ocr page 1

■■KiaSijaK4*'' . ^aü'

wm, . - ■ •:

1# ' '

. v

:

7X

-r ■

V ■ • _ ■ *• .

I T:;

^ •• V WwPamp;m

V

;lt; a-

•

: K* t 0 '

I.

UWiiVl'ti l* ttI:■ ps'2 iTJ% . 1;.

^a; ^ ^

: : ■■■•—.:

quot; 4 f- '

.-v V.

dm } si

r

t- ..• J ^ ^-v

/ . • V P - V*

..;r; ■,?i«' .' ...- '- ■;z*tAy**:ic •

:piii.^ ^ :■ -.u. -. •„; - •

.te ^.■. •;•.•; ■ ,

- •/,,

m

\ **amp;s

quot;V

lt;s# \ X .V

■M^pg^s«swc*»!i««»S!Ba#'

^\t

r

-rWnffPB -■:,•gt;-. * ,S-.

mmmMm

4ft Wamp; :

«3 ' •!

■» i-•

*

^5

SlÈSkA \

^ w,

Is

.M

'■ quot;A

'{,; i- j f

Sw

:v T

-quot;' ' -' ■'' J

:. '■■ - ' ::: . - ' r ■ ■■ , , ■ ■ ... ,

i'-. 1 ■ . ■ •■ lt; !,•■;• 'it-, - „■■-■•■ ,

-V

Éi ■'quot; gt;

w ■ ^

• ,p*1m r ... I , . * • . .

■:-..y^.;.. ■ :■■;■■■ , 1

,w

ocr page 2

Kast 173 PI. D No.35

j AALTENT i : Boekbinderij • I UTRECHT I


ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

KITAB AMTSAL M A LH I SC 111101,1. A NI )S011 I.HKs- EN LEEIiBOliK

ocr page 6
ocr page 7

KITAB AMTSAL

nAUISCHOLUNDSCH LEES- EN LEERBOEK

TOT ZELFONDERRICHT

vooi Europeanen, die op gemakkelijke wijze de noodige kentiis van het Maleiscli willeEi verwerven en eveneens voor hen, die gewoon zijn Maleisch te spreken en Hollandsch willen leeren

DOOR

J. \{. P. F. G0NGGR1J1'

H oog t e e raar nun ,1 r / ml i s c/, r I n s t r 1 li n lt;/

/ WOL L K Nv- E. TJ E E X K W I L L I N K

I S 9 0

ocr page 8
ocr page 9

V 0 0 \{ P. E II 1 C 11 T.

In den laatstcn tijd is eene urootc Hoianij.stclling ontstaan in de studio der Malcische taal. Volen, die in Ned.-Tndic een hestaan /ocki'n. li(!tzij o|) landelijke ondernemingen of fabrieken of hij de

quot;1.....rwegen enz., dan wel derwaarts vertrekken in militairen dienst,

geve pelen de nood/.akeli jklieid liehoorli jk te leeren spreken met de inlanders, waarmede zij in hunne betrekking dagelijks in aanraking komen.

Zoo is omgekeerd ook bij de meer ontwikkelde inlanders, vooral bij de liiinl'drii, grooter verlangen ontstaan naar eenige kennis der Hollandseho taal, om het een en ander te kunnen lezen en verstaan. Konden wij het eenmaal zoover brengen de meesten -_

zij liet ook slechts een groot deel van die meest beschaafden _

Hollandsch te leeren spreken, althans zich met de beste voortbrengselen onzer letterkunde en onze denkwijze Ixjkend te maken dan zou de heehtste band tussehen ons en die heerlijke overzeesche bezittingen ontstaan - een band van svmpathie.

Ibt is een treurige waarheid dat velen, die jaren lang in

tiLze (lost hebben gewoond en door den handel of als planters daar rijk geworden zijn, bijna niets, hoogstens een paar honderd van de meest gebruikelijke woorden uit de meest gebezigde taal—-het Maleiseh hebl)en geleerd. Zij kunnen geene svmpathie gevoelen voor den „bruinen broeder', evenmin als deze voor den ongeloovige, den „katir , die hem overheerseht. Or.i elkander te waan leeren. is lie' noodig dat men beginne elkaar te leeren verstaan. Onkunde, onbekendheid met eikaars denkwijze kan de \ i eeselijUste gevolgen hebben, zooals ook gebleken is bij den

ocr page 10

V O (» H 1) E H 1 C II T.

^nidtcn opstand in Vóór-1nilii-, ten ja.ro 1.^57, in stroonien van hloed gesmoord.

Nu is echter de Spraakkunst van onze eigen moedertaal — en hoeveel meer dan die van een vreemde taal - voor de meeste menschen moeilijk te leeren en te Ixigrijpen, daarenboven een erg vervelende studie. Ik heb daarom gezocht naar eene andere methode, de abstracte rodeneeringen over Grammatica, zooveel als mogelijk, te vermijden, en eene meer aantrekkelijke, levendige voorstelling te geven hoe de taal gesproken en geschreven wordt.

lt; )m de regels eener taal te Ixigrijpen, is het noodig die taal te verstaan, althans zóóveel daarvan te verstaan, dat men het logische of noodwendige der taalregels re// kan 1 «redeneeren.

Tk geef daarom eerst een li'csliurlt met verhalen in het Maleisch en in t Hollandsch tegenover elkaar gedrukt, zoodat de lezer op gemakkelijke wijze eene groote massa woorden en uitdrukkingen zich kan eigen maken, en weet wat daarmede Ijedoeld wordt, vóórdat ik, in het tirn'dc. gedeelte, de taalregels en hare toepassing ga Inspreken, toegelicht en bewezen door voorbeelden uit de Ix'ste Maleische schrijvers.

Daarna volgen stukjes ter vertaling uit het .Maleisch in t Hollandsch. en omgekeerd uit onze taal in t Maleisch, die de leerling, na zijne vertaling gemaakt te hebben, vergelijken kan met den insgelijks opgegeven oorspronkelijken tekst.

Men ziet hieruit dat het doel is, een hulpmiddel tot zelfondn-riclil te geven aan Europeanen, die geene gelegenheid hebben gehad de colleges aan de Indische Instelling (quot;t zij hier te lande of te Batavia) te volgen, en ook voor studenten die in hunne studie door ongesteldheid of eenige andere oorzaak ten achter zijn geraakt. Hoewel ik aan de laatstgenoemden dit boek kan aanbevelen, moeten zij niet meenen daaruit nllrs te kunnen leeren wat zij eerlang zullen moeten weten om een goed e.Namen in t Maleisch te doen. Tiet mondeling onderricht, zooals dit op de colleges gegeven wordt, is en blijft (inmifhcar voor hen die lift (K-I. stnililciirKiys-a.rndwii willen afleggen. Daarentegen vindt men hier alles wat gev raagd kan worden bij het toelatings-examen voor de Hoogere Krijgsschool.

Zij die in t dagelijksch leven gewoon zijn Maleisch te spreken, zullen door herhaalde lezing van dit boek wellicht zooveel kennis van de Nederlandsche taal verwerven, als zij in hunnen kring en voor hunne Ixv.ighcden noodig hebben. Voor dezen, die nog geen of weinig Hollandsch spreken, heb ik de uitspraak van de klinker c als liiaiiluozi' c aangeduid door iiii't* er boven te plaatsen, en

VI

ocr page 11

V OU K 15 K li I i: II T.

(liiiirentccu di' schcrjie r lt;it' il(^ zware r (ioor het (laail)ovcn geplaatst accent-teeken te kenmerken. Het is toch ^elileken «lat hieraan Ix-hncfte 1 «'staat, leder die, evenals ik, meermalen ge-

hdiird heeft hoe vreemdelingen de Hdllandsehe ......den lezen,

weet ook dat zij li.v. woorden als furhrlei'Cii iiits|ireken i'rrlieh'rrn, en (/lyi'L'i'n zeggeel voor ijcyeccn enz.

Voor Nederlanders geeft het geene moeielijkheid de quot; in het Maleisch uit te sjireken, evenals in het Duitsch, n.l. als de Hol-landsche klank ar. Daarom verlaat ik hier de siielling, vroeger in mijne Maleische geschriften gevolgd, en schrijf niet meer f/oe-Korin/ maar i/iinmifi, zooals mijn oude leermeester, later collega Du. Nikmann en Dn. van kek Tl tk ook reeds hehlien geschieven. Dit schijnt mij beter omdat onze Hollandsche k toch in t Maleisch nirl bitstinit, evenmin als onze Iwcelilurila:)! rl. ir. ne, ou, lt;111. ui enz. Ook omdat andere volken, b.v. Duitschers, meer en meer 1 «'langstelling; in het Maleisch toonen, vind ik thans eenvoudiger ii te schrijven dan de Hollandsche schrijfwijze nr. die door Franschen, Duitschers, Engelschen enz. natuurlijk anders zal worden uitgesproken.

I'irr hluilfii achter in het boek dienen om de Arabisch .Maleische letters en klankteekens te doen kennen en den leerling een voorbeeld te geven van handschrift. Daartoe zal het voor de meest bevattelijken voldoende zijn die letterlijst eenige malen over tn schrijven. Volgens mijne methode is het Arabisch schrift in een of twee dagen te leeren.

Als hnl|imiddelcn bij het vertalen uit het Maleisch kan ik aanbevelen het \irtiH' MiiIrisrh-nIfrltniilxfh /.iikwooi'dciilincl; door ii. c. kliskkht; hoewel evenmin volmaakt als de andere grootere woordenboeken, is dit een voortreffelijk handig boekje en kost slechts f -l.m. X'oorts de liligt;i'iitli'zin;/*'n van Nikmann. i'i' Hol-landkr en van dku Tl'I K, ditt een groot aantal goelt;le stukken 1 «'vatten in Arabisch karakter, en de door mij uitgegeven knlilu ilim I htm iitu, in onze gewone latijnsche letter.

Bij het vertalen uit het Hollandsch in 't Maleisch. is voor hen die nog niet in 't bezit zijn van een der grootere woorden 1««'ken, b.v. dat van Ki.inkert, aanbevelenswaardig het l'rdclixch llmiil iiuinrdcnhoiik van L. Tn. Mavku, dat bovendien billijk in prijs is. Als zeer doelmatig dient ook vermeld te worden het Ainnr Miilrlsrli lligt;lt(i)iilsch cu JlolInndxch Mulcixrli \\ ooi'ili'lihncl; van -V. II. L. Hadincs, prijs /' li.40, waarvan in I'JOÜ een nieuwe, 1«'-langrijk vermeerderde druk zal verschijnen.

Mijne vroegere leerlingen zullen onder de verhalen en gelijke-

Vli

ocr page 12

V 00 H B E RI i; II T.

nissen in het Lershurk dat ook o[gt; zichzelf een geheel is, en

zoowel voor Europeanen als inlanders goede lektuur hevat _ vele

oude hekenden weer ontmoeten, zooals ik hooji met eene aangename herinnering aan den tijd, waarin /.ij nog mijne colleges volgden. N elen onder hen hehhen het zoover gebracht, dat zij hijna geene fouten meer maakten in hunne vertalingen.

\ roeger werd wel lieweerd, en daar dwalingen zeer taai van leven zijn, zijn er misschien nog wel lieden die heweren, dat Kuropeanen lukt nimmer zoovei* zouden kunnen brengen, over allerlei, ook de meest uiteenloopende onderwerpt n, in zuiver Ma-leisch en goeden stijl te kunnen schrijven. Mijne ondervinding van bijna eene halve eeuw weerspreekt dit en geeft mij hoop dat eenmaal eene Maleische Literatuur zal ontstaan, beter dien naam waardig dan wat er thans is, n.l. iets dat men met genoegen kan lezen, zooals b.v. de l\itlil(i thin IJantliiii, vooral het eerste ge deelte, want in het laatste is ook al te veel invloed van den Islam bemerkbaar. Ook in de kroon der Koiiiiiyim is veel goeds, wat den 'nihoiid betreft, maar stijl en zinbouw verschillen zóóveel van het echt Maleisch, dat het den stempel draagt van vertaald Arabisch. Trouwens, die Maleische letterkunde die men fhans hij gebrek aan beter - als de klassieke beschouwt, is. zoo niet geheel, dan toch voor t grootst gedeelte van vreemden, niet Maleischen. oorsprong. Eene groote uitzondering zijn schrijvers die, hoewel geenszins zonder fouten, toch een vrij zuiver Maleisch schrijven, zooals in de Silsihdi nulju1 Mcihijn en de geschriften van Abdl llaii ; toch blijkt dat laatstgenoemde geschreven heeft onder hngrlxflivn invloed, en om zich bij de Engelschen aangenaam te maken jammer voor het werk van een man wien t anders niet ontbrak aan aanleg.

De verhalen in dit l.rfsbocl; zijn ontleend aan schrijvers uit deze eeuw, zoowel als aan de grijze oudheid, aan Kussen, Franschen, Duitschers enz., zoowel als aan de treffende gelijkenissen, die tot leering van alle volken en tijden uitgesproken zijn door •ïezus, die ook door de Mohammedanen hoog vereerd wordt als „(i idsge-zant Isja, de Geest van Allahquot;.

Na de voltooiing van dit werk en terwijl het reeds voor den druk gereed lag, is nog verschenen eene Maleische. Grammatictt \an Mü. (■. (Jrasiu'is, waarin ik zooveel goeds vind, dat ik niet mag nalaten deze aan te bevelen aan allen die wat meer kennis willen verwerven van eene taal door millioenen menschen gesproken, over de geheele uitgestrektheid van den 0.-T. Archipel, de liiir/iin jri'iicn tusschen die vele volken in gebruik, eene taal

VI li

ocr page 13

v no h n i; hu; ut. ix

van het grootst praktiscli belang vooi- alle liamleldi-ijvende volken, \«(oi'bestemd wellicht de handelstaal te worden \-an 't grootste deel van Azië.

Behalve een of meer der hoven reeds genoemde woorden hoeken, zal men, om meerdere vorderingen in het Maleisch te maken,' enkele Bloemlezingen dienen aan te schaffen, liefst die, waarnaar 'n deze Grammatica verwezen is, hetzij met den volledigen titel of met de genoeg verstaanbare afkorting, b.v. (Hom,.) voor de Hnmlk-idimj van Dr. J. J, dk IIollani.kh, (Nikm.) voor de beide l'.hximleziHi/c.n van Dn. (;. K. Nikmvnx, (Ti ik), voorliet Mains,!, l.rmbOfli van Dn. H. X. van dkr Tltk, en vooral de meergenoemde h'dlilquot; (lm, Dumina. Ook zij die door vele bezigheden of studie in andere vakken, waaraan b.v. de Oflicieren voor de Hoogere Krijgsschool hun meesten tijd besteden, voor taalstudie slechts enkele uren 's weeks kunnen vrij maken, zullen, de hier aangegeven methode volgende, genoeg kennis van 't Maleisch verwerven, om bij het vervullen van hun lieroeps- of ambtsplicht niet telkens verlegen te staan. .Moge mijn laatste werk nog velen van nut zijn!

Delft, Aug. 1*99. J. I!. 1J. F. GONOUUUP.

ocr page 14

D A F T A R.

'uhhifal.

1. Riwiijat (iui'k (li'nu.-m K.ildaj.....

■J. Perlxila Kaldaj dengau Hliakim .... .'i. Perupaniaiiii Gai;ai[ dongan Mcra(|

4. Hhikajat radja Singa lierteman dengan kaldi

5. Tjeritera liajain jang Uuta......

• ï. Uiwajat Djangkcrik dengan Imrung lgt;ull)ul

7. Tjeritera gurk jang herani......

S. Sikikir .............

Hhikajat l'lar sawah........

Riwajat Modin..........

Perdana Manteri..........

Tjeritera djuru kuntji nia(|am.....

Tjeritera igt;udalt;|~ jang bersuka-snkaan

mpaina orang jieladang.......

Riwajat nabi Adam dan siti Hawa . . .

Hhikajat Darwisj.........

Tjeritera orang perdjaianan dengan 1 x'riiwani Akan lihal saorang kafir dengan l)erhalanja

Hhikajat radja jang adil.......

Tjeritera kandnng djantan......

Riwajat tjintjin jang saciti......

Peri mengatakan hhal saörang kaja dongan Hhikajat duda dengan anacpija duwa orang Perupamaan manteri jang liengis .

Hhikajat utas dengan malak-ul mawt. quot;26. Tjeritera penggilingan nèm'M|-nènèlt;i

Sindiran............

9. 0. 1.

10 II U

20

4. t

26 26 ;i0 ;!() .'52

:u

;M 44 46 50 02 54 60

1

19.

20. gt;1.

upr

ocr page 15

INHOUD.

Bladzijde.

!. 1* tibel Vein den A\ olf en den Ezel.........

'J. De Ezel en de Wijsgeer..........

•i. Gelijkenis van de Kraai mét (1(! Pauwen......5

l. Historie van koning Leeuw in kameraadsehap nief den Ezel 5

■quot;gt;. Falx-l van de l)linde ki]i..................-

li. De Ivrékel en de Nachtegaal............-

7. De heldhaftige wolf....................lt;1

S. De Vrèk...........

it. De sawahslang................II

10. De oude Modin................II

11. De eerste minister................|-

I De sleutelhe waarder van tie heilige grafstélle. l.quot;,

13. De spélende kinderen.................»1

I I. I gt;e Landman...................w

l i. Lcgènde van Adam en Kva..............•gt;-

K). De Darwisj.........

17. De reizigers en de lieer.......

l's. De Kaffer en zijn Afgod..................-jl

I!'. De rechtvaardige vorst......

-0. De Bokken..................-j-

-1. Verh;ial van den ring niet wonderkracht......

\ eihaal van den rijkaard en den bédelaar......-JT)

De wcduwnaai- met zijn twee zonen..............17

-l- De hardvochtige ambtenaar.............-,1

De houthakker en de ......Iscngel........

-lt;gt;. De ( Hide wijven molen............55

-7. Zinneprènten............,

ocr page 16

XII DA FT A H.

ruhhifut.

quot;2S. Hhal (Ionian beruwang..........(jQ

29. rjarita thal)ib dongan iu'iii'lt;| kcbajan.......(!■_gt;

30. Hhikajat Djuruniudi.............(;4

31. Riwajat saörang radja lt;ieiilt;j;aii pandaj hesi......66

32. Tuwan-tanah dongan IIk'Üs...........(js

33. Hhikajat orang Arinéni . . '.........7^

34. Hhikajat saörang laki2 jang terhcinpèt dibawah rubuhan. 71

35. Hhikajat Asmara-déwa............7(;

3(!. Bagajmana peri jang baïk menulungi Drang miskin? . . S2

37. Peinbajaran jang patut............,^4

3S. Tjeritora harimaw dengan kuda.........SG

39. Tjcrita Radjawali..............SS

40. Portapa dengan lüduwan............90

41. Petenung..................92

42. Hhikajat tikus duwa i-jkor...........92

43. Hhikajat kutjing jang demap..........94

44. Tjeritera serigala dengan gendang.........96

45. Hhikajat 8itjeredi(|..............«IS

46. Hhikajat kaldaj mendjelema...........10C

47. Tjeritera tjenóla Abu Ivarim..........104

4(S. Hhal tjinta-birahi jang ditjobai..........Ill'

49. Hhikajat Iverim Hhakim............Ill

50. Perupamaan tjintjin tiga bantuci.........12S

-il. Sambungan perupamaan tjintjin tiga bantU(|.....134

52. Amtsal..................136

ocr page 17

IN II U U D.

Bladzijde.

l'S. De kluizenaar (üi do V)eer............(;i

29. Do oogarts en ile oude vrouw..........(;;{

.!(). De Stuurman..............................(j/j

.'51. De vorst en de smid........................(i7

■iL'. D(? Landiieer en de Duivel....... . . . (Jt)

De Annénier............................-•{

.'il. Verhaal van een man liedolven onder het puin. ~.r)

•'iij. Asmara-déwa........................--

.'!(). Hoe moet men de armen helpen?..............,st;{

•i7. Een behoorlijke betaling..................^5

•is. De tijger en het paard...................y-

•!9. De Adelaar........................^

^0. De kluizenaar en ile zanger................()]

11. De Waarzegger......................n-gt;

1-'. Fabel van de twee ratten..................lt;)_•{

t.'i. De gulzige kat............

44. De jakhals en de trom................t)-

t.i. De slimme reiziger....................qo

lii. De ézel in mènsehelijke gedaante............](jl

47. Verhaal van de pantoffels van Abu Karim . [Qö

45. De liefde die op de proef gestéld wérd..........113

49. Verbaal van Kerim den wijze..............115

•gt;0. De gelijkenis van de drie ringen............joo

•gt;l. Vervolg op ile gelijkenis van de drie ringen.....

Spreuken........................j.j-

XIII

ocr page 18

INHOUD DER GRAMMATICA.

Bladzijde.

1 en S '2. Letters en uitspraak.........ll.'j

•?. Zun- en maanletters............14(;

t. Toon, klemtoon..............14G

Grondwoorden of stamwoorden........147

fgt;. Praefixen en affixen of suffixen, infixen.....14S

• !(/. \ oorbeeld van de wijziging die het stamwoord daardoor

ondergaat...............149

l)h. \ erlia die (/ffii praefix aannémen.......löl

i. Woordsoorten, rededoelen..........löl

S. Samenstelling van eenvoudige zinnen .... . 152

!•. \ oorvoeging van )iii: en hrr en verdere afleiding . . 104

10. Affix a a................15 ('i

11. .Saamstellingen met mi...........lquot;)!!

12. „ met verdubbeling........150

1 .i. Itii met iii}. t Praefix kn te onderscheiden van prae-

positie /.•«...............IT)!

1 1. Praefix Irr: idem als superlatief = niaha.....15S

I ). Passief praefix ill. Verschil met praepositie ih. . 159

16. Praefix sa................139

17. 1 nfixen.................1(50

IS. Praefix s;, smu/. luiiiij. iluni/ en jinrci......Ifil

19. \ ragend achtervoegsel Af li en lnh.......Ifll

20. Substantieven met an. Zie ook ^ ij 10, II en 12. . 162

21. Praefix mr met de aanhechtsels l;ini en i.....164

21a. Wanneer men bij voorkeur den actieven vorm bezigt

en wanneer een passieven.........Kif!

ocr page 19

INUUlli DKH (iKAMMATU'A. XV

Hladiljdi-,

lil/). Wanneer het altix kim raiixulirf kim goniicmd wutdrn

en i Irnnsilicf.............Hquot;gt;s

21c. Kun en niet te zaïneu t(! ^eUruiken......1G9

'lid. \'(iiirV)eelilen met kan en / en o|)lt;;aven ter vertaling. Ilt;U

'22. Zuiver passief met ili. Vervolg van SIquot;' ■ • ' '

22ii. Voorbeelden hi j §22............I lt;

22//. Opgave ter vertaling hij §22.........I i ■'

2.'?. Euphonische ])raetixen . infixen en toestandswoorden . 17-gt;

2-i((. Nut der euphonische vormen.........1 i

2'Ah. Voorheelden met '»;/•............179

„ ter vertaling..........liSl

24. Wijze, tijd en persoon hij verha. (Jeslaclit, getal en

naamval hij nomina...........182

24(i. Ter onderscheiding van tijden; infinitief en particiep. 1.^3 2t/gt;. Hoe soms de casus of 't genus, ook van verba, te

kennen zijn..............1 s4

2quot;). De passieve vormen, subjectief passief......I*lt;)

2'i(i. Voorbeelden van subjectief passief.......l^i

■jr,h. „ ,, ,, „ ter \ertaling . . 1*9

2lt;). Objectief passief. Accidenteel passief......190

2()rt. Voorbeeldiui van objectief en accidenteel passief . . 191

■2Gh. „ ter vertaling..........192

27. Igt;e imperatief en de vétatief, gebiedende en verbiedende vormen..............192

2~ii. \ o(irbeelden van imperatief..........194

'2~h. Opgaven ter vertaling...........195

2*. I gt;e hortatief (vermanende), propositief (voorstellende), concessief (toelatende) vormen, die allen met die uit S 27 ook jxsxirf of raliiiihitii'l kunnen genoemd

worden, als den wil des sprekers uitdrukkende. . 195

28«. Opgave ter vertaling............197

29. Tegenwoordige, verleden en toekomende tijd bij verba 197

29«. Voorheelden van tijden der verha.......198

29i. Opgaven ter vertaling............199

29c. „ ,, ,. in t Maleisch ..... 200

•10. Praetix /ter (jie, pein, pen, peng).......200

•10a. \ ooi bcelden ...............203

30igt;. Opgaven ter vertaling...........201

ocr page 20

INHUUP 1gt;KH GRAMMATICA.

Verdubbeling............

Voorbeelden............

Opgaven ter vertaling. .......

Verdublwling met wederkeerigheid ....

Samengestelde woorden........

TM woorden (numeralia)........

Voorbeelden van telwoorden......

Voornaamwoorden (pronomina) met Voorbeelden Bijwoorden (adverbia) en bijvoegelijke naamwoo

(adjectiva).............

Voorbeelden en opgaven ter vertaling ....

Over de praeposities..........

Voorbeelden.............

Tusschenwèrpsels (interjectiemes)......

Voegwoorden (conjunctiones) en modaal woorden .........................

Voorbeelden.............

Opgaven ter vertaling..........

Woordvoeging (syntaxis)........

Gebruik van lah en /lt;(/»(.......

Eigenaardigheden bij de woordvoeging. . . Oefeningen tot toepassing «Ier Grammatica . Vervolg..............

XVI

S :il. S ^1quot;-

S

S Sic. S :V2. S 33. S 33a. § 34. S 35.

S .■?quot;gt;«.

^ 36. S 36a. S 37. S 38. S 38a. S 386. § 38c. § 39. S 39a S 40.

S 42.

Bliul/ijiU'.

. 204

. 206

. 208

. 208

. 209

. 211

cn

Vertaaloefeningen Maleisch-Hollandsch on Hollandsch-Maleisch. Maleiscbe Letterlijst en Brief.

quot;^SC3kgt;**—

ocr page 21

KITAB A MTS AL.

5IAI,EIStH-lllJl.I,AKDSCII LEES- EK LEER BOEK

VOOR BEIDE TALEN. 1' GEDEELTE, LEESBOEK.

1

(iovr.narjiv Mal.-Holl. Uerk

ocr page 22

1.

Riwajat Gurk dengan Kaldaj.

Sakali peristiwa maka saèjkor kaldaj bertemu dengan saèjkor gnrk jang sangat laparnja. Maka gumetarlah segala sendi tulang kaldaj itu dengan takutnja serajakatanja: Wah tuwanku! Sajangkan apalah kiranja akan hamba ini. bina-tang jang lemah lagi ^akit ini. Lihat apalah olih tuwanku, kaki hamba kena duri jang kuindjaqkan.

Sahut gurk; Sasungguhnja hatiku berbelas-kasihan akan dikaw. binatang jang lemah ini. Patutlah angkaw kulepaskan dari pada sangsara ini. Sabelom habis perkatailnnja itu maka diterkamnja akan kaldaj dengan ganasnja. habis dimakannja.

2.

Perbola Kaldaj dengan Hhakim.

Pada sawatu hari saèjkor kaldaj berkata kapada Lokman hhakim: Djikalaw tuwanhamba suka mentjeriterakan lagi sakali barang perupamaan akan hamba ini, maka hamba minta tuwanhamba memberi perkataan jang indah - lagi budi-bahasa kadalam mulut hamba mengatakan dija.

Maka tersinnjumlah hhakim. se ra ja katanja: Djikalaw kutjeriterakan ada perkataan jang indah - lagi berbudi kalu-war dari dalam mulutmu, nistjaja terlalu adjaïb sakali! Bukankah kelaq dikatakan bahuwa angkawlah hhakim dan akulah kaldaj ?

ocr page 23

1.

Fabel van den Wolf en den Ezel.

Het gebeurde eens dat een ézel een wolf' ontmoette die èrg hongerig was. De ézel sidderde over geheel zijn lichaam van angst, en zeide: Ach heer! Hèb toch médelijden met mij, een zwak en ziek dier. Zie zélf maar eens heer. er zit een doorn in mijn poot daar ik ingetrapt hek

De wolf antwoordde; Inderdaad, mijn hart is vol deernis met jou, arm diertje, f Is hillijk dat ik je verlosse uit dit lijden. Xog voordat hij geheel uitgesproken had viel hij woest op den ézel aan en vrat hem op.

2.

De Ezel en de Wijsgeer.

Op zékeren dag zeide een ézel tot Lokman den wijze: Als u goedvindt eens weer de eene of andere fabel omtrent mij te vertéllen, dan verzoek ik. dat u mij heerlijke woorden en wijsheid van taal in den mond legt om die uit te spréken.

Toen glimlachte de wijsgeer, zeggende: Als ik vertélde dat er heerlijke en verstandige gezegden uit uwen mond kwamen, dan zou dat zéker toch al heel wonderlijk zijn! Zou dan niet gezégd worden dat gij een wijsgeer zijt en ik een ézel ben?

ocr page 24

4

3.

Perupamaan Gagaq dengan Meraq.

Adalah saèjkor giigacj Jang tjongkaq mendapat bulu bu-rung ineralt;i. Maka sigeralah ija mendandani dirinja dengan Inilu Jang lunih itu jang berbagaj - warnanja; pada sangkanja indah - .sakali ptniiijasannja itu. lain dengan beraninjaburung gagaq itu bertjampur dengan segala meraq Jang gumirlapan, pennaïnan Dt'wi Djuno. Tiba-tiba gagaq itu dikenal olilmja, lain disambar olih segala meraq itu. dipatuqnja dengan paruhnja Jang luntjii» hendaq merebut perbijasannja Jang lantjung dari padanja.

Maka gagac[ pun menunduqkan kapalanja seraja berterè-Jak: Berhentilab. berhentilah; sakarang sudab tinvan2 inen-garabil kombali segala bulu Jang tuwan punja! Akan tetapi telab diühat olih meraq adalah am pat lima helaj bulu Jang bagus tjahjanja didalam sajap gagaq itu. lalu disahutinja: Dijamlah angkaw. haj gagaq tjilaka dan gila! Ada-adanja-kah Inilu Jang èloq ini milikmu? Seraja dipagutnja akan gagaq itu dengan saquwat-quwatnja.

4.

Hhikajat radja Singa berteman dengan kaldaj.

Sakali peristiwa radja-singa bersama 2 dengan saèjkor kaldaj berdjalan2 didalam hutan. Adapun maqrudnja singa membawa kaldaj itu. supaja ditulunginja memburu segala liinatang dengan uwaqnja Jang amat ngeri kadengaran. Maka adalah saèjkor gagaq hinggap diatas pohon kaju; dengan kotjaqnja ija menjindir radja-singa, katanja: TJoba lihat! Itulah teman Jang patut kapada maha-radja! Betapa tuwanku tidaq main berdjalan 2 serta dengan kaldaj jang hina! DJawab radja-singa: Barangsijapa Jang berguna kapa-daku bolihlah ija bersama2 dengan daku!

Belierapa kali tuwan - Jang besar suka bortawlan dengan orang ketjil, akan tetapi maqciulnja saperti perkataftn radja singa itu djuga adanja.

ocr page 25

3.

Gelijkenis van de Kraai mèt de Pauwen.

Het gebeurde eens dat een verwaande kraai pauwenveeren vond. Spoedig tooide zij zichzèlve met die uitgevallen veeren. die velerlei kleuren hadden. Zij was in den waan dat haar opschik buitengewoon mooi was. en brutaal wèg nièngde zich de kraai onder de schitterende pauwen, die tot verlustiging van de godin Juno dienen. Onverwachts wérd de kraai door hèn herkend, en de pauwen vielen op haar aan. en pikten haar mèt de schérpe snavels om haar de valsche versierselen te ontrukken.

De kraai boog haar kop néder terwijl /.ij het uitschreeuwde: Houdt op, houdt op; nu hebt gij ;il de uwe al weerom genomen! Nochtans was door de pauwen gezien geworden dat er een stuk of vier vijf mooi glansende veeren in de vleugels van de kraal waren, en zij gaven haar ten antwoord: Zwijg jij stil, élléndige gékke kraai! Hoe zou 't mogelijk zijn dat deze schoone veeren jouw eigendom zouden wézen? Tévens pikten zij de kraai zoo hard zij konden.

4.

Historie van koning Leeuw in kameraadschap met den Ezel.

Eens gebeurde het dat koning Leeuw te zamen met een ézel uit wandelen ging in de wildernis. Wat liet doel be-trèft dat de leeuw den ézel meenam, dit was opdat hij de dieren zou opdrijven door zijn gebalk dat allerakeligst was om aan te hooren. Nu was er een raaf die bovenop een boom zat; in zijne verwaandheid bespotte hij koning Leeuw, zéggende: Kijk toch eens! Dat is een kameraad die past bij den koning! Hoe is het dat uwe Hoogheid niet beschaamd is te gaan wandelen met een genieenen ézel! Het antwoord van den leeuw was: Wie het ook zij die mij van nut is, die mag dan ook met mij te zamen zijn!

Ménigmaal houden de groote heeren er van kameraadschap te sluiten met geringe lui, nochtans is hun bedoeling dan juist dezélfde die koning Leeuw uitsprak.

ocr page 26

6

5.

Tjeritera hajam jang but a.

Ailulah tgt;aèJkor hajam Jang radjin mengorèq tanah hendatj iiiencjahari makanannja; lama-kalamaiin hajam itu kena tje-laka butalah kaduwabelah matanja. Kasihan hajam itu, berkandjanglah ija mengorèq tanah saperti adatnja sadija-kala, tetapi apatah gunanja ija berlelah-lelah? Karana ada hajam saèjkor temannja jang mengikut dija kamana-mana. Maka temannja itu inalas mengorèq, «ajang akan kakinja jang halus, tetapi awas matanja, hingga tijap2 makanan jang dikaïs olih temannja jang buta itu, sigera djuga direbut dimakannja.

Bukankah banjaq orang jang tjeredi(j saperti hajam tjelèq itu lakunja?

6.

Riwajat Djangkerik dengan burung Bulbul.

Adalah saèjkor djangkerik berkata kapada saèjkor bulbul: Bahuwa sasungguhnja, sahaja dipudji'2 olih segala manusija karana tahulah sahaja menjanji.

Kata bulbul: Sijapa manusija itu? Djawab djangkerik: Itoelah segala orang radjin jang berladang, ija suka sakali menengarkan laguku. Masakan angkaw menjangkal peladang itulah jang terlebih gunawan pada antara segala manusija?

Sahut bulbul: Ijalah. betul2 tetapi ta-usah gohhbat dju-mawa menengar pudji-]iudjian orang itu; patutlah pende-ngarnja kurang halus olih sabab orang dusun itu tijada sam-pat memperhatikan suwatu apa melaïnkan pekerdjaftnnja djuga. Sabab itu. djangan angkaw bertjakap-tjakap banjaq dan djangan membesarkan hatimu sabelom gombala itu adja'ib menengar njanjimu, karena ijalah jang pandaj djuga berma'in ketjapi dan suling.

ocr page 27

5.

Fabel van de blinde kip.

Er was een kip die ijverig in de aarde krabbelde om haar voedsel te zoeken. Na verloop van tijd kreeg die kip het uhgeluk blind te worden aan beide oogen. De arme kip ging voort in de aarde te krabben, zooals altijd hare gewoonte geweest was, maar wat toch baatte het haar dat zij zich aftobde? Want er was eene andere kip die haar overal naliep. Die kameraad was te lui om te krabbelen, ze spaarde hare fijne pootjes, maar ze had schèrpziende oogen, zoodat ze èlk eetbaar ding dat opgescharreld werd door hare blinde vriendin, ook gauw wegkaapte en opat.

Zijn er niet véle mènschen éven slim als die hélder-ziende kip?

6.

De Krékel en de Nachtegaal.

Een krékel zeide eens tot een nachtegaal: Het is wézenlijk waar, ik word gedurig geprézen door de mènschen wégens mijn bekwaamheid in het zingen.

De nachtegaal zeide: Wie zijn die mènschen? Het antwoord van de krékel was: Dat zijn de vlijtige landbouwers, zij houden er heel veel van mijn zang te hooren. Gij zult immers toch niet ontkènnen, dat de landbouwers de meest nuttige zijn onder de mènschen?

De nachtegaal antwoordde: Jawèl het is inderdaad zoo, maar het is niet noodig vrind, trotsch te zijn op het hooren van de loftuitingen dier lieden, het is natuurlijk dat hun gehoor minder fijn is. omdat de boeren geen tijd hebben op iets anders te létten dan alleen maar op hun wérk. Daarom moet ge niet zooveel bluffen en je niet verhoovaardigen voordat de hérder verbaasd is op het hooren van uw gezang, want die heeft er ook verstand van op de luit en de fluit te spélen.

ocr page 28

8

7.

Tjeritera gurk jang berani.

Sai-Jkor rubah berdjalan-djalan bersama-sama dengan «aèj-kur gurk, lalu gurk puu mulaï bertjakap-t.jakap; Bahuwa sasungguhuja ajahku Jang pulang ka rahhimat Allah, ijalali pahalawan Jang besar! Betapa orang takut dan dahsjat akandlja pada segala alam dunja! IJa Jang menang segala musuhnja, duwa ratus lebih, saörang lepas saöraug. dan njawanja si lanat itu diturunkannja kadalam naraka. Patut-lah pada achirnja ija tiwas djuga olih saörang sateru Jang kuwat amat sangat.

Kara rubah: DJikalaw ada saörang Jang membatja notiiat akan liapamu. barangkali perkataünnja itu hampir - Viagitu djuga. tetapi orang Jang mengarangkan hhikajat Jang benar akan menambahi perkataannja lagi, bahuwa musuh Jang duwa ratus iru jang dialahkannja hanjalah biri - dan kam-bing. tetapi tatkala ija bertjakap berkalahi dengan sai'Jkor lembu. tiwaslah ija.

8.

S i k i k i r.

Saörang kikir pergi raendapatkan tatangganja hendaq ine-ngadukan hhalnja. seraja ija meratap dan menangis. katanja: Sungguh kasihan hamba ini. matabenda hamba, Jang telah kutanam didalam kebon hamba, samalam ditjuri olih orang djahat, lalu ditarohnja sabuwah batu ganti hartaku.

Sahut tatangganja: Qabarlah angkaw, bukankah harta itu tijada gunanja kapadamu? Baïklah sakarang kawsangkakan batu itu bendamu. tijadalah bédhanja, nistjaja kakajailnmu tijada dikurangkan harganja. saduwit pun.

Maka Sikikir menjahut: DJikalaw matabenda hamba tijada dikurangkan harganja pun, bukankah sakarang orang Jang mentjuri itu lebih kaja dari pada hamba! Wahi! Xanti saja djadi gila dari pada susah dan sakit hatikn. sedang saja ingat akan orang laïn djadi kaja dari pada harta jang aku punja.

ocr page 29

De heldhaftige wolf.

Een vos ging eens wandelen met een wolf', en de wolf begon te /wètsen: Mijn adellijke vuder. zaliger gedachtenis, die was in der daad een groot héld! Wat had men een vrees en rèspèct voor hem in alle landen der wereld! Hij overwon al zijne vijanden, meer dan tweehonderd, de een na den ander, en stuurde de zielen dier verdoemelingen naar de hèl. Het is natuurlijk dat hij ten laatste ook in 't ongeluk kwam door een vijand van zeer bovenmatige kracht.

De vos zeide: Als er iemand was die een lijkrede hield over uw vader, dan zouden misschien diens woorden ook ten naastenbij zoo wezen, maar een getrouw geschiedschrijver zou er dan nog het woord aan toevoegen, dat die tweehonderd vijanden die hij overwonnen heeft niets anders waren dan schapen en geiten, maar toen hij zich verstoutte met een rund te vechten, was hij verloren.

8.

De V r è k,

Een gierigaard ging zijn buurman opzoeken om zijn leed te klagen, terwijl hij al jammerend en weenend zeide: Ik ben waarlijk te beklagen, mijn schat, dien ik in mijn tuin begraven had. is van nacht gestolen door een booswicht, en toen heeft hij een steen in plaats van mijn schat gelégd.

De buurman antwoordde: Hou je maar bedaard, die schat had immers toch geen nut voor je. Je moest nu maar dénken dat die steen je schat is. daar is geen verschil in, uw rijkdom zal dan zéker geen duit verminderd zijn.

De gierigaard antwoordde: Indien mijn schat ook al niet in waarde verminderd ware. immers is nu toch degeen die hem gestolen heeft rijker dan ik! Ach! Ik zal nog gék worden van verdriet en spijt, terwijl ik bedénk, dat een ander rijk wérd door het goed dat mijn eigendom was.

ocr page 30

10

9.

Hhikajat Ular sawah.

Sakali peristhva Maha-déwa menitahkan saèjkor Ular be-sar akan mendjadi radja segala kataq, karena dari dahulu adat qaüm kataq itti menjembah sabatang kaju, tetapi lama-kalamaan batang kaju itu dipermudahkannja olih karena ija dijam sadja, tijada dapat bergeraq; lalu qaüm kataq me-minta doa. memuhunkan radja jang lain kapada Maha-déwa.

Maku Ular jang demap itu menelan segala kataq. saèjkor lepas saèjkor. — Lalu berterèjaqlah segala kataq: Djikalaw Tuwanku mendjadi radja bamba, mengapa maka Tuwanku menelan bamba sakalijan ini ?

Sahut Ular: Dijamlab kamu, tijadakab kamu memuhunkan radja jang lain kapada Maha-déwa akan ganti radja pendljara itu?

10.

Riwajat Modin.

Adalah saörang modin jang tuwa dan segala orang sakam-pongnja memberi hhormat akandija, karena segala marikaïtu tabu akan orang tuwa itu pinter, tijada gampang orang memperdajakan dija.

Maka pada suwatu hari orang tuwa itu pergi mendapat-kan safirang sakampongnja, katanja: Haj qohhbat, pindjam-lah olihmu sabuwab dandang ketjil, kahendaq hambu menanaq.

Maka satangganja memberi sabuwab dandang kapadanja, ndjarnja: Djangan kawlupa memulangkan dija, ada kalanja bamba sendiri maü pakaj.

Maku kata orang tuwa itu: baïklah, akan tetapi beberapa lamanja dandang itu tijada dikombalikannja. Itupun sudah-sudahnja dipulangkannja ka rumah satangganja dan lagi sabuwab dandang tambaga jang ketjil 2 dan bagus buwatannja.

Ditanjaï olih satangganja: Mengapa dandang ketjil itu kawbawa?

ocr page 31

11

9.

De sawahslang.

Eens gebeurde het dat de Oppergod een groote slang uitzond om koning van de kikkers te worden, want vroeger was het de gewoonte van het kikkervolk geweest een boomstam te aanbidden, maar ten lange léste wérd die boomstam door hen met minachting behandeld, omdat hij altijd maar stil bleef en zich niet verroeren kon; daarop zond hef kikkervolk gebéden op tot den Oppergod om een anderen koning af te smeeken.

De gulzige slang verslond de kikkers, den een na den ander. Toen schreeuwden de kikkers: Wanneer uwe Hoogheid onze koning geworden is, waarom verzwelgt u ons allen dan?

Het antwoord van de slang was: Houdt u stil, hèbt gij dan niet tot den Oppergod gebéden om een anderen vorst in plaats van dien zwijgenden koning?

10.

De oude Modin.

Er was eens een oude modin voor wien de lieden uit de buurt rèspèct hadden, want zij allen wisten, dat die oude man schrander was en men hem niet gemakkelijk foppen kon.

Op zékeren dag ging die oude een zijner buren opzoeken en zeide: Wèl vrind, je moest me eens een kleine dandang leenen, ik wou mijn rijst koken.

De buurman gaf hem een dandang, zéggende: Ge moet niet vergéten hem terug te brengen, ik hèb hem zelf ook wel eens noodig.

Dat is goed, zei de oude, maar er verliep geruime tijd zonder dat hij de dandang terug bracht. Toch bracht hij dien eindelijk aan het huis van zijn buurman terug en tegelijk nog een heel kleine, netjes gemaakte koperen rijstkétel. Waarvoor bréngt gij die kleine dandang mee? vroeg zijn buurman.

Wél, antwoordde de oude: Déze groote dandang heeft tje-jongd, en nu behoort déze jonge kétel u ook toe.

ocr page 32

12

Maka sahut orang tuwa itu; Dandang liesar ini telali beranaq. maka sakarang anaqnja punjamu djuga.

Menengar katanja iru. maka satangganja senang hati lalu ija menaroh dandang itu kaduwanja. Tijada berapa laman.ja modin itu kombali seraja katanja: Haj satanggaku! Sakarang pindjam olihmu duwa buwah dandang jang besar. sa-perti jang baru 2 kudapat dari padamu. sabuwah itu.

Maka diqabulkan olih satangganja. karana ija ingat akan anaci dandang. Maka sasunggniinja tijada benipa lamanja, maka modin itu datang memulangkan kaduwa dandang besar itu. serta dengan duwa buwah dandang jang ketjil. Maka sakampongnja itu amat sukatjita pulaq.

Tijada lama lagi maka orang tuwa itu datang katiga kali-nja. udjarnja: Haj qohhbatku. sakarang ini baïklah kawpin-djamkan dandang tiga buwah jang besar - dan bagus -.

Satauggania menjahut: Apatali salahnja? lalu ija pergi mengambil dandang tiga buwah. dibawanja sendiri karumah modin itu.

Akan tetapi lama sakali satangganja tijada dajiat chabar sawatupun akan dandangnja. Kamudijan ija chawatir lalu pergi mendapatkan modin itu. katanja: Apa sababnja dan-dangku belom kawpulangkan ?

Sahut orang tuwa itu: Wah Qohhbatku! Pada hari ini tadapat tijada aku memberi talm sawatu chabar jang mem-beri susah hati kapadamu. Dandangmu djatoh sakit lalu mati samuwanja.

Kata satangganja: Ada-adanjakah dandang sakit. lalu mati?

Sahut modin: Djikalaw sudah kawpertjaja akan dandang itu beranaq. sakarang ini wad jib angkaw pertjaja djuga dandang itu mati. Mati-mampuslah. sudah!

Satangganja tijada berdaja lagi lalu pulang sadja. kahila-ngan dandangnja.

Kamudijan hari adalah saörang datang ka rumah modin itu djuga. lalu menjembah udjarnja: Pada hari ini saja maü membawa sajur-sajuran dari kebon saja milir kapasar. djikalaw tuwan suka pindjam kan kaldaj tuwan kiranja.

Sahut orang tuwa itu: Sungguh sesal pada hatiku. me-

ocr page 33

18

Op het hooren van die woorden was de buurman wèl in zijn schik, en hij behield de beide dandangs,

Xiet lang daarna kwam de modin weer terug en zoide: Buurman, wees zoo goed mij nu eens twee zulke grootc dandangs te leenen, zooals ik er onlangs een van u kreeg. De buurman had daar niets op tégen, want hij dacht aan de jonge dandangs. En inderdaad het duurde niet heel lang of daar kwam de modin de beide groote ketels terug bréngen, mét nog twee kleine keteltjes er bij. De buurman was weer zeer verheugd.

Spoedig daarna kwam de oude ten derden male en zeide: Vrind, nu moest gij mij eens drie heel groote en mooie dandangs leenen.

Wèl, waarom niet, zei de buurman. Hij ging drie groote dandangs halen en bracht die zélf naar het huis van den modin.

Maar nu verliep zeer lange tijd zonder dat de buurman iers van zijne ketels hoorde, toen wérd hij ongerust en ging den modin opzoeken, zéggende: Hoe komt het, dat gij mijn ketels nog niet hébt teruggebracht?

De oude antwoordde: Ach mijn vrind! Héden moet ik wél u een nieuws meedeelen dat u verdriet aandoet. Uwe kétels zijn ziek geworden en daarop alle gestorven.

De buurman zeide: Hoe zou 't mogelijk zijn dat kétels ziek worden en sterven?

Het antwoord van den modin was: Als je vroeger geloofd hébt dat die kétels jongen krégen, dan ben je nu ook verplicht te gelooven dat ze gestorven zijn. Ze zijn morsdood, daarmee uit!

De buurman wist er vérder geen raad op en ging maar weer naar huis, hij was zijn kétels kwijt.

Een tijd daarna gebeurde het dat iemand bij denzélfden modin aan huis kwam en hem eerbiedig groette, zéggende: Héden wilde ik verschillende groenten uit mijn tuin naar de benédenlanden op de markt bréngen, als u zoo goed zou willen zijn mij uwen ézel te leenen.

ocr page 34

14

laïnkan tahadi pagi - hamba menjunih kaldaj bamba mem-bawa sajur-sajuran kapasar.

Babarulab ija berkata demikijan maka kaldajiija jang dida-lani kandang mulal nienguwaq dengan njaringsuwaranja. Maka ovang itu memandang muka modin itu. saolob ija mentjelakan dan mengbardiqkan. lalu katanja: Mana bolib! Kata tuwan. kaldaj kapasar, lo, kudengar menguwaqnja, bunjinja: Ija!

Kata orang tuwa itu: Bagajmana bolib tuwan berani berkata demikijan? Tijadakab tuwan pertjajakan bamba, me-laïnkan pertjaja kata kaldaj hamlut iljuga?

Djikalaw orang tabu menjabut dengan kata jang tjerediq. itulab daja jang terbaïk akan meluputkan dirinja dari pada kasukaran.

11.

Perdana Manteri.

Adalab saörang orang miskin jang tuwa. maka anaqnja telab naïq perdana manteri didalam nagarinja. Menengar cbabar itu bapanja bampir1 tijada pertjaja lalu ija benljalan bendaq memariqsa antab benar antab tidaq.

Sanjempang pada bari raja orang tuwanja sampaj kadalam nagari, maka perdana manteri pun memberi qedekah besar. Sakalijan orang bolib duduq pada perdjamuannja. Maka sabab itu Imnjaqlab faqir dan miskin duduqlab berdjadjar-djadjar.

Maka bapanja pun duduqlab djuga pada antara orang miskin itu. tetapi anaqnja mengenal dija. lalu ija datang meml)pri salam kapada bapanja seraja ija bertanja: Adakab l)apaku tabu babuwa sakarang anaqmu ini telab mendjadi perdana manteri didalam nagari ini?

Tabulab anaqku, orang mentjeriterakan cbabar itu kapa-daku, dan senanglab batiku. sajang sadikit belom ada sarirang djuwa pun jang mengcbabarkan anaqku ini telab djadi orang balk djuga.

12.

Tjeritera djuru-kuntji maqam.

Dabulu kala adalab saörang zabid jang tuwa mendjadi

ocr page 35

15

Het spijt mij wèl, antwoordde de oude, maar ik hèb héden ochtend mijn ézel al met groenten naar de markt gezonden.

Pas had hij zoo gesproken of de ézel rlie in den stal was begon luidkeels te balken. De man keek den modin met een afkeurenden en verwijtenden blik aan. zeggende: Hoe is dat! Gij zégt dat de ézel naar de markt is, en daar hoor ik hem Ija schreeuwen.

Hoe durft gij zoo iets zéggen? zei de oude. Gelooft gij mij dan niet. en mijn ézel wél?

Als men een snédig antwoord weet te géven, is dat het béste hulpmiddel om zich uit moeielijkhéden te rédden.

11.

De eerste minister.

Er was een arme oude man wiens zoon opgeklommen was tot eersten minister in zijn land. Toen de vader dat hoorde, kon hij het nauwelijks gelooven en begaf zich op wég om te onderzoeken of het waar was of niet.

Juist op den feestdag, dat de oude man in de stad aankwam, gaf de eerste minister een groot liefdemaal. Alle ménschen mochten aanzitten aan het gastmaal. Daarom waren er ook véle bédelaars en behoeftigen die in lange rijen aanzaten.

De vader ging ook te midden van die arme lui zitten. maar de zoon hèrkénde hem en kwam naar zijn vader toe om hem te begroeten, terwijl hij vroeg: Wél vader, weet gij wél dat ik nu eerste minister in dit land bén geworden?

Ik weet het zoon. men heeft mij die tijding vertéld. en ik bén ook in mijn schik, maar het is wél jammer dat er nog niemand was. die bericht heeft, dat gij ook een braaf mensch zijt geworden.

12.

De sleutelbewaarder van de heilige grafstéde.

Eertijds was er een oud vroom man die sleutelbewaarder

ocr page 36

16

djuru-kuntji umqam. Tijap2 tahun banjaq orang zi.jarah kasnna hendaq sembahjang il/.ikir serta mengambil berkat, karana chabar orang ili dalani karamat itu ada tulang-tula-nirau saörang wali fjudüs jang öacjti.

Maka djuru-kuntji dijamlah disana dengan senang hatinja, tidaq kurang satuapa, sabab segala orang jang zijarah itu nienghantar banjaq persembahan kapadanja.

Maka rabib jang tuwa itu sudab mengambil murid saörang budaq jang dikasihinja dan orang muda itupun berbuwat djasa dan memberi bhormat kapada rabib itu salaku ija bapanja.

Öatelah beberapa tahun kaduwanja hidup bersama.maka lama-kalamaan murid itu sudaii aqal-baligb. Maka kata rahib jang tuwa itu: Haj anaqku sakarang sedang umur anaqku akan pergi mentjahari sendiri, masakan bolib salalu angkaw dijam bersama-sama dengan liapa. baïklab pei'gi dengan sala-mat kanagari jang laïn mentjahari reziiiimu.

Santeri jang muda itu tijada suka pergi karana ija hidup amat senang didalam rumah gurunja, akan tetapi rahib tuwa itu memberi bakal ajar anggor duwa tiga bottol kapadanja. dan mengisikan kuskulnja penuh 2 dengan makanan. Danlagi diberinja saèjkor kaldaj kandaraannja, lalu ija memberi selamat djalan kapada muridnja serta meiepaskan dija.

Mula-mula perdjalanannja ejnaq djuga sedang ada lagi makanan dan minuman, dan lagi kaldaj itu dapat makan rumput dan daün-daünan sapandjang djalan. Akan tetapi tatkala perbekalannja habis tumpas hendaqlah ija melaluï padang balantara. Tambahan lagi musim dingin sudah mu-la'i. dan saluwas-luwas guron itu tijada kalihatan rumah orang.

Letih-lesu kaldaj itu, kasihan! hampir-hampir tijada ter-tahan lagi. Maka santeri itu turun berdjalan kaki pelahan2 kaduwanja mengangsur dengan laparnja dan lesunja.—Tiba 2 tampaq sabuwah nagari, dan santeri pun naïk kaldajnja pula dengan suka-tjitanja. digeretaqkannja, udjarnja: Tijada mengapa. tijada berapa djaühnja! Tetapi sabelom ija sampaj kahadapan pintu kota maka kaldajnja rebah, mati-mampus.

Maka santeri pun- meratap dan meraüng: Wahaj kaldajku ini. apatab dajaku lagi. Tobat aku tegar hati tahadi!

Akan tetapi menjesal serta meratap menangis tijada her-

ocr page 37

was hij een heilig grut'. Kik Jaar kwamen véle béilt■vaart-hangers daarheen nm te hidilen. lofxaiiKén te zingen en zi'*gen te verwerven, want in dat graf lagen de beenderen van een heiligen man die wonderen k()n doen. zooals men zeide.

Die sleutelbewaarder leefde daar rustig en het ontbrak hem aan niets, want de pelgrims brachten hem véle geschenken.

Déze oude monnik had een knaap als leerling aangenomen van wien hij zeer veel hield, en die jongeling eerde en diende hem alsof hij zijn vader ware.

Xadat zij beiden véle jaren te zamen geleefd hadden, was de leerling langzamerhand meerderjarig geworden. De oude monnik zeide: Wèl, mijn zoon, nu is het tijd dat gij voor uw eigen onderhoud gaat zorgen, gij kunt toch nier altijd hier bij mij blijven, 't best is dat gij in vréde naar een ander land gaat om uw kost te winnen.

De leerling had weinig lust heen te gaan. want hij leefde zeer op zijn gemak in 'thuis van zijn leeraar, maar de oude gaf hem een paar tlesschen wijn méde op reis. en deed zijn knapzak goed vol met eetwaren. Hij schonk hem ook nog een ézel om op te rijden; daarop gaf hij zijn leerling een zégen béde op reis méde, en liet hem gaan.

In den beginne was de reis aangenaam genoeg, terwijl er nog spijs en drank was en ook de ézel gras en gebladerte tot voedsel kon vinden langs den wèg. Nochtans, toen de voorraad geheel op was moesten zij een woestijn doortrekken. Daarbij was ook het kruide jaargetijde begonnen, en zoo wijd de woestenij zich uitstrekte was geene menschelijke woning te zien.

De arme ézel kon bijna niet meer voort! toen steeg de santri af en beide slenterden vermoeid en hongerig naast elkander voort. Onverwachts kwam eene stad in quot;t zicht. Verheugd steeg de santri weer op den ézel en zweepte hem voort, zeggende: Dat eindje wèg zal hem niet schaden! Maar voor dat hij aan de poort der stad kwam viel de ézel neer en was dood.

Toen jammerde de santri: Ach mijn arme ézel. wat moet ik nu beginnen ! Wat spijt dat ik zooeven zoo hardvochtig was!

Maar weeklagen heeft geen nut. Een doode ézel kan niet

fioNr.r.Rui', Mdl -Holl. Isrrh. 2

ocr page 38

IS

guna. Kaldaj Jang uiampus tijada bolih bangon. dan santeri itupun nmla'i nu-ngorèq biliang Jang dalam. lain litanamnja baugkaj kaldaj itu. ija mengoeroeg tanahnja. dan satelah qubnr itu sadija. santeri pun duduq diatasnja. seraja menangis tersedih-sedih. Dengan demikijan adalah lieberapa orang dari pada nagari itu melalui tampat itu serta ditanja-ïnja akan santen itu. inenga]m angkaw duduq menangis ini?

Maka santeri itupun inalu mengaku ija menangis olih karana saèjknr kaldaj. dijamlah djuga ija.

Mavikaitu berkata pula: Angkaw duduq pada sawatu qubur rupanja? Santeri tijada menjahut melaïnkan meng-anggoq sahadja.

Kahuv - kawanrnukah Jang ineninggal di tengah djalan, lalu kawtanarakan disini? Maka santeri menganggoq pula: Ija!

XJatalaii kawan tuwan orang Jang amat oaléhh dan sutji djuga: djikalaw tidaq orang Jang qiidiis. masakan ditangisi olih saörang santeri dengan tersedih-sedih.

Maka tersedan-sedan santeri itu. katanja: Ija! Karena makin main ija. tijada beraninja iqifir.

Maka udjar orang - itu: Masakan patut orang Jang cali:hh ini ditanamkan disini ditengah padang. Marilah kita mem-buwat niaq;im dengan qubahnja dan bajiqlah tuwan bersaiua-sama kitaorang disini supaja dapat kitaorang perdjamukan ruwan dengan sapertinja.

Santeri irn lalu mengiknt marikaïtu dengan masjgulnja, didalam hatinja: Hagajmana kela([ hhalku. djikalaw barang-kali bangkaj kaldaj digalinja?

Itupun kaldaj rijada dikorèq olili orang itu melaïnkan dibangunkannja sabuwah tjandi Jang indah 2 rupanja pada tampat irn. dan sabab dekat nagarinja tijadalah karamat, tampat segala orang pergi sembahjang. maka tijada berapa lamanja datanglah orang berratus-ratus kasana: adalah Jang sakit dan orang Jang djanggal. adalah perampuwan Jang mandul. sakalijannja harap akan kasaqtijan orang karamat itu.

Maka santeri pun mendjadi djuru-kuntji maqam itu. dan segala orang sa'ir mempersembahkan kajiadanja lgt;anjaq2 ba-rang Jang dapat dipergunakannja. sahingga ija tidaq merasa susah lagi. hanja takut sadikit manakala ija ingat bahuwa

ocr page 39

weer opstaan, en zoo begon de santri een diepen kuil te graven, en légde den ézel daarin, hij hoogde de aarde wat aan, en toen het graf klaar was ging de santri er op zitten, bitterlijk weenende. Onder deze omstanditrhéden gebeurde het dat véle lieden uit de stad daar voorbij kwamen en hem vroegen waarom hij daar zoo zat en schreide?

De santri schaamde zich te bekénnen dat hij om een ézel schreide, en zweeg maar.

Die lieden zeiden weder: Het schijnt wel dat gij daar op een grat zit? De santri antwoordde niet. maar knikte slechts toestemmend.

W as het wellicht uw reisgenoot die onderwég is overleden en dien gij toen hier begraven hebt. Toen knikte de santri weder: Ja!

Het is duidelijk dat uw reisgenoot ook een zeer vroom en heilig man was. anders zoude immers een santri niet zoo bitter bedroefd om hem weenen.

Droevig snikkend zeide de santri: Ja! want hij was nog meei beschaamd geworden en had den moed niet de waarheid te bekénnen.

Die lieden zeiden: Dan is het toch niet behoorlijk dat een zoo vroom man hier in het open véld begraven is. Kom laten wij een grafstéde bouwen met een koepel er op en dan moest mijnheer hier bij ons blijven, opdat wij u behoorlijk onthalen.

Daarop ging de santri met hen méde. bezwaard van gemoed, denkende: Hoe zal het straks met mij gaan. als zij wellicht den dooden ézel opgraven?

Lvenwél werd de ezel niet door hen opgegraven, maar zij bouwden op die plék een schoone grafkapél, en omdat er in de nabijheid van die stad geen heilig graf was waar de menschen heen konden gaan om te bidden, duurde het niet lang of de lieden kwamen bij honderden daarheen, zoowel zieken en gebrèkkigen. als vrouwen die kinderloos waren, die allen hoopten op de wonderkracht van den begraven heilige.

De santri wérd sleutelbewaarder van dat heilige graf. en de pélgi ims gaven hem rijkelijk alles wat hem van nut kon zijn, zoodat hij geen zorgen meer gevoelde, behalve een weinig angst als hij soms bedacht dat de ménigte haren

ocr page 40

orang 1 i itu membakar dupanja dan meialjeri hhormat

kajiaila bangkaj kalclaj djuga.

Pada sawatu hari djuru-kuntji berdiri dihadapan pintu rumahnja. Maka dilihatnja saürang zahid tuwa Jang muhh-tasjani lakunja datang berkandarailn kuda Jang halus -Lalii nuup'un itu disidiq-selidikinja; tiba * oiang niud.i iru mengenal gurunja jang tuwa. Maka ijapun suka-tjita djuga

nielihat muridnja.

Diuru-kuntji itu lalu mendjamu gurunja, kamudijan ber-saina-saiaa ija masoq kadalam tjaudi. tetapi masjgul hati santeri karana ija tidaq inaü meniperdajakan gurunja, olih sabali itu tetaplah kahendatpija mengaku dosanja kapada gurunja dan raembukakau rabasija sijapa jang ditanam di-

dalam maqam itu.

Tatkala kaduwanja berdiri dihadapan qubür iru. maka santeri berkeluh-kesah seraja mengaku öegala hhal-ahlmwal-uja. rijada seugadja ija memiierdajakan segala orang. serta ija ininta pengadjaran gurunja akan tobat dan mendapat ampon dan pada dosanja jang besar itu.

Maka iruru pun menghiborkan dija seraja menempap ta-ntrannja atas babu muridnja, katanja: Djanganlah gundah-gulana. senangkan hatimu sadja, haj anaqku. lalu ija ber-bisiq-bisiq: Adakah anariku tahu sijapa jang ditanam dida-lam maqani bapa tui? Ijalah bapa kaldajmii.

13.

Tjeritera budaq quot; jang bersuka-sukaan.

Kamudijan dan pada hudjan tempijas jang lebat adalah anaq perampuwan duwa orang tjengkerema. Maka pada autara lurungnja adalah lopalt;j besar lagi dalam, ajarnja keruh. Hari itu senjamigt;ang hari-raja; maka liudaq itu kaduwanja memakaj kaïn-badjunja jang balk.2 — Melihat ajar itu maka budaq jang ketjil tijada tahu menahankan napsunja. lalu melangkahkan kakinja jang berkasut kadalam lopaq itu. -Tiba - budaq jang besar sadikit berseru katanja: Djaga-baïk djangan aku kawperirjiki, seraja ija djuga melangkahkan kakinja kadalam ajar letjah itu. Lantas kaduwanja lupa

ocr page 41

21

wierook brandde en hulde bracht slechts aan een donden ézel.

Op zékeren dag stond de sleutelbewaarder voor de deur van zijn inüs. Hij /.ag dat een oude geestelijke, niet een deftige houding en op een fraai paard rijdende, daarheen kwam. Daarop beschouwde déze het grat zeer oplettend, en o]i eens hèrkènde de santri zijn ouden leermeester. En ook déze was verheugd zijn leerling terug te zien.

De sleutelbewaarder onthaalde toen zijn leeraar en daarna gingen zij te zamen de grafkapel binnen, maar de santri was bezwaard van gemoed, want hij wilde zijn leermeester niet bedriegen, daarom was hij vast besloten zijne zonden aan zijn leeraar te belijden en hem het geheim te o|ienbaren wie hot was die in dat graf begraven werd.

Toen zij beiden voor het gral stonden bekende de santri al zuchtend en klagend de geheele toedracht der zaak. dat hij niet mtit opzet de lieden bedrogen had en hij verzocht zijn meester om raad om zich te bekeeren en vergiffenis te krijgen voor zijne groote zonde.

De leeraar vertroostte hein en legde de hand on den schouder van zijn leerling, terwijl hij zeide: Gij moet niet zoo ontroerd zijn. stel uw hart maar gerust: daarop zeide hij al fluisterend: Weet gij wèl mijn zoon. wie het is die in nnjii heilig graf ligt? Dat was de vader van uw ézel!

13.

De spélende kinderen.

Na eene zware régenbui wandelden twee meisjes op den wég. Daar was midden op den wèg een groote. diepe plas met modderig water. De meisjes hadden hare béste kleeren aan. omdat het juist een feestdag was. Het water ziende, kon de kleinste de verzoeking niet weerstaan en stapte met hare schoentjes aan in den plas. Pas op! dat je me niet bespat riep de grootste, maar stapte méteen ook .in het nat. Spoedig vergaten beide hare mooie kleedjes en hare natte voeten en dansten en sprongen.

Ach! Wat hel) je mij daar vuil gemaakt riep opeens de

ocr page 42

akan pakajannja jany bag us - dan kakinja jang basah, serta menari dan melompat.1

Ti ba2 nonna ketjil berterèjaq katanja: Wah aku kaw-lumurkan lain larilah ija seraja menangis. Sahut temannja: Angkaw sendiri djuga Jang mulaï.

Mflihat anaqnja berlari2 pakajannja berlumpur, inaka kata ibunja; Haj anaqku, mengapa maka kaïn-badjumu kotor ini?

Anaqnja raenjahut: Kalakuan si-Sara ini!

Lalu Sara ditangkap olih Maq-Lina diguntjang-guntjangnja lengmnja. Maka larilah budaii itu mendêipatkan ibnnja minta tulung kapadanja. — Ijapun datang, seraja menentang mata Maq-Lina katanja. Anaqku Sara ini mengapa kawpukul?

Kamudijan djadilah perbantahan antara ibunja itu. Maka segala orang sakampongnja berhimponlah, making - raenurut pèhaqnja sambil berterèjaq, ada jang membenarkan, ada jang menjalahkan. Maka saörang perampuwan jang tuwa mengantara, tetapi tjuma2 sahadja; maka kaduwa péhaq jang berbantah-bantahan melihat akan lawannja sadja, dan beratju-atjuan deugan tingkah-lakunja jang bengis.

Dalam pada itu nonna Sara kombali katampat lopaci itu beserta si-Lina. lalu kaduwanja menggali didalam lumpur dengan tambikir hendaq mengalirkan ajarnja. Maka saman-tara ibunja lagi berbantah-bantahan, maka kanaq 2 itu amat sukarjita dan melangkahkan parit ketjil itu seraja melompat telah lupalah ija akan tjidera dan marahnja lalu dia-tungkannja ranting 2 pada ajar itu bersahut-sahutan dengan sukatjitanja.

Demi perampuwan tuwa itu melihat kalakuan kanaq 2 itu maka ditundjuqkannja kapada perampuwan jang berbantah-banrahan itu. udjarnja: Lihat olihmu akan bodoh lakumu. Maka kaduwanja memandang akan laku anaqnja. malulah kaduwanja.

14.

Umpama orang peladang.

Adalah saörang peladang pergi menaburi ladangnja. Tat-kala ija menabur maka adalah sadikit benih djatoh pada djalan, tamjiat tanahnja tegar. sabab banjaq orang lalu-la-

ocr page 43

Jongsto t'ii lie)» huilend wey. — Je ln'iit zeil begonnen, kreeg zij ten antwoord.

Toen zij haar kind zoo met beslikte kleeren zag wègloopen, zeide de moeder: Wèl kind. hoe komt dat, dat je kleeren zoo vuil zijn?

Her kind antwoordde: Dat heeft die Baartje gedaan!

Toen werd Saarrje aangepakt door de moeder van Lina, die haar hevig bij den arm heen en weer schudde. Het kind zocht weer troost en hulp bij hare moeder, die nader komende, met een uitdagende houding vroeg:

Waarom slaat gij mijn kleine Lina?

Daarop ontstond er twist russchen de beide moeders. Al de buren kwamen er bij. elk hunner kours parrij. terwijl zij schreeuwden en gelijk of ongelijk gaven. Een oud vrouwtje trad tusschenbeide. maar geheel vergeefs: de beide twistende partijen zagen sléchts hun tegenstanders en dreigden Mkander met heftige gebaren.

Intusschen was Baartje weer naar den plas teruggekeerd, te zamen met Lina, beide groeven in den modder met een potscherf om het water te laten afloopen. Terwijl nu de moeders nog heftig aan het twisten waren, hadden de kinderen de grootste pret en sprongen al huppelend over de

kleine slootjes; zij hadden haren twist en ......sheid al lang

vergeten en lieten takjes drijven op het water, terwijl zij elkaar vrolijk toeriepen.

Z iodra die oude vrouw het gedrag der kinderen zat:, wees zij de kijvende vrouwen daarop, zéggende: Ziet nu zélf eens hoe dwaas uw gedrag is. Zij beide kéken met aandacht naar t ireen de kinderen déden, en schaamden zich.

14.

De Landman.

hen landman ging uit om zijn véld te bezaaien. Terwijl liij zaaide viel er eenig zaad op een pad. waar de grond hard was. omdat de ménschen daar altijd heen en weer gingen.

ocr page 44

24

hum i'iula taniput iiu. Maka datan^rlah wegala Imnuig uih-makan benih iru. Dan lagi sapam benih itu djatoh paila tjadas Jang tanahnja salapis Jang tipis, snngguhpun benih iru tuniljuh dengan lekas, akan tfta])inja akariija kurang niasuii kailalani tanah. dan sibali inataiiari panas teriq ia-Julah iiiliit itu. Lagiiuda ada sabehagi benih itu djatoh pada antara rumput - dan duri; sungguh]iun benih itu tumbuh tetapi duri tumlgt;uh lebih tinggi saliingga iubitnja habislah kepam. Terapi adalah sapam benih Jang djatuii kailalani tanah Jang balk, lain padinja djaili baïk djuga. ada Jang hharilnja tiga puluh kali ganda. ada Jang seratus kali ganda, ataw leljih lagi.

Bahuwa sasunggnimja upama orang peladang itu. demi-kijanlah djuga orang Jang mail mengadjar kabedjikan kapada manusija, dan budi bitjaranja iru saperti benih Jang dihani-iiurkannja kadalam hati segala manusija. karena orang manusija saüpama tanah itu. Adapun orang Jang tegar dan ki'i'as hatinja itu hampir- tijada maii menengarkan peiiga-djaran Jang baïk. ijalah upama lurung Jang keras itu. segala narihhat tijada lekat pada hatinja manakala ada orang inenjin-dirkan dija. Ada pula orang Jang hatinja saperti tanah sala-pis Jang iliatas tjadas itu; ija'itu segala orang Jang menengarkan narihhat dengan sukatjitanja. mai^-udnja djuga ija hendaq nienurut ]iengadjaran iru: kalakuannja baïk djuga sabelom ijagt; kena kasukaran; akan tetapi apabila dirasainja snkarlah melakukan wadjii'tija itu. dan apabila orang Jang lain merahi akandija akan menunrut kasukaan dunija. lantas lupalah ija akan maq^-ud Jang baïk itu. djadilah ija lalaj dan alpa pula saperti dahulu djuga.

Adapun parangi manusija Jang dibandingkan dengan ladang penuii semaq dan duri. itulah orang Jang menarima lagi menurut narihhat dengan suka hatinja, akan tetapi dari jiada maqrudnja Jang liaïk itu lebih keras hawa-napsunja. dengan sjaiiwatnja dan thamanja dan saliagajnja saliingga tijadalah ija menangkan dosanja. mela'inkan ija djuwa Jang tiwas olih napsunja itu.

Selamatlah orang Jang ampunja hati saperti tanah Jang balk itu rupanja. Ija menengarkan pengadjaran Jang baïk dengan perhatian lain ditarohkannja. djangankan didalam

ocr page 45

2.')

Toen kwamen 'Ie vogels en aten het op. Een ander deel van het zaad viel op een harden steenacliri^en grond, waar slechts een weinig aarde op la^. ofschoon dit spoedig opschoot drongen nogtans de wortels niet diep genoeg in de aarde, en toen de zon feller brandde verdorde het. (Dok viel er een deel van liet zaad tusschen onkruid en doornen en het wies wèl op, maar de doornen wiessen nog hooger en verstikten het geheel en al. Maar een ander deel viel in goede aarde en dit bracht goede vrucht voort, soms der-tigvoud, soms honderdvoud of' nog meer.

Waarlijk, gelijk die zaaier, is hij die het goede aan de inènschen wil leereii, en zijne wijze léssen zijn het zaad dat hij uitstrooit in de harten der mènschen, want déze zijn gelijk aan die aarde. Een stug en ongevoelig inènsch wil bijna niet luisteren naar de goede lessen, hij is gelijk aan dat harde voetpad, er blijft niets van over, zoodra een ander hem bespot. Het hart van anderen is gelijk die rotsachtige grond waar weinig aarde op ligt: dat zijn zij. die de vermaningen met vreugde hooren en beloven ze te zullen opvolgen: zij doen dan ook wérkelijk wat goed is. zoolang dit hun gemakkelijk valt; maar wanneer het hun zwaar wordt hun plicht te doen, en anderen hen verlokken liever de genoegens der wèreld na te jagen, dan vergeten zij hun goede voornemens en worden wéder traag en zorgeloos als voorheen.

De mènsch wiens hart vergeleken wordt met een akker waar doornen wassen, is hij die de goede léssen wél aanneemt en ze ook met vreugde opvolgt, maar zijne lusten en hartstochten, de wellust, gierigheid enz., zijn stérker dan zijne goede voornémens, zoodat hij niet het kwade overwint. maar hij zélf wordt overwonnen.

Gfeliikkig de ménsch wiens hart gelijkt op dien vruchtbaren grond. Met opléttendheid hoort hij de goede léssen en bewaart ze ook, niet alleen in zijn geheugen, maar iiij doet ook wat hem geleerd is; hij is gehoorzaam aan Gods wil, al valt het hem ook moeielijk.

Waarlijk, zonder strijd is er geene overwinning, maar wat strijd en moeite kost. juist dat heeft waarde voor den ménsch in déze en in de toekomstige wereld.

ocr page 46

26

in ga tan sadja. hanja dilakukannja djuga amal jang diadjar kapadanja. ija menurut finnan Allah djikalaw sukar kapa-danja sakalipun.

Bahuwa sasungguhnja tijadalah kamenangan melaïnkan dengan berperang dahulu, akan tetapi barang jang diperolih dengan perang dan usaha. itulah jang berguna kapada ma-nusija dari dunija sampaj kaachirat.

15.

Riwajat nabi Adam dan siti Hawa.

Adalah saörang rahhib-ul-hhikajat dari pada qawm orang Jahudi mentjeriterakan: Satelah nabi Adam dan siti Hawa dihalawkan dari dalam firdaws maka kaduwanja mengom-bara pada bumi ini. — Maka matahari mulai turun. demi dilihatnja hhal itu djadilah masjgul dan dahhsjat hatinja. Katakutanlah ija. dan sedang tjahaja matahari raakin kurang maka susah didalam hati orang kasihan itu makin tamhah. Lama kalamailn gelap-gulitalah, lalu dengan putus asanja marikaïtu merebahkan dirinja katanah, pada sangkanja bahuwa sampaj kekal tjahaja matahari telah diambil dari padanja ulili Tuhan jang maha-kuwasa. Maka menangislah kaduwanja sagenap malam itu.

Beberapa djam lagi, Nah! kalihatan tjahaja dari atas bukit jang pada sabelah timor, tampaqlah pula matahari saperti amas warnanja. Tijada lagi berhamburan ajar inata nabi Adam dan siti Hawa, bersuraqlah ija: Djikalaw dukatjita samalam-malaman sakalipun, akan tetapi apabila tadjar. da-tang sukatjita pula.

Hhikajat Darwisj.

Adalah saörang orang 'Arab jang tuwa, maka dirasaïnja badannja letih dan adjalnja datang kelaq. Lalu dibahagi-kannja hartabandanja, jaitu rudjuhbelas èjkor onta kapada anaknja laki2 liga orang dengan aturan jang tersebut ini:

Hhasan jang anak sulung, akan dapat satengahnja. dan

ocr page 47

15.

Légènde van Adam en Eva.

Een geschiedachrijver uit het volk der Joden verhaalt: Nadat Adam en Eva verdréven waren uit het paradijs, zwierven zij heide hier op aarde rond. De zon begon te dalen, zoodra zij dit zagen ontstond bezorgdheid en angst in hun gemoed. Zij waren geheel van vrees bevangen, en terwijl het licht der zon langs hoe meer verminderde, nam des te meer de zorg toe in het hart dier beklagenswaardige lieden, len langen laatste wérd het stikdonker en wanhopig wierpen zij zich op den grond néder, zij meenden dat voor eeuwig het licht der zou voor hèn was wèggenomen door den Heer. den Almachtige. Beiden schreiden zij den geheelen nacht.

quot;Véle uren later, ziedaar werd een schijnsel zichtbaar van over ile bergen, aan den kant van het Oosten; de goudkleurige zon wérd wéder zichtbaar. Toen stroomden de tranen van Adam en Eva niet langer, zij juichten en loofden den Heer. zéggende: Al duurt het verdriet ook een geheelen nacht lang. nochtans bij het ochtendkrieken komt de vreugde weer.

10.

De D a r w i s j.

Een oude Arabier voelde zijn einde naderen en deelde zijn goed, zeventien kameelen. op de volgende wijze onder zijne drie zonen:

Hhasan, de oudste, krijgt de helft; .Mohhammad, de tweede, een dérde; Mustafa, de jongste, een négende.

ocr page 48

is

Mohhiunmiul Jang iienenggali sainTtiga: dan Mustafa Jang liungsu sa|iorsaniliilaii.

Atlapun kaminuig kadijauian (lattm kulawargauja itu aila pada sawatu dari pada lurung 2 Jang didjalani olih tiafilah uranghhadjijang pulangdari Mekah kombali katampat qailnmja.

Satelah sjaich Jang tnwa itn meninggal. maka wariiznja. hendaq memliahagi pnsakanja he till - mennrnt sjarthnja. karana taknt ija inelaln'i kahendaq hapanja. Akan tetapi marikaitu tijada berdaja inenjelesajkan perkara itu. karana liilangan 17 tijada terbahagikan. atas 2 pun tiilaq. atas 8 pun tidaq. atas (.t pun tidaq. Maka djadilah perbantahan. niasing- raenuntut laba dari mohalnja membahagi dengan sa'isarnanja. Maka njatalah djuga hati Jang |ianas dan djalaq pekerti qaüm 'Arab itu. njaris perbantahan itu mendjadi perkalahijan dengan menuinpahkan darah.

Maka pada kutika itu lalulah saörang darwisj berkandaraan onta salalu ija berdhikir. Menengar orang berbantah-bantah. ija lierhenti niemariiisakan hhalnja peiiiantahan sudara - itu. Satelah didengarnja apa nuilanja. maka saiuitnja ....llamlia ini datang dari Mekah, dan Jang ada padaku hanja ontaku ini saèjkor, akan tetapi Allah inenitahkan hamlia memberi ontaku ini kapailanui supaja dapat tuwan 2 membahagi pusaka sapcrti pesan bapamu Jang meninggal. Pada Jaqinku iiistjaja hamba perohh kombali saèjkor onta. Allah djuga. Jung melanggarakan.quot; quot;

Demi didengarnja naeilihat orang galéhh itu dan melihat ija ini'ii jarahkan i mtanja karena Allah, maka hilang amarahnja segala sudara itu lain diturutnja nacihhat hhadji itu dan uuilal membahagi jmlaq saperti kahendacj bapanja.

Maka onta darwisj itu dihalaw kapada onta Jang tiuljuh-Ijelas itu. mendjadi djumlahnja 18 doelapan belas. Lain Hhasan dapat satengahnja ija'itu 9 èjkor dan Mohhammad öa]gt;ertiganja. ija'itu (5 èjkor, dan Mustafa, sapersamliilan dari 18 ija'itu 2 èjkor onta. Djumlahnja 9 dan n dan 2 djadi 17. Maka hhajranlah segala sudara itu melihat darwisj itu nai'k ontanja Jang tinggal kamudijan dari pada membahagi itu. lain berdjalan. salalu berdiiikir taiihlil djuga.

Menengar tatwa darwisj itu sudara - mengatahu'i Imdinja dan mustahhaq adanja. lalu marika'itn smljud menjembah kakinia.

ocr page 49

29

Hk ilorii waarin ile t'anüliH wooiule lag aan een der wvgen waarlangs «Ie karavanen van Mfkah trékken, wanneer de béilevaartgangers van hun pèlgrimstochten tt!rugklt;*eren naar hun stammen.

Nadat de oude Arabier gestorven was, wilden zijne èrt-genamen nauwkeurig volgens zijn voorschrift deelen, want zij eerden den wil huns vaders. Zij konden echter de zaak niet uitmaken, daar het getal 17 noch door 2, noch door 3. noch door 9 deelbaar is. Er ontstond een twist, ieder van hén wilde voordeel trékken uit de onmogelijkheid oin eerlijk te deelen. Het wanne bloed, het strijdlustig karakter van het Arabische volk kwam ook aan den dag. en het scheelde weinig ot' de twist was ontaard in een bloedig gevecht.

Op dat oogenblik kwam een darwisj op een kameel voorbij. die voortdurend den lof van Allah zong. Hij hield nu échter stil en deed onderzoek naar de oorzaken van den twist der broeders; toen hij die vernomen had, was zijn antwoord; ..„Ik kom van Mekah en bezit niets dan mijn kameel, maar Allah beveelt mij u dien re géven, opdat gij deelen kunt naar den wil des dooden. Ik bén zéker dat ik wél een kameel zal terug krijgen. Allah zal daarvoor wél zorgen.quot;quot;

Déze woorden en de belangelooze gift van den vromen man déden plotseling den toorn der drie broeders bedaren, die nu zijn raad opvolgden en opnieuw begonnen te deelen naar het voorschrift van hun vader.

Het kameel van den darwisj werd bij de zéven tien ge-dréven. zoodat er nu in het geheel achttien waren. Xu kreeg Hhasan de helft van 18 of 9 kameelen, Mohhammad één dérde van is of •gt; kameelen en Mustafa een négende van 18 of 2 kameelen. Tezamen maakt dat 2 = 17 kameelen.

Verbaasd zagen de broeders hoe de darwisj weer zijn kameel besteeg, dat overbleef na de verdeeling, en zijn reis voortzétte, steeds den lof van Allah zingend.

Aan déze wijze uitspraak erkénden de broeders de heiligheid van den darwisj en bogen voor hem tot in het stof.

ocr page 50

30 17.

Tjeritera orang perdjalanan dengan beruwang.

Adalah pada sawatu hari duwa orang perdjalanan. hendaq melintas rimlia. telah l^ermuwatacjat sahingga mati jiun tijada akan tumang-inenimmng, barang apa behajanja pun. Maka baharulah kaduwanja berdjalan sapenggal djalan. tiba-tiba saèjkor beruwang besar menetas lgt;alukar lalu menudju kapa-danja.

Lantas saörangnja jang tinggi lampaj tubuhnja lagi tang-kas. melompati sabataug pohon kaju. Jang saörang me-nijarap ka tanah. sambil merawu.

Maka beruwang menghami»iri serta mentjiunii badannja dan tijada dipengapakannja karana pada sangka beruwang itu sudah mati orang itu. mèinang baruwang tijada suka makan bangkaj. lalu ija masoq kadalam hutan kombali.

Apabila dilihatnja tijadalah Viahaja lagi. maka oi'ang jang duduq diatas pohon itu turunlah lalu memandang temannja seraja tertawa dengan nakalnja. ditanjaïnja: Haj cohhbatku rahasija mana jang indah 2 diliisiki olih beruwang itu kate-lingamu?

Sahut temannja dengan tersennjum-simpul: Bahuwa si beruwang meinberi nacilihat jang sungguh - padaku. kata-nja: Kamudijan harinja baïklah angkaw ingaf-dan djanganlah pertjaja lagi akan teman jang tjnlas dan tjaliar-hati. saj erti lakumu tadi.

IS.

Akan hhal saörang kafir dengan berhalanja,

Sacirang Kafir jang miskin sangat rindu-dendam djadi kaja. sahingga tijap 2 hari ija menjemlteih sudjud dihadapan patung kaju jang didalam rumahnja hendaq membudjuq hati ber-hala itu akan mengqabülkan doanja. Kendati Kafir itu berkandjang ininta dóa. salamanja ija papa djuga.

Maka pada sawatu hari dengan gemasnja ija menangka|j kaki berhala jang tijada tahu sajang itu. lalu dihempaskannja katanah remuq-redam segala anggotanja.

ocr page 51

17.

De reizigers en de beer.

Het gebeurde op zékeren dag dat twee reizigers, door een woud willende trékken, afgesproken hadden zelfs tot in den dood toe elkaar niet in den steek te laten, wélk gevaar er ook wezen mocht. Pas hadden beide een eind weegs afgelegd, of on\ erwachts drong een groote beer dooi' het kreupelhout, en kwam op hen af.

Huks klom een van hèn. die groot en slank van gestalte was, vlug op een boom. De andere ging plat op zijn buik-op den grond liggen, terwijl hij den adem inhield.

De beei kwam dicht bij hem en berook zijn lichaam, en deed hem niets, omdat de beer meende dat hij al dood was. 't is immers bekend dat beeren er niet van houden lijken re éten, daarop ging hij weer terug het bosch in.

Toen hij zag dat er geen gevaar meer was. klom de andere, die boven in den boom zat. naar benéden en keek zijn kameraad ondeugend lachende aan. terwijl hij hèm vroe^; Wèl vrind, wélk belangrijk geheim was het. dat door dien beer u in 't oor werd gefluisterd?

Het antwoord \an zijn kameraad was; X)ie beer gaf mij een zeer érnstige vermaning, hij zeide: op een anderen tijd zou het goed zijn dat gij heel voorzichtig waart en niet weer vertrouwdet op een kameraad die valsch en lafhartig is. zooals gij pas gedaan hebt.

18.

De Kaffer en zijn Afgod.

Len arme Kaffer had een stérke begeerte rijk te worden, zoodat hij dag aan dag biddend ter aarde boog voor een houten beeld dat in zijn huis was, om het hart van dien afgod te verteederen om zijn gebéden te verhooren. Ofschoon de Kaffer volhardde in het bidden, bleef hij toch altijd éven arm.

Op zékeren dag pakte hij in zijn kwaadaardigheid dien afgod, die nooit medelijden had, bij zijn been en smeet hem met gewéld ter aarde, zoodat al zijn lédematen verbrijzeld waren.

ocr page 52

Astaga! beriielantiiigan lebili dari saratus dinar amas Jang (tari dalmlu kala disimpan - didalain patung kaju itu olih nènèq-inojang Katir itu. Melihat hhal itu bingunglah ija deiman gcmarnja scraja litTsuraq: Betapa bodoh kalakuaiiku sakijan lama ini menghilangkan ümurku dengan sija2 sedang aku inenjembah sudjud dihadapan berhala Jang tuli dan tijada dajiar menengarkan penuintaiinku, lain ivinuq dari pada quwat lengankii ini.

19.

Hhikajat radja jang adil.

Adalah saiiraiii; radja Jang masjhiir adilnja berburu rnsa,. Maka pa^i- hari baginda telah berangkat dan tatkala hainpir jieraii^ liari dirasa'inja lapar lain dititahkannja kapada segala orang [leiiiriringnja sadijakan santapaunja dari pada daging rusa perlmruannja itu. — Satelah njaris niasaq makanan itu, tiba - djuru-masaq ingat ija lupa membawa garam, lain di-panggilnja saörang budaq disuruhnja mengambil garam ka-dalam dusun Jang dekat. Demi radja terdengar akan pesanan iru, lain baginda bersernkan Imdaq itu: Hubaja2 djangan lupa membawa nwang pembajaran garam itu!

Maka segala bamba radja bhajran mendengar baginda bertjintakan perkara jang amat ketjil itu, lain bertjakap sama scndirinja: Apatah salabnja djikalaw dipinta garam saganggani kapada orang dusun bakal masaq santapan?

Maka radja menengar kata orang itu lain titahnja: Bahnwa sasungguhnja, segala sangsara dan tjelaka jang di dalam nagari Malaju ini. terbit dari pada perkara jang dikatakan ketjil - iru. Segala adat jang djahat dan salab itu acalnja dari pada perkara jang ketjil2 itu. Djikalaw aku mengambil garam saganggam, ijarangkali manterikn mengambil sa-èjkor kei io.

ocr page 53

O, wonder! daar rolden over den grond meer dan honderd goudstukken, die sedert oude tijden langzanicrhand in dat houten beeld waren opgespaard door de voorouders van dien Kaffer. Dat ziende, stond hij versteld van vreugde, terwijl hij uitriep: Hoe dom heb ik mij nu al zoo langen tijd ge-dragen, mijn levensjaren nutteloos te verspillen, terwijl ik biddend nederboog voor een afgod die doof is en mijne smeekingen niet kon aanhooren tjn daarop verbrijzeld werd door de kracht van mijnen arm.

11).

De rèchtvaardige vorst.

Het gebeurde eens dat een vorst, wiens récht vaardigheid wijd vermaard was. op de hèrtenjacht ging. Vroeg in den morgen was hij vertrokken, en toen de avond naderde gevoelde hij honger en gaf last aan de lieden van zijn gevolg een maal voor hem te bereiden van het vleesch der op de jacht buit gemaakte hérten. — Xadat dit gerécht bijna gaar geworden was. schoot het in eens den krik te binnen dat hij vergeten had zout mee te némen, daarop riep hij een knaap en zond hem heen om zout te halen in een naburig dorp. Zoodra de vorst die opdracht hoorde, riep hij den knaap toe: ..Gij moet vooral niet vergeten géld mee te némen tot betaling van dat zout!quot;

De dienaren des vorsten waren verbaasd te hooren dat hij zich bekommerde om die kleinighéden en praatten onder élkander: „Wat kwaad zou er toch in zijn, wanneer een handvol zout gevraagd wordt aan de dorpelingen om daarmee het maal van Zijne Hoogheid te bereiden?quot;

De vorst hoorde het zéggen dier lieden, en sprak: „Voorwaar, al het lijden en de éllènde hier in de Maleische landen spruit voort uit die zaken die kleinigheden genoemd worden. Alle sléchte en verkeerde gebruiken hebben hun oorsprong uit die kleinigheden.^Als ik een handvol zout neem. dan némen mijne beawfWni misschien een buffél.quot;

, Mal -/loll. Lmh

ocr page 54

34 20.

Tjeritera kambing dj an tan.

Sakali peristiwa duwa èjkor kambing djantan liertemu pada sama tfiigah jiapan titian. Jang tijada berapa lèjbarnja. Dibawah titian itu adalah sabmvah anaq sungaj alurannja daiam dengan harusnja deras.

Maka berserulaii saèjkor kambing: Singkirlah angkawl Sahut kambing saèjkor dengan sindir: Alangkah bag lis ! Balklah angkaw nndur. beri djalan padaku dahulu. karena aku djuga jang dahulu diatas papan titian ini.

Kara kambing jang pertama: Sungguh angkuh angkaw ini. akulah jang tuwa. masakan aku singkir dan beri djalan padamu! Tijada djemah!

Masing - berkandjang maü melintas dengan menegarkan tengkoqnja. teiah malümlah kita adat kambing, mèjmang degii. Tijada lierapa lamanja maku kaduwanja mulaï Ijer-laga. dengan bérangnja melanggar menanduq; dari jiada sangat tempuhnja kaduwanja berhumbalang: djatoh dari pada titian kadalam aluran sungaj. badannja kena luka ka-])ada batu jang lontjip: baïknja ija dapat meluputkan dirinja dari pada behaja itu dengan menaïki tanjakan tjuram.

21

Riwajat tjintjin jang saqti.

Pada sawatu malam saörang orang dnsun jang miskin pulang karmnahnja dengan penat l»adannja liekas bekerdja. lalu ija bertanja kapada liininja. adakah raasafj makananku ataw belomkalr? Maka sahut bininja seraja mengeluh. „Hen-daq pun saja l)eri kapada kakang akan laüq-paük sadikit dari pada ikan ataw daging, tetapi sawatupun tijada melaïn-kan nasi dengan sajur-majur sadikit jang saja tjahari -di pinggir hutan. djanganlah gusar kiranja. karena sawatupun tijada jang dapat kubeli. lielandja tijada sapèsèr pun. tetapi nanti sat)entar makanan kakaq masaq.quot;

ocr page 55

20.

De Bokken.

Het gebeurde eens dat twee bokken elkaar ontmoetten juist op het midden der plank van een vonder, die niet heel breed was. Onder het vonder was een beek met een diepe bedding en fèllen stroom.

De eene bok riep: Ga Jij op zij! De ander antwoordde spottend: Dat zou ook wat moois zijn! Ga jij liever achteruit en maak mij ruim baan. want ik bèn ook 't eerste op déze vonder geweest.

De eerste bok zeide: Jij bént wél verwaand, ik bén de oudste, ik zal immers niet ruim baan maken voor jou! Dat nooit!

Ieder bleet' éven hardnekkig op zijn stuk den ander voorbij te willen gaan. we wéten immers al lang hoe de manier van bokken is. die zijn nu eenmaal koppig. Het duurde niet heel lang of beide begonnen te vèchten. woedend vielen ze op elkaar aan. met de horens stootende: door den hévi-gen schok vielen beide al buitelend van het vonder af in de beek. hun lichamen werden gewond tegen de puntige steenen, het was nog hun geluk dat zij zich rédden konden uit dat gevaar, door tegen den stellen kant van het ravijn op te klonteren.

21.

Verhaal van den ring met wonderkracht.

Een arme dorpeling keerde op een avond vermoeid van den arbeid naar zijn huis terug, en vroeg aan zijne vrouw of het ('ten nog niet klaar was? Zuchtend antwoordde zij: „Gaarne had ik u wat toespijs, zooals visch of vleesch. willen géven, maar ik heb niets dan rijst met wat groenten, die ik aan den kant van 't bosch gezocht heb. Wees maar niet boos, want ik kon niets koopen, ik heb geen geld. zelfs geen halve cént. maar uw rijst zal aanstonds gaar zijn.quot;

Op dat oogenblik kwam een oude vrouw, die niets aan had dan een gescheurde sarong, en verzocht om wat éten,

3*

ocr page 56

Maka pada kutika itu djuga datanglah san rant: perampu-wan ruwa jang memakaj sarong kojaq-i'abit sadja. Maka perarapmvan itu meminta inakanan sadikit serta idzinnja liermalam di dalam pondoqnja. Maka laki-bini mendjemput iierampuwan itu niasoq. lalu diberinja makanan kapadanja liavang Jang ada, sahingga perampuwan itu kennjang, lalu mem baringkan dirinja diatas katil hendaq tidur. Adapun kaduwa orang itu laki-bini kurang kennjang perutnja, itupun tijada i.ja bersungut-sungut.

Tatkala pada kaésokan harinja pagi - laki-liini itu hendaq membangunkan perampuwan tuwa itu dari pada tidurnja, maka hhajranlah kaduwanja tertjengang-tjengang melihat ada saörang perampuwan Jang èloq parasnja dan indah - paka-jannja. Maka dengan suwara jang lembut ija berkata:

„Aku ini Déwi Seri dan aku sudah turun dari sorga hendaq membalas kabedjikan kapada orang miskin jang radjin dan baïk hatinja salaku kamu ini. Sakarang aku memberi tjintjin amas jang ketjil ini kapadamu, simpanlah baïk2, dan manakala kamu kaduwa berpimpin-pimpin hendaq ininta sawatu dba kapada tjintjin ini, nistjaja pada kutika itu djuga kamu perolih barang kahendaqmu. tetapi bitjarakan olihmu baïk2, karana tjintjin ini dapat menjatakan saqtinja hanja sakali sadja, kamudijan dari pada itu djadi saperti tjintjin sembarang djuga.quot;

Maka ghaïblah DtHvi Seri dan laki-bini pnn berkata-kata: „Hendaqlah kita membitjarakan dahulu baïk 2 apa akan per-mintaan kita. Baïklah dahulu kita pergi bersama-sama kana-irari.quot; Maka berdjalanlah inarikaïtu, lalu ija datang kahada]ian kedaj saörang pandaj amas, tampat ada beberapa tjintjin amas djuwalan, udjarnja: „Tjoba kita tanja kapada tukang mas berapa harga amas tjintjin ini.quot; Maka pergilah ija ber-ranjakan. tetapi didalam hati tukang mas:

„Masakan orang dusun ini talm akan harga amas,quot; lalu ija menjahut; „bolihlah aku memberi satengah rupijah harga tjintjin ketjil ini kapadamu.quot;

Maka tertawalah kaduwanja, seraja katanja: „Tuwan belom talm akan kasaqtijan tjintjin ini. Inilah anugerah Déwi Seri! liarang permintaan kami dapatlah diqabulkannja.quot; Satelah itu. maka pandaj amas meminta idzin kapada orang

ocr page 57

O 7 é

en in die hut te mogen overnachten. Beide echtelieden noodigden haar vriendelijk binnen te komen en gaven haar te éten van 't geen er was, tot zij verzadigd zich op de rustbank te slapen légde. De man en zijne vrouw echter hadden beide maar half genoeg gegeten, toch morden zij niet.

Toen zij den volgenden morgen de arme vrouw wilden wékken, waren zij stom van verbazing te zien dat daar eene schoone. prachtig gekleede vrouw stond, die hen aldus op vriendelijken toon aansprak:

..Ik ben Déwi Sri en ik ben uit dt-n hémel neergedaald om de deugd van arme lieden te beloonen. die vlijtig en daarbij goedhartig zijn zooals gijlieden. Nu geef ik u dézen kleinen gouden ring. bewaart dien goed, en wanneer gij beide, hand aan hand. eene béde tot dien ring uitspreekt, dan zult idj zékerlijk op datzélfde oogenblik verkrijgen wat ge ook wén-schen mocht. Bedénkt u évenwél goed. want déze ring kan sléchts éénmaal zijne bovennatuurlijke kracht toonen. daarna wordt hij als een gewone ring.quot;

De godin verdween en de beide echtelieden zeiden tot elkander: ..Wij zullen eerst terdége goed overléggen wat wi wénschen zullen. Laten wij eerst te zamen eens naar de stad wandelen.quot; Zij begaven zich op wég en kwamen voor den winkel van een goudsmid, waar véle gouden ringen te koop lagen, zij zeiden: „Kom. laten wij aan dien goudsmid eens vragen hoeveel déze ring aan goud waard is.quot; Zij giniren er naar vragen, maar de goudsmid dacht:

,, Déze boerenlul wéten immers toch niets van de waarde van goud,quot; daarop gaf hij ten antwoord: „Voor dit kleine ringetje wil ik u wél een halven gulden géven.quot;

Toen lachten zij beide, zéggende: ..Gij weet ook niets van de bovennatuurlijke kracht van dézen ring; wat wij beide ook mochten vragen, dat kan door hem vervuld worden. Dit is een geschenk van de godin Déwi Sri!quot;

De goudsmid verzocht hem nog eens nauwkeurig te mogen bezien; en stilletjes verwisselde hij den wonderring met een gewonen ring. dien hij den boer gaf. zéggende: ..In dat i.re-val moogt gij hem ook niet verkoopen, bewaart hem maargoed.quot;

Na het vertrék der dorpelingen riep de goudsmid zijn' vrouw en vertélde haar het geheim van den ring, zéggende:

ocr page 58

(lusun itu akan iiiemandang t.jintjin itu lagi sakali dengan .-aqsamanja; lain tjuri - ditukarkannja tjintjin saqti itu denman rjintjin sembarangan, lain dikombalikannja kapada irang igt;el:idang itu. udjarnja: Djikalaw demikijan djangan-lah kamu djuwal tjintjin ini. simpanlah baïk2 sadja.

Satelah (irang dusun itu pulang, maka tukang amas itu memanggil biniuja, lalu dikatakannja rahasija tjintjin itu kapadanja. udjarnja: „Baïklah sakarang kita memuhunkan uwang amat banjaci sahingga saörang pun tijada didalam nairari ini jang sama kajanja, dengan kita ini.quot;

Kamudijannja bini pandaj amas membakar dupa. lalu ditutupkannja pintu rumahnja supaja djangan saörang dapat nielihat perbuwatannja. serta kadnwanja iterpiinpin2 tangan dan mengutjap doa barang dikarunijakan sapuluh keti ringgit kapadanja.

Tiba2 turunlah ringgit saperti hudjan jang lebat banjaq-nja nifiiiinpakan kapalanja dan bahunja dan tangannja sahingga laki-bini mendjerit dengan sakitnja, hendaii pun ija lari kaluwar tetapi sabelom sampat ija menibuka kuntji pintu rumahnja, maka kadnwanja djatoh katanah dan ber-terèjaii-terèjai'i, saliunh tuljuhnja berlumuran dengan darah, tetapi hudjan ringgit itu tijada berhenti sahingga rulmhlah rumah iru. dan pamlaj amas laki-bini jang sangat loba itu inati tertindas dengan beratnja uwang pajraq dan karom-bakan rumahnja.

Maka segala orang jang inenengar gaduh itu datanglah berkerumun, dan apabila dilihatnja laki-bini itu mati ter-timbus dibawah uwang pajraq, lalu katanja: ..Bahuwa sa-sungguhnja tijada baïk djikalaw turun karunija Déwata jang terlalu sangat berat.quot;

Dalam pada itupun marika'itu samuwanja berebut-rebutan mengambil uwang itu, barang jang terbawa dibawanja. Kanuidijan hari sisanja dibahagikan pada antara segala waritz. Maka waritz ituimn banjaqlah atjaranja sama sendirinja dan diadnkannja segala orang isi kampung itu dihadapan tuwan qadli. sahingga banjaci perbantahan dan susah terbit dan pada uwang itu.

Adapun peladang itu telah sampajlah ija di rumahnja dengan senang hati lalu ija berbitjara dengan bininja; Aju

ocr page 59

„Xu moesten wij zooveel ^eM wenscheii. dat iiieiiumd in dit land zoo rijk zal zijn als wij.quot;

Daarop brandde de vrouw van den goudsmid wierook en zij sloot de dear van haar huis, opdat niemand zou kunnen zien wat zij déden, en beide vatten zij elkaar bij de hand en spraken een béde uit dar hun tienmaal honderdduizend dollars mochten geschonken worden.

Plotseling kwam een méuigte dollars naar benéden als een dichte régen, met geweld neervallend op hun hoofd en schouders en armen, zoodat zij beide het uitgilden van pijn, zij wilden wel naar buiten loopen. maar voordat zij nog het slot van de huisdeur konden open krijgen vielen zij ter aarde en schreeuwden luid, hun gansche lichaam was bebloed, maar de dollarrégen hield niet op, totdat het huis instortte en de inhalige goudsmid met zijne vrouw beide dood en bedolven lagen onder de zwaarte van het zilvergeld en het puin hunner woning.

De lieden die dat gedruisch hoorden kwamen in méuigte aanloopen en toen zij zagen dat die beide, man en vrouw, dood en bedolven lagen ouder het zilvergeld, zeiden zij: „Het is toch waarlijk niet goed als de geschenken der goden al te zwaar neerkomen.quot;

Intusschen grabbelden die lieden alle om het geld te némen, al wat meegenomen kon worden dat namen zij méde. In lateren tijd werd de rèst verdeeld onder de erfgenamen, en déze kregen weer véle processen onder elkander en klaagden de bewoners van die buurt aan liij den réchter, zoodat er véle twisten en verdrietelijkhéden voortsproten uit dat geld.

Waf den boer aangaat, déze was vergenoegd thuis gekomen en had daarop tor zijn vrouw gezegd; „Wél liefste, laten wij nu te zamen eens goed overléggen. welke béde wij zullen uitspréken, want wat wij ook mochten wénschen zal vervuld worden.quot; „Wél,quot; zei de vrouw, ..wij hébben te weinig bouwland, en tusschen de beide akkers die wij bebouwen ligt een stuk grond van anderen dat ons niet behoort, wat dunkt u, zou het niet goed zijn als wij ons dien akker wénschten?quot;

„Dat is niet de moeite waard,quot; antwoordde de man, „als wij dir jaar vlijtig doorwerken, en als er geen régenspoed

ocr page 60

40

adinda! Baiklah sakarang kita bitjarakan baïk2 bersama-sama penninttuln Jang mana kita bolih mengutja]' karana barang kahèndaq kita akan diqabulkan. Sahut bininja: „D.ji-kalaw demikijan. tanah bendang kita kurang luwas dan lagi pad a antara bendang Jang diusahakan olih kita-orang ada tanah orang lain Jang bukan kita pnnja. bagajmana jiada bitjanunu. tijadakah ba'ik kita ininta ladang itir?quot;

Lakinja nienjahut: ..Tijada usah! DJikalaw pada tahon ini kita bekerdja dengan radjin dan djika tijada untnng malang nistjaja kita dapat invang Jang sampaj djnga akan membeli ladang ketjil itu.quot;

Kaniudijan laki-bini pun bekerdja lagi satahon lamanja. lebih radjin lagi dari pada adatnja, inaka beloni pernah ben-daugnja niemberi hhagil Jang terlanipaw dari pada adat saperti hhagil tahon itu. Dapatlah ija membeli bendang itu dan tinggal uwangnja Jang lebih lagi. Maka kata peladang kapada bininja: ..Adakah adinda lihat. tanah bendang itu .sudah kita dapat dan lagi permintaan kapada tjintjin itu belom kitautjap.quot;

Bininja menjahut: „Betul. akan tetapi belom ada kuda akan menghéla badjak dan kahar. dan lagi sa])i belom ada baïklah djikalavv kita pnhonkan.quot;

„Gilakah angkaw?quot; Kata lakinja, „haruskah aku mengutjap permintaanku akan perkara Jang ketjil- ini! Bukankah. dapatlah kutjahari sendiri dengan lekas djuga. seraja ditun-djuqnja akan uwang jang lagi katinggalan diatas médja.quot;

Kamudijan dari pada satahon lagi. maka kata peladang itu; ,.HaJ biniku. alangkah salamat kita! Sakarangini sudah kita jierolih sapasaiii: kuda Jang lgt;aïk 2 dan sapi pun ada dan lagi saqti tjintjin itu tertjadang, bolih dipakaj laïn hari.quot;

Sahut bininja: ..Tijada saja mengarti apa sababnja salalu angkaw berlelah - dan memadakan hatimn djuga dengan sadikit -. saqadar menantikan sailt dan waqtu djuga. bukankah kita bolih djadi tuwan tanah Jang terlebih kaja di-dalam nagari ini. saperti orang bangsawan ataw radja 2 pun kita iiolih hidup. akan tetapi angkaw ini gundah-gulana djuga apa Jang nauti kawpilih.quot;

DJ a wali lakinja: „rabarlah sadja. kitaorang lagi muda dan bolih hidup lagi beberapa tahon. sijapa tahu akan apa saqti tjintjin itu maü dipakaj lagi? Suwatupun tijada

ocr page 61

41

in den wèg komt, dan zullen wij '/rker wè! gèhl genoeg verdienen om dut kleine akkertje te knopen.quot;

Daarna werkten de beide echtelieden nog een Jaar lang. nog ijveriger dan gewoonlijk, en nog nooit had hun akker een zoo overvloedigen oogst opgebracht als de oogst van dat Jaar was. Zij konden den akker koopen en er bleet' nog gèld over. Toen zeide de boer tot zijne vrouw: ..Ziet ge wel, nu hebben wij dat stuk grond al. en bovendien hebben wij die béde tot den ring nog niet uitgesproken.quot;

De vrouw antwoordde: ..Daar hrbt ge gelijk in. maar wij ht-bben nog geen paard om den ploeg en de kar te trékken en ook hébben we nog geen koe. het zou wel goed zijn dat wij die wènschten.quot;

,.Bèn je mal?quot; zeide hij. „zou ik voor zulke bagatéllen mijn wénsch uitspreken? Neen. dat zal ik immers gauw genoeg zélf kunnen koopen.quot; en hij wees daarbij op het géld dat nog op de tafel lag.

Na verloop van een jaar zeide de boer: ..Wél vrouw, wat zijn wij toch gelukkigI Nu hébben we al een span mooie paarden gekregen en koeien hebben we ook al. en daarbij is de wonderkracht van den ring nog gespaard gebléven, die kan op een anderen tijd te pas komen.quot;

„Ik begrijp niet waarom gij u nog altijd aftobt en met zoo weinig tevréden zijt,quot; antwoordde de vrouw, alleen maar wachtende op rijd en gelegenheid; ..wij konden immers de rijkste grondbezitters hier in 't land wézen. en léven als edellieden, of zélfs als vorsten, maar gij blijft maar altijd in twijfel wat gij kiezen zult.quot;

De man antwoordde: ..Wees maar geduldig, wij zijn-nog jong en kunnen nog véle jaren léven, wie weet waarroe de wonderkracht van den ring noodig kan zijn? Wij hébben aan niets gebrék, is het niet? en alle inénschen staan verbaasd op het zien van ons geluk.quot;

Het was inderdaad alsof mét den ring alle zégen in hun huis gekomen was. Langzamerhand waren die dorpelingen zeer rijk geworden. De boer met zijn vrouw en kinderen waren gezond van lichaam en gelukkig, alle brave lieden prézen en eerden hem. Het was maar énkele keeren dat de vrouw nog eens sprak over den ring.

ocr page 62

41'

kakurangan. bukankah? dan segala orang hhajran melihat salamat kita.quot;

Bahuwa sasungguhnja, adalah saolah - segala salamat inasuq kadalam rumahnja serta dengan tjintjin jang satiti itu. Lama dengan kalamaannja orang dusun itu sudah djadi kaja sakali. Peladang serta dengan anaq-isterinja qèhhat liadan dan berunfung, segala orang balk memudji dan mem-beri hhormat akandija. Djarang - sadja isterinja bertjakap lagi akan hhal tjintjin itu.

Kamudijan dari pada beberapa tahon belom djuga marikaïtu hend^i mentjoba saqti tjintjin itu. Terkadang. apabila laki-bini bersama-sama. dan tijadalah orang jang da pat menengar tjakapnja. ada kalanja perampuwan itu berkata: Betapa bitjara kakanda. belomkah waqtu jang lajiq akan mengutjap doa kam!'.' Tetain lakinja mengisar-mengisar tjintjin jang pada djarinja seraja )nemandang dija. sudah-sudahnja ija berkata: ..Kita-orang sampat lagi bertangguh, barangkali kamudijan harinja dapat sawatu ilham. aqal jang budi. dalam hari kira sahingga kira mengatahul apa jang baïk dipilih.quot;

Lepas tigapuluh. ampatpuluh tahon. maka kaduwa orang dusun laki-bini sudah tuwa akan tetapi badannja belom dlaïf. sungguhpun ubannja putih saperti kapas, tetapi belom djuga tersebut dóa permintaünnja. Dengan taqdir Allah dikarunijakan rahhmatnja kapada laki-bini kaduwanja; pada .sawatu malani djuga dipindahkannja kapada nagari jang baqa. tampat salamat jang kekal.

Maka adalah segala anaq-tjutjunja mengulilingi karanda kadoewa iru seraja menangis; dan tatkala saürang dari pada anaqnja laki 2 hendaq inengambil tjintjin jang ada lagi pada djari bapanja. maka segala sudaranja berkata: „Djanganlah! Bijarkan bapa membawa tjintjin itu kadalam quburnja! Be-berapa kali tjintjin ini diamat-amatinja. danlagi pada pera-saan hari ibuku djuga. tijada ternilaj harganja. sijapa talm kalaw 2 tjintjin ketjil ini sawatu tanda mata ibuku, diberi-kannja kapada bapaku tatkala kaduwanja lagi muda. baharu bertunangan!quot;

Dengan demikijan orang dusun itu ditanam serta dengan tjinrjinnja. jang dikatakan tjintjin hobatan. melaïnkan jang bukan tjintjin saqti jang betul; itupun tjintjin tiruan itu

ocr page 63

4;i

Na verloop van vrle jaren gevoelden zij toch nog geene behoefte oni de too verkracht van den ring op de proef te stéllen. Soms, wanneer de echtelieden bij èlkaar waren en er geen inensch was die hun gesprek kon hooren. gebeurde het wel eens dat de vrouw zeide: ,,Wèl man, wat dunkt u er van? zou het nog niet het geschiktste oogenblik zijn om onze bede uit te spivken?quot; Maar de man draaide den ring dan al maar om zijn vinger rond, terwijl iiij hem bekeek en eindelijk zeide: ..Wij hebben nog tijd genoeg daarmee te wachten, misschien krijgen wij later de een of andere wijze iugéving in ims hart. zoodat wij wéten wat goed is te kiezen.quot;

Xa verloop van dertig of veertig jaren waren beide, de boer en de boerin, reeds oud, maar hun lichaam was nog niet gebrekkig, al was hun hoofdhaar ook wit als boomwol, en nog altijd was hun wènscii niet uitgesproken. In (iods wijze beschikking betoonde Hij toen aan beide, man en vrouw, de genade, dat hij ze in denzèlfden nacht deed overgaan naar 't land dat onvergankelijk is, waar eeuwig geluk is.

Xu gebeurde het dat de kinderen en kleinkinderen rondom de beide doodkisten stonden, terwijl zij schreiden; en toen één der zonen den ring wilde némen, die nog aan den vinger van zijn vader was, zeiden zijne broeders: rDoe dat niet! Laar vader den ring maar meenémen in zijn graf! Hij heeft dezen ring zoo dikwijls oplettend bekéken, en ook moeder meende dat hij van onschatbare waarde was. wie weet of misschien dit ringetje niet een gedachtenis van moeder was, aan onzen vader gegéven, toen zij beide nog jong waren en pas verloofd!quot;

Zou wérden die landbouwers begraven mèt den ring die een wnnderring genoemd wérd. maar toch niet de échte ring met bovennatuurlijke kracht was; nochtans bracht die nagemaakte ring alle geluk en heil aan. dat zij begeerden. Want een goed van geringe waarde kan veel geluk en zégen aanbrengen. mits liet een goed en wijs mensch zij dié. het verkreeg. maar de kostelijkste schatten hebben geen nut. ia veroorzaken zélfs ongeluk, wanneer die in de handen vallen van dwaze of sléchte menschen.

ocr page 64

44

membawa untiing dan segala selamat jang dikahenrlaki olih marikaïtu. — Karena lgt;arang benda jang tijada berapa harga-nja bolih membawa selamat dan herkat banjaq. aqal orang jang l»aïk dan budiman berolih akan dija. tetapi hartabanda jang indab 2 tijada bergima. apalagi mendatangkan tjelaka djuga. manakala harta iru djatnb katangan orang gila ataw ni-ang djahat.

22.

Peri mengatakan hhal saörang kaja dengan faqir.

Sakali peristiwa adalab saörang jang amat kaja. masjgül hatinja dengan hawa napsnnja merasaï segala nimat dunja. Maka pakajannja indab - dan saumur hidupnja, ija bergemar dengan kaméwaannja. tijada padbnli akan duka-tjita saina-nja manusija.

Maka adalab djuga saörang faqir namanja Lazarus her-baring di muka pintu rumab orang kaja itu, tubnhnja penuh puru. - Maka inginlab orang miskin itu memuwaskan la-parnja dengan sisa - makanan jang djatob katanab didalam nunab orang kaja itu. tetapi saörang pun tijada jang mem-beri sisa2 itu. melaïnkan segala andjing orang kaja itu berkasiban djuga akan faqir itu dan mendjilat - purunja.

Kamudijan matilah faqir iru dan segala malaïkat membawa dija kapada tam pat seraajain nabi Ibrahim. Maka orang kaja itu mati djuga, lalu badannja ditanam; tetapi satelab ija sampaj di alam barzach. kadalam tam]-at siksa. maka ija menengadab. lalu dari djaüb dilihatnja akan nabi Ibrahim dan Lazarus faqir iru duduq pada sisinja. lalu tier-seru ija; „Ja ba pa Ibrahim! Kasihani apalali kiranja akan hamba ini. suruhkan Lazarus mentjelupkan hudjung djarinja kadalam ajar dingin memberi sedjuq lidahku. karana tijada tertahau panas api ini.quot;

Djawab nabi Ibrahim: „Haj tjutjuku! Ingat olihmu ba-huwa saumur hidupmu angkaw merasaï segala namat melaïnkan Lazarus dapat sangsara djuga, sabab itu sakarang ija dihiborkan rera]ii angkaw merasaï sakir. Lagipula antara kamu sakalijan dengan kami adalab tjelab. djaraqnja amat

ocr page 65

4.quot;)

22.

Verhaal van den rijkaard en den bédelaar.

Er was eens een man ilie zeer rijk was, wiens hart vervuld was van begeerten naar ;ille genietingen der wereld. Hij was prachtig gekleed en leefde alle dagen vroolijk in zijn overvloed, zonder zich te bekommeren om het leed zijner médemènschen.

Ook was er een bédelaar, met name Lazarus, die voor de deur van het huis des rijken lag, het lichaam bedekt met zweeren. Deze begeerde zijn honger te stillen met de brokjes van het eten die in het huis des rijken op den grond vielen, maar niemand gat hem die, alleen de hunden van den rijkaard hadden médelijden met den arme en lékten zijne zweeren.

Daarna stierf de arme en de engelen brachten hem naaiden zé tel van den profeet Abraham. De rijke stierf ook en zijn lichaam werd begraven, maar nadat hij was aangekomen in het doodenrijk lt;i|i de plaats der straffen, keek hij omhoog en zag van vérre Abraham zitten en Lazarus, den bédelaar, aan diens zijde, en hij riep hem toe: „O vader Abraham! Ontferm u over mij en zènd Lazarus dat hij den top van zijn vinger iu 't koude water doope om mijne tong te verkoelen, want de hitte van dit vuur is niet te verdragen.quot;

Het antwoord van den profeet Abraham was: ..Mijn kleinzoon! (üj moest zélf bedénken dat gij uw léven lang alle genietingen gesmaakt hebt, maar Lazarus sléchts smarten, daarom wordt hij nu vertroost en gij lijdt pijn. En bovendien. tusschen ons en ulieden bestaat een wijde klove, zoo-

ocr page 66

4lt;;

luwas siihingga ilari sini saörang pun tijada tlapar iiiengalih kapada tanipat kamu. djika ada kahendaiinja sakalipun. dan lagi mengalih dari pada tampat kamu kamari tijada dapat.quot;

Maka berserulah orang kajaitu; „Ja ajahku. djikalaw demi-kijan. maka permintailn hamba suruh apalah faqi'r iru karu-mah hamba. karana ada lima orang sudara hamba, supaja Lazarus menegor dijaorang. djangan ija il.juga maso(i tampat siksa ini!quot;

Maka salula nabi Ibrahim: ..Ada kapadanja tawrat nabi Muscij dan nacihhaf nabi-. baïklah marikaïtu dengar akan pengadjarannja!quot;

Maka semliah pula orang kaja: ,.Ja ajahku Ibrahim, djangan ajah berkara demikijan ini. mudah-mudahan marikaïtu ber-tobat djuga manakala saörang dari pada segala orang matj datang kapadanja.quot;

Sabda nabi Ibrahim: Djikalaw marikaïtu tijadamenarima na^ihhat nabi Musaj dan segala nabi- jang lain, nistjaja marikaïtu tijadakan pertjaja djuga. djikalaw liarang saörang jang bangkit dari pada antara drang mati datang kapadanja sakalipun.quot;

23.

Hhikajat duda dengan anaqnja duwa orang.

Inilah upama jang telah ditjeriterakan olih rasul 'Isa rohh Allah, radlija Allah anho.

Alqiaih. Adalah saörang duda. anaqnja laki2 duwa orang. Maka jang bungsu herkata kaj iada baiianja: „Öilakanlah bapaku beri hhaq pusaka ibuku kapada hamba.quot; Maka bapanja pun memberi harta itu kapadanja. dan lepas duwa tiga liari anaqnja berangkat pergi menudju salmwah nagari jang djaüii. Satelah ija sampaj disana diboroskannja segala hartanja. Tatkala habislah samuwanja. maka djadi bela kalaparan jang sangat didalam nagari itu. maka dirasaïnja lapar. lalu ija memperhambakan dirinja kapada saörang tuwan tanah jang menjuruh dija menggombalakan halii.

Maka olih sabab perutnja sangat lapar inginlah ija makan kennjang dari pada makanan jang dimasoqkan kadalam pa-longan babi. itupun tijada diberikan kapadanja. Lalu ija men-

ocr page 67

47

dat van hier niemand kan overgaan tot uwe plaats, al mochten zij dat begeeren. en ook van ulieder plaats herwaarts te komen is onmogelijk.quot;

Toen riep de rijke: „O vader, als het zoo is, smeek ik n. zènd dan toch dien bédelaar naar mijn huis. want ik hèb vijf broeders, dat Lazarus hen vermane. opdat zij ook niet komen in déze plaats der pijniging!quot;

Maar Abraham sprak; ,.Zij hebben de wétten van den profeet Mozes. en de vermaningen der proféten. laten ze dan hooren naar hunne léssen!quot;

Maar de rijke man smeekte vérder„Ja. vader Abraham, spreek toch niet zoo. mogelijk dat zij zich toch bekeeren wanneer er een uit de dooden tot hen kwam.quot;

De profeet Abraham sprak: ..Indien zij d(j vermaningen van den profeet Mozes en alle andere profeten niK aannémen. zéker dan zullen zij ook niet geloovcn. zelfs wanneer eenig mensch uit de dooden opstond en tot hen kwam.quot;

23.

De wéduwnaar met zijn twee zonen.

Dit is eene gelijkenis die verhaald is door OJods gezant Isa, den geest Gods. op wien zijn wélbehagen is.

Er was een wéduwnaar die twee zonen had. De jongste sprak tot den vader: „Vader, wees zoo goed mij het moederlijk erfdeel te géven, dat mij toekomt.quot; De vader gat hem dat géld en twee of drie dagen later reisde de zoon wég naar een vergelegen land. Nadat hij daar was aangekomen. verspilde hij al zijn goed. Toen alles op was kwam er een zware hongersnood in dat land en hij leed honger en trad in dienst bij een grondeigen:xar. die hem heenzond om de zwijnen te hoeden.

Door honger gekweld verlangde hij zich te verzadigen met het voeder dat in den varkenstrog gedaan wérd. maar ook dat wérd hem niet toegestaan. Daarop deed hij zich zélf verwijtingen, zéggende: ..Hoe groot is het aantal der huur-

ocr page 68

4S

jesalkan dirinja, katanja: Berajta banjaq orang upahan bapaku Jang méwa makanannja. hanja aku ini niati kalaparan.

Aku maü komhali kanimah liapaku lalu menjembah aeraja herkata; „Ja hapa! Hamlja ini telah berdosa akan Allah dan akan bapakn, tijada parut hamba dinamaï anaq saperti dahulu, hanja sakarang hamba minta masoq budjang sadja.quot; Lalu ija berdjalan meiuidju kamjiong bapanja.

Tatkala dihampirinja rumah itu, dari djaüh 2 bapanja pun melihat anaquja datang, maka belas hatinja melihat hhal Hiiaqnja itu. dengan sigera ija pergi mendapatkan dija, dipe-luqnja, dirjiumnja akandija.

Maka sembah anaqnja: „Ja bapa! dosa hamba akan Allah dan akan bapaku terlalu besar, tijada parut hamba akan disebut lagi anaq tuwanhamba.quot;

Akan tetapi bapanja menjuruh segala hambanja: „Bawa kamari pakajan jang indah, 2 pakajkan anaqku ini. lagi kenakan tjintjin permata pada djarinja dan sepatu pada kakinja. dan ambillah anaq lembu jang tambun itu, sembilèh olihmu supaja kitaorang makan minum sama 1 bersuka su-kaanl Karena anaqku ini telah mati, sakarang ija hidup pula. telah hilanglah ija maka kudapat kombali! Maka ramajlah perdjamuannja itu.quot;

Dalam antava itu maka anaqnja jang sulung pulang dari pada menjawah dan satelah ija dekat rumahnja maka hhaj-ranlah ija mendengar bunji-bunjian lagi melihat orang menari. Tertjenganglah ija, lalu memanggil saörang hambanja berta-njakan apa inulanja haru-biru itu?

Sahut orang itu; „Adinda tuwan sudah pulang dan bapa tu wanhamba menjuruh membantaj anaq lembu jang tambun itu, sabab ijabertemu pula dengan anaqnja dengan gèhhat badannja.quot;

Maka marahlah anaq sulung itu tijada maü masoq, itu-pun bapanja kaluwar mengadjaq dija masoq tetapi anaqnja menjahut: „Lo! beberapa tahon lamanja hamba berséwaka kapada bapa, belom pernah hamba melanggar parintah bapa, tetapi saèjkor kambing pun belom bapa berikan, supaja dapat hamlja mendjamukan qahhabat hamba. Akan sakarang anaqmu ini pulang satelah ija memboroskan hartanja dengan segala sundal, maka bapa menjuruh menjembiléhkan anaq lembu jang tambun itu!quot;

ocr page 69

49

lingen mijns vaders die overvloed van voedsel hèlilien, en ik verga hier van honger!

ik wil terngkeeren naar liet huis mijns vaders en mij voor hem néderbuigende, zéggen: O, vader! ik hèb gezondigd tégen Allah en tégen n en ben niet \fraard een zoon te worden genaamd zooals voorheen, maai' nu smeek ik sléchts als uw knecht in dienst te tréden.quot; Daarop begaf' hij zich ''1' NV(Jg iquot; 'le richting van de woning zijns vaders.

roen hij het huis naderde zag de vader reeds van vérre zijn zoon komen, en hij gevoelde innig médelijden zijn zoon in dien toestand te zien, en hij liep naai' hem toe en om-hMsde en kuste hem.

Maar de zoon zeide ootmoedig: „O vader, ik heb zwaar gezondigd tégen Allah en tégen u, ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden.quot;

Maar de vader beval zijne knechten: „Brengt hier het kostbaarste kleed, en trekt het hém aan en doet een juweelen ring aan zijn vinger en schoenen aan zijne voeten en haalt het gemeste kalf en slacht het. opdat wij te zamen ('ten en drinken en vrolijk zijn! Want déze mijn zoon is dood geweest en is nu weder lévend geworden. Hij is verloren geweest en ik heb hem wéder gevonden!quot; En het wérd een vrolijk gastmaal.

Intusschen kwam de oudste zoon naar huis van het wérk op de sawahs en toen hij dicht bij het huis was verwonderde het hem muziek te hooren en te zieu dat de lieden dansten. Verbaasd riep hij een der knéchten om hem te vragen, wat de oorzaak van al dat rumoer was?

Die man antwoordde: ,.Uw jonger broeder is terug bekomen en uw vader heeft het vetste kalf laten slachten, omdat hij zijn zoon in gezondheid wéder ontmoet heelt.quot;

l'oen wérd de oudste zoon toornig en wilde niet binnenkomen, zoodat de vader naar buiten ging om hem te over-réden om ook binnen te komen, maar de zoon antwoordde: ..Zie! zoovéle jaren lang heb ik u gediend, nog nooit heb ik uwe bevélen overtréden, maar gij hebt mij zélfs nog nooit een geitje gegéven, opdat ik mijne vrienden zou kunnen onthalen. Maar nu déze, uw zoon, terugkeert, nadat hij zijn goed heeft doorgebracht met de hoeren, nu helit gij voor hem her geinéste kalf laten slachten!quot;

Co.vr.r.KUi' Mal.-lh'll. Lech. 1

ocr page 70

50

Kata bapan.ia: ..Haj anaqku. tijadakah sadija angkaw ilijam di rumahku. dan segala hartaku hartamu djuga. fptaiii sakarang ini patutlah kita berhari-raja dengan sukahati. k.i-rena sudarainu ini telah mati dan ija hidup pula, telah hilanglah ija maka aku liertemu ])ula dengan dija.quot;

Bahuwa sasungguhnja. demikijanlah suka-rija di dalam sorga olih karena saörang berdosa Jang bertobat lebih dari pada kasukaan karena sambilan puluh sambilan orang adil jang tijada usah bertoliat lagi.

24.

Perupamaan manteri jang bengis.

Sakali pemtivva saörang murid rasul Isa menghadap nabi itu seraja i)ertanja: „Ja guru! Djikalaw ada barang saürang menganiaja hamba. berapa kali jang wadjüi hamba mengam-puni salahnja itu. adakaii sampaj tudjuh kali?quot;

Djawab nabi Isa; „Djangan kata sampaj tudjuh kali hanja sampaj tudjuh puluh kali tudjuhquot;. dengarkan tjeritera ini:

Bahuwa saörang radja nienitahkan memanggil segala man-terinja hendaq ditagihnja segala harta jang telah dipungut olih marikaïtu. Maka datanglah saörang manteri jang ber-hutang salaqsa tahil amas kapada baginda, maka sabab manteri itu tijada dapat membajar hutangnja itu. lalu diti-tahkan djuwal manteri itu serta dengan anaq-isterinja dan segala hartabendanja supaja dengan saI)olih-l)olihnja dihim-paskan hutangnja itu.

Maka manteri itupun sudjud menjembah kaki baginda seraja memuhun: ,,Ja Tuwanku gabarlah kiranja akan hamba ini. karana hamba maü membajar punah segala hutang kapada Tuwanku itu.quot;

Maka radja pun belas kasihan akan hambanja itu. serta dilepaskannja dan diampuninja akan hhal hutangnja.

Maka tatkala manteri itu kaluwar, liertemulah ija dengan saörang hamlia-radja jang lel)ih ketjil pangkatnja. dan orang itu berhutang saratus rupijah kapadanja, lalu ditjekèqnja batang lèht-rnja diseregahinja: ..Bajarlah hutangmu kapadaku!quot;

Maka hamlia-radja itu menjemltah kakinja. sembahnja: „(^aharlah kiranja akan hamba ini. nanti saja lgt;ajar punah.quot;

ocr page 71

51

De vader zeide: „Wèl mijn zoon. gij zijt immers altijd in mijn huis geweest en al mijne goederen zijn immers ook de uwe. maar nu behooren wij feest te vieren met blijdschap, want déze uw broeder is dood geweest en wéder lévend geworden, hij is verloren geweest en ik heb hem wéder ontmoet.quot;

Voorwaar, zck') is ook de vreugde in den hémel om éénen zondaar die zich bekeert meer dan de blijdschap om négen en négentig rechtvaardigen, die zich niet meer behoeven te bekeeren.

24.

De hardvochtige ambtenaar.

Het gebeurde eens dat een der leerlingen van den Godsgezant Isa tot hem kwam met de vraag: „Meester! wanneer het gebeurt dat de een of ander mij onrecht aandoet, hoe dikwijls zou ik het hem moeten vergéven, is het tot zéven-maal toe?quot;

Het antwoord van den profeet Isa was: „Niet alleen tot zévenmaal maar tot zéven tig maal zéven toe,quot; luister naar dit verhaal:

Een koning gaf bevel zijne ambtenaren op te roepen om van hen rékenschap te vorderen van de gelden die zij geïnd hadden. Toen verscheen er één voor hem. die hem tienduizend tahil gouds schuldig was, en daar hij déze niet betalen kon. beval de vorst dat die mantri verkocht zou worden, met zijne vrouw en kinderen en al zijne bezittingen, opdat die schuld zooveel mogelijk zou worden afbetaald.

Toen viel die mantri voor de voeten van den koning ter aarde, smeekende: „O Heer. wees toch lankmoedig omtrènt mij en ik zal u alles wat ik u schuldig ben geheel betalen.quot;

De vorst had innerlijk médedoogen met hem en liet hem gaan. hem de schuld kwijtscheldende.

Toen die ambtenaar buiten kwam, ontmoette hij een ander vorstendienaar, lager in rang, die hem honderd gulden schuldig was, en hij greep hem bij de keel en snauwde hem toe: „Betaal mij wat gij schuldig zijt!quot;

En zijn médedienaar viel voor zijne voeten neer en bad hem: „Heb toch geduld met mij. ik zal alles betalen.quot;

4*

ocr page 72

Tetapi mauteri itupun tijada maü, di.suruhnja buwang oraiiii itu kadalam iiaiuljara hingga hutangnja habis terhiin-pas. Akan tetapi segala samanja hamba-radja melihat hhal itu. umrahlah, lalu moniperseinbahkan hiial-ahbuwalnja kapada radja. Maka hagiiula inenjuruh memanggü manterinja itu satidanja: „Haj bamba jang liengis, hutangmu «abesar itu kubhalalkan, tatkala angkaw meniinta kasiban kapadaku, baruskab angkaw tijada berkasihan akan samaniu iiainl ia, saperti aku tadi berkasiban akan dikaw.quot;

Maka dengan murkanja liaginda inenjarahkan manteri itu kapada penunggu pandjara sahingga segala hutangnja akan diliajanija datang ka punab. — Demikijan djuga Allah, bapa jang di sorga itu. akan menghhukumkan atas kamu. djikalaw tijada kamu mmgampuni dengan sungguh 2 hati kapada suda-ramu barang kasalahannja.

25.

Hhikajat utas dengan malak-ul-mawt.

Adalah saürang orang miskin, pentjariannja menebang kaju. mengangkut kaju bakar saberkas jang amat berat, sahingga lièngkoci belakangnja mt'iubawa tangungannja itu: istiméwa dengan toehanja ija berdjalan lam ha r 2 dengan keluh-kesahnja menudju pondoqnja jang buruq. Lama-kala-maim dengan letih-lesunja ija tijada berdaja lagi, lalu diban-tingkannja barkas kaju-api itu katanah, lalu ija duduq di [linggir djalan. seraja inerengut-rengut akan segala susahnja dan niedlarat hhalnja.

Maka menangislah nrang tuwa itu seraja berseru: „Wahaj! betapa ontongku ini. saümur hidupku hanja susah! Ada-kah pada dunja orang miskin jang terlebih kasihan dari pa-dak u? Daii pada pagi1 hari datang kapada malam aku bekerdja menguli. hampir - tijada dapat nasi kering makan-anku. Ja Malak-ul-mawt marilah kiranja luputkan bamba dari pada sangsara ini!quot;

Bahiirulah ija mengutjap dóa itu. maka tilia- malak-ul-mawt herdiri dihadapan orang tuwa itu bertanjakan apa, kahendaqnja?

ocr page 73

Maar die mantri wilde niet en liet hem in de gevangenis werpen, totdat de schuld geheel zou zijn betaald.

Doch de andere dienaren des vorsten dat ziende, werden boos, en vertélden het geheele geval aan den vorst. Toen ontbood de koning zijnen mantri en sprak: „Gij boosaardige dienaar, uwe schuld, die zoo groot was. schold ik u kwijt toen gij mij badt om médelijden: was het behoorlijk dat gij geen médedoogen hadr met uwen médedienaar, zooals ik had omtrent u?quot;

En de koning in toorn ontstoken, léverde dien mantri over aan de bewaarders der gevangenis, totdat hij zijne schuld betaald zou hebben tut het laatste toe. — Al zee zal God, de vader in den hémel, ook richten over u. wanneer gij niet van ganscher harte aan uwe broederen vergeeft wat zij misd'vven mochten hebben.

25.

De houthakker en de doodsèngel.

Er was eens een arme man die voor den kost hout kapte, en een zeer zwaren bos brandhout op zijn rug droeg, zoodat zijn rug gebogen was onder de vracht, en daarbij nog den last der jaren: langzaam ging hij voort, al klagend en zuchtend . den weg op naar zijn bouwvallig hutje. Maar eindelijk uitgeput van vermoeienis, was hij ten einde raad en smeet zijn takkebos ter aarde: daarop ging hij aan den kant van den wèg zitten, al morrende over zijn verdrietelijkhéden en de ellénde van zijn lot.

Toen schreide de grijsaard terwijl hij uitriep: ..Ach! wat is toch mijn lot, geheel mijn léven lang, dan alleen verdriet! Zou er op de wereld wel een arme kérel zijn. nog meer te beklagen dan ik? Van den vroegen morgen tot den laten avond wérk ik als een lastdrager en verdien haast geen drooge rijst om te éten. Och doodsèngel kom toch hier en verlos mij uit déze éllénde!quot;

Pas had hij die verzuchting geslaakt, of daar stond de doodsèngel voor den grijsaard om te vragen wat zijn verlangen was.

ocr page 74

54

Miika gumetarlah «egala sendi tulang orang tuwa itu, seraja bergagap ija, serabahnja: ,,Ja tuwanhamba djangan gusar. tida lama saja mail menjusahkan tuwan hanja saja maü minta tulung sadikit angkutkan berkas kaju ini, bubuh aras belakang hamba kiranja.quot;

Hanja itulah permintailmija tatkala sungguh - malak-ul-mawt datang kapadanja.

Adakah orang jang kurang raengarti nacihhat jang ter-kandung didalam tjeritera ini'?

26.

Tjeritera penggilingan nènèq-nènèq.

Kata jang ampunja tjeritera ini: Bahuwa di benuwa Ej-ro]gt;a di nagari orang Djarman ada penggilingan nènèq Adapun akan bangunannja penggilingan itu hampir1 sarupa dengan kisaran köpi, hanja tijada dikisarkan dari atasnja, melaïnkan dari bawahnja djuga. Di sabelah bawahnja itu ada duwa batang kaju mentjuwar; apabila kaju itu dipegang ulih duwa orang laki2 dapatlah dikisarkannja penggilingan iru. Adapun nènèq-nènèc[ itu lalu dimasoqkannja dari atasnja. Kabanjakan perampuwan tuwa itu bèngkoq belakangnja, mukanja keredut lagi gundul ija dan ompong.

Segala perampuwan tuwa itu kaluwar pula dari bawahnja penggilingan itu muda-mentah kombali, dan seri mukanja manis tjahajanja, saperti djainbu mawar warnanja. Maka dengan sakali memutar sad ja sudahlah, maka segala tulang nènèq2 seraq-seri([ ngeri bunjinja.

Akan tetapi manakala perampuwan jang telah kaluwar dan jang muda kombali ditanjaï, bukankah sakitnja terlalu sangat keras? Maka djawabnja: „Masa sakit! Terlalu senang rasa badan kira. hampir- saperti orang jang bangun dari pada tidur jang njedar, sedang ija meliliat tjahaja matahari dan mendengar burung 1 bersijul. Adalah terkadang-kadang orang berbaliq lagi ènaq- pada tampat tidurnja maka bunjinja demikijan djuga... seraq-seriq.quot;

Djaüh dari pada tampat kiseran itu tinggal saörang ]ier-ampuwan tuwa jang teiali mendengar chabar orang akan

ocr page 75

I

Sidderend over het geheele lichaam, stotterde de hout-hakker: „Och mijnheer, neem het mij toch niet kwalijk, ik wilde u niet lang lastig vallen, maar alleen u verzoeken mij wat te helpen om dezen takkebos op te némen en dien op mijn rug te léggen, als het u belieft.quot;

Dat was het alleen wat hij te vragen had. toen wézenlijk de doodséngel tot hem kwam.

Zouden er olt;»k lieden zijn die de lés niet begrijpen in dit verhaal vervat?

1 26.

De 0ude-wijven-molen.

De verhaler méldt: In Europa en wél in Duitschland, staat een oude-wijven-molen. Wat het uiterlijk of den vorm betreft, lijkt die molen 'tmeest op een koffiemolen, alleen wordt zij niet van boven gedraaid maar van onder. Daar ' onderaan steken twee groote balken uit; wanneer déze door

twee mannen worden aangepakt, kunnen ze den molen daarmee ronddraaien. Wat de oude vrouwen betréft, die worden er dan van boven ingestoken. De meeste daarvan hébben een krommen rug, het gezicht vul rimpels, een kaal hoofd, en ze hebben geen tanden meer.

Al die oude vrouwen komen dan weer van onderen uit den molen, geheel verjongd, met een liefelijke kleur op het gelaat, als een rozenappel. Met één énkelen draai is dat klaar, dan kraken al de beenderen van die oude vrouwtjes met een ijzingwékkend geluid.

Nochtans, wanneer die vrouwen, die er uitgekomen zijn en weer jong zijn geworden, ondervraagd worden of het niet vreeselijk zeer gedaan heeft, dan antwoorden zij: „Och neen, wat voor pijn! Het was mij een heel préttig gevoel, ongeveer zooals dat wanneer men wakker wordt uit een rustigen k1 slaap, terwijl men dan de zon ziet schijnen en de vogels

hoort kwinkeleeren. Het gebeurt ook wel eens dat men zich dan nog eens lékker omdraait in zijn béd. en dat maakt ook zoo'n krakend geluid.quot;

Vér van de plaats waar die molen was, woonde eene

ocr page 76

56

hhul peiifigilingan itu. maka sabab rindnnja amat sangat inendjaili nuida kombali. ija djuga nicruiiding henljalan kasana. Djalannia tida mara sabab kerap-kali ija berhenti sabentar 2 hemlaii batuq. tetapi lama-kalamaan sampajlah ija dihadapan pintu penggilingan itu.

..Saja ininta digiling, supaja muda kombaliquot; berkata ii('iuquot;'ci itu kapada salt;quot;iraiig laki ■ Jang duduq dl baugku diiuu-ka jjiutu penggilingan, dengau malas lakunja, seraja me-mandaiiL' asap Jaug dirijupnja dari dalam pipanja.quot;

...fa Allah! amat djauh perd.jalanan jang saja berdjalan iiü nlili sabal) sangat niiiiu hati saja digiling supaja saja djadi muda kombali.quot;

Sahut tukang kisar itu seraja nifiigiuvaji: „Sijapa nama man?quot; Katanja: ..Xama saja Xrnèci Mawar.quot;

Kata tukang kisar seraja tersennjum simpul: „Baïkiah Nrnrq-Mawar dudiKi di bangku ini sadjurus lamaujalain ija mason. Kamudijan diamliilnja sawatu daftar liesar. di-bnkanja dan dibatjanja: lain ija kmnbali membawa qarthiis pandjang sahelaj.

Maka ucik^i pnn bertanja: ..Haj katjung, barangkali snrat ini saja pnnja surat hutaug. boekan?quot;

Salut! budjang itu: ...Mustahhil! Orang digiling disini di^-ngan tijada membajar smvatn-apa. tjuma - sadja. melaïnkan haruslah nènèi| inemltnbnh tanda-tangan ilahulu dibawali surat ini.quot;

Maka terkedjutlah nènrii Hli serta mendjerit: „Masakan saja lienljandji dengan Sétan. kusarahkan djiwaku kapa-danja! Aku tijada maü. karena aku ini perampnau jang ruiiijah dan pcngharapanku pada achirnja saja masoq kada-lam sorga djuga.quot;

Maka tertawalali Imdjang itu, udjarnja: „Tijada menirapa. Pada datrar ini ada sadja sogala kalaknwan jang liodoh jang kawpeiimwat sanmnr hidupmu, jaïtu betul1 dengan tang-galnja dan waqtunja. Maka sabelom kami bolih masoqkan in'-iu'-q kadalam kisaran. haruslah nènèq berdjandji dahuln manakala nènèq muda kombali. sungguh 1 nijat nènèq akan bcrbuwat lagi sakali segala salah-bebal itu. lopas satu. satu. betul saperti aturanuja pada daftar.quot; Lain dilihatnja akan daftar itu seraja tersennjum simpul, udjarnja: „Kalaknwan

ocr page 77

oude vrouw, die daarvan had hooren vertéllen, en omdat zij een zeer sterk verlangen had weer Jong te worden, nam zij ook het besluit daarheen te gaan. Haar reis vorderde niet vlug, omdat zij heel dikwijls rustte en telkens moest hoesten, maar ten langen léste kwam zij toch voor de deur van den molen aan.

„Ik verzoek gemalen te worden om weer Jong te worden,quot; zei het grootje tot een man die op een bank voor de deur zat, in trage houding starende naar de rookwolkjes die hij uir zijn pijp blies.

„Lieve hémel, wat een vérre wég heb ik afgelégd. omdat ik zoo gaarne wil gemalen worden, opdat ik weder Jong worde.quot;

Al geeuwend antwoordde de molenaar: „Hoe heet je, moedertje?quot; Zij zeide: „Nénéq-Mawar.quot;

„Welnu, Nénéq-Mawar. ga gij dan een poos op déze bank zitten:quot; en hij ging naar binnen. Daarop nam hij een groot register, deed het open en las het. Vervolgens kwam hij weer terug met een lange lijst.

„Wél, mijn Jongen! Dit geschrift is zéker mijn rekening?quot; vroeg het grootje.

De knecht antwoordde: „Xiets daarvan! Men wordt hier gemalen zonder eenige betaling, geheel gratis, maar ge moet eerst uw handteekening onder dit geschrift zétten.quot;

Het grootje schrikte en gilde: „Ik zal toch geen verbond gaan sluiten met den Satan, dat ik mijn ziel aan hém zou overléveren! Dat wil ik niet. want ik ben een vrome vrouw, en mijn hoop is dat ik ten laatste toch ook in den hémel zal komen.quot;

De knécht lachte en zeide: „Het heeft niets te beduiden. Op dit register staan alleen maar al de dwaasheden opge-teekend. die gij in geheel uw léven begaan hebt en wél heel nauwkeurig met dag en uur. Eer gij nu moogt gemalen worden moet gij beloven om. wanneer gij weer Jong zijt geworden, al die dwaasheden nog eens te doen en wél precies in dezélfde volgorde. Juist zooals op de lijst staat.quot;

Daarop zag hij de lijst in. terwijl hij meesmuilend zeide: „Je hébt het wél een beetje érg gemaakt, grootje, van Je zestiende tot Je zésentwintigste Jaar dagelijks eens en op feestdagen wel tot tweemaal toe. Later zijn je gedragingen

ocr page 78

08

nèiièq telandjur sadikit! Dari pada ümurmu anaml)elas tahun sampaj kapada duwa puluh anani tahon pada tijap2 hari wakali dan iljika hari raja sanipaj duwa kali! Kaniudiannja ting-kah-laku nrnèq dengan sapatutnja djuga. Akan tetapi «ate-lah ümurmu liwat sadikit dari pada amput puluh tahun,

toliatl nènèq terlalu sangat nakal. Kamudijannja sabagaj-niana Ijijasa pula.quot;

Maka Nènèq-Mawar mengeluh, katanja: „Eh katjuug, dji-kalaw demikijan apatah gunauja hadan jang buruq ini digi-lingkan, supaja muda kombali?quot;

LMjar tukang kisar itu: „Mèmang, tijada gunauja akan kabanjakan oraug; itulah sababuja kami duduq inelènga kaluwasan «ahari-hari, istiméwa pada tahon 2 ini. Dahulu 2 pekerdjaün kami sibuq sadikit.quot;

Satelah itu nènèq bertanja dengan memelètjèh memauis-kan suwaran.ja. „Bolihkah dihapuskan sadikit dari pada daftar ini? Djikalaw dari pada segala salah-bel)alku Ijarang tiga sadja dihhalalkan padaku. nanti kuperbuat segala kasala-han Jang lain itu sakali lagi, djika perlu.quot; lt;

Sahut upahan itu: „Tijada bolih! Tadapat tijada angkaw Ijerdjandji dengan sungguh - hatimu, djikalaw bukan.... lepaskanlah niaqrudmu.quot;

Sadjurus lamanja nènèq berpikir, lantas katanja: „Ambil-lah koinbali dal'tannu ini, sakarang saja tidaq suka lagi digiling, tidaq mail2 lagi.quot;

Lalu pulanglah ija perlahan

Apabila ija sampaj karumahnja maka sakalijan orang memandang akandija dengan tertjengang-tjengang, lalu udjar marikaïtu: „Haj nènèq. angkaw kombali ini dengan buruq badanmu dan tuwa, sama djuga saperti tahadi tatkala nènèq pergi. Nistjaja chabar-augin dan bohong sadja segala petu-ruran orang akan hhal kisaran itu dapat menggiling peram-puwan tuwa sampaj djadi muda.quot;

.Maka dengan malunja nènèq berbatuq sadikit lalu katanja: „Ada djuga benar sadikit chabar itu, tetapi saja terlalu sangat »

katakutan: dan lagi sabetulnja, apa gunauja orang hidup lagi satahon duwa tahon? Insjah Allah, saja tarima saperti jang ditaqdirkan!quot;

ocr page 79

59

wel noix al behoorlijk geworden. Maar toen gij éven over de veertig waart, wèl, wèl, toen was het al te erg. Daarna weer zooals gewoonlijk.quot;

Xènèq-Mawar zuchtte en zeide; „Wèl, béste Jongen, als het zoo is, wat baat het dan mijn oude lichaam weer Jong te laten malen ?quot;

„Dat spreekt van zélf,quot; zei de knecht, „voor de meesten baat het niets; Juist daarom hebben wij zooveel leegen tijd dag aan dag te verbeuzelen, vooral in de laatste Jaren. Vroeger ging de zaak wat drukker.quot;

Daarna vroeg het oudje op vleienden toon: „Zou dan ook een weinig kunnen wèggeveegd worden van die lijst. Wanneer mij maar een stuk of drie van al mijn dwaasheden mochten worden kwijtgescholden, dan zal ik al de andere nog wei eens overdoen, als 't zoo wezen moet.quot;

..Neen.quot; antwoordde de knècht, „dat is niet mogelijk. Het

is noodzakelijk dat gij het met oprèchtheid belooft, en anders____

dan moet gij van uw wènsch afzien.quot;

Een oogenblik dacht het oudje na, toen zeide zij: „Neem uw register dan maar terug, nu heb ik geen lust meer gemalen te worden, ik wil volstrekt niet meer.quot;

Daarop keerde zij langzaam terug.

Tóen zij aan hare woning kwam keken al de mènschen haar verbaasd aan en zeiden: ..Wèl grootje, gij keert even zoo gebrékkig en oud terug als gij zijt heengegaan. Dat zullen zekerlijk maar praatjes en leugens zijn wat de mènschen babbelen over die molen, die oude vrouwen weer Jong zou kunnen malen.quot;

In hare verlegenheid kuchte het grootje een weinig en zeide: „Er is wèl wat waar van dat bericht, maar ik was al te érg in angst: en bovendien wat heeft men er eigenlijk aan nog een of twee Jaar te blijven léven. Het ga zooals God wil. ik berust in 't geen door Hem bepaald is!quot;

ocr page 80

HO

27.

S i n d i r a n.

K.ililaj. npalnla tersentuh kakinja kapada liatu tijadakau mcngantoii lagi, inelaïvikan inanusija menganfcöq batu itu iljuga sampaj tudjnh kali dengan tijaria sajangkan kakinja.-

Kata harhnaw tatkala dilihatnja akan saèjkor kantjil nielin-tas djalan: Sungguii ■ tijadakau datang hatikn mcnganiajai liinatang amat inanis ini — akan tetapi pada kutika itu perutnja penuh liampir * merekah. saèjkor anaq lemlin jang tainliun haharn hallis dimakannja.

Ada saörang luidaQ mail iiiGlutavkan batu kapada saèjkor hurung jang hinggap pada tjabang kaju. fitia2 burung itu inulaï liersijul dcngan merdu suwaranja, dan Imdaq itupun menurunkan langaunja jang telah diangkatnja, dilimparkannja hatu itu katanah. Maka adalah saörang melihat kalaku-wannja itu. lain ditanjaïnja: ..Haj Itudaq, mengajia tijada kawlutarkan batu itu? harangkali kena lgt;urung itu!quot; Sahut 1 mdaii itu: ..Sabali torlalu niauis liunjinja. mcvawankan hatiku.

Tatkala saèjkor balii maü minuin ajar kapada pantjuran. maka segala orang dan binataug sakalijan menepi dari pada liattnja amis. Maka didalam liati liabi itu; Ai-al segala orang me-malu'i aku. padalah!

28.

Hhal zahid dengan beruwang.

Adalah saörang zalnd telah menangkap saèjkor anaq beruwang. dididiqiija dengan tjereinatnja. sahingga saperti andjing |ierhuruwan djinaqnja. Banjak kali anaq angkat itu mcniliawa sasawatu pertiuruwan jang ènaq karumah guru-nja. diambilkannja ajar dan kaju hakar dan berbuwat segala djasa kapada tuwannja.

Maka, pada suwatu hari tengah hari panas teriq. orang pertapa itu herbaring diatas tikar didalam poudoqnja mcm-perhentikan lelahnja lalu tertidurlah ija.

Maka beruwang pun duduq pada sisi zahid itu. lalu diu-

ocr page 81

61

27.

Zinneprènten.

Heii ézel die zijn poot éénmaal tegen een steen stoot, zal er niet weer tégen aunstooten, maar alleen de mènsch stoot zicli wèl tot zévenmaal toe aan denzèlfden steen, zonder dat hij zijne voeten ontziet.

Een tijger zeide, toen iiij een dwerghert over den wèg zag snellen: Ik zou het waarachtig niet over mijn hart kunnen krijgen aan zoo'n lief beestje leed te doen. Maar • ip dat oogenblik was zijn buik zoo vol dat hij haast barstte, hij had pas een vèt kalf opgevréten.

Een jongen wilde met een steen wèrpen naaiquot; een vogel die op een tak zat, onverwachts begon de vogel met liefelijk geluid te fluiten, en de jongen lier zijn arm zakken, dien hij reeds had opgehéven, en hij wierp den steen ter aarde. Iemand die zijne handeling za^. vroeg hem toen: „Wel jongen, waarom gooit gij niet met dien steen? misschien zou de vogel geraakt zijn!quot; De knaap antwoordde: „Omdat zijn geluid zoo liefelijk is, dat heeft mij aangedaan.quot;

Toen een varken naar de bron wilde gaan om water te drinken, gingen de menschen hi dieren allen op zij voor zijn vieze lucht. Het varken dacht: Als de lieden maar rèspèkt voor mij hebben, dan ben ik tevréden!

28.

De kluizenaar en de beer.

Het gebeurde dat een kluizenaar een jongen beer had gevangen. die met de meeste zorg door hem werd opgekweekt en zoo tam wérd als een jachthond. Ménigmaal bracht dat pleegkind een of ander lékker wildbraad naar het huis van zijn leeraar, hij haalde water en brandhout voor hem, en bewees hem allerlei diensten.

Op zékeren middag was het zeer warm, en de kluizenaar lag op eene mat. in zijne hut uit te rusten en viel in slaap. De beer ging naast hem zitten en weerde de vliegen af die rondom het hoofd des ouden mans gonsden. Eéne vlieg

ocr page 82

(iL'

sirnja lulat Jang herdeiigung-dengung berkuliling kapala oraug tuwa itu. ChiiQus adalah lalat saèjkor Jang terlalu sangat mengusik: kendati beruwang nienghalawkan dija sampaj sapuluh kali. itupnn tijap 2 ija kombali djuga. Kasudahan-nja lalat itu hinggap diatas batang hidung orang Jang tidnr iru. Pada perasaiin beruwang beraninja lalat itu telandjur, lain iterserulah ija dengan amarahnja; Sakarang ini angkaw kuhantam: seraja dipungutnja itatu Jang besar, dibetulinja lain ditjainpaqkannja. kena lalat itu remuq-hantjur, sajang-nja batoq kapala zahid itu belah djuga, kasihan 1

Terkadang-kadang coidiliat Jang bodoh dan tjanggungmem-beri bahaja. terlei uh dari pada sateru.

29.

Tjarita thabib dengan nènèq kebajan.

Saörang perampuwan tuwa Jang sakit matanja nienjuruh inemanggil saörang thabib Jang sanggup menjemlaihkan dija dengan peiniiajaran uwang Jang tepxh ditantukannja. Ada-pun thabib itu amat faham pada ilmunja mengobati mata orang tetapi ija pandaj djuga berbuwat onar segala rupa. Tijap '■ ija melajani perampuwan tuwa itu serta membebat matanja. maka chijanatlah ija akan hhal butanja, ditjurinja sasuwatu dari pada l)arang-igt;arangnja.

Satelah beberapa lamanja dengan hhal Jang demikijan lain dikatakannja iienjakit nènèq iru sudah sembuh. Tatkala iru biliqnja hampir 2 kosong. barang-liarangnja telah ditjuri olih thabib. Maka, ijapnn minta upahnja. tetapi nènèq kebajan anggan membajar. katanja kaljur penglihatannja terlebih sangat dari dahulu.

Kata thabib: „HaJ nènèq, nanti angkaw kupaqsa,quot; lain ija pergi mendawa kapada qadli.

Sembah nènèq kebajan kapada tuwan qadli: „Ja tuwan liamba Jang adil dan alim. silakanlah kiranja menimbang hhal hamba; tatkala pertama * thabib ini datang karumah hamba. dapatlah hamba lihat banjaq barang - didalam biliq hamba, akan sakarang tijada kalihatan lagi pada mataku, djikalaw dengan usahaku pun.quot;

ocr page 83

68

vooral was zeer lastig, wèl tienmaal h:ilt;l de beer haar wi-,_r-gejaagd. maar telkens kwam ze weerom. Eindelijk idng ze 0)1 den neus des slapers zitten. Zulk eene driestheid vond de beer toch al te èrg, en woedend riep hij uit: Nu zal ik je raken; tevens raapte hij een grooten steen op, hij mikte en smeet hem neer, hij raakte de vlieg, zoodat ze verpletterd was. maar bij ongeluk was de schedel van den armen kluizenaar ook gespléten!

Een lompe vriend is vaak gevaarlijker dan een vijand

29.

De oogarts en de oude vrouw.

Een oude vrouw, die aan oogziekte leed, liet een arts roepen, die op zich nam haar te genezen tegen betaling van eene geldsom die zij hadden vastgesteld. Die arts was ook zeer bekwaam in zijne oogheelkunde, maar hij was even bekwaam in gemeene streeken van allerlei aard. TMkens als hij de oude vrouw bezocht en haar de oogen verbond, maakte hij misbruik van hare blindheid en stal het een ot' ander van haar goed wèg.

Nadat dit geruimen tijd zoo gegaan was, verklaarde hij dat de ziekte van de oude vrouw voorbij was. Haar kamer was toen echter bijna leeg geroofd door den arts. Déze vroeg om zijn loon, maar de oude vrouw weigerde te betalen, zéggende: dat de verduistering van haar gezicht nog veel érger was dan te voren.

De arts zeide: „Wél vrouwtje, ik zal je wél dwingen:quot; en daarop ging hij naar den réchter, om eene réchtsvonlering tégen haar in te stellen.

De vrouw sprak op eerbiedigen toon tot den rechter: „o. rechtvaardige en geleerde heer, het zij mij vergund u in overweging te géven, dat ik. toen déze dokter voor het eerst bij mij aan huis kwam. eene menigte voorwérpen in mijne kamer kon zien, die voor mijne oogen nu niet meer te zien zijn, zelfs niet met de meeste inspanning.quot;

ocr page 84

H4

Lauras djuga tenla]gt;at katerangan akan thal'ilj itu pen-tjurinja. lain barang- tjurian itu dipulangkan kapada nènèq serra i.ja dilepaskaii dari pada iiembajarau suwatu apa. dan thabib itupun kena hhukuni meinba.jar denda lain ija dibu-wanii dari dahun nagari deugan tjelanja.

30.

Hhikajat Djurumudi.

Ailalah sabuwah bahtera di tengah laüt, maka beljerapa d.jam lamanja sakalijan awaq ]»evaliu di dalani behaja nuuvt. saliab ada rilirrt sangat kcras. Satelah ribut teduli dan geloinbangnja selesaj, maka adalah safirang dari ]iada orang Jang inennmpang pcrahn itu. Jang pertaraa2 turut berlajar, telah melihat akatr djurrrnrudnrja, didalam behaja Jang sangat itu. sakutika pun tijada bilang senang hatinja. Maka oi'ang menumpang itu tijada tabu meuahankan hatinja lain berta-njakan djurumudi itu, dengan peri bagajmana bapanja telah meninggal?

Sahut djurumudi: „DJika tuwan mart talrrr bagajmana bapaku mati, mèjmang binasalah ija di laüt, saperti nènèq saja mati djuga dahulu dari padanja.quot;

..Wah! DJikalaw demikijan tijadakah tuwan takut me-njerahkan njawa kapada laüt Jang sangat berbehaja akan segala kulawarga tuwan?quot;

..Takut apa? Tidaq sakali-! Ta'dapat tijada kitaorang manusija sakalijan akan mati djuwa. Bukankah baparnn meninggal djuwa?quot;

..Srrnggtth ija meninggal, akan tetapi pada petidurannja.quot;

..Wah! DJikalaw demikijan. tijadakah tuwan takutmenje-rahkan njawamu kapada tampat tldor?quot;

Paturlah saja tida takut, saja berbaring pada katil dengan senang hatiku, dan tijada berbehaja.quot;

.Sahut djurumudi: ..Bolihlah! Tetapi djikalaw Jang ma-ha-krrwasa mclindungi laütan dan daratan. maka santawsa hatiku di tengah laüt. saperti angkaw santawsa didalam petidoranmu.quot;

ocr page 85

lt;•).quot;)

Spoedig gt'iioog waren duiilelijke licwijzcn te vinden dat die arts de dief was. en de gestolen goederen wérden terng bezorgd bij het oude vrouwtje, terwijl /ij bovendien werd vrijgesproken van alle betaling, en de dokter wérd veroordeeld om boete te betalen, waarop hij met schande uit de stad werd verbannen.

30.

De Stuurman.

tr was een schip ver in zee en véle uren lang waren al de schepelingen in doodsgevaar, omdat er een zeer hevige storm woei. Nadat de stormwind was gaan liggen en de woeste golven bedaard waren, was er één van de opvarenden van dat schip, die voor het allereerst een zeereis méde maakte, en gezien had dat de stuurman, in den grootsten nood. zélfs voor geen oogenblik zijn kalmte verloor. Die passagier kon zich niet bedwingen en ging aan den scuurman vragen, op hoedanige wijze diens vader gestorven was?

De stuurman antwoordde: „Als ijij wéten wilt op hoe-danige wijze mijn vader gestorven is, wél natuurlijk is hij op zee verongelukt, évenzoo als mijn grootvader ook vóór hem.quot;

..Ach! Zijr gij dan niet bang uw léven toe te vertronwen aan die zee. die zoo noodlottig geweest is voor uwe nabestaanden ?quot;

..Bang. waarvoor? Niet in 'tminst! Het kan niet anders of' wij ménschen moeten toch allen stèrven. Is uw vader dan ook niet gestorven?quot;

,.Ja zéker is hij gestorven, maar op zijn béd.quot;

..Ach! Zijt ge dan niet bang uw léven aan het béd toe te vertrouwen?quot;

..Natuurlijk niet, in mijn béd lig ik rustig en zonder gevaar.quot;

..Best mogelijk.quot; antwoordde de stuurman. ..Maar wanneer de Almachtige zee en land beschérmt, dan is mijn hart ook rustig midden op zee, zooals gij gerust zijt in uw l éd.quot;

Gijinocjhur , M.tl-lloll. Lr

ocr page 86

HB 31.

Riwajat saörang radja dengan pandaj besi.

s.-u'iransj: nulja telah molamngkan orang memljabat peker-iljain pada hari mawiid haginda. tetapi ada saörang tukang besi lierani djnga nu'iiimjiakau godainnja ka;itas laudasan, sapci'ti tijadalah radja Jang nudarangkan tickcrdja pada hari brsar itu. Maka adalah orang Jang memberi fahu kapada radja, lalu haginda nienitahkan inemanggil tnkang i)esi Jang degil itu.

Maka tukang itu mengadap radja svrta mengaku terus-terang ija hekerdja pad;i hari mawiid radja. Maka radjapun bertanja; ..Sijapa Jang rnendegilkan dikaw. maka angkaw lierani merintangi titahknVquot;

Sembah pandaj besi: „Ja maharadja! IJalah saörang Jang lehih kuwasa dari pada tuwankn.quot; Radja bentanja: ..Masa-kan bolih! Sijapakali?quot; Maka tukang menjahnt: „Ja tuwankn! Itulah kasukaran. Haruslah igt;atiquot;ik bekcrdja, djikalaw tijada maka patck sorta dengan anaq bini jiatck kakurangan ivziip. Kaïvna tadapat tijada patèk mentjari upah padu tijap2 hari dulapan diriiam. Jaïrn duwa dirham patèk memindjamkan. dan duwa dirham heiidai| hanaba bajarkan hutang sabab dahulu dipindjam olili patèk. dan anipat dirham nafaqat patt'-k dan bini patrk.quot;

Radja bertanja lagi: Apa artinja katamn itu?quot; Sembahnja: ,,Ja maliaradja! ada anaq patrk lagi kctjil. maka tijapquot; liari patèk mcinindjainkan duwa dirham kapadanja akan icziqinja. supaja dipulangkannja uwang itu ka])ada patèk manakala patèk tuwa-renta ilan tijada dapat mentjahari npah. saperti sakaraug anaq - itu belom talm mentjahari, maka tijap- hari duwa dirham patèk bajarkan orang tuwa patèk. Jang dipindjamkannja kapada patèk pada masa ketjilkn. maka tijap - hari ampat dirham maü dipakaj olih patèk dengan bini patèk. Akan tetapi djikalaw tuwankn suka memberi iijap - hari dulapan dirham kajiada patèk, nistjaja patèk suka intmiulijakan liariraja mawiid tuwankn salagi ada ümnr hidup patèk.quot;

Maka radja pun terscnnjnm. lalu dikarunijakannja banjak

ocr page 87

31.

De vorst en de smid.

Een kniiiny had tievolen dat niemand oji zijn geboortedag mocht wérken. en toch had een smid gewaagd met zijn vóórhamer op het aanbeeld te beuken, alsof er geen koning was die verboden had te wérken op dien hoogen feestdag. Xn waren er lieden die dir aan den vorst meldden en dó'ze gaf last den weerspannigen smid te ontbieden.

Déze verscheen voor hem en bekènde ronduit dat hij op 'skonings verjaardag gesmeed had. De vlt;trst vroeg: ..Wie heeft u zoo hardnekkig gemaakt, dat ge mijn bevel durft weerstreven ?quot;

Eerbiedig antwoordde de smid; „Iemand die nog machtiger is dan gij, o koning!quot; De koning vroeg: ,.wie zou dar kunnen zijn? Dat is immers niet mogelijk!quot; De man antwoordde: „dat is de nood. heer! Ik moet wérken, of ik zou met mijn gezin gebrék lijden aan het noodige lévensonderhoud. Want alle dagen mod ik acht drachmen verdienen, namelijk; twee • lie ik moet uitleenen. en twee waarmee ik een schuld moet 1 u'talen. omdat ik die vroeger geleend héb. en vier drachmen waarvan ik en mijne vrouw moeten léven.quot;

De koning vroeg vérder: „Wat beteekenen die woorden van u?quot; Hij antwoordde: „Sire! Ik heli nog jonge kinderen, hun leen ik iederen dag twee drachmen voor hun onderhoud - om mij terug te betalen als ik oud en zwak ben en niets meer kan verdienen, évenmin als zij nu. en twee drachmen betaal ik iederen dag aan mijn ouden vader, die hij aan mij geleend heeft in den tijd dat ik nog klein was; ook hebben mijne vrouw en ik dagelijks vier drachmen noo-dig voor ons gebruik. Wanneer evenwél Uwe Majesteit behagen mocht mij iederen dag acht drachmen te géven, zéker dan zou ik gaarne uwen geboortedag vieren, mijn léven lang.quot;

De vorst glimlachte en schonk den smid veel geld als belooning voor zijn kinderlijken eerbied jegens zijn vader en lt;mulat hij zoo behoorlijk zorg droeg voor zijne vrouw en kinderen.

ocr page 88

68

uwang kuiüida p:uulaj lirsi itu akan iiiembalcXS kaliac^tijaiuija kapada liapanja danlagi sabab ija talm meinelihaiakau anaq-bininja dengan sapertinja.

32.

Tuwan-tanah dengan I beIis.

Adalah sa(quot;gt;raiig tuwan-taiiah Jang kaja dan murah hatinja dan banjaq hainbanja jang mengcrdjakan pekerdja:innja. Maka tijada bersalahan kata segala marikaïtu. Itahuwa sasung-guhnja tijada kadapatan sanrang tuwan-tanah Jang lebih Viaïk kalakuannja.

rdjar marikaïtu: „Tuwan inilah jang memberi makanan dan pakajan jang baïk akan kami sakalijan dan pekerdjaan jang sukar diringankannja saqadar quwat badan kami; tijada pernah ija menjercgah hambanja dan djahat pun tijada diba-lasnja dengan djahat. Ija tijada saperti tuwan ■ jang laïn jang menjamakan hambanja dengan binatang djuga Smigguii-didalam nagari ini sanrang pun tijada jang baïk saperti tuwan kami.quot;

Akan tetapi Ibelis dongki melihat segala hamba itu dengan kasih dan satudju menurut parentah tuwannja; lalu diben-tjanakannja hati sanrang hamba. bernama Alèb, sahingga orang itu saperti orang jang terkena rasanja. maq^udnja hendaq melawan tuwannja.

Kata Alèb kapada temannja : ..Kamu sakalijan bodoh sakali dan salah lakumu ini! Salalu kamu memudji tuwan tanah dan suka menu rut parentahnja. Patutlah! Djika ada hamba-sahaja jang satija dan kapertjajaan dan radjin sa])erti kamu ini. nistjaja Ibelis pun baïk hatinja dan berramah-ramahan dengan kitaorang. Kita lierlmwat djasa kapada tuwan, barang kahendaqnja kila turnt, barang parrntalmja lantas djadi, dan saja sakalijan berdalmlu-dahuluan pada melakukan mana-suka hatinja. Masakan ija marali akan kita? Melaïnkau tjoba kalakuan kita sakalijan berubah sadikit, nistjaja ijapun berubah djuga, nanti ija menjakat kira teiiebih sangat dari pada tuwan 2 tanah jang laïn menjakiti orang ketjil.quot;

Satelah itu segala hamba-sahaja bertaruh-taruhan dengan Alèb: Ijapun sanggup akan membangkitkan amarah tuwannja,

ocr page 89

()!(

32.

De Landheer en de Duivel.

Er was een rijk en milil ^roinleigenaar. ilii1 véle dienaren had die voor hem wérkten. Déze allen waren het geheel eens in hun zéggen, dat er in der daad niet één landheer zou zijn te vinden wiens handelwijze béter was.

Die lieden zeiden : ..Deze meester is het die ons allen goed voedsel en goede kleeding geeft, en de zware wérkzaamhéden verlicht hij naar évenrédigheid van onze lichaamskracht: nooit snauwt hij zijne dienaren at', en zélfs her kwade vergeldt hij niet met kwaad. Hij is niet zooals de andere hoeren, die hunne dienaren sléchts met beesten gelijkstéllen. Waarlijk er is in dit land niemand zoo goed als onze meester.quot;

Maar de duivel was nijdig, ziende dat al die dienaren in zoo groote liefde en eendracht de bevélen van hun meester opvolgden; daarop bracht hij liet gemoed van een dier dienaren, met name Alèb, onder zijn boozen invloed, zoodat die man zich als bezéten gevoelde, van plan zijnde om zijn meester te weerstaan.

Aléb zeide tot zijne kameraden: „Gijlieden zijt toch érg dom en verkeerd van gedrag! Gij prijst altijd door den landheer en hébt er pleizier in zijne bevélen op te volgen. Het spreekt van zélf! Als er slaven zijn en dienaren zóó getrouw en waar men op aan kan. en zoo vlijtig ais jelui, dan zou de duivel zélf wel goedhartig worden en vriendelijk met ons omgaan. Wij zijn dienstvaardig jegens mijnheer, wat ook zijn verlangen zij wordt door ons gehoorzaamd, wat zijn bevélen zijn mogen, 't gebeurt terstond, en wij allen wedijveren om de eerste te zijn in 't volbrengen van al wat zijn hart begeert. Dan kan hij immers niet boos op ons zijn? Maar gestéld dat ons gedrag eens een weinig anders wérd, zéker dan zou hij ook wél veranderen, en iiij zon ons plagen, nog veel érger dan de andere landheeivn het geringe volk mishandelen.quot;

ocr page 90

lt;n

dan djika djadi saperti maqqudnja maka temannja masing quot; akan memberi satu ringgit kapadanja, djika tijada djadi, AlèU akan menjerahkan mvangnja dan Imrang-l larangnja kapada segala temannja.

1'ada kae'sukan harinja petanihan itn masuq. Maka AlMi pergi menjembunjikan dirinja didalam kandang domba, dan tatkala tuwannja serta dengau segala cahhatjal nja dan dja-munja datang hendari melihat kandang dan segala domba. jang liairus - jang dipeliharakan olih tuwan tanah. maka diberi olih Alèli sawatu isjarat kapada segala temannja, jang artinja: ..Sakarang hendaqlali kamn membuwang mata!quot;

Maka segala hamba-sahaja iru datang berlari-lari dan Ibelis pun memandjat sabatang pohon kaju lienda(| melihat peker-djaiui abdinja. Satelah beberapa lamanja tuwan-tanah dengan segala djamunja berdiri pada antara pagar, maka ija mail menundjuqkan sarjknr domba iljantan jang ainat èloq, kotjaq-lah tnwan-tanah menaroh domlia itujang tijada Ijandingannja di dalam nagari itu.

Maka AIM) datang berdiri di tengah 2 kawan itu. pura2 maü menulung menangkap sat-jkor domba itu, tetapi amat garang tingkah-lakunja. sahingga terkedjut segala domba lalu lari tjeraj-bcraj dan tuwannja tijada bolih menundjuq domba jang kakasihnja itu kapada djamunja, maka tuwan-tanah ketjil hatinja, tetapi ija menahan amarahnja, udjarnja; ..Haj Alrb. tjoba tangkap domlia itu, tetapi dengan ati-ati, lalu peganglah baïk

Mendengar kata tuwannja itu. maka Alèl» menarkam anaq iloinlia itu saperti liarimaw lakunja. ditangkapnja kaki domba itu. disentaqnja sangat2 sahingga kakinja patah.

Segala orang terkedjut melihat hhal itu. ada jang menangis dari pada sajangnja akan domba itu, tetapi Ibelis l)ertepoq tangan. Maka suramlah seri muka tuwan tanah. dan segala orang berdijam menantikan gusarjangsangat kerasakan si Alèb.

Maka tuwan tanah pun dijam sahadja. Kamudijan ija mcuengadah dan seri mnkanja tijada berkerut-kerut lagi. lalu ija berkata: „Tuwamuu Ibelis kunun menjnruh dikaw memiiangkitkan amarahku, tetapi jang mendjadi Tuhan.ku lebih kuwasa dari pada tuwamuu. Dari pada hatiku gerarn olih pekerdjaiin tuwanmu. remaq ija sendiri rnenggeram.quot;

ocr page 91

Daanip ^in^c'ii al de ilienarcu mot Alèli oeiK' \v('diliii^'si haii aan. Hij nam op zich den toorn van zijn meester te zulicn opwekken, en als dat gelukte naar zijn wènsch. dan zuuden zijne kameraden hem ieder een dollar geven, en als het niet lukte, dan zou Alèb zijn grid en zijn goed aan zijne kameraden géven.

op den volgenden dag ging de wèddingsehap in. Alèb ging heen «mi zieh te verschuilen in de schaapskooi, en toen zijn meester met al zijne vrienden en gasten kwam om de schaapskooi te zien en de prachtige schapen, die door den landheer wérden opget'ukt. gat Alèb een wenk aan zijne makkers, waarvan de beteekenis was: „Nu moet jelui een oog in 't zeil houden!quot;

Al de bedienden kwamen aanloopen en ook de duivel klnm in een boom. om het wérk van zijn slaaf te zien. Nadat de landheer met zijne gasten geruimen tijd op het midden van de omheinde plaats gestaan hadden, wilde hij een jongen ram. die buitengewoon fraai was, laten zien: hij was er trotsch O]) dien ram te bezitten, die zijn weerga niet had in dat land.

Alèb kwam in het midden van de kudde staan, doende alsof hij wilde hèlpen dien éènen ram te vangen, maar hij maakte zulke woeste manieren, dat al de schapen schrikten en wègliepen in de grootste verwarring, en de heer zijn lievelingsram niet kon vertoonen aan zijne gakten; de heer nam het wel kwalijk, maar hij bedwong zijne drift, zeggende: ..Wel Alèb, probeer nu eens dien ram te pakken, maar op voorzichtige wijze, en houd hem dan goed vast.

Dat zéggen van zijn meester hoorende, sprong Alèb naar het lam toe, évenals een tijger het doen zou. iiij pakte het bij den poot en gaf er een hévigen ruk aan. zoodat de poot brak.

Al de gasten verschrikten toen zij dat zagen. sommigen weenden van médelijden met het schaap, maar de duivel ging in zijne handen klappen. Het vriendelijk gelaat van den landheer wérd duister en allen hielden zich stil. verwacht' nde dat hij in vreeselijke gramschap jegens Alèb zou uitvaren.

Maar de landheer bleef slechts zwijgen. Daarna hief hij het gelaat naar boven en zijn vriendelijk aangezicht was niet meer gerimpeld. Daarop zeide iiij: „l'w meester, de duivel, zond u zéker uit om mijn toorn op te wékken, maar Hij,

ocr page 92

Maka tuwan-tanah pun masoq kadalam tampatnja berhavi raja s'-rta dengan segala djaniimja tetajii Ibelis menjeliuipat lain en.jahlah ija dengan nialnnja.

Kasul Isa telah Iicrsalida: „Djanganlah kamu memltalas kadjahatan orang dengan djahat. melalnkan djikalaw barang -lt;aürang nienainpiling pipimu Jang kanan idjarlah ija nienam-I'iling pipimu jang kiri pula.quot;

Hhikajat orang Arnéni.

Adalah saürang2 Annéni iliperhambakan kabawah maha-radja sjah benuwa 'Adjani. Ija dapat djabatan memungut lu'Ja dari pada segala djnragan kapal pada sabatang sungaj di dalam licimwa Jang amat luwas itu.

sjaliadan. adalah orang meniperserabahkan chabar kabawah maharadja. bahuwa pegawajnja itu menganiaja orang. Maka ritah maharadja pcricisa perkara itu dengan .sai|samanja.

Satelah njatalah sungguh - orang Anm'ui itu ehijanat, maka dengau murkanja baginda mendjatohkan hhukum atas-iija; segala, haitaliandanja akan dirampas. dan anaii-isterinja akan didjnwal mendjadi abdi orang. Lalu gusariah maharadja titahnja: „Sembatlah lagi tapaq kaki risaw itu lima [luluh kali, lalu surah kcrdja ])aksa dengan rantajnja sa-iiingga ija mati.quot;

Demi orang Arnniii itu menengar hhukuman jang saugat kei'as iru. maka ija menjumpah-seranah dan menistakau radja, dimaki-makiuja sangar dengan bahasa Armeni jang tijada dikatahuï olih Sjah.

Maka baginda pun bertanja kapada segala pendjawat di-dalam asrana: ..Apa artinja kata orang itu?quot;

Maka adalaii saurang prudjawat berkasihan akan manteri jang i liijauat itu. istiniéwa karena hlial auaq-isterinja. maka seinliah pendjawat itu: ...la sjah-alam. adajnm kata patèk itu. artinja: Bahuwa tirdaws bagi segala orang Jang me-naiiankan amarahnja dan mengam]iuni kasalahau orang.quot;

Maka adalah lagi saörang pendjawat Jang inembentji. baïk

ocr page 93

é •gt;

die mijn meester is, is machtiger dan de uwe. Hij /.Mf' zal eerder woedend worden, dan dat mijn gemoed verbitterd worde.quot;

De landheer ging in de zaal waar hij feest vierde mèt zijne gasten, maar de duivel sloop heen en pakte zich wèg vol schaamte.

Gods gezant Isii heeft gezégd: „Gij moet het kwaad van anderen niet mèt kwaad vergelden, maar als iemand u op de réchter wang slaat, laat hem dan ook maar op uwe linker wang slaan.quot;

De A r m é n i ë r.

Het gebeurde eens dat een Arméniër in dienst was genomen hij Zijne Majesteit den Sjach van Perzië. Hij was belast met het heffen van belastingen van de schippers op ééne der rivieren in dat uitgestrekte rijk.

Men berichtte aan de sjach dat die amhtenaar zich aan knevelarij schuldig gemaakt had. De vorst beval die zaak nauwkeurig te onderzoeken.

Nadat gebleken was dat de Arméniër wérkelijk schuldig was, sprak de vorst in toorn het vonnis uit, dat al zijne bezittingen verbeurd verklaard wérden en zijne vrouw en kinderen als slaven zouden worden verkocht. Daarna sprak Zijne Majesteit op driftigen toon: „Geeft daarbij dien schurk vijftig rietslagen op zijne voetzoelen en laat hem dan. in kétenen geklonken, dwangarbeid verrichten totdat hij stérft.quot;

Dat harde vonnis hoorende, vervloekte de Arméniër den Sjach en beschimpte hem met véle scheldwuorden in de Arménische taal, die de vorst niet verstond.

..Wat zégt die man?quot; vroe^ de Sjach aan zijne Inivelingen.

Hén der hovelingen had médelijden met den misdadigen ambtenaar, vooral ter wille van zijne vrouw en kinderen, daarom antwoordde iiij; ..i). wéreldbeheerscher! de man zegt: dat het paradijs is voor hén die hun toorn beheerschen en aan anderen vergiffenis schénken voor wat zij hébben misdreven.quot;

Nu was er nog een ander hofbeambte, die zoowél dien hoveling als den veroordeelde haatte, en die de bedoeling

ocr page 94

akan sanianja pomljaAvat. haïk akan orang jan^ kena siksa itu, dan iin-ngart ilah ija apa maq^ud pendjawat itu, raaka ija menjehadjakan inendciigar lia'ik2, supaja dapat ija mem-liinasakan kaduwa uraug ifu. Hhatii tatkala didengarnja hhukuinan ■ wang cliijanat itu hrndaq diringahkan nlih radja, maka pendjawat itn herdatang sembah: „Ja Sjah-alain 1 Adapnn maiirud nvang Itoi'tmat cliijanat akan heias-kasihan Tuwanku: lialmwa sasungguhnja pendjawat itu nicndusta'i Tuwnnku karana ni-ang jang kena hhukum itn melanatkan Tuwanku serta menista jang kedji- dengan bahasa Anm-ni.

Maka sabda Sjah; „Djikalaw demikijan. maka sengadja pendjawatku balk djuga iiendaii memeliliarakan dakn dari pada ^npuh • dan lagi hendaq incringankan kasukaran nrang jang kasihan. Dus ranja itn baik dari pada katamu jang henar. Enjihlah angkaw dari sini dan djangan nieniberani-kan dirimu inemidja(i tangga astanaku ini sakali lagi.

:{4.

Hhikajat saörang laki ■ jang terhèmpèt dibawah rubuhan.

Adalah sabuwah runiah pada sama tengah djalan ka nagari Baghdi'ul. lama - rnmah itn Ijnniq lalu rubuh. Maka adalah saörang laki - jang dnduq didalam nnnah itn kena tjelaka terhèmpt-t dengan kaju dan batn. Akan tetapinja. tubuh-nja tersei)it sadja tijada kena Inka. Maka nrang itu meng-heriq minta tulung.

Adalah sarirang sudagar jang kaja berkandaraiVn onta lalu pada djalan itu: melihat nrang kasihan itu. ndjamja: ..Me-ngapa maka aku ini berlelah bertjemar-tjemar pakajanku karana menulungi orang itu? Hahuwa sasunggnhnja ada orang sanipaj banjaq jang dapat niennlung,quot; lalnlah ija berdjalan.

Sarirang lagi berkata: „Djika aku maü memilung segala orang jang minta tulung, nistjaja kerdjaku tijada borkapu-tusan pada tijap - had:quot; maka lalulah ija djuga.

Datanglah lagi saörang jang iierkata: „Aku ini bumur, kerdjaku mengobati segala- binatang jang sakit. Masing ■ ada katumpukannja didalam dunja. Baïklah orang lain memeliliarakan orang ini;quot; maka lalulah ija djuga.

ocr page 95

i •)

begreep, zoodat lii.i besloot goed toe te luisteren, om hen beiden in 't verdèrf te kunnen storten. Toen hij nu hoorde dat de straf van den misdadiger verlicht zou worden, zeide die hoveling: „O. wéreldbeheerscher! Men wil misbruik maken van uwe goedertierenheid, want inderdaad beliegt die hoveling u. omdat de veroordeelde u vervloekte en schold met véle gemeene smaadredenen in de Armenische taal.quot;

Toen sprak de vorst: „Dan is de bedoeling van mijnen hoveling toch goed geweest, om mij te behoeden voor overijling en daarbij het lot van oiigelukkigen te verzachten. Zijne leugen was béter dan uwe waarheid. Scheer u wég. van hier! en waag het niet ooit weder den drempel van mijn paleis te betréden.quot;

34.

Verhaal van een man bedolven onder het puin,

Er stond een huis juist op het middi'ii van den wég naar Bagdad, langzamerhand was het bouwvallig geworden en het stortte in. Nu gebeurde het dat een man. die in dat huis woonde, het ongeluk had beklémd te raken tusschen de balken en steenen . maar zijn lichaam zal alleen in de klém: gewond was hij niet. Kn hij riep al jammerend om hulp.

Nu was er een rijk koopman die. op een kameel gezéten, langs dien wég voorbij kwam. Den ongelukkigen man ziende, zeide hij: „Waarom zou ik mij vermoeien en mijne kleeren vuil maken om dien man te hélpen ? Er zijn waarlijk mén-schen genoeg die hélpen kunnen,quot; en hij inng door.

Weer een ander zeide: „Als ik alle inénschen hélpen wilde die om hulp vragen, dan had ik zéker nooit gedaan met mijn wérk dag aan dag,quot; en hij ging ook vérder.

Toen kwam er weer iemand, die zeide: ..Ik ben veearts, mijn wérk is het de zieke beesten te genézen. Iedereen heeft zijn eigen taak op de wéreld. Laat anderen dézen man maar redden.quot; en ook hij zétte zijn wég voort.

Daarna was er weer iemand die een oogenblik stilstond

ocr page 96

lt; rgt;

Kamuilijan inlu saörang licrhcnti sabentar. katanja: „Kasilian sunggnh! Hendaq ])un aku menuiung, tetapi aku .saörang diri. kurang quwatku;quot; inaka ija berdjalan pula.

Kamudijan datanglah orang jang kaliina; Melihat orang kasilian itu ija berhenti, disingkirkannja sapuluh buwah Ijatu. lain ditulisnja perlmwatannja itu pada satjariq qarthas, liendaii pergi langsung: tetapi diletaqkannja qarthas itu pada tirabunan batu bata itu.

Maka segala orang Jang datang kamudijannja masing2 mengangkat djuga sapuluh imwah bata dan satelah duwa pnluii orang mengangkat liatu itu maka dapatlah orang jang terhèinpèt itu berbangkit, telah salamatiah ija.

Djikalaw sogala orang berbuwat demiKijan. masing - saqa-dar quwatnja akan guna samanja manusija, serta mening-galkan segala adat jang djaliat. dilimpaw olihnja. nistjaja banjaq orang lebih beruntung dan lianjaq susah dan sangsara lennjap dari dalam dunja.

Ü5.

H h i k a j a t A s m a r a-d é w a.

Sakali peristiwa Déwa Kama, jaïtu Asmara-di'wa jang inelindungkan segala orang berkasih-kasihan. lagi duduq dengan senang hatinja diilalam kaimlcraan; senjainpang Sang-Kama lepas santap nasi mail tidur sadikit, tiba2 Déwa terkedjut menengar bunji tangisan jang na'ik dari pada bumi. Maka Sang-Déwa murka sailikit. lain dipanggiluja akan saörang malak jang pandjang-besar. djabatannja menutui) dan )nembuka segala pintu dan djandèla sorga.

Titah Sang-Di'wa: ,.Haj Pandjang ini! Tjoba buka natang itu. trngO([lali kabawah. pada perasaanku ada orang menaugis.quot;

Maka malak itupun menurut titali Sang-Kama lain inelindungkan matanja dengan tangannja. supaja dapat ija sidiq-menjelidi(| kamana-mana. Maka kasudahaimja ija berkata: „Di bawah itu ada tanah lajiang jang luwas penuh rnmput. Maka pada sabelahnja duduq si-Mina jang menggombalakan angsa. dan pada sabelahnja dudiKj si-Ali jang menggombalakan kambing, maka kaduwanja menangis tersedih-sedih.quot;

ocr page 97

t i

en zeide: „Hij is toch wézenlijk te beklagen! ik zon ook wèl willen hMpen, maar ik ben alleen en heb geen kracht genoeg.quot; Déze ging ook vérder.

Daarna kwam een vijfde; den ongelukkiger! ziende hield hij stil en légde tien stuks steenen ter zijde, en schreef toen up een stukje papier wat hij verricht had. hij moest vérder gaan, maar hij légde dat papier bij den steenhoop.

De personen die na hem kwamen namen toen ieder ook tien steenen wég, en nadat er twintig ménschen steenen hadden wéggenomen, kon de bedolven man zich weer oprichten en was geréd.

Als de ménschen zóó deden, een ieder naar zijn vermogen, ten nutte van zijn évenmensch, terwijl hij de sléchte gewoonten naliet die verméden kunnen worden, zekerlijk dan zouden er vélen gelukkiger zijn, en veel verdriet en lijden verdwijnen uit de wéreld.

Asmara-déwa.

Kama ot' Asmara-déwa, zooals de godheid heet die de minnenden beschermt, zat eens rustig in den ludrahémel; en wilde juist, na zijn maaltijd, een dutje doen, toen hij opschrikte door een geschrei dat van de aarde opsteeg, llij wérd een weinig knorrig en riep den grooten éngel, wiens werk het is al de deuren en vénsters van den hémel te sluiten of open te maken.

Kama beval hem: „Jij, lange! Maak dat luik eens open en kijk eens naar benéden, ik geloof daar huilt er (quot;'én.quot;

De éngel deed wat Karna beval, en hield de hand boven de oogen om overal goed rond te zien, eindelijk zeide hij: „Daar benéden is een groote grasvlakte. Op het eene uiteinde zit Mina. die de ganzen hoedt, en op het andere uiteinde zit Ali en hoedt de geiten, en allebei zitten bitter te huilen.quot; „Wél zoo?quot; zei Kama, „ga dan ('ventjes op zij, lange! Ik wil zélf eens zien.quot;

Kama keek naar benéden en 't was juist, zooals de éngel gezégd had. Maar de réden dat de jongen en het meisje

ocr page 98

Titah Siing-Kaiua: A pa ij a? Ajo Pandjang! siinpanglah sadi-kit. aku mail melihat sencliri.quot;

Maka Sang-Kama melihat kabawah, aclalah sajierti Jang dikatakan olih malak itu. Adapun sababnja budjang dan uradis itu kadawanja menangis tersedih-sedih olih karena kaduwanja bertjinta-liirahi. la;_ri sabab saörangnja gorabala kambing dan saüranguja gombala angsa, dan kadawanja di-dalam iiekerdjai'm saürang tnwan-tanah djuga. maka pang-katnja sama. upama sumbul mendapat tutupnja. Kaduwanja rindu dandam liatinja hendaq kawin. tetapi tuwannja belom mati meluluskan.

Dengan hhal jang dcinikijan ta'dapat cijada kaduwa orang itu bereabar djuga. Dalam pada itupun sajugijanja ada aturan jang balk pada segala perkara, danlagi olih sabab hhal peluq-tjijum sawaru perkara jang besar kapada orang berkasih-kasihan. maka telali ija bermuwafaqat. tentangan hhal tjijum itu. bahnwa tudjuh kali kutjup parla-pagi hari danlagi kutjup tudjuh kali pada petang hari. itulah akan dibilangkan sedang baik.

Adalali iieberapa lamauja aturan itu diturut dmgan saper-tinja. Akan tetapi pada pagi2 hari itu sabelom marikaitu sampat naemberi kutjup katudjuh kalinja, maka angsa si-Mina jang terlebih mauls dengan kambing si-Ali jang terlebih bagus berbantah-bantahkan tampat rumput jang rnaq lem-but. dan kaduwa binatang itu mulai berkalahi, sahingga ta'dapat tijada kaduwa orang jang birahi itu lantas mentje-rajkan terenaqnja. sahingga luputlah kutjup jang katudjuh kalinja.

Kamudijannja tatkala kaduwa orang itu duduq sunji dengan langgangnja masing2 pada sabelahnja padang rumput itu dan tijada bolih memandang lagi saürang akan saürang, olih sabab ada hutan ketjil pada sama tengah padang itu. maka kaduwanja mula'i menangis dengan njaring suwaranja. Itulah jang dilihat olih Déwa Kama sendiri sahingga belas kasihan didalam liatinja.

Adapun Déwa itu amat murah liatinja maka pada sang-kanja tijada bera|)a lamanja dukatjita orang inuda itu akan hilang djuga. Tetajii sedang tangfsnja makin keras, dan angsa jang iiagus dengan kambing jang manis itu melihat

ocr page 99

Til

beide zoo Jammeiiijk schreiden was, omdat ze zeer veel van Mkaar hielden en omdat de een een geitenhoeilcr. df andere eeue ganzenhoedster was, heide in dienst van denzMfden landheer, pasten zij bij elkaar wat stand hetrèft, zooals het spreekwoord zégt: het mandje vond zijn dèksel. Beide wilden ook heel gaarne trouwen, maar hun heer wilde dat nog niet toestaan.

Onder déze oinstandighóden moesten zij wel geduld hel»ben. Intusschen is het noodig goede orde te houden in alle zaken, lt;■11 wijders, omdat het kussen hij verliefden een zaak van belang is. waren zij overeengekomen, wat het kussen be-tivl't. dat zéven kussen 's morgens en zéven kussen's avonds Juist een goed getal zou zijn.

Een tijd lang ging dat ook heel goed met die régeling. Maar op den morgen van dien dag, vóórdat zij nog tijd hadden elkander den zévenden kus te géven, had de liefste gans van Mina met het mooiste geitje van Ali ruzie gekregen om een mooi plekje lékker malsch gras en die beide dieren begonnen te vechten, zoodat het noodzakelijk was dat de beide verliefden spoedig hun lokvee scheidden, zoodat de zévende kns misliep.

Maar toen zij daarna heide eenzaam en vérre van elkander, élk op zijn kant van de grasvlakte zaten en elkaar niet meer zien konden, omdat juist op het midden van het weiland een boschje stond, begonnen zij heide hardop jammerlijk fe weenen. zooals de god Karna nu zélf zag. zoodat hij innig médelijden kreeg.

Die godheid Kama was zeer goedhartig, en hij meende eerst dat het verdriet van die beide jonge lieden wel gauw zou overgaan. Maar toen nu hun schreien nog al érger werd en hel mooie gansje en het lieve geitje, het verdriet van hun meesters ziende, ook al bedroefd werden en niet meer wilden grazen, zeide Asmara-déwa: ..Ik wil die twee inèn-schen hélpen en hun zin géven. —- Wat zij heiden héden ook mogen wénschen, dat zal terstond geschieden!quot;

Nu trof het juist dat zij denzélfden wénsch hadden; Ali dacht: „Mocht ik maar aan den anderen kant zitten, daar waar de ganzen zijn.quot; en Mina zuchtte: „Och! ware ik aan de andere zijde, daar waar de geiten zijn!quot;

ocr page 100

so

husah tuwannja berduka-tjita djuga, dan tijada maii niakau rumput lagi. maka kata Asniara-déwa: „Aku maii menu-lungi kaduwa orang itu, dan ineluluskan kahendaqnja. Pada ban ini barang apa dikahendakinja akan djadi pada kutika itu djuga!quot;

Sciijampang samalah kahendaiiuja; didalam hati si-Ali: ..Muga2 saja duduq di sabelah sana, tanipat segala angsa,quot; dan si-Miua mcugoluh katauja: „Muga1 aku duduq disabelah sana. rampat segala kambing.quot;

Djadilab, tii)asi-Mina duduq pada taiupat, kambing itu. dan si-Ali pada tanipat segala angsa. akan tetapi kaduwa orang itu tijada bersama 1 dan kutjup jang katudjuh kalinja luimilah djuga.

Lain si-Ali berpikir: „Barangkali kakasihku mengulilingi belli kar itu hendaq mendapatkan aku. Muga- sakarang aku dik'inibalikan kasana apalah kiranja!quot; Dan si-Mina, tatkala dilibarnja kakasihnja tijada. mengutjap djuga: .,Barang aku dikombalikan ka sabelaii sana kiranja!quot;

Demikijanlah sapandjang hari itu. tetapi peluq-tjijum jang katudjuh jang sadijakala pagi - hari tijada ti'i'dapat lagi. dan pada petang hari itu. tatkala kaduwanja pulang karumahnja dengan lelah letih badannja. maka si-Mina putus asanja. udjarnja: ..taqrir ini tijada da|iat diperbaïki pula danaturan jang bagus itu sndah kusut!quot;

Satelah Dew a Kama inelihat hhal kaduwa orang birahi itu mengutjap dbanja sahingga ija melaluï saörang akan saörang dari pagi sampaj petang hari. maka menjesallab Di'wa katanja: ..Tnilah salah bebalku! tetapi sudah telandjur, perkataanku tijada dapat dieliahkan lagi.quot;

Kamudijannja Asmara-déwa bersengadja, tijada lagi maii ija bersigera-sigera pada hhal mengqabulkan permintaiui orang jang birahi, mela'inkan hendaq diperiqsaïnja be tul1 akan maqciiduja. Dan lagi tersebutlah perkataiin, pada sawatu hari Di'wa merisiq kapada malak pcnunggu pintu itu, babuwa sajang sakali doa orang birahi djarang1 dengan aqal budi sahingga dapat diluluskannja.

Faqir jang rnengarang hhikajat ini sudah tuwa, dan sakarang sudah limapuluh tahun lebih pada sawatu hari aku djuga kasmaran, sahingga aku mengutjap dóa kapada

ocr page 101

M

Hot gebeurde, en up eens zat Mina hij de geiten en Ali bij de ganzen en roch waren die beide niet liij elkandlt;-r. i-n de zevende kus bleef verloren.

Toen dacht All: „Misschien is mijne geliefde om dal kreupelhout heen geloopen. om hij mij te komen. Modit ik nu maar weer teruggebracht zijn naar de andere zijde 1quot; Ku Mina. zoodra zij haar minnaar niet zag. slaakte ook de verzuchting: ..Och! mocht ik wéder teruggevoerd worden naar den anderen kauriquot;

Zoo ging nu de geheele dag voorbij, maar de zevende teedere ombèlzing, die altijd 's morgens vroeg geschiedde, kon niet meer gegeven worden, en toen zij heide 's avonds doodmoe thuis kwamen, zeide Mina moedeloos dat dit verzuim nimmer zou zijn goed te maken en de zoo mooi gemaakte regeling uu toch in de war was!

Toen god Kama gezien had dat die twee gelieven zich den geheelen dag aan elkaar voorhij gewènscht hadden van den ochtend tot den avond, deed iiij zichzélf het verwijt: at heb ik nu een domme vergissing begaan! maar 't is nu gebeurd, en wat ik eens gezegd heb. kan niet meer veranderd worden.quot;

Daai na heeft Asmara-dewa het voornémen opgevat, zich niet meer zoo te haasten in het vervullen der wénschen van verliefde lui. maar hij wilde eerst eens goed onderzoeken wat hun wensch was. lt; )ok wordt een verhaal vertéld, dat hij op zékeren dag zeer vertrouwelijk tot den éngel-deurwachter gezégd heeft, dat het toch érg jammer was dat ile wénschen der gelieven heel zélden zoo verstandiir zijn. dat hij die kan toestaan.

De schrijver dezer geschiedenis is reeds oud. en het is nu al meer dan vijftiir jaar geleden dat ik ook eens verliefd was en beden opzond tot den minnegod, maar hij deed alsof hij ze niet hoorde. Nu verwondert mij dit ook niet meer. nadat ik déze geschiedenis vernomen héb.

T)

Com'.okiji' Mul-lloll. Leerh.

ocr page 102

Saim Kama, tetapi Déwa pura-pura tijada inenengar pcnnin-tafui hamba. Sakarang tijada nieml)eri hhajran lagi kapa-ilaku nlih karena telah kmlengar tjeritera ini.

36.

Bagajmana peri jang baïk menulungi orang miskin?

Sakali peristiwa didalam nagavi Kurdistan adalah sa(gt;vang imam jang amat kasihan akan segala orang miskin. Sabohh-bolihnja ija menulungi samanja manusija dengan membei i bitjava jang baïk lagi dengan segala daja-upajanja. Apaliila diiihatnja akan sa(quot;gt;rang jang beiiapav maka dibahagikannja inakanannja kapadanja, snngguhpun imam itu tijada kaja serta tadapat tijada ija mtmgerdjakan kerdja jang sukar '.

Adaimn nama orang calihh iru Alim; maka tijada djaüh dari pada rumalmja duduqlah saürang jang kaja namanja Kurdani. Maka angkuhlah ija nlih sabab kakajaannja serta ija memandang iniidah akan segala orang ketjil: akan tetapi ibadatnja tijada dihalajbalajkannja dan lagi ija mendadar derma kapada segala laqir dan saïr. segala hambanja disu-ruhnja cidekahkan kapada marikaïtu.

Maka Alim dan Kurdani kaluwanja meninggal. lalu sampaj kahadapan pintu gerebang tirdaws. Maka nialak jang penunggu pintn itu menundjuqkan amas bcrlimtiaq-limbaq kapada Kui-dani. seraja katanja; „Akan sakarang amas itu milikmu. karana segala amal dibalas didalam sorga dengan saiatus kali ganda.quot; - Akan tetapi pada kutika iru Kurdani merasai lapar dan dahaga, lalu ija minta makanan sadikit kapada malak itu.

Djavvalinja; ..Üiluluskan sahadja kapadaku mcmberi pem-balasan saqadar amalmu, tetapi belomkali pernah angkaw mernberi inakan minum kapada barang salt; irang djikalaw sakalipun kawberi roti dengan ajar sabadja?

Satelah lama ija berpikir, Kurdani menjahut; „Adalah pada savvatu hari saörang saïr jang miskin lagi berlapar ber-tanjakan hamba dimana rumah Alim. lalu bamba mengun-djuqkan tampatnja itu dengan telundjuq hamba kapada saïr itu.quot;

Maka sahut malak itu: „Baïklah, akan amalmu itu ada

ocr page 103

36.

Hoe moet men de armen hèlpen?

In Kurdistan leefde eens een priester die zeer barmhartig was jegens de armen. Zooveel hij kon hielp hij zijne méde-menschen door hun goeden raad te géven en met alle middelen die hij had. Wanneer hij bemèrkte dat iemand honger leed, dan deelde hij zijn maaltijd met hem. ofschoon hij zélf ook niet rijk was en hard moest wérken.

De naam van dien vromen man was Alim; en niet vér van zijn huis woonde een rijk man, die Kurdani heette. Déze was trotsch op zijn rijkdom en zag met minachting neer op de geringe lieden; nochtans verwaarloosde hij de verplichtingen zijner godsdienst niet en liet door zijne slaven aalmoezen uitdeelen aan de bédelaars en pelgrims.

Alim en Kurdani stierven beide, en kwamen voor de poort van het paradijs aan. De èngel-deurwachter wees daar aan Kurdani goud dat op groote hoopen lag. terwijl hij zeide: „Al dat goud is nu uw eigendom, want alle goede wérken worden in den hémel honderdvoudig vergolden.quot; H ven wél gevoelde Kurdani op dat oogenblik honger en durst en bad den éngel hem iets te éten te géven.

Déze antwoordde: ..Het is mij sléchts vergund u belooning te géven naar mate van uwe goede wérken, maar hebt gij dan nog nooit den een of ander met spijs en drank gelaafd, al ware het sléchts met water en brood?quot;

Na lang bedenken gaf Kurdani ten antwoord: ..Het gebeurde eens dat een arme pèlgrim, die hongerig was. mij vroeg naar de woning van Alim, en ik wees hem toen diens huis met den wijsvinger.quot;

Het antwoord van den éngel was: „Welnu! ook voor die goede daad van u is een belooning. Steek nu uw wijsvinger in uw mond. zékerlijk dan zal de kwélling van uw honger en dorst minder pijnlijk worden.quot;

Terwijl Kurdani daar nu op zoo bespottelijke wijze stond

6*

ocr page 104

84

pahalanja djuga. Masoqkanlali telundjuqmu kadalam rau-lutmu. Sanistjaja sungsara lapannn dan dahagamu itu akan kurang sakitnja.quot;

Demi Kurdani berdiri dengan laku Jang patut dioloq-oloq, djarinja didalam mulutnja. niaka terkenanglah ija akan Alim. Apatah amalnja Jang amat ketjil djikalaw dibandingkan dengan amal kabedjikan Jang sering-kali diperbnwat olih Alim tagt;,ri dengan tulns liatinja, tijap 1 ada barang saörang Jang berhhadjat akan pertnlungannja.

Tatkala itu baharulab dirasaï olih Kurdani tijada bolib orang menggantikan amal jiing wadjib dengan memljeri amas. Karena Jang wadjib atasnja mennlungi orang, Jaïtu menu-hing dengan tangannja sendiri. karena menjnrnb orang lain raemberi denna itu. tijada liolih dildlnngkan menulnngdengan saperrinja.

Sakalijan itu baharulah dikatahuwi olih Kurdani. seraja menjesal ija uleh sabab kabedjikannja sangat kurang dari pada amal Alim hu.

Bahuwa sasungguhnja dari pada menarima derma, terleliih balk kira mrinberi kapada orang. mela'inkan berkatnja Viaharu-lah terdapat manakala kira berlmwat amal dengan hati Jang tulus ichlac.

37.

Pembajaran j a n g patut.

Adalah saürang 2 Turki Jang miskin datang kapada sabu-wah nagari jang besar. kamuilijan dari pada ija mengom-bara amat djaüh iicnljalanannja. Maka lgt;adannja letih-lesu. maka olih sabab kalihatan nagari itu iiersukalah hatinja. melihat scgala manarah Jang lanqiing dan segala rumahjang putih tèinlioipija lagi berkilat-kilatkan matahari.

Sardah ija datang kapada suwatu mèdan Jang In was maka dilihatnja ada sarirang' 'Arab bersila di tanah lapang itu, diliadapannja api. kahendaipija meinanggang sapotong daging jang dipatjaqnja. dan liarumlali batt rangsang daging itu. seraja diputarkannja.

Sembah orang Tnrki itu: „Ja tuwan! Telah bamba bt-rdjalan dari pada pagi2 bari ini. dan tijada inakan nasi

ocr page 105

85

met xijii vinger in den mond, dacht hij met weemoed aan Alim. Wat waren toch zijne geringe goede wérken, in vergelijking met de liefdediensten die zoo vaak on op hartelijke wijze wérden verricht door Alim. zoo dikwijls er maar iemand was die behoefte had aan zijne hulp.

Toen eerst gevoelde Kurdani dat men zijne verplichtingen niet kan afkoopen met goud te géven. Want de plicht die op hem gerust had was geweest anderen te helpen, dat is ze met eigen handen te hèlpen. want door anderen aalmoezen te laten uitreiken, dat mag niet geteld worden alseenhélpen zooals 't behoort.

Dat alles begreep Kurdani eerst nu. terwijl hij zich zélf-verwijtingen deed, omdat zijne deugd zooveel minder was geweest dan die van Alim.

Voorwaar, het is veel zaliger te géven dan wéldaden te ontvangen, maar den réchten zégen daarvan kunnen wij eerst dan verkrijgen, wanneer wij het goede doen door de opréchte gezindheid des harten.

37.

Een behoori ij ke betaling.

Het gebeurde eens dat een arme Turk bij een groote stad kwam, nadat hij een zeer vérren zwerftocht had afgelégd. Zijn lichaam was uitgeput van vermoeienis, en blijde begroette hij de slanke minaréts en de witte in het zonlicht blinkende huizen.

Op een groot plein geknmen, zag hij een Arabier met gekruiste beenen op den grond zitten voor een vuur. déze wilde een stuk vleesch braden dat hij aan 't spir gestoken had, en de stérk prikkelende geur was heerlijk, terwijl hij het ronddraaide.

Op néderigen toon zeide de Turk: ..Och mijnheer! Ik heb al van den vroegen morgen afgereisd, en van gister avond af heb ik geen mondvol rijst gegéten tot op dit oogen-

ocr page 106

8(5

sasuwap dari patla malain tadi sainpaj sakarang, lagipun haniba ini orang miskin, hamba minta kasihan tuwan, benquot; apalah dari pada ikan panggang ini sapotong jang ketjil.quot;

Maka gusarlah 'Arab itu, seraja berterèjaq: „Njihlah angkaw, masa gila akn memanggang daging membekali orang minta 2 jang suka mengombara sadja.quot;

Maka orang miskin itu pergi dijam 2 lalu dibelinja roti jang kering sagumpal, dibawanja kapada tampat api itu. lalu berdiri dibawah angin supaja l)aü daging jang di)gt;ang-gang itu dapat ditjium olihnja, maka dengan senang hatinja ija momakan rotinja dengan „baü panggangan.quot; Maka 'Arab itu merenung2 akan simiskin itu dan satelah habis dima-kannja roti itu sahingga tijada tinggal sasuwap lagi. dan ija man lalu dari pada tampat itu, maka 'Arab itn menje-regali. katanja: ..Rotimu kawinakan. tetajii kutika itu djuga kawtjium baü jianggangankn sahingga ]ierutinu kennjang. Sakarang tadapat tijada knwliajar kapadaku!quot;

Maka angganlah 'l'urki itu lalu berbantah-bantahanlah kaduwanja. sahingga lieborapa orang berkerumnn. adajang memtienarkan kata orang quot;Arab, adajang inembenarkan orang miskin itu. Ada djuga jang maü memperdamajkan, tetapi tijada djadi maqgudnja. sahongga kaduwa pèhaq pergi menghadap tuwan qadli ineminta kaputusan hhukum. Sa-kutika tinvan qadli berpikir. seraja inenjelesajkan tjambang baüq jang nban dengan djarinja jang bagaj duri landaq; lain diambilnja dinar sakèpöng didjatohkannja kaatas liatu ubin. serta ditanjaïnja 'Arab itu. apa jang terdengar olihnja? Djawabnja: ..-ia qadli segala Islam! Saja dengar bunji uwang.quot; — Sabda qadli; ..Orang 'l'urki itu telah makan baü daging sahingga ija kennjang. dan angkaw ini menengav bunji dinar pada telingamu. telali kawdapat bajaranmu. Sudahlah. Selamat djalan!quot;

38.

Tjeritera harimaw dengan kuda.

Adalah satjkor harimaw jang lemah dan kurang tjeregas olih sabab ija tuha melihat sarjkor kuda betina, tambun -dan bagus awaqnja, maka datanglah angannja hendaq me-

ocr page 107

blik. ook ben ik een arm man. en smeek u zoo goed te zijn mij toch een stukje van dit geroosterde vleescli te géven.quot;

De Arabier werd boos en schreeuwde hem toe: „Scheer je wèg! Dénk je dat ik zoo gèk zou zijn vleesch teroosteren i iii! schiicners te vlt;)eren. lt;lii■ liefst als landloo] ïrs rondslènteien

De arme drommel ging stilletjes heen en kocht een droog broodje; hij ging daarmede naar de plaats waar het vuur was. en ging benéden den wind staan, opdat hij den geur van het geroosterde vleesch zou kunnen ruiken, en zoo at hij vergenoegd zijn brood met den ..geur van gebraad . De Arabier bleefquot; den armen drommel in 't oog houden, en toen déze het brood had opgegeten, zoodat er niets meer overbleef, en hij verder wilde gaan. snauwde de Arabier hem toe; .Fe hebt je brood gegeten, maar terzelfder tijde ook den geur van mijn gebraad geroken, zoodat je buik gevuld is. Nu moet je mij betalen.quot;

Dit weigerde de Turk en beide gingen aan t twisten, zoodat véle mènschen te hoop liepen, waarvan sommigen den Arabier gelijk gaven, anderen den armen man. AVeer anderen wilden hen verzoenen, maar die goede bedoeling lukte niet, totdat beide partijen zich tot den kadi begaven lt;1111 diens gerèchtelijke beslissing te vragen. Ken oogenblik peinsde de kadi. terwijl hij met zijne spitse, magere vingers door zijn langen, grijzen baard voer; daarop nam hij een dinar, dien hij op de vloersteenen liet vallen, rcrwijl hij aan den Arabier vroeg wat hij hoorde? Diens antwoord was: ,.i) rechter der geloovigen! Ik hoorde tien klank van geld.quot; De réchter sprak: ..L)ie Turk heeft den geur van het vleesch genoten tot hij verzadigd is. en gij hèbt den klank van den dinar in uwe ooren vernomen en hèbt uwe betaling gekrégen. 't Is uit. Gaat heen in vrede!

38.

De t ij g e r en het paard.

Km t ijger die door ouderdom verzwakt en minder vlug was geworden, zag eens een mooie, vette mèrrie en hunkerde naar een lekker brokje van haar. quot;Wel wétende dat zij hem te

ocr page 108

S.s

niakaii daging kudu itu sapanggal Jang ènaq Akan tetaj)i s.uig hariniaw ralui dju^a kuda itu terlebih tjercgas dari ['adanja. lijada dapat diterkamnja. niaka ija mentjahari. a'ial lieiidan meiupu di.ja. Sang hariniaw nienguwar-uwar kapada sogala Innatang, bahuwa olih sabab beberajia tahun ini .. :i sudah lierundan, dipeladjarinja ilmu inengnliati segaia dapan dan leta. sakarang ija sanggnp inenjtlt;niliuiikan segaia penjakit liarang jang ada jiada badannja. Didalain hati hariniaw: „aral segaia binatang ini dajiat kuterkani. supaja puwas lapar perutkulquot;

Sahennula. kuda Jang nn-namh sjak akan niaqrud hariniaw datang dekaf kapadanja berdjingkit-djingkit, seraja mciigadukan hhalnja ija terind.jaq duri. sakitnja aniat

Kata hariniaw : ..'1 joha kulihat knkuniu.quot; lalu dianiat-amat-inja kuku itu. saoloh - ija thaiiili iietui.

Jatkala kuda mengelih kabelakang. dilihatnja liaharu hanniaw hendaq inenarkani. üba - disèpaqnja dengan saqu-wat-quwatnja. kena kapalanja thabib iiohong itu, sahingga terpelanting kapalanja t(ik(quot;'(| katanah. Larilah kuda itu seraja meringkiq dengan .sukatjitanja.

sy.

T j e r i t a R a d j a w a 1 i.

Adalah diilalam perhiinpunan segaia burung. maka udjar liurung giM-t'-dja: ..Sang radjawali inengoloq - akan kita sa-kalijan seraja mengaku dapatlah ija melajang diatas awan 2. Adapun ham ba, ini ta.hu djuga akan hhal tcrbang dan qedar kaniana tingginja burung djika terbang dengan saquwatnja! Adakah pernah siiékor burung melihat dija melajang2 di atas di angkasa? Masakan hangus bulunja djika terlalu dt-kat dengan panas niaiahari? Bahuwa sastuigguhnja. (iiiiniignja itu tjakap-angin dan pelètèran nini-. Inilah kataku, berani sunijiah.quot;

Sahut sai'knr iairung darah: „Benar kataniu, inèinang pada pikiran hainba niustahhil tjakapnja itu: dan sijapa beraui menjangkal jang hamba djuga talm terbang.quot; Burung

ocr page 109

89

vln^ zou zijn, nam hij een list te baat. Hij deed aiin alle dieren kond, dat. aangezien hij zich in de laatste jaren uitsluitend aan de studie der heelkunde had gewijd, hij zich nu in staat gevoelde alle kwalen en geliréken, waarmee /.ij behMit mochten zijn. te genezen. L)r tijger dacht daarbij: „als ik déze dieren maar eens kon overvallen om mijn honger te stillen!quot;'

De mèrrie, die achterdocht koesterde ointivut de liedof-lingen van den tijger, kwam dichter hij hem. al hinkende en klagende dat zij in een doorn getrapt had. en érge pijn daarvan leed.

De tijger zeide: ..Laat mij uw hoef eens zien,quot; en bekeek dien hoef zoo nauwkeurig alsof hij een wézenlijke arts was.

Toen de merrie éventjes omkeek, zag zij dat de tijger juist zijn sprong wilde némen, en sloeg op eens zoo hard zij kon achteruit, zij raakte den valschen dokter aan zijn kop, zoodat hij gekwetst op den grond rolde. Daarop draafde het paard heen. hinnekend van prèt.

$1 'i ||

tl

11

f ^ ji ;t

I

39.

De Adelaar.

In eene vergadering van de vogels, zeide de musch: „De arend maakt ons maar wat wijs. terwijl hij voorgeeft dat hij boven de wolkeu kan zwéven. Ik weet toch ook wèl iets van 't vliegen, en hoe hoog een vogel komen kan. als hij vliegt uit al zijn macht! Heeft dan wel ooit een vogel hem zoo hoog zien zwéven, daar boven in den éi her? Zouden dan zijn veèren niet verzengen, als hij zoo dicht bij de hitte dei' zon kwam? Voorwaar zijn praatjes zijn maar kletspraat, geleuter van oude wijven. Dit is 't wat ik zég. waarop ik durf zwéren.quot;

„Ja. je zégt wèl de waarheid.quot; was 't antwoord van een duif. „zoo heh ik er altijd ook al over gedacht : 't is immers

ocr page 110

UO

kun tul tlan pongymi dan alap-alap inuwapaqat, dan Imvun^ ketjil2 berkawan 2 sabitjara mengatakan dusta radjavvali da-pat naïk ka angkasa hingga diatas awan Demikijan djima adat orang banjaf] ntohings^akan kuwasa jang niaha-besar saqedar quwatnja orang jang lemah dan budinja jang hina.

Kanuidijan adalah tabnhan sackin'. katanja: Bavangsijapa mengatakan bolih terbang tinggi lebih dar: ainpat depa, ijalali penibohong ataw gila.

40.

Pertapa dengan Biduwan,

Sedang adalah hari dingin dengan angin ribut dan hudjan saimat keras. niaka. sanrang pertapa berkuliling didalani hntan mentjahari kaju api. Maka licrtemulali ija dengan saörang biduwan jang berdjalan seraja nienggelugnt segala anggo-tanja. karena ija kadinginan. Maka kasihan hati pertapa itn akan si-miskin, lain diadjaqiija turnt ka pondoqnja. hendaci mendjamnkan dija. Maka pada antara djalan terkadang-ka-dang biduwan itn menijupkan tangannja.

„Mengapa maka angkaw bagitu? kata urang pertapa.

Sahut biduwan: ..Hendafi memanaskan djarikn jang kadinginan.quot;

Satelah kadnwanja sampaj ka pöndoci pertapa itn. maka ijapuii memberikan djamnnja bubur jang panas. sapinggan. Maka sabentar djuga biduwan pun men ij up sabolih-bolihuja. Maka bhajranlah pertapa itn. katanja: „Mengapa maka angkaw menijup pula. kurang panaskah bubur ini?

üdjar biduwan: „Ija sungguh. terlalu panas. itulah sabab-nja kutijupkan.quot;

Maka berseru pertapa dengan takutnja: „Xjiblah angkaw, dari dalam rumahku! karana tijada man aku tjampur dengan san rang jang tahu menijup dingin dan panas dari pada mulutnja jang suwatu djuga.quot;

ocr page 111

!ll

onmogelijk wat hij beweert; en niemand zal durven ontkennen dat ik toch ook wM vliegen kan.quot;

De reiger, de nachtuil en de sperwer waren 't daarmee eens en ook al het kleine gevogelte verklaarde iV-nstrimnig dat het een leugen was, dat de arend hoog in den i'ther kon opstijgen, tot hoven de wolken. -— Zoo is ook de gewoonte van véle niènschen, pèrken te willen stellen aan de allerhoogste macht, naar de maat van hun geringe krachten en van hun gering verstand. Eindelijk kwam een horzel en zeide: „Al wie verklaart dat hij zoo hoog kan vliegen, meer dan vier vaam. die is een leugenaar of een gèk.quot;

40.

De kluizenaar en de zanger.

Op een guren dag, terwijl liet stormde en hard légende, zwierf een kluizenaar rond in 't bosch om brandhout te zoeken. Daar ontmoette hij een liedjeszanger, bibberend van kou. Hij gevoelde médelijden met den armen man en noo-digde hem méde te gaan naar zijne hut. Op den wèg derwaarts blies de verkleumde leiziger zich nu en dan in de handen.

„Wel. waarom doet gij dat?quot; vroeg de kluizenaar.

„Om mijn verkleumde vingers te warmen.quot; antwoordde de zanger.

Toen zij beide aan de hut van den kluizenaar gekomen waren, gaf déze aan zijn gast een schotel heete brij. Terstond begon de zanger uit al zijn macht te blazen. De kluizenaar was verbaasd en zeide: ..Waarom blaast gij al weer, is deze brij niet heet genoeg?quot;

„Ja zeker,quot; antwoordde de zanger, „al te heet, en dat is de réden dat ik er op blaas.quot;

Ontsteld riep de kluizenaar uit : ..Scheer Je wè^. mijn huis uit! want ik wil niet samenzijn met iemand die hitte en koude kan blazen uit één en denzèlfden mond.quot;

ocr page 112

41.

P e t e n u n g.

Adalah pada pasar uagari Aim saru'ang laki - berdiri jang mengatakan dinnja iietenung dan paudaj pada ilmu silihir. Maka ija nieinliatja ranial kapada orang banjak jang lekas Ijertjaja. lagi ija inemiicri katerangan akaii barang2 jang lülang ataw tjurian dan sabagajnja.

Maka pada sawatn hari orang itu lagi bertjakap - dengan njaring suwaranja. lagi dengan peri begawau; maka jiada knrika itu ada saürang2 djinaka datang merempnh orang Imnjaq iru. pura - nifiiggah 2 soraja memanggil tukang ilmu sariiju itu dengan gagap suwaranja. dan kempul2 katanja: ..Kumaii tuwan menjala 2. kehuj habis tebakar.quot;

Mendengar chabar itu maka larilah tukang ilmu silihir itu dengan gupuh gapah dan segala orang jang berkerumun itu menurut mengedjar akandija. Satelah sampaj ka rumah penambul itu. maka sawatu bekas ajii pun tijada kalihatan.

Semantara orang banja(i itu tcrtawa2 dan mengoloq-maka ditanja olili orang djinaka iru; ..Masa bnlih. orang jang amat pinter ini, jang talm mengatakan untung orang laïn sabe-lomnja ada. itupun kurang pengatahuwannja akan bhal untungnja dirinja sendiri.quot;

42.

Hhikajat tikus duwa èjkor.

Adalali saèjkor tikus dudu([ dengan santawsanja dan senang hatinja di rumaimja orang peladang jang miskin. Maka pada sawatu liari adalah Qohhbatnja saèjknr datang mendapatkan dija. Adapun („■ohhiiatnja itu taiupatuja didalam uagari jang dekat didalam sabuwah rumah besar dan bagus. Maka tikus dusun mendjamukan tikus uagari itu aki qadarnja, diberinja segala makanan jang ada padanja. dari pada katjang, aapotong ikan ham dan kedju sadikit. seraja diadjaqnja makan dengan muka jang manis. Tetapi tikus uagari jang bijasa makan namat segala rupa mentjiumi k'dju itu sabentar sadja. dan mengutil sadikit2 dari pada ikan babi itu, lalu katanja. ,.Haj cohhbatku, ada-adanjakah angkaw bolih tahan dijam didalam

ocr page 113

41.

De Waarzegger.

Op de markt van zókere stad stond een man die zich uitgaf voor waarzegger en tooveraar 1). Hij voorspelde de toekomst aan het lichtgeloovig publiek, en gaf inlichtingen omtrent verloren of gestolen goederen en meer dingen van dien aard.

Terwijl hij zoo op zékeren dag deftig en met luider stem stond te rédeneeren. wrong zich een looze guit door 't gedrang. hield zich alsof hij buiten adem was, en riep den duizendkunstenaar al hijgende en met afgebroken stemgeluid toe: „Uw huis staat in volle vlam, en zal spoedig tot den grond toe zijn afgebrand.quot;

Op dit bericht liep de tooveraar ijlings heen en al d(;' omstanders volgden hem op de hielen. Toen men bij de woning kwam was er geen spoor van brand te zien.

Terwijl al de menschen lachten en spotten, vroeg de guit: „Hoe is 't toch mogelijk dat iemand die zoo knap is. die het lot van anderen vooruit kan zéggen, toch zoo weinig weet van zijn eigen lot?quot;

42.

Fabel van de twee ratten.

Het gebeurde eens dat een rat veilig en tevréden woonde in het huis van een armen landbouwer. Op zékeren dag kreeg zij bezoek van een vriendin, die in de naburige stad woonde in een groot, mooi huis. Zij noodigde hare gast bij haar te blijven éten, en zétte haar het béste voor wat zij had. zooals boontjes, een lékker stukje ham en wat kaas. hare vriendin vriendelijk aansporende te éten naar hartelust. Maar de stadsrat, die gewénd was allerlei lékkernijen te ('■ten. rook maar eens éventjes aan de kaas. en knabbelde een klein stukje van het spék af. waarop zij zeide: „Lieve vriendin, hoe is het toch mogelijk dat gij het kunt uithouden hier op dit afgelegen dorp, waar ge geen omgang hebt

1

Ofsclionn men in woordenboeken leest: toiweiiaar, schrijf ik tooveraar (Dnitscli /au her er) omdat htl werkwoord tooveren is en niet toettenen.

ocr page 114

'.14

ilusun jang sepi ini, tempat tijada bolih herkenal-kenalan dengan orang baik 2 dan hendaQ kawpadakan dirimu mema-kan barang Jang alang-kepalang demikijan ini. Aju ^-ohhbat. haiklah uialam ini kita bersama - ka rumah hamba didalam nagari. disanalah rohhbat meliliat sendiri peri kahidupanku Jang èjnaq!quot;

Satelaii hari petang kaduwanja pun berdjalan ka nagari. lalu sampaj disana. senjampang tuwan jang ampunja rumah itu memberi salaiuat djalan kapada djaniuuja Jang telah inakan èjnaq2. Maka tikus nagari pun inenimbunkan dari pada sedapan Jang ada lag!. Senjain]aing tikus dusun mail meluwaq. tiba2 masoq saörang budaq membawa lampu, maka larilah tikus kaduwanja terkedjut.

Demi orang itu pergi dan tikus pun mail mula'i makan pula, tiba- pintu dibuka pula, serta masoqlah anaq tuwan Jang ampunja rumah itu. dan dibelakangnja ada andjing Jang berkuliling kamana2 lalu mentjiumi tampat bekas tikus duduq tadi.

J^laka tikus nagari pun ada duduq didalam lobangnja dengan sadjahteranja. tetapi tadi tijada ija teringat menumljiKikan tempat itu kapada djanmnja. sahingga ija tijada berdaja lagi kamana ija dapat melindungkan dirinja. untungnja ija lari kabelakang lemari. hatinja berdebar2 seraja ija menanti sahingga behaja itu sudah liwat.

Kamudijan daii pada orang muda itu serta dengan andjingnja sudah kaluwar. maka olih tikus nagari diadjaq pula akan rohlibatnja memakan sisa hidangan Jang èjnaq2, tetapi ijapun lagi gumetar dengan takutnja. lalu katanja: ..Djanganlah tuwan, tarima kasib banjaci 2. bijarlali saja pulang ka dusun hamba lekas 2. Angur dari pada makan segala kasedapan dengan behaja dan bimbang hatikn, saja suka makan djagung jang kering duwa tiga bidji dengan kasenangan hati lagi dengan santawsanja.quot;

43.

Hhikajat kutjing jang demah.

Adalah saörang laki2 Jang tjeremet memeliharakan saèj-kor kutjing hendaq menghalawkan behaja tikus dari dalam

ocr page 115

95

met fatsoenlijke lieden en gij u maar tevreden moet stéllen met zóó alledaagschen kost. Komaan vriendin, ga van avond eens met mij mee, naar mijn huis in de stad, daar zult ge dan zelf eens zien wat heerlijk leventje ik daar leid!quot;

Toen het donker was geworden gingen beide op wèg naar de stad en kwamen daar aan juist toen de heer des huizes zijne gasten vaarwèl zeide, die bij hem een fijn avondmaal gebruikt hadden. De stadsrat sleepte een hoop lekkernijen bij elkaar, en juist wilde de veldrat beginnen te éten, toen onverwachts een knécht met eene lamp binnenkwam, en beide ratten verschrikt wégliepen.

Zoodra die man heenging en de ratten wéder wilden beginnen te éten, vloog plotseling de deur weer open, en de zoon van den heer des huizes kwam binnen, en achter hem zijn hond, die overal snuffelend rondliep en ook de plaats berook. waar de ratten zooéven hadden gezéten.

De steedsche rat zat veilig in haar hol. maar had er vroeger niet aan gedacht die plek aan hare vriendin te wijzen, zoodat déze geen raad meer wist waar zij zich zou kunnen verbergen. Bij geluk vluchtte zij achter eene kast. en zat daar met angstig kloppend hart te wachten totdat het gevaar voorbij was.

Toen eindelijk de jonge man met zijn hond naar buiten was gegaan, riep de stadsrat hare vriendin opnieuw aan den kostelijken maaltijd. Maar déze beefde nog van angst en zeide: ..Neen! Ik dank u wél, laat mij maar zoo gauw mogelijk terugloopen naar mijn dorp. Ik eet liever een weinig droge korrels koren in veiligheid en rust, dan al uwe fijne lekkernijen met angst en gevaar.quot;

43.

De gulzige kat.

Er was eens een zuinig man die er een kat op nahield. • mi den overlast van ratten en muizen uit zijn huis te ver-

ocr page 116

rumahnja. Adapun kutjingitu. sungguhpun diberinja inaka-nan kapadanja, inakanannja ifu kapalang sadja. Itupun kutjing tijada berkenankan pelalmmja hanja berkuliling2 kasaua kamari kalipiida([nia mentjari 2 makanan Jang sedap. Maka pada penggombaraaniija itu adalah ija berteimi dengan sangkaran burung dara. Maka, adalah beberapa anaq merpati inciiggelepar diatas sangkaran itu. beknu dapat terliang.

Maka kutjing pun rindn dandam hatinja hendari memakan anaq burung itu. lain inemandjat tijang sangkaran itu seraja mengendap * hendaq niasoq: sedang kutjing tijada inenjang-kakan tuan Jang anqnuija sangkaran itu menghintaj tingkah-lakunja itu. Tiba 2 ditutupkannja iiintunja, dipegangnja ])en-tjuri Jang tertangka]i itu. lain digantungkannja di tainpat itu djuga.

Tiada berapa lamanja orang Jang ain])unja kutjing itu meliwat tainpat itu. dilihatnja bangkaj kutjing tergantung. maka katanja; ,,HaJ binatang tjelakal tjoba angkaw inenm-dakan hatimu, inakan tjatunui. nistjaja tijadalah angkaw inati tergantung ini: lobainu memakan Jang rnaq - dengan geludjuh hatimu Jang djadi sabai) angkaw mampus ini, sabelcan adjalmu.quot;

44.

Tjeritera serigala dengan gendang.

Pada sawatu hari saèjkor serigala mentjahari mangsanja berkuliling kebon seraja mengendap2, lalu dilihatnja akan saèjkor hajam ketjil mengaïs tanah hendaq mentjahari ulat. Baharu serigala itu hendaq menghamburkan dirinja kapada mangsanja. tiba 2 ija menengar bunji Jang adjaib diatas ka-palanja. Maka menengadalah ija. maka dilihatnja sabuwah gendang besar Jang tergantung pada dahan kaju olihbudaq2 Jang telah bermaïn membaris. Tijap2 augin memuput pohon kaju itu. kulit gendang terpalu olih dahan, sahingga ber-bunji pekaq 2.

Adapun serigala itu. sailmur hidupnja belom ija lihat sawatu benda sarupa gendang itu. tijada dikatahuinja apa garangan benda itu. Tetajii tatkala dilihatnja akan benda itu bergeraq. maku pada sangkanja: Itulah binatang, dan

ocr page 117

drijven. Hij gaf die kut wel wat tu ('-ten. maar dat voedsel was slechts alledaagsclle kost. Evenwél was poes niet tevreden met haar rantsoen, maar zij liep hèr- en derwaarts, overal rondsnuffelend om lékkerder kost op te zoeken. — Op hare zwerftochten gebeurde het eens, dat ze een duiventil vond. Er waren eenige jonge duifjes die daarboven rondfladderden. (;n nog niet konden wegvliegen.

De kat voelde een stérk verlangen in haar hartje opkomen om die vogeltjes op te éten: daarop klauterde zij tégen den paal van het duivenhok op, terwijl zij al bukkende er wilde hinnensluipen, omdat zij niet vermoedde dat de eigenaar der duiven al hare bewegingen had bespied. Op eens sloot déze den ingang toe, hield de gevangene diefegge goed vast, en hing haar op daar op dezélfde plaats.

Niet lang daarna kwam de eigenaar van de kat daar voorbij, en zag het doode lichaam van de opgehangen kat, hij zeide: „Elléndig beest, als gij maar met uw dagelijkschen kost tevreden waart geweest, dan zoudt gij zékerlijk hier niet zijn opgehangen, je zucht om allerlei snoeperij te éten, en je eigen onmatigheid zijn oorzaak geweest van je schandelijken dood, vóórdat je tijd daar was.quot;

44.

De jakhals en de trom,

Een jakhals sloop eens in een tuin rond om zijn voedsel te zoeken, en zag een jonge kip. die bézig was wormen uit den grond te krabbelen. Juist wilde hij zich op zijne prooi wérpen, toen hij een zonderling geluid boven zich hoorde. Hij keek omhoog en zag een groote trom. die aan ct'ii tak van den boom was gehangen door jongens die soldaatje gespeeld hadden. Télkens als de wind op den boom blies, slóegen de takken tégen het trommelvél. en dit maakte een dof geluid.

Die jakhals had nog nooit in zijn léven zoo'n ding als een trom gezien en begreep niet wat voor quot;n ding dat toch wel wézen kon. Maar toen hij zag dat het bewoog, dacht hij: Dat is een dier, en omdat hij het rond en mooi vond, meende hij dat het heel vét was en lékker zou smaken.

Gunorrijp, Mol-lloll. I.rrrh. 7

ocr page 118

•IS

saUtli ]iail;i pensililiataunja Imiitar lagi bagu«, disangkakannja taiuhun 2 dan èjnaq rasanja.

Lalu serigala memandjat pohon kaju itu, tetapi satelah ija dekat deugan gendang itu. ija tijada berdaja lagi. lam-Imngan benda Jang disangkakannja binatang itu. terlalu tegang dan litjin. ija takut djatoh djikalaw ija iiiaü uieug-gigir kulitnja. Satelah lama djuga ija licrlrlah 2 dapatlah ija aqal menggigit kulit gom lang itu. dikerabitnja, disowoq-kannja. Maka dengan sakit hatinja dilihatnja kosong, sawa-tupuu tijada diporolihnja, hanjalah rangku kaju deugau kulit jang tijada liolih diniakan. Samantara itu hajam jang t'iiaq itu tolali lari. haruslah scrigala imlang dongan lapar pcrutnja.

45.

H h i k a j a t S i t ] e r e d i q.

Adalah saörang berkuda sampaj kadalam pesanggralian didalam sawatu dusun: segala pakajannja basah kujii]» dari pada hudjan jang lebat. dan gumitarlali segala anggotanja olih sabat dingin sangat. Maka pada kutika itu adalah liiinjaij orang didalam posanggrahan itu. dan orang dagang itupun tijada bolih mongiiampiri tem pat jiengganggang akan mengeringkan pakajannja da,n berdijang. Lalu dipanggilnja sai'M-aug - liudjaug. katanja: ..ilaj luuljang, hantarkanlah nlilimu salada akan makanan kudaku.quot;

Budjang itu bertanja lagi: „Apa lie tul. salada? 15a rangkali maiirud tuwan djorami. dan rumput kering, makanan knda tuwan.quot;

Dagang itu berkata j)ula; ..Hawalah salada kapadanja. dan djangan lupa memberi lagi segala sorba rempali'-nja dari pada lada. garam. bawang. inustardi sadikit dan hubaja2 bawalah tjuka dan minjaci salada.quot;

Maka budjang itu pergi monurut parentali itu. dan segala orang kaluwar h('nda(i melihat kuda memakan salada. Tijada hcrapa lamanja marikaïtu kombali, didapatinja akan dagang itu duduij dengan senang hatinja dihadapan tempat ptong-ganggang.

Ivata budiang itu: „Tuwan! kuda tuwan tida maü makan salada.quot;

ocr page 119

99

Daarop klom do Jakhals ti'gen den boom op. maar toen lii.j dicht bij de trom was gekomen wist hij geen raad meer, de zijden van dat ding. dat hij voor een dier hield, waren veel te hard en te glad, hij vreesde dat hij zou vallen als hij in liet vM wilde bijten. Nadat hij zich lang genoeg alle moeite gegeven had, gelukte het hem een middel te vinden om zijn tanden door het vèl van de trom te boren en het open te scheuren. Nu z;u,r hij tot zijn groote ergernis dat het ledig was en hij volstivkt niets had verkregen, dan alleen een houten raam niet een oneetbaar vèl. Intusschen was het lékkere hoentje wèggeloopen en de Jakhals moest met een leegen buik naar huis gaan.

45.

De slimme reiziger.

Een ruiter kwam eens in zéker dorp in de herberg aan; :il zijn kleeren waren doornat door den zwaren stortregen, en hij bibberde over al zijne ledematen door de félle koude, op dat oogenblik waren er véle mènsdien in de hèrbèrg, en de vreemdeling kon niet bij 't haardvuur komen om zijn kleeren te drogen en zich te verwarmen. Daarop riep hij een der bedienden en zeide: ,.Jongen, bréng eens sla aan mijn paard om te éten.quot;

De Jongen vroeg nog eens: „Meent u dat wézenlijk, sla? Misschien bedoelt u stroo, en hooi tot voer van uw paard.quot;

De vreemdeling zeide nogmaals: „Breng hem sla. en vergeet niet hem ook te géven alles wat er bij behoort, zooals peper, zout, uitjes en wat mosterd en bréng hem vooral ook azijn en slaolie.quot;

De Jongen ging heen om de orders op te volgen, en al de lieden gingen naar buiten om te zien hoe een paard sla at. Het duurde niet lang of zij kwamen terug en vonden den vreemdeling heel tevreden voor de haardstéde zittend.

De bediende zeide: ..Mijnheer uw paard wilgeen sla éten.quot;

De heer antwoordde: ,,ls het wézenlijk waar dat hij geen sla lust? Als het zoo is. laat het dan maar, en geef Jij li ooi aan het paard, bewaar die sla voor mijn avondéten, zoo straks wanneer mijn kleeren droog zijn.quot;

ocr page 120

100

Sahut tuwan itu: „Apa sungguh ija tidaci suka makan? Djikalaw demikijan l)ijavlali. haïklah kawiieri rumput kering kapada kuda. sirapan salada itu akan makanan kita malam ini. kelaq. manakahi kering pakajanku.quot;

46.

Hhikajat kaldaj mendjelema.

Adalah di henuwa 'Arab saCirang sementimg, termangu 2 berdjalan iiada djalan raja, seraja memegang tal! kang kal-dajnja. dihélanja. Maka ada duwa orang pentjuri melihat si-gobloq berdjalan itu; kata saórang; kawan, aku

sanggup mentjuri kaldaj itu.quot; Sahut temannja: „Betapa perimu?quot; ,.Djawabnja, turutlah aku sad ja,quot; nanti kawlihat.

Lantas bangsat itu niengikut temannja jang menghampiri kaldaj lalu mengurajkan tali kaldaj itu diberikannja kaldajnja kapada temannja. lain ija menambat tali itu pada lèhèrnja, djadi si-sementung menghélakan bangsat itu, sahingga pentjuri jakin pada hatinja kaldaj sudah dibawa djaüh olih (j'ohhbatnja. — Kamudijannja tiba 2 ija berhenti dan si-sementung menghélakan - djuga, pada sangkanja: „Binatang degil ini tidaq maü berdjalan lagi. lalu ija menolih terkedjut peganlah ija melihat tali tom tertambat patla lèhèr saörang manusija.

Ditanjaïnja: „Sijapa angkaw ini?quot;

Sahut pentjuri: ,.Saja ini kaldaj tuwan. Terlalu adjaïb hhal saja. Ibuku orang tuwa lagi rubijah. maka pada suwatu hari saja minum araq. sampaj saja pulang ka rumah ibuku dengan maboq l Lalu ibuku member! nagihhat: ..Baïqlah angkaw menjesal dan tawbat deri pada dosamu:quot; tetai)i marahlah saja lalo saja ambil tougkat, memalu ibuku. Lalo ilmkii minta doa kapada Allah taala: dengan taqdirnja saja mendjelema inendjadi kaldaj, sahingga saja djadi milik tuwan, mengerdjakan pekerdjaan tuwan. Baharu pada hari ini ibuku terkenangkan hamba. masoq kasihan dalam hatinja, lalo ibu hamba minta doa pula, dan dengan rahhmat Allah hamba ini dirupakan manusija saperti sadijakala.quot;

Si-Bodoh hajran tertjcngang-tjengang seraja berterèjaq:

Astagapirallah! ilaj sudaraku maaplah kiranja akan salah-

ocr page 121

1(11

40.

De ézel in mènschelijke gedaante.

Het gebeurde eens in Arabië dat een goedhartige domoor al suffende op den grooten wèg wandelde, terwijl liij de teugels van een ézel, dien hij voorttrok, in zijn handen had. Nu waren er twee dieven die den sukkel zagen voort-wandelen. de een zeide: ..^ lt;■! kameraad, ik verzeker je lt;lat ik dien ézel zal stélen.quot; Het antwoord van den ander was: ..Hoe zult ge dat aanleggen?quot; ..Kom maar achter mij aan. dan zult ge het zien.quot; was het antwoord van den eersten.

Fluks ging die dief met zijn kameraad méde die den ézel naderde en zijn touw losmaakte, iiij gaf den ézel aan den anderen dief, en bond het touw om zijn eigen hals, zoodat de sukkel den dief voorttrok, totdat deze vast overtuigd was dat de ézel door zijn vriend vèr genoeg was wègge-bracht. Daarop hield hij plotseling sril, en de sukkel bleef al maar trékken, denkende: ,.Dir koppige heest wil niet vérder gaan,quot; toen keek hij om en stond verstijfd van schrik, ziende dat de toom bevestigd was aan den hals van een mènsch.

Hij vroeg hem: „Wie zijr gijquot;?'quot;

„Ik ben uw ézel, mijnheer,quot; was het antwoord van den dief; „mijn lot is zeer wonderbaar. Ik heb een oude en vrome moeder, nu had ik op zékeren dag arak gedronken totdat ik smoordronken bij moeder thuis kwam. Toen gaf moeder mij eene vermaning: „Je moest zélfverwijt gevoelen en je bekeoren van je zonden:quot; maar ik werd boos en haalde een stok om mijn moeder te slaan. Daarop zond mijne moeder cent' béde op tot Allah den hoogvcrhévenen, en door een beschikking Zijner Almacht veranderde ik in een ézel, totdat ik uw eigendom werd, om voor u te wérken. - Pas op dézen dag heeft moeder mijner gedacht en kwam er

ocr page 122

102

bfhalku. :iiigk:i\v kudjadikan kamlaraiinku dan angkaw ku-paqsa inengcnljukjiu pekerdjiiiin Jang sukar dan hina.quot;

Satelah itu maka sipontjuri dilepaskannja, maka bersige-ralah ija lari driigan suka. liatinja, totapi si-bodoh jang kahi-langan kalda.j pulang ka ruinalmja dengan temiangu-mangu, ineinikirkan ontong malang itu.

Isterinja lain liertanja: ..Apa kiirang? dan kaldajmu ka-ma na?quot;

si-Bodoh menjaluit: ,.Angka\v ini belom tahu akan tjeritera-nja: nanti kutjeritonikan,quot; lalu ditjeriterakannja sngala hhal ahhnwalnja dari pada perinnlaan sanipaj ka|ia(la kasndahannja.

Isterinja berseru: „Waliaj! 'i'jelaka sungguli kita orang ini. karcna saiania ini kita paqsakan saörang manusija bekerdja sajiorti !ilnatang djnga:quot; lain ija diidni[ menguring2 niem-liatja doa agar supaja. Tuhan Allah niengauipnni dosanja jang tijada disehadjakan itu. Akan tetapi si-bodoh tijada bolih sfdar dari pada dalisjatnja. lieberapa lamanja ija tijada maü bckcrdja lagi. dijam - di rinnahnja sadja. Mclihat lakin.ja duduq dengan mala.snja, nmka bininja menegor dija: „Berapa lama lag! kakanda mail duduq melènga, pcririlah kapasar bolikan sar^jknr kaldaj lain, supaja pekerdjaiinmn berlaku pula.quot;

Bahuwa si-bodoh lalu kapasar; melihat ada orang berdju-\val kaldaj. ija lierhenti. Tiba-tilia dilihatnja akan kaldajnja scndiri fiada antara segala binatang Jang hendaq didjnwal. Maka si-gobloq menghampirkan mulutnja dekat kapada telinga kaldaj itu, udjarnja dengan iehlac lakunja: ..Haj binatang tjelaka mi! Angkaw minum araq pula kunun, sampaj ang-kaw maboq lagi memalu pula akan ibumu, njahlah angkaw! Demi Allah! Tijada aku maü memljeli pula binatang Jang durhaka ini.quot; Lalu si-bodoh pulang dengan amarahnja.

ocr page 123

I ( to

iiK'ilelijden in haar hart, tuen drrd zij wi'drr eene licdc on door (iods liannharti^lund werd mij do ln^lls(dll■lijk^, lt;rcda:iiit(' weergeyi'-ven, evenals voorheen.quot;

De domoor stond verstomd van verbazing en schreeuwde: „Ood vergeet' me! Wel broeder vergeef gij mij toeii mijn domheid en dwaasheid. dat ik je tot mijn rijdier maakte en je door mij gedwongen zijt moeielijk en vernéilerend wérk te verrichten.quot;

Daarna werd de dief door hem losgemaakt en deze lie]! \'ol blijdschap weg. maar de domoor, wien de ézel ontstolen was, ging naar zijn huis. geheel versuft, nadénkende over dat ongeluk.

Zijne vrouw vraagde hem: ..\Vai scheelt eraan? en waar is je ézel gebléven?quot;

De domoor antwoordde: ..Uij weet die geschiedenis nn^ niet: wacht ik zal het je vertéllen.quot; en hij verhaalde al lifjr voorgevallene van het begin tot het einde.

De vrouw riep uit: „Helaas! we zijn toch wézenlijk ongelukkig, omdat al dézen tijd een ménsch door ons gedwongen is te wérken alsof hij een beest was.quot; daarop hurkte zij néder. gebéden pré velende opdat de I leere Clod haar de zonde zou vergéven, die zij zonder opzét begaan had. Maar de domoor kon niet tot zichzélve komen van schrik en angst, geruiinen tijd wilde hij niet meer wérken en zat maar doodstil in zijn huis. Toen zij haren man daar zoo lui zag zitten, berispte de vrouw hem: ..Hoe lang wilt ge nog leeg zitten, ga toch naar de markt en koop een anderen ézel. opdat uw wérk weer voortgang kan hébben.quot;

De stommerik ging toen naar de markt: ziende dat daar lieden stonden die ézels verkochten, hield hij stil. lt; gt;p eens zag hij zijn eigen ézel onder die dieren, die verkocht zouden worden. De domoor bracht zijnen mond dicht bij de ooren van den ézel, op vertrouwelijken toon zéggende: ..lt;gt; jij èl-léndig dier! Je hebt stéllig weer arak gedronken, zoodat je nog eens dronken bént geworden en weer je moeder geslagen hebt; scheer je wég! I-lij Allah! ik wil zoo'n goddeloos beest niet weer koopen.quot; Daarop ging de domoor diep verontwaardigd naar huis.

ocr page 124

104 47.

Tjeritera tjenèla Abu Ka rim.

DidMlam nagari Baghdad adalah saörang sudagar jang tuwa dan .sangat kikir. namanja Alm Kariin. Sungguhpun si-kikir amat ka.ja. segala ])akajannja Imruq dan destarnja dari pada mastuli dan terlala kotor. sahingga warna-a^alnja tijada kalihatan lagi. Adapnn jang terlebih memberi adjaïb, itulah tJenManja jang berbainpal-tampal, dan tapaqnja pennh pajnng paku. Sapulnh tahun lamanja segala tnkang sapatu dida-lam nagari itu dengan (jaliarnja dan bersoenggooh 2 hatinja menampal - rjcnrla itn sabolih-bolihnja. Satdali bcborapa lamanja tjenèla itu djadi amat lierat, sahingga mendjadi pari-basa didalam nagari iru akan barang1 jang herat dan um-bang. dikata: saüpama tjenèla si Alm Karim.

Maka si-kikir itu salalu mentjahari aqal2 akan membeli srgala rupa dagangan dengan satengaii liarganja, ataw lebih niurali lagi. djikalaw bolili. Pada sawatu hari ijamendapat untung. dibelinja beberapa serahi lial)lur dengan bukan-lmkan liarganja. Lepas dnwa liga hari lagi ija dapat tahu adalah sanrang sudagar djatoh inadlarat. |)utus modalnja, henda(| niendjuwal aèr mawar. miujaq mawar, dan sabagajnja jang lagi ada padanja. Patutlah Abu Karim meinpergunakan kasu-sahan orang kasihan itu, dilielinja samowanja dengan saper-ampat liarganja.

Maka adalah didalam nagari itu adat segala sudagar Jahudi dan Turki ija mendjamu'i segala (jahhabatnja manakala dida-patnja untung jang bukan alang-kapalang. Sungguhpun Abu Karim djuga amat sukatjita. tijada sakali2 ija terkenang-kan ailat itu. djangankan ada maqendnja niemheri derma kapada orang miskin dari pada lahanja jang besar itu, me-la'lnkan nijatnja pergi ka rmnah |iennandian, karena sudah lama ija tidaq lierani membelandjakan uwangnja akan maso(| di rumah mandi itu.

Di tengah djalan Abu Karim bertemu dengan saörang tawlannja. dan apabila dilihatuja akan Abu Karim berdjalan perlahan 2 dengan sakitnja, olih karena tjenèlanja jang amat herat itu. maka udjar tawlannja: „Haj Abu Karim, hu-

ocr page 125

105 47.

Verhaal van de pantoffels van Abu Karim.

In Bagdad was eens een koopman die oud en erg gierig was, met name Alm Karim. Ofschoon die vivk zeer rijk was, waren al zijn kleeren èrg versleten en zijn hoofddoek van 't grofste katoen, zóó smórig, dat de oorspronkelijke kleur niet meer te zien was. Maar wat het allerzonderlingste was. dat waren zijn pantoffels, die vol met lappen zaten. en de zolen vol met koppen van spijkers. Tien jaren lang hadden alle schoenmakers in die stad met het meeste geduld en inspanning die pantoffels zooveel mogelijk lilijven oplappen. Na langen tijd waren ze zeer zwaar geworden, zoodat ze tot spreekwoord dienden in die stad voor dingen die zwaar en plomp waren, dat er van gezegd werd: ze zijn evenals de sloffen van Abu Karim.

Die vrèk was altijd bedacht op allerlei listen om verschillende soorten van handelswaren in te koopmi voor de hèlft van den prijs of nog goedkooper, als 't mogelijk was. — Op zékeren dag had hij het geluk vóle kristallen karaffen in te koopen voor spotprijs. Xog twee of' drie dagen later kwam hij te wéten dat een koopman, die tot armoede vervallen en bijna bankroet was, rozenwater, rozenolie en dergelijke dingen, die hij nog had. wilde verknopen. Natuurlijk lienut-tigde Abu Karim den nood van dien ongelukkigen man en kocht alles voor een vierde van de waarde.

Nu was in die stad het gebruik van de Joodsche en Turksche handelaren dat zij hunne vrienden onthaalden wanneer ze soms een Imitengewoon voordeel hehaalden. ofschoon Abu Karim wèl zeer in zijn schik was. hekommerde hij zich volstrekt niet om dat gebruik, veel min dat hij liet voornémen zou hebben van die groote winst eene liefdegave af te géven voor de armen, maar wèl had hij plan naar een badhuis te gaan. want het was al geruimen tijd geweest dat hij geen geld had durven uitgéven voor dat doel.

Onderweg ontmoette Abu Karim een zijner bekènden en toen déze zag dat Abu Karim heel langzaam en pijnlijk voortging, vanwége zijne pantotléls die zoo èrg zwaar waren.

ocr page 126

1(H)

wanghili tjouchi J;ing huruq ini. iK-likan upalah siiijasansx jang baharn!quot;

Sa luit Alm Karim: ...la gohhbat, saja fljuga sudah me-mikirkau hhal itu. ,ikan tetapi jiada iiemamlantran saja tjenM.-i ini belom terlalu buruq. bolih saja pakaj lagi lama.quot;

Kamudijannja, tatkala sikikir mau kaluwar dari dalani rumah pennandiaii. dan sudah memakaj uakajannja jang buruq, serta niembulang tjemping jang destar kapalanja. tijada didapatuja lagi tjenManja jang Ijertmnbal4 dan ber-selubung paku besi tapaqnja. hanja pada tampat itu didapatuja sapasang tjenèla jang baharn. Di dalani hatinja: „Sjukur! inilah kiriman tawlanku aku ketemu tadi pagi;quot; lanras sikikir nieniakaj tjenèla jang bagus itu. lala palang, dciigan snka hatinja. olih sabaii tijada usah ija inengalnwar-kan nwang bakal inombeli tjenèla jang baharn.

Kasihan si Kikir! komalang bcrakir! tjenèla jang bagus itu miliknja tuwan qadli Baghdad jang niasoq mandi tijada lierapa lamanja kamudijan dari pada sudagar itoe. Patutlah qadli inarah sangat, satelah hamba-sahajanja mentjahari kamana 2 akan tjenèlanja tijada didapatuja. hanja tjenèla si Abu Karim. Lantas djuga hhaknn raenjurnh menangkap pcnrjuri itu. Barang katanja Abu Karim pun tijada diper-Tjaja. lain diimwang oranglah akandija kadalam pandjara. Baharnlah ija dilepaskan satelah ija inembajar pula denda jang amat besar ijaïtu kira * uwang pembeli tjenèla baharn barang saratus pasang.

Satelah Abu Karim sampaj di rnmahnja, dilimparnja tjenèla jang buruq itu dari pada tingkap rumahnja djauh2 kadalam sungaj. tampat orang telah merentang pnkat hen-daq ineutjari ikan.. Tijada berapa lamanja nalajan itn man mengangkat pukatnja, dan tatkala ija mcrasa sangat be-ratnja. ija amat girang — akan tetapi apabila dilihatnja akan pukatnja tjobaq-tjarici olih paku jang ada didalam tjenèla Abu Karim itu, maka dilimparkannja dengan saquwat-([u-watnja dari pada tingkap rumahnja sikikir kadalamnja, lalu djatohlah kaütas mèdja jang pennh djambangan dan serahi habelur itu jang isinja aèr mawar dan minjaq mawar, djadi segala benda itu habis petjah2 dan isinja jang mahal itu mengalir katanah.

ocr page 127

llgt;lt;

sprak dit) ki'iinis hem aan: „Wèl Alm Karini. gooi mdi ilcV.c tTg verslt-ten slóften wrg. koop toch eens een nieuw paar!quot;

Abn Karira antwoordde: „Wel vriend, daar heli ik ook al eens over nagedacht , évenwel als ik ze goed heschomv zijn do'ze sloffen nog niet al te èrg versleten. ik kan ze nog lang gebruiken.quot;

Naderhand, toen de vivk uit het. badhuis wilde vtTtivkken en zijn oude kleeren reeds had aangedaan en den ouden lap dien hij als turban droeg, reeds om zijn hoofd had gewonden, vond hij zijne pantoffels niet meer. die overal vol lappen waren en wier zolen een dikke onderlaag van spijkers hadden, maar up die plaats vond hij een paar nieuwe. — ..Onddank!quot; dacht hij, „dit is een geschenk van mijn vriend, dien ik van morgen ontmoet heli:quot; fluks trok de vrek de nieuwe pantoffels aan en ging naar huis. vel blijdschap, omdat hij geen geld behoefde uit te géven voor den aankoop van nieuwe pantoffels.

Die arme vrèkl Alles liep hem tégen! Die mooie pantoffels waren het eigendom van den heer kadi van Bagdad, die in het bad was gegaan een poosje na den koopman. Natuurlijk was de kadi gewéldig boos, nadat zijne hedienden overal gezocht hadden naar zijne pantoffels, zender die te vinden, maar wèl de pantoffels van Abu Karim. Terstond gaf de réchter bevél dézen als dief op te pakken. Wat Abu Karim ook zéggen mocht, niemand wilde hem gelnoven, en men wierp hem in de gevangenis. 11 ij werd pas ontslagen nadat hij eene zeer groote boete betaald had. namelijk ongeveer den koopprijs van een honderdtal nieuwe paren pantoffels.

Nadat Alm Karim thuis gekomen was. smeet hij die lee-lijke oude sloffen uit het vénster van zijn hui^ zoovér als hij kon in de rivier, waar men nétten had uitgezét om visch te vangen. Kort daarna wilde de visscher het nét ophalen, en toen hij voelde dat het zeer zwaar was. werd bij heel vrolijk — maar toen hij zag dat de mazen van zijn nét overal gescheurd waren door de spijkers die in de pantoffels van Abu Karim zaten, wierp hij ze met alle kracht door de vénsters van het huis van den gierigaard naar binnen, en daar kwamen ze terécht op een tafel vol met kristallen

ocr page 128

108

Menengar rusuh itu, sikikir putjat mukanja olili terkedjut hatinja demi dilihatnja rugi besar itu; lalu ija berterèjaq: „Haj tjenMa lanat lui! Sakarang ini aku maü melanggara supaja djangan lagi angkaw dapat inerugikan kapadaku:quot; lalu dibawanja tjenèla itu kaluar kakebon, digalikannja lo-bang jang dalam, lalu dimasocikannja tjenèla itu kada-lamnja.

Maka adalab saöraug sakampongnja Jang tjemburuan olih karena Abu Kariin amat kaja; melihat ija menggali, lantas larilah orang itu ka godoug tuwan besar jaug memarintahkan nageri itu. hendaq luenuduh Abu Kanm. dikatakannja sikikir mendapat sawatu matabenda jang tertanam didalam kebonnja. Adapun orang besar dari paila bangsa Turki itu telah inasjhurlah sangat lobathainauja. maka sungguhpun Abu Ivarim menangis dau bersumpah akan orang sakampongnja itu membobong, dan jang ditanamkannja hanja tjenèla jang buruq itu. maka Abu Kariin dibuwang pula kada-lam pandjara. lalu ija disiksa serta dikakas membajar lagi sakali denda uwang jang amat banjaq.

Abu Karim kaluwar dari dalam pandjara membèmlièt tje-nManja jang sangat berat itu jang telah digalikannja sabab ija harap menjatakan ija tijada bersalah. - Maka dengan putus asanja ija berterèjaq; „Sakarang aku tijada maü melihat lagi akan tjenèla jang lanat ini. tijada pernab aku maü mendjainah dija lagi;quot; seraja diliinparnja tjenèla itu kadalam selokan jang mengalir saiiandjang astana tuwan besar. Malangnja si-kikir tjenèla itu masoq kadalam tjorong ajar selokan itu; tjorongnja sudah lama tijada diberesihkan. sahiügga penuh lumpur dan kotor; djadinja olih tjenèla itu tjorong ajar habis tunqiai. maka ajarnja naïq sahingga mc-lampar; gamparlah segala nrang serta lari kasana kamari berterèjaq - saperti oiang gila, sudah-sudahnja tjenèla Abu Karim didapat didalam tjorong jang tum|)at itu.

Maka segala manteri selokan takut akan njatalah kelaq olih kalalajannja itu saluran penuh lumpur. Lantas inarika itu menukas Abu Karim katanja: „Bahuwa sasungguhnja inilah perhuwatan si-kikir itu, karena ija hendaq membalas dendamnja akan tuwan besar; dengan sahadjanja ija menum-patkan seluran aèr dengan tjenèlanja jang !iurui|.quot; Lalu si-

ocr page 129

1(19

vazen en flacons, gevuld met rozenolie en rozenwater, zoodat al die kostelijke dingen geheel verbrijzeld werden en de dure inhoud wegvloeide op den grond.

Op het hooren van dat rumoer verbleekte het gelaat van den gierigaard, omdat de schrik hem op 't hart sloeg zoodra hij die groote schade zag, en hij schreeuwde 'net uit: „Vervloekte sloffen! Nu zal ik toch wel zorgen dat gij mij niet weder kunt benadeelen.quot; Daarop bracht hij de pantoffels naar buiten, naar len tuin, groef er een diep gat, en stopte de pantoffels daarin.

Xn was er een van zijne huurlieden jaloersch op hem, omdat Abu Karim zoo rijk was; toen hij dézen een gat zag graven, lie]) die man snél naar het paleis van den gouverneur die de stad bestuurde, om aan te geven dat Alm Karim. zooals hij zeide, een schat had gevonden, die in zijn tuin was begraven. Hoe èrg de hébzucht der groote lui van de Turksche natie is, is reeds overal bekénd. en ofschoon Abu Karim weende en zwoer dat zijn buurman loog, en het niets was dan zijne oude sloffen die hij begraven had, toch werd hij weder in de gevangenis opgesloten . gepijnigd en gedwongen nog eens wéder eene groote som gèld als boete te betalen.

Abu Karim kwam uit de gevangenis, zijne zware sloffen aan de hand dragende, die hij had laten opgraven, omdat hij hoopte daarmee te bewijzen dat hij onschuldig was. Wanhopig riep hij uit; „Nu wil ik déze vervloekte pantoffels nimmers weer terug zien. ik wil ze niet weer aanraken:quot; tévens slingerde hij die pantoffels in een kanaal dat langs het paleis van den gouverneur stroomde. Tot ongeluk van den vrèk kwamen ze terécht in de pijp van de waterleiding: die pijp was reeds langen tijd niet schoongemaakt. zoodat ze vol vuil en modder zat: het gevolg daarvan was, dat door die sloffen de pijp geheel verstopt werd, (■n het water steeg zoodat het overstroomde. De ménschen waren ontstéld en liepen hér- en dénvaarts, al schreeuwende als gékken. Eindelijk werden de sloffen van Abu Karim gevonden in de verstopte buis der waterleiding.

De opzieners der waterleidingen waren bevreesd dat nu spoedig zou blijken, hoe door hunne nalatigheid de leiding

ocr page 130

kikir ditangkap pula dan kena hhukum membajar denda uwang jang aniat banjaq, tetapi tjenèlan.ja dikombalikan kapadanja dengan sapertinja.

Lalu Alm Karini berseru: „Sakarang apatah dajaku lagi? TJenèla lanat ini sudah kusarahkan kapada aèr dan kapada tanah: itupun tijap - anaq sjrthaii ini kombali djuga hendaq iiicnibinasakaii daku. Akan sakarang inaülah kutunukan. tetapi sabab lagi basah kujup dan pemih lumpur tadapat (ijada kndjenuir dahnlu.quot;

Kamudijan maka didjemurkannja tjenèla itu jang telah dinaiqkannja kaütas sul uh ruraahnja; itupun Abu Karini dirundung malang djuga. Maka adalah sarkor kutjing djan-ran jang lierkuliiing - diatas sutuh tatangganja. lalu terdjun lt;lari siru kaatas tjenèla itu. dipermaïnkannja. disèrètnja sampaj ka pinggir sutuh itu.

Pada kurika itu seujampang ada saurang peraini)uwan jang mendukung anaqnja melaluï tampat itu, tiba - tjenèla itu djatoh kaduwanja. kena kapala perampuwan, dan kapala anaqnja itu hampir remuq. rebahlah kaduwanja kamati-inatian. Lagi sakali Abu Karini kena hliukuin ineinbajar dijat kapada suwaini perampuwan itu jang Impa anaqnja djuga; tanil)ahan lagi membajar denda besar karena alpanja jang niendjadikan tjelaka itu pada lurung nagari.

Satelah Abu Karini menengar pntusan hhukum tuwan lt;iadli, maka ija mengeluh. seraja katanja:

...Ta qadü segala islam 1 Saja djundjung iihukum tuwan-haniba maülaii hamba membajar samuwanja, tetajii ada per-miataan hamba. barang hamba dilindungkan apalah kiranja dari pada bentjana sjèthan jang niengharukan tjenèla ini. lt; )lih sabab tjenèla ini telah beberapa kali hamba dibuwang kadalam pandjara. nama hamba dinistakan, hamba djadi malarat. hampir2 hamba kena hhukum mati dibunuh. Sijapa tahu bentjana jang mana llielis man mendatangkan lagi? Saja muhunkan kaadilan tuwanku, tijada tertanggung olih hamba segala kadjahatan tjenèla ini jang perabot Ibelis djuga.quot;

Maka permintaannja itu diqaijulkan olih tuwan qadli; disu-ruhnja tumpaskan tjenèla itu. seraja diberinja narihhat kapada Abu Karim. bunjinja: ..Ingatlah olihinu lialiuwatjere-

ocr page 131

111

vol luodder zat. Terstond stélden zij eene valsche beschuldiging tegen Abu Karim op, luidende: ..Het is zéker waar dat dit een daad van dien gierigaard is. omdat hij zijn wrok wilde koelen op den gouverneur: opzéttelijk heeft hij de waterleiding verstopt met zijn oude pantoffels.quot; Daarop werd de vrék al wéder gevangen genomen en veroordeeld eene boete te betalen van eene geducht groote som geld: maar zijne sloffen werden hem behoorlijk teruggebracht.

Toen riep Alm Karim uit: „Wat moet ik nu toch verder beginnen? Deze éllèndige vervloekte sloffen zijn reeds door mij overgeléverd aan het water en aan de aarde: évemvèl komen déze duivelskinderen toch telkens terug om mij ongelukkig te maken. Maar nu wil ik ze verbranden, maar omdat ze nog doornat zijn en vol modder, is het onvermijdelijk dat ik ze eerst in de zon lég om te drogen.quot;

Daarna légde hij de pantoffels, die hij boven op het platte dak van zijn huis gebracht had. in de zon te drogen; évenwél bleef Abu Karim toch door tiet ongeluk vervolgd.

Kr was een kater die op het platte dak van zijn buurman rundliep. en vervolgens van daar naar benéden sprong, boven np die pantoffels, hij speelde er méde en sleepte ze tot aan den raud van het platte dak.

Op dat oogenblik was er juist een vrouw, die haar kind dragende, die plaats langs ging, in eens vielen de beide pantoffels naar benéden, de vrouw werd aan het hoofd getroffen. en het hoofd van haar kind was bijna verbrijzeld, beiden violen néder als dood. Xog eenmaal werd Abu Karim veroordeeld eeue boete te betalen als bloed prijs aan den écht-genoot dier vrouw, die ook de vader van het kind was: daarenboven moest hij nog eene groote boete betalen voor zijne achteloosheid, die dat ongeluk had veroorzaakt op den publieken wég der ^tad.

Nadat Abu Karim de uitspraak van het vonnis des réchters gehoord had, zuchtte hij, zeggende:

..lt;). réchter der geloovigen! Ik onderwérp mij alleronder-danigst aan uw vonnis, ik wil ook alles betalen, maar ik heb een néderig verzoek, dat ik toch beschérmd moge worden voor den boozeu invloed des duivels, die déze pantoffels bezielt. Door déze dingen ben ik nu reeds zoo dikwijls in

ocr page 132

112

mat juut,' lu'tul itu bukannja thama akan uwang dan ineng-himpunkan liarta sadja, melaïnkan itulah kapandajan akan inembelandjakan uwang supaja mendapat hharilnja dan gunanja.quot;

48.

H h a I t j i n t a b i r a h i j a n g d i t j o b a Ï.

Adalah belom Ijerajia lamanja saörang kapitan berlajar dari benuwa Aini'iika menibawa pulang kanagai'inja nonah Jang èloq dan uiuda saörang. Tuwan2 lima orang, Jang muda djuga sama memimpang k.-qial itn: samowanja tjinta birahi akan nonah itu hingga bingunglah hatinja tijada dika-tahuïnja dari pada kalima orang itu sijapa Jang ]»atut akan suwaminja. Lain nonah itu|iun pergi niendapatkan tuwan kapitan meminta liitjara Jang benar, supaja hatinja lepas dari pada susah itu.

Kapitan itn mojmang orang djinaka. domikijan bitjaranja: .,AJoe nonah, bajiqlah terdjun kadalam laiit, nistjaja lekas njata dari padii tuwan 2 ini sijapa jang berani menjusul, ijalah lajiq inendjadi suwami nonah.quot;

Maka liitjara itu berkenan jiada hatinja. lagipun ija tabu licrenang djuga. sedang tuwan kapitan dijam2memberi parentah menurunkan samiian, djangan ada barang bahaja.

Maka tatkala pada kaèsokan harinja pagi2 tuwan 2 jang menumpang lima orang itu ada diatas geladaq dengan blja. liinja mt'iiKindang nonati jang mains mukanja itu. maka ijapun sigera terdjun kalaüt. Dari pada orang muda itu adalah

ocr page 133

de gevangenis geworpen, mijn natun is te schande gemaakt, ik ben arm geworden, en liet scheelde weinig of het doodvonnis ware over mij uitgesproken. Wie weet welke onheilen de duivel nog verder mag willen veroorzaken? Ik smeek uwe rechtvaardigheid af, ik kan mij niet meer aansprakelijk stéllen voor al het kwaad van déze pantoffels, die slechts werktuigen van den duivel zijn.quot;

Zijn nederig verzoek werd door den réchter goedgunsrig tuegeStaan; deze beval dat de pantoffels vernietigd zonden worden en tévens gaf hij aan Alm Karim de volgende vriendschappelijke vermaning: „Gij moest toch bedenken, dat de ware zuinigheid geenszins is de gierigheid, die maar gèld en goed verzamelen wil. maar het is de bekwaamheid om het gèld zoo te bestéden, dat men er voordeel en nut van krijgt.quot;

48.

De liefde die op de proef gestéld wérd.

Niet heel lang geléden was er eens een srlieepskapitidn van Amérika under zeil gegaan naar zijn eigen land. met eene mooie jonge dame aan boord. Vijf heeren, ook jongelui, waren insgelijks passagiers op dat schip; allen waren smoorlijk verliefd op de jonge dame, zoodat déze er mee verlegen was en niet wist wie van die vijf geschikt zou zijn om haar echtgenoot te worden. Daarop ging de jon^e dame den scheepskapitein opzoeken om goeden raad te vragen, om van die verlégenheid af te zijn.

De kapitein, die van ouds als een vrolijke guit bekend stond, gaf den volgenden raad: ..Komaan dame, spring maar eens in zee, dan zal het zéker wel spoedig blijken wie van déze heeren u durft naspringen, en die zal quot;t zijn die u tot echtgenoot past.quot;

Die raad beviel de dame. die bovendien ook L;oed kon zwèmmen. terwij! de kapitein stilletjes orders gaf een hoot uir te zetten, opdat niet eenig ongeluk zou gebeuren.

Toen op den volgenden dag, 's morgens vroeg, die vijf passagiers op het dek waren en met verliefde blikken het mooie gezichtje van de jonge dame aanstaarden, sprong déze

(u:sr.r.K\.lv . M;l ll(,ll. I.rrrh S

ocr page 134

114

aiiipat sigera monjusul. S:itGl;ih noiuili kulinui tuwiiu

itu dinaïiikan k;i sampan lala kakapal dengan santosanja, rauka udjar nonah: „-Ta kapitan, sakarang apa dajaku lagi, karena orang iiü ampat ■ basah kujup.

Salnit kapitan; ..Kalaw bagitn, ambillah jang lagi kering itu.quot; Bitjara itu diturutnja djuga lain beruntunglah ija dengan suwaininja.

41).

Hhikajat Kerim Hhakim.

Adalab sabuwah benuwa Jang teramat besar pada sabelah Utara dan niabaradja jang nieniarintahkan karadjaan itu ai nat inulija dt-ngan ;idil pada bbukuninja. lagi berku wasalah baginda atas segala radja - Jang lain, sai'irang pnn tijada sa-manja. Danlagi namanja inasjbur oleb karona budi-bidjaq-sananja dan kasih-sajang baginda atas segala rajatnja-sakalijan.

Ajiabila Seri-maharadja memperhentikan lelahnja. niaka duduqlah baginda bersuwal-djawab dengan segala orang Jang berllmu. Maka di dalam astana baginda adalah saörang hha-kim. bernama Kerim. dan maharadja amat kasib akandija. dan atjap kali ija duduq bertjakap 2 dengan hhakim itu.

Maka pada sawatu hari hhakim itu ditanjainja. salidanja: . Adapun dunja ini dapat diupamakan dengan apa? dan apa maqijudnja?quot;

Maka tijada disahutinja sabentar itu djuga olih hhakim. serta ija ininta tangguh dahulu. Mula - dipintaïnja tangguh sabari. kamudijan dnwa hari, kamudijan pula sabulan la-nianja. Achirnja hhakim itu mengadap seraja berdatang serabah: „Ja tuwanku tijada dapat hamba ini menjahuti suwal Jang dipertuwan. suwal itu meliputi aqal hamba jang bodoh ini. beri apalah kiranja bamba pergi bertanjakan orang jang lebih bu'liman dari pada hamba ini. supaja hamba dapat katerangan.quot;

Maka diqabulkannja, lain Kerim berdjalan. Pertama 2 ija bertandang kapada sabuwah nagari Jang mamür. tampat kadijaman sari rang hhakim Jang masjhur namanja, tetapi orang Jang dikatakan budiman itu duduq didalam saigt;nwah

ocr page 135

llö

fluks in zee. Er waren vier van de Jongelui die haar terstond nasprongen. Nadat de dame met die vier heeren in de boot was getild en weer veilig en wèl aan boord was. zeide zij: i'l kapitein, wat moet ik nu tocli doen. want déze lui zijn alle vier kletsnat.quot;

„Neem dan den droge,quot; antwoordde de kapitein. De goede raad werd ook door haar opgevolgd. en zij wérd gelukkig met haren echtgenoot.

40.

Verhaal van Kerim den wijze.

Er was een zeer groot rijk in liet Noorden en de keizer, die dat land bestuurde, was zeer édel en rèchbvaardig in zijne rechtspraak, ook had hij macht over alle andere vorsten. Niemand was hem gelijk. Daarenboven was zijn naam wijd beroemd door zijne wijsheid en zijne goedertierenheid Jegens alle zijne onderdanen.

Wanneer Zijne Majesteit rust nam van zijne vermoeienissen, ging hij zitten rédeneeren met de geleerden. Nu was er in zijn paleis een wijsgeer, met name Kerim. en de keizer was hem zeer genégen en zat quot;zeer dikwijls vertrouwelijke gesprekken te voeren met dien wijsgeer.

(gt;]) zékeren dag deed hij aan den wijsgeer eene vraag, zeggende: ..Dit aardsche léven, waarméde zou men dat kunnen vergelijken? en wat is het doel er van?quot;

De wijze gaf' niet terstond antwoord daarop, en verzocht eerst eenig uitstel. In het eerst verzocht hij den vorst om een dag uitstel, daarna om twee dagen, later weer om een maand lang. Eindelijk maakte de wijsgeer zijne opwachting bij den vorst, terwijl hij hem eerbiediglijk aansprak met de woorden: ..lleerl ik kan de vraag Uwer Majesteit niet beantwoorden. déze gaat mijn gering verstand te boven, maar vergun mij toch dat ik navraag ^a doen bij lieden die wijzer zijn dan ik, opdat ik licht daarin verkrijge.quot;

Dit werd hem toegestaan en Kerim begaf' zich op wèg. Het allereerst ging hij naar eene welvarende stad om de woonplaats op te zoeken van een wijsgeer wiens naam wijd beroemd was. maar de man. dien men zoo wijs noemde.

8*

ocr page 136

116

ruinah Jang indah lagipuii ija kakasih radjanja. Kajalah ija dan sajierti radja-djuga lakunja, maltoqlah ija dari pada memakan segala namat dunja, saperti ija ineminum segala kasukaiin dunja dari dalam pijala jang penuh.

Lalu Kfrim pergi mendapatkan hhakini ifu, meminta pengadjaran kapadanja. Maka djawaitnja;

..Adapun dunja ini saüpama pei'djamuan jang indah 2 dan 1iel)erapa hidangan terhantar kapada sakalijan ovang jang •masuii: Imlililah ija duduq lievsuka-sukiiiin. Djikalaw segala djainu nirlihat kaiitas, maka di langit ada segala bintang jang tjamcriang lifi'idar didalam angkasa. dan pada bumi bunji segala burnng murdu pada telinganja, segala bunga menjerbuiikan harumnja kapada segala djamu. danlagi dihada-pannja diatas médja ada pinggan amas tijada terbilang banjaqnia. lagi penuh namat. Sjahadan ajar anggur didalam pijala saperti ambar ataw amas melilih rupanja: maka segala namat itu mmjukakan tjitarasanja djamu jang duduq ber-suka-sukaan. iicrramaj-ramajan, seraja tertawa bersanda-guraw dan bertutur-tutur dengan temannja. Ajiabila ada djamu janL' baharu datang. bolihlali ija duduq makan djuga. dan apabila saüning kennjang. maka liangunlah ija sevta mem-beri salamat tinggal kapada temannja, lain bermuhonlah kapada jang ampunja rumah itu lalu pulang tidur katampatnja.

Demikijanlah peri dunja dan peri kahidupan orang manu-sija. Adakah tuwanhamba tarima ibaratku ini?quot;

Maka KiTim tijada menjahut. lalu bermuhonlah ija dengan dukatjitanja. didalam hatinja; ..-Ta gohhbatku hhakim, iba-ratmu rijada sakali - benar. Djangan kawkatakan untung sakalijan oi'aiiii ija IkjüIi duduq makan-minum bersuka-suka:in dan berhari-raja didalam dunja. melaïnkan kabanjakan orang la pur dan menangis djuga, lagi duduq pada tampat jang sunji.quot;

Belom lama Kerim berdjalan, maka ija mendengar chabar bahuwa tijada djaüh dari pada tampat itu ada hutan besar, dan didalam rimba itu ada tampat saörang pertapa jang amat tawakkul dan ichlag hatinja. Apabila hari malam ija tidur didalam guha pada tanah jang tegar tijada bertikar-bantal; ija minum ajar dingin sadja dan makanannja hanja dari pada ulii dan akar- jang digalinja didalam hutan. Sijang malam ija berbuwat ibadat serta minta dóa kapada Allah

ocr page 137

117

woonde in een prachtig huis en hij was een gunsteling van zijn vorst. Hij was rijk, en leefde zélf' ook als een vorst, hij was bedwelmd door het genieten van alle weelde der wereld, evenals of hij uit vollen hrker alle genoegens der wereld opdronk.

Daarop jiing Kerim dien wijsgeer bezoeken, hem verzoekende om onderricht. Zijn antwoord luidde;

„Dit aardsche léven is gelijk aan een heerlijk gastmaal en véle gerechten zijn daar neergezèt voor allen «lie binnentreden. /ij mogen daar zitten om zich met elkaar te vermaken. Als de gasten naar boven zien dan staan daar aan den hémel de schitterende stèrren. die zich wriitelen in de oneindige ruimte, en op de aarde streelt ht-t wMluidend gezang der vogelen hun oor, de bloemen verspreiden hare wél-riekende geuren voor de gasten, en vóór hen op den disch staan ontelbare gouden schotels, beladen met lékkernijen. De wijn in de békers is als amber of vloeibaar goud, en al die genietingen streelen de zinnen der gasten, die daar vroolijk néderzitten, in gezéllige blijdschap al lachend en schertsend en keuvelend met hunnr dischgenouten. Wanneer er nog nieuwe gasten aankomen kunnen die ook méde aanzitten om te éten, en als iemand verzadigd is dan staat hij op quot;en zégt zijn buren vaarwél. en bedankt den heer des huizes en gaat dan slapen in zijne woning.

Ziedaar het beeld der wéreld en van bet mensdielijk léwn. Zijt gij nu tev.réden met déze mijne uitlegging

Kerim antwoordde niet en nam in treurige stémming afscheid van den wijsgeer, denkende: ..O mijn vriend Filosoof, uwe uitlégging is volstrékt niet juist. Gij moogt tocli niet zéggen dat het lot van alle mènschen is. dat zij in vmolijk-heid kunnen zitten ('ten en drinken en feestvieren hier op de wéreld, maar wél is er een groot aantal van lieden die honger lijden en schreien, en daarbij verlaten nederzitten.quot;

Kerim had nog niet lan^ vérder gewandeld of hij vernam een gerucht dat er niet vér van daar een groot woud was, en in dat bosch was de woning van een zeer vroom kluizenaar, een opréchte van gemoed. Wanneer het nacht wérd sliep hij in een spélonk op de harde aarde, zonder mat of hoofdkussen; hij dronk sléchts koud water, en zijn voedsel

ocr page 138

118

tiuila. Maka Kerim pergi ineiniapatkan orang rali'lili itu bertanjakan dija. Kata orang pertapa itu: „Tjoba dengar akan tjeriteraku ini:

..Sakali peristiwa .saürang surlagar bcrkandanum onta ber-djalan saürang dirinja melaluï padang guron tandus. Tiba 2 onta itu gila, seraja menderam dan menjèpaq dan menendang sahingga orang itu katakutan. lalu merebahkan dirinja dari atas helakang ontanja katanah lalu ija berlariMaka onta gila itupun inengliambat akan sudagar itu. Jang tijada ber-daja lagi karena padang guron itu amat luwas, dan tijadalah barang tampat perlindungan.

..Sakunjung-kunjung dilihatnja ada sabuwah perigi buta Jang telah digali pada zaman purbakala. Adapun perigi temboqnja dari pada batu bata dan berpuluh-puluh depa dalainnja. Dari dalam trmboq parigi Jang petjah-belah itu tumliuh pohon djambu mawar Jang berdabau pandjang. Maka sudagar itupun. olih karena ija dikedjar olih onta Jang gila itu. lalu terdjun kadalam perigi itu. akan tetapi tijada ija djatoh terus kabawah karena tangannja menangkap tja-bang pohon djainbu-mawar Jang pandjang dan lijat kajunja, dipegangnja teguh 2, sahingga tubuhnja saperti melajang2 diatas kaluburan itu rupanja.

..Maka tatkala .sudagar itu menangadah. maka dilihatnja diatas kapalanja mulut onta Jang galaq itu Jang menunduqkan kapalanja kabawah henda(i menggigit dija. Lalu orang itu meinandang kadalam snmur itu. Maka didalamnja, pada dasarnja ada ular-naga Jang amat besar Jang niengangakan mulutnja, karena ija harap orang kasihan itu akan djatoh kabawah.

..Dengan hhal Jang demikijan sudagar itu memegang dahan pohon djambu itu dengan saquwat-quwatnja, sedang tubuhnja saperti berlajang - rupanja pada antara duwa bahaja.

„Tiba 2 dilihatnja lagi. ada tikus duwa ejkor, saejkor tikus Jang putih saejkor Jang hitam, duduq betul pada tampat akar pohon djambu pergantungannja itu tumbuh dari dalam tèmbofi Jang petjah-belah itu. Maka tikus itu mengerat segala akar polmn itu dengan dcmapnja lagi menggigit-gigit-kan akarnja Jang seni2 pun, seraja ija mentjakar-tjakar tanahnja.

ocr page 139

119

bestond alleen uit ciardvruchten en allerlei wortelen, die hij opgroef' in het bosch. Dag en nacht hield hij zich met het vervullen zijner godadicnstplichten hrzig. terwijl hij gelicden opzond tot den Allerhoogste. Kcrim ging heen om dien vromen man op te zoeken en het iièin te vragen. De kluizenaar zeide: ..Luister eens naar dit mijn verhaal:

„Het gebeurde eens dat een koopman, rijdende op een kameel. geheel alleen reisde door een uitgestrekte woestenij. Onverwachts werd het kameel razend, al brommend schopte het vóór- en achteruit, zoodat die man van vrees bevangen wérd, en zich van den rug van t kameel at op den grond liet glijden en haastig op de vlucht fdng. Het dolle kameel vervolgde den koopman die geen raad meer wist , want de woestenij was zeer uitgestrekt, en er was geenerlei plaats om zich te verbergen.

,.Onverwachts zag hij dat daar een droge put was. die in vroegere eeuwen was gegraven. Die put had een uit baksteen bestaanden wand en was véle vademen diep. lTit den overal gespleten muur groeiden struiken van rooskleurige djamboe met lange takken afhangend. De koopman, nog steeds vervolgd door het dolle kameel, sprong in dien put. hij viel echter niet geheel naar lienéden, omdat hij de lange, taaie takken van den djamboestruik te pakken kreeg, daar hield hij zich stevig aan vast, zoodat zijn lichaam als t ware zwéven bleef boven de diepte.

„Toen de koopman de oogen opsloeg, zaï,' hij boven zijn hoofd den bèk van het woeste kameel, dat den kop naar benéden boog om hem te bijten. Daarop staarde de man in de diepte van den put, en daar benéden op den bodem lag een vreeselijk groote draak, die den muil openspérde omdat hij verwachtte dat de ongelukkige naar benéden zou vallen.

„Onder déze omstandighéden hield de koopman een tuk van den djamboestruik stevig vast met al zijn kracht, terwijl zijn lichaam als 't ware zwévend was tusschen twee gevaren.

„Eensklaps zag hij nog dat er twee ratten waren, eene witte en eene zwarte, die zaten juist op de plaats waar de wortels van den djamboestruik, waaraan hij hing, uit den verbrokkelden muur groeiden. Die ratten knaagden grétig

ocr page 140

120

MiUiakala luuiji «rumpal2 tanali Jang djatoh itu tcnlcngar olih ular itu, inaka inatanja tjainerlang dari pada napsuiija nn'liliar kasudahan pekcrdjaiin tikus. ijaui sudagar itu serta dengan pohou djaml)u djatoh terlnunbalang kadalam sumur. kahendaqnja menelan orang kasihan itu.

„Tiba2 sudagar itupuu Jang putus asanja. melihat ada l'iiwah djambu Jang inasaq dan èloq rupanja pada dahan djainbu Jang dekat dcngan tangannja. Maka sabentar itu djuga katagihanlah ija sangat hendaq raemakan buwah itu. Maka alpalah ija akan hhal dirinja. tijada dipadhulikannja lagi akan onta Janir ngeri iru. ataw akan ular-naga Jang didalain sunmrnja. ataw akan beiiaja tikus itu. Maka di-iiij.ai'kannja djuga onta itu niuraüng, dan ular-naga itu me-ngangakan inulutuja dan tikus iru mengerat segala akar pohdii djainbu sena nimggaruq-garnq ranaimja. Didalam iiati urang itu hanjalah napsu iicndaq memakan buwaii Jang cnaq itu. maka diht'lakannja dahan Jang borbuwali itu saqadar quwatnja lain ija nieniftic] dan memakan buwah itu dengan alpanja. segala dahsjat dan pertjintaiinnja telah

Barangkali tuwan maü talm sijapa orang kasihan itu? IJalah ibarat orang manusija. Maka padang tijah dengan sumurnja itulah saniista alanidunja dan perdjalanan guron itu artinja dunja. Maku onta Jang menghambat akan sudagar iru. ijalah sateru segala nianusija dan aeal segala bela, ija'itu ilielis. Maka ija henda(| menibinasakan kita. maka berlajanglaii djuga kitaurang dengan lalaj dan alpa diatas kaluliuran dan didalamnja itu kadijaman malak-ul-mawt.

..Adapun mawt itu. ibaratnja ular-naga Jang menahti2. sedang niulutnja dingangakannja. sahingga tjabang itu akan patah. Adapun tikus itu, namanja Sijang dan Malam, ijalah Jang mentjakar 2 akar kahidupanmu Jang fan;i ini. Tikus Jang hitam itu mengerat samalam-inalaman dengan tijada lierlelah, dan tikus Jang putih iru mengerat djuga. salagi sijang. tijada berhenti.

..Akan tetapi angkaw ini. haj manusija Jang digoda olih buwah - Jang sedap rasanja itu. ijani ^lih segala hawa-nap-sumu. [u])alah angkaw akan ilielis. Jang dinpamakan saperti onta itu. alpalah angkaw akan mawt, Jang dinpamakan

ocr page 141

121

aan de wortels van den struik en brten die door tot de fijnste worteltjes toe, terwijl zij de aarde -er van wi'gkrabden met hunne klauwtjes.

Wanneer dan het geraas der vallende aardkluiten door die slang vernomen wordt, dan srhitteren hare oogen van begeerte het einde van het wrik der ratten te zien. namelijk dat die man mèt den struik komt nrdertuimelen in de diepte van den put. vol verlangen den ongelukkige te verslinden.

„Onverwachts ziet die koopman in zijn wanhopigen toestand dat er rijpe, schoone djamboevruchten zijn aan den tak die het naast bij zijn hand is. Op hetz.Mfde oogenblik krijgt hij een onweerstaanbaren trék om van die vruchten te ('ten. Hij vergeet zijn eigen toestand, en bekreunt zich niet meer om dat verschrikkelijke kameel, noch om de slang in de diepte van den put. of om het gevaar der ratten. Hij laat het kameel maar huilen en den draak den muil opsperren. en de ratten de wortels van den struik doorknagen en den grond wègkrabbelen. In zijn hart is geen ander verlangen dan alleen die vruchten te ('ten. hij trèkt den vruchtdragenden tak naar zich toe met ;il zijne kracht, en dan plukt en eet hij de vruchten mèt onbezorgd gemoed, al zijn vrees en kommer is verdwenen.

..Wèllicht wilt gij wéten wie die ongelukkige is? Hij is het zinnebeeld van den mènsch. De woestijn met den put is déze wereld en de wég door die wildernis beduidt het aard se he léven. Met kameel dat den koopman vervolgt is de vijand der ménschen en de oorsprong van alle rampen, namelijk de duivel. Hij wil ons in 't verdért' storten en wij blijven maar zorgeloos en onverschillig zwéven boven den afgrond waarin de dood zijn verblijf' houdt.

..Ue dood nu. het zinnebeeld daarvan is die draak, die afwacht, terwijl hij den muil openspert, totdat de tak zal bréken. Wat de ratten betréft, die heeten Dag en Nacht, zij zijn het die de wortels van uw vergankelijk léven wég-krabbelen. Die zwarte rat knaagt den geheelen nacht door, zonder moede te worden en de witte rat knaagt ('•veneens. zoolang de dag duurt, zonder op te houden.

..En nochtans, gij o ménsch die verlokt wordt door die heerlijk smakende vruchten, namelijk door uwe lusten en

ocr page 142

122

saperti naga jang mongangakan mulutnja, dan lagi angkaw tijada fadhuli akan pekerdjaiin Sijang dan Malam jang diu-pamakan saperti tikus jang merahinasakan segala akar ka-hidnpannui. Sakalijan itu kawlupakan, sedang angkaw di-goda olih namat Jang sabentaran sad ja adanja.

..Deiuikijaiilah peri mawt dan peri kahidnpan, dan peri kita-orang manusija jang rapuh njawanja. Adakah tuwan tarima pei'katailnku iniVquot;

Kerini tijada menjahut, benmihunlah ija dengan dukatji-tanja, lain ija berdjalan. didalam hatinja:

„Ja orang pertapa jang qalihh! ibaratmu ini terbit dari jiada budi pekertimu, tetapi akan suwal bamba itn tijada kena terkanja saperti jang patoet. Kabidupan orang manusija tijada sepi saperti djalan yiada pailang tijab itu jang saperti katampat pekuburan sadja. danlagi bukan segala orang salalu alpa sadja serta masjghul dengan bawa-nafsunja.quot;

Lalu Kerim berdjalan pula terns kapinggir padang tijab itu, sabingga ija bertemu dengan saürang faqir. pakajannja kaïn buruq, ija tijada berkasut, diambinnja gelasan penuh roti dan makanan lain2. Maka orang minta2 itu senang-bati rupanja. matanja teperling dari pada aqalnja dan tanda t ulus-lrhlar njatalab jmda mukanja.

Maka pada bitjara Kerim: „Baïklab orang ini kutanjaï, mudab-mudahan ija member! djawab akan suwalku lalu ija bertanjakan kapada orang miskin itu: ,.Haj faqir. adapun dunja ini dengan apakab dapat dinpamakan? dan apa maq-cndnja?quot;

Maka orang minta2 itu menjabnt: Adalab didalam boqtja bamba ini sawatu tjeritera, senjampang berpatutan dengan suwal tnwanhamba. Tjoba tuwan dengar! Sakali peristiwa saürang jang liisu menegor temannja jang buta, udjarnja: Djika kelaq angkaw bertemu dengan saürang jang pandaj ticrnia'in ketjapi, surublab ija kamari, boliblah ija bennaïn akan mengbiljorkan liati anaciku jang murnng.

..Sahut si-Buta: „Soedablab saja bertemu dengan saorang pandaj jang saperti kabendaq tuwan. Nanti saja suruh anaqku jang luin])uh pergi inemanggil dija, dengan sasailt djuga kela(| didapatkannja.quot; Maka si-Lumpub larilab men-dapatkan tukang main ketjapi, akan tetapi orang itu tijada

ocr page 143

128

hartstochten, gij vergeet den hooze die voorgesteld wordt door dat kameel, en vergeet ook den dood die vergeleken wordt met dien draak die zijnen muil doet gapen, en gij zijt onverschillig over het bedrijf van dag en nacht die afgebeeld worden als die ratten, die de wortels van uw léven vernielen. Dat alles vergeet gij, terwijl gij verlokt wordt door de genietingen die sléchts voor een oogenMik zijn.

,.Ziedaar hoe de dood is en de aard van het léven. en hoe het met ons mènschen is die zoo broos van léven zijn. Zijt gij nu tevreden met déze mijne woorden?quot;

Kerim antwoordde niet en zeide bedroefd vaarwel, daarop ging hij vérder en dacht:

..() vrome kluizenaar! Uwe gelijkenis komt voort uit een wijs gemoed, maar wat mijne vraag betreft wordt het raadsel niet opgelost zooals het behoort. Het léven der mènschen is niet zoo treurig als een reis in de woestijn die sléchts als de wég naar de begraafplaats is en de mènschen zijn geenszins altijd maar zorgeloos en vervuld met hun zinnelijke lusten.quot;

Daarop zétte Kerim zijn reis wéder voort, hij ging rechtuit naar den zoom der woestijn, totdat hij een bédelaar ontmoette, in vuile lompen gekleed en zonder schoeisel, hij droeg op den rug een knapzak vol met brood en andere eetwaren. Die bédelaar scheen goed van humeur, zijne oogen schitterden van vernuft en de kènmèrken van oprechtheid waren duidelijk zichtbaar op zijn aangezicht.

Kerim dacht: „Laat ik dé'zen man eens ondervragen, mogelijk geeft hij mij het antwoord op mijne vragen.quot; Daarop vroeg hij den arme: „Wél fakir, dit aardsche léven, waarméde kan dat vergelijken worden? en wat is het duel er van?quot;

De bédelaar antwoordde: „Er is in mijn knapzak hier een verhaaltje dat juist past op uwe vraag. Luister maar eens! Eens gebeurde het dat een stomme tot zijn blinden kameraad zeide: Als je soms straks iemand tégenkomt die bekwaam is op de luit te spélen, laat hem dan eens hierheen komen om het gemoed van mijn zoon op te vroolijken die droefgeestig is.quot;

De blinde antwoordde: „Ik hèb al een kunstenaar ontmoet zoo als gij er een wènscht. Ik zal hem door mijn

ocr page 144

124

bertangan. Itupun satelah dipinta olih orang, niaka ija turut djuga lulu ija berinaïn kcfjapinjii Jang tijada bertali, ramaj 2 dan berbagaj - ragamnja merawankan luifi segala orang Jang mendt'iigarkan. sahingga tcrtawa * taruna masjghul itu s;x-perti orang gila lakunja.

„Satelah dililiat olih si-Bnta akan iihalahhuwal ini, ma-ka ija bertepoq tangan. dan orang Jang bisu'itu memudji kapandajan orang Jang licnnaïn kctjapi iru dengan iijaring suwaranja. Si Lumpuli lain menari dengan gemarnja, sahingga dari mana - berkerumunlah orang2 hendaq melihat tamasja irn.

..Maka datanglah saörang dengu dari [iada antara pekum-pulan orang2 itu hendaq menarima kasih kapada tukang ketjapi iru dan kapada sakalijan orang Jang hhadlir. maka segala [lerkataan orang dengu itu amat facihhat.

Ailalah pada zaman itu Sang Gant'sa. di'wa Jang Ijerbudi itu. tolah mcndjclt'iua. maka di'wa pun melaluï tamjjat itu. lala singgah sabentar hendalt;| melihat tamasja itu. lain ter-sennjumlah déwa. sabdanja; „Bahuwa sasungguhnja: lul-lah peri dunja djenaka dan bodoh dan kasihan! Dan demi-kijanlah peri kahidupan orang manusija djuga.quot;

Lalu faqir itupun lgt;ertanja: „Bagajmana pada liitjara tu-wan? Apa tuwan tarima djuga. saperti salida sangGanésa?quot;

Maka Kerim tijada tahu menjahut. murunglah ija. lalu IjerdJalan pula dengan susah hatinja; katanja: „Adapun iliarat faqir djinaka ini tjerediq sakali. tetapi ijapun tijada mem-beri djavvab akan suwalku. Sungguhpun didalam dunja banjaq perkara Jang sija 2 dan bodoh dan dusta. akan tetapi kita lihat djuga banjaq hhikmat dengan budi-bitjara. dan peratuicin Jang adjaib dan kabenaran Jang sutji Jang telah diturunkan olih Chalaq-ul-alam.quot;

Satelah Kerim berpikir2 akan hhal ini, maka pada bitja-ranja: ..Haïklah aku pulang sadja ka, astana DuU-Jangdiper-tuwan mi-mpcrsembahkan bahuwa bamba tijada mendapat djawab Jang patut akan suwal baginda.quot; Seraja Iverim berdjalan, maka didalam hatinja ija minta doa: ,,Ja Allah, Ja Tuhan Jang natlar, anugerahi apalah kiranja hati Jang terang kapada hambamu ini akan dapat mengarti rahasija ini. apatah maijrudnja kahidupan didalam dunja ini?quot;

ocr page 145

lammen zoon laten roepen, binnen een minuut zal Inj wèl bij hem zijn.quot; De lamme liep heen om den luitspeler op te zoeken, maar die man had geen handen. Evenwél, nadat men er om verzocht had, deed hij het toch. en speelde op de luit zonder snaren heel vroolijk allerlei wijsjes om de sympathie te wekken van allen die er naar luisterden, zoodat ook de droefgeestige jongeling hardop lachte als een dwaas.

„Nadat de blinde dit alles gezien had, klapte hij in zijn handen, en de stomme prees den muzikant met luider strm. en de lamme ging vroolijk dansen, zoodat de mènschen van alle kanten kwamen aangeloopen om dat schouwspM te zien.

„Uit de menigte kwam een idioot om zijn dank te betuigen aan den luitspeler en aan allen die daar verzameld waren, in zeer wèlsprékende bewoordingen.

..Het gebeurde dat Ganésa, de god der Wijsheid, destijds in mènschelijke gedaante op aarde was; iiij kwam ook die plèk voorbij, légde er ('•ventjes aan om die komedie méde aan te zien. daarop glimlachte hij. zéggende: „Waarlijk zoo is de gestéldheid van déze aardige, domme en élléndige wéreld! En zoo is ook de aard van lier ménschelijk léven.quot;

„Wat dunkt u?quot; vroeg de bédelaar aan Kerim, ..stéint gij ook toe wat de god Ganésa zeide?quot;

Kerim kon geen antwoord géven, in soinhere sténnning wandelde hij toen vérder met droefheid in quot;r hart. zeggende: „De gelijkenis van dien schalksdien bédelaar is heel schrander. maar ook hij geeft geen antwoord op mijne vragen. Ofschoon er in déze wéreld véle nietighéden, dwaas héden en leugens zijn, nochtans zien wij ook veel wijsheid, met verstandig overlég en een bewonderenswaardige orde, en heilige waarheden door den Schépper der wéreld geopenbaard.quot;

Toen Kerim dit overlégd had, besloot hij: „Laat ik maar terugkeeren, om aan Zijne Majesteit te mélden dat ik geen behoorlijk antwoord op zijne vraag kon vinden.quot; - Terwijl Kerim zoo voortwandelde. bad hij: God en Heer, die alles ziet, schénk mij toch een verlicht hart om het geheim te kunnen verstaan, wat toch het doel van hot léven hier op aarde wézen mag?quot;

Daarop ging Kerim met een vroolijk gelaat en opgeruimd

ocr page 146

12(i

Lalu Kerim iiergi mengadap Maharadja. Maka berserilah imikanja Jang djerenih. serta gemar hatinja, lalu dipersem-bahkannja segala hhal-alihnwalnja dan segala pertemuwannja sakalijan.

Kaniudijan Maharadja bertanja: „HaJ Kerim segala kata orang2 itu sudali kudengar. tetapi angkaw ini betapa bi-tjaramu ?quot;

Sahut Kerim: ..Tuwanku talm djuga bahmva permnlaan perdjalanan bamba ini, olib karena dititabkan olib Duli-Jang-dipertuvvan. maka dengan berkat Tuwanku barang di mana bamba mastel sabuwab nagari, ada djuga orang jang meng-hantar hamba. dan pada tijap * hari bamba jierolili makanan jang tjukup. Segala snsab jang kurasaï tijada mengapa djika ditimliang dengan kalimpahan anugerah Duli-Tuwanku. Aigt;atah rindu dandam hati jang diperhamba melaïnkan ridla Tuwanku dan mentjabari kabenaran pada antara segala' ma-nusija. Adapun maqq-ud perdjalanan hamba, manakala hamba pnlang, hamba maü membawa chabar jang benar kapada Tuwanku akan segala pen^lihatun hamba. Sakarang bamba minta kaputnsan budi dan adil Tuwanku, djika patut iiamba dikarunijal ataw tijadakah ?quot;

Maka Maharadja tijada berkata-kata lagi seraja mengun-dju(| tangannja kapada Kerim akan tanda kasih baginda, lain dikutjupinja olib hhakim, sembahnja:

„Ja Tuwanku! Pada perdjalanan hamba ada banjaq piki-ran didalam hatiku. dan banjaqlah susah hati hamba tatkala hamba sampaj hampir astana Tuwanku, salielom hamba berbuwat djasa sawatupun kabawah Duli-Tuwanku. Maka tatkala bamba melangkah ambang pintu astana ini. tiba - hati hamba diilhamkan, lalu mengartilah hamba, ha-hnjra hah'uhipan int savpama perdjalanan. didalam, dun ja dj hu:a, nial'd p'-rdjulanan iiupiin xaperti perdjalanan hamha djuga, ij ai in lanja akan mdaknlcan kalu'ndaq Maha- Tulian jang meniarcnlahhan ■saini.ila alam sakalijanT

Maka berdijamlah Kerim hhakim. dan Maharadja bersabda: ,, Maj Qohhbatku jang satijawan. dari pada sakarang ini ba-palah angkaw kapadaku!quot;

ocr page 147

gemoed zijne oiiwucliting maken bij den keizer en vertélde hem alles wat hem was wedervaren en al zijne ontmoetingen.

De keizer vroeg hem daarop: „Wèl Kerim, al wat die andere mènschen gezégd hèbhen, heb ik al meer gehoord, maar gij, wat dénkt gij er wel van?quot;

Kerim antwoordde: ,.Heer. gij weet zélf wel dat de aanleiding tot mijne reis was. dat ik door u werd uitgezonden, en door uwen gezégenden invloed vond ik. waar ik ook in cenig land kwam, lieden die mij geleid hébben, en eiken dai; vond ik het noodige voedsel. De verdrietelijkheden die ik ondervond hebben niets te beduiden, als ze worden vergeleken bij uwe grénzenlooze goedertierenheid. Wat zou mijn hart nog meer kunnen begeeren dan uw wélbehagen en de waarheid te zoeken te midden der mènschen. Het doel mijner reis was om. wanneer ik terug zou keeren. u dan naar waarheid bericht te géven van alles wat ik gezien had. Nu vraag ik de uitspraak uwer wijsheid en réchtvaardigheid, of' ik uwe goedheid waardig bén of' niet?quot;

De keizer zeide niets meer. terwijl hij Kerim de hand gaf' tut teeken zijner gunst: daarop drukte den wijsgeer er een kus op. zéggende:

..Heer! Veel waren mijne overdénkingen op mijne reis en véle waren mijne zorgen toen ik in de nabijheid van uw paleis aankwam, voordat ik nog eenigen dienst aan Uwe Majesteit bewézen had. En toen ik nu den dréinpel van dit paleis betrad, kreeg ik plotseling eene ingeving en toen begreep ik da! dit leren, i.i gelijh eeiif reis door dé:'' wereld en die reix scire ook gel ij /■ de trig dien ik heb afgeKgd, naiiielijk oil een om den /ril Ie vulbrèngen ran den Heer, die hel g/inse/t heelal gebiedt.quot;

Toen zweeg Kerim de wijze, en de keizer sprak: ..Wèl. trouwe vriend, van nu at' aan zult gij mij tot een vader zijn!quot;

ocr page 148

128 50.

Perupamaan tjintjin tiga bantuq.

Dahulu kala adalah saörang Sultan bernaina (Jaladdin. Ailapun aral liaginda dari pada omng kftjil djuga, tetapi dengan tjerediq pandajnja. istinii'wa dengan gagah beraninja, telah ija naïk panghulu perang; kamudijan ija menang bebe-rapa qaüm. baïk dari pada Islam baïk dari pada Nacarani. sahingga ija na'ik Sultan, amat besar karadjaünnja. Mliata maka sabat) dibelandjakannja invang terlalu banjaq akan membajar segala liala-tantaranja. dan lagi sabab hamlm-saba-janja ber|uüuh-pulnh dan kamuliaan astananja mcmakan harta amat banjaci. maka baginda kakurangan nwang.

Tiba 2 datanglab chaliar musuhnja hcndaii menjerang jiuia. tetapi chizanat Sultan (Jaladdin sudab kosong: baginda tijada berdaja la^'i kamana ija akan pei'gi mentjabari uwang.

Sedang pntns asanja teringatlali Sultan babuwa di nagari Iskandcrija adalah saörang sudagar Jahudi. jang amat kaja. Najna orang itu MMchizi'drk. pekerdjaannja memindjamkan invang dongan makan rilni Jang terlalu banjaq. Ma,kin bari makin jaqin Sultan akan orang Jahudi itu dapat menulung dija aral ija maü. Sajangnja sudagar itu orang kikir. sa-hingga tijada pcrnali ija akan berbinvat kabaqtijan kapada Sultan dengan suka liatinja. dan baginda pun dengan adil-nja tijada maü memai[sa menganijaja dija.

Beliei'apa lamanja Sultan memikir sabingga didapatnja aqal supaja hati sudagar jang kaja dan kikir itu ditjrnde-rongkannja akan meluluskan kahendaqnja; lalu disurulmja panggil akandija; diramalünja dengan perkataiin jang lemah-lemlmt, titabnja: ..llaj orang calihh! Kerap kali sudab kudengar akan tinvan ini amat Imdiman, lagi dalam hbal agama amat terang hati tuwan. Maka sabab itu kita suka dcr.gar. pada perasaan tuwan. agama jang mana benar dan jang terlebih liaïk dari pada katiga agama jang diturunkan olih Tuhan Allah kapada segala nalii -. agama orang .lahudi-kah atawa Islamkali atawa agama orang Xaearanikali ? Kata-kanlali olihmu dengan terus-terang.quot;

Adapun sudagar itu sungguh 2 orang bidja(isama; telah

ocr page 149

129 50.

De gelijkenis van de drie ringen.

Eertijds was er een Sultan met name Qaladdin. Déze was slechts van geringe afkomst, maar door zijn schrander beleid en vooral door zijn grooten moed was hij opgeklommen tot bevèlhèbber in den oorlog; daarna overwon iiij véle volken, zoowel Moslims als Christenen, totdat hij Sultan wérd en een zeer groot rijk bezat. Daar hij nu zeer veel gèld uitgaf om zijne legerscharen te bezoldigen, en ook omdat het al te groot aantal zijner dienaren en slaven en de pnicht van zijn paleis schatten verteerde, geraakte de vorst in gèldverlégenheid.

Onverwachts kwam de vijand om wéder den oorlog te beginnen, maar de schatkist van Sultan (Jaladdin was lédig, hij wist geen raad meer waarheen hij zou gaan om gèld te zoeken.

Terwijl hij nu zoo wanhopig was, schoot den Sultan te binnen, dat er in Alexandrië een Joodsch koopman woonde die verbazend rijk was, met name Mèlchizédèk; zijn bedrijf was gèld uit te leenen tégen buitensporige woekerwinsr. Langs hoe meer wérd de Sultan overtuigd dat die Jood hem wèl zou kunnen hèlpen als hij maar wilde; maar ongelukkigerwijze was die koopman een gierigaard, zoodat hij nimmer den Sultan vrijwillig eene goede dienst zou bewijzen en de vorst met zijn rechtvaardig karakter wilde hem ook niet met gewéld dwingen.

Geruimen tijd dacht de Sultan na, totdat hij een middel vond om het gemoed van den rijken en gierigen koopman er toe te neigen om zijn wènsch te vervullen ; daarop liet hij hem roepen, hij ontving hem vriendelijk en sprak met wèlwillendheid: „AVèl, vrome man! Dikwijls hèb ik al gehoord dat gij zeer verstandig zijt en in godsdienstige aange-légenhéden zeer héldere begrippen hèbt. Daarom zou ik gaarne vernémen, wélke godsdienst naar uw gevoelen de ware is en de béste van alle drie de godsdiensten die Allah geopenbaard heeft aan de proféten: De Joodsche godsdienst of de Islam of de godsdienst der Nazaréners? Zeg het maar ronduit.quot;

(to.Nr.r.uup . MhI.-IIoU. Leerh. 9

ocr page 150

180

ija mengatahuï inaqgud Sultan memperdajakan dija dengan suwal jang tjcrodiij. Didalani hatinja: „Mustahil! Djika kusalmti agaiua Mesihhi ataw Islam lebih utama dari pada agama Jalmdi nistjaja aïb jiadaku. Tijada holih aku inong-kir dari pada agaiua uènèq-niojangku. Dan djika kukatakan agama orang Jahudi jang terlebih balk, nistjaja Sultan gusar lain dirainpasnja segala hartalumdakn; niclaïnkan dengan aqal dapatlah kulnpntkuu diriku dan hartakn dari pada behaja ini.quot; Lain ija berdatang-sembah: ,.-Ta sjah-alam; adapun suwal ini. sangat sukarlah kuselesajkau segala rahasija jang ter-kandung didalamnja, lianja dengan sawatu tjeritera djuga.

j.Pmiiakala adalah saürang hhakim jang aniat kaja, ija menaruh amas dan permata banjaq 2 dan lagi sabantuq tjin-tjin pusaka jang indah - tijada ternilaj harganja. dan supaja tjintjin itu djangan hilang sampaj kapada turon-temurou. maka hhakim pun memberi surat wag ij at bunjinja: Tjintjin pusaka ini aku memberi kapada anaqku Sianu karena ija jang terlebih budiman dan l)aïk hatinja, dan hendaqlah segala sudaranja memberi hhormat kapadanja dan menurut paren-tahnja; dan apabila akan sampaj adjalnja, hendaqlah anaqku itu nienjerahkan tjintjin pusaka kapada anaqnja jang teru-tama, sahingga datang kapada anaq-tjutju kami turon-temu-ron ija jang ampnnja tjintjin ini akan mendjadi kapala segala sudaranja dan qaüm-kulawarganja sakalijan.

„Maka segala waritznja menurut surat wagijat itu ber-ratus-ratus tahun sahingga tjintjin pusaka itu djadi miliknja saHrang hhakim jang ampunja anaq laki2 tiga orang. Kati-ganja sama baïk budinja dan baïk paranginja. sahingga bapa-nja pun tijada talm mcnibédhakan. sijapa jang terlebih utama itu. Dan lagi bapanja adil djuga tijada maü melebihkan anaqnja sanrang dari pada saürang.

..Maka sudara itu katiganja salamanja berbuwat baqti kapada liajianja dan menurut parentahnja, masing2 talm bahuwa tjintjin pusaka itu mendjadi untung dan kamulijaan kapada jang ampunja, sahingga masing2 berganti-gantian |)udji-memudji bapanja supaja tjintjin itu djadi pusakanja.

„Maka hhakim itu bersusah liati karena ija tijada talm sijapa dari pada anaqnja itu jang terlebih lajiq mendjadi kapala segala sudaranja dan qaümnja. lagi sijapa jang harus

ocr page 151

131

De koopman was inderdaad een schrander man; hij had de bedoeling van den 8ultan begrepen, hèm door een listig gestélde vraag te verschalken. Hij dacht: „Hoe is 't mogelijk! Als ik hem ten antwoord gaf dat de godsdienst der Christenen of de Islam voortreffelijker is dan die der Joden, dan zou dit zéker een schande voor mij zijn. Jk kan niet afvallig worden van het geloof mijner vaderen. En als ik zeide dat de godsdienst der Joden de béste is, zou de Sultan zéker vertoornd worden en mijn bezittingen verbeurd verklaren; alleen door 't vernuft kan ik mijn persoon en mijne goederen uit dit gevaar rédden.quot;

Daarop gaf hij eerbiedig ten antwoord: „O wéreldbeheer-scher, wat déze vraag betreft, zou ik moeielijk de verborgen-béden. daarin vervat, kunnen uiteenzetten, dan alleen door een verhaal.

„Oudtijds was er een Wijze die zeer rijk was, hij bezat zeer veel goud en édelgesteenten en daarbij ook een ring, een zeer kostbaar erfstuk, van onberékenbare waarde; en opdat nu die ring niet verloren zou gaan tot in zijn verste nageslacht, maakte de Wijze een schriftelijk trstamént van dézen inhoud: Dézen ring, dit heilig erfgoed geef ik aan mijn zoon X. N., omdat hij de verstandigste is en goed van inborst , en al zijne broeders moeten hem eeren en zijne bevélen opvolgen; en wanneer zijn laatste ure zal komen, dan moet mijn zoon dézen ring wéder overdragen aan dien zijner zonen die de voortreffelijkste is, zoodat tot in mijn nakomelingen van geslacht tot geslacht , hij die de eigenaar van dézen ring zal wézen, liet hoofd zijner broederen en van de geheele familie zal zijn.

„De erfgenamen volgden die tèstainontaire bepaling op. véle honderde jaren, tot eindelijk de overgeërfde ring het eigendom werd van een wijsgeer die drie zonen had. Alle drie waren éven verstandig en goed van karakter, zoodat de vader zèllquot; geen onderscheid kon maken, wie de meest voortreffelijke was. De vader was daarbij ook nrhtvaardig en wilde den een zijner zonen niet bevoordeelen boven den ander.

„De drie broeders waren altijd vol eerbied jegens den vader en volgden zijne bevélen op. Ieder hunner wist dat de erfelijke ring voor den eigenaar tot eer zou strékken en

9*

ocr page 152

132

(likasihi clan dipudji olih segala orang, lebih dari pada ka-duwa sudaranja.

,,Dongan belisah dan bimbang hatinja akan sijapa hendaq dianugerahinja tjintjin itu maka hhakini pun berdjandji mem-beri tjintjin itu kapada anaqnja tiga orang itu masing2. maq-cudnja menjukakan hati sakalijannja.

„Dengan dijam - hhfikim menjumh memanggil saörang pan-daj amas disuruhuja perbuwat tjintjin duwa bantuq lagi tijada berlaïnan dengan tjintjin pusaka itu, sahingga jang ampunja pun hampir2 tijada dapat membédhakan tjintjin tiga l)antuq itu mana jang pusaka betul. Maka tatkala hampir adjalnja diberikannja dijam2 sabantiui tjintjin kapada anaqnja masing 2.

,.Sapeniiiggal bapanja, maku katiga anaqnja, saörang lepas saürang. menundjnqkan tjintjinnja pada menjatakan bahuwa segala harta pusaka djadi milikuja dan ijalah penghulu segala sudaranja. Maka kalihatanlah tjintjin itu katiganja sarupa djuga. tijada katahuwan jang mana tjintjin pusaka jang betul.

„Ja Sultan demikijan djuga kaadaan tiga agama itu jang diturunkan olili Allah taiila kapada tiga bangsa itu, jang ditanjaï olih Duli jang-dipertuwaï; kapada jang-diperhaml»a. Pada liitjara segala bamba Allah itu agamanja itulah agama jang honar, dan wadjib ija menurut finnannja, akan tetapi tiagajinana hhalnja. itulah suwal jang beloni dapat diputus-kan saperti perkara tjintjin itu djuga.quot;

Maka Sultan raladdin mengaku bahuwa orang Jahudi itu pin ter sakali, tahu meluputkan dirinja dari pada djerat jang ditahaninja. Salial) itu berubahlah maqqud baginda lain ber-kata2 terus-terang dengan sudagar itu serta minta tulung kapadanja. Maka sigerah djuga sudagar bertjakap memin-djamkan uwang kapada Sultan, saberajta dikahendakinja, dan kamudijan harinja baginda pun mombajar hutangnja, sakcpriig pun tijada hilang, dan lagi dianugerahinja per-salin jang indah 2 diakunja gohhbat akan sudagar itu, lagi diperbesarkannja didalam astana Sultan.

ocr page 153

183

diens geluk zou wezen, zoodat èlk op zijn beurt den vader had en vleide dat die ring zijn erfdeel mocht worden.

„De wijsgeer was verdrietig, want hij wist niet wie van zijne zonen het meest geschikt was het hoofd zijner broeders en van zijn stam te zijn, en wien het toekwam bemind en geöerd te worden door de inènscheu meer dan zijn beide broeders.

„In zijne onrust en onzekerheid, aan wien hij den ring zou moeten géven, beloofde de wijsgeer aan {-Ik zijner zonen afzonderlijk hem den ring te zullen géven, met de bedoeling ze allen blijde te maken.

„In 't geheim liet de Wijze een goudsmid roepen en beval hem nog twee ringen te maken, volkomen gelijkend op den overgeërfden ring, zoodat de eigenaar zélf de drie ringen haast niet kon onderscheiden, welke het erfstuk zijn mocht. En toen zijne stèrvensure nabij was gaf hij aan èlk zijner zonen afzonderlijk, in 't geheim, één der ringen.

„Na het overlijden huns vaders vertoonden de drie zonen, de een na den ander, hun ring, om te bewijzen dat de nalatenschap hèm toekwam en hij de eerste van de broeders was. Toen bleek dat de drie ringen eender uitzagen en men niet wéten kon wélke ring het échte erfstuk was.

„O Sultan! Zoo is het ook met het wézen van die drie godsdiensten die God aan die drie volken geopenbaard heeft en waarover gij mij ondervraagd hébt. Naar het gevoelen dier verschillende dienaren Gods. is Innm- godsdienst de ware, en zijn zij verplicht de geboden daarvan op te volgen, maar hoe het daarmee gestéld is, dat is een vraag die nog niet kan beslist worden, evenmin als die zaak van de drie ringenquot;.

Sultan Saladdin erkènde dat de Jood zich zeer schrander had wéten te rédden uit den strik dien hij hem gespannen had. Daarom veranderde hij van plan en sprak ronduit met hem. De koopman was ook spoedig bereid het noodige géld aan den Sultan te leenen, en later betaalde déze zijne schuld tot den laatsten penning, en bovendien gaf hij den koopman kostbare geschenken, behandelde hem als een ér-kénden vriend, en verhief hem tot aanzien in zijn paleis.

ocr page 154

134 51.

Sambungan perupamaan tjintjin tiga bantuq.

Tentangaa :u;al hhikajat Jang tersebut diatas ini, telah dikarangkan olih saörang hhakim di benuwa Italia bernama Boccaccio. Maq(;udiija pada incnjatakan bahuwa kabodohan mengadakan susah kapada kita-orang. tetapi aqal bolih melu-putkan kira dari pada behaja, dan nicinberi kascnangan.

Satelah sndali ainpat vatus tahun antaranja maka perljola tjintjin tiga bantuq itu ditjeriterakan pnla oliii saörang hhakim dari bangsa Djèrraan. namanja Lèssing. IJa hendaq menjatakan bahuwa segala manusija sndara-bersudaralah dan segala orang budiman dan calihh pada antara segala bangsa masing - jakin akan againanja. itulah agama jang benar. Tetapi ija tahu djuga bahuwa kabenai'an jang sampnrna malum kapada Tnhan Allah sadja. saperti didalam tjeritera tadi. melaïnkan liapa iru jang tahu tjintjin jang inana betul tjintjin pusaka itu.

Didalam tjeritera tuwan Lrssing dikatakan olih Jahudi, jang dinamaïnja Nathan, bahuwa tjintjin pusaka itu ada saqtinja. Adapun chasiatnja barangsijapa pakaj tjintjin pusaka itu akan dikasihi olih Tulian Allah dan olih segala orang baïk. Maka tiga orang sudara jang berbantah sama sendirinja. lain pergi mendapatkan tuwan qadli, supaja dipu-tuskan olihnja tjintjin mana Jang betul. Maka hhakim pun tijada dapat membrdhakan tjintjin itu, sabab samalah rupanja tiga -.

Lain hhakim momberi nacihiiat: ..Pulanglah dahulu, lihat olihmu sijapa dari pada kamu kakasih Allah, dan barang sijapa jang akan dihhormati olih segala orang baïk lebiii dari pada sudaranja jang la'in. nistjaja ijalah jang menaroh tjintjin pusaka jang betul.quot;

Djikalaw pada sangka orang Tuhan Allali membédhakan antara sawatu bangsa manusija tlcngan sa wat u bangsa nistjaja bodoh sangat. Baïk orang putih baïk orang hi tam, baïk Jahudi baïk Masdihi baïk Islam, bukankali kitaorang samuwa hamba Allah a^al kalakuwan kira baïk.

Apabila ada pohon jang baïk nistjaja buwahnja baïk djuga

ocr page 155

185

51.

Vervolg op de gelijkenis van de drie ringen.

Wat den oorsprong van bovengeinMd verhaal betivft. hot was opgesteld door een wijsgeer in Italië, met name Boccaccio. Zijn doel was aan te toonen dat de dwaasheid ons in groote (quot;•llèndo bréngen kan. terwijl de schranderheid ons uit gevaren kan rédden en ons een rustig léven kan bezorgen.

Vierhonderd jaren later wérd de gelijkenis van de drie ringen door den Duitschen w ijsgeer Lessing weder vertéld. Do strékking van zijn verhaal was dat de ménschen broeders zijn. en dat de vorstandigen en vromen onder alle volken, élk voor zich. vast overtuigd zijn dat hunne godsdienst de ware is. Maar zij wéten tévens ook dat de volkomen waarheid alleen aan God bekénd is. zooals in dir verhaal alleen de vader kon wéten wélke ring de échte was.

In de tabel van Léssing wordt door den .Jood. die door hém Nathan is genoemd, gezégd dat do échte ring eene bovennatuurlijke kracht had. Hij iiad do eigenschap dat degeen die den échten ring droeg geliefd zou zijn door God en door alle brave ménschen. De drie broeders die underling aan hot twisten waren, gingen daarom naar den réchter, opdat déze zou beslissen wélke ring de échte was. De réchter kon ook geen onderscheid vinden in de ringen, omdat alle drie hetzéltde uiterlijk hadden.

Daarop gaf de réchter hén den goeden raad: ..Gaat eerst naar huis en ziet dan zélf wie van u (inds gunsteling is. en wie het meest de achting der brave ménschen verkrijgen zal. zéker zal die het ook wézen die den échten ring bezit.quot;

Als men meende dat God de Heer onderscheid zou maken tusschen het ééne ras van ménschen en het andere, dan zou dit zéker zeer dom zijn. Zoowel do blanken als do zwarten, zoowel Joden als Christenen en Muslims, wij zijn immers allen dienaren van (iod. wanneer ons gedrag maar goed is?

Wanneer de hoornen goed zijn dan zullen zéker de vruchten ook goed wézen en wanneer ons godsdienstig geloof goed

ocr page 156

136

dan munakala aganm kira baïk dan benar nistjaja kalihatan djnga dari pada tingkah laku dan perbuwatan kita jang balk adanja.

Sajang sakali banjaq orang berbantali-bantah akan hhal agama. dengan kurang ingat bahuwa kasili sajang akan sa-manja inannsija, itulah djuga tanda kasih dan hhormat akan Tuban Allah.

Adapun warna tubuh dan bangsa orang itulab perkara Jang kalnwaran sadja. tijada bolib kita mengindahkan dija. Melaïnkan apabila kita sapandjang umur menuntut akan salaniar segala tenian-inanusija, nistjaja kita dapat didalain bat! kita babagija Jang sanipurna. baharulab kita mengatahuï bahu\va Allab melindungi liambanja. dan kabidupan didalam dunja ini tijada sija

DJikalaw ada orang Jang niengumpat dan menganijaja sakalipun. saperti dahulu kala ada Jang menganijaja segala nabi baiklah kita tawakknl dan raijar serta liarap djemah segala bangsa nianusija akan berkasib-kasihan, saperti sudara2 dan djadi damaj pada sagenap alam.

52.

A m t s a I.

Barangsijapa menengar fitnab akan saörang, djanganlah ija memetjahkan cbabar itu. Teiialu gampang membina-sakan salamat orang tetapi sukarlah diperbaïki pula.

Babnwa sasunggubnja sukarlah berkata-kata dengan aqal budi. tetapi berdijani dengan ]ieri budiman itu terkadang lebih sukar lagi.

órang Jang tabu nieinarcntahkan orang banjaq, diperrau-lijakan. tetapi liarangsijapa talm memarintalikan dirinja sen-diri. ijalah Jang patut dihhormati.

Mclupakan derma hhalal kapada saörang sadja, Jaïtu ka-pada orang Jang memberi derma itu.

Manakala ada orang gemas dan perungut hatinja maka sawatupnn tijada Jang memberi gemasnja terlebih sangatdari pada merasaï bahuwa tijadalah barang sababnja ija gemas hati.

Barangsijapa suka hidup dan merasaï nimat kahidupannja

ocr page 157

137

en waar is, clan zal dat zéker ook blijken uit onze handelwijze en uit onze goede wérken.

Het is toch zoo Jammer dat er véle lieden zijn die gedurig met élkaar twisten over de godsdienst, zonder te bedénken dat liefde en deernis met den médeménsch Juist de kénmèr-ken zijn van de liefde en den eerbied Jégens God den Heer.

Wat de lichaamskleur en het inenschenras betréft, dat zijn maar uitwendige dingen waaraan wij niet voel waarde kunnen héchten. Maar wanneer wij ons léven lang trachten het geluk onzer inédeménschen te bevorderen, dan zullen wij zéker in ons binnenste het volkomenste geluk vinden; dan eerst ervaren wij dat God mét ons is, en dat het léven in déze wéreld niet vergeefs is.

Zelfs als het gebeuren mocht dat de ménschen ons lasteren en mishandelen, zooals er in vroegere tijden zijn geweest die de proleten verdrukt hebben, laten wij dan toch (iji God vertrouwen en geduldig hopen op den tijd die eenmaal komen zal, dat alle geslachten der ménschen élkander zullen liefhébben als broeders, en dat het vréde zal zijn op de gansche wéreld.

52.

Spreuken,

Wie ook een laster omtrent een ander hoort, die wachte zich die praatjes vérder te verspreiden. Het is al te gemakkelijk het geluk van anderen te verwoesten, maar dit weer goed te maken zou moeielijk zijn.

Waarlijk het is moeielijk met wijs overlég te spréken, maar verstandig te zwijgen is vaak nog moeielijker.

Zij die over vélen bevél kunnen voeren worden geëerd, maar een ieder die zichzélf kan beheerschen, voor dien behoorde men eerbied te hebben.

Het is sléchts aan één persoon geoorloofd liefdegaven te vergéten, namelijk aan hem die ze gegéven heeft.

Wanneer er wrévelige en driftige lieden zijn, dan is er niets dat érger hun wrével opwekt dan te gevoelen dat er in 't geheel geen reden voor hen bestaat wrévelig te zijn.

Wie léven wil en het genot van zijn léven ondervinden.

ocr page 158

138

hendaqlah ija mt'iiahani lidahnja dari pada onar dan l)ibinija pun dari pada perkatailn penipu.

Barantï di mana hiking pertjaja hilang djuga bunga jang terlfliih èjloq dar! dalam taman pengasihan.

Seringkali orang malu inennndjuqkan dirinja saperti peri kaadaannja. tetapi dengan sabetulnja haruslah orang malu inerupakan dirinja laïn dari pada peri kaadaannja.

Kitaorang melihat lajunja segala bunga dan luruh daün 2. tetapi ada kila melihat djuga buwah jang masaq, dan kuntjup dan pnhon jang bertaruci muda.

Terkadang haruslah memcriqsaï lialk2 akan perkara jang dibilangkan olih orang l»anja(i perkara jang terang mèjniang.

Pangkat segala ibu-lgt;apa itu memeliharakan selamat na-gari. karena ijalah jang kuwasanja besar, terlebih dari pada kuwasa segala manteri dan radja '1.

Orang laki 2 jang talm raenahankan hawa-nafsunja. ijalah pahalawan jang mulija dari pada orang jang menang musuh berlaqsa - pada padang peperangan.

Undurlah dari pada perhimpnnan orang jang menghilangkan hari ümurnja dengan mengumpat orang jang tijada iihadlir.

Satu sèn jang tersimpan djika angkaw sampat menjim-pan, kamudijan hari harganja sarupijah.

Hendaqlah amarah kalah olih lembut hati. jang djahat olili jang balk. dan dusta olih kabenaran.

Baïklah senantijasa kira menuntut berbuwat kerdja jang perdlu lagi dengan sabaïk-ba'iknja.

Kara orang adalah dosa jang disebut dosa baka, melaïn-kan dengan sasungguhnja adalah berkat baka djuga.

Saörang pun tijada talm berapa besar kuwasanja sabelom ditjobaïnja.

Harangkala angkaw melihat ada saörang jang susah men-rjahari re/.rqinja. tulunglah akandija saqedar lajiqmu dan lagi in'iidaqlah lembut-)nanis lakumu, djanganlah tegar hatimu.

Hi'iidaqlah s(.-nantijasa angkaw ijernijat liaïk dan Ijerbu-wat amal, tetapi djanganlah angkaw beringin inengambil upah perbuwatamnu itu.

Djikalaw orang mengompat akan dikaw, dan perkataannja itu be tul. tadapat tijada angkaw bertobat, melaïnkan djika dusta katanja itu baïklah angkaw tertawakan sadja.

ocr page 159

139

die moet zijn tong weerhouden van kwade trouw en zijne lippen dat ze geen bedriegelijke woorden spréken.

Waar het vertrouwen verdwijnt, daar verdwijnt ook de schoonste bloem uit den lusthof der liefde.

Dikwijls zijn de menschen beschaamd ziuh te toonen zooals hun wérkelijk wézen is. maur eigenlijk moest men beschaamd zijn zich anders voor te doen dan men wérkelijk is.

Wij zien het verwélken der bloemen en het afvallen van allerlei bladeren, maar liet gebeurt toch ook dat wij rijpe vruchten zien, en bloesemknoppen en boomen met jonge uitspruitsels.

Het is soms noodig terdege onderzoek te doen naar die dingen. waar het publiek van zégt dat die klaar en van zélf sprekend zijn.

Do betrékking van ouders bréngt méde dat zij voor de wélvaart van het land zorgen, want zij zijn het die de grootste macht daartoe hébben, veel meer dan die van de ambtenaren en vorsten.

Een man die zijne zinnelijke lusten weet te bedwingen, die is een édel héld, meer dan degeen die tienduizend vijanden op het slagvéld overwint.

Trék u terug uit het gezèlschap van hen die den tijd huns lévens verspillen met kwaad te spréken van afwézigen.

Eén cént die bespaard is, als gij gelégenheid hadt hem te sparen, krijgt in later tijd de waarde van een gulden.

Het is noodig dat de toorn worde overwonnen door zachtzinnigheid. het kwade door het goede, en de leugen door waarheid.

Het is goed dat wij altijd trachten het noodzakelijke wérk te verrichten en zoo goed mogelijk.

Men zégt dat er een zonde is die érfzonde genoemd wordt, maar inderdaad is er ook een gezégende invloed éieérfelijk is.

Niemand weet hoe groot zijn macht is, voordat hij de proef daarvan genomen heeft.

Als ge soms ziet dat er iemand is die moeite heeft om zijn lévensonderhond te verdienen, hélp hem dan een weinig naar uw vermogen, en daarbij moet uwe houding vriendelijk zijn, wees niet hardvochtig.

Gij moet altijd met goede voornémens vervuld zijn en

ocr page 160

140

goede vorken doen, maar ge moogt geen begeerte hebben loon te verwerven voor 't geen gij doet.

Als men kwaad van u spreekt, en 't i.s waar wat ze zeggen, dan is 't dringend noodig dat ge u bekeert, maar als dat wat ze zéggen leugens zijn. dan moet men er maar om lachen.

ocr page 161

I I

i !

I

I v-

:1

i

I

G li A M M A T I C A.

if j ,

li

111

IL

fmw li

. p

, H «

ocr page 162
ocr page 163

LETTERS EN 1quot; I T S P H A A K.

§ 1. Daar de letters slechts afbeeldingen zijn der klanken die wij uitspreken, zal die afbeelding altijd onvolmaakt blijven, te meer voor eene taal als het Maleiseh, die niet geschréven wordt met haar eigen letterschrift, maar met een ontleend aan de Arabieren, dus aan vreemdelingen, of aan Europeanen, wier Latijnsch letterschrift langzamerhand de voorkeur krijgt, omdat de vocalen daarin zijn uitgedrukt. Het Ar. schrift, énkel consonanten, heeft het nadeel dat niet alleen hij die pas begint maleische boeken te lézen, maar ook de meest geoefende vaak niet zéker weet hoe een woord moet worden gelézen, als b.v.: t. m. b. ng., waarméde minstens zéven woorden geschréven worden, verschillend in uitspraak en beteekenis. Ofschoon men dan uit den zamen-hang meestal wél gissen kan wélk woord er bedoeld wordt, is ook dat nog niet eens altijd het geval. Als er b.v. staat: Ada k. m.h.ng. di Mon, dan is de zin, dat er bloemen, in den

tuin zijn, of geiten öf horzels Of torren, alles éven mogelijk

•

en even goede zin, hier wat ■ kan niemand beslissen.

Of de Maleiers, vóór dat zij onder den Islam of Arabischen invloed kwamen, een eigen letterschrift hadden èn of het wèllicht nog bestaat is onzéker. Ik waag de gissing dat het oorspronkelijk Maleiseh geschréven is met een letter zóó of ongeveer zóó als tegenwoordig het Lampongsch, èn dat het oorspronkelijk Maleiseh mét zijn letterschrift wèllicht nog zal kunnen teruggevonden worden daar benoorden de Lampongs, b.v. in Korintji.

ocr page 164

144

S 2. Daar voor sommige klanken van het Maleisch geene letter in het Arabisch alphabet bestond, werden er vijf aan toegevoegd, gekènmèrkt door drie stippen, n.l. de tja, uga, pa, ga en quot;ja. Do tja = tj is wijziging van de djim = dj, de uga van de ghahi, pa van de fa. ga van de Xv//', en aja van de ja. Zie verder de lijst van de letters en klankteekens hierachter.

Wat de uitspraak betreft kan als algrmeene regel gelden dat de vijf klinkers a e 1 u u (uitspraak oe, evenals in het Duitsch, terwijl de klank die in het Duitsch geschréven wordt ic of i' of de Hollandsche klank n, niet bestaat in 't Maleisch) altijd meer gerekt of iets langer worden uitgesproken dan in 't Hollandsch, meer gelijkend op de uitspraak der klinkers in 't Duitsch.

De ./ in open lèttergrépen is lang als aa. met uitzondering van het praefix -ta. waarin de a kort is. In gesloten syllaben is de a ook kort, maar toch meer gerékt dan in 't Hollandsch. — De c is meestal toonloos, evenals in ons lidwoord de. Deze toonlooze c wordt het meest gebruikt, en het is geheel overbodig die met een afzonderlijk teeken aan te duiden. waar de veel zeldzamer voorkomende e met accent grave of accent aigu uitgesproken, het teeken draagt als è oi'e.— De i. o en quot; moeten altijd lang worden uitgesproken als onze ie, oo en oe. in gesloten syllaben natuurlijk korter dan in de opene.

Ook houde men in 't oog dat die consonanten, die in ons letterschrift met fwee letters worden afgebeeld, zooals de djim, tja. uga, nja enz., in 't Maleisch slechts één zijn en daarom ook bij 't schrijven nooit vaneen gescheiden mogen worden, zoodat b.v. pntjnq (uitspruitsel) of pnngid (oprapen) nh-t mag worden afgebroken op 't eind van een regel als put-juq (Apnn-gut. Toch leert men de juiste uitspraak alleen door oplettend te luisteren naar iemand die de taal goed spreekt. Bnvendien bestaat in verschillende landen groot verschil in de uitspraak. Ik dénk hier niet alleen aan de uitspraak van het Minangkabawsch-Maleisch, zóózeer verschillend van het gewone Maleisch — in meer dan één opzicht — dat dit wèl als eene afzonderlijke taal mag worden beschouwd. maar ook de uitspraak in betrekkelijk dicht bij-

ocr page 165

145

ren gelegen Itiiiden, is even verschillend uls die in (Ie verschillende gewesten van Xéderland. Ja veel meer nog. nm-dat hier door den invloed van het schoolonderwijs de provincialismen, of' de platte taal van sominig'' stéllen, laiv-zameihand verdwijnen. In t Maleisch is echter .^'inis zeer moeielijk te bepalen ot' de klank, die in Arabisch schrift door de Fdthn wordt aangeduid, in onze letter door u nï e moet worden omsclnvven. Sommigen schrijven b.v.: het achtervoegsel hi// als Zr//, maar oischoon //• dit leelijk vind/, mag ik niet beslissend zéggen: „dat h-// is /'m/f. het moet zijn hm.quot; De een schrijft het Mal. woord voor laag. nederig als réndah, de ander rindah. de een pon. de ander pun (zelfs). Als \oorbeeld hoe de consonanten, die wij bij transscriptie door twee létters aanduiden, in werkelijkheid één zijn, en deze ii verschillende landen verschillend worden uitgesproken, kan dienen het bekende woord ycV// (rechten, dat in Turkije als /W/. in de Maleische landen als kali uitgesproken woi'dt. Bijgevolg is de dlad of dhad, evenmin d als /. maar tusschen die beide zwevend.

Eene leelijke transscriptie, zooals bovengenoemd km en Pquot;quot; ■ mag geen fout genoemd worden, want te zéggen: dit is fout. en het niocl zóó zijn, is niet genoeg, het zou moeten worden bewózen. Jammer genoeg dat in de beoordeeling van Maleische geschriften sommigen dit niet begrépen hebben. Zij hebben daarmede aan de studie geen dienst bewézen en evenmin blijk gegeven van diep inzicht, en groote kènnis dei taal. Het komt er op aan zélt goed te hooren en daarbij op te létten waar. én wie de lieden zijn, wier uitspraak men als juist wil aannémen. Zoo is b.v. beweerd geworden dat in Maleische landen de n klinkt als en (de duitsche ö). Ofschoon ik zélf die uitspraak nooit gehoord heb. mag ik niet beslissend zéggen dat het onwaar is. Er zal misschien eenige grond zijn voor die bewering, maar dan zou men te\ens moeten weten wie het waren die de taal zoo mishandelden de a als eu uit te spreken. 1) Wanneer toch iemand

1

\\ anmvr op /iimr soncs die klank gehoord wordt, zal dit wel te wijten zijn aan de nabijheid van .l/Jih. Dat het lliawseh ook lang geen ci/irer Maleisch is, heelt Dr. van der l'uuk reeds aangetoond. De eu wordt in quot;t Atjineesch veel gehoord.

GoNnnKlJi*, Mal-lloll. I.rrrh lil

ocr page 166

141)

beweerde dat de Hollandsche klinker ij in de uitspraak luidt als al. zou hij om dit te bewijzen er bij moeten voegen, dat hij in eene goede hollandsche stad, waar véle geleerden wonen, luid hooren zéggen: Kaik op de tcaizer, 7 is Imfaioeul Maar zou dit zéggen, (altijd vooronderstéld daf de schrijver gelilofwaardig is'i dan nog als bewijs mogen géiden, dat in Holland de uitspraak van de klinker ij is = ai /

S De Arabieren maken eene v^rdeeling van hun alphabét in zon- en nfumlfttfrs, en rékenen als zonletters de ///, dal, iIIkiI , ra, :a , xiu, xjin. cdd, (Udd, tam, uim, de overige als maanletters. Déze verdeeling komt ook in 't Maleisch te pas bij de uitspraak van eigennamen of woorlen waarin het Arabische lidwoord al vóór een woord geplaatst is. W an-neer dat woord begint met een zonletter, dan wordt de / van het lidwoord uiel als / uitgesproken, maar als de eerste letter van hijt woord, zooals in aiyams dat asjsjams (= de zniii wordt uitgesproken, bij de maanletters daarentegen blijft de uitspraak a! zooals in ali[amar (= de maan). Men zéii^e dus niet Ahdulrahhmdn maar Abdiirmhlmdu.

S 4. Men leest langzaam op eenigszins zingenden toon en met weinig nadruk of kléintoon. De klémtoon in de woorden wordt aangewézen door de „leesmoederquot; ot verléngings-létter alif, waw of ij a. die in den régel staat in de vóórlaatste open syllabe. In gesloten léfctergrepen staat gewoonlijk iji'.eu leesmoeder. (Wij Europ(:anen zouden zeggen klinker.) Maar de inlanders schrijven die toch dikwijls, en terécht wanneer eene verkeerde uitspraak \an het wooid aanleiding zou kunnen geven tot misverstand, zooals b.v. in bauthig (kloppen), bentwng (uitspannen), bimthiy (fort), biutang (ster), buiding (zwanger). In de dooi' voorvoegsels en aanhecht-sels verléngde woorden mag de klémtoon op de vóórlaatste léttergreep nooit zóó stérk wezen dat daaidoor onhooibaai zou worden hoe liet grondwoord luidt.

Ofschoon in den régel de nadruk op de vóórlaatste syllabe valt en daar dan ook de leesmoeder (vokaal) staat, plaatst men die aan V rind van een woord, wanneer in do \óm-laatste de toonlooze f of korte a, i of o staat, b.v.: keiv/

ocr page 167

147

(aapsoort). dep« (vadem), tand» (teeken), tandoe (draagstoel), tantö« of tento« (vast, zeker), ket« (honderdduizend), gand? (boog), gend/'• (koelkruik), gandw of gund# (een soort noten om mee te spélen) enz.

II li O X D W (i O li I) E N.

S 5. De grondwoorden hebben in 't Maleisch twee lètter-grépen; eenlrttergrcpige wooi'den zooals het relatieve /«//?. enkele substantieven als (voorwendsel), long (grafdeksel). lis (voege), gak (roem), ru of eru (een boom, casuarine) enz.. lt;le voorzetsels lt;Ji en hu en een paar tusschenwèrpsels -- zijn zeer gering in aantal, en de woorden van drie of meer lètter-grépen zijn ontleend aan andere talen, zooals 't Sanscrit, Perzisch, Arabisch enz.

Die grondwoorden kunnen niet zooals de meeste woorden van onze taal of van het Duitsch, Fransch enz. lieschouwd woiden ills tot een bepaalde woordsoort te behooren, sul)-stantief of verbum, adjectief enz. .Maar zij drukken alleen een begrip uit zonder eenige nadere liepaling van geslacht, getal ot naamval, noch van actief, passief of neutrum. Zoover slechts de beteekenis dit toelaat, kan het grondwoord zoowel verbum als substantief, adjectief enz. zijn. — Zulk eene onbepaaldheid te willen benoemen met een naam als Aoristus zou ik échter verkeerd vinden. Die benaming toch, alleen passend bij de conjugatie van verba in eene li oog ontwikkelde taal als het Cirieksch, te willen gebruiken waar sprake is van eene taal als de Maleische die conjugatie heeft, is m. i. ongerijmd. De benaming Aorist voor déze taal te bezigen kan niets dan misverstand veroorzaken. Wie ooit onderwijs in talen gat, zal ondervunden hebben dat de termen, in de grammatica gebruikeli.k, een noodzakelijk kwaad zijn, en dat die tèrmen zelden uitdrukken wat ze moesten beteekenen, en verder dat het zeer moeielijk is een juist begrip te géven van iets dat in onze eigene taal niet bestaat, zooals b.v. het verschil tusschen [itiparfml en Passc déjini in liet Fransch, terwijl wij maar één vorm voor het Imperfection hebben. Nieuwighéden te bedenken of nieuwe tèrmen te tabriceeren vind ik verkeerd: al zijn de oude tèrmen ook

10*

ocr page 168

148

gebrekkig, b.v. Xominatief, Genitief etc. — men begrijpt toch wat er mee bedoeld wordt, in geheel Europa, en sinds eeuwen. De ondervindint; heeft geleerd dat /.ij. die getracht hebben nieuwe tèrmen te verzinnen en in te voeren, in plaats van de oude en geijkte, daarin niet geslaagd zijn: zij hebben hun leerlingen geen dienst bewézen, integendeel de taairégels lastiger en nog minder begrijpelijk gemaakt, dooi* hunne nieuwe, éven gebrekkige tèrmen in de plaats te willen stellen van de oude, maar.... geijkt'- en wij wéten allen toch dat de beteekenis der woorden gewijzigd of bepaald wordt door het gebruik in het dagelijksche léven.

S 6. Bij het lézen ontmoet men een groot aantal woorden wier vorm eenigszins gewijzigd is door vóór- of achteraan lèttergrépen re voegen, of ook in te schuiven (infixen). waarliij de eerste létter van het grondwoord vaak veranderd is in de daarmee verwante nasaal of neusletter. Alvorens eene verklaring te géven van de grammaticale beteekenis dier pyaejije^u en affixfn of ■ui/li.*•''// (als men aan die benaming de voorkeur wil géveni volgen hier eenige voorheelden die de beginner in 't geheugen prènten moet, om bij het opzoeken van woorden, vooral in een woordenboek niet Arabisch-Maleisch letterschrift, te wéten op wélk stamwoord hij die zal kunnen vinden.

Aanm. Wij zullen hier maar niet spréken van het onderscheid tusschen .v/Wwourdcn en de wortel* waaruit die ontstaan zijn. omdat dit hier weinig praktisch belang heeft. Al weet men Kv. dat ka sik ontstaan is uit een wortel xih. en al kan men ook gissen of berédeneeren wat de wortels van véle andere woorden zijn men moet, om de woorden die men niet ként in de woordenboeken te kunnen vinden, alleen nit de afgeleide vormen het «temvoord weten te hér-kénnen. Den wortel sik vindt men toch niet, omdat déze in de hedendaagsche Maleische taal niet meer bestaat, men behoeft dus b.v. om penyasihaii te kunnen vinden, alleen te wéten dat men dit woord moet zoeken op kutik. Opmérke-lijk is het dat in de spreektaal zoowel als in de Maleische geschriften de «•or^V.v der woorden in 't geheel niet meer in gebruik zijn. terwijl in een der zustertalen, het Sundaneesch,

ocr page 169

14! I

nog een betrèkkelijk groeit aantal dier ('énlèttergréjiige wortels in gebruik is gebléven.

S lt;gt;'/. De volgorde van het Arabi.sch-Maleisch alphabet vindt men op de hierachter gevoegde gelithografeerde lijst; ook op hlz. 57. s 7 bij de Hollander staat een goed voorbeeld hoe de beginletters in den actieven vorm gewijzigd worden. De létters zijn: AHa. Ta, Tza, / gt;jim. Tja, H/m, lt; 'lm, Dal, / that, Ha, Za, Sm, Sji//, ('at/, Ul/ai/, /'lm, Tla, .Hu, hhaiu, A'ffü, Fa, Pa, 0»/, Kaf, da. Lam, Mini, . \ n a, Haw, Jjquot;, Nja. Men zoeke alle woorden die met een klinker lie-ginnen 0]i de A/ij' of Am (de laatste alleen als het gee» Maleische woorden zijn). Ook de woorden beginnende met Jla (stomme /) ondergaan dezelfde wijzigingen als die beginnende met een klinker.

V o o r b e e 1 d e n :

Apn* (ol' hapus) tiifni/apiiskaa — uitwisschen.

Apil act. mengapit — klèmmen, -pengapil — klèm, apil-apilau — gedrang, apil-mi'injap'ii =i'lkander dringen.

Baxuh act. m'-mhanuh. = wasschen, ii'-nihasuh ~ die of dat wascht. wasclmum. waschvrouw, wasrhwater of'ander wasch-

Taroh act. niPHarok — plaatsen, licwarcn. hi-rtaroh = bezig zijn tégen elkaar te zétten, d. i. wédden. p'-larah ofpeta-rulum — inzéf. Jiand, hrrtarohkan — om iets wédden.

Tzabit — vast, act. caus. inentzabitkan - vaststéllen.

Djatoh — vallen, inendjaUil ka n — \'éllen, kaïtjatuhau = dat, waarop iets gevallen is.

Tjakup act. wi-ntjaknp = \va\\\ïv\\ naar leis.

, Hhukum =. vonnis, tnenghhukuml-an — straffen.

Chahar = IxM'icht. iin-nijrliattarkaii = bt'i'R'hfen. p-rchatniram ka-wat = télegram.

Oapal = kunnen, vinden, krijgen, act. mv/dapat = x'miïen, pendapal = die iets vindt, begrip, ppm/a-patan- = wat verkrégen wordt, vondst.

Dhikir — lofzang (o]i Gods eigenschap]leni. Iji-rdhikir = het opzingen daarvan.

Rfdjiq = spat. meretjiq - spatten, dlperdjikinja = door hem werd besprénkeld. yfmfrHjiq = geluid als spattend.

ocr page 170

150

Zinii ~ overspel, hcrzina — in overspel léven.

Simpang - - afwijken, meujimpang = een zijweg inslaan, sim-panj-.vUmpang — telkens zijsprongen maken, simpang-xtju-r = links en rechts afwijken.

Sjam ar. — Syrië, Sjdmi — Byriër of Syrisch.

('ohhhat ar. = vriend. prrcolhhatan — vriendschap, cal/iabal. meestal beschouwd =. vrienden, hfrcfihhabat dmigau — bevriend met.

Dhaïf of Dia if ar. = zwak, broos, door de Maleiers als Uvp uitgesproken, iwudla'i/ka» of melaïpkau = verzwakken.

Th air af ar. = de omgang om de ka hak in Mekali. thahal— trom voor inhuldiging, imiithahalkan — bij tromslag inhuldigen als vorst, thmraf ook = den omgang doen.

Tlah'm. ar. ook llalim en zdJim uitgesproken — verdrukker. Ihdhir = upcnlijk. melhdhirkan = openbaren.

'Amal ar. = werk. goed werk, mengnmalkan peladjuran = het geleerde in practijk i)rengen.

(ihaib of draïb ar. = verdwenen, un'ngghaïbkan — doen verdwij nen.

Sganga — geopend. Mengangakan — opendoen, lernganga — 0])-gespèrd.

Fadhull = uitspraak, paduli of pt'rdnii = zicii bemoeien, mmi-padulikan - ergens om géven.

Pquot;fja/t — gebroken, memAfihkan — br(''keii; pin la en pukiui of pohmi beide verzoek beteekenend, vormen wèl het actief meminta en mt'mnkun dat echter gewoonlijk verkort wordt tot minta en mohon. terwijl dan die afkorting als een grondwoord wordt behandeld, b.v. hermohou = afscheid nemen.

(lahn! = welbevallig, meng^abulkan — toestemmen.

Kat! — hengel, act. mengaU = hèngelen, peugatl = hengelaar.

(riling act. mmggUing — rollen, vermalen, gUingan = schijfrad. pniggilingan. = snikerriot.-molen.

Lfipa.1 = los. mel''pankan — los maken, berlepas = zich rédden.

Malu — beschaamd, memalnkan heter, mcnibari main — beschamen. memaluï — ontzag inboezemen, kamalnan — schaamte of beschaamd, meestal - schaamdeelen.

Sink — klimmen, mfmrikkan — doen stijgen, kanaïkan — rijdier, vaartuig enz.

Waraiig act. mewarang = insméren mot warangan — arsénik.

ocr page 171

151

Uulavr/ = schuld. iiiKtifi/iiUaiii/i (i|i crnlict gcvon. ImlaiKj-pi/inta/if/ — debet, en crédit.

.hun')! = èi'iistig. mfjdqhikiin — iets (quot;■rustig opvatten.

Njata — duidelijk, menyitakan doon blijkeu. kutijiilaini — blijk, bewijs.

Aanm. Wanneer in een woord de letter ha aan 'r eind. of yquot;/'aan 't begin of midden staat , zoo ook wanneer in de spelling de letters Ilhn, (ha. Dha/, /a, tij'quot;• (W. O/nn/, Tha. 'I'la, ^ A in (ihain, Fn voorkomen, is dit eene aanwijzing dat het woord N'aii crmmdfn oorsprong is, t zij uir het Arabisch. Perzisch, Sanscrit, soms ook van r Javaansch. Hollandsch. Portugeesch, enz.

Wanneer een woord, eindigend op qoj'. het aaniiechtsel nn krijgt, verandert de qof'm kaf. l).v. van énnq — vnlgeiult' dag, jiitdn kaésokan /iirli/ja — op den volgenden dag. Her aanhechtsel kan wordt evenwél aan de y«/' evenals :uiii Mkc andere letter verbonden, b.v. van undjuq. 't act. cans, menguudynv^dn. — Q,of wordt soms klt;ij hexar geiiocnid en /v//'daarentegen kul /gt;'////.

S h/;. Yerlüi die om hunne neutrale beteekenis prae-tix aannemen, zijn b.v. de grondwoorden: = opstaan,

batuq — hoesten, dnduq — zitten, lari — loopen, datany ell idm — komen, mmpu '] — aankomen, p^nji — gaan. pulang — terugkeeren, .niKjgah — aanliggen, aangaan, h-inijnp = verdwijnen, hdnr = slapen, kwa — geraakt worden. hUamj — verliezen of verloren, itndnr — achteruitgaan, musuq — binnengaan, uiiïk — opklimmen, fnrun = afdalen, iin/al — bedenken, lapii — vergeten, hfnduq — moeten, zullen, djudi — wurden. gebeuren; toch vindt men soms metidjadi in de beteekenis van tungeeren, optreden als.... dat dan ook iets actiefs is.

Wanneer deze 66) genoemde woorden echter de transitieve beteekenis krijgen die door de aanhechtsels kim en i is uitgedrukt, zullen ze meestal ook een praetix aannemen.

o v e h woo h lgt; s o o r t k x.

S 7. In onze, en andere meer ontwikkelde talen worden de woorden onderscheiden in woordsovrh'ii, die men ook wel, ofschoon minder juist, rededeelfn noemt. Deze worden dan

ocr page 172

wrder viüyUH'UI ill ouwriiudrriijh;. d. i. dit' altijd i]i denzèlf-dcii vorm viMirkomen. en ceraudrvlijk''^ die eene wijziging kunnen ondBi'gatin, dtciiiuilic »■ n covjnyatte.

i )(• lienaniing dier zoogenaamde rédedeelen gebruiken wij gemakshalve ook voor t Maleiseh. ofschoon daar geen kèn-nifi'ki'iid verschil bestaat, tussciien wat wij ri'dedeelen noemen. Herzcltdi' wonrd kan in t Jlalelsch (altijd zoover zijne iieteo-kenis dit toelaat) gebruikt worden als substantief, adjectief, verbum enz. Dooi' de plaats die aan Mk woord in den zin is aangewezen, alsmede door lèttergrépen die eóór, achter of w het grondwoord geveegd worden, krijgt èciiter elk woord

zijne juisrr bepaling, ......lat wij zéggen kunnen, dit woord

is een xuMiiiitiel', dit een errhum of adjcctiet' enz.

Duk in onze taal kan het gebeuren dat hetzelfde woord, onveranderd, in verschillende betrekkingen beteekenis voorkomt. lgt;.v. toup! Ik loop. de /oap der rivier, de loop van t geweer! Maar war bij ons slechts nu en dan voorkomt, is in 't Maleiseh menigvuldig, niet alleen bij zulke stam-wiinrden die üf substantief nf verbum zijn, maar zélfs bij woorden die bij ons tot de onveranderlijke rédedeelen behoo-ren. b.v. lier voegwoord ipaul is in 't Mal kórfna, maar dit beteekenr ook oorzaak, zoo ook sabah eveneens het subst. oorznak. of omdat, beide ook als praepositie wegens. Dat het eerste van deze twee woorden aan het Sanscrit, het tweede aan liet Arabisch ontleend is. doet niets ter zake, want beide zijn geheel Maleiseh geworden, evengoed als kojaq of ö«v'/. die gescheurd, scheuren of scheur beteekenen, al naar dat het woord in den zin geplaatst, is.

ZA M KXÖTKI.I.INl 1 VAX KliN'VOUDIGE ZINNKN.

S -s. Kvenals de létters slechts gebrékkige afbeeldingen zijn deiquot; klanken die ons s]iraakorgaan vooi'tbréngt, zijn ook de woorden, vooral de eenvoudige stamwoorden, gebrékkige afbeelding van de zaak of gedachte. In mie weinig ontwikkelde taal als het Maleiseh is dus hoofdvereischte élk woord in den zin op zijne juiste plaats te stéllen en de gedachte zóó kort. zóó hélder en eenvoudig uit te drukken als mogelijk is. Alvorens vérder over woordvorming te spreken. zijn nog ecuiige régels noodzakelijk.

ocr page 173

153

Eene der grootste moeielijkheden voor den beginner is bij het Irzen \ ;iii Maieisch in Arab, letter dat hij niet ziet waar de zin aanvangt of' eindigt, nérgens een hoofdletter, geene leesteekens of nieuwe régels. Het eenige hulpniiddel. waardoor de Maleische schrijvers in dit gebrék te gemoet komen, zijn de voegwourd'ui. Men léze dus wat daarover gezégd wordt in s alsméde wat ik reeds in 1.S7-quot;) geschreven heb op blz. 5—18 van de Aantf keiiiiigcn (h-r Kolila dan Daniina 1). alwaar al de hoofdzaken der Maleische grammatica in een zeer kort bestek en duidelijk zijn behandeld.

Men leze altijd van voegwoord tot voegwoord, en trachte dan te onderscheiden wat in den daarfcusschen besloten zin onderwérji (subject) is. cn wat het gezégde (praedicaat). Wanneer er l)f|ialingeti zijn. volgen dt'ze altijd onmiddellijk oj» hetgeen bepaald wordt. Zulk eene bepaling is bij substantieven die van bezit (Génitief). of adjectief of bijstelling (Appositie). Op een passief verbum volgt do bepaling van 't sulijéct (dader van 't geen het vérbum uitdrukt).

In goed Maieisch mag men verwachten dat de zin zeer eenvoudig is. of zauiengestéld uit twee ondcrdeelen. voorzindeel en nazindeel, meestal gescheiden door het voegwoord mi ka. Een zinböuw met vi'le tusschenzinnen, zooals men soms vinden kan b.v. in de Mul-uta radja. verraadt een vreemden, niet Maleischen oorsprong. Gewoonlijk valt de meeste nadruk op het onderwérp, en alsdan wordt dit vóórop geplaatst, daarna het gezégde en dan het voorwerp iobjécti als er een is; bepalingen van het onderwerp, gezégde of voorwérp volgen terstond daarop. De hijwoordelijke bepalingen van den tijd r) waarop iets geschiedde, staan meestal vóóraan, die van den duur hoelang, meest achteraan, ook het antwoord op de vraag icaarlcm. of het doel waartoe, staat meest achteraan den zin.

Als hulpmiddel om het onderwerp béter te doen uitkomen dient vaak 'üu ol pun. ook vereenigd ilupmi, vooral als een

1

Vergelijk ook wat in de Derde Afdeeling van de Hollander's (Sramma-tica staal, waarin vele goede en nultige voorbeelden tc vinden zyn; jammer dat het bock al tc uitvoerig is.

f) Vergelijk dc Hollander, Hoofdst. WH.

ocr page 174

154

nieuw onderwérp ter sprake komt; een dergelijk hulpmiddel tot aanwijzing van het gfzcrjdf is liet aanhechtsel luk. Wanneer de meeste nadruk op liet gezégde valt wordt dit voorop geplaatst. De juiste constructie van relatieve zinnen (waartoe het pron. jang of het relatieve woord tampat of te ut pat = waar. waarin, wien. kan dienen), is soms moeielijk; alsdan is het béter den relatieven zin te ontbinden in twee zinnetjes, b.v.: Ada sawatu bukit, banjaq kera dijam dia-tasuja itu. Maka pada sawatu malam. satelah bulan masoq. alam pun kelam/a//. II hat a. maka bertijup/a/lt; angin ribut amat keras dengan hudjan terlalu lebat. Maka kera itupuu kadinginan: gumetaiVa// segala tubuhnja etc. = Er was een heuvel, véle apen woonden op denzelven. op zékeren nacht, nadat de maan was ondergegaan, was het aardrijk duister. Xu blies er een zeer harde stormwind met gewéldig zwaren régen. Die apen waren verkleumd, ze beefden over 't ge-heele lichaam. (Kal. dan Dam. 107, bij Hollander blz. 21.)

Den aanhef van bovengenoemd citaat zouden wij in goed Hollandsch vertalen met den relatieven zin: Er was een heuvel waarop vele apen woonden.

S 9. Terwijl de wortels, waaruit de grondwoorden of stamwoorden ontstaan zijn, moeielijk met juistheid zijn te bepalen, kan men de tweeléttergrépige grondwoorden — en ook die van vreemden oorsprong die meer léttergrépen hebben - in de woordenboeken vinden als men ze ontdoet van de afleidingsvormen, praefi.xen, affixen (of suffixen) en infixen.

In s M zijn reeds afleidingsvormen aangegeven, vooral de vorm voor het actief, zooals dit van élke létter wordt gemaakt. Die weinige voorbeelden van buiten te leeren zal meer practisch nut hebben dan het berédeneeren van de wétten volgens wélke de afleiding geschiedt, ofschoon ik ook hiervan met een énkel woord moet méldiug maken.

Er is in 't Maleisch sléchts één vorm voor het actief verbum. n.1. het praefix w, zoo ook slechts één vorm voor het neulrum (of toestandswoord), n.1. het praefix her^ de andere verbaal-vormen zijn passief.

Het praefix me (of ma. zooals het meestal wordt uitge-

ocr page 175

155

sproken op Sumatra) blijft onveranderd voor de stamwoorden beginnende met m, vy, «ƒ, / of r, j en w, voor de andere létters wordt óf dit praefix gesloten door een neusletter, en dus mem, men of m-mj. öf de eerste letter van het stamwoord verandert in de daarmee verwante neusletter. Dit hangt weer af van den aard der consonanten; voor alle vocalen wordt het praefix mt-ng (of mang) geplaatst.

Van de keelletters (gutturales) verandert de /• in ng. De zachtere g neemt hot praefix mrug aan. hetzelfde de Arabische Q^/', Ain en (ihnin. Ilha en ('lm.

Do verhémeltelètter (palatile) //' en zachtere lt;V\ krijgen 't praefix men.

De tandlètter (dentale) t verandert in nasaal n met voorvoeging van me. de zachtere '/ krijgt men: 't woord men-dengar — hooren. heeft den névenvorm menengar.

Do lipletter (labiale) p wordt nasaal m. de zachtere h krijgt praefix mem. b.v. membunuk — dooden, doch op Sumatra vaak memunuh.

De smèltlètters (li(piides) / en /• krijgen 't praefix me. Ook de halfklinkers / en w - en de nasalen ///. ng en ///. -

De sisletter (sifflante) » wordt veraiulerd in nasaal ///.

De Arabische ~ wordt door do Maleiers vaak uitgesproken als dj. maar ik herinner mij geen woord met de létter ^ beginnend, dat den actioven verbaalvorm aanneemt.

Aan m. Woorden als maalahkan in }il. v. mengalahkan. maiidjuri'dn in pl. v. m''ngad]arkan enz., die wij vinden bij Sjairh Djalu! F.ddln (Mcursiiige. V). duiden aan dat het praefix me (op Sumatm, uitgesproken ///*/) de hoofdzajxk is bij vorming van het actief, en de al of niet bijkomende nasaal als sluitletter eene nevenzaak is. zeker een belangrijk verschil met het .lavaansrh, waar de nasaal als hoofdrerehchle beschouwd wordt tot vorming van het actief.

Wanneer men den vorm der actieve verba ként. zijn de grondwoorden van de andere afgeleide woorden gemakkelijk te vinden. De m van het actieve praefix in p veranderd, VOrmt snljsfanliecen met acliece OÏ •tuljjeclicce beteekellis, b.v. pemhiinuh = moordenaar van metnhimnh = dooden. pengadjar ~ onderwijzer, van mengadjar - onderwijzen.

Het grondwoord is oncerandrrd gebleven wanneer het neu-

ocr page 176

1 quot;)(i

trale praetix ber is voorgevoerd, ofschoon deze vorm van het toestandswoord tink be of bel kan W(«en wanneer het woord begint met een r of /, óf in de eerste of tweede syllabe reeds een r of / heeft. Ook wanneer dit praefix her vervangen is door per (pe, pel) blijft het grondwoord onveranderd. Die vervanging van btr door per moet altijd geschieden wanneer men den neutralen vorm wil wègnémen, om in plaats daarvan een actieven of passieven vorm te stéllen, en ook een substantief met subjectieve beteekenis wil vormen van het verbum met //quot;/•, b.v. van berhuru = op de jacht zijn. perburu — die op de jacht is. een jager, broodjager; van bfladjar = studeeren, leereii, pp.liidjar = leerling, student.

S 1quot;. Wanneer aan de bovengenoemde woorden wéder het affix im wordt gehécht, dat eene lijdende beteekenis heeft, dan worden substantieven gevormd met passieve beteekenis, b.v. pembu-n-uliau — moord, pengadjarm — onderwijs, n.1. dat door den onderwijzer gegéven wordt, p-dadjdran = les, n.1. die door den leerling geleerd wordt, perbunian = het wild.

S 11. b'-r met (m. De woorden gevormd met praetix ber -en suffix «///■ zou men passieve toestandswoorden kunnen noemen. Deze toch drukken een toestand uit (praetix her), terwijl de lijdende beteekenis van nu meebréngt, dat men zich dien toestand dénkt als door eene oorzaak van buiten teweeggebracht, b.v. van terebcwg of ter bang = vliegen. beter-bang — vliegend zijn, maar beterbangan — aan 't vliegen ge-maakt van vélen, zooals b.v. bladeren door den wind, of vogels die opgeschrikt zijn. Van twee personen kan het ook gezégd, b.v. bertimpangantah rupav'\a laid'1 dengan peram-pnican itn =. Het schijnt dat die man en die vrouw kwalijk zaamverlgt;onden zijn (n.1. zó(j dat zij zamen mank-gaan).

S 1-. Wordt het grondwoord verdubbeld bij voorvoegsel ber en achtervoeging van an. dan beteekont dit dat over en weer geschiedt wat het verbum uitdrukt, b.v. berkasih-l-a-xikau — élkander liefhebben, of minnend zijn m l iemind wordend, Ijerpedtt-palmn = élkaar afranselen, of tegen malkander slaan, slaande en geslagen wordend. Het wederkeerige wordt ook uitgedrukt door het grondwoord met daarop volgend actief,

ocr page 177

157

ti.v.; Satelah bert emu, lain ber|tt!rang terlalu ramaj trUtq-menHvq bfiiaiigl-li-langI-kan (Si M iskin 98) = Nadat (beide partijen) elkaar hadden ontmoet gingen zij aan 't strijden, in grooten getale O]) elkaar inhouwend en elkanders slagen afwerend.

Het praetix p- of per mot affix au kan ook beteekenen de plaats waar is of geschiedt, wat het woord beteekent. h.v. pergelangan — de plaats waar de gelang (armband of voetring) zit. dus pols of voetgewricht, perdrakdn arak stoker ij. pgt;jr-arangan — kolen 1 irandorij, van aravg — houtskool, perapia» = komfoor,

Eene andere beteektuiis heeft het praetix pquot;i\ wanneer het eene wijziging is van para =deel, wat deel uitmaakt van,,, of behoort tot .... b.v, perlKivanah — iieerenstand, pernKtul'-ri of pammauten = stand der mantri's, prrampnl = deel van vieren, sap'Tiniipal (vaak uitgesproken ■vipirapdl] — 1

S l-gt;. Ih't passief affix nu gaat vaak gepaard met het insgelijks passief praetix ka. dat in 't Maleisch nooit alleen voor een woord gevoegd wordt (met uitzondering van het woord ka/fiitlaij = di' wil, en 't .Tavanisme kakaxih — beminde), b,v. kaiihatan ~ wat (p'z'vn is. of hij tc'va! g^zfn of te zien, zichtbaar, katakutan = door vrees bevangen, of ook subst. t.)evreesdheid. Vele van die sut)stantieven die in't Hollandsch op //■'/'/, 'ng, .vV of ihau uitgaan, worden in 't Maleisch gevormd met ka... au. b.v. ka r^/tda ha n = nederigheid . karapa/an = vergadering, kalaknan = hoedanigheid . karudjaiiu = vorstendom, maar in vertiale beteekenis = tot vorst verheven.

Soms geeft het suffix au eene lioteekenis aan het

daarmee afgeleide woord, dat tevens meestal verdnl)lield wordt, b.v. van ma/rix (zoet), maniKan (zoetigheden, confituren) ook maiux-viaiiixan. van hai' — geur. hau-hanan — parfumeriën, van hunga = tgt;loem, hnngaan en hnuga-himgaa'n — gebloemte, waaronder ook nagemaakte, want ook een gelijken op.... wordt door au aangeduid, zooals van anaq = kind, a na kan of anacj-anakan — pop. van knda — paa.i'd, kmhi-kuda — si hragen. hoofdbindten van een dak, maar ook zijn kndaan of kwh-kn-daau = nagemaakte paardjes,

In de spreektaal wordt an ook gebruikt met comparatiece beteekenis, b.v. hagnxan mooiei', d-kntan meer nabij.

ocr page 178

158

Het praelix ka moet wèl onderscheiden worden van de praepositie ku die richting naar beteekent, en als zoodanig ook bij rangschikkende of verzamelende telwoorden voorkomt. b.v. kadoewa - beide of tweede, l-atiga = alle drie of drrde; het is béter de rangschikkende beteekenis duidelijk te maken door het woordje jamj, jaquot;9 kalima = de vijfde.

Aanm. Daar in liet Maleisch met Arab, letter de praepositie ka evenals het praefix, en ook 't sultj. pass. 1quot; persoon kn op dezelfde wijze geschréven worden, nl. door de kaf voor het woord te plaatsen, gebeurt het vaak dat de leerling zich vergist hij het lezen. Men spreke de knj altijd uit ka wanneer het woord uitgaat op nu. en altijd /•« wanneer het woord een verbum is. zooals men dadelijk ziet wanneer het transitieve affix i of kan er achter staat. - Aw met kwi komt nooit voor. en waar in eene vroegere uitgaaf van de Hollander in een voorbeeld stond kabandingkau^ is dit fout gelézen en moet zijn knbandiiigkan.

«5 14-. Het praefix tfr voor een verbum staande, heeft dezelfde beteekenissen als ka met au. Hierbij is op te mérken dat ter bij voorkeur gezégd wordt van 't subject, ka...au van 't object. B.v. teriïhat zegt men van de persoon die iets te zien krijgt. kalthatan van de zaak die gezien wordt.

Het praefix t-r voor een adjectief of adverb beteekent. een hooge trap, zeer b.v. terbaik = zeer goed, tfrhhih. = veel meer. Dit ter wordt soms vervangen door het van 't Sanskrit afkomstige rnaha. b.v. terhesar of inaha besar — zeer groot, maha-railja grootvorst, •fang nuiha kuwasa — de Almachtige. Jang niaha talu = de Alwetende, ter met do superlatieve beteekenis van zeer is dus geheel iets anders dan het accidenteel passief. Die benaming is alleen juist, wanneer het wérkelijk beteekent iets dat toemllig, niet door den wil, geschiedt, wanneer t-rlihat dus beteekent dat men zonder bepaald doel het oog op iets vestigt. (Zie Hollander, § 18, blz. 101.) Ongelukkigerwijze heeft de H. dien naam accidenteel passief «egéven aan de beide vormen ter en ka...au, ook waar niet van iets toevalligs kiin sprake zijn. Die vormen hebben toch 1quot;. de beteekenis van verl. deelwoord, 2U. van verl. deelwoord met het nevenbegrip van toevallig, 3°. eene gerundivale be-

ocr page 179

159

teekenis, b.v. terhui-a 1quot;. geopend, 2quot;. bij toeval geopend. 8°. te openen, terangkat 1quot;. opgetild, 2°. bij toeval opgelicht, 8°. op te tillen, tilbaar. Véle woorden worden echter sU'chts met één dier vormen, niet met beide saamgesteld, b.v. ier-sebid — te mélden, nooit kanehnlan, daarentégen kapcrtjajaan— te vertrouwen, nooit tepertjaja. Van alle woorden met sub-stantivaal begrip wordt alleen de vorm met ka...au afgeleid, b.v. kahudjanau — nat geregend, iapanamu ~ door hitte geplaagd, kamdjaan = tot vorst verheven. Nooit terluuljau of' lf.radja, maar terpanax zon kunnen voorkomen als afgeleid van liet adjectief pauaa — beet. en niet van het substantief pa nas — hitte.

§ 15. Dl wordt als praefix aan het verbum gehecht om het zuiver passief te vormen, b.v. dlli/ial -- gezien worden. Wanneer ilnn nog nja (eene wijziging van ja pron. pers.) er achter wordt gevoegd, noemt men het subjectief p;issk't 8e pers., b.v. dilihatuja = hij ziet of zag, eigenlijk door hem wordt gezien, wanneer men meer nadruk wil leggen op het voorzetsel duur, bezige men oléh of olik. b.v. dimakan li kus ot' diiiiakuii olik tikus beteekent in onze taal beide opgevreten worden door de ratten, maar in het eerste geval ligt de nadruk in het opgevreten wonli'ii. in het tweede, dat dit door de ratten gedaan wordt. Wanneer Abdullah op liet titelblad zijner reisbeschrijving plaatst lurkaramj olihuja. wil hij daarmee te kennen géven dat het door krui, door hèm:cl/'\^ opgesteld. Het passieve di niet te verwarren met praepositie di die eene rust op, ///enz. beteekent. maar in spreektaal ook meestal gebruikt wordt in plaats van ka. dat richting naar... beteekent.

§ 1(gt;. Sa is een praefix. waarschijnlijk onfstaar als afkorting van het telwoord a-ia = 1 : in de meeste daarmee saam gestelde woorden is die beteekenis van éénheid ot geheelheid bewaard, b.v. sabesar, sapaudjaug = even groot, even lang, d. i. zoo groot of zoo lang als, ook = langs.

Die woorden met praefix sa (se) zijn bijwoorden. De beteekenis verschilt vaak weinig of niet met die van hetzelfde woord zonder »/, b.v. ■tiiugguli — wezenlijk, waar, zooals ook het hiervan gevormde sasuuggu/iuja beteekent, alleen komt

ocr page 180

160

dan door het praefix w en njn strvker uir dat dit woord een adverb is.

Het adverbiale wordt ook dikwijls uitgedrukt door de verdubbeling van een woord, al of niet met voorvoeging van na en aanhechting van uja. b.v. muga-mvga of samnga-mvga = wi'-nsrhflijk. wordt vlt;M'ir een zin gestMd die een wènsch of béde inhoudt.

De adverbiale lieteekenis van het praefix sa. vaak nog versterkt door het aanhechtsel uja. wordt ook wel uitgedrukt door de praepnsitie d^mian. b.v. *1quot;nijnn iiilihtja — rèclitvaardig, d-'m/a/i liiijariijii = hongerig. 1'ii il^ngan kniiu va;ik ook vóór het reeds gevormde bijwoord. 11.v. ih-ngan mljPHanija = in waarheid. ilquot;iigaii satfilai'/'ja = wdiiv al zijn krachten, /.oo goed als hem mogelijk was. dfugau sa/i'-inihnja = ten volle. — Van bijwoorden die een hooge mate, of r^/- l)eteekenen. kunnen er wel twee of drie achter elkander gebruikt voorkomen, b.V. dat 6611 bèrg trrlalu amat sangat linggi 1 sa/'iili is. ot zeer gansch uitermate hoog.

S 17. of tusschengevoegde létters of syllaben komen

in quot;t Malfisch weinig voor, door vreemden, inz. Javaanschen. invloed hébben sommige daarmee saamgestélde woorden burgerrecht verkregen. b.v. gdar of kdar = beven, wordt dooi invoeging \aii / gvlrtar of krlHar dat ook heve'ii beteekent, maar meer met fréquentatieve Imteekenis = bibberen, sidderen: in plaats van l kan ook vaak m komen of ook het Javaansche infix inn. ti.v. gmnelar of (jftu-'iar. Bij het infix am is de beteekenis meestal klanknabootsend. De letter n wordt op dezélfde wijze gebezigd, b.v. gentar en gdentar. — Ook de verdubbeling der eerste léttergreep komt énkele keeren \ooi- in het Maleisch, zooals in g^ji'idar = schéUotjes of rainmelaar aan paardentuig, terwijl men van gel dar ook liet actief verbum mfiiggnldar vormt. (Verg. S 31.)

In bovengenoemd woord vindt men een voorbeeld van do meest voorkomende infixen. Nog een paar voorbeelden zullen genoeg zijn om aan te wijzen, hoe het Jav. en Soend. infix ma. dat in die talen toestandswoorden vormt, gelijkend op ... of een geluid gevend als . . . wat het woord uitdrukt, in 't Mal. kan voorkomen; gi-iiiei-fiitjaag o\' gawraatjaag, game-

ocr page 181

Itil

rftdjn/t/. ijKw-rndjiinig beteekenen ulle lam melen, rinkinken, de dottere klinker :ils nabootsing van dotter geluiij.

Soms komt ook hij substantieven een infix l nf' «/, b.v. van t(ipalt;i = voeteooi of palm van de hand, (i-lapaq ol' h'/a/m-hun = voetbank, = handbreed, van irmpap. K'-nnnniig —

sen geele hnutsuort, van kiuiing = geel. t'dnndjiiq = wijsvinger, van liuiiljidj — wijzen. S^lmggara (ook ■K-lfiigl-ara] xim sfiif/i/nra = zorg dragen voor iets.

S I'S. Het woordje .«/ voor eigennamen of eigensciia]i].ien van personen is ook als een praefix te beschouwen en meestal met de nevenbedoeling van minachting, b.v. Si/-i/-ir = de vrek, Siiiiiskin = de schooier of arme drommel; daaientégen wordt San// gebezigd voor de namen van goden of zeer aanzienlijke personen, in de fabel ook voor dieren. Zoo wordt ook hang voor de namen van mannen, duntj voor de namen van vrouwen gebruikt, ook voortitelnamen. b.v. Sangadji = de vorst. Hang- l'/nrah. Dang-Mcrdn.

kal en tah.

S H'. Het vragend suffix kah wordt gehecht achter het hoofdwoord van de \'raag, b.v. Aknkah hapawu — lien ik je vader? Tuk is het aanhechtsel van de vraagwoorden lt;///quot; en inaiia, b.v. apa!ah — \v;it toch ? apahah = wat ?

De vragende vorm behoeft niet altijd door deze suffixen te wonlen uitgedrukt, dit kan ook gesclneden door woorden met vragende boteekenis, als b.v. apa — wat? in de spreektaal wordt meestal het vragend suffix weggelaten en bijna elke Magende zin begint dan met zonder dat men vertalen kan met wat.' Andere vraagwoorden zijn: si/apa = wie. manu = Welke? bagajniatia = op wélke wijze, hoe? tn'tapa — hoe! iiuinahala en bdamnna — wanneer? enz. Het affix kah wordt gehèclit aan het woord waarop de nadruk del A laag \alt, b.v. a hu kah. angkawkah = ben ik het, zijt (jij het bapaitmkah aka — ben ik je rad-rterwijl akukah hupamn beteekent: ben ik dan je vader?

Daar de vragende tnon bij het -iprékfn geniiegzaam aanduidt, dat de zin niet anders dan als vraag kan worden opgevat,

GoNonniji., Mnl.-HoU. Lerrh 1 1

ocr page 182

1H2

zijn (If achtervoegsels llt;'li en kak bij het sjireken overbodig, maar het vrtigêiul woorilje «//lt;' ot tuulere vraiigwoorden wor-deii toch wèl gebezigd.

Voorbeeld. Maka kata knra- kapada gagacj itu: Ka-mana'tv//' tuwanhamba per^i? Sakijan lama ini tijada kali-hatan. AdaXra// tuwanhamba balk'.' Maka sijapakah jang datang serta tiiwanhamba ini? ilan xijujial-a/i namanjaquot;.' (Pinitj. TamL 74) = De schildpad zeide tot de kraai: Waar zijt gij heengegaan? de/.en geheelen tijd lang dat ge niet te zien waart. Zijt se welvarend geweest? En wie is het die daar niet ii is gekomen. en hoe is zijn luuun

()ok zonder vragend affix zou de vraag duidelijk zijn door liet vragend woord n-aar/t- i achteraan te plaatsen ; tau-anhamJm /)lt;?;•lt;// kiiniiiiiii. en hiükkah !mmuhamhazou ook een vraag naar den welstand geweest zijn. maar nu is het sierlijker gezégd; Zijt Lüe wèl in goeden welstand geweest.' is dooi liet

vratrelid tochte vertalen, dus apakah = wat? apalah - wat tOch? Maka kalei lnqsainaiia: (i/jiilul (Niem. 11. •)( ) =

De laqsamana zeide; Wat verkeerds zou daar toch in zijn?

S i'i i. De vormen waarmede substantieven worden saam-gesteld zijn het aanhechtsel nu. soms verbonden met het praelix ka of liet praefix tpein. pen. peng). Au heeft die passieve beteekenis die in onze taal uitgedrukt wordt door het achtervoegsel .«'V in maak-ve/ = hmcafaii. ofschoon ook andere achter voegsels als ons If.ul, dun enz., die in t llollandsi li dienen om substantieven te vormen, door het affix au bij Maleische subst. vertaald kunnon worden.

Voorbeelden : iugalau — herinnering, a/itpcya// ofsa/i/j/ajlt;m = kapstok of rèk. van a/tipaj of ■san/paj = o\quot;er iets heen hangen. ampulaii = overstrooming, van an/jjuh — overstroomd. Van awhlu. act. Difiigauihiii — Op den mg dragen, amhiuan = wat zoo gedragen wordt, b.v. een ransel.

Ka ...au wordt veel gebruikt om van verba of adjectieven suiist. te vormen, b.v. kadjadiau — het ontstaan, wording, van djadi = worden, kudjahalau — slechtheid, van djahat -slécht. Maar bij woorden op déze wijze afgeleid van verba, moet men er op létten ot het woord in den zin een substantief is. of wel het geheel op dezelfde wijze gevormd ver-

ocr page 183

163

Icdf'ii (leelwoord. in6t bctoGk^nis \';iii (iccideHfavl zrir»

is b.v. kadatangan mu-siih niet = de knuist van don vijand, maar overvallen door den vijand. Kadjatulan niet = de val, maar dat men getroffen is door iets dat neerviel. Kamahian k;ui wel eens beteekenen sc/iaamtn, maar daarvoor ijezigt men liever het grondwoord main. terwijl kawalnan meestal betee-kent de schaamdeelen.

I'quot; ■ ■ • b.\. pquot;li(hn\tii = slaap] ilaats. p^tiraman = oestBrbaiik. lipgantiuigaii = de plaats waar gehangen wordt, galg, schavot, pekarangan = èrf (met een muur daarom van karattg = koraal), p-'kajmrav = kalk potje of kalkbranderij,

P''kitd]avgaii = km'i'ng — beschut gedeelte n]) een vaartuig een soort kajuit, d. i. dat gedeelte waar een kadymg of dèk-mat overheen ligt.

pHthpan = speelhuis, waar het chineesche dobbelspel Cup wordt gespeeld,

maar slechts /.Mden komt deze afleiding beteekenend, de plaats waar is of gescliiodt wat liet grondwoord uitdrukt, voor, in vergelijking van de véle afleidingen van per met an. pem. pen. peiig met an. waarvan eerstgenoemde gemaakt is \an hot toestandswoord met her. laatstgenoemde van de actieve met me. In de eerste vervangt de p de letter b. in de laatste de p de letter «/.

Voorbeelden;

perljintadn = kommer, van hnijinta - hcknminerd zijn. pt-ln-jaran = zeiltocht. van belajar ■= zeilen.

perolihan = dat wat gevonden of verkregen is. loon, van herolih,

penglihaian = het geziene, gezicht (als zintuig), inzicht. Dit woord wordt nok wèl uitgesproken pengaUhalan. als afgeleid van kalilatan.

perlipatan =i'impels. van berlijjat = niet plooien.

pertjaharjan en pentjahanjan = kostwinning, van tjahari— zoeken,

pe.nghadapan = audiëntiezaal, waar men vóór den vorst verschijnt (menghadap) ^

perhatian — opmerkzaamheid.

penghalman = einde, peramburan — zijsprongen . pengatnbnran = zaaiing, bestrooiing, van hamhnr — uitwerpen. Dit is een goed

ocr page 184

KU

voorbeeld van de beteekenis van 't iuimusitiew vèrbum bn-hawhur in het daarvan afgeleide subst. en insgelijks van wiKjhamljnri (het transitief vriiiiuni met daarvan afgeleid subst.

HET Al'TlEF VOOUVOECSEL Mquot; KX HE AAXHECHTSELS kan EX i.

S 21. Daar door verschillende personen zeer verschillende beschouwingen en omschrijvingen zijn gegeven van het be-irrip ac/'r/\ moet ik op den voorgrond stellen, dat ik. na 3-gt; jaren hier in Delft de Maleische taal omlerwézen te hebben, aan véle honderde leerlingen, nog geene réden gevonden heb af te wijken van de détinitie die ik van den beginne af ge-géven heb, die ook in den eersten druk van de ..Kalila dan Daminaquot; en in mijne „Opstellen ter Vertalingquot; te vinden is. n.1.: dat het actiefin 't Maleisch uitdrukt eene hanileling^ en als zoodanig een object heeft, dat meestal ook genoemd is, ofschoon het wel verzwegen hun worden, vooral wanneer in het verbum zelf dat object reeds genoemd is. zooals b.v. iiiquot;rquot;ilt;iq = barsten, of merehtl id., waarin de barst object is of mcrfdhi ~ berispen. waarin de berisping object is.

Enkelen hebben mijne definitie niet begrépen, misschien wel opzettelijk misverstaan, omdat hetgeen ik zeide zoo eenvoudig was. zonder het groote, dikke woord ..wetenschappelijkquot; er bij aan te wénden, zoodat ik later nog eens er op wijzen moest, dat ik gezégd had dat mijne definitie geldig is. zooals uitdrukkelijk vermeld, voor het actief ..'m 7 Mnl-iscir met het praefix m'-. maar dat ik niet beweerd heb dat dit voor alle talen hetzelfde is. dat b.v. in 't Sundaneesch woorden als ngagavltDifi = hangen. vgaguler = liggen, geheel den actieven vorm hebben, ofschoon het ons onmogelijk is daarin eene innd'-ling te zien, zoodat het voor 't Sundaneesch juister zou zijn de benaming adicf te vervangen door snhyH'if/^ wanneer dan niet de zwarigheid ontstond hoe men alsdan de verschillende soorten van passief van elkaar zou moeten onderscheiden door benamingen die béter en juister zijn dan de thans gebruikelijke?

Bij het begrip van haiul-Ung stéllen wij fins in den régel voor dat degeen die iets dod. dat ook tril doen, dus een op-

ocr page 185

1 lt; 55

■/èt, vérder dat die daad een uitwerking iieeft - een objèct. Voor bewégingen of verrichtingen, niet afhankelijk van den wil, of zonder opzèt geschied, komt dan de benaming lt;wci-drndeel passief voor de praefixen l'-r ot' ha met lt;/// iK)k béter tot haar récht.

Sommigen spréken van een actief iutraii*Uii-f. of omgekeerd ook ijitransiliif aclief. doch de woorden in quot;t Maleisch saam-gesteld met me (mem. men. meng) zoo te noemen is eene groote dwaling, geschikt om den leerling van den réchten wég af te bréngen. - Het moge waar zijn dat in de zustertalen (Javaansch en Sundaneesch b.v.1 een actieve vorm. door praefix of nasaal kan gegéven worden, aan woorden die geen actieve of transitieve beteekenis hebben, maar in 't Maleisch is dit u'vl het geval. Daar drukt de actieve vorm wel dégelijk uit. dat aan een W/v//' eene haudrling. een (Iaën of makeu gedacht wordt, dat dus altijd tTdii-iitief is, ook lijj woorden zonder het aanhechtsel kan of i. Duidelijke kenmerken van het actief ziet de leerling zoodra hij een passief (met di) er tegenover vindt, of vragen kan naar het object, naar wal? Het actief in 't Maleisch is geen fictie, maar wérkelijk het b^lrijcemle; het is zonderling hoe b.v. (ierth van Wijk het verschil tusschen het actieve m-. en den toe-standsvorm her niet behoorlijk kan onderscheiden, het verschil is toch gemakkelijk aan te wijzen door te zéggen, de vérba saaingestéld met praefix me beteekenen een doen of makeu en die met praefix her een zijn of bezig zijn. b.v. mem-buwal rumah = een huis of huizen (als objéct) bouwen, berbn-wal rumah = huizen-liouwen. zich daarméde Viezig houden.

Het actief praefix me (mem, men, meng) wordt vaak verbonden met de achtervoegsels kan of /. Men heeft kan het causatieve affix genoemd, eene benaming die goed is. wanneer het daa.rm(''de saamgestélde vérbum wérkelijk een c^roarzaken, maken enz. uitdrukt, maar onjuist in de véle gevallen dat kan niet die beteekenis heeft, maar énkel aan het woord gehécht is als wijziging van de praepositie akau. Zoo heeft men i het transitief genoemd, daarbij) vergetend, dat élk causatief verbum ook, uit zijn aard, overgauheJijk is. De waarheid is toch dat kan en i beide aanwijzen moeten hoe lt;le werking van subjéct op objéct overgaat, of 't een diréct

ocr page 186

166

of indirect olijèct is, maar niet dat het overgaat, want dat. blijkt uit de bfieekenis v(in 't ecrbimi.

in de latere uitgave der IA//. Spraa/,•kunst van Dr. de Hollander wordt zoowel het vèrbum met aanhechtsel kan als dat met / (nvi/dfi'-f génoeind. Hij heeft daarmede m. i. geene verbetering gemaakt en had liever de benaming causatief maar moeten behouden: nu zullen de leerlingen, nog minder dan vroeger, verschil tusschen ka// en i begrijpen. — Ook lirengt de henaming /ra//.i//ifj. nu aan beide gegeven, vélen in de dwaling dat de daarmee saamgestMde vèrha acti?/ zijn, en dan kost het moeite hen te doen begrijpen dat de vraag of een verbum in actieven of neutralen of passieven vorm zij. ;//quot;/, afhangt van het am/hfchtx'-^ maar wvl van liet /n-aejlr.

Wat de H. in zijn s 8. Idz. en 60. „Werkwoordquot; noemt, had hij liever acti-f rrrbn/// racieti'U noemen, dan zou hij misschien bewaard zijn gebléven voor vergissingen als op hlz. tilt. waar hij de onbegrijpelijke leer van een „toevallig transitiefquot; verkondigt, eigenlijk strijdig met de déti-nitie in dezMfde s S gegéven van het „quot;Werkwoordquot; (actief) als eene wérkelijke laz/delh/g: dan zou hij daar (hlz. 60) gaan fii staan, twee zuiver neutrale. uiH actieve verba, niet hebben vertaald met wndjalai/ en érger nog mendiri! een fout die bovenaan hlz. 62 nog herhaald is.

Vergelijk s o/y over de wijze hoe me voor élke letter van 't grondwoord gevoegd wordt.

S iMtf. Soms wordt een vérbum alleen met het praefix gt;/ie verbonden, waar wij volgens de beteekenis van het woord de aanhechting van i of kan zouden venvachten. h.v. mfnya-pur = met kalk bestrijken, kalk strijken iets. als li.v. een blaadjt^ sirih, misschien wel te beschouwen als eene verkorting van mengapun. == schubben, n.1. een visch ca// de schub

ben (sisiq) ontdoen. Me heeft ook de beteekenis van do hoedanigheid vertoonen van 't geen het grondwoord uitdrukt, b.v. memhafa = de hoedanigheid van steen vertoonen, steenhard zijn, zelfs in samenstellingen als: tertawa membatii-rnhuh = lachen, zoo luidruchtig als het instorten van steenen, van babi buta — blind vai'ken. membabi bnta = zóó onbesuisd handelen, ook Idindemannetje si)élen. Voorts de richting uit-

ocr page 187

1 i'u

gïuui van 't «reen 't grondwoord uitdrukt, b.v. van /alH zee. mp/ai't zeewaarts iraan. van li/ir - ltenédenloo]i der rivier, mr/if/ilir. (bij zjinientrekking i/ii/in = naai' den lieniMlcnlnop of de benédenlandfn gaan. van «r/Zy = bnvenloop der rivier iiigt;'iii]u(liti. df' iiiquot; iidl(i — niudiii — naar de Imvenlanden «d den 1 (ovenstroom. in^nildrul — landwaarts gaan. Van ■Kihrranfi overzijde, hk'hjahenuig = naar den overkant van t water gaan. enz.

Zij die verlegen zitten met de vraa^ rif van een verlinm de actieve vorm. met m-. kan gemaakt worden ot'niet? die zich behoeden willen voor fouten als bovengenoemd mmda-tanij t'ii nifiidiri. kunnen die vi'aag beantwoorden door eene andere: bi-staat het daartegeunver staande i'assief? diAalaug en didiri.' Neen! Dus ook geen actief, i'venmin als wij in 't llollandsch kunnen zeggen: ik word gekomen, of iiij wordt gestaan. Wat bier sommigen in de war brengt, is dat men van het on]uTsoonlijkr met her woordje ..rr in onze taal altijd een passieven vorm kan maken, ook van elk verbum neutrum, men km zeggen ..er wordt geslaiienquot;. .er wordt gestaanquot;, hoewel biude slrcht Hnllandsrh zijn, maar toch in geval ik tcord geslapen. Dus. al die verba waarvan men geen zuiver passief met di ot subjectief passief, d. i. met persoon nf pronom. bij het verlium vindt, hebtien ook mnge-keei'd geen artieven vorm met w noch neutralen vorm met bn.

Ofschoon wij als régel aannemen dat een actief vèiimm ook in passieven vorm kan wnrdeu gebracht (door di te plaatsen voor liet grondwoord) en vérder, dat men alles wat in actieven vorm gezégd wnrdt . ook zéggen kan in liet passief, wanneer men n.1. liet logisch voorwerp (nbjécti maakt tut onderwérp der rede (subjéct) zoo vnl^t hieruit geenszins dat dit in de wérkelijkheid ook altijd geschiedt. ij kunnen b.v. zeer goed zéggen: Kidj'nig itn wenangkap tikus = Die kat vangt ratten, en ook omgekeerd Tikns Hu dUnngkap kiitjing of oli/i knljii/g = Die rat (of ratten) wnrdr (wordeni gevangen doiir de kat (of katten). IMt beteekent wel is waar beide hetzélfde, maar toch is liet niet onverschillig, wélken vorm men kiest. Als men op lier subjéct, de kat (kutjing itu), den meesten nadruk wil léggen, kieze men den eersten subjectieven of actieven vorm, maar als men op liet object.

ocr page 188

ItiS

de rat i)l ratten (tikus), nadruk légt, den objectieven (pas-sieven) vorm. Nu zijn «*// gewoon in ons spivken of schrijven Hi voorkeur den actieven vorm te kiezen, terwijl daaren-tt'gen de Maleiers aan den passieven vorm de voorkeur geven. Wij zeggen b.v.: Ik koop (of kocht) een paard, en kn.m-H ook wM schrijven: „een paard werd door mij (door u. door nem) gekochtquot;, maar zelden zullen wij dien vorm kiezen en in het spréken bijna nimmer. Bij Maleiers is eene uit-drukking als akn lilul of. vooral in geschriften . kulihnl de meest gewone, terwijl het ons vreemd in de ooren zou klinken als iemand zeide: ..Door mij wordt gezienquot;.

Bij de verbinding van mf met een woord dat met een vocaal begint wordt dit soms saamgetrokken, b.v. van /quot;//y = bovenlanden of bovenloop eener rivier komt uihiVki - naar de bovenlanden of den bovenloop eener rivier op ijaau, vuren enz. liet oppositum is w/AV = stroomafwaarts varen, gaan enz. van hhr. waar\'an de zachte h niet hciorbaar is. wanneer echter die aspiratie, hoe zacht ook. hovrbaur wordt uitgesproken. dan moet liet actief geschréven worden nivngiilh-. niet iir'ntiilir — aanzétten, scherpen, van een més of wa]ion. van r grondwoord kllir. Zoo van ash/ = brak, zilt. zout van smaak, ma-ni/ — dien smaak hebben of toonen. Van asigt;/i/ = atzlt;mderlijk. iiia/intj. gewo(mlyk immug* = elk afzonderlijk.

S -\Ik Het achtervoegsel kan wordt vaak het camafiec genoemd. Deze benaming kunnen wij gemakshalve behouden, mits wij in 't oog houden dat zulke namen van grannna-tische vormen maar zélden in de létterlijke beteeki'uis juist zijn. Siims beteekent dit kan wérkelijk een rewurzakfu. of nuik-n tot hetgeen het woord beteekent. b.v. mpndjalaukan — in ganir brengen. doen gaan. memhernrkan = groot maken, maar e\en vaak. wéllicht nog meer. komt kan voor, alleen als afkorting van de praepositie akan. aanwijzende dat het daarop volgende ohjlrl is.

W anneer kun in fiiji-nlijkfn zin caumtief is dan heeft het een tlirrrf u/j j (■lt;■/. maar wanneer het eene afkorting is van akan dan heeft het een indirert nhjl'ct. even als het achtervoegsel /, vaak het Iraiixiliev genoemd — eene benaming die evenmin juist uitdrukt wat de bedoeling is. Beide achter-

ocr page 189

1(59

komen daarin overeen dat zij wijzen op een uljjW-l. liet verschil li^t. daarin, dat i altijd een ivdirl-d ohjlrt iieefr. dat liij vertaling in 'r Hollandsch 't bést wordt weergegeven door het voorvoegsel Iw of door een voorzetsel, kv. nif/iyasiki = beminnen, nii-iidjalaui =. ^wandelen of wandelen oj*...

De- verba met den uitgang ka// of i hebben altüd 'ene overgankelijke beteekenis. Beide aaidièchtsels géven eene aanwijzing hue de werking oj) het olijèct overgaat. Ib't ovt-r-gankelijke ligt in de beteekenis van het vtrhum. niet in kan of i.

Wanneer tan. ni-l de zuiver causatieve beteekenis heeft. maar gelijk staat met atnn. wordt het moeielijk met juistheid aan te wijzen waarin het verschil bestaat tusschen dat tan of atan, met i. Immers de «ivereenkomst is dan zoo groot, dat beide vaak verwisseld worden, ja dat zelfs in de spreektaal te Batavia tan en / beide vervangen worden door één suffix in. waarbij dan, zooals in de spreektaal meestal geschiedt, het praelix wordt weggelaten, b.v. hitin eene ver-lias tering van nn-inhaiti en memha'ittan. |iir hitin beteekent zoowel maken, als verbéteren, aan iets wat maken.

Men kan wèl zeggen dat men bij een :atquot;hjt object bij voorkeur tan bezigt en bij een p'-rsountijt nljjirt bij voorkeur/, maar de vvèt der wèlluidendheid (naar 't gevoel der Maleicrs) heeft ook hierop veel invloed, zoodat een vèrbuin dat reeds op i eindigt, wel tan aanneemt maar geen tweede i. b.v. ///quot;'iianti/v///. zoowel tels als oj) i-mand wachten. Men zegt wèl mendiritan, nooit nmndlrn. \'aii xendjahiaiKj — ritueel geiled, maakt men m'-njhttiliaIjan(jtan en nieny-mhahjaniji =./wWi gebed uitspreken uver iet/S, ot vuor iemand.

ii k s r r i x i-; n.

S 21c. Kan en / of i en tan mogen nooit te zamen aan één verbum worden gehecht.

De actieve vèrba, uitgaande op /. staan vaak in verband met substantieven uitgaande op an. b.v. iiie«'//'/-i = bestijgen. Xv/naikrf// = dat wat bestégen wordt, een rijdier, voertuig, vaartuig; maar niet altijd is zulk een met ta...an gevormd woord (dat van een vèrbum met me... .i afgeleid wordt) een

ocr page 190

17i»

sulistantief. li.v. v:in mi-muiiaï = aan iot.s of iemand een naam geven, knmt k-aiiniiiaiin. dat \vM beteekent iemand wien een naam gegeven is. maar alleen als beroemd, vermaard, niet als substantief. Zon wordt van datang = komen, liet trans, ver-luim meudatangi afgeleid = overvallen, n.1. een vijand, of iemand onverwachts overvallen, maar kudatangan als solist, wordt alleen gebruikt in uitdrukkingen als melawnt l-adatangau — een welkomstgroet lirengen, voor zijn zegt \\\qw daUmg-

njd en hfiddtnngon is — overvallen, verl. deelwoord .Kalaparan — uitgehongerd, honger is lapar.

A a u in. Van een woord dat eenc hoedanigheid iieteekent (adjectief en adverb) kan men door verbinding met ka...au substantieven vormen, b.v. kah'-saran = grooth(üd. grootte, kahquot;iiartiti — waarheid. lt; )ok van substantieven, b.v. van radja = vorst, karadjuau - vorstendom, terwijl ditzelfde als verl. deel-wuiird beteekent: ten troon verheven. (Zie ka en ter s l-t-i Men wachte zich voor de dwaling dat van alle woorden substantieven te maken zijn door verbinding met ka ...au. kadi ug ia, m is b.v. wèl = verkleumd, maar niet koude als subst.. kapaaa-nm = verhit, lijden door hitte, maar niet hitte als subst.

Kan en i komen beide voor in de Holl., blz. ti8: Maka dititahkan nabi Allah /)T-iji'ik(ia aèr itu kapada barangsijapa jang sakit maka diperbuwat oranglah saperti sabda nabi Allah dan segala orang jang dipen'tjikiaja aèr iin sabeuarnja-lah penjakitnja itu pnn hilang = Door deu profeet Gods werd last gegeven dat water (direct objèct) te sprenkelen opalwie ziek was. Men deed naar het bevél van den profeet ; en alle lieden waarop (of op wie) dat water door hen gesprenkeld wérd (indirért objéct). waarlijk hun ziekte verdween. Zón zegt men ook meudiiidiugi dari pada pain = beschutten t('-gen slagen (b.v. door die op te vangen), maar panas mata-hari didiudingkan perisajku de hirte der zon wordt opgevangen door miju schild. (Holl.. blz. S4. r. 8.)

S -1'/. Voorbeelden. Daulagi memariijmi dan menghhiu-k am kan atas sakalijaii rajatnja dengan sabenarnja (,'Ali 2) = (11 ij i deed oek Diiderzoek naar en sprak recht over al zijne onderdanen naar billijkheid.

njangankan kita me/awau dija, memaiidang matanja pun

ocr page 191

171

takut rasa I ij a = Wel vèri'e van hem weerstand te bieden, voelen wij reeds vrees hem in de oogen te zien.

Sambil mt-njvtihah dengan hhormatnja (/'. 30) = eerbie-diglijk zijn onderdanig complinirnt makende.

Maka paK'k djawaijlah dengan patrk M-iiiljrsarl-an serta w-iniiljakaii akan gagah perkasa tuanku; maka apal)ila diden-garn.ja, maka marahlah (ija) serta niriiista-iiista tuankn dengan berlta^aj-bagaj perkatailn Jang kedji \P. 80) = Kn ik gaf antwoord terwijl ik de kracht en den moed Uwer Hoogheid verhief en verheerlijkte, toen werd hij boos en schimpte gedurig op u met allerlei vuile gezégden.

MaJ pelanduq, djika sabelom aku nn-mhiiiiiih sateruku itu hhanimlah dagingmu itu kapadaku. marilah seger;ihlaii ang-kaw undju(|kan tampatnja itu kapadaku (/'. 7'. 311 — Wel dwerghert, zoolang ik nog niet dii'ii vijand van mij gedood hel), moge uw vleesch voor mij verboden zijn.

Maka radja pnn nifinberi persalin, pakajan Jang indah-indah diberikan baginda kapada zahid itoe il'. l;-!.S) = De vorst gaf hem gesdiènken, kostbare kleederen werden door Zijne Hoogheid aan den boeteling gegeven.

Satelah lain dari pada riga hari bahai'ulah Amir ITamzah iiirinljiikiii-aii matanja duduq makan mimnn ajar (./. //, = Nadat er drie dagen verloopen waren, toen eerst opende A. H. zijne oogen en zette zich om te éten en te drinken.

Adalah kahendaq radja hamba un-i/ijnr* iiiljalikaii dija akan djadi isteri radja Iskander (S. Mal. 8) = Het is de wil van mijnen koning haar hem aan te bieden om gemalin van koning Alexander te worden.

Dan segala pahalawan Jang gagah-gagah iif/KjiiliHiiyi tachta karadjaan baginda {S. Mal. 8) = En de sterkste helden omringden zijnen koninklijken troon.

Satelah sudah kita ui-nljari-tjuri bakal-bakal. kita kun disitu (P. Ahd. 112) = Xadat wij allerlei proviand zullen hebben opgedaan, zullen wij hem daar afwachten.

Maka manteri Jang tertuwah diwakiUv/// «/-niegang nagaii ('Ali 33) = De oudste mantri werd tot wakil (landvoogd) aangesteld om t land te besturen. (Men lette op dit voorbeeld ook om de spelling l'-rtnwn/i — oudste met //. Bij de Maleiers wordt in wèrkelykhcid niet het verschil gemaakt

ocr page 192

russclleu tocu-ah en lo^/m, dat Kunipeanen er in gezocht

hebben. Uit woord, in het Minangkabawsch-Maleiseh inu, is ook aldaar liet opposite van mmlb. d. i. mi/i/u ot mudah in 't gewoon Maieisch. waarbij men (■ven willekeurig een onderscheid geinatikt heeft, ijewérende dat het eerste Jong, het tweede licht, gemald-el ijl- /.(in beteekenen. In werkelijkheid is tua-ah alwie of alwat rer gevorderd is. in jaren, kleur, lt;leugd t-n/... iiinduli is het tegenovergestelde = w///. lichf en/..)

Maka Pandji pun menjnnili meiiganilnl gam bar itu. Serta datang maka dikmal olih anaq Bangga seraja katanja: Inilah gam bar jang dmtnih olih raden puteri tnlii kapada patèk tuwanku. Patèk tijada tabu Ifndnq dipfrhiucat apa. iA. JU. 104.)

Jni orang dagang baharu datang hendaq memivta '1 gideqah gua luiat kawan iierdjalan {Uil Ahd., Niem. II. 24) = Dit is een pas aangekomen vreemdeling die om een aalmoes wou vragen, ik heb hem tot gezelschap op wèg meegenomen.

A a ii in. In plaats van m^miida - ware hier beter geweest het voor bédelen meer gebruikelijke miiita-mida. In de spreektaal gebruikt men toch geen praefixen waar het niet noodzakelijk is. Uit de uitdrukking gmt bent blijkt tevens dat het Chineesche woord gua niet. zooals sommigen meenen, uitsluitend Hatariaasch .Maieisch is, maar nok elders in de spreektaal voorkomt voor il-. Het Chineesche woord loe voor jij. jou is zeer (inbeleefd. maar \\wdt évenzno door Abdullah gebezigd.

Vertaal. Djikalaw tijada dapat kita lawan akandija maka haruslah kita berchidmat akandija dengan meugerdjakau pekerdjaaunja. \P. T. 88.)

Maka sakalijan ikan pun sukatjitalah hendaq berpindah kasana. serta melompal kadarat iiieiidapidl-agt;i bange» itu. (P. T. ■ló.j

Haj Seri Kama iiigatkanlah meua/iglcisl-au anaq panahku ini.

Djikalaw Seri Rama itu tijada maü mengubahkau nainanja itu dan tijada maü menerut kataku ini, sungguh aku leu-ii'jupkaiildli dija dari dalam dunja ini. (Rama. Holl. 41.)

Pergilah tuwaiihamba mmpnjl-a// kajiada inaharadja Puspa Rama itu: Adapun akan nama hamba itupun telah dianuge-rall-aii nlili déwata mulija raja dau tijadalah hamba maü mengubahl-an nama hamba ini. (Holl. 42.)

Apa gunanja meng hid upkau orang jang djahat? Maka sarasa membunuh orang jang balk. {Kal. 120.)

ocr page 193

Hendaqlah segala orang jang budiman memcliharakan dirinja dari ]gt;ada upaja .satcrunja dongan iifiigambil ibarat dari dalani mitzil ini. {Kul. 25quot;).)

Baïklah tuwanku liorangkat scrta segala rajaf supaja kita hahiskan sakali segala qawm kulawarganja djanganlah kila tiiKjgalkan haraug saèjkor djuwa pun. (De hier gebezigde pron. pass. vorm is het tegenovergestèlde van 't act. mmg-habiakan en ilifniiiggalkaii.)

(Voor de oplossing zie men de vertaling Mal.-Holl. hierachter.)

Z U I V E K I' A S S 1 E F M E T lil.

S -2. In den ri'gel r-rjuit tegenover den actieven vorm een passieve. De vèrba die met mf (mem. men. meng) zaam-gesteld worden, hebben dan 1°. êen passief', gevormil door als zooi'ven gezr^d di te plaatsen voor het grondwoord, dir wordt het gewoon of' znicer passief genoemd als ti%ri'iisr('lliiilt;i van actief'; 2°. het ]iassiet' waarliij het snhjn-t. hetzij een naamw. of voornaamwoord, verbonden is met het verbum (zie S 19). dit wordt ■•inhjl'dief pti.isii'J' gciKicinil in tr^genstrlling tot 8°. het nbji'diff passiefs n.l. dat gevormd door het praefix ter, of' ka met lt;///. Alle drie zijn weer onderscheiden van den passieven grondvorm van zoodanige vrrba die ook een actief en neutrum hebben, b.v. in den vorm Vihat olihmu -dat door u gezien worde, zie eens. kan ühat niet anders dan een passief zijn, omdat een actief of'neutrum niet denkbaar is. verbonden met de praepositie clih — door. - • gt;p die vrij talrijke grondwoorden (s ''gt;^) die nooit di-n actieven vorm met me. noch het neutrale her. noch een passieven vorm aannemen, is de onderscheiding in actief', neutrum of passief natuurlijk ook niet toepasselijk, is 24.)

Wanneer van een verbum neutrum (met bn zaamgesteld) een jtassief gemaakt moet worden. wordt dit her eerst vervangen door per. b.v. ilip'-rhuivai -- verricht worden, van her-bnwal = verrichten. Di mag niet vereenigd worden met her. noch met de passieve praetixen ter en ka 4- an. Hierop zijn uitzondering enkele woorden, /lendaq, (Hjarn, tu/in, takel, die hun afgeleide vormen niet maken van 't grondwoord, maar van kahendaii = wil. begeerte; kadijam, katuhu, kataknt zijn

ocr page 194

174

qeen woonlfii. maar t'iikfl iifleitliiigsvomien. li.v. dikalukuli marika iru akan samanja manusija dan t\yA(\amp;-ilikatakiiü akan Allah ti'uila i Kul. 187) = Door hen wordt vrees gevoeld voor hun (■vtiimenschcn. en geen vrees gevoeld voor Allah.

S 22«. Voorbeelden met ili. Maka apabila rfidengar olih radja Singa itu akan perkataftn pelanduq itu maka inakinlah marah ija saperti api bernjala-njala serta menggi-git-gigit giginja (P. T. 81)=T(;)en door koning Leeuw werd gehoord wat dat dwrrghrrt /.eide. werd hij nog meer boos, evenals een opvlammend vuur, terwijl hij gedurig op zijn tanden beet.

Dmiua ditiham , dist ui dipnhd = Daar werd gestoken . hier werd geslagen. (////■ Altd.. Xiem. 11. 7.) l it dit voorbeeld /.iet men tévens, hoe uitdrukkingen als ons: hier en daar -links en rechts, en/... meestal in het Maleisch andersom worden ge/.ègd. 'IVvens ziet men in dit voorbeeld het gebruik van de praepositie di — in {praepositie van den datief), antwoordende op de vraag waar' en van het passief praefix di.

Laüt jang dalam iru ilapat didngn. maka hati manusija dapatkah dikaluhiii.' (Pm/fj. T. 44i = De diepe zee kan wor-lt;len gepeihl. maar het hart der mensehen kan dat wel be-grépen worden?

di-—i. Siapa jang disul-di olih orang banjaq inendjadi radja? (Pd. AM. KkV) = Aan wien zou door de meerderheid de voorkeur gegi'ven worden om vorst te worden?

Maka dengan sigeranja disahidinja = Spoedig beantwoordde hij het (of gaf hij hun antwoord). [Hik Ahd.. Niem. 11, 13.)

Ijapun mcmdnpi tubuhnja dengan rambutnja (.Hik lias) — Zij bedekte haar lichaam met haar hoofdhaar. (IV Vertel-lingp/i, blz. 2.i

Wah I sija-sijalah segala ilmu pirasat ini kupeladjari = Ach, geheel vergeefs is deze geheele gelaatkunde door mij bestudeerd. (.)/quot;. fjeesb. 87.) Adalah terbanjaq dari pada segala ülema jang mengalahin ilmu pirasat itu di beuuwa Jaman djuwa (.)/• Leesb. 89) = Het geschiedde dat het meerendeel van de geleerden, die met de gelaatkunde bekend waren, alleen in Jaman woonde.

ocr page 195

Serta (lengan (lisidiq-siilik'uija tijap 2 imika orang Jang tidur itu (.1/. Lersh. 39) = Terwijl hij nauwkeurig elk gezicht der slapers bekeek, ivarana hhakim itu iin-iigobati aegala penjakit i )/. /ygesi. :34-) = Want de doctoren geven médicijnen voor de kwalen.

(li—l-an. Bai'ang apa kahcndaqnja kapada iateri orang, atawa anaci - orang didalam nagarinja. dilakitkaiiiijah h. tijada bolih ilUrgulikaii ('Ali. lil/.. 2) = Wat ook zijn lusten waren omtrènt de vrouwen of' dochters der lieden in zijn land. daar gaf hij aan toe (en) quot;t kon niet holèt worden.

Sijapa jang inengainbil amas jang i/Kamil-a/i kapadamu itu? 11 i!i = AVie heeft het goud wèggenomen dat aan

u in bewaring werd gegeven?

Opgave ter vertaling bij s 22. Adapnn harimaw itu (IHdl-uti orang olih sabali giginja. Maka djikalaw tiada lagi giginja apakah dildl-Kli-an orang akan dija. (Niemann II. Iilz. ö.'].)

Maka adapun harimaw itu aealnja did apa t orang dalam hutan naning di tjelah batang besarnja saperti saèjkor ku-tjing adanja. Maka dibairaku/i urang ka Malaka di^nkau hidaijat kapada tuwan Farkuwar: kamudijan diji'diharakaimja di rumahnja dalam kuta dipcrbiiwidkamija sangkaran dari pada nibung. (Xiem. II, blz. 10.)

Maka disuntU panggilkan tukang kaju, orang tjina, hendaq disnrtdikan baïki kandang itu. (Xiem. li. blz. 11.)

Maka dinama'inja budaq itu Sita Di'wi. maka dipflihara-kaïi/ija akan atiakanda ijaginda itu. (.SV/ Kama. Hull. 4ii.)

Maka Maliaradja Puspa Rama pnn kaluwarlah dari dalam kutanja, datang mendapatkan Seri llama diiringkan olih se-gala balatantaranja jang tijada tepermana'i itu. (S Huil. 42).

EUftloNlSeUK PRAKFIXEK. INFIXES ES TOESTA N HSWOOH HEN.

S De verba saamgesteld met het praejix hn- worden

toestandswoorden, of ook verba neutra genoemd, omdat déze wèl een zijn, een bezig zijn met iets. of in 't bezit van iets uitdrukken, maar niet. zooals de verba, met praef. ///»'

ocr page 196

17(i

(mem. men, meng) eene luniddiiig van het subject — lt;lie ilus ook een vhjèct heeft, 't zij genoemd of verzwegen. Het actief met «y staat tegenover een passief, maar een verbum met praefix b»r heeft, als zoodanig, geen passief noch actief.

Wanneer men een lijdenden vorm wil géven aan heb denkbeeld door dit neutrale verbum uitgedrukt, dan moet het praef. h-r. waardoor het tot vèrlium neutrum gemaakt is, eerst worden wcggcnomeii. Volgens den régel kunnen toch in 't Maleisch nooit twee praefixen voor één verbum staan, tenzij liet tweede als euphonisch praefix is te beschouwen, nl. als een praefix dat geene actieve, passieve of neutrale kracht heeft.

/)'■/• k:ui wèl geplaatst worden voor een xnhdmitUj' dat met een praefix gevormd is. h.v. tijada berkaputusan of Ujada hcr-kdsiiilulaii — zonder einde, onophoudelijk. Ook voor zaam-^••stèlde uitdrukkingen ;ils h'-rdjinral-h'-H = handel drijven, ht-r-■iinral-iljaicah = ])ézig zijn met elkaar vragen te doen en antwoord te geven, of redetwisten, redeneeren.

Het meest voorkomend euphonisch praefix is prr, de andere (n.1. sem, sm. kom, /.-•■i/i, kru) worden zèlden gebezigd. Men zou geneigd zijn di'-ze partikels, die vaak als tweede lettergreep in de afgeleide woorden geschoven worden, in/urn te noemen, maar zij staan dikwijls ook vóóraan een woord, //ift 'm. Bovendien is de benaming infix meer jiassend voor de ingeschoven létters / of m (meestal «w uitgesproken). Dit infix nm komt ook voor in sommige verdubbelde woorden . als tnrmi-litnninni of tiiri(ii-temnriiin = steeds afdalend . of van geslacht tot geslacht, tdraiii-tnmaram of taram-temaram = stérk betrokken of bewolkt, van de lucht of van de gelaatsuitdrukking; gilaiig-ginnilaiKi of gUang-grmilang — stérk glinsterend of schitterend. De vorm um komt in 't Javaansch en Sundaneesch vaak voor bij toestandswoorden, en vooral bij zulke die iets uitdrukken om een klank na te bootsen of

een gelijken op.....of de l. zooals in t^la-pakan en l'-lapaq =

voetbank of voetzool of handpalm, afgeleid van tapuq: gehudar win gi'idar ~ Ijevcn, dat ook gummtar of grmeidar vormt; de i i» terken is blijft wel in hoofdzaak dezélfde, maar wat meer klanknabootsend of fréquentatief. zooals bij ons hibh'T'-n van béven.

ocr page 197

Wanneer het ]gt;ruefix Irr venHüiigd wordt iiK-t het aanhechtsel (tn Ijlijtt het wel een toestundswoord, ni:uir nxjcstiU verhonden met een nevenbegrip van veelheid, iietzij van subject ui van object. Ii.v. bcturliaiKjuii = aan quot;I xlicgcn lti'-raakt ot gemaakt (zooals een hoop bladeren door den wind). Eenigszins gewijzigd wordt de beteekenis. wanneer de afleiding niet van een verbum maar van een snbst. is b.v. van het grondwiiord kii/nlurn is gevormd infiignjidin'nï bt'rij-den. en een s11bst. l'unduTun// — i'ijdier. hffhinnhimu'n ' i'ijilende zijn op iets. Xn kan orang berkandaraiiii wèl een ruiter be-teekenen. maar meestal ruiters; liintiwd hf*Tklt;ttitUirlt;iiiii - raval-lerie. Een goed voorbeeld vinden wij ook bij Klinkert onder ficmhur. li : Miilutnja kaluwar apt h^rgftnihinuin dn I n mi hapada pandji // ira Sn/jmn — Uit zijn mond kwam vuur dat bulderend C]i prins W. s. afkwam.

Her moet in 't lïollandsch vaak vertaald worden met b.v. ■■intji = rein. brrsutji — ;ic/i r-'itiigfh. Wanneer het wcd(?r-keerige echter betrekking heeft o|i twee of meer personen, dan wordt de vorm her met au gebruikt, met vehiublicling van 't grondwoord. \\.\. liiTkinsih i-dsihan (4kander liefhebben. h'Tpaln-pdliidii ~ bezig zijn elkaar af te ranselen, of tet;en elkaar klotsend (b.v. van golven, of takken die togen elkaar slaan). Zie o. a. Pcnulja Tduderan, blz. 1 •']: Mdhd padd kutikd du liiniiddli antjm lepras ijicinjup ddhan kd\d ;///. umkti bi'pdln-palu-ddhih samd $■'ndiriiiju : nidka /rrpdhildl i'upuda gendfrani/ jr-rdny dn, nidl'd bfrlmnjildl (jeiideraiig dn, mnkd l-'ri'djidlul ■•quot;i/ald ■terigdla dn kab'ndul bfrlarldn ~ ()p dat OOgenblik stak el' een sterke wind op die op de takken van de boomen blies, en deze sloegen tegen elkander, en bij geval werd de oorlogstrom geslagen, zoodat die geluid gaf; toen schrikten de jakhalzen en allen werden op de vlucht gedreven, of gingen aan den haal. Hlt;'rpdh(-palHan en betiikmn-likdindn worden evenals palu-wmnlii en tikdm-nr-nikaw wel is waar in quot;r lïollandsch vertaald met „elkander slaanquot; of ..elkaar doorsrekenquot;, maar wie daaruit de gevolgtrekking wilde maken dat beide Normen grammatisch hetzelfde zijn, zou toch in dwaling ver-keeren. Het is hetzelfde verschil als tusschen her en wc: in 't eerste geval is Iterpaln-jMlmm oen UmUml waarin de takken zijn, door een oorzaak van buiten (den wind) teweeggebvacht,

GuNnnitUi', Mat-lloll Lrrrh

ocr page 198

ui het tweede jjieviil pahi-ni^m^lu ut' tikuiii-nifinkitin wordt eene liamMliK) uitgedrukt door twee subjecten over eu weer vol-Imiclit. ;ils uitvloeisel vuu hun eigen wil.

U'v beteekeut eigenlijk w/. en wel zulk een dat een zeer uamve vereeniging aanduidt. Ii.v. or au a hfrl-ndu = ruiters, of een man te paard. Wanneer men zeggen wil een man met een paard, beide als afzonderlijk gedacht, moet men dit uid door !)■')■. maar op andere wijze uitdrukken, door serta, dr.ngaii enz., liefst laatstgenoemil woord. Aiuhi i'« InnaUina lyrkaln ampal - Paarden zijn viervoetige dieren.

Dikwijls komt bij het toestandswoord gevormd met 6^....«//

noy een infix. 11.v. bf.rlwnihaUiKijnn — h1 huitelend of tuimelend, afgeleid van ba tang, waarvan mfmhalaagtau = wègslingeren, en de door verandering van klinker uitgedrukte névenbe-griiipen bohnKj en baling, ptluni botaag-buliug = kèttingkogel.

Een toestandswoord. Ii.v. /yn/jatljar u\' berdji-iljèr — o\) een rij zijn. heeft eigenlijk geen actief of passief, maar wel kan men daarvan den actief-cansatieven vorm mal-en, memperdja. iljarlcn» — oj) een rij stellen, alsmede het passief daarvan dipTdjadjnrkan. Hfrk-Iquot;ri = met een vrouw gehuwd zijn. een vrouw hebben: hiervan is afgeleid m^mpv-ith-rikaa = een man doen huwen, uithuwelijken, in 't passief dlpquot;riMi;ni-aii.

Her wordt voor het grondwoord geplaatst; op dézen regel zijn echter énkele uitzonderingen, als: bKrmukm = afscheid némen, van 't stamwoord pahuu. en het saamgestèlde ber-datauii-sembah. b.v. Mak a bandahara pun berdatang-sembah sa-prrti kat a laq-samana 'da = De bandahara meldde (aan den vorst) wat de laqsamana gezégd had. Een vorm als bcrdatatig zou niet mogelijk zijn. wanneer dit niet als eén was met sembah in de uitsluitende heteekenis van spréken tot rfn cord. Een woord dat kame.u beteekeut. datang. is toch vanzélf leeds een vériuini neutrum, daarom zou er geen bn aan mogen worden toegevoegd, evenmin als van zulke woorden een actief of passief dénkbaar is. In den régel zou liet een groote fout zijn aan een woord, dat door zijn beieekenk toestands, woord is. een praelix te verbinden; b-rdatang op zich zelf is onmogelijk, evenals uvadalaag of didntang. even onmogelijk is bertidur, dilulur of inenidur. ofschoon men dit. niet als woord bestaande, wèl beschouwen kan als afleidingsvorm van

ocr page 199

179

prnidnr = slaapmiddel ol'slaapko]). Wanneer echter aan een door zijne beteekenis neutraal verbum, de uitgang kan o\ i toegevoegd is, waardoor de beteekenis geheel veranderd is. dan kan men wel zeggen mtuidnrkan — doen slapen, meuidnri = op iets slapen, enz.

Hoewel de infixen zelden bij andere woorden voorkomen dan bij iifiilra of de daarvan afgeleide, vindt men enkele woorden als temjadnk, inriii'iiyadah — omhoog zien. van tadah. ■vnyk^lang of m-IfiKjkdiKj — sluitljodin. van sengkang. menjc.ngkf-langkiui djari = de vingers kruisen, enz. Hier is de lt;d het infix.

S 28a. ()p de vraag waartoe de eu]ihoiiische praefixen dienen? zou ik antwoorden: 1°. om bij woorden die anders geen passief hebben de formatie van een actief of passief, of zelfs van een ander neutrum, mogelijk te maken, b.v. van avaq = kind, komt herat/aq = kinderen hebben of barende zijn, dus een verbum neutrum, waarvan verder geene afleiding mogelijk zou wezen, wanneer het euph. praefix per niet bestond; met behulp van per kan echter hiervan gemaakt worden ■p'-nni(ik(ui subst. geboorte, ook kreool. d. i. iemand geboren in een land dat niet het vaderland zijner ouders of van één zijner beide ouders was. op Java zegt men „inlandsch kindquot;, voorts diperaiiaq en diperanaqkati = geboren Wi il'dell, iwinpertiniiq-kuu — ter wereld brengen, teperamtq = gebniï'ii (te. verkorting van ter. waarvan de r wegvalt om réden die in de volgende syllabe staat, dus euphonisch). Inuimixikaii. ook kenuuiakau geschréven = wat is erenals (het infix um) een kind, n.1. neef of nicht, die volgens Minangkabawsch rechtsbegrip èifge-naam van het familiegoed moet worden: '2quot;. dienen euph. praef. om woorden die anders vaak verwisseld worden, béter van elkaar te kunnen onderscheiden, b.v. hu ui = verborgen, en hunji = geluid, worden vaak verward, maar sembuui of .temhioiji kan nooit anders beteekenen dan veriiorgen. Zoo kan ook diri beteekenen gij of zich. maar sendn'i alleen zich. zichzelf, dit wordt ook geschréven en gezégd k-ndiri.

S 2H4. Voorbeelden met ber. Sakalijannja 6f?/-himpun /^miusjawarat akan inengusir radja 'Ali-Bad-Sjah dari dalam

12*

ocr page 200

180

luiizari itoe ('Ali :5) = Zij allen verzamelden zich om te be-nuulslagen om den vorst 'Ali-Bad-Sjah weg te jagen nit het land. (Bad-Sjah is waarschijnlijk eene verbastering van Padi-SJah.)

Maka kata I I. B.; HaJ Hham/.ah angkaw /;e)-kuda, aku her-djalan di tanah hftapa perikn perang dengan angkaw (Emir Hham/.ah 339) = Her zéggen van H. lï. was: Wel Hhamzah. gij zit te paard (en) ik ga te voet (op den grond), op hoe-danige wijze zou ik dan met u strijden

Telah dnwa hari lamanja tnwanku tijada Wan^kat me-minnin ajar itu (/,. 7'. 12 r. 4) = Het heeft mi al twee (lasjen lang gednnrd dat l we Hoogheid zich niet op \Neg begeven heeft om water te drinken.

Maka Whunjilah genderang itu, maka terkedjntlah segala serigala itn habislah h-AwxYyin serta dengan hhajrannja akan dirinja, serta h-'r\likir satjkor serigala. apakah gaiangan liimji ini \P. T. 13) = De trom weerklonk (deed zich hooren). toen schrikten de Jakhalzen en allen gingen aan den haal, terwijl zij erg verbaasd waren (verlegen met zich zélve), toen ging een der Jakhalzen nadenken, wat mag dit gelnid toch wel zijn?

Maka /vHialikiah segala serigala itoe pula memakan bang-kaj itoe (/'. T. 13) = De Jakhalzen keerden weder terug om

de lijken op te vreten.

Maka tiba-tiba isterinja itupnn ^•terèjaq-terèja(i. katanja: Haj segala mannsija lihatlah hidnngkn sndah diputengkannja (7'. T. 23) = Op eens ging zijn vrouw luidkeels schreeuwen: O gij menschen 1 ziet hij heeft mijn neus afgesneden.

Maka sultan pun hfrbidji-sabuq (Radja' l'asaj lt;i4) = De sultan ging aan quot;t weeklagen.

Mana Jang ^/-kenan kapada hat i anaqku dianibilnja (R.2 P. (gt;5) - wT'lke maar wèlbehagelijk mochten zijn aan 't harte van mijn zoon. hij néme ze. Diawljilnjnlah zou hier béter ge-weest zijn om den votiii van het -Inssh'J te doen uitkomen.

Kira-kira tiga bulan lamanja perang itoe tijada djnga h'-r-ai aluin (R.- P. 94) = Ongeveer drie maanden lang duurde de strijd, toch bleef die onbeslist (of toch was er geen die overwonnen was).

Kamudijan sahaja //quot;nljabat tangan dengan dija. lain sahaja sakalijan kadua buwah perahu itupun imlajunglah kaluwar,

ocr page 201

ISl

serta menèmbaq ampat putjuq mcinberi salamat [P. AM. 110) = Daarna gaven ik en hij elkaar een hand en wij allen, belde de vaartuigtin. gingen toen aan quot;t roeien n.'uir huiten, vier salu tsch o ten afv uren de.

Karana kita tijada i«-heras (/'. Ahd. 112)= Want wij lieh-ben geen rijst.

Maka haginda inenitahkan saörang hulnbalangnja brr.vru-■vruka.)! niaharadja M. K. = De vorst zond een zijner krijgsoversten uit om den kuning M. K. te gaan roepen.

Maka berluri-lanlah pelandoq itoe, saperti laku ada jang mengedjar (P. T. .'üi) = Het dwèrghèrt ging hard wègloopen, alsof' er waren die hem najoegen.

Lihatlaii habis tubuh patèk ini hi-rlumur dengan tanah (P- '/'■ 30)= Zie, geheel mijn lichaam is bemorst met aarde.

Djikalaw bagitu, sampaj sapnluh tahun ]iun, belum lagi heralal-mena//// {Pel. ./. ligt;6) = Als het zoo gaat. al duurt het •Ian ook tot tien jaar toe, dan is er nog geen die het gewonnen of verloren heeft.

Mengapa tijada man kalnar tli tengaii padang dan bawa (membawa) marijam dan senapang berlddupini kadua jièhati itoe, iiolih lekas talm sijapa IfroriUmg ijalah menang (Pel. KiH) = Waarom willen zij niet naar buiten gaan op 't vrije veld, kanonnen en geweren meenemende, dat zich de beide partijen tegenover elkaar stéllen, dan kon (men) spoedig wéten wie het geluk heeft, (gelukkig is), die wint liet dan.

Kita 'mi iign benuiaq = Wij beitleii met ons kind, tl. i. drie zijnde met het kind.

§ 23f. Voorljeelden ter vertaling. Maka adalah lama perang jang demikijan itu tiga hari tiga malam lama-nja, tijada herhenti.

Maka masjlmiiaii Bibi Tabarijah herl-ebon binuja.

Kalaw iiagini iiari kabanjakan iH-ramiiuwan wVaIiitI'-hvh kn'in.

Maka tersei)utlah ada duwa orang b rlt;;(ilhabai terlaio amat herkdsih-kiisihati.

Maka bertemn ija dengan sudagar suiirang tawlannja jang her la nja akan dija iientlaij kamana tuanhamba bawa sahaja ini ?

Segala jang A(?;'lambing berlikamkan lamliingnja, segala jang /gt;«'tumba(| nieradaqkon tumbaqnja.

ocr page 202

182

Satelah ija mendengar kata inaharadja '1. D. hrvpemtikan anaknja deniikijai) itu.

^rt'iigapakah mainanda jfrdijnml-dn orang hfrmularad\a hela di nagari kita. (Aanm.; Mij is verteld dat omstreeks 1830 een zeeroover, die zich den titel Maharadja Léla had aangematigd. zoo brutaal was dat hij zelfs eene hollandsche vrouw, wier huis hij geplunderd had, mt'devoerile; hij zwierf'meest rond in den Eiouw-Lingga-archipel.)

Adalah senantiasa wazfr sultan Sjabxir itu beMU-ajal djuwa kapada kaduwa panglima jang menungguï pandjara itu.

Karana kita telah bf.rlcual-kfnuhin dengan tuwanhamba.

Baïklah kita muwafaqat herbitjara akan pekerdjaiin hfr-piudah itu.

Maka ijapun menjesalkan dirinja tijada bi-rkaxiulalau.

(Voor de o]gt;lossing zie men de vertaling Mal.-Holl. hierachter.)

WMZE, TUD KN l'EKSOOX BIJ VEKBA.

GESLACHT, GETAi, KN NAAMVAL Bil STBSTANTl EV EN.

S 24. Ofschoon in 't Maleisch oigenlijk gew eonpigntie oKdedi-natie bestaat, moet ik hier in 't kort aantoonen, ho^ zij dan de wijzen, tijden en personen der verba, alsmede den casus der substantiva uitdrukken. Het hulpmiddel waarmede zij de wijze aanduiden zijn gewoonlijk vuegwoonhn, het overige moet uit de si/nlaxi1. de plaats die aan elk woord in den zin is toegewezen, blijken.

De indicatief of bevestigende wijze van spréken heeft geen bepaald kenmerk, maar wordt vaak aangewezen door maka voor den zin.

De conditionalis (conditionnel), voorwaardelijke wijze, wordt uitgedrukt door eeu voegwoord van voorwaardelijke betee-kenis. djika. djil'alair = indien, lamoen óf acal — mits. VOOl'Op te plaatsen of wèl het woordje pnn achter het verbum.

De imperatief is het verbum zonder praefix. of met/w omdat de met dit euph. praef. samengestelden worden behandeld als grondwoorden. *i

1

1 Het tciroiioverlt;:cstMck; van irnjrrii'icj ^fiiicdend is verbiedend;

dit wordt uitgedrukt door een verbiedend wonrd djangau — liet mag niet, doe liet niet!

ocr page 203

1 .s;i

siiljjuiiclief (aanvoegende wijze) wordt gevormd door een woord van wcn.sclifnde i)eteekenis, als harnng vlt;'iór (icn zin te plaatsen, ilit- bovendien vaak gesloten wordt nier een of twee woorden die den wènschenden voini uitdrukken, n/mhi/i en kiraiiju.

De iiijiniticf (onbepiialile wijze) is het vèrtann met actief praefix.

I (et jjiiiiiciphnj/ (deelwoord. iiartieipe present) is in vnrm geheel gelijk ium den infinitief, men kan heide evenwél onderscheiden daardoor, dat de ///linitn'j' (evenals in onze taali alleen voorkomt als ge\'olg. geregeerd door een ander voorafgaand verbum. (Hier is (jf-n sjirake van infinitivns of participium als nominaalrormen.) B.v. Ada saiircmg suda;/ar hciKlaij her!ajar — Er is (of was) een koopman, willende onder zeil gaan. Hier is de infinitief htrlajar gci'egeerd door het voorafgaande hfiidiiq = willen, dat hier participium is. omdat er niet staat hij wilde of d'f wilde, ofschoon ook evenals in onze taal ..willendequot; gewoonlijk wordt ontleed in de uitdrukking .jli- wildequot; of ..hij wildequot;.

S -Hquot;. ofschoon in meer ontwikkelde talen verschillende vormen voor de tijd-'n der vèrba bestaan, kan het t-egeummr-dig, eertédeu of t-oekom-ud in 't Maleisch alleen uir den samenhang en het geViruik van énkele hulpwoorden blijken.

Het praw.u* en het im-p^rfwlum. dat ook wel eens ..betrekkelijk tegenwoordige tijdquot; genoemd is. zijn in 't Maleisch geheel gelijk in vorm. In den verbalenden stijl zal men natuurlijk meestal het imperfectum moeten kiezen, terwijl men in betoogenden of redeneerenden trant het praesens bezigt.

Het pquot;r/'/'lt;■(hui en p/nxqimnipcrj'ciinm kan soms door de woordjes ■mda/ en Udah worden aangeduid die het volkomen verléden uitdrukken. Heide bij elkaar of xal'-la/i (= nadati enkele keeren «emenldah, of mtehth sndah vormen het p!nsqnampt'rj'-ftum of meer dan volmaakt verleden tijd, ook wel eens de „betrekkelijk verleden tijdquot; genoemd. 'Woorden die een bepaald verleden tijd uitdrukken, zooals »/?««/«/« = gister avond of gisteren, kalamari of kalamarin — gisteren, kunnen met Ol zonder telah of sndah het bepaald verléden in den zin duidelijk maken.

ocr page 204

1S4

lnlin'ilh'f' en particifp. hoewel beide onpersoonlijk, zijn in vorm gelijk, en k-nnnen vaak rlaanloor onderscheiden worden dar de intinitief (evenals in on/e taal) door een ander voorafgaand vcrlmm geregeerd is. h.v. Ik :if hem loopen.

lier t'iituriun wordt veelal uitgedrukt door akan voor het verbum te plaatsen: bij het spréken gebruikt men daarvoor lievt-r liet woord nauli. Een nabijzijnd futurum wordt ook uitgedrukt door kflaq aanstonds, weldra, en het verwijderde dour '//''uKth = later. iV'imiaal. Iljada djeniah = nimmer, terwijl tijd'hi p'-rnd/i — nooit, in t verleden, hflvtn penuih = nog nooit. iMik wel eens xiura/i. Het spreekt van zelf dat woorden

ais rxi'if — morgtui. fnm = ovonnorgon, ook het toekumstige duidelijk genoeg liepalen. Het wonrd /thfjtijn ■— zekerlijk, regeert ook het futurum.

S 24'v. ()nze onderscheiding: van gnluctd bij substantieven bestaat in 'I Maleiseh niet; alleen bij mènschen wordt. a,ls dit onvermijdelijk is. het mannelijk geslacht aangewezen door toevoeging van hil-i -, het vrouwelijk dooi' p^ramprnran, hij dieren het mannelijk door djanlan en het vrouwelijk door h'-Hua. iifsrluiiin die beide wonrden ook wel eens op mènschen wurden rnegè]iast. evenals men in spreektaal laki1 van mannelijke en p-rampnmu van vrouwelyke dieren iK'zigt.

Voor getn! in grainmatischen zin bestaat nuk geen vorm. Bij wunrdeii als kaki. dja ring enz. zal de Maleier eer aan /vW-v/, m'/f'*// lt; leuken dan aan het ènkelvoud, dus juist andersom, als in Hurnpeesche talen. In onze talen heeft men bovendien nog Hdn-oordfn. die het begrip van meervoud duidelijker kunnen doen uitkomen, maar deze bestaan in 't Maleiseh nifl: alleen zou het woord xi-gala kunnen dienen om het bepalend lidwoord d' in den pluralis te vervangen, b.v. segata radja 4 = de vorsten: die vonlubbeling drukt meereen begrip van versi-lieiilenheid dan van meervoud uit.

Het onderwerp staat in 't Maleiseh als in alle talen in den nominatief, staat gewoonlijk vooraan in den zin, en wordt in 'j■■*lt;'hrijt■'t* [mtd in I spreken) soms aangewezen door , pan of Hapnn er acliter te plaatsen. De genitief volgt op een voorafgaand nomen of pron., b.v. tangau radja, tanganku = de hand des vorsten, mijn hand; dit bezittelijke

ocr page 205

isr,

wordt in de spreektaal echter anders dan in geschriften uit-gedrukt, b. v. radja pun ja tajKjan, .ia ja pun ja tangan. Do datief wordt uitgedrukt door de praep. paila of hij personen kapada. De accusatief iloor tn^t woord te laten volgen op een actief verbum, of voorvoeging van akan (of kan). Europeanen vertalen den gen. vaak door dart of dan pada. maar dit is Jout. omdat dari wel het ablatieve van, vanaf. door. vantcegf.. utl. te kennen geeft, maar nv'i den genitief. De vocatief wordt uitgedrukt door Uaj of ja — o! voor den toegesproken naam.

In onze taal, het Néderlandsch, zoowel als in het Duitsch, Fransch, Engelsch en vi'le andei'e. wordt de conjugatie (.vervoeging) der verba alleen mogelijk door het gebruik van hulpwerkwoorden (verbes auxiliaires), waarvan bij ons de voornaams te zijn: hebben, zijn, zullen en icord^n. dn het Engelsch beschouwt men ook to do (doen), will (willen), x/ialJ (zullen), may (mogeni. can (kunnen), must (moeten), als hulpwerkwoorden.)

Xu bestaat in quot;t Maleisch wèl het woord aila \ oor zijn of hebben, maar dan is het geen hulpwoord, het is een zelfstandig vèrbum. waarin hebben de heteekenis heeft van bezitten: zijn beteekent bestaan, aanwezig zijn. Il-iuhm = zullen, lieteekent verplicht zijn, moeten, enz., djadi — wurden. beteekent ontstaan^ overgaan van eenen toestand in een anderen, maar di'ze heiilien niet de heteekenis van onze hulpwerkwoorden.

1 )e wijziging (buiging is het dus niet te noemen) die Maleische vèrlia ondergaan, bestaat uit vóórvoegsels (prae-üxen). aanhechtsels of aanhangsels [ajliu-en, tegenwnnrlt;lig meestal sn[/i.ren genoemd) en intixen of ingeschoven syllaben of létters.

Er is slechts één vorm voor het aeti-j'. n.1. het pniefix me. dat gesloten wordt door een neusletter n/'m. wn of ntei/ff. of waarbij de eerste letter van het grondwoord verandert in de daarmee overeenkomende nasaal.

Zoo is er ook slechts één vorm voor het neutrum (of toestandswoord), n.1. het praefix ber.

De verba die f/een praefix me ot' br hebben, zijn in den passieven vorm, met uitzondering van zulke stamwoorden, wier beteekenis niet toelaat ze anders dan als eenvuudige verba

ocr page 206

ISC.

to iK'iiken, zooiils //gt;/«/•= slapen: het spreekt toch van /.Mt dat dit een tnestand is: daarom mag er geen ber vóór worden geplaatst , nmdat dit overtollig zou zijn. Nog minder kan aan nlapi-u een actief l)Pgrip worden gegeven, meuidnr zou dus een onmogelijk woord zijn. en wat niet als actief kan worden gedacht, kan omgekeerd ook niet in passieven vorm voorkomen.

Dergelijke eenvoudige verba, die geen praetix kunnen aannemen. zijn t'-rhit — opkomen . hthinij = venlwijnen. djuld/i — vallen, naik = naar hoven gaan. maxoq - hinnen^aan. tiiiijyul = lilij\'en. enz., mits in die »'vne oorspronkelijke Iteteekonis, want als liijv. tiuggal de heteekenis van rThilfu krijgt, heelt het wèl den actieven vorm wpnhii/rial = de iwereld) verlaten, overlijden.

s l'-'i. De passieve vormen zijn: 1°. lt;1* pasmere (of objectieve) gnnidcorm van zulke verba die ook in actieven of neutralen vorm knnvfu voorkomen, b.v. lihat olilunn — dat door u gezien worde: ilquot;. hrt gfivmtn of znirer puxxl-f'. d. i. het tégeuovergestèlde van den actieven vorm, b.v. diliiaf- = gezien worden, als tégeuovergestèlde van melihat = zien als tlmd. ui l. ziende zijn; ■gt;quot;. het iJtjei-l}»/passirf. vaak accidenteel ]gt;as-sief genoemd, met ter of ht... .au: 4°. het subjectief passief. ook pronominaal passief genaamd.

Men heeft df benaming snbjeeli'f paxsitf gegeven aan een vorm die in het Maleisch dikwijls voorkomt, waar wij in 't gewone spraakgebruik den actieven vorm bezigen. Indien vorm wordt het subject of pronom. van den 1'quot; en 2''quot; per-soon verbonden aan het verbum zonder praetix of alleen met het euphonisch praetix iper). .//•« = ik, wordt dan gewoonlijk verkort tot augkaw = gij, tot haic. Dit ka of kam wordt róur het verbum geplaatst, maar het pronom. van den 8''quot; jiersoon ija wordt veranderd in //ju en wordt achter het \erbnni geplaatst, met behoud van liet passief praeflx (Ji. b.v. kali hut. kaïoli/iiil^ dii i/iatnja — i k zie, gij ziet. hij ziet (of zag).

Hierbij nmet worden opgemerkt dat de letterlijke vertaling: door mij, door u, door hem wordt of wérd gezien, om den stijven vorm wèl door niemand gebezigd zal worden: èn

ocr page 207

1S7

vérder dat de vorm diUhalvJa wèl in de boeken- of schrijftaal dikwijls voorkomt, maar dat mèn meestal zégt: iju lihat; mèn mag ook niet beweren dat dit grammatisch fout zou zijn. Onjuist is echter de bewering dat al-o/j me lihat geheel gelijk staat met /-«lihat. al vertaalt men beide ook mét: Ik zie.

Wanneer die benaming subjectief passief niet bestond, zou ik zéker die niet willen aanbevélen, maar nu ze eenmaal bestaat en burgerrécht verkregen heeft, vooral nuk omdat die naam als ti'genstèlling van /?/x.va7gt;/begrijpelijk is.

bén ik vóór het behoud daarvan. Men bedoelt mét nuljjertiej' ■passwf: dien lijdenden vorm van 't vérbum, waarbij de aandacht van den lezer het meest gericht wordt op het suljjed (dat do handeling verricht), terwijl bij objèet-ief pavnef het ()h}cft op den voorgrond treedt (waardoor de handeling ondergaan wordt).

Wanneer op een passief verbum de praepositie olih = door volgt, wordt dit nift meer subj. passief genoemd, b.v. dUihat olih radja — door den vorst wérd gezien. wordt zuiver passief genoemd. en katalui nl 1/ l-amu tahalijan = het zij u allen be-kénd, wordt de Idrlathj' of vermanende vorm genoemd, b.v. laicanlai olilunu — Bied L'ij eens weerstand, of bestrijd gij hem maar eens. (Zie s 28. blz. 19ti.)

VOORBEEI.Igt;KX VAN SUB.IECTIEE PASS1EE.

S Insja' Allah tcUlk'i nanti lamha bnikan tuan obat,

mudah-mudahan ada ])ertulungan Tuhan sarwa sakalijan alam bolih sembuh penjakit tuanhamba: bagitn djuga radja sjah üjohan sumh amhU mangkoq jHitih \isikan ajar jang bening maka oranf) hatca kahadapan radja, dan radja S. I'j. hatjakan ajar itoe doa: sudah hallis diliatjakan doa ajar itoe lantas di.swnih radja itn minum serta siramkan kaki radja jang sakit ('Ali 35) = Zoo God wil zal ik u medicijn geven, mogelijk is er dan hulpe van den Heer aller wérelden dat uwe ziekte kan genezen: zoo beval de vorst S. Dj. dan ook een witte kom te halen en die met hélder wafer te vullen; men bracht ze vóór den vorst, en de vorst S. Dj. las een zegenbede over dat water, en toen hij dat gebéd over het water ge-

ocr page 208

1M

Inlhi'it'ief en purtrcrcp. liDewt'l lieide onpersoonlijk, zijn in vonn gelijk, en kunnen vuak daardoor onderscheiden worden dat de intinitiel'(evenals in mize taal) door een ander vooraf-«raand verlunn geregeerd is. l».v. Ik --?V liem Iticptii.

lift futurmu wordt veelal uitgedrukt door akan voor het verbum te plaatsen; Mj het spréken gebruikt men daarvoor liever lu't woord uaviï. Een nabij/djnd futurum wordt ook uitgedrukt duur Xv///y aanstonds, weldra, en het verwijderde door dji'//ia/1 — later. é(''nmaal. lijaiJa — nimmei'. terwijl

I1/111I.1 jvrmih — nooit, in t verleden, bflom prrnith — nog nooit, ook wrl eens smcah. Het spreekt van zelf'dat woorden

als = morgen. In-sa — overmorgen. ook het toekomstige duidelijk genoeg bepalen. Het woord ninfjaja - zekerlijk, regeert ook het futurum.

S 24ó. nnzt' onderscheiding van //quot;slacht bij substantieven bestaai in '1 Maleisch niet: alleen bij mènschen wordt, als dit onvermijdelijk is. het mannelijk geslacht aaugewézen door toevoeging van la/,-gt; '\ het vrouwelijk door perampinra//. bij dieren het mannelijk door dja/ilan en het vrouwelijk dooiquot; brtuia. ofschoon die lieide woorden ook wel eens oj) mènscheD worden toegepast, evenals men in spreektaal lakï'1 van mannelijke en p-rtnupun-au van vrouwelijke dieren b(''zigt.

Voor cjelal in grammatischen zin bestaat ook geen vonn. Bij woorden als djaring enz. zal de Maleier eer aan

ruft-n, neil-ii denken dan aan liet ènkelvoud. dus juist andersom, als in Hnropeesche talen. In onze talen heeft men bovendien nog lidn'ourdi'ii. die liet iiegrip van meervoud duidelijker kunnen doeu uitkomen, maar deze bestaan in 't Maleisch uifl: alleen zou het woord ftfgahi kunnen dienen om het bepalend lidwoord d'- in den pluralis te vervangen, b.v. segaia radja - = de vorsten; die verdubbeling drukt meereen begrip van verscheidenheid dan van meervoud uit.

Het onderwerp staat in 't Maleisch als in alle talen in den nominatief, staar gewoonlijk vooraan in den zin, en wordl iii ifsrlnj'lquot;ii {ini'i in '| spreken) soms aangewezen door dn. pna of ilnjiiin er achter te plaatsen. De genitief volgt op een voorafgaand nomen of pron., b.v. fangan radja, tanganka — de hand des vorsten, mijn hand; dit bezittelijke

ocr page 209

185

wordt in ik; spreektaal echter anders dan in geschriften uit-gedrukt, 11. v. ruilja piinjd iavgav. /iii/ijd tnngan. ]Jc datief wordt uitgedrukt door de praep. pntlu of bij personen tninKlu. De accusatief door het woord te laten volgen op een actief verbum, of voorvoeging van al-an (of kan). Europeanen vertalen den gen. vaak door dari of dun padu. maar dit fovt. omdat dari wel het ablatieve ran. ranaj'. daoy. ranwwje.^ ml. te kennen geeft, maar nid den genitief. De vocatief wordt uitgedrukt door /iaj of ju = o! voor den toegesproken naam.

In onze taal. het Xóderlandsch. zoowel als in het Duitsch. Fransch, Engelsch en v('Lle anden;. wordt de conjugatie (vervoeging) der verba alleen mogelijk door het gebruik van hulpwerkwoorden (verbes auxiliaires), waarvan bij ons de voornaamste zijn: hebben, zijn. zullen en worden. (In het Engelsch beschouwt inèn ook to do (doen), will (willen), s/iall (zullen), may (mogen), am (kunnfüi), must (moeten), als hulpwerkwoorden.)

Xu iiestaat in quot;t Maleisch wèl het woord ada voor zijn of hebben, maar dan is het geen hulpwoord, het is een zelfstandig vèrbum, waarin hebben de bereekenis heeft van be-zitten : zijn beteekeill b'-staan. aanwezig zijll. H' liddij — zullen, beteekent ver(ilicht zijn, moeten, enz., djati! = worden, beteekent on titaan. overgaan van eenen toestand in een anderen, maar déze hebben niet de beteekenis van onze hulp-werkwi )orden.

De wijziging (buiging is het dus niet to noemen) die Maleische \èrba ondergaan, bestaat uii vnórvoegsels (prae-lixen). aanhechtsels of aanhangsels {aj/ixen. tegenwimrdig meestal xiiJLren genoemd) en intixen of ingeschoven syllaben of létters.

Er is slechts één vorm voor het itdiej\ n.l. het praelix me. dat gesloten wordt door een neusletter mem. m-n ut' meng, of waarbij de eerste letter van het grondwoord verandert in de daarmee overeenkomende nasaal.

Zoo is er ook slechts één vorm voor het neutrum (of toestandswoord), n.l. het praefix ber.

De verba die geen praefix me of hebben, zijn in den passieven vorm, met uitzondering van zulke stamwuurden. wier beteeken Li niet toelaat ze anders dan als eenvoudige verba

ocr page 210

1 st;

te dénken, zoouls tidur = slapen; het spreekt toch van zélf dut dir een hx-dand is: (hiarom mag er geen h^r v()('ir worden geplaatst, omdat dit overtollig zou zijn. Nog minder kan aan slapen een actief begrip worden gegeven, iwuitlnr zou dus een onmogelijk woord zijn, en wat niet als actief kan worden gedacht, kan omgekeerd ook niet in passieven vorm voorkomen.

Dergelijke eenvoudige veria, die geen praetix kunnen aannemen. zijn t-'rhit = opkomen. hifaug = verdwijnen, djntoh — vallen. gt;/(//'/• = naar boven gaan. = liinnengaan, thnigal —

blijven, enz., mits in die ('éne oorspronkelijke beteekenis, want als bijv. limjydl de beteekenis van rcrlnt'-n krijgt, heeft het wèl den actieven vorm meniui/gal = (\c (wereld) verlaten, overlijden.

S 2quot;). De passieve vormen zijn: 1°. dlt;-pas-sittr iof dbjec-tieve) grondviirm van zulke verba die ook in actieven of neutralen vorm kunnen voorkomen, b.v. riluii olihmu = dat door u gezien worde: -0. hel gfwoon of zuiver passief, d. i. het tógenovergestèlde van den actieven vorm, b.v. dilihat = gezien worden, als tégenovergestèlde van malihai = zien als daad, n'vt. ziende zijn: hot objeetie/passief, vaak accidenteel passief genoemd. met ter of ka .... an : 4quot;. het .sidjj^clieJ' passi'f, ook jironominaal passief genaamd.

Men heeft df benaming subjedief passief geg('ven aan een vorm die in het Maleisch dikwijls voorkomt, waar wij in 't gewone spraakgebruik den actieven vorm bezigen, in dien vorm wordt het subject of pronom. van den 1'quot; en 2quot;quot; persoon verbonden aan het verbum zonder praeflx of alleen met het euphonisch praetix (per). .//■« = ik. wordt dan gewoonlijk verkort tot /■«, a/igknu-= , tot kaw. I)it of Icdw wordt vóór het verbum geplaatst, maar het pronom. van den 8'quot; persoon tja wordt veranderd in nja en wordt achter het verbum geplaatst, met behoud van het passief praetix di, b.v. kulihal, kawli/mt, dUihatuja — ik zie, gij ziet, hij ziet (of zag).

Hierbij moet worden opgemerkt dat de letterlijke vertaling: door mij, door u, door hem wordt of werd gezien, om den stijven vorm wèl door niemand gebezigd zal worden; èn

ocr page 211

1S7

vorder dat do vorm (HHla/nja wèl in de boeken- of schrijftaal dikwijls voorkomt, maar dat mèn meestal zégt: iju Uhat: mèn mag nok niet beweren dat dit grammatisch fout zou zijn. Onjuist is echter de bewéring dat akoe. meii/at geheel gelijk staat met /•«lihat. al vertaalt men beide ook mèt: Ik zie.

Wanneer die benaming subjectief passief niet bestond, zou ik zéker die niet willen aanbevelen, maar nu ze eenmaal bestaat en burgerrècht verkrégen heeft, vooral ook omdat die naam als tégenstèlling van uhjn-Hef pasnirf ijegrijpelijk is. ben ik vóór het behoud daarvan. Men bedoelt mèt subjedief passief: dien lijdenden vorm van 't verbum, waarbij de aandacht van den lózer het meest gericht wordt op het subject (dat de handeling verricht), terwijl bij objèdief passief het object op den voorgrond treedt (waardoor de handeling ondergaan wordt).

Wanneer op een passief verbum de praepositie oHh = door volgt, wordt dit niet meer subj. passief genoemd, b.v. dilihat oli/i radja = doov den vorst werd gezien, wordt ztiieer passief genoemd, en kata/u'i dUl hamu ■tal-alijan = h(!t zij u allen be-kènd. wordt de hnrtatief of vermanende \'orm genoemd, b.v. lawaulah olilmn — Bied gij eens weerstand, of bestrijd gij hem maar eens. (Zie s 28. blz. l'.tCt.i

ViiORBKl-l.niN' VAN SLIUKCTIKI-' PASS1KK.

§ 25a. Insja' Allah tarda nanti hawba b-rikaa tuan obat. mudah-mudalian ada pertulungan 'l'nhan sarwa sakalijan alam bolih sembnli penjakit tuanhamba: i)agitu djuga radja Sjah Djohan snruh ambil mangkoq putili ^sikan ajar jang bening maka oraua bawa kahadapan radja, dan radja S. l)j. batjakan ajar itoe doa; sudah habis dibatjakan doa ajar itoe lantas disnml/ radja itn minum serta sirainkan k;iki radja jang sakit ('Ali 3ö) = Zoo God wil zal ik u medicijn geven, mogelijk is er dan hulpe van den Heer aller werelden dat uwe ziekte kan genezen: zoo beval de vorst S. Dj. dan ook een witte kom te halen en die met hélder water te vullen; men bracht ze vóór den vorst, en de vorst S. Dj. las een zégenbóde over dat water, en toen hij dat gebéd over het water ge-

ocr page 212

iss

heel uitgesproken had, liet de vorst het terstond drinken en er den zieken voet vun den (anderen) vorst mee begieten.

In dit voorbeeld ziet men, behalve het subjectiet' passief, ook hoe het verbum in den pasneccu grondvorm staat, wanneer een woord, dat verzoeken of bevélen beteekent (suruh), er vóór staat. Omgekeerd wordt de infinitief actief gebruikt wanneer het woord w^/uruh er vóór staat.

Samantara belum hari malam ini baïklah tuanku berang-kat serta segala riijat supaja kila habitkau sakali segalaijawm kulawargan.ja. djangaidah kitii tinggalkuu barang sarjkor djuwa pun lagi \P. T. Sii) = Terwijl het nu nog niet nacht geworden is. zou het goed zijn dat Uwe Hoogheid optrèkke met al de troepen, opdat geheel hun geslacht in eens door ons vernietigd worde; er mag geen énkele zMfs door ons nog overgelaten worden.

Inilah saribu tanggah amas, (U-tiirii/nijd berikan akandikaw = Hier zijn duizend tanggahs aan goud, hij heeft gelast die aan u te géven. (Niem. 1. p. 110, r. 1.)

Karena patih Gadjaii Mada inanteri ratu Mandjapahit mi'njuruhikan segala panghulu anaii sungaj jang talot[ ka Mandjapahit itu twrompaq ka Palèinbang lalu na'ik kadarat ka Bukir rtigantang rampa* olih patih (Jadjah Mada

itu (Niem. 1. bl. S o. en v. b.) = want de patih (i. M., de minister van den klt;ining van Mandjapahit (dat gewoonlijk Modjopahit wordt genoemd) heeft de verschillende hoofden der districten die aan Mandjapahit onderhoorig zijn. ten rooftocht uitgezonden naar Palèmbang om daar \ervolgens bij Bukit sigantang aan wal te gaan en dit te plunderen.

Tijadakah aiiykaw kahihui' Maka djavvab (ialilah, beta-pakaii idiikajatnja itoe katakanlah kadengar {F. T. :«) = Kent gij die niet? En Galilah antwoordde: Hoe is de geschiedenis daarvan, zeg het, dat ik het hoore.

Apabila (lilihalnja tuanku berangkat datang kamari dun-rnluja akan haini)a memberi talm (P. quot;-'-1) = Toen hij zag dat Uwe Hoogiieid op wèg gintj; om hierheen te komen, zond hij mij uit om (u er van) kennis te geven.

Apabila didfngar orang nieiidjadi katakoetan [P- /. '••■)) = Wanneer men dien (naam) hoort, wekt hij ontzag.

Maka olih Omar Omaja dikalnwarkainija karampagi, maka

ocr page 213

189

(lUjnkwruja raiubut Amir Hhainzah jaag disisi luka itu. maka dibubohnja obat diikatnja teguh2 (H. Hhainzah) = (). ()m. haalde een scheermes er uit en hij scheerde lier hoofdhaar van A. II. at', dat naast de wond was, hij deed it een geneesmiddel op en verbond het heel stevig.

Maka radja pun sukalah serta dipermlinhija akan thabib itu dengan persalin jang ainat indah - dan iluiingerahiija beberapa harta jang amat banjaq (Leesb. \. d. T. 84) = De vorst was blij en begiftigde den dnkter met zeer kostelijke statiekleederen on hij schonk hem zeer vt'le goederen.

Maka diqabulkainija kata perampuwan itu, maka dihaular-kaïmja atas l»elakangnja pelana, dan dihubnluija pada mulut-nja kekang maka iliktuidiinniqalal (Li^-ah. v. d. T. 80) = Hij bewilligde in het voorstel dier vrouw, en zij légde op zijn rug een zadel, on deed in zijn mond een gebit, en reed op hem.

Makin liertamhahlah inasjglmlnja kan-na sija-sijalah segala ilmu jang dipeladjarinja itu [Leesb. v. d. 'F. 87) = Nog meer nam zijn kommer toe, omdat geheel nutteloos waren die wetenschappen die hij bestudeerd had.

Mtika sakalijan iiarta itupun habislah, lumba bcjajdkan (4 .1/. l'-rt.) -- En al die schatten zijn geheel op, door mij uitgegeven.

Maka kata penjnruh qadli itoe leliih dari inipun kiKjagalü akandikaw serta dldji-ratiijn bataiiLj lèher Mhasanab dengan tali lain dihélatija ddjtiiriiii ja Irerdjalaii di tengah pekan (4 I/. Vfft. 7) = lift zéggen van den bode des réchters was: Nog meer dan nu zal ik u gewéld aandoen, tévens oinstrèngelde hij den hals van II. met een touw. en hij sleurde haar voort en nam haar méde, midden over de markt gaande.

S 25/j. Voorbeelden van subjectief passief ter vertaling. Maka dibiik(ikiuni\a ikatnja. serta diji-htij-diljinm-nja. serta meminta maaf katanja tijadalah kiikn/n/mï tuan saörang orang beuar lagi karamat ini. Maka didukiDti/nju dl-bawa//1 ii kapada katidurannja. (/'. 7'. 23.)

Lain dilangkapuja akan hhadjani itoe, serta dnkalnja diba-wai/ja menghadap radja. (P. T. 24 )

Djikalaw ada sasawatu hhalnja isteriku didalam kapal ini, nistjaja nkn .mruh potong batang léhérmu. ('Ali 34.)

ocr page 214

190

Maka sakarang ini patri- lihat tijadalah ija beienakan radja, lagipun ])erkataan jang tijada lajiq dikatal-amija kabawah Uuli Tuanku. (P. 7'. 37.)

Djikalaw sakiranja radja Malaka ini hendaq menjuruh-kan sahaja inenangkap gadjah itu. beberapa Itanjaq sakalijjun dapatlah sahaja tanghapkau. (Niein. I, p. 3.)

•lani kasudah-sudahan nm.sjawarat jang diptrsembahkannja itu. (Djalal-Eddin 19.)

Maka pihir ketam itu: Wahaj. liahwa sasungguhnja teper-dajalah kami sakalijan ini. telah dimakannjalah olih bango tjelaka ini akan segala tawlanku itu. Djikalaw demikijan Ijaïklali ja'ini kahanuh bijarlah aku pun niati. Telah itu maka duepitnjalah lèher bango itu. {P. T. 36, v. o.)

S Het objwtief passh-f oï die lijdende vorm waarbij de aandacht meer op het object dan op het subject is gevestigd, wordt ook wel (Verg. de Hollanders, SpraahkuusL blz. 97 10')) accid^nteel passief genoemd. — In dien vorm wordt het prae-fix t-r. of het praefix ka met suffix an vereenigd met het grondwoord. In zooverre de verba daarmee saamgesteld iets toevalligs uitdrukken. iets dat niet of weinig afhankelijk is van den wit, is die naam accidenteel ook juist. Onjuist is die echter, wanneer ter of /v...an een gérundivale beteeke-nis hebben of wel die van verléden deelwoord, b.v. tertihat of kali/ialaii beteekellt zoowel toecaltig gezien, als te zien, zichtbaar en gezien. In dir laatste geval kan het ook substantief = het geziene, wezen. Soms is verschil te maken tusschen ter en ka.. .an. n.1. dat ter meer gezegd wordt van het subject dat toevallig iets ziet, in 't oog krijgt en ka. ..an meer van 7 object, de zaak die zichtbaar wordt.

Het accidenteele wordt niet uitsluitend door de vormen ter en ka...au uitgedrukt. Dit geschiedt ook door woorden die iets toevalligs uitdrukken, zooals kern = getroffen, raak, b.v. k'-na tuk a = gewond. Vergelijk de vele goede voorbeelden bij k'na in Klinkerts Nieuw Mal.-Ned. Zakwoordenboek, waar bij kina sjajthan = door den duivel bezeten, onopgemerkt is gebléven, dat van een bezetene ook terkeua wordt gezegd, zonder djiti of sjajthiun er bij.

Ook heeft ter nog de beteekenis van een superlatief, b.v.

ocr page 215

191

lerhaïk - zeer goed. Ijest. Daarentegen wordt ka...au veel gebezigd tnt vorming van fmb-ilantieran en omdat ka en au beide passief zijn, zullen dan ook die subst. eene passieve beteekenis hebben. Wanneer ha ...au. echter een substantie!' vormt van een adjectief, zooals haik = goed, dan zal dit zulk een naamw. wezen, dat in ons Hollandsch op hml. dom enz. uitgaat, b.v. kabaUan = goedheid. deugd. Een dergelijk woord kabadjikati ot kaljfdjlkan komr enkele malen («ik in de beteekenis van best voor. — zonder au komt alleen voor in het subst. kahi'iidiiij = verlangen: voorts in kakasi/i = beminde, l'all'i/fjkoug = cirkel of pèrk voor hanengevècht: maar de beide laatste woorden zijn Javanismen. Ook in enkele afleidingsvormen. die geene woorden zijn, als kat a hu. kataknt. kadi jam. waarvan dan meiu/adijaml enz. gemaakt worden. — livipraefu-ka moet wi'l onderscheiden worden van de praepositie ka. die richting naar aanduidt.

Voorbeelden. Maka Tun Berajim Bapa]pun marah lalu diikutnja hcndaq ditangkapuja. lalu t-rtaiKjkap puntja kajinnja. maka t'-rdampaii iiahu T. 1!. li pada pintu astana itn. Maka T. H. B. ])un undurlah; maka sultan terkedjat deri pada tidur pada |ieradu;iimja (H.'-P. («Si = T. B. 11 werd hoos en achtervolgde haar om haar te grijpen, daarop kreeg hij een slip van haar kleed te pakken, en bonsde met zijn schouder tegen de deur van quot;r vorstelijk verblijf. T. B. B. week terug, en de sultan schrikte op uit den slaap m zijn slaapstede.

VOOUBEKI.DEN VAX ORIEiTlEF PASSIEF.

S 2(ot. Maka Zv/takd-W/lah patèk = Ik werd door vrees bevangen (P. T. 30). Jang datang itn binatang jang gagah terlehih dari pada tuanku. tijadakah /'vbitjarakan olih tu-anku, bukankah sateru tuanku jang datang itn. mengajia tijada tuanku bitjarakair? T. 31) = Die daar komt is een dier dat sterk is. nog meer dan Uwe Hoogheid, moet dan door ii geen raad geschaft worden? is het dan niet uw vijand die daar komt. waarom wordt dan door u geen raad geschaft? In de uitgave van v. d. Tuuk staat tijadatah. maar uit het verband blijkt dat dit tijadakah moet wezen. In de Mal. handschriften wordt trouwens vaak vergeten de

ocr page 216

192

bovenste streep op de /■«/' te trékken, waardoor het een Um wordt. (Hven dikwijls wordt in ons schrift vergeten de streef) door de t te halen.)

Maka dilihatnja kadalani parigi, maka /•«liliata^lah lia.jang-liajangnja (-/'. 7'. 82) = Hij keek in de put en daar werd zijn spiegelbeeld zichtbaar.

Banjaqlah niati tijada terhlui-vthi-aii lagi banjaqnja (l!. P. = Velen zijn er reeds dood, het aantal daarvan is niet meer te tellen = i-epquot;-rmau.ai (te tèllen).

Aanm. In den laatsten zin zou baujaqlah wèl kunnen beteekenen (■■■Ifn zijn t-r [la/i als praedicaatvormend affix), maar dan wan* liéter geweest: banjaqlah jaug inati. Liever vat ik tak hier op als — tdal. zooals het vaak gebruikt wordt.

S 2()i. Voorbeelden ter vertaling. Maka .Sultan pun kaluwarlah dari dalam astananja dengan segala isi as-tananja dan dengan segala perkakasnja alat karadjaanja, barang jang /n-hawa. (R. 1'. lt;.)5.)

Segala Imlubalang itu memakaj badju zirah besi tijada/•«//-habni lagi tuliuhnja.

Maka tijada i-nil^ijaran suwara apa 1 lagi. karena bahéna suwara iljm dan garuda lierperang itu.

Maka kera ititpun i-iuliiiginaii; gumetarlah segala tubuhnja. (Alt;//. 1(gt;7.)

Maka tikus pun amat kulakidaii. (Kul. 25.)

Maka tfnh'iigurlaJi kapada Kalila bahuwa Damina itu telah dimaso([ka.n olih bnncla radjaSingakadalampandjara. (A'*//. 129.)

Panas pnn terlaiu sangat tijada lerdfrita lagi olih maha-radja R.

Maka Itadjinja jiiin t rbantm/lali. maka kaju itupun (quot;rl-aiuplah maka iwptUah èjknr kera pada helahan kaju itu. {Kal. 31.)

Maka kata Hang Kasturi aku tijada lertihat akan perbu-watanmu itu, geli rasa hatiku melihat dija. [Hnng Tmcah.)

Teperdajalah kami sakalijan ini. {P. T. 36.)

Zie de oplossing dezer s hierachter.

S 27. De gebiedende wijs, rmpératief. is uit den aard der zaak de l-ortstc. wijze van spreken. In dien vorm zal men den oorsprong, den wortel, van een verbum moeten zoeken,

ocr page 217

198

die echter in 'r Maleisch zèlden met zékeriieid is aan te wijzen. Ofschoon b.v. \vM te ontdekken is dat de wortel van het grondwoord (of stamwoord) h-o-sik het éénlettergrépige sih is. en dar patdjur en /ju ut jar waarschijnlijk van mono-«vllalien tjnr en ijar afkomstig zijn. toch kan men tégen-woordig de afgeleide woorden alleen maken van de bekènde, meestal fwdetteryrepiye stamwoorden. Ei'nlettergrlt;:iMge woorden bestaan in 't Maleisch niet meer, op een paar woordjes na (jauff = welke, dl = in, dun = en. pu» — zelfs, en interjecties).

In den imperatief staat het verbum dus in den eenvou-digsten vorm, d. i. zonder praejlx. Het kan echter wèl met het achtervoegsel /lt;/// verbonden worden, ilir geschiedt zelfs zon dikwijls, dat men wel eens in de dwaling gebracht is dat het nadrukgevende Id/i. als het eigenlijke kenmerk van den imperatief, noodig zou zijn om de gebiedende wijs uit te drukken.

Bij het spreken kan men wel hooren of iets op gebiedenden ot vragenden toon wordt gezégd, en wordt het gebruik van hik of de vragende affixen tak en kak van zélf onnoodig; déze worden in de spreektaal evenmin gebezigd als her na-drukgevend woordje pn'/. dat in geschriften dient om béter te doen uitkomen wat het xnhj-cf is. of aan te wijzen dat een nieuw subject in den zin komt.

De zoogenaamde transitieve of causatieve verba behouden hun achtervoegsel i of /gt;/// ook in den imperatief.

Hij den impératiet staat gewoonlijk een aangesproken persoon. maar kan ook soms een derde personn komen. b.v. Haraplal kompani = De (O.-Ij (,'onipagnie (het (-iouvernementi rékene er op. moge er staat op maken.

Tegenover gebiedend staat verbiedend. De verbiedende wijze (vetatief) wordt in 'r Maleisch uitgedrukt door djangan

dar niet. t mag niet. moet niet, b.v. djatKjan dikata lagi \lbl\ Ahd.. Xiem. Tl. U)) = Sjireek daarvan niet meer. dat behoeft niet meer gezégd te worden.

Djangan dikain. djangan kaUi en djangan kan zijn ongeveer gelijk in beteekenis, b.v. djangan kan ija inati rumanja pun tijada luruh (Anma/a Balarln, Huil. 152) = Laat staan (of wèl vérre) dat hij zon stèrven. geen haartje zijner huid zélfs ontviel hem.

(ïO-NGnRIJP. Mal.'Holl I.ffrh 2;-^

ocr page 218

1'.»4

Djaiiijdquot; met Hihi'i = het iruur nit-t. lietec-kcut het moet volstrekt. In (ler^clijkeii zin komt ook voov taq akan djanfjan

='t kiin niet anders, ol'..... Eene (lulilgt;ele ontkenning; als

sit-rk hevèstigende vorm komt vaak voor.

De 'infinUv'f van het nctiff oi nfninnn wordt ook wel in ge,-hiedenden zin gebezigd, evenals in t Hollandsch. h.v. op zij gaan. heeren! Munepilah Inwmi.

Woorden gelijkstaande met ons verzoekend lquot;c/i worden vaak g'heziird om de gehieiiende wijs te verzachten, dit zijn txpaldl mok opa), l'ii'a/ij». soms heide te zameii.

V (I (I H 11 K K I. O K N V A X 1 M 1' K H A 'l' 1 K F.

S -Ta. Tuanku. iihuUah hahis tulgt;uh patèk ini herluinur dengan tanah maka sakarang iljdiiiiniilnh tuanku sangat murka si'fi'dhih nitihüii akan patèk t/,. /. •gt;'') — Xii*. heet . gt*heel mijn lichaam is bemorst met aarde, en nu moet l niet zoo vergramd zijn. haast u mij op te éten.

Haj pelandoq. djika sahelom aku memhunuh sateruku itu hiiniiiilai dagillgmu itu kapadaku, utarilah. ■lirinniliil unijkani inidjnql-an tampatnja itu kapadaku W. T. ;-!l) = (» dwerghert, zoolang ik dien mijnen vijand nog niet gedood heh. zij uw

vleesch voor mij verhoden. komaan, gij moet haast maken. «

toon mij zijn verblijf.

lutji Dulah hendel pergi sama lu di Tangling-besar? maka djawabnja: Ija! maka katanja: Haik-hu'ik h' (haga kalaw apa-apa kita orang talm lu sahadja [JUk. AM.. Xiem. II. p. -J-J. r. li = Intji Dula wil met jou naar T. gaan? Zijn antwoord was: da. Toen zeiden zij: Wees voorzichtig, wees jij op je hoede, als er 't een of ander (gebeurt), houden wij jou alleen er voor (aansprakelijk).

Satelah sudah maka katanja kapada suruhan Sultan itu: Katal-an sahaja punja tabik kapada Sultan; kalaw dengan mudah-mudahan liolih Sultan datang kamari ésuq puknl sa-puluh bolih selesaj pekerdjaim ini [Hik. AM.. Kiem. 11, blz. 4t)) = Daarna zeide hij tot den bode van den Sultan: Bréng (zèg) mijn groet aan den Sultan: als het mogelijk ware dat de Sultan hier kon komen, morgen te tien ure, dan kon déze zaak afgedaan worden.

ocr page 219

195

Maka kata serigala: Mengapakah tuanku sangat gupuh ? ('aharlah sadikit (/'. 7'. 122) = De Jaklials zeide: Waaruni is Uwe Hoogheid ook zoo overhaast? Wacht toch een beetje, of: Heli toch een weinig geduld.

Karana beberapa lamanja tijada merasaï nasi. hendaq mati rasanja. ija hendaq ineminta karumah orang. takut, iljatif/ati-kan ineminta barang sasnwatu ija iiainpir dekat kaminmg orang pnn tijada bolih, demikijanlah hhalnja si Miskin itu, sahari - = Want gernimen tijd had hij geen rijst geproefd, 't was hem alsof iiij stèrven zou: hij wilde aan de huizen der menschen wat gaan vragen (maar) was bang. wèl vérre van 't een of ander te gaan vragen, zelfs te naderen nabij de woningen der menschen dat mocht (of durfde) hij nier. zoo was het lot van dien arme dag aan dag. (////■. m Miskin.)

Adapun akan dahulunja djaiigankdii diberinja liarang suwatn. iiampir pun tijada lioliii (.V/ Mi-iki/t) — Vroeger tocii. laat staan dat ze hem het een of ander zouden geven, zelfs naderen mocht hij niet.

Maka Chodja B. pnn tierbisik katelinga ('hodja A. Bahuwa aku ini sakali-kali tijada maü membinasakan tuwan 2 saka-lijan: djangaw taknt akniiilakn (Xiem. I. 2S) = Chodja il. fluisterde ('hodja A. in 't oor: ik wil n allen in 't geheel niet ongelukkig maken: vreest niet voor mij.

S 21b. Opgaven ter vertaling. Maka kata pelandnq itu: l.ihatlal baharu didapatnja pula kawan patèk: itulah (bij P. Tnml. 32 staat foutief itnlah) dipegangnja. hpa*-kanlahi tangaii patèk ini. mgeralul tuwanku bersika]i diri. dari pada ija dahuln terlebih baïk tuwanku tarkam.

Katanja: Intji (ludiuilak disini. ini lol)ang dinding bolih mengintaj kasabelah sini. (Xiem. 11. 27.)

Maka katakn: Baba pun marUnh disini. lain djawabuja: Intji Dulah djaugau tuknt! (Xiem. II. 27.)

Maka lalu dihirisnja hidung isteri hhadjam. itupun putus. Maka lain diberikannja katangan iierampuwan itu seraja katanja: Hdivaldl sakarang hidungmn ini. h-rikd,, kapada mu-kahmu irn. {P. Tdnd. 14-'5.)

S 28. De benamingvermanend i is gegeven aan den passieven grondvorm, gevolgd dooi' het woord = door u.

ocr page 220

196

h.v. kalahtï uH/imu = dat dmir u gewGteu worde, het /.ij u liekend. Dikwijls wordt dir wènschende of cianradende ook /onder ulihmu uitgedrukt door het subjectiet'passief, l».v. Dji-kalaw tijada dapat itun. kan-katakan supaja ija kusuruh kom-liali. Maka udjar isteri kapasgar: Ajo! handajku tihatlah olihiiii' akan hhalku iui; betapa periku akan dapat bertemu dengandija (P. l i') = Indien gij al niet in staat waart (te komen) dan moest ^ij het zeggen, opdat hij door mij teruggestuurd worde. De vrouw van den schoenmaker zeide; Och. mijn vriendin, zie toch zelf eens in wat een toestand ik nu iien; op welke manier zou het mij mogelijk zijn om hem re kunnen ontmoeten.

In de spreektaal zeiit men evenwél uh-tUhal dengar oiilmu, maar Kv. Tuwan Sultan tjobalah dengar. bijar mhaja artikan tjara Malaju = De heer Sultan gelieve (letterlijk, probeere) te luisteren, laat mij het uitlèggen op zijn Maleisch. (Niem. II, blz. 47.)

Dikwijls wordt de gebiedende of verbiedende wijs door een woord als ons verzoekend woordje toch ikiranja] verzacht tot een verzoek, li.V. Djatiganlah kiranja hnrai/kii sang-ka kan [Pandj. T. 12) = Uwe Hoogheid meene toch niet enz. of moet toch niet meenen.

Het aansporende, aanradende, toelatende (concessief) kan door verschillende woordjes, behalve bovengenoemden vorm met oUhmaquot;. worden uitgedrukt, zooals ajo. aja of //a/u = welaan, marUah — kom, hij ar lah = sta toe, baiklah = 't is goed of zou goed zijn. b.v. Bijarlah aku gantikan. Maka kata isteri kapasgar itu: marila/i angkaw nrajkan ikat tangankn ini (P. T. 142) = Sta toe dat ik je plaats inneem. De vrouw van den schoenmaker zeide: Komaan, maak gij dan de banden mijner handen los.

Bijarlah saja bitjarakan djuwa kakiri dan kakanan. barang-mana daja. saja dajakan djuwa. Masdjid nan runtuh djangau-la/i tuwan hibakan nagari akan V)inasa [Djalal liddhi 22) = Laat ik maar naar links en rechts gaan om raad te schaffen, met alle mij mogelijke middelen zal ik ook wel middelen vinden. ' )m die verwoeste moskee behoeft gij niet te vreezen dat het land vergaan zal.

lialnura anipat perkara jaag (quot;rs'-bnt itu dapaiijada (ZOO schrijft

ocr page 221

Alxlullah, moest zijn ta dapat tijada) Imrushih ilitjuljiillyni (Ifiigaii akar '-//ja ilibmcuiK/kaii []'. Tand. 89) 7 Wat Itoven^e-noemde vier zaken betreft, het is onvermijdelijk dat deze moeten uitgeroeid worden met wortel en al. en weggedaan worden.

U*)/day!ah tnwanku berdjaga 2 [P. Tand. 411 = Uwe Hoogheid moet terdege op zijne hoede zijn.

Opgave iiij s 28 ter vertaling. Maka sabab jang demikijanlah, inaku sakali-kali djanganlah tuwanku ilengai-dengaran akan bunji jang demikijan iru. {/'. 'I'and. 14.)

Maka kata | mij at 2 kapada tuma: Haj tawlanku. kasu-kaanlaii bagimu bolihlah kita berq-ahhaliat salama-lamanja dengan kasantawsaan. (7'. Tand. 4n.)

Djikalaw bagajmana pun. telah kukatahuwilah bahuwa angküw ini orang jang djahat adanja: akan tetapi salmi» kasihan hatiku bijarlah aku adjar akandikaw pekerti jang baïk. ilengarlali olihmu supaja santawsa hidupmu. [P. Tand. 411.)

S I b't t'jf/''uwiioi'dif/-\ vrledi'n'' torkninptuh'. d. i. de tijden waarin de oerha moeten gebracht worden, kunnen alleen door énkele hulpwoorden worden uitgedrukt, liet Maleisrh heeft daarvoor geen bepaalden voi'in.

Het prarsrns en imprrfedim (of tegenwoordige eu lietri kkr-lijk tegenwoordige tijd), verschillen alleen in den zin. in 't verband, waarin zij voorkomen. Men zal natuurlijk in den betoogenden, redeneerenden trant, gebruik maken van het prarnfus, daarentegen bij het verhalen, dus in eene geschiedenis, fabel enz.. van quot;t impfrfectntn.

Het zuiver verléden of betrekkelijk verli'den. perfectquot;m en p!ns/jKampi-r/ectmi. worden uitgedrukt door woorden die het verlédene duidelijk uitdrukken, als t-Jah en smkih = reeds. al. Het woord saledah — nadat, wordt altijd gevolgd door een samengestelden zin. waarvan het voorzindeel vertaald wordt met pliixiimiiiperfechiiii, b.v. Satela/i didengar pentjuri kata sudagar laki isteri. maka ijapun amat sukatjita = Nadat de dief' de woorden van den koopman en zijne vrouw gehoord had, was hij zeer blij, {Kal. dan Dam., hlz, 1 ti.)

Staat daarentegen aan 't liegin van den zin satAah itn = daarna of xate.lah sndah = nadat dit geschied was, dan volgt

ocr page 222

198

er feil eenvoudige zin in het uiiperfednm. Zoo volgt ook op wonrden als tatkala — ten tijde dat, apahlln = wanneer, een saamgi'.stelden zin evenals hier bij satflah gezegd is. maar Mkaht itu — te dien tijde, regeert, evenals *aMak Hu. een eenvondigen zin in 't imperfectuni.

De toekomende tijd wordt uitgedrukt door ukmi te plaatsen vóór het verbum, b.v. Karena hamba radja akan djadi ganri mara dan telinga radjanja = Want de dienaren des vorsten zullen strekken tot plaatsvervangers van de oogen en ooren huns koiiings. Dikwijls is dit ukan verbonden aan een ander wolt;jrd, li.v. tijadakiui — tijada akau = het zal niet, tmmkan = niasa akail = 't zal immers niet, duiianakau dapal lidnr mata-./jd = dimana akau enz. iAV. (gt;8) = hoe zouden zijne oogen den slaap kunnen vatten? Djika demikijan kita ini apakan ia]ia akan) makanan kita (A«/. (üi) = Als het zoo met ons gesteld is. wat zal dan ons voedsel zijn?

In de spreektaal wordt tot vorming van het futurum gewoonlijk het woord nanti gebruikt, b.v. Mnkd kamudijan ddfl paihi dn tilcih Sultan: Huiklah tmran. n n n t. i kita pi kir ini ///'/ /(////. t'jsoq hidih kite kaxih djairah — Daarna z.eide de Sultan: Het is t:oed, mijnheer, ik zal er van nacht over nadenken, morgen zal ik dan antwoord kunnen géven. — Uit dit voorbeeld lilijkt tevens dat de gewone spreektaal. met uitdrukkingen als nanti voor het futurum, ka-nk voor geven enz., niet alleen op Java. maai' ook te Malaka. en in den mond van vorsten, gebruikelijk is.

VOORBEELDEN VAN TIJDEN DEK VBEBA.

S Apatah akan dajaku {Kal. 51) = wat zal ik toch begin

nen. nf letterlijk: wat toch zal mijn redmiddel zijn? Apakan sahutku (Kat. 53) = Wat zal mijn antwoord zijn?

l'-tak dinihfiri, maka hhadjam pun bangun dari pada tidorn.ja hendaq kaluwar (AV//. 51) = Xa het ochtendkrieken stond ile barbier op uit zijn slaap om uit te gaan (zullende uitgaan).

Nixtjaja dipertemukan Alhih djuga hidungku [Kal. 52) = Zekerlijk zal Allah mij wel mijn neus terug doen krijgen.

Maka Amir Hhamzah pun menjuruh 'Abas mengarang

ocr page 223

uu»

surat akau- dikirimkau kai.gt;ada Lamlahiir (Ximnann 1. blz. 188) = Amir II. droeg aan 'AMias o]i (U-li brii-t' te stfllcii. die gezonden zou worden aan L.

Sid^la/i hiiginda meliliiir band.ihaiii diitang bersainu-sumu dengan Tala Sangkuni dan laqsamana itn. maka titah radja: Si'diih/.-di nianiai| liandahara berlangkaii '//gt;/« nu-ngaraii surat dan hingkis? (Niein. i, l'lz. 118i= Nadat dr vortit den liandahara in gezelschap van T. S. en iliii laqsamana (admiiaal) had zien komen, sprak hij: Heeft oom de liandahara (Uwe Exc.) zich reeds toegerust om de hrieven «.'li geschenken in sfatigen optocht weg te brengen ?

Satquot;!ah -vi'iltth ija makan. maka rnrunlaii ija ilari tangga rumahnja itn (Xiem. II, blz. 2) = Nadat lii.j gedaan had met eten. kwam liij de trap van zijn huis at.

Maka apabila dirasa'inja rupija itn. maka katanja: Haj. naïkkan inrji ini lekas. Maka tersfimjuin akn seraja her-kata dalam hatikn: mana It-liih kuwasa obat itukah ataw rupija inikah? (Niem. 1. blz. 7i=Tocn hij dien gulden voelde, zeide hij: Hédaar. laat dézen heer eens gauw naar bown klimmen. Ik glimlachte terwijl ik hij mijzelve zeide: wat is (nu) machtiger, dat toovermiddel ut' déze gulden?

s i'it/y. lt;.)pgaven ti-r vertaling. Maka Uminda |iuii mc-iiiandcing kaïiada Lai|sainana seraja bertitah: Apa hirjara J.a'isa-mana. kita hendaq surnh ka, benuwa Keling? (Niem. II. lilz. öö.)

Maka titah radja: üaiklah. karena akan kinrara run Kasturi iru. dari salamanja sudah kita hendaq karunija nama bantara djuga muhon. (Niemann 11. blz. quot;iö.i

Maka kanuidijan berdjalanlah pula. Adapun dari hhal djalannja itn tijadalah kutuliskan dan tijadalah bolih akn kenangkan hahnwa sauniurku hidup imii lielom akn mellhat djalan jang sadjahat itn. (Niemann 11. hl. ;!4.i

Maka satelah djaülah sudah kawan-kawannja itn lierdjalan, maka haharnlah dilepaskannja. (Niemann II. blz. •■!quot;).i

Maka djawah radja Singa: Haj segala manteriku apakah plkiran jang ada (dii dalam hatimu itn. katakanlah kud^ngar. Maka semliah inanteri itn katiganja: Haj dieter ,.jaquot;) tu-wanku sjah alam. djikalaw kiranja dipcrkenankan olih tu-wanku akan sembah patèk ini. patèk pnhonkan ampun.

ocr page 224

2( )i I

djikiilaw kiranja kira Imnuh akan onta itu. nistjaja ken-njanglah segala rajat kita «xkalijan. (i'. Tand. 47.)

S -•gt;('. Vertaal in 'r Maleisch. Xadat dit geschied was. maakte de vorst zich op om naar binnen te gaan. Dh bandahara en laqsamana en Tala Sangkuni bogen eertiiedig en keerden terug naar hunne woning.

Tala Sangkuni zeide: Welaan dan. laten wij ten Imve gaan! De bandahara en Tala Sangkuni met den laqsamana gingen ook heen om hunne opwachting te maken; en de bandahara meldde (aan den vorst) wat de laqsamana gezegd had: déze sprak: Welaan dan. spoed u oom Bandahara. u gereed re maken om de briever en geschènken voor mijn broeder in statigen optocht te begeleiden (mengaraq).

De bramaan lachte, dat geval ziende. Xadat dit afge-loopen was. reinigde hij zich en keerde naar zijn (vroegere) plaats terug. Hij riep luide om zijn leerling en (ging) hem hier en daar zoeken (maar) vond hem niet meer. Toen weende hij. zéggende: u wee! door dien élléndigen knaap is mijn stok gestolen. Het wérd donker en hij zocht in het geheele oord (maar) vond den knaap niet.

PRAEFIX pquot;r (1'K. l'EM. PEN. PESO).

S ;JU. Boven is in s 11 en volgende (lilz. löö en löH) en in S 20 en S -'1 reeds gezegd dat van de actieve en neutrale verba met praefix mf ot' iW, substantieven gevormd worden, en wél met subjectieve beteekenis, d. i. die doet, of dat wat doet. hetgeen door het verbum uitgedrukt is. Als meest eenvoudige regel diene dat de m van 't actieve praefix of de !/ van hn verandert in //. waarbij voor 't geheugen het beste voorbeeld is van mfngailjnr = onderwijzen, k(nnt ifiii/adjur = onderwijzer, van heladjar = leeren. pdadjar — leerling. Die subjectieve beteekenis hebben wel m de eerste plaats woorden, waarbij men aan een jvrmon denkt, maar ze kan toch vaak ook aan zaknn worden toegekend, evenals in de Hollandsche woorden looper, trekker, enz. Zoo is iiem-hu.inh = Dvnihusiili, niet alleen de waschvrouw of blee-

ocr page 225

201

ker, maar (quot;ik dat wat dient om te wasscheii. het wasch-water. PrmJjeli — kooiker, is ook de koopprijs, dat waarmee men koopt.

Het is een vaste regel in 'r Maleisch dat voor een vcr-laim nooit tegelijk twee praefixen mogen staan, tenzij het tweede een euphonisch praetix is, d. i. zulk een. dat op zich zelf geenc actieve, passieve of neutrale beteekenis heeft. Van de euphonische praelixen is pn- het voornaamste, de andere, kom, Icm, hen , .wm. nen. komen weinig voor. Het praefix per en ook her verliest de r en wordt yw of 6«. volgens regels van euphonie, volgens den smaak der Maleiers. en deze hebben, evenals alle menschenkinderen. hun eigen smaak, waarover niet verder te redeneeren valt. en ook onverschillig is of die geheel overeenstemt met ons begrip van wèlluidendheid. al of niet. Maar logisch is het zéker dat geen actief en passief praefix voor hetzelfde verbum mag staan, daar het eene het andere zou vernietigen, of omnn-gelijk maakt. Evenmin kan een actief met het neutrum of twee passieve bij elkander staan, zooals b.v. di en ter.

Xu kunnen van een woord saamgesteld met ber, dat dus een toestandswoord of verbum neutrum is. geene andere afgeleide verlgt;a gemaakt worden, die door die afleiding eene hetzij passieve of actieve beteekenis zouden krijgen, zoolang dit praefix her er aan gehecht is. Dit moet eerst worden weggenomen, en vervangen door een dat niet actief, noch passief of neutrum is. n.1. per.

Voor welke letters ber in be, /n-r in pe verandert, is. nm-dat het begrip van wèlluidendheid bij verschillende personen verschillend is. moeielijk in een vasten taalregel te Invngeii. Men kan kv. wèl zeggen dat be en pe in plaats van her en 2)'-r komen, wanneer het stamwoord begint met /• of / of een dezer letters in de eerstvolgende syllabe staat, maar men zou terstond daarbij moeten voegen, dat men evengoed berlajar als hehijar vindt, even goed berpeUtrohkav mtaqnja — zijn kind toevertrouwen, als hepelarohkau, betaroh en her-tarok of bertdrohhan = om iets wedden, enz. De beteekenis van het voorgevoegde per of pe zal wel blijken uit eenige voorbeelden :

Van Itilinifj, act. menvlnng — llelpeil. pet/utii/ii/ = helper of

ocr page 226

l'( lLgt;

dat wat helpt, de hulp (subjectief), pertn-l-Hugau =;'4e hulp die verleend wordt (objectief).

Van xitkil = [lijn. ziek, penjakit = kwaal, hrrmkit — zich kwellen, - aan iemand smart veroigt;rzaken.

Van liilnr = slapen. jifnidnr = wat slaap wékt, slaapdrank, maar ook die van 't slapen als 't ware een bedrijf maakt, slaapkop, /i-tiilnran = slaapplaats.

Van iaknt = \yMY£. p'/Ki/cut = lafaard. van mahaij = dronken, ji'iimh'iq = dronkaard, ii-wiKlat = madat-(o|iiunr) schuiver, pv-nunldtiin — amlioenkit.

\ an k-nlja = werk, bekquot;rdja — werken, = bezig

heid, betrekking.

\ an taivar — ki'achteloos. j/^naivar — wat krachteloos maakt, geneesnndd(jl, touverdrank, mdKucari = crn meisje verleiden, dar volgens inlandsch liegrip 't meest door een minnedrank geschiedt, \ an tau-ar — bieden , tawaran en Ifnawaraii = bdd, \ an ijuntihtii — haiiLien, b^rgaiiliuif/ = hangi'inl nf afhankelijk zijn, ffijafitniKjan — de plaats of het werktuig lt;nn aan op re hangen, galg, schavot.

\ an yhimj = armband nt vuetriiiLT. p^rg -ldiKjnu = plaats waar die gedragen wordt, dus perg-laugan taiKjun — pnls. en peniquot;-lnngau kaki — voetgewricht, énkel.

^ au het praeli.x y/quot;/- is te onderscheiden een dat wel even-zen geschréven en ook wel zoo uitgesproken, maar eigenlijk puf't is en d''quot;! van .... ot Li'/ioorendc tot .... Iieteekent. b.v. liaramaid-n = al wat behoort tot den mantristand, ook de gezamenlijke mantri's van een vorst. Van dit oorspronkelijke. vreemde praelix is de beteekenis iiij de Maleiers afgesleten. zoodat ii.v. jMfupaVih of perpatil gelirnikt wordt als gelijk in beteekenis met palih.

Behalve het enphonisch praelix p-r zijn in deze s genoemd kom. k-'in, /•quot;//. »■'1,1. .vu. waarover weinig anders nog te zeggen valt. dan dat ze waarschijnlijk alleen dienen om eenig onderscheid te maken met woorden die zonder dit praetix eene andere beteekenis kunnen hebben, b.v. srndiri of kendivi is = zelf, alleen, terwijl het grondwoord dm ook beteekent: lichaam, persoon. Kowhali of knnbaU beteekent wederom, terug, terwijl het grondwoord halhj beteekent achterkant of omkeeren (de y aan 't eind van een woord is

ocr page 227

20: J

meestal onhoorliuar. ot liever client alleen om te verliindeieii dat de laatste vocaal Utny zou kunnen uitgesproken worden, als i in/.e tweeklank gt;'■). Sembvni ot' ■s'u/ihn/iji = verljorgen. zijn ilnor het praefix ti' onderseheiden van hunji in de lgt;eteekenis van geluid.

g ;-}(i(/. Voorbeelden. Ba'ik anaqku ini kiiperhinrutkav tampat sawatu maligaj = Laat ik voor u mijn zoon als ver-lilijt]ilaats een paleis liouwen.

Maka dlijfrl-fnaiikun olih pelanduii kat a 2 burung Sunubul itu i Aquot;/. ISü) = Unor het dwèrghèi't werd goedgevonden wat de vogel S. (een soort steltkmper) zeide.

Aanm. Namen van dieren. ]ilanten enz. blijven 'r liest om ertaald. wanneer wij die namen in onze taal niet hebben: een /litanfj li.v. blijft pisang.

Hamba kaduwa datanii kapada tuwankn ini. hendaq me-ngadukan hhal pmell-nlKui antara kaduwa kami iAV//. l.slt;.)) = Wij beide komen tot u om aangifte te doen dat er een geschil russchen ons beide is.

Tijada diketam olili jaug lierhuma itu melajinkan p'-r/m-uuwjiiijd djuga [Kal. i'lt;S2i = Hoor den landbouwer wordt niets anders geoogst dan hettreen hij verbouwd heeft.

Seraja ija mentigaris tanah denman telundjuiinja. seraja katanja: Haj bumi i^hirold-nla/i Sita Di'wi kajiadamoe \Rama. 11lt;»11. 53) = Tevens trok hij een streep in den grond met zijn wijsvinger. zeggende: Aarde! S. 1'. zij een door mij u toevertrouwd pand.

Maka dianibilnja olih Sita Déwi mampelam duwa buwah ]yr*lt;nitapiiiiiiju iru (h'nuhi ötii = sita l)i''wi nam twee manira's van haren maaltijd.

Disitu sahaja lihat berbagaj 2 i^rdjalamtii dan p-larum kuda - Daar zag ik verschillende manieren van gang en draven der paarden.

Maka akan Landahur disuruh Hhamzah pfdegnh - ditam-liahi rautaj diikat dengan tali besi (Xinn. 1. lilz. i'nTi = Kn aangaande L. wenl door H. last gegeven hem nog steviger te verzekeren dat er nog kétens bijgedaan zouden worden en hij gebonden zou worden met ijzeren koorden.

ocr page 228

204

S oi\1j. Vertaal. Maka radja Iskander pun kaluwarlah ka pi'Hi/ailiipaii. {.S. M. S.)

Apabila sampajlah utusan iru kapada iliu-nagari Sjam maka lalu '/ipTsemhahkamijaluh segala onta itu kapada radja sjam.

Apa djuga pnijinfaón tinvan?

Tijada dikatalmïnja pi-rhuiratau jang diperliamba itu.

Inilah pfutjatiarijau hamha sakalijan.

Maka laki ■ itupuu sihalblah dari pada pemaiiduM/ainiia.

Dfiigan jj-r/nhmi/dii tuwau djugasampajlahmaq(;ud sahajaitu.

Maka akau Landahur puu disuruh Hhamzah lierikan ma-kanau dan minuman dan pfrha'H-i hatinja dengan kata jang baïk (Niem. II. 207.)

Maka pijala jang liertatahkan iv!na mutu manikam dlpfri-(l ar kun oranglah. (Niem. !. 207.)

Satelah didengarnja akan telajan itu hendaq mengambil dija iru. maka diprrlepaskaimja dirinja dari dalam kulam itu pergi kapada tampar jang lain. \Kal. 77.)

Djika Tuwanku hendaq santap daging hamba. hamtiamu pirrxtmljit/ikaii kabawah Igt;uli tuwanku akan pfinhnJas kami. {Kal. 94.)

Sajugijanja segala radja melinipahkan karunianja akan urang jang mengerdjakan pekmljnainija. (AV//. 7igt;.)

Djika dijivrkriiaiikan olih tuwaunja akan scmbali liambanja. maka tierbahagijalah liambanja itu. [Kal. 123.)

Bahuwa radja hendaq memberi karunija akan dikaw, hendaqlah angkaw katakan sapert i pfngalaknwaiimn dan p^mta-palainnii akan kanjataiin titnah Daniina itu. Perxumbahkan olihmu kapada anaqku dengan sabenarnja betapa pemlfiuptr-auiiin tatkala Ija berkata ■ dengan sudaranja Kalila. {Kal. 142.)

Dan marijhurlah kaiidilan fiiianiitaliainija. {'All 2.)

Akan djadi pcnt/IMnr hati jang dukatjita. ('Ali 2,i

V E U 1) U B15 K L I X (}.

S •■gt;]. \'nieger hield men de verdubbeling van een woord voor den Maleischen vorm van het meervovd. Dat dit eene dwaling is. blijkt zoodra men bedenkt dat die verdublieling niet alleen bij .mhslaiiti^r^n. maar ook bij verba, adverbia, adjectieven, ja zelfs bij telwoorden ook plaats heeft, fii

ocr page 229

bovendien voor den ilaleier elk substantiel'. als b.v. rumah. wanneer dit op zich zelf genoemd wordt en buiten verband met andere woorden, wel is waar lum kan beteekenen, maar voor zijne eerste opvatting is huhen. Wordt het woord nu verdubbeld, ruin ah 2. dan beteekent dit niet alleen het meervoud lunzen, maar rerschfiihnr huizen; wanneer het woord iff/aht. dat voor ons bej). lidw. de in 't meervoud dient, hiervoor geplaatst wordt, sugala rumah 2 = de versriiei-dene huizen.

Aanm. Bij dit woord ««/«/« mag het substantief ver-dubbeld worden, maar anders niet bij woorden die reeds een meervoud te kennen geven, zooals telwoorden.

Bij verba beteekent de herhaling dat bij herhaling of in hooge mate geschiedt wat het woord uitdrukt, of op verschillende manieren, b.v. berdjalaii-'ljalaH = heen en weer wandelen. berlari-lan = heel hard gaan loopen. Wanneer het infix nm of m wordt ingeschoven (zie S 17), dan komt dit voor het tweede woord (tusschen de belde woorden in), b.v. gïlang-gurnUaiiri — schitteren, / ardut-t ■' m (IT(IW — erg betrokken (ook van een toornig gelaat), van hirani = liet rokken. Inrun-IfiMurini — van geslacht tot geslacht, van timui = afdalen. (Verg. s 23.)

In het laatste voorbeeld ligt ook een gelijken op.... l»ir komt bij substantieven vaak voor. lgt;.v. van lamjU. = uitspansel, limytl - = tent van een ledikant, verhemelte in den mond (ook IniKjitaii). van «/W = slang, nlar- — staatsit^vimpel. van maia — ooi;. (nata 2 — oppasser, s]Mon, van kuda — \iaard. Innla - = schraag, krukje. Voor kudu laid = het zeepaardje, heeft mm ook den naam naduq -. een woord dat ook voorkomt in iniduq-andal — een snél en druk door elkaar bewegen, terwijl de oorspronkelijke be teekenis van vuduq onzéker is. eveneens /-«w2 = landschildpad, dat toch weinig overeenkomst heeft met knra — de milt. Ook bij laba '1 — spin en laba — winst, is geen overeenkomst merkbaar. Enkele malen heeft de verdubbeling geen bijzondere beteekenis: pi dj at - evenals p'tdjat is = wandluis, bni-beri = zwarte tor of torretjes in vruchten, biri-hin = schaap.

Bij adject, en adverb of alg. telwoorden drukt de verdubbeling een hooge mate uit. b.v. ban jan 1 = zeer veel. bat/-2 =

ocr page 230

21 Mi

/.ctT goed. hiuju?2 = heel mooi. pulntt 'J = in vt'4e .stukken ge-broken. van = gebroken (van een touw enz.).

Bij telwoordent b.v. (hnru • = jille beide. Ogu - = alle drie, xatn - = i'eii voor i'en, ook wel énkele keeren.

Sonnnige woorden krijgen bij verdubl)eling de beteeken is van een adverb ot adjectief, b.v. iaki-laki = mannelijk, manhaftig. heldhaftig. wordt soms wel gebruikt voor «/quot;// opp. van vrouw, maar dit heet /«/■/. Kira-/-ira — naar gissing, ongeveer, van kim = gissen, tiba-tlba = onverwachts, van tlha = komen. Ijnn-ljun = stilletjes, ter sluiks, van tjnri act. «/«/-tjuri — stelen. Deze verdulibelde woorden zijn vaak met een praefix verbonden, b.v. meiilkain metdjurl-tjiirl = verraderlijk steken toebrengen, herklra-iira — van plan zijn. bezig met plannen te maken, hfrithmf/-quot;lang — bij herhaling (iets doen).

lt; )ok wordt soms liij de verdubbeling de klinker in het woord veranderd, ja zelfs klinker en medeklinker. Deze „bonte verdubbelingquot; duidt aan dat in sterkere mate of op verschillende wijze is of geschiedt, wat de gewone verdubbeling zou te kennen geven. b.v. tjeraj-bentj = geheel verstrooid, of naar alle kanten, mjnr-majiir = allerlei soort groenten enz., lalifj-jjaiquot;! dar is lai'q = ikan (visch of vleesch) en allerlei toespijzen iiij de rijst. Iuhili-laiilaq = geheel verbrijzeld, lali'-laluni/ = heen en weer loopen. ruiiaiKj-pukaufj = links en rechts door elkaar. {Dultscl. Krent: mul '[tier.)

Hindelijk moet nog vermeld worden dat énkele keeren de eerste letter of lettergreep van een woord verdubbeld wordt, een vorm ontleend aan het Javaansch of Sundaneesch. b.v. dj-d ji'na/ii/ — een soort adjudanten of assessoren van den ba dn. eig. posten, van raam of deur, omdat zij zoo naast hem staan, hem helpen en desnoods vervangen uljeiiai/f/ — deurpost) . lala ngit voor langltctn ami ut = vei'hénielte in den mond.

S 31«. Voorbeelden. Apatah gunanja kanaq - tjelaka ini (•V. Rama. Holl. 38)= Wat is toch hét nut van dit ellendig wichtje? Een paar regels verder leest men: Ja Tuwanku sjah-alam datangkah hati Dnli sjah-alam hendaq melihat Hta/j2 kandij- ini berpatitjiimn kapada batu? Dat beteekenen moet: lt;) Heer we'-reldbeheerscher. zou Uwe Maj. over 't hart kunnen krijgen dat de hersens van «lit wichtje verspat wor-

ocr page 231

(It'll tegfii ilc steeueii. V nor Ij^r/jdntjiirun gelieve tc 1i-/.hii Iwpaidjnran. en ulaii1 vóór hersens is bejiiuilil eeue tuut, want dir utuij • is de naam van een sterk gekruid visehge-recht, en hersens is utaq.

Maka baginda jiun terlalu niarah saiierti alar h'rljdit-hvlit lakunja tijada Vierkatahuiin lagi (Holi. 41) = ]gt; vorst was zoo boos als een kronkelende slang, hij was geheel buiten zich zelve.

Tersebutlah perkataan hhikajat Laiisainana ija bi-rmdiii-niaiu kadalam hutan (Hull. 19) = Te melden is het verhaal hoe L. het woud inging om zich te vermaken. — Men mag ook vertalen het bosch inwandelde. Dit is de beste Maleische constructie. het antwoord op de vraag iranrh^fnachteraan den zin te plaatsen is 0: twee woonU-n die als synoniemen te beschouwen zijn. hier perkataan en hhikajat. moeten meesral door eên woord vertaald worden.

Maka dilihatnja olih Laqsamana sabilah pedang turun dari kainderaan melajang - menudju rumpun buluh betung tudjuh rumpun itu (Holl. 5U) = 1gt;. zag een zwaard al zwevend nederdalen uit den Indrahémel in de richting van die zt-ven bamboe-stoelen. — In dézen zin is ül' vja èf quot;lih /,. overtollig. Dat olih L. zou alleen noodig zijn wanneer met nja ook een ander ;5e pers. bedeeld /■■■quot;! zijn, die reeds in den zin genoemd was.

Maka ditetaqkan pula kakiri |ioen demikijan djuga. segala hajit-kajiniii Jang anam pemeluq pun habis bAerljoiig-t'-rlmiigaii kaüdara (lloll. 5(ii = Tuen wéder naar de linkerzijde een houw gedaan werd was het ook zoo, al het geboomte. zelfs van zés vademen dik. wérd naar alle kanten in de lucht geslingerd.

Maka ija pun hfrtari-fari dan herliniipat-himjKit di hadapan rumah Seri Hama iHoll. öl) = Ze gingen al maar heen en weer huppelen en springen voor het huis van s. R.

Pada sawatu hari tuwan puteri anaq radja itu pergi Ivr-rmin-maiii di kebun pada pohon bunga-binigiuin. maka tuwan puteri pun dipagut olih ular pada ibu kakinja. maka ijapun terhantar kamati-maluin (v. d. Tuuk IV. \'-rt. 8.ji = Op zékeren dag ging de prinses zich vermaken in den tuin bij de bloenienstruiken. en zij werd door een slang in haar grooten teen gebéten en lag daar uitgestrekt, tot stervens krank.

ocr page 232

208

S 316. Vertaal. Marilah tuwanham'ia diuluq brrsama-Kdina dengan hamba. (v. d. Tuuk IV. I'ert. 48.)

Maliani hendaii diniakannja maka ijapun bersin, maka tenikam liudjung sekin iru kabawah hiiigit-laiir/itiija hingga te-rus }»ada karungkungannja. (v. d. Tuuk IV. l'-rt. 51. r. 5. waar rekiuigamija voor „zijn strotquot; staat, waarschijnlijk drukfout.)

Bukan adat laki1 menikam inenfjuri-tjuri.

Perampuwan itu herfanjaii-terejaq dan adalah pada tangan-nja hudjung hidungnja. (v. d. Tuuk, P. Tand. 24.)

Apabila radja ini duwa laki-isteri telaii beradu lelap. ka-inudijan liahanilah angkaw gigit sadikit '1: satelah itu su/rra-sii/eralal angkaw masoq katampatinu perlahan 1. Maka djawal) piiljat Baïklah. ( /'. Tand. 41.)

S o 1 lt;■. Wanneer bij de verdubbeling het twedf verbum den actieven vorm aanneemt, beteekent dit dat de handeling wederkeerig geschiedt , b.v. paln-iiipmaln = elkander slaan, pndji-Meumdji — elkander prijzen of' vleien. tikam-menikaw — elkander doorsteken, (itiigh-meitaugit = tegen elkaar schreien. Maar als in plaats van het actieve ///«, brr gebruikt wordt, blijft de beginletter van het tweede verbum onveranderd, en de beteekenis is dan een voortduring van 't geen het ge-heele woord beteekent. b.v. Ijerttutibd/i-tanihdh = steeds toenemen. vaak komt het suffix lt;',/ er bij, b.v. berkasih-ka-nhau^ elkaar liefhebbend, d. i. minnend en bemind wordend, ber-paln-palvan — steeds tegen elkaar slaande. Djaiigan pandnng-iifiiiaiidaiKj b.v. beteekent: Gij moogt niet partijdig zijn. op eikaars belangen letten: maar bevpaiidaiiy-paiidaiigati is elkaar aanzien, steeds vis-a-vis zijn.

Voorbeelden. Lain ija beTpauah-panalan dnh bftrlancjkis-tanf/kimn. saöraiKj pun tijada bvrkenaan (llama. Moll. 43) = Daarop bléven zij elkaar met pijlen beschieten, en steeds die afweren. terwijl geen van beiden in den toestand kwam ge-troften te zijn.

Pergilah kamu kaduwa bertari-tari dan berlnmpat-limpat di-hadapan rumah Sita Déwi = Gaat gij beiden dan heen en weer hujipelen en springen voor het huis van S. D.

ocr page 233

S A M i: N li E S T !■: I. I) K WOO li i) K N,

S ■)_. i)i' hoofdregel van de woonlvoeging in 'r Maleisi-li — waarover straks nader - is. dat elk woord in een zin liepa-ling is van het onmiddellijk voorafgaande (zie Kn/. dan Dam. blz. 13), terwijl deze bepalingen zijn: l1'. nadere omschrijving (apposirie of nevenstelling); hepaling van hoedanigheid (adjectief of adverlo; 8°. bepaling van bezit (genitief).

De bepaling, vooral die van bezit, is dikwijls zoo nauw met het voorafgaand woord verbonden dat het daarmede als saamgegroeid is en men bij het aitspréken niet meer aan twee zaken, maar slechts aan ééne denkt, b.v. èmtahari — de zon. tjal-Tdinila = het tirmameiit, waarbij men niet meei' aan de beteekenis van het eerste woord nutla = oog of fja-/•cra — rad denkt. Ihii-hapn = 'ouders , anari /aY-/v'= huisgezin. vrouw en kinderen als één gedacht, en dat dit zoo is. blijkt het best uit de vertaling zoodra het possessieve nja er achtergevoegd is. want anders zou Hjn-hapanja beteekenen de moeder van zijn vader, en niet zijne, ouders.

In plaats van het bezittelijk ///(/ is bij benaming van ta-miliebetrekkingeii van vorsten en aanzienlijke personen een verouderd pronom da ot ndti ot audit als achtervoegsel in gebruik. Daarbij vergeet men, of weet niet dat dit da. „da of auda eigenlijk gelijk Staat met nja. en Zegt ajalutiida-bniida-nja = zijne (vorstelijke) ouders. Dit hunda is gevormd van ibu. = moeder. Iiij achtervoeging van nda zou het dus wezen ibunda. maar gewoon zijnde aan rweelettergré'|iige woorden heeft men dit onwillekeurig verkort tot hnnda. Zoo wordt van het woord //«//« = kleinkind. gemaakt Ijiitjiiiida. meestal verkort tjunda, van na/ui ja = slaaf = ik, een hoffelijk woord, uitgesproken taja. fcvst .vaja/anda. bij samentrekking --- ik.

Men vindt wel uitdrukkingen al s anaqda Ijai/inda VOolquot; ZoOll van den vorst, waarbij blijkt dat dit bai/mda gebruikt wordt als aja. vergetende ilat in anaijda reeds een possessieve lie-teekenis ligt. Dit bau'mda. eeue samentrekking van h-liii;/ija nda = heil zij hem. of u. is. evenals dan-lal tnirankn (heil zij u), dus eigenlijk een zégenwensrh. die, omdat de vorst daarmede aangesproken wérd. langzamerhand als prou. gebruikt is, en wél bij voorkeur als pron. oe pers., en paduka als

fiuxniiiUJI-, Mnl.-lloll 14

ocr page 234

210

pron. lgt;e jhts. ; dat lt;lit woord eigenlijk schoen of muil l»1-trekent, en de titel s-ri puluhi dus eigenlijk glans der muilen, daaraan denkt men niet meer. en gebruikt nok even vaak die twee zinledige woorden foutief door elkander, als h.v. in onze talen titulaturen, als Uwe Doorluchtigheid en Zijne Doorluchtigheid, die. als men aan de cigeulijhe beteekenis van het woord nog dacht, meer bespottelijk zouden zijn dan padi'hu of Ijaifiiidii.

Bij de achtervoeging van njii aan twee woorden die samen ('•én begrip zijn geworden, plaatst men quot;ju in den regel achter het tweede woord. b.v. iopaq-lanf/aimja = zijn handpalm. tiipaq-kakuijii — zijn voetzool, iljar'i-kiihhijü = zijn teenen, uit iljuri = vingers en Xy/X-/= voet of voeten, ibn-l-akiuja— zijn groote teen. ii)igt;-iau(jaiiii]lt;i = zijn duim: maar er zijn ook gevallen waarin njc achter het eerste woord moet komen, b.v. mmauja mauusija = zyne médemènschen, anaq-uja peram-puuan = zijne dochter, alsdan is het hoofdwoord dat waarachter nja staat, dus zijns gelijken — die mènschen zijn. zijn kind — van quot;t vrouwelijk geslacht. Soms maakt het in de vertaling weinig verschil, b.v. ianrjcvinja kan au en tanga n ka -nannja zijn beide zijne, rechterhand, maar in 't eerste geval is kanan een adjectief van hand. in 't tweede geval is ka nannja een substantief, dus de hand van de rechterzijde.

tink bij verba vindt men die samenkoppeling van twee begrippen tot één. b.v. herdatang-nembah = spreken tot een vorst (met diepen eerbied), terwijl berdatang alleen, een onmogelijk woord zou zijn. omdat da lang reeds van zelt een verbum neutrum zijnde, geen praefix ber mag aannémen, evenmin als nie of di, — t-rsennjnm siinpn/ = lijntjes glimlachen, fersennjnm radja - valsch grimlachen. b''r,sni:u/-djaicab = redetwisten. van smral = vraag en djawab = antwoord, berdjawat-Mi = handel drijven, van djnteal — verko^iiien. b'dl — kofipen, bertjawat Ijkiir = met den staart tusschen de beenen, van tja wat = een lap of soort gordel tusschen de beenen doorge. haald . en Ij kar = staart. berperahn kfljU — in kleine schuitjes varen . mentjeimrkun sajup — met de vleugels in t water slaan, nentjebartj'-tnirkan xujap hetzelfde, maar met veel geplomp dl gespartel, ni^nndjnh hun = den zevenden dag, na iemands dood. vieren.

ocr page 235

211

Voorbeelden. Tetaplah aku dengan pekcrdjaan (uHk-moiiiilix = W was bestèndig met allerlei schrijfwerk hézig.

Masintj 2 IjTamiti Iwb'ud di Malaka (Xiein. ii. 1) = Ieder van die lieden vestigde zich voor goed Malaka..., d. i. daar ging hij trouwen en kreeg er kinderen.

Maka deniikijanlah iihalnja hnrkulilDHi kaïnhiuy Itn (Niem. 11. hlz. 7) — Up deze manier liepen zij rond in de kraal.

Maka pada kutika Hu djuu-a radja pun teiialu amat duka-tjitn dengan iiia.ijy/ii'1 hatinja akan mati (v. d. Tuuk. ;;4) = Op hetzelfde oogenblik werd de vorst zeer «'-rg bedroefd en bekummerd dat hij sterven zou.

T E L W O O B D K N.

S -ïo. Behalve de algvui-'-'Uf telwoorden als ■sanntanjn = alle. sadikit = weinig, haiijiiq = veel. zijn de lioofdhiu-oorden: 1 sa (esa, asai, satu. sawatu: i' duwa: 3 tiga: 4 ampat; 5 lima: (i anam: 7 tudjuh: S dalajian. dulapan; !» samlulan: l(i sa-puluh = één tiental: 20 duwa puluh. en/..: tot 100 saratus = één honderdtal: ribu = duizendtal: laqsa = tienduizendtal: keti = honderdduizendtal: djuta = inillioen.

Tusschen ld en 2quot; wordt Mas aan de éénheden toegevoegd; b.v. sabelas = 11. duwabelas = 12. Zoo wordt ook wel in geschrift tusschen 20 en 30 (ikur gebézigd, doch dit is niet algemeen in gebruik, en ook ///-/ in de spreektaal, b.v. salikur = 21. ampat likur = 24. Gewoonlijk zegt men daarvoor duwapu 1 uh-ampat.

Eene uitdrukking die overeenkomt met ons ,.derdehalfquot; wordt gevormd met het woordje tetujah = halt. 2I/2=tengah tiga: ook verder bij de tientallen, honderden enz., b.v. 20 = tengah tigah ]iuluh, -löu = tengah ampat ratus.

De breuken worden uitgedrukt door tusschen teller en noemer te plaatsen p^r (/w of/wm = deel). \).\. mjwampat =

Rangschikkende en verzamelende getallen vmint men door kd. d. i. niet het praefix ka. maar de praepositie ka. die een overgang of beweging naar.... beduidt, voor het getal te plaatsen, b.v. katujn = de derde ot alle drie. Door /(//quot;/ er voor te plaatsen wordt het dan meer duidelijk dat men

14*

ocr page 236

het numsrliikkviulr LCi'tiil liedorlr. h.v. piinil kiitiuljuh— zevende hoMtdstuk.

Eene eigfiiaiivdi^heid van liet Maleisch, m. i. daar sterker dan in de zustertalen uitkomende, is het gebruik van een tal van woonlen als liulptf'hvoordeu, waarbij dat huliitèl-Wdiiivl dan eenige overeenkninst moet hebben met het ge-ti'lde. l'.v. rnraiKj liij persunen. ij kor (staarten) lgt;ij dieren, onverschillig of ze al of niet mi staart hébben, zulke hulp-tèlwoonlen worden m-'i vertaald, Maka diandiilnja •lt;«-Ijiliih yiedang jang terliesar ilari paila laïimja dan .tahimk perisaj jang terbesar dari pada laïnnja (R. - P. •gt;•;) = Hij nam een zwaard dat veel grooter was dan de andere en een schild dat veel grooter was dan de andere.

Een groot aantal van die hulptèlwoorden vindt men in de Hollander s Xprattlck.. blz. 1-)/.

S 88(/. V o o r 11 e e I d e n. BaiQlah. djikalaw demikijan, bijar radja disini kaluar sarn-ang memanggil radja disana. xdiminn sulu senajiang. ataw xaiiranc/ mhilah keris Itertikam saorang sama saürang (i^/. Ahd. blz. llt'i = Het is goed. laat ilan den radja van hier alleen naar buiten gaan om den radja van daarginds uit te dagen, elk (met i een geweer nf elk nnet i een kris. om de een den ander te gaan doorsteken. Het hulptèlw. uramj wordt, vooral in labelen, ouk van dieren •jx/x^\.\\.\'. (Vhiiiiji-iitiija wmiü ilti Móraiiij sitlj 'tdji — door ieder van die mieren werd één korrel weggedragen.

Adalah ija dalam karadjartn due pnluh ihdapuu tahun mm-b'ilan Inilan (//'/•. Xiem. 11. UN) = Hij was aan de

regeering acht-eii-twintig jaar negen maanden.

Maka kubilang perisaj besar itu ada mpulnk Imah dan lagi besi tiga tjahang. dan pedaug iièndèq - ada barang dua jiiilnli. dan pedaug jang berbatang pandjang ada auaw hidjiih, dan seiiapang pun ljanja(| tersandar dan lagi ada kulihat ter-letaq diatas peti amui tvil\nh hela'] seluar isarwal) orang iioetih (Hik. AM.. Xiem. 11. i' i = Ik tèlde de groote schilden, er waren er tien. en vérder drietandige ijzers, en heel korte zwaarden waren er zoowat twintig, en zwaarden niet lange gevésten waren er zés of zéven, en ook véle gewéren tégen den wand aangezét. en ook zag ik nog op een kist neergelegd zés of zéven broeken van Europeanen.

ocr page 237

Maka lalt;isainaiia imn diberi iilih manteri ampul itu iiersalin tapnlui. peran.L'L'oan. dan -wgalu oralis Malaka dan oraug Ki-ling Jang hmi'idij itu pun. ^aininra/ifd dilicri pcrsalin: maka gadja kuda pun berhimpunlah dan segala liunji-luinjian Jang ampat puluh bagaj ragamnja ituiam heiijunjilah terlalu atlamat luinjinja: djika guruh herlninji sakalipun rijada akan kaden-garan. dan h'-rapn /jnlnli Ahu radja - dan manteri hulubalang ruengiringkan surat itu ilinitj Tiiwoh. Nieni. 11. 11quot;) = De laqsamana werd door de vier inantri's vereerd met tien stel staatsiekleederen. en de liedm van Malaka en Kuromandel. die talrijk waren, werden allen nok begiftigd met gewaden; de nlitanten en paaiilen kwamen liijeen en de muzirkinstru-menten. die veertigerlei tnncn haddi-n. weergalmden, de muziek was zeer indrukwekkend; indien zelfs de donder zicli had

doen hooren. het zou niet hoorbaar ziin geweest, eri véle

■

tienduizendtallen van vorsten, amiitenaren en krijgsoversten volgden den lirief.

Maka adalah lama sultan itu dalam karadja;in tfiljnh talum xahulan l'mahehi» hari (////•. At\il. Xiein. 11. 119i = De duur van den tijd waarin die sultan aan 't bestuur was bedroeg /.('■ven jaar. één maand en 1quot;) dagen.

Tuwanku nan tuba memotong karbo dan djawi sakira-kira duu'iiltfhix cjhur banjuqiijn hjal. I'.ihl'm 22) = 1 •• ■ opjierste tuanku liet karbouwen en runderen slaehten ten getale van ongeveer twaalf.

i

V 0(1 K X A A M W O 11 H P lO N.

S -quot;U. De vormelijke beleefdheid, die een karaktertrek van de meer beschaafde volken in onzen O.-l. Archipel is. maakt dar /.ij minder dan wij Westerlingen, gebruik maken van perse mnlijke voornaamwoc)rden.

In plaats van die van den 1quot;' pers. ik of wij = akc. i-nml en Hfa, bezigt men meestal een woord dat slaaf, dienaar, uw dienaar beteekent. als nu ju. iKtrnha. Iiimthu-I nan. pat ik ut putei' (n.1. als men tot den voi'st spreekt), avuij. heta ot béjfa (op de Moluksclie eilanden;, f/nu (Chin.) en een paar minder gebruikelijke als ulnii en ihuitian.

Voor die van den 2''quot; persoon aiif/l-an\ dikaw (liefst in den

11

I,'

ocr page 238

l'14

accusatief), diri en kamn (plur.), In (Chineesch en plat), kové (Jav. en plat), gebruikt men woorden die eigenlijk heer, mijnheer. Uwe Hoogheid beteekenen, als: tium, tiuinlKinihiiy tiiiinkn , jany dip^rtnau, jamiiuni, jMiili'kd, -t'-ripadu/'a, datnq, kortom den titel, of naam of familiebetrekking — 't zij in eigenlijken zin of als lie wijs van achting voor den toegesproken persoon — liever dan een voornaamwoord 2quot; pers. te bezigen.

Voor den persoon ij a, in ace. dfja (dat in spreektaal ook in nom. gebruikt wordt), '/ja achter 't subj. passief; in plur. nHtrikaitn, ook. vooral in spreektaal, dijaorang. Deze toevoeging van omny, om 't meervoud aan re duiden, komt ook veelvuldig voor in den l™ pers., dus: kUnorang = wij; énkele malen wordt ook kaMiwrani/ voor gijl. gebezigd.

Bovengenoemd orang dient ook voor het onbepaalde voornw. mr-i/: iemand, is = saiirany, niemand = moraiif/ /nm tiiuda, alwie = harang sjapa, ieder = sa-ttwravf/ ^ èlk = masing-ma-ting, soms lijap-(ylt;iji, dat echter liever gebezigd moet worden voor It-lkm-i, wat = (ip'i. wat ook = (ipa-iijjd of harang sa-snatn. niets = li/iidii (ijia-itpii. tijada harang ■■iasnatn.

De wéderkeerige voornw. mijzèlf, uzelf, zichzèlven. vertaalt men met dirikn. dirimn , dirinja fit dirh/jn scudiri: *fii-diri ~ zélf.

Het bezittelijk vnnnnv. 1quot; pers. is kn. verk. van lt;//•«.• 2quot; pers. //lt;quot;. verk. van kamn: -S11 pers. nja. een wijziging van //'/. In de spreektaal, soms ook in geschriften, bezigt men als hulpwoord om het bezit aan te duiden pquot;gt;tja, of deftiger ampnuja. b.v. mja punja rnma/i =. mijn huis. in boekentaal mmalkn. Kn, mn en nja zijn pron. poss. van 1°, 2e en -)'' pers., dus = mijn, me en zijn. wanneer die gehecht zijn aan substantieven, maar komen ook voor bij de praep. pada. b.v. padaktt, padamn, pndanja = ;uiii mij, aan u. aan hem of haar, en olili. b.v. uiihkn, olilunn, oH/injd — door mij, door u, door hem. Bij de praep. akan wordt het pron. niH verkort, men zegt akdnddkn.. akandikaw en akandtja vooiquot; mij. n en henn in den accusatief.

Het aanwijzend voornw. die, dat, is 'dn, dat gewoonlijk achter het subject geplaatst wordt, waarbij ook vaak het nadrukgévend woordje staat, soms vertaalbaar donr-rZ/'v,

ocr page 239

maar meestal niet te vertak-n uimiat het alleen aanwijst tot hoever het oiulei'wèrj) van den zin loopt. Dt'-ze, dit, is lui.

Het vragend voornw. wié? is xijnpa. wMke? imua. wat? upa.

Het betrèkkelijk voornw. die. wélke, is jang, dat vaak ook diént om een adjectief met het substantief te verbinden. ■laiuj met een daaropvolgend Hu. evenals adiipim .... itu of al-an.... iln, wordt vertaald met: wat betreft, ii.v. Atas hambalah, jiUiy lurm/jaira pindak itu {Adf. i»lz. ti^i - Wat dat overbrengen betrèft, taat dat maar aan mij over.

Het woord Uimpat = plaats, wordt ook vaak als betr. voornw. gebruikt, b.v. tam pal jfrltmluiKjaii l-i' — waar, of bij wien ik mijn toevlucht zoek.

Het vragend woordje mana = wélke? wordt ook als pron. n-at unl- gebi'zigd. en regeert dan den subjonctief. b.v. Dawlat tuwanku sjah alam. mana ritah. patèk djundjnng (Xiem. II. tü) - ihgt;ii u. gebieder, wat uw bevél ook zij. 't zal iloor mij gehoorzaamd wi)rden.

Vuorbeelden. Jlaka djawab pentjuri itn amjl-an- 'mi ftijapa' Maka djawali Sjéthan itu: akulah. panghulu x-yahi Sjètluin jaiuj dalam nagari 'mi. Maka djawab pula pentjuri itu: Djikalaw aiiykair hendaii mengatahu'i, cX-wA/// kapala segala pentjuri dalam nagari 'mi, apal-ah pekerdjaauww datang kamari 'mi.' [Pand], 'rand. 104) = De dief zcidf: En yij. iri- zijt gij? Het antwoord van tien bnozen geest was: //• be-n het opperhoofd iler booze geesten die in dit land zijn. De dief antwoordde wéder: Als _rij 'r dan wijten wilt, ik ben het hoofd der dieven in dit land; wat was uw bezigheid dat gij hierheen kwaamr? (Wat heb je hier te doen?)

Men ziet uir dit voorbeeld hue ah' en angi-aw worden gebezigd door personen die niet beleefd tot elkaar spreken. Evenwrl mag a/,-quot; altijd wél gfbruikt wordlt;'n als men niet tot een ander spreekt, en augkaic als men in 't gebéd tot Allah spreekt. Vérder blijkt hoe Ha (die) ook de plaats vervangt van het lidiruord (dat in quot;i Maleisch niet bestaat) en voor den pluralis van spgala dient. lt; )nk hoe itu het verwijderde aanwijst, mi het nabijzijnde. olt;ik hier, a pa ka h = wat ? terwijl het liezittelijke mu — u/r en /•« = anja achter het subst. wordt geplaatst.

ocr page 240

L' 11 ■)

Maka luljar Zaimi diilalam harinia; SaUaiia aku meatjuri liaharulah 'mi cil-n incndaiiat Jang (leiiiikijan iui = l)i-Zigeuner zeiile in zijn hart il'ij zich zelve, of'ilacht): Zno lan^ ik steel is hét voor 't eerst nu dat ik zoo iets vind.

Bijarlah «/(•« bunuh (ikdmlija dahulu (/'. Tm/d. 1()4) = Sta toe dat ik eerst hem iloode.

Maka kaluwarlah sanio\va/lt;/ff hemlaq meniukul kaduwa wtinkitïhi. Maka kata peiit juri Hu: -Ta tuv-an: Djanganlali dipukul luunha karina Sjètluin //// datang liendafi niemhunuh tuwanhamlia Itiö) = Allen kwamen naar huiten

om die heide te slaan. Kn de dief zeide: Ze moeten mij nier slaan, want déze duivel kwam om u te doodeu.

Haj Daminah hetajiakah /i/tH-ojyliijn itu? TJeriterakanlah. hmh'iKiitr {I'cikIi. Ttiml, 1quot;) = Wel 1'. liC'e is de gesehiedenis daarvan? Verhaal ze. ik luister.

Haj se_rala isi hahetara. fmni,, - tuluiiLr apalah kiranja akan ha ui hu. maka tijado iljnir,, pnn maü menulung

dijn (v. d. Tuuk. IV. / Tt. i' i = O gij .sehéjielingen. helpt gijlieden mij tnch: maar niemand wilde haar hèli.en.

BIJWoOHDKN (ADVKKHIA) KN AD-I 1-X'Tl VA.

S-quot;lquot;). Evenmin als in't Maleisch de verdeeling in ri'dedeelen, zooals wij die in onze grammatica kénnen, toepasselijk is, en wij alleen onze verdeeling in rédedeelen en andere gram-inarisclie kunsttèrjiieu liehoiidi'ii. om vocir den leerling héter verstaanhaar te zijn. moet men in de verdeeling der adverbia in verschillende soorten een stréng afgebakend verschil tusscheu de eene soort en de andere zoeken. l)e eenvoudigste woorden in onze taal zijn -/« en N^'h. Xu kan dit Ja wél in 't Maleisch vertaald worden door hélkan. dat échter zélden voorkumt. of door //'quot;. dat in zuiver Maleisch nii'er zin') het eekent. maar nu langzamerhand de lieteekenis van ons Ja verkrijgt, maar de écht Maleische vorm van be-véstiging of toestémining is het hoofdwoord der vraag te herhalen of te beantwoorden. S-en wordt 't best vertaald d.ior i/nkioi. ofsclnion dit eigenlijk r/fi-nxzinx 1 icteekent. b.\'. Saiidanja; Haj ilirahim llhadjib. anghan-kah manteri Sultan Mohhammad jang ija harap padainu? Maka I. Hh. itu her-

ocr page 241

■I\7

kata: Béhkan. (ihnlak uianteri Sultan M. itu (Holl. ]SO) = Wèl I. Hh.. zijt ;rj de mantri van Sultan M.. die oj» u vertrouwde? En 1. Hh. zeide: Ja. ik lien die mantri van Sultan M. Men ziet dat dit Bélikan hier ook vrij overtollig in, want „nku/tiiquot; heeft de vraag ..angl'iin-L-u/r vulkomen licant-woord: liovendien is de 1 )ijvoeging im iurap /uiildiiin een staaltje van het leelijk Maleisch der Mai-uia radja. Geen echt Maleier schrijft zoo. die zoude daar gezégd hèbhen jaufj (Hlara/jliija of hapertiti\aaiiii]a of iets dergelijks, indien hij al een relatieven zin had willen gehruiken. die in 't Maleisch moeielijk goed zijn te plaatsen lijden waarom zij er liever twee eenvoudige zinnen van maken. h.v. Adu sawatu huran, didalamnja Itanjaq kera iludufj enz. Is het zoo of niet? vertaalt men Ijakah aian' tidaq. en '-utafi ija ahnr tida'j met; ik weet niet nf het zigt;(i is of niet. - Een goed voorbeeld van ija vindt men in de Srri Kama: Maka kata Sita hcn-i: linlah tahulah aku akan Imdi pekertinja adinda Laiimmaua. djikalaw mati s. H. itu nistjaja isterinja ka wam bil akan isreriinu = S. |). zeide: Welzoo! (of welja!) ik begriJi» NV''1 de slimheid \quot;an broertje I... als Seri Hama stierf dan znudt LriJ zéker zijne èchtgenoote als de uwe némen. (Holl. öo.)

Iets Verder Ze^t l^uisaniana : S(il:araii(i ladajial h/tida haiidia i'-nji. De duljbele ontkenning in ta dapat (ijada ~ het kan niet niet. is een sterk bevéstigeml: Xu mort ik gaan: ti. ia, td'i. lidaij. t ija da. zijn vormen van hetzeltde woord = niet, hoewel het laatste reeds een saamvoeging is van ti en uda = niet zijn. Europeanen, vooral op Batavia, zéggen trada. dit is eigenlijk iemda. Die verwisseling van //-/• in ti kan ontstaan zijn door invloed van het Sundaneesch waarin een praelix tl bestaat, dat een accidénteel passief \ormt. evenals liet .Maleische praetix t-r.

Hoeveel? is Iffupii. zooveel = sal-ipm. uit m -f- kipm, b.v. xahipni lumanja — langen tijd. li/da/ia \*\\uc! liai/aji/ia/ni = hoedanig, uit tiagaj = soort ot wijze uiami = welke. Haijltoe uit hcnpijitu en tjatjini uit amp;///(// -(-gt;'/// = zoodanig. demikipm = op deze wijze. Demi alleen is /;//. een woord dat bij den eed voorkomt. demi .Utah = bij (fod. maar ook als bijwoord van tijd = zoodra. b.v. demi ditihatnja — zmidi'a hij zag. Mij-woorden van tijd zijn ook nog upidüta = wanneéi'. tiitauKina —

ocr page 242

218

wanneer? s^huig = terwijl, tatkala = ten tijde dat, Half lak = nadat, die T«'vens als voegwoorden voorkomen. Zuivere bijwoorden van tijd zijn -ia ka ran// = nu . kamwl ijan of l'amt/dija/t dan pa/ht Hu = later, /lt;//// = nog steeds, helom = nog niet; alsmede ti'dii/i en = reeds, afgedaan — worden veelal gebruikt om het j^rffctuni en phisqimmpfr/edum der verba te vormen, zooals het fntnnim gevormd wordt door akau of door heiiditij = zullen, moeten, mail — willen, nanti = wachten, kehuj — weldra, ook komen, djp.mah = eenmaal. hierna, (jok woorden als hakal en bfku.i kunnen als bijwoorden beschouwd worden, ofschoon ze als subst. het eerste materiaal, het tweede overblijfsel of spoor van iets beteekenen, b.v. heka-t dudutj = waar iemand heeft gewoond of gezéten, hakal nunah = dat. waarvan het huis gebouwd zal worden. hakal radja — die bestèmd is vorst te worden.

Dithnhi — vroeger, dahuhi1 = in veel vroeger, lang geléden tijd. fia/ji lari = vroeg op den dag, pagi-pagi — quot;s morgens vroeLr. (quot;.vz/y harinja = den volgenden dag, ook pada kaexukan hu fin-ja = op den volgenden dag, èmq pagi of palt;ji i-tuq — morgen ochtend, petang = tegen den avond, in de spreektaal op Java zegt men meer .wA, palang hari = den volgenden dag = in spreektaal hesnn (d. i. har H- iswi), lum of hari /nsa — overmorgen, nog één dag na overmorgen heet inlat. en nog een dag later tnlnn, beide zelden gebruikt. De tijden van den dag worden vaak uitgedrukt door de Mohammedaansche ge-bèdstijden, die men dus eenigszins als bijw. van tijd beschouwen kan, n.1. rtdjnhh voor het ochtendgebed, lohur id. van middag, 'alt;;ar id. v. d. achtermiddag, magrih id. bij zonsondergang, isja id. in den voornacht. Bij die vijf verplichte getijden komen nog als niet verplicht maar verdienstelijk de dlokhd. die in den vóórmiddag zoowat na 10 uur, en de lahadjnd. die men in den nanacht mag bidden. Verder worden de bepalingen hoe de zon staat, b.v. lerhit mala hari ~ fad jar bij zonsopgang; l-ngah na'ik, circa li uur 's morgens; Imgah hari - middag; tengah turnn, circa 3 uur 's namiddags; l/'ngah rendah, ongeveer 5 uur 's avonds, als bijw. van tijd gebé'zigd, alsméde dja rang zelden, soms verwisseld met mahal dat ook duur beteekent, k-rap of kerap kali = dikwijls enz.; de bijwoorden worden vaak zoo gevormd door verd-uh-

ocr page 243

219

beliiKj. of' door voorvoeging van •*/. nt'ook achtervoeging van ///(/. ut' beide tegelijk, b.v. saMnluja eigenlijk, ol'beide niet voorvoeging van il'/iymi. een ]irae]i. diij iiijwoorden vormt van andere ivdedeelen. b.v. iJengan adih/ja rèchtvaardiglijk. ook van die reeds bijwoorden zijn. om de beteekenis stérker te doen uitkomen, b.v. (h-ngun sahoianija in waarheid. (Ifut/dii xdjvrhnjii liehoorlijk. (J-iKjan xaprnnl-p^nuinjd — ten volle.

S 35lt;i. Voorbeelden. SaMah tiulah radja Abu Sjabid mangkat {Seilj. Mal., Holl. 213) = Nadat reeds vorst A. S. ontslapen was.

Halquot;!uk hari sijany maka dilihat erang Idjawaq ji'im/i pada tam pat itu ('W/. Mal. 212) = Nadat het licht (of dag) geworden was. zag men leguanen in menigte op die plaats.

Maka dquot;nf/an hlml jamj ilpmiki'/aii itu kaluwarlah ija dari dalam taman itu dciKjan ham pa tangauaja serta lt;h-ngan lapar ilahaganja [P. T. 3) = En op die manier gaan zij uit den lusthof, met ledige handen (eigenlijk met leegte van handen, zooals wij in 't Hollandsch ouk zeggen blootshoofds, barrevoets enz.) en hongerig en dorstig.

ILubaja-liiiijaja! Haj segala sudaraku jang membatja hhika-jat iui dan jang meiiHngarkandija hendaqlah kiranja tuwan -menurut kalakuan orang jang Itidjacisana itu. supaja adalah angkaw berolih faédah tjeritera ini [P. '/'. 3) = Voor alle dingen (rif en raoral), gij mijne bnieders, die déze verhalen leest en die er naar luistert, gij moest toch navolgen de handelwijze dier verstandigen, opdat het geschieden moge dat gij nut trékt uit déze verhalen.

Aanin. Kiranja, het optatieve toch. hier als bijwoord gebezigd. waarvan het ook den vorm draagt, is tévens voegwoord, even als supaja. dat naar den rnn/i (met sa als voorvoegsel bij upaja) adverb is. naar de bet eekenis meer voegwoord.

H'irang lt;li mana ija bertemu dengan nagari 2 jang ketjil itu samuwanja /tal/is ditaloqkannja = Oeral waar hij bij kleine stéden kwam. wérden die alle door hem//c/zw/onderworpen.

Vertaal. Hdapakah hhikajatnja itu? {P. T. 10.)

Sa ka li-/,-a/i djanganlah tuwanhainlia berkata Icmlaq menan-tikan ajapan dari pada tuwan kita sahadja. (]'. T. ld.)

ocr page 244

22(1

ApdhUa aiuiq kitu Ifinlmi mukua, maka kawtidurkanlali akan ilija. (Hull. •quot;).)

Maka tijquot;!) '1 ^uquot;'1 npuhila snilul hahis jierkataan hhukum itu kaluwarlah ija dari nagari Madinah itu. (Hull. (gt;.)

Akan ■lakunuii/ upatah hu/i kaliendaq tuwaiihaniba. (Itama,

iiuii. 47.)

Ivjxit'l Inirild/i kita licrperang pnht. ilixaiialah ant?kavv lihat akan kasaqrijan «egala siudjataku.

. I t! j f c t i r a.

IK' Ailjeet/nt worden als bepaling vanquot; het substantief onmiddellijk daarachter geplaatst, b.v. kiu/n ImU- = een goed paard, of goede paarden. Mee.stal komen ze in dézen een-vondigen vorm (den stamwoordelijken vdrm) voor. doch worden ook wel eens verbonden met vóór- en achtervoegsels, b.v. //«. nu in. wuh , inm. De eerste verbinding met tquot;/ komt veel voer in de spreektaal, en heeft dan de beteekenis van veri^nm)tende trap. b.\', h^siirtin = jj^rrieter. hdfjofxnn = mofior; die samengesteld met nva, mn en man. zijn afgeleid van vreemde (Sanscrit) woorden, b.v. büljatisdua = schcander. .*«-tijinraii -gflrtniw, ter onderscheiding van mi ija het substan-tiet trouw, nt'schoon unk dit wel kan beschouwd worden als een stamwoord en dan ook als adj. gebruikt kan worden, maar niet omgekeerd. Evenzoo is hmlinum = wijs. maar higt;di — wijsheid: hiervan kan men ook den echt Maleischen vorm t^rhudi afleiden, maar dit lieteekent eigenlijk rurshnidiii zijn. -Ook vindt men de .samenstelling met /■lt;/ --un. b.v. i-ahialiKj-hndukan = kinderachtig.

De trap van gelijkheid kan uitgedrukt worden door het praefix m — één : b.v. mhexar guumg = even groot als een berg; men kan ilaarvmir onk ze^i^en xonut ~ gelijk, ut sanut d^/tga/i = gelijk met....

De vergrootende trap wordt gevormd door duri. oï dari. pfido — het com para tieve dan. bodol dar/ pada kavbuw— dommer dan een buffel. Even als in 't Hollandsch kan de nitdrukkin.Lc iimx versterkt wonien door er Ifbih. of lquot;tiil lai/i V(H)r te plaatsen. f*bift. boduh dari pada karbnw = nog dommer dan een Imffel.

De overtreffende trap. ■superlatff of wordt ver-

ocr page 245

taald door lilt;'r praetix '-r. b.v. (quot;rhaïk — zcfr goed. ot door wooiden dit; ln-r zet-r gruoti1 nf Imoge uitdi'iikkcn. Ii.w nnml. sangot i)f tcrhdo er vlt;'iór te plaur.sen. sums drie ot' vier dier woorden achter elkander, waarna men nog eens sakali of = fiii éénen male. ot' tTlampuv dan ji idii mlai — buitengewoon, it achter zon kunnen plaatsen. Een eigenaardige vorm voor excessief is b.v. in pnlih-suputiluija — zoo wit mogelijk. dat ook door jjutih nirta/i — spierwit, wordt uitgedrukt. ()ok dfior voorvrieging van het aan 't iSanscrit ontleende wuord iiKi/m wordt de superlatief aangeduid, 'n.w mulia mullja = litMii; LCeiquot;erd. hoog aanzienlijk, umlni huiKj^nriin = hoogédelice-boren. ■famj md/m .iii/ji - De Allerheiligste. Jang iuh/ki kuo'uxa = De Almachtige.

De eenvoudigste vorm van sujierhitief is de verdubbeling van liet adjectief, b.v. haik 1 = aller 1 irst. bizonder mooi.

De superlatief wondt, vooral op Java. in de spreektaal meestal uitgedrukt door het woord paling (uitspr. palling). jaiKj palliiK/ bwir — de gmotste. 'ptug pulling l/agn-i = de mooiste.

O V E K 1) E 1' H A E P O S 1 T 1 E S.

tlt; ;jili,, voorzetsels (praepositirsi zijn slechts weinige, als tli (in) en ptida (op, aan), die als antwoord op de vraag ■waar' zouden kunnen gelden en dus volgens nu* taalbegrip den datief uitdrukken, ka (naar) en akan die een beweging ot overgang naar of op iets aanduiden, en dus. al weder \ol-geiis on* begrip, praeposities van den accusatiel zijn. Dari (vanaf, uiti. ulih (door). (Ifngan (met), zouden dan beschouwd kunnen wordtin als praeposities van den ablatiet, maar hoe weinig gevoel de Maleiers hebben voor de grammatische be-trckonis. die in onze Westorsche talen, vooral in het Duitsch, gehécht wordt aan de praeposities. Iilijki daaruit, dat zélfs de béste hunner schrijvers akan, pada en kapada gedurig met elkander verwisselen, en vérder dat zij. als om toch eenige nauwkeurigheiil aan de uitdrukking te geven, vaak twee praeposities bijeen voegen: in of binneu is dan b.v. didalam, uit of '7/ u hinneu — dan dal au/. naar bin/ttn —küdalant. Naast pada = aan, vindt men kapada. meestal gebruikt wanneer het een persoon geldt, aan wien iets (een brief) gericht is.

ocr page 246

•)')')

Eindelijk blijkt hue weinig gevoel de Maleiers voor de be-teekenis der praepositics hebben het bè.st daaruit. dat in de gewone spreektaal bijna alle praeposities worden verward of verwisseld met het woordje sama dat eigenlijk betee-

kent, b.v. ha-nh sanm I nan — yeef aan den heer. hantam samu 'Hja — raak hem! sla er op! roti scimu niuutégci — brood met boter.

Ook sommige substantieven worden als praeposities gebruikt, b.v. antara — tusscheillTlimte. (inttira kaïlmi pi'hai^ — tUSSchen de beide partijen, bal-a! = materiaal, kaju bukal nonah - hout voor een huis (bestemd), hakul riiiiauitdquot; = \'oor schoonzoon (bestemd), aanstaande schoonzoon. quot;///'quot;/ = part, deel. nut ikf ma kan ruin/ = voor het (''ten van morgen.

Als algemeenen régel kan men stellen dat de praepositie die antwoordt oji de vraag iraar. (in rust) is ili of pai/a: op de vraag inaarlfcnkii nf kajHuhi: op de vraag van n'aarilari of dan pnda. De praepositie. dienend om het verband aan te wijzen tusschen het verbum en het object is akan (dat evenals mp-rti vaak moet vertaald worden met ..wat betreftquot;) of kapada. het verschil tusschen die beide is. dat men nknn bij voorkeur moet liézigen waar. naar ons taalbegrii.i. een awu-satic./ volgt en kajiada (cd pada) voor den dat'v'f. Maar zooals boven reeds gezégd, de Maleische schrijvers zijn zeer onregelmatig in het gebruik der praeposities.

S 36(7. Vourbeelden. Tersurat d't kedatnn Martapura pada har! Ahhad dulapan hari bulan Muhharam tahun 1255 (Brief) = Geschreven aan 't hof van Martapura. op Zondag den 8quot;1 Muhharam van 't jaar 1255. Kedatnn is evenals keratun. of kraton het verblijf van den datn of rata — vorst. In denzelfden briet staat van den geadresseerde jaug ada hfrsamajan didalam dair ah nagari Bataicijah — die woonachtig is op het grondgebied der stad Batavia.

Besarnja besar sadikit dari pada kambing randuq (.W/, Mal. 210) —Van grootte was hij iets grooter dan een bok. Hier blijkt dat de praep. van af. of van = dari pada. ook gebruikt wordt om den comparatief ..danquot; uit te drukken. Wanneer dari pada — dan. in 't Maleisch voorop staat, zooals meestal het geval is. moeten wij in 't Hollandsch de termen der vergelijking omkeeren, lgt;.v.: Dari pada aku mati

ocr page 247

disini. tcrlebili baïklah aku mati mengadap radja 8inga (Kul. 1()2) = Het is toch vrij wat béter dat ik st.'-rf. terwijl ik voor koning Leeuw verschijn, dan dat ik hier zou sterven.

Dari puda anaq kita mati. baïklah anaq kita pergi = Het is b'ter dat gij (mijn zoon) heengaat, dan dat gij stérft.

Ija pergi bersama-sama deur/au faijir itu kapada saörang laki - jang kaja = Hij ging te zamen met dien bédelaar naar een rijk man.

Kombalilah ija dcngan sukatjitanja = Toen keerde hij terug met vreugde. Ot' liever nog verhfmjd. want dvnyaii dient ook tot vorming van een adverb en insgelijks van participium, li.v. Ija datang d-iniau mnubai^a hadijah = Hij kwam. een geschenk médebrèngende.

Dari pa da in den zin van (?lt;/-quot; ■ waar wij gewoon zijn r^ar te zeggen, komt vaak voor in 't Maleisch. b.v. trrlindung dfri pad a mata — verborgen voor de oogen: het verschil van dari pada en dari is gelijk met dat van kapada en ka.

Ka wordt n.i. gebezigd om de ri cl tiny naar aan te duiden, liefst bij groote voorwerpen, of die eene onl)e])aalde uitgestrektheid hehben. b.v. ka ia id - zeewaarts, naar de zee, kaluugit = naai' den (zichtbaren) hémel, hémelwaarts; kapada daarentegen bij personen, dieren, of in quot;t algemeen zulke zaken die eene bepérkte grciutte of uitgebreidheid hebben, b.v. een brief wordt geadresseerd kapada trnra» .hii' — aan of naar den heer X. X., nooit /v/tuwan.

1NTKK IECT10NES. (T u s sc h e 11 w é r p s e 1 s.)

§ ;57. Eigenlijke tusschenwèrpselsof klanken, soms ook énkele woorden, dienende om de eene of andere aandoening uit te drukken, zijn weinige in getal, zooals haj = o of wél, het kènmerk van den vocatief als men een mindere aanspreekt of toeroept (soms ook jegens gelijken), ja laj het toespréken of roepen van een meerdere: gt;ca/i = ach! aduh = au 1 tra hi ~ o wee! klachten bij smart: tjih en tjis = foei. bij afkeuring; saha* = bravo! bij goeilkeuring: anitjul — verwondering met smart; garanf/av= wat toch? bij twijfel: apalah en kiranja op-tatieve woordjes voor toch, zijn ook als interjècties te beschouwen.

ocr page 248

(Mu'igt'iilijkc uisschiiiwi'i'!ist'ls /.ijn woorden van beklag, als xnjdiiij = jiuiuner. en kasikan = die ariin'! dit' ongelukkig', die tquot; i-l-l(itjquot;ii is. I:iiriiiii = vervloekt, wee! mam = immers nier? och kom! Insja-Allaii! = zoo God wil; aMuga voluit axtai/iipirldli. dat (ah verkorting van Allah = God vergeef'mij, en la a-hal ~ ik bekeer mij. als uitroepen van verbazing, soms ook üdjaiij - wonderlijk! Subhhanahu Allah — (ind zij geprezen, als interjectie uitgesproken, dus zonder aan de eigenlijke be teekenis der woorden te denken. iets dat men kan afkeuren. maar toch niet zoo stuitend is als een „Sacré nom de Dienquot;, een Goddam of Godverd.....waarmede Christenen,

mcan-tuwau WolaudtC\ hunne rédenen, zelfs de meest gewone praatjes, kruiden, en bij den orang Islam den indruk teweegbrèngen dat zij wel kurang adjarquot;, d. i. menschen van weinig opvoeding zijn, en dat is in het oog van den inlander érger dan slécht en immoreel, terwijl wij door die slechte gewoonte hem volstrékt geen réspéct inboezemen, maar veeleer verstérken in de verkeerde meening dat wij den schéldnaam ka/ir verdienen.

VOEGWOORDEN. (C O U J U U C t i O 11 e S.)

S 8s. Wanneer men een Maleisch boek in handschrift, of '■.■n dar in navolging der handschriften gedrukt is. zooals b.v. de Fa/iilja Tdudaran in de uitgave van Dr. H. N. van der Tuuk, ojislaat. valt terstond in 't oog dat in zoodanigen druk. en nog meer in de geschriften der Maleiers. geheel ontbreekt wat ons het lézen van een boek in Latijnsche létter gemakkelijk maakt, zoodat het ons tot een behoefte is geworden. Wij zien geene Kapital* IfW'rs^ geene lem-tenk-M». de eene n'gel volgt op de andere, de eene bladzijde op de andere, zonder een rustpunt voor het oog aan te bieden, Ja zelfs een nieuwe régel is maar zéldzaam. De leerling, natuurlijk nog min ervaren, kan het begin en einde van een zin niet onderscheiden. Alleen bemerkt hij (zooals in bovengenoemde J'andja Tandaran) hier en daar een woord met roode letters of wat grootere letters gedrukt. Die woorden. meestal voeyiiyxn-deu. zijn het hulpmiddel om de zinnen van elkaar te scheiden, en uit het voegwoord, aan het be-

ocr page 249

gin van ern zin ot' zindeel staande, blijkt dan ook wélk soort van zin het is, bevestigend of voorwaardelijk, wén-schend enz.

De voegwoorden zijn dus van zeer groot belang bij het U-z-u van Maleiscli. Maar evenmin als wij bij het spreken hoofdletters, punten, komma's of'andere teekens noodig hebben, even weinig worden die woorden, die wij met roode of groote letters gedrukt zien, bij het ■tpre.ken der Maleische taal gebezigd, ja meestal zijn ze onvertaalbaar, en zouden overtollig mogen heeten, wanneer ze niet bovenbedoelde functie hadden in de geschriften.

§ 38a. De eerste regel van de Pam/ja Taiidaraii begint reeds met Sabermuta mul-u. waarvan het eerste woord dan niet te vertalen is, en het tweede als een hoofdletter is te beschouwen, waarmee de zin of het eerste woord van den eigenlijken zin. segala. geschreven is. In latijnsche letter zou die zin volkomen verstaanbaar wezen wanneer er alleen stond: Segala urung Ma/aka — De inwoners van Malaka, enz.

Een enkel woord tot verdédiging mijner stelling, die anders wèllicht tegenspraak zou ontmoeten. Xuii-niinlii komt van inulu — begin, hiervan het verbum bermnla - beginnen, voor dit cerhum so ft- plaatsen is eenvoudig oinimgelijk, wanneer men het beschouwen wilde als een crtuuJixiitr woord en zeggen = „geheel een begin hebbenquot;, blijkt reeds dat die verwrongen zin onzin is; ■lahernnila is hier zelfs niet als hoofdletter te beschouwen, want als zoodanig fungeert het volgende maka.

Zulke meestal onverlaalljtirc woorden, die het best als voegwoorden of plaatsvervangers van hoofdletters te beschouwen zijn. wil ik nog enkele noemen.

Iliohi, wanneer dit gevolgd wordt door maka. is te vertalen door het voegwoordje UK. b.V. llhaió maka koilno hinatung itn-piui berkalahUdh (P. 96) = De beide dieren mi gingen aan t vechten. llható maka kajjailn suala hari maka herhimpunJah ■squot;,gal(i hnrung hanlu Hu (/,. 7'. 8G) =; Op zekeren dag nu. verzamelden zich de uilen.

Sjahaddn, riikele malen vertaalbaar met coorts.

lia/ma of bdhwa. staat aan t begin van atfinnatieve zinnen

OONGORIJI' Mal.-Holl. Uerh. ] -

ocr page 250

-2-2H

ril vaak uevol^d duor fsasiiiiggiiliiija, dat voorwaar lieteokent. In dit geval zijn dus twee synoniemen aaneengevoegd, zooals in 'i Maleisch veel gebeurt. Dikwijls ook vertaalbaar met het voegw. dat of met

Ailapuu is vertaalbaai' met wat betreft, wanneer het gevolgd wordt door het aanwijzend woord gt;7«, b.v. Adapun jd/Kj iifiigaiiitjil dlrhaw itn Siiquot;/iit baxk = Wat betreft dengene die de drachmen heeft weggenomen, dat is Goedaard.

■IdiKj gevolgd door //« heeft ook die beteekenis van wat betreft, zoodat hier (idapun mik beschouwd kan wórden als svnoniem van als hoofclletter.

Ka/a/,■gt;/(quot;' staat in woordenboeken opgegeven als te vertalen door wijders, maar is ook zulk een onvertaalbaai \oegw.. zooals daaruit blijkt dat bet meestal gevolgd wordt door amka. t t.gt;k zou dit woord m. i. omschreven en uitgesproken moeten worden als /•d/ikijan. als bestaande uit de synoniemen kati en kijan. waaruit dit voegwoord = hoofdletter, is gemaakt.

Aiiuihüdu uf amahiu/ihit. al of niet gevolgd door de Maleische vertaling kaniiidijan dan piida fta. is n((k /u 1 k ei'ii zinledige formule. die men kan vertalen met het voegwoord wijders, maar in werkelijkheid alleen dient om aan te wijzen waar de schrijver (vooral in brieven) nu eindelijk begint met de hoofdzaak, nadat hij in de a/amat .u/rat en piidji-piidpau ± de helft der bladzijde gevuld heeft met betuigingen van den eerbied en de zeer oprechte gezindheid van X. X. te X. aan den zeer doorluchten heer X. X.. en daarna nog eenige bombastische heil- en zegenwenschen.

Mak* is het voegw. dat meer dan alle andere voorkomt en wel als hoofdletter, aan 't begin van affirmatieve zinnen, of als komma, aan quot;t begin van een nazindeel, soms ook als voegw. (/at. i'ii . daarom. réden {ukingka woidt ook vaak in laatstgenoemden zin geliruikt).

Dón is het voegw. hi in verbindingen als .tijang dan ma/am = bij dag èn bij nacht, terwijl sijavg malam zonder dan er tusschen. dag en nacht door. of achter elkaar, beteekent. Ibn dun bapa zijn moeder en vader, als afzonderlijke personen, maar ibn-bapa = ouders, een begrip.

ImIh wordt als voegw. èn gebruikt wanneer eene handeling op eeno andere volgt, ook voorts.

ocr page 251

Apabila = wanneer, uit apa = wat en 4«'/« = tijd.

DjH-a, kalaw en dphalaw = indien, wanneer. Saaragestèld uit de synoniemen dpka en Inu:.

A(]al — mits.

ManakaJa en bilamana = wanneer.

Aanm. De woorden die wanneer beteekenen. in voorwaar-delijken zin (conditionalis), worden altijd gevolgd door een samengestelden volzin, waarin het vóórzindeel en nazindeel verbonden (of gescheiden) zijn door het voegwoord wuka = komma. Als wanner een vraag is. volgt een enkelvoudige zin.

Talkala = toen, demi — zoodra. serta = met dat, salelah --nadat, staan aan het begin van een samengestelden volzin, maar lalkala itu — te dien tijde en sa tela k Hn — daarna, wordt door een énkelvoudigen zin gevolgd.

Atawn. ataw — of. Dit woord wordt alleen gebruikt in tegenstellingen, maar niet als het iets onbepaalds uitdrukt, b.V. in vier ol' vijf gulden ^ampal li ma rupijah.

Siinggiihpnn. Dit pnn (zelfs, ook) brengt het woord sungguh in de voorwaardelijke wijs, dus sunggnhpun is = zij het ook waar, al/ioeire.l. ofschoon, staat altijd aan 't begin van een saamgestelden zin. Dit woord is bijna synoniem met kendati en iiimki (Portugeesch). waliki-n (Arabisch) = zij het ook, en wordt dikwijls gevolgd door een woord dat maar lieteekent, of nochtans, n.1.:

Tela pi en ti ka a tetapi. of. wanneer een ontkennende zin vooraf gaat, melaïnkan, ook /auja. Akan-teiapi = nochtans. B.V. Siinggiilpnn tja berkata- Uk xawbi! i er tan-ate.tapi mi/kaiija mérah pad am = Ofschoon hij dit al lachend zeide, evenwél was zijn gezicht donkerrood (van boosheid).

Sabab (Ar.) en kdrana (Sanscr.) komen voor als rédegévende {causale) voegwoorden, maar ook als substantief = réden. Soms ook olih of twee of drie daarvan tegelijk: Olih l-arana sabab = om réden.

Dj quot;ffquot; of dj inca — slechts, maar. mag nonit aan 'I begin, maar moet altijd aan 't eind van een zin of zinsnéde staan.

Snpaja = opdat, soms verbonden met het Perzisch synoniem agar. wordt vaak gevolgd door djangan — het vétatieve met, dat niet, li.v. Tuan beri nanhhat akandija agar snpaja 'tjangan {ja berbnwat jang demikijan ■ Geef gij hem eene ver-

15*

ocr page 252

22S

mailing, opdat liij niet zoo handele. Dit vétatief dj an [/an met fijada vormt weder een stérk gebod; Mt-n map niet na-lalen = ta' da pat Ujada.

Nistjaja = zekerlijk, staat meest aan 't begin van een nazindeel en regeert bet futurum, b.V. kataw didapatnja akan dahi, n'uljaja diljiiiniJu/ja = als hij mij vond. zon bij mij zéker dooden.

Bit run ij staat voor whischmdv zinnen, soms versterkt door kiranja of apul ah of die beide, l».v. Surat ini barang disam-pajkan Allah apalah kiranja kapada = Moge Allah toch dezen brief doen toekomen aan....: harang vormt ook den subjonc-tief. b.v. harang sijapa — wie het ook zij.

Mndah-mndahaH — mogelijk, is voegw. met optatieve be-teekenis, drukt de zin echter geene hoop. maar veeleer de vrees uit dat iets geschieden zal, dan gebruikt men liever kalaw'. liaranghili — misschien, en antah = wif! weet of...., worden onk als voegw., die onzekerheid aanduiden, gebruikt.

Ons voegw. dat wordt weergegeven door huhnwa. soms door /i/ial. ook door akan, vooral wanneer een geheele zin als object voorkomt.

Ook woorden die een wensch uitdrukken met iets voorwaardelijks. b.v. als 't God belieft, zoo God wil, geve God = in.ijn' Allah, worden als voegwoorden gebezigd.

S 384. Voorbeelden. Mak a apahila didengar olili tuwan Krapord jang demikijan itu sukatjitalah ija, sabab barang jang dikahendakinja itu telah didapatinja = Toen dat dooiden heer Crawfurd gehoord werd was hij blij, omdat al wat hij mocht hegeeren. reeds door hem verkregen was.

Djikalaw sabdum datar sakalijan bukit ini, insja Allah taaid balom dihabiskan Allah agama ini = Zoo God wil, zal deze godsdienst door Allah niet weggedaan worden, zoolang al dlt;'ze bergen nog niet vlakten zijn geworden. (Hjalnl Kdd'm 22.)

Snpaja djang an aku kahudjanan = Opdat ik niet nat régene (door ivgen klètsnat worde).

Berilali apalah kiranja. barang apa jang dianugerahkan ka-pada hambamu, kuambil {iiania 58) = Geef het toch als 't u belieft, wat het ook zijn moge, dat gij genadiglijk aan uw dienaar schenkt, dat neem ik aan.

Adapnn nadjis itu. djikalaw lekat pada barang sasawatu

ocr page 253

anggota, dapat dibasoh dengan ajar, nlitjaja hilanglah ija (Kal. 103) = Wat het onreine betrèft, al.s dit aan een of ander lichaamsdeel kleeft, kan het afgewasschen worden met water, zeker zal het dan ook verdwijnen.

Dengan suwara jang njaring ija berkata, itupuu tijada di-dengarnja, iml-a ditijupnja dji'ya olih kera itu akan tjenda-wan itu [Kal. 107) — Hij sprak met luider stemme, écenwel luisterden zij niet en de apen bliezen toek maar op de paddestoelen.

Hendaq pnn kita menjaberang kaiunpat beranaq sakali. kalaw2 tijada tertanggung olih kakanda = Ik zou u wel in eens naar den overkant willen bréngen, alle vier met de kinderen (d. i. gij. vrouw (adinda), met mij (kakanda) en onze twee kinderen) maar, (wie weet), dat zou ik misschien niet kunnen uithouden.

Mahi Amir-adjem pum pergilah kapada Amir-arab. Apabila da-tang hampir rumahnja, maka Amir-arab pun turunlah mengalu-alukan Amir-adjem (Kal. i'l?) = De Perzische émir ging naaiden Arabischen émir. Toen hij nabij diens woning kwam, kwam déze naar buiten om hem te verwelkomen.

Aanm. In dit voorbeeld blijkt dat het woordje puu, waarvan boven bij Iwndaij pun vertaald is; ik zou wel ici/leu, bij een verbum de voorwaardelijke wijs vormt, maar bij een nomt'.n, eene aanwijzing is dat in den zin een nieuw subject genoemd is, n.1. een zoodanig als wij uitdrukken door de pron. déze en géne.

Maka segala orang bahtera itupuu habis diterbangkan angin, saörang pun tijada layi jang tinggal, meldini-an jang diper-hamba saörang dengan segala harla ilan segala mata-benda djuwa tinggal (v. d. Tuuk, IV /'-ri. i'ti) = De schepelingen werden alle door den wind wèggeslingerd, niemand bleef er meer over, maar ik alleen bleef slechts over met al die goederen en kostbaarhéden.

Satelah sudah maka radja pun komljalilah kaastana, dengan sukatjitanja, tetapi tijada dikatahuwinja akan llhasanah itu perampuwan (v. d. Tuuk, IV Verl. '1^) — Nadat dit afgeloopen wax. keerde de vorst naar het paleis terug, met vreugde, maar iiij bemerkte niet dat die llhasanah eene vrouw was. — Hierbij op te mérken hoe akan, de praep. die voor het object

ocr page 254

230

stiiat . ook dienen kiin om aan te wijzen dat de geheele volgende zin object is.

Ma ka (Ijlkalaiv ada l-irunja chihif ataw tersalaii dari pada bahasa ataw hiuiriifnja mei aikan tdak haraplah laqir a kan anipun dan maat' tuwan 2 karet/a bukannja faqir ini ahli bagi Jang demikijan [Pandj. Tand. 4) — En mochten (djikalaw ki-ranja) er vergissingen zijn ot' onwillekeurige fouten (het prae-hx ter voor onwillekeurig) wat aangaat taal ot spelling (hhn-rüfnja letterlijk de létters), dan heb ik alleen (melalnkan) mijn hoop gevestigd op uwe (tuwan 2) vergiffenis en wèl-willendheid, want uw onderdanige dienaar (faqir ini) is geenszins bekwaam (ahli) in (bagi = pada) dergelijke dingen.

S -iSc. Vertaal. Sahermula. Adapun orang Jang bebal itu. apahila ija inasoq kadalam taman itu. serta ija inelihat segala buwali-buwahan dan bnnga-bungaan dalam taman itu, lalajlah ija serU domjan malasnja hendaq tidur. serta hhajran-lah ija akandirinja dengan tertjengang-tjenganglah ija kasana kamari. (Pandj. T. 3.)

Ka late kiranja ada saOraiig orang berhutang kapada saörang, maka apabila sampaj djandjinja pergilah ija menhnta hartanja kapada orang Jang berhutang iru. (Vel. AM., lloll. J4quot;).)

Mari kita terbangkan djaring ini rainéj2 dengan sakali djuga, miidah-miidahaii luputlah kita dari pada bahaja ini. [Kal. 14 i .)

HaJ handajku sakalijan! Ka/au-2 pemikat itu datang menurut kita. (Kaf. 147.)

Aku pquot;// hendaq djiuja bercahhabat dengan tikus ini, ka-rena terlalu baïk satijanja kuhhat. Maka gagaq pun pergi ka tampat tikus itu, seraja berseru 2 menanggil tikus. (Kal. 148.)

Adupun orang Jang budiman itu, barang pekerdjaannja dengan pariqsa dj me a dahulu, supaja djaugav menjesal achirnja. (Ar//. 140.)

Demikijan /W//ha rang sijapajang berbuwat litnah akan hamba ini, nuda'inkan chijanat kombali kapada dirinja (A'«/. 141.)

Tijada ija dapat melawan dija dari karena lasjkarnja sak-kit djuwa.

Vergelijk uwe vertaling met die hierachter bij de oplossingen.

ocr page 255

W 0 0 I! Igt; V O EO I N O.

S :!!». [nclitm «mis opgedragen word eene taal samen te stellen, die voor volken van zeer verschillende geaardheid. OU hoogen zoowel als op lagen tra]» van beschaving en ontwikkeling. geschikt moest zijn om allerlei onderwérpen daarin te behandelen, zouden wij, dunkt mij. beter doen unze aandacht te vestigen op het Mul«i.icli dan op het l olapuk. dI dergelijke rltiiigiit intuTnahuiMle . Leue faal toch wnidt niet yH/uakt, zij ontstaat en groeit op, ontwikkelt zich. tegelijk met de menschen ot' vnlkeu die haar spreken.

Wanneer wij nu eene taal voor niis zien als het Maleiscli. zonder eenige verbuiging of vervoeging, zouden wij reeds a priori kunnen zeggen dat zulk eene taal, om verstaanli:iar te wezen. zeer eenvoudig moet zijn. zoowel wat de samen-stelling van woorden, als de rangschikking dier wooiden tot zinnen — de woordvoeging betreft.

De samenstèlling der woorden bestaat, behalve de verbinding van twee begrippen tot een woord, alleen in de \ei-binding met énkele praefixen, een nog kleiner getal infixen en een paar affixen of suffixen, uit het te voren hier behandelde genoeg bekend.

De woordvoeging heeft tot eersten of hoofdregel; /-//• icuord wordt bepaald duur Ifl daarop cohjende, ot m. a. \\. : dh woerd in een zin is bepa/i/tfl can het on middel! ijl' cooriifgaande. Het is wèl reeds lang geleden dat ik dit gezegd heb. o. a. in de Aaidefkeidnqen op lt;!■' Ka/ila dan Damina blz. 18, maar ik behoef er niets aan te veranderen.

Die bepalingen kunnen wézen: 1quot;. nadere omschrijving (appositie of névenstèlling); '1quot;. bepaling van hoedanigheid (adjectief of advèrb); 3°. bepaling van bezit (génitiefi: 4'. na een passief verbum is het volgende woord bepaling van subject, b.V. dixambur pelnrn = neergeslingerd worden duor een kogel.

Ook moet ik herhalen wat ik op blz. 14 van bovengenoemde Adntcekeniugeu als algemeenen regel gesteld heb, n.1. dat onder onze Westersche talen het Fransch groote overeenkomst in zinbouw heeft met het Maleiscli. zoodat men

ocr page 256

gewoonlijk de constructie goed zal maken, wanneer men zich voorstelt hoe die in t Fransch is. Ofschoon iemand il hgt;t. I 'ü nap pel i ilit, indertijd heelt tegengesproken, en nog wel op hoogen ....... en min gepaste wijze, moet ik mij beperken tot de eenvondige herhaling, omdat de tégenspréker in gebreke is gebleven te vernielden in wélke opzichten mijne stelling onjuist zou zijn? ol icat hij daartegenover wil stéllen .' i I ij zou dan natuurlijk zijne bewering nailer hebben moeten toelichten lt;it bewijzen, maar daaraan waagde hij zich niet, zoodat ik de ou/jfmilicvrd'- tegenspraak stilzwijgeml lu^li gelaren voor quot;t geen zij is.

i )m noodelooze herhalingen te mijden verzoek ik de gebruikers van dit boek met aandacht te lezen blz. ö—18 der hti/t'-'k-'i/ii/yfii ran d' Kalila. Sléchts énkele aanwijzingen wil ik daaraan toevoegen.

Wanneer men, door van voegwoord tot voegwoord te lézen de zinscheiding behoorlijk gemaakt heeft, moet men zich rékenschap géven wélk soort van zin het is? een bevésti-gende, ontkennende, vragende ot wénschende. voorwaardelijke. enz. Dit ziet men meestal aan hot voegwoord of bijwoord, vooral hij K-oordf)/ ran tijd. waarmede de meeste zinnen beginnen. Daarop vraagt men wat het onderwérp is, en wat het gezégde, deze twee hoofdbestanddeelen van élken zin moeten er natuurlijk in zijn. daarvan wordt voorop geplaatst dat. waarop de aandacht van den lézer vooral gevestigd wordt, dit is meestal het onderwérp (subjéct), maar het kan ook gebeuren dat het gezégde (praedicaat) meer op den voorgrond treedt evenals bij ons in de zinnen. En het paard viel. Toen viel het paard. - In het eerste geval is het paard (subject), in 't tweede, het gezégde, n.1. dat het red. het hoofddénkbeeld. In 't eerste dus: Ma ka kadanja djalah. in t tweede: Md ka djato/lah kudaaja.

Aanm. In t laatste zinnetje zou kudanja wél zijn paard kunnen beteekenen, maar daar 't Maleisch geen lidwoorden heeft, wordt nja dikwijls zóó gebruikt, in plaats van ons bepalend lidwoord: insgelijks het bepalend woordje itn. en \ oor t meervoud nega/a (dat vóór het woord geplaatst wordt, alle andere bepalingen komen er achter). De Europeanen bezigen in de spreektaal dat Hu vaak voor ons bepalend

ocr page 257

233

lidw., maar foutief; wanneer Hu in een zin vóóraan staat is het aanwijzend voornaamwoord = Aw, dat. daar. De Ma-ieiers houden er van met den uitgang quot;ja een zin of zin-snéde te sluiten, ook wel met adanja. zonder dat wij dit met een woord kjmnon vertalen, of enkel als punt. Zoo komt ook djnga of dj uk a adat/ja vaak enkel tot sluiting van een zin. Dat djuga mag vooH vóiiraan in een zin staan (zooals het door Europeanen wel eens misbruikt wordt) in de beteekenis van ook.

Als aanwijzing tot hoever het onderwerp in een zin loopt, dient dikwijls het woord Hu of, wanneer van een ander onderwerp sprake is dan in een vorigen zin reeds genoemd was. piu!. vaak vereenigd tot it up nu.

Xa het onderwerp, met zijn bepalingen (als die er zijn) er achtergevoegd, volgt in den régel het gezryda, dat ook wéder bepalingen achter zich hébben kan. en daarna het vourwvrp (als dit er is). Tot nadere aanwijzing van het object kan dienen de daarvoor geplaatste praepositie akan. wanneer niet reeds een voorafgaand actief, transitief of causatief verbum het object duidelijk genoeg aanwijst. Zooals dit akan. achtquot;)- het verbum geplaatst aanwijst, dat het daarop volgende object is. zoo duidt akaa vóór een verbum staande, het futuniM aan. (Zie s 29.)

§ S9a. Het gezégde wordt ook dikwijls aangewezen door een nadrukgévend partikel la/i. dat zoowel bij verba als bij substantieven, pronomina enz., gevoegd kan worden (maar niet bij praeposities), om dit woord tot gezégde te maken, b.v. Maka Hhasanah pa// datangA/// menghadap (v. lt;1. Tuuk. IV l't'ii.. blz. 27) = Hhas. kwam om voor den vorst te verschijnen. In den voorafgaanden zin had de vorst n.1. lieden uitgezonden om /laar te gaan roepen. — In dien zin was zij dus object, nu als subjéct iiptrédende, wordt liet ]iartikol pn/i gebezigd om daarop den nadruk te leggen. In zulk een geval wordt dit woord nid vertaald met een nadrukgévend woordje als zè/fs o\' ook. Dat bij datang nog eens lah gevoegd is, zouden wij hier wèl met een nadrukgévend woordje kunnen vertalen, n.i.; de vorst had haar laten ontbieden en zij kwam ook of zij kwam.

ocr page 258

234

In vroeger tijd heerschte de dwaling dat pnn en lak partikels waren om het imperfectum aan te duiden. Deze dwaling leert ons (want ook uit fouten is veel te leeren) dat inderdaad pnn en lak veel gebezigd worden in den verbalenden trant. Bovendien wordt lak ook v^el gebruikt tot versterking van de gebiedende wijs, maar in dat geval mag bet verbum niet in actieven vorm staan.

liet object staat 1quot;. na een actief verbum of'l)u. na de praep. (il-tm cu soms ook pada of kapada. In onze talen zouden wij dus in 't eerste geval zeggen dat het is een direct object (accusatief), in het tweede dat het een indirect objèct is (datief). Maar (zooals boven s 3(5 reeds gezégd is) in het gebruik der praeposities zijn de Maleiers zeer slordig. Evenwel is bet geene slordigheid maar veeleer eene eigenaardigheid der taal te noemen, dat in vele gevallen, waarin wij het verbum met bet object verbinden door een praep., dit in 't .Maleisch niet gedaan wordt, b.v. waar wij in 't Hol-landsch zeggen dat de slang in haar voet beet, zegt de Maleier alleen yigit l-akinjd, of voor up bet hoofd slaan puta^ of act. nir/iitiln ka pa!a uja, zonder praepositie. Daarentegen wordt akau soms ook wel gebruikt na een actiet verbum, waar bet naar ons begrip geheel overtollig is, n.1. bij een threci ubject, b.v. Maka Mangku-bumi pun mengerabkan segala manteri dan hulubalang pahalawan Dali dan segala orang Keling itu berlangka]» segala gadjah kuda dan me-njuruh akau podati dan onta dan karbaw dan lembu akan membawa segala barta itu (Nadir Sjah. Huil. 103) = De rijksbestierder liet bijeenkomen de mantris, en de krijgsoversten en ridders van Dali en al die Klingaleezen. om zich gereed te maken m-t de olifanten en paarden (X.B. dit met is alsdan verzwegen. Men zou ook kunnen vertalen „de olifanten en paarden h' rjaau uitrmteir) en hij zond pedati's en kameelen en buffels en runderen, om al die goederen te vervoeren. Akan schijnt hier voor pedati enz. alleen geplaatst omdat bet object niet alleen de pedati's zijn, maar ook èn kameelen enz. Het tweede akan. vóór een verbum staande, beeft de future beteekenis om (f ... .

ocr page 259

KI (! HN A A H DIG 11 KI) K N 111-1 UK WOOUDVI IKlt; 1 INti

S 4lt;). Wanneer twee zaken vergeleken worden. waartoe in 't Hollandsch het woordje duii dient {Maleisch dari ot dari pada), dan wordt dit dari in 't Mal. meestal vooro]j geplaatst, zoodat de tènnen der vergelijking worden omgekeerd, b.v. dari /xida hidup den (jan demikijan bui hl ah mali. letterlijk — dan alzoo te léven, is het beter te sterven. — Wij zéggen: Het is béter te sterven, dan alzoo te leven.

Voorbeelden. Dari pada ija (lahnlu, terlebih bait luwankn tarkaui [Pand}. Tand. 32) = Het is veel béter dat Uwe Hoogheid hèm aanvliegt, dan dat hij het eerder doet.

Wanneer met vergelijking een gelijkstelling bedoeld is. dan begint deze in 't Maleisch met een woord dat beteekent (j'dijk. n.1. mpe.rti ot' npania. het laatste meer bij spreekwoorden, de vergelijking wordt dan vaak gesloten door ef-n woord als hiknnja ot ntpanja, ui naardat de vergelijking slaat op houding Ot voorkomen enz. Haper li larhnaw lakunja en sa-perli harimair rnpanja wordt beide Vertaald met: als een tijger. maar in 't eerste geval is het zooals een tijger /AW, en in 't tweede zooals een tijger ailzid. Slaat de vergelijking op een geluid, dan is het b.v. saperli ijmdur bimjiiija = als de donder, van geluid. In het dagelijksch h'ven kinnen spreekwoordelijke uitdrukkingen voor, ook zonder vermelding van het woord upama. B.v. Sla/i lli/a wang. .Stall, eig. sa tali = 1 kwartje, tiga wang (uwang) = 8 dubl»eltjes koper ot30 duiten = 25 centen. Dat wil zéggen, het komt toch op't zélfde neer.

De plaats waarheen ot het duel waarlm' iets geschiedt, wordt gewoonlijk in 't Maleisch achteraan den zin geplaatst. terwijl die in den zin in 't Hollaudsch gewoonlijk in t midden Staat, b.v.; Ija pergi membeli ikan kapasar — Hij gaat naar de markt om visch te koopen. Ma ka adiilnh mariku'iln -samn icanja dtjam terIah' djal'/i dalam /intan hatupir1 h-'ndaij terns kaOaln/ pidaw 'dn kasabelai nana (Niem. II, 19) = Nil was hel zoo gestéld dat al die lieden heel vér in de wildernis woonden, wel haast tot aan de andere zijde toe, als men rechtdoor wil gaan naar den achterwal van dat eiland. Maka segata Peringgi Uk pun labis belentjnnan kadjar (Niem. 11, 112) = En

ocr page 260

236

al die Portugezen sprongen over boord in zee. Ma ka tut kal a tja Ijerlajar dirampasuja Ijrherapa buwah pcrahu javg da lavy ber-nijaga ka ban dar Darasmlam (Niem. II, 181) = En toen hij onder zeil ging, roofde hij verscheidene vaartuigen die naar de havenstad van Atjih kwamen om handel te drijven.

Maka orang jang disuruhkan olih inaharadja Indra Ang-kasa itupun memanggil ka pa da segala ahlinnudjum itu (Si Mixkia 14) = De lieden die door vorst I. A. uitgezonden waren naar de sterrcwichelaars om die te roepen. — Hier is tevens op te mérken hoe het passieve disuru/kan gevolgd wordt door 't actief memanggil, omdat de lieden, die gezonden waren tol de wichelaars, zelf die roepen moesten (actief of subjectief), memanggil kapada zou onmogelijk zijn, omdat de wichelaars alleen direct object kunnen zijn. van 't roepen.

Maka segala jang tinggal itupun termangu 2 saperli orang kamatian radja laknnja. didalam nagari Puspa Sari itu sunji sennjap mpajija. saperli orang jang tijada bertjahaja dan tijada bersumangat lagi, saperti nagari dialahkan olili musuli rupanja demikijanlah (Si Miski/i 18) = De achterblijvenden stonden verslagen, droevig als lieden die getroffen zijn door het sterfgeval van den vorst. als lieden die geen levenslicht of levensgeest meer hebben, alsof het land veroverd was door den vijand. zóó was het.

ocr page 261

OEFENINGEN TOT TOEPASSING DEK GRAMMATICA.

(l /7 Niemann's Hloemlezintj, '2r stuk, 3C druk, 1)1/. 50.)

S 41. Sjahadiin maka adalah kira2 saliulan lamanjakanuulijan

1 1 if 3 4 5 C»

dari pada itu maka pada sa wat u pagi ada pukul satengah

6 7 8 9 10 11 li l-'l

anam. maka datanglah duwa puluh tudjuh orang luulaq 1

13 14 15 15 15 16 17

perampuwan inuda2 lagi baïk'2 rupanja.

1^ 19 if) 21 i'2

1 Sja/adan maka zijn voegw. (zie § 38«) die niet te ver

talen zijn, alleen dienende om het begin van den zin aan te wijzen, dus — een hoofdletter.

2 adalah — er was. het was, het duurde. Men moet dit

woord altijd trachten te vertalen, zoowel om het nadrukgóvende lak, als omdat er in 'r Maleisch geene hulpwerkwoorden zijn, en woorden als zijn, hebben, zullen en worden, dus altijd hun eigen beteekenis als verbum hebben.

3 kira1 — ongeveer.

4 sahnla» — ééne maand (zie telw. s 33).

•quot;) lanui = lang. tijdsverloop; het achtergevoejgde nja duidt aan dat dit woord als substantief, niet als advèrb gebezigd is.

(gt; kamndijan of ka mud ia n — later, en met het daar achter staand dari pada itu letterlijk = dan dat, te zamen = daarna.

ocr page 262

238

7 ma hu, hier gelijk komma of' voegw. dat (zie S 38).

8 paria = in, op, aan; praepositie van den datief (zie g 3()).

9 sawatu - één (zie telw. § 33) met icaiu - hatn (steen) als

hulptèlwoord.

10 pagi = ochtend, morgen.

11 aria = het was.

1 - puhn! = uur. eigenlijk slag. h.v. in djam. pahul tiga — klok

slaande drie.

13 xal^ni/ahi a nam = luilfzes (zie tehv. s 33).

U riaUmglah = kwamen. Het aangeveegde lak toont dat dir woord in den zin als gezégde (praedicaat) voorkomt. Daar hot in verhalenden stijl voorkomt, vertaalt men dir gezégde in 't imperfectum. Het zou echter ook kom! imperatief, kunnen beteekenen, wanneer tot iemand gesproken werd.

15 riiiKa-piihih-titriji'h — twee tientallen zeven. 27.

Ui orang, onvertaalbaar hulptelwoord (zie S 33).

17 [burisiq - = knecht, kind.

18 yperampnwan = vrouw, hier vrouwelijk, dus slavinnen (zie S 24). U» mvria1 = zeer jong (zie ^ 35«, bladz. 221).

20 /«ƒ// = nog. daarbij.

21 ba'ik - = zeer goed, heel mooi (zie § 35a).

22 rnpanja — haar uiterlijk, haar voorkomen: nja pron. 3e pers..

hier bezittelijk (jiossessief), doch na een verbum in quot;t passief persoonlijk (zie S 34).

V E H V O L G.

S 42. Maka sakalijan itu budaq- Sulthan datang kajuüies

2:1 24 25 2fi ^ 27

raengadukan hhal masing2. Maka saorang membukakan

£S 29 30 31 30

lielakangnja ada bersilang bekas rotan dan ada bekas digantung

:!0 M 35 3« ^ 37

dan jang ada hekas dibakar dengan damar.

2 38 39 40

2H sakalijan = allen (zie S 33).

24 itu = die (zie § 34).

25 Hu!than = de Sultan.

2H riatang = komen.

ocr page 263

kajmlies ~ naar de politie, n.1. politiebureau. De spelling met ie is eigenlijk een fout, want daar in 't Maleiscli onze tweeklanken niet bestaan, is het logisch de lange i alleen door i te omschrijven, te meer omdat eigenlijk geen korte i (zooals in ons woord //•) in 't Maleisch bestaat. Voortaan schrijve men ook liever op Duitsche wijze u voor den klank dien wij in onze taal op schrijven. en voor den klank au, aio zooals ook overeenkomt met de spelling in Arabisch karakter, b.v. law (dat in 't Maleisch gekoppeld wordt aan 't woord dj)ka. heide synoniemen die iudh'ii beteekenen) wordt in Ar. schrift lam. daarop de fat ha en u-aw gesloten door fljèsma. dus de consonant ir (zie S - en het Voorbeeld van Maleisch-Arabisch letterschrift).

Waarom ik nu opzettelijk gt;e schrijf? lt; )m er de aandacht op te vestigen dat bij Niemann, blz. ■quot;)lt;gt;. het woord geschreven is met den langen klank in de laalxff. nog wel fifttliilmi svllabe. terwijl anders als regels gèhlen 1°. den klemtoon te doen vallen op de vóórlaatste, daarbij op-u lettergreep, maar ^0. niet in een gesloten syllabe. En toch had Abdullah in het oorspronkelijke, en Prof. Niemann in zijne uitgave volkomen recht! Zelfs de béste Maleische schrijvers zijn gewoon de ver-lènglètter (leesmoeder. want een klinker is het eigenlijk niet) in élke syllabe, ook in de geslotene te plaatsen, wanneer misverstand zou kunnen ontstaan door dit na te laten (zie S 4). Het vóórgevoegde ka hij kapulif.* is geen praefix. maar de praepositie ka. die beweging naar.... uitdrukt.

'8 mfur/adukau = mengadu akan - klagen over... (zie s -l^en c). '9 hJuil = zaak. zaken, belangen.

!(i ma-nug - = elks, van ieder van haar afzonderlijk. Staat in den Genitief als bepaling van hhal (zie S 24ii. Ua-xii/f/ is eene samentrèkking van het actieve me en asiuff (zie S 21a).

il naiiraug = één persoon, iemand; wanneer een tweede

öraug volgt. b.v. xa'óraug akan xaiira/'g = de een aan den ander; telwoord bij personen (zie s 33).

gt;2 memhukakau = openen, opendoen, ontblooten (zie s 21).

ocr page 264

24(1

Dikwijls vindt men bij 't actief nog den uitgang Xw/, waar deze zeer goed had kunnen weggelaten worden. Hetzelfde hoort men gebeuren in de gewone spreektaal, waar sa ma de praep. lt;/Xv//c vervangt, b.v. Ha n tam sawa dij a - raak hem terdege!

38 hdakaiignja = haren rug; snbd. omdat het verbonden is

met het pron. poss. nja.

34 hersihvuj - ini-t striemen, gestriemd.

35 iWv/.s- = spoor. indruk. Vaak dient dit woord om iets

verledens, een verléden tijd, uit te drukken, b.v. ruHiaJi bfka* mandor = Het huis waar de mandoer gewoond heeft.

3(5 rotan — rotting. Ada bersilang bekas rotan — er stonden de

sporen van rottingslagen op gestriemd.

37 diyiuituiKj = opgehangen (hier opgehóschen. om gegeeseld

te worden) (zie s 1quot;)).

3S dibakar = gebrand, geblakerd worden.

39 dquot;n(jan praep. met, duor. vormt dikwijls bijw. uitdrukkingen.

40 datnar — hars, fakkel.

Dan jang ada berkata sahari-hari sahaja sakalijan disiksakan

41 4i 4.( 44 45 21! 15

tijada dengan tjukup makan dan pakaj, dan jang ada dibakar

47 4b 49 50 51 4J 52(7.-38)

dongan damar di tempat anu, dan jang ada pula berkata ada

53 54 42 55

tiga ampat orang kawan sahaja sudah disuruh bunuh olih

5(t 57 6b GO GO 60 60

inrji' perampuwan sahaja olih sal)ab tjemburuwannja takut

61 62 63 64

tuwanku membuwat gundiq.

Gï (iU 07

41 Dan - èn. Het gewone voegw. bij eenvoudige verbin

ding — waar men dit kan vervangen door een komma, en dus de verbinding van een vóór- en na-zindeel uitdrukt, vertaalt men tnaka, en waar een voortgang of opvolging in de handeling is, vertaalt men l-n met lalu.

42 jang ada en ada jang — er waren er, sommige, worden door

Abdullah verward en door elkaar gebruikt, in de be-teekenis van sommigen, daartegenover anderen. Hier waar het pronom. relatief terugslaat op slavinnen, andcri'.

ocr page 265

241

h'-rl-utu — zr^'gen (zie S 'I'Mj).

mhari-hari = dag aan dag. dagelijks. De vuorvneging van ■ia vormt een adverli; de verdubbeling geschiedt \vM iu de regel van het grondwoord alleen, maar rocli ook van 't geheele woord mèt praefix. zoo zegt men ook ,tari-,iari (als samentrekking) en men hoort meestal phui-phui. samentrekking van prltihan-pflaha,,. voor

perla/ian L.

■ia/aja, uitspr. nujd. zooals vaak ook geschréven wordt, eigenlijk diennar. slaaf, maar t meest gebruikt als prun. le pers. (zie s ^4).

dLükmkaji - gestraft of gepijnigd worden, van of

■Vh*quot; - pijniging, straf. Letters die men alleen in vreemde woorden vindt (zie Aanm. achter s warden nuk' wel eens alleen gebruikt tor aanwijzing dat het woord nkl oorspronkelijk Maleisch is. en tévens vaak met elkaar verwisseld, zooals in dit woord sym met AV//, «/«/ met knf. Siqiu = [lijniging. twiiyuj-iakan— pijnigen. De ([«J wordt ook wel eens/v//^ Sftvi;/-genoemd en de haj daarentegen haf ket\U. een ongerijmde onderscheiding waarvan wij alleen gewag moeten maken. h/ailu ot dada = niet. Van ada niet het ontkennende ti (Sund. tö). men vindt dit woord als Hda' of Hdaq en in spreektaal irada.

(l'-af/uH = met, door; tijada dquot;ikjau en omgekeerd d^nqan tijada worden eveneens door Alidullah vo'iwisseld. in 1 ie teekenis van zonder. Evenals boven ada ja/n/ en ja ut/ ada.

ij uk up voldoende.

ma/cuu kost ol eten. Zal wel samentrekking zijn uit het act. me -r hakau ~ ('ten. dat nu in quot;t Maleisch niet meer voorkomt.

/uikaj = gebruiken. kleeding, otsclKion voor 'i laatste meer

het subst. pakajau voorkomt.

lempat of tampal — plaats.

anu — een zekere. X. X. luis even als wij van „zekerquot; lichaamsdeel spreken, als men de schaaindeelen niet noemen wil.

puda wederom.

[ÏONGRRIJH, Mal.-Uoll. Lrerh. 1()

ocr page 266

21-2

.quot;)() tii/lt;i = -i.

57 a input = 4. I quot;Jquot; iiiiipfl — •gt; 'I ~1quot;.

.quot;)S (iruiK). algemeen tèlwiiord van personen (zie s

5'.I kai'-iui = ge/èl of gezellin, kamt'rauil.

(KI smla/i disKruh hiinnk oiih = zijn reeds vermoonl op last

...... xinhi/i — pert, en pliistpiamp.. leeds. l)i-

suruh-lmnih quot;lil: (zie s -•gt;quot;). Dat in zou n samenge-stT'lii begrip, vermoonl op last van.... het eerste „simihquot; het hoofdbegrip is. blijkt uit het volgende dll/i = door.

()1 ////ƒ/lt;ƒ = Heer of Vrouw, waarmee men Arabieren of dèt-tige .Maleiers aanspreekt, [nfjiq ifriiiiipnicnii =■- meesterès.

ti2 fahitij = red»'ii. oorspronkelijk Arabisch, zooals blijkt uit de h aan 't eind. OHh .-iabah = om reden.

(gt;.quot;! Iji'nihiirnii'iinnjd. tjftnbiii'ii = Jaloezie, ijfnibiwiucaii — Jaloeiscii. met het poss. pron. nju er achter weler subst. = iiaar Jaloezie.

(i4 taM = vreezen, bang, vrees, vreezende. Hier part. pres. omdat er geen sulist. ot [iron, vóór staat (zie s -4t.

rgt;5 iiiwaiilcn = Monseigneur, de vorst. Zijne Hoogheid. Bij uitspraak van hinkn. luku is de titel niet zoo itoog.

(it; m'.mhiucid - maken, act. van hu mat. h-rbmrut is doen. handelen.

(•,7 ijmduj = li ij wijf. Met het \-orige 't zamen = mempvgn/i-di'lL-.m — tot bijwijf maken. Deze laatste uitdrukking znii grammatisch beter zijn. In den tekst zou men akandija er achter willen zien. want meniijiurut (/uudiq is in 't algemeen bijwijven maken, en niet haar tof bijwijf maken.

Maka berbagaj-bagajlah djenies pengaduwan budaq - peram-

'iis r.u 70

puwan itu di pulles Jang tijada patut aku sebutkan sakalijan

71 ^7-72 ' 73 74 75 70 76

itu dalam hhikajat ini.

77 7» ' 7»

tiS hrrhagaj-hai/ajlaJi. Van bagaj = soort, bagaj-bagaj = verschillende soorten, bi'rbugajlmiajlah — van allerhande aard waren. Door het achtergevoegde Jah als gezégde aangeduid. en vooraan in den zin geplaatst, blijkt hierop de nadruk te vallen.

ocr page 267

24H

iljfni/'s = soort. soorten. Over de verlengde i in de gesloten syllabe (zie Aanin. bij -JTi.

pengadnwan — klachten. \ an udn komt ufmjailquot; — wnc zaak voor den rèchtci- bréngen, klagen, pemjadu = aanklager . p'-iKjaihiiraii — di' aanklacht. Deze transscriptie, is \vM het meest gebruikelijk, maar eigenlijk zou het Juister zijn te schrijven pengaduii/i. /00 ook perampuMH enz., omdat het sulfix a// is (niet maar ook in

den tekst met Maleische létter vindt men meestal deze woorden zonder ham ra geschreven, die er behoorde boven te staan om de klinkers n en n te scheiden en duidelijker te doen uitkumen het suffix au. '//-in. op. iiij praep. v. d. datief als antwoord op de vraag u-aar.' Eigenlijk behooren de praep. van plaats altijd samengesteld te worden met dl. ha of darï, b.v. di da la m — binnen, in. (rust) kadalam = binnen in. (met beweging er heen), dar! dal am = van binnen, van uit (met beweging naar buiten).

pattd = passen . behoorlijk.

quot;kv xrljul/'dn — d((ur mij vermèld worden. Subjectief of pronominaal passief 1quot; pers. van het causatieve verbum srhidkaii. Aku Sfhntkan nf kusebulkan is geheel quot;e-lijk in beteekenis. maar bij den laatsten vorm (als aku verkort is tot kn ot angkaw tot kan:) komt duidelijke!quot; uit dat het subj. ut pron. passief bedoeld wordt. Dat kan hier rausalief wordt genoemd, is slechts eene conventioneele iienaming (zie s 214). Hier beteekent het toch geen maken, maar alleen dat het verbum

een object heeft, in dit geval een verzwegen object, nl. ze. die dat ik -quot;v vermelden, dat ik r//quot; noemen zou. sakalijim = alle. alg. telw. (zie s ■quot;!•quot;gt;). Higenlijk zou m-

kaiian Juister zijn (zie Aanm. 70).

daltim = in. Abdullah en vele anderen mèt hem, maken geen nauwkeurig onderseheid tusschen dalam en didalam (zie Aanm. 71).

hhiknjai — verhaal, geschiedenis. De stérk geaspireerde Arabische l (hh) en ook de uitgang at wijzen op de Arabische atkumst van dit wconl (zie Aanm. bij §'Wj. h/i — deze. dit, hier.

1(5*

ocr page 268

L'44

{Oefeningen ui! v. o. Tuuk, f-'ier t-'ertellinyen, blz, 'Jö.)

Adiipun hitam mata itu dimanakan bolih bertjeraj dengan

1 2 3 4 5 6 7

putihnja.

8

1 Adapnn. CoiiJ. aan 't begin van den zin = hoofdletter,

gevolgd door Uit of ini — wat betreft (zie S ^8).

2 hitam = zwart , of subst. het zwart.

8 mata — oogen of oog, hier génitief om het voorafgaand subst. hitam.

4 dimanat-au - dimana akau = Hoe zal het? Dimana ' = waar?

• ink = hag aj man a ' = hoe? akau voor een verbum vormt futurum (zie S -4«).

5 hoUh — krijgen. vinden, mogen, kunnen, synoniem van

dapat.

(gt; bertjeraj - zich scheiden (zie S 28).

7 deugau = mèt. ook èn, b.v. in opschritt van een label

'ïtuij'iI/ d''iitjan /urimtiw — De olifant en de tijger, s pidih-uja = het zwarte, het zwart er van.

Djangan anizkaw bermaïn berlontardontaran batu. nistjaja

!l in II 15 13 1

petiahlaii kapalamu. dan djika kawpanah akan orang nistjaja

ir, ir. 1? 'ib is 2quot; üi

dipanah orang djuwa akandikaw.

■-'2 33

lt;i djangan = het mag niet, moet niet. Vétatieve vorm (zie noot s 24).

10 angkaw = gij.

U h'-rmain — spélen, zich vermaken.

12 herlontar-luntaran — elkander werpen, loutar — hdnr — werpen

(zie s -:^).

l;j tmta = steenen.

14 nistjaja - zekerlijk — regeert het futurum.

1quot;) petjahtak = ■p''l)nh. — gi'igt;roklt;'ii, lal luulrukgevend, dan.

16 kapdlamn = nw hoofd.

17 dau = én . conjunctief.

15 djika — indien.

i'.l kaïrpauah. Sllbj. pass. pers. panah = \)\\\ en boog ot schieten daarmee.

ocr page 269

240

20 ah an. praep. 't object aanwijzend (zie S 3(gt;).

21 arang — lieden. men. anderen.

22 djhiea (ook djoega) = ook.

28 dlkaw — U. Wordt gebruikt al.s accusatief van mnjhiic en mag nooit iu den nominatief staan. Zoo wordt ook dijn gebezigd als accusatief van ija. maar in spreektaal hoort men dija dikwijls als nominatief.

Hendaqlah djadikan perangimu itu saperti pohon kaju

24 ' 25 26 27 2« 2b

Jang berbuwali, orang inelontarkan hatu kajwlanja dan ija

29 30 31 33 33

melontarkan l mwalinja.

34

24 Ib'nd-aijlah = Het is noodig. moet. Inipératieve vorm. 2-quot;) djadikan — djadi — worden, met caus. kan doen worden = maken.

26 perangimu — uw aard , uw karakter.

27 saperti = gelijk.

28 pohon — boom of gewas. pohon kajn - boom : kaju — hout.

29 jang — rel. pron.

30 berhuirah = vruchtdragend zijn. vrucht hebben.

81 melontarkav hatu = met steeneu werpen. Hier is de praep.

md uitgedrukt door kan, wat men, waar niet de actieve vorm, maar die met h'-r — berlontar-lontaran hatu stond (zie 12 en 18) niet noodig vond.

82 kapadanja — naar hem. Juister ware hier akandija. 88 ija — hij. Niet uitsluitend van personen.

84 hnicahnja = zijn vruchten.

Saperti panah, ada kalanja anaq panah itu mengenaï ada

36 3(i 3G 37 37 3b

kalanja tijada mengenaï tetapi terbanjaqlah tijada mengenaï.

39 411

Demikijan lagi chabar orang tijada bolih didengar amat.

41 42 43 44 4ü

85 saperti — gelijk.

86 adlt;i kalanja. Ada = er is. 61' zijn, ka la = tijd, kalanja —

tijden van iets, ada kalanja = somtijds.

87 anaq = kind, dient ook om de onderdeelen van een geheel

aan te duiden, b.v. anaq panah — pijlen (zie 19);

ocr page 270

24(;

kimiji wordt zoowM van slot als sleutel gezégd, maar dnaq kuvlji is = sleutel. Zoo ook van laiiyuii = hand T anaq tangan — vingers; van iiingaj = rivier, anaq su/ir/aj =■ zijtakken van een rivier.

88 w'nfjrtni'i act. transitief van keua — raak = treffen, iemand

raken, alsof het eene handeling van de ]ii,jlen was. 39 tetapl - maar.

4(i t'jrljaiijaql(ih — quot;t gelieurt meest: hanjnfj — veel. Ier (excessief s 35), lerhiiujd'i — meest; door (ah tot een gezégde gemaakt.

41 Dcmiklja n = alzoo.

42 (agi — ook, nog. meer.

43 chahar — tijding, bericht, nieuws, praatjes.

44 dldeiigar. Yan (If.ngar = hooren, mcndfngar — luisteren, iets

aanhooren, waarvan 't passieve.

45 aund — zeer. veel. excessief.

{Oefeniiigcu uit Hui.i.andku, hl/.. 2-i.)

Ada sawaru liutan didalamnja banjac] kera duduq diatas

i

tjawang kaju maka datang sai»rang utas hendaq mengambil

2 ' 3

kaju hendaq dipcrliuwat, pekakas rumah telah berapa banjaq

4 5 6

diambilnja tinggal saliatang kaju amat besar tijada terbawa

7 b

olihnja maka dibelah olih utas kaju itu dibubulmja badji

9 ' 10 II 11 13 16

maka hari pun sudah tengah hari maka ditinggalkannja

13 U 15

kaju itu dengan badjinja lalu ija pulang makan ka rumahnja

1« 16 17 ' 1» lil 19 1«

apabila dilihat olih saèjkor kera orang itu pulang maka ijapun

20 21 22 23 23 24

turun dari utas j)ohon kaju itu lalu naïk kaatas kaju jang

25 20

dibelah orang itu maka digeraq-geraqkannja maka badji itupun terbantun èjkornja pun tersepit pada belahan kaju itu tijada

2» ' ' 29 30

dapat dilepaskannja maka kera itupun mati maka orang

31 ' 3.'

iang membelah kaju itu pun datang dilihatnja saèjkor kera

33

ocr page 271

247

inati tersenit lain diiUiiliilnia ilihuwangkaiinja iiiilah iiciinja

M 35 :i« 37 :i8

orang jang fadhuli akan pckiTdJaan orcing Imkan iickonljculn

;{lt;) 40 41 4-

(lirinja niaka (lij)Gn»lihnja kalniicisjian atas dirinja «IJn^a lt;laii

44 . 4 0 46 47

jiada sahali kurang Imdi bitjaran.ja.

■lb 411 »0

In deze oefening /.i.jii evenals in de teksten met Aiabisch-Maleische letter geene leesteekens nocii hoofdletters geplaatst. Maak dns zélf de zin verdeeling, die nn gef^ne zwarigheid meer voor n hebben mag.

I /,vra = aap (de meest gewone grijze apen of meerkatten). m2 tjciicang ut IjnlidiKj \h en quot;■ vaak verwisseld) — takken.

3 utua = huuthakker. handwerksman.

4 pfkdkas, ook jf'rkukdx. soms zelfs kuka-t — gereedschap,

tuig, benoodigdhéden.

ö t-tah — reeds (zie S 24a).

t) l/fnipa = hoeveel. Of eenige. bebfrapa = vele. b-rapa baiijai] =

een zékere hoeveelheid.

( sabalaiKj van bnUvKj — stam, ook hulptelwooid.

8 tcrbawa van hawa = médenéinen, terbawa = te vervoeren,

méde te némen, de gérundivale beteckenis (zie s 14).

9 olilmja — door hem (zie S 34).

10 dihelal van bfluh. act. mcnihffnh = kloven . splijten.

II ulas zou houthakker beteekenen. Waarschijnlijk is

hier vergeten de praep. akan tnsschen deze beide woorden, om aan te duiden dat hij het hout (object) spleet. Dit plaatsen van lt;//vr« vóór het object wordt dikwijls verzuimd.

12 bubuh — plaatsen. of inzetten, indoen.

13 harl = dag, maar ook ons onbepaald t. liet, b.v. hari

pnn p'tiinfjlü/i — r werd avond of het weid doukei.

14 tfngah = half, midden, tfuga/i htrri = middag. bij een ver

bum, b.v. tengah mandi — bezig met baden, badende.

15 (lilinggall'annjn. snbj. pass. •gt;quot; ]iers. van Imgga^. is het

act. caus. vvuiuggalkan — laten blijven. achterlaten. gemaakt.

IC) hadji = wigge, dciigan badjinja — met zijn wigge, met

ocr page 272

24S

wiygc, ii.l. die er in zat; zóó '-vordt nja dikwijls in plaats van ons hep. lidwoord gebruikt (zie s 39). li — voortgaan. voorts, «v/ n.1. wanneer eene opvolging

in de handeling is.

is pu/ang = terugkeereii.

l'.t maUn ha rumahnja = naar zijn luns om te éten (zie § 40)

hij „de plaats icaarheeiquot;.

-11 apahild wanneer, toen. LTit upa = wat hi la = tijd. l'I '//////^/ - gezien worden, pass. van melihaf.

-- xaijl-or - een. Sa — \ 1 ejhor hulptèlwoord van dieren (zie s ;!;5).

l';! /•quot;/•(/ (o-aui/. Hiertusschen moest eigenlijk akan staan om aan fe wijzen dat df. zin „orang if u pa hingquot; het ohjèct is. dat de aap zag; kera oramj, zonder akan er tusschen. licteekcnt een andermans aap.

24 ij a pun = hij, deze. als nieuw suhjèct. omdat in de woor

den onmg itn pulani/. de man die naar hnis ging. suhjèct was (zie S 39).

25 in Tun — afkomen. dalen.

26 naik = klimmen.

2( fjerdq r. he wegen. act. cans. mi'.iiqgi'ralt;ikaii = schudden, met de verdubbeling heen en weer schudden. Kan hier op te vatten als verkorting van akan. wijzende op een (verzwegen) object is evenwel meer logisch = Hij schudde hem (den boomstam) heen en weer.

28 bavtun = uitrukken. Het praefix ter in dit en het vol

gend woord vormt het accidenteel passief (zie § 14).

29 sepit - knellen. knijpen.

30 helahan = Spleet, klove, bet ah. act. membei ah = splijten,

31 dihpaskatnija. subj. ])ass. 3'' pers. van 't grondw. lepas —

los. het act. causatief meiepaskan = los maken.

32 mali = dood, stèrven.

83 Uhal = zien, subj. jtass. 3' pers. dilihatnja.

34 tersepit = heknèld, van sepit = klèmmen, mali terse.pit =

doodgeklèmd.

35 am hit — némen.

3() bnwang — wègwèrpen.

37 inilah — dit is, van 'mi = dit (zie S 36) en lah (zie § 39^).

38 periiija, peri = verhaal of manier.

ocr page 273

249

39 fadluH Ar., in gcw. uitspraak paduli of pmhtli — zil-h bemoeien.

4'• pekerdjaau van kerdjn — werk, hel'i'.nlja = bozig zijn met werk, vandaar het pass, subst. met an = bezigheid, zaken (zie SS 1quot; lt;*n 11).

41 oravg = lieden, men. Wanneer een woord als ouukj ge

volgd wordt door een ander gelijkluidend, b.v. savraiiu akan saürang of' deuyan Drang ^ vertak' men dit inet ''en-and er of den ander enz.

42 hnl-an — geenszins, niet.

48 diperolihnja. Van olii komt herolih, bij contractie (saam-trèkking) holih = dapat = vinden, kunnen, mogen, verkrijgen. Waarvan het subj. pass. 3quot; pers. (zie S 25).

44 kidjinasaan = het verderf (zie SS 10 — 13).

45 atas — op, over (zie § 36).

4lt;) dirinja. diri = lichaam of -v//' of gij. dirin ja = zijn lichaam,

zichzélf.

47 djnga — slechts, toch, ook.

48 kurang = ontbreken, gemis, ook on.

49 budi = wijs.

50 hitjara = raad. réde. overlég, in spreektaal ook spi'ckeii.

ocr page 274
ocr page 275

v1

I ■

1

AA LOEFEM^GEN.

ocr page 276
ocr page 277

A LI Mi IN T

\M)SCil.

TER

Ada saörang radja di benua Parsi bernania Malak-sjah terlalu tambunnja. Maka kasakitanlah ija davi pada sangat tambunnja itoe, maka disuruhnja hirapunkan segala thabi'ti mengobati dija supa.ja kurang timbunnja, maka dioliati sogala thabi'b akandija maka tijada djadi dari pada obat itoe ine-laïnkan timbun djuwa. .Maka murkalah radja itu akan saka-lijan inarikaïtu, lagi ija bensabda kapada segala thabi'b itu: djikalaw tijada kamu obati akandaku uistjaja kubimuli akan kamu.

Maka dukatjitalah sakalijan thabib mombitjarakan obat radja itu. Maka bcrdatang scmbah saürang tlialtil) jang lain terlalu bidjaqsana. da tuanku sjah alam. iiahuwa sasung-gaiinja diperhambaiah mengobati tuanku. tetapi diperhamba puhunkan kabawah duli sjaii alam bertangguh tiga hari lamanja karana diperhamba lagi hciidaii melihat dalam nudjuin hingga diperhamba lihat pada rasi sjah alam mana ohat jang patut akan sjah alam; maka salula, radja itu baïklali!

Satelah itu, maka tiiabilt itupun kombalilah tiga hari lamanja; maka disuruh radja panggil akan dija. Maka thabi'b itupun datanglah serta ija bcrdatang scmbah: -la tuanku sjah alam; bahuwa diperhamba lihat pada rasi sjah alam tijada lagi tinggal dari pada umur sjah alam itu me-lauikan ampat puluh hari djuwa. Djika dikahendaki sjah alam akan kabenaran kata diperhamba ini jiandjarankanlah diperhamba disisi sjah alam. hjika ada perkataan diperhamba

ocr page 278
ocr page 279

ri-u vhktaum; in 't nkdehlaxdsch.

Ailii saöranj; radja di beiuia Parsi Ijernania Malak-sjah terlaln tamliunnja. Maka kasakiranlah ija ilari pada sangat tainbunnja ifcoe. maka disuruhnja himpunkan segala tbatn'b mengobati dija supaja kurang tinibunnja, maka diobati segala thabfb akandija maka tijada djadi dari pada obat itoe me-laïnkau timbun djuwa. .Maka murkalah radja itu akan saka-lijan marikaïtu. lagi ija bursalida kapada srgala. tbabib iru; djikalaw tijada kamu obat! akandaku nistjaja kuliunuh akan kamu.

Maka dukatjitalaii sakalijan thablb mombitjarakan obat radja itu. Maka berdatang sembali sai'trang thabfb jang lain terlalu bidjaqsana. Ja tuanku sjaii alam. bahinva sasung-galinja diperhambalah incngdtuiti tuanku. tetapi diptThamba puhunkan kabawab duli sjaii alam bertanggub tiga hari lamanja karana diperiiamlgt;a lagi bcndaii melihat dalam nudjum hingga diporbamba lihaf pada rasi sjah alam inaua obat jang patut akan sjah alam: maka sabda radja itu baiklah!

Satelah iru, maka thabi'b impun kombalilah tiga hari lamanja; maka disuruh radja panggil akan dija. Maka tbabib itupun datanglab serta ija berdatang sembah: Ja tuanku sjah alam: bahuwa diiicrhamba lihat jtada rasi sjah alam tijada lagi tinggal dari pada umur sjah alam itu me-lalukan ampat puluh hari djuwa. Djika dikahendaki sjah alam akan kabenaran kata dipcrliamba iui pandjarankanlah diperhamba disisi sjab alam. Djika ada pcrkataau diperhamba

ocr page 280

Üö4

itu benar maka lepaskanlah akan iHperhamba; djika aria perkatailn diperhamba itu dusta, maka baran^ kahendaii sjah alam atas diperhamlialah.

Kalikijan maka disuruh radja pandjarakanlah akan thalu'b itu, maka ilipandjarakan oranglali akandija.

Maka pada kutika itu djuwa radja pun terlalu amat dukatjita dcngan masjgiuil hatiuja akan mati. dan ditiug-wdkannjalah sogala permaliian serta ija chalwat dari pada segala manusija. [iada sahari-hari maka kuruslah ija dan Iiertambali-tamiiah dukatjitanja.

Uiiatii. maka genaplah ampat puluii hari sapcrti djandji thabi'b itu. Arkijan. maka disuruii radja: panggillah akan tliabfb itu. .Maka ijapun datanglaii. Tatkala hhadlirlah ija dihadapan radja, maka diliiia.nja akan radja itupun kurang-lah tambunnja. Maka sabda radja itu kapadanja: Haj tha-bib mana kabenaran katamu itu jang dernlkijan2? Maka sembah thaiu'b itu: Ja tuanku sjah alam. bahuwa diperhamba hhaki'm, karana hhakim itu mengobati segala penjakit dengan barang jang pat ut akan ohat penjakit itu, maka diperhamba lihat akan obat sjah alam itu tijada ada suwatu djuwa pun inelaïnkan pertjintaan djuwa. maka sabab itulah maka diperhamba hhukumkan dengan demikijan itu.

Maka radja pun sukalah serta dipersalininja akan thabi'b itu dengan persalin jang amat indah5 dan dianugerahaïnja beberapa harta jang amat banjaq.

Vergelijk den tekst i» Arabisch karakter in v. n. Ti tk, Mat.

Leeshoek, blz. 33 en uwe Hollandselie vertaling met die hieracliter.

Kata cahhibul-hhikajat: ada saorang radja di benua arab sangat gemar ija mengasihi perampuwan, dan ada baginja saürang wizir, maka dilarangkannja akan radja itu mengasihi perampnwan. maka djadi terkuranglah tjanderung hati radja itu dari pada mengasihi perampuwan.

Kalikijan. maka berdatang sembah saörang perampuwan jang damping kapadanja: tatkala dilih.itnja berubahlali parangi radja itu dari pada mengasihi perampuwan, maka sembahnja: •la tuanku sjah alam karunijakan kiranja kapada hamhaakan

ocr page 281

wizir itu; maka sjah alam lihatlah apa pi^rbuwatan hamlia (leugandija.

Hhatii. maka ilikarunijakan radjalah kapadanja akan wi/ir itu. Maka tatkala ramahlah ija dcngau wizir itu. maka tcr-lalu biraliilah wizir itu akaudija. Maka kata iM^rampuwaii itu akaudija: Demi Allah djaugau tuwanhamha hampir kapada hamba. melalnkan djika maü tuwanhamba bamba kaudara'i dan berdjalan hamba dengau tuwanhamba beberai'a langkah.

Maka diqabulkannjalah kata pei'ampuwan itu. maka dihan-tarkannja atas belakangnja pclana dan dibubulmja pada mulutnja kekang. maka dikandara'injalah lain berdjalan ij a karuinalmja beberapa langkah. dan adalah tatkala itu radja pun mengintaj. Maka sabda radja akaudija: Apa hhalmu ini haj wi/frku. bahuwa angkaw menegahkan daku dari pada mengasihi peram[iu\van. sakarang inilah hhalmu!

Maka sembah wizir itu: Ja tuwanku sjah alam. inilah maka diperhamba larangkau sjah alam dari pada mengasihi perampuwan. Maka sukalaii radja menengar djawab itu.

Vergelijk de Aral).-Mal. letter l)ij v. igt;. Ti uk., Mal. Lrr i gt;' . bi/,. St en uwe Hollandsche vertalina; met die hieracliter.

Sakali peristiwa pada sawatu hari Ahhmad anaq Abdullah Maqedoni bertemu ija dengau Iberahim ibn Adaham: maka ditanjamja akan Iberahim ibn Adaham dari paila sabab ]irr-tama - ija meninggalkan karadjaan dunja itu. Maka sahut Iberahim ibn Adaham: Haj sudaraku. sakali peristiwa pada sawatu hari duduq hamba diatas maligaj hatnba dihadap segala mauteri hulubalang sakalijan. Maka iiatnba pun mr-nèngoq dari pada tingkap maligaj hamba. maka hamba lihat ada saörang f'aqir duduq di halatuan maligaj itu. ada igt;aila tangannja sabuwah roti jang kering, maka dibasuhkannja dengau aèr dan dimakatmja dengan garam. Maka liamba tilik djuwa kapadanja hingga habis dimakannja. Maka ditni-nmnnja satitik aèr serta mengutjap alhhamdnel'ahi rabboelVila-min lalu tidorlah ija disana djuwa. Maka tiba- dimasoiikan Allah taal:! ilham kadalatn bati hamba seraja hamba ber-pikir akan hhal tinpr itu. Maka kata iiainba kajiada salt;quot;)-

ocr page 282

25ti

rung salKija hamba: Apabila djaga faqir itu kawbawa ija kapadaku.

/ Maka faqfr itupun djaga dari pada tidornja, maka kata saliaja hamba itu kapadanja; HaJ faqir, bahuwa Jang am-punja maligaj itu hendaq bcrkata ■ dengau tuwaiihamba. Maka IJapun berdirilah lalu datanglah ija kapada hamba. Maka tatkala ija melihat hamba maka memberi salam ija akan hamba. Maka hamba sahuti salamnja itu dan hamba suruh akandija duduq; maka kata hamba: Haj fa(p'r ken-njangkah tuwanhamba makan roti itu, dan adakah puwas | dahaga tuwanhamba minum aèr itu? Maka sahutnja, béhkan.

Maka kata hamba: Xjedarkah tuwanhamba tidur dengan tijada pcrrjintaan dan isterab.liatkah tuwanhamba sakarang ini? Maka sahutuja. lu'hkan. Maka berbitjara hamba dalam

/

hati hamba dengan menjutja diri hamba serta kata iiamba: Haj diriku apa guna dunja itu? Kafalaii jang .saperti kaw-lihat dan jans kawdengar dari pada Idu'il faqir itu. Maka hamba pun tollatlah kapada Allah taala pada kutika itu djuwa. --- Maka haripun malamlah. maka hamba ambil sawatu djobah kembili maka hamba pergi. lalu kaluwarlah hamba kapada djalan Allah taala.

Hham pada sama tengah djalan. maka bertcmulah hamba dengan saörang sjajch. amat öloq parasnja dan balk pakajan-nja dan amat harum baünja, maka hamba pun hampirlah kapadanja lalu hamba djabat djarinja .-ci'ta hamba memberi salam, maka ijapun meujahuti salam hamba serta katanja: Haj llionihiin kamana tuwanhamba pergi?

Maka sahut hamba kapadanja: Hamlja lari dari padanja kapadanja.. Maka kata sjajch itu: laparkah tuwanhamba? Maka sahut hamba: béhkan. Maka ijapun sembahjang duwa rakaat dengan sigeranja.serta katanja kapada hamba: berdiri semiiahjanglah tuwanhamlja saperti sembahjang hamba ini. Maka hamba pun sembahjanglah. maka tatkala hamba memberi salam maka hamba lihat pada pèhaq kanan hamba ada terhantar makanan dan aèr. Maka kata sjajch iru: Haj anaq Adaham, makanlah olih tuwanhamba dari pada anu-geraha Allah dan mengutjap sjukurlah tuwanhamba akandija dari pada anugerahanja ini. Maka hamba pun makanlah sakennjang2 hamba, lagi ada djuga makanan itu saperti

ocr page 283

lilialnja tijadalah berkurang dan hainba mengutjaii sjukur akan Allah ta;Ua.

Satelah itu inaka kata sjajcli itu: Haj Iberahim bitjara-kanlah olih tuwanhaml)a deiigan birjani Jang sainiiorna dan djangan tuwanliamba bcrsiger:! pada liaiaiiLr | ckcrdjiuin tnwan-harnba kaïana jang bersigera itu dari pada iciiuiwatan sjaj-tlian. Kataiuiï ulih tuvvaiihainba bahuwa Allah taala. aja-bila dikahendakinja akan hainbanja dongan kabadjikan niaka dipilihnja akan berbnwat ihiidat akandija, dan didjadikannja dalam liati hanibanja itu sawatu palita dari igt;ada tjahaja kasutjian. niaka dapat dibcdhakannja antara hhaq dan bathal dim i.ja immilik pada tjahaja itu dcngan nogala kaai nan diri-nja: dan bamba adjarkan^kajiada tuwanhaniba ismu Allaii alatlim; apabila tuwanhaniba la] ar dan dahaga niaka tuwanhaniba batja ismu itu sanistja.ja kennjanglah tuwanhamlia dan puwaslah dahaga tuwanliamba. haj anaij Adaham, apabila tuwanhamlia duduq serta orang pilihan dan ^egala laqiï, niaka djailikan diri tuwanhaniba upaina bumi supaja didjeiljaki marikaltu, dan djangan tuwanhamlia marah akan niarikaïru. Maka bahuwa sasuiigguiinja Allah taalïi niurka saliab amarah tuwanhaniba akan marikaïtu dan ridlalah Allah taalii akan ridla tuwanhaniba akan marikaïtu. Maka diadjarkaimja kapada hamba isinu Allah itu serta katanja: kusarahkan tuwanhaniita kapada tuhan jang hhaja alqajawm. Maka ijapun gliaïblali dari pada mata hainiia. maka hamba pun berdjalanlah. Maka pada sama tengali djalan hamba berteinu dongan saürang lakimuda, terlalu amat parasnja dan terlalu amat balk pakajannja diin terlalu haruin haünja. Maka hamba meniberi sahün akandija, maka disa-hutinja sahiin hamba. serta katanja: Apa hh:idjatmu. haj ana(| Adaham dan dengan sijapa angkaw berteinu di tengah dialanV

Maka salmi hamba: ada hamba berteinu dengan saürang sjajcli demikijan - perinja dan diadjarkaimja kapada hamlia ismu Allah alathm. Maka lalu meiiangislah ija, maka hamba pun meiiangislah bersama2 dengandija. Maka kata hamba,: Ja tuwan sjajcli. dengan k;irana Allah tuwanhainlia, katakan apalah kiranja kapada hamba sijapa sjajcli jang berteinu dengan hamba dahulu itu dan sijapa tuwanliamba? Maka sahutnja: Adapun sjajcli jang berteinu dengandikaw, ja'itu

Ci (,'N nr, li ui', Mtil.-Iloll. Leerh \ i

ocr page 284

l'ÖS

sudiiraku dan aku Abiüabas ('liidlir. Maka hamba-

pun tei'lalnlah sukatjita haiulia srrta ham ba peluq lain haiuba tjijum dahinja, soraja bamba bordjabat. rangan dengan-dija. Maka liamba surub ija minta dóa akan bamba kapada Allah taalü. maka ijapun minta doVi akan barang tetap dalam agaraa islam dan terpelihara dari ])ada dosa. Satelah itu maka ijapun gh;iquot;iiilah. tijada hamba katahuwi kamana perginja.

Juilah qeqah permulaan hhal hamba meninggalkan kara.-djaan dunja.

Vergelijk Mul. Lefshoek, v. il. Tmik, 1)1/.. K) en vlg. en uwe llol-laudschc vertaling met die hierachter.

Kata imam Fahharüddin Ra/i. rahhmattUlabi. ;ilajhi bahnwa adalah sakalijan ilmn habis dikatahnï imam Sjapingi, radlijn Allah'quot;- anho. hanja ilmu finisat djuwa belom dikatahuïnja. Paiia masa itu adalah terbanjai] dari pada sogala uk'ina Jang mengatahuï ilmu finisat itu di bcnuwa .laman djnwa. Maka im:iin Sjapingi pun pergilah ka benuwa Jaman.

Hhatfi maka imam Sjapingi pun sampajlah sakira - sata-hun lamauja di benuwa Jaman itu. maka segala ilmu finisat pun liabislah dipeladjarinja. dan boberajia ratus dinar dibója-jakannja karana membeli kitabnja ilmu finisat itu. Maka imam Sjapingi pun kómbalilah ka Mckah.

Maka ada pada sawatu nagari pada antara benuwa Jaman dan Mckah. maka imam Sjapingi pun kamalamanlah disana. Maka iiertemu ija deugan saürang laki 2 berdiri di halaman rnmahnja. Demi dilihatnja akan imam Sjiipingi. maka kata-nja: Dari mana tnwanhamba berdjalau - ini? Maka sahut imam Sjapingi: bahnwa hamba dari benuwa Jaman hendaq kembali ka Mckah. Maka katanja; Ja tuwan Sjajch marilah tuwanhamba berlienti pada malam ini disini. Maka tijada mai'i imam Sjapingi berlienti pada rnmahnja. dengan bagaj ■ kata jang inanis - lagi dengan sopannja; dan adalah rnpa laki2 jang menaliani imam Sjapingi itu, biru kaduwa mata-nja. djanggutnja sadikit dibawah dagunja dan rendah tubuhnja. Maka pada pengaiahnwan imam Sjapingi adalah dalam ilmn firasatnja bahnwa barangsijapa ruiianja demikijan itu. tijada dapat tijada, djahat djuga pekertinja. Maka imam Sjapiiigi

ocr page 285

pun hhajiVmliili akundirinja kurana melihat parangi laki2 itu litjrsalahan (loiilt;raii ilmu firasat. Maka imam Siajiinlt;d licrpikir dalam hatinja: Wall, sija-sijalah sogala ilimi lira sat ini kupolailjari. tijadalah licrgmiasoLMla l)araiigijangkunsaliakaii dan tijada sasawatu d.jnwa pun t;i('dalinja. lain inasjglinllah ija.

Arkijan maka iinain SJapingi imn bermalamlah di nunah laki - itu. Maka (licluduqkan laki2 itu akan iuuiin BJapiiigi itu atas permadani Jang indah 2 serta dengan diperdjaniunja liagaj - inakan-inakanan dan dihamparkannja akan tanipat katiduran imam SJapingi tlari pada metaj Jang indah2. Maka dihelinja pula akan inakanan liagluil imam .SJapingi.

Demi dilihat imam SJapingi hhal laki2 itu demikijan, makin hertamliahlah masjghnlnja karena sija-sijalah segala ilmu Jang dipcladjarinja itu.

Iihat:i maka haripun sijanglah, maka kata im.-in SJapiiigi akan sahajanja: HaJ Siradja kcnakan filihmu pelana liaghal kita, maka lalu dikenakannjalah. maka imam SJapingi pun turunlah dari rumahnja.

Demi dilihat laki - itu imam SJapingi hendaq naik kaatas lgt;a,glial, maka katanja: .la tuwan sjajch! Tuwan herikanlah hhaq hamha. Maka sahnt imam SJapingi: A pa hhaq tuwan-iiamlia itu? Maka kata laki2 itu: Bukankah hamha heja-Jakan pada malam ini anqiat dirham kapada makanan tuwan-hamha, dan duwa dirham akan st'\va permailani Jang haniha hamparkan tampat tuwanliamha dudiai itu. dan duwa dirham akan séwa metaj akan tampat tuwanliamha tidur itu. di'm duwa dirluxm akan liaü-haflan t uwanhamha pakaj, dan duwa dirham akan inakanan haghal tuwanliamha?

Demi didengar imam Si'ipingi akan kata laki 2 itu demikijan. maka ijapun sukatjitalah karena tijada sija2 ilmu Jang dipeladjarinja itu. dan muwal'aqatlah parangi laki2 itu dongan ilmu linisatnja. Maka didjawah imam sjapingi akan-dija. katanja: llaj sudaraku. hahuwa sakarang tijada ada sawatu pun padaku hanja sadikit djuwa, sakira2 akan hakal haniha. Insja Allah taala datanglah tuwanhaniha ka Mekah kapada rumah haniha dan tanjalah dimana rumah Muhham-niad ilni' Iden's. sanistjaja dikatakan oranglah kajiada tuwanliamha, disanalah hamha hajar hhaq tuwan.

Demi didengar laki2 itu kata imam SJapingi demikijan

17*

ocr page 286

l'HO

itu. iii:ik:i ijiiiam anuirah sorta katanja: HaJ sjajch jan^ tijiula beraqal sahaja, bapamukah aku, maka hha([ku tijada kawlierikan? Demi didengar imain .Sjapiiigi kata laki - itu maka i.japun momauggil sahajanja serta katanja: Haj Siradja. berapa ada din;ir padamu? Berikanlali tjaiiKihanJa kapada laki - itu. hanja kawtinggalkan sakira 2 sainpaj akau bakal kila ka Mekali djuwa. Maka diberikan Siradjaiah diiuir itu kapada laki - itu.

Vergelijk den tekst in Anil), letter bij v. igt;. Tluk, blz. 35 — 38, en uwe Hollivndsche vertaling met ilie hieraehter.

'Adat orang Malaju manakala mangkat radjanja.

SabtTinula. Satelah sudali diradjakan Sultlian Ahhmad sjah, Jaïtu putera baginda Sulthau Mohammad-sjah. maka datauglah masa i|adlaiija ajalianda itu. maka gi'ringlali. gering Jang amat san gat. Maka masoqlah sakalijan inantcii if_ra\vaj hulubalang dan segala portuwanan dan hamba radja, bidu-wanda. sakalijannja itu masoqlah berdjaga dongan kamasj-gluilannja: maka Sulthan Ahhmad sjah pun tijada sarïtawsa hatinja, senantijasa dalam pertjintaan, dan adalah lebih kurang sabuian lamanja baginda gering itn datanglah masa hari jang didjandjikan. pada waqtu dluhh;i baginda pun mangkatlah dengan kamudahannja, meninggalkan nagari jang faiui pindah ka nagari jang ba(i;i. Maka hilanglah budi bitjara iSulthan Ahhmad sjah pada kutika itu, serta menangis duwa lakiisteri, sorta dipoluq ditjium olih baginda paduka ajalianda itu, dan lagi pula beberapa kata - jang memilukan hati segala jang men-dengar dija, dan segala inanusija didalam astana pun gagap gumpita bunji ratapnja marikaïtu masing2 dengan sabatinja.

Maka baginda pun kalnwarlah kabalaj ruwang dihadap segala manteri hulubalang sakalijan. Maka titah baginda: Pasanglah marijain anam belas putjuq.

Maka bantara pun menjuruhkan orang memasang marijam. Apabila didengar bunji marijam olih segala chalaïq, alainat baginda mangkat, maka marika sakalijan pun masoqlah kadalani serta membuwang dastar dari kapalanja, lain menga-dap liaginda serta menundtnikan kapalanja.

Maka titah baginda pada datuq bandahara Seri-maharadja:

ocr page 287

2()1

Suriihlah liuwat al;it iitikcriljafui flari paila usungan. Maka sembah bandahara: Mana titah patrk djundjung, lalu tiaiula-hava pun nn'iigeralikan orang inenilmwat radja-diradja. Jiiltu usung-usungan tainpat majit baginda itn.

Satelah sudahlah inustaïd scgala alat jiarintali pomrakan paduka inarhhum itn. maka titah haginda kapada mawiana qadli: Pcrgilah mandikan. Maka mawlaii;i pun mendjundjung Duli lalu masoq kadalam inengiringkan haginda hu. Maka titah hagiuda: Surnhlah sarirang orang duduq dihawah nunah dengan sawatu kawah. maka duduqlah ija mendjundjung kawah itn mcuadah arr permandijan inarhhum. Maka inarhhum pun diaugkat oranglah kapada tampat. permandijan. lalu diletaqkan diatas rihaan anaq radja* tiga orang dari pada hangsa iiaginda djuga. Maka mawiana qadli pun me-maudikan majit itu. imam menjutjikan. dan istanggi kamen-njan pun ilihakar oranglah didalam iierharaan.

Apahila sudah mandi maka dihawa oranglah kaïn tutup tubuh, maka lalu ditutupkan.

Satelah sudali. maka diantrkat oranglah. dihawa kaiitas petaraua. Adapim pada masa mandi iiaginda iru bagajmana adat radja - hagitulah diperhuwat. Apahila. sudah marlihmn itu lifi'siram. maka orang jang menadah aèr itupun dimaradi-kakanlah. dan jang memandikan itu diheri duwa tahil. dan jang meruwang itu diheri satahil.

Satelah sudah. maka marhhum itu dih:i\valah kaastana lalu dikafani. maka diaturlah scgala alat parintali dihawalah herdjalau serta radja-diradja itu. Satelah sudah mustaid alat karadjaiiu itu. maka haginda pun iliangkat oranglah. diletaqkan kadalam karanda ill lialajruwaug. Maka inawhina qadli segala l'aqih Vdim dan imam chathih pandita narf dan segala taqir .-akalijan pun na'lk mcnji inliahjaniikan majit iru.

Satelah sudah disi'mliahjangkau lain diiicri ^idi^iah kapada segala marikaïtu jaug menjemhahjangkau dija pada sarirang lima rijal dan kaïn tjcmpa pada saörang sahelaj. Maka djinazah marhhum pun diaugkat oranglah diatas radja-diradja. jaui radja-diradja itu dari p:\da kaju. dipcrbuwatkau usungan. diheri hertijaug ampat batan^ kaju. diatas kaju ampat bataiiL' itn dibuiudmja rhnjmah. diikatnja djadi saperti langit2 kaïn kakaningan. di pangkal tijang jaug ampat itu

ocr page 288

dibubulinja kulii kakuningan berkuliling adalah kilaw-kilaw-an a'la tinggi sahasta dari pada liriululnja.

Saidali sudah dilotaqkan karanda iiiarhluim itupadasama tengah usuiigan itu, maka ditutup deugan kaïn sungkit Jang beriiokankan amas. Kainudijan ditutup deugan kaïn tjadir Jang berpekankan amas, |uintja dengan tepinja. Ada-pun sama tengah kaïn itu diiulis dengan aènnas. kainudijan dibubuhkanlah bunga sulasih Jang dikarang dengan bagaj -bunga-bungaan. Kainudijan diaturkanlali diatas djina/aii iiiarhhuin it u dan perhijasan tuinbai| Jang lienilukan amas kiri kanan i)ertinibalan. Maka kailuwa bantam nu'inlmwa tinnbaq itu, dan dibelakang tuniliai[ im lambing, senaiiang, istiiiiriiar, pemuras beberapa ratus bar.jaqnja. Kainudijan pula erang membawa lilin Jang berpeqsi anambelas dan Jang menjelampaj wali kakuningan anambelas, dan Jang meiibawa (kaïn dukung anamlielasikét ur sanrang. dan Jang membawa ]ierbaia;in sai'irang, dan Jang niemiiawa tikar taltiin sanrang, dan ada Jang membawa puwan dan keris. Maka, adalah segala marika isi nagari dengan segala dagang laki - membuwanijkan dastarnja ber-gundul belaka, dan segala perampuwan isi nagari itu udjung raminitiija satampaq dikeratkannja dan segala isi nagari baginda itu dengan segala djadjahan demikijan djuga diiierbuwatnja.

•Satelah selesaj Jang demikijan itu. maka diaturlah segala alat kulakasur parintah djinazah marhhum itu. masing2 dengan pekerdjaannja dari pada permulaan hingga sampaj kapada kasudahannja. Maka marhhum pun diaraq oranglah serta gendang palu-jialuan dan seruni naflri pun ditijup oranglah dan marijam pun dipasanglah. dan pada kutika itu segala Jang melihat menangis belaka dengan kainasjghu-lannja Jang amat sangat, serta menunduqkan kapalan.ja marikaïtu. Maka djinazah baginda pun berdjalaulah, diatas jiuwadaj djalan. Jani kaïn diheiitangkan. diatas kaïn itulali berdjalan, dan ampat orang - anaq radja - diatas radja-diradja itu. sanrang pada sawatn pendjuru dan'adalah tjèpèr amas bunga ranipaj amas duwa tjèpèr dan bunga rampaj pèraq duwa tjèpèr, saürang memegang sawatn tjèpèr serta dengan beras kunjit, berdiri diatas radja-diradja itu menaburkan bunga rampaj itu. Dengan lieberapa saat lamauja maka sampajlah kapada tampat pequburan itu, dan djinazah itu-

ocr page 289

pun (liletaqkiuiliih disisi (inlnir. Maka dilM-ntanylali ehajniah dia tas lijang qulaii' itu. Maka karanda bagimla puii diina-s(ii|kaii oranglah kadahun lijang (iubnr itu. dan marijani pun dipasang ananibolas putjncj. Maka tanuii jam diselmkan

oranglah, dan nisjdn pun didirika.....................dan perbaraan

i.stantigi pun dibakarlt;ivanglali. dan t ikar talipii pun dihaniparkan oranglah. maka niawlana i|adli pun duduqlah iliatas tikar itu.

Satelah tamat talqin dengan dóii, maka difjutjurkan aer diatas (luluir baginda itu dan mint a salamat sadjabatera akan paduka marhhum itu. barang dilepasi Allali dari pada siksa i[ubur scrta dipofolih kiranja djonatulfirdus; dan dibe-rikan alas talqin kapada datuq qadli lima ratus rijal dan bedil pun dipasang nrang sakali lagi. dan tiri kalainbu pun dibentaug oranglab. (inlfali pun disuruh buwat. dan orang Jang menunggu fiubui1 pun tinggallah ija.

Sjahadfm maka baginda .Suitluin Ahlnnad-siab kombalilah diïringkan olih sogala rajat dengan masjghulnja. lain sama-Jam di balajruwang serta bertitah kapada qadli: Suruli panggil orang mengadji ampat puluh orang, suruh mengadji ampat puluh hari; dikaruniai baginda pada saörang duwa puluh rijal dan srgala mantori hulubalang pun iKTinuhunlah pulang serta moinakaj kabung di kapalanja. karunija ltaginlt;la.

T A M M A T.

Vergelijk tekst in Arab, letter bij Niemann, Uesloei- 1,

1)1/.. 2:i3 en uwe UdllanclselK^ vertaling met die hierachter.

U n g g a s dengan b ij a w a q.

Ada1) unggas ber^-ahhabat dengan bijawaip Masa itu san gat kamaraw. telaga habis krring dan sungaj pun habis tuhnr at rnja. Maka berkata unggas itu kapada bija\valt;|: llaj handajku telah lamalah kita IxTcjahhabat dijam disini bersama2. belom pi'rnah kita bcrsalait-salahaii: akan sakaraug. apakah daja kita dijam di tampat ini: kiii'ana aer telaga ini sudah koring. Maka sakaraug bcnnohonlah aku kapadamn karena aku henda(i pergi dari sini nu'iit.jahari tampat lain.

1

Bij Hoi.IjAKdeu xackor unygai, eene betere lezing is (tree vogels die een stokje tussehen zich in dragen.

ocr page 290

264

Sati'lah liijawiKi menengar kutu iinggasitu. makaliijawaq pun nii-iiaimis srraja katanja: HaJ handajku, iljanganlali kiranja anukaw meninggalkan aku. tijada angkaw kasih dan sajang kapadaku. sakijan lama kira dudiKj l)orsaina2 dijam di tainpaf ini. maka sakanmg hendaq meninggalkan hamlia saörang diri.

Maka ndjar unggas itn: HaJ handajku i)ija\vaq, betapa periku dijam disini? Djika angkaw hendaq menurut aku marilah kuhawa. tetapi djika kawturut kataku dapatlah aku bawa hersama- dengan aku. Maka saiuit hijawaq: Bai'klah. liarang katamu aku tui'ut. Maka udjar unggas itu: Djika demikijan. hendaqlah berte.mih-toguhan djandjimu dengan daku. maka man aku memhawa angkaw. Maka salmt hijawaq: Mana djandjimu dengan dakn itu. katakanlah, aku dengar.

Maka udjar unggas itu: Djikalaw tatkala angkaw kuter-bangkan ada angkaw menengar lianjaq orang berkata 2 dan herlianfah -. hahuwa djangan angkaw sahuti dan keiljamkan matamu. supaja djangan pening kapalamu.

Maka salmt hijawaii haïklah. liarang katamu kuturut. Arkijan. Satelah itu. maka udjar unggas: Haj handajku hijawaq. bergantunglah diri pada sama tengali kaju ini ber-timhalan kiri kanan, supaja aku meuerbangkan angkaw. Maka udjar hijawaq: Baïklah. Maka digigitnja sama tengah kaju itu. lain diterhangkan olih unggas itu. Berapa mclaluï gunuuLr dan padang Jang hcsar hingga datang kapada sawatu dusun. banjaq orang berkampiotg didalamnja. Maka terlihat olih i.irang banjaq itu unggas menerhangkan hijawaq. maka ditfgurkannja olih marika'itu, katanja: Telah lama kita dijam pada tampai ini. belmn pernah melihat jang demikijan ini.

Maka udjar hijawaq itu: Djika tijada kamu melihat kala-ngit. Iiutakah matamu? Sabelom habis ija berkata - maka hijawaq itupun djatoh katanah.

Maka kala unggas: Haj hijawaq. bukan salah dari padaku. angkaw scndiri djuga jang taqrir tijada menurut kataku. Maka sakarang lepaskanlah olihmu dari pada hatimu dari pada nama lier(s-ahhahat antaramu dengan daku.

nemikijanlah 'aqilia.tnja orang jang tijada mail menurut kat:a 2 jang balk, ija sendirl djuga merasa'i.

\ i-ip lijk de iezing in Arab, letter hij Hoi.lander, hi/., 22, voorts (/r'/z Damina, hlz. 97 en uwc Jloll verlnling met die hieracliter.

ocr page 291

20.quot;)

.33=

B u r u n g D e n d a n g d e n g a n U I a r.

.Vila s:u-jknr (leinliin.ü bcrsaran^ diatas polion kaju liiirai|sa maha tinggi. Maka adalah pohon kaju itu herloliang. Maka didalamnja ada saèjkor ular dijam pada rangga pohon buraq.sa itu. Apabila dt-ndang itu beranaq. maka dimakan ular akan auaq dendang itu. demikijanlah sadijakala. Maka deudang itupun terlalu dukatjita dan hajranlah akan diriuja. Maka dondang itupun pergilah kapada serigala inengadukan hhaluja. katanja: Haj handajku. apa dajaku senantijasa duduq di-dalarn pertjintaanku. Apabila hamba bertelor dan boranaq dimakannja olih ular jang didalam lobaug kaju ini, tulung-lah bitjarakan olilimu akandija.

Maka udjar serigala; Haj handajku. adalah kita ini orang kotjil, tijada dapat inclawan dcngan orang bcsar. inelajinkan dengan hhikinat, duja-upaja kita djuga nielawan dija.

Maka udjar deudang itu: Ilendaq hamba perdajakan; tat-kala ija tidor hamba pagut matanja. gt;upaja terpcliharalah anaq-tjutju hamba dari pada bahajanja, pada hari jang lajin tijada dapat dililiatnja lagi.

Maka sahut serigala: Haj handajku. terlalu landjut angau-angamuu itu. Imkan bitjara orang jang budiman angkaw kerdjakan itu. Tetapi adalah sawatu maralahhat kapada hamba; djika maü diri mengerdjakan dija. nistjaja hamba katakan bitjara itu. bahnwa ular pun mati, dan handajku pun salamat dapat duduq beranaq pada tampat ini.

Maka udjar dendang: Katakaidah supaja hamba kerdjakan. Maka udjar serigala: Haj dendang. tlt;'rbanglah angkaw tinggi2 kawtudju maligaj radja. Apabila angkaw lihat sawatu banda, perhijasan ataw pakajau. ti-rhantar diatalt; nuUigaj itu jang dapat kawbawa terbang. maka ambil olilnnu ter-bangkan sakira-kira djangau lennjap dari pada mata orang. maka kawgugurkan jiada. tampat lobaug ular itu. supaja datang orang mengikut angkaw.

Maka diturutlah olih dendang sapi-ni pcngadjai' scrigala itu. lain ija terbang pergi kamaligaj ra,dja. Maka dililiatnja ada sawatu pakajan anaq radja itu terhantar diatas pctarana, maka dipagutnja lain dibawanja terbang kaatas di udara.

Satelah dilihat radja akan dendang itu membawa terbang

ocr page 292

2()()

pakajannja auak radja itu. dari pada rantaj amas jang ber-tatahkau retna manikam. maka disuruh radja ikut harang di mana didjatohkannja. Maka diikut nranglali akan den-dang itu. Tolah sanipaj dondang itu pada pohon kaju. tampat deudang bfrsarau^, itu. lalu didjatohkannja padalobang ular itu.

Apaliila dilihat uiarikaïtu telah ilidjatohkan olih deudang pakajan itu kadalam lobaug kaju. maka ijapun nalk kaatas kaju itu; maka dilihat olih marikaïtu ada ular didalamnja. Maka ular iiupun dibunuhuja. Satelah mati. maka pakajan itupun diambilnja lalu dipersiimbahkannja kapada radja. Maka dendang iiujum dijamlah pada pohon kaju itu dengan sadja-hateranja dan sukatjitanja. Icpaslah ija dari pada marabahaja ular itu.

\ crgelijk de Hoi i.andek, blz. öO, en in I.;ilijnsclie letter Kalila dan Dui.inui blz. 5S ile eerste 'il regels, verder 63 r. 1 v. o. tot 07 r. en uwe llolliindscbe vertnling met die hierachter.

Ada saOrang sudagar hendaq berlajar kapada sabuwah nayari. maka dituinpangkannja besinja kapada saürang suda-gar •■) cohhbatnja. !ianja(inja saratus pikul. Kamudijan dari pada sndah berlajar sudagar jang ampunja besi, maka di-djuwalnja olih sudaurar akan iiesi int.

llhata bt-rapa lamanja maka sudagar jang ampunja besi itu pun datanglali. maka dipintanja liosinja kapada sudagar tampatnja meiunnpangkan itu. Maka udjar sudagar: Ada-pmi akan best tuwanhamba itu tolah sudah hallis dimakan tikus. Maka kata jang ampunja besi itu: sungguhkah saperti knia tuwanliamlia inr.' sodang tulang lagi dapat dikurat olih likus isiinw'wa iiL'si. telah sudah naeib hamba bcrolih karugian.

*1 De korte wijze waarop wij in onze taal uitdrukkingen als de een en de (Utilere, dr:e en (jém- schrijven, h.v.: «Hij reisde van de eene stad naar de anderequot;, worden in het Maleiseh wijdloopig uitgedrukt door herhaling van hetzelfde woord: lierdjalanlah ija dari pada xahmcah nagari kapada xaimrah nayan. Mrcslal zal het voornw. quot;hijquot; dan ook niet gebezigd worden, daar het voornw., h.v. //V/, alleen dan in 't Maleiseh goed gebezigd wordt, wannier de daarmede bedoelde persoon pas genoemd is, anders is het noodig telkens den naam van den persoon, ot' diens hoedanigheid te herhalen, omdat uit een voornw. .'i1' pers. ija niet blijkt of daarmee een man of h.v. eene vrouw, een enkele of meerdere bedoeld zijn. — quot;iJalam uagnra ituquot;, lloll. blz. 19, te veel.

ocr page 293

Satelah itu maka ijaiiun Ijormohuii jmlang karumalinja. Maka Irata sudagar itu: Xantilah (laliulu tuwanliauiba makaii. Maka sudagar Jang aiupmiju lx-si itupun tijada maü, lalu berdjalan pulang karuniahnja.

Hhata antara I je ra pa lamanja, pada sawatu hari anaq sudagar itu ada borinaïu di luwar [liutn ruiiialmja itu. Maka dibawauja pulaug karumalinja olih sudagar Jang anipunja besi itu. disenibunjikannja.

Satelah hari malain maka sudagar itupuu mentjahari anaq-nja berkuliling djalan dan kamptmg tijada dapat. Maka lalu ija bertemu dengan sudagar Jang ampunja besi itu. maka sudagar itupun bertanja dengan tangisnja: Adakah tuwan-hamba melihat anaq hamba hilang? Maka sahut sudagar jang ampunja besi itu: Tijada hamba liliat anaq luwan-hamba, tetapi ada hamba lihat saorang kanaq2 diterbangkan olih buruug radja-wali kaüdara.

Maka udjar sudagar itu: Angkawlah menjembunjikan anaqku itu! ithata !)erbantahlah kadnwa sudagar itu. lalu Iergi berhhukum kapada qadli. Maka kata qadli itu: HaJ sudagar mengapa angkaw menjemimnjikan anaq sudagar ini? Maka kata sudagar itu: Ja tuwan qailli. tijada hamba menjembunjikan anaqiija retapi ada hamlia lihat saörang kanaq ■ diterbangkan olih buruug radja-wali kaüdara.

Maka udjar qadli: tijadalah pernah hamba niendengar buruug radja-wali menerbaugkan kaualt;| - baharulah dari jiada tuwanhamba ini. Maka udjar Jang ampunja besi itu: Adakah pernah tuwan qadli niendengar tikus memakan besi saratus pikol? Baharulah hamba dongar dari pada sudagar ini. Maka ditjeriterakannjalah pen' hhal ahhu\v;il ija menum-pangkan besi tatkala hendaq berlajar itu: maka qadli pun menjuruhkan mengombalikan anaq sudagar itu kapada ba-panja, dan besi disuruh pulangkan kapada Jang ampunja besi' itu. t)

Vergelijk den lekst in Arub. IcUcr, Hdi.i.axdkr hlz. T.l. Zie ook de lezing lilj Kcdiïa Jan Damina hl/.. 113 v. o.. en vergelijk uwe Ilol-landsobe vertaling mei die hierachter.

•p) Dit is een goed voorbeeld van den regel, de verba, die bevélen en/., beteekenen, wanneer ze in actieve vorm staan, te doen volgen door den infinitief van 't actief, en omgekeerd, na disurub den inf. passief.

ocr page 294

268

Tooneelen uit de jeugd van Hhamzah en quot;Omar Ommaja.

Baliuwa tjeritora ini peri nidigatakan hhikajat Amir-olmüniiiüii Hluimzah radlija Allahoe anho ilan 'Omar Ommaja.

Tatkala datanglali usijji amir Ilhamzali dan'Omar Ommaja ka]ada tudjuh taluin. mak;i Hhamzah dan 'Omar Ommaja sadijakala hersama - djuga harang 1) kamana ) erginja tijada l'cnali ija lu-rtjcra.j. Selang hcrapa hari lamanja maka 'Omar Ommaja imn mongadjati Amir Hhamzah hcrmaïn - pula. katanja: Haj Amir, mari kita kaluwar ])ergi bermaïn:1. Maka Amir Hhamzah dan 'Omar Ommaja jum kaduwanja kaluwarlah licrmaïn. maka d;itanglah pada sawatu nmiah herhala. maka kata 'Omar Ommaja: Ja Amir tahukah tu-wanhamba rmnah apa ini? Maka kata Hhamzah: Aku tijada tahu. Maka kata 'omar Ommaja: Itulah rmnah ber-hala karena didalam rumaii ini banjaq borhala amas dulapan ]gt;iiluh lianjaqnja. Maka Amir Hhamzah pun berdjalan me-nudju rnmah iierliala itu. Apabila Ilhamzali datang kapintu rumah berhala itn. maka .segala orang jang menunggnï ber-hala itu samuwanja takut. masing2 dari djaüh- menjembah kapada Hiiamzah. kapalanja lain katanah.

Maka kata Hhamzah: Haj 'Omar Ommaja kita peugapa-kan lia'ik akan berhala ini? Maka kata 'Omar Ommaja: Ja ruwauku. pertama orang jang menunggnï berhala ini tang-kap pergalangan kakinja. maka hampaskan kaiuuni.

Menengar kata 'Omar lt; hnmaja demikijan itu. maka Hhamzah pun menangkap saürang adjar lalu dihampaskannja kabumi luloii lantaq tulangnja tijada bergala lagi. dan demikijan segala adjar itu samowanja habis mati, kira- tudjuh puluh lt; )rang banjaipija.

Satelah itu maka 'Omar Ommaja pun berlari 2 kadalam rmnah berhala, maka diamliilnja samowanja berhala amas itu, dimasoqkannja kadalam lioqtjanja lain kaduwanja kaluwar dari dalam rumah berhala itu. Maka diambilnja api maka dibakarnja rmnah ijerhala itu.

Satelah bernjala api itu maka Hhamzah dan 'Omar Ommaja kaduwanja pun berdiri mclihat tamasja rumah berhala

1

Bij Uoll. l)lz. 67 louticf. /.ic nciot aan quot;t eind, lilz. 273.

ocr page 295

269

dimakan api iru. Apuliila dilihat orang rumah bt-rliala ter-bakar itu, maka iliwartakaimja kapada !,'liodja Alquot;lüliiiotli;Uilj: Bahuvva anaq tuwanharaba Hliamzah ineml»akar nuiiah ber-hala itu.

Mencngar kata itu maka ( 'hodja Abduhnotluilib ])Ui! sigerah datang kanniiah berhala itu, maka dilihatnja Hhamzah dan 'Omar Ommaja berdiri kaduwanja disana. Maka perlahan 2 berkata Chodja AbdulmotluUib kajiada Hhamzali: llaj aiuik-ku pt^kordjaiin apa kawkordjakau iui? Maka kata Hham/ah: Barang kata 'Omar Ommaja bamba turut. Maka Chodja AbdülmothaliV) pun memandang kapada 'Omar Ommaja lain berkata; Haj pentjuri l)crapa kali angkaw kutogahkan dja-ngan angkaw raenundjuqkan djalan jang salah kapada anaiiku tijada djuga kawdengarkaii kataku, maka sakarang kawa-djarkan pula anaqku berbuwat bentjana.

Maka kata 'Omar ommaja: Adapnn pckordja:inkii inilah jang sabenar1 kcrdja tijada salah. adapnn jang salah itu, jang inenjembah berhala ifn. adakah barns akan berhala itu disuruh sembah? Sabab itulah ma,ka, rumah berhala ini kami bakar. Satdah Chodja Abdnlmoth:ilib meiii'n_ar kata 'Omar Ommaja demikijan itu. maka ijapnn lihajranlah.

Satelah Chodja Abdulmothfüib mrmbawa Hhamzah karu-malmja. maka Chodja pun mengadjari dija dengan kata jang balk - katanja: llaj anaqkn. djanganlab angkaw bninaïn 2 didalam nagari ini. pada bitjarakn baïklab angkaw bermain 2 kaluwar nagari kapada taman jang diluwar nagari itu. Maka kata ajahnja itu di(iabulkan olih Hhamzah.

Satelah itu datang kapada hari jang la'in. maka Hhamzah dan 'Omar Ommaja pnn kaluwarlah dari nagari Mekah itu lalu ija pergi bermaïn melihat tamasja. Tatkala, iru 'Omar Ommaja berdjalan dabulu dari pada Hliamzah. maka 'Omar Ommaja puu bertemn dengan pnhon chormfi dan buwahnja pun masaq. Maka dilompatinja nlib 'omar Ommaja lain diambilnja buwahnja jang masaq itu lalu dikandungnja. serta dimakannja buwab ehorm:i itu.

Arkijan, Hhamzah pun datang kasana, maka dilihatnja akan 'Omar (Jmmaja duduq makan ehonna. Maka Hhamzah pun bertanja: Haj 'Omar Ommaja apa angkaw makan itu? Beri apalah barang sadikir kapadaku. Maka kata 'Omar

ocr page 296

271)

oinm.ijii: Mrn^apa aiiurk;i\v minta chonna kapadaku, djika aimkaw hendaq inakan chorma pergilah angkaw na'ik olilmiu. maka Hhamzah pmi pergilah kabawah pohon chorni:i itu. maka kata lfliainza.lt: Ilaj sudaraku. tijada akn talm naïk pnlmii kaju lui. Maka kata 'Omar Oinraaja: Djika tijada angkaw tahu naïk pollen ini, pergilah geraqkan olihmu. Maka Hhamzah pun pergilah kabawah pohon chorma itu. maka dipegangnja pohon chorma jang tiga puluh tahun iiniur-nja. maka lain dihantunkannja dengan akarMija. Satelah tertjalmt maka Hhamzah dan 'Omar Ommaja pun duduqlah lt;Hatas pohon itu lain memakan buwah chorma itu.

Ifhata orang jang ampunja chorniii itupun datang, maka diliharnja pohon chorma terhantunlah dengan akarnja. Maka orang itupun herlari2 pergi kapada Chodja Abdühnothalib, maha ijaigt;nn menjembah kapalanja lalu katanah. katanja: Ja tuwanku Chodja Abdulmotluilib. bahuwa anaqda Hhamzah dan 'Omar lt; *mmaja iru meml)inasakan pohon chorma ham-bamu sapohon. dan buwahnja pun habislah dimakannja: sakarang apa hhal hambamu? Apabila (quot;hodja Abdülmothalib menengar kata orang jang ampunja chorm;i itu, maka Chodja Abdülmothalib pun memberi harga chorma itu, dan diper-baïkinja hatinja dengan kata jang baïk. Maka orang jang ampunja chorma itu pun kombalilah.

Maka Hhamzah dan 'omar nmmaja pim pulanglah karu-mahnja. Maka tatkala irn ('hodja Abdnlinothalib pun mu-sjawarat denman segala anaqnja laki2 'Abas dan Abuthalib dan segala anaqnja jang laïn: Adapnn Hhamzah dan 'omar ommaja ini san gat nakal, sakarang apa bitjara kamu saka-lijan akandija? Maka kata 'Abas; Alt;lapun pada bitjara hamba kanaq 2 kaduwa ini baïk kita serahkan mengadji kapada tnnalim Cabijan supaja mualim itu mengadajari dija tartili dan 'ilmu pun diperolihnja. Djika ija nakal tnnalim irulah metnalu dija. Maka kata Chodja Abdülmothalib: Be-narlah kata anaqku itu.

Hhata datanglah kapada sawatu hari, maka Hhamzah dan 'lt; )tnar lt; )mmaja pun dibawanja olilt Chodja Abdülmothalib kapada mualim fjabijan. diserahkannja mengadji kapada mualim itu. Maka kata Chodja Abditlmothalib: Haj mualim. adapnn kanaq 5 kaduwa ini adjatiah olihmu mengadji; djika ija

ocr page 297

talm. nuuiii hliiiq tuwanhainliii h:iinl)a hHiikanlah kaiialt;laiiui. Adapun kanaq2 kaduwa ini terlaln nakal, baïk - hhukum-kan ilija olili tuwanhamba, dan pain olili tuwanhamlta sa-liiugga djangan Iidi tjclah niatanja dan ti-lin^anja djnga. Jant; lalnnja ifu mana hir.jara tuwanhamhalah akandija. Maka kata inualim itu. lgt;aïklahl

Sat(jlah itu maka nmalim (s'al»ijan itupun mcngambil lohh dan ilalani, inaka disuratnja pengadjian Amir Hhanr/ali. maka (liherikannja lohh itu kapada Amir I Uiainzah. rnaka sakali djuga diadjanija olili mualim it u dan disunilinja batja sendi-rinja. Maka Hhamzali pun nifnibatja iiengadjian itu sawatu imn tijada salahnja.

Satelali itnr inaka pengadjian quot;i )niar' imniaja jiun disuratnja olih mualim yabijan itoe, maka diberikannja kajiada quot;Omar Dminaja. niaka diadjarkannja akan quot;• Mnar ()mniaja. Satc-lah (liadjarkannja sakali maka disuruh mualim itu Ijatja sendirinja. Maka kata 'Omar Onnnaja: -la nuuvlana. djika aku kawadjarkan sapuluh kali pun. tijadalah aku tahu membatja pengadjian itu. Arkijan; lebi itupun tahulah iiahuwa '(iinar Omniaja ini terlalu djinaka sakali, maka diamliilnja rotan lalu dipalunja akan quot;omar (Mnmaja sangat 2 tetapi quot;(imar Ommaja tijada mail nicnangis dan bcrdijain dirinja djuga. sakit itu pun ditahaninja. niaka didalam hatinja: bahuwa incngadji ini sawatu bela besar padaku.

Satelah Amir Hhamzah melihat lakunja 'Omar Ommaja demikijan itu. maka ijapun tertawalah perlahan Maka '()inar ()inmaja ])un inentjahari upaja bcnnanikan gurunja . . . .

Berapa hari selangnja. paila kutika sunji, niaka mualim pun tidur pada waqtu tengah hari. maka segala kanaq2 pun dudu([ menjurat. Maka ada sabuwah knlam hampir pengadjian itu. dan ada pada tebing kolam itu sapnhnn bidara. Tatkala itu 'omar ommaja pun datang kasana iicrlahan2 sapcrti orang pentjuri lakunja. Maka dilihatnja Imwah 1h-dara itu samowanja masaq. Maka quot;Omar i Mnmaja pun me-nianggil Amir 11 hamzali. katauja: liaj pahalawan. mari tuwanhamba pegang pohon bidara ini. hólakan supaja aku dapat na'ik mengambil buwahnja. Maka llhanr/ali pun sige-rahlah datang, lain dipegangnja pohon bidara itu maka di-hélanja, dahannja pun tjenderonglah. Maka 'Omar Ommaja

ocr page 298

lain nielompat kaatas tjawangnja. maka segala buwah l)i-dara. dikandungnja. Apabila teiiihat olih segala kanak - di ]i(:'ii^a(ljian ikiIkhi lüdara itn tji-ndoronglah, maka segala kanak ifupuii sanniwanja berlonipatan kapohón bidara itu hendaq nicn^ambil huwahnja. Satelah dililiat '()mar ()minaja buwah bidara itu sabahagianlah habis. maka ijajam sigerah turun kaliawah. lain berkata kapada Amir Hhanizah: Haj llhanizab sigerah lepaskan pohun itidara ini. karana buwahnja sabaha-gian sndah habis. djika dilihat orang jang ampunja pohon bidara ini. uistjaja gusarlah ija akan kita. sigerahlaii lepaskan.

Menengar kata quot;Omar ommaja demikijan iru. maka dahan bidara dilepaskan olih Amir llham/ah, maka segala kanak-Jang diatas dahan pohon bidara itupun habislah djatoh ber-hnnibalangan. satengah gngur kadalam kolam lain mati lemas. satengah djatoh ka tepi kolam, satengah patah pinggangnja, satengah belah kapalanja. Demi inelihat hhal demikijan itn, maka 'Omar Ommaja lari dari sana, lalu karnmahnja,

Apabila ierdengarlah olih ilai-bapaja segala kanak - itn. demikijan hhalnja. maka samowanja pnn datang kapaila Choilja Abdulmothalib dengan tangisnja dan menampar kapalanja. katanja: Bahuwa sakarang binasalah analt;| kami sa-kalijan olih anaq tuwanhamtaa Hham/ah. Maka Chodja Ab-duhiioth;ilib pnn tijadalah berdaja lagi dan dibajai'nja dijat akan kasalahan anaqnja ilu. diberinja amas dan pajraq akan ibu-bapanja segala kanaq - itn, dan minta kasih ija kapada oranlt;r itu. Ilhat;i berapa lamanja Amir Hhamzah mengadji maka ilmu Jang banjaq diperolihnja djuga.

Vergelijk den tekst in Arab, letter bij Hoi.i.andeji lil/. G7, alwaar lidi.i.amikii afbreekt met Larany di mana. Dit is een fout, omdat niet die woorden wc! een nieuwe zin kan beginnen, maar geen zin eindigt. Enkele verbéteringen zijn gemaakt volgens mijn bandscbrift.

ocr page 299

VERTALING DEK MALEISCHE STUKJES.

Blz. 253. — Er was een vorst in Perzië (of land der Parsen, voor Perzië vindt men meestal '.Idjem) met name Malak-sjah, die èrg zwaarlijvig was. Hij kreeg het te kwaad door zijn gewéldige dikte en gaf last dat verschillende geneesheeren bijeengeroepen zouden worden om hem medicijnen te géven, opdat zijn dikte verminderen zou. De doctors behandelden hem. maar het lukte niet met die geneesmiddelen, hij bleef maar dik. Toen werd de vorst vergramd op al die lieden en sprak tot de doctors: Als gijlieden mij niet geneest, zal ik u zéker (laten) dooden.

Met droefheid gingen al de doctors aan 't beraadslagen over de medicijn van den vorst. Toen «prak een vreemde doctor, die zeer knap was, tot den vorst: Heer, wéreldbe-heerscher, voorwaar ik zal u genezen, maar dan verzoek ik aan Uwe Majesteit geduld te hebben drie dagen lang, want ik moet nog in 't wichelaarsboek nazien, tot door mij gezien is in uw pluneet, wat het geneesmiddel zij dat geschikt is voor Uwe Majesteit. De vorst sprak: Het zij zoo!

Daarna keerde de doctor terug voor drie dagen tijds; en door den vorst werd gelast hem te ontbieden. De doctor kwam en terstond sprak hij den vorst eerbiedig aan: Majesteit, ik zag in uwe planeet dat er van uwen lévenstijd niet meer overblijft dan sléchts veertig dagen. Indien door u eene bevèstiging van mijne woorden verlangd wordt, laat mij dan gevangen zétten in uwe nabijheid. Indien het zoo

Goftr.r.uui'. Mal-Hult I.ffrl. 18

ocr page 300

pun molompat Icütas tjawaiignia. maka segala luiwah bi-dara, (likandiingnja. Apaliila tiTlihat olih segala kanak 2 di pengadjiiln igt;olion Itidara itu tjenderonglah, maka segala kanak-itupun samowanja l)erloin]gt;atan kapohon bidara itu hendaq mengaiulal buwahnja. Satelah dilihat 'Omar Oniniaja buwah bidara itu sabahagirmlah haliis. maka ijapuu sigerah tunm kabawah. lain berkata kapada Amir llliamzah: Haj Ilhamzah sigerah lepaskan pohon bidara ini. karana buwahnja sabaha-giiin sudah habis, djika dilihat Drang Jang ampunja pohon bidara ini. nistjaja gusarlah ija akan ki'a. sigerahlah lejiaskan.

Menengar kata 'Omar Ommaja demikijan iru. maka dahan bidara dilepaskan olih Amir Ilhamzah. maka segala kanak-Jang diatas dahan pohon bidara itupun habislah djatoh ber-hnmbalangan. satengah gugur kadalam kolam lain mati lemas, satengah djatoli ka topi kolam, satengah patah pinggangnja, satengah belah kapalanja. Demi melihat hhal demikijan itu, maka 'Omar lt; tinmaja lari dari sana, lalu karumahnja.

Apaliila lordengarlah olih ibu-bapaja segala kanak2 itu, demikijan hhalnja. maka samowanja pun datang kapada Chorlja Abd'ulmothalib dciigan tangisnja dan menainjiar kapalanja. katanja: Baimwa sakarang binasalah anaq kami sa-kalijan olih anaq tmvanhamba Hhamzah. Maka Chodja Ab-dulmothalib pun tijadalah berdaja lagi dan dibajarnja dijat akan kasalahan anaqnja itu. diberinja amas dan pajraq akan iliu-bapanja srgala kanaq - itu, dan minta kasih ija kapada orang itu. lihat;i berapa lamanja Amir Hhamzah mengadji maka ilmu jang banjaq diperolihnja djuga.

Vergelijk den teksl in Arab, letter bij Hüli.axdkr lil/. Cgt;7, alwaar lIui.i.amikk afbreekt met bar any di maim. Dit is een font, omdat met die woorden wel een nieuwe zin kan beginnen, maar geen zin eindigt. Enkele verbeteringen zijn gemaakt volgens mijn handschrift.

ocr page 301

VERTALING DEK MALE1SCHE STUKJES.

Blz. 2ö3. — Er was een vorst in Perzië (of land der Parsen, voor Peizië vindt men meestal \i(ljem) met name Malak-sjah, die èrg zwaarlijvig was. Hij kreeg het te kwaad door zijn gewéldige dikte en gaf last dat verschillende geneesheeren bijeengeroepen zouden worden om hem medicijnen te géven, opdat zijn dikte verminderen zou. De doctors behandelden hem, maar het lukte niet mèt die geneesmiddelen, hij bleef maar dik. Toen werd de vorst vergramd op al die lieden en sprak tot de doctors: Als gijlieden mij niet geneest, zal ik u zéker (laten) dooden.

Met droefheid gingen al de doctors aan 't beraadslagen over de medicijn van den vorst. Toen sprak een vreemde doctor, die zeer knap was, tot den vorst: Heer, wéreldbe-heerscher, voorwaar //■ zal u genézen, maar dan verzoek ik aan Uwe Majesteit geduld te hebben drie dagen lang, want ik moet nog in 't wichelaarsboek nazien, tot door mij gezien is in uw planeet, wat het geneesmiddel zij dat geschikt is voor Uwe Majesteit. De vorst sprak: Het zij zoo!

Daarna keerde de doctor terug voor drie dagen tijds; t*n door den vorst werd gelast hem te ontbieden. De doctor kwam en terstond sprak hij den vorst eerbiedig aan: Majesteit, ik zag in uwe planeet dat er van uwen lévenstijd niet meer overblijft dan sléchts veertig dagen. Indien door u eene bevèstiging van mijne woorden verlangd wordt, laat mij dan gevangen zétten in uwe nabijheid. Indien het zoo

Goitr.r.iiijp . Mal.-Holl. I.eerb. 18

ocr page 302

274

is dat mijne uitspraak waar is. dan worde ik ontslagen, en als liet is dat mijne woorden leugens zijn, dan moge LTwe Majesteit over mij beslissen zooals uw wil mag zijn.

Door den vorst werd last gegéven den doctor gevangen te zétten en men sloot hem op.

Op denzèltden tijd werd de vorst buitenmate bedroefd en bekommerd te zullen stèrven, en hij deed afstand van alle genoegens, terwijl hij zich afzonderde van de mènschen; dag aan dag vermagerde hij èn zijn droefgeestigheid nam meer en meer toe.

De veertig dagen nu waren vervuld volgens de bepaling van den doctor. Toen werd door den vorst last gegéven; Roept dien doctor. Déze kwam. Toen hij in tégenwoordig-heid van den vorst verschénen was. zag hij dat de dikte van den vorst minder was.

De vorst sprak tot hèm: Wel doctor, waar is nu de be-vèstiging van uwe woorden, die zoo en zoo waren? Het eerbiedig antwoord van den geneesheer was; Heer en beheer-scher des lands, daar ik een geneesheer bèn en omdat de geleerden allerlei kwalen genézen met datgene wat geschikt mocht zijn tot geneesmiddel der kwaal, en ik zag dat tot geneesmiddel Uwer Majesteit niets anders bestond dan alleen kommer, was het daarom dat ik zóó verordend heb.

De vorst was hlijde en begiftigde den doctor met zeer kostelijke eergewaden en schonk hem nog heel veel gèld.

Blz. 254. — De verhaler zégt; Er was een vorst in Arabië die érg veel lust had in liefde tot de vrouwen, en déze had een vizier die den vorst het beminnen der vrouwen afraadde, zoodat de neiging (van zijn hart) om vrouwen te beminnen veel minder wérd.

Daarop sprak eene vrouw, die tot hem in nauwe betrekking stond, toen zij zag dat de aard van den vorst, wat het liefhebben van de vrouwen betreft, veranderd was, hem eens aan mét de woorden; Heer en heerscher des lands, sta mij toch als gunstbewijs dien vizier af, dan zal Uwe Majesteit eens zien wat ik mét hem uitvoer.

De vorst gaf den vizier aan haar over. Toen zij nu minzaam

ocr page 303

mèt dézen was, wen! hij smoorlijk verliefd op haar. De vrouw zeide tot hem: Bij Allah, gij moogt niet tot mij naderen dan alleen als gij bewilligt dat ik op u rijd, èn véle schreden vèr mèt u op wèg ga.

Hij bewilligde in het voorstel dier vrouw en zij légde op zijn rug een zadel, en deed in zijn mond een gebit, en reed op hem; voorts ging hij op wèg naar hare woning, véle schreden vér; en 't gebeurde op dat oogenblik dat de vorst hem bespiedde. Toen sprak de vorst tot hem: Hoe staat het nu met u, mijn vizier, gij wilt mij terughouden van het beminnen der vrouwen, en nu zijt gij in dézen toestand!

Nederig sprak de vizier: O heer en heerscher, juist hierom was het dat ik u afhield van het liefhebben der vrouwen. De vorst was in zijn schik dat antwoord te hooren.

Blz. 255. — Het gebeurde eens op zékeren dag dat Ahh-mad, den zoon van Abdullah den Macedoniër, eene ontmoeting had met Ibrahim. den zoon van Adaham. en hij onder-vroen Ibrahim ibn Adaham naar de allereerste aanleiding dat déze afstand deed van het wéreldsch koninkrijk. Het antwoord van Ibrahim was: AVèl mijn broeder, het gebeurde eens op zékeren dag dat ik op mijn paleis zat, terwijl de ambtenaren en officieren voor mij verschenen waren. Ik keek door een venster van mijn paleis en zag dat er een bédelmonnik was, zittende op het voorplein van het paleis; hij had in zijn' hand een droog broodje, dat hij bevochtigde met water en opat met zout. / Ik bleef al maar naar hem kijken tot hij het opgegeten had. Toen dronk hij een weinigje water, terwijl hij uitriep: de lof zij Gode den Heer der werelden: daarop sliep hij daar ook in. Opeens gaf God eene ingéving in mijn gemoed, terwijl ik ging nadénken over den toestand van dien bédelaar. Ik /.eide tot een mijner dienaren: Wanneer die bédelaar wakker wordt bréng gij hem dan eens tot mij.

De bédelaar ontwaakte uit zijn slaap en mijn dienaar zeide tot hem: Hij wien dat paleis toebehoort wil met u spréken. Hij stond op en kwam tot mij. Toen hij mij zag bracht hij mij den heilgroet. Ik beantwoordde zijn groet en ik

IS*

ocr page 304

276

noodigde hem te gaan zitten; mijne woorden waren: Wèl, bedelmonnik, zijt gij verzadigd van 't éten van dat brood en is uw dorst wèl gelèscht van 't drinken van dat water? Zijn antwoord was: Ja.

Ik zeide: Zijt gij nu wat bekomen van 't slapen, zonder dat gij kommer hèbt, en zijt gij nu wel gerust? Zijn antwoord was: Ja! Toen ging ik in mijn binnenste te rade, terwijl ik mijzèlf verwijtingen deed en zeide: ü mensch, wat baat u dat wéreldsche? Voldoende is wat gij daar ziet en wat gij daar hoort van dien bédelaar. En ik wérd bekeerd tot God op datzelfde oogenblik. Het wérd nacht, en ik nam een bovenkleed van kemelshaar en ik ging heen, en ik ging naar buiten op de wégen van Allah den Allerhoogste. Juist op het midden van den wég ontmoette ik een eerwaardig heer, zeer schoon van gelaat en goed gekleed en met een zeer wèlriekenden geur; ik naderde tot hern en raakte zijn vinger(toppen) aan, terwijl ik hem eerbiedig groette, en hij beantwoordde mijn groet, zeggende: Wèl Ibrahim, waarheen gaat gij?

Mijn antwoord aan hem was: Ik vlucht van haar tot Hem (d. i. van de wereld tot God). Toen zeide de eerwaarde heer: Hèbt gij ook honger? Mijn antwoord was: Ja. Hij deed spoedig een ritueel gebéd van twee buigingen, tot mij zeggende: Sta op en doe gij het gebéd evenals mijn gebéd. Ik deed het gebéd, en toen ik de groete bracht, zag ik aan mijn réchterzijde spijzen neergezèt en water. De eerwaarde zeide: Wèl zoon van Adaham, eet gij (nu) maar van de gaven Gods en zég gij Hem dank voor Zijne gaven. Ik at zooveel als ik éten kon en toch bléven die spijzen nog altijd alsof ze niet verminderden, en ik sprak het dankgebéd uit tot Allah den Hoogverhévene.

Daarna sprak die eerwaarde: Wèl Ibrahim, ga gij nu zélf te rade met volkomen overlég en gij moet u niet overhaasten, in wélk wérk het ook zij, want dat overhaasten behoort tot het doen des Satans. Het zij u bekénd dat de Allerhoogste, wanneer het Hem behaagt zijne dienaren heil te schènken, hen dan uitverkiest om Hem te dienen en Hij schépt in het hart zijner dienaren een lamp van het licht der heiligheid, zoodat zij onderscheid kunnen maken tusschen récht en

ocr page 305

277

onrècht, en zij létten op dat licht met al het gezichtsvermogen van hun lichaam, en ik leer u de namen van Allah den Heerlijke./wanneer gij honger en dnrst hebt, zeg dan die namen op, zekerlijk zult gij dan verzadigd zijn en uw dorst zal gelèscht zijn; o zoon van Adaham. wanneer gij néderzit mèt de uitverkorenen en de bédelmonniken. maak u zelve dan alsof gij de grond waart, opdat zij op u trappen en dan moogt gij niet boos op hen worden. Voorwaar. Allah de Hoogverhevene zou vertoornd zijn om uwe gramschap jegens hèn, en Allah zou welbehagen hebben in uwe gunst jegens hèn. Hij onderwees mij de namen Gods, en zeide; Ik vertrouw u toe aan den Heer die leeft in eeuwigheid. Toen verdween hij uit mijne oogen en ik begaf mij op wèg. Midden op den wég ontmoette ik een jongen man, zeer schoon van gelaat en zeer fraai gekleed en zeer welriekend van geur. Ik bracht hem den heilgroet en hij beantwoordde mijn groet, zéggende: Wat is uw verlangen, o zoon van Adaham, en met wien hebt gij op den wég eene ontmoeting gehad?

Ik antwoordde; Ik heb een eerwaardig persoon ontmoet die er zoo en zoo uitzag, en hij leerde mij de namen van God den Heerlijken. Daarop weende hij, en ik weende te zamen mèt hem. En ik zeide: Eerwaarde heer. om Gods wil. zeg gij het mij toch wie die eerwaarde was dien ik eerst ontmoet heb, en wie gij zijt? Zijn antwoord was: Wat dien eerwaarde betreft dien gij ontmoet hébt. dat was mijn broeder Elias, en ik ben de vader van Abbas, Chilir. Ik was zeer verheugd en ik omhèlsde hem en ik kuste hem op 't voorhoofd, terwijl wij elkanders hand aanraakten. En ik noodigde hem uit eene béde voor mij te doen tot God, en hij deed de béde dat ik toch vast mocht staan in het ware geloof en behoed blijven tégen de zonde. Daarna verdween hij, ik weet niet waarheen hij ging.

Dit is de geschiedenis van de oorzaak dat ik van het wéreldsche koninkrijk afstand deed.

ocr page 306

l,7lt;S

Biz. 258. — Een woord van den voorganger Fahharuddin van R;iza, op wien Gods barmhartigheid i.s.

Het geschiedde dat alle wéten schappen volkomen gekend werden door den imam (voorganger) SJaféï, uitgezonderd de gelaatskunde, die hem nog niet bekend was. Op dien tijd was het meerendeel der geleerden die de gelaatkunde verstonden alleen in Jémèn. En de imam Sjaféï ging naar.Jémèn.

De imam Sjaféï kwam daar aan, en toen hij ongeveer een jaar lang in Jémèn geweest was, had hij de geheele gelaatskunde bestudeerd, en véle honderden dénariën besteed om boeken te koopen over de gelaatkunde. En imam Sjaféï keerde terug naar Mèkka.

Het gebeurde in zékere stad midden tusschen Jémèn en Mèkka, dat imam Sjaféï daar door den nacht overvallen wérd. Hij ontmoette een man die op het vóórplein van zijn huis stond. Zoodra déze den imam S. zag, zeide hij; Van waar komt u zoo aanwandelen? Het antwoord van imam S. was: Ik wilde van Jémèn terugkeeren naar Mèkka. Toen zeide de andere: Eerwaarde heer, kom rust dan dézen nacht hier. Imam S. wilde (echter) in diens huis niet vertoeven , hoevéle vriendelijke woorden en hoe beleefd hij ook sprak: en nu was het uiterlijk van den man die den imam S. staande hield zoo. hij had twee blauwe oogen, een weinig baard onder de kin. en hij was klein van gestalte. Volgens hetgeen den imam S. bekénd was, stond er in zijn gelaatskunde, dat een ieder die zulk een voorkomen had, zonder twijfel ook slécht van karakter zou zijn. De imam S. was verlégen met zich zélve, van te zien dat het karakter van dien man in strijd was met de gelaatskunde. De imam dacht zoo bij zich zélve: Ach, dan is die geheele gelaatkunde die ik bestudeerde maar nonséns, en alle moeite die ik er aan besteedde nutteloos en geeft geen énkel voordeel: daarop was hij vol kommer.

Daarop overnachtte de imam S. in het huis van dien man. Die man liet den imam néderzitten op een zeer kostelijk tapijt, terwijl hij hem onthaalde op allerlei spijzen, en ook tot slaapplaats van den imam een zeer kostbare matras op den grond spreidde. Daarbij kocht hij ook nog voeder voor het muildier van imam Sjaféï.

ocr page 307

27!»

Zoodra de imam zag hoe het met die man gestéld was, werd hij nog meer bekommeni. nmdat dit^ geheele wéten-schap, die hij bestudeerd had. zoo nutteloos was.

Het werd dag. en de imam Sjatéï znide tot zijn slaat: wel Siradja. gij moest mijn muildier maar opzadelen, daarop légde hij het zadel er op, en de imam ging het huis uit.

Zoodra die man nu zag dat de imam op zijn muildier wilde stijgen, zeide hij: O eerwaarde heer, gij moet mij géven wat mij toekomt. Imam Ö. antwoordde: at komt u dan toe? D»; man zeide: Heb ik dan in dézen nacht niet de uitgaven gedaan van vier drachmen voor uw eten, en rwee drachmen voor de huur van het tapijt dat ik als zitplaats voor u spreidde, en twee drachmen tot huur van de matras voor u om np te slapen, en twee drachmen voor partumei ieén die door u gebruikt zijn. en twee drachmen voor het voer van aw muildier?

Zoodra de imam S. deze woorden van dien man hoorde werd hij blijde, omdat de wétenschap, die hij bestudeerd had, (dan toch) niet geheel nutteloos was en het karakter van dien man in overeenstemming was met zijn kennis dt-r gelaatkunde. Door den imam wvrd hem ren antwoord gegeven, wèl mijn vrind, ik hèb nu niets bij mij dan alleen een kleinigheid, ongeveer genoeg voor mijn reisgeld; maar kom gij. als quot;r God belieft, bij mij aan huis te Mekka, en \iaag waar het huis van Mohhammad. den zoon van Henoch, is. zeker zal men het u zeggen, daar zal ik dan betalen wat u toekomt.

Zoodra die man den imam Sjaféï dit hoorde zeggen werd hij boos en zeide: Wèl eerwaarde, die niet het verstand van een slaaf heeft, ben ik soms je vader dat je niet betaalt wat mij toekomt? Bij het honren van de woorden van dien kérel riep imam Sjaféï zijnen slaaf, zéggende: Wèl Siradja. hoeveel dénariën hebt ge? geef ze alle aan dien man. houd alleen zooveel over als ongeveer toereikend zal zijn voor ons reisgeld tot Mèkka. En siradja gaf de dénariën ook aan dien man.

ocr page 308

280

Gebruikelijke plèchtigheden der Maleiers wanneer hun vorst stérft.

Biz. 2H0. — Nadat men tot de vorstelijke waardigheid verheven had den Sultan Ahhmad-sjah, die een zoon was van Zijne Hoogheid den Sultan Mohhamad-sjah, kwam het tijdstip, bepaald als stèrvensure van zijnen vader, déze werd ziek aan een zeer ernstige ziekte. Al de raadsheeren, hoofd-aml)teiiaren en krijgsoversten, en allen van den heerenstand en alle bedienden van den vorst en pages, die allen gingen (het paleis) binnen om de wacht te houden, van droefheid vervuld; de Sultan Aldimad-sjah zelfwas ook niet gerust en aanhoudend vol kommer, en het duurde plus minus een maand lang dat de (oude) vorst ziek was toen het tijdstip kwam van den vóórbestemden dag: op den tijd van het vóórmiddaggebed stierf Zijne Hoogheid een zuchten dood, de vergankelijke woonstéde verlatende om te verhuizen naar de eeuwige. De Sultan Ahhmad-sjah was alle overlég en réde kwijt op dat oogenblik. terwijl beide, hij en zijne gemalin. al weenend (het lijk van) Zijne Hoogheid hunnen vader omhèlsden en kusten; daarbij waren hunne woorden véle die het hart ontroerden van allen die ze hoorden, en alle inènschen in het paleis hieven een luidklinkend wee-geklag aan. ieder van hen vol van zijn jammer.

De vorst ging naar buiten, naar het groote raadhuis, waar alle ambtenaren en officieren vóór hem zaten, en hij beval: vuurt zestien kanonschoten af.

De adjudanten gaven last dat men de kanonnen zou afvuren. Toen nu het kanongebulder gehoord werd door al het volk, als teeken dat de vorst overleden was. kwamen zij allen ook naar binnen in het vorstelijk verblijf, terwijl zij hunne turbans van hun hoofd afwierpen, en voor den vorst verschenen met gebogen hoofden.

De vorst beval aan Zijne Hoogheid den bandahara Seri-maharadja: Laat al het benoodigde voor de plechtigheid gereed maken, zooals de draagbaren. Het onderdanig antwoord van den bandahara was: wat uw hevel zij, wordt door mij opgevolgd; daarop riep de bandahara lieden te zamen om de „radja-di-radjaquot; re maken, dat wil zeggen: de draagkoets voor het vorstelijk lijk bestèmd.

ocr page 309

281

Nadat alle toebereidselen voor de uitvaart van wijlen Zijne Maj. gereed waren, sprak de vorst tot den heer rechter (qalf); ga de wassching doen. De heer réchter boog eerbiedig, en ging naar binnen, den vorst volgend. Déze beval; laat nu één persoon onder het huis gaan zitten met een groote. ijzeren pan. en deze ging zitten, de ijzeren pan boven zijn hoofd houdende, om het water op te vangen waarmede de overléden vorst werd gewasschen. Men hief het lijk op de plaats waar het zou gewasschen worden en légde het néder op den schoot van drie prinsen, die ook van zijn vorstelijk geslacht waren. Toen wiesch de réchter het lijk, de imam reinigde het en men brandde verschillende soorten reukwerk in komforen.

Toen de wassching afgeloopen was bracht men een kleed om het lichaam re bedekken. en men bedékte het.

Daarna nam men het op en droeg liet op een praalbed. Bij gelegenheid van het wasschen van den vorst deed men zooals het gebruik is bij vorsten. Toen de overlédene met water overgoten was werd de slaaf, die het water had opgevangen . vrijgelaten. en degeen die de wassching had verricht. kreeg twee tahils goud. en die het gereinigd had (dooide tiieces uit te drukken) kreeg één tahil.

Toen dit geschied was wérd de overlédene naar het paleis gebracht en in het lijkkleed gewikkeld, en er werd op alles orde en régel gestéld om met de draagkoets op wég te gaan. Nadat de rijksinsigniën ook gereed waren, nam men den vorst op, en légde hem in de doodkist in het groote raadhuis. De heer réchter, de priesters, geleerden, voorgangers, predikers, leeraars en al de bédelmonniken gingen naar binnen om de gebéden over het lijk op te zéggen.

Nadat de gebéden gedaan waren, werden gaven uitgedeeld aan al de lieden die de gebéden opgezégd hadden, aan ieder vijf réalen en ieder een zijden sarong (van Kambodja). Het lijk van Zijne Maj. zaliger bief men op de draagkoets, de „radja-di-radjaquot;, een van hout gemaakte draagstoel met vier stijlen, en op die vier stijlen légde men een tént die er aan gebonden werd. zoodat het was als een baldakijn van geelachtige stof; aan 't benédeneinde van die vier stijlen légde men ook zulke gele stoffen, en rondomheen waren

ocr page 310

flikkerende spiegeltjes, ter hoogte van een elleboog van de lijst af.

Daarna werd de doodkist van den vorst neergezèt, juist op het midden van het draagtoestèl, en overdekt niet een geborduurd kleed met een gouden zoom. Daarna werd dat kleed bedekt met een sluier, met een rand van goud, met slippen en zoomen.

•Juist op het midden van dat kleed was geschreven met gouden letters; voorts werden er sulasih-bloemen, die aaneengeregen waren, opgelegd met allerlei soorten van bloemen. Daarna werd dit alles gerangschikt boven het lijk van den overleden vorst, en als sieraad pieken met punten van goud ter linker- en rechterzijde, op gelijke hoogte. De beide herauten droegen die pieken, en achter die pieken waren speeren, geweren, musketten en donderbussen, vele honderde in getal. - Daarna weder lieden die zestien met vogels beschilderde waskaarsen droegen, en die over hun schouders droegen zestien gele, vierkante doekjes, en één persoon die het kwispedoor droeg, en één die een komfoor droeg, weer een ander die het matje droeg waarop de overlédene de tdlijiii moet opzeggen (d. i.: de antwoorden die hij géven moet wanneer de grafèngelen Monkar en Nakir hem komen ondervragen) en een die de bételschaal en de kris droeg. En het gebeurde dat al de bewoners van de stad met al de mannelijke vreemdelingen hunne hoofddoeken afwierpen en geheel blootshoofds liepen, en de vrouwen uit de stad snéden het einde van haar hoofdhaar een handbreed af, en de bewoonsters van de hoofdstad met die van de ommelanden déden hetzelfde.

Nadat dit afgeloopen was werd er régel gesteld op alle dingen die verordend moesten worden voor het lijk van den overlédene, voor ieder zijn eigen wérk afzonderlijk, van den beginne tot het einde. — De overlédene werd in statigen optocht voortgedragen, terwijl de trommen werden geslagen en men op fluiten en klarinetten blies en de kanonnen afgevuurd werden, en op dat oogenblik weenden allen die het zagen, allen van de hevigste droefheid vervuld en zij bogen de hoofden néder. En de vorstelijke lijkstaatsie trok voort op den bekleeden wèg, d. i. men ging daar waar men een

ocr page 311

283

kleed over den wèg had gespannen, en vier van de prinsen zaten op de radja-di-radja. •'•(■n op eiken hoek, en er waren twee platte gouden schalen niet verschillende bloenien van goud, en niet verschillende bloemen van zilver, ook twee schalen. Elk van die prinsen hield een van die schalen in de hand waar ook geel gekookte rijst op was, staande op de radja-di-radja om die bloemen uit te strooien. Na eenige minuten tijds kwamen ze aan op de begraafplaats, en het lijk werd neergezèt ter zijde van het graf. Toen wérd een tènt over de grafkuil uitgespannen. Men bracht de doodkist in de grafkuil en zestien kanonschoten wérden afgevuurd. Men vulde (de kuil) met aarde, en zétte de grafpaaltjes overeind en de komforen met wierook werden aangestoken. en de mat voor de talqfn (het onderricht in de antwoorden die de doode géven moet aan de giat^ngelen) werd uitgespreid, de hoogwaardige qali ging op die mat zitten.

Nadat de talcp'n met de gebéden beéindigd was, goot men water uit op het vorstelijk graf, en liad hem heil en vréde toe. dat Allah hem mocht ontslaan van de pijniging van 't graf en dat hij een plaats in 't Paradijs mocht verkrijgen; én er werd als gelégenheidsgitt voor de inlqm aan den heei qali vijfhonderd realen gegéven. en 't geschut wérd nog eens afgevuurd, en men spande verschillende voorhangsels uit en liet een koepel maken, en de lieden die het graf bewaakten die bléven achter.

Voorts keerde Zijne Hoogheid Sultan Ahhmad-sjah terug, gevolgd door al het volk, van droefheid vervuld, en hij zétte zich in de groote raadzaal néder tjn sprak tot den qali: Laat veertig lieden roepen om den Kuran te lezen t'ii laat ze veertig daiien lang Koran lézen. De vorst schonk aan ieder van hen twintig réalen, en de raadslieden en krijgsoversten vroegen verlof om naar huis te gaan, terwijl zij als rouw witte hoofddoeken droegen, een geschenk van den vorst.

K 1 N H E.

ocr page 312

284

De vogels en de leguaan.

Blz. 263. — Er waren eens vogels die bevriend waren met een léguaan. Het was toen èrg heet en droog, de meren waren uitgedroogd en zelfs het water der rivieren was heel ondiep. Toen zeiden de vogels tot den léguaan: Wel kameraad, wij hébben reeds lang als vrienden hier met elkaar gewoond, nog nooit hebben wij geschil met elkaar gehad, maar nu, wat raad voor ons om op déze plaats te blijven, want het water van dit meer is ougedroogd. Nu willen wij dan afscheid van u némen, want wij willen van hier gaan om een ander oord op te zoeken.

Nadat de léguaan die woorden van de vogels gehoord had, weende hij en zeide: Wèl vrienden, verlaat mij toch niet, gij hebt voor mij geen liefde en deernis; zoo langen tijd hébben wij te zamen op déze plaats gewoond en nu wilt gij mij alleen achterlaten.

De vogels zeiden: Wèl vriend léguaan, op wélke wijze zouden wij hier (kunnen) wonen? Indien gij ons volgen wilt, welaan dan nemen wij u méde, maar (alleen) als gij onze woorden opvolgt kunnen wij u met uns meenémen. Het antwoord van den léguaan was: Goed zoo, wat gij ook zéggen moogt volg ik op. Toen zeiden de vogels: In dat geval moet gij een vaste afspraak met ons maken, dan willen wij u meenémen. De léguaan antwoordde: Wat uwe voorwaarde tégenover mij ook zij, zég die, ik luister.

Dt* vogels zeiden: Als op den tijd dat wij mét u wég-vliegen het gebeuren mocht dat gij véle inénschen met elkaar hoort praten en rédetwisten, dan moogt gij daarop geen antwoord géven, en knijp uwe oogen dicht, opdat uw hoofd niet duizelig worde.

De léguaan antwoordde: 't Is goed, wat gij ook zéggen moogt volg ik op. Daarna zeiden de vogels: Wél vriend léguaan, hang gij u zélve juist op het midden van dit stokje, dat het links en réchts éven zwaar zij, opdat wij u in de vlucht meenémen. De léguaan zei: 't Is goed. Hij beet juist in 't midden van het stokje en wérd toen door de vogels meegevoerd in hun vlucht. Zij passeerden over eenige bèrgen en groote vlakten, tot zij kwamen bij een gehucht,

ocr page 313

285

waarin véle inènschen samenwoonden. Bij toeval kregen die véle lieden de vogels in 't oog die met den léguaan wegvlogen, en door die lieden wérden ze aangeroepen met de woorden: Reeds lang hébben wij op déze plaats gewoond, (maar) nog nooit hébben wij zoo iets gezien.

De léguaan zeide: Zijn dan uwe oogen blind, dat gij niet naar den hémel ziet? Voordat nog de léguaan was uitgepraat, viel hij ter aarde.

De vogels zeiden: Wél léguaan, geenszins was de schuld van onzen kant, gij zélf sléchts waart het die nalatig waart, onze woorden niet opvolgende, en nu moest gij uw hart maar losmaken van wat vriendschappelijke betrekking heette tusschen u en ons.

Zoo is het einde van hén die goede woorden niet willen opvolgen, zij zélf sléchts ondervinden het.

De gier en de slang.

Blz. 265. — Er was een gier die zijn nést had op een waringinbooin die zeer hoog was. Die boom nu was met holten. Daarin woonde een slang, in een gat van dien waringinboom. Wanneer de gier jongen had, dan wérden die door de slang op-gegéten, zoo ging het altijd. En de gier was zeer bedroefd en wist niet meer wat te doen. Zij ging naar een jakhals om te klagen over haar lot, zéggende: Wél vriend, wat moet ik beginnen, altijd in zoo'n zorg zittende. Wanneer ik eieren lég en jongen krijg dan worden die door de slang opgegeten, die in een holte van dézen boom is, wees gij nu zoo goed en geef me eens raad tegen haar.

De jakhals zeide: Wél vriendin, wij zijn maar geringe lui en kunnen niet tegen de groote lui strijden, tenzij wij alleen met listen en stréken hen weerstaan.

De gier zeide: Dan zal zij door mij verschalkt worden; op den tijd dat zij slaapt zal ik haar oogen uitpikken, opdat mijn nageslacht bewaard blijve tegen dat gevaar; op een anderen tijd zal zij dan niet meer kunnen zien.

De jakhals antwoordde: Wél vriendin! Nu gaat gij wat al te vér in uwe begeerten, 't zou geenszins de raad van

ocr page 314

2M()

een verstandige zijn dat gij dat uitvoerdet. Maar ik heb een listig plan. als ^ij dat uitvoeren wilt dan zal ik u zeker dien raad zéggen, zoodat zoowel de slang stérft als ook gij geréd zjjt en met uw jongen op déze plaats kunt wonen.

De gier zeide: Zeg het. opdat ik het doe. Toen zei de jakhals: Wél gier, vlieg gij dan heel hoog en neem uw richting naar het paleis van den vorst. Wanneer gij iets kostbaars, een sieraad of tooisel, ziet neergelégd op het paleis, dat gij in de vlucht kunt meenemen, neem het dan en vlieg er mee wég, ongeveer zoover dat gij niet verdwijnt uit het oog der lieden, dan laat gij het vallen op de plaats waar het hol van de slang is, opdat de menschen komen om u te volgen. — De gier deed zooals de raad van den jakhals was. daarop vloog zij heen naar het paleis van den vorst. En zij zag dat daar een sieraad van een kind des vorsten was neergelégd op een staatsiebank, zij pikte dit op en vloog er mee naar boven in het luchtruim.

Nadat de vorst gezien had dat de gier met het sieraad van zijn kind wégvloog. bestaande uit een gouden kéten, ingezét met allerlei édelgesteente, werd door hem gelast haar te volgen, waar zij het ook zou laten vallen. Men volgde de gier. Toen deze nu gekomen was bij den boom waar de gier genesteld was, liet zij het sieraad vallen bij liet hol van de slang. Toen door de lieden gezien wérd dat de gier het sieraad had laten vallen bij het hol van de slang, klommen zij op den boom, en zij zagen dat er een slang in zat; déze werd door hen gedood. Nadat ze dood was, namen zij het sieraad en brachten het aan den vorst. De gier bleef rustig en verheugd op dien boom wonen, zij was verlost van het gevaar der slang.

De twee kooplieden.

Blz. 266. — Er was een koopman die naar zéker land wou gaan varen, en hij gaf ijzer van hem in bewaring aan een ander koopman, een vriend van hem. ter hoeveelheid van honderd pikols. Nadat de eigenaar was wéggezeild, verkocht de ander het ijzer.

ocr page 315

Na eenigeii tijd kwam die koopman, wien het ijzer toebehoorde terug, en vroeg zijn ijzt-r (terug) aan dengéne hij wien hij het gedeponeerd had. Déze zeide: wat uw ijzer betreft, dat is heel en al opgegéten door de ratten. De eigenaar zeide: Is het wézenlijk waar wat gij daar zégt? terwijl beenderen ook wel kunnen verteerd worden door de ratten, hoeveel te meer ijzer! 't is uu eenmaal mijn lot geweest. (Het heeft zoo moeten wëzen) dat ik schade zou krijgen.

Daarna nam iiij afscheid om naar zijn huis terug te keeren. De ander zeide: U moest eerst nog wachten tot (wij) éten. De eigenaar van 't ijzer wilde echter niet en begaf zich op wég om terug te keeren naar zijn huis.

Xa verloop van eenigen tijd was op zé-keren dag een kind van dien anderen koopman aan 't spélen buiten de deur van zijn huis, en de eigenaar van het ijzer nam het mee, terug-keerende naar zijn huis. en verstopte het.

Nadat het avond was geworden zocht die koopman zijn kind, de straten en wijken doorloopende zonder het te vinden. Daarop ontmoette hij den eigenaar van het ijzer en vroeg al schreiende: Hebt u mijn verloren kind ook gezien? Déze antwoordde: ik heb uw kind niet gezien, maar ik heb wél een knaapje gezien dat door een adelaar in zijn vlucht werd médegevoerd de lucht in. De andere zeide: verbergt mijn kind! De beide kooplieden nu gingen aan 't twisten en gingen vervolgens naar den réchter om te proce-deeren. De réchter zeide: Wél koopman, waarom verbèrgt u het kind van dézen koopman? Hij zeide: o mijnheer de réchter, ik verbèrg zijn kind niet, maar wél zag ik een jongetje waarmee een arend wégvloog naar 't hémelruim.

De réchter sprak; Nog nooit héb ik gehoord dat arenden met kinderen wégvliegen. dat is voor 't eerst van u. De eigenaar van 't ijzer zeide: Heeft mijnheer de réchter dan wél ooit gehoord dat ratten ijzer opvraten, honderd pikols? Dat is voor 't eerst door mij gehoord van dézen koopman. Toen vertélde iiij het geheele geval, dat hij ijzer gedéponeerd had toen hij wilde uitzeilen: de réchter beval het kind van den koopman terug te laten bréngen bij zijn vader, en van het ijzer, dat het weerom gebracht zou worden bij den eigenaar.

ocr page 316

L'SS

Tooneelen uil de jeugd van Hhamzah en 'Omar Ommaja.

Blz. ^68. — Deze vertelling is een verhaal om de geschiedenis te vermèlden van het opperhoofd der geloovigen Hhamzah, op wien Gods welbehagen is, en van 'Omar Ommaja.

Toen Amir Hhamzah en 'Omar Ommaja op den leeftijd van zéven jaren waren gekomen, waren zij altijd bij elkander, waarheen zij ook gingen, nooit scheidden zij van elkaar. Na verloop van eenige dagen noodigde 'Omar Ommaja Hhamzah uit wéder saam te gaan spélen: zeggende: Wèl Amir, laten wij naar buiten gaan om te gaan spélen. Beide gingen ook naar buiten om te spélen, en 't gebeurde bij zékeren afgodstempel dat 'Omar Ommaja zeide: Wèl opperhoofd. weet gij wat voor huis dit is?

Hhamzah zeide: Ik weet het niet. Toen zeide 'O. O.: dat is een afgodstempel, want in dit huis zijn véle afgoden van goud, ten getale van tachtig. En Amir Hhamzah begaf zich op wèg naar dien tèmpel toe. Toen Hh. aan de deur van den tèmpel kwam werden al de lieden, die de godenbeelden bewaakten, bang, elk van hèn betoonde reeds van vérre zijn eerbied aan Hhamzah en boog liet hoofd tot op den grond.

Hhamzah zeide: Wel 'Omar Ommaja wat zouden wij nu 't bést uitvoeren met déze godenbeelden? 'O. O. zeide: Heer, in de eerste plaats pak de lieden, die deze goden bewaken, bij hun énkels, en smak ze tégen den grond.

Die woorden van 'O. lt;3. hoorende, greep Hh. een der priesters en smakte hem ter aarde dat al zijne beenderen geheel verbrijzeld waren en niet meer te heelen, en op deze wijze kwamen ouk al die priesters om het léven, ongeveer zeventig in getal.

Daarna liep 'O. O. gauw den tèmpel in en nam al de gouden godenbeelden, hij stopte die in zijn reistasch en daarop gingen beiden den afgodstempel uit. Zij haalden vuur en staken den tèmpel in brand.

Nadat het vuur vlam gevat had, stonden Hh. en 'O. O. beide het schouwspel aan te zien dat de tèmpel door het vuur verteerd werd. Toen nu door de lieden gezien wérd dat de tèmpel verbrand was, brachten zij aan Chodja Ab-

ocr page 317

28!)

diilmotluUib hot Ijericht: Uw /.oun IIhainxah sirt-kt (leu tt-mpel in Imun].

Die woorden hoorende. kwam Chodja A. spoedig naar den tempel en zag illi. en 'O. O. beiden daar staan. Heel bedaard sprak ('liodja A. tot Uham/ab : W'èl mijn /.nun, wat voor werk hebt gij nu uitgevoerd? Hhamzah zeide: Al wat O. lt;). zegt. volg ik op. Toen sloeg Chodja A. den blik op 'Ü. lt;». en zeide: Wel gauwdief', hoevele malen ik u lt;tnk verboden heb dat gij den sléchten wèg niet zoudt wijzen aan mijn zoon, toch luistert gij niet naar mijne wToorden, en nu In-bt gij mijn zoon al weder geleerd onheil aan te richten,

'Omar Ommaja zeide: Wat mijn werk betrèft. dit was geiierl te récht en niet verkeerd. Wat het verkeerde betrèft, dat is dat huldigen van afgoden; is dat wel zooals 't behoort dat men aan afgoden hulde laat bewijzen? Daarom is het dat deze afgodstempel door ons werd in brand gestoken.

Nadat Chodja Abdulmothalib dit zeggen van 'Omar ommaja gehoord had, was hij verbaasd.

Toen nu Chodja A. met Hhamzah thuis was gekomen, vermaande hij hem met goede woorden, zéggende: Wél mijn zoon, gij moet hier in de stad niet spélen, mij dunkt gij moest buiten de stad gaan naar de tuinen, die buiten de stad zijn om te spélen. Die woorden van zijn vader waren naar den zin van Hhamzah.

Daarna gebeurde het op een anderen dag dat Hh. en 'O. lt;). de stad Mékka uitgingen, en eene vermakelijkheid wilden gaan zien. Toen was 'O. lt;). bij 't wandelen vóór Hh. uit, en 'O. O. kwam bij een dadelboom waaraan de vnu hten rijp waren. 'O. O. klom er in en nam de rijpe vruchten en stak die in een zak, terwijl hij ook van die dadels opat.

Hhamzah kwam ook daar en zau dat 'i gt;. (). dadels zat te éten. Hh. vroeg: Wél 'O. O., wat eet je daar? Ceef mij toch ook een weinig er van. 'O. O. zeide daarop: Wat vraagt ge mij om dadels, als gij dadels wilt éten. ga gij er dan heen en klim er maar in. Hh. zeide: wél broeder, ik kan niet in dézen boom klimmen; waarop 'O. lt;). zeide: Als -gij niet in dézen boom kunt klimmen, ga dan heen (en) schudt hem maar. Hh. ging heen onder dien dadelboom en hij vatte dien boom. die dertig jaren oud was, en rukte

GoMr.r.KUr . Mcl.-lloll. I.rnh. 11)

w

4

ocr page 318

29( I

hem uit met wortels en al. Xadat de boom uitgerukt was, Lcingen Hh. lt;'n 'O. O. er bovenoi) zitten en aten de dadels op.

De eigenaar van den dadelboom kwam en zag dat de iiooin met zijn wortels uitgerukt was. Toen liep de man gauw been naar Chndja Abd., en hij maak re eene eerbiedige buiirim:. met het hootd tot op den grond, zeggende: O heer Chodja Abd.! uw zoon Hhamzah en '• gt;. O. hebben één van mijn dadelboomen vernield, en de vruchten allemaal opge-géten. wat moet ik nu beginnen? Toen Chodja Abd. die woorden van den eigenaar der dadels hoorde, gaf hij hem de waarde er van en stélde hem tevreden met goede woorden. De eigenaar van den dadelboom keerde terug.

irhamzah en quot;Omar ommaja gingen ook weder terug naar hun huis. Toen beraadslaagde Chodja Abd. met zijne zonen 'Alias en Abuthalib en al de anderen. Wat dezen, Hh. en '(). (».. betreft. ze zijn erg ondeugend, wat is nu de raad van n allen omtrent hen? waarop 'Abas zeide: Naar mijn gevoelen zou het goed zijn dat wij die beide jongens over-gaven aan den schoolmeester (,'abij;in om bet koninlezen te leeren. opdat die meester hen orde leere en zij ook kennis opdoen. Als ze stont zijn dan zal die meester ze wèl ranselen. Chodja Abd. zeide: Ge hebt gelijk in 't geen ge daar zegt.

Nu gebeurde het op zékeren dag dat Hh. en 'O. lt; gt;. door Chodja Abd. werden medegenomen naar meester Cabijan, hij uaf ze aan hem over om te leeren lézen. Het zéggen van chodja Abd. was: Wél meester,, wat déze beide jongens betreft, die moest gij nu eens leeren lézen; als zij het kunnen dan zal ik u géven wat u toekomt. Déze beide jongens zijn érg stout, u moet ze maar terdége straffen en er op slaan, mits u ze maar geen ongeluk toebrengt aan hunne oogen en ooren. dan is het overigens aan uw beleid overgelaten wat gij met hén doet. De meester zeide:'t is goed.

Daarop haalde meester Cabijan schrijftafeltjes en pennen en hij schreef de leesles van Amir Hhamzah op en gaf hem het schrijftafeltje. Slechts één keer werd het hem door den meester véórgezègd. en (toen) liet hij hem alleen lézen. Hh. las de lés zonder ééne fout.

Daarna wérd door den meester ook de lés van (). (gt;. op-geschréven en hij gaf hem die en leerde ze hein. Toen hij

ocr page 319

291

liet (V'iimiuil had vi'^'irgozogd. hovul de meester hem alleen te l(''zen.

'O. O. zeide: Eerwaarde heer, al leert gij het mij ook tienmaal, dan kan ik die lès toch niet lézen. De dorpspriester wist wèl dat die 'O. (). een erg ondeugende hèngel was en hij haalde een rotting en ranselde 'O. (). terdege af. maar •). (). wilde niet schreien en hield zich toch maar stil, hij verkropte de pijn en dacht: Dit leeren is toch een groote ramp voor mij.

Toen Amir Hhamzah die hnuding van 'O. O. gezien had. lachte hij stilletjes. En 'i). O. zocht naar een middel om zijn meester (een poets) te spélen.

Na verloop van eenige dagen deed de schoolmeester op een rustig oogenblik een slaapje op het middagunr en de kinderen schreven. Xu was er een vijver dicht hij die school en aan den stellen kant van dien vijver stond een bidaraboom. Toen sloop 'O. O. heel stilletjes als een dief daarheen. Hij zag dat de bidaravruchten alle rijp waren. En 'O. O. riep Hhamzah. zeggende; Wèl héld, kom pak gij • lézen bidaraboom en trék (aan de takken), opdat ik i*r in kan klimmen om de vruchten te némen. Hhanrzah kwam spoedig en vatte den bidaraboom, hij trok en de takken neigden. V». O. sprong toen op de takken en stak de bidaravruchten in den zak. Toen nu de kinderen in de school in 't oog krégen dat de bidaraboom overhèlde, kwamen zij alle aanspringen naar dien boom toe om de vruchten te némen. Nadat door 'O. i). gezien was dat de vruchten grootendeels op waren, daalde hij spoedig naar benéden en zeide tot Amir Hhamzah: Wèl Hh.. laat gauw dézen boom los. want de vruchten zijn al wel de hèlft op; als dat dooi' den eigenaar van den boom gezien wordt, zal hij zéker op ons knorren, haast u hem los te laten.

Op het hooren dier woorden van 'O. O. werd de groote tak van den bidaraboom door Hh. losgelaten en al de kinderen die op de takken van dien boom zaten, vielen al buitelend naar benéden, sommigen rolden inden vijver en verdronken, anderen vielen op den kant van den vijver, sommigen hadden de lendenen gebroken, anderen het hoofd gespleten. Zoodra hij dat zag liep 'lt;). O. wèg van daar en naar zijn huis.

19*

ocr page 320

292

Toen door de ouders van al die kinderen vernomen was dat dit gebeurd was. kwamen die alle tot Chodja Abdul-mothiUib, al schreiende en zich voor 't hoofd slaande, terwijl zij zeiden: Xu zijn de kinderen van ons alle in 't verderf gestort door uw zoon Hhamzah. Chodja Abd. wist geen raad meer en betaalde den bloedprijs voor het misdrijf van zijn zoon; hij gaf goud en zilver aan de ouders van al die kinderen en hij verzocht hèn om toegefelijkheid. Eenigen tijd leerde Amir Hhamzah het koranlézen en deed ook veel wetenschap op.

VERTALING VAN DE ZINNEN IN lgt;E V ERSCHF L LENDE OPC AVEN.

S 2b/. — Indien het onmogelijk is dat wij hem weerstand bieden, dan is 't noodzakelijk dat wij dienstbaar aan hem zijn en voor hem wérken (zijn wérk verrichtende).

Al de visschen waren gaarne bereid om daarheen te verhuizen en sprongen aan land naar den reiger toe.

Wél Sri Rama, wees er op bedacht dézen mijnen pijl af te weren.

Als Sri Eama dien naam van hem niet veranderen wil en déze mijne woorden niet wil opvolgen, zékerlijk zal ik hem dan doen verdwijnen uit déze wereld.

Ga gij dan overbréngeu aan koning P. R. Wat dien naam van mij betreft, die is mij geschonken door de geëerde groote goden, en ik wil dézen mijnen naam niet veranderen.

Wat nut heeft het de boozen te laten léven, het is even-zoo als de braven te dooden.

Het is noodig dat de verstandigen zichzelve in veiligheid stellen tégen de listen hunner vijanden, door leering te trékken uit deze gelijkenis.

Het zou goed zijn dat l'we Hoogheid optrok met al het geringe volk, opdat hun gansche geslacht door ons worde vernietigd, geen énkele zélfs mag door ons gespaard worden.

§ 22/gt;. — Wat de tijgers betréft, men vreest hen om hunne tanden. Als ze geen tanden méér hébben, wat is er dan waarom men voor hen zou vreezen?

ocr page 321

293

Wat dien tijger betreft, oorspronkelijk had men hem gevonden in het bosch van Naning (plaatsnaam of naam van een soort wespen) in de kloof van een boomstam, zoo groot zijnde als een kat. Men nam hem mee naar Malaka en gaf hein ten geschtMike aan den lieer Farkuwar; daarna liet deze hem opkweekten in zijn huis binnen het fort; hij liet een hok voor hem maken van nibunghout.

Er werd lust gegeven een timmerman daarbij te roepen, een Chinees, wien opgedragen zou worden dat hok terépareeren.

Zijne Hoogheid gaf aan het kind den naam Sita Déwi en hij voedde haar op als zijn pleegkind.

Koning Puspa Kama kwam naar buiten van uit zijn burg om Sri Kama te komen opzoeken; hij werd gevolgd door al zijne legerscharen, die niet te tellen waren.

§ 23f. — De duur van den strijd die op déze wijze gevoerd wérd, was drie dagen en drie nachten lang, zonder ophouden.

Hot was overal bekènd dat B. (s'. een bloementuin had.

Als het op dezen tijd van den dag is, dan is het meeren-deel der vrouwen bézig kleedjes te wéven.

Te vermèlden is. dat er twee met elkaar bevriende personen waren, die elkander buitengewoon veel genegenheid toedroegen.

Hij ontmoette een koopman, één zijner makkers, die hem vroeg; Waar wilt u déze slavin heenbrengen?

Allen die speren droegen staken met hunne speren, de lansdragers staken met hunne lansen.

Nadat hij de woorden van koning I. D. gehoord had, die zijn zoon zulk een last opdroeg,....

Waarom laat gij (oom) het stil begaan dat men den baas speelt (den maharadja Léla speelt) in ons land.

1 let gebeurde dat dewezier N an Sultan Sjabur altijd maar verhaaltjes dood aan de beide hoofden die de gevangenis bewaakten.

Want gij en wij (wij en mijn heer) zijn al lang met elkaar bekènd.

Het zou goed zijn dat wij eene overeenkomst sloten, raadplegend over die zaak van quot;i verhuizen.

Hij deed zichzèlve onophoudelijk verwijtingen.

S J-V;. — En hij maakte hare banden los. haar omhèlzende en kussende, terwijl hij haar vergiffenis vroeg, zéggende:

ocr page 322

2lJ4

Jk wist ook niet dat jjij alleen eene zoo onschuldige en heilige waart. En hij nam haar op zijne armen en bracht haar naar de slaapstede.

Daarop nam hij den barbier gevangen, terwijl hij hem bond en médevoerde, om voor den vorst te verschijnen.

Indien er het een of ander met mijne echtgenoote hier aan boord gebeurt, zal ik zekerlijk last geven u den hals af te slaan.

Kti nu zie ik dat hij u. o vorst, geen eerbied toedraagt en daarbij onvoegzame woorden ten opzichte van Uwe Maj. zegt.

Mocht de tégenwourdige bevèlhebber van Malaka mij willen uitzènden om die olifanten te vangen, hoevèle er ook zijn mogen, ik kan ze wel krijgen.

Dit was namelijk het eindresultaat van de beraadslaging, dat eerbiediglijk gemeld werd.

De gedachte van de krab was; n wee! Voorwaar wij allen zijn bedrogen: door dézen èllèndigen reiger zijn al die kameraden van mij opgevreten. Dit zoo zijnde, is het bést dat déze ook door mij gedood worde, laat ik dan ook maar sterven. Daarna kneep hij den hals van den reiger dicht.

S -M. — De Sultan ging uit zijn paleis mèt al zijn hofgezin eu al wat tot de rijksinsigniën behoorde, zoover het mee te némen was.

lgt;ie krijgsoversten droegen maliënkolders van ijzer, zoodat hun lichaam niet meer te zien was.

Geen andere geluiden waren meer verneembaar door het gewéldige van 't geraas der daemonen en griffioenen, die aan 't strijden waren.

De apen waren van kou bevangen, ze bibberden over 't geheele lichaam. — De rat werd èrg door vrees bevangen.

Het kwam aan Kalila ter oore, dat Damina in de gevangenis gezét was door de moeder van koning Leeuw.

De hitte was zeer fèl, het was door koning R. niet langer te verduren.

De wigge schoot er uit, en de boomstam sloeg dicht en de staart van den aap raakte beklemd in de spleet van den hoom.

Hang Kasturi zeide: Ik kan het niet aanzien wat gij daar uitvoert, ik heb een gevoel van afkeer dat aan te zien.

Wij allen zijn bedrogen.

ocr page 323

290

S -rih. Hot ilwèrghèrt zeide: Zie, zot» •■ven herfr hij weer «on van mijn inukkcrs geviingen; daur houdt hij hem vast. laat mijn pootje los, sjiocd u hoor uzclvc in ]nisiuur te stéllen, liet is veel béter (lat gij iièm aanvliegt dan dat hij de eerste zij.

Hij zeide; Ga gij hier zitten, hier is een gaatje in den wand, dan kunt ge ze in déze richting bespieden.

Ik zeide: Kom jij dan ook hier baba (woord waarmee men Chineezon ot' inlanders van eeuigen stand aanspreekt; nieuw aangekomen Chineezen, in don régel uit de iiètte des volks, noemt men AV) en zijn antwoord was: Je moet niet bang zijn, intji' Dulah! (Met 'quot;//quot;/ spreekt men Maleiers, ook vrouwen, van eenigen rang aan.) Dulah afkorting, eenigszins familiaar, van Mdidlah.

Daarop gaf hij een snee in den neus van de vrouw van den barIlier. zoodat die er af was. en daamp gaf hij dien aan dat wijf in de hand. zéggende: Xeein nu je neus hier mee en geef die ten geschenke aan je minnaar.

§ lis. — En omdat het er eveneens mee gesteld is. moet Uwe Hoogheid in 't geheel niet te veel luisteren naar zulke geluiden.

De wandluis sprak tot de luis: Wél kameraad, lier mnge u wélgevallig zijn, dan kunnen wij altijd als vrienden leven in veiligheid.

line het daannéde ook moge zijn. ik heb al lang hegrépen dat gij een persoon van slécht karakter zijt; nochtans, omdat ik meelijdend van gemoed ben. laat ik je goede manieren loeren, gij moest er naar luisteren, opdat uw léven veilig zij.

S 'l^b. De vorst vestigde den blik op den Laqsamana (admiraal), zeggende: Wat dunkt u er van. dat ik u naar Koromandel wil (zal) zenden?

De vorst sprak: Het is goed. want wat dien adjudant, den heer Kasturi, betreft, al lang had ik hem reeds als gunst den titel willen vorleenen dien hij slechts vragen mocht.

Daarna begaven (wij) ons wéder op wég. Wat den toestand van dien weg hotreft . dien beschrijf ik maar niet, en ik kan mij ook niet herinneren, dat ik nog ooit van mijn

ocr page 324

L'itt;

h'Vt'ii oen wi'g gezien hèl» die zoo slèciilquot; \v;is. {Aaum. Het weglaten van liet vonrnw. (wij) is een fout of eigcnaardig-heiil van Abdullah, dit» af te keuren is.)

En nadat hun kameraden al vèr genoeg op weg waren gejiaan. tucn eerst lieten zij hem los.

Het antwoord van koning Leeuw was: () gij mijne maii-tris. wat zijn dan de dènkbeelden die er in uw hart zijn. zèg het, dat ik hoore. En alle drie de mantris zeiden: O Heer. wi'reldliehei'rscher. als door Uwe Hoogheid gunstig mocht worden opgenomen wat ons verzoek is. dan smeekeu wij vergiftenis; mocht door ons die kameel gedood worden, zekerlijk dan zon al ons volk verzadigd worden.

S i.quot;-1''. — Sarelah sudah maharadja pun bcrangkat masoq. Maka liandahara dan laqsamana dan Tala Sangkuni ])un me-njembah lalu pulang katampatnja. (Niemann 11. 114.)

Maka kata Tala Sangkuni: Baïklah. mari kita mengadap! Maka bandahara dan Tala Sangkuni dengan laqsamana pun pergilali mengadap: maka bandahara pun berdatang sembah saperri kata laqsamana itn, maka titah radja: Baïklah, sigeralali mamaq bandahara bcrlangkap akan mengaraq surat dan bingkis akan sudara kita itn. (Niemann 11, 114.)

Maka tertawalah brahmana itn melihat hhal iru. Satelah sudah. maka ijapun bersutjilah lalu komlialilah katampatnja itn. Maka lierterèjaqlah ija akan muridnja itu, maka di-tjaharinja kasana kamari tijadalah bertemu lagi. Maka me-nangislah ija serta katanja: Wahaj telah ditjurilah olih budaq tjelaka itu akan tongkatku itu. Maka hari pun pe-tanglah. maka ditjaharinja pada sagenap tampat. tijadalah dapat budaq itu. (Pavlj. Tand. 19.)

S Koning Alexander ging naar buiten, naar de

audiëntiezaal.

Tien de gezanten aan de hoofdstad van Syrië aankwamen, boden zij daarop die kameelen aan den vorst van Syrië aan.

Wat is het toch. waarom gij u bekommert?

Hij begreep nier. wat ik toen deed.

Dit is de kostwinning (het bedrijf) van ons allen.

Die man verdween uit zijn (hun) gezicht.

ocr page 325

2!»7

Alleen door uwe hulp wordt mijn doel bereikt (mijn wènsch vervuld).

En wat Landahur betreft, Hhamzah beval hem spijs en drank te geven en zijn gemoed tot kalmte te hrengen met goede woorden.

Bekers, ingezet met allerlei edelgesteenten, liet men in den kring rond gaan.

Nadat hij gehoord had dat de vissehers hem iilt;'men wilden, maakte hij zich uit de voeten, uit dien vijvrr overgaande naar eene andere plaats.

Als Uwe Hoogheid mijn vleesch wil éten, dan bied ik het aan als teeken mijner dankbaarheid.

Het is behoorlijk dat de vorsten hun gunsten overvloedig-lijk uitstorten over hèn die hun dienen.

Wanneer de meester behagen vindt in 't geen zijn dienaar zégt, dan is die dienaar wèl gelukkig.

De vorst wil u een gunstbewijs geven (nu) moest gij zijgen wat gij zijt te wéten gekomen en wat uwe bevinding is omtrent de duidelijke bewijzen van de kwade trouw van dien Damina. Gij moest dat aan mijn zoon naar waarheid médedeelen, zooals het door u gehoord is toen hij aan 't praten was met zijn broeder Kalila.

En wijd vermaard was de rechtvaardigheid van zijn bestuur.

lt; *ni te strékken tot middel van troosr voor bedroetde harten.

S ■gt; 1 h. — Komaan mijnheer, kom hier bij mij zitten.

Pas wilde hij het opéten, ot' hij begon te niezen en de punt van het dolkmes drong bij ongeluk onder zijn .üehémelte door tot in zijn strot.

Dat is geenszins de manier van mannen (dappere mannen) om op verraderlijke wijze te doorsteken.

Dat wijf ging hard aan 't schreeuwen en ze had nog de punt van haar neus in haar hand.

Wanneer de vorst en zijne gemalin vast in slaap zijn, dan moet gij daarna eerst ze heel éventjes liijten en als dat gedaan is, spoed u dan zoo gauw mogelijk, heel zachtjes in je schuilplaats te gaan. De weegluis antwoordde: Dat is goed.

ocr page 326

298

S S')(i. — Hoe is dat verhaal? (Hoe luidt dat verhaal.)

Gij moet volstivkt niet zéggen alleen te willen wachten op hetgeen er overblijft van den maaltijd van onzen meester.

Wanneer onze kinderen willen éten, dan moet gij zr in slaap maken.

En èlken dag, wanneer de rechtspraak afgeloopen was, ging hij naar buiten uit de stad Madinah.

.Maar nu, wat toch is er nog meer van uw verlangen.

Morgen zullen wij wéder strijden, alsdan zult gij zien wat de (bovennatuurlijke) kracht mijner wapens is.

S SSf. — Voorts, wat die domme lieden aangaat, wanneer zij in dien lusthof binnenkomen en de velerlei vruchtboomen en allerlei bloemen in dien hof zien, dan zijn zij onverschillig. terwijl zij door hun luiheid willen slapen, en ver-légen staan met zich zélve en geheel verbijsterd hier en daar heen staren.

Wanneer het mocht gebeuren dat er iemand is die schulden heeft aan een ander, dan gaat deze, wanneer de termijn verstréken is. naar den schuldenaar om zijn geld op te vorderen.

Laten wij gezamenlijk in eens wegvliegen met het nèt. mogelijk ontkomen wij dan uit dit gevaar.

() gij mijne vrienden! misschien zal die vogelvanger ons achterna komen. (In deze beide voorbeelden blijkt hoe het woord missc/ieii te vertalen is met Dnidah-mmlukan wanneer mm het hoopt, met knhm- 'i wanneer men het vreest, terwijl ba rang kali uitdrukt, als het soms gebeuren mocht.)

Ik zou ook wèl vriendschap willen sluiten met déze rat. omdat ik zie dat zijn getrouwheid voortrèftelijk is.

En de kraai ging naar het verblijf van de rat, luidkeels schreeuwende, om de rat te roepen.

Wat de verstandigen betreft, wat zij ook doen mogen, doen zij alleen na voorafgaand onderzoek, opdat zij later geen zelfverwijt hebben.

En insgelijks al wie een lastering tegen mij mocht verzinnen. de kwade trouw zal alleen op hem zélf wederkomen.

Hij kon hem niet weerstaan, omdat zijne strijders sléchts weinige waren.

ocr page 327

{ VEHTAUMi IN T MALKlscil.

Het gebeurde eens ep /.t'k'eren tijd. dat knniiig Alexander de Groote {Islcamli'r (hu hiuniaj/i) op reis was. tot hij een verwoeste stad voorbijkwam. Hij zag dat er eene inscriptie stond op de poort van den ingang der vestingmuur [kulci) van die stad, van dézen inhoud: Voorwaar, déze stad is beheerd geworden (amjgt;u\ door zéven vorsten en die zijn alle gestorven. Nadat hij dit gelézen had, sprak de vurst Alexander de Groote rut de lieden die in zijne nabijheid {sixgt;) waren: Wie bewoont nu deze stad? Is er nog een van de nakomelingen der vorsten? Zij antwoordden eerbiedig: Heer. wéreldbeheerscher, ja er is nog één man uit hun nageslacht, zijn woonplaats is op de grafstéde. Koning Alexander sprak; Gaat gijlieden dan heen, roept hem voor mij. De lieden gingen heen om hem te roepen, èn iiij kwam. Koning Alexander sprak tot hem: Wèl dienaar Gods, wat is de réden dat gij altijd op de begraafplaats zijt? De prins antwoordde eerbiedig: Heer. wéreldbeheerscher. het is dat ik geruimen tijd (vele tijden) moeite doe om ouderscheid te maken tusschen de beenderen der koningen en de beenderen hunner slaven, maar ze zijn slechts gelijk (geheel gelijk), ik bèn niet in staat {htuma) ze te onderscheiden.

De koning Alexander sprak tot hem: Wilt gij mij volgen? opdat ik ti eene betrekking géve? De prins antwoordde: Heer, waarlijk (dan) verlang ik van u verschillende voorwaarden (fijar(h). Indien door u wordt ingewilligd wat ik

ocr page 328

8( KI

N'rauy dan wil ik u volgen. Knning Aloxandcr sprak:

Wel prins, waf zijn dit' voorwaarden die gij begeert? Hij antwoordde: Heer. wvreldliehferscher. Vooreerst: Léven zonder te sterven. Ten tweede: Jeugd die niet veroudert. Ien derde: Rijkdom /.onder verarming {.pupa)] daarna ten vierde: Altijd in vreugde te zijn. waarin geen droefheid is.

Koning Alexander sprak tot hem; Wel prins, wie is machtig tot («Am) zulke dingen? Hij antwoordde: O heer. wereldlieheerscher. indien gij de macht niet hebt zoo iets te doen, dan zwijge mijn gebieder en late mij dan zoo iets afvragen Uniiliil) van hem die machtig is dit te doen. Koning Alexander vertrok, daar uljmH) hij verbaasd was die woorden van den prins te hooren.

\ ergelijk de floor u jremnakto vertaling met hetgeen gij vindt in de Bloemleziny van Dr. (i. K. Niemann , 1 - stuk, druk, blz. 230, in Arab, letter, en iiieracbter.

Er was een vorst in overoude tijden (die) last gaf een paleis te bouwen, dat zeer schoon van bouw en versieringen was. Toen het paleis klaar was, beval de vorst de inwoners der stad uit te noodigen om ze te onthalen. Allen kwamen naar liet paleis om te éten en te drinken, zich met elkaar vermakend.

Vervolgens gaf de vorst aan de lieden die de poort bewaakten den last: Wie ook hier uit de poort van het paleis komt, die moet door u ondervraagd worden of dit paleis ook gebréken heeft of niet!

Al die lieden kwamen achtereenvolgens naar buiten, èn de deurwachters ondervraagden telkens degénen die buiten kwamen, èlk hunner afzonderlijk (één voor één). Hun antwoord was: Dit paleis heeft geen énkel gebrék. Als aller-laatsten van die lieden kwamen er naar buiten verscheidene personen die een grof kleed aanhadden, en door de deurwachters wérd hun gevraagd: Hebt gijlieden ook eenig gebrék aan dit paleis gezien. Hun antwoord was: Ja, er zijn twee gebréken aan dit paleis.

Zoodra de deurwachters dit hun zeggen hoorden, hielden

ocr page 329

301

zij hen staandu en berichtten het aan den verst niet déze woorden: O lieer, beheerscher des lands, er zijn door ons gevonden verscheidene personen, die verklaarden dat iiit paleis twee gebréken heeft.

Zoodra de vorst dit bericht van hen hoorde, sprak hij: Roep gij ze dan. Die lieden kwamen en de vorst sprak: Wat zijn de twee gebréken die gij aan dit paleis zaagt?

Hun antwoord was: Heer, beheerscher des lands, ten eerste is het een gebrék van dit paleis dat het toch geheel zal vergaan, én ten tweede, dat toch sterven zullen allen die er in wonen.

Toen sprak de vorst: Is uliedcn dan nok een paleis bekénd dat niet vergaat én waarvan de hewoners niet stérven?

Hun antwoord was: O heer en heerscher des lands, er is een paleis dat niet vergaat, en welks bewoners niet stérven, dat is de hémel. en zij vertélden verder van al de vélerlei verschillende genietingen daarvan, zoodat zij bij den vorst het verlangen déden ontstaan naar den hémel, en zij vertélden ook van de hél en hare verschillende straften en zij verwékten hij den vorst de vrees voor de verschillende martelingen der hél. en hij werd er door hen toe gebracht om de godsdienstplichten te vervullen jegens Allah den lloog-verhévene.

Zoodra de vorst hun woorden hoorde, kwamen er goede gedachten op in zijn hart en berouw. daarop ging hij uit zijn paleis en deed afstand van al zijne koninklijke waardig-héden en hij wandelde op de wégen van den allerhoogsten God. De genade Gods is op hém. (Hij is nu zalig.)

(Als boven, Nikmann, Iiloemle:iiilt;i 1, 1)1/.. ;W:2. en in I*it. leltcr liUTachtiT.

Er was een koning in den ouden tijd wiens gebied zeer groot was, en uitermate véle waren de goederen in zijne schatkamers en ook had hij alle soorten van wéreldsche genietingen. Hij gaf last dat er een paleis gebouwd zou worden, dat zeer hoog en allerheerlijkst van bouwstijl was.

Xadat mén dat paleis gebouwd had. gaf hij last er ver-stérkingen aan te maken rondom het paleis én beval dat er

ocr page 330

302

v('4e poorten gebouwd wérden (en) bi; èlk dier poorten véle lieden (zouden zijn) die er de wacht bij hielden.

lt; )p zekeren dag wilde die vorst verschillende zijner krijgsoversten èn onderhoorigen onthalen, en iiij beval dat mèn velerlei soorten van kostelijke spijzen zou gaan bereiden. En hij liet zijne raadsheeren bijeenkomen, èn de krijgsoversten èn zijne onderhoorigen tot den geringste toe, om de verschillende gerechten te éten. want hij wilde zijne grootheid toonen aan al die lieden. En de vorst zat in staatsie op zijn troon en vleide zich neer op de kussens, terwijl hij zeide: Voorwaar door mij zijn bijeengebracht alle genietingen der wereld, met al wat daarin is en nu is mijn hart klaar om al die weelde te genieten en het volmaakte gevoel van lust heb ik verkregen, en al dat genot staat voor mij klaar, zoolang mijn leeftijd duurt, en die is nog lang niet af'geloopen.

Xadat iiij zoo gesproken had kwam er onverwachts een man van het voorplein van 't paleis, hij droeir versleten kleeren èn had een bedelzak om zijn hals gehangen, zooals de manier der bedelaars is. Hij kwam en klopte op de poort van i paleis met zeer harde slagen, zoodat het paleis schudde en alle zetels die er in stonden zich bewogen. .Daarop wérden de dienaren van den vorst met vrees bevangen èn ze liepen allen heen om dien man. die op de poort klopte, op te zoeken, terwijl die lieden op verwijtenden toon zeiden: Wel schooier en gulzigaard, wat voert gij nu uit? Uwe onbe-sehaamdheid is al te èrg, wacht eerst, later zullen wij u kliekjes géven.

De bedelaar antwoordde: Zegt gijl. maar aan den eigenaar van dit paleis het bevél dat hij tot mij kome, er is eene zaak van het grootste belang voor hèm.

Zij zeiden tot hem: wèl bedelaar, wie zijt i^ij dat gij gelasten zoudt dat de eigenaar van dit paleis tot u kome. Het antwoord van den bedelaar was: Gijlieden moet deze mijne woorden maar aan hem overbrengen, en zij gingen de woorden van den bédelaar aan den vorst berichten.

Zoodra de vorst deze woorden van den bédelaar hoorde, beval hij aan zijne dienaren: Trèkt het zwaard en jaagt hem wèg. De bédelaar klopte op de poort nog veel harder

ocr page 331

303

»l;in te voren: èn :il ili(t lieden kwamen naar den 1«'delaar toe. terwijl zij de zwaarden uittrokken en knuppels om te slaan bij zich hadden. hem willende wrgjagen.

De bedelaar riep herhaaldelijk met luider stemme: W'eest op uwe hoede, gij allen. Voorwaar ik ben de engel des doods. Zoodra zij deze woorden van hem hoorden, sidderden alle gewrichten hunner beenderen en zij werden machteloos (zoodat) zij niet konden spréken, die lieden keerden terug tut hun vorst èn boodschapten wat zij gehoord hadden. De vorst sprak tot hen: Weesr zoo goed aan den doodsengel te zéggen, dat hij toch iets anders moge némen in ruil voor mij.

Door de vorstendienaren werd aan den doodsengel overgebracht wat de vorst gelast had.

Kn de engel des doods stond gereed vnór den vorst, zeugend'': Wel vorst, voorwaar ik neem toch uw ziel en ik zal u toch wegnemen uit het midden van die wéreldsche genietingen die gij hier verzameld hebt.

Zoodra de vorst deze woorden van den doodsèngel hoorde, zeide hij: Ach, ach. de vloek van Allah den Allerhoogste

zij over deze wéreldsche g.....leren die mij trotsch maakten

en mij afhielden van het verrichten der godsdienstplichten tegenover mijnen Heer, en ik was in den waan dat déze schatten mij nut zouden aanbrengen 1 op dézen dag komt over mij zelfverwijt en onheil en ik ga uit déze wéreld met ledige handen èn deze schatten blijven achter vuur mijne haters.

Met verlof van Allah gingen die schatten, die in zijne schatkamer waren, aan 't spréken in déze woorden: Wél vorst, wat is de réden dat gij eene vervloeking uitspreekt tegen ons. De vloek die door u gesproken wordt, komt op u zèlt slechts neer. \ oorwaar Allah de Hoogverhévene heeft ons en u slechts uit aarde gemaakt, en Hij heeft mis aan uwe handen toevertrouwd, opdat i^ij door ons zoudt verwerven wat gij noodig hebt voor uw léven hiernamaals en dat gij ons zoudt schenken als liefdegaven van u aan de bedelaars en behoeftigen. èn dat gij ons zoude! weggeven lt;im inoskeeén en leerscholen te stichten en vèstingen te bouwen en bruggen op de wégen der dienaren Gods, opdat

ocr page 332

804

hunne hulp voor u mocht wezen in de andere wereld. Voorwaar gij hebt ons vergaderd in uwe schatkamer en gij hebt ons uitgegeven voor de begeerten uwer zinnelijke lusten, en idj hebt geen dank gezegd aan God den Hoogverhevene en nu laat gij ons achter voor uwe haters en gij hèbt zelfverwijt en berokkent u schade. Wat is onze schuld dat gij een vloek en verwènsching over ons uitspreekt?

Daarna nam de doodsengel de ziel des vorsten, vóór dat hij nog gegeten had van al de lekkernijen die vóór hem stonden, en hij viel van zijn troon en stierf.

Venrelijk uwe vcrtuliiig niet den tekst in Aral), letter bij Xik-MANX 1, biz. 325, en in Lat. letter hierachter.

Er was een' koopmansdochter in de stad Kasam. die een zeer schoon gelaat had. Zij werd zeer feeder bemind door haren echtgenoot •'!) had haars gelijke niet in die stad. Gods raadsbesluit geschiedde over die vrouw. Hij nam haren levensgeest. Haar echtgenoot kon uit groote liefde niet scheiden van het lijk zijner vrouw. Hij nam dat lijk op zijn schoot, al weenende.

De bloedverwanten zeiden : Waar zal' dat toch op uitloopen? Het lijk uwer vrouw gaat tot ontbinding over, begraaf dit lijk toch. De man zeide: Ik kan er niet (van) scheiden, begraaf (ons) te zamen: indien gij ons niet begraven wilt, zèt ons dan in een vaartuig en laat het wegdrijven naar zee, laat (ons ook) dood te zamen zijn. Men deed naar zijne woorden en liet hen naar zee drijven.

Niet lang daarna was het Gods wil Zijne macht te doen blijken. Onverwachts hoorde de jonge man eene stèm die zeide: Wèl jonkman, die uwe vrouw bemint, indien die liefde van u èrnst is, deel dan de helft uwer levensjaren aan uwe vrouw toe. voorzeker dan zal uwe vrouw herleven. Wat uwen levenstijd betreft, er rèsten nog veertig jaren, deel gij nu twintig jaren aan uwe vrouw toe en dan blijven er voor u twintig jaren. De jonge man zeide: Goed, ik deel ze als dit het léven mijner vrouw wordt.

Door eene beschikking van Allah den Hoogverhévene, hèr-

ocr page 333

leefde ilie vrouw, de cihtgenoot van lt;U;ii Jongoii man. Hi-t vaartuig stranddt; op een eiland waar reizigers watei haal-(len en de beide eclitelieden woonden op dat eiland.

lt; )p zékeren dag was de Jolige man erg slaperig, daar hij eenige dagen lang niet geslapen had; nn werd door de vrouw het hoofd van haren man op haar schoot gelegd en de man sliep in; /.eer rustig was zijn slaap. Xu kwam er een schip dat eiland aandoen om water te halen. De scheepskapitein steeg aan land met zijn matrozen, en zag een jonge vrouw onder een boom zitten, het hoold van haar man op den schoot houdende. De kapitein vroeg; el vrouw, wat is de réden dat gij dien man op den schoot hebt? Het antwoord der vrouw was: Déze is mijn echtgenoot. De kapitein zeidc: Wèl vrouw (zoo) schoon van gelaat, gij waart toch al te dom te trouwen met dézen man. Ten eerste heeft hij een leelijk gezicht, in de tweede plaats is hij een arme behoeftige, ten derde is hij van geringe afkomst. Uw gelaat is zeer mooi en het komt volstrekt niet te pas dat gij hem tot man hèbt. Ik zou zeer geschikt (voor u) zijn door mijn rijkdom en het aanzien van mijn geslacht en de schoonheid van mijn gelaat.

Toen nu de vrouw deze woorden van den kapitein hoorde, dacht zij na: Wat dézen kapitein betreft, hij is zeer schoon van gelaat en daarbij ook vermogend; het zou wèl goed xijn dat ik hem tot man nam; tévens zeide zij: Als het zoo is, wat uwe mcening zijn mocht, volg ik die op. Nadat zij zoo overlégd had. tilde zij heel zachtjes het hoofd van haren man op en legde dit daar ergens neer: daarop ging zij den scheepskapitein achterna, vol blijdschap. Door den kapitein wérd zij spoedig mee aan boord genomen en hij ging onder zeil.

Nadat dit geschied was. ontwaakte de man uit zijn gt;laap en zag dat zijn vrouw wég was. Hij keek rechts en links en zag de sporen van voetstappen van lieden zeewaarts gaande, tévens zag hij een schip onder zeil.

De jonge man dacht bij zichzolve: Dit schip zal het wol zijn dat mijne vrouw ontvoert zoo t schijnt, en hij zweeg vol kommer.

Weinige dagen later kwam er weer een schip naar dat

■'i i

(■OMU'iltur, Mnl.-llcll. l.rrrh. —

ocr page 334

80H

eiliiiul din water te halen en ook die kapitein kwam aan wal. Hij ontmoette den Jonden man en zeiilc: Wat is de réden dat gij hier zoo alleen zit?

Door dien jongen man werd het geheele verhaal met alle bijzonderheden vertéld en de kapitein zeide: WM Jonkman, wat is nu uw verlangen. Zijn antwoord was: O heer kapitein. als gij die barmhartigheid en welwillendheid hebt. ga dan het schip dat mijne vrouw ontvoert achterna. De kapitéin zeide: Laat het (maar) aan mij over dat schip te vervulgen. De jonge man sprak: Mocht gij zoo goed en vriendelijk zijn voor iemand zoo verongelijkt als ik nu ben. wat zou ik dan toch nog meer (kunnen verlangen), ik ben daarvoor met geheel mijn hart uw nederige dienaar. De kapitein heval de zeilen te hijschen en volgde het schip waarop de vrouw van den Jongen man was. Na eenige dagen zeilens was met Gods wil het schip dat die vrouw aan boord had ingehaald en zij zeilden gezamenlijk. Kort daarna kwam het voorste schip te Sumatra (Andelas) aan en liet het anker vallen, en ook het volgende schip kwam voor anker liggen naast het eerste.

Do scheepskapitein zeide tot den jongen man: Mijnheer zie naar uwe vrouw, of het wérkelijk waar is dat zij up dat schip is, opdat wij aan den havenmeester er kennis van géven. De jonge man loerde op zijne vrouw: dag aan dag ging hij naar het andere schip.

i gt;p zékeren dag stond die vrouw te kijken bij een venster, starende naar het andore schip, en haar man kreeg de gedaante zijner vrouw in 't oog. Nadat hij duidelijk haar gezien had. riep hij gauw den kapitein, zeggende: Dat is mijn vrouw!

De kapitein zeide: Als het klaarblijkelijk uwe vrouw was, laten wij dan onze opwachting maken bij den havenmeester, opdat wij hem kennis géven van het geheele geval van u, en de kapitein ging aan wal te zamen met den Jongen man.

Nadat zij bij den havenmeester aangekomen waren, méldde de kapitein de geheele zaak van den jongen man. De havenmeester zeide: Was het zéker dat het uwe vrouw was daar aan 1.....rd? De Jonge man zeide eerbiedig: '» heer havenmeester. het was inderdaad mijne vrouw die ik zag daar

ocr page 335

;)(i7

uitkijkende jian iiot vènstor van hot schip. !)lt;■ iiavcnmecstcr sprak: in dat geval zou liet goed zijn dat ik ze laat roepen, opdat ze door mij ondervraagd worde, en hij zond een zijner dienaren uit om den kapitein van het andere schip te ontbieden.

Nadat dit gesciiied was kwam die kapitein voor den sjah-handar en déze gaf' last de réchters te ontbieden. Toen de réchters nn gekomen waren, vroeg de havenmeester: Wél mijnheer de kapitein, wat die vrouw betrél't die op uw schip is. waar hebt gij die gekregen? De kapitein antwoordde eerbiedig: Wut die vrouw betrél't die op mijn schip is, 't is mijne échtgenoot. heer, van mijn vroege jeugd at'. De sjahbandar zeide: Wél mijnheer de kapitein, die vrouw wordt door dézen jongen man de zijne genoemd, want hij verklaart dat het zijne échtgenoot is, dooi' u ontvoerd.

liet antwoord van dien scheepskapitein was: () édele lieer sjal bandar, ik ben van mijn vroege jeugd at'nog niet tweemaal gehuwd geweest, niemand dan deze alleen is mijne échtgenoot.

De sjahbandar zeide tot den jongen man: Hoe is nu uwe meening. want deze kapitein erként haar als zijne échtgenoot van het eerste begin al' aan.

De jonge man sprak eerbiedig: In dat geval, heer. moest ii die vrouw hier laten roepen, opdat zij door u ondervraagd worde, maar die vrouw is waarachtig mijne échtgenoot, en hij deed zijn verhaal van 't begin tot liet einde. Al de réchters waren verwonderd dat verhaal van den jongen man te hooreii. i)e réchters z.eiden: Als het zóó is moest idj. heer kapitein, morgen aan den dag die vrouw hierheen brengen. Hn ieder keerde naar zijn schip terug.

Toen nu die kapitein op zijn schip aankwam, zeide hij tot die vrouw; Wél mijn helste, wat raad weet gij, want gij wordt opgeroepen door de réchters, omdat uw échtgenoot kwam om u op te eischen. Als gij liefde voor mij lu bt dan moest gij verklaren aan de réchters dat gij te allen tijde mijne échtgenoot geweest zijl. opdat wij niet in (ons) zéggen van elkaar verschillen. De vrouw zeide: quot;t Is goed.

Kadat het, licht geworden was. zeer vroeg op den dag, ging de Jongt man aan wal te zamen met zijn scheepskapitein , en aan het raadhuis van den sjahbandar aangekomen

l'U*

ocr page 336

;!((S

zijnde, zaten /ij pas ol' ook illt;gt; réchters kwamen, en de kajiiirin met die vrouw kwamen, iedereen ^ing zitten dp zijn ]»laats.

Hierna zeiden de réchters; \VM vrouw, zeg lt;_rij de waarheid. vroeger, wie was roen uw man? Haar antwoord was: ik hel) van mijn prille Jeugd af nog nooit twee of'drie mannen gehad, niemand anders dan déze scheepskapitein is mijn i'chtgennot. He rechters zeiden: Wél Jonge man. hoe is (nu) uwe meening. want deze vrouw erként niet dat zij de uwe is.

De Jonge man zeide: Zijt gij dan niet dood geweest en deur mijn groote liefde voor u deelde ik de helft van mijn iévenstijd aai: u toe, en door den wil van Allah zijt gij tot het léven in de wereld teruggebracht.

Toen zeide die vrouw: (Jij heeren. hoort allen toch eens aan (hoe) knap in quot;t liegen de mond van dien man is. Hoe zou het bestaanbaar zijn dat dooden weer lévend wérden? Waar heht gij allen (unit) gehoord of gezien iets zooals de bewering van dézen leugenachtigen man is?

De réchters zeiden: 't Is waar wat deze vrouw zégt. Wél Jonkman, hoe zégt ge toch dat dooden weer lévend worden? Nu het zoo staat, is liet waar dat die vrouw de échtgenoot van dézen scheepskapitein is. geenszins de uwe.

De kapitein die die vrouw geschaakt had. zeide: En nu hoe is de straf van een man die valschelijk beweert dat (men) zijne vrouw stal. en hoe is de straf van dengenen die een anders vrouw do zijne noemt?

Al de réchters zeiden: Wél Jonkman, hoe is uw gevoelen, want die kapitein verzoekt ons allen om oen vonnis.

De jonkman zeido: Welaan dan gij goddeloos en èlléndig wijf. indien gij niet erkénf mijn vrouw te zijn en gij begeert dien scheepskapitein tot échtgonout te hehhen. omdat L'ij goud en zilver zaagt . in dat geval neem ik mijn Iévenstijd terug dien gij nu hebt. die twintig Jaren. Kn de Jonkman hief zijne handen omhoog, terwijl hij eene béde uitsprak, aldus luidende: o Heer, o Heer, o Hoor, o mijn God! gij alleen zijt (alom)-tegenwoordig en alziende, geef gij dan toch mijn Iévenstijd, die I wintig jaror. terug, want dit wijf, zij érkent niet dat zij mijn vrouw is.

1

ocr page 337

;!(lit

Door (*ent* hesi-hikking van «leii Alleihnogsti' lag np ilat-x.fHilc uogenhlik «lio vrouw «lood uitg'strckt. in ti'gfnwoor-iliLrhi'iil van al dii' licileii.

De réchters, de sjahbandar en al die mènschen waren verbaasd f,e zien dat die vi-ouw dood niMlerlag in het middfii van de rèchtzaal van den sjahliamlar. Toen zeiden de rechters: Grijpt de/en scheeiiskapitein. steeuigt (h('in) \s',-uil hij pleegde overspM met anders vrouw en ontvoerde haar

ook. Men greep den scheepskapitein en steenigde hem en hij stierf sinaddijk. Zijne goederen verklaarde men vorhcurd en droeg die aan den Kadi over. de/e stortte die in de schatkist, en de hèlft werd aan den jongen man gegéven. Wat het schip betreft . dat wérd aan een der oudsten daar aan boord overgei;éven.

D.t is het lot der mènsch(;n die trouweloosheid plegen jegens hun éveiiniènseh. Wij allen moeten toch niet slecht handelen jegens (iods dienaren, want de Allerhoogste heeft geen wèU»ehagon in hetgeen niet geschiedt naar Zijne voorschriften.

\ rrirclijk invc vcrtalinu: niot den tekst in Aral), letter bij Nik-mann I . blz. '2 1s enz.

Geschiedenis van den ézel en van den jakhals, die zeide dat de ézel geen ooren had,

lir was een tijger in zéker woud, wier lichaam zeer afgeleefd (oud) was, en door zijn hoogen ouderdom kon hij zich niet bewégen om hier en daar heeti te gaan. maar bleet slechts in zijn schuilplaats Xn was er een jakhals die'hem diensten bewees en van al wat hij bemachtigde daarvan gaf hij te ('ten aan dien jakhals. Zoo was dat van vroeger geweest. En op zékeren dag zeide de jakhals tot den tijger: Hoe gaat het toch met déze ziekte van n. het ware toch noodig dat gij medicijn innaaint, opdat gij hier en daarheen kondet gaan om den kost te zoeken.

Het antwoord van den tijger was: Ik heb er zelt ook al over gedacht om medicijn tegen dé-ze mijne kwaal te gebruiken.

ocr page 338

oil»

I^1 Jakhals ïiiitwodi(IiIk; [k lit'ii (H'lis ^quot;cliiiurtï dut liet ^nircs-iniddt'l voor 0011 ziekte van dezen aard niets anders is dan liet hai t (eigenlijk de lever) \'an een ézel en zijn ooren. maar dat ^eiioesmiddel te krijgen is èrg moeieli.jk. liet wordt niet verkn'gen duor er om te vragen, maar als het met nwe toestemming ware dat ik mag raad schaften voor het geneesmiddel nwer kwaal, het spreekwoord zégt: de profeet Uods ralihh deed tvn kaine(gt;l uit de steenrots komen. - (Dit betee-kent: dan is niets voor mij onmogelijk.)

N\ at dien tijger betrétt, al de haren van zijn huid waren uitgevallen door de kwaal der melaatschheid en om die léden was het juist dat hij niet kon uitgaan om voedsel te zoeken.

Xn was er nabij het verlilijt van dien tijger eene rivii;r. waar een bleeker hot linnen waschte, en déze had een ézel dien hij er op na hield om het linnen naar de rivier te dragen: wanneer hij dan klaar was het goed te wasschen, dan liet hij den ézel losloopen. het veld op. om gras re vréten. Zoo was het altijd geweest.

Nadat de jakhals dit aan den tijger gezégd had, sprak de tijger: Beste jongen (eig. mijn kleinzoon), wat zég je daar toch. het hart en de ooren van een ézel te willen zoeken als mijn geneesmiddel, ga jij ze dan zoeken.

De jakhals zei; Sta dan toe dat ik wat ga wandelen, opdat ik dien ezel tot u brénge, maar dan moest n met mij afspreken, dat als de ézel door mij gekrégen wordt, zijn hait en de ooien alleen voor u zijn, het overige dat krijg ik.

De tijger antwoordde: Het is récht wat gij zégt. uwe voorwaarde is door mij aangenomen.

I'aaina ging do jakhals den ozel opzoeken en hij paaide l'tsm mei heel vriendelijke woorden, zéggende; Wél mijn siioiid. wal is de reden dat gij zoo vreeselijk mager zijt en uwe houding zoo érg verdrietig? Maar ik hel. het al begrepen, uw baas do hleeker vergunt u niet om hier en daar heen te wandelen zooals uw hart liögeeren mocht, hij geeft ii altijd maar zijne bevélen.

Het antwoord van don ézel was; Wat kan ik er torhaan doen i Is eenmaai zoo volgens 't geen mijn noodlot is. dal waarin ■en ik mij ook mocht begeven ik toch van

ocr page 339

hem niet atkoin, maar ik iièn 't alleen niet die het zoo heh. vi'Ie amleren huiten mij gaat het nok zoo.

De Jakhals antwoordde: Zno is het niet, mijn vriend, mij dunkt, als gij mijne woorden wilder opvolgen, dat ik dan u meeneme om naar dien lusthof te gaan. De grond is er van muskus en het gras bestaat uit saffraan en de steenen uit allerlei édelgesteente.

Xadat de ézel die wourden van den Jakhals gehoord had. dacht hij: 't Is waar, als ik daarheen ging dan zou ik er zeker niet kunnen worden opgezocht door mijn haas den 1 )ieeker.

Hij volgde de woorden van'don jakhals op, en idng toen naar het verhlijf' van den t.ijger. geleid door den Jakhals. Zoodra zij dichthij waren aan de plaats van den tijger, deed déze een sprong naar hem, maar de tijger kreeg hem niet, hij was niet bij machte daartoe, en de é/el ontkwam.

Nadat de jakhals gezien had hoe het met den tijger gestéld was. was hij verbaasd en zeide: Als mijnheer niet bij machte is dien ézel te pakken, zékerlijk dan zal ik hem ook niet nogmaals hierheen bréngen: was het misschien ook omdat het een fortuintje van mij was, dat gij hem niet kondel pakken.' De tijger zeide: (Jij moest hem nog één keer tot mij bréngen, opdat ik hem grijpe.

De jakhals .uiin^ den ézel opzoeken en de ézel zei: Waar hebt gij mij zooéven heengebracht en wat was het dat mij daar pas aanvloog? De jakhals zei: Het maakt niets uit. want hij was een vriend van mij. ook een ézel. maar zijn lichaam is érg vermagerd, hij was er niet van thuis voor anderen te wérken, en hij is daarheen gegaan om zich in vrijheid te sléllen. mi eerst is zijn lichaam een weinig dikker geworden, hij wou met n stoeien toen gij versehrikt voor hein wégliept. Xu moest gij maar heengaan om kénnis mét hem te maken, want gij zijl toch ook een vriend van mij.

Toen de ézel deze woorden van den jakhals gehoord had. ging hij heen om de woorden van den jakhals op te volgen door zijn domheid, en daarbij nog omdat hij nooit gezien had hoe een tijger er uitziet.

Toen hij hij de plaats van den tijger aangekomen was. werd de ézel daarop door dien tijger gegrépen en stierf.

ocr page 340

Diuuiiii wjis (Ir tijger luivoninaU' verlunifjiI en zoid^: Nu yioiK'tïst mijn kwaal, o jakhals! !31ijf gij nu eerst hier zitieii. ik wil gaan baden, want ik voel mij erg vermoeid. Hij ging heen om te haden, en pas had de tijger, heengaande, hem alleen gelaten, of door den jakhals werden het hart en de ooren van den ézel opgevreten.

Hen oogenhlik later kwam de tijger terug van het luiden en hij zag dat het hart van den ('■zei en zijn opren wèg waren. De tijger zeide; Waar is toch het hart van den ézel en zijn ooren? De jakhals antwoordde: 't Spreekt van zelf dat hij geen hart en geen ooren had: mocht hij toch een hart en ooren gehad hebben, dan zon hij niet mijn woorden hebben willen opvolgen om zichzelf te komen ..........

Vergelijk uwe vertaling met den teksl in Ariibische letter hij igt;. I ci k, Mains,-h hl/.. 1 i reg. 5 en/.,, alsmede in Kalila

illt;ni Dm.nna, hlz. i tO—i l.'!, in Latijiisehe letter. Xatimrlijk kan uwe vertaling niet woordelijk met het oorspronkelijke overeenstemmen, maar wanneer gij wérkelijke fouten gemaakt heht, zullen u die hij het vergelijken toch wel in 't oolt vallen.

ocr page 341

TRANSSCRIPTIE VAN DEN MALEISCHEN BRIEE.

QAULHULHHAQ.

Balmvva ini wurqatulichhuj \va tohhfatulailjnas Jan^ terbit ilari |i;ula hati Jang sutji sei'ta kirim lalit' dan salamat jaïtu «lari jiada kita tuwan Sultlian iiuula 'Abdunahhnian jang santijasa licniuwung dengan talilita karadjaan Bandjir-inasin; raaka barang disampajkaii ajtalali inendaj-atkan madjelis pMuka sudara kita tuwan Mart in us 1i Anderikus ()verhuver(?) Haicwijn jang ada bersamajain didalain da'irali nagari Ba-tawijah maka dipuhunkan atasnja barangdi landjutkan usjia innur /.amannja dengan rMdiat dan atijat salamat nniur pandjang didalani dunija djuwa adanja.

Waliadaliu. kaïnudijan dari pada itn maka adalali kita melajangkan war(|atnliridar ini akan ganti pertrmuwan an-tara kita mengasih salamat t) kapada padnka sudara kita djuwa adanja. Sjaliadiinlagi adalali kita menjatakaii kapada 1 ki du ka sudara kita dari ini suruhan kita namanja 'Abdul-

1

l Niimcn zijn ddor liet irclnvk üaii kliiikci-s mnciclijk te onU'iJCirrcii ids moil ze niet weel, Anderikus wordt iiiitinirlijk Ilendrikiis, mrt de uit,sprank der h nemen de Maleiers liet /.lt;10 nanw niet, vélen lt;)]) .'ava ireltorcn Knro-1 enneii die er cicik rios: wel eens een 'J van maken, alleen de Arabiselie /1// is goed hoorbaar, soms te sterk, bijna als

f) mntijusih is een fout waaruit tiliikt dat de schrijver het zoogenaamd hoog-nialeiseb heelt uillen sehrijven, bij het spreken zon hij gezegd hebben: /«);• kafih slamat — om tc félieitecren, maar bij voelde wel dal por — voor, om te, (transeh y.'7/r) niet deftig genoeg was, i^enmin als kasih voorgeven, waarvoor in de schrijftaal iiiemUri wordt gebruikt.

ocr page 342

Jims liors.-unu2 dongiin snnit kila ini dan sertanja lagi dnwa suraf, sa,iii kajiada seri paduka Jang di|iertii\v;ni lirsar. dan sain kapada p.-idnka inwan *i édclèr Goldina,n.

jMaka daii ini snnilian kita kalaw ada apa ■ kasusa 1 lan11ja kita harap akan portiilnngan sndara kita djuga atasnja dan-lagi djika sndara kita snka hertanjakan dari lihal kita ada-lah jani; drmikijan itn didalani kaliodjikan djnwa; maka kita minta kapada sndara kita kalaw ada sndara kita dapat sa-sawatu cliaiiar Jang akan patnt liai,ri kita iiicngatahnwi maka sajugijanjalaii sndara kita inenilicri tahukan c.liabar itn ka,-pada kita dengan tnlns ichliic dfinikijanlah adanja. Maka tijada sasawatn alainatulhiiaijat Jang dipesertakan ]iadaacliir sjathar ini lianja ditjintakan padnka sndara kita ninga, 2 liertambaii - pangkat kalicsai'annja denman si^gala salaniat didalani sapandJaiiLr - ni.isanja dfinikijanlali adanja.

Tersurat di kedatun Martapura pada hari Ahhad dulapan iiari Imlan Muldiarain tahnn 11'•quot;)•quot;).

VEI! T AM N Ci V A N I) ]-; N I! KI EIquot;.

!)•' ..kop van den liriolquot;, kapalu sural- yArhiinjniAQ, lie-teekent: „zijn woord is do waarheid,quot; en heeft niets te maken met den inhoud: die aralusche woorden moeten al-leen cumdnideii dat de sclirijver een geioovige is. Daarna gaat hij over tot de alamal sural — het adres, met daaraan verbonden pmiji-pudjiau lof en zegenwensclien, waarna hij eerst overgaat tol den eigenlijken inlioud = Mal- sural.

Dit is fcn oprèclite mededecding en een keurig kleinood, die ontsjirniten nit een rein gemoed met groeten en heil-wènschen, namelijk van mij den Onder-Snltan Aiidnrrahh-man, die iiestèndig zich met den vorstelijken troon van Bandjir-inasin ondei' uwe bescherming stelt. Moge (Allah) de/.en tijch doen toekomen tot den zétel van mijn geëerden vriend, den heer Mart inns (H)endrikns Uverhoold lialewijn.

quot;■) HIJ hnruH t'deü-r is txiic sclirijffout. Ijc titel rdrlr heer is van ouds gebruikelijk om de raden van Imlie juin te duiden.

ocr page 343

die zi'tcU in 't geliied van dc staii Batavia; er wordt over hem afgesmeekt dat toch vcrlrngd moge wordt'ii de duur zijner lévensjaren in welstand en gezondheid, geluk en lang Irven in déze wt'rcld.

En wijders, is het voorts dat wij dt'Zcn oiin-i-hten iirief doen bezorgen (doen toezwéven) om te strékken in plaats van eene ontmoeting tusschen mis en ook om u geluk te wenschen. Voorts deel ik u nog méde wat dézen onzen bode betreft. zijn naam is Abdulmanaf. die met dézen mijnen brief komt en hij heeft ook nog twee brieven bij zich. éénen voor Zijne Excrllentie dt-n Coinerneur-Ueneraal hi éénen voor den 11oogede 1 gestivnge11 Heer Edelheer Goldman.

En wat dezen mijnen l,)ode betréft, wanneer hij de eene of andere moeielijkheid mocht hebben, dan hoop ik slechts ii|i de hulj)vaardigheid van n mijn vriend jégens hem. En voorts als hot u behagen mocht te vragen naar mijne om-standighéden. het is er zoo méde gestéld dat ik ook in welstand bén, en ik verzoek u, als u eenig bericht mocht krijgen dat voor mij te pas zou komen om het te weten, dan moest u mij toch met opréchte wélwillendheid kénnis gé'ven van dat nieuws, zoo zij het.

Er is geen énkel lévensterkcn (geselu-uk als souvenir) dat toegevoegd wordt aan het slot van déze bladzijde, maar wél houd ik u in gedachtenis. Moge uwe aanzienlijke waardigheid steeds toenemen in allen voorspoed en léngte van tijden. Zoo zij het!

Geschréven in het vorstelijk verblijf van Martapura op Zondag den achtsten van de maand Muhharam, 't jaar Il'.V).

ocr page 344

I

m.

H ■

wmm

mmm

,-f ' «M

mmmmmmmmEBSssmmBmmmBmmmsmt b h ^'m

-f /- ■amp;' -stT ^-^V, quot; t ' ^. - -quot;■ - -i;y* quot;^rB

s

ocr page 345

Voorbeill \aii Miileiscli-Arabistii letlersclirill.

Naam. Vorm. Transcriptie en klank.

'Hf t = a, e, i, o of u (Uitgesproken oe als in 't Hoog-duitsch). Dus élke klinker aan 't begin van een woord. Na eene andere letter met fi of è-klank verlengt de ( die tot lange a b. v. ob bapa r}LJ.

Ba k_j = b v_^aj = bbb b. v. bibir ' sabab.

Ta «y = t = ttt b. v. oUi' tetap (wordt ook ge

schreven S of ï en wel vooral bij Arabische woorden met den gramraatischen uitgang at.

Tza ó, = tz, als schérpe s = tztztz b. v. tzabit.

Djiin = dj of 2 djdjdj djedjaq

masdjid.

Tja ^ = tj tjtjtj tjitjaq.

Hha = hh, als schérp geaspireerde h hhhhhh

hhadjam.

Cha ^ — ch, als k ^ -fcv ^ chchch chu^uc.

Dal ^ = d jlo dada (de 1^3^ . en ^ niet verbindbaar met volgende letter).

Dhal 3 = dh of dz dhikir Iju-j bèdha.

Ra j = r b. v. tara ^ys parang damar.

Za ^ zz z b. v. zaman zindiq.

Sin of — s sss sasar.

Sjin ji of^-^== sj ' sjsjsj Lr. *i sjamas.

Cad ^jo — lt;• ija^a^o QQQ ajlsx^a (^ahhabat.

Dhad ^jó — dh of dl uitspraak bij Maleijers l bij Turken d dlamin.

Tha h = th als t hhia ththth x*aaI; thabi'at.

ocr page 346

ïla is = tl of lli ^Js tlohor, uitspraak bij Maleijers lohor. 'Ain ^ = 'a quot;e 'i 'o 'u b. v. 'ain 'uraur.

Ghain p = gh, als de hollandsche g of gebrouwde r b. v. ^Lc ghaib.

Nga £ = ng £*£ ngngng ^ jang o^U ngangut. Fa jj = f of p oi_a_i fff i fadluli of paduli in

Ml. uitspraak.

Pa Js = p uULi ppp o'Ls papa ^Jo de p als hier

meestal met één stip pedas.

Qof (Ji = q, als doffe k aan 't eind onhoorbaar ^515-

kakaq of kaka'.

Kaf ^ of of — k JXf kkk ^ i^oLSquot; kataq.

Ga d of ugt;' of l5 of tsif = g ggg f gaba-gaba. Lam j = i jjü in laba jJLx malam.

Mini j. = m ^ mmm lama.

Nun (j = n nnn namnam nanas.

Waw ^ — w, of verlenging van de klanken o of u

(Duitsche u) ^ waru.

Ha a = h (stomme h) hhh s^U) taruh J^xi mahal.

Ija 1.5 ~ J verlènging van de klanken i of é ^ jjj

Jahndi.

Nja of ^ = nj ^ njnjnj njanji ^^obunjinja.

Men kan vergelijken Dr. de Hollanders Spraakkunst blz. 1—36.

Het Maleisch-Arabisch letterschrift wordt van de rechterhand naar de linker geschréven, en bestaat alleen uit consonanten. De klankteekens of vocalen worden zelden geschréven, alleen in vreemde woorden, eigennamen enz. Déze zijn:

fatha . ...' klank van ft of è, wordt verlengd tot a dooide alif (.

kèsra .... klank i of é, wordt verlèngd door de ija dlamma. . ..' klank o of u (Duitsche u) wordt verlèngd tot ö of ü door waw ,.

■

ocr page 347

■

Déze drie teekens worden ook genoemd baris di atas (bovenstreep) baris di bawah (benédenstreep) en baris di dèpan (streep van voren). Voorts de

madda of mad .... - teeken voor de lange a aan 't begin van woorden b. v. anaq I.

hamza dient als tréma tot scheiding van twee vo.

calen, is ook gelijk een ^ 'ain of weggelaten I alif in 't midden van een woord, en ook gelijk (jf qof aan 't eind van een woord.

r djèsma .... ^ dient tot sluiter van een sylabe of doodteeken

(baris mati).

wèsla .... ^ is gelijk apostrophe, zoodat de I alif waar wèsla bovenstaat niet gehoord kan worden b. v. ibnu'lmaliki

tasjdid.... - verdubbelt de consonant waarboven zij geplaatst is; eindelijk:

angka duwa f — cijfer 2 verdubbelt het woord waarachter het staat.

Soms worden nog de fatha, kèsra en dlamma op de eindletter verdubbeld, hetwelk genoemd wordt tamoin oi nu natie omdat de klinker dan uitgesproken wordt als uitgaande op n b.v. radjolon (een man) radjolin radjolan. Het eerste .... s on kènmèrkt den nominatief, het tweede • • •. , in den génitief (die in 't Arabisch tevens den datief vocatief en ablatief omvat). Het derde . . . . ^ an is kènmèrk van den accusatief. (Wanneer die accusatief als an wordt uitgesproken dient de | alif op 't eind niet tot verlenging).

Voorbeeld met de spelling van 'Abdullah.

UT DhT JL; irr

jC_c sjLCi» JLi ó yjULs'

ocr page 348

— quot; o * y - ! — ♦ y -- ^ ^ o 5 f-O J c 0 — £ O-*»

xJlol i^gt;c ieJ—^quot;tX_x_c sjLX=» ^J^ASquot; f J.S'^ajI iL'jl ^-5quot;' ^T^0 tX^ ^.gt;0 ^jLxfj

# tö'iLó |ÜI5

Bahuwa sakarang dengarkan olihmu haj kakasihku maka adalah aku karangkan kitab ini darihhal hhikajat diriku maka kunamai akandija hhikajat 'Abdullah maka adalah kurantja-nakan dalamnja dari zamün mojangku sampajlah kapada masa aku diperanaqkan olih ibuku dalam nagari Malaka.

/quot;o

ocr page 349

ryiiïTynïïpj

[iiim iiiiiiii

I I

1III 1111 1111 11

1_Ë_9

12

io_21

rrn'' ■ 1 m 111

vTTTj.......quot;'quot;ijr-ij.....:M,;,,:quot;Mii|irMiiiii|iiiiiiiii|iiii|iiii|ii!ii!in|ii'iiiri|iniii'ii|iiil]IIII|llillMIIllli!niMnirn!!n]T!ïï!'Mn!

23_Vx_15_16_17_18_19 20_21_22_23_24 25_20 27_28^


I

ocr page 350
ocr page 351
ocr page 352
ocr page 353
ocr page 354

\