ocr page 1

' 'hB

■ * i fe

■

SJW

'. c '- gt; . ..,: ; •'.,;/ '-■ jffiSfe?1-

; ■ (isc.. ■ B mÊ ^MWW t mlmsSmÊÊÊmamp;mBImSM mm .v*r SStlS mm

. -1

I,l;ïf:4

■

ii yfBWfBfflP88 BêmSlmSmsmml w^^m^amsSmmÊ^mmSasw^slm^ ■eB| iBig^aWMWMPjpg B mm- quot; '■Brquot;• TnWlnfTTrr •-- BSP^w^pSS^MMfgwaMMBWi i;vnsst

■ ■ S-BiK

■

\ ie yU quot; ï-j ,,iK\:iï,-j*,1» ,-. .■• w, quot;■ _- '^.-i . „ . ~i . , mm

■

i.-!SaKl,.C5s?s:-I«-jat?:.r

; xtamp;mmmmsmmm

■

i^v-

-

Wi

■

'i; -J-' •''.' V.vw'fvquot; ■■-; v: v;.:-,r ■,.. . ^.. ■■.•,.,-,f: i.; , v:gt;..:' .^i.' -■■'■'■^ : -■■ ■,-■■••., .v,;v- : . Jüj.ï.;/ ■,, -u •■

1

:

ü H

Hm

wt

m ■

■

^raK;'.quot;,tïï. -}:'.—' li

■

■Bf ■■ .. •;

|, H| ■ EM

■

saSmMsmi -esmmmmammmm

■

,

■

air-' ï wt M WssÊÊmmmm 1 i H - Si—

IÉ * 9

.... ■ . quot;; ■ \:.m ~ • «MP

'V '1 v.A::}.■.:quot;■■■'.'H.- 4'■ y.quot;:quot;^'mHHS

• WÊÊ «n ei »»■' '* I -V' . i

I j.'. lui , '■ •SSPae .'quot; SH 1 ■--iquot;.quot; u» -■ ■■.....

■

■■■■■•, . . ..

■■Mêi 1®%

■

1 J ' ■..-',quot;. gt;quot;-: WSÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊ 'i

,-' -. .Tjffi.', .iquot; ■ i ■ r!^'- y -■* '■!

flH-f1;. rtils

jtafi

quot;i il»

TtSU • ■'■ ;'•'■•

•;-v;f: • ■..

■

■

1 , , , , ' ■?

4rs


■

r-i-ii ..n'.f'ii ■■- - f.itvW

■%'- . ''WMnmPX

■

•'

üamp;Siï'

- ■

•■gt;,.. x^t.r. .xJv tl, •■■=. - (i^-uri

BHl mSBwwwwIMililBiBR. dKgt;Mi ifBffiffifflliwi

.

J'.?.v ^

,

Mi ■

iHH

ocr page 2
ocr page 3

ALGEMEEN REGLEMENT

EN

INSTRUCTIE

VOOR DE

COMMISSIE TOT HET BESTUUR OVER DE KERKGEBOi^lEN^^Mwf'

FONDSEN EN INKOMSTEN

■fOP ^ r

G^'

; ^

c,

DER

MDERBÜITSCHE HEEV0E1DE amp;E1EEITE

I

TE

^MSTERÜ^M.

VIGEERENDE IN 1869 EN IN 1875 MET ÜE DAARIN IN 1885 GEMAAKTE WIJZIGINGEN ENZ.

'1

BIBLIOTHEEK MED. HERV. KER.:'

AMSTERDAM, 1880.

r i) 4)0

'flV

/1 ■

ocr page 4

ATOORBEÏ^IOHIT.

Ter juiste beoordeeling van liet uitgebroken confliet om liet Beheer der Kerkelijke Goederen in de Amsterdamselie Gemeente, volgt hier:

1°. Het Jteglement, zooals liet in 1869 bestond;

2°. Het ReglerrLent, zooals bet in 1875 vastgesteld werd;

3°. De Wijzlglrtgert en, 13ijvoeg Lngen., die door het Classicaal Bestuur van Amsterdam vernietigd zijn.

De punten, waarop het vooral aankomt, zijn duidelijk aangewezen.

Vooraf ga hier, waarop, naar het schrijven van den Kerkeraad, dd. 15 Februari 1869 aan de Stemgerechtigden, den 17 Maart 1869 hevesttgend geantwoord werd;

quot;dat de Gemeente te dezer stede, vertegenwoordigd door hare stemgerechtigde Mansleden, de vraag zal hebben te beslissen, of zij het behoud der tegenwoordige wijze van beheer al of niet verlangt. Wordt de vraag met Jet beantwoord, dan geeft het votum der Gemeente aan de Kerkelijke Commissie Tlclcuv recThtsgelciig stctncLjjv.nt. Mogt het antwoord ontkennend luiden, dan eerst zullen voorstellen van een nieuwe regeling noodzakelijk zijn (Post alia). Opdat nu in dezen de zin en keuze der Gemeente blijke, wordt aan hare stemgerechtigde Leden de met ja of neen te beantwoorden vraag voorgelegd: 11 Verlangt gij fuit heJxoixd der tegenwoordige wijze van TieTteer?quot;

De Uitgever heeft er hier en daar eene Noot ter opheldering aan toegevoegd.

ocr page 5

ALGEMEEN REGrLEMENT

EN DE DAARIN GEMAAKTE

WIJZIOINGrEN.

Welke wijze van beheer in 1869 bestond, en alzoo moest voortduren.

Aan hoedanigen Algemeenen Ker-keraad het mandaat toevertrouwd werd.

Hoe het beheer reeds in 1875 gansch anders werd dan het in 1869 was.

De in 1885 aangebrachte vastgestelde wijzigingen. ')


EERSTE HOOFDSTUK.

EERSTE HOOFDSTUK.

EERSTE HOOFDSTUK.

wijze van zamenstelling van de commissie.

Akt. 1. De Commissie, in den hoofde dezes vermeld, oefent, krachtens den last door den Algemeenen Kerkeraad op haar verstrekt, in naam der Neder-duitsche Hervormde Gemeente, het beheer uit over hare Kerkgebouwen, hare verdere bezittingen, roerende en onroerende goederen en inkomsten, niets uitgezonderd, zoowel tegenwoordige als toekomstige, met de bevoegdheid tot het in ontvangst nemen van gelden, effecten en waarden aan de Gemeente toe- en aankomende, en het doen van al zoodanige uitgaven, als ter bevordering van hare zedelijke en godsdienstige belangen kunnen en mogen strekken.

wijze van samenstelling van de commissie.

Art. 1. De Commissie, in den hoofde dezes vermeld, oefent, krachtens den last door den Algemeenen Kerkeraad op haar verstrekt, in naam der Neder-duitsche Hervormde Gemeente, het beheer uit over hare Kerkgebouwen, hare verdere bezittingen, roerende en onroerende goederen en inkomsten, niets uitgezonderd, zoowel tegenwoordige als toekomstige, met de bevoegdheid tot het in ontvangst nemen van gelden, effecten en waarden aan de Gemeente toe- en aankomende, en het doen van al zoodanige uitgaven, als ter bevordering van hare zedelijke en godsdienstige belangen kunnen en mogen strekken.

De bevoegdheid van den Algemeenen Kerkeraad in deze spruit voort uit de beslissing der Stemgerechtigden der Gemeente, 17 Maart 1869 gevallen; is ten allen tijde van de beslissing van Stemgerechtigden, als uitspraak doende in het hoogste ressort, afhankelijk; kan derhalve nooit of nimmer op eenig hooger of sub-intreerend Kerkelijk Bestuur overgaan, en is slechts geldig, zoolang de wettigheid van den Kerkeraad als zoo-wijze van samenstelling van db commissie.

Art. 1. De Commissie, in den hoofde dezes vermeld, oefent, krachtens den last door den algemeenen Kerkeraad op haar verstrekt, in naam der Neder-duitsche Hervormde gemeente, het beheer uit over hare Kerkgebouwen, hare verdere bezittingen, roerende en onroerende goederen en inkomsten, niets uitgezonderd, zoowel tegenwoordige als toekomstige, met de bevoegdheid tot het in ontvangst nemen van gelden , effecten en waarden aan de Gemeente toe- en aankomende, en het doen van al zoodanige uitgaven, als ter bevordering van hare godsdienstige en zedelijke belangen kunnen en mogen strekken.

De bevoegdheid van den Algemeenen Kerkeraad in deze spruit voort uit de beslissing van de Stemgerechtigden dei-Gemeente, 17 Maart 1869 gevallen; is en blijft uitsluitend van de beslissing van Stemgerechtigden, als uitspraak doende in het hoogste ressort, afhankelijk, en kan derhalve nooit of nimmer op eenig hooger of sub-intreerend Kerkelijk Bestuur overgaan, of door zulk een bestuur worden gecontroleerd of beperkt. -)

1) De niet genoemde Artikelen zijn onveranderd gebleven.

2) Thans er bygevoegd.


1 *

ocr page 6

4

Art. 2. Deze Commissie bestaat uit twaalf godsdienstige en geschikte leden der Gemeente, en even zooveel leden van den Algemeenen Kerkeraad, vier Predikanten, vier Ouderlingen en vier Diakenen.

Art. 3. De leden dezer Commissie worden bij geheime stemming en volstrekte meerderheid benoemd door de Vergadering van den Algemeenen Kerkeraad , uit drie-tallen, voor elk lid afzonderlijk, bij haar in te dienen, vóór of op den tweeden Maandag in Maart. Deze drie-tallen worden ingeleverd, wat de leden der Gemeente aangaat, door de Commissie zelve, en met betrekking tot de leden van den Algemeenen Kerkeraad , voor de Predikanten door het college van Predikanten, voor de Ouderlingen door dat der Ouderlingen, en voor de Diakenen door dat der Diakenen ').

Art. 4. Indien er bij den Algemeenen Eerkeraad bedenkingen mogten ontstaan tegen een of ander der door de Commissie op de voordragten genoemden, zal men tot de benoeming niet overgaan, vóór dat die bedenkingen zijn weggenomen

Art. 5. Do gekozenen van hunne benoeming door den Algemeenen Kerkeraad kennis gekregen en die aangenomen hebbende , worden, op den eersten Zondag na de aanneming hunner benoeming , VMi de predikstoelen aan de Gemeente voorgesteld, ten einde hun, die zouden vermeenen, eenig wettig bezwaar tegen de benoemden te hebben, de gelegenheid te geven, om dat bin-

*) Dit Artikel is gewijzigd bij Kerkeraaclsbe-sluit van 8 September 1870, zoodat de daarin erkende rechten zijn ontnomen.

2) Dit Artikel is vervallen volgens Kerkeraads-besluit van 8 September 1870.

danig niet betwist wordt. Wordt deze betwist dan kunnen krachtens deze bevoegdheid geen besluiten genomen of handelingen verricht worden, die den bestaanden toestand konden wijzigen, voor en aleer het verschil op wettige wijze is ten einde gebracht. O1)

Art. 2. Deze Commissie bestaat uit twaalf godsdienstige en geschikte leden der Gemeente, en even zooveel leden van den Algemeenen Kerkeraad, vier Predikanten, vier Ouderlingen en vier Diakenen.

Art. 3. De leden dezer Commissie worden bij geheime stemming en volstrekte meerderheid benoemd door den Algemeenen Kerkeraad in de vergadering van Maart.

Art. 4. De gekozenen van hunne benoeming door den Algemeenen Kerkeraad kennis gekregen en die aangeno-hebbende, worden, op den eersten Zondag na het aannemen hunner benoeming, van de predikstoelen aan de Gemeente voorgesteld, ten einde hun, die zouden vermeenen, eenig wettig bezwaar tegen de benoemden te hebben, de gelegenheid te geven, om dat, binnen acht dagen na de voorstelling, bij onderteekend geschrift ter kennis

Art. 5. De vereischten der leden uit

de Gemeente zijn:

1. Dat zij bij de benoeming sedert twee jaren lidmaat waren van de Nederduitsche Hervormde Kerk;

2. dat zij hunne vaste woonplaats sedert twee jaren hebben binnen de grenzen van de kerkelijke gemeente dezer Stad, en gedurende dien tijd ook bij den Kerkeraad als lidmaten' tot zijn ressort behoorende, zijn bekend geweest;

3. dat zij den ouderdom van zes en dertig jaren hebben bereikt;

4. dat zij elkander niet bestaan in de


1

) Dit alles werd thans weggelaten, en wat er voor in de plaats kwam, zie op de voorg. bladz.

ocr page 7

5

nen acht dagen na de voorstelling, bij onderteekend geschrift ter kennis te brengen van den Algemeenen Kerke-raad, om door dezen te worden beoordeeld. Van den uitslag van een en ander wordt door dien Kerkeraad aan de Commissie berigt ingezonden.

Bij onverhoopt bedanken van een der gekozenen, zal eene nieuwe voordragt van drie-tal bij het College, van hetwelk de eerste nominatie was uitgegaan, worden aangevraagd , en de daaruit benoemde dan zooveel later aan de Gemeente worden voorgesteld ^

Art. 6. De vereischten der leden zijn:

1. dat zij sedert zes jaren lidmaat zijn van de Nederduitsche Hervormde Kerk;

2. dat zij hunne vaste woonplaats sedert twee jaren hebben in de burgerlijke gemeente dezer Stad, en gedurende dien tijd ook bij den Kerkeraad als lidmaten, tot zijn ressort behoorende, zijn bekend geweest;

3. dat zij den ouderdom van zes en dertig jaren hebben bereikt;

A

4. dat zij elkander niet bestaan in de regte linie, ook niet door aanhuwe-lijking, noch ook als broeders of zwagers.

Art. 7. De diensttijd van de leden dezer Commissie wordt bepaald op vier jaren, voor zoo ver zij de vereischten tot het lidmaatschap zoo lang behouden. Na de eerste dienst zijn zij dadelijk herkiesbaar; daarna moeten tusschen elke dienst twee jaren verloopen, onverschillig of men als lid der Gemeente, dan wel als lid van te brengen van den Algemeenen Kerkeraad, om door dezen te worden beoordeeld. Van den uitslag van een en ander wordt door dien Kerkeraad aan de Commissie bericht ingezonden.

Ingeval een benoemde bedankt, zal eene nieuwe benoeming plaats hebben, volgens Art. 3, en wordt de plaatsvervanger afzonderlijk aan de Gemeente voorgesteld.

Art. 5. De vereischten der leden uit de Gemeente zijn:

1. Dat zij bij de benoeming sedert twee jaren lidmaat zijn van de Nederduitsche Hervormde Kerk;

2. dat zij hunne vaste woonplaats sedert twee jaren hebben in de burgerlijke gemeente dezer Stad, en gedurende dien tijd ook bij den Kerkeraad als lidmaten, tot zijn ressort behoorende, zijn bekend geweest;

3. dat zij den ouderdom van zes en dertig jaren hebben bereikt;

4. dat zij elkander niet bestaan in de rechte linie, ook niet door aanhu-welijking, noch ook als broeders of zwagers. Leden en oudleden van den Algemeenen Kerkeraad zijn ook gehouden aan de bepaling sub 4.

Art. 6. De diensttijd van de leden dezer Commissie wordt bepaald op vier jaren, voor zoover zij de vereischten tot het lidmaatschap zoo lang behouden. Na volbrachten diensttijd zijn zij aanstonds wederom herkiesbaar. De benoeming heeft plaats in de maand Maart, de op- en aftreding in de vergadering van April.

Art. 7. Elk lid heeft vrijheid vroeger bij den Algemeenen Kerkeraad aanvrage om ontslag in te dienen.

rechte linie, ook niet door aanhu-welijking, noch ook als broeders of zwagers. Leden en oudleden van den Algemeenen Kerkeraad zijn ook gehouden aan de bepaling sub 4.


') Deze bepaling is vervallen volgens Kerke-raaclsbesluit van 8 September 1870.

i

ocr page 8

6

den Algemeenen kerkeraad mogt zijn opgetreden'). De benoeming heeft plaats in de maand Maart, de op- en aftreding in de vergadering van April.

Abt. 8. Elk lid heeft vrijheid vroeger bij den Algemeenen Kerkeraad aanvrage om ontslag in te dienen.

Art. 8. Er heeft eene verplichte jaar-lijksche aftreding plaats uit den dienst dezer Commissie, van één der Predikanten en van drie leden der Gemeente, en van zoo velen der Ouderlingen en Diakenen, als hun vierjarigen dienst in de Commissie hebben vervuld, of door hun aftreden uit den Kerkeraad, hun radicaal hebben verloren. ') De namen der aftredenden worden, vóór den derden Donderdag in February, door de Commissie aan den Algemeenen Kerkeraad schriftelijk medegedeeld.

Bij overlijden van leden geeft de Commissie daarvan overwijld aan den Algemeenen Kerkeraad kennis, opdat, even als bij bedanken, zoo spoedig mogelijk in de vacature zou kunnen worden voorzien. In beide gevallen wordt de benoeming van eenen opvolger gedaan voor den nog onvervulden diensttijd des overledenen of afgetredenen, voor zoo ver die zitting had als Predikant of lid der Gemeente. Indien echter die vacature mocht ontstaan binnen de laatste zes maanden van zijn diensttijd, geschiedt de vervulling als bij Art. 6 is bepaald.

Deze aftreding heeft niet plaats, indien naar het oordeel der Commissie de bevoegdheid van den Kerkeraad in den zin der slot-alinea van Art. 1 tijdelijk in het ongereede is geraakt. In tusschentijds ontstane vacatures wordt dan door coöptatie voorzien. Duurt deze toestand langer dan vier jaren, dan is de Commissie verplicht Stemgerechtigden te laten beslissen.

Bij overlijden of bedanken van een lid, als Ouderling of Diaken zitting hebbende, in de eerste zes maanden van een dienstjaar, wordt deze vacature ten spoedigste vervuld, en het gedeelte des loopenden jaars, waarin de nieuw benoemde dient, hem voor een vol jaar toegerekend. De vacature, ontstaande in de laatste zes maanden van het dienst-

Art. 8. Er heeft eene verplichte jaarlijksche aftreding plaats uit den dienst dezer Commissie, van één Predikant , één Ouderling, één Diaken, en drie leden der Gemeente. De namen der aftreden den worden, vóór den derden Donderdag in Februari, door de Commissie aan den Algemeenen Kerkeraad schriftelijk medegedeeld.

Bij overlijden van leden geeft de Commissie daarvan onverwijld aan den Algemeenen Kerkeraad kennis, opdat, evenals bij ontslag van leden, en bij verplichte aftreding van Predikanten, Ouderlingen of Diakenen, die ophouden leden des Kerkeraads te zijn, en in het algemeen van leden die hun radicaal voor deze Commissie verliezen, zoo spoedig mogelijk in de vacature zou kunnen worden voorzien. In alle die gevallen wordt de benoeming van een opvolger gedaan voor het nog onvervulde gedeelte van den vierjarigen diensttijd des overledenen of afgetredenen. Indien echter zulke vacature mocht ontstaan in de laatste zes maanden van het dienstjaar, wordt met de vervulling bij voorkeur gewacht tot den tijd der gewone benoemingen in de maand Maart.


') De bedoeling van deze weglating springt in liet oog.

•) Nu onlangs weggelaten.

ocr page 9

7

Art. 9. Er heeft eene verpligte jaar-lijksche aftreding plaats uit de dienst der Commissie, van één der Predikanten en van drie leden der Gemeente, en van zoo velen der Ouderlingen en Diakenen, als hunne vierjarige dienst in de Commissie hebben vervuld, of door hun aftreden uit den kerkeraad hun radicaal hebben verloren. De namen der aftredenden worden, vóór den derden Donderdag in Februari), door de i Commissie aan den Algemeenen Ker-

keraad schriftelijk medegedeeld.

Bij overlijden van leden geeft de Commissie daarvan onverwijld aan den Algemeenen Kerkeraad kennis , opdat, even als bij bedanken, zoo spoedig mogelijk in de vacature zou kuunen worden voorzien. In beide gevallen wordt de benoeming van een opvolger gedaan voor den nog on vervulden diensttijd des overledenen of afgetredenen, voor zoo ver die zitting had als Predikant of lid der Gemeente. Indien echter die vacature mogt ontstaan binnen de laatste zes maanden van zijnen diensttijd, geschiedt de vervulling als bij Art. 7 is bepaald.

Bij overlijden of bedanken van een lid, als Ouderling of Diaken zitting hebbende, in de eerste zes maanden van een dienstjaar, wordt deze vacature ten spoedigste vervuld, en het gedeelte des loopenden jaars, waarin de nieuw benoemde dient, hem voor een vol jaar toegerekend. De vacature antstaande in de laatste zes maanden van het dienstjaar, wordt daarin op de gewone ! wijze, als bij Art. 7 is bepaald, voorzien.

Art. 10. De leden der Commissie nemen dezen post gratis waar, en mogen niets iu rekening brengen, dan de onkosten, aan hun beheer en de daartoe te houden bijeenkomsten verbonden.

jaar, wordt daarin op de gewone wijze, als bij Art. 6 is bepaald, voorzien

Art. 9. De leden der Commissie nemen dezen post gratis waar, en mogen niets in rekening brengen dan de onkosten, aan hun beheer en de daartoe te houden bijeenkomsten verbonden.

Art. 10. De leden teekenen bij hun eerste optreden eene verklaring, die aan den Algemeenen Kerkeraad wordt ingezonden, en wel van den navolgenden inhoud:

„Wij ondergeteekenden verklaren en beloven, dat wij, in hoedanigheid van leden der Commissie tot het Bestuur over de Kerkgebouwen, Goederen, Fondsen en Inkomsten der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Amsterdam, al de eigendommen, fondsen en inkomsten aan die Gemeente toebehoo-

Art. 10. De leden teekenen bij hun eerste optreden eene verklaring, die aan den Algemeenen Kerkeraad wordt ingezonden, eu wel van den navolgenden inhoud:

„Wij oudergeteekendeu verklaren en „belooven, dat wij, in hoedanigheid „van leden der Commissie tot het „Bestuur over de Kerkgebouwen, Goe-„deren. Fondsen en Inkomsten der „ Nederduitsche Hervormde Gemeente „te Amsterdam, al de eigendommen, „fondsen en inkomsten aan die Ge-


i,

2 *

ocr page 10

8

Abt. 11. De leden teekenen bij hun eerste optreden eene verklaring, die aan den Algemeenen Kerkeraad wordt ingezonden , en wel van den navolgenden inhoud:

„Wij ondergeteekenden verklaren en „beloven, dat wij, in hoedanigheid van „leden der Commissie tot het Bestuur „over de Kerkgebouwen, Goederen, „Fondsen en Inkomsten der Neder-„duitsche Hervormde Gemeente te Amsterdam, al de eigendommen, fondsen „en inkomsten aan die Gemeente toe-„behooreade, regtvaardig en ten haren „meeste nutte zullen helpen besturen, ^en ons stipt zullen gedragen naar de „bepalingen voor deze Commissie vastgesteld.quot;

Zij ontvangen ieder een exemplaar van het tegenwoordige en alle verdere Reglementen en Instructiën, dit bestuur betreffende.

Art. 12. De Commissie houdt hare vergaderingen in een der lokalen van de Nieuwe Kerk.

rende, rechtvaardig en ten haren meesten nutte zullen helpen besturen, en ons stipt zullen gedragen naar de bepalingen voor deze Commissie vastgesteld, en nooit eenigen stap zullen doen, waardoor zonder uitdrukkelijke toestemming der gemeente, het beheer der goederen aan toezicht of regeling hoegenaamd ook van eenig hooger kerkelijk of politiek college zou worden overgelaten, tenzij door de rechterlijke uitspraak gelast.

Zij ontvangen ieder een exemplaar van het tegenwoordige en alle verdere Reglementen en Instructiën, dit bestuur betreffende.

Art. 11. De Commissie houdt hare vergaderingen bij voorkeur in een der lokalen van de Nieuwe Kerk.

Art. 12. De tegenwoordigheid van twee derde der leden wordt in eene vergadering vereischt, om haar tot wettig besluiten en handelen bevoegd te doen zijn. Wanneer geen twee derde der leden aanwezig is, zal het nemen van een besluit uitgesteld worden tot eene volgende vergadering; doch dan bij meerderheid van stemmen der aanwezigen kunnen genomen worden.

Voorts regelt de Commissie hare werkzaamheden naar een bij haar vastgesteld Huishoudelijk Reglement, overeenkom-

1) Tot deze invoeging gaf het mandaat van 19 Maart 1869 volstrekt geen recht.

„ meente toebehoorende, rechtvaardig „en ten haren meesten nutte zullen „helpen besturen, en ons stipt zullen „ gedragen naar de bepalingen voor deze „ Commissie vastgesteld, en nooit eeni-„ gen stap zullen doen, waardoor zonder „uitdrukkelijke toestemming der stem-„gerechtigden, het beheer der goederen „aan toezicht of regeling, hoegenaamd „ook, van eenig hooger kerkelijk of „ politiek college zou worden overgelaten, tenzij door de uitspraak van „ den burgerlijken rechter ') gelast.quot;

Zij ontvangen ieder een exemplaar van het tegenwoordige en alle verdere Reglementen en Instruct'ën, dit bestuur betreffende.

■) Aangezien „de rechterlijke uitspraakquot; in 1875 gesteld, ook eene Kerkelijke kon zijn, werd dit aldus veranderd.


ocr page 11

9

Art. 13. De tegenwoordigheid van twee derde der leden wordt in eene vergadering vereischt, om haar tot wettig besluiten en handelen bevoegd te doen zijn. Wanneer geen twee derde der leden aanwezig is, zal het nemen van een besluit uitgesteld worden tot eene volgende vergadering, doch dan bij meerderheid van stemmen der aanwezigen kunnen genomen worden.

Voorts regelt de Commissie hare werkzaamheden naar een bij haar vastgesteld huishoudelijk reglement, overeenkomstig de beginselen in het tegenwoordige Algemeene aangenomen.

Art. 14. De Commissie heeft vrijheid, om, onder hare verantwoordelijkheid, de werkzaamheden, aan haar beheer verbonden, aan 8ub-Commissiën uit haar midden op te dragen; gelijk mede tot het instellen van een College van Collectanten, belast met de inzameling van hetgeen, bij de godsdienstoefeningen , ten behoeve van het Kerke-fonds wordt bijgedragen.

Art. 15. De Commissie is gemag-tigd, den Algemeenen Kerkeraad, als het besturend College der Gemeente, te vertegenwoordigen bij de behartiging en handhaving van hare regten en belangen tegenover derden, voor zoo ver die met haar beheer in betrekking staan.

TWEEDE HOOFDSTUK.

bestuur en beambten

Art. 16. De Commissie draagt zorg, dat de Kerkgebouwen tot de openbare godsdienstoefeningen steeds geschikt zijn, en voorziet in alle behoeften, welke tot die godsdienstoefeningen vereischt worden. De Kerkgebouwen mogen niet in gebruik worden afgestaan buiten toestemming van den Kerkeraad.

Art. 17. Zij zorgt dat de vertrekken, bestemd tot het houden der Provinciale Klassikale, ') Kerkelijke, Diakonale

l) In 1875 er uitgelicht.

stig de beginselen in het tegenwoordige Algemeene aangenomen.

Art. 13. De Commissie heeft vrijheid, om, onder hare verantwoordelijkheid, de werkzaamheden, aan haar beheer verbonden, aan Sub-Commissiën uit haar midden op te dragen; gelijk mede tot het instellen van een Collegie van Collectanten, belast met de inzameling van hetgeen, bij de godsdienstoefeningen, ten behoeve van het Kerke-fonds wordt bijgedragen.

Art. 14. De Commissie is gemachtigd, den Algemeenen Kerkeraad, als het besturend College der Gemeente, te vertegenwoordigen bij de behartiging en handhaving van hare rechten en belangen tegenover derden, voorzoover die met haar beheer in betrekking staan.

TWEEDE HOOFDSTUK.

bestuur en beambten.

Art. 15. De Commissie draagt zorg, dat de Kerkgebouwen tot de openbare godsdienstoefeningen steeds geschikt zijn, en voorziet in alle behoeften, welke tot die godsdienstoefeningen vereischt worden. De Kerkgebouwen mogen niet in gebruik worden afgestaan buiten toestemming van den Kerkeraad.

Een en ander, alsook het in gebruik afstaan der Kerkgebouwen, wordt bij schriftelijke overeenkomst met den Kerkeraad geregeld.

Art. 16. Zij zorgt dat de vertrekken aan de Nieuwe Kerk, bestemd tot het houden der Kerkelijke, Diakonale en andere vergaderingen van het gemeentelijk ') ressort, daartoe steeds in behoorliike orde zich bevinden, en voorziet daarbij in het benoodigd vuur, licht, schrijfbehoeften en andere noodwendigheden.

Art. 17. Buitengewone of kostbare herstellingen aan de Kerken of andere Gebouwen moeten, zooveel mogelijk, bij aanbesteding geschieden.

') Zie hiernaast, hoe dit veranderd werd.

Art. 16. Zij zorgt dat de vertrekken aan de Nieuwe Kerk, bestemd tot het houden der Kerkelijke Vergaderingen van deze Gemeente (die van de Dia-konie daaronder begrepen), daartoe steeds in behoorlijke orde zich bevinden, en voorziet daarbij in liet benoodigd vuur, licht, schrijfbehoeften en andere noodwendigheden.


ocr page 12

10

en andere vergaderingen in het belang der Gemeente, 1) daartoe steeds in behoorlijke orde zich bevinden, en voorziet daarbij in het benoodigd vuur, licht, schrijfbehoeften en andere noodwendigheden.

Art. 18. Buitengewone of kostbare herstellingen aan de Kerken of andere Gebouwen moeten, zooveel mogelijk, bij aanbesteding geschieden.

Art. 19. De Commissie stelt aan en ontslaat alle Opzigters, Werkbazen en Leveranciers, gelijk mede alle Beambten tot de Kerkgebouwen behoo-rende, als : Kosters, Deurwaarders, Plaatsbewaarders en bewaarsters. Gravenmakers, enz. Zij houdt zich daarbij aan den regel, dat de Beambten moeten zijn leden van de Nederduitsche Hervormde Gemeente. Ten aanzien der overige hiervoren bedoelde personen, wijkt zij van dien regel niet af, dan in hooge noodzakelijkheid.

Art. 20. De Commissie geeft van de aanstelling der Kosters kennis aan den Kerkeraad, ten einde de aangestelde ook van deaen de noodige Instructie zal kunnen ontvangen. Deze bepaling is mede van toepassing op den Koster der Nieuwe kerk, in zijne betrekking als Bode van den Kerkeraad, het Provinciaal Kerkbestuur en de Klassis,3)

Art. 21. Bij ontstaan van eenige vacature in boven bedoelde bedieningen, neemt de Commissie, met liet oog op het geldelijk belang der Gemeente, zoo wel als op het rigtig beheer der zaken, bepaald in overweging, of ook zoodanige

Art. 18. De Commissie stelt aan en ontslaat alle Opzichters, Werkbazen en Leveranciers, gelijk mede alle Beambten tot de Kerkgebouwen behoorende, als: Kosters, Deurwaarders, Plaatsbewaarders en Bewaarsters, Gravenmakers enz. Zij houdt zich daarbij aan den regel, dat de Beambten moeten zijn leden van de Nederduitsche Hervormde Gemeente. Ten aanzien der overige hiervoren bedoelde personen, wijkt zij van dien regel niet af dan in hooge noodzakelijkheid.

Art. 19. De Commissie geeft van de aanstelling der Kosters kennis aan den Kerkeraad, ten einde de aangestelde ook van deze de noodige instructie zal kunnen ontvangen. Deze bepaling is mede van toepassing op den Koster der Nieuwe Kerk, in zijne betrekking als Bode van den Kerkeraad.

Art. 20. Bij ontstaan van eenige vacature in bovenbedoelde bedieningen, neemt de Commissie, met het oog op het geldelijk belang der Gemeente, zoowel als op het richtig beheer der zaken, bepaald in overweging, of ook zoodanige post zou kunnen vervallen, alsmede, of door haar eenige wijzigingen in de aanstelling of hai-e voorwaarden kunnen of moeten worden gemaakt.

Akt. 21. De Commissie maakt ten aanzien van de verhuring der zitplaatsen in de Kerken en de Begraving, mede oii de Begraafplaatsen, zoodanige bepalingen, als. ten meeste voordeele der Gemeente kunnen strekken.


1

In 1875 er uitgelicht.

ocr page 13

11

post zou kunnen vervallen, alsmede, of door haar eenige wijzigingen in de aanstelling of hare voorwaarden kunnen of moeten worden gemaakt.

Art. 22. De Commissie maakt ten aanzien van de verhuring der zitplaatsen in de Kerken, en de Begraving, mede op de Begraafplaatsen, zoodanige bepalingen, als ten meesten voordeele der Gemeente kunnen strekken.

DERDE HOOFDSTUK.

geldelijk beheer.

Art. 23. Ten einde op de zekerste wijze voor de bewaring der fondsen te zorgen, worden die zooveel mogelijk gebracht in Inschrijving Nationale Schuld, ten name der Commissie. Alle geldswaarden worden in behoorlijk gesloten kisten of kasten bewaard ter plaatse, daartoe door de Commissie met de vereischte omzigtigheid uit te kiezen, met dien verstande, dat de Coupons zooveel doenlijk op eene andere plaats dan de Effecten zelve bewaard worden.

DERDE HOOFDSTUK.

geldelijk beheer.

Art. 22. Ten einde op de zekerste wijze voor de bewaring der fondsen te zorgen, worden die zoo veel mogelijk gebracht in Inschrijving Nationale Schuld of in solide hypotheken, ten name der Commissie. Alle geldswaarden worden in behoorlijk gesloten kisten of kasten bewaard ter plaatse, daartoe door de Commissie met de vereischte omzichtigheid uit te kiezen, met dien verstande, dat de Coupons zooveel doenlijk op eene andere plaats dan de Effecten zelve bewaard worden.

Art. 23. De bezittingen en inkomsten, ook die, welke zouden kunnen geacht worden tot eenige kerk in het bijzonder betrekking te hebben, of daartoe te behooren, worden, als zijnde een algemeen eigendom, ook als zoodanig beheerd, ten einde daaruit te voorzien zoowel in de algemeene behoeften als in die van elke kerk in het bijzonder, mitsgaders in de uitgaven ter bevordering van de zedelijke en godsdienstige belangen der Gemeente. Bij de aanneming evenwel eener gift of making, die tot een bijzonder einde mocht zijn of worden toegekend, moet aan de te dien opzichte gemaakte bepalingen gevolg worden gegeven, en daarvan, zoo noodig, afzonderlijke bewaring en beheer plaats hebben. Aan zoodanige afzonderlijke bewaring en beheer zijn speciaal onderworpen :

het fonds, daargesteld tot verbetering van de tractementen der Predikanten in de Nederduitsche Hervormde Gemeente te Amsterdam, en

het fonds, bijeengebracht tot ver-hooging van het Predikanten-Weduwen-Pensioen bij de Nederduitsche Hervormde Gemeente binnen Amsterdam.

Al de bovenbedoelde fondsen zullen, zoolang aan hunne bestemming gevolg kau worden gegeven, daaraan niet mogen worden onttrokken, of met de overige bezittingen, op welke wijze ook, mogen worden vermengd of vereenigd.

Art. 23. De bezittingen en inkomsten, ook die, welke zouden kunnen geacht worden tot eenige kerk in het bijzonder betrekking te hebben, of daartoe te behooren, worden, als zijnde een algemeen eigendom, ook als zoodanig beheerd, ten einde daaruit te voorzien, zoowel in de algemeene behoeften, als in die van elke kerk in het bijzonder, mitsgaders in de uitgaven ter bevordering van de godsdienstige en zedelijke belangen der Gemeente. Bij de aanneming evenwel eener gift of making, die tot een bijzonder einde mogt zijn of worden toegekend, moet aan de te dien opzichte gemaakte bepalingen gevolg worde gegeven, en daarvan, zoo noodig, afzonderlijke bewaring en beheer plaats hebben. Aan zoodanige afzonderlijke bewaring en beheer zijn speciaal onder-worjmn:

het fonds, bestemd tot verbetering van de Traktementen der Predikanten in de Nederduitsche Hervormde Gemeente te Amsterdam, en het fonds, bijeengebracht tot verhooging van het Predikanten-Weduwen-Pensioen bij de Nederduitsche Hervormde Gemeente binnen Amsterdam.

Al de bovenbedoelde fondsen zullen, zoolang aan hunne bestemming gevolg kan worden gegeven, daaraan niet mogen worden onttrokken, of met de overige bezittingen, op welke wijze ook, mogen worden vermengd of vereenigd.


ocr page 14

12

Art. 24. De bezittingen en inkomsten, ook die, welke zouden kunnen geacht worden tot eenige kerk in het bijzonder betrekking te hebben, of daartoe te behooren, worden, als zijnde een algemeen eigendom, ook als zoodanig beheerd, ten einde daaruit te voorzien, zoowel in de algemeene behoeften, als in die van elke kerk in het bijzonder, mitsgaders in de uitgaven ter bevordering van de zedelijke en godsdienstige belangen der Gemeente. Bij de aanneming evenwel eener gift of making, die tot een bijzonder einde mogt zijn of worden toegekend, moet aan de te dien opzigte gemaakte bepalingen gevolg worden gegeven, en daarvan, zoo noodig, afzonderlijke bewaring en beheer plaats hebben. Aan zoodanige afzonderlijke bewaring en beheer zijn speciaal onderworpen :

het fonds, daargesteld tot verbetering van de Tractementen dei-Predikanten in de Nederduitsche Hervormde Gemeente te Amsterdam, en

het fonds, bijeengebragt tot verhooging van het Predikanten-Weduwen-pensioen bij de Nederduitsche Hervormde Gemeente binnen Amsterdam.

Al de bovenbedoelde fondsen zullen, zoolang aan hunne bestemming gevolg-kan worden gegeven, daaraan niet mogen worden ontrokken, of met de overige bezittingen, op welke wijze ook, mogen worden vermengd of vereenigd.

Art. 25. Van een of meer der Kapitalen, op de Grootboeken der Nationale Schuld ingeschreven, zal een bepaald gedeelte zijn aangewezen tot zooveel mogelijke voorziening in de schade bij brand aan de Kerken, andere gebouwen en roerende goederen, onder het bestuur dezer Commissie staande, welke som jaarlijks wordt verhoogd met de daarop verschenen renten en daarenboven met een door de Commissie te bepalen bedrag tot vermeerdering van Kapitaal. Van een en ander moet in de boeken en jaarlijk-sche rekening behoorlijk blijken.

Art. 26. Het algemeen beheer dei-gelden wordt, on de;- de verantwoorde-

Art. 24. Alle gewone uitgaven moeten uit de gewone inkomsten en baten worden bestreden. Aan het oordeel der Commissie blijft overgelaten of de stand der financiën nieuwe jaarlijksche uitgaven toelaat. Aan den Algemeenen Ker-keraad wordt daartoe jaarlijks in de maand December door haar ingediend eene begrooting van ontvangsten en uitgaven.

Het kapitaal zelf en gelden voor kapitaalvorming blijkbaar bestemd, mogen op geenerlei wijze aan hunne bestemming onttrokken worden en geen afschrijving van het Grootboek mag geschieden zonder speciale vergunning van den Algemeenen Kerkeraad, in voltallige vergadering door 2/a der Leden toegestaan.

Art. 25. Van een of meer der Kapitalen, op de Grootboeken der Nationale Schuld ingeschreven, zal een bepaald gedeelte zijn aangewezen tot zooveel mogelijke voorziening in de schade bij brand aan de Kerken, andere gebouwen en onroerende goederen, onder het bestuur dezer Commissie staande, welke som jaarlijks wordt verhoogd met de daarop verschenen renten en daarenboven met een door de Commissie te bepalen bedrag tot vermeerdering van Kapitaal. Van een en ander moet in de boeken en jaarlijksche Rekening behoorlijk blijken.

Art. 26. Het algemeen beheer der gelden wordt, onder de verantwoorde-

Art. 24. Alle gewone uitgaven moeten uit de gewone inkomsten en baten worden bestreden. Aan het oordeel der Commissie blijft overgelaten of de stand der financiën nieuwe jaarlijksche uitgaven toelaat. Van den stand der financiën doet zij aan den Algemeenen Kerkeraad mededeeling, door hem jaarlijks in de maand December eene begrooting te zenden van ontvangsten en uitgaven.

Het kapitaal zelf en gelden voor kapitaalvorming blijkbaar bestemd, mogen op geenerlei wijze aan hunne bestemming onttrokken worden, en geene afschrijving van het Grootboek mag geschieden zonder speciale vergunning van den Algemeenen Kerkeraad, verleend in eene vergadering waarin minstens twee derden der leden, waaruit hij bestaan moet, tegenwoordig zijn; tenzij de vergadering wegens ongenoegzaam getal van leden, reeds eenmaal was uiteengegaan, en ten tweeden male tot behandeling van het voorstel tot afschrijving wettiglijk was opgeroepen.4).

') Ingevoegd om eene afschrijving gemakkelijk te maken.


ocr page 15

13

lijkheid als bij Art. 14 is bepaald, opgedragen aan eene Sub-commissie, die uit niet minder dan drie leden zal bestaan. Deze fungeert onder de benaming van: Commissie van Financiën, van welker leden de Algemeene Commissie bevoegdheid heeft genoegzame zekerheid te nemen voor dat beheer.

Art. 27. De kasten of kisten, waarin effecten of gelden onder beheer der Commissie van Financiën bewaard worden, moeten voorzien zijn van drie verschillend werkende sloten, waarvan de sleutels moeten berusten onder drie leden dezer Commissie, die alzoo bij de opening en sluiting steeds moeten tegenwoordig zijn.

Art. 28. In het algemeen neemt de Commissie de meest redelijke bezuinigingen in acht, en tracht op betamelijke wijze de inkomsten der Gemeente te vermeerderen. Belangrijke buitengewone uitgaven geschieden nimmer dan op uitdrukkelijken last van de Algemeene Commissie, en zal deze geen besluit, bij hetwelk, zonder blijkbare noodzakelijkheid, vermeerderde uitgaven zouden worden vastgesteld, mogen nemen, dan in eene vergadering, volgende op die, waarin het voorstel tot zulk besluit is ingekomen.

Tot de inkomsten behooren onder meerder: de opbrengst der graven in de Kerken en op de Begraafplaatsen, de verhuring der zitplaatsen, de gewone inzameling in de Kerken, en eene jaar-lijksche Collecte, welke bij voorkeur in de maand December aan de huizen van de leden der Gemeente zal geschieden, waartoe zij bij adres, aan den Kerke-raad medegedeeld, zal worden opgewekt. De jaarlijksche Collecte wordt gedaan door de leden der Commissie, bijgestaan door Collectanten in Art. 14 genoemd.

lijkheid als bij Art. 14 is bepaald, opgedragen aan eene Sub-Commissie, die uit niet minder dan drie leden zal bestaan. Deze fungeert onder de benaming van: Commissie van Financiën, van welker leden de Algemeene Commissie bevoegdheid heeft genoegzame zekerheid te nemen voor dat beheer.

Art. 27. De kasten of kisten, waarin effecten of gelden onder beheer der Commissie van Financiën bewaard worden, moeten voorzien zijn van drie verschillend werkende sloten, waarvan de sleutels moeten berusten onder drie leden dezer Commissie, die alzoo bij de opening en sluiting steeds moeten tegenwoordig zijn.

Art. 28. In het algemeen neemt de Commissie de meest redelijke bezuinigingen in acht, en tracht op betamelijke wijze de inkomsten der Gemeente te vermeerderen. Belangrijke buitengewone uitgaven geschieden nimmer dan op uitdrukkelijken last van de Algemeene Commissie, en zal deze geen besluit, bij hetwelk zonder blijkbare noodzakelijkheid vermeerderde uitgaven zouden worden vastgesteld, mogen nemen, dan in eene vergadering volgende op die, waarin het voorstel tot zulk besluit is ingekomen.

Tot de inkomsten behooren onder meer: de opbrengst der graven in de Kerken en op de Begraafplaatsen, de verhuring der zitplaatsen, de gewone inzameling in de Kerken, en eene jaarlijksche Collecte, welke bij voorkeur in de maand December aan de huizen van de leden der Gemeente zal geschieden, waartoe zij bij Adres, aan den Kerkeraad medegedeeld, zal worden opgewekt. De jaarlijksche Collecte wordt gedaan door de leden der Commissie, bijgestaan door Collectanten in Art. 13 genoemd.


VIERDE HOOFDSTUK.

VIERDE HOOFDSTUK.

betrekking van de commissie tot den kerkeraad en de gemeente.

Art. 29. De Commissie gedraagt

o ~

zich in haar bestuur overeenkomstig het beginsel, dat de Kerkeraad het betrekking van de commissie tot den kerkeraad en de gemeente.

Art. 29. De Commissie gedraagt zich in haar bestuur overeenkomstig het beginsel, dat de Kerkeraad het

Art. 29. De Commissie gedraagt zich in haar bestuur overeenkomstig het beginsel, dat de Kerkeraad het lichaam


ocr page 16

14

ligchaam is, vertegenwoordigende de Gemeente, in overeenstemming met Art. 19, alinea 4 van het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in liet Koningrijk der Nederlanden.

Art. 30. Van de bevoegdheid dezer Commissie is uitgesloten al wat het bestuur der Gemeente, en de bevordering van hare godsdienstige belangen door opzigt en onderwijs, alsmede de verzorging barer armen aangaat; insgelijks het beroepen van Predikanten, Ouderlingen en Diakenen, de bepaling van hun dienstwerk, de vaststelling van tijd en plaats der godsdienstoefeningen en catechisatiën, de iurigting van de openbare godsdienst met hare plegtig-heden, al hetwelk respectievelijk tot den werkkring van den Algemeenen of Bij zonderen Kerkeraad behoort .

Art. 31. In overeenstemming met het voorgaand Artikel moeten de Kosters, Deurwaarders,Plaatsbewaarders en bewaarsters de bevelen, welke hun door den Kerkeraad tot eene stichtelijke inrig-ting van de openbaren godsdienst in het algemeen, en, bij de godsdienstoefeningen in het bijzonder door den dienstdoenden Leeraarof Ouderling gegeven worden, naauw-keurig opvolgen. Deze beambten kunnen hunne tractementen niet ontvangen, dan op vertooning van een getuigschrift des Eerkeraads, dat zij gedurende den tijd, over welken de betaling geschiedt, hunne bediening ten genoege van den Kerkeraad hebben waargenomen •).

Art. 32. De Kerkeraad stelt aan en ontslaat de Hulppredikers, de Onderwijzers en Onderwijzeressen iu de Godsdienst, Krankbezoekers, Voorlezers en Organisten, benevens zijnen Amanuensis. De Bode van den Kerkeraad, het Provinciaal Kerkbestuur en de Klassis -) wordt door dezen niet aangesteld , dewijl die betrekking met den post van Koster in de .Nieuwe kerk is vereenigd. In geval hij zich daarbij, lichaam is vertegenwoordigende de Gemeente, in overeenstemming met Art. 19, alinea 4 van het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden, en behoudens de bepalingen van Art. 1 van dit Reglement. ')

Art. 30. Van de bevoegdheid dezer Commissie is uitgesloten al wat het bestuur der Gemeente, alsmede de verzorging barer armen aangaat; insgelijks het beroepen van Predikanten, Ouderlingen en Diakenen, de bepaling van hun dienstwerk, de vaststelling van tijd en plaats der godsdienstoefeningen en catechisatiën, de inrichting van den openbaren godsdienst met zijne plechtigheden-, al hetwelk respectievelijk tot den werkkring van den Algemeenen of Bijzonderen Kerkeraad behoort.

.'erschil met de

Art. 31. De instructie, aan het onderhoorig personeel der Commissie voor de openbare godsdienstoefeningen te geven, wordt geregeld bij Contract met den Kerkeraad. 1)

Art. 32. De Kerkeraad stelt aan en ontslaat de Hulppredikers, de Onderwijzers en Onderwijzeressen in den Godsdienst, Krankbezoekers, Voorlezers en Organisten, benevens zijnen Amanuensis. De Bode van den Kerkeraad wordt door dezen niet aangesteld, dewijl die betrekking met den post van Koster in de Nieuwe kerk is vereenigd. Als Bode bedient hij zich van een Assistent, niet

') Er ingelascht in 1875. ') Let op het aanmerkelijk bepalingen hiernaast in Art. 31.

is, dat de Gemeente vertegenwoordigt en bestuurt. ')

•) De hier gemaakte weglating plaatst den Kerkeraad buiten het wettige kerkverband.


1

) In 1875 geschrapt.

ocr page 17

15

onder zijne verantwoordelijkheid, van eenen Assistent wil bedienen, moet hij dien aan den Kerkeraad ter goedkeuring voordragen. 1) Deze allen, met uitzondering van de Hulppredikers, erlangen geene betaling zonder het getuigschrift in het voorgaand artikel vermeld.

Art. 33. Bij ontstaande vacatures van Beambten, in Art. 32 vermeld, worden door den Kerkeraad, zoowel wat hare vervulling als wat de voor-dragt der bezoldiging van nieuw aankomenden betreft, de bepalingen van Art. 21 in acht genomen.

Art. 34. Voor zoo ver eenige inrig-tingen tot vermeerdering van inkomsten der Gemeente kunnen worden vastgesteld, welke uit haren aard alleen van den Kerkeraad afhangen, als bij voorbeeld : het vorderen c van eenig geld voor Extracten uit de boeken der Lidmaten enz., kan de Commissie hare voorstellen dienaangaande aan den Kerkeraad mededeelen, en de Kerkeraad, ook deswege onaangezocht, schikkingen tot zulke inrigtingen maken; en zal deze in dat geval voor de uitvoering daarvan zorg dragen, en de voordeelen jaarlijks aan de Commissie doen toekomen of verantwoorden.

Art. 35. Door de Commissie wordt betaald het navolgende :

1. De gewone onkosten van den Alge-meenen en Bij zonderen Kerkeraad, tot een te bepalen maximum, waarover, in den loop van ieder jaar, naar behoefte kan worden beschikt.

Tot het doen van buitengewone uitgaven zal het oordeel der Commissie worden gevraagd, en hare toestemming benoodigd zijn.

2. De Klassikale Quota.

3. De Contribution voor de alhier dienstdoende Predikanten aan de Klassikale Weduwen-beurs.

4. De onkosten, vallende op de beroeping en overkomst van Predikanten, tot een vast bedrag ; alsmede zoodanige gelden, als de beroepen Predikant aan de Gemeente, die hij

1) Zie de bepalingen, te dien aanzien in dato 6 Junij 1831 gemeenschappelijk van den Kerkeraad en de Commissie uitgegaan.

dan met goedkeuring van den Kerkeraad aan te stellen en te ontslaan'). Deze allen, met uitzondering van de Hulppredikers, erlangen geen betaling zonder het getuigschrift in het voorgaand Artikel vermeld.

Art. 33. Bij ontstane vacatures van Beambten, in Art. 32 vermeld, worden door den Kerkeraad, zoowel wat hare vervulling als wat de voordracht der bezoldiging van nieuw aankomenden betreft, de bepalingen van het Contract met de Commissie in acht genomen.

Art. 34. Voor zoover eenige inrichtingen tot vermeerdering van de inkomsten der Gemeente kunnen worden vastgesteld, welke uit haren aard alleen van den Kerkeraad afhangen, als bij voorbeeld: het vorderen van eenig geld voor Extracten uit de boeken der Lidmaten enz., kan de Commissie hare voorstellen dienaangaande aan den Kerkeraad mededeelen, en de Kerkeraad, ook deswege on aangezocht, schikkingen tot zulke inrichtingen maken; en zal deze in dat geval voor de uitvoering daarvan zorg dragen, en de voordeelen jaarlijks aan de Commissie doen toekomen of verantwoorden.

Art. 35. Door de Commissie wordt betaald het navolgende:

1. De gewone onkosten van den Alge-meenen en Bij zonderen Kerkeraad, tot een te bepalen maximum, waarover, in den loop van ieder jaar, naar behoefte kan worden beschikt.

Tot het doen van buitengewone uitgaven zal liet oordeel der Commissie worden gevraagd, en hare toestemming benoodigd zijn.

2. De Klassikale Quota.

3. De Contributiën voor de alhier dienstdoende Predikanten aan de Klassikale Weduwen-beurs.

4. De onkosten, vallende op de beroeping en overkomst van Predikanten, tot eeu vast bedrag; alsmede zoodanige gelden, als de beroepen Predikant aan de Gemeente, die

Art. 35. Door de Commissie wordt betaald het navolgende:

1. De gewone onkosten van den Alge-meenen en Bij zonderen Kerkeraad, tot een te bepalen maximum, waarover, in den loop van ieder jaar, naar behoefte kan worden beschikt.

Tot het doen van buitengewone uitgaven zal het oordeel der Commissie worden gevraagd, en hare toestemming benoodigd zijn.

2. De Klassikale Quota, voor zoover de Kerkeraad die aanvraagt. ')

3. De Contributiën voor de alhier dienstdoende Predikanten aan de Klassikale Weduwen-beurs.

4. De onkosten, vallende op de beroeping en overkomst van Predikanten, tot een vast bedrag; alsmede zoodanige gelden, als de beroepen

1) Blijkbaar wilde men geene Quota meer aanvragen, en dus de Gemeente losmaken van het ten dezen bestaande verband.


1

Zie de bepalingen, te dien aanzien in dato 0 juni 1831 gemeenschappelijk van den Kerkeraad en de Commissie uitgegaan.

ocr page 18

16

verliet, volgens de Kerkelijke Wet heeft moeten terugbetalen.

Het maximum, hierboven sub N0. 1 , en het vast bedrag, sub N0. 4 vermeld, wordt bij onderling overleg door den Kerkeraad en de Commissie bepaald.

Aet. 36. Bij ontstaanden twijfel aangaande de bevoegdheid der Commissie, of de beteekenis van eenig artikel van dit Reglement, alsmede bij onverhoopte geschillen in haar midden, wordt de beslissing opgedragen aan zes van hare leden in vereeniging met zes leden uit den Algemeenen Kerkeraad, niet tot de Commissie behoorende.

Art. 37. Indien de Commissie, in Art. 36 vermeld, tot geene beslissing mogt kunneu komen, of wanneer men meent zich daaraan niet te mogen onderwerpen, doet de Algemeene Kerkeraad bij volstrekte meerderheid van stemmen uitspraak; maar zullen, in geval van geschillen bovengenoemd, diegenen zijner leden, welke zitting hebben in de Commissie, geen deel mogen nemen in deze raadplegingen.

Art. 38. Jaarlijks, vóór den eersten Julij, wordt door de Commissie de Rekening over het afgeloopen jaar, in duplo, aan den Algemeenen Kerkeraad ter goedkeuring ingezonden, met overlegging van eenen staat van al de bezittingen en bijzondere fondsen, bedoeld bij Art. 24 van dit Reglement.

Art. 39. Bijaldien geene bezwaren zijn gerezen, of deze zijn uit den weg geruimd, wordt de rekening ten blijke van goedkeuring vanwege den Kerkeraad ge teekend, welke daarna aan de Leden der Gemeente de gelegenheid geeft, om haar te kunnen inzien, waarbij

hij verliet, volgens de Kerkelijke

Wet *) heeft moeten terugbetalen.

Het maximum hierboven sub Nquot;. 4 vermeld, wordt bij onderling overleg door den Kerkeraad en de Commissie bepaald.

Art. 36. Bij ontstaanden twijfel aangaande de bevoegdheid der Commissie, of de beteekenis van eenig artikel van dit Reglement, alsmede bij onverhoopte geschillen in haar midden, wordt de beslissing opgedragen aan zes van hare leden, in vereeniging met zes leden uit den Algemeenen Kerkeraad, niet tot de Commissie behoorende.

Art. 37. Indien de Commissie, in Art. 36 vermeld, tot geen beslissing mocht kunnen komen, of wanneer men meent zich daaraan niet te mogen onderwerpen, doet de Algemeene Kerkeraad bij volstrekte meerderheid van stemmen uitspraak; maar zullen, in geval van geschillen bovengenoemd, diegenen zijner leden, welke zitting hebben in de Commissie, geen deel mogen nemen in deze raadplegingen.

Is naar het oordeel der Commissie de slotbepaling van Art. 1 van toepassing, dan treden Artt. 36 en 37 buiten werking, en mag de Commissie geen andere beslissing2) dan van Stemgerechtigden inroepen.

Art. 38. Jaarlijks, vóór den eersten Juli, wordt door de Commissie de Rekening over het afgeloopen jaar, in duplo, aan den Algemeenen Kerkeraad ter goedkeuring ingezonden, met overlegging van een Staat van al de bezittingen en bijzondere fondsen, bedoeld bij Art. 23 van dit Reglement.

Art. 39. Bijaldien geen bezwaren zijn

') T. w. de Kerkelijke Reglementen, die daaromtrent bepalingen maken.

2) Volstrekt niet verlangd. De Algemeene Kerkeraad gaf bovendien daarmeê een zijner attributen van 186» in strijd met het mandaat

pi'Ös.

Predikant aan de Gemeente, die hij verliet, rechtens ') verplicht is geweest terug te betalen.

Het maximum, hierboven sub N°. 1, en het vast bedrag, sub Nquot;. 4 vermeld, wordt bij onderling overleg door den Kerkeraad en de Commissie bepaald.

Art. 36. Indien bij den Algemeenen Kerkeraad of bij de Commissie zelve twijfel ontstaat aangaande de grenzen der bevoegdheid van de Commissie of aangaande de beteekenis van eenig artikel van dit Reglement, wordt de beslissing opgedragen aan zes van hare leden, door haar zelve te benoemen, in vereeniging met zes leden uit den Algemeenen Kerkeraad, niet tot de Commissie behoorende, en door dien Kerkeraad te benoemen.

Art. 37. Indien de Commissie, in Art. 36 vermeld, tot geene beslissing mocht kunnen komen, of wanneer hetzij de Commissie of de Algemeene Kerkeraad meent zich daaraan niet te mogen onderwerpen, doet de Algemeene Kerkeraad bij volstrekte meerderheid van stemmen uitspraak. 2)

') Door wien te bepalen, wat recht is? 5) Wat thans uit dat Artikel werd uitgelaten, verdient ook eenige aandacht.


ocr page 19

17

drie leden van den Algemeenen Ker-keraad en drie Leden van de Commissie tot het Bestuur over de Kerkgebouwen, Goederen, Fondsen en Inkomsten, enz., moeten tegenwoordig zijn. Tijd en plaats daartoe worden des Zondags te voren van de predikstoelen bekend gemaakt. De door den Algemeenen Kerkeraad geteekende rekening wordt daarna aan de Commissie, ter harer decharge, teruggezonden.

\

Art. 40. Wanneer een lid der Commissie, of wel eender Beambten onverhoopt onder Kerkelijke censuur mogt gesteld zijn, kan hij, ingeval zijn vergrijp tot een ontslag mogt leiden, nogtans gedurende den tijd dier censuur de werkzaamheden zijner betrekking niet waarnemen. De Beambten zijn in dat geval verstoken van de voor-deelen aan hunnen post verbonden, en door het Gollegie, dat hen heeft aangesteld, wordt tijdelijk voorzien in de waarneming van hunnen post').

Art. 41. Door de invoering van dit Reglement wordt het Concept-Reglement en Instructie op het bestuur der Kerken, verdere goederen en inkomsten der Gemeente van den jare 1810 buiten werking gesteld; doch behoudt de Al-gemeene Kerkeraad zich voor, in het tegenwoordige Reglement zoodanige veranderingen en bijvoegselen te maken, als hij, na de Commissie gehoord te hebben, zal noodig achten, terwijl deze de vrijheid heeft, voordragten tot Wetsherziening in te dienen.

') Tot erger dau het tegendeel werd in 1875 besloten.

gerezen, of deze zijn uit den weg ge-nrmd, wordt de rekening, ten blijke van goedkeuring, van wege den Kerkeraad geteekend, welke daarna aan de Leden der Gemeente de gelegenheid geeft, om haar te kunnen inzien, waarbij drie leden van den Algemeenen Kerkeraad en drie leden van de Commissie tot het Bestuur over de Kerkgebouwen, Goederen, Fondsen en Inkomsten moeten tegenwoordig zijn. Tijd en plaats daartoe worden des Zondags te voren van de predikstoelen bekend gemaakt. De door den Algemeenen Kerkeraad geteekende rekening wordt daarna aan de Commissie ter harer decharge, teruggezonden.

Art. 40. Wanneer een lid der Commissie, een der Stemgerechtigden, of wel een der beambten onverhoopt onder kerkelijke censuur, van wat aard ook, mocht gesteld zijn, beslist de Commissie, of en in hoeverre deze censuur gevolgen heeft voor de rechten van den betrokkene, hem krachtens eenige bepaling vah dit Reglement toekomende of toegekend In elk geval blijft tot op deze beslissing de zaak in haar geheel en de betrokkene in functie. lt;)

Art. 41. Door de invoering van dit Reglement wordt het Concept-Reglement en Instructie op het. bestuur der Kerken, verdere goederen en inkomsten der Gemeente van den jare 1810 buiten werking gesteld; doch behoudt de Alge-meene Kerkeraad zich voor, in het tegenwoordige Reglement zoodanige veranderingen en bijvoegselen te maken, als hij, na de goedkeuring der Commissie hierop verkregen te hebben, zal noodig achten, terwijl deze de vrijheid heeft, voordrachten tot Wetsherziening in te dienen.

Wetsveranderingen, waarover geen eenstemmigheid tusschen den Kerkeraad en de Kerkelijke Commissie kan verkregen worden.

•) Zie vooral hiernaast. Daardoor verloor de Kerkelijke Commissie haar karakter, en verkreeg zij rech.en en plichten die dor Kerkelijke Vergaderingen toekomen.

Art. 41. Bijaldien de Kerkeraad (zoo Algemeene als Bijzondere), bij het vervullen zijner roeping om de gemeente bij Gods Woord te houden en de drie Formulieren van eenigheid als accoord van kerkelijke gemeenschap te handhaven, op zóó ernstige wijze mocht worden be-moeielijkt dat hij zich genoodzaakt zag in volstrekten zin naar het gebod, dat men Gode meer gehoorzaam moet zijn dan den menschen, te handelen, of door schorsing of afzetting van meerdere zijner leden, of uit wat oorzaak ook, zich zijn recht om als wettig bestuur der gemeente op te treden betwist zag, en hetzij een ander bestuur zich in de zaken van deze gemeente mengde om te willen doen wat des Kerkeraads is, of ook een


k

ocr page 20

18

moeten aan de beslissing der Stemgerechtigden onderworpen worden. Alle stemmingen der Stemgerechtigden, die het Kerkelijk beheer aangaan, worden door de Kerkelijke Commissie geleid. 4)

•) Deze invoeging ontnam aan den Algemeenen Kerkeraad het hem toekomend recht en de op hem rustende verplichting van 1869. Zie hiernaast.

tegen-Kerkeraad geformeerd werd, zal de Commissie voortgaan met den oorspronkelijken Kerkeraad (zoo Algemeenen als Bij zonderen) die de gemeente bij Gods Woord zocht te houden, als den eenigen wettigen te erkennen, en bij de uitvoering van alle bepalingen van dit Reglement, die van quot;Kerkeraadquot; gewagen, uitsluitend hem daaronder verstaan. lt;)

Art. 42. ') Zoodra en zoolang het geval, in Art. 41 bedoeld, zich mocht voordoen, en óf een ander Bestuur hier mocht komen doen wat des Kerkeraads is, óf een tegen-Kerkeraad mocht optreden, geschiedt de benoeming van leden dezer Commissie, in afwijking van het bepaalde in Art. 3, door coöptatie, in dezelfde maand als bij Art. 3 bepaald is; waarna ook de in Art. 4 vermelde kennisgeving, zoo mede de ontvangst en beoordeeling van eventueele bezwaren, door de Commissie zelve geschiedt.

Art. 43. ') Mocht volgens het oordeel der Commissie, in het geval bij Art. 41 en 42 bedoeld, eene nadere beslissing van Stemgerechtigden vereischt zijn, dan onderwerpt zij aan hunne uitspraak de voorstellen die zij meent in het belang der gemeente te moeten doen.

Art. 44. «) De uitvoering van het bepaalde in Art. 41, 42 en 43 kan nooit ten gevolge hebben, dat eenig lid der Commissie persoonlijk aansprakelijk gesteld worde voor de uitgaven of onkosten, die hij als gemachtigde of mandataris der Commissie gedaan of gemaakt heeft.

Art. 45. Door de invoering van dit Reglement wordt liet Concept-Reglement en Instructie op het bestuur der Kerken, verdere goederen en inkomsten der gemeente van den jare 1810 buiten werking gesteld; doch behoudt de Algemeene

*) Alle deze Artikelen zijn zóó slecht, dat ze moeilijk in enkele woorden gekwalificeerd kunnen worden.


ocr page 21

19

Aldus vastgesteld in de vergadering van den Algemeenen Kerkeraad van den Een en twintigsten April, Achttien honderd negen en vijftig.

E. B. SWALUE,

Praeses.

T. MODDERMAN, Az.,

Scriba.

Aldus vastgesteld in de Vergadering van den Algemeenen Kerkeraad van den een en twintigsten April Achttien honderd negen en vijftig, en nader gewijzigd in de vergadering van den Algemeenen Kerkeraad van den twaalfden April Achttien honderd vijf en zeventig.

J. CRAMER, Praeses.

P. VAN SON, Scriba.

Kerkeraad zich voor, in het tegenwoordige Reglement zoodanige veranderingen en bijvoegselen te maken, als hij, na de goedkeuring der Commissie hierop verkregen te hebben, zal noodig achten, terwijl deze de vrijheid heeft, voordrachten tot Reglements-herziening in te dienen.

Reglements-veranderingen, waarover geene eenstemmigheid tusschen den Kerkeraad en de Kerkelijke Commissie kan verkregen worden, moeten aan de beslissing der Stemgerechtigden onderworpen worden.

Art. 46. Bij alle stemmingen der Stemgerechtigden, welke uit dit Reglement voortvloeien, wordt in acht genomen :

dat zij door de Kerkelijke Commissie geleid worden;

dat stemgerechtigd zijn allen die door den Algemeenen Kerkeraad bij de onder zijne leiding te houden stemmingen als zoodanig erkend worden ') ;

en dat de meerderheid der behoorlijk uitgebrachte stemmen beslist.

Aldus vastgesteld in de Vergadering van den Algemeenen Kerkeraad van den Een en twintigsten April, Achttien honderd negen en vijftig, en nader gewijzigd in de Vergadering van den Algemeenen Kerkeraad van den Twaalfden April, Achttien honderd vijf en zeventig, en in de Vergadering van den Algemeenen Kerkeraad van den 2)


') Hierdoor werd de mogelijkheid geopend, om allen als Stemgerechtigden uit te sluiten, die niet voldeden aan de door de Kerkelijke Commissie of door een ander Collegie willekeurig gestelde eischen. Opzettelijk werd elke bepaalde herinnering aan het Synodaal Reglement ten dezen weggelaten. Een en ander in verband met de weglating in Art. 29 geeft duidelijk te verstaan , wat de doordrijvers bedoelden.

_____| (2 De datum der vaststelling kan niet worden

ingevuld. In de Vergadering van den 7den December 1885 werd de bevoegdheid des Kerkeraads tot het maken van zulke bepalingen aangenomen, en in die van den loden daaraanvolgende werden alle deze wijzigingen zonder discussie over de artikelen en hloc, volgens 't advies eener Commissie ad hoe, ondanks het ernstig protest van verschillende predikanten, goedgevonden. Of ze door den toenmaligen Voorzitter en den Scriba van dien tijd onderteekend zijn geworden, valt te betwijfelen, en is thans niet uit te maken, aangezien het Archief met de Notulen enz. enz., voor den Uitgever dezes gesloten is. Maar in elk geval zijn minstens die goedgekeurde wijzigingen vernietigd door het Classicaal Bestuur van Amsterdam, voorwaardelijk in zijne Vergadering van den 28sten December '85, en definitief in die van den 4den Januari 'Sfi.

ocr page 22
ocr page 23
ocr page 24