/ak 158
Yak 158
AW
Bsknopt OverKfcht
DER
VAN
TV JbCl gt;1^ RI .ATS I gt;.
Ten gebruike der Studenten aan het Seminarie r Sectie te St. Michiels-Gestel. _
(f BI BLI01 quot; quot; '» ;
CONV.WUf ,!
0 R D. F B A ' . '* â ' J.
TILBURG, ^- - '
SNELPERSDRUK VAN W. BERGMANS.
164 1802.
BEKNOPT OVERZICHT
DER
Staab-, priniiiiriille= cu ('hvinceiitc=innd|tiiir| van Nederland.
---3©C-
I. Welke is de regeeringsvorm van ons Vaderland ? â en geef verder eene verklaring van uw antwoord.
Antw. ad 1UI!I Nederland is eene erfelijke, constitutioneele monarchie.
ad 2um Verklaring.
a. Eene monarchie, omdat het Staatsgezag aan één persoon is toevertrouwd, die in ons land den titel draagt van Koning der Nederlanden. (Sedert het overlijden van Z. M. Willem III, 23 Xov. 1800, is 's Konings eenige dochter Wilhelmina, geb. 31 Aui;. 1880, Koningin der Nederlanden.)
h. Eene constitutioneele (grondwettige) monarchie. omdat zij is niet absoluut of onbeperkt, zoodat de monarch naar willekeur over het gezag beschikken kan, â maar beperkt, tew. (/oor eene Constitutie of Grondwet, d. i. eene wet, waarbij de wederzijdsche rechten en verplichtingen van den Vorst en het Volk en in algemeene trekken de wijze, waarop de algemeene belangen moeten behartigd worden, uitdrukkelijk zijn aangegeven.
Deze grondslagen van ons Staatsbestuur, neergelegd in de Grondwet, zijn uitgewerkt in tal van wetten, die daaruit voortvloeien of er mede samenhangen. {Organieke wetten).
4 â
Onze tegenwoordige Grondwet werd in 1848 dooreene groote meerderheid der Volksvertegenwoordiging aangenomen en den S11011 November van dat jaar plechtig at-gekomiigd, In 1887 onder het Ministerie Heemskerk werd zij van eenige minder gewenschte voorschriften ontdaan, en in andere, vooral wat de uitbreiding van het kiesrecht betreft, 'jewijzujd.
Aan)quot;. Tot het brengen van veranderingen in lt;ie Grondwet (Grondwetsherziening) wordt gevorderd :
a. By wet moet worden aangenomen, dat t-r grond bestaat, lt;le voorgestelde verandering in overweging te nemen.
Daarna worden do beide Kamers di*r Staten-Gcner ial ontbonden en het voorstel door de nieuwe Kamers in bomadslaging genomen.
c. Voor de aanneming wordt dan eene meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen vereischt. Zit- Grondw. art. 1^4â197.
c. Eene erfelijke monarchie, (in tegenstelling met een/des-rijk) omdat de monarch telkens door zijn naasten rechthebbenden bloedverwant wordt opgevolgd.
De Kroon der Nederlanden is erfelijk hij recht van eerstgeboorte in het Huis van Oranje-Nassau in de mannelijke linie. â en eerst dan. wanneer geen mannelijke nakomelingen van Koning Willem I langs di- mannelijke lijn meer aanwezig zijn, ook in de vrouwelijke linie. Zie verder Grondw. Hoofdst. 2, afd. 1. De vermoedelijke erfgenaam der Kroon voert den titel van Prins van Oranje. Gr. art. 29.
1. Eon huwelijk, aangegaan door oen Kuning of eene Koningin buiten gemem overleg met de Staten-Generaal, of door een Prins of eene Prinses buiten do toestemming van don Koning on do Staten-Generaal, sluit de daaruit voortspruitendon van de opvolging uit en maakt do Koningin en de Prinsessen zeiven onbevoegd tot de regeering.
2. Na het aanvaarden der regeering wordt de Koning te Amsterdam in oene veroenigde vergadering der Staten-Generaal plechtig ingehuldigd en zweert hy tevens trouw aan de Grondwet. Grondw. art. 51â53.
8. Hy kan g- ^ne vreemde Kroon dragen, met uitzondering van die van Luxemburg. Grondw. art. 2:i. Na den dood van den Koning-Groothertog Willem III in IS'»quot; aanvaardde echter de onttroonde hertog van Nassau, Adolf, de regeering van het Groot hertogdom Luxemburg, waar de vrouwen van «le troonsopvolging zyn uitgesloten.
II. Welke is in hoofdzaak de macht des Konings?
Antw. 1° De wetgevende macht, die hij echter deelt met de Staten-Generaal. lt;;r. art. 109. Zie vraag VII.
- O
liquot; De uitvoerende macht. Gr. art. 55. Zie vraag VIII. 3° De Koning verklaart oorlog en sluit vrede, heeft het opperbestuur (') der â¢Kolonu n, der buiteulandsche betrek kingrn, der algemeene geldmiddelen, het oppergezag over land- en zeemacht, enz. en nog vele ander* rechten, begrepen onder den naam van Prerogatieven der Kroon, /.ie Gr. hoofdst. 2, atd. 6 en vraag X.
A(inm. 1. Rfigeiitsrh'iji en des K'-nin-fs.
Oodurendo de minderjarigheid dus Kunings id. i. voor zün isdi- .ar vervuld is. Gr. art. - l ) of wanruer Hü buiten staat ireraakt. 'i re^« » ring waar flt; nemen, wordt het Kotünklijl. g* 'quot;!/ waary nonien (Joor f -n HN'T, te benoemen h[\ eene wel, owr w.lk- r â â¢ntwtrp d«- Staten-Cit neraal in vereenigde vergadering beraadslagen en besluiten. Gr. hoofdst. 2, afd.
In dezelfde gevallen wordt op dezelfde wüze in dt? VOOGDIJ '!'-s Konings voorzien. Grondw. hoofdst '2, afd. 3.
Ingeval dt Recent ontbreekt of afwezi-; is, wordt het K-'iiii:kl k gezag voorloopig waargenomen door den Raad van state. Zi- vorder art. 4ó.
De wet waarbü h'cyent en Voogd benoemd worden, wordt nog igt;vj het leven d«s Konings, voor lat geval der minderjarigheid zijn^ opvolgers, gen aakt. Grondw. ait. .'13, 37. Ingevolge deze bepaling d- r Grondwet werd Koningin Emma nog Uidens h« i leven van haar Koninklijken gemaal bü de quot;Wet van 2 Aug. 1884, Stbl. lv\ tot REGENTES en bö de Wet van 14 Sept. 1888, Stbl. 15lt;), tot VOOGDKs der minderjaiige Kroonprinses benoemd. Di- Voogdes wordt t. r ziide gestaan door een Raad van Voogdij. Zie de laatstgen. wet, en het Besluit v«i . Oct. I8S8. stbl. 1quot;»T.
Dat de Konin-z buiten staat is gerankt, om de regeering waar te nemen, moet naar aanleiding van crue v. urdracht des Ministi rs en â¦en hierover uitgebracht advies van den Raad van S::ite, uitgespiok'-n worden door do Staten-Generaal in vereenigde vergadering. Gr. art .'i8- 4lt;gt;. Dit geval deed zich voor weinige dagen vóór den dood van Z. M. Willem III, zoodat Koningin Emma op 20 Nov. IS'.m met de in art. {;gt; voorgeschreven eeds* ailegging hot Regentschap aanvjundde.
Aatiin. 2. Inkomen der Kroon. Grondw hoofdst. 2, afd. 2.
Behalve het inkomen uit de staatsgronden of domeinen, waarvan de opbrengsten onder Willem 111 gemiddeld f »gt;4t',4ólt;'. per jaar bedroegen, geniet de Koning een jaarlykscli inkomen uit 's Lands kas, dat by elke troonsbeklimming door de Wet wordt vastgesteld en voor de tcgenwooidige Koningin f 600.0)0 bedraagt. Ook het onderhoud van 's Konings zomeren winterverblijven kan tot een bedrag van /quot;50.000 ten laste van den Staat gebracht worden.
Het inkomen van een Regent wordt genomen van dat des Koninps. Gr. art. 4»'.. Bü de Wet van 23 Juli 188', Stbl. 1quot;'7, is dit inkomen voor de Koningin-Regentes bepaald op f 175.000.
Vorder genieten nog eene Koningin-Weduwe Jaarlijks /'150.000; tie Prins van Oranje, na vervulling van zün ISe Jaar, f 100.0lt;X); en na huweUik /quot;200.000.
(1) Opperbestuur, «!, i. opperste macht van bestuur oi uitvoering, in quot;verstelling met de macht van wetgeving Sav. Lohman bü art. 5quot;'.
6
III. Wat verstaat .rij door de Staten-Generaal, iulU wdko de Koning de wetgevende inaclit deelt; â
eu waarom zijn zij in eene Eerste rnTiveede Kamer gesplitst?
ad l11quot;1 Do Volksvertegenwoordiging, d. i. de vereeniging van die personen, welke de Koning bij het uitoefenen van zijn gezag moet raadplegen, en wdke, door het volk of een deel er van aangewezen, het geheele NV leiiandsclie volk vertegenwoordigen. Gr. art. 78.
ad 2llugt; Opdat de besluiten van de eene Kamer door de andere in overweging kunnen genomen worden, teneinde grondigheid van behandeling zooveel mogelijk te verzekeren en het nemen van ondoordachte besluiten te voorkomen.
De zaken worden nl. eerst beslist door de Tweede, daarna door de Eerste Kamer, en na aanneming door dezt aan 's Konings goedkeuring onderworpen.
Aunm. 1. De naam van gt;taten-Generaal dagteekeut uit het vroegere grafelük bestuur. Staten betoekont standen of vertegenwoordiging der standen van adel, geesteUikheid en steden. Staten-öen«raai tegenover Provinciaal. Aanm. 2. Voor de algemeeno belangen van den Staat kiest het Volk de Staten-Generaal, voor die der Provincie de Provinciale Staten eu voor die der Gemeente den Gemeenteraad.
IV. Zeg van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, wie de bevoegdheid hebben, om hare leden te kiezen , of kiesgerechtigd zijn, â en verklaar verder uw antwoord.
Antw. ad lquot;ni Alle mannelijke, meerderjarige ingezetenen des Rijks, tevens Nederlanders, die de kenteekenen van geschiktheid en maatschappelijken welstand, door de Kieswet te bepalen, bezitten. Gr. art. 80. Kieswet gewijzigd door Addit. art. VII der Grondw. 1 en 2.
ad 2um Verklaring.
1° Wie zijn Nederlanders?
âDe wet verklaart wie Nederlanders zijn,quot; zegt art. (gt; der Grondw. en de (gewijz.) Kieswet art. 2 houdt voor Nederlander hem, die het is volgens de wet, verklarende wie Nederlanders zijn. Nu is men volgens de Wet van 28 Juli 1850, S. 44, gewijzigd bij de Wet van 3 Mei 1851,
S. 4f), ^ttlerUitvlt/': vooreerst door geboortr o/d/'stummini/ uit Xedeiiandsi he ouders, â ol'uit ouders, zelfs vreeindfn, d ie hier te lande gevestigd zijn volgens art. 3 der gen. wet, â of uit hier niet gevestigde ouders, mits men hier te lande geboren, binnen het Jaar na de voleinding van 23 jaren, zijn voornemen om hier te blijven wonen, aan her gemeentebestuur zijner woonplaats heeft medegedeeld.
Nederlander is men nog door naturalisalie el. i. eene verklaring der bevoegde macht, waarbij aan een vreiindeling het Nederlandsche staatsburgerschap wordt verleend.
Naturalisatie geschiedt door eene wet, dus met overeenstemming van Koning en Staten-Generaal, waarna de genaturaliseerde de brieven van naturalisalie van den Koning ontvangt en ze vertoont aan het bestuur zijner woonplaats. Art. 1, 2, 8, 9.
Aanm. De vereiscliten om te worden genaturdlisecrd zyn: de volle ouderdom van 'J-'i jaren en een gevestigd verblyl van zes achtereen volgende jaren in het Kiik of de Koloniën, met het (aan het gemeentebestuur) verklaard voornemen, om er gevestigd te blyven. Art. 5.
quot;Wat aan het in t»- dienen xerzoikst hrif't nm naturalisatie moet worden toegevoegd, zegt art. â¦quot;gt;.
lt;»ok kan naturalisatie verleend worden ter belooning van uitstekende diensten, enz. (art. 7), in welk geval art. 5 en niet van toepassing z|jn en het gewoiu- recht van / 50 voor de brieven van naturalisatie niet verschuldigd is. Wet van 21 December 1850. s. 75.
De hoedanigheid van Sederlandrr wordt verloren:
'/. door het aannemen van naturalisatie in een vreemd land;
fgt;. door zich buiten 's Konings toestemming in vreemden krijgsdienst of staatsdienst te begeven;
r. door een vijfjarig verblijf in een vreemd land, met het kennelijk oogmerk om niet terug te keeren. art. 10.
2U Wie zijn meerderjarig '
De (gewijz.) Kieswet houdt voor meerderjarig hem, die vóór of op den dag der sluiting van de lijsten der kiezers den leeftijd van drie m twintigjaren heeft bereikt, art. 2. 3° Wie zijn ingezetenen des Rijks.'
De (gewijz.) Kieswet houdt voor ingezeten des Rijks, die zijne woonplaats gedurende de laatste aan lie sluiting voorafgaande 18 maanden hier te lande of in de koloniën of bezittingen van het Rijk in anden-werelddeelen gehad heeft. art. 2.
s â
4° Wie worden geacht ile boven vereischte ken teekenen te bezitten
Voorloopig (d. i. zoolang op de grondslagen der herziene Grondwet geen nieuwe Kieswet is tot stand g.â¢komen) krachtens het addit. art. VU der Grondw.;
a Zij die hun aanslag in de Grondbelasting (hoofdsom en rijksopcenten) tot een bedrag van minstens tienyuklen per jaar bij tijds hebben betaald.
Ann,,: Aanslagen in du -rondbulasting wegens onverdeelde onroerende g..edeivn ' gelden ouk voor quot;den mede-eigonaar, wiens naam met b\j den aansUc i het kohier is vermeld, mits zün aandeel in den aanslag ten minste tien gulden bedraagt.
h 7 die nvi-r het laatst verloopt-n dienstjaar wegens de bewoning van een huis of een afgezonderd gedeelte er van. in de personeels belasting voor de jaarlijksche huurwaarde zijn aangeslagen tot zoodanig bedrag, dat krachtens 'Ie wet op gfir. belasting (Wet 24 Apr. 1S4- , S 15. art. 1. a. b ,1 op geenerlei ontheffung (remissie) wegens lt. ringc huurwaarde aanspraak geett.
Dus- ieder die een aanslag-biljet voor het personeel over het laatstver-loopendlenstjaargekregen heeft, waarvan onderaan by do opt.-miw m.-s is getrokken, en die, natuurUk. zijn termijnen behoorUik voldaan heeft.
c. Inwonende personen (lodgers,) niet zeiven in de person, belasting aangeslagen, maar die in een huis, waarvan de huurwaarde voor de personeele belasting minstens liet dubbel bedraagt van tie huurwaarde, die ter plaatse de remissie doei ophouden, - kamers of een deel m huur hebben, waarvan de jaarlijksche huurwaarde volgens b. de kiesbevoegdheid zou verleenen, wanneer het een geheel huis gold.
,an,â i Hoe hoog de huurwaarde, die op geenerlei remissie aanspraak geeft in de verschillende gemeente, is. l-Uikt uit de onderstaande tabel, ^m. met eene bevo.king in de komU^ ziel,..
f* quot;.......... 1 5001. â â â â «000 i*
Z'33 r ...... 'â quot; quot; SOOtt .. - 12000 â
f* quot; quot; ' - quot; quot; quot; 1-_1.Kgt;I r â ITttftt ,.
f44 - - - quot; quot; quot; quot; .. iToOi» ,. .. -4000 â
f4'' â â - - r ^ 2400t. .. ..
f** - quot; quot; quot; 1 36000 . ,. ISOOO r
f''' â quot; quot; ^ vhi zielen en daarboven.
^ ' ,,. i , - , . ; o-Asrhiedt iaarlüks binneu eene maaud
Aatim â¢'. D.- vaststelling der k,rz-islisten giscnitai jaa.ui
na den 1'. Februari door Burgemeester en ethouders.
9 -
Bezwaivu teg-.u 'leze Uisten moek-n binuvii U iugen na -lie by het Gumeenteb.-stuur worden ing».-(liend.
Igt;e personen, bedoeld ouder a), die iu de irrondbolasting in een».- an-i-gemeente of in meer gemeenten te /amen tot een bedrag van ten f 10 zün aangeslagen.- alsook dv p- rsonfii. belt;ioeM ondlt; r b), dit i andere gemeente in de person, bel. tot het v. rlt; ischto bedrag /.'in aanL'- -3la;_'en. â moeten die aanslag-biljetten. geli«,*el voM.um , v-1'. IVbrn iri aan hun Gemeentebestuur overleggen.
Zü, die behooren tlt;»t de inwonende personen, onder - t bedot-Ui. ino.'t. n eveneens vâ-r \'gt; Februari in '-on van het Gemeentebestuin te v.Tkr. i-'.-ii formulier daarvan aangifte doen.
.lanm. :i. Mochten de boven genoemde keutevkfii^D al aanwezig / n. ! ch sluit 'l? Groiuluet ran het Ki^srchf uil: hen, wien het kiesrecht by rech-terUike uitspraak is ontzegd; die zich in gevangenschap ol hechtenis bevinden; die bil rechterUike uitspraak de beschikking of het beheer over hunne goederen verloren hebben; â die in liet laatst voorafgaande jaar onderstand (d. i. bedeeling zoowel in geld als in andere voorwerpen) van eene instelling van weldadigheid of van een gemeentebestuur genoten ^hebben.
.2) Wie zijn tot leden der Tweudc Kamer eer kiesbaar!
Antir. Xederlanders. minstens 30 jaren oud, en in het volli-genot hunner burgerlijke en burgerschapsrechten, /ie Gr. art. 84. Gewijz. Kiesw. art. 1)8.
Aanm. In 'l volle ijenot der burgerlijke rechtm, zoodat men niet bij rechterlyko uitspraak de beschikking of het beheer over zyne goederen verloren heett.
Burgerschapsrechten houden in, om door het kiezen van afgevaardigden of door zelf gekozen te worden, deel te nemen aan de regeering van Staat. Provincie of Gemeente.
3) Hoeveel Leden dei' Tweede Kamer zijn er en hoe worden zij gekozen.' - en /.eg. wanneer zij aftreden.
Aniw. ad lum. De loden der Tweede Kamer, honden! in gel al. worden gekozen in de kiesdistricten, waarin het Hijk verdeeld wordt, in cf-rste stemtning met volstrekte meer derheid d. i. met de grootste helft van het aantal uitgebrachte stemmen, hij herstemming, wanneer nl. de volstrekte meerderheid in eerste stemming niet verkregen is, met de meeste stemmen.
De herstemming heeft plaats tusschen hen. die bij de eerste stemming de meeste stemmen behaald hebben, en wel tnsscheu tweemaal /.lt;gt;0 veel personen, als er leden te kiezen zijn. Grondw. art. 81. Gewijz. Kiesw. art. 99-104.
- 10 â
Aamn. 1. Aangaande de kiesdistricten geldt volgens Addit. an. VII der Grondwet de volgende regeling:
Het Rijk is verdeeld in 84 kiesdistricten, waarvan Amsterdam 9 leden, Rotterdam 5, 'sHage 3, Groningen en Utrecht elk 2, en do overige TO elk ⢠t n lid afvaardigen. Vandaar de enkelvoudige en meervoudigekiesdristricieu. Kiesdistricten in yoord-Brabant zyn :
Bergen op Zoom. Waahvyk. Grave.
Breda. Tilburg. 's Bosch.
Oosterhout Eindhoven. Vechel.
Zevenbergen. Helmond.
Aantn. 2. Aangaande de wijze van verkiezing valt nog op te merken:
Ieder kiezer ontvangt van den Burgemeester zijner gemeente een stembiljet, dat hy moet invullen, zonder het te onderteekenen en in persoon inleveren ter aangewezen plaats in eene stembus, die verzegeld is. Over de stemming waakt een stembureau, samengesteld uit den Burgemeester en 2 Raadsleden. Van de opening der stembus (daags na de stemming) en van den uitslag der stemming wordt proces-verhaal opgemaakt, waarvan een afschrift den gekozene tot geloofsbrief strekt, dien hij bij 't zitting nemen moet overleggen.' (Hetzelfde bij verkiezingen voor de Prov. Staten en Gemeenteraden.) De verkozenen leggen nog een eed (of verklaring) afr dat zü door giften noch beloften, onmiddellyk of middellijk hunne verkiezing bevorderd hebben, (zuiverings-eed of verklaring.) Gew. Kiesw. art. 37-69.
ad 2um. Om de vier jaren treden alle leden te gelijk af en zijn dadelijk herkiesbaar, firw. art. 85.
De gewone tijd ter verkiezing der leden van de Tweede Kamer is de tweede Dinsdag der maand Juni. Kiesw. art. 100. Ten gevolge van overlijden enz. kunnen ook binnen de vierjarige periode verkiezingen noodig zijn. Kiesw. art. 101.
Aanm. De Leden der Tweede Kamer genieten vergoeding der reiskosten en als verdere schadeloosstelling eene som van f'2000 'sjaars. Gr. art. 89.
Hun Voorzitter wordt door den Koning benoemd voor het tijdperk ééner zitting uit eene door de Kamer aangeboden opgave van 3 leden. Gr. art. 88.
V. Zeg van de Eerste Kamer der Staten-Generaal:
1° wie de kiezers zijn; â
2Ã wie verkiesbaar zijn; â
3° hoeveel leden er zijn, â en wanneer en op welke wijze zij aftreden.
A ntie. ad lum Hare leden worden gekozen door de Provinciale Staten in de volgende verhouding:
Noord-Brabant 6. Friesland 4.
Gelderland 6. Overijssel 3.
Z\iid-Holland 10. Groningen 3.
â 11 â
Noord-Holland v». Drente Zeeland 2. Limburg 3.
Utrecht 2.
Aanm. De gewone- tyd U-r verkiezing van de loden der Eerste Ka ner is do tweede Dinsdag van Juli. Kii'sw. art. ss.
ad 2um Zij, die voldoen aan de vereischten tot het liilinaut-schap der Tweede Kamer, en bovendien quot;f behooren tot de hoogstaangeslagenen in de Rijks directe belastingen, igt;f eene of meor hoogt; on Ljewiciitigi- betrekkingen (bij ile wet aangewezen) beklreden of bekleed hebbi n.
Zie Gr. art. 90. Gewijz. Kiesw. art. 71.
A-Wim. 1. Elk jaar wordt in iedere provincie door Gedeputeerde Staten ten Uist van de hoogstaangeslagenen opgemaakt, in zulken getale dut o\' vlk-1500 inwoners der provincie één verkiesbaar persoon komt. Gr. art. vm. Gewjjz. Kiesw. art. 72â74.
Aanm. 2. De hoog» en geicichtiye bttrekkingen, bedoeld in art. 90 van de Grondwet, zijn aangewezen bli de Wet van 12 Aug. 18^K), S. 148.
ad 3um. De Leden der Eerste Kamer, vijftig in getal, worden gekozen roor '.t jaren: een derde gedeelte treedt om de 3 jaren af. (Volgens den rooster in dc Gewijz. Kieswet, art. 113. Zie verder art. 115 â 117.)
Aanm. De leden der Eerste Kamer genieten slechts eene vergoeding d-.-r reis- en verblijfkosten. Gr. art. -'l.
Hun Voorzitter wordt door den Koning uit do loden benoemd voor bet tijdperk ééner zitting. Gr. art. ,.»2.
VI. Geef nog eenige beschikkingen der Grondwet aangaande de heide Kamer* der Staten-Generaal?
Antw. 1° Niemand kan te gelijk lid der beide Kamers zijn. Grondw. art. 93. Eenige hooge staatsambten (zie art. 'â¢Â»()) zijn onvereenigbaar met het lidmaatschap der Staten-Generaal. Krijgslieden zijn gedurende hun lidmaatschap van rechtswege op non-activiteit. Neemt een lid der Staten-Generaal na zijne verkiezing een bezoldigd staatsambt aan, dan verliest hij het lidmaatschap, maar is herkiesbaar.
2V De Ministers hebben zitting in de beide Kamers, maar hebben alleen eene raadgevende stem, ten ware zij tot
12 -
leden der Wrgadeiinu' muciueii bfiioemd zijn. Or.an.94. 3' De Stateu-iii ni-raal vergaderen ten minste «Vmnaal V aars. Cs Oravenhage, Binnenhof.)
Hunm gewone zittin.ir wordt geopend op den derdon Dinsdag in September in vereenigde vergadering der beide Kamers door iK-n Koning of een^ (Jommissie van Zijnentwege. Op dezelfde wijze wordt zij gesloten.
De gewone jaarlijksche zitting duurt ten minste dagen, tenzij de Koning de Kamers ontbinde. (ir. art. 100,108.
Bü d*â Of' nnuI 'h-r K'ini'/* spreekt de Koning eene Troonrede uit, waarin Hi.) 'ien toestand des lands in algcnu-eiu' trekken schetst en den Staten-Oeneraal de plannen der Regoering omtivut lt;1e gemeenschappeUike taak aankondigt.
4 De vereenigde i n af/.onderlijke zittingen der beide Kamers worden in het openhaar gehouden, tenzij een tiende gedeelte der aanwezige leden de sluiting der deuren vordert, of de Voorzitter hei noodigt oordeelt, (ir. art. 101.
Amiin. 1. Al wat in d«- openbare /.ittingen wordt gesproken en verhandeld, wordt door daartoe aang- st.M. sterwi/rafen woord voor woord opgoteekond en vervolgens door de dinkpors onder ieders bereik gebracht. (Kamerverslagen of Handelingen der Staten-Goneraal.)
A'tmn. V'-r'envj'ie zittingen der beide Kamers hebben alleen plaats: -. Bü de inhuldiging de- Konings. Grondw. art. 51.
h. Om te verklaren dat de Koning buiten staat geraakt is, om de regeering waar t.- nemen, art. W, 40; en om een Voogd of Regent te benoemen. art. .'{2, 37.
-. Bii de opening en sluiting der zitting, art. 103.
/. In de gevallen, omschrev'n in de Gr. art. 19,20, *21, m dubbelen yetale.
5quot; De Kamers mogen niet beraadslagen of besluiten, zoo niet meer dan de helft der leden tegenwoordig is. Alle besluiten over zaken worden bij volstrekte meerderheid der sti inmendc leden opgemaakt. Or. art. 105, IOC).
ti' Beide Kamers hebben het recht van Interpellatie d. i. het recht om aan de Regei-ring inlichtingen te verzoeken, (;r. art. 94; â en het recht van Enqw'te (onderzoek), d. i. het recht, omtrent bepaalde aangelegenheden een zelfstandig onderzoek in te stellen. Gr. art. itr. Zie de Wet tot regeling van het recht ran enqio'te, 5 Aug. 1850, S. 45, gewijzigd bij de Wet van 31 Der. 1S87. S. 265.
13
Aanèï' I. I1- k-citu der ^taton-CM ut-raiil v\M uitt gt rcchtt-Uk vorvoii:l.;iar voor ⢠n zii in do vergadering glt; zegd of aan haar schriltlt; Uik overge-l'.gd hebben. Gronclw. art. 97.
Zii stemincii zonder last van «â¢! ruggespraak nid hen, die benoemen. «l1 niet. zooals eertijd- lt;!«⢠geniachtigdon der Standen, die alleen stemden volgens de instructien van hunne committent» n.) art. S»'..
Aotnn. 2. Elke Kamer benoemt haren die niet te gelyk lid van ee*ne
der Kamers mag ziin. art. tK».
VII. Hoe geschiedt de uitoefening der Wetgevende Macht
dooi' Konintr en Staten-Geneia:il 111. u. w. zetr:
1quot; van wie de vonrstelkn run mt uitgaan;
'2quot; hue een wetsontwerp verder et-ne icet van den ytaat wordt (kracht re» wet verkrijgt)?
A ut ie. ad 1quot;quot;'
ci. /ij worden daor ih n Konhuj bij eene schriftelij ke bood-scha.]1 of door et-ne Commissie gezonden aan de 'l'weede Kamer (Gr. art. 110), na eerst door Hem ter overweging te zijn gebracht bij den Raad van State. lt;ir. art. 75.
Aanm. 1. De Koninklijke Boodsclxip gaat steeds vergezeld van eene Memorie van T'quot;lichting% d. i. eene min olquot; meer uitvoerige uiteenzetting van het wetsvoorstel en zyne beginselen.
Aan)quot;. 2. Zoolang de Eerste Kamer niet heelt beslist, kan de K«gt;ning een
door Hem gedaan voorstel weder intrekken.
Aanm. â¢*gt;. Wat de liaa»! van Stat' is. zie 2).
b. Ook de Tweede Kamer heeft het recht, voorstellen van wet in te dienen. Dat recht \\eet Recht van Initiatief. Gr. art. 1 !(gt;, ] 17.
üd 2um
a. Zoodra het wetsontwerp voor de Tiveed' Kamer wordt ter tafel gebracht, gaat altijd een onderzoek vooraf, op de wijze door elke Kamer in haar Reglement van Orde te bepalen. Gr. art. 111.
Deleden verdeden zich jaarlijks bij loting in 5 isirtiën of afdeelimjen, elk met voorzitter, onder-voorz. en rapporteur, tot het uitbrengen van een verslag over het w-etsontwerp.
Daarna wordt het ontwerp met de beoordeeling der Sectiën in openbare beraadslaging gebracht, en hetzij onveranderd, hetzij in een of meer artikelen neivijzif/d. met meerderheid van stemmen aangenomen of wrworpen.
L
â 14 â
Het recht dt*r Tweede Kamer om wijzigingen in een voorstel des Konings te maken, heet Recht van Amendement. Gr. art. 112.
b. Bij aanneming door de Tweede Kamer wordt het wetsvoorstel verzonden naar de Eerste Kamer, die het eveneens in hare 5 Sectiën onderzoekt, en vervolgens na bespreking in de Kamer, het in zijn geheel moet aannemen of verwerpen; want de Eerste Kamer mist het Recht van amendemenr.
c. Bij aanneming door de Eerste Kamer geeft de/.e daarvan kennis aan den Koning, en eerst na 's Konings goedkeuring (sanctie) verkrijgt het wetsvoorstel kracht van wet en wordt in het Staatsblad afgekondigd. Gr. hoofdst. 3. afd. r,. Wet 15 Mei 1829. S. 28.
Aanm. 1. De formulieren voor de Eerstoen Tweede Kamer by het aannemen of verwerpen van wetsvoorstellen, en voor den Koning by het verleanen of weigeren zijner sanctie, alsook het formulier van afkondiging dei-wetten, zijn in de Grondwet aangegeven, art. 113, 114, 118, 120, 72.
A'in/n. 2. Wanneer by de W. t zelve geen ander tydstip is vastgesteld, dan begint zy te werken op den twintigsten dag na dien der dagteekening van het Staatsblad, waarin zy geplaatst is. Zio de Wet van 15 Mei lS2vl,S.2S.art.l, 2.
2) Hoe is de Raad van State samengesteld, â en welke zijn di- werkzaamheden van dit College?
Antw. ad lum. De Raad ran State is een Ooilege van 14 leden en een vice-president, door den Koning benoemd en met den Koning tot Voorzitter. De Prins van Oranje heeft na zijn 18de jaar van rechtswege zitting in den Raad. Grondw. art. 74.
Bovendien kunnen er 15 Staatsraden in biiitenyewonen dienst benoemd worden, die echter geen bezoldiging genieten. De gewone en buitengewone leden moeten Nederlanders en 35 jarenoud zyn. Als ambtenaren heeft men nog een secretaris, eenige referendarissen en commiezen.
ad 2um. Bij dit lichaam brengt de Koning ter overweging alle voorstellen, door Hem aan de Staten-Generaal te doen of door deze aan Hem gedaan, alsmede alle Alge-gemeene maatregelen van bestuur voor het Rijk en zijne Koloniën. ,Aan het hoofd der uit te vaardigen besluiten moet dan ook vermeld worden, dat de Raad ran State gehoord is.
â 15 â
Eene vaste afdeeling van vijf leden, onder welke zich' steeds de Onder-voorzitter bevindt, is belast niet het onderzoek der geschillen van bestuur.
Voorts kan in het algemeen de Raad van State door den Koning over alle zaken geraadpleegd worden en ook voorstellen aan den Koning doen.
De Koning is echter aan het advies van den Raad van State niet gebonden. Zie Grondwet art. 75, 70 en verder de Wet van 21 Dec. 1861. S. 129, meermalen gewijzigd..
Nog moet de Eaad van State door den Koning gehoord worden over de vernietiging van besluiten der Provinciale of der Gedeputeerde Stilten en van plaatselyke verordeningen. Grondw. art. 134.
Welk aandeel de Raad van State heeft in de benoeming van een Regent, wannt-er de Koning buiten staat geraakt de regeering waar te nemen,â alsook in ivelke gevallen dit lichaam voorloopig belast wordt met de waarneming van het KoninkUik gezag, wordt aangegeven in de Grondwet art. ::8 en 4ö. Vgl bladz. 5.
VIII. Wat verstaat gij door de Uitvoerende Macht des
Rijks, die volgens de Grondwet, art. óö, bij den Koning berust; â en welke dienaren behoeft de Koning tot uitoefening dier Macht?
Antw. ad lum Het in werking brengen, uitvoeren, toepassen en handhaven der wetten, waarmede gepaard gaat het toezicht op de juistheid der uitvoering enz., en, â zoo noodig, â het geven van voorschriften tot nadere regeling der uitvoering en toepassing. (Algemeene maatregelen van bestuur.)
Anrtm. Koninklijke Besluiten worden bekend gemaakt in de Staatscourant, terwijl zulke Kon. Besluiten, die den naam dragen van Algemeene maat-regelen van bestuur in het Staatsblad of gelviktijdig in het Staatsblad en de Staatscourant moeten worden afgekondigd. Zie Wet V. 26 April 1852. S. 92.
ad 2um. Tot uitoefening dier macht behoeft de Koning dienaren, in de Grondwet Ministers genoemd, welke de Koning naar welgevallen benoemt en ontslaat.
Hun wordt in de Grondwet art. 77 uitdrukkelijk opgedragen. te zorgen voor de uitvoering der Grondwet en der andere wetten, voor zoover 'die uitvoering van de Kroon (en niet van bepaalde Staatslichamen) afhangt. Hetzelfde art. 77 schrijft voor, dat alle Koninklijke
â
besluiten ⢠u beschikkingen door een der hootden van de ministerieéle depaxtemênten (d. i. door den Minister tot wieus departement zij behooren) moeten med^onderteekend worden. (Gecontra-ii'/neerd.)
De gezamenlijke Ministers zijn het Ministerie; ie ministerraad onder 'sKonings voorzitterschap heei k'dhinefs-raad ; de honing met de Ministers vormen de Regeering.
IX. Hocvv.-l en welke Ministers zijn er;
en hoe verklaart gij art. .quot;gt;4 d. r urondwet. dat luidt: âDe Koning is onschendbaar; de Ministers zijn verantwoordelijkquot;?
Antiv. ad lum De Koning bepaalt hot getal der Ministeriëele Departementen naar het aantal takken ot afdeelingen, waartoe de verschillende zorgen van het staatsbestuur kunnen gebracht worden.
Tegenwoordig heeft men S ilinisti-rs, tew.; van Binnenlandsche Zaken.
van Buitenlandsche Zaken.
van Justitie. .
van Financiën,
van Oorlog,
van Marine,
van Koloniën,
van Waterstaat, Handel en Nijverheid.
ad quot;2um De Koning kan nimmer voor een door Hem genomen maatregel tot verantwoording geroepen worden. Hii wordt altoos bereid geacht, om den wettigen ueg in te slaan. Is er onwettig of ondoelmatig gehandeld, de schuld ligt aan den Minister, die den Koning verkeerd heeft iiv-Telieht. althans zijne mede-onderteekening aan het onwettig of ondoelmatig besluit had moeten weigeren. Want de Koning kan geene regeeringsdaad uitoefenen tenzij met medewerking der Ministers, die de volle verantwoordelijkheid daarvan dragen. Zie Gr. art. 77.
Hieruit blijkt, dat de Ministers zijn raadslieden der
â 17 -
Kroon on nvt eenvoudig hare dionaivn. /.ij moet' n in al hunne handelingen de Grondwet, de wetten en V l.mds l)elang betrachten. Wanneer zij derhalve met ipzet hebben medegewerkt tot regeeringsdaden, die de Grondwet of 's lands wetten schenden, of ook zomler u|i/.et hebben verzuimd uitvoering re geven aan wetten en maatregelen, waartoe zij verplicht waren, dan kunnen 7.ij op aanklacht des Konings ol van de Tweede Kamer in siaat van beschuldiging gesteld worden en moeten recht staan voor den Hoogen Raad. Gr. art. 164en 7i. Zi ili-w â t van 22 April isr,quot;). S. 83. houdende regelini;' der verantwoordelijkheid van de Hoofden der Min. D'-par-tementen.
Aaiwi. Daar ecno wt t tot stund komt in gemtrn 0'V'/''7 tusschen deii Koning en de Staten-Generaal, zoo moet er noodzakelijk overecntiemn-iivi heer-schen tusschen *s Konings Ministers en de meerderheid d-r Volksvertegenwoordiging.
Ontbreekt die overeensteïnming omtrent hut een of and* r door de H -geering aangeboden voorstel, dan zal de Koning dat voorstel laten rusten, -.f het later g.-wtfzigd of niet gowyzigd weder indienen, óf (m.-t opoffering van zlin Minister of Ministerie) etfn vc- rstel in tegenovergeeteMen : -r- â heel anderen geest aanbieden, quot;f â als de zaak belangrijk g»-noeg iv â Kamer of Kamers ontbinden.
Is de Ctypositie. welke bestaat uit de Kamerleden, die ln-t regeeringsbekid alkeuren, eenmaal meerder!«'id in de Volksvertegenwoordiging, 'ian zivt de Regeering hare taak op alle wijzen bemoeilijkt, hare voorstellen afgestemd. hare maatregelen afgekeurd, en soms moties van irantrowren uitgebracht, waarbij de Kamer aan een of meer Ministers haar vertrouw, n ontzegt. Dan zal de Koning, om de verstoorde overeenstemming te herstellen, - zijn Ministerie ontslaan en een nieuw Ministerie (meestal uit de leden der Oppositie) vormen, of wel - wanneer eene meerderheid naar den geest der Regeoring te verwachten is - de Kamer of Kamers ontbinden.
Valt met grond te verwachten, dat - in geval van verwerping van een voorstel door de Kamer- de Minister of het Ministerie den Koning om ontslag zullen vragen, dan zegt men. dat er eene Portefeuillr-'jiv *fie ot Kabinefs'lt;/v(('stie uit gemaakt wordt In zulk geval heeft de Kamer de beslissing over het aanblijven ol aftreden van den Minister of het Ministerie in handen.
X. Xoem nog eenige bijzondere rechten des Kuninus. be-grepen onder den naam van Prerogatieven der Kroon?
Antw. De voornaamste zijn:
1quot; Het oppergezag over land- en zeemacht en de benoeming der militaire officieren. Gr. art. GO. Zie omtrent de
IS â
regeling van de bevordering, het ontslag en de pensioneering der officieren de beide Wett.-n van 28 Aug. l.Sól, S. 126 en 12S, sinds herhaaldelijk gewijzigd.
2quot; tier recht van de munt. Hij vermag Zijne beeltenis quot;|i di- numtspeeion te doen stellen. Gr. art. G4.
3° lier recht tot het wrleenen van adeldom en het benoemen tot ridders der bestaande Orden, nl, van den N'ed. Leeuw, de Militaire Willemsorde en de Orde van Oranje-Xassuu. Gr. art.
Aanm. 1. Adehlon gc-.-ft alle n rocht op het voeren van predicaten en titel'-
en geenr enkele staats- of burgerrechterlijke ondersclioiding.
A(nin\.2. De orde van Xt dr rlandscln n h eme is ingesteld bij de Wet van s,i't. 1S1gt;, rf. 47 (gew. b. d. W. ló April 1886, s. 64.), ter vereerende ondt r-scheiding van hen, 'lie bewijzen geven van beproefde vaderlandsliefde» bijzon» Ie ren ü ver en trouw in het volbrengen li miner burgerplichten of buiten-ltcW' !.»â bekwaamheiil in wetenschappen en kunsten. (..Virtus nobilitaf).
Zii t» lr drie klassen, tev.,: Grootkruizen, Kommandenrs en Ridders. Ook zün e.-nige verdienstelijk» personen, onder don naam van Broeders aan de Orde verbonden, met eene jaarlüksche toelage van f 2(X),â, waarvan do helft op hunne wed uw» overgaat.
Aantn. O*- M'dUnirc. Willemsorde is ing».'Steld bij de Wet van 30 April 1815, S. 33, (g'W. b. d. W. 22 April 1S64, S. 33 en 1quot;» April 18S6. S. 64) tot belooning van uitstekende 'la-Ion van moed. b.-k-i»l en trouw, vern»-lit door hen. ⢠zoowel ter ze»- als te land het Vaderland dienen. {..Voor moed , beleid » n trouwquot;.)
Zü t»'*lt vier klassen, nl. Grootkruizen, Konunondeurn en Ridders van de â â :lt;le en 4de klasse.
Aquot;nm. 4 De Orden van de Eikenkroon en van den Gouden Leeuw van Nassau zijn door den dood van Willem III voor ons Huis verloren gegaan. Daarentegen is bij de Wet van 4 April 1802, S. 5ö de Orde van Oranje-Xassau ingesteld, bestaande uit Grootkruizen, Groot-ofticieren , Komman-'ieurs Ofïïcieren en Ridders, en strekkende tot vereerende onderscheiding van h» n, die zich jegens den Koning en den Staat of jegens de Maat-schapp;i op bijzondere wijze hebben verdienstelijk gemaakt.
Aanm. 5. Volgens de Wet van Strafrecht art. 435 wordt met geldboete van
ten hoogste f 150,â gestraft:
a. Hü, die zonder daartoe gerechtigd te zijn, een Nederl. adelleken titel voert of een Nederl. ordeteeken draagt;
Hü, die zonder 'sKonings verlof, waar dit vereischt wordt, een vreemd â ndetquot;-l,'')gt;, titel , rang of waardigheid aanneemt.
4quot; Het recht van (jratie van straffen door rechterlijk vonnis opgelegd. Gr. art. GS. Zie de Wet Recht. Organ. Regl. 1. art. 79, n0 2, en hef Besluit 13 Dec. 1887, S. 215, houdende vaststelling van eenigf regelen aangaande de behand. ling der verzoeken om gratie enz.
quot; Anmystie d. i. gratie aan een aantal veroordeelden gezamenlijk, en
''o'iti' lt;1. 1. dr bepaling, »lat een misdrijf niet vervolgd of onderzocht zal w â â¢.â¢!en, worden niet dan bü eene wet toegestaan. Grondw. art. gt;'gt;8.
19
ö0 Het rwht om de Kamers t«- zairn.ii of alzonckiink ontbinden. Maar dan moet het ontliindings-besluit tevens den last inhouden tor het verkiezen van nieuwe Kamers binnen veertig dagen , en tot het samenkouu n der nieuw gekozen Kamers binnen twee maanden.'ir.art. i3.
Aanm. Al wat aan den Koning gericht wordt ol van liem uitgaat. guat door de handon van het Kabinet des Konhii/s, (Binnenhof). best;iaiKU- uit een Directeur en eenige refurondarissoii en conn niezen.
XI. Waaruit worden de gel'hniddeloi gevonden, dii- aar-lüks noodig zijn tot onderhoud van den Staat; wat verstaat gij dooi' Staatsbegrooting en hoe wordt die jaarlijks vastgesteld; â
en welk staatscollegi is belast niet het toezicht oi» de juiste naleving der begrooting?
Anhv. ad lum üit belastingen, accijnsen, rechten op in- en uitvoer, opbrengsten van staats-eiLrendommen, posterijen, telegraphie, staats-spoorwegen, staats-loterij enz. enz.
Geene belastingen kunnen ten behoeve van quot;s Rijks kas geheven worden, dan uit kracht van eene wet. Gr. art. 174.
Aanm. Ken onderscheidt;
1. DIRECTE BELASTINGEN. zooals: «. ijrondbeltuling, geheven oj» di-gebouwde en ongebouwde oigendommen (onroerende goederen); zii 1» draaft thans Mi do gebouwde eigendommrii ongeveer 8 pCt en bij de ongebouwdt eigendommen ongeveer IS pCt van do btlastbare opbrengst;
It. persuneele belasting, geheven naar gelang van ieders leefwijze; dio leef-wyze wordt beoordeeld en de belasting berekend naar * grondslagen ; huurwaarde, deuren on vensters, haardsteden, mobilair, dienst- eu werk-bodon, paarden ; zie Wet 29 Maart 1833, S. 4 mot wijzig.;
c. patentrechl, geheven van hen, dio eeuig beroep of bodrüt uitoefenen. (Voor welke beroepen geen patent voreiacht wordt, de rangschikking der patent-plichtigon in klassen en het recht, voor elke klasse verschuldigd, enz. zie Wet 21 Mol ISIS'. S. no. 31, met wijzigingen.
2. INDIRECTE BELASTINGEN, zooals; successie- en overgangsrechten, zegelrecht, hypotheekrecht, registratierecht, enz.
3. Ai 'CIJNZEN of belastingen op het verbruik van zekere waren, zooals: gedistilleerd, wijn, azijn, bier, zout, geslacht, enz.
4. Hechten op IN- EN UITVOER, enz. Zie Wet 25 Aug. 1862 s. 17o nut wijz. Door zoogenaamde opcente)i worden onderscheiden belastingen, p leent--
gewyze verhoogd.
ad 2um De noodige uitgaven worden voor elk Ju ti' geraamd en tevens de middelen aangewezen, om die uitgaven
20 â
te â kkken. Dt-ze raming' van uinravm en miildelen heet Staatsbegrooting.
wonlr jaarlijks van wege den Koning aan di'Tweede Kanier voorgesteld, dadelijk na het openen di r gewone /.itting van de staten-Gen(gt;raal, vói'ir den aanvang van htr jaar, waarvoor de begrooting dienen moet. en ver-vnlyvns vastgesteld door eene wer, beyrootinyxicet genaamd. Zie (ir. art. 123-125.
Bovendien moet verantwoording van de Rijksuitgaven en oiuvangsten over elk (iiensrjaar glt;-schiedcn aan de Wetgi-vende Macht, onder overlegging van de door de Rekenkamer goedgekeurde rekening. Gr. art. 12(i.
Adittf. l»e raminu: der middelen vour 180-J bedroeg f 127.lt;KX».1quot;0. vii d«,-ramiiii: Ier uitgaven f l.W.8i;gt;.-;90 62^.
ad 31quot;quot; De Algemeene Rekenkamer, wier leden. 7 in getal, door den Koning voor hun leven benoemd worden uit eene voordracht der Tweede Kamer van telkens drie personen. Gr. art. ITtt. Zie de Wet van 5 Oct. 18-11, S. -10, ge-wü/.iird bij wet van lOFebr. 18-14, S. (gt;, en 20 Juli 1S70,S. 123.
'''' quot; D' Stnat heeft nu en dan ireld tegen interest moeten leenen. til'-: uur is de STAATSSCHULD ontstaan, welke 0|i naam der sehuld-eisi-iiL-rs in liet (Irootbork iter Xquot;tionnle Schuld te Amsterdam gezumenUjk s iiigèsenreven. Aan renten voor de Nat. Schuld was op de begrooting voor uitgetrokken f 31.â¦gt;.â {9.749.
Ainortisutie heeft veelvuldig plaats, en ook wel Conceisie, waar zulks niet toestemming der schuldeischers geschieden kan. (bvb in
XII. Hoe is het Bestuur der afzonderlijke Provinciën
saniMigesteld ?
Ant/c. H'-t Bestuur der Provincie bestaat uit de Provinciale en Gedeputeerde Staten met denCommissaris des Konings.
1' De Provinciale Staten vertegenwoordigen de geheele Provincie en bezitten de tcetgevende macht. Hun wordt de ri'f/i'lmg in he! bi stuur van ih'huishouding der Prorincie overgelaten. Zij maken de verordeningen, die zij voor hes Provinciaal belang noodig oordeelen ; altijd echter met die beperking, dat voor alle reglementen en verordeningen 's Koning goedkeuring noodig is. Oir. art. 134. Zie de wet van ti Juli 1850. S. 30. â
â 21 â
Zij vergadtn n jaarlijks tweemaal ia de hoofdplaats der rrovincü en genieten alleen vergoeding voor reis-. n verlilijfkosten. De 2 (uvwon. i zittingen h.-bb. n plaats oji den istiquot; Dinsdag van Juli en van Novembei, en duren gewoonlijk 14 dagen.
De hdm (in Noord -ISrab. 64) won!en gekozen in de kiesdistricten. waarin de Provineie verdeeld is. voor den tijd van 6 jaren (om de 3 jaren treedt de hellt al) dnoi de meerderjarige ingezetenen der Provincie, tevens Nederlanders, die de kenteekeiien van geschiktheid en maat--chapi eü'ken welstand, door de wet te bepalen, be/.it ten. Gr. art. 127. Zie Vraag IV ad 2U,quot;â Verklaring.
De vereischten tot. verkie^haarheid zijn: Nederlandeiseluip, volle genot van burgerlijke en burgcirsehapsrichten, oudei-dom minstens 25 jaren en vast verblijf gedurende het laatste jaar in de Provincie. Or. 127. Wet r. .luli 1850. S Si', art. 17 en volg. - De gewone tijd der verkiezing is de tweede Dinsdag der maand Mei. art. 5. 2quot; De Gedeputeerde Staten zijn een college van f, leden (in Drente 4). uit en door de Provinciale Staten benoemd, aan hetwelk de dagelijk*rhe leiding en uitvoering ran zaken wordt opgedragen, hetzij de staten zijn vergaderd of niet. Gr. art. lo'-t. Zij worden benoemd voorden tijd van zes jaren en de helft der leden treedt om de driejaren af niet den eersten Dinsdag der maand Juli. A\et van i Juli 1850. S. 89. art. 45 en volg.
Gedeputeerde Staten vergaderen zoo dikwijls het nondig is en genieten eene jaarwedde, doch de heltr daarvan als presentiegeld, naar gelang van het aantal vergaderingen door ieder hunner bijgewoond. - Wet v. t; Juli 1850, art. 52. 3quot; De Commissaris des Konings, door den Koning benoemd en door het Rijk bezoldigd, is Voorzitter van de vergaderimr der Provinciale en (iedeputeerde Staten, hoeft in laatstii'euoomd college stem (in de Staten slechts eene raadgevende stem) en vormt met Gedeputeerde Staten de uitvoerende macht in de Provincie. Wet van (5 Juli 1850. Hoofdst. III.
â 22 â
Aan het hoofd der administratie van het Provinciaal Bestuur staat de Griffier der Staten, benoemd door de Staten uit eene voordracht van 3 personen, door (redo-[⢠ut eerde Staten te doen. Zie wet van (5 .kill 1850, art. 36 en volg.
. 1 '* a a'. !gt;.â PROVINCIALE BELANGEN, iloor het Provinciaal li stuur to bohartiu'iM; en vuur ik- verschilli-ade provini-inn dikwüla werkelyk verschillend, kunnen in het algemeen gebracht worden tot: het zorgvuldig bellet r der provinciale geldrniddelen; de veret-uiging of sjtlitsinir van gemeenten: de goed.- verstandhouding der gemeenten onderling inzake gemeentebelangen: de bevordering van de eigenaardige middelen van bestaan der provincie: de zorg voor de waterwegen 011 provi idale wegen: het toezicht op de waterschappen, enz. enz.
XIII. Hoe is het Bestuur der Gemeenten Ingerirht?
Antw. Het Bestuur van idke Gemeente bestaat uit een Raad, een Burgemeester en Wethouders.
a. De Gemeenteraad bezit de tcetgenende macht. De regeling en het bestuur van de huishouding der (lemeente wordt hem overgelaten; en hij maakt de verordeningen, die hij in het belang der Gemeente noo lig oordeelt. Gr. art. 144. Gemeentewet '29 Juni ISöI, S. 85 met wijzigingen. At'd. ±
Het getal leden hangt af van het zielental der bevolking. (In gemeenten beneden 3000 inw. 7 leden, van 3000 tot tiOOG inw. 11 leden, enz. â hoogstens 39 leden in gemeenten boven 100.000 inw.) Gem.-wet art. 4.
Zij worden gekozen voor den tijd van 6 jaren (een derde treedt om de 2 jaren af) door de meerderjarige ingezetenen der Gemeente, tevens Nederlanders, die de kenteekenen van geschiktheid en maatschappelijken welstand, door de wet te bepalen, bezitten. Gem.-wet art. 27-30 enz. Gr. art. 148. i*J
De vereischten tot verkiesbaarheid zijn: Nederlanderschap, volle genot van burgerlijke en burgerschapsrechten, ouderdom minstens 23 jaren, vast. verblijf
[*1 Voor hot kiezen van leden dor Provinciale Staten en van den Gemoente-raad gelden dus dezelfde regelen als voor het kiezen van leden der Tweede Kamer; niet dit onderscheid, dat men bovendien ingezeten lt;ler Provincie moet wezen, om kiezer voor de Prov. Staten. en ingezeten der Oetneente om kiezer voor den Gemeenteraad te zijn. (Vast vorblyf gedurende het laatste jaar binnen gt;le Provincie of 'h Gmieente). S. Kiesw. art. 2.
gedurende hei laatste jaar in de Geinernte. er. art. 143. N. Kieswet art. 1 en
h. Di- Burgemeester, minstens ü5 jaivn niid, woriJt dooi den Koning benoemd voor den tijd van tj jaren; hij is Voorzitter van den Baad en heft daarin, y.oo hij niet tevens lid in, eene raadgevende stem.
Na y.ijri' benoeming heelt hij zijn» vaste woonplaats binnen de Clemeente. tenzij de Koning hnn, na advies van Gedeputeerde Staten, di.- hot gevoelen van den Kaad inwinnen, van die verjilic hting onthelt. Gem.-wer.art. c. Do Wethouders worden door den Raad uit zijn midden benoemd voor den tijd van (gt; jaren. Do helft treedt om de 8 jan n af. Tn gemeenten van 20.000 of minder inw. bedraagt, hun getal '2, in do overige 8 ot -1 naar goedvinden van den Raad. Zij genieten eene jaarwedde, doch de helft daarvan als prosentie-geld.
Met den Burgemeester vormen de Wethouders het Dagelijksch Bestuur gt; n bezitten met hem de macht in de Gemeente. Gem.-wet art. 79 â 94.
Het toezicht op de Gemeentebesturen wordt uitge. oefend door het Bestuur der Provincie en wel door Gedeputeerde Staten.
Ao.ur. 1. Onder den mmm van OEMEEXTKBELANOEX brengt men al datgene, wat do bevolking noodig heeft tot besdtenning van perttmm â quot; bezittingen iiolitio, brandweer, straatvorli. liting, fur..,: tot nittn ft tilm/ ai bevonh rimi ran i treclillh ml' â lquot; » (gemec-nteweiren, wator-, spoor- en tramwegen, marktplaatsrn, Kamer van Koophandel en la-brieken, enz.); tot betordering der algemeene gezondheid (riolen, waterleidingen. gasthuizen, toezicht op begraatplaatson, zuivor drinkwater, euz.). tot onhiikkelntg drr ceestdijl.r ventwijenf (inrichtingen van onderwas); tot onderfletininii der belioefliiieii (armwezen, burgerlük armbestuur; tot onN spanning (openbare wandelplaatsen, enz.) â
Aatwi. 2. Do Secretaris der Giweiiiti' cn de Gemeente-OntV(inglt; t worden door den Baad, die eene aanbeveling van telkens 2 personen van Burgemeester en 'Wethouders ontvangt, benoemd, geschorst et'ontslag n. Genu-wet art. '.â¢5, 100 cn volg. In gemeenten van quot;idOO of minder inwoners kunnen beide betrekkingen vereenigd worden. Pe Gemeente-Politie is den Burgemeester ondergeschikt, evenzeer als in zaken der Gemeente-Politic de ' â .mmissaris run Politie, die in grooteic gemeenten door den Koning benoemd en uit de Gemeente-kas bezoldigd wordt.
Aaiini. Burgerlijhe Stnnd.
Er bestaan ten Kaadhuize van iedere Gcmeenre r-gisl- r* van (/ebdortt n.
â 24 â
van hmvelflksaangilten en afkondigingen, van hmcetykm en eohtschel-dlngen, en van overlijden. Het houden van dozi- registers, vroeger uit-s uiuud aan de gvesteUlklirid overgelaten, is sinds ISI1 de taak van Antbtenarm van dm Burgerlijken Stand, daartoe door den Raad van iedere Gemeente mt ztin midden tê benoemen. Be Burgemeester, hoewel geen lid Van don Baad, is niettemin tot Ambtenaar vaa den Burgorliikoii stand oenoembaar. Gem.-wet art. li1*.
XIV. Xotm cenige rechten, dm Nederlander door zijne grondwet verzekerd: -
en welke verplichtingen worden hem da-.irente'en opgelegd ?
Antiv. ad lum-
(i. Ge lijk held voor de wet; deelneming aan 't bestuur van s Lands Zaken; benoembaarheid tot elke landsbediening. Gr. art. -j, Iiiil enz.
Li. \ i i.iheid van drukpers, behoudens ieilers verantwoordelijkheid volgens de wet. Gr. art. 7.
c. Waarborg van eigendom, behoudens onteigening ten algemeenen nutte tegen schadeloosstelling. Gr. art. -t, lól.
i'. Het recht van petitii:, d. i. het recht, om verzoeken, mits schriftelijk on onderteekend, aan den Koning, dé Ministers 'if de Sta ten-Generaal in te dienen. Gr. art. s.
e. Het recht van vereeniging en vergadering, welks uitoefening door de wet geregeld en beperkt wordt in het belang der openbare orde. Gr. art. 9. Zie wet 22 April 18-')5, S. 32 met wijz.
Vrijheid van onderwijs, behoudens het toezicht der overheid, en bovendien, voor zooveer het middelbaar on lager onderwijs betreft, behoudens het onderzoek naar de bekwaamheiden zedelijkheid des onderwijzers. Gr. art. 192.
g. Vrijheid van godsdienst en godsdienstoefening. Zie daarover Grondwet Hoofdst. (3 en do wet van 10 Sept. 1853, S. 102. gewijzigd bij de wet van 31 Dec. 18S7, S. 2agt;.
h. Geen privilegiën in het stuk van belastingen. Gr. ait. 1 *o: zie echter art. 2(), waarbij den Koning en den Prins van Oranje vrijdom van alle personeele lasten wordt toegestaan.
â
25 â
ad 2UÃ1
a. lt; )nder\verpiug aan tls bestaande wetten en â .â¢eruit ii%iii_r der rechten van elk der ingezetenen in het bijzonder. Gr. art. 121.
\gt;. Bijdrage in de behueften van dvii Staat. dr. art. i gt;!. 1 c-). c. Medewerking tot handhaving der onafhank li.ikheid van het Rijk «'n tot verdediging van zijn grondgebied. Gr. art. 180. Zie pag. 28.
XV. Wat verstaat gij door de Rechterlijke Macht; huevelerlei rechtspraak wordt er onderscheiden
ArJw ad lum De muchi om rechtspraak uit te oefenen, d. i. uitspraak te doen bij overtredingen der wet of bij geschillen.
De gezamenlijke ambtenaren met rechtspraak belast, eie door den Koning coor hun hreu worden aangesteld (Gr. art. 16(5) en den naam van rechter* dragen, vormen de Rechterlijke Macht.
-lonm. De kennisneming en beslissing van alle geschillen over eigendom of daaruit voortspruitende rechten, over schuld vorderingen of burgerlijke rechten en de toepassing van alle soort van wettig bepaalde strafU-n, zijn by uitsluiting opgedragen aan de Rechterlijke Macht, volgens de verd* â lin-. n van rechtsgebied, de rechterlijke bevoegdheid en de werkzaamheden geregeld b\i de Wet op de Rechterlyke Organisatie. Zie art. 2.
ad 2um Er is tweeërlei rechtspraak:
a. Strafrechtspraak bij gevallen van misdrijf en orer-treding. Men onderscheidt daarbij den Openbaren Aanklager (Openbaar Ministerie)-, zie wet op de Recht. Org. art. 3 en volg.,) of don ambtenaar, die den aard van het misdrijf omschrijft, de toepasselijke strafartikelen opgeeft en dus optreedt in naam der geschonden wet, â en de Rechters, die, getuigen en verdediging gehoord, bij vonnis uitspraak doen van onschuld, gedeeltelijke of volkomen schuld, en in beide laatste gevallen straf opleggen, welke bestaan kan in gevangenisst raf, hechtenis of geldboete. Zie Wetb. van Strafrecht, tit. 2.
b. Burgerlijke Rechtspraak, die zich bezig houdt met de beslissing der geschillen tusschcn de ingezetenen onderling.
Arit hi. Alle Vf-nnisst-n moeten de gronden v.aar- ;â rust*.ii , nhciulen en in stralzaki u d» \v.. tt« Hik»- vocrsvl rilu n waarop de vero*quot;'l« «-liug rust, aanwijzen.
I'e uitspraak gesthitdt met upen deuren en de t. rech'zittingen zyn O}quot;nhaar, behoudens de uitzonderingen door de wet bepaald. ZieGr.art. 161.
) iioe geschiedt do Rechtsbedeeling in ons Vaderland ?
Antir. Er wórdt alom in hlt;-t Rijk recht gesproken in naam des Konings (Or. art. 140) door de Kantongerechten , Arrondissements-Rechtbanken , Gerechtshoven en den Hoogen Raad der Nederlanden.
a. Dgt; Hooge Raad is een opperst gerechtshof te 's Gra-venhage. quot;waarvan de leden (Ruad^heercn) door don Kor.ing uit eene voordracht der Tweede Kamer van telkens 3 personen benoemd worden, (ir. art. iri2, 163.
De Hooge Raad is samengesteld uit oen President, C( n Vice-President. (beiden door den Koning uit de leden benoemd), 12 tot li Raadsheeren, een Procureur-generaal, drie Advocaten-generaal. een Griffier en twee Substitmit-grifliers. /,!â¢â verder de Wet op de Recht. Org. afd. ö.
Aonn'. Voorden Hoogen Raad staan te recht de loden der statfi:-(Jenernal, de ministers en hooge staatsambtenaren. Gr. art.
Voorts kan men binnen een door de wet bepaalden termijn van alle arresten en vonnissen, in het hoogste ressort door de Hoven . Arrondisse-ments-rechtbanken en Kantongerechten gewezen, beroep in cassatie instellen l-Ã den Hoogen Raad. Zi-- de wet op de Recht. Organis. art. 05 en volg.
Hoogs*gt; ressort wil zeggen: niet vatbaar voor hooger beroep ül in hooger beroep gewezen; want alleen in die gevallen kan men zich in cassatie hegeven Mi den Hoogen Raad.
h. De Gerechtshoven zijn 5 in getal, ('s Bosch. Arnhem, 's Hage, Amsterdam, Leeuwarden.) Zie Wet Recht. Organ, afd. 4.
De Openbare Aanklager bij de Hoven heet Prokureur-(/etwraal: zij, die uitspraak doen. heeten raailshei ren, (ten getalle van 7 tot 10, met een President en een Vice-President.)
Het rechtsgebied van ieder Hof is in 4 of 5 arrondissementen verdeeld.
Tot het rechtsgebied van het Gerechtshof re 's Bosch
27 â
behooren de arroudiss'inenten in Noord-Br tbant gt;.n I.im-burg, nl. die van quot;s Bosch. Breda, Maastricht en Roermond.
c. De Arrondissements-Rechtbanken zijn in ai-tal.
De Openbatr Aanklager hi'et officier can JmtlUe; zij, die uitspraak doen hoeten rechters, (te quot;s Bosch 4 a 5, met een President en ' en Vice-President.) Wet Recht. Organis. afd. 3.
Het rechtsgebied van elk arrundisseinent is woier in een aantal kantons verdeeld. Zoo bevat h r arronUsse-itfui quot;s Bosch di; kantons: s B i~ h, Osch, Heusde i. Waalwijk, Vechel. Boxmeer, Eindhoven en Oirschot; â dat can Brehi do kantons: Breda, Ojsterhout, Zevenbergen, Bergi n op Zoom en Tilburg. Het kanton Helmond behoort onder Roermond.
d. De Kantongerechten (100) zijn de kleinste rechtsgebieden. Zie Wet Hecht. Organ, afd. 2.
De Openbare Aanklager heet Ambtenaar can h' i openhaar Miimterie, de rechter, die uitspraak doet, Kantonrechter. Een griffier is hem toegevoegd, evenals aan de hoogere Rechtscolleges, waarbij nog bovendien een of meer Substitaut-grif/iers zijn aangesteld.
A'inm. 1. Binnen den by do wet bepaald. 11 termijn kan men:
fi. van alle lt;1lt;iarvoor vatbar»- vonnissen in strafzaken t-n in burgerlyke zaken, door de Rechtbanken in eersten aanleg gewezen, in HOOGEK' BEROEP komen bö d-- Gr,''(l'fshor' n. (Wet Organ, art. lt;is, »'.9); â
b. van alle daarvoor vatbare vonnissen in strafzaken en in burgerlijke zaken, by de Kantongerechten gewezen, in HOOGER BEROEP komen bij de Rechtbanken. Wet Kecht, Organ, art. 54, -\S.
Het al of niet vatbar* der vonnissen voor hoogei' beroej) is bepaald in strafzaken naar gelang van het maximum der bedreigde straffen, - in burgerlijke zaken naar gelang van de waarde in hoofdsom en van den aard der rechtsvorderingen. Zie art. 38â44, quot;4, 50, 6S. «gt;9,
Aatim. 2. Over MILITAIREN wordt recht gesproken door krijgsraden te land en te water, van wier uitspraak hooger beroep is op het Hoog Militair Gereclitsliof te Utrecht.
â 28
AANHANGSEL.
S 1-
Van de Defensie.
Door Defensie verstaat men alles wat dient tot haml-havinir .Ier onafhankelijkheid van het Rijk en tot verdediging van zijn grondgebied.
Do Grondwet, na in art. 180 gezegd te hebben, dat alle Xe der landers, daartoe in staat, verplicht zijn tqt de Defemie mede te werken, bepaalt dienaangaande voornamelijk het volgende:
1 Er is eene land- en eene zeemacht (deze laatste, wegens de ligging van ons land aan zee en rivieren en het bezit van koloniën) bestaande uit vrijicilligers en dienstplichtigen. Art.'lSl.
Vreemde troepen worden niet dan krachtens eene wet in dienst genomen. Art. 182.
Al de kosten voor de legers van het Rijk worden uit quot;s Rijks kas voldaan. Art. 186.
2quot; De wet regelt den verplichten krijgsdienst, art. 181. Zie di' wet Nationale Militie van 19 Atig. 1861, S. 72 met aanvulling en wijzigingen. (Jaarlijksche loting der mannelijke ingezetenen, die in het vorig jaar op 1 Jan. hun 19de jaar waren ingetreden en in dat jaar voor de militie waren ingeschreven . hoofdst. 3 '-n 4;â plaatsvervanging en nummer-verwisseling geoorloofd, hoofdst. 7; vrijstelling van den dienst, uitsluiting van den dienst, ontheffing van den werkelijken dienst in bepaalde gevallen; hoofdst. 5, 6, 11).
Aonn'. Art. 127 der Wet Nat. Militu- luidt: ..Aan de geestelijke)i en bedienaren van den Godsdienst bij de erkende kerkgenootschappen, â en aan de studenten in do godgeleerdheid, die daartoe aan erkende inrichtingen van onderwijs worden opgeleid, wordt door den Koning, oj» hunne aanvrage, telkens voor één jaar ont-hefting van den werkelijken dienst verleendquot;.
Die aanvrage moet volgens Besluit 8 Mei 1S62, art. 71, Stbl. 4«;, jaarlijks tusschen *20 Maart en 1 April met het bewijsstuk worden ingediend bü den Burgemeester der Gemeente, binnen welke men voor do militie is ingeschreven.
Volgens genoemd Besluit art. «sâ71 worden beschouwd:
a. als '/eesteltjhm of bedienaren van den Godsdienst: subdiakens, diakens en
priesters; â
â 29
h. als nhnktit-.« in lt;if godgtlet-rdbeld: zti, die met hut su-ilig gcblckbn voor-nenun. om zidi mui den gccstelliken stand te wijden, hunne opk-iilinjr tut bedienaren van den godsdii iist ontvangen op t^n der (aangevezen) bisschoppelijke Semiimriën.-
8° De dienstplichtigen O r zee (zie de wet Nat. Mil. art. 5 en lioofilst. 12) zijn bestemd om re dit-nen in eu buiten Europa. Aan hunnen dienst buiten Europa worden door de wet voor-cleelnt verbonden, Gr. art. 183. (Voor de ingelijfden bij de Militie h land duurt de dienst vijf. voor. die bij' de militie ter Zn vier Jaren. Zie verder Wft Nat. Mil. hoofd^t. 12.)
De dienstplichtigeu Ie land mogen niet dan met hunne toestemming naar de kolouiön en bezittingen van het Rijk in andere werelddeelen worden gezonden. An. 1S4.
Aamn. 1. Pe VLOOT telt «70 officieren en ]Cfcquot;,00 minderen, moest vrijwilligers. Oorlogshavt ns ziiu Nleuvedjt [ en Hellevoctsluis. Ter opleidinu tot ofticler dient het Koninklijk Inslilm'f. vnor cJ' Murin* te Willemsoord (Nieuwedlep).
2. Het LEG KB bestaat uit di .W-vik Mtlin- (lotelingen. 'lt; lichtingen, elke van ten hoogste llOOii man,-en vrijwilligers) en een staaml 'f/ i (aangeworven vrijwilligers, hetzij Inboorlingen ot' vreemdelingen om al naar omstandigheden dienst te doen in of buiten Euroim). Een Konlnkliik besluit bepaalt jaarlijks voor iedere Provincie, en de Gedeputeerde Staten bepalen voor iedereGemeento, hoeveel lotelingen er moeten opkomen, om het jaarlijkscb .-ontingent van 11000 man a;in te vullen.
AHa weerbare mannen van 25â80 jaren bebooren tut de SCHl T'l'KKLIKN. Waar deze georganiseerd zijn nl. in grootere gemeenten, heeten /ij schutterijen, eiders rvstewle schutteriieu. Zie v# rder Wet op de Schntteriien; afd. 4 handelt over den Lamlstom
Tot opleiding van militairen di.i.en de Koninklijke Militaire Academie te Breda, de militaire scholen te Delft en te Haarlem, het Instructie-Bataljon te Kampen, de Instructie-Compagnie te Schoonhovt-n, de Instructie-Batterij t-' Arnhem, de Pupillenschool te Nieuwersluis, enz.
3. Ons DEFENSIE-SYSTEEM bepaalt zich tot een goed verdedigbare kern des lands, welke gevormd wordt door bijna geheel Noord- en Zuid-Holland met een gedeelte der provincie Utrecht. De voornaamste enfnurii/Ae verdedigingsmiddelen Ziin het mtter der Zuiderzee en der groote rivieren in verband met een slappen bodem (laagveen). Vestingen zooals Muiden, Weesp, Utrecht, Gorinchem, Wou-drichem, Naarden, (welke laatste vcs-ting ook bestemd is, om den vijand inden rug te bestoken), forten en versperringen (torpedo's) in rivieren, riviermonden en zeegaten zijn de voornaamste kwistmatiue middelen tot verdediging.
De belangrijke HOLLANDSCHE WATERLINIE loopt van Muiden langs de Vecht en den Vaartschen Hiin tot Gorinchem. Om tijd te winnen voor het imoideireH (onder water zetten), moet men ./(â¢Â« zoolawj mutjelijk ophouden.
Dit geschiedt door de sttllinf/ van iïe GcUiei'schv vallei en do Serfer-llftutre, zich uitstrekkend van de Zuiderzee tot St. Andries; door de Zuidei-iidlerlinie, van St. Andries langs Heusden eu de Langstraat tot Geertruidenberg; - en door verschillende forten (bii Lent, Pannerden, Westervoort, enz.), bestemd om den vüand den overgang over de groote rivieren re betwisten.
â 30 â
Gelukt het den vijand Holland binnen te dringen, dan dient als laatste bolwerk onzc-r unathankelijkheid de â¢-?TELLING AMSTERDAM, omgeven in c-eu wijden kring -i*.quot; : â¢â¢Â«... r van forten, wier omjtreken zoor snol oador wat or -'ozot on wier verbindingen met de zet«' n verdedigd kunnen worden.
Van den Waterstaat.
Het toezicht op de wateren, wegvri en bruggen is de taak van den Waterstaat.
Vooral voor ons land. dat verreweg het, grootste du^l zijns waters kunstmatig moet loozen, is du zorg voor den goeden loop des waters en de aanwending van gepaste middelen, om de gevaren, welke uit dat element kunnen ontstaan, tegen re gaan. een hoogst gi 'iuchtige taak.
In de lt;; rond wot hoofdst. (»is â iit-na ingaande hot volgende bepaald:
1° De iviinlng hoeft het opper toezie hl over alles wat den waterstaat betreft, enz. art. 189.
Aanw. Hieronder wordt begrepen het beheer en het toezicht op alles wat betreft de zeeweringen, duinen, dijken, kaden, waterkeeringon, sluizen, de gemeenschappelüke boezems en hunne waterpeilen, het stellen der watermolens, de verveningen en ontgrondingen, rivieren, bruggen, wegen en publieke werken. Zie Sav. Lohm. Ned. Staatsw. p. 72.
â iquot; Binnen iedere provincie wordt het toezicht op de waterstaatswerken, waterschippen, veenschappon en veenpolders uitgeoefend door de Provinciale Staten. Zie verder art. 190.
3° Du besturen van waterschappen, veensehappen en veen-polders kunnen volgens regels, door de wet te stallen, in het huishoudelijk belang van die instellingen verordeningen maken. Art. 191.
Aanm. Uns land is in een aantal WATERSCHAPPEN (polders, waarden, bedijkingen, enz. verdeeld.) Van Zeeuwsch-Vlaanderen tot den Dollard ligt eene aaneenschakeling van grootore en kleinere polders, nl. stukken land met oene kade of een dyk omgeven, zoodat men het buitenwater kan weren en het binnenwater, als 't noodig is. buiten werpen. Het toezicht en hot onderhoud van de verschillende waterschappen is in den regel opgedragen aan ingelanden, d. i. :\nn hen, die landeryen bezitten in hot waterschap. De ingelanden stellen
â 31 â
y
uit hun middf ii « en b« stuur, den r)nr'ilt;cl. Eovindien wciiit het btsruur
0V'-r ⢠n li't toeziclu op de dijken uitlefend docMquot; et-n licliaam van door ini:lt;-1anden gekoztn personen, (h dijksioel genaamd. Dat bestuur bestaat uit het hoofd, den ilt;i(if, en de lelt;llt; n. i-- !lt;⢠'m,
Van liet onderwijs.
I. Xa verklaiiril te hebln-n, 'lat ht-r openbaar onderwijs (.â¢en voorwerp is van de aanhoudende zorg di-r Regfi ring, Viepaalt de (irondwet in art. 192 het volgende:
1° De inrichting van het openbuar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienstige liegrippen, door de icc/ (infra) geregeld. (Neutraal onderwijs.)
2° Kr wordt overal in het i!iik van overheidswege voldoend openbaar lager onderwijs gegeven.
3° Het ijeve» van onderwijs is vrij. behoudens het toezicht der overheid, en bovendien, wat het middelbaar en layer onderwijs betreft, behoudens het onderzoek naar de bekwaamheid |exainens en zedelijkheid des onderwijzers, (getuigschrift van zedrlijk gedrag, afgegeven door den Burgemeester). Zie wet Lager Onderw. art. 27, 51. Ã5-66. Wet Middelb. Onderw. 2ö, 4-1 en Tit. VI.
II. Het onderwijs is verdeeld in:
1° Lager Onderwijs, geregeld bij de AVct van 17 Aug. 1878 S. 127, zooals die gewijzigd is bij Wet van 8 Dec. 1889, S. 175.
Men onderschi idt oiienljare en bijzondere lagere scholen.
Mits de voorwaarden, in art. Sibis opgesomd, aanwezig zijn, wordt aan de bijzondere lagere scholen door het Rijk subsidii verleend, volgens denzelfden maatstaf als bij art. 45 aan de gemeente ten behoeve der openbare lagere school wordt toegekend.
Het i ijkstoezicht wordt uitgeoefend door den Minister
- .'52 â
f
van Binnenl. Zaken, en onder zijne bevelen door 3 Inspecteurs. 25 Districts-schoolopzienors en 1I4 Arrondiasa-raents-schoolopzieners. Wet Lager Onderw. tit. 5. i^esluit van 22 Jan. 1880, S. 5, enz.
liet plaatselijk toezicht wordt uitgeoefend door Burgemeester en Wethouders; de Gemeenteraad kan ook plaatselijke Commission van toezicht instellen. Art. 70.
2quot; Middelbaar Onderwijs, geregeld bij de Wet van 2
Mei 1863 S. 50 met latere wijzigingen.
Openbaar middelbaar onderwijs wordt gegeven in Burgerscholen, (Rijks-en Gemeentelijke) Hoogere Burgerscholen, Landbouwscholen en de Politechnische school te Delft (tot opleiding van industriëelen en ingenieurs). Wet Middel b. Ond. tit. It. hoofdst. I en II. Het toezicht wordt uitgeoefend door den Minister van Binnenlandsche Zaken en onder zijne bevelen door Inspecteurs en plaatselijke Connnissiën.
3° Hooger Onderwijs, omvattende 5 faculteiten; Godgeleerdheid, Rechtsgeleerdheid, Geneeskunde, Wis-en Natuurkunde, Letteren en Wijsbegeerte, â en geregeld bij de Wet van 28 April 1876, S. 102 met wijzigingen.
Hooger onderwijs wordt gegeven aan de drie Rijksuniversiteiten te Groningen, Utrecht en Leiden, en aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, die alle den doctoralen titel kunnen toekennen; benevens aan de Gymnasiën, die tot de studie aan de hoogescholen voorbereiden. Te Amsterdam bestaat nog de Vrije Universiteit, eene particuliere instelling.
Onder Hooger onderwijs worden mode gerekend de Seminariën.
Tilburg, 10 Sept. 1892.
P. B. H. VAN EIJL, pr.