ocr page 1

496

p^K

. '»X

0

-•wyy ;

^ /-v IS

:-/gt;gt;-.- 4^i v~/!fy

^quot;fquot;-'' 'i-1'v., gt;^4' ■quot;■•■^Vfï'' v ......b K

ft '--U,

.\L.-te'è.idSSm

ru?^ TC«£wi'

-- -^i^-

•JVJ

ocr page 2
ocr page 3

PI Mr.f

pJIS?. Til-i-; ~af^g--'.-'S--1 il ^'-: ' ;quot; !■ 7 , yÊ

*

ocr page 4
ocr page 5
ocr page 6

s il

: V ::

' |

ocr page 7

officiëel gedenkboek.

ocr page 8
ocr page 9

r

V.... ^ Ha. ^

Officieel Gedenkboek

VAN DE

FEESTELIJKE ONTVANGST EN DE INHULDIGING

VAN HARE MAJESTEIT

KONINGIN quot;WILHELM1NA HELENA PAULINE MARIA

BINNEN AMSTERDAM IN 1898.

bibliotheek dew I

rijksuniversiteit t UTRECHT

COLL. THOMAASBB !

AMSTERDAM,

VAN HOLKEMA amp; WARENDORF. 1898.

ocr page 10

• t *quot; quot; quot;^j WmmÊÊÊÊMÊSSBSÊÊiammL

t

' :■-

lai ■

.

-■,:••■ f'-' ^ '■'•■:

HMBafc........ vOM

BraRBBM ' '|ïV'4nj

ÈM$m


ocr page 11

l^bnin^in der Nederlanden enz enz. enz binnen de stad ^'rnslerdam in 1898 D^^-2 rkqnde vaii den bnverbreekeliiken band,

-•lTs\p1Cr\---. ■ - ■ ■ ■■ ■ ' - - ...... .........

lusschen ^brslenhuis «en '.Volk is gelegd en op nieuw wordt bezegeld

t\s betu^igjrig van oprechte hulde van

$lj$wilamp;amp;\Famp;gt;tbsbi j^elrouwe onderdanen.agt;®agt;©sgt;®2;c ) ' ^^o.rdt dit gedenkboek namens d c JHl o o fd com m is -sie vah^tlhsrezetenen voor de feestelijke ^ntvanofst van

-tfjfa—O-.7^-quot;j* —A.— )-Ep-O-

er herdenking aan de plechtige beëedie^ing-en inhuldiging van

are_i^iJeileü_ de K-onin^iiv; te Amsterdam uitgegeven.

i^msterdam Mei 1898

■Pcl ^oinltc van uitvoering uit de ^^toofdcommissie voornoemd:

f-fj

- ; 02..

Ecre N'oorzittcf.

Vice Voorzitter. % —e^_ %

Secrctan», %

I

I %

\ S

Vooraillcr. Pcnm n^mccsfc r.

Wm/éiniï%i

x » w* ^ ^ ^ V- r^-0 ' * - -

-i 0 * 0 m * * s W * * J * 4* {r^ % V V X v % % ^ ^ ^ ^

De uitgevers van Holkem;i amp; Warcndorf.

ocr page 12
ocr page 13

x:

•. *gt;•«£ ^ O ^ amp;St? ^m

lt;Jamp;£

J ^«gt; Jsl'T. tgSe ^/rCamp;n

£* ^yrx.— #

^y^SS*. S/y ^ /^

lt;2-*lt;^i^lt;^ ^z^crt.49^^

s

/

^2- lt;^£^5rv- ^Zc amp;zzs

, ****■ lt;-^\^^gt;-gt;^. «g—■^-lt;^gt;1 -tScr^.4»^^

££/amp;lS amp; »Ce^t-4 lt;amp;quot; ^e^Zi-/.

ocr page 14

y ty^Sc amp;

; ^^«SNr^e X^2^z-e--3^^-«»''-C ^gt;~**^Z-lt; /3^- és tf-er-rquot; ^tCc*cS c^^ v1- s? *lt; lt;

r

nCi(^~i~^££,4?- -^Vgt; —**Cyamp;7z-lt;^s*—^{'-st___, ^

J^lt;it^3^ y yó*2~aé S*~e^L *7yCgt; Js~e^/ STcZSti-?!,

e^C^sT^ cuf^ /s S*/£0^^ /

ocr page 15

lt;amp;*■quot; acTyamp;J.* ~^CWrrsi lt;nSi^a^T*^'/

C^e^amp;a^S'

amp;z s/i' T* ^\cA ^

ftlXm ^gt; a-n ^-tPé* ^lt;£-£-*4. *3.^gt;4?,M~'S

«-; —T,. — S SJS* C C*S *- lt;*^4.1 S-f .S #

dP2^ e-^ lt;1. .^/ZC-^é cr#^ sL-^y Sè'i. ^ .y£ï} *amp; e/Ct

Ê^ S S

er^si- f-^'S' ^v-^V' t^r-,

Jamp;f

(^%- KZ-y^trsst?s^yfsl*y lt;3rx ej. J*-,s-._^

ryn

ocr page 16

r

I

„J

.

ocr page 17

?

4

gt;V

ï If r

! t M

—1----.h j j.-

Lv

mmmÊÈ

pi

V V 1 T

ti

^^:r

i-1

s

éi

i Ni _|

V V 5 5

JÉP

N J 1 1: i i i

-4 gt;—j-J—

f

rJ

^ ___

J

ocr page 18

V4

t

t.

ocr page 19

HARE MAJESTEIT W1LHELMINA HELENA PAULINE MARIA, KONINGIN DER NEDERLANDEN.

De 310 Augustus 1880 was een onvergetelijke dag voor Nederland.

Willem de Zwijger, die in zijn somber brons, grootsch in zijne onbewegelijkheid, het Koninklijk Paleis van zijn nazaat bewaakt, moet bij die zegenrijke gebeurtenis van vreugde getrild hebben.

De eerste Oranje begroette de ontloken bloem aan den kwijnenden Oranje-stam.

Op dien gedenkwaardigen dag uit het buitenland naar huis keerende, vernam ik des avonds te Utrecht het heugelijk nieuws. Een ieder was opgetogen; men drukte elkaar de hand en sprak over niets dan over de welkome gebeurtenis. En zóo was men er geheel van vervuld, dat, toen wij 's avonds in een vigilante van het Staatsspoor in den Haag naar huis rijdende, aan een paar zingende soldaten vragend toeriepen: ,,Wat is het?quot; men onmiddellijk begreep, dat die vraag slechts de éénige gebeurtenis kon gelden en juichend antwoordde: ,,Een prinsesje! een prinsesje!quot;

Overal werd feest gevierd. In den Haag wapperde door de geheele stad de vaderlandsche driekleur, en door de straten trokken lange optochten van met oranjestrikken en linten getooide kinderen, die vaderlandsche liederen zongen.

ocr page 20

h. m. wilhelmina helena pauline maria,

Bij den Burgerlijken Stand werd het kind ingeschreven onder den naam van: Wilhelmina Helena Pauline Maria. In de opgaven van den Burgerlijken Stand las men: „Bevallen: Hare Majesteit Adelheid Emma Wilhelmina Theresia, Koningin der Nederlanden, geboren Prinses van Waldeck en Pyrmont, dochter.

Hoek en Vinkhuyzen.quot;

Bij de aangifte fungeerde als ambtenaar van den Burgerlijken Stand F. M. Baron van der Duyn van Maasdam; getuigen waren: de Minister van Justitie Modderman en de Minister van Buitenlandsche Zaken Graaf van Lijnden van Sandenburg.

Volgens artikel 29 van het Burgerlijk Wetboek is de ambtenaar, die de acte opmaakt en inschrijft, bevoegd te eischen, dat het kind hem worde vertoond. Natuurlijk werd tegenover den Koning, die persoonlijk de aangifte der geboorte deed, van die bevoegdheid geen gebruik gemaakt. Men wilde den Koning eenvoudig de van te voren opgemaakte acte voorlezen, doch Z. M. riep vroolijk uit: ,,Met uw verlof, een oogenblik! De heeren dienen zich te overtuigen, dat zij geene onjuiste verklaring afleggen!quot; En Z. M. liet het kleine, mollige prinsesje, dat zeer zeker niet bewust was van hetgeen met haar gebeurde, binnenbrengen en aan de heeren vertoonen.

Intusschen had Z. M. aan de Staten-Generaal de volgende Boodschap doen toekomen:

,,Het is voor Ons eene groote vreugde, U de blijde tijding te kunnen mededeelen, dat Hare Majesteit de Koningin, Onze beminde Gemalin, heden namiddag bevallen is van eene Prinses.

,,Wij zijn overtuigd, dat de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal van harte deelen in de gevoelens, die deze heugelijke gebeurtenis bij Ons opwekt, en met Ons dankbaar den zegen erkennen, die door den Allerhoogste aan ons Huis en het Vaderland is geschonken.

,,En hiermede. Mijne Heeren, bevelen wij u in Godes heilige bescherming.

's Gravenhage, 31 Augustus 1880.

Willem.quot;

12

ocr page 21

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

Om de statige doopplechtigheid bij te wonen, welke den 120quot; October in de Willemskerk te 's Gravenhage plaats had, werd door menigeen met zooveel slimheid en volharding te werk gegaan, alsof zijn zieleheil er van afhing. Die eerste kerkgang van het Prinsesje was vol luister en praal. En juist toen de hofprediker, Ds. Koetsveld, den zegen uitsprak, trilde er een zonnestraal door het hooge kerkraam en liefkoosde de koninklijke doopelinge.

De kunstschilder Eerelman, wien dit teekenachtig moment trof, ontwierp er onmiddellijk eene schets van, die hij onlangs, bij een bezoek

van HH. MM. de Koninginnen op zijn atelier, aan de Hooge gasten toonde, met de luimige opmerking tot de jonge Koningin: ,,Daar zal Uwe Majesteit zich waarschijnlijk niets meer van herinneren!quot;

Nadat aan mejuffrouw Besier gedurende korten tijd de zorg voor de jeugdige Prinses was opgedragen en daarna ook freule De Koek met die eervolle taak was belast, werd freule Van Heemstra tot gouvernante benoemd.

ocr page 22

H. M. WILHELMINA HELENA PAULINE MARIA,

De met freule De Koek aangeknoopte betrekking werd echter steeds aangehouden, zoodat genoemde freule ook later, waar de omstandigheden dit noodig maakten, hare taak tijdelijk hervatte.

Freule Van Heemstra trad in October 1887 af. Na het overlijden van Z. M. den Koning werd jonkvrouwe Van de Poll, hofdame van H. M. de Koningin-Regentes, benoemd tot sur-intendante der opvoeding van H. M. de Koningin, van welke functie zij in November 1896 op eervolle wijze ontheven werd.

Zoo groeide de jeugdige Prinses op en telkens als het koninklijk rijtuig voorkwam om met het jonge Prinsesje in den omtrek van 's Gravenhage te toeren, kon men op het voorplein van het paleis, om en naast het voetstuk van den grooten Zwijger, eene eerbiedig wachtende menigte bespeuren, die met groote opgewondenheid den kostbaren schat, het kind van staat, toejuichte.

Steeds was het prinsesje met haar klein gevolg in de onmiddellijke omgeving van Koning en Koningin. En zoo naderde allengs de eerste verjaardag van het alom beminde Prinsesje. Reeds had de Koninklijke Moeder herhaaldelijk en met beslistheid gezegd: ,,Als mijn dochtertje één jaar is, zal zij wel loopen 1quot; Men had weifelend de schouders opgehaald en Hare Majesteit er op voorbereid, dat menig kind, hoe heet gebakerd ook, zulk een kunststuk niet volbrengt. Doch alsof de omstandigheden zich naar den wensch of den wil der Koninklijke Moeder voegden en plooiden : — een paar dagen vóór het Prinsesje haar eerste jaar volbracht had, liep zij. En toen zij op het lustslot Het Loo haar eersten jaardag vierde, kon men het kleine wichtje op het terras van het paleis tusschen den breedgeschouderden, statighoogen Koning en de beminnelijke Koningin zien staan, de aubade ontvangende van de kinderen uit Apeldoorn, die het eenjarige Prinsesje zingend en juichend kwamen begroeten.

Altijd in de nabijheid van vader en moeder groeit het Prinsesje op, en zoodanig is het eenige kind beider onafscheidelijke gezellin, dat bij eene officieele receptie als die op Nieuwjaar Zijne Majesteit met het dribbelend Dochtertje aan de hand de gelukwenschen van de hooge

'4

ocr page 23

1

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

Collegiën van Staat en van de diplomatie ontvangt. Vrijmoedig trippelt het Prinsesje 's Konings kamer binnen en vleit Z. M., om toch haar nieuwe speelgoed eens te komen zien, waaraan de Koning goedwillig voldoet.

Het liefste speelgoed van het Prinsesje waren de poppen. Met deze werd repetitie gehouden van alles wat de zesjarige deed, hoorde of zag. Tot eene dier poppen, wier bevattingsvermogen zeer gering scheen te zijn, werd gezegd: ,,Je zult het niet ver brengen in de wereld! Als het zoo voortgaat zal-je geene goede betrekking kunnen vinden!quot;

Mejuffrouw P. J. van Eelde,

die in het Maartnummervan 1897 van het „Bedford Collegequot; (London Magazine) waarvan zij student geweest is, onder den titel van:

„The Dutch,

their sympathies and their queenquot;

een zeer lezenswaardig, pittig artikel geschreven heeft, vertelt uit

dien poppentijd van het prinsesje de volgende aardige anecdote. Tot een heer uit de hofhouding van wien het bekend scheen, dat hij uiterst bang was voor alles wat naar aanstekelijke ziekte zweemde, richtte zij de vraag: of hij niet voor besmetting bevreesd was, daar al hare poppen de pokken hadden.

Toen het Prinsesje den leeftijd van zes jaar bereikt had, werd voor hare verstandelijke ontwikkeling een onderwijzer der openbare lagere school gekozen. De koninklijke ouders wenschten, dat hun kind van

ocr page 24

l6 H. M. WILHELM1NA HELENA PAULINE MARIA,

die zelfde openbare school, waarin de meeste kinderen in Nederland hunne kennis opdoen, ook de grondbeginselen zoude leeren.

Op aanbeveling van Dr. L. R. Beijnen werd de heer W. Gediking, hoofd eener school te 's Gravenhage, met het onderwijs aan het Prinsesje belast. Hare Majesteit besprak op uitvoerige wijze met den heer Gediking het geheele leerplan, en lette zóo nauwkeurig op alles, wat daarmede in verband stond, dat zelfs de grootte van het handschrift bepaald werd, waarin het Prinsesje zich oefenen zoude. Vorsten of Vorstinnen, aldus redeneerde H. M., hebben steeds menschen genoeg om zich heen om vlug en snel voor hen te schrijven, maar hetgeen zij zelve neerschrijven, behoort leesbaar en duidelijk te zijn, in tegenstelling met het handschrift van zoo vele vorstelijke personen, dat onleesbaar en onontcijferbaar is.

Is deze opvatting niet eene bekoorlijke toepassing van het bekende : ,,L'exactitude est la politesse des Reis.quot; Het handschrift der jeugdige Koningin is dan ook, dank zij het aanhoudend toezicht en de nooit falende opmerkingen, indien er aanleiding toe bestond, regelmatig, duidelijk en vast.

Toen de heer Gediking met het onderwijs aanving, had de zesjarige Prinses tot haar derde jaar Hollandsch gehoord en gesproken. Daarna was Mademoiselle Liotard gekomen, eene jonge zeventienjarige Frangaise, die voornamelijk tot gezelschap diende en die tevens het Prinsesje op geleidelijke wijze Fransch zou leeren spreken. Op vijfjarigen leeftijd van het Prinsesje was Miss E. Saxton Winter naast Freule Van Heemstra als gouvernante opgetreden. Tot November 1896 bleef Miss Winter aan de zijde der jeugdige Koningin. Toen keerde zij naar Engeland terug. De taak, welke zij zoovele jaren tot groote tevredenheid der Koninklijke Moeder had vervuld, was afgeloopen, doch met weerzin scheidde Hare Majesteit van hare getrouwe gezellin, speelkameraad en gouvernante.

* *

*

Aanvankelijk duurden de lessen een half uur; daarna volgde eene rust van een kwartier, en dan werd opnieuw een half uur gewerkt. Zoo werd er dagelijks, behalve de voorbereiding, een uur onderwijs

ocr page 25

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

genoten. Daarbij paste de leeraar het leerplan der openbare school zooveel mogelijk toe. Sommige vakken meer uitgebreid, zooals b.v. natuurlijke geschiedenis, andere wederom ingekrompen.

Voor elke les bereidde de koninklijke leerlinge zich een half uur voor, door met hare trouwe gezellin. Miss Winter, het geleerde na te gaan of te herhalen, zoodat alles goed in het hoofdje zat. Dan had op de les zelve eerst herhaling van het geleerde in de voorgaande les plaats en daarna volgde het nieuwe.

Voor het oefenen in het spreken en vertellen werd de volgende leerwijze toegepast:

Eerst deed de leeraar de geheele vertelling;

den volgenden keer antwoordde de Koninklijke Leerlinge op allerlei vragen,

welke de leeraar betreffende het gedane verhaaltje deed;

daarna kreeg het Prinsesje het woord en ging zelve aan het vertellen.

Zoo begon in Januari 1887 het eerste onderwijs. Zeer dikwijls woonde H. M. dat bij, en altijd, met uitzondering van enkele dagen, was Miss Saxton Winter daarbij tegenwoordig.

De eerste les van de 121 y, welke de heer Gediking in tien jaren gegeven heeft, begon met het uitpakken van eene lei, een koker met potlooden, griffels en liniaal. Met deze voorwerpen werden allerlei aanschouwelijke rekenkunstige vraagstukjes gedaan en woordjes ontbonden. Ook werden er lijntjes op de lei gehaald.

Eenige weken na dit aangevangen onderwijs was het Prinsesje

ocr page 26

H. M. WILHELMINA HELENA PAULINE MARIA,

eens een weinig ongesteld, doch het schoolwerk mocht niet zoo licht worden opgegeven, daarom liet H. M. verzoeken, alleen eene wat kortere en gemakkelijke les te geven.

Zoo werd aan de Prinses reeds op zeer jeugdigen leeftijd strenge plichtsbetrachting ingeprent.

Uit zich zelve bezit Prinses Wilhelmina eene wilskracht, die zich telkens openbaart, ook in de zelfbeheersching die er een uitvloeisel van is. Zoo weet de Koninklijke Leerlinge, opgewonden in het vooruitzicht van den volgenden dag met vader en moeder naar Het Loo te reizen, zich toch zoodanig onder de les te bedwingen, dat de leeraar Haar op geene enkele onoplettendheid betrapt.

Herhaaldelijk wenscht H. M. het werk van leerlingen der openbare school te vergelijken met dat van Haar kind. En zoo brengt de heer Gediking in November 1887 vier beschreven leien en een schrift ter vergelijking mede, die, wat de lettervormen betreft, minder goed blijken te zijn dan de Prinses schrijft, ofschoon het arbeid van de besten uit de tweede klasse is.

Op den i^0quot; December 1887 wenscht H. M. dat de Prinses drie halve uren daags les zal ontvangen: van 8'/.,—9, van 91/2—10 en van i1//,— i 'A ure. In de middelste les het meest boeiende en gemakkelijkste werk. Daartoe had H. M. eene werkverdeeling ontworpen, die met den leeraar behandeld en vastgesteld werd.

Met platen, voorwerpen en opgezette dieren werd het onderwijs zoo aanschouwelijk en afwisselend mogelijk gegeven. Van het eene onderwerp kwam men op het andere, en de leergierigheid van het Prinsesje was menigmaal moeilijk te bevredigen.

Zoo groeit het Prinsesje op, haar tijd tusschen spelen en leeren ver-deelende. Op Het Loo in Haar afzonderlijk tuintje arbeidende, groenten en bloemen kweekende, in Haar ezelwagen, later met een poney bespannen, door het park rijdende, en door hare moeder eigenhandig in de behandeling der naald onderwezen.

Hare Majesteit gaf Haar kind zelve gedurende tien jaar naailes. Onder leiding en hulp van hare moeder heeft Prinses Wilhelmina al de kleertjes, die het toilet eener pop vormen, achtereenvolgens geknipt en

i8

ocr page 27

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

genaaid. Van December 1896 tot Maart 1897 heeft freule Wichers Hare Majesteit onderricht in fraaie handwerken gegeven.

De Koninklijke Moeder wenschte dat Hare Dochter, die als Vorstin tal van gestichten en scholen zou bezoeken, waar de vrouwelijke verpleegden en scholieren zich met het linnennaaien in al zijn omvang en voortreffelijkheid bezig houden, met grondige kennis van zaken over den

Tuin van Hare Majesteit de Koningin op ,.het Loc.quot;

Naar oen lichtdruk.

aan Hare goedkeuring onderworpen arbeid zou oordeelen. En aldus geschiedde.

Als Koningin Wilhelmina nu een of ander fraai handwerk wil beginnen, is H. M. door hare degelijke teekenstudies en kennis van den vorm in staat, het ontwerp daarvoor zelve te schetsen. Zoo is er reeds meer dan een fraai handwerk door de koninklijke fantaisie eerst ontworpen en daarna door die zelfde handen ten uitvoer gebracht, waarmede

•9

ocr page 28

20

de jeugdige Vorstin Hare Moeder bij eene of andere feestelijke gelegenheid, op jaardag of Kerstavond, verrast heeft.

Intusschen gaat de heer Gediking onafgebroken met zijn onderwijs voort, en zoo degelijk blijkt zijne leiding te zijn, dat de hem latei-opvolgende leeraren en hoogleeraren met lof verkondigen, dat zij op de door hem gelegde grondslagen terdege kunnen voortbouwen.

Geleidelijk breidt zich het leer- en waarnemingsveld meer en meer uit, en naarmate de jeugdige Prinses zich meer ontwikkelt, treden Hare zelfstandigheid, Haar juistheid van blik. Hare nauwkeurigheid. Haar beslist eigen wil, Hare buitengewone oprechtheid en Haar streng plichtbesef sterker op den voorgrond.

In den aard van het Prinsesje openbaart zich een streven naar het moeilijk bereikbare, het hooge; Zij toont het bewustzijn, veel te kunnen, wanneer Zij zich daartoe inspant. Vol zelfvertrouwen grijpt Zij alles aan.

De Prinses vindt ,,juist het gemakkelijke zoo moeilijk,quot; omdat Haar geest zich er dan niet geheel mede bezig houdt en derhalve allicht verstrooid geraakt. Van lieverlede wordt trouwens het leerprogramma van zelf moeilijker en uitgebreider, en behelst de lesrooster: rekenen, dicteeren, algemeene kennis, spreken, lezen, schrijven, vragen, vormleer, aardrijkskunde en natuurlijke historie.

Zoowel op het groote als het kleine wordt door de zorgzame Koninklijke Moeder gelet, zelfs op de houding van het Prinsesje bij het schrijven met de pen, waarbij de linker elleboog op de tafel ligt en de schouder wat te hoog opgetrokken wordt.

In Januari 1889 werd met het onderwijs in de Vaderlandsche Geschiedenis aangevangen; dat in aardrijkskunde werd reeds sedert Mei 1888 gegeven. Het onderwijs in beide vakken was tot Juli 1890 aan den heer Gediking toevertrouwd en werd daarna voortgezet door Dr. Salverda de Grave. In October 1889 werd deze belast met het onderricht in Fransch lezen en schrijven en Fransche spraakkunst; in de tweede helft van 1890 met den geheelen omvang van het onderwijs.

Dr. Salverda de Grave, die zich met niet minder ijver en toewijding dan de heer Gediking van de hem toevertrouwde gewichtige taak

ocr page 29

21

heeft gekweten, zette den cursus van middelbaar onderwijs voort tot 22 October 1896, en had, even als zijn voorganger van de lagere school, het voorrecht, de goedkeuring van de Koninklijke Moeder te verwerven voor de wijze waarop hij het hem geschonken vertrouwen wist te beantwoorden.

Onder zijne leiding werd de jeugdige Prinses allengs voorbereid tot het onderwijs, dat Haar straks in verschillende vakken door de bekwaamste professoren zoude worden gegeven.

Van de wijze waarop dit Hooge onderwijs en de gewichtige voorbereidende cursus van Dr. Salverda de Grave werd geregeld, kan het volgende overzicht een denkbeeld geven.

Van Augustus 1890 tot October 1896 gaf Dr. Salverda de Grave onderwijs in de Nederlandsche taal en letterkunde. Eveneens onderwees hij aardrijkskunde van 20 Aug.

1890 tot September 1894;

daarna gaf professor Kann tot November 1897 in laatstgenoemd vak onderricht.

Natuurkunde werd van November 1892 tot October 1894 door den heer Gediking onderwezen; van Juli 189^ tot Februari 1896 door Dr. H. van der Stadt, Directeur der H. B. S. te Arnhem.

Voor de Vaderlandsche Geschiedenis trad van October 1891 tot Augustus 1894 Dr. Salverda de Grave als leeraar op; van 1 October 1896 tot December 1897 vervulde professor Blok deze taak. Aan het onderwijs in de Fransche taal en letterkunde wijdde zich wederom Dr. Salverda de Grave van October 1889 tot 22 October 1896.

Onderwijs in Algemeene Geschiedenis was van 20 Augustus 1890 tot Januari 1894 de taak van Dr. Salverda de Grave; van laatstgenoemd tijdstip tot April 1898 was professor Kramer hiermede belast. Nederlandsche en Fransche letterkunde werd van Juni 189^ tot 22 October 1896

ocr page 30

H. M. WILHELMINA HELENA PAULINE MARIA,

door Dr. Salverda de Grave onderwezen; Engelsche taal van October 1891 tot 22 October 1896 en Engelsche letterkunde van September 189^ tot October 1896: door Miss Saxton Winter; Hoogduitsche taal- en letterkunde van 1 December 1894 tot Paschen 1898 door Dr. E. F. Kossmann.

Dr. H. Blink, destijds Directeur der H. B. S. te Nieuwer-Amstel, gaf H. M. van 20 Mei 1896 tot half September 1896 onderwijs in de Cosmographie. Onderwijs in de kunstgeschiedenis werd van 12 Dec. 1896 tot 6 Maart 1897 door professor Kramer gegeven, daarna, tot Maart 1898, door Dr. P. Hofstede de Groot. Het onderwijs in Staatsrecht en Staathuishoudkunde van Nederland was van October 1897 tot Augustus 1898 opgedragen aan professor De Louter, die tevens van Maart tot October 1896 een overzicht van de Bestuursinrichting van Ned.-lndië gaf.

In Januari en Februari 1898 gaf de Luitenant-Generaal Kool, chef van den generalen staf, een overzicht van de organisatie en het gebruik van het leger, terwijl de schout-bij-nacht Stokhuyzen, van 4 Maart tot half April 1898, H. M. de samenstelling en het gebruik onzer Marine uiteenzette.

Van het najaar in 1887 tot in 1888 ontving H. M. van den heer Gediking eenig onderricht in vormleer, in den winter van 189^—96 en

in dien van 189G—97 tot 20 April '97, eveneens in meetkunde en algebra.

* *

*

Op 23 November 1890 maakte de dood een einde aan het leven van den laatsten mannelijken telg uit het huis van Oranje.

Willem de Zwijger, de machtige voorzaat, begroette met diepen weemoed, in dat gesloten Paleis tegenover hem, de overgebleven telg uit het treurende huis van Oranje.

De hofprediker te Arolsen, die het huwelijk van Koningin Emma had ingezegend, had bij die gelegenheid H. M. op het hart gedrukt, steeds het volk van Haar echtgenoot te beschouwen als haar volk. Van dit gewichtig oogenblik af gaf de loop der omstandigheden H. M. de Koningin-Regentes meer dan ooit aanleiding om te toonen, dat Zij zich van dien plicht ten volle bewust was.

22

ocr page 31

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

Terecht hadden Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal bij de benoeming van H. M. tot Koningin-Regentes het vertrouwen uitgesproken, dat H. M., ,,die aller harten wint door de wijze, waarop Zij, niet het minst in deze moeilijke dagen, hare roeping vervult, — tot de nieuwe taak, die Haar wacht, kracht zal vinden in de eenstemmigheid, waarmede Regeering en Volksvertegenwoordiging Haar het Regentschap opdragen,quot;

Ondanks die tijdroovende staatszorgen werd echter aan de opvoeding en de geleidelijke ontwikkeling der jeugdige Koningin de grootste aandacht gewijd.

Dr. Salverda de Grave had van 1889 tot 1896, in den aanvang driemaal een half uur en later 21/2 uur daags, in de reeds vermelde vakken onderwijs aan H. M.

gegeven. Op al Hare reizen en tochten binnen dat tijdvak vergezelde genoemde leeraar H. M., behandelde met zijne koninklijke leerlinge de Fransche klassieken en moderne schrijvers; las met H. M. gedeelten uit Molière, Racine, Corneille e. a., waarbij door H. M. aan Corneille's Polyeucte de voorkeur gegeven werd. Van de Nederlandsche schrijvers leerde Dr. Salverda H. M, de beste en beroemdste kennen en gaf H. M. eene bloemlezing uit hunne scheppingen.

* *

*

De heer I. Stortenbeker, hofpianist, gaf reeds aan het zevenjarig Prinsesje les in het pianospel. Tweemaal 's weeks een uur. Tot H. M.'s vijftiende jaar heeft Zij zich vlijtig in deze kunst geoefend, speelde ten slotte gemakkelijk arrangementen voor piano van Beethoven, en is

23

ocr page 32

H, M. WILHELMINA HELENA PAULINE MARIA,

geëindigd met de laatste vier maanden een cursus in de geschiedenis der Muziek te volgen, waarbij de heer Stortenbeker de werken dei-voornaamste componisten en het karakter der voornaamste toonwerken ontleedde,

* *

*

In October 1890 ving de jeugdige Koningin met Hare eerste lessen in het teekenen aan. Het Koninginnetje ontving die lessen van den kunstschilder F. Jansen, onderdirecteur en hoofdleeraar aan de Academie van Beeldende Kunsten te 's Gravenhage. Deze les werd éénmaal per week gedurende een uur gegeven en bestond aanvankelijk uit het teekenen naar ijzerdraad- en meetkunstige figuren, waarbij tevens de beginselen der perspectief in toepassing werden gebracht. Hierna werd overgegaan tot het teekenen van eene reeks voorwerpen uit het dagelijksch leven, zooals vazen, kruik, een kruiwagen en andere dingen. Spoedig daarna bepaalde H. M. de Koningin-Regentes, dat Miss Winter eveneens aan de lessen zoude deelnemen, en werd de duur daarvan op anderhalf uur, later op 2 uur per week gebracht. Na het vertrek van Miss Winter namen de beide hofdames van H. M. aan de lessen deel.

Na deze voorbereidende studiën begon het teekenen buiten, naaide natuur. Bij gunstig zonnig weder zocht men lommerrijke plekjes in de parken van Het Loo of Soestdijk op, om er studiën naar boomen of teekenachtige takken te maken. Bij minder gunstig weder teekende de Koningin uit de ramen van het paleis. Ook schetste H. M. dikwerf gedeelten van gebouwen, 0. a. van het ,,Oude Looquot;, dat herhaaldelijk van verschillende zijden, ook in aquarel, door H. M. is weergegeven. Daar paarden zeer bijzonder in de gunst der Koningin staan, koos H. M. deze bij voorkeur tot model. Eerst naar gipsafgietsels, later naar levende paarden in park, stal of elders.

In de laatste jaren heeft de Koningin naar bloemen en andere voorwerpen in olie- en waterverf geschilderd. Sedert het begin van den afgeloopen zomer heeft H. M. zich afwisselend met teekenen en aquarel-leeren buiten, en met het teekenen van pleisterafgietsels naar werken van Donatello en anderen bezig gehouden. Dergelijke studie naar

24

ocr page 33

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

pleisterkoppen is vrij droog en wordt door menigeen om het vervelende der oefening nagelaten: de Koningin zag er echter het groote nut en den heilzamen invloed van in, en verloochende bij die studie nimmer den ijver en de wilskracht, welke H. M.'s adjudanten voor het leven zijn.

Vol zelfvertrouwen en tegen geene moeilijkheden opziende, zocht de Koninklijke Leerlinge deze daarentegen bij voorkeur op. Met Haar vlug begrip van perspectief plaatste H. M. b.v. een pleisterpaard in den moeilijksten stand, geheel in het verkort, vóór zich, omdat deze studie H. M. het meest zou inspannen.

Menigmaal wordt in den stal eene schets of studie naar een paard geteekend, en als H. M.

in het voorjaar het Paleis te Amsterdam voor eenige dagen betrekt, zet Zij zich menigmaal voor een der ramen neer, om paarden,

die voor trams of rijtuigen staan, vlug in het schetsboek over te brengen.

Door het gezamenlijk teekenen werd het goede oogmerk bereikt, dat de aandacht van den leeraar zich over drie, vier leerlingen verdeelt, zoodat de éénige leerling niet onafgebroken onder het oog des meesters werkt. Ook de naijver wordt door mededinging geprikkeld, terwijl men bovendien onderling evenveel van elkaar leert als door de wijze opmerkingen van den leeraar. Ziedaar zoo vele redenen, die zeer stellig H. M. de Koningin-Regentes noopten, bij het teekenen een trio of quartet boven een solo te verkiezen.

In den met zorg en nauwgezetheid verdeelden dag, waarin ieder uur, elk kwartier zijne bestemming heeft, komt ook eene zekere hoeveelheid tijd voor ontspanning en lichaamsoefeningen voor.

4

ocr page 34

H. M. WILHELMINA HELENA PAULINE MARIA,

Onze jeugdige Koningin staat om zeven of half acht uur op, ontbijt en neemt tot 11 uur les; rijdt daarna te paard of in rijtuig uit en gebruikt vervolgens den lunch. Hierop volgen wederom een paar uren les, en daarna op nieuw een rit te paard of eene flinke wandeling in park, bosch of duin. Na de thuiskomst wordt een kop thee of bouillon gebruikt. Om half zeven gebruiken HH. MM. de Koningin en de Koningin-Regentes gezamenlijk het middagmaal; tweemaal 's weeks in gezelschap van de heeren en dames van dienst. Daarna wordt er nog gearbeid en gaat H. M. vroegtijdig ter ruste. Ziedaar tot heden het zeer geregelde en wel verdeelde leven der Koningin, waarin nu en dan door audiëntiën, partijen als anderszins wijziging wordt gebracht.

Het dagelijksch uitrijden wordt steeds, althans in de residentie, door eene talrijke menigte verbeid. Of het slagregent en de wind buldert, dan wel of de zon den trouwen bronzen wachter bestraalt, steeds oefent eene talrijke menigte het grootste geduld, om ,,het Koninginnetjequot; te zien uitrijden en een vriendelijken groet, een lieven glimlach van Haar te mogen ontvangen.

,,Als men op Moeder en Dochter let,quot; zegt mejuffrouw Van Eelden in bovengemeld essay, „wanneer zij zich in het openbaar vertoonen, valt beider wederzijdsche gehechtheid in het oog. De moedertrots, waarmede Zij naar het lieftallige meisje kijkt, aan wie Zij de eereplaats ingeruimd heeft, is treffend, vooral daar iedereen weet, dat Hare moederlijke liefde in geenen deele zwakke toegefelijkheid in zich sluit. . . .

,,Onze jonge Koningin kan in vrede slapen, als zij zich onder Haar volk bevindt, geleid en groot gebracht door Hare Moeder, die, hoewel geene Prinses van Oranje par droit de naissance, toch als zoodanig geëerd wordt par droit de conquête, eene overwinning door onbaatzuchtige toewijding aan Haar tweede Vaderland en Hare Dochter behaald.quot;

Zoo rijden Moeder en Dochter in eene open coureuse naar buiten, de vurige zwarte rossen fier en dartel, in flinken gestrekten draf, keurig, regelmatig en veerkrachtig gemend door Koningin Wilhelmina. Vriendelijk buigt het tweetal rechts en links en maakt door Haar glimlach voor menigeen den ganschen dag vol zon en geluk.

De aangeboren vorstelijke waardigheid der Koningin treft tot in de

20

ocr page 35

27

eenvoudigste beweging. Overal worden beide Koninginnen met geestdrift en eerbied begroet.

De coureuse rijdt het Haagsche Bosch in en ijlt tusschen de boomen, hoog en slank als de pijlers van een tempel, ontbladerd door den winter. Een zonnestraal breekt tusschen de grauwe wolken door, als om het bezoek der Koninginnen toe te juichen.

Bij de terugkomst aan het Paleis wordt het Koninklijk tweetal door

eene zelfde talrijke menigte weder begroet. En terwijl de jeugdige Koningin de wuivende en buigende schaar nogmaals groet, geeft H. M. een der lakeien een paar stukjes suiker voor de paarden, die het rijtuig getrokken hebben.

* *

*

Van Hare vroegste jeugd af heeft onze Koningin groote genegenheid voor dieren getoond. Op Haar negende jaardag werd de Prinses door Hare Koninklijke Moeder verrast met eene afbeelding van de vijf geliefde ponies ,,Blackiequot;, ,,Puckquot;, ,,Browniequot;, ,,Babyquot; en ,,Magquot;, in eene

ocr page 36

28 H. M. W1LHELMINA HELENA PAULINE MARIA,

weide nabij het Koninklijk Paleis Het Loo dartelende, en door den kunstschilder Eerelman op doek gebracht.

Een jaar later ontving de Prinses de afbeelding van Haren trouwen medgezel „Swellquot;, een zeer fraaien lerschen setter met lang zijdeachtig bruin haar, levensgroot door Eerelman geschilderd. Nu de hond bejaard

en gemaklievend geworden is, brengt hij op Het Loo zijn ouden dag kalm en rustig door.

Op zevenjarigen leeftijd reed het Prinsesje hare kleine ponies en op 28 Juli 1890 kreeg H. M. een vurige Engelsche schimmel ten geschenke.

ocr page 37

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

29

welke H. M. zeer gaarne bereed en die in het voorjaar van 1892 plaats maakte voor een prachtig Arabisch paard, dat met den naam van „Woykoquot; gedoopt werd. In de eerste jaren werd het paard, dat H. M. bereed, steeds aan de longe gehouden door Generaal Graaf du Monceau of door den adjudant, kapitein J1quot;'. De Ranitz. Deze eervolle taak was toevertrouwd aan diegene dezer beide heeren, die den dienst op de

buitenverblijven verrichtte. Geleidelijk echter ontgroeide Hare Majesteit, die zich van lieverlede als eene goede rijdster ontwikkelde, het rijden aan eene longe. Op de rijtoeren werd deze afgeschaft, en het eerste paard, dat H. M. geheel vrij bereed, was ,,Woykoquot;. Na het optreden in April 1891 van den eersten stalmeester Baron Bentinck, werd H. M. door dezen in de finesses der rijkunst ingewijd en reed H. M. zelfs nu en dan met heeren en dames der hofhouding caroussel in de manege der koninklijke stallen te 's Gravenhage. Herhaaldelijk werden zoowel in de residentie als op de buitenverblijven door H. M.

ocr page 38

H. M. WILHELM1NA HELENA PAULINE MARIA,

groote rijtoeren gemaakt, nu en dan over hindernissen gesprongen en verschillende paarden bereden, al bleef ook „Woykoquot; het meest geliefde rijpaard.

Den 28stcn Februari 1896 ontving H. M. een fraai rijpaard ten geschenke van Z. M. den Keizer van Oostenrijk. Ook dit paard werd herhaaldelijk afwisselend met den bevoorrechten ,,Woykoquot; en andere paarden door H. M. bereden.

In Augustus 1897 woonde onze jeugdige Koningin voor het eerst te paard eene militaire revue bij. Op de heide bij Nunspeet, tijdens de manoeuvres der ruiterij, inspecteerde H. M. de cavalerie en rijdende artillerie, welke voor H. M. defileerden. Hare Majesteit de Koningin-Regentes woonde in een rijtuig de revue bij.

In den winter van 1892—1893 en in dien van 1893 —1894 ontving H. M. dansles van mademoiselle Mees uit Brussel, en daarna, in de winters van 1894—189^ en van 189^—1896, van madame Duprèz-Sacré, eveneens te Brussel gevestigd.

Des zomers, wanneer de koninklijke familie op Het Loo vertoeft, heeft er menigmaal eene roeipartij op de vijvers plaats, afgewisseld door andere uitspanningen.

Des winters is schaatsenrijden een der welkomste en prettigste vermaken onzer jeugdige Koningin. Dan wordt er op den breeden vliet achter het Huis Ten Bosch door H. M. met Hare geheele hofhouding schaatsen gereden, en toont het publiek zijne belangstelling in dit ijsvermaak met zulk een ijver, dat men het bijna de Fransche vermaning: surtout pas de zèle zou willen toefluisteren. Doch de geestdriftige belangstelling in al de faits et gestes der Koningin is zóó groot, dat men zich ook hier op het pad van den Bezuidenhoutschen weg verdringt, al ware het slechts om een glimp op te vangen van de schaatsenrijdende Vorstin, die als een vogel op zijne wieken over de spiegelgladde baan vliegt. Even vlug, even licht, even vroolijk. Nu eens alleen over de baan zwierende, dan weer met dames of heeren der hofhouding, of wel H. M. de Koningin-Regentes, in eene slede gezeten, voortduwende.

De ernstige en degelijke voorbereiding voor de zware taak, welke

3°

ocr page 39

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

Koningin Wilhelmina weldra aanvaarden zal, werd in de laatste jaren niet alleen afgewisseld door reizen en tochten naar het buitenland, maar ook door officieele bezoeken aan tal van gemeenten in ons Vaderland. Bij dien zegetocht door het Vaderland, een ware toetssteen voor de onvervalschte gehechtheid van het Nederlandsche volk aan den stam van Oranje, leerde de jeugdige Koningin de voornaamste bestuurderen van provincie en gemeente kennen, kwam in aanraking met menschen van

allerlei rang en stand of die zich op velerlei gebied bewegen, en kreeg een overzicht in beeld van al hetgeen ons land oplevert en opbrengt.

Deze even leerzame als belangwekkende zegetocht bracht Vorstin en Volk nader tot elkaar en wekte zulk eene geestdrift, dat eenFransch schrijver, die in April 1892 H. M. de Koningin te Nijmegen zag, ,,in Haar langen mantel, met een grooten hoed a la Watteau, de menigte, die haar hartstochtelijk toejuichte, allerbevalligst groetende met een

31

ocr page 40

H. M. WILHELMINA HELENA PAULINE MARIA,

eenvoudigen glimlach,quot; aan deze allerhartelijkste verhouding tusschen Volk en Vorstenhuis een opgewonden artikel wijdde.

Geen enkel oogenblik worden echter de studiën onderbroken, en als de cursus van Middelbaar Onderwijs het einde nadert, doet H. M. de Koningin-Regentes Hare keuze uit de Vaderlandsche geleerden en hooggeleerden, om de laatste hand te leggen aan eene opleiding, waarbij ernstig getracht is, van alles en uit allen het beste te kiezen.

Onderwijs in de Bijbelsche Geschiedenis ontving H. M. van 1884 tot Mei 1894 van Hare Koninklijke Moeder. Daaraan sloot zich het onderwijs in den Godsdienst van den hofprediker Ds. van der Flier aan, die tevens van Januari 1896, tweemaal 's weeks, H. M. onderwijs in de Kerkgeschiedenis gaf.

De reeds vermelde staf van geleerden en professoren, door H. M. de Koningin-Regentes gekozen om wekelijks met Koningin Wilhelmina verschillende takken van wetenschap te behandelen, trad nu in werking.

Zoo geeft Professor Kramer, van de Hoogeschool te Utrecht, sedert Januari 1894, wekelijks gedurende twee uur, een cursus in de politieke en constitutioneele Geschiedenis van Europa, van de middeleeuwen tot op onzen tijd. Met dezelfde vrijheid en onafhankelijkheid, waarmede een hoogleeraar tegenover studenten of publiek zijne meening en opvatting omtrent personen en gebeurtenissen zou uiteenzetten, verkondigt hij in de koninklijke leerkamer het resultaat zijner studiën. Doch ook van H. M's. zijde wordt Hare meening steeds onbewimpeld en onbevangen uitgesproken.

Steeds woont H. M. de Koningin-Regentes dezen cursus bij en herhaaldelijk ontspint zich over een of ander onderwerp eene wisseling van gedachten of meeningen. Zoo kwam men over Lycurgus en zijn tijd sprekende, onwillekeurig op socialisme en anarchisme en verzocht H. M. de Koningin-Regentes daarvan een overzicht te geven.

Bij de behandeling der politieke geschiedenis van ons Vaderland bleek het al spoedig, dat Willem de Derde, onze groote stadhouder, de held van Koningin Wilhelmina is. Hem vereert Zij als de bij uitnemendheid scherpzinnige en bekwame, als staatsman en veldheer.

In Grieksche en Romeinsche oudheden wijdde Professor Kramer

32

ocr page 41

33

H. M. eveneens in, en om die onvergankelijk schoone overblijfselen van oude kunst in werkelijkheid te kunnen bewonderen, ondernamen beide vorstinnen in 189^ een tocht naar het Britsch Museum te Londen, ten einde er de door Lord Elgin overgebrachte reliefs van het Parthenon en zoo vele andere schatten uit het ver verledene te beschouwen. Professor Kramer was ginds in het Britsch Museum aanwezig, om het koninklijk gezelschap op die kunstbeschouwing tot gids te strekken. H. M. de Koningin bewonderde, doch zelfstandig, zonder den leiband onmisbaar

te achten. Uit dit tochtje naar het Britsch Museum blijkt echter, hoe ernstig en degelijk elk studievak wordt opgevat. Nog steeds zet Professor Kramer zijne lessen voort, totdat het geheele plan is afgewerkt.

Op Professor P. J. Blok rustte van October 1894 tot 28 Dec. 1897 de taak, onze jeugdige Koningin tweemaal 's weeks les te geven in de Vaderlandsche Geschiedenis, van den eersten aanvang af tot de Grondwetsherziening van 1887 toe. Geene histoire-bataille, maar hoofdzakelijk de geschiedenis der beschaving en volksontwikkeling, ter kenschetsing en ontleding van de staatkundige partijen van den tegenwoordigen tijd.

S

ocr page 42

H. M. WILHELM1NA HELENA PAULINE MARIA,

Even als bij al de andere lessen had er bij den aanvang van elke les eene repetitie plaats van hetgeen in de vorige behandeld was, en werd er om de zes weken ééne groote repetitie gehouden. Repetitie, zegt Professor Blok kernachtig, is de moeder van alle studie.

Ook deze cursus werd geregeld door H. M. de Koningin-Regentes bijgewoond, en zulk eene vriendelijke oplettendheid toonde H. M., dat Zij zelfs naging welke reisgelegenheid voor den professor den geringsten tijd zou vorderen, om naar den Haag, Soestdijk of Het Loo te komen.

Voor de hoogere natuurkunde was Dr. H. van de Stadt, te Arnhem, de opvolger van den heer Gediking. Negen maanden lang gaf de populaire geleerde elke week twee lessen, door tal van proeven toegelicht. Het eerste kwartier was gewoonlijk aan responsie gewijd, en ook gedurende de les werd de voordracht van den leeraar telkens afgewisseld door vragen en opmerkingen der leerlinge, die meestal zeer ad rem waren. Herhaaldelijk toch gebeurde het, dat de leeraar over een of ander onderwerp sprekende, een schakel uit het betoog wilde weggoochelen, hetzij omdat hem die te moeilijk scheen, of wel te veel tijd nam, doch de koninklijke leerlinge liet dan met Hare vriendelijke stem een: ,,Maar meneer Van de Stadt!quot; hooren, waaruit bleek, hoe goed H. M. opmerkte, dat er aan de bewijsvoering iets haperde.

Drie maanden lang woonde H. M. de Koningin-Regentes deze les geregeld bij. Miss Saxton Winter was ook hier de trouwe mede-leerlinge en repeteerde geregeld met H. M, hetgeen in de les behandeld was. Daartoe stelde D1'. Van de Stadt na elke les een door hem geschreven résumé van het behandelde in handen der gouvernante.

Hoe vriendelijk en oplettend de Koninklijke leerlinge was, blijkt uit het volgende. Bij eene les over luchtverdichting zou de leeraar een „persfonteinquot; vertoonen, doch daar dit in het lokaal niet ging, beloofde Dr. Van de Stadt het na de les op het voorplein te zullen doen. Aan het einde der les dacht de leeraar er echter niet aan, maar H. M. zei: „Meneer v. d. Stadt, nu krijgen we immers nog de fontein?quot; Toen nu de leeraar zich haastte om aan H. M.'s verlangen te voldoen, en er daarbij niet aan dacht zijn hoed op te zetten, zei de jeugdige koningin:

34

ocr page 43

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

,,Maar zou u uw hoed niet opzetten; het is buiten nogal winderig!quot;

Dit teekent de politesse de coeur der jeugdige Vorstin, eene beleefdheid des harten, die zich even sterk openbaarde jegens een eenvoudigen lakei, die, bij een bergtocht in het buitenland, zeer bezweet aankwam, en voor wien H. M. zich in de bres stelde, omdat de man koude zoude vatten als hij op den bok meereed.

Hare Majesteiten op het stadhuis te Dordrecht. 18 Aug. iSy/.

Naar een lichtdruk.

D1'. P. Hofstede de Groot leidde H. M. in de kunstgeschiedenis in, behandelde verschillende tijdvakken en vergezelde H. M. herhaaldelijk bij langdurige bezoeken aan ons Rijksmuseum en Koninklijk Kabinet van Schilderijen te 's Gravenhage.

Aan Professor De Louter, van de Hoogeschool te Utrecht, werd de opdracht gedaan H. M, in de Staatswetenschappen te onderrichten, terwijl Professor Kann, van de Hoogeschool te Amsterdam, voor onze Koningin een cursus over algemeene aardrijkskunde hield. D1'. Kossmann,

5^

ocr page 44

H. M. WILHELMINA HELENA PAULINE MARIA,

leeraar bij het middelbaar onderwijs, gaf H. M. les in de Duitsche taal en letterkunde.

In 1896 ontving Dr. H. Blink de opdracht, H. M. een vijf-en-twintigtal lessen in de cosmographie te geven. Het zoude eene cursus zijn in populaire sterrenkunde, toegepast op verschillende verschijnselen op aarde. In een voorafgaand onderhoud met H. M. de Koningin-Regentes bleek het, dat de bedoeling vooral was, der jeugdige Koningin de natuurverschijnselen te leeren begrijpen en verstaan, die men rondom zich ziet en waarneemt.

Aan het einde van elke les gaf ook deze leeraar, evenals D1'. Van de Stadt, een klein résumé van het behandelde. Onder de les zelve hield Miss Saxton Winter aanteekening, terwijl D1'. Blink den saamgetrokken inhoud van het behandelde eveneens aan genoemde gouvernante afstond.

Dr. Blink wees in deze op het pedagogisch inzicht van H. M. de Koningin-Regentes. Naar H. M.'s opvatting toch zal de leerling op deze wijze het meeste voordeel van het onderwijs trekken, daar al de aandacht onverdeeld aan het luisteren gewijd is en men niet een gedeelte daarvan moet opofferen, om met de gedachte bij het opteekenen van het gehoorde te zijn. Hier brengt samenwerking dus groot voordeel aan.

Van al de leerlingen, die D1'. Blink onderwezen heeft, was de Koninklijke Leerlinge, vooral wat helder verstand en vlug begrip betreft, naar zijne getuigenis, eene der beste. Uit de vragen, welke H. M. deed, bleek haar begrip en haar nadenken. Zoo had de Koningin, naar aanleiding van eene les over het ijstijdvak, in het Gooi Gletscher-steenen opgemerkt. H. M. sprak daar onmiddellijk met Dr. Blink over, die H. M. verzekerde, dat die steenen, welke nu door opgravingen ontbloot waren, zeer stellig Gletschersteenen zouden zijn.

Uitvoerig heeft Dr. Blink uitgeweid over alles wat in Nederland ten bate van de sterrenkunde en aanverwante vakken gedaan is. Zoo b.v. over het houten observatorium voor de internationale graadmeting te Apeldoorn; over de beteekenis van het Amsterdamsch peil en hoe ons land ten opzichte daarvan ligt; over de vloedverschijnselen op de Nederlandsche kust; over duinafslag; over de natuurlijke gesteldheid van de sterren en de maan.

36

ocr page 45

KONINGIN DER NEDERLANDEN.

Na den verjaardag van H. M. deed Miss Winter bij den aanvang der les de mededeeling, dat de jonge Koningin, ten gevolge van allerlei drukten, weinig had kunnen repeteeren, zoodat de leeraar spaarzaam met het vragen moest zijn. De Koningin, die den wenk hoorde, zei met iets uitdagends in den toon: ,,Ik kan 't wel; neem u maar eens de proef, mijnheer!quot; De proef werd genomen en H. M. respondeerde inderdaad goed, met nu en dan een zijdelingsch blikje naar Miss Winter, alsof H. M. wilde zeggen: ,,Zie-je wel, dat ik 't weet!quot;

Toen de 2^ lessen waren afgeloopen, werden er nog een vijftiental bijgevoegd. Dr. Blink gaf die met proeven, welke in hooge mate de belangstelling der Koningin opwekten.

In eene plechtige bijeenkomst ten paleize, waarbij de geheele hofhouding tegenwoordig was, werd H. M. de Koningin op 24 October 1897, door den Hofprediker Ds. Van der Flier bevestigd als lidmate van de Nederlandsch Hervormde Kerk, nadat H. M. te voren door genoemden predikant, in tegenwoordigheid van H. M. de Koningin-Regentes, Freule Van de Poll, Miss Winter en de ouderlingen Baron Mackay en den heer Wijsman, was aangenomen.

Op Zondag 2lt;j October zat H. M. in de Kloosterkerk bij het Avondmaal aan.

Zoo heeft de zorgzame Moeder gelet op de vorming van geest en hart der aanstaande Regeerster, zonder daarom eenvoudige huiselijke bezigheden voor Hare dochter te verwerpen. Een ingewijde in het intieme leven der Koninginnen zou weten te vertellen, dat Koningin Wilhelmina ook aan koken doet, en dat nu en dan eene vriendin bij H. M. ten bezoek komt, om eens prettig en ongestoord een of ander schoteltje gereed te maken. H. M. kent vermoedelijk Brillat Savarin's aphorisme: dat het lot eener natie afhangt van de wijze waarop zij zich voedt.

Zoowel door het ontvangen onderwijs als door den omgang met vreemdelingen, drukt H. M. zich vloeiend en sierlijk in de Fransche, Engelsche en Duitsche taal uit. Zelfs heeft H. M. zich vlijtig in het

37

ocr page 46

h. m. wilhelmina helena pauline maria.

Maleisch geoefend, omdat het Haar hinderde, dat Zij onbekend was met eene taal, die door millioenen in onze bezittingen gesproken wordt.

Aldus is de veelbeminde Vorstin voorbereid op de groote taak, welke Haar wacht en waarvoor zij toegerust is op eene wijze, die evenzeer H. M. de Koningin-Regentes tot hooge eer strekt als zij een buitengewonen dunk geeft van de deugdelijke eigenschappen van Koningin Wilhelmina.

?8

Willem de Zwijger, de trouwe waker vóór het paleis in het Noordeinde, zal in September a. s. met dankbaarheid neerzien op de Moeder, die Hare Dochter aldus grootbracht, én op de veelbelovende laatste telg van zijn roemruchten stam.

Johan Gram.

ocr page 47

JANMAAT'S SALUUT.

s • / ,

.quot;*1?

bk , # •

aar zeilt ze ons voorbij, onze Opperste nou! Wat heeft zij ons hartlijk gegroet! I Waarom dan ook niet? Oranje-Nassau

i Kende ons sedert eeuwen al goed.

f

Lang gingen wij mét die kleur onder zeil, Den zee- en den landhaai te lijf! We veegden 't sop met een nieuwe-soorts dweil. . . . Geen haai meer!. ... de laatste lag stijf!

Ze zeggen — ik wou dat 'k hoorde wie 't zei: —

We zijn zoo veel mans niet als toen!

Toen zoog zich de vlieboot in de galei!

Wat bliksem, dat 's nóg wel te doen!

Saluut, Majesteit! ons Neerlandsch Juweel!

We wenschen je: stuur in je schuit,

Van volk dat van roer en koers weet, heel veel. Van pluimstrijkers géén, — dat zoodje kijkt scheel — Een vroolijke warme-kajuit!

Voel ook, wat wij voelen in hart en in oog —

Spookt maanden de zee om ons heen —

Als 's avonds de lichtjes flikkren omhoog.

Die fluistren: ,,Je bent niet alleenquot;.

Lief, laatste Kind van Oranje-Nassau,

Nog de eigenste kleur heeft ons bloed.

Neem 't vrij als je denkt dat het moet! —

Maats, glinstert er iets, veeg 't af met je mouw! — Zwaar liefhebben doen we in 't Noorden niet gauw, Maar doen we 't, dan is 't ook voor goed!

H. J. Schimmel.

ocr page 48

De Voorzienigheid kan ik niet genoeg danken, nu zij mij het leven schenkt, mijn onwankelbare trouw, steeds voor Vorst en Vaderland veil, nu aan onze geliefde Koningin Wilhelmina te zweren, met dankbare vereering van Hoogstderzelver Koninklijke Moeder, die de hooge plichten zich bewust. Haar taak verrichtte.

Dank zij Hare wijsheid en Haar leiding, ontvangt het Nederlandsche

volk zijn Koningin.

Juicht dan, o Nederland, begroet uw Koningin met warme bezieling voor het Huis van Oranje, dat u eens uw Vrijheid schonk.

Op dan, gij soldaten van het Nederlandsch-lndische Leger; nu met volhardenden moed, u eigen, voorwaarts gestreden, opdat het tijdstip spoedig aanbreke dat gij Atjeh geheel aan de voeten van uw Vorstin ternederlegt en daarmeê den stempel worde gedrukt op den innigen band die er bestaat tusschen het Nederlandsch-lndische Leger en het geliefde Vorstenhuis.

ocr page 49

REX ET REGINA.

De schoonste gedachtenis voor den Prins van Oranje, later Koning Willem II, aan zijne krijgsverrichtingen in Spanje, bij Quatre-Bras en te Waterloo vormde zijne gemalin. Hare Keizerlijke Hoogheid Anna Paulowna, Grootvorstin van Rusland. De Koningszoon heeft de hand der fiere Tsaren-dochter niet gevraagd; zij is hem door Keizer Alexander en door de Keizerin-Moeder Katharina geschonken. Oranjes liefde verwierf daarna het volle hart zijner Bruid: levenslang zijn schoonste Grootkruis!

. Depuis longtemsquot; — schreef Keizer Alexander op 23 Juli 181 ^ uit het Elysée Bourbon te Parijs aan Koning Willem I der Nederlanden — ,,j'ai sgu apprécier les qualités éminentes qui distinguent le ,,Prince Royal. II vient de les rehausser encore par toute la gloire ,,dont il s'est couvert dans les journées mémorables du 16 et 18 Juin. ,,Je me crois autorisé de parler sans réticense a Votre Majesté d'un ,,projet de mariage pour le Prince Royal avec ma Soeur cadette, dont ,,la réalisation causerait beaucoup de contentement a ma Mére et a moi...quot;

Ofschoon nog niet geheel hersteld zijnde van de te Waterloo bekomen wonde en zijn linkerarm in een doek dragende, had de Prins van Oranje, eenigszins tegen den wil van zijn vader, Brussel verlaten en te Parijs weder het opperbevel over de Nederlandsche troepen van zijn broeder Prins Frederik overgenomen.

6

ocr page 50

REX ET REGINA.

Met Koning Lodewijk XVIII benevens alle te Parijs aanwezige gekroonde hoofden, vorsten, legerbevelhebbers en ministers nam Oranje deel aan de audiëntie op het Elysée bij Tsaar Alexander ter eere van den naamdag der Keizerin-Moeder. De Tzaar verzocht den Prins na afloop der plechtigheid in zijn kabinet te komen. Daar herhaalde Keizer Alexander met de grootste vrijmoedigheid het aan 's Prinsen vader gedane aanbod, om zijn zuster, die Keizer Frans II van Oostenrijk voor een zijner zonen had begeerd, aan den jongen held uit te huwelijken.

De Tsaar toonde zich zeer gelukkig met het antwoord van den Prins en omhelsde hem broederlijk onder bijvoeging: ,,qu'il n'y avait ,,rien, qu'il avait autant désiré, lui aussi bien que Sa Mère, que ce ,,mariage..

Noode verbeidde de jonge Vorst te Spa zijn herstel om naar de Newa te ijlen en, als in de romantische tijden der ridderhofspelen, der Keizerlijke Jonkvrouwe te voet te vallen, die hij als prijs der overwinning naar het altaar zou geleiden.

De jongste dochter van Tzaar Paul I was geboren op 18 Jannari 179^ : toen de Oranje's, bij verbreking van den band God-Oranje- en Nederland, welke ruim twee eeuwen de kracht van ons Gemeene Best had uitgemaakt, ontvluchtten aan de ijzeren armen van de vrijheidsmaagd, waarin 's lands welvaart, zijne krachtigste zonen, ten slotte zijn zelfstandig bestaan verloren gingen.

Het huwelijk op 21 Februari 1816 van Ruslands Grootvorstin met den ridderlijken Oranje bezegelde het einde der algemeene omwenteling, welke vooral was onderdrukt door haar Broeder, den gekroonden wijsgeer, tevens den machtigsten monarch van Europa.

Een onzer vaderlandsche dichters wijdde in bloeimaand 1814 aan Keizer Alexander een lierzang, waarvan wij alleen het slot wijzigen —

Als door 't gelukkig nageslacht.

Op 't vreedzaam graf der helden,

Erkentelijk eens wordt nagedacht Wie 't heil der aard herstelden :

42

ocr page 51

)

t

ocr page 52

ZIJNE MAJKSTKIT KONING WlLF.EiM 111.'

Naar de schilderij van Willy Martens. i8y6. Eigendom van H. M. de Koningin.

ocr page 53

REX ET REGINA.

45

Als 'tjongske eens aan de moeder vraagt, Wie 't gruwelijk monster heeft verjaagd, Dat aller goed bedreigde;

Wiens hart, door edlen moed bezield, De halve waereld staande hield,

Toen 't al ten afgrond neigde.

Dan wijst ze op Frederik Willems beeld, i)

En Bliichers eerlamvrieren.

En wie hebben in den roem gedeeld

Van 't heerlijk zegevieren.

Een traan welt op in 's jongsken oog.

Hij slaat het dankbaar naar omhoog.. .

Maar 't zoekt nog naar een ander.

„Door wien dan Vrede en Heil begon?quot;

De heldenmoed noemt „Wellington !quot;

De deugd noemt „Alexander!quot;

Een jaar nadat de klanken der troparions en van het ,,Te Deumquot; in de hofkerk te St. Petersburg het hooge huwelijk hadden gewijd, stegen op 19 Februari 1819 in Noord- en Zuid-Nederland uit de tempels van alle gezindheden dankgebeden ten hemel bij de geboorte te Brussel van den Koninklijken Prins, waarvan de verwachting de blijdschap had verhoogd, waarmede de Prinses van Oranje bij haar intocht te 's Graven-hage en te Brussel door de natie was begroet; in wien het vaderland zag, meer nog uit nationale liefde dan door de wet, den aangewezen opvolger tot den troon.

De wieg van Oranjes Erfgenaam stond in het aloude ,,Hof van Brabantquot;. Derdehalve eeuw vroeger had daar en te Antwerpen zijn beroemde voorzaat gezeteld, die zich met alle kracht verzette tegen de schending van 's lands vrijheden en privilegiën door den Koning van Spanje, tegen overheersching der gemeente door de geestelijkheid, tegen gewetensdwang en vervolging wegens het geloof.

Nadat de Zwijger het ,,Hof van Brabantquot; had verlaten en zich een tijdlang te Dillenburg bij zijne vrome moeder Juliana van Stolberg had

1) Koning Willem 11 heette Willem Frederik George Lodewijk.

ocr page 54

REX ET REGINA.

44

Alleszins naar waarheid vertolkt het bijschrift van Geeraardt Brand het beeld van den Zwijger —

ocr page 55

4S

.........Verlosser van ons landt,

Wat hebt gij staals gekeert op 't punt van uw verstandt!

Wat hebt gij leets beleeft! — een werelt vol verloops;

Den twist van Paaps, van Geus, van Luthers en van Doops.

Uw deugt, uw moedt, uw list, uw zorg, uw goet en bloet

Verdreef met God het juk van 't lichaam en 't gemoet.

Op 27 Maart 1817 werd de jonge Oranje te Brussel in plechtigen optocht gereden naar de kerk der Augustijnen. Met den Koning en de Koningin waren als doopgetuigen opgegaan: 's Konings Moeder, de eerste der prinsessen aan Oranje gehuwd, die een achterkleinkind zag als mannelijk oir van het stamhuis; de Prinses-Weduwe van Brunswijk, wier schoonbroeder bij Quatre-Bras was gesneuveld, en Grootvorst Nicolaas van Rusland.

De godsdienst-plechtigheid werd geleid door den hofprediker ds. Krieger. Vijfenveertig jaar vroeger had hij als lid van den Haag-schen kerkeraad gestaan bij den doop van den toenmaligen Erfprins van Oranje-Nassau: zooals men toen meende Willem den Zesde. De hoogbejaarde hofkapelaan ontleende zijn tekst aan den psalmdichter van het Oude Verbond „Gelijk de pijlen zijn in de hand eens helds, zoodanig zijn ,,de zonen der jeugd,quot; — daarmede herinnerende aan de krijgslauweren van hem, die na bestendiging van zijn stamhuis door het zwaard, zijn eerste en schoonste werk van den vrede aan God en aan Nederland kwam opdragen.

Vóór het doopvont ontving de Erfprins de namen van zijn vader en van twee Tzaren

WILLEM Alexander Paul Frederik Lodewijk.

Het half Nassau'sche-, half Russische bloed van lateren Koning Willem 111 verklaart zijne deugden als Vorst en de zwakheden, die hem als mensch hebben aangekleefd. Wij herdenken den Vorst. Aan God alleen komt toe het oordeel over den mensch.

Het gezin van den Prins van Oranje verbleef tusschen 181^ en 1830 afwisselend te Brussel en te 's Gravenhage. In eerstgenoemde hofstad verkeerde Prins Willem op 28 December 1820 in groot gevaar door een feilen brand in den vleugel van het paleis, dat bij de wet van

ocr page 56

46

27 December 181 j met het domein en jachthuis van ter-Vueren aan den Prins van Oranje was geschonken als een bewijs van erkentelijkheid, wegens zijn moed en standvastigheid bij Quatre-Bras en Waterloo. In dien nacht bedreigde het vuur de wieg van den Koningszoon, wiens heldhaftig gedrag bij watersnood van de kloeke geest van Hollands zeevolk zou getuigen.

Gedurende het eerstvolgende tijdvak van vrede smaakte de Prins van Oranfe meer genot in het gezelschap zijner gemalin en kinderen, dan wel voldoening bij de behartiging der staatsbelangen, die Koning Willem 1 aan hem had toevertrouwd. De eerste vreugderoes over de vermeerdering van macht en aanzien van het Huis van Oranje-Nassau na den val van Napoleon I maakte al spoedig plaats voor de overtuiging, dat de vereeniging van Noord- en Zuid-Nederland een schier ontorschbare last op de schouderen van Koning Willem I had gelegd. Verschil van godsdienstige gezindheden; strijdige belangen der door nijverheid bloeiende zuidelijke- en der handeldrijvende noordelijke gewesten; misnoegen over gelijkstelling van Belgen en Nederlanders in 's lands vertegenwoordiging, ofschoon eerstgenoemden één millioen zielen meer telden; een «verzwaarde schuldenlast voor het Zuiden, dat geen vergoeding wilde erkennen in gemeenschappelijk koloniaal bezit; tegenstand der voornaamste adelijke geslachten boven den mond der Schelde, en nog andere bezwaren stonden de verbroedering in den weg. Bovendien wierpen verschilpunten tusschen den Koning, alleen populair in het Noorden, en den Prins van Oranje, die door allen gevierd en overal op de handen gedragen werd, breede schaduwen langs den wieg, waarop naar de meening der natie enkel licht en liefde straalden.

De vroegste zorgen van den Prins en de Prinses van Oranje voor hunne kinderen — ook Prins Alexander, Prins Hendrik en Prinses Sophie, later Groothertogin van Saksen — hadden vooral tot bedoeling om hun lichaam te harden door veelvuldig verkeer bij gunstig en ongunstig weder in de open lucht en door een matigen leefregel.

Voor de leiding der opvoeding zijner kleinzonen viel 's Konings

ocr page 57

REX ET REGINA.

keuze op den luitenant-generaal Jean Victor baron de Constant Rebecque, den leidsman van Oranje te Berlijn en in Engeland, zijn krijgsmakker in het Iberische schiereiland, zijn chef van den staf gedurende den veldtocht van 181^, toen hij de onheilen had voorkomen,

—:—--' _;_

De Erfprins omstreeks het jaar 1827.

Naar een teekcning in het bezit van II. M. de Koningin-Weduwe Regentes.

waarmede de fouten van het Britsche hoofdkwartier Europa bedreigden. Als gouverneur van de jonge Prinsen werd aangesteld de majoor bij den generalen staf Juste Thierry baron de Constant de Villars: eveneens een krijgsman van ondervinding, die aan de vereischte kundigheden

ocr page 58

48 REX ET REGINA.

een bezadigden geest, een godsdienstig gemoed en tact tot omgang met knapen paarde.

Hunne eerste onderwijzers waren; in het Nederlandsch, de aardrijkskunde, de rekenkunde, de wiskunde en de natuurlijke historie, de heer van der Spuy — aan wien wij ook den aanleg van de vijvers in het Haagsche Bosch te danken hebben —; in het Latijn, de Fransche taal en de geschiedenis, de heer Gavin; in de Duitsche taal, de heer Becker; in het Engelsch, de heer Eusden; in het teekenen, de heer van Raaden; in het dansen, de heer Deminière; in het paardrijden en den wapenhandel, de heer Ahrends. Het onmiddellijke toezicht op de leervakken werd uitgeoefend door den heer Rigot de Begnins als tweeden gouverneur.

De Prins van Oranje streefde bij het onderwijs zijner kinderen naar ontwikkeling van oordeel en gezond verstand, zonder overvulling van het jeugdige brein met schijngeleerdheid ten koste van het denkvermogen. Het onderricht der jonge prinsen was vooral gericht op militaire vorming. Koning Willem I bestemde zijne beide oudste kleinzonen voor het leger. Prins Hendrik toonde groote voorliefde voor den zeedienst en zou daarin hoogeren rang bereiken, dan één zijner voorgangers uit het Doorluchtige Huis van Nassau; de luitenant-admiraal van Zeeland Justinus van Nassau, wiens scheepsmacht in i?88 de onoverwinnelijke vloot afbreuk had gedaan; Titus van Nassau, die in 1673 bezweek aan zijne bij Schooneveld als scheepsbevelhebber bekomen wonden; graaf Lodewijk van Nassau-Saarbrück, omstreeks 1700 als schout-bij-nacht overleden. Inzonderheid zocht de kunstlievende vader bij zijne kinderen kunstzin op te wekken. Dikwerf woonde hij hunne lessen bij; persoonlijk onderzocht hij alle drie maanden de vorderingen der jonge prinsen en liet zich daaromtrent, ook aangaande hun gedrag, geregeld verslag uitbrengen. Ruim in het beloonen, karig maar dan ook streng in het straffen van kinderlijke feilen en snakerijen, werkte Oranje krachtig op hun eergevoel. Wat Prins Willem en zijne broeders als straf het meeste duchtten, was de pet zonder rooden rand: voor de schildwachten ten teeken, dat zij geen militair eerbewijs mochten brengen — zéker wel, een nimmer uitgegeven consigne 1

ocr page 59

49

ocr page 60

REX ET REGINA.

van Duitschlands meest beroemde geleerden en letterkundigen. Het hooge sympathieke standpunt, waarop de Groothertogin in Duitschland is geëerd om haar koninklijk gebruik van koninklijke gaven heeft in Germanië krachtig bijgedragen tot eerbiediging van Oranjes Koningsschap.

De kunstzin van Koning Willem III, door uitmuntende deskundigen voorgelicht, heeft zich voor de toonkunst, voor het tooneel en voor de beeldende kunsten meer in daden dan door woorden geopenbaard.

Op muzikaal gebied was Koning Willem III een degelijke kenner. Zijn Majesteit bezat groote voorliefde voor de Italiaansche en de Fransche school, wier maestri —Pacini,

Mercadante, Paesiello, Cima-rosa, Rossini, Bellini, Halevy,

Donizetti en anderen — in zijn achting hoog stonden boven Wagner en Berlioz,

al erkende de Koning hunne groote verdiensten. De scheppingen van Offenbach en zijner geestverwanten vonden bij hem afkeuring als muzikale zonden.

De Koning componeerde zelf.

Jammer genoeg hebben de

door Zijne Majesteit onder de leiding van den heer van der Does geschreven toonzettingen ,,le Vieux Chateau, le Trompette de Monsieur le Prince, „l'Esclave de Camoëns, l'Amant et le Frère, Lambert Simnelquot; onder een anderen naam dan dien van den Koninklijken componist het licht gezien.

Aan het „Conservatoire de chant et de déclamationquot; te Brussel

ocr page 61

REX ET REGINA.

zijn op 's Konings kosten kunstenaressen en virtuoosen govormd, die Europeesche vermaardheid hebben verworven.

De Tooneelschool, de schilderkundige genootschappen ,,Arti et Ami-citiaequot; te Amsterdam en „Pulchri Studioquot; te 's Gravenhage begunstigde de Koning op ruimen schaal; jonge kunstenaars van bijzonderen aanleg ondersteunde hij krachtig bij hunne studiën. De schilders Pieneman, Herman en Mari ten Kate, Rochussen, van Borselen, jonkheer Heemskerck van Beest kwamen herhaaldelijk te gast op het Loo. Aan hen en aan de Fransche schilders Meissonnier, Portaels en Jéróme heeft Koning Willem III de vervaardiging van menig kunstwerk opgedragen. De gedurende 's Konings veertigjarige regeering verrezen gedenkteekenen van Heiligerlee, Alkmaar, den Briel en te Ginneken, het Nationaal Gedenk-teeken in het Willemspark te 's Gravenhage — waarvan de eer grooten-deels toekomt aan 's Konings oom. Prins Frederik der Nederlanden — en de Naald te Scheveningen, het monument van ,,de Eendrachtquot; op den Dam onzer hoofdstad, huldigen geuzen en krijgslieden, die bloed en leven veil hadden voor Nederland en Oranje. De standbeelden van 's Konings vader te 's Gravenhage en te Luxemburg, van Jan van Nassau te Utrecht en van der Wedf te Leiden, van Rembrandt en Thorbecke te Amsterdam, Laurens Koster te Haarlem, Piet Hein te Delfshaven, Hugo de Groot te Delft, vereeuwigen vorstenwaarde, burgerdeugd, staatmanswijsheid, kunst en geleerdheid, die, op Hollandschen bodem geteeld, Nederland ten zegen hebben verstrekt. Tal van groote gebouwen, het Paleis voor Volksvlijt en het Rijks-Museum te Amsterdam — de nationale bewaker van Hollands roem op het gebied van de kunst —, het gebouw van Justitie en de Koninklijke stallen in de residentie vertolken, met 's Konings smaak voor den nationalen zestiend'eeuwschen bouwtrant en den renaissance-stijl, de groote bouwkundige talenten van tijd- en landgenooten.

Onze Koning droeg als Willem III den naam van den kampvechter voor Europas staatkundig evenwicht in de 17de eeuw, die de vrijheid van het geweten als werktuig heeft gebezigd; van den Stadhouder, die als Koning van Groot-Brittannië de Republiek der Vereenigde Gewesten heeft gevoerd tot het toppunt van aanzien en macht, Frankrijks

ocr page 62

RKX ET REGINA.

tirannie gebreideld, en als een moderne Jozua den ,,Roi Soleilquot; tot stilstaan heeft geboden. Maar op het gebied van de Muzen en van Minerva is het regeeringstijdperk van tweeden Willem den Derde grootscher dan het tijdvak van zijn machtigen naamgenoot. Verrijze eenmaal voor Koning Willem 111 een gedenkteeken als dat in Kensington-Gardens te Londen voor den Prins-Gemaal van Koningin Victoria, dan zal de trits van kooplieden en zeevaarders, van geleerden, dichters en letterkundigen, van schilders, beeldhouwers, bouwkundigen en toonkunstenaars óm en langs dien zuil breeder zijn dan op het „Albert Memorialquot;. De kiemen van dien roem, ook door Prins Hendrik in Luxemburg verworven, zijn gelegd en ontwikkeld onder het dagelijksche toezicht van 's Konings vader.

Met groote piëteit heeft Koningin Wilhelmina op het paleis Soestdijk de vroegere leerkamer van haar vader bestemd voor haar Kabinet. Aldaar toekende Prinses Anna Paulowna met eigen hand de nog voorhanden aanwijzingen omtrent den groei van hare kinderen : voor haar oudsten zoon tot zijn vijftiende levensjaar volgehouden. Als kind en knaap toch heeft de Erfprins de meeste zomers doorgebracht op het paleis en in het park van Soestdijk, aan welks eeuwenoude eiken zulke heerlijke herinneringen verbonden zijn. Het domein, waar de Koning-Stadhouder Willem 111 had verpoosd van zijne staatkundige bemoeiingen en krijgstochten, had Nederland bij de wet van 8 Juli 181 ^ afgestaan en opgedragen aan den ,,Prince ,,van Oranje, Opperbevelhebber van het nationale leger, om door hem ,,en zijne afstammelingen in vollen eigendom en als patrimoniëel-goed te „worden bezetenquot;, als een duurzaam blijk van de hoogachting en erkentelijkheid van alle ingezetenen van het Rijk wegens het moedige gedrag van de Nederlandsche armee gedurende den veldtocht van iSi^. Overeenkomstig het laatste artikel dier wet was ten koste van den Lande, in het domein van Soestdijk een gedenkzuil opgericht ,,ter bijzondere „vereering van den moed, in de hardnekkige verdediging der positie bij les „Quatre-Bras zoo luisterrijk ten toon gespreid.quot; En terecht! De Keizerlijke Prometheus op de rotsen van St. Helena heeft omtrent Oranjes houding bij den Viersprong getuigd; „Sans l'héroïque détermination du Prince „d'Orange, qui, avec une poignée d'hommes a osé prendre position aux

ocr page 63

n

,,Quatre-Bras, je prenals rarmée anglaise en flagrant délit, et j'étais „vainqueur comme a FViedland. Le Prince d'Orange a fait preuve dans „cette journée qu'il a le coup d'oeil et le génie de la guerre. Toul ,,1'lionneiir de cette campagne lui appartient.quot;

Dagelijksche aanschouwing van dien gedenkzuil kweekte in het gemoed der vorstelijke knapen grooten eerbied voor hun vader. Te sterker sprak hunne verwondering bij hetgeen zij allengs te Soestdijk

opvingen uit gesprekken omtrent den weerspannigen geest der zuidelijke provinciën, waar zich brandstoften ophoopten voor den smeulenden vuurstapel. Dan trokken Prins Willem en zijne broeders spelende naar de heide ; daar legden zij aarden werken aan en sleepten houten kanonnen naaide wallen — onbewust dat binnen kort het valsche spel der mogendheden Nederland zou dwingen tot een volgehouden oorlogstoestand, die de welvaart van het Noorden langen tijd aanzienlijk heeft verminderd.

Op zijn tienden verjaardag was Prins Willem benoemd tot kolonel

ocr page 64

KEX ET REGINA.

der infanterie en Ridder Grootkruis der orde van den Nederlandschen Leeuw. De jonge Vorst verscheen dien dag in uniform met zijn vader en zijn grootvader op de groote parade ter ,,Place Royalequot; van Brussel. Ofschoon de Prins van Oranje steeds alles vermeed, wat in zijne kinderen de ijdelheid kon prikkelen, valt 't niet te verwonderen dat de voor zijn leeftijd lichamelijk reeds zeer gunstig ontwikkelde Erfprins door dit militaire vertoon werd gestreeld. Generaal de Constant rapporteerde

althans in één zijner volgende driemaandelijksche verslagen: ,,Le Prince ,,Guillaume se trouve beau!quot;

Al begrepen zij nog weinig van de beteekenis der staatkundige woelingen, van een concordaat met den Paus, van een amortisatie-syndicaat, van een collegium philosophicum, zoo wekten toch die namen, in het Zuiden gepaard aan die der tegenstanders van het gezag van Koning Willem I, weerzin bij de zonen van Oranje. Deze indrukken werden levendig versterkt door het afscheid van hun vader, toen hij gedurende den opstand te Brussel met Prins Frederik aan het hoofd der krijgsmacht optrok tegen de oproerige hoofdstad. Trots eigen zielelijden wist Prinses Anna Paulowna aan haar

lt;4

ocr page 65

REX ET REGINA.

kinderen angst te sparen bij de gevaren, waaraan hun vader te Brussel bloot stond. Maar geenszins vermocht de liefdevolle moeder aan Prins Willem en Prins Alexander de redenen te bemantelen, waarom zij haar in het laatst van October 1830 moesten vergezellen bij de ontmoeting met hun vader, na zijne te 's Gravenhage verkeerd uitgelegde pogingen te Antwerpen om het verlies van de rijkste helft des rijks voor de dynastie te voorkomen. Den ondankbaren grond van Brabant verlaten hebbende, verbeidde de Prins de zijnen in een eenvoudige dorpsherberg te Willemsdorp ter overzijde van Moerdijk, in afwachting van wat het goedvinden des Konings, op wiens houding tegenover zijn zoon onbetwistbaar viel af te dingen, over hem zou beslissen. Zijn moeder ziende weenen over nationalen ondank en onverdiende verwijten jegens zijn vader — waarvan Gijsbert Karei van Hogendorp, de drieman

van 1813, Oranje glansrijk tegenover het volk heeft gezuiverd! — balde de elfjarige „kolonelquot; de vuisten en verbeet zich van woede. Te sneller klopte zijn hart bij de heuglijke wapenschouwing van 23 Juli 1831 te Rijen nabij Breda, waar zijn Koninklijke grootvader, gevolgd door den Prins van Oranje, Prins Frederik en zijne drie kleinzonen,allen reeds met militaire waardigheden bekleed, het mobiele leger bezocht, meer bijzonder met het doel om Oranje in de hem onbillijk onttrokken toegenegendheid van de krijgsmacht te herstellen. De oogen van den Erfprins glinsterden van trots bij het losbarsten der juich-

kreten, waarmede de ten strijde gereed staande tienduizenden zijn vader verwelkomden. Na afloop van den Tiendaagschen Veldtocht was Prins Willem tegenwoordig bij de ontvangst der zegevierende veldheeren

ocr page 66

REX ET REGINA.

op het Oude Hof te 's Gravenhage, vervolgens bij de aanbieding der veroverde vuurmonden aan den Koning. Twee stukken gingen den gedenknaald te Soestdijk versieren. Van de andere stukken is het Metalen Kruis geslagen; in de legerkampen van Brabant woonde de Erfprins de uitreiking bij van dit eereteeken aan de vrijwillige korpsen, de schutterijen en het leger.

Te Rijen stond Prins Willem in het gelid der eerste compagnie van het eerste bataljon grenadiers, welke nog heden dezer herinnering ter eere den naam draagt van de ,,Konings-compagniequot;. Bij nieuwe geruchten

van aanvalsplannen uit het Zuiden vervulden Prins Willem en Prins Alexander opvolgend alle aan de verschillende officiersrangen verbonden dienstbetrekkingen. Daar werd voor onzen Koning de grond gelegd tot het gevoel van tucht, dat bij Zijne Majesteit gold boven alle andere militaire deugden en eigenschappen. Daar wortelde zich de genegenheid voor het regiment, waarvan Willem III gedurende zijn langdurige regeering met woord en daad bewijzen heeft afgelegd. Zijne Majesteit droeg bij voorkeur den grenadiers-rok of de zee-officiers uniform.

Gedurende het beleg der citadel van Antwerpen verschenen de jonge prinsen op nieuw in het leger (10 December 1832), en bezichtigden o. a. de zwaar bewapende door onderwaterzettingen gedekte verdedigings-

ocr page 67

REX ET REGINA.

linie tusschen Steenbergen en Heusden. Ook begeleidden zij den bekenden door hun vader aan generaal Chassé geschreven brief naar het fort Bath aan de Schelde.

Welken indruk in 1836 bij bezoek mét zijn vader aan het Britsche Hof de hulde van het Engelsche leger aan den dapperen Oranje van 181 j op den Erfprins maakte, vertolkte zijn antwoord aan een groot feestmaal te Woolwich op een toast van Sir Hussey Vivian, medestrijder en aanvoerder te Waterloo. In vloeiend Engelsch getuigde Prins Willem: „Wij zullen trachten het voorbeeld van onzen vader ,,te volgen. Er is geen Nederlandsch soldaat, die niet in den Prins

„van Oranje het beste voorbeeld ter navolging ziet, die niet trotsch is ,,om onder hem te dienen.quot;

Als oorlogsbedrijf mogen den Erfprins worden toegerekend zijne verrichtingen in April 1839 als brigade-commandant in de versterkte stelling van Boxtel. Bij uittartende handelingen aan de Belgische grenzen stonden de vijandelijkheden op het punt van uit te breken; maar de te Londen vergaderde mogendheden bezwoeren het gevaar. Door het verdrag van 19 April 1839 hield de staatseenheid van Noord en Zuid rechtens op te bestaan. Vierenveertig jaren zouden voorbijgaan,

8

ocr page 68

REX ET REGINA.

^8

alvorens de Souvereinen van België en Nederland te Amsterdam en te Brussel samenkwamen om eiken nationalen grief uit te wisschen.

Al behoefde Koning Willem III bij den zonnigen vrede zijner regeering nimmer den sabel te trekken tot verdediging van het erfgoed der

Nassauers, zoo heeft toch het soldatenhart van Zijne Majesteit zich nimmer verloochend. Met een ijzeren vuist heeft hij het oppergezag over leger en vloot gehandhaafd. Nog leven officieren en minderen, die er zich op kunnen

ocr page 69

REX ET REGINA.

verheffen door den Prins van Oranje, als inspecteur-generaal van het wapen der infanterie, in de gelederen of daarbuiten te zijn beloond om hun dienstijver; anderen, die het berouwt wegens nalatigheid door hem te zijn gestraft. Menige snorrebaard heeft voor zijn doordringend oog gesidderd. De Koning hechtte bij het leger aan het oude, waarvan de deugdelijkheid was gebleken, en ging niet voetstoots mede met elke nieuwigheid. Gaarne verkeerde Zijne Majesteit in de gelederen.

Op ,,het Looquot; verblijvende, vereerde de Koning de troepen-vereeni-gingen in de legerplaats bij Milligen dikwert met zijne tegenwoordigheid.

Bijzonder schitterde Koning Willem III als ,,sportmanquot;, als schutter en als jager. Hiervoor getuigden weleer zijn ijver voor de ,,Hawking Clubquot;, waarmede zijn broeder Prins Alexander in Gelderland de oude valkenjachten in eere had hersteld; de wedrennen op het domein ,,'tLooquot;, de menigvuldige boog- en schietwedstrijden aldaar, te Wiessel, te Waalsdorp en elders. Door zijn voorbeeld heeft de Koning den lust in schietoefeningen.

(9

ocr page 70

REX ET REGINA.

langs dien weg de volksweerbaarheid bevorderd. Met recht droeg de Koning den naam van ,,den eersten schutter van Nederlandquot;. Als zwemmer, vooral vroeger een geliefkoosde uitspanning in den grooten vijver van ,,het Looquot;, won niemand 't van onzen Souverein. In tegenoverstelling van den Koning-Stadhouder Willem III, die te Dieren en op „het Looquot;, te Hampton Court en Kensington uitsluitend jachtpartijen te paard hield, dreef zijn koninklijke naamgenoot op de Veluwe en in de Soerensche bosschen immer te voet ter jacht.

Terwijl in 1866 in Duitschland de broederkrijg woedde en het kanon van Langensalza onze grenzen deed dreunen, wisten de Koning en zijne raadslieden, het ministerie Heemskerk—van Zuijlen van Nijevelt, de onzijdigheid te bewaren. Bij Köninggratz stortte het oude Duitsche Rijk inéén. Limburg werd losgemaakt van den Bond, en de bakermat der Nassauers ingelijfd bij Pruisen. Middelerwijl dreigden begripsverwarring omtrent de persoonlijke unie van Nederland en Luxemburg onder één kroon, en naijver van Napoleon III over de gevolgen van Sadowa met nieuwe gevaren. Doch de samenwerking van den Koning-Groothertog met zijne vertegenwoordigers aan de Spree en de Seine tot collectieve guarantie der onzijdigheid van Luxemburg redde den vrede van Europa. Korten tijd daarna handhaafde de Koning Neerlands goed recht tot afdamming van de Ooster-Schelde, en zette, trots den tegenstand van den zuidelijken nabuur en van Engeland, zelfstandig zijn wil door.

Hoe de Koning in zijn jeugd had geleerd in tradition voort te leven; hoe eng de eer der krijgsmacht hem aan het hart ging, bleek meermalen uit Zijner Majesteits deelneming aan gedenkdagen van militaire korpsen en inrichtingen. Reeds op 10 April 1849 behaagde het den Koning, het door zijn vader gedragen Metalen Kruis opeen wapenschouwing te'sGraven-hage door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik aan het vaandel van het regiment grenadiers en jagers te laten hechten. Naar gelijke wijze versierde op 17 Juli 1857 's Konings oudste zoon het vaandel van het 7cle regiment infanterie met de door generaal Chassé gedragen Citadel Medalje. Zijn schoonste hulde gold op 10 Mei 186^ de instelling van het Zilveren Kruis ter eere der oud-strijders, die aan 's lands

bo

ocr page 71

KEX ET REGINA.

Ol

bevrijding van de Franschen en aan de krijgsverrichtingen van 1813, '14 en 'ij hadden deelgenomen.

Dikwerf reeds had de Koning vereering betoond aan het Nederlandsch-Indische leger en de Marine, aan de mannen zonder vrees, met ijzeren wil en volharding, die bij Bondjol en te Palembang, op Sumatra, te Djagaraga en Kasoemba, te Montrado en Tomori, te Reteh en Bandjer-masin, in Japan bij Simonoseki, spottende met elk bezwaar, door hun bloed en hun leven hun wapeneed hadden bezegeld. Maar nimmer sprak de Souverein zijn soldaten-hart kloeker en warmer uit dan op 2 Augustus 1881

op ,,het Looquot; aan het gala-diner ter eere van Koningin Emma, tegenover den luitenant-generaal van der Heyden, den held van Samalangan. De bewoordingen, waarin de Koning dien veldheer uit naam van het vaderland, van het Huis van Oranje, namens het geheele Neder-landsche volk, dank zeide voor de glorie van Neêrlands driekleur op Sumatra's noordwestkust — die bewoordingen eerden evenzeer den Vorst als het Nederlandsch-Indische leger, naar het dichterwoord van Beets —

ocr page 72

REX ET REGINA.

Krijgsmanseer zal nimmer sterven,

Heldenaard,

Ridderzwaard,

Nooit zijn eerkrans derven.

Tienduizenden onder de tropen, die zich onder zengende hitte en groot gevaar een deel van 's Konings lof mochten toerekenen, zwoeren in stilte nogmaals, als eenmaal Maarten Harperts-zoon Tromp —

Mijn hert en handt Zijn voor het landt.

De schenking van Bronbeek aan de invaliden van het koloniale leger en de aan onze oude zeelieden te Brielle geboden gastvrijheid spreken nog eiken dag van 's Konings onbekrompenheid en waardeering van militaire deugd.

's Konings persoonlijke moed en zijn van nature goed hart kwamen het meest aan het licht bij de rampen in den winter van 18 ^ in Gelderland en Noordbrabant, gedurende de maanden Januari en Februari 1861 in het Maas-Waalsche. Na reeds officieren van zijn gevolg naar het tooneel van den watersnood te hebben gezonden, waagde de Koning zelf, te voet, in brooze vaartuigen of schietschouwen, het leven op de afgescheurde of doorgebroken dijken, op de ontembare met kruiende ijsschotsen bevrachte, hoog opgestuwde, alles verzwelgende wateren, om zijne wreed geteisterde onderdanen ter hulp te snellen. Overal bijstand biedende aan hen, wier have en goed waren vernietigd; meer dan goud veil hebbende voor zijne landskinderen, met milden hand schenkende wat kon strekken tot leniging van den nationalen ramp, heeft de Koning zich aan de Spees en te St. Andries, mét Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik bij de overstrooming en den doorbraak van Huisseling en te Leeuwen, een eerezuil gesticht in het hart van landzaat en vreemde. Schooner bladzijde heeft wellicht geen land in zijn geschiedrollen aan te wijzen dan die, waarmede Neerlands Koning in die dagen onze jaarboeken versierdedoor nieuwe bewijzen het geloof der natie stavende, dat Oranje geen bezwaren kent en zich het grootst toont, wanneer het gevaar het hoogst klimt.

62

ocr page 73

REX ET REGINA.

Duizenden bij duizenden haalden den Koning bij zijn terugkomst te 's Gravenhage in als een overwinnaar en voerden hem jubelend, vol geestdrift in triomf naar het ,,Oude Hofquot; (9 Februari 1861). Adressen en dankbetuigingen, aanspraken en redevoeringen zonder tal vertolkten

de erkentelijkheid van Neerlands volk. Nog twintig jaren later bij 's Konings zilveren regeeringsfeest dichtte ten Kate —

Hoe storm of ijsgang woede,

Gij baant der hulpe een pad. . . .

Een eenvoudige steenen pyramide met een koningskroon op den top ter zuidzijde van den nieuwen dijk te Leeuwen herinnert aan 's Konings menschlievend en moedig gedrag aldaar. Sinds Juni 1864 siert het park van het domein ,,'t Looquot; het beeld van ,,de Faamquot;,

63

ocr page 74

REX ET REG1NA.

opgericht door de Nederlandsche vrouwen als hulde aan des Konings optreden bij de grootste rampen, die gedurende zijn regeering het vaderland hebben getroffen.

Leidens hoogeschool, in welker ,,Album Academicumquot; sinds 1836 met talrijke voorgangers uit zijn stamhuis ook de naam van den toenmaligen Erfprins prijkt, mag er zich op beroemen bij Koning Willem III de eerste zaden van staatsmanswijsheid te hebben gelegd.

De op 22 Mei 1838 door één zijner promotoren uitgesproken hoop,

,,van den Erfprins een ,,regeering te wachten, wijs ,,en goed als de tegenwoor-, ,digequot; — heeft Koning Willem III verwezenlijkt. Sedert 19Februari 1838 verzuimde hij als lid van den Raad van State geen gelegenheid om zich op de hoogte te stellen van de staatkundige behoeften der natie. Prins Willem bezat de eigenaardigheid van sterke zelfstandige karakters, die geen moeite doen om zich tetoonen, vooiol niet van de beste zijde ; die nauwlijks toestaan, dat men hen raadt, liever de lofwaardige trekken van hun zieleleven verbergen, dan ze openlijk ten toon spreiden.

Als Erfprins, daarna als Troonopvolger zag Oranje Europa's Souve-reinen veelal zich plooien naar den volkswil, en het zwaartepunt in het raderwerk van den Staat verplaatsen. Koning Willem II had de geest van zijn tijd begrepen en getracht uit eigen beweging de volkswenschen te gemoet te komen. Zonder te vragen of de nieuwe vrijheden konden schaden aan eigen belangen dan wel tegen zijne persoonlijke overtuiging streden, belichaamde 's Prinsen vader op 4 November 1848 de milde grondslagen der staatshuishouding, waaronder wij leven.

Nog vóór zijn inhuldiging op 12 Mei 1849 te Amsterdam, verklaarde

ocr page 75

Inhuldiging van Koning Willem III op 12 Mei 1849 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.

Naar een waterverf-teekening van J. Bosboom. Eigendom van Hare Majesteit de Koningin.

9

ocr page 76

REX ET REGINA.

Koning Willem III, ,,dat het ook zijn roeping zou zijn, aan de door „Willem den Tweede, met overleg van de volksvertegenwoordiging „gewijzigde grondwet volledige uitvoering te geven.quot; De kleinkinderen en achterkleinkinderen van de leiders en deelnemers aan de machtige hervorming van het staatswezen in 1848 kunnen zich moeilijk een voorstelling maken omtrent de opwinding der gemoederen van dien felbe-wogen tijd en de grootsche beteekenis, die de meeste burgers aan de rechtstreeksche verkiezingen hechtten. De jongeren van onzen tijd mogen moeilijk beseffen, dat de behoudsmannen van heden in 1848 als gevaarlijke radicalen zouden zijn uitgekreten.

Koning Willem 111 toonde wijsheid en zelfverloochening door het initiatief te nemen tot hervormingen, welke bij onze naburen met oproerkreten en straatgeweld werden afgeperst. Ter wille van 's volks zelfregeering offerde de Koning soms persoonlijke inzichten en een deel van zijn macht — niet van zijn gezag — op. Zoo handelende kon Zijne Majesteit veertig jaren later getuigenis afleggen voor zijn volk, dat hij zijn eed had gestand gedaan, zonder bejag naar populariteit. Geen Souverein heeft trouwer zijn woord gehouden tot bescherming der grondwet en handhaving der vrijheid.

Ongeveer tweehonderd ministers en eenige duizenden Kamerleden vormden afwisselend de bemanning van het schip van staat, waarop de Koning streng doch consequent het gezag heeft gevoerd. Niet meer dan hoog noodig lettende op de leuzen der partijen, wier strijd reeds veertig jaren had geduurd, vatte hij het roer met vaste hand en stuurde zijn vlag, trots hooge zeeën en het beuken der golven, langs klippen en ondiepten zonder ooit te zijn gestrand. Werd de Koning gesteld voorde moeilijke keuze tusschen zijne ministers en de meerderheid der volksvertegenwoordiging, dan ging hij na rijp beraad volgens eigen overtuiging te werk. Vooral in dergelijke dagen van crisis beheerschte de Souverein zijn snel bruischende Russische bloed, en raadpleegde dan niet eigen verlangen maar grondwettige plicht: het beginsel dat bij hem zwaarder woog dan elke andere beweegreden. Zelf leidde de Koning de binnenlandsche staatkunde; geen ministers of kamers kunnen zich beroemen den Koning aan den teugel te hebben gevoerd. Zeventien malen zag de Koning

66

ocr page 77

REX ET REGINA.

zich genoodzaakt van kabinet te veranderen. Van het recht tot ontbinding der Staten-Generaal heeft hij zevenmaal moeten gebruik maken ; nimmer heeft de natie hem daarbij in het ongelijk gesteld. De Koning vormde het vereenigingspunt voor alle partijen. Willem III was en bleef Koning van het Nederlandsche volk.

Onder de staatkundige mannen, die gedurende 's Konings veertigjarige regeering op den voorgrond zijn getreden, behooren mr. Floris Adriaan van Hall, mr. Jan Rudolf Thorbecke, mr. Guillaume Groen van Prinsterer en mr. Jan Heemskerk Az.

Een treffende tegenstelling vormde de April-maand van 's Konings zeventigjarige feestviering met de onverkwikkelijke beweging in de vierde lente zijner regeering. In 1849 had Willem III zich niet verzet tegen den wensch van de meerderheid in de Kamers om mr. Thorbecke, den staatsman van organiseerend talent en die het meest tot invoering van de nieuwe grondwet had bijgedragen, aan het werk te stellen: ofschoon Zijne Majesteit geenszins het gevoelen kon deelen van den hoekigen, autocratischen hoogleeraar, die op zijne wijze leven verlangde te geven aan de staatshervorming. Terwijl het krachtige en werkzame eerste ministerie-Thorbecke den grond legde voor de voornaamste, ons thans beheerschende organieke wetten, leidde vier jaar later de scheiding van kerk en staat, volgens die zelfde grondwet, tot herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. Groote tweespalt ontstond onder het volk. De oude godsdiensttwisten vlamden op in Nederland en het volk richtte zich tegen den ,,premierquot; en het regeerings-kabinet. Geen partij kiezende, niet ontkennende dat de grondwet kerkelijke vrijheid en gelijkheid van bescherming waarborgde; maar tevens overtuigd dat de vrijzinnige minister bij meer beleid gevaarlijke volksbewegingen had kunnen voorkomen, verving de Koning mr. Thorbecke door mr. Floris Adriaan van Hall ,,het ministerie der tegenovergestelde richtingquot;.

Als gevolg van dit alles heerschte in 18^3 ontstemming, zoowel bij de liberalen, wier leider twist had gezaaid, als in het kamp ter overzijde, omdat men aan de katholieken had willen beletten om, even als andere gezindheden, hunne kerkordening naar eigen behoeften te regelen.

Hetgeen de Souverein in April 18^3 had begeerd en aan het volk

67

ocr page 78

rex et regina.

wenschte te leeren, namelijk dat de grondwet een waarheid en een waarborg zij voor allen — dat was der natie bij de viering van 12 Mei 1889 in merg en been gedrongen.

Twee jaren na den dood van Koningin Sophia Frederika Mathilda, Prinses van Wurtemberg, was ook de Prins van Oranje aan Nederland ontvallen. Zijn broeder Alexander, de laatste mannelijke erfgenaam Van den troon, sleepte een ziekelijk en lijdend lichaam voort en zou niet lang meer leven.

Innig verheugde zich Neerlands volk bij 's Konings vereeniging op 7 Januari 1879 te Arolsen met Prinses Adelheid Emma Wilhelmina Theresia van Waldeck en Pyrmont, derde dochter van den Regeerenden Vorst George Victor: voor onzen Souverein het aanvangspunt van ongestoord huwelijksgeluk, voor het volk nieuw licht ter bestendiging van de dynastie.

Meermalen reeds waren de Huizen van Waldeck-Pyrmont en van Oranje-Nassau, beiden nagenoeg even oud en beroemd, door huwelijksbanden tevens door roemrijke traditiën verwant. Door dit huwelijk werden de hoofdtakken van het Huis van Nassau, de sinds 12^ gescheiden Otto-nische- en de Walramsche linie, hereenigd. Op een der feestavonden te Arolsen liet de Vorst van Waldeck ter eere van zijn Koninklijken schoonzoon, na uitvoering van Beethovens ,,Egmontquot;, de voornaamste helden van het Huis van Oranje, aanvangende met Willem den Zwijger tot den held van Waterloo, in levende beelden aan de Hooge Bruid vertoonen.

Het plotselinge overlijden van Prins Hendrik der Nederlanden op 13 Januari — enkele 'dagen vroeger had de Koning zijn broeder gemachtigd om als admiraal der vloot den maarschalkstaf te voeren — noopte de in den lande voorbereide feestelijke ontvangst van Hunne Majesteiten uit te stellen, zoodat het Hooge Echtpaar de eerste weken op het lustslot ,,het Looquot; verbleef. Eerbiedig doch hartelijk werd de Koningin, wie zulk een hooge roep was voorafgegaan, door Neêrlands natie begroet met hulde-adressen van de Staten-Generaal en van de burgerijen, door de kerkgenootschappen van alle gezindten en vereenigingen van eiken tak van kunst en wetenschap vreugdevol verwelkomd.

De blijde inkomst van Koningin Emma op 21 April 1879 te

68

ocr page 79

REX ET REGINA.

Amsterdam, een week later te 's Gravenhage, geleek een zegetocht. Aan dit eerste bezoek onzer hoofdstad herinnert het ijzeren drijvende droogdok voor de handelsvloot, hetwelk door Hare Majesteit is geopend. Stormenderhand veroverde de minzaamheid der Koningin de harten harer

V

^ ^

I :

Z. M. Willem de Derde In admiraals-uniform.

Naar eeno photographie uit het archief van H. M. de Koningin-Regentes.

onderdanen. Telkens wanneer de Koningin voor langeren of korteren tijd naar het Vorstendom Waldeck terugkeerde — o. a. in 1881 en '84 gedurende de badkuur des Konings in het landelijke Wildungeri — werd zij met groote blijdschap door haar trouwe landgenooten begroet.

69

i

ocr page 80

rex et regina.

Den 3 i sten Augustus van het volgende jaar steeg 's Konings vreugde ten top bij de geboorte van Prinses Wilhelmina Helena Pauline Maria. Nederland dankte God voor het kind dat zooveel wenschen en beden vervulde.

Sinds strekten de staatkundige bemoeiingen van den Koning om den wensch der natie tot wijziging van de grondwet te bevredigen, en eventueel het pad der regeering voor zijn gemalin te effenen.

Op 6 November 1887 bekrachtigde onze Vorst de nieuwe grondwet, waarvan de hoofdpunten betroffen de troonsopvolging, de landsverdediging, benevens uitbreiding van het aantal leden der Tweede Kamer tot het getal van honderd. Toen vervolgens bij de verkiezingen de vertegenwoordigers der liberale partij in de minderheid kwamen, vroeg het ministerie Heemskerk zijn ontslag; den 20sten April 1888 trad óp het ministerie Mackay-Keuchenius-Dyserinck-Bergansius-Hartsen-Ruys van Beerenbroek-Godin de Beaufort-Havelaar, dat gedurende 's Konings ziekte (4 April tot 2 Mei 1889) den Raad van State tot uitoefening van het koninklijke gezag zou bijstaan.

Een der eerste handelingen van dit kabinet had gegolden de regeling der voogdij van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Wilhelmina voor het geval van minderjarigheid bij haar komst tot den kroon (14 September 1888). Dezelfde raadslieden — mr. Keuchenius was vervangen door baron Mackay en deze door den heer de Savornin Lohman — omringden den troon bij de herdenking van 's Konings veertigjarige regeering, welk feest bij HDZ. herstel met te grooter blijdschap werd gevierd.

Zijne Majesteit zou Apeldoorn niet meer verlaten. Wel herleefden gedurende zijn herstel de lust en de liefhebberij voor land- en tuinbouw; inzonderheid trokken de „Koninklijke Landbouw-Vereeniging, de Maatschappij tot heide-ontginningquot; en de onderneming om het Helena-veen in de Peel vruchtbaar te maken, zijn levendige aandacht. Bloemen en planten vormden, zelfs in dagen van pijnlijk lijden 's Konings eenige uitspanning.

De tiende verjaardag van Prinses Wilhelmina was een der laatste vreugdedagen op het Koninklijke lustslot. Zorgeloos als het lieftallige Vorstenkind, vierden alle scholieren in den lande feest; honderden leerlingen

70

ocr page 81

REX ET REGINA.

van openbare scholen, de spes patriae, zonden telegrammen van geluk-wensching aan haar, op wie zich reeds alle verwachtingen vereenigden. Sinds verzwakten 's Konings krachten langzaam. In de laatste helft van September verminderde zijne geestvermogens dermate, dat hij zich niet meer met staatsaangelegenheden kon bezig houden. Op 29 October 1890 droeg Neêrlands natie aan Hare Majesteit de Koningin het Regentschap

op voor den tijd, dat de Koning zich buiten staat zou bevinden de regeering waar te nemen.

Koningin Emma was niet van het ziekbed geweken en stond haar gemaal met onafgebroken toewijding ter zijde.

Op Donderdag 20 November kwam Hare Majesteit eenige uren van het nu zoo stille en droevige Loo naar 's Gravenhage om te doen

7'

ocr page 82

y2 REX ET REGINA.

wat plicht gebood In het belang van het Koninkrijk. De bevolking schaarde eerbiedig langs den weg van het „Oude Hofquot; in het Noordeinde naar het parlementaire vodium op het Binnenhof. Geen vlaggen of wimpels woeien van kerk of trans, geen klokkenspel, geen krijgs-

muziek — stille weemoed begeleidde de beproefde Vrouwe bij haar staatkundig optreden.

Harer Majesteits verschijning in de vergaderzaal der Staten-Generaal was een sombere voorspelling met betrekking tot het Hoofd van den

ocr page 83

REX ET REGINA.

Staat, maar een geruststelling voor allen, die de Koningin majestueus met ontzag afdwingenden eenvoud hoorden zweren ,,te zullen doen ,,al wat een goed en getrouw Regent schuldig is te doenquot;. Een korte proclamatie in de staatscourant van dien dag bevatte de aanvaarding van het Regentschap door Hare Majesteit Koningin Emma. Niemand had gedacht, dat de Koning reeds drie dagen later (23 November 1890) het moede hoofd zou nederleggen; dat men Hare Majesteit binnen enkele weken op nieuw, thans zwaar gesluierd, in dezelfde troonzaal zou zien wederkeeren om een nieuwen eed af te leggen bij de aanvaarding van het Regentschap voor de minderjarige Koningin.

In het Groothertogdom Luxemburg ging de regeering bij ontstentenis van mannelijk oir over op hertog Adolf van Nassau.

Aan de groeve, waarin drie Zonen rustten, welke bestemd schenen om onzen Koning op te volgen, bracht de tachtigjarige hofprediker in zieners taal den afscheidsgroet aan den laatsten mannelijken Oranje, die als zijne voorgangers naar eer en plicht trouw was gebleven aan het triumflied der Nassauers.

Koningin Emma aanvaardde bij proclamatie van 24 November 1890 aan het Nederlandsche volk het Koninklijke gezag. De aan Hare Majesteit toegevoegde raad van voogdij gedurende de minderjarigheid der Koningin bestond uit zeven leden, van welke de eerstbenoemde was de ondervoorzitter van den Raad van State, jonkheer mr. van Reenen.

Slechts éénmaal was een vreemde vorstin, toen eerste onderdane der Algemeene Staten, als Gouvernante in de Nederlanden opgetreden, 't Was in October 17^ i bij den dood van Willem IV, van wien de natie te vergeefs redding had verwacht van de regenten-aristocratie: reeds een halve eeuw haar verdrukster.

Zijn regeering had te kort geduurd om alle zaden van tweespalt uit te roeien. De anti-prinsgezinden waren door de omwenteling van 1747 wel beteugeld, maar niet bedwongen. Bij gemis van bekwame leiders en door ontzenuwenden rijkdom waggelde het gebrekkige gebouw der Unie op zijne grondvesten toen de Prinses-Weduwe Anna van Hannover, een geboren Prinses van Groot-Brittannië, het Regentschap aanvaardde voor haar driejarigen zoon, tot dusver ,,Graaf van Burenquot; nu Willem V genoemd. De hertog van Brunswijk trad op als vertegen-

1 o

73

ocr page 84

REX ET REGINA.

woordiger van den kapitein-generaal; tevens bleef hij de raadsman der Gouvernante, zooals hij ook raadsman van Willem IV was geweest, hoofdzakelijk ten aanzien der buitenlandsche aangelegenheden. De staatsgezinden zochten onder het nieuwe bewind het verloren gezag te herwinnen en maakten de taak van Prinses Anna ontzachelijk moeilijk. De Doorluchtige Vrouwe was door aanleg en ervaring voldoende berekend om de teugels van het bewind te voeren: maar zij vergat dat zachtheid en liefde zijn de grootste krachten der zwakkere kunne. Aangeboren hooghartigheid kweekte bij haar naijver op eigen inzichten en op eigen gezag. Vrees om in één harer raadslieden een leidsman te ontmoeten bracht haar tot een weifelende staatkunde, welke steun zocht in het gelijktijdig of beurtelings believen van de staats- en van de prinsgezinden. Zoo werd het Regentschap van Prinses Anna de aanvang van het rampzaligste tijdperk onzer historie, dat niet zou eindigen alvorens zelfs de naam der Nederlanden onder de volkeren van Europa ware uitgewischt.

Tegen dezen donkeren achtergrond licht met gouden glans het Regentschap van Koningin Emma.

De oogappel harer ouders, de meest geliefde om haar hart, haar geest en haar tact in den Vorstelijken kring te Arolsen was ook op den troon naast Neérlands derden Koning gebleven eene vrouw en eene moeder in de verheven beteekenis van het woord. Wat al vreugde en vrede heeft Koningin Emma gewekt in zijn hart! Wat al rimpels heeft zij met zachte hand van zijn voorhoofd weggevaagd ! Wat al stormen heeft zij door lieftalligheid bezworen!

Terwijl Koningin Emma als Regentes den spil vormde van ons staatkundig leven, getroostte zij zich blijmoedig en met rusteloozen ijver elke inspanning bij haar taak als Moeder: de schoonste titel van elke vrouw.

Met onverpoosde belangstelling volgde heel de natie de toenemende ontwikkeling van het Koninklijke Kind, dat nieuwe jeugd en frischheid had gegeven aan de liefde voor Oranje. Op Prinses Wilhelmina toch rustte de toekomst van het Doorluchtige Stamhuis, waarmede Nederland en de koloniën drie eeuwen van geluk en van voorspoed hadden gedeeld.

74

ocr page 85

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN-WEDUWE. REGENTES VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

Naar de schilderij van J. du Jossei.in de Jonu. i8yi. Eigendom van Hare Majesteit de Koningin.

ocr page 86

■

ocr page 87

REX ET REGINA.

Even als honderd jaren geleden bij het Huis Hohenzollern in Pruisen, staan thans in Nederland alle kansen van het Koningshuis op één worp. Tien millioen oogen blikten met roerende liefde op de Oranje-telge, die wij in ons midden zagen opgroeien. Dat gevoel van liefde wies, met het verstrijken der jeugd van Prinses — daarna Koningin Wilhelmina, tot

aanhankelijkheid van jong en oud, tot innige verknochtheid in alle deelen des lands en onder allé standen der maatschappij.

Slechts één stem van hulde en dank weerklinkt in Nederland en in de koloniën voor de uitstekende wijze, waarop Koningin Emma haar dubbele taak heeft vervuld; voor haar onverdroten toewijding en trouw tot behartiging der belangen van haar tweede vaderland, voor de liefde en het beleid, waarmede de Regentes haar Dochter voor hare schoone roeping heeft voorbereid. Bewondering vervult elk en een ieder voor het volhardende

IS

ocr page 88

76

overleg en de inspanning, waarmede de Ruwaardesse van Nederland de Koningin in elk opzicht voor de toekomst heeft toegerust. Met Neerlands Koning ook Neerlands volk willende huwen, wél doende uit innerlijken aandrang en niet uit praalvertoon, rusteloos werkzaam — toch niet altijd met voldoening! — voor de aan haar leiding toevertrouwde onderdanen, heeft de Regentes haar heiligste plichten jegens Kind en Volk vervuld als een ,,Dei gratiaquot;. Niemand afschrikkende door majesteit, minzaam haar volk te gemoet tredende, noodigt de Koningin-Weduwe door blik en houding om tot haar te naderen. Haar ziende heft men het eerbiedig gebogen hootd weer op om in den spiegel van haar ziel vertrouwen te lezen.

Den twijfel van hen, die meenden dat Nederland onder de regeering van een vrouw minder gelukkig kon zijn dan onder het bewind van een man, heeft de Koningin-Weduwe Regentes schitterend gelogenstraft.

Rex J Koning ! Die kan en doet al wat recht is en sticht! Maar het bevel van een man klinkt veelal barsch. Zijn begeerte naar macht, zijn willen schijnt een juk, zelfs het willen ten goede !

Regina! Koningin! Haar macht strekt vooral om te helpen, te lenigen, te onderrichten! Bij de vrouw wekt alles genegenheid. Haar bevel wordt bekoorlijk als een verlangen. Haar wil gelijkt een verzoek. Ketenen, die aan een Souvereine boeien, zijn bloemenstengels. Bovendien is deugd meer eigen aan vrouwen dan aan mannen!

Het volk, niet de hoogstgeplaatsten, niet de leiders of de regeerings-klasse, maar het volk in dorpen en steden, op het platte land, in de koloniën, bloost niet over zijn gehoorzaamheid bij de gedachte dat een Vrouwe regeert.

Koningin van Nederland ! Keizerin van Oost- en West-Indië !

Allen buigen zich gaarne onder haar schepter, gevoelende dat gehoorzaamheid aan haar, wier welbehagen het is naar rechtvaardigheid te beschermen, wederkeerig bescherming verleent!

Staande voor even moeilijke staatkundige vraagstukken als Prinses Anna in de tweede helft der vorige eeuw, heeft Koningin Emma schitterend

ocr page 89

77

gezegevierd, terwijl haar voorgangster als Gouvernante onder den last van 's lands voogdij is bezweken.

De eenige gebeurtenis van gewicht gedurende de eerste jaren van Prinses Anna's Regentschap was de schikking met Koning Frederik II van Pruisen nopens de goederen van het Huis van Oranje-Nassau, die hem in 1732 bij beslechting der geschillen over de erfenis van den Koning-Stadhouder Willem 111 waren toebedeeld. Onmiddellijk na zijn dood had ook Pruisens Koning den titel en het wapen van Oranje aangenomen. Bij de overeenkomst van 17^4 kwamen de meeste goederen en heerlijkheden, ook het huis Honslaarsdijk en het ,,Oude Hofquot; te's Gra-venhage, later nog Montfort,

Borkulo en Lichtenvoorde aan Prins Willem V. Alle andere ontwerpen van Prinses Anna leden schipbreuk.

Hare voorstellen om volgens de inzichten van Prins Willem IV te geraken tot verzoening der staatspartijen, tot verhooging van 's lands weerbaarheid, tot handhaving van het gezag der Republiek in het buitenland, tot opbeuring van handel en nijverheid, maakten onderwerpen uit van langdurige maar van onvruchtbare beraadslaging, om der Vorstin ten slotte den schimpnaam van stiefmoeder Anna te verwerven. De kuiperijen van een d'Affry maakten de Prinses zelfs in haar vaderland verdacht.

Waren de staatspartijen in 1890 van naam veranderd, haar streven was toch in veel opzichten gelijk. Karakter toonende, niet als Prinses Anna steun zoekende in verschillende richtingen, maar zelve oordeelende, heeft de Regentes bij ministeriëele crisis wel voorlichting maar geen raad gevraagd, zich niet ingelaten met politiek geknutsel, doch naar het voorbeeld van haar Koninklijken gemaal volgens grondwettigen plicht gehandeld.

ocr page 90

■78 REX ET REGINA.

Daaraan getrouw, zag de Regentes zich driemaal gedwongen van kabinet te veranderen.

Na aftreding van het ministerie Mackay, dat Koningin Emma bij zoo menigen zwaren gang had gesteund, aanvaardden op 21 Augustus 1891 mr. G. van Tienhoven en mr. J. P. R. Tak van Poortvliet de leiding van den minister-raad. De in den zomer van 1893 door hen voorgestelde kieswet bracht in en buiten de Kamers de gemoederen sterk in beweging. De oude „keezenquot; en de „oranje-klantenquot;, thans gesplitst in allerlei fractiën met barbaarsch klinkende namen, geraakten meer en meer verdeeld. En toen in het volgende voorjaar de ontwerp-kieswet, door partijstrijd en naijver verminkt, moest worden ingetrokken, toen ontbond de Koningin Regentes de Tweede Kamer (20 Maart 1894) om aan de natie gelegenheid te bieden zich te verklaren. De verkiezingen vielen ten nadeele van het ministerie uit. Zonder van voorliefde of van weerzin te doen blijken omringde de Kroon zich op 7 Mei d. a. v. door het kabinet van mr. S. van Houten en jonkheer mr. J. Roëll met andere raadslieden der vooruitstrevende richting. Wel slaagden zij in de uitbreiding van het kiesrecht, maar zagen zich toch ook weder het vertrouwen der meerderheid ontvallen. Op 26 Juli 1897 benoemde de Hooge Leidsvrouw van het koninkrijk de mannen, die bij de inhuldiging van Koningin Wilhelmina om den troon zullen scharen: mr. H. Goeman Borgesius, mr. N. G. Pierson, mr. P. W. A. Gort van der Linden, mr. W. H. de Beaufort, den heer J. G. Jansen — vervangen door den vice-admiraal jonkheer J. A. Roëll —, den generaal-majoor K. Eland, de heeren J. T. Gremer en G. Lely.

Te midden van al die moeilijkheden en bezwaren kwamen belangrijke wetten op het gebied van den fiscus, tot bevordering van het onderwijs, van handel, scheepvaart en regeling der sociale toestanden tot stand.

Zachte woorden bezigende bij de inleiding van krachtige daden, heeft ééne Vrouwe binnen acht jaar de partijen tot meer staatkundige verdraagzaamheid samengesnoerd dan drie Koningen in tachtig jaren.

Evenals gedurende de minderjarigheid van Prins Willem V besloeg ook het defensie-vraagstuk in de geschiedenis van het Regentschap van Koningin Emma een breede plaats.

ocr page 91

REX ET REGINA.

Nadat Prinses Anna herhaaldelijk met de Staten-Generaol had vergaderd, om het voorstel der land-provinciën tot vermeerdering der landmacht te ondersteunen tegenover Holland en Zeeland, die op versterking van de vloot aandrongen, verscheen de Gouvernante één maand vóór haar overlijden, reeds met het doodelijke bleek op de lippen, tot gelijke bedoelingen in de raadzaal op het Binnenhof. Vruchteloos 1

Meer dan honderd jaren later in

Revue der Rijdende Artillerie op de het voorjaar van 1891 werd daar het Kemperbergerheide. 21 April i8g-?. 1 , ^ 1 1 --r r 11 1

voorlaatste bedrijf afgespeeld van het ontwerp van graaf van Limburg Stirum (1873) tot afschaffing der dienst-vervanging, zonder dat het, trots de kloeke houding van generaal Bergansius, tot een stemming geraakte. De Koningin Regentes koos geen partij, maar versaagde evenmin. Hare overtuiging omtrent dit gewichtige punt van landsbelang stond vast.

Onder Hoogst Derzelver goedkeuring schreef dan ook het tegenwoordige Kabinet leer- en dienstplicht op zijn program.

De Regentes vereenigde zich met het betoog dat allen dienen te leeren, dat alle daartoe geschikte jongelieden leeren dienen.

Hoewel het vraagstuk der levende strijdkrachten sinds 1890 weinig vorderde,

heeft de Regentes geen gelegenheid verzuimd, om van haar belangstelling in leger en vloot te doen blijken. Meermalen vereerden de Regentes en Haar Dochter militaire instellingen, gedenkfeesten en oefeningen met hare tegenwoordigheid. Een treffend bewijs van hulde en sympathie schonken de Doorluchtige Vrouwen aan het leger, toen de op 21 September 1893 door Hare

79

ocr page 92

REX ET REGINA.

Majesteit de Koningin persoonlijk aan de korpsen uitgereikte nieuwe vaandels en standaarden, op voorstel der Regentes werden versierd met de namen der krijgsverrichtingen, waarbij de voorgangers dier korpsen zich hadden onderscheiden. Het voorbeeld van haar vader in ruimeren zin volgende, hechtte de jonge Koningin het Zilveren Kruis aan het vaandel van het 8ste regiment infanterie, waarvan de samenstellende deelen herinneren aan de krijgers, die het meest tot herstel en bevestiging van 's lands onafhankelijkheid hebben bijgedragen. Zoolang onze soldenieren het Zilveren- en het Metalen Kruis, de Citadel Medalje benevens de namen der behaalde overwinningen zien schitteren op het hun dierbare vereenigingspunt, het symbool van trouw, van vroomheid en moed — zoolang zullen zij eerbiedig en dankbaar der Koninklijke Vrouwen herdenken, die daarmede krachtig hebben bijgedragen tot opwekking van krijgsmansgeest, van achting voor de kweekscholen van mannelijke deugden en onzelfzuchtige plichtsbetrachting.

U die ons Vaandel heeft gelauwerd,

U lauwert heel de natie saam.

Wel verre van tegenover den verrader Toekoe Oemar en bij het misdadige bedrijf van Ratoe Agoeng Agoeng G'dek Ngoerah Karang Assam op Lombok te handelen, zoo als Hunne Hoog Mogenden gedurende de voogdijschap van Prinses Anna hadden misdaan door den vrede met Marokko en Algiers voor rijke geschenken en ten koste van groote opofferingen te koopen, heeft de Regentes de ommekeer in de sinds 1892 gevolgde Atjeh-politiek en de tuchtiging van Lombok goedgekeurd.

Onzer Koninginnen kromp het hart bij de bloedige offers van Tamiang, van Mataram en Tjakra Negara. Niettemin bracht de Regentes in het Lombok-album met haar naam een dankbare hulde ,,aan de gevallenen in den strijd voor het Vaderland.quot; Met de instelling der orde van Oranje-Nassau (4 April 1892) voor verdienstelijke vaderlanders, vormt het Lombok-Kruis (11 April 1895) het eerepand onzer Koninginnen in den krijgsroem van Insulinde. De waarde van het vier-armige geparelde kruis werd nog zeer aanzienlijk verhoogd voor hen, op wier borst Koningin Wilhelmina het persoonlijk wilde hechten

8o

ocr page 93

8i

(6 Juli 189O- Het gevoelige maar fiere vrouwelijke hart drijft om bij een meer doortastende oorlogvoering op Sumatra te spoediger tot bevrediging te geraken.

Gedurende de regeering van Koning Willem III was de slavernij in Oost-Indië nagenoeg geheel afgeschaft, in West-Indië belangrijk verminderd.

Koningin Emma werkte mede met het anti-slavernijcongres te Brussel om ook in Afrika den menschonteerenden handel in „zwart ivoorquot; te weren.

Toen men twee jaar geleden ter overzijde van het Kanaal, alleszins ten onrechte, was ontstemd tegen Nederland als stamverwant der oud-Hollanders, die aan de Vaal den schandelijken toeleg van een Jameson schitterend hadden verijdeld; terwijl op 6 Januari 1896 de Nederlanders te Londen voorzichtigheidshalve deuren en vensters moesten sluiten; toen

11

ocr page 94

82

vertoonde de Regentes zich 's avonds op een feest bij den Engelschen gezant. Op die wijze beschaamde Koningin Emma Britsche verwatenheid op Britsch grondgebied en werkte grootmoedig mede tot behoud der goede verstandhouding mot Albion. Bij het tractaat van 9 April 1895 zijn de in 1884 met de Transvaal gesloten banden van vriendschap, ook met den Oranje-Vrijstaat gestrikt.

Steeds en bij elke feestelijke gelegenheid den voorrang latende aan

de Erfgename van den troon, schreef de Regentes mede haar naam op schier alle oorkonden voor nieuwe werken van liefdadigheid en godsdienst, van handel en verkeer, van kunst en wetenschap: het nieuwe ziekenhuis op het gasthuisterrein te Amsterdam (28 Mei 1891), de Wilhelmina-kade te Rotterdam (30 Mei 1891), de herbouwde kerk der Hervormde Gemeente te Apeldoorn (16 Juli 1891), den nieuwen vleugel van het universiteitsgebouw te Utrecht (10 Juni 1892), het Rijn-kanaal van Amsterdam naar

ocr page 95

REX ET REGINA.

Gorinchem (4 Augustus 1892), bij het te water laten van het pantser-dekschip Koningin Wilhelmina te Amsterdam (22 October 1892),

bij de verplaatsing van het standbeeld van de Ruyter te Vlissingen (23 Aug. 1894), op den gedenksteen van het nieuwe gebouw voor het Koninklijk Huis-Archief (50 October 1896) — het machtige geheugen van liet Huis van Oranje-Nassau waaraan de Bibliotheek tier Koningin en een Oranje-Museum worden verbonden.

Bij bezoek der verschillende gewesten griften Moeder en Dochter de liefelijkste beelden en de schoonste herinneringen in het hart harer onderdanen. Waar ook Hare Majesteiten zich vertoonden op tentoonstellingen, bij nationale wedstrijden of vermaken, bij alles wat de welvaart kon bevorderen of strekken om 's Lands eer hoog te houden, daar steeg de geestdrift ten top, daar klonken dagen lang onverpoosd onze volksliederen, en ging 't naar de woorden van Schiller —

De stad linudt feest met vreugdelied en dans;

De rijke praalt en de arme juicht in vrede.

't Is al versierd met wimpel, vlag en krans Waar 't oog zich wende, alom, bij elke schrede.

Tooit lachend groen de poorten, muur en trans.

O stad! voor zulk een stoet van feestgenooten Moet gij uw vest verwijden en vergrooten.

Grooter geestdrift en meer nationale weelde aanschouwden Friesland en Groningen nooit dan in de ,,Oranje-weekquot; van 17 tot 2Juni 1892. Nimmer kwamen de schilderachtige Zeeuwsche kleederdrachten beter tot haar recht dan in de dagen van 21 tot 2^ Augustus 1894, of tooiden Nijmegen, Brabant en Limburg zich kwistiger dan gedurende den volgenden bloeimaand (14 tot 24 Mei 189^) bij het bezoek van Neêrlands Koninginnen. Overijssel en Drenthe wedijverden (2 tot 7 September 189^) voor Hare Majesteiten in glans en praal met de andere gewesten. Het vertoon der oud-Germaansche rechtspraak bij „klimmender zonnequot; in den

ocr page 96

REX ET KEG1NA.

Biüler-kiiil bij Rolde verleende eigenaardige bekoorlijkheden aan het karakter der landschap met haar eeuwenoude gedenkteekenen en overleveringen.

Souvereinen ontvangende in hare paleizen, haar Dochter voorstellende aan vreemde hoven, verhoogde Koningin Emma den eerbied en de liefde van het buitenland voor de aloude dynastie der Oranje's.

Het overbrengen der stoffelijke overblijfselen van den dapperen Willem George Frederik van Oranje-Nassau uit Padua naar het koninklijke mausoleum te Delft gaf bevrediging aan een sinds lang door duizenden gekoesterden wensch. Daardoor vertolkte de fiere Waldeck'sche hoe hoog de nagedachtenis van groote mannen bij Haar staat aangeschreven. Zelve opklimmende tot den edelen Witte- i.llohe Zoller in Zwabcn.

kindus I, die zich in 777 graaf van

Waldeck en Swalenberg heeft laten noemen ; rechtstreeks afstammende van den stichter van het slot, waar in 1021 uit ,,der Walder Eekquot; aan de Eder de ster opging van het in Pyrmont bloeiende Vorstenhuis, nog tachtig jaren vóór de stichting der burcht van Nass-auwe aan de Lahn en tweedehalve eeuw alvorens op den ,,Hohe Zollerquot; in Zwaben de bakermat van Duitschlands Keizers werd gegrond — eerde Koningin Emma in Willem George Frederik zoowej een nazaat van Prins Willem den Eerste, als van de Stammoeder der Koninklijke Pruisische dynastie. Prinses Louise Henriette van Oranje-Nassau en den Zwijger ter eere, trotsch op zijn Koninklijke Nicht en op het Oranje-bloed in eigen aderen, heeft Duitschlands Keizer Wilhelm II het ,,Wilhelmusquot; van St. Aldegonde, naar Valerius' toonzetting, en de melodie van Starter —

Berg op Zoom, hout sich vroom,

't Stut de Spaensche scharen !

op de lijst der Duitsche volksliederen ingeschreven.

Van het Regentschap van Prinses Anna ging de gedachtenis schier

84

ocr page 97

REX ET REGINA.

verloren. Het tijdperk der regeering van Koningin Emma staat met onuit-wischbare letteren op Neerlands geschiedrollen geboekt. Geen gemeente in ons land, waar haar naam niet op pleinen of straten is vereeuwigd.

De dagen van 24 October 1896 en van 21 September 1897, die der geloofsbelijdenis en der eerste staatkundige verrichting van Koningin

Wilhelmina, boden aan de Regentes de eerste lauweren voor haar volbrachte moederlijke taak.

Het fiere ,,Jaquot;-woord der Koninklijke Jonkvrouwe bij Haar bevestiging op 24 October 1896 in het ,,Oude Hofquot; klonk als een wapeneed der tot den strijd toegeruste Erfdochter van Willem van Oranje, die voor de vrijheid van geloot en geweten was gevallen. Op die gelofte sloeg, naar het hart harer Moeder, de spreuk, die de voorganger bij die onvergetelijke

8^

ocr page 98

86

plechtigheid aan onze jonge Souvereine op haren levensweg mede gaf: ,,Zijt getrouw tot den dood!quot;

Toen Koningin Wilhelmina, nog uitsluitend gekroond met den bloesem harer jeugd, op 21 September 1897 voor de eerste maal met de Regentes te midden der volksvertegenwoordiging en vóór den troon verscheen, toen zag Hare Majesteit vragende op naar Haar Moeder. Vragende bleef Haatblik gedurende de buitengewone zitting, tót, na de laatste woorden van de troonrede, de nestor van ons parlement „Leve de Koningin!quot; aanhief; welke jubelkreet met groote geestdrift driewerf door alle statenleden werd herhaald. De blauwe oogen der Koninklijke Maagd schitterden van vreugde en blijde verrassing. De spontane uiting van Oranjegezindheid bij de eerste ontmoeting der Koningin met den keur der natie gaf tevens het meest welsprekende antwoord op de onuitgesproken vraag van Koningin Wilhelmina. Lachend schouwde de Doorluchtige Moeder op Haar Kind, Haar trots!

De naam van Koningin Wilhelmina beteekent voor Nederland en voor de koloniën: jeugd, schoonheid en liefde — drie kronen, die allen en alles schragen. Haar naam spelle aan de monden van den Rijn geluk zonder krakeel, in Oost en West bloei zonder wapengedruisch!

Overtuigende bewijzen voor den bloei, de welvaart en de ontwikkeling van het vaderland en de koloniën gedurende het bestuur van Koning Willem 111 en het Regentschap van Koningin Emma leveren de onderstaande cijfers.

De bevolking des rijks telde op het eind van 1849 3,056879 zielen; in 1890 was dit getal gestegen tot 4,564565, op 1 Januari 1897^4,928588, d. i.: binnen een halve eeuw een vermeerdering van 57.3 pCt. De bevolking van Java is in dienzelfden tijd bijna verdriedubbeld, en in enkele residentiën dichter dan in de meest bevolkte deelen van Europa.

Ter beoordeeling van het intellectuëele peil der maatschappij gelde dat in 1849 'iet Seta' rekruten, die bij opkomst konden lezen noch schrijven 22.6 pCt. bedroeg, in 1889 nog 8.2 pCt., in 1897 slechts 450 op 1 1000 man: zijnde 4 pCt.

ocr page 99

REX ET REGINA.

87

!

Tegenover de groote stijging der bevolking verminderde het cijfer der bedeelden van ± jooooo met drie vijfden. De banken van leening namen af van 100 tot 28. Daartegenover vermeerderden de spaarbanken van 13 ^ in het jaar i8jo tot 14^8 in 1890, tot 1^69 in 189^. De inleggers namen binnen vijfenveertig jaren toe van 44180 tot 843^5; hun saldo te goed, in 18^0, bedragende ƒ ^,8^000, steeg in 1890 tot f82,796000, in 189^ tot ƒ 1 36,769000. Alleen op de rijkspostspaarbank is ten name van de verschillende inleggers een bedrag van ruim /63,^70000 ingeschreven.

Onze nationale schuld is sedert 18^0 met 141 millioen verminderd. y De rente der staatsschuld eischte in 18^2 nog meer dan 60 pCt. dei-

gewone rijksinkomsten; dit cijfer daalde in 1890 tot 2^.29 pCt. en bedraagt thans ongeveer 22 pCt. Met dat al zijn een groot aantal drukkende belastingen afgeschaft; de rijks-accijnsen op het gemaal, het geslacht, de brandstoffen, zeep en zout, de plaatselijke accijnsen, registratie-en scheepvaartrechten, tol-, baken-, deels ook kanaal-en havengelden, enz. Gedurende het Regentschap van Koningin Emma is nagenoeg ons geheele belastingstelsel herzien: het krachtigst door invoering van den verplichten persoonlijken dienst.

De inzichten van Koning Willem 111 omtrent de voorwaarden tot f bevordering der belangen en tot ontwikkeling van den landbouw, overtroffen

bij den aanvang zijner regeering verre die zijner ministers. Reeds spoedig na zijn troonbestijging richtte zich Zijner Majesteits streven om uit de verschillende landbouw-maatschappijen één centrale vereeniging voor het geheele land te vormen. Met dit plan belegde de Koning op 20 April 18^4 in de Oranje-zaal op het Huis-ten-Bosch een bijeenkomst van afgevaardigden der verschillende besturen, en opende de vergadering met een rede, die van warme belangstelling in dezen nationalen bron van ons bestaan getuigde. Zóó kwam onder HoogstDeszelfs beschermheerschap de Koninklijke Landbouw-Vereeniging tot stand. Jammer * genoeg, dat niet allen de juiste inzichten des Konings deelden. Reeds binnen

een achttal jaren ging de jeugdige vereeniging bij gemis aan noodige samenwerking te niet. Trots tegenspoed hield de Koning zijn doel in het oog, vooral om in het gebrek aan kennis bij den landbouwenden

i

ocr page 100

88

stand te gemoet te komen. In ruimeren kring trachtte Zijne Majesteit ontwikkeling te verspreiden, waartoe de Koning o. a. reeds in 18^ i te Apeldoorn de straks te bespreken Koningsschool had gesticht.

Dat de zoogenaamde bloei van onzen landbouw gedurende de eerste helft van 's Konings veertigjarige regeering slechts een bloei was in schijn, 't bleek omstreeks 1879 bij de sterke daling der prijzen van het graan en van de zuivelprodukten, dientengevolge ook van den grond. Binnen korten tijd deden zich de gevolgen van eigen achterlijkheid en verwaarloozing der landbouwbelangen tegenover de ontwikkeling van het

bedrijf in het buitenland, bij scherpe mededinging op landbouwgebied en de beschermende rechten elders allertreurigst gevoelen. Hoezeer wij bij onze naburen ten achteren stonden, leerde de in 1884 te Amsterdam gehouden internationale landbouw-tentoonstelling. Nagenoeg alle Neder-landsche voortbrengselen, alleen de veerassen uitgezonderd, bleven in de minderheid. Onze landbouw moest door het nulpunt heen, alvorens tot verbetering te geraken. Sedert hebben zich meer gezonde denkbeelden omtrent de noodzakelijkheid van staatszorg ook voor dit bedrijt baan gebroken. De landbouw-maatschappijen, vroeger daartoe door den Koning gedrongen, sloten zich thans gedwongen tot zelfbehoud, nauwer aanéén

ocr page 101

REX ET REGINA.

en benoemden een landbouw-comité, met instemming waarvan de regeering in 1886 een staats-commissie in het leven riep, ten einde een onderzoek naar den toestand van den landbouw in te stellen, tevens middelen te beramen om dezen bron van bestaan uit zijn gedrukten toestand op te heffen. Het optreden dezer commissie werd door den Koning met levendige sympathie begroet. In een uitvoerig verslag legden de commissieleden den treurigen toestand van onzen landbouw bloot en ontwierpen voorstellen tot verbetering. Nagenoeg al hunne adviesen zijn door Koninklijke besluiten of door wetten verwezenlijkt. De gunstige gevolgen der staatszorg deden zich dan ook reeds gevoelen, terwijl een verstandige coöperatie de belangen van landbouw en veeteelt bevordert. Ten slotte legde in 1897 Koningin Emma, ook in dit opzicht het voorbeeld volgende van Haar Gemaal, de staatszorg voor den landbouw in één hand door oprichting bij het ministerie van binnenlandsche zaken van een afzonderlijke daarvoor bestemde afdeeling. De keuze van den man aan het hoofd van dezen nieuwen tak van bestuur wettigt het vertrouwen, dat na de reeds bereikte vorderingen Koningin Wilhelmina zal voltooien, wat haar vader aanving, maar om velerlei redenen niet vermocht tot stand te brengen.

In 18^0 zou Zijner Majesteits eerste schroefstoomschip de Sainarang bij genoegzame kolenberging en ongeveer zevenmijlsvaart — voor dien tijd een goede snelheid — den weg van Nieuwediep over Falmouth-, St. Vincent, St. Helena, Kaapstad en Mauritius volgende, 84 dagen hebben gedaan om Batavia te bereiken. Thans behoeft een stoomer van gelijke grootte met tien- tot elfmijlsvaart, van Texel over Gibraltar, door het Suez-Kanaal en over Colombo naar de haven van Tjanjok Priok slechts 43 etmalen. Onze nieuwe kruisers zullen in dienst ongeveer achttien mijlen per wacht loopen en de reis over Suez, de dagen voor kolenladen medegerekend, in 28 dagen afleggen.

Een algemeen overzicht der oogsten in Nederlandsch-Indië gedurende de meergenoemde tijdvakken geeft groote schommelingen aan, maar bewijst tevens de onmisbaarheid der koloniën voor het moederland. Wij bepalen ons tot de cijfers voor de voornaamste producten benevens den gezame-lijken in- en uitvoer. Deze bedroegen voor;

1 2

ocr page 102

f)0 REX ET REGINA.

In 1849. In 1890. In 1895.

de koffie........... 742892 pikols 415000 pikols 856000 pikols

de suiker.......... 996567 » 6,845656 „ 9,225028 „

de indigo.......... 57355° kg. 635861 kg. 621666 kg.

de thee............ 499607 „ 3.241287 ,, 4,746580 „

de tabak........... 22,784000 ,, 35,349000 „ 27,883000 „

(in 1878) (in 1896)

de kina........................2,730234 „ 3.950667 kg.

(in 1896)

den uitvoer........ /61,196697 /176,549620 /199,630711

den invoer......... „32,017588 „160,173717 „168,348633

Trots drievoudige vermeerdering van den uitvoer en meer dan vijfvoudigen aanwas van den invoer verminderden de persoonlijke- en de dagdiensten binnen het tijdverloop van 1884 tot 189^ met 20 pCt.

Bij den aanvang van 's Konings regeering meette ons spoorwegnet nauwelijks 180 kilometers. Enkele maanden na den watersnood van 1861 legde Zijne Majesteit den eersten steen van de spoorweg-IJsselbrug bij Zutphen en wijdde daarmede den aanleg der staatsspoorwegen (22 October 1861). Te dier gelegenheid zongen de jongens van Mettray:

Te voet is goed.

Te paard is beter;

Maar wie nu door de wereld koom ;

En suff' noch droom',

Die moet — met stoom !

Wat Ge dezen winter deê.

Koning! — hebben we óók vernomen!

En nu ziet ons heel Mettray Moe Ge 't Stoompaard van de vreè Weg-baant, over de IJsselstroomen! —

Dubble Dwinger van den vloed,

God zij met U — wkt Ge doet!

Na den Ussel-overgang verkondigde de overbrugging van het Hollandsch-diep bij Moerdijk, van de Waal bij Kuilenburg, van de Maas te Hedel den roem van den ondernemingsgeest en der ingenieur-

ocr page 103

REX ET REGINA.

wetenschap in Nederland. In 1890 waren onze spoorwegverbindingen tot 2610-, in 1896 tot 2742 kilometers uitgebreid, welke ruimte de verschillende tramwegen reeds ter halve lengte zijn op zijde gestreefd. Als spoorweg-mogendheid houdt Nederland in Europa den vierden rang. Ongerekend de overname van den Rijn-Spoor kostten onze spoorwegen ongeveer 270 millioen gulden: weinig minder dan de Atjeh-oorlog!

Bij steeds toenemend brievenvervoer zijn de ontvangsten der posterijen sinds 1849, toen ƒ 1,350000, ruim verzesvoudigd. Ofschoon de uitgaven van een halve ton gouds tot ruim ó| millioen zijn gestegen, bleef in 1896 nog een batig saldo van ƒ 1,856669, zijnde één millioen meer dan vóór vijftig jaren. De bestellingen en verzendingen der brieven-posterij, in 1849 bedragende 6,078000, waren in 1890 tot 98,024000 vermeerderd en klommen in 1896 tot 128,117000 brieven en briefkaarten.

De draden van den rijks-telegraaf kunnen meer dan de helft van den aequator omspannen; het telephoon-net beslaat een lengte van 727 kilometers, een afstand als van Amsterdam tot Lyon en van Batavia tot Probolingo.

In Oost-Indië dagteekent de aanleg van den spoorweg Semarang— Soerakarta van 1863, die der staatsspoorwegen sinds het jaar 1875. Vijftien jaar later (1890) waren ongeveer 1325-, in 1896, na uitgave van ongeveer 120 millioen gouds, bijna 1800 kilometers, bovendien 427 kilometers tramlijnen in exploitatie. — De telegrafische gemeenschap meet in de tropen 7000 kilometers.

Menige groote onderneming in Nederland en in de koloniën ware zonder zedelijken en finantiëelen steun van hooger hand niet tot stand gekomen. Dank zij den aanleg der havenwerken van Amsterdam, Fijenoord esi Vlissingen, de doorgraving van Holland op zijn smalst en de uitvoering van den nieuwen waterweg van Rotterdam naar zee, vloeit dagelijks uit het buitenland rijke stof toe ter verruiming van onze nationale bronnen van bestaan, tevens tot voeding van onze oostelijke naburen.

Amsterdam handhaaft als geld- en tabaksmarkt den lof van Vondel:

Aan d'Amstel en aen 't Y — daer doet zig heerlijk ope Zij die als Keyzerin, de Kroon draegt van Europe —

9'

ocr page 104

REX ET REGINA.

Maar naast de hoofdstad, deels reeds daarboven, heeft de ten allen tijde open Rotterdamsche waterweg de Maas-stad verheven tot een der meest belangrijke handels-tw/w/'w van de oude wereld. Gedurende het Regentschap van Koningin Emma heeft Rotterdam niet alleen de dooiden Belgischen opstand geleden schade ingehaald, maar haar mededingster

aan de Schelde in méér dan één opzicht overschaduwd. De Pool-vaart is door de tochten van den ,,Willem Barendszquot; hervat. Zoo goed als Engelschen en Belgen doen ook Neder-landsche reizigers in Midden-Afrika van zich spreken. Op 76 factorijen der ,,Nieuwe Afrikaansche handels vennootschapquot; in het Congo-gebied, waarvan die aan den Sangha en op den Nyoko onder den equator de namen van ,,Emmaquot; en van ,,Wilhel-minaquot; dragen, waait de Nederlandsche driekleur.

Nadat het Suez-kanaal, onder vertegenwoordiging van Koning Willem III door Prins en Prinses Hendrik op 17 November 1869 was geopend, bleef Indië evenmin ten achteren bij den aanleg van groote werken. Onder alle maatregelen tot verbetering der middelen van gemeenschap en verkeer, van wegen en bruggen, bij bouw van gestichten, aanleg van waterwerken, mijnontginning en ontwikkeling van het fabriekswezen, omvangrijke maatregelen ter voorkoming van overstroomingen, middelen tot verbetering van rivieren en vaarwaters, spant de zeehaven van Tjandjok Priok de kroon. De daaraan besteede honderdentachtig tonnen gouds lokten gedurende het Regentschap van Koningin Emma elk jaar bijna duizend stoom vaartuigen, zeilschepen en oorlogsbodems. Bovendien heeft die havenaanleg een ver strekkenden invloed uitgeoefend op andere openbare werken in Nederlandsch-Indië.

Door de inpoldering van het Haarlemmer-meer, waartoe de eerste plannen werden ontworpen gedurende het bewind van Hollands Derden Stadhouder, welk werk onze Derde Koning voltooide ; door het droogleggen van andere groote plassen, indijking en dergelijke ondernemingen, zijn 30000

92

ocr page 105

REX ET REGINA.

bunders land aangewonnen. Bij afsluiting en droogmaking van het oude meer Flevo, volgens het plan der Zuiderzee-Vereeniging en op den voet van het verslag der uitgebreide Staats-commissie, bij dagteekening van 14 April 1894 aan Hare Majesteit de Koningin-Regentes aangeboden, voorspelt de regeering van Koningin Wilhelmina, binnen 33 jaar bij een begrooting van 189 millioen, de aanhechting in vollen vrede van een twaalfde provincie met 194410 bunders vruchtbaar land.

Het bestuur van staat, gewest en gemeente even als dat der koloniën is sinds 1849 aanzienlijk verbeterd en vereenvoudigd. De afschaffing van het dagbladzegel strekte tot krachtige ontwikkeling van de journalistiek ; de drankwet heeft de openbare dronkenschap trachten te beteugelen ; de sociale wetgeving is gedurende het Regentschap belangrijk gevorderd. Het gedurende de regeering van Koning Willem 111 ingevoerde wetboek van strafrecht heeft navolging gevonden in het buitenland. De wijziging der burgerlijke rechtsvordering, de vaststelling van het privaat-recht en andere afkondigingen waarborgen de onkreukbare heerschappij van „Justitiaquot; in Nederland.

Het schoonste gedenkteeken van 's Konings belangstelling op het gebied van onderwijs bezit de gemeente Apeldoorn in de „School van „Zijne Majesteit Koning Willem III en Hare Majesteit Koningin Emma ,,der Nederlandenquot;.

In 18^0, d. i. zeven jaar alvorens de wet tot regeling van het lager onderwijs in het staatsblad verscheen, besloot de Koning, vooral gedreven door zijn verlangen tot verbetering van den landbouw, om op het domein ,,het Looquot; een school op te richten tot verspreiding van meerdere kennis onder den landbouwenden stand en onder ambachtslieden : in de eerste plaats bestemd voor de zonen van beambten en werklieden in 's Konings dienst. De uitwerking van dit denkbeeld droeg Zijne Majesteit op aan jonkheer L. van Bronkhorst, intendant van het

93

ocr page 106

rex et regina.

koninklijke paleis en domein ,,het Looquot;, aan de heeren G. J. Mulder, hoogleeraar aan de hoogeschool te Utrecht, G. Simons, directeur der koninklijke akademie van ingenieurs te Delft, en B. F. baron van Verschuer, schoolopziener in het eerste district der provincie Gelderland. Reeds in Januari i8p boden zij den Koning een ontwerp aan, omtrent de bij het onderricht en het beheer van zoodanige school te volgen beginselen.

De Koning bepaalde dat het onderwijs kosteloos zou worden verstrekt, mits voor eiken willekeurig verzuimden schooltijd de ouders eene boete van ^ centen betaalden. Het leerplan omvatte alle vakken van het lager onderwijs. Het onderricht in den godsdienst verlangde de Koning uitsluitend aan de bedienaren daarvan over te laten. Zelf koos de Koning de plaats voor de school aan de Loo-laan en droeg den bouw op aan den hof-architect, den heer Camp. Op 26 April 18^1 werd de eerste steen gelegd; op den 3den Mei 18^2 opende Zijne Majesteit de school met een even goed gedachte als welgemeende redevoering, die aan het archief der school werd in bewaring gegeven. Den volgenden dag ving het onderwijs aan met 90 leerlingen.

Volhardend handhaafde de Koning zijne stichting tegenover velerlei tegenwerking.

Nadat de dagschool een vasten gang had aangenomen, verlangde de Koning het onderwijs nog aan te vullen en uit te breiden door een avondschool, een school voor handteekenen, benevens een cursus voqt rechtlijnig- en bouwkundig teekenen. Laatstgenoemde cursus werd opgeheven, toen in Apeldoorn de gelegenheid werd geopend voor aanstaande ambachtslieden om onderwijs in deze vakken te bekomen.

Toen de Koning in 18^2 Groningen bezocht, was hij dermate ingenomen met de flinke inrichting van de landbouwschool aldaar, dat Zijne Majesteit voortaan de jongens, die zich aan de school te Apeldoorn onderscheidden, naar Groningen wenschte te zenden. Reeds in 18^ gingen de meest belovende leerlingen van de dagschool daarheen op 's Konings kosten. Twee hunner vestigden zich in Indië: een overleed, de andere werd hoofd-inspecteur van den boschbouw. Het besluit is later onuitgevoerd gebleven en vermoedelijk door andere verdrongen.

94

ocr page 107

REX ET REGINA.

Ten einde het bestaan van de school te beter te verzekeren, stelde de Koning sedert 18^4, behalve de gewone kosten voor het onderhoud, jaarlijks nog ƒ 4000 beschikbaar, welke gelden, mét de te verkrijgen interesten in deugdelijke geldwaarden belegd, moesten strekken tot vorming van een fonds, waaruit allengs de kosten der school geheel konden worden bestreden. In 1883 was dit doel bereikt en trof de Koning schikkingen om ook het beheer der school en de gevolgde richting voor goed te waarborgen. Het gebouw met de daarin aanwezige meubelen,

hulpmiddelen van onderwijs, verzamelingen enz. werd overgedragen aan een college van regenten en het kapitaal ten hunnen name op het grootboek der nationale schuld ingeschreven.

Tot bestuurders der thans geheel voltooide stichting benoemde Zijne Majesteit ten slotte: jonkheer L. van Bronkhorst, mr. P. M. Tutein Nolthenius, mr. F. H. R. R. baron Fagel, jonkheer H. F. M. E. Sandberg tot Essenberg en mr. A. E. J. Modderman. Eindelijk gat Zijne Majesteit een reglement, waarnaar het bestuur der school voortaan zou geschieden.

In vroegere jaren bezocht de Koning de school menigmaal en verbaasde dan de onderwijzers en de jongens door zijn scherp geheugen: een erfgoed der leden van het Oranje-Huis.

Het vijfentwintig-jarig bestaan der school herdacht de Koning met de leerlingen.

Bij Zijner Majesteits huwelijk met Prinses Emma van Waldeck-Pyrmont werd het opschrift boven den hoofdingang:

ocr page 108

REX ET REGINA.

School van Zijne Majesteit Koning Willem III veranderd in —

School van Zijne Majesteit Koning Willem III en Hare Majesteit Koningin Emma der Nederlanden.

Op 29 Mei 1879 viel aan de school de eer te beurt van een eerste bezoek door Koningin Emma.

Sinds de opening der school tot den 3den Mei 1897 zijn als leerlingen der dagschool 936 kinderen ingeschreven. De laatste cursus opende in Mei 1897 met 130 leerlingen.

Geen Nederlander heeft op het gebied van onderwijs meer ten ofter gebracht dan Koning Willem III. Inderdaad verdient , ,de Koning Willem-en- , Koningin Emma-School,quot; als uiting der bedoelingen Hunner Majesteiten in het belang van landbouwers en werklieden, in eiken kring te worden gekend.

De zorgen der regeering voor het lager onderwijs gedurende de laatste vijftig jaren vertolkt het steeds toenemende getal scholen en scholieren.

In 1849 bestonden 3237-, in 1890 4258-, in den aanvang van i8qó 4442 lagere scholen, respectievelijk met 379679-, met 6^2030-en met 701832 leerlingen, zijnde van 1849 tot 1896 een toeneming van ruim 79 pCt. aan scholieren.

De wet tot regeling van het middelbaar onderwijs dagteekent van 2 Mei 1863. Twee jaren later bestonden 21 hoogere burgerscholen met 1418 toehoorders. Deze getallen bedroegen bij den aanvang van 1897 74 hoogere burgerscholen met 86^ leerlingen.

Bovendien opende de regeering landbouwscholen en andere inrichtingen van middelbaar onderwijs.

qb

ocr page 109

REX ET REGINA.

De wet van 28 April 1876 tot regeling van het hooger onderwijs leidde tot inrichting van het ,,Athenaeum Illustrequot; te Amsterdam als universiteit.

Betrekkelijk even bevredigende cijfers levert de ontwikkeling van het onderwijs in Indië.

Het getal lagere scholen nam aldaar volgenderwijze toe:

In 1875. In 1890. In 1896.

scholen leerlingen scholen leerlingen scholen leerlingen

voor Europeanen 131 5815 161 14776 182 17250

voor Inlanders 615 50446 1021 102014 1158 124232

Het getal toehoorders der zeven inrichtingen voor middelbaar onderwijs is gedurende de laatste zeven jaren schier verdubbeld.

Tegenover een uitgaaf van anderhalve ton gouds in 1849 voor het onderwijs in Indië, staan thans onderstaande sommen:

Ten behoeve van het lager onderwijs :

in 1865 in 1875 in 1890 in 1896

voor Europeanen ƒ277095 / 1,739335 /2,158746

„ Inlanders ƒ336444 „ 1,069628 ,, 1,276311

voor het middelbaar onderwijs ,, 196003 „ 411249 ,, 470910

Bovenstaande cijfers spreken duidelijker dan lijvige boekdeelen.

Het jaar der inhuldiging van Koningin Wilhelmina herinnert tevens aan den vrede van Munster, waarvan in de Oude Kerk te Amsterdam twee geschilderde glazen dé gedachtenis bewaren. Op één daarvan overreikt Spanje's koning het bezegelde verdrag, waarbij de Nederlanden worden vrij verklaard, met het onderschrift van Vondel —

Philippus teeckent met zijn handen Het Vreêverbondt van zeven landen En staet zijn rccht en titel af —

Dit tuight het zegel, dat hij gaf.

De Hollanders van toen maakten en schiepen de toestanden, maar lieten zich niet daardoor beheerschen. Nu derdehalve eeuw na het vredesjaar 1648 de achttienjarige Dochter van tweeden Willem den Derde

97

13

ocr page 110

REX ET REGINA.

de teugels der regeering in handen neemt, mogen wij ons spiegelen aan de kloeke mannen, die in den Munsterschen vrede en de glorie van de Vereenigde Provinciën de vruchten zagen van hetgeen hunne Vorstelijke voorgangers en wat zij zei ven hadden gezaaid.

De sociale omwenteling, die in 1815: was gebreideld door Koningin Wilhelmina's over-Grootva-der, vierde nogmaals toom, en eischte ook in Nederland grooteren invloed van het volk op de regeering.

De kieswet van 7 September 18g6 heeft het getal kiezers ongeveer verdrievoudigd. Hoewel het bewijs nog niet voorligt, dat 'slands regeering door deze vermeerdering tevens is verbeterd, heeft de uitbreiding van het kiesrecht althans de kracht van het ruwe socialisme in Nederland eer verzwakt dan versterkt. Moge het vermeerderde aantal kiezers de grondwetsherziening bekronen, in den geest van hoogleeraar Buys vóór zeven jaren, door de invoering van de leerplicht en van den verplichten persoonlijken dienst krachtig te steunen: daden van sociale rechtvaardigheid tot opleiding van het volk en tot bestrijding van grove misbruiken: wetten, ,,die niet komen vragen maar aanbieden, die van plichten en „niet van rechten' gewagen ; wetten, die de jonge Koningin zal waar-,,deeren en liefhebben als blijde teekenen, dat Zij over een volk regeert, ,,bereid om Haar en Haar kroon te schragen, zoo noodig ook

98

ocr page 111

REX ET REGINA.

,,te verdedigen, niet enkel met eigen geld maar met eigen vuist.quot;

Een eere rekene zich Neêrlands jongelingschap om het woord van den tachtigjarigen nationalen bard Nicolaas Beets te belichamen —

Wie, als Gij zult regeeren,

Die U den eed van trouw Niet stil of luide zweren En heilig houden zou ?

Wie, waar Uw vlag moog zweven,

Uw vaandel staan geplant.

Niet klaar staan met zijn leven Voor U en 't Vaderland?

Naarmate de gewichtige taak der Koningin Regentes van het Koninkrijk ten einde spoedt, smake Hare Majesteit de grootsche tevens grootste voldoening van trouwe plichtsbetrachting, kan Hare Majesteit tevens met volkomen gerustheid den toekomst te gemoet te zien,

wetende — de Regentes verklaarde het onlangs aan den burgemeester van Hollands oudste stad —

„wetende, dat één groote steun aan de Koningin nooit zal ontbreken, de trouw en de liefde van het Nederlandsche volk!quot;

Die gevoelens en de achting voor het koningschap heeft Koningin Emma ten bate van Neerlands vrijheid, van Neerlands onafhankelijkheid en welvaart machtig verhoogd.

Het grondwettige voorbeeld des Konings voortzettende, door zachtheid veredeld en toch met klem — heeft Koningin Emma groote zaken tot stand gebracht en nog gewichtiger hervormingen voorbereid; heeft Koningin Emma Haar naam als Lands Moeder gegrift in aller harten.

Nimmer kan Nederland aan Haar voldoende dankbaarheid vergelden.

99

ocr page 112

rex et regina.

De regeering van Koning Willem den Derde vertegenwoordigde een tijdperk van vrede en van bloei.

Koningin Emma was voor Koning Willem III een gave Gods — voor Nederland tot rijken zegen !

Kolonel F. de Bas.

's Gravenhage, 26 Mei 1898.

IOO

ocr page 113
ocr page 114
ocr page 115

EEN KRONINGSLIED

door

Dr. h. j. a. m. schaepman.

ocr page 116

I. Opdracht.

II. Kroningswake.

III. Kroning.

IV. Klokkenspel.

V. Huldiging.

VI. Slotzang.

ocr page 117

t en lied voor U, mijn Koningin! U, Wilhelmina van Nassouwe,

Mijn eerbied, liefde, hulde en trouwe. Mijn ziel en zin!

Gij wijdt een nieuwen eeuwkring in ; Nu de oude in neev'len weg gaat vagen.

Doet Gij de Oranjezonne dagen In vredelicht en glorieschijn.

Gij, ons Oranjemaagdelijn,

Nu onze hooggezeten Vrouwe,

Wier rijk de zonne steeds verlicht, De sawahs ginds en hier de gouwe.

Vulkanen ginds, hier 't vergezicht Speelsch wisselend in heide en weide;

Gij, die waar Ge ook Uw schreden richt, Begroet wordt als de lang verbeide,

Waarin 's volks geestdrift zich vermeldde, Of 't zelf herleefde in Uwen glans,

In Uwer jonkheid eerekrans.

Of 't uit zijn schemerige duister Weêr oprees tot een nieuwen luister. Zoo haalt het U hoog juichend in,

U, voor dit volk, in hooger zin :

Zijn jeugd in schooner vorm herboren. Tot schooner toekomst uitverkoren In U, zijn jonge Koningin!

ocr page 118

EEN KRONINGSLIED.

O Koningin der Nederlanden,

Die op de spits der vrijheid staat Als op een rots, die niet vergaat, Of stormen buldren, zeeën branden,

In vrijheid eert U 't vrije volk.

Als zijner vrijheid heiige tolk,

Als zijner hoogste hoogheid eere,

De draagster van zijn heerlijkheid, 'tSymbool van zijn zelfstandigheid,

Van heel zijn recht de hechte weêre

En zijner eendracht vastigheid ;

U eert het, Krone van zijn leven,

't Ziet op Uwe blonde voorhoofd zweven Den weerglans van Gods Majesteit.

Van Hem, den Souvereinen Vader,

Komt Uwe grootheid, eere en kracht, Uw Koninklijke scheptermacht.

Van Hem, der glorie bron en ader,

Uw vaste steun, Uw trouwe wacht;

Zijn gratie smeedt Uw gouden krone.

Wee, die haar raakt, 'tis God, die waakt, Gij tuigt het, heel uw volk ten toone.

Dat Ge u aan Hem hebt vastgemaakt, Nu Ge op den plechtigsten der eeden Zijn heiige hulp hebt afgebeden

En Uw belijd'nis hebt geslaakt Van Zijn genade en Zijn gerechtigheden!

Zoo rijst Gij in het volle licht Van 't grootsch verleden, 't blijde heden;

Zoo rijst Gij voor des volks gezicht Als op een gouden wolk van glorie. Getuigenis van 's lands historie

ocr page 119

EEN KRONINGSLIED. 10

Van Rijmkronijk en heldendicht;

En uit de diepten opgevaren

En op de hoogten vol herhaald,

Weerklinkt de jubelzang der scharen,

Breed machtig als de zang der baren Van Hollands gloriezon bestraald.

De zanger, die de ziel der volken,

Zoo wisslend als het spel der wolken,

In al haar spelen hoort en ziet,

Hij waagt die huivrend te vertolken.

Mijn Koningin, voor U een lied !

'4

ocr page 120

KRONINGSWAKE.

I.

Een hooge tocht verheft het gansche volk.

De dag der heiige kroning komt nu dagen Met gouden luister door de grijze wolk.

Wat doet de harten sneller slaan en jagen Bewogen en ontroerd door vreemden drang, Die juichen doet en beven, blij en bang? Hoe gaan de zielen uit in jubelpsalmen Vol van 't geruisch der gouden zegepalmen. Vol van den gloed van 't heilig Israël? Hoe snellen door de psalmen de gebeden. Zoo huiverend van eerbied als de schreden Van Engelen gewenkt door Gods bevel r Gebeden, worstelend uit vaderharten.

Als 't dochterken zijn eerste schreden zet Op 't levenspad zoo vol van weelde en smarten, Of die de moeder uitschreit als de wet.

ocr page 121

EEN KRONINGSLIED.

De hooge wet van liefde, plicht en eere, De zonen roept om tot den strijd te gaan, Gebeden, die de menschgeworden Heere Alleen kan hooren en alleen verstaan.

O ziel des volks, wat wondre tochten varen Uw diepten door, die luid zich openbaren, In sluimering verborgen jaren lang?

O ziel des volks, wat heeft u dus bewogen. Uw beste deel zoo vol omhoog getogen. Wat leende aan uwen blijden jubelzang. Zoo wondren toon, zoo ongekenden drang?

't Mysterie is op ongeziene vlerken

Gedaald, vervullende onze lage lucht,

Stil als de tocht, die door het koor der kerken

Zweeft als der stilte stille zielezucht;

Stil, maar vol macht, door alles, alles dringend

Geweldig, als het volle zonnevuur

Dat door zijn gloed de woelige aard bedwingend

In middagglans doet zwijgen de natuur.

Een Koning komt!

De vragende oogen staren.

De harten slaan met ongekenden slag;

Zal nu 't geheim zich glansend openbaren, 't Drievoud geheim : recht, vrijheid en gezach ? Het recht, dat is onwrikbaar en gehouwen Uit diamant, die door geen slagen splijt. De vrijheid, die de volkeren komt bouwen. Hun 't leven geeft en tot het leven wijdt, Het hoog gezach, dat met zijn kracht te gader De wijsheid toont en liefde van een Vader.

ocr page 122

EEN KRONINGSLIED,

Een Koning komt! De souvereine God,

Die in der eeuwigheden licht gezeten,

Der eeuwen loop beheerschen kan en meten.

Die 't wisselen en spelen van het lot Vereenigt tot een schoonheidstralende orde.

De God, die door Zijn koningswoord: ,,het Wordequot; De wereld schept en aan die wereld geeft Wat met Hem is en eeuwig als Hijzelve:

Het recht, dat uit en door en in Hem leeft,

Dat aan des hemels wentlende gewelven De wet, den mensch het hoog geweten geeft, 't Geweten, 't woord van 't Godlijk Woord geboren, — De souvereine God spreekt in de ziel Van 't volk in stille huivering verloren :

,,Een Koning komt! Gij, volk, vereer en kniel!quot;

Mysterie! Kind van menschlijke geslachten Dat de erfenis van lijden deelt en dood,

Van zonde en schand', die Edens oudren brachten. Van 's werelds jammer en van 's levens nood, — O menschenkind, gij Koningskind, hoog boven Der menschheid schaar geheven, hoog, waarom. Waarom geldt u ons hopen, ons gelooven.

Wat schept de hulde in liefdekreten om ?

Waarom ? en plechtig antwoordt de historie En wijst der vaadren prinselijke rij,

Omgolfd van 't weidsche licht der heldenglorie,

Van 't tooverlicht der heldenpoëzij.

De heugenis van lijden saamgedragen. Van saamgestreden strijd bij dag en nacht.

Van nooit vertsagen, altijd moedig wagen.

Van trouw en eer en offerblijde kracht!

i o8

ocr page 123

EEN KRONINGSLIED.

Maar boven heel de weemling der getuigen Vervult de harten, klinkt de harten door De stem, die alle geesten neer doet buigen: Der eeuwen God wijst der historie 't spoor! 's Volks leven met zijn rijzen en zijn dalen Zijn eedlen strijd, zijn wrok, zijn broedertwist, Zijn geestdrift en zijn eerzucht, deugd en falen. Verbergt, omhult de wet, die steeds beslist; De wet, die leidt langs ongeziene paden,

Maar soms op eens in 't schemerlicht van 't lot. Haar glans bevrijdt van alle sluierwaden En vol zich toont: de tolk van de eeuwgen God.

Nu hoort het volk dien tolk in 't feestgedruisch; Nu vindt het volk zijn vrije stemme weder En geeft zijn ziel in beden warm en teeder, In psalmakkoord en lofgeruisch :

Koning der Koningen,

Vader en Heer,

Zend uit Uw woningen

Zegen ter neêr.

Zegen, genade,

Heerlijkheid, macht,

Wijsheid in rade.

Vroomheid in kracht.

Liefde vol leven.

Waarheid vol licht,

Recht hoog verheven.

Trouw onverwricht.

Gij, die de volken

Schept en geleidt.

Zend uit de wolken

Uw majesteit;

ocr page 124

EEN KRONINGSLIED.

Laat haar omstralen

Neêrlands vorstin,

Jubelend halen

We allen haar in,

Al onze beden

Vloeien te saam, Nu ze op komt treden

In Uwen naam.

Geve Uwe zonne

Glorie haar pad, Stroom uit uw bronne

Vruchtbare schat, Dreigen de zorgen.

Kloek zij 't gezach, Frisch als de morgen

Blijve haar dag.

Laat Haar regeeren

Naar Uw gebod. Steeds triomfeeren

Hoog over 't lot. Zend op haar kroning

Gratie ter neêr, God, onze Koning,

Vader en Heer!

II.

En ook de Koningin stort haar gebeden Met haar, die aan haar zijde stond en bad,

Toen 't vorstlijk kind door Gods barmhartigheden In de ééne vrouw een dubb'le moeder had.

I I O

ocr page 125

EEN KRONINGSLIED.

Onze Vader in den hemel

Die genade en recht vereent, Die aan arme menschenkindren

Koningskronen geeft en leent,

Laat mij mijne krone dragen

In Uw heilig waarheidslicht,

Naar den eisch van Uw geboden,

Naar mijn hoogen vorstenplicht.

Moge ik altijd waardig blijven

Uw genade en Uwen Naam, Mijner vaadren eerlijke eere

En mijn prinselijke faam.

En, naar 't koningswoord mijns vaders.

Dat mijn moeder 't welkom bood, 't Trouwst en eerlijkst volk getrouwe.

Naar mijn leuze, ,,tot den dood.quot;

Zegen, God, de trouwe moeder,

Zegen, God, haar eenig kind Met een zegen en genade.

Die haar altijd meer verbindt; Zegen, God, mijn onderzaten

In hun streven, in hun strijd,

Geef ons altijd U te loven

Vast verbonden t'allen tijd.

I I I

ocr page 126

KRONING.

In 't hooge koor volstroomd van zonnelicht

Verheft zich van haar troon de Koninginne, Een zonneglans licht van haar aangezicht,

Licht uit haar oog naar 't rijk gewelf gericht In eenvoud en in vromen christenzinne.

Zij staat en beurt de blanke hand ten hoogen, Klaar klinkt de stem:

,,Ik zweer aan Neêrland trouw, Met heel mijn kracht, mijn pogen en vermogen, Aan alles en in alles trouw en hou.

De Grondwet zal ik volgen en handhaven,

's Volks onafhankelijkheid en 't rijksgebied Verdedigen, bewaren; de êelste gaven:

De vrijheid en het recht, die God ons liet,

Voor allen en voor ieder staag behoeden, De boozen richtend, eerende de vroeden,

Den twist beslechtend in der vrede zoen;

Met alle macht, die mij de wetten geven,

Zal ik voor 't volk naar heil en welvaart streven Als een goed Koning schuldig is te doen.

Enquot; bidt de stem zoo teederlijk en krachtig: ,,Zoo waarlijk help mij God, de God Almachtig!quot;

ocr page 127

een kroningslied.

„Als een goed Koning schuldig is te doen!quot;

Het grootsche woord klinkt door de gouden stilte Als 't schallen van een Engelenklaroen,

Gelijk aan die eens uit der graven kilte De dooden tot het leven rijzen doen.

Nu rijst in vredelicht en liefdeglans De goede Koning voor de starende oogen, Het wondre beeld, dat in zijn gloriekrans De volkeren steeds tot zich heeft getogen, In rechte en schoone banen heeft bewogen,

Gelijk de zon de sterren aan haar trans.

Een goede Koning. . . . Om zijn slapen gloeit De gouden kroon, 't symbool der levenskrachten Uit éene kracht vijfvoudig opgebloeid.

Opbloeiende, vereend in 't éene trachten.

Het éene doel: 's Volks hoogste ontwikkeling. Zoo rijst het vijftal blaadren uit den ring. Den gouden ring, voltooid en afgesloten,

En voegt zich wéér te samen onder 't kruis. Waarvan het licht en 't leven komt gevloten Langs 't wereldrond in vorstenwoon en kluis.

Zóo daalt rondom den Koning de éene gratie, Gods gratie, met haar starrenzegen néér In 't vijftal deugden, mannelijk en teér.

Door iedren kring en ieder lid der natie Ontvangen en weérspiegeld keer op keer;

In 't blij geloof aan 't volk en aan zijn lot Geleid, bestierd, gezegend door zijn God; Gerechtigheid, die hoog en onverwricht Gedachten, woorden, daden, alles richt; Gematigdheid, die in zijn eindigheid De oneindigheid van 's menschen macht verspreidt;

ocr page 128

I

EEN KRONINGSLIED.

Voorzichtigheid, die de eeuwen past en meet.

Door 't gisteren voor 't morgen steeds gereed; En kracht gelijk aan 't beeld dat in de ziel Als Godes beeld uit Godes handen viel;

Vijf deugden, die het wereldrond regeeren.

Door 't kruis gebonden tot één koningskroon.

Een goede Koning . . . Van 't verleden keeren De heugenissen wonderbaar en schoon.

Die van de heil'ge blaadren opwaarts zwieren In namen, rein en vlekkeloos van toon.

Als 't ruischen van Gods palmen en laurieren, In namen, waar de strijd om zweeft en leeft,

Als om eens volks gehavende banieren.

Toch de éene erfenis van 't éene volk,

Toch stralend in onsterfelijke glorie.

Hoog op de hoogste toppen der historie Hun zonnestralen zendend door de wolk!

't Verleden rijst . . . o wonderbaar Verleden,

Met al Uw strijd, Uw worstling en geweld.

Met heel Uw stroom van vrome en woeste zeden.

Uw wemeling van ongerechtigheden

En deugden, door geen menschenoog geteld ;

Ik heb U lief, — of 'k U soms wraken mocht.

Of ik om U geweend heb en geleden, —

Orn 't hooge en grootsche ook in Uw strijd gewrocht

Wat brengt Gij aan ons vrij en eerlijk heden,

Wat zeggen Uwe namen ons geslacht?

Geen tweedracht, die een reuzenvolk verkracht,

Geen tweedracht, die een natie kan verdelgen.

Die draketanden zaait en als hun telgen

De broederen zelfmoordend strijden ziet.

Geen tweedracht in der vrijheid vrij gebied!

ocr page 129

EEN KRONINGSLIED.

Daar ligt in 't hart van iedren strijd verborgen Een liefde, die naar eenheid hijgt en zucht; Die boodschap breng' het gistren aan het morgen Als der herrijzing jubelend gerucht;

Het oordeel blijv' den Rechter aller tijden, Wij bouwen aan den heilgen vredebouw In liefde en vrijheid, en wij wijden Den goeden Koning hou en trouw!

O, Koningin, die schuldig zijt te doen,

Wat een goed Koning schuldig is te doen, Hoe rijst Gij in het licht der idealen Voor heel het volk in wondre majesteit,

In hooger dan een Koning is bereid ;

Van Uwe kroon komt zachter luister stralen. Gij brengt Uw volk de liefde, heilig groot,

Fier, teeder, die doet rijzen en komt dalen. Die allen geeft het dagelijksche brood,

Maar met het brood de wondre levensrozen, Te zoeter, daar Uw hand die heeft gekozen, Te schooner, daar Uw hand die bood ! Gij, Koningin, die met Uw lieflijk licht Uw jongen dag doet jubelen en blozen. Gij vraagt geen strijd en houdt geen hooggericht, Gods liefde heeft U voor uw volk gekozen, Gij zijt de liefde, uit heel 't verleden bloeit De liefde, die uw volk voor U ontgloeit.

ocr page 130

KLOKKENSPEL.

Nu bombaint en beiert en klingelt, Gij klokken omhoog in de lucht, En jubelt en kleppert en tjingelt In alles meêsleepende vlucht!

Nu luidt met uw weemlende tonen

De lente van 't vaderland in, Die Nederlands jonkvrouw zag kronen Tot Nederlands hooge Vorstin.

Nu schettert, gij zilvren bazuinen, In noten vol juichenden klank. Verkondigt langs dalen en duinen

De boodschap van hulde en van dank. Haalt in, haalt in De Koningin !

Nu dondert ver over de waatren,

Gij wachters van brons en van staal, De boodschap van vrede mag schaatren In d' oorlog beheerschende taal.

Wijdt in, wijdt in De Koningin!

ocr page 131

EEN KRONINGSLIED.

Maar klokken, klaroenen, kanonnen Beheerscht het alheerschende lied. Dat, diep in de diepten begonnen. Nu hoog tot de hemelen schiet; Het lied in de volksziel geboren

Der volksziel onwraakbare tolk.

Waar blijde en geloovig we in hooren Gods stem in de stem van Zijn volk!

ocr page 132

V.

Zie, Koningin, Uw volk!

Kent Gij het volk:

Geweldigste der algewelciigheden Opdoemend uit den wilden wentelkolk.

Den chaos der historie, waar 't verleden Steeds worstelt in het worstelende heden.

Waar alles streven is en strijd en storm. Één wezen leeft in duizendvouden vorm ?

Kent Gij het volk? Zond ooit Uw oog zijn peil Ten bodemloozen afgrond van zijn wezen, Mat ooit Uw blik zijn hoogte, hooggerezen. De wolken door, zoo duiz'lingwekkend steil. Dat slechts de zon haar meten kan ?

Hier komt, O Koningin, tot U der wereldmachten Aloudste en onvergankelijkste macht;

Volschoolde vorm van alle levenskrachten Door God geleend aan 't eigen Godsgeslacht, Oorspronkelijk beeld van de éénheid aangeboren, Van mensch tot mensch geërfd in vorm en geest, Nooit in het woelend dwarrelspel verloren. Verbasterd soms, nooit van zijn stam verweesd; Verscheidenheid, zoo wisslend als het jagen Van lucht en schaduw over 't leven, groot In 't scheppen, naar der tijden drang en nood, Van vormen die de volle dag komt vragen. Of 't gisteren streng en dreigende gebood.

ocr page 133

EEN KRONINGSLIED.

Verscheiden, één ; in duizend levenskringen Beweegt het volk zijn ééne reuzenziel, In standen, die elkander staag verdringen Als 't lenteblad het winterblad dat viel;

In rijen en verhoudingen door de orde Van liefde en recht geworteld en gevest,

Door d' arbeid, die tot hooger daden gordde, Door d' offermoed voor 't één gemeentebest; Verscheiden, één : in grootheid eens gewonnen, Door vaadren deugd en wijsheid ongerept, In grootheid uit den harden grond ontgonnen Waarop de mensch zijn eigen wereld schept; In breede kracht van willen, kunnen, weten, In eenvoud, die der kleinen adel toont,

In wijs beraad, dat passen wil en meten, In geestdrift, die zichzelven kan vergeten,

Maar zich door de eigen glorie kroont!

Altijd het volk. . . wat wankele of verdwijne Wat nieuwere gestalte op aard verschijne. Het blijft, daar God gewild heeft dat het zij Zijn bode, die de wet doet triomteeren :

,,Naar Mijn gerechtigheid regeeren De Koningen door Mij!quot;

Gij kent het volk, Gij hebt op wijze bladen

Getuig'nis op getuigenis doorvorscht.

Gij kent de reeks van hooge en lage daden

Van stralende eere en schuld in rouw getorscht;

Gij zaagt geweld door lage drift ontketend,

In razernij voorthollend overal.

Gezweept ten val, tot altijd dieper val;

Gij zaagt het volk zijn God en recht vergetend,

Zich wanend als de heerscher van 't heelal.

Zich droomend vrij van zwakheid en van zonde.

ocr page 134

EEN KRONINGSLIED.

Van lijden en van armoede en van nood, En 't in zijn geest en in zijn hart verwonde Verzinken in den smadelijken dood.

Gij zaagt het luistren naar de lasteraren, Die schuldig staan aan laften zielenmoord, Zij, moordenaars van God gewijde scharen. Verkrachters van 't door God gegeven woord.

Maar Gij hebt ook het hart van 't volk gehoord, Het hart van 't volk zoo vol van lijdensweeën. Als de atgrond der onmetelijke zeeën.

Zoo vol van smart en twijfelende zucht. Van steeds gekoesterd, steeds verslagen hopen, Van hijgen naar een reiner, lichter lucht.

Naar werelden, voor recht en vrijheid open. Van honger naar der lange nooden vrucht,

Maar ook zoo vol van kinderliefde en trouwe. Zoo vol van God, die aller Vader is.

Zoo vol van hoop, dat eens Zijn hemeldauwe Deze aarde drenk' naar 't hoog geheimenis, Vol heerlijk en hartstochtelijk bewaren Van wat het eens genomen heeft in 't hart. Gedragen als zijn glorie in zijn smart.

Hier: 't Vaderland gewonnen in gevaren.

Oranje, trouw in ongekreukte trouwe.

Oranje, zie, zie, Neerlandsch Koningin,

Uw volk komt als ter volle wapenschouwe En huldigt U met fieren eerbied in;

Het komt in al zijn kringen en zijn lagen.

Door d'éenen tocht, éen heilgen tocht gedragen. Het zweert als op een blijden jubeltoon:

1 20

ocr page 135

EEN KRONINGSLIED.

,,Uw recht, uw kroon, die zullen wij handhaven Als een goed volk God schuldig is te doen.quot;

De groote dooden rijzen uit hun graven. En Neerlands jeugd zingt in haar vollen drang Der toekomst hooggestemden jubelzang.

16

ocr page 136

VI.

Nu komen we U omringen

O Koninginne schoon En 't lied der toekomst zingen

Om Uw verheven troon; Aan U de blijde hulde

Van 't komende geslacht, Dat slechts Uw beeld vervulde. Dat steeds U heeft verwacht.

Gij zijt de gouden Zonne,

Die opdaagde in den Oost, Toen 'teerst voor ons de morgen

Des levens heeft gebloosd; Wij volgen op Uw schreden,

Gij gaat ons voor in 't licht. Des levens somberheden Verklaart Uw aangezicht.

De toekomst heete duister.

Het leven zwaar en zwart, Der liefde koningsluister Verwint de tijden hard;

ocr page 137

EEN KRONINGSUED.

Steeds zal Uw pad bestralen Der trouwe heldre schijn, Wij zeggen 't zonder falen Daar wij de toekomst zijn.

Wij zijn de macht der dagen, Die komen en weêr gaan ; Nu laat de wolken jagen

De golven hooger slaan: Uw onbezweken dijken Zijn wij, o Koningin, Wij doen de stormen wijken, Geen zeewolf laten we in.

Jong is het bloed in de aadren Maar jong is ook de kracht, De volle trouw der vaadren

Herleeft in ons geslacht. Dat gouden vrucht zal geven

Na blanken bloesemval, Gelijk in U herleven

De deugd der vaadren zal!

Al zijn de stemmen teeder

En kinderlijk en fijn. Gij hoort ons eenmaal weder

Als wij het heden zijn. De kloekheid zal vertalen

Wat U de geestdrift biedt. Een jubelend herhalen In daden 't kinderlied.

ocr page 138

EEN KRONINGSLIED.

Vast zullen we aan U houden,

Aan U en onzen God,

Dies kunt Gij vast vertrouwen

Bij 't barnen van het lot; De hoogste en heiligste eere Is mannentrouw in nood, Zoo helpe ons God de Heere Bij leven en bij dood.

ocr page 139
ocr page 140
ocr page 141

I

N

TWEEDE STUK.

Officieel

Gedenkboek.

September 1898.

I N H O U D :

l'rot. Dr. P. j. BLOK, De luliuldiging van Willem I als Souverein Vorst.

Dr. A. KUVPF.K, Bij de Gratie Gods.

MORE DELLA NEVE, Dagen die komen.

I'.. B. K1ELSTRA, Nederlandsch-Indië onder de Souve-reiniteit van Oranje.

E. I.AURILLARD, Feestklank.

D. C. MEYER Jr., Oranje en Amsterdam.

JOH. W. S1EPHAN1K, Inluildigingen en Blijde Intochten onzer Oranje-Vorsten door gedenkpenningen vereeuwigd.

A M S T E R D A M,

VAN HO LK F MA amp; WA REN DORF

ocr page 142
ocr page 143

DE INHULDIGING VAN WILLEM 1 ALS SOUVEREIN VORST.

30 Maart 1814.

door

Prof. Dr. P. J. BLOK.

In het najaar van 181 r zullen slechts weinigen hier te lande zich gevleid hebben met de hoop, dat binnen de grenzen eener afzienbare toekomst het Nederlandsche volk weder als eene vrije natie in Europa zou kunnen optreden. Napoleon's macht scheen sterker gevestigd dan ooit te voren, de toekomst zijner dynastie verzekerd door de geboorte van den jongen Koning van Rome. Er was, toen de nieuwe heerscher met zijne gemalin in October 181 1 ons land als in triomf bezocht, geen denken aan verzet tegen den oppermonarch van Europa, den genialen veroveraar en organisator. Zelfs een Van Hogendorp vond slechts troost in de gedachte ,,dat alles rondom hem en hijzelf overwonnen was, dog dat zijn hart als eene citadel niet gestreken hadquot; en zelfs in dat moedige trouwe hart glansde niet meer dan een zwakke straal van hoop. Ook de Prins van Oranje in ballingschap, bijna vergeten bij het volk, dat eenmaal in dien naam zijne hoogste belangen begrepen achtte, wanhoopte thans aan een ommekeer en had zich in Oostenrijkschen dienst begeven om op het voorbeeld zijner vaderen een krijgsmansloopbaan te volgen gelijk zijn oudste zoon in Spanje onder Wellington deed, zijn jongste in Pruisen zich voorbereidde voor eene dergelijke levenstaak.

Hoe is dat alles in twee jaren tijds veranderd! De winterveldtocht

^•blioXi luu.

iMDERBROEDt: weert

16*

ocr page 144

126 DE INHULDIGING VAN WILLEM I.

in Rusland met zijne vreeselijke nederlagen, gepaard aan de berichten uit het zich bevrijdende Spanje, de gisting in Duitschland en Italië deed ook hier de hoop op bevrijding ontkiemen. Wel herstelde Napoleon zich min of meer in het voorjaar van 1813, maar Pruisen, Oostenrijk, Zweden reikten aan Rusland en Engeland de hand en de Volkerenslag bij Leipzig (jó—19 October) opende de schoonste vooruitzichten aan hen, die geloofden in de zege van recht en vrijheid, in de toekomst ook van de Nederlandsche natie.

Bemoedigd door de nadering der verbonden legers, door het vertrek der Fransche troepen uit de hoofdsteden van Holland en andere gewesten, waagden Van Hogendorp en de zijnen half November 1813 den opstand tegen den overheerscher en gaven zoo den bondgenooten gelegenheid om de Nederlanden, Frankrijk's noordelijk bastion, binnen te trekken. De mogendheden zouden dit laatste niet zoo spoedig gewaagd hebben, wanneer hier de opstand niet was uitgebroken; deze wederom op zijne beurt zou niet uitgebroken zijn, wanneer niet de nadering der verbonden legers eenige kans op welslagen had geboden. Daarom ook waren de mogendheden oogenblikkelijk bereid om de onafhankelijkheid van de voormalige Republiek te erkennen, terwijl daarentegen de voormalige. Oostenrijksche Nederlanden meer als veroverd grondgebied werden beschouwd en behandeld.

De terugkeer van Oranje was voor allen, die aan den opstand deelnamen, eene uitgemaakte zaak. Waar de Prins was, wist niemand eigenlijk, maar men zou hem opsporen in Engeland of aan den Rijn en hem uitnoodigen zoo spoedig mogelijk over te komen. En de Prins moest „Souvereinquot;, moest ,,Hooge Overheidquot; zijn — dat stond weldra evenzeer vast bij de leiders van den opstand, terwijl ook de verbonden mogendheden de herleving van de oude gebrekkige staatsinstellingen niet wenschten.

De vraag was, hoe deze souvereiniteit zou worden opgedragen. Van Hogendorp meende, dat de Staten-Generaal van vóór 179^ moesten herleven, in zijn oog de eenige wettige Regeering, waarvan in Nederland sprake kon zijn, en dat die Regeering alleen den Prins, prins Willem VI, tot ,,Hooge Overheidquot; zou kunnen „uitroepenquot;, ten minste

ocr page 145

DE INHULDIGING VAN WILLEM I.

voor den tijd „gedurende den oorlog,quot; gelijk eenmaal prins Willem 1, toen hij den opstand tegen Spanje leidde. Maar zijne pogingen om op die wijze „de oude tijden wederom (te doen) komen,quot; de „aanzienlijken in de regeeringquot; te herstellen en het volk „met een vrolijken dag op gemeene kostenquot; genoegen te doen — woorden Van Hogendorp's beroemde eerste proclamatie — mislukten ten eenenmale. De oude regeeringsleden, onder den indruk van de aanwezigheid der Fransche troepen nog te Utrecht, Gorkum, Den Helder en elders, toonden over het algemeen weinig moed en werkten hoogstens voorzichtiglijk en „in een stillen geest.quot; Krachtiger hulp scheen te verwachten van sommige voormalige patriotten en ambtenaren der voormalige Bataafsche regeering. Maar ook zij aarzelden de zaak reeds thans aan te vatten. Wanneer dan niet de leden der oude Stat en-Generaal of latere „regentenquot;, maar eene „Provisioneele Regeeringquot; in Den Haag het bewind in handen moest nemen, op eene zij het dan minder wettige, laat ons zeggen revolutïonnaire wijze, dan zou het voor hen, die begonnen waren, misdaad zijn zich te onttrekken aan den gevaarlijken post: zoo blijkt ook Van Hogendorp te hebben gedacht. Voorloopig namen den 21 sten November, bij ontstentenis van eenige centrale regeering en op den aandrang van velen, de heeren Van der Duyn van Maasdam, lid der Hollandsche ridderschap, en Van Hogendorp moedig samen het „Algemeen Bestuur der Vareenigde Nederlandenquot; op zich en wel „in. naam van den Prinsquot;, doch alleen, zooals zij uitdrukkelijk verklaarden, omdat niemand anders het deed.

De Prins had intusschen in Engeland Van Hogendorp's brief aangaande het in Holland gebeurde ontvangen. Het antwoord van den trouwen Hendrik Fagel, die zich bij hem bevond, toonde duidelijk aan, wat men zich in zijne omgeving voorstelde. Hij zou spoedig naar de Hollandsche kusten oversteken, doch niet Willem VI, maar Willem I zou hij zijn, Souverein, uitgeroepen door den algemeenen volkswensch, „par acclamationquot;, zooals er in Fagel's brief van 21 November stond; en dit ,,au moment oü S. A. débarquera en Hollandequot;, want „le moment une fois échappé pourroit ne plus se retrouverquot;. Men moest de gelegenheid bij de haren grijpen.

Dit week aanmerkelijk af van Van Hogendorp's opvatting, dat niet

127

ocr page 146

128

het volk doch de regenten de souvereiniteit hadden te begeven, maar het kwam veel meer overeen met wat Falck, Kemper en anderen, in de nieuwere denkbeelden opgegroeid en niet zoo aan de oude vormen gehecht, zich van den gang der zaken hadden voorgesteld, en hunne meening kreeg te meer kracht naarmate de voormalige regenten zich lauw en kleinmoedig toonden. De Prins zelt echter was liefst als Erfstadhouder teruggekomen.

Zoo stonden de zaken, toen de Prins den jo81011 November te

Scheveningen aan wal stapte.

Zijn eerste ontmoeting met Van Hogendorp, die door de jicht aan zijne woning gebonden was, was verre van hartelijk, eerder koel te noemen en de beleidvolle staatsman gevoelde zich gekrenkt. Zou niet, behalve de weinige persoonlijke ingenomenheid des Prinsen met Van Hogendorp, ook 's Prinsen aarzeling tegenover de souvereiniteitsplannen

ocr page 147

DE INHULDIGING VAN WILLEM I. I 2q

hierbij een rol hebben gespeeld ? Bij de ontmoeting had de Prins een blikken koker in de hand, bevattende de Proclamatie waarmede hij de regeering van het „Algemeen Bestuurquot; wilde overnemen.

Dit stuk, door Van Hogendorp met eenige overdrijving genoemd ,,het eerste maatschappelijk verdrag tusschen Vorst en Volkquot;, sloot zich in het algemeen aan bij Van Hogendorp's eerste publicatie, maar toonde desniettemin een belangrijk verschil: het behelsde geen woord over Staten-Generaal, Regeering of Hooge Overheid... zelfs niet de minste toespeling op de regeling van het staatsbestuur. Toch twijfelde niemand er aan, of de Prins was Souverein. ,,On ne sait pas comment mais tout le monde le considère comme telquot; en hij oefende dan ook onmiddellijk reeds in den avond van den 3oste» feitelijk die souvereiniteit uit, al bleef hij nog bij zijne aarzelende houding volharden.

Maar den 3oslen December is te Amsterdam iets anders geschied. Daarheen waren namens het voorloopig Algemeen Bestuur twee Commissarissen-Generaal vertrokken om de verwarde zaken aldaar te regelen ; Fannius Scholten en Johan Melchior Kemper. Op eigen gezag, hoewel ongetwijfeld niet geheel buiten voorkennis van dat Bestuur, ontwierpen zij nog in den avond van den 3osten na de aankomst van het bericht van 's Prinsen landing te Scheveningen en na overleg met den uit Den Haag overgekomen Van der Duyn eene proclamatie, die den volgenden dag werd afgekondigd. Deze proclamatie, door Kemper gesteld, maakte ook in dit opzicht ,,aan alle onzekerheid een eindequot;. Zij zeide: ,,Het is geen Willem de Zesde, welke het Nederlandsche volk heeft teruggevraagd, zonder te weten, wat het eigenlijk van hem te hopen of te verwachten had: het is Willem de Eerste, die als Souverein Vorst naar den wensch der Nederlanderen onder het volk optreedt.quot; En daarbij kwam een woord, ook in Van Hogendorp's gedachtengang van den beginne af opgenomen: ,,uwe burgerlijke vrijheid zal door wetten, door eene die vrijheid waarborgende constitutie zekerder dan ooit gegrondvest zijn.quot; Zoo kon het stuk worden besloten met den uitroep: „Nederland is vrij en Willem de Eerste Souverein Vorst van dat vrije Nederland.quot;

Het uitbundig gejuich des volks was het antwoord op deze proclamatie, in aansluiting waarbij den volgenden morgen, toen de Prins uit

•7

ocr page 148

130 DE INHULDIGING VAN WILLEM I.

den Haag tot Haarlem was genaderd, de Commissarissen-Generaal den vorst uit naam der natie „smeekten ... de oppermagt dezer landen te aanvaarden.quot; En de Prins, te Amsterdam aangekomen en door de Commissarissen-Generaal, door de stadsregeering, door het volk als om strijd begroet en toegejuicht, nam de hem aangeboden waardigheid op aandrang van Van der Duyn, Kemper, Scholten en anderen aan bij zijne proclamatie van den 2den December, waarin hij in bewogen termen zeide: ,,Gij wilt het, Nederlanders! dat ik u meer zijn zal dan ik u zonder mijne afwezendheid zoude geweest zijn; uw vertrouwen, uwe liefde legt de Souvereiniteit in mijne handen en van alle zijden dringt men op de aanneming daarvan, wijl de nood van het Vaderland, wijl de toestand van Europa dit vordert. Welaan dan. Ik zal mijne bedenkingen aan uwe eischen opofferen; ik aanvaarde wat Nederland mij aanbiedt: maar ik aanvaarde het ook alleen onder waarborging eener wijze constitutie, welke uwe vrijheid tegen volgende mogelijke misbruiken verzekert; ik aanvaarde het in het volle gevoel der verpligting, welke mij deze aanneming oplegt.quot;

Van waar die tegenstand, die aarzeling, de bedenkingen? Het was behalve twijfel aan den algemeenen vo^kswensch en bedenking aangaande den vorm der zaak zeker ook gehechtheid aan de oude instellingen, waaronder zijne vaderen hadden geregeerd, en vooral vrees voor kleinere macht dan zij hadden gehad, al zou de titel hooger zijn. Maar het feit was voldongen.

Toen de vorst den volgenden dag in Den Haag terugkeerde, verlangde men ook daar dadelijk de uitroeping van den Souverein, die thans in het Huis Ten Bosch de daartoe betrekkelijke verklaringen der voorloopige regeeringsleden van staat en stad ontving. De burgemeester Slicher van Den Haag sprak het namens allen uit: ,,de roep van het magtige Amsterdam is de stem van geheel Nederlandquot; en hij deed daarbij uitkomen, sterker misschien dan met de volle waarheid overeenkwam, hoe men in deze aan Amsterdam het eerste woord had willen geven. Ook van elders kwamen overvloedige bewijzen van instemming met het te Amsterdam gebeurde.

De Prins was Souverein Vorst en door den wensch des volks tot die waardigheid geroepen.

ocr page 149

DE INHULDIGING VAN WILLEM I.

Het viel intusschen niet te ontkennen, dat op de wettigheid van dit alles een en ander viel aan te merken, en Falck, die later in Van der Palm's beroemd Gedenkschrift diens oorspronkelijke woorden: ,,de Prins van Oranje had de Souvereiniteit wettiglijk aanvaardquot; wijzigde in: ,,de Prins van Oranje had de Souvereiniteit, hem opgedragen, aanvaardquot; bracht de uitdrukking met het gebeurde in overeenstemming.

Dit gebrek in den vorm en de noodzakelijkheid om de constitutie, die ,,het eenhoofdig bestuur, dat zij zelve gekozen haddenquot;, zou verplichten de volksvrijheden te eerbiedigen, plechtig te doen aannemen, leidde tot de wijze, waarop die constitutie later werd goedgekeurd en door Vorst en Volk bezworen. Het op 29 en 30 Maart gebeurde staat met het feit van 2 December in nauw verband. De Prins had volgens zijne proclamatie van den 6'len December ,,wel gewenscht die gebeurtenis, welke Ons en onze Kinderen en Nakomelingen naauwer dan ooit aan het lot dezer gewesten verbindt, door eene solemneele inhuldiging te bekrachtigen en te bekroonenquot; maar wegens de tijdsomstandigheden moest het raadzaam schijnen ,,de bepaling van het tijdstip, waarop die plegtigheid plaats hebben zal, voor als nog te reserveeren.quot; Hoewel de Vorst de teugels van het bewind onmiddellijk meende te moeten aanvaarden, moest die constitutie nog eerst worden ontworpen en onderzocht. Al had Van Hogendorp zijne ,,Schetsquot; reeds lang te voren gereed, de Vorst, ,,willende voldoen aan de op hem rustende verpligtingquot;, was volstrekt niet van plan eene Grondwet op de Fransche wijze als „charterquot; te laten ,,octrooieeren,quot; m. a. w. haar uit eigen machtsvolkomenheid te schenken. De Grondwet moest de meening des ganschen volks zoo goed mogelijk weergeven.

De Grondwetscommissie van den 2isten December was onder presidium van Van Hogendorp reeds 1 Maart geheel met haren arbeid gereed. Volgens haar voorstel zou de Grondwet door eene bijeenkomst van 600 Notabelen „beschouwd als vertegenwoordigende het Neder-landsche volk,quot; worden beoordeeld en na de te wachten goedkeuring worden bezworen. Zoo zou de wettigheid van de opdracht der souvereiniteit tegelijk met het wettelijk gezag der Grondwet op voldoende

ocr page 150

DE INHULDIGING VAN WILLEM 1.

wijze worden gewaarborgd; de ,,inhuldigingquot; van den Souvereinen Vorst zou met de grootste plechtigheid geschieden.

Maar konden de Notabelen wel geacht worden het Nederiandsche volk te vertegenwoordigen? De wijze, waarop zij werden verkozen, n.1. uit door Grondwetscommissie en Commissarissen-Generaal aangeboden lijsten door eene commissie van negen leden, die door den Vorst uit de onderscheiden gewesten werden aangewezen, kon ernstigen twijfel hieraan wekken. Men vond een correctief in de oproeping van den 2clen Maart ,,aan alle ingezetenen hoofd des huisgezins zijndequot; in het bijzonder om, opdat ,,het geheele Nederiandsche volk in dit gewigtig werk gekendquot; zou worden, de registers van Notabelen, acht dagen lang in ieder kanton ter inzage gelegd, na te gaan en ,,met onderteekening van den naam zonder eenige verdere bijvoeging zoodanige persoon of personen af te keuren, als hij min bevoegd rekent.quot; Slechts lijf- en huisbedienden, bedeelden, bankroetiers, onder curateele staanden of in staat van beschuldiging verkeerenden werden van dit onderzoek uitgesloten. Deze wijze van handelen achtte men beter dan het uitlokken eener onmiddellijke hoofdelijke volksstemming, eene ,,bloote vertooningquot;, gelijk de Vorst later zeide, waaromtrent men na de ondervinding der laatste 20 jaren geene illusiën meer kon koesteren.

De „Groote Vergadering representeerende de Vereenigde Nederlandenquot; kwam den 29sten Maart te Amsterdam in de fraai versierde Nieuwe kerk bijeen, ten getale van 474 personen ; de overigen waren óf wegens ongesteldheid óf wegens moeielijkheid der reis afwezig, enkelen hadden bedankt.

De Souvereine Vorst was reeds den 24^11, de Vorstin met de beide Prinsen en de Weduwe van prins Willem V waren een paar dagen later in de hoofdstad aangekomen, ingehaald door eerewachten, ontvangen door de stadsregeering, geestdriftig begroet door de juichende menigte. Bij den intocht der vorstelijke vrouwen op den 26sten Was de stad versierd met vlaggen en groen; de straten waren den ganschen weg langs door den landstorm bezet, terwijl de landmilitie op den Dam geschaard stond; onder het lossen van het geschut en het gejubel des volks vertoonde de vorstelijke familie zich onmiddellijk na de aankomst op het balkon van het Paleis; eene schitterende illuminatie besloot den

132

ocr page 151

DE INHULDIGING VAN WILLEM I.

avond. Dezelfde geestdrift werd ook op de volgende dagen betoond, niet het minst bij het vorstelijk bezoek aan den schouwburg op den 28sten) toen de beste acteurs buiten de feestelijke tooneelvertooning toepasselijke verzen voordroegen. Vlaggen wapperden alom van torens, huizen en schepen.

Vroeg in den morgen van den 29sten donderde wederom het geschut en speelden de klokken, terwijl de Notabelen zich naar het kerkgebouw begaven, waartoe het uur van negenen was aangewezen. ,,Zijn Koninklijke Hoogheidquot; had, zoo deelde de eerstbenoemde der Notabelen, Van Lynden van Hoevelaken, mede, tot voorzitter den heer A. W. C. baron Van Nagell, tot secretaris den heer J. Bondt benoemd. De vergadering werd in io afdeelingen gesplitst.

Te half elf begaf zich, onder een saluut van 21 kanonschoten, de Souvereine Vorst met zijne beide zonen, de Grondwetscommissie en het gansche Hof, de Ministers en tal van hoofdofficieren en hoofdambtenaren, eerewacht en lijfwacht in groot gala te voet naar de kerk. De Commissaris-Generaal van het departement en de burgemeesters van Amsterdam ontvingen den Vorst aan de kerkdeur. Hij nam plaats op zijn troon en hield, nadat allen rustig gezeten waren en de kerk was gesloten, eene welsprekende redevoering, die getuigde van de diepe aandoening, waarmede hij deze plechtigheid opende. Hij herinnerde aan de tijdsomstandigheden, aan het gewicht van dit oogenblik, waarin men was bijeengekomen ,,om te beslissen over het gewigtigste punt, dat immer voor een volk in overweging kon genomen worden, over de Grondwet, van welke het geluk niet alleen van dit geslacht, maar, gelijk wij hopen, ook dat van volgende geslachten moet afhangen.quot; Hij sprak van de ,,ééne voorwaardequot;, waarop hij had toegestemd de Souvereiniteit te aanvaarden, namelijk dat eene Grondwet ,,de vrijheid van personen, de veiligheid van goederen en met één woord alle de burgerlijke regten, welke inderdaad een vrij volk kenschetsen, genoegzaam zoude verzekeren.quot; Hij herinnerde de leden met nadruk aan den plicht, dat ieder hunner ,,in deze beslissing door (niets) anders dan alleen door zijne overtuiging en door zijn geweten moest geleid worden.quot;

In opdracht van den Souvereinen Vorst nam toen de heer Van

I33

ocr page 152

DE INHULDIGING VAN WILLEM I.

Maanen, president van het Hoog-Gerechtshof en lid der Grondwetscommissie, het woord om de beginselen der Grondwet kortelijk te ontvouwen — eene rede, die met haar sterk monarchalen en unitarischen geest zeker velen der oud-regenten van vóór 179^ niet aangenaam in

de ooren zal hebben geklonken, afgezien nog van de satirieke schildering der oude wetgeving en van de vrijzinnig-wijsgeerige behandeling der kerkelijke zaken. Na die rede stelde de Souvereine Vorst het hem overgereikte ontwerp der Grondwet in handen van den voorzitter der Notabelen, die het met eene korte toespraak overnam. De Vorst begaf zich daarop [met het Hof naar het paleis terug.

De Grondwet, waarover niet gedebatteerd maar alleen gestemd mocht worden, was reeds te 2 uur met 448 tegen 26 stemmen aangenomen, welk heugelijk feit nog denzelfden namiddag onder het lossen van kanonschoten den volke bij proclamatie van den Souvereinen Vorst werd bekend gemaakt, met de verklaring, dat die wet voortaan de Grondwet zou zijn, ,,ten gevolge waarvan Wij ons op morgen zullen begeven in het midden der meergemelde Vergadering, ten einde in hare handen den ons voorschrevenen eed af te leggen en van haar, als de geheele natie vertegenwoordigende, de hulde Onzer onderdanen te ontvangen.quot;

Zoo brak dan de groote dag aan der inhuldiging, die op plechtige wijze op dat alles het zegel zou drukken.

De kerk was nog in denzelfden feestdos gehuld, die den vorigen dag de bewondering had gewekt en ons door Vinkeles' prent, naar Pieneman's schilderij, ook thans nog bekend is. Het schip van het

'34

Naar J. W. Pieneman, door H. Vinkeles.

ocr page 153

DE INHULDIGING VAN WILLEM I.

gebouw was herschapen in eene indrukwekkende troonzaal, versierd met tropeeën van vlaggen en groen, in fraaie schakeering afwisselend. Tegen het koor was de troon opgericht, waarop de zetel van den Vorst met die der beide Prinsen onder een hooggeplooiden troonhemel. Links van den troon waren de zetels der vorstinnen, verder rechts en links de plaatsen voor het Hof en de hooge regeeringsleden. Tegenover den Vorst waren de Notabelen in rijen gezeten, hun voorzitter aan een afzonderlijken lessenaar; achter en naast hen de overige genoodigden. De kerk bevatte een duizendtal personen.

Wederom tegen half elf bewoog zich de vorstelijke stoet uit het Paleis naar de kerk, een statige optocht, die onder het daverend geschal der trompetten het gebouw binnentrok. De stoet der Vorstinnen volgde onmiddellijk. Ditmaal waren de stedelijke besturen, de geestelijkheid en vele aanzienlijken genoodigd, terwijl verder de plaatsen onder het orgel en op de beide galerijen, eindelijk de staanplaatsen waren bezet voor zoover de ruimte het gedoogde. Het aantal der aanwezigen mag veilig op 2ooo gesteld worden.

Een plechtige stilte ontstond, waarop de voorzitter der Notabelen^ den troon genaderd, zich met eene toespraak tot den Vorst richtte. Hij herdacht het sedert November gebeurde in korte woorden, wees op de beteekenis van de aanneming der Grondwet en wenschte Vorst en Volk geluk met dit feit, zijn dank betuigend zoowel aan de Grondwetscommissie als aan de Notabelen zeiven voor het thans volbrachte werk en eindigend met een ernstig woord, gewijd aan de toekomst van het Vaderland.

De Vorst beantwoordde deze toespraak met eene treffende herinnering ook van zijne zijde aan het gebeurde, aan de bewijzen van vaderlandsliefde en eendracht in de laatste maanden getoond, aan de toestemming der mogendheden in wat hier was geschied. Hij eindigde met een woord van lof voor de „billijke en liberale voorschrittenquot; der Grondwet, „aanleiding en waarborg tevens van de onderlinge eenstemmigheid en zamenwerkingquot; van Volk en Vorst.

Na een oogenblik stonden allen thans van hunne zitplaatsen op en met ongedekten hoofde sprak de Souvereinen Vorst in de roerlooze stilte

'35

ocr page 154

136

om zich heen de woorden uit van den eed: ,,Ik zweer, dat ik eerst en bovenal de Grondwet van de Vereenigde Nederlanden zal onderhouden en handhaven en dat ik wijders de onafhankelijkheid van den Staat, de vrijheid en welvaart van deszelfs ingezetenen met al mijne krachten bevorderen zal.quot; Eene siddering van aandoening ging dooide zwijgende schare.

De Voorzitter der Notabelen legde daarna eveneens mondeling den eed af, terwijl de Notabelen zelve tijdens zijne eedsaflegging de handen ophieven om hunne instemming te betuigen. Deze eed luidde aldus: ,,Wij zweren, dat wij, als representerende de Vereenigde Nederlanden en in dezen naam U kragtens de Grondwet van dezen Staat hulden en ontvangen als onzen Souvereinen Vorst; dat wij Uwe Hooge en Souvereine regten zullen bewaren en onderhouden en U getrouw en gedienstig zullen zijn in de bescherming van Uwen Persoon en Staat.quot; Een daverend trompetgeschal vervulde de Kerk aanstonds na de weder-zijdsche eedsaflegging en de wapenheraut riep driemaal met luider stem: ,,Leve Willem Frederik, Souverein Vorst der Vereenigde Nederlanden!quot;

De plechtigheid werd besloten met eene godsdienstige redevoering van den Amsterdamschen predikant Petrus Haack, die God's zegen over het gesloten verbond van Vorst en Volk inriep.

Daarna verliet de vorstelijke stoet het kerkgebouw. De Notabelen bleven nog bijeen om het „Verbaalquot; der gansche handeling met de ,,Acte van Inhuldigingquot; vast te stellen en te teekenen. Beide stukken werden door eene bezending van 20 leden aan den Vorst overhandigd en men ging daarop uiteen om den Vorst geluk te wenschen.

Onder kanongebulder kondigde de wapenheraut thans voor het verzamelde volk op den Dam de Inhuldiging af van het balkon van het Paleis, daarna te zamen met zijne ambtgenooten op de pleinen dei-stad onder het geschal der trompetten en het duizendvoudig gejubel dei-bevolking. Zilveren en koperen gedenkpenningen, onder de menigte gestrooid, moesten de herinnering aan het gebeurde bewaren en eene Proclamatie van den Souvereinen Vorst, welhaast door het gansche land verspreid, bezegelde de plechtigheid van den dag met de officieele

ocr page 155

'37

afkondiging der eedsaflegging. Een dank- en biduur werd daarbij tegen den 6den April uitgeschreven.

Op den avond van den 30^11 en de volgende dagen werd de belangrijke gebeurtenis zoowel te Amsterdam als elders, de tijdsomstandigheden in aanmerking genomen, op luisterrijke wijze gevierd. Illuminatie, vreugdevuren, concerten, bals waren niet alleen te Amsterdam, maar ook elders de uitingen der algemeene feestvreugde.

Van Maanen heeft de gebeurtenissen dezer beide dagen bij hare vaststelling in de Grondwetscommissie gekenmerkt door ze te beschrijven als : ,,vele solennia, weinig zaken!quot; Volkomen terecht, want, wat op 29 en 30 Maart 1814 geschiedde, kan eigenlijk niet beschouwd worden als te beantwoorden aan het begrip van regelmatige behandeling eener zoo belangrijke zaak als het aannemen eener Grondwet, als de inhuldiging van een eersten Vorst voor een staat mag heeten. Maar de gebeurtenissen van die dagen, in verband gebracht met die van November en December te voren, verschijnen in een ander licht dan die woorden er over zouden kunnen verspreiden. De zaken, die er te doen vielen, waren toen gedaan in moeielijke omstandigheden en met beleid en moed. Thans moest de solenneele sanctie worden gegeven aan wat toen zonder omslag was verricht. De tijden waren er niet naar om kalmweg de beginselen eener Grondwet door eene of andere nog te kiezen volksvertegenwoordiging te laten bespreken of angstvallig na te gaan, hoe de Souvereine Vorst, door allen gewenscht, zoo wettiglijk mogelijk door allen moest worden erkend. Wat op 29 en 30 Maart 1814 gebeurde, is een vorm geweest, eene opeenvolging van vormen, als men wil, maar het waren van die vormen, zonder welke de ernst van het voorgevallene niet genoegzaam pleegt te dringen in het gemoed des volks. Alleen, wat geen vorm was maar heilige ernst, dat was, gelijk de eerste Proclamatie van den Souvereinen Vorst na de inhuldiging in treffende woorden verkondigde, de wederzijdsche eed, die Vorst en Volk aan elkander verbond, de band, die Oranje en Nederland voor goed onverbrekelijk samensnoerde.

De titel van Souverein Vorst der Vereenigde Nederlanden is in 181 na de vereeniging met België, door een nieuwen, hoogeren titel,

18

ocr page 156

DE INHULDIGING VAN WILLEM 1.

138

dien van Koning der Nederlanden, vervangen, maar de nieuwe Grondwet, die den 2isten September 181^ te Brussel door den Koning werd bezworen, was de oude, naar de nieuwe omstandigheden slechts weinig gewijzigd, en het volk van het Noorden heeft geene nieuwe inhuldiging aldaar noodig gehad om zich verbonden te gevoelen aan het oude stamhuis, aan den Vorst, wien het in vol vertrouwen de souvereiniteit had aangeboden. Voor het volk van Nederland was de nieuwe orde van zaken op 30 November, 1 en 2 December 1813 ingeleid, op 29 en 30 Maart 1814 bezegeld.

ocr page 157

„BIJ DE GRATIE GODSquot;,

DOOR

Dr. A. KUIJPER.

„Beeldhouwer bij de gratie Godsquot; kon Bertel Thorwaldsen èn roemen èn belijden, toen eindelijk het klassieke beeld van zijn Sapientia Coetestis onder de gewelven der Pieterskerk te Rome werd bijgezet.

Van God alleen de macht in zijn genie over het marmerblok, dat gebaard, en over den beitel, dien zijn hand gehanteerd had. Maar ook.. . niet aan Thorwaldsen, maar Gode alleen van wat hij wrocht, de glorie.

In die gratie Gods ligt het eindpunt van elke lijn, waarlangs onder menschen genie en talent, gezag en macht zich voortbeweegt, tot het niet verder kan.

Zoo was het: ,,lk schipper, naast God op mijn schipquot; eens voor ons varend volk uiting dierzelfde gedachte. Op den onmetelijken oceaan, van alle menschelijke woeling afgesneden en met niets dan Gods hemel boven zich, vond de oud-vaderlandsche schipper ruste in dat ,,Naast Godquot;, eer hij zee koos, verklaard in zijn scheepsbrief.

En zoo is dat ,,bij de gratie Godsquot;, ook al wordt het in geen woorden uitgesproken, steeds de bron, waaruit ons die hoogere ruste toevloeit, die alleen in het rusten op de ,,Mogendheid des Heerenquot; wordt gevonden.

,,Bij de gratie Godsquot; elk vader vorst in zijn gezin. Elk vorst der

ocr page 158

BIJ DE GRATIE GODS.

wetenschap vrij in zijn studeercel. De Kerk van Christus binnen haar heilige wanden.

En zoo ook op de scala van het gezag. Eerst op alle lagere verdieping gezag door mensch aan mensch opgedragen. Maar als ge, ten leste op de hoogste tinne van den toren geklommen, niet verder kunt en niets meer boven u hebt, en uit het azuur daarboven niets dan de hooge lucht des hemels u tegenademt, doet ge als kind des'menschen, dankbaar en ootmoedig, en toch ook fier en hoog uit de borst, het: ,,Bij de gratie van mijnen God!quot; door het luchtruim weerklinken.

Zoo doen het ook de Koningen der aarde en onze Vorsten van Oranje deden het met hen.

Hoog boven al het volk, en al wat in dat volk groot was, in glans van Koninklijke Majesteit uitblinkende, betuigden ook zij, in het diep dier hemelen starend. Koningen van Nederland te zijn, maar alleen ,,bij Godes gratiequot;.

Onze Koningin-Regentesse sprak zoo van haar regentschap niet, en kón dat niet doen. Zij had in den aardschen kring nog een macht boven zich. Maar wel beleed ook zij het van haar Koninklijke dochter: ,,In naam van Wilhelmina, bij de gratie Gods Koningin der Nederlandenquot;.

En óók weet nu reeds al het volk vooruit, dat op 31 Augustus (blijde dag die kome) het eerste woord van Neêrlands eerste Koninginne met de aanroeping van den naam des Heeren zal beginnen: ,,Wij Wilhelmina, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, aan allen die dezen zullen hooren en lezen saluut!

Onze Koningen waren met deze belijdenis van de Overhoogheid des Almachtigen zelfs mild; nooit spaarzaam.

Boven elke wet, die zij, na gemeen overleg met de Staten-Generaal, vaststelden; boven elk Koninklijk Besluit, dat zij uitvaardigden, herhaalden zij het in het opschrift telkens weder, dat zij deze hooge macht, ja, als Koningen uitoefenden, maar als Koningen ,,bij de gratie Godsquot;.

Sinds het eerste besluit, dat op 6 December 1813 te 's-Gravenhage door Willem den Eerste, ,,bij de gratie Gods Prince van Oranje Nassou en Souverein Vorst dezer landenquot; onderteekend werd, is nooit zonder die bijvoeging een wet of besluit hier te lande afgekondigd.

140

ocr page 159

BIJ DE GRATIE GODS.

Er is meer.

In elke Troonrede, waarmede onze Koningen de Staten-Generaal openden, baden ze steeds aan die Staten-Generaal, en in hen aan Neêr-lands volk, ,,Gods zegenquot; toe.

Bij elke Boodschap, die onze Koningen aan de Staten-Generaal inzonden, bevalen zij onveranderlijk de Vertegenwoordiging des Volks in ,,Godes heilige beschermingquot;.

Door den eed die van God spreekt, liever dan door een belofte die van God zwijgt, verbonden zij zich bij de plechtige Inhuldiging aan Neérlands volk.

Meer dan het volk, bij monde der Staten-Generaal, onze Koningen, wezen onze Koningen hier te lande hun volk op God. In vormen, vaak door het gebruik bevroren, het zij zoo, maar dan toch in vormen, die, zóó als ze weer smelten, ijlings weer de droppelen van heiliger eerbiedenis perelen doen.

En zelfs nadat in 1887 de Grondwetsrevisie het ,,bij de gratie Godsquot; niet aandorst, is toch onveranderlijk èn door onzen laatsten Koning, èn sinds door de Koningin-Regentesse dat ,,bij de gratie Godsquot; gehandhaafd.

Ook hier gold het: Je Maintiendrai!

Vraagt ge of dan nooit, of nergens dit „bij de gratie Godsquot;, door misbruik, uit ootmoed verkeerd is in hoogheid des harten, dan is somber, helaas, het relaas der historie, dat u ook hier het optimi corruptio pessima op zoo aangrijpende wijs bevestigt.

Het hart der Koningen kent de verlokking tot zonde als elk onzer; tot de zonde der zelfverheffing niet het minst. En ook, even bekend als in het paleis de figuur is van den hoveling, die door vleitaal deze verlokking prikkelt, even zeldzaam werd de hoveling gevonden, die boven het hoofd van zijn Vorst het schild der hoede tegen dit booze kwaad ophief.

Zoo werd Gods heilige naam misbruikt om heerschzucht bot te vieren en dwingelandij te vestigen over de volken. Er werd gedroomd, gefabeld van een ,,droit divin,quot; dat heele natiën en volken aan den wilkeur van een enkel geslacht had overgegeven. Dat de Vorst er voor het volk was, en dat beide saam er zijn voor den Koning der koningen, werd vergeten;

141

ocr page 160

BIJ DE GRATIE GODS.

en de doodelijke zelfzucht, die er van fluisterde, dat het volk er om den Vorst was, sloop in veler hart.

En toen zijn de volkeren vertreden; hun rechten miskend; hun vrijheden geschonden; en heeft niet het edele koningschap, maar hooge trots en onduldbare heerschzucht in machtige Staten getriomfeerd.

Zoo werd nog van ,,bij de gratie Godsquot; te hooren spreken, een hinder voor het oor. Weerzinwekkend het misbruik van Gods heiligen naam, om zoo driest een ingaan tegen zijn heilige ordinantiën te dekken.

En het volk was óók tot zonde verleidbaar; zoo min heilig als zijn Vorsten, en evenmin als de Vorst onder zijn hovelingen voor de vleiende tong van demagoog en volkstribuun beveiligd.

En toen verhief het zich in opstand.

Het zou voortaan zelf Souverein zijn, en dat ,,Souvereine Volkquot; zou zijn Dienaren, ook zijn hoogsten Dienaar van Staat aanstellen, al naar de gangbare voorstelling het wilde, door de optelsom van aller wil, of door de wilsuiting van het volk als één' geheel genomen, in zijn organische geledingen.

Zoo was het Volk zelf Souverein geworden!

Maar God moest er nu in elk geval buiten blijven. Ja meer nog tegen God dan tegen de machthebbenden op aarde woelde de stroom uit de diepte op.

Nf maUre, maar met het ni Dien als uitgangspunt.

Het Volk zelf mis de macht. Het Volk had de macht. De oppermacht, de Overhoogheid was in het volk van zelf inklevende.

En al kon ook zoo nog aan het mystieke vroom gevoel de weelde gegund blijven, om, naar het apostolisch woord, nog van de Overheid als ,,een Dienaresse Godsquot; te gewagen, zakelijk was dit een woord zonder zin, voor den Staatsman een niets-zeggende phrase geworden.

142

In het Staatsrecht der volkeren rekende Hij, die Koning over alle koningen is, niet meer meê.

Zoo wordt elke bint in het volksgebouw uit zijn voegen gelicht, als wilde hartstocht dat gebouw op zijn grondvesten schudden doet.

ocr page 161

BIJ DE GRATIE GODS.

De saamvoeging van Gods Overhoogheid met het heil des volks lag anders in de souvereiniteit der hooge Overheid zoo vast geklonken, en sprak in het „bij de gratie Godsquot; zoo schoon.

God en God alleen heeft over alle mensch en wat des menschen is zeggenschap. Souverein, ook over alle volk, kan uit zichzelven alleen God wezen, omdat Hij alleen alle volk èn schiep èn in stand houdt en bezit.

Ware er geen zonde aan den wortel van ons leven komen knagen, die Souvereiniteit Gods zou dan ook volstaan hebben. Hijzelf zou ons geregeerd hebben regelrecht in het hart.

Denkt ge u de zonde weg, geen rechter zou ooit in de vierschaar hebben gezeten; geen politie ooit de nimmer gestoorde orde hebben hersteld; geen gevangenis zich voor den misdadiger hebben ontsloten; geen zwaard zou ooit gewet, geen vloot of heirmacht ooit verzameld, geen oorlog ooit gevoerd zijn. Geen Burgerlijk Wetboek, geen Strafwetboek zou ooit zijn uitgevaardigd.

Maar nu de zonde er niet alleen is, doch alle menschelijk leven ontredderd heeft, nu volstaat de regelrechte Souvereiniteit Gods niet meer, eenvoudig wijl een zondig mensch niet meer rechtstreeks door God geregeerd kan worden in zijn hart.

Een leven zonder Overheid zou daarom thans het volksleven in een wilden chaos zichzelf doen vernielen.

Daarom ligt er genade, er ligt gratie in, dat God, onder zich, een Souverein op aarde besteld heeft, die, met iets van zijn afgeleide Hoogheid bekleed, in Zijn Naam recht spreekt, de misdaad straft, en ordelijke samenleving regelt.

Zoo regeeren er dan nu Overheden, zoo heerschen er nu Koningen, niet uit zichzelf, maar ,,bij de gratie van dien Godquot;.

Wie deze Souvereiniteit dragen zal, wijst geen stem uit den hemel, maar de stemme Gods in de historie uit.

Die aanwijzing kan plaats hebben door keurvorsten, als in het oude Duitsche Keizerrijk; door een Landdag des Volks als eens in Polen; door de geestdrift van een zijn vrijheid hernemend volk, als hier te lande in 1813.

Maar dit alles is nooit iets anders dan de aanwijzing pan den

'43

ocr page 162

gt;44

persoon, of van het Huis; en die persoon of dat Huis ontvangt zijn macht nooit anders dan van God, uit Zijn hoog gezag, eenvoudig omdat God alleen dat hoog gezag bezit.

Aan Zijn vrijmacht heeft geen schepsel hier eenig perk te stellen.

Zijns is het, die Souvereine oppermacht te leggen op een Huis in het erfelijke Koningschap; op de Staten van een volk, gelijk onder onze oude Republiek; of ook op het Volk zelf, gelijk in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika.

Dit alles raakt den Vorm, maar het Wezen niet; mits maar, wie de Souvereiniteit draagt, hoe ook die tot eere opgeklommen, niet voor zich roove wat Gode alleen toekomt, en altoos ootmoedig erkenne: Souverein te zijn bij de gratie Gods.

Waar over óns volk de Souvereiniteit berust, kan voor de rechtbank der Historie geen twistvraag zijn.

Over Nederland berust de Souvereine macht, de Overhoogheid, sinds 1813, bij het Huis van Oranje, naar een erfrecht, dat de Grondwet uitwijst.

In het eerste Koninklijk Besluit van 6 December 1813 verklaarde de toenmalige Prins van Oranje uitdrukkelijk: ,,Toen wij op den 2'Il'quot; December te Amsterdam de Souvereiniteit over de Vereenigde Nederlanden, in gevolge de algemeen uitgedrukte begeerte des Volks aanvaard hebben'1'' enz. En de geschiedkundige uiteenzetting van Prof. Dr. P. J. Blok, in ditzelfde Gedenkboek, maakt nadere aanwijzing, ,,dat de Prins alzoo sprak naar waarheid,quot; overbodig. ,,De Prinsquot;, zoo schrijft hij terecht, ,,moest „Souvereinquot; moest ,,Hooge Overheidquot; zijn; — dat stond weldra vast zoowel bij de leiders van den opstand als bij de verbonden Mogendheden.quot;

Bij de plechtige Inhuldiging van den Eersten Koning, op 29 December 1813, heeft de Voorzitter der Notabelen het dan ook uitgesproken, en uitgesproken in een eed voor God:

,,Wij zweren, dat wij, als representeerende de Vereenigde Nederlanden, en in dezer naam U, krachtens de Grondwet van dezen Staat

ocr page 163

BIJ DE GRATIE GODS.

huldigen, en ontvangen als onzen Souvereinen Vorst, en dat wij Uwe Hoogheid en Souvereiniteitsrechten zullen bewaren.quot;

Niets dan een verzinsel, tegen ernstige toetsing geen oogenblik bestand, is dan ook het beweren, alsof het ,,Souvereine Vorstquot; van 1813 niets dan een titel ware, in 181^ in den Konings-Xite\ ondergegaan.

,,Souvereinquot; kan geen bloote titel zijn, omdat het de uitdrukking zelve is van de Overheid. Eene Souvereine Vorst kan niet mW-Souverein zijn.

Het gebeurde in 181^ bevestigt dit dan ook.

Waar in de Grondwet van 1813 stond: ,,De Souvereiniteit is en blijft opgedragen,quot; kon de uitdrukking in de Grondwet van 181^: ,,De kroon is en blijft opgedragen,quot; niets anders dan de Souvereiniteit insluiten.

Wie verlangt men, vroeg Groen van Prinsterer terecht, voor dit hisorisch feit, als getuigen te doen optreden? De Mogendheden? in het tractaat van Parijs leest men:

,,La Hollande, placée sous la sóuveraineté de la maison d'ürange.quot;

In de bekende Nota van den Minister Verstolk van Soelen aan het Oostenrijksch Gouvernement wordt terecht opgemerkt:

,,On parle du titre et de 1'exercice de cette sóuveraineté comme établis; et la seule stipulation nouvelle, c'est que les Pays-Bas ne pourront appartenir a un prince portant 011 appelé a porter une couronne étrangère, et que la Hollande recevra un accroissement de territoire.quot;

In diezelfde Nota, die weerklank bij de Natie gehad heeft, is ook de volgende zinsnede behartigenswaard :

,,Quant a cette sóuveraineté, le Roi la doit, après la Providence, au sang versé par ses ancêtres pour la patrie, a la gloire qu'elle a acquise et au bien-être dont elle a joui sous leurs auspices, aux rapports intimes établis dans le cours des siècles entr'eux et la nation, aux anciens droits de sa maison, et a la confiance ainsi qu'au choix spontané d'un peuple libre.quot;

Wil men liever hooren de Commissie tot herziening der Grondwet in 181 j ?

,,De wet had den souverein (in de Grondwet van 1814) bekleed met al het gezag en de magt, welke geschikt is om zijne hooge waardigheid allerwege te doen eerbiedigen. Zij had de wetgevende macht geplaatst in de zamenstelling van den Vorst met de Staten-Generaal. In zulk een welingerigt zamenstel van wetten en inrigtingen erkenden de

'9

50

ocr page 164

bij de gratie gods.

leden der Commissie uit de zuidelijke provinciën spoedig de gronden hunner aloude gesteldheid, de beginselen hunner aloude vrijheid en onafhankelijkheid.quot;

Verlangt men den Koning zeiven te hooren, men leze de proclamatie van 16 Maart 181 j.

,,Naauwelijks had de eenstemmige wil der Mogendheden, op het congres van Weenen vergaderd, zich voor de Vereeniging van alle de Nederlanden, onder hetzelfde gemeenschappelijk gebied, verklaard, of de ingezetenen der Belgische provinciën betuigden Ons om strijd hunne vreugde over dien gewigtigen maatregel, en hun verlangen, dat tot hen wier de uitgestrekt dat souverein gezag, hetwelk de liefde der Hollanders Ons bevorens opgedragen had.quot;

Bij de opening van de buitengewone Vergadering der Staten-Generaal den volgenden dag, zeide Hij:

,,Het vredestractaat, in den verleden zomer te Parijs gesloten, had aan dezen Staat onder mijne Souvereiniteit eene vergrooting van grondgebied toegezegd.quot;

Verlangt men het gevoelen der Staten-Generaal? zie het antwoord van den President.

„Het volk van Nederland had, bij het vaststellen eener Grondwet, geen gewag gemaakt van den titel van den Souvereinen Vorst, wel wetende dat eene bepaling daaromtrent meer afhing van de overeenstemming der Mogendheden, dan van zijne beslissing; doch de wensch en de verwachting van alle brave Nederlanders is steeds geweest, dat wanneer zij, tot welzijn van het algemeen, het opperste gezag aan Uwe Majesteit opdroegen, Hoogstdezelve ook eene plaats zoude innemen onder de gekroonde hoofden van Enropa.quot;

Koning was voortaan de titel van den Souvereinen Vorst.

Verder leest men: ,,Een vrijwillige opstand, de hulp van alle zijden toegesneld, de souvereiniteit in het Huis van Oranje gevestigd.... en heden alle deze weldaden bevestigd door een verdrag van geheel Europa ; wie erkent niet in dit alles de zigtbare hand des Almagtigen ?quot;

Vraagt men naar het denkbeeld der Natie zelve, die in 1813 de Souvereiniteit aan het Huis van Oranje had opgedragen, haar gemoeds-

ocr page 165

BIJ DE GRATIE GODS.

stemming zal, om Quatre-Bras en Waterloo, geen ongunstige verandering hebben ondergaan. En wil men een getuigenis uit later tijd, dan hoore men den Minister van Justitie, die in het Programma van 13 Mei 1848 zich aldus uitliet:

,,De natie gevoelt diep, dat, even als zij hare zelfstandigheid verschuldigd is aan het regerend geslagt, die zelfstandigheid gehecht blijft aan het behoud der souvereiniteit in dat Huis.quot;

Onze Koningin, naar erfrecht in de rechten van haren Vader tredende, is alzoo niet een titulaire Koningin, maar de van God bestelde Souvereine over Nederland.

Niet ,,eerste Staatsdienaressequot;, maar ,,Dienaresse Godsquot;.

,,Bij de gratie Godsquot; over Nederland regeerende.

Bezit wat ,,bij de gratie Godsquot; ons toekomt, perk noch grens? Mag met name de Overhoogheid van den Vorst en de hoogheid van een Magistraat omdat zij bij de gratie Gods bestaan, zich uitbreiden over alle menschelijk leven; strijken over heel het veld van menschelijke samenleving; en in elke levensuiting den vrijgeboren burger doen buigen voor den Staatswil? En omgekeerd, sluit juist het ,,bij de gratie Godsquot; zoo onvrome gedachte van Staatsalvermogen niet uit.

Er is maar één Almachtige, wiens heerschappij tot aan den uitersten omtrek en tot in den diepsten grondslag van ons menschelijk leven doordringt, en die Almachtige is niet de Staat, maar God.

Staatsgezag ,,bij de gratie Godsquot; spreekt alzoo uit, dat het staatsleven slechts één der vele stroomen is, die van den Berg zijner heiligheid naar de vlakte van het nationale leven afvloeien, en dat dit rijke stroomgebied in allerlei ander stroomgebied zijn natuurlijke begrenzing vindt.

Zulk een eigen stroomgebied is het persoonlijke leven, met aangeboren aanspraken, die elk mensch ,,bij de gratie Godsquot; bezit, en die niemand mag aanranden. Neem slechts zijn vrijheid van denken en zijn vrijheid van consciëntie.

Zulk een zelfstandig stroomgebied vormt het huisgezin met het

'47

ocr page 166

BIJ DE GRATIE GODS.

,,bij de gratie Godsquot; geldend recht van huwelijk, geslachtsvoortzetting, opvoeding, huisvrede en innerlijke huishouding.

Zulk een wei-afgepaald stroomgebied vormt de Kerk van Christus, die haar eigen Koning in het Heiligdom eert, ,,bij Goddelijk rechtquot; in het midden des volks bestaat, en een eigen inklevende levenswet heeft, waaraan zij gehoorzaamt.

Zulk een afzonderlijk stroomgebied vormt de Wetenschap en naast de wetenschap de Kunst, geestelijke machten, die, onder Goddelijke aandrift, vorschend en kunstelend met van God ontvangen vermogen en talenten, ,,bij de gratie Godsquot; vrijheid van beweging bezitten, en buiten vrijheid niet tieren kunnen.

Zulk een stroomgebied met eigen bedding vormen in het maatschappelijk leven èn Landbouw èn Nijverheid èn Handel, die verkwijnen waar men ze dwingt anders dan naar de in hun natuur schuilende levenswetten te bestaan.

Zulk een stroomgebied, met eigen rijke vertakking, vormt, om niet meer te noemen, ook de Handenarbeid in den Werkmanskring, die tot geen aanhangsel van het werktuig mag verlaagd worden, maar als de levenskracht van een naar Gods beeld geschapen mensch moet geëerd blijven.

Allerlei kringen alzoo in het menschelijk leven en in elk dier kringen eigen souvereiniteit; een souvereiniteit even waarachtig en wezenlijk als de souvereiniteit in den staatskring van God alleen in allen afdalend, en daarom zelfstandig bestaande ,,bij de gratie Godsquot;.

Was nu, bij die velerlei souvereiniteit in eigen kring, elk eigen stroomgebied door een onoverklimbaren bergrug van het naastliggend stroomgebied afgescheiden, er zou nóch strijd tusschen kring en kring, nóch behoefte aan rechtsregeling ontstaan.

Maar zoo is het niet.

Er zijn tusschen stroomgebied en stroomgebied wel verheffingen, die de „Wasserscheidequot; bepalen, maar toch ook overgangen die leven aan leven doen raken, en juist hieraan ontleent de Overhoogheid niet het minst gewichtige deel van haar hooge taak.

Harer toch is de van God gegeven roeping, om de grenzen tusschen stroomgebied en stroomgebied te beveiligen, en zoo door, het eeren van

148

ocr page 167

BIJ DE GRATIE GODS.

wat aller is, aller inwerking op elkaar mogelijk te maken. Mits in edeler zin verstaan: de hoede van het algemeen belang.

En het is nu deze roeping van de Overhoogheid, die vervalscht en in haar tegendeel verkeerd wordt, als de Staat, in plaats van de vrije werking dier eigen kringen te eerbiedigen en te beveiligen, die kringen zelf inbuigt en in den Staatskring oplost.

De Overheid, zelve ,,bij de gratie Godsquot; bestaande, mag niet aanranden wat bij diezelfde „gratie Godsquot; in allerlei anderen levenskring bloeit.

Dit gaf aan de Constitutie geboorte.

Uit de natie in allerlei kring komen de Generale Staten op. Het begrip van zulke „Statenquot; toch was oorspronkelijk niet anders dan dat van een „levenskring met eigen Souvereiniteitquot;. En zoo drukt de naam „Staten Generaalquot; nu nog het denkbeeld uit van een representatie des volks in zijn onderscheidene zelfstandige bestaansvormen. Thans te veel als aggregaat, te weinig organisch optredend, maar ook zoo toch een representatie van het volk, om op te komen voor de historische vrijheden en rechten des volks, en niet het minst door het beschikkingsrecht over eigen buidel tot verweer dier rechten bekwaam.

In den nog ongeordenden staat leidt dit tot feilen strijd; vaak tot bloedige worsteling. Van de zijde der Overheid om de rechten des volks te verkleinen; van den kant der Staten om het Overheidsgezag óf in te perken óf om te werpen. Maar een geordende Staatsinrichting stelt hier, zonder strijd uit te sluiten, voor zoo pijnlijke worsteling inplaats het gemeen overleg, en het is dat overleg, dat door de Constitutie mogelijk wordt gemaakt en gewaarborgd.

De Constitutie bakent over en weer grenzen af. Ze legt zekere grondslagen voor wederzijdsche verhoudingen. Ze regelt voor vast allerlei grondbetrekking, die anders bij elk geschil weer in geding zou zijn.

En zij doet dit niet bij manier van accoord, tusschen willekeurige machten, haar grens naar gril of toeval trekkend, maar in gehoorzaamheid aan Gods heilige ordinantiën, geen grens verzinnend, maar de

149

ocr page 168

I (fO BU DE GRATIE GODS.

grens volgend, die uitwijst wat eenerzijds als onvervreemdbaar rechtaan het volk, anderzijds als macht aan de Overheid, en aan beiden bij de gratie Gods is verleend.

Buiten onze erve ging dit vaak Monarchistisch toe. De vorst, zoo heette het dan, behoefde geen waarborg van rechten en vrijheden aan zijn volk te geven, en zoo hij dit nochthans deed, was het nederbuigende gunst aan zijn volk bewezen, een willig door Hem afgestaan recht.

Maar reeds voor drieduizend jaren nam de Overheid in Israël edeler standpunt in. „Alzooquot; — dus heet het in het gewijd verhaal—,,alzoo kwamen de oudsten van Israël tot den koning te Hebron, en de koning David maakte een verbond met hen voor het aangezicht des Heeren, zij zalfden David tot Koning over Israël.quot; i)

Twee machten alzoo: de Oudsten, als representatie van het Volk, en koning David als Hooge Overheid, en deze twee maakten een verbond.

In dien toon spreekt ook Nederlands Historie in het schoonst van ons nationaal verleden. j

Niet een volk eerst rechteloos onder een vorst, die straks ja, rechten schenkt, maar die hij evengoed ook niet kon schenken; maar dat volk in het bezit van rechten en van vrijheden, en geen Overhoogheid van wien ook huldigend, alvorens die rechten gewaarborgd en die vrijheden verzekerd zijn.

Niet een contrat social alzoo maar een pactum tusschen een natie, die bij de gratie Gods bestaat, met een Overheid die bij dezelfde gratie Gods over haar regeeren zal.

Niet een verdrag tusschen twee Staatsmachten, want de staatsmacht kan bij een ontwikkelde staatsinrichting niet dan één zijn.

Maar wel een verbond tusschen die Staatsmacht en het Volk, dat met zijn rechten en vrijheden in dien Staat leeft.

Minder juist wordt het actestuk van dit Verbond onder ons Grondwet geheeten, doch ook zóó toch is die Grondwet in beginsel de bevestiging van wat als constitutioneele rechten en vrijheden elk Nederlander niet slechts liefheeft maar verweert en moet verweren, juist omdat hij ze niet bij vorstengunst maar bij de gratie Gods bezit.

i) 2 Sam. 5:3.

ocr page 169

BIJ DE GRATIE GODS. I ^ 1

De hernieuwing van dat verbond bij het overgaan der Kroon is de plechtige Inhuldiging.

De nieuwe Koningin draagt de Kroon reeds eer Zij, om dit Verbond persoonlijk te bezegelen, tot haar volk komt, want zij is Koningin door geboorterecht. Haar Kroon komt Haar aan van haar Koninklijken Vader.

Maar als zijnde reeds „Koningin bij de gratie Godsquot; tot haar volk naderend, erkent zij dat er ook in dat volk rechten zijn, die evenzoo uit de gratie Gods zijn nedergedaald; en daarom zweert zij Harerzijds, die rechten en die vrijheden te zullen eerbiedigen, en iaat zij zich door het aldus in zijn rechten erkende en bevestigde volk trouwe zweren. En het volk zweert Haar die trouw, niet omdat in Leger en Justitie de sterke arm Haar ten dienste staat, maar omdat het volk diep eerbiedig buigen wil voor het gezag, dat door Haar bij de gratie Gods heerscht.(

Voor het aangezichte Gods moet daarom dit verbond lusschen Koningin en Volk op 6 September persoonlijk bezworen worden.

En het is achteruitgang, geen voortschrijden in ontwikkeling, als bij de plechtige Inhuldiging, die komt, het gebed tot den Almachtige en het Amen van Vorstin en Volk op die bede tot den Koning der koningen ontbreekt.

Liefde is kostelijk, en volk bij volk benijdt het ons, hoe hier het volk Oranje en Oranje het volk mint. Maar toch die liefde moge de ingedruppelde olie zijn, die het rad van Staat gladder om zijn spil doet wentelen, die spil zelf is ze niet.

Een kind zal zijn vader eeren, niet omdat die vader lief, maar omdat hij vader is.

En zoo ook zal ons volk het gezag van zijn Koningin eeren, te gemakkelijker nu zij het hart van dat volk door liefde en gracie veroverde, maar toch altoos omdat zij de kroon bij de gratie Gods draagt.

Het „bij de gratie Godsquot; is hier de spil.

De vorst is mensch en mensch is elk burger, en niet één mensch kan uit zich zelf een ander mensch tot gehoorzaamheid dwingen, noch is uit zichzelt eenig mensch tot gehoorzaamheid aan eenig medemensch verplicht.

ocr page 170

1 {2 BU DE GRATIE GODS.

Licht dus het „bij de gratie Godsquot; uit onze Staatsinrichting uit, en alle gehoorzaamheid berust óf op het recht van den sterkste óf op laf zwichten van wie uit vreeze voor een mensch buigt.

Maar heel anders wordt het, zoo God in de consciëntie tusschen-beide treedt en het woord uitgaat: ,,alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geene macht dan van God, en de machten die er zijn, die zijn van God verordend. Alzoo, dat wie zich tegen de macht stelt de verordening van God wederstaatquot;.

Dan immers is er geen zwichten meer van mensch voor mensch; maar een volk dat God vreest, en ,,om Gods mlquot; eere, trouw en gehoorzaamheid toezegt aan wie door God met het Hoog gezag bekleed is.

Dan ligt de eerbied voor het gezag op aarde gegrondvest in den eerbied voor het Hooge Oppergezag van Hem, in wiens hand we zijn.

Dan ligt in de Consciëntie zelve de band tusschen Overheid en onderdaan voor het volksbesef bezegeld. Dan blijft ook de machtigste keizer op aarde een mensch van gelijke beweging als wij zijn, en is alle vleitaal afgesneden. Maar dan ook heerscht zelfs de zwakke Vrouw, reeds in jeugdiger jaren, op haar erve door al het volk willig gehuldigd, uit Insulinde en Suriname toegejuicht, en door al Europa's vorsten en volken om strijd met vreugde begroet, omdat ook Zij, de Oranjetelg, als Koningin optreedt ,,bij de gratie van aller God' .

ocr page 171

1WHüi^^WMI^^IwM ■amp; *y *lt;■'' BhHBM ®Ï%W-Ï'.'

., am—B IM^ ; '. I | : ■'1 HS ,-quot;- mmm i^%'i.ff^%'.? rr^r!3mÊ

I 1 '-^ iK IWmi . fty' 'quot;tVa* . | H ' ■ ' WÊk ; ?quot;•*v 1 ?quot;' ■

J\quot;*^ i-o . ^ '•'■■. si4'^.*■'

f*

'„{ft-? amBBMMMHMH » mamS

■■■:: ' 1

ocr page 172
ocr page 173

DAGEN DIE KOMEN.

DOOR

FIORE DELLA NEVE.

(Mr. M. G. L. van Loghem.)

n onafzienbren stoet, in donkerte verloren,

opdoemend achter Godes troon,

daar wachten woordeloos de Dagen Ongeboren.

Onduidlijk is hun schim. Nu glanst onzegbaar schoon,

het wondre spel der schemerlijnen,

stil-heilig, als geboeid door verren sferentoon ;

dan volgen Dagen, die in zachten weemoed kwijnen,

de bleeke trekken grauw omplooid,

als peinzend om hun droef en sporeloos verdwijnen.

Vriendlijk en lieflijk rijst, met glans en krans getooid,

de jonge stoet der Zomerdagen,

het lichte leliekleed met wuivend groen bestrooid;

't is bloemen voorraad, wat zij lachend mededragen,

belofte spelt hun blij gelaat van weelde en rijk geluk, en vredig welbehagen.

20

ocr page 174

I DAGEN DIE KOMEN.

Maar trotsche zijn er ook, omgolfd van pronkgewaad,

dat eikentak en lauwer sieren;

hoog rijst hun voorhoofd, waar: „Triomf!quot; gestempeld staat!

Fier straalt hun forsche blik, doorvonkt van 't zegevieren,

en grootsche leuzen raadt het oog op 't wapp'rend dundoek van hun rijzende banieren !

Zij zullen allen, één voor één,

stil in Jehovah's lichtglans treen,

en quot;t stralen van Zijn goddlijk aangezicht

spreidt heil'ge wijding op hun schreen.

Op 't keerpunt van hun korte baan zal iedre bevend stille staan en bieden Hem, uit d'Eeuwigheid gerezen, der Toekomst morgengaven aan.

Hij kiest, eer nog de Dag ontvliedt,

en wat Zijn hooge hand verstiet,

zinkt, met den dooden Dag, die 't Hem kwam offren, voor eeuwig in het eindloos Niet.

O mogen de Dagen, wier raadsel U wacht,

slechts zegening dragen uit scheemrigen nacht! O naadre met bloemen gekroond en getooid, met tranen van vreugd als juweelen bestrooid, met liedren en beden, in koestrenden gloed, met juichende schreden hun plechtige stoet!

O breken de Dagen van glorie aan !

Zooveel zijn in Neerland hun voorgegaan!

O toeven in al te ver verschiet de Dagen van bloei en welvaart niet!

ocr page 175

DAGEN DIE KOMEN.

O keeren, U en het land ter eer, nog talloos de Dagen van fierheid weer

Gezegende Vorstinne,

die, God en Volk gewijd, der hoofden Koninginne der harten Jonkvrouw zijt,

wis brengen U de Dagen, U leidend op hun pad, hun vredigst welbehagen, hun liefelijksten schat.

Met zegening beladen,

in onafzienbren stoet, met eedle gloriedaden, met milden overvloed,

met kennis. Licht der Tijden,

zoo zullen ze, één voor één, de Trotschen en de Blijden,

voor Godes aanzicht treen.

O moog van wat zij bieden,

— hun volheid en hun macht, den oogst der zongebieden, der zeeën handelsvracht,

der bosschen en der heiden,

der akkers bont tapijt, het groen fluweel der weiden, der steden nijverheid.

ocr page 176

DAGEN DIE KOMEN.

en, hooger nog te prijzen,

een volk van tintiend bloed, von eedlen en van wijzen, en trouwen, vroom en vroed,

onschatbare geschenken, —

Zijn milde heerschershand het schoonste U toebedenken en, door U, Nederland !

ocr page 177

NEDERLANDSCH-INDIE ONDER DE SOUVERE1NITEIT VAN ORANJE.

DOOR

E. B. KIELSTRA.

De Oost-Indische Compagnie was steeds in de eerste plaats koopman geweest. Wanneer zij eilanden veroverde, zooals Banda; of wanneer zij inlandsche vorsten dwong, hare opperheerschappij te erkennen, dan geschiedde dat tot verkrijging of verzekering van haar handelsmonopolie; wanneer zij op verschillende Buitenbezittingen kantoren, factorijen stichtte, dan was dat uitsluitend ter verzekering harer handelsbelangen. En zelfs toen de omstandigheden medebrachten dat zij op Java meer en meer als souverein optrad, liet zij hare verplichtingen als zoodanig zooveel mogelijk rusten, maar bleven de handelsbelangen op den voorgrond.

Na den val der Compagnie was dit stelsel niet meer houdbaar. De kracht van het monopolie was gebroken en de handel kwijnde. Onder moeielijke omstandigheden werden de zaken gaande gehouden, zoover dat mogelijk was: de Engelschen maakten zich, tusschen 179^ en 1810, van alle kantoren op de Buitenbezittingen meester, of deze werden vrijwillig, tot vermindering van kosten, door ons verlaten. Maar eindelijk, in 1811, viel ook Java den Engelschen in handen; van dat oogenblik af, kan men zeggen, won het de souverein van den koopman, al is het niet te ontkennen, dat ook vele jaren later, onder den druk van geldgebrek in het moederland, nog veelvuldig in den geest der Compagnie is gehandeld, en misbruik is gemaakt van de souvereine macht, om monopolie te scheppen en te handhaven.

ocr page 178

I if 8 NEDERLANDSCH-INDIË ONDER DE SOUVERE1NITEIT VAN ORANJE.

Na het herstel van onze onafhankelijkheid werden, bij de conventie van Londen van 13 Augustus 1814, door de Britsche Regeering onze vroegere bezittingen in den Indischen Archipel teruggegeven aan den Souvereinen Vorst der Vereenigde Nederlanden. Gelijk onzen lezers bekend is, heeft het nog twee jaren geduurd voordat met die „teruggavequot; een aanvang werd gemaakt: eerst toen, na den slag van Waterloo, de onafhankelijkheid van ons land voor goed verzekerd was, kon aan de conventie uitvoering worden gegeven.

De Commissarissen-Generaal, hiertoe door Koning Willem I naar Java gezonden, konden den i9en Augustus 1816 bij publicatie bekend maken dat Java onder het Nederlandsch bestuur was teruggebracht. Na te hebben herinnerd, dat de Indische bezittingen den Koning waren teruggeven door „eenen grootmoedigen en rechtvaardigen bondgenootquot;, schreven zij in die publicatie:

,,Gij komt onder de regeering en de bescherming van een Vorst, uit Nederlands dierbaarst geslacht gesproten, bij wien gansch Nederland, in edelen moed ontstoken, zijn heil zocht en, dank zij de Goddelijke Voorzienigheid, ook vond.

,,Nederlandsch-Indië, aan Nederland hergeven, zal ook in dat heil deelen en, zoo God zijnen zegen schenkt, tot grooteren luister nog dan voorheen geraken. Zoodanig is des Konings vaste wil, en onze pogingen mogen en zullen geen ander doel hebben dan beider vereenigd welzijn.quot;

Wanneer men thans, twee en tachtig jaren later, zich afvraagt in hoever deze voorspelling is vervuld, dan kan, dunkt ons, alles te zamen genomen het antwoord geenszins onbevredigd luiden. O zeker, in menig opzicht is gezondigd. Langen tijd heeft, bij de behartiging van „beider vereenigd welzijnquot;, te veel dat van het moederland op den voorgrond gestaan, en kwam dat van de kolonie op den achtergrond.

„Wij hebben in uitdrukkelijken last van den Koning, om de inlandsche bevolking tegen alle willekeur te beschermen; haar lot te verbeteren; haar het genot van eigendom en van de vruchten van haren handenarbeid te verzekeren, en alzoo haar, zoowel als andere zijner onderdanen, in de gelukkige gevolgen zijner vaderlijke regeering te doen deelen.quot;

„Ter inlichting van den gemeenen Javaanquot; werd verklaard „dat

ocr page 179

NEDERLANDSCH-IND1E ONDER DE SOUVEREIN1TEIT VAN ORANJE. I(f9

hij van allen dwang bevrijd en tegen alle misleiding beveiligd is en zich altijd op de bescherming van het Nederlandsche Gouvernement verlaten kan.quot;

Deze woorden van Commissarissen-Generaal, voorkomende in hunne publicatie van 7 November 1817, zijn niet altijd naar behooren in het oog gehouden . . . Nóg blijft er veel te wenschen . . .

Maar met dat al, wie het begin en het einde van de X1XÜ eeuw met elkander vergelijkt, vindt ruimschoots stof tot prijzen. De leer dat het ,,in Aziatische gewesten over een arm volk het beste en gemakkelijkste te regeeren is,quot; is niet meer de onze. Aan het goedvinden der zeeroovers waren, in Daendels tijd, ,,de geheele navigatie en de kusten overgelatenquot;, — de zeeroof is thans uitgeroeid. De slavenhandel was algemeen, — men kan zeggen, dat de Staten ter Oostkust van Sumatra uit zeeroof en slavenhandel verrezen waren, en in verval geraakten toen beide meer en meer werden bedwongen, — van slavenhandel is sinds lang geen sprake meer.

In geen opzicht wellicht is de vooruitgang duidelijker in het oog springend, dan wanneer men, als het ware in vogelvlucht, nagaat hoe belangrijk het Nederlandsch gezag zich heeft uitgebreid in den Indischen archipel gedurende het tijdvak, dat de Nederlandsche Staat het geluk had Oranje-vorsten aan zijn hoofd te zien.

En in het algemeen mag men daarbij voegen: die uitbreiding is grootelijks in het belang geweest van de inlandsche bevolkingen. De vestiging van ons gezag heeft een einde gemaakt aan de onophoudelijke binnenlandsche onlusten, — bracht dien volkeren rust en vrede, de eerste voorwaarden van maatschappelijken vooruitgang.

Wie herinnert zich niet de schoone woorden van Schiller:

. . . Geendigt nach langem verderblichen Streit War die kaiserlose, die schreckliche Zeit,

Und ein Richter war wieder auf Erden.

Nicht blind mehr vvaltet der eiserne Speer,

Nicht fürchtet der Schwache, der Friedliche mehr,

Des machtigen Beute zu werden.quot;

ocr page 180

lóo NEDERLANDSCH-INDIE ONDER DE S0UVEREIN1TE1T VAN ORANJE.

Die woorden nu zijn in den regel geheel van toepassing op die landstreken, waar de Nederlandsche vlag is ontplooid. De onderkoning van Indragiri, op Sumatra's Oostkust, zeide het zoo terecht in 18^0: ,,Wij, Maleiers, kunnen geen rijk meer naar behooren besturen zonder de hulp van het Europeesch gezag; de weinige Maleische staten, die nog zonder zoodanige hulp beheerd worden, strekken tot bewijs.quot;... Waar die hulp ontbreekt, hebben de zwakken en vreedzamen maar al te zeer kans, de slachtoffers te worden van hen, die machtiger zijn. In de Lampongs noemden de hoofden zich nog in deze eeuw gaarne ,,koning der visschen,quot; waarmede zij bedoelden dat de kleine visschen geschapen zijn om tot voedsel der grooteren te dienen, en gevolgelijk de lagere klassen der menschen tot dat der hoofden. . .

Maar dergelijke voorbeelden, dat ons gezag, naarmate het zich meer laat gelden, in onze eeuw ook de bevolking meer ten goede komt, zullen wij nog ruimschoots ontmoeten, wanneer wij de verandering nagaan welke de staatkundige toestanden hebben ondergaan.

Na 1816 is er op Java één oogenblik geweest, waarop ons recht-streeksch bestuur belangrijk werd uitgebreid: in 1830, na den Java-oorlog. Toen werden de z.g. Vorstenlanden teruggebracht tot hunne tegenwoordige uitgestrektheid, en kwamen de tegenwoordige residentiën Banjoemas, Bagelen, Madioen en Kediri geheel onder het beheer der Nederlandsche ambtenaren.

Of zij daardoor in beteren toestand kwamen? Alle geschiedschrijvers zijn het er over eens, dat deze vraag zonder voorbehoud bevestigend mag worden beantwoord. ,,Het is natuurlijk,quot; zoo drukte een hunner zich ten aanzien van Madioen uit, ,,dat onder het inlandsch bestuur de armoede algemeen was en in zulk een hoogen graad, dat zelfs de eerste inlandsche hoofden bijna niets bezaten. Slechts enkele groeten en sommigen der dorpshoofden waren eenigszins meer gegoed. Maar om zich die bezittingen te verwerven, ontzagen zij niets, en maakten zij zich aan de schandelijkste bedrijven schuldig. Zij ontnamen den geringen Javaan alles, en verscheidene hunner hielden huurlingen in dienst, die geregeld op roof en plundering uitgingen. . . En was eigenlijk

ocr page 181

NEDERLANDSCH-INDIE ONDER DE SOUVEREINITEIT VAN ORANJE. l6l

geen bestuur, noch recht, noch veiligheid, zoodat de arme bevolking geheel ten prooi werd gelaten aan willekeur en overheersching. Naarmate het tegenwoordig bestuur zich vestigde en kon doen gelden, het vertrouwen won en invloed verkreeg, hielden de rooverijen op en begon ook de welvaart te ontkiemenquot;. . . Een ander, over den toestand van Bagelen vóór 182^ sprekende, deelt mede dat ,,de politie niet gehandhaafd, het recht aan den hoogsten bieder verkocht werd, misdaden en knevelarijen aan de orde van den dag waren, veiligheid van personen en goederen eene geheel onbekende zaak mocht heeten.quot; Omtrent Kediri, ,,onder het bestuur der Mohammedaansche vorsten van Mataram meer dan eens het tooneel van bloedige oorlogen,quot; wordt verhaald dat het onder de heerschappij dier vorsten een verbanningsoord was, wat veroorzaakte dat de bevolking in energie, ijver en zedelijkheid de laagste plaats innam. De latere Gouverneur-Generaal Merkus verklaarde dat hij, na (in Madioen en Kediri) de inlandsche huishouding tot in alle bijzonderheden te hebben nagegaan, een „graad van onderdrukking en ellendequot; had aangetroffen zooals hij zich nimmer had kunnen voorstellen. . .

Wie de sedert 1830 plaats gevonden veranderingen op Java nagaat, zal wel moeten toegeven dat, naarmate de bemoeiingen van ons bestuur uitbreiding ondergingen, de toestanden veel verbeterd zijn. Niet altijd zóó, als men het wel wenschen zou: in den zwarten tijd van het cultuurstelsel, met het van de heerendiensten gemaakt misbruik, had de bevolking wel te klagen. Maar wie alleen op de hoofdpunten let en eene vergelijking maakt tusschen den toestand op Java nu en voor 80 jaren, zal zeggen ; er moge onzerzijds veelvuldig te kort geschoten zijn, — die toestand is veel verbeterd. Daar wordt thans oneindig veel meer op de belangen van den inlander gelet dan in vroeger tijden. Het ,,bon plaisir van heeren zeeschuimers,quot; waarvan Daendels sprak, is sinds lang begraven, en de onbeperkte willekeur van regenten en hoofden evenzeer. Door handhaving van orde en rust; door den aanleg van spoorwegen en havenwerken; door krachtige bevordering van de irrigatie; door de uitgifte van woeste gronden in erfpacht; door geleidelijke beperking van de vexatiën van Chineesche pachters; door uitbreiding ook van Europeeschen invloed in de Vorstenlanden komt de inlander

ocr page 182

102 NEDERLANDSCH-INDIE ONDER DE SOUVEREINITEIT VAN ORANJE.

gaandeweg in betere verhoudingen en worden de grondslagen gelegd tot blijvende welvaart.

Op het eiland Madura is langen tijd een toestand behouden gebleven gelijk aan dien, welken wij boven omtrent de in 1830 onder ons beheer gebrachte residentiën schetsten. In Bangkalan en Pamakasan vooral, maar na den dood van den sultan van Sumanap in 18^4 ook in dit gedeelte des eilands, was de bevolking steeds in ergerlijke mate onderdrukt en uitgezogen. Nooit, zoo kon na nauwkeurig onderzoek in 18^2 omtrent Bangkalan worden gemeld, ,,nooit hadden de vorst en zijne hoofden eenig blijk gegeven dat het lot der bevolking hun in het minst ter harte ging.quot; De regent van Pamakasan kon, in 18^3, door den Gouverneur-Generaal zeiven, een „nietswaardig knevelaarquot; worden genoemd; in Sumanap was, in 1864, de toestand niet beter don hij, in 18^2, in de beide evengenoemde landstreken was.

Gaandeweg kwam nu op Madura, zonder eenige militaire maatregelen, eene geheele omkeering tot stand, die in 1883 — 8^ haar volkomen beslag erlangde, onder medewerking der hoofden en onder toejuiching der bevolking: zij begrepen, dat land en volk een betere toekomst te gemoet gingen met de afschaffing van het inlandsch zelfbestuur en al den aankleve van dien.

Niet anders is het gegaan op de Noord-Westelijke helft van Bali, waar, na 18^4, het gezag der inlandsche vorsten van Boeleleng en Djembrana geleidelijk is overgegaan in de handen van onze ambtenaren. Wie wil nagaan, of deze overgang der bevolking tot zegen heeft gestrekt, vergelijke slechts de toestanden op het Gouvernementsgebied met die in de nog bestaande vorstenrijken: in het eerste een daarbuiten ongekende mate van rust en welvaart, — in de Vorstenlanden altijd vijandelijkheden ; bestuurders, die de bemoeienis met bestuurszaken beneden hunne waardigheid achten, die in wreedheid en folterende straffen maar al te dikwijls het middel zoeken om zich staande te houden, die hunne willekeur botvieren; slavernij.

De jongste geschiedenis van Lombok ligt nog versch in 't geheugen, en men herinnert zich nog de schandelijke onderdrukking, die de Sassaks

ocr page 183

NEDERLANDSCH-INDIË ONDER DE SOUVEREINITEIT VAN ORANJE. 163

hadden te verduren. Wij hebben daarover dus hier niet uit te weiden, maar kunnen gerust voorspellen dat, gelijk in het Gouvernementsgebied op Bali, de bevolking meer en meer zal waardeeren dat zij niet langer de speelbal is van de luimen harer vorsten.

Op het eiland Sumatra, meer dan driemaal zoo groot als geheel Java, beteekende ons gezag vóór 80 jaren nagenoeg niets. De Lam-pongsche districten vormden een zeerooversnest, ons gezag bepaalde zich tot enkele punten aan de kust. Bengkoelen werd bij het Londensch tractaat van 1824 aan ons afgestaan, en ook hier had ons gezag lange jaren, op eenigen afstand van de kust, weinig te beteekenen; ter Sumatra's Westkust hadden wij, buiten Padang met zijne omgeving en verder enkele kustplaatsen, niets te zeggen; de binnenlanden waren zelfs nooit bezocht geworden voordat Raffles, in 1818, een tocht naar Solok waagde; in Palembang waren de onzen ter hoofdplaats gevestigd, doch zonder eenigen invloed op het inlandsch bestuur; de noordwaarts gelegen landen waren geheel onafhankelijk . . .

In het algemeen, kan men zéggen, waren onze vestigingen langs de kusten hier en daar haar ontstaan verschuldigd aan de vroegere handelsfactorijen; politieke waarde, tegenover de bevolkingen althans, hadden zij niet. En daarentegen : wanneer men een betrekkelijk klein deel in Noord-Sumatra, en de nog onafhankelijk gebleven streken van centraal-Sumatra uitzondert, dan is thans op het geheele eiland ons gezag op degelijke wijze gevestigd, en komt dit in hooge mate de inlandsche bevolkingen ten goede.

In de Lampongsche districten dagteekent deze toestand eerst van 18^6; hoe vóór dien tijd de bevolking voortdurend ten prooi was aan de hebzucht en de „schelmstrekenquot; der hoofden, herinnerden wij boven reeds met een enkel woord. Nog in 1846 luidde de instructie voor den ,,gezaghebberquot; (een luitenant of kapitein met een klein garnizoen), dat de bevolking moest worden gelaten in het volkomen bezit van hare politieke en huishoudelijke instellingen .... m. a. w. dat hij zich van alle onderdrukking of uitzuiging niets had aan te trekken. Hij had daartoe ■de macht niet, en ... . het Gouvernement wenschte alle aanwending

ocr page 184

1Ó4 NEDERLANDSCH-INDIÈ ONDER DE SOUVEREIN1TEIT VAN ORANJE.

van buitengewone middelen te vermijden. Dus: ,,ingeval van weerspannigheid of inwendige onlustenquot;, had hij zich „zorgvuldig te onthoudenquot; van bedreigingen, die door actief optreden onzerzijds zouden moeten worden gevolgd!

Na 18^6 is dit anders geworden, en de bevolking is er ons dankbaar voor. Hare welvaart neemt geregeld toe, en hare goede gezindheid bewees zij o. a. in 1888, toen de politie zelfs bij hadji's en geestelijken een gewenschten steun vond tot het opsporen van naar de Lampongs gevluchte Bantammers, die aan de onlusten in Tjilegon hadden deel genomen.

In Bengkoelen is de toestand lange jaren, ook nadat het gewest onder Nederlandsch bestuur was gekomen, zeer ongunstig gebleven; ons gezag strekte niet heel ver, en vooral had een belangrijk deel des lands jaarlijks rooftochten te verduren uit de onafhankelijke grenslanden. ,,Wat helpt het ons — zoo spraken de bewoners in 18^4 — of wij goede huizen bouwen, of veel moeite en arbeid besteden aan onze tuinen en akkers? Morgen komen de roovers, en dan is al ons zwoegen te vergeefs geweestquot;. . . . Van 18^9 tot 1866 zijn de bedoelde grenslanden, gedeeltelijk door kracht van wapenen, onder ons bestuur gebracht, en na dien tijd is in Bengkoelen een tijdperk ingetreden van orde en veiligheid, gelijk het vroeger onbekend was. Dank zij de uitbreiding van ons gezag is hier gaandeweg alles ten goede veranderd.

Ter Sumatra's Westkust bestond al wat wij (in 1819) aanvaardden, in het bezit van de hoofdplaats Padang en eene vrij zwakke suprematie over de stranden. Op een paar uren afstands van deze, was het binnenland nog volkomen onbekend.

Maar niet onbekend was het, dat daar sedert een aantal jaren een verschrikkelijke burgeroorlog woedde. De Padri's, eene godsdienstige secte, trachtte te vuur en te zwaard hare leerstellingen uit te breiden, de aloude gebruiken der Maleiers uit te roeien, de wettige hoofden te verdrijven. Groote verwoestingen, uitgezochte wreedheden hadden daarbij plaats, en tijdens ons optreden zuchtte een goed deel des volks onder het ,,alles vernielend jukquot; der Padri's.

ocr page 185

NEDERLANDSCHINDIË ONDER DE SOUVEREIN1TEIT VAN ORANJE. l6^

Het was de eisch van zelfbehoud, die er ons bestuur al spoedig toe dreef, zich in de binnenlandsche twisten te mengen en, met den steun van de tegenstanders der Padri's, dezen te bestrijden. Die ,,Padri-oorlogquot; heeft 17 jaren geduurd (1821—38), heeft veel bloed, veel geld, soms bovenmatige inspanning gekost, maar werd ten slotte met geheele overwinning bekroond, en in het geheele gebied was in 1838 ons gezag algemeen erkend en geëerbiedigd, omdat de bevolking begreep dat het in goede trouw, in wijsheid en in macht de meerdere was; dat het den godsdienst en de volksgebruiken eerbiedigde, dat het de inwendige rust wist te handhaven.

Van 1838 tot 184if zijn nog verschillende, betrekkelijk kleine krijgsverrichtingen noodig geweest om het verkregen overwicht te verzekeren en de grenzen te beveiligen; na 184^ is er geen sprake meer van eene ons vijandelijke partij. Integendeel: na dat jaar is meermalen, op dringend en herhaald verzoek van de bevolkingen der nog onafhankelijke grensgewesten, ons gezag binnenslands uitgebreid. De grensbewoners, zooals die van de tegenwoordige afdeeling Toba en van Padang-lawas, toonden er hoogen prijs op te stellen, onder dat gezag te mogen leven en aldus ook te mogen deelen in de zegeningen, die het verspreidt door orde en rust te waarborgen en de welvaart te bevorderen. Zij zagen, hoe de toestand in de Gouvernementslanden was, en wenschten dien ook voor zich.... Zoo hadden verschillende vredelievende annexatiën plaats, die waarlijk wel ten bewijze strekken dat Nederland in het Oosten eene schoone en edele roeping te vervullen heeft, — dat het bij de regeling zijner verhouding tot de inlandsche bevolking den goeden weg bewandelt.

Waar hier sprake is van de in de laatste twintig jaren onder ons gebrachte Tobalanden, en in het algemeen van de door de Batta's bewoonde streken, mogen wij niet verzuimen, een eeresaiuut te brengen aan de zendelingen, die een groot aantal heidenen tot het christendom hebben gebracht en in hun gemoed eene geheele ommekeer hebben veroorzaakt. Het ,,land der kannibalenquot; voorheen is thans, dank zij niet het minst den arbeid der zending, een liefelijk oord geworden, waar rust en vrede hunne tenten hebben opgeslagen. En indien de voorteekenen niet bedriegen, zal soortgelijk getuigenis mettertijd ook kunnen worden

ocr page 186

l66 NEDERLANDSCH-INDIË ONDER DE SOUVEREINITEIT VAN ORANJE.

gegeven aan het eiland Nias, waar, dank zij de zending, dank zij ook het optreden van ons bestuur tot wering van zeeroof en slavenhandel, de verzachting der zeden onmiskenbaar belangrijke vorderingen maakt.

Van niet minder belang dan op de Westkust van Sumatra was ons optreden in Palembang, ter welks hoofdplaats wij ons in 1816 vestigden, maar over welk gebied de Sultan met zijne trawanten onbeperkte heerschappij voerde.

Als in alle landen onder inlandsch gezag was het den Sultans niet te doen om de bevordering der welvaart hunner onderdanen ; integendeel, knevelarij en geweld waren aan de orde van den dag, en het juk dei-vorsten en hoofden drukte zwaar op de bevolking. De djènangs, die zich als vertegenwoordigers van den Sultan met hunne gansche mannelijke familie in het hem aangewezen landschap vestigden, wisten den wil van hunnen meester en dien van henzelven te doen eerbiedigen : het minste verzet werd met groote gestrengheid gestraft; verzet tegen den vorst werd zonder genade met den dood geboet, en, als men den schuldige niet machtig kon worden, werden dikwijls al zijne betrekkingen naar de hoofdplaats als slaven opgebracht.

De oorlogen, in 1819 en 1821 door ons tegen Palembang gevoerd, leidden (in 182?) tot de opheffing van het Sultanaat. Hiermede werd echter slechts schijnbaar verbetering gekregen. Wij handhaafden een rijksbestierder, die zooveel mogelijk het voetspoor drukte der vroegere Sultans; de door ons aangestelde divisiehoofden knevelden hunne onder-hoorigen niet minder dan de djènangs gedaan hadden. Het is waar, de slavenhandel verdween; maar daartegenover ontwikkelde zich meer en meer een toestand van regeeringloosheid; het gezag der divisiehoofden, in hunne willekeur niet meer zoo krachtig als vroeger door het hooger gezag gesteund, ging gaandeweg te gronde. Rooftochten waren aan de orde van den dag; en hoe het omstreeks 1850 met de onveiligheid gesteld was, moge blijken uit het feit, dat van elke prauw met handelsgoederen, van Palembang naar Tibing Tinggi of omgekeerd varende, schatting geheven werd, tot ƒ 200,— toe voor elke reis; wie zich daaraan niet onderwierp werd beroofd of, bij tegenstand, vermoord.

ocr page 187

167

De kapitein-Chinees was vast ,,verzekerdquot; tegen rivierroof door betaling van ƒ fo,— per prauw . . .

Te lang heeft ons bestuur, eerst door onbekendheid met den feitelijken toestand, later omdat het aarzelde een moeielijken weg in te slaan, zoodanigen staat van zaken bestendigd; maar in 18werd de ontrouwe rijksbestierder verbannen, en ging men er toe over, het Nederlandsche gezag ook werkelijk in de binnenlanden te vestigen; een werk, dat bekroond werd met de onderwerping der tot dusver onafhankelijke Pasoemahlanden in 1866. Na dien tijd heerscht er in het uitgestrekte gebied van Palembang orde en rust, tot groote tevredenheid der bevolking, die jaarlijks in welvaart vooruitgaat.

^Als het noodig is,quot; zoo schreef de resident Meis in 18^0, ,,regel en orde in te voeren tot bestendiging van rust en vrede, zie ik niet in hoe die onder eene bandelooze bevolking tot stand zullen komen zonder de administratieve macht te steunen door de militaire. Is daartoe eens besloten, dan moet men zijn plan ook tot het einde doorzetten, en niet rusten voordat de kracht van tegenstand overwonnen of geneutraliseerd is.quot;

Deze les is, van 18^1—66, ten aanzien van Palembang opgevolgd. Vele krijgstochten zijn daarbij noodig geweest; maar zij hebben onbetwistbaar in hooge mate de zaak der beschaving bevorderd, en de inlandsche bevolking in veel beter toestand gebracht dan ooit te voren bestond.

In het organiek tot Palembang gerekend Rijk van Djambi en het ten Noorden daarvan gelegen Indragiri is onze invloed gaandeweg toenemende, maar nog niet groot te noemen.

Van meer belang is het eenige aandacht te wijden aan den loop van zaken verder noordwaarts, in de tegenwoordige residentie Oostkust van Sumatra.

De rijken langs deze kust hebben in vroegere tijden een tijdperk van bloei gekend: door zeeroof en slavenhandel konden zij zich ten koste van andere, zelfs op Azië's vaste kust gelegen landen verrijken, zoolang daaraan door het Europeesche gezag geen einde was gemaakt. Maar met de krachtige beteugeling van den „geesel der Indische waterenquot; geraakten zij in verval. In 18^7, toen zij nog geheel onafhankelijk waren, kon worden gezegd dat zij, aan regeeringloosheid ten

ocr page 188

168 NEDERLANDSCH-INDIË ONDER DE SOUVEREINITEIT VAN ORANJE.

prooi, geheel ontbloot waren zelfs von de sporen van vroegere grootheid. De vorsten mochten nog eenige macht uitoefenen in hunne onmiddellijke omgeving, binnen 's lands gedroegen zich de mindere hoofden als eigenmachtige tirannen. Door onderlinge twist en tweedracht heerschten er menigvuldige oorlogen tusschen de bevolkingen der reeds zoo schaars bevolkte landen, alle zekerheid voor veiligheid van personen en goederen ontbrak. Door dwingelandij en wanbestuur was de bevolking ontzenuwd en grootendeels verdreven: duizenden en duizenden zeiden hun vaderland vaarwel en vestigden zich op het Maleische schiereiland, en de overgeblevenen wachtten zich wel, zich moeite te geven tot den arbeid, die alleen dienen kon om de hebzucht te voeden van luie en verkwistende hoofden...

Op aandrang van den Sultan van Siak, die zich anders niet meer staande kon houden, aanvaardde ons bestuur in 18^7 de souvereiniteit over Siak. Er is in eigenlijk Siak na dien tijd ontegenzeggelijk veel verbeterd; maar in de noordelijk gelegen gewesten, de tegenwoordige afdeeling Deli, is een geheele ommekeer gekomen. Thans veilig tegen zeeroof en binnenlandsche woelingen, kon zich hier eene uitgebreide landbouw-industrie, en in latere jaren eene belangrijke petroleum-industrie vestigen; wel kan gezegd worden dat het land met reuzenschreden vooruit gaat in ontwikkeling en welvaart. Grootendeels moge dat te danken zijn aan de energie van ondernemende Nederlanders, — zij hebben een krachtigen steun gevonden in de aanwezigheid van het Nederlandsche gezag.

Uit het vorenstaande blijkt, dat in deze eeuw, en niet het minst in de laatste helft daarvan, dat gezag zich over verreweg het grootste deel van het eiland Sumatra heeft gevestigd.

Het noordelijk gedeelte — Atjeh — maakt daarop vooralsnog een uitzondering. Maar zóóveel is daar toch ook reeds verkregen, dat zeeroof, strandroof en slavenhandel — van het eiland Nias werden vroeger jaarlijks honderde personen weggevoerd om de pepertuinen op Atjeh's Westkust te verzorgen! — tot het verledene behooren, en dat alle kuststaten onze souvereiniteit hebben erkend. Zooals de stand van zaken nu is, moge men steeds indachtig zijn aan de boven aangehaalde woorden van Meis: ,,Zet het eenmaal aangenomen plan door tot het

ocr page 189

NEDERLANDSCH-INDIE ONDER DE SOUVEREINITEIT VAN ORANJE. 169

.einde toe, en rust niet voordat de kracht van tegenstand is overwonnen of geneutraliseerd.quot; Sumatra's Westkust en Palembang hebben de proef op de som geleverd, en ook doen zien dat de vroegere vijanden eenmaal trouwe onderdanen kunnen worden; dat, is eenmaal de pacificatie verkregen, het volk in beteren toestand komt dan zonder onze inmenging mogelijk is.

Op geheel Borneo was in 1816 de Nedeiiandsche macht vangeene beteekenis. Het was op verzoek van de Vorsten van Pontianak en '.Sambas, die met moeite hun gezag tegen de in hun gebied gevestigde Chineezen konden handhaven, dat de Nederlandsche vlag weder op enkele plaatsen van Borneo's Westkust geheschen werd ; door de, voor-loopig althans, goede gezindheid van den Sultan van Bandjermasin kon hetzelfde ook ter hoofdplaats van dien naam geschieden. . . maar het zou nog vele jaren duren voordat wij ons aan de bevolking van beide gewesten lieten gelegen liggen.

De Java-oorlog noopte, in 182^, tot de grootstmogelijke inkrimping •onzer bemoeiingen; en nadat die oorlog een einde had genomen, werd als „staatkundig beginselquot; aangenomen, alle beschikbare krachten zooveel doenlijk op Java, Sumatra en Bangka te concentreeren. Jaren lang ■duurde, voor Borneo, — zooals de hoogleeraar Veth 't uitdrukt — het „tijdperk van verwaarloozing.quot;

Het eindigde, wat de Westkust betreft, omstreeks het jaar i8lt;;o. De toestand was toen, over 't geheel genomen, allerellendigst. De •Chineezen vormden vrijwel een onafhankelijken staat in het land; de Dajaks, de oorspronkelijke bewoners des land, werden van alle zijden onderdrukt; de Maleische vorsten bezigden de macht, waarover zij nog te beschikken hadden, om zich zooveel mogelijk ten koste hunner onderhoorigen te verrijken.

In dien toestand nu is, dank zij ons optreden, eene zeer belangrijke wijziging gekomen. Tengevolge der krijgsverrichtingen van 18^0 en 18^4 werd de overmoed der Chineezen beteugeld. Door onze vestiging in •de binnenlanden werd een einde gemaakt aan de schandelijke afzetterijen, «die in het bijzonder door de vorsten van Sintang jegens de bevolking

22

ocr page 190

170 NEDERLANDSCH-INDIÉ ONDER DE S0UVEREIN1TEIT VAN ORANJE.

en de mindere hoofden werden gepleegd; en in de latere jaren is onze-invloed in de verschillende staten geleidelijk toegenomen. Hoeveel er nog te doen moge overblijven, — de grondslag tot verdere beschaving is gelegd, en het is niet meer waar wat in vroegere jaren zoo terecht kon worden getuigd; ,,de veranderlijke wil van den vorst is de onzekere-wet zijner onderdanen.quot;

In het voormalige Rijk van Bandjermasin gold die zelfde wet. Sultan Adam, die van 182^ tot 18^7 regeerde en in elk opzicht boven zijn wreeden voorganger uitblonk, was toch, als alle inlandsche vorsten, van de leer dat bij ,,groote heerenquot; slechts van rechten, niet van plichten sprake was. Kort na zijn optreden zeide hij tot den resident; ,,Grooten heeren past het niet te werken, ik moet alleen mij vermakenquot;.. . Karakteristiek is wel de opmerking van een rijksgroote tot dien zelfden resident, sprekende over het verschil van Europeesch en inlandsch bestuur; ,,Het gouvernement laat zijne landen besturen door ambtenaren, die goed betaald en door eergevoel tot hun plicht gehouden worden; wij daarentegen moeten onze landen toevertrouwen aan hoofden, die in 't geheel niet betaald worden maar zich zeiven betalen en voor geene verantwoordelijkheid behoeven te vreezen zoolang zij aan onze vorderingen kunnen blijven voldoenquot;. . .

In i860 is het ,,Rijk van Bandjermasinquot; ineengestort, en heeft ons bestuur dat der vorsten vervangen; de bevolking wordt nu niet meer uitgezogen door een op verregaande wijze gedemoraliseerd inlandsch hof, en gaandeweg zal ook hier de vroeger onbekende welvaart ontluiken. Op de Oostkust, waar, onder onze leiding, goedgezinde vorsten het gezag in handen hebben, zal, naar wij hopen, de ontwikkeling van de mijnbouwindustrie tot de welvaart des lands bijdragen.

Alles te zamen genomen, is intusschen onze krachtige bemoeiing met geheel Borneo nog van te jongen datum om op schitterende resultaten te kunnen wijzen ; mogen deze zich in de XXe eeuwvertoonen. Wij herhalen ; de grondslagen daartoe zijn in de tweede helft van onze eeuw gelegd.

Oostwaarts van Borneo vinden wij het eiland Celebes. Ons gezag is hier, op het zuidwestelijk schiereiland, belangrijk uitgebreid; de

ocr page 191

NEDERLANDSCH—INDIË ONDER DE SOUVEREINITEIT VAN ORANJE. lyi

vroeger onafhankelijke landschappen zijn onze ,,bondgenootenquot; geworden ; Boni is tot den staat van ,,leenrijkquot; teruggebracht en in omvang verkleind; de vorsten van Boni, van Gowa, van Tanette stellen meer dan vroeger vertrouwen in ons bestuur, laten zich meer dan vroeger door dit bestuur leiden,. ..en de bevolking ondervindt daarvan de goede gevolgen.

Opmerkelijk is in dat opzicht de loop van zaken in Tanette, dat, in de eerste helft dezer eeuw, door Boni geleid, ons steeds vijandig was; waar telkens sprake was van inwendige onlusten .... maar waar thans sinds vele jaren, onder den invloed onzer ambtenaren, de vorstin de belangen van het volk behartigt. Terwijl elders de inlandsche aristocratie den minderen man uitzuigt en knevelt, is daarvan in Tanette geen sprake; de ,,drom van aristocratische leegloopersquot;, die elders ten koste der bevolking leven, hebben gaandeweg het land verlaten, „een groot gevolg van vagebonden en dieven met zich medenemende.quot;

Het Gouvernementsgebied — met eene enclave, het ons steeds getrouwe Rijk van Gowa — omvat thans het zuidelijk deel van het hier besproken schier-eiland. De toestanden zijn daar gaandeweg vrij wat ten goede gewijzigd, en de bevolking is tevreden; zij waardeert de grootere veiligheid van personen en goederen, en herhaaldelijk zocht het volk der aangrenzende landen haar toevlucht op ons gebied, wanneer ■de druk zijner hoofden te zwaar was.

Op het noordwestelijk schiereiland is de residentie Menado gelegen, waartoe ook de Sangi- en Talauereilanden behooren. Ons gezag is daar niet uitgebreid, maar wel in hooge mate bevestigd, en in de belangrijkste afdeeling, de Minahassa, hebben de zendelingen een groot aandeel gehad in de geheele verandering welke het land heeft ondergaan. Het is nog zoo heel lang niet geleden, dat de bevolking uit heidenen bestond en zich aan koppensnellen overgaf; in 1840 waren er nauwelijks 5000 christenen .... En thans is het geheele gebied der Minahassa bewoond door eene christelijke bevolking, die zich onder alle omstandigheden trouw betoonde aan Nederland.

In de afdeeling Gorontalo is eerst in 1889—90, na lange jaren van voorbereiding, op vredelievende wijze ons rechtstreeksch bestuur ingevoerd, tot groot voordeel voor land en volk: onder het ellendig bestuur van de

ocr page 192

172 NEDERLANDSCH-INDIE ONDER DE SOUVEREINITEIT VAN ORANJE.

inlandsche vorsten, als onze leenmannen, was jarenlang achteruitgang-geconstateerd, — na ons lofwaardig optreden kon werden getuigd dat de districten van Gorontalo zich ,,met reuzenschredenquot; ontwikkelden, dat de vroegere ellende plaats maakte voor toenemende welvaart.

Aan de Sangi- en Talauereilanden hebben wij ons eerst in de laatste jaren — sedert 1882 — gelegen laten liggen, ofschoon reeds sinds lang duidelijk gebleken was hoe groote rampen door het wanbestuur der vorsten over het land werden uitgestort: de kampongs waren telkens met elkander in oorlog; de slavernij bloeide; de zedeloosheid en de ellende namen steeds toe; op de Talauereilanden konden de koppensnellers ongestraft optreden, van veiligheid van personen of goederen was geen sprake.

Sedert 1882 nu trad ons bestuur ordenend en beschavend op, en in alle opzichten is zijn weldadige invloed merkbaar geworden. De slavernij werd afgeschaft... de invoer van sterken drank werd verboden . . . de veiligheid nam steeds toe . . . van knevelarij door de hoofden en van ouderlingen strijd is geen sprake meer.

Inderdaad, waarheen men den blik ook wendt, naarmate het Neder-landsch gezag zich uitbreidde, ondervonden de Nederlandsche volkeren daarvan de zegenrijke gevolgen. Namelijk, in onze eeuw !

De latere Gouverneur-Generaal Merkus verklaarde in 1822, dat de bevolking der Moluksche eilanden ,,alle rustige veerkracht verloren had door eene bittere onderdrukking van meer dan twee eeuwenquot;, dat het daar nog van de O.-I. Compagnie geërfde regeeringsstelsel ,,een gruwel was, die niet te spoedig kon worden weggenomen.quot; Daar, in de Moluksche eilanden, hadden de mannen der O.-I. Compagnie de slechtste inlandsche vorsten in willekeur en wanbestuur naar den kroon gestoken...

Het werd openlijk, tegenover de bevolking zelve, erkend door den Gouverneur-Generaal Baron Van der Capellen, toen deze in 1824 de Molukken bezocht; en nergens beter dan in de publicatie van 1 ^ April 1824 zien wij het onderscheid geteekend van het vroeger en later beheer: het vroegere, waarbij alleen op handelsvoordeel, het latere waarbij ook op de volksbelangen werd gelet.

Die publicatie ving de Baron Van der Capellen aan met de mede-

ocr page 193

NEDERLANDSCH-INDIË ONDER DE SOUVEREINITEIT VAN ORANJE.

deeling, dat de Koning hem reeds vóór zijn vertrek naar Indië had opgedragen, een onderzoek in te stellen naar den stand van zaken, want ,,Hij wilde, dat wij ook u deelachtig zouden doen worden de zegeningen, die alle volkeren onder Zijne heerschappij genieten. Hij wilde ook voor u een weldoend vader worden, zooals Hij voor alle Zijne onderdanen is, onder welke gij het geluk hebt te behoorenquot; . . .

Zoodanige taal hadden de toegesproken volkeren zeker nooit eerder vernomen! Maar . . . voor het eerst was ook het opperbestuur over de Koloniën opgedragen aan een Vorst uit het Huis van Oranje.

Na te hebben verklaard, dat hij het lot des volks nóg beklagenswaardiger had bevonden dan hij zich had kunnen voorstellen; na verschillende maatregelen te hebben verordend, die daarin al dadelijk aanmerkelijke verbetering zouden brengen, zooals de afschaffing van onbetaalde leveringen en van de hongitochten, schandelijker gedachtenis; na de verzekering te hebben gegeven van zijne goede bedoelingen ook voor het vervolg, eindigde Van der Capellen zijne publicatie met deze woorden : „Hoort dan Gij, alle volkeren van Ambon en omliggende eilanden, de stem des Konings, die door ons thans tot u spreekt; verblijdt u Zijne onderdanen te zijn, en maakt u waardig het geluk, hetwelk Hij over u verspreiden wil. Dan zal het u allen en uwe kinderen welgaan, en gij allen zult eenmaal, naast God, den Koning zegenen, die het eerste bedacht is geweest om uwe rampen in blijdschap te doen verkeeren.quot;

De profetie is waarheid geworden: naast het Christenvolk der Minahassa munt het Christenvolk van Amboina uit in trouw aan moederland en Vorstenhuis. Wij herinneren hier aan het woord van den Amboineeschen godsdienstleeraar, die, den 31 en Augustus 1897 temidden van een aantal Europeesche soldaten hulde brengende aan onze Koningin, verklaarde dat, als het noodig mocht zijn op te komen voor Hare eer ,,die ons aller eer isquot;, ook in de toekomst de Hollandsche èn Amboineesche soldaten ,,om strijd naar den voorrang zouden dingen om de eersten te zijn in het offeren van goed en bloedquot; . . .

Onder de grootste rampen zullen die volkeren nog vertrouwen stellen in, eerbied bewijzen aan ons Vorstenhuis; zullen zij de Neder-

'73

ocr page 194

174 NEDERLANDSCH-INDIE ONDER DE SOUVEREIN1TEIT VAN ORANJE.

landsche vlag hoog laten wapperen in de lucht, zullen zij bereid zijn de banier te volgen van hunne Koningin !

Dat geeft grooten moed voor de toekomst. De inlandsche bevolking van Indiè zal zich te trouwer betoonen aan ons, aan Nederland en aan zijn Vorstenhuis, naarmate het haar duidelijker wordt dat, bij al onze regelingen, in de allereerste plaats haar belang bedoeld wordt. Er is in die richting veel verzuimd, nog veel te doen, maar ... wij zijn op den goeden weg, en wij meenen in de vorenstaande regelen voldoende te hebben aangetoond dat de bevolking daaraan reeds veel goeds te danken heeft.

Coen verwachtte, dat in Indië ,,een ieder de Vereenichde Nederlanden zal eeren, om gerust en veiligh onder haer vleugelen te schuylen, sweven en leven.quot; Die verwachting is niet vervuld onder het beheer der Oost-Indische Compagnie, maar zij is in vervulling getreden onder het bestier van het Koninkrijk der Nederlanden, — zij moge ook verder tot vervulling geraken!

Veertig jaren geleden sprak Koningin Victoria in eene beroemd geworden proclamatie haar „ernstige wenschquot; uit, het bestuur zoodanig te voeren, dat het eene weldaad zou zijn voor al hare onderdanen in Indië. En zij voegde daarbij: ,,Hun voorspoed zal onze kracht, hunne tevredenheid onze veiligheid, hunne dankbaarheid onze beste belooning zijn.quot;

Dezelfde woorden passen geheel in den mond van onze Vorstin, als Zij straks zelve de regeering des lands aanvaarden zal. En dan worde in latere jaren ook naar waarheid verklaard, dat de Nederlandsche Regeering met alle kracht er naar gestreefd heeft, de in die woorden vervatte gelofte tot eene waarheid te maken, opdat ieder Nederlander met rechtmatigen trots moge spreken van een Indisch Nederland, en op Koningin Wilhelmina dit woord van Schiller van toepassing zij :

So mög Euch Gott, der allmachtige Hort,

Der das Flehen der Schwachen erhöret,

Zu Ehren Euch bringen hier und dort.

Maart 1898.

ocr page 195

FEESTKLANK. I.

n 't Geschiedboek van den Lande Komt een Hoofdstuk, nieuw van zin: Neerland mocht den bondseed hooren, Eed van trouw, aan 't volk gezworen Door zijn eerste Koningin.

En het volk, dat door zijn tolken Haar den cijns der hulde bracht, Zwoer den eed van liefde en trouwe Der gediadeemde vrouwe, —

Jonge Loot van 't oud Geslacht.

Wat al beelden, lang al rustend.

Staan weêr op voor ons gezicht, 't Grauw Verleên met glans bestralend En zijn stilte in zang vertalend, — Vredezang en Heldendicht. —

Sprekende van nacht en morgen In den wentelgang des lots,

Maar van hoog geloofsvertrouwen, Ook bij 't bangste en droefste rouwen, En van groote daden Gods.

ocr page 196

feestklank,

Sprekende tot elk geslachte,

Dat weêr 't voorgeslacht verving: ,,'tZij door uwe toekomst loope 't Goud of 't zwart, — vast sta de Hope, Leunend op Herinnering.quot;

11.

Is eens 't Heden weggegleden In 't Verleden, diep en ver,

Steeds nog gloeie, wat vervloeie, 't Cijfer van den dag van heden als nooit ondergaande ster.

Zijn veel jaren heengevaren Van de scharen, thans in kracht, Dat de grijzen 't kroost nog wijzen Op wat nu in duizend harten

vreugd en dank en hope bracht.

Dat hun tale 't feit verhale En bestrale 't Kroningsfeest Met de klaarheid dezer waarheid: ,,Neerland en Oranje samen, is steeds heilsverbond geweest.quot;

E. Laurillard.

ocr page 197

EN AMSTERDAM.

DOOR

C. MEIJER JR.

Verplaatsen wij ons in het jaar i ^66.

Een frissche voorjaarswind van verjongd godsdienstig leven strijkt over de Hollandsche vlakten en dringt door tot in de miuwste steegen der dichtbebouwde steden, helaas! straks afgewisseld door een huilenden storm van oproer en losbandigheid, vernielend en vernietigend. Maar niet elke pas ontloken bloesem van oprechte vroomheid was bedorven en ontwijd door den vuilen adem der woeste beeldstormerij. Getuige die groep ernstige mannen en zedige vrouwen, die we op den i ^ December daar bijeenvinden in de kerk van 't Amsterdamsche Minderbroedersklooster, waaruit de beeldenstorm de monniken had doen vluchten. Aan den tafel, waarom ze zich beurtelings scharen, klinken uit den mond van hun predikant Jan Arendszoon de woorden: ,,Neemt, eet en gelooft, dat het lichaam van Jezus Christus aan het hout des kruises is overgegeven voor uwe zonden.quot; — Het is het eerste Avondmaal dat door de Hervormde gemeente van Amsterdam gehouden wordt.

Plotseling daveren kanonschoten en de geloovigen zien elkander aan: geen schrik, maar blijde verrassing teekent zich op aller gelaat; want zij weten het, geen vijand kondigt zijn komst aan door dat kanongebulder, neen! 't is ,,Sijn Excellentiequot;, die de Regulierspoort binnen-

ORANJE D.

ocr page 198

ORANJE FN AMSTERDAM.

l^omt — de geliefde Stadhouder, wien men zoo lang had verwacht. En men springt op en snelt ter kerke uit om hem 't welkom toe te roepen, hem te zien, hem in te halen met gejuich.

Was het dan het hoofd hunner partij, aansnellende, om zich aan hun spits te stellen, om hen te verlossen van de kwalijk gezinde Burgemeesters, om de stadskerken te openen voor hun religie?

In geenen deele. De Prins, door de Stadsregeering nu reeds langer dan drie maanden met aandrang gebeden om toch te verschijnen, ten einde de orde te herstellen, komt thans uit naam van de verontwaardigde Lrmdvoogdes aan de Burgemeesters verwijten, dat zij te vroeg en zonder noodzaak met de Gereformeerden tot een accoord gekomen zijn; hij komt eischen dat de Kloosterkerk — gewijde grond immers! — weder zal worden ontruimd, — en, als de aanhangers der nieuwe leer met hem samenkomen, heeft hij voor hen geen anderen raad dan dat zij toch ten spoedigste zich aansluiten bij de Augsburgsche confessie, om bij de Luthersche vorsten in Duitschland voorspraak te kunnen erlangen.

Te danken hadden zij hem alleen daarvoor dat hij niet vroeger was gekomen en alzoo niet verplicht was geweest de Avondmaalsviering met geweld te beletten.

De dienst, die hij hen bewees, was niet anders, kon niet anders zijn, dan die van, in voorzichtige termen, de Landvoogdes te wijzen op de moeielijkheden, die het ten uitvoerleggen van haar strenge bevelen belemmerden.

Van waar dan die geestdrift voor den Oranjevorst, die zich toch nooit aan Amsterdam zoo bijzonder had laten gelegen liggen, wien de aanhangers van géén der beide partijen, waarin de bevolking was gescheurd, zoo onvoorwaardelijk tot de hunnen konden rekenen? De geschiedenis heeft het antwoord gegeven : het instinct der burgerijen zag toen reeds in den grooten Zwijger het eenige betrouwbare opperhoofd, dat in staat zou zijn het schip van Staat in veilige haven te brengen, staatsman genoeg om zich niet te laten medeslepen door eenige kerkelijke partij. Christen genoeg om de kracht te erkennen van godsdienstige overtuiging — de eenige man die, indien iemand dit vermocht, in staat zou zijn om het, in die tijden bijna als onbereikbaar te beschouwen, ideaal te

ocr page 199

ORANJE EN AMSTERDAM.

verwezenlijken van een Staat, waarin elk ongehinderd God mocht dienen naar de inspraak van eigen geweten.

Waar, te midden van verwarring en wantrouwen, van godsdiensthaat en hartstochtelijkheid, in de harten der besten één sprankje mocht aanwezig zijn van verhevener gevoelens, daar flikkerde het op als men Oranje zag en sprak; waar, onder de vertwijfeling die de verstandigste)! aangreep bij het zien van de zee van rampen, welke het arme vaderland ging overstelpen, nog één vonk van hoop gloorde op herstel van eendracht, daar wakkerde die aan als men aan Oranje dacht: het boompje der liefde voor Oranje, 't is geplant te Amsterdam in die stormachtige tijden van 1^66, toen de burgers van bun Avondmaalstafel opsprongen om Prins Willem tegemoet te gaan met hun vertrouwen en hun hoop!

En den wortel werd, voor 't oog verborgen, door het jeugdige, maar inwendig zoo sterke twijgje in de aarde geslagen, toen de duistere tijden waren gekomen, waarin de eens zoo gevierde Stadhouder van Holland de gewesten had moeten ontvluchten, aan welke hij zijn leven had gewijd, en toen zij hem opzochten in zijn ballingschap de trouwhartige Hollandsche burgers, die tegen de Spaansche tirannie nog altoos één meenden te zien opgewassen; den geliefden Prins, dien de moed nooit begaf, hoe dikwijls ook verslagen, wien het aan hulpmiddelen nooit ontbrak, hoe uitgeput hij ook scheen! Onder die burgers waren ook de Amsterdammers Reinier Kant en Jan Pietersz. Hooft, Thomas Doesburg en Arent Coesvelt, en wie weet hoevelen meer.

Maar 't was hun niet gegeven om in 't glorierijke jaar 1572, toen de Hollandsche republiek geboren werd, hun hoofd en leidsman ook te ontvangen in hun vaderstad. AI mocht de Prins ,,wederkeeren in zijn regimentquot;, zooals 't Wilhelmuslied zingt, zij moesten, met zoo vele andere ballingen, blijven buiten Amsterdam, want de stad was in handen gebleven van de Spaanschgezinde en aan de oude religie verkleefde partij. Zóó sterk had Amsterdam in 1^66 en 67 „gegeusdquot;, dat, toen het schrikbewind van Alva kwam, alle hervormingsgezinde burgers bekend genoeg geworden waren om hen te dringen de wraak in allerijl te ontvluchten. Vandaar dat in 1^72 er slechts Roomschen in Amsterdam waren en de ommekeer niet kon plaats vinden die de andere Hollandsche

lyf)

ocr page 200

ORANJE EN AMSTERDAM.

steden op de zijde van Oranje bracht. Dit moest te Amsterdam wachten tot i ^78, toen de aanneming van de Pacificatie van Gent den terugkeer der ballingen had mogelijk gemaakt.

Maar van dit oogenblik af staat Amsterdam ook trouw aan de zijde der Staten en, met deze, vol vertrouwen onder de leiding van Prins Willem I. En, onmiddellijk weder met den ouden handelsgeest wakker bezig met het verdienen van schatten, gebruikt het die om de schepen uit te rusten en de krijgsbenden te bezoldigen, die het vaderland tegen

den Spanjaard moeten verdedigen. Filips II wordt afgezworen en men raadpleegt over het kiezen van een anderen Souverein.

Prins Willem mocht den hertog van Anjou voorslaan, geen Hollander die aan iemand anders dacht dan aan den Prins zeiven. Na langdurige onderhandelingen kwam het dan ook tot het laatste ; jammer dat Amsterdam zich nog niet bij de meerderheid der Staten van Holland had gevoegd, toen de loop van zaken plotseling door den kogel van Balthasar Gerards werd gestuit.

Dat aarzelen van de Amsterdamsche regeering had, blijkens de

ocr page 201

ORANJE EN AMSTERDAM.

redevoering vtin Corn. Pietersz. Hooft in de vroedschap, wel degelijk ook tot oorzaak dat hij, en waarschijnlijk ook andere regeeringsleden, er weinig heil in zagen en voor Franschen invloed vreesden; doch handelsbelangen gaven den doorslag. De Zeeuwen hadden óók nog niet toegestemd, en men vreesde dat deze hierom de vrije vaart op Spanje zouden mogen behouden, terwijl de Hollandsche schepen zouden aangehouden worden. Maar bij het gros der gemeente bestond intusschen voor den Prins de hartelijkste sympathie. Dat was wel in Maart 1^80 gebleken, toen hij niet slechts met feestelijk versierde jachten in triumf van Muiden was afgehaald, en den Oudekerks-toren ter zijner eere had geïllumineerd gezien, maar ook de reorganisatie der schutterij en der burgervendels, geheel naar zijn wensch kon tot stand brengen. Dat bleek ook later toen het zijn invloed was, die de stod overhaalde om toe te stemmen in de heffing der zoogen. convooi-gelden. Er was dan ook geen enkel bezwaar voor Amsterdam, dat te fier was om toe te stemmen in de opdracht der Souvereiniteit aan den Franschen koning Hendrik 111, om wel mede te gaan in de onmiddellijke aanstelling van den zeventienjarigen Maurits, reeds den dag na den moord van zijn vader, tot hoofd van den Staatsraad, straks (Oct. i^8j) tot Stadhouder en kapitein-generaal van Holland en Zeeland.

Tandem fit surculus arbor: door den tijd wordt de spruit een boom, was de zinspreuk van Maurits. En die gold voor heel zijn geslacht, want een boom zou ze worden, die spruit welke wij zagen planten in den Spaanschen tijd, — een boom die, door welke stormen ook geteisterd, weder frisch opleeft, telkens op nieuw, die, omgehouwen zelfs, blijft leven in zijn wortels van onvergankelijke kracht, 't Schijnt niet onbelangrijk om aan de hand der historie na te gaan welke houding daarbij door Amsterdam werd aangenomen, in de tijden toen die stad nog een zelfstandig staatslichaam, en Holland feitelijk een stedenbond was.

Voordat men van Maurits bekwaamheden kon partij trekken, had men eerst zich nog te ontdoen van den Engelschen landvoogd, tegen wiens heerschzucht en onhandigheden Amsterdam zich schrap zette als geen andere stad.

ocr page 202

ORANJE EN AMSTERDAM.

Eindelijk was men den vreemdeling kwijt, de onoverwinnelijke vloot der Spanjaarden was verstrooid eer zij de Noordzee had kunnen bereiken, en het tijdperk brak aan, waarin de jonge Graaf Maurits zich het vertrouwen waardig toonde dat men in hem had gesteld, de eene vesting na de andere aan den vijand ontweldigde en de Hollandsche burgerijen verraste en verblijdde door het krijgstooneel gedurig op verderen afstand van hunne grenzen te verplaatsen. Zoo konden zij gerust zich wijden aan hun wereldhandel en steeds meer schepen uitrusten, om in steeds wijder kring nieuwe velden op te sporen voor hun ondernemingsgeest.

En dat ze niet ondankbaar waren getuigde de schitterende ontvangst die Prins Maurits ook te Amsterdam ten deel viel, toen hij in 1^94 Groningen had veroverd en ,,het zevende gewest aan de Unie had gehecht.quot; En zinrijk was de hulde die men hem bracht, toen op tooneelen, naar het gebruik dier tijden op de straat opgericht, in levende beelden werd vertoond hoe David den reus Goliath versloeg en hoe Claudius Civilis de Romeinen overwon: de dapperheid van den jongeling die in God zijn vertrouwen stelde, ten bate komende aan de vrijheid van den burgerstaat.

En even veilig als men zich rekende onder de hoede van het. bekwame legerhoofd — even gerust was men op 't beleid van den grooten staatsman: 'slands advocaat Oldenbarneveld, die inmiddels de verhoudingen regelde met de groote mogendheden, van wier vriendschap toen nog zoo ontzaggelijk veel afhing.

Niet lang mocht de eendracht en het onderlinge vertrouwen duren. Het vuur van den partijstrijd smeulde, om weldra in vlammen uit te slaan. De energieke, onverzettelijke partij der Calvinisten weigerde het hoofd te buigen onder de regeeringsbeginselen, die onder de opkomende stedelijke aristocratie werden gehuldigd en door Oldenbarneveld met nooit verzwakkenden ijver werden in praktijk gebracht. De tegenstrijdige richtingen kwamen steeds meer in botsing en feller en feller flikkerde de vlam op van den burgertwist.

Te Amsterdam waren de Calvinisten, onder leiding van Reinier Pauw, er in geslaagd de meerderheid te erlangen in de stedelijke

ocr page 203

ORANJE KN AMSTERDAM.

regeering, en blijde klopte hun hart toen ook de Prins zich aan hunne zijde schaarde. Vastberaden verzette Amsterdam, ondanks de vele vrienden die Oldenbarneveld er had, ondanks de vele aanhangers die de leer van Arminius er telde, tegen de meerderheid der Staten van Holland met haar scherpe resolutie, haar tegenstand tegen 't bijeenroepen eener nationale synode, haar waardgelders — lijfwacht der Stedelijke Regenten.

In den zomer van 1618 kwam de crisis. De Prins reisde het land rond en zijn onverschrokken optreden dwong overal toestemming af van wat hij wenschelijk achtte. Den 23 Mei kwam hij (uit Overijssel) te water naar Amsterdam. En de ontvangst die hem daar te beurt viel was van dien aard, dat hij er uit kon opmaken, van de zijde der Amsterdamsche burgers geen verzet te duchten te hebben bij hetgeen hij tegen Oldenbarneveld's partij wilde ondernemen. Op merkwaardige wijze gaf zich de volksgeest lucht. De tooneelen namelijk, die men ter eere van den doorluchtigen gast weder op den Dam en op de Varkens-sluis had opgericht, en waarop zinnebeeldige voorstellingen werden gegeven van niet te miskennen strekking (in een der opschriften werd ,,Nassau's heldquot; geprezen dat hij thans even trouw voor de kerk streed als hij was gewoon geweest te strijden voor het land), werden bediend door de Rederijkers van de ,,Oude Kamerquot;. Doch de meer libertijnsch-gezinde leden der ,,Akademiequot; namen aanvankelijk geen deel aan de hulde. Maar zij bleven niet volharden in hun onthouding, die natuurlijk zou zijn geweest. Zij lieten zich medeslepen door den volksgeest, huurden in allerijl negen schuiten, bemanden die met de jongelieden die men tegenkwam en stoffeerde een en ander uit de costuumkamer van de Akademie. Men had toevallig provincie-wapenschilden in voorraad ; elke provincie kreeg een schuit en het zevental werd verbonden door oranjelint, dat een gelauwerd krijgsman, „verbeeldende zijn Prinselijke Exel-lentiequot;, op de achtste schuit in handen hield. In het negende vaartuig was de muzijk en ,,een zeer lieflik persoontjequot; dat een, toevallig toepasselijk, lied van Hooft zong, toen de geïmproviseerde optocht te water, na een zeer toegejuichte vaart door de burgwallen, voor 't Prinsenhof gekomen was, waar de Vorst logeerde, die groot behagen in dit

.83

ocr page 204

ORANJE EN AMSTERDAM.

alles schepte en den volgenden dag een tegenbezoek in de Akademie bracht, om er Hoofts ^eeraerdt van Velsen te zien opvoeren, voorafgegaan door tableaux uit de vaderlandsche geschiedenis.

Waar de invloed van het prestige van den Prins zoo onmiskenbaar bleek, was de uitslag van den burgertwist licht te voorspellen. Toen Maurits doortastte gaf de aanhang van Oldenbarne-veld het spoedig gewonnen, en den 2 Nov. verscheen de stadhouder andermaal te Amsterdam om daar, gelijk in andere steden, de regeering te veranderen, een bedrijf, dat, al ging het volgens machtiging der Staten, zoo regelrecht streed, niet slechts met de oude privilegiën en wetten, maar ook met den grooten eerbied die men aan de stedelijke regeeringen had leeren toedragen, dat het ,,de allerstoutste daadquot; werd genoemd, ,,die eenig graaf, prins of souverein van Holland ooit in dat land had gepleegdquot;. Toch dacht niemand aan verzet, toen de Vorst ook in Amsterdam de zoo zwakke meerderheid in de Vroedschap versterkte, door den geheelen Raad te ontslaan en een nieuwen te benoemen, waarin zeven leden door anderen waren vervangen. De oude Corn. Pietersz. Hooft hield nog, bij 't zwijgen der regeerende Burgemeesteren, een redevoering waarin hij verzocht de stad te verschoonen, doch de Prins antwoordde goedhartig: „Bestevaêr, 't moet nu voor deez' tijd zoo zijn. De nood en de dienst van 't Land vereischen hetquot;.

Men liet het dan ook begaan, maar velen deden dit met de kalmte van den echten koopman, die zich zoo spoedig niet ter neder laat slaan door tijdelijken tegenspoed, maar, zwijgend 't hoofd buigende voor den storm, reeds denkt aan den tijd waarin de kans zal keeren. Niet alle vroedschappen die aanbleven waren zóó sterk Contra-Remonstrantsch dat zij alles voor de belangen hunner partij zouden hebben over gehad.

.84

ocr page 205

ORANJE EN AMSTERDAM.

Hun stilzwijgend aanzien was geen geestdriftvol goedkeuren van den maatregel, die, al werd zij door de belangen hunner partij geëischt, toch min of meer een beleediging was voor hun stad. Bovendien waren velen hunner, door banden van bloedverwantschap, zaken of vriendschap, verbonden aan de afgezetten en hun gelijkgezinden. En wie het hardnekkig verzet van Rotterdam, Leyden en Haarlem tegen de Nationale Synode niet had willen steunen, was daarom nog niet gezind om den handelsbloei van Amsterdam op te offeren aan een inkorting der godsdienstvrijheid, die de Calvinistische ijveraars wel zouden hebben gewenscht. Kortom, de reactie kon niet uitblijven en, versterkt door de impopulariteit van Pauw, het hoofd der Prinsgezinden te Amsterdam, verhaast door familie-intrigues en toevallige omstandigheden, kwam zij vrij spoedig.

Voeg hierbij dat het bloedig oordeel over Oldenbarneveld en de strenge vervolging der Remonstrantsche predikanten alle gematigden met medelijden, ja verontwaardiging vervulde, en dat een groep hoogst bekwame letterkundigen met geestige liedjes en tooneelspelen een groot deel der burgerij tegen de stroeve predikanten in 't harnas joeg. Maar vooral ook dat de groote welvaart van Amsterdam onophoudelijk een groote menigte uit binnen- en buitenland naar de stad lokte. En die nieuwe inwoners waren niet meer, zooals voor een veertig jaar geleden, Vlamingen en Brabanders, die uit hun land gevlucht waren juist omdat zij alles over hadden voor hun Calvinistische geloofsovertuiging, maar een bonte menigte uit allerlei provinciën en landen; Mennonieten en Lutheranen, Roomschen en Joden, meestal niet minder religieus gezind dan de Calvinistische inwoners, maar daarom juist gewetensvrijheid eischend, godsdienstvrijheid wenschend. — Wien zal het verwonderen dat wij de Regenten van Amsterdam steeds meer zien aansturen op wat men later zou noemen scheiding van Kerk en Staat.

In de eerste jaren hadden zij daarbij nog een harden kamp, want zelfs onder de schutterij (toenmaals het beste deel der gezeten burgers) hadden de Calvinisten nog een sterken aanhang, stout genoeg om de Stadsregeering aan te klagen bij de vergadering der Staten, waarin de Contra-Remonstranten nu de meerderheid hadden. Maar 't was er verre van af dat deze nieuwe verdeeldheid afbreuk zou hebben gedaan aan

ocr page 206

ORANJE EN AMSTERDAM.

de Oranje-gezindheid van Amsterdam. Want Maurits was toen reeds overleden en zijn plaats ingenomen door den ridderlijken en verstandigen Frederik Hendrik. En op hem vestigde men de hoop voor 't bijleggen der twisten.

Niet ten onrechte. Want bij zijn bezoek op 10 tot 14 April 1628 werden Vondels woorden bewaarheid:

Haat en twist Stuiven weg als rook en mist.

De regeering beloofde de hand te zullen houden aan de plakkaten tot handhaving der Gereformeerde religie, maar de rekesten, waarin zij daartoe op scherpen toon waren opgevorderd, werden door de onderteekenaren in 't vuur geworpen. En toen de Burgemeesters later doortastende maatregelen hadden genomen tegen de oppositie, toen zij de schutters die zich geen kapitein van vrijzinnige gevoelens wilden laten opdringen hadden gestraft, en zelfs een paar predikanten de stad hadden uitgezet, toen was het weder de Prins die als bemiddelaar tusschen beiden kwam, der verontwaardigde Synode voorhield, dat geen regeering bestaanbaar was als de predikanten op den kansel alles mochten zeggen wat ze wilden en de Burgemeesters bewoog den uitgebannen oproerprediker zijn tractement te laten behouden.

Toen men de godsdienst-geschillen te boven was kon men zich weder geheel aan de staatkunde wijden. Deze kwam, wat het binnenland betrof, in deze eeuw er vrij wel op neer dat elk regeerings-college zich zooveel macht aanmatigde als maar eenigzins met de (vaak weinig bepaald omschreven) wetten en usantiën bestaanbaar was, en zich zooveel mogelijk verdedigde tegen dergelijke pogingen van anderen! Dit veroorzaakte een onophoudelijk gehaspel en vooral de regeering van Amsterdam veroorloofde zich nog al eens om hare bondgenooten te laten voelen dat zij zich in geen geval de wet zou laten voorschrijven! Ook tot conflicten met den Stadhouder moest dit van tijd tot tijd aanleiding geven, vooral als deze de rechten wilde handhaven van de Staten-Generaal.

ocr page 207

ORANJE EN AMSTERDAM.

gt;87

De verstandhouding werd daardoor wel wat minder hartelijk en dit werd er niet beter op toen Frederik Hendrik ernstige pogingen deed om met Fransche hulp de Zuidelijke Nederlanden van het Spaansche juk te bevrijden. In den grond was men in Holland en ook te Amsterdam

daar niet mede ingenomen. Men was met de uitgebreidheid van het grondgebied der Vereenigde Provinciën best te vreden en men voorzag dat, als Antwerpen aan den Spanjaard ontweldigd werd, men die stad in de gelegenheid zou stellen door opening der vrije vaart op de Schelde, te deelen in de handelsvoordeelen die men liefst voor zich alleen hield.

ocr page 208

ORANJE EN AMSTERDAM.

Van hier, indien niet geheime tegenwerking, dan toch zeer weinig steun aan 's Prinsen krijgsplannen, ja zelfs zooveel koelheid ten opzichte der nationale zaak dat men den handel in oorlogsbehoeften met den vijand niet eens ernstig wilde tegengaan, 'twelk den Prins (als men den franschen gezant gelooven mag) eens in toorn zou hebben doen uitroepen: Ik heb geen grooter vijand dan de stad Amsterdam. In 't laatst van zijn leven schijnt echter ook hij meer oog te hebben gehad voor de gevaren die onze republiek liep door het verzwakken van Spanje in Frankrijks voordeel.

Hoe het zij, er viel niets te bespeuren van eenige spanning tusschen Amsterdam en het Stadhouderlijke hof, toen in de Meidagen van 1642 Frederik Hendrik met de bruid van zijn jongen zoon en haar moeder, de Engelsche Koningin, in de IJstad verscheen.

Een eerewacht van 1 aanzienlijke jongelieden haalde het vorstelijk gezelschap in, en aan versierde eerepoorten, met tooneelen, waarop zinnebeeldige voorstellingen werden vertoond, was weder geen gebrek, terwijl tochten in sloepen door de burgwallen en de havens de hooge gasten een denkbeeld gaven van den bloei en de welvaart der schilderachtige stad.

De jonge bruidegom, toen pas 16 jaar oud, zag zich reeds zes jaar later aan 't hoofd geplaatst van den Staat. Er was iets tragisch in 't lot van dien jeugdigen vorst, die, op den leeftijd waarin eerzucht en dorst naar daden het hart prikkelt, en zich erfgenaam voelende van den roem van twee der grootste veldheeren van zijn eeuw, op 't oogenblik zelf dat hij opperbevelhebber wordt van een goed georganiseerd leger, zich geplaatst ziet tegenover een „eeuwigen vredequot; en een natie die besloten heeft het grootste deel van 't leger af te danken! 't Is hier de plaats niet om in de bizonderheden te treden van het conflict dat hieruit ontstond. De ingewikkelde kwesties der machtsbevoegdheid speelden hier weder een groote rol. Maar bovendien was men niet onkundig van de ridderlijke neigingen van den Prins, die niet slechts Frankrijk tegen Spanje, maar ook zijn zwager Karei Stuart tegen het Parlement zou hebben willen bijstaan. Er was geen kwestie van dat de Burgemeesters van Amsterdam op die avontuurlijke plannen wilden ingaan. Maar het scheen wel of zij het er nu ook bepaald op gezet hadden te beproeven hoever zij konden gaan in het behouden der beslissende stem in alle aan-

ocr page 209

ORANJE EN AMSTERDAM.

gelegenheden die zij van overwegend belang rekenden. Den Prins werd zelfs, beleefd maar beslist, den toegang tot den Raad geweigerd, omdat hij daar niet als Stadhouder, maar als woordvoerder eener Commissie uit de Staten-Generaal wenschte op te treden, toen hij met dit doel een officieel bezoek aan Amsterdam bracht op 24 Juni 16^0. Vertoornd over die beleediging zond hij troepen naar Amsterdam om zich door een coup de main van de stad te verzekeren. Doch door vertraging en door de cordaatheid van Burgemeester Corn. Bicker, die onmiddellijk de poorten sloot en 't omliggende land onder water liet zetten, mislukte de aanslag, hoewel hij in zooverre doel trof dat Amsterdam toegaf in de zaak die het gold. Doch dit was van weinig beteekenis in vergelijking met het aanzien dat de stad gewonnen had, doordien men had gezien dat de regeerders van Amsterdam geen grootsprekers waren, die het hoofd in de schoot legden als men hen forsch aanpakte, maar kloeke mannen, in staat en bereid geweld met geweld te keeren. Merkwaardig was bij gelegenheid van dezen aanslag de groote eendracht die de Amsterdammers toonden. Er is geen spoor dat er ook maar één burger van Amsterdam was die bij het beleg de zijde van den Stadhouder koos. Omgekeerd strekt het dezen ook tot eer dat nergens blijkt dat hij iets had gedaan om zich verstandhouding bij de burgerij te verschaffen en die tegen haar overheid in oproer te brengen. De omstandigheden van den loop die de zaken bij den aanslag namen waren trouwens in 't voordeel der laatste. Zij voor zich was niet geheel onvoorbereid. Geruchten die uit het buitenland gekomen waren, deden haar op haar hoede zijn voor wat er mogelijk broeide. Oppervlakkig beschouwd schijnt de afwezigheid van drie der vier Burgemeesters hiermede in strijd. Doch de schijn aannemen van volkomen gerustheid is vaak het beste middel om den tegenstander een of andere noodzakelijke maatregel van voorzichtigheid te doen verzuimen. Bovendien was nu de leiding in één hand en wel in die van een Burgemeester wien 't blijkbaar uitstekend was toevertrouwd. Doch al werden de Burgemeesters door den aanslag niet zoo geheel verrast, de burgerij verwachtte niets van dien aard. En toen op dien morgen van den 300quot; Juli plotseling de tijding kwam dat er ruiterbenden op Amsterdam aanrukten en men de boeren de stad zag binnenvluchten, als onwederlegbaar

ocr page 210

\C)0 ORANJE EN AMSTERDAM.

bewijs dat die geruchten geen verzinsels waren, toen was alles onmiddellijk bereid om mede te werken tot verweer. De veronderstelling dat het vreemde legerbenden waren was niet zoo dwaas als aanvankelijk schijnt. Want er zwierven in dien tijd vrij sterke legercorpsen in de nabijheid der grenzen rond, bestaande uit troepen die bij den vrede afgedankt waren en die niemand in dienst wilde nemen, doch die het handwerk van den krijg niet dadelijk konden of wilden opgeven. Een dier legertjes was zelfs onlangs tot in het Maas-waalsche doorgedrongen. Maar van waar ook gekomen en door wien ook gezonden, een ongeroepen garnizoen schuwde elke koopstad in die eeuwen als de pest en zoo schaarde zich ieder ingezetene onmiddellijk, bereidvaardig onder de verdedigers. Ook was burgemeester Bicker schrander genoeg om de matrozen, sjouwerlui en al het „losse volk,quot; dat bij een beleg zich het eerst in zijn bestaan ziet bedreigd, onmiddellijk tegen soldij in stads dienst te nemen.

Zoo stootte dan Graaf Willem Frederik, de Friesche stadhouder die den aanslag had aangeraden en zou uitvoeren, het hoofd voor een stad die plotseling herschapen was in een wel toegeruste vesting, verdedigd door een eensgezinde burgerij, en Amsterdam kon daarna gerust toegeven, toegeven zelfs dat de gebroeders Bicker uit de regeering zouden treden (er zijn er die beweeren dat sommige Amsterdamsche regeeringsleden dit zelfs niet zulk een groot onheil vonden !) — de eer en het prestige van Amsterdam waren gered niet alleen, maar zelfs verhoogd.

Men meene daarom niet dat van nu af Amsterdam in den staat een tegen het Oranjehuis vijandige macht vormde! Enkele hartstochtelijke gemoederen mochten een onuitbluschbaren haat opgevat hebben, de publieke opinie toonde dat een overwinnaar grootmoedig kan zijn en, toen de spoedig gevolgde dood van den Prins ook den angstvalligsten verloste van de vrees voor latere nieuwe moeielijkheden, kwam bij de goedaardige Amsterdammers al spoedig een gevoel van hartelijkheid boven voor het arme kind dat zijn vader reeds voor zijn geboorte had verloren, voor het „kleine mannetjequot;, wiens beeltenis al spoedig op fraai gedreven penningen bij de zilversmeden ten toon lag.

ocr page 211

l9l

Maar de Regenten? Zij meenden, afgescheiden van alle sympathie of antipathie voor het huis van Oranje, dat voor het Stadhouderschap geen de minste noodzakelijkheid bestond. De Souvereiniteit kwam aan de Staten toe en zij zouden die zonder Stadhouder wel handhaven. Onder een of ander bloedverwant, die als voogd van het kleine Prinsje zou optreden, had men geen de minste lust zich te stellen. Amsterdam, in bloei steeds toenemende, machtig en rijk, kon zijn eigen zaken wel beheeren! Het bouwde aan zijn trotsch stadhuis, het verdubbelde de lengte van zijn schoone grachten, het legde nieuwe scheepswerven aan en voelde zich gelukkig en gerust onder zijn Burgemeesters. Het samenstel der stads-regeering was trouwens van dien aard dat het mannen van groote bekwaamheid en wilskracht, wanneer zij maar tot den aanzienlijken stand en tot de Hervormde kerk behoorden, als van zelf aan 't hoofd van 't bewind bracht, zonder dat zij vooraf een oppositie-partij behoefden te vormen en de gouvernementeele kracht daardoor verzwakken, terwijl de verplichte aftreding van elk Burgemeester, uiterlijk na twee jaar, waarborg gaf dat niemand, ook nadat hij het vertrouwen verloren had, aan 't hoofd der zaken bleef. De keerzijde van het regeeringsstelsel was dat niemand in de bestuurskringen kwam die niet door familierelaties er toegang kreeg. En onder hen die er wél toegang hadden ontbrak het van tijd tot tijd niet aan kuiperijen en armzalige persoonlijke twisten. De leidende persoonlijkheden wisten daarvan echter wel het hen passende gebruik te maken en het staatsbelang leed er niet onder.

Ook de buitenlandsche aangelegenheden konden door de patriciërs uit dat tijdperk wel zonder de hulp van een door vorstelijke geboorte uitblinkend hoofd naar eisch worden behartigd ! Het beleid, ten toon gespreid door diplomaten, voortgekomen uit de regeerings-colleges der koopsteden, bewees het, niet minder dan de energie waarmede men de vloten in 't leven riep, die Engeland in ontzag hielden en in 't Noorden Holland tot scheidsrechter der mogendheden maakten. Was van dat alles Jan de Witt de ziel —, de steun van Amsterdam kon hij daarbij niet ontbeeren en dat toonde hij ook, door de vele moeite die hij zich gaf om den invloed der families waarmede hij verzwagerd was of die hem toegedaan waren te versterken en om met de anderen op goeden voet te blijven.

ocr page 212

! Q2 ORANJE EN AMSTERDAM.

Toen men in Amsterdam zijn drijven moede werd, was zijn val onvermijdelijk.

Ondanks alien voorspoed en bloei, ondanks ijverig en verstandig regeeringsbeleid, begonnen zich tegen het einde van 't Stadhouderlijke tijdperk sporen van ontevredenheid te vertoonen bij de burgerij, waaraan zeker het gebrek niet vreemd was dat den regeeringsvorm aankleefde: het onvoorwaardelijk ontbreken van eiken rechtstreekschen invloed op het bestuur, voor ieder, hoe bekwaam ook, die niet tot de regeerende familiën behoorde. Wel waren het nog maar enkelen die dit tegen de borst stuitte, maar het deed toch zaden ontkiemen van misnoegen. Toch was 't geen bepaalde partij die zich vormde, maar de gedachte won veld of 't wel goed was het Oranje-huis, waaraan men zoo groote verplichtingen had, van alle stem in de regeering uit te sluiten en alles over te laten aan medeburgers die, wilden zij misbruik maken van hun macht, allicht in kleine tirannen konden ontaarden. En waar de Heeren er niet afkeerig van waren, zich met adellijke titels te laten tooien door buitenlandsche potentaten, daar wilde de burgerij ook wel eens toegeven aan de, zoo 't schijnt in ieder mensch sluimerende, zucht om zich van tijd tot tijd eens te goed te doen aan den luister en den glans van een hofstoet. Wij behoeven ons dan ook niet te verwonderen over de uitbundige geestdrift die te Amsterdam heerschte, toen men eindelijk eens den jongen Prins daar mocht zien. De regeering, die reeds in 1655 bij een bezoek van zijn grootmoeder, de weduwe van Frederik Hendrik, en vier jaren later bij de luisterrijke ontvangst van zijne tantes, de vorstinnen van Brandenburg en Anhalt, getoond had in niets te kort te willen schieten wat den verschuldigden eerbied aan 't Oranjehuis betrof, deed in 1660 zelve de uitnoodiging, waaraan den Juni werd voldaan. Het was in de periode toen Karei Stuart uit Holland naar Engeland was vertrokken, om den troon zijns vaders weder te bestijgen, toen hij bij zijn vertrek de belangen van den jongen Prins, die zijn zusters-zoon was, ernstig aan de Staten had aanbevolen, en men den nieuwen Koning, van wiens welwillendheid voor ons land men zich toen nog veel voorstelde, gaarne genoegen wilde doen.

ocr page 213

ORANJE EN AMSTERDAM.

De ontvangst was schitterend. In plaats van op de tijdelijk opgeslagen tooneelen van vroeger tijd, voerde men thans de zinnebeeldige en historische voorstellingen op „Staatsie-wagensquot; voor het Stadhuis, waar men de vorstelijke gasten een maaltijd had aangeboden. Een schooner moment nog was het toen, den volgenden dag, de negenjarige Prins een wandelrid langs de grachten deed, gevolgd door een eere-wacht van honderd ruiters: aanzienlijke jongelui met Oranje-sjerpen en pluimen getooid. Toen schoot ook vader Vondels gemoed vol en hij zong:

Zoo volgen zij de straeten van de stadt,

De cingels en de schaduwrijcke graften

Langs huizen, volgepropt van weelde en schat,

Door woleken van veel duizent burgerijen

En Bataviers, van Zuid en Noort vergaert.

Zoo plagh de zon alle oogen te verblijen,

Als jonge Oranje op zijn schuimbeckend paert,

Een schooner dagh den sterfelijcken menschen

Hier toevoert, en zijn' grootvaers naem ververscht, Op 't juichende geschal van zooveel menschen

Te dicht op een gedrongen, en geperst.

Lang leef franje, en hanthaef 't recht der Staeten,

De vryheit en de rust van 't vadcrlant.

Ten schimp van al die Hollants welvaert haeten.

Zoo blinck' hy, als in gout een diamant.

De Ridderschap lost hierop haer pistoolen,

Is 't voorspel goet, hoe kan het hooghtijt dooien?

Wie voelt hier niet hoe warm het hart van Amsterdam klopte voor de Oranje-traditie? Wie bespeurt niet dat het toen uit was met het rijk der Loevesteinsche factie? Nog twaalf jaar zou zij stand houden, nog twaalf jaar zou het duren eer Vondel den „hoogtijdquot; beleefde, maar, hoe langer Jan de Witt in zijn treurige verblindheid de volkswensch tegenstreefde, hoe schrikkelijker ook zijn val zou zijn 1

Ook te water werd de jonge Prins gevierd, toen honderd plezierjachten op het IJ het scheepje omzwierden dat de hoop des Vaderlands aan boord had en de Admiraalsvlag in top,

'93

2^

ocr page 214

194

Daer de Moeder en de Zoon

Op den klanck der zeetrompetten Batavier en Britten noem

En de princeberkemeier

Omgaet op het staetgeluck.

En weder in een andere omgeving trilden aller harten van blijdschap en sympathie, toen men den knaap en zijn moeder zag zitten in 't gestoelte in de Nieuwe Kerk, ,,van binnen met tapijten behangen en van buiten aartiglijk met groen loof en Oranje-appelen versierdquot;. Daar zal men wel den 2isten Psalm hebben opgeslagen:

Door Uw' goetlieyt maeckt gy altijt Dat synen goeden name Wyt verbreyt wordt bequame.

Want gy, Heer, die goedertier zijt.

Hem prijs en eere wilt Altijdt' geven seer milt.

Gy verciert hem, dat hy hier naer Eenen spiegel sal wesen Uwen goetheyt gepresen.

Gy hebt hem verheuget voorwaer,

En syn herte verlicht,

Door u lieflyck gesicht.

En het volk vertaalde dat alles in zijn liederen als dat van

En al is ons Prinsje nog zoo klein

Alevel zal hij Stadhouder zijn Vivat, Oranje, hoezee!

In de praktijk beteekende dit alles wel niet heel veel, — de Princes-Moeder had Cornelis de Graeftquot;, den meest vermogenden Burgemeester van dit tijdperk, nog gepolst, doch weinig hoop gekregen, — maar toch was er ook bij de regeering een betere gezindheid te bespeuren tegenover

ocr page 215

ORANJE EN AMSTERDAM.

de Oranje-spruit. Inzonderheid bleek dit uit de vernietiging der Acte van Seclusie, dat beruchte verdrag waarbij het huis van Oranje van 't Stadhouderschap werd uitgesloten en waarvan Cromwell in 16^4, zoo 't heette, de vrede had afhankelijk gesteld, Cornelis Bicker had haar in de Vroedschap van Amsterdam weten door te halen, maar het besluit was het gansche jaar geheim gehouden alvorens 't in 't resolutieboek werd ingeschreven! Thans vond men haar een te knellenden band en 29 Sept. 1660 vond de intrekking plaats, nadat vier dagen vroeger de Staten van Holland zich (op het verzoek der Princesse-moeder) bereid hadden verklaard de kosten van opvoeding van den jongen Vorst voor hun rekening te nemen ,,om hem bekwaam te doen worden voor de hooge charges bij zijne voorouderen op commissie der Staten bekleedquot;. Dit leek veel op een verbintenis den Prins bij meerderjarigheid tot Stadhouder aan te nemen, en de Witt schijnt ook niet vreemd te zijn geweest van het denkbeeld om den jeugdigen Prins uit te spelen tegen diens eigen partij, wanneer hij daartoe zich had willen laten gebruiken. Hierop bleek echter, naarmate zich 't karakter van Prins Willem ontwikkelde, geen 't minste uitzicht te bestaan, zoodat de Witt en zijn gelijkgezinden al spoedig een onverschillige houding tegenover hem aannamen, terwijl de dood van zijn moeder en de oorlog die zijn Oom Karei II aan de Vereenigde Provinciën aandeed zijn belangen nog meer op den achtergrond schoven.

Inmiddels begon de gewichtige rol die de Nederlanden speelden in de regeling der verhoudingen van de groote mogendheden hare eigenaardige bezwaren mede te brengen. De omstandigheid dat men niet onverschillig kon aanzien wat er gebeurde met het naburige België, was oorzaak dat de Staten den zwaren post kregen om Frankrijk en Spanje tegen elkander in evenwicht te houden en daarbij nog rekening te houden met den invloed van Engeland.

Hoewel die taak voor de Republiek op den duur te zwaar was, hadden toch de buitenlandsche mogendheden zooveel belang bij 't geen zij zou doen, dat het niet behoeft te verwonderen dat hun beste diplomaten naar den Haag werden afgevaardigd. En 't kon niet uitblijven of deze trachtten hun voordeel te doen met den veelhoofdigen regeeringsvorm en, als zij niet de geheele regeering naar hun hand konden zetten, althans

1 91*

ocr page 216

ORANJE EN AMSTERDAM.

enkele harer leden voor hun zaak te winnen. Zoo moesten op den duur Franschgezinde en Engelschgezinde partijen ontstaan, tot groot nadeel van de onderlinge eendracht, maar ook tot groot gevaar van de eenheid der leiding in de buitenlandsche zaken.

Dat begon de gemeente hoe langer hoe meer instinctmatig te voelen, dat werd niet minder ingezien door de Regenten, vooral te Amsterdam. En inmiddels wies het ,,Kind van Staatquot; met elk jaar tot man. De Witt echter, in 't minst niet tot toegeven geneigd, dreef nu het „Eeuwig Edictquot; door (4 Aug. 1667), waarbij het Stadhouderschap in Holland voor eeuwig werd afgeschaft en bepaald werd dat, wenschte men ooit weder een Kapitein-Generaal te benoemen, toch nooit de Stadhouder van een der andere gewesten van de Unie die waardigheid zou mogen bekleeden. In plaats van een Kapitein-Generaal werden nu een paar Veldmaarschalken aangesteld, doch . . . het leger waarmede die Heeren het vaderland zouden verdedigen bleef in vrij verwaarloosden toestand, en de vestingen niet minder. Veel ontzag als landmacht inboezemen kon de Republiek dus naar buiten niet, en veel vertrouwen naar binnen evenmin. Alles was op één kaart gezet, die der diplomatie, en de verstandigen in den lande ontging de zwakke zijde van de staatkunde van de Witt niet. Tot die verstandigen — die zelfs reeds mompelden van een Secretaris van Staat, die de buitenlandsche aangelegenheden zou leiden in plaats van den Raadpensionaris — behoorde ook Gilles Valckenier, de onverzettelijke, heerschzuchtige, vaak oploopende, maar dan weder uiterst berekenende Burgemeester van Amsterdam, die in deze jaren om den meesten invloed op de leiding der stadszaken kampte met Andries de Graeff, den jongeren broeder van den in 1664 overleden Cornells, Valckenier door zijn aanhanger en ambtgenoot, den diplomaat Coenraad van Beuningen, ingelicht omtrent de opinie die men buitenslands koesterde over de aangelegenheden van ons land, begon grooten twijfel te koesteren aan de doelmatigheid der politiek van de Witt; niet minder was dit het geval met den wakkeren pensionaris Hop, die Amsterdam in de Hollandsche Staten mede vertegenwoordigde. Reeds in 1669 kon de Witt geen illusies meer koesteren aangaande de sympathie van v. Beuningen en Valckenier en misschien had

ocr page 217

ORANJE EN AMSTERDAM.

een vastberaden optreden van het machtige Amsterdam in die dagen de hardnekkigheid van de Witt kunnen breken en het land voor groote onheilen kunnen bewaren, maar daarvoor zaten Valckenier en zijn vrienden niet vast genoeg in 't zadel. Zelfs werden zij bij de Burge-meesters-verkiezing van i Febr. 1671, door Andries de Graeff, die zeer aan de Stadhouderlooze partij was verknocht, geslagen. Op den weg waarop in 't vorige jaar, met krachtige medewerking van Amsterdam, den Prins zitting in den Raad van State was verleend, en wel, dank zij het doordrijven van Amsterdam, met „concludeerende stem,quot; ging de stad nu niet langer voort.

Zoo als men weet barstte in 1672 het onweder los. 't Had voor den Prins van Oranje allereerst dit gunstige gevolg dat hij, althans voor den veldtocht van dit jaar, tot Kapitein-Generaal werd aangesteld (2 ^ Febr.), en daardoor, reeds bij den aanvang van den oorlog, al dadelijk zijne krijgskundige bekwaamheden en zijn koelbloedig beleid kon toonen, terwijl de Staten er een verbond aan te danken hadden met zijn oom, den keurvorst van Brandenburg.

't Een noch 't ander kon echter voor het oogenblik verhinderen dat de Franschen het land binnenrukten en tot Utrecht, ja tot Naarden, doordrongen. In den Haag beschouwde men de zaken als hopeloos en zond Pieter de Groot naar den Franschen koning, die in persoon te Utrecht was, om uit diens mond de vredesvoorwaarden te vernemen. Doch in die gedenkwaardige Juni-dagen van 1672 toonde Amsterdam zijn ,,oiid-Hollandsche vromigheytquot; en nam de Vroedschap het grootmoedig besluit ,,liever goet en bloet op te setten en 't uyterste te wagen,quot; dan toe te stemmen in het geven van carte blanche aan de Groot. En toen, ondanks dit besluit, de Groot toch door de meerderheid der Staten gezonden was, verklaarde Amsterdam zijn volmacht van nul en geener waarde.

En die kloekmoedigheid was geen opgeschroefde pralerij. De regeering was niet onvoorbereid, integendeel. Wie in die dagen in Holland redeloos en radeloos geweest moge zijn, niet de machthebbenden te Amsterdam. Mochten de landsgrenzen weerloos zijn geweest, Amsterdam was weldra in uitstekende staat van verdediging. De ongelukkige geschiedenis

'07

ocr page 218

ORANJE EN AMSTERDAM.

van 1650 had deze goede zijde dat zij het vertrouwen had gewekt op de sterkte van Amsterdam, omringd als het was door de inundatiën, die men in tijds gezorgd had elk oogenblik te kunnen stellen en die dan ook half Juni werkelijk gesteld werden en aangevuld met de noodige verhakkingen en verschansingen op de weinige en smalle toegangswegen en dijken. De grootendeels pas gebouwde, zware walmuren waren met het noodige geschut beplant; op IJ en Haarlemmermeer lagen gewapende „uitleggersquot;; aan mondbehoeften noch ammunitie was gebrek. Kortom men kon den vijand afwachten.

Toch zou hier geen sprake van zijn geweest indien de regeering niet had kunnen rekenen op de burgerij. Te minder daar deze, in haar tienduizend schutters, verreweg het grootste deel der bezetting moest uitmaken, want troepen waren er niet in de stad, alleen de 2000 stads-soldaten en wat aangeworven matrozen en vrijwillige ruiterij.

Gelukkig echter was de geest van de burgerij zoo sterk voor volhouden gestemd als men maar kon verlangen, en, indien zij wantrouwen toonde in haar overheid, dan was dit juist in dien zin dat zij steeds vrees koesterde of de verdediging wel met de noodige energie behartigd werd, of er soms nog onderhandelingen gevoerd werden om zich aan Frankrijk te onderwerpen. Dit was al dadelijk gebleken in den avond van dienzelfden 26 Juni, toen het raadsbesluit genomen was om zich tot het uiterste te verdedigen: eenige schutters hadden toen geweigerd de sleutels der stads-poorten naar gewoonte aan huis bij den voorzittenden Burgemeester af te geven, waarop deze (het was Lambert Reynst), zich getroostte om drie maanden lang zijn nachtverblijf op 't stadhuis te nemen en daar op de stadssleutels te passen, 't Meeste wantrouwen koesterde men echter tegen Andries de GraefF, die men zelfs op den 1 Juli, uit argwaan dat hij het land aan de Franschen ging verraden, met geweld belette de stad te verlaten om een zending naar den Haag te vervullen. Men moet de kloekhartigheid dier zeventiende-eeuwsche mannen bewonderen als men leest dat de Graeff, na in gezelschap van een schepen en een schutter-officier met levensgevaar op 't stadhuis gekomen te zijn, daar zijn ambtgenooten Hooft en de Vlaming van Oudshoorn onmiddellijk bereid vond om hem te voet, dwars door het

ocr page 219

ORANJE EN AMSTERDAM.

opgewonden volk, naar de Haarlemmerpoort te geleiden, waar zijn wagen wachtte en men hem „geluk op de reysquot; wenschte. 's Avonds kreeg toen Valckenier, terwijl hij, naar de aartsvaderlijke wijze dier dagen, ,,met zijn huisvrouwquot; voor zijn deur op de Anthonie Breestraat open neer wandelde, bezoek van onderscheiden woordvoerders van de burgerij, die kwamen vragen of men delibereerde om de stad over te geven en mededeelden dat, als Andries de Graeff en zijn vrienden daartoe overhelden, men met 20.000 man uit de burgerij zich daartegen zou verzetten, wanneer men maar een opperhoofd had. Valckenier zeide kalmpjes dat, voor zoo ver hij wist, niemand aan verraad dacht, en slaagde er in hen gerust te stellen.

Blijk genoeg dat over 't algemeen de burgers nog niet in alle regenten het vertrouwen verloren hadden, maar ook dat de toestand uiterst gespannen was. Doch — dat wist ieder — er was één middel om alle wantrouwen te doen ophouden en dat was: herstel van het stadhouderschap in den persoon van den Prins. Valckenier wilde hem zelfs Graaf maken waardoor men de ietwat vernederende stap van vernietiging van 't Eeuwig Edict zou hebben ontgaan. Doch dit Edict was reeds waardeloos papier geworden, niemand verdedigde het en in den nacht van 3 op 4 Juli werd het herroepen, en Willem III tot Stadhouder van Holland, Kapitein-en Admiraal-Generaal verklaard, op voorstel van Amsterdam.

De schutters van die stad hadden de beraadslaging der Staten niet afgewacht. Zoodra zij vernamen wat op 't stadhuis besloten was, lieten zij onmiddellijk de Oranje-vlag wapperen uit hun wachtlokaal op de Antonies-waag en van de Oudekerks- en Westerkerks-torens. En... hoe de mannen van zaken over de verheffing van den Prins dachten, dat was reeds in Februari gebleken, toen op een valsch gerucht van zijn benoeming tot Kapitein-Generaal, de actiën der Oost-Indische Compagnie (het toongevende fonds dier dagen) op één beursdag 2 ^ 0/0 rezen!

Hoe groot ook de moed en vastberadenheid der burgerij was, de Burgemeesters verkeerden in de grootste zorg of voor de linie van fortificatiën, die in den besten staat, maar van vrij groote uitgestrektheid was, niet soms, als het ernst werd, de noodige bezetting, ammunitie en

199

ocr page 220

ORANJE EN AMSTERDAM.

vooral het meest noodige — de goede leiding der defensie door bekwame bevelhebbers — zouden ontbreken. Zoodra de aanstelling van den Prins tot Stadhouder officieel in den Haag was besloten, vroeg men hem dan ook in de dringendste bewoordingen om raad in deze, vooropstellende dat zijne capaciteit de hunne verre overtrof, daar hun verstand er ,,bij manquement van ervarentheidquot; voor stilstond. De Burgemeesters betuigden dat zij zich naast God in alles verlieten op de ,,wyse directie, goede voorsorge en voorsichtig beleidquot; van Zijn Hoogheid, en noodigden hem dringend uit om op de plaats zelve alles te komen onderzoeken; hij zou hier vinden ,,genegen hartenquot;. De Prins oordeelde echter zijn tegenwoordigheid elders meer noodig en zond ook geen versterking of officieren. Hendrik Hooft, de invloedrijkste der toenmalige vier Burgemeesters, trok toen zelf naar den Prins, en bood zelfs aan hem nog meerder macht en waardigheid toe te kennen, als hij maar, door zijn oom den Engelschen Koning of op andere wijze, een verlossing uit den onhoudbaren toestand kon te weeg brengen. Willem 111 hoorde alles naar zijn gewoonte koeltjes aan, belovende inmiddels te willen doen al wat hij kon. Hij was veel te schrander om niet te weten dat de natie in den grond geen Souverein begeerde en meer zoude opofferen voor haar eigen vrijheid dan voor een Vorst, wie dan ook, — terwijl hij ook wel bereid was om den ondergang des Vaderlands niet te overleven en des noods in de laatste schans te sneuvelen, maar geenszins om alle verantwoordelijkheid van de schouders dergenen die Holland op den rand van den afgrond hadden gebracht, op de zijne over te nemen, om bij het mislukken der verdediging misschien de schuld en de schande op zijn eigen hoofd geladen te zien!

Zelfs liet hij, in de overtuiging dat Amsterdam toch voor deFran-schen onneembaar was, aan de stad verzoeken om hem nog zoo mogelijk eenige versterking toe te zenden, daar hij een aanval op zijne positie verwachtte. Die volgde echter niet; integendeel deden de Pranschen verkenningen naar de zijde van Amsterdam, waarbij de wakkeie verdediging van den voorpost 't huis Kroonenburg te Loenen aan de Vecht hen weinig hoop op 't welslagen van een geregeld beleg overliet. De overheden te Amsterdam zaten echter niet op rozen, vooral door de

200

ocr page 221

ORANJE EN AMSTERDAM.

onrustige, prikkelbare geest der burgers, die slechts met veel beleid, toegevendheid en persoonlijken moed in toom konden worden gehouden. De stad zou voorzeker in een bloedbad veranderd zijn, indien niet de georganiseerde gewapende macht, de zoogen. Schutterij, uitsluitend had bestaan uit gezeten burgers, waardoor aan het mindere volk de gelegenheid tot gewelddadigheden op groote schaal ontnomen was en de enkele opruiers, die de Burgemeesters wel aan de galg en het bestuur omvergeworpen wenschten, niet veel van beteekenis konden uitrichten. Dit bleek bij het nieuwe tumult over de stads-sleutels, toen het de beurt was van Burgemeester v. d. Poll om die te bewaren, 'twelk hij niet, als Reynst, ten Stadhuize, maar weder in zijn eigen woning wenschte te doen. 't Scheelde niet veel of zijn huis was geplunderd en hij zelf vermoord, doch door de onvervaardheid van den grijsaard liep alles nog goed af, en de beslissing over de zaak zelve werd door de Vroedschap overgelaten aan den „Krijgsraadquot; (de Staf der Schutterij), die 't verstandige besluit nam de sleutels op 't Stadhuis te laten bewaren in een kist met twee sloten, van welker sleutels een aan de Hoofdwacht en de andere bij Burgemeesters zou berusten.

't Was waarlijk wel noodig dat het bezoek van den Prins niet langer werd uitgesteld. ,,Orde op de zaken stellenquot;, dat was het wat van ouds door de Nederlandsche natie van de Oranje-vorsten werd verwacht. Koning Willem III sprak in April 1853 een merkwaardig historisch woord uit, toen hij zeide geroerd te zijn door het bijna kinderlijk vertrouwen dat zijn volk in hem stelde. Dat waren wij Hollanders dan ook niet anders gewoon. Zoo als een kind gerust is als hij maar bij zijn moeder is, zoo oordeelde de Hollander zich gered als er maar een Oranje kwam om „orde op de zaken te stellenquot;. Zoo was het reeds in 1 ^66, zoo was het ook in 1672: de Burgemeesters zouden gerust zijn dat zij niets van de Franschen te vreezen hadden, wanneer maar een Oranje hen dit verzekerde, — het volk zou gerust zijn dat hun regenten hen niet aan de Franschen zouden overleveren, als maar een Oranje de Vroedschap zuiverde en door 't ontslaan van sommigen aan de anderen een stempel gaf. . . die zij waarschijnlijk even weinig of even veel verdienden.

2ö

20 I

ocr page 222

ORANJE EN AMSTERDAM.

Onze Prins schijnt inmiddels gedacht te hebben ,,qui se fait attendre se fait estimerquot;. Maar eindelijk kwam dan toch op 12 Aug. het bezoek, waarnaar zoo lang door ieder Amsterdammer reikhalzend was uitgezien. Overeenkomstig den ernst van den toestand gaf de Vorst er geheel en al het karakter aan van een inspectie. Zooveel te meer vielen de ongeveinsde blijken van warme genegenheid en sympathie in 't oog. Een tegenstander der Oranje-partij heeft ons de aardige bizonderheid bewaard dat een burgervrouw in de ontroering van haar gemoed des vorsten been omhelsde, met tranen in de oogen uitroepende: ,,0 mijn prince, mijn prince!quot; Dit geschiedde op den wandelrid langs de stads-wallen en bolwerken op Zaterdagochtend. Den vorigen dag had Prins Willem de geheele Schutterij de revue laten passeeren van uit de vensters van 't Oude Zijds Heeren Logement, waar hij zijn intrek had genomen, 't Plan was geweest de Schutterij op te stellen langs den weg dien hij gaan zou bij zijn intocht, doch de Prins was drie uren vroeger gekomen dan men berekend had en, met de ruiters die hem vergezelden, van Amstelveen komende, over de Leidsche straat en het Koningsplein en door de Kalverstraat, naar den Dam gereden, maar dadelijk de hoek van den Vijgendam omgeslagen naar 't Heeren Logement. De Schutters, inmiddels in 't geweer gekomen, paradeerden daar voor hem en den volgenden dag vond, na de inspectie der wallen, de plechtige ontvangst ten Stadhuize plaats, benevens het begroeten der op den Dam saamge-stroomde menigte, van uit een der vensters van Burgemeesters-kamer. Dit werd gevolgd door een maaltijd in de groote zaal, waarbij het onmogelijk was een tal van toeschouwers te weeren, en ten slotte door een merkwaardige Raadszitting, want Prins Willem deed onder den maaltijd het verzoek den Raad te laten vergaderen, daar hij een zitting wenschte bij te wonen.

Er waren genoeg der aanwezigen die nog niet vergeten waren hoe smadelijk dit aan Willem II geweigerd was. De achtbare D1'. Tulp, oud-burgemeester, herinnerde hoe zelfs Soevereinen nooit in den Raad waren toegelaten, zonder vooraf aan Burgemeesteren het doel van hun zending te hebben medegedeeld. Maar Burgemeester Hooft stoorde zich in zijn ijver niet aan wat er gefluisterd werd en haastte zich de Raad te

202

ocr page 223

ORANJE EN AMSTERDAM.

convoceeren en den Stadhouder van tafel te geleiden naar de vergaderzaal, waar hij hem den stoel van den voorzittenden Burgemeester aanbood. Na plichtplegingen over en weder werd over zaken gesproken; de Prins antwoordde op de klachten en verzoeken van Hooft met de

geruststellende verzekering dat de stad onneembaar was, althans zoolang Muiden en Weesp niet verloren waren. Mocht dit gebeuren, dan zou hij met versterking in de stad komen, en zelf het commando op zich nemen. Van zijn kant drong hij op betaling der achterstallige soldijen aan, waarop hem in antwoord werd aangetoond dat de administratieve maatregelen der Staten oorzaak waren van de geldschaarschte aan het

ocr page 224

ORANJE EN AMSTERDAM.

Ontvangers-kantoor te Amsterdam. — De geheele discussie werd als tweegesprek tusschen Hooft en den Prins gevoerd en daar ,,de stem van Zijn Hoogheid niet al te luid wasquot;, kwamen de meeste Heeren dicht om den tafel staan. De oud-Burgemeester Andries de Graeff kwam toen de zitting bijna afgeloopen was en reikte den Prins de hand. Doch een der aanwezigen merkte op dat „Sijn Hoocheyt hem niet aengenaem aen sachquot;.

Na afloop dezer, in de stads-geschiedenis eenige, raadszitting, trad de Prins in een caros, die hem naar 't Rokin bracht. Daar lag het Stads-jacht gereed, waarmede hij naar Muiden voer om aldaar inspectie te houden langs de Vecht tot den Hinderdam. Zondag in de stad te blijven had men ondienstig geoordeeld om wanorde bij den kerkgang te ontgaan. Maar de Raad vergaderde dien Zondag opnieuw en nam toen het besluit in te stemmen met het in de Staten gedaan voorstel den Prins volledige volmacht te geven om zoo mogelijk met Engeland vrede te sluiten. Er was echter nog al oppositie van de zijde van hen die de wettige overheid daar niet zoo geheel buitengesloten wenschten te zien.

's Avonds, kort voor middernacht, keerde de Prins terug en 's Maandags tegen 11 ure verliet hij de stad voor goed. Was de intocht in de war geloopen bij het afscheid stond de geheele Schutterij geschaard van 't Heerenlogement, langs Fluweele Burgwal, Halsteeg, Vijgendam, Dam, Heerengracht en Leidsche straat, tot de Leidsche poort, waar met geschut en musketsalvoos afscheid werd genomen. Op den Dam voor 't Stadhuis hadden Burgemeesteren nog eens de verzekering gegeven ,,goed en bloed te willen opzetten ten dienste van Zijn Hoogheid en tot behoudenis van den Staatquot;. En het ,,Vive Orangequot; der Schutters, dat den Prins op zijn tocht vergezelde, overtuigde hem dat de burgerij het hiermede eens was.

Maar daarmede hield dan ook de overeenstemming tusschen de Regeering en de ingezetenen op, althans wat een groot deel der burgerij betreft, die, zooals de Witt het in de laatste maand van zijn leven noemde, een sinistre impressie van haar Regenten had. Amsterdam was thans in den eigenaardigen toestand van een groote koopstad

204

ocr page 225

ORANJE EN AMSTERDAM.

waarin handel en industrie plotseling stilstaan en veie lieden, die in gewone omstandigheden tijd noch lust hebben om aan iets anders te denken dan aan hun zaken, aan 't politiseeren raken. En zoo verklaart zich het zonderlinge feit dat, juist in dezen tijd, nu de vijand voor de poorten stond en eensgezindheid meer dan anders noodig mocht worden gerekend, een aantal personen ernstige bezwaren bij zich voelden oprijzen tegen den stedelijken regeeringsvorm.

En werkelijk, behoudens alle achting voor de personen en bekwaamheden der overheidspersonen, viel het niet te ontkennen dat de regeeringsvorm steeds meer in een familie-regeering ontaarde en dat de burgerij niet slechts van allen invloed verstoken was, maar ook voor den bekwaamsten alle uitzicht buitengesloten was van ooit zelf in de regeering te komen, als men niet behoorde tot de familiën die nu eenmaal op 't kussen zaten.

Hierbij kwam dat Burgemeesteren en Raden hun posten waarnamen zonder eenige geldelijke belooning, welke belangeloosheid slecht werkte, daar zij aanleiding gaf dat de heeren nu ook niet meer dan billijk oordeelden dat de gesalarieerde betrekkingen door hen werden begeven aan hun familieleden en beschermelingen, 't Was al zóó ver gekomen dat, van de minste baantjes tot het Bewindhebberschap der Oost-Indische Compagnie, niets bereikbaar was dan voor hen die in de bijzondere gunst van regeeringsleden stonden. Ook gaf het reden tot ergernis dat de Schutterij haar eigen officieren niet mocht kiezen en dit lichaam, dat nog eenigermate als vertegenwoordiging der gezeten burgerij had kunnen dienst doen, op deze wijs ook al geheel afhankelijk was van de Overheid.

Zij die er zoo over dachten zochten voorloopig in de autoriteit van den Prins een tegenwicht tegen de autocratie der Regenten; maar Willem 111, van nature zelf een man van autoritaire beginselen, dacht er niet aan om zich aan het hoofd dier oppositie te stellen, hoewel hij aan de Regenten, die zich in den nood alweder tot hem om raad wendden, aanbeval zich met de onvergenoegden te verstaan en zeer staatkundig den raad gaf de hoofden der ontevredenen bij publicatie uit te noodigen zich bekend te maken, 't Was aan te nemen dat dan toch niemand

20 ^

ocr page 226

2o6

zich zou blootgeven. — De Amsterdamsche bewindhebbers, voor geen klein geruchtje vervaard, bleven het vooreerst nog maar eens aanzien en hadden het succes dat de maatregelen der ontevredenen zich bepaalden tot praten en 't verspreiden en aanplakken van naamlooze pamfletten.

De onverschrokken, bijna 80 jarige, Nic. Tulp vooral oordeelde dat de weerbarstigheid in de gemeente niet zóó groot was om daarvoor in tijd van nood de regeering te verlaten. De meerderheid echter zocht naar een middel om „met de beste glimp van 't cussen te rakenquot; en ging in de eerste dagen van September er toe over, officieel hare waardigheden ter beschikking van den Stadhouder te stellen, zoodat het nu maar van dezen afhing ook het tweede deel van de taak die hem door de publieke opinie was aangewezen te volbrengen, namelijk niet alleen het land tegen den vijand, maar ook het volk tegen de regeering te beschermen.

Waarschijnlijk opdat niemand hem zou kunnen verwijten naar dien stap der Stedelijke Regenten met verlangen te hebben uitgezien, haastte zich de Stadhouder alweder niet in het minst. De spanning nam onder-tusschen toe. Hooft, v. d. Poll en Six waren al in de Kalverstraat met steenen geworpen. Een dreigende samenscholing voor 't huis van de Ruyter werd gevolgd door een vergadering op den Kloveniersdoelen, waarbij zich echter niemand van beteekenis op den voorgrond stelde en waarbij de aanleggers slechts met moeite door hun partijgenooten den moed werd ingeboezemd om een rekest bij Burgemeesteren in te leveren. Deze zonden hen met goede woorden naar huis, maar waren toch verstandig genoeg om te begrijpen dat de vrees om het initiatief te nemen geen waarborg was dat de ontevredenen steeds machteloos zouden blijven. De omstandigheid dat er ook al een naamloos contra-pamflet was verspreid, waarin van een „Canaille-Stadhouderquot; werd gesproken, toonde mede dat niet langer gedraald mocht worden met het eenige middel om de rust te doen terugkeeren: de verandering van den Magistraat. Die volgde dan ook eindelijk, bij missive van Zijn Hoogheid uit 't leger te Bodegraven, gedateerd 11 Sept. De Burgemeesters v. d. Poll en Reynst, de President-Schepen Bontemantel, twee andere Schepenen en elf oud-Schepens en Raaden, onder wie Andries de Graeff

ocr page 227

ORANJE EN AMSTERDAM.

en zijne neven Jacob en Pieter, werden „behoudens goeden naam en eerequot; ontslagen, welk ontslag zich, blijkens latere „elucidatiequot;, ook uitstrekte tot al hun andere ambten en officiën.

De opposanten van den Doelen publiceerden toen lijstjes en dubbeltallen, waaruit de Prins andere vroedschappen kon kiezen, doch deze stoorde zich daaraan niet in 't minst en benoemde op den i Coenraad van Beuningen en Jan Hudde, ook een vriend van Valckenier, tot nieuwe Burgemeesters, terwijl hij de nieuwe Schepenen en Raden evenzeer uit de bestaande regeeringskringen koos. Heel veel om 't lijf had de verandering dus niet; 't kwam er eenvoudig op neer dat de coterie van Valckenier het nu won op die van Andries de Graeff. Om een geheele verandering van systeem was 't niet te doen; de Prins vergat natuurlijk niet dat de vijand nog het halve land in bezit had en was veel te verstandig om midden in de rivier van paard te verwisselen. Bovendien zou 't ook niet geraden zijn geweest, want de Burgemeesters hadden óók hun partij en, ondanks de gematigdheid der regeerings-wijziging, waren de vijanden van Valckenier al verontwaardigd genoeg en sommige schutters werden maar met moeite in toom gehouden door de ontslagen Heeren, die 't zelf nog al kalmpjes opnamen.

De meerdere ernst, die de Franschen in 't najaar maakten met het beleg zal ook wel het zijne hebben bijgedragen om het volk te doen inzien dat het nu geen tijd was voor burgertwisten, maar in hoofdzaak was toch de gemeente gerustgesteld door de overtuiging dat er nu geen verraders meer in de regeering waren; allen waren immers door den Oranjevorst aangesteld !

De kalmte keerde binnen Amsterdam terug en werd nog meer bevestigd toen in 't volgend jaar de krijgskans keerde en de Franschen den aftocht bliezen.

Willem III zag zich beloond door de erfelijk-verklaring van het Stadhouderschap (167^), maar tot dictatoriale macht bracht hij het niet. Niemand verlangde te Amsterdam blinde gehoorzaamheid aan een Stadhouder, zelfs al was deze een Willem III. De macht en de voorrechten van de stad mochten geen gevaar loopen. En dat de Amsterdamsche

ocr page 228

oranje en amsterdam.

Burgemeesters ook in de buitenlandsche politiek soms andere inzichten hadden dan de Prins strekt noch hun, noch hem tot oneer.

Sinds 1672 werd nu ook weder de jaarlijksche nominatie van een dubbeltal Schepenen, die de oud-Raad opmaakte, niet meer aan de Burgemeesters, maar aan den Stadhouder aangeboden, tot het doen dei-keuze. Doch op 't dubbeltal kwam evenmin als vroeger iemand die niet tot de regeerende geslachten behoorde. De stadhouder kon zich alleen laten gelden door soms eens niet te letten op de stipjes, die de namen der zeven candidaten aanwezen welke de gewenschten waren in t dubbeltal.

En zelfs dit gunde men hem liever niet. Toen hij twintig jaar later in Engeland vertoefde kwam Amsterdam voor den dag met de bewering, dat de nominatie nu aan 't Hof van Holland moest gezonden worden, op grond van de bepaling in het Privilegie van 1581 dat dit het geval moest zijn, bij het ,,afzijnquot; van den Stadhouder. Dat „afzijn , 't welk volgens de aanhangers van den Prins beteekende bij ontstentenis, gaf Amsterdam nu den zin van bij afwezigheid. Kleingeestig voorzeker, te meer daar de zaak zelve er niet door veranderde. Maar sommige regenten van Amsterdam achtten zich verplicht de privilegies te handhaven tot eiken prijs.

In deze en andere conflicten maakte de Prins, wiens gestel medebracht dat hij, wanneer hij een enkele maal zijn gereserveerde houding liet varen, soms zeer heftig kon zijn — zich wel eens ernstig boos op de stad en beklaagde zich wel eens bitter over tegenwerking en antipathie.

Het gewichtigste conflict was zeker dat van 1684, toen op grond van geheime conferenties, welke de stedelijke regeering met den franschen gezant d'Avaux had gehouden, de papieren van de stad in de Staatsvergadering verzegeld werden. Het is niet overbodig de bijzonderheden dezer zaak in 't kort uit een te zetten.

Die conferenties hadden plaats gevonden in een tijd toen er hooggaand verschil van gevoelen was tusschen den Stadhouder en Amsterdam over de houding die men zou aannemen tegenover Lodewijk XIV, door wien Spanje in vredestijd beroofd werd van zijn bezittingen in België. Onmiddellijk hiertegen optreden was noodig naar het oordeel van den Prins. Men moest aanvallen voor men aangevallen werd. Amsterdam echter

2o8

ocr page 229

\

ORANJE EN AMSTERDAM. 20r)

wenschte zoo lang mogelijk vrede te houden en alles te vermijden wat de woede van den Franschen Koning kon opwekken. Niet slechts het belang van den handel gaf dit advies in de pen, maar ook de overweging van de geringe macht van onzen Staat en van de onbetrouwbaarheid der bondgenooten. Over de mate van het gevaar dat van de fransche zijde dreigde was men het niet oneens, maar wel over de tijdigheid der maatregelen die daartegen genomen moesten worden.

Voor 't eene standpunt zoowel als voor 't andere viel veel te zeggen. De grootheid van Willem III berustte op zijn onwankelbaar geloofsvertrouwen. Hij was vast overtuigd dat alles van God afhing, die ook in de schijnbaar wanhopigste omstandigheden de zege kan schenken aan de zwakste partij. Die ,,dit landt niet soo verre had doen komen om het nu verlooren te laeten gaen.quot; In die overtuiging ging hij met bedaarden moed vooruit, wanneer hij dit zijn plicht achtte, en zag er niet tegen op het gevaarlijkste te ondernemen, zonder daarom te verzuimen om onvermoeid elk middel te gebruiken dat tot goeden uitslag kon voeren. De Burgemeesters van Amsterdam echter behoorden tot hen die zich voor overmoed wenschten te wachten ; zij wilden van twee kwaden het kleinste kiezen en, zooals van Beuningen het uitdrukte. Zijn Hoogheid zijns ondanks behouden, die anders zich zeiven en den ganschen Staat in 't verderf storten zou. Daarom weigerde Amsterdam standvastig toe te stemmen in de werving van 16000 man. Of de Prins toornig uitriep dat de fransche ambassadeur zelf niet anders had kunnen spreken, dat hij bij 'slands welvaart evenveel belang had als Amsterdam en hij zich door die stad niet zou laten ringelooren, noch zou toegeven om de ,,chimères en caprices van van Beuningen,quot; Amsterdam bleef onverzettelijk, wel bewust dat het geen caprices van v. Beuningen waren, maar dat deze, door zijn verblijf als gezant in Engeland, beter dan de Prins op de hoogte was hoe weinig men op dit in zich zelf verdeelde land kon staat maken. En zelfs toen de Prins in stad kwam als hoofd eener plechtige bezending uit de Staten (1^ Nov. 1683), met veel staatsie van 't Heeren Logement werd afgehaald en in de vergadering der Vroedschap tot tweemaal toe werd gehoord, zijn persoonlijke invloed bleek, evenmin als de overredingskunst van den Raadpensionaris Page

21

ocr page 230

ORANJE EN AMSTERDAM.

en het vriendschappelijk onderhoud op de diners die men den Prins dagelijks gaf, voldoende om de meerderheid der Vroedschap van gevoelen te doen veranderen, zoodat hij verontwaardigd, volgens sommigen zelfs zonder afscheid te nemen, vertrok. De verhouding werd nog meer gespannen toen het bleek dat de Amsterdammers officieel onderhandeld hadden met den franschen gezant d'Avaux en toen de Prins op 3 1 Dec. in de vergadering der Staten van Holland een heftige redevoering had gehouden en verklaarde zich niet door Amsterdam te zullen laten dwingen. De overige leden van de vergadering der Staten waren het met hem eens en zoo werd op 31 Jan. 1684 tot de werving besloten, onder protest van Amsterdam, daar dergelijke besluiten alleen bij algemeene stemmen konden worden genomen. Van de zijde des Prinsen kwam men toen voor den dag met een onderschepten brief van den Franschen gezant d'Avaux aan zijne regeering, waarin over zijne conferenties met de heeren van Amsterdam gesproken werd. In de vergadering der Staten van 14 Febr. werd die brief door den Prins zelf voorgelezen en zoo hoog opgenomen dat men besloot tot verzegeling der papieren van de Amsterdamsche Gedeputeerden.

Amsterdam toonde zich hierover natuurlijk ten hoogste beleedigd en onthield zich van alle deelneming in 'slands zaken, totdat die maatregel was ingetrokken, waartoe de Staten eindelijk overgingen (24 Juni). En ter zelfder tijde besloten zij om door het sluiten van het twintigjarig Bestand voorloopig aan Frankrijk toe te geven. Dit was dan ook onvermijdelijk, want van Engeland en Duitschland bleek geen ondersteuning te wachten en in de zeven provinciën waren Friesland, Groningen en Zeeland evenzeer tegen oorlog gestemd als Amsterdam, Een staatsman uit eerstgemelde provincie had zelfs aan Burgemeester Witsen zijn nood geklaagd over de Haagsche hovelingen, die ,,in dronken hoofde vive la guerre hadden gedroncken.quot;

De zaak was inmiddels van weerszijden voor de rechtbank der publieke opinie gebracht door brochures en spotprenten. De burgerij gaf over 't algemeen geen blijken van andere opinie te zijn dan de Regenten.

Het schimpen op Amsterdam, de beschuldigingen van verraad en omkoopbaarheid waren dan ook niet geschikt om haar tot de overtuiging

2 IO

ocr page 231

ORANJE EN AMSTERDAM.

van den Prins over te halen en het feit dat Amsterdam eigenlijk de sleutel van de geldkist had en men, zonder medewerking van die stad, gemakkelijker tot werving besluiten dan die uitvoeren kon, streelde de ijdelheid. 't Was zeker ongepaste trots als een Burgemeester zeide dat men aan de nakomelingschap wilde toonen dat zelfs de tegenwoordigheid eens Prinsen van Oranje niet in staat was de vrije raadplegingen der vroedschap te beletten, maar er was ook veel voor te zeggen dat de Burgemeesters het recht van de stad om haar eigen opinie te hebben hoog hielden.

En wat de onderhandelingen met den vreemdeling betrof, de Souvereiniteit berustte officieel bij de Staten, en dit gaf de overheden der steden, die feitelijk de Staten uitmaakten, tot op zekere hoogte het recht om zich, ook in buitenlandsche aangelegenheden, op zelf gekozen wijze te doen inlichten en naar eigen inzicht te beslissen. De gezanten van Zweden en Denemarken hadden óók wel onophoudelijk met Burgemeester Witsen afzonderlijke gesprekken over staatszaken, zonder dat iemand daar iets in zag.

Het kan niet ontkend worden dat deze ongelukkige geschiedenis nog langen tijd sporen van jaloezie en wantrouwen naliet, maar spoedig kwam de Stadhouder toch tot de overtuiging dat Amsterdam, niet minder dan hij. Frankrijk als den grooten vijand van het gemeenebest beschouwde. Het groote vertrouwen dat hij later stelde in Jacob Hop, die als pensionaris van Amsterdam in 1684 zoozeer op den voorgrond had gestaan, de goede verstandhouding met de Burgemeesters Hudde en Witsen, strekken hiervan ten bewijze en de loyale medewerking van Amsterdam bij de grootsche onderneming van 1688, die aan Prins Willem den kroon van Engeland verschafte, werd door hem op den rechten prijs gesteld. Tei. onrechte hebben daarom latere geschiedschrijvers (waarvan sommige met die voorstelling hun partij-oogmerken hadden — Alberdingk Thijm wist met zijn bekende virtuositeit zelfs Roomschgezinde sympathiën te ontdekken bij de Amsterdamsche regeering op grond der oranje-gezindheid van de Gereformeerde predikanten —) het willen doen voorkomen alsof de Amsterdamsche regeering, aan Frankrijk verknocht of zelfs verkocht, op niets meer uit was dan om de macht en het aanzien van

2 I I

ocr page 232

ORANJE EN AMSTERDAM.

den Stadhouder te kortwieken. Men schrijft elkander daarbij allerlei na, waarvoor ten slotte blijkt geen enkele bron te bestaan dan de verhalen van den alles behalven onpartijdigen Graaf d'Avaux. De papieren van Burgemeester Nic. Witsen, door den heer Gebhard gepubliceerd, leeren het wel anders.

En zoo kwam men ook de animositeit te boven die onwillekeurig ontstond toen, in de periode waarin Willem III —in naam fcomj, doch in

de werkelijkheid vaak lussclien de beide oude mededingers, Engeland en Holland geplaatst — aan de billijke eischen der Hollanders betreffende de medewerking van Engeland in den oorlog niet naar eisch kon voldoen. Terecht is opgemerkt dat de wrevel van Willem III dan niet zoozeer ontsproot uit misnoegen over beperking zijner macht, als uit de overweging dat de oppositie de groote zaak der vrijheid van Europa benadeelde en ontijdig was, zoolang men tegenover buitenlandsche vijanden nog alle krachtsinspanning noodig had.

1) Engeland dagteekende nog volgens de oude stijl 11 April — ten onzent was de nieuwe stijl (21 April) reeds algemeen in gebruik. Deze is echter eerst in Februari 1700 ollicieel bij ons ingevoerd.

2 I 2

ocr page 233

ORANJE EN AMSTERDAM.

Het beste bewijs van de eensgezindheid was dat men na Willems dood zijn werk, de bescherming van Europa tegen Frankrijks overwicht, onder leiding van zijn geestverwant, den raadpensionaris Heinsius, vastberaden voortzette. Amsterdam stemde het eerst voor de oorlogsverklaring aan Frankrijk en droeg in oprechtheid rouw over den dood van den grooten Vorst. Zelfs werd iemand, die zich veroorloofde den spot te drijven met den openbaren rouw, door het verontwaardigde volk doodgeslagen. Maar de erfelijkheid van 't Stadhouderschap bleef voor alsnog een klank. Willem III liet geen afstammelingen na en om de regeering aan de voogden van een kind op te dragen, daarin had men geen lust, daarvoor voelde men zich nog te sterk. De glorierijke zeventiende eeuw was wel voorbij, maar er zat nog genoeg zelfvertrouwen en republi-keinsche fierheid in onze Burgemeesters (toenmaals Witsen, Hudde, Bas en Pancras) om het overbodig te achten iemand boven zich te stellen van wien men niets wist. En wie zou dit ook geweest hebben? De overleden Prins had gaarne Jan Willem Friso, het zoontje van zijn neef, den Frieschen Stadhouder, Hendrik Casimir 11, als opvolger gezien. Dit was voorzeker een schoone trek van Willem III, want hij had van Hendrik Casimir dikwijls weinig medewerking ondervonden; doch de 14-jarige knaap kon toch de regeering niet aanvaarden, en men zou de keus gehad hebben tusschen zijn moeder Albertine Agnes of zijn neef den Koning van Pruisen. Laatstgemeide bezocht Holland en Amsterdam en. . . werd er zeer beleefd ontvangen, maar als hij met eenige hoop gekomen was is hij zeker teleurgesteld vertrokken. De stadhouderlijke waardigheid was weder afgeschaft en het kiezen uit de nominatie van Schepenen werd weder, als tijdens het eerste Stadhouderlooze bewind, aan Burgemeesteren opgedragen; het staatsbeleid hield men aan zich, en voor dat der krijgsverrichtingen zeilde men op 't advies van den Hertog van Marlborough, in wien men te Amsterdam groot vertrouwen stelde.

In diens school oefende ook weldra de jeugdige Friso zich in den krijg. Een schoone toekomst scheen den tot een flinken jonkman opgewassen knaap weggelegd, doch andermaal trof het Oranjehuis de ramp dat zijn hoofd door een ontijdigen dood werd weggerukt. De jonge held, die op de slagvelden door zooveel kogels was gespaard, verdronk bij het

213

ocr page 234

ORANJE F.N AMSTERDAM.

overvaren aan den Moerdijk. Gelukkig was hij reeds gehuwd, en zijne weduwe gaf zes weken na zijn dood het leven aan een zoon, voor wien zij op uitnemende wijze het Stadhouderschap waarnam, eerst alleen in Friesland, daarna ook in Groningen, en ten slotte ook in Gelderland.

Maar Holland, dat zijn vader uit den Raad van State had gehouden, volgde diezelfde gedragslijn tegenover Willem Carel Hendrik Friso, toen hij den achttienjarigen leeftijd had bereikt, en gaf bij zijn huwelijk met Prinses Anna, de dochter van Koning George II van Engeland, (in 1734) duidelijk te kennen geen plan te hebben om eenige verandering in den regeeringsvorm te maken.

De Regenten voelden zich dan ook uitstekend op hun gemak. Het volk was rustig; het land herstelde zich van de inspanning die de worsteling met Lodewijk XIV had gekost; de kooplieden beklaagden zich wel niet zonder reden over de toenemende concurrentie van het buitenland, maar zamelden inmiddels met geduldigen vlijt het vele in wat het buitenland hen nog overliet, en de buitenlandsche politiek was als 't ware daarvan een afspiegeling: ook daarin stelde men zich tevreden met die mate van macht en aanzien welke het buitenland aan de republiek geliefde over te laten.

De Oostenrijksche successie-oorlog kwam die zoete rust verstoren. De Hollandsche Staatslieden hadden al het mogelijke gedaan om onzijdig te kunnen blijven, maar de omstandigheden lieten dit niet toe. Te velde was men ongelukkig, de Belgische barrière-vestingen gingen verloren en ten slotte drongen de Franschen over de Zuidergrens de republiek binnen.

Toen werden de herinneringen aan 1672 overal levendig. Zoodra de burgerij bewustheid had van gevaar, riep zij onmiddellijk om haar onfeilbaar redmiddel: 't herstel van Oranje. Zeeland ging voor, de Hollandsche steden volgden, te Amsterdam werd den 2 Mei 1747 de Oranjevlag van 't stadhuis uitgestoken en afgekondigd dat de regeering toestemde in de verheffing van den Prins, waartoe dan ook den volgenden dag in den Haag besloten werd.

De Stedelijke Regeering was zonder eenig verzet overgegaan tot het voldoen aan den algemeenen wensch en het volk gloeide van geest-

214

ocr page 235

ORANJE EN AMSTERDAM. 2 I ^

drift, toen op 11 Mei de nieuwe Stadhouder uit Friesland het IJ kwam binnenzeilen en op 't Singel over de Luthersche Kerk aan wal stapte, 't Was maar een „doorpasseerenquot;, want den volgenden dag trok de Vorst weder de Haarlemmerpoort uit om zich naar den Haag te begeven, doch de uitgelaten vreugde van de burgers, de eerepoorten en versieringen die de stad vervulden, de illumination en 't vuurwerk die overal schitterden, het klokkespel en 't gejuich dat alom werd gehoord maakten

den nacht tot een volksfeest, zoo als nimmer te Amsterdam was aanschouwd.

Maar op de feestvreugde volgden spoedig donkere tijden. Want even als in 1672 begon het volk, nu het eenmaal was aangevangen invloed te oefenen op de regeering, gedachten en gesprekken meer te laten gaan over hervormingen.

En het zou nu zoo gemakkelijk niet afloopen voor de Regenten.

ocr page 236

2 I 6 ORANJE EN AMSTERDAM.

Instinctmatig gevoelde men dat zij zwakker waren dan toen. De vlugheid waarmede zij hadden toegegeven was 't onwederlegbaarst bewijs. Doch er was meer. De misbruiken van de familieregeering en van het nepotisme waren steeds toegenomen en hadden een schromelijke hoogte bereikt. Daartegenover was de burgerij in ontwikkeling toegenomen. Er bestond zelfs reeds een periodieke oppositie-pers, in het weekblad van Rousset de Missy. De kooplieden en industrieelen die niet tot de heerschende kerk behoorden waren toegenomen in rijkdom en aanzien, en wanneer ze alsnog niet hun deel eischten in de Regeering, de gedachte kwam toch in hen op of hun uitsluiting daarvan billijk was. Kortom, de beginselen waren aanwezig van een democratische partij die in verzet kwam tegen de oligarchie. Zelfs een aanvoerder werd gevonden van meer geestkracht en bekwaamheid dan de Doelisten van 1672 bezaten. Het was een op den Vijgendam wonende winkelier in porselein, zekeren Daniël Raap. Deze belastte zich met het opstellen van het verzoekschrift om een einde te maken aan het verdeelen der ambten en der officiersplaatsen bij de schutterij onder de regeeringsleden en hun beschermelingen. Een oproertje op den Dam, waarbij het gemeen een uurtje meester was van 't stadhuis, bewees dat ook onder de smalle gemeente het ontzag voor de stedelijke overheid sterk was gedaald.

De Prins moest alweder orde brengen in de zaken. En hoewel de regeering van Amsterdam niet toegaf op het punt der Posterijen, waarvan de Staten de inkomsten opeischten voor het gemeene land, zij stemde toe dat de ambten in 't vervolg niet meer tegen geldgeschenken zouden worden begeven en niet meer door plaatsvervangers mochten worden waargenomen. En eindelijk stemde zij ook in met het belangrijke besluit, den 16 Nov. 1747 genomen: de eifelijk-verklaring van de waardigheden van Stadhouder en Kapitein- en Admiraal-Generaal in de mannelijke en vrouwelijke lijn.

Zoo was dan eindelijk de dynastie gevestigd en van dit oogenblik af neemt de geschiedenis der verhouding tusschen Amsterdam en Oranje een geheel ander karakter aan. Niet langer is het de vrije drang der liefde, het gemeenschappelijk vertrouwen van Magistraat en Burgerij dat

ocr page 237

ORANJE F.N AMSTERDAM.

den Stadhouder zal roepen, maar de dwang van den plicht. Niet langer de vrije keus van een vrij volk, dat een man aan zijn hoofd stelt van wien men alles meent te kunnen verwachten, maar het erfrecht dat ook aan den onbekwaamsten nieteling de opvolging toekent. En dat zonder de waarborgen die het constitutioneele stelsel van onze eeuw, in de onschendbaarheid van den Vorst tegenover de verantwoordelijkheid der ministers, schenkt.

De uitkomst heeft geleerd welk een fout in het toenmalig regeerings-stelsel de erfelijkheid was. Men meende te ontkomen aan de gebreken die het Stadhouderlooze bewind hadden aangekleefd en aan de onlusten, waarmede nu reeds tweemaal het herstel van het Stadhouderschap was vergezeld gegaan, — weldra zou men ondervinden dat, waar de Souve-reiniteit ontbrak, de erfelijkheid geen macht gaf om afdoende verbeteringen in den regee-ringsvorm in te voeren, en dat daardoor een stroom van oproer en geweld moest losbarsten,

die Staten-regeering en het Stadhouderlijk gezag beiden weg vaagde, nu de democratie,

die vroeger van Oranje alle heil verwachtte,

thans aan Oranje de schuld van alles gaf.

Wantrouwen, verwarring, revolutie en ten slotte de vreemdeling meester in het land —

ziedaar het treurig schouwspel dat de tweede helft der achttiende eeuw aanbiedt. Amsterdam is daarbij niet meer een krachtige eenheid,

maar ziet zich, met het gansche land, in twee partijen gesplitst. Gedurende de paar jaar die het Prins Willem IV nog vergund is te leven, doet hij nog het zijne om, getrouw aan de traditie der Oranjes, als vredestichter op te treden tusschen regeering en burgerij; maar men bemerkt het reeds, de oppositie-partij, die hare krachten gaat voelen, wil hem wel als haar werktuig gebruiken, maar zij wil zegepralen met hem of zonder hem.

217

28

ocr page 238

ORANJE EN AMSTERDAM.

Nadat het pachters-oproer Amsterdam twee dagen aan regeering-loosheid ten prooi heeft gegeven en de Kloveniers-Doelen door de democraten in bezit is genomen, dwingt Raap de regeering in zijn eischen toe te stemmen en noodigt den Prins uit naar Amsterdam te komen om de magistraat te wijzigen. Hij komt en wordt, in plaats van door de eerewachten der vorige eeuw, ingehaald door Raap met

de „Bijltjesquot; (de scheepstimmerlieden), onder een vaandel met de woorden Oranje en Vrijheid. De regeerings-verandering wordt, wederom op weinig afdoende wijze, tot stand gebracht en de ,,vrije krijgsraadquot; aan den Prins en de regeering afgedwongen door volksleiders voor wien Raap reeds te gematigd is geworden en die zich niet ontzien op 't Heerenlogement in den nacht voor 's Prinsen bed te verschijnen. Willem IV zal blijde geweest zijn toen hij, aan dit soort vrienden ontsnapt, weder rustig in

ocr page 239

ORANJE KN AMSTERDAM.

den Haag zat. Na zijn vertrek steekt de tegenpartij het hoofd op, verzekert zich van de sympathie der rustige burgers en wreekt zich bij den dood van Raap, op kleingeestige wijze, door het stooren zijner begrafenis. De nieuw benoemde Regenten sluiten zich al spoedig bij de oude aan; de ontevredenen zwijgen, maar een vuur smeult onder de asch, dat,

na den roes der feestelijkheden bij het huwelijk van Willem V, spoedig opflikkert, doch om in een andere richting als tot dusverre zijn vernielende werking te doen gevoelen.

Handige geleerden als Prof. Burman hadden de

vrijheidlievende burgerij weten te beduiden dat eigenlijk de Prinsen van Oranje van oudsher de tirannen zijn geweest, revo-lutionnaire denkbeelden vatten post in de hoofden van velen, de jonge Stadhouder blijkt iemand van goeden wil, maar weinig energie, de verdenking dat hij onder buitenlandsche invloed staat vervreemdt de vaderlanders van hem, de krachteloosheid tegenover 't buitenland komt aan 't licht en verbittert de gemoederen — maar om verbetering aan te brengen is niemand in staat.

Was het toen een stadhouderloos tijdperk geweest, men zou om den Prins geroepen hebben en al wat hij voorsloeg in 't werk hebben gesteld, — nu hij Erfstadhouder was sloeg men zijn adviezen in den wind en bestreed hem met ergerlijke schimptaal en lasteringen. De Burgemeesters, voor zoover zij niet met den volkswaan van den dag medegaan, worden weldra met hem als schandelijke aristocraten geschuwd, eindelijk

ocr page 240

ORANJE EN AMSTERDAM.

komt het gezond verstand van een deel der burgerij tegen de buitensporigheden der ,,Patriottenquot; in verzet, plundering en straatgevechten bezoedelen de stad, de Oranje-partij schiet te kort en ten slotte komt een buitenlandsch leger de orde herstellen.

Eenige moedige Amsterdammers hebben toen de eer van de stad opgehouden, maar zij waren niet bestand tegen de goed aangevoerde Pruisische leger-afdeeling. En wat meer zegt, zij hadden niet de geheele stad achter zich. Het terrorisme der schutterij had de genoegzaam ongewapende Oranje-gezinden in toom gehouden, doch, zoodra de stad gecapituleerd had, bleek hoe sterk in aantal deze partij nog was. Met uitbundig vreugdebetoon haalden zij den Prins en de Prinses in, op de eerste Septemberdagen van 1788. Maar de thans onderliggende partij bleef wrokken, van verzoening was geen sprake. De patriotten riepen de hulp der Franschen in. Andermaal drong een vreemd leger Holland binnen en deze helpers hadden geen plan om weder te vertrekken 1

In den laten avond van 18 Jan. 179^ stevende een visscherspink van Scheveningen naar de Engelsche kust. Zij had den Erfstadhouder en zijn beide zoons aan boord, die de wijk namen voor de Franschen.

In den middag van den volgendendag verlieten Matth. Straalman en zijn drie mede-burgemeesters het Amsterdamsch stadhuis, na het bewind te hebben overgegeven aan het Comité-Révolutionnair, dat hen medegedeeld had dat zij ,,het vertrouwen des volks verlorenquot; hadden.

De jonge Prinsen vanOranje deden later nog met buitenlandsche hulp invallen aan de grenzen, doch hadden geen succes. Willem V stierf in 1806, ver van zijn Vaderland, en zijn zoons traden in buiten-landschen krijgsdienst.

220

ocr page 241

ORANJK EN AMSTERDAM.

Amsterdam behield, onder een eigen municipaliteit, nog een paar jaar een schaduw van onafhankelijkheid, maar werd door de constitutie van 1798 een administratief onderdeel van de ,,ééne en ondeelbare Bataafsche republiek,quot; daarna van het Koninkrijk Holland, waarvan het zelfs de residentie-stad werd, eindelijk van het Fransche Keizerrijk. Zoo diep was de stad gezonken dat zelfs haar wapenschild met de Napoleontische bijen werd ontsierd en dat er onder de afstammelingen van haar Patriciërs waren die titels aannamen van de Fransche regeering!

Zoo werden èn het Erfstadhouderschap én de kleine republiek aan IJ en Amstel, met haar grootsch verleden, gelijkertijd verzwolgen door den stroom des tijds! —

Op dien donkeren nacht volgde de blijde morgenstond van den schoonen dag welks middagshoogte wij thans vieren.

De republiek mocht voor goed zijn ondergegaan, — de wortels van den Oranjestam waren met hunne vezelen zóó diep in het volksleven doorgedrongen, dat de boom niet sterven kon, maar weder omhoog schoot, zoo schoon als ooit.

De Nov. 1813 was de eerste dag eens nieuwen levens. Het Oranje-boven weergalmde weer langs burgwallen en straten: verlossing van de Franschen, herstel van het volksbestaan, onafhankelijkheid, vrede, welvaart, alles was gesymboliseerd in die ééne leus: Oranje boven! En nu was ook eindelijk de tijd daar dat de kroon op 't werk werd gezet en aan het Huis van Oranje niet slechts de erfelijkheid werd toegekend, maar ook de Souvereiniieit.

Hulde aan de mannen van 1813, die begrepen wat eindelijk duur-

22 I

ocr page 242

ORANJE EN AMSTERDAM.

zaamheid moest schenken aan den regeeringsvorm; — hulde aan Prins Willem VI die niet aarzelde om op te treden als Souverein Vorst, doch onder beperkingen, zonder welke men slechts nieuwe revoluties zou zijn tegemoet gegaan, — beperkingen van het vorstelijk gezag, uit welke zich langzamerhand het constitutioneele stelsel ontwikkelde, waaronder Nederland thans zooveel rust en vrede en rechtszekerheid geniet als tijdsomstandigheden en tijdgeest maar toelaten.

En, te midden van dat Nederland, óók Amsterdam, beroofd van zijn vroegere macht en luister, niet langer onder 't bestuur van fiere Burgemeesters met hunne bijna koninklijke prerogatieven, maar gehoorzaam onderworpen aan de wetten die de meerderheid der ingezetenen van het gansche koninkrijk voorschrijft, de stad versnipperd in kiesdistricten, de burgerij verdeeld in partijen, maar toch eenparig instemmende met Vondels lied :

O, hoe zalig is 't te duiken Onder den Oranje-boom.

Onder dezen boom is 't stil,

't Weêr mag ruischen boe het wil!

222

ocr page 243

INHULDIGINGEN EN BLIJDE INTOCHTEN ONZER ORANJEVORSTEN DOOR GEDENKPENNINGEN VEREEUWIGD.

BIJDRAGE VAN

JOH. W. STEPHAN1K.

Nu, bij de inhuldiging van H. M. Koningin Wilhelmina, de burgerij van Amsterdam hare feestvreugde ook zal uiten door het aanbieden van eene gedenkplaat, is het zeker van belang eens na te gaan welke metalen gedenkstukken onze voorouders bij dergelijke plechtigheden in 't licht hebben gegeven.

Immers het feit dat de luisterrijkste feesten, de ingrijpendste plechtigheden te kort van duur en te vluchtig zijn, deed en doet behoefte gevoelen aan iets blijvends, aan iets dat later op bekoorlijke wijze verbeelding en herinnering vermag te prikkelen en de uren van wijding en van vreugde weer duidelijk voor den geest terugroept.

Men zag dus óm naar den kunstenaar, die door feeststemming bezield en door dichterlijke kunst geleid, met zijn graveerijzer in het duurzame metaal een zinnebeeldig verhaal wist te snijden van het stukje geschiedenis, dat hij medeleefde.

Ziedaar 't ontstaan der talrijke gedenkpenningen, gedenken penningplaten, welke bij inhuldigingen, kroningen, verkiezingen, aanvaardingen van bestuur en feestelijke intochten gemaakt, die gebeurtenissen, dikwijls in bizonderheden, voor 't nageslacht vereeuwigen.

Doch slechts eenige bevoorrechten kwamen in 't bezit van deze kostbare stukken, personen die door hunne hooge positie meer tot de onmiddellijke omgeving van den gekroonde behoorden. Achtte men

ocr page 244

224 inhuldigingen en blijde intochten onzer oranje-vorsten

eene ruimere verspreiding van 't metalen gedenkstuk oorbaar, dan werd bovendien nog een kleiner, eenvoudiger gedenkpenninkje bij handen vol onder de jubelende menigte gestrooid — dit is de str oo i pen ni ng, die veelal rond, doch ook wel driehoekig of vierkant voorkomt.

De gedenkpenning, gedenk- of penningplaat bleef altijd het voor-naamste stuk — hieraan wijdde een erkend kunstenaar zijn beste zorgen, zooals ons uit de beeldenaars tier bewaarde stukken blijkt.

In den regel vertoont de voorzijde de welgelijkende beeltenis van den vorst, meestal als borstbeeld, hetzij gekroond, gelauwerd of blootshoofds — soms ook, vooral in de XVIII0 eeuw, ten voete uit, te paard ot staande op een troon. Het omschrift vermeldt de namen en de titels; op de oudere (XVquot;, XVIquot; eeuw) tevens den leeftijd. Soms ontbreekt een omschrift en is dit vervangen door de lands- of door de gewestelijke wapens (vooral in Duitschland).

Kon nu de kunstenaar op de voorzijde in hoofdzaak zijn technisch talent toonen door het leveren van een fijn uitgevoerd, juist gelijkend p0rtl-et _ de keerzijde bood hem gelegenheid uiting te geven aan zijne kennis, zijn dichterlijk vuur en fijne intelligentie door het scheppen van eene sprekende allegorie met diep doordachte symbolen. De keerzijde der medaille is doorgaans de schoonste.

Wel is waar ontmoeten wij ook hier gewone gemeenplaatsen, als: kroon met scepter en zwaard, 's-vorsten gekroond wapen of een ^, 6-regelig opschrift dat het geheele veld inneemt, doch meestal heeft de kunstenaar een ietwat hoogere vlucht genomen en zijne gedachten uitgedrukt door; een voorspoedig zeilend schip, een feniks tusschen olijf- en lauwertakken, een opgaande morgenzon, eene koesterende middagzon ot anderszins. Verhevener zijn zeker de uitvoerige voorstellingen. Wij zien den gekroonde als romeinsch keizer in eene quadriga, door paarden getrokken ; als Apollo in den zonnewagen of (in Engeland) als Neptunus in zijn golvenwagen door jubelende nereiden en tritons omringd — ook wel op een troon gezeten, waar de gesymboliseerde landsmaagd hem kroont — of in gezelschap van de Vrijheidsmaagd, Godsdienst, Pallas of Justitia en verwelkomd door de landsmaagd, die hem met kroon en scepter of wel met uitgestrekte armen tegemoet ijlt. De geschiedenis

ocr page 245

door gedenkpenningen vereeuwigd.

van Andromeda en Perseus toont ons dat men redding verwachtte van den nieuwen vorst. Ook de inhuldiging zelve, of tooneelen van de feestvreugde vinden wij afgebeeld. In de latere jaren vooral worden zuiver mythologische voorstellingen gemeden en vervangen door oorspronkelijke composities, waarin gesymboliseerde en natuurlijke figuren door-eengemengd zijn.

Niet alleen de beeldenaar, ook de vorm der gedenkstukken heeft wijziging ondergaan. Een ronde tweezijdige gedenkpenning gold vroeger als regel, eene éénzijdige penningplaat als uitzondering. In de latere jaren, nu de Fransche school der groote medailleurs van 1870 hare invloed in West-Europa doet gelden, en deze de Italiaansche penningplaten der XVquot; en XVIquot; eeuwen weer heeft doen waardeeren, vindt de veelal eenzijdige, rechthoekige plaquette (Plakette, gedenkplaat) overal navolging.

Bezien wij thans de penningen onzer Oranje-vorsten, voor zoover die op inhuldigingen, aanvaardingen van 't bestuur of feestelijke intochten betrekking hebben. De gedenkpenningen, die andere staatkundige gebeurtenissen (veroveringen, overwinningen, vredesonderhandelingen enz.) herdenken of gebeurtenissen in het familieleven (geboorte, huwelijk, herstel van gezondheid, overlijden enz.) der Oranjes voor den geest halen, zuilen wij laten rusten. Immers zij vormen de machtige reeks van een achthonderdtal stukken.

PRINS WILLEM I DE ZWIJGER 1^9—84.

(Geb. 24 Apr. 1533 te Dillenhurg, ovkki.. 10 Juli 1584 te Delft.)

Van dezen eersten Oranje-vorst, die door vrije volkskeuze de teugels van onze regeering in handen nam, bezitten wij eenige stukken, die zijn welgelijkend portret dragen.

De eerste penning verwijst ons naar 't jaar 1^7^, toen de Ridderschap, Edelen en Steden van Holland (11 Juli) aan Prins Willem de hooge overheid van hun gewest — doch als luitenant (lieu tenant), stedehouder, stadhouder van Koning Felipe I van Spanje — opdroegen. Reeds in de jaren 1^9—67 was Prins Willem, in dienst van den Spaanschen Koning, stadhouder in Holland, Zeeland en Utrecht geweest.

22$

29

ocr page 246

Na de plechtige afzwering (26 Juli 1 j8i) van den Spaanschen Koning was Vader Willem voor iedereen de aangewezen landvorst en 't volgend jaar (24 Juli en 20 Sept. 1^82) bekleedden de Staten van Holland, Zeeland en Friesland hem met 't oppergezag — doch slechts voor den tijd dat de oorlog met Spanje zou duren: de kiem van de Republiek was reeds ontloken. Hierop is de volgende penning geslagen.

Vz. De profeet Ahia van Silo (1 lioek der Koningen XI: 31) verdeelt zijn mantel en voorspelt aan Jkrobeam, later Koning van Israël, de scheuring van Salomon's rijk (931 v. dir.) in de staten van Juda un Israël en de overdracht van den staat Israël aan Jerobeam, ten nadeele van Salomon's zoon. Het omschrift zegt als verklaring: /00 draagt de Heer de Koninkrijken over.

Ac. Drie loten worden door een hand uit de wolken op den Oranjestam geënt. Omschrift: Heer! bevestig Uw werk.

ij Alle om- (= rand-) en opschriften zullen wij in 't Nederlandsch vertaald weergeven.

226 inhuldigingen f.n blijde intochten onzer oranje-vorsten

ocr page 247

door gedenk penningen vereeuwigd.

22~J

Toen in de vergadering der Staten vim Holland (6 Juli i ^84) besloten was Prins Willem als grondwettig vorst, dus als soeverein, met den titel van graaf van Holland en West-Friesland en Heer van Utrecht uit te roepen, verscheen het volgende stuk, dat 's-Prinsen beeld in profiel te zien geeft.

ocr page 248

2 28 inhuldigingen en blijde intochten onzer oranje-vorsten

De strooipenning van Veere verschilt met dien v:in Vlissingen alleen door de keerzijde; het wapen van Vlissingen is hier vervangen door dat van Veere.

GRAAF (sedert 1618 PRINS) MAUR1TS i^8squot; —162^.

(Gun. 14 Nov. 1567 te Dillenburg, ovkrl, 23 Apr, 1625 te 's-Graveniiage).

Na den moord van Prins Willem 1 volgde zijn oudste zoon, de onder Spaansch toezicht katholiek opgevoede, Prins Filips Willem hem in 't prinsdom Oranje op (f 21 Febr. 161 8). Zijn tweede zoon Maurits, opvolger in 't graafschap Nassau, bleef steeds in ons vaderland vertoeven, voerde onze troepen tegen Spanje aan en werd weldra in de verschillende provinciën tot goeverneur of stadhouder benoemd.

Op deze benoemingen zijn zeker gedenkpenningen geslagen en het valt ook niet moeielijk in het ^o-tal stukken, dat wij van Prins Maurits kennen, er een drietal met waarschijnlijkheid als zoodanig aan te wijzen; zijne inhuldigingspenningen laten geen twijfel over.

Nadat Robert Dudley, graaf van Leicester in December 1 ^87 zijne waardigheid van oppermachtig landvoogd van Nederland had nedergelegd, gelastten de Staten van Holland, Zeeland en West-Friesland nog vóór't einde van u88, dat de nieuwe eed aan Graaf Maurits moest worden gedaan.

Waarschijnlijk doelt hierop de volgende gedenkpenning.

ocr page 249

2 2()

Ter verduidelijking van 'tomschrift der keerzijde diene aangemerkt, dat reeds in 1^8? de Staten van Holland en Zeeland aan Graaf Maurits den titel van „geboren Prins van Oranjequot; toegekend hadden.

Van 't jaar i ^89, toen Graaf Maurits door de Staten van Utrecht tot Goeverneur verheven was, bezitten wij een penninkje, waarop Maurits' symbool (een geknotte oranjeboom, waaruit een sterke tak welig opschiet) en 't wapen van Utrecht zijn afgebeeld. Waarschijnlijk zinspeelt dit stuk op bovengenoemde verheffing.

Vz. Een zaaier bij een geknollen oranjeboom met welig uitschielenden tak.

Omschrift: God geeft wasdom. 1589.

A's. Een korenmaaier. Omschtifl: Met ongewisse liooj) hel) ik gewissen a rb e i d o n tl e r n o m e n.

In i ^90 werd Graaf Maurits tot Goeverneur van Overijsel en van Gelderland verkoren, welk feit door dit penninkje herdacht wordt:

Vz. Zes handen (Holland, Zeeland, Friesland, Utrecht, waarbij thans ook Overijld en Gelderland) steunen de kolom van staal, gedekt door een' vrijheidshoed en rustende op een bijbel). Omschrift: Op deze steunen wij, deze beschermen w ij. Onder den hoed: V r ij h e i d ; boven den bijbel: Godsdienst.

A's. Twee ineengesloten handen omklemmen zes pijlen, tusschen de woorden: Door Gods hulp. Omschrift: Rekenpenning 1) van den Raad der Vereenigde Ned erland sche Gewesten. 1590.

1) In de 16e eeuw kende men twee wijzen van rekenen: het rekenen op de lijn en 't rekenen met de pen. Voor de eerstgenoemde rekenwijze werden gelijnde rekentafels met rekenpenningen gebruikt, wier behandeling overeenkomt met de telramen onzer

ocr page 250

230 inhuldigingen en blijde intochten onzer oranje-vorsten

Terwijl wij bovenstaande penningen slechts met zeer veel waarschijnlijkheid in verband mogen brengen met Maurits' verheffingen, kunnen wij de volgende stukken met zekerheid aan inhuldigingen toeschrijven.

In de resolutiën der Staten van Holland, dato 21 Mei 1^88, lezen wij, dat het rechtsgebied der heerlijkheid Monster en Monsterambacht aan Graaf Maurits werd opgedragen. Ter herinnering aan die opdracht is onderstaande penning geslagen.

Fa. Het wapen van Monster door een koord aan 's-Graven wapen vastgestrikt. Omschrift: Maurits, Graaf van Nassau, Markgraaf van Veere en Vlissingen, Heer van Monster.

A'z. Hand met opgeheven zwaard, tusschen 15-88. Omschrift: Ik zal handhaven.

Niet voor den ion Juli van 't volgend jaar had Graaf Maurits gelegenheid zich naar Monster te begeven, om de hulde te ontvangen.

Bij die plechtigheid en bij den feestelijken intocht is het volgende penninkje uitgestrooid :

scholen. Omtrent nieuwjaar werden deze rekenpenningen, wier beeldenaars geschiedkundige feiten in herinnering brachten, van staatswege aan de leden van de Algemeene Staten, van den Raad van State, van de Algemeene Muntkamer, aan de griffiers, aan de ontvangers, dier klerken, enz. uitgereikt. De ambtelooze burgers kochten hunne rekenpenningen in de Neurenberger winkels.

Het minder omslachtige rekenen met de pen, ons cijferrekenen, heeft echter in de XVIIe en XVIIIe eeuwen rekentafels en rekenpenningen geheel verdrongen.

ocr page 251

door gedenkpknningen vereeuwigd.

Inmiddels was Graaf Maurits reeds in zijn markgraafschap Veere ingehuldigd. In Oktober van 't vorig jaar (1^88) bevond hij zich in Zeeland ter zake van 't beleg van Bergen-op-Zoom en maakte toen van de gelegenheid gebruik om zich naar Veere te begeven. Dit geschiedde den 200quot; November. Aan 't hootd van den adel des lands hield de Graaf zijne plechtige intocht en liet daarbij den volgenden strooipenning onder de menigte werpen.

Tot dusver hadden de kuiperijen der Engelsche partij (Leicester's nalatenschap) verhinderd, dat Graaf Maurits Vlissingen bezocht.

Toen echter door Maurits scherpzinnig optreden alle oneenigheden waren bijgelegd, achtte hij 't oorbaar ook daar zijne plechtige intocht te houden. Hierbij (26 Aug. 1^90) is deze strooipenning verspreid.

PRINS FREDERIK HENDRIK 162^—47.

(Geb. 29 Jan, 1584 te Delft, ovkki,. 14 Mrt. 1647 te 's-Gravenhage).

Van den „Stedendwingerquot; Frederik Hendrik bezitten wij tal van penningen, die het innemen van steden en vestingen herdenken en zijn

23I

ocr page 252

2 32 inhuldigingen f.n blijde intochten onzer oranje-vorsten_

groot veldheerstalent verkonden; geen dezer stukken echter maakt ons

met inhuldigingen bekend.

Op de keerzijde van een gedenkpenning, geslagen bij zijne verheffing tot ridder in de orde van den Kouseband komt zijn titel voor als; Frederik Hendrik, Prins van Oranje, Graaf van Nassau, Katzenelnbogen, Markgraaf van Veere en Vlis-singen. Ook van zijn zoon:

PRINS WILLEM II 1647—50

(Geb. 27 Mei 1626 te 's-Gravenhage, overi,. fi Nov. 1650 aldaar)

zijn geene inhuldigingspenningen bekend. Trouwens dit kort bestuur heeft ons op 't gebied van penningkunde weinig nagelaten; twee penningen vermelden ons 's-Prinsen huwelijk met de engelsche prinses Mary, een zestal zijn aanslag op Amsterdam en een drietal zijn' dood.

PRINS WILLEM III 1672—1702

(Geb. 14 Nov. 1(150 te 's-Gravenhage, overi.. 19 Mrt. 1702 te Kensington).

Groot is het aantal gedenkpenningen, dat wij van Willem III, eerst als Stadhouder alleen, later als Stadhouder in de Nederlanden en Koning van Groot-Britannië en Ierland bezitten en talrijk zijn daaronder de stukken op inhuldigingen, feestelijke intochten, enz. geslagen. Slechts de voornaamste zullen wij hier bespreken, alhoewel 't moeiehjk is een goede keuze te doen uit al die fraaie stukken. Immers, 't rijke, kunstlievende Nederland van de XVII'1 eeuw had een bent van kunstenaars gekweekt, die het buitenland ons benijdde — kunstenaars die zich beijverden om de verheffing van Oranje door hunne werken te huldigen. Onder de drijvers en graveurs ontmoeten wij van Abeele, Boskam, Smeltzing, Adolfzoon, Luder, Koene, Chevalier, van Dishoecke, Drapentier, Roettiers, Rouckens en zooveel anderen, die Oranje s lof

in metaal vereeuwigden.

Reeds op 3-jarigen leeftijd verkreeg Prins Willem het Stadhouderschap in Overijsel.

Als antwoord en protest 1) tevens tegen de Acte van Seclusie door

1) Dc Duitsche Keizer verhief ook in 1654 de graven van Nassau tot rijksvorsten met den titel „Prinsquot;.

ocr page 253

door gedenkpenningen vereeuwigd.

Holland's Staten met 14 tegen ^ stemmen (Mei 16^4) aan den Engelschen Lord Protector Oeiver Cromwell verleend, verkozen de Staten van Overijsel den jeugdigen Prins tot Stadhouder en Kapitein-Generaal van hun gewest en benoemden Prins Willem Frederik van Nassau, Stadhouder van Friesland, Groningen en Drente tot ,,luitenantquot; ol' regent gedurende de minderjarigheid.

Hierop is onder andere het volgende stuk geslagen:

Wij springen thans een kwart eeuw over, een tijd van tweedracht en strijd tusschen de stadhouderlijke partij en de Loevesteinsche factie en naderen 't jaar 1672.

Geducht had Frankrijk zich ten krijge gerust — het doel van den Franschen zonnekoning was de vernedering van onze Republiek. Onder dien indruk benoemden de Staten-Generaal Prins Willem in Februari 1672. tot Kapitein-Generaal en Admiraal der Unie voor den duur van den oorlog en den 2^°quot; dier maand legde de Prins als zoodanig den vereischten eed af. Een der fraaiste gedenkpenningen bij die gelegenheid geslagen laten wij hier volgen :

3°

ocr page 254

Den 2°quot; Juli daaraanvolgend verkozen de Staten van Zeeland, den 3™ die van Holland Willem 111 tot stadhouder hunner gewesten en bekleedden de Staten-Generaal den Prins met het Kapitein-Generaalen Admiraalschap voor zijn leven.

Uit zijne legerplaats bij Bodegraven vertrok Prins Willem naar 's-Gravenhage, waar hij den 8'quot; Juli zijn plechtigen intocht hield.

Een en ander herdenkt 't volgende stuk:

ocr page 255

door gedenkpknningen vereeuwigd.

Vz. Het rechtsgewend borstbeeld van den Prins met: Willem III, door Gods genade Prins van Oranje, (iraaf van Nassau.

A's. Do vijand-afwerende godin Pallas Athene met lans en ovaal schild. Rechts van haar een feniks, links een krachtige oranjeboom. Omschrift: Noch door geluk, noch door 't noodlot. (Maar door de gehechtheid van 't volk was de Prins met bovengenoemde waardigheden bekleed).

Willem's voorspoed in den oorlog, zijn met geluk bekroond regee-ringsbeleid en de onzekere jaren van 't stadhouderlooze tijdperk waren oorzaak dat de Staten van Holland (2 Febr. 1674) het stadhouderschap, gelijk de Staten-Generaal het algemeen bevelhebberschap, erfelijk verklaarden in de mannelijke lijn der Prinsen van Oranje. Zeeland volgde 9 Februari en spoedig daarna de andere gewesten.

20 April 1674 werden aan Zijne Hoogheid deze besluiten van ambtswege medegedeeld en hem de brieven in twee gouden doozen overhandigd — waarop deze penning:

Is. De gewonde Ncdcrlandsche leeuw verbindt zich door een touwstrik aan den Prins en grijpt met den rechterklauw naar een oranjetak, die hem door eeno hand uit de wolken wordt toegereikt. Het omschrift getuigt: Hierdoor overwin ik mijne vijanden. In de afsnede: Wie zag zoo vei' d ' o r a n j e s t e r.

A's. 's-Prinsen wapen door het lint van de Engelsche kousebands-orde omgeven. Omschrift: Laat de Ne d e r I a nd sc he leeuw, door den Galliër (Louis XIV) gekwetst, op den Oranjetelg betrouwen.

Nauwelijks had Prins Willem (4 November 1677 gehuwd met Prinses Mary, oudste dochter van Koning James II van Engeland), op uitnoodiging van ,,a great many Lords, both spiritual and temporal, and by many gentlemen and other subjects of all ranks,quot; besloten naar

ocr page 256

236 1nhu1,d1gingkn en blijde intochten onzer oranje-vorsten

Engeland over te steken en zich aldaar aan 't hoofd der protestantsche partij te plaatsen of' tal van gedenkpenningen zagen 't licht.

Wij vinden er geslagen op den aanstaanden overtocht, op 't vertrek uit 't vaderland, op de aankomst in Engeland, de Prins begroet als handhaver van den Hervormden Godsdienst, op zijn' intocht in Londen, op 't aanvaarden van 't bestuur, op zijne kroning tot Koning van Engeland, Schotland en Ierland; tal van stukken die zijne tochten tegen de weerspannige leren vermeiden en eindelijk op zijne behouden terugkeer te 's-Gravenhage. Wij moeten kortheidshalve hier een' greep doen uit den overvloed.

Prins Willem had den 18quot;quot; December 1688 zijne plechtige intocht te Londen gehouden ; de bijeengeroepen Conventie (Parlement) riep hem en zijne gemalin tot Koning en Koningin van Engeland, Frankrijk en Ierland (Schotland had een eigen Parlement) uit en 21 April 1689 had de luisterrijke kroning te Londen plaats.

ocr page 257

door gedenkpenningen vereeuwigd.

237

Ook het volgende stuk mogen wij niet onopgemerkt laten voorbijgaan.

De kroning van Prins Willem tot Koning van Engeland was ook te Amsterdam met groote luister gevierd: IJ en Amstel wemelden v;in versierde vaartuigen, kanonnen bulderden, eerepoorten waren opgericht, flambouwen en piktonnen werden gebrand en 's-avonds sloot een groot vuurwerk 't feest, waarvan 't hoofdnummer den Tower van Londen voorstelde. Ter herinnering aan 't feest kregen later de dien dag in Amsterdam wacht hebbende schutters een penning, die uit de wacht-boeten bekostigd was.

Er bestaan ook gedenkpenningen in den Haag en in Rotterdam uitgegeven.

Einde Mei 1O89 hadden de Koning en de Koningin in de handen der Schotsche afgevaardigden de gebruikelijke eeden afgelegd — doch

1) Engeland dagteekende nog volgens de oude stijl 11 April — ten onzent was de nieuwe stijl (21 April) reeds algemeen in gebruik. Deze is echter eerst in l'ebruari 1700 officieel bij ons ingevoerd.

ocr page 258

inhuldigingen en blijde intochten onzer oranje-vorsten

eerst meer dan een jaar later, n.1. 14 Juli 1690, kon de Prins als Koning van Ierland zijn statelijken intocht in Dublin doen.

Den 4on Januari i6gi deelde de Koning aan 't Parlement mede, dat hij de Nederlanden wenschte te bezoeken. Z. M. vertrok den 26™ uit Londen en kwam den 30quot;quot; Januari ter hoogte van Goederee, waar mist en ijsschollen het binnenloopen der groote schepen verhinderde. De Koning begaf zich daarom in een roeiboot en na 16 uur zwalkens gehikte 't hem den vasten grond te betreden. Zijn behouden terugkeer in 't vaderland werd alom met grooten luister gevierd, doch vooral in 's-Gravenhage, waar hij een plechtigen intocht hield, die aan tal van gedenkpenningen 't aanschijn heeft gegeven.

De meeste dezer stukken vertoonen stadsversieringen en zijn gesneden door de graveurs Jan en Martinus Smeltzing, Jan Luder, David Koene en R. Arondeaux.

ocr page 259

PRINS WILLEM IV 1747—p

(Geb. i Sept. 171 i te Lekuwakoen, overt.. 22 ükt. 1751 te 's-Gravenhage).

Willem Karel Hendrik Friso, bij zijne geboorte als ErfsUulhouder van Friesland erkend, werd in 1718 Stadhouder van Groningen en in 1722 van Drente en Gelderland. Alleen van de Geldersche verheffing bezitten wij een fraai gedenkstuk, welks afbeelding wij aan 't hoofd der volgende bladzijde geven.

De andere provinciën bleven voorloopig stadhouderloos. Maar nauwelijks deed in 1747 de Fransche Koning Louis XIV een inval in onze republiek of heel 't volk zocht steun bij Oranje. De inval der Franschen gaf 't sein tot 's-Prinsen verheffing. De Staten van Zeeland begonnen: zij benoemden Willem IV 2^ April 1747 tot Stadhouder van hun gewest. 3 Mei volgden Holland en Utrecht en 10 Mei Overijsel. De gedenkpenning, die de Zeeuwen ter eere van den Prins hebben uitgegeven, wordt op de volgende bladzijde onderaan afgebeeld. Holland en Utrecht vereerden Willem IV met de twee stukken van blz. 241 — alleen Overijsel heeft ons niets nagelaten.

ocr page 260

4°

I'2. Wii.lem's rechtsgewend borstbeeld. Omschrift: Willem Kakel Hendrik Fr iso, Prins van Oranje en Nassau.

A's. De Geliiersclie IVIaagd, vergezeld van de Vrijheid en de Godsdienst, biedt den Prins de acle zijner veriielling aan. Op den achtergrond de Nederlandsche I.eeuw, die drie pijlen met een oranjetak vereenigd houdt. Omschrift: Door liefde en eendracht der Overheid. In de afsnede: Verkoren lot Stadhouder van 't hertogdom Gelder en 't Graafschap Z ii t f e n den November 1722.

Vs. liet borstbeeld des Stadhouders met: Willem IV door Gods genade Prins van Oranje en Nassau, Erfstadhouder der Vereenigde Nederlanden. [In 1732 had Willem zijne rechten op 't prinsdom Oranje aan Fkiedricii Wilhelm I, Koning van Pruisen, afgestaan, doch zich den titel voorbehouden].

A's Een XVII1« eeuwsche wapentropee met 't Zeemvsche wapen. Als omschrift de wapenkreet der 300 Israëlieten, welke 't leger der IMidianieten versloegen: Het zwaard des lleeren en van Gid.'eon! (Rigteren XIII : 20). In de afsnede: Verkoren tot Stadhouder 25 April 1747.

ocr page 261

door gedenkpenningen vereeuwigd.

Vz. Het borstbeeld des Stadhouders met: Willem Karel Hendrik Friso, Prins van Nassau en Oranje.

A's. De Hollandsche leeuw met getrokken zwaard staat voor een altaar, waarop een bijbel. Achter het altaar slingeren zich oranjetakken om een lans met vrijheidshoed en komt de zon op. Omschrift: Het zwaard des Heeren en van Gideon. In de afsnede: Uitgeroepen tot Hollands Stadhouder den 3^11 Mei 1747.

Fb. Het borstbeeld des Stadhouders met: Willem Karel Hendrik Friso, Prins van Oranje.

A's. Het gekroonde en versierde Utrechtsche wapen steunt tegen den Oranjeboom. Omschrift en afsnede: Tot Stadhouder, Kapitein-Generaal en Admiraal-Generaal benoemd te Utrecht den 36» Mei 1747.

Verder getuigen onze penningverzamelingen van de blijde inkomst, die Friesland den Prins bereid had, toen hij met zijne jonge gemalin in 1734 te Leeuwarden zijn feestelijken intocht hield. De stukken zijn alle van den graveur Martinus Holtzhey. Hunne eerepoorten, vuurwerken en tal van allegoriën verplaatsen ons als 't ware midden in de feestelijkheden, die toen in de Friesche hoofdstad plaats grepen.

241

31

ocr page 262

Vs. Dc borstbeelden van den Prins cn van de Prinses. Omschrift; Willem Karkl Hendrik Friso, Prins van Oranje, en Anna, Prinses van G roo t-B r i t a n n i ë.

A'c, De Friesche Maagd, kenbaar aan 't wapen en 't scheepsroer, verwelkomt den Prins en de Prinses. Omschrift en afsnede: Friesland verblijd door 's-Prinsen terugkomst 1734.

De misbruiken in het belastingwezen (pachterijen), de onregelmatigheden in 't begeven der openbare ambten (correspondentiën), de willekeur der regenten, het opkomend beginsel van volkssoevereiniteit — dit alles deed in Amsterdam een geest van ontevredenheid ontstaan, die in de vergaderingen der Doelisten uiting vond. Geen wonder dat Willem IV, besloten in persoon het recht te gaan herstellen, in Amsterdam met luister werd ingehaald en als hersteller van de vrijheid feestelijk werd begroet.

I's. 's-Prinsen borstbeeld met: Willem Karkl Hendrik Friso, door Gods genade Prins van Oranje en Nassau, Stadhouder en erfelijk legerhoofd, handhaver der vrijheid.

7vs. Pinnen een eikekrans met de wapens van den Prins en van Amsterdam een onzuiver latijnsch opschrift, waarmede blijkbaar bedoeld wordt: De b u r g e r ij gered door de komst en de waakzaamheid van d e n P r i n s.

ocr page 263

door gedenkpenningen vereeuwigd.

Ook de blijde ontvangsten en inhuldigingen in zijne eigen bezittingen vinden wij op penningen vermeld.

Vs. Dc Prins en de Prinses als Heer en Vrouwe van de Baronnie van Breda, gezeten in een zegewagen, die getrokken wordt door een leeuw en een éénhoorn (Engeland). Omschrift: Deugd en roem zegepralen. In de afsnede: Inhuldiging ie Breda 12 September 1737.

a's. De gekroonde wapens van den Prins en de Prinses. Omschrift: willem kar el hendrik friso, Prins van Oranje, en anna, Prinses van Groot-Britannië.

Bij deze gelegenheid werd de volgende strooipenning tusschen 't volk geworpen:

Vs. De gekroonde wapens van den Prins en van tie Prinses. Daaronder: het wapen van Breda; daarboven: Ik zal handhaven.

A's. Een pellikaan, die haar jongen met haar bloed voedt. Omschrift; Door goddelijke gunst. In de afsnede: Inhuldiging te Breda 12 Sepquot; tem be r 1737.

De markgraafschappen Veere en Vlissingen, die, zooals wij hierboven zagen, sedert 1^81 aan 't huis Oranje behoorden, waren in 1732 door de Zeeuwsche Staten opgeheven en de markgravelijke rechten ingetrokken. Deze krenkende daad wekte wrevel bij Willem IV, die eene geldelijke schadeloosstelling met verontwaardiging afwees. Vijftien

243

ocr page 264

244 inhuldigingen en blijde intochten onzer oranje-vorsten

jaar later herstelden de Staten van Zeeland den, met bijna soevereine macht bekleeden, Stadhouder in 't bezit zijner rechten.

De plechtige inhuldiging had den icn Juni te Veere, den j1'quot; Juni te Vlissingen plaats.

Behalve dit gedenkstuk van den Amsterdamschen graveur Johan George Holtzhey, kennen wij ook de strooipenningen, die Willem IV in Veere en in Vlissingen deed verspreiden.

Omtrent die uitdeeling te Veere lezen wij: Na een prachtigen maaltijd in de stadsherberg ,,de Torenquot;, begaf zich de Prins naar een venster en strooide zelf eene menigte zilveren penningen onder het saamgevloeide volk, terwijl zulks ook door een geheimschrijver van de pui van 't stadhuis verricht werd.

Van deze strooipenningen, door 's-Prinsen medailleur Nicolaas van Swinderen vervaardigd, is aan de autoriteiten een gouden en aan de schutters een zilveren ter gedachtenis vereerd.

Ook te Vlissingen wierp de Markgraaf zelf strooipenningen onder het volk. Hij deed dit 's-middags uit 't middenste raam van 't stadhuis, terwijl hij het van de ramen der zijvleugels uit liet doen door den secretaris en door den kabinet-kommies. Wij lezen dat het gedrang der begeerige menigte zóó groot was, dat ,,vele hoeden, paruiken, mutsen, schoenen en muilen van het volk onder den voet raakten.quot;

ocr page 265

door gedenkpenningen vereeuwigd.

De strooipenningen, die te Veere zijn uitgegeven, verschillen alleen op de keerzijde, waar het omschrift luidt: De getrouwe burgers van Veere en van Vlissingen.

PRINS WILLEM V 17? 1—9^

(Geb. 8 Mrt. 1748 te 's-Gravenhage, overl. 9 Apr. 1806 te Brunswijk).

Den 8quot;quot; Maart 1766 aanvaardde de Erfstadhouder, thans den leeftijd van 18 jaar bereikt hebbende, de hooge waardigheden, voorheen door zijn vader. Prins Willem IV, bekleed en had de plechtige inhuldiging te 's-Gravenhage plaats.

-4 ^

Deze strooipenning zag er aldus uit

ocr page 266

246 inhuldigingen en blijde intochten onzer oranje-vorsten

Vz. 's-Prinsen rechlsgewend borstbeeld. Omschrift: Willem V door Gods genade Prins van Oranje en Nassau, Erfstadhouder aller Vereenigde Nederlanden, enz.

A's. 's-Prinsen wapen wordt door drie geniën versierd; de eene biedt een scepter met alziend oog aan, de tweede een bevelhebbersstaf en de derde tooit 't wapen niet eikeloof en vrijheidshoed. Omschrift: Dat hij een vader des vaderlands zij. In de afsnede: Ingehuldigd 8 Maart 1766.

Den 8quot;quot; Augustus deed tie Prins zijn feestelijken intocht te' Utrecht en nam hij zitting in de Staten van dat gewest. De schutters van de compagnie ,,'1 Fortuinquot;, die tijdens de feestelijkheden de wacht hadden betrokken, werden later door hunne officieren met den volgenden penning vereerd;

Tegen einde Augustus van datzelfde jaar (1766) begaf de Prins zich naar Kampen om ter Statenvergadering van Overijsel zitting te nemen.

Evenals in toen Prins Willem III hier zijne intocht deed,

hadden zich ook thans een aantal aanzienlijke jongelieden tot Kadetten-wacht of Vrij-Compagnie vereenigd. De Vrij-Compagnie van 167^ was ook na de feesten op vasten voet gebleven en wel tot 's-Prinsen dood, toen de vereeniging werd ontbonden en haar vaandel, een geschenk van Willem III, een plaats op 't Stadhuis vond. Thans, in 1766, verkregen een honderdtal jongelieden van den Magistraat verlof een dergelijke Vrij-Compagnie weder op te richten en het oude vaandel van 't Stadhuis te mogen voeren. Deze wacht bleef gedurende de feestelijkheden 36 uren onder de wapenen.

ocr page 267

door gedenkpenningen vereeuwigd.

Vz. 's-Prinsen linksgewend borstbeeld met: Willem V door Gods genade Prins van Oranje en Nassau, Erfstadhouder der Vereenigde Nederlanden.

A's. De vaandrig der kadettenwacht. Op de vlag: Belooning voor waakzaamheid. Omschrift: ])e krijgsbende van honderd Kamper jongelingen, na twee dagen de wacht betrokken te hebben, met een vaandel begiftigd. In de afsnede: Den 28cn Augustus i 766.

Den 4°quot; Oktober 1767 was Prins Willem met Frederika Sophia Wilhelmina, Prinses van Pruisen, te Berlijn gehuwd en 30 Mei daaraanvolgend deden beiden hunnen feestelijken intocht te Amsterdam.

Tot aandenken aan die vreugdedagen stelden Burgemeesteren der stad den 20™ December den volgenden penning aan de hoofd-officieren der burgerij ter hand, ten einde ze in de óo burgerwijken onder de schutters te laten ronddeelen.

Vz. De borstbeelden Harer Hoogheden met: Willem V door Gods genade Prins van Oranje en Nassau. Sophia Wilhelmina, Kroonprinses van Pruisen.

Kz. Een genius met 't stadswapen, wapentuig en een' hoorn van overvloed boven het opschrift.

2 47

ocr page 268

248 inhuldigingen en blijde intochten onzer oranje-vorsten

Toen de Prins in 1773 Friesland bezocht, was Leeuwarden door de Staten aangewezen als middenpunt van de algemeene feestvreugde. Den 24quot;quot; Juli deed Willem V hier zijn' intocht en ontving er de hulde der verschillende overheidspersonen.

Reeds spoedig na zijne meerderjarigverklaring had Prins Willem in zijne markgraafschappen Veere en Vlissingen de hulde ontvangen en wel op 28 en op 30 Mei 1766, eerst te Veere, daarna te Vlissingen. Bij die gelegenheid schonk de Markgraaf den volgenden gedenkpenning in goud aan de magistraatspersonen en de officieren, in zilver aan de schutters. Hetzelfde stuk in zilver deed ook dienst als strooipenning.

Wijkende voor de eischen van de Fransche Nationale Conventie, verliet Prins Willem V den 180quot; Januari 179^ het land en dra volgde

ocr page 269

door gedenkpenningen vereeuwigd. 249

de eene regeeringsvorm na den anderen. De Bataafsche Republiek 179^ —1806) en het Koninkrijk Holland (1806—10) trokken over onze gewesten als voorspel van Frankrijks onmiddellijk bestuur. Napoleon's besluit van 9 Juli 1810 vernederde ons land tot deel van 't Fransche Keizerrijk. Wel is waar verkregen wij hierdoor eene vroeger niet gekende eenheid in bestuur en was de Staat als één en ondeelbaar (grondwet van 1 Mei 1798) in de plaats getreden der voormalige 7 soevereine gewesten, doch handel en nijverheid kwijnden, terwijl de ondragelijke schuldenlast naar verademing deed snakken.

Napoleon's nederlaag bij Leipzig (18 Okt. 1813) gaf 't sein tot de verdrijving der Fransche overheerschers. Graaf Van Limburg-Stirum en de zonen van Gijsbert Karel Graaf van Hogendorp vertoonden zich den 17°quot; November 1813 in 't openbaar met de oranje-kokarde en den 2icquot; daaraanvolgend aanvaardden van Hogendorp en van der Duyn van Maasdam het „Algemeen Bestuurquot;, in naam van Prins Willem VI (zoon van den laatsten Stadhouder, Prins Willem V, in 1806 overleden).

KONING WILLEM 1 (1813) 181 40

(Geb. 24 Aug. 1772 te 's-Gravenhage, overl. 12 Dec. 1843 te Berlijn.)

Den 30™ November 1813 kwam Prins Willem (VI) te Scheveningen aan en begaf zich over 's-Gravenhage en Haarlem naar Amsterdam. Hier aanvaardde hij de hem aangeboden waardigheid van Soeverein Vorst, onder voorbehoud echter van eene grondwet, die zoodra mogelijk uitgevaardigd moest worden. Deze toestemming werd door den Prins gegeven op Amsterdam's stadhuis, terwijl alom de volgende penning onder 't volk de rondte deed.

32

ocr page 270

2 ([o inhuldigingen en blijde intochten onzer oranje-vorsten

Eene commissie van i j personen, onder voorzitterschap van van Hogendorp, door Vorst Willem tot samenstelling eener grondwet den 2i™ December benoemd, had den 20quot; Maart een ontwerp gereed, dat den 29quot;' Maart 1814 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam met 448 tegen 26 stemmen door de ,,notabelenquot; van 't Nederlandsche volk werd goedgekeurd.

Den 30™ Maart 1814 had hier de plechtige inhuldiging plaats.

Nadat de Soevereine Vorst Willem 1 den eed op de nieuwe grondwet had afgelegd en de hulde had ontvangen van den Voorzitter en de leden der Vergadering van Aanzienlijken, die als gevolmachtigden van het geheele volk der Vereenigde Gewesten getrouwheid aan Vorst en grondwet bezwoeren — begaf de Vorstelijke Familie zich naar 't Raadhuis (Koninklijk Paleis op den Dam).

.... ,,Vervolgens heeft de Vorstelijke Familie zich op het Balkon „voor het Raadhuis aan den Volke vertoond, en is met de luide toe-,,juichingen der vergaderde menigte begroet; waarna een Wapen-Heraut, „vergezeld van zijne Adsistenten, de Proklamatie, wegens de volbragte „inhuldiging van den Souverein, van evengemeld Balkon heeft afgekondigd : „zijnde wijders van hetzelve een aantal zilveren en koperen Penningen „uitgestrooid. Van deze Penningen is mede een aantal op de Boter-„(thans Rembrandtplein) Nieuw- en Westermarkten gestrooid.quot;

Aldus een tijdgenoot. Een ander deelt ons nog mede: ,,Het uitstrooien onder de menigte van een aantal zilveren en koperen gedenk-„penningen, ter grootte van een ouden Scheeps-Schelling, te dezer „gelegenheid op 's-vorsten last vervaardigd, dient evenzeer tot middel „van vereeuwiging dezer feestviering, als de uitdeeling van gouden en „zilveren aan hen, die in nadere betrekking stonden tot deze plechtigheid, „tot eene duurzame herinnering van het daarin genomen aandeel.quot;

De strooipenning zag er aldus uit:

ocr page 271

door gedknk penningen vereeuwigd.

In Juli daaraanvolgende nam Vorst Willem de soevereiniteit over de Zuidelijke Nederlanden aan, hem door de groote mogendheden aangeboden. De nauwere aansluiting met ons Noorden luid echter eerst plaats toen de Soevereine Vorst 16 Maart 181^ in de vergadering der Staten-Generaal te 's-Gravenhage zijn besluit te kennen gaf de koninklijke waardigheid over Noord- en Zuid-Nederland, benevens Luik en de hertogelijke waardigheid over Luxemburg te zullen aanvaarden. Terzelfder tijd schonk de Vorst aan zijn oudsten zoon, den Kroonprins, den titel van „Prins van Oranjequot;.

Een en ander werd door het Congres der Mogendheden te Weenen goedgekeurd, alleen Luxemburg tot Groot-Hertogdom verheven, hetgeen later door onze grondwet van Augustus 181^ bekrachtigd is. De zetel der regeering zou bij beurten 't eene jaar in 't Noorden, 't andere jaar in 't Zuiden zijn.

Ondanks eene hevige bestrijding in de Zuidelijke Nederlanden, verklaarde de Regeering de nieuwe grondwet verbindend en had 's-Konings plechtige inhuldiging op 21 September te Brussel plaats.

Den strooipenning, die bij deze gelegenheid is verspreid, laten wij hier volgen :

ocr page 272

KONING WILLEM II 1840—49

(Geb. 6 Dec. 1792 te 's-Gravenhage, overl. 17 Mrt. 1849 te Tii.bi'RG.)

In den herfst van 1840 had Koning Willem I zich naar t Loo begeven, waar Z. M. den 7™ Oktober, in tegenwoordigheid der hooge regeeringsleden, ten behoeve van den Prins van Oranje afstand van de kroon deed. Deze overgang van de kroon vinden wij op 't volgende stuk herdacht:

Met groote plechtigheid had de beëediging en inhuldiging op 28 November 1840 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam plaats. Gedenkpenningen van deze feestdagen bezitten wij niet, wel bevinden zich in 's-Rijks stempelverzameling te Utrecht twee onvoltooide voorzijden, welke op die plechtigheid betrekking hebben en is menigeen nog in 't bezit van een

ocr page 273

door gedknkpicnningkn vereeuwigd.

gouden, zilveren of bronzen exemplaar van het volgende strooipenninkje, dat toen door de wapen-herauten is uitgestrooid.

Ter herinnering aan den intocht, dien de Koning en zijne gemalin op ^ December daaraanvolgend te 's-Gravenhage hielden, liet de regeering dier stad afslagen maken van haren belooningspenning, bood dien in goud aan H.H. M.M. aan en schonk die in zilver aan de eerewacht.

(Geh. 19 Febr. 1817 te Brussel, overl. 23 Nov. 1890 te Apeldoorn, oigt; 't Loo).

Z. M. Koning Willem II was den 17°quot; Maart 1849 overleden en twee maanden later tooide zich de hoofdstad om den nieuwen Vorst, Koning Willem III, plechtig te ontvangen.

De inhuldiging geschiedde op 12 Mei. De ceremoniëele handelingen waren nagenoeg gelijk aan die, welke bij de inhuldigingen der vorige Koningen waren gevolgd. Voor de strooipenningen kunnen wij alleen aanstippen, dat die niet meer van 't paleisbalkon werden uitgeworpen, zooals op 30 Maart 1814 geschied was, maar alleen op de pleinen en in de straten. Na de plechtige beëediging van den Koning en van de Volksvertegenwoordiging, zoo vertellen ons de tijdgenooten, begaven de twee wapenkoningen zich buiten de Nieuwe Kerk, om aan den volke te verkondigen wat daarbinnen had plaats gegrepen en om zilveren en

ocr page 274

2^4 INHULDIGINGEN EN BLIJDE INTOCHTEN ONZER ORANJE-VORSTEN

bronzen strooipenningen uit te werpen. Tegelijkertijd stegen de vier wapenherauten te paard, om, elk vergezeld van een kommando kavalerie, op verschillende plaatsen in de stad diezelfde afkondiging te doen en strooipenningen onder 't volk te verdeelen.

Behalve dezen officiëelen penning, is er in die dagen nog een koperverguld stukje, waarschijnlijk door kooplui, verspreid:

Hebben wij in de vorige bladzijden kunnen opmerken, dat de penningbeeldenaars in de XV11IL' en X1XU eeuwen een tijdperk van verval hebben doorgemaakt, het zal blijken dat wij thans op een punt van kentering zijn aangekomen.

De inhuldiging van H. M. valt ten onzent samen met de herleving der penningkunst. Ook in Nederland is het kunstgevoel wakker geschud door de edele voortbrengselen der Fransche school van 1870 en beginnen onze stempelsnijders zich te onttrekken aan sleur en gewoonte. Zelfstandige scheppingskracht zal voortaan in de plaats treden van voorschriften der voorouders; de beeldenaar wordt uit 't leven gegrepen, de natuur tot voorbeeld genomen; relief en veld smelten harmonisch ineen, elkander steunende; glinsterende stempelglans heeft plaats gemaakt

ocr page 275

DOOR GEDENKPENNINGEN VEREEUWIGD.

voor matte tinten van zilveroxyde, dof brons en gepatineerd tin en de smakeloóze boekdrukletters worden verdrongen door zelfontworpen typen, waaruit de kunstenaar spreekt.

De thans met voorliefde gekozen vorm van penningplaat is ontleend aan de Italiaansche meesters der XVÜ en XVIU eeuwen.

Ook heeft de nieuwere techniek het mogelijk gemaakt, dat beeldhouwer èn schilder èn kunstkenner voortaan eendrachtig samengaan om van het stuk metaal een poëtisch kunstwerk te maken, dat als een gewijd lied, als de hoogste muziek werkt en beschaving uitstrooit.

Dit nieuwe tijdperk intredend, ontmoeten wij al dadelijk de fraaie reeks van artistieke penningen, gedenkplaten en strooipenningen, waarmede onze Nederlandsche kunstenaars, als om strijd, het feest der Inhuldiging en de wedergeboorte der kunst willen vieren.

Het zou voorbarig zijn nu reeds die stukken af te beelden en te beschrijven. Wij hopen dit echter in een der volgende afleveringen van het Gedenkboek te doen, zoodra de officiëele aanbieding en de uitreiking hebben plaats gehad.

ocr page 276
ocr page 277
ocr page 278
ocr page 279

DERDE STUK.

Officieel

Gedenkboek.

V

September 1898.

INHOUD;

J. F. L. DE BALBIAN VERSTER. Dc Inhuldiging en dc Feesten.

E. W. MOES. Dc Oranje-Nassau Tentoonstelling.

AMSTERDAM. VAN HOLKEMA amp; WAREND OR F.

PA

31 h

ocr page 280
ocr page 281

DE INHULDIGING EN DE FEESTEN

DOOR

J. F. L. DE BALBIAN VERSTER.

luliotuugu;

MDERBROEDBamp;j WEERT,,

ocr page 282
ocr page 283

INLEIDING.

Art. j i van de Grondwet:

De Koning, de regering aanvaard hebbende, wordt zoodra mogelijk plegtig beëedigd en ingehuldigd binnen de stad Amsterdam, in een openbare en vereenigde vergadering der Staten-Generaal.

Troonrede van 21 September 1897:

Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes, vergezeld van Hare Majesteit de Koningin, voor de laatste maal een zitting van de Staten-Generaal openende, zeide o. a.:

Worden Mijne dierbaarste wenschen en die van het Nederlandsche Volk vervuld, dan zal vóór het einde van dit zittingjaar Mijne beminde Dochter de Regeering aanvaarden.

In het Adres van Antwoord van elk van de beide takken der volksvertegenwoordiging vindt men op deze woorden een weerklank.

„In afwachting van het oogenblik,quot; — aldus de Eerste Kamer, — „waarop in overeenstemming met de dierbaarste wenschen van Uwe Majesteit en van het

r.liotnuo.v SOERBROBB-

WF.ERTr

ocr page 284

inleiding.

Neclerlandsche Volk Uwe beminde Dochter tot de Regeering zal geroepen worden, waardeeren wij met innige erkentelijkheid al hetgeen door Uwe Majesteit is verricht om onze geliefde Koningin voor Haar gewichtige taak voor te bereiden.quot;

Het antwoord van de Tweede Kamer luidde;

,,Is het een dierbare volkswensch, dat het Harer Majesteit de Koningin gegeven worde in den loop van dit zittingjaar de Regeering te aanvaarden, Uwe Majesteit moge zich verzekerd houden van de innige dankbaarheid van het Neder-landsche Volk voor de liefderijke en wijze zorg, waarmede Uwe Majesteit Hare beminde Dochter voorbereidde tot de gewichtige taak, die Haar wacht.

Staatscourant van 8 December 1897, No. 288;

Inhuldiging :

Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes, heeft, overeenkomstig den wensch van Hare Majesteit de Koningin, bepaald dat de plechtige beëediging van Hare Majesteit de Koningin, binnen de stad Amsterdam, zal plaats hebben in de Nieuwe Kerk aldaar, op Dinsdag 6 September 1898.

Staatscourant van 8 Maart 1898, No. ^6:

De Minister van Justitie heeft aangewezen, om dienst te doen bij de aanstaande plechtige Inhuldiging van H. M. de Koningin:

1°. als Koningen van Wapenen Mr. G. C. D. R. baron van Hardenbroek, burgemeester van Bunnik, en Jhr. D. Rutgers van Rozenburg, secretaris van den Hoogen Raad van Adel, te 's-Gravenhage; en

üquot;. als Wapen-Herauten F. A. D. graaf van Lynden van Sandenburg, candidaat in de rechten, te Utrecht, en A. J. Looxma van Weideren baron Rengers, te Leeuwarden.

200

ocr page 285

INLEIDING.

Staatscourant van 9 Augustus 1898, No. 184:

Kon. Besluit van 5 Aug. betreffende de plechtige beëediging en inhuldiging van Hare Majesteit Wilhelmina binnen de stad Amsterdam:

In naam van Hare Majesteit Wilhelmina, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Emma, Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk,

Op de voordracht van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 4 Augustus 1898, No. 7 Kabinet;

Gelet op artikel 51 der Grondwet;

Hebben besloten en besluiten:

De beide Kamers van de Staten-Generaal tot eene openbare en vereenigde vergadering bijeen te roepen, ter zake der plechtige beëediging en inhuldiging van Hare Majesteit de Koningin, welke in de Nieuwe Kerk binnen de stad Amsterdam, op Dinsdag 6 September 1898, des voormiddags te half elf uren, zal plaats hebben.

Afschrift van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst, zal worden gezonden aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan den Raad van State, aan de Departementen van Algemeen Bestuur en aan de Algenieene Rekenkamer.

SoEsxmjK, den 5 Augustus 1898.

EMMA.

De Minister van Binnenlandsche Zaken,

H. GOEJIAN BORGESIUS.

Uitgegeven den vijftienden Augustus 1898. \)e Minister van Justitie,

CORT V. D. LINDEN.

Hetzelfde nummer van de Staatscourant bevat, namens den Opper-ceremoniemeester en den Chef van het Militaire Huis van Hare Majesteit de Koningin, — ,,het ceremonieel, waarmede Hare Majesteit de Koningin op den 6den September 1898 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam plechtig zal worden ingehuldigd, en het programma van den plechtigen Intocht van Hare Majesteit de Koningin in de Hoofdstad des Rijks op lt;j September te voren, en van den plechtigen Intocht van Hare Majesteit in de Koninklijke Residentie op 9 September daaraanvolgende.quot;

20 I

ocr page 286

inleiding.

PROCLAMATIE van Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes.

In naam van Hare Majesteit Wilhelmina, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Wij Emma, Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk,

Landgenooten !

De taak, die Mij in 1890 werd toevertrouwd, is weldra geëindigd. Mij valt het onwaardeerbaar voorrecht ten deel Mijne beminde Dochter den leeftijd te zien bereiken, waarop Z\] naar het voorschrift der Grondwet tot de Regeering wordt geroepen. In dagen van smart en rouw trad Ik op als Regentes van het Koninkrijk, thans schaart zich het geheele Volk in vreugde om den troon zijner jonge Koningin. God heeft Mij in deze jaren gesteund. Mijn dierbaarste wensch is vervuld.

Aan allen, die Mij met raad en daad hebben ter zijde gestaan en die Mij gesteund hebben door hunne liefde en gehechtheid, breng Ik Mijnen dank.

Moge het ons Land met zijne Bezittingen en Koloniën onder de regeering van Koningin Wilhelmina wel gaan! Het zij groot in alles, waarin ook een klein volk groot kan zijn!

Ik treed af van de hooge plaats, die Ik in ons Staatswezen heb bekleed, met den diepgévoelden wensch, dat op Koningin en Volk te zamen, door de nauwste banden vereenigd, Gods zegen blijve rusten.

Lasten en bevelen dat deze proclamalie in de Slaatscouranl en het S/aalsblad opgenomen en ter plaatse, waar zulks gebruikelijk is, aangeplakt zal worden.

Gedaan te 's-Gravenhage, op heden den 30sten Augustus 1898.

EMMA.

Ue Minister van Buitenlandsche Zaken,

W. H. de Beaufort.

De Minister van Justitie,

Cort v. i). Linden.

De Minister van Binnenlandse/ie Zaken,

H. Goeman Borgesius.

De Minister van Marine,

Röell.

De Minister van Financiën.

Pierson.

De Minister van Oorlog,

Eland.

De Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, C. Lely.

De Minister van Koloniën,

Cremer.

262

ocr page 287

inleiding.

PROCLAMATIE

van den 3isten Augustus 1898, betreffende de aanvaarding der Regeering door Hare Majesteit, Koningin WILHELMINA.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Aan mijn Volk!

Op dezen voor U en Mij gewichtigen dag gevoel Ik Mij gedrongen eenige woorden tot U te richten.

Allereerst een woord van warme dankbaarheid! Sedert Mijne vroegste jeugd hebt Gij Mij omgeven met Uwe liefde. Uit alle deelen van het Koninkrijk, uit alle kringen der maatschappij, van ouden en jongen, ontving Ik steeds de treffendste blijken van gehechtheid. Nadat Mijn beminde Vader Mij was ontvallen, werd al Uwe aanhankelijkheid aan Mijn Stamhuis op Mij overgebracht. Thans, nu Ik gereed sta de schoone, doch zware taak, waartoe ik geroepen ben, te aanvaarden, gevoel ik Mij als gedragen door Uw trouw.

Ontvangt Mijnen dank! Hetgeen Ik tot dusver mocht ondervinden liet onuit-wischbare indrukken bij Mij na. Het is Mij een waarborg voor de toekomst.

Mijne innig geliefde Moeder, aan Wie Ik onuitsprekelijk veel verschuldigd ben, gaf Mij het voorbeeld van een edele en verhevene opvatting der plichten, die nu op Mij rusten.

Ik stel Mij tot levensdoel dat voorbeeld na te volgen, te regeeren zooals van een Vorstin uit het Huis van Oranje wordt verwacht. Aan de Grondwet getrouw wensch Ik de eerbied voor den Nederlandschen naam en de Nederlandsche vlag te bevestigen. Ik wensch bij het Opperbestuur over de Bezittingen en Koloniën in Oost en West rechtvaardigheid te betrachten en naar Mijn vermogen bij te dragen tot verhooging van Uw geestelijk en stoffelijk welzijn.

Ik hoop en verwacht, dat Uw aller steun, in welken ambtelijken of maat-schappelijken werkkring binnen of buiten het Koninkrijk Gij zijt geplaatst, Mij daarbij nooit ontbreken zal.

Op God vertrouwende en met de bede, dat Hij Mij sterke, aanvaard Ik de regeering.

leasten en bevelen dat deze proclamatie in de Staatscourant en het Staatsblad opgenomen en ter plaatse, waar zulks gebruikelijk is, aangeplakt zal worden.

Gedaan te 's-Gravenhage, op heden den 31 sten Augustus 1898.

WILHELMINA.

263

De

Minister van Buitenlandsche Zaken,

De

Minister van Financiën,

W. H. DE BEAUFORT.

PIERSON.

De

Minister van Justitie,

De

Minister van Oorlog.

CORT v. D. LINDEN.

ELAND.

De

Minister van Binnenlandsche Zaken,

De

Minister van Waterst., Handel en Nijverh.

H. GOEMAN BORGESIUS.

C. LELY.

De

Minister van Marine,

De

Minister van Koloniën,

RÓELL.

CREMER.

ocr page 288

DE VOORBEREIDING TE AMSTERDAM.

Ingevolge een van verschillende zijden tot hem gericht verzoek, riep de Burgemeester van Amsterdam den 29sten Mei 1896 een tachtigtal der voornaamste ingezetenen van Amsterdam bijeen. Zij vergaderden in de Raadzaal ten Stadhuize en constitueerden zich als: de Hoofdcommissie voor de Feestelijke Ontvangst van H. M. de Koningin bij gelegenheid van Hr. Ms. Inhuldiging binnen Amsterdam in 1898.

Uit deze groote commissie werd een Centraal-

Comité gekozen, bestaande uit de heeren:

Jhr. Mr. C. H. Bakker, Voorzitter,

Mr. N. P. van den Berg, Vice-Voorzitter,

W. J. Geertsema, Penningmeester,

Mr. Frank K, van Lennep, Secretaris,

Jhr. Mr. W. G. Dedel,

S. F. van Eeghen,

A. K. F. F. R. van Hasselt,

Frof. Mr. D. Josephus Jitta,

Mr. H. L. M. Luden,

Mr. W. Baron Röell,

Joan H. Schmitz,

Jhr. Mr. C. J. den Tex en Martin Wolff.

Reeds in Januari 1897 werd door het Bureau een voorloopig

ocr page 289

DE VOORBEREIDING TE AMSTERDAM.

programma der feesten aan het oordeel van het Centraal-Comité onderworpen.

Nadat dit programma door H. M. de Koningin was aanvaard, kon met de uitvoering een aanvang worden gemaakt. Door het Centraal-Comité werden voor de verschillende onderdeden sub-comité's benoemd, waarin de meest deskundigen op elk gebied werden uitgenoodigd zitting te nemen. Voor elk dezer sub-commissies werd telkens een der leden van het Centraal-Comité als voorzitter aangewezen.

Alle besluiten moesten onderworpen worden aan het oordeel van het Centraal-Comité, hetwelk de uitvoering óf geheel aan de sub-comité's overliet, ól die zelve geheel of gedeeltelijk ter hand nam.

Bij de samenstelling en uitvoering van het programma heeft men voortdurend voor oogen gehad een huldebetoon aan H. M. de Koningin, door plechtigheden en feesten, aan welke in de eerste plaats zou worden deelgenomen door de geheele Amsterdamsche burgerij, daarnaast door het geheele Volk, in de derde plaats ook door het buitenland.

Als specifiek Amsterdamsche huldebetuigingen moeten naar deze opvatting worden beschouwd : de versiering van de stad, de illuminatie, de waterfeesten, de huldebetooging bij den Intocht, de optocht van Amsterdamsche werklieden, de Matinée Musicale en de aanbieding van het Gedenkraam. Daarnaast moeten: de Aubade, de huldebetooging van het Nederlandsch Gymnastiekverbond, de Duivenwedvlucht, de Eerewacht en het Gedenkboek, worden aangemerkt als huldebetuigingen waaraan geheel Nederland medewerkte. De Rembrandt- en de Oranje Nassau-tentoonstellingen werden echter niet tot stand gebracht zonder medewerking van het buitenland.

Tot zulk een huldebetoon in zeer verschillenden vorm de gelegenheid te geven, het paste aan Amsterdam, krachtens de Grondwet geroepen om H. M. de Koningin te ontvangen.

20^

34

ocr page 290

HET VERSIERD AMSTERDAM.

In klank en kleur, in klank van kartouwen, vroolijk klokkengebeier en duizend-stemmig gejubel, in kleur van groenend boomloof, vlaggengewnpper en vurige lichtlijnen, heeft Amsterdam zijn jonge Koningin het welkom toegeroepen.

AH' mijn trouwe burgerijen Eenigh in uw' komst verblijen-

Een nieuwe Prinsendichter, in Vondels trant der Stad aan 't IJ een „Wellekomstquot; in den mond leggend, had 't kunnen herhalen, zij 't met den Vondeliaanschen versklank niet, toch zeker met den nadruk en

den waarheidszin van Vondel.

Hoe heeft gansch de hoofdstad zich beijverd om der Hooge Vrouwe een Harer waardige ontvangst te bereiden! Wat in 't hart omging, het heeft zich geuit in den tooi waarmede de huizen, de boomen, de pleinen, de straten, de grachten alom behangen waren; het heeft zich met dezelfde warmte geuit bij rijk en arm, in de volksbuurten als in de wijken der gegoeden, langs de hoofdwegen als in sloppen en stegen.

En zoo overvloedig waren die uitingen van blijdschap en aanhankelijkheid, zich uitsprekend in de begeerte om mooi te maken, dat hij.

ocr page 291

HET VERSIERD AMSTERDAM.

die aanteekening heeft te houden van de wijze waarop dat geschied is, verlegen staat. Waarmede zal hij beginnen, waar moet hij eindigen?

De volvoering van zulk een zware taak, de opdracht te verhalen hoe Amsterdam in de feestweek versierd was, rust thans op onze schouders.

Moge de poging daartoe althans een denkbeeld geven van het vele schoone dat de hoofdstad in de gedenkwaardige Septemberweek te aanschouwen gaf.

Wij zullen ons verhaal beginnen met de beschrijving der versiering van den intochtsweg, den weg waarlangs de Koningin haar zegetocht deed van het voormalig Rijnspoor-Station naar het Koninklijk Paleis, een historische weg sedert dat oogenblik, zoowel om het feit van den vorstelijken intocht zeiven als om de zoo bij uitstek gelukkig geslaagde versiering.

Die versiering was onder leiding der sub-commissie uit het Hoofd-Comité, — bestaande uit de heeren W. J. Geertsema (voorzitter), Dr. C. F. J. Blooker, Prof. C. L. Dake, Jhr. Mr. W. G. Dedel, G, J. Jansen, lacob F. Klinkhamer, W. Kromhout, Mr. Frank K. van Lennep, C. Muysken, Martin Wolff, Mr. M. G. J. Boissevain (secretaris), — uitgevoerd naar de plannen van de architecten Ed. Cuypers en W. Kromhout, voor rekening van de bewoners der Heeren- en Keizersgrachten, Utrechtsche-, Leidsche-, Raadhuis- en Sarphatistraten en van de gemeente Amsterdam.

De weg — de genoemde gracht- en straatnamen wijzen 't reeds uit — liep van het station Rijnspoor aldus: Sarphatistraat, Frederiks-plein, Utrechtschestraat tot de Heerengracht, Heerengracht noordzijde, voorbij het Thorbeckeplein en de Vijzelstraat, de brug over en langs de Heerengracht zuidzijde tot de Leidschestraat, Leidschestraat tot de Heerengracht, Heerengracht oostzijde tot de Raadhuisstraat, N.-Z. Voorburgwal, Paleisstraat, Dam.

Deze weg was in tweeën gedeeld, zoodat elk van de genoemde architecten een op zich zelf staand gedeelte van de versiering voor zijn rekening kreeg.

De heer Cuypers heeft het eerste gedeelte, van het station tot en met het Frederiksplein, de heer Kromhout het overblijvende en grootste deel, Frederiksplein tot en met de Raadhuisstraat versierd.

267

ocr page 292

HET VERSIERD AMSTERDAM.

Beiden hebben er naar gestreefd iets artistieks te scheppen zonder aan het zuiver nationale in de feestuiting te kort te doen en naar het algemeen gevoelen zijn zij hierin bijzonder gelukkig geslaagd.

Het oude Rijnspoorstation was in zijn gedistingeerde feestkleedij niet meer te herkennen. Aan de stadzijde was het gebouw versierd met smaakvol aangebrachte kransen, waarin wapens van verschillende landen, geflankeerd door palmtakken, zich op de juiste wijze aansluitend bij slingers van levend groen en vlaggen. In geheel deze versiering van den heer Cuypers was een overvloedig gebruik gemaakt van hooge

masten met bloemkorven, wapenschilden en oranjevanen. Op het Stationsplein, de brug over de Singelgracht, in de Sarphatistraat en op de Hoogesluis was 't een vlaggensympho-nie die een blijvende impressie van blijheid en heldere kleuren naliet. Vergeten zal men ze niet licht die hooge vanen, oranje, rood.

wit en blauw, wapperend de gekroonde W's in de lucht.

Niet den minst schoonen aanblik bood de Hoogesluis ; de teekening in den tekst moge den lezer, die niet het voorrecht had in de feestweek te Amsterdam te zijn, van deze overweldigende versiering een indruk geven.

Men denke zich hierbij hoe schoon dat alles een tafreel opleverde, toen op den illuminatieavond de brug in een stralende zee van gekleurd licht zich in den Amstel spiegelde.

De versiering zette zich op soortgelijke wijze verder voort in de Sarphatistraat tot aan het Paleis voor Volksvlijt, maar zonder de overspanning van de breede banen oranje-doek. De straten in de

268

ocr page 293

HET VERSIERD AMSTERDAM.

omgeving, als het Oosteinde en de Sarphatikade, waren in denzelfden trant versierd, doch eenigszins eenvoudiger omdat zij buiten den eigenlijken intochtsweg vielen.

Rondom de fontein op het Frederiksplein waren eveneens masten-groepen geplaatst, welke met groen, bloemen en wimpels getooid waren. Des avonds bij de illuminatie weerkaatste de schittering van honderden lichtjes in het neerruischende water.

Op het Frederiksplein ging de eigenaardig volgehouden versiering op passende wijze over in die van de Utrechtschestraat, waar de heer Kromhout zijne taak aanving.

Zeer smaakvol waren de in strakke lijnen en mooie kleuren uitgevoerde eerepoorten aan de ingangen der verschillende Utrechtsche straten.

De gekruiste speren, waartusschen het koggeschip en de afhangende breede banier met het woord ,,Welkom'quot;,

geflankeerd door kleinere trapsgewijze afhangende vanen, vormden een geheel dat op de aangenaamste wijze het oog streelde.

Tusschen deze poorten, in het midden van de straten waren hangers van groen en bloemencorbeilles aangebracht.

De nu volgende gedeelten van de Heeren- en Keizersgracht tot aan de Raadhuisstraat toe, waren versierd op een wijze welke zich op elke gracht weder herhaalde, dus steeds dezelfde bleef en toch niet verveelde. Wel een bewijs hoe gelukkig deze wijze van versiering was uitgedacht en hoe passend zij aansloot bij het karakter onzer grachten.

Aan weerszijden van elke gracht helden over het water schuin geplaatste masten, naar elkaar overbuigende, waarvan boven in sierlijke bochten.

2Ó9

ocr page 294

HET VERSIERD AMSTERDAM.

en uit het midden in breede banen, wimpels en banieren afhingen met

heraldieke figuren in blijde, heldere kleuren. Te midden van het groen der boomen, weerspiegeld door het water, maakte deze versiering een niet te vergeten indruk. Zij behoorde tot het schoonste wat de versierde stad te zien gaf.

Het gedeelte Leidschestraat, waar de intochtstoet passeerde (tusschen de Heeren- en Keizersgracht) was versierd door een plafonneering, gevormd door een negental netwerken van ijzer-draad met ster-motieven, opgevuld met zachtgekleurd doek, in het midden waarvan een prachtige corbeille was aangebracht.

Vooral des avonds, toen dat plafond electrisch verlicht was,

leverde het een betooverende aanblik op.

De bruggen in dit gedeelte van den intochtsweg gelegen, waren mede door den heer Kromhout versierd.

Die in de Utrechtschestraat waren getooid in overeenstemming met de onmiddellijke omgeving; kleurige masten aan de leuningen waaraan vlaggen en wimpels bevestigd waren. De bruggen bij de Reguliersgracht, de Vijzelstraat en de Leidsche gracht gaven uit het

270

ocr page 295

HET VERSIERD AMSTERDAM.

water opgebouwde mastversieringen te aanschouwen. De beide bruggen in de Raadhuisstraat gelegen waren rijk versierd. Die over de Singel vooral trok de aandacht. Trotsch staken aan beide zijden de vier hooge masten uit het water omhoog, elk een driehoekige, binnenwaarts gewende constructie dragende, aldus aangebracht dat zij te zamen de brug gedeeltelijk overhuifden, in het midden natuurlijk een breede ruimte

voor den passeerenden stoet overlatende. De driehoeken waren gevuld met decoratieve versieringen terwijl tusschen de masten in de lengte van de brug de groote vakken beschilderd waren met de emblemata van Handel, Scheepvaart en Nijverheid. Kleurige wimpels wapperden boven deze grootsche versiering uit.

Op de gedempte Warmoesgracht gaven de aldaar staande boomen

27I

ocr page 296

HET VERSIERD AMSTERDAM.

als van zelf de richting voor een goed aansluitende versiering aan. Tegen de stammen waren schilden bevestigd en dwarsarmen met groen en bloemen aangebracht.

Welk een bekoorlijke indruk maakte in de feestweek de blinkende tooi van den Dam! Het plein biedt eigenaardige moeilijkheden aan voor een goede versiering, waarvan zeker niet de minst gewichtige zijn de plaatsing van het niet fraaie monument en het Kommandantshuis en de voor een artistieke behandeling niet zeer geschikte huizenomlijsting

van het plein. Niettemin is, naar de teekeningen ontworpen op het bureau van den assistent-architect van Publieke Werken, een versiering tot stand gebracht, welke de verdiende goedkeuring van landgenoot en vreemdeling heeft mogen wegdragen.

Glanzend stond daar in heldere kleuren en bloemenpracht de monumentsdecoratie. Het geheele beeld was tot aan het voetstuk van de maagd door de decoratie aan het oog onttrokken, beneden bestaande uit een wijd bekken, waarin te midden van bloemen aan de vier zijden het water uit de fonteinen neerstroomde en voorts uit een breed voet- en smaller middenstuk, waarop zooals gezegd, het goudkleurig gebronsde beeld van de maagd. Een zestal sierlijke standaards.

2-]2

ocr page 297

HET VERSIERD AMSTERDAM.

in het midden een bloemkorf en in den top electrische ballons dragende, verschaften beeld en Dam des avonds een effectvolle verlichting.

De Beurs bood een niet minder schitterenden aanblik aan. Deze versiering was zeer gelukkig geslaagd en volkomen in overeenstemming met de strenge lijnen van het gebouw. Het wapen boven de portiek, de met festoenen gevulde fries, de blinkende schilden op de met groen en verguldsel gedecoreerde kolommen, die flink uitkwamen tegen de donkerroode fluweeldraperieën daarachter, — dat alles was schoon voor het oog en gaf een blijde feeststemming aan heel den omtrek.

Het Kommandantshuis had een versiering gekregen, welke er vooral op berekend was om des avonds effect te maken. Langs alle lijnen, deuren en vensterposten van den voorgevel waren gekleurde bekers van kristal aangebracht, waarin des avonds gas brandde. In het midden schitterden schilden, sterren en een inscriptie, die in vurige letters ,,God zegene onze Koningin !quot; te lezen gaf.

Van stadswege waren verder nog versierd de Willems- en de Muiderpoort, een versiering welke zeer terecht beperkt was tot aangebrachte illuminatiewerken.

De Willemspoort was aan den voorgevel en aan den zijgevel,

3 5

ocr page 298

HET VERSIERD AMSTERDAM.

uitkomende op de Marnixstraat, langs alle lijnen en kolommen met gas geïllumineerd. In de muurvlakten aan beide kanten van den doorgang, waren in gas gekroonde W's, omgeven door lauwerkransen, aangebracht. In vurige letters prijkte boven den ingang ,,Hulde aan Koningin Wil-helmina,quot; daarboven waren de jaartallen 1880 en i8g8 aangebracht, alles gekroond door een wapen met vlaggentropee. Inwendig waren aan het plafond opgehangen guirlandes van electrisch licht, bestaande uit gekleurde ballons van celloïde. In het midden was op den vloer een reusachtige bloemvaas geplaatst tusschen welker bloemen electrische lichtjes gloeiden.

De Muiderpoort was, uitgezonderd de bekleeding van binnen, op soortgelijke wijze versierd. De beide gevelkanten van het massieve gebouw straalden des avonds van gaslicht.

Van de openbare gebouwen welke niet uit de stadskas versierd waren, maar die hun feestkleed dankten aan de offervaardigheid der bewoners of gebruikers, moeten in de eerste plaats worden genoemd de gebouwen der brandweer en van de politie.

Het is niet doenlijk hier in details te treden en al het fraais op te sommen waarmede onze wakkere brandweer- en politiemannen eigenhandig hunne lokalen, soms tot onherkenbaar wordens, hadden getooid, maar 't werd algemeen mooi gevonden. Uit eigen bijdragen, in geld of in arbeid, waren al die versieringen tot stand gekomen. Een verrukkelijk schouwspel bood in het bijzonder op den dag van het vuurwerk de brandweerkazerne op de De Ruyterkade aan, toen het kolossale gebouw, van onder tot boven geheel met vetglaasjes verlicht, op zoo waardige wijze luister bijzette aan het goedgeslaagde avondfeest van dien dag. '

Waar te beginnen met een beschrijving van de versieringen aangebracht door de tallooze buurtcommissies en door particulieren?

Uit den aard der zaak waren de laatste niet zoo menigvuldig als bij vroegere openbare feesten, daar de commissies het werk den enkelingen uit de hand hadden genomen en voor allen aan het versieren

274

ocr page 299

HET VERSIERD AMSTERDAM.

waren gegaan. Dat heeft in vele buurten een niet te onderschatten eenheid van uitvoering ten gevolge gehad, die aan het geheel ten goede kwam en soms waarlijk verrassende resultaten leverde. Toch is er voor de particuliere hand die daarnaar zocht nog wel wat te doen geweest. Met name moet hier worden gewezen op de bocht van de Heerengracht, welks bewoners 't niet gelaten hebben bij hun aandeel in de versiering van den intochtsweg, maar die individueel en met aristocratischen smaok hunne woningen op eenvoudige, maar schoone en zinrijke wijze tooiden. Hoe smaakvol al dadelijk waren de houten afschuttingen der stoepen langs dat gedeelte van den intochtsweg. Deze waren op ornamentale wijze beschilderd, waarbij een goed gebruik was gemaakt van motieven ontleend aan den oranjeboom, de goudsbloem e. d., aangebracht op een fond van groen in allerhande nuanceeringen. Een overvloed van levende bloemen, bij enkele ter juister plaats afhangende draperieën,

deden de deftige huizingen nog te meer uitkomen. Hoe heerlijk dat alles 's avonds schitterde in de elec-trische en andere verlichting!

Op zichzelf staand, was ook aan het Rokin de versiering van het gebouw der Nederlandsche Bank. Langs den geheelen gevel tot op ongeveer tweederde van de hoogte was een rijke en blinkende decoratie aangebracht, met geel-gouden kleur als hoofdtoon. Vergulde vrouwenfiguren, lauwerkransen in de hand houdende, wapens, groene slingers en draperiëen, waren in hoofdzaak de bestanddeelen, welke deze versiering, in goede overeenstemming met de lijnen van het gebouw, tot een bekooring voor de oogen deed zijn.

Op den O.-Z. Voorburgwal prijkte een aardige decoratie: daar verhief zich op de brug tegenover het Vredenburgh-straatje het Slot van Egmond, een nabootsing in papier-stuc van een afbeelding, voorkomende in een gevelsteen van de bakkerij van de Wed. J. de Jonge. Dit slot was door deze firma daar ter plaatse opgericht.

ocr page 300

HET VERSIERD AMSTERDAM.

Luisterrijk was de weerspiegeling van dit geheel verlichte gevaarte in het water op den illuminatieavond.

Van de Kalverstraat moest in verband met de nauwheid van de straat de versiering zich bepalen tot het aanbrengen van een decoratie langs de gevels der huizen. Zij bestond in slingers van groen en rozen met afhangende koorden, waartusschen wapenschilden waren aangebracht. Hier en daar waren in het midden van de straat groote kronen opgehangen. Bij deze versiering was er op gerekend dat al hetgeen dwars

over de straat gespannen was, voor het passeeren van den historischen optocht kon worden weggenomen.

Het aangrenzend stukje Spui, dat in de Kalverstraatversiering deelde, had bovendien een aardig uitgevoerde eerepoort, van welker bogen de motieven zich herhaalden aan den Dam en het Sophiaplein.

De Heilige nweg vertoonde een geheel hangende versiering, in hoofdzaak gevormd door gekruiste guirlandes, met aan elk kruispunt manden van kurkschors, waaruit bloemen en planten afhingen.

De Nieuwendijk vertoonde eene versiering, welke hoofdzakelijk bestond in licht verguld houtwerk, waartusschen oranjedoek bevestigd was, terwijl van afstand tot afstand tusschen de huizen banieren met gestikte wapens er op, waren opgehangen.

Aan beide zijden van den Korten Nieuwendijk waren twee groote eerepoorten opgericht, bij welke versiering zich die van de Martelaarsgracht en het eerste gedeelte van den N.-Z. Voorburgwal aansloot..

Het Rokin gaf iets zeer eigenaardigs te aanschouwen. Op de bruggen waren schuingekruiste masten geplaatst, welke eenigszins deden denken aan die, welke ook bij den intochtsweg toegepast waren, en deze masten waren door lijnen verbonden met de versieringen in het water.

Deze bestonden uit decoratieve vlotten, waarvan de versiering

276

ocr page 301

HET VERSIERD AMSTERDAM.

bestond uit geel doek met zachtgroene figuren en andere stoffen, uitgespreid ot bevestigd aan masten van bloemkorven en wapens voorzien. In de hoogte en langs de waterlijn hingen lijnen van gekleurde vet-glaasjes af.

Op het Damrak was vóór het hulppostkantoor een massieve eerepoort met drie doorgangen gebouwd. Boven de grootste boog waren de wapens der provincies, boven de twee zijbogen die van Nederland en Amsterdam aangebracht.

Het geheel werd gekroond door een zegewagen met stralende zon, waaronder te lezen was: ,,Hulde van de bewoners van het Damrak aan H. M.

de Koningin.quot;

De grootste aantrekkelijkheid van het Damrak was echter het ongedempte gedeelte. Daar lag de ,,vis-schersvloot,quot; die geheel de feestweek door zooveel bekijks gehad heeft en dan ook een hoogst interessant en eigenaardig schouwspel opleverde. Vertegenwoordigd waren o. a. Urk, Volendam en Marken, welks bewoners in hunne kleurige kleedij met hunne versierde schuiten hier de feesten kwamen opluisteren. Voor deze gelegenheid was aan de commissarishuisjes der beurtveren de oude gedaante hergeven, 't Waren echt gezellige antieke huisjes geworden, in hun schilderachtigen eenvoud zoo juist behoorende bij de schilderachtige visschersbevolking, wier leden niet alleen de pret in Amsterdam hebben opgeluisterd, maar daaraan ook dapper hebben aandeel genomen. Een van de vroolijkste hoekjes van de stad was in de Kroningsweek die visschershaven.

De Damstraat mocht ook gezien worden. Hare versiering be-

ocr page 302

HET VERSIERD AMSTERDAM.

stond voornamelijk uit kleurige vlaggetjes in een warreling van lijnen over de straat gespannen en des avonds door lichtjes afgewisseld.

In de Warmoesstraat waren van afstand tot afstand tusschen de huizen dwarsbalken bevestigd, waarin beschilderde doeken hingen met middenop tropeeën. De uiteinden dezer versiering werden gevormd door hangende koepels met een kroon gedekt.

De burgwallen waren niet achtergebleven.

De O.-Z. Voor- en O.-Z. Achterburgwal waren getooid met oranjestaken langs den waterkant, voorzien van bloemkorfjes en onderling door illuminatielijnen verbonden.

De N.-Z. Voorburgwal vertoonde lange masten op breede decoratieve voetstukken aan Spui, St. Luciënsteeg en Paleisstraat, met een aansluitende mastversiering, alles door glinsterende illuminatieslingers verbonden.

Nu wij het hart van de stad, de Dam en de straten die daarop uitloopen hebben aangestipt en 't moeilijk is aan te geven, welke wijk daarna het eerst zou moeten behandeld worden, zullen wij, om aan die moeilijkheid te ontkomen, ons het eerst begeven naar een buurt, waarvan wij zeker zijn, veel wat der vermelding waardig is te zullen aantreffen, de Oranjebuurt bij uitnemendheid: de Jordaan.

Wij vangen aan met het gedeelte tusschen de Rozengracht en Brouwersgracht waarvan eigenaardig, de Willemstraat het centrum is, topografisch en — Oranjelievend. Die laatste qualificatie hoort de straat zich gaarne toekennen; zij gaat daar prat op, en erkend moet worden, dat te midden der feestelijk uitgekomen buurten der Jordaan, de Willemstraat ook thans weer haar ouden roem gehandhaafd heeft. Maar onmiddellijk moet daar worden bijgevoegd, dat in menig ander gedeelte van het Jordaan-gebied alle zeilen zijn bijgezet om haar nabij te komen.

Van de Brouwersgracht de Willemstraat binnentredende, had het oog geen rust van het beschouwen van al dat overvloedige groen, zoo aangenaam verlevendigd door de heldere kleuren van nationaal vlagge-doek. Hoog verrees de massale eerepoort aan dezen ingang der straat, met in reuzenletters op gelen grond het „Welkom Koninginnen door

278

ocr page 303

HET VERSIERD AMSTERDAM.

de bewoners der Willemstraat.quot; In het midden bij de Goudsbloemdwarsstraat, weer een groote poort, gedekt door een reusachtige kroon, met een bovenverdieping, vanwaar muzikanten lustige liederen deden hooren en nog een derde hooge poort, aan het eind der straat bij de Lijnbaangracht, opnieuw in feestelijk opschrift den Koninginnen het hartelijk gemeend „Welkomquot; toeroepend.

Wij spraken ook van andere buurten, en dan mogen in een zelfden adem van bewondering genoemd worden de Tuinstraat, de Goudsbloem-, de Anjeliers-, de Linden- en de Boomstraten. Welk een verscheidenheid van fraaie eerepoorten, vlaggen, lampions en wat feestelijks al meer. Wat was er niet gewrocht uit sparregroen, gekleurd papier en vlaggedoek!

Hoe fraai zag ook de Rozengracht er uit! Een met zorg en smaak opgerichte eerepoort aan den ingang bij de Westermarkt en verderop nog twee andere poorten, met slingerversiering langs de straatranden, die zich voortzetten tot aan de De Clercqstraat toe. De breede straat was voor deze versiering flink benuttigd.

Ook de Westerstraat met twee en de Palmstraat met drie eerepoorten sloten zich waardig hierbij aan.

De Nieuwe Leliestraat trok de aandacht door de minutieuse afwerking van de daar aangebrachte versieringen. Drie groote eerepoorten waren in de straat opgericht, terwijl langs de trottoirs palen stonden, voorzien van schilden met geschilderde afbeeldingen en zinrijke opschriften, onderling door guirlandes verbonden.

Van het gedeelte Jordaan waarvan de Elandsgracht het middenpunt uitmaakt (deze gedempte gracht schitterde met drie eerepoorten) muntten bijzonder de Hazenstraat en de Eerste Looierdwarsstraat uit.

De Prinsengracht, die de grens uitmaakt tusschen den Jordaan en het overig Amsterdam, was de versiering op schuiten in het water aangebracht en kenmerkte zich door bloem- en wimpeldecoraties.

Aan deze gracht maakte de fraai getooide brandweerkazerne, vooral des avonds door hare illuminatie, een zeer goed vertoon.

De Prinsengracht onderscheidde zich verderop door een eigenaardige aantrekkelijkheid. De bewoners van die gracht, tusschen de Leidsche-

ocr page 304

HET VERSIERD AMSTERDAM.

straat en de Spiegelstraat, een gedeelte waar nog al veel pakhuizen zijn, zoodat deze buurt zich minder leende tot een versiering op de straat, hadden de handen ineengeslagen om te komen tot een wijze van versiering, waarbij het genoemde bezwaar zou ondervangen worden. Het resultaat van die samenwerking schonk het aanzijn aan het Staten-jacht De Vrede, het ouderwetsche schip, ontworpen naar teekeningen van een der bewoners, den heer Molenpage. Dit vaartuig, een vertimmering van een ouden maar stevigen vischlogger, vertoonde een zoo getrouw mogelijke nabootsing van een jacht uit het eind der vorige eeuw, ook wat tuigage en beschildering betreft. Op den dag van den Intocht deden zich aan boord muzikanten hooren en op den avond van de illuminatie was het vaartuig langs al zijn lijnen prachtig verlicht.

Het verdere deel van de Prinsengracht tot de Vijzelgracht, was langs het water van een illuminatie in golvende lijnen voorzien.

Rondom ons ziende, de gracht volgende, valt al spoedig de Utrechtschedwarsstraat in 't oog, die zich aardig voordeed door haar laan van naaldboomen en de slingerversieringen langs de huizen. Verderop daalden de slingers lager en vertoonden rozetten en kleurige lampions in het midden.

De Kerkstraat was in drie sectiën verdeeld. De eerste van den Amstel tot de Utrechtschestraat, en de derde van de Vijzelstraat tot de Leidschestraat, hadden een rijkbedeelde en kwistige versiering, waarbij de middensectie, Utrechtschestraat—Vijzelstraat, wel een weinig afstak.

De Vijzelstraat-zelve vertoonde in Moorschen trant smaakvolle eerebogen bij den ingang aan het Singel en het einde bij de Prinsengracht, met passende tusschenversieringen hier en daar in het midden.

De „Duvelshoekquot; had zijn doolhof van nauwe steegjes en gangetjes weer zoo mooi gemaakt als ooit te voren. Groenende priëelen en een overdaad van kleurenschittering, zoo diep de blik in de kronkelende straatjes vermocht door te dringen.

De Keizersgracht en de Heerengracht, voor zoover niet gelegen in den intochtsweg, hadden een versiering, welke natuurlijk vooral berekend was op den avond.

De Keizersgracht tusschen Brouwersgracht en Heerenstraat, en de

280

ocr page 305

HET VERSIERD AMSTERDAM.

Heerengracht tusschen deze straat en Leliegracht, waren op een zelfde wijze versierd met kleine masten langs het water, gekroond met vlag-tropeetjes en wapentjes. Daarlangs golfden de illuminatielijnen van de vetpotjes.

Van ter zijde had men aardige kijkjes in de versiering van Prinsen- en Heerenstraten.

Het gedeelte Heerengracht tusschen de Leliegracht en de Raadhuisstraat, eenigszins aansluitende bij den intochtsweg, had groengeschil-derde stellages met bloemen en rijen vetglaasjes langs den waterkant.

Verderop, afwijkende naar den kant van den intochtsweg, kon de blik zich zijwaarts verlustigen in de decoraties van Hartenstraat en Gasthuismolensteeg.

De Keizersgracht van de Leidschestraat tot den Amstel, was aardig voor den dag gekomen, al moest ook hier grootendeels de avond het effect verzekeren. Van afstand tot afstand waren in schuinen stand paaltjes aan den waterkant geplaatst, die afwisselden met verticaal geplaatste en onderling met deze verbonden waren door guirlandes en lichtlijnen. Midden tusschen elke twee bruggen bevonden zich sierlijk over het water uitgebouwde mastvlotten.

Het gedeelte Heerengracht, tusschen Utrechtschestraat en Amstel, zoo nabij grenzende aan den intochtsweg, deed zich aardig voor door zijn drijvende versiering: op het water uitgebouwde vlotjes, waarop des daags het groen en 's avonds de verlichting het oog bekoorden.

Van den Amstel voert onze weg van zelf naar de wijken onzer Israëlitische medeburgers, Oranjeklanten van oudsher, hun beproefde aanhankelijkheid aan het geliefde Stamhuis ook thans weder tentoon spreidende in een volheid van kleurige en zinrijke versieringen.

De kolossale eerepoorten van de Nieuwe Amstelstraat riepen reeds van verre in sprekende opschriften den Vorstinnen een hartelijk „Welkomquot; toe.

Waar op het uitgestrekte Waterlooplein de kracht van de niet zeer bemiddelde bewoners — aan den wil ontbrak het niet! — te kort schoot, heeft in broederlijke samenwerking de genie een handje geholpen,

36

ocr page 306

HET VERSIERD AMSTERDAM.

en zoo verrees daar op de grasperken die eigenaardige hulde aan de nagedachtenis van Willem II, den ridderlijken grootvader van Koningin Wilhelmina! De van guirlandes omslingerde zuil met de namen Quatre-Bras en Waterloo er ingegrift was zeker een passende herinnering op het plein dat naar den slag bij Waterloo genoemd is.

Daaromheen richtten de burgers masten op, door groenende slingers onderling verbonden.

Welig van tooi, vol van groen en oranje waren de Houtkooperdwarsstraat, de Verwerstraat, de Staal-straat, de Zandstraat en de aangrenzende nauwere straatjes en stegen. De Nieuwe Hoogstraat had een mooie, decoratief bewerkte poort en van hier tot voor de Nieuwmarkt kon het oog zich links en rechts vermeien in aardige kijkjes op allerhand versieringen.

We hebben nog het hart van de buurt, de Joden Breestraat, niet genoemd. Glansrijk heeft zij weder aan de verwachtingen beantwoord. De door-loopende versiering der straat (die zich voortzette in de Muiderstraat) bestond uit schuin geplaatste masten, om en om vlaggen en banieren dragend en door guirlandes verbonden. Bij de zijstraten was voor een passende afwisseling gezorgd. Aan het eind van de Muiderstraat verrees een fraaie eereboog. Een meer monumentale poort was voor den Zwanenburgwal opgericht.

Hoe mooi ook, geen dezer poorten had zooveel bekijks als de uit papierstuc samengestelde nabootsing van een historische poort op het Markenplein, een herinnering aan den naamsoorsprong van Vinkenbuurt en Rapenburg.

282

ocr page 307

HET VERSIERD AMSTERDAM.

De aangrenzende straten en stegen hadden zich geheel in het groen gezet en ook hier waren de bogen en poorten en de vlagversiering zoo kwistig mogelijk.

De Uilenburgerstraten, Joden Houttuinen, Batavierstraat, Rapenburg, Peperstraat, Foeliestraat — 't was een wedijver om zoo mooi mogelijk te voorschijn te komen.

De St. Anthoniebreestraat had een versiering van sparguir-landes, afgewisseld door vlaggentro-peeën, met langs de huizen rood, wit en blauw gekleurde vetglaasjes, en een mooie eerepoort bij de Nieuwmarkt.

De Weesperstraat, met een kapitale eereboog en een rijke groen-versiering, gaf een goed voorbeeld aan hare zijstraten, die al wat in haar vermogen was in 't werk stelden om dat voorbeeld nabij te komen.

De Nieuwe Prinsengracht,

de Roeterstraat, Nieuwe Kerkstraat, zij waren een wellust voor de oogen en juichende bewijzen van de nationale gezindheid der bewoners.

De versiering van het kruispunt van Nieuwe Kerkstraat en Weesperstraat was imponeerend : een plafondgewelf van groen, lampions, vlaggedoek en bloemcorbeilles verhief zich op sierlijke wijze boven de hoofden der wandelaars.

De Weesperzijde vertoonde een aardigen aanblik met haar vlaggentooi langs de huizen en de rijen witte vetpotjes, tusschen de boomen langs den Amstel aangebracht.

De aangrenzende straten, wij noemen o. m. de Maurits- en Boerhavestraat, mochten ook gezien worden. Op het kruispunt van Swammerdam- en Ruyschstraat was de fontein in een kleurig kleed van planten en bloemen gestoken en versierd op een wijze, die deze plek tot het glanspunt van dit stadsgedeelte maakte.

ocr page 308

HET VERSIERD AMSTERDAM.

't Spreekt vanzelf dat ook de gebouwen der roeivereenigingen, — in het bijzonder trok De Amstel de aandacht, — zich in feestdos gehuld hadden.

Buiten de Muiderpoort waren de Eerste Parkstraat en het Oosterpark de hoofdmomenten van de versiering. Het park vooral maakte des avonds met zijn duizenden lichtjes, een schitterend effect.

Op het kruispunt van de i0 Van Swindenstraat en Dapperstraat was men voor de variatie eens afgeweken van het eerebogensysteem; er was een soort kasteeltje van torentjes, gebrokkelde muren en gewelfde doorgangetjes opgetrokken. Een decoratieve poort stond aan den ingang

van de Commelinstraat. Zij werd mooi gevonden, maar moest het toch afleggen tegen de groote militaire eerepoort, door de Genie aan de Singelgracht, buiten de Muiderpoort, opgetrokken, een poort die in de wandeling het ,,SlotLoeve-steinquot; genoemd werd en met haar kanteelen en schietgaten, een krijgshaftigen indruk maakte. Het gevaarte was wit gelaten en werd des avonds van onder tot boven met vet-glaasjes verlicht.

Door dezelfde bekwame handen waren alle militaire gebouwen, o. a. de Oranje-Nassau- en de Cavaleriekazernes opgetooid.

De Plantage was over haar geheele uitgestrektheid op eenzelfde wijze versierd. Over de geheele breedte van de straat waren van afstand tot' afstand bogen van gekleurde ballen aangebracht, die 's avonds verlicht waren, doch ook des daags tegen het groen van het geboomte aardig uitkwamen.

De Eilanden waren natuurlijk niet achtergebleven. Ook hier was een aloude traditie te handhaven en getuigd mag worden, dat 't op glansrijke wijze geschied is.

284

ocr page 309

HET VERSIERD AMSTERDAM.

Naar Kattenburg kwam men door een trotsche eerepoort, die een geschilderde voorstelling gaf, aan de eene zijne van het „Stamslot Vianden,quot; aan de andere de ,,Willemstoren Dillenburg.quot;

Ook Wittenburg en Oostenburg vertoonden geen straat, geen steeg, geen slop of er was versierd. Met bijzondere voorliefde waren overal waar dit maar geschieden kon, op de tallooze eerebogen vooral, roemrijke feiten uit de vaderlandsche geschiedenis in herinnering gebracht, verduidelijkt door de namen of afbeeldingen van de groote figuren uit het Oranjehuis. De schitterende decoratie van het ,,Suyckerhuisquot; (goederenstation van de Hollandsche Spoor) spande in dit opzicht de kroon.

De Czaar Peterstraat had getracht met de roemrijke decoratie der eilanden gelijken tred te houden en dat was haar vrijwel gelukt.

De Kadijk deed een versiering aanschouwen, die een herinnering was aan de dagen toen aldaar slechts scheepstimmerlieden woonden. Op verschillende plaatsen waren opgetuigde masten geplant.

De Prins Hendrikkade was in een groenende allee herschapen, afgewisseld met mooie eerebogen en niet overladen vlaggendoek-versiering.

Bevallig waren ook de versieringen van Nieuwe Heerengracht, Gelderschekade en de aangrenzende straten.

De Haarlemmerstraat was afgesloten door twee eerepoorten (Singel en Korte Prinsengracht). In de lengte der straat waren op de trottoirs sparreboomen geplant met guirlandes verbonden; de Haarlemmerdijk had een versiering van masten met groen-guirlandes langs de trottoirs.

De Brouwersgracht vertoonde staken met bloemkorven, aan den waterkant geplaatst.

De Spaarndammerbuurt was zeer aardig. Door de fraaie monumentale eerepoort bij de katholieke kerk, had men een kijkje in de schoone versiering van deze buurt, die zich voortzette tot aan de Houthaven toe.

De Zandhoek was zoo mooi en zoo opgeknapt, als 't daar bij nationale feesten gebruikelijk is. De Oranjeboom stond frisch in een perk van bloemen. Eerepoort op eerepoort legde ook hier getuigenis af van de liefde van den ,,hoekquot; voor Oranje.

Het Bickerseiland, met zijn mooie eerepoort in papier-stuc

28^

ocr page 310

HET VERSIERD AMSTERDAM.

op het plein voor de Bickerstraat, was niet minder een kijkje waard.

Langs de Marnixstraat, die geheel herschapen was in een laan van sparreboomen, door slingers van groen met de nationale kleuren verbonden, komen wij in het Jacob van Lennepkwartier, dat een edelen wedijver had aangegaan met den aangrenzenden Jordaan. Het meest fraaie gedeelte was de Kinkerstraat. Op het kruispunt van deze straat en de Bilderdijkstraat was een park van bloemen aangelegd, in het midden waaruit een fraai bewerkte zuil omhoog rees.

De bruggen in de Kinkerstraat vóór de Da Costa- en de Bilder-dijkkade waren mede zeer fraai versierd.

De Overtoom had tal van eerebogen.

In de Vondelstraat sloot de keurig met groen en bloemen getooide poort bij de Constantijn Huygensstraat zich mooi aan bij de overige versieringen in deze straat.

Het hek van het Vondelpark voor de Stadhouderskade was getooid met een smaakvolle bloemversiering.

De P. C. Hooftstraat en de Parkbuurt hadden een zeer eigenaardige versiering. Van lijnen aan masten in verschillende grootte, of tusschen de huizen breed over den weg uitgespannen, hingen kleurige vanen en doeken af, die als de wind er tusschen speelde, een vroolijk gewapper van jubelende kleuren vertoonde.

Enkele gedeelten van den Weteringschans waren ook zeer bezienswaard, met name daar waar, gelijk o, a. bij het plantsoen, de versiering gevormd werd door bloemkorfdragend houtwerk.

De Stadhouderskade onderscheidde zich hier en daar door smaakvol aangebrachte versieringen aan de huizen en waar comité's gewerkt hadden, zooals tusschen Hemonystraat en Amsteldijk, was een goed geheel verkregen.

Buurt Y Y, hoewel door zijn rechte straten niet zoo bijzonder geschikt voor een effectvolle versiering, had gedaan wat mogelijk was. En menig kijkje in groen gemaakte straten — wij noemen o. a. de Ferdinand Bol-, Jacob van Campen-, Frans Hals- en Daniël Stalpertstraat — was zeker de moeite waard. Eerepoorten en vlag-gengewapper ook hier aller wege.

286

ocr page 311

HET VERSIERD AMSTERDAM.

Het Leidscheplein gaf op de brug van de Singelgracht een mooie op vierkante zuilen, met planten en vlaggen getooide hoogpoort te aanschouwen. In het midden prijkte het wapen der Koningin, omgeven door de attributen van den arbeid. Deze poort was een huldeblijk van de Amsterdamsche Protestantsche Vereeniging ten behoeve van werkloozen.

Op het plein tegenover den schouwburg had de Automobile Club de France, ook als huldeblijk bedoeld, een poort gebouwd, die een soort apotheose van het wiel kon voorstellen.

De decoratie van het huis Hirsch amp; Co. trok hier mede de aandacht.

De Leidsche buurt gaf voorts een versiering van masten, guirlandes en eerebogen te zien.

Over het water van de Leid-schegracht tusschen de Keizersgracht en de Marnixstraat waren bogen gespannen met boekversieringen van groen en wapens, in het midden afhangende, een versiering, welke vooral des avonds bewonderd kon worden.

Zoo zijn wij na onze omwandeling door het versierd Amsterdam langzamerhand tot ons punt van uitgang, het midden der stad, waar-tusschendoor zich de glorierijke intochtsweg slingerde, teruggekeerd. De wandeling is volbracht.

Nu wij dit schrijven, heeft Amsterdam het feestkleed alweder afgelegd. De stad heeft haar oude aanzien hernomen. Maar blijven zal nog lang de indruk die haar schoon uiterlijk in de schoone dagen van September 1898 naliet.

287

ocr page 312

AMSTERDAM ^ SEPT. DE FEESTGAVE.

DE FEESTGAVE AAN DE KINDEREN.

Reeds in den aanvang stond het plan vast, om in den een ot anderen vorm de schoolkinderen een feestelijkheid te bereiden. Toen daarbij echter werd aangenomen dat alle kinderen daaraan zouden deelnemen, niet alleen van de stedelijke, maar ook van de bijzondere lagere scholen, verviel het denkbeeld van een eigenlijk kinderfeest. Het zou onuitvoerbaar zijn geweest, 76,000 kinderen bijeen te brengen op een plein, en veel minder nog in een of meer lokalen.

Daarom werd besloten tot het uitreiken op de scholen van een feestgave, waartoe B. en W. van Amsterdam hunne toestemming verleenden. De verschillende onderwijzers werden bereid gevonden de geschenken uit te reiken.

De feestgave bestond uit twee voorwerpen, een gedenkpenning en een bordje.

De gedenkpenning had den vorm van een verzilverde medaille. Aan de de eene zijde de beeltenis van H. M. de Koningin, aan de andere een allegorische voorstelling. 1)

288

Het tweede geschenk bestond uit een rijk versierd bord, vervaardigd in de fabrieken van de heeren P. Regout amp; Cquot;. te Maastricht. Het werd, naar een ontwerp van den kunstenaar C. A. Lion Cachet, uitgevoerd in roomkleurig aardewerk. Op een donkeren grond staat in het midden een groote W, door een kroon gedekt. De rand, evenals de overige versieringen afwisselend in zwart, rood en groen uitgevoerd, vertoont oranjeappelen en bladeren, waartusschen drie kronen zijn aangebracht. Dit zijn oud-gothische kronen, zooals er nog, als een soort van traditie, bij versieringen in de volksbuurten worden toegepast. De bewerker, wiens vader hoofd der school was in de Willemstraat, had in die oranjelievende buurt modellen gevonden van zulke kronen, gevormd uit hoepels, welke omwonden zijn met linten en gekleurd papier en die

1) Omtrent deze medaille en de overige gedenkpenningen, de gedenkplaat enz., verwijzen we naar het later volgend artikel van den heer Stephanik.

ocr page 313

AMSTERDAM ^ SEPT. DE FEESTGAVE.

289

37

ocr page 314

AMSTERDAM $ SEPT. DE FEESTGAVE.

Dit versje van den braven Hendrik, wellicht alleen in de herinnering gebleven omdat het een loopje neemt met de werkelijkheid, dat versje was thans letterlijk waar. Nooit werd een schooluur met zooveel verlangen tegemoet gezien.

Wat er in de honderden scholen gebeurd is, we kunnen het niet uitvoerig meededen. De onderwijzers waren meest allen in de feeststemming en genoten met de kleinen. Zij vertelden het een of ander uit de vaderlandsche geschiedenis, maar liefst van het kleine prinsesje dat nu was opgegroeid tot een koningin. En terwijl de geschenken werden uitgedeeld, zongen de kinderen met stralende gezichten de liedjes die zij geleerd hadden.

Wees begroet met jubeltonen,

Wees gezegend groote dag,

Komt ons heerlijk feest nu kronen,

Geurend loover, zonnelach.

Grooten, kleinen, grijsheid, jeugd,

Allen gloeit de borst van vreugd.

Juichend strekken wij de handen :

Heil u! ruischt door Hollands tuin.

Heil u! jub'len strand en duin,

Koningin, Koningin der Nederlanden! 1)

In de volksbuurten vooral was het één leven en beweging, want daar nam de geheele bevolking aandeel in de feestelijkheid. In de Willemstraat kwamen de kinderen in feestkleedij ter school, sommigen zelfs geheel in oranje uitgedost.

Maar niet alleen hier, overal heerschte dezelfde heerlijke, blijde stemming, overal hetzelfde vroolijke gegons, dat op een wenk van den meester bedaarde, totdat de feestvreugde zich uiten mocht bij het zingen der liedjes of luide uitbarstte in eindelooze hoera's ter eere van de Koningin.

290

En wanneer dan allen de medaille en het bordje hadden gekregen.

1) „Kroningslied,quot; woorden van F. J. Haverkamp, muziek van J. A. Scholte, (bekroond door de Vereeniging tot Verbetering van den Volkszang).

ocr page 315

AMSTERDAM ^ SEPT. DE FEESTGAVE.

en genoten hadden van de versnaperingen, dan begon de feestelijke uittocht. Optochten van zangers behooren, om bijzondere redenen, niet tot de dagelijksche vertooningen in Amsterdam, maar op dezen ochtend zag de versierde hoofdstad overal lachende kinderen in optocht huiswaarts trekken, onvermoeid zingende en juichende.

Want dit zette de kroon op het feestelijke van den morgen: de Koningin kwam in de stad en daarom was er vacantie!

Het feest van het jonge Amsterdam vormde de inleiding tot de groote gebeurtenis van den dag, de Blijde Inkomste van Hare Majesteit binnen Amsterdam.

29I

ocr page 316

DE INTOCHT.

De stadt loopt overendt: de burgervendels zetten

Zich rustigh in 't gelid ; het zwangere metael

Baert onweer, niet tot schrick, maar heerelijck onthael.

Men ziet één aangezicht in duizenden ontwaken,

Op steigers, wal en brugh, op straten, dam en daken.

De bogen van triomf verlangen hun gordijn

Eens t'openen voor 't licht van zulck een' Zonneschijn,

Die 's weerelds koopstad komt voor 't hoofd slaen, en verbazen.

En met een' glans van vreught, doorstralen alle glazen.

De huizen zwellen van het schaterend geluit.

De vensters springen op: de blyschap vlieght er uit.

Vondel.

De geheele bevolking der hoofdstad en de duizenden die waren overgekomen voor het feest, verbeidden met spanning het oogenblik waarop de Koningin Haar plechtigen Intocht zou beginnen. Reeds uren te voren bewogen de menschen zich van alle zijden in de richting van den weg dien de stoet zou volgen, en welke van 10 uur af langzamerhand door troepen van verschillende wapens en door politie werd afgezet.

De weg van den stoet was de volgende: Van het station Weesper-poort door de Sarphatistraat, over het Frederiksplein, door de Utrechtsche-straat, langs de Heerengracht (Noordzijde), over de brug in de Vijzelstraat, Heerengracht (Zuidzijde), Leidschestraat, Keizersgracht (Noordzijde), Raadhuisstraat, Paleisstraat, Dam.

Deze weg was, het spreekt vanzelf, reeds maanden te voren vastgesteld. Eene hofcommissie had zich daartoe verstaan met de Amster-damsche autoriteiten. Het waren de heeren C. A. Baron Bentinck,

ocr page 317

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

eerste stalmeester en adjudant in buitengewonen dienst van H. M. de Koningin, aan wien de leiding van den geheelen stoet en de vorming van het gedeelte was opgedragen dat behoorde tot den eigenlijken hofstoet; de kamerheer van H. M. de Koningin G. A. Baron Tindal, die in het algemeen de opdracht had verkregen in overleg te treden met het Centraal-Comité voor de feestelijkheden, in verband met het geheele programma voor Amsterdam; de kamerheer van H. M. de Koningin Jhr. S. M. S. de Ranitz en de commandant van het 3e regiment huzaren, kolonel W. E. A. Wüppermann, die belast was met de samenstelling en tegelijk met het commando over het militaire gedeelte van den stoet, In overleg met den bevelhebber in de iste Militaire Afdeeling generaal-majoor W, Rooseboom, — die, als hoogste militaire autoriteitin de stelling van Amsterdam, de [regeling had van de troepenverplaatsingen in verband met het vrijhouden van den weg, de militaire eere-eskorten enz., — en met den hoofdcommissaris van politie van Amsterdam, hadden deze heeren alle maatregelen vastgesteld voor den Intocht.

Wat de samenstelling van den stoet betreft, zij droeg in de eerste plaats een militair karakter en daarbij had het streven voorgezeten, om de verschillende korpsen van het leger zooveel mogelijk in den optocht te doen vertegenwoordigen. Enkele korpsen, die te Amsterdam ontbraken zouden vertegenwoordigd zijn bij den plechtigen Intocht te 'sGravenhage. De voornaamste wapens maakten deel uit van den stoet in beide steden, maar te Amsterdam alléén waren de rijdende artillerie en de matrozen door detachementen vertegenwoordigd, terwijl alléén te 's Gravenhage detachementen meegingen van de genie, de veldartillerie en de grenadiers en jagers. Het laatstbedoeld regiment was in den intocht te Amsterdam slechts vertegenwoordigd door de Koninklijke Militaire Kapel.

Ook bij de aanwijzing der officieren, die tusschen de troepen-afdeelingen in den stoet meereden, was er naar gestreefd de verschillende wapens, korpsen en militaire instellingen te doen vertegenwoordigen, en deze officieren waren allen dragers van de Militaire Willemsorde of andere eereteekenen.

De reeds genoemde hoofdofficier, kolonel Wüppermann, die niet alleen te Amsterdam doch ook in den Haag werd belast met de vorming

ocr page 318

294 AMSTERDAM lt;j SEPT. DE INTOCHT.

en het kommando over het militaire gedeelte van den stoet, was de laatst overgebleven officier in activiteit, die, thans jongste kolonel der cavalerie, op den i2aequot; October 1881 als oudste luitenant van zijn wapen, was ingedeeld bij de afdeeling huzaren, welke het eere-escorte verstrekte ter gelegenheid van de Doopplechtigheid van Prinses Wilhelmina.

Langs den weg van den Intocht werd gelegenheid gegeven voor een huldebetoon door een groot aantal werklieden- en militaire vereeni-ningen, welke hiertoe het verzoek hadden gedaan. Daarbij waren 4^ vereenigingen, met een gezamenlijk ledental van i?,ooo, vertegenwoordigd door deputaties ter sterkte van ruim ^000 man, met 104 banieren, 71 attributen en standaards en ^ muziekcorpsen.

De commissie welke de regeling van dit huldebetoon op zich nam bestond uit de heeren Martin Wolf, voorzitter; W. C. J. Passtoors, J. D. Root Jr., Jhr. Mr. C. J. den Tex, J. H. Verseef, G. P. Wijnmalen Jr., C. A. A. Dudok de Wit en Mr. Is. da Costa, secretaris. De opperleiding bij de opstelling was toevertrouwd aan den heer G. P. Wijnmalen Jr., gepens. kapt. der inf. van het O. Indische leger, commissaris van afmonstering.

Langs den intochtsweg waren deze deputatiën verdeeld, maar vooral stonden zij aan het begin en aan het einde. Ter weerszijden van den weg waren, van de brug voor het station tot aan de Utrechtsche straat, in gelederen opgesteld, de volgende deputatiën:

Links: de Roomsch Katholieke Volksbond (21 afdeelingen) met muziekcorps; it7. Oud-Zouaven Broederschap „Fidei et Virtutiquot;; ib. Nederlandsche Werkliedenverbond „Patrimoniumquot; (4 afd.) met muziekcorps; Christelijke Werkmansbond; Bondsvereeniging „Voor Koningin en Vaderlandquot;; Gecombineerde Oranjevereeni-ging „Trouwe vriendenquot;; Nederlandsche Oranjevereeniging; Oranje Vriendenkring; Muziekcorps Oranjegarde; Algemeene Binnenschippers Bond.

Rechts: Het Metalen Kruis; Koninklijke Vereeniging „Het Indische Kruisquot;; Nederlandsche Bond van Oud-Onderofficieren; Onderofficieren der Zeemacht „Van Speijkquot; ; Eerste Nederlandsche Bond van Oud-Onderofficieren van Land- en Zeemacht; Onderofficieren-vereeniging der Zeemacht „Admiraal de Ruyterquot; ; Nederlandsche Vereeniging van Oud-Strijders van Land- en Zeemacht „Het Vaderland getrouwquot;; Nederlandsche Bond van gepensionneerde Onderofficieren en Minderen

ocr page 319

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

van Land-, Zeemacht en Koloniën „Insulindequot; ; Algemeene Bond „Insulinde; Ver-eeniging van het personeel van de Rijkswerf ,,V. z. o. D.quot;; Stadswerklieden aan het Stads-Waterkantoor; Vereêniging van Koetsiers en Conducteurs derA. O. M.; Broodbakkersvereeniging „Ons Genoegenquot;; Typografen-vereeniging „Voorzorg en Genoegenquot;; Goud-, Zilversmids- en Diamantzettersvereeniging ,,Het Klaverbladquot;; Rijtuig- en Wagenmakers-vereeniging „Loon naar Werkenquot; ; Nederlandsche Cou-peurs-eeniging; Vereeniging „Maarten Lutherquot;.

In de Raadhuisstraat, aan het andere einde van den weg, stonden weder andere deputatiën geschaard:

Links; de Doofstommen vereeniging „Door Liefde Saamgebrachtquot;; Neerlands Werkman (met muziekcorps); Nederlandsche Jongelingenverbond (met muziekcorps); Nederlandsche Vereeniging van Christelijke Kantoorbedienden; St.-Joseph-Gezellen-vereeniging (muziekcorps).

Rechts: Eendracht maakt ons sterk; Vereeniging „Betsalelquot;; Amsterdamsche Schoenmakersvereeniging „Oranjevaanquot; ; Handwerkers Vriendenkring (muziekcorps); Oranjebond van Orde; Jongelingsvereeniging „Voor Recht en Oranjequot;; Algemeene Melkslijtersbond; Schildersvereeniging „Vooruitgangquot;; Handwerkers Eendracht; Bouwmaatschappij tot verkrijging van eigen woningen; Nederlandsche Banket-bakkersbediendenvereeniging; Nederlandsche Oranjebond „Ons doel is Nederlands roemquot;; Onderlinge Oranjevereeniging „Buurt Xquot;; Vereeniging voor Schoolstrijd en Oranje.

Met dit huldebetoon werd een tweeledig doel beoogd. Eenerzijds wilde men H. M. de Koningin aldus een indruk geven van de ontwikkeling van het vereenigingsleven onder de arbeidende standen in de hoofdstad, en ten andere zag men hierin een welkome gelegenheid om de leden der verschillende werklieden- en militaire vereenigingen in staat te stellen tot een huldebetoon aan de Koningin, op ruimer schaal dan dit mogelijk zou zijn door den Historisch-Allegorischen Optocht.

Doch ook elders langs den weg waren nog deputatiën opgesteld. Zoo stonden bij de brug in de Vijzelstraat over de Keizersgracht, de leden van de afdeeling Amsterdam van den Nederlandschen Weerbaar-heidsbond. Op de brug in de Raadhuisstraat over het Singel stond de jongelieden-vereeniging ,,Oranje Nassauquot;, op de brug over de Heerengracht de Studenten-eerewacht.

29J

ocr page 320

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

DE AANKOMST.

Aan het Staatsspoor-station verzamelden zich langzamerhand de verschillende autoriteiten, welke Hare Majesteit bij Hare aankomst zouden welkom heeten. Het stationsgebouw zelf had voor deze gelegenheid, zoo in- als uitwendig, een geheele verandering ondergaan. De wachtkamer ist0 klasse was door een uitbouwing vergroot en door rijke stoffeering en versiering voor ontvangkamer ingericht. Overal waren levende planten, draperiëen en decoratiën aangebracht en evenals op het perron waren hier prachtige tapijten uitgelegd.

In de receptiezaal waren voor de Koninginnen kostbare zetels neergezet.

Tot het aanzienlijk gezelschap, dat zich in deze omgeving vereenigde ter begroeting van Hare Majesteiten, behoorden: de Commissaris der Koningin in Noord-Holland, de Gedeputeerde-Staten met den Griffier; de Burgemeester van Amsterdam met de Wethouders en den Secretaris, de leden van den Gemeenteraad van Amsterdam; de President, de Vice-President, de Procureur-Generaal, de Advocaten-Generaal, de Griffier en de Substituut-Griffiers van het Gerechtshof te Amsterdam ; de President, de Vice-Presidenten, de Officier en de Substituut-Officieren van Justitie, de Griffier en de Substituut-Griffiers der Arrondissements-Recht-bank; de Kantonrechters; de Directeur en Commandant der Marine in de Directie Amsterdam, de bevelhebber der 10 Militaire Afdeeling, de Commandant van de i0 Divisie Infanterie, de Plaatselijke Commandant en de Commandant der Schutterij, en het Centraal-Comité voor de feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin te Amsterdam.

Het was kwart over tweëen toen de koninklijke trein naderde, van verre herkenbaar aan de vlagversiering op de locomotief. Daar dreunde het eerste saluutschot en verkondigde ook aan de wachtende menigte dat de trein binnen was.

Bij het betreden van het perron werden, als eene huldebetoon in de hoofdstad, aan de Koninginnen bouquetten aangeboden door de dames Vening Meinesz en Geertsema, dochters van den eere-voorzitter en den penningmeester van het Centraal-Comité.

296

ocr page 321

AMSTERDAM J SEPT. DE INTOCHT.

Aan den ingang der koninklijke ontvangkamer werd de Koningin eerbiedig verwelkomd door den Commissaris der Koningin met de leden van Gedeputeerde Staten, den Burgemeester van Amsterdam, met de vier Wethouders en den Secretaris der gemeente.

Nadat de verschillende waardigheidsbekleeders aan H.H. M.M. waren voorgesteld, namdeBurgemeester van Amsterdam, Mr. S. A. VeningMeinesz het woord en sprak de Koningin volgenderwijs toe:

Mevrouw !

Het bestuur van de hoofdstad des Rijks, door de Grondwet aangewezen als de plaats, waar Vorst en Volk wederkeerig beloven de rechten van onderdanen en Kroon te zullen handhaven, heet Uwe Majesteit hartelijk welkom, nu Zij, na het bewind te hebben aanvaard, herwaarts komt om die plechtige handeling te verrichten.

Een zware last rust thans op de schouders van Uwe Majesteit, maar door eene zorgvolle moeder is Zij op zoo uitnemende wijze voorbereid om dien te torsen, dat het Nederlandsche volk in het algemeen, en de inwoners dezer gemeente in het bijzonder, met eerbied naar Uwe Majesteit opzien in het volle vertrouwen, dat hunne rechten en het Vaderland veilig zullen zijn onder Hare hoede.

Dat vertrouwen zal ongetwijfeld in deze dagen zich alom openbaren door het uiten van den hartgrondigen wensch, dien ook wij alhier luide doen weerklinken :

Lang leve de Koningin !

Het ,,Leve de Koningin!quot; werd door de aanwezigen met groote geestdrift herhaald.

Hare Majesteit beantwoordde dezen eersten welkomstgroet met de volgende woorden :

,,Ik dank u wel vriendelijk voor de hartelijke woorden tot mij gesproken, Burgemeester. Ik geef u de verzekering dat ik reeds lang dit oogenblik, dit plechtige oogenblik in mijn leven, waarop ik in de hoofdstad zal intrekken, met verlangen heb tegemoet gezien*quot;

Daarop richtte de Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland, Mr. G. van Tienhoven, het woord tot Hare Majesteit:

Mevrouw !

Nu Uwe Majesteit het grondgebied van Noord-Holland voor het eerst betreedt, na het van Hare Vaderen geërfd gezag over den lande te hebben overgenomen

38

ocr page 322

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

uit handen van Hare Koninklijke Moeder, die geheel Nederland in deze dagen met gevoelens van eerbied en dankbaarheid aan de zijde van Uwe Majesteit begroet, — en alvorens Uwe Majesteit Haren plechtigen intocht aanvangt in de hoofstad des Rijks, om aldaar te midden der vertegenwoordigers van het Neder-landsche volk aan Haar gezag zijne grondwettige wijding te geven, worde het aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland vergund. Uwe Majesteit een oprecht en welgemeend welkom in deze provincie toe te roepen. Dat welkom mag aan Uwe Majesteit tot getuigenis strekken van de hechtheid der banden, welke in dagen van zwaren en hachelijken strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid gelegd, reeds meer dan drie eeuwen de verschillende deelen van dit gewest aan Uwer Majesteits hoog geslacht verbonden houden, en tot gelofte tevens, dat Uwe Majesteit onder alle omstandigheden, in lief en bij leed, op de gevoelens van trouw en aanhankelijkheid van Noord-Holland's bewoners zal kunnen rekenen.

Ik acht het mij een voorrecht, als eerste staatsdienaar in de provincie, daarbij te mogen voegen de verzekering, dat die gevoelens niet het minst levendig zijn bij allen, die in hooge of in lage betrekking met mij ambtelijk geroepen zijn, het regeeringsgezag van Uwe Majesteit in dit gewest te dienen en te steunen. Met de bede, dat God Uwer Majesteits regeering tot heil van den lande lang en gelukkig doe zijn, bieden Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, op dit voor hen en voor mij onvergetelijk oogenblik. Uwe Majesteit tevens aan de betuiging van eerbied en hulde voor Haar persoon en van verknochtheid aan Haar Huis, waarin dit gewest, evenals geheel het Vaderland, altijd het aloude stamhuis van Oranje hoopt te eeren.

Hare Majesteit antwoordde aldus:

,,Ik dank u zeer voor de hartelijke woorden door u, ook namens Gedeputeerde Staten tot mij gesproken. Ik ben daar zeer gevoelig voor en dank u nogmaals recht hartelijk.quot;

In de ontvangkamer sprak Hare Majesteit verschillende heeren toe. De Koningin droeg een prachtig toilet van brocade zijde op wit satijnen grond en een witten hoed met witte veer. De Koningin-Moeder was gekleed in lila satijn met een grijszijden mantille.

Na weinige oogenblikken werden de deuren aan de zijde van het stationsplein geopend en trad Hare Majesteit naar buiten om Haren triomftocht door het versierde Amsterdam te beginnen.

Hier op het plein waren opgesteld een compagnie der dienstdoende schutterij van Amsterdam, onder den kapitein H. G. Jurriaans als eere-

298

ocr page 323

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

wacht met het vaandel en de muziek. Voorts een compagnie van het 7e regiment infanterie onder den kapitein M. W. de Vries, eveneens met het regimentsvaandel en de muziek.

Tegenover het stationsgebouw stonden drie peletons van de ruiter-eerewacht, daarnaast de leden van het Militaire Huis, de Indische vorsten en andere hooggeplaatste ruiters, die straks in den stoet zouden aansluiten. Daarachter een commando cavalerie.

Toen H. M. verscheen werden de militaire eerbewijzen gebracht, de muziekcorpsen speelden en in de verte verhief zich reeds het gejuich der wachtende menigte.

De beide Koninginnen namen plaats in het sierlijk gala-rijtuig, een geschenk van de Koningin-Moeder aan Hare Dochter op den beteekenisvollen 3 I sten AugUStUS.

Langzaam zette de stoet zich in beweging, nadat de commando's waren overgebracht naar de spits, welke zich reeds op het Frederiksplein bevond.

De Blijde Inkomst van Koningin Wilhelmina was begonnen.

Voorop reed een peleton bereden politie, daarna volgde in een rijtuig de hoofdcommissaris van politie, de heer Franken, met den hoofd-inspecteur Vreede. Vervolgens een aantal bereden officieren met den luit.-kol. Van Wijk, belast met de regeling van de militaire bewaking van den weg en als diens adjudant kapitein Weuringh, mede van het 7e regiment infanterie.

Aan het hoofd van den eigenlijken stoet reed de hoofdofficier, belast met het commando over het militaire gedeelte, kolonel W. E. A. Wüppermann van het 3e regiment huzaren, met den ritmeester-adjudant H. D. Twiss.

In de officieele volgorde was de stoet samengesteld als volgt:

ocr page 324

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

I. Zestien bereden Marechaussées, onder den wachtmeester Hoofwijk.

II. Een escadron (100 paarden) van hel 3e regiment Huzaren, onder den ritmeester R. H, O. Baron van der Capellen, met den standaard en de muziek.

III. Een detachement van het korps rijdende Artillerie (50 paarden), onder den kapitien N, J. A. P. H. van Es.

IV. Twee bereden officieren, van het wapen der Cavalerie, de ritmeester Jhr. M. W. Boreel en de isten luitenant Jhr. W. H. J. van de Poll.

V. Een compagnie van het 2e regiment vestingartillerie, onder commando van den kapitein A. de Mandt.

VI. Een detachement (100 man) van de Koloniale Reserve, onder commando van den kapitein C. F. A. H. Eundter.

VII. Een detachement (100 man) van het korps Mariniers, onder den kapitein J. C. J. B. A. de Josselin de Jong.

VIII. Twee bereden officieren: de kaptein-intendant A. A. Kleynhens en de 1 s'e luitenant der vestingartillerie J. L. Ranneft.

XI. De Koninklijke Militaire Kapel van het regiment Grenadiers en Jagers.

X. Een detachement van 100 man Matrozen, onder den luitenant t/z iste klasse J. A. L. Van den Bosch.

XI. Een compagnie van de Amsterdamsche Schutterij (art.), onderden kapt. G. B. Salm.

XII. Twee bereden officieren 'van het wapen der Infanterie, de kapitein R. J. Graaf Schimmelpenninck en de iste luitenant H. J. von Santen.

XIII. Het eerste gedeelte van de Eerewacht, ondercommandant Jhr. Mr, W. Hartsen. Ruiters de heeren C. J. Andrea;, H. H. van den Berg, A. de Stoppelaar Blijdesteijn, A. van Eik, J. J. Le Fevre de Montigny, Jhr. Mr. J. P. Hooft Graafland, C. H. Guepin, Joh. Gijselman, E. Kol, Mr. E. J. Everwijn Lange Jr., J. J. W. Meijer, J. C. van Notten, W. P. van Notten, D. W. H. Patijn, Mr. W. C. F. van der Schalk, Mr. L. M. de Jong Schouwenburg, Jhr. W. Six, F. Vorstius, W. G. Wendelaar en M. Willet.

XIV. Twee bereden officieren; de kapitein van den Generalen Staf H. C. A. Neeteson en de iste luitenant van de Krijgsschool D. G. van der Voort Maarschalk.

XV. Een stalfourier en twee rijknechts te paard.

XVI. De ceremoniemeester van H. M. de Koningin, Mr. F. S. K. J. Graaf van Rand wij ck, gezeten in een rijtuig met twee paarden.

XVII. De dienstdoende kamerheeren, gezeten in twee rijtuigen, elk met twee paarden; te weten : de heeren H. W. J. E. Baron Taets van Amerongen, J. W. F. Ridder Huyssen van Kattendijke, E. L. Graaf van Limburg Stirum en Mr. W. P. Graaf van Bijlandt.

XVIII. De hoofden der departementen van de Koninklijke Hofhouding, gezeten in twee rijtuigen, als voren. In het ie rijtuig: G. Ch. Baron Snouckaert van Schauburg, thesaurier van H. M. de Koningin, J. A. van Steyn, intendant van het Loo, Jhr. Mr. J. H. van Haersma de With, jagermeester van H. M. de Koningin in Gelderland. In het ze rijtuig: H. A. Baron Clifford, Hofmaarschalk van H. M. de Koningin; A. C. Baron Snouckaert van Schauburg, directeur van het huis-archief en de bibliotheek van H. M. de Koningin; Jhr. J. P. E, Hoeufft van Velsen, intendant der Koninklijke Paleizen,

3oo

ocr page 325

AMSTERDAM J SEPT. DE INTOCHT.

XIX. Het 2e gedeelte van de Eerewacht te paard, ondercommandant de heer G. J. van der Vliet. Ruiters de heeren: G. van Blarcum, F. Enthoven, Otto Fleck, J. J. Korthals, J. F. Krabbendam, H. J. van der Leeuw Az., Otto Mack, J. W. J. Petermann, M. J. van der Plaats, W. D. Cramer, C. Cruys, A. H. van den Heuvel, Jhr. E. van Loon, A. L. H. Obreen, M. J. Baron van Pallandt, E. Regout, A. F. J. Reiger, Jhr. W. W. van Sminia en B. Paine Strieker.

XX. Twee bereden officieren van het Oost-Indische leger, de ritmeester der Cavalerie C. W. F. Happé en de iste luitenant der Infanterie E. C. van der Heyden.

XXI. De Hofdames van H. M. Koningin, A. J. Juckema van Burmania Barones Rengers en A. W. A. Gravin van Limburg Stirum, en de twee adjudanten der Marine van H. M. de Koningin, kapitein ter zee P. Zegers Veeckens en de kapitein-luit. ter zee Jhr. J. A.

G. van der Staal, particulier secretaris van H. M. de Koningin ;

gezeten in een rijtuig met twee paarden.

XXII. De Hofdames van

H. M. de Koningin-Moeder, E.

G. Baronnesse van Ittersum, ie hofdame en Jonk vrouwe F. L. H.

van de Poll, en de kamerheer van H. M. de Koningin, particulier secretaris van H. M. de Koningin-Moeder, Jhr. S. M. S. de Ranitz;

gezeten in een rijtuig met twee paarden.

XXIII. De Groot-officieren Tr ,T , • . Het tweede peleton van de eerewacht.

van H. M. de Koningin, gezeten

in twee rijtuigen, elk met vier paarden, te weten: J. Werner liaron van Pallandt van Oud-Beyerland, opperjagermeester, K. J. G. Baron van Hardenbroek van 's Heeraartsberg en Bergambacht, opperkamerheer en J. C. E. Graaf van Lynden, Grootmeester.

XXIV. De Dames du Palais van H. M. de Koningin: mevrouw de Baronesse van Knobelsdorff van de Gelder en Nijenhuis, geboren Barones van Pallandt en mevrouw van Loon geb. Egidius; gezeten in een rijtuig met vier paarden.

XXV. De Groot-Meesteressen van H. H. M. M., gezeten in een rijtuig met vier paarden, te weten: Mevr. de Baronesse van Hardenbroek van 's Heeraartsberg en Bergambacht, geb. Gravin van Limburg Stirum en Mevr. de Douairibre Gravin van Lynden van Sandenburg geb. Baronesse van Boetselaer.

XXVI. De opper-ceremoniemeester van H. M. de Koningin, Mr. M. W. Baron du Tour van Belinchave, gezeten in een rijtuig met vier paarden.

XX VH. Het 3e gedeelte van de Eerewacht te paard, onder-commandant Jhr. Mr, W. F. Roëll Ruiters de heeren; W. Baron Taets van Amerongen van Woudenberg, F. E. Blaauw

301

K ^

A ' ' V,

r,' C-

rgt; '• quot; ■ i t, p

5$^ ' a N v • V;K K jrquot;

ocr page 326

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

Jhr. Mr, J. Schuurbecque Boeye, G. W. Burger, R. de Favauge, Jhr. E. Lintelo de Geer, F. Horstmann, Mr. A. J. Labouchbre, Jhr. J. L. Nahuys, Jhr. H. Pauw van Wieldrecht, Jhr. C. de Pesters, Jhr. Mr. F. van de Poll, Dr. I. Posthuma, Jhr. J. A. P. L. Ram, Mr. A. Royaards, C. van Rossum Czn., Mr. W. Elink Schuurman, R. P. Suermondt, John I). Twiss en J. F. Wilkens.

Tot dit peleton behoorde ook de vaandelwacht, gevormd door de hh. L. J. Enthoven, S. H. Vening Meinesz (vaandeldrager) en Jhr. Dr. J. Six.

XXVIII. Twee stalmeesters in buitengewonen dienst van H. M. de Koningin, te paard, de heeren C. J. van der Oudermeulen en Jhr. Mr. J. E. Huydecoper van Maarseveen en Nigtevecht.

XXIX. Hare Majesteit de Koningin, vergezeld van Hare Majesteit de Koningin-Moeder, gezeten in een rijtuig met 8 paarden, gaande een koetsier naast elk paard.

Het koninklijk rijtuig was aan weerszijden geëscorteerd door vijf ruiters. Ter rechterzijde de commandant van de Eerewacht, Mr. H. L. M. Luden, rijdende ter hoogte van het voorwiel; achter dezen de chef van het IMilitaire Huis van PI. M. de Koningin, luitenant-generaal C. H. F. Graaf Du Monceau, adjudant-generaal van H. M.; aan zijne rechterzijde reed de bevelhebber in de ie Militaire Afdeeling, generaal-majoor W. Rooseboom.

Links van het koninklijk rijtuig reden: voorop de onder-commandant van de eerewacht Mr. Th. J. B. Pliltermann, en ter hoogte van het achterwiel de luitenant-generaal Jhr. G. M. Verspyck, adjudant-generaal van H. M. de Koningin.

Het rijtuig werd gevolgd door de volgende ruiters :

a. De adjudanten in gewonen dienst van H. M. de Koningin, rijdende op een gelid, te weten: luit.-kol. J. E. N. Baron Sirtema van Grovestins, luit.-kol. Jhr. W. F. H. van de Poll, kapitein Jhr. W. J. P. van den Bosch, majoor E. F. C. H. J. Baron van Tuyll van Serooskerken en ritmeester Jhr. A. S. E. van Tets.

b. De vier Indische vorsten, rijdende op een gelid, te weten : Z. M. de Sultan van Siak Sri Indrapoera en onderhoorigheden; Pangeran Ario Mataram, luitenant-kol. bij den Generalen Staf, broeder van den Soesoehoenan van Soerakarta; Pangeran Mangkoe Negoro en Pangeran Sosro Negoro, zoons van den Sultan van Koetei.

c. De adjudanten in buitengewonen dienst van H. M. de Koningin, rijdende drie aan drie en naar ouderdom van rang.

XXX. Het 4e gedeelte van de Eerewacht te paard, commandant: Mr. Th. Dentz van Schaick.

Ruiters de heeren: J. Th. Boelen, J. H. de Boer, F. H. Boersma, J. E. J. Bonnike, G. H. Cool, H. Cremer, J. Eltzbacher, Jhr. P. H, Hooft Graafland, A. J. Korthals Altes, A. J. Kramp, Ed. J. Kuinders, G. Lieftinck, Mr. F. J. M. A. Reekers, J. H. Scheltema, H. J. de Jong Schouwenburg, A. J. Schölvinck, J. P. W. Schuurman, P. A. Voute Jr., G. A. Wertheim, C. A. A. Dudok de Wit Jr., J. G. H. A. Bootz, J. Korthals Altes en P. G. van Tienhoven.

302

ocr page 327
ocr page 328

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

XXXI. De eerewacht van de schutterij, welke aan het station aanwezig was, — met het vaandel en de muziek.

XXXII. De eerewacht van het 7e regiment infanterie welke aan het station was opgesteld, met het vaandel en de muziek.

XXXIII. Een commando cavalerie (25 paarden) tot sluiting van den stoet.

Ten 2.2lt;s zette de stoet zich in beweging, de triomftocht begon. Overal langs den weg hetzelfde tooneel. De hoofdstad, zoo weinig aan militair vertoon gewoon, bewonderde met gretige oogen de kloeke houding der verschillende af deelingen van ruiters en voetvolk. De duizenden menschen langs den weg hadden woorden van lof en kreten van geestdrift voor de kranige maréchaussées, voor de schitterende en blinkende rijdende artilleristen, ,,de rijdersquot; bij uitnemendheid. Ook huzaren, artilleristen en infanteristen deelden in die gunsten, maar in het bijzonder verwierven de mariniers en matrozen veel toejuiching, meest van allen echter het detachement Koloniale Reserve, dat overal met luid gejubel werd begroet, als een welsprekende hulde aan het

Indische leger. Doch al deze blijken van ingenomenheid bij het voortschrijden van den schitterenden stoet, het waren slechts zwakke feestklanken vergeleken bij den jubel, welke overal losbarstte wanneer het koninklijk rijtuig naderde.

Gezeten in de lelieblanke koets, wuifde en groette Hare Majesteit naar alle zijden, en van Haar lieftallig gelaat straalde het groote geluk over deze ontvangst door Haar volk. De Koningin-Moeder deelde in den jubel, maar Hare houding bewees, dat Zij aan Hare Dochter den voorrang wenschte te schenken bij deze ongeveinsde blijken van liefde en trouw. Overal langs straten en grachten hetzelfde tooneel van ongekende, overweldigende

ocr page 329

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

geestdrift; een gewemel van doeken en hoeden, één onafgebroken vreugdgeschal, met salvo's van schier verbijsterend gejubel.

Langs de grachten vooral, waar de menschenrijen zich hadden opgehoopt, werd de blijde Inkomst in waarheid een Via triumphalis.

,,Men zagquot; — zoo zeggen we den dichter na — ,,één aangezicht in duizenden ontwaken,quot; het welkom schalde over het water, aanzwellend tot een onafgebroken juichtoon, en telkens daalde uit de vensters en van de stoepen der versierde woningen een bloemenregen neder, wanneer het koninklijk rijtuig stapvoets voorbijreed.

Zoo bereikte de stoet ten slotte den Dam.

Reeds uren te voren was het plein door politie en militairen ontruimd, maar de verschillende toegangen waren door de menigte bezet en overal in het rond waren de daken der huizen en de hooge tribunes als met menschen overladen. Boven op het Kommandantshuis verhief zich, hoog in de lucht, een groote overdekte tribune voor de vertegenwoordigers der buitenlandsche pers.

De menschen kortten zich den tijd met het zingen der vaderlandsche liederen, als accompagnement van het klokkespel op den Paleistoren, en het keurvendel „Prins Maurits,quot; — erfenis van ,,Oud-Hollandquot; op de tentoonstelling van 189^, — voerde ten genoege van het publiek van tijd tot tijd evolutiën uit, welke zeer gewaardeerd werden. Een Fransch journalist (Thiébault-Sisson in Le Temps), schreef daarover o. a. het volgende:

Battements et liourra's pour tous, pour les piquiers surtout et les arquebusiers, en costumes historiques, mi-gartie vert et jaune, des premières années du dix-septième siècle, ceux-ci coiffés de grands feutres ombragés de superbes panaches, ceux-l;\ morion en tête et luisants sous leur cuirasse d'acier. Précédés d'une batterie de timbaliers, dont les caisses, maniées par des mains trés expertes, exécutent les marches d'autrefois, ils s'avancent d'un pas grave, mesuré, qui ne rappelle en rien les allures douloureusement cabotines, de nos figurants échevelés de vachal-cades. Je n'ai jamais rien vu, en fait de reconstitution historique, de si parfaitement ordonné et de si noble.

Kwart na tweeën beginnen de groote klokken der stadstorens te beieren, en weerklinkt uit de verte het gedonder der saluutschoten.

30

ocr page 330

AMSTERDAM ^ SEPT. DE INTOCHT.

Naarmate hun aantal toeneemt wordt het stiller onder de menigte. Eindelijk, kwart na drieën, klinkt zwak het gejuich uit de verte. Het komt nader, steeds nader! Daar vult zich het plein met ruiterij en voetvolk, totdat de Koningin verschijnt, langzaam rijdend om het Monument tot voor den ingang van het Paleis, waar aan den linkervleugel mariniers en matrozen met het stafmuziekcorps van de Kon. Nederl. Marine de eerste Paleiswacht vormen.

Nadat de Koninginnen met Haar gevolg het Paleis waren binnengegaan, voltooiden de afdeelingen, welke aan den Intocht hadden deelgenomen de voorgeschreven opstelling, allen front makende naar het Paleis. Voorop stond de geheele ruiter-eerewacht en daarachter in tweede linie de rijdende artillerie, het escadron huzaren met de muziek en de maréchaussées. De derde linie, gezien in de richting Kalverstraat— Nieuwendijk, werd gevormd door een compagnie schutterij, het detachement matrozen, de Koninklijke Kapel, de detachementen der mariniers, der Koloniale Reserve en der vesting-artillerie. Daarnevens, op de rechterflank, stonden de bereden hoofdofficieren opgesteld. Daarachter weer, links van het Monument, een compagnie infanterie met de muziek, rechts een compagnie stedelijke schutterij met de regimentsmuziek.

De achterste linie in deze opstelling vormde een commando huzaren.

Intusschen was Hare Majesteit het Paleis binnengetreden, volgens het voorgeschreven ceremonieel voorafgegaan door den ceremoniemeester, de kamerheeren van dienst, de groot-officieren en den opper-ceremonie-meester, en gevolgd door de dienstdoende adjudanten, de Indische vorsten, de dames en heeren der hofhouding en den generaal-majoor, bevelhebber in de iste militaire af deeling.

Over de groote zaal — waar thans de hofhouding en de Indische Vorsten tot in de Mozeszaal in rijen waren opgesteld, — begaf H. M. zich naar de Gele Salon, waar zij werd ontvangen door de Dames du Palais van H. M. de Kor.ingin-Moeder; douair. baronesse Schimmelpenninck van der Oije—Steengracht, douair. Hartsen—Van Lennep, gravin Du Monceau geb. burggravin De Forestier, douair. Insinger—Van Loon, baronesse Van Goltstein van Oldenaller—Boreel van Hogelanden en douair. Van Lennep— Deutz van Assendelft. Daarna ging H. M. de Koningin naar het balkon.

3o6

ocr page 331

AMSTERDAM J SEPT. DE INTOCHT.

De deuren van het balcon gaan open en Koningin Wilhelmina treedt naar buiten. Bij de verschijning der bekoorlijke gedaante, helder wit tegen den donkeren gevel, heffen alle muziekcorpsen het Wilhelmus aan en de troepen brengen juichend de militaire eerbewijzen. Wuivend met den zakdoek en vriendelijk groetend naar beneden,

bleef de Koningin eenige oogenblikken staan, terwijl ook de Koningin-Moeder aan Hare zijde was getreden.

Het huldebetoon van het leger was zeer indrukwekkend.

Zoodra de Koninginnen het balcon hadden verlaten, werden achtereenvolgens de vaandels van de dienstdoende schutterij van Amsterdam, van het 7e regiment infanterie en de standaard van het 3e regiment huzaren op de militaire gebruikelijke wijze binnen het Paleis gebracht en geplaatst in de antichambre van Hare Majesteit de Koningin.

307

ocr page 332

AMSTERDAM J SEPT. DE INTOCHT.

Op een bevel van H. M. verlieten thans de militaire afdeelingen welke aan den intocht deelnamen, den Dam. Ook de ruiter-eerewacht werd door H. M. bedankt.

Zoodra de troepen het plein hadden ontruimd, — zoo luidde het programma, — zou het publiek tot den Dam worden toegelaten. Hoe

hebben zij zich bedrogen, die vreesden dat de uitvoering van dit voorschrift, nooit zonder gedrang en ongelukken zou kunnen geschieden.

De menigte, die zooveel uren in spanning dit oogenblik had verbeid, kwam thans in voorbeeldige orde voorwaarts, met vaderlijke bezorgdheid door politie en militairen stap voor stap geleid, gaandeweg den Dam vullend, langzaam aandeinend als een zwarte zee, onweerstaanbaar naar het scheen door de stuwende kracht van duizenden. Maar toen de eerste

308

ocr page 333

AMSTERDAM J SEPT. DE INTOCHT.

rijen ,,de kleine steentjesquot; naderden, zetten politie, schutters en soldaten zich schrap; voor het Paleis stond een lang gelid politieagenten, die opeens op een enkel commando, een aantal bordjes omhoog staken met het kort en krachtige woord ,,Halt!quot;

En op hetzelfde oogenblik was de aanwassende menschenvloed gestuit, de menigte stond stil, juist aan den rand van het trottoir, en bewoog zich niet meer vooruit. Het was een kunststuk van goede regeling, resultaat van weldoordachte maatregelen, maar tegelijk een bewijs van den goeden, ordelievenden geest welke het publiek bezielde; een eerste blijk tevens van de heerlijke gezindheid, welke gedurende de geheele feestweek te Amsterdam de bewondering en den naijver zou wekken van den vreemdeling.

Toen de reuzenmanoeuvre was uitgevoerd, verscheen de Koningin opnieuw op het balcon om Haar volk te begroeten.

Het was een onvergeeflijk oogenblik! Uit de menigte aan Hare voeten steeg een breede juichtoon op, die de lucht vervulde en telkens weer aanzwelde tot een storm van gejubel, vooral toen de Koningin-Moeder, na vriendelijken drang van Hare Dochter, mede op het balcon verscheen. Lang toefde de Koningin, neigend en minzaam wuivend, toegejuichd en toegewuifd door de duizenden, en telkens weer steeg het gejubel omhoog en schalde in breede golven over den Dam met zijn woelende menschenzee.

Hare Majesteit de Koningin had aan de Leden der Koninklijke Familie, uitgenoodigd om de feestelijkheden te Amsterdam bij te wonen, een extratrein aangeboden van 'sGravenhage naar de hoofdstad, vertrekkende ten 4 uur 23 aan het Hollandsch Spoorwegstation en aankomende aan het Centraalstation ten ^ uur 30.

Namens Hare Majesteit werden de vorstelijke personen ontvangen door Hoogstderzelver Opper-Ceremoniemeester. Ook de iste stalmeester van H. M. was bij de ontvangst tegenwoordig.

Tot het gevolg van Zijne Koninklijke Hoogheid den Groot-Hertog

309

ocr page 334

amsterdam $ sept. de intocht.

van Saksen-Weimar behoorden de adjudanten, generaal de Palézieux— Falconnet en den ritmeester Graaf van Bylandt, benevens de adjudant i. b. d. generaal-majoor H. Beijerman, daartoe door de Koningin aangewezen voor den dienst te Amsterdam.

Tot het gevolg van Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Prinses van Wied en van Zijne Doorluchtige Hoogheid den Prins van Wied behoorden Jonkvrouwe van Suchtelen van de Haare en Jonkvrouwe von Harnier, hofdame, M1. C. H. Graaf van Bylandt, kamerheer i. b. d. en hofmaarschalk des Prinsen, benevens de kamerheer i. b. d., L. R. Baron Taets van Amerongen, als voren toegevoegd voor den eeredienst.

Ten f uur 4? kwamen de Leden der Koninklijke Familie ten Paleize.

Ten 6 uur 30 vereenigden zich in de troonzaal de genoodigden voor het galadiner.

Aan dit eerste Diner ten Hove werd deelgenomen door de Koninklijke Familie met het geheele hof, den burgemeester, de wethouders en den gemeente-secretaris, benevens de meeste leden van den Gemeenteraad van Amsterdam; de Commissaris der Koningin, de leden van Gedeputeerde Staten met den griffier; voorts militaire en andere autoriteiten. In het geheel ongeveer 90 couverts.

Na afloop van het diner werd ten 8 uur 4^ een receptie ten Paleize gehouden voor te Amsterdam woonachtige dames, die reeds te voren aan Hare Majesteit waren voorgesteld.

In de groote vlaggenzaal van het Paleis werden ongeveer 80 dames door H.H. M.M. de Koningin en de Koningin-Moeder ontvangen.

De Eerewacht.

Hier mogen enkele bijzonderheden in herinnering worden gebracht omtrent de ruiter-eerewacht, nadat de namen der heeren die daaraan hebben deelgenomen reeds bij de samenstelling van den stoet werden vermeld.

Aanvankelijk had Jhr. Mr. J. W. H. Rutgers van Rozenburg, lid der Eerste Kamer, het kommando over de eerewacht op zich genomen. Weinige dagen slechts vóór den Intocht, moest hij om redenen van ge-

3 10

ocr page 335
ocr page 336

DE EEREWACHT.

Frank K. van Lennep en F. J. M. A. Reekers, was dit prachtige vaandel op witte zijde geschilderd naar een ontwerp van den heer T. van der Laars. Het borduur- en passementwerk was in de Industrieschool voor Vrouwelijke Jeugd vervaardigd.

Zooals reeds gebleken is, heett de eerewacht in haar geheel deelgenomen aan den Plechtigen Intocht op ^ September. Zij was eveneens voltallig bij den grooten rijtoer op den volgenden, den Inhuldigingsdag, zoomede bij het vertrek van Hare Majesteit op 9 September. Bij alle andere gelegenheden heeft slechts de helft van de eerewacht Hare Majesteit vergezeld bij de verschillende rijtoeren. Daarbij werd gereden in één enkele afdeeling, onmiddellijk vóór het koninklijk rijtuig, de Commandant en de Onder-Commandant rechts en links van dit rijtuig en vier ruiters van de eerewacht op één gelid onmiddellijk achter het koninklijk rijtuig.

Alleen bij het uitrijden naar het vuurwerk, in den avond van Woensdag 7 September, vergezelde de eerewacht Hare Majesteit niet.

3 12

ocr page 337

De Indische Gezantschappen.

Aan den Intocht werd deelgenomen door de drie gezantschappen uit Insulinde, welke reeds geruimen tijd te voren waren overgekomen om hulde

te brengen aan Hunne Gebiedster. Gedurende de feestdagen waren zij de gasten der Regeering en van harentwege in het Victoria-Hótel gelogeerd.

i) i. Jang di Pertoewan besar Sjarif Masjim Abdoel Djalil Saifoeddin, Sultan van Siak Sri Indrapoera en Onderhoorigheden. — 2. Pangeran Ario Mataram, luit.-kol. a la suite van den generalen staf van het O. I. leger, broeder van den Soesoehoenan van Soerakarta. — 3. Amidin Pangeran Mangkoe Negoro, zoon van den Sultan van Koetei. — 4. Hassanoedin Pangeran Sosro Negoro, zoon als voren. — 5. Raden Mas Aryo Koesoemowinoto, luit.-kol. van de Jïarisan te Soerakarta. — 6. Raden Mas Pandji Poespo Atmodjo, van den Kraton te Soerakarta. — 7. Raden Mas Matthes, zoon van Pangeran Ario Mataram. — 8. Raden Mas van Son, zoon als voren. — 9. A. van Senden, O. I. ambtenaar met verlof, belast niet de regeling van het verblijf der Indische vorsten. — 10. G. A. Schouten, gepens. O. I. ambtenaar, adjudant van den Sultan van Siak. • 11. H. Doeff, O. I. ambtenaar met verlof, adjudant van de Pangerans van Koetei. — 12. G. A. van de Roemer, lijfarts van den Soesoehoenan van Soerakarta, begeleider van het Solosche gezantschap.

40

ocr page 338

DE INDISCHE GEZANTSCHAPPEN.

De zorg voor de drie gezantschappen was opgedragen aan den heer A. van Senden, controleur i8*0 klasse bij het Binnenlandsch Bestuur, met verlof in Nederland, terwijl drie andere heeren hunne taak als geleiders der Oosterlingen ook thans bleven waarnemen, te weten de heer G. A. Schouten, gepens. assistent-resident, bij den Sultan van Siak; de heer G. A. van de Roemer bij de Javaansche prinsen; en de heer H. Doeff, controleur 2° klasse, bij de prinsen van Koetei.

Door hun oostersch voorkomen, maar vooral door hunne vreemde kleederdracht vielen de Indische vorsten zeer in het oog. Bij de officieele plechtigheden droeg de Sultan van Siak een schitterend met goud en juweelen overladen phantasie-uniform, met dof gouden epauletten, en een zwaren bandelier, waaraan een gekroonde gouden sabel hing met rijk versierd gevest. Zijn hoofddeksel bestond uit een glad kastoren talpa met gele panache, vastgehecht aan een uit tallooze diamanten gevormde porte-panache.

De Prins van Soerakarta droeg evenals zijne volgelingen het kostuum dat in het Javaansch pradjitan genoemd wordt. Het bestaat uit een soort fluweelen buisje, een kaïn of lendendoek en een fluweelen broek. De kain werd vastgehouden door den buikband waarin op den rug de kostbare kris schuin was ingestoken. Aan de linkerzijde droeg de Pan-geran — naar de wijze van het Solosche Hof — een tweede kris, evenals de vorige prachtig van bewerking en van hooge waarde als erfstuk. De doeken waren van fijne gebatikte stof, maar niet met goud doorweven. Het hoofddeksel bestond uit de eigenaardige stijfoploopende kastoren hoed, naar Japansch model, in vorm het meest overeenkomende met een ouderwetsche sjako zonder klep, maar daarbij van achteren met twee vleugeltjes voorzien. Schabrak en hoofdstel van het paard dat de Pangeran bij den intocht bereed, was met zilver afgezet en versierd met zilveren sterren.

De Prinsen van Koetei droegen almede rijkversierde galakostumes, met opmerkelijke, hoog gepluimde hoofddeksels, benevens gekromde sabels.

3 '4

ocr page 339

,,Klein maar Dapper.quot;

Afzonderlijke vermelding verdient de jongelingen-eerewacht ,,Klein maar Dapperquot;, welke zich in de feestweek en later in de bijzondere gunst van het publiek mocht verheugen.

In de geschiedenis van dit kleine korps was een vóórhistorische periode, maar op 7 Maart 1898 werd het vendel feitelijk opgericht. Tot commandant werd benoemd de heer J. J. Klaasen, en er vormde zich uit de ouders der leden een Commissie van Bijstand, bestaande uit de heeren Joh. Geuzenbroek, voorzitter, Adriaan Bom, secretaris.

M. Klerekoper Jr., isl0 penningmeester, E. Eyl, vice-voorzitter, G. Fiesler, 20 penningmeester, P. van Amerongen, F. G. W. Karnekamp en A. Wouters, commissarissen. Instructeurs werden de sergeants bij de schutterij, G. Blok, W. van Schaick en J. J, F. Budding, benevens de gepens. korporaal-tamboer Van Zwol.

In een request aan H. M. de Koningin was 0. a. het verzoek gedaan om de jongens te mogen kleeden in een uniform, ongeveer overeenkomende met dat der infanterie en hen te wapenen met kleine, ongevaarlijke geweren naar het Beaumont-model.

Als antwoord op dit verzoek werd namens H. M. de Koningin goedgunstig geantwoord, dat de kleine eerewacht officieus bij de feesten mocht optreden, maar daarbij liet de Koningin Haren wensch kenbaar

ocr page 340

„KLEIN MAAR DAPPER.quot;

maken, om geen geweren aan te schaffen, ter voorkoming van onnoodige onkosten ten laste der ouders, en wijders dat de pakjes der jongens zoodanig moesten wezen dat zij ook na de feesten als gewone kleeding konden gebruikt worden.

Natuurlijk werd aan deze wenken, waarin zich vriendelijke bezorgdheid uitsprak, stipt gevolg gegeven. ,,Klein maar Dapperquot; bestond uit ruim i jongens van 10 tot 14 jaar ,,uit de meest verschillende standen van Amsterdam,quot; op militaire wijze ingedeeld met officieren, onderofficieren en minderen, benevens een vaandelwacht, tamboers, hoornblazers en een adjudant-wielrijder. De manschap kreeg als klein tenue witte pakjes, maar het eigenlijk uniform voor de feestweek bestond in blauwe pakjes, afgezet met goud galon en vergulde knoopen, benevens blauwe kepi met witte vlam. De bewapening bestond in lansen.

Door goedgunstige beschikking van de Koningin zag men deze miniatuur-soldaatjes bij verschillende gelegenheden als eerewacht optreden.

Bij den Intocht stond „Klein maar Dapperquot; opgesteld voor de groote tribune op het Frederiksplein, en bracht militaire eerbewijzen toen Hare Majesteit voorbijreed.

3.6

ocr page 341

DE INHULDIGING.

Indrukwekkend was de dag van den Intocht, hooger beteekenis nog had de volgende dag.

Overeenkomstig de wet en de traditie zou de Inhuldigingsplechtigheid geschieden in de Nieuwe Kerk, maar volgens een ceremonieel, waaraan elke kerkelijke handeling vreemd bleef.

Toch had men de gelukkige gedachte gehad een hoogere wijding te verleenen aan dezen grooten dag, door bazuingeschal van de verschillende kerktransen, in den vroegen ochtend.

Ten 8 uur werd de plechtigheid aangekondigd door een Koninklijk Saluut van 101 kanonschoten, door klokgelui en klokkespel.

Tegen 10 uur ongeveer werd de Dam door troepen bezet.

Voor den linkervleugel van het Paleis stelde zich de eerewacht der dienstdoende schutterij op, een compagnie onder den kapitein E. Luden, met de muziek; voor den rechtervleugel de eerewacht van den Neder-landschen Studenten-Schietbond, gevormd uit de studeerende jongelingschap; vier sectiën in de volgorde: Delft, Amsterdam, Utrecht, Leiden.

Deze eerewacht werd verstrekt met bijzondere toestemming van Hare Majesteit de Koningin.

De vaandelwacht werd gevormd door de Koninklijke Studenten-Schietvereeniging te Amsterdam.

Op het plein, met front naar het Paleis, stonden voorts de troepen opgesteld. Het eerste gelid werd gevormd door de gezamenlijke, niet-bereden officieren. Gezien van de Kalverstraat naar den Nieuwendijk, was de rangschikking aldus: een compagnie mariniers, de 2° en de 30 oom-

ocr page 342

amsterdam 6 sept. de inhuldiging.

pagnie van het 2° bataljon, de 30, de 20 en de ist0 compagnie van het i8t0 bataljon van het 70 regiment infanterie. In het midden, juist vóór het monument, stonden de staf en de bereden hoofdofficieren en achter dezen de muziek van het 70 regiment en de vereenigde tamboers.

Geheel achter het voetvolk, ter weerszijden van het monument, waren huzaren geplaatst; op beide flanken een half escadron.

Ter weerszijden van den Dam-ingang van de Nieuwe Kerk, stonden de eerewachten van het regiment grenadiers en jagers; in de Mozes en Aaronstraat de jagers, tegenover hen de grenadiers met de Koninklijke Militaire Kapel. Daarachter een detachement infanterie als escorte voor de leden van de Staten-Generaal.

Van den uitgang van het Paleis tot aan den versierden kerkingang met zijn rijk portiek, was een soort van berceau opgericht, welke spoedig werd opgeslagen om straks even snel weer uit elkaar te worden genomen. Dit samenstel bestond uit een reeks van rood-wit-blauw geschilderde kleine kolommen, waarboven werd gespannen een fijn netwerk, mede in de vaderlandsche kleuren en aan den rand versierd met bloemen en kwasten.

Aan beide zijden van dezen overdekten gang waren geplaatst adelborsten van de Kon. Ned. Marine en cadetten van de Kon. Mil. Academie, allen van de oudste studiejaren.

De versiering van de Kerk.

Anders dan bij de Inhuldigingsplechtigheden van Koning Willem II en Koning Willem III, was boven den Troon een hangende, koepelvormige troonhemel aangebracht, zoodat het koperen koorhek zichtbaar was gebleven, niet als in 1840 en '49 geheel bekleed. De ruimte daarachter bleef ongebruikt. Boven het hek verhief zich een tropische plantengroei, welke de gedachte aan het Rijk van Insulinde verlevendigde. Achter de balusters hing donkerrood fluweel.

De koepel was gedekt door de Koninklijke Kroon. Aan de binnenzijde was de troonhemel gevoerd met witte zijde, bezaaid met gouden sterren; in het midden een in relief gedreven oranje-zon. Van den

318

ocr page 343

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

troonhemel hingen twee karmozijnkleurige trijpen gordijnen, met hermelijn, in een sierlijke bocht af tot aan de pilaren ter weerszijden van het koperen hek.

Deze pilaren waren voor zoover het onderste gedeelte betreft, betimmerd en met roode brokaatstof bekleed. Een rand, waarop de woorden ,,Je maintiendraiquot; in goud geborduurd, sloot deze bekleeding van boven af, terwijl voorts deze rand weer werd gekroond met een nagebootste voortzetting van den koperen bovenkant van het hek.

Hooger aan deze pilaren en ook aan de twee daartegenover staande, dus aan de vier pilaren in het kruis der kerk rondom den troon, waren tropeëen aangebracht, bestaande uit het Nederlandsche wapen als middenstuk, met oranje en nationale vlaggen er omheen.

De spitsbogen tusschen de pilaren waren gevuld met blauwe, kanteelsgewijze uitgesneden stof, waarop in een krans oranje-bladeren afwisselend de jaartallen 1880 en 1891 of de koninklijke W. In het midden hing aan het blauwe doek een oranjebanier, bezaaid met gouden oranjeappels.

Tusschen de bovenramen der kerk waren opgehangen lange banieren in de nationale kleuren, met bovenaan een oranjevaantje, waarop in goud waren afgebeeld de Kroon, de Scepter en de Rijksappel.

Ook de vier hoofdbalken van het kruis der kerk waren met oranjebanieren versierd en voorts met slingers van groen, bezaaid met oranjeappels. Deze groenslingers liepen door langs den geheelen wand der kerk.

Ter hoogte van de groote tropeëen, tegen de vier pilaren in het kruis der kerk aangebracht, hingen tusschen de bogen nog een groot aantal wapens van het rijk en de provinciën, evenals van Batavia en Paramaribo. Op een banderolle stonden, in goud op bruinen grond, de drie eerste verzen van het Wilhelmus van Nassauwe. Deze spreukbanden liepen ongeveer ter halverhoogte van de wanden, rondom langs de muren der geheele kerk door.

Schotten en muren waren bekleed met zoogenaamde Jacquartstof, in blauw bezaaid met gouden leeuwen.

De troonzetel voor H, M. de Koningin was dezelfde, welke gebruikt

319

ocr page 344

320

werd bij de Inhuldigingen van de Koningen Willem II en Willem III. De zetel voor de Koninginne Moeder was nieuw.

Op de kredenz-tafel vóór den Troon lagen, op rood fluweelen kussens: de Koninklijke Kroon, de Koninklijke Schepter, de Rijksappel en de Grondwet van het Rijk.

Aan de rechterzijde van den troon was een loge gebouwd met zetels voor de vorstelijke genoodigden. Een andere afzonderlijke loge ter linker was bestemd voor het corps diplomatique.

Recht tegenover den Troon waren de zetels der Ministers, rechts daarvan de plaatsen voor den voorzitter der Vereenigde Zitting en de griffie. Ter weerszijden van de groote ruimte met zitplaatsen voor de leden der Volksvertegenwoordiging, waren tribunes voor de leden van de hooge Collegiën van Staat en verdere Staatsambtenaren.

Overal waren overigens in de groote ruimte nog tribunes gebouwd voor andere officiëele genoodigden, rijks- en gemeenteambtenaren en vertegenwoordigers van vele collegiën en vereenigingen.

Ter weerszijden van het groote orgel, boven de tribune voor de vertegenwoordigers der pers, hadden de zangers en de muzikanten plaats gevonden. De samenstelling van het élitekoor moge hier volgen:

Sopranen: de dames Noordewier—Reddingius, Oldeboom—Lütke-mann, Thyssen—Bremerkamp, Croes—Spoor, Betsy Bonger, Betsy Hol, A. Kappel.

Alten: de dames De Haan—Manifarges, Anna Blaauw, Gerda Reynders, Jeanne Blijenburg, Z. Bakker, C. van Zanten.

Tenoren: de heeren J. I. Rogmans, J. Urlus, Jos. Tijssen, F. Phlippeau, F. B. M. Stachelhausen, B. Schmeink.

Bassen: de heeren Joh. Messchaert, Ant. Sistermans, Jos. Orelio, F. H. van Duinen, Ch. E. H. Boissevain, Joh. Soutendijk.

Organist was de heer de Pauw. De blaasinstrumenten bestonden uit drie trompetten, zes horens, drie bazuinen, een bas-tuba en pauken. De executanten waren leden van het orkest van het Concertgebouw.

De versiering en inrichting van het kerkgebouw en van den Troon was opgedragen aan den Intendant der Koninklijke Paleizen Jhr. Hoeufït

ocr page 345

amsterdam 6 sept. de inhuldiging. ^2 1

van Velzen, en aan den Adjunct-intendant van het Koninklijk Paleis te Amsterdam, jhr. C. C. Th. Six.

De directie in de kerk, voor en gedurende de plechtigheid, was opgedragen aan de kamerheeren van H. M. de Koningin: jhr. J. van den Berch van Heemstede, J. D. Baron van Wassenaer van Rosande, F. W. C. H. Baron van Tuyll van Serooskerken, A. W. J. J. Baron van Nagell, mr. G. W. Graaf van Rechteren Appeltern, mr. J. A. H. Baron van Zuylen van Nyevelt, jhr. mr. F. J. J. M. van Rijckevorsel, E. R. van Weideren Baron Rengers, jhr. mr. A. van Reigersberg Versluys, mr. P. A. J. Baron De Smeth van Alphen en jhr. C. C. Th. Six. Deze heeren werden, als aide-ceremoniemeesters ter zijde gestaan door 24 officieren van de dienstdoende Schutterij te Amsterdam, 12 officieren van de Marine en 12 van de Landmacht.

Van de deur van het kerkgebouw tot den halven afstand naar den Troon, waren ter weerszijden van den door H. M. de Koningin te volgen weg, een enkele rij manschappen van de dienstdoende schutterij van Amsterdam opgesteld. Zij stonden onder commando van den kapitein E. Prins, aan wien was toegevoegd de 2° luitenant W. van Doorn.

Grootsch was de aanblik van het kerkgebouw door de pracht van de toiletten der dames, de uniformen en gala-kostuums van de diplomaten, hooge officieren en hofdignitarissen, die langzamerhand hunne plaatsen kwamen innemen, nadat de overige genoodigden reeds aanwezig waren.

Ten 10 uur waren de leden van de Staten-Generaal met de griffiers en commiezen-griffiers der beide Kamers in het Paleis bijeengekomen. Ten 10 uur ij begaven zij zich, — geëscorteerd door het reeds genoemde commando van het 70 regiment, — van het Paleis naar de Nieuwe Kerk, waar zij door ceremoniemeesters werden ontvangen en naar hunne zitplaatsen tegenover den troon geleid.

De Vereenigde Zitting der Staten-Generaal.

De voorzitter, mr. Van Naamen van Eemnes, verzocht den griffier van de Eerste Kamer, mr. O. W. Star Numan, voorlezing te doen van het Koninklijk Besluit van j Aug. waarin H. M. de Koningin-

quot;

.

41

ocr page 346

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

Regentes de Volksvertegenwoordiging had bijeengeroepen tot eene openbare en vereenigde vergadering, ter plechtige beëediging van H. M. de Koningin.

Na de voorlezing benoemde de voorzitter eene commissie, welke Hare Majesteit aan de deur der kerk zou ontvangen en Haar geleiden naar den Troon. De commissie werd samengesteld uit de heeren: Viruly, Regout, Melvil Baron van Lynden, Goekoop, Pijnappel, Tak van Poortvliet, Schepel, Lieftinck, Rahusen, Van Weideren Baron Rengers, de Savornin Lohman, Donner, Vermeulen, Seret en Van Vlijmen.

Ten half elf kwamen de Ministers, hoofden van Ministerieele

Departementen en de Leden van den Raad van State. Zij waren eveneens te voren in het Paleis bijeengekomen en begaven zich mede te voet naar het kerkgebouw, waar zij door ceremoniemeesters werden ontvangen en begeleid.

Intusschen waren ook de leden van het corps diplomatique, dooiden ingang aan den N.-Z. Voorburgwal binnengekomen en hadden plaats genomen in de afzonderlijke loge.

322

ocr page 347

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING. 323

Weinige minuten later verschenen in den middengang, door kamer-heeren voorafgegaan, de Vorstelijke Genoodigden, die in een koets met zes paarden van het Paleis door de Paleisstraat naar den ingang aan den Voorburgwal waren gereden. De Prinses van Wied droeg een zijden sleepkleed van geel brocaat met overkleed van witte kant. De Groothertog en de Prins van Wied droegen beiden het Grootkruis van

den Nederlandschen Leeuw. Door de ceremoniemeesters ontvangen

en begeleid, betraden de leden der Koninklijke Familie de loge ter

rechterzijde van den Troon, terwijl het gevolg in een afzonderlijke tribune plaats nam.

1) In deze volgorde; de Ministers Pierson en dc Beaufort; Cort v. d. Linden en Goeman Borgesius; Röell en Eland; Lely en Cremer.

ocr page 348

324 AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

Ten kwart voor elven kwamen de Indische Vorsten, hoofden der gezantschappen; allen in prachtige galakleeding met edelgesteenten. Zij waren de eersten die om den Troon de voorgeschreven plaatsen innamen ; ter rechterzijde de Sultan van Siak met Pangeran Mangkoe Negoro van Koetei, ter linker Pangeran Ario Mataram van Soerakarta met Pangeran Sosro Negoro van Koetei.

Intusschen was het gegons van stemmen dat het gebouw vervulde, meer en meer verminderd. Er heerschte een stemming vol spanning, telkens versterkt door de geluiden van buiten, welke duidelijk maar als van verre in het kerkgebouw doordrongen. De donkere lucht was intusschen meer en meer opgeklaard, totdat opeens de zon doorbrak en met gulden stralen de Troon en zijn omgeving kwam verlichten.

Tegelijk verkondigde het gejuich van buiten, dat H. M. de Koningin-Moeder van het Paleis vertrok, om door de Paleisstraat naar den ingang aan den N.-Z. Voorburgwal te rijden. Een escorte cavalerie ging voorop, dan volgde de ceremoniemeester van H. M. de Koningin, Graaf van Randwijck; daarna de kamerheeren H. A. Z. Baron van Knobelsdorlï van de Gelder en Nyenhuis, H. W. J. baron van Tuyll van Serooskerken en A. C. baron Bentinck; jhr. G. Alberda van Menkema, G. L. M. Baron Taets van Amerongen van Natewisch en A. J. C. Baron van Pallandt van Neerijnen, — in twee rijtuigen.

Hierop H. M. de Koningin-Moeder, gezeten in een koets met 6 paarden.

Na het rijtuig van H. M. volgden, in twee rijtuigen: Hr. Ms, grootmeesteres, de hofdame van dienst en de kamerheer, particulier secretaris, jhr. De Ranitz; de hofdames van beide Koninginnen, de kamerheer-thesaurier jhr. G. J. Van Tets en de intendant van het domein Soestdijk, de heer L. W. Groeneveldt.

Een escorte cavalerie besloot den stoet.

Aan den ingang der kerk werd H. M. door de Dames du Palais van de beide Koninginnen ontvangen, zoomede door vier ceremoniemeesters en twee aides.

Doodsche stilte heerschte in het gebouw, toen met luider stem werd aangekondigd: ,,De Koningin-Moeder!quot; Voorafgegaan door ceremoniemeesters en kamerheeren, gaande twee aan twee, schreed H. M. door

ocr page 349

m

f '-CIf :•

i

1 '

--;

i

fEBÉB

««!

—

£=«=

urfff f p ^Yii1 '/quot;'ir r

r •- f -1-

ocr page 350

V

L

ocr page 351
ocr page 352

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

den middengang, terwijl het publiek aan weerszijden in eerbiedig zwijgen was opgestaan. Op het oogenblik, dat de Koningin-Moeder het kerk gebouw betrad, begon het orgel te spelen, door blaasinstrumenten versterkt.

Mengelberg's „Preludium,quot; waaraan het Wilhelmus ten grondslag ligt, maakte een schoonen en plechtigen indruk.

H. M. de Koningin-Moeder nam plaats op den Troon, staan blijvende voor Haren zetel. H. M. droeg een sleepkleed van licht lila zijde met witte kant, met veeren van dezelfde kleur in het kapsel, waarin de diamanten parure schitterde, het huldeblijk van het Nederlandsche volk bij Haar huwelijk.

De muziek zwijgt. Weer wordt het doodstil in de kerk.

Klokslag elf uur dreunde het eerste kanonschot van het Koninklijk Saluut. Op alle torens klingelt het carillon en worden de klokken geluid. De menigte op den Dam barst uit in gejuich.

De Koningin heeft het Paleis verlaten om zich naar de kerk te begeven.

De stoet werd reeds geheel binnen het Paleis gevormd, onder leiding van de kamerheeren van H. M. de Koningin, H. W. J. E. Baron Taets van Amerongen, G. A. Baron Snouckaert van Schauburg, G. A. Baron Tindal en Mr. W. Baron Röell. De beide laatstgenoemden waren, meer in het bijzonder, trouwens reeds belast geweest met de ontvangst ten Paleize van de leden der Volksvertegenwoordiging, de Ministers en de leden der hooge Collegiën van Staat.

Nadat H. M. de Koningin, voorafgegaan door den opperceremonie-meester, de antichambre No. 49 had verlaten, stelde de stoet zich in beweging. Aan het geheele personeel van Harer Majesteits Hofhouding was vergunning verleend, zich in de Galerijzaal en de Antichambre op te stellen, de Dames van hare Majesteit en de hoogere beambten in de Groote Zaal.

De stoet van Hare Majesteit had deze volgorde:

a. De Herauten van Wapenen: F. A. C. Graaf van Lynden van Sandenburg en A. J. Looxma van Weideren Baron Rangers, met hunne trompetters.

b. De Koningen van Wapenen: Jhr. D. Rutgers van Rozenburg en Mr. G. C. D. Baron van Hardenbroek.

328

ocr page 353
ocr page 354

tv'!'^!'0: ■«!

;';■« '■^ I MÊÊÊ

Imê HhBI ■ ^ SI k

,

i

.

■

■

f K 'j

-

I

quot;■

C;'

ocr page 355

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING. 329

c. De ceremoniemeester van H. M. de Koningin, die echter eerst bij den ingang der kerk zijn plaats innam.

d. De kamerjonkers: Mr. R. Baron van Zuylen van Nyevelt en Mr. J. P. Graaf van Limburg Stirum; de jagermeesters: V. W. R. Baron Bentinck tot Schoonheten en Jonkheer Mr. F. X. A. Verheyen Jr., en de stalmeesters in b. d. van H. M. de Koningin: Jhr. Huydecoper en Van der Oudermeulen, gaande twee aan twee.

e. Twaalf kamerheeren van H. M. de Koningin, gaande drie aan drie: Mr. W. Baron Röell, J. VV, F. Ridder Huyssen van Kattendijke, H. W. J. E. Baron Taets van Amerongen; G. A. Baron Tindal, Jhr. Mr. A. Snoeck, H. L. Baron van Heemstra, Jhr. Mr. R. W. J. van Pabst van Bingerden, Jhr. Mr. G. J. C. Schimmelpenninck en J. M. L. van Bronkhorst.

f. De hoofden der departementen van de hofhouding; Jhr. van Haersma de With, van Steyn, G. Ch. Baron Snouckaert, Jhr. Hoeufft, A. C. Baron Snouckaert, Baron Bentinck, Baron Clifford.

g. De Groot-Ofiicieren van de Kroon: Graaf du Monceau, Graaf van Lynden, Baron van Hardenbroek, Baron van Pallandt, Jhr. Verspyck.

/1. Het Rijkszwaard, ontbloot gedragen door den gepens. Luit-Generaal, adjudant van H. M. in b. d., K. van der Heyden, begeleid door twee oflicieren, de ie Luit. der inf. van het Ned. Leger H. J. von Santen en de ie Luit. der inf. van het O. I. Leger G. K. Dijkstra.

i. De Standaard van het Koninkrijk, gedragen door den gepens. Vice-Admiraal, adjudant van H. M. in b. d., P. ten Bosch, begeleid door twee olllcieren, de Luit. ter zee 2e kl. A. F. Gooszen en de ie Luit. der mariniers J. C. Schraver.

De commandant van het 3e regement huzaren, Kolonel W. E. A. Wüppermann met den Regimentstandaard en de commandant van het 7e reg. inf.. Kolonel P. R. Goudschaal met. het Vaandel.

X'. De Commandant van het reg. Grenadiers en Jagers, Kolonel J. L. De Bock, en de Commandant van het reg. Schutterij te Amsterdam, Kolonel J. 11. Boellaard, elk met de vaandels hunner regimenten.

/. De Opperceremoniemeester van H. M. de Koningin, Mr. M. W. Baron du Tour van Bellinchave.

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN.

m. De vier oudste Adjudanten van H. M. de Koningin, dragers van den Koninklijken Mantel, Jhr. Van de Poll, Baron Grovestins, Kapt. t/z. Zeegers Veeckens en Jhr. van den Bosch.

gt;1. De Grootmeesteres van H. M. de Koningin, Barones Van Hardenbroek van Bergambacht.

0. De Adjudanten in gewonen dienst, gaande naast elkaar, Jhr. Van der Staal, Jhr. Van Tets en Baron Van Tuyll.

p. De Adjudanten in buitengewonen dienst, gaande vier aan vier, in volgorde van rang en anciënniteit.

42

ocr page 356

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

q. De Ordonnansofficieren van H. M. de Koningin, gaande naast elkaar; Jhr. Six, Luit. Loudon, Graaf du Monceau en Jhr. Van Suchtelen.

r. De Vlag-Oiïicieren en Generaals in actieven dienst, gaande drie aan drie, in volgorde van rang en anciënniteit.

Langzaam kwam de stoet naar buiten, de muziekcorpsen speelden het Wilhelmus; de troepen brachten het militaire eerbewijs; de menigte ontblootte eerbiedig het hoofd.

Al de heeren die behoorden tot den stoet gingen met ongedekten hoofde, met uitzondering van: den kloeken drager van het Rijkszwaard

en dien van den Standaard van het Koninkrijk, de begeleidende officieren, voorts de kolonels, dragers van de roemrijke regimentsvaandels en den standaard, en de herauten van wapenen met hunne trompetters.

In Haar schitterend gewaad, gehuld in den purperen en hermelijnen mantel, de fonkelende diadeem op het hoofd, ging de Koningin ter kerke. Met diepen ernst op het lief gelaat, schreed Zij voort, dankend met een lichte buiging van het hoofd, voor de toejuichingen des volks.

Zoo trad Zij de versierde kerkingang binnen, waar Hare Majesteit door de commissie uit de Staten-Generaal werd ontvangen en naar den

ocr page 357

Plan van den Troon.

©

©

©

©

©

0

©

@

©

0

@

0

0

0

©

©

©

©

©

©

©

©

0

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

0

©

©

©

©

©

©

©

©

©

* '

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

©

O

©

©

0

O

Voorzitter der Vereenigde Zitting.

0\

©

©

©

0

0

©

©

©

©

0

©

0

©

©

G

O

v

O

©

Koning van Wapenen Jhr. Rutgers

Opperceremoniemeester.

Ceremoniemeester.

Koning van Wapenen Baron van

Hardenbroek.

Ordonnansoff. luit. London. Ordonnansoft. Jhr. van Suchtelen. Vaandel 7e reg. inf. (kolonel Goudschaal).

Vaandel d.d. schutterij (kolonel Hoellaard).

Vaandel grenadiers en jagers (kolonel De Bock).

Standaard 3e reg. huzaren (kol. Wilppermann.

Ordonnansoff. luit. Graaf Du M «)nceau.

Ordonnansoff. luit. Jhr. Six. en 14. Officieren begeleiders Rijks-Standaard.

Standaard van het Koninkrijk (gepens. vice-adm. Ten Bosch.) Rijkszwaard (luit.-gen. K. van der Heyden),

en 18. Officieren begeleiders R ijkszwaard.

Kamerjonker Haron van Zuylen. Stalmeester Jhr. Huydecoper. Adj. luit.-kol. Van Hoogstraten. Adj. gen.-majoor Van Braam Houckgeest.

Pangéran Mangkoe Negoro I Koetei).

Z. II. de Sultan van Siak. Pangéran Ario Mataram (Solo). Pangéran Sosro Negoro (Koetei). Adj. generaal majoor Holtius, Adj. luit.-kol. Rost van Tonningen Jagermeester Verheyen.

Kamerh. Graaf v. LimburgStirum. 32, 41, 42, 43, 44, 53, 60, 76 en 77. Vlag-ofticieren en generaals, naar ouderdom van rang.

33-

34.

35-

36.

37. 3«. 39-

40. 45-46. 47-48.

49-50.

51-52.

61.

62.

63-

64.

65.

66.

67.

68.

69.

70.

71.

72.

73-

74.

75. 78.

79 80.

9-

I o.

11.

12. 13

15-

16.

19.

20.

21.

22.

23.

24.

25.

26.

27.

28.

29. 3°. 31,

Adj. generaal-maj. Baron Taets Amerongen.

Adj. gen.-maj. Baron de Posson. Adj. luit.-gen. Bergansius. Adj. luit.-gen. Ridder Alewijn. Adj. luit.-gen. Van Helden. Adj. luit.-gen. Kool. Adj. schout b/n Baron van Hogendorp.

Adj. gen.-maj. Jhr. Laman Trip, Adj. kolonel Jhr. Von Mühlen. Stalmeester Van der Oudermeulen. Adj. kapt. Jhr. Van den Bosch. Adj. luit.-kol. Baron Grovestins. Adj. luit.-kol. Jhr. Van de Poll. Adj. kapitein ter zee Veeckens. Jagermeester Baron Bentinck. Adj. majoor De Bordes. Adj. kolonel Simons.

Kamerheer Van Bronkhorst. Adj. majoor Baron Van Tuyll. Dame du Palais Baronesse van Knobelsdorff.

Grootmeesteres van H. M. de Koningin.

Grootmeester Graaf Van Lynden.

Opperkamerheer.

Chef van het Militaire Huis.

Opperjagermeester.

Adj. generaal Jhr. Verspyck.

Grootmeesteres van H. M. de

Koningin-Moeder, (a)

Dame du Palais Mevrouw Van

Loon.

Adj. ritmeester Jhr. Van Tets. Kamerh. Jhr. Schimmelpenninck. Adj. kolonel Jhr. Baud. Adj. intendant Paleis Amsterdam. Kamerheer Jhr. Snoeck. Kamerheer Baron Van Heemstra.

(0) Plaatst zich vóór de komst en na het vertrek der Koningin op NJ. 70.

81. Hofdame Gravin van Limburg Stirum.

82. Hofdame Baronesse Rengers.

83. Kamerheer Jhr. Van Pabst.

84. Directeur Huisarchief.

85. iste stalmeester.

86. Hofmaarschalk.

87. Thesaurier van H. M. de Koningin.

88. Intendant Koninkl. Paleizen.

89. Part.secr. van li. M. de Koningin-Moeder (^)

90. Hofdame Baronesse v. Ittersum.

91. Hofdame Jonkvrouw Van de Poll.

92. Kamerheer Baron v. Pallandt.

93. Kamerh. Baron v. Knobelsdorff.

94. Intendant van Soestdijk.

95. Kamerheer Baron Van Lynden.

96. Jagermeester Jhr. De With. 97 Intendant van Het Loo.

98. Adj. kapt. t/z Jhr. v. d. Staal.

99. Kamerheer Graaf Van Bylandt.

100. Kamerheer Baron Röell.

101. Kamerheer Baron v. Amerongen.

102. Kamerheer Baron Tindal.

103. Kamerheer Ridder Huyssen van Kattendyke.

104. Kamerheer Graaf Van Limburg Stirum.

105. Thesaurier van H. M. de Koningin-Moeder (r)

106. Kamerheer Jhr. Albarda.

107. Kamerheer Baron v. Amerongen v. Natewisch.

108. Kamerheer Baron Van Tuyll.

109. Kamerheer Baron Bentinck.

(/;) Plaatst zich vóór de komst en na het vertrek der Koningin opN0. 87.

(r) Plaatst zich vóór de komst en na het vertrek der Koningin op N0. 89.


ocr page 358

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

Troon geleid. Aller oogen zijn thans gericht op de Jonge Vorstin, aller aandacht wordt geboeid door het schouwspel, de feitelijke troonsbestijging van Hare Majesteit. Langzaam en bevallig bestijgt Zij de treden en neemt plaats op Haren Troonzetel, terwijl de Koninklijke Mantel in zware golving neerplooit.

De Koningin-Moeder, die de Koningin met een neiging verwelkomde, had thans mede plaatsgenomen. In statige wuiving daalden de Standaard van het Rijk en de regimentsvaandels ten groet, waarna alle dames en heeren, die deel uitmaakten van den stoet, zich schaarden om den Troon.

Onder plechtige stilte hief thans het koor het Wilhelmus aan, dat krachtig ruischte langs de gewelven.

Als een too verachtige, reine verschijning zat de Koningin op Haren Troon, lichtend uit den schitterenden achtergrond van gouden prachtgewaden. En op dat oogenblik deed het gulden zonnelicht de prachtige groep schitteren met verhoogden glans.

Toen de aangrijpende klanken van het a capella koor waren weggevloeid, nam de Koningin het woord. Met een klare en klankrijke stem, die als de muziek van zooeven overal doordrong, zóó zuiver alsof de woorden uit de hoogte neerparelden in de ruimte, hield Zij Hare toespraak:

Mijne Heeren Leden der Staten-Generaal,

Reeds op jeugdigen leeftijd heeft God Mij door het overlijden van Mijnen onvergetelijken Vader tot den Troon geroepen, dien Ik onder het zoo wijze en zegenrijke Regentschap Mijner innig geliefde Moeder beklom.

Na de vervulling van Mijn achttiende levensjaar heb Ik de Regeering aanvaard; Mijne proclamatie heeft dit aan Mijn dierbaar Volk bekend gemaakt. Thans is de ure gekomen, waarop Ik Mij, te midden van Mijne trouwe Staten-Generaal, onder aanroeping van Gods Heiligen Naam, zal verbinden aan het Nederlandsche volk, tot instandhouding van zijne dierbaarste rechten en vrijheden.

ocr page 359

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

Zoo bevestig Ik heden den hechten band, die tusschen Mij en Mijn volk bestaat en het aloud verbond tusschen Nederland en Oranje opnieuw bezegelt.

Hoog is de roeping, schoon de taak die God op Mijne schouders gelegd heeft. Ik ben gelukkig en dankbaar het Volk van Nederland te mogen regeeren, een volk klein in zielental, doch groot in deugden, krachtig door aard en karakter.

Ik acht het een groot voorrecht, dat het Mijne levenstaak en plicht is, al Mijne krachten te wijden aan het welzijn en den bloei van Mijn dierbaar vaderland.

De woorden van Mijnen beminden Vader maak Ik tot de Mijne : ,,Oranje kan nooit, ja nooit genoeg voor Nederland doen.quot;

Bij de vervulling van Mijne taak heb Ik Uwe hulp en medewerking noodig. Mijne Heeren leden der Volksvertegenwoordiging. Ik ben overtuigd dat Gij Mij die in ruime mate zult verleenen.

Laat ons samen arbeiden voor het geluk en den voorspoed van het Nederlandsche volk. Dat zij Ons aller levensdoel.

God zegene Uwen en Mijnen arbeid, dat hij strekke tot heil van Ons Vaderland !

Overweldigend was de indruk dien deze toespraak maakte, door den aard der woorden, maar vooral door de macht dezer koninklijke stem. In het zuiverste Nederlandsch klonken de woorden, in een rijzing en daling van onberispelijke intonatie, schooner dan muziek. En een huivering van aandoening doortrilde de menigte, toen Hare Majesteit met diepen ernst en bezieling de woorden van Haren Vader herhaalde: „Oranje kan nooit, ja nooit genoeg voor Nederland doen!quot;

Toen Zij Hare rede had voleindigd, stond Hare Majesteit langzaam op, strekte met een statig gebaar de rechterhand omhoog en legde den eed af, met plechtigen nadruk en in een climax van vastberaden ernst, die de woorden der formule deed leven en ze als uit het hart deed opwellen met onweerstaanbaren drang.

,,Ik zweer aan het Nederlandsche volk dat Ik de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven.

333

ocr page 360

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

334

Ik zweer, dat Ik de onafhankelijkheid en het grondgebied des Rijks met al Mijn vermogen zal verdedigen en bewaren ; dat Ik de algemeene en bijzondere vrijheid en de regten van alle Mijne onderdanen zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de algemeene en bijzondere welvaart alle middelen zal aanwenden, welke de wetten te Mijner beschikking stellen, zooals een goed Koning schuldig is te doen.

Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!

Terwijl Hare Majesteit op plechtigen toon het formulier uitsprak, waren alle aanwezigen opgestaan.

ocr page 361

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

Het was een moment om nooit te vergeten, en de ontroering welke zich van het publiek meester maakte, was zoo overweldigend, dat een jubel losbarstte, die daverde onder de hooge gewelven. In strijd met het ceremonieel klonk het ,,Leve de Koningin !quot; duizendstemmig door de ruimte.

Hare Majesteit had opnieuw plaats genomen op Haren zetel. Thans volgde de huldiging door de Staten-Generaal.

De voorzitter der Vereenigde Vergadering trad voor den Troon en sprak voor het aangezicht der Koningin de woorden van den eed:

,,Wij ontvangen en huldigen, in naam van het Nederlandsche volk en krachtens de Grondwet, U als Koningin; wij zweren, dat wij Uwe onschendbaarheid en de regten Uwer kroon zullen handhaven ; wij zweren alles te zullen doen wat goede en getrouwe Staten-Generaal schuldig zijn te doen.

„Zoo waarlijk helpe ons God almagtig!quot;

Daarop trad de Heer Van Naamen van Eemnes terug. De Griffier der Eerste Kamer las vervolgens de namen der leden van beide Kamers af, naar de volgorde van de presentielijst. Eén voor éen stonden de leden op en elk sprak daarbij de woorden: ,,Zoo waarlijk helpe mij God almachtig!quot; enkelen: ,,Dat beloof ik!quot;

Bij de opening der Vereenigde Vergadering waren de namen opgelezen van de leden die niet tegenwoordig waren.

Afwezig waren alleen de volgende leden:

Eerste Kamer. Met kennisgeving: de Heer Mr. H. R. van Marle (wegens verblijf in het buitenland om redenen van gezondheid). De vacature van wijlen den Heer H. Muller was nog niet vervuld.

Tweede Kamer. Met kennisgeving: de Heeren J. J. van Kerkwijk (wegens redenen van gezondheid); A. van Delden (wegens hoogen leeftijd en om redenen van gezondheid); Dr. A. Kuyper (wegens verblijf in het buitenland); J. Th. Smits van Oyen (om redenen van gezondheid). — Zonder kennisgeving: de Heeren H. H. Van Kol, G. van der Zwaag en Mr. P. Troelstra.

ocr page 362

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

Hare Majesteit volgde met groote aandacht de geheele plechtigheid, de oproeping en de eedsaflegging, telkens Haar blik vestigend op dengene, die het formulier uitsprak.

Toen allen den eed hadden afgelegd, was er één moment van stilte, onmiddellijk echter afgebroken toen de oudste Koning van Wapenen, rechts van den Troon, den scepter zwaaiend, met krachtige stem luide verkondigde :

, ,Hare Majesteit Koningin Wilhelmina is ingehuldigd!

Leve de Koningin !quot;

En deze kreet werd eerst door hem, daarna door den anderen Koning van Wapenen tot drie malen herhaald.

Toen kon het publiek in de kerk de lang betoomde geestdrift niet langer bedwingen, en in blij gejuich schalde het telkens en telkens weer: ,,Leve de Koningin! Hoera!quot;

De herauten van wapenen met hunne trompetters begaven zich intusschen buiten het kerkgebouw. De trompetters openden den ban en andermaal klonk, uit den mond van den oudsten der herauten, de blijde mare: ,,Hare Majesteit Koningin Wilhelmina is ingehuldigd!quot;

Waarna beide herauten te zamen tot driemalen uitriepen :

,,Leve de Koningin!quot;

Beide Koninginnen waren van Hare zetels opgestaan. Onder orgelbegeleiding hief het koor een koraal aan, mede door den Heer Mengelberg geïnstrumenteerd, op de melodie ,,Nun danket Alle Gottquot;:

O, onvergeetbre stond,

O, dag van zielsverblijding,

Hoe werd 't aloud verbond Gesterkt door hooger wijding.

Nu daal' op 't Vorstlijk Hoofd,

Heel Neerland's vreugd en eer,

Een rijke zegen neer!

Zoo wordt Gods naam geloofd.

Na het défilé met de wuivende regimentsvaandels, verliet de Koningin de kerk, in dezelfde volgorde van den stoet als bij Hare komst, en tot den uitgang vergezeld door de commissie uit de beide Kamers.

ocr page 363

AMSTERDAM 6 SEPT. DE INHULDIGING.

Na enkele oogenblikken toevens verliet ook H. M. de Koningin-Moeder het kerkgebouw. Toen Zij door de dichte rijen der genoodigden naar den anderen uitgang schreed, stonden allen eerbiedig op en brachten Haar, in een spontane uiting van dankbaarheid, een hartelijke ovatie.

Het was vijf minuten over half twaalf toen Koningin Wilhelmina verscheen. Het gejuich der menigte begeleidde Haar op Haren weg, en met een blijden glimlach dankte Zij.

Weinige oogenblikken daarna vertoonden zich de herauten van wapenen met hunne trompetters op het balcon. Zij plaatsten zich op beide hoeken en wijd in 't rond verkondigde toen trompetgeschal, dat Neerland's Koningin gehuldigd in Haar Paleis was weergekeerd.

Onmiddellijk daarop verscheen Zijzelve, als een stralende verschijning in het gewaad der majesteit, terwijl de zon de diamanten in Haar diadeem deed fonkelen.

Dat was het oogenblik waarop duizenden reeds uren hadden gewacht.

Thans steeg de geestdrift tot een storm, een juichen zonder einde met daverende jubeltonen. De Koningin wuifde en groette, steeds met dien blijden glans op het gelaat, en weder noodde zij de Koningin-Moeder met vriendelijken drang, om te komen deelen in Haar triomf. Met nieuwe kracht verhief zich het juichen en plotseling, zonder eenige voorbereiding of afspraak, begon de menigte het geliefd Wilhelmus te zingen, terwijl de militaire muziek daarmee inviel en begeleidde. Een uiting van heerlijke geestdrift. En nogmaals herhaalde Zij dit verschijnen, wuivend en dankend voor zoo onmiskenbare blijken van trouw en aanhankelijkheid.

Eerst toen de Koninginnen weder waren binnen getreden, verflauwde langzamerhand het gejuich.

Daarna werden de vaandels en de standaard op de gebruikelijke wijze uit het Paleis teruggehaald en rukten de troepen in.

Binnen de muren van het Paleis, ongezien door de duizenden daarbuiten, had intusschen een treffende ontmoeting plaats gehad, niet voorgeschreven door eenig ceremonieel, maar daardoor juist van te hooger beteekenis. Koningin Emma ontmoette Hare dochter en teeder omhelsden

337

43

ocr page 364

amsterdam 6 sept. de inhuldiging.

Zij elkander, met tranen van innige dankbaarheid en hartelijke vreugde.

Kort daarop kwamen ook de Groothertog van Saksen en de Prins en Prinses van Wied Hare Majesteit hunne gelukwenschen aanbieden.

De Groote Rijtoer.

Ten half drie des middags verlieten de Koninginnen het Paleis om, vergezeld van de Leden der Koninklijke Familie en met groot gevolg, een rijtoer te maken door het versierd Amsterdam, in het bijzonder door de volksbuurten.

Welk een zegetocht, op dien heerlijken zomerschen dag, was deze rijtoer!

Langs den geheelen langen weg stonden de menschen bij honderden opgehoopt, om de Koningin en hen die Haar vergezelden toe

De Prinses van Wied en de Groothertog. , .

te juichen.

In het kwartier der Israëlieten vooral was de geestdrift buitengewoon. Uit alle stegen en gangen waren de bewoners naar de hoofdstraten gekomen om de Koningin te begroeten.

Te midden van een storm van gejuich, reed het koninklijk rijtuig stapvoets door de menigte, en de Koningin werd het niet moede, met vriendelijken glimlach links en rechts te groeten.

Telkens weer nieuwe verrassingen, nieuwe uitingen van hulde. Bij den fraaien eereboog in de Jodenbreestraat stond een muziekcorps, dat bij het voorbijgaan van den stoet de volksliederen speelde. De oude poort op Marken was bezet door mannen in oud-Hollandsch kostuum, die het saluut brachten. Toen de stoet over de brug bij de Nieuwe Vaart reed, paradeerden op de oorlogsschepen mariniers en matrozen, terwijl zich de kapel der marine deed hooren.

ocr page 365

AMSTERDAM 6 SEPT. DE GROOTE RIJTOER.

Op het Kattenburgerplein werd eenige oogenblikken stil gehouden voor een groote tribune, waarop 7^0 kinderen van ,,de Eilandenquot; der Koningin liederen toezongen, waarna de menigte het Wilhelmus aanhief.

Zoo ging de stoet steeds verder; langs de paradeerende brandwachts op Kattenburg en de beambten van de Hollandsche spoor, opgesteld bij het Suykerhuis. Op het plein achter de kazerne Oranje-Nassau stonden de troepen in orde van parade en daar ginds bij de Muiderpoort waren ook de jongens van „Klein maar dapperquot;, thans vereenigd met hun vriendjes uit Waterland, de kleine matrozen van ,,Jong Edam.quot; Maar bijzonderen indruk maakte ook de hulde van het garnizoen, opgesteld op de Mauritskade, aan deze en gene zijde van de poort der genie. Terwijl Hare Majesteit tusschen de troepen doorreed, speelden de muziekcorpsen het Wilhelmus, en met bazuingeschal werd Zij begroet van de tinnen, terwijl de onderofficieren van alle wapens op de ommegangen van den toren paradeerden.

Overal onverflauwde geestdrift. Op de Stadhouderskade en in de Marnixstraat stonden de menschen in onafzienbare rijen geschaard, steeds juichend en wuivend met hoofddeksels en doeken. In de Spaarn-dammerstraat werd op de eerepoort bij de kerk de Koninklijke Standaard geheschen. Daar namen Hare Majesteiten bouquetten aan van de buurt-commissie. Het gebouw van de Wester-suikerraffinaderij schitterde in electrisch licht, rood-wit-en-blauw, en op eene tribune zaten meisjes in nationale kleederdrachten. Iets verder weer, in de Marnixstraat, stonden een aantal meisjes, gekleed in het wit met oranjesjerpen, dragend de vaandels der Nederlandsche provinciën. Altemaal uitingen Van hulde en vereering.

Maar wat beteekende dat alles bij dien rit door het hartje van den Jordaan! Daar bereikte de geestdrift een ongekende hoogte. Niet dan stapvoets kon het koninklijk rijtuig de Willemstraat binnenrijden, waar der Koningin bouquetten werden aangeboden namens den ,,Oranjevriendenkringquot;. Daar stonden ook deputaties van oud-strijders, overgekomen uit Rotterdam en zelfs heel uit Leeuwarden. Dat zij Hare Majesteit juist op deze plek wilden begroeten, het was in de overtuiging, dat van heel Amsterdam de Willemstraat het brandpunt vormt van

339

ocr page 366

34° amsterdam 6 sept. de groote rijtoer.

gloeiende liefde voor Oranje. Ontzaglijk was de geestdrift, verbijsterend het joelen en juichen, toen de Koninginnen zeer langzaam voortreden, tot vóór eene tribune, waar een aantal kinderen ,,Dat 's Heeren zegen op u daal!quot; aanhieven, en de geheele bevolking met plechtigen ernst meezong, om tot slot weder in daverende hoera's uit te barsten, toen de stoet stapvoets opreed, om thans Paleiswaarts te keeren.

Het was een éénige tocht, die rijtoer door de volksbuurten op den dag der Inhuldiging.

Diner ten Hove.

Ter gelegenheid van de Inhuldiging werd dezen middag een feestmaal gegeven, waaraan door H. M. de Koningin 280 gasten waren genoodigd. Tot dezen behoorden de Ministers, de vreemde gezanten, de leden van beide Kamers der Staten-Generaal met de voorzitters en griffiers, de Commissarissen der Koningin, de leden van Gedeputeerde Staten, de stedelijke autoriteiten, benevens een groot aantal andere hooggeplaatste militaire en civiele personen, waarbij ook de geestelijkheid van alle gezindten was vertegenwoordigd. De Groothertog van Saksen, de Prins en Prinses van Wied, zoomede de Indische vorsten zaten aan, benevens de geheele Hofhouding.

De Koningin was, evenals de Koningin-Moeder en de Prinses van Wied, in het wit gekleed.

H. M. de Koningin, bij het dessert oprijzende, sprak Hare gasten volgenderwijze toe:

„Mijn hart dwingt Mij, op dit oogenblik uiting te geven aan de wenschen, die Mij bezielen voor het heil en het welzijn van Mijn dierbaar Land en Volk. Ik noodig u allen uit met Mij een dronk te wijden aan het vaderland.

,,Leve het Vaderland!quot;

Met hartelijke instemming werd deze kreet door allen herhaald. De Voorzitter der Eerste Kamer, Mr. Naamen van Eemnes, nam daarop met goedkeuring van de Gastvrouw het woord, zeggende:

ocr page 367

amsterdam 6 sept. diner ten hove.

,,Ik dank Uwe Majesteit, voor de hartelijke woorden, die Zij zooeven heeft geuit en die, zich zoo geheel aansluitende bij de onvergetelijke rede, in de plechtigheid van dezen schoonen dag gesproken, in aller harten weerklank vinden.

,,Mogen Uwer Majesteit wenschen geheel, onder Gods zegen in vervulling komen en Uwe Majesteit een langdurige en gelukkige regeering zijn gegund, tot heil van Uw Doorluchtig Stamhuis en tot welzijn van het dierbaar Vaderland.

,,Ik stel u voor, te drinken op het geluk en de gezondheid van Hare Majesteit de Koningin.

,,Leve de Koningin!quot;

Alle gasten rezen van hun zetels en een driewerf herhaald en geestdriftig „Leve de Koningin !quot; weerklonk door het Paleis.

Na het feestmaal werd cercle gehouden, waarbij H. M. en de Koningin-Moeder, evenals de overige leden der Vorstelijke Familie, zich met de gasten onderhielden.

De Illuminatie.

Overal waren rappe handen ijverig in de weer geweest om de duizenden lichtjes aan te steken, totdat straten en pleinen hel verlicht waren in glanzende kleuren. Zoo werd Amsterdam bij het vallen van den avond tot een lichtstad, als nooit te voren was vertoond.

Het mag een gevaarlijk bedrijf heeten voor den kroniekschrijver, om slechts enkele gedeelten der stad en weinige gebouwen met namen aan te wijzen, nu de geheele stad een grooten wedstrijd had aangegaan. Laat ons echter de Koninginnen vergezellen op den rijtoer, dien Zij maakten door een groot gedeelte der stad, om de illuminatie te bezichtigen.

De weg, dien de stoet nemen zou, was met opzet geheimgehouden om groote ophoopingen te voorkomen. Daardoor juist was de toevloed der feestvierende menigte bij de plaats van afrit, op den schitterend verlichten Dam, ontzaglijk groot. Prachtig vertoonde zich thans het Monument, het Kommandantshuis gloorde in veelkleurig licht, op de Beurs vlamden hoog de vreugdevuren.

34'

ocr page 368

AMSTERDAM 6 SEPT. DE ILLUMINATIE.

Ten negen uur verscheen de vorstelijke stoet, de beide Koninginnen in een open rijtuig met vier paarden, gevolgd door de rijtuigen van de Koninklijke Familie en het gevolg. Ook de Indische gezantschappen hadden zich aangesloten.

Steeds door de juichende menigte heen, werd stapvoets gereden over het Rokin met zijn schoone verlichting langs het water. Daar straalde de Nederlandsche Bank in haar gouden versiering, en het gebouw van ,,Arti et Amicitiaequot; in sierlijke lichtlijnen. Schitterend was de inkijk van de Leidschestraat, maar rijker nog de bocht van de Heerengracht, waar electrisch licht tusschen de met bloemen en planten versierde woningen in het water weerspiegelde. Zoo leverde ook de Keizersgracht, met de verlichte vlotten in het water, een verrukkelijken aanblik. Betooverend was ook, verder op, het gezicht op den Amstel bij de Blauwbrug, met verschillende sterk geïllumineerde gebouwen aan weerszijden.

De Jodenbreestraat met haar duizenden lampions was zeer eigenaardig, meer huiselijk dan de statige illuminatie van de Plantage, waar gekleurde electrische ballons tusschen de boomen hingen. Als een schitterende apotheose aan het einde van de lommerrijke Middenlaan, flonkerde in den feilen gloed van duizenden gasvlammen, de Muiderpoort; iets verder weer de eerepoort der militairen, waar andermaal bazuinen werden gestoken. De kazerne Oranje Nassau was aan de achterzijde langs de geheele kroonlijst verlicht; het „Suikerhuysquot; op de Oostenburgergracht stond in een electrieken lichtgloed. De ingang van de Marinewerf vertoonde een rijke gas-illuminatie met een reuzenanker.

Deze omgeving, hier aan de Prins Hendrikkade, was ongetwijfeld een der schoonste gedeelten van het verlicht Amsterdam. De Wassenaer en het wachtschip Prins Maurits waren langs alle lijnen verlicht; in de verte de kleurige electrische verlichting van de oorlogsbodems; die op het IJ voor anker lagen; de kruiser Zeeland met een vlag uit rood-wit-blauwe lampjes samengesteld. Maar de geheele Prins Hendrikkade zelf met haar verlichte bogen en lijnen, vormde als 't ware een prieel, waar de koninklijke stoet thans doorreed.

Door de Haarlemmerstraten werd de rijtoer voortgezet naar de prachtige Willemspoort, welke uitwendig een schitterende hulde vertoonde

342

ocr page 369

AMSTERDAM 6 SEPT. DE ILLUMINATIE.

aan de Koningin, en inwendig was versierd met roode electrische ballons. Langs de Marnixstraat en de Rozengracht werd de Raadhuisstraat bereikt, waar overal overvloedig electrisch licht was aangebracht tusschen de smaakvolle versiering.

Het nieuwe Postkantoor was langs alle lijnen van ramen en torens met lampjes verlicht, op den N.-Z. Voorburgwal schitterde, voor het ,,Alg. Handelsblad,quot; een gasilluminatie in den vorm van een Oranjeboom en straalde de breede gevel van ,,het Nieuws van den Dagquot; in den glans van duizenden electrische lampjes.

Bijna twee uren duurde de rijtoer welke de Koninginnen, overal op Haren weg toegejuicht, door de verlichte stad maakten. Toch hadden Zij nog slechts een gedeelte kunnen zien, want zelfs in de afgelegen buitenwijken, zoowel in groote straten als in kleine stegen, hadden buurtcommissies en bewoners zich beijverd, om versiering en verlichting aan te brengen, ter eere van de Koningin en van dezen feestdag bij uitnemendheid.

Langzaam stierven de lichten uit, maar blijvender dan het licht was de feestvreugde. Nooit zal een geschiedvorscher kunnen zeggen, wanneer in deze dagen het eene feest eindigde en het andere begon. Men dacht aan uur noch tijd, de nacht werd tot een dag. Het was een luidruchtige feestviering, want duizenden bewogen zich zingend en joelend door de straten. Maar welk een heerlijke, blijde stemming, te midden van al dat rumoer! Nergens ongebondenheid, maar hartelijke vroolijkheid overal.

Luidruchtig was de menigte in haar feestbetoon, zeiden we. Zóózeer dat in de avondbladen van dezen dag het volgende werd opgenomen: ,,Hare Majesteit de Koningin heeft verzocht des avonds na elf uur rumoer op den Dam zooveel mogelijk te vermijden, opdat Hare Majesteit in deze vermoeiende dagen eene niet te zeer gestoorde nachtrust kunne genieten.quot;

Niet alle feestvierenden waren krantenlezers in deze dagen en daardoor alleen had dit verzoek niet onmiddellijk de verlangde uitwerking, maar — nieuw bewijs voor de goede stemming — dien eigen avond

343

ocr page 370

AMSTERDAM 6 SEPT. DE FEESTVREUGDE.

hadden zich in de omgeving van het Paleis overal vrijwilligers geposteerd, om de zingende troepen op de hoogte te brengen van het verzoek. Daardoor verstomde het gezang, maar op eenigen afstand van het Paleis haalden de zangers uit met vernieuwde kracht.

Ziehier de bevinding van een vreemdeling, geschreven in den feest-toon, te midden van het feestgedruisch. (Uit de Londensche Daily News van 7 Sept.)

These gay Dutchmen began at dawn, and at four o'clock this (Wednesday) morning, at daybreak, they were still hurraying, dancing, and singing the eternal „Wilhelmus of Nassau.quot;

It is the National Anthem, and sounds remarkably well when roared out in great choruses. I went through miles of these narrow streets on Coronation night, and in every café, big and little, in every house, at every corner, rings of merry-makers were singing it, dancing round and round, hand in hand. The best Dervish that ever spun never possessed the lasting powers of those jolly Dutch folk. These human teetotums, composed of half dozens and dozens of boys and girls, youths and maidens, were encountered wherever one turned. Quite heedless of the thick crowd they would wheel and wheel, and sing and sing, stamp and gesticulate. It was dizzy work. Then they would change order, and all in a row, march on, still to the stirring strains of „Wilhelmus.quot;

At night the blaze of leagues of illuminations turned Amsterdam into a furnace. The air was full of dust which a million feet sent up in clouds as the armies of sightseers tramped along. The confetti were flying in thick showers, and those comet-like paper streamers. Thousands were armed with peacock feathers—where have they all come from ? —and everyone was tickled. But the good humour of the vast multitude was amazing. It is not wise to hazard numbers, but it is safe to say that hundreds of thousands of people were promenading, and I did not see a dozen really drunken folk. Many were jolly, a little „forrad,quot; as they say in Lancashire. Of the famous „schnappsquot; which Rip Van Winkle affected I have smelt little. I saw no rows, no fisticuffing, nothing but universal hilarity. During a walk through the thickest crowds which lasted for three or four hours I did not see a dozen policemen. Such is the Dutchman. He was left to himself and behaved admirably.

Amsterdam certainly illuminates well. No matter which way one turned his eye there were long and apparently endless fiery lanes. It was Plutonic. Leagues of Japanese lanterns swaying gently to and fro, leagues of glowing electric bulbs, leagues of festoons studded with lights of many hues, whole walls ablaze, every window aflame, the heavens red-hot with the universal flare, rivers of quivering and quaking fire—Amsterdam was truly a city in the infernal regions on Coronation Night.

The Amsterdammer has not been to roost since Monday. He just snoozes on his sofa, or his doorstep, and begins again. Never have been such doings before. He has few pleasures. This universal orgie of joy is the result.

344

ocr page 371

DE AUBADE.

De morgen van den derden feestdag werd weder ingewijd door koraalmuziek van de kerktransen. Plechtig ruischte het Wilhelmus uit bazuinen over de stad.

Te tien uur kwamen de zangers, nadat zij op de Beurs een generale repetitie hadden gehouden, zich verzamelen op den Dam, thans slechts voor een gedeelte vrij gehouden. Onder leiding van den Nederlandschen Zangersbond hadden zich 940 leden van verschillende zangvereenigingen in den lande tot een groot mannenkoor vereenigd. Achter hen stonden thans drie muziekcorpsen opgesteld, de kapel van de Grenadiers en Jagers, die van het 7e regiment uit Amsterdam en van het 40 regiment uit Amersfoort. De leider van de eerstgenoemde kapel, de heer Bouwman, had de orkestpartijen der liederen voor harmonie gearrangeerd. In de achterste rij stonden zeven banieren; te weten van de Amsterdamsche vereenigingen: Nederlandsche Zangersbond, Apollo, Nationale Zangschool en Zangvereeniging (Amstels Mannenkoor), Amicitiae en Deutsche Gesang- en Vergnügungsverein, benevens die van Deventer's Mannenkoor en Schiedam's Mannenkoor.

Algemeen leider der aubade was de heer J. Ferd. Roeske, directeur van de zangvereeniging ,,Apolloquot;. Deze vereeniging was aangewezen voor de leiding bij het tweejaarlijksch zangersfeest, waarvoor ditmaal echter de aubade in de plaats zou treden.

Met klokslag half elf gingen de deuren van het balcon open. Hare Majesteit de Koningin trad naar buiten, vergezeld door de Koningin-Moeder en door den Prins en de Prinses van Wied. De Koningin was

44

ocr page 372

AMSTERDAM 7 SEPT. DE AUBADE.

gekleed in een licht zeegroen kostuum, de Koningin-Moeder in het lila. Beiden droegen witte parasols.

De eerewacht der schutterij bewees de honneurs, en de menigte juichte, waarvoor de Koninginnen vriendelijk dankten.

Een adjudant kwam naar buiten, met het vriendelijke verzoek van Hare Majesteit, dat de zangers toch niet blootshoofds zouden blijven in de brandende zon.

De heer Roeske hief den dirigeerstok, de militaire muziek zette de eerste tonen in, en terwijl het stil werd onder de menigte, klonk het schoone koraal: ,,Dankt allen God den Heer.quot;

Toen volgde „Hollands Gloriequot; van Dr. H. G. H. Groenewegen, op muziek van Richard Hol; daarop het ,,Vlaggeliedquot; van Dr. J. P. Heije op muziek van J. H. Verhulst.

Ten slotte wordt het Wilhelmus aangeheven. Overal in het rond worden de hoofden ontbloot; ook de Prins van Wied heeft den helm afgenomen. De militairen brengen het saluut. Heerlijk schoon klinkt het gewijde lied der historie, met de woorden van Dr. Nicolaas Beets:

346

Wilhelmus van Nassouwe, Heldhaftig, goed en groot, Het Vaderland getrouwe Gebleven tot den dood! Zoo dikwijls wij ons scharen Om een van uw Geslacht, Wordt ook met stem en snaren Uw lied en deugd herdacht.

Wilhelma van Nassauwe, Tot Koningin gekroond!

U blijft het Volk getrouwe. Dat U zijn liefde toont.

In U zien wij herleven Wat ons herleven doet; Ten top van eer verheven Oranjes Naam en Bloed.

Wilhelma van Nassouwe, Draag lang en blij de kroon ! Wij steunen op Uw trouwe. Zoo steune God Uw troon ! Zoo blijven U bewaken Zijn god'lijk oog en hand. En alle harten blaken Voor U en 't Vaderland.


Na elk nummer hadden toejuichingen geklonken, welke meer de uitvoering golden, thans werden de Koninginnen met stijgende geestdrift gehuldigd. Driemaal moest Hare Majesteit zich opnieuw vertoonen voor de menigte, nooit moede Haar te aanschouwen.

ocr page 373

AMSTERDAM 7 SEPT. DE AUBADE.

347

Op uitnoodiging van Hare Majesteit verscheen eene deputatie van de zangers binnen het Paleis. Het waren de heeren Dr. E. D. Pijzei, voorzitter van de regelingcommissie, J. C. van Veen, voorzitter van den Nederlandschen Zangersbond, Z. Kappenburg Gzn., medebestuurder van dien bond, H. de Roos, voorzitter en D. Driessen, secretaris, benevens J. Ferd. Roeske, de verdienstelijke leider der aubade.

Nadat al de heeren door den voorzitter waren voorgesteld, werden zij door de Koningin toegesproken. Hare Majesteit betuigde Hare groote ingenomenheid over den zang. Zij roemde de keuze der liederen en prees vooral de tekstwoorden. De Koningin-Moeder prees in het bijzonder nog den Nederlandschen tekst van het koraal: ,,Nun danket Alle Gottquot;,

ocr page 374

amsterdam 7 sept. de aubade.

en loofde de schoone uitdrukking van „Hollands Gloriequot;. De Heer Pijzei bracht hierbij in herinnering, dat dit lied, thans reeds 40 jaar geleden, door Richard Hol was gecomponeerd, ter gelegenheid van den 18j0quot; geboortedag van Kroonprins Willem.

De Koningin bedankte den Heer Roeske voor zijn uitstekende leiding en verzocht hem Haren dank aan de zangers over te brengen.

Onmiddellijk na afloop der aubade werden achtereenvolgens twee deputaties door H. M. de Koningin ten Paleize ontvangen.

De Gedenkplaat.

Het Centraal Comité uit de Hoofd-Commissie van Ingezetenen voor de Feestelijke Ontvangst van H. M. de Koningin, had welwillend toestemming ontvangen, om een gedenkplaat aan Hare Majesteit te mogen aanbieden.

De subcommissie, welke tevens als jury optrad, bestond uit de heeren : Jhr. Mr. C. H. Backer, voorzitter. Prof. C. L. Dake, Bart van Hove, J. R. de Kruyff, Joh. W. Stephanik en Mr. Frank K. van Lennep, secretaris.

Voor de aanbieding werd thans de gelegenheid gegeven. Hare Majesteit, omgeven door de Koninklijke Familie en de voornaamste leden van het Civiele en Militaire Huis, ontving de deputatie in het Gele Salon.

Met een korte toespraak overhandigde de voorzitter, aan Hare Majesteit en aan de Koningin-Moeder beide, drie exemplaren van de gedenkplaat, in goud, in zilver en in brons. Elk dezer beide stellen was neergelegd in een prachtig en kunstig foudraal, vervaardigd van gesneden ivoor en rood gekleurd perkament, door den kunstenaar C. A. Lion Cachet.

De Koningin sprak Hare voldoening uit, dat eene kunst als deze zich weder tot nieuwen bloei verhief. Vragende naar den kunstenaar Wienecke, den vervaardiger van de plaat, had Hare Majesteit woorden van lof over de uitvoering van het huldeblijk.

348

ocr page 375
ocr page 376
ocr page 377

amsterdam 7 sept. het gedenkraam.

Het Gedenkraam.

Op het oogenblik, dat Koningin Wilhelmina de Nieuwe Kerk binnentrad, werd in den zuidelijken transept-gevel aan de Damzijde, het geschilderd gedenkraam onthuld, dat tegelijk eene hulde zou zijn aan de Vorstin en eene verheerlijking van haar doorluchtig voorgeslacht.

Het raam was tot stand gekomen door een commissie, bestaande uit de heeren mr. S. A. Vening Meinesz, eere-voorzitter; mr. J. A. Sillem, voorzitter; mr. W. baron Röell, vice-voorzitter; T. H. van Eeghen, penningmeester; Chr. Beels, i0 secret.; G. H. de Marez Oyens, 2° secret.; Jac. Ankersmit, P. van Eeghen, ds. H. V. Hogerzeil, mr. F. Hooft Graafland, mr. E. J. Everwijn Lange, mr. Frank K. van Lennep, C. B. Posthumus Meyjes, architect, J. Ph. Meynink, C. J. van Nellesteijn en G. Wendelaar, bijgestaan door een drietal kunstenaars: Aug. Allebé, Jos. Israels en jhr. B. W. F. van Riemsdijk. Het werd ontworpen en geteekend door den heer Otto Mengelberg te Rijsenburg, en uitgevoerd in het atelier ,,'t Prinsenhofquot;, van den heer J. L. Schouten te Delft.

De bovenhelft van het raam is gewijd aan den roem van het geslacht Oranje-Nassau, voorgesteld door twee rijen figuren, nl. Prins Willem I (de Zwijger), Louise de Coligny, Prins Maurits, Willem Lodewijk, Frederik Hendrik, Amalia van Solms, Prins Willem II, Albertine Agnes, Prins Willem III, Koning van Engeland enz., Maria van Engeland, Prins Willem IV, Prins Willem V, Koning Willem I, Koning Willem II, Koning Willem III en Koningin Regentes Emma.

In de benedenhelft zijn twee allegorisch ontworpen groepen aangebracht.

De linkergroep stelt voor het eerste verbond, gesloten in tijden van angst en gevaar, tusschen Oranje en Nederland. Willem de Zwijger en zijn broeder Jan de Oude worden hier gehuldigd door de zeven provinciën.

In de rechtergroep het nieuwe verbond, door onze Koningin in rust en welvaart aan te gaan met ons volk; het stelt Koningin Wilhelmina voor, die steunende op den Bijbel en begroet door den Voorspoed en

349

ocr page 378

3?0 amsterdam 7 sept. het gedenkraam.

de Trouw der Natie, de hand legt op de Grondwet, welke Haar door den genius der Gerechtigheid wordt aangeboden.

Het geheel wordt omvat in eene rijke laat-Gothische architectuur, welke zich in de traceering oplost in een rijk spel van oranjebladen en vruchten.

Bovenin zijn aangebracht de vier kwartieren van Hare Majesteit, terwijl in het hoogste vak de koningskroon zweeft, omgeven door palmtakken.

De hoogte van het raam bedraagt ongeveer 24 meter bij eene breedte van ongeveer 7 meter; de onderdorpel ligt op ongeveer 8 meter uit den vloer. De lengte der staande figuren is circa 2.10 meter.

Bij de ontvangst ten Paleize was bijna de geheele bovengenoemde commissie voltallig.

De Heer Sillem gaf als voorzitter een verklaring van de verschillende voorstellingen in het raam, waarbij hij gebruik maakte van eene door den Heer Mengelberg in kleuren uitgevoerde teekening. Daarbij werd niet verzuimd te herinneren, dat de eerste zonnestralen in de Nieuwe Kerk waren doorgedrongen in hetzelfde uur waarop Hare Majesteit was ingehuldigd.

Hierop bood de voorzitter Hare Majesteit de oorkonde aan, een rijk bewerkt album, met opdracht en versieringen door den Heer T. van der Laars uitgevoerd en bevattende de namen van al degenen, die tot het huldeblijk bijdroegen.

De Koninginnen beide betuigden groote ingenomenheid met het schoone kunstwerk en in het bijzonder brachten Zij lof aan de uitvoerders, de Heeren Mengelberg en Schouten.

De Gouden Koets.

De Gouden Koets!.... 't klinkt als uit een sprookje.

De Gouden Koets!. ... 't is het toppunt van alle heerlijkheid, het grootste geluk en de hoogste eer, in zoo menig eeuwenoud volksverhaal.

De Gouden Koets!.. . . daarin rijden alleen prinsessen en prinsen, vorsten en vorstinnen,

„En toen kwam de gouden koets met acht witte paarden, en reed de Prinses naar het kasteel in het donkere woud, waar Zij werd welkom geheeten door alle goede geesten, die

ocr page 379

AMSTERDAM 7 SEPT. DE GOUDEN KOETS.

haar voerden in eene groote, gouden zaal, waar een licht straalde als de zon en haar kleed van goudstof deed schitteren.

Zoete en zachte muziek streelde haar oor.

En de prinses vroeg waar zij was.

En eene schoone jonkvrouw antwoordde; U is hier, prinses! in het rijk van het geluk, van de heerlijkheid en van de schoonheid.

De koets, die U hier heeft gebracht, het paleis waarin we zijn, heeft de liefde van het Volk aan u gewijd.

Het is eene volkshulde 1quot;

Aldus de aanhef van een boekje, waarin beschreven wordt de geschiedenis van de Gouden Koets, het Huldeblijk aan H. M. Koningin Wilhelmina van het Amsterdamsche Volk.

Het denkbeeld was ontstaan in het bestuur van den „Oranjevriendenkringquot; in de Willemstraat, en had instemming gevonden bij een groot aantal vereenigingen van werklieden, bij buurt- en versieringcommissies, enz. Zoo ontstond ,,De Vereeniging van het Amsterdamsche Volk, tot het aanbieden van een huldeblijk aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina.quot; Het Bestuur werd samengesteld als volgt:

J. Jongebloed, President, (Voorzitter van de Kronings-vereeniging in de Willemstraat en bestuurder van den „Oranje-Vriendenkringquot;), B. van Rietschote, 2e President, (bestuurder van beide genoemde vereenigingen), N. Renz, Secretaris, (id. id.), C. D. Claassen, 2e Secretaris, (Voorzitter der vereeniging van Geemployeerden aan 's Rijks Werven V. Z. O. D.), P. Kist, Penningmeester, (bestuurder van den „Oranje-Vriendenkringquot; enz.), G. Fiesler, 2e Penningmeester, (Voorzitter der Jordaan-vereeniging), en voorts de volgende leden, meest bestuurders van feest- en versieringscomité's in verschillende wijken: A. de Beer, (Uilenburg), F. W. van den Berg (Kattenburg), P. J. Hanou (Koningstraat), J. Kenbeek (Oranje-vereeniging buurt X), F. G. Meilink Pzn. (Wittenburg), H. Meyer (Jordaan-comité), A. J. Nopol (Batavierstraat), T. C. Otten (Westerstraat), J. A. Potgieter (Voorzitter der vereeniging van koetsiers en conducteurs der A. O. M.), L. Roger (Oranje-vereeniging buurt X), D. H. Schagen (Zandhoek), J. W. Smit (Voorzitter N. R. K. Volksbond) en G. A. W. Wolters (Oostenburg).

Het eere-comité der vereeniging bestond uit de volgende ingezetenen :J. H. van Eeghen, Voorzitter, H. F. Groen van Waarder, Mr. Th. Heemskerk, J. C. van Heukelom, W. Hovy, P. A. L. van Ogtrop, H. J. Rahusen, Joan H. Schmitz, C. H. Strumphler, Mr. W. S. J. van Waterschoot van der Gracht, M. de Vries van Buuren en Mr. F. T, Westerwoudt.

Eere-voorzitter was Dr. J. Th. de Visser, lid der Tweede Kamer.

Uit al de genoemde bestuurderen en leden van het eere-comité werden nog subcommissies gevormd, in het bijzonder ter regeling van de financiën.

Kort na de oprichting der vereeniging werd het bekend, dat Hare Majesteit de Koningin

ocr page 380

AMSTERDAM 7 SEPT. DE GOUDEN KOETS.

in beginsel had vastgesteld, dat ter gelegenheid van de Inhuldiging geen geschenken zouden worden aangenomen. Van dit beginsel kon ook bij dit huldeblijk niet worden afgeweken, maar de vereeniging ontving ten slotte de toezegging dat ,,de Gouden Koetsquot; later zou worden aanvaard, op een nader door Hare Majesteit te bepalen tijdstip. Eene deputatie uit de vereeniging, ter audiëntie verschenen in April 1897, mocht van beide Koninginnen een bevestiging hiervan vernemen, tegelijk met de verzekering dat het plan Haren Majesteiten welgevallig was.

Zoo ontstond „de Gouden Koetsquot;. Zij werd ontworpen en uitgevoerd in de rijtuig-fabriek van de heeren Gebroeders Spijker, maar daarbij werd door een groot aantal industrieën medegewerkt. Naar teekeningen van prof. Sturm werd op de kunstnaaldwerk-school, onder leiding van Mevrouw Van Emsteede, kunstnaaldwerk en borduurwerk uitge

voerd, ongerekend hetgeen nog werd verricht door meisjes en vrouwen van „Tesselschadequot; en „Arbeid Adeltquot;, in het R. K. Maagdenhuis, het Burgerweeshuis en elders.

De paneelen van de Koets werden beschilderd door prof. N. van der Waay, hoogleeraar aan 's Rijks Akademie van Beeldende Kunsten. De voorstellingen verbeelden quot;achtereenvolgens ; op bet rechter paneel, een „Hulde aan Nederlandquot;; het linker paneel „Hulde der Koloniënquot;; voorzijde: „De Toekomstquot;; het achterpaneel: „De Historiequot;;quot;.meest figuren op gouden grond.

In haar geheel vormt deze prachtige statiekoets, — bestemd om door acht paarden te worden getrokken —, een schitterend bewijs wat Nederlandsche kunst en nijverheid vermogen. Alle grondstoffen waaruit de Koets werd opgebouwd zijn van Nederlandschen oorsprong; en alleen Nederlandsche werklieden hebben er aan gewerkt, te samen met Nederlandsche vrouwen en meisjes.

ocr page 381

amsterdam 7 sept. de gouden koets. 3^3

Op 12 Augustus werd „de Gouden Koetsquot; in het Paleis voor Volksvlijt op feestelijke wijze onthuld en sedert hadden honderden het kunstwerk bezichtigd.

Thans, op dezen ochtend van 7 September, zou de Koningin het beloofde bezoek brengen.

De koets was opgesteld op een estrade in de groote zaal, voor deze gelegenheid rijk versierd. Rondom de estrade hadden de besturen van niet minder dan 67 werklieden-, zang- en andere vereenigingen met vaandels en banieren zich gerangschikt.

Tot de honderden genoodigden behoorden verpleegden uit weeshuizen en andere liefdadige instellingen, benevens liefdezusters uit een groot aantal inrichtingen.

Voor het orgel stond een zangkoor van 1 ^o kinderen. Jongens en meisjes.

Toen de Koninginnen met Haar gevolg verschenen, werden Zij in de vestibule ontvangen door den eere-voorzitter, het eere-comité en het geheele bestuur. Een dochtertje van Dr. de Visser overhandigde der Koningin een ruiker, terwijl twee andere meisjes, een dochtertje van den heer Claassen aan de Koningin-Moeder en een dochtertje van den heer Mens aan de Prinses van Wied bouquetten overhandigden.

De eere-voorzitter hield een korte toespraak, waarin hij namens allen Hare Majesteit eerbiedig dankzegde voor dit bezoek.

Langs de jongens van „Klein maar Dapper,quot; die en haie stonden geschaard en parmantig hun lansen presenteerden, gingen de Vorstelijke Bezoekers door de vestibule naar de groote zaal, waar Zij met muziek en kindergezang werden begroet.

Toen werd de Gouden Koets in oogenschouw genomen, waarbij Hare Majesteit herhaaldelijk Haar welgevallen betuigde.

Bij het einde van deze bezichtiging hief het zangkoor het Wilhelmus aan. Daarna deden comité- en bestuursleden de Hooge Bezoekers tot aan den uitgang uitgeleide.

De Volksfeesten en de Optocht.

Op de open ruimte achter het Rijksmuseum was een groot feestterrein aangelegd, in den hoefijzervorm, grootendeels omsloten door een reeks tribunes en met een open zijde aan de Paulus Potterstraat.

4S

ocr page 382

^4 AMSTERDAM 7 SEPT. DE VOLKSFEESTEN.

In het midden verhief zich de fraaie koninklijke tribune, met haar rijke decoratieve versieringen gebouwd volgens het ontwerp van den architect Karei Muller, Ook de overige tribunes, ter linker en ter rechterzijde van het koninklijk paviljoen, waren sierlijk gestoffeerd met kleurig doek en droegen overal vlaggen en wimpels.

Voor het grootste deel bestonden de genoodigden uit de leden der

vereenigingen, welke aandeel hadden genomen in het huldebetoon op den Intochtsdag. Thans waren zij van hunne vrouwen vergezeld.

In de ochtenduren waren op het open midden-terrein volkswedstrijden gehouden, onder leiding van de Amsterdamsche Gymnastiek-onderwijzersvereeniging. Ook had het Nederlandsche Gymnastiekverbond een generale repetitie gehouden van de oefeningen, welke des middags ten aanschouwe van de hooge toeschouwers zouden worden vertoond.

Tegen het uur van eenen kwamen de officieele gasten en hooge

ocr page 383

AMSTERDAM 7 SEPT. DE VOLKSFEESTEN. 3 ^ J

autoriteiten langzamerhand hunne plaatsen innemen in de loges ter weerszijden van de koninklijke tribune. Achtereenvolgens verschenen al de Ministers met hunne dames, de voorzitters van beide Kamers, de leden van den Raad van State en andere dignitarissen. Aan de andere zijde rangschikten zich de leden van het corps diplomatique, benevens vele Amsterdamsche autoriteiten. Ook de Indische vorsten verschenen, plaats nemende op lage stoelen, achter de hooge zetels voor de Koninginnen bestemd.

Te half twee verkondigde het gejuich in de verte de nadering van den koninklijken stoet. Aan den voet der tribune werden H.H. M.M. ontvangen door de leden van de subcommissie voor de volksfeesten, bestaande uit de heeren: Jhr. Mr. C. H. Backer, voorzitter; P. C. Adrian, Th. Bakker, G. F. Baptist, H. Berkhout, F. B. Heckman, Herm. W. Kehrer, A. Kreunen, Mr. Frank K. van Lennep, M. Merens, H. Molenpage, P. Mom, Karei Muller, B. Romeny, G. T. D. Slaap en J. H. Scholten, secretaris.

De jonge dames Van Eeghen, Kehrer en Romeny boden ruikers aan de Koningin, de Koningin-Moeder en de Prinses van Wied.

Als eerste nummer van het afwisselend programma werd een duivenwedvlucht gehouden. Op een enkel sein, steeg plotseling van het middenterrein een wolk omhoog. Het waren ongeveer 4^00 duiven, die in groote zwermen suizend opwaarts streefden. Zij verspreidden zich bij het hooger klimmen, totdat zij met breeder wiekslag wijde kringen maakten, om daarna snel weg te vliegen naar het verre doel. Alle duiven droegen het merk „Oranje boven.quot;

Voor dezen grooten wedvlucht waren een groot aantal belooningen uitgeschreven, een reeks eereprijzen bestaande uit verguld zilveren, zilveren en bronzen medailles, benevens diploma's door den Minister van Oorlog, en bovendien een geheele reeks verguld zilveren medailles door verschillende leden van de hoofdcommissie en anderen uitgeloofd.

De regelingscommissie voor de duivenwedvlucht bestond uit de heeren: F. Heckman, president; kapt. A. H. P. T. Brunet de Roche-brune, M. C. de Bois, P. de Bruijn (Rozendaal), C. F. Hekkenberg, G. Houwink Jzn. (Rotterdam), Joh. Jung (Haarlem), George J. Keerwolf,

ocr page 384

AMSTERDAM 7 SEPT. DE VOLKSFEESTEN.

Rotterdam, A. Koolhoven (Overveen), W. W. H. Stassar (Maastricht), C. P. J. A. Verbeet ('s Gravenhage), C. van Merrebach, Secr.-Penn. Het volgende nummer was de prijskamp der deelnemers aan de

volkswedstrijden, welke denzelfden ochtend waren gehouden. Van elke groep waren thans nog tien mannen en jongens over, die over het geheele terrein verspreid, den prijskamp begonnen in hardloo-pen, hoog-en vèrsprin-gen, mastklimmen, enteren, wagenkruien, tonkruien, enz.

Dit alles had slechts weinig tijds gevorderd. Thans volgde de groote huldebetuiging van het Nederlandsch Gymnastiekverbond.

Kranig kwamen de turners opgemarcheerd over den verharden weg langs de linker tribunes naar het Koninklijk Paviljoen. Voorop ging het bondsbestuur, daarna de eereleden, de technische commissie, en vervolgens de deelnemende vereenigingen. Zij waren :

Gewest „N 0 o r d - H o 11 a n d.quot; Kracht en Vlugheid, Alkmaar; Amstels, Amster-damsche G. V., Kracht en Vriendschap, Olympia, Sparta, Spartacus, Lycurgus-Archilles, Kracht en Vlugheid,

allen uit Amsterdam ;

Beverwijksche G. V.;

Westfries, uit Barsin-gerhorn; Jahn, Edam;

Sparta, Excelsior,Bato,

uit Haarlem; Oefening kweekt Kunst,Helder;

Eigen Oefening, uit

Hem; Hilversumsche G. V.; Uitspanning door Inspanning, Hoorn; Simson, Koog-Zaandijk; Lycurgus, Krommenie; Volharding, Purmerend; Lycurgus, Schagen; Voorwaarts, Nd.

3^6

ocr page 385

amsterdam 7 sept. de volksfeesten.

Schermer; Adolf Spiess, Venhuizen; Kracht door Oefening, Weesp; Olympia, Wieringer-waard; Hercules, Wormerveer; Concordia, Zaandam.

Gewest ,,Z u i d - H o 11 a nd.quot; Donar, Lichaamsontwikkeling, Sparta, uit Delft; Oefening kweekt Kracht, Dordrecht; Gorcum, Gorinchem; Excelsior, Gouda; 's Gravenhage, Olympia, Oranje, uit den Haag; Hercules, Sparta, uit Leiden; Algemeene Turnvereeniging, Rotterdamsche G. O. V., Kracht en Vlugheid, Achilles, allen uit Rotterdam ; Brinio, Brielle.

Gewest ,,Zeeland.quot; Sparta, Bergen op Zoom; Vooruitgang zij ons Streven, lerseke; Achilles, Medioburgum, uit Middelburg; Olympia, Roosendaal; I.uctor et Emergo, Vlissingen.

Noorder Gewest. Knijpe, Benedenknijpe; Siegfried, Sparta, uit Groningen ; Harlinger G. V., Harlingen; Friso, Heerenveen; Friso, Jonge Brinio, Leeuwarden; Uitsp. d. Insp., Sneek.

Midden Gewest. Baarnsche G. V.; Attila, Milo, Utrecht; Olympia, Zutphen; Crescendo, Kampen; Zwolsche G. V,

Z ui der Gewest, 's Hertogenbosch; Eendracht, Maastricht; Concordia,Roermond; Oranje, uit Venloo; Waalwijksche G. V.

Koloniën. Sparta, Willemstad (Curasao).

Gedurende den opmarsch stelden de banierdragers zich in een breed gelid voor de tribune op en nadat de turners waren voortgetrokken, werden op commando al de vaandels, onder het geklikklak der eere-teekenen, in eerbiedigen groet ter aarde gebogen. Onder den bijval der toeschouwers marcheerde de vaandelgarde op en daarna begonnen de gemeenschappelijke staafoefeningen, waarvoor de gymnasten zich over een groote uitgestrektheid van het middenterrein verspreidden. De algemeene leider was de Heer S. van Aken uit Rotterdam.

De oefeningen vonden veel en luide toejuiching en het was de Koningin Zelve, die daarbij telkens het voorbeeld gaf. Herhaaldelijk onderhield Zij zich met den Voorzitter, Jhr. Mr. C. H. Backer, die Hare Majesteit de gewenschte inlichtingen gaf.

De Historisch-Allegorische Optocht.

Ten kwart over tweeën werd de nadering van den optocht door het Wilhelmus aangekondigd.

In de subcommissie voor dezen optocht hadden zitting de heeren: Jhr. Mr. C. J. den Tex, Voorzitter; A. N. J. Fabius, A. Reyding, Martin Wolff, Jhr. Mr. H. Smissaert, Secretaris; F. A. Brink, E. Gast, M. Goudeket, J. M. Grishaver, C. F. Hundertmark, J. Kenbeek, Ch. Koster, A. Langkemper, J. D, Root Jr., J. W. Smit, H. C. Vegtel, H. Verseef, J. N. Versleijen, J. N. van Wijk.

De Optocht werd ontworpen door de heeren A. N. J. Fabius en A. Reyding. De

3 SI

ocr page 386

AMSTERDAM 7 SEPT. DE OPTOCHT.

laatstgenoemde in het bijzonder was de teekenaar van de fraaie costumes en de ontwerper van de zegewagens.

De deelnemers hadden zich allen vrijwillig aangemeld. Zij waren leden van de volgende werkliedenvereenigingen te Amsterdam: ,,Neerlands Werkman,quot; „Patrimonium,quot; de N. R. K. Volksbond, Stadswerklieden aan het Stadswaterkantoor, Typografenvereeniging „Voorzorg en Genoegen,quot; Scheepsoptuigersvereeniging „Nog tijdig Ontwaakt,quot; Vereeniging voor Goud-, Zilversmids- en Diamantzettersgezellen „Het Klaverblad,quot; Vereeniging Marinewerf, de Oranjebond voor Orde, de Bondsvereeniging „voor Oranje,quot; Vereeniging „voor Koningin en Vaderland,quot; Fanfarecorps „de Oranjegarde,quot; Vereeniging „Buurt X,quot; Vereeniging „Trouwe Vrienden.quot;

Hier volge eerst in hootdtrekken de samenstelling van den stoet: i)

Detachement Cavalerie.

Muziek.

EERSTE GROEP.

(De Grondleggers van den Nederlandschen Staat.)

Twee trompetters te paard.

Twee blazoendragers.

Een compagnie schutters (het groene vendel) ter sterkte van vijftig man, met vaandel,

tamboers en pijpers.

Drie herauten.

Vier pages.

Prins Willem I,

3^8

omringd door zijne vier broeders: Jan den Oude, Lodewijk, Adolf en Hendrik, allen te paard, vergezeld van stalmeesters en rijknechts.

1) Uitvoerige historische bijzonderheden omtrent de voorgestelde personen en groepen werden verzameld in het boekje: De Hislorisch-Allegorische Optocht, Schetsen van A. Reyding, tekst van A. N. J. Pabius (Amsterdam, van Holkema Warendorf).

ocr page 387

AMSTERDAM 7 SEPT. DE OPTOCHT.

De voornaamste Staatslieden der Republiek; (Johan van Oldenbarnevelt, Jacob Cats, Paulus Buys, Fred, van Aerssen, Pieter Pauw, Johan de Witt, Caspar Fagel en Heinsius.)

TWEEDE GROEP.

(De bevestigers van den Staat te Land, ter Zee en in de Koloniën.)

Muziekcorps in Oud-Hollandsch costuum.

Twee trompetters te paard.

Twee blazoendragers.

Prins Maurits van Oranje,

met de meest bekende veldheeren der Republiek (graaf van Hohenlohe, Ernst Casimir, Hendrik Casimir, Willem Frederik Casimir, Godart van Rheede, George Frederik van Waldeck, Paulus Wirts, Aylva, Van Brederode), allen te paard met stalmeesters en rijknechts.

Twee kanonnen uit den aanvang der 17e eeuw, ieder kanon getrokken door vijf paarden.

Een compagnie schutters (het Oranje vendel) ter sterkte van vijftig man, met vaandel en tamboers.

De Noordpool-vaarders, waaronder Jacob van Heemskerk,

Willem BarendszJ en de Veer.

De Zegewagen der admiralen; daarop vertoonden zich, te midden van veroverde vaandels, de zeehelden;

de Ruyter, Maarten Harp. Tromp, Corn.

Tromp, Reinier Claes-sen. Piet Hein, Aert van Nes, Jan Evertsen, Kortenaer, Joh. van Galen en Witte de With.

Drie vlaggedragers met veroverde Spaansche vlaggen.

Stoet van vreemdelingen, waaronder een Arabier met een kameel.

De wegbereiders naar Oost en West (Huygen van Linschoten, Balthazar de Moucheron, Petrus Plancius, Com. Houtman en Usselinx.)

Tien matrozen met Indische zeldzaamheden.

De grondleggers en bevestigers onzer Koloniën met de groote ontdekkers. (Laurens Reael, Jan Pietersz Coen, Maetsuycker, Van Diemen, Ryklof Van Goens, P. van den Broecke; Van Noort, Le Maire, Spilbergen, Abel Tasman.)

Bijltjes.

3^9

ocr page 388

AMSTERDAM 7 SEPT. DE OPTOCHT.

Negers en roodhuiden, vertegenwoordigende Brazilië, een wingewest van Nederland. Johan Maurits van Nassau (de Braziliaan) te paard, vergezeld van Pieter Post en Piso.

Matrozen.

DERDE GROEP.

(De gouden eeuw der Republiek. De bloeitijd van Kunsten en Wetenschappen in het land van Rembrandt, voor en na den vrede van Munster.)

Twee blazoendragers.

Twee bazuinblazers.

Groot muziekcorps in oud-Hollandsche kleederdracht.

Een compagnie schutters (het blauwe vendel) ter sterkte van vijftig man, met vaandel en lamboers.

De herauten der vier voornaamste steden door Frederik Hendrik belegerd en veroverd. Cs Hertogenbosch, Breda, Maastricht en Grol.)

Veroverde vaandels.

Pages.

Prins Frederik Hendrik met zijn zoon Willem II en zijn schoonzoon Wilhelm Friedrich (later bijgenaamd de Groote Keurvorst); allen te paard met stalmeesters en rijknechts.

Lijfwacht van Engelsche troepen in Staatschen dienst.

Een karos uit de eerste helft der 1 yde eeuw. In het met 6 paarden bespannen rijtuig zijn gezeten Amalia van Solms, hare dochter Louise Henriette (gehuwd met den Grooten Keurvorst) en hare schoondochter Maria Stuart (dochter van Karei I, Koning van Engeland.)

Lijfwacht van Brandenburgers in Staatschen dienst.

3Óo

ocr page 389

3Öi

Holland's roem in wetenschappen en kunsten,

uitgebeeld door: Simon Stevln, Christiaan Huygens, Dr. N. Tulp, Hugo de Groot, Swam-merdam, Leeuwenhoek, Elsevier, Blaeu, Hudde, Vossius, H. de Spinoza, H. de Keyzer, Jacob van Campen, Daniel Stalpert, Leeghwater, A. Quellinus, Sweelinck, I lemony, Paulus van Vianen, de Geer, Hendrik Ruse, Menno Baron van Coehoorn.

Te midden van deze groep vertoonde zich eene allegorische voorstelling van het drukkersbedrijf, bestaande o. a. uit een met zes paarden bespannen wagen, waarop een drukpers met drukkersgezellen; en voorts begeleiders. (Deze groep was aangeboden door de afd. Amsterdam van den Nederl. Drukkersbond met enkele eigenaren van aanverwante vakken, ontworpen door eene commissie van uitvoering, zijnde de heeren: J. H. de Bussy, F. C. J. Faddegon, H. M. J. Holdert, B. van Mantgem en A. Roeloffzen.)

Blazoendragers der Rederijkerskamer „In Liefde bloeiendequot; en Coster's Academie.

Neerlands voornaamste dichters en proza-sc brij vers (Vondel, P. C. Hooft, Coornhert, J. Coster, Breeroo, Const. Huygens, G. Brandt, Antonides van der Goes.)

J)e Vrede van Munster in 1648,

na 250 jaar herdacht door eene afbeelding van Vondel's „Leeuwendalersquot;, welk stuk tot opluistering van de vredesfeesten werd gedicht. (14 personen.) De grootmeesters der Nederlandsche Schilderkunst. I.

Rembrandt, Ruysdael, Govert Flinck, Moreelse.

Het optrekken van het Corporaahchap van Kapitein Banning Cock (de Nachtwacht), uitgebeeld door 20 personen.

Barth. van der Helst, Bakhuijzen, van der Meer, A. van de Velde.

De schutters van den Voetboog- of St. Joris-Doelen, door van der Helst vereeuwigd in zijn

46

ocr page 390

AMSTERDAM 7 SEPT. DE OPTOCHT.

„Schuttersmaaltijd!' (26 Figuren met de verschillende voorwerpen op de schilderij afgebeeld.)

Groep van de Nederla n djs che Goud- en Zilversmeden.

Stoet van ongeveer 25 figuren, voorgesteld door meesters en gezellen van de gouden zilver-industrie te Amsterdam, (Tot opluistering van dezen optocht had zich geconstitueerd eene commissie van industrieelen, onder bestuur van: F. J. B. Kruis, Voorzitter, Joh. Kruis, Secretaris, J. A. Hoeting, Penningmeester en P. van Santen Jr., Commissaris.)

Zegewagen (getrokken door vier paarden), vervaardigd naar teekeningen van den Heer T. van der Laars, volgens het ontwerp van het bestuur.

De stoet van gezellen en meesters (waaronder Paulus van Vianen en Lutma), werd voorafgegaan door een ruiter met het gildevaandel en begeleid door pages en rijknechts.

De grootmeesters der Nederlandsche Schilderkunst. II.

Frans Hals, Miereveld, G. Dou en Nic. Maes.

De officieren van den Kolveniersdoelen te Haarlem in rójj. (Schuttersstuk van Frans Hals). Uitgebeeld door 14 personen.

Jan Steen, Adr. van Ostade, A. Cuyp, Ferd. Bol.

Be Kwakzalver, (naar de schilderij van Jan Steen). 10 personen met kar, paard en ezel-

Matrozen.

Muziekkorps in oud-Hollandsch costuum.

Detachement Cavalerie tot sluiting van den stoet.

Toen de stoet de koninklijke tribune naderde, waren de Vorstinnen en allen die daar zaten opgestaan. Een gedeelte van het keurvendel ,,Prins Mauritsquot; gaf ter inleiding, aan het hoofd van den stoet, eenige evolutiën te aanschouwen en daarna trok de optocht, in de boven aangegeven volgorde, langzaam voorbij.

Verscheidene groepen, inzonderheid die der Oranjevorsten, verwierven toejuiching. Zoo was ook de wagen der admiralen het voorwerp van aller bewondering. De Noordpoolvaarders, — die in hun kleeding op dezen warmen dag zeker geen kou hadden te verduren, — trokken zeer de aandacht, evenals de negers en roodhuiden in het gevolg van Johan Maurits van Nassau, den Braziliaan.

In het bijzonder werd vooral bewonderd de fraaie wagen van het drukkersgilde, wier overlieden naar ouden trant een oorkonde hadden in het licht gegeven, getiteld:

LAUWER- ENDE LETTERKRANS GHEVLOGTEN DOOK DE VERSAEMDE BOECKDRUCKERS, DOE WILHELMINA KONINGIN DER NEDERLANDEN, PRINCESSE VAN ORANJE, DIE REGEERINGHE AENTRADT, IN DEN JAERE DOE MEN SCHREEF MDCCCXCVIII DEN LAETSTEN DACH DER MAENT AUGUSTI.

362

ocr page 391

AMSTERDAM 7 SEPT. DE OPTOCHT.

Van dit stuk werden aan H. H. M. M. prachtexemplaren aangeboden.

Evenzeer wekte veel geestdrift de prachtige wagen der goud- en zilversmeden, welke in vele opzichten al het voorgaande overtrof.

Met groote aandacht had de Koningin den geheelen optocht, met de honderden historische personen, de herinneringen aan de oude vader-landsche kunstnijverheid en de oud-Hollandsche schilderschool, gadegeslagen. Daarbij genoot de Heer Reyding, als ontwerper ten deze het meest bevoegd, de eer, Hare Majesteit verschillende inlichtingen te mogen verstrekken. Ten slotte verzekerde de Koningin dat Zij den optocht zeer geslaagd vond.

Het was kwart voor drieën toen het laatste gedeelte van den stoet het terrein verliet om daarna nog een langen weg door de stad afteleggen.

Thans volgde nog, als laatste nummer van het program, een huldebetoon door Amsterdamsche werklieden. Een deputatie verscheen voor Hare Majesteit, waarbij de Heer A. Post het woord voerde en een adres van hulde aanbood, onderteekend door de volgenden, allen voorzitters van werkliedenvereenigingen, te weten: A. Post, K. Kater, W. C. J. Passtoors, J. H. Verseef, P. A. N. Schaffer, J. W. Smit, J. N. Versleijen, Ch. Koster, J. Kenbeek, M. Goudeket, J. M. Gishaaver, T. H. Brink, J. de Haas, J, E. Hassoldt, J. Th. van Osch, B. Wardenaar, H. Barnstein, L. C. Citroen, J. H. F. Röhner, E. Gass, G. A. Bots, T, de Vrieze en J. Druif.

Het adres werd door Hare Majesteit met vriendelijke woorden van dank aanvaard.

De Koningin had een en andermaal hare tevredenheid betuigd over alles wat zij gezien had. De heer J. H. Scholten, secretaris dei-commissie voor de volksfeesten en tevens secretaris van de Vereeniging tot veredeling van het Volksvermaak, mocht van Hare Majesteit de verzekering vernemen, dat alles wat voor het volk gedaan wordt, ten allen tijde Hare groote belangstelling verwierf.

Te drie uur vertrok de Koninklijke stoet onder vernieuwd gejubel van het terrein.

363

ocr page 392

amsterdam 7 sept. cour van gelukwensching.

Cour van Gelukwensching.

Te half vijf begon ten Paleize de audiëntie, welke Hare Majesteit verleende aan autoriteiten en particulieren uit Amsterdam en uit de verschillende provinciën, met uitzondering van Zuid-Holland.

Ten gevolge van het groot aantal personen, die zich hadden laten inschrijven en den beperkten tijd, was bepaald, dat geen gelegenheid zou worden gegeven voor toespraken. De adressen van gelukwensching moesten daarom op een tafel worden neergelegd zonder eenige mondelinge toelichting.

Het défilé voor den Troon, waarop de Koningin met de Koningin-Moeder stonden, omgeven in een grooten kring door de dames en heeren der hofhouding, hield uren aan. Eerst kwamen de vertegenwoordigers van land- en zeemacht, daarna de burgerlijke autoriteiten,

vervolgens de deputatiën en particulieren. In het geheel ruim 2000 personen.

De cour duurde veel langer dan aanvankelijk was bepaald, zoodat eerst over half acht de audiëntie was afgeloopen. Toch hadden velen wachtensmoede reeds het Paleis verlaten, zonder voor Hare Majesteit te zijn verschenen.

Het Waterfeest en het Vuurwerk. .

Tegen den avond stroomden duizenden naar den Ykant om aandeel te nemen in het waterfeest. Het was voorbereid en geregeld door eene commissie, bestaande uit de heeren: Mr. D. Josephus Jitta, Voorzitter,

F. A. Ankersmit, J. J. Blussé, J. Boissevain, C. ten Bosch, J. Jacob Claassen, W. Hultzer, C. M. van Rijn, Dr. R. J. Th. Meurer,

Mr. N. J. den Tex, G. A. Baron Tindal en Jhr. W. Six, Secretaris.

Het vuurwerk, dat later op den avond zou worden ontstoken, werd Hare Majesteit aangeboden van wege de Provincie Noord-Holland.

In hoofdzaak bestond het waterfeest uit eene illuminatie van eene in liniën gerangschikte vloot en van een corso van verlichte vaartuigen. *

Het middelpunt van de liniën vormde de koninklijke tribune, door de zorg der provinciale autoriteiten opgericht op den steiger van den Kon. West-Indischen Maildienst.

364

ocr page 393

AMSTERDAM 7 SEPT. HET WATERFEEST EN HET VUURWERK. 36 J

Midden in het Y, tegenover het Centraal-Station, lagen Hr. Mr. oorlogsschepen Zeeland, Holland, Piet Hein en Evertsen, met hun rijke electrische illuminatie; de Zeeland met de driekleurige vlag van licht in top. Voorts nog verschillende torpedobooten en andere vaartuigen.

Aan de oostzijde, in de richting van de Handelskade, lagen groote, eveneens electrisch verlichte mailbooten van „de Nederland.quot; Voorts waren aan beide uiteinden van de liniën een menigte andere stoomschepen van de groote vaart en van de rijks- en binnenvaart opgesteld.

Ter weerszijden van de koninklijke tribune, aan de stadszijde, bewogen zich de vaartuigen welke aan den optocht zouden deelnemen. Zij vormden een kleurige flotille van booten, jachten, boeiers en allerlei andere vaartuigen, rijk versierd met lampions en andere wijze van verlichting, welke zich in het water weerspiegelde. Op de oevers waren een aantal gebouwen schitterend geïllumineerd, aan de stadszijde de brandweerkazerne, aan den overkant het station van den Noord-Holland-schen Stoomtram, in het Oosten de gebouwen aan de Handelskade.

Nog vóór de aankomst der Koninginnen,

begon het défilé van verlichte vaartuigen, waaraan werd deelgenomen door de sloepen van Hr. Ms. opleidingsschip Admiraal van Wassenaer,

van de Kweekschool voor de Zeevaart en van het Matrozen-Instituut der „Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging,quot; benevens een menigte wherries, gieken en andere roeivaartuigen van de Amsterdamsche Vereenigingen ,,De Hoop,quot; ,,De Amstel,quot; „Neptunus,quot; „Willem IIIquot; en „Nereus.quot;

Onder de prachtige vaartuigen welke langzaam voorbijgleden.

ocr page 394

3b6 AMSTERDAM 7 SEPT. HET WATERFEEST EN HET VUURWERK.

verdienen vooral .vermelding „het schip van Ulysses,quot; als een klassieke galei door een menigte riemen voortbewogen; een verbeelding van een koggeschip, herinnerend aan het oudste zegel der stad Amsterdam; Lohengrin getrokken door den zwaan, Neptunus in een reuzenschelp, Chineesche jonken, enz. enz. Zoo bood deze gondelvaart in zijn geheel een waarlijk tooverachtig schouwspel.

Toen deze drijvende lichtstoet was afgeloopen, gaven al de stoomschepen met fluiten en misthoorns een ensemble-nummer ten beste; verschrikkelijk uit een muzikaal oogpunt, maar gelukkig niet zoo lang of het kon de feestvreugde van de duizenden aan den wal en aan boord der schepen nog verhoogen.

Even later — omstreeks negen uur — werd de nadering van den koninklijken stoet door een kanonschot aangekondigd, en onmiddellijk daarna begon het vuurwerk onder het gebulder der saluutschoten.

Hare Majesteit de Koningin, vergezeld van de Koningin-Moeder en de Leden der Koninklijke Familie, benevens het gevolg, had onder het gejubel der menigte plaats genomen op de tribune.

Het vuurwerk onderscheidde zich door een grooten rijkdom van kleuren en tegelijk door de snelheid waarmede de nummers elkaar volgden. Bijzonder waren, — om slechts enkele stukken aan te duiden, — de gekleurde luchtballons, een groote gouden regen, en de vertooning van kleurige vuren, die uit het water zelf opvlamden. Veel geestdrift verwekte de oplating van een grooteren ballon, welke hoog in de lucht met groote letters een lichtenden heilwensch vertoonde: ,,Leve de Koningin!quot; En weder klonk juichen en handgeklap, toen een volgend nummer den naam der Koningin deed schitteren in een lauwerkrans.

Toen ten slotte de beeltenis der Koningin verscheen, te midden van een schitterende decoratie, waarin de wapens van het koninkrijk en de provincie Noord-Holland, verhief zich een storm van gejuich.

Door de dichte menigte, welke zich langs den geheelen Ykant had opgehoopt, keerde de Koningin met Haren stoet te half elf naar het Paleis terug.

ocr page 395

DE TENTOONSTELLINGEN.

De vierde feestdag, als de vorige door prachtig zomerweder begunstigd, was geheel gewijd aan de schoone kunsten.

Des morgens te half elf vertrok de koninklijke stoet van het Paleis, om langs den kortsten weg naar het Rijksmuseum te rijden.

Hare Majesteit de Koningin droeg thans een toilet van zeegroene zijde met kant gegarneerd, dat der Koningin-Moeder was van parelgrijs satijn met witte bloemen gebrocheerd.

Het eerst werd een bezoek gebracht aan het zoogenaamde Fragmenten-gebouw, achter het Rijksmuseum gelegen, ter bezichtiging van de

Oranje-Nassau Tentoonstelling.

De Koninginnen werden aan den ingang van het gebouw ontvangen door de meeste leden van de commissie voor deze tentoonstelling.

De jonge dames Ella van Eeghen, Elise Sterck en freule Agnes van Riemsdijk boden aan de Koninginnen en de Prinses van Wied bouqetten aan. Toen sprak de Heer S. P. van Eeghen als Voorzitter enkele welkomstwoorden.

De vorstelijke bezoekers betraden daarop de receptiezaal, welke met palmen en bloemkransen versierd was. Nadat de Voorzitter van het Hoofdcomité, Jhr. Mr. C. H. Backer, de leden der commissie en hunne dames had voorgesteld, nam de bezichtiging een aanvang.

Herhaaldelijk gaven Hare Majesteiten blijken van groote belangstelling voor alles wat hier was bijeengebracht.

ocr page 396

amsterdam 8 sept. de tentoonstellingen.

Nadat Zij eenigen tijd in de verschillende zalen vertoefd hadden, werden aan H.H. M.M. in de kleine bovenzaal ververschingen aangeboden.

De Koningin verzocht den Heer Van Eeghen uit Haren naam allen te bedanken, die tot het slagen dezer expositie hadden bijgedragen.

Door dit koninklijk bezoek was tegelijk de tentoonstelling officieel geopend.

Hierna werd de rijtoer voortgezet naar het Stedelijk Museum. Daar stond weer het Keurvendel „Prins Mauritsquot; in orde van parade opgesteld, om den Koninginnen en die haar volgden naar ouden trant een wapen-groet te brengen en eenige exercitiën uit te voeren.

Het eerste bezoek in het gebouw gold

De Tentoonstelling van Nationale Kleederdrachten.

Reeds op 18 Augustus was deze expositie voor het publiek opengesteld. Zij was voorbereid door eene commissie, bestaande uit de heeren: P. van Eeghen, voorzitter; Mr. Joh. M. Jolles, secretaris; J. H. van Eeghen, penningmeester; Mr. J. E. van Someren Brand, Ed. Cuijpers, A. J. M. Brouwer Ancher, A. N. J. Fabius, E. A. Lehmann, H. J. Rahusen, Jhr. Mr. C. J. den Tex, allen te Amsterdam, en Mr. J. W. Muller, te Rotterdam. Daarbij had zich een commissie van bijstand aangesloten, waarin zitting hadden de heeren: Chr. Bisschop, te Scheveningen ; Mr. A. C. Bondam, te 's Hertogenbosch; C. W. Bruinvis, te Alkmaar; H. Ie Coultre, te Bodegraven; Mr. J. A. Feith, te Groningen; J. A. Flament, te Maastricht; Prof. Dr. J. H. Gallée, te Utrecht; F. A. Hoefer, te Hattem; Johan Winkler, te Haarlem.

Het doel dat men voor oogen had gehad, was aan Hare Majesteit de Koningin bij Hare Inhuldiging een zoo volledig mogelijlc overzicht te geven van alle nog in Nederland voorkomende kleederdrachten, voor zoover het eigenaardig volkseigen karakter der bewoners zich daarin afspiegelde.

Vooral waar het betrof afgelegen streken, waar de volksdrachten het best bewaard zijn gebleven, had de commissie naar de meest mogelijke volledigheid gestreefd.

Zoo was b.v. het eiland Marken op de tentoonstelling vertegenwoordigd door 23 verschillende kostuums, waarvan de meeste zeer zelden gedragen worden. Voorts waren er merkwaardige kleederdrachten uit Zeeland, Urk, Staphorst, Bunschoten en zooveel

ocr page 397

amsterdam 8 sept. de tentoonstellingen.

andere, waaronder nog bijzondere aandacht verdienden die uit het kleine plaatsje Erekelen-kamp in Overijsel.

Aangezien het volkseigen karakter op verscheidene 'plaatsen het best is na te gaan in de kleeren der weeskinderen, werden ook hiervan de meest belangrijke in de verzameling opgenomen.

In het geheel waren ongeveer 225 kostuums bij elkaar gebracht, welke op levensgroote, daarvoor vervaardigde beelden waren tentoongesteld.

Aan de verzameling was nog toegevoegd een collectie Indische poppen, welke een vrij nauwkeurig overzicht gaf van de inlandsche kleederdrachten in de koloniën.

Aan den ingang der tentoonstelling werden H.H. M.M. ontvangen door de meeste leden van de bovengenoemde speciale commissie en van de commissie van bijstand. Bovendien waren aanwezig de burgemeester als eere-voorzitter, met de wethouders Mr. J. N. van Hall en Mr. W. F. van Leeuwen, benevens een aantal leden van den Gemeenteraad.

De jonge dames den Tex, Metelerkamp en Heldring, uitgedost in de schilderachtige kleeding van Volendam, Marken en Walcheren, boden den Vorstinnen bouquetten aan. Dezelfde jonge dames overhandigden daarop aan beide Koninginnen prachtexemplaren van den catalogus, voor deze gelegenheid vervaardigd. In deze beide boekjes, gebonden in een met goud gestempelden ivoren band, waren aquarellen van den heer T. van der Laars opgenomen, afbeeldingen van meisjes in verschillende kleederdrachten.

Het vorstelijk gezelschap maakte een wandeling door de verschillende zalen, waarbij de Koningin het geleide aanvaardde van den heer Van Eeghen. De Koningin-Moeder ontving inlichtingen van Mr. Joh. M. Jolles. De burgemeester van Marken, de heer L. Nilant, werd aan de Koninginnen voorgesteld, evenals een Marker vrouw, die zich verdienstelijk had gemaakt door het gereedmaken van de meeste kostuums van het eiland.

Hare Majesteit betuigde Haar leedwezen, dat Zij op deze tentoonstelling slechts korten tijd kon vertoeven.

Hierna volgde het bezoek aan

De Rembrandt-Tentoonstelling.

Bij het binnentreden van de zaal werd het Hooge Gezelschap opgewacht door de meeste leden van de speciale commissie voor deze

369

47

ocr page 398

370 amsterdam 8 sept. de tentoonstellingen.

tentoonstelling, waarin zitting hadden de heeren A. K. P. F. R. van Hasselt, Voorzitter, Bart van Hove, Vice-Voorzitter, W. J. Geertsema, Penningmeester, C. G. 't Hooft Jr., Secretaris, Jhr. Mr. C. J. den Tex, Dr. A. Bredius, Dr. C. Hofstede de Groot, Charles Boissevain, H. W. Jansen, G. H. Breitner, G. J. H. Poggenbeek en John F. Hulk.

Onder de aanwezigen waren voorts een aantal heeren en dames uit den vreemde, die als inzenders waren uitgenoodigd, de opening van deze merkwaardige tentoonstelling te komen bijwonen. Tot deze personen behoorde ook een der drie heeren, die tot eerelid waren benoemd, te weten Lord Reay (Baron Mackay van Ophemert) uit Londen.

Toen de Vorstinnen binnentraden, boden de jonge dames Van Hasselt, Van Hove en Geertsema ruikers aan. Onder het geleide der commissieleden begon daarop de bezichtiging van de kunstschatten, welke hier in een reeks van zalen waren tentoongesteld. Het geheele bezoek duurde ongeveer vijftig minuten.

In het Concertgebouw.

Voor de matinée musicale-, welke op dezen dag door H.H. M.M. zou worden bijgewoond, waren groote toebereidselen gemaakt. In de groote zaal, nog kort te voren geheel gepolychromeerd, waren onder leiding van den architect Ed. Cuypers rijke versieringen aangebracht. De koninklijke loge, tegenover het orkest, was prachtig gestoffeerd, o.a. met een behangsel van blauw met gouden leeuwen. Vóór die loge was een afloopend gazon aangelegd van schoone bloemgewassen, in het midden prijkend met een mozaïk van bloemen, waarin de letter W met de koninklijke kroon. Ook het podium aan de overzijde was met bloemen gesierd en daarvóór verhiet zich zacht glooiend een dergelijke versiering, te midden v/aarvan het Nederlandsche wapen in bloemen.

Het orkest zelf was bezet door een machtig koor, ten getale van 700 zangers en zangeressen. De dames waren allen in het wit gekleed met oranjelinten. Ook de leden van het Concertgebouw-orkest hadden zich met oranje getooid.

De commissie, welke zich had bezig gehouden met de voorbereiding

ocr page 399

AMSTERDAM 8 SEPT. IN HET CONCERTGEBOUW.

371

van de muziekuitvoering, bestond uit de heeren: Mr. N. P. van den Berg, Voorzitter, Mr. J. A. Sillem, Vice-Voorzitter, W. Ankersmit, Julius G. Bunge, E. S. Labouchère, Dan. de Lange, P. A. L. van Ogtrop, J. M. Reijnvaan, A. Smalt, D. W. H. Patijn, Secretaris, J. D. Rahusen, 2° Secretaris.

Het publiek, dat uitsluitend uit genoodigden bestond, rangschikte zich op stoelenrijen in de breedte der zaal, met een doorgang in het midden. De voorste rijen ter weerszijden werden ingenomen door de voornaamste gasten, waarbij de Ministers met hunne dames, de vreemde

gezanten, benevens tal van andere autoriteiten. Tegen drie uur verschenen de Koninginnen met de leden der Koninklijke Familie en groot gevolg. In de vestibule werden Zij ontvangen door de leden van het reeds bovengenoemde comité en het bestuur van het Concertgebouw. De Vorstinnen namen bouquetten aan van de dames Geertsema, Van der Mersch en Sillem. Hare Majesteit de Koningin droeg een wit satijnen toilet met rose bloemen en een daarbij passend hoedje. De Koningin-Moeder was in het lila. De Prinses van Wied droeg een kostuum van licht crème.

ocr page 400

372 AMSTERDAM 8 SEPT. IN HET CONCERTGEBOUW.

Toen de stoet de zaal binnenkwam, rezen alle aanwezigen op, totdat het hooge gezelschap had plaats genomen in de koninklijke loge, waar ook de hoofden der Indische gezantschappen zich hadden neergezet.

Onmiddellijk nam hierop de muziekuitvoering een aanvang met de Kroningscantate van Bernard Zweers, op de schoone tekstwoorden (in de eerste bladen van dit werk afgedrukt) van den eerbiedwaardigen dichter Dr. N. Beets.

De geweldige koormassa gaf ook in muzikaal opzicht zeker het schoonste wat bereikt kon worden en het orkest deed de klank- en kleurrijke muziek van de prachtig geïnstrumenteerde cantate alle recht wedervaren. Als solisten, te midden van het puik van Amstel's zangers en zangeressen, traden op: Mevrouw Noordewier—Reddingius (sopraan), mej. C. van Zanten (alt), en de heeren Rogmans (tenor) enMesschaert(bas).

Vooral het slot der cantate maakte een verrassenden en overweldigenden indruk toen door hoorns, trompetten en bazuinen, in langzame beweging het Wilhelmus-motief 'tegen de snelle figuren van het koor weerklonk.

Na dit hoofdnummer zong mevrouw Noordewier—Reddingius een drietal bekende liederen: ,,Mijn lieveken, zeg, herinnert ge 't Uquot;, van Cath. van Rennes; „Wiegeliedquot; van Z. P. Brandts Buys, en een ,,Liedquot; van B. Zweers.

Onder leiding van den heer Daniël de Lange zongen de leerlingen van het conservatorium met veel distinctie ,,Psalm XXIIIquot; van Schubert.

De heer Rogmans gaf daarna drie liederen van Verhulst ,,Des heeren huis,quot; ,,In den vreemdequot; en ,,De groene krans.quot; Tot slot werd, wederom onder Mengelberg's leiding, door koor en orkest een uitvoering gegeven van het machtig ,,Halleluja!quot; uit den Messias van Handel.

De Koningin volgde, met het feestprogramma in de hand, de geheele uitvoering met groote aandacht, en telkens ging Z j voor bij de teekenen van goedkeuring.

Aon het einde van het concert verschenen, op uitnoodiging van de Koningin, de heeren Mengelberg, Zweers en De Lange in de koninklijke loge. Hare Majesteit gaf den heer Mengelberg Hare bewondering te kennen over de fraaie uitvoering van orkest en koor, verklarende dat Zij iets dergelijks nog nimmer had gehoord, en de Koningin-Moeder

ocr page 401

amsterdam 8 sept. in het concertgebouw. 373

voegde er aan toe, dat Zij met groote voldoening den zegetocht gevolgd had van het orkest in Noorwegen. Den heer Zweers dankte H. M. voor zijne schoone muziek en den heer De Lange voor den zang van het vrouwenkoor.

Alvorens te vertrekken trad de Koningin nog eens naar voren en boog driewerf ongedwongen en vriendelijk over de estrade ten afscheid.

Toen verloor het publiek zijn deftigheid en juichte Haar stormachtig toe met een driemaal herhaald: ,,Leve de Koningin!quot; Daarna ging ook ter eere van de Koningin-Moeder een driewerf hoera op, en evenzeer voor de Prinses van Wied.

Na een kleinen rijtoer kwamen H. H. M. M. te vier uur weder ten Paleize.

Diner ten Hove.

Het tweede groote Diner ten Hove op dezen avond begon, wegens de Galavoorstelling, reeds te 6 uur.

Met de Koninginnen waren al de leden der Koninklijke Familie aangezeten, benevens de voornaamste hofdignitarissen en een groot aantal genoodigden. In het geheel 280 couverts. Tot de gasten, die aan dezen luisterrijken maaltijd, in de groote zaal en de troonzaal aanzaten, behoorden o. a.: de Commissaris der Koningin in Noord-Holland, de burgemeester van Amsterdam, de directeur en commandant der marine, de commandant in de stelling van Amsterdam, de directeur van het kabinet der Koningin, de vlagofficieren en de generaals, die in den stoet naar de kerk aanwezig waren, de leden en de griffier van het hoog militair gerechtshof, de civiele en militaire autoriteiten van Amsterdam, de leden en de griffier van de Provinciale Staten van Noord-Holland, de leden van het Amsterdamsche Centraal Comité, de presidenten en de secretaris der commissie van beheer der Nederduitsch Hervormde Gemeente, de commandant en de ondercommandanten van de eerewacht, de koningen en de herauten van wapenen, enz.

Evenals bij het gala-diner op den Inhuldigingsdag werd de maaltijd opgeluisterd door de muziek van de Kon. Militaire Kapel.

Na het diner werd slechts korten tijd cercle gehouden.

ocr page 402

amsterdam 8 sept. de galavoorstelling.

De Galavoorstelling in den Stadsschouwburg.

In afwachting van de komst def Koninginnen vulde de zaal zich langzamerhand met een uitgelezen publiek. Onder degenen die als genoodigden van het Gemeentebestuur langzamerhand hunne plaatsen kwamen innemen, behoorden al de Ministers, leden van de verschillende staatscollegiën, van het corps diplomatique, van de beide Kamers, provinciale en gemeentelijke autoriteiten, de leden van de Amsterdamsche hoofdcommissie enz. enz. ; meest allen door hunne dames vergezeld.

Ook de hoofden der Indische Gezantschappen waren met hunne geleiders aanwezig.

Een aantal leden van het Hof waren H.H. M.M. reeds naar den schouwburg voorafgegaan.

Aan den rand der koningsloge was een versiering met bloemen aangebracht, met een kroon van oranjebloemen in het midden.

Te negen uur kwam de koninklijke stoet aan. In den versierden foyer werden H.H. M.M. verwelkomd door den Burgemeester en de Wethouders. Door den gedrapeerden doorgang betraden Zij daarop de koningsloge. Bij de verschijning der vorstelijke personen waren alle aanwezigen opgestaan, en terwijl de Koningin bevallig naar links en rechts boog, speelde de muziek het Wilhelmus.

Toen de Hooge Bezoekers daarop hadden plaats genomen, hief de muziek onder leiding van den Heer C. van der Linden een door dezen gecomponeerde ouverture aan.

De Koningin was gekleed in een wit satijnen gala-toilet met corsage van briljanten. De Koningin-Moeder droeg een kleed van mauve zijde met kant, en evenals Hare Dochter een diadeem en een rivière van flonkerende edelgesteenten. De Prinses van Wied was gekleed in wit gebrocheerd satijn met guipure en droeg een diamanten parure om den hals. Beide Koninginnen droegen het grootkruis van de Oranje Nassau-orde. De Koningin zat tusschen Hare Koninklijke Moeder en de Prinses, aan wier rechterzijde de Groothertog had plaats genomen. De Prins van Wied zat ter linkerzijde van Koningin Emma.

Onmiddellijk nadat de muziek zweeg, ging het scherm op en begon

374

ocr page 403

amsterdam 8 sept. de galavoorstelling.

de voorstelling van een bekende dramatische schets door H. J. Schimmel, in hoofdzaak de verzoening van Tromp en De Ruyter behandelend. Hier volgt het programma van de voorstelling:

ORANJE en NEDERLAND.

Dramatisch Tafereel in één bedrijf, (een bladzijde uit de Geschiedenis des Vaderlands) door H. J. Schimmel,

opgevoerd door de Kon. Vereeniging ,,Het Nederlandsch Tooneel.quot;

Regie : W. P. de Leur.

willem III, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland en Zeeland, Kapitein- en Admiraal-

Generaal der Unie............De Heer J. de Jong.

Baron Wirtz, Generaal der Staatsche Ruiterij. ,, A. ising Jr.

Michiel Adriaanszoon de Ruiter, Luitenant-Admiraal-Generaal van Holland en West-

Friesland................................,, Louis Bouwmeester.

KüRNELIS Tromp, gewezen Luitenant-Admiraal

van Holland en West-Friesland............,, C. Pu. J. Clous.

Van Beuningen, ^ Afgevaardigden ter r „ C. C. V. SCHOONHOVEN.

Burgersdijk, }gt; Statenvergadering van ,, L. H. Chrispijn.

Vivien, J Holland. L ,, J. A. Holtrop.

Maarten Gerritsz., Burger van Oudewater. ,, A. C. Kreeft.

Tljs Dirksz., ^ Burgers r „ C. J. schulze.

J- van 's Gra-

Krelis Jansz., Kleerenmaker, J venhage. ,, M. J. wensma.

Een Matroos............................„ Henri de Vries.

Marretje Tijmensz., Scheveningsche Visch-

vrouw.................Mevr. Theo Bouwmeester.

Leendert, haar Zoon...........De Heer K. van Dijk.

De Genius van het Stamhuis Oranje. . . Mevr. F. Holtrop—van Gelder.

Inwoners van 's Gravenhage, Boeren en Boerinnen, Matrozen,

Drie afgevaardigden ter Staten-Vergadering van Holland, Het Koor, enz. Het Tooneel is te 's Gravenhage, den gl{en Juli 1612.

37Ï

ocr page 404

•jyó AMSTERDAM 8 SEPT. DE GALAVOORSTELLING.

De laatste strofe van het slotgedicht, een toespraak tot de Koningin, werd door Mevrouw Holtrop, als genius van het Oranjehuis, met schoon geluid voorgedragen. De Koningin, die het geheele stuk met gespannen aandacht had gevolgd, gaf het voorbeeld aan allen om op te rijzen, waarna het Wilhelmus, dat de slotregelen begeleidde, staande werd aangehoord.

Toen het scherm was gevallen barstte het publiek in luid gejuich uit. Het ,,Leve de Koningin!quot; werd eenige malen door de geheele zaal herhaald. Daarop riep een dame met luide stem: ,,Leve de Koningin-Moeder!quot; waarmede het publiek onmiddellijk krachtig instemde. Beide Koninginnen dankten met vriendelijken lach.

Weder uitgeleid door Burgemeester en Wethouders, vertrok de Koningin, nadat Zij den voorzitter van den Raad van Beheer der Vereeniging ,,het Nederlandsch Tooneelquot; had opgedragen. Haren dank over te brengen aan den componist en aan den dichter en de vertolkers van het stuk.

Te tien uur was de koninklijke stoet, langs den weg door duizenden begroet, weder ten Paleize teruggekeerd.

ocr page 405

HET VERTREK.

In den ochtend van Vrijdag 9 September zou de Koningin de hoofdstad verlaten, om in de residentie Haar plechtigen Intocht te houden.

De Groothertog van Saksen en het vorstelijk echtpaar Van Wied vertrokken te voren reeds per extra-trein naar den Haag, en evenzoo waren verschillende hofdignitarissen, benevens de Indische Vorsten, H.H. M.M. daarheen reeds voorafgegaan.

In de groote zaal van het Paleis kwamen, op verzoek van de Koningin, verschillende autoriteiten bijeen. In het bijzonder bracht Hare Majesteit den Burgemeester en den Hoofdcommissaris van politie lof voor de uitstekende wijze en den tact waarmede de maatregelen voor de verzekering der orde waren voorbereid en uitgevoerd. De Heer Franken kon nog dienzelfden dag, gevolg gevende aan een koninklijke opdracht, het politiecorps in kennis stellen van deze betuiging. Ook den commandant van de Eerewacht, Mr. H. L. M. Luden, werd door Hare Majesteit dank betuigd voor de vele diensten door de Eerewacht gedurende de afgeloopen dagen bewezen.

Voor het Paleis had zich een groote menigte verzameld om de Koninginnen een hartelijken afscheidsgroet te brengen, toen Zij verschenen om weg te rijden.

Toen de koninklijke stoet, langs den weg weder door velen begroet, aan het Centraal Station kwam, stonden de jongens van ,,Klein maar Dapperquot; daar weder als eerewacht opgesteld.

Op het perron deden eenige autoriteiten, waarbij de zoo even

48

ocr page 406

AMSTERDAM 9 SEPT. HET VERTREK.

genoemde, benevens hoofdambtenaren van de beide spoorwegmaatschappijen H.H. M.M. uitgeleide. Het was 10 uur ^o toen de koninklijke trein zich in beweging zette. Vriendelijk wuifden de Vorstinnen ten afscheid, terwijl allen, die zich op het perron hadden verzameld, een: „Leve de Koningin!quot; aanhieven.

Van de gepavoiseerde oorlogsschepen in het Y dreunden saluutschoten.

Denzelfden dag ontving de Burgemeester het volgende telegram van Hare Majesteit de Koningin:

Bij Mijne terugkomst in de Residentie is het Mij eene behoefte nog eens Mijne gevoelens van innige dankbaarheid te uiten voor de zoo hartelijke en schitterende ontvangst, die Mij in de hoofdstad te beurt viel. Ik ben diep getroffen door al de ontelbare bewijzen van liefde, gehechtheid en trouw, die Ik te Amsterdam ontving.

Overgetelijk zullen Mij de dagen zijn in uw midden doorgebracht.

Ik verzoek U Mijnen diepgevoelden dank over te brengen aan allen, die bezield met gevoelens van verknochtheid en aanhankelijkheid, het hunne hebben bijgedragen tot het zoo uitstekend slagen der schoone feesten, die Mij aangenaam verrast hebben door de zoo prachtige versiering van de stad en de schitterende illuminatie. Voor de voorbeeldige orde, die overal heerschte en die een ieder hielp handhaven, ben Ik zeer erkentelijk.

Amsterdam heeft Mijne Moeder en Mij heerlijke feestdagen bereid, die Onze harten met groote blijdschap en dankbaarheid vervullen.

WlLHELMINA.

De Burgemeester berichtte voorts, ,,dat hem namens Hare Majesteit eene som van tien duizend gulden werd ter hand gesteld ten behoeve van de algemeene armen der gemeente, en dat Hare Majesteit ten geschenke had gegeven, voor het Politiepersoneel ƒ 1000 en voor het Brandweerpersoneel ƒ 2^0.quot;

378

ocr page 407

AMSTERDAM 9 SEPT. HET VERTREK.

dankbetuiging van den burgemeester.

De Burgemeester betuigt zijn hartelijken dank aan allen, die met hem hebben samengewerkt om aan de ontvangst van Hare Majesteit de Koningin, bij gelegenheid van Haar verblijf alhier, zooveel mogelijk luister bij te zetten, en in het algemeen aan de burgerij, die door hare houding zooveel heeft bijgedragen tot handhaving der goede orde.

Ten slotte volge hier nog een publicatie van denzelfden dag:

Hare Majesteit de Koningin heeft bij Hr. Ms. vertrek uit de hoofdstad aan het Centraal-Comité voor de Feestelijke Ontvangst dringend verzocht, Hr. Ms. grooten dank over te brengen aan allen, die tot die ontvangst hebben medegewerkt, en in het bijzonder aan alle comité's, sub-commissies en buurtvereenigingen, die in deze op eenigerlei wijze zijn werkzaam geweest voor al het schoone en goede, dat zij tot stand brachten, voor de prachtige feesten, voor de schitterende versieringen.

Hare Majesteit verzocht het Centraal-Comitc dit in de meest warme bewoordingen te doen en verklaarde diep getroffen te zijn door de schitterende wijze, waarop Amsterdam H. M. was tegemoet gekomen.

Het Centraal-Comité is overtuigd, niet beter te kunnen doen, dan deze Koninklijke woorden over te nemen en daarbij zijn innige dankbaarheid uit te spreken, dat Amsterdam zich beijverd heeft deze woorden waardig te zijn.

Het Centraal-Comité voornoemd:

C. H. Backer, Voorzitter.

Frank K. van Lennep, Secretaris.

379

ocr page 408

DE TENTOONSTELLING VAN PORTRETTEN EN VOORWERPEN, BETREKKING HEBBENDE OP HET HUIS VAN ORANJE-NASSAU.

Reeds eenige malen zijn verzamelingen bijeengebracht van schilderijen, documenten en andere voorwerpen, die betrekking hebben op ons vorstenhuis. Vooral de tentoonstelling, die in de maanden Augustus en September 1880 te 'sGravenhage gehouden werd, mag genoemd worden. Z. M. de Koning had daarvoor de Gothische Zaal ter beschikking gesteld, en vele kunstwerken uit koninklijk bezit versierden er de wanden. Toch gaf die tentoonstelling nog geen flauw begrip van wat een Oranje-Museum kan zijn, een museum als dat der Hohenzollerns in het slot Monbijou te Berlijn, of vooral als dat der Deensche koningen in het slot Rosenborg te Kopenhagen.

Toen het gansche land zich gereed maakte om door feesten ter viering van de plechtige huldiging der laatste Oranje haar geheele huis te eeren, stond het tot stand brengen van zulk een, helaas tijdelijk, Oranje-Museum op meer dan een feestprogramma: in 's lands hoofdstad, in de residentie, te Middelburg, te Leeuwarden en elders. Gelukkig begreep men te 'sGravenhage dat samenwerking de eerste voorwaarde was om het denkbeeld op waardige wijze tot verwezenlijking te brengen, en ter wille van de Amsterdamsche tentoonstelling ontbond zich het Haagsche comité.

Te Amsterdam had men inmiddels reeds de handen aan het werk geslagen, en door het Gentraal-Comité van Ingezetenen werden als leden eener sub-commissie voor de tentoonstelling geïnstalleerd de heeren S. P. van Eeghen als voorzitter, J. F. M. Sterck als ondervoorzitter, Jhr. Mr. J. F. Backer als secretaris, Jhr. B. W. F. van Riemsdijk als penningmeester. Dr. C. Hofstede de Groot, E. W. Moes en A. Pit, waaraan later nog de heer Ed. van Biema toegevoegd werd, die bepaaldelijk de zorg voor den catalogus op zich nam. Als

ocr page 409

DE ORANJE-NASSAU-TENTOONGTELLING.

38.

ocr page 410

DE ORANJE-NASSAU-TENTOONSTELLING.

verschillende levenstijdperken. Eenige, bij voorkeur geschilderde, tafreelen van roemrijke daden uit hun leven moesten de rol in herinnering brengen, die zij in de geschiedenis gespeeld hebben. Eigenhandige schrifturen en curiosa van verschillenden aard zouden dienen om in het aldus saamgebrachte afwisseling te brengen.

Dergelijke verzamelingen zijn reeds voor andere vorstenhuizen met uitstekend gevolg bijeengebracht, hetzij, zooals bij het Hohenzollern-Museum te Berlijn, het materiaal in de paleizen voorhanden was en slechts wachtte op een oordeelkundige rangschikking, hetzij, zooals in Kopenhagen, de vorsten zelf reeds sedert eeuwen het hunne hebben gedaan om zulk een familiemuseum in stand te houden en te verrijken.

Ons vorstenhuis kan niet op zulk een verzameling bogen. Niet, omdat het in zijn verleden geen groote mannen en vrouwen heeft aan te wijzen, waarvan iedere tastbare herinnering ruimschoots zou verdienen bewaard te worden, noch omdat het den prinsen en prinsessen van Oranje aan belangstelling in hun voorgeslacht ontbroken heeft; maar de Geschiedenis, die voor de nagedachtenis der Oranjes een onzichtbaar monument oprichtte in de waardeering en de liefde van het nageslacht, heeft niet meegewerkt om ook op stoffelijk gebied vele herinneringen aan hen bewaard te doen blijven.

Zéér weinig is er over van hem, van wien wij het liefst het grootste aantal reliquieën bijeen zouden willen zien. In zijn jeugd een schatrijk vorst, die zich in zijn schitterend paleis te Brussel in weelde baadde, een der meest gevierde grooten aan het hof van keizer Karei, offerde Willem de Zwijger in later jaren al zijn schatten ten dienste van de bevrijding der Nederlanden. De talrijke kostbaarheden die hij geërfd had van zijn rijke voorvaderen te Breda, werden verkocht of verpand om voor dat doel troepen te kunnen aanwerven. En toen de prins vermoord was, bleef zijne familie in hoogst benarde omstandigheden achter. De aanwezige inboedel in de zeker niet weelderig ingerichte huizinge op het Prinsenhof te Delft moest zelfs dadelijk te gelde gemaakt worden, want er waren geen honderd gulden in het sterfhuis.

's Prinsen opvolgers waren beter in de gelegenheid om van hun rang ook uiterlijk te doen blijken. Paleizen werden gebouwd, lust-

382

ocr page 411

DE ORANJE-NASSAU-TENTOONSTELLING.

hoven aangelegd. Vooral Frederik Hendrik was een kunstlievend vorst. Hij liet de grootste kunstenaars voor zich werken, bij Rembrandt bestelde hij een geheele reeks bijbelsche tafreelen, van Dyck schilderde herhaaldelijk hemzelf en leden van zijn gezin. Wel werd door de huwelijken zijner vier dochters veel van die kunstschatten naar het buitenland gebracht, vooral naar Dessau en naar Berlijn,

maar de vorstelijke verblijven in de Nederlanden bleven toch rijke verzamelingen van kunstwerken bevatten.

Maar weer deed zich een omstandigheid voor,

die de roerende eigendommen der Oranjes moest verstrooien: het kinderloos overlijden van den prins-koning Willem III. Wel was Jan Willem Friso tot universeel erfgenaam benoemd, maar toch vervielen een groot gedeelte van 'sprinsen bezittingen aan den koning van Pruisen; en het vele dat nog op het Loo gebleven was werd weldra, na den ontijdigen dood van den Frieschen prins, te Amsterdam in openbare veiling verkocht.

Een nieuwe tak nam de oude tradities over. Met de verplaatsing van het hof van Leeuwarden naar 's Gravenhage begon een nieuw tijdperk van het vullen der verlaten paleizen. Maar de achttiende eeuw was de zeventiende niet. Waar vroeger een van Dyck heerlijke kinderportretten van Willem II schilderde, mocht nu op zijn best een Liotard kleurige pastels vervaardigen.

Maar ook aan wat nu bijeengebracht werd, was geen rustig lot beschoren. De gebeurtenissen van 179^ hebben een gedeelte der schilderijen en merkwaardigheden in onze musea doen terechtkomen, het grootste gedeelte is echter verloren gegaan bij de omzwervingen van de prinselijke familie door Europa. Eerst van 1813 af heeft het

383

ocr page 412

384

noodlot zich minder wreed getoond, en de zalen in onze paleizen zijn thans voornamelijkgevuld met portretten en andere herinneringen uit den koningstijd.

Uit dit kort overzicht blijkt, dat wel van heinde en verre steun gezocht moest worden, wilde van de tentoonstelling werkelijk iets waardigs terecht komen. En dien steun heeft de commissie in ruime mate mogen ondervinden. De breede rij van inzenders is er het sprekend bewijs voor. Op de meest voorkomende wijze gesteund door den Minister van Binnenlandsche Zaken, vonden hare wenschen bijna overal een gewillig oor. De Duitsche Keizer stond niet alleen toe dat de talrijke vertrekken van zijne paleizen te Berlijn en te Potsdam doorsnuffeld werden, maar alom in Pruisen was door zijn toedoen aan die leden der commissie, die zich hadden opgemaakt om een onderzoek in loco in te stellen, een allergunstigste ontvangst verzekerd. Ook de Koning van Wurtem-berg, de Groothertog van Baden en vele andere vorsten stelden wat in hunne paleizen aanwezig was, ter beschikking. Voeg hierbij nog, dat de Koningin van Engeland en eenige leden van den hoogen Engelschen adel ook van hunne belangstelling deden blijken door de toezegging van merkwaardige stukken, en het behoeft geen betoog, dat de reizen die voor de commissie in het voorjaar in Duitschland en Engeland werden ondernomen, met uitstekend gevolg bekroond zijn.

Met verderaf wonende vorsten moesten de onderhandelingen óf schriftelijk afgedaan worden, ot namen de vertegenwoordigers van de Neder-landsche regeering der commissie het werk uit de handen. Vooral moet hierbij herdacht worden de liberale beschikking van den Keizer van Rusland, om niet alleen eenige interessante portretten uit het paleis te Gatschina af te staan, maar zelfs te gelasten, dat een der voorname stukken uit de Ermitage te St. Petersburg, het heerlijke portret van prins Willem II door Anthonie van Dyck, de tentoonstelling zou helpen opluisteren.

Waar van vreemde vorsten zooveel medewerking der commissie gewerd, kan het niet verwonderen dat bij de koninklijke familie in Nederland en bij hare naaste bloedverwanten daarbuiten de grootst mogelijke sympathie haar ten deel viel. Uit de vele merkwaardige zaken in de verschillende paleizen van de beide Koninginnen, van de

ocr page 413

DE ORANJE—NASSAU-TEN TOONSTELLING.

Prinses van Wied, van den Groothertog en de Prinsen van Saksen-Weimar en van prins Albrecht van Pruisen, mocht een ruime keuze gedaan worden.

Musea, bibliotheken en particuliere personen, zoowel in binnen- als in buitenland, werden zelden tevergeefs aangezocht, het een ot ander kunstwerk of curiosum at te staan; en waar dit soms om bijzondere redenen niet mogelijk was, daar werden pho-tographieën genomen ot zelfs copieën gemaakt.

En nu het resultaat van al deze voorbereidende werkzaamheden.

Terwijl in het oorspronkelijke plan lag,

slechts de bel-étage van het Fragmentengebouw te gebruiken, moest niet alleen de geheele parterre-verdieping daaraan worden toegevoegd, maar zelts vulden zich allengs ook de beide vertrekken op de tweede verdieping.

Bij de rangschikking van de vele zeer verschillende voorwerpen is als hoofdgedachte vooropgesteld, dat, daar de tentoonstelling vooral van historischen aard is, de tijdperken streng afgezonderd moesten blijven, zoodat alles wat op één persoon betrekking heeft, zooveel doenlijk in elkanders onmiddellijke nabijheid te zien zou zijn. Slechts in weinige gevallen van gebiedende noodzakelijkheid zijn hierop uitzonderingen gemaakt. Zoo is alle ceramiek ter wille van de grootere veiligheid bij elkander in ééne vitrine geplaatst, en werden de beide vertrekken op de tweede verdieping bestemd voor de verschillende stukken, die elders geen plaats mochten vinden. — De hoofdindeeling werd nu als volgt.

De beide groote zalen met bovenlicht werden bestemd voor het koningstijdperk en voor de zeventiende eeuw. In de eerste domineeren de meer dan levensgroote portretten van onze drie koningen, waarnaast die van hunne gemalinnen een eereplaats innemen. Voorts wordt het

49

ocr page 414

DE ORANJE-NASSAU-TENTOONSTELLING.

oog er bekoord door de beeltenissen van lieftallige prinsessen, waaronder vooral prinses Marianne en de beide prinsessen Louise (de zuster van koning Willem I en de gemalin van prins Frederik) de aandacht trekken. Het levensgroote portret ten voeten uit van de oudere prinses Louise is een kunstwerk van Tischbein, en behalve van hem vallen er ook nog van andere goede schilders in deze zaal producten te vermelden. Zoo de groote aquarel van Hodges, voorstellende den slag van Salamanca, waaraan de latere koning Willem II deel nam, het majestueuse portret van koningin Sophie door Louis Gallait, en de aardige aquarel van Rochussen, die een wapenschouwing door koning Willem 111 bij het kamp van Milligen te zien geeft. Onder de vele gebeeldhouwde portretten die in deze zaal opgesteld zijn, zijn vooral opmerkelijk twee van koning Willem 1, door Frangois Rude en door Christian Daniel Ranch.

In de tweede zaal, aan de zeventiende eeuw gewijd, wordt uit een oogpunt van kunst onze aandacht het meest getrokken naar den wand die voor prins Willem II bestemd is. Immers gedurende diens kortstondig leven had de Nederlandsche schilderkunst haar middaghoogte bereikt. Het jongensportret door van Dyck spant zeker de kroon, en daaromheen houden andere stukken van denzelfden meester en van Mierevelt, van de Venne, Esaias van de Velde, van der Helst, Hanneman en Honthorst den roem der zeventiende-eeuwsche schilders hoog.

Ook op historisch gebied is deze zaal bijzonder belangrijk. De held van Turnhout en Nieuwpoort is, behalve door eenige tot heden weinig bekende portretten, ook door zijn harnas vertegenwoordigd. Uit het tijdperk van Frederik Hendrik is vooral merkwaardig het gouden geëmailleerd kruis, door zijne gemalin Amalia van Solms geschonken aan de zusters van het klooster St. Catharinadal te Oosterhout, en het album met teekeningen door den jeugdigen Willem II gemaakt, zeker onder leiding van den schilder Pieter Quast. De reeks kinderportretten die aanwezig is van prins Willem III geeft een nauwkeurig beeld van de uiterlijke ontwikkeling van het ,,Kind van Staat.quot;

Aan Prins Willem I is een afzonderlijk vertrek gewijd. Eigenlijke kunst is hier minder te zoeken, het fijn geboetseerde model van Hendrik de Keyser's beeld en de gravure van Goltzius uitgezonderd. Maar uit een

^86

ocr page 415

DE ORANJE—NASSAU-TEN TOONSTELLING.

historisch oogpunt is dit kleine vertrek misschien wel het merkwaardigste. Hier vinden wij archiefstukken, die den Vader des Vaderlands in zijn zelfopofferende armoede doen kennen, zooals de origineele lijst der door hem verpande goederen waarvan de opbrengst moest dienen om de benauwde Nederlanden te hulp te komen. Merkwaardig is ook de Acte van Acceptatie der Hooge Overigheid van 1^81, waarvan de uitvoering op zoo tragische wijze verhinderd werd dooiden moord van Balthasar Gerards. Diens eigenhandige, „buiten torturequot;

geschreven confessie, ligt er naast tentoongesteld.

Bijna alle portretten van den prins zijn, hetzij in originali hetzij in copie,

aanwezig, en hierbij verschillende waarvan het bestaan te onzent totnogtoe niet bekend was. Hetzelfde geldt van verschillende portretten zijner vier gemalinnen. In dit vertrek zijn ook geplaatst de beeltenissen van 's prinsen ouders, terwijl men tevens in de gelegenheid is, het fraaie schrift te bewonderen van zijne moeder Juliana van Stolberg, die zulk een gelukkigen invloed op zijn karaktervorming heeft gehad. Van de portretten van zijne broeders en zusters zij vooral gewezen op die van graaf Jan den Oude, die naast zijn ouderen broeder zulk een groot aandeel heeft gehad in de grondlegging van den Nederlandschen staat, en die tevens de stamvader in mannelijke linie is van ons tegenwoordig koningshuis.

Het kleine vertrek aan de zijde der koningszaal, waarnaast de trap naar de benedenverdieping voert, bevat de weinige herinneringen die er nog over zijn aan het verblijf der Nassaus in Nederland vóór den tijd van prins Willem den Zwijger. Tevens zijn hier eenige van diens kinderen ondergebracht.

387

ocr page 416

de oranje—nassau-tentoonstelling.

De verdieping gelijkvloers is geheel gewijd aan den tak Nassau-Dietz tot op onze eeuw. Zondert men eenige fraaie portretten van de oudere Friesche stadhouders uit, als Ernst Casimir en Hendrik Casimir I door Wybrand de Geest en Willem Frederik door Adriaen Hanneman, dan bevat de geheele verzameling die in deze, trouwens minder goed verlichte vertrekken bijeengebracht is, weinig dat voor de kunst groote waarde heeft.

In het laatste kamertje daarentegen, met zijn fraai geschilderde zoldering en rijk gebeeldhouwden schoorsteen in roccoco-stijl, toont Tischbein zich een waardige evenknie van de portretschilders uit vorige eeuwen. Zijn groote portretten van prins Willem V en vooral van diens kranige gemalin, en de reeks bevallige pastels van de geheele prinselijke familie, maken van dit kleine vertrek een geheel, dat het oog aangenaam aandoet; en de kleine vitrines bevatten tal van merkwaardige voorwerpen, om slechts te noemen het oorspronkelijk handschrift der bewerking van het Wilhelmus door den tienjarigen Mozart, en etsoefeningen van prins Willem V.

Zoo heeft de Commissie er naar gestreefd, een overzicht te geven van dat edele geslacht, waaruit zoovele leden naar de mate hunner gaven en positie hebben gewerkt om ons land tot vrijheid en bloei te brengen. Wie de Geschiedenis kent en vrij is van vooroordeel, zal bij het verlaten der tentoonstelling, met de pas verlevendigde herinnering aan die onvergetelijke mannen en vrouwen, ongetwijfeld gedachtig zijn aan de regels,, niet alleen op den grootste onder hen van toepassing;

Seer prinslick was gliedreven Mijn princelick ghemoet;

388

Standvastich is ghebleven Mijn hert in teghenspoet.

E. W. Moes.

October 1898.

ocr page 417
ocr page 418
ocr page 419

^-

VIERDE STUK.

Officieel

Gedenkboek.

j September 1898.

J

INHOUD:

C. G. 'T HOOFT. De Rembrandt-Tentoon-

c 1 i n rr

j. F. L. DE BALBIAN VER

STER. De

Feesten buiten Amsterdam.

JOH. W. STEPHANIK.

Inhuidigings-

penningen van H. M. Konin

Tin Wilhelmina.

Lijst der Feestcommissiën in de

n lande.

Lijst der Inteekenaren.

AMSTERDAM.

VAN H O L K E M A amp; W A R E N D O R F.

ocr page 420
ocr page 421

Vs/EERT'»

ocr page 422
ocr page 423
ocr page 424
ocr page 425

DE REMBRANDT-TENTOONSTELLING.

Wie heeft het idee gehad van de Rembrandt-tentoonstelling ?

Was het iets, dat in de lucht zat, een van die dingen, die van zelf geboren worden, omdat de tijd er voor gekomen is?

Ik kan alleen dit zeggen. Bij de Hoofd-commissie van Ingezetenen bestond het voornemen, door het honden eener tentoonstelling van oude meesters, aan de Inhuldiging van H. M. de Koningin grooteren luister bij te zetten.

Ook bij de Maatschappij Arti et Amicitiae bestonden plannen, welke reeds eenigermate een vasten vorm hadden aangenomen. In 189^ had het toenmalige bestuur eene vergadering bijeengeroepen van museum-' directeuren, ten einde de mogelijkheid van eene Rembrandt-tentoonstelling te bespreken.

Voorloopig leidde dit niet tot een resultaat, wel merkte men op, dat alleen onder buitengewone omstandigheden, als b. v. de toekomstige troonsbestijging van Koningin Wilhelmina kans op welslagen zou bestaan. Het plan werd dus wel uitgesteld, maar niet opgegeven.

Dr. A. Bredius, de warme Rembrandt-vereerder, maakte dan ook bezwaar, toen hij namens de Hoofd-commissie werd aangezocht zijn steun te verleenen aan de tentoonstelling van oude meesters. Door zijne tusschenkomst kwam de samenwerking tusschen beide lichamen tot stand en was de Rembrandt-tentoonstelling verzekerd.

In eene der eerste vergaderingen werd besloten tot eere-leden te benoemen: Geh. Reg. Rath. Dr. W. Bode, directeur aan de Koninklijke Musea te Berlijn; Lord Reay (Baron D. Mackay) te Londen; Ridder

ao L

:

ocr page 426

DE REMBRANDT-TENTOONSTELLING.

Mr. Alph. de Stuers, Buitengewoon Gezant en gevolmachtigd Minister van H. M. de Koningin der Nederlanden, te Parijs.

Naast dezen is het in de eerste plaats aan de krachtige en zoo ijverige bemoeiingen van de heeren Dr. A. Bredius en Dr. C. Hofstede de Groot te danken, dat een zoo belangrijk aantal werken kon worden bijeengebracht.

Van veel belang was het, dat H. M. de Koningin van Engeland, daartoe aangezocht door de Hertogin van Albany, het voorbeeld gaf, alsook de deelname van Z. M. den Keizer van Duitschland en van Z. K. H. den Groothertog van Saksen.

Gelukkig was ons vaderland, dank zij het Gemeentebestuur van

Amsterdam, daartegenover op zeer waardige wijze vertegenwoordigd.

Ook de zoo uitstekend gebleken expositie-locali-teit, dankte de Commissie aan het Gemeentebestuur der hoofdstad.

In verre jaren zullen wij met ons dragen de heugenis van deze indrukwekkende manifestatie van Rembrandt's genie.

Om ons zullen ze blijven, die zielvolle beeltenissen, die treffende bijbeltafereelen, die opbloeiingen van kleurenrijkdom, die machtige omwadingen van licht en donker, dat heerlijke lijnen-evenwicht.

Want hij was onze grootste kunstenaar. Hij was de meest forsche, de meest menschelijke.

Ja, die kerel, daar naast de David en Saul, met dat stoere gezicht, die norsche oogen, dat doorploegde voorhoofd, die breedgegroeide forsche gestalte, dat is onze heros. Zoo stel ik me hem voor. Zoo en zooals in dat teekeningetje van Heseltine.

Welk een heerschergestalte, onbuigzaam en bewust van zijn kracht!

_

ocr page 427

DE REMBRANDTTENTOONSTELLING.

Het is al genoeg de een den ander nageschreven, dat sentimenteele medelijden met den tot armoede vervallen kunstenaar, maar is het voor dezen man, dat wij dat zouden moeten inroepen?

De stormen zijn over hem gekomen, maar hebben hem niet geknakt en zullen hem niet knakken. Neen, deze mensch, die alles gekend heeft, het geluk en de droefenis, de weelde en de armoede, maar voor wien werken en scheppen het hoogst begeerlijke was en wien tot in zijn laatste jaren de kracht bleef dit te doen, veeleer is hij gelukkig te prijzen.

Tot zijn allereerste werk behooren de Philosoof bij kaarslicht en de Petrus, beide zeer kleine schilderijtjes, waarin hij reeds zijn voorliefde toont de compositie te doen steunen op een met zorg gekozen verdeeling van licht en donker.

Merkwaardig is de Judas met de zilverlingen,

al behoeven wij, die ook zijn later werk kennen,

voor de expressie van zijn figuren niet de bewondering te deelen welke Huygens er voor had.

De Simson en Delila is niet minder curieus. In het Rijksmuseum hangt van Jan Lievens hetzelfde onderwerp, maar met meer dan levens-groote figuren. Huygens, Rembrandt en Lievens vergelijkende, wees reeds in 1630 op zulk verschil in opvatting.

Evenmin als in de Judas hebben we hier dat machtige kleurengamma van zijn later werk. Welk een contrast b. v., dat koude geel en paarsche grijs in ,,Simson en Delilaquot;, met die gesatureerde kleuren in het schilderij daarnaast, die peinzende vrouw met haar bijbel.

Alleen die kop in den achtergrond is fijner gevoeld; ook het stilleven in het eerstbedoelde stuk is mooi bestudeerd.

Dit alles is ijverig zoeken, maar al spoedig zal hij ook werkelijk

391

ocr page 428

DE RKMBR ANDÏ-TENTOONSTELLING.

iets bereiken. Ik bedoel de Christus te Emmaus (van Mad. André), ,,de filosofenquot; van het Louvre, de Ruts en Maerten Looten, voorloopers van de Anatomische Les (1632).

De Ruts, welk een stout stuk voor een jong schilder, opgegroeid naast zulke kalme lieden als Van der Voort, de Keijser en Elias. Een echte koene zeevaarder, die Ruts. Rembrandt wist zulk een model te apprecieeren.

Hoe ingetogen is hij dan weer tegenover iemand als Maerten Looien, een fijn, koel stadsmensch, wiens wezenstrekken hij delicaat en zorgvuldig heeft gevolgd.

Zijn eigen gelaat zal hem nu reeds, als zeer dikwijls later, dienen tot telkens vernieuwde studie. Ook zijne naaste betrekkingen komen daarvoor, zoowel voor zijn etsen als schilderijen, herhaaldelijk in aanmerking.

Al spoedig komt de tijd dat de talrijke bestellingen van portretten hem, zij het ook kort, geheel in beslag zullen nemen.

Die zwierige conterfeitsels als b.v. van dien ,,Jonge man van een stoel -opstaand,quot; dat de gravin de Pourtalès inzond, moesten wel in den smaak vallen.

Ook het vrouweportret van den heer v. d. Heijdt is een specimen van dit soort, dat in vele verzamelingen vertegenwoordigd is.

Maar zoodra hij daartoe weer tijd zal vinden, keert hij terug tot zijn etsen, tot zijn bijbeltafereelen, of een enkel maal behandelt hij mythologische voorstellingen, als de Calisto van 163^, Zijne groote composities zijn niet alle gelukkig, als b.v. de Simson dien de oogen worden uitgestoken (waarvan te Cassel een copie) of zijn Belsazar (van graat Derby).

Maar behalve de passiestukken te München, volgen de Tobias (1637) van het Louvre en de bruiloft van Simson, te Dresden (1638). Bij de Tobias vinden we, hier aansluitende, de ontmoeting van Maria en Elisabeth (van den Hertog van Westminster) en de Hagar (1640) van mr. Jonides.

Dit is hetgeen ons hier in Holland ontbreekt.

Het is eigenlijk Rembrandt's allermooiste kant, dit is de Rembrandt van de etsen. De Emmaüsgangers (1630) van Mad. André, deze

ocr page 429

DE RKMBRANDT-TENT00N3TELLING

Elisabeth, de Emmaüsgangers (1648) van het Louvre, dat is wat in Holland noodig zou zijn om den Rembrandt van de Nachtwacht en de Staalmeesters aan te vullen.

Hoe heeft hij zich in dat heerlijke stukje van den Hertog van Westminster verdiept, met hoeveel liefde is het samengesteld en opgebouwd; welk een uitdrukking in de gebaren, die teederheid van Elisabeth, die stille verrukking van Maria, de oude Zacharias steunende op den knaap en dat wondergrootsche landschap!

Die landschap-achtergrond heeft reeds zijn voorloopers in de beide hier geëxposeerde van den heer Rath en Vorst Czartoriski.

Het laatste is verreweg het meest grandioze.

Rechts vooraan een sombere boomgroep aan den weg, waarop de Samaritaan, den gewonde steunende, voortschrijdt. De rotsmassa wijkt naar links verweg, daarboven welft zich een dreigende lucht en hieruit valt een sterk licht, over de groene weiden en den kronkelweg met de wegsnellende karos; op den achtergrond de stad met wallen en molens.

Nog steeds is hij de gevierde portretschilder; de damesportretten in het bezit van de Koningin van Engeland en de familie van Weede van Dijkveld leggen daarvan schitterend getuigenis af.

Zeer merkwaardig was het, die ,,lady with a fanquot; te vergelijken met die andere, het pendant van den man met den valk. Dit laatste is wel een van de rijkste vrouweportretten, die we van Rembrandt kennen. Het is samengesteld uit diepe warme kleuren, waartegen het delicaat geschilderde gezicht heerlijk afkomt.

Maar hoeveel meer heeft hij zich gegeven in het eerste! Dit is de tot het leven gekomen visie. Zoo'n portret moet men aanstaren, lang en aandachtig.

393

ocr page 430

394

De bruiloft van Simson en de Manoah te Dresden zijn de inleiding tot de Nachtwacht.

Hoe moest het Rembrandt aanlokken, dat reusachtige doek vol te schilderen, zijn lust bot te kunnen vieren aan al die schitterende costumes en blinkende wapenen.

Ook Jacob Backer, zijn vroegere discipel, en Elias moesten met hem, elk een der drie vakken van den langen wand vullen op de groote zaal van den Kloveniersdoelen.

Wanneer hij zich in de algemeene lijn der compositie al eenigszins hield aan het verband dat zou moeten bestaan, in den bouw van licht en donker volgde hij geheel zijn eigen inzichten.

Wanneer wij ons de Nachtwacht dan ook denken aan de linkerzijde naast de Elias en rechts de Jacob Backer i), dan kunnen we begrijpen, dat Hoogstraten, — toen hij als leerling van Rembrandt, diens hoofdwerk ging bewonderen, — moest vinden dat die stukken als kaartebladen er naast deden.

Is de Nachtwacht een eenigszins natuurgetrouwe afbeelding?, — hebben velen zich afgevraagd.

Is het, — zooals Kaiser beweerde in zijn catalogus van het Trippenhuis, het voorhuis van den Doelen,— waar het licht uit twee bovenvensters invalt?

Waarschijnlijk is het eene impressie daar opgedaan, die hij eenigszins fantastisch heeft verwerkt.

De trappen zien we ook op de Th. de Keyser (nu rechts van de Nachtwacht.) Zij hebben daar werkelijk bestaan, volgens oude teeke-ningen in het gemeente-archief. Hoe dan ook, gevolgd of niet, ze waren een uitstekend middel om zijn figuren op het tweede plan hooger te stellen, vooral om den vaandrig te doen uitkomen.

Vóór alles heeft hij echter het eenwezige der compositie gewild.

i) Beide thans in de Raadzaal. Uit de lijn der compositie vlak in de Elias, het middenstuk, naar rechts rijzend bij de Backer, naar links in de Nachtwacht, blijkt dat de plaats van de Nachtwacht, die volgens de lijst van de op de Doelens aanwezige stukken van Schaep (1653) eenigszins onzeker was, links moet zijn geweest. Ook zijn op de Backer de kapitein en luitenant links geplaatst; deze zullen wel niet in den uitersten linkerhoek der zaal zijn terechtgekomen.

ocr page 431

39^

Hij heeft daartoe zelfs vreemde elementen genomen, die den bouw konden accentueeren of aanvullen.

De meisjes zijn daar om het tegenwicht te vormen tegen de lichte plek van den luitenant.

Ook van den jongen begrijpt men niet, wat hij er op te maken heeft, maar staan niet op het lange stuk van van der Helst (tegenover den Schuttersmaaltijd) b. v. een negerjongen en een al te jeugdig schuttertje? De plaats der handeling is, zooals blijkt uit al de schutterstukken, nooit al te accuraat weergegeven. Men neme b. v. de beide stukken uit de Raadzaal, die den Kloveniersdoelen als achtergrond moeten hebben, of bedenke, hoe op den „Schuttersmaaltijdquot; van de zaal met vele vensters er slechts één is afgebeeld.

Welk een leven had het schilderij herwonnen,

daar in dat doodgewone zaaltje met zijlicht van het Stedelijk Museum!

Hoe kwam de hoofdgroep weer tot haar recht,

de roode musketier en het blonde meisje, evenwicht vormende met Banning Cocq in 't zwart fluweel en Ruytenberg in den geel leéren kolder.

Hoe lichtend en schitterend deden daar die koppen links en hoe mooi waren ze toen in balans met den sergeant aan het rechtsche einde, die thans (in 's Rijks-Museum) even sterk verlicht, juist boven hen uitschreeuwt.

Dat licht, strijkend langs het zijden vaandel, omwadend den groenen vaandrig en de mooi gemouvementeerde rij koppen doende uitkomen tegen de diepe donkerte van de poort!

Neen, dat was een ander schilderij, het lééfde en gouden stofdeeltjes zag men zweven in die warm verlichte atmosfeer.

En nu — na den terugkeer in de Rembrandtzaal van 's Rijks-

ocr page 432

396

DE REMBRANDT-TENTOONSTELUNG.

Museum, — is die heerlijke roode musketier in een smoezelig, zwartig rood kostuum gestoken.

Hij bestaat niet meer. Die blonde meisjesfiguren, zijn evenals de luitenant, veel te licht tegenover de nu gelijkmatige zwarte massa. Het fluweel van het costuum van Banning Cocq is een onverschillige stof, de donkere partijen vormen een massa zonder relief, de afstanden zijn weg, het is een hard, goor, geel ding, zonder diepte, waarboven een paar lichtgele plekken uitschreeuwen.

Het visioen is verdwenen.

Hoe fascineerend daarentegen werkte op de tentoonstelling dit

wondere doek, bij dat krachtige zijlicht. Het liet den toeschouwer niet los en men genoot met volle teugen die machtige visie van ruimte en atmosfeer, van beweging en kleurenpracht.

Met de Nachtwacht is Rembrandt's schitterendst vermogen tot uiting gekomen.

Geen tweede maal zal het hem vergund zijn een dergelijke compositie op te vatten.

ocr page 433

DE REMBRANDT-TENTOONSTELLING.

Wel zal telkens nog de schilder alleen aan het woord zijn, uitsluitend zich verlustigend in het uiterlijk der dingen, als b. v. in den geharnasten man van het Museum te Glasgow of den Poolschen ruiter; de zuiver menschelijke kant van zijn talent zal echter daarna steeds heerlijker te voorschijn treden. Het zuiverst wel in de Emmaüsgangers van het Louvre.

Nooit heeft hij dramatischer en treffender zich uitgesproken dan hier, in die ontroerde apostelen, in die plechtige Christusfiguur.

Langs de Noli me tangere te Brunswijk, de grootsche compositie (te Cassel) van Jacob, die de zonen van Jozef zegent, — waarin weer de colorist aan het woord begint te komen, die in het Joodsche bruidje en de Brunswijksche familiegroep zijn triomfen gaat vieren, — eindigen we met werken als de David en Saul, de Esther en Ahasverus, de peinzende Vrouw met den Bijbel en de Geeseling (ió68) van het Museum te Darmstadt. Deze laatste stukken zijn van een verzadigden kleurenrijkdom, waarbij een zorgvuldig gewogen evenwicht van lijn en van licht en donker de expressie zoo krachtig accentueert.

Het heerlijkst en meest imposant was Rembrandt's laatste tijd vertegenwoordigd door de Staalmeesters. Juist deze rustige compositie van die eenvoudige burgers, zonder groot effect, vertegenwoordigt zijn hoogste kunnen. Nooit heeft hij sterker het leven vertolkt als in dit tot het hoogste opgevoerde schilderij. Deze mannen hebben leven en ziel. Hoe sterk is hier de diep doorleefde impressie tot uitdrukking gekomen! Het is de opnieuw geschapen werkelijkheid; men vergeet de materie waaruit zij zijn voortgebracht.

De Nachtwacht, het anatomiefragment, de Staalmeesters; het machtigste van onzen grootmeester bleef ons gespaard.

Deze Rembrandt-tentoonstelling heeft het opnieuw bewezen.

Boven alle verwachting was het succes dat aan deze tentoonstelling ten deel viel.

Den 20quot;quot; October herhaalde H. M. de Koningin Haar bezoek. Ook Z. K. H. de Groothertog van Saksen en zijne dochter H. K. H. de Groothertogin van Mecklenburg bepaalden zich niet tot een enkele bezichtiging.

397

ocr page 434

DE REMBRANDT-TENTOONSTELLING.

Gedurende den tijd, dat de tentoonstelling tegen een entrée van /2.^0 en / 1.— toegankelijk was, dus van 8 September tot en met 31 October, werd ze door 43,000 personen bezocht en op i, 2 en 3 November a fo.2^ door circa 79^0 personen; zoodat het geheele aantal bijna ^1,000 bedraagt.

Het bezoek per dag varieerde van ruim 2^0 personen op de beide Zondagen 11 en 18 September tot 2600 op Zondag 30 October. Bij de verlaagde entrée steeg het tot pl.m. 3 ^00 op 2 November.

C. G. 't HOOFT.

November 1898.

ocr page 435

'sGRAVENHAGE.

De Intocht.

Hoe schoon was de versierde residentie in den ochtend van Vrijdag 9 September, dien heerlijken zomerschen dag, waarop de Koningin Haren plechtigen Intocht zou doen in de geliefde stad!

Aan het station van den Staatsspoorweg vereenigden zich de autoriteiten welke H.H. M.M. zouden ontvangen. Daarbij behoorden de Commissaris der Koningin in Zuid-Holland met de leden van Gedeputeerde Staten en den griffier; de burgemeester van 's Gravenhage met de wethouders en den secretaris, de voorzitters van beide Kamers der Staten-Generaal, de ministers, hoofden van departementen van algemeen bestuur, de vice-president van den Raad van State; de president, vice-president, procureur-generaal, advocaten-generaal, griffier en sub-stituut-griffier van den Hoogen Raad, de voorzitter van de Algemeene Rekenkamer, de leden van den gemeenteraad ; vertegenwoordigers van het gerechtshof, van de arrondissements-rechtbank en van het kantongerecht; de gouverneur der residentie, de commandant van de iü divisie infanterie, de vlagofficieren der marine en de onbereden generaals in actieven dienst in de residentie verblijf houdende, de plaatselijke commandant, de commandant van de schutterij en de auditeur-militair. Voorts de negen leden van het Uitvoerend Comité voor de feesten.

Aan de stadszijde van het perron, rechts van den ingang der koninklijke ontvangkamers, hadden zich de dames geschaard, die waren uitgenoodigd om hier tegenwoordig te zijn. Zij droegen lichte, veelal

ocr page 436

'S GRAVENHAGE, 9 SEPT. DE INTOCHT.

zijden toiletten, waarbij de kleur der heliotroop de hoofdtoon vormde, de hoeden met veeren of strikken van oranje getooid. Het regelingscomité Vein deze betooging van vrouwen uit zeer verschillenden stand, bestond uit: Douairière Baronnesse de Constant Rebecque, Baronnesse van Hogendorp—'s Jacob, Mevrouwen Tersteeg—Pronk, de Nerée van Babberich Thijssen en Robertson de Haan.

Juist tegenover den ingang van de koninklijke ontvangkamer, stond op een estrade een drom jonge meisjes, in 't wit met oranje sjerpen. Zij zouden straks bloemen strooien voor de voeten der Koningin. Onder deze meisjes was ook Adriana Cornelia Rog uit Scheveningen, het eenige meisje uit de gemeente 's Gravenhage, dat op denzelfden dag als Koningin Wilhelmina werd geboren.

Aan het stationsgebouw verzamelden zich voorts langzamerhand de verschillende personen, die deel zouden uitmaken van den stoet. Te midden van de hofdignitarissen, de generaals, bewogen zich ook de leden van de Indische gezantschappen.

Ten 11.46 reed de koninklijke trein het station binnen en tegelijk dreunden de eerste schoten van het koninklijk saluut.

De Koninginnen stapten uit. Beide Majesteiten waren gekleed in het parelgrijs, de Koningin droeg een hoed met witte veeren.

De Burgemeester van 's Gravenhage, Mr. J. S. Baron van Harinxma thoe Slooten, trad naar voren en sprak een welkomstgroet, met de verzekering van de onveranderde trouw en verknochtheid van de bewoners van den Haag en Scheveningen aan de Koningin en het Oranjehuis.

De Commissaris der Koningin in Zuid-Holland, Mr. C. Fock, bracht daarna Hare Majesteit een dergelijken welkomstgroet, uit naam van de bevolking der provincie.

Zoowel de Burgemeester als de Commissaris werden door H. M. de Koningin beantwoord met woorden van dank.

In de ontvangkamers werden daarop al de daar vereenigde autoriteiten aan Hare Majesteit voorgesteld, waarna Zij, evenals de Koningin-Moeder, zich met verschillenden onderhield.

Toen de Koningin daarop naar buiten ging, strooiden de dames en jonge meisjes oranjeknipsels op Haren weg. Het straks bedoelde Scheve-

400

ocr page 437

■S GRAVENHAGE, 9 SEPT. DE INTOCHT.

ningsche meisje reikte al buigende een grooten ruiker aan de Koningin, terwijl Mevrouw van Hogendorp—'s Jacob een bouquet overhandigde aan de Koningin-Moeder.

De bekoorlijke vrouwenschaar welke terzijde van het station was opgesteld, zong het Wilhelmus. ,,Leve de Koninginnen!quot; zoo klonk het daarop in blij gejuich, toen H.H. M.M. in de witte galakoets wegreden, nadat de grootmeesteressen, de chef van het Militaire Huis en de adjudant van dienst, hunne plaatsen inden stoet hadden ingenomen.

Wat de samenstelling van den stoet betreft, kunnen we hier kortheidshalve naar den Intocht te Amsterdam verwijzen, te meer omdat we slechts in herhaling zouden treden bij het vermelden van de namen der hofdignitanssen. Alleen zij opgemerkt dat hier de Koningen en de Herauten van Wapenen in den stoet meereden. De eersten, rijdende achter het eerste gedeelte van de eerewacht, werden gevolgd door de vier ordonnans-officieren die, rijdende op één gelid, de koninklijke gala-calêche voorafgingen. De Herauten van Wapenen met hunne trompetters openden den eigenlijken hofstoet.

De militaire detachementen en de berec'en officieren, vertegenwoordigers van verschillende corpsen, waren de volgenden :

I. 16 bereden maréchaussées onder den wachtmeester W. lingers.

IL. Een escadron van het 31-' regiment huzaren met den standaard en de muziek, onder commando van den ritmeester T. K. M. van Lilaar.

III. Een detachement van het 2C reg. veld-artillerie, onder den kapitein H. G. J. Swaving.

IV. Twee officieren van het wapen der genie: de kapitein C. J. Snijders en de iste luit. Jhr. J. van Heemskerck van Beest.

V. Een compagnie van het 4e reg. vesting-artillerie, onder den kapitein J. J. A. F. Kannemans.

VI. Een compagnie van het korps genietroepen, onder den kapitein J. Z. Stuten.

VII. Twee bereden officieren, de kapitein van het reg. grenadiers en jagers R. A. Jackson en de iste luit. der inf. L. W. J. K. Thomson.

VIII. Een detachement van de Koloniale Reserve, onder den kapitein C. F. A. H. Fundter.

IX. Twee officieren van de Koninklijke Maréchaussee, de kapitein L. C. H. Michelhoff en de iste luit. Jhr. F. W. van Spengler.

X. Een compagnie grenadiers, onder kapitein F. Tonnet en een comp. jagers onder kapitein P. F. Lambert, met de muziek van de jagers.

XI. Twee bereden officieren der artillerie: de kapitein van de veld-artillerie I-. Baron van Hogendorp en de iste luit. der rijdende artillerie C. E. Baud.

XII. Een detachement mariniers uit Rotterdam, onder kapitein J. A. van Toorenburg.

XIII. Een compagnie van de stedelijke schutterij van 's Gravenhage, onder den kapitein H. van Reijerdam.

XIV. Twee officieren der infanterie van het O. I. leger: de kapitein J. C. van der Belt en de iste luit. H. J. de Jong.

40I

ocr page 438

's GRAVENHAGE, 9 SEPT. DE INTOCHT.

Met laatste gedeelte van den stoet werd gevormd door de vier afdeelingen, welke bij de aankomst op hot stationsplein als eerewachten waren opgesteld, te weten:

XV. Het 2e gedeelte van de eerewacht te paard.

XVI. Een compagnie der dienstd. schutterij van 's Gravenhage, met het vaandel en de muziek; onder den kapitein W. Galjaard.

XVII. Een compagnie van het 4e regiment infanterie met het vaandel en de muziek, onder den kapitein R. Froger.

XVIII. Een commando cavalerie onder den isten luit. Jhr. A. C. Druyvesteijn, tot sluiting van den stoet.

De eerewacht bestond uit de hoeren A. F. SI. Graaf van der Duyn, commandant; J. M. D. Baron van Lijnden, onder-commandant.

i^te peloton, C. A. O. Gerken, peletons-commandant; J. Graaf van Bylandt van Benthorn, S. A. F. Baron Creutz, C. Baron van Lijnden, Jhr. Van Sminia, F. VV. des Tombes, VV. Verbrugge van 's-Gravendeel on Leerambacht, Jhr, W, Bicker, Jhr, Ph. Vogolin v. Claerborgen, E. van dor Oudormeulen, A. van de Heuvel, W. K. C. Graaf v. Rechteren Limpurg, Jhr. F. G. A, Gevers Deynoot, G. E. Baron v. Tuyll v. Sorooskerken, Jhr, E. van Loon, standaardwacht; i\l. Baron van Pallandt, standaarddrager; F, J. J. Baron van Heemstra, standaardwacht.

peloton, Jhr, C, van der Wijck, pelotons-commandant; F. Egler van Wissekerke, L. den Beer Poortugael, M. J. C, Viruly, A. D, H. Quintus, A, van Hoboken van Hoedc-konskerke, M, \V, jM, van Oudheusden van Achttienhoven, Jhr, C, H. C. Flugi van Asper-mout, J, A, A, B, de Beaufort, Jhr, F, E, Lopes Suasso, J, Roosenburg, Th. van Hattum, A. \oiker van Waverveen, j, Kann, W, Jochems, C, M, van Stockum,

Hel kostuum van de eerewacht bestond uit oen statierok van lichtblauw laken met hoogen staanden kraag, geboord van zilver met gouden kroon op kraag en mouwopslagen; zilveren knoopen. Lange wilte rijbroek met zilver gegalonneerd. Steek mot oranje cocarde» zilveren lis en troetels. Degen mot verzilverd gevest en witte schede.

De weg dien de stoet volgde was deze: Rijnstraat, Bezuiden-houtscheweg tot aan de r10 Van den Boschstraat, door het Bosch, langs het Malieveld, over de Willemsbrug, door het Korte Voorhout, het Lange Voorhout — verhoogd middenpad — de Parkstraat, de Oranjestraat en de Paleisstraat naar het Koninklijk Paleis.

Evenals te Amsterdam was ook in de koninklijke Residentie gelegenheid gegeven voor een Huldebetoon van Vereenigingen. Het uitvoerend Comité voor de Inhuldigingsfeesten had zich ter voorbereiding hieivan eenige leden uit het Hoofd-Comité geassumeerd, met namen de heeren A. van Wietingen, N. van Vliet, C. J. L. Hofman en J. P. Crombet.

402

ocr page 439

's GRAVENHAGE, q SEPT. DE INTOCHT.

De besturen en de deputaties der vereenigingen met de banieren hadden zich van de Boschbrug tot in het Lange Voorhout e/i haie opgesteld; aan deze zijde de militaire, aan gene zijde de burgervereenigingen, naar anciënniteit van oprichting. De vereenigingen, welke aan deze hulde deelnamen waren: Kon. Vereen. „Het Eereteeken voor belangrijke Krijgsverrichtingenquot;, „Ned. Bond van Oud-onderofficierenquot;, „l'ro Patriaquot;, Ned. Vereen. „Het Vaderland getrouwquot;, „Alg. 's-Gravenhaagsche Werklieden-Vereenigingquot;; „R.-K. Volksbondquot; en hare afdeelingen, Nederl. Werkliedenbond „Patrimoniumquot;, „Ned. Nat. Vereeniging van Werkliedenquot;, „Kon. Nat. Zangschoolquot;, „Chr. Werklieden-Vereenigingquot;, „Nat. Vereenigingquot;, „Het Oranjekruisquot;, „Bijbel, Oranje en Nederlandquot;, „Flora en Pomonaquot;, „Oefening baart Kunstquot;, Meubelmakcrsvereen. „Vereeniging voedt Krachtenquot;, 's-Gravenhaagsche Vereen. „Bijbel en Oranjequot;, „Oranjebondquot;, Bouw-Vereeniging „Vooruit IHquot;, „Amicitiaquot;, „Door Eendracht 't Zaam Verbondenquot;, „Prudentia et Caritatequot;. Deze lange rij van vereenigingen werd geopend door een groep van oud-militairen, allen ridders van de Militaire Willemsorde. Aan het hoofd van deze veteranen stond de luit.-generaal Romswinckel, ridder der 3e klasse. In het geheel vormden deze deputaties een aantal van 2000, bij een gezamenlijk ledental der vereenigingen van 5000 personen.

Langs den geheelen weg waren voorts manschappen der stedelijke schutterij en van het garnizoen der residentie opgesteld.

Bij het Paleis van de Prinses en de Prins van Wied in het Voorhout waren door de vriendelijke zorgen van het Prinselijk Echtpaar, de verpleegden uit verschillende gestichten op een tribune vereenigd. Toen de Koninginnen tot hier waren genaderd, hield het koninklijke rijtuig stil; een viertal weesjes boden der Koninginnen bouquetten en feestliedjes aan en daarop werd door een kinderkoor gezongen, terwijl de Koninginnen een oogenblik toefden om te luisteren.

Overal langs den rijk versierden weg uitbundig toegejuicht door de duizenden die zich hadden opgehoopt, bereikte de stoet het Paleis, waarbij de militaire afdeelingen zich achtereenvolgens in de Parkstraat, de Oranjestraat en de Paleisstraat ter rechterzijde van den weg hadden opgesteld.

Voor het Paleis was bij aankomst opgesteld eene eerewacht van het regiment Grenadiers en Jagers met het vaandel en de muziek, in twee gedeelten.

Om het ruiterstandbeeld schaarden zich in twee groepen de bereden hoofd- en opperofficieren die deelnamen aan den stoet, het detachement der maréchaussée, en de muziek der schutterij.

In het front, voor den Paleisingang, schaarden zich op het voorplein de beide gedeelten van de burger-eerewacht.

403

ocr page 440

404 's GRAVENHAGE, 9 SEPT. DE INTOCHT.

Door de.vestibule begaven H.H. M.M. zich naar de Balconzaal, voorafgegaan door de dames en heeren van het Civiele Huis en gevolgd door de Indische Vorsten, de dames der Hofhouding, de Heeren van Hr. Ms. Militaire Huis, de Gouverneur van de Koninklijke Residentie en de Koningen van Wapenen.

Even daarna verschenen de Koningin en Koningin-Moeder op het

balcon. De muziekcorpsen speelden het Wilhelmus, de troepen brachten het militair saluut en, daarbij voorgegaan door de hoofdofficieren, klonk het luid en krachtig ,,Leve de Koningin!quot;

Spoedig daarop rukten de troepen in. Ook de civiele eerewacht werd door Hare Majesteit bedankt.

Thans volgde eene herhaling van hetgeen in Amsterdam op den Dam was vertoond ; hier echter op meer beperkte schaal door de kleine ruimte van het voorplein.

ocr page 441

's GRAVENHAGE, C) SEPT. DE INTOCHT.

Ongeveer 700 personen werden in goede orde tot het plein toegelaten.

Toen de Koningin met Hare Moeder andermaal op het balkon verscheen daverde het gejubel en werd herhaald door duizenden in de aangrenzende straten.

De Kerkelijke Plechtigheid.

Te drie uur des namiddags reed H. M. de Koningin, vergezeld van H. M. de Koningin-Moeder van het Paleis, ter bijwoning van de kerkelijke plechtigheid in de Groote of Sint Jacobskerk.

Door de overvolle straten, overal hartelijk toegejuicht, bereikten H.H. M.M. met Haar gevolg het kerkgebouw, waarvan de ingang aan de Prinsenstraat met een baldekijn was getooid. In de ontvangkamer werden H.H. M.M. door de regelingscommissie verwelkomd.

De groote ruimte was ingenomen door een talrijk gehoor van genoodigden, waarbij autoriteiten van allerlei rang en vertegenwoordigers van tallooze colleges en vereenigingen. Op het platform voor de hoogste personen bestemd, zaten reeds de Prins en Prinses Van Wied met den oudste hunner zonen en de Groothertog van Saksen met de Groothertogin van Mecklenburg.

Toen de Koninginnen binnentraden hief het koor, versterkt door orgelmuziek en bazuinen, onder leiding van den heer Arnold Spoel, het koraal aan: ,,Nu allen God gedanktquot;, op woorden van J. J. L. ten Kate.

Het publiek was opgerezen totdat de Koninginnen Hare plaatsen hadden ingenomen op het platform, te midden van de Vorstelijke Familie en omgeven door het gevolg.

De Koningin was thans in het lichtblauw, de Koningin-Moeder in mauve gekleed.

Toen het koraal was beëindigd sprak de Hofprediker, Dr. G. J. van der Flier een kort gebed, waarna door de gemeente van gezang 2^9 de verzen 1 en 6 werden gezongen.

De voorganger begon vervolgens zijne toepasselijke toespraak, naar aanleiding van Ezra III vers II1quot;, waar men leest: ,,AI het volk juicht met groot gejuichquot;.

ocr page 442

's gravenhage, 9 sept. dë kerkëlijke plechtigheid.

Tusschen het eerste en het tweede gedeelte van de toespraak zong een vierstemmig a capella-koor een lied uit de i eeuw: ,,Nu laat ons allen Gode lovenquot;, ontleend aan „Een devoot ende profitelijck boecxkenquot; (Antwerpen K39) voor vrouwen- en gemengd koor, gearrangeerd door den leider Arnold Spoel, op woorden van Dr. Nicolaas Beets.

Aan het einde van de toespraak des voorgangers zong het koor 6-stemmig Psalm 118 van J. P. Sweelinck, daarna werd in 4-stemmig a cappella-koor ten gehoore gegeven een lied uit den ,,Gedenkclanckquot; van Valerius, op woorden van Dr. Nicolaas Beets.

Na het dankgebed zong de gemeente oprijzende het isl(' vers van Psalm 128, waarna de voorganger den zegen uitsprak. Bij het eindigen van de plechtigheid droeg de organist A. N. Koopman, Handel's „Hallelujaquot; voor, besluitende met het „Wilhelmusquot; en het volkslied.

Toen de Koninginnen te 4.40 uur het kerkgebouw verlieten, werden Zij voorafgegaan door vier weeskinderen, twee jongens en twee meisjes, die bloemen strooiden op Haar pad.

De Illuminatie.

Over de versiering en de illuminatie van Den Haag is veel meer te schrijven dan de ruimte in deze bladen gedoogt. Alleen hebben we te herinneren aan enkele versieringen, welke als hoofdzaken moeten beschouwd worden.

Onder goedkeuring van H. M. de Koningin-Regentes, hadden Provinciale Staten van Zuid-Holland de versiering en illuminatie van het Koninklijk Paleis op zich genomen. Zulks geschiedde volgens het ontwerp van den heer A. van Delden, directeur der Haagsche Academie van Beeldende Kunsten. Op de penanten tusschen de vensters werden levensgroote portretten aangebracht van verschillende vorsten uit het Oranje-huis; voorts wapenschilden, jaartallen, enz. Het balcon werd overwelfd met een troonhemel en versierd met kleurrijke decoraties. Voorts werden de zijvleugels herschapen in bloementuinen in een enkele tint van zacht rozerood; in bogen en portieken hingen bloemen-corbeilles. Bij de illuminatie was uitsluitend electrisch licht toegepast,

4o6

ocr page 443

's GRAVENHAGE, 9 SEPT. DE ILLUMINATIE.

dat prachtige effecten maakte te midden van den rijken bloementooi en de kleurrijke versiering van vlaggen en heraldische decoratieven.

Op de kroonlijst schitterde een reusachtige zon als kronende figuur boven de lichtlijnen van honderden gloeilampjes.

Alle lands- en stadsgebouwen wedijverden in rijkdom van versiering en verlichting, maar de gebouwen aan den Vijverberg spanden daarbij ongetwijfeld de kroon. De lichtlijnen, hier rood, daar geel, weerkaatsten in het stille water en vormden een schouwspel van wondere pracht.

Doch overal, op alle pleinen en in alle straten waren versieringen verlichting aangebracht. Hoe heerlijk voldeden in al die weelde van licht en kleuren de lommerrijke lanen aan welke Den Haag den eerenaam dankt van ,,'t schoonste dorp van Europa.quot; Schitterend was de verlichting van de vorstelijke Paleizen en de woningen der gezanten in het Voorhout ; keurig en kleurig de Molenstraat met haar Venetiaansche lampen, in anderen zin weer opmerkelijk het Prins Hendrikplein, de ballon versiering van de Prinsessegracht en, in de omgeving van het Plein, de versieringen van het Departement van Oorlog, van den Hoogen Raad en van de Witte Societeit.

De groote winkelstraten waren niet achtergebleven en overal, in het midden der stad als in de buitenwijken, hadden vereenigingen en particulieren hun uiterste best gedaan.

De versiering van den ouden Scheveningschen weg, welke reeds bij dag door de eerepoorten en decoraties zulk een schoonen indruk maakte, werd bij avond, in het licht van duizenden gekleurde electrische ballons te midden van het zware geboomte, tot een prachtige vertooning.

Kortom, de residentie mocht zich beroemen op hetgeen zij ter eere van hare geliefde Koningin op deze wijze tot stand had gebracht.

Te negen uur des avonds reed de Koningin, vergezeld van de

ocr page 444

408

Koningin-Moeder, van het gevolg en geëscorteerd door het eerste peleton van de eerewacht, van het Paleis, om een langen rijtoer te maken dooide versierde stad. Niet minder dan veertig straten werden daarbij bezocht, overal te midden van een geestdriftige menigte en telkens afgewisseld door manifestaties en huldebewijzen van verschillenden aard.

De Aubade.

In den ochtend van den volgenden dag, Zaterdag 10 September, zou aan de Koningin een vriendelijke en treffende hulde worden gebracht door eenige honderden schoolkinderen.

Op het ruime plein achter het Paleis, hadden de jongelui van het aardige Wilhelmina-vendel, — met pieken gewapende leerlingen der Hoogere Burgerschool, die ook bij den Intocht aan het station waren

ocr page 445

's GRAVENHAGE, IO SEPT. DE AUBADE.

opgesteld — de eerewacht betrokken. Hier kwamen 1400 kinderen der lagere scholen, knapen en meisjes, aangemarcheerd. Zij plaatsten zich in het midden met de Koninklijke Militaire Kapel, onder leiding van den heer Bonman ; daarachter de ouders en begeleiders.

Op het breede bordes voor een der tuinvensters van het Paleis was een klein baldakijn opgericht. Daaronder verscheen te tien uur de Koningin, gekleed in een lichtblauw toilet, en met Haar de Koningin-Moeder ; benevens de heeren en dames van dienst.

Onder leiding van de heer van der Laan werden eerst twee coupletten van het Wilhelmus gezongen. Daarna trad mej. Catharina van Rennes op het dirigeergestoelte om de ,,Oranje-Nassau cantatequot; te leiden, welke zij voor tleze gelegenheid met zooveel opgewektheid en bezieling had geschreven. Na eene inleiding klonkt het, vroolijk en blijde:

Goeden morgen, Koninginne!

(ioeden morgen!

Blijden dag!

Laat ons lustig liedje binnen,

Dat het vroolijk klinken mag.

De vijt verschillende gedeelten der cantate, in een wisseling van ernst en blijheid uitnemend geslaagd, maakten een schoonen en treffenden indruk. Toen de kinderen, steeds onder de bezielende leiding dei-componiste, unisono het opwekkende slotkoor hadden gezongen;

Ons Neerland is een vurig land,

Het heeft een leeuw met klauwen, En wie aan 't vuur zijn vingers brandt.

Die zal 't nog lang onthouën I Want al die geestdrift, al die gloed Door éénen naam wordt leeuwenmoed: Wilhelma van Nassauwe.

Ons Neerland is een krachtig land,

Al is z'n vorst een Vrouwe;

En wie 't er ooit heeft aangerand. Die moest het bloedig rouwen. En 't krachtig Neerland, één van zin, ! Staat pal voor Neerlands Koningin: Wilhelma van Nassauwe!


toen steeg er uit die schare kleine zangers en zangsters een luid, eenstemmig gejubel op met wuiven van petten en doeken.

En daarop volgde het aardige défilé. Daar kwamen ze aan, parmantig stappend in rijen van tien; eerst de meisjes( allen arm in

ocr page 446

's gravenhage, 10 sept. de aubade.

arm. Telkens legde het laatste kind vctn elke rij een bouquetje op het bordes, voor de voeten der Koningin, die lachend het aardige tafereel aanzag en niet moede werd om de kleinen vriendelijk toe te knikken. Zoo vormde zich een dichte rij van bloemen op het bordes. En na de meisjes kwamen de jongens aangemarcheerd, stappend als kleine soldaten, maar jongensachtig vroolijk, vol geestdrift wuivend met hun petten, zwaaiend en juichend, wanneer zij de Koningin passeerden. Ten slotte kwam het ,,Koningin Wilhelminaquot;-vendel opmarcheeren.

Achtereenvolgens verschenen de heer Van der Laan, die alles had ingestudeerd, mej. Van Rennes en de heer J. D. C. van Dokkum, de dichter van de cantate, voor Hare Majesteiten en ontvingen vriendelijke woorden van welverdienden lof.

Het Bloemencorso.

Te een uur des middags reden H.H. M.M. naar het einde van de Maliebaan, waar bij de boschwachters woning een eenvoudige tribune

was opgericht. De Prins en de Prinses Van Wied met hunne kinderen

9

hadden daar te voren reeds plaats genomen.

4io

ocr page 447

's gravenhage, io Sept. het bloemencorsó.

Weinige oogenblikken na aankomst der Koningin verscheen de stoet in het gezicht en trok daarna langzaam, in een schitterend en afwisselend défdé, voorbij de tribune.

Onder de vele nummers welke bijzondere aandacht trokken, zij herinnerd, zonder eenige aanspraak op volledigheid, aan de consulsgroep ,,Zuid-Hollandquot; met den fraaien huidewagen, de geestige voorstelling

van Czaar Peter's bezoek aan den molen ,,de Grootvorstquot; (Zaanlandsche wielvereeniging „Wilhelminaquot;), de Limburgsche Bergmennekens, de vier kaboutertjes op den quadruplet, de verschillende groepen van wielrijdsters, bovenal ook aan den prachtigen Florawagen van den Alg. Ned. Wiel-rijdersbond (Flora gehuldigd door hare kinderen), en als het hoofdnummer, aan den met acht appelschimmels bespannen wagen, waarop een schoone bloemenhulde werd gebracht aan de Koningin.

Maar bij deze verschillende groepen heeft men nog te denken aan de clubs van Amsterdam, van Delft, Schiedam, Deventer, Den Haag, aan de kranige militaire wielrijders, de kleurige en bloemrijke groep der Geldersche consuls, enz., enz.

411

ocr page 448

sgravenhage, 10 september. het bloemencorso.

Aan het slot genoot het Hoofd-Bestuur van den Ned. Wielrijders-bond de eer aan Hare Majesteit te worden voorgesteld. Aan den voorzitter, den heer Edo Bergsma en den rlequot; secretaris, den heer J. C. Burkens, betuigde de Koningin Hare hooge ingenomenheid. Terwijl de optocht den langen weg door de stad begon, vertrokken de Koninginnen met haar gevolg voor

Het bezoek aan Scheveningen.

Te half drie bereikte de stoet den ingang van het dorp, waar de leden van het Scheveningsche feestcomité, benevens eenige werklieden-vereenigingen, een fanfarecorps, benevens de oude zeelieden waren opgesteld. Daar had een begroeting plaats, waarbij twee kleine meisjes bouquetten aanboden.

Door het versierde dorp, waarvan de geheele bevolking op de been was om de Koningin te zien en toe te juichen, reed de stoet naar het Kurhaus. Aan den ingang van het terras werden H.H. M.M. opgewacht door de bestuurderen van het Zeebad en leden van het Uitvoerend Comité. Hier waren ook zes jonge Scheveningsche meisjes, die het pad der Koningin met rozen bestrooiden.

Door de gelederen van het keurvendel ,,Koningin Wilhelminaquot; wandelden H.H. M.M. langs de muziektent op het terras, waar ,,Scheve-ningsch Mannenkoorquot;, onder leiding van den heer H. P. Teeuwisse, op uitnemende wijze Haar ,,De Oranjezonquot;, van G. H. Heinze, toezong.

Vervolgens betraden H.H. M.M. de Kurzaal, waar een volksconcert werd gegeven aan 2 coo genoodigden, uitsluitend mannen en vrouwen uit de volksklasse. De zaal zelf was smaakvol versierd en voor de Koninginnen en Haar gevolg was een koepelvormig prieel opgericht, met klimop en oranje-bloemen gesierd.

De bovengalerij was geheel ingenomen door de weezen van alle gezindten, die het concert met groote geestdrift en innige vreugde bijwoonden.

Terwijl H.H. M.M. plaats namen hief het Philharmonisch orkest, onder leiding van den heer Jozef Rebicek, het hoofdnummer van het

412

ocr page 449

's GRAVENHAGE, 10 SEPT. HET BEZOEK AAN SCHEVENINGEN. 413

programma aan, de „Hiildigings-Feestklankenquot;, een compositie van den dirigent, voor deze gelegenheid gedicht, met gebruikmaking van oud-Hollandsche wijzen en eindigend met een tot een krachtige jubelhymne opgevoerd ,,Wilhelmus.quot;

Toen dit weerklonk verhief de eerbiedig luisterende menigte zich, om daarna, bij het vertrek der Koningin, uit te barsten in een gejuich dat het gebouw deed daveren.

Een dergelijke ovatie herhaalde zich toen de Koninginnen op het Kurhausplein wegreden te midden van een dichte menigte.

Op den terugweg aanvaardde de Koningin nog eenige huldebewijzen, o. a. toen Haar, als Beschermvrouwe van de Koninklijke Naaischool, op den Gevers Deynootweg een lied werd toegezongen door kinderen van die school.

De Gala-Kunstavond.

Het Hoofdcomité van de Inhuldigingsfeesten had Hare Majesteit de Koningin op dezen dag. Zaterdag 10 September, een gala-kunstavond aangeboden in de zalen van het Koninklijk Zoölogisch Botanisch Genootschap. Daarvoor was de medewerking verkregen van verschillende vereenigingen en genootschappen, als: de koninklijke zangvereeniging „Ceciliaquot;, de dameszangvereeniging ,,Euphoniaquot;, de zangvereeniging „Melosophiaquot;, het schilderkundig genootschap „Pulchri Studioquot; en de afdeeling 's Gravenhage van „Toonkunstquot;. Hierbij zou ook te vermelden zijn de Koninklijke Vereeniging „Het Nederlandsch Tooneelquot;, ware het niet, dat de opvoering van „Loevesteynquot;, dramatisch-historisch tafreel door Marcellus Emants, om bijzondere redenen was vervallen.

Een commissie van Haagsche kunstschilders, bestaande uit de hh. G. Bisschop, F. J. Du Chattel, P. de Josselin de Jong, K. Klinkenberg, W. Maris, Willy Martens, H. W. Mesdag en C. Sierig, had zich belast met de voorbereiding van een drietal tableaux vivants.

De groote concertzaal was met veel zorg en goeden smaak versierd, de wanden waren bekleed met blauwe stof, bezaaid met leliën; onder de gaanderijen hingen guirlandes van groen, met bloemen doorwerkt. De zetels van H.H. M.M. stonden in een driehoekige ruimte recht

*3

ocr page 450

S GRAVENHAGE, IO SEPT. DE GALA-KUNSTAVOND.

tegenover het tooneel. Tot het uitgelezen publiek van ongeveer 2000 genoodigden dat de zaal vulde, behoorden de ministers, de leden van den Raad van State, de voorzitter, de leden en de griffier van beide Kamers, het corps diplomatique en voorts een groot aantal hooggeplaatste personen, vertegenwoordigers van den Staat, de Provincie en de Gemeente, benevens andere autoriteiten, allen met hunne dames. Ook de leden der Indische gezantschappen waren hier aanwezig.

Te acht uur kwam de Koninklijke Stoet voor het gebouw gereden, waar het Wilhelmina-keurvendel weder stond opgesteld. De Koninginnen waren vergezeld van de Prinses van Wied, de Hertogin van Mecklenburg, den Groothertog van Saksen, den Prins van Wied en zijne beide dochtertjes. Voorts een groot gevolg, bestaande uit leden van den hofstoet en toegevoegde adjudanten en kamerheeren.

Bij de verschijning van het hooge gezelschap stond het publiek op, in statige ernst. Boven van de galerij klonk trompetgeschal, een koninklijke fanfare als welkomstgroet.

De Koningin was gekleed in een wit satijnen robe, geschakeerd in een tint van crème met fraai opgelegd borduursel. De Koningin-Moeder droeg een parelgrijs kleed. Beide Koninginnen waren getooid met diadeem en rivière en droegen het Grootkruis der Oranje Nassau-orde. De Prinses van Wied was, evenals hare dochtertjes en de Hertogin, in wit zijden avondtoilet. De beide Vorsten droegen het lint van het Grootkruis van den Nederlandschen Leeuw.

Onmiddellijk nadat H.H. M.M. en Zij die Haar vergezelden gezeten waren, begon de voorstelling met de uitvoering van de ,,Huldigingscantatequot;, met woorden van Mr. J. E. Banck, op muziek van Mr. Henri Viotta. De dames en heeren van de bovengenoemde vereenigingen ,,Ceciliaquot;, ,,Euphoniaquot;, „Melosophiaquot; en „Toonkunstquot; vormden het koor, onder leiding van den componist Mr. Viotta. Als solisten traden op: mevrouw Viotta—Wilson (alt), mej. Betsy Hol (sopraan), uit Deventer, jhr. G. van Humalda van Eysinga (tenor) uit Schiedam en de heer A. Spoel (bas).

De cantate duurde ongeveer een half uur. Toen bij de finale het Wilhelmus weerklonk, stonden Hare Majesteiten op, gevolgd door heel het voorname gezelschap.

4I4

ocr page 451

's GRAVENHAGE, 10 SEPT. DE G\LA-KUNSTAVOND. 41«:

Hierna volgde het tableau-vivant ,,de Lentequot;, vrouwen en kinderen in een lusthof vol bloemen, de Lente vierende; een verzinnelijking van de versregelen der cantate:

liij de Bloem van de Vorstinnen

Passen bloemen-koninginnen Tassen rozen wel het meest Ter versiering van dit feest !

Het volgende tableau-vivant, na een korte pauzeering vertoond, behoorde tot het naspel van het straks genoemde dramatische tafreel ,,LDevesteynquot;. Het gaf een voorstelling van de toebereidselen voor den overtocht van Prins Willem van Oranje over de Maas, een prachtige groepeering te midden van een schilderachtig winterlandschap in grauwen toon.

Vervolgens werd uitgevoerd het „Oranje-Vredeliedquot; voor koor en orkest, muziek van Richard Hol, op woorden van Dr. H. J. A. M. Schaepman.

Dit vooral maakte grooten indruk. Ook thans werd de slotzang door alle aanwezigen staande aangehoord.

Weinige oogenblikken daarna verrees tot slot een heerlijk tableau, ,,het glorietijdperk der Nederlandsche kunstquot; geheeten, waarop Rembrandt met palet en penseel. Vondel met een foliant, Sweelinck voor zijn orgel. Dit ter verwezenlijking als het ware van de regels uit Dr, Schaepman's lied :

„Om uwen zetel dale

Der Kunsten heilig Koor Kn ga in schoonheidsstralen U op uw wegen voor.

In Vondels leeuwendaalsche pracht In Rembrandts licht en bruine kracht In Sweelincks liedren teer en zacht In glorieglans en gloor!quot;

Aan het slot van de voorstelling liet het publiek de hoofsche deftigheid varen en juichte de Koningin en daarna de Koningin-Moeder luide toe, toen het hooge gezelschap zich gereed maakte tot het vertrek.

In de fraai gedecoreerde ontvangkamer complimenteerde Hare

ocr page 452

's GRAVF.NHAGE, 10 SEPT. DE GALA-KUNSTAVOND.

Majesteit achtereenvolgens de schilders, die zich met de fraaie tableaux hadden bezig gehouden, benevens de heeren Mr. Viotta en Richard Hol als de componisten van dezen welgeslaagden avond.

Zondag i i September woonden de Koninginnen des voormiddags de godsdienstoefening bij in de Kloosterkerk. Voorganger was Ds. Vermeer, die in zijne toespraak Gods hulp inriep over Nederland en Oranje.

H.H. M.M. waren ditmaal alleen vergezeld door de leden van den gewonen dienst. Een stille ure des gebeds te midden van de feestelijkheden.

In den namiddag van dezen dag maakten H.H. M.M. een grooten rijtoer, met omwegen door de stad, eerst naar Rijswijk. Aan de grens der gemeente werd de koninklijke stoet door de burgemeester, den heer Verhagen Metman opgewacht. Door de prachtige laan, herschapen in een berceau van groen en bloemen, reed de stoet naar het Raadhuis, waar de burgemeester den Koninginnen namens den Raad en de bevolking verwelkomde en dank zegde voor de eer van dit bezoek. Om den Wilhelminaboom werd gereden naar de kerk, waar de feestcommissie aan Hare Majesteit werd voorgesteld. De voorzitter, Ds. Verwey, vertolkte in een toespraak de gevoelens der gemeentenaren, niet zonder toespeling op de geschiedenis van het dorp.

De Koningin dankte vriendelijk, waarna de schooljeugd een feestlied zong.

Overal langs den weg nog kleine huldebewijzen. Bij de Naald, herinnering aan den vrede van Rijswijk, waren de leden van het Hoofdbestuur van den Vredebond opgesteld; voor het R. K. gesticht brachten een aantal meisjes, in 't wit met oranje getooid, een ovatie.

Toen ging de tocht weer verder, telkens weer door eerepoorten en langs versieringen, naar de Gemeente Voorburg. Ook hier waren straten en huizen smaakvol versierd met groen en bloemen en overal verrezen eerepoorten.

Nadat de burgemeester, Baron van Tuyll van Serooskerken, voor

ocr page 453

's GRAVENHAGE, II SEPT. RIJTOER NAAR VOORBURG EN RIJSWIJK. 417

het gemeentehuis den Raad had voorgesteld, vertolkte hij namens de ingezetenen de gevoelens van dankbaarheid voor dit bezoek aan Voorburg, als het Forum Hadriani een der'oudste plaatsen van ons vaderland. Met groot gejuich werd de Koningin hier als elders begroet, een muziekgezelschap speelde en onder luid gejuich der bevolking ging de stoet verder, telkens echter stilhoudende voor de buitenplaatsen waar opnieuw bouquetten werden aangeboden, bij de vele straks reeds overhandigd.

Bij dezen rit — Oosteinde, Wijkerlaan, Wijkerbrug en Vlietweg — kwam de stoet op het gebied van de gemeente Stomp wijk. Daar was een fraaie eerepoort opgericht; de burgemeester met den Raad en de feestcommissie stond er geschaard en eerstgenoemde, de heer Van Duijvendijk, gaf de Koningin namens zijne gemeente de betuiging van trouw en gehechtheid.

Toen daarop opnieuw door de kom der gemeente Voorburg werd gereden, zongen de schoolkinderen Hare Majesteiten liederen toe.

Door de Laan van Nieuw Oostindië en het Bosch, waar honderden H.H. M.M. hadden opgewacht, keerde de stoet naar de residentie terug. Door de ontelbare bouquetten, welke overal waren aangeboden, was de koets der Koninginnen als overladen met prachtige bloemen, toen Zij ten vijf uur voor het Paleis kwamen, na dezen nieuwen zegentocht.

Maandag 12 September brachten de Koninginnen een bezoek aan het Malieveld, waar een groot schoolfe est werd gegeven voor twaalf duizend kinderen, jongens en meisjes, uit de hoogste klasse der lagere scholen. Het geheele veld was verdeeld in drie groote vakken, welke weder waren onder-verdeeld en onderscheiden door kleuren, met vlaggen, nummers, enz. In elk dezer kleinere vakken werd hetzelfde programma afgespeeld; er waren verschillende speeltuigen, goochelaars, gedresseerde dieren, draaimolens enz. Bovendien was de regeling zoodanig, dat alle kinderen versnaperingen zouden ontvangen. In den aanvang werd het feest door een regenbui belemmerd, maar gelukkig klaarde het spoedig weer op.

Te drie uur verschenen de Koninginnen te midden van haren stoet en reden van den Boschkant over het veld, toegejuicht door de kinderen die zich met vlaggen langs het middenpad hadden opgesteld.

ocr page 454

41 8 's GRAVENHAGF., 12 SEPT. HET GROOTE SCHOOLFEEST.

Voor de tribune bracht het knapenvendel zijn groet, en bij de muziek zongen de kinderen, zonder eenig commando, in koor het liedje: ,,Koninginnen, vveest gegroet!quot; Nadat de Koninginnen eenigen tijd op de tribune het vroolijk tafreél hadden aangezien, complimenteerden Zij de leden van het comité voor dit feest, den heer M. M. Couvée Jr. als secretaris, en de heeren F. Gediking, G. C. F. van der Laan en L. Plette Sr. als hoofdleiders, hulde brengend voor de vele zorgen aan het feest besteed. Hierbij werd aan de Vorstinnen ook een exemplaar van de kroningsbekers aangeboden (ontworpen door Jhr. Mr. Victor de Stuers), welke aan alle kinderen werden uitgedeeld.

Toen de Koninginnen daarop andermaal over het veld reden, brachten de duizenden kinderen Haar een stormachtige ovatie.

Aan het Gala-Diner ten Hove — dat dezen avond werd gegeven, in de Groote Zaal, het Rembrandts- en het Voorpaviljoen — waren ongeveer i lt;:o personen vereenigd. Onder de genoodigden van H. M. behoorden de provinciale en gemeentelijke autoriteiten, benevens tal van hooggeplaatste officieren en ambtenaren.

Dezen avond werd een militaire fakkeloptocht, bestaande uit ongeveer 3 co man, waarbij de verschillende muziekcorpsen van de schutterij en het garnizoen, die van het 40 reg. inf. uit Leiden en het 70 uit Amsterdam, benevens een groot aantal tamboers en hoornblazers waarbij ook de tamboers en pijpers van de mariniers uit Amsterdam en Rotterdam.

Na de verzameling op het Alexanderveld, marcheerden deze militairen, omgeven door fakkeldragers, tot aan het Paleis, waar het signaal taptoe werd geslagen.

De Koninginnen verschenen op het balcon, omgeven door de genoodigden aan het Gala-Diner. Onder leiding van den heer N. A. Bouwman, directeur van de Koninklijke Militaire Kapel, werd door alle muziekcorpsen achtereenvolgens uitgevoerd de koraal ,,Nun danket alle Gott,quot; een militaire marsch, welke als hulde aan de Koningin was gecomponeerd door den heer Bouwman, — en ten slotte het Wilhelmus.

Toen de kolonne na een langen marsch door de stad, aan de Oranje-

ocr page 455

's gravenhage, i 3 sept. de vol.ksspelen.

kazerne kwam, voldeed kolonel de Bock, de commandant van het regiment grenadiers en jagers, aan een koninklijke opdracht, door hulde te brengen voor de schoone en eenstemmige uitvoering, in het bizonder bovendien aan den algemeenen leider kapitein Nierstrasz en den dirigent, kapelmeester Bouwman.

De vierde feestdag. Dinsdag 13 September, beloofde aanvankelijk weinig goeds omdat de lucht naar regen stond. Maar gelukkig klaarde het weder op, zoodat het een prachtigen zonnigen dag werd, heden vooral zoo gewenscht voor de verschillende feestelijkheden in de open lucht.

Op het sportterrein aan de Laan van Nieuw Oost-Indië werden des ochtends volksspelen gehouden voor mannen en jongens: mast-klimmen, boegsprietloopen, touwklimmen, wedloopen, springen, zakloopen, enz. De leiding dezer spelen was opgedragen aan leden der verschillende Haagsche gymnastiekvereenigingen.

Te 11 uur verschenen de Koninginnen op het terrein, als de vorige dagen wederom vergezeld door de eerewacht te paard. Plaats nemende op de tribune, aanschouwden H.H. M.M. gedurende eenigen tijd het levendig tooneel, om daarna te twaalf uur weder Paleiswaarts tekeeren.

Het Concours Hippique.

Door de Hollandsche Maatschappij van Landbouw was dezen middag op het Malieveld een concours hippique voorbereid, gelukkig door het heerlijkste weder begunstigd. De tribunes in het rond waren bezet door een uitgelezen publiek.

Te 2 uur kwam de Koninklijke Stoet, na een rijtoer door de stad, op het terrein aan. De vorstelijke personen namen onder de hoera's der aanwezigen plaats op de tribune, dezelfde als bij het groote schoolfeest op den vorigen dag. Ook de Indische Vorsten waren kort te voren reeds aangekomen.

Het programma bevatte o. a. deze nummers, waarvan hier tevens de uitslag volgt:

No. 1. Concours voor hel schoonste un bestgaan de rij tui gp aar cl, loc-

419

ocr page 456

420

hehoorende aan particulieren. — ie prijs: mr. H. Visser, Velp; 2e pr.: G. A. üphorst, Dordrecht; 3e pr.: S. A. F. baron Creutz, den Haag; bestuursprijs: C. graaf Zu Spaur, Bennebroek.

No. 2. Concours voor het schoonste tweespan, toebehoorende aan handelaars of stalhouders. — ie pr.: A. Mulder, den Haag; 2c pr.: dezelfde; 3e pr.: Gebr. Riemer, Arnhem; ^ pr.: J. G. Kuijs, den Haag; bestuursprijs: Holland Tattersall, Scheveningen.

No. 4. Concours voor het schoonste en bestgaande tweespan, toebehoorende aan particulieren. — ie pr.: jhr. A. Boreel, den Haag; 2e pr.: C. graaf Zu Spaur, Bennebroek; 3e pr.: S. A. F. baron Creutz; bestuursprijs: mr. C. J. baron van Tuyll van Serooskerken, Velperweg.

No. 7. Concours voor het schoonste en beste rijpaard, toebehoorende aan en gereden door een ofiicier van 't Ned. leger (of Ned.-Ind. leger) of door een heerrijder.— ie prijzen: luit. J. Jurjans, Amersfoort en C. graaf Zu Spaur, Bennebroek; 2e pr.: luit. W. J. Maris, Amersfoort; 3e pr.: kapt. Punt, den Haag; 4« pr.: luit. G. W. Vreede, Amsterdam; bestuursprijs: jhr. M. C. D. J. de Rotte.

No. 8. Concours voor het schoonste en bestgaande vierspan. — ie pr.: S. A. F. baron Creutz, den Haag; 2c pr.: W. baron van Voorst tot Voorst, Elden; 3e pr.: Gebr. Riemer, Arnhem; 4c pr: A. Mulder, den Haag; bestuursprijs: Holland Tattersall, den Haag.

Deze verschillende nummers werden met groote belangstelling gevolgd en verwekten veel geestdrift. Maar afzonderlijke vermelding verdient het derde nummer van het program, waarbij de elf provinciën waren voorgesteld door een boerin en een boer in een nationaal kostuum, waar dan elk gewest werd gekarakteriseerd. Deze paren zaten in karretjes en sjeezen. Naar de grondwettige volgorde der provinciën reden zij voorbij de koninklijke tribune; een schilderachtige en kleurige optocht van Brabantsche en Geldersche huifkarren, Noord-Hollandsche en Friesche sjeezen, tilbury's en andere twee- of vierwielige voertuigen. In het bijzonder hadden succes Noord-Holland, door twee, en Zeeland door drie paren in karakteristieke wagentjes vertegenwoordigd.

Ook het vijfde nummer wekte groote bewondering. Onder leiding van den ritmeester-instructeur J. Erzey, voerden 24 onderofficieren en korporaals, leerlingen en oud-leerlingen van de rijschool te Amersioort, een sierlijk carroussel uit. Onberispelijk reden zij in rechte gelederen, zwenkend en defileerend, eerst in draf, daarna in galop, ingewikkelde figuren vormend zonder ooit te haperen, totdat zij ten slotte in een prachtigen ren chargeerden tot voor de koninklijke tribune, om daar opeens,

ocr page 457

's GRAVKNHAGE, I] SEPT. HET CONCOURS HIPPIQUË.

op één gelid stil te staan als een levende muur, de ruiters salueerend met de sabels. Een prachtig schouwspel!

Nog een ander zuiver militair nummer, had almede veel succes. Onder commando van den Kapitein de Jonge van der Halen voerde de veldartillerie met vier aangespannen stukken een aantal evolutiën uit, in stap, in draf en in wilden galop, bogen en cirkels beschrijvend.

Deze nummers vooral wekten de bewondering van het publiek, zooals zij de hooge goedkeuring mochten verwerven van Hare Majesteit de Koningin, die trouwens ook aan al het overige Haren lof niet onthield.

In het geheel was het concours hippique bij uitstek geslaagd.

Ook dezen middag werd weder een Diner ten Hove gegeven, even als den vorigen dag voor ongeveer i genoodigden. Het was omstreeks 8 uur geëindigd.

Het vuurwerk te Scheveningen.

Bij duizenden stroomde de feestvierende menigte dezen avond, langs den verlichten Scheveningschen weg, naar het zeestrand om getuige te zijn van het vuurwerk, dat door het Hoofdcomité voor de Inhuldigingsfeesten eerbiedig aan Hare Majesteit werd aangeboden. Overal bewogen zich de menschen, aan het Kurhaus, bij Seinpost, op den zeeboulevard en langs het strand.

De torpedobooten Krakatau en Idjen, op eenigen afstand van elkaar op de reede liggende, wierpen met zoeklichten stralenbundels in alle richtingen of deden kleurige vuurpijlen opgaan.

Te negen uur kwam de koninklijke stoet aangereden, door de menigte met onverflauwde geestdrift begroet. H.H. M.M. stapten uit aan het rijk versierd Hotel Garni en bereikten door dit gebouw, voorafgegaan door de leden van het Uitvoerend Comité, de koninklijke tribune. Kinderen strooiden bloemen voor de voeten der Koningin, terwijl Zij in het schitterende licht van magnesiumfakkels, voortschreed aan het hoofd van den stoet.

Het schitterend vuurwerk werd ingeleid door een groote verlichting met Bengaalsch vuur, te midden waarvan oranje-zonnen.

H

ocr page 458

422 'S GRAVENHAGE, I 3 SEPT. HET VUURWERK TE SCHEVENINGEN.

Telkens en telkens weer stegen uit de menigte der duizenden toeschouwers schaterende juichtonen op, ruischend in de wijde verte over zee en duinen, wanneer te midden van het gedonder en geknetter de prachtige nummers werden ontstoken. De climax werd bereikt, toen bij de apotheose, de beeltenis van de Koningin verscheen, omgeven door toepasselijke versieringen van licht en kleuren.

Met geestdriftig gejubel deed de menigte de Koningin uitgeleide, toen Zij te midden van Haren stoet den terugweg aanvaardde.

Zoo vormde dit vuurwerk een waardig en schitterend slot van de officieele feestelijkheden te 's Gravenhage.

Den volgenden dag verscheen de volgende proclamatie:

De burgemeester van 's Gravenhage maakt bekend:

dal Hare Majesteit de Koningin op 13 September, na alloop der Inhuldigingsfeesten, heeft opgedragen, aan de bevolking van 's Gravenhage en Scheveningen Harer Majesteits warmen dank over te brengen voor de vriendelijke ontvangst, de hartelijke belangstelling en de onverdeelde blijken van trouwe aanhankelijkheid Harer Majesteit betoond; dat Hare Majesteit tevens nadrukkelijk verzocht heeft, de verzekering over te brengen, dat Hoogstdezelve diep getroffen was over de voortreffelijke houding vzn het publiek tegenover Hare Majesteit en tegenover Hare Majesteit de Koningin-Moeder; dat Hare Majesteit voorts Haren bijzonderen dank betuigt voor de buitengewoon fraaie versiering en verlichting allerwegen in de gemeente aangebracht, en voor de moeite die men zich daarvoor heeft willen geven.

De burgemeester voornoemd,

VAN HARINXMA.

Na afloop der feestelijkheden te 's-Gravenhage was nog voor enkele dagen in de maand September een programma goedgekeurd, waarvan alleen de voornaamste nummers hier eenigszins uitvoerig zullen worden beschreven.

ocr page 459

de vlootrevue;

Op Woensdag 14 September maakten de Koninginnen een rijtoer naar Wassenaar, waar de bevolking, door versieringen, door ovaties, kindergezang en op andere wijze, uiting gaf aan de groote vreugde over dit bezoek. Aan het Raadhuis werden de Koninginnen toegesproken door den burgemeester, Mr. R. Baron van Zuylen van Nijevelt. Op het feestterrein, waar de Prins en Prinses van Wied met hunne kinderen mede op de tribune hadden plaats genomen, hoorden H.H. M.M. naar het gezang der schoolkinderen en zagen naar verschillende spelen en een ringrijderij. Daarna brachten Zij een kort bezoek aan de provinciale tentoonstelling van vee, zuivelproducten en bloemen, welke door de plaatselijke afdeeling van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw was ingericht.

In den avond van dezen dag. Woensdag 14 September, werd ten Hove een Cour van Gelukwensching gehouden voor autoriteiten uit 's-Gravenhage en uit de Provincie Zuid-Holland, en voor domes en particulieren te 's-Gravenhage woonachtig; wat de laatsten betreft alleen voor zoover zij te voren aan Hare Majesteit de Koningin waren voorgesteld.

Ongeveer 1600 personen defileerden voor de Koningin, zoodat de cour eerst tegen middernacht was geëindigd.

In het Hollandsch Diep, tusschen Willemstad en Moerdijk, was een scheepsmacht vereenigd, waarover H. M. de Koningin op 1 lt;; September eene revue zou houden. Uit de samenstelling reeds, mocht de gevolg-

ocr page 460

DE VLOOTREVUE.

trekking worden gemaakt, dat hier geen machtsvertoon te water, geen groote tentoonstelling van drijvende strijdmiddelen, was beoogd. Immers niet alle in dienst zijnde oorlogschepen namen deel aan deze revue en zelfs de meest moderne, als de Kortenaer en de Koningin WHIiehnina, waren niet opgeroepen.

Aan de revue zouden deelnemen:

Hr. Ms. flottieljevaartuig Koetei, Hr. Ms. monitors Cerberus en Krokodil, Hr. Ms. pantserschepen Piet Hein en Evertsen, Hr. Ms. pantserdekschepen Zeeland, Holland en Friesland, Hr. Ms. riviervaartuigen Mosa en Rhenus, Hr. Ms. kanonneerbooten Hef ring en Hadda, benevens een vijttal torpedobooten.

Dit eskader stond onder de bevelen van den schout-bij-nacht F. K. Engelbrecht, wiens commandovlag waaide aan boord van Hr. Ms. Zeeland. De schepen waren in de boven gegeven volgorde geankerd in een linie achter elkander. De linie had een totale lengte van ongeveer ^300 meter en strekte zich in nagenoeg oost-westelijke richting uit.

Voor de haven van den Moerdijk lagen voorts ten ankerde zeilkorvet Nautilus, opleidingsschip voor matrozen en kwartiermeesters, de korvet Alkmaar, kort te voren uit West-Indië teruggekeerd, en de brik Castor. Deze schepen, die geen deel namen aan de revue, stonden onder de orders van den schout-bij-nacht H. Quispel, directeur en commandant der marine te Hellevoetsluis en commandant van de stelling van de monden van de Maas en van het Haringvliet, die de Koninginnen te Moei dijk zou ontvangen en begeleiden naar het jacht Zeehond, waar zich de eskader-commandant aan boord bevond. Hr. Ms. schoener Zeehond (een vaartuig van ruim 700 ton waterverplaatsing en met een maximum snelheid van 11 mijl) in den gewonen dienst bestemd voor het politietoezicht op de zeevisscherij in de Noordzee, was voor deze gelegenheid voor koninklijk jacht ingericht. Op het dek was het koninklijk salon van De Valk overgebracht en overigens waren aan boord verschillende veranderingen en versieringen gemaakt.

Tegenover de linie der oorlogschepen waren verschillende vaartuigen met genoodigden geankerd; daarbij waren o. a. de Dolfijn, met de

ocr page 461

DE VLOOTREVUE. 42C

Ministers en de Voorzitters der beide Kamers, de Nederland van de Maatschappij „Zeelandquot;, met de leden van den Raad van State en van de beide Kamers, benevens vele hoofdambtenaren van het Departement van Marine ; de Frans Naerebout, met de genoodigden van den Minister van Marine; de Buyskes, met de officieren van het Departement; de Coerizen en de Schelde, met genoodigden van den Commandant dei-Marine te Willemsoord, de Bellona aan boord waarvan de Indische Vorsten waren, en o. a. de Stad Zirolle met de vertegenwoordigers van de binnen- en buitenlandsche pers.

Achter de beide liniën lagen, in de richting van de haven, nog in een groote flotille allerlei groote en kleine particuliere vaartuigen, aan boord waarvan honderden toeschouwers vereenigd waren om het schouwspel bij te wonen.

Te 11.40 vertrokken H.H. M.M. uit de Residentie, vergezeld van den Minister van Marine Jhr. J. A. Röell, de beide grootmeesteressen, den chef van het Militaire Huis, den kamerheer Jhr. de Ranitz, de adjudanten Zegers Veeckens en Jhr. van der Staal, beide van de zeemacht, en den ordonnans-officier Jhr. Loudon.

Koningin Wilhelmina droeg een toilet van crême-zijde met een witten hoed en witte parasol, de Koningin-Moeder een gris-perle kleed van gebrocheerd satijn.

Te een uur kwam de trein aan het station Moerdijk aan, waaide Koningin werd verwelkomd door den schout-bij-nacht Quispel, wiens dochter Hare Majesteit een bouquet aanbood.

De fraai opgetuigde koningssloep lag gereed om H.H. M.M. naar het koninklijk jacht te brengen. De bemanning van de sloep bestond uit 20 roeiers, matrozen iste klasse van Hr. Ms. opleidingsschip Buffel, met den luitenant ter zee 2de klasse A. Quispel als stuurman. Aan den voorsteven woei de koninklijke vlag met den koninklijken drijvenden standaard daarboven, van den achtersteven de Nederlandsche vlag.

Onder het knallen der saluutschoten van de oorlogsbodems Castoi en Nautilus, nabij Moerdijk ten anker liggende, kwamen H.H. M.M. aan boord van de Zeehond, waar Zij werden ontvangen door den schout-bij-

ocr page 462

DE VLOOTREVUE.

nacht Engelbrecht, bevelhebber van het eskader. Op bevel van H.M. Koningin werd kort daarop het anker gelicht.

De revue was begonnen.

De vischtorpedobooten Anijoeno, Empong en Batok stoomden het koninklijk jacht tegemoet en plaatsten zich respectievelijk vooruit, aan stuurboord- en aan bakboordzijde van de Zeehond. Achter het koninklijk jacht volgden de reeds genoemde schepen, aan boord waarvan zich de voornaamste genoodigden bevonden, te weten de Bellona, de Dolfijn en de Neder/and.

De goed doorstaande vloedstroom richtte de schepen van het eskader keurig in een rechte lijn. Op voorbeeld van het admiraalschip vuurden alle groote schepen 33 saluutschoten af, terwijl de riviervaartuigen en kanonneerbooten hun batterij afvuurden.

Langzaam en statig passeerde de Zeehond de lange linie, terwijl H. M. de Koningin, op de dekhut van het witte oorlogsschip staande, gracieuselijk met haar parasol wuivend, de eerbewijzen van het eskader en de bemanning beantwoordde. De equipage van eiken bodem, achter de verschansing opgesteld, paradeerde en ,Joeldequot; met luide hoezee's en wuivend met de mutsen. Aan de andere zijde juichten de honderden toeschouwers der particuliere vaartuigen.

Bij het westelijk einde der linie aangekomen, wendde het koninklijk vaartuig, voorover Hr. Ms. Koetei den steven en volgde, in oostelijke richting terugstoomende, de noordzijde van de linie tot nabij het admiraalschip Zee/and, waar het jacht voor anker ging.

Het was 3.1^ uur toen de eskaderkommandant met een stoomsloep de Zeehond verliet om naar zijn eigen bodem terug te keeren. Vandaar vertrok thans de admiraalssloep uit Willemsoord, gestuurd door den luit. ter zee 2quot; kl. Jhr. J. C. F. von Mühlen en gesleept door een stoomsloep om H.H. M.M. naar het admiraalschip over te brengen.

Te half vier namen de Koninginnen, onder het vernieuwd gejubel van het scheepsvolk en het publiek, met Haar gevolg in de admiraalssloep plaats.

Aan boord van Hr. Ms. Zeeland werd H. M. ontvangen, aan den voet van de staatsietrap door den schout-bij-nacht Engelbrecht; aan den valreep door den commandant, den kapt. ter zee A. G. Ellis, den kapt.

42Ó

ocr page 463

DE VLOOTREVUE.

t/z. W. J. de Bruyne, eerste officier, en de luitenants t/z. G. L. d'Abo, F. W. J. Groeneboom, A. H. van Deursen en H. J. Alberda, ols valreepsgasten.

Onmiddellijk na aankomst werd van het admiraalschip geseind, dat Hare Majesteit alle kommandanten op de Zeeland ontbood, waarop van alle zijden sloepen en stoombarkassen daarheen koers zetten. Daarop volgde een ander sein, in gevolg waarvan alle schepelingen op last van Hare Majesteit werden onthaald op een halven flesch wijn.

Middelerwijl bezichtigde de Koningin met Haar gevolg het admiraalschip in alle onderdeden. In de kajuit teruggekeerd, betuigde H.M. den schout-bij-nacht en den commandant Hare hooge tevredenheid. Het was Haar aangenaam te kunnen meedeelen, dat de kapt. ter zee Ellis, de kapt.-luit. ter zee J. H. M. Jansen, commandant van Hr. Ms. Zeehond, en de kapt.-luit. ter zee H. G. J. Wolterbeek, stafofficier der zeemacht, benoemd waren tot officier der Oranje-Nassau-orde, en dat aan den opper-schipper van de Zeeland en den schipper van de Zeehond de zilveren medaille van die orde was toegekend.

Omringd door al de zee-officieren, namen de Koninginnen deel aan een déjeuner-dinatoire, waarbij de eskader-commandant, — die reeds te voren Hare Majesteit dank had gezegd voor dit onvergeetlijk bezoek aan de vloot, — zich de eer gaf, onder luide toejuichingen, te drinken op het welzijn van Hare Majesteit.

De Koningin beantwoordde dit met een heilwensch voor Hare ,,trouwe Marinequot;.

Een der schoonste momenten van den dag was het vertrek van Hr. Ms. Koetei, bestemd voor de Indische Militaire Marine. Op een sein van het admiraalschip; „Bestemming opvolgenquot;, had het vaartuig het anker gelicht. Langzaam stoomde het witte scheepje, onder de toejuichingen van alle equipages en het gebulder der saluutschoten, de geheele linie langs. Toen de Koetei aldus het admiraalschip passeerde, werd van de Zeeland met armseinen een afscheidsgroet van Hare Majesteit overgebracht:

„Hare Majesteit de Koningin wenscht Commandant, Officieren en Bemanning Koelei goede reis en behouden aankomst in Oost-Indië.quot;

ocr page 464

DE VLOOTREVUE.

waarop onmiddellijk van de Aoetei werd teruggeseind :

„Commandant, Officieren, Bemanning brengen eerbiedig dank en hulde aan Hare Majesteit en betuigen trouw en verknochtheid aan Koningin en Koninklijk Huis.quot;

Onmiddellijk daarna werden de machines van de Koetei aangezet en stoomde het vaartuig weg, om in het verre Oosten de eer van de vlag hoog te houden. Er heerschte groote geestdrift bij dit tooneel, op alle schepen. Nooit is een schip onder zoo heerlijken indruk naar de tropen vertrokken, als deze bodem op dezen gedenkwaardigen dag.

Het was even zes uur toen Hr. Ms. Zeehond, met de Koninginnen aan boord, voor de haven het anker liet vallen. Op dezelfde wijze als bij aankomst werden Zij in de Koningssloep aan wal geroeid, terwijl de saluutschoten over het water dreunden. Hare Majesteit betuigde Hare tevredenheid aan den Minister van Marine en den schout-bij-nacht Quispel. Evenzoo dankte Zij den Burgemeester van Klundert voor de vele bewijzen van hartelijkheid en genegenheid, van de zijde der bevolking op dezen dag ondervonden.

Te halt zeven vertrok de koninklijke trein, om even vóór achten in de residentie aan te komen. Daar werden H.H. M.M. aan het 'station opgewacht door een talrijke menigte, welke Haar met luid gejuich begroette toen Zij in open rijtuigen naar het Paleis reden.

Maandag 19 September maakte de Koninginnen een grooten rijtoer door het Westland, achtereenvolgens bezoeken brengende aan de gemeenten Loosduinen, Monster, 's-Gra v e sand e, Naaldwijk en Wateringen. In elk dezer gemeenten werd de Koningin door den Burgemeester toegesproken namens de bevolking; kinderen zongen Haar liederen toe, overal verrezen eerepoorten en waren huizen en hoeven versierd en schier van stap tot stap werden huldebewijzen gebracht door deputatiën van allerlei aard. In Loosduinen en Monster hadden zich eerewachten te paard gevormd om Hare Majesteit te begeleiden.

Te één uur waren H.H. M.M. uitgereden, - voor de laatste maal door de Haagsche eerewacht begeleid — en eerst tegen zes uur waren Zij, na dezen nieuwen triomftocht, ten Paleize teruggekeerd.

428

ocr page 465

Op Woensdag 21 September zou Hare Majesteit de Koningin revue houden over eene op de Renkummer heide verzamelde krijgsmacht.

Deze wapenschouwing zou het schitterend besluit zijn van de veldmanoeuvres, welke de voorafgaande dagen in een gedeelte van Gelderland waren gehouden. De leider dezer manoeuvres had de troepen, bij dagorder van den sosten September, als volgt toegesproken;

„Officieren, onderofficieren en soldaten!quot;

,,l)e veldoefeningen van i8y8 zijn geëindigd. Ik betuig u mijne tevredenheid over uw getoonden goeden wil en uw ijver gedurende de dagen, die achter ons liggen.

„Soldaten! Het is mij tevens een groot voorrecht, te voldoen aan de opdracht van den minister van oorlog, die een deel der oefeningen bijwoonde, u mede Ie deelen, dat Zijne Kxcellentie, ziende, hoe gij met opgewektheid de u bevolen zware diensten onder eene groote warmte verrichttet, getoond hebt nog altijd te zijn flinke Hollandsche soldaten.

„Officieren, onderoilicieren en minderen! Uwe, dezer dagen aan den dag gelegde houding geeft mij de overtuiging, dat gij de eer zult weten te waardeeren, morgen door uwe Koningin te worden geïnspecteerd en voor Haar te mogen defileeren !

„Leve de Koningin!quot;

Het terrein waarop de revue zou worden gehouden, was in zijn rechthoekig langwerpigen vorm bij uitnemendheid voor het doel geschikt. Het groot aantal wegen, uit alle richtingen hierheen voerende, maakte de concentratie der troepen gemakkelijk en evenzoo waren daardoor duizenden toeschouwers in de lang gewenschte gelegenheid om van het schouwspel getuigen te zijn.

de vlootrevue.

Dinsdag 20 September geschiedde de opening van de zitting der Staten-Generaal door Hare Majesteit de Koningin.

ocr page 466

DE LEGERREVUE.

De opstelling der troepen was in de richting Noord-Zuid, met het front naar het Oosten; het midden van de uitgebreide liniën lag ongeveer tegenover de noord-westelijke boschpunt van de Jonkershoeve en was daarvan circa 400 M. verwijderd.

Het publiek daarentegen stond tegen de Jonkershoeve aan, doch kon zich in zuidelijke en daarna in westelijke richting, als het ware om de troepenopstelling heengebogen, vrij bewegen.

De troepen waren in twee liniën geposteerd.

Op den rechtervleugel van de eerste linie stonden twee compagnieën van de koloniale reserve; daarnaast een zoogenaamd gecombineerd regiment, bestaande uit, in den vroegen morgen uit hunne garnizoenen of tijdelijke verblijfplaatsen aangevoerde, deputatiën van het regiment grenadiers en jagers, het 4'10 en het 7''u regiment infanterie, het istquot;, 2'1quot;, 3du en 4,|l! regiment vesting-artillerie en van de korpsen pantserfort-artillerie, pontonniers en torpedisten.

Naast het gecombineerde regiment hadden de 2''u en 3'le infanteriedivisie plaats genomen, elk twaalf bataljons tellende, die in drie regimenten ingedeeld waren. Van rechts naar links volgden het isquot;!, het ^d0 en het 8quot;°, dan het 2'le, het 3'10 en het 6rtu regiment infanterie, met hunne muziekkorpsen op den rechtervleugel en ontplooide vaandels in het gelid. Eindelijk werd de linkervleugel van deze linie gevormd door twee compagnieën genietroepen, die tot eene afdeeling waren vereenigd.

Op 100 M. achter de eerste linie stonden in tweede linie de bereden wapens geschaard; van den rechtervleugel bezien, namen daarin opvolgend plaats: eene deputatie van het 2'10 regiment veldartillerie, ter sterkte van eene batterij; voorts het geheele 1st0 en 3'10 regiment van dit wapen, dan een eskadron van het 3''0 regiment huzaren, daarnaast de beide blauwe ruiterregimenten, en ten slotte het korps rijdende artillerie.

De deputatiën van de troepen te voet telden rond honderd minderen en de bataljons infanterie ruim vijfhonderd manschappen, d. i. meer dan de halve oorlogsterkte; de regimenten veldartillerie brachten zes batterijen, elk van vier stukken, en het korps rijdende artillerie twee batterijen, elk van zes stukken in het veld, terwijl de regimenten blauwe

430

ocr page 467

DE LEGERREVUE.

huzaren vijf eskadrons, elk circa honderd sabels sterk waren. Het front strekte zich uit over bijna 2000 meter.

De geheele troepenmacht telde ongeveer 17,000 man.

Voorwaarts van den rechtervleugel der eerste linie en loodrecht op het front der troepen stond een schitterende staf. Het meest nabij het publiek waren de Indische Vorsten opgesteld, die, met uitzondering van Pangeran Ario Mataram, in rijtuigen gezeten waren. De evengenoemde vorst was, als luitenant-kolonel van den generalen stat van het Neder-landsch-Indische leger, te paard verschenen. Op de Indische Vorsten volgden de officieren van vreemde legers, die als militaire attachés aan de manoeuvres der voorafgaande dagen deelgenomen hadden.

Naast de vreemde officieren stonden de generaals van het leger met hunne adjudanten, voorts de commandanten der niet aan de wapenschouwing deelnemende korpsen.

Het geheel stond onder de bevelen van den luitenant-generaal A. Kool, adjudant i. b. d. van H. M. de Koningin, chef van den generalen staf, die door een kleinen staf werd vergezeld en zich ter hoogte van den rechtervleugel van de troepenopstelling bevond.

Een gedeelte van het terrein bij Jonkershoeve, voor het publiek bestemd, was gereserveerd voor genoodigden, waaronder leden der hofhouding van beide Koninginnen, leden van den Raad van State, van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, voorts tal van opperen hoofdofficieren van het Nederlandsche en Nederlandsch-Indische leger.

Het was ongeveer kwart over elf toen fde stoomfluit de nadering van den koninklijken trein aankondigde. Bij wachthuis 20, in de onmiddellijke nabijheid van het terrein, was door de Staatsspoor een tijdelijke halte gebouwd en met vlaggen en groen versierd. Daar werden H. H. M. M. door den luitenant-generaal Kool met zijn stat opgewacht, waarna de Koningin te paard steeg, evenals eene hofdame en de heeren in Haar gevolg.

Koningin Wilhelmina droeg een wit lakensch amazonenkleed, versierd met de ster der Willemsorde, en een zwarten hoogen hoed. Hare Majesteit bereed het paard ,,Hindinquot;, een donkerbruine merrie, Engelsch halfbloed.

45'

ocr page 468

DK LEGERREVUE.

en geboren in de stoeterij van den graaf von Witzleben, te Altdöbern.

Toen Hare Majesteit den rechtervleugel naderde, werd op aanwijzing van den bevelvoerenden generaal, het sein gegeven tot den roffel als teeken voor de honneurs, bestaande in het slaan en blazen van den Wilhelmus-marsch, het presenteeren der geweren en sabels en het salueeren van de vaandels, standaarden en fanions. Middelerwijl reed de luitenant-generaal Kool, vergezeld van zijn staf. Hare Majesteit tegemoet om de troepen, die te voren van de opstelling in parade tot die van inspectie waren overgegaan, te presenteeren.

Nadat de complimentatie van Hare Majesteit door de Indische Vorsten, de vreemde officieren, de generaals en de korpscommandanten was afgeloopen, begon de inspectie aan den rechtervleugel en in stap, waarbij de korpsen opvolgend de eerbewijzen herhaalden en hunne muziekkorpsen deden spelen.

Rechts en iets achterwaarts van de Koningin reed de bevelvoerende generaal, die wederom rechts en achterwaarts werd begeleid door zijn staf. Achter Hare Majesteit volgde de minister van oorlog met den chef van het Militaire Huis der Koningin, vergezeld van de hem toegevoegde officieren; daarna kwamen de ordonnansofficieren, op den voet gevolgd door de adjudanten i. b. d. van Hare Majesteit, rijdende drie aan drie, en aan het hoofd waarvan Pangeran Ario Mataram reed. Deze werden wederom gevolgd door de militaire attachés zijnde de kolonel Wheelan van het Squot;10 regiment cavalerie van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, de luitenant-kolonel De Miiller van den Russischen generalen staf en den chef d'escadrons Haillot van het 22s10 regiment Fransche dragonders.

Daarna reden de generaals van het leger met hunne adjudanten en de korpscommandanten, rijdende vier aan vier en naar rang en anciënniteit.

Deze ruiterstoet werd gevolgd door Hare Majesteit de Koningin-Moeder, in een hofrijtuig gezeten, en gesloten door den Sultan van Siak en de beide Pangerans van Koetei.

Aan den linkervleugel der eerste linie gekomen, inspecteerde Hare Majesteit de Koningin de tweede linie, van den linker- naar den rechter-

4?2

ocr page 469

DK LEGERREVUE.

vleugel, om ten slotte om den rechtervleugel der eerste linie heen de plaats te bereiken, welke Zij gewenscht had in te nemen, om de troepen voor Haar te doen defileeren. Het geheele gevolg nam achter en zoo wel ter rechter als ter linkerzijde van de Koningin plaats, waarbij het rijtuig van de Koningin-Moeder schuins achterwaarts van de linkerzijde van Koningin Wilhelmina opreed.

Het defileeren — waartoe de troepen te voren de noodige evolutiën hadden verricht, — had plaats in de richting van Zuid naar Noord en geschiedde opvolgend door; de koloniale reserve in open peletonscolonne; het gecombineerde regiment in open colonne met compagnieën in front; de regimenten infanterie in gesloten colonne met compagnieën in front; de afdeeling genietroepen in colonne met compagnieën in front van elkander op peletonsafstand; de veldartillerie in open batterijen-colonne met normale tusschenruimte der stukken, de eerste maal in stap, de tweede maal in draf; de cavalerie in open colonne met eskadrons in front, de eerste maal in stap, de tweede maal in galop; de rijdende artillerie in open batterijen-colonne, de eerste maal in galop.

Alle wielrijders defileerden aan den staart van het regiment, waarbij zij gedurende de inspectie waren opgesteld.

De bereden wapens zwenkten tijdig met batterijen en eskadrons rechts, om op den juisten afstand achter de troepen te voet te kunnen volgen. Na het defileeren in stap maakte daarop de voorste veldbatterij, op circa 400 M. voorbij Hare Majesteit gekomen, eene wending naar de linkerzijde en op hetzelfde punt opvolgend alle afdeelingen der bereden wapens, die de bovengenoemde batterij (deputatie van het 2de regiment veldartillerie) in hare verdere bewegingen volgden.

In de richting loodrecht op de lijn, voor het defileeren bestemd, legde deze batterij ongeveer 500 M. af, wendde daarna links, marcheerde tot op de defileerlijn voorwaarts, maakte wederom eene wending naar de linkerzijde en nam daarna op een te voren bepaald en zichtbaar aangegeven punt den draf aan. De geheele veldartillerie defileerde daarop in draf. De cavalerie en rijdende artillerie, die de veldartillerie aanvankelijk in draf gevolgd hadden, gingen daarna mede op een aangegeven punt in stap over en sloten daarna in colonne serrée op.

ocr page 470

dk i.egerrevue.

Zoodra de geheele gesloten colonne, cavalerie en rijdende artillerie, op de defileerlijn aangekomen was, werd de draf aangenomen en onmiddellijk daarna voorwaarts afstand genomen in galop, in welken gang voorbij Hare Majesteit werd gedefileerd.

Prachtig vooral was het defileeren der rijdende artillerie.

Nadat Hare Majesteit over de houding en de evolutiën der troepen Hare hooge goedkeuring had uitgesproken, keerde Zij met Hare Moeder, en vergezeld door de leden der hofhouding en den staf, naar de halte bij wachthuis 20 terug, vanwaar de koninklijke trein om 1 uur 4«; min. vertrok, onder de levendige toejuichingen van allen aan wie het vergund was bij dit afscheid tegenwoordig te zijn.

Te half vier waren de Koninginnen weder in de Residentie teruggekeerd .

Het Nationaal Spoktkeest.

Als het slot van de lange reeks van plechtigheden en feesten, welke op den ?Jcquot; dezer maand met de Plechtige Intocht te Amsterdam een aanvang had genomen, zou op de renbaan te Clingendaal, op Donderdag 24 September, aan H. M. de Koningin een huldebetooging worden gebracht door de beoefenaars der verschillende takken van sport in Nederland.

Het terrein was voor deze gelegenheid op velerlei wijze versierd. Vóór de koninklijke tribune was een plankier gelegd voor de oefeningen. Op de verschillende tribunes hadden de genoodigden plaats genomen, waaronder de Ministers en andere autoriteiten. Overigens was de ruimte op het middenterrein en elders door een talrijk publiek bezet, terwijl de deelnemende vereenigingen op een afzonderlijk gedeelte waren opgesteld.

Te kwart over tweëen reed de koninklijke stoet de renbaan op. Eene eerewacht van vijftien leden der Veluwsche Jachtvereeniging, met rooden rok, witte broek en gentlernan-farmershoed, had den stoet van het Paleis tot hier vergezeld.

H.H. M.M. werden ontvangen door leden van het eere-comité, dat onder het voorzitterschap van den Prins von Wied deze betooging onder

434

ocr page 471

HET NATIONAAL SPORTBEEST.

patronaat had genomen, en bestaande uit de heeren Baron van Brienen van de Groote Lint, C. J. van der Oudermeulen, Luit.-kol. J. G. Blaauw, R. Baron van Zuylen van Nijevelt, Baron Van Pallandt van Oud-Beijerland en Baron Van Nagell tot Ampsen; voorts door de leden van het voor deze gelegenheid gevormd hoofdbestuur, bestaande uit de voorzitters van verschillende bonden en vereenigingen. Uit hun naam verwelkomde de voorzitter, F. W. C. Baron van Tuyll van Serooskerken, Hare Majesteit, Haar dank zeggende dat zij thans ook jong-Nederland in de gelegenheid stelde getuigenis af te leggen van warme liefde voor Oranje.

Zoodra de Koninginnen met Haar gevolg, onder het daverend gejuich der aanwezigen, op de tribune hadden plaats genomen,

— waarvóór een eerewacht van loo jonge mannen van de Neder-landsche Weerbaarheid-vereeniging was opgesteld, begon het défilé.

In elf afdeelingen waren de deelnemers gerangschikt in dezen reusachtigen optocht, waarin niet minder dan honderd vijf-en-zeventig vereenigingen en meer dan 2000 personen alle takken van in ons land beoefende sport vertegenwoordigden.

Voorop reden, in de afdeeling ,,jacht en paardrijdenquot;, een aantal ruiters van drie vereenigingen ; daarna kwamen de voetgangers. Vooreerst de afdeeling „ijssportquot;, schaatsenrijders en -rijdsters met ijsstok en schaatsen (48 vereenigingen); dan ,,de watersportquot;, vertegenwoordigd door 14 vereenigingen : roeiers en zeilers met riemen en pagaaien, zwemmers met de duikpop; de kegelaars met hun ballen en houten (13); schermers met hun floretten en maskers (16); wielrijders in hun fiets-kostuums met hun wielen aan de hand (6); boksers met hun dikke handschoenen (1); kaatsers met hun ballen (3); kolvers met hun schopje (9); vervolgens een groote afdeeling van 22 vereenigingen, waarbij athleten met halters en gewichten, cricketers en voetballers met ver-

ocr page 472

HET NATIONAAL SPORTFEEST.

vaarlijke ballen, goalpalen en bots, de scheenstukken om de beenen; dan weer boogschutters met hun bogen en scherpschutters met hun geweren.

Kranig marcheerden al deze verschillende afdeelingen, nu en dan door een muziekkorps afgewisseld, voorbij de Koningin, zonder te juichen maar met de oogen op Haar gericht, terwijl zij de petten in de hand hielden. De groote afwisseling der kostumes, het groeten met de vaandels, — welke evenals de deelnemers zelf met eereteekenen waren

behangen, — dit alles verhoogde nog het indrukwekkende van dezen optocht.

Toen allen zich, na afloop van het défilé, links van de tribune hadden opgesteld, barstte op eenmaal de lang ingehouden geestdrift der honderden jongelingen los in een driewerf, ,hoerah !quot; ter eere van de Koningin.

Hierna volgden nog een reeks van verschillende uitvoeringen. Negen leden van de Haar-lemsche Vélocipèdeclub gaven éen voorbeeld van kunstig figuurrijden. Toen volgden de leden van 14 schermvereenigingen, militairen, schutters en gymnasten, om gelijktijdig colonne op geweer, sabel, degen en langen stok te vertoonen. Dan gaven liefhebbers, leden van den Nederlandschen Athletiekbond, een staaltje van hardloopen, over een baan van 200 M. En nauwelijks was dit nummer ten einde of onder hoorngeschal draafde plotseling een menigte honden over het veld, onmiddellijk gevolgd dooide jagers der Veluwsche jachtvereeniging die ze achterna renden, dwars door de struiken, over heggen en greppels, ras verdwijnend in de duinen.

Deze vertooning maakte in het bijzonder opgang en Hare Majesteit complimenteerde Mr. S. B. W. Graaf van Limburg Stirum, die bij dezen jachtrit als master of the hounds was opgetreden.

Doch reeds waren nieuwe vertooningen begonnen. Acht amateurs boksten, een elftal van de kampioenclub R. A. P. tegen een uitgelezen

ocr page 473

HET NATIONAAL SPORTFEEST.

elftal van de eerste klasse clubs, speelde een verwoede voetbalmatch van slechts enkele minuten, en ten slotte gaven twintig groengerokte leden van de Rotterdamsche Manége in fraaien stijl een voorstelling van kunstig carrousselrijden.

Herhaaldelijk gaf de Koningin het sein tot applaus en stond telkens op om de uitvoeringen te kunnen volgen. De leden van het hoofdbestuur, waarin de verschillende takken van sport waren vertegenwoordigd, werden op de tribune ontboden en hadden de eer elk afzonderlijk door Hare Majesteit te worden toegesproken.

Daarop vertrokken H.H. M.M. onder stormachtig gejuich van alle aanwezigen.

FEESTVIERINGEN ELDERS IN NEDERLAND EN IN DE KOLONIËN.

In overeenstemming met den volledigen titel van dit Gedenkboek werden hier naar tijdsorde beschreven alle plechtigheden en feestelijkheden in de hoofdstad, vervolgens minder uitgebreid die in de Residentie en daarna de nog later volgende nummers van het officieel programma, zooals de beide revues. In het algemeen gaven wij dus verslag van alle feesten en plechtigheden voor zoover zij door H. M. de Koningin werden bijgewoond.

Wanneer we ons nu voor de taak zien gesteld, om eene beschrijving te geven van de feesten in het overige Nederland, dan kan daarbij zelf niet van een streven naar volledigheid sprake zijn; vooreerst, omdat dit werk den oorspronkelijk bepaalden omvang reeds verre overschreed, maar bovendien omdat de kroniekschrijver in eindelooze herhalingen zou moeten treden. Wal moest de maatstaf zijn voor de beschrijving? Toch niet de grootte en het zielental tier gemeenten, want kleine dorpen en gehuchten hebben naar proportie der bevolking groote steden overtroffen on in geestdrift cn in uitingen van feestvreugde.

Vielen gefallen ist schwer. Laat ons dus slechts enkele grepen doen, vele feestelijkheden samenvatten en wel enkele nader aanwijzen, maar onder alle voorbehoud van volledigheid cn zonder eenige persoonlijke voorkeur of critiek.

In steden en dorpen werden godsdienstoefeningen gehouden, hetzij op den gedenk-waardigen dag, toen Koningin Wilhelmina Haren iSdequot; verjaardag mocht vieren of op den ócten September, toen Zij als Koningin werd ingehuldigd door de vertegenwoordigers van Haar Volk, Schier overal stonden kinderfeesten op het program en, naar wij meenen, gaven deze zelfs een bijzonder kenmerk aan het nationale feest, méér dan bij vroegere gelegenheden. Van den Dollard tot de Schelde, van den Helder tot Maastricht heeft Jong-Xederland een groot aandeel genomen in het feestbetoon en niet alleen omdat het 'n pretje gold, maar omdat het jonge volkje de beteekenis van dit feest zoo goed begreep en zoo goed gevoelde wat de woorden van cantates en feestliedjes bedoelden. Deze

JÓ

437

ocr page 474

FEESTVIERINGEN ELDERS IN NEDERLAND EN IN DE KOLONIËN.

kinderfeesten waren van verschillenden aard en in eenige plaatsen vormden zij zelfs zoozeer de hoofdzaak, dat het geheele program wel uitsluitend voor de schoolkinderen scheen opgezet.

Bijna overal in den lande werden op de voornaamste dagen de klokken geluid; er werden zang- en muziekuitvoeringen gegeven, volkspelen gehouden, vuurwerk afgestoken en geïllumineerd. In zeer vele plaatsen werden gymnastiek-feesten gegeven met vertooning van tableaux-vivants of lichtbeelden, elders fakkeloptochten, gondelvaarten, bloemencorso's voor versierde voertuigen, rijwielen of zelfs sportkarretjes. In de garnizoensplaatsen werd reveille en taptoe geblazen, er werden parades gehouden, assauts en andere militaire feesten gegeven. Hier en daar werden luchtballons of postduiven opgelaten, en in honderden plaatsen werden wedstrijden gehouden van zeer verschillenden aard. Hoe zou het mogelijk zijn al deze en nog andere uitingen van feestbetoon plaats voor plaats op te sommen, en hoe gevaarlijk door enkelen te noemen honderden onrecht te doen!

Zoo moeten we het nalaten een naamlijst te geven van alle plaatsen waar Wilhelmina-boomen werden geplant; eer nog zouden we het kunnen doen van de steden en dorpen waar zulks niet geschiedde. Evenals tegenwoordig de „vrijheidsboomenquot; de herinnering wekken aan een bijzonder tijdperk in onze geschiedenis, zoo zullen de komende geslachten in

honderden plaatsen en zelfs in particuliere instellingen, door den Wilhelminaboom worden herinnerd aan de schoone dagen van September 1898, toen Wilhelmina de Eerste den Troon der Oranjes beklom.

Er is daarentegen één uiting van feestbetoon, welke almede zeer algemeen voorkwam, als een van ouds geliefd gebruik, maar welke ons toch aanleiding kan geven tot eenige nadere omschrijving. We bedoelen natuurlijk de optochten.

Rotterdam organiseerde een schitterenden historisch-allegorischen optocht, beginnende met een groep, het slot Dillenburg voorstellende, en vervolgens naar geschiedkundige volgorde de Oranje-vorsten, omgeven door de beroemde personen op velerlei gebied in ieders tijdperk, telkens afgewisseld door groote zegewagens, waarbij vooral de Koningswagen vermelding verdient. Het tweede gedeelte van dezen langen en rijken stoet bevatte een reeks van praalwagens, waarbij die van Cambrinus en St. Eloy, een voorstelling van een reddingboot in de branding en ten slotte een historisch overzicht van de Rotterdamsche brandweer.

Te Haarlem, waar de feesten mede reeds op Koninginnedag begonnen, gaf de optocht een gekostumeerde voorstelling van den intocht van Prins Willem I met zijn broeder Lodewijk in de stad aan het Spaarne ; held Rypperda was daarbij natuurlijk niet vergeten. In de tweede plaats gaf deze stoet een voorstelling der verschillende plaatselijke bedrijven (men denke aan de Hollandsche Spoor en aan de industrieën die reeds zijn aangewezen

438

ocr page 475

FEESTVIERINGEN ELDERS IN NEDERLAND EN IN DE KOLONIËN.

door de namen Figee, Enschedé, Emrik amp; Dinger). — Utrecht vertoonde een zéér opmerkelijke, aanschouwelijke voorstelling van ..Volksleven en krijgsbedrijven der Nederlanders in de 17e eeuw,quot; beginnende met een oud-Hollandsche kermis en vervolgens: een wapenschouwing van het Staatsche leger, de aantocht van den vijand, met gevechten, bestorming van een vesting, uitval en overrompeling van den vijand. Voor dit spiegelgevecht, uit den 80-jarigen oorlog, was op het sportterrein een geheele vestingstad gebouwd. Na de voorstelling deden de verschillende groepen een ommegang door de stad. — In Dordrecht was de historische optocht van verschillenden aard;

hij vertoonde als hoofdmomenten de vergadering der Staten te Dordrecht op 15 Juli 1572, het beleg van 's Hertogenbosch in 1629;

het vertrek van Prins Willem III naar Engeland in 1688; het bezoek van Prins Willem V aan Dordrecht in 1766. Aan het slot kwamen voorstellingen van kunst en vak. — Delft vertoonde het bezoek van de stads-regeering met de gilden aan Prins Willem I op het Prinsenhof, in 1572. Voorts allegorische voorstellingen van Vrijheid, Gerechtigheid, Dapperheid, Godsdienst, enz. — Te Arnhem was een optocht van werkliedenvereenigingen. — Middelburg illustreerde verschillende tijdperken uit de geschiedenis der stad, sedert 1250. -— Leiden, waar de feesten eerst op 22 en 23 September werden gehouden, organiseerde een prachtigen allegorischen stoet met versieringen van het verleden der stad en den roem der universiteit. — Tilburg hield een tweeledigen optocht, hel verleden der stad en „Frederik Hendrik en zijn tijd.quot; Die stadhouder hield daarna cour plénière. — De optocht te Alkmaar was hoofdzakelijk allegorisch, evenals die te Sneek, te Bolsward, te Almelo, te Zutphen, Gouda, Schiedam, Kampen, Den Helder, Ti el, Wi nt er s wij k, Hilver su m, Te r neu z e n, Mi dd elharni s, Heu s den, Joure, Palk, G or red ijk. As sen del ft, enz. Doch in andere plaatsen was de optocht hoofdzakelijk van historischen aard. Zoo te Hoorn, waar het verleden der stad en P. C. Coen werd herdacht. — Te Enkhuizen deed Prins Willem I zijn intocht als in 1572; daar was bovendien een fakkeloptocht door visschers. — Edam deed alle beroemde bewoners en bezoekers van Edam sedert 1200 herleven. — Beverwijk belichaamde het tijdperk der privilegiën en dat van de Unie van Utrecht. — Franeker, eenmaal hoofdplaats van het gewest, vertoonde den intocht aldaar in 1498 van den Frieschen stadhouder Graaf Willebrord von Schaumburg, en Harlingen het bezoek, aan die plaats gebracht door

439

ocr page 476

44° FEESTVIERINGEN IN NEDERLAND EN IN DE KOLONIËN.

Albrecht van Beieren in 1398. — De Fricsche stadhouders in hunne betrekking tot Heerenveen—Oranjewoud, dat was het onderwerp te Heerenveen. — „Het tijdvak van Prins Willem Yquot;, dat te Z alt-Bom mei. — „De kroning van Pieter Corn. Hooft tot dichterquot; werd voorgesteld te Muiden, de historische plaats van den Muiderkring. — Te Schoonhoven deden ridders en edelen van Jacoha van Beieren na den slag bij Alphen een intocht. — Te Lisse echter hield Jacoba zelf haar blijde inkomst. — Zoo vertoonde Leerdam den intocht aldaar van Prins Willem I en Anna, gravin van Buren in 1551. — Koudekerk a/d. Rijn daarentegen vertoonde het bezoek van den prins aan het slot der graven van Poelgeest in 1572. — Het dorpje Leur in Noord-Brabant herinnerde zich te rechter tijd, dat het roem mocht opdragen op Adriaan van Bergen, den schipper van het historische turfschip waarmede Breda werd verrast, en andermaal bracht

Prins Maurits hem nu te Leur een bezoek, als in 1590. — Goes gaf een voorstelling van den intocht van Frederik Hendrik te's-Herto-genbosch na het beleg. — Laren (N.-H.) ging tot het verre verleden terug, o. a. door de vertooning van een Germaansche familie vóór 2000 jaar, van Gooische boeren in 1296 en een vergadering van „stad en lande van Gooilandquot; in 1404.

Toch zijn in deze opsomming nog lang niet alle optochten aangeduid. Oudekerk a/d. IJssel gaf een voorstelling van Oranje en Nederland, Hellevoetsluis van een bezoek waarop het hoopt, n.1. dat van Hare Majesteit de Koningin zelve. Zoo werd te A1 f e n a/d. R ij n een industriëele optocht gehouden, met medewerking van de nijveren aldaar, uit Aar lande I've en en Oudshoorn. Voorts te Monnikendam, te Slied recht, en o. a. in tal van Noord-Brabantsche, Zeeuwsche en Geldersche dorpen.

In enkele plaatsen werden blijvende gedenkteekenen opgericht. Zoo verrezen er Wilhelmina-fonteinen (o.a. te Rotterdam en te Breda). — Te Prinsenhage, in de oude baronie der graven van Nassau, werd een arduinen gedenknaald onthuld, opgedragen: „Aan de edelvrouwe van 's Princenhage, Baronesse van Breda, H. M. Koningin Wilhelmina.quot;

Het nationale feest, dat geheel Nederland vervulde, is feitelijk begonnen op 30 Augustus te Baarn toen de Koninginnen, van Soestdijk vertrekkende naar Den Haag, op feestelijke wijze werden uitgeleid. Het werd besloten op 30 September te Apeldoorn, waar de Koningin mede Haren Intocht hield zoo goed als te Amsterdam en in de Residentie.

ocr page 477

FEESTVIERINGEN ELDERS IN NEDERLAND EN IN DE KOLONIËN. 441

De koloniën, men weel het, zijn niet achtergebleven. In Oost-Indic vormde Batavia natuurlijk het brandpunt van alle feestbetoon. Hier als elders in Insulinde, namen ook inlanders en vreemde oosterlingen van harte daaraan deel. De Gouverneur-Generaal hield een audiëntie, waarop aller gevoelens werden kenbaar gemaakt, door vertegenwoordigers van de Europeesche bewoners, maar ook van een aantal voorname inlandsche potentaten op Java, Sumatra en Borneo. Bovendien verschenen de état-major van oorlogsbodems van Duitschland, Engeland en Siam, voor dit doel door hunne regeeringen naar Batavia gedirigeerd. Een ander belangrijk nummer van het lange feestprogram vormde de onthulling van het Atjeh-monument, te midden van het daaromheen aangelegde Wilhelminapark.

Te Soerabaja waren de feesten niet minder omvangrijk.

Als blijvend gedenkteeken werd daar aan den Ocdjong een ,,Wilhelmina-torenquot; opgericht. Te Sa ma rang en overigens in alle voorname plaatsen op Java werden de feesten met opgewektheid gevierd (bals, optochten,kinderfeesten,

inlandsche volksspelen, enz.). Zoo was het in de Vorstenlanden,

te Bandoeng en elders.

Te M a k a s s e r, te P a d a n g en te Kota Radja gaven de Gouverneurs en overal elders op de Buitenbezittingen de hoofden van gewestelijk bestuur, oflicieele recepties en werden allerlei feestelijkheden gehouden. We denken daarbij inzonderheid ook aan Me dan en aan INI en a do, waar de inlandsche christenbevolking, onder meer door een zeer eigenaardigen optocht, nieuwe bewijzen gaf van beproefde trouw aan het Nederlandsch gezag.

In Nederlandsch West-Indië, te Paramaribo, op Curasao en zelfs in een afgelegene kolonie als St. Eustatius werden door Nederlanders en inboorlingen blijken van feestvreugde gegeven.

Doch ook in andere streken van den aardbol werd het nationale feest herdacht: in de nederzettingen van Nederlanders in Noord-Amerika, in Zuid-Afrika vooral, en zelfs diep in het zwarte werelddeel, aan den Congo. Kortom, overal waar Nederlanders wonen, werd de Inhuldiging van onze Koningin het sein tot verbroedering en feestvreugde. En alom, van verre en nabij, in toespraken en zangen, in telegraphische gelukwenschen en hulde-adressen werd herhaald de heilwensch, die tegelijk een zegenbede is:

Leve Koningin Wilhelmina!

ocr page 478

DE ONTVANGST VAN DE PERS.

In de voorgaande bladzijden hebben we hier en daar gelegenheid gevonden, enkele uitingen weer te geven van vreemdelingen over sommige feestelijkheden. In het algemeen gesproken heeft de internationale pers lof en bewondering over gehad voor onze Koningin, voor de wijze waarop het nationale feest werd gevierd, voor het kunstgevoel en den smaak die zich uitspraken in de versieringen, enz. Door de aanwezigheid van eenige honderden journalisten, die als gasten de feesten bijwoonden, is de kennis van Nederlandsche toestanden en verhoudingen in den vreemde uitgebreid. Verschillende vooroordeelen zijn weggenomen en de waardeering voor ons land en volk is vermeerderd.

De veelomvattende taak om, in het welbegrepen nationaal belang, de vertegenwoordigers der pers te ontvangen en voor te lichten, werd ter hand genomen door den Nederlandschen Journalistenkring. Het bestuur van die vereeniging benoemde twee comité's, respectievelijk het eene voor de voorbereiding van de ontvangst van de binnenlandsche, het andere voor die van de buitenlandsche journalisten. In beide vormden bestuursleden van den Kring de kern.

Het binnenlandsche comité bestond uit de heeren; Dr. P. J. F. Vermeulen, eerste voorzitter; P. J. Appel, tweede voorzitter; J. H. Geerke, penningmeester en Mr. G. Keller Jr., secretaris. Zij werden bijgestaan door de heeren: W. F. Andriessen, Fokko Bos, E. W. de Jong, J. Timmer, R. C. Verweijck en M. Vierhout, allen te Amsterdam, benevens M. E. Belinfante uit Den Haag.

Uit den aard der zaak was de opdracht van het comité ter voor-

ocr page 479

443

bereiding van de ontvangst der buitenlandsche pers van grooter omvang en beteekenis. Daarin namen zitting: Dr. A. Kuyper, eerste voorzitter; D. A. van Waalwijk, tweede voorzitter; Jacques Deen, eerste secretaris; W. M. der Kinderen, penningmeester en C. K. Elout, tweede secretaris.

(In de feestdagen, bij de feitelijke ontvangst, werd dit comité nog uitgebreid met de heeren: Mr. J. Kalff Jr., A. G. C. van Duyl Jr. en J. F. L. de Balbian Verster).

Dit comité, dat we kortheidshalve „het buitenlandschequot; zullen noemen, richtte uitnoodigingen tot een aantal mannen van naam en gezag, om zitting te nemen in een eere-comité, dat alsnu werd samengesteld uit de heeren:

Jhr. Mr. J. Röell, oud-minister van buitenlandsche zaken, eerevoorzitter, Mr. C. Pijnacker Hordijk, oud-gouverneur-generaal van Ned.-Indië; Jhr. Mr.

T. A. J. van Asch van Wijck,

oud-gouverneur van Suriname;

Mr. S. A. VeningMeinesz, burgemeester van Amsterdam ; Mr. N.

P. v. d. Berg, pres. van de Nederlandsche Bank; B. Heldring, directeur van de Nederlandsche Handelmaatschappij; Aug. M. J. Hendrichs, president van de Kamer van Koophandel te Amsterdam; M. M. de Monchy, id. id. te Rotterdam; Mr. L. P. M. H. baron Michiels van Verduynen, regeerings-commissaris bij de Parijsche tentoonstelling in 1900: J. F. W. Conrad, Dr. H. J. A. M. Schaepman, Josef Israels, H. W. Mesdag, Dr. P. J. H. Cuypers, Mrg. L. C. L. Eijgenraam, hoofdredacteur van De Tijd; Mr. R. Macalester Loup, id. van Het Vaderland en Dr. J. Zaaijer, id. van de Nieuwe Rotterdainsche Courant.

Hare Majesteit de Koningin-Regentes, van een en ander in kennis gesteld, had goedgunstiglijk verklaard, ,,de pogingen, die werden aangewend om bij gelegenheid van de inhuldigingsplechtigheid van H. M.

ocr page 480

DE ONTVANGST VAN DE PERS.

de Koningin aan de buitenlandsche pers een waardige ontvangst te bereiden, zeer te waardeeren en toe te Juichen ; alsmede dat het Hare Majesteit aangenaam zou zijn, de werkzaamheden voor dit doel, die van den Nedeiiandschen Journalistenkring; zonden uitgaan, voor zooveel als zich daartoe de gelegenheid aanbiedt, te kunnen doen bevorderen.quot;

In opdracht van het bestuur van den Kring werd een aanvrage om subsidie van regeeringswege voor deze aangelegenheid, aan den Minister van Binnenlandsche Zaken opgezonden. Daarop werd een bedrag van f20,000 toegestaan. Toen later de vlootschouw als een nieuw nummer

op het officieel program verscheen, werd de genoemde som van regeeringswege nog met ƒ (000 verhoogd. Ook omdat het aantal journalisten veel grooter was dan men verwacht had. De gemeente Amsterdam stond bovendien ƒ10,000 toe, met de bepaling, dat dit bedrag vooral zou worden dienstbaar gemaakt aan een bezichtiging van de Amsterdamsche havenwerken en handelsinrichtingen. 1 och is dit plan in de feestweek niet verwezenlijkt kunnen worden, „wegens gebrek aan tijd.quot;

Van den beginne af heeft het buitenlandsche comité zich als hoofddoel voor oogen gesteld om in velerlei zin ons land goed bekend te maken.

Het hield zich onledig met de zorg voor de ontvangst der journalisten, vooreerst door de inrichting van een flink en ruim gebouw, dat in de feestdagen als werk- en vereenigingslokaal zou kunnen dienen voor allen, óók voor de Nederlandsche vakbroeders. Zoo werd het gebouw ,,Eensgezindheidquot; op het Spui afgehuurd en voor de maand September ingericht tot een Maison de la Presse.

Een andere werkzaamheid betrof de samenstelling van een handboek waarin de buitenlanders allerlei gegevens omtrent ons land bijeen zouden vinden : geschiedenis, handel en scheepvaart, politiek, financiën, onderwijs,

444

ocr page 481

DE ONTVANGST VAN DE PERS.

kunst, zeden en gewoonten, enz. enz. Door samenwerking van een aantal bekende specialiteiten in den lande kwam zulk een boek tot stand. Aanvankelijk bestond het plan deze uitgaaf gelijktijdig in drie talen te doen geschieden; wegens de hooge kosten moest men zich echter tot een Fransche editie bepalen, i)

Veelzijdige bemoeiing en zorg vereischten voorts de uitnoodigingen aan de bladen in den vreemde. Door het comité werden invitaties gezonden aan de voornaamste bladen in verschillende landen, maar de belangstelling bleek, zooals gezegd, veel grooter dan men verwacht had. In verband met de geldmiddelen en tevens met de beschikbare plaatsen bij verschillende gelegenheden, moesten eenige beperkende maatregelen worden genomen.

De gedelegeerden der buitenlandsche pers kregen vrij vervoer eerste klasse op de lijnen der beide groote spoorwegmaatschappijen, die tevens bij verschillende gelegenheden extratreinen ter hunner beschikking-stelden. De Amerikanen werden door de „Holland—Amerika lijnquot; kosteloos overgebracht en evenzoo geschiedde de overtocht van Queensborough naar Vlissingen en terug, voor de Engelsche gedelegeerden gratis.

In het geheel was de internationale pers door ongeveer 160 personen vertegenwoordigd, dames zoowel als heeren. Daarbij waren ongeveer 30 leden van het Internationaal Perscongres, dat in dezen herfst te Lissabon zou worden gehouden.

Wat de verschillende landen betreft, welke vertegenwoordigd waren door mannelijke en vrouwelijke journalisten of teekenaars, het aantal personen kon naar den landaard ongeveer als volgt worden verdeeld: 22 Belgen, 4 Denen, 17 Duitschers, 22 Engelschen, 39 Franschen, 6 Italianen, 1 Luxemburger, 8 Oostenrijkers en Hongaren, 1 Portugees, 4 Russen, 1 Spanjaard, 1 vertegenwoordiger van Transvaal, 9 Noord-Amerikanen, 9 Zweden en Noren, 4 Zwitsers.

De vertegenwoordigers der Nederlandsch-Indische bladen (4 personen voor 4 bladen) waren onder de binnenlandsche pers opgenomen.

1) Les Pays-Bas. Manuel en deux parties (I Aper^u 95 pages, tl Esquisses 499 p.) Het werd uitgegeven door den Nederlandschen Journalistenkring en verscheen, in een beperkten oplaag, bij de firma A. \V. Sijthoff te Leiden.

44 ï

lt;7

ocr page 482

DE ONTVANGST VAN DE PERS.

Gedurende de feesten werden de vertegenwoordigers der pers verschillende faciliteiten verleend, ook van overheidswege. Zoo werden door de zorgen van het Amsterdamsche gemeentebestuur afzonderlijke tribunes gebouwd; voor de leden der Nederlandsche pers een op het Frederiksplein, voor de buitenlandsche pers een boven op het Komman-dantshuis. Door bemiddeling van de beide comité's, werd van politiewege aan alle journalisten een eenvoudig insigne verstrekt, een stervormig draagteeken ;.;,aan een rood-zwart lintje, dat als passe-partout groote

diensten bewees en overal werd geëerbiedigd.

Ook door de besturen van de posterijen en de telegraphie waren verschillende maatregelen genomen ten gerieve van de vreemdelingen.

Te 's Gravenhage had tie plaatselijke afdeeling van den Kring een afzonderlijk comité van ontvangst gevormd, waarin zitting hadden de heeren: J. Doorman, P. A. Haaxman Jr., M. van Raalte, A. C. A. van Vuuren, M. E. Belinfante en A. G. Biemond.

Bij den Intocht was in de Koekamp een tribune voor de pers opgericht, en het gemeentebestuur luid welwillend eenige zalen in de Teekenacademie ter beschikking gesteld van het Haagsche subcomité. Daar vonden de vertegenwoordigers der pers een gelegenheid als in het Maison de la Presse te Amsterdam. Het straks bedoelde draagteeken werd ook in den Haag geldig verklaard en verschafte hetzelfde gemak.

De vertegenwoordigers der pers zijn in grooten getale tegenwoordig geweest bij de verschillende plechtigheden en feesten, behoorende tot het officieele program. Bovendien namen zij nog deel aan een aantal feestelijkheden ter hunner eere gegeven. Hiervan ten slotte een kort overzicht.

ocr page 483

DK ONTVANGST VAN DE PERS.

Zaterdag' 3 Sept. Des avonds Receptie in het Muison de la J'ressc, door het Bestuur van den Kring met de comité's van ontvangst en het Eere-Comité.

Zondag 4 Sept. Raout ten huize van den Burgemeester van Amsterdam.

Dinsdag 6 Sept. 's avonds. Feestmaal aangeboden door het gemeentebestuur van Amsterdam. Het werd gehouden in de zalen van Artis, onder leiding van den wethouder Mr. J. N. van Hall.

Vrijdag 9 Sopt. Dos namiddags, receptie door het Haagsche subcomité in de Teeken-Academie.

Zaterdag 10 Sept. Excursie in Noord-Holland; per extratrein van Amsterdam naar Kwadijk, van daar met boerenwagentjes door den 1'urmer naar Edam, waar een „keuze-tentoonstelling'' van Noord-Hollandsch vee en een geïmproviseerde kaasmarkt werden gehouden; déjeuner in het Raadhuis te Edam; rijtoer naar Volendam, vandaar in botters naar Marken en :s avonds per stoomboot naar Amsterdam terug.

Maandag 1 2 Sept. Den Haag. Afternoon-tea ten huize en in het atelier van H. W. Mesdag. Des avonds, receptie door en ten huize van den eere-voorzitter Jhr. Mr. J. Röell.

Dinsdag 13 Sept. Feestbanket in het Kurhaus te Scheveningen, waarbij aanzaten de minister Goeman Borgesius, Cort van der I,inden.

Woensdag 14 Sept. Tocht in de omstreken van Arnhem. Rijtoer in de omstreken van Arnhem, met déjeuner te Middachten.

Vrijdag 16 Sept. Boottocht op de Maas en den Nieuwen Waterweg onder leiding van den Rotterdamschen handel. Na afloop diner, door de gemeente Rotterdam aangeboden, in de Diergaarde.

447

Zaterdag 17 Sept. Vertrek van de deelnemers aan het Journalistencongres, naar Lissabon, met de mailboot Koningin Regentes van de stoomvaartmaatschappij ,,Nederland.

J. F. L. DE BALBIAN VERSTER

ocr page 484

1NHULD1GINGS-PENNINGEN VAN H. M. KONINGIN W1LHELM1NA

door

JOH. VV. STEPHANIK.

Op bladzijde 2(v van dit Gedenkboek mochten wij er reeds op wijzen, dat de Inhuldiging van H. M. Koningin Wilhklmina samenvalt met eene herleving van de penningkunst ten onzent. Wij toonden daar aan hoe de penningbeeldenaars, na een tijdvak van verval te hebben doorgeworsteld, thans van een herlevend kunstgevoel getuigen en blijk geven van de hoogere vlucht, die onze kunstenaars op dit gebied nemen. Toen trachten wij in eenige woorden de richting aan te geven, die onze kunstenaars beginnen te volgen; wij zullen nu zien welke stukken wij aan die kunstherleving te danken hebben.

Vooreerst ontmoeten wij den fraaien gedenkpenning, dien H. M. de Koningin-Moeder heeft doen vervaardigen, naar ontwerpen van de heeren Barf van Hove en C. J. Begeer.

Uit naam van H. M. de Koningin-Weduwe Regentes werden begin januari 1897 de heeren: A. J. van Delden, Direkteur van de Akademie van Beeldende Kunsten, Dr. H. J. de Dompierre de Chaufepié, Direkteur van het Kon. Kabinet van Munten, Penningen en Gesneden Steenen, J. Ph. van der Kellen, Raad-Adviseur bij 's-Rijks Museum, Jhr. S. M. S. de Ranitz, Partikulier Sekretaris van H. M. de Koningin-Weduwe Regentes en Jhi. Mr. Victor de Stoers, Referendaris bij het Dep. van Binnenl. Zaken uitgenoodigd zich tot commissie tevens jury te vormen, ten einde het slaan van eenen inhuldigingspenning voor te bereiden en

ocr page 485

inhuldigingspknningen van h. m. koningin wilhelmina. 449

te doen uitvoeren, met dien verstande echter dat Hare Majesteiten zich uitdrukkelijk de eindbeslissing voorbehielden. In deze jury nam de heer Jhr. S. M. S. de Ranitz het sekretariaat waar; zij vergaderde voor 't eerst op januari en richtte den i2equot; februari aan alle nederlandsche en in Nederland gevestigde kunstenaren den oproep, om aan een' prijskamp deel te nemen. Verlangd werd: modellen in gips van 20 cM., dienstig voor een' penning van 6 cM. middenlijn. Vereischten waren: voor de voorzijde de beeltenis van H. M. Koningin Wilhelmina, voor de keerzijde het koninklijk wapen met schildhouders en mantel, al of niet omgeven door de wapens der provinciën, of wel eene symbolische of eene allegorische voorstelling.

Hiervoor verkregen de mededingers verlof in bruikleen aan te vragen eene fotografie van H. M. Koningin Wilhelmina in profiel genomen en ter hoogte van 10 cM., terwijl de jury zich 't recht voorbehield de voorzijde en de keerzijde afzonderlijk te beoordeelen.

Op den sluitingsdag, 1 juli 1897, waren 39 ontwerpen ingekomen, van welke die der volgende heeren eene eerste bekroning verwierven :

J. Hendr. Baars te Amsterdam en C. J. Begeer te Utrecht ieder voor 1 voorzijde en 1 keerzijde,

Bart van Hove te Amsterdam voor 1 voorzijde en J. Kuyper te 's-Gravenhage voor 1 keerzijde.

Deze heeren werden uitgenoodigd een definitief ontwerp te boet-seeren en dat vóór 1 januari 1898 in te zenden. H. M. de Koningin stemde er later in toe voor de heeren Baars en van Hove te poseeren.

Na den tweeden wedstrijd verdeelde de jury de prijzen als volgt:

Voorzijde: i0 prijs ontwerp van den heer Bart van Hove.

2° » » » » » J. Hendr. Baars.

Keerzijde: iü » » » » » C. J. Begeer.

2u » » » » » J. Hendr. Baars.

30 » » » » » J. Kuyper.

Hare Majesteiten vereenigden zich met 't oordeel van de jury en gaven dienovereenkomstig last den penning naar de met den i0quot; prijs bekroonde on werpen te doen vervaardigen.

ocr page 486

De kunstenaar Tasset te Parijs (me Seguier 3), beroemd door zijne volmaakte reduktie-graveermachines, vervaardigde de twee stempels, waarmede de Koninklijke Utrechtsche Fabriek van Zilverwerken, firma C. J. Begeer, de metalen afslagen maakte en wel 1 ^ in goud, 200 in zilver en óoo in brons. Namens H. M. de Koningin werden zilveren exemplaren aan de gezanten, aan de kamerheeren en aan de kommandanten en vaandelwacht der eerewachten, bronzen aan de leden der feestkommissies en der eerewachten vereerd.

Behalve dezen artistieken gedenkpenning, waaraan de heeren van Hove en Begeer blijkbaar col massimo amore gewerkt hebben, deden Hare Majesteiten ook eenen draagpenning vervaardigen.

De voorzijde van dit stuk werd ontworpen en geboetseerd door den jeugdigen beeldhouwer Joh. H. P. Wortman (f 9 augustus 1898

ocr page 487

inhuldigingspenningen van h. m. koningin wilhelmina. 4?!

te Ariccia bij Rome) — de keerzijde in de Koninklijke Utrechtsche Fabriek van Zilverwerken, firma C. J. Begeer, waar ook de beide stempels en 400 bronzen afslagen gemaakt zijn.

Deze penning, voorzien van oog en ring, hangt aan een lint: oranje, gedeeld door eene breede streep van nassausch blauw en is op } i augustus 1.1., namens Hare Majesteiten, aan alle leden van de hofhouding en aan het vaste dienstpersoneel van 't Hof geschonken geworden.

Zooals wij op de bladzijden 227 en volgende van dit Gedenkboek gezien hebben, vormde vroeger het uitwerpen van den strooipenning steeds een vast nummer voor het inhuldigingsprogramma — hetzij dat de stukken door den ingehuldigde zelf of op diens last tusschen 't jubelend volk werden uitgestrooid. Zoo geschiedde het nog in 1814 en ' 1 ^, in 1840 en in 1849.

Echter de herinnering aan de vele ongeregeldheden en ongelukken, die daarbij in 1849 zijn voorgevallen, waarschijnlijk versterkt door de gedachte aan de ramp van 't Khodynskoïé polé (Moskau 30 mei 1896) noopte de Regeering van dit gebruik af te wijken en eene andere verspreiding van het gedenkstuk te bewerkstelligen.

De vroegere strooipenning, thans officieel »inhuldigingspenningquot; geheeten, werd op last van de Regeering aan 's-Rijks munt te Utrecht

ocr page 488

4^2 1nhuldigingspknn1ngen van h. m. koningin wilhelmina.

op eene muntpers geslagen en wel ten getale van 100,000 stuks in goudbrons (chrysokal).

De voorzijde is ontworpen en geboetseerd door onzen amsterdam-schen 22-jarigen beeldhouwer en medailleur J. Hendr, Baars (Ceintuurbaan 248). Ter rechtvaardiging van den kunstenaar diene hierbij aangemerkt, dat zijn ontwerp door den penning slechts gebrekkig is weergegeven. De fraaie letters van 't omschrift zijn vervangen door boekdruktypen, de naam des ontwerpers is weggelaten en de ster gewijzigd.

De keerzijde, ontworpen door den heer Jhr. Mr. Victor de Stuers, is geboetseerd door den heer J. Pu. M. Menger, stempelsnijder aan 's-Rijks Munt, alwaar ook beide stempels vervaardigd zijn.

Van bovengenoemd aantal zijn 7^,000 stuks kosteloos toegezonden aan de Commissarissen der Koningin in de provinciën, ter uitdeeling op de openbare en bizondere lagere scholen, aan den Kommandant der Marine te Amsterdam, aan den plaatselijken Kommandant en den Burgemeester aldaar en aan den Burgemeester van 's-Gravenhage. De overige 2^,000 zijn verkocht aan den hoogsten inschrijver, den heer Eduard Goudsmit, Wijnhaven 14? te Rotterdam, ter wederverkoop; daarbij kreeg deze het uitsluitend recht zoovele gouden en zilveren exemplaren te bestellen en te verkoopen als hij zoude wenschen.

Tot september '98 waren door 's-Rijks Munt aan den heer Goudsmit afgeleverd: 2^3 gouden en 6^03 zilveren exemplaren — alle geslagen niet op eene munt-, maar op eene medaillepers.

Bovenstaande penningen verschenen vóór of op ^ 1 augustus, verjaardag van Hare Majesteit. Zien wij thans welke stukken bij de inhuldigingsfeesten te Amsterdam en te 's-Gravenhage 't licht zagen.

Namens het »Centraal Comité uit de Hootd-Commissie van Amsterdam s Ingezetenen voor de Feestelijke Ontvangst van H. M. de Koningin,

ocr page 489

inhuldigingspenningen van h. m. koningin wilhelmina. 4 c 3

bij gelegenheid van Hr. Ms. aanstaande Inhuldigingquot;, noodigden de heeren Jhr. C. H. Backer, Voorzitter en Mr. Frank K. van Lennep, Sekretaris, in maart 1897 eenige heeren uit, ten einde besprekingen te houden over een' voor 1898 te vervaardigen gedenkpenning.

Deze nieuwe Kommissie, bestaande uit de heeren;

C. L. Dake, Hoogleeraar aan de Rijks-Akademie van Beeldende Kunsten, Bart van Hove, Direkteur van de Vereeniging ,,Quellinusquot;,

J. R. de Kruijff, Direkteur van de Rijks-School voor Kunstnijverheid, Joh. W. Stephanik, Sekretaris van het Nederlandsch Genootschap voor

Munt- en Penningkunde,

benevens de beide bovengenoemde heeren, hield den 31™ maart hare eerste bijeenkomst in 't Muntgebouw. Na tal van besprekingen schreef zij in juni d. a. v. eene prijsvraag voor nederlandsche kunstenaren uit, waarop 1 november 1897 (dag van sluiting) 20 antwoorden waren ingekomen.

Hiervan oordeelde de commissie de Nquot;s. 4, 6 en 12, die later bleken vervaardigd te zijn door de heeren; Johan Keller, Britonstreet j, Leicester (England), L. F. Edema van der Tuuk, N. Z. Voorburgwal 20, Amsterdam en J. C. Wienecke, avenue de Ségur 43, Paris, als de bestgeslaagden en motiveerde hare keuze in een uitvoerig procesverbaal dat zij der Hootd-Kommissie aanbood.

Nadat de bekroonden hunne ontwerpen volgens de wenken der jury gewijzigd en voltooid hadden, viel den 181quot; april 1898 de einduitspraak, waarbij het ontwerp van den heer Wienecke den eersten prijs verwierf en tot model voor de aan te maken gedenkplaat gekozen werd.

Wij wenschen den heer Wienecke, onzen begaafden landgenoot, die zich sedert eenige jaren te Parijs in 't penningboetseeren bekwaamt, geluk met zijn welgeslaagd ontwerp.

De uitvoering van stempels en afslagen werd opgedragen aan de Koninklijke Utrechtsche Fabriek van Zilverwerken, firma C. J. Begeer te Utrecht, die 2 exemplaren in goud, 30 in geoxideerd zilver, 300 in brons en 100 in gepatineerd tin afleverde.

Aan H. M. de Koningin werd een exemplaar in goud, een in zilver en een in brons aangeboden en evenzoo aan H. M. de Koningin-

^8

ocr page 490

in huldig ingspf.nn1ngen van h. m. koningin wii.helmina.

Moeder. Beide drietallen lagen in rijk versierde doozen van gesneden ivoor en rood perkament, vervaardigd door onzen kunstenaar, den heer C. A. Lion Cachet (Willemstraat 186, Amsterdam). De andere exemplaren zijn aan kommissieleden en aan verzamelingen vereerd.

Allegorische voorstelling van het feestvierend Amsterdam. De Amster-damsche Maagd, steunende op een mast, waaraan 't wapen der stad en vergezeld van den Nederlandschen Leeuw, wuift met een palmtak naar de versierde Nieuwe Kerk. Op den voorgrond de zinnebeelden van zeevaart, landbouw, handel en nijverheid; op den achtergrond de stralen der opgaande zon.

Het Centraal Comité wilde daarenboven in ruimen getale een gedenkstuk verspreiden, dat tevens geschikt zou zijn om tijdens de feesten de borst te sieren. Het koos daartoe een' draagpenning, door de firma J. A. A. Gerritsen te Amsterdam verkrijgbaar gesteld en vervaardigd naar modellen van den amsterdamschen beeldhouwer L. F. Edema van derTuuk.

4H

ocr page 491

inhuldigingspenningen van h. m. koningin wilhelmina. 4^ ^

Deze penning met oog en ring, waaraan een oranjelint met veiligheidsspeld en verpakt in een net doosje, waarop de trekletter W, werd benevens andere geschenken, daags voor de inhuldiging aan alle leerlingen der openbare lagere en daarmede gelijkgestelde bizondere scholen van Amsterdam uitgereikt. 76,000 exemplaren in verzilverd koper vonden op deze wijze verspreiding.

Vrijdag 9 september verlieten Hare Majesteiten het jubelend Amsterdam om in de residentie den blijden intocht te houden. Op den intocht zelf is geen penning geslagen, wel hebben de feesten die te 's-Gravenhage der Koninginnen bereid waren ons gedenkstukken nagelaten. Deze zullen wij hier opnemen aangezien Hare Majesteiten bij deze feesten zijn tegenwoordig geweest.

Op uitnoodiging van de »Feest-Commissie voor de Inhuldigingsfeesten te 's-Gravenhagequot; had de Algemeene Nederlandsche Wielrijders-Bond een bloemencorso georganiseerd, als grootsche huldebetooging van de nederlandsche wielersport aan H. M. de Koningin. Dit corso had op 10 september in tegenwoordigheid van Hare Majesteiten te's-Gravenhage plaats.

De draagpenningen, evenals de uitgeloofde prijspenningen, vervaardigd in de Koninklijke Utrechtsche Fabriek van Zilverwerken, firma C. J. Begeer, zijn geslagen met geheel nieuw ontworpen stempels, die na den slag zijn vernietigd.

ocr page 492

4^6 INHIII.DIGIN GS PENNINGEN VAN H. M. KONINGIN WILHELMINA.

Alle deelnemers (700) oan dit corso ontvingen den volgenden draagpenning.

De gouden, verguld zilveren, zilveren en bronzen prijspenningen zijn uitgereikt aan de bekroonden van de zes afdeelingen (A Pquot;), waaruit de stoet bestond.

De Holl. Maatschappij van Landbouw, afdeeling 's-Gravenhage, had een Concours Hippique georganiseerd, dat op 13 september in het Malieveld te 's-Gravenhage gehouden werd. De prijzen voor de verschillende nummers bestonden uit gouden, verguld zilveren, zilveren en bronzen penningen zooals die telken jare op de tentoonstellingen der afdeeling worden uitgereikt.

Alleen Nquot;. 3 van 'tafwisselend programma: ,,De Elf Provinciën, ,,voorgesteld door eene boerin en een boer, in nationaal costuum, uit ,,elke provincie, gezeten op een twee- of vierwielig voertuig,quot; maakte eene uitzondering. Elk der 40 deelnemers aan dit nummer verwierf

ocr page 493

1

De voorzijde, verre van schitterend, is geleverd door de firma P. Mansvelt amp; Zoon te 's-Gravenhage. De keerzijde draagt den beeldenaar van den gewonen jaarlijkschen prijspenning.

Vóór 't vertrek van de verslaggevers der buitenlandsche dagbkiden, vereenigden zich de journalisten op 15 september aan een feestmaaltijd in de groote tooneelzaal van het Kurhaus te Scheveningen.

Tijdens hét dessert werd den aanwezigen eene aardige verrassing bereid door den heer Anth. Begeer, die mede aan tafel was. Deze, direkteur der Koninklijke Utrechtsche Fabriek van Zilverwerken, bood aan de ruim 240 aanzittenden een bronzen gedenkpenning aan, die door allen waardeerend werd aanvaard.

inhuldigingspenningf.n van h. m. koningin wilhelmina. 4^7

I

ocr page 494

inhuldigingspenningen van h. m. koningin w1lhelmina.

Het is zeker eene groote onderscheiding voor den bovengenoemden jongen kunstenaar, den heer J. Hendr. Baars, van H. M. de Koningin de opdracht te hebben ontvangen voor 't ontwerpen en boetseeren van de verschillende prijspenningen, die door Hare Majesteit aan tentoonstellingen, wedstrijden enz. worden geschonken. Zij zullen met verschillende keerzijden en in verschillende grootten worden uitgegeven; tot dusver is slechts de penning voor tentoonstellingen vastgesteld.

Genoemde medailleur maakte ook voor het Ministerie van Binnen-landsche Zaken de ontwerpen en boetseersels van den draagpenning ,,Voor Menschlievend Hulpbetoonquot; en „Voor verdiensten jegens 's-Rijks Museaquot;. De stempels leverde Fernand Dubois te Brussel.

Deze draagpenningen zijn geslagen aan 's-Rijks Munt te Utrecht. Het K. B. van 24 mei 1897 omschrijft ze als volgt:

„Ronde gouden, zilveren en bronzen draagpenningen van 30 m.M. „middellijn (door 't K. B. van 22 juni veranderd in 34 m.M.), ver-„toonende een verheven krans van eikenbladeren, waaraan bevestigd „is eene koninklijke kroon van gelijk metaal, en aan de voorzijde de „beeltenis van H. INI. de Koningin met het omschrift: „Wilhelmina „Koningin der Nederlandenquot;, en aan de keerzijde het randschrift: „Voor Menschlievend Hulpbetoonquot; en het woord ,,aanquot;, waaronder „telkens de naam van den begiftigde zal worden gegraveerd.quot;

De Museumpenning onderscheidt zich alleen van den zoogenaamden redderspenning door een ander randschrift op de keerzijde. Beide worden gedragen op de linkerborst aan een ontnje-moiré lint van 3 cM. breedte, met eene roede bies van 7 m.M. in 't midden.

Behalve bovenstaande officieele of half-officieele stukken zijn er nog een groot aantal gedenk- en vooral draagpenningen verschenen, door lokale feestkommissies uitgegeven of door binnen- en buitenlandsche graveurs in den handel gebracht. Wij deden slechts een greep in de massa.

Het bestuur van t Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde te Amsterdam heeft eene kommissie benoemd om al deze penningen bijeen te zamelen en hiervan eene uitvoerige beschrijving saam te stellen.

ocr page 495

inhuldigingspenningen van h. m. koningin wllhelmina.

Deze beschrijving, verlucht door tal van afbeeldingen, zal over eenige weken door het Genootschap worden uitgegeven.

Wij kunnen echter niet nalaten hier het draagteeken te laten volgen, dat den leden van 't »Hoofd-Coniité voor de Inhuldigings-feesten te VGravenhagequot;, in zilver aan driehoekig oranje-lint, ter onderscheiding diende.

4S9

Dit fraaie stuk werd ontworpen door den heer H. J. C. van Gemund, assistent aan 't Koninklijk Kabinet van Munten, Penningen en Gesneden Steenen te 's-Gravenhage, naar aanwijzingen van den direkteur van genoemd kabinet, den heer Dr. H. J. de Dompierre de Chaufepié.

Dit draagteeken is vervaardigd in de Kon. Utrechtsche Fabriek van Zilverwerken, firma G. J. Begeer, in goud, zilver en brons.

ocr page 496

INHULDIGINGSPENNINGEN VAN II. M. KONINGIN WIIHELMINA.

Een exemplaar in alle drie metalen werd aan H. M. de Koningin aangeboden. De zilveren exemplaren zijn gedragen, terwijl de bronzen aan eenige verzamelingen geschonken zijn.

Voor de nieuwe prijspenningen met 't borstbeeld van Hare Majesteit, voor de gedenkpenningen van de volkswedstrijden en de postduiven-wedvlucht achter 't Rijksmuseum (7 sept.) en voor de vele andere penningen, gedenkplaten, draagteekens enz., zeker een 200-tal, moeten wij kortheidshalve naar de bovengenoemde uitgave van het Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde te Amsterdam verwijzen.

ocr page 497

NAAMLIJST VAN PLAATSELIJKK FEESTCOMMISSIES.

HOOFD-COMMISSIE VAN INGEZETENEN

voor de Feestelijke ontvangst van Hare Majesteit de Koningin te Amsterdam, bij gelegenheid van Hr. Ms. Inhuldiging binnen Amsterdam in 1898.

I'.ekk-Vookziïtk.k : Mr. S, A. Vening Meinesz, Ihiygetneeshr van Amsterdam.

CENTRA AL-COMITÉ.

BUREAU.

JiiR. Mr. C. If. Backer, Voorzitler.

Mr. N. P. van den Berg, I 'ire- Voorzit/er.

VV. j. Geertsema, Penuingmeesler.

]\1r. Frank K. van Lennep, Secretaris.

Jhr. Mr. W. G. Dedei..

S. 1'. van Keg 11 en.

A. K. P. F. R, van Hasselt.

LEDEN.

Prof. Mr. D. Josei'hus JiTTA. I Joan II. Schmitz.

j\Iilt;. H. L. M. Luden. Mr. W. Baron Röei.i..

j mr. Mr. t'. j. den Tex. Martin Woi.fk.


LEDEN DER HOOFD-COMMISSIE.

A. J. C. S. J. Bergsma. Dr. C. F. J. Blooker. J. \V. Boellaard tot

Herwijnen. L. G. Baron v. Boet/.ei.aer. Ch. Boissevain. j. Boissevain.

Mr. M. G. J. Boissevain. C. ten Bosch. G. H. Breitner. Dr. J. Campert. C. L. Dake.

j. H. van Keghen.

P. van Eeghen.

Mr. D. P. D. Fabius.

A. N. J. Fabius.

P. R. Goudschaal.

Bern. L. Gompertz.

N. van Harpen.

Aug. M. J. Hendrichs.

J. B. Hillen.

F. A. Hoeker.

J. G. F. van Houtum.

B. van Hove.

Dr. J. H. IT. Hülsmann.

('. j. Jansen.

K. Kater.

Dr. C. Kekmert.

A. P. Klercq.

j. F. Klinkhamer.

vv. Kromhout.

Dr. A. Kuvper.

Dan. de I.ange.

AIr. Iquot;.. J. Everwijn Lange.

A. Langkêmper.

J. W. Leonhardt.

J. Meursinge.

Mr. 1'quot;. Ai.ting Mees.

Dr. IT. I'. Meijer.

P. Mom.

(ï. Muller.

P. N. Muller.

C. Muijsken.

P. A. L. van Ogtrop.

Mr. IT. J. van Ogtrop.

W. C. J. Passtoors.

A. Post.

Mr. IT. P. G. Quack.

Mr. E. N, Rahusen.

ii. de Ranitz.

Mr. F. J. M. A. Rekkers. W. Reijenamp;a T'zn. W. Rooseboom.

Jiik. Mr. j. \V. IT. Rutgers van Rozenburg. K. h. schadd.

A. Rkijding. J. II. Scholten. P. ,E. Tegelberg. Dr. J. 'I'kixeira de Mattos. Mr. N. J. den Tex. I (5. A. Baron T'indai.. Mr. J. F. van Valkenburg, Dr. P. J. F. Vermeulen. Dr. J. T11. de Visser. Mr. (j. V issering. Mr. W. van der Vi.iet. R. W.J. C. v. d. Wall Bake. J. h. van Wely. J. Coninck Westenberg. Mr. IT. K. Westendorp. i Mr. F. Tii. Westerwoudt.

a


ocr page 498

NAAMLIJST VAN PLAATSELIJKE FEESTCOMMISSIES.

AALSMEER. J, G. Heydanus, Voorz.', L. van CleeiT Jzn., Petm.; J. M. Ncomagus, Secr. AARLANDERVEEN lage zijde. J. W, v. d. Lee, Eere-Voorz.) J. van Borssum Waalkes,

Vcorz.; Jb. Ilagc, Secr.-, A. P. Tolk, Petm.

AARLANDERVEEN (Dorp). J. W. van der Lee, Eere-Voorz.\ l'. Maats a Stuling,

Voorz.', P. van der Lijn, Secr.-, B. W. Knape, Petm.

ALFEN Z. H. J. v. Dijk, Eere-Voorz.-, S, van Velzen, Voorz.; W. K. F. Zwierzina, Vice-Voorz.; H. Overes en N. D. Kemink, Penn.; S. van Baclmm de Boer, Secr.

ALKEMADE. F. H. van Wichen, Eere-Voorz.; 11. Bakker, Voorz.; S. van Riuten, Penn.; J. Hendrix, Secr.

ALKMAAR. A. Maclaine Pont, Eere-Voorz.; Mr. A. M. de Lange, Voorz.; C. J. Canters, 2e Voorz.; H. P. Ibink Meienbrink, Secr.; J. Hoek, 2c Secr.; Mr. W. F. A. VerhoefE, Penn.; 11. J. de Groot, G. de Groot Jz,, Jb. Masdorp, H. van den Berg. ALMELO. A. F. Graaf v, Rechteren Limpurg, Eere-Voorz.; E. A. Kingma, Voorz.;

Mr. van Boneval Faure, 2e Voorz.; N. Fr. Snel, Secr.; J. J. van den Broek, je Secr.; 11. Koopmans, Penn.; Mr. J. v. W. Palthe, A. A. W. v. W. Paltlie, J. Hagedoorn, L. Uilenreef, F. 11. A. Reigers, F. ten Bruggencate, G. Matten, AMERONGEN. G. J. C. G. Graaf van Aldenburg Bentinck, Eere-Voorz.; II. Spruijt,

Voorz.; A. Abbema, Penn.; G. Uijt den Boogaard, Secr.

AMERSFOORT. Mr. F. I). Graaf Schimmelpenninck, Burgemeester, W. L. de Petit, Ivolonel Garniz. Command., A. M. Tromp v. Moist, Maj. Command. Schutterij, Eereleden; M. L. Celosse, Voorz.) J. Sinnige, 2e Voorz.; M. ). Croockewit, Penn.; Jhr. \V. II. J. van de Poll, Secr.; P. J. Frederiks, 2e Secr.; E. C. Boogaert, J. van den Brink, 11. C. van Dam, A. M. Drijfhout v. Moff, O. G. M. Heldring, J. van der Morst, S. Meijers, ). L. van der Moer, C. B. Kok, M. van Kuijk, M. van Lingen, G. Prins, Jhr. Mr. B. W. Th. Sandberg, j. A. Schoterman, F. Wesseling, B. A. van Ruijven.

APELDOORN. H. P. J. Tutein Nolthenius, Eere-Voorz.; Jhr. W. Bas Backer, Notaris te Zwolle, Eere-Lid; Bruno Tideman, Voorz.; D. Hendrikus Idsinga, Secr.; J. H. Steghgers H.J.zn., Penn.; G. J. van Dijk, Chris Wegerif; Leden: G. E. H. Tutein Nolthenius, H. J. van der Burg, H. C. Rant, L. P. S. van Loenen, W. J. Hakkert, D. C. L. Neelmeijer Jr., H. Ph. Buysman, J. J. M. Ulrich, J. Homan Albarda, Jhr. D. Bas Backer, W. A. F. Zack, W. Lieman, B. D. Bruggeman, R. Kerkhoven, J. van der Ben, G. de Zeeuw, M. Levert, W. H. Wind, \V. van Enst B.J.zn., H. T. Daendels Jr., P. Oldenhof, G. H. Rietberg, Mr. W. Wiersma, B. Landaal, T. Dalhuisen, J. van Ravenhorst, A. Pull ter Gunne, M. J. van Alphen, H. J. Eijkelboom, J. de Horst, Dr. S. J. van Nooten, P. J. Weebers, S. Wijma.

ocr page 499

NAAMLIJST VAN PLAATSELIJKE FEESTCOMMISSIES.

APPINGADAM. B. B. Verkade, Voorz.; B. Clevcringa, Pemi.; W. Holscher, Secr. ARNHEM. D. J. A. A. van Lawick van I'abst van Nijevclt, Burgemeester, Kere- Voorz.;

Mr. F. N. L. Aberson, Voorz. ; A. S. van Oldenborgh, 2e Voorz.; M. A. Sipman, Sect'.', W. G. van der Wal, 2e Secr.', Mr. II. M. Wolff, ie Penn.\

A. ). L. Sprengcr, 2e Pciin.\ Ilt;. H. C. Beijens, V. (J. A. lioscb, J. M. Campbell, A. M. Cnopius, W. K. F. du Croo, Ch. J. Engelberts, N. J. A. P. H. van Es, W. F. van Essen, Mr. II. W, j. Fockema, A. R. Freem, J. H. Geerlings, G. J. de Greef, W. F. Hesselink, G. J. Hooijer, R. van dei-Horst, Pb. J. Ketner, J. M. Kleijn, A. Knoops, 11. G. Knoops Jr., Rich. Kolfschoten, O. A. Koorevaar, II. van Lohuizen, A. Markus, F. K. Ozinga, G. André de la Porte Jr., Dr. A. E. Post, H. N. Ravesteijn, C. G. de Roos, P. Ribbius, Jbr. A. G. Sickinghe, jM. Temminck, Mr. J. Baron van Tuijll van Serooskerken, G. F. Verhorst, Mr. M. van Gelein Vitringa, A. Voorbrood, )hr. C. L. W. C. van der Wijck.

ASSEN. Jhr. Mr. P. ). van Swinderen, Commissaris der Koningin en E. Mac T.eod, Luit. Kol. Commandant van het ie Reg. Infanterie, Eere- Voorz.; M. A. 1). I olies. Burgemeester, Voorz.-, K. Hennes, dir. officier van gezondheid, 2e Voorz. Mr. J. G. Westra van Holthe, Pe/111.; J. H. Diephuis, Secr.; J. van Ealen Hz., T. Boonstra, A. B. F. Feickens.

ASTEN. G. M. Frencken, Burgemeester, J. W. Smits, Pastoor, D. Kooien, Pastoor, Ommel, gemeente Asten, W. Bluijssen, lid der l'rov. Staten van Noord-Brabant, fiere-Voorz.; Ant. Bluijssen, Voors.; F. Smit, 2e Voorz.; J. van der Zee, Penn.; J. II. Joosten, Secr.; F. van Lieshout, 2e Secr.; A. Rovers, A. F. ten Haaf, A. W. Vcrberne, Comm.

AVEREEST. H. van Barneveld, Eere- Voorz.; C. A. 1.. J. Jeekel, Voorz.; R. W. ten Kate, Penn.; P. van der Eist, 2e Penn. ; W. Hamilton of Silvertonhill, Secr.;

B. Berends Azn., 2e Secr.

BAARN F. F. Baron d'Aulnis de Bourouill, Eere- Voorz.; Jhr. L. van Beijma, Voorz.;

J. C. F. Baron d'Aulnis de Bourouill, 2e Voorz.; J. L. A. van Dijk, Penn.; J. H. Mulder, 2e Penn.; A. van den Brandeler, Secr.; H. E. Iloegsma, 2e Secr.; F. van Slooten, H. Sweris, A. van der Helden, P. Brouwer, L. Onvlee, H. R. Kerkhoven, B. H. Paine Strieker, Dr. W. J. Voorthuijsen, J. Westenvoudt, Jhr. F. L. H. ). Bosch van Drakestein, Command, der eerewacht. BARNEVELD. A. W. J. J. Baron van Nagell, Eere-Voorz.; I), van Heuvcn, Voorz.; J.

J. H. Maarschalk, Penn.; F. W. R. Immink, Secr.

BEEKBERGEN. R. W. Feith, Eere-Voorz.; W. van Spreekens, Voorz.; G. P. O. van

den Loo, Penn.; H. J. Brouwer, Secr.

BERGEN-OP-ZOOM. A. J. Prins, Kolonel 3e Reg. Infanterie, F. M A. Mathon, Burgemeester, Eere-Voorz.; J. L. Veraart, Voorz.; W. H. Moet, Penn.; J. Franke, Secr.; W. H. M. Bat tels, Comm.

BODEGRAVEN. H. Ie Coultre, Burgemeester, Voorz.; J. van Andel, Penn.; J. A. van Ghesel Grothe, Secr.

BOSKOOP. E. G. C. de Groot van Embden, Eere-Voorz.; J. Maarschalk, Voorz.; Dr.

C. D. Sax, 2e Voorz.; M. A. W. Bruss, Penn.; J. Vellinga, Secr.; M. J. Schoorel, 2e Secr.

BREDA, E. H. A. Guljé, Burgemeester, Eere-Voorz.; Mr. A. P. L. Nelissen, Voorz.;

ocr page 500

NAAMLIJST VAN PLAATSELIJKE FEESTCOMMISSIES.

Mr. W. Ingen-Housz, ze Voorz.; Rlr. H. R. van Maasdijk, Secr.; \V, ]. H. Febcr, 2e Secr.; J. Ingen-llousz, Pe/rn.; II. I'quot;ngell)regt, A. J. A. Verschraage, Comm.; II. Beket, J. Bertram, Mr. 1'. M. J. E. Bloemarts, E. J. M, de Bruijn, Mr. M. 1'. M. van Dam, I). van Geluk, Mr. E. M. Gompertz, J, J. Harte, A. jolles, C. Kuijlaars, G. Lamers, J. Lijdsman, J. M. Marijnen, A. Meeuwesen, j. i\lcrkel!)ach van Enkhuizen, 11. II. van Mierlo, ]\I. S. Moerel, Mr. F. E. Pels Rijcken, 1'. W. Paijens, J. M. Rosman, J. Rosu, J. C. van Schermbeek, J. Smits, II. C. Waals.

BRIELLE. N. J. C. S. II. Lette, Voorz.; M. L. Veenenbos, 2e Voorz,; G. van der

Zanden, Peiin.; \V. van den Berg, Secr.

BUIKSLOOT. J. E. Immink, Voorz.; C. F. Capelle, Penn.; W, ), Aalders, Secr. BUSSUM. Jbr. R. van Suchtelen van de llaare, Eere-Voorz.; Dr. A. J. Heimig van

der Vegt, Voorz.; Mr. KI. Zwaardemaker, Penn.; P. D. J. Köler, Secr. COEVORDEN. j. \\. van der Lely, Eere-Voorz.; G. Weijs, Voorz.; Ph. Roos Dz., Penn.; P. Zwart, Secr.

UELDEN. Dr. R. F. Baron van lleeckeren van Wassenaer, Eere-Voorz.; ]hr. A. H. P.

C. van Suchtelen van de llaare, Voorz.; B. van Delden, Penn. ; S. Wijbenga, Secr. DELFT. F. M. de Vries van lleijst. Burgemeester, Eere-Voorz.; H. P. Bok, Voorz.;

Majoor A. D. Petter, 2e Voorz.; I\lr. \V. F. van der Mandele, Penn.; M. A.

G. Hartman, Secr.; P. H. de Wilde, 2e Secr.; N. Dobben, A. Lorrewa, C. ]. W. Paerels, A. van der Sluys.

DELFZIJL. II. Hebbes, Eere-Voorz.; E. P. Brouwer, Voorz.; IF. van Dijk, 2e Voorz.;

Ph. II. J. Rottinghuis, Penu.; F. W. Henzei, ze Penn.; K. Klasens, Secr.; B. Simons, 2e Secr.

DEVENTER. \V. II. l'. Baron van I leemstra. Burgemeester, J. A. Ort, Kolonel, Garnizoenscommandant, Mr. H. R. van Marie, J. A. Goldevvey, E.Kagei, j. C. F. Laurillard,

H. Portheine Izn., Mr. A. j. Dijckmeester, Luit.-Kol. J. C. Lagcrwerff, Majoor H. \V. Lenderink, S. van Lcusen, J. A. Mulock Houwer, W. G. van Poorten,

F. G. II. Tieman, Luit.-Kol. H. Verploegh, H. Zwarts, A. F. van Zwet. DIEREN (Gelderland). Mr. Dr. R. F. baron van lleeckeren van Wassenaer, Eere-Voorz.;

Jhr. j. E. A. Meijer, Voorz.; R. F. J. Sevenstern, 2e Voorz.; M G. Kloot, Penn.; A. R. Schoonman, 2e Penn.; Mr. Dr. |. Wij tenia, Secr.; C. J. de Lang Everten, Secr.

DOESBURG. \V. G. Cats, Burgemeester, Eere-Voorz.; J. Klasing, G. H. van Hengel, Mr. R. 1'. L. van Alphen, Ecre-Lcden; D. Neeb, Voorz.; W. J. Stein, Penn.; \\. ecnink, Secr.; H. C. Bloemendaal, B. S. Revelman, L. van Gelder, C. A. Teubner, M. H. Jolink, ). J. Ketjen, W. F. L. Roskes, C. J. E. Opstelten, li. J. G. G. de Moen,

DOETINCHEM. jhr. Mr. D. J. A. A. van Lawick van Pabst tot Wijevelt, Eere-Voorz.;

G. Misset, Voorz.; H. W, Smits, Penn.; j. G. Snoeck, Secr.; M. J. Struben, J. van Zadelhoff, Th. G. J. Semmelink.

DOKKUM. De Vries, Burgemeester, Voorz.; B. Schaafsma, Penn.; Th. Jongsma, Secr. DORDRECHT. Mr. H. A. Nebbens Sterling, Eere-Voorz.; Mr. S. van Gijn, Jan Hordijk Jac.zn., S. M, Hugo van Gijn, Eere-Leden; F. A. van Braam Ilouckgeest, Voorz.; P. M. Keiler van Hoorn, Mr. J. C. Overvoorde, 2e Voorz.; M. van Zanten, Penn.; A. van Drooge, Secr.

ocr page 501

NAAMUJST VAN PLAATSELIJKE FEESTCOMMISSIES.

DRUTEN. Mr. G. J. van Heijst, C. A. A. van de Garde, Ecre- Voorz.; W. Verheijen, Voorz.', 1'. J. Albers, 2e Voorz.; H. F. van Haaren, Penn.; L. II. Slote-maker, Secr.

EDAM. H. j. Calkoen, Eere- Voorz.; C. J. Eeltink, Voorz.) 1*. Groot I'.Wz., Peiut.;

C. Wit, 2e Penn.-, H. L. Daems, Secr.; R. J. Houwing, 2e Secr. EDE (Gelderland). I1quot;. S. oj) ten Noort, Pere- Voorz.; 'I'll. VV. C. I). van Nes, Voor2.;

Mr. G. J. Yssel de Schepper, Penn.; W. F. J. Fischer, Secr., sub-commissie voor Ede; II. G. D. van de Ven, Voorz.; W. A. Insinger, Secr.; J. A. T. van Helonia, Penn., sub-commissie voor liennekom; G. ). Wilbrink, Voorz.; R. Dinger, Secr.; E. F. Roelofsen Ez., Penn., sub-commissie voor Lanteren ; J. Ph. Knuttel, Voorz.; K. Bonman, Secr.-Penn., sub-commissie voor Otterlo. EINDHOVEN. ]. 'F. Smis van Oyen, Eere-Voorz.; J. T. M. Smis van Oyen, Voorz.)

A. F. van Moorse!, ). van Lieshout, 2e Voorz.; ). J. Fens, Penn.; J, Hock-holts, Secr. ; Willem Schippers, 2e Secr.

ELBURG. Jhr. A. lias liacker, Eere-Voorz.; Mr. 11. A. Hoef hamer, Voorz.; ). Top, Voorz.;

A. J. Veldhoen, Penn.; J. J. Berdenis van lierlekom, Secr,, G. J. van der IMaalen. ENKHUIZEN. R. J. I). Hartkamp, Eare-Voorz.; A. Roodhuyzen, Voorz.; li. L. van ICs, 2e Voorz.; W. Lakenman, Penn.; II. H. Koster, 2e Penn.; li. Vlasveld, Secr., S. de Jong, 2e Secr.

ENSCHEDE. G. J. van Heek, Voorz.; Edo Bergsma, 2e Voorz.; T. P. Scholten, Penn.;

L. ten Gate Wz., Secr.; H. A. van Heek, G. Roessingh, A. E. Meister, G. Baurichter.

EPE. J. L. ). B. Baron Sweerts de Landas, Voorz.; J. J. L. ten Kate, ze Voorz.;

W. |. M. Verkouteren, Secr .-Penn.

FRANEKER, Mr. W. \V. Wichers Wierdsma, Eere-Voorz.; 15. H. Dechesne, Voorz.;

A. Kuipers, 2e Voorz.; B. Spandaw van der Vegt, Penn.; W. ILijt, Secr., J. Petraens, 2e secr.

GOES. J. P. Wesselink, Eere- Voorz.; L. I). van der Bilt Lamothe, Voorz.; P. A. de Ligny, Penn.; A. R. Breetvelt, Secr.; ). G. ). Kakebeeke, Mr. P. L. van Eeten, Ds. W. Lamers, Ds. R. J. van der Veen, J. M. Baede.

GORINCHEM. R. F. G. de Bruijn, H. W. Alma, Here- Voorz.; Mr. A. C. Visser, Voorz.;

A. G. van Andel, Penn.; J. M. Fishout, Secr.; A. F. van Renesse, P. J. Din-gemans, G. Hoekwater, A. J. Ravenswaaij, A. van der Giessen Az., J. de Bie, J. F. W. Silkrodt, A. Hijmans, A. P. 11. Phijiïer Nissen, H. F. Kekman, A. Feenstra, A. G. J. Tempelmans Plat, Leden.

GOUDA. R. L. Martens, Burgemeester, P. W. van de Velde, Ar. Reedt Dortland, Dr.

F. H. G. v. Iterson, Mr. I). N. Brouwer, W. Comfurius, A. Goedewaagen,

F. den Hertog, Dr. H. IJssel de Schepper, J. Mulder, G. Straver, J. H. Teeling, Eere- Comm.; ). M. Noothoven van Goor, Voorz.; II. Jager 2e Voorz.; M. H. A. Straater, Secr.; F. Herman Fzn., Secr.; P. de Raadt, Penn.; A. C. G. Verzijl, Penn.; A. A. G. van Asch, E. S. Gats, G. G. Fortuijn Droogleever, J. A. Donker, J. de Jong H.zn., H. J. Nederliorst, G. Prince,

G. Straver, A. Vingerling.

'sGRAVENHAGE. Eere-Voorz..' Mr. C. Fock, Commissaris der Koningin in de prov.

Zuid-Holland; Mr. A. J. Roest, Commissaris der Koningin in de provincie Zeeland, oud-Burgemeester van 's Gravenhage.

ocr page 502

NAAMLIJST VAN PLAATSELIJKE FEESTCOMMISSIES.

Uitvoerend Comité: Mr. C. J. K. Graaf van Hijlandt, Voorz.; J. F. W. Conrad, Mr. L. 1'. M. H. Baron Michiels van Verduijnen, Mr. H. J. A. Mulder, Onder- Voorz.; Jhr. i\Ir. W. Th. Gevers Deijnoot, S. Vas Dias (Alg.), Mr. II. Zillesen, Secr.; C. Gébel, Mr. D. van Houten, Penu.

Eerste Sub-Commissie: (Stichtelijke herdenking; feestdag aan de armen; aubade door do schooljeugd; en schoolfeest). Voorz.: jhr. Mr. W. Th. Gevers Deijnoot, tevens Voorz. van elke der afdeelingen, waarin de Sub.-Com. gesplitst is. Secr.: M. M. Couvée jr., tevens Secr. van de afdeelingen voornoemd.

Iweede Sub-Commissie: (Feestelijke intocht binnen de Residentie; galakunstavond met tableaux-vivants.) Voorz.: Mr. C. j. E. Graaf van Bylandt; Secr.: Willy Martens.

Commissie tot vorming van een Dames-Comité ter begroeting van H. 11/. Voorz.: Mr. C. J. E. Graaf van Bylandt.

Commandant der Eerewacht: A. F. M. Graaf van der Duijn.

Derde Sub-Commissie: (Versiering van stadsgedeelten ; algemecne illuminatie en vuurwerk), j. L. W. Conrad, Voorz.; F. j. Belinfante, Secr.

Vierde Sub-Commissie: (Fakkeloptocht of taptoe met militaire muziek; volksvoorstelling in den schouwburg, gelegenheidsvoorstellingen en volksconcerten in andere theaters; volksfeesten). C. Gebel, Voorz.', W. J. Couturier, Secr. i joh. Heijnen, 2e Secr.

Bloemencorso van den Atgemeenen Nederl. Wielrijdersbond. Regelings-com missie: Mr. L. 1'. M. H. Baron Michiels van Verduynen, Voorz.; j. C. Burkens, 2e Voorz.; A. Koolhoven, Penn.; jhr. Mr. W. Roëll, Secr.; j. A. II. de Voort, 2e Secr.

GRONINGEN. Mr. S. M. S. Modderman, Burgemeester, Voorz.; Dr. A. Pekelharing, Secr.; Mr. S. M. S. Modderman, N. Rost E.zn., jhr. A. W. L. Tjarda van Starkenborgh, Stachouwer, Mr. A. W. Romkes, G. Wouters jr.. Dr. A. 1'ekcl-haring, j. Suringa, A. W. Heidema, Mr. B. B. j. Reeling Brouwer, Iz. j. Brugmans, W. j. Roelfsema II.zn., B. de Graaff, jhr. A. A. j. M. Verheijcn, A. j. P. Kuinders, O. W. Westerouen van Meeteren, Mr. B. Cohen, M. H. van 't Kruijs.

HAARLEM, jhr. Mr. A. j. Rethaan Macaré, Voorz.; Mr. A. W. Thone, 2e Voorz.; W.

C. de Vos, Secr.; Mr. A. Tak, 2e Secr.; Ed. de Lanoij, Penn.; Mr. H. Bh. 't Hooft, A. Koolhoven, jan Merens, II. van Breemen H.zn., A. van der Voort A.zn., F. M. Baron van Lijnden.

HAARLEMMERMEER. j. W. Lantzendorffer, Eere- Voorz.; H. F. Bultman, Voorz.; j.

Samson, Penn.; j. H. M. Evelein, Secr.

HARDERWIJK, jhr. Mr. C. A. Elias, Eere- Voorz.; T. A. j. Roersch Eere-I.id; L.

Verveen j.zn., Voorz.; j. II. Fesevür, Penn.; L. W. van der Kuijp, Secr. HARLINGEN. j. Hora Adema, Burgemeester, Eere-Voorz.; Hs. van Slootcn, Voorz.; F.

Cool, /'(•;/«.; Mr. A. S. Miedema, Secr.

HASSELT, jhr. j. L. van Nahuijs, Eere-Voorz.; j. Admiraal B.zn., j. van Aller, Eere-

leden; P. van Assen, Voorz.; j. C. Mans, Penn.; A. Weinreich, Secr. HEERENVEEN. Mr. M. \V. de Blocq van Scheltinga, Eere- Voorz.; j. P. Engelman, jhr. A. j. Vegelin van Claerbergen, D. Woltman, Eere-Lcden; Mr. Joh. P.

ocr page 503

NAAMLIJST VAN PLAATSELIJKE FEESTCOMMISSIES.

van Outeren, Voorz.; S. Hanselink, 2e Voorz.-, Jhr. S. W. H. A. van Beijma llioe Kingma, J'enn.; W. H. Wisselink, Secr.; L. Feits Gzn., 2e Secr. HELDER. A. J. J. van Stcijn, Burgemeester, Eere- Voorz.; F. K. Engelbrecht, P. J. in de lielou, Eere-Ledeti; C. 1), Zur Muhlen, Voorz.', F. P. Schilling, Fcnn.; W. Westendorp, 2« Penn.; G. E. Kloosterhuis, Secr.; G. liuhse, J. Brouwer, C. S. Jaring, W. G. van Nes, G. T. von Oterendorp, Jhr. S. Trip, W. G. L. Versteeg.

HELLEVOETSLUIS. H. Quispel, Eere-Voorz. •, P. Gallas, Burgemeester, Voorz.; J. W.

Calten, 2e Voorz.; J. de Neef W.zn., Secr.

HELMOND. W. Prinzen F.zn., A. H. van Hoeck, Eere-Voorz.; Aug. Sassen, Voorz.; P.

F. van Vlissingen, Penn.; Frits van Glabbeek, Secr.; Louis van Asten, Henri Dartels, Joh. Berings, J. G. D. van den Donk, Willem van Heugten, Ant. Lauz. Kets, ilub. Kluytmans, Frans Kuypers, J. W. van der Putten, J. van der Spek, Emile Steyns, Jos. Strijbosch, J. Th. J. M. de Vries, Jhr. C. F. Wesselman van Helmond.

HENGEL (O.) J. J. Veurman Azn., Eere- Voorz.; D. W. Stork, Voorz.; R. A. de Monchy, 2e Voorz.; IJ. W. van Wulfften Palthe, Penn.; W. de lioer, Secr.; E. ter Marsch, 2e Secr.

's HERTOGENBOSCH. Jhr. I'. J. I. S. M. van der Does de Willebois, Burgemeester, Voorz.; A. B. van der Steen, Jos. J. van de Ven, J. W. R. van Gullek, Th. Pels, Secr.

HEUSDEN. P. L. Honcoop, Eere-Voorz.; II. A. I. Verhoeven, Voorz.; G. Houwing,

2e Voorz.; J. Zijnen de Gier, Penn.; R. J. Malingré, Secr.

HILLEGOM. D. Wentholt, Eere- Voorz.; Mr. H. Tuijmelaar, Voorz.; H. Veldhuijzen van Zanten, 2e Voorz.; J. II. Nieberding, Penn.; A. M. van der Jagt, Secr.; J. J. A. van der Starre, 2e Secr.

HILVERSUM.quot; J. C. Gülcher, Eere- Voorz.; J. S. Pekema, Voorz.; Mr. J. H. G. Jor-ritsma, 2e Voorz.; J. F. Passtoors, Penn.; R. Ledeboer, 2e Penn.; H. Hoger-vorst, Secr.; A. Kluyver. 2e Secr.; W. J. H. Bake, J. E. C. Sehook. HINDELOOPEN. G. J. F. Avenhorn van Nauta, Burgemeester, L. G. de Vreeze, D.

van der Kooij, G. J. van Hemert, Dr. J. Keulen, J. A. Kat, S. H. Sikkes. HOENDERLOO. A. C. la Grand, Voorz.; J. van Regteren, Secr.-Penn.

HOOGEZAND. I. A. v. Roijen, Burgemeester, Voorz.; F. Ilijner, Perm.; P. J. Meerburg, Secr.

HOORN. A. E. Zimmerman, Eere- Voorz.; P. Bos, Voorz.; P. Eijken, 2e Voorz.; J. C.

Th. Utermöhlen, Penn.; L. Hooft, 2e Penn.; G. C. Tinkelenberg, Secr.; H. F. Kernkamp, 2e Secr.

IERSEKE. ). A. P. Geill, Burgemeester, Eere- Voorz.; J. Sinke, Voorz.; W. Wagner,

Penn.; M. de Korte, Secr.

JOURE. Jhr. A. J. Vegilin van Claerbergen, Burgemeester van Haskerland, Eere-Voorz.;

II. de Jong, Voorz.; J. Cath, 2e Voorz.; K. Keverling, Penn.; M. ten Hoor, Secr. KAMPEN. Mr. J. D. Ai. van Blommestein, Burgemeester, Eere- Voorz.; Dr. H. Bavinck, Voorz.; Mr. ). Nanninga Uitterdijk, 2e Voorz; Laurens van Hulst, Seer.; W. Koch, Penn.; Mr. P. Roetert Tak, Jhr. W. G. van der Wijck, J. J. Wierts, M. Noordtzij, J. Huizinga, Jules van Hasselt, J. B. Meerkerk, J. Schoon, J. H. A. Thomas.

ocr page 504

NAAMLIJST VAN FI.AATSF.LIJKE FEESTCOMMISSIES.

LEERSUM. H. Spruijt, Voorz.; ]. Versteegh J.zn., Pemi,; ). Bos, Sccr. LEEUWARDEN. Mr. J. S. Baron van Harinxma thoe Slooten, Eere- Voorz.; R. Bloembergen E.zn., Voorz.', S. H. Hijlkcma, Secr.; N. T. Albania, J'enn.; Uk. Albers, A. Alberts, P. Attema D.zn., S. Stelllngwerff Beintema, J. F. H. Dekhuis, H. Bergema, Mr. P. A. Bergsma, Mr. A. Bloembergen Ezn., E. H. Boddé, Dr. N. Reeling Brouwer, J. Bubberman, A. Coets, Mr. S. J. Cohen, A. Duparc, C. L. van Dijk J.Ezn., H. Dijkstra R.Hzn., Jhr. Mr. A. E. van Boelens van Eysinga, Z. S. Feddema, C. L. B. J. Feitz, T. Gratama, J. G. Grimm, \V. C. de Groot, Mr. C. L. Baron van Harinxma thoe Slooten, N. T. Haverschmidt J.IIzn., E. K. Hoekstra, Mr J. P. Hofstede, A. Hogervorst, W, F. Hijgenaar, A. J. Joosten, Mr. W. Kolff, B. Kool, B. Laverman, Jac. Marcus, N. H. van der Meulen, L, Nauta, M. J. Nolet, A. Ooiman, W.J. Oosterhoff Jzn., Mr. J. D. van der Plaats, F. V. Quadekker, Mr. C. A. Römer, O. Rom-merts, G. J. Sas, J. A. A. Schoondcrmark, H. J. Sierevelt, M. Simon, Mr. J. L. van Sloterdijck Jzn., H. W. Sonnega, H. G. W. Sprenger, Mr. J. A. Stoop Jr., A. Struiksma, Iquot;. Velstra, R. Vermeulen, Mr. H. D. van Ketwich Verschuur, D. G. Wichers Wierdsma, A. J. IJpes.

LEIDEN. Mr. F. Was, Eere- Voorz.; H. C. Juta, Voorz. ; G. H. de Goeje, 2e Voorz.; J.

A. van Hamel, Penu.] Mr. M. C. de Vries van Heijst, Secr.-, A. J. van Achterberg, G. J. Bik, J. Bosch, N. Brouwer, K. T. Caron, Mr. C. Cock, Mr. J. A. F. Coehergh, J. V. Duijcker, B. H. Everts, J. G. A. Frommann, J. Goedeljee Sr., C. H. de Goeje, Mr. J. H. Goudsmit, J. A. van Hamel, Mr. M. C. de Vries van Heijst, H. J. Jesse, H. C. Juta, C. H. Kouw, L. C. Quant, G. H. Sijthoff, C. C. Tieleman.

LOCHEM. T. Hartsma Mulier, Eere- Voorz.; H. VV. Nieuwenhuis, Voorz.) G. Reerink, 2e Voorz.) H. Postel, Penn.; Mr. J. H. de Crane, Seer.; B. Blomsma, 2e Secr. LOENEN. H. P. J. lutein Nolthenius, Eere- Voorz.; II. A. Schut P.Jzn., Voorz.) A. J.

Hattink, 2e Voorz.) H. A. Schut J.Wzn., I'ettn.; P. Berends, Secr. MAASLAND. J. M. van Heel, Burgemeester, Eere-Voorz.) Dr. )an van der Hoeven, Voorz.) R. Buijnink, 2e Voorz.) F. Visser, Secr.) M. van der Lel ij, 2e Secr.; C. L. Hofsteede, Penn.) Ad. van der Lelij, 2e Penn.) A. van Mil, W. Ouweleen, G. van Adrichem, C. Keijzer, G. van der Vlugt, ]ac. v. d. Lelij Adzn. MAASSLUIS. G. Ripping, Eere-Voorz.) Nico M. Dirkzwager, Voorz ; C. Ghislain, Secr.-Penu.) J. van den Bosch, j. van der Lee, H. Dirkzwager, W. Richter Uitdenbogaardt, W. H. de Meijer Jr.

MEDEMBLIK. B. Baggerman van Houweninge, Eere-Voorz.) H. Raat, Voorz.) E. J.

Hermes, Penn.) C. Impeta, Secr.; W. N. Vlaming, Jb. Riezebos Czn., P. de Leeuw, G. Klopper, M. van de Velde, M. N. Gijzelaar.

MEPPEL. K. E. Borger, Burgemeester, Eere-Voorz.) J. Meijboom Hzn., Voorz.) H.

Koelink H.üzn., Penn.; A. Wiersinga, Secr.; E. T. Feenstra Kuiper, 2e Secr. MIDDELBURG. Jhr. Mr. L. Schorer, Mr. G. N. de Stoppelaar, Eere-Voorz.) H. P.

den Bouwmeester, Voorz.) L. K. van der Harst J.Jzn,, 2e Voorz.) H. J. G. Hartman, Secr.) \V. A. de Rijcke, 2e Secr.) D. Hildernisse, Penn.) J. A. Altorffer, C. van der Bent, M. G. Boiisson, G. Boogaart, G. J. Boogaart, J. P. Boudewijnse, M. van Boven, L. C. Breebaart, D. L. Broeder, M J. Doorenbos, A. van Dorst, Jacq. Frank, W. Frederiks, P. J. Geill, C. A-

ocr page 505

NAAMLIJST VAN PLAATSELIJKE FEESTCOMMISSIES.

Goethals, W. II. Hassclbach, W. Ileijboor, E. Helder, L. van Heusden, ]hr. Mr. W. H. Snouck Hurgronje, P. G. de Jager, G. Keijzer, T. 1'. de Leeuw J. Maas, W. C. van Selten van der Meer, Ant. Mes, S. van der Meijden, 1'. I,. van Miert, Jan Morks, 15. Neelmeijer, II. Pieterse, P. Polet, J. C. van de Poll, H. J. L. Poort, G. H. Rengs, II. D. Siebenga, I. van der Sluijs, li. Snijders, J. J. A. Sprcnger, C. J. Stomps, A. I\l. C. J. Thomassen, C. C. Unger, A. de Voogd, J. Worrell.

MONNIKENDAM. II. Cornelissen, Voois.; A. N. Teengs, at' Voorz.) A. Hoefman, Sen-.;

M. Stam, ae Secr.; Jac. Neijzen, Penn.; Ph. Witmond, 2e Penn. NAALDWIJK. C. J. M. Noorduijn, Burgemeester, Eere- Voorz.; l)s. J. H. Lamping, Voorz.; W. li. Maas, Penn.) 1. L. A. v. Paelje, Secr.-, L. M. J. v. Lijnschoten, pastoor, K. Troost, predikant, Eere-Leden.

NAARDEN. H. M. Wesseling, Eere-Voorz.', J. H. Maas, Voorz.-, A. K. Langenliage,

Penn.-, W. J. Duininck. Secr.

NIJKERK. A. V. L. G. H. v. d. Steen van Ommeren, Burgemeester, Eere-Voorz,-, A.

F. Marmelstein, Voorz.; K. v. Aller Gzn., Penn.; S. v. Ramshorst Azn., Secr. NIJMEGEN. Mr. P. C'. Pijleveld, Burgemeester, Eere-Voorz.; J. F. D. Bruinsma, Voorz.;

M. Crommeiin, 2e Voorz.; C. J. v. Woerkom, Penn,; ]\lr. C. G. J. Bijleveld, Secr.; li. J. \Vildeni)eest, 2c Secr.; A. Blok, J. Gielen, J. L. A. Goethe, J. \V. Heijdt, P. joostcn, B. van Meurs, Mr. C. A. Phalï, li. Reniers. J. F. van Roggen, L. H. C. van der Sluijs Lehr, IL J. W. Smals, F. Th. van der Staaij, Chr. A. Vieweg, G. Wegerif Jr., Dr. J. P. S. Berends, F. A. f,. lironsgeest, !'quot;. Th. J. H. Dobbelmann, li. ter llaar Bzn., J. de Koning, jhr. Mr. F. X. G. M. van Nispen tot Sevenaer, P. 11. Noorduijn, G. Ci. J. Notten, Joh. 11. Graadt van Roggen, Jhr. V. M. van Rijckevorsel van Kessel, C. P. J. van Vlierden, L. F. A. Winckel, Mr. F. J. F. M. Walter.

OISTERWIJK (N.-B.) 11 van Beekhoven, liurgemeestei quot;, Voorz.; 1. ('. M. Breda, Penn.; W. J. 1'. van Oppenraaij, Secr.; Th. de Kroon, W. ('. Kluijtmans, J. A. Rijpperda, 11. N. van lleesbeen, N. J. Tclders, Mr. A. H. tie Balbian Verstcr, Jhr. J. A. de Jonge van Zwijlisbergen.

OOSTERBEEK. J. V. M. van Toulon van der Koog, Burgemeester van Renkum, Eere-Voorz.; Mr. J. J. S. Baron Sloet, Voorz.; A. Ililhorst, 2e Voorz.; I. Karse-booni, Penn.; Mr. G. Noorman, 2e Penn.; Mr. I. M. J. van Kossem, Secr.; C. Koning, 2e Secr.

OOSTERHOUT. Jhr. 1'. K. J. B. van Grotenhuis van Onstein, Eere- Voorz.; P. C. Fick, Voorz.; J. C. J. Verschure (Jzn., 2e Voorz.; C. A. Mertens, Penn.; M. A. Smeets, Secr.; C. 1). Post, 2e Secr.

OUDEWATER. R. W. Haentjens Dekker, Burgemeester, Voorz.; J. A. Verhoef, Penn.;

P. A. van Duijnen Montijn, Secr.

OUDSHOORN. J. W. C. Bloem, Eere- Voorz.; PL H. Kloot, Voorz.; W. Steen, Secr.;

I), van Duijn, 2e Secr.; M. Kloot, Penn.; J. Wieringa, 2e Secr.; J. Kerkhoven, J. Snelderwaard.

OUD-BEIJERLAND. A. van Lith, Burgemeester, Eere-Voorz.; A. Scheer, Voorz.; Dr.

J. F. Ph. Hers, 2e Voorz.; Korstiaan Schipper Kzn., Penn.; 1. G. ten Doesschate, Secr.

PURMEREND. Jhr. C. van Citters, Eere- Voorz.; Mr. F. van Bredehoff de Vicq van

ocr page 506

NAAMLIJST VAN PLAATSELIJKE FEESTCOMMISSIES.

Oosthuizen, Voorz.; H. van der Worp, 3e Voorz.; F. Middelhoff Bzn., Penn.; W. Wittenberg, Secr.; j. J. 't Hoen, 2e Secr.

ROERMOND. G. R. C. M. Raupp, Burgemeester, Eere-Voorz.; Dr. C. H. G. H. Leurs, Voorz.;

J. IMr. Edm. 1quot;quot;. F. M. van Aefferden, Penn.-, J. F. Scheuller, Secr.; L. P. Romen. DE RIJP. S. Appel, Sere-Voorz.; Dr. J. van der Vliet, Voorz.; S. de Graaff, Penn.;

A. W. Udo, Secr.; F. van der Woude, 2e Secr.

RUSSEN. H. J. van Opstall, A'ere-Voorz.; H. H. Kortebos, Voorz.; G. Meilink, Secr.;

S. J). Tromp, 2e Secr.; J. ter Horst J.Hzn., Penn.; 15. de Jong, J. H. F. Koedijk, II. Meijer.

ROTTERDAM. F. B. s'Jacob, Burgemeester, Voorz.; R. M. ^lees, Penn.; W. H. van Oordt H.W.Azn, Secr.; C. E. van Stolk, Mr. J. v. Heukelom, I. I. M. Blan-kenheijm, Dr. W. Astro, N. F. Tavevue, Dr. B. L. Ritter, Jos. I. Jacobson. Mr. C. E. Havelaar, P. Schrameier Verbrugge, J. de Snoo, G. A. ten Houten, H. A. W. Weve, I. M. Voorhoeve, D. j. Cramer, 1. Pons, Mr. H. Vaillant, W. Koolhaas, A. J. J. Ikirwick, S. J. Grootenhuis, li. Lambert Hzn., O. K. Pasteur, Ds. J. v. d. Veen, M. H. Hoefnagels, Dr. J. Vroesom de Haan, W.

A. v. d. Kolff, li. Landheer Jr., P. M. N. Kempen, E. W. Schallenberg, J. Willebroordso, II. W. G. Kortman, H. M. Schoonebeek, 11. L. Lieuwens,

B. Oppenheimer, C. N. van Goor, P. Laban, G. Rijken, J. M. Canes, H. Tjabring, I. A. Miner, G. H. Pieterse, M. W. Voogt, H. J. Dupont Jr., H. J. van Staveren, II. W. D. Hellebrekers, H. Samuel, M. Ilartogs Jr., A. F. Ebeling, W. Rueb, W. A. Genneken, M. J. M. Vuijlsteke, M. M Louvens, J. J. van Waning, A. v. d. Wissel, J. D. V. Spruyt, Jhr. A. L. Teixeira de Mattos, C. Kolff Aqzn., J. A. Cleton, J. van Hoboken, G. A. M. de Bruijn,

B. Wilton, H. 11. P. de Wit, H. Houwens, Dr. J. de CJroot, P. Kranenburg, Dr. T. Broeksmit, Jule Wolff, 11. Dane, W. A. Bikkers, L. H. v. d. Ende, J. Drooglever Fortuyn, C. Schilderson, Mr. J. G. L. Nolst Trénité, D. K. T. v. d. Linden, Dr. A. Robertson, D. Stronck, Ar. Schuijt Jr., J. V. Wierdsma,

C. T. Salomons.

SCHAGEN. S. lierman. Burgemeester, Voorz.; C. N. Vlaming, Penn.; H. W. van Róssum, Secr.

SCHIEDAM. H. J. Versteeg, Burgemeester, Eere- Voorz.; J. W. J. van Harwegen den Breems, S. A. Vernbde, Kere-Leden; G. Visser Bzn., Voorz.; J. M. van der Schalk Jr., Penn.; J. C. Sander, Secr.; A. A. Beekman, J. B. A. M. Beukers, L. M. Beukers, C. W. Boas, W. Brouwer, A. J. Dekker, N. F. Elzevier Dom, L. van Emden, J. Feteris, A. J. J. de Groot, P. C. M. Jansen, T. Rudders, P. Loopuijt, A. H. W. van Luik, J. T. J. Melchers, W. van der Most, J. A. J. Nolet, J. Pinster, H. Plant, D. Ris, H. J. C. Roelants, G. W. Snel, J. A. van de Ven, Dr. C. J. Vinkesteijn, D. Visser, W. Vlug, J. Vormer, F. van Waas, J. H. van Westendorp J.Dzn., C. J. Willeman, J. M. A. Zoetmulder, Ph. A. J. Zoetmulder.

SLIEDRECHT. Suffridus Ernst Ypey, Burgemeester, Eere-Voorz.; Gerardus Adrianus van Hattem, Voorz.; IJsbrand Jan de Jong Jzn., Penn.; Dr. Jan Welter Lieftinck, Secr.

SMILDE. N. G. Servatius Burgemeester, Eere- Voorz.; Dr. H. Dijkstra, Voorz.; J. Veen-hoven, Secr.; \\'. Bingnalda, Penn.; J Haayerbrugge, li. Boerma.

ocr page 507

NAAMLIJST VAN PLAATSELIJKE FEESTCOMMLSSlKS.

SNEEK. Mr. D. Alma, Burgemeester, Eere-Voorz.', Dr. J. f,. Chaillet, Voorz.; G. Jongbloed, y't'/n/.; R. v. d. Meulen, Secr.; li. J. Boerrigter, M. J. llouwink, B. R. Wijmenga, H. J. Volkers.

STADSKANAAL. I. II. Reijnders, Voorz.; W. Meijer, Fe/ui.; J. V. II. Meijer, Secr. STEENWIJK. J1 ir. C. J. Lewe van Aduare, Eere-Voorz.', J. Meesters, Voorz.', Mr. H.

Viëtor, Penn.; B. Rouwkema, Secr.

TEXEL. G. J. O. D. Dikkens, Voorz.; A. C. Keijser, Pen//.; W. C. Reij, 2e Penn.', j. P. Noordijk, Secr.

TIEL. J. G. li. R. Bonhöff, Voorz.', J. P. Mikmak, Penn.', Mr. \V. J. J. Besier, Secr.',

Mr. W. A. v. Lidth de Jeude, Dr. J. G. Schlimmer, G. T. Stout.

TOLEN. M. G. van Stapele, Eere- Voorz; I. W. Wagtho, Voorz.', 1. C. Roest, Penn.', W. P. van West, Secr.

UITHUIZEN. G. Bakker, Burgemeester, Voorz.; L. Boomgaart, Penn.; D. Bruins; Secr. UTRECHT. B. Reiger, Burgemeester, Eere-Voorz.; Mr. A. J. M. Hake, Voorz.; Dr. A.

R. Ruitenschild, 2e Voorz.; C. M. F. von Stockhausen, Penn.; C. Rossen, Secr.; S. J. de Beer, W. van Beuningen, Jhr. W. M. de Brauw, A. J. Nijland, D. Schaap Jr., Mr. J. II. Valckenier Kips, C. F. J. Verhoesen, G. Witteveen, Jhr. C. van der Wijck.

VEENDAM. F. ]. de Hoop, Eere-Voorz.; J. Smith, Voorz.; Kgb. Kloosterhuis, 2e Voorz.;

L. Vegter, Penn.; Fh. W. van Ileijningen Bosch, Secr.; A. R. Hazewinkel, 2e Secr.; Dr. Schuringa, Fr. Drenth.

VEENENDAAL. Jhr. Mr. L. II. J. ]\I. van Asch van Wijck, Eere-Voorz.; G. W. II.

M. van der Kaaij, Voorz.; '1'. R. van Woudenberg, 2e Voorz.; F,. H. llootsen, Penn.; J. G. Sandbrink, Secr.; J. van Schuppen lizn., 2e Secr.

VELP (Gelderland). J . FI.I.üps, Eere-Voorz.; M. F. D. Baron van Sijtzama, Voorz.;

J. Naeiï, Penn.; Jhr. M. I''.. Rademaeker Schorer, ; K. L. Ramhonnet,

Secr.; C'. J. F. Verhoefï, 2e Secr.

VIANEN. J. H. J. Alers, Burgemeester, Eere-Voorz.; G. S. A. Stuart, Voorz.; L Schenk,

Penn.; J. F. II. van Dort, Secr.; W. Burkels, J. li. de Vries. VLAARDINGEN. R. A. Verploegh Chassé, Eere-Voorz.; A. Knottenbelt, Voorz.; J.

van Schravendijk, Secr.; Hubr. Kikkert, Penn.; A. W. Schippers, K. S. van der Brugge, P. van Dusseldorp, A. li. C. M. J. IJzermans, S. van Kampen.

VLISSINGEN. Jhr. Mr. A. A. van Doorn van Koudekerke, Voorz.; J. C. de Ruijter de Wildt, 2e Voorz.; A. L. A. van Unen, Secr.; F. Delvoye, Penn.; J. van Raalte, Th. van Uije Fieterse, J. Verkuijl Quakkelaar, W. L. Winkelman, L. A. 11. Bonemeijer, L. F. Gcill, W. G. Spronken, C. de Vries, A. FT. Polak. WAGENINGEN. Mr. li. F. Ilesselink van Sucbtelen, Voorz.; W. R. D. Crommelin, Secr.-Penn.; C. Bergacker, L. Broekema, B. D. van der Laag, A. Looyer, J. W. D. Opstelten, S. G. van Weideren', Baron Rengers, A. Vermeer. WEESP. P. de Haan A?,., A. M. v. Dockum, F. N. v. d. Muelen, Eere-Voorz. gt; D. J. van Houten, Voorz.; W. Goossen Gz., 2e Voorz.; W. van der Plas, Secr.; D. J. Goethals, 2e Secr.; S. van Dillewijn, Penn.; J. H. Jansen, 2e Penn. WINSCHOTEN. H. J. Wlchers, Burgem., Eere-Voorz.; H. Smit Addens, Mr. H. J.

Schönfeld, Eere-Leden; H. Schuurmans, Voorz.; R. van der Meulen 2e Voorz.; FL Addens Jr., Secr.; li. Kuiper, 2e Secr.; J. Zuikerberg, Penn.

ocr page 508

NAAMLIJST VAN PLAATSRUJKR FEESTCOMMISSIES.

WONSERADEEL. C. \V. C. T. Visser, liurgem., Eere- Voorz.; W. Maas, Voorz.;

F. Wassenbergh, Sec/'.; G. C. Franken, J'ciui.

WORKUM. T. I\I. ten Berge, Voorz.) W. Kroese, Secr.; S. Jager, /'tiui.; N. 'J'roste, E. Hemmes.

WORMERVEER. Jhr. II. F. Schuiubcque Hoeije, Eere- Voorz.; H. Boekenoogen, Voorz.)

G. J. Adelink, Secr.) A. J. Zonnevylle, Penn.; Joh. A. Laan, W. van Tijen, J. Vis Az., B, P. Plantenga, 1). Stam Mz.

ZAANDAM. Mr. II. J. C. van Tienen, Eere Voorz.; P. Latenstein, Voorz.) W. L. ]5rocx, je Voorz.) J. A. Zaalberg, Secr.) A. i'elt, Penn.) W. J. Manssen, D. (j. Postma, A. B. Dievenbach, Jan Visser.

ZALT-BOMMEL. C'. P. Lenshoek, Eere- Voorz.) H. O. van Os, 1'. li. den Ouden, Eere-r.eden) J. J. Naeff, Voorz.) M. N. J. Dutry van Ilaeften, 2e Voorz.) R. (!. II. Vermeulen, Secr.; G. Thooft, 2c Seer.) Jhr. C. P. J. von Weiier, 7'eiiii. ZEIST. Mr. J. J. Clotlerbooke Patijn van Kloetinge, Burgem., Eere-Voorz.) Jhr. Mr. (i.

C. 1). Iluydecoper, Voorz.) Jhr. J. M. van Asch van Wijck, 2e Voorz.) Jhr. G. F. van Tets, Secr.) P. I\l. Havens, 2e Secr.) Jhr. Mr. F. van de Pollgt; Penn.) Jhr. F. van Reenen, Jhr. A. F. \V. Rutgers van Rozenburg, Jhr. G. E. de (jeer, J. Meerdink, O. Schültz, A. Kraal, I), van Arkel, P. F. Martin, G. van de Haar, J. Aben, L. Gadellaa, K. G. Pyper, E. P. Schroder. II. J. C. A. Hooft Hasselaer.

ZEVENAAR. F. J. H. Baron van Voorst tot Voorst, Eere-Voorz.) Jhr. O. G. J. G. L.

M. van Nispen tot Pannerden, Voorz.) II. T. Houman, Sect.) ]. J. Reuhl, Penn. ZIERIKZEE. Ch. W. Vermeys, Eere-Voorz.) F. C. van der Vliet, Voorz.) Jhr. A. ('.

Roëll, 2c Voorz.) Mr. A. Moolenburgh, Seer.) !\l. F. G. de Kater, Penn.) II. C. van den Fnde.

ZUTFEN. C'. Storm Buijsing, Eere-Voorz.; J. G. Klaassen, Voorz.) Mr. J. li. Sölner, 2e Voorz.) N. C. Wetselaar, Secr.) Mr. Th. Evekink, 2e Secr.) \V. 11. Schukking, Penn.) F. Britt, 2e Penn.) Dr. 1). Bruins, G. G. Brunings, Jhr. F. A. Coenen, F. II. van Etteger, II. A. Fzerman, J. van Hartingsveld, A. Hartjens, J. Heskes, K. M. Houtaar, C. G. Lagerweij, G. E. J. de Lille Hogerwaard, A. Lijsen, A. Meinier, Th. B. Messie, G. I). Muijderman, J. Ph. Muijderman, I). Nuijsink, F. II. Oldenhuis Gratama, B. F. Onderwater, J. G. Potnpe, C. Schillemans, J. A. Schutte, H. A. H. Smeding, J. L. Spier, J. N. Steemers, A. Steenlack, J. G. A. Teegelman, P. 11. 'I'ie-lens, B. J. van der Veen, E. G. Volkersz, M. G. A. Winnips, R. Wigman. ZWARTSLUIS. W. van Eek, Eere- Voorz.) 1). Buisman, Voorz.) H. J. Kroeze, Secr.)

J. Grébas Jz., Penn.) II. Huisman Jz., R. D. A. van tier Woude, J. Eikelboom Rzn., P. Fabriek.

ZWOLLE. Mr, J. A. van Royen, Eere-Voorz.; Mr. J. van Setten, Voorz.) Mr. G. II.

Thiebout, Secr.) J. G. van Nes van Meerkerk, Penn.) G. P. Vroom, A. C. van Oorschot, H. van Gorkum, Mr. W. C. Lohman, W. L. van der Vegte, II. Gosschalk, L. H. M. Schoemaker.

ocr page 509

NAAMLIJST VAN 1NTEEKENA REN.

AMSTERDAM.

Jhr. Mr. C. H. Backer. D. S. P. Beetz. Mr. N. P. v. d. Berg Bibliotheek der Moll. IJzeren Spoorweg

Maatschappij.

11. C. Bille.

J. Th. Boelen.

J. de Boer.

1. J. ISoldoot.

F. de Bont.

Jules (i. Bunge,

Herbert Cremer.

Jhr. W. G. üedel.

Mr. Th. (1.1 )cntz v. Schaik.

(j. van Deth Jr.

Th. J. Diephuis.

Willi. J. Drayer.

C. A. A. Dudok de Wit Jr.

C. Dyserinck.

J. H. van Eeghen,

S. P. van Eeghen.

J. Eltzbacher.

Mr E. J. Evervvijn Lange.

J. A. Franken.

W. J. Geertsema.

A. J. de Maan.

a. EDITION DE LUXE.

John VV. Hart.

Dr. J. de Hartogh. R. van Hasselt.

|

S. Baron van 1 leemstra.

Aug. Hendrichs.

Th. Henning.

11. Herschel.

Jhr. W. van Herzeele.

W. A. Hienveld.

I

li. A. van Hoorn. J. K. Huysinga. K. Ingerman.

Mr. L. M. de Jong

Schouwcnburgh. J. Joosting Bunk. ! J. Kelderman. J. H. Koekkoek.

E. Kol.

Joh. K. Koning. Ds, J. C. Kornelissen. A. J. Korthals Altes. W. Krabbendam. E. Kraetzer.

A. J. Kramp.

B. C. Kuhlemeicr. Rud. J. Kijzer.

R. R. H. toe Laer. H. J. v. d. Leeuw.

Mr. Frank K. van Lennep. Lefèvre de Montigny. Ger. Lieftinck.

Gerhard Loeber. Mr. H. L. M. Luden. 11. J. de Marez Oyens. Paul May.

II. Mendes da Costa. W. Mengi Iberg.

J. ter Meulen Jr. D. C. Meiji-r Jr. II. Molenpage.

P. Mom.

II. Muntendam Cz. Natura Artis Magistra. Ph. van Nierop. N. M. Nierstrasz. J. C. van Notten. 1'. van Notten. \V. P. van Notten. A. J. Nuss.

Mr. H. J. van Ogtrop. L. C. J. van Ogtrop. P. A. L. van Ogtrop. L. P. D. Opten Nooit. J. W. J. Petermann. M. J. v. d. Plaats. J. van Raalte Jr.


ocr page 510

NAAMLIJST VAN INT EEKENAREN.

11. J. Rahusen.

H. cle Ranitz. Mr. W. Baron Röcll. Mr. J. W. H. Rutgers

van Rozenburg. Rijksschool voor

Kunstnijverheid. 1). J. A. A. Rijnbende. A. ). Schölvinck. Mr. C. L. Scott. P. Smidt van Gelder. J. v. Son.

Joan H. Schmitz. A. W. Spijer. J. W. Stephanik. A. Sterneberg.

Fred. Stieltjes. P. E. Tegelberg.

Ihr. Mr. C. J. den Tex. J. J. van de Ven. Mr. S. A. Vening Meinesz. A. Vlietstra.

Mevr. Wed. A- Vos Rz. P. A. Voute Jr.

de Vries,

11. J. van Vulpen.

G. A. Wertheim.

Mr. F. Th. VVesterwoudt. M. Wolff.

Jhr. van der Wijck.

H. Zeeman.

AMERSFOORT.

A. M. Tromp van Holst.

APELDOORN.

Bibliotheek der Koninklijke Moogcre Burgerschool „Prins Hendrik der Nederlanden.quot; Mejonkvrouwen S. C. amp; M. Hooft.

ARNHEM.

C. Baron d'Aulnis de

Bourouill. W. Adriaan Brouwer.

D. N. Groh.

Gen. K. van der Heijden. M. Snabilié.

BENNEKOM.

W. A. Insinger.

BLOEMENDAAL.

Mr. L. Bergsma.

BREDA.

II. Harmens.

BREUKELEN.

J. A. Matthes.

DOORN.

Jhr. Louis van Loon.

DRIEBERGEN.

Mr. W. H. J. Baron

van Heemstra. J. N. Scholten.

Mevr. van Vollenhove — van de Poll.

's GRAVENHAGE.

W. J. M. de Bas. Jhr. Mr. W. H. de

Beaufort. Dr. Blom Coster. J. T. Cremer.

Freule Cremers. A. F. M. Graaf van der Duyn.

Mr. C. Fock.

C. Gebel.

Ch. Gerken.

Mr. J. S. Baron van Harinxma thoe Slooten.

A. H. van den Heuvel. W. Jochems. P. J. Landberg Jr.

Ernst van Loon.

E. van der Oudermeulen. M. Baron van Pallandt. A. J. C. Baron van

Pallandt van Neerijnen. Jhr. Mr. W. Röell. Jhr. Mr. J. A. Röell. Jhr. W. van Sminia. Jhr. G. J. van Tets. Verloren van Themaat.

HAARLEM.

W. van Hasselt.

HEEMSTEDE.

R. de Favauge.

HILVERSUM.

H. Oyens.

Frits Olie.

LOCHEM.

Mr. J. E. H. Baron van Nagell van Ampsen.

ROTTERDAM.

K. Schraver.

P. J. van Limburgh Pz.

RIJZENBURG.

Mevr. Insinger-van Loon. Jhr. J. Hora Siccama v. d.

Harkstede. Otto Mengelberg.

Jhr. v. Vrijberghe.

SCHEVENINGEN.

Abr. van Hoboken van Hoedekenskerke


ocr page 511

NAAMLIJST VAN 1NTEEKENAREN.

SOEST.

Mr. Loten van Doelen

Grothe.

SOESTDljK.

J. Groeneveldt.

UTRECHT.

A. J. van Dieren Bijvoet. Mr. W. Elink Schuurman.

E. J. B. H. M. Engeringh. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen.

F. W. Mengelberg.

WEESP.

C, J. van Mouten.

WORMERVEER.

P. Langebaerd.

ZEIST.

G. van Blaricum.

Jhr. E. Linteto de Geer. Jhr. H. Pauw van

Wieldrecht. Jbr. G. de Pesters.

Baron Taets van

Amerongen van

Woudenberg.

BATAVIA.

B. J. Schadd.

LONDEN.

W. J. van Hoytema.

MERAN.

Madame Schaay.

PRETORIA.

Höveker amp; Wormser.

S1AK.

De Sultan van Si ale.


ocr page 512

b. OP DE GEWONE UITGAVE.

AAGTEKERKE.

H. J. E. Gerlach van

St. Joosland.

AARLANDERVEEN.

J. van Borssum Waalkcs. J. W. van der Lee.

ABCOUDE.

G. van Alewijk.

15. J. J. van Kempen.

ALPEN a/d RIJN.

\ D. Kemink. N. Samsom. J. C. Spruyt.

S. van Velzen.

\V. 1\. F. Zwierzina.

(i. van der Aa.

M. W. van der Aa.

L. Abbema.

A. P. Abramse.

M. E. F. Aders.

J. C. Alberdingk Thijm.

P. C. André de la Porte.

L. van Assen.

J. J, Audretsch.

j. lï. Bakker, Lt. KI. Inf.

J. Balhuizen Jr.

J. J. Barendsen Jzn.

Joh. Barger.

ALKMAAR.

De Cadettenschool.

Herm. Coster amp; Zn. Mr. B. van der Feen

de Lille Mr. A. M. de Lange. P. de Lange P. Bz. Mr. W. F. A. Verhoeff.

F. Wigman.

ALMELO.

Mr. A. A. Pélerin.

G. Salomonson llzn.

STAD-ALMELO.

Mr. G. Jannink.

J. R. van Wulfften Palthe.

AMBT-ALMELO.

A. F. Graaf van

Rechteren Limpurg.

AMSTERDAM.

Mej. F. Battaerd. 1). Beerends.

Mej. G. G. M. Beker. J. F. Benneke. P. Bergmeijer.

Bibliotheek van het Bureau der D.D. Schutterij J. C. Bicker.

H. Bijvoet.

J. F. L. Blankenberg. J. F. Bleichrodt. Mr. E. A L. Boas. M. Bock.

AMERONGEN.

G. J. (}. C. Graaf van Aidenburg Bentinck van

Amerongen enz.

AMERSFOORT.

M. J. Boissevain. J. J. Bos.

H. J. Croockewit. G. P. Ittmann.

Mr. E. H. s' Jacob. M. W. Scheltema Ezn. Mr E. D. Graaf

Schimmelpenninck. Mr. F. D. Graaf

Schimmelpenninck. J. J. van Thiel.

J. van Vollenhoven. Mr. 1. G. A. *van Zijst.

C. Boendermaker.

G. G. de Boer.

H. A. de Boer Az. G. T. Bögeholtz.

Wed. J. M. Bögeholtz. A. Boissevain Ezn. Ch. E. 11. Boissevain. G. M. Boissevain.

J. Boissevain.

Prof. L. Bolk.

Elias P. van Bommel. Mevr. W. C. Bonebakker-Bauer.


ocr page 513

Naamlijst van Intf.kkknarkn.

D. Bonnerman.

A. M. A. Bonnike. Mej. J. de Bosch Kemper.

D. A. Bosch Reitz. J. M. v. Hosse.

F. C. P. Boterhoven de

Haan.

J. D. Brand. W. Branderhorst. J. G. Brico.

M. Brink man n.

G. H. Broekman.

E. Bruchner.

H. Brückmann.

Mevr.Wed. J. E. Brugman. J. de Bruijn.

B. J. A. Bruijnestein.

F. VV. Büchner.

Mej. M. Bunge.

Wed. M. van Buren.

G. VV. v. d. Burg. Dr. H. Burger.

J. B. Burger.

J. H. de Bussy. M. C. Calkoen.

Prof. I3r. P. D. Chantepie

de la Saussaye. D. H. L. Cloetingh. S. E. Colder.

J. Coninck Westenberg. Is. da Costa.

H. Courlander. A. Crouwel Jr.

Corns. J. Daam. H. J. Daam.

J. C. Dalmeijer.

Jos. B. M. Dankclman. T. Deckers.

Ds. C. C. Delprat. Diaconie Weeshuizen der Ned. Herv. (jemeente, A. Dieckman.

P. A. Diepenhorst.

B. van Dijk.

Genootschap Doctrina

et Amicitia. F. J. v. Erven-Dorens. N. Dorper.

W. Dorper. Dr. G. Dornseilïen. A. G. Dorpema. A. J. Dronsberg

v. d. Linden. Mr. A. J. Driessen. W. F. C. Druijvesteijn.

C. A. A. Dudok de Wit. E. R. Duijm.

A. E. van der Dussen. K. G. van Duuren Jr. Dr. J. H. Eberson.

Mevr. Eberwein. J. J. Eckmann.

Ds. C. P. van Eeghen Jr. P. van Eeghen.

J. A. van Eijk Jr.

C. J. den Elsakker.

Mevr. van Emstede

Winkler.

Th. Endepols.

A. van Es.

II. A. van Es. J. H. Esendam. Cat. Esser.

Mevr. de Wed.

J. P. Esser-Hovy. J. J. M. Everts. Mr. D. A. Evertsz. U. A. Evertsz.

Mr. E. J. Everwijn

Lange Jr. Dr. J. G. J. Exler. Mej. Fabius.

Mevr. deWed. Dr. Fabius.

D. M. Fedder.

Mevr. J. Feith—de Kock. J. J. Ie Fèvre de

Montigny. Mevr. de Wed. Ficq. Figee en de Kruijff. Mej. C. H. Fikkert. Mr. J. A. Foest. H. J. Franck. C. J. Frank.

C. Franke.

J. Frencken. H. F. W. Freudenborg. J. Frost.

J. F. Funke.

C. di Gazar. Job. Gebhard.

A. Geels.

J. Geerts.

M. T. van Gelder. M. D. van Gelder de

Neufville. Fa. Wed. J. Gerber amp;Zn. Mej, van Geuns. Dr. H. Giesbers.

Kol. H. T. A. Giesbers. L. van Gigch.

Jobs. Gijselman.

Wed. F. Glasbergen. K. G. Goedewaagen. Mej. P. Goedkoop. H. Gompertz.

F. A. Gottmer.

G. C. R. R. de Graeff. P. Greeve.

H. Gregorius Jr.

Eduard B. Groen.

H. F. Groen v. Waarder. G. A. de Grpot. W. H. de Groot. W. F. Grootmeijer. C. N. de Gruyter.

Jan L. Gude.


C

ocr page 514

Guy de Coral amp; Co. Mevr. v. B. H. Haagcs. J. Haalmcyer l)z. Mr. H. C. Hacke. (}. H. Hagedorn.

Mevr. M. C. van Hall.

E. R. Harkema. H. J. Harms Jr.

C. ten H arm sen.

N. van Harpen. A. Th. Hartkamp. \V. R. Hartkamp.

A. M. L. Hartog van Banda. G. Haselager Jr.

D. P. M. Hasselman. Mevr. van Hasselt.

F. J. Haverkamp, van Haerten.

F. Heckman. C. H. Heerding.

A. G. Heineken Wz. Dr. W. F. Hekker.

Mr. W. P. A. Hellegers. Mevr. Hellingman. J. N. Hendrix.

Mr. J. E. Henny.

B. J. Herfkens.

Wed. J. G. Herpel. F. W. Hesse.

J. M. Hessel.

Jac. W. Hoefman. J. A. Hoeufft.

J. Hofhuis Cz.

Mevr. Wed. van

Holkema—Kremer,

F. Hooft Graafland.

G. Hooft van \rreelaiid. Jonkvr. Hooft v. Woudenberg van Geerestein.

De eerste H. Burgerschool P. H. Th. van Hoorn, v. d. Horn v/d Bos.

NAAMLIJST VAN 1NTEEKENARIÏN.

Dr. S. van der Horst.

A. C. Koopmans.

J. G. F. van Houtum.

1. G. Korsten.

P. N. Howeler.

Mej. J. E. Korthals.

Mevr. de Wed. J. D.

A. Kotting.

Heybroek.

I. A. F. Kronenburg.

A. Huart.

P. Krugsse.

Dr. P. J. Huisinga.

W. Kuijk,

A. H. Isiger.

D. Kijzer.

J, J an sc.

Mevr. Lamberts

August Jansen.

Hurrelbrinck.

A. D. E. Jerphanion.

B. van der Land.

H. C. Jcrron.

J. D, Landré Jr.

H. Jesse.

Dan. de Lange.

Prof. D. Josephus Jitta.

J. W. G. Lasance.

D. B. le Jolle.

Leesinrichting „Lectura.quot;

G. de Jonge.

Het Leesmuseum.

Mevr. de Jonge.

P. I. E. Lefèbvre.

C. Jonker.

Mevr. H. W. v. Lennep-

A. G. Joosting Bunk.

Sillem.

Mevr. Kahle.

H. J. A. J. Lensing.

G. Kalman.

Levenbach.

J. A. Kammeijer.

B. G. J. Lievegoed.

Mr. H. E. Kann.

Wed. J. van Lille

M. P. Karsdorp.

Harrebomée.

Mr. A. J. Karseboom.

Mr. W. D. van Limburgh.

K. Kater.

Mevr. de Wed. van

P. G. Keijser.

Li mm ik.

H. Kerkhof.

Mn A. Lind.

H. W. Kesper.

W. P. J. van

P. P. J. Ketner.

't Lindenhout.

A. J. Kikkert.

Dr. J. C. C. Loman.

Dc Kiosk - Onderneming.

C. J. van Loon.

C. F. L. Kirberger.

Dr. J. H. Lonte.

G. M. Kermen

H. Loriaux.

M. J. Kenner.

Dr. H. Los van Haarlem.

Mej. C. G. Kleeblad.

J. W. Luber.

H. H. Kleinveld.

P. Ludvvig.

J. I]). Knoop.

Joh. C. Lukeij Jr.

I. Kogel.

H. A. J. Lütge.

Mevr. M. Köhler.

Jb. C. Mann.

Koninklijk Oudheid-

F. Manus.

kundig Genootschap.

J. H. Marlof.


ocr page 515

NAAMLIJST VAN INTKKKKNAKI'.X.

Mej. J. Martens.

I!, van Marwijk Kooy. Mej. B. A. Matthes. H. Matthieu. T. E. Matveld. 1£. van Meer. Mr. I. Meerburg.

Dr. G. ter Meulen. F. E. Meulman.

H. A. Meijer Jr.

I. P. Meijer.

P. F. Mol.

Mr. F. A. Molster. C. N. J. Moltzer. W. F. C. Momma. H. C. Morel.

Mej. A. Mulder. E. Mullens.

C. H. I. Muller.

Dr. D. K. Muntingh Jr.

J. W. Neumann.

J. Nienhuijs.

Johs. Niesten.

A. G. F. v. Nieuwenhuyse.

A. van Nieuwkerlv.

Dr. A. L. Nova.

J. A. v. d. Oeveren.

Jean H. Odink.

Gerb. Olie.

J. Th. Olivier.

J. H. Outmans.

Mr. P. A. van Oosterwijk

Bruijn. ! Joh. van Oostveen.

Henri Osieek.

D. Papo.

L. Pappenheim. H. J. Paris. W. C. J. Passtoors. C. H. Peppink.

Dr. S. P. Peppink. Mr. Aug. Philips Jr.

Willem G. A. Pienink. J. R. Planten.

Miss. Mary Playter. A. Post.

Mr. F. E. Posthumus

Meyjes. Dr. W. C. Posthumus

Meyes.

P. Pouwels Jr.

Mevr. de Pré.

15. H. ten Raa.

J. H. de Raad.

J. van Raalte Jr.

W. J. Rahder.

Mr. P. J. Ras.

Mevr. J. T. Rauwerda.

P. J van Ravesteijn.

Mr. F. J. M. A. Reekers.

Mej. S. M. van

Renterghem. VV. N. Repelius. A. J. Reijnvaan. D. J. Ricardo. J. H. Riede.

Willem Rikkers. Mr. J. B. Roelvink. P. Roem Jz.

Joh. J. Rogmans. J. J. Roodhuijzen. Mej. A. G. Roos. Mr. A. J. Royaards. Mej. A. Ruhl Witsen. IJh. H. Ruppert. V. H. Rutgers.

Th. Ruijs Gz.

A. J. Rijk.

M. J. P. van Santen. Scager.

M. J. Scharp.

Carl. Schoffer. J. H. Scheltema.

P. Scheltema Beduin. Ds. 13. van Schelven. Mr. G. J. Ph. Graaf

Schim mei pen ninrk. A. Schmedding. Mej. Schmitz. J. H. Scholten.

Mr. R. L. Scholten.

Carl Schölvinck. J. C. Schooneveldt. M. Schooneveld amp; Zn. Schouten amp; Voskuil. K. E. M. van der Schot. Mej. A. E. Schreuder. Mevr. Schroder.

Mevr. de Wed. J. C.

Schroder.

J. H. Schroder.

J. L. A. Schut.

C. J. Schuver.

W. van Seldam.

II. Siebbeles.

Seyffardt's Bockhandel.

IJ. Siepman v. d. Berg.

J. J. Siepman v. d. Berg.

A. M. E. Simon Thomas.

H. Sluijter.

Mr. J. A. Sillem.

A van der Sluijs.

A. S. Smalt.

H. N. A. Smid.

C. Smit.

Mevr. Smits.

F. B. Smits.

S. van Sonsbeeck.

W. van Sonsbeeck.

C. J. A. Soutendam.

Mej. E. Spakler.

Bern. Spanjaard.

Dr. D. J. van Spanje.

J. Slants.

J. Steen.


ocr page 516

H. C. Steenbergen. L. Steger.

A. C. Sterba.

C. Stevens.

C. Stoffers.

W. Stokman.

J. Stolp.

C. W. K. van Strijen. Mej. Surie.

M. E. Suijver Jr.

B. Svvaab.

Sylvain Kalm.

J. van Temmen. A. W. Tenthoff. G. C. Terlaak. M. A. Terwen.

F. J. D. Theyse. J. J. Thunissen.

C. G. Timmermeister. Ed. Topic.

W. Toose.

J. A. H. Trap.

A. G. L. F. Trossarello.

J. C. ten Tusschedé.

G. van Tyen amp; Zoon. C. van Twisk.

L. v. d. Velde. Vereeniging

„Mekor Chajiniquot; J. H. Verleur. J. F. Verster.

H. P. Verpoort.

P. G. de Veij Mestdagh. W. v. d. Vies.

J. Vink.

Mej. P. G. Vismer. J. Th. de Visser. R. W. Visser. Mr. G. Vissering. Uitgevers Maatschappij

„Vivat.quot; H. van der Vlis Mz.

s'AAMLIJST VAN IMEKKENAUE A. Vonk.

J. W. van Vooren.

Mej. G. M. v. d. Voort. K. v. d. Voort.

II. 1). van Voorlhuijscn. Mej. Voorwijk. J. M. Vorst.

Mevr. de Wed. A. Vos Rz. M. de Vos.

j A. Voss. i C. H. Vosshard.

j. H. Vrancken. | 1. de Vries F. Lz.

Mevr. G. Vroesoni

de Haan.

H. J. Vroom.

13. C. van Vulpen. M. J. van de Waal. W. F. de Waal.

John van der Waarden. A. Waalwijk.

W. P. van Wageningen Jr. H. W. A. van de Wall Bake.

Dr. G. Waller.

Mevr. A. Warendorf—

van Leer. Mevr. H. Warendorf—

van Lier. Mr. W. S. J. van Waterschoot van der Gracht. J. Weetjen. J. F. P. Weinssen Jr. Wed. D. C. Wellinghoff — Horstmaan. A. C. Weissenbruch. j A. van de Werk.

Mevr. de Wed. C. Wertz van Doornen. J. v. d. Wey.

W. P. van Wickevoort — Crommelin.

N. J. Willems.

Mevr. Willing.

Miss. Mary de Wit. H. G. Wit lage 11/.. Mr. J. G. de Witt Hamer. W. M. de Wolf.

C. J. Woltman-Elpers. Mej. J. M. v. Woudenberg. F. A. B. H. Wubbe.

IJ. C. Wijdooge. Ds. P. van Wijk Jr.

D. Wijnbeek. J. IJsebrand.

J. Zon.

B. C. E. Zwart.

ANJUM.

D. A. Beintema.

APELDOORN.

Mr. J. Albarda.

Freule van Boetzelaer.

C. M. Gardenier. P. Keijzer IJzn.

N. A. Mcnsing van

Cbarante.

D. C. L. Neelmeijer Jr. J. Notebooni.

J. A. M. van Oordt

van Bunschoten. H. F. Overhoff. Dr. L. Pot.

School van Z. M. Willem 111 en H. M. Koningin Emma der Nederlanden. 11. P. J. Tutein Nolthenius. L. A. C. Victor. W. Visscher Gorter. Mevr. de Wed. Mr. O. B. Vriesendorp—Blussé.

APPINGADAM.

Ds. G. Geerds.


ocr page 517

NAAMLIJST VAN INTKKKKNARKN.

ARNHEM.

J. R. Boelen.

Mad'lle II. J. Boonen. Mr. W. G. Baron Brantsen van de Zijp. Mevr. Doyer—-Crol. Mej. van Eck. G. J. Engelberts.

G. A. de Groot.

Mej. P. Holle.

Mevr. P, F. J. Ie Jeune— de Roever,

J. L. de Jong.

Michel de Jong.

I. I. de Kempenaer.

H. W. van Kerkwijk. Mevr. de Wed Laatsman. Leesvereeniging

„Schaepman.quot; J. F. Lensink.

Mevr. Wed. P. C.

Loopuijt—Meerburg. Dr A. C. H. Moll. Mr. J. H. M. Baron Mollerus van Westkerke. J. A. E. Musquetier. J. A. Baron van Pallandt. J. W. Baron van Pallandt van Oud Beijerland. Jhr. Mr. F. H. de Pesters. Z. R. A. Reijers H. Hzn. Mej. D. Roothaan. Ed. Schaepman. Ph. J. Scheffelaar Klots. J. D. J. Schott.

Mevr. de Wed. B. van

Spreekens—Post. A. M. A. van den Wall Bake.

R. H. A. van den Wail Bake.

ASSEN.

Jhr. (i. W. H. van

Swinderen. (j. Maynard Tetrode. Jhr. Mr. II. G. v Holbbe tot Echten.

ASTEN.

Ant. Bluyssen. Joh. Bluyssen. W. Bluyssen.

BAARN.

H. I. Eschauzier.

Mevr. Douar. Hartsen

then Bergh. Mej. Koningh.

E. Omvlee.

BARNEVELD.

A. W. I. I. Baron van Nagell.

BEEK.

Jhr. J. Dommer van

Polders veldt.

BEEKBERGEN.

W. van Spreekens,

BEEMSTER.

D. Schuijtemaker.

BEERTA.

II. J. Onnes.

BENNEKOM.

Ds. Gerth van Wijk.

BERG-EN-DAL.

Mevr. Wed. Oosthout— de Vrede.

BERGEN OP ZOOM.

Th. Baggerman.

BERGUM.

J. I), de Vries.

BEVERWIJK.

(j. T. D. Slaap.

DE B1LDT.

John. Groenewegen. Mevrouw Rot-11 van der Wijck.

BINGEERADE.

J. A. Cremers.

BEEISWIJK.

P. Wouterlood.

BLOEMENDAAL.

1. E. Scheltcma.

Adam Stoop.

BODEGRAVEN.

Ds J. L. F. de Meijere.

BORGER.

R. Jonkers.

BOVEN-KARSPEL.

P. Fransen.

BREDA.

J. W. C. Beelenkamp, F. G. E. Bolomeij. J. Caland.

(iovert Dorrenboom. Mr. W. Ingenhousz. Mevr. Wed. Jellinghaus. Mr. A. P. L. Nelissen. Mevr. Oukoop. Mr. A. Reigersman. Mevr. Wed. Reigersman. Mevr. Wed. Ronkens.


ocr page 518

NAAMLIJST VAN 1 \ I KKKKNAKKN.

A. F. G. G. Schwartz.

G. van Steijn.

Jhr. C. M. Storm van

's Gravesande. Mevr. Wed. P. van Weel. S. J. C. Zolncr.

BRIELLE.

D. Moerman. J. K. Overbeeke.

BRUMMEN.

F. Hogaardt.

BUREN.

Ds. D. Jacobsen.

DE BURG (TEXEL.)

J. C. W. de Jonchecre.

BUSSUM.

P. Alkemade.

I). P. v. d. Bergh. J. Blijkmans. A. G. Heineken.

Dr. A. J. Heimig

v. d. Vegt. P. D. J. Köler. C. J. Kruisweg. J. N. Landré.

Joh. Leur.

J. B. Roling.

Jhr. R. van Suchtelen

v. d. Haare. Mr. H. A. v. d. Wall Bake.

DELFSHAVEN.

P. J. Raiskin.

DELFT.

Lt. W. Beijerink. Bibliotheek der

Polytechnische School.

Mr. P. A. Fukker. Gemeente Secretarie. H. van Heeumen. M. A. C. Hartman. Lt. van Kervel.

Mevr. Unterhorst. J. v. d. Ven. H. J. Verhellouw. F' M. de Vries v. Heijst. F. M. de Vries v. Heijst Jr.

DEVENTER.

Bibliotheek iste Regt.

11 uzaren. Cantine 2de Bat.

8ste Regt. Inf. M. van Cittert.

B. J. van Enter.

Joh. van der Helm. J. Hengeveld Jr.

Mej. H. G. Jordens. A. van der Linde.

Edu ardj. Schlichtenbree. j Mej. E. C. H. Wijthoff.

D1EMEN.

W. M. Voorbeijtel.

D1NXPERLO.

Jhr L. D. Strick van

Linschoten.

DOESBURG.

De Bruijn Tengbergen. J. H. Frieswijk.

I Militair Leesgezelschap.

DOETINCHEM.

C. B. Bennink.

W. W. Huber Noodt. Ds. M. A. van Regteren Altena. i C. Willink Ketjen.

DOORWERTH.

J. W. F. Scheffer.

DORDRECHT.

W. J. II. Albers. A. J. Augustijn.

Lt. van Beijerinck. D. Boest Gips.

Dames Bonten.

P. Bos Az.

F. A. van Braam

Houckgeest. Mr. E. Baron Collot

d'Escury. Mr. L. W. A. Colombijn. S. W. H. M. Colombijn. D. Crena de Jongh. H. van Dijk.

H. van Dijk.

D. L. van Elk. Maj. Engelhardt. Mr. H. W. Fangman. A. A. Grondhout. Mr. S. van Gijn. J. C. van Hasselt.

H. van der Heul.

C. G. de Kat van

Bleiswijk. N. v. d. Koogh.

M. van der Linden.

D. v. d. Made.

Hidde Nijland.

L. J. Otto.

A. Roest Jr. 11. B. de Roo van

Capelle.

N. Roodenburg. A. Rijken.

Mej. A. H. Stoop. Vereeniging Vak en

Kunst. W. J. L. Verhoeven.


ocr page 519

'1 $

NAAMLIJST VAN INTEEKKNAREN.

Mej. J. Veth.

ENKHUIZEN.

GOUDA.

A. C. Volker.

Os. 11. Bleijenberg.

J. Gonda.

M. van Zanten.

B. L. van Es.

Mej. Immink.

A. C. Zoethout.

R. J. D. Hartkamp.

Mej. M. Lulius v. Goor.

E. Lastdrager.

J. M. Noothoven v. Goor.

DRIEBERGEN.

J. W. Lavvenman.

Onderwijzers

Baron d'Aumale van

W. Lawenman.

Leesgezelschap.

Hardenbroek van Marden-

J. van Leo.

G. L. Rinkel.

broek.

A. Roodhuijzen.

J. T. Swartsenburg.

Jhr. de Beaufort.

Mej. T. P. Top.

Mevr. Wed. D. J. van

Baron van Hogendorp.

H. Vlasveld.

Vreumingen—Prins.

Mevr. Wed. Kneppelhout.

F. de Vries.

J. F. Willems.

C. Kneppelhout.

Jb. de Wit. Pz.

Vermeer.

's GRAVENDEEL.

Jhr. Voorst van Beest.

ENSCHEDÉ.

Dr. G. Renting. 's GRAVENHAGE.

G. Wendelaar.

H. van Heek. Hz.

DUBBELDAM.

FEYENOORD.

Andringa de Kempenaer.

Jhr. P. J. J, Repelaer.

J. Stam.

Jhr. Mr. T. A. J. van

Asch van Wijck.

EDAM.

FRANEKER.

Mej. Bakker Schutt.

H. de Boer.

1). Fontein Rzn.

Mej. E. Bayer.

P. VV. Groot.

A. J. Blankenhagen.

i W. J. Kernkamp.

GEMERT.

Mej. van Blarkom.

H. Keijzer.

G. H. Lünnemann.

Jhr. Mr. H. A. C. de la

Th. Prinzen. Jr.

Bassecour Caan.

EDE.

Mevr. Wed. D. A.

Jhr. Mr. C. H. Beelaerts

A. E. Baronesse van

Verschure—Oomen.

van Blokland.

Reede van Oudtshoorn.

Douar. Beelaerts van

GENDRINGEN.

Blokland.

EIBERGEN.

J. M. Jalink.

T. Beeuwkes.

Mej. van den Broeke.

C. A. Baron Bentinck.

G. H. Smits.

GOES.

Mevr. Douar. C. E. v. d.

M. C. J. de Visser.

Berch van Heemstede.

EINDHOVEN.

1). G. Krol van der Hoek.

Jhr. L. van den Berch

H. Boonacker.

van Heemstede.

Mr. A. Baron van

GORINCHEM.

F. L. van den Berg.

Wijnbergen.

C. Hoekwater.

J. J. F. van den Bergh.

Firma W. Stokhuijzen.

J. H. Beucker Andreae.

ELBURG.

Freule Bichon van

Jhr. A. Bas Backer.

GORSEL.

IJselmonde.

Mr. 11. A. Hoef hamer.

C. Vos.

C. Graaf van Bvlandt.

ocr page 520

Naamlijst Van intkf.kf.narkN.

Mr. W. P. Graaf van

Bylandt.

Mevr. Blom.

Mcj. Boelen.

iMej. 11. Boelhouwcr.

J. Bolman.

Mcj. Holten.

Mej. W. Booms.

Boussod, Valadon amp; Cie.

J. M. Brevet.

j. M. L. van Bronkhorst.

Ds. R. K. Brouwer.

H. C. M. Brouwer Ancher.

J. C. Brückel.

H. Brückel.

G. F. de Bruyn Kops.

Mr. A. A. H. v. d. Burgh.

Mevr. Wed. Busc.

Caminada.

Cantinc Oranje Kazerne Grenadiers en Jagers. Cantine Alexander

Kazerne. Cantine Frederik's Kazerne 2de Regt. Veld Artillerie.

Capadose.

J. van der Chijs.

Clant.

11. C. C. Clockener

Brousson.

G. J. Collard.

Mevr. Cramerus.

Dr. van Dam.

A. van Del den.

van Deursen.

Mr. C. Th. v. Deventer.

Mevr Wed. van

Dommelen. E. Douwes Dekker.

Mevr. Driehuys —

de Bock.

Mevr. Wed. van der

Drift—Brantjes. Mevr. E. van der Dussen. J. W. Druymaer van

Twist.

Mr. 11. J. Dijckmeester. Mej. J. S. Dijkgraaf. P. A. Dyxhoorn. P. C. L. Eikendal.

Mevr. Wed. Mr. van

Ewijck van de Bilt. Dr. Feikema.

1). Fock.

J. D. Franssen van de

Putte. F. L. Geldmaker Jr. Mej. D. Gleichman. Mr. J. G. Gleichman. J. B. do Gou.

W. R. de Grevc.

Jhr. F. Groeninx van

Zoelen.

Groote Societeit.

„De Haagsche Club.quot; L. C. B. de Gruijter. J, H. de Haas.

Jhr. J. C. A. van Maeften.

H. P. N. Halbertsma. Mr. J. F. Heemskerk. Mr. H. Hemmingson.

I. C. A. van den Heuvel. A. M. K. W. Baron van

Ittersum. Mr. W. A. Baron van

Ittersum.

J, Jarman.

L. J. Jarman.

Mr. J. Jochems.

Freule de Jonge. 11. A. Just de la Paisières. Mr. W. van der Kaay. L. J. S. van Kempen.

Mevr. de Wed.

Kerkhoven. Dames de Keth. A. L. C. Kleijn.

Mej. C. E. F. Kleijn. S. van der Kloet. 1. E. Kloos.

Koninklijke Bibliotheek. W. Kramers.

Joh. Krap.

A. Kruijt.

Mevr. Douar. Labouchère. Mej. J. E. de Langen. A. Langkemper. F. B. Leemans. H. M. van Leeuwen. Freule van Lennep.

D. Lensvelt.

W. B. van Liefland. Mr. S. K. D. M.van Lier. Mevr. P. J. Ligtenberg.

E. L. Graaf van Limburg

Stirum.

J. P. Graaf van Limburg Stirum. Mr. J. Ar. A. Lisman, van der Loo.

Mevr. E. van Loon. Jhr. T. E. Lopez Suasso. Mr. A. F. Baron van

Lijnden.

Mr. A. E. Baron Mackay.

Kapt. de Man.

W. C. de Man.

Dr. C. G. van Mansvelt.

Mevrouw Mazel.

Douar. Melvill van Carn-

bree—Fabricius van

Wolferen.

P. Menso. P. J. Mooijman. O. M. J. Moorrees.


ocr page 521

NA AMI.IJST VAN 1N 1' É E K K N A R Ë N.

Ü. C. A. J. Moreau.

I^aula Muller.

Mej. Mac. Neill.

Nieuwe of Litteraire

Societeit.

Mr. A. Nilant.

S. W. van der Noordaa. ' Mevr. de Wed. Noothoven van Goor. II. Nijgh.

P. v. d. Oever.

Mevr. Wed. R. C. van

Oosterom. J. M. H. van Oosterzee. A. R. Ophorst. I. W. Opstelten.

Mevr. J. Otten. J. H. Paardekooper. H. Pander.

Mr. C. P. D. Pape.

Freule v. d. Poll.

Douar. C. E. Quarles van

Ufïord. I Jhr. W. C. Quarles van Ufford. Dr. N. C. J. Rahder. Mr. A. E. Rahusen. Mr. A. Graaf van

Randwijck. C. T. Reclilieu Morra. C. J. de Regt.

Zoutmanstraat. C. J. de Regt.

Loosd. Kade. Jhr. Mr. J. C. J. Ridder

van Rappard. j

Jhr. Röell.

Jhr. D. Röell.

Jhr. H. H. Röell.

T. J. van Rosmalen.

Mevr. C. II. Ruysch. Mejonkv. Baronesse S.

Sirtema van Grovestins. J. E. N. Baron Sirtema

van Grovestins. Mej. J. W. Slot. C. S. Smith.

Societeit Besognekamer. J. Spanjaard.

Jhr. G. W.J. van Spengler. Jhr. L. J. A. van Spengler. Mevr. Wed. T. Stam— van der Linden. Mr. O. VV. Star Numan. de Stoppelen.

Jhr. J. E. de Sturler. W. Sutherland.

Mevr. de Wed. D. C. W.

Sutherland— van Eek. Freule Taets van

Amerongen. H. W. J. E. Baron Taets van Amerongen. P. S. van Teeckelenburgh. M. Tersteeg.

G. C. van Tienhoven. J. L. Tittel.

A. A. des Tombe.

Jhr. F. W. des Tombe. Mr. J. A. N. Travaglino. A. G. L. Trossarello. Uitgevers-Maatschappij

„Nederland.quot; W. J. Vader van 's Gravenpolder. Administratie Het

Vaderland.

Valkenburg.

J. P. de Veer.

Verloop.

G. C. Visser.

J. P. van Vliet.

C. M. van Vlooien.

Mr. J. van Voorthuysen.

Mej. Vosmaer.

Dr, W. C. A. Baron

van Vredenhurch. Josephine Vrolijk. H. L. Wachtels.

F. G. Waller.

G. B. Wendel.

Mej. M. Wentholt. W. A. Weijtlandt. G. L. de Wetst( •in —

Pfister.

L. Wichers. C. W. A. Wildeman. W. E. A. Wüppermann. Jhr. C. L. W. C. v. d. Wijck. Mr. Zubli.

GROENLO.

de With. Burgemeester.

GRONINGEN. Jhr. Mr. W. C. A.

Alberda van Ekenstein. Mr. G. M. Doornbos.

G. Drewes.

j. L. Dijkhuis.

J. van Eek.

Mr. Th. Haakma Tresling. R. K. Leesinrichting. Mevr. Douar. de Marees v. Swinderen—

Wyckerheld—Bisdom. 11. W. H. Mulder. P. Noordhoiï.

Mej. IJ. T. Quintus. E. J. de Ranitz. A. O. J. Schindler. P. H. van Wermeskerken. \V. A. Wreesman.

GROOTEGAST.

H. Velting.

d


ocr page 522

NAAMLIJST VAN INTEF.KENARKN.

GROOTZANDE.

Dr. J W. Gunning.

HAARLEM.

Lt. Kol. W. Badon

Ghijben.

R. Barge.

J. Baron.

Mej. L. C. Bcrnclot Moenz. Boom.

C. J. G. dc Booy.

Jhr. L. Boreel.

Jhr. Mr. J. W. G. Boreel van Hogelanden. Dr. J. Th. Bornwater. Mr. W. Brantjes. Dr. W. de Bruijne. Mr. J. de Clercq van Weel. Mevr. de Wed. A. L.

Dyserinck.

P. Dyserinck.

Dames Duuring. H. J. E. Everard. P. B. J. Ferf.

Mr. J. J. E. Geelen. Mej. M. L. Glasbergen. H. J. Heshuysen. Mr. H. Ph. 't Hooft. Jhr. B. de Jonge van Campens Nieuwland.

A. S. de Kanter.

Mej. G. M. Klein. J. Klein.

Mej. J. G. Kopmels. Mej. Kraak.

Dames Kremer.

B. Krol.

J. Krol Kz.

P. Kuipers.

H. Baron van Lamsweerde. P. H. v. d. Ley. A. Menalda.

Mevr. H. de Petit van

Oosterwijk en Spijk. Mej. E. E. Prins de Jong. J, P. Reede van Schore en Vlake. Mej. J. Repélius.

Jhr. Mr. A. J. Rethaan

Macaré. Mej. A. J. C. Rijk. Rijksarchief in

Noord-Holland. W. F. Schroder. A. Suermondt. C. A. Tak.

Jhr. F. Teding

v. Berkhout. P. H. Testas. Mr. J. Thijssen. Mr. G. van Tienhoven.

G. D. Uhlenbroek.

H. J. Visser.

Mevr. de Wed. M. Vos. Mevr. H. M. A. de

Vries—Wolterbeek.

C, J. M. de Wilde.

D. J. v. d. Wilk.

Andries J. Winkler.

HAASTRECHT.

Ds. Pool.

HALFWEG.

W. Breukelaar.

HARDERWIJK.

M. ten Broek.

Militaire Cantine.

HARLINGEN.

S. Bakker.

W. Harmens Cz.

HARMELEN.

Mevr. van Heemstra.

HATTEM.

E. A. Hoefer.

Mr. O. J. E. Baron van

Wassenaer van Catwijck.

HEDEL.

Mevr. Wed. Huijskes.

HEEMSTEDE.

Mej. A. Eggink. Jhr. Gevers.

J. J. Mes.

i

Mr. A. J. v. Vollenhovcn.

HEENVLIET. H. P. I. G. Bel.

HEERENVEEN.

M. A. J. Verkouteren.

HEES.

G. J. Noy.

HE1NKENSZAND.

Mr. J. van der Bilt.

DEN HELDER.

C. A. de Brauw. C. A. Brugman.

J. J. de Bruijne. Mr. A. Croockewit. J. E. Fabius. J. E. Sickens.

J. C. Slis.

J. M. van Wickevoort

Crommelin.

HELLEVOETSLUIS.

J. Bruch.


ocr page 523

NAAMLIJST VAN IMEEKENAKKN.

HELMOND.

J. M. van de Burgt. Ant. Dijkhoff.

Aug. van Ryckevorscl. Jhr. Emile Wesselman

van Helmond.

HENGELO.

J. van Alpen. E. Broekhuis. D. W. Stork.

W. Stork.

'sHERTOGENBOSCH

H. A. Bakker Jr.

Mevr. de Bergh van den Abeelc. Mr J. T. Boelens.

Jhr. P. J. J. S. M. van der Does de Willebois. J. H. Gombert.

C. E. de Haas.

P. van Hoek.

Mevr. de Wed. Ter Laag.

A. W. J. van Lanschot. Mevr. M. van Lanschot—

van Baerle.

B. van Lierop. W. H. Lutkie.

C. A. Muller.

Van den Oudendijk

Picterse. Jhr. B. de Roy van

Zuidewijn. Mevr. A. van Rycke-

vorsel—van Heijst. H. A. Schiesinger. Jhr. Des Tombe.

Jhr. Mr. F. X. A. Verheijen. Mr. A. E. J. Baron van Voorst tot Voorst. P. van Wayenburg.

F. A. van Weert.

E. C. Wiertsvan Coehoorn.

HILVERSUM.

J. J. Brutel de la Riviere.

E. O. Dresden.

G. J. Groenendaal.

G. C. van Schaik.

C. v. d. Voort van Zijp.

H. W. A. van der

Waarden.

HINDELOPEN.

S. H. Sikkes.

HOEDEKENSKERKE.

G. J. C. Noothoven

van Goor.

HOOGEVEEN.

G. A. Bosch.

HOORN.

P. Bos.

Diac. Vereeniging.

Afdeeiing Leeskring. P. Geerts.

L. Hooft.

W. P. Kops. J. A. G. Schermer.

HOUTEN.

H. L. van Buma.

KAMPEN.

Cantine Hoofdcursus.

D. J. J. Heiiema. Leeskamer van de

Theol. School. P. J. Meij.

Prof. D. K. Wielinga.

KATWIJK AAN ZEE.

F. E. Meerburg.

KEPPEL.

Jhr. E. J. van Pallandt. Douar. Baronesse van Pallandt van Keppel. KLUNDERT. A. J. Korteweg.

KOOG AAN DEZAAN.

P. Out.

KOOTWIJK.

Ds. I. H. Houtzagers.

KOUDEKERKE.

L. Schuman.

LAAG-SOEREN.

C. H. Vechtman.

LEEK.

Jhr. H. van Panhuijs. Jhr. Mr. J. A. E. A.

van Panhuijs.

LEERSUM.

Mr. J. M. W. van dei-

Poorten Schwartz.

LEEUWARDEN.

Bibliotheek der Rijks

Hoogere Burgerschool. Jhr. Mr. A. E. van

Boelens van Eijsinga. Mej. Bodenhause. W. Eekhoff amp; Zoon. G. A. Escher. De jonkvrouwen

Gevaerts. Mr. B. P. Baron van

Harinxma thoe Slooten. M. O. Jongbloed. Ds. Politiek.


ocr page 524

NAAMLIJST VAN INTKEKENAKEN.

I\. l'ringle.

De l'rovincialc Hiblio-

theek van Friesland. N. Reuvecamp.

Stedelijk Archief. Mr. J. Tjebbes. M. Vellinga.

I). Ci. Withers Wierdsma.

LEIDEN.

Blankenberg amp; Co. Mej. A. M. G. Coek. Mr. M. L. Drucker. 1'. J. van Eijk. H. L. A. Gadet. Dr. G. M. Kruimel. Leeskamer Amicitia. G. Los.

A. S. Nagel.

Mevr. Wed. C. G. Piek van Mannekus. Societeit Minerva.

Jos. J. M. Teulen. Mr. M. C, de Vries

van Heijst. Ds. S. H. J. de Wolff.

LEUSDEN. Mr. A. J. de Beaufort.

LICHTENVOORDE.

D. Hesselink.

LISSE.

S. P. Fentener van

Vlissingen.

LOCHEM.

Mr, A. J. Baron van

Nagell.

L. Schuthart.

LOENEN a/d VECHT.

J. P. A. van Leent.

LOBITH.

J. N. P. Muurlink.

MAASSLUIS. H. Blom

Mr. J. Dirkzwager. F. Visser.

MAASTRICHT.

Jhr. M. G. Ruys van

Beerenbrouck.

MEDEMBLIK.

Dr. T. E. Frijlinck.

B. van Houweninge.

DE MEERN.

Dr. Furnée.

MEPPEL.

K. E. Borger.

Wed. B. van Engelen.

Jb. Fransen.

Mej. A. M. Kuurman.

Leesgezelschap „Veel goeds voor weinig geld.quot; J. Meijboom Hz.

MIDDELBURG.

Mej. J. W. J. Brugge. Jhr. Mr. P. D. van

Citters. D. J. Dronkers Jr. Wed. F. Ermerins—Tak. F. A. Frederiks. L. K. van der Harst JJz.

C. L. Hoepner Jr. ! C. H. Kunkeler.

Leesgezelschap

,,Elck wat wils.quot;

W. A. Graaf van Lynden. Mr. C. Lucasse. P. Polvliet.

I 'rovinciale Bibliotheek. J. F. H Rest.

Jhr. Mr. A. van Reigersberg Versluijs. Rijks-Kweekschool. W. Middelveld Viersen. Mevrouw Schuurbeque Boeye—Copes van

Hasselt.

MONTFOORT.

W. J. van Er pers

Royaards.

MIJNDRECHT.

K. van Wieringen. Hzn.

NAARDEN.

J. H, van Asperen. H. J. Duininck. F. A. P. Holland. J. A. Hufen.

J. Jonker.

A. K. Langenhagen. F. L. A. Schubert. H. M. Wesseling.

NEERBOSCH.

Joh. van 't Lindenhout.

NIEUWEDIEP. P. M. A. Bogaert.

NIGTEVECHT.

Mevr. M. N. de Pré.

NOORDWIJK.

L. A. T. Binnendijk. Jhr. F. C. V. Dommer

van Poldersveldt.


ocr page 525

Mevr. Hoog—Enschedé. Mr. F. A. G. Graaf van Limburg Stirum. Jhr. Mr. J. H. J. Quarles van Ufford. P. van Slootcn. Ds. S. Verhoef.

NIJKERK. Jonkvr. C. M. Baronesse d'Hangest d'IJvoy. Mr. H. G. C. Marcus. C. Peeters.

NIJKERK.

(Oostdongeradeel.) Ds. P. I. Jongbloed.

NIJKERKERVEEN.

J. de Boer.

NIJMEGEN.

C. Bormeester.

Mr. P. C. Bijlevcld.

A. Coelmis.

M. Crommelin.

Mr. L. C. van der Feen.

C. J. R. Geurts.

B. A. J. van der Hegge

Zijnen*

L. van Kuijk. Leesgezelschap

2de Regt. Infanterie. Ds. A. Pijnacker Hordijk. Jhr. G. C. J. van Reenen. Mevr. W. E. Schol 1 van Egmond—Beets. Mevr. Stoop—Baronesse Mackay.

J. E. Stork.

F. P. Thijssen.

Mr. F. J. F. M. Walter.

\AMI.IJST VAN INVEKKKNARK:

OISTERWIJK.

(Noord-Brabant.) Mej. Mees.

OLDENZAAL. J. W. H. ter Bals.

OOSTERBEEK.

M. G. Barbiers.

Mevr. Wed. J. Kneppel-hout— van Braam. De Burgemeester van

Renkum. W. C. Th. Thomas. J. V. M. van Toulon

van der Koog.

OOSTERHOUT.

Mr. W. J. G. Baron van Oldeneel tot Oldenzeel.

OOSTHUIZEN.

(Noord-Holland.) N. Peereboom.

OOSTZAAN.

G. A. Swart.

OUDE TONGE. Th. H. van Dolder.

OUDKERK.

Jhr. A. J. van Sminia.

OUDENBOSCH. A. Smits.

OUDEWETERING. J. Bonda.

OUDSHOORN. J. W. C. Bloem. W. Gambler van Nooten.

OVERVEEN. C. H. Bos.

Joh. ter Hoffsteede.

PAPENDRECHT.

J. F. Hengeveld.

POORTUGAAL.

Notaris Duyfjes.

PURMEREND.

Mr. F. Bredenhoff de

Vicq van Oosthuizen. Ph. M. Sigling. J. J. Stuijt.

PUTTENo/d VEI.U WE. Chr. J. van Eeghen.

RHENEN.

G. Bolkestein.

Jhr. G. J. A.

Schim melpenninck.

RIDDERKERK.

F. H. Baron d'Aulnis de Bourouill.

ROERMOND.

Raupp. Burgemeester. Gemeente Bestuur.

ROLDUC.

Prof. L. Coenen. Dr. W. H. Nolens.

ROTTERDAM.

S. van Aken.

J. A. van Alphen. Archief der Gemeente. P. J. M. Arnold. W. Aschman.

A. G. Th. Becking.


ocr page 526

NAAMLIJST VAN INTEKKENAREN.

C. Beinz.

J. H. v. Bentveld CWz, A. S. v. d. Bergh.

L. den Besten. H. W. Biezc.

F. Bland van den Berg. Mej. M. E. Blekxtoon. C. Blokzijl.

H. C. Blokzijl. Jr. E. Boden.

W. A. Boone. J. de Bruijn. Jhz.

G. C. Bunk.

P. C. Burcksen. Mr. M. Burgerhout. A. C. Cramer.

H. Cramer.

J. van Dam.

G. J. Dockheer.

A. A. Dolk.

J. C. van Dongen. W. van Driel.

J. van Dijck. L. v. d. Ende. C. J. Engelse.

M. Engers. J. J. Francois.

Mevr. Wed. A.

Gardenier—Kempen, J. van Gent. J. J. C. Hartogsveld.

I. II avelaar.

B. Helders.

M. J. v. d. Hoeven. II. Hoogendam.

A. Hötte.

B. Hooykaas Jr.

G. A, ten Houten.

H. W. Houtman. F. W. Hudig.

J. Huibrechts. F. B. s'Jacob.

L. P. Jacobsen.

A. A. Jesse.

A. de Joode.

J. J. Kam.

M. van Kattenburg.

W. Keulcmans.

P. Knegtmans.

E. Knight.

C. G. Kolff.

E. Kortman.

Dr. J. Krayenbelt.

G. Lambert,

Mr. P. Lammers. Mevrouw Ledeboer. W. J. van Limburgh. Mevr. Wed. L. D. Lutz. P. Lijndrayer. Wed. Marcelis. W. Marcelis.

R. P. Mees.

C. Mensink. A. de Monchy. C. J. Nogarede. A. W. van Oeffel.

Dames van Oordt.

H. W. van Oordt HWzn. J. Parqui.

Mej. E. de Pegel. Dr. G. Pekelharing. G. Pelster.

Peters' Boekhandel. Wed. P. J. H. Pollen. Jos. de Poorter.

Freule E. van Raders. A. A. A. Rcballio.

Mevr. de Wed.

Roodenburg. J. H. H. Rothmeijer. Het Rotterdamsch

Leeskabinet. G. J. van Rijsoort van

Meurs.

L. Schakers.

C. W. Schalkwijk. H. Schreuder.

Mevr. W. Smith—v. Stolk.

D. P. Spierenburg. O. Stier.

G. Stillebroer. J. J. v. Stolk.

J. v. Stolk Az. W. J. J. Straelen.

B. J. Tieman.

C. J. Vaillant. Mr. H. Vaillant.

B. Verbiest.

C. W. Vermeulen. P. A. J. Verschure. C. G. Vervloet.

Jan J. Visser.

J. H. Vries.

C. J. de Vriese.

G. L. van Vugt Jr. J. C. Vuijk.

D. T. Wilkens. II. J. Wilton.

F. II. E. van Woelderen. 1). van Woerkom. K. J. Wij lacker.

ROSMALEN.

R. A. van Meusden.

DE RIJP.

S. Appel.

J. W. van Raven.

RIJSENBLIRG.

Dr. II. J. A. M.Schaepman. II. A. van Spanje.

RIJSSEN.

II. H. Kortebos.


ocr page 527

NAAMLIJST VAN INÏËËKIÏNARËN.

RIJSWIJK Z.H.

I'll. Verhagen Metman.

SCHAGEN. Jhr. Mr. D. van Forecst.

SCHEVENINGEN.

Chr. Jongel. Vereen, ojj Geref. grondslag. A. A. van Dijk.

VV. den Duik. Dr. Eijkman.

G. Feugen.

A. Groen Wzn.

D. Jol.

E. A. Keuchenius. G. Korving—Duik. \V. Korving Mz. A. P. Krul.

M. de Mos Jz. P. de Mos Mz. A. de Niet.

Dr. A. de Niet Az. A. de Niet Mz.

G. M. de Niet.

Jac. de Niet.

N. A. de Niet. C. G. Pauptit.

Dr. v. d. Roemer.

H. A. v. d. Rovaart. Jhr. Sickesz.

J. L. v. d. Toorn. L. v. d. Valk. M. Varkevisser. J. J. Waterreus Lz. H. v. Wort. 13. v. d. Zwan,

SCHIEDAM.

P. J. van Dijk van

Matenessc.

J. F. Kool.

M. W. v. d. Schalk. J. B. Schiphorst.

Mej. H. van der Velde. G. Visser Pgt;z. L. D. Vliegenthart.

SCHOONHOVEN J. v. d. Meer.

SEROOSKERKEN.

W. Maas.

SITTARD.

Mej. H. G. Tideman.

SLIEDRECHT.

Mr. W. H. van Haaften.

SLOTEN (Fr.)

J. Willemze.

SLOTERDIJK.

S. N. du. Croix.

W. van Nes.

SMILDE.

J. Veenhoven.

SOESTERBERG.

Mr. H. J. H. Baron van Boetzelaer van

Oosterhout.

SOMEREN.

F. J. H. Hoekers.

SPANBROEK.

G. Dennig.

SPANKEREN.

Douar. Baronesse van Rhemen van den Geldersclien Toren.

STEENBERGEN.

Van Hellenberg Hubar.

STEENWIJK.

H. Kamp.

TERBORG.

W. B. F. Escher. Ds. J. C. Knuttel. J. II. Vrugtman.

TIEL.

G. Jager Gzn.

P. A. Keiler.

Mevr. de Wed. 0. C. A.

van Lidth de Jeude. Mr. P. H. A. Tydeman.

TILBURG.

II. Donders.

TWELLO.

Leesgezelschap Tot

Leering en Verinaak.

UBBERGEN.

S. ten Bokkel Huinink.

UTRECHT. Jhr. Mr. H. M. J. van

Asch van Wijck. G. ter Bals.

Mr. A. W. van Beeck.

Calcoen. Mr. L. W. A. Besier. Broeders St. Joannes

de Deo.

Mej. Brill.

Dr. G. Brom.

Mevr. Bruno.

F. Bult R. K. Pr. A. Claessen.


ocr page 528

k'aamujst van inteekenaren.

Mr. M. Crommelin. Dr. A. G. C. Dodt. A. G. A. van Eelde.

iUej. dc Famars Testas. Mr. 13. Gewin.

E. E. Gewin.

Rud. Jan Gewin. J. A. van Gorkom.

Mr. W. Th. Grotlie van Schellach.

Dr. J. Hartog.

Mevr. Wed. 1. 1. J. v. d. Helm— de Vlugt. Mevr. van Hemert. C. M. Herckenrath.

Jobs. Heijl. J. L. Huysinga.

Andr. L. Krom.

Freule S. Bar. van

Lijnden. J. F. A. Lindsen.

I. II. J. van Lunteren. Jonkvr. S. Baronesse

van Lynden. Rud. \V. M. R. Malherbe. J. J. M. Molijn.

Mevr. Neijtzell de Wilde. H. Oortman Gerlings. J. A. Oortman Gerlings. Mej. J, S. van

Oostendorp.

J. Th. Peck.

J. A. Philipse.

Jhr. J. A. Ph. L. Ram.

Ridderlijke Duitsche

Orde, Balije van Utrecht.

F. C. Roeloffs Valk. Lt. M. J. von Santen. Dr. 1'. Templeman v. d.

Hoeven. Mevr. Des Tombe. Utrechtsch 1 )agblad.

Mevr. Verloren van

Themaat.-

W. Visser.

Mevr. Jeannette Walen. H. A. v. d. Wall Bake. H. L. A, v. d. Wall Bake. Dames van de Water. Mgr. II. van de Wetering. Aartsbisschop van

Utrecht.

VARSEVELD. Dr. A. Bonebakker.

HUIZE BATTENBURG.

(bij Vcenendaal.) Jhr. Mr. L. H. J. M. van Asch van Wijck.

VEERE. J. A. G. Robijn.

VELP, G. Avelingh. F. H. Havinga Oortwijn. Mevr. Wed. G. A. Hofkes-

van Voorthuijsen.

Mevr. H. Luden—Willet. Mr. E. A. dc Roo van Westmaas. , M. P. D. Baron van

Sytzama.

VLISSINGEN. C. P. 1. Dommisse.

Jlir. A. A. van l^oorn

van Koudekerke.

VOGELENZANG. C. de Gruijtcr.

VOLLEN MOVE. M. J. van Krieken.

VOORBURG. J. M. Vas Visser.

VOORST.

Mr. II. Crommelin,

VU CUT. van Hceswijk.

Mevr. Marggraff.

WAALWIJK.

J. Meesterman. Ph. Timmermans.

WAGEN IN GEN. R. van Eek.

J. Goossen.

j. van Haarst.

J. Th. van der Plas.

WAPENVELD. Ds. B. F. van Maas.

WARMOND. N. J. Smeulders. L. Graaf van Limburg

Stirum.

WASSENAAR.

Jhr. v. d. Oudermeulen. Baron van Zuylen van

Nijevelt.

WEERT. Francois J. P. M.Coencn.

WEESP. J. Boersma I)z. A. M. van Dockum. W. Goossen Gz. 1). J. van Houten. F. N. v. d. Muelen.


ocr page 529

NAAMLIJST VAN INTEEKENAREN.

A. v. cl. Weg.

A. T. van Wijngaarden.

WELDAM.

Gravin Bentinck.

W1NDESHE1M.

Ds. W. J. Jurrema.

WINTERSWIJK.

Dr. H. Franssen.

WOERDEN.

F. X. M. Aghina. C. T. Zijlkcr.

WORMERVEER.

H. Boekenoogen.

J. van Ramshorst. Az. C. Schoute.

W. van Tijen.

IJSELSTE1N.

M. den Bleker. H. W. J. Royaards.

ZAANDAM.

II. Blans Kz.

Dames Leesgezelschap. H. (ions.

S. J. van der Goot.

Mevr. de Wed. C. Mats. J. W. Slijper. E. v. d. Stadt Jr. Mr. H. J. C. van Tienen. A. A. J. Zwaardemaker.

ZAANDIJK.

Leesgezelschap „Tot zinnelijk vermaak en zedelijk genoegen.quot;

ZALT-BOMMEL.

Mr. G. Kolff. W. C. Pleyte.

HET ZAND.

(Noord-Holland.) Dr. J. Hueting.

ZANDPOORT.

Dr. C. C. Delprat

ZEIST.

Jhr. G. de Geer.

Baron F. A. R. A. van

Ittersum. Mevr. Douar. van Loon. Mej. S. J. van der Mench. Jhr. Mr. F. van de Poll. Jhr. G. A. F. Raland. Jhr. F. van Reen en. Jhr. G. F. van Tets. Baron van Tuyl van Serooskerken van

Vleuten.

ZELHEM.

Ds. de Plan que.

ZEVENAAR. Jhr. L. F. C. H. M. Ridder de van der

Schueren.

ZIERIKZEE.

A. M. E. van Dishoeck. Jhr. W. M. H. de Jonge. Mr. J. E. J. M. van der Kun.

Dames van der Lek de Clercq.

ZOELEN.

J. W. de Kanter.

ZUIJLEN.

Douar. Baronesse van Tuyll van Serooskerken van Zuylen.

ZUTFEN.

Dames Fierlam.

Ds. E. A. Remij. J. A. Vrugtman J. Bz. A. Walland.

ZWOLLE.

Bibliotheek Gymnasium. A. Deking Dura. Mr. E. J. Eekhout. Mr. Th. C. van Eijk. H. van Gorkum. J. Kluiver.

K. Letter.

G. Reuvers.

Mr. J. A. van Royen. Mr. J. van Setten. Jhr.L.F.TeixeiradeMattos. C. van der Valck.

ZW1JNDRECHT.

Mr. J. M. Sluijter.


ocr page 530

NAAMLIJST VAN INTEEKENAREN.

Ant. Allebes.

Mej. Jeannette de Backer.

J. A. van den Bergh.

Jacques van Biene.

Jules van Biene.

Jhr. P. D. J. de Buvrij

de Mauregnault. Martin Blaaubeen. J. S. Blancke.

Mevr. H. Bonefske—

Grevenbroeck. Victor Brans. A. H. Clerkx.

Prosper Creutz. J. L. Dekkers.

L. H. van Drieien. P. van Dullemen—

Lindhout. Mevr. Wed. Dijksterhuis. Ch. van Elsacker. J. A. van Elsacker. Mad. Wed. van Elsacker. Mevr. J. J. van Engelen. Jhr. W. J. van der Goes. H. G. Goldenberg.

Mart. Greven.

H. Groot.

Mej. Anna Haan. van Haaren.

P. J. van Heemst, J. J. Heltzel Ju!. Hermans.

Leon Hermans.

Herman Hesterman. F. Heynen.

A. C. van der Hoop. H. Huysmans. A. Jeronimus.

Mad. de Jong.

ANTWERPEN.

Gebr. G. H. de Jonge. Ch. Jonkers. N. Th. Kerkvliet. D. Koekoek.

Corn. A. Kools.

J. R. De Kroes.

Jacques De Kuyper. G. Lindgreen.

Jos. J. Metten. S. J. Moon en.

S. van Moppes. J. A. Namias. G. F. Neervoort. De Nederlandsche

Boekhandel. Mevr. Chr. Nijman—

Boomsma. Mevr. A. Nyssens

van Dreveldt. P. en J. Oomes. Hubertina Peeters.

Theod. Post. M. Pouwelsen.

J. Pijl.

G. Quaadvliet.

L. van Riel.

Mad. Wed. Servaes van Breugel.

C. Rozenstraten. G. Schot.

A. van Seters—Belsac. Victor Simons. J. L. Steiner.

L. Steijns.

C. Stijnders. G. F. Verdonck. L. F. J. Verschure. W. Verschure. A. Voormeulen.

H. J. Wilson.

ARCACHON.

J. W. G. Fijnje van

Salverda.

BAHIA.

J. J. de Groot.

BALTIMORE

MARYLAND.

Claas Voeke.

BANGKALAN.

J. L. van Gennep.

BASEL.

H. D. Viehoff.

BATAVIA.

G. Kolfï amp; Co. 300 Ex.

BERLIN.

J. K. Koch.

BETHOL.

L. T. Kooijker.

BLOEMFONTEIN

(O.-V.)

Mej. P. de Zwaan.

BORDEAUX.

Mevr. H. de Kat.

BRAAMFONTEIN.

J. C. Prins.

BRUGSPRUIT.

J. W. v. Blyenburgh

BRUSSEL.

C. Buddingh.


ocr page 531

NAAMLIJST VAN INTEEKENAREN.

W. G. F. de Bruijn. Johan Ebeling.

E. van der Kaa.

Antonia Nyssens van

Dreveldt. Jhr. R. van Pastel. M. N. Riekert. J. D. Ruijs. J. P. Weimar.

BUFFELSPOORT.

A. H. Kooijker.

CARACAS-

VENEZUELA.

N. F. Hellmund

CONSTANTINOPEL. Mr. T. J.J.v. Uye Pieterse.

CONTICH WEST.

Cornelia Johanna van Teijlingen—Reinalda.

CURAgAO.

C. Blommerde. M. J. Selhorst.

DELI.

Jac. van Balkom. J. J. van Heil Hz. Willem J. Steen Amplas.

DJOMBANG.

Dr. Nic. de Haan.

St. DOMINGO.

J. M. Leijba.

DUSSELDORF.

P. Sweers.

ERMELO.

S. Mantel. W. Jz. Slikkeveer.

FORDSBURG.

L. Thomassen.

GODESBERG A/R. Dr. A. H. van Ankum.

GOENOENG

KASOER.

C. H. van Dorp.

GRONAU I/W.

J. Stroink.

LA GUAVIA.

C. A. Hellmund.

HALL.

Dr. P. de Haas.

JOHANNESBURG.

L. A. Aarsse. W. I. Abeleven. M. Adolfs.

H. Altmann. R. Beekman.

C. van den Berg. L. J. Bodaan.

W. Eduard Bok.

Breijer.

Arie van den Broek. P. Broslowski.

T. van Bruggen.

J. Buis.

J. H. W. du Buy.

Louis S. Cohen.

Comm. van Dam. T. L. Dee. A. A. Doorman. A. C. Floor.

Samuel Frank.

C. F. Fritze. H. v. Genderen. O. T. Geveke.

C. J. Geijer. Jr. P. Groeneveld. H. Groenman.

G. A. C. D. de Haas. J. van Ham. A. C. Hardenberg. J. Harder.

L. Hellmann. M. Hilarius. G. H. Horstman. J. D. Isaacson.

W. Jaski Wz. W. Kemps.

D. Klatzer.

T. F. de Kort. W. Kramers. A. L. J. Kuijper

G. A. Lans.

S. van Lier Ez. T. H. v. d. Linden.

H. Louw.

M. Mulder.

Lt. Muller.

Herm. Mammes.

A. ). Manifarges.

B. Marburg. F. Marchand.

J. Meeth.

H. van Melle. W. J. Moojen.

W. Morel.

Piet v. d. Most v. Spijk.

C. W. Niermans. S. J. Notten.

J. O. van Os.

C. Piepers.

A. van Poppel.

Jac. Post.

Ferd. Prior.


ocr page 532

1

NAAMLIJST VAN INTEEKENAREN.

I. Punt.

J. P. Punt.

C. Pijl.

P. Ridden

J. H. J. Spiekerman. H. W. Steenberg. P. Stoker. M. P. C. Valter. F. X. Verheven. A. A. Verhoeven. J. W. Villiers.

D. J, Werner. W. Zickler.

KAAPSTAD.

J. C. Juta amp; Co.

KA1SERSWERTH.

Freule J. Six.

KRAKSAAN.

Leesgezelschap.

KEDIRIE.

J. van Lennep.

KOBE (Japan.)

Eduard van Nierop.

KOPENHAGEN.

\V. M. van Haarst.

KOTA RADJA.

Mr. J. Th. Stok.

KRUGERPOST.

S. Walkenhorst.

LANDERSDALE COUNTY, RIPLEY.

W. I. van tie Waal,

LAUSANNE.

M. Sandenbergh

Matthiesen—de Jonge.

LEIPZIG.

Vereeniging,,Nederland.''

LIVERPOOL.

P. J. E. Hemelrijk. H. S. van Santen.

LONDEN.

W. J. van Hoytema. H. Westerveld.

St. LOUIS.

B. B, Haagsma.

LIJDENBURG.

N. C. Zuidervaart.

MAGHADODORP.

W. Offringa.

MADRAS.

A. J. M. Heijligers.

MALANG.

A. S. Fransen van de

Putte.

MANDING.

W. H. Vrijburg van der Hell.

MANNHEIM.

S. Hartogensis.

MENADO.

W. Maclaine Pont.

MERXEM.

Joh. Jurgens.

J. Postma.

MODJOKERTO.

W. P. Eschauzier.

MULHEIM.

Ernest Gompertz.

NAUDÉS BANK.

G. C. Kooyker.

NEW-YORK.

R. B. Roosevelt. Mr. E. F. Wackwitz.

OPHIRTON.

J. Drost.

PADANG.

J. W. Maurer.

A. A. van Swieten.

PALEMBANG.

J. P. Miedema.

PARAMARIBO.

B, Juta.

PARIJS.

Mr. S. van Raalte.

PATERSON.

G. J. B. v. d. Duijs.

PEKING.

F. M. Knobel.

St. PETERSBURG.

H. A. Gillot.

B. Kruijs.

H. Kruijs.

PIETERSBURG.

C. W. C. J. Eekhout.


ocr page 533

NAAMLIJST VAN INTEEKENAREN.

POERWOREDJO. Jhr. E. F. Th. van Benthem van den Bergh.

PRETORIA.

Algemeen e Transvaalsche Boekhandel. Isaac van Alphen. D. Balfoort. J. C. G. Basslé. F. W. T. Bell. F. J. E. v. d. Bergh. A. D. R. Bisschop. F. v. d. Burg,

F. van Campen. A. Charlier.

H. T. D. de Cock. C. F. Delfos. J. H. Devèrs Sr. J. H. Ebbeler.

A. v. d. Eertwegh.

Dr. F. V. Engelenburg. W. Engelenburg.

B. van Erkom. J. Franken.

J. C. G. Glaeser.

Jos. Goddefroy.

Dr. J. W. B. Gunning.

B. de Graaf.

B. H. de Haas.

J. van Hasselt.

N. Hendriks.

A. J. Hessing.

VV. Hobma.

J. K. Holz.

A. J. 't Hooft.

J. M. Hooft.

Höveker amp; Wormser.

Dr. J. Huizinga.

L. Kettlitz.

W. Klooster.

Dr. Kolff.

F. G. W. Kruger.

G. Langeler. S. Lingbeek.

Corn. Loote.

E. J. Loterij man.

T. Olie.

W. F. Feters.

Alberts Fhilipp.

J. R. Rutgers.

Dr. J. A. Schagen van

Leeuwen. Albert Schilthuijs. J. S. Smit.

Frans Soff.

G.A. Stieltjes.

N. Top.

Dr. T. P. Tresling. M. S. J. C. van Tijen. E. H. de Waal.

H. van Witzenburg.

I.. A. F. II. van Wouw. Wulfse amp; Sievers.

RHENOSTERPOORT.

G. v. d. Berg Ellerman. J. Hendriksen.

j. W. Adolf Soer.

ROME.

Mej. Wegelin.

ROODEPLAAT.

H. H. van Rooijen.

ROSKILDE.

Adr. B. C. Chabot.

RIJSTMIJNZIEL.

W. do Boer.

SALATIGA.

J. A. Dezentjé. C. Walraven.

SEMARANG.

G. C. T. van Dorp amp; Co. Mr. Th. B. Fleijte.

SIMPANG.

Leesgezelschap Minerva.

SOEKABOEMI.

H, van Steeden.

SOERABAIA.

A. L. Andriesse. Bibliotheek

Normaalschool. W. C. Bonebakker. Leesgezelschap

Heptandria. P. J. Roosegaardc

Bisschop. J. J. Snouck Hurgronje.

SOLO.

A. R. Soesman.

SURINAME.

Mgr. Wilhelmus Wulfingh.

TANDJONG MORAWA.

M. J. Salm.

TEHERAN.

W. L. Bosschart.

VAALKOP.

J. Scholtemeijer.

WATERVAL-boven (Z. AFRIKA).

D. B. Aubroeck. A. W. Beekman. J. P. J. H. Breedveld. H. Broer,


ocr page 534

NAAMLIJST VAN INTEEKENAREN.

Joh. van der Burg.

H. van Campen.

M. Couzijn.

Diephuis.

D. J. Dubber.

C. H. Eversz.

W. J. Gerritsen.

J. W. E. Goddefroy.

W. C. J. de Graaf'f.

A. Ie Grand.

K. de Haan.

M. J. van Hoogstraten.

W. P. C. van der Horst.

J. L. Kloos.

H. van Kralingen. A. van Lennep.

O. Mark.

W. F. Mondriaan. A. J. Oostergetel. A. E. J. C. Peers. P. C. Rikkers. M. de Rooij. H. C. Roostee.

C. A. van Rossum. H. J. A. Simons

de Ruijter.

A. van der Sluis. P. O. Stork. J. C. Thomkins. Henri Timmermans. R. Toorenman. A. Verstappen. C. A. Volmer. A. S. de Vries. G. Weigel.

M. van IJzeren.

ZURICH.

Prof. Dr. F. Meili.


ERRATA:

blz. 2i r. 15 v. o.

35 r. 8 v. o.

35 r. 2 v. o.

88 onder illustratie

89 r. 9 v. o. 265 r. 10 v. b. 269 onder chromo 357 onder chromo 447 r. 9 v. o.

453 2 v- b-

Dr. P. Hofstede de Groot prof. Kann Tjanjok Priok li

s/aat: prof. Kann

Jhr. Mr. C. H. Bakker van den Raadhuisbrug van de historische optocht te Scheveningen, waarbij enz.

Jhr. C. H. Packer lees; prof. Dr. C. M. Kan. „ Dr. C. Hofstede de Groot. „ prof. Kan.

,, Tandjong Priok.

Jhr. Mr. C. H. Backer, van de Raadhuisbrug. van den historischen optocht, te Scheveningen, gegeven door den Kring, waarbij ook enkele Ministers aanzaten. Jhr. Mr. C. H. Backer.


ocr page 535

INHOUD.

l'ag.

Nicolaas Beets, Cantate........................................................................................5

Bekn. Zweers, Fragment Kronings-Cantate........................................................8

Johan Gram, Hare Majesteit Wilhelmina Helena Paumne Maria,

Koningin der Nederlanden..............................................................................t 1

H. J. Schimmei,, Janmaat's Saluut........................................................................3y

Luit.-Generaal K. van der Heijden, Bijdrage....................................................40

Kol. F. de Bas, Rex et Regina..........................................................................41

Dr. H. J. A. M. SCHAEPMAN, Kroningslied..........................................................101

Prof. Dr. P. J. Blok, De Inhuldiging van wlllem 1 als Souverein Vorst .... 125

Dr. A. KUYPER, „Bij de Gratie Godsquot; ................................................................139

Fiore dell a Neve, Dagen die komen................... • ......................153

E. B. klelstra, Nederlandsch-Indië onder de souvereiniteit van Oranje ... 157

Dr. E. Laurillard, Feestklank...............................................175

D. C. Meijer Jr., Oranje en Amsterdam...... ..............................................177

JOH. W. StepHANIK, Inhuldigingen en blijde intochten onzer Oranjevorsten,

door gedenkpenningen vereeuwigd ................................................................223

J. F. l. de Balbian verster, De Inhuldiging en de leesten. Inleiding... 259

Amsterdam. De Voorbereiding......................................................264

Het versierd Amsterdam................................................................266

5 Sept. De Feestgave aan de kinderen......................................288

,, De Intocht........................................................................292

De Eerewacht..................................................................................310

De Indische Gezantschappen........................................................313

„Klein maar Dapperquot;....................................................................315

6 Sept. De Inhuldiging..................................................................317

,, De groote Rijtoer............................................................338

,, De Illuminatie................................................................340

7 Sept. De Aubade........................................................................345

„ De Gedenkplaat............................................................34S

,, Het Gedenkraam..............................................................349

,, De Gouden Koets...........................................................350

„ De Volksfeesten en de Optocht....................................353

,, Het Waterfeest en het Vuurwerk..................................364

8 Sept. De Tentoonstellingen......................................................367

,, In het Concertgebouw....................................................370

,, De Gala-Voorstelling........................................................374

9 Sept. Het Vertrek......................................................................377

ocr page 536

INHOUD.

Pag

E. W. Moes, De Tentoonstelling van Voorwerpen, betrekking hebbende op

het Huis van Oranje-Nassau..........................................................................380

C. G. 't Hooft, de Rembrandt-Tentoonstelling..................................................389

J. F. L. de Balbian Verster, 's Graven hage, 9 Sept. De Intocht..........399

g Sept. De Kerkelijke Plechtigheid..........................................405

,, „ De Illuminatie..................'............................406

10 ,, De Aubade......................................................................408

,, „ Het Bloemencorso ........................................................410

„ „ Het bezoek aan Scheveningen......................................412

,, „ De Gala-Kunstavond....'...........................413

11 „ Rijtoer naar Rijswijk en Voorburg..............................416

12 „ Het Groote vSchoolfeest..................................................417

13 ,, Het Concours Hippique..................................................419

,, „ Vuurwerk te Scheveningen............................................421

15 ,, De Vlootrevue..................................................................423

21 ,, De Legerrevue................................................................429

22 „ Het Nationaal Sportfeest..........................434

Feestvieringen elders in Nederland en in de Koloniën..................437

De Ontvangst van de Pers..................................................................442

Jon. W. Stephanik, Inhuldigingspenningen van H. M. Koningin Wilhelmina 448 Naamlijst van plaatselijke Feestcommissiën.

Naamlijst van Inteekenaren.

PLAATSING DB:R PI ATEN.

Portret \an II. M. de Koningin in photogravure....................tegenover den titel.

Oorkonde........................................................................................achter den titel.

Portret van Z. M. Koning Wil.i,km III ..................................tegenover blz. 43

Portret van II. M. de Koningin-Weduwe................................,, ,, 74

Chromo van de versiering der Raadhuisbrug ..........................,, ,, 269

Plaat van de Inhuldiging in de Nieuwe Kerk (lichtdruk)... ,, ,, 329

Plaat van het Gedenkraam (lichtdruk)......................................„ ,, 349

Chromo van den wagen der Admiralen in den Hist.-All. Optocht ,, ,, 357

OOEK- EN KUNST0RUKKER1J, V/H. ROELOFF/EN HÜBNER EN VAN SANTEN. AMBT.

ocr page 537
ocr page 538
ocr page 539
ocr page 540