/
VAK W Wn. Jy*
Instructie
voor het
DER GEMEENTE
/
A. Arnoldussen, te Wijchen.
fSvl
De Raad der Gemeente Wijc/ien ;
Gelet op art. 134 der Gemeentewet, en op de Wet tot regeling van het Lager Onderwijs, van den 17 Augustus 1878 (Stsbl. n0 127), zooals die is gewijzigd bij de wetten van 8 December 1SS9, (Stsbl. n0 175) en 9 Mei 1890 (Stsbl. n0 78) ;
BESLUIT:
Vast te stellen de volgende Instructic voor het Onderwijzend Personeel aan de Openbare Lagere Scholen dezer Gemeente.
Art. i.
De Hoofden der Scholen zijn gehouden tot naleving en handhaving, ieder voor zooveel zijne school aangaat, van de veranderingen in liet leerplan, voor de Openbare Lagere Scholen in de Gemeente.
De Onderwijzers en Onderwijzeressen, hun tot bijstand toegevoegd, volgen tot dat einde hunne bevelen op.
Art. 2.
De Hoofden der Scholen en de Onderwijzers bevinden zich, behoorlijk gekleed, minstens één kwartier vóór den aanvang van iederen schooltijd, in hun schoollokaal, om alles in gereedheid te brengen en de leerlingen te ontvangen ; de/e worden bij koud of regenachtig weder, een kwartier voor het vastgestelde schooluur in het schoollokaal toegelaten ; een kwartier na het begin der lessen, worden geene leerlingen meer toegelaten.
Art. 3.
De Hoofden der Scholen en de Onderwijzers zijn gedurende den geheelen schooltijd in het schoollokaal aanwezig, en verlaten dit niet, dan bij volstrekte noodzakelijkheid, en dan slechts voor enkele oogenblikken.
Zij houden zich gedurende den schooltijd uitsluitend met het onderwijs, en volstrekt niet met eigen werk of studie bezig.
Gedurende den schooltijd is hun verboden in de school te rooken, of door leerlingen boodschappen te laten verrichten.
Art. 4.
Wanneer de Hoofden der Scholen of Onderwijzers bemerken, dat een leerling behept is met
Kinkhoest, Land- of Graiwleuse Oogziekte, of dat deze kwalen heerschen in de gezinnen, waartoe een der leerlingen behoort, geven zij den Burgemeester hiervan kennis, die een Gemeente-geneesheer over het bestaan der kwaal doet beslissen en, zoo daartoe redenen zijn, den leerling het bezoeken der school tijdelijk ontzegt.
Het bezoeken der school is den leerling inmiddels verboden.
Art. 5.
De Hoofden der Scholen en de Onderwijzers zien toe, dat de leerlingen zindelijk en behoorlijk gekleed tor school komen, bij gebreke hiervan worden deze door de Hoofden der Scholen afgewezen.
Zij dragen tevens zooveel mogelijk zorg voor de gezondheid der leerlingen, en onthouden zich stipt van lichamelijke straffen. Zij kunnen die leerlingen, welke zich aan grove achteloosheid, veelvuldig schoolverzuim, voortdurende onzindelijkheid of wangedrag in- of buiten de school schuldig maken, voor eene week van de school verwijderen, mits daarvan onmiddellijk, aan de Commissie van Toezicht en de ouders, voogden of verzorgers dier leerlingen, kennis gevende.
Voornoemde Commissie doet uitspraak over het al of niet weder toelaten dier leerlingen. De
â 6 â
leerling, wien de toegang tot de school is ontzegd, kan niet op eene andere Openbare School binnen deze Gemeente worden toegelaten.
Art. 6.
De Hoofden der Scholen zorgen, dat voor zooveel van hen afhangt:
a. de localiteitcn en de schoolgebouwen uitsluitend ten dienste van het onderwijs worden gebruikt;
b. de wettelijke voorschriften omtrent den bouw en de inrichting der lokalen, waarin Lager Onderwijs zal worden gegeven, alsmede omtrent het aantal kinderen, dat daarin mag worden toegelaten, worden nageleefd;
c. de inrichting, in verband met die voorschriften, in het schoolgebouw aanwezig, steeds in orde zijn, en overeenkomstig hare bestemming gebruikt worden ;
d. daar waar zulks noodig is, het vereischte toezicht worde uitgeoefend.
Van omstandigheden, die een en ander in den weg staan, verwittigen zij ten spoedigste Burgemeester en Wethouders.
Art. 7.
De Hoofden der Scholen zijn verplicht alle de door hen van het Schooltoezicht ontvangen en
daaraan verzonden brieven, betrekkelijk bet Lager Onderwijs, binnen drie dagen na hunne dagteeke-ning, in afschrift, aan Burgemeester en Wethouders mede te deelen.
Art. 8.
De Hoofden der Scholen trachten zooveel mogelijk het schoolgaan te bevorderen, en nemen, zoo noodig, in overleg met de Commissie van Toezicht, gepaste maatregelen om de leerlingen te gewennen, geregeld en op tijd ter school te komen.
Art. 9.
Ten einde zich persoonlijk van de vorderingen der leerlingen te overtuigen, bezoeken de Hoofden der Scholen, minstens elke drie maanden, alle klassen.
Na verhoor van den betrokken Onderwijzer bevorderen zij, indien daartoe gronden zijn, de leerlingen tot eene hoogere klasse.
Art. 10.
De Hoofden der Scholen en Onderwijzers zorgen, dat gedurende de schooluren in de school orde en gepaste stilte heerschen, en dat zich nimmer twee leerlingen g|,!ijktijdig naar hetzelfde privaat of hetzelfde urinoir begeven, of dat de leerlingen daar te lang vertoeven.
â 8 â
Zooveel in hun vermogen is waken zij, dat dat de leerlingen bij het eindigen van den schooltijd zich langs den weg ordelijk en betamelijk gedragen.
Tusschen de schooltijden wordt hun een tien minuten gelegenheid gegeven tot spelen, onder toezicht der Onderwijzers, volgens regeling door het Hoofd der School. '
A rt. 11.
|
Ieder Onderwijzer draagt in zijne klasse zorg voor de schoolbehoeften en de leerboeken.
Hij deelt die aan de leerlingen rond en neemt ze, na afloop der schooltijden, in bewaring.
Het staat aan de beoordeeiing van het Hoofd der School, aan leerlingen een of ander leermiddel,
tot eigen oefening, mede naar huis te laten nemen.
Art. i2.
De Hoofden der Scholen zenden bij het Pquot;quot;
einde van ieder jaar aan de Commissie van Toezicht verslag over het schoolverzuim, de gehoorzaamheid en de vlijt en het gedrag der leerlingen,
tot welk einde het onderwijzend personeel, daarvan nauwkeurig aanteekening houdt.
Art. 13.
Volgens deze aanteekening reiken de Hoofden der Scholen den leerlingen, die getrouw de school hebben bezocht, en over wier ijver en gedrag zij tevreden zijn, bij het verlaten der school diploma's uit, die door den Burgemeester en het Hoofd der School worden gewaarmerkt en ter Secretarie verkrijgbaar zijn.
Art. 14.
De Hoofden der Scholen houden toezicht op de verwarming, reinheid en verlichting der schoollokalen, en dienen hunne klachten daarover schriftelijk in, aan Burgemeester en Wethouders.
Art. 15.
Zij zenden jaarlijks voor 1 Augustus aan Burgemeester en Wethouders eene begrootinsquot; der
o o
schoolbehoeften, die gedurende het volgende dienstjaar aan hunne school noodig zullen wezen. Bovendien zenden zij voor den 15den der maanden Februari, Mei, Augustus en November aan Burgemeester en Wethouders eene opgaaf van de benoodigde schoolbehoeften, leermiddelen, brandstoffen en schoolmeubelen.
Voor hetgeen hun naar aanleiding daarvan wordt verstrekt, dragen zij de meeste zorgen, maken er een inventaris van op, en verantwoorden het gebruik.
Art. 16.
De Hoofden der Scholen zorgen, dat duidelijk geschreven en behoorlijk opgeplakt, in den vorm eener tabel, tegen een der muren in het schoollokaal, worden opgehangen :
1°. De verdeeling der leerlingen in klassen en afdeelingen, en
2°. de regeling der werkzaamheden in eiken schooltijd.
Zij zorgen dat voorhanden zijn : 1°. Het leerplan;
2°. de inventaris der schoolmeubelen en middelen, met wier bewaring zij zijn belast.
Art. 17.
De Hoofden der Scholen en Onderwijzers laten gedurende de schooltijden, behalve hen, die volgens de wet daartoe bevoegd zijn, niemand toe in de scholen, zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders.
Art. i8.
De Hoofden der Scholen en de Onderwijzers zijn verplicht te wonen en te verblijven in het dorp waar zij hunne functie uitoefenen.
Art. 19.
Aan de Hoofden der Scholen kan, na verhoor van deze, evenals aan de overige Onderwijzers, door Burgemeester en Wethouders een verlof tot afwezigheid van hoogstens acht dagen worden verleend.
Tot afwezigheid van langeren duur, is toestemming van den Raad noodig.
Een verlof van hoogstens twee dagen kan, in bijzondere gevallen, door den Burgemeester verleend worden.
Van ieder verleend verlof wordt door het Hoofd der School mededeeline' gedaan aan den
O O
Arrondissements-Schoolopziener en de Commissie van Toezicht.
Art. 20.
Indien ziekte, iemand van het Onderwijzend Personeel, verhindert de school waar te nemen, bericht het Hoofd der School dit dadelijk aan de Commissie van Toezicht.
12
Art. 2i.
De Hoofden der Scholen zenden elke drie maanden aan Burgemeester en Wethouders een lijst, houdende namen, voornamen en woonplaatsen (buurt, gehucht of wijk en nommer) van de ouders, voogden of verzorgers van die leerlingen, welke kosteloos onderwijs genieten, en vermelden daarop de door hen in het vorige kwartaal verzuimde schooltijden, zoo mogelijk met opgave der redenen.
Art. 22.
Jaarlijks in de maand Januari zenden de Hoofden der Scholen aan de Commissie van Toezicht een beredeneerd verslag van den gang en den toestand van het onderwijs in hunne school, en van alles wat, in verband daarmede, voor de werkzaamheden dier Commissie belangrijk kan worden geacht.
Art. 23.
Het Onderwijzend Personeel is verplicht, gedurende zes weken, na het verzoeken van ontslag, in functie te blijven.
Art. 24.
Waar in deze Instructie, van Onderwijzers gesproken wordt, zijn hieronder Onderwijzeressen
i
begrepen, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk bepaald zij.
Art. 25.
Met het in werking treden dezer Instructie, worden alle op dit stuk bestaan hebbende bepalingen ingetrokken.
Aldus gedaan ter Openbare Raadsvergadering van den 29 October 1800 twee en negentig.
De Voorzitter, J. WILLEM SE.
De Secretaris, J. KLOOSTERMAN p.