ocr page 1

Vergvlijluiide Studie van de sterfte naar liet beroep in Nederland en eeni^e andere Staten \ aii Huropa.

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

VERGELIJKENDE STUDIE VAN DE STERFTE NAAR HET BEROEP IN NEDERLAND EN EEN1GE ANDERE STATEN VAN EUROPA.

ocr page 6
ocr page 7

uZM li y / 8 $ i

Vergelijkende Studie van de sterfte naar het beroep in Nederland en eenige andere Staten van Europa.

ACAI)r:MIS( H PKOEFSCII KIFT

TKI» \ KWKKI.H.INti V.\\ DKN (1KAAI» VAN

Ooclor in dc ©cneeskunde

AAN DE UN1VK1!.S|TE]T VAX AMS'J'EKDAM

01' (ÏKZAU VAN' llt;KN KKCÏOR MAGNIFICUS

Dr. C. BELibAAR SPRUYT

Hodillmdnr in dr lutnilhil ihr l.cllrmi rn \Vijshaicrh-VOOH UK

KACUI.TEl'l 1JEW OENEESKUNUE te v e r (1 e il i g e n o )gt;

Woensdag 21 Juni 1899, des namiddags ten 4 ure

DOOR

Wolter |Johan |Vilhelai [^uinink

(/choreti te Anislerduni.

^rts

MEITEL TEN BRINK. 7

amp; v ''r ^ gt; *

ocr page 8
ocr page 9

c^/

an

(S) 'J )

/ni//K'/i y (K'er

en (

/n/z/icr !(o c

ocr page 10
ocr page 11

/ .v L /•; / d i x a.

Aan f/i n ciiidj'iKil lt;/i/.ouint run mijn (icddi'ini-sche Itiojihdan, /•s- hft mij ren (Knujemnnr tnuk U lloouln'raren, Lectoren m Prwaatdocentcn der Pliilofsophixclir en in het bijzunder U. Hooijleeraren cn l'rirnaldoccntcn der Medische Faculteit, mijn dank te hetunjcn raar de ojilcidiny tot een werkkrimj, dwn ik tut mrrxt (/ckmnnrkt acht door icctcmichap en hunianiteit, en tcaarran dij mij dour woord cn daad steeds tot voorbeeld iraart.

Bovenal mijn dank aan U, hoogijeleerde SaUet, hoolt;/ge.adite Promotor. De zeer vriend-schdjijiclijkc uijzc. tcaaroii Gij mij I ii ■stmn verletndet hij de samcii-itiltinij van dit jivoefschrift, ~a/ mij vlecd* een aani/.'name herinnei im/ ~ijn.

WclEdel Gestrenge Heeren Mr. C. A. Vvrrijn Stuart. Directeur van het ('oitvalc Burean voor ■statidiek te 's Gravenhaije, en Mr. Ph. Falkenbunj, Che/ van het Statistisch Bureau der gemeente Amdcrdam, WelFdel Geboren lieer A. C. M. van Kttm, Ingenieur, verbonden aan het Vciligheulsmuseum te Amsterdam, out: aan 1' mijn dank voor de hereidiviUigheid, waarmede Gij Ijve bibliotheken ter mijner beschikking hebt gesteld.

ocr page 12
ocr page 13

VOORR EDE.

De ilrie in ons land gehouden beroepstellingen1) (19 Nov.

1849; 31 Dec. 1859 en 31 Dec. 1889), die met volkstellingen samenvielen, mogen wat nauwkeurigheid betreft niet op een lijn gesteld worden. Immers de juistheid van opgave van het beroep liet, zoowel in '49 als in '59, vooral in plattelandsgemeenten veel te wenschen, en bovendien werd te veel-vuldig hot nietszeggende „werkmanquot; als beroep opgegeven in gevallen, waar eon nauwkeuriger omschrijving mogelijk was.

Dit werd beter in 1889. Toen toch moesten niet alleen ile „tellersquot; toezien, dat de vragen zoo nauwkeurig mogelijk werden beantwoord, maar ook de telkaarten leverden meer waarborgen voor betrouwbaarheid, deels doordat men de vragen anders gesteld had, deels ook door de daarop voorkomende controle-vragen. Daarenboven werden telkaarten. waarop een algemeen begrip als „arbeiderquot; als beroep stond ingevuld aan het betrokken gemeentebestuur ter verbetering teruggezonden.

Do beroepstelling in 1889 had ook nog dit voordeel, ofschoon

1

Uitkomsten der beroepstelling in het Koninkrijk der Nederlandeu. 's Giaveiihnce. Van Woolden en Minirolen. ISO.quot;).

ocr page 14

VOO,. 0..s .loei van mio.l.-r M»W. -M »• quot;M !quot;'requot;lquot;° liatl 01. .Ie „r.H.üik.quot; hevolking, zooals .lie Mm 4. . . i. i'l

....... .li.- .lt;1. .M. .t« van .le telling In een Ijepaal.le gemeent-

waren. ,naar .t .Ie „wertellike l.evolkmg .la. ,1U3 .le IWellike l.ev..lkins met Uljvoeging .Ier tytleHlk al«e. zigen en allrek van tlflellik aonm /.igei.. In ni. I.a.l men •zomvel .le feitelijke nis .le werkelijke l,eï..lk,ng getel.1.

wat was het doel geweest .lier Ueroepstellmgen. „Het verkrijgen van een voltallg oveKicht van .Ie beyoepj» «» nii.M.-ieii van l.esUmn .Ier mimler. en m..ei.leijmigo .. kinquot; quot; Hieraan lag ins een oeeonoims. li l.im. il..' 1 -slag,' eerst later /melen Irygiënisehe overwegingen -/.al. doen

NoV is.lü verzon.I .le Minister van Binnenlan.lsche

7,kon'naar aanlekling van een voorstel ge.lnar. .loor de lm

speetenr» van l.et geneesknndig etaatstoeml.t, aan de ge-

.„eentebestrrren een einninire, on. l.nn op te drngon oortaan

nauwkeurig .le l.eroepen en mi.l.lelen van

I (i (resn. webelijkscne kaamni

ledenen op de maanusrart i

hetrettende .le sterfte in te vullen.

Zoo waren dus de materialen (aan a

beroep, en het aantal overleden®) bijeen voo. de samen-

,• t iri^tick van de sterfte naar het beroep. Dc

v^ O-esk. Staatstoez. en de Centrale

Commissie voor de Statistiek adviseerden ^ «'ü ^ (tP gegevens te bewerken, dm op de ja.en KS.M •..o betrekking hadden. Deze «itkomst^. wenlen^eiza-meld en als „aanhangselquot; (overzicht van (.• sn • ■

is'tl en 1 van mannen tusschen 18 . n •gt;) Jailt; 11' ....... *....... ^

.......Isoorzaken) toegevoegd aan .Mnandeillnrs ' ^

,s.lV. ■/,. gaven ...... Commlssln aanlei.ling den Minitel

te adviseeren „,n nok voor de jaren .«« .•* quot; ■ ~

vons te doen vorzamelen, omdat men o|. .leze wij» dan te

i-nrp P'pf'lllGll ZOO OlltstOU'l (IciH beschikken kreeg over grootere getallen.

ocr page 15

de „.Statistiek ilcr Slcrlic in de jaren IN'-M '.•.quot;i van maii-iien van I.s tot en niet 50 Jaar met oiKlerscliciding naar liet lieioei), dfii leeftijd en lt;le docMisonrzaki-nquot; door de Centrale C'i mi missie voor do Statistiek liij de (iebr. Belinfante in ISVKS te s(Iravenlia^e uit^egevt'ii.

De commissie had de leeftijdsgrenzen van IS t «t en met 50 jaar gekozen, omdat zich in dien tijd de invloed van liet beroep op de sterfte liet meest doet gevoelen. Men had de grens niet hooger dan 5o jaar gesteld, omdat, zich daarna niet alleen oiiderdoinsziekten voordoen, die met liet uitgeoefend beroep niet oorzakelijk samenhangen, doch ook omdat na dien leeftijd talrijki' verwisselingen van beroep plaats vinden.

Het is derhalve duidelijk, dat naarmate men zich van het jaar 1881t. waarin de beroepstelling plaats had, verwijdert, de berekeningen onnauwkeuriger zullen worden; dit en andeie bezwaren, in het vnlgend hoofdstuk nog nader te noemen, gaven mij aanleiding om de uitkomsten van onze statistiek der sterfte naar hlt; i beroep te toetsen aan de uitkomsten van eenige buitenlandsche statistieken, teneinde een oordeel te kunnen uitspreken omtrent de waarde van onze Nederlandsche Statistiek. Want modit bij voldoende I ici oej isbczi 'I t iiiii, (dat bet eekent dus voldi lende groot e get allen voor de berekeningen) een overeenkomstige sterfleverhou-ding bij hetzelfde beroep m verschillende landen blijken, dan stijft de kans, dat die sterfteverhonding toe^esohreven moet worden aan hef beroep alleen, en nilt;'t afhankelijk is van andere omstandigheden, of van onjuiste opgaven bij beroepstelling of bij overlijden.

ocr page 16

HOOFDSTUK I.

over de samenstelling en de uitlec.oing der statistiek.

Twee hondeni jaren reeds houdt do medische wetenschap zich bezig met het zoeken naar den samenhang tussdien het beroep en de ziekten van zijne beoefenaars. Aan hot. Bernardino Kamazzini in Padua (gob. 163:? in Carpi, prov. Modena) komt de oer toe in „I)e morbis artificum diatriba, Genevae 17tj;i liet eerst doze vraag wetenschappelijk te hol)-ben besproken. Het vraagstuk is dus niet nieuw, en toch heeft het steeds belangstelling blijven wekken, waarvan do literatuur, aan het einde genoemd, getuigenis aflegt.

Maar waaruit zal men nu den invloed van het beroep op de gezondheid leeren kennen? Niet uit de morbiditeit, omdat de verzekerings-maatschappijen in verschillende landen, want daaraan moet men ter vergelijking zijn materiaal ontleenen, het niet eens zijn omtrent hot begrip „ziekte. Er zijn in hare statuten wel regels volgens welke zij schadeloosstelling toestaan of weigeren, doch meer gewicht wordt dikwijls door- haar gehecht bij hot verleenen van schadeloosstelling aan den toestand der kas dan aan de reglementen. Bovenden is met den leeftijd in die statistieken geen rekening gehouden. Een veel betrouwbaarder maatstaf voor den ge-

ocr page 17

5

zomlheiclstoestaml in Je afzoinleilijke beroepen is de mortaliteit: „cela vient,quot; zegt Dn. Bi-htii.lon, (1)*) „de ce qu'ii n'ya gurre iiu'une maniére de comprendre le mot mort, tandisqu'il n'en a beaueoup de comprendre lo mot maladie.quot;

Est in numero i|gt;so quoddam magnum collatumque consilium, zegt Plinius, maar er is toch veel, waarmede men rekening moet houden, wil men den raad door het getal gegeven naar juisten maatstaf waardeeren.

Immers men moet niet alleen het aantal overledenen in dat beroep kennen, maar ook het aantal levenden. En daar beginnen reeds de moeielijkheden. Een timmerman b.v. noemt zich bij tie volkstelling „bouwkundige;quot; bij zijn overlijden daarentegen wordt hij wellicht weder aangegeven als timmerman; of een persoon oefent meerdere beroepen uit, en geeft bij de volkstelling dat beroep op, waarmede hij het meeste verdient; maar zal hij nu bij zijn overlijden ook aangegeven worden als dat beroep te hebben bekleed? Bij ons te lande b. v. is de schoenmaker des zomers somwijlen stucadoor. Bkktillon had bij het samenstellen zijner statistiek bovendien nog taalkundige moeielijkheden; „chapelierquot; nl. is zoowel iemand, die hoeden verkoopt, als die ze maakt. Hetzelfde geldt voor cordonnier,quot; „horlogerquot; enz. Ook de Engelsche taal heeft iets dergelijks, daar zoowel de fabrikant als de handelaar in ijzerwaren wordt aangeduid met „engaged in the iron.quot;

Bij de samenstelling der tabellen zal men verder er op te letten hebben, dat men de cijfers ontleent aan een zoo groot mogelijk aantal individnën; de gemiddelde fout (b.v. niet juist gestelde diagnoses) wordt daardoor des te kleiner. Een groot aantal doet ook min of meer te niet de fout, die ontstaat door wisseling van beroep; want ook het vóórlaatste beroep kan invloed uitgeoefend hebben op dt gezondheid.

I*) Do cijfers achter de namen der auteurs geplaatst verwijzen naar de literatuur, aan liet einde van dit werkje, bijeengebracht.

ocr page 18

6

Niet onversrhillig is ook liet jaar, ilat men ter vergelijking kiest. Men zal li.v. niet een jaar nemen, waarin een epidemie ,1,. g0|-i (gt;( am tere groep onder de bevolking trof. Doch we moeten een jaar voor «ins enderzoek kiezen, liefst een normaal sterftejaar voor alle samenstHlende deelen eener bevolking. lgt;at een dergelijk jaar moeilijk te vinden zal zijn, behoeft niet gezegd te worden; het is daarom, dat we moeten beschikken over sterfgevallen ontleend aan een aantal jaren.

Maar willen onze sterftecijfers nauwkeurig zijn, dan moeten ze berekend worden naar den leeltijd. Deed men dit niet dan zon het kunnen gebeuren, dat een bepaald beroep volgens die cijters als ongezond zon worden gebrandmerkt, terwijl het inderdaad toch niet zoo is. B.v. een gegeven beroep wordt beoefend door tneerendeels bejaarden, die dus een mortaliteit hebben, zooals die bij bejaarden wordt aangetroffen, dat is dus een hooge. Omgekeerd kan een beroep, zonder dat men in zijn onderzoek den leeftijd opneemt een lage mortaliteit schijnen te hebben, omdat het bestaat uit een groot aantal jeugdige mensdien, terwijl die in waarheid toch een hooge kan zijn. Men moet dus de sterfte in een beroep vergelijken niet met de algemeene sterfte, maar met die van een even groot aantal gelijk oude individuen

uit de bevolking.

Een werkelijk lage mortaliteit in een beroep behoeft toch nog niet altijd te beteekencn een gezond beroep. B.v. dat beroep kan zoo'n hooge lichamelijke inspanning van zijne beoefenaars eischen, dat alleen krachtige mannen, dus met een groot weerstandsvermogen, zich daaraan zullen wijden. Ook hierin kan ons de mortaliteit naar den leeftijd uit de verlegenheid helpen; want zoo het beroep werkelijk ongezond is, dan zal er op jeugdigen leeftijd altijd nog een lage mortaliteit zijn, krachtens het weerstandsvermogen; doch spoedig moet dit verminderen door de schadelijkheid van het beroep, eu nu zal de mortaliteit toenemen b.v, van af de 30 jaren. Dit bewijs der schadelijkheid kan ons in den steek laten.

ocr page 19

zoo de arlioiilfrs dat beroep gaan verlaten en een antler kiezen, zoodra ze zich zwak gevoelen. Dan licel't, men lage mortaliteit op eiken leeftijd, ondanks scliadelijklieid van beroep.

Een van nature zwak individu zal een beroep kiezen, dat van zijne arbeiders weinig spierinspanning vordert, b.v. het kleedermakersvak. Men zal zich nn niet verwonderen in die bert iepen een sterfte aan te treilen, waarvan de grootte der cijfers niet verourzaakt is door het, beroep als zoodanig, doch wel door den lichanielijken toestand van ben, die het gezocht hebben. In dergelijke ben iepen zal in tie jongere jaren de sterfte liooger zijn dan ep ouderen leeftijd, omdat tie van begin af aan zwakke individiiën him jeuyd niet langzullen tiveiieven.

Kr zijn beroepen, die zoo gemakkelijk te leeren zijn, ook voor ouderen, «lat ze steeds een toevlucht vormen voor individiiën, die in andere beniepen ziekelijk zijn geworden; daardoor zal bet betreffende bert iep een hooge mortaliteit aanwijzen, zonder dat het verantwoordelijk is voor tie grootte er van.

De gemiddelde mortaliteit zal hetzij stijgen, hetzij dalen, naarmate hij een bevolking worden aangetroffen, óf vele zeer onhygiënische, óf vele voor tie gezondheid niet ongunstige beroepen; en zoo zal de mortaliteit van een bepaald beroep, dat men met die gemiddelde algeineene mortaliteit vergelijken wil relatief daardoor gunstiger, respectievelijk ongunstiger zijn.

Dat individueel bezit en daarmede in verband woning en voeding, intellectueele ontwikkeling, als ook de plaats waar (b.v. stad of lan«l) beroep wordt uitgeoefend, niet zonder beteekenis zijn voor tie mortaliteit in een beroep, behoeft nauwelijks gezegd te worden, doch in afzonderlijke cijfers laten deze factoren zich moeilijk uitdrukken.

Thans willen we zeer in het algemeen, tot een juister inzicht in ons eigenlijk onderwerp, vragen:

Wat zijn tie nadeelen voor gezondheid en leven, waaraan hel beroep zijn beoefenaars blootstelt?

ocr page 20

HOOFDSTUK 11.

nadeelen voor gezondheid en leven, waaraan het beroep zijn beoefenaars blootstelt.

T)e verandering ran de normale samenstelling der lucht in een irerkplaats wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van vele werklieden, die of door hun ademhalingsproces of dooide vluchtige stoffen afhankelijk van hun huidademing (Sommerfeld 2) óf door het ophangen van hun juist afgelegde kleederen in de werkplaats veel daartoe bijdragen. aar we nu weten, dat een persoon gemiddeld per uur 20 L. CO, exspireert, dan wordt het ons duidelijk hoezeer de lucht bedorven moet worden, als het lokaal klein, het aantal daaiin aanwezigen groot en de ventilatie gering is. Als voorbeeld hiervan de volgende proefneming door den Inspecteur v/d 3e Arb. Insp. '94 (3); het onderzoek betrof een sigarenmakerij. Lokaal was hoog 2.5 M., vrije luchtruimte per ind. 5.5 M3, duur van den arbeid vóór proefneming 5 uur; het CO, gehalte nu bedroeg daarin 8 % (in lucht V;U1 normale samenstelling slechts 0.04 %•' ^'e vergeten hierbij niet, dat de andere schadelijke gassen in de lucht met het CO, gehalte evenredig zijn.

Maar ook verbrandingsgassen, afkomstig van slecht ingc-richk' kachels en van kunstmatigo verlichting, als die uil

ocr page 21

9

petroleum bestaat of uit gewoon gaslicht, ilie behalve CO., SOj en N-0 verbindingen en bij walmen ook CO en koolwaterstoffen leveren, spelen daarbij een belangrijke rol. In Engeland toch rekent men, dat, wat lucht-bedervend vermogen betreft, vier gasvlammen overeenkomen met één werkman.

Een belangrijke beteekonis bij de lucht verontreiniging komt toe aan het stof. Stof kan zijn stomp, rond, scherp, getand; het is duidelijk, dat het laatste voor de ademhalingswegen het meest nadeelig is. Behalve de vorm van het stof zijn ook do chemische eigenschappen van belang, want men kent stof, waarvan scherpheid met gevaarlijkheid juist omgekeerd evenredig is (marmerstof is scherper dan zand-steenstof, doch minder gevaarlijk.) Men kan het stof ver-deelen in metaal-, mineraal-, animaal- en vegetabielstof.

Bij deze algemeene beschouwingen mag niet vergeten worden te wijzen op de gewoonte der werklieden, om hun sputa niet te deponeeren in daartoe bestemde opvangers, doch zoo maar op den grond van de werkplaats. Door het loopen nu wordt het stof, en daarmede de ingedroogde bacillen. losgemaakt en heeft zoo gelegenheid zich in de lucht te verspreiden.

Ook gassen en dampen, ontstaan bij de uitoefening van het bedrijf, brengen er niet weinig toe bij de lucht onzuiver te maken. Hiervan noem ik als voorbeelden de pikdampen in borstelmakerijen, de paraffme-dampen in lucifersfabrieken, de kwikdampen in gloei lampen fabrieken en spiegelfabrieken, de voor het oog schadelijke dampen in mosterdfabrieken, acetyleendampen, waar gasmotoren in gebruik zijn en de en in lak- en vernisstokerijen.

Het verloeren in zeer verhitte lucht kan ten gevolge hebben te groote afkoeling der met zweet bedekte arbeiders, doordat de hitte het openen der ramen noodzakelijk maakt, hetgeen niet zelden gevolgd wordt door optreden van respi-ratieziekten, rheumatismus en nieraandoeningen (Sommkkkkld li, Zadkk 4.) Het vochtverlies door het vele zweeten wordt

ocr page 22

10

weder aangevahl tloor liet drinken van groote hoeveelheden dikwijls kond water, dat niet zondrr invloed is op het digeslir-apparaat, en veelal olt;gt;k van aicoholische dranken. (ZadI'.k 4.i Hooge temperaturen worden aangetrotlen in bakkerijen,

glasblazerijen, snikerlabrieken.

Intoxkatirn en infectiïn tenui'colye ran hot beroep-, het meest treedt hier op den voorgrond het lood, waarmede tahijke beroepen iets te doen hebben, als loodwitarbeiders, boekdrukkers, letterzetters, diamantverstellers, blikslagers, glasarbeiders, schilders, verlakkers, loodgieters, emaillenrs, bewerkers van aardewerk, vergnlders. Prof. I'm. beschreef een schoenmaker, die de gewoonte had steeds een aantal spijkers in den mond te nemen, en daarvan dan telkens een gebruikte; hij kreeg loodvergiftiging, omdat de spijkers uit loodhoudend materiaal waren samengesteld.

Behalve lood komen ter sprake phosphorus, arsenicum

en kwik.

De witte phosphorus doet de kaaknecrose ontstaan bij de arbeid(st)ers in lucifersfabrieken.

Arbeiders in draadnagelfabrieken, waar gebruik gemaakt wordt van verdund ruw zwavelzuur, waarin arsenicum voorkomt, zoodat As H3 in de lucht komen kan, staan dus aan intoxicatie daarmede bloot. Ik herinner mij een waschhor-denmaker van de kliniek van Prof. Stokvis, die arsenicumvergiftiging had, omdat het zink, dat hij gebmiktc, daai

mede bedeeld was.

Gevaar voor kwik-intoxicatie loopen de arbeiders in spiegel-fabrieken, de thermometer- en barometermakers, en zij, die in gloeilampenfabrieken met kwikluchtpompen omgaan.

Het hantecren van lompen, huiden, borstels en wol, brengt, vooral in tijden van epidemiën, groote gevaren met zich, ik noem slechts pokken en anthrax.

Lichamelijke overspanninii. Hierbij moet men wel verschil maken tusschen een kort durenden, doch zwaren arbeid (bv. kruier) en een te langdurigen, maar liciiteren arbeid

ocr page 23

11

sigarenmaker.) Beide toestamien zijn op den duur niet zonder invloed op liet organisme. De vermoeienis wordt verklaard, als een gevolg van liet vleeschmelkzuur, dat in de vermoeide spier ontstaat, en liet geheele organisme doordringt. (Mosso en Magoiora 5.)

Zware arbeid kan leiden tot „Ueberanstrengungquot; van het hart; dezr kan zich plotseling, maar ook langzamerhand ontwikkelen. Scnorr i()( toonde experimenteel en onlangs door Röntgen-stralen aan, dat de hartventrikels zich hij worstelaars duidelijk dilateerden. Zeer zware arbeid kan zelfs ten gevolge hebben het afscheuren van klepdeelen en papillairspieren, ja zelfs de verscheuring van den geheelen liarfwand i.Sommkhkklp 2.) Maar ook de longen komen onder den invloed daarvan, zoodat Emphysema pulmonum ontstaat (Stkümpell 7).

Ook herniae kunnen door zware lichamelijke inspanuing ontstaan; voorheeldeti hiervan zijn tie kruiers en de Engel-sclie dokarbeiders (Ogle S.)

Te langdurige meer lichtere arbeid leidt, niet tot zulke grove stoornissen, maar behalve tot vermoeienis tot vermindering van het weerstandsvermogen. Nadeelig vooral is di' voortdurend zittende houding, waardoor de respiratie in hooge mate beperkt wordt, zoodat de bloedcirculatie in de longen er onder lijdt. Sommkrfelü schrijft aan die beperkte circulatie, vooral in de longtoppen, een praedispo-neerend moment toe voor het ontstaan der tuberculose.

De iiis| lerteurs v d Arbeid(8) zien verband t usschen vermoeidheid en optreden van ongelukken, een meening, die gedeeld wordt door Rotm (9). Deze nam waar, dat in de latere arbeidsuren van voor- en namiddag een grooter aantal ongelukken plaats grepen dan in vroegere uren. Zoo is er ook, niet alleen verband t,usschen overwerk en opt reden van ongelukkeu, maar ook tusschen overwerk en misbruik van alcohol. „De vermoeienis doet den arbeider naar den drank grijpen, omdat rust of doelmatige voeding hem niet feu

ocr page 24

12

dienste staan.quot; (Versl. H'1quot; Arb. Insp. ('95-'9(1) Dat over matige arbeid geen of een natleeligen invloed heeft op het productievermogen van den werkman moge een uit de vele voorbeelden uit de Versl. v/d Insp. v/d Arb. bewijzen. In een sigarenmakerij bad men het overwerken afgeschaft, omdat de meer-productie voortdurend atnam, n.1. in eeisti week werden meer gemaakt 10.090, in tweede week 7000 in derde week sigaren, terwijl in de vijfde week de

meerdere productie onmerkbaar was.

Lange arbeidsdagen vindt men in; bakkerijen, (vooral in de steden 12 15 uur), loodwitfabrioken (1:5 u.), steenfabrieken (Uu.),tarwemeeifabrieken (18- Iquot;) u.),olieslagerijen (18 O', u.), zuivelfabrieken (18- l-quot;»1,. u.), bleekerijen, bouwbedrijven, confectie-werkplaatsen, lioeitelinakerijen, sigaienmakerijen (vooral thuiswerkers), touwslagei-ijcii.

In dag- en nachtploegen wordt gewerkt in; bakkerijen, beetwortelsuikerfabriekcn, g;i.sfabrieken,glasblazerijen,steenfabrieken, «lus daar, waar vuren onderhouden moeten worden; van daar ook, dat zelfs op Zondag moet gearbeid worden in steenfabrieken en gasfabrieken.

Bovendien zijn er nog beroepen, die aan een tijdelijke groote drukte weerstand moeten bieden, zoodat dan langdurig gearbeid moet worden (kleedermakers, schoenmakers.

zadelmakers, smeden).

De onderhi'ciijheid aun onxjelukken. Zeer juist zijn gevaai-lijke machines wel eens genoemd „mechanische moordenaars. Vele der daarmede voorgevallen ongelukken waren dan ook niet altijd vermijdbaar. Maar toch grijpen er, ook op andere wijzen, ongelukken plaats, waarvan dit niet getuigd kan worden. Veeltijds ligt oorzaak nf bij den werkman óf bij den patroon. Bij den werkman door speelschheid en niouwsgieiigheid als gevolgen van zijn jeugd; door onhandigheid, als werk verricht wordt, waarmede hij nog niet genoeg vertrouwd is; door onvoorzichtigheid, bevorderd door vermoeidheid of verlangen om zooveel mogelijk stukwerk al te leveren, maai

ocr page 25

13

ook bcvonlonl door gowoonto der werklieden om met gevaar om te gaan, en daardoor voorbijzien van dat gevaar; dan door misplaatst gevoel van trots, die «Ie aangegevene beveiligingen (b.v. schutbrillcn) ongebruikt laat; maar-ook door het dragen van ongeschikte, niet eng sluitende kleeding; en door alcohol (vooral in de bouwbedrijven). Hinde-lijk nog door onbekendheid met gevaar, waarbij dus oorzaak niet direct bij den werkman ligt ; hiervan moge dit als voorbeeld gelden. In een ijzeren ketel wordt zwavelzuur vervoerd, men nadert met licht, zoodat de in dien ketel gevormde waterstof explodeert. (;?)•

Verwonderen doen we ons dus niet, als wij uit Versl.v/d ^quot;Arb. Insp. 'ui vernemen,dat in 50% der gevallen ongelukken te voorkomen geweest waren, als werklieden minder roekeloos handelden (I4.()0/o grepen plaats onder niet te voorkomen omstandigheden). Hierbij dit voorbeeld: het opleggen of inkorten van riemen van in beweging zijnde machines

Hij den patroon ligt de oorzaak ais hij óf door onwetendheid óf door afkeuringswaardig egoïsme nalaat voorzorgsmaatregelen te nemen. Vers!, vd 2''quot; Ark Insp. 'iU zelt;;t: van de 329 ongelukken waren er ll(i, waaronder 11 met doodelijken alloop, te voorkomen geweest, door het aanbrengen der eenvoudigste beveiiigins;smiddelen. b.v. het omheinen van kuipen met iieete vloeistoffen, van vliegwielen, van hijschgaten.

De Inspecteur (Versl. 4''quot; Aib. Insp. '95 9(i) heeft als met een medischen blik waargenomen, dat er verband bestaal „tusschen optreden van ongelukken en eentonig heid van werk, omdat die eentonigheid tot gevolg heelt tijdelijke verslapping, uitputting der waarnemiugsorganen.quot; Als voorbeeld noemt hij de stempehnachine, waarvan de stempel steeds monotoon np en neergaat, in tegenoverstelling van de draaibank, die van den werkman, nu hiervoor dan daarvoor zijn aandacht vraagt.

Hebben we nu kennis gemaakt met de factoren, die

ocr page 26

14

in het beroep gelegen, ile gezondheitl ernstig kunnen bena-deelen; er zijn ook factoren, die daarbuiten gelegen, niet minder schadelijk zijn; hiertoe behoort, afgezien van woning en voeding, voorat de alcohol, maar daarover later.

Ogle (S) noemt als de oorzaken van de hooge sterfte in sommige beroepen: 1°. liet werken in een gedwongen houding (cramped or constrained attitude); iiquot;- Het blootgesteld zijn aan de werking van vergiftige of prikkelende stoffen (poisonous or irritating substances); 3°. Overmatig werken, zoowel geestelijk als lichamelijk; 4°. Het werken in een beperkte ruimte en in een bedorven of te heete lucht; 5°. De alcohol; H0. Onderhevigheid aan ongelukken; 7quot;. De inademing van stof.

ocr page 27

HOOFDSTUK If I.

intkkxationai.k vehli t.i.iiking ükr bekoepstekfte ex hare

verklaring.

Hot ware gewensdifc, dat men beschikken kon over in-ternatinnale statistieken, betrekking hebbende oji dezelfde leeftijdsgroepen, waarin rekening gehouden was met een /-•■Ifdo eiasstii'atie der beroepen. Wat leeftijdsgroepeering betreft komen evenwri slechts de Zwitsersche en de Parijsche statistieken overeen, en daaruit iiiijkt dan, dat gemiddelde sterfte voor inanuen van l'u rot 50 Jaren in Parijs veel grooter is dan in Zwitserland.

Toch is een internationale vergelijking der beroepsterfte daarom niet uitgesloten. We zuilen daartoe steeds het oog gericht moeten houden, om zooveel mogelijk invloeden van ras, klimaat en levenswijze buiten te sluiten, op de gemiddelde mortaliteit in die landen, waarvan men twee bepaalde beroepen vergelijken wil. Valt de vergelijking met het gemiddelde in denzelfden zin uit, dan mogen we er toe besluiten, dat in beide landen het beroep nagenoeg van ge-lijksoortigen invloed is op de gezondheid.

De gemiddelde mortaliteiten der verschillende statistieken, (li! li) als betrekking hebbende op verschillende leeftijden, kunnen dus niet direct met elkaar vergeleken worden, daartoe ga vooraf een tabel, aan Von Fircks (10) ontleend.

ocr page 28

10

aanduidemle hoevele mannen or op 1000 levenden van iedere leeftijdsklasse jaarlijks in do betrokken landen sterven; niet onwaarschijnlijk is het, dat de getallen van Zwitserland. Frankrijk en üuitschland iets gunstiger moeten zijn, omdat de laatste jaren de mortaliteit afneemt. (Kuusu 11)

Jaren.

Nederland.

80/89

Zwitserland.

76/81

Engeland en Wales.

81/90

nuitsohland.

71/81

1

Frankrijk

77/81

120

-25

7.21

7.73

5.32

|

8.20

9.05

25

30

7.02

8.76

7 1 ^

i A i

8.70

9.44

30

-35

7.35

10.40

9.02

9.90

9.48

35

-40

8.92

11.61

11.10

12.00

10.78

40

-45

10.66

14.27

13.76

14.80

12.02

4.quot;,

-50

13.30

17.17

17.16

■ 8.»

14.10

50

55

17.06

23.2(5

22.07

23.80 !

18.92

55

-60

23.9H

30.67

29.60

31.60

24.56

tiO

— 65

33.62

44.28

41.40

44.40

35.40

Waar nu in het vervolg tuberculosis luihnonuni zal ter sprake komen, dan bedenken we, dat onder de daarop be-trekking hebbende Nederlandsche cijfers ook diabetes gerekend is; zoo is onder de hartziekten ook rheumatismus, en onder nephritis ook scorbuut en de ziekten der organa uro-genitalia gerekend; ofschoon niet geheel nauwkeurig zal men onder die cijfers steeds tuberculosis, hartziekten en nierziekten moeten verstaan, tenzij er iets anders bij vermeld wordt.

A. Beroepen, wier beoefening gepaard i/aat niet stofontwikkeling.

Van de minerale stofsoorten is het zware poedervormige zandsteenstol het belangrijkste, ontstaan bij den arbeid der Steenhouwers. Hun mortaliteit overtreft bijna overal de gemiddelde, bij ons is hun toestand zeer ongunstig. Hun totale mortaliteit bedraagt bijna tweemaal de gemid-

ocr page 29

17

dolde, voornamelijk veroorzaakt door de tuberculose en de acute ademlialingsziekten, die niet den leeftijd toenemen.

Nog ongunstiger is de toestand in Duitschland: van de l ).quot;)s steenhouwers, die in verscliillende steden werkzaam waren, overleden er in één jaar fil, dit i.s dus 39.1 %0, een mortaliteit, die liijna driemaal het daar geldende gemiddelde bedraagt.

De meer gunstige toestand in Zwitserland en Parijs moet zonder twijti l toegeschreven worden aan het bewerken van marmer, dat niettegenstaande het stol bestaat uit zeer fijne, scherpe deeltjes voor de gezondheid minder schadelijk is. in Italu'is, waar alleen marmer verwerkt wordt of'gelijksoortige kalksteen, de mortaliteit veel gunstiger. I'aladini (18) vermeldt, dat in de jaren 1881 'lt;SiS hun mortaliteit slechts bedroeg, tegenover die van 27%o Het geheele rijk. Van de 100 sterfgevallen waren er slechts door ademhalingsziekten veroorzaakt; bij ons bedraagt dat getal 75' en in Duitschland 91.8.

l'ost mortem wordt dan ook het bewijs geleverd, dat de longaandoening samenhangt met de stofinhalatie (wat ook reeds aan Hamazzini bekend was). Greenhow (19) en Meinei, (2(i) konden aantoonen, dat het, kiezelzuurgehalte van dergelijke longen belangrijk was verhoogd.

Sbof als zoodanig veroorzaakt natuurlijk geen tuben ulose, doch dat geïnhaleerde stof laedeert de huigen in die mate, dat haar phvsiologisch weerstandsvermogen er onder lijdt, en ze nu een geschikten bodem gaan vormen voor de ontwikkeling der baeillen.

Vele dezer zeer uitoenloopende verscliillen berusten wellicht op de meerdere of mindere hardheid of vochtigheid van den steen. Poi-pek (21) verhaalt, dat bij het maken van den Mont-Cénistunnel de werklieden aan den kant van Bardouche, waar de steen vochtig was, meest gezond bleven tei wi jl aan de zijde van Modane, waar de steen droog was, zeer velen aan tuberculose overleden.

ocr page 30

IS

Ofsclioon do mortaliteit aan amlero ziekten boven liet ge-iniiliieldo gaat, zooais i)lijkt uit tabel Nquot;. 1, zijn ile getallen, waaraan ze ontleend zijn te klein, om veel te bewijzen. In hoeverre dus de dikwijls koude en kille werkplaatsen daai-op van invloed zijn, laat ik daar.

De fabricage ran dakpannen, ran steen (kunst-, molensteen-tegelbakkers) en ran drainccrbnizen. Hierbij heett men sterftecijfers ver beneden het gemiddelde blijvend. De stofontwikkeling is bij de steenfabricage dan ook zeer gering, vooral, omdat de arbeid meerendeels builen geschiedt, dat echter blootgesteld zijn aan weersinvloeden in zich sluit. Dat de arbeiders niet gedurende het gehecle Jaar in dit beroep werkzaam zijn, is mede van invloed op het gunstige hunner cijfers. Ofschoon de arbeid zwaar is, worden de arbeiders in de verslagen beschreven als er goed uit te zien.

Het tijne, harde en scherpe molensteenstot staat wat schadelijkheid betreft nog boven zandsteenstof. In een Londensche molensteenfabriek stierven zelfs 40 1 o dei ai-beiders aan phthisis (Pkacock -22). Ik vermoed, dat zich slechts een klein getal van dergelijke arbeiders onder onze cijfers bevond, zoodat de schadelijkheid van hun beroep niet kon blijken.

Omtrent gt;iranMarbciders deel ik volledigheidshaUe dit mede: „though they suffer somewhat from chronic bronchitis the severer lesions indicative of librosis and industiial phthisis are almost unknown among I lie masons and polishers in Aberdeen quarries (ARi.iDtiK 2-? zie ook Beverihoe 24 i.

Fabricage ran aardcirerk en tabakspijpen. Hierbij is ontwikkeling van stof, dat door verkleinen of zitten dei inafeiitdt m en afkrabben van overtollig glazuur ontstaat; bovendien is er nog gevaar voor intoxicatie met lood, dat in glazuur voorkomt. De hitte in do werkplaatsen, waardoor bij het verlaten daarvan de arbeiders aan ie snelle temperatuurswisseling worden blootgesteld, geelt niet zelden lot ihcu-

ocr page 31

Kt

inatismus (Shnnk i'quot;)) aanloiding (verg. onzo verhoogde sterfte aan liart/.ickten).

Met kneeden van liet leem met water wordt door Sonne ais zeer insjiannend hesthreven, en in verband geljiacht met ontstaan van longemphyseom en liartziekten (verg. sterfte aan hartzieklen.)

Niettegenstaande Ahijdoe (23) zegt, dat de mortaliteit aan resiiii'atiezii'kten liij hen (gt;0 bedraagt tegenover 27 iiij ainlere arlieidcrs, op lOo sterfgevallen gerekend; en in 1898 in liet district Erfnrt bij lt;;{ »/0 der sterfgevallen phthisis de doodsoorzaak was (Sonne) onder de „Porzellan en Thon-waren Arbeiter,quot; iilijven bij ons de getalh.-n daarop betrekkinquot; licbbenile onder hel gemiddelde. Jinn totale sterfte bedraagt in Oiü.e's statistiek 1742, tegenover Inoo bij het gemiddelde.

Deze velschillen moeten m. i. vooral daaraan toegeschreven worden, dat de iiorseleinindustrie onder de buitenlandsche cijfers begrepen is, waarbij een harder en scherper stof ontwikkeld wordt. Wellicht is ook de al of niet aanwezigheid van middelen tegen het verspreiden van dat stof van invloed.

lt; hit wikkeling van kalkstof komt voor in het bedrijf der niftseldnr* en n/iperlirdni, vooral bij het afbreken vanmnren, overigens werken ze steeds met nat materiaal. Hun sterfte gaat vooral op iets hoogeren leeftijd, overal boven het gemiddelde; echter in 1trijs heeft men niet hen de steenhouwers en leidekkers, in Engeland de bouwers eu in Zwitserland de gipswerkers gegroepeerd. De tuberculose overtreft in ons land in het tijdvak van o() tot 50 jaren bij hen het gemiddelde, in Zwitserland van de 40 tot 49 jaar. en in hngeland vormen de t nberciilose en de overige ziekten van het ademlialingsapparaat een belangrijke doodsoorzaak. In Huda-I esi gaat de betrekkelijke steilte aan tuberculose ook boven het gemiddelde. De inademing van dat stof schijnt op den duur niet zonder invloed te zijn. Aan kalksteenstof kenden IIai/tek (2(ii en Ghab (27) daarentegen zells een beschuttende kracht toe tegen het ontstaan der tuberculose.

ocr page 32

20

De metselaars zijn ook aan weersinvloeden blootgesteld, die een niting vinden in de hoogere mortaliteit aan acute ademhalingsziekten en hartziekten, welke laatste voor een deel met de te hooge sterfte aan hersenziekten een verklaring vinden in liet alcoholisme, dat, ook in Engeland, zeer onder hen is verbreid. Sterfte aan carcinoma en aan typhus is ook te hoog.

Nog trekt do aandacht de sterfte aan zelfmoord en ge-welddadigen dood; op 100 sterfgevallen was deze bij ons 11 maal, in Berlijn 10,7 en in Parijs 9,8 maal doodsoorzaak.

Van 100 overledenen waren er in Berliin gestorven 10,3 aan digestieziekten ((gt;,2 Nederl.i; ti, l aan hartziekten (4.^ Nederl.); 0.7 aan nierziekten (2,3 Nederl.); 2,it aan acute infectieziekten (3,5 aan typhus en aanhoudende koorts Nederl.); 9,1 aan zenuwziekten (8 aan hersenziekten Nederl.)

Ofschoon Lavet (2S) een andere meening is toegedaan, schrijven Hikt (29), Arlidgl; (23) en Sommerfeld (2) ook aan het gipsstof geen nadeeligen invloed toe. Van waar komt het dan, dat stucadoors op den leeftijd van 25 tot 50 jaren een te hooge sterfte aan tuberculose liebben? Het beroep is niet moeilijk te loeren, we zagen het reeds, dat „in den drukken tijdquot; sommigen uit andere beroepen hieraan zich wijden, en het eischt niet veel lichaamskracht, zoodat ik vermoed, dat velen, die te zwak waren voor andere bezigheden, die ze reeds een tijd lang beoefenden, dit beroep kozen. Dit blijkt daaruit, dat er van de 18 tot 24 jaren slechts 510 stucadoors waren en van de 25 tot 35 jaren reeds 1006. Hun geringe sterfte aan acute respiratieziek-ten is het gevolg van het minder blootgesteld zijn aan weersinvloeden dan de metselaars.

De sterfte aan ongeluk en zelfmoord is ook bij hen verhoogd, toch zijn ze aan minder gevaren blootgesteld dan metselaars, zoodat het vermoeden rijst, dat zelfmoord hier in spel is.

ocr page 33

21

Iti Engelaml is de vergelijkende sterfte vun muurbestrijkers en gipswerkers 896 (geniidd. is KXK)).

Koolstof ontstaat bij het mijnwerkershedrijf. De sterfte in dit i)eroep bedraagt nog minder dan de helft van liet gemiddelde. De mortaliteit aan tuberculose is zeer klein. Ook in Engeland zijn de cijfers gunstig.

liet contrast tusschen de belangrijke stofontwikkeling hierbij en de geringe sterfte aan tuberculose heeft reeds lang de aandacht getrokken, ofschoon koolstof afgerond is en dus scherpe puntjes mist, zooals b.v. het porceleinstof vertoont, kan dit toch niet de gunstige verhouding verklaren. Voor een goed deel moet de oorzaak gezocht worden in de selectie, want slechts krachtige mannen kunnen dit beroep beoefenen. Maar er zijn er ook, die meenen, dat aan het koolstof eigenschappen, wellicht chemische, toekomen, die de ontwikkeling van tuberculose kunnen verhinderen en haar voortschrijden tegenhouden (Hirt). Füi.lkk (80) uit het vermoeden, of ni'et de koolzmir-ophooping in hun blood een rol hierbij speelt, en denkt dan aan do behandelingsmethode van Bier. Ogle kiest, in deze geen partij, doch Arudoe: „for my own part, 1 cannot accept the notion of the conservative inlluence of coal dust as such in warding off tubercular consumption.quot;

De verschillen in mortaliteit onder de verschillende Kngel-sche mijnwerkers moeten toegeschreven worden aan het feit, dat hier meer, daar minder steen moet weggehakt worden om de kool te verkrijgen.

\\ at voorkomen van ongelukken betreft , nog meer dan een vijfde der sterfgevallen bij de mijnwerkers in Northumberland moet hieraan worden toegeschreven, bij ons slechts een tiende.

Ofschoon ik geen cijfers heb omtrent Nederlandsche schoor-steenvegers, wil ik toch niet onvermeld laten, dat. van de 242 sterfgevallen, die in Engeland van 25 tot (iö jaren onder hen voorvielen, niet minder dan 4H veroorzaakt werden door „some or other form ot malignant disease,quot; d. i. dus

ocr page 34

oo

20.2 op de 100 storfgpvallen, terwijl het gemiddelde voor nianncn van dciizcltdeii leertijd .quot;i.'i oji de 100 toedraagt. \ au die 4(.i gevallen was '23 maal liet scrntuui getrotlen, lt;gt;t zijn omgeving en 7 maalde inwendige organen, llun vergelijkend mortaliteitscijter bedraagt 1 •quot;)I

■2. Thans volgt de bespreking van beroepen, waarbij ontwikkeling is van metaalstof.

Uzerstof ontstaat in het bedrijt der smeden en .slotenmakers, bij de fabricage van naalden, spijkers, vijlen enz., in de ijzergieterij en bij tie fabricage van stoomwerktuigen en machineriën.

De totale mortaliteit der mneden en. .slotenmakers is beneden het gemiddelde, in den regel zullen dan ook alleen krachtigen dit beroep kiezen, doch van IJS tut ill Jaai \\oidt het gemiddelde overtroffen, ilit geldt ook voor de sterfte aan tuberculose, die in de volgende periode daalt om dan weer te stijgen. De te hooge mortaliteit op jeugdigen leeftijd, vooral die aan tuberculose, schrijf ik toe daaraan, dat de zwakkeren onder hen het moesten opgeven tegen de na-deelen van het beroep, als daar zijn de zware arbeid, de temperatuursinvloeden, en daarmede in verband tocht en de inademing van stof en gassen, die aan de open haaid\men ontsnapt zijn. Maar ook op de ouderen Meel dit niet zondei invloed, vandaar weder de stijging van de sterfte aan tuberculose van 3') tot 50 jaar.

De verhoogde mortaliteit aan pyaemie enz., wensch ik in verband te brengen met het niet zelden voorkemen onder hen van fnrunculose (Sommkrfki.h), als het gevulg van bedekt zijn met kooldeeltjes en zweet en minder goede huidciil-tuur. Wij missen bij ons de verhoogde sterfte aan hartziekten. zooals die in Engeland wordt aangetroflen.

In Zwitserland overtreft de totale sterfte alleen na het 30*'° jaar het gemiddelde, en in Kngeland pas na het 4-) . Overigens is hun totale sterfte in Engeland en in Duitsch-land ook beneden het gemiddelde. De slotenmakers in Zwit-

ocr page 35

2:i

seriand toonen zeer on^unsti^o verlioudiiigen, ook voor de tuberculose, die toegeschreven moeten worden aan het vijlen, dat op de falirieken geschiedt op amariisteen, waardoor stof onstaat, dat samengesteld is uit metaal en steen. Uit slot is het ook, dat, de /'(ihn'nif/e ran iKialdcii m sjtijkers zoo ongezond maakt, in een dergelijke werkplaats werd door den Inspecteur v d Arbeid drie Meter boven den bega-nen grond op een balk fijn ijzerstol gevoinlen. De totale steilte en die aan tuberculose is verhoogd. Wisseling van temperatuur verklaart de te hooge sterfte aan acute longziekten en wellicht die aan hartziekten (rheumatisme). Ook de sterfte aan hersenziekten is te hoog, evenals die aan di-gf stii ziekten en typhus, beide laatste wellicht door gebruik \au veel kond izie blz. 10) respectievelijk slecht1) drinkwater.

De omgang met machines, vliegwielen, kamraderen, boor-banken, gesmolten ijzer enz., is niet zonder invloed gebleven bij hef ontstaan van ongelukken, de sterfte daaraan overtreft belangrijk hef gemiddelde.

De hiermede overeenkomstige industrieën in Parijs en vooral in Engeland toonen ook ongunstige cijfers.

/ij, die werkzaam zijn bij de J ervadrdujiny ran stoom -werktuigen ^ iiKirJiinerieën enz. hebben een totale sterfte die beneden het gemiddelde blijft; dit geldt ook voorde sterfte aan tuberculose. Het vergelijkend sterftecijfer der werklieden in fabrieken van machines, molens en ketels bedraagt in Engeland 88.s (gemidd. 1000).

De totale mnrtalitejf der /»///,■- en kojgt;ersht(jers. koperdrttaiers is onder het gemiddelde, doch overschrijilt dat op den

1

Ik lees b.v. in de Verst, v/d Insp. vd Arb.. dat er ergens (eeu bepaalde industrie werd niet genoemd) een typlms-epidemie was uitgebroken, die in verband werd gebraobt met liet feit. dat de pomp nabij tiet privaat gelegen was.

Lu «'Mi'is, dat de falu'ikaiit een Nortonwel had doen slaan, maai' de werklieden dronken toch tiet water uit de rivier, die van de stad naar de fabriek stroomde.

ocr page 36

24

leeftijtl van 25 tot 50 jaren. Ook ile tuliprculose overtreft liet gomiddolde op alle leeftijiien, en is liet hoogst van 25 tot 35 Jaar. Het stof is in den regel te zwaar, om daaraan alleen de tuberculose toe te schrijven, er zijn in dit bedrijt nog wel andere momenten aan te wijzen, die de respiratieorganen benadeelen, lgt;. v. de gassen, die zich uit de haardvuren in de kopergieterijen verspreiden, en de zoutzuur- en zinkdampen, die zich bij liet soldeeren ontwikkelen. Maar uok het verwijderen van het oxydiaagje van liet blik kan, als dat droog en niet door middel van zuren geschiedt, veel stof doen ontstaan. In de steden wordt bovendien dit bedrijf niet zelden in kelders uitgeoefend.

Een gevaar blijft ook het hanteeren van lood, dat in soldeer voorkomt; in hoever dit zijn uitdrukking vindt in de te hooge sterfte aan nephritis bij blikslagers, welke beroepsklasse ons geen groote getallen verschaft, laat ik daar. De Engelsche werklieden in rood of geel koper, lood en zinl\ hebben een vergelijkende sterfte van 992.

Waar onze statistiek den koperslagers gunstiger is dan den blikslagers, daar vinden we overeenstemming bij Som-

MERFKLD (2).

Men (31, 32) heeft gemeend, dat koperarbeiders een ze-kere immuniteit bezaten tegen infectieziekten in liet bijzonder tegen cholera. Buhq nam waar, dat tijdens de cholera-epidemie in Parijs (bSö4 en V)5) onder de 2H832 messingen koperarbeidei s slechts 6%o mortaliteit voorkwam. Ook luid men opgemerkt, dat het door kopermijnen omringde Spaansche stadje Rio Tinto (prov. Huelva) nooit door cholera werd bezocht, terwijl de omgeving er onder leed. In Engeland daarentegen zag men, dat dergelijke arbeiders evenzeer werden getroffen, en ook in Berlijn was hun sterfte aan infectieziekten niet onder het gemiddelde.

De rubriek der beicerker* van nlKininiiiiii, hronxwaren, tne-tucddi/jpers, ren/ithle/'s enz., levert te kleine cijfers, dan dat ik daarover vergelijkingen zou mogen maken, daarom wijs

ocr page 37

ik alleen op de te honge totale en tuherculose-niortaliteit.

Het nadeelige van het inetaalslijpen, waanloor zoowel nietaalstof ais stccnstdl' ontstaat, blijkt ook uit Oldendokfk 's medetieeliny; de niortaliteit beilroeg in liet jaar 1S7quot;) lt;t|i hm ml levenden voor metaalslijpers :30,4, voor ijzerarbeiders bij de overige mannen 19,H. Van de 100 sterfgevallen komen op phthisis pnlmonalis bij: metaalslijpers TcS,:'.; ijzcrar-beiders rgt;9; overige mannen -Pi; ot', de mortaliteit aan phthisis puim. berekend op Kmju levenden: voor, metaalslijpers 23,8, ijzerarbeiders 13,quot;), overige mannen '.t.

Zeer veel stof ontstaat in werkplaatsen, waar droog brons gebruikt wordt, zoo zelfs, dat 's avonds de vlam er groen door gekleurd kan zijn. Het bronzen in steendrukkerijen, dat door jongens geschiedt, heeft d:in ook wegens de schadelijkheid telkens verwisseling onder het personeel ten gevolge. Hikt en Mekkej, houden bronsstof' voor zeer schadelijk voor de ademhalingswegen.

Wij zagen reeds, dat vergulden gevaar oplevert voor kwikvergif'tiging.

Do (joudsDU'dcn en horUxjeuutkcvs hebben gemeen, dat Inm beroepen in voorover gebogen en zittende houding beoefend worden, en zoo weder een aantrekkingspunt vormen voor de debielen, zoodat de mortaliteit aan tuberculose bij beiden op den jeugdigen leeftijd het hoogst is, om geleidelijk af te nemen met het klimmen van den leeftijd.

In beide vakken komt het tot ontwikkeling van een weinig stof; het meest bij de horlogemakers door afvijlen van radertjes, te nadeeliger, omdat ze zoo dicht met den mond bij het werk zijn.

De sterfte onzer horlogemakers gaat slechts weinig boven het gemiddelde, in Hngeland is him cijfer gunstiger, doch in Zwitserland is de sterfte onder hen (ook aan tubercnlose) zeer hoog. nok Bkktim.on (1) schrijft do hooge sterfte in Zwitserland, die ook in Kngeland blijkt op den leeftijd van 2U tot 25 jaar, toe aan de „souffreteiix.quot; die zich aan het

ocr page 38

beroep wijden; nuuir bovendien aan het bewerken van nie-talen, dat bij hen in Zwitserland meer op den voorgrond treedt.

De te iiooge sterfte aan hersenziekten kan steun vinden in Akluxjk's ineening, dat ..some exaggerated mobility of tiie nervous system results fmm the nervous and cerebral strain,quot; want het beroep vraagt voortdurend ingespannen aandacht.

De goudsmeden, wier sterfte aan hersenziekten ook liet gemiddelde overtreft, zijn nu en dan blootgesteld aan de hitte der smeltkroezen en aan salpeterzure dampen, die ju-weelen moeten verhelderen. Hun totale sterfte (die slechts in «Ie jongste jaren flt;' hoog is) bereikt het gemiddelde niet. Ook in Duitschlund is hun toestand gunstig, evenals hun sterfte aan tuberculose.

In de Berliner Krankenkassen is hun mortaliteitscijfer 14,1 %«•

Sommerfeld (p. 20) geeft de volgende cijfers:

Mp itNMi lovenili'i) (ivorhnlon N'an l»*»' storfjrovallon koer nan rhtlii^is puim. men op Phthi-is puim.

Beroepen zonder sfofontwikkeliug '2,311 381,0.

waarin ijzer bearbeid wordt 5,55 4015,7.

koper lt;■ r.,:!l 520,.quot;).

3. Thans vraagt vegetabiel stof een bespreking.

Houtstot ontstaat in het bedrijf der timmerlieden, meubelmakers, hoepelmakers, ■wagenmakers, kuipers, klompenmakers, houtzagers, scheepstimmerlieden, houtdraaiers.

De tininirrlieden toonen ons voor de tuberculose P3,•'{■quot;)) gunstiger cijfers, ofschoon nog bown het gemiddelde, dan de schrijnwerkers (4.(gt;4); de verklaring hiervan moet gezocht worden, vooreerst in de selectie. Immers in den regel zullen meer krachtigen door het eerste, en de zwakkeren door het laatste beroep worden aangetrokken, maar ook de insalubriteit is niet te miskennen. De schrijnwer kers bearbeiden meer hardere houtsoorten dan de timmerlieden, en naarmate een houtsoort harder (ebben en rozenhout)-is, des te tljner en schadelijker is de stof. Üole deelt als ver-

ocr page 39

golijk'Piido mortaliteit den caliinotmakors on bciiangcrs 178en ilfii scii rijn wok its en liiiiiiicrlicilen 14S Uie (geestelijken KM)). Miiar ook liet beroep der tiinnieriieilen liindt hen minder aan ('■én plaats dan dat der scli rijn werkers, zoodat luclitverver-scliing voor de eersten meer dan voor de laatsten plaatsvindt. De totale stertte der Iiminerlieden is dan olt;jk beneden, die der sélirijnwerki'rs bnven liet gemidilolde. Dezelfde ver-lioiilt;iing vindt men in de tabel van 8ommkkkeld voordetu-iien nlose, ilurh de timmeiiiedon heliben daarin een lioogere total»:- mortalitrit. /wilseiiand komt in beide opzu liten met ons land overeen; sin hts in zooverre niet, dat op den leeftijd van 40 jut 4jaar de .sterfte der timmerlieden aldaar boven het gemiildi lde gaat. In Zwitserland rekende men onder tie schrijnwerkers de glazenmakers. In Parijs blijven de stoelen- en meubelmakers onder het gemiddelde, dat door de „mennisiers et charpentiersquot; overtroffen wordt.

In Hilda l'est is de betrekkelijke sterfte aan tuberculose onder de schrijnwerkers ook hooger dan onder de timmerlieden; voor de overige respiratieziekten blijkt het omgekeerde (Verg. ook de Visschers).

De dood door ongeluk en zelfmoord is hooger bij de schrijnwerkers, dan bij ilc timmerlieden: een verhouding, die wat ongelukken betivti men eerder omgekeerd zon verwachten, want onder bouwvak is deze doodsoorzaak niet zelden.

De stertte der Houtzdijcrs is bij ons en in Engeland gunstig, ook die aan tuberculose. Was hel vroeger een beroep, dat veel krachtsinspanning eischic, nu geschiedt .het meest met machines, waarvan de onbeschutte lint- of cirkelzagen veel ongelukken veroorzaken; ilikwijls gebeurt het ook door niet aanwenden van de spouwig,quot; dat het hout tegen den werkman teruggeslingerd wordt. De dood door onsreluk is dan ook boven het gemiddelde, liet verlaten van de warme fabriek voor de koude buitenlucht kan de te hooge sterfte aan acute ademhalingsziekten verklaren.

De Hoepelmakers hebben koude en tochtige werkplaatsen

ocr page 40

28

(schuren), die allicht .le te hooge sterfte aan acute longziekten veroorzaken; ook is de sterfte aan ziekten van het digestieapparaat verhoogd. Hun totale sterfte en ilie aan tuberculose is niet verhoogd, ook niet bij de Kuipers, die alleen een te hooge sterfte aan hartziekten hebben. In Parijs, met de koffermakers samen genomen, is do verhouding van de totale mortaliteit der kuipers als bij ons, maar m Zwitserland en Duitschland gaan ze verre, ook wat tuberculose betreft, boven het gemiddelde. In Engeland zijn de kuipers met de houtdraaiers vereenigd (vergel. sterfte 1091) en toonen dan een ongunstigen toestand.

De Klompenmakers hebben voor alle ziekten een geringe

sterfte.

Ofschoon ik slechts over 819 Hout draaiers gegevens heb, wil ik toch wijzen op hun hooge sterfte, ook aan tuberculose. Sommigen bewerken dan ook behalve hout, been en ivoor, waarvan vooral het laatste een zeer schadelijk stof levert. De Duitsche draaiers zijn in geen beteren toestand, en de Engelsche behandelde ik reeds.

Dequot; Wagenmakers enz. hebben een totale sterfte beneden het gemiddelde niet alleen bij ons, doch ook in Duitschland Zwitserland en Engeland. De rijtuigmakers toonen in laatst genoemd land een meer ongunstigen toestand dan de wagenmakers, maar overtreffen het gemiddelde toch niet. Bebtillon (1) schrijft dit toe aan het feit, dat rijtuigmakers, behalve dat ze meer met schadelijke stoffen als vernis enz. omgaan, over het algemeen meer werkzaam zijn in een stad, en de wagenmakers op het land.

De sterfte aan tuberculose is bij ons alleen op den leeftijd van 36 tot 50 jaren verhoogd, en in Zwitserland alleen van

50 tot 59 jaar.

De Scheepsbouw enz. toont voor alle doodsoorzaken gunstige cijfers, ook in Engeland; behalve voor dood door ongeluk. Het vallen in het ruim van het schip ol van de loopplank in het water is bij dit bedrijf dan ook met zeldzaam.

ocr page 41

29

De geringe mortaliteit aan tuberculose wensch ik te verklaren, doordat ze meerendeels in de vrije lucht arbeiden.

Fabricage van manden, matten, mandenwerk stelt een beroep voor, dat om de geringe inspanning, die het vereischt, gekozen wordt door de zwakkeren, ook vele blinden wijden zich hieraan, de sterfte in de jongste jaren is, ook aan tuberculose, zeer hoog. Vele mandenmakers hebben de gewoonte hun materiaal ter bevordering der buigbaarheid in grachtwater te bewaren, en daarmede breng ik de verhoogde sterfte aan typhus in verband.

Sommerfei.d nam alle beroepen, waarbij ontwikkeling was van papier- en houtstof te samen, en berekende zoo, dat daarvan op lOOu levenden 5.96 overleden aan phthisis (ge-midd. 4.93); of van 100 sterfgevallen onder hen komen 50.7 op phthisis (gemidd. 33.2).

Meelstof komt ter sprake bij de

Molenaars en fabrikanten van meel. de cijfers voor dood door ongeluk zijn alleen iets te hoog; afgezien van machine-ongelukken, die bij de meelfahricage voorkomen, staan molenaars niet zelden idoot aan ongelukken bij het vastmaken der zeilen. In Zwitserland is slechts op den leeftijd van 40 tot 49 jaar zoowel de sterfte aan tuberculose als de totale te hoog, en in Engeland de laatste ook na 45 jaar; maar niet in die mate of het totale cijfer blijft nog onder het gemiddelde. In Buda-Pest, waar zeer groote stoom-meelfabrieken zijn, is de betrekkelijke sterfte aan tuberculose belangrijk verhoogd. Het kan zijn, dat dit door ontbreken van beveiligingsmiddelen tegen het in do lucht komen van de bijmengselen van meel als borstels of zemelen te verklaren is. In het bijzonder is de stof van haver berucht, waaraan Arudue zelfs asthmatische aanvallen toeschrijft. Do stof van de molen-steenen afkomstig kan ook do atmosfeer zeer bederven.

Als zeer ongunstig staan de watermolens bekend, die den molenaar niet alleen aan koude en vochtigheid, maar ook aan do nadeelen van werk in een beperkte ruimte bloot-

ocr page 42

8U

stellen. In Duitscliliind /.ijn vele wuterrnolens, vandaar dat in 18SS 1-quot; 00 inolcnaars stierven, tegenover een gemiddelde der lgt;ii de „Krankenkassenquot; verzekerden van 10°

Meelstof /.cll wordt voor niet zeer schadelijk gehouden, omdat het grootste deel hangen blijft aan de vochtige slijmvliezen der bovenste luchtwegen (Zadkk 4); komt het dieper. dan kan het aanleiding geven door verstopping der bronchi tot ateieetase en emphvsoem.

Balxkcra en Koeki nbaltkcrs komen zeer met elkaar overeen. Behalve een te hooge mortaliteit voor hersenziekten en carcinoom en bij de koekenbakkers bovendien nog voor typhus zijn al hun cijfers beneden het gemiddelde, dus ook die voor tuberculose, die in Zwitserland na het oir'quot; jaar te dikwijls een doolt;Isoorzaak is. ()nze Nederlaudsehe eijlers zijn i intleeinl aan 17So4 I gt;akkers en s kiquot; 'ken bak kers. lieii Ie gri iepen zijn liloiitgesteld, beiialve aan het ineelstut. aan hnoge temperatuur, waardoor eongestie naar het hootd, die wellicht niet zonder invloed bleef op de te hooge sterfte aan hersenziekten1!. Op de lOü sterfgevallen kwamen in Engeland 14.^ voor aan ziekten van het zenuwstelsel of stierven er gemiddeld hier aan i I'■•, dan bedroeg dit cijfer voor de bakkers en koekenbakkers loU; het was dus lgt;oven liet gemiddelde, dat in Muda Pest juist weid bereikt (IlMM. In Parijs (jaar IStiöl werden ze slechts even hier in overtrotfen door de koetsiers. Maar in Hngeland en Puitsehland staan ze bekend als potatoren, want de warnite roept veel zweet te voorschijn, „der sieh mit dein Teig vermischt, und mit verbacken vnrd!quot;, zoodat er behoefte tot drinken bestaat, en zoo neiging tot alcoholisme. Bij de Engelsche bakkers is hei vooi komen van leverziekten en suïcide geen zeldzaamheid; het laatste ook

1

Kmn-Km.\o (Llt;4iiinuli di-r Rsyi-liiiitni' Ip. ;so) noomt omler ili! artMitit^u1 van kraiili/.iiiMij;lioi I ralniisriii,' si'liaili'iijklii'ili'n al^ insotati^ imi stialni It' wa'.'int».*. Uo bt'iui'liifliMnlf our/.aak «tan liyiM-iarinit.1, tiio aan-kan geven tot ontstfkingaHiti^t.' pi'oi't'ssfii in 1 i1 lit'iquot;.gt;tjnt'n i.'ii lt;-!•' meningen (parliy- t*n !lt;'|»ltgt;int'nin^itis|. \ erfelijk nuk 'i'* ^lasMa/uis.

ocr page 43

;{i

niet hij hun Parijsclie vakj^enooten (-quot;J.? oj» 10O sterfgevaiion).

Hun totale mortaliteit overtreft in Parijs op alle leeftijden helangrijk het g(:ini(liiol(ie, in Zwitserlaml ]i:is na liet o(gt;to en in Engelaml na het 45st0 Jaar. Deze verschillen moeten verklaard worden uit het feit, dat de hakkers in de steden vee! langer moeten werken in meer i operkte werkplaatsen dan op het land. Hiervan nog de volgende voorbeelden; van 100 sterfgevallen hij hakkers komen op:

LniiihMi ('MI. Buda Pest; Weonon (ilö): Parygt;; Nolt;lerlnnlt;l

l'hthi.sis 24.4 . 4.s.r, 5;3.s 42.1 3(5.4

Overige Rt'spiiatie-zii'liteu 30.(5 19.8 10.5 19.8 15.0

De cijfers van Lenden overtreffen belangrijk die van Engeland {zie tabel Xquot;. 2), en die van Kuda Pest gaan boven 'Ie cijfers van het gemiddelde.

We missen bij ons de verhooging van do sterfte-cijfers der overige res|iiiatie-ziekten, die in Engeland aangetroffen wordt, en ook in Buda Pest en Parijs relatief niet ontbreekt.

We stemmen met Kngeland en Duitschland (Zaiikk 4) daaiin o\ereen, dat de steilte der hakkers onder het ge-middelile hlijft.

I it de tabel der „Berliner Orts-, Re trie hs- und Innungs-krankenkassen,quot; (18^1-quot;n.j) blijkt, dat de toestand der koekenbakkers (5,8 zooals men ook reeds uit onze

statistiek /ag, gunstiger is dan die der hakkers ((5,7° „„). In l'aiijs overtrell de sterfte der koekenhakkers onder de 40 Jaar nog die der hakkers, doch daarna hlijft, ze zelfs onder het gemiddelde.

De Sii/dreiuinihrrs liehhen zeer ongunslige cijfers, vooral voor de sterfte aan tuberculose, die voor een groot deel moeten toegesehreven worden aan selectie, immers op jeugdigen leellijd is sterfte aan tuberculose bijna tweemaal zoo hoog als het gemiddelde; het is dan onk een lichamelijk niet vermoeiend beroep, dat zittend word! beoefend (zie biz. II). Maar de plaats, waar liet beoefend wordt, draagt ook schuld (zie blz. 8); vooral geld! dit voor de huisindustrie, waar de

ocr page 44

werkkamer soms tegelijk slaap- en woonkamer is, en tevens wasch- en droogplaats. Bovendien wordt in zoon dooi koolzuur en nicotine dampen bedorven atmosfeer met vele personen langdurig gearbeid. De werkplaatsen en vooral de droogkamers zijn /'.eer hoog van temperatuur (loS0 tot 120° F.), waarvan de verwisseling tegen de koude buiten-luclit verantwoordelijk is voor de te liooge sterfte aan acute respiratieziekten. Veel nicotinestotquot; wordt ontwikkeld uit het ..binnengoed van de sigaar.' dat zeer droog moet zijn.

Er is verschil van meening over dc insainbriteit van het beroep qua talis. Dr. Ely (36) zegt zelfs: ..that employment in tobaccomaking is as healthy as other occupations of a like sedentary nature, unless there exists a peculiar susceptibility.quot;

De te hooge sterfte aan hartziekten en aan digestieziek-ten staan zonder twijtel met het beroep in verband, want niet alleen, dat tabakstof opgeslikt wordt, doch er wordt ook veelvuldig gepruimd.

In een Baden'sch stadje bedroeg in 1 ^de stertte aan tuberculose bij dit beroep 230/00 tegen -,3 der geheele Badensche bevolking. (Sciinki.i.knhkkh 37). In Duitschland is zoowel de sterfte aan tuberculose als ook de totale stortte ongunstig (zie tabel no. 2).

Men heeft zelfs gemeend (Aruhok p. 3U3), dat deze arbeiders minder zouden gctrulfen worden door epidemische en infectieuse ziekten; bij ons is de mortaliteit aan pyaemie verhoogd.

De mortaliteit in de statistiek der Berliner K ranken kassen 1889 —'Uo bedraagt voor de arbeiders in taiuikstabrieken 330/oo ei1 voor de sigarenmakers 2(),7%0 Verg. de bakkers met t),7quot;(in; (xie ook onder Boekdrukkers en Letterzetters.)

In de Textiele nijverheid, waarin in Nederland 17 l-r)4 mannen werkz am waren, zijn vele momenten, diedtgt;gezondheid kunnen benadeelen; stof b.v. ontwikkelt zich vooral in de kaardka-mers door het zuiveren van katoen, maar ook door het slijpen

ocr page 45

van ile getamle cylinders. Het .sorteeren van wol geeft gevaar voor anthrax. In ile spinzalen is dc inchtwel minder stoffig, doch hoog van tomperatnur en vochtig om het breken der draden te voorkomen. Het bleeken kan door gebrnik van zwavel igzun r dampen doen ontstaan, of :ds het met aluinaarde (katoen) geschiedt, stof. Eindelijk kunnen looddeeitjes in de lucht komen, door het tegen elkaar wrijven van gewichtjes die aan het weefgetouw de draden moeten gespannen honden. Het moet dan ook wel met de goede inrichting der fabrieken in verband staan, dat alleen de sterfte aan chronische respiratieziekten is verhoogd. Toch blijft het beroep niet zonder invloed op de zwaksten onder de arbeiders, want van de 18 tot 2^1 jaren is de sterfte aan tuberculose te hoog. Ofschoon de sterfte in de textiele industrie in zijn geheel in Zwitserland onder het gemiddelde blijft, overtref! daar, wat de katoenindustrie aangaat, de totale sterfte en die aan tuberculose van 20 tot 80 jaar het gemiddelde.

Hel bewerken van katoen, dat plaats vindt onder hoogere temperatuur (de mortaliteit aan acute respiratieziekten is bij de katoen industrie ook hooger), en waarvan de stof overvloediger vrijkomt dan die van wol, omdat de laatste met oleine bevochtigd wordt, toont overal ongunstiger cijfers dan de andere textiele arbeid. quot;Wij zagen het reeds in Zwitserland, het geldt ook bij ons en in Engeland. Voor de tuberculose heeft men dezelfde verhouding; b.v. in Engeland overlijden aan phthisis katoenarbeiders tegen 257 wolwerkers (gemiddelde mnl. bevolking 220. Men zie ook bij de visschersl. Ofschoon in Engeland iIe totale sterfte zoowel van de katoen- als van de wolarbeiders boven het gemiddelde slijmt, kan bij ons de toestand gunstig genoemd worden.

De HnnenfdltririKjr; de sterfte aan tuberculose is op den leeftijd van 2quot;gt; tot quot;gt;0 jaren te hoog, het totale cijfer echter van de tuberculose blijft toch onder het gemiddelde, evenals de totale mortaliteit; iu Zwitserland is de toestand gunstig.

Do tonicfubricfKjc; de sterftecijfers van tuberculose en de

3

ocr page 46

84

totale mortaliteit zijn gunstig; ook in Engeland. Niettegen-staaiule touw bestaat uit hennep, aan welk stof Netoutsky (38) het ontstaan van heftige hronrhiaalcatarrhen toeschrijft, en werk. dat uit vlas en katoenat'val is samengesteld, vallen vele bezwaren van de stofontwikkeling weg, omdat do arbeid grootendeels in open werkplaatsen wordt beoefend. Het is de vraag, in hoeverre dir koude werkplaatsen de schuld dragen van de verhoogde mortaliteit aan hartziekten (rheu-matisme).

De rlasfabriaige: de gunstige verhouding voor f ubcn ulose, die men in dit beroep, waarbij zeer veel stof ontwikkeld wordt, aantreft, is wellicht toe te schrijven aan het feit, dat de arbeiders slechts van December tot April hiermede bezig zijn, en den overigen tijd in den landbouw of in de suikerfabriek. De stofrijko at mosfoor noodzaakt hen ramen en deuren tegen elkaar open te zetten, zoodat aan dien tocht lam te hooge sterfte aan acute en chronische ademhalingsziekten is toe te schrijven. Ook de sterfte aan nephritis is U hoog.

Veelvuldig wordt door hen over „aamborstigheidquot; geklaagd, en toch kon men onder hen mannen aantreffen, die meer dan 20 jaren dit beroep beoefenden (3).

De pajtierfabricage toont een gunstigen toestand, ook in Engeland, ofschoon de materialen, waaruit papier gemaakt wordt: veilden, oud papier, stroo en hout bij de verkleining veel stof leveren. In het sorteeren van lompen zijn vele gevaren verscholen, wijl daarin ziekten als scarlatina, anthrax en pokken (Arlidoe p. 23-11 hun uitgangspunf kunnen vinden. In ons land geschiedt het sorteeren meest door vrouwen; en worden lompen ook hoe langer hoe minder gebruikt. Het meer en meer in zwang komen van stofvangers, ook in de vlasindustrie, zal wel niet zonder invloed gebleven zijn op de gunstige cijfers voor de tuberculose.

De hooge temperatuur, waaronder deze fabricage geschiedt, vindt geen uiting in verhoogde sterfte aan acute respiratie-ziekten.

ocr page 47

4. Thans volgt een bespreking dei' beroepen, waarin ilier-Jijk stof zich ontwikkeien kan.

J)e woitabricage wen! reeds l)esproken.

De schoennuikcr* vertooncn o|i alle leeftijden een verhoogde sterfte aan tnlicrcnlose. Ook in Kngelaini overtreft de sterfte aan phthisis hel gemiddelde, hieraan overlijden nl. 2r)4 schoenmakers tegen van de gemiddelde mannelijke bevolking; Zwitserland stemt hiermede overeen: na het 80*'quot; jaar is tuberculose veelvuldig doodsoorzaak onder hen. En waar we de betrekkelijke sterfte aan tuberculose beschouwen, dan vinden we die overal verhoogd. Het voortdurend zitten, de gebogen houding, de stofontwikkeling, ofschoon die op de fabriek dikwijls door exhaustoren wordt beperkt, moeten hiervan beschuldigd worden. Een ander nadeel is de druk van de leest tegen maag en borstbeen, waarin niet zelden een depressie voorkomt; met dien druk brengt Ahlidge • lyspepsie in verband en Thackrah (Hit) zegt daarvan: „digestion and circulation are so much impaired that the countenance would mark a shoemaker almost as well as a tailor.quot; Bovendien, zegt Aiiunu:, bevestigen ook andere schrijvers de vatbaarheid van hen voor long- en hartziekten. In de Xederlandsrhe statistiek blijkt de mortaliteit aan digestie-en circulatieziekten verhoogd te zijn.

De totale sterfte dor Nederlandsche schoenmakei's overtreft hot gemiddelde; in Engeland en in Zwitserland wordt dat niet bereikt; evenmin in Dnitschland, waar ook de sterfte aan tuberculose gnustig is le noemen. In l'arijs overschrijdt de sterfte alleen voor den leeftijd van 20 tot 40 jaren het gemiildelde.

In Engeland staan ze bekend als potatcren; suicide komt veelvuldig onder beu voor, ook in Parijs (14).

De lecrloowrs hebben in de jongere jaren een te hooge sterfte aan tuberculose; ook overtreft de sterfte aan carcinoom en aan pyaemie het gemiddelde, wellicht is aan deze laatste ziekte de behandeling van dikwijls geinfecieerde huiden niet vreemd.

ocr page 48

36

Do werkplaatsen van leerlooiers zijn vochtig en kil. Toch blijft .le totale sterfte gunstig, evenals in Parijs (waar men .le lederarbeiders met hen te samen nam) en in Engeland (daar met bontwerkers gerekend).

De vox popali zegt, dat leerlooiers aan epidemische ziekten ontsnappen.

Ongunstiger verhouden zich do zadel nu (kers, wier zittende arbeid binnenshuis wordt beoefend, zoodat hun totale steilte, evenals die aan tuberculose op alle leeftijden het gemiddelde overtreft. Duitschland toont een overeenkomstigen toestand; en Engeland slechts voor de totale sterfte van de 45 tot O.j jarigen.

Ook van andere ziekten is de sterfte verhoogd, in het bijzonder die aan acute respiratie-ziekten.

De barbiers en kappers. In bijna alle ziekten is hun sterfte te hoog, doch vooral voor tuberculose, «lie, daar ze hoog is op den leeftijd van 18 tot 24 en weder van 36 tot 50 jaren het vermoeden wekt, dat zoowel selectie (barbiers zijn tengere liedem, als insalubriteit hierbij een lol spelen. Het haarstof, dat bij het knippen ontstaat, „it is little noticeablequot; (Aklidge), niet alzoo hij het pruikenmaken, dat bij het reinigen van het haar èn stof èn haardeeltjes doet vrij komen. Behalve dit wordt de hooge mortaliteit verklaard door den langdurigen staanden arbeid, vooral des Zaterdags, en de dan ook bedorven atmosfeer hunner „winkels. In Parijs is hun sterfte alleen verhoogd op den leeftijd van 2lt;) tot 80 jaren. Engeland komt geheel met ons overeen, maar daar moet hun hooge sterfte deels ook aan losbandigheid worden toegeschreven. Uit de tabellen der Beilinei Krankenkassen blijkt, dat de sterfte der barbiers (6.7 'quot;gt;,») gunstiger is dan die der pruikenmakers (i.iS uo).

Het gebruik van dierlijke (zijde, vilt) en plantaardige stoffen (vilt) brengt de hoedenmakers onder deze rubriek. Daar ze de materialen meest bereid ontvangen, is do stofontwikkeling gering. De totaio sterfte 1 '1 ijlI ondei het gemiddelde,

ocr page 49

ilocli die aan tuberculose overtreft hot. De Parijsche en Duitsche hoedenmakers bereiken ook niet het gemiddelde, manr de Engelsche overschrijden het belangrijk, volgens A hm doe wegens de ongezonde en overvulde werkplaatsen en den alcohol. Onder de Parijsche hoedenmakers behooren echler behalve de eigenlijke hoedenmakers ook de verkoopers.

De hontirrrlxcrs en horstelmukerx lielil)eii een beroep, waarbij ook veel stof ontstaat. De laatsten zijn bovendien nog blootgesteld aan pik- en kolendampen.

Van de 100 overleden bontwerkers in Duitschland waren er tii.9 aan phthisis gestorven (gemidd. 47.ib.

Omdat er voor de slayers geen betere plaats in dit overzicht te bedenken is, worden ze hier vermeld.

Hun toestand loopt zeer uiteen in de verschillende statistieken. Parijs, Duitschland en ons land geven gunstige cijfers; zeer ongunstig daarentegen zijn de Zwitsersche en En-gelsche statistieken. In Engeland blijft alleen de mortaliteit aan digestieziekten en aan ongelukken onder het gemiddelde; ze staan daar echter bekend als alcoholisten, zelfmoord komt onder hen, evenals in Parijs (Ui veelvuldig voor.

De tuberculose, waarvan de betrekkelijke sterfte bij ons, in Buda Pest en in Duitschland onder het gemiddelde blijft, is hoog in Engeland en in Zwitserland. Ogle kan het dan ook niet eens zijn met Thackhah (80i, die meent dat phthisis zeldzaam zou zijn onder slagers. Hikt gelooft, dat slagers veelvuldig lijden aan erysipelas en carlumkels (erysipeloid is ook in ons land niet zeldzaam onder hen), de daarop betrekking hebbende mortaliteit is evenwel bij ons niet verhoogd.

De gunstige toestand, dien men bij slagers vindt, moet toegescheven worden aan selectie, want zelfs in Zwitserland is de sterfte in de jongste jaren gering, en verder aan hun goede voeding.

De spekslaf/ers trekken de aandacht door hun hooge mortaliteit aan hersenziekten. De Nederlandsche getallen zijn te klein om tot beschouwingen aanleiding te geven. Maar ik wil

ocr page 50

38

toch volletiigheiilshalvo vormoMon, dat or verband kan bestaan tusschen het gebruik van ongekookt varkensvleesch en hersenziekten. Immers in dat vleesch kunnen voorkomen cysti-cercen, die tot liet ontstaan van Taenia solium aanleiding kunnen geven, en deze weder door zeltinfectie met eieien of rijpe proglottiden tot het ontstaan van hersencysticercen (Stbümpell 7).

B. Beroepen, die mtyeoefend worden in slecht yerentileei de en overndde werkjilualsen.

Boekdrukkers en letterzetters. Tuberculose is overal oorzaak van hun hooge mortaliteit; toch moet hiervan met alleen de bedorven atmosfeer hunner werkplaatsen (zie blz. 8) beschuldigd worden, maar ook, hoewel het langdurig staan vermoeiend kan zijn, het weinig lichaamskracht eischende beroep, waardoor de zwakken worden aangetrokken, die spoedig onder die omstandigheden bezwijken. De sterfte is in de eerste leeftijdsklasse zeer hoog, op den leeftijd van 36 tot 50 jaren daarentegen laag. De mortaliteit aan tuberculose is ook in Engeland zeer hoog, daaraan overlij-,1011 er 461 tegen een gemiddelde van 220; in Duitschland bedraagt de sterfte 7.1 %o (gemidd. 5.2 »/„«). In Duitschland kwamen op 100 sterfgevallen volgens Albrecht (40) vu volgens Sommerfeld 44.44 aan phthisis; dit laatste cijfer blijft zelfs beneden het gemiddelde, doch is ook aan een later tijdperk ontleend. In alle andere statistieken overtreft de betrekkelijke sterfte aan tuberculose het gemiddelde.

Vooral het letterzettersbedrijf eischt veel psychische inspanning, en daaraan schrijft Van Holsbeck (41) de neiging toe tot cerebrale congestie en haemorrhagie. Hun sterfte aan hersenziekten is in Nederland hoog.

De gewoonte der arbeiders om de letters, die voor 9% uit lood bestaan in den mond te nemen, of ook het gewone hanteeren er van stelt hen bloot aan lood vergiftiging, die

ocr page 51

39

;ils doodsonrzaak toch zeI«loii de mortaliteit verhoogt. Albkecht /egt , dat up I0(( sterlgcviillen 0.38 :i;ui saturnisine voorkwam, hehouih-iis de evcnluoele vei'hooging van andere doodsoorzaken. I'annwitz (-12) kon onder gewone omstandigheden geen looddeeltjes in do lucht aantoonon, die er door het nitMazen der letterkasten konden ingekomen zijn. Stumi'f (48) daarentegen wel. De mort:diteit aan hartziekten is hij ons verhoogd.

Alleen in de grootere werkplaatsen wordt het boekdrukken en letterzetten door afzonderlijke personen beoefend.

Het l\. B. van 1quot;) hili quot;'.tl (Still. 147) aangevuld en gewijzigd bij dat van 11 Aug. '1)2 (Stbl. 199) heeft een wettelijke regeling voorgeschreven voor de inrichting van siija-renmakerijen en letterzetteriien; zoodat sedert dien tijd de toestand der werkplaatsen gewijzigd is1).

De T^t) Nedeiiandsche Htirndnikkrrx, (in de Parijsche statistiek onder boven^enoemden begrepen), hebben een totale mortaliteil (11.41) en eene aan tuberculose (4.89), die beide het gemiddelde overtreffen.

fiorlii/iidrrs beoeleiien een beroep, dat ook al weder om de weinige lichaamskracht daartoe vereischt, aantrekkelijk is voor de zwakken. In Parijs is slechts de sterfte van de 20 tot 29 Jarigen verhoogd. De sterfte aan tuberculose, ofschoon o]) alle leeftijden hoog, is bij ons hef hoogst in do eerste leeftijdsklasse, terwijl de totale sterfle van .'{(i tot de quot;gt;() jarigen zelfs onder hef gemiddelde blijft. De ongunstige toestand van onze boekbinders stemt overeen met dien van Engeland. In Duitschland, waar overigens hun toestand gunstig is.

1

De Inspecteur v'd 3 Avb. Insp. verklaait, dat »ua de verbeteiing der \veik|ilnat~:eii van sigarenmakers en letterzetters het batig saldo van een fabrieksfonds nog nooit zoo hoog was geweest. Het Maandaghonden werd ook minder.'quot; Kn elders: dat de werklieden minder vaak wegens ziekte moesten verzuimen, hoorde ik herhaaldelijk beweren na de overbrenging van slechte werkplaatsen naar nieuwe lokalen, die wat hiehtrnimte, doelmatige ventilatie en onderhoud betreft, beter dan de vorige waren.'

ocr page 52

40

overtreft toch ook ile betrokkelijko sterfte aan tuberculose liet gemiddelde.

Met Ahi.idok wil ik niet liet beroep als zoodanig voor deze slechte cijfers aansprakelijk stellen, doch wel de onvoldoende geventileerde werkplaatsen en bovendien de selectie.

ƒ)itiu/fuifslijppr* hebben een inderdaad huoge mortaliteit, zoowel totaal als voor tuberculose op alle leeftijden, doch het hoogst tusscheu de en -i-) Jaren. Dit staat in verband met slecht geventileerde overvulde werkplaatsen, hun over het algemeen zwakke constitutie, hun niet altijd kalme levenswijze lt;11 hun bij den arbeid nadeelige lichaamshouding. Door het slijpen op de stalen, met diamantpoeder bestrooide doch met olie bestreken, schijven ontstaat slechts een weinigje stof.

Alvorens geslepen te worden, wordt de diamant door een met de hand glad gestreken soldeer uit 4 dl. lood en 1 dl. zink bestaande, op een koperen staaf bevestigd. UiRTkondan ook bij 80 van de vtO werklieden loodvergiftiging constateereii. Of nu hun te huoge mortaliteit aan nierziekten hiervan ge-volquot; is, laat ik daar; de sterfte aan hart- en hersenziekten overtreft eveneens het gemiddelde.

Xoi.l (44), die gedurende 17 jaren het ooü; gericht hield op de werklieden der Houy'sche fabriek in Hanau, waarop tot een maximum van 200 werklieden arbeiden, verklaart, dat van hen in dien tijd slechts één aan phthisis overleed.

Veel gunstiger is do toestand der liinniaiil.inijdris m llo-nrs. die den diamant, nu in cement gevat met een andere van een groeve voorzien; en volgens die groeve met hamer en beitel klieven. Zij beoefenen dit vak in kleine werkplaatsen, meest woonhuizen, wier toestand door den Inspecteur v. ii. Arii. gunstig wordt genoemd.

Het beroep der Klcrmiitlcrs vormt een toevlucht voor vele zwakke individuen; geen wonder dus dat, vooral op jeugdigen leeftijd, hun sterfte belangrijk verhoogd is. Aan de typische wijze van zitten, die de uitzetting der

ocr page 53

41

longen beiominort, aan do seisoen.lrukte, die nachtarbeid noodig maakt, en aan liet verblijf in slecht geventileerde werkplaats of woning kunnen op den duur deze tengere lieden geen weerstand bieden. In Zwitserland en Engeland bobben zo, evenals bij ons, een booge mortaliteit, vooral in do jongere Jaren. In Engeland is voor tuberculose hun vergelijkend sterftodjfor 2.srgt; (gemidd. 220). Ook in Duitsch-land is tuberculose te veelvuldig doodsoorzaak onder hen, ofschoon daar de totale sterfte zelfs het gemiddelde niet bereikt. In do Berliner Krankenkasson (18S9 - '95) wordt hun als mortaliteitscijfer, een der hoogste cijfers, 16.4 0/u„ toegekend. Te Parijs is hun toestand gunstig, alleen de sterfte na het 40*quot;' Jaar is te hoog. De betrekkelijke sterfte aan tuberculose is overal hoog.

In Engeland wordt het gemiddelde van alle doodsoorzaken overtroffen, en Oole houdt hen voor alcoholisten. Het gemiddeldo wordt bij de Nederlandsche kleedermakers overschreden door do sterfte aan hart- (relatief ook in Budapest verhoogd), nier- en chronische respiratie-ziekten on aan pyaemie; het laatste kan in verband staan mot Smith's (4quot;,) mededeeling, dat „absces of the fingers, from pricks bij the needle were not an uncommon accident.quot;

\an 100 sterfgevallen komen in Engeland 1.5 en in Parijs 2.7 op suicide; in Nederland op ongeluk en zelfmoord 4.2.

Onder deze rubriek behooren ook do reeds besproken Sigarenmakers.

('. Bprorpeii, die binnoithnis beoefend irorden.

De Behatuiers bobben een booge sterfte op alle leeftijden, vooral tusschen de 86 en 'gt;0 jaren, zoowel wat betreft de totale ais die aan tuberculose. Ze wijken in beide opzichten af van de Duitsche behangers, die met hun sterfte het gemiddelde niet bereiken; ook de Engelsche, ofschoon te samen genomen met schrijnwerkers, vertoonen eengunstigen toestand (vergelijkende mortaliteit 963).

ocr page 54

42

Do tuberculose is «Ie oorzaak van hun niet veel verhoogde totale mortaliteit, eu zal wel meer het gevolg- zijn van .le zwakke constitutie der beoefenaars dan van de nadeelen

van het beroep.

De sterfte aan carcinoom en aan digestieziekten overtreft

ook het gemiddelde.

IHemthoden, Concienjes en huishemuirders leven onder gunstige verhoudingen in de huizen hunner meesters, en zouden dus een mortaliteit doen verwachten beneden het gemiddelde, ■ils ze niet gerecruteerd waren uit de debielen. Hun sterft.-aan tuberculose is op jeugdigen leeftijd, dan ook het hoogst (/Je bij concierges den leeftijd van 2.quot;) tot 30 jaar, want in i\e jongere leeffijdskiasse zijn er slechts 66 aanwezig).

Aan ongelukken sfelt hun beroep hen bijna niet bloot, zoodat de sterfte daaraan door zelfmoord vorkiaar.1 moet worden.

Onder meer doodsoorzaken is ook de sterfte aan acut.-respiratieziekten bij hen, die niet aan weersinvloeden blootgesteld zijn, verhoogd (Verg. ook de zadelmakers).

Post-Tektin(igt;hie-('n Tclephoomimbtrmiren. De totale sterfte en ook die aan tuberculose blijft onder het gemiddelde, doch op den leeftijd van 18 tot -'4 jaren zijn beide iets te hoog. Belangrijk verhoogd is hun sterfte aan cardnoom en aan

ongeluk en zelfmoord.

vermeldt van .Iquot; ................. ...... Jat ze meer

aa„ phthisis en aan /.emnvziekten, .loch min.ler aan ihen

mutisme enz. ............... .ie |«Ulieaml.tenarem ken

verhouding, die, M.alve voor de hersenziekten, ook bij ons opgaat; en verklaard moet worden door het verblijf dei po i-tieambtenaren in de buitenlucht.

Van de 100 sterfgevallen komen er bij ons 42.5 en in Engeland 36.1 op phthisis; op zelfmoord en ongeluk bij ons

11.5, in Engeland 2.4.

In Parijs is hun toestand ook gunstig, daarentegen is in Zwitserland de mortaliteit aan tuberculose tot het 40-jaar te hoog (verg. onzen toestand).

ocr page 55

43

IK Deroeprn, (icpanril (/Odndr met psi/rhischoi (trhrid.

Ook ile/.p worden, dr een meor, de under minder binnens-Imis beoefend.

(IccdlilijLru, Alle statistieken van deze beroepsklasse zijn gunstig. Bij ons overtreft alleen de sterfte aan nierziekten en aan carcinoom het gemiddelde, en bovendien die aan tuberculose op den leeftijd van IS tot 24 jaren; en die aan hartziekten op den leeftijd van 80 tot 'gt;0 jaren. Dit wordt bijna geheel bevestigd door Dr. Muikiikau (Medical Otlicer of the Scottish Widows Society), die meedeelt, dat de sterfte aan hartziekten, nierziekten en aan carcinoom belangrijk boven het gemiddelde gaat, dat die aan phthisis en bronchitis het niet bereikt, en dat de sterfte aan zenuwziekten liet gemiddelde even overschrijdt. Dr. Stone (Medical Off. of the Clergy Mutual Ass. Soc.) wijst nog op diabetes als veelvuldige doodsoorzaak onder hen van de 50 tot 69 jaren, en op het groot aantal ongelukken eu zelfmoorden.

Mun matige arbeid en hun geregeld leven kunnen het gunstige sterftecijfer verklaren.

Xa het 4o~to jaar toonen do Katholieke geestelijken in Engeland een hooge mortaliteit, „perhaps,quot; zegt Dr. Farr „the effects of celibacy are then telt.quot;

Omdat de sterfte der geestelijken de laagste was, die Dr. ügle (.si vond, drukte hij daarin de sterfte van andere beroepen uit; voor zoover deze met onzen toestand vergelijkbaar zijn, deel ik ze mede. De Engelsche tabel omvat den leeftijd van !'•gt; tot ti;) jaren (betreftende de jaren is.sf tot '88), en de onze den leeftijd van 18 tot 50 ten de jaren 1891 tot '95).

ocr page 56

44

Kilu'ol.

N.'.I.tI,

Knirol.

N filer 1.

Oeesteiijken

100

100

Kleedermakers

j 189

153

Geneesheeren

202

154

Schoenmakers

1 lti(i

140

Tuinlieden

1U.S

90

Drukkers

193

155

Landbouwers

126

103

Boekbinders

210

158

Yisschers

143

88

Smeden

175

118

Handelsreizigers

171

152

Wolfabricage

186

89

Tappers

274

214

Katoenfabricage

196

110

K diners

397

180

Papiertabricage

; 129

58

Brouwers

245

132

Aardewerkfabric.

314

103

Slagers

-) 1 1

91

Kolenmijnwerkers.

KiO

58

Bakkers

172

107

Koetsiers

267

166

M( denaars

j 172

74

Kramers en

Winkeliers

j 108

85

Hom 1 venters

338

146

Gettcesltcereu. EngGkuiil, Zwitserhuul en un.s Unnl stom-inen ovtrecn in de ongunstige mortaliteitscijfeis. (In Ijiige-land 25.3 per jaar op 1000 levenden in 188G, Ogle.) Wordt in ons land en in Engeland liet gemiddelde door de sterfte aan phthisis niet bereikt, in Zwitserland wordt het belangrijk overtroffen. Zeer gunstig is de toestand in Parijs; een verschil, dat ons niet verwondert, omdat genoemde landen ons cijfers verschatten, voor een groot deel ontleend aan plattelands geneesheeren, die veel meer dan hun collegae in de stad aan vermoeienis en weersinvloeden zijn blootgesteld, en wier verantwoordelijkheid grooter is. Aan hen schrijf ik dan ook toe de te hooge sterfte aan acute lespi-ratieziekten van deze beroepsklasse.

Voor alle doodsoorzaken vindt men in ons land voor hen te hooge cijfers, behalve voor phthisis (waarvan de betiek-kelijke sterfte ook in Buda Pest laag is), voor chronische ademhalingsziekten en voor ongeluk en zelfmoord. Maar bedenkt men, dat het cijfer voor laatstgenoemde doodsoorzaken bijna het gemiddelde bereikt en liet medisch beroep als zoodanig toch weinig tot dood door ongeluk aanleiding

ocr page 57

Kccft, dan moet hot wel aan zelfmoord worden toegeschreven. Komen in Engeland op een millioen levenden 238 gevallen van zelfmoord voor, dan bedraagt dit getal voor de geneesheoren -Ki.s, voor do advocaten 354, en voor de geestelijken 1231).

Mtjiriiead bevestigt in do „Lancetquot; (Febr. 14; 1891 p. 303) de te hooge mortaliteit aan hart- on zenuwziekten, en bovendien die aan pnounomie. De mortaliteit aan ziekten van hot Uropoëtisch apparaat en aan Carcinoom vond hij niet, doch Ocii.e wol verhoogd (verg. onze cijfers). Ook do stortte aan diabetes overtrof volgons Oui.e het gomiddelde.

Gemiddeld zijn van di! 100 overledenen in Buda Pest van 30 tot .r)0 jaren 12,'.» aan zenuw- en quot;),{» aan circulatioziok-ten gestorven; doze cijfers zijn voor de artsen 37,7 en 0,4.

De te hooge sterfte aan typhus is bij ons aan kleine getallen ontleend, ik noem die dan ook alleen, omdat ook in Engeland do sterfte aan „zymotics and enteric feverquot; verhoogd is. evenals in Buda Post de daarop betrekking hebbende relatieve mortaliteit. Hot hangt wellicht mot het beroep samen door behandeling van daaraan lijdende patiënten.

Onderwijzers. Hun sterfte aan tuberculose, zelfs o|i den leeftijd van 2;) tot 35 jaren te hoog, is hoogor dan die bij de geneeshoeren, die door den aard van hunnen werkkring telkens in de buitenlucht komen. Arlidge meent, dat vooral onder studoerondo onderwijzers velen aan tuberculose overlijden, en houdt Oole's cijfers voor te gunstig. Behalve een te hooge mortaliteit voor hersenziekten en oen voor hartziekten op don leeftijd van 20 tot •quot;!.quot;) jaren blijven al hun cijfers in de Noderlandscho tabel ondor het gomiddoldo; in Parijs, in Engeland en ook in Zwitserland is hun toestand oven gunstig als bij ons, ofschoon in het laatst genoemd

1

Dit i'ijfiT ilonr. Dr. Om.K .'tan do Koyal ModiocM'liirurgical Society in 1880 (Transactions, vol 1 XIX p. 217) medogedeeld, wijkt dus af van Dr. Stonk's opgave. zie blz. I.i.

ocr page 58

4(gt;

lanil «ie tuberculose-sterf'te op lion loet'tijil van tot 29en van 40 tot 4'.' jaren verhoogil is.

De nadeelen van linn iteroep bestaan slechts in psycliische inspanninjj; en psyciiisciie emotie.

Ambtenaren, hoe uiteenloopeml hun functiën ook zijn, geestelijken arheiii heithen zij toch allen te verrichten. Hun toestand is gnnstig, otschoon toch de sfert'te aan tuliomiiose O]) den leettijd van IS tot 24 Jaren, aan hartziekten, aan carcinoom, en aan ongeluk en zelfmoord te hoog is. Aan ongelukken stelt het heroep hen niet bijzonder bloot, zoodat de nadruk hier op zelfmoord moet vallen. Muirheau bestudeerde de Engelsche ambtenaren, die wel niet geheel met de onzen vergelijkbaar zijn, omdat er onder hen andere takken van dienst vertegenwoordigd zijn, maar die toch toonen, dat ook onder hen de hartziekten een belangrijke oorzaak van mortaliteit zijn, dat sterfte aan apoplexie en carcinoom belangrijk liet gemiddelde overtreft, hetwelk evenwel door de sterfte aan phthisis niet wordt bereikt. De relatieve sterfte aan phthisis is ook in Buda Pest beneden het gemiddelde, dat over-srhreden wordr door de sterfte aan circulatie- en zenuwziekten.

Grid- rn ('(iiiiiiiissirl/diulrl. Zoowel de totale mortaliteit als die aan tuben ulose is gunstig; daarentegen zijn verhoogd de cijfers voor hart-, nier-, hersenziekten, carcinoom en ongeluk en suïcide; het laatse is zonder twijfel in verband te brengen met mislukte speculatiën. De hiermede vergelijkbare employés in bankwezen en assurantiën hebben en in Parijs én in Zwitserland een meer ongnnstigen toestand, in Zwitserland vooral wat aangaat de tuberculose.

Horl.hondrr.s enz. verrichten ook geestelijken arbeid, en brengen bovendien een groot deel huns levens zittend door in een beperkte ruimte. Daaraan is zeker wel toe te schrijven het hooge cijfer voor tuberculose, en daar ook de sterfte aan hart-, aan nier-, aan hersen-, aan chronische ademhalingsziekten, en aan typhus te hoog is, verwondert ons de hooge totale sterfte niet. Ook bij hen wordt de

ocr page 59

47

verhoogde sterfte aan ongeluk en zelfmoonl weder niet gemist.

Airhilcrtrii. IiKjcnirm *. HouikHiicii. Hersenarbeid . liciiamelijke arbeilt;l, en invloeden van weer en wind, spelen een rol in hun beroep. De sterfte aan tuberculose is veel minder dan bij do aan liet kantoorlokaal gebonden boekhouders; evenzeer de totale sterfte, die echter toch nog het gemiddelde overt reft.

De mortaliteit aan hart-, nier-, hersenziekten en aan carcinoom is wederom verhoogd, evenals die aan ongeluk en zelfmoord. Het bouwvak geeft dan ook veelvuldig tot ongelukken aanleiding.

Ir Parijs blijft de sterfte der architecten onder het gemiddelde.

Adrocateu en innrmrnrs, als zijnde te klein in aantal om vertrouwbare gegevens te verscbaffen zijn met de Limste-nriars en le.tlerkiniiliijeii te samen genomen tot „vrije beroepen,quot; en vertonnen zoo een te hooge mortaliteit aan harten hersenziekten en aan ongeluk en zelfmoord. Geestelijke overspanning, langdurig verblijf in studeervertrek of atelier zijn dezen beroepen niet vreemd, ook de stertte aan tuberculose overschrijdt het gemiddelde.

Muirhbai' bestudeerde de advocaten te samen met bankiers eu boekhouders, en vond zoo, dat de sterfte aan hartziekten liet gemiddelde overtreft , evenals die aan zenuwziekten. apoplexie, nierziekten en careinooiu; voor phthisis vond hij gnnstige cijfers.

(iuustig ook kan men de sterfte noemen deiquot; advocaten in Engeland (vergel. mortaliteit S-tJi en in Parijs.

Neemt men alle in deze rubriek besprokenen, voor zoover ze ons land betreffen, bijeen, (Ie samen, ten getale van 53970, het „intellectquot; en de sociaal beter gesitueerden vertegenwoordigend), dan verkrijgt men de navolgende getallen:

Per 1000 levenden overlijden er jaarlijks aan carcinoom 0.29%o; aan heraenzieklen U..j40/00; aan hartziekten 0.44quot;„„

ocr page 60

48

aan nierziekten 0.40quot;/»»; aan ongeluk en zelfmoord 0.57°, Behalve ilat van ongeluk en zelfinooni, zijn al deze getallen te hoog.2)

Van de advocaten, artsen, professoren, leeraren, kunstenaars, letterkundigen en geestelijken overleden er in Bnda Pest van 1M.S2 tot 'iK) 1(J74. Van de 100 onder deze overledenen waren er gestorven aan:

.. ... .i ■ I . Ziekten van liquot;t

11 • TS»'| 1/.Ii'Kt•'11. ^ 11 ('UlJltI»'Zl''KtI'll ( rlt;tpoi1!ix'h A]gt;|):ir;iat

! jrctniiiii.

ironiiM''.

Van 15-

30 j.

12,8 7.7

8.2

8,5

1,9

2,8

Van 30 —

50 j.

89,5 12,0

T ')

i ,o

5,11

2,8

8,4

boven de

50 j.

19,H 18,8

11

i. lt;

6,8

5,1

Totaal.

25,9 12

8,6

0,1

4,2

8,8

Dit is dus, ofschoon op relatieve cijfers betrekking hebbende, in overeenstennning met het voorgaande. Hoe de verhoogde sterfte bij hen, die intellectueelen arlteid verrichten, te verklaren? Lkvy (Ahuugk p. '••l'i, zegt, dat geestelijke aibeid hyperaemie van de hersenen veroorzaakt , en zoo praedisponeert tot apo|)l(gt;xie. Maar ook kan, dunkt mij. bij sommigen artenosclerose in spel zijn, als gevolg van pswhische depressie of van goede voeding bij weinig lichaamsbeweging (Pki. 4'gt;), die in staat is zoowel de verhoogde sterfte aan hersenziekten, als die aan nier- en hartziekten te verklaren. Ik laat daar, in hoever de Vagus ook een rol speelt bij het ontstaan dezer hartziekten.

Deze beroepen stellen hun beoefenaars aan ongelukken weinig of niet bloot, zoodat de daarop beLrekking hebbende

(') Mini oviTip' niortalili'itsi ijfi'rs zijn; 1 'vai'inii' enz. 0.11quot; ; Typhas i'iiz. o. Uiquot;,,,,; acuti' lii's|iir:itii'zi('kti.'ii 0.77quot; ('Iiioii. Ki'siiiiatii'zii'ktcn 0. l,0/„„; Itigostieziekti'H O.llquot;'.....; Tuborciilusi' imiz. :!.lilquot; „„; Totali' innrtalite'.t

(') Vergelijk liiennede de stoifte aan haitzii'kten der soniwijlen zwaren coiporeelen arlicid vciriclitcndr sincdni ili.L'l) en die der tiiniiieilieden (0.30.)

ocr page 61

49

cijfers yrootendeels Man suicide moeten worrien toegesoiire-ven, on «lan in verliaml kunnen staan met de groote, voor sommigen wellicht te groote verantwoordelijkheid, die aan vele dezer beroepen eigen is.

Oali: (S) zegt omtrent hersenarbeid, dat deze „leads to disease of the nervous system, brain softening, insanity, and suicide, this last especially being much more frequent, speaking generally, among the educated classes, who use their brains than among tiie comparatively uneducated labourers.quot;

D. Ihuuki

eischt van lien, die zich hiermede bezig houden behalve cor-poreelen, ook intellectueelen arbeid, vooral van de

Kooplieden. Hun toestand is ongunstig; de sterfte aan alle ziekten, behalve aan pyaemie en typhus, is te hoog. Korösi (15) schrijft aan hun psychischen arbeid de verhoogde mortaliteit aan hersenziekten toe. De sterfte aan ongeluk en zelfmoord overtreft wederom bij hen het gemiddelde, evenzeer die aan hart- en nierziekten.

Onder hen, die den groot- en den kleinhandel in Buda Pest beoefenden, grepen in de jaren 1882 tot '90 plaats 858 sterfgevallen. Deze verschalfen ons de volgende gegevens: Van de 100 sterfgevallen werden er veroorzaakt door:

IliTNcnzickteii. (ïn-ulaticzirkt.Mi rr,,p/:ó^,7,'I,|,|.'',rn.-,t

i (roniiilU. gomidil. j .............

Van 15 — 80 j.

8,9

i , i

9,2

.

8,5 1,8 2,3

Van 80—50 j.

21,9

12,9

9,2

5,9 4,8 8,4

boven 50 j.

16,3

13,8

10,9

7,7 0,0 5,1

Totaal.

10,1

12

9,9

6,1 j 4,9 3,8

Ofschoon betrekkelijke cijfers, bevestigen ze toch de onzen, die ook relatief te hoog zijn (zie tabel no. 4).

4

ocr page 62

50

Wiuhrlirr.s. Hun totale mortaliteit blijft beneden het gemiddelde, evenals in Engeland. Zij zijn dan ook gevrijwaard voor invloeden van weer en wind en tot psychische inspanning geeft het beroep minder aanleiding.

De mortaliteit aan hart- en nierziekten overtreft het gemiddelde.

De toestand der Winh-clhrdiemlcit is nog gunstiger. Behalve de voordeelen, die ze met de winkeliers gemeen hebben. missen ze bovendien nog hun verantwoordelijkheid.

Mai/ii\i/H cu pdLhtiiskiicfli/s. De atmosfeer, waarin ze vertoeven, bleef niet zonder invloed; de sterfte aan tuberculose is op den leeftijd van 25 tot 50 jaar te hoog. De sterfte aan hart- nier-, en hersenziekten overtreft het gemiddelde; ik verdenk ze van alcoholisme. Niettegenstaande ook sterfte aan carcinoom en digestieziekten te hoog is, is de totale mortaliteit toch gunstig. Aan invloeden van weer en wind zijn ze dan ook onttrokken.

Dit pMdt niet voor de Handelsreixiuers cu colporteurs, die veelvuldig aan acute respiratieziekten overlijden. Hun tonale sterfte overtreft, vooral op den leeftijd van 35 tot 50 jaar belangrijk het gemiddelde, evenals de mortaliteit aan tuberculose. die daarentegen op den leeftijd van is tot 24 jaar zeer gering is. Hun reizen brengt gevaren met zich, van daar is de sterfte door ongeluk vermeerderd; waarvoor men zulk een groot cijfer vindt, dat het vermoeilen gewekt wordt? dat er veel suïcide onder begrepen is. Het beroep leidt dan ook tot alcoholisme. De sterfte aan hart- en hersenziekten is verhoogd, ook aan carcinoom. De Engelsche ambtgenoo-ten zijn, wat totale sterfte aangaat, in gunstiger verhouding, doch komen met hen overeen in alcoholisine en daarmede in verband in do te hooge sterlte aan zenuwziekten en suïcide. Leverziekten, nierziekten en jicht doch ook phthisis zijn, in Engeland te veelvuldig doodsoorzaak in deze beroepsklasse.

ocr page 63

51

K Beroepen m hoogc teinprnitiinr beoefend.

Ga.sftihrieaye. De gunstige cijfers /.ijn in overeenstemming niet de moening van Hiht (29 p. lull en Armdge. De eerste noemt hun mortaliteit i-V 1lt;gt;0/uo) gunstig en 'If; laatste verkliuirt: ..1 cannot iliscover, that those employeri in gasworks are less healthy than other labourersquot; (2;-! p.

Toch zijn er nadeelen: de verwisseling van heete lokalen tegen koele luiitenlucht verklaai't ons tie liooge sterfte aan acute respiratieziekten. De g ask alk (zwavolcyaanwaterstof) liij de reiniging van gas met kalk ontstaan en prikkeleml op ademhalingswegen en oogen werkende, en de hier met gas daar met rook bezwangerde atmosfeer zijn niet zonder invloed op de sterfte aan tuberculose gebleven, die, schoon slechts in geringe mate verhoogd is.

(jUmblazcrs. Ofschoon zij aan hooge temperatuur en daarmede samengaande aan tocht blootgesteld zijn en hun beroep hen noodzaakt tot krachtige exspiratien, waardoor op den duur longemphyseem en secundair hartaandoeningen ontstaan, zoodat de haemoptysen bij hen. dan ook meer van hart- dan van longaandoeningen afhankelijk zijn (Scuaeker 47), blijkt ons daarvan uit de Nederlandsche sterftecijfers niets.

Evenmin is hun sterfte aan hersenziekten verhoogd, niettegenstaande Sen a efer vele hersenziekten beschrijft, zelfs meningitis, als gevolgen der intensieve hitte. Veelvuldig wordt één blaaspijp door velen gebruikt, zoodat het voorkomen van Syphilis innocentium (Diday 48) onder hen, geen zeldzaamheid is. De Xederlandsche glasblazers hebben een verhoogde sterfte aan typhus en aanhoudende koorts.

Duitsche auteurs schrijven de vele darmaffectiën onder hen, waarvan de verhoogde sterfte bij ons wordt gemist, toe aan het drinken van koud water bij verhit lichaam (Som m kbfel i »).

Fdbrk'dfjc run h'icticortelsuilxi'r. Hoewel dé fabrieken luch-

ocr page 64

tig zijn, en de arbeid niet zwaar, iioud ik hnn cijfers tocli voor te gunstig. Immers zij werken slechts in October, November en December, dus ik vermoed, dat zij bij overlijden in dezen tijd slechts als zoodanig te boek komen, terwijl ze, als ze sterven in andere maanden, worden opgegeven onder het beroep (vlasserij uog al eens), hetwelk zo dan beoefenen.

De nadoelen van de hoogo temperatuur uiten zich weder door het vele drinken, als gevolg van het zweeten. In Parijs is hun toestand gunstig.

Fabricage van olie. (Olieslagers). De cijfers voor alle doodsoorzaken luiden gunstig.

De acroleïne dampen, bij de destillatie dor olie ontstaan, hebben dus de sterfte aan respiratieziekten niet verhoogd.

Niet alleen is de lucht hoog van temperatuur, doch ook vochtig in

Bleekerijen en Ververijen. Daarin hangen, vooral 's winters, vele dampen; de vloer is er bovendien zeer vochtig. Hoewel tie bleekers en de ververs, vooral de laatsten, geen groote getallen verschatten, blijkt toch, dat de totale mortaliteit en die aan acute 011 chronische respiratieziekten het gemiddelde overtreft. Ook in Engeland is hun sterftecijfer hoog. Nktoutzkv (38) schrijft het veelvuldig lijden der ververs aan digestieziekten (mortaliteit daaraan bij ons verhoogd), toe aan het mot bezoedelde handen tot zich nemen van voedsel. Daar het beroep der bleekers meebrengt, dat ze kleederen hanteoren, ook van zieken afkomstig, zoo is het de vraag, in hoever dit in verband staat met hun te hooge sterfte in de Nederlandsche statistiek aan digestieziekten en pyaemie. De sterfte aan typhus bereikt bij de bleekers juist het gemiddelde.

I)e omgang met arseen- en loodhoudende kleurstoften kan den ververs, ook in dit opzicht, schaden.

Wegens de vochtige atmosfeer verwondert het ons niet Netolitsky te hooren verklaren, dat de ververs dikwijls

ocr page 65

5:3

aan rlieuinatisme lij(Jen (mortaliteit aan hartziekten enz. I'ij de Nederlandsche bleekers verhoogfl).

Het vallen in kuipen met heet eomlensatiewater vormt in de ververijen veelvuldig een oorzaak van noodlottigen dood.

/•'. Bcrocppn m dr apen lucht beorfend.

Ilniirkocfsirrs Indien ergens, dan is het vooral omtrent dezen, dat de statistieken overeenstemmen in het ongunstige van het beroep. De cijfers van alle doodsoorzaken overtreffen luj de onzen hot gemiddelde; evenals in Engeland, waar alleen de sterfte aan digestieziekten laag is. Slechts in ile Jongste leeftijdsperiode sterven er zelfs minder aan phthisis, dan hij de gemiddelde mannelijke bevolking, een toestand, waarin Zwitserland met ons land overeenkomt.

Het uren lang blootgesteld zijn aan weer en wind, waarbij beweging bijna geheel is uitgesloten, kan ons de verhoogde totale mortaliteit, en voor al die aan nier- en hartziekten (rheimuitismei verklaren. Maar daarop was ook niet zonde: invloed het alcoholisme, dat ik ook verantwoordelijk stel voor de verhoogde sterfte aan hersenziekten. Waar iu Kngeland gemiddeld 10 aan alcoholisme overlijden, ongerekend de verhooging van andere doodsoorzaken, daar bedraagt dit getal voor de koetsiers en de omnibusdienst, die men met hen vereenigde; 33, na de tappers, die 55 hebben, het grootste cijfer. De verhoogde mortaliteit aan typhus wensch ik in verband te brengen met het gebruik van slecht drinkwater. De sterfte aan ongeluk en zelfmoord, waarbij rle alcohol zeker ook een woord heeft mede te spreken, is bij ons zeer hoog. Op 100 sterfgevallen werden 1(5.3 daardoor veroorzaakt, in Engeland 6.7 en in Parijs (14) s.7.

Beschouwt men de betrekkelijke sterfte aan phthisis en aan acute respiratieziekten in Buda-i'est en bij ons, dan blijkt het, dat phthisis het gemiddelde niet bereikt, terwijl de laatste het overtreffen.

ocr page 66

Wol ynnstiger iIt* t06st:iii(l tlci* I oc/'lliihn, tiio in don regel niet in steilen woonachtig zijn en tlun behalve dit beroep no^ een ainlor b.v. den landbouw beoefenen. Toch ontsnappen ook zij niet aan de verhoogde sterfte aan typhus en aan acute en chronische respiratieziekten, en den dood door ongeluk.

De Engelsche voerlieden, ofschoon altijd nog met een te hoog sterftecijfer (H75), zijn toch in l)eteren toestand dan de koetsiers, die 14S2 hebben (gemidd is 1000).

Hun veel gunstiger toestand moet toegeschreven worden aan het feit, dat ze niet voortdurend „voermanquot; zijn, en als ze het zijn, steeds in beweging, omdat ze ter zijde van het paard medeloopen. Het alcoholisme is ook niet zoo sterk onder hen verbreid.

Los.sr nrhriders. Alle doodsoorzaken, behalve die aan typhus, zijn l'ij hen verhoogd. Het blootgesteld zijn aan weer en wind, zwaren arbeid en alcoholisme (zie koetsiers) zijn daarvan de oorzaak. lgt;e arbeid noodzaakt ben echtei tuf beweging, vandaar een gunstiger toestand, dan bij de koetsiers.

üe liOndensche arbeiders hebben een mortaliteit, die tweemaal hooger is (2020) dan de gemiddelde.

Ik wijs weder op de relatief lage mortaliteit aan phthisis en de relatief hooge aan acute respiratieziekten.

Hdntirrrl.rrs, Sjoiurirllrilrii vertooneu een gunstige verhouding, vooral in vergelijking met de losse arbeiders; voor een deel moet wi'llichf die gunstige verhouding toegeschreven worden aan de omstandigheid, dat zij in den regel meer „vast werkquot; hebben dan de losse arbeiders, en hun daardoor de gelegenheid ontbreekt tot alcoholische excessen.

De I'oltlrnrnl.rrs zijn niet het geheele jaar als zoodanig werkzaam, doch houden zich den overigen tijd in hun woonplaatsen bezig met landbouw enz. Dit houd ik, naast de selectie, voor de oorzaak van hun gunstige sterftecijfers.

De n/inhieil.er.s daarentegen wonen meest in steden, en

ocr page 67

55

hebben daanloor ook de nadeelen van liet stadsleven als woning, alcoholinisbrnik enz. Hun arbeid bestaat in bet graven van fundeeringen; vele momenten zijn dus in hun beroep aanwezig om litin ongunstigen toestand te verklaren.

De plaats waar /iirfyninrs vu rcrrencrs hun werk uitoefenen, vertoont veel overeenkomst met die der aard werkers. Behalve den vochtigen bodem, hebben ze het blootgesteld zijn aan weer en wind gemeen; bij beiden is dan ook de sterfte aan hartziekten (rheumatisme) en de acute respiratieziekten verhoogd. De omgeving, waarin de turfgravers en de aard werkers vertoeven, geeft aanleiding tot bezoedeling der handen met verontreinigd water, en daaraan schrijf ik toe de verhoogde sterfte aan typhus (ook bij de polderwerkers).

De mortaliteit aan digestieziekten (zie bleekers en ververs blz. ö2) overtreft ook het gemiddelde. Behalve hierin komen de turfgravers en aardwerkers nog overeen in de verhoogde mortaliteit aan ongeluk en zelfmoord.

De totale mortaliteit is bij beulen te hoog, het meest bij de aardwerkers; want bij hen is bovendien nog ver' hoogd de mortaliteit aan nephritis en carcinoom, doch vooral de sterfte aan tuberculose, voornamelijk in de jongste leeftijdsperiode, daar de zwaksten onder hen geen weerstand kunnen bieden tegen de nadeelen van het beroep.

kfdiiirrs en rondmi/ers leiden een ongeregeld leven, blootgesteld aan weer en wind en alcoholisme; dit verklaart dan ook hun ongunstigen toestand. Slechts de sterfte aan digestieziekten en carcinoom bereikt het gemiddelde niet. In Engeland, waar ze gerecruteerd zijn uit de „wrecks of civilised societyquot;, is hun verhouding nog ongunstiger. Alle doodsoorzaken overtreffen daar het gemiddelde. Evenals bij ons komen er dood door ongeluk en suicide veelvuldig onder hen voor.

A rincr.t, Piilkriiilnifirrs. / {rslrllniisliitiiderii. A Icoholisme invloeden van weer en wind, zware arbeid (Oolk wijst o p

ocr page 68

56

hel veelvuldig voorkomen van lireuken ontler hen) verklaren ons linn verhoogde nriortaliteit aan iiersen-, nier- en hartziekten. De sterfte aan acute respiratieziekten is lager dan hij de kramers en rondventers, wellicht een gevolg van hun meerdere beweging en sterkere constitutie, na het ;?()sto jaar is de totale mortaliteit dan ook pas verhoogd, zoodat het eindcijfer slechts weinig het gemiddelde overtreft.

De sterfte aan tuberculose neemt met den leeftijd toe.

Spoor-, Tranihriniihfcn, ('ondiiclrins, Marliniisfcn hebben met de spoor- en trnwnrbriilcrs gemeen, dat ze veelvuldig blootgesteld zijn aan ongelukken. Onder de eerste groep is de mortaliteit hooger dan onder de laatste, bij wie ze zelfs onder bat gemiddelde blijft, hetzelfde geldt voorde tuberculose.

Het is weder de beweging, die het verschil duidelijk maakt. Lichaamsbeweging, die voor de conducteurs en machinisten uitgesloten, liet den spoor- en tramarbeiders mogelijk maakt de koude te verdragen.

Nephritis is bij de arbeiders meermalen doodsoorzaak dan bij de conducteurs en macbinisten, de vochtige bodem^ waarop ze moeten arbeiden, is daaraan zeker niet vreemd. Daarentegen is de sterfte aan hart- en digestieziekten weer hooger onder de conducteurs enz.

Velen hebben gemeend, dat bet beroep der machinisten praedisponeerde voor zenuwziekten; Atkinson (Arlidök p. rJtii is het daarmede niet eens: ofschoon onder onze cijfers ook anderen dan machinisten begrepen zijn, deel ik toch mede, dat die doodsoorzaak bij ons niet is verhoogd.

Daap'utegeu zegt Rotii ('.gt;), dat behalve ongelukken, ziekten van zenuwstelsel en van hart (mortaliteit daaraan bij onze conducteurs enz. verhoogd) veelvuldiger bij treinpersoneel voorkomen dan onder andere takken van dienst.

In het jaar 1!S87 was de steilte van bet „Zugbegleitungs-Personalquot; werkzaam bij de „Vereiu deutscher Eisenbabn-Venvaltungeuquot; 1 l.H op lOOO levenden tot bet oO j^iai ,

ocr page 69

O i

tegenover een sterfte van 7.80,'oo bij liet ,,Stations-Personal.quot;

Is het vertoeven in de bnitenluclit den strantvegers cn (isihhirheilen eensdeels gunstig, omdat daarin de stof spoedig dooiquot; wind wordt weggedreven (mortaliteit aan tuberculose gering), anderdeels stelt die hen bloot aan weersinvloeden, zoodat de sterfte aan acute respiratieziekten en hartziekten (rheumatisme) dan onk belangrijk is verhoogd. Hun totale sterfte is gunstig.

linrf- cn tclpfirnifihettellcrs. Ifiin totale sterfte is hoog vooral op den leeftijd van het 36ste tot het 50ste jaar' veroorzaakt door phthisis, die in die periode een belangrijke doodsoorzaak vormt. Het snel loopen in weer en wind. telkens afgewisseld door rust tot afgave der brieven, verklaart hun toestand volkomen; de sterfte aan acute respi-ratieziekten overtreft zeer het gemiddelde, evenzeer die aan ongeluk en zelfmoord; de cijfers voor sterfte aan digestie-ziekten en aan carcinoom zijn ook te hoog.

DMcr.s. In ons land en in Engeland is hun toestand gunstig. Het vertoeven in de vrije lucht verklaart hun geringe mortaliteit aan tubemiiose.

Alleen hun te hooge sterfte in ons land aan digestie-ziekten en aan ongelukken, dit laatste niet onverklaarbaar, trekt de aandacht.

Over de Tit:? Sclniiiphrrdrrs wil ik slechts dit zeggen, dat het \ erhlijt in de l'uitenlucht, en dientengevolge in weer en wind zonder eenige werkzaamheid ^vergelijk de dekkers), verklaren kan de geringe sterfte aan tuberculose en de hooge sterfte aan acute respiratieziekten. Opvallend is, dat dood door ongeluk en zelfmoord zoo veelvuldig onder hen voortkomt.

Poli/ie pu hnnnhrccr vertoonen een gunstigen toestand, niettegenstaande ze, dikwijls ook des nachts, blootgesteld zijn aan weer en wind. Hun geringe sterfte aan phthisis hangt samen deels met selectie, deels met het verblijf in de buitenlucht.

ocr page 70

De sterfte ami liart- (rheiuniitisnie) en hersenziekten, en aan carcinoom is belangrijk liij iien verhoogd. 1)0(mI door (ingt'lnk en zelfmoord komt veelvuldig voor.

Holmks t'ii Gokiion Hkown, achtereenvolgens geneeshee-ren «Ier „Metropolitan police forcequot; en ..city of London Policequot; deelen mede, dat. ofschoon rheiunatismedikwijls.acuut rheumatisme en hartziekten zelden ziekteoorzaken onder hen vormen, wat dus met onze verhoogde sterfte aan hartziekten in tegenspraak is: maar onder onze gegevens is ook de brandweer begrepen. Nierziekten waren volgens Brown dikwijls oorzaak van dood onder hen, doch phthisis weinig, dit laatste komt dus met onze geringe sterfte daaraan overeen.

Voor zoover vergelijkbaar, deel ik mede. dat van 1874 tot '84 onder de ..Metropolitan police forcequot; van de 100 sterfgevallen veroorzaakt werden door phthisis 33,7 (Nederl., politie en brandweer acute ademh. ziekten 15,1 (Nederl. 11,1) hartziekten 8 (Nederl. 6,7); hersenziekten 7.3 (Nederl. 11,1); nierziekten 3,3 (Nederl. 3,7); typhus (Nederl. 0.74); ongeluk 5,8 (Nederl. ongeluk en zelfmoord 9,6).

KrjyKuexe.n. Onze statistiek is in tegenspraak met Bkh-tillox's verklaring |1). dat. „malgré les progrès de l'hygiène militaire, Ie métier des amies est encore assez insalubre.

Op alle leeftijden is zoowel de totale mortaliteit als die aan tuberculose onder het gemiddelde. Maar vergeten we niet, dat onder de militairen de zwakken zullen afgekeurd worden, en zoo de mortaliteit wordt verminderd.

Toch overtreft de sterfte op den leeftijd van 18 tot ^4 jaar aan hersen-, digestie- en acute respiratieziekten en die aan typhus en ongeluk en zelfmoord het gemiddelde:

.r ■ , , jv *■ -ii Aentr RéHitinttie- ! Typhus on aiinh. ! Oitiroliikken,

Hersenziekten. ItigestiezieUen. zi„ki,.„. K..„rlt;s. | Zrffiu.mr.l.

j jroiaiJtl. gomiild. j l'ciiiidiI. i ^einiild. j u't'iniilil.

: |

0,quot;G 4.'(10 0,:{4 quot;/0# |lt;»,;w quot;..... 0,!Ki quot; OM quot;/„„j 0,30 quot;ƒ„,! 0,9« quot;■■,«! 0,50 quot;

ocr page 71

Kan de verhoogde mortaliteit aan hersenziekten en acute resplratieziekten ook in verbaiiii staan met liet maken van lange marschen? liet optreden van insolatie is dan geen zeldzaamheid, die dan wellicht ais dood aan hersenziekte werd gehoekt. Maar evenmin is dan een te snelle afkoeling 11 ui ten gesloten van het verhitte lichaam, waardoor acute respiratieziekten kunnen ontstaan. Dat de totale sterfte desniettemin onder het gemiddelde Nijft, is dan ook toe te schrijven aan het feit, dat de tuberculose op dien leeftijd zeer weinig als doodsoorzaak under hen optreedt.

Ook in het Kngelsche leger blijft de sterfte onder het gemiddelde (Mavo Smith 4^) en bedroeg in 18S7: 6,(58 op 1000 levenden. In het Pruisische leger was de sterfte van 1846 tot t».quot;? 9,49. Volledigheidshalve deel ik mede, dat de mortaliteit in het geheele Duitsche leger in 1S7U en'71, bedroeg 45,89.

Laiidboittrens en liiinlieden. Het verblijf in de frissche lucht en het geregeld leven maken ons hun gunstige verhouding, waarin alle statistieken overeenstemmen, duidelijk. Maar dat vertoeven in de open lucht gaat gepaard met blootgesteld zijn aan weersinvloeden, die een uiting vinden in de verhoogde sterfte der landbouwers aan acute respiratieziekten, terwijl onder de tuinlieden de sterfte aan nierziekten iets is verhoogd; met het laatste stemt Oolk overeen, want overlijden er onder de landbouwers 2'2 aan nephritis, dan bedraagt dit aantal onder de tuinlieden 39. Als men ziet, hoe langdurig tnhiliedeu soms op hunne knieën in de vochtige aarde kunnen liggen, bezig met wieden of planten, dan verwondert ons dit niet. (Jok de sterfte aan typhus is onder hen verhoogd (Verg. aardwerkers blz. 55). De sterfte aan tuberculose is bij beiden ver onder het gemiddelde; zoowel bij ons als in Kngeland en Zwitserland. Kummf.r (501 geeft de volgende tabel, waarin uitgedrukt is. hoeveel van 1000 levenden er aan Phthisis overlijden.

ocr page 72

Landbouwers

Artsen 23.0 „Gast wirtequot; 25.8 Leeraren 29.4

Slagers ;-!2.8 Bakkers 33.3 Steenhouwers 08.(1


We vinden overeenstemming van onze statistiek met de Engelsche, voor zoover de sterfte der tuinlieden betreft, aan hart-, respiratie- en digestieziekten, die zelfs te iioog is bij de Engelsche landbouwers; maar ook die aan phthisis is geringer dan bij de landbouwers; trouwens zoowel bij ons als in Engeland is de toestand der tuinlieden nog gunstiger dan die der boeren.

In zeer geringe mate overschrijdt de mortaliteit der Pa-rijsche tuinlieden pas na het 4^~,0 jaar het gemiddelde.

Tc iratcr, dus altijd nog in de vrije lucht, worden de navolgende beroepen beoefend, waaraan gemeenschappelijk is de verhoogde mortaliteit aan ongeluk en zelfmoord,maar op ongeluk valt hier de nadruk.

Biiiiiciischcefirriarf. Het walwater, waarvan de schippers, zoowel bij h^t reinigen van zich zelf, als van hun vaatwerk gebruik maken, verklaart de te hooge sterfte aan typhus

De geringe mortaliteit aan tuberculose is afhankelijk van het bijna voortdurend vertoeven in de buitenlucht. Hun totale sterfte is dan ook onder het gemiddelde.

De qcxtKfi'ocrdi'rs, looilseti cu slinirlipdrn (zeevaarU verschatten ons geen groote getallen, maar die toch voldoende zijn om in tegenoverstelling der matrozen te bewijzen, dat zoowel de totale sterfte als die aan tuberculose veel geringer is, en zelfs gunstig is te noemen.

Bij de umtroxoi rn hoolst/cilen overtreffen alle cijfers het gemiddelde; de sterfte aan tuberculose is te hoog op alle leeftijden, maar met betrekking tot de hooge totale mortaliteit is ze laag (op 100 sterfgev. 26.2 aan tuberculose, gemidd. 37.6.)

De verhoogde mortaliteit aan digestieziekten (dysenterie) en die aan typhus en aanhoudende koorts zullen in verband staan met de havenplaatsen, die werden aangedaan.

ocr page 73

til

Invloeden van weer en wind (rheumatisme, hartziekten), verwisselen van de warme kajuit voor het konde dek (acute respiratieziekten), losbandigheid, als ze hier of daar aan wal vertoefden (nierziekten, waaronder aandoeningen derorgana nro-genitaiia ressorteeren) geven ons rekenschap der belangrijk verhoogde mortaliteit.

De 9(.)4 Mruliiiiislcii rn S/okrrs (zeevaai't) doen in hun sterfte een zeer ongunstige verhouding kennen, die geen verwondering wekt, ais men weet, dat ze uit zeer heete maciüne-kamers zonder eenige voorzorg naar het koele dek komen om zich te verfrisschen, en bovendien vele verkoelende dranken tot zich nemen.

Ik beschik niet over buitenlandsche cijfers, daarom dit slechts over hun morbiditeit. Walter Wijman (51) zegt, dat van de 40 stokers, die hij toevalliger wijze aantrof, slechts 10 waren, die niet pneumonie, pleuritis of haemo-ptoë hadden gehad.

Ondanks de gevaren en het ruwe weder, waaraan ze door hun beroep zijn blootgesteld, hebben de Vis.srlicra een der gunstigste sterftecijfers. Toch ondervinden ook zij de nadeelen van het gemis aan goed drinkwater, daar de mortaliteit aan typhus verhoogd is; de sterfte aan digestieziek-ten is ook te hoog. Arudoe beweert, dat maagziekten niet zelden onder hen voorkomen; de betrekkelijke sterfte aan digestieziekten overtreft dan ook in Engeland het gemiddelde, wat dus met onze cijfers verband houdt; en wellicht toegeschreven moet worden aan ondoelmatige voeding tijdens het verblijf op zee.

Overigens komen, wat de sterfte aangaat, de Engelsche visschers met de Nederlandsche overeen; behalve in die aan hartziekten, die belangrijk onder de eersten zijn verhoogd (vergelijkende sterfte daaraan 153, gemiddeld 1^0). Ogle uit het vermoeden dat ze een gevolg kunnen zijn óf van rheumatisme door de koude en vochtigheid ontstaan. {Verg. de matrozen) óf van de plotselinge lichamelijke inspanning;

ocr page 74

doch ook spreekt hij van oen psychischen factor (zie blz. 48) li.I. van 'len angst, waaraan de visschers door de omringende gevaren voortdurend zijn blootgesteld.

De reine atmosfeer, waarin de visschers vertoeven moet naast de selectie verantwoordelijk gesteld worden voor de geringe mortaliteit aan tuberculose. lgt;it had ook Ogle getroffen. en daarom stelde hij de volgende tabel samen, waarnaast ik. ofschoon ile leeftijdsklassen van onze statistiek niet met de Engelsche overstemmen, tot een eenigszins ruwe vergelijking ile Nederlandsche cijters plaats.

Vergelijkende sterfte aan Phthisis en Respirntieziekten.')

Engeland 2.'»-rgt;ó ('Sl-'H-h. XoUorl. looftyl 18-Wgt; ^'01- Oó).

Enu-ol.

lisis. Nwlorl.

Ues|gt;iratie/.iekten.

'waarvan

hngel. Ne«lorl.

Acuto

IMithi.-is on Hos]lt;iratioz.

NCMIofI.

Visschers

55

t)7

4.')

33

30

100

100

Tuinlieden

61

8H

56

44

38

1 17

130

Landbouwers

Hi

91

79

65

55

141

156

Kolenmijnwerkers

H4

30

1(12

37

30

166

67

Kruideniers (Eng.)

Winkeliers in het

84

73

59

42

34

143

115

algem. (Nederl.)

Timmerlieden en

Schrijnwerkers

103

142

49

38

170

191

Bakkers

107

104

94

46

36

201

150

Metselaars

127

1(H)

102

68

55

22'. •

177

Wolwerkers

130

100

104

54

39

234

154

Katoenwerkers

i;{7

127

137

67

46

274

194

Kleermakers

144

20'.»

94

53

89

238

262

Boekdrukkers

238

267

84

45

40

317

312

Ook uit de Nederlandsche cijfers blijkt dus, dat de mortaliteit aan tuberculose onder de visschers het kleinst is on-

*) lift «loc! v;iii «loze tabel is alleen (ini de, in vergelijking met andere beroepen, geringe sterfte der vissehers aan tnbermlose aan te toonen; geenszins om de Kngelsehe en Xederlandselie sterfteeijfei's direct met elkaar te vergelijken.

ocr page 75

dor de met hen vergeleken beroepen, uitgezonderd de kolen-mijnwerkers, wier getallen erhter ontleend werden aan slechts 1080 levenden. Voor zoover onze cijfers voor tuberculose hooger dan do Engelsdio zijn; mogen wij niet vergoten, dat ze reeds betrekking hebben op een jeugdiger leeftijd; een leeftijd. waarin juist de tuberculose veelvuldiger doodsoorzaak is (zie tabel no. 1 gt;.

De Engelsche cijfers voor de respiratieziekten overtreffen belangrijk de onze, omdat naarmate de leeftijd hooger wordt, do mortaliteit daaraan toeneemt. In ons land b.v. sterven er op 1000 mannon jaarlijks aan acute en chronische ademhalingsziekten te samen, gemiddeld:

Op den leeftijd van is tot l'4 jaar ......

„ „ „ •• 25 „ 35 „ 0,94quot; n n » ,, 36 „ 50 „ 2,470/on.

Stelt men. dat er gemiddeld 100 mannen aan ongeluk en zelfmoord overlijden, dan is het ovoroeiikomstige getal voor de Engelsche visschers 204 en voor de Nedorlandsche 185.

(i. I Ir roepen. inmiiii (jearheid wordt mrt ronr de geioudhrid nadeelifir sloffen.

Do Clietinxche nijrerheid omvat zoovele beroepen, voor do gezondheid van zoo'n uiteenioopend belang, en bovendien heeft men in het eene land er industrieën onder gerekend, die in hot andere er niet bij opgenomen zijn, dat een bespreking hiervan van weinig nut zon zijn. Daarom slechts dit: Parijs en Zwitserland vertoonen, evenals ons land, een gunstige verhouding; dit geldt. wat Zwitserland en ons land betreft, ook voor de sterfte aan tuberculose. Bij ons overtreft alleen de dood aan ongeluk en zelfmoord het gonhddelde.

Onder de loodwit fabricage, waarbij ont wikkeling is van zeer schadelijk stof, komt wisseling der werklieden, juist om het nadeoüge, zeer veelvuldig voor, zoodat hiervan dan ook geen afzonderlijke cijfers te geven zijn.

Loodi/ictcrs en Schilders bewijzen nit de verhoogde sterfte

ocr page 76

64-

aan nephritis, dat de omgang met looi! niet zonder nadeelen is. Engeland's statistiek steunt doze meening; want is de gemiddelde sterfte aan ziekten van het Uropoetisch apparaat 41, dan is tieze voor de loodgieters en schilders te zamen 100. In Buda Pest bedraagt de mortaliteit aan Morbus Bright gemiddeld US0/» van de geheele sterfte, maar bij do schilders 2,öquot;„; in Parijs (14) is de mortaliteit aan nierziekten bij de schilders 12quot;,,,, en laat me ter vergelijking nemen, bij de schrijnwerkers 1.8quot; „ van de geheele sterfte. Ogle (8) onderscheidt bovendien nog een rubriek „sterfte aan satur-nisme,quot; en ook daarin nemen de schilders en loodgieters, na de vijlenmakors. die hunne vijlen op een onderlaag van lood bewerken, de hoogste plaats in:

Vijlenmakors 4(it) per miliioen levenden.

Schilders, loodgieters 224 „ „ „

Aardewerkmakers 152 „ „ „

Drukkers 27 „ „ „

Alle overige mannen 4 ,, „ „

De gelegenheid om met lood in aanraking te komen, is dan ook niet gering. Bij de loodgieters het blootgesteld zijn aan dampen van gesmolten lood (Arliijge) en het hantee-ren van lood; bij do schilders het bereiden van loodhoudende verven (chromaat, loodwit) en het droog afschrapen van oud schilderwerk, waardoor loodhoudend stof ontstaat.

Eindelijk bij beiden het tot zich nemen van voedsel met ongewasschen handen.

Loodgieters en schilders hebben bovendien nog gemeen het te hooge cijfer voor dood aan ongeluk en zelfmoord. Bij het schilderen van spoorwegbruggen bij ons te lande komt het herhaaldelijk voor, dat de werkman van den steiger valt en verdrinkt. Het vergelijkend sterftecijfer van dood door ongeluk bedraagt in Engeland voor de loodgieters en do schilders 7;i (gemiddeld is het H7).

Nu de punten van verschil: do loodgieter werkt in hot algemeen meer buiten, en de schilder binnen, en bovendien nog on

ocr page 77

65

der meer stofnnt wikkeling, waarvoor het polijsten van reeds geschilderd werk met imimsteen ol' zandpapier berucht is. l»it vindt een uitdrukking in de sterfte aan tuherculose, die hij de loodgieters onder, hij de schilders boven het gemiddelde is-

De totale sterfte fier loodgieters bereikt dan ook het gemiddelde niet; maar de sterfte aan digestieziekten overtreft het; in hoever hiervoor loodkoliek moet aansprakelijk gesteld worden, is de vraag; daar Sommkhfkld verklaart, dat slechts in O.quot;) tot 1quot;/« van alle gevallen van loodkoliek een laetaal einde optreedt.

Onder de Kngelsche schilders en loodgieters bereikt de sterfte aan digestiezieklen juist het gemiddelde, terwijl die aan hart- en zenuwziekten en aan Jicht te hoog is. De relatieve sterfte aan circulatie- en hersenziekten overtreft ook in Buda-Pest bij de schilders het gemiddelde. Hierbij kan men aan arteriosclerose als gevolg van lood, denken.

De meer ongunstige toestand der schilders vindt men ook in Duitschland. En wat betreft de betrekkelijke sterfte aan tuberculose, deze is zoowel in ons land, als in Duitschland en Buda-Pest hij hen te hoog. Ik vermoed, dat niet alleen het be roep, maar deels ook de selectie hiervoor verantwoordelijk is.

Pc lidiulrlddrs i ii ju/uil.iiiitm ran hier rn alcohol en hcdic-nend personeel. Dezen hebben gemeenschappelijk, dat ze meerendeels even goede, soms zelfs betere, afnemers zijn van hunne waren als de klanten. Dit is een der oorzaken, die hun mortaliteit zoo hoog maakt.

De liell/iers vertoonen een ongunstige verhouding, waarvan de oorzaak niet ver te zoeken is. Zo vertoeven een groot deel van den dagen ook quot;savonds in staande houding, in een atmosfeer, verontreinigd door alcohol- en nicotine-dampen, terwijl liim leven niet altijd even ingetogen is.

De „Inn and Hotel Servantsquot; hebben een mortaliteit, die tweemaal groot er is dan het gemiddelde.

Onder de hicrhiiishouders en tapj/ers behooren velen, die voor andere beroepen ongeschikt waren. Vooral ook de tappers

ocr page 78

66

vertoeven in zeer slecht geventileerde lokalen, vooral in de stellen. Dr. Farr zegt dan ook, dat de tappers, evenals de slagers, in Londen een hoogere mortaliteit hobben dan op het land. •

De sterfte der Engelsche tappers is anderhal finaal die van het gemiddelde.

De hotel- en logementhondrrs hebben, niettegenstaande hun betere sociale positie een sterfte, die nog hooger is dan die der kellners; daarvan is vooral de oorzaak liun hooge sterfte aan hersenziekten. In Parijs, en ook in Zwitserland, is hun sterftecijfer even ongunstig. Bij ons is de sterfte aan tuberculose zelfs onder het gemiddelde, evenals bij de „Gastwirtequot; in Duitscliland, wier totale sterfte trouwens ook onder het gemiddelde blijft. In Zwitserland echter, wellicht omdat men de tappers niet hen te zamen nam, overtreft de sterfte aan tuberculose het gemiddelde.

De fabrikanten ran alcohol, distillateurs en bierbrouwers hebben een meer gunstigen toestand. De laatsten daarom, omdat ze niet, zooals de tappers zoowel bier als jenever drinken, maar bier alleen. Immers Neison stelt gemiddelden levensduur na het begin der onmatigheid voor bierdrinkers op 21.7 jaar, voor jeneverdrinkers op 16.7 en voor hen, die zich aan beide te buiten gaan op 16.1 jaar (Ar-lidge p. 152).

De sterfte aan tuberculose onder de bierbrouwers overtreft weinig het gemiddelde; en onder de fabrikanten van alcohol enz. is ze zelfs gunstig te noemen.

Tellen we alle dezen eens te zamen, waardoor men te beschikken krijgt over een getal van 13676 individuen, van wie, den goeden niet te na gesproken, vele alcoholisten zijn, dan blijkt, dat op 1000 levenden per jaar in ons land de sterfte aan de opgegeven oorzaken is, zooals de onderstaande tabel aangeeft.

• 1 ' Tvphus. aanh. n • ... Niorz. en Z. v.

rvaoinu» enz. ' Carcinoom, i ( hngt;n. Adomhz. i *■ Koorts. 1 Orir. ITroironit.

0,13 0,19 0,45 0,48 0,61

gemiddeld; 0,15 0,22 j 0,28 j 0,27 i 0,37

ocr page 79

07

Hurt/U'kten cm» KImmiiii.

Oni^oluk, Zolfmooni.

1 liwstii'/..

Acuti* A'li'inh.z.

1,20 0,49

1,47 1,10

0,1)4 0,;-)7

it,04 (t,quot;)!'

(i.S.')

gemiiJdelfl

Van 'Jó-.'JTi jaar.

iroinMd.

Van

jaar. irornilt;l«l.

Van jaar.

1 gomidd.

Totaal.

gomidd.


3,07 8,42 i 4,82 1 8,15

Tnberr. on Diabetes,

Totaio sterfte.

4,08 2,76 4,88 8,08

5,40 6,62 9,68 7,01 15,12 10,52 11,85 .s.2lt;l

We zien dus, dat de mortaliteit aan carcinoom, acute en cl ironische ademhaiings-, nier-, hersen-, digestieziekten en aan ongeluk en zelfmoord het gemiddelde overtreft , en dat de sterfte aan typhus enz. en pyaemie dat niet bereikt. Voor zoover vergelijkbaar, vindt men overeenstemming in 0(tLE's(.S) tabel.

Vergelijkende sterfte in Engeland van Tappers, Bierbrouwers en Mannen in het algemeen. (Leeftijd 25 tot 0') jaar).

Ziekten.

Tappers.

Bierbrouwers.

Alle mannen.

Alcoholisme

55

25

10

Leverziekten

240

96

- 89

Jicht

18

9

3

Zenuwziekten

200

144

119

Suicide

20

11

14

Ziekt, van Uropoet. Syst.

88

55

41

Ziekt v. Circulatie App.

140

165

120

Phthisis

295

834

220

Respiratieziekten

217

236

182

Ziekten Digestie app.

87

40

88

Ongeluk

45

64

07

Alle andere oorzaken

170

176

147

Te Zamen

1521

1861

1000

ocr page 80

68

Do hoogoro mortaliteit der Engelsche bierbrouwers aan circulatie-en respiratieziekten wenscht Arlidue toe te schrijven aan het feit, dat zo meer aan teinporatunrsinvloeden en vochtigheid zijn blootgesteld dan de tappers, en er bovendien meer lichamelijke inspanning van hen wordt geëischt.

Bij al die overeenkomst, vooral wat betreft do verhoogde sterfte aan hart-, hersen-, en nierziekten, levert de mortaliteit aan leverziekten een punt van verschil. Prof. Pel (46) deelt mede, dat er van 8820 patiënten gedurende 1880 tot '00 in liet Amsterdamsche gasthuis verpleegd, slechts 5.quot;5 aan levercirrhose hadden geleden, en dat in een stad waar onder de bevolking, dio haar zieken naar het gasthuis ter verpleging zendt, alcoholmisbruik niet zelden voorkomt.

Dr. Muikhead bestudeerde de cijfers ontleend aan verzekerden uit ile klasse der wijnhandelaars, bierbrouwers, herbergiers en allen, die met de bereiding en verkoop van alcohol in verband stonden; en vond zoo dat hart-, nier- en leverziekten, apoplexie en carcinoom als doodsoorzaken het gemiddelde overtroffen, terwijl phthisis, pneumonie en diges-tieziekten, daar beneden bleven.

Behalve de andere punten van overeenkomst treft ons hier de verhoogde mortaliteit aan Carcinoom.

Buda-Pest kan ons wederom slechts relatieve cijfers verschaffen. Van 1882 Int '90 overleden er 046, die als bierbrouwers, distillateurs, als „Wirthequot;' of als kellners waren werkzaam geweest. We zullen hun toestand vergelijken met dien in Engeland en bij ons te lande.

Op 100 overledenen waren gestorven aan:

'/•nmwiiliHi. CnxnUtiez. Phthisis. Di^eslifzifkun ['/• rro|i. a|ijJ Ttphiis. Anno adrmli./.

Tappare

Eagelautl (25—(gt;•') j.) Uiurliiuuwfis 3.Sj 2,1 4,31 4,8 S,(gt; 4,5l l.(i 2,(1 12,4 14

Buda Pest (li. !.quot;)].) IS IL' li,.quot;, ü.l :!s.l lo.l 7,;j Nederlanil (IS-'K) j.) In.I Ü l 4.5 oT,li; quot;), l fi,l{

An I lin.i.

1 .Vinr rii t'liron.

14,3;


ocr page 81

♦)«)

Hieruit blijkt dus «Ie overeenstemming, die er is tusschen Buda-Pest, ons land en gedeeltelijk ook Engeland, wat betreft de verhoogde relatieve mortaliteit aan zenuw-, nieren hartziekten.

De relatieve sterfte aan jihtliisis bereikt voor deNederland-sclie tappers, bierbrouwers enz. en voorde Engelache tappers liet gemiddelde niet. Dit brengt dus Muirhead's mededeeling in berinnering, als zou bij de alcoholliandelaars phthisis in mindere mate doodsoorzaak zijn. Ook anderen hebben verband gezocht tusschen alcohol en mindere sterfte aan tuberculose. Gali.ez b.v. (Fiiller 80—p. 331) schreef de geringe sterfte aan phthisis onder de kolenmijnwerkers toe aan hun alcoholmisbruik. Neison verklaart in zijn „Vital Statisticsquot; (Aklidge p. 153) „phthisis as somewhat rare among the tradesmen in question.quot; En bovendien onder de Duitsche „Gastwirtequot; is ook absoluut de sterfte aan phthisis onder het gemiddelde. Nemen we nog eens de Engelache tappers. die den alcohol meer onverdund gebruiken dan de bierbrouwers, dan blijken de eersten een vergelijkende sterfte aan phthisis te hebben van 295 tegenover de laat-sten van 334 (gemidd. 220).

Ook is de sterfte aan pneumonie (bij ons acute ademhalingsziekten) betrekkelijk gering, evenals aan typhus, die, we zagen het reeds, ook met de sterfte aan pyaemie volstrekt onder het gemiddelde blijft.

Eigenaardig, dat juist de sterfte aan bacterieele ziekten bij hen, die voor het meerendeel potatoren zijn. betrekkelijk gering is. Zou dit ook in verband staan met de antiseptische eigenschappen van den alcohol?

Eindelijk nog de verhoogde sterfte aan ongeluk en zelfmoord. In bierbrouwerijen zijn ongelukken geen zeldzaamheid; het vallen in kuipen met heet water of bier, explosiën bij het pikken der biervaten komen voor; in destilleerden jen ontstaan niet zelden brandwonden door het afnemen van den helm der distilleerketels; maar tappers, hotel- en loge-

ocr page 82

70

menthouders on kellners zijn bijna niet aan ongelukken blootgestekl. 'i'ooli liebbon do drie laatsten daarvoor een stRrflecijfer van dat ik niet aarzel aan zelfmoord

toe to sciirijvon. Ook onder do Hngelscho tappers is zelfmoord niet zelden.

Vuiledigiioidshalve nog de vorgolijkondo storftocijfers voor enkoio ziekten van zeven beroepen, die in Engeland om hun alcoholisme bekend zijn (leot'tijd 25 tot lt;i5 jaren).

O

!sj

5gt;j

n:

O

».

to

-h

s

'St

M

5

Gemiddeld

1 19

14

120

41

39

10

• gt;

O

67

Bakkers

136

26

131

40

4lt;;

15

9

21

Handelsreizigers

139

31

100

44

ti i

23

O

36

Kleermakers

144

16

127

45

48

1 1

4

18

Koetsiers

134

16

160

65

54

11

84

Slagers

139

-gt;3

132

55

96

23

5

35

Schoenmakers

122

17

114

44

32

4

1

17

Kramers en

Rondventors

207

44

227

69

47

19

3

53

ocr page 83

71

Dat fjcpriisioiinrrrtlri/ een hooge mortaliteit hebben is niet vreemd; immers de meesten, die onder het ü04to jaar ge-pensionneerd worden, werden dat juist, omdat ze lijdende waren.

Ongunstig is ook do toestand der herocploosru.*) Hun mortaliteit is bijna tweemaal de gemiddelde; een verhouding, die veel overeenkomt met die» in Engeland, waaiquot; lam ver-vergelijkende sterfte i'l.si bedraagt (gemidd. 1000). In Zwitserland is hun mortaliteit onder het -tOquot;'quot;' jaar zelfs viermaal de gemiddelde.

\ elen onder hen konden dan ook om ziekte geen beroep kiezen; doch anderen deden het niet, omdat ze liever hun tijd in lediggang doorbrachten met al de gevolgen van dien.

) In lt;le Inleiding tot de -1 itkomsten der BeroepstelliDg in het Koninkrijk dei Nedeiiaudenquot; s Uravenliage IS!irgt; vond ik vermeld, dat hiertoe behalve de »renteniers ook behooren, de personen. welke ondei houden worden door den arbeid van in eenig ambt, beroep of bedrijf weikzamen.

ocr page 84

HOOFDSTUK IV

BESLUIT.

Recapituleerende zagen we dus:

dat er in hoofdzaak overeenstemming bestond tussehen onze statistiek en «lie van het buitenland, wat betreft het ;d of niet gunstige van vele beroepen, of met andere woorden; dr Xi/lrrlfniflsclic statistiek l,im mei ijroote iranrsri/ijiiltjl:-hrid betro?iirlgt;afir ironien fienoetud.

dat de Nederlamische cijfers in tabel no. 2, behalve in 10 beroepen (te weten: architecten, behangers, boekbinders, ge-neesheeren, liandelsreizigers. koetsiers, kleermakers, schoen-makfis, stucailoors en tappers) nooit de ongunstigste plaats innamen. In vergelijking met de Kngelsche vallen de Neder-landsche cijfers, die de land- en tuinbouw en ile geestelijken betreffen, ofschoon op zich zelf gunstig, ten onzen nt-deele uit.

Daarentegen nemen de mijnwerkers, inachinefabricage, goudsmeden. tinunerlieilen,scheepsbouw, molenaars, bakkers, dekkers, winkeliers, wol- en katoen fabricage, touw- en papierfabricage, onderwijzers, binnenscheepvaart en visscliers zelfs de gunstigste of een iler gunstigste plaateen in. Bovendien vertoonen vele beroepen, die zoowel in ons land als in het

ocr page 85

buitenland insanitair bleken, in onze statistiek niet de ongunstigste cijfers, hiertoe: fabr. van naalden spijkers enz., kramers en rondventers, kellners, bierbrouwers en misschien ciok de beroeploozen. Ook de meubelmakers, sigarenmakers, zadelmakers, boekdrukkers en schilders kunnen, in het bijzonder met de Duitsche statistiek vergeleken, de vergelijking wel doorstaan.

Krachtens de internationale vergelijking mogen we dus de navolgende beroepen voor on-hygiënisch1) verklaren:

Steenhouwers, fabr. van naalden, spijkers enz., koperen blikslagers, meubelmakers, draaiers, bakkers in de steden, sigarenmakers, zadelmakers, barbiers enz, boekdrukkers en letterzetters, boekbinders, kleedermakers, genees-heeren op hot land, bleekers en ververs, koetsiers, losse werklieden, kramers en rondventers, schilders, alcohol-handelaars en bedienend personeel.

Wij voegen hieraan voor ons land toe. de schoenmakers, diamantslijpers, behangers, kantoorpersoneel, architecten en bouwkundigen, reizigers in den handel, aardwerkers, turfgravers, schaapherders, brief- en telegrambestellers, matrozen, machinisten en stokers (zeevaart).

Ofschoon de volgende beroepen geen ongunstige totale mortaliteit vertoonen, acht ik ze toch met het oog op het ontstaan of het voortschrijden van tuberculose niet indifferent, te weten: timmerlieden, wagenmakers, metselaars, smeden en de textiele industrie, vooral de katoen nijverheid.

Gunstig mogen genoemd worden deze beroepen: geestelijken, onderwijzers, winkeliers, land- en tuinbouwers, scheepsbouwers, visschers en bij ons te lande ook de slagers.

1

1 Ik helj alleen die beroepen genoemd, waarover voldoende cijfers ter beschikking waren, en spreek dus niet van loodwitaibeiders, borstelmakers, bontwerkei-s enz.

Ook blijft biet buiten beschouwing, in hoever invloeden van selectie of van bijkomende omstandigheden (alcohol) hierbij in lut spel waren.

ocr page 86

74

Tn hot bijzonder .miiistii; mot het no^ op do sterfto aan tuberculose: land, on tuinbouw, scheepsbouw, binnenscheepvaart , visschers.

We zagen het rrrlxnid t/issrl/ni sterfte aan Inhrrrnlosr rn itiadeniiny run sirnistn/ (stoonhoiuvors, in geringere mate ook bij do metselaars); rnn ij-.erstof (smeden, on vooral als hot bewerken van ijzer gepaard gaat met ]io lijst en er van f'abr. naalden, spijkers enz); ran hnntstof (meubelmakers, timmerlieden); ran koprrstof (kopeiquot;- en blikslagers).

Het is waarschijnlijk, dat de booge stortte aan tuberculose bij sigarenmakers, boekdrukkers en letterzetters (zie noot blz. 39), boekbinders, diamantslijpers, kleedennakers en schoenmakers minder als een gevolg van het beroep als zoodanig (incidenteel), doch veel meer als gevolg van bijkomende omstandigheden (accidenteel) moet beschouwd worden.

Wij kunnen constateeren, dat over het algemeen hij hm die rertoeren in beperkte nmnte (b.\'. behalve de daar juist genoemden, goudsmeden, horlogemakers, behangers, zadelmakers, hoedenmakers, dienstboden, concierges, boekhouders, vrije beroepen), de tuberculose meer als doodsoorzaak optreedt, dan hij hen, die in de rrije atmosfeer arbeiden (landbouwers, tuinlieden, schaapherders, turfgravers, politie en brandweer, scheepmakers, dekkers, gezagvoerders ter zee, binnenscheepvaart, visschers.1)

Wij zagen de verbonf/de sterfte aan arnte ademhalingsziekten onder tien, die %ich mt nerkplaatsen met booye tempera-tnnr befje ren naar plaatsen met layere temperatnnr (machinisten en stokers, bleekers, ververs, werklieden in gasfabrieken en in fabrieken van naalden en spijkers, sigarenmakers, houtzagers), maar ook bij ben, die aan mrloe-den ran weer en irind \ijn hlootfjcsteld (schaapherders, koet-

1

De hooge sterfte aan tuberculose tiij de koetsiers, losse werklieden, matrozen is echter met betrekking tot hun hooge totale sterfte gering.

ocr page 87

éi)

siors, voorlieden, Insso workliodon, metsolaars, kramers en rondventers, brief- en telegrambestellers, iiardwerkors, turfgravers, hindbouwors, asclikaiiiedcii, matrozen,geneeslieeren op het land).

(ff in het algemeen: Xy. the een beroep beoefenen in de ojirn hielt/, slaan meer blmil om mm m ute mleinhiilitKisx iek-ten Ie orerlijilen, ilmi min Inbercnlose; en omijckeertl.

Vergelijken we den gunstigen toestand der landbouwers, tuinlieden, dekkers, schippers en voerlieden eener-zijds met den ongunstigen toestand der koetsiere, schaapherders, brief- en telegrambestellers en matrozen anderzijds, dan blijkt hieruit, dat een beroep in ojicn Inrhl beoefend sciihliiir nnii/ (/enoennl trorden, mils de inloefeninij maar yr-■sibirdl onder roorldnrende beireynuj, ■. ooduI iifl;oelini/ rim hel licJiaani trordl rermeden.

\\ ij zagen rerlmnd, (ofschoon bij sommigen ook invloeden van alcohol en zware lichamelijke arbeid niet te miskennen waren), niet alleen Inssrhen de rerhooyde slerfle aan harl-\ ielien (rin hel rheirnnli.stne) en refrigerdlie bij de volgende beroepen: metselaars, koetsiers, losse arbeiders, aardwer-kers, tnrtgras'ers, kramers en rondventers. kruiers, conducteurs en machinisten (spoor en tram), aschkarlieden, ]Kilitie en brandweer, matrozen, bleekers, touwslagers, machinisten en stokers (zeevaart); maar ook lusscben refrii/emlie en lehooge slerfle urm nier,-.ielien (behoudens weder de invloed van den alcohol enz. bij sommigen): koetsiers, losse arbeiders, aard-werkers, kramers en rondventers, kruiers, spoorarbeiders, tuinlieden, matrozen, machinisten en stokers (zeevaart).

Het is waarschijnlijk, dat de rerhooyde slerfle mm nier-\iehie bij loodt/ielers en schilders, en wellicht ook die bij de diamantslijpers een ijrroly is ran loodreryifli(/ina.

W e zagen h/jdnis als reelrnldn/e doodsooi xaak onder de schippers, visschers, koetsiers en voerlieden, en schreven die toe aan het ijebruik ran slecht drinkwater^ en onder de turfgravers, polderlieden, aardwerkers en tuinlieden meer

ocr page 88

7(5

dl* (jcvohj ran de bexoedrliny der handen met lerontreiniyd ltd Ier of veronlreinifjden i/rond en daardoor van het voedsel.

Uit de hooge sterfte der bleekers en ververs bleek ons hel sihitdeljl.e rnn hel rerhljf in rochlit/ wanne werkplaalsen.

Het vermoeden werd genit, dat er irellichl verband zou bestaan Insschen de hooge lenijieralnnr, waarin bakkers en koekenbakkers vertoeven en hun te hooge sterfte aan hersenziekten. (Vergelijk: stokers en machinisten, f'abr. naalden nagels enz., bleekers en Duitsche glasblazers).

Wij constateeren, dat xij, die Inroepen beoefenen gepaard met hersenarbeid en groole rerantiroordeljlheid reelrnldiger oeerljdeit aan hersen-.') nier- en hartziekten^ eareinooni en ielfmoord dan de gemiddelde mannelijke bevolking van gelijken leeftijd.

Ik releveer nog eens den samenhang Insschen alcoholisme en verhoogde sterfte aan hersen-, uier- en hartilekten, aan carcinoom-), aan ongeluk en \elfmoord\ en de betrekkelijk lage sterfte onder de alcoholisten aan phthisis, tyiihus, pyaemie en acute ademhalingsziekten.

Opvallend is liet, dat in vele beroepen verhoogde sterfte aan hersenziekten samenvalt mei vevhoogde sterfte aan {ongeluk of) zelfmoord. (Vb. hiervan de handelaars in alcohol; zie ook tabel blz. 67 en 70; de beroepen gepaard met psychi-schen arbeid, kooplieden, brief- en telegrambestellers, ge-pensionneerden, concierges, kramers en rondventers, die bijna niet, en handelsreizigers, huurkoetsiers, losse arbei-ders, kruiers, krijgswezen, politie en brandweer, stucadoors en diamantslijpers, die in meerdere of mindere mate wel aan ongelukken zijn blootgesteld. Dit doel vragen of bij vele dezer beroepen hersenziekten en clfmoord niet een uiting zjn van een xelfde oorxaak, zooals bij de handelaars in

') Vergelijk ook de ietwat verhoogde sterfte aan hersenziekten hij letterzetters en horlogemakers.

■•') Vergelijk ook koetsiers, losse werklieden, metselaars.

ocr page 89

alcohol van don alcohol, en hij de heroepen, waarin hersenarbeid wordt verricht , van dien hersenarheid.

Thans enkele practische conclusiën:

Het, verdient overweging aan een tuberculeus individu, dat een beroep wenscht en kan kiezen, den tuinbouw als zoodanig aan te bevelen.

Waar herhaaldelijk gewezen moest worden op losbandigheid of alcoholisme als oorzaken, die de sterfte verhoogen, daar is hel plicht de werklieden met al de ons ten dienste staande hulpmiddelen op de groote gevaren daarvan te wijzen.1)

Het is ook gewenscht de werklieden in kennis te stellen met de gevaren, die in elk afzonderlijk beroep, de gezondheid kunnen bedreigen, en soms op eenvoudige wijze waren te vermijden.*)

Waar ons de gunstige resultaten uit de verslagen v/d Insp. v'd Arb. duidelijk werden van de wettelijke regeling voor de inrichting der werkplaatsen van sigarenmakers en letterzetters, daar moet ik niet aandrang aanbevelen mi mtlelijke recjding in gelijken geest voor de inrichling ilrr wer!'iilcidlseii iler hocLlnmiers, L'lrcdei'it/cilci's, (iiduinulsiijkers en schoen nuilers.

Niet alleen, omdat we zagen, dat hel product ie-vermogen van den werkman eer verminderde dan vermeerderde, of, dat overmatig werken aanleiding gaf tot ongelukken en alcoholisme, doch vooral omdat langdurige arbeid de constitutie verzwakt, is het, dat ml een i/iji/ienisel/ ooi/pmif een [lOfjiini lol treilelijke rcyeiing ran den arheidsdiKj loeqe-jniel/l moei worden.

Het ware zeer gewenscht, ter wille voor de gemakkelijkheid en de zekerheid eener vergelijking, dat tusschen do statistici van verschillende landen op een eventueel

1

quot;it kan b.v. geschieden in fabriekcentia op daartoe belegde samenkomsten.

ocr page 90

internationaal statistisch-hygiënisch congres overeenstemming kon ontstaan omtrent ile invoering van dezelfde leeftijdsgrenzen, en omtrent een zeilde scherpe omschrijving van beroepen of heroepscomliinatiën in hun statistieken der beroepsterfte.

Indien de beroepsterfte weder eens een onderwerp van studie zou uitmaken, mogen mijne opvolgers dan slechts de gunstige cijfers bevestigen en het oneens met mij zijn wat de ongunstige betreft; maar daarvoor vragen we den steun van alle ontwikkelden; hij zij jurist tot volmaking der sociale wetgeving, hij zij architect tot verbetering van werkplaats of fabriek; allen ten slotte in samenwerking met den medicus tot verbetering der volksgezondheid, gedachtig aan het woord van Antonius Plus:

Snhts popnli, snprrtiifi h'.r!

ocr page 91

LITER ATUUK.

\ on Juraschek, Kititlusz der Berufsverliiiltnisze anf Erkrankung und Sterbliolikeit — Heft nr. XXIII; VI Internationaler Congresz fiir Hygiene mul Demographic zn Wien 1887.

J. Bertiixon. De Ia morbidity et de la mortalité par professions, Transactions of the VII int. Congr. of Hyg. and Demogr. Vol. X Div. (I 23.

Sommehfelti. Handbuoli dor t'ewerbokrankheiten I. Berlin 1898.

Verslagen van de Inspecteurs v/d Arbeid 1890 —'96. Zadkk. Hygiene der Jlüller, Backer, Konditoren.

w evl. Handbncb der Hygiene 1897 VIII.

Mosso i ni' MMidioRA. 1 ober die (icsetze der Erniiidung, Untersuchnngen an Muskoln des Monschen. Arch. f. Anat. und Physiol. iS9(). Physiologic. Geciteerd Sommki;-fki.n p. 40.

Schott. \ orhandlungen des Kongrcsses fiir innere Mc-ilizin 1890. (icciteerd So.mmkhfkm) p. 45.

ocr page 92

80

7. Sthümi'kli.. Specielle pathologie und Therapie.

8. Om.K. Mortality in relation to occupation. Transactions of the VII int. Congr. of Hyg. and Uem. Nol. X Div. 11 hi/.. 12 1892.

it. Roth. Allgemeine Gewerbe Hygiene und Fabrikgesetz-gebung NN kvi.. Handbuch der Hygiene ^ 111.

10. Vox Fikks. Boviilkerungslehro und - Politik. Leipzig 1898.

11. Kuusk in Bonn in Zeitsehrift fiir Hygiene und Infec-tionskrankheiten (25 Hand Leipzig I.S!»7). »I)ie ver-minderung dor Sterblichkeit in den letzten Jahrzehnten und iiir jetziger Stand.quot; Ueciteerd Vox Fiijks p. ITti.

12. Bijdragen tot de Statistiek van Nederland \ H. s(gt;ia-venhage 1898.

13. Annuaire statistique de lu ville dc Paris. Xe annóe 1889. Paris 1 s91. (Biz. 225 2M4. Paris biz. 225; Suisse biz. 228; Angleterre et Galles biz. 280.)

14. Annuaire statisti(|ue de la ville do Paris X\lc annee 1895. Paris 1897.

15. Jozef Kokösi. Die Sterblichkeit der Stailt Buda-Pest in den Jahren 1882 bis 18S5. Berlin 1888.

16. Jozkk Korösi. Die Sterblichkeit dor Haupt- und Re-sidenzstadt Buda-Pest in den Jahren 1886 1890. Berlin 1898.

17. Beitriige zur Sterblichkeit der gewerblichen Arbeiter. Tabel Ie III a; Sommkukkld. Handbuch der Gewerbe-krankheiten. Berlin 1898.

18. Pai.adixi. La litopneumoconiosi degli scalpellini e degli scultori, Giorn. d. r. Sue. it. d ig (1S9I) 1.5 Bd. 241 -267. Geciteerd Sommkkfki.d |). 190.

19. Gkkkxiiow. Second series of cases illustrating the pa-

ocr page 93

81

thology of the pulmonary tliscases. London 1865/6(i and 1868/69. Geciteerd Sommkrfku) p, 181).

Meixkt,. Ueber die Erkranknng der Lungen durcli Kie-selstaubinhalation. Erlangen 18(59. Geciteerd Sommer-feld p. 186.

Popper. Lehrbach der Arbeiterkrankheiten and Gewor-beliygiene. Stuttgart 188quot;J. (Geciteerd Sommerkeld p. 202.

Peacock. On the french millstone-maker's phthisis. Brit. Rev. XXV 18()i). Geciteerd Sommerfkld p. 191'.

Arudoe. The hygiene, diseases and mortality of occupations. London 1892.

Beveridge. On the occurrence of phthisis among granite masons Brit. Med. Jomn. 1876. Geciteerd Sommerfkld p. 191.

Sonne. Hygiene der keramischen Industrie. Weyi.. Hand-buch der Hygiene VIII.

Halter. Ueber die Immunitat von Kalkofenarbeitern gogen Lungenschwindsucht mit therapeutischen Vorschlii-gen. Berliner Klin. Wochenschr. 1888 no. ;J6, H7, 38. Geciteerd Sommerfei.d p. 214.

Grab. Ueber die Immunitat der Bevölkerung mit kalk-industrie gegen Lungenschwindsucht. Prager medic. Wochenschr. X\. S. 290. Geciteerd Sommerfeld p. 214. La yet.-Mei nel. Allgemeine und specielle Geworbepatho-logie und Gewerbehygiene 1N77. Erlangen j). 143. Geciteerd Sommerfeld p. 21N.

Hirt. Die Krankheiten dor Arbeiter. Band 1 p. 133. (ieciteerd Sommerfeld p. 219.

Fuller. Hygiene der Berg- und Tunnelarbeiter. Wkyl. Handbuch der Hygiene VIII.

ocr page 94

81. Univ. Cholï'ia, próservation et traifement par le cuivre.

K. Oaz. ties liö|)itaux isti.quot;). Geoitcerd S(immkhfki.i) p. 451.

82. Kocukkontaink Maladies 6piilómi(|ues chez les cuivriers de Villedieu. Compt. rend. Soc. de biol. Paris 1884, 1. p. 18- Ui. (ieciteerd Sommkufki-o ]). 451.

88. Oi.ukmmikit. Alurbiditiits- imd Mortalitiltsverliiiltnisse der Metallschleifer ia Suliiigen utid Unigegend, Kemscheid und Kronenberg.

Centraiblatt f. alif,r. (iesundlieitspflege i88il S. 288. Geciteerd sommkufki.i) p. 855.

84. Fox. Industrial conditions and vital statistics of operative bakers. Economic Journ. March 1884, 100 f. f. (ieciteerd Zadek; Wkvl VIII p. 585.

85. Berichten des Verbandes der Genossenschafts-Kraiiken-bassen Wiens (1S!)0—'98). Geciteerd Zadkk; Wkyi. \III p. 585.

8(). Ki.v. New-York Medical Journal (vol XXXI |). 8(57, 1880) Geciteerd Ahi.iiihk p. 8!lI.

87. SciiNKi.i.KNniciio. Hygiene der Tabakarbeiter.

Wkvl. Handbuch der Hygiene. Vlll.

88. Nktoi.itzkv. Hygiene der Textilindustrie.

W'kvi.. Handbuch iler Hygiene. Vlll.

89. Tikxku Tiiackkaii. On the Effects of Arts, Trades and Professions, on Health and Longevity 1832. Geciteerd Akulh.k p. J17.

40. Ai.nuKcin. Die Berufskrankheiten der Buchdrucker. Sciimoli.khs. Jahrbuch fiir Gesetzgebung, Verwaltung und Vlt;dks\virthscliaft. Jahrbucii IV 2. (ieciteerd Sommee-FKl.I) p. 481.

41. Van Hoi.siikck. Ueber die Krankheiten dei' in den Buch-

ocr page 95

83

(Inickcrcieii in Brüssel bcscliiiftigten Arbeiter. Journal do Bruxelles .luli 1858. Geciteerd Aiii.nxiK p. L'Oli.

42. I'ax.wvitz. Ilv^ii'iiische it liters iiclumgen im Hiuiidruckge-werbe. Sonderaixinick aus: Arbeiten ans dem Kaiserliciien Gesundheitsambte 189(). (ieciteerd Sommkiikki.I) p. li'ti.

i.'!. Stimpf. Hernfskrankheiten dor Seliriftgieszer und Huoii-drucker. Arch. f. lieilkimde 1875. Geciteerd Hkinzkuijnü ; Wkvi. VIII p. 7 lit.

-14. Noli,. Die hygionischcn Verlialtnisse dcr Diamanlschleifer. Zeitschr. d. Centralst. fiir Arbeiter-AVidilfahrls-einriciitun-gen 1894 no. VI S. (i!t. (ieciteerd Sommkufki.I) ]». .quot;{■Jl?.

If). Euw. Smith. The Sanitary circumstances of Tailors in London. Geciteerd Aui.nxiK p. U).quot;?.

4t) Prof. I'ki.. Die acute und chron. Nierenentziindung. Son-derabilruck aus Zuelzer-Oberliinder's Klinisches Handhuch der Hani- und Hexualorgane.

47. slt; iiakfki£. Hygiene dor (ilasarbeiter und Spiegelbeleger. Wkvi,. Handbuch der Hygiene VIII.

48. Diiiay. Transmission do la syphilis choz los vorriors soutl'. de verre gaz. med. do Lyon 1852. Geciteerd Sciiakkkk; Wkyi. N 111 p. 977.

49. Kicii.mom) Mavo Smith. Statistics and sociology (Part I van Science of Statistics) New-York lS9(i.

50. tvu.mmkr. Bericht iiber die Schwoizorische Statistik, V internationalor Kongress fiir Hygiene und Demographio im Haag (1S84) V. Section; Domographie. (Jociteord Koth; Wkvi, N'llI p. 16.

51. Wai.tkr Wvman. River exposure and its oft'ect upon the lungs; in the Annual Report of the Supervising Surgeon-General of the Marine Hospital Service of the United States for the years 1 87(1 and quot;77. (ieciteerd ahi.iduk p. 117.

ocr page 96
ocr page 97

STELLINGEN.

i

Do Nederliindsoho stert'tostatistiek naar het beroep is betrouwbaar.

II

Psychische arbeid kan leiden tot hersenziekten.

III

Ken ulcus corneae, dat niet wijken wil voor de gewone therapie, behandel»' men met mvotica.

IV

Het cataract der glasblazers wordt door de hitte veroorzaakt.

ocr page 98

sc)

V

Do meen mg van Hkhka, als zouden varieellen en pokken dezelfde ziekte zijn, is onjuist.

VI

De jmpilvenvijdende werking van atropine berust op het zuurbestanddeel, dat in atmpine aanwezig is.

VII

De smeerkuur verdient bij syphilis de voorkeur boven de inwendige kwiktherapie.

VIII

Bij hvpertrophia mucosae uteri verdient de behandeling met iehthvol aanbeveling.

IX

Men opereere een appendicitis, waar is abscesvorming, perforatieperitouitis of recidive.

X

De ontsteking heeft men bij een infectie op te vatten als een verweermiddel van het lichaam.

XI

De secretie van de glandula submaxillaris komt tot stand onder directen invloed van zenuwwerking.

ocr page 99

XII

De psycliiatrit' wonlc ccn verplicht stiulieviik, zoo wc voor medicus als voor jurist.

XIII

De staat stelle schoolartsen aan

XIV

WieIe 17/vv/.s7rijden zijn uit een medisch oogpunt af tt keuren.

ocr page 100
ocr page 101
ocr page 102

Op lOOO levenden overlijden er jaarlijks

Jabel JTs 2.

Leeftijd

In Pi 20 29

rijs (188,

)—'89.)

Zwitserland (1879

daarvan

—'82).

aan l'hthisis |inlm.

1 1 30-39 40-49

Engeland 1880 1882.

25-45 45 65

D u i t s c h 1 a n d.

aan Adoinh. lotaal piithisis. Ziekten.

Vergelijkende sterfte *

30-39

40-49

20 29

30-39

40-49

20 29

Engeland.

Neder land.

(Marmer), Steenhouwers.....

20,1

21,2

23,4

8,48

18,14

26,42

3,01

8,05

9,90

39,1

34,9

1

1939

Metselaars ').........

9,5

16

23,7

9,53

13,12

18,93

2.80

3,45

4,08

9,25

25,99

11.1

4,3

1,6

9G9

1015

Muurbestrijkers, Gipswerkers . . .

—

—

-—

—

—

—

| —

—

7,7:)

25,07

—

—

—

SIK!

1049

Kolenmijnwerkers.......

—

—

—

—

—

| _

| —

—

7,79

24,04

—

—

—

873

474

Smeden en hoefsmeden.....

—

| —

—

6,45

11,25

10,58

2,29

4,09

5,57

9,29

25,67

6,4

4,3

0.4

i)73

963

Slotenmakers.........

10,5»

14,2

23,8

12,41

15,97

29,68

5,35

7,29

10,37

9,15

25,66

—

—

967

-

Eabr. naalden, spijkers, spelden, ijzeren

voorw..........

12,7

16,2

21,2

—

—

—

—

—

—

11,71

34,42

—

--

—

1273

1144

Fabr. machines, molens, ketels . .

—

—

—

—

—

—

1 —

—

8,2:'

23,89

—

—

_

888

796

Werklieden in koper, lood, zink (koper

1

slagers Duitsehland) ....

—

—

—

—

—

—

—

—

—

9,15

26,79

9

2,8

0,3

992

927

Blikslagers..........

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

10,9

6,2

LI

—

1049

Goudsmeden .........

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

10,3

4,1

0,3

—

952

Horlogemakers........

—

—

—

11,09

13,27

20,12

6,56

6,52

7,32

9,26

22,64

—

—

—

903

1105

Timmerlieden.........

—

—

—

6,54

10,14

16,75

1,86

3,78

3,41

—

—

13,7

5,4

1,2

—

940

Meubel-, Stoelenmakers, ingelegd werk -')

9

13,6

10,3

8,24

11,96

15,39

4,67

4,68

5,55

—

—

12,6

7

1.2

—

1093

Houtzagers..........

—

—

—

—

—

—

—

; --

—

7,46

23,74

—

—

—

852

800

Kuipers, Kotfermakers (Parijs), Hout

draaiers (Engeland) •''j . . . .

10,9

14,3

17,7

11,27

20,29

22,70

3,52

8,68

7,00

10,56

28,55

16

8

1.1

11/91

780

Draaiers..........

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

11,8

7,2

0,4

—

—

Wagenmakers........

—

—

—

6,46

9,29

14,00

2,25

3,34

3,19

6,83

19,21

9,4

2,8

0,7

723

878

Rijtuigmakers.........

—

—

—

■—

—

—

—

i —

—-

9,13

24,72

—

—

—

914

—

Scheepsbouw .........

—

—

-

—

—

—

—

| —

—

6,95

21,29

—

—

—

775

650

—

—

—

6,70

8,39

17,12

0,98

3,68

4,87

8,40

26,62

—

—

—

957

601

Bakkers (en Koekenbakkers Engeland)

12,4

16,2

24,4

6,83

11,44

15,92

2,89

4,05

3,81

8,70

26,12

—

—

—

958

871

Banketbakkers........

15,0

16,5

20,4

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

738

Sigarenmakers........

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

14,2

8,5

1

—

1296

Textiele nijverheid 4)......

—

—

—

6,20

6,97

12,01

2,72

2,66

2,89

—

—

8,1

2,6

1.2

—

858

Katoen-industrie........

—

—

—

8,03

9,30

13,26

4,00

3,36

2,68

9,99

29,44

—

—

—

1088

899

Wol-industrie.........

—

—

—

—

—

—

—

—

—

9,71

27,50

—

—

—

1032

730

Linnen-industrie........

—

—

—

4,46

6,74

8,79

1,91

2,55

1,25

—

—

—

—

—

—

734

Touwfabricage........

—

—

—

—

—

—

7,95

22,25

—

—

—

839

556

Papierfabricage........

—

—

—

—

—

—

6,48

19,62

—

—

717

473

Schoenmakers.........

1H,4

19,2

20,4

7,70

10,01

14,21

2,90

4,41

3.73

9,31

23,36

7

3,9

0,5

921

1145

Looiers, Lederbereiders 5) . . . .

9,1

10,5

15,9

—

—

—

—

7,97

25,37

—

—

—

911

Loorlooier

sai

Zadelmakers.........

—

—

—

—

—

—

9,19

26,49

16

6,8

0,8

987

1262

Barbiers en Kappers quot;).....

14,8

14,2

18,1

—

—

—

—

—

—

13,64

33,25

—

—

—

1327

1284

Hoeden- en Pettenmakers ....

Slagers, Spekslagers......

Boekdrukkers 7)........

Boekbinders.........

5,9 10,6

17.8

11.9

8,3 14 23,7 14.1

15,9 22,2 26,7 13,2

5,27 10,21

17,85 14,33

-

21,45 16,22

5,59 6,48

6,82 7,85

5,85 6,56

10,78 12,16 11,12 11,73

26,95 29,08 26,60 29,72

5,9 3,8 16

8,7

3,9 1,1 7,1

5

0,5 0,4 1.4 0,4

1064 1170 1071 1167

845 742 1268 1289

Kleermakers.........

9,1

11,3

23,4

10,63

1 1,88

17,86

4,89

5,55

5,48

10,73

26,47

10,3

5,8

0,6

1051

1252

Behangers (en Schrijnwerkers Engeland)

—

—

—

—

—

—

—

9,55

24,77

8,1

3,6

0,3

963

1080

Post en telegraphic......

5,7

7,8

10,5

7,11

10,81

13,76

4,08

4,09

3,52

—

-

-

—

—

—

846

Geestelijken.........

5,0

8,2

9,0

—

—

_

—

—

4,64

15,93

-

—

—

556

817

Geneesheeren.........

9,9

11,3

9,8

10,90

12,31

20,68

4,81

4,67

5,28

11,57

28,03

—

—

—

1122

1261

Onderwijs..........

7,0

8,5

5,8

6,35

8,73

14,80

3,35

3,81

4,57

6,41

19,84

—

—

—

719

691

Bankwezen, assurantie.....

17,5

20,3

28,1

11,08

14,10

18,67

5,75

6,56

4,78

—

—

—

—

—

—

799

Architecten.........

3,6

5,2

17,0

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

—

1149

Advocaten..........

9,8

11,6

11,1

—

—

—

—

—

—

7,54

23,13

—

—

—

842

—

Winkeliers.........

—

—

—

—

—

—

—

—

—

9,12

21,23

—

—

—

865

639

Handelsreizigers........

—

—

—

—

—

—

—

—

—

9,04

25,03

—

—

—

948

1241

Suikerraffinadeurs.......

7,1

13,7

18,4

—

—

—

—

—

—

—

—

-

—

—

—

412

Bleekers, Ververs, Drukkers van stoften

—

—

—

—

—

—

—

—

9,46

27,08

—

—

—

1012

Rlookors

1167

(Huur) Koetsiers.......

17,6

21,5

26,7

10,82

18,31

25,99

2,74

4,79

5,75

15,39

36,83

—

—

—

1482

2122

Voerlieden..........

—

—

—

—

—

—

—

—

—

12,52

33.00

—

—

—

1275

799

Werklieden in het algemeen Londen

—

—

—

—

—

—

—

—

—

20,62

50,85

—

—

—

2020

lo^so arigt;

lóOó

Kramers en Rondventers.....

—

—

—

—

—

—

—

—

—

20,26

45,33

—

—

1879

1193

Dekkers (lei, pannen)......

—

—-

—

—

—

—

—

—

—

8,97

24,93

11,5

5.4

1,4

942

791

Werklieden in tien landbouwdistricten8)

—

—

—

—

—

—

—

—

—

7,13

17,68

—

—

—

701

846

Tuinbouwbedrijf........

11,1

13,6

21,6

5,71

7,89

12,05

1,48

1,90

2,02

5,52

16,19

--

—

—

599

738

Schippers en Veerlieden.....

—

—

—

—

—

—

—

—

—

14,25

31,13

—

—

—

1305

912

Visschers..........

—

—

—

-

—

—

—

—

—

8,32

19,74

—

—

—

797

718

Chemische nijverheid......

13,6

11,3

19,8

5,27

7,68

11,46

3,09

2,94

3,43

—

—

—

—

—

734

Schilders (en Stucadoors Parijs) . .

14,8

23,0

28,8

—

—

—

—

_

—

—

—

15,3

8,4

0,7

—

1060

Herbergknechts (Kellners) ....

- 1

—

—

—

—

—

—

22,63

55,30

—

—

2205

Kellners Ii71

Tappers...........

—

—

~

—

—

—

—

18,02

33,68

—

—

1521

1751

Hotel-, logementhouders enz. . .

12,0

21,2

25,7

7,87

17,02

24,39

4,44

6,86

6,11

—

—

6,2

2,5

—

—

1495

Bierbrouwers........

—

—

—

—

—

—

—

—

—

13,90

34,25

10,9

5,2

0,5

1361

1084

Zonder beroep, beroep onbekend . .

—

—

—

33,23

42,50

39,19

12,00

9,38

6,59

32,43

36,20

—

—

—

2182

1937

Gemiddelde.........

11,1

14,9

21,2

7,90

10,72

15,31

3,06

3,97

3,54

10,16

25,27

10,8

5,2

LI

lOOO

lOOO

') In l'ni'ijs tc zamon genomen met steenhouwers; in Zwitserlaiul met gipswerkers en in Engelaiui met bouwers.

2) In Zwitserland zijn er «Ie glazenmakers onder gerekeiul.

3) In Zwitserland zijn bij de kuipers de matenmakers gerekend, ook in Parijs. In Duitsehland alleen kuipers en betreft kleine getallen.

4) Duitsehland „Weber und Wirkerquot;.

8) In Engeland met bontwerkers.

(i) In Engeland en „pruikenmakersquot;.

7) In Zwitserland „Arts polygraphiquesquot;.

8) In Nederland landbouwers.

* De vergelijkende sterfte verkreeg Oui.k aldus (zie noot blz. 230, Annuaire statistique de la Ville de Paris 1.SS9). In Engeland komen gemiddeld 1000 sterfgevallen op 04041 mannen van 25 tcit 05 jaar voor; 41920 van hen hebben den leeftijd van 25 tot 45 jaar, en 22721 van 45 tot 05 jaar. Nu zocht hij voor elk beroep hoeveel sterfgevallen er voorkomen onder 41Ü20 mannen van 25 tot 45 jaar en onder 22721 mannen van 45 tot 65 jaar; het totale bedrag stelt dan voor de vergelijkende sterfte in dat beroep.

De Nederlandsche cijfers in deze kolom konden langs eenvoudiger weg verkregen worden, door het gemiddelde totale sterftecijfer 8,20 op 1000 te brengen; volgens diezelfde verhouding werden nu ook de cijfers voor de verschillende beroepen bepaald.


ocr page 103

NEDERLAND.

Op lOOO in het beroep werkzamen overlijden er gemiddeld per jaar aan:

Totale sterfte naar den leeftijd.

18-24 25-35 36-50

Sterfte aan 1'litliisi?, enz. naar den leeftijd.

18-24 25- 35 36-50

O _

tc ~

53 -£

TOT A Al,.

r ^

I vT 'E o ; S tc S =

2 = S

= rquot; ? ~ -Ë I

lt; T \ 'C gt; *lt;

o

X. Z N3

Tabel 1.

Cj)-3e tabel betreft de jaren 1891 —1895.)

0,51

0.77

1,03

0.33

0,12

0,21

0,62

0,37

0.49

0,41

0,19

0,66

0.47

0,63

0,79

—

0.19

0.19

0,21

0.32

0.40

0,39

0,16

0,70

0,26

0,26

0,23

0,22

0,33

0,49

0,17

0.25

0,34

—

0,63

0,21

0,35

0,35

—

0.37

0,25

0,62

0,59

0,47

0,59

0,30

0.36

0,36

0,36

0,25

0,36

0.0!»

0,46

0,28

0,15

0,30

0,15

0,56

0,33

0,22

0,20

0.20

0,12

0.26

0.26

0,52

0.16

0,29

0,42

0.57

0,47

0,47

0.20

0.24

0,08

0.35

0.37

0,54

0,14

0,28

0.63

0,43

0,37

0,37

0,31

0,21

0,33

0,24

0,12

0,27

0,31

0.36

0,20

0.22

0,11

0,11

0.62

0,12

0,74

0,07

0,49

0.42

0.19

0,19

—

0,39

0,37

0,48

0,34

0,11

0,45

0,42 0,11 0,36

3.08 0.76 0,87 1,37 0.87 0,74 0,96 1,31 1,08 1,03 1,10 1,26 0,70 0.50 0,71 0,97 0,72 1,29 1,20 0,84 1,06 0,71 0.62 1,14 0,74 0,9U 0,97 1,24 1.07 1,14 0,97 0,98 0.49 1.44 0,19 0,97 0,90 2,10 0,66

0,77 0,98 0,57 0,99 0,42 0.71 0,13 0,98 0,40 1,33 1,74 0,68 0,89 1,37 0,56 0.69 0,70 0,91 0,85 0,99 1,41 0,85 0,40 1,10 1,71 1,31 0,20 0,77 1,04 1,76 1,88 2,58 1,44 1.96 0,83

0,26 0,33

0,ól 0,63 0.37 0,52 0,85 0,39 0,33 0,42 0,20 0,35 0,12 0,47 0,39 0,50 0,74 0,75 0,45 0,33 0.38 0,29 0,76 0,40 0,43 0,49 0,56 0,31 0,32 0,26 0,44 0,25 0,14 0,39 0,64 0,34 0,56 0,58

2 3 4 2

2 H 4 2 8 4 o

9

2 3 2

2 3 4 2 3 4

2

2 8

2 3 2

2 3 4

2 3 4 2

2 3 2

2 3 4 2 3 4

9 ')

2

2 3 4 2

2 3 2 2

2 3 4

—

—

0,30

0,15

0,33

0,06

0,11

0,17

0,28

0,12

0,20

0,16

0,32

0.06

0,32

0,19

0,62

0.13

0,23

0,26

0,28

0,38

0,38

0,28

0,61

0,08

0,20

0.16

0,45

0,15

0,29

0.28

0,49 1

0,21

0.35

—

0,35

0,23

0,08

0.19

0,29

0,17

0,22

0,17

0,36

0,22

0,19

0,15

0,30

0,10

0,15

0,15

0,10

0,33

0,33

—

0,37

—

0,12

0,12

—

—

—

0,14

0,58

—

0,19

—

0,43

0,17

0,20

0,17

0,34

0,45

0,45

0,11

0,56

—

—

0,28

0,42

0,17

0,50

0,08

0,36

waarvan

0.84 0,20

iters

2 3 2 3

2 3 4 2 3 3 4

3 4

3 4

2 2

2

3 4

2

2 3 4

lette

aind

2 3 4 2

2 3 4

Fabricage van vlas......

Fabricage van papier en perkament

Schoenmakers........

Leerlooiers.........

Zadelmakers........

Barbiers en Kappers.....

* Hoeden- en Pettenmakers . . . Vleeschhouwers. Spekslagers, Poeliers, Paardensl

| Vleesclihouwers.......

van W,e | Spekslagers........

Boekdrukkers en Letterzetters......

Boekbinders............

Diamantslijpers en -verstellers......

Diamantklovers en -snijders.......

Kleermakers, Costumiers, Coupeurs ....

Behangers .............

Dienstboden............

Concierges, Huisbewaarders.......

Post-, Telegraphie- en Telephoon-ambtenaren

Geestelijken............

Geneesheeren..... .....

Onderwijs.............

Ambtenaren............

Geld- en Commissiehandel......

Boekhouders, Schrijvers en/i......

Architecten, Aannemers, Bc^uwkundigen . , Vrije beroepen (waartoe advocaten, kunstenaars, 1

Kooplieden.........

Winkeliers......,

Winkelbedienden.......

Magazijn- en pakhuisknechts . . .

Reizigers in den handel, Colporteim

Gasfabricage.........

Glasblazers..........

Fabricage van beetwortelsuiker . .

Fabricage van olie.......

Bleekers..........

* Ververs, katoendrukkers ....

Huurkoetsiers.........

Voerlieden..........

Losse arbeiders........

Bootwerkers, Sjouwerlieden.

Steenhouwers............

Fabricage van dakpannen, steen enz. . . . Fabricage aardewerk en tabakspijpen . . .

Metselaars en Opperlieden.......

Stucadoors ............

Mijnwerkers............

Smeden, Slotenmakers enz........

Fabricage naalden, nagels, spijkers, ijzerwaren Fabricage stoomwerktuigen, machines enz. .

Blik- en Koperslagers.........

Koperslagers............

* Blikslagers............

* Bewerkers van aluminium, brons; metaalslijpe Fabricage goud-, zilverwerken; juweliers

Horlogemakers...........

Timmerlieden, Doodkistenmakers.....

Meubelmakers, Stoelenmakers enz.....

Houtzagers.............

Hoepelmakers............

Kuipers..............

Klompenmakers...........

Fabricage rijtuigen, wielen; wagenmakers. . Blok-, Mastenmakers; Scheepmakers .... Fabricage manden, matten, mandenwerk . .

Molenaars; Meelfabricage........

Brood- en Beschuitbakkers.......

Koek- en Banketbakkers........

Fabricage van tabak, snuif, sigaren .... Textiele nijverheid..........

Fabricage van katoen.....

Fabricage van wol......

Fabricage van linnen .... Fabricage van touw ....

0,41 1,09

gen)

0,30

0.22

0,54

0,46

0,52

0,14

0,26

0,20

0,32

0,29

0,40

0,51

0,53

0,13

0,27

0,21

0,19

—

0,67

0,38

0,48

0,19

0,29

0.19

0,45

0.14

0,50

0,41

0,45

—

0,2!

0,14

0,42

0,97

0,28

0,42

0,42

—

0,14

0,14

0,48

0,52

0,71

0,32

0,67

0,16

0,12

0,20

—

0,13

0,13

0,26

0.26

0,13

0.13

—-

0,66

0,41

0.45

0,52

0,43

0.21

0,21

0,15

0,34

0,27

0,34

0.61

0,40

0,13

0,34

0,20

0,27

0,40

0,40

0,46

1,00

0,40

0,27

0,33

0,87

0,35

0,52

0,52

1,05

0,17

0,52

0,17

0,25

0,37

0,31

0,37

0,80

0,18

0,43

0,18

0,35

0,64

0,44

0,49

0,10

—

0,35

0,15

0,39

0,98

1,77

1,17

0,59

0,20

0,59

0,39

0,32

0,24

0,50

0,23

0,26

0,09

0,21

0,09

0,46

0,34

0,34

0,44

0,62

0,16

0,39

0,13

0,54

0,58

0,99

0,33

0,74

0,16

0,33

0,16

0,45

0,39

0,55

0,46

0,69

0,09

0,22

0,25

0,68

0,76

0,51

0,59

0,84

0,08

0,42

—

0,55

0,33

0,56

0,68

1,16

0,11

0,22

0,17

o,r,4

0,70

0,84

0,75

0,84

0.15

0,57

0,21

0,40

0,40

0,36

0.43

0,29

0,10

0,31

0,12

0,21

0.14

0,26

0,18

0,44

0,05

0,09

0,05

0.41

0,41

0,53

0.61

0,28

0,16

0,41

0,20

0,51

0,26

0,60

0,51

1,20

0,17

0,34

0,09

0,29

1,16

0,15

0,58

0,58

_

0,15

—

0,20

—

0,39

0,39

0,59

0,20

—

0,78

0,10

0.19

0,19

0.19

0,67

0,10

0,19

—

0,23

0,23

0.34

0,23

0,34

0,11

—

0,11

0,44

0,33

0,88

0.77

0,44

0,22

0,22

0,22

—

—

0,94

0.94

0,94

__

0,63

0,31

0,58

1,17

1,00

0.83

2,83

0,33

0,42

0,50

0,37

0,30

0,23

0,13

0.90

0,10

0,20

0,34

0,51

0,74

0.71

0,83

1,11

0,27

0,52

0,21

0,22

0,27

0,25

0,23

0,15

0,07

0,51

—

—

0.26

0,58

0,18

0,27

0,15

0,37

0.12

—

—

0.92

0,15

0,34 :

0,30

1,03

—

0.47

0,08

0,37

0.19

0,37

0.19

0,42

0.20

0,20

0,20

1,40

0,08

0.08

0,31

0,51

0,06

0.34

0.11

0,38

0,11

0,16

0,05

0,34

0,08

0,08

0.08

—

0.21

0,21

—

0,70 '

—

1,40

—

0,25

—

—

0,37

0,59

0,12

0.24

0,24

0,60

0,10

0,27

0,23

0,65

0,18

0,25

0.18

0,74

0.18

0,18

—

0,51

9.40

2,01

10,14

14,06

15,90

5,51

15,20

25,66

0,21

1,70

•1,97

1.83

1,39

5,63

4,04

4,54

7,85

0,25

2,85

2,40

3,44

2,62

6,93

3,60

6.87

10,09

0,31

2,72

2,33

2,18

3.41

8.32

5,65

6,51

11,26

0,22

3,OS

1,57

3,58

3,34

8,60

3,53

6,56

13,18

0,19

0.74

—

1,40

0.55

3,89

3,47

3,27

4,95

0.30

3,79

4,68

3,33

3,41

7,90

7,27

6,52

9,77

0,23

3,26

3,13

3.41

3,20

9,38

7,05

8,52

12,34

0,40

2,62

3,46

1,79

2.84

6,53

6,10

3,42

10,36

0,27

4,21

4,00

4,80

3.89

8,15

5,92

7,53

10,74

0,08

4,22

4,64

4,58

3.48

7,60

6,44

7,12

9,19

0,63

4,19

2,19

4,60

5,36

8.60

4,38

7.47

13,25

0,35

4,20

te kleine cijfers.

8,77

11,76 j

5,88

9,39

0,25

4,71

5,54

4,83

4,09

7,si

7.56

6,90

8,81

—

4,13

6,03

3.82

3,03

9,0(1

7,33

8.UO

11.21

0,29

3,35

3,16

3,80

3,03

7,71

5,(gt;0

6,93

10.05

0.18

4,64

3,85

5,16

4,67

8,96

5,92 :

7,59

12,80

0.18

1,94

3,40

1.78

1.45

6.56

6,80

5,85

7,03

0,15

2,54

2.44

3,96

0.95

7,03

4,88 |

7,13

9,00

0,28

2,40

2,29

2,56

2,33

6,40

3,81

6,34

8,44

0,32

2,9 o

2 9° 1 —

2,51

3,40

6,38

4,45

4,50

9,96

0,39

3,25

2.32

2,79

4.36

7,20

5,11

5,02

10.81

0.13

1,59

1.77

1,58

1,50

5,33

4,62

4,20

6,71

0,28

4,84

6,14

4,50

4,17

10,53

11.94

6,08

13,82

0,12

1.72

1.60

1,29

2.24

4,98

3,83

3,86

6,82

0,20

2,6(3

2,32

3,07

2.40

7,14

5,03

6,55

10,21

0,14

•gt; oo

2,66

1,87

2.13

6,05

5,94

4.77

7,4 7

0,27

5,90

6.4:;

6,03

5,25

10,63

9,55

10,22

12,64

0,36

3,02

3,81 :

3,11

2,32

7,04

6,49

6,39

8,05

0,51

3, Is

4.43

3,00

2,15

7,31

7,56

6.75

7,86

0.36

2,50

3,13

2,36

2.26

5.9!)

3,75

3,68

8,05

0,11

2,96

0.4S

3,94

3.52

6,02

0,96

6,45

8,20

—

1,36

0,47

1,72

1.61

4,50

1,42

5.17

6,18

0,42

1,62

1.14

1,89

1,77

4,85

2,05

3.36

8,65

0,39

1,16

te

kleine cijfers.

3,88

2,s2

3,S3

4.72

0,27

4,57

5.19

4.67

3,88

9,39

8.25

8.49

11,40

0,22

3.14

4.10

4.04

1,86

7,01)

5.64

6,21

8,52

0.14

4,89

5.85

4,(16

4,99

10,35

7,45

8.52

13,90

0,08

6,14

6,59

5,27

6,59

10,53

8,62

8.14

14,96

0,36

3,65

te kleine cijfers.

6,93

6.30

(i. i 4

7,40

0.08

2,12

1.78

2,32

2,26

6,011

3.51

6.23

8,60

0,10

2,35

2.10

2,63

2.32

6.41

3,98

6,54

8,88

—

1.14

0.59

1,57

1.21

4,50

1,47

4.99

7,28

0,14

6,62

9.27

6,69

2,48

10,40

12,55

9,97

7,61

0,14

6,82

8,14

6,85

5,06

10,57

10,62

11.42

9,66

0,12

5,75

4.71

7,67

4,49

10,27

7,58

13,05

12,64

—

1,06

1,09

1.18

0,70

2.25

2,91

1,47

2,,si

0,34

5,21

6.89

5,28

3,71

10,27

10,56

9.06

11,22

0,20

5.17

4,70

4,90

6,10

8,80

6,63

7.45

13.36

0,13

3,78

4.44

3,15

3,80

9,50

8.88

7.53

13,18

0,52

4,36

kl, cijfers

6,15

i 3,17

11.67

ktcino cijfers

11.08

12,16

0,18

2,95

8,80

2,89

2,67

6.94

9,13

5.06

8,02

0,10

2,66

4,23

2,87

2,10

6.70

5,77

5.48

7,89

0,19

2,15

—

2,51

1,90

10,34

—

7.95

13,35

0,11

2,72

3,20

3,25

1,58

5.67

4,63

5.60

6,f.3

0,11

2,03

3,45

| 2,05

1.78

ti, 18

6,33

4,11

7,47

0,04

1,73

1,07

1,94

1,67

6,55

3,74

3,89

8,82

0,28

5,20

4,63

6,50

4,34

10,10

7,56

11.19

13,29

(1,51

3,40

3,86

| 4,60

2,30

9,42

6.43

8.10

11,32

0,22

4,08

3,59

3,44

4,99

9.72

7.19

7,39

13,31

0,48

4.07

4,69

4,51

3,60

11,54

8,87

9,07

13,92

0,20

1,81

1,10

1,69

1,98

5,24

3,66

4,32

6,88

0,12

2,10

1,97

2,37

2,01

4,24

3,51

4.43

6,51

0.37

2,93

2,16

3,32

3,15

7,94

5.03

7.90

; 10,25

0,09

4,10

2,18

3,r4

6,43

10,18

6,18

6.16

19,80

0,15

3,33

—

4.74

2,94

7.70

—

7.30

9,71

--

2,35

2,64

2,21

2,13

5,47

5,80

3.81

7,80

0,10

0.87

0,86

1,38

0,45

3,38

2,59

3,32

3,88

0,11

1,72

2,45

1,22

1,64

5,02

5,32

4,58

5,26

0,44

2,86

4,17

1,80

2,98

9.57

7.50

7.Ni

12,80

1,32

2,51

te kleine cijfers.

10.68

7.84

12.96

10.45

0,50

5,91

2,86

i 9,04

4,80

17,40

7.87

1 17.40

22,99

0,37

1.98

2,1 1

1,67

2,21

6,55

5,26

4.47

j 8.98

0,56

3,68

4,15

3,54

3,57

12.34

9,63

9,73

15,51

0.15

1.37

0,71

1,30

1,71

4,65

2,56

3.42

i' quot;w

I

ocr page 104

VI %

7.18 6,84 4,50 5,02 4.20 6,08 3.86 6,55

4.77 lO,:^

6,89 6.75 3.68 6,45

5.17 3.86

3.83 8.49 6.2! 8.52 8.14

6.74 6.28 6.54 4.99 9,97

11.42 18,05

1.47 9.06 7.45 7.58

11.08

5.06

5.48 7.95 5.60 4.11

3.89 11.19

8.10 7,39

9.07 4.82

4.43

7.90 6.16

7.80 3.31 8.82

4.58

7.81 12,96 17.40

4.47

9.78 3,42 3,52

11.16

9.19

6.75 6,72

9.08

4.20 7,04 6,88 5,04 8,08

5.76

6.44

5.84 4,68 6.80

2.59 13,67 28,37

4.54

6.18 6,65 7.41

11.45 8.84 11,28 11.03 5,39 8.64 48,95 16.40

0,51 0.36 0,11

waarvan

0,17

0,50

0,14

0,26

0.20

0,13

0,27

0.21

0,19

0,29

0.19

-

0.28

0.14

-

0,14

0,14

0,16

0.12

0,20

0,18

0.13

—

0.21

0,21

0,15

0,13

0,84

0,20

0,40

0,27

0.88

0.17

0,52

0,17

0.18

0,43

0.18

--

0,85

0.15

0,20

0,59

0.89

0,09

0,21

0,09

0,16

0,89

0,18

0,16

0,88

0,16

0,09

0,22

0,25

0,08

0,42

—

0,11

0,22

0,17

0.15

0.57

0,21

0,10 '

0,81

0,12

0,05

0.09

0.05

0.16

0,41

0.20

0.17

0,84

0.09

0,15

—

0,54

0.46

0,52

0,40

0.51

0,53

0,67

0.88

0,48

0,50

0.41

0,45

0,28

0,42

0,42

0,71

0,82

0,67

0,13

0,26

0,26

0.45

0,52

0,48

0,84

0.61

0,40

0,40

0,46

1,00

0,52

0,52

1,05

0,31

0,37

0,80

0,44

0,49

0,10

1,77

1,17

0,59

0,50

0,23

0,26

0.34

0,44

0,62

0,99

0,38

0,74

0,55

0.46

0,69

0,51

0,59

0,84

0,56

0.66

1,16

0,84

0,75

0,84

0,86

0,48

0,29

0,26

0,18

0,44

0,58

0,61

0,28

0,60

0,51

1,20

0.15

0,58

0,58

0.39

0,89

0,59

0.19

0,19

0,67

0.34

0.23

0.84

0,88

0.77

0.44

0.94

0,94

0,94

1,00

0.83

2,83

0.28

0,18

0.90

0.71

0,83

1.11

0.25

0,23

0.58

0.17

0.21

0,55

0,45

0.99

1,04

0.17

0.82

0.85

0,56

0.28

0,89

0,56

0.20

0,63

0,35

0.72

1.80

0,20

0.85

1,84

0,40

0.40

0.80

0,52

0,73

1.14

0,15

1,03

1,18

0,76

1,01

1,77

0,76

0.40

0.66

0.57

0,69

1,04

0,83

0.51

0,40

0,38

0,88

0,46

0,37

0,51

1,49

0,54

0,36

1,45

1.20

0.82

8.81

1,00

1,81

11.46

0,81

0,56

0.81

0.17

0,41

0.74

0.88

0.84

1,07

0.42

0,39

0,91

0.34

0,17

1,55

1,46

0,94

0,84

1,72

0,75

0,57

2,60

0,98

1,30

0,67

0.67

0,57

0,46

0,46

0,68

1.40

1,92

1,40

1,42

0,83

0,70

0,49

0,52

0,60

U,77 0,98 0,57 0,99 0,42 0.71 0,13 0,98 0,40 1,33 1.74 0,68 0,89 1,37 0,56 0.69 0,70 0,91 0,85 0,99 1,41 0,85 0,40 1.10 1.71 1,31 0,20 0,77 1,04 1,76 1,88 2,58 1,44

1.96 0,83 1,02 2,58

1.97 1,33 1,11 0.72 0,94

2.15 1,66 1,03 3,79 0.76 0.92

1.37 0,94 1,00 0.18

1.38 2,61 0,75 0,57 0,08 0.K7 1,46 0,94 2,03 0,74 1,44 1,14 1,66 1,36

1.16

0,14 0,97 0,52 0,13 0,41 0,27 0,40 0,35 0,37 0,04 0,98 0,24 0,84 0,58 0,39 0.70 0,33 0.70 0,40 0.14 0,41 0,26 1,16

0.19

0,23 0,33

10.27 8,86 9,50

11.67 6,94 6.70

10,84 5.67

6, IS

6,55 10,16

9.42 9.72

11,54 5,24 4,24 7,94 10.18 7,70

5.47 8,38 5,02 9,57

10.68 17,40 6,55 12.84

•1,65 4,32 13,36

9.43 9.78 8.84

9.01

5.88 8,17

10.27 6,49

14,14 6,88 7,06 6,94 6,05

7.48 6,53

14.86

36.28

5.89

6.02 7,84 8,69

12,06 11,80 14.36 12.26 8.91 8,89 24,40 15,88

8,20

O,(Ui

o,;u 0,27 0,87 0,25 0,85 0,39 0.32 0,4(i 0,54 0,45 0,()8 0.55

o,r.4 0.40 0,21 0.41 0,51 0,29 0.20 0,10 0,23 0,44

0,34 0,20 0,13 0,52 0,18 0,10 0,19 0,11 0,11 0,04 0,28 0,51 0,22 0,48 0,20 0,12 0.37 0,09 0.15

0,10

2 2

2 3 4 2

3 4

2 »gt;

o, t i

4,68

6.83

3.74 7.56 6.43 7.19 8,87 3.66 3,51

5.03 6,18

5.80 2,59 5,82 7.50

7.84 7.87 5.26 9,63

2.56 2,26

12,23 7.92 7.17 3,94 7.61 3,02 6.22

4.57 7,32

8.04 1.96 6.59 5,09 5.04

5.75 4,22

13,46 20,61 6,86 8,53 5,02 6,79 7,15 2.82 6,50

5.61 1,68

kleine cyfors

12,18

6.62

2,03

1.73 5.20

3.40 4,08

4.07 1,81 2,10 2,93 4,In 3.33 2,35 0.87 1.72 2,86 2,51 5,91 1,98 3,68

1.37 0.93

4.11 2,57

3.78

3.41 3,29

1.38 1,88 4,15 1,33 1,26 2,24 1,91 2,26 2,15

1.79 1,45 3,89

8.65

1.66 2,13

2.74 3,98

6.12 3,77

5.08 2,60 2,68

3.65 10.22

6.66

3,08

3 4

2 3 4

— 0.78 0,19

0,11

—

0,11

0.22

0.22

0,22

—

0,68

0,81

0.88

0,42

0,50

0.10

0,20

0,84

0,27

0,52

0,21

0.01

0,15

0.07

0,08

0,08

0,25

0,05

0,40

0,69

0,07

0,22

0.85

0.22

0,22

0.88

0,28

0.24

—

0,20

0,26

0.20

0.08

0.20

0.08

0,13

0.40

0,27

0,10

0,52

0,21

0,30

0,44

0.80

—

1.26

0,50

—

0,86

0,05

0,15

0,15

0.88

0,14

0,27

0,22

0,11

0.28

0.24

0.14

0,28

0.26

—

0,86

—

0.29

0.34

0,58

1,40

0,80

0,20

0,10

0.08

0.40

—

0,25

—

0.08

0,28

0,08

0.07

0,27

0,15

0.09

0,17

0,26

0,21

0,42

—

0.09

0,49

0.22

0,19

1,11

0,19

0,19

0.57

0,10

0.11

0,23

0,84

0,88

0,77

—

0,87

0,88

0.29

0,15

0,28

0.22

0,20 0,10

2 2

2 3 4 2

2 3 4

0,44 1,32

0,50 0,37 0,56 0,15 0,17 0,50 0,15 0,44 0.56 0,17 0,24 0.28 0,31

0,50 0,31 0,21 0.26 0,15 0,19 0,36 0,10 1,20 0,08 0,16 0.23 0,34 0,09 0,63 0,53 0,56 0,57 0,57 1.02 0,46

0,27

0,58

1.17

0,87

0,80

0,51

0,74

0,22

0,27

0,21

0,21

0,74

0,40

0,42

0,30

0,56

0,44

0,63

0,52

0.40

0.26

0,20

0,47

0,67

0.13

—

0.81

0,80

0.15

l.Ol

0,76

0.46

0,25

0.20

0,86

0,80

0.29

0.21

0.39

0,25

0.23

0,90

0.36

0,72

0,53

2,61

1.40

0.28

0,29

0.88

0.25

0,80

0,46

0,82

0.40

0.84

0.78

0,52

0,73

1,02

0.71

0.93

0.19

0,29

0,48

i 0.46

0,46

1 2.68

1.15

0,67

0,75

0,37

0,37

elling minder df

2 3 4

2 3

ilt;

23.20 8,10 9.91 9,20 8.08 9,54 9.74 18.14 60,93

6.40 7.28 11,96 12,08 20,88 13,16 16.34

13.21 13,64 12.88 20,29 22,46

1,85 1,94 2,09 1,81 1.61 1,39 3,05

1,47

2,56 2,93 3,82 8,79 4,05 5.00 2.64 3.41 5,04 6,36 5,92

1,90 2,38 2,47 1,84 4,22 4,35

te

2,46 2,82 2,64 4,10

4,38

kleine cijfers kleine cijfers

3,27

I

kleine « yfer-

6,70 3,42

2 3 4 2 3 4 o

2 3 4 2

2 3 4

2 2 4

2 3 4

2 3 4

2 3 4

7,01 10,52

Van de met * geteekende beroepen waren er bij de volkstelling minder dan 1000 aanwezig.

Stucndoors .................

Mijnwerkers.................

Smeden, Slotenmakers enz.............

Fabricage naaiden, nagels, spijkers, ijzerwaren.....

Fabricage stoomwerktuigen, machines enz.......

Blik- en Koperslagers..............

Koperslagers.................

* Blikslagers.................

* Bewerkers van aluminium, brons; nietaalslijpers . . . .

Fabricage goud-, zilverwerken; juweliers.......

Horlogemakers................

Timmerlieden, Doodkistenniakers..........

Meubelmakers, Stoelenmakers enz..........

Houtzagers..................

Hoepelmakers.................

Kuipers...................

Klompenmakers................

Fabricage rijtuigen, wielen; wagenmakers.......

Blok-, Mastenmakers; Scheepmakers.........

Fabricage manden, matten, mandenwerk.......

Molenaars; Meelfabricage.............

Brood- en Beschuitbakkers............

Koek- en Banketbakkers.............

Fabricage van tabak, snuif, sigaren.........

Textiele nijverheid...............

Fabricage van katoen..........

Fabricage van wol...........

Fabricage van linnen..........

Fabricage van touw..........

Fabricage van vlas...............

Fabricage van papier en perkament.........

Schoenmakers.................

Leerlooiers.............. . . . .

Zadelmakers . . . ..............

Barbiers en Kappers..............

* Hoeden- en Pettenmakers............

Vleeschhouwers, Spekslagers, Poeliers, Paardenslachters.

| Vleeschhouwers............

Vai1 Wie | Spekslagers.............

Boekdrukkers en Letterzetters...........

Boekbinders.................

Diamantslijpers en -verstellers...........

Diamantklovers en -snijders............

Kleermakers, Costumiers, Coupeurs.........

Behangers ..................

Dienstboden.................

Concierges, Huisbewaarders............

Post-, Telegraphie- en Telephoon-ambtenaren.....

Geestelijken.................

Geneesheeren .................

Onderwijs..................

Ambtenaren............... .

Geld- en Commissiehandel............

Boekhouders, Schrijvers en^............

Architecten, Aannemers, Bouwkundigen.......

Vrije beroepen (waartoe advocaten, kunstenaars, letterkundigen)

Kooplieden.................

Winkeliers......'............

Winkelbedienden...............

Magazijn- en pakhuisknechts...........

Reizigers in den handel, Colporteurs........

Gasfabricage.................

Glasblazers..................

Fabricage van beetwortelsuiker..........

Fabricage van olie...............

Bleekers..................

* Ververs, katoendrukkers............

Huurkoetsiers.................

Voerlieden..................

Losse arbeiders................

Bootwerkers, Sjouwerlieden............

Polderwerkers................

Aardwerkers.................

Kramers en Rondventers...........

Kruiers, Bestelhuishouders..........

Spoor- on Trambeambten, Conducteurs, Machinisten .

Spoor- en tramarbeiders...........

Straatvegers en Aschkarlieden.........

Brief en telegrambestellers..........

Dekkers (lei-, pannen- stroo-).........

* Schaapherders..............

Politie en Brandweer............

Krijgswezen...............

Landbouwers...............

Tuinlieden................

Binnenscheepvaart .............

Gezagvoerders, Loodsen, Stuurlieden (zeev.) .... Bootslieden, Matrozen............

* Machinisten, Stokers (zeev.).........

Visschers . . ..............

Chemische nijverheid............

Loodgieters; aanleg gas- en waterleiding.....

Schilders................

Kellners................

Bier-, Koffiehuishouders, Restaurateurs......

Tappers .................

Hotel- en Logementhouders.........

Fabricage van alcohol, likeuren, distillateurs . .

Bierbrouwers...............

Gepensionneerden.............

Zonder beroep.........., . , .

Turfgravers en Verveners

Gemiddeld

to kleine cijfers.

1.78

2.32

2,26

2.10

2,68

2.32

0,59

1,57

1,21

9.27

6,69

2.48

8,14

6,85

5.06

4.71

7,67

4,49

1.09

1,18

0.70

6.89

5.28

3.71

4.70

4.90

6.10

4.44

8,15

3.80

k!. cijfers

6.15

3.17

3.80

2.89

2.67

4,28

2.87

2.10

—

2.51

1.90

3,20

3,25

1.58

8.45

2,05

1.78

1.07

1,94

1.67

4.68

6,50

4.84

3.86

4.60

2.30

8,59

3.44

4.99

4,69

4.51

3,60

1.10

1.69

1.98

1,97

2.37

2.01

2,16

3,32

8.15

2.18

8,r,4

6,43

—

4.74

2.94

2.64

2.21

2.13

0,s6

1.88

0.45

2.45

1.22

1.64

4,17

1,80

2.98

5.54

4. S3

4.09

6,03

3.82

8,08

8.16

3,80

8,03

3,85

5.16

4.67

3,40

1.78

1.45

2.44

8.96

0.95

2.29

2,56

2,33

2,92

2,51

8.40

2.82

2,79

4,86

1.77

1,58

1,50

6.14

4.50

4,17

1.60

1.29

2.24

2,32

8,07

2,40

2,66

1.87

2,13

6.48

6.03

5.2.'

8,81

8,11

2.82

4.48

3,00

2.15

8,18

2.86

2.26

0.4S

8,94

3.52

0,47

1.72

1,61

1,14

1,89

1,77

kleine cijfers.

te kleine cijfers.

2,86

9.04

4,80

2.11

1.67

2.21

4,15

8.54

3.57

0,71

1.30

1.71

0,65

1.20

0.84

6.37

8,67

3.49

3,52

2,50

1.88

3,47

8,88

3.87

2,71

8,20

4.09

3,17

4.00

2.48

1.01

1.01

2.00

1.78

1,57

2.11

1.83

2,98

6.24

te kleine cijfers.

2,82 1,89 2,34 2,27 1,93 0,52 4.12 kleine cijfers,

1,15 | 1.19 1 2.66 4,02 6,17

8.85 | 5,42 2.75 1,54 4,17

28,70 j

7.86

3,15 2,76

2

I

ocr page 105

Van lOO overledenen waren er gestorven in

Sabel Jtë 3,

Engeland

jaren 1880—'82 (leeft. 25 — 65)

Nederland jareu 1891—'95 (leeft. 18—50)

Duitscliland

Zie Sommerfeld (p. 176,.

Buda Pest

jaren 1882—'90 (leeft. 30—50)

Parijs jaar 1895 (leeft. 20—59)

Phthisis

Respir.z.

Phthisis

Respir.z.

Phthisis

Respir.z.

Phthisis

Respir.z.

Phthisis

Respir.z.

Steenhouwers.........

57,4

21,6

89,3

2,5

Metselaars..........

32,7

20,2

38,2

14.7

53,7

13,2

(on Stoen

42

louwers.)

11,3

Mijnwerkers (Durham, Northumberland)

15,5

14

te kleine cijfers

—

Smeden...........

22 2

21

47,6

15,8

66,7

8,3

[ 53,1

12,4

—

Koperslagers.........

-

—

*55,6

*15,6

27,9

3,1

—

—

—

Blikslagers..........

--

—

*48,8

*22

56,8

10

—

—

—

—

Goudsmeden.........

--

—

*60.3

*9,5

40,3

2,2

—

—

Timmerlieden.........

—

43,5

16,4

39,4

8,8

50,9

12,7

—

—

Meubelmakers........

--

—

51,6

10

57,7

9,8

57,7

7,7

50,5

11

Wagenmakers........

-

—

45

15,4

30

6,7

---

—

-

Molenaars..........

-

—

34,7

17,3

—

—

59,9

14,4

-

Bakkers...........

22,1

19,4

36,4

15,9

—

—

48,5

19,8

42,1

19,8

Sigarenmakers........

—

—

56

14,2

59,8

7

—

—

—

—

Katoenfabricage........

25

24,9

43,1

22,4

Weber mul

32,3

Wirker

13,5

—

—

—

----

Wolfabrieage.........

24,9

19,8

41,9

13,7

—

—

—

—

Schoenmakers........

27,6

17

48,6

13,3

56,3

9,8

56,1

7,1

47

10,9

Zadelmakers.........

—

—

*47,3

*21,6

42,5

5

—

-

—

—

Slagers...........

22,3

17,8

34,8

14

29,4

8,2

41,4

11,9

41

16,4

Boekdrukkers, Letterzetters ....

43

15,5

63,9

10,9

44,4

9,1

*55,9

7

*5,4

54,5

7.1

Boekbinders.........

—

—

*64,5

*5,2

57,5

4,2

-

---

—

-

Kleermakers.........

27,1

17,7

50,7

12,8

56,3

6,3

53,6

6,8

47,8

13,8

Behangers..........

—

—

58,3

6,8

44

4,6

—

—

—

Dienstboden.........

—

—

39,9

15,3

—

-

51,3

11,1

—

—

Geneesheeren.........

—

—

*20,7

*15,1

—

-

*15,1

*18,8

—

—

Ambtenaren.........

—

—

32,8

13

—

--

37,5

9,2

—

—

Kooplieden.........

—

—

35,2

16,4

—

--

35,3

7,6

—

Handelsreizigers........

25,3

15,5

40,3

17,6

—

--

Huurkoetsiers

24,2

23

34

17,7

42,6

13,7

30,4

16,1

Arbeiders (losse).......

—

29,8

20,4

45,3

16,9

—

—

Kramers en Rondventers.....

25,3

99 .1

38,6

18,2

-

—

—

—

Dekkers...........

—

*20,5

*15,9

46,9

12,5

—

—

—

—

Landbouwers.........

17,4

22,2

32,5

23,4

—

—

—

—

—

Tuinlieden..........

20,2

18,5

35,5

18,4

—

—

—

—

—

Yisschers..........

13,6

11,3

28,2

14,1

—

—

—

—

—

Schilders ..........

—

—

45,8

13,9

55,2

4,4

55,2

8,8

32,7

13,8

Kellners..........

—

—

50.7

12,9

-

50,8

8,9

—

—

Tappers...........

19,4

14,3

35,4

17,8

—

—

—

—

Hotel- en Logementhouders....

—

*21,2

*10,6

40,6

37

2,8

—

—

Bierbrouwers.........

24,5

17,3

*41

*19,3

47,2

5,2

—

—

—

Gemiddelde.........

22 teJ «J

18,2

37,6

17,4

47,9

_

7,9

45.1

14,4

—

De met een * geteekende cijfers zijn ontleend aan minder dan 100 sterfgevallen.

ocr page 106

Van lOO overledenen waren er gestorven aan

Zenuwziekte n.

Circulatie ziekten.

^_

2 O

^3 . £3 O 03 CO

^ I

rs a a

gt;—I

agt;

bX)

a W

quot;3

a

os i—(

CD

bJD

r-*

w

^ -rr lt;v O

Ph '9

ua O)

Oh

cg 'O

CQ

ci

«s

r H

?H

0^

£

^ , cfl 0)

^ O) 1

cS ^

O

r/)

}-t c3

P-i

D ^ GÓ

O) ^

03 ^ 0

CQ —

Oh quot;rt

8

5.1

4.6

4

1.7

7.5

3.6 3,4

5.2

8.8

4.8

4.4

4.2 *17

5.5

7.3

5.9

5.7 3,9

5.7

4.8 6,2 5,2 4,8 2,8

12 *21,2 *5,1

6

5,8

9,5 8,5

10.3

12.4 12,9

5.4

4,9 i 6.4

7,6

2,3

4

4.7

2.8

5

5.2 1.6

6 4

3,6

1.3 4

4,2 *9,4

5.6 6,1 2,5

6.7 6

4,5 4,1

6.4 4,9 4,7

6.4 4,9

*1,5 *5,1

4.5

10

9,8

12 12,4

3

4,5

2 7

Lj, i

3,9

4

4.1

4.8 3,3

5.1

4.2

4.9

4.3

6.4 2,8

*3,8

7.4 4,7

5

3,3 4,1 5.7 4,3

3.5 3,9

3.7

2.8 7

*7,6 *5,1

6.3 6.1

6.4

6,1

lt;gt;

14.2 13

12.3 13,2 11,9

8,4 13,7

13.7

10.3

13.8

12.4

8

5

4.2 2,9 3,5 4,8

4.7

2.8

4.3

6,2

7,8

4,3 7,1 4,3 8

8.7 *9,4

8.8 9,3

9,9 5,5

7.4 4,8 5,1

6.5

4,81 11,3

15,2 11,8 16,8 10

*37,7 26,6 30,7

8,6 11,4

8,7 12

5,1 10

14,7 9

11 11.2

10,5 10,2

10.5 10.8

12 13,8 13.7 19,2

4.6

4.4

3.7 3,1

6.5

1.8

8,2

7,1

13

10.5

19.9 12,9

6,6

7,6 12,4

14,2 5,9

6

13,1

9,2

12,1 12

5,4 4

4,1

10,0

119

4,5

Katoenfabricage . Wolfabricage. . Schoenmakers Slagers.... Boekdrukkers enz. Kleermakers . . Dienstboden . Geneesheeren Ambtenaren . Kooplieden . Handelsreizigers Huurkoetsiers Losse arbeiders . Kramers en Rond ven ter Landbouwers Tuinlieden . . Visschers . . . Schilders .

Kellners . . . Tappers . . . Hotelhouders enz. Bierbrouwers

Metselaars ^ . .

Mijnwerkers (Durham eiiNortlmniM.)

Smeden . . . Timmerlieden

Meubelmakers .

Molenaars. . . Bakkers

Vabe! J)/s b.

Gemiddelde

1

) In Parijs heeft men er de Steenhouwers bijgerekend.

ocr page 107