/Sf-S/O
____Lâ___
j
Vak 157t
Bestrijding v
vak den Eerwaardes Heer
TH. MOUSSAULT
uitgegeven dook. drj
5t. Paul us-Vereen
tot bestrijding van drankmisbruik
te
TILBURG.
Typ. W. Bergmans , Tilburg.
ft
i7
i-)
Wf^,
510
Va!: V.
ïiv
van drankmisbFuik,
R E D E
van den Eerwaarden Heer
TH. MOUSSAULT
uitgeheven door de
$t. Paulus-Vereeni^in^
lot bestrijding van drankmisbruik
TILBURG;
âvrwvâI
BIBUOfè^ lt; DER
rijksuniversiteit UTRECHT
coll- thomaasm
Typ. W. Bergmans, Tilburg.
RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
2198 3634
De St, Paulus-Vkbeeniqing tot bestrijding van dbankmis-bruik te Tilburg, besloot in hare Vergadering van 29 Januari jongM-leden, ter voldoening aan art. 2 van haar Reglement, de te houden lezing van haar Bestuurslid, den Eerw. Heer Th. Moüssault, te doen drukken en onder de leden gratis te verspreiden.
De Eerw. Heer Moussault heeft op het verzoek van gemeld Bestuur zijne gehouden rede beschikbaar gesteld.
Moge de te zing vruchten dragen voor het goede doel dat zich deze jeugdige Vereeniging voorstelt.
Tilburg, 29 Januari 1899.
Het Bestuur , P. F. BERGMANS, President. B. MUTSAERS, Secretaris.
Sy/ltjne oftceten,
Leden van de St. Paulus Vereeniging, en gij, die dezen avond door het afleggen der belofte tot die Vereeniging zult gaan behooren ; voorts gij alien die door uwe opkomst in deze zaak getuigenis aflegt van uwe instemming met die Vereeniging, Geachte Toehoorders:
Als lid van het Bestuur der St. P. V. tot bestrijding van het drankmisbruik , in November van het afgeloopen jaar te dezer stede opgericht, heb ik de vereerende opdracht gekregen, bij de 2e alge-meene Vergadering voor U op te treden.
Laat ik eerst echter openhartig de verklaring afleggen , dat ik in den beginne met deze Vereeniging, gelijk zij door de bestaande Statuten is opgericht, weinig sympathiseerde, wijl het mijne meening was, dat voor eene zóó ingrijpende kwaal als het d.iankmisbruik, een ingrijpender remedie moest worden aangewend; â wijl de zwakkere broeders aan een Vereeniging, die slechts onthouding na den middag in het program zet, geen genoegzainen steun zouden hebben om van hun drankzucht genezen te worden, â ik zeg M. H. zoo was aanvankelijk mijne opinie, maar na de voortreffelijke rede, en het schitterend pleidooi van Pastoor v. Z. B. op de eerste algemeene vergadering gehouden, heb ik, (en ik geloof, anderen met mij) deze meening voor de betere prijsgegeven, te meer, wijl, als het nuttig of noodzakelijk mocht blijken, altijd nog uit den boezem dezer Vereeniging een klasse van geheel onthouders van sterken drank kan geboren worden. Deze verklaring achtte ik noodig om mijn optreden voorU te rechtvaardigen. Gelijk ik nu voor U sta , ben ik volbloed St. Pauluslid , geheel instemmende met de Statuten, die ik mede onderteekend heb.
M. H. en Vr. in art. 2 van die Statuten sub 4o, wordt als middel aangegeven, waardoor de Vereeniging haar doel tracht te bereiken : het âvormen van oen gezonde publieke opinie omtrent het drankvraagstukquot;, en dat is eene zaak van het hoogste gewicht, zonder welke het misbruik niet met succes kan bestreden worden.
Eenieder zal er van overtuigd zijn, dat in de sociale quaestie, die zooveel hoofden en pennen in beweging brengt, het drankvraag-
6
stuk op den voorgrond treedt, een eerste plaats inneemt. Immers, â¢
ware de sterke drank uit de wereld , of werd in het gebruik slechts de matigheid beoefend, dan, gij zult het, ook zonder verder betoog ,
duidelijk inzien, dan zoa een der grootste kwalen, waaraan de maatschappii lydt, genezen zijn, dan zou een der grootste vijanden van welvaart, huiselijk geluk, godsdienstig leven, daarmede liet wereldtooneel verlaten hebben. Zoolang het volk met vooroordéelen ten gunste van den alcohol bevangen is, zoolang ook zal de bestrijding weinig goeds uitwerken.
Eerst moet men den wolf zijn schaapsvacht afrukken , eerst moet men het volk toonen , wat de alcohol uitwerkt, hot moet er van overtuigd zijn, hoe weinig nut, hoe onberekenbaar veel schade hij oplevert. Het volk daarvan doordringen, ziedaar het eerste wapen, dat in den strijd tegen dien vijand moet worden ter hand genomen. Eerst als het volk de oogen geopend heeft en met onbevangen blik den toestand inziet, dan zal het ook medewerken om den algemeenen vijand te bestrijden. Het valt niet, te ontkennen M. H., de vooroordeelen ten gunste van den alcohol hangen nog a's zware nevels over het volk, zij hangen te zamen met zijne aangeno men gebruiken , met zijne liefgekregen gewoonten. â Deze moeien eerst verdwijnen voor het licht ter waarheid, gelijk ook de lichtende zon de donkere nevelen doet optrekken.
Zoo kom ik op de eerste plaats, tot het vooroordeel van sommigen tegen de alhier opgerichte St. Paulusvereeniging.
Wat hoort men daaromtrent menigmaal zeggen ? Ach, ik drink 's avonds mijn cognacje , mijn grogje, daar zal de maatschappij toch wel niet onder lijden! ik ben voor mij zelf matig, ik heb dus geen steun aan eene Vereeniging noodig I
Goed , ik prijs U om uwe matigheid; knndcn allen spreken als gij , dan was elke Vereeniging overbodig. Maar dan vergeet gij,
dat de bestrijding van het drankmisbruik, niet alleen een individueele, een persoonlijke quaestie is, die alleen hen aangaat, die er misbruik van maken , maar dat het mede een maatschappelijk vraagstuk is , aan welks oplossing allen behooren mede te werken, die leden zijn dier maatschappij. Het drankmisbruik heeft zulk een omvang ge kregen , in alle rangen en standen, de sterke drank rooft zoovele schatten, verwoest zooveel goeds in de lichamen, de geesten en harten van zoovele duizenden, dat men feitelijk staat voor eere groote maat schappelijke ellende , die niet zal worden weggenomen door eenigen,
maar door de medewerking van alle burgers der maatschappij. Zegt dus niet: ik ben matig, ik heb met de geheele beweging niets uit te staan, ik heb van dat kwaad niets te duchten'
i
Meent gij dat in waarheid? Zeer goed kan ook de matige het slachtoffer worden der onmatigheid. Wilt gij voorbeelden?
Stelt, gij verlaat 's avonds uwe bijeenkomst, uwe sociëteit, en gaat in opgeruimde stemming naar huis. Maar daar uit die zijstraat , komen enkele dronken mannen, gelijk men dat, vooral des Zondagsavonds wel meer ondervindt, U tegen 't lijf geloopen. Uw goede stemming is weg, het komt tot woorden, en een dier onverlaten trekt in dronkemanswaanzin zijn mes, gaat ü te lijf, en wellicht ontvangt gij een sneê over 't aangezicht, waarmede gij heel uw leven schoon zijt. Dan zijt gij, niettegenstaande uwe matigheid toch het slachtoffer der onmatigheid. Een ander voorbeeld. Gij zijt op reis, en ziet U overgeleverd aan den willekeur van een aangeschoten koetsier, van een dronken machinist, uw toestand is waarlijk niet te benijden, gij moogt al heel blij zijn zoo gij er met den schrik afkomt. Dan loopt gij in uwe matigheid toch gevaar het slachtoffer te worden der onmatigheid.
Hoevelen zouden getuigenis kunnen afleggen van de schade en schande, van het verdriet en hartzeer, ondervonden door de onmatigheid van anderen! En gij zoudt nog durven zeggen dat dit vraagstuk U niet aangaat, omdat gij zelf matig zijt, gij zoudt durven beweren, dat het uwe taak niet is dien vijand te bestrijden, omdat gij dien vijand misschien nog niet ontmoet hebt. Dat zou zijn den roover laten ontsnappen, omdat die roover U nog niet heeft aange vallen ! Wilt gij daaromtrent de uitspraak hooren van een groot man, âthe grand old manquot; den Engelschen Staatsman Gladstone.
Ik voor mij, zoo zegt hij, ben van oordeel, dat het Alcoholisme een grootere plaag is, dan oorlog, pest en hongersnood samen.
Ongetwijfeld zou de Kerk in haar lithurgisch gebed: A peste, fame et bello : Van pest, hongersnood en oorlog, verlos ons Heer er hebben bijgevoegd: Van den drankduivel, verlos ons Heer, indien de drank toen reeds zoovele verwoestingen had aangericht, als in ouze dagen. Hebt gij misschien den moed niet, dat kleine offer te brengen, voor een zoo groote zaak, houdt dan toch, wat ik U bidden mag , anderen niet terug , zich onder onze banier te scharen.
Neen, dan liever hulde gebracht, aan die 200 verstandige mannen , met den EdelAchtb. Heer Burgemeester en den HoogEerw. Heer Deken aan het hoofd, die na de ie Vergadering tot de vereeniging toetraden, die toch wel zeker niet onder verdenking zullen liggen , dien maatregel noodig te hebben , om hunne eigen onmatigheid tegen te gaan! Voorbeelden trekken. Moge dit ook hier bewaarheid worden. Waar zulke mannen , die door hun werkkring de ongelukkige gevolgen der drankzucht kennen en van
nabij kennen, waar zulke mannen meenen het voorbeeld te moeten geven, daar mogen geen vooroordeelen, geen kleingeestige beschouwingen en verkeerde gevolgtrekkingen de reden zijn, die groote zaak niet met alle kracht te steunen. De maatschappij, de evenmensch inuet geholpen worden, dal is de taak van iedereen, van ieder burger, van ieder Christen. L'union fait la force. Eendracht maakt macht, de handen dus ineengeslagen , door een eendrachtigen strijd tot de overwinning.
Nu komen wij M. H. aan de uitspraken van het volk omtrent de Jenever, en deze uitspraken hangen met zijne drinkgewoonten samen, zij zijn het voorwendsel waarom men drinkt en drinken wil, hierin voornamelijk schuilt het gevaar voor alle zwakken en voor vele sterken.
Door den volksmond wordt oneindig veel goeds toegeschreven aan het gebruik van alcohol. 't Is daarmede ongeveer hetzelfde gesteld als met de Holloway- èu Pinkpillen, die een remedie heeten vuor elke kwaal, maar in waarheid nergens voor deugen, 's Morgens heet het: een borrel om den eetlust op te wekken, 's avonds moet hij dienst doen als slaapmuts, 'swinters is het: tegen de kou, zomers tegen de hitte. Nu eens heet het; om de zinnen te verzetten, dan weer: om onder den pekel te houden, alsof men met pekelharing te doen heeft. Nu eens dient hij bij vreugde dan bij verdriet. De menschen, zegt prof. Bunge, een specialiteit in het alcoholvraagstuk, de menschen drinken als zij afscheid nemen , zij drinken als zij elkander wederzien, zij drinken als het koud is tot verwarming, als het warm is tot verkoeling, zij drinken als zij slaperig zijn om wakker te blijven, als zij slapeloos zijn om in te slapen, zij drinken als zij bedroefd zijn , zij drinken als zij vroolijk zijn, zij drinken als een kind gedoopt wordt, zij drinken als een familielid begraven wordt. Zij drinken, zij drinken, zij drinken.
Het volk zoekt naar een voorwendsel om âmet fatsoenquot; een borrel te kunnen drinken; kan het geen voorwendsel vinden dan neemt het er een: âOmdat hij zoo lekker isquot;, en dan heeft het recht, dan-spreekt het waarheid. Wilt gij den drank beschouwen als genot middel, soit, maar blijft mij met uwe eeuwige kwakzalverachtige voorwendsels van het lijf... Daarom herhaal ik nog eens, wat ik in het begin mijner rede gezegd heb, het eerste wapen, dat in den strijd tegen den drankduivel moet worden genomen , is , het volk onderrichten, de dwaze, onzinnige vooroordeelen ten gunste van den alcohol, met alle kracht te keer gaan. â âEen borrel prepareert de maagquot;, zeggen de bittervrienden. Prepareeren ? Hoort wat een bevoegd beoordeelaar daarvan zegt: Alcohol oefent op de maag een pnkke-
9
lende werking uit, en dit wordt door velen ten onrechte gehouden door een opwekkenden invloed. Hij veroorzaakt voor een oogenblik grootere afscheiding van maagsap, maar wanneer alcohol dagelijks gebruikt wordt, dan worden de maagcellen verzwakt, de afscheiding van het maagsap vermindert, en een slechte spijsvertering , opgezetheid enz. zijn daarvan het gevolg. Gerust durf ik deze uitspraak tegenover da volksmeening te zetten en te beweren , dat de maag het beter zonder, dan met den borrel stellen zal.
Wat te zeggen M. H- van het zoogenaamde ut zakker Ijt of slaapmutsje, of welke liefelijke benaming men dit ook iJX'ven m iu'c, om een minder goede zaak te bedekken.
Dikwijls gebeurt het, dat, zelfs na een copieus trebruik van bier of wijn, nog een cognacje of een likeurtje wordt genomen , om iets meer prikkelends te hebben.
Daar durft men nu niet recht voor uitkomen , dat durft men niet vrijmoedig en hardop te bekennen, daarom moet er weer een voorwendsel zijn, en men noemt het een afzakkertje, alsof dit, liet reeds genomen nat, moet onschadelijk maken, men noemt hec een slaapmutsje, alsof de nachtrust daardoor te verkwikkender zal worden.
Ik, M. H., noem het een misbruik , soms eene verderfelijke gewoonte , waartegen onze Vereeuiging in verzet komt en protest aanteekent. Dit laatste glaasje zal de dikwijls reeds volle maat overvol maken, dat zal de beenen zwak, het hoofd zwaar, den toestand âkennelijkquot; maken, en, moge hot misschien geen ery dj kt gevolgen hebben, een aangename en verkwikkende nachtrust zal toch ook zeker het gevolg niet zijn.
Wat verder den invloed betreft van alcohol hj koude en war mie, dit is door de ondervinding genoegzaam bekend. Voor een oogenblik verhit hij maag en ingewanden, maar echte lichaamswarmte komt niet voort uit eene voorbijgaande prikkeling, bewezen is het dat alcohol de temperatuur van het lichaam verlaagt. In den Rus sischen oorlog, in het begin dezer eeuw, waren de eerstbevrorenen juist de op brandewijn verzotte Kozakken, in driedubbele pels gekleed, â Koning Karei III van Zweden , verloor 4000 man door bevriezing , omdat die arme stakkers dachten zich door brandewijn tegen de snerpende koude te kunnen vrijwaren. Waarom wilde de ontdekkingsreiziger Nansen , op zijn tocht naar de Noordpool geen jenever aan boord? Ware het roch een verwarmingsmiddel geweest, dan zou hij zijnen matrozen dat middel niet onthouden hebben, dan zou hij hun een matig gebruik hebben toegestaan in hun narde campagne tusschen sneeuw en ijs. Koetsiers, boden, metselaars, timmerlieden, in een woord allen die koude en nat te trotseeren hebben, wacht U voor
10
die valsche verralerlijke warmte dor alcohol opgewekt, spoedig is die verdwenen en gij zult weer n.uir 't glas grijpen, omdat gij er langzamerhand behoefte aan krijgt.
Zoo worden ondereen schijnschoonen titel dronkaards gekweekt !
âAlcohol tegen de hittequot;, 't klinkt als een paradox, toch zon ik die wonderspreuk nog eerder aannemen dan âjenever tegen de kon.quot; Maar, ware de jenever werkelijk een behoedsmiddel tegen don invloed der hitte, dan had men toch in warme landen zeker reeds lanir zijn nut of liever zijn onmisbaarheid ingezien en verkondigd.
Dit nu M. H. is juist het tegenovergestelde. Stanley, de groote ondekkingsreiziger, was juist zonder al .ohol bestand tegen de verzengde zonnestialen van een Afrikaanschen hemel. Het is overbekend , dat zij , die naar Oost of West gaan, streng matig moeten leven , willen zij de talrijke ziekten ontkomen , waaraan de alcohol-gebruikers spoedig ten gronde gaan.
Men beweert dat de jenever een geschikt middel is, om het lichaam, zuchtend onder den last des arbeids, te versterken. Zoo n glaasje zegt men , dort hij het werk goed , het geeft nieuwen moed en nieuwe kracht. Dat de jenever moed geeft, en dikwijls overmoed , dat zij tot werken prikkelt, valt niet te ontkennen. Een ougenblikkelijke invloed op de zenuwen , een snellere bloedsomloop , neemt voor korten tijd het gevoel van afmatting weg.
Maar in werkelijkheid verleent zij het lichaam geen blijvende kracht. Zij werk' als een zweep op het vermoeide paard. Het arme dier, door de slagen opgewekt, verzamelt de overgebleven kra.hten, maar ten koste van het reeds uitgeputte lichaam. Denkt gij in waarheid dat sterke drank spierkracht geett? Waarom dan onthouden sportmannen en allen die aan wedstrijden doen zich opzettelijk en stelselmatig van alcohol? Dit feit is u allen toch genoegziam bekend. Urn de spierkracht, die een groote factor is bij de sport, niet te verslappen.
Neen , matigheid, eene geregelde l eefwijze, gezond voedsel en behoorlijke rust, dat geeft den werkman kracht, niet de verleidelijke drank, en daarom zijn zij de oprechtste vrienden van de arbeidende klasse, die aan de zaak der matigheid arbeiden I
Nog wil ik een vooroordeel behandelen, dat zelfs geheel in-druischt met de Christelijke zedeleer en toch meermalen gehoord wordt. Men drinkt: ,,om zijne zinnen te verzettenquot;. Wel een vreese lijke remedie, meestal erger dan de kwaal. Kan het dwazer, zich door een roes ongevoelig te willen maken voor het leed , terwijl de ondervinding leert, dat na dien roes de smart in gezelschap van de
n
gevolgen der bedwelming terugkeert om met des te meer kracht zich te doen gevoelen.
Door zoo tegen het leed , het door God opgelegde kruis , te willen worstelen, verlaagt men zich als redelijk schepsel en kind van God , en zet men zijne schreden op eene hellende baan , wier einde een afgrond is.
Men zegt dat de mensch naar den drank grijpt, juist omdat de strijd om 'tbestaan zoo zwaar is. Het is mogelijk , maar tienmaal meer waar is het, dat hoe moer men den alcohol als steun en redder zal beschouwen , des te zwaarder die levensstrijd zal worden en des te zekerder en dieper de ondergang. Verder zou ik over dit punt kunnen uitweiden , maar gij begrijpt genoegzaam deze volks waanzin, en ik mag niet te veel van uwe aandacht vorderen.
Tal van volksuitspraken op het drankgebied gelden nog als orakelen, doch kunnen evenmin als de hier behandelde de toets eener gezonde critiek doorstaan. Nog eens; neemt gij een borrel, dien wij U voor den middag, in matigheid gunnen, neemt hem dan als genotmiddel, maar niet als uitvloeisel van eene ziekelijke volksopinie, als zoodanig doet hij geen nut, dat, bestrijden wij, dat zullen wij blijven bestrijden. Ziet M. H., willen wij met succes het drankmisbruik te keer gaan, laten wij dan allen, ieder in zijn krius, eene gezonde publieke opinie omtrent het drankvraagstuk trachten te vormen , laten wij , op alle wijzen het volk van het weinig nut van het schrikbarend nadeel der jenever in kennis stellen en doordringen, dan eerst zullen er tallen gevonden worden , die zich ook na den middag den drank als (jenotmiddd zullen ontzeggen, die dit offer zullen brengen tot welzijn der maatschappij, tot heil en stichting van den evenmensch.
Laten wij, M. H., ieder in zijn eigen kring, naar de mate van de krachten die de Schepper hem verleend heeft, medewerken ; â laat ieder zijn steentje aandragen , dan geloof ik, dat wij nut, zeer veel nut zullen stichten en eene Vereeniging zullen tot stand brengen, die geheel onze stud met hare groote arbeidende bevolking ten goede komen zal.
En medewerken kimt gij, 't is maar een quaestie van goeden wil. Gij , die zegt na den middag tcch geen sterken drank te gebruiken , sluit ü aan tot voorbeeld van anderen. Zegt niet, ik ben niet geroepen om een voorbeeld te geven, of, mijn voorbeeld wordt niet eens opgemerkt, dan wijs ik U op de uitspraak van het Evangelie, waar geschreven staat, dat men het licht van zijn voorbeeld niet onder de korenmaat moet plaatsen , maar op den kandelaar , opdat het licht zich verspreide voor allen die het kunnen en willen zien.
die valsche vorraJorlijke warmte Jmr alcohol op^owokt, spoedilt;; is die verdwenen en gij zult weer n.iar 't glas grijpen, oniJat gij er langzamerhand behoefte nan krijgt.
Zuu worden ondereen schijnschoonen Lilel dronkaards gekweekt !
âAlcohol teyen de hittequot;, 't klinkt als een paradox, toch zou ik die wonderspreuk nog eerder aannemen dan âjenever togen de kou.quot; Maar, ware de jenever werkelijk een behoedsmiddel tegen den invloed der hitte, dan had men tocii in wanne landen zeker reeds lang zijn nut of liever zijn onmisbaarheid ingezien en verkondigd.
Dit nu M. H. is juist het tegenovergestelde. Stanley, de grooie ondekkingsreiziger, was juist zonder al ohol bestand tegen de verzengde /.onnesti alen van een Afrikaauschen hemel, liet is overbekend , dat zij , die naar Oost of West gaan, streng matig moeten leven , willen zij de talrijke ziekten ontkomen , waaraan de alcohol-gebruikers spoedig ten gronde gaan.
Men beweert dat de jenever een geschikt middel is, om het lichaam, zuchtend onder den last des arbeids, te versterken. Zoon glaasje zegt men, doet bij het werk goed, het geeft nieuwen mood en nieuwe kracht. Dat de jenever moed geeft, en dikwijls overmoed , dat zij tot werken prikkelt, valt niet te ontkennen. Een oogenblikkelijke invloed op de zenuwen , een snellere bloedsomloop , neemt voor korten tijd het gevoel van afmatting weg.
Maar in werkelijkheid verleent zij het lichaam geen blijvende kracht. Zij werk' als een zweep op het vermoeide paard. Het arme dier, door de slagen opgewekt, verzamelt de overgebleven kra hten, maar ten koste van het reeds uitgeputte lichaam. Denkt gij in waarheid dat sterke drank spierkracht geeft? Waarom dan onthouden sportmannen en allen die aan wedstrijden doen zich opzettelijk en stelselmatig van alcohol? Dit feit is u allen toch genoegzaam bekend. Om de spierkracht, die een groote factor is bij de sport, niet te verslappen.
N'een , matigheid, eene geregelde leefwijze, gezond voedsel en behoorlijke rust, dat geeft den werkman kracht, niet de verleidelijke drank, en daarom zijn zij de oprechtste vrienden van de arbeidende klasse, die aan de zaak der matigheid arbeiden !
Nog wil ik een vooroordeel behandelen, dat zelfs geheel in-druischt met de Christelijke zedeleer en toch meermalen gehoord wordt. Men drinkt: âom zijne zinnen te verzettenquot;. Wel een vreese lijke remedie, meestal erger dan de kwaal. Kan het dwazer, zich door een roes ongevoelig te willen maken voor het leed , terwijl de ondervinding leert, dat na dien roes de smart in gezelschap van de
11
gevolgen der bedwelming terugkeert om met des te meer kracht zich te doen gevoelen.
Door zoo tegen het leed , het door God opgelegde kruis , te willen worstelen , verlangt men zich als redelijk schepsel en kind van God , en zet men zijne schreden op eene hellende baan , wier einde een afgrond is.
Men zegt dat de mensch naar den drank grijpt, juist omdat de strijd om 'tbestaan zoo zwaar is. Het is mogelijk , maar tienmaal meer waar is het, dat hoe meer men den alcohol als steun en redder zal beschouwen , des te zwaarder die levensstrijd /al worden en des te zekerder en dieper de ondergang. Verder zoa ik over dit punt kunnen uitweiden, maar gij begrijpt genoegzaam deze volks waanzin, en ik mag niet te veel van uwe aandacht vorderen.
Tal van volksuitspraken op het drankge'oied gelden nog als orakelen, doch kunnen evenmin als de hier behandelde de toets eener gezonde critiek doorstaan. Nog eens: neemt gij een borrel, dien wij U voor den middag, in matigheid gunnen, neemt hem dan als genotmiddel , maar niet als uitvloeisel van eene ziekelijke volksopinie, als zoodanig doet hij geen nut, dat bestrijden wij, dat zullen wij blijven bestrijden. Ziet M. H., willen wij met succes het drankmisbruik te keer gaan, laten wij dan allen, ieder in zijn kring, eene gezonde publieke opinie omtrent het drankvraagstuk trachten te vormen, laten wij, op alle wijzen het volk van het weinig nut van het schrikbarend nadeel der jenever in kennis stellen en doordringen, dan eerst zullen er tallen gevonden worden , die zich ook na den middag den drank als genotmiddel zullen ontzeggen, die dit offer zullen brengen tot welzijn der maatschappij, tot heil en stichting van den evenmensch.
Laten wij, M. H., ieder in zijn eigen kring, naar de mate van de krachten die de Schepper hem verleend heeft, medewerken ; â laat ieder zijn steentje aandragen , dan geloof ik, dat wij nut, zeer veel nut zullen stichten en eene Vereeniging zullen tot stand brengen, die geheel onze stad met hare groote arbeidende bevolking ten goede komen zal.
En medewerken kunt gij, 't is maar een quaestie van goeden wil. Gij , die zegt na den middag toch geen sterken drank te gebruiken , sluit ü aan tot voorbeeld van anderen. Zegt niet, ik ben niet geroepen om een voorbeeld te geven, of, mijn voorbeeld wordt niet eens opgemerkt, dan wijs ik U op de uitspraak van het Evangelie, waar geschreven staat, dat men het licht van zijn voorbeeld niet onder de korenmaat moet plaatsen , maar op den kandelaar , opdat het licht zich verspreide voor allen die het kunnen en willen zien.
12
Verder, het opkomend geslacht, de spes patriae, zij van wie de loekoniHt afhangt, ook zij kunnen een kiachtigen steun geven aan onze jongu vereeniging. Het wordt U soms bang om het hart, als men die opgewonden knapen, gewoonlijk meer brood- dan jenever-dronken , door 's lleeren straten ziet laveeren, tot alle wanordelijkheden in staat. M. 11., dat zijn de toekomstige dronkaards, dat zijn zij, die zoodia :'.ij meer onafhankelijk zijn, hun geld, hun geluk, hun zaligheid aan Bacchus ten offer brengen , dat zijn dikwijls kinderen van een vader, die ook een stevig glas drinkt, zij worden dronkaards, hui iie kinderen komen in tuchthuis of krankzinnigengesticht, en met don kleinzoon sterft het geslacht uit. Wat al onheilen, wat akelige gevolgen kunnen dus voorkomen worden, indien men bijtijds de jeugd tot matigheid weet te brengen, en dit zal thans zoo moeielijk niet meer zijn , nu de St. P. V. haren machtigen steun verleent. Gij dus, die eenigen invloed uitoefent op de jeugd, gebruikt dien invloed ook tot dat doel , en gij zult krachtig medewerken aan de groote zaak, de beftrijding van het drankmisbruik.
Prent de jeugd van jongs af aan in een afschuw voor de onmatigheid. Laat ik dit punt in 't voorbijgaan even aanstippen. De zeden des volks M. 11, zijn hierin wel verbasterd. Brengen andere overtredingen van de ze lew -t schande aan den overtreder, mut de onmatigheid neemt nv-M het dikwijls zoo nauw niet! En toch verdient een kwaad, dat in den mensch het heerlijk beeld van God misvormt en hem gelijk â relt met, het redelooze dier, al onzen afschuw. Is diefstal en oneerbaarheid een schande, dan moet dronkenschap even gned een schande zijn ; dan moet do mensch even goad blozen over eei.e onmatigheid als over een ander vergrijp tegen de zede wet; dan moet men ook niet lachen en spotten met een dronkaard, gelijk men ook niet lachen cn spotten zal met een dief of een overspeler.
Dan kunnen die oude, strenge Spartanen, met hun gebrekkige zedeleer ons in dit punt nog ten voorbeeld zijn, die nl. hunne slaven dronken maakten om ze, in dien staat, als een afschuwwekkend voorbeeld te stellen aan hunne kinderen.
Wat kunnen de hoogere standen , wat kan de werkgever in deze niet nuttig werkzaam zijn? Niet alleen door zijn voorgang, dien de mindere man zoo gaarne navolgt van zijn meerdere, maar ook door bescherming, door aanmoediging, door aansporing. Het lieil van den werkman gaat U toch ter harte, gedeukt dan dat de grootste vijand van den werkman is: de sterke drank. Zoo gij dien mede helpt bestrijden, dan zult gij toonen dat gij hart hebt voor uw ondergeschikten , van uwe industrie zullen gelukkige en tevreden
gezinnen leven , gij zult u zelf voor vele onaangenaamheden behoeden , die, helaas, aan den drank , gewoonlijk te wijten zijn.
De middelstand M. H. is de kern der maaatschappij, en in ons Tilburg mag die stand zich er op beroemen eene gezonde kern te zijn : ook in deze , de bestrijding van het drankmisbruik , heeft de middelstand blijk gegeven die zaak goed te begrijpen , getuige het groot getal leden uit dien stand, dut tot onze vereeniging is toegetreden. Ook kunt gij in uwen kring ontzaglijk veel goed doen , laat ik maar alleen noemen door het tegengaan der drinkgewoonten. Eene misplaatste gulheid en hartelijkheid doet u bij alle gelegenheden grijpen naar de jenevertlesch, om uwe vrienden te onthalen , zelfs om een werkman, een boodschaplooper een âhartversterkerfjequot; aan te bieden, 't Zij verre van mij die goede eigenschap te laken, maar weet daarin maat te houden , of liever tracht op eene andere wijze , aan die behoeften des harten te voldoen. Dringt ook niemand , bij feestelijke gelegenheden ot'anderszins*sterken drank op. een verkeerd begrip van royaliteit heeft menigeen de matigheid uit het oog doen verliezen.
En gij , werklieden, gij, die de jenever beschouwt als âuw drank,quot; maar die ook het meest de ongelukkige gevolgen daarvan gezien hebt, weest gij de helper, de redder van uwen broeder, die zijn ondergang met rassche schreden te gemoet gaat.
Het is niet noodig dat ik u een tafereeel ophang van een werkmansgezin , door den drank ongelukkig geworden.
Gaat in uw naaste omgeving, daar zult ge ze vinden. Waren zij, helaas zoo talrijk niet te vinden. Maar ieder uwer kenter, ieder uwer heeft er dagelijks voor oogen , gezinnen , die door den drank diep rampzalig zijn geworden. Gij gevoelt medelijden met die on-gelukkigen. Waar medelijden zoekt naar reddende middelen.
Zoo gij dan ziet M. V. dat uw broeder dien weg des verderfs opgaat, weet dan , dat er niemand beter in staat is , dan gij, die zijn broeder zijt , die hem gelijk staat, dien ongelukkige alsnog uit de klauwen des drankduivels te redden. Uw woord, uw vooibeeld, uw omgang zal het meest vermogen , omdat hij van uwe oprechtheid, van uwe belangstelling ook het meest overtuigd is. Hulde daarom aan die kloeke mannen , die, ik mag het constateeren , M. H. die met een liefgekregen gewoonte gebroken hebben , om hun steun te geven aan de Vereeniging, ten einde zoo ook de steun te kunnen zijn voor hun zwakkeren medebroeder. Helpt gij elkanders geluk bevorderen , niet alleen voor den tijd maar ook voor de eeuwigheid. Hondervoudig zal uw loon zijn!
En wij allen, M, H., mogen wij vele zwakken overhalen, om
14
met een forschen ruk hunne ketenen teverbreken , en vele sterken, om ter liefde Gods en tot heil van hun zwakkeren ovenmensch een edelmoedig voorbeeld te geven. God helpt den moedige! En dat het kan, blijke uit het volgende, en daarmede wi! ik mijne rede sluiten.
De Ieren waren, zooals, de groote drankbestrijder, Pater Mathew, publiek te Londen verklaarde, tot het jaar 1838 het meest aan den drank verslaafd volk van Gods aardbodem. Men kon geen twee Ieren bijeen zien, of minstens een van hen was dronken. Daarentegen kon men, na het optreden van genoemden Apostel der Drankbestrijding, reeds honderdduizenden verzameld vinden, onder wie men nauwlijks één , of zelfs niet één aantrof, die iets bedwelinends gebruikt had.
M. H. , dat zijn voorbeelden die trekken. De St. P. V. vraagt zooveel niet, zij vraagt naast de matigheid, alléén onthouding van sterken drank na den middag. En zouden wij dat niet kunnen, zouden wij dat offertje niet willen brengen op het altaar der naasten-li efde ? Neen , zoo mag ik U niet beoordeelen, zoo wilt gij niet beoordeeld worden.
Laat alle bedenkingen varen, de Vereeniging^vraagt uwen steun, geeft haar dien, en keert dan huiswaarts met de innige overtuiging, dat gij heden avond een goed werk verricht hebt. - D i x i.
|
â | ||||
|
â | ||||
.
%
.
r.V- - - , v â A â â - -
â
_