ocr page 1

^:V': • ^

jW/ ^

wv«

• i -i

H1-

ri,,

i- i ■

■M

j •

■

i;

■ v/

r i.i;\T.\

\ AN

den H, JOSEPH

I )( )( gt;1\

O. (J. \ . .1.

1®

•VH' ^

18 9 9.

(^Tn

)\

•■ ^ J w. • ' I

Niet in den handel.

ocr page 2

• • ■ . ;,. ........ .........

■ -•-■ ............ ■ - ■ ...............

jpWpBmWy»' I

.

■

........ -.......

ocr page 3

Het Leven van den K Joseph.

--M:

ocr page 4
ocr page 5

I ITT LHVBN

\ AN

den H, JOSEPH

I gt;( ii iilt;

C. (i. v. J.

18 9 9

ocr page 6
ocr page 7

aan dkn lezer.

\u ik, lietgcen nu roods twaalf jaron golodeiij op (Uine mij zelve- oil vei'ldaarijavi' wij/.e, oiioinsloolelijko zekorlioid voor mij word, hol) getracht in dichtvorm weder te geven, hel) ik, bij de beschrijving van het loven van don IF. Joseph, de beschouwingen van Anna Catharina Kmmorieh geraadpleegd. Waar zij Joseph's jonge jaron mededeelt, noemt zij hem den dorde van zes broeders en stolt, op zijn achttiende jaar, zijne vlucht uit do ouderlijke woning, onder bescherming van een vriend, die hem Idee-doren verschatte om te ontkomen, waar de vervolgingen van zijne brooders, waaraan hij sinds zijne kindsheid blootstond, haar top-pnut haddon bereikt. Voor die deze schriften niet konnon, zal ik trachten door aanteokeningen daarnaar to verwijzen, waar

ocr page 8

(i

de moeste liij/.oiulorhodon vnn het door mij biiselirevL'ii leven, in zooverre men (li(! niet vindt ui do iieiliii'o Sohi'ittuur, daavnini zijn ontleend.

En hionnedo beveel ik mijn werk nan uwe welwillende beoordeeling.

ocr page 9

1 quot;*. .*quot; r v . v*'

' ' • Vtlf'b' '. • ^

V '.'t^i ',; ' 'V''

7 Zdhii vnii 'I vorsllijk Imis van lsri;l's \ rennen koninij BLr VurlaMt üij, droef Ie moê, uwe ouderlijke woninif, ^ .'Alt; . - . s|,,|l)l'' r'ij ' val1 lt;1^11') in 'I holle van den naeld,

v •quot;..-.' h ; « j ^ • r/}:. ■ ^(Als vol

de men n\v spoor) in vreemde kleederdnielil uw pad O, hef hel hoofd naar hovei

v lt; gt; ' J)e maan u \ /

lt;)||| (Jod, die mei IJ -aal, voor haar sfelei Ie loven, „ ,

, l'jn daal door haar Zijn vrede iu uw -esehokl gemoed

\\ anl, wut een vriend l raadde, is veilig, wijs en goed. Door dezen weg te gaan, wordt ge aan den smaad ontheven, Die de oor/aak was der smart van 'I kinderlijke leven;

Maar onbekend steeds hleel, door 'I vaderlijk verhod En niimsehools I vermoed in d oma'anu' met uw God.

ocr page 10

Door d' arlicid van uw hand liulil irc in Libonah's muren fioschuidon van uw huis, goene iirmor lo verduren. Men wacht I , men veriangl uw hulp en 't Godlijk oog Beveiligt 1 den weg in /.eegning van omhoog.

De reis is ras volhraeht. In dquot; avond aangekomen,

Heelt .1 oseph slechts zeer kort de /.oete rust genomen. Die men hem had bereid in 't nieuw en gastvrij huis, Kn reeds vindt men hem aan den arbeid ; geen gedruisch Van gaan en komen, zal den nieuwen meester wekken,

Waar hij, wat van nu aan tot werkplaats hem zal strekken, Reeds heelt geordend en het hout heelt aangebracht,

Dat van zijn vlijt het doel van zijn bestemming wacht. Mn 't welgevallen straalt uit 's ouden meesters oogen.

Zoo had 't getuignis van zijn vriend dan niet hedrogen Dat hij een schat ontving, voor '1 toevluchtsoord verleend Aan den verstooten zoon en broeder ; in hem meent Hij reeds van 't maagdelijn den bruidegom te groeten.

Waar liefde uit de oogjes sprak, bij 't kinderlijk ontmoeten. Slraks, aan den disch vereend, wordt van de reis verhaald. Terwijl in vrede en vreugd, Gods zegen nederdaalt.

ocr page 11

Maar ginds in Bctlielem, begon men hem te missen,

i'.iij waar m'mm vlnchi niel (laciil, de ontvoering ras te gissen Door movers, voorgobeeid in .Iosü])1i, Kaeliel's zoon,

Mn 't hart van Sndoe bloedt, bij 't onderleediieloon.

Zon hij dan waarlijk niel in een dor grotten toeven ?

Ol' was misschien een vlucht 't gevolg van 't staag bedroeven, Mn ■'t honen, nn hein leed ? en peinzend zit hij nerr. Men traan ontvloeit zijn oog, hij bidt lot frod : „o lieer. Der legerscharen, (iod ! vergeel' mij 'tstont vermelen Mn 'l roekeloos bestaan 1 Ook ik heb snood vergelen.

Dat fJij geen reden geelt, van wat (lij, in 1 w raad.

Hebt toegedacht aan d'een en d'ander derven laai.

Moest niet zijn vroomheid mij van Uw genade spreken?

Zijn zachtheid treilen en zijn cnglenreinheid, leeken Zijn, dat geen schuld te boeten was, noch straf Van ouders, zijn geboort 't onvruchtbaar wezen gal ?quot;

Mn 'l stille schreien wordt veranderd, in hel klagen \an nainelooze smart, bij 't angstig boezemjagen.

Maar den boetvaardigen troost .lahve. Mn een hand Kaakt zacht zijn schouders aan en leidt, naar d'overkanl lgt;er beck, die langs bet buis zijns vaders henenvloeide, Mn wischt den Iranenvloed, die haard en kleed hesproeidde.

ocr page 12

Km Sadoc drukt de liand eens vriends, en weder breekt Ken nieuwen tranenvloed uit de oogen, waar iiij spreekt : „Ach, Joseph vond ik niet. Gij mindet hem zoo feeder. Acii waar, waar vind ik hem, 't/,ij dood ol' levend weder?quot; Kn door zijn taal geroerd is 'tnndwoord van zijn vrind: „„Uw broeder leei't, ik ken de plaats, waar gij hem vindt, Zoo gij een kleine wijl nog wachten kunt. Voor heden Vermag ik niet in meer bijzonderheên te treden ;

Mij bindt mijn woord ; vertroost uwe ouders, noem mij niet ; Tiet scheiden smart niet meer, waar men zich weder ziet.quot;quot;

ocr page 13

Hi;! Pnnsclifcusl is voorbij. Ken Inngc knravfinn lloiicll in Ijiijoiinb slil, om venlür voort lu Lr;iun ;

Kii 1,'iiifi's ilon inuur, die iiiiui' hol oud llt;iilt;t(;i'l geleidde Zult men een nuinnenstoel, die zich weldra verspreidde, Met .liiseph^s meester wederkeeren nnnr hun stad i'lu imingsehap. Maar, helaas ! die hij heeft Hel gehad Om reine deugd, die /icii in eeuvond ojienhaarde,

Die aller aehtiiig won, wien niemand evenaarde In goedheid en iu vlijt, hij keerde niet; hij vond Ken meester op het feest, waaraan hij zich verbond. Kn bracht de reis hein eerst verstrooiing, aangekomen [s '\ huis hem droef cn leeg, al werd een stem vernomen. Die t vlieve vader!quot; hem als welkomst hooren doet; Ku al omhelst hij 't kind, waar hij haar zeggen moet. Dat hij alleen slechts keerde, is de oude man, verlegen

ocr page 14

Kn, nis vmnouid i'ii af, lt;i|) 'l riistbt'd ncrrirczcu'cn

I'c ilochlcr wekt licm niol v'»'»!' d'avoiuldiscii on w.iclit

()1 dnar won karavaan ook .1 osopli wodcrbmclit ;

Maar lot dit oo^cnblik, lieel'l- haar die hoop bodroLton ;

Xn vraatfl /ij, waar hij loeit. Met tranen in zijne oogen

Deelt de onde 't nieuws haar mede en vraagt haar : „Of /.ij we

Wnt daar zoo onverwacht hnn vriend vertrekken deed rquot;

Stond dit nog in 1 verhand niet I afgehoord verwijten

Van 'I jongste broederpaar, en 't naar het hoofd hem smijten

Van lasterlijke taal, om 't amhaeht, al zijne vreugd .quot;

Maar neen, hij liet hen gaan. /.ijn vroomheid en zijn deugd

//ij waren wel bestand, hnn aanval af te weeron

Door zwijgen, zacht beleid, en t in zieli zeiven keeren

Om raad van boven, die het blijven hem gebood ;

Want was niet, na dien dag zijn vlijt en ijver groot

1'ln trachtte hij niet meer zijn meester te believen

Als vreesde hij, men nioeht vermoeden wat kon grieven .J'

Maar 't meisje andwoordt niet ; haar hart is diep ontroerd,

Kn, welt oen traan in 'toog, 't gesprek tot nn gevoerd.

Wordt door haar afgeleid, om naar het leest te vragen

Kn hoe de ontmoeting was, met vrienden en met magen;

Want met de helderheid van 't rein en stil gemoed

Wist zij, wat hier had doen besluiten, al te goed,

Kn 's vaders plannen en 't zieh op een alstand houden

Van Joseph, deed vermoên, wat maagden niet vertrouwden

ocr page 15

Dim Mini llitlll■ (iod en llr.cr: en 's avonds had /.ij ziudit ; ,/(iccl lot vcrn'clrii iiiikuI en tot Vei'troosten ki'aelit.quot;

1'ln Josepli ? 't, Ging hem goed. Meer welstand mocht liij vinden, .VIce,r kunst i^u schooner vonn aan 't handenwerTi verbinden 1'ln stil en rustig ging zijn leven voort naar 'l seheen.

Ooh hier had men hem liet'; zijn meester was tevreên,

Mn hield hem hoog, om 't werk ras wijd en zijd geprezen Dal ook zijn naam verhief. Maar 't sehoon en edel wezen Van de.ez' zijn leerling, dat zijn alkomst hem verried Werd ook in Thanach ras een oorzaak van verdriet.

Men ried, men drong, men dwong hem zelfs, niet langer Toch ongehuwd te zijn, en 't werd hem immer hanger Mn meer benaauwd om 't hart, en hij zocht de eenzaamheid.

Daar klonk eens engels stem ; //Verlaat deey.' stad ; bereid Aan 't meer (ienezareth een eigen huis. Gods zegen Volgt op de reis uw sehreên en komt 1 groetend tegen. Ook daar is werk en brood.quot; liet hemelsch licht verdween. Mn Joseph, 'I. hart verrukt, stort tranen en gebeên Kn zingt zijn voorzaat na: //Wat kan op aard mij de,eren.

Geen muur, die mij weerhoudt; geen bende doel mij keereu In God is al mijn heil! Hij richt, voor aller oog

ocr page 16

11

De tiiltil iiiiii en reikt den hrkcr. 'k Tlcl' hum hoog, En zal, /oo lang ik leef, Zijn groote daden prijzen, Kn tot in eeuwiglieên Zijn liefde en gunstbewijzen 1quot;

O landstreek, aan liet meer, door God geliefd, gelegen Hoe vriendlijk komt gij reeds van ver den vreenulling legen Die 't gastvrij dak verliet, gelijk hij het huis ontvlood Hem eens zoo lief en dier. Zijn ouders, zij zijn dood,

Zijn broeders zijn verspreid en tot verval gekomen ;

Maar Ood verliet hem niet. Hij hoeft zijn roep vernomen Flier is de plaats voortaan, waar hij Hem dienen mag. En 't is hem of hij weer het liellijk schijnsel zag Uat zich in glorieglans der heemlen openbaarde.

Waar hij op huis en veld, op boom en bloemen staarde, l'ln alles heerlijk vond en schoon, van licht omstraald,

Eu in zijn dankbaar hart Gods vrede nederdaalt.

Was hel een voorgevoel, dat hij de plek genaakte Waarover 't oog van God en van Zijn englen waakte Dat 't zand door hem gedrukt, de lava aan zijn voet

ocr page 17

I.quot;)

I[ui. iirgc-bcdcn /iiiul (lur Vrouwe^ dingen moot ^

Weel hij liclj dal dcez' lucht zal trillen bij diens woonhui ATn in zijn geest bezield met reine liarpaceoorden l.n liefelijk gezang? Een kind ontmoet hem, vraagt :

w Wat er toeb wezen mag, in wat zijn ezel draagt?quot;

Mn vleit zieb naast hem neêr, bij 't rusten om te spijzen. „Mag bij l\eni straks den weg en 'thuis zijns vaders wijzen Mn, door 't gesnap bekoord, stemt Joseph toe, en slaat llij d' arm hem om den hals, en streelt hem 't liet gelaat, Kn 't is als overstroomt hem 't hart, van vreugde en vrede Mn haastig staat hij op en gaal met 't knaapje mede. Het kind springt blij vooruit naar d'oever der Jordaan. \u komen ze aan een hol, waar hout en garven staan.

Hier heerseht bedrijvigheid, waar menigte van kneehten In sebntsels, verseb geselml'd, bet riet bekleedsel vleebteu, Mn 't knaapje noemt huu naam bij 't groeten, en hij toont Aan 'I eind van dezen bol, 't huis waar zijn vader woont.

I'aar waar de Godsrivier baar water uit doet strooinen Heelt Joseph 't eigen buis, op Gods bevel, geiiomcii Waarlieên hij wederkeert, als d'arbeid is volbracht. Die hein zijn meester gal. In stilte van den naclit. Of vroegen morgenstond, van 'l leger opgerezen,

ocr page 18

I(gt;

Zal, wat hij 't kmisligst weet te werden, rust liem wezen. Versc.liillünd is de kleur van 't hout en I vlechtwerk lijn, Dat muur en zoldering van 't schoon gehouw zal zijn, Dat in zijn hot, weldra ter eer van God verrezen, Ken plaats van stil ge.hed en eerdienst hem zal wezen. Reeds is de ruimte vlak en ellen, en hij meet De hreedten af, toen hem een licht ontstellen deed, Kn, neêrgekniehl op d'aard, ziet hij (iods engel weder Kn hoort hij 't kort hevel; //Keg uw gereedschap neder, (leen hidplaast rijze hier. Toch zag, met vriendlijk oog. God neder op uw vlijt, en zegent van omhoog Tot berging van liet graan van heil en eenwig leven Üns aan n toevertrouwd, wat straks uw hand Hein geven Kn wijden dacht. .Ueii zoekt op Priesterlijk bevel.

Waar ire u verborgen houdt. Volg zonder aarzling, snel Kn zonder tegenspraak. Beveel aan God uw wegen.

Zwijg, lot iiij ii beveelt te spreken, werp niet tegen.quot; Kn d' engel vaart omhoog, het hemelsch licht vergaat, Kn Joseph is alleen ; 't is nacht, en toch nog slaat iiij de oogen naar 't aznnr, waar duizend sterren schijnen Of daar geen lichtglans bleef, na 's engels snel verdwijnen. Kn waar /.ijn ootmoed vreest, dat hij heelt misverstaan. Doet hij een vroom geweld den God des Hemels aan Kn smeekt, dut met den daauw, die straks zal nederdalen De Koning komen inoog' tot Siou's tempelzalen.

ocr page 19

Met 't lielit des dngeniails \cvscliocn dc.i' hodon stoel. Ken liiiiiner treedt vooruit en spreekt, nn diepen groet : n l'.en Mnngd vnii 't vorsUijk luiis van David, die de jaren Der kindsheid vlieden zag in selmdnw van de altaren, Xn veerlic.n jaren oud, verlaat den tempel, om in d'echt te treden, na haar dienst in 't heiligdom. De IToogepriester zond alom zijn snelle hoden Om zonen David's naar .Teruzalem te nooden ;

Maar ge-en van hen was nog de man, naar 'I hart van God Tot hrnidegoin bestemd ; nu noodt men u, om tot Dit doel met ons de reis te aaiivnarden, wil niet dralen, .Men wacht met ongeduld u in de tempelzalen quot;

Mn .loseph huigt /.ieh, zwijgt, en is alras gereed,

Kn peinst en overlegt, wat God hesluiten deed Tot eenen roep, die nooit den zijnen kan, mag wezen,

ocr page 20

IS

Toch is /ijn hurl in vrede en /.icit hij zondor vreozen, Zich aan hut ciiid der mis geleid, wa.'ir men hem wacht. Is zijn tjehed verhoord, cm daalde, snel en zacht, Ais vegen, die. het veld verkwikt na 't zonnebranden. Reeds d' r.ngcl van 't Verbond, en znllen deez' zijn handt Zijn uitverkoren, om een graan te bergen, dat een brood l)cs levens worden zal om, in een hongersnood Hie zielen kwijnen doet, als .loseph, 't volk te spijzen? Mn als ging 't hein niet aan, laat hij zich takken wijzen. Die, met een naam voorzien niet bloeiden op 't altaar. Men vraagt den zijnen, spreekt van bruid en offer; maar quot;t Is stil iu David's stad, geen juichtoon wordt vernomen Nog is de Redder niet tot Isrcl's volk gekomen !

liet oiler is volbracht, nog rijzen de gebeden. .Men zcLi't aan .loseph, dat hij moet naar 't altaar treden. De tak niet zijnen naam is in zijn hand, bij beeft, Men licht omstraalt hem en een witte lelie heeft Hem reeds aan Priesters en Lievieten aangewezen Als boven slamirenoot en broeders, uitgelezen, Den bruidegom te zijn der Maagd, uit David's huis, Kn der Levieten choor begroet met fecstgedruiseh

ocr page 21

I!)

Kil psalmgezang zijn roup, waar Priesters hum guiuiden Tot waar Maria en haar moeder hem vurhuulen.

Piii Joseph volgt, un zwijgt, un alius sc.liijut hem droom. En toen du Maagd haar sluier neerhaalt, en vol schroom Hut, jawoord stamult en de Priesters zegen sproken Bluut' tot elk wudurwoord hum moed en kracht ontbreken.

Een week ging snel voorbij. Ivn prachtig bruilof'sldeed Ligt in het woonvertrek der jonge maagd gereed. Men blaanwun mantel en een sluier ligt (laarneven ;

l'lun kraag van zijde, diu den hals haar zal omgeven, Mn bovenal de kroon van goud, met edelsteen Mn paarlen rijk versierd, zijn eindlijk dan bijéén,

Mn Koemi ziet toe of' iets nog moujit ontbreken,

\\ aar zij du naalden, om den sluier vast te steken, Mn 't lint en 't wittu koord om 't haar tu vlechten bracht. Maar daar is Anna un de bruid ; en zij sluipt zacht Naar eigen woonvertrek terug, na 't vluchtig groeten. // Zoo mogen wij elkaar dan nog voor 'I laatst ontmoeten. Dicht bij du plaats waar God Zijn woning heelt gesticht,quot; Zoo vangt de moeder aan; 't hoofd van Maria ligt Haar in de schoot; zij weent, en streelt de gouden lokken

ocr page 22

Voor 't It'.csl, diit morgen wacht, niul iiinborgcur doortrokken, Km van h.'üir lippen vloeit 't geheim, dat Joseph's moiul Haar d' eersten dag na zijn verloving, heelt verkond. Ken zachte trilling gaat, hij 't hooren, door de leden Der jonge maagd en voor haar vochtige oogen treden He blijde droomen van haar jengd, het teeken, dal Haar nis 't verkoren kind van Gods belofte, had Doen groeten, waar de smaad haar ouders werd ontnomen. Maar 'I is slechts vluchtig, i/ciietak en zeegning komen \ erzoenen, met den staat, die haar op morgen wacht. Kn Anna leidt haar naar haar slaapvertrek ; en zacht Drnkt haar een laatstcn kns op 't voorhoofd. Mii '( verlaten Des tempels is haar gang gejaagd; want Sion's straten.

Zijn oenzaain ; maar de weg is kort. Reeds wijst een licht Haar waar de herberg is, waarheên haar voet zich richt,

Daar gaat ze een zaal voorbij, en met God wil tevreder Legt ze in haar klein vertrek zich ras ter rusle neder.

ocr page 23

■lt;t.

thai'i.i,;: i.—-quot;-,i;imT. - -—7,:'..^-.^T,:i,.ï.,'.- j.jj/ri -r-'- .........ii^-i'i.- 7-^--^ , )•

j ' .■^•■. J-Alit/j-,

gt; O - - 1 ' ^T .- i-ï lt; . I ./fa iquot; 9

■10 tj 'j Q/l\a ayi

De derde dag na 'I feest vindt .l(ise|di in de ucjiiinic -/ijn Diiderlijke huis viin Oavid's Isrel's koning,

\u de.n romein verluinrd. De koopprijs, straks bepaald Is aangenomen rn hij wacht tot ze is betaald.

Daal' vloeit nog de fontein niet 'l eigen zaehl geklater. De leeuwen laten, als van onils, het helder water Door, dat /ijn dorst als kind gelescht heeft. Boven ziet ilij de vertrekken weer, waar hij zooveel verdriet,

Imi smaad verduren moest ; maar toeli ook blijde dagen Heeft doorgebraeht ; waar hem een vader heeft gedragen Op de armen, aan haar borst een moeder heeft ge/.oogd Mn, waar men binnentreedt, en bij de tranen droogt Die bij 't herdenken aan hun dood, uit 't oog hem w elden. Telt hij en bergt hij in zijn kleed de ontvangen gelden,

ocr page 24

'IVniLC sfükcoi'd in 'I liuis vim N.idoc, ncomt hij 't duel Dal roclituns hom hohoort, mi regelt lang en veel ;

Want strikt rechtvaardig in zijn denken en zijn st ree ven Wil hij ann ieder recht, zich /.elf het minste geven.

Maar van verloving en van Xa/.arcth, geen woord.

Wel heeft hij nit den mond zijns broeders 'I plan gehoord Om elders, mogelijk wel naar Dabbeseth, met zonen Kn dochters heen te gaan, waar 't langer hier te wonen flein niet meer aantrok ; maar het andwoord op diens vraag ,,Waiir hij zijn woning koos ?quot; is kort, onzeker, vniig. En Sudoe dringt niet langer ann. Na 't zanien spijzen Zal hij, naar Joseph's wenscli, hem 't graf der ouders wijzen

ocr page 25

I)(; weg naar Xazereth vail Joseph lang on zwaar:

Want hij verlangt naar 'f kind, met 't lange, blonde haar Mei de oogen teer en zacht, iiem tot een bruid gegeven, Kn peinst, hoe of hij haar liet reine huwelijks leven W aartoe Gods liefde riep, gelukkig maken zal.

Zijn hart klopt hoorbaar nu hij eindlijk toch het dal \ au Zabulon bereikt cu tussehen 't looi der booineu,

liet huis van Anna, vriendlijk ziet te voorschijn komen. Hij brengt bel geld bijéén, dat in .lerusalem ITeni voor zijn huwelijksgift ontbrak, eu dat men hem Goedgunstig toestond te voldoen als '1 hem zou schikken, Mn gaat vol blijdschap voort. Nog weinige oogeublikken Mn hij bereikt hel huis, waar hein zijn bruid verwacht. „Maria is niet hierquot; zegt Anna. „Vader bracht

ocr page 26

Haar naar Elisabeth, haar nicht. Schoon hoog in jaren

Mocht /ij aan Sarah, .Vbram's huisvrouw, evenaren,

Kn waar Maria vurig wenschte haar te zien,

Mocht ik aan haar verzoek niet langer weerstand birii,

Al vreesde ik dat het u, bij wederkomst, zou grieven.

„„Maar, moeder! 'k ben bereid om Joseph te believen

Terug te keerenquot; quot;, sprak zij vleiend, „ „zeg hem vrij.

Dat hij mij halen mag, zoo spoedig als dat hij

Het zal verlangen, mocht hij weldra huiswaarts keeren.

Ben ik niet zijne vrouw, en dienstmaagd niet des Hoeren

Deez' reis is naar Zijn raad, zoo niet op Zijn bevel.

Vraag, moeder, mij niets meer. (lod wil het, dat ik snel

Gehoor geef aan den wensch, deez' nacht mij ingegeven.'

„Kn 'k zag Maria aan. Ken licht scheen haar te omzweeven

Keu wondre gloed in de oogen, trol mij 't hart ;

K.n, toen zij mij verliet, staarde ik nog lang, verward

Kn toch getroost, haar na, bij 't iu gebergt' verdwijnen.quot;

Kn Joseph, moog hem ook deez' reis gevaarlijk schijnen.

Werd toch aan zijne bruid de moedervreugde ontzegd,

Buigt voor des Heeren wil, en peinst, cn overlegt,

()in zijn gereedschap bij den meester te gaan halen

Dien hij zoo snel verliet, en die hem nog betalen

Moet ; on weer denkt hij aan des engels duister woord,

Aau 't graan hein toevertrouwd, aan 't werk dat (iod behoort,

Al mocht hol niel aldaar, ter Zijnor oor verrijzen.

ocr page 27

Mn hij Iniit zich den weg iiaiu' oigon woning wij/AMi, Niulat iiij Anna korf /.ijn plan heelt mecgodoold, Mn l)ij /.ijn heengaan, zijn Maria aanhevetill.

Do vrengdu hij zijn komsl on '1 vleien 011 hel koozen \an 't, knaapjon hem zoo liet' en hij hel kort verpoozon Van d' arbeid, steeds gereed met vragen, om 't verhaal Van Joseph en zijn broers en 't hnn bereidde maal. Om steeds werr op den put en Knben neêr te komen.

Heelt ras aan Joseph's hart en angst en vrees ontnomen. Kn aan den gullen disoh, zoo gastvrij hem bereid, Ol dwalend langs het moer, met t niaanlicht oversproid, Is 't kind met 't blonde haar en 't zacht, onschuldig wezen I'm 't oog waarin zoo vroeg reeds godsvrucht was te lezen Op nieuw zijn troost en hein vergoeding voor 't gemis. Dat vadervreugd door God aan hom onthouden is.

Mn dwaalt hij van hel kind terug in zijn' gedachten,

Xaar wat de hoop steeds was, van (luizende geslachten, Dan schijnt het hem, als kon het zijn, dat David's zoon rioleek op dezen knaap, zoo lief, zoo zacht, zoo schoon, Kn dichter drukt hij 't kind aan 't hart, zijn tranen stroomen Ach waar toch reeds (iods heil tol Isrel s volk gekomen !

ocr page 28

\\ err is liet l'aasdileest, door Gods Israël gevierd, l'.n .losepli heelt met knust en smaak /ijn li\iis versierd. Nu kan hij blijven (^ii zijn lieve bruid verblijden,

lln, als zij wederkeert, linar al zijn zorgen wijden.

Ver van haar moeders huis, heeft de eenzaamheid gewis Haar 't hart bekommerd en, zoo ineenl hij zeker, is Zij de oorzaak wel geweest van 'I haastig, droef vertrekkei En zeker kan het geen verwondring hem verwekken,

Waar ze in .leruzalcm zoo schoon een leven had. Dat Nazareth haar niet beviel. W ant toch die stad Verkoos hij zeker evenmin om er te wonen.

Maar bet was Anna's luns ; nn waard aan elk te tooncn. Kn, na een laatsten blik op huis en hol', verlaat ilij do eigen woning met een blij, verheugd gelaat.

11 ij is op weg naar Anna; want bij wil haar vragen.

ocr page 29

■r,

Of 't niet vci'slandig zij, Marin, V()ór de (Inguii Van him; nicht vervuld zijn, naar 't gegeven woord,

lenig te halen. Maar wat liellijk spreken hoorl llij opgaan nil die groep van menschen, die diiar komen Van gindsehen heuveltop.'' ileett hij de stem vernomen \au zijne hrnid r llij ijlt hen tegen, en de vreugd I Jcs lilijdens weder/,iens heelt hem het hart verheugd. Maar slechts een oogenhlik ; die zijiu! hruid geleiden. Staan voor hun woning stil en noodigen hen heiden Om niet hen in te gaan, en deelen Joseph nier Dat, waar reeds de avond viel, zij hein een legerstee Noor dezen nneht, terstond, met liefde zullen spreiden, Waar hun Maria heelt heloold, hein hier te beiden, l'/ii zij vermoeid is van de reis. Maar Joseph zegt; Xadal hij aan zijn bruid de zaak heelt uitgelegd.

Dat hij niet blijven kan. llij kust Maria teeder.

Kil, op den weg naar huis, legt in het gras zich neder.

Daar weent, daar klaagt hij luid, zijn diepe droefenis, Dat wat hij heelt gevreesd, dan toeh de waarheid is. 'l Onschuldig kind, bij (iods altaren opgetogen,

Is niet bestand geweest, waar daaglijks voor hare oogeu De komst bereid werd van een zoon, der ondren vrcuu'd

ocr page 30

Waar du verleiding kwam, te waken voor haar den^d. Ze is zwanger ; maar hij zal luiur in 't geheim verlaten Want treurt hij om haar val, onmooglijk imar te. haten, Maar evenmin zijn huis terug te zien. — De nacht Spreidt duisternis op de aard, daar hoven sterrenpracht, Kn d' afgetobte geest vindt in den slaap een ruste,

Die 't oog komt droogen en de hange zorgc suste.

Maar in den droom verschijnt (iods engei. //Nrers niet, prij „Gods ecuwge liefde en trouw \oor 't nieuwe gunstbewijs /,0 Joseph ! dat op eens de raadslen van uw leven ,/Met Godlijk lieht en vreugd der heemlen gaat omgeven. „De Maagd, door God beloofd als Moeder van Zijn Zoon, // Verwacht van u haar eer eti van uw huis haar woon ; „Door werking van Gods Geest, gezegende der vrouwen, „Wil God haar en haar kind aan uwe zorg vertrouwen. quot; Kn uit den droom ontwaakt, valt Joseph dankend neer, Kn, naar des engels woord, keert tot Maria weer.

Kn nog dienzelfden dag, herdenken zij Gods daden,

Waar zij, in eigen huis, voor 't eerst te zamen baden, Kn op het klein altaar, door Joseph opgericht,

Ue rol der Profetie van Michn openligt.

ocr page 31

W iu schetst, o .losuph ! vnn nu iiati uw hoilig leven, Met ui du ziilirrlicid cu (liocl'nis u uegcvun.

Als bruidegom en straks nis vader, needrig, schomi P Als hoofd des huisgezins verwneliteiid Hnvid's /nou,

Straks knielend voor hel kiud, dat men 11 ircelt te dragen. Dat u zijn liefde toont, 't armpje om uw hals geslagen Dat uw ontheriug deelt, dat gij beschermen moet,

l'.n in wiens /,achten blik ge uw Heer en God begroet.

Mens zal Hij op zijn beurt, bij 'l werk u dienst bewijzen. Stilzwijgend, door zijn daad, uw stichtend leven prijzen,

W nar gij, ecu koningszoon, ook knecht eens meesters waart : Straks, in den tempel Gods hem weden indeud. staart Gij hem bcwondrend aan, bij I vragen en 't verhoeren \ au Priesters, voor Gods volk tot leeraars uitverkoren, r.n zwijgt en slaat verbaasd, waar moeders vraag u grieft

ocr page 32

.'ill

Mil liij oiii 't iuulwimnl, I kind iio^' lioogcr slell, cm licit..

Mn Jesus, — iicuml hij lou in wijshciil en gemulc

Hij (loil en niensclvcn, wovdt hij grooter, vroug on spjiilc

Toont y.ich nls kind n oiidovworpen, wmdil en vrnngl

Van ii bevelen en, bij '1 timinci'wei'ken draagt

1 bont, gereedschap aan en, eenmaal aebtlien jaren

Xeemt 't werk n uit de bami, cn wil uw krnclilen sparen.

Door mede te voorzien, in wat het onderbond

Vcreisebt, van 't bnisgezin uw zorgen toevertrouwd.

O diepte van Goils raad ! ') woiulren van Gods wegen.

Wie peilt u, wie bepaalt, waarin gij zijt gelegen !

Mens zal de wijsheid Gods bel vragen aan de schaar,

Die aan zijn lippen hangt : //Hoe 't wezen kan, dat waar

De koning David den Messias Zoon mag beeten.

Hij Hem zijn Heere noemt iquot;quot; en 't woord van Gods proleten

Verklaren, dat zijn strijd en heerlijkheid verkondt;

Maar n, o Joseph, zoon van Jacob! heelt zijn mond

Zijn kruis niet aangezegd, waar uw gevoelig harte

Niet waar bestand geweest, voor de overmaat van sniarte

Mn 't bang vooruitzicht n de vreugd vergallen zou.

Die God aan d' avondstond nws levens schenken wou.

An moogl gij rustig nog een tiental levensjaren

Voorbij zien gaan, alsol' hel oogenblikken waren.

Toen kwam uw einde, zacht, in de armen van de Maagd.

Ueeds daalde dc englensc.haar, die straks ten hemel draagt,

ocr page 33

Nu in nnnbkkling knielt voor .losus, dien uwe oogen Annsclioinvc.n, iian liet einde uws legers neêrgeiiogen.

Zijn zegen zegt ; „Dc tank uws levens is vollirnclit !quot; O, voedstervader van Gods Zoon! uw slaap zij zacht!

Waar 't zwaard de teedre ziel der moeder zal doorboren, Zult gij van .lesus strijd en vim zijn kruis niet hooren Viiór dat de steenrots selienrt, en gij uw graf verlaat, Mn u Gods engel zegt; „ I ):it Mij verrijzen trant.quot;

Slaap zacht! hen lieinelsch licht vertroost, die u heweenen, hu 't oor aau 't hai'paccooril en zang van englen leonen,

W aar zij met bloeinen 'I graf versieren, dat u dekt l'.n t zoo geliefd gelaat aan hun gezicht onttrekt.

Maar het verlaat hen nooit, hij dagen, noch bij nachten. Zij zien het, in den geest, hen aan den ingang wnchten \au 't hnis door hen bewoond, steeds vriendlijk, inilrl en goed, t Is bij hen op den weg, 't wordt iu den droom ontmoet, l'.n treedt straks .lesns op in 't openbare leven,

Kil is de dag weer daar, die n den geest zag geven, l'.n vraagt de, Kiriscêr instaat bet den nienseh steeds vrij. Zijn vrouw, wat ook daarvan de ware reden zij,

Of in het openbaar, ol heimlijk, te verlaten rquot;

l'an denkt liij aan uw strijd, o .loseph ! die Hem haten Leidt Hij naar t Paradijs, waar (lod de menschen schiep; Maar, op de vraag van hen, die Hij verkoos en riep Is I andwoord een geheim, aan allen niet gegeven

ocr page 34

Tc viitlcii, schoon het was hel nindsel van uw loven

Ten voorheelfl sldlen van ecu heilgen levensstaat.

T!n waar Hij 't kinderhoofd de liaiiden oplegt, gaat I'w beeld zijn geest voorbij en stille tranen strooinen, r,n „'t Heil ii, vader !quot; wordt door enklen slechts vernomen, Maar de engel vangt het op en brengt het, voor den Throon. l'.n was n\v slaap zoo zacht, cn n\\ verrijzen scdioon. Wie maalt dc glorie, die n vricndlijk kwam omgeven. Tot heiligen Patroon der kerke Gods verheven !

O stenn ons in den strijd, bescherm ons, sta ons bij Opdat ons leven rein, ons sterven zalig zij.

ocr page 35

AAN^EEf^ENINOrEN.

ocr page 36

Mt^Wifcr-W

ocr page 37

AAXTKKK K\ fNQ KN.

in.ADZIJDH 8.

Door (1 nrheid vnn uw Imnd liclit in Lihoiiiilrs imiron

Ik ziig liem (Joseph) eerst werken liij eene.n tininiermnn ointrent l.i-l'onnli liet leven vnn Heiligde \I;iii^'J, volgens de lieselumwin-L?en van Aimn ('atharinn van Mnunerinh, blad/,. 185

lil,AI)/I.1l)H !).

I'.ii t linrt vnn 8adoe bloedt hij 'l «udcrieedbetooii.

Sadoc, oudere broeder van .Idsepli, later als een zeer irodvrnehtig man bekend. Leven van de II. Maagd, blad/,. 1 88, is hier nis een tweede Rnben door mij voorgesteld.

ULAOZI.lDE 0.

Zon liij dan waarlijk niet in een den- grotten toeven ?

Ik /.tig hem ook zieh ophoiiden in grotten, waarvan later eene de geboorteplaats onzes lleeren was. Hij bad daar alleen of hield zieh bezig met kleine stukjes iiont te snijden. T.even van de II. Maagd, blad/,. 181.

lU.ADZIJDF, 11.

liet l'aastdileest is voorbij. Ilen 'lange karavaan

Ik bedoelde daarmede niet het eerste, maar het laatste feest, dal door

ocr page 38

A ANTKKK KNtNOBN.

•loseph van nit Libonuli gevierd werd. Wnarschijnlijk is zijn verblijf diuir liet langst geweest na zijne vlucht.

hla 1)7,1.111 f, 12.

Stond dit nog in verband mei 't afgehoord verwijten

Van 't jontrste broederpaar, en 't naar liet hoold hem smijten

Van lasterlijke taal om 't aniliaclit, al zijn vreugd?

Ik /.ag dat zijne broeders ontdekten waar hij was en hem vele verwijtingen deden ; want zij schaamden zich den nederigen staat, waai-toe hij zich had begeven. Hij bleef er echter in uit ootmoedigheid. Leven v. d. H. Mnagd, blad/.. 18(i.

hla nzi.i de 12.

Kn 's vaders plannon, en 't zich op een afstand bonden

Van Joseph......

Hij leefde zeer afgetrokken en schuwde het gezelschap der vrouwen, l even v. d. 11. Maagd, blad/.. 187.

bladzij hf. is.

Werd ook in Tlianach ras een oorzaak van verdriet.

Hij verliet deze plaats (I.ihonah) en werkte daarna te Thanach, bij Megiddo, aan den boord eener kleine rivier, die zich in de zee werpt. Ilij woonde daar bij eenen nog al weihebbenden meester: men maakte er ook schoonere werken. Leven v. d. TL Maagd, blad/.. IMj.

hlahzi.hif, 1quot;).

i n schutsels, versch geschaafd, liet riet bekleedsel vlechten,

Ken der werken van Joseph als timinerman was, lange liouten staken tt' schaven. Het waren lijsten waarin men de schutsels (van riet) vlechtte. Leven v. d. H. Maagd, blad/.. 188. Deze schutsels, van een manslengte, dienden om groote ruimten tol kamers te vormen.

ocr page 39

AANTKKK IvNI Nd KN.

HI, A DZI.I DF') 1(1.

I liij een vroom geweld den God des Hemels aan,

Kii smeekt, dal men den dnanw, die straks zal nederdalen,

De Koning komen mootr' tot Sion's tem))elzn]en.

.fosepli was zeer godvrnehlig, en l)ad vuriglijk voor de komst van den Messias, leven vaii dr 11. Maagd, liladz. 1S7, en iets verder: iiij volhardde in vuriglijk (e bidden. De Profetie waarop hier gedoeld wordt is deze : Malaehias lil ; 1 : Imi weldra zal tot zijnen tempel komen de Heerscher, dien gij zoekt, en de Engel des Verhonds, naar wien gij haakt, /let Hij komt, spreekt de Heer der 1 leirsoharen !quot;

lïLADZl.I OK 19.

Hen week ging snel voorbij. Ken prachtig bruiloftskleed,

Met hnwelijkskleed van de Heilige Maagd was zoo wonderbaar en zoo schoon, dat de vrouwen, die bij het huwelijk tegenwoordig geweest waren er vele jaren daarna nog gaarne van spraken. Leven v. d. II. Maagd, bladz. 108, Zie bladz. 1!)!) aldaar, de besehrij-ving.

HLA DZIJ DE 19.

I'.n Noëmi ziet toe ol' iets nog mocht ontbreken.

Noëmi, de zuster van de moeder van Lazarus, was een der^ene die Maria bij hare opname in den tempel te gemoet kwamen. De priesters stelden de kleine Maria in hare handen. Leven van de 11. Maagd, bladz 176. Maria nam al'seheid van hare lainilir. Zij begaf zieh alsdan met de meesteressen en vele jonge dochters in het vertrek der vrouwen, in den noordkant van den eigenlijk gezegden tempel. Zij bewoonden kamers, welke men in de dikke mnren des tempels had gemaakt. Zij konden door gangen en trappen in kleine bidplaatsen komen, die nabij het heiligdom en liet Heilige der Heiligen waren. Leven van de 11. Maagd, bladz. 17(1.

IILADZI.IDE 19.

Zoo mogen wij elkaar dan nog voor 't laatst ontmoeten

Oieht bij de plaats, waar God Zijn woning heeft gesticht.

ocr page 40

\ \ NTKKK KXINIil'.N.

De kniner van Maria in den tempel was een der incest al'gelegene, recht over liet Heilige der Heiligen. Leven v. d. II. Maagd, liladz. 178.

lil.AD'/.l.lDK 20.

De blijde droomen van haar jeugd, het teeken, dat Haar nis 't verkeren kind van (iods 1 iel ofte, had Doen groeten, waar de smaad haar ouders werd onluoinen.

Volgens Anna Calliarina van Emmerich leefde er o]) den lierg lloreli een overste der Rsseneanen, die een proteel was en Archas of Areas genoemd werd. Tot hem ging reeds de grootmoeder der heilige Anna om raad te vragen, wien zij huwen moest. Deze profeet kende hel geslacht, waaruit de moeder van den Messias moest voortkomen, hoewel hij niet wist, hoelang de geboorte van de moeder des Zaligmakers nog zonde uitgesteld worden. Hij zeide aan Kmoroan, de grootmoeder van Anna, dal /.ij haren zesden dinger moest huwen, met name Stolamis. Zij hadden drie dochters ; ook de oudste [smeria, huwde volgens den raad van den Profeet en was de mne-der van de heilige Anna. Ilinir eerste dochter Solie had het teeken der helofte niet. Ismerin bleef aehticn jaren onvriichtbnar, toen baarde zij de heilige Anna niet het verlangde teeken op de maaggroeve. Waarin dit bestond wordt niet gezegd Hare moeder zeide haar op haar sterfbed, dat zij een vat der verkiezing was, dat /ij trouwen moest en daarbij raad vragen bij den Protect. Zij ging tot hem en haar werd .lonehim, die zij toen nog niet kende, aangewezen om te huwen. Anna was toen negentien jaar. Haar eerste kind, ontijdig geboren, miste het teeken van uitverkiezing. De heilige Anna, die illt als eene straf besehouwde, was daarover zeer ongerust. Negentien jaren verlangden .loaehiui en Anna zeer naar de beloolde zegening; maar de Heilige Anna bleef onvruchtbaar. Toch had zij de vaste hoop en inwendige verzekering, dat de komst van den Messias nabij was en dat zij lot de familie behoorde uit welke de Zaligmaker naar hel vlceseh geboren moest worden. De schande barer onvrnchtbaarheid bedroefde haar grootelijks ; zij kon zich naauwelijks in de synagoge vertoonen, zonder er eenige smaad Ie moeien verduren. Leven v.d. II. Maagd, bladz. f'i'5. Maar nog grooler smaad werd Joachim aangedaan, toen een priester, mei name quot;Ruben, zijne offerande verachtte, ze ter zijde zette en hem hoonde, uil hoofde van de onvrnehtbaarheid zij-

ocr page 41

\ \ NTKl'.K KN I N(; KN .

lier huisvrouw, licm niet toeliet lo na(}ereii en hem in een lioek Imn-de om hein tot spot te stellen. De heilige Anna, door een engel vertroost, werd geboodschapt, dat haar gehed was verhoord, dat vdj Joaehim zoude ontmoeten onder de gouden poort, heiden moesten gezegend worden en zij incest welhaast den naam kennen van haar kind. Den volgenden naehl, zag ik tol haar eene straal van den heinel afdalen, die hij haar hed in eenen scdiilterenden jongeling veranderde Hel was de engel des lleeren, die haar zeide : Dat zij een heilig kind zou ontvangen ; dan stak hij zijn hand over haar uit, schreef op den muur groote en blinkende letteren : het was de naam van Maria. Dc engel verdween daarna in hel licht. Leven v. (I. Maagd, hladz. (18. Op het oogenblik, dat het licht van den engel op Anna kwam, zag ik onder haar hart iels sehitlercnde, en ik erkende in haren persoon, de uitverkorene moeder, het verlichte val van dc naderende genade. Leven v. d II. Maagd, blad/, lilt Ik kende dat een der priesters, door eene henielsche verlichting, de innige overtuiging had gekregen, dat Maria het val der verkiezing was, dat in zich het geheim der zaligheid bevatte. Leven v. d. II. Maagd, bladz. 1 l!l. liij de intrede van dc kleine Maria in den tempel, zeide de heilige Anna, in eene heilige verrukking tol eenige vrouwen, woorden van welke dc zin was ; „Ziehier de Ark des Verbonds, het vat der belofte, die in den tempel treedt quot; Leven v. d. Maagd, hladz. 177. Het is moeielijk aan Ie nemen, dat de Heilige Maagd van dit alles onkundig zoude zijn gebleven en zich door eene gelofte verbond, waardoor zij, zij het ook uil ootmoedigheid, zich uitsloot van den zegen haar gegeven, van mede te werken tot dc geboorte van den Messias. Liever zie men in hare gehoorzaamheid om den heiligen Joseph Ie huwen, dc herhaling van Abraham's opofferen, op Gods bevel, van zijnen zoon Isaac. In de oude wel werd de maagdelijke staal, ten minste in het algemeen, niet als verdienstelijk beschouwd ; onder de menigvuldige soorten van beloften, welke de Mischna, als bij de joden in gebruik zijnde, aanhaalt, vindt men geen spoor van de belofte van zuiverheid. Leven v. d. II. Maagd, bladz. liM, in de noot.

HI,Anzi.iDI: :.,0.

Haar waar de lierberi^ is, waarlieên haar voet zich richt,

De bruiloft van Maria en Joseph werd gehouden te Jerusalem, in een huis bij den berg Sion, hetwelk' men dikwijls huurde voor zulke cm-

ocr page 42

aantkkkkmnckn

si nidigliCnlen. l.even v. d. II. Mnngil, hliulz 11)s. Kldcrs nerd dit liuls, pone hei'lit-rg geiKKimd.

UI.AD/.I.IDK -' I .

Do (lei'do dat; na 't leust vindt Joseph in du woning,

Zijn ouderlijke linis van David, isrei's koning,

\n don romuin vcrlinnrd......

I let huls, dat Joseph met zijne ouders te liethleliem bewoonde, «as het Imis van .lesse, den vader van David. Het kwam later in Ro-meinsche handen. Toen Joseph en Maria to Bethlehem kwamen, was dit het huis waar de belastingen moesten betaald worden en waar Joseph zieh aanmeldde, om uit zijne papieren zijne afkomst uit het geslacht van David te bewijzen. '/Ais het leven v. d. II, Maagd, bladz. 181 en 182 en bladz. 25!) — 3111.

HLAU/.t.lDU 22.

Om elders, mogelijk wel naar I labbuselli, mei zonen Kn dochters heên te gaan,......

Jesns ging bij Dabbeseth, iu eene vallei, waar Sadoe, oudere broeder van Joseph, woonde. Sadoc had twee zonen en twee dochters, die in innige betrekking waren met de heilige familie. Toen Jesus in den ouderdom van twaalf jaren in den tempel bleef, was de fmnilie van Sadoc eene dergeue, in welke hem zijne ouders gingen zoeken. Leven v. d. II. Maagd, bladz. 188.

m,ad/,i,idr. :l(i.

\u kan hij blijven en zijn lieve bruid verblijden,

Denteronom. \MV: 5. Wanneer een man nog pas eene vrouw zid genomen hebben, zal hij niet uittrekken ten strijde, noch zal men hem eenigen openbaren last opleggen, maar hij zal vrij en zonder schuld zijn iu zijn hnis, om zieh een jaar lang met zijne vronw te verheugen.

ltl,Al)/.l,M)H 2(i.

Dat Xazareth haar nied beviel. Want toch die stad Verkoos hij zeker evenmin om er te wonen.

Ill

ocr page 43

\ \M l'.KK I \ 1 M.l V.

.loscïpli (wildo hij zijne terugkomst uit Kgypte) niet wnlerkceren nmir NT:iz:ireth ; iniinr zieli te Hethlfiiieni, zijne geljoortestad, liiiiin vestigen. I'',r verscheen hem op nieuw een engel in zijnen shuip en heviil hem uaur Niizareth weder te keeren, wiit hij inmstomls deed.

Leven v. d. H. Mimgd, hladz. Ki k

HLAD/.MDE :2li.

Vlunr lu;t was Anna' huis, nu waard aan elk te lootien.

[)e heilige Anna heseliikte voor de heilige lamilie het kleine huisje van Nazareth, dat haar toebehoorde. Leven v. d. II. Maagd, hl. 204.

lil.A DZI.i Dü :!7.

Nadat liij aan y.ijn bruid de /aak heult uitgelogd.

Ik heb daarmede niet willen zeggen, dat Joseph de ware reden van zijne weigering aan Maria mededeelde ; maar slechts dat hij trachtte haar daarmede genoegen te doen nemen.

tiLAUZiJUlc :!!).

Straks knielend voor het kind, dat men u geelt te dragen.

Kr was alreeds een uur verloopen na de geboorte van het kind, als Maria den heiligen Joseph riep, die nog met het imngezioht ter-aarde liggende, bad. (ienaderd zijnde wierp hij zich vol vreugd, ootmoedigheid en vurigheid neder. En het was slechts, om de geheiligde gift van dou Allerhoogste tegen zijn hart te drukken, dat hij opstond, het kindje Jesus in zijne armen nam en (iod met vreugdetranen bedankte. Leven v. d II. Maagd, bladz. 370.

lil AD/MIIK -'iü.

Toen kwam uw einde, zacht, in de armen van de. Maagd.

Op het oogenblik dat de H. Joseph den geest gaf', was de H. Maagd aan het hoofdeinde van zijn bed en hield hem in hare armen. Leven v. d. II. Joseph, bladz. 228.

lU.ADZI.IDK .'ill.

Reeds daalde de englenschaar, die straks ten hemel draagt.

ocr page 44

\ \ XTKhKKNIMil'.N.

I gt;(• kMliliM' « iis llirl (it'll hcilitilsuli lirlil vervuld (in er Imvond zii'li een ji'i'ool li't'lnl (iiig'c.len in. l;(!V(Mi v. d. II. Joseph, blad/. ~i■'! on iI.

in.AD/.r.ini. •')!.

SI,•uil) znclit! I'lon hiiiiiclseh licht vertroost, die u liewwitiun, Kil 'i oor iinii 'I iim'iKiecoord en zmiir van englen leeiien,

Men lieii'roel' .l(igt;(!]ih in een prneliti^ wnd'. Sleciits Jesus, .Marin en ee-11 io'c jindere ])ersoneii volgden hel lijk iiiiar hel gnit ; doeii dit schitterde van licht en een menigte henielsehe geesten vergezelde /.ijn kosthanr overlilijf'sel Leven v. d II. Joseph, hludz. 22*1

l'in troedt straks Jesus op in 't openbare leven,

en de veertien volgende regels. Vergelijk Mattli : \1.\, 15.

1!1,A1)/,1J1)K 'i 1

Is 't iindwoord een geheim, nan nllen niet gegeven Tc vatten, schoon het was het raadsel van n\v leven, Ten voorbeeld stellen van een lieilgen levensstaat.

Matth MX II en 12. Hij zeide tol hen; Niet allen vatten dit woord, maar zij aim wien het gegeven is. Want er zijn ontmanden, die uit moeders lijl' zóó gehoren zijn, en er zijn ontnianden, die van de menschen zoo gemankt zijn, en er zijn oiitinanden, die zich zelven ontmand hebhen om het lüjk der Hemelen. Die het vatten kan, vatte het.

mc ■'i.'i.

l'ln ,/'t ilc.il n, vader!quot; wordt door cnklen slechts veniomcn,

Onenh. Xl\ ; IS. I'ai ik hoorde eene stem uil den hemel, die tot mij zeide: Sehrijl': zalig zijn de dooden die in den lleere sterven! Van nn aan reeds, zegt de (leest, zullen zij rusten van hnnnen arbeid ; want huiiiie werken volgen hen.

1:2

ocr page 45
ocr page 46
ocr page 47

■ -

' ' ■ ' ' ......

..... —.......■

■■.....

■

.....■

- ■

......

... ... V... KjiH-.....

■■ ' ' ' - ........

- - - -■ ■ ......... ........

— .-.V'. ' . ' •••uitó ■ •; .....: .........■■ quot;

....

i

■ ' ....., . .

.... ....

...... ... . , -

ocr page 48