ocr page 1
ocr page 2

/

ocr page 3

'A. ?£. jfA

tyj ^

■

r-

CZ

r- ■

■j »■lt;,•

vil andere /lt; evintiertiiffe'ri

: 'UfiX/.i • i ■--

nv CTATI fcÜfMMWÏÏ

■ SS Ju t3 m £jLiM i«: V W V AJSA'Ö

.ff » T Y

gt;.gt; • ■ . ■ - -• V -•■ ■ quot;• S '-

O- 1 / gt; '• .....'•.• -•' J '-t '.## ' w A ♦ • .- ♦- v- i, A ^

K-

m. c ' F L- /* V' E «•

' ■■ B. t r i e r

■%-

k^p

mMï ■ =

r.'g

v W

rj/

^7

ocr page 4
ocr page 5

G oh ch iedLiuid\lt;f e

en andere herlnnerlnfjen

BKTREFFKNDK

DE STAD COEVORDEM

van de vroogsts tijden tot hsdsn.

Door D. B.

- --

V/

ocr page 6
ocr page 7
ocr page 8
ocr page 9

VOORBERICHT

Bij onderscheidene gelegenheden is mij gebleken, dat de kennis van de geschiedenis van Coevorden, niet alleen bij vreemdelingen, maar zelfs bij de meeste ingezetenen uiterst goring is.

Gewoonlijk bepaalt zich deze kennis tot de wetenschap dat Coevorden een zeer oude stad is en vroeger een sterke vesting was, waarom dikwijls bloedige gevechten geleverd werden. Natuurlijk zijn wel enkelen beter op de hoogte, maar hun aantal is zeer gering.

Dit is zeer te betreuren. De geschiedenis van Coevorden is zoo belangrijk, dat ze wel een meer alge-meene bekendheid verdient.

Deze onbekendheid is mijns inziens voor het grootste gedeelte niet toe te schrijven aan de weinige belangstelling. Integendeel, de meeste inwoners van Coevorden en tal van lieden die Coevorden bezoeken of bezocht hebben, stellen zeer veel belang in deze geschiedenis.

Ik meen deze onbekendheid meer te moeten toeschrijven aan het gemis van eenig werkje over de geschiedenis van Coevorden. Om hierin eenige verandering te brengen ben ik er toe overgegaan om eenige bijzonderheden betreflende de geschiedenis van Coevorden, door den druk openbaar te maken.

Het is niet te ontkennen, dat, bij een bijna totaal gemis van goede bronnen, het doel, om een zooveel mogelijk geregelde geschiedenis te leveren, zeer moeilijk te bereiken is. Dit werkje is dan ook nog ver van volledig.

Mocht door dit werkje het beoogde doel, om het publiek, tot tijd en wijle, dat een meer uitgebreide geschiedenis uitgegeven wordt, eenigszins op de hoogte te brengen met de geschiedenis van Coevorden, bereikt worden!

B.

ocr page 10
ocr page 11

In leiding.

Coevorden. golegen in het Zuid-Oosten der provincie Drenthe, is ongetwijfeld een der oudste steden van ons land. In oude kronieken wordt vermeld, dat Coevorden reeds in 1125 een stad was. Wanneer en door wien echter de stichting geschied is, valt niet met zekerheid te zeggen. Niet onmogelijk is het, dat reeds in het begin onzer jaartelling door do Romeinen ter dezer plaatse eenen burcht is gesticht, waaraan de oorsprong van Coevorden te danken is. Langs deze plaats toch, liep de eenigste weg, welke Overijssel met het Noorden van ons land verbond. De Romeinen, die op alle punten, waar een landstreek gemakkelijk te beheeren was, sterkten bouwden, zullen ongetwijfeld ook hier wel eenen burcht gesticht hebben. Zoodoende konden zij desnoods het verkeer met het Noorden geheel beletten.

Wanneer Coevorden reeds in 1125 een stad was, moet de stichting natuurlijk veel vroeger plaats gehad hebben.

Wat de oorsprong der naam betreft, ook hieromtrent verkeert men in liet onzekere. De bewering van sommigen, als zoude Coevorden beteekenen „Coe-voordequot; (een overvaart van koeien) is zeer onwaarschijnlijk,, daar, waar koeien gehouden worden, toch ook menschen wonen en de plaats waar oenige menschen zich bij elkander vestigen, wordt al spoedig een naam gegeven.

Het kasteel of de burcht te Coevorden, besloeg vroeger eene groote ruimte. Wanneer men van de stadszijde naderde, werd het binnentreden door eene breede en diepe gracht belet. Een houten ophaalbrug verleende toegang tot den voorburg. De binnenkant-der gracht was voorzien met een rei palissaden. De voorburg bestond uit een plein, aan weerszijden waarvan zich allerlei houten gebouwen, dienende tot woningen der dienstlui, tot stalling van het vee en voorraadschuren, bevonden. Wanneer men dit plein over-

ocr page 12

— r;

gestoken was. kwam men aan een tweede gracht, niet zoo breed, maai- dieper dan do vorige. Een hooge muur belette nog het gezicht op het kasteel. Over een ophaalbrug en door eene valpoort, kwam men aan liet eigenlijke kasteel.

Dit was een groot gebouw, van dikke baksteenen opge-tiokken en van kanteelen en hooge torens voorzien, en dooreen plein omringd. De kleine vensters alleen voorzien van ijzeren traliën, en de dikke, eikenhouten, met ijzer beslagen deur, verleenden het geheel een somber aanzien.

De stad zelve was met eenen wal en eene gracht omringd.

In vroeger tijden warén onmiddellijk om de stad tuinen en boomgaarden aangelegd. Met het aanleggen der vesting werden deze geheel opgeruimd.

Do eigenlijke vesting werd eerst in het laatst der 16e eeuw aangelegd. Wel werd reerds in 1579 op last van Prins Willem I, door Diderik Sonoij en Joh. v. d. Cornput, met de versterking van Coevordcn eenen aanvang gemaakt, maar zonder veel voortgang. Ook Rennenberg liet Coevorden versterken. Eerst in 1597 werd met de vesting, welke in 1607 voltooid was eenen aanvang gemaakt. Dit geschiedde vooral op aandrang van Graaf Willem Lodewijk van Nassau.

De vesting bestond uit een zevental bastions, Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijsel en Groningen, onderling door hooge wallen verbonden. Duiten deze bastions bevond zich eene breede, diepe gracht, waarin, tusschen de verschillende bastions, en oenigszins verder naar buiten, zich ravelijns bevonden, terwijl het geheel was omringd door escarpen en contre-oscarpen welke weder door een buitengracht ingesloten waren.

De vesting besloeg een groote oppervlakte. De omtrek van de buitengrachten bedroeg ruim een uur, de doorsnede der vesting ongeveer een kwartier. De lage landen rondom de vesting, maakten deze bijna onneembaar. Toen ter tijde bestonden 2 poorten, de Friesche- en de Bentheimerpoort, in vroeger tijden schijnen 8 poorten bestaan te hebben; de Twentsche in het Zuiden, de Zwolsche in het Westen en de Friesche in het Noorden. De toegang kon alleen over bruggen geschieden, waarvan 3 voor elke poort lagen. Hot bastion Gelderland was het sterkste en stond met het kasteel in verbinding. Het kasteel was naar de

ocr page 13

staclszijde door eene gracht afgesloten, De vesting bevatte een 5-tal kazernes, een arsenaal, eenige kruitmagazijnen on vermoedelijk een kruitmolen. In het midlen der 17e eeuw bestond het garnizoen uit één compagnie te paard en zes te voet.

Het hoofd van het burgerlijk bestuur ■o,-. ■ l;;...-of Gouverneur.

De stad was in vier rotten (kluften) verdeeld v.-clko waren het rot van de Friesche straat, van de Bent-heimerstraat, van het Kerkhof en het Weversrot, vermoedelijk de Oosterstraat. Over elk dier rotten had een Burgemeester het toezicht, terwijl er vier rotmeesters, op eene jaarlijksche bezoldiging van f 20 ieder, belast waren met het uitvoeren van alle orders en bevelen der Regeering, met het invorderen der stads-inkomsten, het inzamelen der boeten, het politiewezen enz.

Tegenwoordig zijn de vestingwerken grootendeels geslecht. Alleen de bastions Holland en Zeeland ver-toonen nog eenigszins hunne oude vormen, ofschoon zij van de borstweeringen zijn ontdaan.

De contre-escarpen zijn nog grootendeels aanwezig evenals de buitengrachten en een deel der binnengrachten. Een tweetal kazernes, het arsenaal en de hoofdwacht staan nog volledig, de andere kazernes zijn geheel of gedeeltelijk gesloopt, evenals de kruitmagazijnen. Het vroegere kasteel bestaat thans een drietal woonhuizen. In den gevel van het hoofdgebouw bevind zich nog het wapen van Karei van Gelder. In dit gebouw bevind zich, ook nog de groote zaal, vroeger dienende tot het houden van vergaderingen.

Eerst in het jaar 730 heeft Marcellinus te Coevorden hot Evangelie verkondigd. Voor dien tijd waren de ingezetenen uitsluitend heidenen.

Vroeger bestonden te Coevorden twee kerken. De eene stond in 't Westen der stad, op de plaats der latere contre-escarpen. Zij was omringd door hooge eikenbooomen. Deze kerk werd de „Oude kerkquot; genaamd. De andere, „do Nieuwe kerkquot;, stond ter plaatse van /de tegenwoordige Ned. Herv. kerk. In 1508, werd deze kerk, voor aflaten, hiertoe door Paus Julianus 11 toegestaan hersteld. Deze kerk, voorzien van een steenen gewelf, twee rijen pilaren en eenea

ocr page 14

hoogcn toren, verbrandde gedurende eerie belegering. Later werd op dezelfde plaats wederom een kerk gebouwd, waartoe de materialen door Drenthe geleverd werden. De toren op deze kerk was van een tamelijke hoogte en van klokken voorzien. Onder Drost E. van Enze werd deze kerk verwoest, en gedeeltelijk met zand gevuld, waarop kanonnen geplant werden ter verdediging der stad.

Toen ter tijde waren te Coevorden een pastoor en vier vicarissen of kapellanen.

Omstreeks 1030 vond in Drenthe de Hervorming ingang. Langzamerhand ging de geheele bevolking tot het Protestantisme over, zoodat in de 17e eeuw dan ook uitsluitend Protestanten te Coevorden woonden.

In 1641 werd met den bouw van de tegenwoordige Protestantsche kerk begonnen. Directeurs over den bouw waren Arnoldt van Loo, Werner ten Broeke, Jan Onias, Bernard Bertelinck, Reynert Dirkszn. Brumpt en Herman Mesmaker. De gelden voor den bouw be-noodigd werden door het heffen van belastingen, o.a. van accijns op het bier, bijeenverzameld.

Zooals uit bovenstaande blijkt is de bewering van sommigen, alsof de tegenwoordige Ned. Herv. kerk vroeger een R.-Katholieke geweest is,onwaar, daar bijde stichting der Herv. kerk Coevorden uitsluitend Protestantsch was.

Was het vroeger een R.-Katholieke geweest, dan zoude ook het koor nog wel aanwezig zijn.

Den 14 Maart 1786 vergunden Ridderscha pen Eigen-erfden de Staten van Drenthe, inzonderheid op herhaalden aandrang der officieren van het garnizoen te Coevorden, den Boomsch-Katholijke ingezetenen aldaar om een pastoor te mogen hebben en die Godsdienst binnen de vesting te verrichten.

Den IS Mei 1790 werd de eerste steen gelegd van onze Lieve Vrouwen of R. C. Kerk te Coevorden.

ocr page 15

Bisschoppelijk Tijdvak.

In vroeger tijden heerschte do gewoonte, dat de vorston hen, die hun belangrijke diensten bewezen, of wien zij een blijk van waardeering wilden geven, het vruchtgebruik van een stuk land verleenden. De schenker werd leenheer, de begiftigde leenman of vazal genaamd. Als loon voor die schenkingen moest de vazal zijnen leenheer, zekere diensten bewijzen, b. v. in tijd van nood gewapenderhand bijstaan.

Sommige leenmannen die van onderscheidene vorsten landerijen in leen ontvingen, werden langzamerhand zeer machtig, en als liet ware vorsten op zich zelf, vooral toen in later tijden do leenen erfelijk werden. In ons land waren de Graven van Holland en de Graven, later Hertogen, van Gelder, de voornaamsten.

Niet alleen wereldlijke personen werden met deze schenkingen begunstigd, niet minder werd de kerk bedacht. Zoo kreeg de Bisschop van Utrecht langzamerhand geheel Utrecht en een groot gedeelte van Overijssel in zijne macht. Deze macht werd nog uitgebreid, toen in 1024, keizer Hendrik II van Duitsch-land, bij welk rijk ons land toen behoorde, aan Adel-bold. Bisschop van Utrecht en zijnen opvolgers, het Graafschap Drenthe en de Heerlijkheid Coevorden telleen gaf. Reeds in 943 den 24sten November was Balderik, Bisschop van Utrecht, door Keizer Otto I het Opper-Houtvesterschap en jachtrecht van het grove wild, als beeren, elanden, herten, wilde zwijnen enz., in het Graafschap Drenthe opgedragen. In 1046, na den dood van Goselijn, Hertog van Lotharingen, welke Graaf over een gedeelte van Drenthe was, bevestigde Keizer Hendrik III, de schenking van zijn voorganger.

Toen bezaten de Bisschoppen van Utrecht dus een groot gedeelte van ons land, daar zij zich ook als Hceron van Groningen beschouwden.

Als Heer van het Graafschap Drenthe lieten do Bisschoppen zich huldigen op den Bisschopsberg bij

ocr page 16

- 10 -

Hiivolte. als lieer van de Heerlijkheid ('uevorden. in eene kapel staande te Hulsvoordt, gelegen tusschen Coevorden en Dalen. 1) Deze kapel is omstreeks 1500 toen Coevorden Geldersch was, vernield.

Niet altijd hadden de Bisschoppen veel pleizier van deze landen. De bevolking van Drenthe, nauw verwant aan de Friezen, en zeer vrijheidslievend zijnde, waren zeer op haar privilegiën en voorrechten gesteld, welke de Bisschoppen niet altijd in acht namen of trachtten te bekorten. Bloedige twisten waren hiervan niet zelden het gevolg. Herhaalde malen waren de Bisschoppen genoodzaakt om met een leger uit Utrecht te komen, om de Drenthenaren of de Burggraven van Coevorden, welke Drosten over Drenthe waren, te tuchtigen. Niet altijd evenwel met goed succes. Onderscheidene malen werd het Bisschoppelijk leger verslagen, en in 1227 zelfs de Bisschop gedood.

Omstreeks 1140 ten tijde dat de Bisschop, Herbert van Bierum, naar Rome was, ontstond door de knevelarijen en gewelddadigheden van zijne dienaars, groot ongenoegen te Groningen. De ingezetenen, nog een oude wrok tegen den Bisschop koesterende, wegens het afbreken van den stadsmuur, vatten de wapenen op en verschansten zich in St. Walburgskerk.

De Bisschop, terugkomende, verzamelde in allerijl een leger en bestormde Groningen. Ofschoon sterken wederstand biedende, moesten de Groningers zich eindelijk overgeven. De Bisschop liet de stadsmuur, welken de Groningers weder opgebouwd hadden, geheel en al slopen. Hij vond tevens de gelegenheid schoon om zijne broeders, Lijffrijdt en Ludolph van Bierum, in de plaats te stellen van Egbert en Ludolph van Groeningen. De eerste was Erf-Drost van Groningen, de tweede Erf-Maarschalk van Drenthe en Kastelein van Coevorden. Natuurlijk ontstond hieruit groot ongenoegen. De Groningers en Drenthenaren, opgestookt door de Heeren van Groeningen, vatten de wapenen op en maakten het den Bisschop langen tijd lastig. De broeders van den Bisschop bleven echter in hunne betrekkingen.

Genoemde Lijffrijdt of Lieffert, Drost van Groningen, overleed in 1164, zonder zonen na te laten. Dedoch-

1

Coevorden word een wapen verleend: voorstellendo een kerkportaal, waarin St. Maarten in Bigschopsgewaad en St. Joris, geharnast, don draak verslaande.

ocr page 17

ter van Lieffert maakte, voor har;; zonen aanspraak op hot Drostschap. De toenmalige Bisschop Godfried van Rhenen, was van een ander gevoelen. Hij beweerde dat Groningen een zwaardleen was, zoodat geen vrouw mocht opvolgen, en het leen, bij onsten-tenis van een zoon, weer aan den leenheer verviel.

Vrezende dat de Bisschop een ander persoon tot Drost van Groningen zoude aanstellen, nam de dochter van Lieffert het besluit hare rechten aan Graaf Hendrik van Gelder over te dragen. De Graaf van Gelder, wei belust om den Bisschop het leven lastig te maken, nam het aanbod aan, en gaf het leen wederom, uit zijnen naam, aan de dochter van Lieffert, en trok met een leger naar Groningen, om haar tegen den Bisschop te steunen. Deze had reeds bezit van Groningen genomen, waarop de Graaf van Gelder de stad belegerde en innam. De Bisschop zelf zou, zonder de tusschenkomst van Graaf Diderik van Kleef, in zijne handen gevallen zijn. De Bisschop ging op zijne beurt, met hulp van Graaf Floris van Holland, Groningen, dat door de Gelderschen geducht versterkt was, belegeren.

Reeds een vol jaar duurde do belegering, toen eindelijk, op last van Keizer Frederik I, Barbarossa, Reinholt, Aartsbisschop van Keulen, den vrede trachtte tot stand te brengen, hetgeen hom gelukte. Do kleinzoons van Lieffert bleven in het bezit van Groningen tegen betaling van 300 mark.

In 'tjaar 1196 was Heer Floris Kastelein van Coe-vorden. In dien tijd heerschte oen levendige handel tusschen Groningen en Bentheim. Het vervoer geschiedde per as langs Coevorden, waar van alle goederen tol betaald moest worden. Floris bemoeilijkte de kooplieden en vorderde meer dan de kooplieden meenden verschuldigd te zijn. Graaf Otto IV van Bentheim, broeder van Graaf Floris van Holland en van Boudewijn Bisschop van Utrecht, diende hierover klachten in bij den Bisschop, welke Floris van Coevorden herhaalde male waarschuwde. Deze echter, heimelijk op gestookt door Graaf Otto I van Gelder, die de macht van het Hollandsche Huis met leede oogen aanzag, sloog alles in den wind.

De Bisschop besloot eindelijk Floris van Coevorden eens onder handen te nemen. Met oen groot leger, en ondersteund door zijne broeders, belegerde hij

ocr page 18

- 12 -

Coevorden. Floris geen kans ziende weerstand te bieden, vluchtte met zijnen stiefzoon Folkort. Door den Bisschop werd hierop tot Kastelein van Coevorden, aangesteld Gijsbrecht van Poskijn, een voornaam Hollandsch edelman. Deze echter, reeds bejaard zijnde, was niet in staat de oproerige Drenthenaren in toom te houden. De Bisschop, vreezende voor eenen algemee-nen opstand, verzocht Graaf Otto van Bentheim eenigen tijd het Kasteleinschap van Coevorden waar te nemen, tot tijd en wijle dat de gemoederen wat bedaard zouden zijn. Folkert, stiefzoon van Floris van Coevorden, bracht intusschen bijna geheel Drenthe en Groningen in opstand. Hij overviel eerst Groningen, doodde den Buggraaf en drong Twente binnen, alles verwoestende-wat onder zijn bereik kwam. De ingezetenen van Groningen maakten zich deze gelegenheid ten nutte, om hunne stad in staat van tegenweer te brengen. De Bisschop trok in allerijl met een leger op, terwijl de Graaf van Bentheim hom ter hulp kwam. Zij trokken Drenthe binnen, alles vernielende, verbrandende en doodslaand. Graaf Otto I van Gelder trad eindelijk als bemiddelaar op. Het verschil werd bijgelegd, onder voorwaarde dat de Bisschop 16 personen in handen kreeg, orn in gijzeling te houden, tot dat hem eenige voldoening zoude gegeven zijn.

De Bisschop liet echter de 1G gevangenen, niettegenstaande het geven van zijn woord in de gevangenis werpen. De Graaf van Gelder, die zijne goede bedoelingen zoo miskend zag, was hierover zeer verontwaardigd.

Folkert van Coevorden, vernemende dat Graaf Otto van Bentheim afwezig wTas, en dat slechts eene kleine bezetting op het kasteel Coevorden lag, nam het kasteel met verrassing in. De Gravin van Bentheim, die op liet kasteel verblijf hield, werd met de bezetting gevangen genomen.

Groote ontsteltenis heerschto er natuurlijk in Bentheim, Utrecht en Holland. Na langdurige onderhandelingen werd de Gravin tegen de 16 gevangenen ontslagen.

De Bisschop, die natuurlijk woedend wras, viel met een leger in Drenthe, verwoestte en vernielde alles en belegerde Coevorden. Folkert echter, hot onweer ziende aankomen had zijne maatregelen genomen en het kasteel geducht versterkt.

Daar deze oorlog een ramp, zoowel voor Utrecht

ocr page 19

- 13 -

als voor Drenthe was, boden Phüippus, Aartsbisschop van Keulen en Koenraad, Aartsbisschop van Maintz, zich als scheidsregters aan. Bij de onderhandelingen, die te Deventer gevoerd werden, stelden zij voor dat Fol-kert, als rechtmatig en wettig erfgenaam, den gt; -1000 mark zoude betalen,en danzijnebedienii;

De Bisschop was hiertoe echter niet ge,.

wierf een nieuw leger aan en sloeg zich bij Coevor.....

neer. De Drentenaren kampeerden tehenover hot leger des Bisschops. Eenige jonge edellieden van het Bisschoppelijke leger, vermenen de dat zulk een boerenhoop gemakkelijk te verdrijven was deden, inhunne overmoed eenen aanval op het leger der Drentenaren, dat eerst in verwarring geraakte, liet herstelde zich echter spoedig, joeg de aanvallers terug, en viel met zulk een kracht op het Bisschoppelijk leger aan, dat dit in wanorde op de vlucht sloeg, met achterlating van den geheelen voorraad wapenen en levensmiddelen. Met welk een schrik het Bisschoppelijk leger geslagen was, blijkt, dat ruim 100 edelen gevangen genomen en slechts SOgedood werden. De Bisschop en de Graaf van Bentheim konden zich ternauwernood door de vlucht redden.

De Bisschop, vernemende dat do Graaf van Gelder de voornaamste oorzaak van do onlusten was, viel met zijn leger in de Veluwe en verwoestte deze geheel en al. De Drenthenaren, dit hoerende, vielen in Twente, zijnde Bisschoppelijk land, en plunderden deze streek kaal. In dezen strooptocht werd do stad Oot-marsen grootendeels verwoest. De Drenthenaren, nog een kwaad oog op Deventer hebbende, alwaar de 16 gijzelaars gevangen hadden gezeten, belegerden deze stad gedurende elf dagen, evenwel te vergeefs.

De Drenthenaren droegen hierop liet Graafschap Drenthe aan den Graaf van Gelder op.

De Bisschop, geen kans ziende om de onlusten to dempen, reisde naar Keizer Hendrik VI, die toen te Maintz verblijf hield. Deze gaf den Bisschop brieven, aan de Stenden van Drenthe, waarin hij dezen beval den Bisschop voldoening te geven. Tevens beloofde hij den Bisschop, zoo noodig, krijgsvolk.

Plotseling overleed echter Bisschop Boudewijn te Maintz. Groote oncenigheid ontstond toen over de keuze van eenee nieuwen Bisschop. Eenigen wilden Graaf Arnold van Isenberg, anderen Dirk van Holland, broeder van den overleden Bisschop.

ocr page 20

- 14 -

Do Keizer stond Dirk van Holland voor, als zijnde zijn bloedverwant, en zond hem eenen hedderstaf en gouden ring, ton toeken zijner waardigheid. De beide mededingers reisden naar Rome. De Paus benoemde Arnold, die echter plotseling te Rome overleed. Thans werd Dirk benoemd, doch ook deze overleed op den terugtocht, te Papia m Italië, waarop tot Bisschap werd benoemd Dirk van Are, een Duitscher. Deze liet de geschillen met Drenthe rusten, dat toen eenige jaren in rust doorbracht.

In 1225 ontstond twist tusschen Rudolf, Kastelein van Coevorden, en Egbert, Burggraaf van Groningen. Rudolf maakte aanspraak op het Burggraafschap Groningen. Deze twist liep zoo hoog, dat eindelijk de Bisschop, Otto v. d. Lippe1 er zich mede bemoeide en naar Groningen kwam. Deze twist schijnt toen echter voorloopig bijgelegd. Toen de Bisschop echter vertrokken was, viel Rudolf gewapenderhand in Groningen, verwoestte het huis „don Hamquot;, toebehoorende aan den Burggraaf, nam de stad Groningen in, en dreef Egbert met zijnen aanhang uit de stad. Egbert vluchtte naar Friesland, waar hij een troep volk wierf, waarmede hij Groningen belegerde, welke stad hierbij in brand geraakte, zoodat Rudolf genoodzaakt was naar Coevorden terug te trekken.

Rudolf gaf zijn partij echter nog niet verloren. Met een nieuw leger, nog versterkt door een groot getal Drenthenaren, belegerde hij op zijn beurt Groningen.

De Bisschop, dit vernemende en overdenkende wat een moeite, de Kasteleins van Coevorden, de Bisschoppen reeds veroorzaakt hadden, besloot Rudolf eens duchtig te straffen.

Om het zaakje spoediger op te knappen, verzocht hij de hulp van onderscheidene vrienden en buren. De Graaf van Gelder, Herbert en Johan van Arkel, Graaf Boudewijn van Bentheim en tal van andere machtige edelen gaven aan zijn verzoek gehoor. Met een talrijk leger trok de Bisschop naar Drenthe, zijn weg nomonde langs Hardenberg, waar hij een slot had, en legerde zich te Ane, bij Gramsbergen,

Wanneer men tegenwoordig, den straatweg van Coevorden naar Hardenberg volgende, het stadje Grams-bergen gepasseerd is. ontwaart men op ongeveer een

ocr page 21

kwartier afstands, aan den rechterkant, tusschen het groen verscholen, het dorpje Ane. De gele graanvelden, de witte boekweitakkers en groene aardappelvelden, rondom het dorpje gelegen, getuigen van den vlijt des landmans. Ten Noorden strekken zich de groene wei- en hooilanden tot aan het naburige gehucht Klooster uit. De Kleine Vecht, komende van Coevorden en ontstaan uit do samenvloeing van het Loo-, het Drosten- en het Schoonebeekerdiep, welke zich bij Coevorden vereenigen, doorsnijdt deze landerijen en stort zich bij Ane in de Groote Overijsselsche Vecht. Arroeger was de Kleine Vecht de eenige afwatering van het Zuid-Oosten van Drenthe en een deel der Graafschap Bentheim. Door hot graven van het Coe-vorder kanaal heeft het riviertje grootendeels hare waarde verloren en dient thans uitsluitend voor de afwatering der aangrenzende landerijen. Tusschen Ane en Klooster bevindt zich nog het huis „de Groote Scheerquot;, waaraan talrijke geschiedkundige herinneringen zijn verbonden. O. a. hield Prins Maurits, gedurende het beleg van Coevorden in 1592, aldaar zijn verblijf.

Wie in het begin der 13e eeuw deze streken bezocht had, zoude een geheel ander schouwspel ontwaard hebben. Het dorpje Ane bestond toen slechts uit een paar armoedige hutten. Een weinig graanbouw, gevoegd bij het visschersbedrijf, verschafte de bewoners het allernoodzakelijkste. Tengevolge van de onvoldoende afwatering, waren de groenlanden het groots gedeelte van het jaar onbegaanbaar. Slechts in het midden van den zomer, wanneer aanhoudende warmte de bovenkorst eenigszins opdroogde, was de landman in staat hot wintervoeder voor zijn vee te verzamelen.

*Op een Augustus morgen van het jaar 1227 heerschte hier eene ongewone drukte. Het Bisschoppelijk leger ter tuchtiging van Coevordens Kastelein uitgetrokken, had zich hier ternedergeslagen.

Rondom en in het dorpje Ane, overal zag men de legertenten der ridders. Vlaggen, banieren, banderollen en wapenschilden, wapperden en schitterden, door den mogenwind bewogen, in den zonneschijn en verleenden het geheel een ongewoon levendig aanzien.

*) Volgens oen oorkonde berustende in het Provinciaalarchief to Assen hud do veldslag plaats in den morgen van 21 Aug. I22Ï.

ocr page 22

- 16 -

De Vecht, was in de nabijheid overdekt met oen menigte piatboomde vaartuigen, welke langs Zwolle opgevaren, levensmiddelen en krijgsbehoeften voorliet leger aangevoerd hadden.

Met recht kan men zeggen, dat hier een uitgelezen leger verzameld was. Op de roepstem dos Bisschops waren uit geheel het tegenwoordig Nederland en een deel van Duitschland, de ridders opgekomen om den kerkvorst bijstand te verleenen. De Graven van Zuilen, van Herlaer, van Linschoten, van ter Haer, van Amstel met zijne zonen, Rudolf van Goor, van Twikkel, van Veen, Bentinck, Gruter, Didorik, Proost van Deventer, de Graaf van Gelder, van Arkel, van Hentheim, Bernard von Horstman, een Duitsch ridder, die zich in het Heilige land, Italië en Engeland roemvol onderscheiden had, en tal van andere edellieden, allen met talrijke benden vazallen, nog versterkt door de krijgscharen van de Bisschoppen van Munster en Keulen, vormden met het Stichtsche leger, een geduchte krijgsmacht waaraan Drenthe, in het open veld, moeilijk weerstand kon bieden.

Ten Zuiden van Klooster, langs de Kleine Vecht, langs wallen en in het kroupelbosch, had zich Rudolf van Goevorden, met het Drentsche leger verzameld.

Nog bezig zijnde Groningen te belegeren, brak hij, op het hooren van den aantocht van het Bisschoppelijke leger, het beleg op, on trok in allerijl, door Drenthe naar Goevorden. Overal, gedurende den tocht, kwamen nieuwe benden van Drenthenaren zijn leger vergrooten, om hunnen beminden heer, bijstand te verleenen tegen den Bisschop. Te Goevorden gekomen werd zijn leger nog versterkt door de bezetting van het Kasteel.

Wel begrijpende, dat hij, met zijn meerendeels ongeoefende troepen, de strijd in hot open veld moeielijk wagen kon, besloot hij den Bisschop te gemoet te trekken en in de moerassen van Ane af te wachten.

In vergelijking met het Bisschoppelijke leger was het Drentsche in eenen slechten toestand. Slechts enkele ridders vertoonden zich in de gelederen. Het leger voor Groningen gebruikt, vormde, met de bezetting van Goevorden, de kern. Het meerendeel bestond echter uit Drentsch landvolk, slechts gewapend met hun akkergereedschap, zeisen, hooivorken en schoffels. Enkelen waren voorzien van bijlen, anderen van zwaarden, talrijke benden waren alleen met den kruisboog gewapend. Wat echter het leger aan orde, krijgs-

ocr page 23

- 17

tucht en bewapening ontbrak, vergoedde het door geestdrift en moed.

Weldra kwam er beweging in het Bisschoppelijke leger. Het roffelen der trommen riep een ieder op zijne plaats en spoedig was het leger in slagorde geschaard. Voordat echter de strijd een aanvang nam werd door eenigo priesters een eenvoudig veldaltaar opgericht, eene plechtige mis gelezen en vrede en vergiffenis beloofd aan allen die zich in den strijd dapper zouden gedragen. Een krijgsheraut sprak den ban uit tegen Rudolf en zijne aanhangers en daagde hun uit zich te onderwerpen.

Nauwelijks waren de laatste klanken over de vlakte weggestorven of het geschetter der trompetten en het roffelen der trommen gaf een sein tot den aanval. De voorhoede bestond uit het meerendeel der ridders, met Roelof van Goor, drager van de krijgsbanier des Bisschop?, aan het hoofd. In snellen draf ging het den vijand, die rustig op zijn plaats bleef, te gemoet. Weldra was het groenland bereikt. Plotseling schenen de voorste ruiters hunne vaart te verminderen. Moeielijk stapten hunne paarden, alsof eene onzichtbare vijand hun het voortgaan belemmerde.

Do Bisschop, onbekend met de streek, giste niet dat de weeke en drassige gronden de geharnaste paarden en ruiters niet kon dragen.

Eensklaps zonken enkele paarden tot de knieën in den weeken grond. Met inspanning van alle krachten rukten zij zich los, om echter liet volgende oogenblik nog dieper te zinken. Het volgende gelid werd het voortgaan, doordat de grond reeds vertreden was, nog moeielijker. Zij trachtten hunne paarden in te houden, maar te vergeefs. De achterste gelederen, meenende dat de strijd eenen aanvang had genomen en ook hun deel aan de zege willende toebrengen, zetten hunne paarden aan. De voorste gelederen waren echter reeds zoodanig vastgeraakt, dat zij zich niet meer bewegen konden. Eene verschrikkelijke verwarring ontstond.

Thans achtte Rudolf zijnen tijd gekomen, liet de boogschutters voorkomen en de Bisschoppelijken met de lange pijlen bestoken. Versshrikkelijk was de uitwerking. Gekneusd, vertrapt, door de pijlen der Dren-thenaren doorboord, waren weldra tal van ridders dood of gewond. Kreten van woede en pijn vervulden de lucht.

Langzamerhand gelukte het echter enkelen zich los te werken, elkander te bereiken en zoodoende het leger

ocr page 24

- 18 -

weer eenigszins te verzamelen. i)e Drenthenaren echter, begrijpende, dat, zoo dit gelukte, zij verloren waren, en van de verwarring proflteerende, vielen do Bisschoppelijken aan.

Niet bezwaard met de zware harnassen en bekend met het terrein, konden zij zich ongehinderd bewegen. Verschrikkelijk was de strijd. De Bisschoppelijken, woedend en ten minste niet zonder strijd willende vluchten, hielden stand en deden menig I irenthenaar onder hunne slagen vallen. Maar wat hielp het. Voor een, die zij doodden, kwamen hoopen terug. Dn Bisschoppelijken, de onmogelijkheid, om de zege te behalen, inziende, trokken terug en trachtten de Vecht te bereiken. Maar het was te laat. Het Drentsche leger had zich over de vlakte verspreid, en door een omtrekkende beweging den vijand geheel ingesloten.

Thans was het geen strijd meer. Het 1'isschoppe-lijko leger, van alle kanten besprongen, was spoedig geheel verslagen. Slechts enkele ridders gelukte het zich staande te houden. In hun midden bevond zich do Bisschop met Roelof van Goor, zijn banierdrager. Wonderen van dapperheid werden door het kleine hoopje verricht, maar eindelijk moest het ook voor de overmacht bukken. Slechts met grooto moeite gelukte het Rudolf van Poevorden eenigen van hun gevangen te nemen, de woedende Drenthenaren wilden van geen genade hooren.

Noodlottig was deze slag voor het Bisschoppelijke leger. Bijna al de ridders waren gesneuveld. Gevangen genomen werden o.a. de Graaf van Gelder, van Amstel, Johan en Herbert van Arkel, Bernard van Horstman en Diderik v. d. Lippe, broeder des Bisschops. De Bisschop zelf, die niet bij de gevangenen was, werd overal gezocht. Eindelijk vond men hem, dood, te midden van een hoop lijken, verminkt en overdekt met wonden.

Groote vreugde heerschte in het Drentsche leger. De behaalde zege verschafte de Drenthenaren dadelijk groote voordeelen. De geheele voorraad van het Bisschoppelijke leger, benevens tal van paarden en wapenen viel in hunne handen.

De tijding van do nederlaag van het Bisschoppelijk leger en het sneuvelen des Bisschops, verwekte in het Sticht hevige verslagenheid.

Het Kapittel te Utrecht schreef dadelijk eene vergadering uit om oenen nieuwen Bisschop te verkiezen.

ocr page 25

— 1!) -

Do Graaf van Golder on van Amstel werden op hun eerewoord ontslagen, teneinde deze vergadering bij te wonen en om voor hunne ümijheuULelluig hulp te verwerven.

Na langdurige beraadslagingen werd- tot Uissehop verkozen. Willebrand van (Jldenburg, Bisschop van Paterborn, een ridder, die langen tijd in Palestina en Italië de wapenen gevoerd had. De Hisschop ontsloeg den Graaf' van Gelder en van Aiustel van hun .eerewoord, daar Rudolf van Cuevorden in den ban was.

Groote toebereidselen tot den oorlog werden gemaakt. In alle landen werden 's Pausens aflaten verkondigd aan allen, die aan den strijd tegen Drenthe en Coévorden deelnamen. Uit Friesland, Gelderland. Overijsel. Holland. Munster, Keulen en andere landen stroomden groote boopeu volk ter hulp.

In Drenthe zat men intusschen ook niet stil. Moedig door de behaalde zege, en wetende wat bun te warliten stond, zoo de Disschop overwon, spanden de Drenthe-naren al hun krachten in.

De Bisschop verdeelde zijn leger in zes afdeelinge'n, die ieder op eene afzonderlijke plaats den aanval zouden beginnen. De Drenthenaren. ofschoon zij ook hun leger verdeelden en verwoed vochten, waren niet in staat den Bisschop te weerstaan. Op een paar plaatsen gelukte bet hem Drenthe binnen te dringen. Verschrikkelijk hield de Bisschop hier huis. het-ge-heele land werd platgebrand, uitgemoord en verwoest.

Hierop werden vredesonderhandelingen aangeknoopt. Door een gezantschap, hiertoe naar den Bisschop afgevaardigd, werd de vrede gesloten, onder de navolgend© voorwaarden:

le. Rudolf zal op sta an don voet overleveren het Kasteel te Coevorden, en het Huis te Laar, gelegen in het Graafschap Bentheini.

2e. Zal mede kwiteeren al zijn recht, dat hij heeft in 't Landschap Drefithe.

3e. Zal aan den Bisschop- betalen TiOOO mark. voor de schade, die hij den Bisschop aangedaan heeft.

4e. Zal op zijne kosten werven honderd ruiters, om die te zenden in Lijflandt, om onder de Christen-Heeren te dienen tegen de ongeloovige Heidenen.

5e. Zal op 't Zwarte water bij Zwolle een klooster ölirhtén van 25 Bagynen, van St.-Benedh'tus-orde.

ocr page 26

- 20 -

fie. Zal op de plaats genaamd „de Mommerijkenquot;*) daar den Bisschop dood geslagen is, tot verzoeningen des dootslags, sonderen een collegium van 25 Canoniken.

Het Huis te Laar werd afgebroken en op het Kasteel Coevorden, bezetting gelegd, waarna de Bisschop weder naar Utrecht vertrok.

Rudolf van Coevorden, niet tevreden met zijn toenmalig lot, en hoorende, dat de Bisschop zijn leger ontbonden had, waagde een aanslag op het Kasteel Coevorden. Met hulp van eenen bediende van het kasteel, gelukte het hem de poort te openen, binnen het kasteel te geraken, en de bezetting te verdrijven.

De Bisschop zijn leger ontbonden hebbende en het Bisdom uitgeput, zijnde, riep andermaal de hulp des Pausen in. In 1228 kwam hij met zijn leger in Drenthe en legerde zich om Coevorden. Met opzet kwam hij midden in den winter, terwijl alles bevroren was, en hij dus niet in de moerassen verzinken kon.

Maar ook ditmaal was het geluk hem niet gunstig. Terwijl hij met zijn leger op het ondergeloopen land lag, verhief zich plotseling eene hevige wind. die, vergezeld van zware regenbuien, in een oogwenk den geheelen omtrek onder water zette, zoodat de Bisschop hals over kop niet zijn leger moest vluchten, met achterlating van den geheelen voorraad wapenen en levensmiddelen. De Coevorders waren fluks bij de hand en verwierven grooten bnit.

Nogmaals werden 's Pausen aflaten tegen Coevorden gepredikt, en brak de Bisschop met zijn leger naar Hardenberg op. Hier word een wapenstilstand gesloten voor den tijd van 15 dagen, onder voorwaarde, dat Rudolf zich onderwiep aan de uitspraak van 3 Prelaten, die als scheidsrechters verkozen waren om te trachten het geschil hij te leggen.

Rudolf wel inziende, dat hij op den duur tegen den Bisschop geen stand kon houden, besloot zich te onderwerpen. Met zijnen vriend, Hendrik van Gravesdorp (bedoelde ridder had vermoedelijk ook goederen te Peize liggen en was als zoodanig in de twisten met den Bisschop gemengd) van Veldhuizen in Bentheim, begaf hij zich naar den Bisschop te Hardenberg. In

') Later werd deze plaats de „Bommerietcquot; geheeten. Mon heeft er meermalen hoefijzers, sporen, gebroken wapenen en/_ gevonden.

ocr page 27

stede eclitelquot; van imar zijnen rang en stand ontvangen to worden, werd hij m den Kerker geworpen, met zijnen vriend onraenschelijk gepijningd en levend op raderen gelegd, 25 Juli 1230 (Sjoerds Friesche jaarboeken).

Groote verontwaardiging heerschte in Drentde over deze verradorlij ke handelwijze. Zelfs in 't sticht kwamen naar aanleiding hiervan onlusten voor, welke echter door den Graaf van Holland gedempt werden.

In 1281 ontstond oneenigheid tusscheu Uithuizen en Eenrum in Groningerland. In dezen strijd kozen de Drenthenareu de partij van Uithuizen tegen Eenrum en Groningen. De Drenthenaren belegerden Groningen, maar leden groote schade, doordat Egbert van Groe-nenberg Drenthe doorstroopte en grooteu buit behaalde, waaronder wei 600 paarden.

De lüsschop kwam don Groningers te hulp, en beval den Drenthenareu de wapenen neer te leggen. 'Poen. zij hieraan niet spoedig voldeden, trok hij door Drenthe naar Coevorden en nam de stad en voorburg in. De stad werd uitgeplunderd, uitgemoord en verbrand. Zelfs de kleinste kinderen werden niet gespaard, maar onmeedoogeloos gedood. Hierop trok de Bisschop Drentho in en verbrandde en verwoestte het geheele land. Jong en oud, alles werd vermoord. Do Drenthenaren, eindelijk buiten raad, vielen, met hulp van Groningerland, op den Bisschop aan, en versloegen hem. Groote buit aan bagage en levensmiddelen, waaronder ook het te Coevorden geroofde, viel in. hunne handen.

Bisschop Wolbrandt of Willebrand overleed in 1233 te Zwolle. Tot Bisschop werd verkozen Otto 111 van Holland, broeder van Graaf Floris. Door de Drenthenaren werd een gezantschap naar den Bisschop gezonden, eu de vrede gesloten. Zij namen aan een klooster van de Cistenser-orde te stichten en dit te begiftigen met jaarlijksche renten en inkomsten. Behalve onderscheidene hofsteden en landerijen in Overijsel, kwam dit klooster o.a. in 't bezit van Padhuis en Veenhui-zen en een gedeelte der tusschen deze plaatsen gelegen landen : blijkens een geschil over deze landen tusschen 't klooster en de ingezetenen van Dalen, welk geschil volgens nog voorhanden oorspronkelijke brief opgemaakt te Coevorden op den dag van Heilige Maria 1276, in dier voege is geëinidgd, dat het klooster jaarlijks van Padhuis een pot boter, van de werde „Burchmadquot;

ocr page 28

_ 09

drie jonge hanen en van „Voiielnüsquot; mede drie jonge hanen aan het kasteel tu Coevordon zal moeten opbrengen. Daarentegen zou het klooster deszelfs vee van het „Veenehuisquot;. zooals hot dien tijd gebruikelijk was geweest, in de weilanden van Coevorder marke mogen weiden, doch het klooster zoude in vergelding hiervoor ten allen tijde twee stieren moeten houden tot dekking der koeien van de boeren van Coevorden.

In 1815 heeft het. klooster do bovengenoemde boteren haiiejiachten, alsmede het bezwaar om '2 stieren te houden ten dienste van de ingezetenen van Coevorden, afgekocht door eenig eveenen tusschen Veen-huizen en Padhuis af te staan.

Zooals men uit 't bovenstaande ziet, maakte men in den goeden ouden tijd kwesties op een zeer goed-koope wijze uit de wereld.

Tegenwoordig zouden mot een paar jonge hanen wel niet veel kwesties uit den weg te ruimen zijn. Eerst werd een begin gemaakt tusschen Coevorden en Schoonebeek; het stuk land, waarop met het bouwen van bedoeld klooster begonnen werd, was „de Uilbrands-kampquot; geheeten. Volgens sommige berichten is dit klooster zoover voltooid geworden, dat het bewoond werd door nonnen, aan welker hoold een abdis stond. Deze plaats was echter niet geschikt, zoodat dan ook het bonwen aldaar gestaakt werd. Nog in 1660 waren overblijfselen van dezen bouw zichtbaar.

Later werd Duur ze bij Rolde aangewezen, maar ook hier kwam het niet tot stand. Eindelijk werd op de plaats van het tegenwoordige Assen het klooster gesticht. Assen heeft aan dit klooster den oorsprong te danken, üe stichtiging van dit klooster ging met groote kosten en moeielijkheden gepaard. De Benthei-mersteen moest per as van Bentheim gehaald worden, de baksteen meest van Groningen.

In 1395 ontstond twist- tusschen Keinoml van Coevorden en den lüsschop Frederik van Blankenheim. Drenthe, dat zich onziidig hield, verzocht den Bisschop van overlast verschoond te blijven. De Bischop beloofde, bij open en verzegelden brief, 1) „dat hij. in aanmerking nemende, de goede en getrouwe diensten door

1

1 d. d. U. Aufmstus l.'iOü - copieu van deu brief, benisleu uog in 't- ai'clücf Lc (Jocvurduu.

ocr page 29

Divntlie bewezen, het kasteel Coevorden woderom wilds inlossen en reiiimjeren, opdat de Drentheniiren vau alle overlast zouden beviijd worden,quot; en verklaarde tevens, dat hij Drenthe „in haar Landrecht, willekem-en, vrijheden en gewoonten, zooals zij van ouds genoten hadden, wilde handliaven.

Tevens gal'hij onderscheidene nieuwe privilegiën o.a.: „Dat geen der ingezetenen van Drenthe wegens eenige-zaken mag getrokken of geroepen worden voor eenig gerecht buiten deze landschap.quot;

De twist niet den Bisschop liep over de vraag, of de Bisschop Coevorden konde inlossen en terugbekomen, tegen betaling van het vroeger ontvangen geld. Toen Reinoud dit weigerde, kwam de Bisschop, ondersteund door Job. van Brederodo, Willem van Abcoude, Hendrik van Yianen. Johan van Renosse en anderen met een leger in Drenthe en belegerde Coevorden.

Heer Gijsbrecht van Bronkhorst, de heeren van Batenburg, van Borkulo en andere bloedverwanten van Reinoud verklaarden den Bisschop den oorlog. Reinoud. geene uitkomst ziende, gaf zich, na eene langdurige belegering over, 4 April 1402, onder de navolgende voorwaarden:

Ie. De Bisschop zal aan den Heer Reinoud van Coevorden aan contante penningen geven twaalfduizend gouden schilden;

2.e. en noch vijfjaren achter malkande ren jaarlijks zes honderd schilden.

3e. Heer Reinoud zal behouden alle zijne goederei:, hem van zijne oudei's aange-erft, dio tot de lieoriijk-heidt Coevorden, niet en behooren.(quot;

Bisschop Frederik van Blankenheim bevestigde 31 December 1407, de privilegies en vrijheden van de burgers dor stad Coevorden.(1

1

quot;) De originecle brief geschreven op perkament, berust nog in 't archief te Coevorden- Het zegel, vau rood, was aan een perkanien ten staart, is beschadigd.

ocr page 30

Gelder.self Tijdvak.

In 1504 werd Groningen, door Edzardt, Graaf van Oost-Friesland, uit naam van den Hertog van Saksen belegerd.

Drenthe ondersteunde, door toevoer van levensmiddelen en brandstoffen, Groningen. Om dit te beletten liet de Graaf, bij de Punterbrug, een blokhuis „Weerdenbrasquot; genaamd, opwerpen. Groningen gaf zich over en verkoos Graaf Kdzardt tot beschermheer.

lu 1515 belegerde Hertog George van Saksen Groningen; Edzarjt in 't nauw gebracht, droeg zijne rechten over aan Hertog Karei van Gelder.

In dien tijd was Jhr. Frederik van Twicklo, Drost van Goevorden. Als kommandant over eenige Bourgondische troepen deed hij den Gelderschen veel afbreuk. Alle handel op Groningen werd door hem verboden. De Groningers, hierover weinig gesticht, peinsden om Goevorden in hunne macht te krijgen.

Terwijl Frederik van Twicklo op reis was naar Oost-Friesland werd Goevorden door do Geldersche ruiterij berend en ingenomen.

Het kasteel ging echter niet zoo gemakkelijk.

Iwicklo, dit hoorende, kwam in allerijl terug en geraakte binnen het kasteel. Om de Gelderschen te verdrijven, liet hij Goevorden in brand steken. De ge-heele stad, uitgezonderd zes huizen, werd in asch gelegd.

^ Karei van Gelder kwam hierop met geschut voor 't kasteel. Om den toevoer te beletten, liet hij ten xSoorden van Goevorden eene schans opwerpen. Nog in 16G0 was een gedeelte van deze schans, „de Geldersche Schansquot; genaamd, met eenige andere werken uit dien tijd zichtbaar. De Gelderschen deden groot geweld op het kasteel. Het garnizoen vocht dapper, maar geen uitkomst ziende, wilde het zich overgeven. De kommandant wilde hiervan echter niet hooren. loert echter bijna het gehoele kasteel onder den voet geschoten was, gaf het garnizoen zich op eerlijke

ocr page 31

voorwaarden over. Twicklo, die van geett overgave wilde hooren, werd gevangen genomen. Karei van Gelder liet het kasteel weder eenigszins herstellen en zijn wapen ui den muur boven den ingang plaatsen. Dit wapen is nog heden ten dage aanwezig.

Tot Drost van Coevorden werd aangesteld Johan van Selbach. een Duitsch edelman.

In November 1522 kwam Karei van Gelder te Assen en liet, op 15 November, de Stenden van Drenthe, in 't Grollerhout vergaderen. Na lang aarzelen huldigden de stenden Karei, mits de privilegiën bezwerende.

Karei liet zich toen noemen: „Karei van Kgmond.quot; door Godsgenade, Hertog van Gelder, Graaf van Zutphen, Heer van Groningen, 'd Ommelanden en der Landschap Drenthe.

ocr page 32

Oosten} i jksrh Tijd vak.

Im hot jaar 1536 gaf Groningen zich over aan George Schenk, bevelhebber in dienst van Karei V. Hierop belegerde Schenk Coevorrlen. De Drost .lohan van Selbaclit, zond Karei van Gelder tijding en verzocht hem 3000 man voetvolk en wat ruiterij. Karei van Gelder liet echter op zich wachten. Na ee-ne belegering van maanden, toon aan alles gebrek was, gaf' Coevorden zich over. liet geschut en de anmiunitie moest op het kasteel blijven. In den winter van 458(5. na de overgave, kwam Karei van Gelder met een leger, maar werd door Schenk verslagen. Later droeg Karei van Gelder Groningen en Drenthe over aan Karei V tegen betaling van 85000 goudguldens in eens en 25000 's jaarlijks. Karei V. de privilegiën bezwerende, werd door de Stenden van Drenthe gehuldigd.

Tot Stadhouder werd aangesteld, J.ihan van Ligne, Graaf van Aremberg. die tevens Stadhouder over Friesland. Groningen en Overijssel was.

Te Brussel, 4 Augustus 1541, bevestigde Karei V bij open brief de privilegiën van Coevorden en verleende het recht tot iiet houden van drie jaarmarkten.

Deze brief op perkament geschreven, berust nog m 't archief te Coevorden. Het zegel in rood was, aan een perkamenten staart, is eenigszins geschonden. De brief is onderteekend: „Voorden Keizer „Verreykenquot;.

ocr page 33

De Tad dig jarige oorlog.

Groningen was, in. 1080, door hot verraad van den Graaf van Rennenberg, 's Prinsens Stadhouder en een zijner beste vrienden, daartoe overgehaald door de aanzoeken van zijne zuster en de hooge aanbiedingen van Spaansche zijde, den vijand weder in handen gevallen.

Barthold Entes, kwam niet oen staatsch leger, en sloot Groningen in. Later kwamen Graaf Willem Lodewijk van Nassau en Graaf Philips van Hohenlo hem ter hulp. In deze belegering sneuvelde Barthold Entes.

Ten einde te beletten, dat Groningen door Spaansche troepen, uit het Zuiden komende, ontzet werd, beval Prins Willem, die toen te Kampen was, Coevorden te versterken. Wat de reden was, is onbekend, maar van de versterking kwam niet veel.

Dat Prins Willem juist gezien had. bleek weldra.

Do Spaansche bevelhebber Maarten Schenk kwam met 3600 man van den Rijn om Groningt n te ontzetten. De Graaf van Hohenlo trók bem met 30U0 man, langs Coevorden, te gemoet.

Op den Staalbrink, ten Zuid-Oosten van Hardenberg, aan do, Bentheimsche grens, ontmoetten zij elkander.

Niettegenstaande zijn volk moede, hongerig en dorstig was, viel Hohenlo den vijand, die reeds eenige uren gerust had, aan. Hohenlo verloor den slag. Vijf stukken geschut en al de bagage vielen den vijand in handen.

Johai; v. d. Cornput was bevelhebber van Coevorden. De bezetting bedroeg slechts 50 man. Ken gedeelte van Hohenlo's volk vluchtte naar Coevorden, maar wilde niet vechten, omdat Coevorden niet voorzien was. Door Bentheim trokken zij naar Hohenlo. die te Oldenzaal gelegerd was. Schenk nam zonder slag of stoot, bezit van Coevorden (20 September).

Het beleg van Groningen werd hierop afgebroken, ofschoon de stad op het punt stond zich over te geven. Tot Drost en Kommandaut over 't garnizoen te Cue vorden werd aangesteld Eberhard van Enze.

ocr page 34

Hohenlo, die intusschen niet «til zat, trok naar Groningen en nam de Schans bij Punterbrngge in. Hij zond Overste Uselstein, met zes corapagniën naar Coevorden, die de stad, welke bijna geheel open lag, innam, 's Avonds na de inname kwamen nog Willem Lodewijk van Nassau en Philips van Hohenlo. Bij 't bezichtigen van 't kasteel werd Willem Lodewijk door een kanonskogel aan 't linkerbeen, even boven de knie, getroffen. Hot stukje, waaruit de kogel geschoten was, werd „Graaf Willemtjoquot; genaamd en nog langen tijd op 't kasteel bewaard. Na een hevige beschieting gaf het kasteel zich over. Het garnizoen beloofde iu geen 3 maanden tegen de Stoten te zullen ■dienen.

Maar ook Hohenlo bracht Coevorden niet in staat van tegenweer. Hij verdeelde zijn leger in tweeën, om Linge en Wodde tegelijk te bemachtigen. De aanslag op Linge mislukte, bij Wedde werd hij door Aremberg verslagen. Coevorden werd hierop weder door Rennenberg ingenomen.

Het volgende jaar. 1581, overleed Rennenberg eu werd opgevolgd door Frans Verdugo.

In 1591 kwam Prins Maurits met een leger om ^Groningen te belegeren. Verdugo, mot 1500 man te Coevorden liggende, trok hierop naar Groningen en verwoestte Drenthe, om Prins Maurits door gebrek tot terugtrekken te noodzaken. Onderweg werd Maurits opgehouden, doordat overal de kerken en heerenhuizen met krijgsvolk bezet waren. Zijn plan om Coevorden eerst in te nemen, moest hij laten varen, daar bijna al het geschut per schip over de Wadden vervoerd word. Op het gerucht dat Panna, een Spaansch bevelhebber, in aantocht was, nam Prins Maurits oenige schansen in Groningerland in, en trok Panna, die in de Betuwe was, te gernoet.

Na Panna teruggedrongen te hebben, nam hij Hulst, Zutphen, Deventer en Nijmegen in en kwam in Mei 1592, met Willem Lodewijk, voor Steenwijk. Na een belegering van 88 dagen gaf deze stad zich over.

Hierop trok het Staatsche leger over Ommen en Hardenberg en sloeg zich 15 Juli voor Coevorden neer.

Coevorden was toen goed voorzien, de stad en 't kasteel was door de Spanjaarden aanzienlijk versterkt. Het garnizoen bestond uit ongeveer 100 man, onder

ocr page 35

— 29 -

den bevelhebber Graaf Frederik van den Bert.'. Bij, het begin dor belegering was alleen Willem Lodowijk tegenwoordig. Maurits was met een gedeelte van het leger naar 't Zuiden getrokken en nam Ootmarsen in..

Het Staatsche leger bevond zich ten Westen van Coevorden, bij en om het Huis „te Klooster,quot;, van Jhr. Herman v.d. Camp. Prins Manrits had zijn hoofdkwartier opgeslagen in 't Huis ,.de Scheer.quot; van Jhr. Johan van Steenwijk.1) Ten Noorden van Coevorden werd een schans gegraven om de toevoer uit Drenthe te beletten. Deze schans werd met 2 compagmën bezet.

Weldra daagde een Spaansch leger, onder Verdugo op, om Coevorden te ontzetten en sloeg zich in do Graafschap Bentheim neer. Verdugo had bij zich: een regiment Spanjaarden, twee regimenten Duitschers van Aremberg en Barlaimont; een regiment Ieren, Herman van den Berg met 600 man, benevens 1800 man ruiterij. Op zijn verzoek zond hem de Landvoogd,. Pieter Ernst van Mansfeld, nog 1000 man te voet en 700 te paard.

Deze macht werd nog versterkt toen Emanuel de la Vega, den 24- Augustus, over Ulzen zich bij hem kwam voegen, met 3000 man te voet en 800 te paard.

Ook het Staatsolie leger ontving versterking. Heer Esseren van Stolbergen kwam met 20 kanonnen, een regiment van 1200 man en eenige compagniën. Tweemaal 's weeks kwam een convooij levensmiddelen en krijgsbenoodigdheden uit Zwolle. Vooral de Schans in 't Noorden lag de Spanjaarden in den weg, waarom zij de Schans met groote macht aantasten. Na een hevig gevecht, waarin aan weerszijden veel dooden vielen, moesten de Spanjaarden aftrekken.

Dat het bezit van Coevorden van groot belang was blijkt uit het gezegde van Verdugo: „Aan Coevorden is zooveel gelegen, dat Groningen verloren en Friesland overwonnen is. zoo Coevorden overgaat.quot;

Om zich beter tegen de Spanjaarden te kunnen verdedigen, liet Prins Maurits. tusschen Klooster en Coevorden, tal van schansjes opwerpen, welke onderling door loopgraven verbonden werden. 24 Augustus liet Prins Maurits, Coevorden door een trompetter opeischen. De bevelhebber antwoordde: „Zegt den Prins, dat hij de wal eerst zoo plat schiet al? de

1

Aan deze familie heeft Sleenwiiksmoer don naam te-danken.

ocr page 36

gracht, en tl an nog 5 of 6 koer stormloopt, daarna zal ik mij bedenken of ik een trommelslager zal zenden. De reden, waarom hij zoo trotsch sprak, was, dat hij, door middel van vuren, van Verdugo een teeken had ontvangen, dat ontzet op handen was.

Dien dag ontving Maurits nog een regiment onder Philips van Nassau, met eenig ander volk.

Den 27 Augustus beproefden de Spanjaarden hot Staatsche leger te overrompelen. In dien nacht trok een gedeelte van bet Spaansche leger, witte hemden aan, om zoodoende elkander in den nacht te kunnen herkennen, en om de Staatschen te verschrikken, in alle stilte voorttrekkende, gelukte hot hun de schildwaehten te dooden, en een paar schansjes in te nemen. Weldra echter geraakte het Staatsche leger op de been. Graaf Willem Lodewijk viel hun met eenige ruiters aan, maar werd hierbij dooi- liet lichaam geschoten. Het Staatsche leger verdeelde zich in tweëen en viol den vijand zoo hevig aan, dat spoedig al de Spanjaarden in hot kamp gedood waren. Hierop viel hot geheele Spaansche leger aan. De Staatschen waren nu echter op hunne hoede; zij dreven de Spanjaarden terug en waren zoo verwoed, dat zij slechts met moeite tegengehouden konden worden, om de Spaanjaardon to vervolgen. Meer dan 500 Spanjaarden werden gedood.

Den volgenden dag vertoonde Verdugo zich nog eens in volle slagorde om de Staatschen uit het kamp te lokken.

Graaf Froderik van den Berg, hierop geen ontzet meer verwachtende, besloot eindelijk een trommelslager uit te zenden. Op eervolle voorwaarden had de overgave plaats.

Dit kwam de Staatschen ook wel van pas, daar de convooijen den laatston tijd door Drenthe {moesten gevoerd worden en de wegen, door den aanhoudenden regen, zeer slecht waren.

Den 12 September 1592 trok de Spaansche bezetting uit Coevorden, met achterlating van 9 kanonnen en eene groote hoeveelheid ammunitie en levenmiddelen.

Verdugo zeide: „Nu Coevorden niet meer houdt, weet ik niet, wat voortaan meer houden zal.

Coevorden werd goed voorzien. In garnizoen kwamen 3 Friesche compagniën onder Jhr. Casper van Kwsem. Pieter van Leeuwarden en Assuerus. Tevens werden 800 wagens levensmiddelen aangebracht.

ocr page 37

- :ji -

In 't begin van l.'OS bezette Verdugo 't Huis te Gfiimsbergen, wierp een schans op bij de Venebrugge, bezette 't Huis, ,.de Scheerquot; en legde troepen te Em-melkamp en Dalen, om zoodoende, Coevorden van verre in te sluiten. Tevens liet hij een weg leggen door de veenen, uit Bentheim over Schoonebeek naar Drenthe. Spoedig werd hij echter door Willem Lode-wijk van Nassau verdreven en de weg door de Coo-vordsche bezetting vernield.

Coevorden werd hierop van ammunitie en levensmiddelen voorzien, daar het gerucht liep, dat do Spanjaarden Coevorden wilden belegeren.

Dit gerucht bleek dan ook niet zonder grond. Verdugo nam de schans bij Venebrugge, het Huis te Gramsbergen en andere plaatsen in den omtrek in, en legerde zich in October 1593 to Esschenbrugge bij Coevorden.

Om Coevorden in te sluiten, liet hij een dijk van Esschenbrugge door de Hooilanden naar Klooster en verder over de Haar naar de Loo aanleggen. Dezo dijk werd later de Spanjaarsdijk genaamd.

Zij, die met de omstreken van Coevorden bekend zijn, begrijpen, wat een waagstuk het was, om met een leger den winter voor Coevorden te willen doorbrengen. De gevolgen bleven dan ook niet uit. Door gebrek aan voedsel en brandstof ontstond in het leger een kwaadaardige ziekte, die het geducht teisterde. Geheele compagniën verliepen. Een compagnie van 500 man versmolt tot 100 man. De soldaten, die de Graafschap afliepen om levensmiddelen en brandstoffen, verbreidden de legerziekte in de omliggende gehuchten, zoodat geheele huisgezinnen uitstierven.

lu 't voorjaar kreeg Verdugo een versterking van 2000 ruiters. Zijn leger telde toen 5000 man te voet en 2000 te paard.

In 't laatst van April kwam Prins Maurits met een leger van Zwolle om Coevorden te ontzetten. Bij Ommen stelde hij zijn leger in slagorde en trok zoo naar Harden berg. Bij hem waren: Willem Bodewijk van Nassau, Graaf Eberhard van Solms, Philips en Jan van Nassau, Philips van Hohenlo, Francis Vero, Baron Kindskij en andere heeren.

Verdugo wachtte het Staatscho leger niet af. Mot stille trom trok hij over Denekamp naar Enschede, alles onderweg verwoestende.

Zoo was dan Coevorden na een being van P.l weken

ocr page 38

ontzet. Dit was de laatste belegering van Coevorden in den 80-jarigen oorlog; de stad viel niet weder in Spaausche handen.

Na 't ontzet trok Prins Maurits met het leger naar Groningen, dat zich na een hevigen strijd, den 23 Juni 1594, overgaf.

ocr page 39

Verrassing van Cosvordsn in 1ST2.

— K i— -

Do raven roepen; kras! kras!

Maar Rabenhaupt roept: huiden.

Men laat do klokken luiden.

Daar helpt noch sterkte, noch moeras.

Vondel.

Treurig zag het er in 1672 voor ons vaderland uit, Om nietige redenen verklaarden Frankrijk en Engeland ons den oorlog. Gedurende het Stadhouderlooze tijdperk waren de vestingen en het leger in zoo'n treurigen toestand geraakt, dat het Fransdie leger weldra Utrecht had bereikt. Van deze gunstige gelegenheid maakten ook de Bisschoppen van Munster en Keulen gebruik, om hunnen slag te slaan. Het leger van Bernard van Galon, Bisschop van Munster, in de wandeling: „Bommen Berendquot; genaamd, bezette de Oostelijke Provinciën en sloeg 4 Juli, het beleg voor de sterke vesting Coevorden. Het leger onder den opperbevelhebber Prot begon reeds den-zelfden dag met het graven van aanvalswerken. De twee volgende dagen werd een hevig bombardement, op Coevorden geopend, waardoor het tuighuis met verscheidene huizen in brand geraakten.

Den 7den Juli werd do stad opgeëischt onder het aanbieden van eerlijke voorwaarden.

Do commandant weigerde de overgave echter, waarna de strijd werd voortgezet tot 10 Juli, toen de stad wederom word opgeëischt en de overgave op eerlijke voorwaarden werd besloten. Den 12den Juli had de overgave plaats.

Van Coevorden trok de Bisschop naar Groningen. Hoe dapper zich deze stad, onder den bevelhebber Karei van Habenhaupt, verdedigde, zoodat de vijand, na een beleg van 14 dagen, den 28 Augustus aftrok, is bijna iedereen uit de vaderlandsche geschiedenis bekend. Jaarlijks wordt deze gebeurtenis te Groningen op 28 Augustus, feestelijk herdacht.

In den tegenwoordigen tijd, nu wij bijna zeventig

ocr page 40

jaren in vrede doorgebracht hebben, kunnen wij ons geen denkbeeld vormen, quot;\vat het beteekent, de plaats uuzer inwoning in vijand's handen te zien.

In de 17e eeuw was die toestand allertreurigst. De legers bestonden uit huurlingen, meestal het uitschot der maatschappij, die in de veroverde plaatsen letterlijk als barbaren huishielden.

De Mnnsterschen maakten te Coevorden geen uitzondering op dezen algemeene regel. Groote overlast ondervonden de burgers van de soldaten, zoodat het geen wonder was, dat tal van heden de gelegenheid aangrepen om Coevorden te verlaten.

Onder de vluchtelingen bevond zich ook Meindert van der Thijnen, schoolmeester en koster der Her-vormdo Kerk te Coevorden, die 4 September met vrouw en kind uit Coevorden trok, en per as van Dalen naar Groningen reisde, waar hij den Oden September 's morgens om 6 uur aankwam.

7 October vervoegde zich van der Thijnen bij den bevelhebber Rabenhaupt. Karei van Rabenhaupt, Baron van Sucha, in Bohemeu, was toen reeds een oud man. Dat hij echter nog een flink soldaat was, had hij bij het beleg van Groningen bewezen.

Bij de binnenkomst van van der Thijnen was Raben-hanpt bezig met het bestudeeren van een kaart van Oude-Schans, welk plaatsje hij eenigen dagen daarna innam. Op zijne vraag aan van der Thijnen, wat het doel van zijn bezoek was, deelde deze hem mede. dat hij in het bezit was van kaarten van de vestig Coevorden; dat hij met tal van bijzonderheden, het garnizoen en de vestig betreffende bekend was, en hem, Rabenhaupt, wilde voorstellen Coevorden bij verrassing in te njcmen. Rabenhaupt keek hem met eenen glimlach aan. Coevorden was wel zoo sterk, dat men de vestig niet maar zoo koude innemen. Toen echter van der Thijnen eene door hein geteekende kaart van Coevorden vertoonde, verried Rabenhaupt eenige meerdere belangstelimg en verzocht van der Thijnen, hem den volgenden dag een kleinere kaart te willen overhandigen.

Den volgenden dag bracht van der Thijnen de nieuwe kaart. Daar Rabenhaupt echter geen tijd had verzocht deze hem een paar dagen te wachten.

In deze nieuwe bijeenkomst werd ook het plan van van der Thijnen besproken.

ocr page 41
ocr page 42
ocr page 43

Zijn plan was om in den winter, wanneer de grachten bevroren waren, de bijten, door de bezetting steeds in de grachten opengehouden, door middel van biezenbruggen over te steken. Daar hij op drie punten wiide aanvallen, namelijk op de bastions Gelderland, dat met het Kasteel, Holland, dat met de Bontheimerpoort en Üverijsel, dat met de Friesche poort in verbinding stond, zouden drie bruggen noodig zijn, elk zes voet breed en veertig voet lang.

Op verzoek van Rabenhaupt, hield van der Thijnen zich de volgende dagen bezig mot het maken van de biezenbruggen. Toen zij gereed waren werd in alle stilte buiten Groningen eene proef genomen, welke geheel naar wensch afliep.

Wat of Rabenhaupt bewoog, of hij de vijand in slaap wilde wiegen, of dat hij de handen nog te vol had met andere zaken, is niet bekend, maar het duurde nog geruimen tijd voordat hij besloet hande lend op te treden.

Eindelijk, op den 12den December, werd Van der Thijnen, bij Rabenhaupt. die toen besloten had in 't laatst van December den aanslag te beproeven, ontboden. Tot dat doel stelde Rapenhaupt 1500 man beschikbaar. Op voorstel van Van der Thijnen werd Luitenant-Kolonel Fr. van Eybergen het opperbevel opgedragen. Deze zou den aanval op Gelderland besturen. Majoor Wijier zoude den aanslag op Holland, Majoor Sickinga dien op Overijssel leiden. Een paar dagen later leverde Van der Thijnen een ontwerp van den aanval in, in hoofdzaak luidende als volgt: 600 man zal langs Tellinckshuizen, op de Loo, naar Poppenhaar marcheeren, met zich nemende zeven vakken van de biezenbruggen voor lederen aanval, en zich begeven op de contrescarp. Op de contrescarp gekomen, zal Eybergen met 300 man op Gelderland aanvallen. Een oflicier met 150 man hiervan, zal Gelderland bezetten. De andere 150 man hiervan zal voorttrekken tot de hoofdwacht bij de Kasteelsche poort en zich van het kasteel meester maken. Majoor Wyler met de andere 300 man zal Holland aanvallen Een officier met '100 man zal zich meester maken van het geschut en van de wacht. De andere 200 man zullen zich begeven naar den wal tusschen Holland en Zeeland. Een kapitein met 120 man zal bezit nemen van de Hoofdwacht op de markt. Een officier met 50 man zal zich naar de Bontheimerpoort be-

ocr page 44

— 36 —

pcvon, terwijl een sergeant met de overige 30 man het geschut en 't kruithuis van Zeeland zullen bewaren. , , ,,

De 3ü0 man onder Majoor Sickinga trekken naar Over-iissel. nemende den weg langs Boersemanshol op de Loo, ' door de Holvert, voorbij Hengelaarshuis, dwars over den Spanjaardsdijk, over de Haar, tot aan de lloppegorn, liggende aan de gracht. Op de contiescaip gekomen, zullen zij de biezenbrug leggen tegen den rechterkant van Overijssel. De brug overgetrokken zijnde, zal een kapitein met 100 man den wal tusschen Friesland en Overijssel beklimmen. Een sergeant met 30 man zal Friesland bewaren. Een gedeelte van de overige manschappen zal Overijssel bezetten, terwijl do overigen zich naar do Friesche poort zullen bege\en, deze vermeesteren en de ruiterij binnenlaten.

Eindelijk werd de aanval op 27 December bepaald. Op verzoek van van der Tlhjnen werden een paar dagen voor het uitrukken de poorten van Groningen gesloten, daar hij vreesde, dat de Munsterschen gewaarschuwd zouden worden. Ondanks tie zo Aooizoig gelukte het echter een paar dragonders te ontsnappen.

De 26 December, des namiddags, trok de ruiterij uit de Steenstelpoort, even later door het voetvolk gevolgd.

De eerste nacht werd te Gieten doorgebracht. Daar de wegen door de sneeuw slecht begaanbaai waien, vorderde men den volgenden dag slechts tot Odoorn, 28 December werd te Emmen halt gehouden, de biezen-brnggen afgeladen en de soldaten het gebruik eivan „ewezen. Tevens werden hier de overige officieren gekozen. Het wachtwoord „Hollandquot;, het veldgeschrei ^God met onsquot; en een stroowisch op den hoed. werden uls teekenen van herkenning aangenomen.

Hierop werd de tocht voortgezet. Tegen het vallen van den avond kwam men op de Lop, dicht bij Coe-vorden. Ken dikke mist kwam den ondememeis zcei te stade. De vijand scheen eenig onraad te vermoeden.

Onophoudelijk hoorde rnen de schildwachten „weida roepen. Van Eybergen, hierover ongerust, raadpleegde van der Thijnen. Deze antwoordde, dat dit een gewoon verschijnsel was, dat de schildwachten de verschillende ronden steeds moesten aanroepen en zij hiermede geheel bezig gehouden werden. Hij raadde dus aan den aanval te ondernemen. Aldus werd besloten.

Van der Thijnen ging met de voorhoede, bij ae

ocr page 45

— 37 —

cootrescavp gekomen, ging hij alleen vooruit, om eens uit te zien. Terwijl hij langs de gracht liep, riep een schildwacht: „daar loopt een kerel up de grachtquot;. Een ander vroeg: „waar is de kerelquot;. Meerdere soldaten kwamen aanloopen. Van der Thvnen liep stil door en wachtte op do soldaten, die hij op een punt „het Bysterveldquot; bescheiden had. Eindelijk kwamen dezen, waarop van den wal vuur gegeven werd.

De aanvallers begonnen hierop, na eenige palissaden gekapt te hebben, met het leggen der brug.

Majoor Wijier, die iutusschen Holland genaderd was schijnt niet goed met het leggen der brug overweg gekund te hebben, en zond om van der Thijnen. Deze bezig zijnde met het leggen der brug naar Gelderland, weigerde eerst, maar op herhaald verzoek, ging hij en hielp Majoor Wijier terecht.

Toen iiij terug kwam, 't stond Kolonel Eybergen aan een moorddadig vuur bloot. Daar de vijand voor geweervuur niet wijken wilde, stelde van der Thijnen voor den wal te beklimmen. Deze voorslag werd aangenomen. Van der Thynen, met eenige officieren en soldaten, liepen over de biezen brug en beklommen den wal, Van der Thijnen was de eerste die de borstwering bereikte, op hetzelfde oogenblik, dat een der officieren, doodelijk gewond, neerviel. De vijand nam hierop de vlucht. Van der Thynen zwaaide met zijn hoed en riep: „Komt mannen, de vijand is geslagen, de stad is over.'

De Kommandant, de Mooij, trachtte de vluchtelingen nog tegen te houden. Evenwel te vergeefsch. Hij sneuvelde. Hierop werd bezit genomen van 't kasteel met kruithuis. Op den molenwal bij 't kasteel trof van der Thynen een paar tamboers aan. Op zijn verzoek sloegen deze den Prinsenmarsch. Hierop nam de geheele bezetting van 't kasteel, door een panischen schrik bevangen, de vlucht. Van Thynen bereikte de Hoofdwacht bijna gelijkertijd met Majoor Wijier die Holland vermeestord had. Eenige soldaten waren do Hoofdwacht omgeloopen en wilden het kasteol heroveren maar werden gemakkelijk gevangen genomen.

De Friesche poort was intusschen door Kapitein Steven Kling opengebroken, waarop de ruiterij de stad binnentrok.

Op Overijssel werd nog hevig gevochten. De bezetting van het Kasteel was hiör naar toegevlucht en

ocr page 46

- 38 —

richtte eon hevig kanonvuur op de aanvallers. Spoedig werd ook hier, inet hulp van Kolonel Kybergen do strijd beslist, zoodat de geheele stad ingenomen was. De ruiterij bezette de markt en vrolijk klonk het Wilhelmus den ingezetenen van Coevorden in de. ooreu.

Ruim 600 Munstorschen werden gevangen genomen. Onder de gevangenen bevonden zich ook de twee dragonders, die uit Groningen gevlucht waren. Hunne komst had iu 't begin wel eenigen schrik gebaard, zoodat de bezetting 2 maal 24 uur onder de wapenen bleef, maar later werd aan loos alarm gedacht. Waarschijnlijk hierdoor, kwam de bezetting, toen de aanval plaats had, zeer traag opzetten. De beide dragonders werden onder de galg doodgeschoten. Jammer, dat dc vreugde over de inneming, bij de burgerij aamnerke lijk getemperd werd, doordat de soldaten de sta'' plunderden. Zelfs de meubelen van Van der Thijnen welke deze bij zijne vlucht achtergelaten had, werde. niet gespaard.

Groote vreugde heerschte in geheel Holland, maa vooral in 't Noorden. In tal van plaatsen werden bidstonden gehouden. Ook aan de Staatsche zijde waren nog al verliezen te betreuren, echter niet van belang, als men het gewicht der zaak rekende. Vooral bij de bestorming van het bastion Overijssel werden groote verliezen geleden. Van dor Thijnen kreeg een schot door de jas.

Aan blijken van belangstelling en waardeering ontbrak het den deelnemers niet.

Rabenhaupt werd benoemd tot Drost van Drenthe en Gouverneur van Coevorden. Tot aan zijnen dood '12 Aug. 1675 bekleedde hij deze betrekkingen. Zijn lijk werd in eenen grafkelder in quot;de kerk te Coevorden bijgezet.

Van Eybergen werd benoemd tot Kommandeur, Van der Thijnen werd aangesteld tot sergeant-majoor welke betrekking hij slechts vier weken bekleedde. Ofschoon hem een akte als kapitein van eene compagnie te voet werd aangeboden, weigerde hij dit, waarna hij benoemd werd tot commies der magazijnen. Boven zijn traktement als zoodanig, ontving hij een pensioen van f 200.

In 1676, toen de oorlog geëindigd was, en de toestanden weer geregeld werden, werd hem, door de

ocr page 47

- 39 -

Staten van Drenthe een gouden medaille aangeboden. Aan de eene zijde vertoonde deze den aanval op Coerorden, aan de andere zijde het wapen van Drenthe.

Door de Raad van State werd hem een verguld zilveren beker aangeboden.

Deze beker, welke thans nog bij het Avondmaal in de Ned. Herv. kerk te Coevorden gebruikt wordt, vertoont aan de eene zijde den aanval op Coevorden. Men ziet hier op de stad Coevorden met de verschillende vestingwerken. Op de markt staat een troep soldaten. Ook de drie punten van aanval zijn zichtbaar, vooral het eene, de aanval op Gelderland, is zeer duidelijk. Tot halverwege de brug kan men de soldaten met vaandels zien, terwijl ruiterij en twee wagens op den voorgrond zichtbaar zijn. Hier en daar rondom Coevorden, zijn troepen soldaten verspreid. Aan de andere zijde prijkt het wapen van Holland, met het randschrift „concordia res parvae crescuntquot; Eendracht maakt macht. 1)

Ook van andere zijde ontving Van der Thijnen veel blijken van belangstelling. In 1675 was hij burgemeester en stadsontvanger van Coevorden. Hij overleed 17 Februari 1707.

Thans bevind zich te Coevorden nog een familie, die beweert van Van der Thijnen af te stammen.

Langen tijd is de dag van de bevrijding te Coevorden feestelijk herdacht, hetgeen o.a. blijkt uit de stadsrekeningen wegens het ter gelegenheid van dien dag aan de gemeente geleverde bieren.

Vooral de burgemeester Bierlingh of Beerlinck; be-

1

De andere beker welke bij het Avondmaal gebruikt wordt, is eveneens van oude dagteekening.

Aan de eene zijde prijkt een wapenschild, waarop een hoed en drie sterren gegraveerd zijn. Boven het schild verheft zich een geharnaste arm, met een zwaard, om welks punt drie sterren geplaatst zijn. Het omschrift luidt: „Nicola Buiter, Blias Guldennoedt.quot;

Aan de andere zijde bevindt zich het wapen van Holland met de randschriften: concordiae, res parvae crescunt en Deus et Fortuna acquirant omnia.

Als God en 't Geluk my beschermen, wie zal my dan weerstaan.

Aan de onderkant der bodem prijken twee wapenschilden waarop vogels afgebeeld zijn. Boven deze wapensehifden prijken de woorden: ,Fr. Hoppe en Fr. Funk, onder hat woord cmiimit-teerd.quot;

ocr page 48

- 40 -

ijverde zich steeds om dezen dag tot een ware foest-dag te bestemmen.

Volgens overlevering, zoude deze onder verdenking hebben gestaan bij de Munsterschen dat hij de stad wilde verraden, in welk geval hem de dood stond te wachten. Door het onverwachte der overrompeling bleef echter zijn leven gespaard.

Tlit dankbaarheid werd zijne woning op den gedenkdag steeds schitterend verlicht. Lang na zijn dood. tot in 1772, hebben zijne afstammelingen deze gewoonte gevolgd.

Bijzonder luisterrijk werd deze gedenkdag gevierd in de jaren 1772 en 1872. De bijzonderheden van dit laatste feest, hetwelk 3 dagen duurde, zijn bij tal van ingezeten, nog zeer goed bekend.

ocr page 49

---K !--

Bijna ieder heeft wel eens van oproer in de een of andere stad gehoord, al is het maar van het palingoproer in Amsterdam. Was aldaar een paling de onschuldige aanleiding tot een bloedige worsteling tus-schen de openbare macht en de oproerige menigte, dat wel vaker onbeduidende zaken aanleiding gegeven hebben tot ongewenschte verhoudingen tusschen overheid en volk, bewijst ons het IJzerkoekenoproer te Coevorden, in December 1770.

Tegenwoordig heerscht nog te Coevorden de gewoonte dat op Nieuwjaarsdag, de minder met aardsche goederen bedeelde inwoners, de deuren der ^burgers alloopen en een gelukwensch uitspreken, waarvoor zij dan een paar centen of eenige „ijzerkoekenquot; ontvangen.

Niet altijd echter is deze gelukwensch welgemeend, wat blijkt wanneer iemand zich verstout om „hetzelfdequot; te wenschen en niets te geven, in welk geval men niet zelden hot tegenovergestelde van een zegenwensch krijgt te hoor en, In vroeger tijden schijnt dit gebruik op nog veel grooter schaal geheerscht te hebben en schijnen de gelukwenscheu ook altijd niet even goed gemeend te zijn, waarom dan ook pogingen werden aangewend om quot;hier aan een eind te maken.

Den 13 December 1770 „is in de kerkenraads voorge-steldt,quot; en van allo de aanwezende Leden eenpariglijk besloten, den Agtbaren Magistraat van deze Stadt, namens de Eerw. Kerkenraadt te verzoeken, om op een middel bedacht te zijn tot afschaffing van dat oudt en slegt gebruik, dat op Nieuwjaarsdag lange heeft plaats gehad, met betrekking tot het uitdéleii van zo-genaamde Nieuw-jaars of ijzer-koeken aan straatlopers en soortgelijken.

En, een maar al te graag verhoor vond dit verzoek bij den Magistraat.

ocr page 50

Ovonvogondo, chit zelfs zij die kommer en gebrek leden dikwijls hun laatste penningen opofferden voor dat gebruik en dat menig burger overlast werd aangedaan door het misbruik, dat van deze gewoonte gemaakt werd, vaardigde de Magistraat 22 December 1770 een „willekeurquot; uit, waarbij ten strengste werd verboden om op Nieuwjaarsdag aan de „gelukwenschersquot; ijzerkoeken uit te dealen.

Maar. zooals het maar al te dikwijls liet geval is, goede bedoelingen worden niet altijd gewaardeerd, vooral wanneer de pogingen van regeeringspersonen uitgaan. Zoo was het ook hier het geval.

Ofschoon het verzoek der Kerkeraad door ruim 140 notabele ingezetenen gesteund werd, bleek alras, dat het besluit van de Magistraat bij een gedeelte der ingezetenen een zeer ongunstig onthaal vond.

Vooral was dit het geval bij den minderen stand, welke zich in hare rechten verkort achtte.

Kerst door enkelen, lang zamerhand door velen werd het besluit openlijk afgekeurd, totdat de beweging ten slotte een zeer dreigend aanzien verkreeg.

Opgeruid door sommigen trok een troep mannen vrouwen en kinderen naar het Stadshuis waar do Magistraat vergaderd was.

Een protest tegen het verkorten der rechten dei-ingezetenen werd ingediend.

De Magistraat legde echter liet protest ter zijdo en handhaafde het eens genomen besluit.

Nauwelijks was dit bekend of het rumoer verhief zich opnieuw, hot stadshuis werd omsingeld, dreigende kreten verhieven zich en de opgeheven straatkeien en „ijzerkoekenijzersquot; voorspelden het bestuur weinig goeds.

Enkelen van de Magistraat wilden de hulp der bezetting inroepen, maar de meerderheid, bevreesd, voor de mogelijke gevolgen, stelden voor om het besluit in te trekken. Aldus werd besloten, onder beding van vrijen aftocht der leden naar hunne woning. Onder luid gejubel werd deze voorwaarde toegestaan maar bij het verlaten van het stadshuis werd de leden menig hartig woordje naar het hoofd geslingerd en maakten onkelen der leden op minderzachte wijze kennis met de „ijzersquot;.

De onruststokers triomfeerden en Nieuwjaar werd door hen op luisterrijke? vrijze gevierd. De welden-kenden onder de ingezetenen keurden de besluiteloos-

ocr page 51

— 43 -

op liet gebeurde zag het licht, zelfs verscheen eeu kluchtspel getiteld: „Burger en Overheidsstrijd.quot; waarin ia dichtmaat de geschiedenis van het oproer werd beschreven.

In 1814- werden de ingezetenen van Coevorden nog eens door krijgsrumoer opgeschrikt.

Evenals op zoo veel andere plaatsen word ook te Coevorden, in 't laatst der i 8e eeuw, do vrijheidsboom opgericht, en stroomden de uitgehongerde Fransche benden, met gejuich door de inwoners ontvangen, de stad binnen.

Met nog veel grootor vreugde zag Coevorden hen in Maart 1814 per trekken.

Na eeue belegering 'Ier sUtd door de Pruisscn en Kozakken, ondersteund door do schutters, gaven dc Franschen de vesting over.

Na dien tijd werd geenerlei strijd meer om Coevorden geleverd.

Voor ruim 40 jaren, toen door de betere en meerdere verkeerswegen met het Noordon, de vesting Coevorden vrijwel nutteloos geworden was, werd het garnizoen opgeheven en alzoo de roemrijke en glorievolle nog te weinig bekende krijgsgeschiedenis van Coevorden afgesloten.

ocr page 52

: ■

;.''-:r^

ocr page 53
ocr page 54

M

A ■'V'J --quot;v

quot;SHf • • .quot;'t'V .quot;■! ' ï^'*•■'^1 mssmmmmsmm

I

mÊmmsÊÊÊm^Ê^s^mssmwÊmmmBmiÊÊm


ocr page 55
ocr page 56