f-E I
cââ
- ' 'Ac 4^'
E
KUNSTHISTORISCH INSTITUUT i DHR,RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
BEKNOPTE HANDLEIDING
TECHNIEK DER ETSKUNST
C. L. DAKE.
AMSTERDAM
SCHELTEMA amp; HOLKEMA'S BOEKH.
TYP. TH. A VAN ZEaflEtEN, (M J. P. VAM 8ANTEN) AMSTEMAII.
HANDLEIDING BIJ HET ETSEN.
Voortdurend aangezocht door jonge artisten om eens de wijze, waarop met sterk water eene gravure gemaakt wordt, uit te leggen, voldoe ik in dit boekje aan dien wensch en geef hiermede een beknopte handleiding van de techniek der etskunst.
Een etser moet, wil hij iets toonbaars leveren, een goed teekenaar en colorist zijn. Hij moet vast kunnen neerschrijven, het silhouet der voorwerpen en door den toon uitdrukken hunne contouren, gezien van andere plaatsen dan van zijn éigen standpunt. Kan hij dat, dan heeft hij kans om door oefening een goed etser te worden.
4 HANDLEIDING BIJ HET ETSEN
HET VERNISSEN.
De eerste handeling bij het etsen is het vernissen van de plaat. Daartoe bedient men zich van de vernis a remordre. De plaat wordt eerst schoon gemaakt met alcohol en krijt. De vernis wordt door middel van een rouleau a revernir dun en gelijkmatig op de plaat gebracht, zoodat door de vernis de plaat roodbruin glanst. Vervolgens verwarmt men de plaat van onderen door een in een tang gehouden dot katoen of iets dergelijks, welke men gedrenkt heeft in spiritus, zorg dragende de vlam niet te lang op dezelfde plek van de plaat te laten werken. Er stijgen dan uit de vernis dampen op die sterk naar Lavendel rieken. Door het uitjagen van die dampen krijgt de vernis de noodige substantie, waardoor ze bij het verkoelen der plaat er vast en droog op blijft kleven.
Het kan gebeuren, dat de plaat te veel verwarmd is en dat er fijne berstjes in de vernis
HANDLEIDING BIJ HET ETSEN 5
gekomen zijn, In dat geval neme men de vernis met terpentijn (en deze daarna door wit krijt) van de plaat af en vernisse opnieuw. Blijft soms de vernis na de verkoeling der plaat kleverig, dan verwarme men haar nog even tot dit euvel is weggenomen.
HET WALMEN.
De plaat wordt nu zóó geplaatst, dat de geverniste zijde naar onderen is gekeerd. Nu wordt de vernis zwart gewalmd, door er de vlam van een walmfakkel langs te bewegen. Zoo'n walm-fakkel bestaat uit dikke katoendraden in was gedrenkt, die in elkander gedraaid, min of meer den vorm van een eindje kabel vertoonen. Te verkrijgen bij Lamour, rue de la Harpe, Paris). Men walme zoolang, totdat op de plek waar de vlam werkt de vernis weer vloeibaar wordt.
Na verkoeling vertoont de vernis een zuivere dofzwarte oppervlakte, die nergens berstjes mag vertoonen, anders moet de bewerking van vernissen en walmen van voren af aan geschieden.
6 HANDLEIDING BIJ HET ETSEN
HET TEEKENEN
op de plaat geschiedt direct naar het af te beelden voorwerp, of, hetgeen voorzichtiger is, men maakt eerst een schets of omtrek op papier en brengt deze door middel van glaspapier (papier verre) op de plaat open. Dit glaspapier is een dunne geheel doorzichtige gelatine plaat welke op de schets of omtrek gelegd wordt en waarin men deze met een naald grift. Die teekening op het glaspapier komt te voorschijn in witte lijnen, voorzien van een braam. De braam wordt er voorzichtig met een papieren doezelaar afgewreven. Daarna wrijft men die contour in met witkrijt of roodaarde, legt het glaspapier met de van krijt of roodaarde voorziene zijde op de geverniste plaat en drukt men voorzichtig met een doek de teekening op de vernis door.
Daarna begint men met de etsnaald te teekenen, zorg dragende, dat de naald de vernis wegneemt en dus het koper ontbloot.
Men teekent eerst den omtrek, daarna gaat
HANDLEIDING BIJ HET ETSEN 7
men schaduwen aanleggen en modelleeren, de lichtmassa's sparende, zoodat de teekening in rood en zwart eenigszins gelijkt op het negatief van eene photografie. Meent men nu dat de teekening genoegzaam gevorderd is, (dit is natuurlijk een kwestie van ondervinding) dan gaat men over tot het maken van een rand of dijk om de plaat, waarvoor gebruikt wordt: RANDWAS.
Deze bestaat uit 1 kilo gele was. Va kilo pek en voor ongeveer 5 ets. venetiaansche terpentijn.
Men smelt eerst de was, doet er daarna de pek bij en ten laatste onder bestendig roeren de venetiaansche terpentijn. Het geheel bekoeld zijnde, moet het met wat ongezouten reuzel tot een tamelijk weeke massa gekneed worden. Hiervan wordt nu een rand gevormd, die om de teekening op de plaat vast aangedrukt wordt. Aan een der hoeken wordt het dijkje voorzien van een tuit.
Men zorge steeds den rand goed op de plaat te drukken, om lekkage te voorkomen.
Na deze handeling giet men op de plaat het
8 HANDLEIDING BIJ HET ETSEN
ETSWATER.
Men kan daarvoor nemen eene hoeveelheid zuiver salpeterzuur met evenveel water, of ook een mengsel van acidum nitricum (3 deelen ) acidum muriaticum (een deel) en evenveel water als die twee zuren bij elkander.
Onder de werking van het zuur beginnen de lijnen der teekening al spoedig groen te worden (gebeurt dit dadelijk onder hevige gas-bellenvorming dan moet bij het zuur nog wat water gedaan worden) en men bespeurt, dat langs elke lijn een reitje belletjes opborrelen. Zachtkens worden nu met een veertje die belletjes weggeschuimd en daarmede voortgegaan, totdat men vermoedt dat de teekening voldoende is ingebeten. Wil men zich daarvan overtuigen, dan giete men het etswater van de plaat af, en spoele met schoon water na. Zacht bettend droge men nu de plaat met een doek af, en krabbe men met den nagel wat vernis weg, (dit behoeft slechts over een zeer kleine oppervlakte ergens in een hoek te geschieden). Men onderzoeke nu of de lijnen diep genoeg
HANDLEIDING BIJ HET ETSEN g
gebeten zijn om aan de lichtere partijen der teekening genoeg toon te geven. Zoo niet, dan giet men het etswater weer op de plaat, na alvorens het afgekrabde proefplekje te hebben gedekt met
STOPVERNIS,
te verkrijgen bij Vette winkel. Prins Hendrikkade Amsterdam.
Deze vernis kan verdund worden met wat terpentijn of met essence de Lavende.
Is het afgekrabde plekje dus weer gedekt en de vernis droog (hetgeen men zien kan door er den adem te doen overgaan, als wanneer er op de drooge vernis een blauwe aanslag komt,) dan kan men het etswater er weer opgieten.
Wil men eenige partijen der teekening niet dieper laten bijten; dan dekke men ze insgelijks af met stopvernis.
Zoodoende blijven de diepste schaduwtoonen het langst aan de werking van het etswater blootgesteld en worden dus daar de lijnen dieper en de toon krachtiger.
Wil men nu juister over het werk oordeelen,
IO HANDLEIDING BIJ HET ETSEN
dan make men de plaat schoon en wel op de volgende wijze.
Eerst wordt de rand of dijk weggenomen en daarna met terpentijn de vernis afgewasschen waarna men in zwarte lijnen de teekening op de schoone plaat ziet. Om zich dat gemakkelijk te maken, is het noodig het licht door een chassis van vloeipapier of calqueerlinnen op de plaat te doen vallen.
Nu kan men, om het effect der plaat beter te beoordeelen, er drukproeven van doen maken. Eerst een proef die niet meer geeft dan werkelijk in de plaat zit, d. w. z. de drukker laat de inkt alleen in de lijnen zitten. Vervolgens een proef, die meer geënveloppeerd is; m. a. w. de drukker laat op de gedeelten van de vlakke plaat, tusschen de lijnen meer inkt staan. Dan verliest de proef iets aan schittering, doch wint veelal aan harmonie van tcon.
Over het drukken zal ik niets meer zeggen, aangezien dit een zaak is, waarbij de ondervinding en de smaak van den artist de alleen betrouwbare gidsen zijn.
HANDLEIDING BIJ HET EISEN I 1
Is men nu met zijn arbeid tevreden, dan kan men het hier bij laten, zoo niet, dan kan de bewerking vervolgd worden door de plaat weer te vernissen en zij met de proeven als leiddraad afgemaakt worden. De eerste couche lijnen bijten dan niet meer en de daarover heen getee-kende lijnen kunnen de plaat fijner en voller van toon doen worden. Soms is het noodig, óf de geheele ets óf gedeelten daarvan, dieper dan tot nu geschied is te doen bijten. Dan wordt de plaat gevernist, zoo dat de lijnen gedeeltelijk of allen open blijven.
Hiertoe bedient men zich van de rouleau a revernir. Men brenge een weinig vernis a remordre op een schoone plaat en rolt de rouleau daarover zoolang, tot dat de vernis vlak en fijn over de rouleau verdeeld is. Dan rolt men deze luchtig over de zeer schoon gemaakte etsplaat^ zoodat alle lijnen ongevernist blijven. Is dit naar behooren geschied, dan warmt men de plaat zacht, zoodat de vernis gaat loopen, echter niet zóó dat ze in de lijnen vloeit.
I 2 HANDLEIDING BIJ HET ETSEN
Men kan nu den rand weer aanbrengen, en na de plekken in de teekening-, die niet zwaarder moeten bijten, te hebben afgedekt, het etswater opgieten.
De verdere behandeling der plaat kan op een andere wijze geschieden, en wel door toepassing der
DROOGE NAALD.
Hiertoe plaatst men de plaat, goed schoongemaakt, na de lijnen die er in gebeten staan te hebben ingewreven met vaseline en zwartsel, waardoor de voorstelling goed te voorschijn komt, zoodanig, dat het licht er door bovengemeld chassis op valt. Nu neemt men een gewone etsnaald en graveert men in de plaat alle fijne toonen en contouren die noodig zijn om het gewenschte achevé te krijgen.
Het spreekt vanzelf dat de naald, die in het koper krast, een braam na laat. Die braam moet van elke lijn worden weggenomen door middel van het schraapstaal (zie instrumenten). Een der drie vlakke zijden van het staal moet bij deze bewerking bijna vlak op de plaat rusten,
HANDLEIDING BIJ HET ETSEN 13
en het staal zoo scherp mogelijk geslepen zijn.
Het staal moet bewogen worden in de richting van een lijn, die de braam onder een flauwen hoek snijdt.
Het wegnemen van de braam vereischt groote oefening, en moet altijd zorgvuldig geschieden.
Wil men eene partij in de gravure iets minder zwart maken, dan kan dat tot op zekere hoogte gebeuren door het bruineerstaal in de richting der lijnen daarover te wrijven. Dan worden ze min of meer toegedrukt, dichtgeplet en de lijnen houden minder inkt, toonen dus minder zwart, waardoor de behandelde plaats minder donker afdrukt.
Men kan de plek ook afschrappen met het schraapstaal, zorgdragende de daardoor ruw geworden oppervlakte met het bruineerstaal glad te wrijven.
Ook met het graveerijzer kunnen goede effekten verkregen worden. Het doet vooral dienst wanneer men eenige lijnen wil versterken, dan steekt men ze bij.
De gestoken lijn moet, om dezelfde kracht te
HANDLEIDING BIJ HET ETSEN
hebben altijd wat dieper zijn dan de gebetene, omdat de diepte van de gebeten lijn ruw is en meer inkt houdt dan de gestoken lijn die V-vormig is en wier wanden glad zijn.
Alen diene nog op te merken, dat wanneer men lijnen met de droge naald door eene ge-etste partij graveert, deze daardoor grauwer en fijner van toon wordt.
In het algemeen is het echter aan te bevelen, de gravure zoo vér mogelijk te brengen zonder de ⢠hulp van burin of droge naald en vooral de laatste slechts voor de fijnste tusschentinten te gebruiken.
Wanneer men een lijn wilwegmaken, graveert men er over de geheele lengte tamelijk diep gestoken punten in op ongeveer een halven mili-meter afstands van elkander. Daardoor vormt zich in de lijn eene reeks overeind staande braam-punten. Nu wrijve men snel met het bruineer-staal die punten in de richting, tegenovergesteld aan den kant waarheen ze zelf wijzen, plat. Door die bewerking, die natuurlijk ook eenige oefening vereischt, wordt de lijn opgevuld en verdwijnt.
14
HANDLEIDING BIJ HET ETSEN 15
Ook grove punten en doorbijtingen kan men op die wijze verwijderen.
Ziehier alles wat men noodig heeft te weten om zich te oefenen in de techniek van de etskunst. Er zijn nog verscheidene procédés en een groot aantal instrumenten, het een nog vernuftiger dan het andere, doch op de in dit boekje beschreven methode en met de aangewezen instrumenten kan een prachtige ets gemaakt worden, indien de etser ëen artist is en de noodige oefening heeft verkregen.
HET KOPER EN DE INSTRUMENTEN. 1)
Het koper moet gehamerd zijn, niet gewalst. Het gehamerde koper is homogener en bevat zelden de zoo zeer gevreesde gietblaasjes Goede platen levert Barthomeuf, 14 rue du Montparnasse te Parijs, tegen 7 frs. het kilo buiten port.
Onder de instrumenten komt in de eerste plaats in aanmerking de etsnaald. Hiertoe kan
1
De instrumenten zijn in eiken goeden ijzerwinkel te verkrijgen.
16 HANDLEIDING BIJ HET ETSEN
men zeer goed gebruiken gewone kleermakers naainaalden, gestoken in de houtjes van cents pennenhouders. Voor de pointe sèche houde men den naald vlijmscherp op oliesteen of fijn draaisteentje, terwijl het aanzetten geschiedt op amarilpapier.
Het schraapstaal is een driezijdig mes, in doorsnede eenigszins gelijkend op die van een bajonet Ik gebruik daarvoor altijd een driekantig stalen vijltje met aangeslepen zijden aan de punt.
Het moet zoo geslepen zijn, dat men de scherpe kanten niet zien kan wanneer men er op kijkt. Scherpte is een eerste vereischte, aangezien een bot schraapstaal de braam der lijnen, met de drooge naald gemaakt, niet wegneemt.
Het bruineerstaal is een gepolijst stalen staafje met ronde of platronde punt. Om het goed te houden, hale men het van tijd tot tijd door een met fijn krijt bestrooide sleuf in hout.
C. L. DAKE.