilij nu gereed stond de plaats te verlaten, en de reis naar Jeruzalem te aanvaarden, teneinde zich aldaar als het lam Gods voor de zonde der wereld te laten slachten, met het doel nimmer in persoon naar Kapernaum terug te keeren.
Voor hen dus was het heden den welaangenamen tijd, den dag der zaligheid, liet was op hen toepasselijk: ..Heden zoo gij Zijji stemme hoort, verhardt u niet. maar laat u leiden.quot; De Heiland staat thans in hun midden met uitgebreii-de armen, om elk hunner te ontvangen, die zich door schuld en vrees vermoeid en belast gevoelt, 'opdat Hij ze volkomene rust der harten mocht schenken.
Zoo zeker als hen tegenwoordige en toekomende oordee-len zouden treffen, ingeval zij van hun zonden niet tot bekeering kwamen, zoo zeker zouden ze tijdelijke en eeuwige zaligheid deelachtig worden, ingeval zij Zijn roepstem ter harte namen, en zich in waar geloof en belijdenis van zonde en schuld tot Hem wendden. Zij moesten eerst erkennen dat de oordeelen over hen door den Heere aangekondigd allezins billijk en rechtvaardig waren, en dat de voorspelling der nederstorting ter hel. de totale verwoesting van stad en inwoneren. alsmede de zwaardere straf dan die van het goddelooze Sodom in den dag des oordeels, geen grooter kwaad inhield dan wat ze door hun ongeloof, ondankbaarheid en onbekeerlijkheid hadden verdiend. Dit is immer de voorwaarde door God gesteld, waarop de zondaar bij Jezus rust kan vinden.
Zij hadden dus niet noodig voor den Heere te erkennen, dat zij waardig waren voor eeuwig naar een brandend hellevuur te gaan. dewijl de barmhartige en rechtvaardige God nimmer zulks voor Zijn schepselen heeft verordend.
Deze rust is nog voor allen bereikbaar.
Gode zij gedankt, dat de lieden van Kapernaum niel alleen Jezus als den rustgever in hun midden hadden, maar dat Hij dat nog heden kan en wil voor ons zijn. ..Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde, en in der eeuwigheid.quot;
Zou er op dit gebied al verandering gekomen zijn. dan zou 'zulks in onze gunst zijn. want toen beloofde Jezus aan
de menschen rust, welke Hij later nog door Zijn lijden en sterven moest verwerven, terwijl nu reeds lang die verwerving heeft, plaats gehad, toen Hij aan 'I kruis uitriep: âHet is volbracht.quot;
De liefde Gods is wel de grondoorzaak van des zondaars harterust, doch het middelaarswerk des Zoons is het middel daartoe, en het kanaal door welk al de rustaanbrengende zegeningen ons toevloeien. Het is gelijk Petrus zegt: ..De zaligheid is in geen anderen; want er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder de menschen gegeven is. door welken wij moeten zalig worden.quot; Hand. 4 : 12.
Christus is wel niet lichamelijk bij ons tegenwoordig, gelijk hij was bij de inwoneren van Kapernaum. maar opgevaren ten hemel en zittende aldaar aan de rechterhand Gods, doch ook deze persoonlijke verplaatsing levert voor ons geen bezwaar op. Zijn lichamelijke afwezigheid is geen verhindering voor Zijn geestelijke tegenwoordigheid, gelijk Hij tot Zijn discipelen zeide: ..Ik ben met u, tot aan het eind der wereld.quot;
âKOMT TOT MIJquot;.
Deze woorden mogen des Heeren tiklgenooten wel vreemd in de ooren geklonken hebben, en zullen Hem hebben aangemerkt als zeer aanmatigend, zich iels loeëigenende waarop Hij geen aanspraak had, daar immers de farizeën en schriftgeleerden zeer ontevreden waren, toen Hij de geraakte man. die van vier gedragen werd, toesprak met de woorden: ,.Zoon! uwe zonden zijn u vergeven!quot; En sommigen van de schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: ..Wat spreekt deze aldus godslasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?quot;
Zij konden hel maar bezwaarlijk verstaan, dat Jezus in zulke nederige omstandigheden geboren, zulk een uiterst eenvoudig leven leidende, en zich met armen en zondaren bemoeiende, waarlijk de beloofde Messias kon zijn. die als middelaar tusschen God en menschen werkelijk God vertegenwoordigde, die Gods eeniggeboren Zoon was, en met God in zulke nauwe levensbetrekking stond, zoodat Hij met waarheid kon zeggen: âVoorwaar, voorwaar zeg Ik u: de Zoon kan niets van zichzelven doen. tenzij Hij den Vader dat ziet doen: want zoo wat Die doet, hetzelve doet ook de Zoon desgelijks. Want de Vader heeft den Zoon lief. en toont Hem alles, wat Hij doet: en Hij zal Hem grooter werken too-nen dan deze, opdat gij u verwondert.quot; Joh. 5 : 19, 20.
28
De Zoon dus lieefl genoegzaam aangetoond, dat Hij op aarde met goddeliik gezag was bekleed, en dat liet gansch geen: grootspraak of zelfverheffing was, wanneer Hij de lieden van Kapernaum toeriep: âKomt tot Mij.quot; Kon Hij reeds op aarde in den staat Zijner vernedering aldus spreken, niet minder is dat hel geval, nadat Hij den losprijs voor de wereld-betaald heeft, door Zijn lijden en sterven, en aan de rechterhand Gods verhoogd is, om aldaar onze Voorbidder en Pleitbezorger te zijn. Wij kunnen niet meer lichamelijk tot Hem komen, gelijk de lieden te Kapernaum, doch wij kunnen in Hem gelooven en op Hem betrouwen, wal feitelijk hetzelfde beleekent.
Zoo verwisselt Jezus zelf die twee uitspraken met elkander: ..Ine tot Mij komt zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft zal nimmermeer dorsten.quot;
âDIE TOT MIJ KOMT, ZAL IK GEENSZINS UITWERPENquot;.
Dit zijn de eigen woorden des Heeren, en geven dus moed aan eenig mensch, die behoefte aan Jezus mag gevoelen. De woorden des Heeren zijn te welmeenend, dan dat Hij eenig menschenkind van Zich zou slooten. die in vertrouwen op Zijn woord lot Hem kwam of in Hem geloofde en op Hem vertrouwde. Hij zegt: ,,Ik ben de weg, de waarheid. en het levenquot;, en dat is en blijft Hij voor een ieder, die van Hem wenscht gebruik te maken. Jezus weet hoe noo-dig het is, verschillende uitdrukkingen te bezigen, waarin Zijn bereidwilligheid om zondaars te helpen, aangetoond wordt, omdat ze van nature niet alleen afkeerig van Hem zijn, maar levens met mistrouwen omtrent Hem zijn aangedaan. Dan eens denken zij dat ze te slecht en te zondig zijn. om door Hem aangenomen te worden, dan wederom komt hel hun voor, dal ze hun eigen zondigheid en verdorvenheid niet genoeg gevoelen en beseffen, en dat ze in die zaken eerst nog dieper moeien ingeleid worden, eer ze iets van den Heiland mogen verwachten.
De Heere Jezus dus wil ons nimmer den indruk geven, dal het Hem behaagt om eenige reden van Hem terug te blijven. maar dal we terstond, zonder eenig uitslei. ons tot Hem om hulp en raad zullen begeven.
Sedert de Heere deze opmerkelijke woorden: ..Komt lot Mijquot;, lot de bewoners van Kapernaum richtte ,is er nog
29
inimmer eenig zondaar geweest, die lot Jezus kwam in het geloof, en van Hem afgewezen is, met de betuiging dat er voor Hem geen hulp bestond, maar Hij heeft allen, en die 'zijn velen, immer met liefde en blijdschap ontvangen.
âKOMT TOT MIJ, ALLENquot;.
Dit algemeen woord: âallenquot;, is in de Schrift van groote beteckenis. âAllen hebben gezondigd, en derven de heerlijkheid Godsquot;, en dus zijn het ook die allen, welke aan Jezus als den Zaligmaker van zondaren behoefte hebben. Jezus kent de behoefte van allen aan Zijn verlossing, door Zijn dood aangebracht, en uit kracht daarvan noodigt Hij ook allen uit tot Hem te komen en gebruik van Hem te maken. God heeft allen tot de zaligheid verkoren, en niet hier en daar een enkelen, zooals velen ons zouden willen wijsmaken, en daarom tracht Hij ook allen zalig Ie maken, gelijk ook Petrus zegt: âGod wil dat alle menschen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.quot;
Sommige geestelijke leiders des volks te Kapernaum hadden Jezus zeer verongelijkt, door Hem le beschuldigen door behulp van Beëlzebul de kranken le genezen, doch ook dezen zelfs wilde Hij niet uitsluiten, maar in genade ontvangen, wanneer ook nog zij met schuldbezef tot Hem de toevlucht namen.
âDIE VERMOEID EN BELAST ZIJTquot;.
Deze woorden voegde Jezus loe aan de woorden: . Komt tot Mij. allen!quot; Deze toevoeging is van groote beteekenis. Vermoeidheid en belastheid op 't natuurlijk gebied zijn dikwijls het gevolg van zwaren arbeid, of van verschillende drukkende en bezwarende omstandigheden.
Aan Kapernaum had Jezus juist een tweevoudig oordeel Gods voorspeld, dat allhans sommigen met schrik en ontzetting had vervuld, en in hart en geweten onrust had verwekt, en voor zulke soort menschen was hel waarlijk een woord op zijn tijd gesproken, dat volgens Salomo als gouden appelen in zilver gebeelde schalen is. Eenigen kwamen wellicht nu voor het eerst tot de overtuiging, dat ze zich groote-lijks legen den Heiland bezondigd hadden, door op zijn leerredenen en wonderwerken der liefde geen acht te slaan, en â dat hun geweten hen nu inderdaad begon te beschuldigen.
30
en liet hun voorkwam alsof de engel des verdcrfs aireede zijn verwoestend zwaard over Kapernaum had uitgestrekt, en dat daarmede hun straf nog niet uitgediend had, maar dat ze zicli in hun verbeelding reeds uit de dooden opgewekt zagen, en dat ze met verbleekte en verschrikte aangezichten den Heiland aanstaarden, Die nu terstond gedurende den langen oordeelsdag hen onder de tuchtroede zou brengen, en hen zoo gevoelig door zware en vele slagen zou straffen, waarbij de straf der Sodomieten verdraaglijk zou zijn.
Het zal den Heiland geenszins bevreemd hebben, dat er onder dit volk eenigen waren, die waarlijk vermoeid en betast waren, want daartoe juist had Hij zijn rede ingericht. De Heere Jezus is immers de groote goddelijke lastdrager, en als zoodanig is Hij het gepaste voorwerp voor degenen, die waarlijk vermoeid en belast zijn. Jesaja zegt van Hem: ,,Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Maar Hij is om onze overtredingen verwond; om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijne striemen is onze genezing geworden.quot; Jes. 53 : 4, 5. Dus door met hun lasten en bezwaren naar Jezus te gaan in quot;t geloof, kunnen alle zondaren van hun zondelast ontslagen worden, omdat Jezus als borg dat alles voor hen gedragen heeft, als ook Petrus zegt van Jezus; ,,Die ook zelf onze zonden, in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout.quot;
Jezus is de zondelastdrager niet enkel voor de groote zondaren te Kapernaum, maar voor alle zondaren vóór en na dien tijd, ,,want Hij is een verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor onze zonden, maar ook voor de zonden der geheele wereld.quot;
Die zich nu door zijn zonde vermoeid en belast gevoeld, laat die nu niet langer van Jezus terugblijven, maar zich op quot;t oogenblik tot Hem wenden, opdat Hij dien last van hem afneme, en hem op vrije voeten stelle, want houdt dit wel in gedachtenis dat niemand dan Jezus immer die zondelast kan wegnemen, wat geen mensch op aarde, noch engel in den hemel kan doen. Hun getal is reeds zeer groot, dat gedurende vele eeuwen de last der zonde en schuld gevoeld heeft, naar Jezus de toevlucht heeft genomen, en waarlijk ondervonden heeft dat hun die zware en vermoeiende last van het- hart en geweten werd genomen, en zich daarna zoo verlicht en opgeruimd gevoelden, alsof hen nimmer eenige last gedrukt had. Dit is een wonder in onze oogen, wij ondervinden het. maar doorgronden het niet. Het is een goddelijk geheim, de volkomene verlossing door Jezus Christus,.
31
die door alle tijden heen vermoeide en belaste zondaren toL zich uitnoodigl, en ze van die last ontheft.
Gij. die eenige vermoeidheid en helastheid wegens de zonde ontwaart â en wie is er geheel vrij van â, neem dan toch geen andere middelen te baat om er van ontslagen te worden, want dat zal u toch nimmer gelukken; velen trachten alsdan zelfverbetering, zich van deze en gene grove zonden te onthouden, doch de last der zonde is te zeer met u vereenzelvigt, en gij kunt haar niet afschudden, maar laat. Jezus dit voor u doen.
âIK ZAL U RÃST GEVEiS!quot;.
De vermoeide en belaste haakt naar rust en zal trachten, haar deelachtig te worden. Iemand die een zwaren last op den rug draagt, gevoelt behoefte van dien last ontslagen te worden, en kan daar onder geen rust vinden, doch hoe langer hij dien last blijft torschen, hoemeer die onrust zal toenemen: bereikt hij zijn einddoel, en kan hij dien last neerleggen. zoo gevoelt hij zich verlicht, en ontwaart kalmte en rust in zijn gemoed. Is dit zoo op quot;t natuurlijk gebied, waarvan Jezus het beeld ontleent, meer nog is dit het geval op geestelijk gebied, terwijl dit een veel dieperen zin en betee-kenis heeft, en zelfs zaken der eeuwigheid betreft.
De Heere is zeker van Zijn zaak, wijl Hij niet zegt, dat Hij trachten zal aan den vermoeide en belaste rust te geven, maar Hij zegt beslist: ..Ik zal u rust geven.'quot; ..Zoovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Christus Jezus, alle ja en amen.quot; Onzekerheid is op goddelijk gebied ten eenenmale uitgesloten.
Dit is groote troost voor een vermoeid zondaar.
Jezus is de ware Rustgever, en buiten Hem wordt die kostbare schat niet gevonden. Rijkdom en goed dezer wereld, eer en aanzien van menschen. en alles wat ons de wereld kan bezorgen, kan ons geen rust waarborgen. Des menschen hart is voor de gemeenschap met God gemaakt, en kan dus daar buiten geen voldoening en rust vinden.
Er zijn menschen die voorgeven buiten God en Zijn gemeenschap rust te vinden, doch dat is slechts een valsche rust, die meer het gevolg van geestelijke blindheid is, dan van goddelijk licht want indien slechts het licht des Geestes in hun hart scheen, en zij hun toestand tegenover God leerden kennen, dan zou hun zoogenaamde rust spoedig verdwenen zijn, en zou onrust en bekommering ervoor in de plaats treden, Eenige soort rust. buiten gemeenschap met
32
iGod en Christus verkregen is onbestendig, zal de verschil-:lende levensstormen niet kunnen verduren, en zal zich in de ure des doods zeer licht begeven, en zal althans in den morgen der opstanding blijken van geenerlei waarde te zijn.
De bewoners van Kapernaum begingen een grooten misslag door den Messias te verwerpen, de eenige persoon in hemel en op aarde, die de biltere onrust huns harten kon stillen, en een rust daarstellen, die voor tijd en eeuwigheid voldoende zou zijn. Zoozeer heeft de vorst der duisternis de zinnen der mensehen verblind, opdat ze niet zouden geloo-ven en zalig worden.
In het land der üadarenen bad men Jezus, dat Hij uit hun landpalen zou vertrekken, omdat Hij door duivelen hun zwijnen in de zee had doen versmoren, door het gebruik van welke zij zich ziekte zouden kunnen bezorgd hebben, en wellicht hebben de Kapernaumanen wel dergelijke dwaasheid begaan, althans hun volhardende ongehoorzaamheid en on-geloovigheid leverden hel bewijs, dat zij begeerden dat Hij van hen zou wijken, omdat zij aan de kennis Zijner wegen geen lust hadden.
Behoort zulk een toestand des harten alleen lot verledene eeuwen, of wordt die ook nog heden onder de menschen aangetroffen? Hel ware te wenschen dat dien enkel in 't verleden werd gevonden, doch hij is helaas nog vrij algemeen. \ eten maken gebruik van den openbaren godsdienst, waar Jezus min of meer duidelijk als de groote Rustgever wordt gepredikt en aanbevolen, doch hoe weinigen mogen we gelooven. in vergelijking van de groote massa, komen werkelijk met Jezus in zoo innige gemeenschapsbetrekking, dat de ware rust des harten daarmede zou zijn verbonden. De groote meerderheid derzulken geeft doorgaans het bewijs, dat zij niet in Jezus en zijn dienst en gemeenschap rust zoeken, maar integendeel in de wereld en hare begeerlijkheden. die alle voorbijgaand zijn, en die tijdelijk en eeuwige rust, waaraan de mensch behoefte heeft, niel kunnen bezorgen.
Om die rust in Jezus te verkrijgen, moet de zonde, de bron wel aller tijdelijke en eeuwige onrust, beleden en afgelegd worden, zooals ons de Bijbel duidelijk leert: ..Ik zie hunne wegen, en Ik zal hen genezen; en Ik zal hen geleiden, en hun vertroostingen wedergeven, namelijk aan hunne treurigen. Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede den-Renen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn. zegt de Heere, en Ik zal hen genezen. Doch de goddeloozen zijn als een voortgedrevene zee; want die kan niet rusten, en hare wateren werpen slijk en modder op. De goddeloozen, zegt mijn God, hebben geen vrede.quot; Jes. 57 : 18â21.
Hoe dwaas is toch de mensch, dat hij maar de zonde wil vasthouden, die hem onrust in dit en het toekomend leven bezorgd, in stede van zonde en Satan af te zweren, en tot Jezus Christus de toevlucht te nemen, opdat hem de tijdelijke en eeuwige rust zou zijn gewaarborgd. Hier hebben we weder liet bewijs van Paulus woorden: ,,De natuurlijke mensch begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn, hij kan ze niet verstaan, omdat ze geestelijk onderscheiden worden.quot;
Gedurende den langen dag des oordeels, wanneer de duivel, die groote dief der rust. zal gebonden zijn. en het volle Evangelie gepredikt wordt, met onderdrukking van alle dwalingen, dan zal misschien die rust in Jezus gemakkelijker te verkrijgen zijn, vooral voor dezulken, die niet reeds in dit leven door de zonde zijn verhard geworden, doch de eenige veilige weg voor degenen, die thans onder het Evangelie leven, er gebruik van te maken, terwijl ze aan elk zoo welmeenend wordt aangeboden.
Niemand echter vleie zich met een valsche rust, door te denken, wanneer er toch geen eeuwig brandend vuur, onder den naam van hel, voor de ongeloovigen bereid is, dat de straf in den dag des oordeels niet zoo erg zal zijn. Bedenk slechts wat een vreeselijk lijden menschen zelfs in dit leven om der zondenwil hebben door te staan, en stel u eens voor dat zulk soort lijden, of misschien nog veel zwaarder, voor den tijd van duizend jaren zou aanhouden, en daarna een schandelijke en eeuwige vernietiging te ondergaan, kunt ge dan zulk een straf over de zonde zoo gering schatten, en te wagen daarvoor de eeuwige rust in Jezus te verbeuren!
De wereldling dient hierbij niet te vergeten, hoeveel genot hij zelfs in dit leven ontbeert, door niet zijn rust in Jezus te zoeken en te vinden; den aard dier rust kan hiér gesmaakt, doch nimmer ten volle beschreven worden, daar zij het bereik van 't natuurlijk verstand overtreft, als Paulus zegt: ..De vrede Gods, die alle verstand te boven gaat zat uwe harten en zinnen bewaren, in Christus Jezusquot;. Phil. 4 : 7. De eerste rust vooral, die dikwijls een zondaar bij het aannemen van Christus geniet, is zoo verrassend en voortreffelijk, zoodat hij zich tevoren onmogelijk er een juist denkbeeld van kan vormen. Dit is immers de ervaring van vele kinderen Gods, die Christus tegenover hun geestelijke onrust als hun Rustgever aannamen.
Men moet tevens in gedachtenis houden, dat het gemis van Gods gunst en gemeenschap in den dag der opstanding bijzonder zwaar zal gevoeld worden: ..Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van Oosten en Westen, en zullen met Abraham, en tzatik, en Jakob aanzitten in het Koninkrijk
34
der hemelen; en de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal weening zijn en knersing der tanden.quot; Matth. 8 : 11. 12.
,.Buitenste duisternisquot; meent hier niet een vuurhel, want waar letterlijk vuur is, daar is ook licht, maar liet meent zwaren druk, ook op deze aarde, dikwijls duisternis genoemd, en er is ook niet zulk een soort hel noodig. om weening en knersing der tanden te veroorzaken, want die worden reeds in deze wereld genoeg gevonden. Dus wal een volhardend ongeloovige in der eeuwigheid zou moeten ontberen, zou alleen voor hem dubbel waardig zijn, de aangeboden rust in Jezus aan te nemen.
,.Alsdan spreken, die den Heere vreezen. een ieder tot zijn naaste; De Heere merkt er toch op en hoort, en er is een gedenkboek voor Zijn aangeziclil geschreven, voor degenen, die den Heere vreezen, en voor degenen, die aan Zijn Xaam gedenken. En zij zullen, zegt de Heere der heirscharen. Ie dien dage. dien Ik maken zal. Mij een eigendom zijn: en Ik zal hen verschoonen. gelijk als een man zijn zoon verschoont, die hem dient. Dan zult gij wederom zien. hel onderscheid tusschen den rechtvaardige en den goddelooze, lusschen dien. die God dient, en dien, die Hein niet dientquot;. Matth. 3 ; JOâ18.
DE TWEEDE SOORT RUST.
..Neemt Mijn juk op u. en leert van Mij. dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zuil rust vinden voor uwe zielen; want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.quot;
Tol nu is er gehandeld over zaken, die leiden tol de eerste rust, verkregen door de aanvankelijke aanneming van Jezus Christus door het geloof, tot verlossing van zonde en schuld en toekomende straf, die een groote en geestelijke onrust veroorzaakten, doch met dien eersten geloofsslap heeft men nog met den Heiland niet afgedaan. Hel verkrijgen der aanvankelijke rust is als '1 ware de intrede in de school des Heeren, hel nederzillen op de schoolbank des goddelijken Leermeesters, om vervolgens in de heilgeheimen van hel Koninkrijk Gods ingeleid te worden. Het aanvaarden der aanvankelijke rust slaat eigenlijk gelijk met de vergeving der zonde of de rechlvaardigmaking, terwijl de daarop volgende rust op quot;1 gebied der heiligmaking thuis behoort.
,,Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uil het geloof, hebben vrede bij God. door onzen Heere Jezus Christus; door welken wij ook de toebereiding hebben door hel geloof lol deze
35
genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid üods, en niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt, en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hooi); 611 lle hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, die ons is gegeven.quot; Rom. 5 : 1â3. De liefde Gods in het hart uitgestort door den Heiligen Geest, doet de vatbaarheid ontstaan, om bij den voortgang het noodige geestelijke onderwijs te ontvangen. Door het geloovig aannemen van Jezus heeft de wedergeboorte plaats, waarmede de zielerust gepaard gaal, waarop dien nieuwen mensch het voorwerp van goddelijk onderwijs wordt. In den natuurstaat verstond hij niet de dingen die des Geestes Gods zijn. en kon die ook trouwens niet verstaan, omdat ze geestelijk onderscheiden worden, doch de rust van Jezus en de liefde Gods in zijn ziel opgenomen hebbende, zoo wordt hij vatbaar geestelijke dingen te leeren kennen.
âNEEMT MIJN JUK OP Uquot;.
Deze uitspraak moge ons vreemd toeschijnen, toch heeft ze groote beteekenis voor iemand, die reeds deelgenoot van des Heeren rust geworden is. De Heiland bezigt hier liet beeld van een meester, die het juk legt op den schouder van den os, om daarmede het land te bearbeiden. Het beteekent dus dat Jezus aanvankelijk den zondaar rust verleent, niet opdat hij voorlaan zijn dagen in luiheid en ledigheid zou doorbrengen. maar dat hij zich door zijn nieuwen Eigenaar het juk, als een teeken van werkzaamheid, zal laten opleggen, opdat hij dienstbaar mag zijn der wereld, als des Heeren akker en arbeidsveld, mede te bearbeiden, om aldus een rijken oogst te kunnen verwachten. Hij verkrijgt rust, om zich desnoods in des Heeren werk weder te vermoeien, welke vermoeidheid en belastheid echter van gansch anderen aard is, dan die welke hij ondervond vóór dien tijd in den dienst des duivels, wijl de eersle soort hier en hierna heerlijk loon afwerpt, doch de laatste niets dan kwaad len gevolge heeft.
Het juk dal de Duivel oplegt is hard en dikwijls zeer gevoelig. döch de Heere zegt integendeel: ..Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.quot; ,.Want. dit is de liefde Gods, dat wij Zijne geboden bewaren; en Zijne geboden zijn niet zwaar.quot; 1 Joh. 5 : 3.
De inwoneren van Kapernaum hadden zich misschien van
36
den Heiland onttrokken, en zich niet aan Hem en Zijn dienst-overgegeven, uit vrees dat- Hij hen een hard en ondraaglijk juk zou opleggen, en dat Hij een te zware dienstbaarheid van hen zou vergen, doch Hij neemt, hier dat bezwaar geheel weg, en bemoedigt hen zich te bekeeren en Hem aan te nemen; hiermede wordt tevens ons bezwaar weggenomen, zoo er iets van dien aard bij ons mocht bestaan.
De Heere Jezus openbaart zich niet als een dwingeland, en legt Zijn juk tegen wil en dank op, maar verlangt enkel in dezen onzen vrijen wil, en daarom vraagt Hij van ons Zijn juk op te nemen; de landman dwingt den os onder het juk, dat dikwijls onzacht op het stomme dier drukt, doch de Heere behandelt Zijn volk als redelijke en vrijwillige wezens, wier liefdedienst, niet dwangdienst. Hij verlangt, en daarom ook maakt Hij het juk zacht en den last licht, opdat er in geval van w'erkeloosheid en nalatigheid geen verontschuldiging mag zijn.
âLEERT VAN MIJquot;.
Jezus is de goddelijke Leermeester, en Zijn volk Zijn discipelen of leerlingen. Er wordt bij nieuwe bekeerlingen dikwijls groote onkunde in den Bijbel gevonden, dat wel te bejammeren is, wijl het onderwijs door Jezus aangeboden daarmede altijd overeenstemt, doch al heeft een bekeerling ook al veel bijbelkennis, zoo heeft hij nochtans noodig door Hem geleerd te worden, dewijl hier niet enkel uitwendige kennis in aanmerking komt, maar meer bevindelijke kennis, die vooral tot Christelijke deugden betrekking heeft, en tot het afleggen van zonden en slechte gewoonten, die in den natuurstaat zoo weelderig groeiden.
Men denke hierbij echter niet dat Jezus meent, dat voor hen alle menschelijk onderwijs overbodig zou zijn. wat met de geheele Schrift zou strijden, maar dat alle menschelijk onderwijs onvoldoende is voor den bekeerling, en dat hij zelf in hartgemeenschap met den Heiland moet blijven, die hem bereids rust te midden van groote onrust heeft verschaft. Zoo leest men: ..Gij hebt niet van noode. dat iemand u leere; maar gelijk die zelfde zalving u leert van alle dingen, zoo is-zij ook waarachtig, zoo zult gij in Hem blijven.quot; I Joh. 2 : 27.
âDAT IK ZACHTMOEDIG BEN.quot;
Hier zien we op welke soort onderwijs Jezus bijzonder nadruk legt. Het is de soort van onderwijs, die bovenal de vorming van het hart, de rechte stemming des gemoeds beoogd. De verandering en verbetering des harten is het voorname doel der bekeering, en blijft ook daarna nog des Hee-ren behandeling vorderen. De profeet zegt: ..Arglistig is het hart, meer dan eenig ding, ja, doodelijk is het, wie zal het kennen? Ik, de lieere, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat om een iegelijk le geven naar zijne wegen, naar de vrucht zijner handelingen. Jer. 17 : 9,10.
Zachtmoedig beteekent een gemoed dat zacht van aard is, buigzaam, inschikkelijk, zich gaarne regelende naar gege-vene omstandigheden, om zooveel mogelijk met alle men-schen in vrede en eensgezindheid te leven, wanneer de waarheid Gods er niet door wordt te kort gedaan. Xiet oploopen-de toornig te zijn. wanneer men door anderen beleedigd wordt, zooals Salomo zegt: ,,Een zacht antwoord verbreekt het gebeente.quot;
De Heiland wijst hier vooral op zijn eigen voorbeeld, om dat in ons leven zooveel mogelijk na te volgen. Hoewel Hij Gods eigen Zoon was, zoo kon Hij Zichzelven nochtans stellen als een voorbeeld in zachtmoedigheid, daar hij allerlei hoon, smaad, bespotting en mishandeling van de zondaren verdragen heeft, zonder daardoor in toorn ontstoken te worden. maar gaf het alles over aan Hem, Die recht-vaardiglijk oordeelt, terwijl Hij nog aan 't kruishout voor Zijn vijanden bad, en naar dit heilig karakter wordt Hij zeker ook genoemd het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt: âToen werd Hij verdrukt, doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzoo deed Hij zijn mond niet open.'quot; Jes. 53 : 7.
De ware goddelijke zachtmoedigheid is een deugd, die de natuurlijke mensch gansch niet bezit, en des Heeren kinderen zijn in dezen doorgaans zeer onvolmaakt: Mozes wordt genoemd de zachtmoedigste onder Israël, en toch kwam hij eens in deze deugd te kort, toen hij door Israël verbitterd tweemaal op den rotssteen sloeg, tot zijn eigen straf: ..Zij maakten Hem ook zeer toornig aan het twistwater, en het ging Mozes kwalijk om hunnentwil; want zij verbitterden zijn geest, zoodat hij wat onbedachtelijk voortbracht met zijne lippen.quot; Ps. 106 : 32. 33.
38
âEN NEDERIG VAN HARTquot;.
Deze twee deugden: zachtmoedigheid en nederigheid, zijn altoos nauw aan elkander verwant, zoodat het bestaan der ééne zonder de andere ondenkbaar is, schoon ze ook in sommige opzichten van elkander te onderscheiden zijn. De zachtmoedige is ook nederig, en de nederige is ook zachtmoedig, zoodat ze terecht als tweelingdeugden mogen worden beschouwd. De Heiland eigent zich hier slechts twee Christelijke deugden toe. terwijl zelfs aan de geloovigen in de apostolische brieven vele andere worden toegekend, en bevolen vele andere deugden Ie beoefenen, zoodat we uit Zijn woorden mogen besluiten, dat deze twee de hoofddeugden zijn, en alle andere denkbare in beginsel in zich bevatten.
Die dus deze twee deugden in navolging van Christus bezit, zal zekerlijk oen voorbeeldig Christelijk leven leiden, en schijnen als eien licht te midden van een krom en verdraaid geslacht, en als een licht schijnen in deze wereld, wiens goede werken worden gezien, waardoor de Vader in den hemel wordt verheerlijkt.
In nederigheid des harten heeft de heilige Jezus uitgemunt, waarin Hij door velen gevolgd, maar door niemand ten volle geëvenaard wordt. Deze eigenschappen waren aan Zijn heilige natuur eigen, en onafscheidelijk met Zijn persoonlijkheid vereenzelvigd, terwijl ze ons niet aangeboren zijn, maar wel het tegendeel daarvan, zoodat ze bij ons van buiten moeten worden ingebracht, door de werking des Heiligen Geestes. Gedurende het duizendjarig rijk, in den dag des oordeels, zullen de kinderen Gods op aarde zeer licht tot den oorspronkelijken heiligenAdamstoestand kunnen geraken. en aldus geheel van zonde en gebrek verlost worden, doch in deze Bedeeling is zulk een heerlijke toestand nauwelijks denkbaar.
De Heere Jezus kon zich tegenover de inwoners van Ka-pernaum vrij op Zijn nederigheid des harten beroepen, wijl Hij nimmer van het tegendeel blijken had gegeven. Velen hunner waren er getuigen van geweest, dat Hij zich nimmer had ontzien met de arme en verachte klas der menschen omgang te hebben, dat aan de hoogmoedige Farizeën en Schriftgeleerden de vmag ontlokte aan Zijn discipelen, of hun meester met de tollenaren en zondaren at, waartoe zij zich immers niet gaarne zouden vernederen.
Jezus gaf niet enkel een schijn van nederigheid, gelijk dit dikwijls bij zeer hoogmoedige mensehen plaats vindt, maar Hij was nederig van harte, gelijk Hij daarvan zelf getuigenis aflegt. Hij behoefde zich er niet tegen Ie verzetten, om de-
39
natuurlijke hoogmoed te onderdrukken, gelijk zulks bij Gods kinderen kan plaats hebben, maar deze deugd was Hem gansch natuurlijk, zoodat Hij eigenlijk gezegd noodzakelijk nederig was.
De duivel, erg slim om de menschen tot hoogmoed te verwekken, beproefde te vergeefs zijn list aan Jezus, want de belofte van het bezit aller Koninkrijken der aarde, had op Hem niet den minsten invloed, langs welken weg vele kinderen Gods in mindere of meerdere mate bezweken zijn.
Laat ons toch ernstig trachten door de genade Gods den Heere Jezus in de deugd der nederigheid meer en meer gelijkvormig te worden, al is het dan ook dat er tusschen ons en Hem een zekere afstand zal blijven!
.EN GIJ ZULT RUST VINDEN VOOR UWE ZIELENquot;.
Het komen lot Jezus in geloof geeft aanvankelijk rust, een kostelijke en zalige rust, die men niet mag geringschatten, doch Hij gewaagt hier van een tweede rust, die op de eerste volgt.
Hoe verrukkend de eerste rust des zondaars, die tot Jezus komi, ook moge zijn, zoo is het toch waar dal die door verschillende lusschenkomende omstandigheden zeer kan worden verminderd. Vele bekeerlingen hebben geklaagd, dat ze nog wel eenige gedachtenis van de eerste rust behouden hebben, doch dat die rust zelve bijna schijnt verdwenen te zijn. Dikwijls zelfs kan er twijfel in hun hart onistaan. of ze wel waarlijk tot God bekeerd zijn. of hun zonden wel immer vergeven en zij voor God gerechtvaardigd zijn, ja, of ze wel eenmaal in waarheid tot Jezus in quot;t geloof gekomen zijn, en of ze misschien nog niet eenmaal de toorn Gods tegen hun zonde zullen moeten dragen. Elk kan begrijpen dat zulk een slaat van twijfeling niet met harterust kan gepaard gaan. In zulk een toestand mogen de haren hun van schrik ttt berge rijzen, uit vrees voor Gods oordeelen.
Uit onzen tekst echter blijkt het zeer duidelijk, dat Jezus zulk een toestand niet wil aankweeken. Volgens Zijn liefde begeert Hij onze volkomene harterust en zielerust, en leert tevens dat die werkelijk berijkbaar is, want Hij zegt dat wij die zullen vinden. Dit alles kan echter alleen geschieden in het voldoen aan de door Hem gestelde voorwaarden, namelijk door Zijn juk gewillig, en zonder murmereeren op zich te nemen, te werken in Zijn wijngaard, zoo, waar, en wan-
40
neer Hij dal verkiest, ons door Zijn woord en Geest geopenbaard. Indien wij het einde, de gestadige en overvloedige zielerust begeeren, dan moeten we de middelen daartoe aanwenden; een dwaas verwacht het einde zonder de middelen. Wij moeten dus mede getrouwe discipelen zijn op de geestelijke school des Heeren. luisterende aandachtiglijk naaide stem van Zijn woord en Geest, strevende door aanhoudend gebed en getrouw onderzoek van Gods woord toe te nemen van dag tot dag in de beoefening van des Heeren twee groote deugden: ..Zachtmoedigheid en nederigheid des harten.quot;