ocr page 1
ocr page 2

Vak 91 J 1^,

ST. CORNELIUS-BOEKJE f

of

BEKNOPTE SCHETS VAN HET LEVEN, DEN MARTELDOOD EN DE VEREERING

VAN DEN

H. CORNELIUS,

Paus en Martelaar, Patroon tegen vallende ziekte, jicht, stuipen, kinkhoest .en alle zenuwlijden,

door

Pater A. SCHEEPEBS,

Redemptorist.

m

DERDE VIJEDUIZENDTAL vermoerderil en verbeterd.

Druk van M. Alberts en Zonen. — Uitgevers.

350

^3'-W

ocr page 3
ocr page 4

ST. CORNELIUS-BOEKJE

ï i lt;3/

OF

J'} o

BEKNOPTE SCHETS VAN HET LEVEN, DEN MARTELDOOD EN DE VEREERING

VAN DEN

H. CORNELIUS,

Paus en Martelaar, Patroon tegen vallende ziekte, jicht, stuipen, kinkhoest en alle zenuwlijden..

door

Pater A. SCHEEPERS, Cr *

Redemptorist.

DERDE VITVDL'IZEXDTA1,

vermeerderd en verbeterd.

Druk van M. Alberts en Zonen. — Uitgevers.

ï _ zMt___

ocr page 5

Imprimatur.

G. SCIIRAUWEX, C. SS. R.

SCP. PROV.

Amstclodami, 2 Auyusti 1889.

)

Imprimatur.

P. MANXENS,

S. ïheol. Doet. et Prof. Librorum Censor. Rurcemundce, 6 Aurjusti 1889.

I I

EIGENDOM DER UITGEVERS.

H

ocr page 6

IXLEIDING.

ij de eerste uitgave van liet St. COR-

NELIUS-BOEK.1E schreven wij :

»De beknopte schels van het leven, den | ^marteldood en de vereerinrj' van den «grooten Paus on Martelaar, den H. Cor-Mielius, die ook in ons vaderland op ver-«schillende plaatsen vereerd en bijzonder «aangeroepen wordt tegen vallende ziekte, «stuipen, jicht, kinkhoest en allerlei zenuwslijden, zal den vereerders van dien Heilige | «voorzeker niet onwelkom wezen.

«Inzonderheid, vertrouwen we , zal zij «dankbaar ontvangen worden door hen. die «aan bovengemelde, vaak ongeneeslijke, in «onzen tijd zoo zichtbaar toenemende kwa-«len lijden; alsmede door de ouders, die

ocr page 7

K ;---S

«hunne kinderen maar al te dikwerf door

))de stuipen aan hunne liefde zien ontrukt.quot;

Die verwachting is niet teleurgesteld, integendeel, zij is verre overtroffen. Van de 5ÜOO exemplaren toch werden binnen eene maand ruim 4000 verspreid; een bewijs. dat de vereei ing des 11. Cornelius onder de geloovigen nog steeds recht levendig is.

Eene tweede, vermeerderde uitgave is een zelfde gunstig onthaal ten deel gevallen! Moge deze derde den heiligen Paus en Martelaar steeds meer doen kennen en vereeren ! Moge die vereerin^ nieuwe zesrenimjen en

^ O O ~

genaden over ons aftrekken!

Wat het verhaal der in dit boekje voorkomende wonderen en openbaringen betreft, onderwerpen wij ons geheel en al aan de uitspraak der II. Kerk.

Klooster Willem bij Maaslrichl, 21 Juli, feest van den Allerh. Verlosser, 1S(J7.

n

ocr page 8

lemen nan fccu 5» GnrncliiuK

Gelijk liet leven van den Goildelijken Zaligmaker hier op aarde niets anders | was, dan een leven van arbeid en lijden, van strijd en vervolging, zoo mocht ook dat zijner leerlingen en navolgers geen ander zijn. Trouwens, Hij zelf had het hun voorzegd met de woorden: »Gelijk zij Mij ver-j ))volgd hebben, zoo zullen zij ook u vervolgen: ] swant de leerling is niet beter dan de elijk liet leven van den Goildelijken Zaligmaker hier op aarde niets anders | was, dan een leven van arbeid en lijden, van strijd en vervolging, zoo mocht ook dat zijner leerlingen en navolgers geen ander zijn. Trouwens, Hij zelf had het hun voorzegd met de woorden: »Gelijk zij Mij ver-j ))volgd hebben, zoo zullen zij ook u vervolgen: ] swant de leerling is niet beter dan de i «Meester.quot; »Ja de ure komt, dat al wie u »doodt, zal meenen Gode een eeredienst te j »bewijzen.quot; Jmi die ure was niet ver meer [ verwijderd; die woorden bleven niet lang j onvervuld. Eerst waren het de joden, daarna I de heidenen, die zich als christenvervolgers deden gelden, doch de wreedste, de bloed-dorstigste van allen waren de Romeinsche keizers. In een tijdsverloop van drie eeuwen (van Christus tot Constantijn), verwekten zij niet minder dan tien algemeene, bloedige vervolüinüen, die aan de Kerk ruim elt mil-

ocr page 9

c

I. s

hoen martelaren schonken. Ongelooflijk de

folteringen tegen de eerste Christenen uitgedacht! Eenigen hunner werden, in dierenhuiden gewikkeld, den honden en wilden beesten ter verscheuring voorgeworpen. Anderen, in kleederen gehuld, die te voren met was en pek en andere ontvlambare stollen bestreken waren, werden in brand gestoken, orn des nachts de straten, pleinen en tuinen der keizers te verlichten en tot helscb vermaak der toeschouwers te dienen. Anderen werden langzaam neergelaten in ketels met kokende olie, heet water of ziedend pek gevuld. Sommigen goot men gesmolten lood in den mond en over het lichaam ot' deed hen blootsvoets over gloeiende kolen en verlatte ijzeren platen wandelen. Dezen nagelde men met handen en voeten aan een kruis en liet hen dan, het hoofd naar beneden, in onuitsprekelijke pijnen sterven of boven een sterkrookend vuur verstikken. Genen legde men op gloeiende roosters, blakerde hun lichaam met brandende toortsen of sloot hen oj) in heetgestookte metalen vormen. Met scherpe tangen scheurde men hun geheels stukken vleesch af en sloeg hen met felle geeselroeden, waaraan dikwijls looden balletjes ot ijzeren sterretjes gehecht waren, tot soms de ingewanden zichtbaar werden. Men doorploegde hun lichaam van boven tot beneden met stukken glas en potscherven en wreef dan hunne wonden in met peper.

ocr page 10

7

zout en azijn. Met ruw geweld dreef men | scherpe doornen ot' stukjes riet onder de nagels hunner handen en voeten; niet gloeiende priemen doorstak men hunne ingewanden en het merg van hun gebeente. Velen werden uitgespannen op folterramen, | tot hunne ledematen kraakten en zich ontwrichtten; anderen werden gevierendeeld, anderen wederom met een steen aan den hals in het water geworpen ot' op harde rotsen verpletterd. Men bond hen levend j aan lijken, die reeds tot ontbinding over- ! gingen. Men sloot hen op met ratten en slangen. Men sneed hnn de oogleden af en plaatste hen zoo met honig bestreken, in de brandende zonnestralen om, tot verblinding | toe gemarteld, door wespen en andere in- | sekten te worden doodgestoken. In één woord, j alles, wat menschelijke boosheid, wat dui-velsche woede kon uitdenken, werd aangewend tegen weerlooze vrouwen, zwakke j kinderen en grijsaards, tegen onschuldige ! jongelingen en maagden, verdienstelijke I priesters en bisschoppen, wier eenige misdaad was dat zij (.lod dienden en de heidenen door hunne deugden beschaamden.

Under eene dezer vervolgingen nu, en wel onder de zevende en de hevigste van alle, door keizer Decius ten jare 2Ö0 begonnen , leefde de H. Cornelius. Hij werd | geboren te Home uit het geslacht van Dal- i matius en had een zekeren Castinus tot j M____________H

ocr page 11

Sc---------—-E3

vader. Godsdienstig opgevoed, beantwoordde Cornelius ten volle aan de goede zorgen : zijner ouders en maakte zoo snelle vorde-' ringen in deugd en wetenschap, dat de roem van zijn voorbeeldigen wandel en de faam zijner geleerdheid zich dra wijd en zijd ver-' broidden. Inzonderheid legde hij zich toe op de godgeleerde studiën en bracht het zoover. dat hem in nog zeer jeugdigen leeftijd de titel van nDoctor in de wetenschappenquot; word verleend. Den dienst van God boven dien der wereld verkiezende, wijdde hij zich reeds vroegtijdig aan den geestelijken stand en doorliep achtereenvolgens alle mindere orden, wier verplichtingen hij met de grootste nauwgezetheid en teederheid van geweten | ! vervulde. Priester geworden, schitterde hij i door alle deugden, dien verheven staat eigen, en wist zich dooi' zijne goedheid, zijne ge-matigdheid en zijne bescheidenheid aller j ; achting en liefde te verwerven. Groot vooral | waren de vruchten van zijn predikambt; vele heidenen . onder welke verschillende van vorstelijken bloede, bekeerde hij tot ! hot ware geloof. Volgens den H. Cypria-| mis '). zijn tijdgenoot en vriend, was Cor-: nelius een man, die zich onderscheidde door een levendig geloof, eene onwankelbare hoop, eene brandende liefde voor Jezus Christus; een man, nederig, zachtmoedig,

1) S. Cvpr. Ep. 52 ad Anton. S --------M

ocr page 12

9

jg--; ; S3

ingetogen, zedig, zuiver als eene maagd, onberispelijk iu geheel zijn gedrag; een man, die zich, vooral ten tijde der vervolgingen, door zijn machtigen invloed hoogst verdienstelijk maakte. Groot inzonderheid | waren die verdiensten, toen de Stoel van Petrus, door den dood van Paus Fabianus, geruimen tijd ledig stond. Als een der oudste en voornaamste priesters onder de Ro-meinsche geestelijkheid, die ■\vij thans het College van Cardinalen zouden noemen, zegt | Rohrbacher 1), torschte Cornelius met hen | den zwaren last van hot bestuur der kerk, j niet slechts der kerk van Rome. maar te-j vens van alle andere der gansche wereld. I Met hen vervulde hij al de bedieningen van i | een volijverigen herder, wist voor allen te ! zorgen ondanks de verdrukking der tijden, j ondanks de vervolging van een bloeddorsti-I gen Decius, wist allen tot moed en volhar-i ding op te wekken en eene menigte af'ge-I vallenen tot den schoot der ware kerk terug i te voeren. Een bewijs dier onverpoosde 1 zorgen, vinden wij o. a. in een briet aan j j den H. Cyprianus, bisschop van Carthago, j ! Vernomen hebbende dat deze waardige man | | zijne kerk, om wille der vervolging, eenigen ■ i tijd had verlaten, en niet wetende welke j j goede redenen hem daartoe bewogen, welke j j zorg hij overigens aanwendde om zijn bis-

1 1 I 1) Rohrb. torn, V. pag. 423,

a___-y

1

ocr page 13

10

dom door brieven te besturen, meenden de geestelijken van Rome, onder welke Cornelius eene eerste plaats bekleedde, gelijk de H. Cyprianus zelf getuigt, een vermanend schrijven tot de herders der kerk van Carthago te moeten richten. Na hun al de plichten van een goeden herder uiteengezet en hen aangespoord te hebben om hunne geloovigen toch niet te verlaten, maar zo door woord en voorbeeld te sterken, gaan zij voort: AYij hopen niet, dierbare broe-»ders, dat gij als huurlingen zult bevonden Mvonlen, maar wij vertrouwen dat gij u ))als ware herders zult gedragen. En niet malleen leeren wij u zulks door onze woor-»den, maar ook door geheel ons gedrag , swijl wij zeiven met Gods hulp doen het-))geen wij u voorhouden, de vreeze des ))Heeren en de eeuwige pijnen meer voor i »oogen hebbende dan de vrees voor men-»schen en voor een kortstondig lijden hier «beneden. Eveneens, broeders, moot gij doen. »Sterk zijnde in het geloof, moet gij allen «opwekken tot volharding, de gevallenen aan-«manen tot terugkeer en boetvaardigheid, j »hen met gematigde strengheid behandelen j »en niets veranderen in de gebruiken der «kerk »donec Episcopus dari a Deo nobis vsustinetioquot; totdat het Gode behagen zal «ons een nieuwen Paus te schenken.quot;1)

1

Ad Cyprian. Epist. 31.

»1_I-^

ocr page 14

11

---- ^

Voor liet oogenblik echter bestond ergeene j i mogelijkheid orn tot eene Pauskeuze over ! te gaan. Keizer Decius toch, door den H. Hi-

j larius ;»eon der grootste en wreedste vijan- |

den der kerk,quot; door Lactantius »cen woe- j

; dend en verachtelijk dierquot; genoemd, een !

j monster dat slechts op den keizerlijken troon |

| verheven scheen om zich tegen God en diens i

: kerk te wapenen, keizer Decius had het vooral I

! op de priesters en bisschoppen gemunt en j

^ waakte met arendsoog dat geen Paus werd |

j gekozen. Liever hadde hij gezien dat een !

i mededinger hem den rijkstroon betwistte, i i dan dat een Paus van Rome zich tegen hem 1 verhief om den godsdienst te schragen der

. ï_gt; . . . , • TA

1 Christenen, dien hij wilde uitroeien. Dan, hoe wonderbaar weet God de gebeurtenissen te leiden tot zijn verheven doel. Zestien maanden had de zetel des H. Petrus dooiden dood van den H. Fabianus ledig gestaan, als God het zoo schikte dat Decius in een oorlog werd gewikkeld met de Gothen en hij aan de spits zijns legers tegen hen moest i te velde trekken. Van die afwezigheid des wreedaards maakte de Romeinsche geestelijkheid nu gebruik om den 4,1 uni des jaars 251 een man tot Paus te kiezen, zooals de kerk dien thans behoefde, een man van voorzichtigen, maar onverschrokken moed , van onwankelbare trouw in het geloof, van brandenden ijver voor de zaak van Christus; een man, die de stormen der verat__2?

ocr page 15

12

volging kon trotseeren en pal staan te midden aller helsche aanvallen, pal als eene rots in zee. JJie man was Cornelius. »AVat »onzen lnoeder (Cornelius) bijzonder aanbe-))veelt in de oogen van onzen God, van Jezus j »Cliristus, van de kerk en de geheele gees-I »telijklieid,quot; schrijft de II. Cvprianus, »is, I »dat hij niet o[i eens tot de bisschoppelijke j «waardigheid is verheven, maar dat hij lang-»zanieiliand tot dien hoogsten trap is op-))geklommcn na achtereenvolgens alle min-»dere Orden waardig bediend te hebben. »Üok heeft hij zijne verheffing niet bejaagd, «noch gezocht; hij heeft ze niet eens ver-»langd. Integendeel, zegt de H. Cyjirianus »verder, ingetogen, zedig, vreemd aan list, «nederig van hart, zuiver van geweten, be-«minnaar dei1 kuischheid, die hij steeds trouw «bewaarde, is hij door God zei ven gekozen i «om het bestuur der gansche kudde op zich ! «te nemen. Ja, zoozeer mistrouwde hij zich I «zeiven, zoozeer was hij vrij van alle eer-! «zucht, dat men hem moest dwingen de pau-| «selijke waardigheid le aanvaarden. Ver-: «schillende bisschoppen te Rome aanwezig, ; «zoo gaat dezelfde Heilige voort, hebben

«hem ile bisschoppelijke wijding toegediend j 1 «en ons daarvan kennis gegeven in brieven j «vol van de vereerendste getuigenissen te I «zijner gunste. Hij werd bisschop, hij werd 1 «Paus, krachtens de oordeelen Gods, inge-: «vuige de verkiezing der geheele geestelijk-

iz-----------;

ocr page 16

13

))heicl, slechts weinigen uitgezonderd, en met »bijval van al liet volk. O, roept hij uit, ))hoevee] deugden heeft Cornelius hier be-))oefend! Welke grootheid van ziel! Welk ^standvastig, welk onwrikbaar geloof! Ja, »erkennen wij het in al de eenvoudigheid «onzes harten, zeggen wij het hem ter eer; »er was een meer dan gewoon geloof noodig ))oin, zonder van vrees te verbleeken, den »pauselijker. troon te bestijgen in een tijd, ))dat een dwingeland al zijne woede tegen »de priesterschap van Jezus Christus ont-))ketende en al zijne macht gebruikte om »haar te vernietigen. Ik vraag het u, zoo »besluit de IJ. Cvprianus, gaf Cornelius daar-))door geen getuigenis van een geloof en een | »moed boven allen lof verheven? Verdient ! »hij niet onder de roemrijkste belijders en ! »martelaars gerangschikt te worden, liij, die j »alle gevaren vei achtend, de bedreigingen ) ))van een dwingeland en de folteringen van j j ))den beul trotseerend, onverschrokken de 1 I «bloedwetten durfde vertreden, terwijl men |

))hem ieder oogenblik kon onthoofden, krui-j »sigen, levend verbranden; terwijl men zijne i j «ledematen in stukken snijden, zijne inge-j «wanden uit het lichaam kon rukken?quot; ') i i Inderdaad, het Pausschap aanvaarden en ; zich blootstellen aan een wissen marteldood i was in die dagen schier één en hetzelfde.

1) S. Cvpr. Ep. 52 ad Ant.

k_:_____m

ocr page 17

14

Dan, waar liet de eer van God. waar het zijn [iliclit gold, daar kende Cornelius geen wijken. Manmoedig greep hij het roer van het zoo fel geteisterde scheepje van Petrus, om liet, alleen op God vertrouwend, met vaste hand door alle stormen heen te sturen naar de veilige haven. Zijn eerste werk als Opperpriester was , brieven te zenden aan den H. Cvprianus en door dezen aan al de bisschoppen van Africa, om hun van zijne verheffing tot Paus kennis te geven. Door die brieven, welke slechts zachtheid, godsdienstige eenvoudigheid en heilige liefde i ademen , spoorde hij hen tevens aan tot volhardenden ijver en tot wijze gematigdheid tegenover de afvalligen. Dan richtte hij zijne aandacht op de overblijfselen der 11.11. Apostelen Petrus en Paulus en bracht i deze met heiligen eerbied uit de catacom-: ben o(' onderaardsche gangen van Rome over naar de plaats, waar zij viveger ge-i marteld waren. Cornelius zelf schreef daar-| omtrent aan den II. Cvprianus: »Op verzoek 1 «der godvreezende Lucina hebben wij de i «lichamen der 11.li. Apostelen Petrus en i »Paulus overgevoerd. In de stilte van den »nacht hebben wij de overblijfselen van | »dcn H. Paulus geplaatst op het landgoed j ))van Lucina, bij den weg van Oslia, waar j ))die groote apostel werd onthoofd en die »van den 11. Petrus in hetzelfde graf waar «men hem vroeger nederlegde nabij den

ocr page 18

15

ö------ ' ^

| »tempel van Apollo. De overbrenging is «geschied den 2!lt; Juni 251.quot; i) Vervolgens wijdde de ijverige paus 7 priesters ter j vervanging van hen, die door JJecius wer- | den gemarteld en besteedde eindelijk al j zijne zorg aan do kerk van Rome. Die kerk, zegt Eusebius, telde alsdan 40 [priesters, 7 diakenen , 7 sub-diakenen en 94 dienaren in mindere orden, benevens meer dan 1500 ■ armen, die door de zorgen der kerk moesten onderbonden worden, zonder een onnoemelijk getal andere geloovigen daarbij te rekenen. -) Éenigen dezer hadden zich tijdens de vervolging volijverig gedragen, anderen waren in hun geloof verllauwd. wederom anderen hadden dat geloof verzaakt. Terwijl Cornelius de eersten prees om bunnen moed, wist bij de tweeden op te wekken tot vurigheid en do laatsten door zijne zachtmoedigheid en liefde tot boetvaardigheid en terugkeer te bewegen. Zoo gelukte het hem binnen korten tijd zijne verstrooide kudde weder te verzamelen, als eensklaps de scheuring van Novatus en Xovatianus . I den liefdeband kwam verbreken. Ken enkel

i woord over deze twee ongelukkigen zal de

i grootheid van Cornelius des te beter doen

I uitkomen. Novatus, een woelgeest en een

onruststoker, had zich te Carthago aan

1) Zie Darras torn. 8. bl. 284.

1 1 2) Euseb. Hist. oecl. lib. G. 43.

n ss______________23

ocr page 19

IG

--r--;-:—:-B

i afschuwelijke misurijven plichtig gemaakt. ! Zelfs had liij er een oproer verwekt. Om zijne welverdiende straf en tevens de aldaar i ontstane vervolging te ontkomen, vluchtte I hij naar de eeuwige stad en poogde er ' dezelfde onrust en tweespalt te zaaien. Dit gelukte hem des te beter, wijl hij er een I priester aantrof, die zijne groote welspre-| kendheid en zijne vele goede hoedanigheden i verduisterde door grenzenlooze hoovaardij en eerzucht. Xovatianus is de naam van dien beklagenswaardige. Ontevreden dat Cornelius en niet hij tot Paus gekozen was, strooide de ongelukkige allerlei valsche beschuldigingen en lasteringen uit tegen Christus plaatsbekleeder en ging zelfs zoover dat hij zich als tegenpaus opwierp, afviel van het geloof en eene groote menigte in j zijne ketterij medesleepte. In een brief aan 1 den II. Cvprianus, eigenlijk niets anders dan een smaadschrift vol bitterheid en wrevel tegen den waren Paus, gaf Xova-tianus kennis van zijne verheffing; doch de i Heilige verwierp hem en steunde Cornelius. Hij belegde eene vergadering van bisschoppen waarin Novatianus en zijne leer werden veroordeeld. Ook Paus Cornelius, ziende hoevele zielen de noodlottige leer zijns tegenstanders in het verderf stortte, vergaderde te Rome een Concilie van ruim i (»0 bisschoppen en vele andere geestelijken, die de leer van Novitianus als kettersch

a-----:

ocr page 20

17

ss------- ; ^

veroordeelden, en hem als een weerspannige ) I buiten de gemeenschap der kerk sloten. • De ongelukkicce verliet Rome eu met hem ■

O O I

dreven de wolken van onrust en tweespalt i weldra af. Vrede en rust keerden in de ! diep beproefde kerk terug en Cornelius had j 1 het geluk de afgedwaalden met vaderlijke | goedheid in den schoot der kerk op te ! nemen. Openlijk legden zij do verklaring af: ))Wij weten dat Cornelius door de keuze »van den almachtigen God en van Jezus «Christus, onzen Heer , Paus is der heilige «katholieke kerk. Wij erkennen onze dwa-))ling en belijden onzen misstap en verze-»keren dat ons hart altoos met de kerk ; «was vereenigd, ofschoon wij uitwendig i «met een ketter en scheurmaker gemeen- ! «schap hielden. Wij weten maar al te wel, | »dat er slechts één God is, één Heer Jezus j «Christus, één H. Geest, en dat er maar ; »één Paus in de katholieke kerk kan | «wezen.quot; !) Wie beschrijft de vreugde van \ Cornelius! Aanstonds geeft hij den 11. Cy- | prianus kennis van dien gelukkigen omkeer I en noodigt hem uit met hem en met de gansche kerk te juichen en te jubelen.

Altijd onvermoeid voor de eer van God en het heil der onsterfelijke zielen, richtte Cornelius nu zijne zorgen naar de heidenen, i Velen hunner, ook uit aanzienlijke familién, j

1) S. Corn, ad Cypr. Ep. 46.

S____

ocr page 21

is

cZ----------------------------------------------S3

I zwoei'en het godendom af. Dit was echter j te voel voor zijne vijanden. Hun haat en ! nijd , hunne afgunst over deze glansrijke | overwinningen worden te gevoelig geprikkeld , dan dat zij werkeloos zouden blijven en den voortgang van het Christendom lijdzaam zouden aanzien. Eene nieuwe vervolging word in het leven geroepen, die nochtans door de straffende gerechtigheid Gods weldra werd onderdrukt. Verschillende personen , zoo lezen wij , vooral zij die het ijverigst aan de vervolging deelnamen, voelden zich mei de zoogenaamde ^vallende ziektequot; geslagen, en eerst nadat zij hunne misdaad hadden ingezien en hunne afgoderij verzaakt. werden zij op de voorbede van den H. Cornelius genezen. ^1)

Maar ook deze vreugde duurde niet lang. Keizer Decius, togen het einde van 251 in den ooi log tegen de Gotiien op verraderlijke wijze om het leven, gebracht, werd opgevolgd door zijn krijgsoverste en verrader Gallus. Eene pest te Rome ontstaan, deed dien wantrouwenden keizer gelooven , dat de Christenen de oorzaak daarvan waren, en dat men de goden slechts door Christen-hloed kon verzoenen. De vervolging ontbrandde nu mot nieuwe woede en Paus Cornelius had hot geluk een dor eerste en voornaamste slaclitoll'ers te wezen.

1

Schweitzer, der H. Cornelius blz. 5.

m.__-_______ - 23

ocr page 22

J^oc plotseling ook opgekomen, was deze nieuwe vervolging niet onverwacht, voor Cornelius niet onvoorzien, lu zijne grenzeniooze goedheid liad God haar j den 11. Cyprianus geopenbaard en deze had j er den Paus kennis van gegeven in de | volgende woorden: »Een onweder hedi'eigt 1 «ons,quot; zoo schrijft hij, ))eeii woedende vijand »staat gereed om zich tegen ons te verklaren. ))De aanval zal vreeselijker zijn dan de laatste I »(onder Decius). Daar wij ulzoo door God | »gewaarschuwd zijn, laten wij ons met al 1 i sliet volk voorbereiden door vasten, waken | »en bidden.quot; ■•) Vol vertrouwen op de god-j delijke voorzienigheid wapende Cornelius 1 : zich nu tegen den aanstaanden strijd. Hij 1 verdubbelde zijn ijver; hij verlevendigde zijn } geloofquot;; hij vermeerderde zijne gebeden en vroeg ook aan anderen om voor hem te bidden. ))Gij weet, beminde broeder, zoo »schreef hij aan Lupicinus, bisschop van

1) S. Gvpr. Ep. 54 ad Corn.

5s_:__

ocr page 23

20

m—:---s

«Vienne, dat de kerk, de ark des Heeren, ))door de stormen der vervolging geweldig »wordt geteisterd. Van alle zijden worden ■nde geloovigen met ongehoorde folteringen «bedreigd, en to Rome is zelfs iemand aan-»gestel(l om ons allen te doen omkomen. ))Het is ons niet meer mogelijk de heilige «geheimen op te dragen, ik zeg niet in het «openbaar, maar zelfs niet meer in de ca-«tacomben, waarvan eenige en wel de «voornaamste door de heidenen zijn ont-«dekt. Thans derhalve moet gij nwen ijver «verdubbelen om de geloovigen aan te «moedigen en te versterken. Herhaal hun «het woord des Evangelies: vreest niet «diegenen, welke slechts het lichaam doo-«den; maar vreest veeleer Dengene, die «tegelijk èn lichaam èn ziel in het verderf «kan storten. Een groot getal onzer broe-«ders, zoo gaat hij voort, heeft de martel-«kroon reeds ontvangen, bid, dat ook wij «het geluk mogen smaken roemvol getuige-«nis voor Christus af te leggen. Versterk u «in den Heer en groet van mijnentwege «allen, die ons in Christus beminnen.quot; 1)

Weldra dan ook werd de Paus gevangen genomen en voor den keizer gebracht. «Zijt «gij Cornelius, sprak hij vergramd, zijt gij «het die onze goden veracht, den gekruisigde «predikt en mijne onderdanen tot oproer |

1) Zie Darras torn. 8. pag. 25quot;).

ÊS----

ocr page 24

21

)niunzet?quot; — »llv bemin uwe onderdanen «meer dan gij, o keizer, luidde liet bedaarde, :»maar onversaagde antwoord, uwe goden «echter veracht ik uit geheel mijn hart. «Jezus Christus alleen wil ik dienen. Hem «alleen aanbidden. Hem alleen uit al mijne j «krachten vereeren. Doch wat gij aanbidt | «en in plaats van God vereert, is niets i «anders dan hout en steen.quot;

| «Vermetele, sprak de keizer, hoe waagt «gij het mij aldus te antwoorden. Weet gij i «niet, dat ik u door de uitgezochtste mar- ! «telingen kan noodzaken Christus af' te | «zweren en de goden te aanbidden?quot; — «Zoolang er nog adem in mij is, hernam | I «Cornelius, zoolang zal ik Christus getrouw j «blijven, zoolang zijn lof' verkondigen. Uwe | «pijnigingen kunnen niet zoo groot zijn ot ; | «God kan mij de kracht geven ze alle te j j «doorstaan.quot; *)

Ja, zoo roemvol was de belijdenis van | zijn geloof, zoo heerlijk de getuigenis die hij van Christus aflegde, zoo moedig en on-; verschrokken zijn antwoord, dat allen er i door versterkt en bemoedigd werden. Die j oetuigenis was oorzaak, gelijk de 11. Cypri-' anus schrijft, dat velen, die in vroegere vervolgingen bezweken waren, nu zonder vrees voor den dood hun geloof beleden God het i echter niet toe, dat de keizer alsdan het

I 1) Scliweitzer. ibid. S---

21

ocr page 25

'2-2

doodvonnis over Corneiius uitsprak. Neen, zegt de 15. Cvprianus, de zachtmoedige Cornelius moest den wreeden Gallus overwinnen en daarom gedoogde de Heer slechts, dat deze hem in ballingschap verwees naar I Centumcelke, het tegenwoordige Civita Vec-1 chia. En daar, daar werd Corneiius getroost | door een groot aantal geloovigen, die als 1 om strijd naar hem toesnelden om hun ge- | i liefden vader te verzekeren, dat zij hem ' getrouw hieven en met hem wilden ster- | ven. Daar werd hij bemoedigd door velen, i die met vallende ziekten gekweld, hun afval i kwamen betreuren, hun valscli geloof af- | zweren en die door zijne vaderlijke goedheid ; naar ziel en lichaam genezing vonden. Daar | werd hij opgebeurd (looi' een overschoonen I en laatsten brief van zijn vriend Cvprianus. j »Met zoo groot genoegen, schrijft deze, j »hebbon wij de roemvolle getuigenis van »uw geloof en van uwen moed vernomen , ! ))dat wij ons deelgenooten rekenen van uwen | ))lof en uwe verdiensten.... Onmogelijk, zoo ))gaat hij voort, de vreugde te beschrijven , »die hier heerschte, toen wij vernamen hoe • »gij, martelaar en aanvoerder der marte- i blaren, anderen voorgaat in de glorie en ))hun die glorie tevens doet verwerven. Op ))de verhevenste wijze leert gij ons God te «vreezen, Christus aan te hangen, ons met «onze broeders te vereenigen in het gevaar »eii nooit van hen te scheiden.quot; — Hij U______________SS

ocr page 26

23

wenscht den Paus met dat alles geluk en besluit dan: altaar wij alzoo broeders zijn, ; «laten wij elkander steeds gedenken, laten »\vij voor elkander bidden en waar wij ons ! «mogen bevinden, laten wij elkaar met we-«derzijdsciie liefde in alle moeilijkheden en »zorgen bijstaan. Wie van ons beiden ook i «bet eerst door Gods barmhartigheid aan de , «aarde worde ontrukt, dat onze liefde bij ; «Hem voortdure, dat onze gebeden voor onze i «broeders niet ophouden.quot;' ') Cornelius op j zijne beurt schreef den H. Cyprianus. Doch die onderlinge briefwisseling, die vele bezoeken der geloovigen, wekten den argwaan des keizers en deden hem vreezen dat hier eene samenzwering in het spel was. Hij gebood daarom Cornelius naar Rome terug | te voeren en ontving hem des nachts in den ' tempel van Tellus. «Gij hebt dan gezworen, j «sprak de keizer, den eerbied aan do goden. | «aan de wetten des lands en aan mijne voorschriften verschuldigd, met voeten te blijven | «treden? Gij schrijft en ontvangt brieven, l «die de openbare orde bedreigen en omver-I «werpen/'' — «Ik heb inderdaad brieven ont- | «vangen, antwoordde Cornelius beslist, doch j 1 «zij hielden niets vijandigs in tegen den ; «Staat. Zij kwamen van eene vergadering j «van bisschoppen en hadden alleen betrek- ; «king op het heil der zielen.' — «Oller aan

1) S. Cvpr. ep. 57 ad Corn.

m__________

ocr page 27

24

m-------n

j Mie goden, hernam Gallus, gehoorzaam aan ))cle wetten lt;les lands of ik doe n sterven.quot; ))Aan de goden offeren, dat nooit, was het »wederantwoord, de wetten des rijks zal ik «eerbiedigen, zoo lang zij niet in strijd zijn i «met de wetten van God ; — mij doen ster-1 »ven is in uwe macht.quot; —

Woedend over die zachtzinnige, doch | mannelijke taal, gebood de keizer dat men I Cornelius in het aangezicht zou slaan met i geeselroeden, waaraan looden balletjes waren bevestigd, en dat men hom vervolgens naar den tempel van Mars zou brengen om ■ er te offeren. Weigerde hij zulks, dan moest I men hem onthoofden. God wilde nu zija Dienaar op eene schitterende wijze verheer-I lijken. Op weg naar den tempel had namelijk een voorval plaats, dat allen, die er bij ! tegenwoordig waren, met den diepsten eerbied voor den kloekmoedigen belijder van : Christus vervulde. Cornelius verrichtte een heerlijk wonder, hetwelk ongetwijfeld met 1 de reeds genoemde aanleiding geweest is I dat men hem later als patroon tegen ze-j nuwziekten vereerde. Cerealis, de hoofdman, | ; onder wiens bewaking Cornelius gesteld was, verzocht hem zijn huis binnen te treden i en cr zijne vrouw te bezoeken, welke door ' verlamming, hot gevolg eener zenuwziekte, j sedert vijftien jaar bedlegerig was. De naam ; dezer vrouw was Sallustia. Cornelius, of-j schoon de plaatsbekleeder van Jezus Chris-SS-----M

ocr page 28

25

tus, ofschoon liet opperhoofd der gansche kerk, ofschoon gevangen en mishandeld, ofschoon gevraagd door een heiden, die hem ter dood voerde, Cornelius voldeed aanstonds aan dat verlangen. Met twee priesters en een lector trad hij het huis binnen, vergezeld van Cerealis en zijne soldaten. Nauwelijks heeft de Paus Sallustia aanschouwd of hij wordt door medelijden bewogen. Eu de oogen ten hemel hellend, knielt hij neder en bidt:

»0 Heer Jezus Christus, Schepper van «alle zichtbare en onzichtbare wezens, die U ))gewaardigd hebt ons zondaren te komen ' sverlossen; vertroost deze uwe bedrukte «dienares, opdat zij uwe heerlijkheid er-

|))kenne, en schenk haar uwe barmhartigheid, | «gelijk gij den blindgeborene hot licht der «oogen hebt gegeven.quot; En gelijk weleer zijn Goddelijke Meester het stervend dochtertje e van Jaïrus bij de hand nam zeggende: «ik ' «gebied u, sta opquot;; zoo noemt ook Corne- i lius met majesteit de hand van Sallustia en spreekt: «In den naam van Jezus van Na-«zareth, richt u op en sta overeind!quot; En, o wonder! op hetzelfde oogenblik staat Sallustia gezond op en roept uit: «Waarlijk. «Jezus is God en de Zoon des Allerhoogsten.quot; | En zich tot Cornelius wendend, zegt zij : «Ik «bezweer u bij Christus, doop mij.quot; Dan ))kenne, en schenk haar uwe barmhartigheid, | «gelijk gij den blindgeborene hot licht der «oogen hebt gegeven.quot; En gelijk weleer zijn Goddelijke Meester het stervend dochtertje e van Jaïrus bij de hand nam zeggende: «ik ' «gebied u, sta opquot;; zoo noemt ook Corne- i lius met majesteit de hand van Sallustia en spreekt: «In den naam van Jezus van Na-«zareth, richt u op en sta overeind!quot; En, o wonder! op hetzelfde oogenblik staat Sallustia gezond op en roept uit: «Waarlijk. «Jezus is God en de Zoon des Allerhoogsten.quot; | En zich tot Cornelius wendend, zegt zij : «Ik «bezweer u bij Christus, doop mij.quot; Dan 1 loopt zij vreugdevol heen, vult een bekken I met water en brengt het den Paus. Cerealis I g M------'--23

ocr page 29

26

intus.schcn staat met zijne soldaten van schrik als verslagen. Bij liet zien van zulk een wonder werpt ook hij zich met de zijnen aan 's Pausen voeten en allen vragen om gedoopt te worden. En Cornelius in dat alles de hand van God erkennend, schenkt hun wat zij verlangen. Na zulk een schitterend wonder weigert Cerealis den dienaar Gods verder ter gerechtsplaats te geleiden. Hij wil hem de vrijheid schenken. Cornelius echter smeekt, dat hij hem de martelkroon toch niet onthoude en vil dat Cerealis met de zijnen hom volge naar den tempel van Mars. j\let verachting aanschouwt hij het beeld van den afgod en weigert standvastig dezen wierook te offeren. Naar do strafplaats geleid, ondergaat hij met vreugde zijn vonnis en sterft door onthoofding den dood der martelaren op den 1-4 September des jaars 252. Slechts één jaar , drie maanden en tien dagen bestuurde Hij als Paus de Kerk van Christus, doch bracht in dien korten tijd en die moeilijke omstandigheden de heerlijkste werken tot stand. De H. Iliero-nvmus rekent hem, om zijne vele en geleerde brieven, onder het getal der kerkelijke schrijvers.

Ook Cerealis, Salustia en verschillende soldaten hadden het geluk hun bloed voor Jezus Christus te vergieten. ^

i 1) Baronius Annal. Eccl, Tom, H.

k----m

ocr page 30

21

f——-- ■ -

In den nacht na Cornelius roemvollen | marteldood kwam Lucina, eene godvree-zende vrouw, met eenige priesters en huis-genooten om liet lichaam des Heiligen weg te nemen en het op haar landgoed in de catacomben van den H. Calixtus te begraven. De beroemde oudheidkundige de Rossi vond ten jare 1852 liet graf te dezer plaatse terug met het opschrift »Cornelius Paus en Martelaarquot; en ontdekte daarenboven eene j mum-schildering, waarop de H. Cornelius en j de H. Cyprianus in ééne lijst worden voor- i gesteld. ') Het graf evenwel was ledig. In j de 5e eeuw toch had de H. Paus Leo I de kostbare reliquieën des H. Cornelius met i eerbied daaruit genomen en ze geplaatst ^ in eene kerk, die hij ter eere van dien Heilige te Rome aan den Appischen weg had doen bouwen. In de 8e eeuw voerde Paus Adrianus I ze in luistervolien optocht naar eene andere kerk te Rome over. Een gedeelte van het lichaam des Heiligen rust thans nog in de Eeuwige Stad onder het hoogaltaar der O. L. Y. Kerk in Trastevere, terwijl een arm, in eene afzonderlijke kast bewaard , aldaar den geloovigen vertoond wordt. Een ander groot gedeelte dezer kostbare overblijfselen schonk Paus Joannes VH ten jare 876 aan Keizer Karei den Kalen, die ze met groote plechtigheid naar

1) Roma Sotteranea torn. II. lib. 3, c. ü.

ocr page 31

sg----------—-——m

Compiègne in Frankrijk overbracht. Van Compiègne schonk dezelfde Karei de Kale een paar jaar later het voorste gedeelte van het hoofd, den rechterarm en den drink-horen des H. Cornelius aan de kerk van Corneli-Munster bij Aken en dit wel uit dankbaarheid, zegt D1' Floss, wijl laatstgenoemde kerk hem een gedeelte van den grafdoek des Heeren voor Compiègne had afgestaan. Volgens een ten jare 1874 te Cornelie-Munster verschenen werkje, zouden aldaar in het hoofd van den H. Cornelius nog duidelijke sporen der marteling, o. a. gesmolten lood en pek te ontdekken zijn. De horen van den H. Cornelius, die verschillende kleinere gedeelten zijner overblijfselen bevat, wordt om do 7 jaren tijdens de heiligdomsvaart en jaarlijks op het feest des Heiligen aan de geloovigen vertoond, en hun gelegenheid gegeven, daaruit water te drinken, dat onder aanroeping van Sint Cornelius is gewijd. Van Cornelie-Munster werd in het jaar 11G0 een gedeelte der re-liquieën overgevoerd naar Ronse in België; van deze laatste plaats in de 16® eeuw weder een gedeelte naar Xinove. Behalve in bovengenoemde kerken, worden nos; re-

O O

liquieën van den H. Cornelius bewaard te Spoleto, te Trier en elders, alsmede in verschillende kerken van Holland en België.

O

ocr page 32

29

III.

e allen tijde heeft onze Moeder de

yimmn# itau ben Gornclinö»

H. Kerk een grooten eerbied gekoesterd voor de Heiligen en wel bepaaldelijk voor de martelaren. Te allen tijde heeft zij hen aangeroepen in alle, zoo geestelijke als lichamelijke, zoo algemeene als bijzondere noodwendigheden. Te allen tijde heeft zij die vereering en aanroeping in hare kinderen goedgekeurd en bevorderd. Zij deed dit insgelijks voor den H. Cornelius. Zij heeft hem verheven op hare altaren. Zij heeft zijn lof doen verkondigen op aarde. Zij heeft goedgevonden dat men hem bijzonder aanriep als patroon tegen vallende ziekte, stuipen, zenuwachtige kwalen en zoo meer. Geen wonder! Zoo wij toch volgens het woord van Jezus eere moeten geven aan wien eere toekomt, hoeveel recht heeft dan niet de H. Cornelius op de vereering die wij hem brengen? Hij is eene dier groote, edele zielen, die niet slechts

ocr page 33

28

Compiègne in Frankrijk overbracht. Van Compiègne schonk dezelfde Karei do Kale een paar jaar later het voorste gedeelte van het hoofd, den rechterarm en den drink-horen des H. Cornelius aan de kerk van Corncli-Munster bij Aken en dit wel uit dankbaarheid, zegt D1quot; Floss, wijl laatstgenoemde kerk hem een gedeelte van den grafdoek des Heeren voor Compiègne had afgestaan. Volgens een ten jare 1874 te Cornelie-Munster verschenen werkje, zouden aldaar in liet hoofd van den H. Cornelius nog duidelijke sporen der marteling, o. a. gesmolten lood en pek te ontdekken zijn. De horen van den H. Cornelius, die verschillende kleinere gedeelten zijner overblijfselen bevat, wordt om do 7 jaren tijdens de heiligdomsvaart en jaarlijks op het feest des Heiligen aan de geloovigen vertoond, en hun gelegenheid gegeven, daaruit water te drinken, dat onder aanroeping van Sint Cornelius is gewijd. Van Cornelie-Munster werd in het jaar 11G0 een gedeelte der re-liquieön overgevoerd naar Ronse in België; van deze laatste plaats in de 16c eeuw weder een gedeelte naar Xinove. Behalve

in bovengenoemde kerken, worden noff re-• • i /—« •

liquieën van den H. Cornelius bewaard te

Spoleto, te Trier en elders, alsmede in verschillende kerken van Holland en België.

ocr page 34

29

III_

Jlmmnn iinu bcn Gorn^ius»

T T 'e allen tijde heeft onze Moeder de ■*■ H. Kerk een groeten eerbied gekoesterd voor de Heiligen en wel bepaaldelijk voor de martelaren. Te allen tijde heeft zij hen aangeroepen in alle, zoo geestelijke als lichamelijke, zoo algemeene als bijzondere noodwendigheden. Te allen tijde heeft zij die vereering en aanroeping in hare kinderen goedgekeurd en bevorderd. Zij deed dit insgelijks voor den H. Cornelius. Zij heeft hem verheven op hare altaren. Zij heeft zijn lof doen verkondigen op aarde. Zij heeft goedgevonden dat men hem bijzonder aanriep als patroon tegen vallende ziekte, stuipen, zenuwachtige kwalen en zoo meer. Geen wonder! Zoo wij toch volgens het woord van Jezus eere moeten geven aan wien eere toekomt, hoeveel recht heeft dan niet de H. Cornelius op de vereering die wij hem brengen? Hij is eene dier groote, edele zielen. die niet slechts IS___-_2?

ocr page 35

30

M-----Si

| hunne vijanden, hunne beulen, maar, wat

; meer is, ook zicli zeiven overwonnen. Hij ; is een dier uitgelezen mannen, die ondanks j eene natuurlijke neiging tot het kwaad, I ondanks de bekoringen, waaraan zij bloot-! staan, ondanks de gevaren, waarin zij leven, j alle deugden op heldhaftige wijze beoefen-| den en daardoor aller achting afdwingen. ' Wat is daarenboven natuurlijker dan dat ! wij, om eene gunst te verwerven van eenig hooggeplaatst persoon, onze toevlucht nemen tot hen die invloed op zulke personen weten ; uit te oefenen en wel inzonderheid tot hen, i die daaromtrent eene bijzondere geschiktheid | en welwillendheid hebben getoond I Doch de 11. Cornelius is een heilige, die èn in zijn i leven èn in zijn dood een grooten invloed ! heeft uitgeoefend op het hart van God, een heilige die zijne macht vooral getoond heeft tegen de ongelukkige kwalen , die wij zoo even aanstipten. Wat is er dan meer over-j eenkomstig met het hart en tien geest der l menschen, dan hem als beschermer tegen i zulke ziekten aan te roepen? Steunt deze j aanroeping overigens niet op eene eeuwen lange ondervinding? Is zij niet gegrond op tallooze wondervolle genezingen? De vereering van den H. Cornelius als patroon tegen de vallende ziekte, de stuipen der kinderen, pijnlijke aandoeningen der zenuwen, zegt de i de geleerde Dionysius de Karthuizer, die ten jare 1471 te Roermond in geur van

a—'-----m

ocr page 36

31

heiligheid stierf, ))(lie vereering i.s reeds zeer oud in de kerk; sinds lange jaren was zij algemeen bekend en beoefend.' Zij vindt haren grond hoogstwaarschijnlijk in de genezing van Sallustia, waarover wij hierboven spraken (bl. 25) en in de andere wonderbare genezingen, waarvan do geschiedschrijvers gewagen en klimt dan ook tot die eerste j tijden op.

Te Rome zien wij haar reeds gevestigd in de 3e of zeker in de 5e eeuw; to Com-| piègne en te (Jorneli-.Munster in de 9e , te i Ronse in de 12e. te Xinove inde 17° eeuw.

In Holland, waar die godsvrucht insgelijks j zeer oud is, wordt de 11. Cornelius bijzon-j der vereerd te: Achtmaal, Beuningen. Bok- 1 hoven. Borgharen, Dieteren, Den Hout, ! Gastel onder Budel, Heerleriieide, Hooger-heide bij Bergen-op-Zoom, llunsel, Kessel ! a/d Maas. Lamswaarde, Limmen, Luttenberg, Schin-op-Geul, Swartbroek onder Weert, Vortum-Mullem, Wanroij, Zeeland enz. enz.

In België te: S' Pietors-Voeren, Tongerloo bij Bree, Gutschoven bij Borgloon, Course! ; bij Beeringen, Gi'ootebrogel, Snaeskerke en i in vele andere plaatsen.

Overal nu, waar die schoone godsvrucht : | bestaat, werpt zij do rijkste vruchten af, | overal hoort men van buitengewone gebeds-veriiooringen en schitterende wonderen.

Zoo lezen wij van Compicr/ne, Corneli- ; Munster, Ninove, Ronse en andere plaatsen: i

a______s

ocr page 37

32

^Ontelbare gunsten worden liiei' door de voorspraak van den IJ. Cornelius verkregen, ^ontelbare wonderen worden er verricht. »Verschillende dooven, stommen, blinden en »kreupelen worden er genezen, vele zenuw-glijders en de door vallende ziekte gek welden »krijgen er de gezondheid terug.quot;

In een boekje ten jare 1704 te Maastricht gedrukt, vinden wij, dat te Sc Pi eters-Voer en vele jaren do godsvrucht tot den H. Cornelius heeft bestaan, dat er zeer velen jaarlijks derwaarts stroomden aangemoedigd door de vele wonderbare genezingen die er verkregen worden en dat dientengevolge reeds in 't jaar 1703 eene beroemde broederschap aldaar werd opgericht.

Omtrent Bokhoven deelt men ons mede, dat aldaar sedert Mei 1839 eene Processie bestaat ter eere van den H. Cornelius, alsmede eene Broederschap, die reeds meer dan 22,UU0 leden telt. Talrijke ex vote's worden er voortdurend aangebracht ten bewijze van erkentelijkheid voor de vele gunsten en genezingen door de voorspraak van den H. Cornelius van God verkregen.

Dergelijke getuigenissen zou men insgelijks voor vele andere plaatsen kunnen geven; doch laten wij liever eenige bijzondere feiten aanhalen. Deze feiten zijn allen uit de ver-trouwbaarste schrijvers of uit de getuigenissen van verschillende ZeerEerw. Geestelijken bijeenverzameld. Men houde ons echter

ocr page 38

33

^-----'SS

| ten goede zoo wij om afdoende redenen de

namen van personen en plaatsen niet steeds aanhalen.

j. Judocus van der G. te N. had twee zoontjes, Jacobus en Joannes. Beiden leden sinds geruiinen tijd aan hevige stuiptrekkingen, die weldra tot aanvallen van vallende ziekte overgingen. Met vertrouwen nam de vader zijne toevlucht tot den H. Cornelius en smeekte hem vurig om de genezing zijner kinderen. Op het feest van den Heilige doet hij eene bedevaart naar eene kerk waar S1 Cornelius vereerd wordt, wijdt hem zijne beide zoontjes toe, onderhoudt de gewone voorschriften en van hetzelfde oogenblik zijn beiden volkomen hersteld. Deze genezing werd wettelijk onderzocht, bevestigd en beschreven.

2. Joannes D. 7 jaren oud gebruikte langen tijd verschillende geneesmiddelen om van de vallende ziekte bevrijd te worden. Niets mocht baten. Ten slotte werd hij on-geneeselijk verklaard. De brave ouders nemen nu het besluit alleen hulp van God te verwachten. Zij bidden en blijven bidden, doen verscheidene bedevaarten, doch steeds i zonder goeil gevolg. Eindelijk wenden zij zich tot den H. Cornelius, zij dragen hun kind den Heilige op en oogenblikkelijk is het van zijne lastige kwaal bevrijd.

3. Beatrix N... leed aan vreeselijke krampen en samentrekkingen der handen, i

IS------M

2

ocr page 39

34

Dag noch nacht had zij rust. Hare pijnen waren zoo ondragelijk dat zij meermalen smeekte Imar de handen te willen afzetten. De vader onderneemt met haar eene bedevaart naar den H. Cornelius te X ... De smarten scliijnen intusschen te vermeerderen. Voor het beeld des Heiligen gekomen werden fle stuiptrekkingen zoo verschrikkelijk, dat een ieder het innigst medelijden met haar gevoelde. Onder akelig huilen en kermen bad zij haren vader haar toch de handen af te kappen. Deze stelde al zijn vertrouwen op den H. Cornelius en ziet... nauwelijks heeft de lijderes de relicpiieën des Heiligen aangeraakt of zij is geheel ge- ; nezen. Vol vreugde worden nu de klokken i geluid en alle aanwezigen danken God vurig voor de verkregene gunst.

•4. Een dergelijk feit melden ons de Bollandisten van een negenjarig kind, dat insgelijks pijnlijke trekken in de handen ondervond. Alle middelen der kunst waren ongenoegzaam geweest om het kind te genezen. De ouders beloven eene bedevaart naar S1 Cornelius en verplichten zich om zelf in den oogst zoovele korenaren te lezen als de zwaarte is van het lichaam des kinds. Oogenblikkelijk werd hun gebed verhoord; het kind was genezen.1)

5. Een jongetje van B... lee l sedert

1

Bolland. Sept. IV. 777. ad 22.

u--------— K

ocr page 40

m-----

i zijne geboorte aan stuipen en vallende i ziekte. Vertrouwvol nemen ile ouders hunne ; toevluciit tot den H. Cornelius, beloven getrouw de gewone voorschriften te onder-! houden en zagen hun kind dan ook genezen. Jaarlijks voldeden zij stipt aan hunne beloften en ontdekten verder geen spoor meer van de vroegere kwaal. Toen het kind tot een jongeling was opgegroeid, schaamde hij zich zijne verplichtingen te volbrengen I en liet ze achter. Kort daarop werd hij ziek, en zijne kwaal keerde terug erger dan gt; te voren. Dagen achtereen werd hij gruw-i zaam gekweld tot hij eindelijk den dood I nabij scheen en men hem de laatste H. H.

Sacramenten wilde toedienen. Onmogelijk... 1 zijne tong was dermate gezwollen dat hij | geen woord kon spreken, dat hij niets kon nuttigen. Door zijne ouders meer dood dan levend naar de parochiekerk gebracht, waar ] de H. Cornelius vereerd werd, plaatsten zij j den zieke voor het altaar des Heiligen, ver-j nieuwden hunne beloften en andermaal was i de jongeling genezen. Den volgenden dag vervulde hij de voorgeschreven boeten «tri- I »tico se ponderavit et benefactori obtulit quot;, j verzamelde koren ter zwaarte van zijn gt; lichaam, offerde het bedrag daarvan in de | 1 kerk van den H. Cornelius en ondervond sinds dien tijd niet het minste meer van I zijne vorige ziekte. 1)

I 1) Bolland. Sept. IV. 774. ad 3.

S----

ocr page 41

3G

u-:-;-;-----s

6. Een priester van de orde van Pre-monstreit te Florefte leed sedert een half jaar aan pijn in den arm, die gelieel verdorde en bewegcloos nederiiing. Op zekeren dag besluit hij zijne toevluclit te nemen tot den H. Cornelius. Na met vertrouwen in de kerk des Heiligen gebeden te hebben, voelt hij eensklaps, eene zoo verschrikkelijke pijn, dat hij bewusteloos ter neder valt. Tot zich zeiven gekomen, bespeurt hij dat hij volkomen genezen is en niet al zijne medebroeders dankt hij God en den li. Cornelius voor de verworvene genade. ^

7. Geilwigis, dochter van N. te Okegem, werd vreeselijk door vallende ziekte gefolterd. Eens duurden de aanvallen drie dagen en drie nachten schier aanhoudend voort, zoodat zij hare tong in stukken beet. De moeder als radeloos, roept den H. Cornelius aan en belooft, hem hare dochter te zullen toewijden. Op eens heft deze het hoofd op, zit overeind en is genezen. Met tranen in de oogen bidt nu de moeder: »0 H. Corne-

j ))lius, gelijk gij mij mijne dochter gezond | ))hebt teruggegeven, schenk zoo mij, smeek i ))ik u, vóór morgen avond het gehoor terug, »dat ik sinds lang verloren heb. fJet zal mij i seen teeken zijn dat mijn kind niet bij toc-))val. maar door uwe voorspraak is genezen ))en mij zeiven zal ik even als mijne dochter

1) Bolland. Sept. IV. 7S4. ad 7.

m

ocr page 42

87

:sS-;—' I ~ ^

»aan u toewijden.quot; Nauwelijks heeft zij die

woorden gesproken of' ook de moeder is genezen. Na gerechtelijk onderzocht te zijn, werden beide genezingen waar en echt bevonden. 1)

8. Te Duren was een man , die jaren lang aan vallende ziekte had geleden. -Men raadt hem aan eene bedevaart te doen naar eene kerk, waar de H. Cornelius vereerd wordt. Hij volgt dien raad , verricht de voorgeschreven boeten en is genezen. Jaren achtereen ging hij zijn weldoener terzelfder plaatse vereeren en een oll'er brengen of belastte daarmede een ander. Eindelijk dacht hij: nu is het niet meer noodig. Hij verzuimde zijne jaarlijksche schatting van dankbaarheid den H. Cornelius te betalen, maar spoedig ook keerde de ziekte terug en erger dan voorheen. Eerst nadat hij zijne belofte vernieuwd en onderhouden had, werd hij geen enkelen aanval meer gewaar.

9. Het volgende eindelijk werd ons medegedeeld door een achtingswaardig priester. ))De H. Cornelius, schrijft hij , wordt hier ))vereerd tegen alle ziekten, welke in het sS1 Cornelius-boekje zijn aangegeven en ))daarenboven roept men hem met goed ))gevolg aan in ziekten van het vee en an-»3ere rampen. Bijna geen week gaat er

a

i 1) Bolland. Sept. IV. 776. ad 13. IS___

ocr page 43

38

»voorbij of de een of andere komt den ;»li. Cornelius bedanken voor deze of gene ))verki-egene gunst. Hoe dikwijls hoorde ik szegnen: »niijn kind was ziek. het kwijnde »siiids hing zichtbaar weg, maar ik heb ))den II. Cornelius gebeden en liet is ge-))nezen.'~ — Hoe dikwijls zeide men mij : ))reeds lang had ik allerlei ongelukken onsder het vee, ik heb den H. Cornelius met «vertrouwen aangeroepen en word niets smeer gewaar.quot; — Een geval, zoo gaat hij »voort, onder duizenden. Er was te B... »bij den Heer van li.. . een kindje, dat Mveds meer dan een jaar stom en tegelij-»kertijd lam was, tengevolge van hevige «stuipen waarmede het vroeger bezocht swerd. De ouders, die zeer godsdienstig zijn »en hun kind teeder lief hadden, spaarden sgeoii onkosten of moeite oin eene ge-»wenschte genezing te verkrijgen. Dan alle Mïiiildelen deiquot; kunst, alle gebeden, ver-ssclnllende bedevaarten mochten niets basten. Op raad van een braven man, zonden sz.ij nu drie hunner knechten naar onze skerk te S. . . om den H. Cornelius te sbidden en het kind in zijne broederschap ste laten inschrijven. Als zij tegen den savend naar huis wederkeerden , kwam de skleine hun vroolijk te gemoet, huppelend sen zingend, en geen spoor van de vorige sziekte meer vertoonend.quot;'

10. Dergelijke feiten zouden wij nog in S3- -----------m

ocr page 44

39

IS-;-----S

menigte kunnen opsommen, doch do aangehaalde zullen voldoende zijn om het vertrouwen der geloovigen in den H. Cornelius te versterken. Misschien zal iemand zeggen : het is wel mogelijk, ja zeker tevens dat er velen door de voorbede van dezen machtigen beschermer genezen worden; doch hoe-velen zijn er niet die bidden en veel bidden en toch nimmer herstel verkrijgen/ Ik antwoord daarop: is de oorzaak daarvan te zoeken in den IJ. Cornelius? Is zijne macht verkort? Of is de schuld niet veeleer aan de zijde van hen, die eene gunst van den Heilige verlangden, omdat zij niet gebeden hebben met vertrouwen of volharding, of omdat zij de gewone voorschriften niet hebben onderhouden, of ook omdat hun de genezing niet zalig was ? Ziehier wat een meer dan 80 jarig priester, die vele jaren met den grootsten ijver eene broederschap van den H, Cornelius bestuurd heeft, daaromtrent schrijft: »Tal van wonderbare ge-Miezingen heb ik hier, of met eigen oogen «gezien of van vertrouwbare mensclien ver-Miomen. Het is waar, verschillende anderen )gt;zijii niet genezen ondanks hunne gebeden, »doch als ik hen nader ondervroeg en de «zaak ernstig onderzocht, dan moesten zij j ))bekennen, dat zij met weinig standvastig-| »heid hadden gebeden en de voorschriften »verwaarloosd. Meermalen is het gebeurd j ))dat zij, die ik op hun gebrek aan vertrou-

ocr page 45

40

^--^

))weii en hunne nalatigheid in het vervullen »der voorschriften gewezen liad, met nieu-»\ven moed begonnen en dan ook de lanlt;? »uitgeblevene 2renezinlt;? verwierven.quot; Wie

O O O

alzoo de voorspraak van den H. Cornelius wil ondervinflen, bidde met vertrouwen, met nederigheid en standvastigheid, onder-houde de gewone oefeningen, die door een eeuwen lang gebruik proefhoudend zijn bevonden, en vereere dien machtigen Heilige zoo, als hij verlangt vereerd te worden.

Wat nu de godvruchtige oefeningen ter eere van den H. Cornelius betreft, deze zijn zeer menigvuldig-. Eenijjen daarvan in ver-

O O O

schillende plaatsen gebruikelijk of door voorname schrijvers aangeprezen, laten wij hier volgen:

1°) Een eerste middel om den H. Cornelius te vereeren en zijne voorspraak te verwerven, is de navolging zijner deugden. Immers, zegt het Concilie van Nicea, daarin bestaat de ware vereering der Heiligen, dat

o O quot; #

wij door de beoefening hunner deugden in hunne heiligheid trachten te deelen, imt nos sanctitudinis eomm fiamus parlicipes.quot; (Cone. Xic. VJI). ))Zoo dikwijls wij de Mar-«telaren vereeren , zegt op zijne beurt de ))H. Augustinus, moeten wij door hunne M-oorbede niet slechts tijdelijke goederen ))afsmeeken; maai- ons vooral door het na-sstreven hunner deugden de eeuwige goe-

o O ~

))deren trachten waardig te maken. Zij toch S__M

ocr page 46

41

is----f ®

))vereeren de Martelaren in waarheid, die »lu]niie ■voorbeelden volgen.quot;

2U) Een tweede middel om den H. Cornelius te verheerlijken en zijne bescherming-te ondervinden is: het (jebed. Het Concilie | van Trente leert uitdrukkelijk »dat het goed | sen nuttig is de Heiligen aan te roepen en ' ))tot hunne voorbede zijne toevlucht te ne- ; ))men, om van God door zijn Zoon Jezus ; »Christus weldaden te verkrijgen.quot; ))Ik roep ; ))de Heiligen aan, zegt de H. Basilius, op- . ))dat God mij door hunne voorspraak ge-))nadig zij.quot; En de H. Cyprianus schreef aan den H. Cornelius, gelijk wij boven zagen: «wie van ons beiden ook het eerste ^door Gods barmhartigheid aan de aarde ))mocht worden ontrukt, laten wij voor »elkander bidden.quot;

3°) Een derde middel ter vereering van den H. Cornelius is: eerbied toonen voor zijne reliquieën en heelden. Wat onze j vaderen in het geloot' voor de kostbare i overblijfselen des H. Cornelius deden eti hoe zij ze in oere hielden hebben wij reeds gezien. Zij vereerden ze als zijnde eenmaal de levende ledematen van Christus, de tem- i pels van den H. Geest, waardoor God zoo- i vele wonderen had verricht. Ook wij moeten ' ze in eere houden, zoowel als dc beelden, I waardoor ons de H. Cornelius wordt voorgesteld. Gewoonlijk zien wij dien grooten i Paus afgebeeld met een jachthoren in de i

ocr page 47

42

i hand. en waarom.' Eenigen leiden zulks af van zijn naam «Cornelius,quot; van liet latijnsche ; »cornii, dat horen beteekent. Anderen zijn van gevoelen, dat dit is ter gedachtenis aan j den horen des Heiligen te Corneli-Munster bewaard, die hij zou gebruikt hebben hetzij als drinkbeker, hetzij voor de H. Oliën.Sommigen i meenen dat het slechts een zinnebeeld is van | de kracht en den moed waarmede hij den i marteldood onderging: »De horen toch, zegt | »do geleerde Corn, a Lapide, beteekent 1 «kracht. Vandaar dat de H. Paus-Martelaar i «Cornelius met een horen wordt afgebeeld, j «omdat hij met de kracht des hoorns aan | «de Romeinsche keizers Docius en Gallus • «heeft wederstaan.quot; 1) Anderen wederom I schrijven dit toe aan de overbrenging tier | reliquieën van de H. Apostelen Petrus en Paulus, welke hij in het begin van zijn ; pausscliaj) gelastte. In vorige eeuwen toch j werden de overblijfselen der Heiligen in j kostbaar versierde jachthorens bewaard, gelijk wij nu nog in verschillende oude ker-| ken kunnen zien. Meermalen ook treft men i het beeld des H. Cornelius aan omgeven van i eenige dieren, wijl hij, vooral in Bretagne, i als patroon tegen veeziekte wordt vereerd. ; Soms ook, doch zelden vindt men hem een i kind zegenend, als patroon tegen de stuipen.

40j Een vierde middel om bijzondere ge-

1) a Lapide in Luc. cap. 1. v. 69.

S----------

ocr page 48

43

w. quot; quot; r..

1 naden van den H. Cornelius te verkrijgen, is: hem te vereeren op die plaatsen, waar zijne gedachtenis bijzonder gevierd wordt en ziclt daar in de Broederschap te laten inschrijven. Wel is waar kunnen God en zijne heiligen ons overal verhooren, waar wij onze gebeden ook storten ; doch niet minder is het waar, gelijk de ondervinding leert, dat zij dit bij voorkeur op die plaatsen doen, welke zij zich daartoe hebben uitverkoren, zoodat daar dan ook de meeste gebedsver-hooringen en wonderen geschieden.

5°) Een vijfde middel, waardoor velen de i bescherming van den 11. Cornelius hebben verworven, is : het (jebruU; van water, dat onder zijne aanroephuj werd gezegend. Die zegening geschiedt herhaalde malen iu i het jaar op de meeste plaatsen, waar deze j Heilige wordt vereerd en de vele genezingen | bewijzen wat zulk een vertrouwvol gebruik vermag. Te Corneli-.Munster o. a. wordt den geloovigen meermalen in het jaar gelegenheid gegeven dit water te drinken uit den horen, door S1 Cornelius vroeger gebezigd. Te Ninove laat men de reliquieën een oogen-blik in het water af en de vele zegeningen, i die ik daardoor gezien heb, zegt een schrijver uit de '12e eeuw, hel) ik beter kunnen bewonderen dan opteekenen. 1)

(i0) De zegen der kinderen is eenc an-

1

Bolland. Append, lö Sept.

BS.-—-----sa

ocr page 49

44

II

dere godvruchtige oefening op sommige plaatsen in gebruik, waarop de geloovigen meestal zeer voel prijs stellen. Op een bepaalden tijd komen de ouders met hunne kinderen ter kerke en wordt de ))kinder-))zegenquot; geschonken, opdat de kleinen dooide voorspraak van den H. Cornelius van alle ziekten en ongelukken gevrijwaard blijven.

7°) Eene bijzondere en voorname oefening van godsvrucht eindelijk is die. welke volgens aloud gebruik wordt onderhouden door hen, die aan de vallende ziekte lijden. Die oefening omvat deels natuurlijke, deels bovennatuurlijke middelen, wier uitwerking meer dan voldoende dooi' de ondervinding is gestaafd. L)e natuurlijke middelen zijn die, welke gewoonlijk door bekwame geneeshee-ren worden voorgeschreven. De zieke moet zich wachten voor alle hevige gemoedsaandoeningen, zooals: toorn, twist, schrik, uitbundige vreugde, droefgeestigheid en zoo meer. Hij moet zich daarenboven onthouden van al te verhittende spijzen en dranken, vooral van onmatigheid en onkuischheid enz. De bovennatuurlijke middelen welke zij, die aan vallende ziekte lijden, naliet ontvangen eener waardige Communie moeten aanwenden , zijn de volgende:

a) Zij vieren den J(jJen September, zijnde | de feestdag van den H. Cornelius, als den

zondag, en vasten 's avonds te voren.

b) Zij vasten daarenboven gedurende één

m----------m

ocr page 50

45

jaar alle vrijdagen ter eere van het bitter lijden Onzos Heeren Jezus Christus, van de smarten van Maria en van den H. Cornelius. Kunnen zij niet vasten dan laten zij zulks een ander doen in hunne plaats of spijzigen een arme gedurende dien dag ot laten dit door hun quot;biechtvader in een ander goed werk veranderen,

c) Zij verzamelen ter eere van den H. Cornelius eene zekere hoeveelheid koren, ge-i lijkstaande met de zwaarte van hun lichaam otquot; laten dit doen door een anderen. Dit koren, bij wijze van aalmoes ingezameld, ver-j koopen zij en brengen of zenden de opbrengst 1 daarvan naar eene plaats waar de H. Cornelius vereerd wordt. Hier worden dan H.H. I Missen gelezen of andere goede werken j verricht. Ook zenden ot brengen zij jaarlijks | een otter derwaarts ') om te toonen dat zij j pelgrims zijn van den H. Cornelius, i tegen deze inzameling zijn meer dan | eens bedenkingen gerezen; doch zeer ten i onrechte, althans wanneer zij op behoorlijke ■\vijze geschiedt. De geleerde Dionvsius de Karthuizer besprak deze zaak reeds te zijnen tijde, (in de 15® eeuw).

In antwoord op de vraag: ))wat moet men »denken van het bedelen van koren door »hen, die aan vallende ziekte lijden, ook »dan wanneer zij tot de welhebbende klasse

1) Zeer oude oorkonden zeggen »eone witte offergiftquot; andere «eene zilveren munt.quot;

is----■

ocr page 51

46

»behoorenquot;, eene vraag hem gesteld door een eerwaardig en deugdzaam man Arnold us Capion geheeten, vreverendo ac probo vivo Arnoldo Capion,quot; geeft hij de volgende beslissing : »liidien dat bedelen van koren uit »scliraap- of hebzucht geschiedt, dan is die »wijze van aalmoezen verzamelen niet ge-»oorioofd. Ook kan dergelijke aalmoes Gode gt;Miiet behaaglijk zijn, wijl de kracht en de | «verdienste eener aalmoes niet in de aal-i »moes zelve, maar in de godsvrucht en het »gelool' bestaat en de goede meening waarom ede zij wordt gedaan. Eedelt men echter quot;gt;Hiit koren om zich daardoor dieper voor ))God te vernederen en door die vernedering I ))zijne oflergave, die men ootmoedig aan | «anderen heeft gevraagd en aan hunne ! «liefde, barmhartigheid en vrijgevigheid is 1 «verschuldigd, aan God welgevalliger te «maken, dan is deze handelwijze zeker te i «prijzen, vooral wanneer zij , die op deze ; «wijze het koren hebben gebedeld, in des «te ruimere mate van het hunne aan an-| «deren rnededeelen.

«Wat nu de hoeveelheid van het te hendelen graan betreft, een gewicht namelijk «gelijkstaande met de zwaarte van het «lichaam des lijders, ook daarin ligt niets «ongeoorloofds, niets bijgeloovigs, zegt ge-«melde schrijver, ten minste als men geen | «vertrouwen stelt in die gelijkheid van ge-| «wicht als mocht deze niet meer of minder M---®

ocr page 52

47

))zijn en men daaraan geene bezondere kracht | «toeschrijft om datgene te verkrijgen wat , »men verlangt; maar als men dat gewicht : »alleen aan God ollert met de bedoeling 1 »om zich geheel en al aan Hem en den | »H. Cornelius toe te wijden of met een j »ander soortgelijk inzicht.quot; ') In een hand- | schrift uit de l1Je eeuw, te Ninove bewaard, j zien vvij herhaalde malen van dit gebruik j melding gemaakt vtritico se ponderavit et | benefactori ohtulit.^ Uitdrukkelijk wordt ' daarbij tevens gezegd, dat dit geschiedt om | zich geheel aan God en den H. Cornelius toe te wijden. Ook blijkt het volstrekt niet strijdig met de H. Schrift, waar God de oilers meermalen tot in de kleinste bijzonderheden bepaalt.

Onverstandig en onvoorzichtig zoude het derhalve wezen en weinig godsdienst zoude het verraden, als men een godvruchtig gebruik durfde laken , dat reeds zoolang bestaan heeft, dat ook door de oprechtste i christenen wordt onderhouden en dat aan ; zoovelen een gewenschte, vaak wonderbare ■ genezing; heeft bezorgd.

O o '

1

Sommigen hebben getwijfeld of deze woorden wel 1 van Dionysius den Kartbuiser waren, anderen hebben ze vlakweg geloochend. Waarom , is ons niet duidelijk. Letterlijk immers zijn zij te vinden in «Dionysii C'art-busiani Opera minoraquot;, torn I. pag. 327. Epistola qua res-pondet quibusdam quaestionibus Reverendo ac probo viro Arnoldo Capion: ïPraeterea (juod tangis do liberatione aegrotorumquot; enz, (Coloniae, excudcbat Joannes Sotcr. Anno MDXXXII, mense Martio.)

IS---n

ocr page 53

48

tiSïifkisfo.iyxsittsXLsïtfXisxirtisXindsiira ^c TCirTjF^crnsr T^i^ri^r'ï^iscr'ï^^

I'V-

6^tbrn hv trrc xian Un 5» GornfOnrt,

1. Ifovene, om door de voorspraak des

H. Cornelius eene bijzondere gunst te verkrijgen.

EERSTE DAG.

Groote Paus en Martelaar, II. Cornelius die door uw levendig (jeloof de eerste Christenen hebt versterkt en de heidenen beschaamd ; verkrijg ons van God een zoo edelmoedig en krachtig geloof, dat wij naar uw voorbeeld het menschelijk opzicht steeds verachten, onzen godsdienst zonder schroom belijden en onze werken naar ons geloof inrichten. Schenk ons tevens door uwe machtige voorbede de genade... die wij u thans dringend afsmeeken.

Onze Vader. — Wees gegroet. — Glorie zij den Vader.

TWEEDE DAG.

Trouwe Dienaar des Heeren, H. Corne-

M

ocr page 54

49

---------53

lius, groot was uw vertrouwen o\gt; God, toen

gij te midden der bloedige vervolging van keizer Decius liet bestuur der kerk o|» u naamt en onvermoeid de geloovigen (loor woorden en voorbeelden aanspoordet, tot standvastigheid in den strijd, o Verkrijg ons, wij bidden n, dat wij in al de wisselvalligheden onzes levens een onbeperkt vertrouwen stellen op den goddelijken bijstand en op i uwe machtige voorspraak. Verwerf ons daar- I enboven de genade.... waarom wij u zoo ' vurig bidden.

Onze Vader. — Wees gegroet, enz.

DERDE DAG.

Machtige Beschermer, 11. Cornelius, hoe groot was xuoe liefde, voor Jezus Christus! j Niets kon u van die liefde scheiden, noch j gevaar, noch zwaard, noch lijden, noch ver- ! volging, noch leven, noch dood. Gij bleeft i Hem getrouw in voor- en tegenspoed, in ; vreugde en smart, in beproeving en ver-troosting, in vrijheid en in ballingschap. O ; vraag aan Jezus, dat ook wij Hem steeds | beminnen, dat wij in Zijne liefde voortdu- ; rend aangroeien en daarin volharden tot tien dood. Verwerf ons tevens de gunst... die wij u ter liefde van Jezus afsnieeken.

Onze Vader. — Wees gegroet, enz.

VIERDE DAG.

Heldhaftige Belijder, H. Cornelius, dieniet

m____________amp;

3

ocr page 55

50

zooveel zidsl.mcht voor den vrede en de | ' eenheid der kerk hebt gestreden, dat gij i daardoor don trotschen scheurmaker Nova-tianus beschaamd en den weeden keizer Gallus hebt overwonnen; verleen ons kracht en sterkte om,edelmoedig te kampen tegen | de vijanden onzer ziel en over hunne listen i en bekoringen to zegevieren. Schenk ons daarenboven eene groote liefde voor onze

moeder de !1. Kerk en de genade.....die wij

I zeker van u hopen te verkrijgen.

Onze Vader. — Wees gegroet, enz.

VIJFDE DAG.

Toonbeeld der ware naastenliefde, 11. Cornelius, gij hebt uwe broeders in het geloot' zoozeer bemind, dat gij met verachting van uw leven de gevangenen aanmoedigdet in hunnen kerker, de weduwen en wezen ver-zorgdet, de gevallenen opriclitet uit de dwaling en de zonde. Verkrijg ons door die liefde, dat wij onzen evennaaste steeds oprecht beminnen, dat wij hem edelmoedig helpen, in het goede voorgaan en hem nooit door onze woorden of daden ontstichten. Schenk ons bovendien de genade.... die wij u om wille uwer groote liefde vragen, laat niet toe dat wij u tevergeefs aanroepen.

Onze Wider. — Wees gegroet, enz.

ZKSDE DAG.

1 Sieraad der Iritischlieid, II. Cornelius, gij Eg ______—S;

ocr page 56

s — -■%

die deze den^d zoozeer beminilet «lat ^ij liever alles zoudt hebben verloren dan liaar te missen, gij die haar geheel uw leven lang dan ook zoo trouw bewaardet en nn in den j hemel den God van reinheid aanschouwt, geef dat wij altijd rein en zuiver leven voor \ Zijn aangezicht, dat wij de gevaren en de gelegenheden van zonde immer vluchten en i God nooit door de schandelijke zonde van ! onzuiverheid bedroeven. Verkrijg ons daarenboven de genade.... waarom wij u in deze | novene bidden.

Onze Vader. — Wees gegroet, enz.

ZEVENDE DAG.

Groote vriend van God, TT. Cornelius, gij waart altijd zoo getrowv in het veyvnlJoi ■uwer plichten, dat gij ieder oogenblik wist te benuttigen om door ijverige plichts-i betrachting Gods genade af te trekken en i uwe verdiensten te vermeerderen voor den i hemel: geef dat wij, steeds tevreden mot den staat en stand waarin God ons heeft geplaatst, i naar uw voorbeeld al de plichten daarvan stipt vervullen, teneinde zoo onze zaligheid te bewerken. Verwerf ons daarenboven de genade.... die wij u vertrouwvol vragen.

Onze Vader. — Wees gegroet, enz.

ACHTSTE DAG.

Volmaakt toonbeeld van oiKlerirerpinti aan God* Wil, TT. Cornelius, tjij zocht in

S_-__

ocr page 57

52

S----------K

ill uw doen ou laten niets anders dan Godes

heilig welbehagen, gij waart steeds bereid volgens zijn verlangen te leven of te sterven, de Kerk te besturen of de verbanning en den dood in te gaan, o geef, smeeken wij n, dat ook wij ons zeiven in alles wat ons overkomt aan God ten oll'er brengen, alles in liefde en geduld uit zijne vaderhand aanvaardend en met Jezus biddend: »ja vader, »zoo geschiede het, wijl dit behagelijk is aan »u.quot;quot; Verki ijg ons tevens de genade, o 11. Cornelius.... die wij zoo vurig van u verlangen.

Onze Vader. — Wees ees'roet, enz.

NEGENDE DAG.

Groote iconderdoener, H. Cornelius, tijdens uw leven reeds hebt gij uwen invloed op Gods hart zoo heerlijk getoond door de genezing van Sallustia en na uwen dood zoo i dikwerf mve macht geopenbaard door de j j tallooze genezingen van hen die, lijdend aan j i vallende ziekte, stuipen of andere zenuwkwalen, uwe voorspraak inriepen; o, verhoor ook ons gebed en schenk ons de genade...... die wij u zoo dringend vragen,

opdat wij u verheerlijken op aarde en eeuwig uwen lof zingen in den hemel.

Onze Vader. — AVees gegroet, enz.

ocr page 58

53

S--s

2. Litanie ter eere van den H. Cornelius.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus hoor ons! Christus, veriioor ons! God, hemelsche Vader, ontferm Ü onzer! God Zoon, Verlosser der wereld, ontt. U onzer! God H. Geest, ontferm L onzer! 11. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer! H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden,

H. Cornelius, vriend van God,

boezemvriend van den H. Cvprianus, ijverige prins der Kerk,

waardige opvolger der Apostelen, | steunpilaar der Kerk,

minnaar des vredes, -T. \

leeraar der waarheid,

uitroeier der ketterijen, S i

steun der gevallenen, ^

ster der dwalenden , 2

trooster der bedrukten. /•

vader der armen,

beschermer der wezen,

helper der ellendigen,

stand vastigbelijder van JezusChristus, kloekmoedig martelaar,

spiegel der zuiverheid.

wonder van nederigheid,

ocr page 59

sS -------—----. S3

li. Cornelius, sterk door uw geloot, bid

voor ons!

onwankelbaar in uwe hoop, onoverwinnelijk door uwe liefde, a-J aangenaam aan God door uwen zie- ^ :JE | lei lij ver. ,

j ~ bemind I)ij de mensclien om uwe; o I B | zachtmoedigheid, | °

i j onberispelijk in uwen levenswandel, i 2 i ~ toonbeeld aller deugden, ?

i patroon tegen lichamelijke kwalen, machtige voorspreker bij God ,

Door de voorspraak van den II. Cornelius,

spaar ons, HeerI Door de verdiensten van uwen trouwen

dienaar, verhoor ons, Heer!

Door de kracht van het hloed, dat hij voor uwen naam vergoten heeft, verlos ons. Heer!

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons! Opdat wij in onze lichamelijke kwalen mogen geholpen worden, wij bidden ü, verhoor ons!

j Opdat wij geholpen zijnde, vurig in uwen li. dienst volharden, wij bidden L', verhoor ons!

Opdat wij de ziekten en ongemakken, die het u behaagt ons te doen verduren, met geduld verdragen, wij bidden U, verh. ons! ()pdat gij U gewaardigt ons deelachtig te maken aan de verdiensten van den 11. j Cornelius, wij bidden U, verhoor ons! I

K _________-_______________n

ocr page 60

00

-----------n

Opdat wij U na dit leven niet den H. Cor- I tielius eeuwig mogen loven en prijzen in den hemel, wij bidden (J, verhoor ons! Zoon Gods, wij bidden ü: verhoor ons! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons, Heer!

Lam Gods, enz. verhoor ons. Heer! Lam Gods, enz. ontferm U onzer!

Bid voor ons! o H. Cornelius!

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ONS HIDDEN.

O God die U gewaardigd hebt den 11. Paus en Martelaar Cornelius met de wonderbare gave van genezing te versieren, verleen ons, uwen dienaren en dienaressen, dat wij, die tot dezen Heilige onze toevlucht nemen, door uwe genade van onze kwalen mogen verlost worden.

Wij bidden IJ, olleer! dat door de voorspraak van Uwen H. Martelaar Cornelius, alle smetten onzer zonden worden uitge-wischt, en wij de gezondheid naar ziel en lichaam mogen terugbekomen.

Verleen ons. Heer, dat wij, die de deugden van den H. Cornelius vereeren, door zijne trouwe hulp bijgestaan en door zijne voorbeelden gesterkt, voortgang mogen maken op den weg der zaligheid, tloor Christus onzen Heer. Amen.

ocr page 61

,g ^

3. Gebed om door de voorspraak van den H. Cornelius de gezondheid te

verkrijgen.

Roemwaardig Martelaar, IJ. Cornelius, die vol goedheid en ontferming, gedurende uw leven zoovele wonderen voor de lijdende menscliheid verricht en na uwen dood zoovele ongelukkigen in hunne ziekte hebt bijgestaan: sta ook mij genadig bij en toon , mij uwe goedertierenheid. Aanschouw mij | I met een blik van teederheid en medelijden, j gelijk gij eens uwe dienares Sallustia aan- j schouwd hebt. Spreek tot mij, gelijk gij | weleer tot haar hebt gesproken en genees j mij. Zou het echter Gods wil zijn dat ik nog langer lijde, ja dat mijne kwellingen zelfs vermeerderen. Zijn wil geschiede! Doch geef mij kracht en sterkte om dat alles te verdragen. Bewaar mij vooral voor de gees- 1 telijke ziekten, voor de zonden, opdat ik j verdiene na mijn leven de eeuwige vreugde I te deelen, door Christus onzen Heer. Amen.

4. Gebed bij het gebruik van het water, ter eere van den H. Cornelius gewijd.

O God, die tot heil van het menschelijk geslacht de verhevenste geheimen in de zelfstandigheid des waters hebt verborgen , verhoor goedgunstig onze smeekingen, opdat wij, die dit water, ter eere van den :

e------m

ocr page 62

57

55----7 ^

H. Cornelius gezegend, goilvruchtig gebrui- | ken, de kracht dezer hemelsche zegening mogen ondervinden. Laat, door tusschen-komst van dien gelukzaligen Martelaar, dit gewijd water een heilzaam middel zijn ter genezing onzer kwalen; bevrijd ons van de : listen der booze geesten, verwijder van ons | alle ziekten en zwakheden naar ziel en lichaam, en verleen, dat al wie dit water | zal gebruiken, of zich daarmede zal be- | sproeien, verlost worde van allen geestelijken en lichamelijken tegenspoed, en zich j in eene volkomene gezondheid moge ver- j heugen. Door Christus onzen Heer. Amen. j

ocr page 63

Smeeklied van den II, Cornelius.

Wijzo : Pitiü mon Dicu, of O. L. V. van het H. Hart.

| ^ jj werpen ons voor uwe voeten neder,

\ ol hoop geschaard rondom uw glorietroon, j Cornelius, o vader goed en teeder ,

Hoor op dit uur ons aller bedetoon.

W il ons beschermen ^oor elk gevaar,

Blijf onzer u ontfermen ü Paus en .Martelaar.

I Blik op ons neer van uit uw hemelwone, Cornelius, waar gij met God regeert,

Gjj, die gesierd met Paus- en Martelkrone, Heel 't aardrijk door bemind wordt en vereerd.

Wil ons, enz.

\\ ie ooit ter aardquot; zal t' heir van kwalen tellen, Dat t menschdom grieft tot zijner zonden straf, | Ziekten en pijn, die Adams kroost verzeilen. Van af de wieg tot aan den rand van t graf.

Wil ons, enz.

In quot;t stof geknield . belijden wij in rouwe: \\ ij lijden straf om eigen zondeschuld;

Maar zoo gij bidt, o Vader zoo vol trouwe, Dan dragen wij ons lijden mot geduld.

Wil ons, enz.

ocr page 64

59

l------s

Toch smeeken we U. Aanzie ons bitter lijden,

Gij. die reeds leeft in eeuwig zielsgenucht, Is 't ons tot lieil. wil ons van quot;t leed bevrijden Waaronder quot;t hart van uwe kind'ren zucht. AVil ons, enz.

Gij liebt weleer Sallustia genezen,

De kranke vrouw, door zenuwleed gekweld. Wil dan ook ons. o Vader, gunstig wezen, Als toen gij zjjt ten marteldood gesneld. Wil ons, enz.

Gjj die zoo kloek de ketterij deed zwichten, j Die Christusquot; Kerk haar glans te ontrooven zocht, ! Wil door uw licht ook steeds ons hart verlichten, Dan dwalen wij nooit af op quot;s levens tocht. Wil ons, enz.

j Gij hebt bij t eind van t kuisch en heilig leven. Uw vast geloof bezegeld met uw bloed;

Help ons met moed uw voetspoor na te streven, ! Steeds quot;t oog gericht op 't onverganklijk Goed. Wil ons, enz.

I Geef dat wij eens, gelouterd door het lijden,

Na t zalig eind van s levens harden strijd , ! liij Jezus' troon ons saam met u verblijden. God zeegenend en lovend voor altijd.

Wil ons, enz.

ocr page 65

60

Loflied op den H. Cornelius.

Wijze: Maria leev'!

! Kom laten wij mi saam een loflied zingen Cornelius, Gods Martelaar ter eer,

Daar wij zjjn troon met dankbaar hart omringen.

\ ol goedheid blikt hjj op ons allen neer. Heilige Cornelius u prijze ons lied.

' 1 roost ons, uw kir deren in lijden en verdriet.

O priester Gods, als Aaron uitverkoren,

Hoe was uw hart zachtmoedig, need rig. kuisch, | Geen laster kon de vlam uws jjvers smooren,

\ oor t heil uws volks, voor de eere van Gods huis. Heilige Cornelius, enz.

' Der heid'nen wrok kon niet uw hart ontroeren, ^ Toen quot;t Christenvolk, door uwe deugd verrukt,

; Uw ootmoed dwong der Pausen kroon te voeren, , Drie eeuwen lang met martelpalm gesmukt.

j Heilige Cornelius, enz.

Op Petrus' Stoel, uws ondanks hoog verheven,

: ^ Waart gij da steun der Kerke, Christus' Bruid, Uw machtig woord deed Novatianus beven,

Gij roeide alom der kett'ren dwaalleer uit. Heilige Cornelius, enz.

S------gj

ocr page 66

G'l

ï-----—-S

Hoe juichte uw hart, als gij hot dier gebeente, Van Petrus, Paus, en Paulus overbracht.

Op d'eigen plek hun gaaft een grafgesteente, Waar elk zijn bloed voor God ten otter bracht.

Heilige Cornelius, enz.

Schel klinkt de kreet, de kreet van haat en logen. Langs Rome's -wal: «De Christenen ter dood,«

Gallus heeft wreed het martelzwaard getogen, Der Christ nen bloed verwt Rome's straten rood.

Heilige Cornelius, enz.

ü doet geen beul, geen vuur of zwaard ontstellen, Gij zaagt uw volk gekerkerd en geboeid.

Uw kind ren blij de rechters tegensnellen,

Zelf voelt ge uw hart van d eigen vlam ontgloeid.

Heilige Cornelius, enz.

Daar slaat in 't eind liet uur. 't zoolang verbeide. Voor Gallusquot; troon voert u zijn beulenrot ;

)iVereer de góon of sterf,quot; dus brult de heiden. Fier luid uw woord: »lk sterve voor mijn God' .

Heilige Cornelius, enz.

} Van liefde ontgloeid, daar de engelen om u zweven, Aanvaardt gij reeds uw laatste, uw glorie tocht;

Nog doet uw hand de kranke vrouw herleven, Die straks als gij voor Christus sterven mocht.

lleilisre Cornelius, enz.

ocr page 67

G2

Dan knielt gjj neer; het heilig hoofd gebogen , I

Ontvangt ge blij den doodeljjken slag; Uw reine ziel zweeft op naer quot;s hemels bogen,

En zegevierd in d' eeuwigen jubeldag.

Heilige Cornelius, enz.

Cornelius, zoo hoog in 's hemels glorie,

Zie op ons neer, vergeet ons armen niet; Verkrijg voor ons de krone der victorie.

Dan zingen we eens met u ons zegelied. Heilige Cornelius, enz.

Lof- en smeeklied tot den H. Cornelius.

Wijze: Lieve Moeder van den Heer.

Luid weêrklinke een jubellied.

Sint Cornelis, tot do woning Daar Gij uwen God geniet,

Eeuwig jublend ter belooning Voor uw deugden maatloos groot,

Voor uw wreeden marteldood.

I

Toen de hel met sluw geweld

't Vuur iler reine liefde doofde.

En zoo velen had geveld.

Of der moederkerk ontroofde .

Toen verkoos de lieer u uit Tot behoeder zijner bruid.

En gij waaktet zoo vol kracht

En zoo brandende van liefde.

Voor haar eere, voor haar pracht.

En wat laster u ook griefde,

-------------K

ocr page 68

C3

----m

Gij stondt pal gelijk de rots In der golven wild geklots.

Toen verspreidde sluw alom

Satan quot;t vuur dor ketterijen,

Maar toen er geen hoop meer glom

Kwam uw machtwoord d aard bevrijen En het al verkondde weer:

Grensloos goed is God de lieer I

Toen verhoorde ook op zijn troon

God uw zuchten en gebeden,

En Hij sierde u niet een kroon

Die gij draagt al d'eeuwigheden,

Want gij hebt met heldenmoed.

Haar gewonnen in uw bloed!

Sint Cornelis! hoor dan nu

Ook de beden van ons allen:

Sta ons bij, wij smeeken t u;

Dan zal steeds ons lied weerschallen Immer juichend, immer meer.

Sint Cornelis. u ter eer!

ocr page 69

INHOUD.

ISl.DZ.

Inleiding ...... 3

i. Leven van den IJ. Cornelius . . 5

II. Marteldood van den 11. Cornelius . 19

III. Vereering van den li. Cornelius . 29

IV. Gebeden ter eere van den 11. Cornelius .... . . -48

Litanie ter eerc van den II. Cornelius 53 Gebed om door de voorspraak van den 11. Cornelius tie gezondheid te verkrijgen .... . . 56 Gebed bij het gebruik van het water

ter eere van den II. Cornelius gewijd 56

Smeeklied tot den II. Cornelius . . 58

Lollied ter eere van den II. Cornelius 60

Lol— en smeeklied tot den 11. Cornelius 62

ocr page 70
ocr page 71

04

INHOUD.

Bldz.

Inleiding ...... 3

J. Leven van den iJ. Cornelius . . 5

Jl. Marteldood van den If. Cornelius . 19

III. Vereering van den H. Cornelius . 29 J V. Gebeden ter eere van den H. Cornelius . . . . . .48

Litanie ter eere van tien II. Cornelius 53 j Gebed om door de voorspraak van den H. Cornelius de gezondheid te ver-

j krijgen......56

j Gebed bij het gebruik van het water

tor eere van den II. Cornelius gewijd 56

j Smeeklied tot den H. Cornelius . . 58

Lollied ter eere van den II. Cornelius 60

Lof- en smeeklied tot den 11. Cornelius 62

—-—a._

ts_______

ocr page 72