â
quot;
r/.J C jyk sp Cl^rLri ^ v
-iSd^)i y/i fsh tr-vP ,
f A-, omA,
/-y, J) ^ ^ ^ ' ' ' '
(/ C^rgt;^'^O^^c/'C^'X^X-,/ lolt;ly*amp;jUc£ CSc^O^J
? '*gt;9 (P^ 7j *f /amp;J Isyx rx^ cybs O^l^th^cxéóL cryn cb-S'JfsO Q-Z^i^yJ
Jd-SL-Y' /1 a-^T i/'f-.Q. J , (-y£^r~ry~y «S^OL^ 4^£sis*ySQ^^TXsi^-J e ^C^sy^yb-1 Q oOijiJamp;s^L/
t Jlarc Majesteit de l{oniiiyin. ^
u f-t. tL» a f Jy!.lt;--t SJfyf;.\ j(, amp; Z^J-ostj^ StfQci« )
Het heeft Hare Majesteit de Koniugin-liegentos beliaagd, in uaam vau Uwe Majesteit, bij besluit van 18 Mei 1898 u0. 1G,
1°. eeno Staatscommissie iu te stellen, met de opdracht te onderzoekeii, welke maatregelen vau Eykswege beliooren te worden genomen tot bestrijding der parel-ziekte (tuberculose) onder liet vee, eu vau dit onderzoek verslag uit te brengen, eventueel onder bijvoeging van een of meer wetsontwerpen met memorie van toelichting ;
2°. te benoemen tot leden dier Commissie dr. W. P. Uuïscii , adviseur voor de medische en veterinaire politie bij het Departement van Binnenlandsche Zaken te 's Gravenhage, tevens voorzitter, dr. A, W. tl. Wietz , directeur van 's Rijks veeartsenijschool te Utrecht, tevens secretaris, H. F. Bultman, lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, voorzitter vau hot Nederlandsch Landbouw-Comite te Haarlemmermeer. ü. vax KoxuNiiNiiuito, secretaris der vereeniging ,Het Priesch Rundvee-Stamboekquot; te Leeuwarden, en H. (J. Heimeüs , plaatsvervangend districtsveearts eu leeraar aan do luijkslaudbouwschool to Wageniugen;
3°. te bepalen, dat do leden de bevoegdheid bezitten om ingeval hunne meening afwijkt van die dtr meerderheid, van hun gevoelen door nota's te doen bljjkeu.
Do Comniissie heeft de oer bij deze aan Uwe Majesteit verslag uit te brengen van het haar opgedragen onderzoek en
Den 27. Mei 1398 tot eene eerste vergadering samengeroepen, werd de Commissie namens Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken geïnstalleerd door den Dircctour-Generaal, Olief van de Afdeeling Landbouw, cn maakte zij daarna een aanvang met hare voorbereidende werkzaamheden, door het beramen van een werkplan ten behoeve vau :
1°. e» 11 onderzoek naar do verbreiding der tuberculose onder het vee hier te
lande ;
2°. de nauwkeurige kennis van in het buitenland tot bestrijding dor tuberculose onder het rundvee van Staatswege toegepaste of beraamde maatregelen ;
3°. de overweging van maatregelen, die hier te lande tot bestrijding dei-ziekte aanbeveling zouden verdienen.
De Commissie heeft vergaderingen gehouden, namelijk op 27 Mei, 4 Juli, 17 Augustus, 4 en 5 October te 's Gravenhage, 17 November te Amsterdam, 2 December 1898 te Rotterdam,
In die vergaderingen werden de voor en na ingekomen schriftelijke inlichtingen, die tevens bij de leden geciveuleerd hadden, besproken; werden personen gehoord, die uitgenoodigd waren mondelinge inlichtingen te verstrekken en allen met de meeste bereidwilligheid aan dat verzoek gevolg hebben gegeven ; en werd voorts beraadslaagd over middelen tot bestrijding- der ziekte en hare doeltreffendheid onderdo hier te lande bestaande verhoudingen ; waarna ton slotte de conclusiën der Commissie werden vastgesteld.
I. Veiitroidiu^ der iubcrailose ondor lielt; vee iu Nederland.
Voor haar onderzoek unar de verbreiding der tuberculose onder het vee in ver-
2
schillende streken van ons land lieeft de Oommissie zich gewend tot de volgende deskundigen , autoriteiten en besturen:
1quot;. de districtsveeartsen, door wier tusschenkomst zij tevens bekend werd met het oordeel van de in hunne ambtskringen praktizeerende veeartsen;
2'. de besturen van landbouwmaatschappijen en rundveestamboeken;
3quot;. de besturen der veeverzekeringnmatschappijen ;
4quot;. burgemeester en wethouders van eenige groote gemeenten;
5quot;. de hoofden van den dienst der vleescbkeuring aan de gemeenteslachthuizen te Amsterdam en Rotterdam;
6°. de directiën der militaire slachterijen (door tusschenkomst van het Departement van Oorlog);
7quot;. het bestuur van den Nederlandschen Slagershond;
8'. den hoofddirecteur der Eijkswerkinrichtingen Veenhuizen (door tusschenkomst van het Departement van Justitie).
Ten aanzien van hare pogingen, om aldus uit verschillende bronnen zooveel mogelijk de gewenschte inlichtingen te verkrijgen , meent de Commissie aan de volgende toelichting nog eene plaats te mogen inruimen, alvorens den uitslag van haar onderzoek in beknopten vorm mede te deelen.
Op 1 Januari 1871 was in werking getreden het veeartsenijkundig Staatstoezicht, ingesteld bij de wet van 20 Juli 1870 (Staalshlad n0. 131) en opgedragen aan de districtsveeartsen. In de eerste jaren bleven deze ambtenaren onkundig van de gevallen van tuberculose die ouder het vee voorkwamen. Wel zegt art. I dier wet, dat het veeartsenijkundig Staatstoezicht omvat: a. het onderzoek naar den algemeenen gezondheidstoestand van den veestapel en , waar noodig, de aanwijzing en bevordering van middelen ter verbetering . . . maar deze bloote aanwijzing kon destijds kwalyk leiden tot nasporingen aangaande de verbreiding der tuberculose (parelziekte) onder hetj vee.
Den 1. September 1874 kwam in werking de wet van 8 Juli 1874 {Slnalshhul nquot;. 98), regelende de uitoefening der veeartsenijkunst. Art. 11 dezer wet bepaalt, dat de veeartsen verplicht zijn aan den districtveearts en aan den burgemeester kennis te geven van âalle door hen opgemerkte veeziekten, die besmetting van voe of van nienschen kunnen veroorzaken of op andere wijze gevaarlijk voor den gezondheidstoestand van den mensch of van den veestapel kunnen wordenquot;. Uit het hier bedoeld oogpunt was deze regeling echter van geene beteekenis. Eensdeels toch bleven de overgroote meerderheid der gevallen van tuberculose den praktizecrenden veeartsen onbekend ; anderdeels was de bepaling , althans voor dien tijd, te algemeen gesteld om in deze er veel uitwerking van te kunnen verwachten.
Wat de laatste opmerking betreft, valt nog te vernielden dat, naar aanleiding van een schrijven van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 20 Januari 1877 , n0. 62, afd. IX, de directeur en de veeartsenijkundige leeraren van 's Rijks veeartsenijschool, bij schrijven van 25 Januari 1877 o. a. geadviseerd hebben, dat het voor do kennis van de verbreiding dezer ziekte hoogst wenschelijk zou zijn , dat de veeartsen en de tot uitoefening der veeartsenijkunst toegelaten personen door tusschenkomst der districtsveeartsen uitgenoodigd werden de by genoemd art. 11 bedoelde kennisgeving van alle gevallen van tuberculose (parelziekte) te doen. Bij ministerieele circulaire van 2 Februari 1877, n0. 62, afd. IX werd aan dit voorstel gevolg gegeven.
Ook deze poging heeft op den duur echter weinig opgeleverd; inzonderheid ook omdat van de ingekomen opgaven geen gebruik werd gemaakt om stelselmatig overzichten er van te bewerken en deze in de veeartsenijkundige jaarverslagen bekend te maken.
Naar aanleiding van het verzoek der Commissie hebben thans de districtsveeartsen zich ten behoeve van inlichtingen gewend tot de in hun ambtskring praktizeerende veeartsen. Deze hebben medegedeeld wat hun aangaande het voorkomen der ziekte in bepaalde plaatsen of streken bekend was geworden.
Behalve de schriftelijke inlichtingen, had de Commissie gelegenheid, in hare vergadering van 4 October 1898, van de districtsveeartsen ook nog mondelinge mede-deelingen te ontvangen, en tevens niet hen van gedachten te wisselen over eenige hoofdpunten, die voor eene bestrijding der ziekte van Rijkswege overweging zouden vorderen.
De antwoorden der besturen van de 12 landbouwmaatschappijen en 2 rundveestamboeken, tot wie de Commissie zich gericht had, hebben haar over het geheel veel minder inlichting verschaft dan men wellicht zou kunnen veronderstellen. Van de groote meerderheid dezer vereenigingen heeft zij geene mededeelingen ontvangen die haar van eenig nut konden zijn.
3
Het verzoek der Commissie, gericht tot 514 veevcrzekeringiuaatschappijeii, is door 177 beantwoord.
Uit oen aantal dezer antwoorden heeft zij nut knnnen trekken. Met een veel grooter aantal kon dit echter niet of slechts veel minder het geval zijn, hetzij omdat de besturen dier veefondsen niet bekend waren en konden zijn met den aard der ziektegevallen, waarvoor z\] vergoeding hadden uit te keeren, hetzü omdat die gevallen , al werd hun aard bekend, enkel betroffen de aan de ziekte gestorven dieren, bijgevolg de zeer kleine minderheid, terwijl de overige zieke dieren werden verkocht. En ook voor zoover het veefondsen geldt, die vergoeding uitkeereu voor zieke en na deskundig onderzoek onherstelbaar verklaarde dieren, moesten hunne inlichtingen toch nog dikwijls te wenschen overlaten, omdat in menig geval de eigenaars van verzekerde runderen, die ten gevolge vau tuberculose kwijnen, deze door tijdigen verkoop van de hand doen, als dit hun meer voordeel oplevert dan de later door het fonds uit te keeren vergoeding. Zooals te verwachten, was uit een aantal antwoorden hoegenaamd geene inlichting te patten.
De van burgemeester en wethouders van eenigo gemeenten verkregen opgaven hebben enkel betrekking op de uitkomsten der vleesehkeuring. Het verzoek was gericht tot de 22 gemeenten met meer dan 20 000 inwoners, alsmede tot de gemeente Venlo, als bezittende een gemeenteslachthuis, en tot de gemeente Nieuwer-Amstel.
Een aantal dezer opgaven zijn van weinig of geen beteekenis; blijkbaar omdat de organisatie van den dienst dier keuring gebrekkig is. Andere kunnen aan het doel der vraag niet beantwoorden, omdat zij alleen loopen over de dieren die voor de consumptie werden afgekeurd. De overige opgaven, althans voor zoover z\j niet alleen de gevallen van taberculoso maar ook het aantal der geslachte dieren bevatten, geven wat zij geven kunnen; inzonderheid die van de gemeenteslachthuizen te Amsterdam en Rotterdam en van de vleeschkeuringen te Utrecht en Leiden.
Het behoeft echter geen betoog, dat de bevinding bij de keuring van slachtvee in deze en gene groote gemeente geene voldoende aanwijzingen kan geven omtrent de verbreiding der tuberculose in bepaalde plaatsen of zelfs maar in bepaalde streken, aangezien het vee, dat er geslacht wordt, uit verschillende plaatsen en streken afkomstig is.
Ook in een ander opzicht vermag die bevinding niet te geven wat men er wel eens aan hoeft willen ontleenen. Zü kan namelijk niet tot maatstaf dienen om, zij het slechts bij benadering, het aantal tuberculeuse runderen in den lande percentsgewijs te schatten. Immers, naarmate die keuringen beter geschieden, en hare statistiek van de gevallen van tuberculose dienovereenkomstig teu aanzien van het daar geslachte vee nauwkeuriger kan zijn, worden zulke gemeenten meer gemeden voor het slachten van vee dat tot afkeuring aanleiding kan geven. Daardoor zal bij die keuringen het percent-cijfer der tuberculose veel lager zijn dan het gemiddeld in werkelijkheid is; althans is in de streken waaruit het bedoelde slachtvee wordt aangevoerd.
Het is echter ook mogelijk, dat eene groote gemeente naar verhouding veel meer tuberculeus slachtvee ontvangt dan het gemiddeld percentcijfcr der ziekte bedraagt. Dit is een gevolg van het bestaan van marktfondsen ter verzekering van slachtvee; waarin dieren, uit verschillende streken door kooplieden aangevoerd of door eigenaars van tuberculeuse veekoppels te koop gesteld , te meer verzekerd worden naarmate men meer reden heeft om zich tegen te vreezen schade te dekken.
De vergaderingen der Commissie te Amsterdam en Rotterdam werden aldaar gehouden om tevens de gemeenteslachthuizen te bezichtigen en met de hoofden van den keuringsdienst het onderwerp te bespreken; waarbij menig punt behandeli werd, waarmede ter beoordeeling van den toestand hier te lande rekening moest worden gehouden.
De verkregen inlichtingen omtrent de bevindingen bij het rundvee in de militaire slachterijen hebben, zooals te verwachten was, de kennis van den toestand niet kunnen bevorderen. Do daarbij aangetroffen gevallen van tuberculose leveren geen maatstaf op ter beoordeeling van hare verbreiding in eenige streek.
Van het aanbod van het bestuur van den Nederlandsclien Slagershond om mondelinge inlichtingen te verstrekken, werd door de Commissie gaarne gebruik gemaakt. In hare vergadering van 5 October 1898 werden met genoemd bestuur eenige punten besproken betreffende den handel in slachtvee, de vleesehkeuring, de slachtveeverzekering en het voorkomen van tuberculose onder het rundvee en de varkens in verschillende deelen van het land.
De mededeelingen van den hoofddirecteur der Rijkswerkinrichtingen Veenhuizen , aangaande de tuberculose onder den uitgebreiden rundveestapel dezer kolonie, hebben
4
der Oommissie de gewensehte inlichting verschaft. Tevens hebben zij geleid tot een voornemen en voorloopig overleg om de uitroeiing der ziekte by dezen veestapel te beproeven, waarvoor de instemming en vergunning van den Minister van Justitie werden verkregen.
Al de voren bedoelde mededeelingeu, betrekking hebbende op de verbreiding der ziekte in verschillende deelen van het land, zijn door den secretaris geanalyseerd en waar noodig onderling vergeleken. Het resultaat van dien arbeid is in beknopten vorm, voor elke provincie afzonderlek medegedeeld in de bylage A.
Het mag schier overbodig heeten op te merken , dat de langs üe vermelde wegen verkregen inlichtingen lang niet altijd voldoende waren om voor bepaalde plaatsen of streken eenigszins betrouwbare gegevens te verschaffen aangaande den omvang waarin de ziekte er onder het rundvee voorkomt. In menig geval vulden zij echter elkander op meer of minder bevredigende wijze aan. Ten aanzien van andere streken of plaatsen, waaromtrent de inlichtingen ontbraken of geheel onvoldoende waren , is het onderzoek vruchteloos moeten blijven.
Als algemeen resultaat is uit de bevindingen omtrent den toestand in de verschillende provinciën op te maken: dat de tuberculose onder het rundvee in Nederland , naar verhouding van de grootte van den veestapel der provincie en in het algemeen ook wel in volstrekten zin, verreweg het meest aanwezig is in Zuid-Hollitnd, Koord-Hnlland, Friesland en Noord-Brabant; dat ztf in mindere of veel mindere mate voorkomt in Drenthe, Overijssel, Zeeland en Limburg; dat zg het minst wordt aangetroffen in Groningen, Utrecht en Gelderland.
Uit verscheidene mededeelingen is echter gebleken , dat men van oordeel is dat in menige gemeente de toestand van het rundvee, wut hot voorkomen van tuberculose betreft, in de laatste jaren slechter is geworden en in de volgende jaren nog zal verergeren , dat namelijk het aantal taberculeuse veekoppels toegenomen is en meer dreigt toe te nemen.
Voor zoover deze meening juist mocht wezen â wat zeer wel mogelijk is â zou die beweerde uitbreiding der ziekte echter iiiet te verklaren zijn enkel uit het feit, dat de tuberculose eene besmettelijke ziekte is; ofschoon velen, bij eene oppervlakkige beoordeeling, die verklaring voldoende achten.
Reeds eeuwen lang komt de rundertnberculose (hetzij als parelziekte of in anderen vorm) in tal van landen eu streken voor. Er zon dus tijd genoeg geweest zijn, en by de in verloop van jaren meer en meer toegenomen uitbreiding van den veehandel in het binnenland en met het buitenland tevens gelegenheid in overvloed, om den rundveestapel in menig land of menige streek algemeen tuberculeus te laten worden , indien het gevaar voor besmetting inderdaad zóó groot ware als velen meeuen.
Het valt toch niet le ontkennen, dat het overgaan der ziekte uit tuberculeuse veekoppels in gezonde in het algemeen eerst tot stand komt na langer verblijf en innig onderling verkeer van aangetaste en gezonde runderen in denzelfden stal.
Nu is het wel aannemelijk, dat in de laatste jaren, sedert de ziekte zooveel meer de aandacht getrokken heeft en door afkeuring van geslacht tuberculeus vee veel meer schade geleden werd dan te voren , ook verdacht, schijnbaar gezond vee spoediger en iu ruimere mate van de hand gedaan is en gezonde veekoppels door aankoop van zulke dieren in grooter aantal besmet zijn geworden.
Als eene voorname reden, waarom het in de laatste jaren met de verbreiding der ziekte in te voren nog gezonde veekoppels erger gesteld zou kunnen zijn â waarom althans te recht gevreesd kan worden, dat het in het vervolg met die verbreiding erger, iu sommige streken misschien veel erger zou kunnen worden â moet echter inzonderheid eene andere, geheel nieuwe omstandigheid in aanmerking gebracht worden.
Sedert van de tuberculine bekend werd , nu 8 jaren gele den , dat zij een zeer bruikbaar middel is om verborgen tuberculose te ontdekken , wordt zij op ruimer en ruimer schaal gebezigd om de schijnbaar gezonde , maar door den uitslag der tuberculine-proef als tuberculeus of verdacht aangewezen runderen voor en na te verkoopen. üe koopers dezer dieren worden bijgevolg er mee bedrogen. Langs dien weg gaat de ziekte naar tal van stallen; wellicht naar vele waar zij anders niet zou zijn gekomen.
Iu vroeger jaren werd wel is waar van tuberculose verdacht rundvee ook van de hand gedaan, maar dat geschiedde eerst als het reeds duidelijke teekenen van een inwendig lijden vertoonde , zoodat bygevolg andere veehouders zich voor den aankoop van zulke dieren konden hoeden. Thans geldt het echter tuberculeuse runderen, dio naar het uiterlijk niet de minste reden voor verdenking opleveren en toch de ziekte iu andere, geheel onbesmette veekoppels kunnen brengen. Natuurlijk wordt hiermee gedoeld op melk- en fokvee , gekocht om te worden aangehouden en waarbij do bedrieger ongemoeid blijft; en niet op slachtvee, waarvan in deze weinig gevaar te duchten is en bovendien in menig geval de kooper de cveutueele schade op den verkooper kan verhalen.
Zoo dreigt de tuberculine-proef, indien vrijgelaten, meer en meer een middel te worden in dienst van oen vuig eigenbelang, waarvan de verbreiding der runder-tubereulose op ruime schaal te vreezen staat.
Wat het voorkomen van de tuberculose onder de varkens bier te lande betreft, heeft de Commissie slechts enkele mededeelingcu ontvangen, die echter geen onbekende daadzaken aan het licht brachten.
Het was bekend dat in streken , wnar de tuberculose onder het rundvee zeer verbreid is, de gemeste varkens meermalen, soms in groot aantal van dezelfde eigenaars, tuberculeus worden bevonden en de zitplaats van het lijden er op wijst, dat zg met het voeder besmet werden. In de voren bedoelde mededeelingen werden daarvan ook gevallen opgegeven.
Hierbij dient echter aangeteekend te worden, dat bevordering van het ontstaan van tuberculose onder de varkens in ernstige mate te vreezen staat van de meer en meer opgerichte zuivelfabrieken. De ondcrmelk der in de centrifuge ontroomde melk, die afkomstig is uit verschillende veekoppels, waartoe meer of'minder besmette kunnen behooren, kau de smetstof bevatten en de ziekte in te voren onbesmette varkenstallen brengen. Nog erger is het gesteld ten aanzien van varkens, die gevoederd worden met de bij het centrifugeeren uitgescheiden slib, waarin onder slijm en allerlei vuil der melk eventueel de aanwezige tuberkelbacillen in groote hoeveelheid aanwezig kunnen zyn.
In sommige plaatsen heeft de ervaring ook hier te lande reeds geleerd , dat het voren aangeduid gevaar alles behalve theoretisch is te achten. Door koken van hot bedoeld voeder kan het echter worden weggenomen.
In eenige berichten aan de Commissie, uit streken met voel zuivelfabrieken, wordt wel is waar opgemerkt, dat van die gevreesde gevolgen tot nog toe niets gebleken is, ofschoon het bedoeld varkensvoeder ongekookt gebezigd werd, maar daarmee kan toch niet bewezen worden dat het gevaar inderdaad niet bestaat.
Aangaande de verbreiding der varkenstuberculose in Nederland valt slechts in het algemeen op te merken, dat volgens de bevindingen bij do keuringen der geslachte dieren, voor zoover bekend, de ziekte het meest wordt aangetroffen in Zidil-Ilollaiul en Noord-Holland.
Zooals voren reeds opgemerkt werd, kunnen de getallen der runderen, die tuberculeus bevonden worden in gemeentelijke slachthuizen of bij de gemeentelijke vleesehkeuringen , goen juisten maatstaf opleveren ter beoordeeling van de verbreiding der tuberculose onder het rundvee in het algemeen.
Niettemin is het toch van belang te weten , hoe het met het voorkomen der tuberculose onder het slachtvee in eenige groote gemeenten hier te lande gesteld is. Voor zoover de mededeelingen van Burgemeester en Wethouders van eenige gemeenten daaromtrent opgaven bevatten, die voor dit verslag bruikbaar zijn , wordt daaraan hier eene plaats ingeruimd.
Feitelijk zijn er ongetwijfeld wel meer gevallen voorgekomen dan er opgegeven worden, aangezien lichte tuberculeuse aandoeningen de aandacht van keurmeesters gemakkelijk kunnen ontgaan. In de laatste jaren is ten gevolge van nauwlettender onderzoek bij de keuring, en scherper toezicht daarop, het percentcijfer van de tuberculose der geslachte runderen in eenige gemeenten aanmerkelijk gestegen, waardoor het bijgevolg de werkelijke verhouding meer nabij is gekomen.
De bijlage B bevat een overzicht van de gevallen van tuberculose , aangetroffen by het rundvee en de varkens in de gemeenteslachthuizen te Amsterdam en Rollerdam in de jaren 1888-1898 en bij de gemeentelijke vleeschkeuring te Ulrccht in 1888-1898 en te Leiden in 1894-1898. (In de opgaaf betreffende de kalveren te Amsterdam zijn mede begrepen de nuchtere kalveren).
De zeer aanzienlijke stijging van het percentcijfer der tuberculeuse runderen in het gemeenteslachthuis te Amsterdam in de allerlaatste jaren heeft volgens den Hoofdkeurmeester vermoedelijk haren grond in de omstandigheid , dat in dien tyd de oprichting van marktfondsen tot verzekering van slachtvee aanleiding er toe gegeven heeft, dat onder het daarbij verzekerd rundvee tal van tuberculeuse dieren in het slachthuis geraakten, die anders elders geslacht zouden zijn geworden om de keuring aan het slachthuis te ontgaan.
Wat de statistiek der tuberculose aan het gemeenteslachthuis te Rotterdam betreft, blijkt uit de bijlage B, dat reeds sedert eenige jaren het percentcijfer van het tuberculeus rundvee er opvallend lager is dan te Amsterdam. Naar het oordeel van den Directeur der llotterdamsche inrichting is de oorzaak daarvan hoofdzakelijk gelegen in het feit, dat zooveel tuberculeus rundvee geslacht werd in den omtrek der gemeente om de keuring aan het slachthuis aldaar te ontgaan. Met deze verklaring zijn overigens in volmaakte overeenstemming een zeer groot aantal berichten uit Zuid-
2
6
Holland en gedeelten van Zeeland en Noord-Brabant, die allerlei stellige opmerkingen bevatten omtrent bet in verscbillende streken geregeld opgekocht worden van tuberculeuse of verdachte runderen, die hoofdzakelijk hun weg vinden naar dorpen iu de omstreken van Rotterdam, waar zjj geslacht worden. Bovendien ligt nog cene belangrijke reden van het bedoeld verschil tusschen de bevindingen in de slachthuizen der beide gemeenten in do omstandigheid, dat te Amsterdam naar verhouding veel meer koeien geslacht worden dan te Rotterdam.
In het jaar 1898 is het percentcijfer der tuberculeuse runderen te Rotterdam echter verdubbeld, doordat het voren vermeld bedrijf' in den omtrek dier gemeente vun minder omvang was; eensdeels omdat het op sommige plaatsen verboden was geworden, anderdeels wegens financieel verlies door de keuringskosten bij invoer van het geslacht vee te Rotterdam.
Behalve de opgaven aangaande de 4 gemeenten, vermeld in de bijlage B, verdienen nog de volgende medodeelingen omtrent de bevindingen by do vleeschkeuring te Haarlem, Arnhem en Delft hier eeue bijzondere vermelding.
Tuberculose onder het slaehtv ~ to Haarlem in de jaren 1894/08:
1894. Geslacht 3534 runderen; waarvan tuberculeus 49 ââ 1,4 pet.
1895. , 3402 , â â 36 = 1,0 ,
189G. , 3555 , , , 42 = 1,2 ,
1897. , 3077 , , , 60 r 1,(5 ,
1898. â ,
Tuberculose ouder het slachtvee te Arnhem in de jaren 1897 98:
1897. Geslacht 0099 runderen; waarvan tuberculeus 15 = 0,2 pet. , , 3179 kalveren; , B 4 = 0,12 ,
, , 8281 varkens; , â 15 = 0,2 ,
1898. Geslacht runderen; , â = , , kalveren; , â --, , varkens; , , â
Tuberculose onder het slachtvee te Belfl in de jaren 1897/98 :
1897. Geslacht 2523 runderen; waarvan tuberculeus 98 = 3,9 pet. , , 3475 varkens; , â 4 = 0,1 ,
1898. Geslacht runderen; , , = , , varkens; , =
(In 1897 geen enkel geval bij vette en nuchtere kalveren).
If. Miiatrogclen tot bestrijding der tuberculose onder liet rundvee, van Staatswege toegepast of beraamd in hot buitonlaud.
De bijlage C bevat een door den secretaris bewerkt ovemclit van de in het buitenland genomen of beraamde maatregelen. Dit overzicht heeft betrekking op Denemarken, Noorwegen, Zweden, Frankrijk, België, Zwitserland, Saksen en Engeland. Voor onderdeel II van dit verslag zijn daaruit door hem opgemaakt de volgende vergelijkende beschouwingen ; met bijvoeging van eenige aau-teekeningen omtrent Duitschland, de Veroenigde Staten van Noord-Am e r i k a en H o n g a r ij e.
Denemarken, Noorwegen, Zweden en België zijn tot hiertoe de eenige staten, waar meer of minder krachtige maatregelen tot bestrijding van de tuberculose ouder het rundvee stelselmatig voorgeschreven en iu werking zijn; ongerekend de grensmaatregelen , die buiten de genoemde staten , b. v. in Frankrök , genomen worden om den invoer van tuberculeus rundvee tegen te gaan.
Iu Z witserland bepaalt de Staat zich alleen: 1°. tot het merken van Zwit-sersch rundvee, waarvan do invoer in een naburig land (vooralsnog alleen Frankrijk), ingevolge den uitslag van de aldaar ondergane tuberculine-proef, geweigerd wordt; 2°. tot het verleenen van finaucieelon steun, onder zekere voorwaarden , aan veehouders die uit eigen beweging door toepassing der tuberculine-proef do tuberculeuse dieren in
7
hunne ruudveekoppels willou opsporen om deze daarvan te kunnen zuiveren. Dc/.o steun wordt verleend voor zoover veehouders daarvan gebruik willen maken en tevens de betrokken kantons een aaudeel daarin willen dragon, üo hoofdvoorwaarde is: merking der verdacht bevonden dieren.
In Frankrijk en het koninkrijk Saksen is het er toe gekomen, dat door de Regeering maatregelen zijn ontworpen eu aan de wetgevende macht voorgesteld.
In Frankrijk is het betrekkelük wetsontwerp nog niet door de Kamer onderzocht, daarover althans nog geen rapport uitgebracht.
In Saksen heeft het ontwerp tot uitvoerige gedachtenwisseling tusschen do Regeering en den Landdag geleid , maar is het na behandeling door dezen voorloopig teruggewezen, ten behoeve van nader onderzoek en proefneming wat do uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van de voorgestelde wijze van bestriding der ziekte betreft.
In Engeland heeft eeue parlementaire commissie de noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid van zulke maatregelen in breeden omvang onderzocht en daaromtrent rapport uitgebracht.
Wat in Denemarken, op voorstel van prof. 13. Bang te Kopenhagen gedaan is, sedert het voorjaar van 1893, toen de veeziekten-wet en de tuberculine-wet, beide van 14 April 1803, in werking traden, en verder gedaan werd ingevolge de tubercu-lose-wet van 26 Maart 1898, is medegedeeld en voor zooveel noodig toegelicht in het onderdeel 1 der bijlage C.
De onderdeden O2 en C3 bevatten aanteekeningen over maatregelen, die in Noorwegen sedert het voorjaar van 1895, in /weden sedert het najaar vau 1897 genomen worden , hoofdzakelijk in navolging van Denemarken.
In het onderdeel C4 is de stand van zaken uiteengezet ton opzichte van Frank r ij k; vooreerst wat betreft de geldende maatregelen sedert de tuberculose van het rundvee bjj decreet van 28 Juli 1888 opgenomen werd onder de besmettelijke veeziekten , waarop van toepassing is de veterinaire politie-wet van 21 Juli 1881 ; vervolgens wat de wettelijke regeling aangaat, die, inzonderheid op voorstel van prof. E. Nocard te Alfort, den 9. Juli 1895 door de regeeriug bij de wetgevende macht aanhangig werd gemaakt. Het bedoeld wetsontwerp (z g. Ontwerp-GAOAUD) wacht echter nog steeds op behaudeling.
In België is in 1895 hot Fransch outwerp-GADAUD met groote voortvarendheid tot uitgangspunt en tevens tot richtsnoer genomen voor eene zeer uitgebreide regeling van den strijd tegen de tuberculose onder het rundvee. Keeds dcu 30. October 1895 werd bij koninklijk besluit, krachtens de veterinaire politie-wet van 30 December 1882, een reglement vastgesteld , waarmee op l Januari 189G de strijd is aangevangen.
Toen het gebleken was dat, mede om fiuaneieele redenen , op den ingeslagen weg het doel niet bereikt zou kunnen worden , werd dat reglement vervangen door het nieuwe reglement van 10 Augustus 1897, dat op 15 September 1897 in werking is getreden.
Omtrent een en ander geeft het onderdeel 5 der bijlage C de noodige inlichtingen , waarbij wegens de belangrijkheid van deze veelgeprezen , kostbare proefneming aan eene meer uitvoerige niteeuzetting en toelichting van den gang van zaken in België eene ruime plaats is toegekend
In het onderdeel 0° is te vinden wat in Zwitserland in 189à ingevoerd werd om de vrijwillige bestrijding der tuberculose ouder het rundvee door de veehouders te bevorderen en om de verspreiding der ziekte tegen te gaan , voor zoover die te wachten is van rundvee, dat bij de tuberculine-proef in het binnenland tuberculeus of verdacht gebleken is of wel als zoodanig door het buitenland teruggewezen wordt, nadat het die proef aldaar aau de grens heeft ondergaan.
In het onderdeel O7 zijn opgenomen de door de regeeriug van S aksen , inzonderheid op voorstel van prof. O. Siedamorotzkï te Dresden ontworpen maatregelen, voorkomende in het wetsoutwerp, dat deu 9. November 1897 bij den Landdag werd ingediend. Dit wetsvoorstel werd in de vergadering van den Landdag van 29 Maart 1898 met Va der stommen verworpen.
ïeveus zijn er besproken de mot het voren bedoeld ontwerp eener tuberculose-wet tegelijk aangeboden en daarmee nauw verband houdende twee wetsontwerpen, betreffende algemeene verplichte slachtvee- en vleesehkeuring eu verzekering van rundvee en varkens tegen schade door afkeuring bij het slachten, een eu auder van staatswege.
Deze beide ontwerpen werden door de wetgevende macht aangenomen en op 1 en 2 Juni 1898 door den koning bekrachtigd. Hunne invoering zal nog eenigen t\jd vorderen ten behoeve van administratieve regelingen en de zorg voor geschikt personeel van den keuringsdienst. De regeling der vleesehkeuring is iu ruimeren zin besproken, ook met een blik achterwaarts op ons eigen land.
Het commissie-werk in Engeland vorderde wegens zijn omvang eeneeenigszins ruime beschouwing, die in hei, onderdeel O8 wordt aangetroffen.
8
De onderlinge vergelijking van de ia 5 der voornoemde staten bestaande regelingen leidt er toe, in hoofdzaak drie methoden van bestrijding daarin te onderscheiden.
A, In Zwitserland treedt de regeering in het geheel niet zelfstandig op;be-houdens de merking van inlandsch vee, waarvan de invoer door een naburig land, na tuberculine-onderzoek aan de grens, wegens tuberculose geweigerd wordt.
Zij bepaalt zich uitsluitend tot het verleenen van steun aan veehouders, die op al hun rundvee de tuberculine-proef willen laten toepassen; mits dit geschiede door veeartsen, volgens voorschriften der regeering, en onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat de door die proef als sterk verdacht aangewezen runderen van een voorgeschreven, blijvend merkteeken worden voorzien.
Overigens is er ten aanzien van tuberculeus vee en tubereuline alles vrijgelaten .
Omtrent aangifte, onderzoek, afzondering, beperking van het vrij vervoer, afmaking enz. van tuberculeuse of verdachte runderen zijn geenerlei maatregelen voorgeschreven.
Het gebruik van tubereuline als herkenningsmiddel kan voor eigen rekening en naar eigen inzicht onbelemmerd plaats hebben.
B. Anders is de toestand in Denemarken, Noorwegen en Zweden.
Wat het rundvee betreft waarbij de tuberculose zich door ziekteverschijnselen te kennen geeft, luiden de voorschriften:
in Denemarken:
dat aan tuberculose ladende runderen alleen vervoerd mogen worden naar de slachtbank en dat koeien met nier-tuberculose onverwijld , tegen vergoeding van '/i of '/4 der slachtwaarde , geslacht moeten worden ;
in Noorwegen:
dat van tuberculeuse ruuderen aangifte moet gedaan worden, dat zij alleen vervoerd mogen worden naar de slachtveeinarkt of de slachtbank , en dat koeien met uier-tuberculose, alsmede tuberculeuse runderen die vermagerd zijn en aan longtering lijden, onverwijld, zonder eenige vergoeding, geslacht moeten worden ;
in Zweden:
dat koeien met nier-tuberculose, tegen vergoeding van V; der geschatte levende waarde ouder aftrek der waarde van het vleesch , geslacht moeten worden.
Wat de toepassing der tuberculine-proef aangaat, bestaat er echter in die 3 landen onderling grooter verschil.
in Denemarken;
is die proef volkomen vrijgelaten , maar kan men haar van rijkswege en voor rijksrekening gedaan krijgen, als men zich onderwerpt aan eenige voorwaarden, o. a. dat de bij de proef gereageerd hebbende dieren afgezonderd moeten bly ven ran de gezond bevondene en de laatste in volgende jaren bij herhaling getubereulineerd moeten worden.
Merking van zieke of verdachte dieren heeft er niet plaats. Vergoeding bij afkeuring van geslacht, te voren van rijkswege getubereulineerd vee wordt niet gegeven. Daarentegen zijn de veehouders, na de tuberculinatie van hun vee van rijkswege, ook volkomen vry naar goedvinden te handelen met de dieren die gereageerd hebben, wat betrett vervoer, verkoop enz.; mits zij afgezonderd blijven van de gezond bevondene, zoolang zij bij hen aanwezig zijn.
in Noorwegen:
is die proef ook vrijgelaten, en kan men haar van rijkswege en voor rijksrekening gedaan krijgen op do gelijke voorwaarden als in Denemarken.
Hier geldt echter tevens de bepaling, dat elk rund, dat by de proef tuberculeus of verdiicht bevonden wordt, gemerkt moet worden en alleen voor de slacbtbank mag worden verkocht. Vergoeding van schade bij het slachten van getuberculineerde runderen wordt er in den laatsten tijd, onder bepaalde omstandigheden , op kleine schaal verleend.
in Zweden:
is het met de vrijlating der proef en met hare uitvoering vnn rijkswege in het algemeen gesteld als in Denemarken, maar den veehouders, die van de hulp der regee-
9
ring gebruik willeu maken, worden er geeue of in elk geval veel minder beperkende voorwaarden gesteld.
C. Veel verder ging gedurende ongeveer l'Vi jaar (1 Jan. 189(5 tot 15 Sept. 1897) de regeering in België. Ook nadien gaat zjj verder dan in eenigen anderen staat geschiedt.
Verplicht zijn er gesteld: de aangifte van de ziektegevallen door de veeartsen, die van de by het slachten aangetroffen gevallen door de eigenaars; onderzoek dei-stallen waaruit de laatstbedoelde runderen afkomstig zijn; afzondering en verbod van vervoer van de uiterlijk zieke en van ziekte verdachte runderen; afmaking van de zieke runderen , alsmede van de van ziekte verdachte runderen als deze tevens bij de tuberculine-proef gereageerd hebben.
Voor schade, geleden door het afmaken (slachten) van de voren bedoelde runderen wordt vergoeding verleend.
De tuberculinatie is er niet vrygelaten. Zij geschiedt uitsluitend vanwege den staat, maar alleen op verlangen van den eigenaar; zoowel wat wegens ziekteverschünselen verdachte runderen betreft als de gewone tuberculinatie van geheele veekoppels.
Aan de toepassing der laatste zyn bepaalde voorwaarden verbonden, die do eigenaar heeft na te leven; inzonderheid afzondering en uitsluitend vervoer naar de slachtbank van de getuberculineerde en van besmetting verdachte runderen, terwijl vergoeding alleen verleend kan worden als deze runderen binnen 3 jaren worden geslacht.
Zooals blijkt uit de opgaven omtrent Frankrijk (G1), was de Belgische methode, bepaaldelijk de aanvankelijk gevolgde â met verplichte tuberculinatie van al het rundvee in verdachte stallen â voortgekomen uit het wetsontwerp ter bestrijding der ziekte in Frankrijk, dat echter overigens hot gebruik drgt;r tuberculine wilde vrijlaten.
Oj) de wijze als België in den eersten tijd den strijd gevoerd heeft, dien het reeds wegens de groote kosten niet heeft kunnen volhouden, op dezelfde wijze â en in enkele opzichten nog scherper â had ook de regeering van het koninkrijk Saksen de maatregelen gekozen en in haar wetsontwerp voorgesteld. Uit de mededeelingen in het onderdeel C' treedt dit duidelijk in het licht.
Saksen verkeert echter dienaangaande in eene andere verhouding dan België. Behalve over de algemeene vleeschkeuring van rijkswege , zou hot namelijk by de uitvoering der beraamde maatregelen tegen tuberculose van hot rundvee tevens hebben kunnen beschikken over de ook reeds wettelyk vastgestelde verplichte Kijksveeverzekering tegen schade door afkeuring bij het slachten.
Ten behoeve van een gemakkelijk vergelijkend overzicht zijn in het onderdeel Cquot; de maatregelen van Denemarken, Zwitserland en België, alsmede dj ontworpen maatregoleu van Frankrijk en Saksen in tabellarischen vorm naast elkaar geplaatst.
Ten slotte nog eenige opmerkingen over in I) ui tschland (behalve het koninkrijk Saksen) gedane stappen om tot eene bestrijding dor tuberculose onder het rundvee te komen, over eenige pogingen, in enkele staten der Noordamerikaansche Unie in liet werk gesteld om do tuberculose onder het rundvee uit te roeien, alsmede over de voorbereiding van maatregelen der regeering in Hongarije.
Dui tschland. De , Landwirthschaftsrath'' besloot in 1895, na beraadslaging over maatregelen tegen de tuberculose der huisdieren , den rijkskanselier te verzoeken, dat met hulp der regeering , op bepaalde hiervoor geschikte hoeven , de uitroeiing der tuberculose beproefd zou worden volgens de door prof. Bang op het internationaal hygiënisch congres te Budapest in 1894 aangegeven methode.
De .Technische Deputation für das Veterinilrwesenquot; in Pruis sen heeft in een') op 27 Maart 1896, met voorname landhuishoudkundigen gehouden vergadering de voren bedoelde maatregelen aanbevolen, en tevens den wensch uitgedrukt, dat in ruime mate verspreid zou worden eene â Anweisung quot; om de veehouders aangaande de tuberculose cn hare bestrijding inlichting te verschaffen.
Aan dien wensch werd weldra voldaan door de uitgaaf van een geschrift in be-knopten, zeer bevattelijken vorm. (âBedeutung und Bekampfung der Tuberkulose â Perlsucht, Fran/.osenkranklieit â in Rindvieh- und Schweinebo.sfanden. Veröffentlicht im Auftrage des K. Preussischen Ministeriums für Landwirthschaft, Domiinen und Forstenquot;. Berlin, 1896. Prijs M. 0,20).
In dato 29 Juli 1896 werd door den minister van landbouw eene circulaire gericht tot de gezamenlijke Pruisische , Landwirthschaftskammern waarin gezeglt;l werd dat, aangezien eene wettelijke regeling van de bestrijding der tuberculose, wegens de moeilijkheid der daarbij op te lossen vraagstukken , naar te voorzien is nog lang zou uitblijven , de minister intusschen voornemens was aan het verzoek van den Duitschen
3
10
, Landwirthscbaftsrath quot; en aau dat vau de Pruisische , Tecliuische Deputation fiir das Veterinilrwesenquot; gevolg te geven.
De proef zou dan genomen behooren te worden in verschillende deelen van het rijk. De kosten van de tuberculine-iuspuitiugeu en van geheel het veeartsenij kundig werk zouden uit de staatskas betaald worden ; den eigenaren zou schadevergoeding verleend worden, indien tegen verwachting door de inspuiting verlies vau vee mocht plaats hebben; ook zou het niet uitgesloten zijn, dat uit de staatskas steun werd verleend voor de kosten der tot uitvoering der maatregelen uoodige inrichtingen.
De âLandwirthschaftskammernquot; werden voorts nitgenoodigd opgaaf te doen van hoeven, waar de proef onder staatsleiding zou kunnen plaats hebben volgens bereidverklaring der veehouders, en daarbij tevens te adviseeren omtrent omstandigheden, die aldaar de proef zouden vergemakkelijken of bemoeilijken.
Het is niet gebleken, dat deze in Pruissen voorgenomen proefnemingen op ruime scliaal hebben plaats gehad. In elk geval zijn noch in Pruissen, noch in eenigen anderen Duitschfn staat, waar hier en daar de tuberculine-proef toepassing gevonden heeft, van regeeringswege maatregelen genomen of voorgesteld om de bestrijding dei-ziekte direct of indirect ter hand te nemen ; liet koninkrijk Saksen uitgezonderd.
Vereenigde Staten van Noord-Amerika. In den staatMassachusetts werd in de jaren 1894â97 meer dan 750 000 dollar verbruikt om de tuberculose onder het rundvee, zooals men zich voorgenomen had, uit te meien.
In 1894 werd er als maatregel ingevoerd de algemeene afmaking van do zieke dieren, terwijl tevens alle vleeseh van tuberenleuse dieren voor de consumptie afgekeurd zou worden. Onder die vlag toog men aan het werk.
Om do zieke dieren op te sporen , werd ingevoerd een onderzoek van het rundvee om de twee jaren ; waarbij de van tuberculose verdachte dieren afgezonderd, getuber-culineerd en , na reactie, afgemaakt zouden worden. Do vergoeding werd bepaald op de helft der waarde van het dier in gezonden staat.
Toen het bleek dat bij de bedoelde inspectiën vele gevallen van tuberculose onopgemerkt bleven, zooals wel vanzelf spreekt, kvam het tot eene proef met algemeene tuberculinatie van het rundvee in drie districten van Massachusetts, benevens controle v.ui de van buiten ingevoerde en de op de groote veemarkten aangevoerde dieren. De bij de proef gezond bevondene werden van eeu brandmerk voorzien. Deze werkwijze bleek echter spoedig te duur; daargelaten hare doelmatigheid. Vervolgens ging men zich bepalen tot het ingevoerde vee, do wogeus ziekteverschijnselen verdachte dieren en de tuberculinatie op aanvraag van veehouders.
In 1897 werd de tuberculinatie , met vergoeding, beperkt tot de eigenaren die hun vee door staatsveeartsen lieten tuberculineeren, de stallen lieten ontsmetten en op nieuw aangekocht vee eerst de tuberculine-proef deden toepassen. Het schijnt wel alsof te voren het zonderling in dien strijd was toegegaan. Hoe dat echter ook zijn moge , het resultaat van dat alles is in elk geval vau geen beteekenis geweest.
In den staat New-Hampshire is eene commissie van onderzoek aan het werk geweest. Na eene in Januari 1897 begonnen pi oef, kwam men aldaar tot eene andere opvatting. Die proef had, zoo heet het, het onzinnige aangetoond van het afmaken van dieren , die in lichten graad lijdende of wellicht herstellende waren. Men kwam tot het besluit, dat alleen afgemaakt dienden te worden de wegens ziekteverschijnselen voor tuberculeus of voor verdacht te houden dieren, maar niet de enkel door de tuberculine-proef gesignaleerde dieren.
In den staat Connecticut heeft men gaan doen wat in New-Hampshire geschiedde en zich verder tot sanitaire maatregelen ter voorkoming der ziekte bepaald.
Een en ander uitde Vereenigde Staten, inzonderheid uit Massachusetts, zal wel meer dan voldoende zijn om tot hare juiste waarde terug te brengen de even onjuiste als hoog opgeschroefde berichten, die men herhaaldelijk heeft kunnen lezen omtrent de onvolprezen voortvarendheid in het uitroeien van do tuberculose onder het rundvee in Massachusetts en andere Unie-Staten.
Hongarije. Op 13 Juli 1898 had eene conferentie plaats, die door den Minister van Landbouw belegd was om het vraagstuk van de bestrijding der tuberculose te onderzoeken. Met den minister als voorzitter, maakten daarvan deel uit verscheidene afgevaardigden, leden van het magnatenhuis, grondbezitters, ambtenaren van het ministerie en de inspecteur der veefokkerij , benevens de directeur der veeartsenijschool (P. Hütyiia), wiens ontwerp tot grondslag voor de beraadslaging gediend heeft.
De uitslag van het overleg dezer conferentie kan in hoofdtrekken samengevat worden in de volgende besluiten.
Eenparig was men van oordeel, dat tegen de tuberculose van het rundvee van staatswege maatregelen genomen behooren te worden.
De tuberenleuse dieren afmaken of hun vervoer verbieden , zou de Hongaar-
11
sche veefokkerij zeer groot nadeel kunnen toebrengen; hot zou onuitvoerbaar en onnoodig zijn.
Koeien, die aan tuberculose van den uier lijden, behooren afgemaakt te worden onder toekenning van schadevergoeding door den staat. (Het bespreken van maatregelen aangaande het steriliseeren van melk werd door de conferentie tot een lateren tijd uitgesteld).
Als het werkzaamste middel tegen de ziekte werd aangenomen de afzondering der gezonde en der zieke dieren, ingevolge den uitslag der tubercnline-proef, en het voor de fokkerij gebruik maken enkel van gezonde dieren.
De tubereulinatie behoort geheel facultatief te zijn, maar de tnberculine en hare aanwending moeten bekostigd worden door den staat.
Om het misbruik maken van tuberculine tegen te gaan, werd de wenseh uitgesproken , dat het middel uitsluitend in eene rijksinrichting bereid en slechts ter beschikking van de bevoegde personen gesteld zou mogen worden.
De op tuberculine reageerende dieren behooren te worden gemerkt.
Het werd wenschelijk geacht, dat in te voeren rundvee alleen zou toegelaten worden als het bij de tubercnline-proef gezond was bevonden , maar noodzakelijk ge-iicht, dat van staatswege in te voeren fokdieren in elk geval de controle-proef zouden moeten ondergaan alvorens voor de fokkerij beschikbaar te worden gesteld.
12
Verslag der ïuberculosc-Oommissie.
Bijlage A.
OVERZICHT van de verbreiding der tuberculose onder het rundvee in de verschillende piovinciën van Nederland.
Noord-Holland.
Volgens de verkregen inlichtingen aangaande een zeer groot aantal gemeenten van Noord-Holland moet aangenomen worden, dat de tuberculose er nagenoeg algemeen onder het rundvee verbreid is.
Ten aanzien van vele gemeenten luiden wel is waar de berichten, dat er slechts weinig, of zeer weinig, of bij uitzondering van vernomen wordt. Daaruit valt echter geenszins op te maken, dat in zullio gemeenten op menige boerdery de ziekte niet veelvuldiger zou voorkomen dan men oppervlakkig meent, aangezien tal van runderen, die in groei achterlijk blijven of in voedingstoestand achteruitgaan, in tijds van de hand gedaan worden , omdat dit veelal voordeeliger uitkomt dan te wachten totdat zij eventueel in de termen zouden vallen om voor vergoeding uit een vevxekeringsfonds in aanmerking te komen. De inlichtingen van besturen of directeuren van zulke fondsen moeten by ge volg reeds om deze reden meer of minder aan juistheid te wenschen overlaten; daargelaten nog de omstandigheid, dat aan het bestuur van menig veefonds do aard van het ziektegeval, waarvoor vergoeding betaald wordt, onbekend blijft.
Van het eiland TerschcllinQ wordt ten stelligste beweerd, dat de tuberculose van het rundvee er geheel onbekend is. Omtrent 'Texel woi'dt opgegeven , dut zij er zeer weinig voorkomt, maar het rundvee er ook veelal jong is.
Overigens valt slechts van ééne streek der provincie op te merken, dat de berichten daaromtrent de meening schijnen te rechtvaardigen, dat de ziekte er in elk geval zeer weinig voorkomt, veel minder dan elders. Dit geldt oen aantal gemeenten van het oostelijk deel van West-Friesland , samen uitmakende het voormalig Brerhlci hiwl.
Znld-Holland.
Omtrent de verbreiding der tuberculose onder het rundvee in Zuid-llolland zijn der Commissie een zeer groot aantal inlichtingen van verschillende zijden geworden. Hij na zonder uitzondering bevatten zy, aangaande tal van streken eu gemeenten , do mededeeling, dat de ziekte er op ruime schaal voortdurend wordt aangetroflén. Waar voor enkele gemeenten de opmerking gemaakt wordt, dat men er slechts van weinig gevallen te hooreu krijgt, vergeet men niet er aan toe te voegen, dat toch waarschijnlijk of hoogst waarschynlijk de ziekte veel meer voorkomt dan men door oppervlakkige bekendheid met den toestand zou kunnen vermoeden.
Veelal wordt do Rijnstreek genoemd als het deel der provincie, waar zij in de ergste mate voorkomt. Een groot aantal berichten stemmen daaromtrent ook overeen; en bij verschillende gelegenheden heeft de tuberculine-proef er aangetoond, dat van zeer groote veekoppels niet alleen de helft of 3/, en meer, maar zelfs alle dieren zonder uitzondering waren aangetast. Van het slachtvee, afkomstig van de Leidsche veemarkt, was het trouwens sedert jaren bekend , dat het in opvallend sterke mate tuberculeus werd bevonden.
Intusschen worden de mededeelingen omtrent den toestand in de Rijnstreek van Zuid-Holland meer of minder geëvenaard door een groot aantal mededeelingen aangaande Di'lllaiid, Scltieland, de Krimpeiwrwaard, de Alhlasscrwaard, do Vijfhcerenhndcn, alsmede al de Zuidhollandsche eilanden.
Wat ten aanzien van Noord-Holland opgemerkt werd omtrent het tydig van de hand doen van in voedingstoestand achterlijke runderen, omdat dit dikwijls voordeeliger uitkomt dan de eventueele vergoeding uit een verzekeringfonds, is op Zuid-Holland in dien zin niet van toepassing, aangezien in deze provincie nagenoeg geene verzekeringmaatschappijen bestaan. Men tracht de dieren zoo voordeelig mogel\jk kwijt te raken aan het soort slachters (vilders) die zulk vee opzoeken eu het vleesch op clandestiene wijze in groote gemeenten invoeren , of wel aan opkoopers ten behoeve van fabrieken van worst en andere vlecschwaren. Hot belang van verkooper en kooper brengt echter mee, dat zulke afzet van vee onopgemerkt blijft; vandaar mede dat men van nmder-tubereulose veel minder te zien of te hooreu krijgt dan er werkelijk voorkomt.
Deze opmerkingen aangaande Noord- en Zuid-Holland gelden meer of minder
13
ook voor verschillende gedeelten van de overige provinciën. Het mag dus overbodig heeten verder telken male to wijzen op deze algeraeene redenen voor het onvolledig bekend worden van don omvang waarin de ziekte in melkveestallcn, op hoeven , in gemeenten of in de provincie voorkomt. In het algemeen genomen is liet in gedeelten der provinciën Utrecht en Zeeland dienaangaande als in Zuid-Holland gesteld, terwijl in gedeelten der overige provinciën de toestand meer of minder met dien in Noord-Holland overeenkomt.
Zeeland.
Aangaande het voorkomen der ziekte in Zeeland loopen ten aanzien van ver-schilleude deelen der provincie de berichten nogal belangrük uiteen.
Van n'alcliereit heet het, dat zij wel over hot eiland verspreid is, maar dat liet aantal aangetaste veekoppels, en dienovereenkomstig liet aantal gevallen, over het geheel niet groot is te achten. Volgens anderen zou het zelfs zeer gering mogen heeten.
Omtrent haar voorkomen op Noord- en Ziiid-Bcveland bevatten de berichten nog minder aanwyzigingen. Ook van het eiland Tholen meent men te mogen aannemen, diit het er met de verbreiding als op Walcheren is gesteld.
Wat Zeeuwsch-Vlaanderen betreft, zijn over de westelijke helft geene inlichtingen ontvangen, terwijl in de oostelijke helft de ziekte geacht wordt in niet erge mate hier en daar verbreid te zgn.
Hot gunstigst zijn de berichten aimgaando Schouwen en Duiodand, waar, naar men meent, slechts enkele gevallen nu en dan voorkomen; en dan nog inzonderheid hij van elders ingevoerde runderen.
Friesland.
Uit verreweg de meeste berichten valt op te maken , dat de ziekte nagenoeg door geboel Friesland verspreid is en in tal van gemeenten veel of zeer veel voorkomt. De uitkomsten der tuberculine-proef in verschillende gemeenten zyn met dat oordeel in overeenstemming.
Omtrent enke1e gemeenten zijn echter mededeelingen gedaan, dat er in het algemeen slechts weinig gevallen worden waargenomen , zooals in liarradccl en ïfoim-radecl in het westen en Kolhunerland in liet oosten der provincie. Aangenomen dat de toestand er niet ongunstiger is dan men weet, dan doet dit toch weinig of niets of aan de juistheid der meening, dat de provincie over het geheel in zeer erge; mate van do ziekte te lijden hoeft.
Oi'oniii^cn.
In do overgroote meerderheid der mededeelingen aangaande de provincie Groningen wordt meer of minder nadrukkelijk er op gewezen, dat onder het rimdvee de tuberculose slechts iu zeer geringe mate voorkomt.
intusschen wordt door andere opgaven buiten twijfel gesteld, dat dit toch in flfoen geval voor de geheele provincie kan aangenomen worden. Deze opgaven hebben betrekking op eenige gemeenten, gelegen in de oostelijke helft der provincie; ten deele in het noorden, anderdeels middenhoog, zooals Noordbrock en Zuidhroeli, waar door eene uitgebreide toepassing der tuberculine-proef de ware toestand aan het licht werd gebracht, maar inzonderheid in het zuiden der provincie. De streek der laatstbedoelde zuidoostelijke gemeenten (inzonderheid F lacht wedde, Onslwedde, Wil der mu!;) vormt trouwens voor een groot deel een geheel met de aangrenzende noordelijke helft van het sterk besmette deel van Drenthe.
Alles samengenomen, valt echter niet te ontkennen , dat de provincie Groningen betrekkelijk weinig van de ziekte te lijden heeft. Aan deze gevolgtrekking uit de ontvangen inlichtingen beantwoordt ook de ervaring, dat het Grouingsch slachtvee , dat in het gemeenteslachtliuis te Amsterdam geslacht wordt, slechts bij uitzondering aangetast wordt bevonden ; en dit vee dan ook nagenoeg niet verzekerd wordt in het marktfonds voor slachtvee to Amsterdam (, Amstel's Veeverzekeringfondsquot;), aangezien de aanvoerders zou bijzonder weinig last hebben van afkeuring.
Drenthe.
Uit de berichten aangaande Drenthe kan kwalijk anders afgeleid worden, dan dat de tuberculose in een gedeelte zeer verbreid is en in vele dorpen aldaar in erge mate voorkomt, terwijl zy in het overig deel der provincie, enkele gemeenten wellicht uitgezonderd, weinig ot niet wordt aangetroffen.
Het sterk aangetaste gedeelte, ongeveer een derde der provincie uitmakende, bestaat uit de oostelgk gelegen gemeenten, waarvan inzonderheid de veeustreken iu de
14
ergs to mate lijden. In sommige stallen aldaar {Nimw-Buinm, gemeente Borqcr) wees de tuberculine-proof tot 50 pet., 80 pet. en zelfs 100 pet. tuberculeuse dieren aan. De verbreiding der zielite wordt er zeer bevorderd door liet voortduivnd verkoopen en koopen. Elders, zooals in Dalen , geschiedt dat door het gemeenschappelijk weiden van bet vee van vele, meest kleine veehouders; soms in gemeene weiden van 100 stuks.
Onder den rundveestapel der Rijkswerkinrichtingen Focnhuizrn, groot ongeveer 500 stuks, komt reeds sedert jaren de ziekte blijkbaar in niet geringe mate voor. De drie gestichten dezer kolonie zün wel is waar gelegen in de gemeente Nora , bijgevolg in het westelijk deel van Drenthe , waar in liet algemeen het rundvee er weinig van te lijden heeft; eensdeels behoort echter Norg (evenals Dicver en Flnhler) tot die westelijke gemeenten, meerendeels gelegen naast sterk aangetaste Friesehe gemeenten, namelijk Ooststellingwcrf en Opsterland (en Weststellingwerf) waarop de voren reeds geopperde twijfel betrekking heeft; anderdeels wordt de rundveestapel der kolonie aangevuld door aankoop van dieren , uit andere streken afkomstig.
Overijssel.
Voor zoover berichten omtrent Overijssel der Commissie geworden zijn , valt daaruit iu elk geval op te maken, dat de tuberculose onder het rundvee er in zeer ongelijke mate voorkomt.
Aangaande het noordwestelijk, aan Friesland grenzend gedeelte en eenige roor-delyke gemeenten beneden Drenthe is ten stelligste gebleken , dat de ziekte er veelvuldig wordt aangetroffen. Hetzelfde geldt van eenige gemeenten in Twanlhc, waar het trouwens bij verschillende gelegenheden door de tuberculine-proef bevestigd werd.
Daarentegen stemmen een aantal berichten betreffende den zuidwestelijken hoek van Overijssel, namelijk Oeveiilir en omliggende gemeenten, daarin overeen, dat de ziekte er zeer zeldzaam is; in sommige gemeenten den veehouders zelfs geheel onbekend.
Ook van andere gemeenten, aan den westelyken rand der provincie naast Gelderland gelegen , wordt gezegd of verondersteld , dat zij er weinig voorkomt.
Clelderland.
Een zeer groot aantal berichten omtrent Gelderland bevatten alle eene stellige uitspraak aangaande het niet, nagenoeg niet of zeer weinig voorkomen van de ziekte in tal van streken. Daaruit blijkt namelijk dat in deze provincie, met uitzondering van de Fduwc, de rundertnberculose in liet algemeen zeldzaam voorkomt.
Niet alleen de mededeelingen aangaande den rundveestapel in de Ikhiwn, den Tielonmard, den Bommclerwaard en het deel tusschen Maas m Ifaal, ook die betreffende geheel het deel der provincie ten oosten van den Rijn en den IJssel stemmen dienaangaande nagenoeg overeen.
De enkele gemeenten in deze zuidoostelijke helft van Gelderland, waarvan uit de ontvangen berichten te vermelden valt, dat er van de ziekte wel is waar niet veel gevallen voorkomen maar zij toch in geringe mate verbreid schijnt, zijn Hcdd aan de zuidelijke en Winlerswijh aan de oostelijke grens.
Op de Feliiwc is het echter in het algemeen anders gesteld. Terwijl in de gemeenten van den westelijken en den oostelijken, alsmede in die van den zuidelijken rand (Felinvc-zooin) weinig of zeer weinig vim de ziekte bekend is, komt zij daarentegen in het midden der Oiinr- en Neder-Velmve in ergere mate voor; waaromtrent inzonderheid waarnemingen in Apeldoorn en Banwvcld geen twijfel overlaten.
Utrecht.
De toestand in de provincie Utrecht mag in het algemeen gunstig heeten, aangezien do ziekte er slechts in geringe mate voorkomt en in tal van gemeenten nagenoeg onbekend is.
Eene uitzondering hierop maken echter eenige gemeenten aan do westelijke en de noordelijke grens, waar de verbreiding der tuberculose onder het rundvee overeenkomt met die in de nabij gelegen gemeenten van Zuid-Holland (Krimpenerwaard, Schieland, waterschap Woerden) en Noordholland (Gooiland). Aldus b.v. in den zuidwestelijken hoek der provincie (Lnjnkerwaanl), alsmede in gemeenten in don omtrek van Woerden; aldus ook in haren noordwestelijken hoek, iu en om Mijdrcchl; aldus tevens te Loos-drcchl eu inzonderheid ook te Baam.
Noord-Brabant.
Met uitzondering van enkele aedeelten der provincie, is in Noord-Brabant de
15
tuberculose vrij algemeen onder het rundvee verbreid. Inzonderheid geldt dit echter do zand- en in het algemeen veel minder do kleistreken.
Afgezien van enkele gemeenten midden in de provincie, waarvan verondersteld wordt dat de ziekte er weinig voorkomt, zijn er twee streken te onderscheiden waar zij inderdaad van weinig beteekenis mag hoeten.
De eene is de noordelijke hoek van Noord-Brabant, bezuiden het Hollandsch Diepen het Volkerak (inzonderheid de gemeenten Sleenbergcu, Uiiitcloord, Fijnaar l, Slanihlaarbuilcii, Zcrenberqen),
De andere, veel uitgebreider streek, waar ia menige gemeente do ziekte onbekend of zoo goed als onbekend is, bestaat uit eono reeks gemeenten, die in het noordoostelijk deel der provincie langs of nabij de Maas zijn gelegen en waarvan inzonderheid Cuyl;, Linden, Veers, Eschar en , Grant, /'lt;â¢//), Reel;, ISctitti/l:, Herpen , Jfuisseliiiff, Lieden, Berchem, (Jijen , Lithojien bij name zijn opgegeven.
Limburg.
In Limburg komt de rundertuberculosc in verschillende deelen der provincie voor, maar bijna overal in geringe of zeer geringe mate; althans voor zoover daarvan heeft kunnen blijken of bekend is geworden.
Ten opzichte van verscheidene gemeenten heet hefc, en waarschijnlijk niet ten onrechte, dat de ziekte er iu het geheel niet of slechts bij uitzondering wordt aangetroffen.
Van eéne streek is het goed en sedert lang bekend , dat de tuberculose er in ruime mate onder het rundvee bestaat; namelijk in liet tusschen Noord-Brabant en de lielgiscbe provincie Limburg uitspringend deel van de noordelijke helft van Limburg, hoofdzakelijk in de gemeenten II'eert, Xederuvrrl en Slanipriiy. De toestand in dit deel der provincie stemt geheel overeen niet dien in liet aangrenzend zuidoostelijk deel van Noord-Brabant.
D'i Secretaris,
Dr. A. W. II. WIHTZ.
v.
16
Verslag der Tubsrculose-Commissie.
BlJLAGti IJ.
OVERZICHT van het aantal gevallen van tuberculose, aangetroffen bij rundvee en varkens in de gemeenteslachthuizen te Amsterdam en te Rotterdam, in de jaren 1888t/m 1898 en bij de gemeentelijke vleeschkeuring te Utrecht in de jaren 1888t/m 1898 en te Leiden in de jaren 1894 t/m 1898.
|
RUNDVEE. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
lluNDUitEN (uiet inbcgropeu de kalveren). | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Kalveren. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
17
|
VARKENS. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
he Secretaris, Dr. A. W. H. WI11TZ.
18
Verslag der Tuberculose Commissie.
Bijlage C.
MAATREGrELEU ter testrijding der tubeiculose onder het rundvee in het buitenland.
Bijlage C1.
Deuomarken
De nieuwe veeziekteuwet van 14 April 1893 bepaalt (art. 11) uiet betrekkiug tot rumlvee en varkens:
a. dat aan tuberculose lijdende dieren niet met vee van andere eigenaren in aanraking of in vreemde veestallen of weiden gebracht mogen worden en dat zij alleen mogen worden verkocht voor de slachtbank;
It. dat liet vleesch van zulke dieren niet verkocht of voor consumptie gebruikt mag worden, tenzij na de slachting de dieren dcor een veearts '/iju onderzocht en voor consumptie geschikt verklaard;
c. dat de melk van koeien met uiertuberculose niet verkocht of gebruikt mag worden als voedsel voor den mensch of ter bereiding van boter en kaas, en als voeder vooi het vee enkel gebruikt mag worden nadat zij gekookt is.
De tnbereuline-wet van 14 April 1893 stelde gedurende 5 jaren ter beschikking van den minister van binnenlandsche zaken de jaarlijksclie som van 50 000 kronen â â bij eene wet van 13 December 1895 met ingang van 1 April 1896 verhoogd tot 10U 000 kronen â ten einde de veehouders te steunen , die van tuberculine ter bestrijding der tuberculose van het rundvee gebruik willen maken.
Deze geldelijke steun wordt verleend voor de tubereuline-proel op het jonge vee, volgens door den minister vast te stellen regelen. Hij zal alleen verleend worden aan eigenaren die een waarborg opleveren dat zij de bij de proef gezond bevonden diereu afgezonderd kunnen houden van de zieke.
Bovendien kan de minister, ouder denzelfden waarborg, een deel dier som bezigen om genootschappen voor rund veefokkerij te helpen, die de proef op bijzondere dieren zouden willen nemen.
De aanvragen der eigenaren en der genootschappen moeten door tusschenkomst der landbouwvereenigingen gericht worden aan den minister van binnenlandsche zaken.
Uit verschillende inededeelingen, door prof. Bang te Kopenhagen gedaan, verdienen de volgende opmerkingen inzonderheid de aandacht, omdat zij den aard van de bestrijding der ziekte en den gang van hot werk kenschetsen.
De aan de veehouders te verleenen hulp bestaat alleen in de kostelooze verschaffing der tuberculine en de betuling der veeartsen voor het verrichten der inspuitingen en het opnemen der temperatuur. Het grootste deel der beschikbaar gestelde golden ontvangen de veeartsen voor hun arbeid; het overige wordt gebruikt voor de bereiding en verzending der tuberculine, voor administratie en voor belooning van daarbij werkzaam personeel.
De bepaling, dat de kostelooze proef enkel betrekking zou hebben op jongvee, was gemaakt om eeu nieuwen gezonden veestapel fe krygen en do kosten tot een lager cijfer te beperken. Keeds spoedig werd echter, in niet al te groote veekoppels, de tuberculine ook kosteloos verstrekt ten behoeve der proef op volwassen vee; het bleek allengs beter de geheele koppels te tuberculineeren en daarvoor al de tuberculine op rijkskosten te verschaffen, althans voor zoover het koppels gold die gezond mochten geacht worden en waarvan de bekendheid op hoogen prijs was te stellen, omdat zij het bewijs leverden dat do tuberculose enkel door besmetting ontstaat. In Februari 1895 was tuberculinatie van den geheelen koppel reeds regel geworden.
Wat het volwassen rundvee betreft, bleven echter, buiten de benoodigde tuberculine, de overige kosten geheel voor rekening der veehouders.
De strijd moet van den veehouder uitgaan, maar daarbij moet hem de weg gewezen en steun verleend worden; en moeten, om hem voor de zaak te winnen, bezwarende voorwaarden zoo min mogelijk worden gesteld. G-edwongen slachting der tuberculeus bevonden dieren binnen het jaar is een veel te strenge maatregel, althans
19
â voor landen waar het houden van melkvee de lioofdzaak uitmaakt. Bjj de groote me orderheid der reageerende dieren bestaat immers slechts eene onbeduidende, zuiver latente tuberculose, die zeer dikwijls dat jaren lang blijft; zij blijven vele jaren of hun ge-heele leven even geschikt voor het bedrijf. Een met veel moeite en zorg allengs verkregen groot beslag uitmuntend melkvee aldus door slachting op te offeren , is een onredelijke eisch; voor vele veehouders zou het een oeconomische ondergang zijn. Het merken van tuberculeus bevonden dieren bij de wet voor te schrijven , is eene voor de hand liggende gedachte , maar dat zou den veehouders zooveel nadeel berokkenen , dat de geheele zaak zou mislukken.
Bang's methode komt in hoofdtrekken neer op het volgende:
1. Tuberculinatie van den koppel.
2. Afzondering, zoo goed mogelijk, van de reageerende dieren.
3. Slachten, dadelijk of na spoedig vetmesten, van de duidelijk zieke dieren.
4. Opfokken der kalveren van de reageerende, maar schijnbaar gezonde of licht zieke dieren.
5. Plaatsing der kalveren , dadelijk na de geboorte , in den stal van het gezonde vee en hen vrijwaren tegen besmetting door melk.
6. Den stal voor het gezonde vee zorgvuldig ontsmetten.
7. De afdeeling gezond vee één- of tweemaal 's jaars tuberculineeren.
Bij dit schema der in Denemarken van regeeringswege uitgelokte en gesteunde wijze van bestrijding valt nog een en ander aan te teekeneu betreffende de uitvoerbaarheid en de wijze van uitvoering.
Ad 1. Dieren, vermoeid van eene reis of na gemarkt te zijn, toonden eene mindere gevoeligheid of een tijdelijk ongevoelig zijn voor de tuberculine; handelsvee is derhalve eerst aan de proef te onderwerpen na tenige dagen rust.
Een positief gevolg der inspuiting wijst op tuberculose; een negatieve uitslag is niet altijd een teeken van het niet bestaan der ziekte , aangezien deze bij oude en zware gevallen kan voorkomen.
Herhaalde inspuitingen maken veelal een dier ongevoelig voor de tuberculine, waardoor misbruik in den handel is ontstaan.
Ban« zag eene tweede inspuiting, na een jaar, zonder gevolg blijven ; hij zag ook de reactie uitblijven na duiJelijko reactie eenige jaren achtereen. Dit komt voorbij geringe aandoeningen, maar ook bij erge; het is dus beter, het bij ééne inspuiting te laten, als deze een typisch gevolg had.
Wat de twijfelachtige uitkomsten der proef betreft, verdeelt Bano de dieren in twee groepen, naar de reactie; de meest verdachte gaan bij de zieke , de minst verdachte bij de gezonde dieren.
.ld 2, Ten aanzien van de wijze van afzondering der zieke dieren betracht hij zooveel mogelijk toegevendheid. In een schot, tot scheiding van den stal in eene afdeeling voor de zieke en eene voor de gezonde dieren, mag zich desnoods eene deur bevinden. Zelfs kunnen in dezelfde ruimte doelmatig geplaatst worden jong vee, dat gezond is, en oude dieren die niet onderzocht zijn. Ook stelt hij niet als eisch, dat de .afgezonderde dieren door afzonderlijk personeel verzorgd moeten worden, als daartegen te veel hezwaar bestaat; maar dan moet het stalpersoneel eerst zijn werk verrichten bij het gezonde vee, en voor elke afdeeling een afzonderlijk paar klompen gebruiken. tStalgereedschap moet er voor elke afdeeling afzonderlijk zijn.
Tn de weide kan desnoods afzondering der zieke van de gezonde dieren wegblijven ; het gevaar van besmetting ligt hoofdzakelijk in het gemeenschappelijk stalleven.
Van den aanvang af heeft Bang dezen strijd niet op militaire wijze gevoerd willen hebben , ten einde allengs door overreding en het kunnen wijzen op aanmoedigende uitkomsten het doel te bereiken. Zoo b. v. behoeft de veehouder ook niet te voren te belooven , dat hij al de volgende jaren de afzondering zal voortzetten.
Zooals uit do voorafgaande bepalingen en mededeelingen aangaande de bestrijding der rundertuberculose in Denemarken blijkt, is aldaar de aanwending van tuberculine aan ieder vrijgelaten; bestaat er geenerlei dwang tot slachten van zieke of verdacht3 dieren binnen e)n gestelden termijn ; worden de bj de proef ziek of verdacht bevonden , maar schijnbaar gezonden dieren niet gemerkt en niet uit den handel geweerd ; maar wordt er anderdeels ook geenerlei schadevergoeding verleend voor dieren , die bij de keuring na het slachten tuberculeus bevonden en voor de consumptie afgekeurd zijn, en geniet de eigenaar, die zelf te zorgen heeft voor ontsmetting van stallen en voor hulp bij de tuberculine-proef, geene andere tegemoetkoming, dan dat de tuberculine hem kosteloos verstrekt wordt en voor de tuberculinatie van het jonge vee de veeartsen door den staat worden betaald.
Aldus is men er te werk gegaan 5 jaren lang; van het voorjaar 1893 tot het voorjaar 1898. Ten aanzien van drie punten is het nadien echter anders geworden; en
20
in zooverre zijn de zoo even gemaakte opmerkingen omtrent geenerlei dwang tot slachten , geenerlei schadevergoeding en zeer beperkten steun van staatswege thans niet meer geheel toepasselijk, zooals uit het volgende zal blyken.
Ofschoon de mogelijkheid niet te ontkennen is, dat tuberkelbacillen in de melk bij algemeene tuberculose afkomstig z'y'n uit het bloed, ligt toch ongetwijfeld de hoofdbron der besmette melk in den aan tuberculose lijdenden uier. Meer en meer heeft in verloop van jaren de noodzakelijkheid zich doen gelden, dat tegen de uiertuberculose van het rundvee strenge maatregelen worden genomen; maar tevens tegen de melk. Inzonderheid ter voorkoming van tuberculose van den mensch.
Met dat doel kwam in Denemarken tot stand de wet van 2G Maart 1898; waarbij echter tevens de voor de 5 jaren 1893â97 verleende subsidie (aanvankelijk 50 000, later 100000 kronen per jaar) ten bedrage van 100 000 kronen voor elk der 5 jaren 1898â1902 werd toegekend, bovendien financieele steun by tuberculinatie enz. werd verleend, en voorts nog maatregelen werden voorgeschreven tegen besmetting met tuberculose uit het buitenland door rundvee of door melk of karnemelk.
Deze wet bevat in hoofdtrekken de volgende bepalingen :
§ 1. Beschikbaarstelling van 100 000 kronen per jaar; mede ten behoeve van subsidiè'n aan veehouders, die de tuberculine-proef willen toepassen , behoudens hunne verplichting om de zieke of verdachte dieren naar behooren afgezonderd te houden en de ontvangen gelden terug te betalen als zij daaraan niet voldoen.
§ 2. Quarantaine voor uit het buitenland ingevoerd rundvee, ten behoeve van tuberculinatie. Verplichte slachting van de gereageerd hebbende dieren onder veterinair-politietoezicht.
§ 3. Geene tuberculinatie voor ingevoerd slachtvee. Het wordt gemerkt en blijft onder toezicht.
§ 4. De wijze van merken van ingevoerd vee wordt voorgeschreven door den minister van landbouw.
§ 5. Verplichte slachting van koeien met uiertuberculose. Schadevergoeding voor 1/4 der slachtwaarde , berekend naar den dagprijs van geslacht vee in overeenstemming met daarvoor door den minister vast te stellen regelen; ook voor 3/4,indien het dier voor consumptie is afgekeurd ; te betalen uit de staatskas.
§ 6. Melkerijen mogen geene afgeroomde melk of karnemelk afleveren, die niet verwarmd was tot minstens 85° O. De slib van centrifuges moet verbrand worden.
§ 7. Voor de toelating van melk of karnemelk uit het buitenland worden bewijzen gevorderd dat zij te voren tot minstens 85° C. was verwarmd geworden.
§ 8. Ambtenaren wien het toezicht op de naleving dezer wet is opgedragen.
§ 9. Strafbepalingen.
§ 10. Deze wet treedt in werking den 1. April 1898; maar voor zoover betreft de bepalingen der §§ 2, 3 en 4, den 1. Juni 1898, en die van § 6 den 1. Juni 1899. De wet zal herzien worden na afloop van het jaar 1902.
Eene bekendmaking van 3 Mei 1898 regelt de wijze van aanvragen enz. van de hulp van den staat ten behoeve van toepassing der tuberculine-proef.
Uit dit beknopt overzicht der laatste Deensche wet betreffende den strijd tegen de rundertuberculose valt wel vanzelf in het oog, dat de werkwijze er behoefte heeft doeu gevoelen aan meer financieelen steun der veehouders van staatswege, alsmede aan afweringsmaatregelen tegen den invoer der ziekte uit het buitenland, het eerste reeds in werking sedert 1 April, het laatste sedert 1 Juni 1898; voorts dat de melkerijen met ingang van 1 Juni 1899 aan bijzondere bepalingen onderworpen zullen zijn.
Wat het afleveren van aldus gesteriliseerde melk betreft, is ten aanzien van Denemarken door Bang medegedeeld dat het te Kopenhagen reeds algemeen in gebruik is. De eigenaardige smaak, die de melk door koken verkrygt, ontstaat niet als zij korten tijd verwarmd wordt op 85° 0. en dan dadelijk snel wordt afgekoeld. Om deze sterilisatie te controleeren, heeft prof. Storcii een practisch middel aan de hand gedaan: Als bij eene kleine hoeveelheid melk gevoegd wordt 1 druppel waterstof-superoxyde en 2 druppels eener 2 pet. waterige oplossing van paraphenylendiamine, wordt die melk blauw gekleurd als zij niet op 85° C. verwarmd was, terwijl zy hare gewone kleur behoudt als zy die verwarming wel heeft ondergaan.
Ook de boter kan tuberkelbacillen bevatten en besmetting veroorzaken. En ook daartegen kan, naar uit Denemarken bericht is, die sterilisatie der melk op 85° G. nuttig werken, aangezien uit aldus verwarmde room uitmuntende boter kou gemaakt worden.
21
Bijlage Cl.
Noorwegen.
Volgens de nieuwe veterinaire politie-wet van 14 Juli 1894 (in werking sedert 1 Januari 1895) gelden voor de tuberculose enkel de volgende maatregelen:
1. verplichte aangifte, door eigenaars of hoeders, aan een gediplomeerd veearts of aan den officier van politie;
2. verbod van vervoer, behalve naar eene af/.oiulcrlijke afdeeling der veemarkt, ten verkoop voor de slachtbank.
Behoudens nadere ministerieele voorschriften.
Eene wet van 27 Juni 1892 (in werking sedert 1 Januaria 1893), gewijzigd bij wetten van 27 Juli 1895 en 6 Augustus 1897 , betreffende openbare slachthuizen en verplichte vleeschkeuring , schrijft voor, dat in alle steden van meer dan 4000 inwoners het geslachte vee en het ingevoerde vleesch gekeurd moeten worden. Deze bepaling vindt thans toepassing in 23 steden.
In 1894 hadden in Noorwegen uit eigen initiatief en op kosten van veehouders eenige tuberculinatiën van rundvee plaats.
Nadien heeft de regeering zieh de zaak aangetrokken. Zij besteedde in 1895 19 200 kronen, in 1896 30 200 kronen, in 1897 33 000 kronen voor openbare tuberculi-natie van rundvee.
De toepassing der tuberculine-proef was echter van den aanvang af evenmin verplicht gesteld als verboden; de veehouders werden dienaangaande geheel vrijgelaten. Ieder veehouder kan op aanvraag de vergunning krijgen zgn vee te laten tuberculi-neeren , mits hy zich verbinde de gegeven voorschriften na te komen. Hij heeft dan enkel voor hulp by de operatie te zorgen, terwyl het rijk de tuberculine kosteloos verstrekt en het honorarium en de reiskosten der veeartsen betaalt.
De daarbij door de regeering gestelde voorwaarden zijn de volgende;
1. de proef moet plaats hebben op al het rundvee van den eigenaar;
2. de zieke en de verdachte dieren moeten afgezonderd worden in afzonderlyke stallen of afgeschoten gedeelten van stallen, moeten geheel afzonderlijk gevoederd worden en mogen ook niet bij de overige dieren worden geweid;
3. de stal moet worden ontsmet;
4. de dieren, die aan uiertuberculose lijden of aan tuberculose in ergen graad met vermagering en longtering, moeten zoo spoedig mogelijk geslacht worden en hunne melk mag niet afgegeven of gebruikt worden tenzij gekookt; (Overigens bestaat in Noorwegen geene verplichting tot afmaking van tuberculeus vee.)
5. de zieke of verdachte dieren mogen niet verkocht worden, tenzij voor de slachtbank, en hun vleesch mag niet verkocht worden dan na, zoo mogelijk, dooreen veeartsenykundig inspeeteur te zyn onderzocht;
G. de fokkalveron moeten afgezonderd en onkel met melk van gezond vee gevoed worden; zij mogen niet bij de gezonde dieren worden geplaatst dan na te zyn getnberculineerd en gezond bevonden ;
7. ieder van elders aangevoerd rund moet de tuberculine-proef ondergaan alvorens by het gezonde vee geplaatst te mogen worden.
Do verbintenis tot het nakomen van al deze verplichtingen geschiedt schriftelijk, in den vorm eener belofte.
By verordening van 28 Mei 1897 is er nog uan toegevoegd de voorwaarde , dat elk rund, by de tuberculinatie ziek of verdacht bevonden, gemerkt zal worden met een brandmerk (T),
En tegenover al die eischen stond enkel het genot van de kostelooze tubercn-linatie; van eenige schadevergoeding wegens afkeuring voor de consumptie was tot voor korten tyd volstrekt geen sprake.
Het blykt overigens niet, dat het niet nakomen der belofte strafbaar is gesteld.
In weerwil van al die strenge , althans naar de letter strenge bepalingen, die als voorwaarden gesteld werden, is het aantal tuberculinatiën in de 3 jaren 1895â97 niet onaanzienlijk geweest. Vermoedelijk zal men ten aanzien van de naleving dier eischen nogal toegevend zyn geweest.
G
22
üetuberculineerd werden :
van voorjaar 1895
tot einde 1896 : 30 787 runderen in 2195 stallen in het jaar 1897: 24 755 , â 2136 â
Samen. .. 55 542 , , 4331 ,
Tuberculeus werden bevonden:
In 1895/90: 2589 dieren (8,40 pet.) in 573 stallen (26,1 pet.)
, 1897: 2056 , (8,32 , ) B 577 , (27,0 , )
Samen . . 4645 dieren (8,36 pet.) in 1150 stallen (26,55 pet.)
Bij ministerieele circulaire van 17 September 1898 werd voor het eerst eene regeling getroffen omtrent vergoeding, in sommige gevallen te verleenen aan veehouders, die alle voorschriften hebben nageleefd en hunne tubercnlense runderen willen slachten.
Daarvoor werd door het rijk in Maart 1898 voor dat jaar eene som van 1000 kronen beschikbaar gesteld. De vergoeding mag de helft der schade niet te boven gaan.
In welke gevallen deze vergoeding alleen verleend mag worden, is aangegeven door de volgende bepaling, waarvan de mij geworden franache tekst niet gezegd kan worden de zaak duidelijk te maken. Zö luidt: âL'indemnité ne devra avoir lieu que dans les cas oil la position financière du propriétaire lui permettrait de ne pas être gêné par le dommage qu'aura amené la maladiequot;. Bijgevolg alleen hg , die haar best kan missen, zou die vergoeding kunnen krijgen.
Wat den invoer van rundvee in Noorwegen betreft, werd bg verordening van 27 Februari 1897, met ingang van 15 Juli 1897 voorgeschreven : dat het in te voeren fokvee quarantaine heeft te houden om de tuberculine-proef te ondergaan; dat het gezond bevonden fokvee gemerkt wordt met een metalen oormerk, waarop het woord, Sundquot; (gezond) en het jaartal der proef; dat het ziek of verdacht bevonden fokvee gemerkt wordt op den rechter schenkel met een brandmerk T (tuberculeus) en daarna moet worden teruggevoerd of onverwijld geslacht; en dat het iu te voeren slachtvee gemerkt wordt op den linker schenkel met een brandmerk S (slachterij). Die invoer was enkel toegestaan uit een deel van Zweden , waarvoor als invoerstations uitsluitend aangewezen waren Chriatiania en Frederikshald. Sedert 1 Juli 1898 is de invoer echter geheel verboden.
Bijlage C3.
Zweden.
In Zweden werden maatregelen genomen welke hoofdzakelijk met die van Denemarken overeenstemden , maar eensdeels verder gingeu, anderdeels echter van veel minder beteekenis waren.
Reeds sedert October 1897 bestaan in Zweden dergelijke maatregelen tegen uiertuberculose der runderen als in Denemarken sedert 1 April 1898 van toepasing zijn.
Eene verordening van 15 October 1897 luidt namelijk als volgt:
âWij OSCAR enz. verordenen hetgeen volgt;
âEen veearts, die bij een rund tuberculose van den uier ontdekt, is verplicht daarvan dadelijk konnis te geven aan den Provinciale Gouverneur. Deze beveelt dat het rund zal worden gewaardeerd en geslacht en zorgt voor de uitbetaling van de den eigenaar van het rund toekomende schadevergoeding, berekend naar de slachtwaarde toen liet gewaardeerd werd, onder aftrek van een bedrag voor de opbrengst der te gebruiken deelen van het dier. De waardeering en schadevergoeding geschieden volgens de regelen , daarvoor gesteld in art. 3 der verordening van 23 September 1897 aangaande maatregelen tot voorkoming en bestrijding van besmettelijke veeziekten.
âDeze verordening treedt onmiddellijk na hare bekeridiuaking in werkingquot;.
De vergoeding bedraagt der geschatte levende waarde, onder aftrek van de waarde van het vleesch na de slachting.
Verplichting tot aangifte van gevallen van uiertuberculose bij rundvee bestaat overigens alleen voor de veeartsen , maar geenszins voor de veehouders.
23
De tuberculine-proef is ook in Zweden voor ieder vrijgelaten; en niemand wordt or toe verplicht
Sedert 1896 stelt de regeering echter de veehouders in de gelegenheid, of de tnherculine kosteloos van rijkswege te verkrijgen om zelf de proef te verrichten, ofwel hun veestapel geheel kosteloos van rijkswege te laten tuberculineeren. Daarbij werd geene enkele voorwaarde gesteld.
Een voorschrift van 4 November 1898 heeft daarin in zoover wijziging gebracht, dat de veehouders, willen zy aldus ook tweede en volgende tuberculinatiën op hun vee toegepast hebben, ten opzichte van dat vee de navolgende voorwaarden hebben na te leven:
a. afgezonderd houden van de runderen die gereageerd hebben, zoolang zy namelyk by hen aanwezig blijven;
b. voorafgaande ontsmetting der stallen of gedeelten van stallen waarin het gezond bevonden vee na de proef zal verblyven;
c. voederen van de kalveren met gepasteuriseerde melk.
Eenige groote veehouders in Zweden hebben de taberculine-proef op hun vee toegepast. Op kleine boerderijen levert er de eisch omtrent de afzondering van de gereageerd hebbende dieren in den regel een onoverkomelijk bezwaar op.
Te oordeelen naar hetgeen dienaangaande bekend geworden is, schijnt de bestrijding er tot hiertoe van zeer geringe beteekenis te zijn.
Met de vleeschkeuring is het er slecht gesteld. In geheel liet land bestaat geen enkel openbaar slachthuis; en slechts in enkele gemeenten heeft keuring van vleesch van gemeentewege plaats.
Uijlaue C1.
Frankrijk.
Bij decreet van 28 Juli 1888 werd de tuberculose van het rundvee opgenomen onder de besmettelijke veeziekten, waarop toepasselijk is de veterinaire politie-wet van 21 Juli 1881.
Van toen af golden ten aanzien van deze ziekte de volgende maatregelen (besluit van 28 Juli 1888):
1. aangifte van de ziektegevallen of verdachte gevallen;
2. afzondering van de zieke dieren;
3. verbod van vervoer van zieke dieren, tenzy voor de slachtbank, waarna het slachten plaats heeft onder toezicht van een ambtelijk veearts (âvétérinaire sanitairequot;);
4. ontsmetting van de huiden van zieke dieren;
5. verbod van verkoop en gebruik van melk van tuberculeuse koeien, welke melk echter, na gekookt te zijn, ter plaatse zelve voor dierenvoeder gebruikt mag worden.
Bij een afzonderlijk artikel van het voornoemd besluit (art. 11) waren voorschriften gegeven, waarnaar by de keuring van het vleesch gehandeld moest worden, namelijk de gevallen aangewezen , waarin afkeuring moest plaats hebben. Dat artikel is vervallen en vervangen door een besluit van 28 September 1890, waarvan de bepalingen in deze veel minder vleesch aan de consumptie onttrekken.
Yolgens eene ministerieele instructie van 4 Augustus 1897 zijn onder flubcrculeiise11 runderen, waarop de voorschriften van het besluit van 28 Juli 1888 van toepassing zijn, uitsluitend te verstaan dieren , waarbij de ziekte zich door zoodanige uiterlijke teekenen te kennen geeft, dat de veearts haar daaruit kan onderkennen , maar niet dieren, waarbij het bestaan der ziekte enkel aangewezen wordt door reactie op de tuberculine.
De veterinaire politie-wet van 21 Juli 1881 zal eerlang als zelfstandige wet ophouden te bestaan. Zij zal dan namelijk , met eenige wijzigingen , een deel uitmaken van het nieuwe Wetboek van Landbouw {Code Rural), en wel van het 3de boek, betreffende de Landbouw-politie; waarvan de 1ste titel (Van de landbouw-politie aangaande personen, dieren en oogsten.) reeds, als afzonderlijke wet, door de wetgevende maclit aangenomen en den 21. Juni 1898 door den president der republiek bekrachtigd is.
De 21e sectie van het 2de hoofdstuk van dien titel handelt in de artt. 29â51 over de gezondheids-politie van het vee; de 3de sectie van dat hoofdstuk in de artt. 55â64 over den invoer en den uitvoer van vee.
Deze wet, bevattende den Isten titel van het 3de boek vim den Code Rund is echter nog niet ingevoerd.
Te dezer plaatse dient er niettemin op gewezen te worden, dat art. 36 dier wet de bepaling inhoudt, dat runderen waarbij de tuberculose goed geconstateerd is, op last van den burgemeester afgemaakt (geslacht) moeten worden, terwijl art. 43 voorschrijft, dat het vleesch van zulke runderen niet in consumptie gebracht mag worden dan na keuring door en op advies van een ,vétérinaire sanitairequot;.
24
Voorts bevat art. 52 de bepaling dat, bij afkeuring van zulk vleescb de eigenaar eene vergoeding zal ontvangen, naar de verhouding die daaromtrent vastgesteld is in de âloi des financesquot; van 13 April 1898,
Deze financieele wet bepaalt dienaangaande (art. 81), dat de vergoeding bedragen zal: '/s der waarde van het afgekeurde vleesch bij algemeene tuberculose, '/i dezer waarde by plaatselijke tuberculose, de volle waarde van het dier indien het blijkt niet tuberculeus te zijn; in het laatste geval onder aftrek der opbrengst van het verkochte vleesch.
Met het oog op de aanstaande invoering vau de voren bedoelde gewijzigde veterinaire politie-wet werd echter reeds bij circulaire van den niiuister vau landbouw van 31 October 1898 bekendgemaakt, dat ouder goed (âdümentquot;) geconstateerde tuberculose te verstaan zal zijn de uit clinischo verschijnselen stellig onderkende ziekte, waarbij echter, iu geval van wegens ziekteverschijnselen enkel verdachte runderen, de tuberculiuatie gebruikt mag worden als hulpmiddel om de beteekenis der twijfelachtige verschijnselen te leeren kennen. (Bijgevolg eene meer nauwkeurige omschrijving van de voren reeds vermelde ministerieele instructie van 4 Augustus 1897).
Bü decreet van 14 Maart 1896 werd, met ingang van 15 April, de tuberculine-proef voorgeschreven ten aanzien van uit het buitenland in te voeren rundvee, dat daartoe aan de grens, op kosten der invoerders, eene quarantaine van minstens 48 uren heeft te ondergaan. Het slachtvee is hiervan uitgezonderd. Bij ministerieele circulaire van 13 Februari 1897 worden ook de kalveren beneden den leeftijd van 0 maanden van de tuberculine-proef vrijgesteld.
Hel welsonlwerp-Gaiuud.
Dit wetsontwerp van den minister van landbouw Caiuud, dat reeds dagteekent van 9 Juli 1895, maar nog steeds op behandeling wacht, bevat o. a. de volgende bepalingen ter bestrijding van de tuberculose onder het rundvee.
Afmaking:
1. Van de dieren waarbij op grond van ziekteverschijuseleu tuberculose geconstateerd is.
2. Van de dieren die op grond van ziekteverschijnselen verdacht zijn vau tuberculose en bij de tuberculine-proef gereageerd hebben.
Tuberculiuatie:
1. Van dieren die op grond van ziekteverscliijuseleu verdacht zijn van aan tuberculose te lijden.
2. Van alle andere dieren die samen gehouden werden met een dier waarbij tijdens hot leven of na den dood (gestorven of geslacht) tuberculose geconstateerd is.
Slachting van dieren die bij de luberculinc-prucf gereageerd hebben.
De dieren, die by de proef gereageerd hebben , m^gen alleen vervoerd worden naar de slachtbank.
Zü moeten binnen een jaar worden geslacht; tenzij dit tijdperk door den minister worde verlengd, maar in dat geval verliest de eigenaar alle recht op schadevergoeding.
Schadevergoeding:
Voor afgemaakte dieren 14 der waarde van het in beslag genomen vleesch.
Voor geslachte dieren, die geene ziekteverschijnselen vertoonden, '/i der waarde van het in beslag genomen vleesch.
(Voor dieren, die geene tuberculiuatie ondergaan hebben , maar na het slachten tuberculeus bevonden worden, geene vergoeding).
Dat eene organisatie van den strijd tegen de rundertuberculose, zooals die bij het ontwerp-GADAUD werd voorgesteld , in de landbouwkringen van Frankrijk geen gunstg onthaal vond , is voorzeker gemakkelijk te begrijpen. De voorgestelde bepalingen omtrent gedwongen tuberculinatie en gedwongen slachting binnen korten tijd stempelden, in verband met die omtrent de schadevergoeding, het ontwerp tot eene doodgeboren vrucht. Te meer in een land waar, zooals in Frankrijk, geene verplichte vleeschkeuring van rijkswege bestaat; bijgevolg de gevallen van tuberculose voor een zeer groot deel onbekend blijven.
Otschoon dit ontwerp nog rust, en wel zal blijven rusten, is het niettemin een zeer merkwaardig stuk; al ware het slechts alleen omdat het België onmiddellijk ertoe
25
gebracht heeft, in hoofdzaak op dezen weg, den strijd tegen de rnndcrtuborculose reeds in 1895 voor te bereiden met hooggestemde vervvaehliiig en met het begin van 18Ãü aan te binden.
Het wetsontwerp-GADAun heeft aanleiding gegeven tot een tegenontwerp van de âSociété des Agricnlteurs do France.quot;
In eene vergadering dezer groote landbonwinaatsehappij , die inzonderheid het groot grondbezit vertegenwoordigt, werd den 9. Docember 1895 liet regeeringsvoorstel beoordeeld. Na uitvoerige beraadslaging werd de noodzakelijkheid erkend om der regeering te vragen, maatregelen tegen de tuberculose van het rundvee te nemen, maar het ontwerp-GADAui) werd voor de belangen der veehouders te gevaarlijk geacht. Derhalve werd aan eene commissie opgedragen eene andere wettelijke regeling te ontwerpen. Deze Commissie bestond uit twee leden der sectie âEconomie du bétailquot;, twee leden der sectie âLegislationquot; en twee veeartsen.
In April 1890 was dit tegenontwerp gereedgekomen. Het essentieel verscliil tusschen het regeeringsvoorstel en het ontwerp der landbouw maatschappij ligt in de volgende bepalingen;
|
Oiilwerp-GwwD, Slarliliuff van dieren die bij de luborcuiiiie-proef Qcrtugecrd hebben. Zij moeten binnen een jaar worden geslacht ; tenzij dit tijdperk door den minister mocht worden verlengd, maar in dat geval verliest de eigenaar alle recht op schadevergoeding. |
Onlwerj) der , Soriélé des Aijncullmn do Francequot;, (Is weggelaten.) |
|
Sc/iadeverfloeding, Voor afgemaakte dieren der waarde van het in beslag genomen vleesch. Voor geslachte dieren, die geene ziekteverschijnselen vertoonden, ' j der waarde van het in beslag genomen vleesch. |
(Is weggelaten.) Voor dieren, die geene ziekteverschijnselen vertoond hebben en binnen ^maanden na de tuberculine-proef geslacht worden, 1 'n 'ter waarde van het in beslag genomen vleesch. |
Bij do behandeling van dit tegenontwerp in eene vergadering der landbouw-raaatschappü werden, behalfe tegen te streng geachte strafbepalingen, bezwaren ingebracht tegen de bepaling omtrent de aangifte der ziektegevallen. Deze bepaling was echter dezelfde als in het ontwerp-GAiuui), namelijk: aangifte, door eigenaren of houders, van rundvee met verschijnselen van tuberculose, alsmede door veeartsen en keurmeesters van vleesch , van rundvee waarbij door hen tuberculose wordt aangetroffen. (Een en ander overeenkomstig de algemeene bepaling betreffende aangifte in de veterinaire politie-wet van 21 Juli 1881.) Bij amendement werd aangenomen , dat op die twee punten het ontwerp gewijzigd diende te worden.
Overigens werd het tegenontwerp goedgekeurd. Daaruit valt dus op te maken, dat de genoemde landbouwmaatschappü zich tevreden wilde stellen met eeue schadevergoeding van '/s in plaats van 'i-, der waarde van het afgekeurde vleesch van dieren, die geene ziekteverschijnselen vertoond hebben maar enkel door de tuberculine-proef als tuberculeus aangewezen worden en binnen 18 maanden nadien worden geslacht. En tevens volgt er uit, dat zy zelfs de schadevergoeding wegens afkeuring van vleesch van afgemaakte dieren geheel wilde laten vervallen. Daarentegen verlangde zij vrij te blijven ten aanzien van den tijd van slachten van de door de tuberculine-proef als tuberculeus aangewezen dieren ; in den dwang van binnen een jaar zulke dieren te moeten slachten, en in de bepaling dat men bij eventueele vergunning tot latere slachting in elk geval de schadevergoeding bij afkeuring zou moeten derven , daarin lag haar hoofdbezwaar.
De tekst van het wetsontwerp van 9 Juli 1895 (ontwerp-GAiuun) luidt als volgt:
7
27
Bijlage C5.
België.
Iu 1895 kwam de Belgische regeering tot het besluit het land van de runder-tuberculose te bevrijden. Het scheen alsof de krachtens eene wet van 4 Augustus 1890, bij reglement van 9 Februari 1891 geregelde en op 1 Juli 1891 ingevoerde, door veeartsen en vleeschkeurders verrichte algemeene vleeschkeuring geleerd had, dat de omvang en de bezwaren van den te ondernemen strijd zóó groot niet zouden zijn , of de in Frankrijk den 9. Juli 1895 door de regeering voorgestelde wijze van bestrijding zou daarover stellig zegevieren. Het onder den Franscheu minister van landbouw Gadaud ingediend wetsontwerp is toch het richtsnoer geweest, dat in België bij het met zulken merkwaardigen spoed ontwerpen van het strijdplan is gevolgd. In Frankrijk is men intusschen die zware proef van België blijven aanzien; het outwerp-GAiuui) is na zyn intree bij de Kamer met veel wantrouwen bekeken en ter ruste gelegd, en ligt er nóg.
Bij koninklijk besluit van 30 October 1895 werd, krachtens de veterinaire politie-wot van 30 December 1882, eeu reglement vastgesteld ter bestrijding van de tuberculose onder het rundvee, dat reeds in werking zou treden den 10. December, maar waarvan de invoering verschoven is moeten worden tot 1 Januari 1896.
Gedurende het volle jaar 189G werden krachtens bepalingen van dat reglement in België aan de tuberculine-proef onderworpen 19 004 runderen , in 2905 stallen. In het algemeen geschiedde het op aanvraag der eigenaren, nadat eeu geval van tuberculose in hun stal geconstateerd was.
Van deze 19 004 runderen hebben bij die proef kenmerkend gereageerd 9289, bijgevolg ongeveer 48,9 pet. Aangezien het voor Nederland niet onbelangrijk is te weten, hoe die tuberculinatiën met hun uitslag over de provinciën van België verdeeld waren, vindt hier het volgend overzicht zijne plaats.
|
PROVINCIÃN. |
Getuberculineerde runderen gedurende 1896. |
Percentcijfer der | |
|
Aantal. |
Met kenmerkende reactie. |
tuberculeus bevondene. | |
|
West-Vlaanderen........ |
3680 |
1862 |
50,6 |
|
Oost-Vlaauderen......... |
2179 |
1126 |
51,7 |
|
Antwerpen........... |
1514 |
870 |
57,5 |
|
Limburg............ |
514 |
211 |
41,1 |
|
3251 |
1456 |
44,8 | |
|
Brabant............ |
2459 |
1217 |
49,5 |
|
Henegouwen.......... |
2037 |
1018 |
50,0 |
|
Namen ............ |
1581 |
790 |
50,0 |
|
Luxemburg........... |
1789 |
739 |
41,3 |
|
België............ |
19 004 |
9289 |
48,9 |
Do rundveestapel van België gerekend op 1 400 000, was bijgevolg in 1896 de tuberculine-proef toegepast geworden op ruim 1,3 pet. van al het rundvee.
De kosten van den strijd tegen de rundertuberculose gedurende genoemd jaar zijn niet meegevallen. Zij hebben bedragen ongeveer 346 300 gulden (fr. 721 584,47), voor zooveel betreft de schadevergoeding, betaald aan eigenaren van rundvee, dat wegens tuberculose afgemaakt of eerst na slachting tuberculeus bevonden was en voor de consumptie werd afgekeurd, of wel vrijwillig geslacht werd omdat het bij de tuberculine-proef gereageerd had.
In die uitgaaf van f 346300 over het geheele jaar 1896 is bijgevolg mede begrepen de schadevergoeding, uitgekeerd wegens het voor de consumptie afkeuren van geslacht vee, dat te voren schijnbaar gezond, onverdacht en niet getuberculineerd was. Dit onderdeel der uitgaaf heeft ruim de helft van de geheele som der vergoedingen bedragen; namelijk ongeveer f 178 635 (fr. 372 154), voor 2690 stuks rundvee.
28
Eigenlijk behoort dit bedrag niet op rekening van den strijd tegen do tuberculose van bet rundvee iu België gestold te worden , aangezien zulke vergoeding ook uitgekeerd werd in de 4 voorafgaande jaren IBililâ95, toen do strijd nog niet was aangevangen.
Aan vergoeding werd toen betaald:
in 1892 voor 2733 geslachte, afgekeurde runderen fr. 175 839,00 , 1893 , 4428 , , , 416158,74
fi 1894 , 3595 , , , 311236,04
n 1895 , 2954 â â , 398 201,82
Samen in 1892â95 voor 15 710 geslachte, afgekeurde runderen fr. 1301435,69
Van deze 15 710 runderen werden 2279 geslacht in de provincie Luik, 1892 in Brabant, 1874 in Antwerpen en evenveel in Henegouwen , 1825 in West-Vlaanderen, 1795 in Oost-Vlaanderen, 1122 iu Namen, 529 in Luxemburg en 520 in Limburg.
De kosten van den eigenlijken strijd gedurende bet jaar 1896 hebben bijgevolg, voor zoover de schadevergoeding betreft, iets minder dan de helft van f 346300 bedragen.
Anderdeels beliooren echter tot de kosten van dien strijd van één jaar nog vrij wat meer uitgaven dan enkel de schadevergoedingen, wat betreft het afgemaakt of geslacht rundvee waarvan de opruiming door de eene of andere bepaling van het reglement was voorgeschreven. Daartoe beliooren namelijk ook traetementen en vergoedingen voor personeel van het veeartsen ij kundig staatstoezicht, dat bovendien wegens het in werking treden van de maatregelen togen de tuberculose eene uitbreiding onderging. Met ingang van 20 Februari 1896 werd het aantal veeartsenijkundige inspecteurs, wier betrekking van denzelfden aard is als die der distrietsveeartsen in Nederland, en die sedert 1 Januari 1891 ten getale van 9 (één per provincie) in den dienst voorzien hadden, van 9 uitgebreid tot 15; waartoe het rijk in even zooveel dienstkringen voor het veeartsenijkundig staatstoezicht verdeeld was geworden. Naast deze 15 inspecteurs waren in 1896 werkzaam 451 âmédecins vétérinaires agréésquot;; waarmee bedoeld zijn de praktizeerende veeartsen, die krachtens ministerieele aanstelling bevoegd zijn aan dat toezicht en de uitvoering van veterinaire politic-maatregelen mede te werken , wat in België met al die veeartsen het geval is, behoudens weinige uitzonderingen.
In het jaar 1897 werd de strijd op dezelfde wyze voortgezet, maar begon de regeering meer en meer in te zien dat het op dien voet niet kon voortgaan, inzonderheid wat het aangenomen stelsel der schadevergoedingen betreft. Zij had alleszins reden om over den uitslag niet voldaan te zijn cn tot een aantal essentieele wijzigingen van het reglement over te gaan.
By koninklijk besluit van 10 Augustus 1897 werd een nieuw reglement vastgesteld , dat met ingang van 15 September 1897 het reglement van 30 October 1895 heeft vervangen.
Aan het slot dezer bijlage betreffende België zijn in hun geheel opgenomen; 1°. het reglement van 10 Augustus 1897; 2°. eene circulaire van den minister van landbouw en openbare werken aan de gouverneurs der provinciën dd. 20 Augustus 1897; 3°. eene ministerieele instructie van 12 Augustus 1897 tot uitvoering van het reglement; 4°. eene ministerieele instructie van 13 Augustus 1897 aangaande de tuber-culinatie van het rundvee aan de grenzen.
Ten behoeve van een duidelijk overzicht van de hoofdbepalingen , die het aanvankelijk in België aangenomen , op 1 Januari 1896 in werking getreden stelsel van bestrijding kenmerkten , en van de daarin gemaakte wijzigingen , die door de ervaring noodzakelijk waren gebleken en op 15 September 1897 ingevoerd werden, schijnt het mij aangewezen de voren aangeduide stukken hier te laten voorafgaan door eene vergelijkende uiteenzetting van de beginselen der reglementen van 30 October 1895 en 10 Augustus 1897.
Tot dat einde worden vooreerst de overeenkomstige hoofdpunten dezer reglementen tegenover elkaar geplaatst. Daarna worden de voornaamste veranderingen in de wijze van bestrijding in eenige aanteekeningen nader besproken.
29
|
Reglement van 30 October 1895. (In werking- getreden 1 Januari 189C.) |
Reglement van 10 Augustus 1897. (In werking getreden 15 September 1897.) |
|
Aangifte. 1. Door de eigenaars: van elk geval van tuberculose, aangetroffen na het slachten; met opgaaf van de plaats van herkomst van het dier. 2. Door de veeartsen: van elk geval van tuberculose, aautretroffen bij een levend dier of bij eene lijkschouwing, Reqislralie. De runderen, die met een aan tuberculose lijdend rund gestald of geweid zijn geweest, worden geregistreerd en ouder toezicht gehouden. Afzondering (en opsluiting). Van de zieke en de wegens ziektever-sebynselcu verdachte dieren. Verbod van vervoer. Dieren , die by aan tuberculose lijdende verbleven hebben (enkel van besmetting verdachte dieren) mogen niet anders verkocht worden dau voor de slachtbank , en op voorwaarde dat zij binnen 8 dagen worden geslacht. Hiervan zyn alleen uitgezonderd de dieren, die bij eene tubercnline-proèf niet kenmerkend gereageerd hebben. Jfmahinfi (gedwongen slachting). lquot;. Van de dieren die wegens ziekteverschijnselen tuberculeus zijn verklaard; 2quot;. van do dieren die wegens ziekteverschijnselen verdacht van tuberculose zijn verklaard en by eene tuberculine-proef gereageerd hebben. Onlsmelling. Lokalen, waarin aan tuberculose lijdend rundvee geplaatst geweest is, moeten ontsmet worden volgens de aanwijzingen van den veeartsenykvmdigen inspecteur, Ttiberculiiie. Het is verboden van tuberculine gebruik te maken buiten de gevallen waarin het op machtiging van den Minister plaats heeft; |
Aangifte. en van het gebruik dat de eigenaar van zijn vee maakt. en vau elk dier dat wegens ziekteverschijnselen van tuberculose verdacht is. Registratie. (Vervallen.) Onderzoek. Na aangifte door den eigenaar, van een na het slachten ontdekt geval van tuberculose , worden zyne overige runderen, voor zoover zij niet voor vetinestirg gehouden worden, onderzocht ter opsporing van aan tuberculose lijdende of wegens ziekteverschijnselen daarvan verdachte dieren. Afzondering (en opsluiting) Verbod van vervoer. (Vervallen) Dieren, die bjj eene tuberculine-proef kenmerkend gereageerd hebben, mogen niet anders verkocht worden dan voor de slachtbank , en op voorwaarde dat zg binnen 8 dagen worden geslacht, Afmahing (gedwongen slachting). Te slachten binnen 8 dagen. Te slachten binnen 8 dagen. Ontsmetting. Tnherculine. |
8
30
|
Reglement van 30 October 1895. (In werking getreden 1 Januari 1890.) |
lleglement van 10 Augustus 1897. (In werking getreden 15 September 1897.) |
|
evenzeer by andere dieren dan rnndveo, en onverschillig voor welk doel. Invoer van tubercuiine uit het buitenland en vervoer in liet binnenland zijn verboden, tenzij op bijzondere machtiging van den Minister. Tnhoreuliiialie (kosten). Zij geschiedt steeds met goedvinden van den eigenaar vau liet rundvee eu kostelooze verstrekking der tnberculiue van rijkswege. yl. Voor rekening van het Kijk: 1°. btf dieren die wegens /.iekteversehijn-selen verdacht zijn (van ziekte verdachte dieren); 2'. bij dieren die niet tuberculeus bovon-denc samen verblijf gehouden hebben vvnn besmetting verdachte dieren); 3'. bij te voren reeds getuberculineerde en gezond bevonden dieren 7». Voor rekening van den eigenaar: 1quot;. bij gezonde, niet verdachte dieren; 27 bij vee dat nieuw aangekocht is tot aanvulling van een veestapel, na opruiming van dieren ten gevolge van voorafgegane tuberculiuatie. Tubcirnliiinlic (voorwaarden). Zy mag enkel plaats hebben op de volgende voorwaarden: 1quot;. De dieren, die gereageerd hebben , moeten onmiddellijk afgezonderd worden; Zooveel mogelijk in een afzonderlijk lokaal ; bij gemis daarvan in een door een houten, ijzeren of steenen schot afgescheiden gedeelte van den stal, welke afscheiding binnen 10 dagen na de proef gereed moet zijn. In de weide, volgens bijzondere aanwijzing van den veeartsenijkundigen inspecteur. 2quot; Zij mogen in gebruik blijven , evenals de dieren die enkel wegens ziekte verschijnselen van tuberculose verdacht zijn, maar alleen op de volgende voorwaarden: y/. De eigenaar moet toelaton , dat minstens eenmaal 'sjaars de dieren, die niet gereageerd hebben, alsmede de wegens ziekteverschijnselen verdachto dieren, voor rekening van het rijk de tubereulinatie ondergaan. Jt. De verdachte dieren moeten , zooveel |
Tnberculiiiulie (kosten). A. Voor rekening van het Kijk: 1quot;. hij dieren ilie wegens ziekteverschijnselen verdacht zijn (van ziekte verdachte dieren), indien /.ij hij de tuberculine-jiroef reageeren; (2'. is vervallen.) 3quot;. indien van regeeringswege noodig geacht, in te voren reedsgetuberculineetde koppels. 11. Voor rekening van den eigenaar: 1». O I 3quot;. bij dieren die niet tuberculeus bcvoii-dene samen verblijf gebonden hebben (vau besmetting verdachte dieren); 4quot;. bij diereu die wegens ziekteverschijnselen verdacht zijn (van ziekte verdachte diereu), indien zij bij de tnberculineproef niet reageeren ; Tiihcrniliiiiilii; (voorwaarden). 1quot;. De dieren, die gereageerd hebben, moeten onmiddellijk afgezonderd worden: Zooveel mogelijk in ecu afzonderlijk lokaal ; by gemis daarvan in een door een schot af (e scheiden gedeelte van denstal, welke afscheiding binnen 10 dagen na de proef gereed moet zijn, zoodanig gemaakt dat de dieren elkaar niet kunnen besmetten. (Vervallen.) On y/. De eigenaar moet toelaten dat bij zijn rnndvcn voor rekening van het rijk tuber-culinaliê'n verricht worden, als de minister of' de veeartsen ijkundige inspecteur dat noodig oordeelt. (7i is vervallen.) |
31
|
Reglement van 30 October 1895. (In werking getreden 1 Januari 189G.) |
Reglement yan 10 Augustus 1897. (In werking getreden 15 September 1897.) |
mogelijk, door afzonderlijk stalpersoneel verpleegd worden.
C. Voeder, door de zieke dieren bezoedeld , mag niet onder het bereik der gezonde komen.
1). De melk van aan tuberculose lijileude runderen mag uiet in consumptie gebracht worden, tenzij na voorafgegane koking.
B. (C oud).
(D is vervallen.)
|
E. In den stal of het stalgedeelte der niet gereageerd hebbende dieren mag geen nieuw rundvee gebracht worden dan na gezondbeviuding bij eeno voorafgaande tuberculino-proef. Al deze maatregelen blijven van kracht totdat het laatste geval van tuberculose zal zijn verdwenen. 3'. Zij mogen uitsluitend verkocht worden voor de slachtbank. Binnen den termijn van een jaar na de tuberculine-proef moeten zij geslacht worden. Deze termijn kan verlengd worden dooiden minister, die tevens bepaalt of alsdan nog schadevergoeding zal worden verleend. 4quot;. Dieren die binnen korten tijd geslacht zullen worden , zijn van de tuber-culinatie uitgesloten, maar moeten afgezonderd gehouden worden van dieren die niet gereageerd hebben. Onlinsleii, Alle kosten van afzondering, vervoer, afmaking , vernietiging Van cadavers , ontsmetting , alsmede van quarantaine, zijn ten laste van de eigenaren der dieren. ScJiadevergocdiiif/. J. Voor dieren, die na slachting tuberculeus bevonden en voor consumptie afgekeurd zyn: 50 pet. der getaxeerde waarde van het vleesch (4 vierendeelen). Deze vergoeding wordt niet meer toegekend indien, na een eerste geval van tuberculose niet geheele afkeuring van het geslachte dier, de eigenaar zijn rundvee niet laat tuberculineeren, li. Voor dieren, die; 1quot;. afgemaakt zijn krachtens dit regie- |
C. Van koeien, die gereageerd hebben, moeten hare kalveren dadelijk na de geboorte verwijderd worden. D. (li oud). In den stal waar de uiet gereageerd hebbende dieren verblijven, mag geen nieuw rundvee gebracht worden dan na bij onderzoek vrij te zijn bevonden van elk ziekteverschijnsel van tuberculose en gezondbeviuding bij eene voorafgaande tuberculine-proef. 3quot;. Zij mogen uitsluitend verkocht worden voor de slachtbank en op voorwaarde , dat zij binnen 8 dagen na de levering worden geslacht. Zij mogen voor onbepaaldeu tijd worden aangehouden , zoolang zij geene verschijnselen van tuberculose vertoonen. 4\ Het mestvee is van de tnberculinatie uitgesloten. De dieren die gemest zullen worden in den tijd der melkgeving of na afloop daarvan , de ossen en pinkossen, de stieren en pinkstieren, alsmede de koeien en vaarzen die niet voor de voortteling gebruikt worden , kunnen aan de tuberculine-proef onderworpen worden op bepaalde voorwaarden wat eventueels schadevergoeding betreft (by geheele afkeuring, 50 pet. der waarde vau het vleesch). Onkoslcn. Schmkvergoedi mj. A. (2de lid is vervallen.) B. 1quot;. V oor dieren die afgemaakt zijn krach- |
32
|
Reglement van 30 October 1895. (In werking getreden 1 Januari 1896.) |
Reglement van 10 Augustus 1897. (In werking getreden 15 September 1897.) |
|
ment als ziek of als Tan ziekte verdacht en na reactie op tuberculine; 2'. afgemaakt (geslnelit) zijn op verlangen van den eigenaar, binnen een Jaar nadat z\j bij de tuberciiline-proef gereageerd hebben : 70 pet. der getaxeerde waarde van het vieesch , indien zy voor consumptie zijn afgekeurd ; 25 pet. dier waarde, indien zij voor consumptie zijn toegelaten. |
tens dit reglement, als ziek of als van ziekte verdacht en na reactie op tuberculine: a. voor koeien en drachtige vaarzen: 70 pet. der getaxeerde waarde van het dier als gezond , tot hoogstens 420 frs., indien het vieesch voor consumptie is afgekeurd ; 25 pet. dier waarde, tot hoogstens 150 frs., indien het vieesch voor consumptie is toegelaten. h. voor ander vee ; 50 pet. der waarde van het vieesch , indien het voor consumptie is afgekeurd ; 25 pet. dier waarde, indien bet voor con-suuiptie is toegelaten. 2'. Voor dieren die afgemaakt (geslacht) zijn op verlangen van den eigenaar, nadat zij bij de tiiberculineproef gereageerd hebben: «. voor koeien en drachtige vaarzen , mits geslacht binnen 3 jaren na atloop der tuber-cniine-proef: 70 pet. der waarde van het vieesch , indien het voor consumptie is afgekeurd; 15 pet. dier waarde, indien hot voor con-smnptio is toegelaten. i. voor ander vee zooals in J. |
De dieren moeten sedert minstens G maanden in het land zyu geweest.
|
Maalreriflleti bij invoer van vee vil hel Imilenhml, 1. Onderzoek op kosten van den invoerder. 2. Merking met een blij vend merkteeken , dat den tijd van invoer aangeeft. Dieren beneden 4 maanden kumieii daarvan uitgezonderd worden. (Volgens de minislerieele instructie van 31 October 1895: voor dieren die niet getuberculineerd werden, een brandmerk op het onderdeel van onderarm; voor dieren die getuberculineerd worden , een metalen merk aan het oor. Van 20 Augustus 1890 af, ingevolge het koninklijk besluit van 15 .luli 189(3, een metalen merk aan het linker oor.) 3. Indien een ten invoer aangeboden rund tuberculeus of van tuberculose verdacht wordt bevonden , wordt het teruggewezen , na van een bliivenil merk te zijn voorzien, of, zoo noodig opgesloten en binnen 3 dagen geslacht, of afgemaakt. (Volgens do ministerieele instructie van 31 October 1895; als merkteeken een brandmerk 1 T j op onderarm |
Deze terin\jn kan bij ministerieele beschikking verlengd worden. Maoircflfikn hij invoer van vee uil hel huilenhtiuL 1. 2. Merking overeenkomstig de voorschriften van het koninklijk besluit van 15 .luli 189(5, betreffende het merken van nmdveo in het binnenland en bij invoer. (Ingevoerd resp, op 25 en 20 Augustus 1890.) (2do zinsnede is vervallen.) (Volgens de ministerieele instructie van 12 Augustus 1897, door met eene speciale merktang een hartvormig stuk uit de linker oorschelp te snijden.) |
33
|
Rpgleinent van 30 October 1895. (Iu werking getreden 1 Januari 189G.) |
Reglement van 10 Augustus 1897. (Tu werking getreden 15 September 1897.) |
|
4. Wegens het voorkomen van tuberculose in een vreemd land kan de invoer van ruudvee uit zulk laud verboden worden , of wel het daaruit in te voeren rundvee , op kosten der invoerders, aan de tuberenline-proef onderworpen worden. De tuberculeus bevonden dieren worden teruggewezen of afgemaakt, zoouls bij 3. |
(De gezond bevondene worden sedert 20 Augustus 189Ã , ingevolge het koninklijk besluit van 15 Juli 1896, gemerkt meteen metalen merk aan het linker oor.) |
Hij eene aaudachtige vergelijking vau de naast elkaar geplaatste hoofdbepalingen der reglementen van 30 October 1895 en 10 Augustus 1897, iu werking getreden resp. op 1 Januari 189C en 15 September 1897, (waarbij de onveranderd gebleven bepalingen van het eerste reglement ter plaatse van het tweede onvermeld /.iju gelaten) valt het gemakkelijk iu het oog waarin de voornaamste wijzigiugen bestaan. Kennis van de aanleiding tot deze noodig gebleken herziening en inkrimping vim het bestrijdingsplan voert trouwens vanzelf tot de onhoudbaar genoemde bepalingen. Daartoe strekke de volgende toelichting.
Zooals men in een land met aigenieene vleeschkcuring van rijkswege (sedert 1 Juli 1891 in België bestaande) ook uit eigen ervaring goed kon weten, maar ge-gednrende het jaar 189G, bij den tegen de runder-tuberculose aangevangen strijd , blikbaar eerst ten volle heeft ingezien, is bij een groot aantal tuberenieuse (parel-zieke) runderen de ziekelijke verandering op zich zelve vau weinig of geen beteekenis. In zoo verre namelijk dat, ook al geneest zij niet vanzelf maar blylt zij dus voortbestaan, zü toch geenerlei nadeeligen invloed op het dier in oecononiisch opzicht uitoefent; althans geruimen tgd , dikwijls jaren lang niet. Maar ook in zoo verre, dat van zulke dieren besmetting weinig of niet uitgaat.
Al die lichte gevallen van verborgen tuberculose worden door de tuberculinc-proef gesignaleerd. Waar men bij tnberculinatiën op zeer ruiiim schaal goed iu de gelegenheid was om die aanwijzingen van liet specifiek herkenningsmiddel nauwkeurig te controleeren, daar zag men, dat die gevallen de meerderheid, veelal de overgroote meerderheid onder de gereageerd hebbende dieren uitmaakten. Zoo was het iu Denemarken , waar reeds voor geruimen tijd Banci nadrukkelijk de vraag stelde, waartoe liet toch dienen moest om al zulke gevallen niet alleen op te sporen, maar tevens uit te roeien; zoo is het ook gegaan in België.
De Belgische regeering heeft ingezien, dat het ounoodig n;ag heeten zulke dieren binnen een bij reglementaire bepaling vastgestelden tijd te slachten, aangezien toch hunne afzondering voldoende is te achten en het gebruik van de dieren onbelemmerd kan voortgaan, zoolang zij geene ziekteverschijnselen vertoonen. Aldus in het nieuwe reglement.
Terwijl (1°.) ziek of van tuberculose verdacht fokvee uit den handel geweerd wordt, (2quot;.) tuberenieuse dieren spoedig worden afgemaakt, (â !1.) wegens ziekteverschijnselen van tuberculose verdachte dieren worden afgezonderd en opgesloten of wel, op verlangen vau den eigenaar, getuberculineerd , maar dan ook na reactie geslacht â wordt daarentegen de tubercnlinatie van enkel van besmetting verdacht geraakte dieren niet meer in zekeren zin verplicht gesteld.
De tuberculiue-proef wordt door sommige bepalingen van het nieuwe reglement begunstigd, maar het maximum der schadevergoeding geldt alleen het fokvee. Bij afmaking van vrouwelijk fokvee, wordt echter het bedrag der schadevergoeding naar een anderen grondslag berekend , namelijk niet meer naar den vleeschprijs maar naar den handelsprijs van het levend dier, als gezond beschouwd ; maar daarbij is voor dergelijke schadevergoeding een maximum bepaald ten einde overdreven taxatiën te voorkomen.
De vergoeding wegens gehcele afkeuring van geslachte runderen, waarbij de tuberculose eerst na het slachten ontdekt wordt, is dezelfde gebleven (50 pet. dei-waarde van het vleesch, namelijk berekend naar het gewicht der vier vierendeelen); maar de beperkende voorwaarde dat, om voor verdere vergoeding van afgekeurd slachtvee in aanmerking te kunnen komen, de tuberciilinatie van het van besmetting verdacht geraakt rundvee van denzelfden koppel verplicht was, is ingetrokken.
9
34
Voor de vergoeding wegens goheele afkeuring van geslachte runderen die te voren de tuberculinatio hadden ondergaan, werd vroeger eukel onderscheid gemaakt tusschen gebeele afkeuring en toelating voor de consumptie (resp. 70 pet. en 25 pet. der waarde van het vleesch). Thans wordt hier onderscheiden , eensdeels tusschen afmaking krachtens liet reglement of vau regeeringswege en slachting op verlangen van den eigenaar, anderdeels tusschen vrouwelijk fokvee en ander vee, namelijk:
|
Uitslag dei-keu ring. |
Schadevergoeding: | |
|
Als ziek afgemaakt. |
Na tuberculinafie, als verdacht geslacht. | |
|
1 i' afgekeurd , \ Vrouwelijk fokvee . . (maximun 1 toegelaten , (maximun \ afgekeurd, Ander vee.....j ( toegelaten , |
70o/o (levende waarde) i 420 frs.) 2o°!0 (levende waarde) i 150 frs.) 50o/o (vleeschwaarde) 250/o (vleeschwaarde) |
70% (vleeschwaarde) 15% (vleeschwaarde) 50% (vleeschwaarde) |
De vergoeding voor geslacht vrouwelijk fokvee wegens afkeuring, alsmede hij toelating voor consumptie (resp. 70% 011 150/o der vleeschwaarde), vervalt echter als dat vee niet geslacht wordt binnen den termijn vim 3 jaren na afloop der tuberculinatie.
Zoonls in deu aanvang reeds vermeld is, werd in het jaar 1896 aan schadevergoeding wegens geheide of gedeeltelijke afkeuring van vleesch van tuberculeus rundvee betaald het bedrag van 721 584,47 frs. Deze afkeuringen hadden betrekking op (5104 runderen.
Ten aanzien van de bepalingen omtrent liet procentisch bedrag der vergoeding van de waarde van afgekeurd vleesch of van de waarde van het goedgekeurd vleesch, zooals die voorkwamen in het gedurende bet jaar 189G geldende reglement van 30 October 1895, zijn die runderen te brengen tot de 5 volgende categorieën.
|
Categorieën (A-E). |
Aantal rum leren. |
Procentisch bedrag der vergoeding van de vleeschwaarde. |
Geldelyk bedrag der vergoedingen. | ||
|
I. |
(A). Afkeuring bij gewone slachtingen...... |
2G90 |
50% |
frs. |
372 154,00 |
|
II. |
Zieke runderen; nu gedwongen slachting: | ||||
|
(B), afgekeurd . . . , . (C). toegelaten..... |
909 | 1 â 1068 159 j |
70% 25% |
* 7f |
131 017,74 10 364,07 | |
|
III. |
Enkel door de tuberculine-proef als tuberculeus aangewezen runderen : | ||||
|
(D). afgekeurd..... (E). toegelaten..... |
247 i â 234G 2090 ) |
70% 25% |
li Ji |
46 485,86 161 502,80 | |
|
Samen . . . |
Cl 04 |
frs. |
721584,47 | ||
Sterilisatie van tuberculeus vleesch.
Bij uiinisterieck' beschikking van 30 September 1895 werd krachtens het algemeen reglement op den handel iu vleesch, vastgesteld by koninklijk besluit van 9 Februari 1891, en met wijziging van eene beschikking van 23 Juli 1894 aangaande tuberculose, bepaald, dat bij geheele afkeuring, tuberculeus rnndvleesch voor consumptie toegelaten kan worden, nadat het, onder veeartsenijkundig toezicht, minstens
35
3 uren is blootgesteld iiaii ceno vochtige temperatuur van 110° C., in een duor deu minister toegelaten sterilisatietoestel.
M e r k i n g van r n n d v e e.
Ten slotte verdient no^ de aandacht eeu in België voorgeschreven maatregel, die echter slechts zeer onvolledig toepassing gevonden heeft en reeds spoedig, door gemis van levenskracht, schijnbaar onopgemerkt is bezweken.
Toen met den aanvang van het jaar 189C de Belgische regeering den strijd tegen de runder-tuberculose met groot vertrouwen, grooten moed eu nog grooter spoed aanvaard had, heeft zij een maatregel bedacht en voorgeschreven om te voorkomen , dat er ten aanzien van sommige bepalingen van het tubprculose-reglerucnt van 30 October 1895, inzonderheid die der tuberculiue-proef, bedrog kon plaats hebben met frauduleus ingevoerd vee. Daarvoor achtte zü noodzakelijk, dat de identiteit der runderen op Belgisch grondgebied ten allen tijde vastgesteld moest kunnen worden; en aangezien dit alleen zou kunnen plaats hebben door die runderen van een blijvend merkteeken te voorzien, werd een metalen oormerk (een soort oorknop) ingevoerd.
Een koninklijk besluit van 15 Juli 1896 schreef deze merking van het Belgisch rundvee voor. Bij ministerieele beschikking van 17 Juli 1896 werd een reglement op het merken en de merkteekens vastgesteld en de invoering van den maatregel bepaald op 25 Augustus 1896, terwijl reeds vóór dien datum aangifte van al het rundvee moest geschieden. Eene uitvoerige ministerieele instructie van 25 Juli 1896 regelde voorts de toepassing van dat reglement in allerlei bijzonderheden.
Eigenaars en houders van rundvee hadden voortaan registers te houden van hunnen rundveestapel; evenzoo veekoopers en commissionnairs van hun rundvee. Het merken moest geschieden door daarvoor aangewezen afzonderlijke beambten (âagents recenseursquot;). Het houden, verkoopen, te koop stellen, ruileu eu vervoeren van ongemerkt rundvee was verboden.
Na een even kort als kwijnend bestaan is dit merkwaardig stuk administratief werk weer verdwenen.
Deze maatregel van het metalen oormerk was met ingang van 20 Augustus 1896 insgelijks voorgeschreven voor het uit het buitenland in te voeren vee (melk-en fokvee), ter vervanging van het vóór dien tijd bestaande brandmerk. Voor deze runderen is de maatregel wel is waar van toepassing gebleven, maar de ervaring schijnt reeds voldoende geleerd te hebben, dat in de praktijk de betrouwbaarheid der metalen oormerken ook in dit opzicht niet gi-oot mag heeten.
BIJr.age Cü.
Zwitserland.
Bij besluit van den Bondsraad van 24 Juli 1896 werd, met ingang van dien dag, het departement van landbouw gemachtigd, aan de kantons, op lumne aanvraag:
n. tuberculine kosteloos te verstrekken ;
I/. de helft der kosten, voor tuberculinatie gemaakt, terug te betalen;
een en ander op de volgende voorwaarden;
1. De tuberculine mag uitsluitend verstrekt worden aan veeartsen.
Deze alleen zijn gerechtigd de tuberculinatiën te verrichten.
2. De tuberculinatie moet geschieden volgens de door het land bouw-departement te geven voorschriften.
3. De tuberculinatie moet plaats hebben bij al deranderen, boven zes maanden oud, van den eigenaar die de aanvraag gedaan heeft.
4. Den 14den en den laatsten dag van elke maand hebben de veeartsen op hun verstrekte formulieren te rapporteeren over den uitslag van elke tuberculinatie; de rapporten worden door de kantons aan het landbouw-departement gezonden.
5. De dieren die gereageerd hebben , namelijk daardoor sterk verdacht zijn van tuberculose, moeten gemerkt worden aan het rechter oor door aan de punt een driehoekig stuk uit te snijden.
36
/
Een 2de artikel van liet besluit bepaalt, dat ten aanzien van dieren, die bij de tuberculine-proef niet reageeren en geene verscliynselen van tuberculose vertoonen, de veearts , die de proef verricht heeft, bevoegd is eeu certificaat af te geven, maar alleen ingeval zulke dieren blijvende kenmerken dragen, zooals b. v. een merk op een hoorn, een metalen raerkteeken (aan het oor bedoeld) of bepaalde kenteekenen aan het lichaam.
De voorschriften voor de tuberculinatie (art. 1, sub 2) zijn door het departement van landbouw vastgesteld den 15. December 189G.
Uit eone circulaire van den Bondsraad dJ. 24 Juli 1896 valt het volgende aan te teekenen:
Het besluit is genomen ten gevolge van talrijke aanvragen van kantonnale besturen en landbouwmaatscbappijen om de tuberculose door politiemaatregelen te bestrijden, te meer nu het mogelijk is geworden door middel van de tuberenline de ziekte in baar begin te onderkennen. Aangezien verschillende bepalingen der politiewet van 8 Februari 1872 niet toepasselijk gemaakt kunnen worden op de tuberculose, zijn tegen deze bijzondere maatregelen vastgesteld.
Het merken der gereageerd hebbende dieren is noodig om te voorkomen dat de eigenaar zulke dieren a's gezond verkoopt en daardoor de ziekte verbreid wordt.
Men is vrij de gezonde dieren al of niet te merken. Het landbouw-departement is echter gemachtigd , des gewenscht, tegen de helft van den gewonen prys hijzondere merkteekeneu te leveren (waarmee bedoeld het metalen merkteeken) alsmede de instrumenten om die aan te brengen.
De Bondsraad denkt er vooreerst niet aan , nog andere maatregelen voor te schrijven tegen de verdachte dieren , aangezien de reactie op de tuberenline het niet mogelijk maakt den graad der ziekte te herkennen. Sommige dieren kunnen sterk reageeren en toch goed zijn voor de fokkerij, de melkerij eu de vetmesting. Den eigenaren moet echter aanbevolen worden de verdachte dieren met de meeste zorg van de gezonde afgezonderd te houden, hunne melk door koken onschadelijk te maken voor den mensch en het jonge vee, en den verkoop voor de slachtbank niet te lang uit te stellen.
In December 1896 werd nog bepaald, dat uit te voeren vee , dat aan de Frausche grens na tuberculinatie (besluit van 14 Maart 1896, in werking getreden op 15 April) wordt afgewezen , door de betrokken Zwitsersche grensveeartsen op dezelde wijze aan het rechter oor gemerkt moet worden als het bij tuberculinatie in Zwitserland verdacht bevondene.
Het vorenvermeld besluit van den Bondsraad van 24 Juli 1896 en de circulaire van dezelfde dagteekening aan do kantons, alsmede de instructie van het departement van landbouw van 15 December 1896 aangaande de tuberculinatie, volgen thans in den oorspronkelijken tekst.
ARRÃTÃ DU CONSEIL FEDERAL
eoncernant les mesures a prendre contre la tuberculose de Tespèce bovine.
Le Conscil federal Suisse , en execution...............
CIRCULAIRE
du (Jonseil federal a tons les Etats confédérés eoncernant la lutte contre la tuberculose de l'spèce bovine.
Fidèles...........................
INSTRUCTIONS
relatives aux inscalations de tubereulino chez les animaux de 1'espèce bovine. (En execution de 1'arrêté du Consei! federal du 24 Juillet 1896.)
1.............................
Berne, le 15 Déccmbre 1896.
Di:j)arlumenI fétlnal da VAgriculture,
37
Bijlage Cr.
Saksen.
Pen 9. November 1897 kwamen bij den Landdag 3 wetsontwerpen in, die met elkaar in naauw verband stonden cu voor den stryd legen de tuberculose een breeden grondslag aanboden. Zij betroffen namel\jk :
I. De, invocrimj van eena alqemcene verplichle slachtvee- en vleeschkeurvij/.
II. De verzekering van hel slachtvee van slaalsmge,
III. De beslrijding van de luberculnse ran hel rundvee.
Met de ontwerpen I eu II ging het voorspoedig. Zij werden met eenige wijzigingen aangenomen, op 29 Maart 1898 door de 2de, op 29 April door de 1ste, op 6 Mei definitief door de 2de Kamer , en door den Koning bekrachtigd resp. in dato 1 en 2 Juni 1898.
En zoo kwamen tot stand in het koninkrijk Saksen : 1quot;. de verplichte keuring van het slachtvee en vleesch vanwege de gemeenten , door gediplomeerde veeartsen (,wissenschnflliche Fleisclibeschaiwrquot;) en door in byzondere leercursussen gevormde en van staatswege geëxamineerde vleeschkeurders {âLaieiilli'ischbeachnnerquot;); 2'. do verzekering , uitsluitend by de rijksver/.okeringsiurichting eu algemeen verplicht, van alle runderen en varkens boven den leeftijd van 3 maanden, tegen de schade , die na regelmatige slachting der dieren bij de vleesch keuring ontstaan door afkeuring of voorwaardelijke goedkeuring van het vleesch.
Beide zullen te gelijk in werking treden op nader te bepalen dag.
De invoering der algenieene vee- en vleeschkeuring was in Saksen reeds tientallen jaren aan de orde ; 33 steden , waarvan 25 met openbare slachthuizen , alsmede enkele landelijke gemeenten, hadden reeds van gemeentewege eene verplichte keuring ingevoerd. Eerlang zal deze nu voor het geheele koninkrijk in werking treden , nadat zij in eenige andere üuitsche staten reeds meer of minder langen tijd geleden werd ingevoerd. Aldus in Begeren, ongeveer 40 jaren geleden bij politieverordening; in Baden en Hessen in I8G5; in Wurtemberg iu 1879; alsmede in Saksen-Meiniugen, Saksou-Koburg-Gotha, Schwarzburg-Rudolstadt, Elzas-Lotharingen en enkele provinciën en , Regierungsbezirkp quot; van Pruissen.
Terloops zy opgemerkt dat in Nederland, ruim 30 jaren geleden , ten tyde toon de met de veepest pas opgedane ervaring alle onderdeden van veeartsenijkundige wetgeving tegelijk aan de orde bracht, tien 19. Mei 18(58 onder den minister Heemskerk 3 wetsontwerpen werden ingediend. Dat drietal omvatte eene geheele veeartsenijkundige staatsregeling en had ten doel de regeling van : 1°. het veeartsenykundig Staatstoezicht en de veeartsenijkundige politie; 2°. de uitoefening der veeartsen ij kunst; 3°. bet veeartsenij kundig onderwijs en de voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid van veearts.
Tot het sub 1°. bedoeld ontwerp was mede gebracht bet âtoezicht op verkoop van vee en vleeschquot; eu âde keuring van vee en vleeschquot;. Deze keuring, bij do wet voor het geheele Rijk voorgeschreven, zon zijn een onderwerp van gemeentezorg. Zij zou geschieden door âkeurders van vee eu vleeschquot;, die, voor zoover geen veeartsen, bij een jaarlijks van Rijkswege te houden examen van hunne geschiktheid hadden doen blijken , maar door de gemeenteraden op voordracht van burgemeester en wethouders zouden benoemd eu door de gemeenten bezoldigd worden, terwijl zij tevens belast zouden zijn âmet het inspecteeren eu tellen van het vee binnen den kring, waarvoor zij zijn aangesteldquot;. Deze ontwerpen werden niet door de Tweede Kamer onderzocht. Den 20. December 1808 werden de eerste twee ontwerpen gewijzigd ingediend onder den minister Fock. De vee en vleeschkeuring was daarin echter vervallen; eu hieromtrent luidde het in de memorie van toelichting: âBepalingen omtrent het keuren van vleesch en vee. . . . âschijnen hier minder op liare plaats. Keuring van levensmiddelen , zoo zij al wen-âschelijk wordt geacht, behoort meer tot de onderwerpen van gemeente- dan van âRijkszorgquot;. Daarbij is het toen gebleven , ofschoon , volgens het voorloopig verslag der Tweede Kamer over het eerste wetsontwerp, verscheidene leden het geen verbetering achtten , dat daarin de keuring van vleesch en vee was weggelaten , en hunne meening dienaangaande volgeuderwijs motiveerden: âIndien deze keuring een nood-â zakelijke gezondheidsmaatregel is, geldt het daarbij een vraagstuk van algemeen behmg âen dus geen gemeentezaak, maar eene Staatsaangelegenheid. Vooral zou eene keuring âvan Staatswege noodzakelijk zijn, als het waar is , dat niet slechts besmettelijke ziekten âonder het vee door het vleesch van besmette dieren worden overgebracht, maar dat âook het gebruik van dat vleesch een ongunstigeu invloed op de gezondheid der menschen â uitoefent
10
38
In België werd eene Rijkskeuring viin vleesch ingevoerd bij de wet van 4 Augustus 1890. Mede ten behoeve daarvan werd bij koninklijk besluit van 10 December 1890 het veterinair staatstoezicht georganiseerd, door iu elke provincie een veterinair inspecteur aan het hoofd van den dienst te plaatsen. Do dienst der vleeschkeuring werd geregeld bü besluit van 9 Februari 1891, terwijl bij besluit van 28 April 1891 bepaalde voorschriften werden gegeven ten aanzien van de uitvoering der keuring en de beoordeeling van het vleesch. Aldus toegerust, trad deze tak van staatszorg er in werking den 1. Juli 1891.
Thans terugkeerende tot de Saksische wetsontwerpen , valt dadelijk op te merken dat het met het 3de ontwerp, betreffende de bestrijding der tuberculose van het rundvee , niet naar wensch is afgeloopen. De wetgovings-deputatie der tweede kamer had daarover twee rapporten uitgebracht; een rapport der meerderheid (5 leden , onder wie de voorzitter) die zicb tégen, en een rapport der minderheid (5 leden) die, behoudens eenige wijzigingen, zich vóór de aanneming verklaarde.
De meerderheid was van oordeel dat het doel, dat de regeering zich gesteld had, namelijk de br vordering van de gezondheid van den mensch en het wegnemen van schade voor de veehouderu , door de gekozen middelen niet te bereiken zou zyn. Zou de wet eigenlijk alleen gericht zijn tegen de zwaarste gevallen van tuberculoseâzooals de raadslieden der regeering hadden doen uitkomen, onder opmerking dat eigenlek naar schatting de gedwongen slachting zich jaarlijks tot slechts 2598 dieren zou bepalen â dan, zoo meende de meerderheid, zou de wet in hoofdzaak vruchteloos blijven en der veehouderij een last veroorzaken, die met het bereikbaar doel in geen verhouding zou staan. Overigens werd nog beweerd, dat tegen die erge gevallen de veehouders zeiven, door ervaring geleerd, in hun eigen belang intijds afdoende maatregelen namen. Maar naar het oordeel der meerderheid zou der veehouderij een waar noodlot beschoren zijn, als de wet op alle gevallen van tuberculose van runderen zou worden toegepast. Dan toch zouden â als men met de toelichting van het ontwerp aannam, dat meer dan 25 pet. der runderen in Saksen tuberculeus zijn â binnen een half, uiterlijk binnen een vol jaar, meer dan 150 000 stuks rundvee naar de slachtbank gaan; waardoor eene buitengewone vermindering der waarde van het slachtvee en tévens duurte van het grootendeols uit het buitenland weder te betrekken fokvee de gevolgen zouden z\jn ; terwijl bovendien er geenerlei waarborg zou bestaan dat het ingevoerde vee van de ziekte vry zou zijn. Voorts achtte men de tuberculine voor dergelijke maatregelen in het groot geen voldoend vertrouwbaar middel. Ook werd door de meerderheid met nadruk betoogd, dat, na eventueele uitroeiing der ziekte, deze weder op nieuw kan ingevoerd worden , en alsdan de kostbare en bezwaarlijke strijd weder van voren af zou zijn te beginnen. Ten slotte meende zij, evenals de raadslieden der regeeriug, dat het gevaar voor de gezondheid van den mensch in hoofdzaak alleen gelegen was in het nuttigen van rauwe melk, afkomstig van tuberculeuse koeien, en derhalve door koken was weg te nemen. Op grond van een en ander stelde zij voor het 3de ontwerp af te stemmen.
Het ontwerp werd met 40 tegeu 24 stemmen verworpen in de vergadering van
29 Maart 1898.
Tegelijkertijd werden echter eenstemmig aangenomen twee voorstellen van leden, samen in hoofdzaak hierop neerkomende : dat eene bestrijding der tubercnlose onder het rundvee, hoewel op zich zelf dringend geboden te achten, te bezwaarlijk en te nadeelig moest Jieeteu nu die strijd alléén in Saksen gevoerd zou worden; dat niettemin eene proef diende genomen te worden om de uitwerking van zulke wet te kunnen beoor-deelen; dat daarom werd voorgesteld, op een aantal stallen na onderlinge overeenkomst met de eigenaren du bepalingen van het ontwerp in toepassing te brengen en nader over de uitkomsten daarvan te rapporteeren; dat voor die proef een bedrag van
30 000 Mark gedurende het jaar 1898 ter beschikking der regeering werd gesteld ; dat een niet de bevindingen by die proef rekening houdend nieuw wetsontwerp ter bestrijding der tuberculose van het rundvee nadien door de regeering zon worden ingediend; en dat der regeering verzocht werd door de vleesch keurders te doen aan-teekening houden en opgaven inzenden omtrent den âBezirkquot;, waaruit elk tuberculeus bevonden rund afkomstig is.
Het wetsontwerp, waarover die strijd iu het koninkrijk Saksen geloopeu heeft, bestond in hoofdzaak uit de volgende bepalingen.
§ 1. Indien na hot slachten van een rund bij de keuring tuberculose geconstateerd wordt, en om die reden het vleesch wordt afgekeurd of voorwaardelijk goedgekeurd (, als mindwwerllnij nrkldrlquot;, d. i. volgens de vastgestelde wet op de vleeschkeuring , iticlilbankwüiduiquot;, namelijk wél , fieniossbarquot; maar niet , baukwürdigquot; vleesch), is de vleeschkeurder verplicht daarvan aangifte te doen aan den âBezirks-thierarztquot; vau den âBezirkquot;, waaruit het rund afkomstig is.
89
S Daarop heeft de â Bezirksthierarztquot; den veestapel, waartoe het tuberculeus hcvoudoii rund behoord had , te bezichtigen en vast te stellen welke runderen daarvan verdacht zijn van tuberculose, deze nader te onderzoekou eu naar omstandigheden te tuberculineeren.
De hierbij tuberculeus bevonden dieren moeten gemerkt worden.
§ 3. De door den âBezirksthierarztquot; als tuberculeus aangemerkte dieren moeten van de overige zoo goed uiogelijk afgezonderd en onder politietoezicht gesteld worden. De eigenaar is verplicht de door den , Bezirksthierarztquot; naar den aard van het geval noodig geachte en uitvoerbare maatregelen te treffeu , dat die dieren de voor hen be stemde ruimten (stal, standplaatsen , open plaatsen , weidon) niet verlaten kunnen en buiten alle aanraking en gemeenschap met den overigen veestapel blijven.
De als tuberculeus aangemerkte dieren zijn van de fokkerij uit te sluiten en mogen slechts voor de slachtbank verkocht worden. Hot slachten moet plaats hebben binnen 4 weken. Op aanvraag kan door de plaatselijke politie die tyd tot 6 maanden verlengd worden.
Bij weigering of verzuim van binnen den gestelden tijd te slachten, verliest de eerste of latere eigenaar de aanspraak op schadevergoeding, die hem volgens § 2 dei-wet op de verzekering van het slachtvee van staatswege (voren vermeld onder II) zou toekomen.
§ 4. De standplaatsen, waar een tuberculeus bevonden rund binnen de laatste 6 weken vóór de vaststelling der tuberculose gestaan heeft, alsmede de naaste omgeving dezer standplaatsen, moeten door den eigenaar volgens aanwijzing van den B Bezirksthierarztquot; ontsmet worden.
§ 5. Op aanvraag van den eigenaar der van tuberculose verdachte dieren kan de tuberculinatie met vergunning der , Kreishauptmannschaftquot;, in plaats van tot die diereu beperkt te blijven , op zijn geheelen rundveestapel toegepast worden , op voorwaarde dat hij de verplichting op zich neemt, de tot uitroeiing der ziekte noodig geachte voorzieningen voor den geheelen rundveestapel te treffen.
§ 6. De kosten der tuberculinatie in de gevallen der § § 3 en 5 komen voor rekening van den staat. Zjj moeten echter terugbetaald of zoo noodig ingevorderd worden zoodra in het geval van § 5 de eigenaar de hem door den , Bezirksthierarztquot; gedane aanwijzingen niet nakomt of daarmee in strijd handelt.
^ 7. Tot het verrichten van tuberculinatiën in andere dan de in deze wet aangegeven gevallen is vergunning van de plaatselijke politie noodig.
§ 8. (Strafbepalingen.)
§ 9. Deze wet treedt in werking gelijktijdig met de wetten op de algemeene verplichte slachtvee- en vleeschkeuring en op de slachtveeverzekering van staatswege.
Wegens het nauwe verband, dat er tusschen de voren vermelde 3 Saksische wetsontwerpen bestaat, en waarop de ontwerpers op merkwaardige wijze de uitvoerbaarheid der wet tegen de rundertuberculose gegrondvest hadden, zijn hier nog 2 paragrafen te vermelden uit het wetsontwerp op de slachtveeverzekering (ontwerp II).
Vooreerst namelijk § 2, voren aangehaald in de laatste zinsnede van § 3 van ontwerp III (tuberculose). Deze paragraaf luidt in de aangenomen wet ten deele als volgt: . . . . Het verlies (door afkeuring van vleesch) wordt vergoed ten bedrage van 80 pet. Het verlies door afkeuring van enkele organen wordt niet vergoed. [Onder verlies door afkeuring van vleesch is volgens § 1 te verstaan het verschil tusschen de feitelijke waarde van het geslachte dier en de waardo, die bepaald wordt naar het slachtgewicht en naar een op geregelde tijdstippen vast te stellen gemiddelden marktprijs voor het kilogram slachtgewicht.]
In de tweede plaats §3, die uit de wet (II) vervallen is wegens de afstemming van het ontwerp IH (tuberculose). Zij luidde: âWorden runderen ingevolge de bepa-
âlingen der wet van...... betreffende de bestrijding der tuberculose der runderen ,
ânaar ambtelijk voorschrift geslacht en blijkt het bij de vleeschkeuring , dat zij vrij ,van tuberculose en ook niet door eene andere de waarde van het vleesch verminderende âziekte aangetast waren , dan ontvangt de eigenaar volle vergoeding van het verlies âdat door de slachting voor hem ontstaan is. Deze vergoeding bedraagt de gewone âwaarde van het dier vóór het slachten, slechts verminderd met de waarde van het âgeslachte dierquot;.
40
Bulaöe C8.
Oroot-Brittannië en Ierland.
Bij koninklijk besluit van 21 Juli 1890 werd ecno commissie van vijf leden benoemd om een onderzoek in te stellen of voedsel, afkomstig van tuberculeuse dieren, van invloed is op de gezondheid van den mensch en, indien het daarvoor schadelijk is , onder welke omstandigheden dat nadeel ontstaat. Deze commissie begon hare werkzaamheden den 21. Juli 1890 en was daarmee nauwelijks gereed toen in October 1894 haar voorzitter kwam te overlijden. Haar onderzoek had veel meer t^jd gevorderd dan men had kunnen voorzien; een rapport was door haar niet uitgebracht.
Bij koninklijk besluit van 15 November 1894 werd, met dezelfde opdracht, eene nieuwe commissie benoemd , bestaande uit de vier overgebleven leden der eerste commissie. Deze tweede commissie begon haar arbeid den 3. Januari 1895, werkte voort op hetgeen ter voldoening aan du opdracht reeds verricht was en bracht den 3. April 1895 eon uitvoerig rapport uit.
In beknopten vorm samengevat, luidt het oordeel der commissie in dat rapport: 1°. dat door voedering de tuberculose van dieren op dieren kan overgaan , en dat verondersteld mag worden dat ook de mensch die ziekte kan krijgen door van zulke dieren afkomstig voedsel; 2°. dat de gelegenheid om aldus door tuberculose te worden aangetast, onder bepaalde soorten van slachtvee in ruime mate aanwezig en het daarin voor den mensch gelegen gevaar wel van beteekenis is, maar het niet is te zeggen voor hoeveel de tuberculose van den mensch langs dezen of langs andere wegen ontstaat; Ã0. dat de omstandigheden, waaronder iu deze voor den mensch gevaar bestaat, betreffeu het opnemen van levende smetstof in voedsel dat rauw of onvoldoend toebereid is; 4°. dat de tuberculose het meest voorkomt bij het rundvee en de varkens, zeer veel meer bij volwassen runderen dan bij kalveren, veel meer bij hel, vee der melkerijen in steden dan bij dat der vetmesterijen; 5°. dat de smetstof zelden in het vleesch , maar inzonderheid in ingewanden , vliezen en klieren is gezeten ; G0. dat er reden is om aan te nemen dat smetstof, ontdekt aan geleverd vleesch , in den regel afkomstig is van andere deelen van het dier en bij de behandeling van het vleesch daarop overgebracht; 7°. dat de smetstof ook aanwezig is in de melk der koeien als de uier door tuberculose is aangetast, maar zelden of nooit indien de uier daarvan vrij is; 8°. dat de smetstof in de melk bijzonder gevaarlijk is voor de dieren die met zulke melk of daarvan afkomstige producten gevoed worden , en dat zonder tw\jfel de tuberculose van den mensch. voor zoover zij door voedsel wordt teweeggebracht, grootendeels ontstaat door tuberculeuse melk ; 9°. dat de herkenning der ziekte bij het levend vee zeer moeielijk , maar dat, gelukkigerwijs, de tuberculose der uiers van de melkkoeien in de meeste gevallen met zekerheid te ontdekken is; 10°. dat zonder gevaar een groot deel van het vleesch van tuberculeus vee geconsumeerd kan worden , indien alle tuberculeuse deelen verwijderd en verontreiniging van het vleesch met stof uit zulke deelen voorkomen worden; 11°. dat de gewone toebereiding van het vleesch wel voldoende zal zijn om de met smetstof verontreinigde buitenzijde onschadelijk te maken , maar niet om dieper gezeten smetstof te vernietigen; 12°. dat het slechts zeer korten tijd koken van tuberculeuse molk waarschijnlijk voldoende zal zijn om baar onschadelijk te maken.
Uit dit overzicht blijkt dat de commissie, ten aanzien van hare omschreven opdracht, in April 1895 geen nieuwe gezichtspunten kou bijbrengen.
Ruim een jaar nadien gaf echter haar arbeid in Engeland aanleiding tot het in liet leven roepen van eene commissie, bij koninklijk besluit van 6 Juli 1896, wier mandaat een uitvloeisel was van het oordeel barer voorganster. Zij bestond uit zeven leden en had onverwijld te onderzoeken , welke administratieve maatregelen nuttig en wenschelijk zijn te achten tegen liet gevaar dat voor den mensch gelegen is in het gebruiken van vleesch en melk van tuberculeuse dieren als voedsel; en naar welke beginselen de verantwoordelijke autoriteiten ten behoeve van consumptie zouden hebben af te keuren dieren, doode dieren en vleesch, die op eenigerlei wijze door tuberculose zijn aangedaan.
Deze commissie heeft hare taak zeer breed opgevat. Zjj achtte het noodig een uitvoerig onderzoek in te,stellen naar de uitbreiding der tuberculose onder het slachtvee in het Vereenigd Koningrijk, naar de wijze waarop dat vee gehouden wordt, naar hetgeen er geschiedt ten aanzien van keuring van en toezicht op vleesch en in den handel gebrachte melk , alsmede naar de wijzigingen die bestaande wetten of hunne uitvoering zouden hebben te ondergaan naar liet oordeel van de vertegenwoordigers van verschillende hierbij betrokken belangen. Zij hield voor dat doel eene zeer uitvoerige enquête van 18 November 1890 tot 12 Juli 1897 en hoorde in 23 zittingen
41
55 getuigen, waarvan het yerslag alleen 336 folio bladzijden in kleine letter beslaat. Bovendien werd door 3 leden der commissie in België, Duitscbland en Denemarken op verschilleude plaatsen een onderzoek ingesteld naar de aldaar omtrent dezelfde aangelegenheden bestaande zienswijzen en maatregelen.
Het onderwerp van dat uitgebreid onderzoek bestond natuurlijkerwijs uit twee boofddeelen, namelijk Let tegengaan der besmetting van den mensch door 1°. de consumptie van tuberculeus -vleesch . 2°. de consumptie van melk afkomstig van tuberculeuse koeien.
Den 4. April 1898 bracht de commissie een uitvoerig verslag uit, waarvan de voorstellen ten deele iu het kort hier zgn vermeld, anderdeels slechts even zijn aangeduid waar z\j vooralsnog voor het doel van dit overzicht geen bijzonder belang aanbieden.
VOORSTELLEN.
Vleesch.
A. Slachthuizen.
1. Aan plaatselijke besturen in Engeland en Wallis en in Ierland gelijksoortige bevoegdheid te verleenen als voor Schotland krachtens de â Burgh Police (Scotland) Act, 1892 quot; bestaat, namelijk :
a. bij oprichting van een openbaar slachthuis van bestuurswege , te kunnen verbieden dat na verloop van 3 jaren ergens anders ter plaatse worde geslacht;
b. vanwege het plaatselijk bestuur te kunnen verordenen, dat alle vleesch, van buiten ingevoerd en niet afkomstig uit een openbaar slachthuis , op bepaalde plaatsen worde gekeurd tegen betaling van keurloon;
c. na oprichting van een openbaar slachthuis keurmeesters aan te stellen die alle dieren na het slachten hebben te onderzoeken en de gezond bevondene als zoodanig te merken.
2. (Opmerkingen van locaal belang, betreffende de behoefte aan vleesch van Londen als een geheel.)
3. Ten aanzien van slachthuizen wordt het een moeilijker geval op het platte land. Toch zal dat bezwaar ondervangen moeten worden, aangezien anders het ongezonde vee geslacht en verkocht zal worden in kleine dorpen waar het geene keuring zal ondergaan. Derhalve wordt aanbevolen in Groot-Brittaunie de regeling der vleesch-keuring in landelijke districten op te dragen aan de graafschapsraden en voor Ierland eene overeenkomstige voorziening te treffen.
4. Verbod van vleeseh in den handel te brengen van eenig dier, dat niet geslacht is in een overeenkomstig de wet bestaand slachthuis.
B. Eischen te stellen aan keurmeesters van vleesch,
5. (Bevat een programma voor een examen als keurmeester, af te leggen voor eene door het plaatselijk bestuur aan te wijzen autoriteit).
C. Tuberculose bij slachtvee.
6. Bevoegdheid aan het plaatselijk bestuur om voorschriften te geven, waarnaar de keurmeesters zich hebben te richten bij de beoordeeling van geslacht tuberculeus vee. (De commissie geeft daarvoor eenige beginselen aan ten aanzien van geheele en van gedeeltelijke afkeuring van tuberculeus rundvee, van steeds geheele afkeuring van tuberculeuse varkens en van steeds geheele afkeuring van ingevoerd geslacht vee waarvan het borstvlies afgepeld is.
Melk.
D. Ziekten van de uiers van koeien.
7. Verplichte aangifte van iedere uierziekte door de eigenaars der koeien, zoowel in private melkerijen als in die welke de melk in den handel brengen; ouder bedreiging van straf.
8. Ten einde buiten den handel te houden de melk van koeien met uier-tuber-culose of met clinische verschijnselen van tuberculose, behooren de plaatselijke besturen
11
42
gelijksoortige bevoegdheid te ontvangen als in de secties 24â27 der âGlasgow Police (Amendment) Actquot;, met de macht zulke koeien te doen afmaken tegen schadevergoeding onder de in het rapport aangegeven voorwaarden.
9. Bevoegdheid aan de plaatselijke besturen om van tijd tot tjjd van de in hunne districten voortgebrachte of verkochte melk proeven te nemen en deze te onderzoeken; alsmede de verplichting aan de melkslijters om voldoende inlichting te verschaffen omtrent de afkomst van hunne melk.
Waar in havenplaatsen melk en melkproducten uit het buitenland aangevoerd worden, zullen de kosten van dergelijk onderzoek ten laste van de invoerders komen.
E. Rund veestalle n enz.
10. Bevoegdheid aan de plaatselijke besturen tot het geven van voorschriften ten aanzien van melkerijen , rundveestallen enz.
11. (Eischeu dienaangaande in steden te stellen , wat betreft de ligging der stallen.)
12. (Eischen ten aanzien van melkerijen te stellen in volkrijke plaatsen, onverschillig of in steden of op het platte land, wat betreft een ondoordringbaren vloer, het beschikbaar zijn van eene voldoende hoeveelheid water, een behoorlijken afvoer, eene bergplaats van mest op behoorlijken afstand, een minimum cubieke ruimte van 600 tot 800 (Eng.) voet voor ieder volwassen rund naarmate van z\jn gewicht, een minimum vloerruimte voor ieder volwassen rund van 50 voet, voldoende licht en ventilatie).
13. (Dergelijke eischen in weinig bevolkte plaatsen, behalve wat betreft de cubieke ruimte; enz.)
14. Het bestuur der plaats, waar koeien gehouden worden wier melk in eene andere plaats geleverd wordt, zij verplicht des gevraagd aan het bestuur dier andere plaats alle inlichtingen te verschaffen aangaande de gesteldheid der koeien , stallen enz. waarvan de melk afkomstig is. Enz.
F. Uitroeiing van de rundertuberculose.
15. Den Landbouwraad in Engeland en Schotland en het Veeartsenijkundig Departement van den Geheimen Raad in Ierland worden gelden ter beschikking gesteld ten behoeve der bereiding van tuberculine in het groot; en de veehouders worden aangemoedigd om hun vee aan de proef te onderwerpen , door het aanbod van koste-looze verschaffing der tuberculine en van kostelooze verrichting der proef door een veearts op bepaalde voorwaarden.
Deze voorwaarden behooren te zijn:
a. dat de proef verricht worde door een veearts ;
b. dat de tuberculine alleen verschaft worde aan veehouders die bereid zijn de gereageerd hebbende dieren af te zonderen van de gezonde ;
e. dat de veestapel, waarop de proef zal plaats hebben, gehouden worde onder voldoende sanitaire voorwaarden, inzonderheid wat betreft voldoende hoeveelheid lucht, ventilatie en licht in de gebouwen waar de dieren verblijven.
16. De genoemde lichamen hebben zich tot taak te stellen, aan de landbouw-maatschappijen inlichtingen te verschaffen aangaande de juiste wjjze van toepassing der tuberculine-proef, met verklaring van de beteekenis der reactie en aanwijzingen voor afdoende afzondering der gereageerd hebbende dieren.
Met betrekking tot het eerste onderdeel: Vleesch , is door 3 van de 7 commissieleden nog een afzonderlijk voorstel gedaan als;
D. Schadevergoeding by confiscatie.
De eigenaar van een dood dier, dat geheel of ten deele afgekeurd en vernietigd wordt op last van eene autoriteit ter zake van tuberculose, zal volle vergoeding ontvangen en terugbetaling van het bedrag dat hjj voot het dier had betaald; op de volgende voorwaarden:
43
a. dat de autoriteit, die de confiscatie gelast, zich te voren moet overtuigd hebben dat het dier er voor bet slachten goed uitzag, goed gevoed was en geen zichtbare teekenen van tuberculose vertoonde ;
h. dat geene vergoeding gegeven '.vordt voor eenig dier waarvoor minder betaald was dan een maximum prijs , die van tijd tot tjjd door den Landbouwraad zal worden vastgesteld overeenkomstig de loopende marktprijzen, en evenmin vergoeding gegeven wordt boven een maximum prijs, die op dezelfde wyze zal worden bepaald;
c. dat de betaling vfin vergoeding uitsluitend zal geschieden op last van de autoriteit die de confiscatie van het doode dier gelast heeft;
d, dat al deze vergoedingen zullen komen ten laste van den Raad van het administratief graafschap, wien de helft van het bedrag zal worden terugbetaald uit de rijkskas.
Ten aanzien van dit punt, het eenige waaromtrent de 7 leden der commissie verdeeld waren, schijnt het mij van voldoend belang nog eenige bijzonderheden uit het verslag der commissie hier aan te teekenen.
Van de 55 getuigen bij de enquête was er slechts één, die zich tégen schadevergoeding bij afkeuring verklaarde. Een groot aantal, inzonderheid de vertegenwoordigers van slagersvereenigingen en van kamers van landbouw, waren van oordeel dat de slagers schadevergoeding behoorden te ontvangen; 10 waren van meening dat die vergoeding behoorde te geschieden door het Rijk; C wilden haar ten laste van de plaatselijke kassen gebracht hebben ; één pleitte voor eene verdeeling van deze uitgaven. Maar allen nagenoeg stemden daarin overeen, dat geene vergoeding gegeven behoorde te worden voor een dier dat tegen minder dan een minimum-prijs b. v. 8 £ was gekocht, en dat de vergoeding beperkt behoorde te blijven tot een maximum-prijs, b. v. 30 £. De eisch van schadevergoeding was gegrond op het moeilijk of onmogelijk herkenbaar zijn van de ziekte vóór het slachten en op de omstandigheid, dat de onteigening plaats had in het belang der algemeene gezondheid, terwijl bovendien werd aangevoerd dat het verlies voor de slagers door zulke onteigening zeer groot was.
De meerderheid der commissie kwam, na rijpe overweging, tot het besluit dat schadevergoeding in deze geene aanbeveling verdient. De risico , in den aankoop van slachtvee ten aanzien van tuberculose gelegen , is ten volle in den handel erkend ; en , zooals eenige getuigen toestemden, daarmee houdt de pry's rekening. Onder zulke omstandigheden was er voor de meerderheid geen reden om den kooper uit de openbare kas vergoeding te geven bij de kwade kans, terwyl het voordeel geheel aan zijn kant bleef bij de goede kans. Bovendien achtte zij het algemeen belang weinig bij de zaak betrokken; omdat het gevaar voor den mensch , gelegen in het gebruik van vleesch van tuberculeus vee zeer sterk overdreven is geworden; en hield zy het er voor dat voortaan afkeuringen, beperkt tot die gevallen, waarin werkelijk de openbare gezondheid gevaar zou loopen, weinig zouden voorkomen. Ook de risico van den slager werd zeer overdreven geacht, want meestal gold het melkkoeien, bij wier aankoop met deze kans rekening wordt gehouden.
Der commissie was gebleken dat in verschillende streken van het land er onderlinge veeverzekeringen waren ontstaan tegen verlies bij het slachten ten gevolge van afkeuring, en dat de hoogste premiën voor die verzekering afwisselden van eenige stuivers tot ongeveer een shilling. Sommige slagers, onder de getuigen, vonden echter de risico niet waard er zooveel drukte om te maken. Andere getuigen, die by den vleeschhandel betrokken waren , verklaarden zich ten eenenmalo tégen het stelsel van onderlinge verzekering. Maar in verband hiermede verdient opgemerkt te worden , dat één belangrijk en gezaghebbend getuige toegaf, dat erkenning van het stelsel der onderlinge verzekering practisch den rechtsgrond voor schadevergoeding zou wegnemen. De meerderheid der commissie is van oordeel, dat in alle verliezen in deze ten gevolge van afkeuringen zeer goed en gemakkelijk voorzien kan worden doer het stelsel van onderlinge verzekering; en zij is voorts van meening dat, waar openbare slachthuizen bestaan of zullen ontstaan, het aan te bevelen zou zijn, dat de plaatselijke autoriteiten die er het toezicht voeren, zich ook met die verzekeringsfonden zouden mogen inlaten.
|
Bijlage O9. 44 MAATREGELEN TEGEN BE TUBERCULOSE VAI HET RÃÃNDVE |
EE | |||
|
MAATREGELEN. |
Denemarken. Wetten 14 April 1893. Wet 26 Maart 1898. |
Zwitserland. Besluit 24 Juni 1896. |
Frankrijk. Besluit 28 Juli 1888. (Politiewet 21 Juli 1881.) O/j/iwr/j-tuberculinatie-wet 9 Juli 1895. |
Reg Doc De De 1. 2. (3. c Do |
|
Aangifte. Afzondering. Verbod vervoer (tenzij naar slachtbank). Afmaking. (Slachting.) |
⢠|
Door eigenaars, houders, veeartsen enz. (Volgens politiewet.) | ||
|
De zieke dieren. (Incl. uiertuberculose.) |
-----â |
De zieke en de van ziekte verdachte dieren. ^ De getuberculineerde, j van besmetting ver-1 dachte dieren. | ||
|
De koeien met uiertuberculose. |
1. De zieke dieren. 2. De van ziekte verdachte dieren die bij de tuberculine-proef gereageerd hebben. 3. Voor vergoeding ; binnen 1 jaar, de door de tuberculine-proef van besmetting verdachte dieren.) | |||
|
Ontsmetting. |
Door en op kosten van eigenaar. |
(Volgens politiewet.) | ||
|
Tuberculine. |
1. De van ziekte verdachte dieren. 2. De van besmetting verdachte dieren. |
Ve Vc Vc | ||
|
Verplichte tuberculin at i e. | ||||
|
Kosten van vrywil-lige tuberculin a-tie. |
Voor rekening van den Staat. (Eventueel enkel de eerste tuberculine-proef.) |
Voor rekening van den Staat; de tuberculine, en eventueel '/2 der kosten van aanwending. Voor rekening van kanton : c. q. Vs der kosten van aanwending. |
⢠| |
|
Voorwaarden voor vrywillige tuberculin a t i e. |
1. Afzondering gereageerd hebbende dieren. 2. Herhaalde tuberculi-natie der gezonde. Enz. |
Merken der gereageerd hebbende dieren. (Driehoekig stuk uit punt rechter oor.) |
(Afzondering en) Verbod van vervoer. (Zie boven.) |
1. 2. 3. 4. 1 1. 2 ld |
|
Schadevergoeding. |
Na afmaking (uier-tuber-culose) '/4 der slacht-waarde, 8/4 in geval van geheele afkeuring. |
Voor afgemaakte dieren; '/4 der waarde van het afgekeurde vleesch. Voor geslachte dieren: (na tuberculine-proef) V2 der waarde van het afgekeurde vleesch. | ||
45
EENIGrE STATEN VAN REGEERINamp;SWEamp;E TOEGEPAST OF VOORGESTELD.
|
België. Reglement 10 Aug. 1897. (In werking 15 Sept. 1897). Door: 1. eigenaars vau geslacht vee; 2. de veeartsen. 388. 1881 itie' aders, (Yo |
Saksen. O/^ircr/i-tuberculinatie-wet van 9 Nov, 1897. (Verworpen 29 Maart 1898.) Wetten 1 en 2 Juni 1898: Vleeschkeur. Vee verzekering. Door de vleeschkeurders. |
|
De zieke en de van ziekte verdachte diereu. De getnberculineerde, van besmetting verdachte dieren. |
De zieke en de van ziekte verdachte dieren. De getuberculineerde, van besmetting verdachte dieren. :iekte erde ver' |
|
De zieke dieren. 1. 2. De van ziekte verdachte dieren die bij de tubercu-line-proef gereageerd hebben. ver s bij proef i. bin' door jroef ver- (3. Voor vergoeding: binnen 3 jaar. de door de tuber-culine-proef van besmetting verdachte dieren.) |
Do zieke dieren. Alle verdachte dieren. (Voor de vergoeding: binnen 4 weken, uiterlijk 6 maanden, de door de tuber- culine-proef verdachte dieren). |
Door en op kosten van eigenaar.
Door en op kosten van eigenaar.
|
Verboden: gebruik, invoer, vervoer; behoudens vergunning van den minister. |
Buiten de gevallen der wet, is het aanwenden van tuberculine verboden, tenzij met vergunning der politie. |
De van besmetting verdachte dieren (koppel, waaruit geslacht tuberculeus vee afkomstig.)
Merking der gereageerd hebbende dieren.
veiquot; ting
|
Voor rekening van den Staat: de tuberculine en de aanwending 1quot;. bij van ziekte verdachte dieren , indien zü bü de proef reageeren ; 2'. indien noodig geacht, bij reeds getnberculineerde, gezonde dieren. Voor rekening eigenaar: In alle andere gevallen. |
Voor rekening van den Staat. (Eventueel enkel de eerste tuberculine-proef). |
|
1. Afzondering der gereageerd hebbende dieren. 2. A. Herhaalde tuberculinatie der gezonde c. q. toelaten. B. Zorg tegen besmet voeder. C. Geboren kalf verwijderen. D. Nieuw aangekocht vee door de proef onderzoeken. 3. Uitsluitend verkoopen voor slachtbank, maar op onbepaaldeu tijd. (Voor vergoeding: binnen 3 jaar). 4. Geen mestvee. Voor mannelijk fokvee enz. bijzondere bepalingen voor vergoeding. er |
1. Afzondering der gereageerd hebbende dieren. 2. Voor de vergoeding; slachten binnen 4 weken, uiterlijk 6 maanden. 3. Uit te sluiten van de fokkerij. 4. Merking der gereageerd hebbende dieren. |
|
Voor gevallen b\j slachting ontdekt: 50 pet. der vleeschwaarde, bij afkeuring.
|
Uit de Staatsverzekeringskas: (Wet veeverzekering). in; iet ef) iet Van de schade = verschil tusschen de waarde na afkeuring en de slachtwaarde, volgens gemiddelden marktprijs per kilogram slacht-gewicht: 80 pet. Le Scci claris, Dr. A. W. H. WIRTZ. |
I;^ ⢠v.lt;jn
â
;
'
'
,
|
/6 | |
|
5 | |
|
' | |
.
⢠â¢
.
..
.
.
V:, 1
I
I
â
.
.
;i
.
â quot;
: ;â¢