7^gt;
WANDELINGEN
DOOR DEN
BOTANISCHEN TUIN
TE
BUITENZORG
DOOR
Drlt;. W. BURCK
AD-H!NrT-DIF^rCTlquot;»R V AN I.AND'PL A N i f .Nl UI N
B A T A V I A
l.ANDSDRDK KRRIJ 1 : ⢠â¢
178, F
I
..... ' â -.....^# â -........ ..... ...... .....
'
â â¢â¢â¢,1 â ⢠. 1. .. , . , iiQ .,,,,â¢. ,
⢠'
â
«%? Mjf »amp;êÃiB!jl^»Ãé6
'â r ⢠â â â ⢠â ⢠... . ;â ,
..... ' - '
â â â â â ........
â ...... - â â
......' â â â - ⢠' ' .â¢â¢ â¢â¢ â â
â â - .....
.......-!1--
⢠â¢â¢â â lt;#
. ........... ...
.... ...
_. I.HCOQITFIT TE UTRECHT ^ 2719 ytgt;u '
/]/S- rlo.
//?/
c
WANDELINGEN
DOOR DEN
B0TAN1SCHEN TUIN
TL
B U 1TEN ZORG
DOOR
Du. W. BURCK
ADJUNCT-DIRECTEUR VAN 'S LANDS PLANTENTUIN.
BATAVIA
LANDSDRUKKERIJ
189 2.
|
LEGENDA: | ||||||||||||||||||||
|
WANDELINGEN
DOOR DI N
BOTANISCHEN TUIN.
INLEIDING.
De botnnisclic Uiin nmval lie! lerrein aan de Oosl-zijde licgmistl iloor (hï rivier Tji liwong; It'ii NooniiMi door hel park van ilcn (IdiivtTnuiir-dfiicraal. len Weslcii door tien ffrooUüi posl wc^ t-n It-n Zuiden door licl (lliiimesclie kamp en Iteslaal eent' oppervlakte van ruim l'.H iieclaren, waarvan ruim 1 1 lieclaren worden ingenomen door hel zoogenaamde eiland aan de Oost-zijde van hel lerrein, gelegen lussclien Iwce armen van den Tji-liwong. Itil eiland, eerst kort geleden onteigend ten belioeve van 's Lands l'lantentuin, moet natuuiiijk bij de liier volgende quot;wandelingenquot; nog buiten besebouwing blijven.
Het ganscbe terrein is ruimschoots voorzien van water, hetwelk wordt aangevoerd door den Tji-balok , een zijtak vm den I ji-liwong. Allereerst wordt bierdoor de groole vijver gevoed, terwijl de kleine vijver zijn water ontvangt uit den eerste, l il deze beide vijvers wordt verder liet water in alle riebtingen door liet terrein geleid. De tuin wordt voorts doorsneden door breede rijwegen, waarop een groot aantal voetpaden uilkomen. In bet Zuid-Westelijk gedeelte vindt men de woningen voor den Direeleur, llortiilanus, reekenaar-pbotograal en Onder-hortulanus: voorts bet Bureau, bet aiiatoiniseb-pbysiologiseb Laboratorium, waar vreemde bezoekers binme werktafels vinden, bel Lahoratorium van den Chef der II'1quot; Afdeeling, bet Laboratorium voor IMiotographie en Zineograpbie, bet kantoor van den bortulanus, de
4
loodsen voor gorwlscliappni en ziiailcolleclies, tl»; tinuneiloods, do slal. de kwcekcrij, de beide serres en de gnsluhrick; in li(!t Zuid-Ouslelijk deel de woningen voor hel inlandseh Inin-pcrsoiieel.
Wal de sysleinaliselie rangsehikking helrel'l, werd hij eene reorga-nisalie ten lijde van IIasskadi. de indeeling gevolgd der (ienera IManlaruni van Mmimchek, eene indeeling, die meer en meer wordl gewijzigd naar de denera l'lanlarnm van Ukmtium en llooKi:n. Als regel vindl men de verscliillende geslaclilen van ile/.ellde familie (i|i een of meer vakken Itijeen en de \erwanle families op e'kander volgend. lliero|t is iiit/oinlering gemaakt voor de klimplanten, kniidaclilige gewassen en moerasplanten. Eerstgenoemde werden alle hij elkander iiitgeplant op het terrein Insschen den Tji halok en den groolen postweg, terwijl de kruidachtige planten en moerasplanten hare plaats kregen in den Zuid-Oostelijk gelegen lienedentuin aan den oever van den Tji liwong,
He tuin heval ruim 9()()0 soorten, terwijl elke soort in den regel door twee exemplaren is vertegenwoordigd, die achter elkander zijn, geplaatst.
Voorts zij nog opgemerkt, dat de groole kaart van den hotanischen tuin waarnaar het hieraan toegevoegde kaartje op de schaal van I : üüOO vervaardigd is, ten hehoeve van het systematiseh onderzoek verdeeld is in 14 detailkaarten, gemerkt met llomeinsche cijfers IâXIV eti dat op elke detailkaart de vakken of perken zijn aangegeven met letters van hel alphahet A Z. Deze cijfers en letters vindt men terug op het achterstaande kaartje en ook op speciale palen in elk vak in den tuin. Voorts zijn de hoornen in elk perk gciunnincrd; de twee exemplaren van dezelfde species dragen hetzelfde nummer, het tweede exemplaar met toevoeging van een A. Uij een dezer heide hoornen slaat een naampaal.
VN an neer derhalve, in het vervolg van het overzicht van den liiin de standplaats van eene hepaalde plant wordl aangegeven h. v. als IV. F. 67, dan heduidl dit, dat de plant n0. 67 is van vak V. op detailkaart IV. Gemakshalve heh ik gemeend de wandeling door den tuin te moeten splitsen in drie deelen. Do eerste wandeling gaat door hel U estelijk gedeelte gedegen Insschen de Kanarielaan en den postweg, een terrein, dal voor nicer dan de helft wordl ingenomen door de
klinipliiiileir. de Iwccdc1 wanilHing g;ilt;il door het Ziiid-Oostclijk-gtMlceltc en de derde of laulslc door hel Noord-Ooslelijk-gedeelle.
I.
WANDELING DOOR HET WESTELIJK GEDEELTE VAN DEN B0TAN1SCHEN TUIN.
Door de oude steenen poort â den hoofdingang in de onmiddelijkc nahijheid van de woning van den Directeur treden wij den tuin hinnen. Wij hevinden ons aan het hegin van den groolen rijweg, die het terrein verdeelt in twee, alhoewel zeer ongelijke deelen. Onze eerste wandeling zal gaan door het westelijke deel, dat zich uitstrekt tusschen dezen rijweg â de Kanarielaan â en den grooten postweg.
De Kanarielaan, zoo geheeten naar de hooinen aan weerszijden van den weg â (ïininrium cninmuiic L. werd 60 jaren geleden, aangelegd door J. E. Tkijsmann wiens naam hier nog menigmaal zal worden genoemd, liet was het eerste werk van den pas opgetreden jeugdigen hortnlanus en het moet gezegd worden, dat het den later in menig opzicht zoo verdienstelijken man tot eer strekt.
Tot llinke, krachtige stammen ontwikkeld, met hooge goedgevulde kronen, die van heide zijden van den weg in elkander grijpen, vormen deze lioomen thans een hoog en goed gesloten koepelgewelf, dat den hezoeker op alle uren van den dag, een rijk helommerde wandeling hiedt.
Natuur en kunst hehhen saamgewerkt om het vriendelijk aanzien van de allee op velerlei wijze te verhoogen en terwijl een groot aantal fraaie, klimmende hladplanten uit de familifln der Aroiilrnr, Gnrlaccar, lAujaniaceac e. a. tegen de kanarieslammen zijn opgeleid, heeft de natuur er het hare toe hijgtxlragen om stam en lakken tot in de hoogste toppen van de kruin te hekleeden met een aantal epiphytisch groeieude gewassen van allerlei aard.
6
Ken en ander geefl ons telkens en bij iedere wandeling door de Kiuiiiriel.iiin sin!' lol waarnemingen oinlrenl den aard dezer e|M|diylen en omtrent de wijze waarop zij kliimneii ot' zich aan haar sleunscl vasllicelilen, die liet iienot van de wandeling niet weinig verhoogen lleeds dadelijk even voorbij do woning van den Directeur, aan dc linkerzijde, vinden wij hoog in den boom een fraai exemplaar van Gi'innnnloplnjlliiin s/icciosuin, dat met zijn eigenaardig en tliclil vlccbt-werk van naar hoven gerichte worteltjes zieli zelf een nesije vormt, waarin bel Immns en vocht opzamelt, waardoor het als een ware epipbyt den bodem ten eenenmale kan ontberen. Op verschillende plaatsen van den tuin zullen wij deze Orchidee terug zien en Ireft bet, dat wij haar in Idoei vinden, dan zien wij, hoe zij hare groote bruin-gevlekte bloemen bij honderden te gelijk voortbrengt en niet ten onrechte reuzen-Orchidee wordt geheeten (').
Oinniddelijk daarnaast merken wij een prachtig exemplaar op van Moiisirra (Toniclia) ileliciosii, die haren dikken \leezigen stam mei honderden horizontaal uitgespreide hechlwortels als met even zoo vele armen stevig omklemt. Van deze Amerikaansche klimplant, ook uil de Knropeesche serres wel hekend, met op allerlei wijze gespieten en geperforeerde bladeren, zijn de bloemas en de vruchten eetbaar. Aiilhuritmi fisriiihi'/ioild/ilii/lluin daarnaast op gansch andere wijze klimmende zien wij als 't ware, tegen de voorzijde van den boom oploopen, zich vasthechtende met duizenden kleine uil den dikken stam te voorschijn kotnende hechlwortels. Schuin daartegenover de donkerbladige l'liilodcinlion iiiclnnochrysuiii en daarnaast en tegenover »l'u/hns iiniruquot; met goud-geel-gevlekte hartvormige bladen en lange, nagenoeg bladerlooze arhangende loten, die over den grond zoeken naar een anderen steunboom en die zeker zeer spoedig op deze wijze, tegen alle hoornen in tie Kanarielaan zou opklimmen, wanneer zij niet zorgvuldig door hel snoeimes werd in toom gehouden.
Van af de ij/eren rustbank in hel midden van de laan genieten wij een heerlijk uitzicht op den grooten vijver, aan de achterzijde omzoomd door eene lange rij (llamhoelau's), die iti do
(') Kon rxnmplnHr V(M»r nvoiimir van «li-u lidrtnlnnn^ Mociüo ilit jnnr met 50 blormlrosscn l»! s.unon Jz bloemen ilraK^rnlr.
7
laatste maniuli-n vaii liet jaar, |gt;rijken nul 111111111' rocitlc en ook goudgele vrui'hlcn, die /iel; met lal vim kleurscliakeeringfii in den vijver \vclt;'rs|)ie^'len. Door streng verliod aim de inlandsclu! luinlicdi'ii «un deze vruchten Ie |diikken, genielen wij eik jaar cenige weki'ii aeiilcieeii, hel zeldzaam schoon van dezen |irarliligen aclilergrond.
Aan de Noordzijde van den vijver hehlien wij 'I gezicht op een gedeelte van de achterzijde van hel paleis van den (louvemeui-(ieneraal en op de liooge brug over een zijarm van den vijver, die van het park van den Landvoogd naar het terrein van den planleu-tuin voert. Midden in den vijver ligt een eiland mei sierlijke, veelkleurige gewassen liegroeid, waaronder wij aanslimds den roodeii pinang van Uanka en Hillilon ('i/rlushtcliys Urndah KI. opmerken met zijne l'raaie, roode Madsrlieeden; terwijl levendig geklemde Acalyplm's, Crnlons en Coilincinn's, Dracocnd's en ) uccu's alwisselen mei de zilverwit gestreepte I'lifdijinilcs nnnmums en de altijd bloeiende Ihnnnla met liare liclitviolclte Moemen en zware trussen van oranje vruchtjes.
Tegen litïl hoogere gehoomte, klimt de Brilsch-Iiidisclie Ihutihcifjiu ijivmh/loni met hare groote, violette hloemen en de donkcrhlauwe Convoh'ulus â Ijnmiira Nil ; e(Mi keurig geschakeerde groep van groen en bloemen te midden van den ongeriinpelden waterspiegel.
Juist tegenover de liank zien wij eene plant, die rijkelijk vertegenwoordigd is in de Kanarielaan en die wij reeds meermalen op onze korte wandeling zijn voorbijgegaan, liet is eene I'rcyciuclKi â een l'auihvincea , die tot de hoogste takken van haren steunhoom opklimt en die meermalen in 'I jaar, eene inenigle groote, zacht rose-roode bloemen draagt, die levrndig tusscben de lange, smalle, donkergroene bladeren te voorschijn komen. \ ele de/.ei bloem» n vinden wij afgevallen op den grond aan den voel van den steunhoom en wanneer wij ons de moeite willen geven cenige daarvan, van verschillende boornen afkomstig, op te rapen, dan zien wij reeds dadelijk, dal de eene plant uitsluitend mannelijke en de andere vrouwelijke bloemen draagt; maar tevens valt bel ons op, dat de 5 binnenste gekleurde bladorganen, die hier de rol van bloembladen vervuWcn, bij alle afgevallen bloemen tot aan den voet zijn afgevreten.
8
Hel is lt;le vleermuis l'hro/nis edulis â kalon^ â, die hij liet vallen viin »ien avoml deze vervvoe^ling Ie weeg lirengl. Tocii is liel niel /onder nul, dal de kaluiig deze vieezige, min of meer aangenaam zmir sninkende Idocmdcelon afvreet en zelfs is he! van luiilongevvoon veel voordeel voor de |ilanl. want de vleermuis, lie/.ig zijnde om uil eene mannelijke bloem de bladorganen op te vreten, verzamelt Ie gelijk en onwillekeurig op haren liefiaarden kop liet stuifnieel uil de meeldraden en wanneer zij dan een oogenlilik daarna eene vrouwelijke plant bezoekt, brengt zij onvermijdelijk hel zooeven ingezamelde stuifmeel op do stempels der vrouwelijke bloemen over. Zoolang nog niet is gebleken, dat ook op andere wijze hel stuifmeel van de eene plant wordt overgebracht naar de vrouwelijke bloemen van de andere, zoolang moot worden aangenomen, dat de schijnbare verwoesting dooiden kalong teweeggebraclit van overwegend belang is voor de plant zelve en dat zelfs de genoemde Fvetjcinelia in baar voortbestaan afhankelijk is van de vleermuis.
Drie hoornen voorbij de rustbank en aan de linkerzijde van de laan, vinden wij eene Loganiacea â Fagraea liloralis â die baar met friscb loof bedekte takken van alle zijden opvoert tol aan de kruin van den sleunboom.
Deze Fagraea is ten allen tijde de aandachl waard, 'l zij dal zij prijkt met hare honderden van groole, witte klokken, hetgeen meermalen in het jaar plaats vindt, hetzij dat zij uitgebloeid, hare glanzige, parelkleurige vnichlen ten toon spreidt. Fagraea liloralis behoort lot de zoogenaamde myrmecopliile planten, dal zijn dezulke, die de hulp van mieren hebben ingeroepen om zich Ie lieschernien legen de kwade bedoelingen barer vijanden. De groole vijand van de planten uil het geslacht Fagraea is de boulbij, dezelfde die ronde galen boort in hel hout der woningen. Deze bij is hel insect, dal Fagraea noodig heeft om baar stiiifineel te brengen op den stenipH en ten einde de bij te lokken, wordt dan ook rijkelijk honig afgescheiden op den bodem van de klokvormige bloemkroon. Wij zien dan ook, wanneer wij een oogenhlik bij de plant blijven vertoeven, hoe die lioulhij de bloem binnenkruipl om zich aan den nectar le goed Ie doen en kimnen ook gemakkelijk waarnemen hoe zij mei haar lichaam tegelijk bestoven
O
raakt mei licl losse stuifmeel uit de o|ienges|»rongcii meeldraden en liet op deze wijze verzamelde |»(iedcr onwillekeurig weder afstrijkt op den stempel van eene andere liluem, een oogenldik later door hlt;iar hezoclit.
Hij meer aandachtige heschouwiiig zien wij hoe de Iduemen, wat de positie der meeldraden liet reft, zicli niet alle 't zelfde voordoen. In pas ontloken Idocmen â den eersten dag van den Idnei staan de meeldraden met opengesprongen helmknoppen rechtop in liet midden van de hloem, terwijl de stempel daaronder nog geen kleverige oppervlakte vertoont. In andere hloemen, die den tweeden of laatslen dag van den hloei zijn ingetreden, zien wij de meeldraden reeds uit-gehloeid, slap nederliggen op de Idoeinkroon, terwijl thans de kleverige stempel alleen de plaats inneenit den vorigen dag door de meeldraden ingenomen, zoodat eene hij, die in eene jongere hloem op eene bepaalde plek van haar lichaam, stuifmeel heeft verzameld, hij het intreden van eene bloem, die in het tweede stadium van hloei verkeert , ook juist met de bestoven plek van haar liehaam in aanraking komt met de kleverige stempel-papillen . waarop liet sJuifmeel blijft liggen.
Maar niet bij alle Fngrncn-aoorian gaat de hij op deze wijze te werk. Zoo aanstonds zullen wij op onze wandeling andere soorten ontmoeten en d;iii gelegenheid hebben op Ie merken, dat de hij hel zich bij deze veel gemakkelijker weet Ie maken door in plaats van de kroon binnen te gaan, eenvoudig van de buitenzijde even boven den groenen kelk. een gat Ie boren in de kroon om op clandestiene wijze zich van den nectar meester te maken met bet treurige gevolg, dat de hloem onlievnicht afvalt en de plant li* vergeefs hare honderden van bloemen heeft voorlgebracbt.
Vraagt men naar de reden, waarom ook niet de bloemen van tlc:c Fagraca door de bij worden geperforeerd, dan vindt men hetanlwoord in het feil, dal de boorplek zorgvuldig legen den vijand wordt verdedigd door een aantal mieren, die op den kelk der bloem worden gelokt door ecnigc daar Ier plaatse voorkomende bonigafsebeidende organen. Itij elke poging van de bij om gemakshalve de kroon to perforeeren, loopt zij groot gevaar om door de mieren te worden aan-
10
gcgrc|ien, en de zeer ^einoliveenle vrees oiii zicli mei afgelielen snuil of poolen uil den slrijd mei de mieren Ie moeien leruglrekken, dwingl linar oj) normale wijze de liloem liinnen Ie gaan en daardoor levens liij te dragen lol do Itevrucliling. Toeh is de hesciierming, die de jiianl van de zijde der mieren ondervindl, hij deze soorl nog lang niel volkomen; nog allijd worden 40 nu harer Moemen geperforeerd maar iiij een zeer navei'watile planl I'dijioru ort/phylla, die r/cciic mieren op den kelk lokl, zijn hel 9!)quot;/u. die op deze ahnonnale wijze door ile hij worden aangel.......
Onze wandeling door de Kanarielaan voorlzellende, krijgen wij llians een Mik op de frissclie gazons en hei't lijke hloemperken van den luin, heh iorende lol hel paleis van den (ionverneur-deneraal, in welke, gazons wij hier en daar een paar fraai-onlwikkelde/l)vi«n/Wa'a,
riua's en Con/plui's opmerken. Tevens vall ons oog op een hreed uilgesloelde Itarcnnlii i)lailiilt;ia.irni imsis ⢠Iravellers-lree,quot; waaraan de iMaleiers, die familie-verwanlschap zoo juisl welen le, voelen, den naam hehhen gegeven van «pisang ajerquot; of «pisang kipasquot; een naam, die heel wal juisler is dan de lloilandselie naam van waaier-palm, wanl iiulerdaad is deze planl zeer na verwanl aan den pisang â Mum s/wc. (/ie. â en zoo goed als in 'l geheel niel aan de palmen, In den arm van den vijver, die hel voor hel paleis van den Landvoogd gereserveerde gedeelte oiiispiiell, Irellen wij rijk-hloeiende exemplaren aan van Viclm ui rctjin mcl hare grool»; schihlvormige hladen, die evenwel hier nimmer die kolossale afmeling henuken, die zij in de Kumpeesehe kassen verkrijgen en verder den niel minder sierlijken i\cliiinliiuin s/icciosum, do heilige Lolus-hloem der Egyplenaren mei hare ver hoven hel waler nilslekende hladen en hare sclioone, roode en wille hloemi'n; een sieraad der walervlaklen van Java. De zaden van deze plant worden onder den naam van Indji Taraleh door de inlanders gegeten.
Aan de overzijde van de laan gaal een voetpad af naar den rozenluin en wij hehhen gelegenheid op le merken, dat deze openkapping van uil hel paleis een heerlijk gezicht aanhiedl op den met. dicht oorspronkelijk woud hedeklen Salak. liedeellelijk is deze wandeling begrensd door de tol hel paleis hehoorende begraafplaats Ie midden
11
van een dirlil liainliocliosrli, dat /ckcr liij uiliicinciulheid gescliikl is oin den liezoekcr in cene ernstige stcnmiing It; lirengcn Onder de zware gi'oepen van hoog opgaarde, dielil lieldaderde m naar alle zijden over de graven zacht lieeiiliiiigende haimeii, vonden rainliieiedeii van (louverneurs-ticncraal hunne Liable ruslplaals. Hier en daar ook tied'en wij op de gral'londien de, uit de gcseiiicdenis van onze koloniën, welhekende namen van hoogst verdienstelijke amhtenaren; terwijl een enkele steen ons de graven wijst van twee holanislen Krui, en Van Hasselt, die op hunne reizen door den Archipel, heiden reeds op jeugdigen leeilijd aan de wetenschap onh ielen: wier namen echter voortleven in de quot;Flora Javiequot; en de quot;lUimpliiaquot;, de meesterwerken van den rijkbegaaiden IIu-.mk. wiens ijverige medewerkers zij geweest zijn.
Wij keeren lot de Kanarielaan terug, die wij nu hijna len einde zijn en slaan nog even een hlik op (jnrlum cdule, die zich mei een enkelen steunhoom niet tevreden steil en zware gnirlanden vormt tusschen 1 a kanarie-hoornen.
Onze wandeling gaal thans links al tusschen de heide grootcï gazons (XIV A en XIH M), een warm eindje, want de links en rechts van de laan geplante Ovcoilora m/rn â Palnia Ileal of Koningspalm van Cuba â niet bare gladde, naar onderen llescbvormig verdikten en regelmatig geringden slam, die hier eerst in 1887 werden geplant, zijn nog t(^ jong om den rijweg te helommcren.
In 't midden van hel gazon aan de recblerzijde, vinden wij een palnien-vak, waaruit de zware krontui van ürmlo.vn raiia, l'ln/i ltdspcrnta clcqans van Nieuw-Guinea, Hnclti* nuijor van Trinidad en IClacis Guinccimis van Afrika statig omhoog sleken, omgeven door Aijavc's en Cycudaccac en een meer kleurigen rand van Chrysalidocarpa lulcscms.
Hier en daar meer aan de achterzijde van het gazon, vinden wij oen alleenstaanden Nootniuskaatboom Mi/rislim frmjrans â van zuiver pyramidalen vorm wier geel gekleurde vruchlen vroolijk tusschen bet glanzig groen te voorschijn komen en iels verder een groep van Dainmara alha en eenige /1 nuiiiina's.
Op bet links van onzen weg gelegen grasveld, merken wij een
12
zcldwiam fncii onhvikkrlil cxcinplaar op van Lnlnnia ijlauca on van tic llra/.iliaaiisclic Acrocomin scicnicaipa.
Ken aogeiililik van den rijweg aftlwalcnd imi aclilcr hel rechts gelfgcn gazon omgaande, komen wij in liet k war lier der Scilamiiiacrne, Musaccnc cn Cannacear, wiianuidcr wij versciicidene hekende planten aantretren als: /tufiihcr njjiounh'. wiens worlelslok ons du gemher levert: Mnrnnla iiulica L., de moederplant der arrowroot: Aiikhiiiiih Cardnninmum L. wiens zaden als de aromatische cardamon-piljes van algemeene hekend-heid zijn; Curcuwn lotuja I. de koneng ol koenjit leverende plan! te gelijk mei talrijke soorten van Al/mi in, Elcllnria, Kncwp/eria, llethjcliiwn en (jlohha waaronder ieder, die in de hergstreken in de nahijheid der hossein n woont, zeer hekende vormen zal aan-lt;reilen als Hoentjé cn l'apocs. Daarachter min of meer verscholen hehhen de verschillende soorten en varieteilen van Musa Cli//'orliaiiii en Miisa Sd/nctilinn â Pisang hare plaats gekregen en onder deze Musaceae zijn hel voornamelijk de Musii cucriniii met hare lraai-r(»ode hloemscheede en Musi Ensdti de hloempisang â die heide om hare vnichten weinig hekend, maar onder de sierplanten een allereerste plaats innemen. Wij passeereti thans de hrng, die hier over den Tji-halok is gelegd, dicht hij den anderen ingang van den tiiin cn bevinden ons rechts en links tnsschen kolossale hamhocstoelen: Giiiau-loch Ion rohusln hamhoe woeloeng â aan de eene zijde cn de nog sterker uitgebloeide, (iiiinnlochlod nsfirid â hamhoe hetong â aan de andere zijde, de twee voornaamste hamhoesoorten van Java, planten, die o. a. ook nitmuntcn door haren ImiUingewoon snellen groei. Niet zelden Inch treft men er jonge slokken hij, die in de 24 imr 50 cent. in lengte loenemen. Maar hoe kolossaal ook, heide soorten zullen weldra in afmetingen worden ovcrtroil'en door de juist daar-legcnover geplaatste thans nog sleehls jaren ouden Dendrocalmniis !lilt;inulcus van Oylon, die gezegd wordt de grootste hamhoe-soorl te zijn van ganseh Imliê. Wij gaan linksaf, achter de l'rolestantsclie kerk om, door de Livistona-allee, aldus geheeten tiaar ijvisloiui rolinulifdtin, die links cn rechts van den weg is aangeplant, een door ganseh Indic verhrcide palmsoort; in (lusl-.lava, Saileng, geheeten. Voorhij de kerk vinden wij aan de rechterzijde (Mil A,, eene nieuwe palmen-
aftlceling, waarin wij voornaii (tii paar |)r:M'lilexlt;Mii|)lariMi npnierken van Marhnczui nosa (ü) en Marlliiezld curiioliirfotia (1 2) van Owficiisland, misschicn wol de fraaislo palinen Ier wereld.
Hel hoordkwarlicr der palnirn vinden wij in een ander gedeelte vati ilen tuin en daar/uilen wij gelegenheid lieldien bij de/.e inleressanle rainilic iels langer slil Ie slaan. Thans nemen wij liever onzen weg midden door den rozentuin, maar merken eerst nog op, hoe legen een aanlal kale stammen der /,nisldini's een Convolvulus l/xmidca iN'i/ is opgeleid met donker violelle kelken, die het gansche jaar door en dagelijks een groot aanlal hloemen opent, die tegen den middag weder afvallen. Opmerking verdient, d il geen dezer planten nog ooit eene enkele vrnchl heelt gedragen en wanneer wij een oogetildik hlijven stilstaan, dan ontdekken wij ook weldra de oorzaak hiervan. Wij zien diezelfde honthij, die wij reeds zoo even hespraken, zich ncderzctien op de huilenzijde der hloemkroon en eene opening iioren ter hoogte van het niveau van den neetar, met hel treurig gevolg, dal de hloem weinige uren daarna afvall, zonder hevruehl Ie zijn. Honderden van deze hloemen vinden wij op den grond verspreid en onder deze vinden wij er geen enkele, die niet op een ol meer plaatsen door de hij is geperforeerd, liet is natuurlijk, dal eene dergelijke planlensoorl ten doode is opgeschreven, althans in streken waar hijen voorkomen, die deze gewoonle hehhen aangenomen en wij zien levens van hoeveel heleekenis hel is voor Faijnicd lilomlis, die wij zoo even in de Kanarielaan hehhen aangelrolfen om zich onder protectie Ie stellen van mieren, al moet dil voor de plant dan ook gepaard gaan met opoll'ering van helrekkelijk aanzien-lijk(! hoeveelheden suiker, een kosthare materie, die de plant zelve uitiminlend voor andere doeleinden zou kunnen gchruiken. Maai' wanneer deze Convolvulus geen hundgenootsrhap heeft weten te sluiten met mieren en derhalve weldra zal moeien uitsterven, zoo hehhen toch andere. Cotivolvulocenc wel degelijk dezelfde eigenschappen verkregen, die wij hij lutgraea liforalis hehhen opgemerkt en deze vinden hierin dus weder een waarborg voor haar heslaan. Maar nicl minder opmerkingswaardig is ook hel feil, dat andere soorten nit helzellde geslacht langzamerhand door eene kleine wijziging in de
14
onderlinge positie viui meeldnideii en slempel /.icli in hare bevrucliliilg onafhankelijk iieidten weten te maken van de hijen en zoo zijn er thans |dantcn. die zoo zijn ingerieiit, dal onder hel nfYallen van de geperforeerde kroon, de meeldraden langs den stempel strijken, zoodal hel er weinig toe doel of de hij op regelmatige dan wel op onregelmatige wijze zich van den nectar meesier maakt.
In 't midden van den rozen!uin vinden wij op een kleinen heuvel een eenvoudige zuil van gepolijst graniet; een huldeldijk aan den vroegeren hortulanus Joiumnks Euas Tk.ijsma.vn , die meer dan een halve eeuw hel beheer heeft gevoerd over den tuin en zijne heste krachten aan deze inrichting heeft gewijd. De Iiuilengewone verdiensten van deze karaktervolle persoonlijkheid en zijne heleekenis voor 's Lands IMantentuin wenlen kort geleden geschetst door Dr. Trkiib in de eerste a He ven'van het Tijdschrifl. dal naar Tkijsmatn werd genoemd.
De ijzeren ruslhank aan hel einde van den rozenluin, geeft ons gelegenheid op ons gemak een oogenhlik Ie genieten van dit heerlijke plekje aan heide zijden omzoomd door hreede hagen van rozen en aan de achterzijde door de statige hamhoe's van het kerkhof.
Wij vervolgen thans onze wamhding door de Livlslonn-nltrn, die hier een ander karakter krijgt in zoo verre de Lmstona wordt afgewisseld en weldra zelfs vervangen door eene rijke verstdieidenheiil van andere vertegenwoordigers uil de fainilie der palmen. Allereerst vinden wij een nog lielrekkelijk jong exemplaar van l'hocnicophoriitm Sechrllnnun \, D ii.ï, de hekende en veel in de Kuropeesche woningen gecultiveerde roeslpahn en een Orcoilnxu iiIckkca van de Antilles die voor de Palma real â Ormloxn re//in â in schoonheid van vorm niel onderdoet. Meer naar hinnen aehler de sierlijke Livislona Mauriliaua vinden wij een Huphin nijjin (41) van Madagascar.
De hladen van deze palm hehhen â de hladsleel meegerekend â eene lengte van 40 voet! en de quot;gt; meter lange Idoemtrossen, die hoog
hoven ons hoofd in grooten getale I.....Irecht naar heneden hangen,
zouden in staal zijn ons een oogenhlik angstvallig te doen terugdeinzen, daar zij niet weinig doen denken aan dikke, zware, hruine rupsen van ongekende afmetingen, die zich voordoen, alsof zij zich op ons
lö
willen lalcn nedorvallcMi om ons Ie llirr inerkcn wij
iic)f,r op, hoe uit ili' ai'ijoviillrii liliuihasi's waarnnüln ilc; slaiiio|i|iervlakllt;' lirdekl lilijil tMMi gronl aaiila! londrerlil naar iiovcn giocieniie worlds It; voorsi'liijn scliiclon, dit' niel ^roolw wordiüi dan 1 of 2 dcrinicli'r t'n nii'l naar lieneden iMii^rn om in den f(rond gekomen als echle wortels Itij te dragen tol de voedscli)|tname van dtui hooni Deze uil een pliysiologisch oog|iunl lionjsl eigenaardige worlels /.ijn ademlialings-en geen voedings-organeu. Zij lieltlii'ii den naam gekregen van pneu-matoden. Uil de jonge liladeren van de/.r |ialin. weel men op Madagascai' een ve/elslol te Itereidrn. die onder den naam van »llalianaquot; «I
⢠l'agne de Madagascarquot; op de Kuropeesclie markt een goeden naam lieginl te krijgen en geliruikt wordl voor de vervaardiging van lijne mallen, hang- en meuhelgordijnen.
itij den Cocos olcnicen (37) uil ifrazilie, die met hare vele meters lange nagenoeg rerhlopgnandi' hladen niel /.oo dadelijk aan hare naaste verwante Cocos tmci/cm klapperhoom doel denken, gaal een voetpad al', dat evenwijdig loopt aan den groolen postweg. Wij gaan een oogenhlik dit pad op om zoo aanstonds weer op onze wandeling terug to keeren.
Onze voorouders zouden ons ongelwijreld dil uilslapje len sterkste ontraden en ons mei krarhl van redenen Iraehlen te overtuigen, dat een hewandeling van dil voel pad gelijk slond niel erne ernstige poging lot zelfmoord. Wij naderen n I. den oepashoom Aiilim i* iD.riciu ia Anl jar â en niet een enkel zwak exeuiplaarlje van deze uitersl-giltig-melksap houdende planl, die hel herurlile pljlgill levi rl, dal hier consciëntieus een weinig op den achtergrond werd geplaatsl; maar eene gansche rij, van onderen hreed-gesehoorde reuzen van dil gevaarlijk individu, waarover de oudere schrijvers zich zoo gedecideerd ongunstig uitlaten.
⢠Geen menschquot;, zegt Hi Mrnirs de Pi.imis der Indianenquot; in zijn heroemd Andtoneesch Krnidhoek â quot;derll hem genaken zonder hooit, armen en heenen met doeken hewonilen Ie hehhen ol hij werd gewaar een swaar tintelen in de leeden, dal ze daarvan slijf, en zonder gevoelen werden. De drop van de bladeren icmanl op '1 lijl' rakende, doel hetzelve opzwellen, men mod ook onder den hooin mei slaan, mei ongedekte hoofde, of de hairen vallen uil; zo dal de dool hij dezen
10
lioom zijn Icnlen sfliijnl oppcsljigcii Itï liclilicii. Alleen woontl tiaar onder een gelioornde slang kakelende als een hoenquot; elc. (').
Dertig jaren daarna sehreef een zekere lieer Fokrsc.ii, Doclor bij de O. I. 4]oin|iagnie. dat er sleehls irn anljar-hooni o|gt; Java voorkwam, maar dat deze dan ook zoo vergillig was, dal er 1!) mijlen in hel rond niels dan een woestijn, een doodendal was. Vogels, die er over heen vlogen, vielen al duizelende neder; meiisehen, die den wind van den Antjar van voren kregen, verstikten. Om hoosdoeners te straflen, stuurden de Inlandsche vorsten ze eenvoudig «naar den Hoom.quot; Van de 100 kwamen er geen 7gt; terug I
Kn thans! vive la seiencel zetten wij ons rustig neder op den ijzeren rusthank in de schaduw van é^n dezer (Nn. 14) en genieten mei ongedekten hooide, een oogenhlik het heerlijk uitzicht op den postweg. waar langs zich â vooral op marktdagen honderden Inlanders met hunne gekleurde sarongs en hadjocs en hunne niet minder levendig gekleurde parasols naar den passar spoeden en eene huitengewone levendigheid geven aan dezen rijk helommerden hreeden rijweg: een kleurenspel waarvan men in Europa de wederga te vergeefs zou zoeken.
Het chemisch onderzoek heeft geleerd, dat tie plant volstrekt geene vergiftige uitwasemingen uitzendt en dat het melksap, dat hij verwonding uit tien stam vloeit, allóén vergiftig is, wanneer het direct door een wond iti het hloetl gehracht wordt.
Niet onmogelijk zelfs is hel, dat er spoedig een tijd zal aanhreken, tlat de Antjar meer als geneesmiddel tegen hartkwalen heroemd is, dan herucht als pijlgift.
Wij keeren op onzen wandeling terug en passeeren verschillende exemplaren van den Pinang â Arcca enterhu â wier noten hij het hetelkauwen worden gehruikt; van I'iychospcrma, Uvislonn e. a. en vintien rechts op den hoek van hel vak X (1 een jong exemplaar van Pholiilocarpus Ilittr van tie ram, met een zeer omvangrijke en fraaie kroon en gestreepte hladstelen; een palm waarvan ook volwassen exemplaren elders in den tuin voorkomen, die echter op hunne liooge stammen lang niet meer zoo fraai zijn als deze.
{') Hit dier block bij nadere kcsctinuwing eigenlijk een biisilisens te zijn.
17
Hol vak XII C uaii onze linkeriiaml is gciieci ingenomen tloor rotans ('alntnus, Hnnnouoni/is, Koiihdlsln â de. en om die heler Ie kiinneii waarneinen slaan wij lu i voelpail in lussclieii () en It.
Maar alvorens hel jialinenvak in Ie gaan, |iliiklen wij op den hoek rechls een«! hloein van An'slo/ochid (harbnla) en maken voorziehlig eene kleine opening in hel peervormige hloeuidek. Unmiddelijk zien wij een aanlnl kleine vliegjes mei liaasligen spoed uil de gemaakte opening te vonrschijn komen.
De Ansiolorhid is een inseclenvangerlje en de gevangen insecten worden daarin juist zoo lang opgesloten, tol dal zij â en dit is hel doel van hel vangen dezer vliegen het stuifmeel uit de meeldraden hehhen overgehracht op de stempelpapillen. Is dil werk verricht, dan hegint de kroon te verwelken en de insecten vinden eindelijk na 24 uur Ie zijn opgesloten geweest, gelegenheid om Ie ontsnappen.
Wij zien gemakkelijk, dat de hloem zich voordoet onder twee vormen n. I. mei reehlopslaande en met neergeslagen lip; de eerste hloem is nog jong en pas des morgens vroeg opengegaan. Met hare groole, naar voren gekeerde en wijdgeopende kroon lokl zij de vliegjes, die zich dan ook niet lang laten waehlen. Openen wij een hloem in dil stadium, dan laat zich gemakkelijk eonstateeren, dal de lielmknoppen nog niet zijn opengesprongen. De vliegen vergasten zich aan den op den hodeni van de hloem afgescheiden nectar, maar wanneer zij meenen de hloem thans ook weder Ie kunnen verlaten, zien zij zich hitter lelenrgeslehl. Toevliegende naar de plek waardoor het lieh in de peervormige ruimte valt, meenen zij den uilgang gevonden Ie hehhen om weldra te bespeuren, dal zij bedrogen uilkomen. De plaats waardoor hel nieesle licht binncnkoml is niel de uilgang en dil kunnen wij gemakkelijk waarnemen door een van ouderen afgesneden bloem voor 't oog en tegen 'I liebl te houden. Wij zien dan het licbl binuentreden door twee halfbolvormige naar binnen gedrukte plaatsen terwijl door de rechthoekig omgebogen buis van de kroon nagenoeg geen licbl wordt doorgelaten. De vliegen sluiten derhalve legen de bolvormige plaatsen terug, vliegen op nieuw wanhopend rond door den ketel om telkens op nieuw op een dwaalspoor Ie worden gebracht. Eindelijk in den vroegen morgen van den tweeden dag springen «Ie
WAN HELI NOEN.
IK
lidmkno|iii(Mi ()|it'n cm ilt- vlieden Itnüigcn mi iloor linn' onoiilioiKk'liikc liewcgingcn liel sluilincel (i|i dc slcniitclpaiiilltMi. Ili'l ('('rslf gevolg van dti/.t1 liostuiviiig is lid verwelken der kroon, de liclildoorliileiule Itlckkcn wonlen lroebel en tlit vermiiiderl in lioctge male de inlensileil van liel liinnenlredende lielil, /.(mdal limns de vliegen gemakkelijk den uitgang weder terugvinden. Weldra sluit zich de kroon, «Ie ojislaandc lip wordt slap en valt neer. In een dergelijke Idoem vinden wij geen enkel insect meer terug en de vliegjes die eindelijk na 2 4 nnr gevan-genschap Imnne vrijlieid terugvinden, mogen van geluk sprcken, want jiij andere soorten van Aristoloclna I». v. A. nnnlliocc/iliala komen zij er nimmer meer uil en vinden zij in Imnne gevangenis ook levens lmii graf.
De, Arislolochia hui'haln is niet de Iraaisli' Aiislolochin uil den iiolanisclieu tuin. In den lienedentuin in hel oostelijk gedeelte, vinden wij nog andere soorten met veel Iraaier Idocnien als: de reeds genoemde A. oruilhocepluila, dc A. Inhiosn, A. clcgnus, A. inluid. A. riihcuht etc.
Treden wij thans aan de voorzijde hel rotauvak hinnen. ICen weinig voorziehtigheid is hier aanhevolen, want zonder zorgvuldig toezien, voelen wij ons in een oogenhlik vastgehecht aan de lange met tallooze scherpe naar achteren gebogen baken voorziene klimorganen, uil den oksel der bladeren Ie voorschijn komende ol als slerk verlengde midden-nerven de uileinden vormend der lange bladeren; ware grijporganen, die zich vasthechten aan onze kleederen ol pijnlijke scbr.immen verwekken aan onze handen.
Heler dan ergens in hel oerwoud, geelt de rotan in den planlenluin ons eenig idee van de wijze waarop hij klimt en van den eenen boom overgaat op een andere. iS'0. ii8 midden in 'I vak, geell ons een gemakkelijk in zijn loop Ie volgen ('aldtnus. Loodrecht gaal bij naar boven lol aan de hoogste lakken van zijn slemibooin, zich overal vastbecblend aan de lakken van de kroon. Met zijn voortgroeienden top en steeds nieuw gevormde grijpers, beweegt bij zich voort van boom lol boom. nu eens zich meer van zijn worteleinde verwijderend, dan ook weder naar omslandigbeden deze plek meer naderend.
Vervolgen wij den stengel van al' den boom waarin hij zich aan verdere waarneming onllrekl lol de plaals waar bij in den grond
10
geworleld is, dan zien wij, dal deze; laalslc ccrsl (i|i vrij aanzienlij km afsland van den Iioom ^cvdiidcn wordt. Itchalvc in deze lanee \ang-orffaiMMi vind! de rolan liij 'I klimmen no^ aanzienlijken slenn in de reelilnilslaaiidc slekels waarmede ilr Imitensle deelen idadseliecden) van den stengel liekleed zijn. Oudere hladereii vallen al' en de jilanl verliest hierdoor cetiige van hare aaiilieelilings|iiinlen. Ook de stekelige hladseiieeden vallen al' als onmil geworden en de thans gladde groene rotanstengel valt gedeeltelijk naar beneden ; maar reeds lang te voren heelt hij op lal van andere plaatsen zich vastgehecht. De oudere naar heneden gevallen deelen liggen als slingers van aanzienlijke lengte over den hodem uitgespreid en wanneer wij ons de moeite willen geven den stengel te melen van al' de plaats, waar hij hij paal ;;.S uit den hodem komt, dan meten wij eene lengte van niet minder dan 2ii» voet; eene lengte die natmirlijk in de oorspronkelijke wonden nog vele malen overlroH'en kan worden.
W ij keeren na dezen hlik in de rotan-afdeeling op ons voetpad terng. Waar de rotans aan onze linkerhand eindigen, komen wij in 'l gellied der aardbeziën en Iramhozen â Hiilms- sper., dir. â, die wij maar liever met stil/.wijgen voorbijgaan. Misschien dat eenmaal een rationeel gedreven ciilüinr nog iels van deze vruchten terecht brengt; lot mi toe zijn zij interessanter nil een holanisch en planlen-geographisch oogpunt dan wel nil een gastronomisch.
Op de Itnhnssoorten volgen, weder aan de linkerhand, de klimmende Lcyiiiiiinosdc, waaronder wij reeds spoedig de Ahrus piaccn/nriiis (20ti) Saga â .leipiirily opmerken, algemeen in Indië hekend wegens de Iraaie-roode, zwartgevlekte huontjes, een geliefkoosd doch hoogst gevaarlijk speelgoed voor kinderen, daar zij bnitengewoon vergil tig zijn. Len alln'ksel der bladen daoen saga is gelijk men weel, een zeer hekend inlandsch geneesmiddel hij keelaanibMMiing
Daarnaast vinden wij een \)nnv r\(u\\\t\avc\\ \i\u Cliaiilliiis /{iiiuriidiflcii (20Ã), die zeker als sierplant een goed lignnr zou maken, wanneer haar daaitoe de noodige rnimte kon gegeven worden. Nog menig andi re interessante plant zonden wij in dil begnminosac-\ak kunnen aanwijzen: ik noem alleen nog de verschillende soorten van Murunu â kwas mei Iraaie bloemtrossen maar gevaarlijke peulen, die bekleed zijn met
20
fijnt' iiniilili'ii welke liij ainiriikiii^ (iuiniil(lt'li|k in de Imid dringen en geweldige jeukte veroorzaken. Voorls talrijke soorten van liniiliiiiiii met sierlijke Idoemen en ook vaak Iraaie Idadcn, die zich voordoen als twee blaadjes aan den rand niet elkander saamgegroeid koe|»oe-koe|ioe
Verder CiiiuiviiUin ulndiata kakara-parrang â, waarvan volgens iidandselie gastronomen alles kan gegeten worden behalve de wortel »â¢11 de stam en verder een aantal soorten van Acacia, ('(icsalpinia en tie als visehvergilt gehrnikte Derrissoorten.
Aan de overzijde, op den lioek van Ml H, vinden wij ïfclashniiarcac waarvan ik slechts wil noemen Mcilinrlla l'rijsiiiiinnii door 'Ikijs.mann in de Minahassa gevonden (2.quot;!)): Ilissoclinclii rynnocar/ta (217) met groole en zware trossen van hlauwe Idoemen en lilauwe vruchtjes, Mantinia spcc. dir. etc.
Wij vervolgen onze wandeling Insschen de Aniitinccnc en Mcnisiicrxuu ciic \l A en It iti de richting naar den Tji halok. Links vallen ons de helder roode vruchten in 't oog van Arlahiilri/* ItUimci, /I. siiitrenlciis en /1. (idordlisMinus; interessante klimplanten die hnnne lakken door middel van Iiaken ophangen aan andere lakken id'aan nahurige planten. Zeer eigenaardig is het, dal die haken in hooge mate prikkelhaar zijn in dien zin, dat wanneer zij een lak hehhen geval, zij door de drukking en wrijving door dezen tak op het weefsel van den haak uitgeoefend, aanzienlijk in dikte en stevigheid toennemen en hierdoor reeds spoedig den tak zoo stevig heel pakken . dat zij mei geen mogelijkheid meer kan losgemaakt worden.
De hlneinen van Arlalwlnjs zijn niet minder merkwaardig dan de klimhaken en hel is zeker wel de moeite waard daarhij een oogenhlik stil te staan om te constaleeren, dat zij volmaakt gesloten zijn en gedurende den ganschen dnnr van den hloei gesloten Idijven, zoodat zij nooit anders dan met eigen stuifmeel kunnen hevrucht worden en stuifmeel van andere herkomst met geen mogelijkheid op den stempel kan geraken In dien zin zijn derhalve de /Ir/aWn/.s-soorten de levende hewijzen tegen de algemeene geldigheid van de hekende hiologisehe. st(dling, dat het voor het helioud der levensenergie van elke plant en elk dier een ahsohmt vereisehte is om nu en dan gekruist te worden met een individu van andere herkomst.
21
Aan Icvcnseiici'fiM! onlhrt't'kl licl Aiinlmlri/s nicI en locli mollen dt'/.r iiliiiili'ti ilui/.cihlcii en (lui/.i'iidi ii \iiii fjcuiMalifs Vdorldincinl /icli zelvi'ii hclilu'ii licvnirlil. /.(HKler iliil kniisiiij; nii'l een amlcr individu mogelijk was. Uil hol feil, dal alle llians levende snorlen uil dil geslacht geslolm hloemeii liezilleu, vall iHivendieii wel niel anders Ie conrludeeren, dan dal de/,lt;i eigenseliap is ovcrgerrfd van een geniceiis(ha|i|ielijkcn slamvonn en dal niellegenslaande hel. kiemplasma nimmer cenige essenlieele wijziging onderging door versmelting met kiiniitlasma van anderen onrsiu'diig, de nakdinelingen toch zon aanzienlijk hehhen gevarieerd, dal daarnil in den lu(i|i der lijden, verschillende goed gekaraktcriseenle soorlen zijn onlslaan.
Onze weg hrengt ons op het voetpad, dal langs den Tji-halok loopt; wij slaan rechts om; aan de linkerzijde een rij van hamhoc-soorlen en rechls een \ak niet Mriiis/irrnnimic. lienige rijen van steenhopen om slennhoomen opgeslapeld, Irekken weldra onze allentie. Wij zijn hier in 'l kwartier der bekerplanlen, waarvan helaas vele gestorven zijn. De sleenhoopen geluigen van de wanhopige pogingen van den horlulanus om door allerlei wijzigingen in de cnilunr hel leven dezer A'c/'CH/Zies-soorlen, die hier in deze lagere streken niet thuis liehooren, Ie. rekken.
Toch ziel men een weinig naar hinnen, enkele dezer planlen nog in leven en zelfs rijk heiaden met hare eigenaardige hekers, waarmede zij, gelijk hekend is, insecten vangen. Die hekers, die als sterk omwikkelde waterkliiTcn moeien worden heschonwd. zijn gedeeltelijk gevuld mei een vloeistof, die door de plan! zelve daarin wordl afgescheiden. Dal hel waler daarin niel toevallig voorkoml, of uil opgevangen regenwaler heslaal, zien wij reeds dadelijk bij hel openen van een jongen beker wiens deksel nog gestolen is en toch ook reeds voor '/., met waler gevuld is.
Honden wij een volwassen beker in hel oog, dan zien wij hoe mieren daartegen oploopen om den deksel ol den rand Ie hereiken waar hun overbecrlijken neclar wordl aangeboden; maar hel dnurl niel lang ol wij zien boe zulk eene mier op den gladden bekerrand van de been raakl en in tien beker lerechl komt. Kenmaai daarin gevallen, komt zij er niel meer uil : de gladde binnenwand laat een
22
naar liovcii kliiuleroii nicI loo. Zij vall leriiy en vonlrinkl om welilra 1 vodil van den lickcr Ie wonlen veiioenl. Uil voclil loeli is vdlslrekl niol niet ficwnon water gelijk Ie sldlen, daar hel even als ons maagsap de eigeiiscliaj) hozil om dierlijke slollen in ojdosliaren vorm oinlezellen, welke slollen vervolgens door de jilanl vvonlcii o|)genomeii.
Openeti wij een dergclijken lieker, lt;lie in volle liinelie is, dan vinden wij ook een aanlal lijken ol heler gezegd de eliiline-huidjes en andere onverleerliare deelen van de mieren daarin lenig en wanneer wij een slnkje van den wand (van liet ondersle derde deel van den beker) voor 't oog houden, dan vinden wij ook in dien wand de klieren, die deze hoogsleigenaardige vloeistof afzonderen.
Wij passeeren nu ecu fraai exemplaar van Anniilinlt;in'(i shield een uele hamlioe en naderen dan de \ ihs en (i.vvK.v-soorten indisclie druiven waarvan vele ons door iraaic kleur en groot 1 e loelaclieu, doeli die een hoogst onaangename jirikkeling in de keel verwekken, warneer wij ons laten verleiden er van te eten. Langs de Mat/ii-(ihiaccnc met hare eigenaardige gevleugelde vrmhten Tiislelalcin, Ih'lci Djilcns, IhjiliKie) en de Suhiciti's [11 ijijioci'dleaccac) met haar donker looi en vmirroode ajipels, die ons aan Sinaasappels doen denkeu, komen wij juist tegenover het Hurcau van den llorlulanus terug op den rijweg, dien wij zooeven verlieten. Wij laten de heide van latten saamgeslelde serres voorioojiig links liggen en passeeren ook de gas-lahriek, die de meer zuidelijk liggende holanische lalioratorin, henevens het Musenin eu het pliarmaeidogiseli lalioralorimn van gus voorziet en slaan hel voetpad in aan de linkerliand naast de gaslaliriek. Hechts, in het \ak l1., vall ons reeds sjioedig de hekende l'clracn voluhtlis in I oog. die wegens hare Iraaie Idociucn niet oneigenaardig den naam van Indische sering heelt gekregen en iels verder de niet minder hekende, thans door gnnsrh Indië verhreide. doch lang niet overal even welkome Tjinli' /.anldini s/icc. lt;liv. die nil Amerika ingevoerd. hier hel 1,1 lloradn vnor hare ontwikkeling heelt gevonden.
Iels verder vinden wij l unnldi/d /Ki/miuid (0) met hare rijke trossen van groole witte Idoemen, wederom een myrmecophile plant, met een groot aantal kclkneclarien, die in den regel druk door de mieren worden geexploiteerd.
2quot;.
ISjci ver \;iii iliiiir, iiquot;j! Iwcc iiiulcrL1 |iliiiil('ii, tlii' 'quot;''i) tli'iyt'lijk lK)iidgeiioolscliii|i liehlicn gcslolou mei de mieren n. 1. CmcUna asinhca 1(5) en vooral (iineliiid liiach'nla (17 , welke lualsle plant niel alleen voedsel â nectar aanliiedt aan liet leger liarer verdedigsters, maar levens ook een woning en oene gelegenheid om hare nesten Ie maken en hare larven en eoeons l(! verzorgen en dil alles tussclien de selmlhladeren, waarvan de Idoenilros rijkelijk voorzien is en derhalve in de onmiddelijke nahijheid van de plaats, die haar Ier verdediging werd toevertrouwd. Haken wij even znlk een hloemtros aan, dan zien wij duizenden mieren piolseling nil hare selmilhneken Ie voorschijn komen en op den groenen kelk nemen wij een aantal ronde, rijkelijk honig-alseheidende nectarien waar. Ftij deze plant is liet dan ook een groote zeldzaamheid, wanneer wij een afgevallen kroon oprapen, die hlijken geelt door de hij te zijn geperforeerd; de hescherming kan derhalve hier volmaakt worden genoemd.
Aan de linkerzijde van 'l pad vinden wij weelderige exemplaren van linelmn alulr en verder klimmende l'andamccac â Freijcinclia $ â en rechts l'omnd roluhilis (59) en An/iffontnn Ivjitojms de witte hniidstranen naast de roode â. De llollandsche naam meer dan de svslematische verwantschap heell deze planten naast elkander gehraclit, want de laatste eene I'lili/iiiinacrii hehoorl onder deze Couvolvulnceac eigeidijk niel thuis. Verderop treilen wij Hulalns cdulis aan â de halalen td' oehie djawa - de aardappels der hdanders, wier nitspruilsels üe/.egd worden de asperges Ic kunnen vervangen en verder verschillende soorten van Ijioiniica, Comnlvulus Ai'fH/icio, l'lmi'hilis wiwwonAci Ipoiiwia jics ctipi'dc geiten voetje â zoo gehcelen naar den eigenaardigen
vorm der hladeren.
Wij gaan thans langs hel lahoralorinm voor pholographie en zincographie tegenover de op de ' omolnildicuc volgende Ihunhfrfitit s mot gele en ook mei hlanwe Idoemen waarvan vooral Tliunhmjid (lidiKli/lord hij de Enropeesclie woningen\eelvnidig wordl gecnltiveerd. Iels verder vinden wij Sdldiiilm (/nim/i/Zoni van Jamaica met honderden groole en fraai-gekleurde Idoemen en komen meer en meer in het gehied der klimmende lliipioiudrcdc.
Duar waar de weg zich kromt, he^int hel kwartier der klimmende
24
Ajwcynnccac nil Asccpiadinrae waaronder de ('aoulolimic-U'vemuIn Willughhria's (41)) en I.iiiidol/ihid's, slingorplanlcii wier lieltladerdc llt;gt;|t|ieii zich Imog in de kroon der sleunhoomen verliezen. Hier vinden wij ook tie allijd lilociende Allamanda's (150) mei hare groole gele en licaumonha's (6S) mei wit en rood gevlekte sierlijke hloemen. Iets verder weder de Shopliuiillius, die den laatsten tijd een groeten naam heelt verkregen wegens het middel tegen hartkwalen, dat zij zou bevatten. Juist tegenover deze en de f.cucoiwlis vinden wij aan de rechterzijde de washloeinen â lloi/n s/wc. div. â en dieper in. (169) Mamlenin linclorin waaruit vooral oji de Ituiteiihezlltingcn eene soort van Indigo wordt bereid.
rhans komen wij aan de linkerzijde in bet kwartier der Jasmi-niuni's, eene rijk vertegenwoordigde groeji waartoe ook de Melali â Jasnunum Samhac â behoort. Maar onze attentie wordt thans onwillekeurig getrokken tol de Mmsaenda's aan de overzijde wier beider zilverwitte «bladerenquot; direct in 't oog vallen. De Mu.suncnda'.s zijn klimmende Ituhwccnr, ilie in de hosscben en langs de wegen in ile boogere bergstreken tol op aanzienlijke hoogte boven zee veelvuldig worden aangetroffen en die juist door bare zilverwitte bladen onniiddelijk de aandacht trekken.
Hij nadere beschouwing blijkt hel, dal deze bladen tol den kelk der bloem hebooren en dat het eigenlijk een enkele der kelkslippen is, die aanzienlijk vergroot, door bare in 't oog vallende klemde vlinders weol te lokken. De Mussaendn toch is weder een dier planten, die geheel in haar voortbestaan al'hankelijk is van insecten. Wij merken spoedig op, dat de eene plant alleen mannelijke en de andere uitsluitend vrouwelijke bloemen draagt. Iiisectenbiilp is derhalve noodig om hel stuifmeel der eerste overtebrengen naar de stempels der andere, en de bloemen zeiven, die geel-groen gekleurd zijn en derhalve niet zoo dadelijk worden opgemerkt, vinden in baar zilverwit kelk-blad een uitnemend middel om zich reeds op grooten afstand zichtbaar te maken.
Op de Mussncnda's volgen de IJ near ia s waartoe de gamhier behoort â I ncana gambir hekend als het adstringeerend middel, dat als toevoegsel tot den betel, pinang en kalk bij de sirih wordt gebruikt
2»
«â¢ti in Kiiropa olt;ik ills looiiniililcl hdogc wiiiirdc hczil. Mrrkwaanlif; zijn wfdrrom de llticnriii's door de wij/o waarop de lakken zich aan elkander en aan andere planlen vasllieclilen mei dezelfde irrilaliele, haken, die wij reeds iu j een ganseh andere familie â de Anounccac helilien licsprokcn.
Thans naderen wij aan de linkerzijde de palinen- en rolan afdeeiing X. K,, waarin wij reeds zoo aanstonds de Aulians loxicaiin lieltlien gevonden en reelils gaan wij langs liet gebied der klimmende. Loga-niaccac â Fagracn spec. div. Onder deze laatste vinden wij iets dieper in liet vak Fikjxka ory/ihylla ,quot;7) waarvan zonder onderscheid alle hlocinen door de lionthijen worden aangebeten, doch die ganseh onafhankelijk van inscetenhezock zich zelve bevruchl, en nog iets dieper aan hel middenpad van dil vak Fngracn Imperialis (l!gt;7) met hare kolossale hloemen, de grootste uit den tnin en misschien wel uit de gaiische tropische Flora, 1)(^ kroon heeft den vorm van een trechter met eene ingang van à centimeter en wanneer wij een oogenhlik hij den hoom hlijven stilstaan zien wij, vooral in den vroegen morgen, een aantal vogels op de hloemen afkomen, die nagenoeg geheel daarin verdwijnen om den rijkelijk afgescheiden nectar opteznigen; hij welke gelegenheid zij tevens voor de overbrenging van het stuifmeel zorgen. Is de bloeitijd voorhij, dan prijkt de boom met groote, parelkleurige zware vnichten. Niet minder eigenaardig zijn ook de vleugelvormige uitbreidingen aan den voel van den bladsteel, waarvan de mieren welen gebruik Ie maken om daaronder haar nest te maken en het moei gezegd worden, dat die jdaats haar convenieert, want niet alleen, dal zij daaronder beschutting vinden legen imdeelige invloeden van huilen: zij vinden daar ook nog nectar, door een vrij groote geelgeklenrde honigklier afgescheiden, die, zich gemakkelijk laai waarnemen wanneer de bladvleugel wordt afgesneden,
Ojt ons pad lerugkoerende, passeemi wij Sirijr/mos Z'iVk/c'(21) eene hoogst vergiftige plant wier sap het oepas tieulé leverl, hel scherjisle der pijlvcrgiften, dat door haar groole hoeveelheid Stryclmine spoedig den dood veroorzaakt. De meer hekende Siri/clnins mix vomica vinden wij elders op onze wandeling door den tuin.
2«
liiniiis iM'iiifjc klimini'iidc Comimilae â waarvau wij in I iiKiodorlaml slcihls kniiilaclilij,rt' |ilaiilcii kciinoii â komen wij leniy in de Livi-j/o/KZ-alifC. Alvorens üm/c wandcliiin iti dil wcslclijk deel Ie eindigen, rest ons nog oen liczoi'k Ie lirenjfen aan hol terrein aan gene zijde, van den Tji-lialok â Uisselien de/.e rivier en de Ivanarielaan
W ij wandelen daarlne langs den ro/.enlnin en langs de vakken \ll (1. A. en XI A. om de lirng overslekende, reelils om le slaan. lt;tns oog vall reeds dadelijk o|i ('ncsdlplnln cnrinna, een hoorn mei donker en lijn verdeeld looiquot;, wiens eigen.lardig gedraaide penlen wegens haar grool gehalte aan laniiinc een helangrijk looimiddel vormen, hekend en uitgevoerd onder den naam van Divi-Divi. Iets verder aan den kant van het voetpad, een .liipansehe eik (Jucirus lt;ilahcniinn die ons eehter geenzins een idéé geelt van de trotsehe woudreuzen van dit geslaclil in de iioogere hergslreki'ii van Java. Overigens is hel vak Mil .1. groolendeels ingenomen door de laniilies der/l/w/cirnjt' eu Lecaceae.
Hel voetpad, dal evenwijdig loopl aan de rivier hrengt ons in het gebied der Vcrheiinccac, /liiiminuiccni', (onhacede, Mnli'dccdc, e. a. In hel vak XI. .1. IreHen wij o.a. soorten aan van Vilc.r en /'mm/a als lï/p.r imhrscens Na ban en l'reiiuia /laiimilicn (15) die zieli met hare lallooze armen stevig vastklemt aan haren sleunhooin. Ueclils langs de rivier zien wij een tweetal exemplaren van Tccloiui (jiduUis (2!gt;)
Djati â den hoorn, die het liekende nilneniende hout levert, dat in uitgestrekte hosselien vdorkonit in de lage, droge vlakten \an Midden-en Oost-.lava en daartegenover Trclotid lldmilloinaua nil aehler-lndiö.
Voortgaande vall onze alteiilie op den zonderlingen Derwisehdiooin van Nnliië â Kii/clin itinudln (4»,gt; wier lange rolronde zware vruchten aan lange stelen loodrecht naar heneden hangen; een hoorn die wij ook op andere plaatsen /uilen terug vinden o. a. in den Inin van het paleis dicht liij de lirng. Iets verder aan onze rechterzijde zien wij den Kalahas-lioom van Brazilië â l 'i fisceiilin ciiiicifolia en daarover de niet minder eigenaardige l'lii/lliirlliru)i coiiwrrnsr (49) van .Mauritius met hoogst eigenaardige, uil verscliillende leden opgehouvvde Idad-organen.
Hechts en links treilen wij een vrij aanzienlijk aantal exemplaren
27
ami van Flncourtia snjiidd (') (!'»l) wier fraai roodc en aangcnaani zuur siiiaki'inle vrm lilcii ouder den naain van lidii-lolii van alt;eiueeui'liekeud-heid /ijn en die /icli lujzonder aanlieveleu voor hel niakcii van quot;jamsquot;.
Iels dieper in, vinden wij eene iraaie, liijua allijd hloeinidi' Sjntlhoilcn (29) uil Iroiuseli-Alrika, een frcslaehl, dal (f iller onk in nu/.eu .\relu|iei zijne verlegenvvoonligcrs heefl (zie li.v. N0. 2 10 in 'l zeilde vak). Deze Spilliadcn cnin/uinuhiln i,relieelen is ongel wij leid de fraaisle lioom onder de llii/noiiiiiccav, die dan ook veolvuidig n|» de erven liij tic vvoonhuizeu der Kuropeeselie ingi'zelenen van liuilenzorg word! aange-IroH'cn en die iiijiia hel ganselie jaar |U'ijkl mei hare, groole roode en geel gevlekle hlocmen, die vroolijk lusselieu quot;l groen Ie voorschijn komen. Kigenaardig is hel. dal de hloenikroon zich onlwikkell under prolcclie van een walerai hlige vloeislof, die door den kelk wordt algescheidcn. Die kelken heldien den vorm van ruiiue kegelvorinige zakken, die in een punl uilloopen 'en zijn geheel mei vloeislol gevuld.
Schuin achter deze Sixilhodca slaat een Hraziliaansclie S/mrallo-s/icniiinii lilluinln/iliaini 2(i/ die in den bloeitijd duizenden en uoj; eens duizenden goud-gele hlocmen ontvouwt.
Haar waar de weg zich kromt, vinden wij een rijk met «kaarsenquot; liehangen exemplaar van Punitriilicni cercl/crn uil l'anama, waar zij gezegd wordt, gansche hosschen te vormen, die er nog al eigenaardig moeien uitzien. »ln eulering such a forestquot; zegt Skk.mwn »a person miglit almost fancy himself transported into a chandler's ⢠shopquot;.
Op het vak \l (!.. dat wij thans aan de linkerhand voorhij gaan, heldien de Sulaiiuni's ('Icivdcinlniu's en Cal/iicdijiu's hai'e plaats gekregen, terwijl \l 1' wordl ingciKunen door de Malviiccur waaronder de bekende vvaroe â lldiisrw liliiuriis en verschillende soorten en varieleilen van Jldiiscus irisn-niuriiMs Keinbang Sapaloe - ;//lt;-hi sr. us srliizoiichdus etc.
Ons pad brengt ons terug op de Kanarielaan en wij hebben thans
(') Dc rocnl Kcverfdc naainpaiil lirtcckrui lucr en rldns m «icn tuin dnl de boom in hel vak, Wiiaiiu hij wonll aanuclrolVcMi, «'igrnlijk niri (huis behoort.
28
nog gflrgpnlifid om ci'ii Kijkje Ie ncmm in de lieerlljke koele serres, wiiar wij een keur gt;;ui liyeo|ioiliiiiii's en \jirens, l'.issilliir.i's en Tiiesoniirs, Seliiginelki's en llronielia's, Diellenhiieliia's en \nllmi'iiini's aanlrellen in rijke verscheidenlieid van soorlen.
II.
WANDELING DOOR HET Z. 0, GEDEELTE VAN OEN TÃIN.
On/e wandeling in hel oostelijk gedeelte van den |danlenlnin gaal weder uil vati de Kanarie-laan, maar in plaals van deze Ie volgen, slaan wij thans, tegenover de kweekerijen rechts al' en volgen dns den rijweg, die iti 'l verlengde loojit van dien, welken wij in '1 westelijk gedeelte hehhen gevolgd. Met tuingedeelte aan de rechterhand; eene Itrecile strook tnsschen den rijweg en de zuidelijke grens van den tuin lot aan de woningen voor hel inlamlsch jiersoneel, wordt voor een grool deel ingenomen door de vormenrijke lamilie der Ixiiumiunsac {'), verdeeld over niet minder dan 12 vakken (1 A L), hevattemlo 470 soorten; alleen op de vakken II A, 15, (1, hehhen een paar andere families hare plaals gekregen
Tegenover deze hreede strook vinden wij de Mcliiicejc en Aiirnu-llareac, heide niet minder ruim vertegenwoordigd.
De lage hooin met donker luof en een groot aantal groote tuilen van goud-gele hloemen eu hrnine sikkelvormige vruchten, aan de linkerhand is de Kemlmng dedesh Stnaca dcclinahi (t) en Sdnnn niilica (.quot;gt;) heide van West-Java en Sumatra en wegens hare hloemen nog al gezocht en hier en daar ook in tuinen aangeplant.
Ainhcistlii mihi/is van llirmah, daarnaast, wordt mei reetil een van de sierlijkste hoomen van den tuin genoemd, /.ij kan gezegd worden hel gansche jaar door Ie hloeien met een aanzienlijk aantal groote en naar he-
(') Do klimiiM.'ndi* Lrguminosac hchlM-ii wij rec«ls in 'l ^csldijk grilerllcaaiigelKilVrn. XII A.
nctlen liangemlr iiliiiincn, \va;irv;iti de /.aclil-riMtdt?, gcel-^cvlfklt'lilofincn natigciianni hij liet lidil^rocn iIit Itladtürii afslfken.
((|i Anthrrslin uoln/is volgt ecu Ucin hooinpjo mei sierlijke kers-ri)0(le liloeniliool'iljcïs, llrnwnrn cdjnlella, dal eeliler hoe fraai liet ook iii(t},'e zijn, in de verste verte niet wedijveren kan met Krowiwti yrnmliccps ü I, die in 'l zelfde vak maar iets dieper naar liinnen ge-vomlcn wordt, die helaas niet zoo vaak hloeil als de/.e, dorh die, wanneer zij hare rijke hloenilioofdjcs heeft ontvouwen, zonder twijfel de fraaiste heester mag genoemd worden van den gansehen tuin. Hare kolossale Itloemhoofdjes vormen een hom|nel op zieh zelf van vrij aanzienlijke afmeting en van zaclit-roode kleur, met gele meeldraden.
Aan de voorzijde van den weg is hel de tjoelan â Afjlniii odonilu (It 5!) en I) 8 en 0) die onze attentie trekt door haar heerlijken geur. De kleine, gele, weinig aanzienlijke hloemen zijn van algemeene he-kendheid en het hoompje wordt dan ook door gansch Indië opzettelijk aangeplant.
Hehalve Tjoelan, vindt men in 't zelfde vak een groot aantal andere soorten van Aglaia waaronder ook A y la id odonilissima (41) een aan-genainen geur verspreidt, terwijl daarentegen Ai/la in rlli/ilica var. ('na-menxis (I) 18) meer attenlie trekt door haar overmaat van sierlijke als druiventrossen naar heneden hangende gele Idoempluimen. Het }lrlia-ccar â vak I! beval hehalve deze, nog vele andere zeer hekende planten als I». v. de versehillcnde varieleilen van Lansium iloincsliciini (4. (I. 152) â de overheerlijke doekoe, kokosan en hidjitan en verder den door de inlandsche hevolking meer geapprecieerden katjapi â StitnloricHtn ticvvosuiu III. en Sentoel â Samloricmn indicuni Car. Verder wil ik nog wijzen op Urlia anjitln - Tjakratjikri om h:ire hloenieu wel hekend en op Di/so-rjilinn raniiflonim (48 en 70), die in afwijking van hetgeen wij gewoon zijn waar te nemen, hare hloemen en vruehten aan den naakten stam draagt; eene hizonderheid, die wij nog hij andere hoomsoorten op onze wandeling zullen waarnemen.
Voortgaande langs den rijweg zien wij, nog altijd links,een .lagera sen ala 1) 10, een liooni van zeer eigenaardig voorkomen mei groote hladeren in den vorm van een regenscherm uitgespreid en iets verder een vriendelijk altijd Idoeiend heestertje Sccpasnui hu.rifulid UI. (llgt;),
*0
(luoi- (Ir Iicviilkin^ Li piijinii; gclicrlcn en veelvuldig; hn^s k;tiiiiioiiü-wegcii aang(gt;|il;iiil.
Aan ilc iivcrzijili' v;ik .1, eii L. ItovindtMi wij ons in 'i ^cliicd ilcr (tissui s. een /(â¢er rijk in onzen tuin vcrli'^LMiwitonli^tl ^t'slachl; vooraan, de allijd IdociciKlo maar oiiaanziciilijke Cassin i/liiiira, 2. ti. 7. en ilaaraclilcr de linogi'ri', maar slechts nu en dan eens, maar dan («ik /.eer rijk. Iilociciidf (\ cnlhnnllm (',)).
Mci'r in 't middiMi van 'I vak, ('nssin llmiihi (12. 14. 21) onder den naam van djncar algemeen bekend en Cnssin /isiuhi wier lange, zwarle vrueliten aan trmninelstokken doen denken en die dan link als /oodanig seliijnen Ie worden geliruikt, wanneer alllians de vertaling van npojiiie-iiaumaquot;, gelijk de |iliiiil op llitoe. wordt genoemd, ⢠waarmede men iemand op den rug trommeltquot;, juist is. lie platte, seliijfvormige zaden lielihen daarciitegen in de geneeskniide zicli een goeden naam weten te verwerven in zooverre zij lllialtarlier-stroop en eastor-olie kunnen vervangen. De Cassia's in vak 1- Cassin juvdinrn 2à en ( . noilosn '1 en (gt; onderselii'iden zieh zeer gunstig dooi-liet lie/.it van zacht-roode Moemen en deze eigenschap is hier in dezen hoek van den tuin zeer gewenscht, want ook Srlii:(gt;liiliiinii r.n'lsimi, â¢!' en 41), een kolossale reus uil tropisch Amerika, opent tijdens zijn hloei. duizenden en nog eens duizenden goud-gele hloeinen.
Hij 1' aan de overzijde nemen de Itularene een aanvang. Uier vinden wij groote verscheidenheid van soorten van (lli/rosnti.i, Tri/ilid-.na, (laiiscna, Alnlnuha en ook de hekende kanioening-^/i/mif/i/ rrollcn (DO) en )l. Snmnlraiia (4;gt; met hare aangename, doch wel wat al te sterk riekende hloemen.
Daarnaast, in vak (!. vinden wij een overvloed van ^V/M/.v-soorten, waaronder ik alleen wil aanwijzen de Cilrus japouim (2), Cilnis l'tiimi/a (8) en Cilnis ijramlis var Smcoilachjlis (77). De eerste is de Kunn|ual, die in Japan en China op groote schaal wordt gecultiveerd en waarvan de vrueliten geconleil in den handel worden geliracht; de tweede onderscheidt zich wegens den i'iipava-vorm der vruclit en de derde is de eigenaardige iiKinstreiise djeroek tangan, hij de in-landsche hevolking zeer gezocht. Ar ijle Miirnirhis (C t7 en ts) 1'iij het midden van het voetpad tusseheii 1'' en ti geelt ons in een
*1
;iilrekscI vtm ilcn basl ol' illt;'ti world een miildd logen li\ iioclioiniric, iiifhiiicliolii' i'ii iKirlslii'/wiircn' wiiinifcr wij den iiiliiiKlsclicn iiifdirijn-mecsler gcloovcti inogcii, lerw ijl ilc vnn lilfii :il: IckkcriiiJ en :ils miiltlcl leg»!!! clininisclif clysciilfrif ziiutlfii kiinnrii worden gebruikl. Nan /'h-onia iïlcplinitliun woi)d-iiii|de-tm' kiiwisln diiariuiitsl II) quot;201 worden idmedc de vruclilen gegelen; in Oosl-Java wordl ecliler tie inhoud der vruelil liij wij/.e van araliiselio gom gelirnikl.
Op den rijweg lerngkomeiide, vall ons oog op een liooni van /eor regelmaligen vorm \lt; tut li ojttt 1/ Ih i iii vilclhuuifi cene / lt;tl ijiji 11 uci'it mei «cue kolossale kroon, waarvan de lakken zoo laag reiken, dal men cr juist onder door kun gaan om de ruslliank en ronde laid Ic Itc-reiken, die aan zijn voel zijn aangciiraelil. \ an hier uil kunnen wij uilslapjes maken naar den varenliiin en i irehideön-afdeeling II K. L. M. N.
Den hezoekcr die over genocgzainen lijd voor zijne wandeling kan hcscliikken wordl aaiihevolcii om alvorens den varenliiin in Ic gaan, hel llians Ier loojis in oogenschoiiw genomen Icrrein nog eens van een anderen kan! op Ie nemen om dan weder hij dezen huoiu lenig Ie komen.
Hiertoe slaan wij hij Cnitsia jtnuuicd L 21! den weg in, die in meer Ziiid-Ooslelijke, riehling loopl liisschen de vakken Ij en M. NN ij vinden dan achtereenvolgens op onze wandeling nu eens links, dan weder rechts ziende, de volgende planlcn.
At'iiciit l'iii'iicsiniin II â gt;, eene plant oorspronkelijk uil /uiil-Amcrika ingevoerd, die zich echlcr in den ganschcn Archipel \an hel hurgeiiechl heeft meester gemaakt en Ihans zeer algemeen wordl aangetrollen. |{ij de hevolking staal zij hekeml onder den naam van Nagasari en de oranje gekleurde hloemhooldjcs worden op Java Ier herciding van paiTuineriCn gehruikt. De hinncnzijile van de nog groen gekleurde peul heval een gom van uilncmendc kwalileil, die gehruikt wordl lot hel hechten van glas en pnrcelein.
Ilcchls vinden wij aan den kaul van ons voetpad Sophom Inninihis,! D s, cene plant met zeer eigenaardige rozenkransvormig ingesnoerde peulen die hekend zijn onder den naam van hoewa-oepas.
De zaden en world werden voorlicen legen lal van iiilecnloopcndc zicklen aangewend, doch iangzamerliaiul is hare vcdvuldige locpassing
als Inlandscli ^eiiecsmiddel aaii/ieiilijk vt riniiidenl, zoodal /ij bijna niet int'rr in de nrciilimr wordt gnioiMnd en dil is des li; nii't'r ItcvrtMtnuicnd, omdat /ij ondtT de Indisidie |daiillt;Mi voorlicen een /eer groolc vcr-maardlioid liccll liezelon. N'ooihccii word /ij o|i Tcnialo gert'ki'iid onder -de /eelioofdcn id' Koningi'ti van alle inedicainunicnquot; gelijk UiMi'iiiis ons leeil en werd zij voornameiijk aangewend legen eliolera, plenrilis en als antidoinni. Thans sehijnl /.ij hier en daar nog toepassing te vinden als middel legen vergiriiging.
l'tllircolubiiiui Sdniiiinii Titi) is een woudreus die mei zijn ver nitgespreide lakken en omvangrijke kinin van lijn looi' hel gansche vak hesehadnwd.
I.PHCdfiia qlauca K 3 is van Amerikaansclien oorsprong, maar thans over de gansehe wereld verspreid. De peulen hekend als peléh eeylon, peteh tjina ele. worden (!ven als die der gewone petéh als toespijs hij de rijst gehrnikt.
In I) vinden wij ook de veelvuldig in gedroogde hoii(|nelleii gehruikte FlemiiHjia slrohulifmi â llahapaan en vele soorten van Drsmodiuin als; /I. rlfijnns (iTi , D. Iiii/uelniin (21, I). Inlifolium (20 , ll.t/i/rntis .ï-i), de telegraalplant, wier blaadjes in oiKiphondelijke beweging zijn en voorts den hooinvorinigeii h. umliellnluiii (16).
Venier nog Sln/clnios uur vomira (C ü) wier vruchten de algemeen bekende braaknoten of kraanoogen insluiten, die hel hevig giftige strychnine bevallen.
liet vak III A wordt nagenoeg geheel ingenomen door de geslachten Afi'ife, I'ounroi/a, ) ucca, Cortli/lnic en Ihiicacnn mcerendeels van Anie-rikaanscben oorsprong.
ij loopen ilil vak langs maar gaan bij de veelkleurige Dracaena's 11 H, rechts af naar boven en volgen bel voetpad tusseben ('lt; en IJ. Hier vinden wij een aantal soorten van Albizzia, waarvan enkele Allnzzui sli/nilala en Allnzzin nwluccaua wegens haren snellen groei en lijn verdeelde bladeren zeer gezocht zijn als schaduwhoomen in kollie- en e.acaoplanlages, terwijl Alhizzia saponaria (C 31) meer bekend is wegens hare saponineboudende zaden, die gebruikt worden bij de visehvangst om de visschen Ie, bedwelmen. Van Adcnaiilhrra l'avoHiiiii lii) worden de zaden die dezelfde helder-roode kleur
37.
bezitten als die van Ahnts praecalnriu* Saga â aan kellingcn geregen en als sieraad gedragen, waarvoor /ij /.icli lieter liuMien dan de laatste, daar zij niet vergiftig zijn. In vak 10, reelils van tien weg vinden wij een Ijii/llirinn-sonrl (10) â dadap een nitmnnteiulcn srliaiinw-lioom met helder roode Idoenien, die algemeen wonlt aangeplant in kollie|dantages en verder Tninnritidus indicus 7) â assem ol' asseni-djawa een l'raaie lioom van algemeene liekemlheid.
It 27 l!iifalt;l(i scanilriis - Tjarioe â kan veilig een van de interes-santste planlen van den tnin worden genoemd: eene liane van ongehoorde afmeting, wier /ware lakken mi ei ns groote slingers vormend dan weder meer als kuiketrekkers in elkander gewonden en omlaag hangend, zieh naar alle rii htingen over een zeer aanzienlijken afstand lol hoven in de kronen der stennhooinen nitlireiden, terwijl de hoofdtakken zieh ver in de kruinen der Kanarielaan verliezen. Door den dood van een aantal stennhooinen, ligt zij hier en daar in groote slingers op den grond. Iti' hladeren zijn hetrekkelijk klein en hangen aan dmme takjes naar heneden, terwijl de kolossale |ienleii van voel lengte en I deeimeler hreedle zeker wel de grootste zijn, die ooit van eenige soort dezer familie zijn hekend geworden.
II 4 l'dilcin Ito.rlitirjjlni is de hrkrnde l'eteh peutenj ol (loedé -wier onrijpe zaden niHlegenslaande lom hoogst onaangenamen, steik knollookaehtigen renk, gekookt ol ranw dooi' de Inlandsche hevulking als lekkernij worden gegeten. Iteehls vinden wij onder een aantal soorten van 'I geslacht ('ifiionnini lt;i(d\ Nanmam ( i/iiiiinelrii cnuli/lora (lli), die hare Idoenn-n en vrncliten onder aan den stam draagt en iels verder in 't zelfde vak nog lliallum IikIiiiii (10) koerandji of krandji een fraaien hoorn ini'l zwarte vrnehljes. waarvan hel zoogenaaimle vrnchlmoi's een alleraangenaamslen. frissehen smaak heelt.
In vak I wil ik nog hizonder de allenlie vestigen op Viinilloa t/i'inmi/iaiii (r»3; een hooni door I'i'i.ismoji ISienw-tininea ontdekt en door 0'. Sciikh kii hesehi even Hij ile/e plant /ijn de jonge hehladerde takken in de jengd hesloten in etn kimp \an eenige eentimelers lengte en omgeven door een gi'ool aantal over elkamler liggende in ^ rijen geniaalste sehnthladen. Wanneer de knop zich opent, dan komt de gansche lak met een aantal, Vlallig gevinde hladeren in vrij wandelingen. 3
quot;4
ver gevortlenlcn slaat van ontwikkeling; daamil le voorscliijn. De lakken liangon dan nog zeer geruimcn lijd sln|) naar bcnoilen en de iiiaderen lu ldicn dan een zaclil rose lint om weldra wil en eindelijk groen le worden en zich op te lielVen. In den lijd \:m sterken groei, wanneer de boom van alle zijden ais quot;t ware Iiehangi ii is met zijne pakken witte bladeren vcrloonl hij een zeer eigenaanlig voorkomen.
Mdiiillna is eebler niet de (ienigc1 boom, die ons deze bizomlerbeid doet waarnemen; Ci/notuelra, Amh islia en Hiowiira en vooral [irowncii ipdvitirrjis (31) verloonen 'l zelfde merkwaardige versrliijnsel: bij de laatste zijn de jonge bladen langen tijd fraai brnin gevlekt.
Verder gaande passeeren wij links een a mlal I'lcnicur/nis-soorlvu waaronder I'lerocarjms imticus â aga-aga en l'lcrocnrpus snxalilis Lingoa-baloe of Lingoa kasloerie. - Deze boomen leveren bel beroemde Sono-boul van Java of Lingoa-bout van de Molnkken, een zeer gezocbte bontsoort voor meubelen.
Dour insnijding van den stam verkrijgt men een bars die als â¢angsanaquot; of »kinoquot; in de geneeskunde wordt gebruikt bij ebronisebe diarrhoea, spruw en andere ziekten.
Wij steken den rijweg over en nemen bel voetpad tussehen 111 A en li langs het Monument opgericht ter nagedachtenis van l-adv ll.vm.KS, de vrouw van den Kngelscben Gouverneur-dencraid.
In 111 A vinden wij o a. een Sivieloiin Miilinqitni 12) den boom
/
die hel Mahagoni hout levert. Blijkbaar komt zij in deze streken slecht lot ontwikkeling en groeit dan ook beter in de lagere kusllanden in de nabijheid van het strand, waar zij de laatste jaren door de zorgen van het Itoschwezen op ruime schaal wordt aangeplant. Verder nog Ccdrcla scrruldhi (16) â Soerian â een sehaduwboom afliomstig van Sumatra's \\reslkiist, die veelvuldig wordt aangeplant even als Mvlio ciinitollci (H 12) van Timor.
Uechls omslaande, gaan wij langs een paar exemplaren van lui/-lliniTi/ltnti, de plant die hel bekende alcaloid cocaine beval, dat als plaatselijk pijnstillend middel in gebruik U.
Opmerking verdient, dal de eigenlijke F.ryllnn.njhnti nun van Lamarck, die gezegd wordt de moederplant te zijn van de coca bladen van den handel, gebleken is een gansch onbekende plant le zijn die stellig
nergens Ier wereld opzeltelijk wordt geculliveerd en alleen liekend is uit llerliarinin-exein|ilaren; terwijl :il liel prodnet, dut n:iii de Imho-peeselie markt wordt geliraclit, afkomstig is van twee verseliillemJe planten hri/lliro ryhnn Hnhnonuin en h'ri/lhrori/luiii Cncn var. Snruceanuin.
liet is laatstgenoemde variëteit, die wij hier aantreU'en. Tit nil tuurproeven is geldeken, dat deze veel sneller en heler groeit dati / Hollvinnum en veel meer product geelt; terwijl hovendien nug door de eliemisehe analyse is uitgemaakt, dat dit produel 4 a 1» maal meer alealoid beval dan dat van laatstgenoemde. De heide exemplaren in 's Lands I'lantenluin geculliveerd, werden in hel jaar 1H7!gt; hier nit-geplanl. Uit de zaden van deze zi jn direct of indirect alle coeaplanten afkomstig, die thans op Java worden gecultiveerd. Als hizomirrheid wil ik hier nog vermelden, dal de Eiylhto.njlcac lieteroslijl-trimorphi' hloemcn dragen en dal deze ooi-spronkelijk op Java ingevoerdi'planten, heide langstijlig zijn. Van deze langstijlige planlen is thans de vierde generatie in cultuur. Meende men voorheen, dat de Krylhroii/lfar, die vooral in Amerika te huis hehooren, in den Maleischcn Archipel niet voorkwamen, thans heeft het onderzoek geleerd, dal deze zienswijze onjuist was. In hetzelfde vak K vinden wij o. a. als indische stiorlen E. Hurninmncum Grillquot; (U); lottcpslijmlatum (10); cairinnlum (30) en E. Imncanuin (.quot;2) alle hoomvormige represeutanten van dit geslacht, die echter blijkens daarnaar opzettelijk ingesteld onderzoek slechts sporen van cocaine hevatten.
Op den hoek van vak II It, wil ik nog wijzen o\) Cpdrela/rhri/iiya (19) waarvan de has! als tonisch en koorlsdrijvend middel in de ^e neeskunde een goeden naam heeft.
Op onzen weg van hier naar en langs den \ ijver, passeeren wij een paar reusachtige I'lostifima's : U. (jiijanlcuin kiara pajongen I .iildhcllinn kiara hoenoel I. (1. heide van zeer eerl)iedwaardij;en leeftijd, wier stam en takken van onderen lol hoven als 'I waie hedekl zijn met t!piphyten van allerlei aard: ttrchidaceae, varens. Loganiaceae, Aroideae etc.
Maar welk een enormeu omvang deze heide llrosligma-sooi ten ook mogen bezitten toch worden zij hierin nog verre overtrollen door lhlt;tsli(jmlt;i rlnslinnn, waarvan wij een paar |iraelilt^\emplai'en hier aantietlen juist tegenover dtm kleinen vijver. Deze ///«.v/k/kk/ op Java
Karet geileden is ongt'lwijft'ld aun geen bezoekt;!' gel.-eel onhekentl; locli /.il men moeite helilien hierin de euouteh()iie-|ilaiit te herkemiei^ die wij wegens hare groole, tijn-geuderdc liladeren en IVaaie mode Idndscheeden gewoon waren met de uiterste voorzichtigheid in de oiuleiiijke woning in 't moederland te cullivceren. Hier vinden wij dienzeirden Urostigma lenig als een woudreus van kolossalen omvang, die \aii alle zijden lumderden van luehtwortols naar heneden zendt en ondi r wier ver uitgespreide takken en volle schaduw een zeskant igen, aan alle zijden open, koepel met houten talel en ijzeren tuinstoelen is aangehracht. I'roslijimn cld.iliciuii levert een uitnemende kwaliteit van caoiitchouc, die op de Kuropeesche markt een zeer goeden naam lieeft.
In hel vijvertje, dal zijn water onlvangt uit den veel hooger gelegen groote» vijver en uit het midden waarvan zich een waterstraal van cenige meters als fontein verheft, treilen wij verscheidene Ai/f/i-/'/mnz-soorteu aan met hartvormige op 't water drijvende hladeren en witte, ronde en ook gele hlocmen, die ons aan de Ni/viiiIkuu's en van de llollandsche watervlakten denken doen. )ltliowKi\ wier pluimvormige liloeiwijzeii van eenige voelen lengte zieh in het water weerspiegelen, een paar nagenoeg pikzwarte stammen van AV/z/n'/imn nllissiinitm (een ramhoetan met zure, oneethare vruchten daarachter een llci/iicn Sumalr/ma (30) en llci/twa frulicosti (51) met hare zware trossen van roode vriiehlen, die openspringende de zaden doen zien, omgeven door een witten sappigen arillus, juist legenover ons, dragen het hunne er toe hij om de hekoorlijkheid van dit lieve lingsplekje der Ituitenzorgsche inge/.elencn nog aan/.ienlijk te verhoogen
\N ij zetten onze wandeling voort langs den vijver tot aan hel voetpad tusschen vak L en (1, hetwelk wij inslaan om langs den varentuin naar de hank onder Xniilliii/iliyllHtn vilcllmiun terui; le keeren Onder weg zien wij nog /iuiphus jujuhn fi 40, waarvan wortel en hast (ini de tonische eigenschappen als geneesmiddel worden gehrnikt, terwijl hel gomaehtige vriichtvleeseh evenals dal van /Azi/fihus viilf/ons uit Svrii1 den naam heelt \an het hoofdhestanddeel uil le maken van de liekende jnjuhesquot;, een huismiddel, dat cellier in den regel hestaai uil gom met eenige aroinatische hestanddeelen gemengd. Links pas-
.) 7
speren wij pen drielal zware eiken {hiercii.i pgciido-mohiccana, (8!»), (J plnli/carpn en lt;J sincalu 77), die eigenlijk meer in de hongert' iiergslreken lt;gt;|i gt;()()() voel hoven /ec te linis hehooren, doch ook hier in den linn lol llinke. kraehli^e slammen zich hehhen ontwikkeld, die rijkelijk hloeien en wier eikels in den regel in groolen getale op ons pad liggen. Hechts den hoek omgaande wij/en de groote met twee lange vleugels voorziene vruchten, die wij op den grond vinden, ons op den kolossalen stam van IH/ilrrocaipus Spamifjlin aan den rand van den varentuin. terwijl wij juist daar tegenover deu javaanschen vertegenwoordiger vinden van den uil onze llollandsclie duinstreken zoo hekendc papenmuisquot; h'niui/iniis jiunniciis (1110.
Langs den hoom die gouden eieren draagtquot; (ionoairi/wn pijn forme 114 en vooral 100. komen wij op ons uitgangspunt onder de schaduw v.m den grooten hoom terng. Wij gaan thans langs den varentuin II .N' en K rijk hclommcrd door een aantal hoornen van Ij ia horhomcH kadongdong tjoetjoek â die hier als schaduwhoom is aangeplant cn wier gele aangenaain-riekende vruchten over den grond vei spreid liggen. Ouder het groote aantal vertegenwoordigers van deze in de tropen zoo uiterst vormenrijke afdeeling der varens wil ik slechts enkele speciale planten aanwijzen, die om een ol andere hmlogische eigenaardigheid meer hi/.onder onze aandacht trekken In de eerste plaats noem Li/iiitlt;liiin scdiiilnis I.. piniinll/iihun, UfiAe \arens met eigenaardig verdeelde hladeren en hoveiidien opmerkenswaardig omdat zij mei /.eer dunne stengels zich winden om hunnen steunhooui \Vrder l'alf/padiiiin l.inutiri en /'. i/iicki/olmui \\) die als ware epiphylen met hunnen hruin ol' zwarl-gesi luihdeu slangvor-nngen stam tegen den hoom opklimmen en ilie vooral merkwaardig zijn om ile speciale adaptaties, die zij verkregen hehhen ten einde den hodem volmaakt Ie kunnen onlheren.
Igt;e genoemde l'olypoiliums toch veitoonen hel zeer merkwaardige verschijnsel van lleteroplnIlie d. i van het voorthrengen van hladeren van versehillenden vorm en functie. Men onderscheidt daaraan n. 1. eerstens de gewone groene, vindeelig ingesneden lange hladeren, die nu eens fertiel kunnen genoemd worden in zooverre zij op de achterzijde de hruine sporen voorthrengen de voorlplanlings-organen der varens â
58
en iliiii weder geeneiiei sjHircn lt;1 ragen en ilerlialve steriel nioeleii lieelen. Heide bladeren, .steriel of fertiel komen in vorm en grootte, met elkander overeen. Maar behalve deze lange, groene Idaderen, draagt de stam er nog andere, die veel kleiner zijn en meer doen denken aan gedroogde eikebladen.
Ke/e laatste /ijn met de basis tegen den stam aangedrnkl en staan «nerigens reebt op, zieli slechts weinige centimeters van den stam van den stennboom verwijderend.
Vis zelfstandig assimileerende groene bladen, bezitten zij slechts een zeer kort bestaan; weinige weken na bnnne volledige ontwikkeling verdroogt reeds bet eigenlijke groene bladweefsel en krijgen zij de bruine tint, waardoor zij op dorre bladen gaan gelijken.
Bizonder merkwaardig is bet echter, dat het verdroogde blad geenzins afvalt, maar in dien staal nog zeer lang aan den stam bevestigd blijft.
De vorm en wijze van bevestiging en ook de lange dnnr van him beslaan in gedroogden toestand, maakt ze uiterst geschikt om allen mogelijken |dantaardigen afval, stukjes blad en schors en vocht, dat langs den stam loopt, oplevangen en te bewaren, welke deeltjes dan spoedig overgaan tol bunuis. Inderdaad hebben dan ook deze eigenaardige bladen de fnnctie gekregen van hunms vergaarbakken, waarin zich het wortelnel van de varen uitspreidt om daaruit bet voor den groei en de ontwikkeling noodige voedsel le putten.
Men kan derhalve zeggen, dat deze epiphylen baar eigen nest maken om geheel onafhankelijk van den bodem op den stam van den woud-boom te kunnen leven. Itil maakt, dat deze varen leven kan op boomstammen en lakken waarop andere cpipbylen zich met geen mogelijkheid kunnen vestigen en zoo vindt men dan ook meermalen in de dichte hosschcn in 't gebergte, groole forscb ontwikkelde individuen van deze l'oh podiums hoven op vrij dunne lianen.
Niet minder interessant in dit opzicht zijn de l'/nlyccrium's waarvan een drietal soorten tegen de schadnwboomen in den vnrentuin voorkomen als l'ldli/reriuin (jnindr, /'/. biforwc en /'/. alciconie. Ook bij deze vindt men behalve de gewone bladen, van zeer eigenaardigen Mirm, die aan de plant den naam van â¢hertshoornvarenquot; deden geven
5!gt;
en die mi cons op eon iilzomlerlijk iiiervonnig liladdeol, ilau wedt r aan ile uileiinleti der slijiitou de sporen voorlltrengeii, ook weder gcinscli anders gevonntle Idiideieii ilie als 'I ware legen den stennlioom zijn aangeplakl (zie li. v. IN0. 79).
Vele dezer eigenaardige Maden die dm naam van inanleiidaden liublien gekregen liggen Idj wijze van nalte lappen op en over elkander en vormen op die wijze een dik pak van vrij aanzienlijken omvang, (lenoemde mantelldaden nn lieldien ongeveer dezelldc fmietie als de zooeven liesprokcn luumis-vergaarliakken der Poiypodinms mei dil verscliil evenwel, dal zij niet zoozeer dienen om liumns op If vangen maar veeleer om don gevormden Immus hijeenlelionden.
Het ondersli! gedeelle van elk manlelldad onderselieidl zich door huilcngewone ilikle en Inil onderzoek leerl, dat dit vleezig gedeelle groolendeels bestaat nil walerweefsel d. i. een weefsel, tlal liet verinogen liezit tijdens den regen groole lioeveelheden water te altsorbeeren hetwelk de plant in de droge tijden van bel jaar uitnemend le stade komt. De onderste mantelbladen van het pak gaan meer en meer over in Innnns en bieruil pulten de wortels, die er zich in een groot aantal ondi r de bescbermende lagen ontwikkelen, het voedsel dat de plant voor bare ontwikkeling noodig heeft.
Wij slaan nog een vluebtigen blik op de velerlei soorten van Adi-tinliiiiis â chevelnres , die evenwel bier in den vrijen grond niet zoo fraai zijn als in de kweckerij : op Anjiojilcns en Mtirnlha en op de boomvarens, die echter in deze lage streken niet in de verste verte ons een idee kimnen geven van baar krachtig en forscb voorkomen in de Imogere, altijd vochtige bosscben op de belling van bet gebergte en slappen dan over naar den aangrenzenden Orchideëii-tuin waar tal-looze van deze in den Maleisellen Archipel zoo rijk vertegenwoordigde familie met succes worden gecultiveerd, behalve Kadongdong, die wij iu den varentiiin als steun- en scliadnsvboom hebben opgemerkt, is bel bier vooral de Samhodja I'liinicnu actili/iilxi eene Apocy-nacca van weinig meters boogie met fraaie witte bloemen, waartegen de verscliillciide epiphylisebe Orchitlmcac zijn aangebracht. Aanlm-chidcrn vinden-wij in een ruimen kring rondom het perk nitgeplanl. terwijl andere zooals de reeds besproken GiaDimalophijllum specmsuin
40
of ren/,»'!! üirhidt'c /ich /dl een pljuilsjc lu'ltlien uilgc/.oclil hoog legen den of op de hoii/.oiil:i;il uilg('s|irt'i(lr l;ikkon dor K.idongdongs.
Hi t zou omlocnlijk zijn om hier oen ovcr/.icht Ic geven van deze kolossale collectie, waaronder er vele /.ijn, die niel alleen wegens hare sierlijke hloemen, maar ook in menig ander opzichl een meer aandachlige heschonwing oveiwaard zijn. Ken dergelijk overzicht van eenige heteekenis zon nood/akelijk uitvoerig moeien worden en hoven-dien niet lol hel vooroiigcsleld doel voeren, lie orcliideen toch hloeien op zeer verschillende tijden van het jaar cn de kans is derhalve niet gering, dat juist de hier meer speciaal gesignaleerde vormen door den bezoeker niel in hloei zuilen worden aangelroiVen. Den tuin door-loopende, ziel men in den regel slechts weinige orchuleen te gelijk in hloei, toch weel de inlandsche tuinman, die met het toezicht over deze afdeeling heiast is, gewoonlijk wel een genoegzaam aantal Moeiende exemplaren aan te wijzen om den hezoeker niel onhevredigd te doen verder gaan.
De Orchideëntuin dwars doorgaande, voert ons het voetpad van zeil terug op den rijweg, dien ui| zooeven hchhen verlaten en |nist tegenover een overdekte ij/eren tent met tuinstoelen, van waar wij een ruim uitzicht kunnen genieten op den \eel lagergelegen »heneden-lumquot; en op de palmen-colleclie aangehracht op de helling.
Wij vervolgen den rijweg voorloopig niet verder maar maken van dezen koepel uitgaande, een paar uilslapjes naar de afdeeling der l'aiuliinncciir II D. II., en den Hoschtuiu (⢠en I1., om daarna weder tot ons uilgangspunl terug Ie keeren.
liet geslacht l'iitnl'iims vormt, gelijk men weel, een hoogsteigen-aardig geslacht van hoomachtige gewassen, die de hizondere eigenschap liezilten om een groot aantal dikke, zware luchtwortels Ie vormen, die overal lol zelfs vrij hoog hoven den grond uit den stam te voorschijn komen
Vele dezer wortels hereiken den hodem en vertakken zich dan onder den grond op de gewone wijze, maar andere hereiken den grond nimmer. Die welke in den hodem /i|ii terecht gekomen, verdikken zich vrij aanzienlijk en dienen dan lol steun van den hoorn, die daardoor geheel en al het uiterlijk verkrijgt van op stelten Ie
41
staan. vooral omdat m vele gevallen het onderste deel van den stam wegsterft en de lioom derhalve iiitslnilend ^teuiil cip deze Inehtwortels. De meestal lange Naderen slaan sjiiraalsgewij/e aan den stam en alleen aan den top der takken, van waar zij statig naar beneden hangen.
De l'andiitiitcc/if /ijti ware knsl|daiilen. bewoonsters van de zooge naamde tropisehe dninflora en komen in groote verseheidenheid door den gansehen \n'liipel voor. quot;s Lands l'lante?ilnin hezit eene mime, collectie van deze interessante gewassen en het moet gezegd worden, dal deze hier niet minder weelderig groeien dan lt;gt;p hunne natmirlljke standplaats.
He bladeren van vele dezer, worden gebruikt lot hel vervaardigen van allerlei vleehtvverk als manden Ier verpakking van handelsproducten, mallen en hoofddeksels loedoengs . terwijl de vnieblen, die bij de verschillende soorten enorm verschillen in vorm en grootte, (er zijn er onder die verscheidene kilogrammen wegen nu en dan ook worden gebruikt als toespijs bij de njsl
Van Panddinis mloialissiniu.i zijn de bloemen buitengemeen geurig en zeer gezocht en Ho\m ne.n gaal /elfs /on ver om deze Ie stellen boven alle hem bekende aangename geuren.
Itizondere attentie verdienen nog INquot; quot;»l I'liiuhniiis finrnliis die op een enkelen vrij boogen stam een fraaie krnon draagt waarvan de lange, smalle, scherp gezaagde bladeren sierlijk naar beneden hangen en verder INquot;. IK l'iinihiiius Idh/iiiilhiciis van Sumatra, die laag bij den grond blijvend, zich over eene aanzienlijke nilgeslrektbeid uitbreidt.
In den zoogenaamden Ixtschliilii, die, aan hel l'andanaeeenvak grenst, zijn zonder dal hierbij op svslemalische vervvaiilschap is gelet, vei scheidene jdanlen bijeengebrachi, die een dichten schaduw en veel vocht voor hare ontwikkeling behoeven Wij vinden bier een ware schat van interessante gewassen vooral van heteekenis voor de studie van biologische bizonderheden
In de eerste plaats wil ik bier wijzen o|gt; de ii/roimtliiini'n, die in vele soorten oj) de hoornen voorkomen alsmede op de talrijke epiphylen waarmede, bier nog meer dan elders in den tuin, de zware stammen der sleunhoomen van onder lol boven zijn behangen en omwonden.
als Ihiralhn, .{s/ilruhun Suhis, Poli/podium (UToslir/iiniIcs, I'. ailtiasirns ni /'. iniiiiinulan/oliuin, Acroslichiini s/ricalmn, l'syloluin Irh/uclniiu fti i.il van andere. Vertier, ttp de llui/u'x waxdowers . die mol hare dikke vleezigc Idaden, die grot)lenileels itil walerlit)iuletid weefsel beslaan, nilnetneiid Iteslantl zijn tegen weketi- en maanden-lange droogle: ii|) de Wc'iislutniuciic itiel knttlvurinig viTtlikle slengeldeelett, die nuk hier als walerreservoirs dienst dtti'n even als dit hij vele knol-dragende Orchiildfeac hel geval is; op klitnnientle Faiintcd's die hier hlijkltaar in haar clement /.ijtt etc.
.Maar ttieer in 't hizotid' r wil ik hier de aandaclit vestigen op eenc /.eer curieuse AscU'iiimlacco, llisvliidia Itn/llcsiand â wier dumio windende stengels en takken wij ttissehen die tier juist genoemtlo l-'iujnuiCs kunnen vervolgen. Ileeds tladelijk wil ik hier opmerken, dat de stengels van Ihschidin henetien kimiien afsterven, zontler dal dit in 't minst de plant in gevaar hrengt, daar deze zieh ten eenenmale onafhankelijk heeft weten te maken van den hodem en tlan tutk zelden met den grtmd in direel eontaet wordt gevonden, terwijl de stengel /.elf zieh met een groot aantal hechtwtirleljes, die overal onder of op zijde der hladeren ontstaan, aan den stennhotun heeft vastgehecht. Itij nadere heschotiwing van een dergelijken /V/.vc/nV/m-stengel hoog in tie takken van Fngr/ua , hemerken wij reeds spoedig eenigc zeer eigenaardige organen meestal in een aantal van (gt; 10 hij elkamler dicht iipeengedrongen en die zich voordoen als groene hekers van I'2 centimeters lengte. Nader hlijkt, dat een dergelijke zak geheel of gedeeltelijk gevuld is mei water en van hoven geopend is, al is die opening dan ook betrekkelijk klein Ãp eene overl.mgsche tltttir-snetle van tien beker vertoont zich tic binnenwand fraai purpur-gekleurd, maar wij merken tlan ook lelijkerlijtl tegen ticzen binnenwand een aantal fraai verdeelde wortels op, die min of meer vrij in het water hangen.
I'it een speciaal daarnaar ingesteld onderzoek is gebleken, dal bol vocht in den beker aangetroHen, daarin tijdens tien regen wordt uTzameld om in tien drogen tijd slechts langzaam en gedeeltelijk da iruil te, verdampen. Vroeger meende men, dat deze bekers in functie moesten worden gelijkgesteld mei die van Srjicnllws en Sarrareiun
4.quot;
en «lerlialvc /.ouden (lioneii lol lid vangen van inserlen wier voedemle lieslanililcelen iloor dr jdanl zonden worden o|ig('iioiiieii Hel is cellier geldeken, dal de/e zienswij/e len ei neninale onjnisl was en dal de genoemde nrnen moeien wi^rden lieselionwd als vergaarliakken voor regenwater, li'ii diensle van de jdant, die onder de eigenaardige, condilii s, waaronder zij leefl, in een slreek w;iar langdurige droogle met een liepaalden regentijd afwisselt, aan dergelijk opgezameld water groote liehoefte heeft.
In denzelfden liosclitnin vinden wij ook de /oogenaanide mieren-planten Mi/nnccodia liilicnma IJeec. en IIi/ilntiphiilmn imtnlanuin, planten van zeer eigeiiaardigen vorm en eigenlijk liestaande uit een knolvormigen stam van de grootte van een klappernoot, die in een Idad- en liloem-dr.igenden stengel eindigt en die met een groot aantal lieclilwortels legen den stam en de takken der womllioomen is vaslgelieelit. .Nadert men eene dergelijke plant en klopt men even /.acht tegen liet knolvormige gedeelte, dan ziel men direct honderden mieren van alle kanten nil het hinnenste van den knol, te voorschijn komen, die dan op zeer gevoelige wijze den aanvaller van de plant trachten aflehouden en deze Ie hesehenncn tegen dergelijke ruwe liehandeling. Vooral merkt men dit wanneer men /nik eene .Ui/nnccoditi aantreft in 't liosch op hare nalimrlijke standplaats, /ij wordt dan hevvoond door een kleine lichthriiine mierensoort, die zeer gevoelige steken lewt^eghrengl. In den llnitenzorgsclicn plantentuin is dit niet het geval: de eigenlijke hewoonslers worden hier al zeer spoedig verjaagd door de gewone veel onschuldiger zwarte mier, zoodat men zonder gevaar de plant kan aanraken. Waagt men het echter in '1 hosch eene Mi/nnecodiii van haren steunhooin los Ie maken en op den grond te doen vallen, hetgeen natimrlijk met eenige voorzichtigheid gemakkelijk gelukt dan ziet men, dat de gan-che plant letterlijk wemelt van mieren. Ilakl men vervolgens het knolvormige gedeelte door midden, dan vertoont zij inwendig een groote menigte kamers, gangen en galerijen, die mei elkander in commimieatie zijn. en die door een aantal kleine openingen met de luiilenhichl in verhinding staan.
Die gangen en kanalen worden hevvoond door deze mieren met hare larven en cocons en het geheel doet zoo zeer denken aan een
44
werkelijk mierennest, dnl hel ^een verwondering kan wekken, litit de groote Atnlioirselic kmidkninlige IU miiiiis, die ze hel eersl heeft hesrhieven, ongeverr in 'l midden der I T'1'' eeuw, inderdaad meende te doen Ie hehhen mei eigenaardige naliniriiroiluclen, die niet ml zaad maar nil mierenneslen onlslonden.
Hel onderzoek dezer merkwaardige gewassen heel! geleerd, dal de knolvormige onlwikkeling \an den slam moei worden heschonwd als een hesrliermingsmitldel legen uildroging door eene zeer slerke ontwikkeling van waler ahsorlieercnd weeisel. gelijk wij reeds hi) andere planlen heldten opgemerkl en dal de gangen en kamers moeien dienen orn de plant lot in hel hitmensie van den knol van lucht Ie voorzien, voor vvelkr huhltoevoer de gangen dan ook hekleed zijn mei een grool aanlal ademhalingsorganen he eonslanle legen woord iglieid van deze mieren hinnen in den knol zon dan eigenlijk van geen heleekems zijn voor de jdant zelve en de mieren zonden alleen van deze gangen gebruik maken omdal /i| daarin eene mlmnnlende gelegenheid vinden om hare nesten Ie maken en hare larven Ie verzorgen huilen den nadeeligen invloed \an felle zotinehille en regen.
Men vindt deze inleressanle gewassen in den hosehtuin hier ^n daar legt-n de sleun- en sehadu\\ hoornen aanuehraehl en de lulandsche luinman, die men hier len allen lijde aimlrefl. weel den hezoeker ui den regel wel een paar kraehlige exemplaren daarvan aan li' wijzen.
Ten slotte wil ik hier in den hoseliluin nog wijzen op liiheha officinal is. eene planl die de hekende slaarljieper opleverl, op ver-sehilletide andere pepersoorlen; op den .lavaansehen vlierhoom, Snmhucii.t jnvnuirn die in vele opziehlen gelijkl op de llollaiidsche. vlier Sdinhiicus tilfirn', op de /uid-Amerikaansi he heesier Sntirhrttn finhilis een fraaie heesier mei wil geslreeple hladeren en een
grool aanlal oranje gele hloemen. .......... levendige allraelie uitoefenen
op een vogeltje mei langen spilsen hek e.en honigzuigerlje dal vooral legen hel vallen van den avond de hloem hezoekl om zich van den neclar meesier Ie maken en eindelijk nok nog op ('i/iihimnnilni helacid wiei smakelijke vruehlen rauw en gesloofd worden ge,gelen.
In een uilnmntend en met veel zaakkennis gesrhre.ven artikel over
den Biiileiizorgsdicn IMiiiileiiliiin in di' Imlischc fiitls vim Juli en Augtislus IhHi) zegt (liiniiKs, ile vriK'j.Tre liispfeleur van hel Unsrliwezen ilf trols van liuilcii/nr^s l'l.iiilenliiin is /ijnt; verzameling l'alnienquot; en inilerilaail wurill ilan ook nerfiens Irr werelil zulk een nil^eln'i'iile |ialnienliiin iiaiigelroiïen als hier.
Sleehls enkele plaulen nil ilezc inleressanle eoileclie, nil alle werelilileelen liijeengelirai lil, wil ik hier in 'I voorhijgaan hesiueken, terwijl ik den meer liolaiiisrhen he/.oeker meen Ie mogen verwijzen naar ile hierachler voorkoinenile lijs! van alle genera in 's Lunls l'lanlenluin geenlliveenl.
Nan nil ilen koepel genieten wij in ile eerste plaats een voorlrellijk uitzicht op ilie l'almen, ilie aan onzen voet tegen ile steile helling zijn aangrhrarhl Inssrlien ilen lieneiientiiin en ilen rijweg, waarop wij oiflt; hevimlen en omler ileze zijn hel zeker wel in ile allereerste plaats ile zelilzaam fraaie ('ori/plui unihrnculifna (41), ('ory/iha Talieru (4tgt;) en ( ui i/iiha iiiislrdlis (40). ilie onze attentie trekken Ui' eerste, ile zoogenaanule flehang, is een eeht liulisehe palm, ilie in den geheelen Arrhijiel wordt aangetnilleii en o. a op Java's /iiidkiisl zoo menigvuldig, dal hij daar op sommige plaatsen ln'l gehied voert over de Klora en ile l'hysiognoinie hepaalt van hel bndsrhap
l)i- gehang hezil een forsehen stam met kolossale in een spiraal geplaatste waaiervormige Maden, die I» .s voel lang en ongeveer even breed zijn en die met een 7 voet langen hladsteel en een zeer hreede den stam hall omvallende sehenle aan den top van den stam bevestigd zijn.
Oji 4(1 a lil) jarigen leeftijd gaal de gehang hloeien en vormt dan uil hel midden van zijn kroon en dus uil zijn lop een hloemphiim van ongekende afmeling met een nnteihaar aantal kleine onaanzienlijke hloemen.
Hngelukkig eehter is de hloei tegelijker tijd een leeken van /.ijn naderend einde; zoodra de vruehtjes zieh hehhen gezel, gaan de hladeren hangen dm meer en meer hunne fraaie groene kleur te verwisselen voor die van verdorrend loof en wanneer de vruehtjes, die hij duizenden worden vonrlgehraeht lol rijjiheid zijn gekomen is het met de rw/z/i/oi gedaan en staat /ij daar nog eeni^en tijd geheel kaal en bladerloos om eindelijk omtevallen hen laatsten lijd vooral heeft de Plantentuin
46
menige L'onjjihn op doze wijze verloren. De gehang is een zeer nnltige jialnisoorl. Uil zijn merg wordl een soort van sago hereid van infeiMenre kwalileil en hare jonge nog niet ganseli ontloken idaderen worden gekookt, gegeten. Van de rijpe vrnehlen maken de priesters rozenkransen, terwijl de half rijpe eelhaar zijn. Van den nilg;eholden stam wordl de hrdoek gemaakt voor de inissigit en de Idaderen worden gelimikI ;ds atnp lol dekking der woningen.
\ erder valt (ins van onze hooge standplaats oniniddelijk ook de l'hociii.r sj/lvc.slns (4.quot; van Aehter-lndië in het oog met haar regelmatige, hall kegelvormige kromi van vedervormige, hlanwnchtig groene hladen en «jesehuhden stam en nog vele andere interessante vormen, die wij echter heter kunnen opnemen, wanneer wij een eind weegs voortgaan langs den rijweg om dan aanstonds langs de trap van vaslgeklople steentjes naar heneden te gaan en een oogenhlik langs de helling rond It loopen. Wij passeeren dan /1 Halen {hiichim een Irolschen palm nil Tropisch Amerika met niet zeer Imogen stam en recht naar hoven gaande zeer lange gevinde hladen en grooie zware hloei- en vrucht-kolven.
Ilcrhts omslaande, \inden wij hij Nn. 47 dtm ivoorpahn Phylclcjihns Macvocnvjui insgelijks nil Tropisch Amerika alkomslig, een p.dni, dilt;^ nimmer een Imogen stam maakt, maar meeshd ook op zijn natuiniijke standplaats over eene lengte van ongeveer 111 a 20 voel over den grond ligt en eersl dan zich eenige voeten hoog verheft. De hladen zijn zeer lang en gevind en de zaden, ten getale van 7â!) in de vrucht hesloten, zijn in den handel hekend onder den naam van ivoornoten, waaruit allerlei voorwerpen worden vervaardigd, die in hardheid hel gewone ivoor zeer nahij komen.
Verder Sa hal l'iihnrlin 7 of Amerikaanschen Sahalpalm met l'orschen gladden stam en handvormig ingesneden Idaderen. Nipa fmticaii* (ü) een zonderlinge palm, die op alle eilanden van den Indischen Archipel lot in Nienw-Ciiiinea en de IMiilippIjnen en langsile kusten van (lochin-china, Siam en Malakka wordt aangetrollen en steeds de moerassen hewoont in de nabijheid van de zeekust. Zeer vaak hedekken zij gansche uitgestrekte moerassen en vormen dan dichte hosschen in een lossen modderhodem, die nu en dan door de zee onder water wordt
I *
/
gezel. De liladereii vim .M/m worden gebruikt lol ilekking der huizen en scliepi'ii en vertier ook lol hel vleehlen van mallen, loedoengs elc. Nifin vorml niinmer een eigenlijken slain en de zware, iti'iiine vrnchlen Ier gmolle van een nienstdienhoord, iiilt;! uil de oksels der Idiideren op alquot;zonderlijk(! slengels uil dm groml komen, gelijken meer op l'dmla-unccen- dan op /'(i/wi-vruchlcn.
Links van de sleenen trap vilden wij den ronden pinang van Hanka en Hillilon Ci/rloslnchi/s ftrinldh, die wij reeds een paar malen op onze wandeling hehhen aan^elroilen en ven Ier ('arhidovicn (ilrurlrens, ü, on C. /niDiila fraaie laag-hlijvende palmen van Nieuw fiianada, wier Idaderen evenals die van ('. imlinnld, die elders in den Inin gevonden wordt, gelmiikl worden voor de vervaardiging der lieroenide l'anaina-hoeden ; Znluccn Wiillii lildiin en /al'iien nliihs, de eersle van Sumatra, de andere van Kali, Java en de .Mtdnkken. wier vruchten onder den naam van Salak worden gegelen.
Deze en nog vele andere palmen vinden wij hier in den heneden-luin hijeen ; toch is dil sleehls een klein deel van de groole colleclie, die wij hoven aanlrellen. Maar alvorens deze nader in oogenschouw Ie nemen, slaan wij eerst nog een vliiehligen Idik op enkele andere planten in dezen henedenluin. Verreweg hel grootste deel van dil lerrein aan den oever van den Tjiliwong, wordt ingenomen door éénjarige kruidaehlige gewassen ol heeslerljes lol de meesl uit-eiiiiloopende plan I en families hehoorend.
Hel ligt niet in mijne hedoeling hier breedvoerig nil Ie weiden over deze zaadplanlen en heeslei's, hoevi-el inleressanls daaronder ook /oude kunnen worden aangewezen en Ie meer meen ik hiervan Ie moeten afzien, omdat hel plan heslaal om eerlang alle deze krnidaelilige gewassen over Ie hrengen naar een daarvoor nieuw aangewezen lerrein op hel «eilandquot;, welk eiland, omspoeld door de rivier de Tjiliwong cn een harer armen, eerst onlangs door hel Nederlandseh-lndische (lou-vernemenl is aangekocht geworden lol uilhreiding van den holanisehen luin. Ik wil mij dan ook uilslnilend hepalen lol hel aanwijzen van eenige moerasplanlen en hoomaehlige vormen, die len allen tijde o|i dil lerrein zullen worden wedergevonden. In tie allereersle plaals noem ik llnKjuirni tiio/icluhi ecne planl, die mei andere soorten van
48
't zelfde geslaclil ileel uilniiiukt van de /.ooyciiaauide lihizo/Jioreti-Itosstlieii ui Mangroves die allcrwcge in den An lii|n'l aan hel strand voorkittnen. Deze Idiisoiihonn heliooren lol de /oügenaainde levend Itareiide of vivi|tare planlcn en onder dezen naam verslaat men der-gelijke gewassen, die liet /eer eigenaardig verscliijnsel verloonen, dal liet enihryo niel zooals gewoonlijk, in 't zaad Idijfl opgeslolen zoolang de vmehl aan den lioom lievesligd lilijfl om zich eerst later iki uit zaaiing verder te gaan ontwikkelen, maar doorgaat met groeien zonder nog zoo dadelijk van den hoorn te vallen. Hel enihryo doorbreekt dan eerst de zaadlmid en daarna ook den vruelitwand en groeit aanzienlijk uit, terwijl het daarbij nog steeds wordt gevoed door ih moedcr|dant. Kij voortgaande strekking van het hyporotyle lid kan dit hij Hrufiuiera eene lengte hereiken van f 20 cent. terwijl men zelfs hij Hhizophovn kieni|danten van niet minder dan een nieter lengte heeft gemeten. Heeft eenmaal de kiemidant eene aanzienlijke lengte liereikl, dan valt zij al en in den regel loodrecht naar hencden. Ten li|de van de chhc dringt de plant dan reeds vrij dii'|) in 't slijk, ver genoeg om in ih' meeste gevallen ook hij het o|ikomen van den vloed stand te hlijven honden.
Hi t spreekt wel van zelf, dat een dergelijke ver gevorderde ontwikkeling, waartoe de kiemplant is gekomen alvorens aan haar eigen lot te worden overgelaten van zeer groot helang is voor eene plant dir ondi r zulke eigenaardige condities leeft.
De algevallen en in de modder stekende kiemplant is. dank /ij de moederlijke zorgen, zoo ver gevorderd, dal zij in slaat is zich zelfstandig Ie voeden: liet sterk verlengde hypocolyle lid hezil gruote hoeveelheden reservestolfeii, waarop de plant de eerste dagen kan leren en heelt hovendien reeds genoeg chlorophyll gekregen om ook zelf te assiinileeren.
Hij de Hniiiuirnt's in den tnin zien wij deze lange kiemplanten aan den hoom hangen en vinden wij ook in 'I slijk aan den voet van den hoom etui aantal dezer jiinge planten in alle mogelijke stadiën van ontwikkeling
Soiinenilid (icida, een zware wondrens in den znidelijksten hoek van den heneden Inm in de oniniddelijke nahijlicid van de wuningen
49
van het inlandsclic personeel is almede eene hevvoonsler van de Hlii/,0|dioreii-wouden, maar kan niet tol de vivipare slrandgewasseii gerekend worden. Hare zaden be/.illen eeliler de mtu kwaardige eigen-sehap van een buitengewoon snel intredende kieming eu de jonge kiemplanteii groeien zoo snel, dat zij na (i maanden reeds boompjes zijn geworden van manslioogte. Hij Sotnieralia hebben wij ook gelegenheid kennis te maken niet eene andere bizondere eigenschap der Mangrove-planten, die zij zich in den loop der tijden moeien liebiicii verworven en die haar in staat stellen Ie groeien op zulk een bodem als het slijk en de modder van liet strand.
Dergelijke bodem beval, gelijk zich wel denken laat, slechts een zeer geringe hoeveelheid luchl, veel Ie weinig om de wortels der plant behoorlijk Ie voorzien van de hoeveelheid zmirslof, die zij noodig hebben voor Imiine ontwikkeling. De plant zou dan ook onniogelijk in zulk een bodem kunnen lieren, wanneer niet op een ol andere wijze in dat euvel werd voorzien.
Nu geschiedt de luchttoevoer lol het wortelstelsel dan ook hij deze planten op zeer eigendoiumelijke wijze en bij Soiuieratia door eigenaardige wortels, die geheel in afwijking van lielgeen wij nu eenmaal gewoon zijn van wortels Ie verwachten, zich niet onder den bodem in iniii ol meer horizontale ol' schuine richting uil-breiden, maar naar hoven groeien en in de naaste omgeving van den booiii van alle zijden uit den grond loodrecht Ie voorschijn komen. iK-ze zijn dan ook in 't geheel geen voedingsworlels; zij dragen aan den top ademhalingsorganen van zeer bizonderen bouw en hel is door deze, dal de plant aan haar wortelstelsel voldoende luelit kan toevoeren.
Ik wil voorts in dezen beiiedentuin nog wijzen op Cypcrus Papyrus, de papyrusplant der Egyplenareu; op Alston ia scholmis, eene Apocy-nacea, waarvan hel hout, kaijoe gabocs geheelen, wegens zijne lichtheid en veerkracht geschikt is voor bel maken van kurken, inseklen-kistjes en andere lichte voorwerpen en ten slotte nog op de Pt soma's aan den oever van den Tjil iwong.
Tot dit laatste geslacht behoort de Kool handa â Pisouia nlhn â een boom mei nagenoeg gele bladeren, die vooral Ie Hatavia veelvuldig
WANDKLINiiKN. \
80
wordt gecultiveonl en dan ook algemeen bekend is; verder I'ihoiiki c.relsa â ki tjianw â waarvan hel lioul even zaclil en liclil is als kaljoe galioes vu l'isnnin si/lrcslns â Daglidogli waarvan de Noemen ons aan Heliotropen doen denken en die dan ook vroeger om den aangenamen geur liij de kronin};s-|deeliliglieden der keizers van Java lielangrijken dienst deden.
Nog veie andere interessante gewassen zonden in dezen heneden-tnin knnnen worden aangewezen en liet mag dan ook xerzekerd worden, dat een wandeling door deze afdceling den bezoeker nimmer onbevredigd laat. Maar wanneer reeds thans een bezoek ioonend mag lieeten, in de naaste toekomst staat het !(â verwaebten, dat dit laag gelegen terrein in belaiigrijkbeid nog aanzienlijk zal vooruitgaan, liet ligt namelijk in de bedoeling van den Direetenr om weldra, wanneer de kruidachtige planten en heesters, die thans nog dit terrein in beslag nemen, zullen zijn overgebraebt naar bel eiland, de collectie strand-, moeras- en waterplanten aanzienlijk uit te breiden om hier op deze plaats, die overvloedig van water kan worden voorzien, een flora in 't leven te roepen, die ons eenigermate hel beeld zal teruggeven van al hel interessante, dal hel strand ons te aanschouwen geeft.
Langs dezellde Irap waar langs wij naar beneden zijn gegaan, keeren wij weder tol den rijweg lerug.
Wij slaan, boven gekomen, juist voor bet vak V F. waar de Gymnospcimnc bare plaats hebben gevonden, waaronder wij reeds dadelijk sierlijke en forsche exemplaren opmerken van Australische Arnucaria's in vrij aanzienlijke verscheidenheid van soorten. Ons tropenland is niet bel ware gebied der (lymuosjirnnni en Cvuifcrcu, die mcerendeels in noordelijke streken Ie buis behooren, maar de slanke, zuiver pvramidale Dammarbooinen Ihuiiwara nlhu in dit vak, die met hunne l ooge loppcn boven alle andere uilsteken, de /Wornr/'i/ï-soorlen , die wij in groole verscheidenheid bier aantreiïen, de l'iinis Mrrl.usii 2) door .li'Miiinis in de llaltaklanden onldekt en de D ici i/ihiini rhiliiiii !gt;4 , leeien ons toch, dal onze Maleische Archipel niet geheel en al verstoken is van deze interessante en meestal zeer sierlijke gewassen.
Wij liouilen ons niel lang hier (i]). niaarkeercn na nog een vliii'liligcn Mik Ie lielihen geslagen op de lieidc ilaar naasl gelegen Ituliiaivdc-Mikkvu h. 1). waaronder wij een grool uanlal l'iivcllu's, Ganlciiiii's, ynuclca's en aanlrellen lol de l'almen lenig en volgen daartoe den
meer ooslclijken rijweg, die van hel koepelljc nagenoeg evenwijdig loopt aan den Tjiliwong.
0|( onze wandeling jiasseeren wij nu nog de volgende |ialinen;
(hicos/irnnn /ilamenloxn Itl. den algemeen lt;i|i Java en o|i alle Sunda-eilanden liekenden Nilioeng (K itfl), een /eer lioogcn palm niel een dunntm maar ijzerslerken slain, eene kleine kroon en gele Idoenien.
Oncosjtenna hornJn Schr//. (K 109) den 1'inang liajas of Itajé van Kanka en Sumatra, waarvan de stam, de Idadscheede en de midde.nnerl der Idaden gewapend zijn met lange zwarte, min ol'meer naar lieneden gerichte stekels.
Arctiifa saccharifcra Lahili. (104) den hekenden suikerpalm Aren een palm die in den gelieelen Indisclien Arehipel voorkomt tui 4000 voet hoven zee en hovendien nog overal wordt aangeplant. Uit dezen loom, die hel gansehe jaar hloeit, verkrijgt men, gelijk men weel, den toewak, légen, sagueer- ol' palmwijn, .lavaansclie suiker, idjoh (gemoetoe, doek ol' injoek) en verscheidene andere nullige zaken.
Areni/d ohluslfolin Marl. langkah , hijna even lieiangrijk voor de inlandschc huishouding algt; de voorgaande.
Aan onze rechlerzijde. in vak 11., vitiden wij l.dliimii Hor hom ai (1 Ij), Lalnnin Coiumcrsniiil (14) en andere soorten van dil geslacht, alle al'komslig van Hourhon en Mauritius rn verder Al lal en DKicrocaijm mei haren zwaren stam en sierlijke opgaande gevinde Itladeren.
Links (dus weder in \ak K zien wij onder verscheidene soorten van Phoenix, ook den heroemden dadelpalm l'horni.r iliKii/lifmi (ü9) en verder zeer fraaie soorten van Tlininir en weder aan de overzijde Mehnxylan rlnliun .1, 7) een palm mei sierlijke, gedoomde Idailseheeden (^n Zalurcn nliilis 78) den hekenden Salak.
Achter ten lange rij van verschillende variöteilen van Coro* nnri/rni. Orcodo.ra rajin en 0. olcracea zien wij verder nog Klaeis (piitwcnsis (Kt) van (iiiinea, uil wier zaden de hekende palmolie van den handel wordt geperst en daarachter weder een hosc.lijr van Sago palmen
Mclroxylon lluinpliü (.1 4G}, Melroxylon smjus (J 4!») en Melroxylon loiifiispiniini (.1 47) alle laag van stam lilijvende, tlocli zeer fraaie palinen. Eindelijk nog merken wij hier o|gt; Lodoicca scchrtlunim (35) â ('oco-de-mei' â of klappa lanl, afkoinslig van de Sechellen, een eilanden-groep ten N. 0. van Madagascar, wier vruclilen zeker wel de gmolsh; zijn onder alle palmvniclilen en dikwijls een enorm gewicht liezillen. De hier en daar in dc lileratnur opgegeven gewichten van 50 if zijn evenwel aanzienlijk overdreven: de vrucht in het Museum van 's Lands l'lantentuin hewaard weegt slechts ü'/ï kilogram. De waaiervormige hladen van dezen reusachtigen palm waarvan de tnin echter slechts een helrekkelijk jong exemplaar hezit, hehhen eene lengte van niel minder dan 20 voel bij eene breedte van 1Uâ12 voet met hladstelen wier hardheid aan ijzer doel denken.
Ten slotte wil ik hier in de palmen-afdeeling nog wijzen op Borassus Ihhellifonnis (31) â Lontar, soevvalan of Palmyra â een door gansch Indië, het vasteland zoowel als den Archipel verbreiden palm, met een forschen, rechten stam en een nagenoeg volmaakt kogelvormige kroon van waaiervormige bladen. IK; lontar bekleed eene zeer aanzienlijke plaats onder de nuttige hoornen van Indië; uit het sap der hloemkolven wordt even als bij den aren suiker gewonnen, terwijl de vruchten worden gegeten.
(lp onze wandeling zijn wij thans genaderd tol de hadplaats behoo rende lol het paleis. Voorloopig gaan wij niet verder in noordelijke richting door, maar klimmen hier langs hel met steentjes geplaveide voetpad in westelijke richting naar boven tusschen de vakken V en VI C en volgen dan weder hel voetpad tot wij op den tweeden rijweg terugkomen; een bezoek aan het noordelijke gedeelte van den tuin lot een volgende wandeling uitstellende.
Ons voetpad leidt ons langs de vormenrijke familie der Myrtaceae. en wij passeeren een lange rij van Hmrinyhmin's, ware strandplanlen, die op verscheidene plaatsen van de kust en vooral daar, waar zich de bodem van uil zee min of meer steil verheft de lUzojthmm vervangen.
In het vak V A vinden wij een groot aantal zeer hekende planten bijeen, alle lol de familie der Myrtaceae behoorend, wier namen ik
53
bier slechts l»p|iorf It' nonnen met verwijzing naar liel niimtnor, dal liare plaats in het vak aangeeft.
Jambom uIIki (10, It, 14, ^2) in vele variëteiten als Djanihoc Semarang poetih, Djainhoe Semarang merah etc.
Jiinihnsa vtilgmis (69) â Djainhoe ajer â, l'sldiitm (junjnva (74) â Djainhoe hidji of Djainhoe kloetoek â eene plant voorkoniemle in de tropische lainicii van alle werelihleelen en hekeml onder den meer algemeenen naam van tlnava.
I'micn (jratinium in verschillende variëteiten ((10, (i I, (12, (gt;4 00, 70)
Daliina of granaatlioom oorspronkelijk uil INoord-Afrika afkomslig maar van daar door de kiiltimr in alle warme landen verspreid.
Counmjiila fiut'inensis (dl), de kaïionkogelhoom zoo gcheelen naar hare kogelvormige vruchten.
Caryophyllus nromalicus (112) â tjengkeh uil de Molukken, die ons de kruidnagels levert.
yfelalmci cnjepnli (07 en vak 1$ 1) uit wier hladcn de kaijoc poetih-olie wordt gedistilleerd.
Melaleuca leiicndcnilnm (158) waarvan de witte, als papier afschilferende hasl dient lot hel kalfateren van schepen en het hout als timmerhout wordt gehruikt.
Herlholclia e.tcrlsa (7) wier zaden als l'ara-nolen algemeen hekend zijn.
Wij gaan thans een oogenhlik langs den rijweg terug tot aan de, ijzeren rusthank op het kruispunt van dezen rijweg met den anderen, die direct naar het paleis van den (louverneur-ticneraal voert en volgen derhalve het vak IV II aan onze rechterhand. Op dit vak hehhen de Chnjsohalanacene en een gedeelte ilcr Mi/rislicnceac eu Annunccnc hare plaats gekregen. Alleen eenige wel hekende soorten uil de laatste familie wil ik hier aanwijzen n. 1. Anonn Squamosa (3S) de Sirikaja â: Annua muricalti (40) â de zuurzak in Auona rcliculala (4,quot;) â hoewah nonna alle drie op 't oogenhlik nog jong en niet vruchtdragend. Ook vinden wij nog in dit vak de merkwaardige Ci/alhoculijx Zcylaniciis (40) die volmaakt voor alle insecten hezoek afgesloten, geelgroene hloemen draagt.
Van de rusthank uil. gaat thans onze wandeling langs het voetpad tusschen G en F en verder tusschen 1! en A naar den groeten vijver.
!»4
De a;lll};(â¢llallu, gfiir van Tjamiuika ktuiil ons lo gcniool. Wij /.ijii dan ook In hel gcliiotl der Miignoliiiccac 011 hel zijn vournaiiiclijk Taldinnii ( dinlollci (17, H), 2,quot;) â Tjaiii|»aka gomlok, Tjotüiljocu wangi. ki-rapat - een struik van slechts weinige meters hoogte en Michelia chiiinjm-ü .quot;o, .quot;ti, 43) tie eigenlijke Tjainpaku â een reus mei iraaien, kaarsrechten stam, die dezen alleraangenaamsten geur tot op grooteii afstand in de Inelit verspreiden. Maar 'l zelfde vak l«jval nog een groot aantal andere hoogstinteressante gewassen. Zoo h. v. SiihIiiIiihi dlhiiiu (21), die het heroemde sandelhout oplevert, eenhoorn die oji Timor, Savoe, Soemha, itali, Oost-Java en Madura voorkomt.
liet oude hout levert hel gele, het jongere liet witte sandelhout. De hoorn is niet zwaar, maar ook op zijn natuurlijke standplaats wordt hij slechts weinige meiers hoog.
faraldoficnof Itlumci (1gt;3. 5;gt;, [i6\ met kogelronde, iluweelachlig-zwarte vruchten.
Pim Orelldiui (64 - (ilingem. Kasoemha â een sierlijke heesier mei roode bloemen en harlvormige bladen, wier zaden, opgesloten in een vrucht, die iets op ramboetan gelijkt, bedekt zijn met een roode kleurstof. die onder den naam van Arnatlo, Annalto, Itokan of Orleans in Kuropa dient lat bel kleuren van boteren kaas en waarvan de inlandsche lievolkitig gebruik maakt lot bet verven barer meubelen en andere voorwerpen.
Flacourlid snpida (68) wier vrucht â de aangenaam zuur smakende lobi-lobi â zich zoo uitnemend zon leenen lot bel maken van vruchtengelei.
Flacotnii'i Ru kam (101, IOC, 108) waarvan de vrucbl zoeter dan de lolii-lobi. door de bevolking op zeer boogcn jirijs wordt gesteld.
lnocnr/gt;us cdulis (12) Gajam, galet - eene in 't oostelijk gedeelte van den Archipel zeer veelvuldig voorkomende boomsoort, wier zaden gekookt of geroost worden gegeten; hier en daar zelfs, b. v. op Makian, vormen deze zaden bel boofdvoedsei der bevolking.
Paugiiini eilulr wiens zaden ouder den naam van l'iljoong,
Poeljoeng of l'angi algemeen op alle Soenda-eilanden worden gegeten niettegenstaande zij bniletigewoon giftig zijn. De ervaring beeft echter aan de bevolking geleerd, dat door bet kooken of door langdurig
wecken in een Itak mei walcr, de. gil'lige eigeuscliaii geheel verloren gaal. Zonder de/.e voorafgaande Itereiding werken /.ij in hevige male. Iiedwelinend en somlijds zelfs doodelijk.
Voorziclilige Inlanders zeilen de gevveekle zaden dan ook eei'sl aan de kippen voor en eersl dan WMimeer liet lilijkl, dal de/.e er niel meer quot;draaierigquot; van worden, aelilen zij ze lang genoeg geweekt om zieli zeiven daarop lo vergasten, liet is den laalslcn lijd door een opzettelijk daarnaar ingesteld onderzoek in liet pliarmacologiseli Laltora-torinm van 's Lands 1'lantentiiin geldeketi, dat de giftige werking moei worden toegesclireven aan het voorkomen van cyaanwaterstofzuur, dal in alle deiden van de plant en wel liet meeste in de bladeren voorkomt. Dit eyaanwaterstofznnr komt zoo al niet vrij, dan tocli nitersl los gelioiiden in de plant voor, en volgens een globale raming kan men de totale hoeveelheid eyaanwalerstol in een boom van l'diKjiuin edulc aanwezig, veilig op ,'gt;;gt;() gram laxecren.
Deze gillige slot is door denzelfden ehemischen onderzoeker, aan-getrollen in Hyilnoair/nis vcnvualu (48), waarvan de zaden op Ceylon worden gebruikt tol hel bedwelmen van visseiien, terwijl de vette olie, die uit do zaden kan worden geperst in de InlanJschc geneeskunde wordt aangewend tegen huidziekten, wat bij de sterk antiseplische werking van evaanwalerslofzuur alleszins aanneemlijk schijnt.
In verband met dit laatste n. 1. bet gebruik van eyaanwatorstof-boudende planteiideelen als anliseptiseb middel is hel van belang bier nog op te merken, dat volgens mededeelingen van D'. \ ouukiiman, ook de stukgehakte en aan de zon blootgestelde zaden van den zooeven genoemden I'aiKjiiun edulc in Ikmtam worden gebruikt voor hel conserveeren van visch. De verseh gevangen zeeviseb, wordt van de ingewanden ontdaan en de biiikbolte gevidtl met poljoeng-haksel. Op den bodem van den lolok wordt eene laag potjoeng uitgespreid, waarop eene laag versche zeeviseb komt en zoo afwisselend, potjoeng en visch, lol dal de mand gevuld is. D'. Voudk.hman overtuigde zich er van, dal viseb, die (1 dagen geleden gevangen was, op deze wijze toebereid nog volmaakt den reuk van versche visch bezat.
jlel blijkl uil dit weinige voldoende, dat dit vak K een groot aantal
!gt;6
uiterst intciessantc gewassen beval, waarvan ik nog slechts cenige weinige heb genoemd.
Ik zou nog kunnen wijzen op den â¢eierhoomquot; â fier man dia nviyera â (II) wiens vruchten omgeven door een wijd uitstaande kogelvormige Maas, aan eieren doen denken en verder op de reusachtige Daliscaccac âOclomchs sutnalrana {9\) cu Tetramcles nudi/lora (9.ï) heide kolossale hoonicn mol lijnrechlen stam waarvan naar alle zijden zware wortellijsten uilgaan, die den hoorn een sleunvlak ver-leenen van ettelijke meters omvang.
liet vak li aan de andere zijde van ons voetpad is volstrekt niet minder in slaat om den wandelaar, die iels gevoelt van 't genot, dat er gelegen is in de studie der naluur, eenige aangename oogenhlikken Ie verschaffen. Hel hevat planlen, die wederom in een ander opzicht onze aandacht verdienen. Zoo o. a. vinden wij daar onder de Ann-ttaceaf, die een groot deel van het vak in beslag nemen de ünonn daxijmnschala (6) en Unona cleinlogama (4!i, 118) twee heesters, wier fraaie, lange en helder geel gekleurde hloemen zich nimmer openen, zoodal zij nooit anders dan zich zeiven bevrnchtcn en derhalve wederom even als de reeds vroeger genoemde Arlalmlrt/s, ons leeren, dal men de hekende hiologische stelling, als zoude het voor hel hehond der levensenergie voor elk organisch wezen absoluut noodzakelijk zijn, dat het zich nu en dan kruist met een ander individu, vooral niet in algemeenen zin mag opvatten. Ook de bloemen van (lonio-Ihalainus Tapis (ül) zijn op zeifhesluiving aangewezen en niel minder interessant is hel hier op Ie merken, dat hij l'olyallhia lilloralis (8) de wijd geopende hloemen Ier naiiwernood in '1 oog vallen, daar zij in kleur niet afwijken van die der hladeren.
Slelcchocarpm llnrnliol (10, Ttli) is een boom mei zeer knoestigen stam, die tweeërlei soorl van bloemen draagt; kleinere en uitsluitend mannelijke, boven in den boom aan de takken en grootere, vrouwelijke onder aan den slam. Door deze laatste bizonderheid van zijne bloemen en vruchten onder aan den stam Ie dragen, trekt de boom nnmiddeiijk onze attentie, al moet ook worden opgemerkt, dal dit verschijnsel in de tropische naluur niet zoo geheel zeldzaam is.
Verder gaande komen wij in 't gebied der Dilleninceac wier zon-
157
derlingc, kogelvoniiigp. vruchleii, groolendepls gevormd uit met (l»i vruchtbladen meegroeiende kelkhlailen. hier in een groot aantal over den grond verspreid liggen. De vruehleii der \\ or nun's springen open, wanneer /ij rijp zijn geworden, doch die van [Hllcnin openen zicli nimmer en de zaden komen dus alleen vrij door hel wegrollen der nmlmllende kelkbladen.
Wormin snhsessilis (18) geeft ons nog een aardig voorbeeld van de wijze, waarop hij Iropische planten hel jonge, nog in knoploestand verkeerende hlad. tegen nadeelige uitwendige invloeden wordt heschermd. liet onderste gedeelte mui de hladlainina toeh is langs de middennerf toegevouwen en omsluit in de jeugd den jongen knop van het volgend blad; een knopdekking derhalve zoo eenvoudig als maar denkhaar ilt;
Vele dezer behooren tol de nulligste hooinsoorlen voor de inlandsrhe huishouding. Dill en ia nmrn Sempoer of Soempoer h. v. die in de heete vlakten van Java zeer algemeen voorkomt, is hekend om baar bard bout, dat o. a. voor slijpplanken wordt gehruikt.
Op de DiUcnidcnu' volgt bet geslacht Miirislicn in den archipel door meer dan 60 soorten vertegenwoordigd, waarvan echter alleen Mi/n-shcii frivfraus en ïli/nshra llars/irldu van algemeene hekendheid zijn; de eerste door hare muskaatnoleu en foelie en de andere - Tjampaka (quot;.eylon geheeten â door hare alleraangenaamst riekende, dicht opeengedrongen. kleine, gele Idoemen, die door de inlandsche sehoonen in 'l haar worden gedragen. Onder de afgevallen vruchten op den grond, vinden wij er vele die veel grooter zijn, dan de gewone muskaatnoot, met een foelie die zeker tweemaal langer is, doch die in geur en smaak niet in vergelijking kunnen komen met die dei-ware Mjii islicn fiagrans.
Wij volgen hel voetpad tusschen de vakken i! en A zonder ons voorloopig hierbij oplehouden en gaan verder langs den grooten vijver en eene lange rij van Kumhorlau's en l'oelassan's I\r/ilirlniin Inii/xicrimi var. tliv. en Ncphcliuin miilahilr naar de Kanarielaan terug, waarmede wij onze wandeling in het /.. O. deel van den tuin hehhen volbracht.
88 III.
WANDELING DOOR HET NOORD-OOSTELIJKE GEDEELTE.
On/.f waiulcliii^ iiiiar en hel N. O. gedeelte gaal uil van den kiM-pcl Itij den kleinen vijver. Wij nemen hel voelpad, ilal in Noordelijke rieliting lonpi lussclien de vakken I en !. en vindon dadelijk aeliter den zwaren karel-lioom, Ficus (Urostiyina) clushcn, een krnelitigen, lorschen slam van Di/ilcruciir/iiis hinen is, één van de hoogslo Itoomen van den tuin, wiens gevleugelde vnieliten in groole hoeveelheid op den grond liggen. Uedoelde Di'iilcnwarjius slaat echtör in dit vak, dal voornamelijk door de familie der SiipliKtnccnc wonlt ingenomen, niel dp zijne ware plaats en hetzelfde moet ook gezegd worden van eenige flrifC(i»relt;/-soorlen, vroeger l'iciurdid geheelen, waaronder wij llaccoiiicn ilnlcis 11 ât.' opmerken, wier vrucht onder den naam van knpoendoeng hekend, hij de hevolking in hoog aanzien staal, doch welke, even weinig als die van Hnrcaiircd racemosa â Menteng (die aan de andere, zijde van Ficus elastica in vak J. (2) wordt gevonden) op de tafel der Kuropeanen wordt gezien, althans in deze streken. Opmerking verdient nog, dat deze heide vruchten, afkomstig zijn van Euphorhincciv, eene planten-familie, die anders wegens de zwaar vergiflige eigenschappen van hare representanten, terecht in een zeer kwaden reuk staat.
Speciale attentie verdienen in dit vak nog Sajnnilus linralc (8), wier sterk saponine-houdende en dan ook zeer vergiftige vruchten onder den naam van rarak, door de Inlands-he hevolking, worden gehrnikt, hij wijze van zeep lol het wasschen van kleederen en hel hoofdhaar en waarvan hel uitnemende hout wordt gehrnikt tot hel vervaardigen van scheedeu voor krissen, even als dat van Sa/tiitdus tv*folialus (40).
Ce*rojiia ct/rloslachi/a (19) uit Tropisch Amerika, eene verwante van Ce(ropia adenopus, waarvan door den Hoogleeraar ScniMi-Kn eenigen tijd geleden werd aangetoond, dat zij een symhiontisch verhond had aangegaan mei mieren, met hel doel om elkander wederzijds diensten lc hewijzen. Hierhij zorgt de CcrKijiln voor eene woning en voor
voedsel voor ilc mier, terwijl de mior van liart'zijde de plaul Itcsdiernil legen liure vijanden. Deze vijanden van Crcro/iin /.ijn de, in ganseh Trojiisvli Anierikii zoo zeer gevreestle hiadsnijdende mieren, die de gewoonte lieliben om romle stukken Ie bijten uit de Naderen en dit vaak in die mate, dat er van de ganselie kroon nagenoeg geen Idad meer overidljft, hetwelk dan ook den dood van de plant tengevolge heeft.
Tegen dezen gediieliten vijand is liet, dat (ccm/iia door middel van eigenaardige, kleine, voedscllieiiaam|ijes, die in groote lioeveelheid worden vodrlgebraclil op eene speciale plaats van den bladsteel, andere mieren weet te lokken, die in lievige vijandseliap levende met de blad-snijdsters, de plant in besclienning nemen, tegen bare verwoestingen. De aangelokte mieren weten bovendien van de bolle stengelleden der Ccavpia gebruik te maken om daarin baar nest te maken ten einde bare larven en cocons te beveiligen tegen nadeelige invloeden van buiieir. zoodat men kan zeggen, dat elke fVvro/mi «(/cho/jm.v wordt bewoond door duizenden en nog eens duizenden van mieren, die dan ook onmiddelijk nil alle sclinilhocken te voorscbijii komen, wanneer ile plant onzacbl wordt aangesloolun.
Mier Ie lande zijn wij gelukkig gespaard gebleven van deze uiterst lastige liladsnijdende mieren, die in sommige streken van üraziliö alle, enltuur van kollie en andere gewassen ten eeneninale onmogelijk maken en de in den planlenluin aanwezige Tm «/mi n/r/o.Mic/n/'i \vordl dan ook niet door mieren bewoond. Toeb vinden wij ook bij baar, al die eigenaardigheden terug, die door Suiimpkh voor ('. (vlrnnjius zijn hesolireven, op welke bizonderbeden ik hier niet nader kan ingaan.
\au de overzijde van I pad, passeeren wij eenige planten nil de lamilie der ('nprifoliacrdc als \'ilnirniini Siiiiiluïciun, een boompje n:et groote tuilen van welriekende witte bloemen en roode besjes en verder in bet aangrenzend vak IV tv de vroeger in de klimplanten-al'deeling reecis uitvoerig besproken Mussiionln (4) met bare zilverwitte lokbladen en de uiterst sierlijke (inrdruid Sldiitcyand (7) een heester, die meermalen in 'I jaar bloeit met honderden lange, purpergevlekte en zeer welriekende bloemen, die echter hier in deze gewesten nimiiier vrucht /.tillen.
60
Niet vor van daar vinden wij Gardenia flovida, ilo welbekende katja-piering, wegens hare lielder-wille en geurige bloemen zeer gezoclit. Hel sap der vniclilen is fraai rood en wordt door de Ohineezen gebruikt lol bet roodverven van papier, waarmede de llieekislen worden beplakt en bovendien nog als medieamenl.
Gardenia liihi/lora (29) daarnaasl, is een niet minder rijk bloeiende plant. Hare lange bloemen zijn eersl beider wil, doch worden na de bevruebting geel, en blijven dan nog geruimcn lijd aan den boom bevestigd, zoodal deze in den regel bet eigenaardig verscbijnsel oplevert van bloemen te dragen van twee verscbillende kleuren.
Andere interessante planten uit dit /{uAwfe.ic-vak wil ik liier nog sleebis ter loops aangeven met verwijzing naar baar nummer.
Co/]ca (irahua de gewone Arabisebe kollie â die bier reeds zoo lang wordt gecultiveerd, dat zij algemeen den naam van Java-kolïie beeft gekregen. N'quot;. 110. 120, 121, 124, 12!gt;, 140. 141 en 142 zijn verschillende cnlluurvarictcileii van dit gewas.
Coffra Lihericii (1^4) de Liberia-kolHe, die iu 187!» igt;p Java ingevoerd. Ibans meer en meer wordt laangeplanl. De invoer van deze kofliesoorl beeft aan de vroegere Directie van 's Lands Plantentuin beel wat moeite gekost. De uil Africa ontboden zaden, hadden bij aankomst bun kiemvermogen verloren en men moest er loc overgaan om jonge kiemplanten in een kist mei aarde van de plaats van oorsprong Ie vervoeren naar Leiden, waar de jonge kiemplanten werden verzorgd tol bet jaargetijde een doorzending naar Indië permitteerde. In den Leidscben Academieluin werden zij in ontvangst genomen en verzorgd, om eindelijk van daar naar Buitenzorg te worden vervoerd.
Co//'rn Hetignlensis (127 is een kofliesoorl uit Rritseh-Indie, die wegens hare geheel van de gewone kolliesoorlen afwijkende bloemen en zeer kleine boontjes, meer de belaiigslelling opwekt van den botanist, dan van den planter; hetwelk ook gezegd kan worden van Coff en denuiflora (l.quot;l) en Co//ra Suiidaua (.gt;1) twee boomvorinige representanten van dit geslacht, behoorendc lol de flora van Java; derhalve de ware Java-kofTie, die echter voor de cultuur niet is aan. te hevelen.
Verder Morinda cilrifolia (68) en Morinda critifolia var. hraclcala (60j,
(il
waarvan de wortel, Imkentl onder den naam van Tjangkoed(K', een zeer gewaardeerde gele kleurslol' beval.
Anthucephalus iiuUcus â Tjanljirollan -(49) Anlhocejihnlus cadaiithni (44) en versehillende soorten van Nanelea als N. ijnnulifolia geinpol â (ü'J), A'. lauccolula (41) - angrit â alle fraaie liooge hoornen, die een goed tiinmerhout geven.
Hel gruole vak IV A aan de overzijde wordt groolendcels inge-nomen door do families tier Lixjiiniareiic en Apoci/uarenv, waaronder vele lioomen voorkomen, die hekend zijn om Imnne zwaar-vergiflige eigeii8cha|)|gt;cn als o. a. Cerbcra Odollam (90) en Cet hcra laclaria (92), de Itinlaroli en liintaroh leiitik, wier zaden liuitengewoon giftig /ijn, doch waaruit tevens een olie kan worden geperst, die eenigszins gezuiverd zijnde, geheel onschadelijk is en door de bevolking als lampolie wordt gebruikt. Het melksap van deze hoornen, dat vroeger als uiterst giflig te boek stond, is gebleken volmaakt onschadelijk te zijn: verder Thevelia neriifolia (ü7) â (linjeh â en vooral Tawi/iiuia veucnifcra (69) wier zaden op Madagascar, waar de laatstgenoemde plan! te luiis behoort, gebruikt worden als Gods-oordeel, waarmede duizende misdadigers en van misdaad beschuldigden aan een giftproef zijn onderwor|gt;en en om 't leven gebracht.
Andere der hier voorkomende Apocynaceae daarentegen staan wegens hare fraaie bloemen boog in aanzien als: Ncriutti ut/orutti (12) verwant aan den Oleander; Tnhetnacttionlnna rorottaria (32) met govidde, zuiver-witle bloemen, bekend onder di-n naam van Kemhang mantega: Tabernaemonlana florthutula (5lgt;) en '/'. gracilis (ö4), die voor boinpietten worden gebruikt, en vooral Nyclaulhcs arbor Irish's (130) â Sarigading â met hare sierlijke en geurige bloemen.
Hel voetpad lusschen It en I), brengt ons te midden der Sapolaceae, hoogstnultige boomsoorten, in zooverre zij de gelah-perlja voortbrengen, een produel, dat in allerlei takken van industrie /ijn toepassing heeft gevonden maar toch voornamelijk dient voor de bekleeding der onderzeesche telegraafkabels voor welk doel het zelfs onmisbaar is geworden.
Alhoewel men met recht alle Sapolaceae gelah-perlja-produceerende planten kan noemen, daar /ij alle door insnijding van den bast een
iiielksaji geven, tlal min ol meer in eigeiisrliaji|(c'ii overeenlvoml mei de werkelijke gelali |ierlj:i, i-; locli liel prodm l van verreweg de meeste dezer iiiximen litlaid onlirnikitaar voor leelinische doeleinden en /onder eenige waarde vour de Indnslrie. Inderdaad /.ijn er (inder de 96 Sapolaceae, die Itil nn Ine in den \n'lii|iel /.ijn aaiigelrollen, sleclils li soorten, die een |iroduel geven, dal als /.oodanig waarde liezit, n. 1. I'dliiijiiiutit (lull i, I'. (ihliuif/ifiilitiin, I'. Hnrnceiise, I'. Trculiii en l'ai/eiiu l.cci n. Hel produel de/.er plaiileii is volmaakl eomiiacl en lioniogeen en in ge/.niverdeii toestand, ontdaan van de seliorsjiartikeltjcs en lioiil-deeltjes, waarmede liet in den handel steeds vermengd is, zeer elasliseli zoodal hel in alle rilt; litingen kan geperst en gebogen worden zonder dal het neiging vertoont om Ie breken. In water gedonijield, wordt bet week en kneedbaar zonder kleverig te worden en neemt in dien toestand alle vormen aan, die men daaraan gelieft Ie geven om bij afkoeling zijne gewone vastheid en elasticiteit weder lenig Ie krijgen en den vorm Ie behouden, daaraan in weeken toestand medegedeeld.
De kleur van liet verseb uitvloeiend inelksa|i is zuiver wit, doch langzamerhand neemt hel door o|iname van kleurstof uit de hastdeeltjes waarmede bet gemengd is en ook door chemisebe verandering aan de luelit een kleur aan van lichtrood lol geel ol' bruin.
Meende men voorheen, dat de ware gelab-pertja afkomstig was van een over ganscb Indië verbreide boomsoort, die door Hookkk werd beschreven onder den naam van fsouaudm llulla (Palaiiuinm riiitta der latere schrijvers}, later beeft bet onderzoek geleerd, dat deze boomsoort feitelijk nergens ter wereld elders is aangelroll'en dan op bel kleine eiland Singapore, waar zij reeds sedert lang ten gevolge van de irrationeele wijze van exploitatie door de inlandscbe bevolking ten eenenmale is uitgeroeid. Nergens in den Archipel is deze hooinsoort teruggevonden en hel mag inderdaad een gelukkig toeval beelen, dal de Uuilenzorgsebe |ilantentuin 1 exeniplarcn van deze boomsoort bezit, welke in vroeger tijden uit Singapore zijn ingevoerd en die met de grootste mate van waarschijnlijkheid de twee eenige volwassen en vruchtdragende exemplaren kunnen genoemd worden in de wereld
Deze vondst was te meer van beleekenis, omdat bet Neth rlandscb-
6S
Itiilisclic (quot;iiiuvcriKüiM'iil (i|i (Iringfiiil aan/nek van de EuropcescliP imluslric en vooral naar aanlciilin^ van feu congres van i'lcclricit'iis in I.S81 Ie Parijs {jehmulen. er Iim' was overgegaan om deze nullige en voor hel oii(lerzees( he kalielnei oninisliare liooinsoorlen op groole scliaal op .lava !(? gaan aaiiplanleii, nailal ovcrluigend gelileken was, dal hel ondoenlijk zon zijn om paal en perk Ie slcllm aan de nil-rneiingen dezer lioomen in de oorspronkelijke wonden van Snniiitra en llorneo, en hel derhalve Ie voorzien was, dal hel product reeds spoedig zou ophouden een uilvoerarlikel Ie worden uil onze koloniën.
Inderdaad zijn dan ook Ihans van dezen l'nliiijiiium Gulln en van nog een vierlal andere en eene variëleil van een dezer laatste, wier product in elaslirileil en honiogenileil op gelijke lijn kan gesteld worden met d.il van l'/ilmiiiluin (iullti aanplanlingen gemaakt in de I'reaiiger-llegenlschappen, voor welk doel de zaden werden en nog worden geleverd van doze volwassen getah piTlja-phmlcn in 's Lmds 1'lanlentuin. Vier der hierhoven grtioenide hoonien \in(ll men in vak I). I'tilnquiiiui liutln (Tii), l'uliujimiui Itorurciisc (1), l'iihuiuium uhloH-ilifnlium ,quot; (nog niet volwassen) en l'alniiniiim Trcnhii (27): de ü'1'' getah |iei tja-hoom l'ni/riiii l.rcrii in vak It INquot;. I en eindelijk l'ola-(juium Trcnhii var. jmi rifnhmii in vak tl. liehalve de/.e gelall pcrlja-planlcn vindt men onder de hier voorkomende Sapolaeeae nog eenige andere hoonien, die om een andere reden onze allenlie verdienen als; \iliras Sa/iota (It 20, wier overheerlijke vruehleii â de Sapodilla van West-lndië hier algemeen hekend zijn onder den naam van Sawoe manilla,
Minuisn/)* Iviuki (lgt; 7fl), de eigenlijke Sawoe-hoom met prachtig hout en vrurlilen, die eelhaar zijn, doch weinig in deze slreken worden gezien.
Chn/snpln/lluiii minilo (('. 7, .quot;4), een sierlijke niet hooge lioom met hladeren die van hoven lichtgroen en glanzig en van onder koperkleurig heliaard zijn en wier vriiehlen in Amerika en West-lndië Star-apple geheetcn, aldaar zeer gewaardeerd worden, en eindelijk Mimmn/ts Elcncfi (II 84) â de Tandjong â die wegens ham fraaie en welriekende liloenien opzettelijk wordt aangeplant.
I'it een technisch oogpunt van niet minder lirlang zijn de hlu'/inrrnr,
C4
(lif in 'I zelfde vak D oiuuiddelijk op dn Sapotaceae volgen en waaronder wij de Itoomen aanlreU'en, die liel elilienlioul leveren Ma ha Kheims (it en ook I. i4\ een liooinsoorl die algemeen voorkomt in lu i ooslelijke deel van den Arcliipel lol in Nieuw (luinea, en ver-sclieitlem; /gt;io,v/)(/;o,v-s()ort(ln als: I), cinhri/it/ilcns (7H), I). manophijHa (70), I), mclnuoxijlou (71) en andere, die wel niet hel ware ubhenlioul voorllirengen, maar dan locli lionl, dal met succes als /.ood.niig in den handel wordt gebracht.
Onder deze üiospyros-soorten is eindelijk nog l). Kaki van meer algemeene hekendheid wegens hare fraaie, oranje-gele en /.eer smakelijke \rmhten, de heroemde Kaki van Japan en (quot;diina, die in geheel Znid-A/.iC en ook op Java in de hoogere bergstreken wordt gecultiveerd. (gt;ok worden deze vrncbten, geconfeit, onder den naam van Ki-koweh van nil China in den handel gebracht.
Midden Uisschen deze verschillende Diospvros-planlen vinden wij ook den Henzoë-hoom - Slyrax Urnsoln (r»8, (iv2. 72) â Minjan ol Keininjan, die hel bekende Benzoë oplevert, dat als reukmiddel booge waarde bezit, lerwijl eindelijk nog speciale vermelding verdient iïapolcoiKi Hcudclotii (47) van Tropisch Afrika, waarvan de bloemen zoo eigenaardig zijn gebouwd, dal men een oogeiddik in twijfel staat of men bier wel degelijk te doen beeft met bloemen en niet met zee-anemonen, die in groot aantal den boom bedekken.
Onze wandeling voortzettende, eerst een oogenblik langs den rijweg om la Ier bel eerstvolgend voetpad te nemen lusscben I en II, dat ons igt;p den meer ooslelljken rijweg brengt, vinden wij nu eens onmiddelijk aan I voetpad, dan weder in hetzelfde vak meer naar biimeii de volgende interessante gewassen:
hombcya vihuruifolium (21) en andere Ihmhcya-sooricn alle afkomstig van Hourbon, en bekend om de fraaie rose bloemen, waarmede Ituiten-zorgsche dames welen Ie looveren in hare bouquetten.
Eriodendron anfracluosnm (3U) Kapok of Handoe â een boom van zeer hijzonderen habitus, die zijne lakken étage-gewijze horizontaal nilspreidl en pcriodiek.-zijne bladciren laat vallen. In dien toestand vertoont hij vaak bet allerzomlerlingst schouwspel van een boom, die zonder eenig blad te dragen, aan alle lakken behangen is met groole
O!)
nageiKMig zwarle vnu'lilt'ii, wier zadon, g''lijk Itckciid is, ningevcn zijti door den /oogi'tiaainiii'ti kapok.
I'lcni.ywiiinnn siilirri/oliuiii wadaiif,' â /'/. scmisaflillalum
(â tb) en /'/. ncrn/olniDi (C.Oi, allit drie liigt;o^rr/wart1 liooiiicn, vtM'wanlt'ii van onze iMH'opecsclM' linden mei gi'ooh1 oiteiisprin^Midc vnilt;,lil*,ii en gevleugelde zaden. Deze liooinen en vooral de daaiaehler slaande Slt;lumlcnid ovala (;gt;:'gt; leveren een nilnenieinl limnierlioiil; het laalsle wordl vooral in Oosl-.lava Idzoniler op prijs gestelij en als walikoekoen-hont voor velerlei doeleinden aangewend.
Ihinn /ihrilitinnt (7gt;1) â Doerian over wiens vrnrhten men hel zeker in Indië wel nimmer eens zal worden, daar zij door den een al evenzeer worden verafschuwd, als door den ander hemelhoog geprezen.
Geen enkele hooni kan er op hogen, door hare vereerders zoo warm Ie worden aangeprezen en met zooveel vuur Ie worden verdedigd.
Volgens WAi.ue.n, die nithimdig is in zijn lolquot;, is de doerian waard, dat men er een reis voor onderneemt naar hel Oosten.
quot;Haar vleesehquot;, zegt hij, »is in aard en smaak volstrekt onhe-quot;sehrijfelijk, Kene rijke, holeraciilige vlade, sterk gekruid met aman-quot;delen, kan er in het algemeen ecnig denkbeeld van geven, maar quot;tevens is het of n daarhij geuren worden loegewnifd, die u room-quot;kaas, uiensaus, hrnine sherry en andere geheel ongelijksoortige zaken «voor den geest hrengen. Bovendien heeft hel vleeseh cone weerga-quot;looze, malsehe en weelderige lijmigheid, die den lijnen smaak nog â¢verhoogtquot; etr.
Niet ieder denkt er echter over als VVai.i.ace en er zijn er, die zich over den hoogslonaangenamen reuk, die de vruclit verspreidt int eenmaal niet kunnen heenzetlen en het er dan ook maar aan geven om zich een zelfstandig oordeel te vormen over den smaak. Menschen, die zich eindelijk over den reuk hehhen leeren heen/ellen, zijn het vrij wel met Wau.ace eens iti zooverre, dal liet doerianvleesch wel iels heelt van roomkaas met uiensaus, maar vele verschillen met hem in zijn opinie, als zoude dit nu juist een lijnenquot; smaak geven. In den regel wordl echter de smaak van de vrnchl ver hoven den reuk ge-seliat, alleen de Ibjaks schijnen hier anders over te denken.
WANIlEUNGKN. \
06
Dil moei allliaiis worden opgemaakt nil de inededeeling van Waixace, als zonden de Dajaks gewoon zijn in een goed vmdilenjaar groole hoeveelheden in iMillen en hamhoezen intezonlcn en het geheeie jaar over te hewaren.
Het valt moeielijk aanlenemen. dat door deze loeiiereiding de smaak zou verheleren en wij dienen derhalve wel te gelooven, dal het den Kajak meer om den reuk te doen is.
Ken dergelijke reuk en smaak heef! ook de vrucht van Lahin luilcjrtisis (46) de Doerian van Oost-Horneo, die volgens hel oordeel van het inlandseh luin|iersoneel nog iels geuriger en lijner van smaak is dan diti van Ihirin. Lnhin Knlejcnsis hloeit nu en dan met een overvloed van zeer grouto, mode en uiterst sierlijke hloemen, ilie een levendige allraelie uiliiel'enen tip hotiigzuigende vogeltjes. Uit dil oogpunt heschouwd zou zij inderdaad een der fraaisle sierplanlen kunnen worden genoemd en aanbeveling verdienen om in parken te worden aangeplant.
Iets verder gaande, vinden wij aan 'I voetpad Shrcutin {Firmiana) colorala, een hoom met lorschen. zwaren stam, zeer merkwaardig om zijn zonderlinge vruchten, die lang vnónlal zij tot rijpheid zijn gekomen reeds openspringen, he hooin heelt tijdens den hloei in den regel al zijn hladercn laten vallen en prijkt dan met duizenden van oranje-kleurige hloemen om na den hloei, wanneer men zon meenen den hoom in nieuwen hladerentooi voor zich Ie zien, geheel hedekt te zijn mei jonge vruchten, die veel meer op hladeren dan op vruchten gelijken.
Daarnaast een Tlieobrontd menu (8S Tjoklat â met roode en een (90) met gele vruchlen, afkomstig van West-lndië en Tropisch Amerika, die echter op .lava met succes wordt gecultiveerd.
Dieper in 'l vak vinden wij nog HiidTuiiin Inmcnlosn (2!'gt;G) van Znid-Amerikaanschen oorsprong, die hier hel hurgerreeht heeft verkregen en als djati wollanda wordt aangeplant.
Voorts een paar zware stammen van lli/ilrrucur/nis llnsscllii (91) I). (pnnilts (97) mei kolossale worlcllijslen langs den stam en verder een /eer uilgehreide collectie hoomen uil 'I geslacht Slrrnilid waaronder ook Coin iKiiininnla [Slerculin ncuminnla) (147) die den laatslen
(17
lijil zooveel van zich doel spivkcn, daar /,ij de Kola-nolen voortlirongl, die codeïne hevatlen en jjc/egd worden kollie en Ihee Ie kunnen vervangen.
De plant is afkomstig van Afrika en speelt daar in de landen Ins-sclien Sierra Leone en de Cotigo de/elfde nd als de kollie en thee ten onzent.
Volgens bevoogde anlhoriteilen is eehler de oplicf, die den laalsten tijd van kola wordl gemaakt slerk overdreven, al moet dan ook erkend worden, dat zij als eenvoudig genotmiddel hare waarde heeft. In voedingswaarde moet zij echter aanzienlijk heneden cacao worden gesleld.
De Slnrultas dragen in den regel lange trossen mei sierlijke hloe-men en hizonder fraaie, ludderroode vruchlen, die opengesjn'ongi'n zijnde, llnweel-zwarte zaden doen zien.
NN ij volgen Ihans het Noord-westelijke voetpad.
Ken Gnrcinui mmujoflaun (VI A (i), die otis den heerlijken man-gislan geeft, is de eerste, die wij hier opmerken en daarachter den Nagasari â Memo, ferrca (A 14) mei kleine, smalle blaadjes en zeer hard houl.
Onmiddellijk daarnaasl, links in 'l vak F., passeeren wij eenige hiiilengewoon zware llrosligma-soorlen, waaronder /'rosliijiiui (Ficus) reliyiosuin F (i. den Peepul van Hrilsch-lndiè of hoorn van Boeddha, die op Ceylon en in gansch Achler-lndië nimmer anders dan met den grootslen eerhied wordl genaderd en dan ook in zulk een reuk van heiligheid slaat, d.il zells de vorm der hladeren alleen mag geschilderd of nagehoolst worden op hel huisraad of op de sieraden heslemd voor de vorsten van hel land.
Rechts en links passeeren wij eone lange rij van (lullifeinr: (iairinia, Xanlhochyimis en ('iilnpln/llum-sonvlm waaronder den Njamplong Cnloplnjllum Iun/)ln/lltiin (I I ri'i hekend om zijn fraaie kroon en groote, glanzige, fijn-goaderde hladeren en om de olie die uil zijn zaden kan worden gepersl.
Gmcinta Cnnihorpn f' 2 uil (lev Ion, een verwaule van den mangislan uit wier vruchlsehil even als lilj deze, een gele, kleverige, harsachtige slof Ie voorschijn koml, die als gnllegom in den handel wordl gehrachl, alhoewel de hesle gnllegom gezegd wordl afkomstig te zijn van eene andere planl uil deze familie: Stalnymilcx (ivalijolnnn
(!8
Aan tic overzijde een Sycomorus uil llalmalieira, eene verwante van ile Ficus si/coiiwra tier omle Kgy|tleiiarcn. uil de ^escliiedenis wel liekend om hare lieerlijke vruelilen (vijgen) en Iiel voorlrellelijke houl waarnil de kisleti der iMnminies werden gtimaakl.
Wij genielen hier een oogenhlik hel ^exiehl op in1! paleis van den (ïouverneiir-Cieneraal en den daai'loe hehoitrenden heiienkainp, een heerlijk park mei uilijesirekle, altijd nialsehe gazons, hreede rijwegen en fraaie hosclipartijen, onder wier Mille schaduw een menigte herten en reeën vrolijk rondspringen. Ken waringin van ongekeinlen omvang op een groot grastapijt, die met /.ijnewijd nilgespreule huri/onlale takken een vijver helommerl, lickt terstond onze volle aatidaehl en hewondering. Verder ziende, krijgen wij ook de warmginlaan in 'toog, die van hel park naar den grooten postweg voert; eene laan die niet lol het terrein van 's Lands IMantentnin hehoorl en dan ook niet op aehterstaande kaart is aangegeven, maar die men wegens hel/.eld/aaiii schouwspel, dat zij hiedt toch in geen geval verzuimen mag Ie gaan zien. Hier in deze prachtige, hreede laan van fantastische en lioogstscliilderachtige hoornen, wier geweldige nagenoeg horizontaal uitstaande takken gestut worden door loodrecht naar heneden gaande luchtwortels, die zeiven weder op stammen gelijken, treft men er enkele aan wier kronen een hreedte van ti»o voel hereiken en die zich voordoen als stonden zij op 100 stelten. Mier krijgt men waarlijk ook do overtuiging, dat de stoute phantasie der schrijvers, die ons meedeelen, dal men onder de schaduw van een enkelen boom ecu leger zou kunnen opslaan toch niet zoo huitengowoon overdreven is, als wij ons dit vroeger wel voorstelden.
Wij naderen thans den hoogon koepel, die ons het uitzicht geeft op den langen hergketen van den Megamendocng met l'angarango en ficdeh in het Zuid-Oosten; op den Tjiliwong, die rustig voort nil I over zijn hed van rolsteenen; op het nieuwe terrein tussehen twee armen der rivier, dat onlangs ten hehoeve van 's Lands IMantenlnin is onteigend geworden; op de malsche, zachtgroene sawahvelden aan de overzijde en op de dicht hegroeide helling van het terrein, dal wij zooeven verlieten, mei alle denkbare nuancen van groen afgebroken door witte en paarse bloemen van Ijii/rrslrncinüi Itri/inar
f.O
en jimliTO fMficr.slroriiiiu-soovii'w. IUu'iicii deze veelvuldige kieiirselia-llt;cei'itig(;n Vim groen, de liellijke luimiieeselie /iiiiierliiilen in onzt; iieriiiiieriiijj; lenig, :ieliler nns geelt de l\iit;i|i:ing I'muiniilid ('iihijiim (ins de, roode lieiTstlinten weder, die wij wegens de grnole /.eldznaiit-lieid des Ie meer ;i|i|ireeieeren.
Wij vervolgen onze wandeling Insselien de rijke verzameling van DipIcriKdijiinctic (DiplerDcarpus, S/kiich. Vnlicn, Hoped, Dooiui, Isii/ilcni elc), waaronder wij enkele lioonien willen aanwijzen, die uil een leeliniscli oi)g|innl van belang zijn als;
Lsojilcra Ilorncfiisis en Shared (tplcid (\ II (1 7 en 0) heide hoomen die, mol S/mrea slcnojilcid, die hier niel in den luin vnorkoml, de nioeder|ilanlen zijn van hel l'angkawang-vel Minjak langkavvang een vel, d;il jaarlijks in groole hoeveelheden van l'onlianak en Uandjer-inassing naar Singapore wordl uilgevoerd, van waar hel onder den naam van vegelahle (allow wordl verzonden naar liiiropa en Amerika. Hier wordl hel gehniikl voor de vervaardiging van waskaarsen, en naar men Itewcerl ook voor ile l'ahrieage van knnslhoter.
Hij 1 '(///ca djjinis (Nquot;. 18) gaan w i j van hel voel pad, geplaveid mei ingeklople sleenljes al' en loopen wij liever midden door hel vak VIII I) om nog de Ihjiohalnuops aroinalica (,ï7) le zoeken, die de lieroemde Haros kamler oplever!.
De Ãryohalanops iscenhoom, die vooral in de omsl reken van Uaros residenlie Tapanoelie der l'adan^sehe Itovenlanden â veelvuldig in de oorspronkdljke wouden wordl aangelrollen, van waar zi j dan ook den naam heeft gekregen van Maros-kaml'er in legetislelling van de .lapansehe, ('.hiiieeschc of Formosa-kamfer die afkomstig is van een ganseh andere iiooinsoorl â ('iniKniunintin cinnphord verwant aan den kaneelhooin, Behalve op Sumatra vindt men haar echter ook op Itorneo's Westkust in do omstreken van Sintang en Samhas, op Uiouw en in den Lingga-Arehipel. Hel produel een slearopl dal in speciale gangen en kanalen wordl afgezet, waarvan er een midden door hel merg verloopt, slaat vooral hij de (Ihiiieezen zeer hoog aangeschreven. Zij riekt aangenamer dan de Kormosa-kauifer en is ook vaster en minder vluchtig dan deze. De (Ihiiieezen stellen haar hizonder op prijs, en schrijven daaraan geneeskrachtige eigenschappen toe, vooral hij oog-
70
/iekh'ii on geliniiken haar ook liij liet lialsemen der lijken. In de oorsiiroiikclijke wonden vorml de Dryolialanops een reusachtigen stam mei zware wortellijsten. Onilreiit de wijze van inzameling moei ik verwijzen naar hel liuofdstiik hierover voorkomende in de lieschrijving van den cultuurlnin.
Wij naderen thans de Liiphurhiiicciic eene zeer nilgehreide familie, die een grool deel inneeiul van hel Noord-Westelijk gedeelte van den tuin. Wij vinden haar in de vakken VIII E. F. H. en IX A en C.
De eerste vertegenwoordigers, die op onze wandeling onze attentie trekken, zijn de hoogstzonderling gebouwde lui/ihoihia anliquonim (II 6), h\ Iritiona (daarnaast) en iï. Tinicnlli (II 7) planten, die veel eer aan Cactussen dan aan Kupliorhiaccae doen denken. De heide eerste hehhen driekantige, vleezige, grocuie stengels en takken aan de kanten gelohd ol' ingesneden en seher|) gedoomd; Ts. Tirucalli daarentegen heeft rolronde takken. Deze groene stengels hehhen een dubbele functie te vervullen , daar zij ook tevens assimilatie-organen zijn en derhalve de rol der bladeren hebben overgenomen. Deze laatste toch zijn zeer klein en vallen spoedig af en zijn derhalve geheel ongeschikt om de gewichtige fiinetie te vervullen, die hun hij andere gewassen toekomt.
Euphorbia splriidi'im. die hier dadelijk op volgt. is wegens bare fraaie bloemen eene zeer bekende plant uil de liuropeesche serres. Niet minder bekend, allhans in de omstreken van Ituitenzorg en Batavia is de Mexikaansche l'oincvllin pulcherrina II tü en 1(1 een sierlijke struik waarvan de bladeren, die het dichtst bij de bloemen geplaatst zijn een vuurroode kleur bezitten, ongetwijfeld met de bedoeling om daardoor reeds van verre de aandacht der insecten te vestigen op ile bloemen, die zelve eeu weinig in 't oog vallende kleur bezitten. Niet minder eigenaardig dan deze gekleurde bladen (die ons aan hel witte kelkblad van Mussacndu en aan de groote ongeslachllijke rand-bloemen der llorlensia's en korenbloemen herinneren) zijn de groote helder-geel gekleurde honighakken op zij van de bloemen, die steeds honig bevatten en een aantal mieren lol zich lokken.
De Poincellia wordt veelvuldig aangeplant. Haar melksap staal
71
editor voor zeer vergiftig to boek. even als tliil van veie amlm! {ilanten uit deze familie.
Manihol Gldziovii (II 11») een caonlcliouc-itroiluceerende fuphor-hcdccd wier jirodnct in den handel liekend is ondei' den iwiam van tleara-rublier.
Jalro})h(i tnulli/hla (215) als sierplant gecultiveerd onder den naam van Djarak-tjina. Iets verder komen wij aan de afdecling der Cmlon's t'ii Codiaeunt's, die weinige jaren geleden zulk een verltaienden o|igi\ng maakten over ganseh Java, zoodat meermalen lalielachtige prijzen werden Itt^laald voor eene zeldzame soort id varieteit ; een liandtd, die aan deti llaarlemsclien tulpcnliandel van vroegere jaren denken deed.
.luist tegenover deze (Iroton's in vak l\ 11 passeeren wij een paar krachtige exemplaren van IIuki cn'i thius, een Itoom uil Suriname, waarvan de vrueliten mei geweld en geraas openspringen en die jaren geleden opzettelijk op Java werd aangeplant omdat zij een middel zou bevatten tegen Lepra.
Langs de Acdh/iilui's gaande, niet bare groote bladen en levendige kleuren zijn wij thans genaderd tol de Noordelijke grens van den tuin en keeren langs het voetpad, dat evenwijdig loopt aan den Tjili-wong terug.
Aan de linkerhand passeeren wij eene lange rij van Kusuleroxylon '/.mufcrii, den beroemden ijzerhout-boom van Borneo, terwijl wij rechts, derhalve in vak l\ II. een zeer rijke colleclie vinden \an Ijiiiriicac, die echter voor 'l meerendeel den bolanisl meer belangstelling zullen inboezemen dan den bezoeker, die \an plantenkunde geene spe^ iale, studio heelt gemaakt. I'oeh zijn ook bier wel eenige planten aan te wijzen, die om hel nul, dal daarvan getrokken wordt, de alge-ineene belangstelling overwaard zijn. /oo vinden wij o. a. in de onmiddelijke nabijheid van den oenvoudigen koepel, ('iinKiinuinwn Zeylu-nicutn VIII IJ (lil) kaijoe manis den boom die ons de kaneel levert en andere Cimiiiinot/iiiiii-sooi'len, waarvan de hast als surrogaat van kaneel wordt gebruikt. Verder (iniinnioiiiinn ( uhlldivuii, waarvan hel bekende geneesmiddel koelil lawan wordt verkregen en eindelijk Cinnamomutu Camplwra (VIII (5 4 gt;) â den Japanscbeu kamferhoom reeds zoo even besproken.
Ann (If grens van vak (i wordt on/.r allcnliu golrokken lol een paar rijen I jeniiiriiltooineit â ( '(isuiiiihchc â uil een itolaniseli oogpunt heselionwil, uiterst interessante gewassen; voor zoo ver hekeml, de eenige levende represontanlen van een geheel alV.onderlijkc klasse van het plantenrijk, gelijkwaardig aan de twee hekende groole klassen, die der tVn- en lvvelt;7.aadloldnge gewassen.
Onder de l rliaircdc en Cupiilifmic, die thans volgen, wil ik alleen dc attentie vestigen oji Arloairpus iulnjiifolia (VIII h 18 -22 den nangka-hooni â .laeklrnit in talrijke cultinirvari^leilen, een zeer eigenaardigin lt;'11 algemeen liekenden boom, die zijne vriielitcn, welke dikwijls een enorm gewicht kunnen heidien, aan den stam draagt; op Aulu/esina Itunuis [11) â woeni ol lioeni â; Li qui-(lamhiir nllinfiKitiii (71) â rassamala die in de hoogere bergstreken van Wesl-Java tot de allerzwaarste woudreuzen lielioort en een uitnemend lininierlioul geelt en op vei sell illende eiken (Juercu.s sficc. dir. en de kastanje â ( HsIiuiu/isi* nnicnloii (2li) â sanienlin.
Arlociir/ius incisn Timliocl, Soekoen, Kloewi â vinden wij niet ver van hier in het aangrenzend vak VII (quot;â 101 en l(».quot;gt;. Deze laatste is de ware liroudhooin, die (iven als Arloair/ms inhufrifnlin â Nangkaâ over alh; Smida-eilanilen, de iMolnkken en de eilanden der Stille Zuidzee verspreid voorkomt en waarvan de vmelit het vuurnaainslc voedsel nil maakt der Znidzee-eiianders.
Wij zijn thans genaderd tot de zware helling onder den hoogen koepel, dien wij zooeven hezochten. Voor ons aan den voel der helling stuiten wij op een groole vlakte, een woestijn van groole rivier-steenen. Voorheen was ook ilil gedeelte niet hooge hooinen lieplant, maar ruim twintig jaar geleden werd dit in weinige oogenldikken tijds door de hevig aangezwollen rivier met hooinen en al weggeslagen. i hans is liet niet mogelijk dit terrein op nieuw iu cnllunr Ie lirengen. Alleen (laeteeOn, hewoonsters van de gloeiend heele, droge pampas van Venezuela en Mexico, die in't geheel geen eischen schijnen te stellen aan den liodem, nemen met dezen dorren en steenigen grond genoegen en worden hier sedert eenige jaren dan ook met succes gecultiveerd.
Wij gaan nu img even naar hoven l;iiif;s Ik;! pad lussclicn VII F en K lol halverwege den knepel en nemen hel rijk helonirnerdo voetpad Insschen Nil i'l en h lol wij weder heneden komen hij de had|ilaats. Hel voelpad hrengl ons in eene aldeeling, die wij den Mangga-liiin zouden kunnen noemen in zomerre de vakken VII K en A hijna uilsluilend worden ingenomen door M'iiii/ifriii's in groole verseheidenlieid van soorlen en enllmir-vari^leilen. Ilii-r vinden wij de Mmujifern indira (24, 21», 27, 2S, 42, 43, 44, 4i». 4H, 4H, !gt;0) waarloe de hoerlijksle mangga's heliooren, die hier in deze slreken eeliler nimmer dien lijnen smaak krijgen en dien graad van \olkomen-heid hereiken als elders op Java; Mdtujifcra Ituirimt (!gt;, 21», rgt;4. riti, 38, !gt;2); .1/. Krniniiflii -- Mangga kemang â en M. fuclida (7, 29) .Mangga amhaljang, daging, kawini, hunduim, ele.
(lp de rijk helommerde en (lichl hepianle hellitigaan onze rcehlerzijde, legenover ilil Mangga vak derhalve, vinden wij onder een groot aanlal iMijcmlropiiiin's ook den sierlijk en rijk hloeienden Hongor ol' hoengoer Lafiirslronniii Hajindc VII I) (27, 4(.) â52) en vele andere represen-lanlen nil de familie der Li/llirnnnccde en in 'I zelfde vak Avetrhm Cnriiinlmln (2, 15, Hö) en Avcrrhoa Hiliiiihi (2) de hekende Itlimhing manis en Itlienihing hessi â Oralitlnirae, â de eersle mei heleroslyl-diniorphc en de andere mei Irimorplie hloemen en eindelijk daar legenover weder Houcn rjandiiria (II (51) â de gandaria of gendria ; Annaivduim occidruhile (U GO, 80) - djamhoe-monjel hekend om zijn zonderlingo vruclilcn â apennolen â die op een peervormig en vleezig geworden vruchlsleel zijn gezelen. Deze vniehlsleel word! door de hevolking gegeten, lerwijl de eigenlijke vrucht als looi-middel in l'luropa wordt ingevoerd. Itovendien levert de y\nanw(liuiii occidrnlalr nog eene gom, die hekend is als gommc d'Arajou en die gezegd wordl de Arahische gom zeer nahij Ie komen in eigenschappen.
{twissiii amnrn (101) een zeer fraai Idoeiende heesier nil Suriname, waaraan geneeskraehlige eigensehappen worden toegeseiireven en Itnirm Siinialniuii (102), de moederplant der .Makassjiarsehe piljes, die in de inlandsciie geneeskunde een groole rol spelen als middel legen dyssenterie.
74
Langs ecu recks van CViMmmw-soortcn links on ccn ruimo collcclic fraai-lildcieiitlc SauKuiju's, LapUiccas, Gunlonius cn Schiina's waaronder (jordonin c.rcclsu (VI (' 7) â ki-sajii â cn Schiim NoiohImc (91) â l'oespa â liereiken wij de badplaats om van daar langs den groolen rijweg naar de Kanarielaan terug te koeren.
ALPHABETISCHE LUST
van
PLANTENNAMEN.
|
Aanlltezit'ii 10. AardorcliMleflii .quot;0. Alinis itraecalorius 10, Acacia Acacia Farnesiana 51. Acaiyplia 7, 71. Achras sapota 6quot;). Acrocomia sclcrocarpa 1 2. Acrosliclmni spicaluin 42. Adenanllwra I'avonina ,quot;2. Adiantuiu 30. Aegle Alarmelos quot;gt;o. Agave 11, .quot;gt;2. Aglaia elliplica 20. » odorata 20. » odoralissiina 20. Alliizzia 52. Alliizzia mokiccana 52. » saponaria 52. » slipulala 52. Aliamanda 24. Alpinia 12. Alslonia sciiolaris 40. |
Ainlicrslia iioImüs 2S, 20. 54. Aiiioinuin cardainoimim 12. Anacanlium ofcidcntaic 75. Angioplcris .quot;9. Angril 61. Angsiuia 54. Annalto 54. Anona muricala K5. » reticulata K5. » scpiamosa i55. Anouaceae 20, 2lj. i»5, ;gt;(!. AnlliDteplialus cadamim 61. gt; iiulicus 61. Anliiiuiiuii 28. Antluiriiuii pspudo-podopliylhim 6. Antiaris loxicaria Hi, 2Igt;. Aiilidesma Uunias 72. Antigoimm leplopus 25. Antjar lli, 10. Apocynaceae 24, 61 Araliaceae 26. Araucaria 10, !gt;(). Areca catechu 10. |
76
|
Ami BI. Amiga olilnsifoliii SI. ⢠sncchiirifera 51. Argyreia 2rgt;. Aristolochia 17. Arislolorliia liarhala 17. ' elcgaiis 18. » laltiosa 18. ⢠nilida IS. » ornillioccpliala 18 ⢠riciicula 18. Arnail) 54. Aroideae ii, 55. Arrow-rool 12. Artaliolrys 20. 21, 86. ' ItlllllKM 20. ⢠mloralissinus 20. » siiavculens 20. Arlolt;'ar|ius incisa 72. » inlegril'olia 72. Annulinaria slricla 22. Assem Assi'in djawa .quot;gt;5. .\sHc|iiada(car 24, 42. Aspletiinin Nidus 42. Alalanlia .gt;(). Allalca ina(T(Mlt;ii'|ia 51. (Juicliirn 4(gt;. Anratiliaccac IN. Avcrrhoa IlilimlM 17). » (%'iraiMliula 7.quot;. Uatxuurca dulcis 58. ⢠raccmosa 58. |
Hariris major 11. Bamboe II, 12 Kamboe heldiig 12. ⢠wocloeng 12. Harringlotiia 52. Italalas edulis 25. llalalen 25. Kaiihinia 20. Heaiiiiionlia 24. Hekcridaiiten 21. Iten/.oö 64. Uerlliolelia excelsa 55. Bclel 25. Itidjilan 29. Kidji Taraleli 111. nigiioniaceae 24. 2ti, 27 Itiiilaroli til. » leulik 61. l(i\a (Irellana 54. Ulieinliing Itessi 75. » inanis 75. Kloempisang 12. Ilocngocr 75. Koeni 72. 1 toe wal I nonna 55. ⢠ocpas 51. Itongor 75. Itoomvarens 59. Itorassns rahellifiiniiis 52 Itouea gandaria 75. Itronudia 28. Ilrnwnea capilella 29, grjiiidice.ps 29, Itrucea Sumalraiia 75. |
|
Bniguiern criopolala 47, iH. Hniidslrain'ii (rootle) '17t. » (wille) 25. Cacleén 70, 72. Ca»'sal|iiiiia 20. coriaria 2(). Calamus 17. Caio|gt;liyHiiiu lno|gt;liylliuii 157. (lal|iilt;Mr|ia 27. r.anariiini 74. » roniinune 6. ('.anavailia ^ladiata 20. Caniiacene 12. r«iniilclioiic 50. lla|iril'olia('fac !gt;9. Canlainoin 12. r.arlmlovica alrovircns 47. » palmala 47. gt; |iiiinila 47. (laryo]tliylliis aroiualinis C.assia '»(). ⢠cnllianllia 30. » lislnla r»0. » fluruia .quot;0. » glauca 30. ⢠javam'ca 30, 31. » nodosa 30. (laslanopsis argenlca 72. («asuariiia 10. C.asiiarineac 72. ('.«Nira-nililior 71. Circropia ailcnopiis iiK, !gt;9. » cyrloslacliya 1)8, !i!). |
('.cdrela feltrifnga 3!». » serrulala 34. C.erhera laclaria Gl. » IMollain 61. (llicvelnres 39. r.liiNsalidocaipus lulescens II. (llirysidtalanareae 33. r.lnysnidij'llmn eaiiiilo 03. (aniiainoiiiuni rani|diora 09, 71. gt; cnlillawaii 71. ⢠/eylaiiinmi 71. Cissus 22. (alms grandis. var. sarcodaclylis 30. » japonica 30. » papaya 30. Claiisena 30. (llcrodendron 27. ('Jiaiillius Itiiniendxkii 19. (loca-ltlatlei) 34. ('.ocaiiic 34. Coco-de-Mer !'»2. Cocos nucifera 1!gt;, 31. â gt; oleracea 1 li. (axliaeum 7, 70. (lollca araliira 00. ⢠Rengalensis GO. » densillora GO. ⢠Liherira GO. ⢠Simdana GO. C.ola acuininala GG. (atniposilae 20. (lonilerac !gt;(). Convolvularrae 13, 23. |
78
|
Convolvulus 7. 25. Cordiaccao 2G. CordyliiH! .quot;ü. Clt;try|)lia 10. lloryplia auslralis 41». quot; Taliera 4!;, » nmliraciiiifi'i'a 41). Couroupila guiancnsis iJ.l. C.ri'scoiilia cuiieil'oli.i 2U. (Proton 7, 70. CiiIk'Im oflicinalis 44. Ciijtiilifcrae 72. Curcuma louga 12. Cyalhocalyx Zeyl.iuicus io, Cycadaceac 11. Cynomelra .'4. cauliflora 7)7). Cyperus papyrus 49. Cyphonandra hetacea 44. Cyrlostachys Meiuiali 7, 47. Dacrydium elaluni 1!0. Uadap 3,quot;. Dacmonorops 17. Daglidogh iiO. Daiima 53. Dammar Ã0. Danimara alha 11. !gt;(). Daocn saga 19. Daliscaceae iUJ. Davallia 42. Dondrocaliiimis gigauNMis 12. Dcrris 20. Ih'rwiscli-liodin 2(1. |
Dcsniodiuiii elogans 32. gyrans 32. lalilblium 32. » Iriquelrum 32. umh(dlatuni 32. Dialiuni indum 33. Dieirimbaciiia 28. DillRiiia lgt;ü. ⢠aurea ;i6. Dillcuiacwie ;iG. Diospyros cmiiryopleris 04. » Kaki 04. » macropiiylla 04. » melanoxylou 04. Diplerocarpaceae 09. Diplorocarpus 58, 09. ⢠gracilis 00. » llassellii GO. » Spanoghei 37. » Irinervis !gt;8. Dischidia HafHcsiaua 42. Dissorliaola cyanocarpa 20. Divi-divi 20. Djamlioe ajer !i3. » bidji 53. » klootoek 53. quot; monjet 53. » Samarang merali 53. » » pofilih 53. Djarak Ijina 71. Djali '20. Djali wollanda 00. Djeroek (aiigan 30. Djoear 30. |
79
|
Dotik SI. Dockoo 19. Doerian 6!gt;, 0(5. Domiieya viburnifolia 04. Doona 09. Dracaena 7, 32. Druiven 22. Dryobalanops arnmalica 09. Duranla 7. Durio Zibelhiniis 0!». Dysoxyluin nimilloium 29. Elilienhüiit 04. Ehcnaceae 0.quot;. Eik 72. Klaeis guineensis 11. 51. Elettaria 12. Enlada scandens 53. Eriodendron anfracluosinn 04. Erythrina 35. Erylroxyleae 35. Erylhroxylum 34. Erylroxylum liancanum 35. » Bolivinnum 35. » Ilurmanicum 35. ⢠Coca 34. » Coca var. Spruceanum 35. » ecarinatum 35. » longesti|)ulaUini 35. Eni»liorliia anliquoruin 70. » splendons 70. Tirucalii 70. â gt; Irigoua 70. |
Eupiiorliiaceac 58, 70. 71. Eusideroxylon Zwagcrii 71. Evia Itorhonica 37. Evonynuis javanicus 37. Fagraea 8, 25, 45. Fagraea imperialis 25. Fagraea lilloniiis 8. n oxypiiylla 10, 25. Faradaya papuana 22. Feronia Elephantum 31. Ficus (Urosligina) elaslica 58. ⢠Sycomora 08. Flacourlia rukaiu 54. â gt; sapida 27, 54. Flemingia slrolmlilera 32. Foelie 57. Fourcroya 32. Frambozen 19. Freycinelia 7, 23. i Gajam 54. j Gandaria 73. Garcinia 07. » cambogia 07. » mangostana 07. ; Gardenia 51. Gardenia ilorida 00. « Stanleyana 59. « tubillora 00. Galei 54. Gehang 45. 1 Gember 12. Gemoeloe 51. |
80
|
nnniHil 61. riendria 7quot;gt;. (ilt;'(iili-|ierlja üI, (ü. (li^uiilocliloa aspera \i. rolmsla 12. Oinjeli lil Gliiigem !i4. ('ilohlia 12. rilycostnis 50. (iiiicliiia asialica 23. » Itracleala 27». CiiK'taceae igt;. (iiifliiiii t'ilnle II, 2.quot;». (Joetlé 5.quot;. ('â oinme d'Acajou 7.'. (ioninllialaimis Tapis !i(i. lionocaryuni iiyrirnnni-(Minltdiia cxfflsa 7». (li'aininalo|ili\ Hum siimosnm 39. (i ra naai liooin !gt;rgt;. (ïuava ('â ua/.uiua loiucnlosa (»0. (lutlegom (57. (ïulliferao 07. (iyiiiiios|iermao lgt;0. Ilalia|ialt;1ii 32. Ilt'dyciiiuui 12. lliTiiandia ovigora igt;G. iltM'Isliooiinvnren 38. Ilflcroplnis 22. Ilcyiica frulicosa 30. ⢠Sumalrana 36. |
ililiiscus rosa-sinensis 27. scliizopetalus 27. liliaceus 27. Ilippocralcaceao. 22 lliplage 22. llolt;'llljlâ I 2. Ilopt'a 60. Horleiisia 70. Iloya 24, 42. Ilura riTpitaiis 71. Ilydnocarpus vcncnala lgt;ü. Ilydnopliytum nionlaiiniu 43. lil joh !gt; I. Indigo 24. In jock !»l. Iiiorarpiis cdulis ü4. Ipoiuoca 23. 6, Ipoiiioca Nil 7. » pos caprnc 23. Isonandra i:iilla 62. Isoplcra lionicciisis 60. Ivoorpalin 46. I Jackfruil 72. Jngcra serrala 29. Jandiosa allia 153. » vulgaris 153. .lasiiiinuni 24. Jasuiiiumi samliac 24. Jalroplia uiullilida 7!. Jocipiiril y II). Jtijiilies 36. |
81
|
Kadongdong .quot;9, 40. Kadongdong Ijoetjuek rgt;7. Kaeni|)feria 12. Kajoe ga hoes 49 « manis 71. pofilili Kö. Kakara parrang '20. Kaki 64. Kalalias 26. Kamfcr-liaros 69. ⢠-Cliiiiecschc 69. -Formosa 69. » -Japansche 69, 71. Kamoening 30. Kanarie 5. Kapoendoeng üh. Kapok 64. Karei /JB. Kasoemlia 54. Kastanje 72. Katapang 69. Katja-piring 60. Katjapi 29. Kawisla 31. Kerabang dedesli 28. mantega 61. ⢠sapatoe 27. Keminjan 64. Kiara Itoenocl 35. » pajong 31). Kigelia pinnata 26. Ki-koweh 64. Kino 34. Kipajong .quot;0. WAlfDKLINGKN. |
Ki-rapal !i4. Ki-sapi 74. Ki-tjiauw 1gt;0. Klappa-laut 82. Klappcrhoom lü. Kloewio 72. Koenjit 12. Koepoe-koepoe 20. Koerandji 7)3, Koffie 60. Kokosan 29. Kola 66. Koneng 12. Koningspalm 11. Kool lianda 49. Korlhalsia 17. Krandji 33. Knmqiiat 30 Kwas 19. Laban 26. liagerslroemia Keginae 68, Laiiia kulejensis 66, I^indolpliia 24, Langkah lil, Lansium domeslicum 29. Unlana 22. Laplarea 74. Ijalania liorhonica KI. » commersonii 61. glauca 12. Lauraceae 71. Leoaceae 26. Ivi'gen KI. |
|
Leguminosae 19, 28. Leiicaena glauca 'gt;2. Leuconolis 24. Lingoa hatoe 54. ⢠-linul 7A. ⢠kasloerie 54. Liquidamhar allingiana li. Livistona 15, 2fi Livislona Mauriliaiia 14. » roliuidifolia 12. Lobi-lolii 64. Lodoicca Sechellanna ü2. Loganiaccae i». 8. 2lgt;, Lontar !gt;2. Lotus-iilocm 10. Lycnpnditim 28. 41. » scandens 57. » pinnatifldum 57. Lylhrariarpae 75. Mal»a cImjiius 64. Magnoliareac !i4. MahagoniR-hoiit 54. Makassaarsclio |gt;iljps 75. Malpighiaceae 22. Malvaceae 26, 27. Mangga ambaljang 75. Itumbum 75. quot; daging 75. â¢. kawini 75, » kemang 75. Mangifera foelida 75. » indica 75. » kernanga 75. |
Mangifera laurina 75. Mangislan 67. Mangrove 48. Maniliol Glaziovii 71. Manilloa gcmmipara 55, Maranla indica 12. Marallia 59. Marsdcnia lincloria 24. Marlinezia caryolaefolia 1 n crosa 15. Marumia 20. Mcdinolla Teysmanii 20. .Melaleuca cajcpuli !)5. Icucodendron ö Meiaslomaccae 20, 42. Meiali 24. Melia argula 29. » candnllei 54. Meiiaccae 28. 29. Meiinsma 56. Menispennaceac 20. 21. Mcnleng !gt;8. Mesua ferrca 67 Mclroxylon clalum 61. « longispinum lUimpiiii 52. » Sagus 1gt;2. Miclielia cliampaca 154. Mimusops Elengi 65. « Kauki 65. Minjak Tcngkawang 69. Minjan 64. Monslera deliciosa 6, Morinda cilrifolia 60. |
83
|
Morindu cilrifolia var. Iiraclcata (10. Mucunn 19. Murraya exotica TiO n Sumalrana quot;»(). Musa 10. Musa Cliflorliana 12. » coccinea 12. gt; ensela 12. » sapicntum 12. Musaceae 12. Mussaemla 24, 59, quot;o. Myrislica iragratis 11, igt;7. » llorslieldii !i7. Myrislicaceae 57. Mynnecodia luberosa 4.quot;». Myrtaceae !gt;2. Nagasari 51. Nam-nam 57». Nangka 72. Napoicona lleudelolii (gt;4. ISauclea 51. Nauclea grandifolia til. » ianccolala 61. iNeliiniliiiun speciosum 10. Nepenthes 21. 42. Nephelidin 6. Nepiieiiuin altisimum 7)0. . lappacenin 57. » miitabilc 57. Noriuiii odonim (51. Niboeng 51. Nipa fruticans 46. |
Njamploiig 67. Noolmuskaal 11, 57. Nuphar 56. Nyclanlhes arlior l rist is 61. Nyinpliaea 56. Oclonieles suinatrana 56, Ãeliie djawa 25. Ocpas tieute 25. Oiicos|icrina tiiamentosa 51. o iiorrida 51. Orchideae 6, 51, 50, 42. Ãreodoxa «ieracea 14, 51. i) llegia 11, 14, 51. Orleans 54. (Jxalidaceae 75. I'ngiic dt; Madagascar 15. Palatpiium Itoniense 62, 65. .. gutla 62, 05. n oldongifolium 62, 65. Treultii 62, 65. Trcubii var. parvil'olium 05. 1'aliua Heal 11 Palmen 45, 46. 47. 51. Palmwijn 51. Palmyra 52. I'ananialioeden 47. I'andanaceac 7, 25, 40, 41, 47, Pandanus i'nrcatus 41. n ialiyrintliirus 41. » odoratissiimis 41. i Pangi 54. |
84
|
I'aMpium 1)4. !gt;1). Papennuils ,quot;7. l'iipynisplanl 40. Para-noten U,quot;. Parkia Uoxluirghii 5,gt;. I'annentiera cerifera 27. 1'assiflora 2S. Pavetla 51. Pa veria Leerii 62. Peepul 67. Peleli 33. Peteh Ceylon .quot;gt;2, â gt; Tjina .quot;2. Pelraea volubilis 22. Pputeuj Pharbilis 25. Pliilodemlron nielanochrysnni tgt;. Phoenicoplioriuin Sechellaruin 14. Plioenix dactylifera 51, â ' sylveslris 46. I'holidocarpus lluir 16. Phrajfiniles 7. Pin llarlliron comorense 26. I'hytelephas macrocarpa 46. Pierardia ,'gt;8. Pinang 16. Pinang bajas UI. » bajé KI. » (roode) 7, 47. Pinus Merkusii 80. Pisang 12. quot; ajer 10. » ki|)as 10. I'isonia alba 49. |
Pisonia excelsn üO. quot; sylveslris 50. Pilheeolobiuin Samnian 32. l'iljoeng ii4. Plalyceriiini alcicornc 38. » bilonne 38. grande 38. Plumeria aciilil'olia 39, Podocarpus liO. Poelassan l)~. Poespa 74. Poeljoeng i)4. Poinceltia pulcherrima 60. Polyallbia lilloralis HO, Polygalacea 31. Polygonaceae 23. Pttlypodium aorosticbdides 42, » adnascens 42. » Linnaei 37. » luimmularil'olium 42. » qiiercitbliuin 37. Poppe pauma 30. 1'orana volubilis 23. I'ollios aurea 6. Prenina parasilica 26. Psidium guajava 53. Psilolum triquetruin 42. Plerocarjtus 34. Plerocarpus indicus 34. » saxatilis 34. I'tcrosperiiiinn acerifolium 6!i. » semisagillalum 65. siiherifolium 65. Pl ycbosperma elegans 11, 16. |
85
|
l'unica grunaluiu 1)3. Quassia aniara 75. Querciis 26, 37. Quercus glaberrima 26. » plalycarpa 57. » pseudo-moluccana 57. ⢠sjucala 37. Kahana lli. ItamlMtetan 6, lgt;7. Kiindia öl. Itandoe 64. Itaphia rullia 14. Itarak lgt;8. llasamala 72. Itaveiiala Madagascaricnsis 10. lUiizoplioren 48, 52. Iloekciu 54. Hoeslpalm 14. ilokati 54. Ilolan 17, 18. Uuliiaccae 24, 51, 60. Iluliiis 19. Hulaceae 50. Saltal Palnietlo 46. Sadeng 12. Saga 10, 35. Sago 51. Sagopalm 51. Sagueer 51. Salacia 22. Salak 47. |
Sambodja 59. Samhucus javanica 44. gt; nigra 44. Sanchezia noltilis 44. Sandellioul 54. Sandoricum indiruin 29. ⢠nervosum 29. Sanienlin 72. Sanlalum album 54. Sapindaceae 58. Sapindus Rarak 58. » Irifoliatus 58. Sapodilla 65. Sapolaceae 61, 63, 64. Saraca dcclinala 28. ⢠indica 28. Sari-gading 61. Sarracenia 42. Saurauja 74. Sawoe 65. Sa woe manilla 65. Scepasma buxifolia 29. Scliima ISoronhae 74. Scliizcdohium excelsum 30. Schoutenia ovata 65. Scilaminaceao 12. Selagiaclla 28. Sempoer 57. Seutoel 29. Sering (indisclie) 22. Shorea 69. Shorea aplera 69. » slenoplera 69. Sirikaja 55. |
86
|
Sockocn 72. Soeinpocr li 7. Soerian .quot;4. Socwalen !»2. Solanaccae 27. Solanum 27. Solamlra grandillora 2.quot;. Sonneratia acida 48. Sonn-Iioul .quot;4. Sophora lomenlosa 31. SparaUosperiuum lilhontripticum 27. Spatliodea campanulala 27. Slalagmiles ovalilolium (gt;7. Star-apple 05. Stelechocarpus Buraliol l»ü. Sterculia acuminata ti6. » colorala ü6. Stropliaiitlius 24. Slrychnos mix vomica 21», 32. » Tieule 2!». Styrax Benzoin 154. Suiker KI. Swielenia Maiiagoni 34. Sycomorus (58. Talternaemonlana coronaria til. ⢠lloribunda 61. » gracilis 61. Tacsonia 28. Talauma candolki 1gt;4. Taniarindus indicus 33. Tandjong 63. Tanghinia venenifera 61. |
Tangkawang 69. Ta poes 12. Taraklogenos Uluinei o4 Taraleh 10. Teclona grandis 26. 'gt; ilamilloniana 21 Terminalia Calappa 69. Telrameles nudiflora 156 Theobrüina cacao 66. Tiievclia neriifolia 61. Thrinax öl. Tlmnbergia 23. Thunbergia grandillora Timlioel 72. Tjakratjikri 29. Tjampaka 34. Tjampaka Ceylon 37. » gondok 54. Tjangkoedoe 01. Tjanljirollan 01. Tjarioe 33. Tjemara 72. Tjcnkeli 33, Tjinlcli 22, Tjoeian 29. Tjoenljoen wangi 54. Tjoklal ti6. Toewak 51. Travellers-tree 10. Triphiisia 30. Tristellaleia 22. Uncaria gambir 24. Unona cleislogama 36. |
H7
|
Unona dasymascliala üü. Urosligma elaslicmu ^5, 30. x giganleum 30. gt; glahellum 3!gt;. ⢠religiosum 67. Urlicareao 72. Varens 28. Vatica 6'.). ⢠alïinis 09. Vegetable tallow 69. Verbenaceae 26. Virburnum sundaicuni 59. Victoria regia 10. Viscli-vergift 20. Vitex puhoscens 26. Vitis 22. Walikoekoen 615. |
Wariiigin 68. Waroe 27. VVasMoemeii 24, 42. Willuglibeia 24. \Volt;i(l-:i]t|»le-tree 31. Worniia 1J7. Wormia subsessilis lil. Xatilhocbymus 67. Xaiithopiiyllum vitellinum 31, 30. Yucca 7. 32. Zalacca ediilis 47, 51. â¢gt; wallichiana 47. Zingiber ollicinale 12. Zizyphus jujuba 30. ⢠vulgaris 30. Zuurzak 53. |
MM!
,
K
â â - â â â â : â
â
|
| ||||||||||||||||
|
â ... |
. ⢠ivf'
m 'M' â â
f.
â â â
MMMpMjfPWpB^
...
iw,..-:. 'V-
⢠- '$$. â mm'* 1
â
quot;-â¢â¢r - : â¢
mm
.... .-,......
â : -..... â â â â ⢠⢠â â â¢
-;