|
y TW |
jiplir S-' |
V
ill
3088 863 4
! IDRUKTlü VERZAMELING 1897. r - â
Ingekomen stukken.
N1'. 9.
RAPPORT
VAN DE
â¦
Raadscommissie in zake het abattoir.
GEDRUKTE VERZAMELING 1897,
/7
O. Q/U.
/'
Ingekomen stukken.
N1'. 9.
RAPPORT
van de Raadscommissie in zake het abattoir.
BIJLAGEN :
1. Rapport, uitgebracht 27 Maart 1877 door de Raadscommissie, in zake de oprichting van een abattoir.
2. Over keuring van vleesch, door D. F. van Es veld.
3. Rapport van de Commissie van toezicht op vee en vleesch, dd. 6 Juni 1895 , met bijlagen.
4. Rapport van den Directeur der gemeentewerken, dd. 31 October 1895.
5. Nota van den Directeur der gemeentewerken, dd. 1G April 189C, met 9 teekeningen.
6. Begrooting van kosten voor den aanleg van een openbaar slachthuis, door den Directeur der gemeentewerken.
7. Rapporten van de heeren Dr. J. Poels en J. J. P. Dhont, over de oorzaak der in 1892 te Rotterdam waargenomen gevallen van vleeschvergiftiging, uitgebracht April 1893 en November 1896.
8. Verordeningen, reglementen, instructiën in betrekking tot het abattoir te Amsterdam.
9. Verordeningen, reglementen, instructiën in betrekking tot het abattoir te Rotterdam.
10. Notulen der vergadering van de Commissie in zake het abattoir, gehouden 26 Maart 1896.
NB, De bijlagen nos. 3, 4, 5 en 6 volgen in druk achter dit rapport.
Aan
den Gemeenteraad*
RAPPORT
yan de Commissie in zake de oprichting van een ABATTOIR.
Op do wonscheljjkheid van de oprichting van con openbaar slaohthuia of abattoir werd reeds in 1859 liier ter stede de aandacht gevestigd door Mr. W. R. Boer, in een artikel, getiteld: âSlachthuizenquot;, en sedert dien tijd werd door verscheidene commissiën en vereenigin-gen , o. a. door de Handelssocieteit en de Vereeniging voor Pabrieks-en Handwerksmj verheid , er bij den Gemeenteraad op aangedrongen , dat tot de oprichting van een abattoir zou worden overgegaan. Het gevolg hiervan was, dat in de zitting van 11 October 186G eene Raadscommissie werd benoemd, ten einde den Raad over deze aangelegenheid te adviseeren.
Deze Raadscommissie bracht in 1877 verslag uit. Reeds dadelijk na haar optreden was zij ten volle overtuigd van het hoogst dringende der behoefte aan een abattoir, doch had met het uitbrengen van haar rapport gewacht totdat de wet van 2 Juni 1875 {Staatsblad nquot;. 95) de oprichting mogelijk zou maken.
Dit, als bijlage 1 hierbijgevoegd rapport, is zeer belangrjjk en kan, niettegenstaande het 20 jaren oud is, nog bijna onveranderd dienst doen door de uitvoerige toelichting die het geeft en de overtuigende wijze, waarop de wenschelijkheid en noodzakelijkheid van een openbaar slachthuis worden in het licht gesteld. Het rapport eindigde met het voorstel: âdat de Raad besluite:
1°. âVan wege de Gemeente zal een openbaar slachthuis worden opgericht en be-âheerd, hetwelk, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 ad 2 der wet van â2 Juni 1875 (Staatsblad nquot;. 95), als bepaalde plaats zal worden aangewezen voor âhet slachten van vee, met verbod om dit elders in de Gemeente te mogen doen.
2°. âAfwijzend te beschikken op het verzoek van den heer J, van Koolbergen te âAmsterdam, tot het verkrijgen van concessie voor het oprichten van een âabattoir in deze Gemeente.
3». âBurgemeester en Wethouders uit te noodigen , aan den Raad een terrein of âterreinen te willen aanwijzen, waarop het slachthuis zou kunnen worden âopgericht en verder de noodige voordrachten in deze te willen doen.quot;
Den 24»ten Januari 1878 werd punt 1 van dit voorstel met 23 tegen 3 stemmen, en de beide andere punten zonder hoofdelijke stemming aangenomen.
Zij , die toen in de meening verkeerden , dat de oprichting van een abattoir in de naaste toekomst zoo goed als zeker was, zagen zich deerlijk bedrogen, want reeds in het volgende jaar, 27 Februari 1879 , volgde eene voordracht van Burgemeester en Wethouders , waarbij zij voorstelden de uitvoering van het in het vorige jaar genomen besluit om financieele redenen vooreerst achterwege te laten. Dit voorstel werd wel bestreden, doch zonder gunstig gevolg, want het werd naar de afdeelingen verzonden , die nimmer ter behandeling dezer voordracht werden opgeroepen.
Toen drie jaren later eene concessieaanvrage bij den Raad inkwam van eene âSocieté générale d'Abattoirs municipaux' te Parijs, werd ook deze aanvrage naar de afdeelingen verzonden, zonder, naar het schijnt, ooit in behandeling te zijn genomen.
3
Het raadsbesluit bleef dus onuitgevoerd on zou wellicht vergeten zijn , had niet de heer D. F. van Esveld in 1890 er aan herinnerd in eene in de Vereeniging tot verbetering der Volksgezondheid gehouden voordracht âOver keuring van vleesch , vooral âmet het oog op de wenschelijkheid van het 'oprichten van een abattoirquot; (bijlage 2), waarbij hij de dringende behoefte aan een abattoir overtuigend in het licht stelde.
In verschillende dagbladen werd toen weder op het tot stand komen van een abattoir aangedrongen , en de Vereeniging tot verbetering der Volksgezondheid wendde zich met een adres tot den Raad , welk adres in September 1890 ten fine van praeadvies in handen gesteld werd van Burgemeester en Wethouders.
Toen ook dit praeadvies achterwege bleef, werd in October 1891 door de Raadsleden Mees, Templeman van der Hoeven en Vink het voorstel gedaan eene deskundige Commissie te benoemen tot het instellen van een veelzijdig voorbereidend onderzoek, in zake het te stichten abattoir, en daarvoor een post uit te trekken op de begrooting voor 1892.
Dit voorstel werd verworpen, doch aangenomen werd een voorstel van den heer Brondgeest, om eene Rnadsconimissie te benoemen, ten einde in verband met het vroeger uitgebracht rapport nogmaals over de mogelijkheid en wenschelijkheid van de oprichting van een abattoir verslag aan den Raad te geven.
In deze Commissie werden door den Raad benoemd de heeren Mees, Templeman van der Hoeven, Vink, ') Brondgeest, Kol en van Lier, terwijl de heer Cobljjn door Burgemeester en Wethouders als lid der Commissie aangewezen werd.
Nadat deze Commissie zich geconstitueerd had met den heer Cobiijn als voorzitter en den heer Mees als rapporteur, werd zij in kennis gesteld van al de stukken, die uit vroeger jaren in betrekking tot de oprichting van een abattoir aanwezig waren , doch kwam niet weder bijeen voor den 2den Augustus 1893, daar de Voorzitter uitstel van behandeling wenschelijk had geacht, zoowel met het oog op de drukke werkzaamheden van den Directeur der gemeentewerken , wiens bijstand noodig zoude zijn , als met het oog op den financieelen toestand der Gemeente.
Het spreekt van zelf dat de Commissie, bestaande uit niet-deskundige leden , ter vervulling harer opdracht de voorlichting behoefde van deskundigen , en daarom wendde zij zich in de eerste plaats, bij missive van 1 September 1893, tot de Commissie van toezicht op vee en vleesch , haar uitnoodigende de Commissie op de volgende vragen te willen dienen van advies :
1quot;. Laat de toestand der alachterjjcn in deze Gemeente veel te wenschen over ?
2°. Welke bezwaren worden bij de keuring van vee en vleesch door U ondervonden ?
In hoeverre zal aan deze bezwaren door oprichting van een abattoir worden tegemoet gekomen ?
3°. Moet, indien een abattoir in deze Gemeente wordt geëxploiteerd , het verbod bestaan elders in de Gemeente te slachten dan in dat abattoir?
Is in dat geval een overgangstijdperk noodig ?
Moet de slachterij van paarden op plaatsen in de Gemeente buiten het abattoir worden toegelaten P
') Fu dc door het bedanken van den heer Vink als lid van den Eaad in do Conimissie ontstane Vacature werd in September 1895 voorzien door de benoeming van den heer .llir. Mr. Van Ascli van Wijek.
4
4U. Hoedanig is (in eenige groote trekken aan te geven) do inrichting van een abattoir alhier het gevoegeljjkst te maken ?
Verdienen slachtkamers of slaohthallen bij zulk eene inrichting do voorkeur ?
5°. Moet aan het abattoir verbonden zjjn stalling van vee en afslag van vleesch of c. q. alleen van vleesch tweede soort ?
6°. Op welke grootte is de aanleg te maken en op welk terrein of op welke terreinen ?
Is het wenscheljjk aan het abattoir eene veemarkt te verbinden ?
Moet stroomend water noodzakelijk in de nabijheid zijn ?
7°. Hoe groot zullen de kosten van exploitatie ongeveer zijn ?
Welk tarief kan van de slagers in deze Gemeente billijkerwijze gevorderd worden ?
Welk tarief zou eventueel voor den afslag kunnen worden bepaald ?
Door verschillende omstandigheden onderging de beantwoording dezer vragen vertraging, zoodat die eerst 6 Juni 1895 bij de Commissie inkwam. Voor dit oponthoud werd de Commissie evenwel ruimschoots schadeloos gesteld door de degeljjkheid en de volledigheid van het rapport, dat zij toen ontving, in'welk rapport de wenschelijkheid , ja de noodzakelijkheid van de oprichting van een abattoir zoo duidelijk wordt uiteengezet, dat do Commissie, wat het principieele van de zaak betreft, meent te kunnen volstaan met het overleggen van dit rapport (bijlage 3).
Ton einde de financieele zijde van het vraagstuk te kunnen overzien achtte de Commissie een ontwerp met begrooting van het op te richten abattoir onmisbaar en zij verzocht aan Burgemeester en Wethouders den Directeur der gemeentewerken eene opdracht daartoe te willen geven.
Dank zij den ijver van den heer Nicuwenliuis, die door Burgemeester en Wethouders in staat gesteld werd verscheidene buitenlandsche abattoirs te bezichtigen, ontving de Commissie reeds in October 1895 een belangrijk rapport, vergezeld van schetsplannen, die, na overleg met de Commissie, in April 1896 gevolgd werden door meer uitvoerige ontwerp-teekeningen met eene begrooting der kosten van de geheele inrichting.
Ook deze stukken meent de Commissie in extenso te moeten overleggen (bijlagen 4, 5 en 6), tot beter begrip der zaak en tot bekorting van dit rapport.
Overbodig is het dan ook hier al de vraagpunten te bespreken, die in de overgelegde rapporten behandeld of door de Commissie overwogen zijn. Slechts op eenige der voornaamste meent de Commissie de aandacht te moeten vestigen en daarover hare meening te moeten uitspreken. In de eerste plaats over:
HET KOELHUIS.
Zooals uit de overgelegde stukken bljjkt, was er eenig verschil in opvatting tusschen den heer Nieuwenhuis en de Commissie van toezicht op vee en vleesch over de noodzakelijkheid van een koelhuis. Deze Commissie achtte een koelhuis wel wenscheljjk, maar scheen te vreezen dat de kosten van een koelhuis het tot stand komen van een abattoir zouden kunnen in den weg staan. De heer Nieuwenhuis daarentegen achtte het koelhuis het weldadigste onderdeel van een abattoir.
Onze Commissie, de groote voordeelen van een koelhuis inziende, was eenstemmig van meening, dat zulk eene inrichting niet mocht ontbreken en dat b|j het
5
ontwerpen der plannon daarop gerekend moest worden, omdat andere ondordeelen van het abattoir daardoor aanmerkelijk vereenvoudigd kunnen worden.
Waartoe een koelhuis dient, is in een paar woorden te zeggen.
In plaats van, na geslacht te zijn, tijdelijk in koelkamers te verblijven, wordt het schoon gemaakte dier eerst in het voorkoelhuis gebracht, ten einde aldaar gedurende eenige uren te besterven. Daarna kan het in consumtie worden gebracht of wel, in zijn geheel of in stukken verdeeld, worden overgebracht naar het eigenlijke koelhuis, dat op eene temperatuur van ongeveer 2° C. gehouden wordt, en waar het wordt opgehangen in een dor cellen, die afzonderlijk aan slagers verhuurd worden, en waarover deze, binnen de perken van het reglement, de vrije beschikking hebben. In deze cellen kan het vleesch jaren lang verblijven zonder aan bederf onderhevig te zijn.
De voordeden, aan zulk een koelhuis verbonden, zijn zoo groot, dat in de laatste jaren in Duitschland geen abattoir zonder deze inrichting gebouwd wordt, en ook in de gemeente Groningen heeft men een koelhuis onmisbaar geacht.
Voor de slagers ontneemt het koelhuis aan het abattoir zijne verschrikking en voor de openbarequot; gezondheid is het van het grootste belang.
De slagers kunnen slachten wanneer het hun het beste schikt. Zij worden onafhankelijk van de weersgesteldheid , van de vraag naar vleesch voor de consumtie en van andere omstandigheden , omdat zij altijd geslacht vleesch in voorraad kunnen hebben. Zij kunnen van lage marktprijzen voor aankoop van vee profiteeren, zonder aan stalling en voedering van het vee iets ten koste te leggen, daar zij het vee voordceliger geslacht dan levend kunnen bewaren. Bovendien behoeven zij geslacht vleesch, waarvoor op een gegeven oogenblik geen débouché is, niet tegen lagen prijs van de hand te zetten , maar kunnen zij het in het koelhuis bewaren totdat er vraag naar is.
Het vleesch wordt door het verblijven in het koelhuis beter van qualiteit en smakelijker, terwijl vleesch, dat reeds, ten gevolge van het verblijven in een warme atmosfeer, een minder aangename geur verspreidt, weder frisch en reukeloos wordt, wanneer het, na met koud water afgewasschen te zijn, een dag in het koelhuis heeft vertoefd.
Ten slotte zij gewezen op de hoogst belangrijke resultaten van het onderzoek, dooide Rotterdamsche veeartsen Dr. J. Poels en J. J. P. Dhont ingesteld naar de oorzaken van vleeschvergiftigingen, welke niet zelden voorkomen en toe te schrijven zijn aan vergiften vormende bacteriën , die, ofschoon bij levende dieren soms onnaspeurbaar, âin hooge mate het vermogen bezitten, na den dood van het dier, vooral bij warm âweder, door haren groei de giftigheid van het vleesch te doen toenemen.quot;
De meeste in de literatuur bekende vleeschvergiftigingen en ook die , waardoor in 1892 te Rotterdam 92 personen werden aangetast, hadden plaats bij warm weder.
Een koelhuis, waarin hot vleesch verblijft totdat het in consumtie gebracht wordt, zal deze postmortale infectie en intoxicatie grootendeels voorkomen en het gevaar van vergiftiging door het gebruik van vleesch zeer zeker belangrijk verminderen.
Bovendien is het koelhuis onmisbaar om gedurende het bacteriologisch onderzoek het onderzochte vleesch te kunnen bewaren. Vooral komt dit bij de keuring van ingevoerd vleesch te pas.
Na op de voordeelen van het koelhuis te hebben gewezen , mogen twee bezwaren , door den Directeur der gemeentewerken in zijne nota van 31 October 1895 aangevoerd, niet onbesproken blijven.
6
Door de vrijere keuze, die de slagers zullen hebben ten opzichte van den tijd van slachten, verwacht hij: 1°. dat in hoofdzaak slechts na den middag het slachten zal plaats hebben ; 2«. dat sommige dagen overbelast zullen worden , terwijl op andere dagen weinig slachtingen zullen geschieden; en hij heeft hierop bij zijn ontwerp meenen te moeten rekenen , waar het de grootte-bepaling van sommige lokaliteiten betrof.
Op zich zelf acht de Commissie dit laatste geen bezwaar, omdat hierdoor do begroeting van kosten eer te hoog dan te laag geraamd werd , doch zij is van meening, dat, mocht de onderstelling van den heer Nieuwenhuis bewaarheid worden, een meer gelijkmatige gebruikmaking van het slachthuis, ook bij de aanwezigheid van een koelhuis, verkregen kan worden door des voormiddags een lager tarief dan des namiddags toe te passen.
Dat âtegenwerking (van de zijde der slagers) te vreezen zou zijn, zich uitende in âhet grootendeels onverhuurd blijven van het koelhuis, waardoor niet alleen de kostbaarste âen weldadigste inrichting van het abattoir niet aan hare bestemming zal beantwoorden, âmaar ook een groote schadepost zoude worden is niet waarschijnlijk te achten , omdat de slagers de voordeeion, die een koelhuis hun aanbiedt, niet licht zullen wegwerpen.
HET TERREIN.
Aan de keuze van een terrein moest vooraf gaan de grootte-bepaling van den voor het abattoir benoodigden grond.
Volgens de Commissie van toezicht op vee en vleesch kan men volstaan met een terrein van 2 H.A. oppervlakte , doch beter achtte zij het een grooter terrein ter beschikking te hebben , waarop men hetzij direct, hetzij later, ook de veemarkt zou kunnen overbrengen. Wel is waar wordt thans geen slachtvee op de markt aangevoerd, maar de veehandel kan er door bevorderd worden en men concentreert zoodoende alle veevervoer en tevens alle vuil op ééne plaats.
Onze Commissie is echter van meening, dat, daar geen slachtvee ter markt komt, verplaatsing van de veemarkt van het Vreeburg naar het abattoir weinig voordeel zou opleveren en veel ontevredenheid zou wekken, bij de boeren zoowel als bij een deel der burgerij. Dit neemt niet weg, dat men, met het oog op de toekomst, de mogelijkheid van het maken van een veemarkt, grenzende aan het abattoir, kan open laten, hetzij door een terrein te koopen zoo groot, dat beide inrichtingen er eene plaats kunnen vinden, hetzij door een terrein te koopen , dat voor uitbreiding vatbaar is.
Van al de terreinen , door de Commissie overwogen, kwam het terrein, door den Directeur der gemeentewerken haar aan de hand gedaan, haar het meest geschikt voor. De heer Nieuwenhuis zegt bij de keuze van terrein geleid te zijn door de volgende drie hoofdmotieven :
1°. De wensch om het afvloeiende rioolwater niet binnen de bebouwde kom van de
rl
âGemeente te brengen, maar zoo mogelijk op de Vecht, beneden het bebouwde âgedeelte;
2°. âDaar het vee hier hoofdzakelijk gedreven wordt, de ligging zoodanig te kiezen, dat âde meest geschikte toegangswegen daartoe worden aangewezen, wat hier zeker wel âde Amsterdamsche straatweg met de doorgaande singelverbinding tot de Tolsteeg
7
âen verdere vertakkingen is te achten, langs welken weg ook nu de veetoevoer voor âde markt zich hoofdzakelijk beweegt;
3°. âEen terrein te zoeken, zoodanig gelegen, dat het niet spoedig in de bebouwde kom âder Gemeente zal worden opgenomen.
âHet voorgestelde terrein, hoek Amsterdamsche straatweg en Ondiep , voldoet aan âdeze voorwaarden, is daarenboven bereikbaar in prijs (voor meer nabij de stad âgelegen terreinen werd bijv. reeds /quot;5.â per MJ gevraagd) en, wat ook veel waarde âheeft, is zoodanig gelegen, dat daarop op te richten, eventueel minder welriekende âinrichtingen niet onder de heerschende winden voor de stad komen.
âDe gevraagde prijs komt mij niet te hoog voor , de verbreeding van het Ondiep âzeer in het belang van den veetoevoer, voor zooveel die van de Vechtzijde of te âwater langs die zijde mocht plaats hebben. Eventueele spoorwegverbinding, indien âlater met het oog op export gewenscht, is langs den Amsterdamschen straatweg âdaar te stellen, wjjl deze breed genoeg is en aan den Centraalspoorweg kan âaansluiten.quot;
Voor het abattoir zou men noodig hebben het kadastrale perceel gemeente Lauwerecht sectie B, n0. 315, eigenaar Jhr. Mr. W. J. M. Bosch van Oud-Amelisweerd, geheel groot 2 hectaren, 27 aren, 40 centiaren, welk terrein tot 1° Mei a. s. voor ^ 25,000.â te koop is, en van perceel gemeente Lauwerecht, sectie B , n0. 313 , eigenaar J. van Oostrum, een gedeelte groot 208 centiaren, dat voor f 778.â te koop is.
Wenschelijk ware het geweest, indien ook het aan den Amsterdamschen straatweg gelegen perceel n0. 314 (gedeeltelijk) verkrijgbaar ware geweest, zooals aanvankelijk door de eigenaars was toegezegd. Toen later met hen onderhandeld werd, wilden zij echter alleen het gehééle perceel , en wel tegen zeer hoogen prjjs, afstaan. Ook zonder dit perceel zijn de bovengenoemde perceelen zeer goed bruikbaar, daar eventueele uitbreiding van terrein voor eene veemarkt, of voor particuliere industrieën, annex aan het abattoir, ook niet onmogelijk is naar de zijde van de Vecht of aan de andere zijde van het Ondiep.
HET ONTWERP.
Bij dit rapport gaat het ontwerp van een abattoir, door den Directeur der gemeentewerken ontworpen, nadat hij op een reis door Duitschland verschillende slachthuizen bezocht had. Door onderlinge vergelijking der bestaande inrichtingen en door bespreking met deskundigen, heeft de heer Nieuwenhuis een ontwerp kunnen maken, dat aan alle eischen van den tijd beantwoordt en, ofschoon niet zoo grootsch en kostbaar als bjjv. de inrichting te Keulen, daarom niet minder doelmatig ontworpen is.
Voor zoover over de hoofdtrekken van het plan overleg met onze Commissie heeft plaats gehad, gold daarbij als regel dat de inrichting, zonder overdreven kosten, zoo doelmatig en solide mogelijk moest zijn.
Dit ontwerp hier in onderdeelen te bespreken is minder noodig, daar de uitvoerige teekeningen en de memoriën van den Directeur der gemeentewerken en van de Commissie van toezicht op vee en vleesch het ontwerp voldoende toelichten, en omdat wijzigingen in de onderdeelen van dit ontwerp mogelijk blijven ook nadat tot de oprichting van een abattoir in den geest van dit ontwerp besloten is.
8
Is zulk een besluit genomen , dan zou het zelfs overweging verdienen het definitief ontwerp vast te stellen in overleg met den voor het abattoir te benoemen Directeur, en zal het noodig zijn de Commissie van toezicht op vee en vleesch over het ontwerp te raadplegen, wat tot heden niet geschied is, omdat het in hoofdzaak overeenstemt met de door die Commissie gegeven aanwijzingen en omdat het plan zoo breed is opgevat, dat bij eventueele wijzigingen de geraamde kosten niet overschreden behoeven te worden.
De begrooting der kosten vindt men in bijlage 6. Zjj berust, wat het bouwkundig gedeelte betreft, op gedetailleerde kostenberekeningen en wat de machinerieën aangaat, op uitvoerige kostenopgaven der fabrikanten.
De hoogste posten zijn uitgetrokken voor do voornaamste onderdeelen van het ontwerp, nl. de slachthuizen en het koelhuis met toebehooren. Op deze gebouwen zal niet veel te bezuinigen zjjn zonder aan de doelmatigheid der inrichting te kort te doen, maar daarnevens zijn ontworpen stallen, remises en dienstlokalen, die zeer zeker in den aanvang ten deele gebouwd zouden kunnen worden, daar zij voor uitbreiding vatbaar zijn.
Voor deze gebouwen is een bedrag van f 121,000.â uitgetrokken, terwijl aanvankelijk misschien met de helft volstaan kan worden. De Commissie stemde echter in met do meening van den Directeur der gemeentewerken, dat het geraden was de begrooting aanvankelijk zeer ruim to nemen, zoodat liet eindcijfer in geen geval overschreden behoeft te worden en men geen gevaar loopt zich eene te gunstige voorstelling te maken van de rentabiliteit der onderneming.
De hooge bedragen voor onvoorziene werken en voor kosten van aanbesteding enz. op de begrooting uitgetrokken worden ook door dit streven gerechtvaardigd.
Zonder de inrichting tot het fabriceeren van ijs ten verkoop, welke inrichting, o. a. te Groningen, zeer winstgevend geacht wordt, zijn de totale bouwkosten van het abattoir geraamd op f 540,000. â.
Voor den duur van den bouw wordt door den Directeur der gemeentewerken een tjjd van 3 jaren gesteld, zoodat, als men de rente van het vastgelegde kapitaal gedurende dien tijd op 5 % schat, de kosten bij den aanvang der exploitatie op / 567,000.â zijn te stellen.
DE RENTABILITEIT.
Nemen wij dus aan dat de aanlegkosten Æ 567,000.â zullen bedragen en voorts dat men voor rente en aflossing van de leening, ten behoeve van den aanleg te sluiten, eene annuiteit van 4 0/0 in rekening moet brengen , dan bedragen de jaarlijksche kosten uit dien hoofde /22,680.â. Uitgaande van deze onderstelling, zou bij eene rente van 3'/i quot;/o de leening in 52 jaren zijn afgelost en het abattoir daarna het onbezwaard eigendom der Gemeente zijn geworden.
Hierbij hebben wij, tot betere beoordeeling der zaak op zichzelve beschouwd, zoowel door de aanlegkosten met rente te belasten als door eene annuiteitsleening te onderstellen, ons eene financieele regeling gedacht, afwijkende van die welke in deze Gemeente gevolgd wordt, en daarom meenen wij er op te moeten wijzen, dat bij de hier tor stede gevolgde gewoonte, om de leeningen in 40 jaren af te lossen, de gewone uitgavrn, uithoofde van de stichting van een abattoir, in de eerste jaren met méér dan f 22,680. zouden ver-
9
hoogd worden, doch dat daar tegenover staat dat de Gemeente van vroeger aangelegde werken eerder de voordeelen zal genieten, zonder dat de rekening der uitgaven belast wordt met de aflossing der dadrvoor aangegane leeningen.
Wat de exploitatiekosten betreft, meenen wij met het oog op hetgeen te Amsterdam en te Rotterdam betaald wordt en aan de hand van het rapport der Commissie van toezicht op vee en vleesch het volgende voor de eerste jaren te kunnen aannemen : a. Personeel :
1 Directeur, late keurmeester, op /'2000.â a /'2500.â per jaar met vrije
woning......................f 2,000.â
1 Klerk, op f 400.â a f 500.â (door de Commissie van toezicht op
vee en vleesch niet noodig geacht)............â 400.â
3 Keurmeesters , even als thans..............â 2,600.â
1 Opzichter-Waagmeester, op f 600.â a f 700.â per jaar met vrije
woning....................... 600.â
1 Smid-Machinist, op Æ600.â k f700.â per jaar, met vrije woning . n 600.â
1 Portier, op Æ 400.â per jaar met vrije woning........â 400.â
5 Arbeiders , è, Æ 500.â per jaar..............â 2,500.â
2 Stokers voor het koelhuis gedurende een half jaar, a Æ 8.âper week. â 416.â
Te zamen . . . f 9,516.â
Houden wij de ontvangsten en uitgaven verbonden aan de keuring buiten de rekening, omdat deze geen uitvloeisel zijn van het abattoir, dan worden de kosten aan personeel verminderd met hetgeen thans aan de Keurmeesters wordt uitbetaald, te weten;
aan traktementen...................Æ 3,800._
, tantièmes ±...................B 250,â
Æ 4,050.â
zoodat de kosten aan personeel voor het abattoir worden........Æ 5,466 â
h. Kosten van het koelhuis :
aan steenkolen en verdere materialen volgens gespecificeerde opgave ,
5940 Mark of...................^ 3,564.â
c. Kosten van verwarming, verlichting, watervoorziening, materialen,
schoonmaakloonen, onderhoud werktuigen , boeken, enz.....â 6,000.â
Deze kosten bedragen te Rotterdam, waar het aantal slachtingen van groot vee driemaal en van klein vee negen a tien maal zoo groot is als te Utrecht, Æ 12,720.â.
De gezamenlijke exploitatiekosten bedragen alzoo........Æ 15,030.â
De annuïteit voor rente en aflossing.............â 22,680 â
De jaarhjksche kosten, totaal...............Æ 37,710.â
Dit bedrag kan gemakkelijk verkregen worden uit de voor slachting, stalling, weging en gebruik van het koelhuis te heffen rechten.
Hoe die heffing moet geschieden is eene zaak van detailregeling. Men kan voor het gebruik maken van de verschillende inrichtingen van het abattoir afzonderlijk laten betalen of wel voor eenige te zamen; ook zullen de tarieven moeten verschillen naar de soort van vee dat geslacht wordt. Bij de bespreking der ontvangsten komen wij hierop terug. Thans willen wij slechts aantoonen, dat de gezamenlijke kosten van het abattoir
10
van zeer geringe beteekenis zijn , als men ze verdeelt over de hoeveelheid vleesch door al do slachtingen verkregen.
De hoeveelheid vleesch in de jaren 1892 tot 1895 jaarlijks gemiddeld door slachting alhier verkregen, bedroeg volgens ontvangen inlichtingen , naar maatstaf van het slacht-gewicht te Amsterdam , als volgt:
|
^ v O 6,034 runderen a 300 Kg..... 3,707 vette- en graskalveren a 120 Kg, 2,785 stuks klein vee a 20 Kg. . . 113 â paarden a 250 Kg. . . 11,741 varkens amp; 120 Kg..... |
............1,810,200 Kg. ..............444,840 â ..............54,700 , ..............28,250 â ..............1,408,920 â Totaal .... 3,746,910 Kg. |
De kosten ad /quot;37,710,â, verdeeld over 3^46,910 kilogram, bedragen derhalve slechts 1 cent per kilogram vleesch.
Passen wij dezelfde berekening toe op het slachthuis te Osnabrück, dan vinden wij, als wjj de door Osthoff voor Duitschland opgegeven slachtge wichten aanhouden en niet de uitgaven maar de ontvangsten, na aftrek van die der Schaugebühren, tot uitgangspunt nemen, dat ± 1,000,000 Kg. vleesch opbracht 80.353 Mark of f 18,200.â, zoodat de opbrengst per Kg. vleesch ongeveer 1.8 cent bedraagt.
Is het voor Utrecht berekende bedrag van 1 cent per Kg. vleesch reeds gering , dit bedrag zal waarschijnlijk zelfs niet bereikt worden , omdat de kosten per Kg. vleesch verminderen wanneer het aantal slachtingen grooter wordt en dit aantal zal bij de opening van het abattoir vermoedelijk wel 10 X grooter zijn dan in de jaren 1892 tot 1895.
Bovendien moet men in aanmerking nemen dat de slagers op den duur een niet onbelangrijk bedrag zullen besparen op de kosten verbonden aan een eigen slachthuis.
Al bleek het later dat de exploitatiekosten te laag geraamd waren , dan nog behoeft er blijkens bovenstaande becijfering geen vrees te bestaan, dat het abattoir eene noemenswaardige verhooging der vleeschprijzen ten gevolge zal hebben.
Zooals gezegd is, kan de Gemeente door het heffen van verschillende rechten zich van de noodige inkomsten verzekeren.
In overeenstemming met hetgeen elders geschiedt, zou men kunnen heffen;
1». Slachtrechten, waarin het keurloon wel of niet begrepen is.
2°. Stalrechten.
3°. Weegloonen.
4°. Huur voor koelhuisruimte.
5°. Huur en pacht van gebouwen.
6°. Huur van de darmwasscherij.
7°. Huur van de garderobe,
terwijl men voorts nog de opbrengst van de meststoffen en de vergoeding voor verschillende door het abattoirpersoneel te prestoeren diensten onder de ontvangsten kan medetellen.
Voor de slachtrechten is het volgende tarief aan te bevelen, dat eventueel met de
|
keurloonen verhoogd zou kunnen worden : Voor een rund........ â een paard . â â varken . |
zonder keurloon. met keurloon. . / 1.60 f 2.â . - 0.85 - 1.05 - 0.50 - 1.40 - 1.â â â vet kalf en een graskalf.......- 0.85 B klein vee, als schapen, geiten, nuchtere kalveren -0.40 - 1.â - 0.85 |
11
Ditzelfde tarief zonder keurloon is door de Commissie van toezicht op vee en vleosch voorgesteld, als vergoeding voor slachtrechten en keurloonen te zamen, bij de onderstelling, dat er geen koelhuis zou zijn. Neemt men evenwel in aanmerking, dat het koelhuis de waarde van het abattoir aanmerkelijk verhoogt, en dat in het buitenland het tarief der slachtrechten veelal belangrijk hooger is , dan is het te verwachten dat tegen de toepassing van dit tarief geen overwegend bezwaar zal bestaan,
De opbrengst der slachtrechten volgens het aangegeven tarief zonder keurloon zou , naar het gemiddeld aantal slachtingen in de jaren 1892 tot 1895, bedragen /quot;24,000.â en met inbegrip der keurloonen f 5,200.â hooger of ± Æ 29,000.â.
Voor het stalgeld zou het volgende tarief kunnen dienen :
Per dag stalling voor een rund.....f 0.40.
n n u » » kalf......- 0.20.
â â â » » stik klein vee . . - 0.10. n if « â » varken .... - 0.20.
» » â »11 paard.....- 0.40,
terwijl geen stalgeld geheven wordt voor vee dat denzelfden dag geslacht wordt
Ten einde het vermoedelijk getal staldagen te berekenen, waarvoor betaald zal worden, kunnen wij het getal staldagen te Rotterdam als maatstaf nemen en dit verminderen naar verhouding van het getal slachtingen te Rotterdam en te Utrecht Men vindt dan voor de opbrengst der stalgelden:
runderen, 3710 dagen k f 0.40 = f 1,484.â
kalveren, 1800 â â - 0.20 = - 360.â
klein vee, 1000 â â - 0.10 = - 100.â
varkens, 5800 â â - 0.20 = - 1,160.â
200 â â - 0.40 ^ - 80.â
Totaal f 3,184.â
Met het oog op het geringer aantal staldagen , dat door de aanwezigheid van het koelhuis kan bereikt worden, stellen wij de opbrengst der stalgelden op slechts / 2,000.â.
In de darmwasscherij wordt veelal de plaatsruimte verhuurd aan personen, die van dit bedrijf een middel van bestaan maken. Zij betalen dan f 0.05 per uur en per bak warm en koud water.
Elders wordt een tarief toegepast, dat ongeveer 5 % van dat der slachtrechten, inclusief keurloon, bedraagt. Ter beoordeeling van de vermoedelijke opbrengst levert deze laatste maatstaf betere gegevens. Daar de ontvangst aan slachtrechten en keurloonen op/'29,200.â te schatten is, mag men dus onderstellen dat de darmwasscherij /1,460.â kan opbrengen.
De opbrengst der weegloonen schatten wij op ongeveer f 500.â. Te Rotterdam brachten zij in 1893 / 1,522.â op. Te Amsterdam was de opbrengst in dat jaar / 3,500.â, voor markt en abattoir te zamen.
Het koelhuis heeft eene oppervlakte van 720 M'2. Is hiervan voor verhuring geschikt 450 Ms en geschiedt de verhuring naar rato van f 20. â per jaar en per M2, dan zou bij algeheele verhuring de opbrengst zijn (450 X f 20.â =) f 9,000.â.
Onderstelt men dat een vijfde gedeelte doorgaans onverhuurd is, dan wordt de opbrengst f 7,200.â.
Gewoonlijk wordt het vóórkoelhuis niet aan afzonderlijke slagers verhuurd, maar wordt voor het daarvan gebruik maken per dag betaald. Dit neemt niet weg, dat het
12
tarief aldus vastgesteld kan worden dat de opbrengst per M2. en per jaar op f 20.â te stellen is.
Do opbrengst van de verpachting der restauratie en van de verhuring van lokalen aan de ambtenaren belast met de inning der accijnzen zal wel geraamd kunnen worden op minstens f 2,000.â.
De garderobe en andere localiteiten worden te Amsterdam verhuurd tegen f 1.â per M1. en per maand. Eene opbrengst van / 500.â zal daaruit zeker te verkrijgen zijn.
De opbrengst van afval en mest zal men , naar verhouding van de ontvangsten te Amsterdam uit dien hoofde, op ± Æ 350.â mogen stellen.
De gezamenlijke ontvangsten zijn dus :
aan slaclitrechten (zonder keurloon) f 24,000.â
â stalgeld........- 2,000.â
â darmwasscherjj......- 1,460.â
, weegloonen.......- 500.â
â koelhuis........- 7,200.â
â huur gebouwen......- 2,000.â
â â lokalen......- 500.â
â afval en mest......- 350.â
â diversen, als: hulp van het personeel, huur van grond voor particuliere industrieën, slacht-loon en stalling van verdacht vee, enz.........pro memorie.
Totaal.....f 38,010.â
Bij deze onderstellingen zullen derhalve de ontvangsten en uitgaven tegen elkander opwegen. Bedragen de aanlegkosten minder dan de raming, of is, zooals ook waarschijnlijk is, het getal der slachtingen in de eerste jaren na de opening van het abattoir belangrijk grooter dan in de jaren 1892â1895, dan kan men verwachten, dat het abattoir bij deze tarieven zelfs financieel voordeelig voor de Gemeente zal zijn.
De vraag, of het abattoir, evenals de gasfabriek, een bron van inkomsten voor de Gemeente zal worden, dan wel of men de tarieven zoo zal regelen dat de ontvangsten juist voldoende zijn om de uitgaven te dekken, kan thans buiten beschouwing blijven.
In verband met de opdracht der Commissie acht zij het voor het oogenblik voldoende, wanneer uit het bovenstaande blijkt, dat een abattoir geen schadepost voor de Gemeente behoeft te zijn.
VERORDENINGEN, REGLEMENTEN, INSTRUCTIÃN.
Behalve tarieven zullen in betrekking tot het abattoir ook verschillende verordeningen, reglementen en instructiën moeten worden vastgesteld, waarbij alles wat met het keuren en het slachten van vee in verband staat, wordt geregeld. Van de wijze waarop dit geschiedt, zal voor een groot deel afhangen of het abattoir aan de verwachtingen beantwoordt, en daarom achtte de Commissie het van belang na te gaan , welke verordeningen en reglementen te Amsterdam en te Rotterdam op het abattoir van toepassing zijn. ')
â¢) Zie bijlagen 8 en 9.
13
In beide steden heeft men , in de eerste plaats, voor beide vrij wel gelijkluidende verordeningen, waarbij, ter uitvoering van artikel 4 sub 2 van de wet van 2 Juni 1875 (Staatsblad nquot;. 95), voor het oprichten, hebben of gebruiken van slachterijen, vilderijen, pensorijen enz., aangewezen is het terrein van het abattoir en het verboden is buiten dat terrein eenig bedrijf uit te oefenen waartoe dat terrein is aangewezen. Bovendien werd daarbij een termijn bepaald, binnen welken de uitoefening van de genoemde bedrijven geoorloofd bleef in inrichtingen, waartoe vóór het inwerking treden der verordening vergunning was verleend.
Eene dergelijke verordening zou ook te Utrecht noodzakelijk zijn, zooals ook in het rapport van de Commissie van toezicht op vee en vleesch bij de beantwoording van de derde vraag is toegelicht.
In de tweede plaats heeft men in beide genoemde steden verordeningen, regelende het gebruik maken van het abattoir, doch in het daarbij gevolgde stelsel bestaat eenig verschil.
Zoowel te Amsterdam als te Rotterdam heeft ieder, die zich op het terrein van het abattoir begeven wil, daartoe eene vergunning noodig van den Directeur, maar terwjjl te Rotterdam het gebruik maken van het abattoir bij strafverordening geregeld is , moet te Amsterdam ieder, die van het abattoir gebruik wil maken, een formulier onderteekenen, waarbij hij zich verbindt tot nakoming der door Burgemeester en Wethouders vastgestelde voorwaarden, in welke voorwaarden boete-bepalingen voor verschillende overtredingen zijn opgenomen.
Onze Commissie is van meening, dat het Amsterdamsche stelsel de voorkeur verdient.
Niet alleen is de zaak te Amsterdam meer volledig geregeld, maar die regeling is meer in overeenstemming te achten met het privaatrechterlijk karakter der aangelegenheid en in de praktijk gemakkelijker en meer afdoende om de nakoming der vast te stellen bepalingen te verzekeren.
Terwijl onze Commissie om deze redenen adviseert tot de toepassing van de te Amsterdam gevolgde methode, is zij evenwel van oordeel, dat, met het oog op de belangrijke wijzigingen, die ten gevolge van de eventueele stichting van een abattoir in de verordening op de keuring van vee en vleesch en zeker in nog andere strafverordeningen zullen moeten gebracht worden, het ontwerpen dezer regelingen meer behoort tot do eigenaardige taak der Commissie , bedoeld bjj artikel 166 der gemeentewet, die uit den aard dei-zaak meer dan eenige andere met den tekst en den samenhang dier verordeningen vertrouwd is, zoodat onze Commissie gemeend heeft zich daarvan te moeten onthouden.
Na in het voorgaande de belangrijkste vraagpunten in betrekking tot de oprichting van een abattoir te hebben besproken, is de taak onzer Commissie âverslag uit te brengen over de wenscholijkheid en de mogelijkheid van de oprichting van eon abattoir'' zeer vereenvoudigd en kan het zelfs overbodig geacht worden die mogelijkheid nog nader te betoogen. De mogelijkheid of de uitvoerbaarheid is, zoowel uit technisch als uit financieel oogpunt beschouwd , reeds voldoende toegelicht.
Wat de wenschelijkheid betreft, daarover is reeds in de vele der genoemde geschriften en ook in dezen Raad zooveel gezegd, dat ook daarover het stilzwijgen bewaard zou kunnen worden , ware het niet dat de Raad verzocht had nogmaals daarover ingelicht te worden.
Wat voor 20 jaren door de Raadscommissie op bladzijde 3 van haar rapport over die wenschelijkheid gezegd is, kan door onze Commissie onveranderd herhaald worden.
14
âWas de Commissie reeds vroeger doordrongen van do noodzakelijkheid, om, zoodra âdit met goed gevolg kon geschieden , alhier een wel ingericht slachthuis van gemeente-âwege op te richten , ook thans gaf zij niet minder eenparig te kennen , dat aan die âinrichting werkelijk groote behoefte bestaat en een gemeentebestuur, nu do wetgever âdaartoe do gelegenheid had opengesteld, niet in verzuim mocht blijven krachtig op te âtreden om do nadeelen te keeren , welke in bevolkte steden door een steeds toenemend âgetal slachtplaatsen zich meer en meer doen gevoelen. Bij do meest gepaste maatregelen âen het strengste toezicht kunnen , bij zoovele door de stad verspreide slachterijen, lucht-âen waterbederf en daarmede in verband staande bodemverontreiniging niet worden âontgaan en kan de keuring van het vee en vleesch , voor de consumtie bestemd, nimmer âzoo geschieden als in het belang der bevolking wenschelijk is.
âOok werd nog in de Commissie gewezen op de bespreking van het onderwerp in âde Vereeniging tot verbetering der volksgezondheid in 1867. Daar was men de meening âtoegedaan , dat de oprichting van een abattoir het vleeschverbruik onder de arbeidende âklasse zoude bevorderen , als zullende daardoor : 1°. eene ruimere concurrentie dan tot âdusverre bestond in het leven geroepen worden ; 2°. eerder inrichtingen gemaakt worden âv«or het bewaren van vleesch , en derhalve minder slecht vleesch in den handel komen; â3°. het bijeenbrengen van vuil en afval in het groot bronnen van inkomsten in het leven âroepen; en 4°. licht een afslagmarkt ontstaan voor hetgeen mocht overblijven.
âWaar trouwens in deze Gemeente zoovele erkende lichamen als: de Kamer van âKoophandel, de Ilandelssocieteit, de Vereeniging tot bescherming van dieren, de âUtrechtsche Vereeniging tot bevordering van fabrieks- en handwerksnij verheid, en vooral âde Commissie van toezicht op vee cn vleesch, met zooveel aandrang en op zulke âgoede gronden voor do oprichting van een openbaar slachthuis zijn opgetreden, daar zal âvan deze Commissie wel niet gevergd worden om al de argumenten opnieuw op te âsommen , welke voor het nut dier inrichting kunnen gelden en zijn aangevoerd.quot;
In korte bewoordingen is hier veel gezegd. De oprichting is noodzakelijk om lucht-, water- en bodemverontreiniging tegen te gaan ; en hoe noodig dat thans nog is, toont do Commissie van toezicht op vee en vleesch aan bij de beantwoording der 1quot;° vraag (bijlage 1).
Rekent men daarbij het nut der concentratie van het slachtersbedrijf binnen de grenzen van een goed ingericht abattoir , uit het oogpunt van zedelijkheid , van dierenbescherming , van veiligheid, dan zou over de wenschelijkheid al geen twijfel meer bestaan, zelfs al liet men de keuring van vee en vleesch er buiten.
Hoe de openbare gezondheid gebaat wordt door de gelegenheid tot betere keuring die een abattoir aanbiedt, is door de Commissie van toezicht op veo en vleesch bij de beantwoording der 2''° vraag (bijlage 1) in het licht gesteld. Wie daar meer van wenscht te weten, leze het artikel over keuring van vleesch , door den heer D. F. van Bsveld '), en de hier bijgaande rapporten 2) aan Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, waarin de hh. Dr. J. Pools en J. J. F. Dhont de uitkomsten hebben medegedeeld van hun onderzoek naar de oorzaken van vergiftigingen door het gebruik van vleesch. Zij wijzen daarbij op do noodzakelijkheid van eene bacteriologische vleeschkeuring aan alle abattoirs.
Op het belang van een abattoir voor de arbeidende klasse voortspruitende uit lagere vleeschprijzen bij ruimer concurrentie, werd voor twintig jaren reeds gewezen.
') Bijlage 3. 2) Bijlage 7.
15
Deze groote concurrentie ontstaat doordien hot abattoir voor iedereen de gelegonheid opent om, zonder kapitaal in eene zaak te steken, slager en vlecschverkooper te worden. Is dit voor vele bestaande slagers een reden om niet ingenomen te zijn met do oprichting van een abattoir, het groote publiek wordt er door gebaat, zonder dat het de nadoelen van eene sterke concurrentie ondervindt, omdat de onderlinge controle der slachters en hot voor alle dieren geldende tarief ten gevolge hebben dat in een abattoir bij voorkeur zware en gezonde dieren worden geslacht.
Dat de thans te Utrecht wonende slagers niet allen met de oprichting van een abattoir zijn ingenomen was te voorzien en is ook gebleken , toen de hoeren Houtzagers en Heinsius, op hun daartoe strekkend verzoek , door de Commissie zijn gehoord over do bezwaren die zij hadden tegen do oprichting van een abattoir.
Terwijl wij do notulen dezer vergadering hierbij overleggen (bijlage 10) noemen wij de volgende, door die heeren geopperde bezwaren :
10. De belemmering, die de slagers in hunne zaken zullen ondervinden en het nadeel, verbonden aan het vervoer van het vleesch , hetwelk in den zomer bij hen bedorven in huis zal komen.
2°. De uren van sluiting en opening van het abattoir zullen do slagers belemmeren; ten einde de slagers te gerieven zoude het abattoir 's nachts ook open moeten zijn.
3°. Het ongerief ondervonden door het vervoer: de slager dio het eerst zijn vleesch uit hot abattoir kan verkrijgen, zal zijne klanten vroeg en goed kunnen bedienen ; doch niet alle slagers zullen tegelijk kunnen worden bediend. Daardoor zal er een de laatste zijn; deze zal zjjn klanten slecht moeten bedienen, terwijl hij evenveel belasting betaalt als zijne collega's.
4°. Het abattoir geeft verhooging van onkosten, omdat do slagers meer personeel noodig hebben en paard en wagen moeten houden. Wie zal die dragon ? Men zal geneigd zijn te zeggen het publiek , maar dat zal er voor bedanken en de slagers zullen het moeten betalen.
5°. De localiteiten, die de slagers in de stad hebben, zullen waardeloos worden of althans in waarde achteruitgaan. Zal de Gemeente dio schade vergoeden, of zullen de slagers ook deze schade moeten Ijjden?
6°. Voor de Gemeente zal een abattoir moer nadeel dan voordeel opleveren liet zal niet rendeeren.
De Commissie is van meening, dat aan de meeste dezer bezwaren kan of zal worden tegemoet gekomen. Het gevaar voor bedorven vleesch, sub 1 genoemd, zal door het koelhuis worden weggenomen. Aan de sub 2 en 3 genoemde bezwaren kan bij het vast te stellen reglement worden tegemoet gekomen.
Voor de bewering, dat het abattoir vorhooging van onkosten aan de slagers zal veroorzaken, werd aangevoerd, dat zij meer personeel zullen noodig hebben. Nu slachten zij als zij daartoe gelegenheid hebben ; in een abattoir moet het slachten op bepaalde tijden geschieden. Voorts zullen de slagers moeten betalen voor het voederen van het vee en voor het wegen, en zullen zjj paard en wagen moeten hebben om het vleesch te vervoeren.
Hierbij is op te merken , dat het zeer twijfelachtig is of de slagers meer personeel zullen noodig hebben. De ondervinding leert toch, dat bij een abattoir sommige personen zich belasten met het verrichten van verschillende werkzaamheden voor verscheidene slagers, en dat ten gevolge van deze verdeeling van den arbeid minder personeel
16
benoodigd is dan wanneer elke slager alle werkzaamheden door eigen personeel moet laten verrichten.
Zullen de slagers niet te allen tijde kunnen slachten, daartegenover staat, dat het tijdverlies, dat de slagers thans door de keuring ondervinden, hun dan bespaard wordt.
Voedering van vee zal bij de aanwezigheid van een koelhuis niet veel voorkomen , en liet wegen van vleesch zal in het slachthuis kosteloos kunnen geschieden.
Betaling zal, naar de meening der Commissie, slechts verlangd moeten worden voor het wegen van vee op de weegbrug bij het administratiegebouw, waarvan misschien het meest door de ambtenaren der belastingen gebruik gemaakt zal worden.
Dat te Amsterdam, in het eerste jaar dat het abattoir geopend was, de accijnzen , naar werd medegedeeld, ongeveer f 100,000,â meer opbrachten, zal voor sommige slagers zeker minder aangenaam geweest zijn , maar kan niet als een bezwaar tegen het abattoir worden aangevoerd , evenmin als het feit, dat de keuring aan het abattoir strenger kan worden toegepast dan in de verspreid gelegen slachthuizen in de stad.
Al werden de onkosten voor de slagers aan het abattoir belangrijk hooger, dan zou het zeer de vraag zijn of de slagers en niet de consumenten de nadeelige gevolgen daarvan zouden ondervinden. Daar evenwel is aangetoond dat de onkosten van het abattoir, per kilogram vleesch berekend, zeer gering zijn, behoeft deze vraag geen nadere overweging.
Een reëel bezwaar voor sommige behoorlijk ingerichte slagers zal liet sub 5 genoemde kunnen zijn. Het behoort tot die bezwaren , die elk werk van algemeen nut aankleven, maar ook dit bezwaar moet niet te zwaar geteld worden, want vele als slachtplaats gebezigde lokalen zullen eene andere bestemming vinden, waardoor zij, daar zij meerendoels in de binnenstad gelegen zijn, geene waardevermindering behoeven te ondergaan. Tot het geven eener schadevergoeding bestaat naar het oordeel der Commissie geen aanleiding. Ook te Amsterdam en te Rotterdam is men daarin niet getreden.
De Commissie komt na al het voorgaande tot het besluit, dat de oprichting van een gemeentelijk abattoir met het oog op verscheidene belangen der Gemeente in hooge mate wenschehjk en met het oog op de gemeentefinanciën zeer goed uitvoerbaar is ; zij heeft mitsdien de eer voor te stellen,
dat de Gemeenteraad besluite :
lo. dat zoo spoedig mogelijk uitvoering zal gegeven worden aan punt 1 van het raadsbesluit van 24 Januari 1878 , luidende ;
âvan wege de Gemeente zal een openbaar slachthuis worden opgericht en âbeheerd, hetwelk, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 ad secundum âder wet van 2 Juni 1875 {Staatsblad «0. 95), als bepaalde plaats zal worden âaangewezen voor het slachten van vee, met verbod om dit elders in de âGemeente te mogen doen
2°. dat de Gemeente zal aankoopen het perceel, kadastraal gemeente Lauwerecht, sectie B , n°. 315 , groot 2 hectaren , 27 aren , 40 centiaren , voor de som van f 25,000.â, en een gedeelte van het perceel, kadastraal gemeente Lauwe-
17
recht, sectie B, n0, 313, groot 208 centiaren, voor den prijs van Æ 778.â , een en ander onder nader door den Raad, op voordracht van Burgemeester en Wethouders, goed te keuren voorwaarden;
3°, Burgemeester en Wethouders uit te noodigen de vergunning , vereischt voor de oprichting van een openbaar slachthuis op de bovengemelde terreinen, aan te vragen;
4o. Burgemeester en Wethouders uit te noodigen verder al datgene te verrichten, wat aan het bouwen en in beheer nemen van het openbaar slachthuis moet voorafgaan, en zoo spoedig mogelijk een definitief ontwerp van hetgeen bij eersten aanleg wordt gevorderd, aan den Raad ter goedkeuring voor te dragen.
Aldus vastgesteld door de Raadscommissie in zake het abattoir, den 3deii Maart 1897.
F. H. COBLIJN, Voorzitter.
P. TEMPLE MAN VAN DER HOEVEN.
P. Q. BRONDGEEST.
J. KOL.
L. VAN LIER.
VAN ASCII VAN WIJCK.
A. W. MEES, Rapporteur.
Bijlage III,
vuil het rapport dor Commissie in zake liet abattoir.
De Commissie van toezicht op vee en vlcesch heeft de eer, ter voldoening aan Uw verzoek dato 1 September 1893 , n». 3, U de beantwoording te zenden van de door U bij bedoeld schrijven gestelde vragen.
De redenen, waarom dit eerst nu geschiedt, zijn geheel buiten de Commissie gelegen; z|j zijn, â zooals U bij schrijven van 30 September 1893, n0. 1J4, 3 Februari 1894, n0. 117 en 21 Januari 1895 , n0. 122, reeds werd medegedeeld, â voor een gedeelte ten gevolge van het langdurig onderzoek, dat aan de beantwoording moest voorafgaan , en anderdeels veroorzaakt door ziekte en treurige omstandigheden ten huizo van onder-geteekende, die door de Commissie tot rapporteur was benoemd. Hij kon dit werk moeielijk aan een der andere leden overdragen, daar do gegevens grootendeels door hem zijn verzameld.
De Commissie zal zich bij dit rapport geheel richten naar do door U gestelde
vragen.
VRAAG I. Laat de toestand der slachterijen in deze Gemeente veel te wenschen over?
Ter beantwoording dezer vraag zijn door Voorzitter en Secretaris der Commissie â voor zooverre dit mogelijk was â alle slachtplaatsen , vleeschwinkels, inrichtingen met het slachten of den vleeschhandel in verband staande of waar vleesch of vleeschwaren worden verkocht, nauwkeurig nagegaan.
Terwijl in 1882 het aantal perceelen , waar door slachten of door handel in versch vleesch bodemverontreiniging dreigde, slechts 87 bedroeg, was dit cijfer in 1889 reeds tot 114 gestegen, terwijl toen tevens in 378 winkels toebereide vleeschwaren te koop werden gesteld. Uit het jaarverslag der Commissie over 1894 blijkt , dat er thans reeds 160 slachterijen en winkels zijn , waar versch vleesch wordt verwerkt of verkocht, zoodat het aantal steeds toeneemt en wel onevenredig aan de toenemende bevolking en de uitbreiding der Gemeente.
In den loop van 1894 werden door ons, behalve 294 winkels, 210 plaatsen onderzocht , waar bodemverontreiniging door slachten, vleeschverkoop of daarmede in verband staande werkzaamheden is te vreezen.
Op bijgevoegde kaartjes van de afdeelingen der Gemeente zijn in rood de door ons Onderzochte lokalen aangegeven (met uitzondering van de winkels, waar alleen droge vleeschwaren of pekelvleesch worden verkocht), terwijl de hierachter geplaatste staat A U een overzicht geeft van de verdeeling dier lokalen over de verschillende afdeelingen en Wijken der Gemeente.
d
Aan
de Raadscommissie in zake de oprichting van een abattoir,
20
Onder âinrichtwgenquot; worden op dezen staat verstaan: worstfabrieken, darmwassche-rijen, zouterijeu, huidenzouterijen, paardenslachterij , vilderijen en het bureau voor keuring; het gering aantal er van wijst reeds aan, dat in deze lang niet alle zijn geinepecteerd.
De Commissie stelde bij de booordeeling der verschillende plaatsen, waar door uitoefening van het bedrijf bodemverontreiniging kon plaats hebben, geen hooge eischen; zij lette vooral op bevloering, ventilatie cn afwatering, verder op de aanwezigheid van waterleiding, de gesteldheid der muren, de ruimte, de ligging met betrekking tot de omgeving^ de bergplaatsen voor afval, de zindelijkheid , alsmede op den toegang, met het oog op het binnenbrengen van het te slachten dier.
Indien de bevloering behoorlijk was , werd een winkel steeds voldoende genoemd , terwijl ook bij slachtplaatsen op dit punt do hoofdaandacht werd gevestigd.
Het spreekt wel van zelf, dat het onmogelijk is hier voor ieder dier plaatsen aan te geven waarom zij âvoldoendequot; of âonvoldoende''' worden genoemd, maar in staat B is een overzicht van het resultaat opgenomen. Daar dit resultaat lang niet gunstig is, mogen enkele bijzonderheden hier een plaats vinden.
Zoo worden er lokalen aangetroffen, waar de winkel tevens tot slachtplaats dient; gelukkig komt dit niet veel voor, want het kan niet anders dan nadeelig zijn, als het te koop hangend vleesch blootgesteld is aan de dampen bij het slachten ontwikkeld en soms aan de geuren die opstijgen bij het uilhalen en reinigen der ingewanden. Dergelijke lokalen zijn door ons steeds onvoldoende genoemd.
Men treft slachtplaatsen aan, die op zich zelf reeds bekrompen zijn en waar toch 4 of 5 slagers hun beroep uitoefenen ; andere zijn in den kelder gelegen en het levend vee moet langs oen steile trap worden afgelaten; een is er zelfs, waar winkel, slachtplaats en stal in één lokaal zijn vercenigd. Geen zeldzaamheid is het, dat het privaat in de slachtplaats staat.
Dat de dieren het slachten â met al de aankleve van dien â van hun natuur-genooten moeten aanzien, komt veelvuldig voor, terwijl het bij varkensslagers tamelijk algemeen is, dat varkens zijn opgehokt op of in de onmiddellijke nabijheid der slachtplaats, zoodat zij , zoo niet zien , dan toch hooren welk lot ook hen spoedig wacht.
De bodem der slachtplaatsen bij de stallen laat in het meerendeel der gevallen zeer veel te wenschen over, terwijl ook do aanwezigheid dier stallen geen gunstigen invloed kan uitoefenen op het vleesch in de slachtplaats voorhanden.
De afvoer van het gebruikte water, en voor een gedeelte van het bloed, heeft overal op de riolen plaats, ja zelfs hier en daar direct in gracht of sloot; hot voert, zooals te begrijpen is, steeds wat vast vuil mee en alles komt ten slotte in de stadsgrachten terecht. Onder de inrichtingen zijn er enkele niet aan de riolen aangesloten; daar moet het vuile water worden uitgeschept om het â een eind verder â toch in het riool te brengen.
Het vaste vuil (en dit is voor runderslagers een groote hoeveelheid) wordt op de mesthoopen geworpen, die â zelfs al voldoen zij geheel aan de eischen bij de verordening vastgesteld â toch in de stad niet t'huis behooren en die vooral in den zomer voor de omgeving minder aangename geuren verspreiden. Anderen verzamelen het vaste vuil, waarbij ook bloed, in tonnen , die door de gemeentereiniging worden opgehaald en die in den zomer niet langer dan 24, in den winter drie maal 24 uur mogen verblijven in de winkels, slachthuizen, bergplaatsen of op daarbij behoorende open plaatsen. Slechts 40 slagers maken gebruik van tonnen door de gemeentereiniging voor dat doel aangemaakt,
21
en die â tegen een retributie van Æ 5,â per jaar â geregeld drie maal per week (zoo noodig meer) worden verwisseld.
De vilderij in het noorden der stad, Brinkhof nH. 3 (hoewol niet officieel als zoodanig in gebruik), laat wat inrichting betreft alles te wenschen over; zij ligt, hoewel wat afgelegen , in een bevolkte buurt, maar gelukkig onder de stad. Dit laatste kan niet gezegd worden van de paardenslaehterij, tevens vilderij , Koningsweg n0. 8. Deze ligt direct aan den weg, heeft weinig of geen licht en een gebrekkigen vloer.
Vlak er achter is een mesthoop en daarlangs stroomt de Oud-Wulvensche wetering, waarin al het gebruikte water en ook het bloed afvloeit; deze wetering brengt haar water in den Krommen Rijn even boven do zwemplaats en dit water vindt verder zijn weg door een groot gedeelte der stad.
Een blik in de darmwasschenj, Buurkerkhof no. 8, zal ieder de overtuiging schenken, dat een dergelijke inrichting zeker niet in hot centrum der stad t'huis behoort.
In verschillende slachtplaatsen is, niettegenstaande de verordening het verbiedt, het slachten van do straat af zichtbaar, daar men uit gebrek aan licht wel verplicht is gedurende het slachten de deuren te openen. Dergelijke lokalen zijn verzamelplaatsen voor de jeugd en zullen zeker op de opvoeding een minder gewenschten invloed uitoefenen.
Onder de inrichtingen werd ook geïnspecteerd het kantoor voor keuring van vee en vleesch. De hoogst beperkte ruimte maakt dit gebouw voor hot doel geheel ongeschikt. Nog daargelaten dat er geen behoorlijk ingericht laboratorium is, wijzen wij op het totale gemis aan een lokaal, waar vleesch â dat in heele of halve dieren wordt ingevoerd of wordt aangehouden â kan worden opgehangen om het behoorljjk te inspecteeren of wel om het enkele uren te bewaren, b.v. wanneer direct geen bepaalde conclusie kan worden genomen, of wel, het vleesch voor herkeuring moet blijven hangen. De Eerste keurmeester is thans steeds verplicht in dergelijke gevallen de gastvrijheid van een der slagers in te roepen , wat toch zeker om verschillende redenen niet wenschehjk kan worden genoemd. Ook ontbreekt een ruimte om het afgekeurde of aangehouden vleesch te bergen tot dat het kan worden weggevoerd. Gedurende dien tijd verspreidt het soms een afschuwelijken stank.
Dit rapport zou te uitvoerig worden , zoo wij met meerdere voorbeelden het antwoord op üw vraag wilden toelichten. Dat antwoord kan zeer kort zijn, namelijk;
De toestand der slachtplaatsen in onze Gemeente is over het algemeen genomen zeer slecht en uit een hygiënisch oogpunt is verbetering in dien toestand dringend noodig.
VRAA.Q II. Welke hezwaren worden hij de keuring van vee en vleesch door V ondervonden?
In hoeverre zal aan deze hezwaren door oprichting van een abattoir worden te gemoet gekomen ?
Letten wij in de eerste plaats op de keuring van het levende vee, de zoogenaamde levende keuring. De dieren komen op hot afgeschoten terrein naast het kantoor voor keuring en staan daar in de open lucht, dus aan alle weer en wind blootgesteld, terwijl voortdurend nieuw vee wordt aangevoerd, en het daarbij behoorend personeel niet alleen tegenwoordig bljjft, maar ook anderen zich er bjj voegen. Het gewone onderzoek kan daar wel plaats hebben, maar zoodra zich iets bijzonders voordoet, is het terrein allerminst
22
geschikt om een ernstig onderzoek te verrichten, te meer daar het voortdurend heen en weer loopen der aanwezigen (ook der ambtenaren voor de belasting, die de dieren voor den verschuldigden accijns moeten taxeeren) de aandacht van den onderzoeker afleidt.
Doet zich een geval voor waarbij een herhaald onderzoek, bijv, na eenige uren, moet plaats hebben , of wel, meent de keurmeester kenteekenen te bespeuren van een besmettelijke ziekte, dan weet men waarlijk niet waar het dier te laten, want een stalletje voor dergelijk vee is bij het kantoor voor keuring niet aanwezig.
De keuring van levende varkens is reeds jaren geleden afgeschaft; zij moest toen nog vóór het bureau van politie plaats hebben, maar de dieren maakten zulk een leven , dat de bewoners uit die buurt daarover terecht klachten aanhieven.
Bovendien bestaan er groote bezwaren tegen het vervoeren van vee naar het kantoor voor keuring en terug naar den slager. Voor het vette vee is zulk een wandeling zeker niet gunstig, maar het drijven der dieren door drukke straten, het bevuilen dier straten met de excrementen en vooral het gevaar, dat voor den mensch ontstaat bij het losraken der dieren, is voor de Gemeente van ernstiger aard; meermalen toch komen ongelukken voor of wordt schade aangericht bij het losraken van vee, dat dan veelal woedend is.
Al deze bezwaren kunnen worden opgeheven bij een goed ingericht abattoir , waar de keuring bij het binnenkomen plaats heeft en waar de keurmeester volop gelegenheid heeft de dieren nauwkeurig te onderzoeken en zoo noodig direct af te zonderen , terwijl het drijven van vee naar het abattoir langs een aangewezen weg kan plaats hebben en dus niet door de geheele stad behoeft te geschieden.
Van grooter belang zijn de bezwaren, die worden ondervonden bij de keuring van het geslachte dier. Wenscheljjk, ja noodzakelijk is het, zoo die keuring direct na het slachten plaats heeft, opdat de keurmeester zich kunne overtuigen, dat do door hem te keuren ingewanden wel degelijk tot het dier in quaestie behooren.
Aan dien eisch kan hier ter stede zelden of nooit worden voldaan, want met een beperkt aantal keurmeesters, die onophoudelijk van den een naar den ander moeten loopen, is het onmogelijk dat zij juist op het gunstige tijdstip bij iedere slachting aanwezig kunnen zijn. Zij komen te vroeg of te laat; het eerste kan soms tot groot tijdverlies aanleiding geven, het tweede heeft vooral voor den varkensslager meermalen groote bezwaren en opent bovendien volop gelegenheid tot het verwisselen van enkele organen of tot het verwijderen van aangetaste gedeelten.
Wordt bij de keuring een afwijking gevonden, dan dient den Eersten keurmeester daarvan kennis te worden gegeven ; deze moet een onderzoek instellen en meermalen deelen van het dier medenemen voor microscopisch onderzoek, dat aan het kantoor voor keuring moet plaats hebben. Dit alles kost zooveel tijd, dat er soms meerdere uren voorbij gaan eer het keurstempel op het geslachte dier kan worden geplaatst, wat zeker zeer ten nadeele van den slager is, en deze bovendien in de verleiding kan brengen om bijv. bij gebrek aan vleesch er reeds vóór de definitieve keuring van te verkoopen, wat ernstige gevolgen zou kunnen hebben.
Bovendien is uit den aard der zaak het onderzoek soms oppervlakkig , daar het in den regel des avonds moet geschieden en de verlichting in de slecht ingerichte slachtplaatsen altijd zeer veel te wenschen overlaat.
In een abattoir, waar de keuring in de slachtkamer of de hal geschiedt, kan de keurmeester geheel zijn aandacht aan het onderzoek wijden en alle hulpmiddelen staan hem in het laboratorium ten dienste. De slagers zijn voortdurend onder controle van het
23
personeel en in de slachtkamers is vrees voor het onverwacht binnenkomen van een keurmeester of opzichter soms al voldoende om fraude te weren. In de hallen zien de slagers elkaar op de vingers en oefenen daardoor een onderlinge contróle uit op de qualiteit van het te slachten vee, die ten bate komt van het publiek.
Ook de keuring van het ingevoerde vleesch kan aldaar â in een bijzonder daartoe ingericht lokaal â veel beter geschieden, daar men de ingevoerde of aangehouden heele of halve dieren kan ophangen en zoolang bewaren als dit voor een goede keuring noodig is. Uit een oogpunt van dierenbescherming verdient een abattoir eveneens ten zeerste aanbeveling, daar mishandeling als een gevolg van gebrekkige inrichting en kleinheid der slachtplaats wordt buitengesloten : in een abattoir heeft men behalve ruimte ook de noodigo werktuigen voor bedwelmen, vasthouden, enz., terwjjl het voortdurend toezicht de wreede behandeling der dieren tegengaat.
De tweede vraag zou dus kortelijk als volgt beantwoord kunnen worden:
In ome Gemeente zijn de bezwaren, verbonden aan de keuring zoowel van het levende als van het geslachte dier zeer groot; zoo er een abattoir aanwezig is, worden zij alle opgeheven.
VRAAG III. Moet, indien een abattoir in deze Gemeente wordt geëxploiteerd, liet verbod bestaan elders in de Gemeente te slachten dan in dat abattoir?-Is in dit geval een overgangstijdperk noodig ?
Moet de slachterij van paarden op plaatsen in de Gemeente buiten het abattoir worden toegelaten ?
Naast behoorlijke keuring is een der hoofdmotieven voor de oprichting van een abattoir, dat men het groot aantal plaatsen in de Gemeente, waar, door het slachten of door den handel in vleesch , verontreiniging van bodem , lucht en water plaats heeft, tot één terugbrengt en om die reden alleen reeds zou het onverantwoordelijk zijn toestemming te geven ook buiten het abattoir te slachten. Men moet alleen een uitzondering maken voor noodslachting, maar ook bij slachting voor eigen gebruik, die echter zooveel mogelijk moet worden beperkt. Het is wenschelijk om huidenzoutenjen, blocddrogerij, darm-wasscherij, enz. aan het abattoir te verbinden.
Laat men het slachten buiten het abattoir vrij , dan zijn alle voordeelen â ook die wat betreft de keuring â grootendeels illusoir en uit een finantiëel oogpunt zou het evenmin gewenscht zijn, daar meerdere slagers, ten minste in de eerste jaren, niet ertoe zouden overgaan om van het abattoir gebruik te maken. Bestaat er een abattoir , dan is dit voor het groote meerendeel der slagers niet alleen gemakkelijker, maar op den duur minder kostbaar en slechts voor enkelen kan het in den beginne mogelijk finantiëel nadeelig zijn; persoonlijke belangen moeten echter op den achtergrond worden gedrongen, waar het algemeen belang dat eischt, en zeer zeker is dit hier het geval.
Kan het niet anders , dan zou men tot schadeloosstelling kunnen overgaan, waartoe ook de Pruisische wet van 9 Maart 1881, artikel 7 , bevoegdheid geeft, maar natuurlijk wordt hierbij rekening gehouden met de waarde van het slachthuis voor andere doeleinden, zoodat de uitkcering niet groot zal worden. In de meeste steden van Pruisen hoeft dit artikel tot geen bezwaren aanleiding gegeven; te Amsterdam en Rotterdam was van scha-
24
deloosstelling geen sprake. Wordt zij echter verleend, dan wordt daardoor de onkosten-rekening bezwaard en moeten de tarieven dus hooger worden.
In het belang van den slager is een overgangstijdperk gewenseht. Dit behoeft echter niet zoo lang te duren als in Rotterdam het geval was. Daar werd op 20 Juli 1882 het besluit genomen, dat van af Mei 1883 de vergunning tot oprichten, hebben of gebruiken binnen de Gemeente van slachterijen, penserijen, enz. alleen zou worden verleend op het terrein van het openbaar slachthuis; het slachthuis werd geopend op 1 Januari 1884, maar eerst met 1 Januari 1886 was het verboden ergens anders te slachten.
In Amsterdam was de termijn veel korter: de gemeenteraad nam op 27 April 1887 het besluit, dat met 1 Juli 1887 voor het oprichten , hebben of gebruiken van slachterijen en vilderijen van vee werd aangewezen het terrein van het abattoir, terwijl op 1 November 1887 alle dergelijke inrichtingen op dat terrein moesten zijn overgebracht.
Volgens de wel van 1881 behoeft de gemeenteraad in Pruisen het overgangstijdperk op niet langer dan een half jaar te stellen.
Aan de paardenslachtenj dient zeker op het terrein van het abattoir een plaats te worden ingeruimd, daar strenge controle hier absoluut noodzakelijk is. Er bestaat geen enkele reden â ook niet de vrees voor fraude â om die van het abattoir te scheiden , want juist buiten het abattoir bestaat volop gelegenheid voor bedrog.
Resumeerende kan dus het antwoord op vraag III luiden als volgt:
Wordt een abattoir door de Gemeente geëxploiteerd, dan moet het slachten huiten dat abattoir verboden zijn.
Een overgangstijdperk van hoogstens één jaar is noodig.
Het slachten van paarden mag niet builen het abattoir worden toegelaten.
VRAAG IV. Hoedanig is (in ecnige groote trekken aan te geven) de inrichting van een abattoir alhier het gevoegelijkst te maken ?
Verdienen slachtkamers of slachthallen bij zulk eene inrichting de voorkeur ?
Het tweede gedeelte van dit punt willen wij in de eerste plaats behandelen.
In het rapport, ingediend door de Commissie van toezicht op vee en vleesch op 19 Februari 1877 aan de voorgaande Raadscommissie in zake de oprichting van een abattoir , werd aan slachtkamers de voorkeur gegeven boven een slachthal.
De tegenwoordige leden der Commissie zijn echter van een ander gevoelen, want er zijn veel zaken, die pleiten voor slachthallen en tegen slachtkamers, o. a. :
1°. Yan de beschikbare ruimte kan een nuttiger gebruik worden gemaakt, zoo er geen tusschenmuren zijn (zooals bij slachtkamers) en het algemeen overzicht is veel beter.
2°. Het toezicht is gemakkelijker en ook de controle van de slagera onderling scherper.
3°. Slachtkamers zijn niet gemakkelijk te controleeren, daar de slagers door het afsluiten dor buitendeur zoo noodig, de keurmeesters laten wachten.
4°. Do reinheid wordt ten zeerste bevorderd, terwijl bovendien verlichting en ventilatie beter zijn aan te brengen.
25
5°. Het gemeenschappelijk gebruik van een slachtkamer geeft meermalen tot onaangenaamheden aanleiding.
6°. In een slachthal kunnen ook kalveren en schapen worden geslacht, wat â ten minste voor nuchtere kalveren en schapen voor export bestemd â in een slachtkamer veel bezwaar heeft.
7°. De kosten voor oprichting worden belangrijk verminderd.
8°. Zoowel in Duitschland alsook in Frankrijk (eveneens te Amsterdam en Rotterdam) heeft de ondervinding geleerd , dat hallen boven kamers zijn te verkiezen.
Toen in Eotterdam, waar men het kamersysteem heeft, uitbreiding noodzakelijk werd, bouwde men een slachthal, die veel beter voldoet dan de bestaande slachtkamers.
In den regel moet men aannemen, dat het bij slachtkamers voor een zuinige exploitatie gewenscht is geen bepaalde afdeelingen aan een enkel persoon te verhuren , maar dat aan ieder, die zich aanmeldt, een kamer wordt aangewezen. Aan het bezwaar , dat mogelijk een enkele groote slager een afdeeling voor zich zou wenschen , is o. a. te gemoet te komen door aan dien enkelen persoon ot aan die personen gelegendheid te verschaffen op het terrein van het abattoir â naar vooraf goedgekeurde plannen â een slachtkamer te bouwen, of wel, door behalve de hal, enkele slachtkamers te maken en die tegen hooger prjjzen te verhuren.
Aan de beantwoording der vraag âhoe (in groote trekken) de inrichting van een abattoir alhier het gevoegelijkst te makenquot;, dient vooraf te gaan de vraag: is een bijzondere koelinrichting noodig of kan men met de gewone koelkamers volstaan ?
Voor enkele slagers zou de aanwezigheid van een koelhuis werkelijk een prikkel zijn om alle bezwaren tegen het abattoir (ingebeelde of werkelijke) ter zijde te stellen, maar slechts weinigen zouden er gebruik van maken , zoodat de kosten vrij hoog moeten worden.
In Duitschland is men algemeen overtuigd van de noodzakelijkheid er van, en men brengt machinale koelinrichtingen zelfs bij kleine abattoirs aan. Van afkoeling met natuurijs maakt men â en te recht â voor abattoirs geen gebruik meer. Onder de verschillende koelinrichtingen is zeker wel het meest in gebruik die van Linde te Wiesbaden. Linde berekent voor een stad van 60000 inwoners een koelhal van 600 M2 grondvlakte, waarvan echter slechts 425 M2 voor koelkamers kunnen worden gebruikt, daar het overige voor de gangen dient. Gebouw met machinerieën enz. (zonder terrein) wordt door hem geschat op 148000 mark, en de exploitatie voor de zes zomermaanden op 18460 mark; de gemiddelde prjjs per â¡ meter koelvlakte komt dan op 43 a 50 mark. Voor een kleinere stad (25000 inwoners) zou de prijs circa 50 mark zijn , wat ook door Osthoff in zijn âHandbuch der Architektur 1891quot; wordt aangenomen. In Bremen, waar een andere koelinrichting is aangebracht, kost ieder uur verkoeling 7.50 mark, waardoor de prijs van het vleesch per kilogram met 2 pfenningen zou worden verhoogd; men heeft daar tevens een kunstijsfabriek, die eveneens revenuën afwerpt.
Zeker heeft een kunstmatige koelinrichting groote voordeelen, daar het vleesch in koude, droge, bewogen lucht hangt en daar geruimen tijd volkomen versch kan worden gehouden. Volgens Schwarz (Bau-Einrichtung und Betrieb von öffentlichen Slachthöfen , 1894) zouden in het koelhuis aan het abattoir te Antwerpen reeds gedurende 2 jaar twee geslachte schapen bewaard worden, die nog uitstekend geconserveerd zijn.
De geslachte dieren worden circa 2 uur na het slachten in het koelhuis gebracht en blijven daar onder een temperatuur tusschen 0 en 4° C.
26
Voor ons land en nog minder voor onze Gemeente is echter een berekening te maken omtrent het gebruik en dus evenmin omtrent de kosten. Te Amsterdam en Rotterdam heeft men als bewaarplaats voor vleesch de zoogenaamde koelkamers, die achter de slacht-kamers zijn aangebracht, of bij het halsysteem het midden der slachthal innemen, en die door een breede gang van elkander zijn gescheiden ; natuurlijk is het wenschelijk dat deze ruimten geen buitenmuren hebben. Het spreekt van zelf, dat voor behoorlijke ventilatie , vooral van die ruimten, moet worden zorg gedragen , terwijl alles moet worden aangewend om de warmte te weren, b.v. een platte afdekking, die zoo noodig onder water kan worden gehouden.
Op het terrein van het abattoir dienen behalve de stallen (zie vraag V) de volgende gebouwen te worden opgetrokken:
1'. Bunderslachthal met koelkamers, waar tevens zoogenaamd klein vee kan worden geslacht (zie omtrent het laatste onder vraag VI, bladzijde 30). De hal dient â zooals met alle slachtlokalen het geval moet zijn â voorzien te worden van de noodige inrichtingen en gereedschappen bij het vervoeren van vee en vleesch, alsmede bij het slachten, ophijschen enz. te gebruiken.
2°. Slachthuis voor varkens', met behoorlijke broei-inrichting.
De broeikuipen kunnen geplaatst zijn in de hal (zooals te Amsterdam) of in een afzonderlijk broeihuis , dat in do onmiddellijke nabijheid der hal moet zijn gelegen.
Is dit laatste het geval, dan kan dit broeihuis tevens ingericht worden voor ketelhuis , vetsmeltenj en voor kookapparaat van geïnfecteerd vleesch, waarvoor anders een afzonderlijk gebouw moet worden gemaakt.
Bij de plaatsing der broeikuipen in de hal dient deze zoo te zijn ingericht, dat de zich ontwikkelende dampen gemakkelijk afgevoerd kunnen worden, daar zij anders ook zouden neerslaan op de geslachte varkens, die in de zoogenaamde koelkamers aanwezig zijn. De hal is dan in drie ruimten te verdoelen , namelijk aan een der lange zijden de broeikuipen , in het midden de werkplaats en aan de andere zijde de koelkamers.
Buiten is aan dien kant een luifel aan te brengen om de directe inwerking van de zon te verhinderen en daaronder wagens te kunnen plaatsen om de geslachte dieren droog te kunnen inladen. Ook op die koelkamers dient een plat dak te worden gemaakt, waarop men zoo noodig water kan brengen.
Mogelijk zou het, met het oog op de gesteldheid van het terrein, te verkiezen zijn het voorgedeelte voor broeihal, het middengedeelte voor slachthal en het achtergedeelte voor koelkamers in te richten.
3°. Een paardenslachthuis (de motieven hiervoor zijn voldoende aangegeven bij de beantwoording van vraag III).
4°. Een slachthuis voor vee aan besmettelijlce ziekte lijdende of daarvan verdacht. Deze ruimte kan zoo noodig tevens gebruikt worden voor sectielokaal.
5°. Lokaal voor keuring van ingevoerd vleesch, dat zoo dient te worden ingericht, dat geheele runderen kunnen worden opgehangen; het mag niet ver van den ingang van het abattoir zijn verwijderd.
6°. Penslokalen en darmwasscherij voor rund en varken afzonderlijk en liefst niet te ver van de slachthallen verwijderd.
7°. Administratiegehouwen en, in de onmiddellijke nabijheid daarvan, een bascule,
8°. Een laboratorium, dat echter ook in een der administratiegebouwen kan gevestigd zijn.
27
9°. Een lokaal, waar het afgekeurde vleesch op behoorlijke wijze kan worden vernietigd of tot mest verwerkt.
Het is in den tegenwoordigen tijd bepaald noodig dat in een abattoir aanwezig zijn toestellen om vleesch te steriliseeren en om afgekeurd vleesch tot vet en mestpoeder to verwerken. Verschillende en daaronder uitstekende toestellen zijn daarvoor in bijna alle abattoirs van het bnitenland in gebruik. De prijzen hangen af van de grootte der inrichting; waar zij aanwezig zijn en er voldoende materiaal is, brengen zij een behoorljjke rente op. Zoowel te Amsterdam als te Rotterdam heeft men in den laatsten tijd dergelijke inrichtingen aangebracht.
10°. Een restauratielokaal, dat zeer eenvoudig kan worden ingericht en waarschijnlijk wel een plaats kan vinden in een der andere gebouwen. Een gedeelte er van kan voor afrekenkamer dienen.
11°. Woningen voor den Directeur en voor ondergeschikte beambten, waaronder een portierswoning.
Verder is het aanleggen van gebouwen voor huidenzoutenj, bloedbereiding, talk-smeltenj, enz. , enz,, die verhuurd kunnen worden, zeer gewenscht, of wel men kan aan personen, die dergelijke inrichtingen willen exploiteeren, terrein in erfpacht afstaan om de noodige gebouwen daarop te plaatsen.
VRAAG V. Moet aan het abattoir verhanden zijn stalling van vee en afslag van vleesch, of c. q. alleen van vleesch 2de soort ?
Gelegenheid tot het stallen van vee dient noodzakelijk op het terrein van het abattoir aanwezig te zijn, al ware het slechts om de bezwaren te voorkomen, verbonden aan het opstallen van vee en het opbokken van varkens, waarop bij vraag I reeds werd gewezen.
Ook voor het keuren van het vee, de controle , er op uit te oefenen , en voor de slagers zeiven zijn daaraan voordeden verbonden.
Behalve een stal voor runderen, waarvoor een afdeeling wel voor kalveren en schapen kan worden ingericht, dienen er stallen te zijn voor varkens, paarden en voor dieren lijdende aan of verdacht van te lijden aan besmettelijke ziekten.
Boven deze stallen of boven de ruimten ingericht voor bergplaats, dienstpersoneel enz., moet bergruimte zijn voor hooi en stroo. De stallen kunnen eenvoudig worden ingericht, daar de dieren er meestal slechts kort vertoeven. Op uitstekende bevloering, vooral ook voor den varkensstal, dient te worden gerekend.
De stallen moeten liefst geplaatst worden in de onmiddellijke nabijheid van de gebouwen waarin de dieren worden geslacht, wat voor varkens en voor verdacht vee in de allereerste plaats noodzakelijk ia.
Afslag van vleesch aan het abattoir is niet gewenscht.
Hoogstwaarschijnlijk zou het ook weinig opgang maken, daar de particulieren zich niet naar het abattoir zullen begeven om hun dagelijksche inkoopen te doen. Wanneer in de stad een bijzonder lokaal was aangewezen, waar â met uitzondering van andere plaatsen â alleen vleesch van mindere qualiteit en gesteriliseerd vleesch mocht worden verkocht (b. v. een soort van vrijhank), dan zou mogelijk afslag van dat vleesch aan een abattoir eenig nut hebben.
28
VRAA.G VI. Op welke grootte is de aanleg te maken en op ivelk terrein of op welke terreinen ?
Is het wemchelijk aan het abattoir een veemarkt te verhinden ?
Moet stroomend water noodzakelijk in de nabijheid zijn ?
Wat betreft de grootte van den aanleg, dient er in de eerste plaats op te worden gewezen, dat de inrichting niet alleen voor het oogenblik maar ook in de naaste toekomst voldoende ruimte moet aanbieden, terwijl er behoorlijk terrein voor nieuwen aanbouw moet beschikbaar blijven.
Wanneer men aanneemt, dat de bevolking der Gemeente gemiddeld met 2 procent per jaar toeneemt en dat voor iedere 1000 inwoners circa 200 a 225 M2 ruimte noodig is, dan moet het terrein, voor hot abattoir bestemd, minstens ruim 2 hectaren groot zijn; beter ware het een grooter terrein ter beschikking te hebben , waarop men hetzij direct, hetzij later, ook de veemarkt zou kunnen brengen.
Een veemarkt bij het abattoir is zeer zeker gewenscht, ofschoon Utrecht eigenlijk geen markt heeft voor slachtvee en de slagers hun meeste aankoopen doen direct bij de boeren of op de markten in de omgeving, speciaal ook op die te Amsterdam en Rotterdam. Toch zou vereeniging hoogst nuttig zijn, indien goede aansluiting met spoor-en waterwegen mogelijk is. Men concentreert daardoor alle veevervoer en tevens alle vuil op één plaats; men is in de gelegenheid de verscliillende markten in de stad meer tot een geheel te vereenigen en men bevordert den toch reeds zoo bloeienden veehandel in de Gemeente.
De vraag, of een abattoir aan stroomend water moet gelegen zjjn, is blijkbaar gedaan met het oog op den afvoer van het gebruikte water; zij staat in nauw verband met don toevoer. Dat op het geheele terrein en in ieder lokaal water aanwezig dient te zijn , spreekt wel van zelf. Zal de inrichting behoorlijk zindelijk gehouden worden, wat een eerste vereischte is, dan is overvloedig water dringend noodig.
De kranen moeten zoo worden aangebracht, dat zij voor de gebruikers het meest geriefelijk zijn, terwijl in het varkensslachthuis en in de pensenjen ook warm water aanwezig dient te zijn.
Waar men vreest, dat niet altijd over een voldoende hoeveelheid water kan worden beschikt, daar zou het aanbeveling verdienen een watertoren op te richten met een reservoir, waarin een hoeveelheid â voor 2 of 3 dagen voldoende â kan worden bewaard.
Wat de afvoer betreft, is het in de lokalen zelf, met het oog op de zindelijkheid, gewenscht open goten te hebben, die direct buiten den muur door buizen en riolen worden geleid. Een dubbel rioolstelsel te maken, n.1. een voor hemelwater en een voor water uit de slachthuizen, enz. afkomstig, is onnoodig , daar juist het hemelwater nu en dan eene zeer gewenschte doorspoeling kan geven.
Zeer gemakkelijk zou het zijn, indien de loozing direct in stroomend water kon plaats hebben, maar daartegen zullen â en terecht â ernstige bezwaren worden geopperd.
Toch zou dit niet zoo erg zijn als de thans bestaande toestand , daar nu al het water in de grachten komt en â doordien de stroom niet voldoende sterk is een groot gedeelte van het vuil aldaar bezinkt, maar waarbij ten slotte toch alles bij de Weerd-sluizen in de Vecht terecht komt.
Inrichtingen om het water vooraf te klaren, hetzij alleen langs mechanischen, hetzij ook langs chemischen weg, zullen dus noodig zijn. Afvoer dient daarna in stroomend
29
water plaats te hebben en wol, wanneer do zuivering alleen langs mechanischen weg is geschied, onder de stad, dus in Vecht, Merwedekanaal of Leidschen Rijn voorbij Oog-in-Al , waar het door buizen kan worden gebracht.
Do onmiddellijke nabijheid van stroomend water is dus niet absoluut noodzakelijk, maar wel zeer wenschelijk, ook met het oog op het te water vervoeren van vee, vleesch, huiden , mest, enz.
Hierdoor wordt tevens de plaats bepaald, waar het abattoir zal moeten worden opgericht. Dit moet zijn buiten de kom van de Gemeente, zoodat voor inbouwen weinig gevaar bestaat, maar ook niet te ver er van verwijderd , met hot oog op de slagers, die een groot gedeelte hunner werkzaamheden aan het abattoir moeten verrichten en met het oog op marktbezoek bij eventueele combinatie. Ook mag het niet te ver verwijderd liggen van het spoor, maar zoo, dat een hulplijn gemakkelijk naar abattoir en veemarkt kan worden gebracht. Het dient dus aan do west- of aan de noordzijde der Gemeente een plaats te vinden.
Vóór het aanleggen van het Merwedekanaal was zeker een terrein aan do oostzijde der Kroeselaan tusschen deze en de Kruisvaart (indien het groot genoeg is) het meest aangewezen punt.
Thans zullen aan dit terrein mogelijk bezwaren zijn verbonden, daar men het waarschijnlijk door den handel wenscht te zien ingenomen ; bovendien zou nu het afgevoerde water â hetzij dat de loozing in de Kruisvaart of in het Merwedekanaal plaats heeft â langs een deel der singelgracht in de Vecht afvloeien, en dus door een druk bevolkte buurt stroomen, wat echter vooral bij klaring langs chemischen weg geen bezwaar heeft.
Bij plaatsing aan de oostzijde der Vecht, waar verbinding met den Centraalspoor tot stand kan komen, wordt de afstand naar de Gemeente te groot en zou veel vee de betrekkelijk nauwe en drukke Bemuurde Woerd en de Lauwerecht moeten passeeren, wat evenmin wenschelijk is. Het terrein tusschen Leidschen Bijn en Vecht voldoet beter aan de eischen, hetzij tusschen Leidschen Rijn en Vleutensche Wetering, langs de noordzijde van deo Vleutenschen weg of langs den Amsterdamschen straatweg, want gaat men meer oosteljjk, dan geraakt men te ver van de stad verwijderd. Op al deze terreinen is gemakkelijk spoorwegverbinding te verkrijgen, terwijl de beide eerste ook te water kunnen worden bereikt.
Ten einde enkele gegevens aan de hand te doen ter berekening van het oppervlak der verschillende lokalen , zijn de keuringstaten der laatste zeven jaren tot grondslag genomen. De Commissie geeft U in achterstaande tabel C. daarvan een overzicht, onder opmerking, dat onder klein vee wordt verstaan: vette-, gras- en nuchtere kalveren, schapen en geiten. Hier is opgenomen het aantal dieren van iedere soort, het aantal, dat gemiddeld per dag wordt geslacht en het grootste aantal, dat per dag is geslacht, terwijl staat D. U voor 1894 en een gedeelte van 1895 doet zien het grootst aantal dieren door alle slagers gezamenlijk op één dag geslacht.
Volgens Duitsche opgaven verkrijgt men het aantal slachtingen, waarmede men bij de oprichting van een abattoir rekening moet houden, op de volgende wijze. Het geheele aantal dieren van een bepaalde soort, in een jaar tijds geslacht, wordt door 300 (het aantal slachtdagen per jaar) gedeeld en het alsdan verkregen quotient met 2 vermenigvuldigd voor groot vee (runderen) en voor klein vee, maar met 3 voor varkens. Deze berekening op 1894 toepassende, komen wij op 40 runderen, 38 stulcs klein vee en op 116 varkens per dag, maar, rekening houdende met het werkelijk aantal slachtdagen in dat jaar, op 38 runderen , 37 stuks klein vee en 114 varkens.
i
.
30
Met de opgave van Osthoff, dat per dag en per 1000 inwoners worden geslacht 0.4 stuks groot vee, 1.15 klein vee en 0.6 varkens, komen deze cijfers echter niet overeen, want voor Utrecht â rekenende op 95000 inwoners â zou men komen tot 38 stuks groot vee, 109 klein vee en 57 varkens, wat zeker niet met de werkelijkheid strookt. De percentage voor klein vee is hier geringer, terwijl zij voor varkens hooger moet worden genomen.
Houden wij meer met onze locale toestanden rekening, dan blijkt, dat de maanden Januari, Maart, Mei, October en November het gunstigst zijn voor groot vee, daar in Maart veelal de Paasch-, in Mei do Pinksterdagen vallen, terwijl in de overige maanden de meeste bewoners in de stad aanwezig zijn. De drukste tijd voor klein vee valt in de maanden Februari, Maart, April, September, October, November en December , daar in de drie eerste de meeste nuchtere kalveren en in do vier laatste do meeste schapen worden geslacht, ook voor export. Het grootst aantal varkens wordt in den nazomer en in den winter geslacht.
Mot uitzondering van Juni, Juli en Augustus mag het dus steeds relatief druk worden genoemd en de Commissie meent, dat het, daarmede rekening houdende , alsook met de uitbreiding der bevolking, noodig is aan te nemen, dat men slachtruimte moet hebben per dag berekend voor 60 stuks runderen, 100 stuks klein vee en 100 varkens. Dit aantal mag zeker niet te groot worden genoemd, in aanmerking genomen dat 52 runderen in October 1893 en 50 in Maart 1894 op 1 dag werden geslacht, en dat meermalen het cijfer 100 bij klein vee werd overschreden , terwijl dat bij varkens tot nog toe niet boven de 89 is gestegen (op 24 Mei 1895 was het aantal echter 119).
Het is echter ook niet te klein, want in geval van nood kan op een bepaalde slachtruimte meer worden geslacht, dan in gewonen tijd wenschelijk is.
Een runderslachthuis met 357 M2 slachtruimte en 215 M2 koelruimte zou dan aan de eiscben voldoen, daar in de nieuwe slachthal te Rotterdam op een slachtruimte van 5,10 bij 7 M. en een koelruimte van 5.10 bij 4.22 M. per dag 6 runderen worden geslacht en opgehangen. Voegt men hieraan nog een iets kleiner oppervlakte toe voor klein vee, dan wordt het geheel mogelijk wat groot en zou het â ook wanneer de export-slachterij eventueel meer toenam â wenschelijk zijn om een bijzondere slachthal te nemen voor klein vee van circa 200 M2 slachtruimte (zie onder vraag IV, blz, 26).
Het slachthuis voor varkens , met een grooto broeikuip en broeiruimte, zou een slacht-oppervlakte van circa 200 M- moeten hebben , terwijl niet voor het geheele aantal koelruimte noodig is, daar do meeste varkensslagers bet geslachte dier direct meenemen. Wanneer men met slechts één broeikuip kan volstaan , geeft dit â wat de exploitatie betreft â met het oog op stoom verspilling , groote bezuiniging.
Voor veestallen dient men een zoodanige ruimte te hebben , dat er een voorraad voor circa 3 dagen kan worden geborgen en dus, afgaande op het gemiddeld aantal per dag geslachte dieren, is er stalling noodig voor 80 runderen, 120 stuks klein vee en 160 varkens (het cijfer voor klein vee is iets ruimer genomen, met het oog op eventueel grooter aanvoer van nuchtere kalveren en schapen voor export).
Ook hier kan men met een grooten stal voor rundvee en klein vee volstaan. In den runderstal behooren de dieren op twee rijen te worden geplaatst, met een gang van circa 3 M. er tusschen; voor ieder rund moot men een ruimte berekenen van 2.8 bij 1 M. Voor schapen en kalveren maakt men twee rijen hokken , door een gang van 2 M. gescheiden j de scheiwanden tusschen de hokken maakt men het beste van een steenen
31
muurtje, waarop een ijzeren traliewerk van circa 1.25 M. hoogte. Voor ieder kalf neemt men een oppervlakte van 0.8 M2, voor ieder nuchter kalf of schaap van 0.6 M2.
In of boven dezen stal dient voldoende bergruimte, ook voor fourrage te zijn, alsmede een knechtskamer. Ook in den varkensstal brengt men hokken aan met traliewerk of mot doorloopende muurtjes, terwijl hier de gang niet zoo breed behoeft te zijn , wat het uitdrijven vergemakkelijkt; per varken heeft men 1 Mgt; ruimte noodig.
Het aantal paarden in onze Gemeente geslacht is niet groot; het maximum was 120 in 1893 en zelden of nooit worden er meer dan twee per dag geslacht. Eén slacht-kamer voor 2 paarden , van 40 M2 oppervlakte, van de noodige inrichtingen voorzien en een stal voor 6 a 8 paarden (die ook voor andere doeleinden nog wel eens gebruikt kan worden) mag ook voor de naaste toekomst voldoende worden geacht.
Voor verdacht vee of vee aan een besmettelijke ziekte lijdende, dienen stal en slachthuis op een afgelegen gedeelte van het terrein te worden geplaatst en wel zoo, dat men ook van buiten daarin toegang heeft, om vervoer van dat vee over het terrein te voorkomen. Het slachthuis moet een slachtkamer zijn van circa 40 M2 oppervlakte en ook de stal behoeft niet groot te zijn, maar zoodanig ingericht, dat men er ook zoo noodig paarden en klein vee kan plaatsen.
De gebouwen voor penserij en darmwasscherij dienen in de nabijheid der mestplaatsen gelegen te zijn, ofschoon het voor het personeel geriefelijk is, wanneer zij in de nabijheid der slachthallen een plaats vinden (zij mogen echter nimmer daarmede in directe gemeenschap staan); met lichte wagentjes kunnen de ingewanden gemakkelijk naar de penserij worden vervoerd. De inwendige inrichting kan zeer eenvoudig zijn ; groote spoelbakken (circa 0.75 M1) met overvloedig water en enkele tafels tusschen of bij de bakken geplaatst, zijn voldoende.
liet lokaal voor keuring van ingevoerd vleesch behoeft niet zoo groot te zijn , maar zeer luchtig en uitstekend verlicht; het is gewenscht, dat er bv. 4 stuks groot vee kan worden opgehangen en dat de inrichting zoo worde gemaakt, dat er ook voor het ophangen van klein vee gelegenheid is.
Omtrent de inrichting der administratiegebouwen enz. zijn algemeene gegevens door ons niet te verschaffen. Behalve een behoorlijk ingericht laboratorium dienen er kamers te zijn voor den Directeur, het personeel, het publiek, ambtenaren der belasting, enz. In onmiddellijke verbinding mot een der bureaux moet buiten op het terrein een bascule worden aangebracht.
Een bijzonder lokaal voor trichinenonderzoek is naar onze meening voorloopig niet noodig ; mocht zich de behoefte daaraan later doen gevoelen, dan is een bovenlokaal van een der administratiegebouwen of van het laboratorium daarvoor gemakkelijk in te richten, mits er maar goed licht is.
VRAAG VII. Hoe groot zullen de kosten voor exploitatie ongeveer zijn ?
Welk tarief kan van de slagers in deze Gemeente billijkerwijze gevorderd worden ?
Welk tarief zou eventueel voor den afslag kunnen worden bepaald ?
In de eerste plaats willen wij het tweede gedeelte dezer vraag beantwoorden. Blijkens het Uapport van de Raadscommissie in zake do oprichting van een abattoir van
32
27 Maart 1877 deelde die Commissie do meening van den rapporteur, dat als billjjk tarief kan worden gesteld: voor een rund f 1.50, voor een kalf/0.60, voor een nuchter kalf, schaap of geit f 0.40 en voor een varken f 0.75. Daaronder waren de keurloonen begrepen, die thans bedragen: voor een rund of een paard f 0.40, een kalf f 0.20, een varken f 0,15, een nuchter kalf of een schaap / 0.10 en een geit f 0.06.
Het bovenstaande tarief mag werkelijk laag genoemd worden. Osthoff (Slachthöfe fur kleine Stadte van 5000 bis 15000 Einwohnern, 1890) berekent voor kleine steden zelf Æ2.70 voor groot vee, Æ 0.27 voor klein vee en Æ 0.99 voor varkens, terwijl bovendien per varken nog f 0.60 moet worden betaald voor onderzoek. Het tarief, zoo als dit te Amsterdam is aangenomen, geeft tot geen bezwaren aanleiding; het is als volgt: paard f 1.â , rund / 1.60, kalf en varken f 0.85 en ander klein vee f 0.25.
Wij meenen, dat dit tarief ook in Utrecht zeer goed kan worden toegepast, maar zouden het slachtloon voor nuchter kalf, schaap en geit op f 0.40 willen gesteld zien; hierbij blijven wij dan nog ver beneden het tarief door den rapporteur der vorige Commissie aangegeven in het tiende jaarverslag der Vereeniging tot verbetering van volksgezondheid te Utrecht, nl. rund f 2.â, kalf /quot;0.75 (waaronder ook nuchtere kalveren), varken f\,â schaap en geit f 0.40.
Voor exportslachterij van nuchtere kalveren en schapen zou, bij een bepaald aantal, eventueel een verminderd tarief kunnen worden vastgesteld.
Bij de berekening der onkosten van een abattoir te Utrecht, willen wij 1894 tot grondslag nemen, ofschoon dat jaar, blijkens het jaarverslag onzer Commissie, niet tot de gunstigste behoort.
|
DIERSOORT. |
Geslacht in 1894, |
Tarief 1877, ») |
Opbrengst, |
Voorgesteld tarief 1895, |
Opbrengst. |
|
Runderen......... |
5934 |
f 1.50 |
f 8901.â |
f 1,60 |
Æ 9494,40 |
|
Kalveren......... |
3G99 |
- 0,60 |
- 2219,40 |
- 0 85 |
- 3144,15 |
|
Nuchtere kalveren, schapen en geiten |
3006 |
- 0,40 |
803,40 |
- 0,40 |
802,40 |
|
Varkens......... |
11661 |
- 0.75 |
- 8738.25 |
- 0,85 |
- 9903,33 |
|
Paarden ......... |
108 |
- 1,â |
108,â |
- 1,â |
- 108,â |
|
J) Tarief voor paarden was toen niet aangegeven. |
Æ 20769,05 |
f 33453.28 |
Hierbij moet gevoegd worden het keurloon voor het ingevoerde vleesch, dat in de jaren 1888 â 1891 respectievelijk bedroeg f 403.31 , / 371,56 , f 359.69 en f 351.76. Van 1892 af werd ook keurloon geheven van ingevoerd gezouten en gerookt spek en van aldus toebereide ham, waardoor het keurloon voor ingevoerd vleesch van 1892â1894 respectievelijk steeg tot : f 867.08 , f 621.55 en f 778,19; zoodat wij gerust daarvoor bij de bovenstaande opbrengst f 800.â mogen voegen.
In 1895 en vervolg moet ook keurloon worden betaald voor ingevoerd gezouten
33
varkensvleesch en worst. Bij de cijfers omtrent den invoer van die artikelen, voorkomende in de jaarverslagen der Commissie van toezicht, wordt steeds aangegeven , dat zij weinig vertrouwen verdienen en, zooals nu reeds blijkt, volkomen terecht.
Immers in Januari en Februari 1895 werden daarvan ingevoerd 13678 kilogrammen met een keurloon van f 34.â, terwijl de opgaven voor dezelfde maanden van 1892â1894 bedroegen: 4340, 9658 en 7160. Veilig kunnen wij dan ook de opbrengst hiervan ramen op f 100.â, zoodat voor slacbtloon en invoerrechten bij beide aangegeven tarieven het volgend totaalcijfer komt:
bij tarief 1877 : f 21669.05.
bij tarief 1895: - 24352.28.
Hiermede zijn echter niet alle inkomsten aangegeven , daar de opbrengsten van mest, stalgeld, weegloon , buffet, lokaalhuur (waaronder ook voor dat van de ambtenaren van den accijns), huur voor stoom, voor het gebruik van kookapparaat, enz. zeker niet onbelangrijk zullen zijn. In Rotterdam werden in 1893 geind, behalve f 57,000.â aan slacht-gelden, stalgeld Æ6400.â, weegloon Æ1522. â , lokaalhuur Æ5630â¢â en smeltloon /quot;125.â.
quot;Wat de exploitatiekosten betreft, zullen de cijfers door ons aan te geven gedeeltelijk minder betrouwbaar zijn, daar wij ons niet de bevoegdheid toekennen om een oordeel to vellen over: kosten van terrein, oprichting en inrichting, amortisatie , onderhoud van gebouwen, gasverbruik, waterleiding enz. en evenmin nauwkeurig kunnen bepalen hoe groot het personeel zal moeten zijn.
Achterstaande staat E. bevat eene opgave van het Mainzer Comité tot het bouwen van een abattoir, dat de meeste groote slachtplaatsen in Duitsehland heeft bezocht, terwjjl staat F. tevens enkele uitkomsten der exploitatie bevat. Hierbij moet opgemerkt worden, dat aan het meerendeel dier abattoirs uitgebreide veemarkten zjjn verbonden.
Als personeel dienen aan het abattoir verbonden te zijn :
1°, Een Directeur, gediplomeerd veearts, die, behalve vrije woning op het terrein, een traktement dient te hebben van f 2000.â a / 2500.â;
2°. Drie keurmeesters, met een traktement van f 700.â a f 1000. â In het rapport van 1877 werd slechts gesproken van twee keurmeesters, maar daar er veel bureauwerkzaamheden zullen zijn en het aantal winkels, die toch geïnspecteerd moeten worden, zeer groot is en bovendien het toezicht op den claudestienen invoer scherp moet zijn, meenen wij het cijfer ten minste op 3 te mogen brengen ;
3°. Een opzichter, tevens waagmeester, met vrije woning op het terrein en een traktement van f 600.â a f 700.â;
4°. Een smid-machinist, op een traktement van f 600.â a f 700.â;
5°. Een portier, met vrije woning op het terrein en f 500.â traktement;
6°. Vijf arbeiders, k f 500.â.
De jaarwedden van het personeel zullen dus naar onze berekening afwisselen tusschen Æ 8300.â en Æ 9900.â, zoodat er bij het tarief 1895 nog Æ 16,000.â k Æ 14,000.â overblijven, benevens de overige revenuën , voor onderhoud , interest en schulddelging. Daarbij komt, dat de inkomsten , speciaal wat de slachtgelden betreft, geregeld met de toeneming der bevolking en het evenredig hoogere vleeschgebruik stijgen, terwijl de uitgaven voor het personeel niet veel grooter worden, zoodat er dan ook geen vrees behoeft te bestaan, dat een abattoir hier ter stede met verlies zou werken.
Voor enkele bijzonderheden, vooral omtrent het exploiteeren der abattoirs te Amsterdam en Rotterdam, hebben wij de eer U te verwijzen naar het Rapport om-
34
trent de keuring van vee en vleesch in Nederland, bladzijde 141 , U in Mei 1894 toegezonden.
Reeds nu tarieven aan te geven voor den afslag, meenen wij dat onnoodig is.
Mochten bij het onderzoek door Uwe Commissie nadere inlichtingen gewenscht zjjn, ook omtrent détails , dan verklaren wij ons gaarne bereid U die te verschaffen.
Ingediend bij de Commissie van toezicht op vee en vleesch op 14 Maart 1895 , en vastgesteld te Utrecht in de Commissievergadering van 29 Mei 1895.
Namens de Commissie voornoemd, De Rapporteur, VAN ESVELD.
35
A.
LOKALEN, door de Commissie van toezicht op vee en vleesch in 1894 geinspecteerd.
|
Afdeeling i der Gemeente |
Wijk. |
Slachtplaats en vloesch-winkel in cén perceel. |
Winkels. (Versch vleesch.) |
Afzonderlijke slachtplaats. |
Slachtplaats in don winkel. « |
Inrichtingen, |
Winkels, waar ook pckel-vleesch wordt verkocht. |
Totaal der perceelcn, waar hodemvcr-ontreini- .ging kan plaats hebben. |
Winkels, waar z g.n. Geldersche waren worden verkocht. |
|
A. |
il |
2 |
1 |
1 |
n |
3 |
18 |
17 | |
|
F. |
2 |
n |
1 |
// |
n |
// |
3 |
3 | |
|
I. | |||||||||
|
G |
6 |
5 |
2 |
// |
1 |
2 |
16 |
7 | |
|
H. |
8 |
10 |
9 |
// |
2 |
5 |
34 |
13 | |
|
B. |
4 |
2 |
1 |
1 |
n |
3 |
10 |
10 | |
|
C. |
7 |
9 |
7 |
// |
n |
n |
23 |
14 | |
|
II. | |||||||||
|
JX |
4 |
6 |
2 |
// |
3 |
2 |
17 |
3 | |
|
E, |
5 |
4 |
1 |
// |
3 |
3 |
16 |
1 | |
|
I. |
10 |
2 |
n |
u |
u |
2 |
14 |
28 | |
|
III. | |||||||||
|
M. |
4 |
4 |
2 |
tl |
â 1 |
1 |
12 |
44 | |
|
L, |
9 |
3 |
2 |
1 |
// |
. 3 |
18 |
53 | |
|
IV. | |||||||||
|
M. |
1 |
1 |
// |
1 |
1 |
2 |
6 |
29 | |
|
K. |
2 |
2 |
2 |
1 |
// |
1 |
8 ⢠|
16 | |
|
V. | |||||||||
|
L. |
1 |
// |
1 |
II |
// |
n |
2 |
9 | |
|
VI. |
I. |
10 |
2 |
// |
II |
n |
1 |
13 |
43 |
|
Totaal. |
â |
84 |
52 |
31 |
5 |
11 |
27 |
310 |
394 |
36
|
3 |
' OpU0Op|OAllQ |
râ1 CO |
O lO |
Oï |
CM |
gt;o |
CS |
TP rH |
rH CO rH |
|
H | |||||||||
|
H |
â¢OpUQOp^O^ |
CO IQ |
co |
co lt;M |
OS |
CM |
CO rH |
CO CO rH | |
|
bC fi |
â¢apuGopj-OAuo |
gt;o |
co |
rH |
rH | ||||
|
^ M |
CM | ||||||||
|
â¢opuaopp^ |
iO |
rH |
lt; | ||||||
|
| |||||||||
|
bC C |
*0piI9Op|0AUQ |
Ctt |
CQ |
rH |
S: | ||||
|
fcgt; |
gt;o | ||||||||
|
s | |||||||||
|
â¢opuoopp^ |
tâ' |
rH |
rH |
rH | |||||
|
| |||||||||
|
bD g |
â¢OpXIOOppAUO |
O |
⢠Cs |
CQ |
r-H |
CM |
râi |
CO | |
|
^ tgt; | |||||||||
|
o CL |
â¢opuoopp^ |
iâ1 |
(M |
rH |
amp; |
CM |
CO | ||
|
| |||||||||
|
bo .a . |
' OpiIOOp jO ATIQ |
iO |
Ci |
fâH |
Oï | ||||
|
CM | |||||||||
|
o a s-lt; â¢lt;1 |
â¢opuoopio^ |
as |
gt;o |
=% |
rH |
Câ | |||
|
| |||||||||
|
bD C |
â¢OpUOOpiOAUQ |
JO |
lO r-H |
CO |
as |
r* |
iO |
CO | |
|
s ^ S3 |
â¢0pu30p[0^ |
gt;o |
)0 |
lO â¢-H |
Oï |
* |
rH | ||
|
| |||||||||
|
' bfi C |
'OpiIOOp|OATlQ |
cc |
CO rH |
rH rH |
00 |
rH |
CM |
»o | |
|
»iâlt; |
O | ||||||||
|
rS ^ | |||||||||
|
eü lt;1 |
â¢opuoopp^ |
IâI |
rflt; r-H |
«O |
gt;o |
rH |
»o |
II | |
|
Aantal der derzochte erceelen. |
co |
0* »o |
rH CO |
iO |
rH rH |
c* CM |
rp as CM | ||
|
r |
ö Ph O |
O rH (M | |||||||
O r^J
OP ïgt;
à lt;D 'TJ N O £
Ã
«D
lt;1
cö c3
Ph
O
O â¢â ö fl
agt;
a
O
O
O gt;
ö
(D
O
agt; 13
rM
O) O NI t-t agt; 'ö (=1 o
-4-9
c
03 f-
H lt;J
H
P co W
O CÃ
i-l M
O pM
ë
PH Ã
02 H â «1 lt;1
Pm H
W
O lt;1 i-^ CO
M
a
lt;£ à bb
(Ã
1gt;
P â¢l-1
ö
(ü
ö
Ph
rW
O O
(Ã
l
CÃ
'gn
rP
ü c3
GO
C
â¢fi C
37
â¬.
0quot;VEEZICHT van het aantal dieren in de Gemeente geslacht, per jaar en per dag;
|
Eundercn. |
Klein vee. |
Varkens. |
Grootst aantal per | ||||||||
|
ö |
da |
g geslacht | |||||||||
|
So OS s O «3 |
van |
iedere soort. | |||||||||
|
J ïllll'tlll. |
MAAND. |
bc |
bD |
bc | |||||||
|
3 1 |
cö Ti f-t |
â¢4quot;9 ö |
a Ti |
râlt; cQ § |
cö |
Runderen. |
d 05 tgt; |
CO d | |||
|
C6 |
(D PM |
S PH |
cö |
S |
0 ⢠|H (V râi w |
JS gt;-1 c3 !gt; | |||||
|
1888 |
Januari . . . |
20 |
521 |
30.00 |
353 |
13.53 |
873 |
33.57 |
35 |
23 |
51 |
|
Februari . |
25 |
491 |
19.64 |
655 |
36.10 |
779 |
31.16 |
39 |
87 |
54 | |
|
Maart.... |
27 |
520 |
19.25 |
1211 |
44.85 |
865 |
33.03 |
47 |
111 |
66 | |
|
April .... |
25 |
475 |
19.00 |
853 |
34.12 |
813 |
33.53 |
33 |
69 |
63 | |
|
Mei .... |
2G |
556 |
31.38 |
603 |
33.15 |
905 |
34.80 |
36 |
51 |
67 | |
|
Juni .... |
2G |
498 |
19.15 |
434 |
16.69 |
873 |
33.53 |
37 |
36 |
65 | |
|
Juli . . . |
26 |
456 |
17.53 |
440 |
16.92 |
974 |
37.46 |
34 |
28 |
68 | |
|
Augustus. . |
27 |
507 |
18.77 |
398 |
14.74 |
896 |
33,18 |
35 |
28 |
53 | |
|
Septeraljor . . |
25 |
489 |
33.56 |
378 |
15.12 |
874 |
34.96 |
35 |
25 |
73 | |
|
October . |
27 |
586 |
31.70 |
390 |
14.44 |
1006 |
37.35 |
40 |
28 |
74 | |
|
November . . |
26 |
582 |
33.38 |
353 |
13.53 |
927 |
35.65 |
38 |
26 |
63 | |
|
December |
25 |
528 |
31.13 |
314 |
12.56 |
859 |
34.36 |
43 |
29 |
58 | |
|
Totaal. |
311 |
6209 |
19.96 |
6379 |
30.51 |
10643 |
34 23 | ||||
|
1889. |
Januari . . |
36 |
533 |
30.50 |
364 |
14.00 |
877 |
33.73 |
33 / 39 |
32 |
69 |
|
Februari . . . |
24 |
480 |
30.00 |
536 |
32.33 |
794 |
33.08 |
46 |
60 | ||
|
Maart ... |
26 |
484 |
18.61 |
994 |
38.23 |
809 |
31.11 |
37 |
83 |
63 | |
|
April .... |
26 |
470 |
18.07 |
1381 |
53.11 |
784 |
30.15 |
35 |
109 |
51 | |
|
Mei ... . |
26 |
485 |
18.65 |
667 |
25.65 |
899 |
34.57 |
33 |
73 |
75 | |
|
Juni .... |
25 |
374 |
14.96 |
411 |
16.44 |
812 |
33.48 |
27 |
33 |
58 | |
|
Juli .... |
27 |
424 |
15.70 |
405 |
15.00 |
963 |
35.66 |
30 |
35 |
67 | |
|
Augustus. . . |
27 |
450 |
16.66 |
373 |
13.77 |
845 |
31.39 |
35 |
34 |
54 | |
|
September |
25 |
442 |
17.68 |
343 |
13.68 |
857 |
34.38 |
33 |
35 |
64 | |
|
October . . . |
27 |
530 |
19,25 |
380 |
14.07 |
908 |
33.63 |
37 |
34 |
69 | |
|
November . . |
26 |
454 |
17.46 |
321 |
13.34 |
793 |
30.50 |
33 |
25 |
58 | |
|
December . , |
35 |
424 |
16.96 |
338 |
13.53 |
799 |
31.96 |
26 |
38 |
67 | |
|
X otaal. |
310 |
5540 |
17.87 |
6511 |
31.00 |
10140 |
33.71 | ||||
B8
|
u bD ei |
Runderen. |
Klein vee. |
Varkens. |
Grootst aantal por dag geslacht | |||||||
|
jiuiïii. |
MAAND. |
fen |
h'r |
van |
iedere soort. | ||||||
|
rS V rt |
aantal. |
per da; |
aantal |
per da; |
aantal |
«é |
Runderen.] |
Klein vee. |
Varkens. | ||
|
I8»0. |
Jiinuiu'ia . |
26 |
433 |
IC.65 |
347 |
13.34 |
723 |
27.80 |
35 |
31 |
47 |
|
l'ebniai'i . |
34 |
411 |
17.12 |
438 |
17.83 |
761 |
31.70 |
29 |
33 |
63 | |
|
Maart.... |
26 |
410 |
15.76 |
636 |
24.07 |
859 |
33 03 |
31 |
55 |
70 | |
|
April .... |
36 |
395 |
15.19 |
742 |
28.53 |
830 |
31.92 |
30 |
03 |
70 | |
|
Moi .... |
26 |
414 |
15.93 |
540 |
20.70 |
937 |
36.03 |
30 |
33 |
70 | |
|
Juni .... |
25 |
365 |
14.60 |
358 |
14.32 |
817 |
32.68 |
29 |
33 |
01 | |
|
Juli .... |
27 |
388 |
14.37 |
371 |
13.73 |
854 |
31.63 |
30 |
20 |
59 | |
|
Augustus, |
26 |
386 |
14.84 |
352 |
13.53 |
833 |
32.03 |
31 |
25 |
00 | |
|
September. . |
36 |
426 |
10.38 |
350 |
13.46 |
829 |
31.88 |
33 |
34 |
58 | |
|
Oetober . |
27 |
478 |
17.70 |
473 |
17.51 |
935 |
34.63 |
30 |
37 |
59 | |
|
November |
25 |
413 |
10.52 |
484 |
19.36 |
814 |
32.56 |
37 |
50 |
51 | |
|
December. |
25 |
414 |
10.50 |
380 |
15.44 |
896 |
35.84 |
30 |
39 |
02 | |
|
Totaal. |
4933 |
15.96 |
5457 |
17.00 |
10088 |
31.19 | |||||
|
18»1. |
Januari . |
26 |
377 |
14.50 |
396 |
15.23 |
922 |
35.46 |
37 |
63 |
08 |
|
Februari . |
24 |
301 |
15.04 |
515 |
21.45 |
794 |
33.08 |
33 |
51 |
53 | |
|
Maart. . . . |
25 |
379 |
15.16 |
1045 |
41.80 |
859 |
34.36 |
40 |
137 |
00 | |
|
April .... |
26 |
419 |
10.11 |
1100 |
42.30 |
938 |
36.07 |
25 |
97 |
00 | |
|
Mei .... |
24 |
436 |
17.75 |
566 |
23.58 |
1015 |
43.29 |
37 |
68 |
80 | |
|
Juni . . , . |
36 |
416 |
16 76 |
429 |
16.50 |
926 |
35,61 |
39 |
51 |
65 | |
|
Juli . . |
37 |
433 |
15.03 |
413 |
15.27 |
1052 |
38.90 |
31 |
31 |
77 | |
|
Augustus. |
36 |
473 |
18.19 |
371 |
14.26 |
903 |
37,03 |
35 |
30 |
71 | |
|
September . |
36 |
443 |
17.00 |
513 |
19,73 |
928 |
35.69 |
38 |
60 |
67 | |
|
Oetobcr . . |
37 |
499 |
18 48 |
034 |
23.11 |
1040 |
38 74 |
31 |
61 |
71 | |
|
November |
35 |
483 |
19.32 |
512 |
20.48 |
923 |
36.92 |
31 |
53 |
55 | |
|
December |
25 |
466 |
18.04 |
470 |
18.80 |
948 |
37.92 |
34 |
47 |
75 | |
|
Totaal. |
307 |
5163 |
10.81 |
6953 |
22.56 |
11314 |
36.85 | ||||
|
itdagen. |
Runderen. |
Klein vee. |
Varkens. |
(irootst aantal per dag geslacht | |||||||
|
Jmirtal. |
MAAND. |
bi) a â¢â d SH 03 P* |
van |
iedere soort. | |||||||
|
O eö 93 |
a 7i ci |
ci â quot;d V PH |
c3 ö si si |
c3 Ti V |
£ £ a CH |
V gt; 2 |
c/j s gt; | ||||
|
18»3 |
Januari Februari . Maart.... April .... Mei ... Juni .... Juli . Augustus. September October . November. , December |
35 35 37 36 25 36 26 37 36 26 26 26 |
443 459 491 427 447 444 419 471 531 550 607 535 |
17.72 18.36 18.18 16.42 17.88 17.07 16.11 17.44 20.42 21.15 23.34 30.57 |
466 607 1180 1188 643 479 403 415 533 600 555 498 |
18.64 24.28 43.70 45.69 25.72 18.43 15.50 15.37 30.11 23.07 21.34 19.15 |
921 1040 1060 1030 1036 986 987 935 918 933 873 849 |
36.84 41.60 39.36 39.33 41.44 37.53 37.57 34.63 35.30 35.84 33.57 32.65 |
35 31 35 41 33 35 31 37 43 33 43 44 |
44 57 79 97 65 44 38 33 35 36 52 35 |
63 69 66 81 75 84 76 69 73 68 55 59 |
|
Totaal. |
311 |
5834 |
18.73 |
7557 |
34.39 |
11557 |
37.16 | ||||
|
18!)» |
Januari . Februari Maart.... April . . Mei .... Juni .... Juli .... Augustus . September October . November December |
26 34 27 25 26 36 36 37 26 36 26 24 |
499 483 568 475 583 523 514 601 601 626 667 559 |
19 19 20.12 21.03 19.00 23.43 20.07 19.76 22.25 33.11 24.07 35.65 33.29 |
385 445 898 874 532 463 437 417 413 531 439 407 |
14.80 18.54 33,35 34.96 30 46 17.80 16.80 15.44 15.88 30.38 16.88 16.95 |
857 735 806 774 931 827 764 708 839 805 790 747 |
33.95 30.62 29.85 30.96 35.42 31.80 29.38 36.32 31.88 30.96 30.38 31.13 |
33 36 48 44 41 38 39 44 46 53 48 43 |
30 49 69 105 34 24 30 26 26 36 37 32 |
59 53 60 57 71 70 56 53 65 55 63 53 |
|
Totaal. |
309 |
6698 |
21.67 |
6331 |
21 65 |
9563 |
30.95 | ||||
40
|
d |
Runderen. |
Klein vee. |
Varkeus, |
Grootst aantal per dag geslacht | |||||||
|
.laartal. |
MAAND. |
bü n Ti -M |
per dag. |
i |
per dag. |
per dag. |
van |
iedere soort. | |||
|
ü c3 m |
aantal |
aantal |
aantal, |
Runderen. |
Klein vee. |
Varkens. | |||||
|
1894 |
Januari |
26 |
588 |
22.61 |
420 |
16.15 |
894 |
34.38 |
38 |
28 |
56 |
|
'Februari , |
24 |
473 |
19.71 |
402 |
16.75 |
794 |
33.08 |
36 |
32 |
53 | |
|
Maart.... |
26 |
504 |
19.38 |
655 |
25.19 |
884 |
34.00 |
50 |
56 |
73 | |
|
April .... |
25 |
480 |
19.20 |
563 |
22.52 |
884 |
35.36 |
30 |
49 |
57 | |
|
Mei ... . |
25 |
527 |
21.08 |
801 |
32.04 |
996 |
39.84 |
37 |
69 |
89 | |
|
Juni .... |
26 |
431 |
16.57 |
565 |
21.73 |
901 |
34.65 |
36 |
66 |
78 | |
|
Juli .... |
26 |
414 |
15.92 |
406 |
15.61 |
987 |
37.96 |
34 |
31 |
67 | |
|
Augustus. |
27 |
481 |
17.81 |
391 |
14.48 |
1089 |
40.33 |
33 |
20 |
73 | |
|
September . |
25 |
485 |
19.40 |
369 |
14.76 |
1017 |
40.68 |
37 |
26 |
76 | |
|
October . . |
27 |
559 |
20.70 |
413 |
15.29 |
1144 |
42.37 |
40 |
30 |
72 | |
|
November |
26 |
534 |
20.53 |
385 |
14.80 |
1071 |
41.19 |
44 |
21 |
73 | |
|
December |
24 |
458 |
19.08 |
335 |
13.95 |
990 |
41.25 |
35 |
20 |
71 | |
|
Totaal. |
307 |
5934 |
19,32 |
5705 |
18.58 |
11651 |
37.95 | ||||
|
1895 |
Januari . |
26 |
493 |
18.96 |
416 |
16.00 |
1042 |
40.00 |
35 |
37 |
69 |
|
Februari . . . |
24 |
426 |
17.75 |
515 |
21.45 |
916 |
38.16 |
30 |
39 |
73 | |
|
Maart.... |
26 |
439 |
16.88 |
1070 |
41.15 |
982 |
87.77 |
30 |
102 |
57 | |
|
April .... |
25 |
442 |
17.68 |
1173 |
46.92 |
1041 |
41.64 |
45 |
84 |
85 | |
41
D.
Grootste aantal dieren op één dag door alle slagers te zamen geslacht in 1894
en in een deel van 1895.
|
Jaartal, |
1 MAAND. |
Blinderen. |
Klein vee. |
| Varkens |
Paard. |
TOTAAL. |
|
1894. |
Januari. |
I 29 |
23 |
55 |
1 |
108 |
|
Februari. |
31 |
30 |
| 48 |
1 |
110 | |
|
Maart. |
50 |
4() |
49 |
1 |
146 | |
|
April. |
24 |
21 |
56 |
⢠// |
101 | |
|
Mei, |
33 |
37 |
42 |
l |
113 | |
|
J uni. |
34 |
30 |
42 |
n |
106 | |
|
Juli. |
36 |
31 |
30 |
H |
96 | |
|
Augustus. |
23 |
18 |
73 |
n |
114 | |
|
September. |
37 |
22 |
45 |
1 |
105 | |
|
Oetober. |
32 |
20 |
59 |
1 |
112 | |
|
November. |
27 |
19 |
63 |
L |
110 | |
|
December. |
35 |
22 |
59 |
// |
116 | |
|
1S95. |
Januari. |
33 |
24 |
49 |
// |
106 |
|
Februari. |
30 |
34 |
53 |
// |
117 | |
|
Maart. |
30 |
74 |
57 |
// |
161 | |
|
April. |
19 |
49 |
85 |
2 |
155 |
42
E.
STAAT dor abattoirs, bezocht door het Mainzer Comité.
|
S T A D. |
Aantal inwoners. |
Oppervlakte in M'2. |
Kosten in marken. |
Is er een machinale koelinriehting? |
Aanmerkingen. |
|
Neurenberg .... |
174.000 |
71.000 |
3.302.855 |
Neen, | |
|
Chemnitz..... |
139.000 |
49.460 |
2.234.076 |
Ja, | |
|
Leipzig..... |
362.553 |
113.773 |
4.419,252 |
Ja. | |
|
Halle...... |
101.000 |
49.500 |
2.594.890 |
Ja. | |
|
Dresden . ' . . . |
276.000 |
34.264 |
807,234 |
Ja, | |
|
Stettin..... |
110.000 |
23.550 |
1,800,000 |
Ja. |
Zonder terreinkosten. |
|
Berlijn..... |
1.500.000 |
385.000 |
9.222,000 |
Neen. | |
|
Maagdenburg . . . |
200.000 |
114.000 |
392,900 |
Neen. | |
|
Hildeslieim .... |
35,000 |
8.176 |
310.000 |
Neen. | |
|
Hannover..... |
185.000 |
68.530 |
2.386.065 |
Neen. | |
|
Essen...... |
100.000 |
46.000 |
1.500.000 |
Ja, |
Zonder terreinkosten. |
|
Barmen..... |
116.000 |
60.000 |
2.700.000 |
Ja, | |
|
Wiesbaden .... |
66.000 |
27.000 |
800 000 |
Ja, | |
|
Darmstadt .... |
60.000 |
â |
780.000 |
Ja. | |
|
Krenznach .... |
18.000 |
â |
305,000 |
Ja, | |
|
Mainz...... |
70.000 |
â |
3.000.000 |
? |
De slachtlooDen varieeren tusschen 6 en 2.5 mark voor groot vee, 3.25â1 voor varkens, 1.50â0.30 voor kalveren, 0.75â0.30 voor schaap of geit en 6-3 voor paarden. Stettin is gemiddeld het duurst: daar betaalt men voor rund en paard 5 mark, voor een kalf' 1.50, schaap of geit. 1 , en voor een varken 2 mark.
43
â
Bur, age IV
Utrecht, 31 October 1895,
van liet rn pport «lor ('oministsio in xalcv lict abattoir.
W. 443.
Met groote belangstelling en volle waardeering van den degelijken inhoud, heb ik kennis genomen van het omvangrijk rapport, uitgebracht door de Commissie van toezicht op vee en vleesch in zake een eventueel alhier op te richten abattoir.
Bij de samenstelling van de hierbij gaande schetsen is dit rapport dan ook van overwegenden invloed geweest.
De opdracht om aan Uw College (zie apostille van 19 Juli 1895, n0. 1455A. R.)de noodige voorstellen te doen, ten einde een ontwerp met begrooting van kosten te maken voor een slachthuis , zooals in dat rapport is omschreven, wordt echter ten deele gewijzigd door de bijvoeging van âmet koelhuis''', enz.
Het aanbrengen toch van een koelhuis is wel in het rapport als hoogst wenscheljjk opgenomen, maar niet maatgevend geweest bij het voorstellen van verschillende directe gegevens.
Zulks maakt dus een omwerken van hetgeen in deze in zekeren zin als programma van eischen zouden kunnen worden beschouwd , noodzakelijk.
De vraag, koelhuisquot; of âgeen koelhuisquot; beheerscht toch voor een deel vorm van aanleg en te nomen afmetingen voor verschillende gebouwen.
Wordt âgeen koelhuisquot; aangebracht, dan wordt in den bestaanden toestand waar-schijnlijk weinig of niets veranderd en alleen de plaats van slachten naar één bepaald punt in de Gemeente overgebracht, zoodat tegrondelegging van het tot dusverre geconstateerde maximum slachtingen per dag, vermeerderd met eenige reserve, alsdan volkomen kan worden gebillijkt.
Wordt echter een koelhuis aangebracht, dan zal zich ook hier spoedig voordoen wat in andere plaatsen het geval is, namelijk : dat de slachtingen niet dageljjks gelijkelijk plaats hebben, maar dat vele slachters zich zullen beperken tot het ééns of tweemalen slachten in de week.
Nu is er zeker eene regeling denkbaar, waarbij de verdeeling tusschen de slachters onderling zoodanig geschiedt, dat bij voortduring de slachtgelegenheden in gebruik zijn en dus ieder zijne vaste dagen en uren aangewezen krijgt, maar in de praktijk zal zoodanige regeling moeielijk door te voeren zijn, tenzij men de belangen van de slachters geheel over het hoofd wenscht te zien.
Wanneer hun toch, behalve de ver verwijderde plaats van slachten , die voor de meesten zeer vele bezwaren en kosten oplevert, ook nog moet worden voorgeschreven, welke dagen en uren door hen geslacht mag of kan worden en welke niet, dan zeker zal het slachtersbednjf in hooge mate getroffen en algemeene tegenwerking te vreezen zijn, die zich wel eens zou kunnen uiten in het grootendeels onverhuurd blijven van het koelhuis, waardoor niet alleen de kostbaarste en weldadigste inrichting van het abattoir niet aan hare bestemming zal beantwoorden, maar ook een groote schadepost zoude worden.
Aan
Heer en Burgemeester en Wethouders
â rr* ^-
i
46
Wil men echter de slachters vrij laten in den tijd van slachten , dan moet men er op rekenen:
1°, dat in hoofdzaak slechts na den middag het slachten zal plaats hebben ;
2°. dat sommige dagen overbelast zullen worden, terwijl op andere dagen weinig
slachtingen zullen geschieden.
Er zal zich dus misschien een geheel ander maximum in de verschillende slachtingen kunnen voordoen , dan tot dusverre is geconstateerd.
Dan is ook verder wel aan te nemen , dat de aanwezigheid van een abattoir de exportslachterij in de hand zal werken en dus naast het eigen verbruik op eene zekere vermeerdering van uitvoer gerekend zal kunnen worden.
Wanneer nu wel do door het rapport aangenomen cijfers in zekeren zin ruim genomen zijn en dus voor de eerstvolgende jaren voldoende te achten zijn ^ zoo zal men tocli een open oog moeten houden voor de mogelijkheid der maxima stijgingen en dus voor spoedige uitbreiding ^ en de ontwerpen zoo inrichten ^ dat daaraan gemakkelijk zal kunnen worden voldaan.
Mede zal deze beschouwing er toe moeten leiden om niet te zuinig te zijn in de groottebepaling van die lokaliteiten, welke niet zoo gemakkelijk of spoedig zullen kunnen vergroot worden , speciaal de afdeeling administratie en ondeizoek.
Ten einde nu tot een ontwerp met begrooting van kosten te geraken , is in de eerste plaats daargesteld eene verzameling plattegrondschetsen voor de verschillende gebouwen , welke voor een slachthuis noodig zullen zijn, zoomede eene situatie van die verschillende gebouwen ten opzichte van elkander op een daartoe voorgesteld terrein.
Om niet misschien veel onnut werk te verrichten, zou het wenschehjk zijn dat de Commissie voor het abattoir van deze schetsen inzage nam , zoomede van de daarbij behoorende achter volgende schriftelijke toelichting, opdat, zoowel wat de ligging van het terrein , de grootte , inrichting, als wijze van verdere behandeling der gebouwen betreft, door deze Commissie nader advies zal kunnen worden gegeven.
Is eerst in groote trekken de algemeene inrichting vastgesteld , dan zal kunnen worden overgegaan tot eene meer gedétailleerde uitwerking met begrooting van kosten. Deze gang van zaken is te meer wenschehjk, omdat voor de inwendige inrichting en machinerieën kostenopgaven aan verschillende fabrikanten gevraagd moeten worden, die dus meer speciale gegevens dienen te ontvangen, waarop eventueele berekeningen moeten baseeren, opdat men betrouwbare cijfers zal kunnen ontvangen.
Wat de keuze van een terrein betreft, zoo hebben daarbij de volgende drie
hoofdmotieven geleid ;
1ü. de wensch om het afvloeiende rioolwater niet binnen de bebouwde kom van
de Gemeente te brengen, maar zoo mogelijk op de Vecht beneden het bebouwde gedeelte;
2°. daar het vee hier hoofdzakelijk gedreven wordt, de ligging zoodanig te kiezen, dat de meest geschikte toegangswegen daartoe worden aangewezen, wat hier zeker wel de Amsterdamsche straatweg met de doorgaande singelverbinding tot de Tolsteeg en verdere vertakkingen is to achten , langs welken weg ook nu de veetoevoer voor de markt hoofdzakelijk zich beweegt;
3°. een terrein te zoeken, zoodanig gelegen, dat het niet spoedig in de bebouwde
kom der Gemeente zal worden opgenomen.
Het voorgestelde terrein , hoek Amsterdamsche straatweg en Ondiep , voldoet aan deze voorwaarden , is daarenboven bereikbaar in prijs (vooor meer nabij de stad gelegen
47
terreinen werd bijv. reeds f 5.â per M2 gevraagd) en wat ook veel waarde heeft, is zoodanig gelegen , dat daarop op te richten eventueel minder welriekende inrichtingen niet onder de heerachende winden voor de stad komen.
De gevraagde prijs komt mij niet te hoog voor, de verbreeding van het Ondiep zeer in het belang van den veetoevoer , voor zooveel die van de Vechtzijde of te water langs die zijde mocht plaats hebben.
Eventueele spoorwegverbinding , indien later met het oog op export gewenscht, is langs den Amsterdamschen straatweg daar te stellen , wijl deze breed genoeg is en aan den Centraalspoorweg kan aansluiten.
Beslissing dient verder genomen te worden omtrent de wenschelijkheid van verlegging der veemarkt naar dezeltde plaats al dan niet. Wil men toch daartoe de mogelijkheid openhouden, dan zou het geheele terrein, kadastraal nquot;. 314, moeten worden aangekocht, wijl latere aankoop vermoedelijk veel bezwaren zal opleveren of tegen veel hooger prijs zal moeten geschieden.
Gewenscht zal het verder zijn, dat worde uitgemaakt, of men ook eene zoutenj van varkens, welke voor gewoon gebruik zijn afgekeurd, maar in gezouten toestand geen nadeel veroorzaken , aan de inrichting verbinden wil, daar deze allicht als kelderruimte aan een der gebouwen zou kunnen worden verbonden. Daarentegen zal men nog altjjd later kunnen beslissen of men de gelegenheid wil openstellen voor het zouten van huiden, bloedbereiding, talksmeltenj , enz. op het terrein (waarvoor ruimte is gereserveerd) en of men de noodige lokaliteit daarvoor van gemeentewege wil bouwen en verhuren of aan particulieren gelegenheid wil verschaffen zulks op het terrein voor eigen rekening te exploiteeren.
I. SLACHTIIA.L VOOR RUNDVEE.
Bij de aanwezigheid van een koelhuis met vóórkoelruimto, kunnen de koelkamers, zooals deze nog in Rotterdam en Amsterdam zijn aangebracht, vervallen en dient alleen de noodige plaatsruimte aanwezig te zijn om het geslachte dier, nadat bet is opgehangen, verder te ontleden en zoodoende de eigenlijke slachtruimte zelve weder vrij te maken voor eene nieuwe slachting.
Bij de nieuw ingevoerde eenvoudige transportwijze met losse haken, die worden voortbewogen op rollen langs de onderkanten van de flenzen van teeijzers , kunnen de geheel afgeslachte dieren alsdan gemakkelijk in de vóórkoelruirate worden overgebracht.
Geprojecteerd is hier een slachthuis met tien afdeelingen , ieder groot 5 bij 5.70 Meter, gelegen wederzijds van een 3.60 Meter breede gang, welke afdeelingen alleen door in de ruimte gestelde kolommen worden afgeteekend. In iedere afdeeling zijn 2 teeijzers met windtoestellen aangebracht en kunnen gemakkeljjk zes slachtingen daags plaats hebben , zoodat aan de gevraagde 60 slachtingen goed kan worden voldaan.
Inwendig oppervlak is 15 X 25 M. = 375 M2.
Omtrent de behandeling van het gebouw kan verschillend standpunt worden ingenomen al naar gelang men de meerdere deugdelijkheid en soliditeit of wel goedkoopheid op den voorgrond wenscht te stellen. Dit strekt zich uit over bevloering , behandeling der wanden en de overdekking.
48
Van de materialen, die voor bevloering in aanmerking komen, als : Portland-cement-, asphalt- en tegelbevloering, is asphalt het minst aan te bevelen , daar het deels aangetast wordt, deels te glad wordt, en daarbij niet goedkoop is. Portland-cementbevloering werd in Rotterdam wegens de gladheid vervangen door geribde tegels.
Ook in Amsterdam zijn deze aangebracht.
Op verschillende plaatsen wordt over de gladheid van Portland-cement geklaagd. Daarentegen kan weer gesteld worden, dat in twee groote slachthuizen (Halle en Breslau), waar de zuinigheid betracht werd, weder Portland-cementvloercn zijn aangebracht. Men kan hier dus aannemen, dat:
hardgebakken geribde tegels de voorkeur verdienen maar duurder zijn;
Portland-cement in aanmerking komt, als iu de eerste plaats zuinigheid betracht moet worden.
Voor de muren vindt men öf de behandeling van geschuurde muren, welke later worden geverfd, öf voor het benedengedeelte bekleeding met harde tegels tusschen hoekijzers. Hot eerste is goedkooper, is echter voor ons klimaat eenigszins bedenkelijk en heeft het groote nadeel, dat beschadigingen niet gemakkelijk zijn bij te werken, of liever, dat men na eenigermate aanzienlijke herstelling den geheelen wand moet oververven. In Rotterdam is men dan ook later tot tegelbekleeding overgegaan.
Een belangrijk punt, vooral in de kosten, maakt het uit of de ruimte al dan niet zal worden overwelfd. In de meeste slachthuizen vindt de overwelving toepassing; zeker is liet eene zeer afdoende en soliede behandeling. Absoluut noodig is het echter niet. Ook hier wijs ik weer op de voorbeelden Halle en Breslau (door den in zake slachthuizen als autoriteit te beschouwen Osthoff gebouwd), waar men van vlakteafdekking met hout-cement gebruik heeft gemaakt, hoewel het klimaat in Breslau vooral veel strenger koude medebrengt dan hier te lande.
Men kan dus zeggen : houtcementafdekking is voldoende, wanneer naar goedkoopheid gestreefd wordt, maar overwelving is beter.
II. SLACHTHAL VOOR KLEIN VEE.
Hoewel in het rapport dor Commissie voor vee en vleesch eene afzonderlijke slachthal voor klein vee beter wordt geacht, heb ik toch gemeend deze te moeten combineeren mot de slachthal voor groot vee en wel om de volgende redenen ;
1°. Vele slachters alhier slachten èn groot èn klein vee; voor hen is de combinatie in een enkel gebouw veel gemakkelijker.
2°. Biedt de combinatie het groote voordeel, dat later, indien vergrooting noodig mocht zijn, op zeer ongezochte wijze de runderslachthal vergroot kan worden door eene afzonderlijke nieuwe slachthal voor klein vee te bouwen en de nu voor klein vee in gebruik genomen ruimte te voegen bij de runderslachthal: vooral voor het transport naar het koelhuis is dit de beste oplossing. Ook is het dan gemakkelijker om, indien er onverwacht veel klein vee moet worden geslacht, zulks toch te verrichten op dagen dat minder aandrang voor groot vee bestaat.
Wenscht men echter de combinatie absoluut niet, dan kunnen natuurlijk beide gebouwen gemakkelijk van elkander gescheiden worden.
49
Alleen zal dan eene eenigszins andere platte gronddispositie voor de klein vee slachthal voordeeliger blijken te zijn.
Nu zijn 3 traveën toegevoegd voor hot klein vee, waarvan voorloopig 2'/2 travee voor de slach ting zijn bestemd, om voor gewoon gebruik den toegang voor rundvee van terzijde mogelijk te maken. Deze toegangen kunnen dan , in geval van nood, beurtelings ook nog zoowel voor het slachten van groot vee als van klein vee worden gebruikt.
De oppervlakte is dus 3 traveën = 15 X 15 of 225 M2, waarvan dan eigenlijk slechts 200 M2 voor de klein vee slachting dienst doet.
Volgens de geprojecteerde lengte hakenrjj kunnen 78 stuks klein vee gelijktijdig worden opgehangen of, daar deze hakennjen tweemaal per dag dienst kunnen doen , 2 X ^8 = stuks vee worden geslacht, wat bij het voorgekomen maximum van 137 stuks dus als voldoende is te beschouwen.
Toch zou het wenschelijk zjjn deze afdeeling met nog één travee van 5 X 15 = 75 M2, te vergrooten , waardoor nog voor 32 stuks vee meer hakenrijen kunnen worden, aangebracht en bij dubbel gebruik dus 64 stuks meer kan worden geslacht. Bij enkel gebruik zouden dan 110 stuks en bjj dubbel gebruik 220 stuks geslacht kunnen worden.
Daar nu de slachters bij voorkeur na den middag eerst beginnen met slachten , zoo verdient het wel overweging de ruimte zoo groot te nemen , dat ook bjj eenmalig gebruik daags in de behoefte kan worden voorzien.
Omtrent de behandeling van het gebouw geldt hetzelfde als voor de runderhal.
III. SLACHTHAL VOOR VARKENS.
Deze is aanzienlijk grooter ontworpen dan volgens de opgaven van het rapport wordt gevraagd , en wel voornamelijk om reden de gevraagde maat tot zoodanige kleine afmetingen zoude leiden , dat bij vergelijking met de overal, zelfs in betrekkeljjk kleine plaatsen, gebouwde slachthallen, de gevraagde maat geheel onvoldoende voorkwam en uitbreiding bjj toeneming van exportslachting nog al bezwaarlijk zoude worden. Wel is de ruimte daardoor grooter geworden dan absoluut voor eene slachting van 100 varkens daags noodig zoude zijn, maar men kan nu nog het cjjfer der te slachten varkens aanzienlijk opvoeren zonder dadelijk tot uitbreiding van het gebouw te behoeven over te gaan. Volgens ingewonnen informatiën kunnen verder met één broeikuip 100 varkens worden behandeld en zal dus, nauw genomen , slechts één broeikuip behoeven dienst te doen, maar ook in veel kleinere steden , is het gebruik minstens twee broeikuipen op te stellen , opdat bij eventueele reparatie als anderszins niet dadelijk moeielijkheden voorkomen. Zelfs wanneer men oorspronkelijk met één kuip zou willen aanvangen , dient toch de ruimte voor plaatsing van een tweede reeds aanwezig te zijn. In bijgaande schets is voorloopig nog slechts één kraan in het midden aangegeven. Beter is echter het aanbrengen van twee kranen, zooals gestippeld, waardoor voor iedere afdeeling in plaats van één groote, 2 kleinere ontharingstafels kunnen worden aangebracht.
Boven de lquot;6 rij kolommen wordt de broeiruimte door een muur afgescheiden van de uitslachtruimte. In de laatste zijn de noodige hakenrijen aangebracht om 102 varkens te kunnen ophangen. Door het aanbrengen van hakenrijen langs de muren kan dit getal
50
later tot 156 worden opgevoerd. Meerdere uitbreiding kan dan zoowel in de lengte als in de breedte worden gevonden.
Vooral voor varkens wordt gaarne de stalruimte direct verbonden met de slacht-ruimte. In de hier ontworpen stalruimte kunnen 174 varkens worden gestald; door het omhangen der hekken kan men dan den weg, in of uit de hokken , aan de dieren opdwingen.
In de broeiruimte zijn nog twee afgeschoten ruimten aangegeven, waarin de varkens eerst worden gedreven. Ook direct van buiten kunnen varkens daarin worden gebracht.
Op afzonderljjke koelruimte is hier niet gerekend, omdat voor de gewone afkoeling ruimte genoeg aanwezig is. quot;Wat niet direct wordt medegenomen , kan dan in het koelhuis worden overgebracht.
Wil men een deel der uitgeslachte dieren in het vóórkoelhuis overbrengen, dan kan het aantal te slachten varkens nog worden verhoogd. De slacht- en broeiruimte is ongeveer 437 M2., de stalruimte 261 Ma.
Omtrent de behandeling van vloeren en wanden , geldt hetzelfde als voren is gezegd. Wat de zoldering betreft, zoo wordt deze meestal niet gewelfd en kan do bekapping in het gezicht blijven. Veelal wordt daartoe ijzer geprefereerd voor de spanten. Boven de broeiruimte is krachtige luchtafvoer noodzakelijk.
IV. KOELHUIS. VI.
Hieromtrent komen in het verslag geen bepaalde gegevens voor. Volgens vergelijking met andere gemeenten zullen hier minstens ± 90 a 100 afzonderljjke vleeschkamers noodig zijn. De kleinste afmetingen hiervoor mogen wel 1.50 X 2 M. = 3 M'2 zijn; wenscheljjk is het ook enkele grootere aan te leggen. Met de toegangen is hiertoe nog eene inwendige ruimte van 16.80 bjj 28.70 M. noodig volgens bijgaande indeeling. Zeer wenschelijk , zoowel voor het gebruik van het koelhuis zelf als voor de overige slacht-hallen , is het, een vóórkoelruimte aan te brengen, waar het vleesch kan worden ingebracht vóórdat het geheel is afgekoeld. De hier geschetste maat van 14.20 X '6.80 M. is als voldoende te beschouwen. In deze heeft eene niet te kleine ruimte vooral grootere voordeelen bij latere uitbreiding.
Dikwijls worden diergelijke bouwwerken aangelegd, hetzij direct in 2 verdiepingen , waarvan dan de eene , als reserve , nog niet als koelruimte dienst doet, of toch zoodanig geconstrueerd dat later nog eene verdieping daarop kan worden aangebracht, omdat vergrooting door aanbouw nog al bezwaren oplevert; â wordt dit ook hier gewenscht, dan moeien nog de noodige trappen naar de verdieping worden aangelegd.
De muren moeten met meerdere spouwruimte worden gemetseld, de vloer van de noodige isoleerlagen worden voorzien.
Overwelving is noodzakelijk, evenzoo afdekking met isoleerlagen; de afdekking met houtcement gewenscht.
Inwendig is bekleeding met lichte verglaasde of harde tegels het meest aan te bevelen.
51
Verlichting met electrisch licht, dat gemakkelijk door de machine te leveren is, wordt ongeveer overal toegepast. Voor de toegangen zijn portalen met dubbele deuren noodig en gewoonlijk wordt slechts op bepaalde uren, bijv. 3 maal per dag, de toegang tot het koelhuis opengesteld.
De plaatsing dient zoo te zijn, dat de afgeslachte runderen, in twee helften aaneen, direct per rail in het voórkoelhuis kunnen worden gebracht.
Voor de ingangen dient een halle of marquise te zijn, waaronder de opladende wagens kunnen staan, terwijl overhangende daken zooveel mogelijk de zonwarmto koeren.
Voor machine- en ketelhuis is op voldoende ruimte gerekend ; détailleering daarvan is echter eerst mogelijk, wanneer de grootten van koelhuis en vóórkoelruimte zijn bepaald en tevens is beslist omtrent de vraag , of ook eventueel op eene tweede verdieping moet worden gerekend.
Belangrijk is de vraag, of eene ijsfabricatie aan de inrichting verbonden zal worden. Bij vele slachthuizen wordt zulks verlangd, ook, omdat men meestal voldoende reserve heeft in de toestellen , die alleen bij zeer warm weer sterk in beslag worden genomen.
Bij den aanleg van ketel en machinerieën is hierop te rekenen. Uit ondervinding buiten af bleek, dat de slachters zelve de beste afnemers van dit ijs zijn om vleescli t'huis te bewaren.
Wanneer men niet dadeljjk tot zulke inrichting wil overgaan, dient toch in allen gevalle te worden uitgemaakt of eene eventueele ruimte daarvoor tot later dienst moet worden gereserveerd of niet.
In de onmiddellijke nabijheid van deze machinerieën is het wenschelijk een watertoren op te richten met reservoirs voor koud en warm water, waarbij het water door den afgewerkten stoom verhit kan worden.
Het koudwater-reservoir dient zoo groot te zijn, dat bij eventueel gebrek aan de waterleiding toch tijdeljjk in de behoefte kan worden voorzien. Aanbeveling verdient liet te trachten door het boren van een dieperen put goed water op het terrein te krijgen en eene pompmachine te plaatsen , waardoor men ook onafhankeljjk van de waterleiding de reservoirs kan vullen.
VII. D ARM W ASSCHERIJ. VIII.
Hieromtrent vindt men veel verschil in aanleg Zij kunnen of direct met de slachtruimte verbonden worden, of afzonderlijk worden gesteld. Veel komt het voor dat bij varkens de darmwasscherij aan de slachtruimte verbonden wordt, docli dat voor runderen en klein vee deze in afzonderlijke gebouwen worden ondergebracht.
Mij komt geheele afzondering van de slachtruimte het meest wenschelijk voor. Scheiding voor runderen en varkens is noodig met het oog op de Israëlietische slachters. De ruimten dienen flink en luchtig te zijn. Cementvloeren kunnen hier voldoende worden geacht, terwijl ook eene zichtbare kapconstructie goedkoopheidshalve kan worden aangebracht. Eenige broeikuipen en de noodige waschbakken en tafelbladen zjjn op do teekening aangegeven. Onmiddellijk daarachter, doch gescheiden door eene tusschenruimte, kan dan het penslokaal liggen tot ontlasting van het grove vuil, dat onmiddellijk in den mestbak wordt uitgestort. Op verschillende plaatsen heeft deze uitstorting plaats in wagens, die
52
dan direct kunnen worden weggereden. Of dit de voorkeur verdient boven het storten in een eigen mestbak , die dan te gelegenertijd geledigd kan worden, zal veel afhangen van de omstandigheden of men den mest dagelijks kan afzetten of niet. Moet toch de mest dagelijks naar het terrein der gemeentereiniging worden gereden om aldaar te worden gestort tot later, dan verdient het mjjns inziens de voorkeur een grooteren mestbak aan het slachthuis te verbinden en dien alsdan op geregelde tijden te doen ledigen,
Hieromtrent zou echter de Directeur der gemeentereiniging kunnen worden gehoord.
IX. STALLEN.
Voor groot vee is het gebruikelijk de stallen afzonderlijk te stellen, ook voor klein vee wordt meestal de stalruimte niet met de slachtruimte verbonden.
ïen opzichte van de dispositie kan men hier twee wegen volgen:
1°. Zooals in Amsterdam, lange doorgaande stalruimten met een middenvleugel, waarin de stalknecht een vertrekje heeft, waaruit hij de geheele stalruimte kan overzien.
2°. Zooals meestal in het buitenland wordt gevolgd, eene aaneenschakeling van een aantal dwarsgestelde stallen naast elkander gereid,
De l»10 oplossing is zeker de goedkoopste en eenvoudigste, heeft echter een groot nadeel, daarin bestaande, dat wanneer de stal door een ziek dier mocht worden besmet, dadelijk de geheele stalruimte onbruikbaar wordt, wat voor hier, waar, met het oog op de grootte , slechts één groote stal noodig zoude zijn, zeker weinig is aan te bevelen.
Beter is dan ook te achten do verdeeling in zes afzonderlijke stallen, waarvan vier voor rundvee elk 20 stuks vee kunnen opnemen en twee voor klein vee zoodanig zijn ingedeeld, dat 128 stuks kunnen worden geborgen. In een dezer afdeelingen is het vertrek voor den stalknecht aangebracht, zoo gelegen dat deze het kleine vee, waarop het meeste toezicht noodig is , kan waarnemen ; â verder een bergplaats met zoldertrap en hooizolder.
Gewoonlijk worden deze stalruimten overwelfd, wat boven houtzoldering de voorkeur verdient, al zijn de laatste goedkooper.
De vloeren dienen uit gemetselde rollagen te bestaan, daar alleen bestrating te veel het vuil in den grond doet dringen en den ondergrond verpest.
Wat de varkens betreft, zoo is hiervoor de stalling reeds opgenomen bij de slachterij en in verband daarmede. Ook hier zijn overwelving en waterdichte vloeren noodzakelijk en verdient het zelfs aanbeveling de vloeren mede in Portland-cement te behandelen.
X. GARDEROBE, PRIVATEN EN BAD VOOR SLACHTERS,
Daar er voor de slachters gelegenheid moet bestaan om van kleeding te kunnen wisselen, dient eene garderobe te worden aangebracht, waarin een aantal afsluitbare kastjes aanwezig zijn.
In sommige slachthuizen zijn aan de verschillende gebouwen kleine lokalen toegevoegd , waar kastjes voor garderobe zijn aangebracht, door de slachters te huren.
Het verdient echter de voorkeur eene flinke garderobe daar te stellen met wasch-gelegenheid.
Overweging verdient liet verder een afzonderlijk kleiner lokaal daaraan toe te voegen, hetzij voor meester-slachters, die dus meer kunnen betalen, of voor Israëlietische slachters, voor geval die bezwaren mochten hebben van de gezamenlijke garderobe gebruik te maken. Urinoirs en privaten zijn tevens hieraan toegevoegd (enkele losse urinoir-gelegenheden zijn nader over het terrein te verdeden), terwijl als nadere eisch wordt gesteld de gelegenheid tot het nemen van een bad door slachters en vorder personeel, waarom hier een tweetal badkamers zijn ontworpen.
XI. PA ARDENSLACHTERIJ.
Voor een getal van twee stuks per dag is dit lokaal groot 5.GO M. X ^*20 ontworpen met twee vaste windinrichtiugen.
Verder zijn hakenrijen aangebracht voor het ophangen van vleesch ; een broeikuip en twee darmwaschbakken en tafelbladen komen verder in het vertrek voor.
Omtrent behandeling en inrichting geldt hetzelfde als voor de rundveeslachterij.
Door een open binnenplaatsje gescheiden is een stal voor 6 paarden aangebracht; daarboven hooizolder, waar tevens desgewenscht een knechtskamertje zou kunnen worden ingericht.
XII. SLACHTHUIS VAN VERDACHT VEE.
Dit kan geheel conform de paardenslachterjj worden ingericht. De stalruimte is ingedeeld voor 5 stuks groot vee en gelegenheid tot berging van ± 7 stuks klein vee en 6 stuks varkens.
Volgens situatie zijn deze beide inrichtingen toegankelijk gedacht van af het Ondiep, doch kan ook binnendoor gemeenschap met de overige terreinen worden verkregen , zij het ook dat die gemeenschap voor onbevoegden kan worden afgesloten.
XIII. LOKAAL VERWERKING VAN AFGEKEURD VLEESCH.
Hiervoor is voorloopig eene bebouwde ruimte van 10 X 20 M. gereserveerd, volgens nadere uitwerking en inrichting te détailleeren.
Een gedeelte der ruimte zal kunnen dienen tot opname van de toestellen om vleesch te steriliseeren , een ander gedeelte om afgekeurd vleesch tot vet en mestpoeder te verwerken.
Ook de juiste plaatsing van deze lokaliteit kan nog van nadere wenschen afhankelijk worden gesteld.
54
XIV. LOKAAL VOOR KEURING VAN INGEVOERD VLEESCH.
Het ontworpen lokaal is lang 12.20 M., brood 6.20 M., met transportinrichting voor vier geheele runderen , dio in de voorgebouwde zij veranda van de wagens kunnen worden overgenomen.
Aan de zijwanden zijn do noodige haken gedacht voor het ophangen van klein vee, dat onder dc vóórveranda uit de wagens direct naar binnen kan worden gebracht. De verlichting geschiedt, behalve door de zijramen , door een groot lantarenraain in de dakvlakte aangebracht.
Deze ruimte behoeft niet overwelfd te zijn, maar kan eene zichtbare kapconstructie toonen; behandeling van vloer en muren kan conform aan die der slachthuizen worden uitgevoerd.
Mocht een klein vertrekje voor den keurmeester nog hieraan toegevoegd worden gewenscht, dan kan zulks gemakkelijk aan de inrichting worden verbonden.
XV. ADMINISTRATIEGEBOUW.
Dit is bijgaande ontworpen met vestibule, waarnaast de portier en gelegenheid voor hot publiek; verder lokaliteit voor den Directeur en zijn personeel, voor de ambtenaren der belasting en een vertrek voor de keurmeesters.
Boven is een lokaal voor microscopisch onderzoek, een laboratorium en de woning van den portier. Naast dat gebouw is een weegtoestel aan te leggen.
XVI. RESTAURATIE.
Als pendant van het administratiegebouw en met dit gebouw het ingangshek flankeerende.
De hoofdruimte beneden is restauratielokaal met ingang, buffet en buffetkamer, retirade en trap naar afzonderlijk te verhuren afrekenkamers of bureaux boven.
Een tweede trap leidt van buiten naar de woning voor den restaurateur, die mede in de bovenverdieping is aangebracht.
XVII. WONINGEN. XVIII.
Voor den Directeur is ééne woning, voor magazijnmeester en machinist is eene
tweede woning ontworpen.
Het verdient zooveel mogelijk aanbeveling deze woningen niet boven laboratorium
of andere bureaux te brengen , maar liever afzonderlijk te houden , zooals hier ontworpen.
55
XIX-XXI. UITSPANNING VOOR SLA.CHTERSWAGrENS.
Het lijdt geen twijfel, dat bij de eenigszius verwijderde ligging van het slachthuis de meeste slachters, hetzij paard en wagen, hetzij ten minste hondenkarren tot het vervoeren van vleesch zullen aanschaffen. Er dient dus gelegenheid tot uitspanning te zijn, waartoe een paardenstal voor 20 paarden, een hondenstal met 12 afdeelingen en een overdekte wagenremise van ± 7 M. bij 30 M. zjjn ontworpen.
Zoo noodig kunnen deze lokaliteiten gemakkelijk worden uitgebreid of later vergroot.
XXII. BEZINKINGSBASSIN.
Het afloozende rioolwater dient, behalve door tal van bezinkingsputten op het terrein, vóór het afvloeit nog eens afdoende van daarin drijvende organische stoffen door eene bijzondere inrichting gezuiverd te worden.
Een dubbel stel bezinkingsbassins met de vereischte vullingen is daarvoor ontworpen, opdat bjj schoonmaaak steeds één in dienst kan zijn.
Ter voorkoming van het onderloopen der terreinen bij geweldige stortbuien is een overstortingskanaal aangebracht tusschen de beide inrichtingen, waardoor het water direct kan afvloeien. Bij de loozing in de Vecht beneden het bewoonde gedeelte mag verdere chemische zuivering overbodig worden geacht.
XXIII. DISPONIBEL.
Behalve de op de teekening aangegeven ruimten voor uitbreiding van de slachthuizen en stallen, blijft nog een geheel gedeelte disponibel voor de oprichting van huidenzoutenj , vetsmelterij , enz
De Directeur der gemeentewerken , F. J. NIEUWENHUIS.
Bijlage V
van het rapport der Commissie UTRECHT, 16 April 1896.
lu zake het abattoir.
Nquot;. 177.
Met 9 teekeningen, bevattende 73 diverse plattegronden , doorsneden en opstanden.
Ingevolge de opdracht, mij verstrekt bjj kantbeschikking van Uw college van 19 Juli 1895 , n0. 1455 A.R., heb ik de eer UwEdelAchtbare hierbij aan te bieden een ontwerp voor een abattoir in deze Gemeente op de schaal van Vaoo, met situatie op %oo en begrooting van kosten.
Dit ontwerp is in schetsplan en hoofdtrekken besproken en toegelicht bij de Commissie, door den Raad benoemd in zake de oprichting van een abattoir, en verder uitgewerkt in den geest der aldaar gevoerde besprekingen.
In verband daarmede is dan ook de begrooting voor sommige gedeelten tweeledig opgemaakt en is verder zooveel mogelijk alles bijeengebracht wat tot de oprichting en inrichting kan geacht worden te behooren. Alleen zjjn conform de wenschen der Commissie niet begroot gebouwen voor de verwerking van afgekeurd vleesch, bloed, vetbereiding, huidenzouterij en vetsmelterij, omdat deze gebouwen niet op zich zolf tot het abattoir als zoodanig behooren, maar alleen als gevolg van de daarstelling van een abattoir in de nabijheid daarvan worden gelegd en de oprichting daarvan grootendeels of geheel aan de particuliere industrie kan worden overgelaten. Op de situatieteekening is echter de plaatsruimte voor dusdanige inrichtingen aangegeven.
Het terrein , waarop de geheele inrichting is ontworpen , is gelegen op den hoek van het Ondiep en den Amsterdamschen straatweg, en bestaat uit de kadastrale perceelen, gemeente Lauwerecht, Sectie B, n0. 315 geheel, en de nummers 313 en 314 gedeeltelijk, als: n0. 815, eigenaar Jhr. Mr. W. J. M. Bosch van Amelisweerd, geheel groot 2 hectaren, 27 aren, 40 centiaren; n0. 314, eigenaar A. J. Cranenburgh Cons., Wed. B. G. Ebbers, een gedeelte groot 12 aren, 40 centiaren; n0. 313, eigenaar J. van Oostveen , een gedeelte groot l are, 80 centiaren, te zamen groot 2 hectaren, 41 aren, 60 centiaren.
Dit terrein is te koop, en daarvoor is een bedrag van ± f 30,000.â uitgetrokken.
Hoewel dit terrein voldoende is te achten, kan het met het oog op de toekomst overweging verdienen om n0. 314 geheel aan te koopen , wat misschien van nog te voeren onderhandelingen afhankelijk kan zjjn. Wenschelijk zal het zijn omtrent den aankoop van dit terrein eene spoedige beslissing te nemen, omdat de eigenaars anders allicht hunne eischen verhoogen.
Daar reeds in mijn schrijven aan Uw college van 1 November 1895, nu. 443 , eene uitvoerige beschrijving, zoowel omtrent de keuze van het terrein, als van de afzonderlijke gebouwen is opgenomen , behoeft dit hier niet te worden herhaald , maar kan naar dat schrijven worden verwezen.
Omtrent de geheele planopvatting kan worden opgemerkt, dat het terrein door een straat, evenwijdig aan] den Amsterdamschen straatweg en uitkomende op het Ondiep, in
Aan
Heer en Burgemeester en Wethouders
58
twee ongelijke helften is verdeeld, waardoor mede de eigenlijke slachtplaatsen met toebe-hooren zijn gescheiden van de meer voor het pnbliek bestemde lokaliteiten, waardoor meerdere controle mogelijk is.
De hoofdtoegang is gedacht van den Amsterdamschen straatweg. Rechts daarvan ligt het administratiegebouw met weegtoestel. Links het restauratiegebouw, meer ter zijde de woningen voor Directeur, machinist en waagmeester. Meer naar achter rechts, het gebouw voor de keuring van ingevoerd vleesch; links de lokaliteit voor het stallen van paarden en hondenwagens van slachters on andere bezoekers.
Op de eigenlijke slachtplaats ligt midden tegenover den hoofdingang het vóórkoelhuis met koelhuis] onmiddellijk daarachter de koelinrichting met ketel en machinehuis, watertoren en schoorsteen. Rechts de slachthui van runderen en klein vee met transportinrichting naar het vóórkoelhuis ; links de slachthal van varkens met broeihuis en stallen . Rechts naar achter de stallen voor rund- en klein vee-, daarvoor de garderobe met wasch-, bad- en privaatgelegenheid voor de slachters. Het hierachter en zijwaarts gelegen terrein is bestemd om eventueele uitbreiding der inrichting te kunnen opnemen en particuliere ondernemingen als: vetsmelterij , huidemouterij , enz nabij het abattoir mogelijk te maken.
Achter de varkensslachterij is de darmtvasscherij gelegen, waarachter het penslokaal en mestgebouwtje.
Afzonderlijk gelegen , met eigen toegang van do zijde van het Ondiep , liggen de paardenslachterij met stalling en de slachtplaats voor ziek en verdacht vee met stalling. Onmiddellijk daarachter is terrein gereserveerd voor de oprichting van een gebouw voor verwerking van afgekeurd vleesch.
Een bezinkingsbassin voor de zuivering van het afvalwater ligt aan de zijde van het Ondiep, in verband met een riool naar de Vecht, geheel beneden de stad.
Mocht eventueel blijken , dat nog chemische reiniging van het water noodig ware, dan is nog een terreintje aanwezig om de daarvoor noodige inrichting te plaatsen.
Op mogelijke uitbreiding is overal gedacht. Het koelhuis kan worden vergroot door het opbouwen eener verdieping. Plaats voor een 3ilen stoomketel en een 2(16 stel stoom- en koelmachines is aanwezig; de schoorsteen is berekend op het vermogen om 3 stoomketels te branden. Verbreeding en hardmaking van het Ondiep is tot aan de laan van Char-troise voorzien.
In de bijgaande begrooting, naar detailborekening en specificatie opgemaakt , is zooveel mogelijk alles opgenomen , zoowel de geheele machinale inrichting als alle noodige verdere inrichting, toestellen, werktuigen cn gereedschappen , ook electrische verlichting van het koelhuis. Alleen de meubileering en de instrumenten voor het administratiegebouw zijn voor memorie uitgetrokken, omdat die toch eerst juist te begroeten zijn na de benoeming van het werkzaam zijnde personeel. Alle terreinwerkzaamheden , ophooging, rioleering , bestrating , verlichting , beplanting , afrastering , buisleidingen , zijn mede begroot en ook de aankoopskosten voor het terrein zelf zijn opgenomen, terwijl verder nog een ruime post voor extra-werken der diverse gebouwen en onvoorziene is gesteld. Een en ander te zamen tot een rond bedrag van f 530,000.â of met ± f 20,000.â voor opzicht, teekenwerk, uitvoering, bestedingskosten en verzekering van werklieden f 04:0,000.â.
Wordt tegelbekleeding verlangd voor de wanden van de slachtplaatsen, dan wordt het bedrag f 1700.â liooger. Voor het 2^ gedeelte verbreeding Ondiep tot de laan van Chartroise is / 4,400.â meer noodig; voor de inrichting van toestellen om 120 centenaren ijs per 24 uren te produceeran f 11,500.â meer.
59
Enkele hoewel niet raadzame bezuinigingen zouden verkregen kunnen worden door den schoorsteen slechts op twee ketels te berekenen, /'1500.â; destallen niet te bekluizen, waardoor de hooiberging verloren gaat, f 1600.â ; de stalvloeren te bestraten in plaats van te plaveien , wat f 650.â uitmaakt.
Wat de begrooting betreft van het koelhuis, enz. ad f 155,000.â, zoo merk ik op, dat dit bedrag door het samentrekken van een geheel gebouwcomplex , hetwelk practisch moeielijk te scheiden was , is verkregen , maar daaruit mag niet worden opgemaakt, dat door weglating van het koelhuis een evengroot bedrag zou kunnen vervallen. Wilde men zulks, dan zouden onmiddellijk de slachtplaatsen moeten worden aangevuld met koelhallen, welke allicht eene even groote bebouwde oppervlakte zouden noodig maken. Ook zoude dan toch een ketelhuis met stoomketel, pomp, watertoren, enz. benoodigd zjjn , zjj het ook in iets kleinere afmeting.
De prjjsopgave voor de slachthuisinrichtingen en gereedschappen is gedaan door de Machinenbati'Actiën-Gesellschaft, voormalig Beek en Henkei te Cassel, welke nagenoeg alle Duitsche abattoirs heeft geïnstalleerd en vaste tarieven heeft; â die voor de koelinrichting, ketels en machines door die Gesellschaft jilr Linde''s Eismachinen te Wiesbaden. Voor invoerrechten, transport, opstelling, enz. zjjn door mjj de opgegeven bedragen voldoende verhoogd geworden.
Eene proef bestoking en een tiendaagsche gang voor instructie van den machinist zjjn in den prjjs begrepen.
Bjj het uitwerken van de definitieve plannen voor de aanbesteding kan natuurlijk rekening worden gehouden met de wenken en wenschen, die alsnog misschien van bevoegde zijde kunnen worden geuit en is dit meer als een avant-project met kostenbegrooting te beschouwen.
Worden niet nog achteraf noemenswaardige hoogere eischen gesteld , dan vertrouw ik, dat de geheele inrichting voor het begroot cijfer kan worden daargesteld.
De Directeur der gemeentewerken ,
P. J. NIEUWEN HUIS.
Bijlage VI
van het rapport der Commissie in znke het abattoir.
VERZAMELSTAAT van kosten voor den aanleg var» een openbaar slachthuis te Utrecht.
|
N». |
OMSCHRIJVING der POSTEN, |
Bedrag. |
Evcntueele vermeerdering. |
Evcntueele vermindering. |
|
I. |
Administratiegebouw ........ |
Æ 22.000 | ||
|
II. |
Restauratiegebouw......... |
- 22.500 | ||
|
III. |
Directeurswoning...... . . |
- 11.000 | ||
|
IV. |
Woningen, voor machinist en waagmeester, |
- 10.500 | ||
|
V. |
7.500 | |||
|
VI. |
9.000 | |||
|
VII. |
2.150 | |||
|
VIII. |
Wagenremise.......... |
3.400 | ||
|
IX. |
Koelhuis met voórkoelhuis, machinehuis en schoorsteen en alle toestellen en werk |
- 155,000 | ||
|
// |
inrichting tot fabriceeren van 120 centenaren ijs per 24 uren...... |
f 11.500 | ||
|
n |
Lagere schoorsteen........ |
f 1.500 | ||
|
X. |
Slachtplaats voor rundoren en klein vee, niet inwendige inrichting..... |
- 48,500 | ||
|
II |
Tegelbekleeding der wanden..... |
900 | ||
|
XI. |
Slachtplaats en stal voor varkens, met inwendige inrichting....... |
- 42,500 | ||
|
// |
Tegelbekleeding der wanden..... |
800 | ||
|
XII. |
Darmwasscherij.......... |
- 19.000 | ||
|
XIII. |
Mestlokaal..........gt; |
7.500 | ||
|
XIV. |
Slachtplaats en stal voor paarden . . . |
7.400 | ||
|
XV. |
// // n n ziek vee . |
7.600 | ||
|
XVI on XVII. |
Stallen voor rund- en klein vee met nevengebouw ........... |
- 33.400 | ||
|
H |
Onbekluisd met zichtbare beschieting en houtoement afdekking....... |
- 1.600 | ||
|
n |
Bestrating in plaats plaveivloer .... |
650 | ||
|
Over te brengen . . . |
f 408 950 |
f 13,200 |
f 3.750 |
C. / y S 9 r
|
Nu. |
OMSCHRIJVING DEU POSTEN. |
Bedrag. |
Eventueele vermeerdering. |
Eventueele vermindering. |
|
Overgebracht . . . |
/ 408.950 |
Æ 13.200 |
f 3.750 | |
|
XVIII. |
Bezinkingsbassin......... |
3.000 | ||
|
XIX. |
Hoofdriool door het Ondiep..... |
7.550 | ||
|
XX. |
Terreinwerken , als ; ophooging, bestrating, rioleering , slooten , afsluitingen , hoofdgasleiding , gazons en beplanting . . . |
- 30.000 |
. | |
|
XXI. |
Weegbrug voor levend vee met machinalen aanwijzer........... |
3.000 | ||
|
XXII, |
Diversen, als; bergplaats voor brandstoffen, urinoirs, balies voor het aanbinden van voe , enz........... |
2.400 | ||
|
XXIII. |
Diverse gereedschappen , als : karren, schillen , spoelbakkon , halters, maskers, enz. |
4.000 | ||
|
XXIV. |
Meubileering , instrumenten , enz. |
Memorie. | ||
|
XXV. |
Terreinaankoop.......... |
- 30.000 | ||
|
XXVI. |
Wegverbetering en verbreeding van het Ondiep, gedeelte bosch...... |
3.100 | ||
|
// |
Idem van het verdere gedeelte tot de laan van Chartroise......... |
f 4.400 | ||
|
XXVII. |
Onvoorziene werken........ |
- 28.000 | ||
|
f 520.000 |
f 17.600 |
f 3.750 | ||
|
XXVIII. |
Kosten van aanbesteding , opzicht, teeken-werk , administratie , verzekering werklieden tegen ongelukken, enz..... |
- 20.000 | ||
|
f 540.000 |
f 17.600 |
Æ 3.750 |
April 1896.
De Directeur der gemeentewerken, F. J. NIEUWENHUIS.
s\J
in