ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

/^- 31

slSTlTUUT VOOR BESTUURSRECHT

fic j U^k

IIUI8II0IIDELIJK REGLEMENT

VOOR

üf Mti vm ÜWamp;illRt

T E

ARNHEM.

i

i i

»lt;*0gg00o-

(JlPiS

'SGRAVENHAGE, 1 887.

RIOKSlWIVERSmiT UTRECHT

iats- en ht der l\IJ Kigt;Ul 11 t wi »w« • Utrechl

1003 5255

ocr page 4
ocr page 5

INHOUD

Pagina.

§ 1. Besteraming van het gesticht.......1

§ 2. Inrichting van het gesticht........2

§ 3. Onderhoud van de gebouwen.......3

§ 4. Het College van Regenten........3

§ 5. Beambten in het algemeen........4

§ 6. De Directeur.............7

§ 7. De schrijver.............10

§ 8. De geneesheer............10

§ 9. De godsdienstleeraars , godsdienstonderwijzers en

do geestelijke............12

§10. De onderwijzer.............13

§11. De bewaarders............14

§12. De bewaarster............14

§ 13. De boodschaplooper...........15

§ 14. De gevangenen in het algemeen......15

§ 15. Gegijzelden wier verplegingskosten komen voor

rekening van het publiek gezag......20

§ 16. Gearresteerde zeelieden en personen op wie lijfsdwang wordt toegepast, ten einde hen te noodzaken tot voldoening eener schuld of tot nakoming eener verbintenis of verplichting,

wier verplegingskosten komen voor rekening van particulieren...........20

ocr page 6

IV.

Pagina.

§ 17. Wegens wangedrag-, op rechterlijk bevel opgesloten personen............21

§ 18. Doortrekkende gevangenen en andere onder verzekerde bewaring vervoerd wordende personen. 21

§ 19. Briefwisseling.............22

§ 20. Bezoeken..............23

5 21. Arbeid...............25

§ 22. Onderwijs..............26

§ 23. Bibliotheek..............27

§ 24. Tucht...............27

§ 25. Voeding.............. . 28

§ 26. Kleeding- en liggingstukkeu.....- . 29

§ 27. Mobilair. . . . ,..........^0

§ 28. Brandweer..............32

§ 29. Wasscherij..............32

§ 30. Verwarming.............33

§ 31. Verlichting..............33

§ 32. Kantine...............34

§ 33. Pistole...............34

§ 34. Kinderen van gevangenen........35

§ 35. Militaire wacht............35

§ 36. Slotbepaling.............36

ocr page 7

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

VOOR HET

HUIS VAX BEWARIXG

TE

ARNHEM.

§ 1. Bestemming van het gesdclif.

Art. 1.

Het huis van bewaring is besterad:

1°. tot opneming van hen, die de straffen van hechtenis of van militaire detentie moeten ondergaan;

2°. tot opneming van alle anderen , wier vastzetting, aanhouding , gevangenneming of gevangenhouding door het openbaar gezag is bevolen, of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking geschiedt, voor zoover geen andere plaats voor hen is bestemd;

3°. tot verblijf voor doortrekkende gevangenen en andere onder verzekerde bewaring vervoerd wordende personen.

ocr page 8

2

$ 3. Inrichting Tan het gesticht.

Art. 2.

Het gesticht bevat twee afdeelingen, eene voor mannelijke en eene voor vrouwelijke gevangenen.

Die afdeelingen zijn onderling gescheiden en afgesloten.

Art. 3.

Voor preventief gevangenen, voor jeugdige veroordeelden, voor veroordeelde militairen, voor vastgezetten wegens wangedrag, voor gegijzelden om schulden, voor loegelatenen tot de pistole, voor zieken en voor gevangenen verwezen naar de straf klasse, worden afzonderlijke vertrekken aangewezen. Van dezen regel kan met goedvinden van den maandcommissaris alleen wegens plaatsgebrek worden afgeweken. Meerdere gegijzelden om schulden kunnen met elkander in één vertrek worden geplaatst.

Alle aanraking tusschen gevangenen van verschillende cate-gorien wordt zooveel mogelijk vermeden.

Art. 4.

Alle vertrekken zijn genommerd; op de deuren staat de bestemming aangewezen.

Op of naast de deur van elke cel of van elk vertrek voor gemeenschappelijke opsluiting is gehecht een kaart waarvan het model door den Minister van Justitie wordt vastgesteld.

Art. 5.

Op het bureel van den Directeur hangt een lijst, waarop al de lokalen van het gesticht en de bestemming van elk lokaal vermeld staan.

Art. 6.

Elke sleutel draagt het nommer van de deur, waartoe hij behoort en, voor zoover hij voor meerdere deuren bestemd is, de aanduiding daarvan.

ocr page 9

§ 3. Onderhond van dc gebouwen.

Art. 7,

Het onderhoud der gebouwen wordt in het openbaar aanbesteed.

Alle werken aan de gebouwen staan onder de leiding van den Ingenieur-architect voor de gevangenissen en rechtsgebouwen en het toezicht van een door den Minister van Justitie aangewezen Opzichter.

In spoedeischende gevallen kan de Voorzitter van het Collego van Regenten, in overleg met den Opzichter , voorloopige maatregelen nemen. Voorstellen betreffende voorzieningen kan het College ten allen tijde aan den Minister van Justitie doen.

Art. 8.

De werklieden , die bij werkzaamheden aan of bij de gebouwen gebezigd worden, moeten buiten alle aanraking met gevangenen gshouden worden.

De werklieden, die daarmede in verband staande bevelen niet nakomen, worden dcor den Directeur uit het gesticht verwijderd.

§ 1. Het College Tan Regenten.

Art. 9.

Het toezicht over alle aangelegenheden van het gesticht is aan het College van Regenten opgedragen.

Het ziet inzonderheid toe op het gedrag, den dienstijver en de plichtsbetrachting van de onderscheidene beambten; op de behoorlijke behandeling (verpleging, voeding , kleeding, ligging, werkverschafffing, enz) van de gevangenen; op de handhaving van orde en tucht; en voorts in het algemeen op ae nauwkeurige naleving van de bestaande of later vast te stellen bepalingen omtrent het gevangeniswezen.

Art. 10.

Het beheer der gevangenis wordt gevoerd door den Directeur onder de bevelen van het College van Regenten.

ocr page 10

4

Art. 11.

In spoedeischende gevullen en in zaken betreffende den dage» lijksrhen dienst treedt de Vocrzitter (bij ontstentenis of ziekte door het oudste lid te vervangen) namens het College op, tenzij bij de Instructie, vast te stellen -volgens art. 14 van den alge-meenen maatregel van inwendig bestuur van 31 Augustus 1886 (StaatsUad n0. 159), het dagelijksch toezicht of de beschikking omtrent een of ander onderwerp aan een' uf meer volgens rooster maandelijks of wekelijks aftredende commissarissen wordt opgedragen.

Bijaldien de commissarissen wekelijks aftreden, moet in volgende artikelen voor » maandcommissarisquot; worden gelezen: tgt; weekcommissaris.quot;

Aat. 12.

Het College van Regenten is bevoegd in dringende omstandigheden de beambten ic hunne betrekking te doen bijstaan, of wel hen voor ten hoogste 14 dagen te schorsen, mits hiervan dadelijk kennis gevende aan den Minister van Justitie.

Art. 13.

In gevallen, waarin bij dit reglement of bij andere besluiten of beschikkingen niet is voorzien, handelt het College van Regenten naar de hierbij aangenomen beginselen, of wendt het zich om inlichting tot den Minister van Justitie.

§ 5. Beambten In het algemeen..

Art. 14.

Aan de beambten is verboden:

1°. eene andere bediening te bekleeden of eenige nering te drijven, hetzij op hun eigen naam, hetzij op dien hunner huis-genooten;

2°. rechtstreeks of zijdelings aan eenige aanneming of levering ten dienste van het gesticht of van de gevangenen deel te nemen.

ocr page 11

5

Hiervan is uitgezonderd de voorziening in het onderhoud van gegijzelden om schulden, van toegelatenen tot de pistole ea van officieren en onderofficieren der landmacht of van daarmede in rang gelijkstaande militairen, voor zooveel deze aanspraak hebben op eene bijzondere verpleging;

3°. rechtstreeks of zijdelings van een aannemer of leverancier giften of geschenken aan te nemen;

4°. voor gevangenen een of ander voorwerp in of buiten de gevangenis te brengen, van gevangenen of in hun belang van derden geschenken of betaling aan te nemen;

5°. aan gevangenen of andere particuliere personen eenige mededeeling betreffende gevangenen te doen;

6°. van gevangenen iets te koopen, of aan hen teverkoopen of ter leen te geven, of van gevangenen ter leen te ontvangen;

7°. zich met kortelings ontslagen gevangenen in te laten;

8°. zonder goedkeuring van den Directeur werk voor hunne rekening aan gevangenen op te dragen.

Het eerste en zevende nommer van dit artikel zijn niet van toepassing op de godsdienstleeraars of godsdienstonderwijzers, den geestelijke, den geneesheer en den onderwijzer. Het zevende nommer geldt niet voor den Directeur.

Art. 15.

Billijkheid en menschlievendheid in het behandelen van gevangenen is den beambten aanbevolen.

In geval van tegenstand of (zelfs lijdelijk) verzet wordt krachtdadig te werk gegaan.

Art. 1G.

De beambten behooren aan hunne meerderen ondergeschikt-beid te betooneu en dadelijk aan hunne bevelen te gehoorzamen.

De beambten zijn verplicht de godsdienstleeraars of godsdienstonderwijzers, den geestelijke, den geneesheer en den onderwijzer met de noodige onderscheiding te behandelen.

ocr page 12

6

Art. 17.

De mannelijke beambten begeven zich nimmer in de afdeelingquot; voor vrouwelijke gevangenen, dan op bepaalden last van den Directeur of, in spoedeischende gevallen, op aanzoek van de bewaarster.

In die afleeling wordt een mannelijk beambte steeds door de bewaarster vergezeld.

Het bepaalde bij dit artikel is niet van toepassing op de gods lienstleeraars of godsdienstonderwijzers, den geestelijke, den geneesheer en den onderwijzer.

Art. 18.

Alle misbruiken, verkeerdheden of overtredingen in eenig onderdeel van den dienst worden , door tussehenkomst van den Directeur, zonder uitstel ter kennis van den Voorzitter van het College van Regenten gebracht.

Wanneer de aard van het geval het medebrengt, kan elk baambte zich rechtstre3ks tot het Collega wenden.

Art. 19.

De Directeur en verdere beambten verlaten de stad niet dan met toestemming van het College van Regenten.

Aan den Directeur en den bewaarder der eerste klasse wordt nimmer gelijktijdig verlof verleend.

Op verzoeken om verlof wordt beschikt: voor eene afwezigheid van ten hoogste 8 dagen door den Voorzitter van het College van Regenten; van ten hoogste 14 dagen door het College; van meer dan 14 dagen door den Minister van Justitie.

Verzoeken om verlof van meer dan 14 dagen worden ingediend door tussehenkomst van het College van Regenten, dat bij de opzending zijn gevoelen daaremtrent tevens mededeelt.

De beambten verwijderen zich gedurende de uren van hunnen dienst niet uit het gesticht zonder voorkennis en toestemming van den Directeur. Deze draagt zorg dat steeds voldoend personeel in het gesticht aanwezig blijft.

Het laatste lid van dit artikel is niet van toepassing op de godsdienstleeraars of godsdienstonderwijzers, den goastelijke en den geneesheer.

ocr page 13

7

Art. 20.

Door de beambten mag alleen in hunne wachtkamer worden g-erookt, en met goedvinden van den Directeur ook op het bureel.

Art. 21.

De beambten, voor zoover zij daarvan niet zijn vrijgesteld bij art. 38 van den in art. 11 bedoelden maatregel van inwendig bestuur, moeten in de gevangenis steeds hun onderscheidings-teeken of hunne uniform dragen.

De bewaarders moeten, zoo dikwijls de Directeur het noodig oordeelt, met de sabel gewapend zijn.

Art. 22.

De beambten, die boeken uit de gestichtsbibliotheek ter lezing wenschen te ontvangen, wenden zich daartoe tot den dengene , die door het College van Regenten met de zorg voor de bibliotheek is belast'.

§ e. De Directeur.

Art. 23.

Behoudens des Directeurs verantwoordelijkheid ingevolge de wet, is hij in alles wat het beheer van het gesticht aangaat, ondergeschikt aan het College van Regenten, en volgt hij de bevelen en voorschriften van dat College op.

Art. 24.

De directeur geeft van alles wat er bijzonders voorvalt, onverwijld kennis aan den Voorzitter van het College van Regenten en aan den maandcommissaris.

Is de zaak van zeer ernstigen aard, dan geschiedt de kennisgeving terstond , zooveel doenlijk, aan al de leden van het College.

Hij brengt alle door gevangenen in het gesticht gepleegde strafoare feiten onverwijld, onder overlegging van een procesverbaal van het voorgevallene, ter kennis van den Officier van Justitie en van het College van Regenten,

ocr page 14

8

Van elk bijzonder voorval houdt hij aauteekeuing iu hei daarvoor bestemd register.

•Indien bij iets verneemt, dat voor de justitie belangrijk is, doet hij daarvan mededeeling aan den Officier van Justitie.

Art. 25.

De Directeur is verantwoordelijk voor de behoorlijke bewaking der gevangenen , voor de veiligheid, de goe ie orde en tucht, en in het algemeen voor den goe ien gang van zaken in de gevangenis overeenkomstig dit reglement en de verdere reeds gemaakte- of nog te maken wettelijke bepalingen of admini-1 stratieve verordeningen.

Hij kan bij volstrekte noodzakelijkheid zoodanige maatregelen nemen , als hij voor de veiligheid van het gesticht, ter verzekering van rust en orde, of ter voorkoming van ontvluchting geraden zal oordeelen.

Aan zijne zorg en bewaring worden toevertrouwd al de in het magazijn en en voor den dienst in het, gesticht opgeslagen goederen.

Art. 26.

Op het bureel van den Directeur worden cïe na te melden boeken gehouden , als :

a. drie registers tot inschrijving der gevangenen , te wetjn :

een voor de preventief gevangenen ;

een voor de gegijzelden om schulden;

een voor alle andere gevangenen en vastgezetten.

Deze registers moeten op de eerste en de laatste bladzijde door den President van de Arrondissements-rechtbank geteekend- , en np alle andere bladzijden door hem gewaarmerkt zijn.

Zij dienen tevens Zooveel noodig tot het doen der inschrijvingen be loeld bij het Koninklijk besluit van 27 Juli 1887 {Staatsblad 11°. 142)

1). de registers en boeken, waarvan het aanhouden door den Minister van Justitie wordt voorgeschreven.

In elke vergadering doet het College van Regenten zich enkele registers en boeken voorleggen.

ocr page 15

9

Art. 27.

Üe Directeur zendt dagelijks een rapport van den stand def bevolking- van het gesticht aan den Voorzitter en den Secretaris van het College van Regenten, aan den maandcommissaris en aan den Officier van Justitie bij de arrondissements-rechtbank.

Art. 28.

Door den Directeur kan aan gevangenen straf worden opgelegd naar de bepalingen van dit reglement.

Aan gevaarlijke gevangenen kan hij des avonds, tot het uur van opstaan, hunne bovenkleeding doen ontnemen, ten einde ook daardoor ontvluchting te bemoeilijken.

Art. 29.

De Directeur moet de gevangenen, vooral gedurende de eerste dagen van hun verulijf in het gesticht, aandachtig nagaan en dikwijls toespreken ten einde met hunne stemming en geaardheid btkend te worden.

Hen, aan wie een der straffen is opgelegd, vermeld in art. 20, sub. 1, 3 en 4 der wet van 14 April 1886 (Staatsblad n0. 62), bezoekt hij dagelijks.

Indien hij verneemt dat een gevangene in een toestand verkeert, welke zijn verwijdering uit de cel vordert, doet hij hiervan onverwijld mededeeling aan den geneesheer, aan den maandcommissaris en aan den Voorzitter van het College van Regenten.

Art. 30.

De Directeur heeft het gezag over de verdere beambten der gevangenis.

Hij regelt en verdeelt hunne werkzaamheden onder goedkeuring van het Collega van Regenten.

Art. 31.

De Directeur is bevoegd om in zoor dringende omstandigheden beambten oogenblikkelijk hun dienst te doen staken.

Dit wordt door hem terstond aan den Voorzitter van het College van Regenten en aan den maandcommissaris medegedeeld.

Art. 32.

De Directeur zal, in het belang van de orde en veiligheid , dagelijks, en van tijd tot tijd ook 's nachts, een ronde doen.

ocr page 16

10

Art. 33.

De Directeur doet zich eiken avond de sleutels, welke gedurende den nacht niet voor den dienst der gevangenis noodig zijn, ter band stellen.

De niet in gebruik zijnde sleutels worden op het bureel van den Directeur in eene daartoe bestemde kast bewaard.

Art. 34.

De Directeur mag zonder voorkennis en goedvinden van het College van Regenten nimmer des nachts buiten het gesticht of zijne woning verblijven. Bij dag verwijdert hij zich zoo min mogelijk en in geen geval op gezette tijden.

Art. 35.

Jaarlijks vóór den derden maandag van Januari geeft de Directeur aan het College van Regenten een verslag omtrent het gedrag, den ijver en de geschiktheid der beambten.

§ ff. Dc schrijver.

Art. 36.

' De schrijver is uitsluitend belast met bureel werk voor den huishoudelijken dienst en voor het beheer van den arbeid.

§ 8. De geneesheer.

Art. 37.

De geneesheer staat voor de waarneming van den geneeskundigen dienst in de gevangenis en bij de beambten en hunne gezinnen onder het oppertoezicht van den Inspecteur van den geneeskundigen dienst der landmacht. Hij volgt diens bevelen, ook die welke van administratie ven aard zijn, op.

Art. 38.

De geneesheer zorgt dat de Directeur steeds verwittigd zij waar hij, des noodig, kan gevonden worden.

Hij zorgt, dat hij in geval van ziekte door een anderen geneesheer wordt vervangen. Aan dezen kan voor de lijdelijke waarneming van den dienst eene belooning worden toegekend,

ocr page 17

11

berekend naar evenredigheid van bet bedrag der aan de betrekking Verbonden jaarwedde of toelage.

Van elke tijdelijke vervanging wordt door of namens hem kennis gegeven aan het hoofd van het gesticht en aan den in art. 37 bedoelden Inspecteur.

Art. 39.

Buiten de ziekenvertrekken bezoekt de geneesheer dagelijks zooveel gevangenen als bij, na den Directeur te hebben gehoord, dienstig zal oordeelen.

Ook is hij verplicht tot een dagelijksch bezoek van de gevangen-jn , aan wie blijkens van den Directeur ontvangen opgave, een der straffen is opgelegd , vermeld in art. 20, sub 1, 2, 3, 4 en 5 der wet van 14 April 1883 {SlaatMad n0. 62}.

Zoo mogelijk worden de bezoeken in de gevangenis doorhem afgelegd vóór den middag.

Art. 40.

De geneesheer beslist, of gevangenen naar een ziekenvertrek moeten worden overgebracht.

Indien de geneesheer meent dat een disciplinair gestrafte in een toestand verkeert, welke diens verwijdering uit de cel vordert , doet hij hiertoe onverwijld het voorstel aan het College van Regenten.

In zeer dringende gevallen kan de geneesheer, in afwachting der beslissing van het College, een gestrafte onmiddelijk, in overleg met den Directeur, de cel doen verlaten, en naar een ander, voor hem geschikt verblijf in het gesticht doen overbrengen.

Art. 41.

De geneesheer ziet toe, dat zijne bevelen en voorschriften door de zieken en oppassers worden opgevolgd , en overtuigt zich zooveel mogelijk, dat de geneesmiddelen en de voeding voorde zieken behoorlijk gereed gemaakt zijn.

Art. 42.

Bij het voorkomen eener besmettelijke ziekte draagt de geneesheer zorg, dat de cellen , vertrekken , fournituren en kleederen worden ge lesinfecteerd volgens de daaromtrent bestaande wettelijke bepalingen.

ocr page 18

Van elk bijzonder voorval houdt hij aanteekeuing in hei daarvoor bestemd register.

• Indien hij iets verneemt, dat voor de justitie belangrijk is, doet hij daarvan mededeeling aan den Officier van Justitie.

Art. 25.

De Directeur is verantwoordelijk voor de behoorlijke bewaking-der gevangenen , voor de veiligheid, de goe ie orde en tucht, en in het algemeen voor den goe len gang van zaken in de gevangenis overeenkomstig dit reglement en de verdere reeds gemaakte- of nog te maken wettelijke bepalingen of administratieve verordeningen.

Hij kan bij volstrekte noodzakelijkheid zoodanige maatregelen nemen , als bij voor de veiligheid van het gesticht, ter verzekering van rust en orde, of ter voorkoming van ontvluchting geraden zal oordeelen.

Aan zijne zorg en bewaring worden toevertrouwd al de in het magazijn en en voor den dienst in het gesticht opgeslagen goederen.

Art. 26.

Op het bureel van den Directeur worden de na te melden boeken gehouden , als :

a. drie registers tot inschrijving der gevangenen, te wetan;

een voor de preventief gevangenen :

een voor de gegijzelden om schulden;

een voor alle andere gevangenen em vastgezetten.

Deze registers moeten op de eerste en de laatste bladzijde door den President van de Arrondissements-rechtbank geteekend- , en np alle andere bladzijden door hem gewaarmerkt zijn.

Zij dienen tevens Zooveel noodig tot het doen der inschrijvingen betoeld bij het Koninklijk besluit van 27 Juli 1887 {Staatsblad n0. 142)

h. de registers en boeken, waarvan het aanhouden door den Minister van Justitie wordt voorgeschreven.

In elke vergadering doet het College van Regenten zich enkele registers en boeken voorleggen.

ocr page 19

'J

Art. 27.

Oe Directeur zendt dagelijks een rapport van den stand der bevolking van het gesticht aan den Voorzitter en den Secretaris van het College van Regenten, aan den maandcoinmissaris en aan den Officier van Justitie bij de arrondissements-rechtbank.

Art. 28.

Door den Directeur kan aan gevangenen straf worden opgelegd naar de bepalingen van dit reglement.

Aan gevaarlijke gevangenen kan hij des avonds, tot het uur van opstaan, hunne bovenkleeaing doen ontnemen, ten elude ook daardoor ontvluchting te bemoeilijken.

Art. 29.

De Directeur moet de gevangenen, vooral gedurende de eerste dagen van hun verulijf in het gesticht, aandachtig nagaan en dikwijls toespreken ten einde met hunne stemming en geaardheid bikend te worden.

Hen, aan wie een der straffen is opgelegd, vermeld in art. 20, sub. 1, 3 en 4 der wet van 14 April 188G [Staatsblad n0. 62), bezoekt hij dagelijks.

Indien hij verneemt dat een gevangene in een toestand verkeert, welke zijn verwijdering uit de cel vordert, doet hij hiervan onverwijld mededeeling aan den geneesheer, aan den maand-commissaris en aan den Voorzitter van het College van Regenten.

Art. 30.

De Directeur heeft het gezag over de verdere beambten der gevangenis.

Hij regelt en verdeelt hunne werkzaamheden onder goedkeuring van het College van Regenten.

Art. 31.

De Directeur is bevoegd om in zoor dringende omstandigheden beambten oogenblikkelijk hun dienst te doen staken.

Dit wordt door hem terstond aan den Voorzitter van bet College van Regenten en aan den maandcommissaris medegedeeld.

Art. 32.

De Directeur zal, in het belang van de orde en veiligheid , dagelijks, en van tijd tot tijd ook 's nachts, een ronde doen.

ocr page 20

10

Art. 33.

De Directeur doet zich eiken avond de sleutels, welke gedurende den nacht niet voor den dienst der gevaDgenis noodig zijn, ter band stellen.

De niet in gebruik zijnde sleutels worden op het bureel van den Directeur in eene daartoe bestemde kast bewaard.

Art. 34.

De Directeur mag zonder voorkennis en goedvinden van het College van Regenten nimmer des nachts buiten het gesticht of zijne woning verblijven. Bij dag verwijdert hij zich zoo min mogelijk en in geen geval op gezette tijden.

Art. 35.

Jaarlijks vóór den derden maandag van Januari geeft de Directeur aan bet College van Regenten een verslag omtrent het gedrag, den ijver en de geschiktheid der beambten.

§ V. Dc schrijver.

Art. 36.

' De schrijver is uitsluitend belast met bureelwerk voor den buishoudelijken dienst en voor het beheer van den arbeid.

§ 8. De geneesheer.

Art. 37.

De geneesheer staat voor de waarneming van den geneeskundigen dienst in de gevangenis en bij de beambten en hunne gezinnen onder het oppertoezicht van den Inspecteur van den geneeskundigen dienst der landmacht. Hij volgt diens bevelen, ook die welke van administratieven aard zijn, op.

Art. 38.

De geneesheer zorgt dat de Directeur steeds verwittigd zij waar hij, des noodig, kan gevonden worden.

Hij zorgt, dat hij in geval van ziekte door een anderen geneesheer wordt vervangen. Aan dezen kan voor de tijdelijke Waarneming van den dienst eene belooning worden toegekend,

ocr page 21

11

berekend naar evenredigheid van bet bedrag der aan debetrekking verbonden jaarwedde of toelage.

Van elke tijdelijke vervanging wordt door of namens hem kennis gegeven aan bet hoofd van het gesticht en aan den in art. 37 bedoelden Inspecteur.

Art. 39.

Buiten de ziekenvertrekken bezoekt de geneesheer dagelijks zooveel gevangenen als hij, na den Directeur te hebben gehoord, dienstig zal oordeelen.

Ook is hij verplicht tot een dagelijksch bezoek van de ge-vangemn , aan wie blijkens v.m den Directeur ontvangen opgave, een der straffen is opgelegd , vermeld in art. 20, sub 1, 2, 3, 4 en 5 der wet van 14 April 1883 {Slaatsilad n0. 62).

Zoo mogelijk worden de bezoeken in de gevangenis door hem afgelegd vóór den middag.

Art. 40.

De geneesheer beslist, of gevangenen naar een ziekenvertrek moeten worden overgebracht.

Indien de geneesheer meent dat een disciplinair gestrafte in een toestand verkeert, welke diens verwijdering uit de cel vordert , doet hij hiertoe onverwijld het voorstel aan het College van Regenten.

In zeer dringende gevallen kan de geneesheer, in afwachting der beslissing van het College, een gestrafte onmiddelijk, in overleg met den Directeur, de cel doen verlaten , en naar een ander, voor hem geschikt verblijf in het gesticht doen overbrengen.

Art. 41.

De geneesheer ziet toe, dat zijne bevelen en voorschriften door de zieken en oppassers worden opgevolgd , en overtuigt zich zooveel mogelijk, dat de geneesmiddelen en de voeding voorde zieken behoorlijk gereed gemaakt zijn.

Art. 42.

Bij het voorkomen eener besmettelijke ziekte draagt de geneesheer zorg , dat de cellen , vertrekken , fournituren en kleederen worden gelesinfecteerd volgens de daaromtrent bestaande wettelijke bepalingen.

ocr page 22

12

Art. 43.

De geneesheer hou It een ziekenregister, waarin elke zieke wordt ingeschreven.

Hij teekent in dat register aan den voortgang en loop der ziokte, tot aan den afloop , benevens de gevolgde geneeswijze; alles zoodanig ingericht, dat daaruit, des gevorderd , een volledig en duidelijk ziekteverslag kan worden opgemaakt.

Het College van Regenten kan van dat register inzage nemen en van den geneesheer steeds inlichtingen vorderen.

Art. 44.

Zoodra de geneesheer eenen zieke in levensgevaar acht, geeft bij daarvan kennis aan den Directeur, die er terst jnd den godsdienstleeraar of den geestelijke van de gezindte waartoe de zieke behoort, van verwittigt.

Art. 45.

De geneesheer zorgt voor de noodige inenting en herinënting bij die gevangenen, welke langer dan 14 dagen in het gesticht zullen vertoeven.

Art. 46.

De geneesheer let op alles, wat tot voorkoming van ziekten kan leiden en doet aan bet College van Regenten de voorstellen , welke hij uit dit oogpunt nuttig acht.

Art. 47.

De geneesheer legt van bet jaarverslag , doorhem uitgebracht aan den Inspecteur van den geneeskundigen dienst der landmacht, afschrift over aan bet College van Regenten.

§ 9. Dc godsdienstleeraars of goilsdlcnst-onderwyzers en dc geestelijke.

Art. 48.

De godsdienstleeraars of godsdienstonderwijzers en de geestelijke zorgen voor het houden van godsdienstoefeningen, en , zoo noodig , ook voor bet geveu van godsdienstonderwijs.

Art. 49.

Üe godsdienstleeraars of godsdienstonderwijzers en de geeste-

ocr page 23

13

lijke hebben ten allen tijile des daags den vrijen toegang tot de veroordeelden , die tot hunne godsdienstige gezindte behooren. Onveroordeelden , die niet op bevel der justitie buiten toegang moeten blijven, bezoeken zij voor zoover zij daartoe namens hen uitgenoodigd worden.

Op de eerste aanvrnag daartoe, namens het College van Regenten of den Directeur aan hen gedaan , vervoegen zij zich bij een gevangene. Zij onthouden zich van toespraken tot gevangenen , die niet tot hunne gods lienstige gezindte behooren.

In bijzondere gevallen kan het College van Regenten huu het bezoeken van een gevangene verbieden.

Art. 50.

Op Zon- feestdagen wordt godsdienstoefening gehouden.

Het uur , waarop dit zal plaats hebben , wordt in overleg met het College van Regenten geregeld.

Art. 51.

Bij verhindering wegens ziekte of om andere redenen zenden zij hiervan bericht aan den Directeur.

Art. 52.

In de maand Januari zenden zij aan het College van Regenten een verslag van hunne dienstverrichtingen en bevindingen in het afgeloopen jaar.

Art. 53.

Bij gevangenen , die behooren tot een godsdienstige gezindte, waarvan geen leeraar aan het gesticht verbonden is, wordt desver-langd en zoo mogelijk een leeraar van hun kerkgenootschap toegelaten.

§ IO. Dc onderwijzer.

Art. 54.

De onderwijzer heeft uitsluitend toegang tot de schoollokalen.

Art. 55.

De onderwijzer laat geen gelegenheid voorbijgaan, om bij het onderwijs de gevangenen tot het goede op te wekken.

ocr page 24

14

Art. 56.

Het is den onderwijzer ten strengste verboden zie1! met godsdienstonderwijs te bemoeien.

Art. 57.

De onderwijzer boudt omtrent het onderwijs de vereischte aanteekeuingen , om jaarlijks de voor de statistiek van het gevangeniswezen , en de voor het jaarverslag van het College van Kegenteu benoodigde inlichtingen te kunnen geven.

§ 11. Dc bewaarders.

Art. 58.

Bij afwezigheid of ontstentenis van den Directeur treedt de bewaarder der eerste klasse iu zijne plaats op.

Art. 59.

De bewaarders houden toezicht in de cellen, in de gevangen-vertrekken, in de gangen, in de kerk en op de wandelplaatsen, om de naleving der b3palingen betreffende den dienst te handhaven.

Zij zijn belast met de uitreiking der voeding en houden het oog op de waterdistributie en de reiniging- der draagbare privaten.

Ook bevorderen zij zooveel mogelijk den arbeid, door de gevangenen daarin behulpzaam te zijn en hen tot werkzaamheid aan te sporen.

Voor de vervulling van den portiersdienst wordt door het College van Regenten eene afzonderlijke instructie vastgesteld.

Overigens is de regeling hunner dienstverrichtingen, volgens art. 30, onder goedkeuring van het College van Regenten, overgelaten aan den Directeur.

§ 12. De bewaarster.

Art. 60.

De bewaarster heeft het opzicht over de geheele afdeeling voor vrouwelijke gevangenen.

Zij zorgt voor de naleving van het bepaalde bij art 17 van dit reglement en is voor den goeden gang van zaken in gemelde afdeeling, zoowei wat den huisdienst als wat den arbeid betreft, verantwoordelijk.

ocr page 25

15

§ 13. De boodschaploopcr.

Art. 61.

De boodschaplooper beeft geen toegang tot de gevangen-vertrekken.

Hij vervoegt zich op bet bureel van den Directeur om aldaar zijne orders te outvangen.

Art. 62.

De bewaarders en de boodscbaplooper kunnen door den Directeur wegens lichte overtredingen, behoudens beroep op den Voorzitter van bet College van Regenten, gestraft worden met verzwaarden dienst.

De genoemde beambten en de bewaarster kunnen wegens plichtverzuim of onbehoorlijk gedrag door den maandcommissaris worden gestraft met ontzegging der gelegenheid tot uitgaan gedurende ten hoogste 14 dagen.

§ 14. De gevangenen In het algemeen.

Art. 63.

Zoodra een gevangene wordt ingebracht, worden de bescheiden tot zijne opneming door den Directeur onderzocht. Zijn deze stukken in goede orde bevonden en bestaat er geen twijfel omtrent de identiteit van den gevangene, zoo geschieden de ver-eischte inschrijvingen.

Indien zich een persoon tot het ondergaan van zijn strafvrij-willig gevangen stelt, wordt ter verzekering van zijn identiteit gehandeld zooals bij de circulaire van den 6den Juni 1860, n0. 88, is voorgeschreven. (Verz. n°. 16).

Na de inschrijving wordt de gevangene in een daarvoor bestemd lokaal nauwkeurig gevisiteerd.

Hetgeen bij hem gevonden wordt, als; geld en geldswaarde, horloge, en voorts al hetgeen hem niet onontbeerlijk is, wordt door den Directeur in bewaring genomen, na vooraf in het daarvoor bestemd register ingeschreven te zijn.

Art. 64.

Gelden, welke den gevangene worden toegezonden, neemt de Directeur eveneens in bewaring. Dit teekent hij aan in het daarvoor bestemd register.

Hij geeft daarvoor, des verlangd, een bewijs van ontvangst aan de zenders, op hnnne kosten.

ocr page 26

Art. 65.

Indien de Directeur of de geneesheer dit noodig acht, wordt de gevangene, na afloop der visitatie, in een badkuip gereinigd en van andere kleedingstukken voorzien.

Art. 66.

Zoodra de visitatie en, des gevorderd, de reiniging en klee-derenverwisseling heeft plaats gehad, wordt de gevangene ia een voor hem bestemd lokaal opgesloten.

Art. 67.

Bij zijne komst in het voor hem bestemd vertrek worden de aldaar voorhanden benoodigdheden den gevangene aangewezen en wordt hij, voor zooveel hem die ten gebruike worden gegeven, voor de goede bewaring en het in orde houden daarvan verantwoordelijk gesteld.

Hij is verplicht tot vergoeding der schade, door hem opzettelijk of door gebrek aan voorzorg aan 's Rijks gebouw of roerende goederen toegebracht. Het bedrag daarvan wordt door het College van Regenten op de voordracht van de Directeur bepaald.

Art. 68.

Aan de gevangenen wordt gelast; de leden van het College van Regenten en de beambten te gehoorzamen ; de leden van het Hoofdbestuur en van het plaatselijk afdeelingsbestuur vau het Nederlandsch genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen , den godsdienstleeraar of den geestelijke, de onderwijzers en den geDeesheer met onderscheiding te bejegenen; al het hun opgelegd werk goed en ijverig te verrichten; zich te onthouden van alle pogingen om hunne medegevangenen , die zich in andere lokalen bevinden , te leeren kenrjen of om met hen door woorden, teekenen of gebaren in gemeenschap te komen; niet dan bij noodzakelijkheid te schellen; geen gedruisch te maken door zingen, schreeuwen , fluiten , luid spreken, slaan of kloppen ; in de cellen, gevangenvertrekken, gangen en op de wandelplaatsen orde en zindelijkheid in acht te nemen; de hun toevertrouwde of ten gebruike verstrekte voorwerpen niet te beschadigen of te verwaar-loozen ; bij het onderwijs aandachtig en leerzaam te zijn ; de vrije uren met lezen of met eenig ander nuttig werk door te brengen; onder het bijwonen der godsdienstoefening eerbiedig en stil te zijn , en zich in alles te gedragen naar de regelen van orde eu tucht in de gevangenis.

ocr page 27

17

Art. 69.

Aan de gevangenen worden in den regel geene andere boeken dan uit de bibliotheek ter lezing verstrekt.

Wordt van den regel afgeweken, dun moet de maandcommis-saris het btek goedkeuren en daarvan door aanteekening op het boek doen blijken.

in elk vertrek voor gemeenschappelijke opsluiting wordt gevonden een boek , waaruit op Zon- en feestdagen en op andere dagen des avonds, wanneer de arbeil geëindigd is, door een gevangene kan worden voorgelezen.

In geen geval worden aan de gevangenen couranten ter lezing verstrekt.

Art. 70.

Alle gevangenen nemen dagelijks , wanneer het weder het toelaat, teu minste een half uur lang, beweging in de open lucht, op de daarvoor ingerichte plaats. Ook brengen zij derwaarts hunne liggingstukken om die uit te kloppen en te luchten , telkens als hun zulks wordt bevolen.

Art. 71.

De gevangenen moeten dagelijks hun verblijf aanvegen en daarin de grootste reinheid onderhouden.

Het is hun verboden op de muren en deuren Ie. schrijven of te teekenen, of deze op andere wijze te bemorsen of te beschadigen.

Voor zindelijkheid van kleedingstukken en lichaam dragen zij stiptelijk zorg.

Elke maand nemen de gevangenen een voetbad en om de twee maanden een geheel bad, en voorts zoo dikwijls als de geneesheer dit zal voorschrijven.

Op gezette lijden worden de mannen geschoren en wordt Lun hoofdhaar geknipt

Elke gevangene heeft een handdoek, een haarkam en eeu kleerborstel, en ontvangt wekelijks 5 dekagram groene zeep.

Art. 72.

De gevangenen , die den Ambtenaar van het openbaar ministerie, den Garnuoenscommacdant, den Directeur of een lid van het College van Regenten wenscl en te spreken, deelen dit aan een bewaarder of de bewaarster mede, die zorgt dat de Directeur daarvan spoedig kennis draagt. Deze verricht het noodige dat

o

ocr page 28

18

— voor zoover het verzoek niet hem zei ven betreft — de betrokken personen er van worden verwittigd.

Art. 73.

De verdeeling van den dag geschieJt overeenkomstig de door den Minister van Justitie daaromtrent genomen beschikking.

Art. 74.

De uren van opstaan, van het gebruiken van spijs en drank en van het ter ruste begeven, worden door het luiden der klok aangekondigd.

Art. 75.

Dadelijk na het opstaan moeten de gevangenen zich reinigen en aankleeden, en hun nachtleger in orde brengen.

Bij het luiden der klok des avonds, een half uur vóór het rustuur, moeten de gevangenen hun nachtleger gereedmaken , en als de klok van het rustuur geluid wordt, zich terstond ter ruste begeven.

Het bij dag slapen of te bed liggen anders dan in geval van ziekte is verboden.

De gevangenen mogen zelf het licht niet blusschen; dit geschiedt door een beambte, na het luiden voor het rustuur.

Art. 76.

De gevangene, die tijdelijk of voor goed de gevangenis verlaat, wordt vooraf nauwkeurig gevisiteerd. Hetzelfde heeft plaats bij terugkomst van den gevangene, die de gevangenis tijdelijk had verlaten.

Art. 77.

Veroordeelden, die zich in het gesticht zeer goed gedragen, kunnen, indien zij dit verzoeken, op voorstel van den Directeur, door den maandcommissaris worden aangewezen om huisdiensten te verrichten.

Deze diensten moeten uitsluitend het gesticht betreffen.

Zij, die voor de eerste maal straf ondergaan, komen er het eerst voor in aanmerking.

Veroordeelden, die zich ernstig misdragen, worden, overeenkomstig art. 82 van den algremeenen maatregel van inwendig bestuur van 31 Augustus 1886, {StaatslJad nquot;. 159), geplaatst in de strafklasse.

ocr page 29

19

Art. 78,

Bij het verlaten van de gevangenis -wordt aan lederen veroordeelde, die ten minste één maand opgesloten is geweest, en aan alle andere tot kortere straffen veroordeelden, die dit mochten vragen, door den üirecteur eeu bewijs van ontslag uitgereikt.

lilke ontslagene vertrekt daarop terstond, zonder zich met een der beambten van het gesticht in te laten.

Art. 79.

De jeugdige veroordeelden, te -weten zij , die bij den ingang hunner straf den leeftijd van 16 jaren niet hebben bereikt, worden hoofdzakelijk met onderwijs en met zoodanigen arbeid, als hun bij het verlaten van het gesticht nuttig kan zijn, bezig gehouden.

Zij worden, voor zooveel zij gemeenschappelijk opgesloten zijn zooveel mogelijk aan een onafgebroken toezicht onderworpen.

Art. 80.

Kiet gegradueerde militairen zijn aan dezelfde voorschriften als de burgerlijke gevangenen onderworpen, en worden op dezelfde wijze behandeld. Voor gegradueerde militairen blijven de Koninklijke besluiten van 21 Augustus 1816 , n0.83, 11 April 1857, nquot;. 76 en 17 Maart 1873, n0. 28, van kracht.

Art. 81.

Van elk sterfgeval doet de Directeur de aangifte en de inschrijving , voorgeschreven bij art. 54 van het Burgerlijk Wetboek.

De lijken van gevangenen worden, met inachtneming der plaatselijke verordeningen , na bekomen verlof van den ambtenaar van den burgerlijken stand, ter aarde besteld. Dit geschiedt voor rekening van het Rijk, voor zooveel het eigen geld of het zakgeld van den overledene tot bestrijding van de kosten ontoereikend is.

Art. 82.

De lijken van gevangenen worden aan hunne nabestaanden op aanvrage van dezen afgegeven, ten einde door hunne zorg en voor hunne rekening te worden ter aarde besteld.

ocr page 30

20

§ 15. Gegijzelden wier verplegingskosilen komen Toor rekening van het publiek gezag.

Art. 83.

Deze behooren tot de klasse der gewone gevangenen.

Zij blijven hunne eigen kleeding dragen, zoolang die voldoende en zindelijk is.

Zij kunnen door het College van Regenten tot de pistole ■worden toegelaten.

§ 16. Crearresteerde zeelleden en personen op wie

lijfsdwang wordt toegepast, ten einde lien te noodzaken tot voldoening vener sehuld of tot nakoming eener verbintenis of verpllehtlng,

wier verpleglngskosten komen voor rekening van particulieren.

Art. 84.

Ook doze zija verplicht, gelijk alle gevangenen, de beambten te gehoorzamen en hunne bevelen stipt op te volgen.

Zij zijn, wat de orde en tucht betreft, aan de algemeene regelen van het gesticht onderworpen.

Zij worden niet gelijktijdig met andere gevangenen op de wandelplaatsen toegelaten.

Art. 85.

Zij worden zoowel bij het inkomen als bij hun vertrek en ook gedurende hun verblijf in de gijzeling, zoo dikwijls dit den Directeur geraden voorkomt, gevisiteerd.

Zoodanig onderzoek kan ook tct hunne goederen worden uitgestrekt.

Art. 86.

De gegijzelden om schulden worden verpleegd volgens het reglement, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 11 November 1843, n'. 45 (De Jongu nquot;. 457) en tegen de vergoeding, geregeld bij Koninklijk besluit van 27 Juli 1856 (Staatsblad n0. 74).

Alle andere gegijzel len, voor zoover hun onderhoud ten laste

ocr page 31

21

van particulieren komt, worden behandeld als toegelatenen tot de pistole.

Aan gegijzelden mag als meerdere voeding alleen worden verstrekt, wat ia de kaatine verkrijgbaar is.

Art. 87.

In de vertrekken der gegijzelden voor rekening van particulieren is zichtbaar voorhanden een afschrift van de artikelen 84, 85 en 86 van dit reglement, benevens een afschrift van den door het College van Regenten voor hen vastgestelden voeding-staat en een tabel van de in de kantine verkrijgbare artikelen.

$ 17. Wegens wangedrag, op rechterlijk bevel opgesloten personen.

Art. 88.

Deze personen kunnen in het gesticht worden opgenomen wanneer tot hunne opsluiting de gevangenis door den rechter is aangewezen.

Art. 89.

Zij worden afzonderlijk geplaatst in daarvoor door het College van Regenten bestemde vertrekken , en overigens beschouwd tot de klasse der gewone gevangenen te behooren. Zij kunnen door dat College tot de pistole worden toegelaten.

Art. 90.

Hun kostgeld wordt maandelijks bij vooruitbetaling aan d«n Directeur voldaan.

$ IS. Doortrekkende gevangenen en andere onder verzekerde bewaring vervoerd wordende personen.

Art. 91.

Deze worden, zoo noodig, gereinigd en bij hun vertrek van klceding eu schoeisel voorzien.

ocr page 32

22

Bij hun komst eu vertrek verzekert de Directeur zich, dat zij in het bezit zijn van de goeleren, op de transportlijsten vermeld.

Bij hun vertrek wordt hun, zoo noodig1, een ration brood medegegeven.

Art. 92.

Het voorgaand artikel is ook van toepassing op de gevangenen die van uit het gesticht op transport worJen gesteld.

S 19. Briefwisseling.

Art. 93.

De briefwisseling der onveroordeelden is vrij, behoudens het bepaalde bij art. 95 hierna volgende.

De andere gevangenen behoorende tot de gewone klasse, bedoeld in art. 82 van den algemeenen maatregel van 31 Augustus 1886 {Staatsblad n0. 159), mogen op Zon- en feestdagen brieven schrijven aan personen buiteu het gesticht, en die dagelijks van de zoodanigen ontvangen.

In bijzondere gevallen kan de maandcommissaris het verzenden van brieven, met afwijking van het voorgaande, toestaan.

Art. 94.

Alle briefwisseling tusschen gevangenen onderling is verboden , ook wanneer zij zich niet in hetzelfde gesticht bevinden. In bijzondere gevallen kan het College van Regenten vrijstelling van dit verbod verleenen, ten opzichte van briefwisseling met familiebetrekkingen in andere gevangenissen of gestichten opgenomen.

Art. 95.

Da inkomende zoowel als de uitgaande brieven worden in handen gesteld van den liirecteur, en—nadat daarvan de noodige aanteekening is geschied op het register — zoo de gevangenen nog r.iet veroordeeld zijn, bij den betrokken Ambtenaar van het openbaarministerie, den Rechter Commissaris of den Plaatselijken-of Garnizoenscommandant bezorgd, opdat deze de brieven lezen en daaromtrent de vereischte bevelen geven.

Wanneer het andere gevangenen betreft, neemt de Directeur van de brieven inzage, tenzij door het College van Regenten ean zijner leden daartoe is aangewezen.

ocr page 33

1

23

Ingeval van twijfel bij den Direcleur treedt Lij in overleg met den maandoommissaris.

Indien tegen het verzenden of afgeven geen bezwaar bestaat, brengt de directeur dit spoedig ten uitvoer.

Brieven, welke niet worden uitgereikt aan den geadresseerden gevangene, en brieven waarvan de verzending niet wordt toegelaten, worden vernietigd.

Art. 96.

Wanneer de gevangene geen gelden te zijner beschikking beeft, wordt het port van brieven bij voorschot voldaan, en bij onvermogen aan het Rijk in rekening gebracht.

Art. 97.

Voor alle uitgaande brieven van gevangenen verstrekt de Directeur ten koste van het Rijk papier, inkt en pennen. Het papier wordt vanwege den Directeur gestempeld.

§ 20 Bezoeken.

Art. 98.

Aan veroordeelden, behoorende tot de gewone klasse, bedoeld in art. 82 van den algemeenen maatregel van inwendig bestuur van 31 Augustus 1886 (Staatsblad n0. 159), wordt eenmaal 's weeks toegestaan familibetrekkingen te spreken.

Deze worden hiertoe op de voor het bezoek vastgestelde dagen in de gevangenis toegelaten op vertoon en afgifte van een schriftelijk door den Directeur uitgereikt verlof. De Directeur houdt aanteekening van de afgegeven vergunningen.

Voor meer bezoeken alsmede voor bezoeken op andere dan do daartoe vastgestelde dagen, wordt het schriftelijk verlof van den maandcommissaris gevorderd.

é

Art. 99.

Het schriftelijk verlof om tot preventief gevangenen te worden toegelaten, wordt verleend — naar gelang van den persoon en de instructie — door den betrokken Ambtenaar van het openbaar ministerie, den Rechter-Commissaris, of den Plaat-gelijken- of Garnizoenscommandant.

ocr page 34

Art. 100.

Het bezoek, in do beide vorige artikelen bedoeld, geseLiedt in het daarvoor ingericht lokaal, in tegenwoordigheid van een Ijeambte.

lu tegenwoordigheid van een beambte kunnen bezoekers ook ■worden toegelaten bij zieke gevangenen.

Een bezoek duurt in den regel niet langer dan 15 minuten , en daarbij mng den gevangene niets, van welken aard of onder welk voorwendsel ook, worden ter hand gesteld.

Bijaldien de bezoeker ongepaste mededeelingen doet, wordt hij onmiddellijk verwijderd.

Jn hetzelfde lokaal mogen geen twee bezoeken gelijktijdig geschieden.

Art. 101.

De bezoeken van advokaten vinden in een afzonderlijk daarvoor bestemd lokaal plaats. Behalve in de gevallen waarin de wet hun den vrijen toegang tot de gevangenen verleent. Zul cok bij het bezoek van advokaten het verlof, in de vorige artikels Leloeld, vereischt worden.

Zij zullen iotusschen, behoudens het vereischte toezicht, de gevangenen alleen kunnen spreken.

Art. 102.

t)e leden van het College van Regenten bezoeken de gevangenen volgens een te maken rooster.

Het College bevordert, dat de leden van het bestuur der ter plaatse gevestigde afdeeling van het Nederlandsch genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen zich onderling nopens het bezoeken der gevangenen verstaan.

Voor het bezoeken der vrouwelijke gevangenen bevordert het College de oprichting van eene vrouwenverceniging, welke zich aan de afdeeling van het genoemd genootschap aansluit.

Art. 103.

Het is den bezoekers ten strengste verboden zich np eenigerlei wijze te mengen in het beheer der gevangenis, of geld , versnaperingen , brieven , geschriften , boeken of iets anders , van welken aard ook, aan de gevangenen te geven. Dit wordt hun medegedeeld.

Zij, die in strijd daarmede handelen, worden bij de gevangenen niet meer toegelaten. Wanneer personen, wie de toegang

ocr page 35

•2b

tot de gevangenis uit den aard hunner betrekking vrijstaat, dït mochten doen, geeft het College van Regenten daarvan onverwijld kennis aan den Minister van Justitie.

Art. 104.

Gevangenen kunnen weigeren bezoeken te ontvangen van peN sonen , die niet tot het bestuur of den dienst der gevangenis behooren, noch iu het algemeen belang toegang bekomen hebben.

§ 21. Arbeid

Art. 105.

Eene ijverige behartiging van den arbeid wordt den Directeur en de verdere beambten aanbevolen.

Art. 106.

Bij onveroordeelden en gegijzelden gaat de Directeur de ledigheid zoo krachtig mogelijk tegen.

Art. 107.

De gevangene, die hechtenis of militaire detentie ondergaat, geeft op welken arbeid hij verkiest te verrichten.

Indien de regelen van orde en tucht zich hiertegen niet verzetten, wordt hem zoo mogelijk tot dien arbeid gelegenheid gegeven.

Blijft hij in gebreke die opgaaf te doen , dan wordt hem door de zorg van den Directeur geregeld arbeid verschaft.

Art. 108.

De arbeid bestaat:

1°. uit arbeid voor rekening van het Eijk ;

2°. uit arbeid voor rekening van particulieren;

3°. uit het door den gevangene voor eigen rekening uitoefenen van zijn ambacht.

Art. 109.

De arbeid voor rekening van particulieren en die voor eigen rekening bestaan alleen uit den zoodanige als in eene gevangenis, zonder de orde te storen of het gebouw te beschadigen, kan plaats hebben.

ocr page 36

20

Art. 110.

Wegens het verncbten van arbeid voor relcening van het Rijk worJt^aan de gevangenen loon toegekend , volgens de bepalingen van bet door den Minister van Justitie vastgesteld tarief van arbeidsloonen. , , «

Op de voordracht van den Directeur bepaalt net College van Eegenten bet loon van eiken arbeid voor particulieren, niet opgenomen in het biervoren vermeld tarief.

Art. 111.

Het verdiend loon wordt den gevangenen niet uitbetaald, doch op hunne rekening ten hunnen bate geboekt.

Art. 112.

Ingeval een gevangene grondstoffen of gereedschappen moedwillig bederft of verwaarloost, wordt de schade op zijn loon of van zijn eigen gelden ingehouden, onverminderd de volgens art. 119 op te leggen straffen.

Het bedrag dier schade wordt door bet College van Regenten , op de voordracht van den Directeur, bepaald.

Deze inhouding wordt, wanneer zij den arbeid voor rekening van het Rijk of aan het Rijk behoorende grondstoffen of gereedschappen betreft, na afloop van elk half jaar in 's Rijks kas gestort, en aan het Departement van Justitie verantwoord.

Art. 113.

Op Zon- en erkende godsdienstige feestdagen behoeven de gevangenen geen arbeid te verrichten.

Ook de Israëlietiscbe gevangenen zijn op hunnen Sabbath en hunne hooge feeetdagen van den arbeid vrijgesteld.

Op deze dagen geen werk verrichtende, houden de gevangenen zich bezig met lezen of schrijven.

Art. 114.

In het legin van elke maand wordt aan de gevangenen mededeeling gedaan van den stand hunner rekening,

§ 22. Onderwijs.

Art. 115.

Hot onderwijs wordt gegeven naar de regelen gesteld bij art.

ocr page 37

27

17 der wet van 14 April 1883 (Staatsblad ii0, G2) eudeartt. 95 tot en met 100 van den algemeenen maatregel van inwendig bestuur, vastgesteld bij Kouinklijk besluit van 31 Augustus 1886 [Staatsblad n0. 159).

Art. 116.

De leermiddelen worden bepaald door bet College van Regenten na den onderwijzer te hebben gehoord.

Art. 117.

De schoolboeken en verdere school behoeften staan onder bet beheer van den onderwijzer, die daarvan eenen inventaris houdt. Hij zorgt, dat steeds het noodige aanwezig is, en vraagt door tusschenkomst van den Directeur het vereischte aan het College van Regenten aan.

De aankoop daarvan geschiedt op kosten van het Rijk.

§ 33. Bibliotheek.

Art. 118.

De zorg voor de bibliotheek , daaronder begrepen die voor de bijbels en kerkboeken, wordt opgedragen aau den Directeur of den onderwijzer.

De daarmede belaste beambte houdt een catalogus en zorgt voir het geregeld uitgeven en innemen der boeken.

In de bibliotheek zal steeds een getal boeken aanwezig zijn , voldoende om iederen gevangene wekelijks van nieuwe lectuur te voorzien.

Het College van Regenten bepaalt welke boeken voor de bibliotheek zullen worden aangekocht of buiten gebruik gesteld.

Bij de keuze der boeken kan door het College van Regenten het oordeel van den godsdienstleeraar of van den Rooomsch-Catholieken geestelijke worden gevraagd.

O vereenkomstig de mate van ontwikkeling en de godsdienstige gezindte der gevangenen, worden de boeken in verschillende afdeelingen gesplitst en wordt achter elk boek in den catalogus voor welke categoriën van gevangenen het geschikt is.

§ 24. Tucht.

Art. 119.

Elke inbreuk op de orde en tucht, de regelen van zindelijkheid, arbeidzaamheid en van gezondheid; alle moedwillige bc-

ocr page 38

28

schacliging van goederen, beboorende aan het gesticht of aan derden, worden, naar mate van de zwaarte der overtreding, gestraft met de straffen vermeld in art. 20 der wet van 14 April 1886 {Staatsblad iA 62).

Art. 120.

Vonr de toepassing der straffen wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij voormeld wetsartikel, bij art. 23 dier wet en bij de artt. Ill tot en met 113 van den algemeenen maatregel van inwendig bestuur, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 31 Augustus 1885 (Staats/lad n0. 159).

De straffen vermeld in art. 20 sub 6 der wet van 14 April 1883 (Staatsblad n0. 62) voor zoover de duur daarvan nog moet worden geregeld, worden voor niet langer dan 4 weken opgelegd. De gestraften met water en brood ontvangen een en een half ration roggebrood per man en per dag.

Art. 121.

Opgelegde] |straffen kunnen door den geneesheer in overleg met den Directeur om gezondheidsredenen worden geschorst.

Bij verschil van gevoelen tusschen den geneesheer en den Directeur wordt aanvankelijk overeenkomstig het gevoelen van den geneesheer gehandeld.

Art. 122.

De in het vorig artikel bedoelde schorsing wordt onmiddelijk aan den Voorzitter van het College van Regenten medegedeeld, die, voor het geval hij er zich niet mede vereenigen kan, de beslissing van dat College inroept.

Art. 123,

De opgelegde straffen worden, met vermelding van de aanleiding daartoe, in het daarvoor bestemd register ingeschreven.

§ 25. Voeding.

Art, 124.

Voor de voeding gelden de bepalingen van het reglement, vastgesteld bij besehikking van den Minister van Justitie , van 19 November 188'3, nquot;, 144.

ocr page 39

29

In de vertrekken voor gomeensebappelijke opsluiting wordt het morgen- en avondeten en de middagspijs genuttigd door de gevangenen aan tafels gezeten.

Zij worden in de gelegenheid gesteld om voer en ni den maaitijd een gebed te doen.

Art. 125.

De verstrekking van water en brood gedurende de twee eerste etmalen van den sfraftijd heeft plaats overeenkomstig de beschikking van den Minister van Justitie, van 25 Angustus 1886, 11°. 130.

Art. 126.

Aan zieke gevangenen worden toegediend de spijzen en dranken, welke door den geneesheer voorgeschreven worden.

§ 36. Hlccdlng- cn liggingstukken.

Art. 127.

Veroordeelden wier straf den tijd van drie maanden te boven gaat, dragen de kleeling, welke voor de gevangenen is aangenomen.

Art. 128.

Alle andere gevangenen blijven in den regel hun eigen kleeding dragen, terwijl de vernieuwing daarvan hun dan tevens, voor zooveel noodig, kan worden vergund.

Ook t.an dezen wordt echter vanwege het Kijk de in het vorig artikel bedoelde klteJing verstrekt, zoodni hun eigen kleeding ontoereikend is, of zoodra het voor de netheid, zindelijkheid of veiligheid wenschelijk wordt geacht.

Art. 129.

Indien eigen kleeding wordt ontnomen, wordt deze, na in het daartoe bestemd register ingeschreven te zijn , zoo noodig, gereinigd en daarna geborgen in een katoenen zak. Die zak , waarop een inventaris wordt gehecht, blijft tot het ontslag van den gevangene in het magazijn voor eigen goederen van gevangenen bewaard.

Is de eigen kleeding niet voor bewaring vatbaar dan wordt

ocr page 40

:jo

zij of aan de familie toegezonden of verkocbt en de opbrengst daarvan tea bate van den gevangene op zijne rekening geboekt.

Art. 130.

. Aan buisdienstdoende gevangenen kunnen schoenen worden verstrekt.

Art. 131.

Voor de verstrekking en verantwoording van kleeding- en liggingstukken, voor bet stempelen of merken enz. wordt verwezen naar de bepalingen der Instructie, vastgesteld bij beschikking van den Minister van Justitie, van 15 September 1886, n0. 154.

§ 27. Nobllalr.

Art. 132.

Behoudens afwijkingen door den Minister van Justitie goed le keuren, is het quot;moLilair der gevangenverblijven zamengesteld als volgt;

1°. In elk dagvertrek voor gemeenschappelijke opsluiting:

tafels, zitbanken , een zand- of spuwbakje , een bergplank met afscheidingen , blikken driukbekers , een of meer waterkannen of kruiken , etensblikken, blikken boterdoosjes, bouten spijs-lepels , een handstoffer, een vaagdoek , een of meer draagbare renkelooze privaten van het beslaande model en afzonderlijk achter afschutsels geplaatst, een mandje voor afval en een boek , waaruit op Zon- en feestdagen en op andere dagen des avonds, wanneer de arbeid geëindigd is , door een gevangene kan worden voorgelezen.

2°. In elk nachtvertrek:

behalve de noodige nachtlegers met toebehooren en wasch-blikken voor iederen gevangene een zeepbakje, een banddoek , een baarkam en een kleerborstel.

3°. In elke cel:

een nachtleger, een draagbaar reukeloos xr'vaat! een hoek.

ocr page 41

31

kastje, een tafel, een zitbankje, een voetlankje of voetmat, een blikken boterdoosje, een waterkan of kruik , een houten spijs-lepel , een blikken drinkbeker, een etensblik, een waschbiik-een handdoek , een haarkam , een kleerborstel, een zeepbakje , een handstoffer, een vuiinisblik, een vaatdoek, een inktkoker met schrijfpen, een bijbel of een kerkboek van de godsdienstige gezindte, waartoe de bewoner der cel behoort, een celkap ea een mandje voor afval.

4°. In elk ziekvertrek:

ijzereu kribben met toebehooren , een ziekenstoel, pantoffels eu andere benoodigdheden, ter beoordeeling van den geneesheer;

6°. In elk vertrek voor gegijzelden om schulden en toegolatenen tot de pistole:

een ijzeren krib met toebehooren, een kamergemak, een tafel, twee stoelen, een ladetafel, een spiegeltje, een kapstok, een inktkoker met schrijfpen, een bijbel of een kerkboek van de godsdienstige gezindte , waartoe de gegijzelde of de gevangene behoort, een wnschtafel met toebehooren en een handdoek.

6°. In elk reinigingsvertrek: een badkuip met toebehooren.

Zoo mogelijk is één dezer uitsluitend bestemd voor de behandeling van lijders aan besmettelijke ziekten of aan huidziekten.

Aan de vrouwen kunnen op haar verzoek voetbankjes worden verstrekt.

Art. 133.

In de maand Januari van elk jaar en voorts zoo dikwijls bet College van Regenten zulks wenscheiijk of noodzakelijk acht, wordt door den Directeur in tegenwoordigheid van een lid van het College, de inventaris met het aanwezige mobilair vergeleken.

De uitslag daarvan wordt aan het College medegedeeld.

Voor het mobilair, dat bij die vergelijking zal blijken niet aanwezig te zijn en niet behoorlijk kan worden verantwoord , is de Directeur aansprakelijk.

In elk vertrek hangt de inventaris van het daar aanwezige mobilair.

ocr page 42

■ö2

§ 28. Brandweer.

Art 134.

In de gevangenis zijn steeds brandblusscbmiddelen aanwezig.

Art. 135.

Tiet College van Regenlen draagt zorg, dat de brandbluscli-middelen te allen tijde bruikbaar- en dat alle beambten met de behandeling daarvan vertrouwd zijn.

Art. 136.

Bij het ontstaan van brand zendt de Directeur daarvan onmiddellijk bericht aan de hoofden der brandweer en der politie, en gedraagt hij zich wijders overeenkomstig het eerste lid van art. 24 van dit reglement.

In afwachting van de komst en de bevelen van leden van het College van Regenten, handelt de Directeur naar omstandigheden.

Art. 137.

Bijaldien de brand een dreigend aanzien heeft, neemt de Directeur, zooveel mogelijk in overleg met- en onder leiding van het College van Regenten, maatregelen tot het ontruimen van het in gevaar verkeerend gedeelte van het gesticht.

Het bergen der archieven, schrifturen en goederen is hij in dit geval ook zooveel mogelijk bevorderlijk.

De kettingen en sloten, benoodigd bij eene ontruiming, in het eerste lid van dit artikel bedoeld, zullen steeds in genoeg-zamen getale aanwezig zijn, en tweemaal 'sjaars door het College van Regenten aan een onderzoek worden onderworpen.

Art. 138.

De verplichtingen van de andere beambten ingeval van brand worden bij reglement door het College van Regenten vastgesteld.

Ingeval van brand in de nabijheid van het gesticht, worden de brandbluschmiddelen onmiddellijk in gereedheid gebracht, ten einde de veiligheid van het gesticht te bevorderen.

§ 29. WasseheriJ.

Art. 139.

De bewassching geschiedt zoo mogelijk door gevangenen.

ocr page 43

33

§ 30. Verwarming.

Art. 140.

De verwarming van de gevangen verblijven vangt aan met den Isten November en eindigt met den Isten April.

Uithoofde van de weersgesteldheid kan bet College van Regenten het aanvangen of eindigen van de verwarming vervroegen of uitstellen.

Art. 141.

Met het stoken wordt naar gelang van de weersgesteldheid gehandeld, en daarbij wordt in aanmerking genomen, dat eene warmte van 55 graden Fahrenheit in de gevangen verblijven voldoende is.

De verwarming van de lokalen, waarin zieken worden verpleegd, wordt in overleg met den geneesheer geregeld.

§ 31. Terllchting.

Art. 142.

Het gesticht wordt, met uitzondering van de woningen der beambten , voor rekening van het Rijk verlicht.

Art. 143.

De hoofdingang, de gangen , de trappen en portalen , de binnenplaats en het militair kwartier worden verlicht van een half uur na zonsondergang tot een uur vóór zonsopgang.

De dagvertrekken en cellen worden verlicht van een half uur na zonsondergang tot het rustuur.

Wanneer ziekte of andere oorzaak zulks wenschelijk maakt , kunnen cellen en ge vangen vertrekken ook gedurende den nacht verlicht worden.

Art. 144.

De bewaarders en de bewaarster zijn belast met het ontsteken en blusschen van de gaslichten.

Wordt aan de gastoestellen eenig gebrek ontdekt, dan geeft de Directeur daarvan onverwijld kennis aan den opzichter van het gebouw , die onmiddellijk de vereischte herstelling bevordert.

3

ocr page 44

34

Art. 145.

Be Directeur zorgb, dat steeds zes lantaarns mat kaarsen voorhanden zijn, om daarvan in buitengewone omstandigheden gebruik te kunnen maken.

§ 32. Kantine.

Art. 146.

Het genot der kantine wordt toegekend met inachtneming van de regelen, vastgesteld bij de artt. 62 en 63 van den alge-meenen maatregel van inwendig bestuur, behoorende bij het Koninklijk besluit van 31 Augustus 1886 (Staatsblad n0. 159), en bij de beschikkingen van den Minister van Justitie van 25 Augustus en 15 September 1885, nquot;. 130 en 156.

Art. 147.

De hoedanigheid van de artikelen , in de kantine verkrijgbaar, wordt onderzocht op den voet, waarop dit omtrent de benoo-diglheden voor het onJerhoud der gevangenen plaats heeft.

Art. 148.

De opgave en de latere afgifte der aangevraagde kantineartikelen geschiedt op vastgestelde uren.

Art. 149.

De opgaven in het vorig artikel bedoeld , worden gedagteekend eu in het archief van den Directeur gedurende driejaren bewaard.

Art. 150.

De leverancier heeft alleen toegang tot het bureel van den Directeur.

Art. 151.

In de verblijven der gevangenen, die van de kantine gebruik mogen maken , is een tarief der kantine aanwezig.

§ 33. Flstole.

Art. 152.

Voor het genot der pistole gelden de bepalingen van bet

ocr page 45

35

reglement, vastgesteld bij het Koninklijk besluit van den 29sten September 1875, n0. 5.

Kladeren van gevangenen.

Art. 153.

Met vrouwelijke gevangenen kunnen in het gesticht -worden opgenomen kinderen , die niet van de moeder kunnen •worden gescheiden

Deze kinderen, alsook de kinderen in het gesticht geboren , moeten verwijderd worden, zoodra zij de zorg der moeder kunnen ontberen.

Het oordeel van den geneesheer wordt in deze gevraagd.

Art. 154,

In de voeding der kinderen wordt ten laste van bet Rijk voorzien.

Het verschaffen van kleeding- en liggingstukken heeft mede ten laste van het Rijk plaats.

Art. 155.

Van elke geboorte of elk sterfgeval doet de Directeur de aangifte, vcorgeschreven bij het Burgerlijk Wetboek.

De geboorten en sterfgevallen worden door hem in het register van de kinderen ingeschreven.

§ 35. SIlIMalre wacht.

Art. 150.

Voor de militaire wacht wordt verwezen naar het Algemeen Vooiscbrift, vastgesteld bij het Koninklijk besluit van 13 Juli 1858, n0. '72, zooals dit is gewijzigd bij het Koninklijk besluit van 27 September 1877, n0. 11.

ocr page 46

36

§ 36. Slotbepaling.

Art. 157.

In elke cel en elk gevangenvertrek is op karton geplakt aan-wezig een uittreksel van dit reglement, voor zooveel het ver-plichtingen der gevangenen betreft. _

Ieder gevangene wordt bij zijne insluiting hierop opmerkzaam gemaakt, terwijl het hem wordt voorgelezen , ingeval hij met kan lezen.

Behoort bij het Koninklijk besluit van r ^

Mij bekend,

ocr page 47
ocr page 48