|
W E R K E N VAN Dl. ^ YEREHNIG1KG âDIE HAGHE.quot; |
1 j y | ||
|
HET BURGEMEESTERSAMBT |
quot; f .j ; | ||
|
VAN 'S-GRAVENf 1AGE. |
1 | ||
|
11 ER 1N N E RINGS WOORD |
1 | ||
|
DOOK |
1 | ||
|
lt; ' |
1 | ||
|
A. J. SE RVA AS VAN ROÃIJEN. |
1 f | ||
|
.MKT 1 WIK l'A( SI M1 IJ-'S, | |||
|
L r |
i 's-Gra VENH AG f MO U TO N' amp; Co. - 180^ |
, 1 ! |
S. oct.
4957
11 ET BURGEMEESTERSAMBT YAN 'S-GRAVENHAGE.
ïir
0363 8578
n
WERKEN
VAN lil'.
VEREENIG ING âDIE HAGHE.quot;
HET BURGEMEESTERSAMBT VAN 'S-GRAVENHAGE.
I IER INNER INGSWOORD
DOOR
A. J. SKRVAAS VAN ROOIJKN.
MKT TWEE FACSIMILE'S.
I
's-G K A v KMl A(; i, â MÃU EON amp; Co. - 1895.
EEN WOORD VOORAF
âHet bestuur heeft besloten tot de uitgave eener verzameling Werken der Vereenigiug ^die Ilaglic \ waarin voorloopig alleen zullen worden opgenomen de gehouden lezingen (zoo de auteurs daartegen geen bezwaar hebben) en het verhandelde op de leden-vergaderingen. Die werken, welke uit den aard der zaak op ongelijke tijden zullen verschijnen, zullen aan de leden worden toegezonden en verder in den handel worden verkrijgbaar gesteld.quot;
Aldus onze geachte Secretaris in het verslag, voorkomende in het jaarboekje van 1895.
liet Bestuur droeg mij de vereerende taak op voor de uitvoering van dat besluit te zorgen; eene zorg, die mij door den gewaardeerden ijver van ons werkend lid en uitgever, den Heer M. Mouton, geen grooten last op de schouders les^t.
't Is mij een voorrecht onzen leden in de eerste plaats eene historische schets te mogen aanbieden, door
onzen steeds werkzamen Voorzitter met veel kennis bewerkt ter gelegenheid van een der gedenkdagen onzer stad.
Den lödcn November 1894 namelijk, was het 335 jaar geleden, dat quot;s-Gravenhage, door den toenmaligen graaf van Holland, en koning van Spanje Filips II, met het burgemeestersambt werd begiftigd. Door dat oktrooi mocht de Gravenstad, die den roem van 's Prinsenhage en 's Koningshage te gemoet ging, trotsch zijn op het min of meer zelfstandig bestuur, uit de burgerij gekozen.
Die gebeurtenis werd op de vergadering van werkende leden, den i4den November 1.1. gehouden, herdacht in de keurige schets, welke de voorzitter ons aanbood, en waarin hij, zij 't ook in algemeene trekken, toch met veel nauwgezetheid de geschiedenis beschrijft van het burgemeestersambt der hofstad, van de twee eerste burgemeesters af tot hem, die thans met zooveel beleid onze burgerij bestuurt.
Daarom is deze schets een waardig begin van de Werken van âdie Ilaghequot;, en eene schoone bladzijde te meer in 't rijke boek, dat den roem verbreidt der geliefde zetelstad van Oranje.
L. j. J. HAGERAATS
Januari 1895,
Ofschoon vervuld met ai den eerbied, die men aan het gezag verschuldigd is, en bezield met alle waardeering voor het gewichtig ambt van burgemeester, geloof ik geen majesteitsschennis te plegen, of iemand, wie ook tc krenken, indien ik de stelling betwistbaar acht, dat het wel of wee eener gemeente zou kunnen afhangen van die waardigheid, buiten den persoon om, die haar vervult; dat met het staan of vallen van dat ambt een gemeente tot âwelvaertquot; zal komen, of âtot nyet commen, cn vergaen zal.quot;
En toch was dat tc zijn of niet tc zijn ; dat op- of ondergaan van een vlek als den Haag, nu juist 335 jaar geleden, nauw samenhangend met het ambt van burgemeester, zooals blijkt uit de ofilcieele stukken, die daarop betrekking hebben, en in de archieven worden gevonden.
Immers in October van het jaar 1559, bereikte, âeenc âootmoedige supplicatie van onsen lieven beminden Bailliu, âScepenen ende Regeerders onser vlecke van den Haghe âin Hollantquot;, den Koning-Graaf van Holland, Filips 11, waarin hij gebeden werd om voor den Haag Burge-meesteren te stellen.
Als regeerders van don Haag dienden te dier tijd, van Ste. Catharina, 25 November 1558, tot Ste. Catharina '559 Cornelis van Aicken, Simon van der Docs, Jacob van Dorp, Jacob Vermy, Joost Jacobsz. Hogenhouck, en Adriaen Huychsz. van den Velde, als Schepenen, van wie later ook enkelen als Burgemeester zouden fun-geeren. Sommigen van hen zijn ook Schout geweest. In 1559 wordt vermeld als Baljuw Louis Seraats of Lodewijk Scheraarts, aan wien eerst het recht op het Baljuwschap betwist werd, maar die het niettemin tot 1561 heeft bekleed, en als Schout Floris van Dam, de stichter van het van Damshotje, vroeger bekend onder den naam van âhet Oude Wyfkenshuis van die van Dam.quot;
Tot den jare 1559 was het rechterlijk, zoowel als hét civiel gezag van den 1 laag opgedragen aan den Baljuw, den Schout, het college van Schepenen en dat der Vroedschappen ; doch met uitzondering van andere plaatsen, die sedert langen tijd reeds op burgemeesters mochten bogen, hadden die van den Haag tot nog toe zich die weelde moeten ontzeggen.
Het BaljuiL'sdiap, dikwerf vereenigd met het ambt van Schout, hoewel beide ambten zeer veel verschillen in macht en waardigheid, dagteekent voor den Haag reeds van de 14e eeuw, toen Adam van Berwaerde, na het Griffiers- en Secretaris-ambt van den Graaf eenige jaren bekleed te hebben, door Hertog Willem van Beieren, bij commissie van 1 Mei 1354, tot Baljuw en Schout van den Haag werd aangesteld.
\ óór dien tijd werd die functie, zonderden titel, waargenomen door een van 's Graven hovelingen, zooals o. a. blijkt uit het octrooi aan die van den Hage gegeven, op Zondag, na St. Lucasdag, van 'tjaar 1325, door Graaf Willem, waarin kond word gedaan, âdat //7 onsen lieven âen getrouwen Inden uter Haghe alsulcke gratie gedaen âhebben, dat die Scepenen uter 1 laghe met onsen j\Icyster
9
^uler llaghc, die onse Hof aldacr ver.wacrt, maken mogen âvoirboden ende coere.quot;
Hieruit blijkt tevens, dat de bevoegdheid van den Haljuw ook daarin bestond, dat hij met Schepenen âde âburgerlijke bestieringe ten dienste der buurluydenquot; van den Haag voerde.
Doch ook later nog, was het Baljuwschap dikwerf een sinecuur, want, indien daartoe een eenvoudig persoon werd benoemd, zooals in 1356 Ghysken van Ammers benoemd werd door Hertog Willem van Beieren, dan hield b.v. de Rentmeester, van Noord-Holland, de draden van het bestuur in handen, en bezat de titularis niet eens de macht om een Schout te .zetten, en wat dies meer zij, maar moest hij dit doen, âsoe wie onse Rentmeester wil, ende 't onsen Rentmeester, â toen Clayse den Hert, Priester; â oerbaerlic dunken sal.quot;
Was echter het ambt in handen van een Edelman of aanzienlijk persoon, dan was de luister, welke dit ambt bekleedde niet gering, wat er zeker toe leidde om het Baljuwschap mettertijd als een prineipacl Officie van V Land aan te merken, zooals 't genoemd wordt in eene resolutie van de Staten van Holland van 12 Maart 1586.
V'an ongeveer het einde der 14c eeuw is ons de eerste Schout van den Haag bekend, die het Schontainbt afzonderlijk bekleedde; het was Engel Pieterszoon, aan wien het Schoutambt gegeven werd, volgens commissie van Hertog Aelbrecht van Beijeren op Heiligen Kruis-avond 1389, gedurende âEngels leven lanc.quot;
Eigenaardig genoeg valt hierbij op te merken, dat, hoewel den Haag met Scheveningen oudtijds onder een Baljuwschap en een schependom heeft gestaan, en dat ook de inwoners van het genoemde dorp, (thans de 8e wijk van 's-Gravenhage), als burgers en buren van den Haag zijn aangemerkt geworden, en aan tie Haagsche vierschaar onderwerpen zijn geweest, â waarom ook
IO
voor Scheveningcn een Scheveninger als Schepen optrad, â de Schout van den Haag echter te Scheveningcn nooit eenig rechtsgebied heeft gehad, of gezag heeft uitgeoefend, wijl het dorp van overoude tijden af op een afzonderlijken Schout mocht bogen.
De Schepenbank is wel het oudste College van Magistratuur van den Haag, hoewel een juiste tijd voor den aanvang van hare werkzaamheden niet is te bepalen.
Niettemin is het zeker en onbetwistbaar, dat er al in den jare 1311, dus nauwelijks 60 jaar na den bouw van het Hof door Graaf \\ illem II, Schepenen in den Haag zijn geweest.
De eerste acte namelijk, die aan de Riemer is voorgekomen, en waarin van Schapenen van den Haag wordt gesproken, is gedagteekend St. Dionisiusdag van het jaar 1311, waarbij een zekere Heyne van Loon voor den Parochiepaap van den Hage ende die gemeene Schepenen, in diezelve Stede, zekere jaarlijksche rente vestigde op zijn luns en hofstede, welk document in zijn geheel vermeld wordt door de Riemer, als bijlage V pag. 832 van het ie deel.
In 1325 werden Schepenen van den Haag door Graaf Willem van Henegouwen gemachtigd om met den meester van zijnen Hove, zoodanige keuren en ordonnantiën te mogen maken als dienstig en noodzakelijk voor den Dorpe van den Hage zou worden bevonden.
Gevoeglijk mag men bij dien titel van Hofmeester wronderstellrn, dat hem die bevoegdheid verleend werd, als representeerende of bekleedende het ambt van Baljuw, zooals zoo straks werd gezegd.
Oudtijds werden Schepenen voor onbepaalden tijd door den Baljuw aangesteld. Dit duurde voort tot aan het jaar 1407, toen Graaf Willem VI daarin verandering bracht, en aan die van den Hage, omdat ze hem gun-stelijk en willijk het morgengeld opbrachten, evenals
⢠I I
hij zijn andere landen en steden met verscheiden voorrechten begunstigde, ook hen begunstigen wilde, en o. a, bepaalde, ,,dat de Schepenen alle jaar op St. Catharina-dag door den Balliu van den Hage zouden werden verkoozenquot;, en dat zij een jaar lang zouden dienen.
De keuze moest gedaan worden âuit onsen goeden âWailgeboeren ende Huysluden,quot; ten getale van zeven goede eerzame mannen, die drie jaar achtereen binnen âonzen ambacht woenstatquot; gehouden hebben.
Kr werd toen en later geen gewag gemaakt in hoe verre Schepenen elkaar in den bloede of zwagerschap mochten bestaan, of wat ouderdom zij bereikt moesten hebben.
De familieregeeringen konden dan ook welig tieren, en o. a. ontmoeten we dan ook reeds Evert Quirijnszoon [Van der Maes], als Schepen op zeer jeugdigen leeftijd; misschien 18 of 20 jaar oud.
Alleen bepaalde Philips van Hourgondic in 1452, dat Schepenen zouden moeten zijn gegoed tot honderd nobelen en daarboven.
Wat nu aangaat den dienst der Schepenen moet opgemerkt worden, dat, vóór het aanstellen van burgemeesters, aan dit college was toevertrouwd âniet alleen âde oeffeninge van hooge middele en laage jurisdictiën, âals zijnde de administratie en behandelinge van alle âRegtszaaken, zoo van misdaad (nadat het Crimineele âvan de Vierschaar der Welgebooren Mannen, aan âSchepensbank was overgebragt) als van Burgerlijk ge-âschil; het maken van keuren en ordonnantiën en zoo âvoorts; maar ook het gansch bestier en bewind over âalles, wat den Burgerlyken Stand, de bewaaringen der âplaatze van 's Gravenhage en bedieninge haarer goederen âen inkomsten betrof.quot;
Merken wij even op, in verband met hetgeen reeds gezegd is, dat, te beginnen met 1539, 'ueerendeels een
Scheveninger uls Schepen in de Schepenbank zitting nam. ') In het jaar 1539 fungeerde als zoodanig Jacob Symonszoon, bekend ook als Schout te Katwijk, docli toen te Scheveningen wonende.
Ken ander College van bestuur van den Haag was dat der Vroedschappen of Raden.
Dergelijke Colleges droegen verschillende' namen, als oud-raden, raden, veertigen, zesendertigen, en in het algemeen Vroedschappen, zooals in den Haag.
Voor den Haag mag aangenomen worden, dat het Cpllege van de Vroedschap aldaar niet lang na 1400 gediend heeft, zij het ook, dat eerstin eene ordonnantie van 1443 van Schout, Schepenen en de âgemeene vroet-scipquot; gesproken wordt; overigens dagteekenen deze vroede mannen van zeer ouden datum, want de Staten van Holland getuigden in 1587, dat zij zoo oud zijn als de steden âofte immers, dat geen memorie (heugenis) is van haare beginselen (begin).quot;
Uit hoeveel leden de Vroedschap in den Haag in den beginne heeft bestaan is onbekend, maar Philips van Hourgondic machtigde, bij octrooi van 18 Maart 1451, 32 notabele personen, buurluiden in den dorpe van den Haghe, om alle jaar op St. Katharinen avond op het Dorphuyze te vergaderen en aldaar te kiezen, eer zij scheiden âuittenhuyse, bij der meeste stemmen vier-thien persoonen, â dus een dubbeltal, â na luiere goet-dunken om Schepenen te wezen, daeruyt onse Stede-
'l Op een adres van die van Scheveningen aan liet Hof om te blijven behouden een Schepen uit dat dorp, zoo werd in eene Convocatie bij hetzelve besloten, dat alle jaren daags voor St. Catharijn, door Schout, Kerk- en gasthnisincesters, een voordracht van daertoe geschikte personen, zou worden ingezonden, waaruit voor de eerste maal op 25 November 1649 benoemd wierd F. Leendcrsse de Wit. (Emants' handschrift.)
houder of onse Baillu kiesen zoude zeven persoone om scepen te wezen.quot;
In 1513 werd het getal der vroedschappen gesteldop 24 personen, welk getal in 1525 door Keizer Karei teruggebracht werd tot 12.
In 1G21 verzocht de Magistraat aan de Staten om een permanente vroedschap, en vermeerdering van personen, waaruit de regeering zou bestaan, doch daarop werd geen besluit genomen, zoodat 't bij het getal 12 bleef.
Dat de vroedschap, met al hare wijzigingen, zich nochtans ter dege deed gelden, zij het ook, dat zij wel eens achteraf gezet werd, zou aan te toonen zijn, doch is hier ter plaatse niet dienende.
Doch al deze Colleges en titularissen te zamen schenen hun werk en het bestuur van het zich steeds uitbreidende en uitleggende dorp van den 1 lage niet af te kunnen; hunne bediening werd hen te zwaar en te lastig, waarover zij reeds in de jare 1552 klaagden aan Keizer Karei, als Graaf van Holland, en verzochten, dat hun, even als andere grootere en kleinere steden, en vele open bevoorrechte dorpen en vlekken in Holland, mede tot hun hulp en bijstand mochten worden toegevoegd burgemeesters en Toczienders van quot;t gemeen welvaren van den Hage.
Hun klacht werd niet verhoord, doch de aanhouder wint, en zoo werden die van den 1 laag in den jare 1559, â nu 335 jaar geleden, â bij advies van den Hove van Holland, door Filips 11 begunstigd niet twee Burgemeesters, boven het getal Schepenen die jaarlijks aldaar werden gezet, waardoor Schepenen, die gebukt gingen onder hunne werkzaamheden, voor het grootste deel werden ontheven âvan den last, bewind, bezorginge van verschelde zaaken, de policie en burgerlijken welstand van den Hage betreffende, welke vervolgens aan Burgemeesters bij instructie werden opgelegd en aanbevolen.quot;'
14
De administratie en behandeling van alle rechtsplegingen bleef niettemin in handen van Schepenen.
Jammer genoeg is het oorspronkelijke request van die van den Hage, waarbij hun klacht onder woorden werd gebracht, niet bewaard gebleven.
L it het advies van den Hove, in dato 21 October '559. blijkt echter in hoofdzaak wat gevraagd werd.
Het advies namelijk luidt als volgt:
âübedierende sekere missive van Uwe Coninklyke Majesteit in dato den 2en dach van October 1 mitsgaders sekere marginale apostille van der selver date, gestelt op sekere Requeste, overgegeven by Bailliu, Schepenen en Regierders van den Hage, daer by sy versoeken dat Uwe Coninklyke Majesteit gelieven sonde die voersz. Supplianten te verkenen Letteren van Octroy, omme totten regimente van de saeken van den Hage gecreert en gestelt te mogen worden twee Burgemeesteren, breeder blykende by der Supplianten versoek; Ende dunkt ons, (onder reverentie van uwer Mog. E.) gemerekt, dat meer dan 20 vlecken in Hollant zijn, die gelyke Privilegiën hebben als die Supplianten versoeken, en dat ook deur heurlieder versoek niemand intrest pretenderen en mach, dat men die Supplianten quot;t selve heur versoek wel sonde mogen accorderen tot sulcken eere, rechten en praenii-nentien als beboeren sal; wel verstaende dat dieselve Burgemeesteren gestelt zullen worden by de geenen die de Wet zetten.quot;
Request en advies hadden het gewenschte succes, zeer tot genoegen, niet enkel van den Haagschen Magistraat, die daardoor ontlast geloofde te worden van veel bemoeiingen en beslommeringen, maar vooral ook van de Haagsche burgerij die de plaats harer inwoning zoo aanmerkelijk had zien uitbreiden, dat zij voor niet éénder kleine steden, â Rotterdam uitgezonderd, â behoefde te wijken.
Mel gulden letteren mag clan ook het volgende in de Haagsche geschiedboeken worden vermeld.
âOctroy voor die van den 1 lage, nopende 't stellen van twee Burgemeesteren, tot zodanige eere, regten en praeë-minentiën als andere Burgemeesteren van de groote of kleyne steden van 1 lolland genieten en gebruiken.
âPhilips byder gratie Gods, Coninck van Castillie, enz. Allen den genen, die desen onsen brief zullen zien, Saluyt, Doen te wetene, dat \vy ontfangen hebben die oet-moedige supplicatie van onsen Lieven beminden Hailliu, Scepen ende Regierders onser vlecke vanden Haghe in Hollant, Inhoudende hoe, overmits die lange geduyrige oorlogen, scerpe ende dieren (dure) voerleden tyden, die noch nyet al en cesseren, die voersz. vlecke in zoe grooten schulden en achterwesen gecomen es, dat zy supplianten dagelicx zoe grooten last en zwaricheden hebben, dat zy niet en weten daer deur te geraicken, te min daer tverlies van heurluyden eenige neringe en wel-vaeren vander draperie, die aldaer gans en al vergaen is; Ende es in zulcken onverdrachgelicken lasten ende schulden gecomen, dat zy supplianten nyet langer en weten te maicken, noch te regieren, te meer, overmits zy als scepen dagelicx byden Hailliu en Schout elcx in zyn regardt. mitsgaders oick partyen, moeten helpen diejusticie voerderen ende administreren, zoe wel int criminel als civil; Ende dat zy geenen hulp en hebben van burgemeesteren ende toesienders van tgemeene welvaeren, twelck last genouch es voerzulcken vlecke, als den 1 lage es, omme bysundere bedient en besorcht te worden, alzoemen in anderen grooten ende cleyne steden ende veel opene ge-previligeerde vlecken in Hollandt doet, dair den burgemeesteren met zulcke zaicken belast zyn, ende men den scepenen laet beweiden metter Justicie, daer zyluyden oick, overmits den scerpen benauden tyt, genouch mede te doen hebben, want dofficieren op beuren ordinarys, extra-
16
ordinaris ende andere Rechtdagen tot gerycff van pertycn vanden scepen niet on moegen gedient woirden als zy inden zaicken, concernerende twclvaeren vanden Ilage, besich zyn, waerom denzelven officieren hen dickwyls beclagen, zulcx dat te verduchten is. indien der voorn, vlecke geen meerder hulpe als van burgemeesteren en heeft, dat de zelve vlecke gansselicken tot nyet commen
en vergaen zal;
âSoe hebben zy ons gebeden daerinne in tyts tc willen verzien, hoopende dat deur dien de zelve onse vlecke te diligentelicker zal gedient, ende allen zaxken te bet vei-gaen en waer genomen zullen woirden, ende dat ons ghelieve totten Regimente ende Regieringe vander zaicken aldair te stellen en ordonneren twee burgemeesteren tot zulcken lasten, eeren, rechten, preminentien ende prouf-fyten, als in andere grooten en cleynen steden, oick gepreviligeerde vlecken, gedaen woirdt, ende hemlieden daeraff te doen expedieren onse behoirlicke biie\en.
âSoe eyst, dat wy de zaeken voersz. overgemerckt, ende hierop gehadt tadvis van onsen lieven ende getrouwen neve de Prince van Orange, Grave van Nassou, etc., Stadthouder enz., ende den president ende luyden van onsen Raede, den voersz. supplianten genegen wesende tot huerlieder supplicatie ende bede, hebben vuyt onsei zeker wetentheyt ende speciale gratie tot vorderinge vanden Regimente, Politie ende Administratie vander justicic van onser voersz. vlecke gegont, geoctroyeert ende geaccordeert, gonnen, octroyeren en accorderen, dat van nu voertaen boven het getal van scepen die aldaer jaerlicx plegen gestelt en geinstitueert te zyne, oick van nu voertaen zullen geordonneert ende gezet woirden byden genen die de wet aldaer vernieuwen zullen
' TWEE BURGEMEESTEREN vanden notablesten aldaer tot zulcken eeren, rechten ende preheminenticn als andere gclycke burgemeesteren
17
van onsen (jrooten oft cleynen steden van Hollandt genieten ende gebruycken. Ontbieden daeromme ende bevelen onsen voorsz. Stadthouder Generael, den President ende luyden van onsen Raede van Hollandt, ende alien anderen onsen Rechteren, Justicieren ende officieren dien dit aengaen oft roeren zal moegen, dat zy den voersz. Supplianten ende heurlieder naecotnmelingen van dese onze gratie, octroy ende Institutie van Burgemeesteren, doen en laeten genyeten en gebruycken, sonderhemluyden daeromme te doene oft laeten geschien eenich hinder, letzel ofte moyennesse ter contrariën, want ons alzoe gelieft. Des toirconden, enz. Ghegeven in onser stadt van Bruessele den sestienden dach van November 1559.quot;
Zoo was dan het Burgemeestersambt voor den Haag, in het jaar 1559. i'1 leven geroepen, en waren de stedelijke archieven uit dat tijdperk, niet grootendeels verloren geraakt, dan zou het misschien mogelijk zijn geweest om nog eenige bijzonderheden mede te deelen. 1 hans moeten we ons slechts met enkele gegevens uit lateren tijd vergenoegen.
Zoo vraagt dan in de eerste plaats de aandacht eene Instructie bij provisie voor de Burgemeesteren van 's Gravenhage V geen zij te doen zullen hebben, vastgesteld op 6 Juli 1560.
De 12 artikelen dier Instructie kunnen we vluchtig doorloopen.
Burgemeesteren moesten naast Baljuw en Schout, met de Schepenen ânommeeren den Tresorier, Fabryck, ende lixcysmeesteren, Bedienders van Excysen en van anderen incompsten. den Werdeyns mitten anderen diensten dair ancle ven de, omme daeruuyt geëligeert te worden by den Stadthouder of door dengeen, die hem vervangt.
Ditzelfde was ook bepaald ten aanzien van Kerk-meesteren , Heylige Geestmeesteren, Weesmeesteren. Getydeni resteren, Huyssitten- en Leproesmeesters.
1 s
Het recht van verkiezen echter hadden Burgemeesteren. naast den Schout, doch met Schepenen, van Deeckcns en Hooftimns van Gildens, Cappelmeesteren, resthuys-meesters, \ indcrs, Brootwegers, Wakers, Brandmeesters, Kmraermakers, Boden, als Boschdragers, Keurmeesteren, Sackdragers, Cruyers, ende generalicken allen anderen diensten, 't Corpus van den Haghe behouftig zynde.
âEnde sullen eenen yegelicken van luieren subjecten in den zynen van allen den voersz. diensten mogen constringeren te doene rekeninge, bewys ende relicjua van heuren bewind ende administratie.'
In presentie van Burgemeesteren en Schepenen werd door den Officier âden gheenen dien 't beheert den be-hoerlyken eedtquot; afgenomen.
Zoowel als het voor dien tijd door Baljuw, Schout en Schepenen was verricht, werd aan Burgemeesteren opgedragen, om, met Baljuw, Schout en Schepenen, âoick by advise van den Yroetscappe, als't noot es,quot; te maken alle de keuren en ordonnantiën, de politie ende twelvaren van den 1 laghe, aangaande, âals op ten brand ende brandschouwequot;, de beschouwinge van derstraeten, plaeten, waeteren, wegen, kaden, buyten en binnen den Hage; op t broot, koorne, vleysch, visch, bier, wijn, ende andere provianden, coopmanschappen, maeten, gewichten, en diergelycken. stellende daerop alzulcken boeten en bruecken groot ende cleyn, als henluyden goedduncken sal.quot;
Burgemeesteren waren voorts gehouden âtot coste van t Corpus van den Haghe te sustineeren de processen, die vuyt saecke van dien sullen mogen rysen,quot; en hadden bovendien in last ât regt van den Hage te bewaren, allen de processen te beleyden, zoe by justitie als middele van accorde. mits daer over roepende ofte tselve leggende in deleberatie van Scepenen, ende ook de Vroetschappen, is het noodig.
'9
Verder moesten Hur^cmeesteren scherp toezien op het inkomen en het uitgeven van de goederen van den Hage; eveneens op alle werken en reparation, hoedanig die wezen mogen, en bijzonder scherp toezicht hebben op de politie, neeringe ende welvaeren van den vlecke van den 1 lage, Scheveningen, Eikenduinen en Nieuwveen.
üe Justitie werd streng afgescheiden. âDaar en sullen die H urge meest eren nyet, en mede gemoeyt zijnquot;; daarentegen zouden Baljuw en Schout zich niet bemoeien met de zaken van B urge meesteren.
Niettemin mochten Burgemeesteren den Schepenen assisteeren, âals dezen te doen sullen mogen hebben in saecken den burgeren, heurluyder weesen, den Privilegiën. Costuymen, Politie ofte anderen swaeren saecken beroerende.''
Burgemeesteren zouden voorts hun Kamer âapart hebben ende houden,quot; doch tevens gerechtigd zijn, âtot âallen tyden in Scepenen Camere en Vergaderinge van Vroetschap te commen.quot;
Kn voor al die zorgen, voor al dien arbeid, voor al de verantwoording, welke op hun schouderen werd gelegd, daar Burgemeesteren voor het z^elvarcn van den 1 laag, den bloei en den groei van dat dorp, als 't ware moesten instaan, werd hun, even als aan hunne collega's in andere steden een wedde toegekend van negen Carolus guldens tot een tabbaard-laken.
Maar er kwamen emolumenten bij, en die vulden eenigermate het bedrag aan.
Zij genoten en profiteerden namelijk, even als de Schepenen, in alle verhuringen en excynsen en andere verpachtingen van goederen: in verkoopingen van huizen, landen, erven, ende anders; van yken, maten, tonnen, gewichten, en voorts van alle andere zaken de politie aangaande, met dien verstande echter, dat de tegenwoordige Schout van den Haag in zijne emolumenten
20
en profijten gedurende zijn pacht geenszins geprejudiceerd ofte te korte gedaan zal worden.
Het schijnt wei, dat men het ook zoo nauw niet genomen heeft, in dien goeden ouden tijd, om den Burgemeester, indien hij toevallig winkelier of koopman was, of wel een ander bedrijf uitoefende, stedelijke leveranties te laten doen, want o. a. werd 16 November 1621 aan den aftredenden burgemeester op zijn verzoek toegestaan om te behouden de leverantie van de medicamenten ten behoeve van de arme miserabele personen, misgaders van het banket en andere zaken, benoodigd voor de maaltijden door den Magistraat te houden.
Haast zou men gaan denken, dat de burgemeester juist leverancier was om, en ter wille van zijn betrekking.
Eenigszins sluit zich hierbij aan, en om der curiositeit wille vermeld ik dit, dat Aalbrecht Bosch, oud Schepen, naderhand presideerend burgemeester, op 22 Januari 1631 ontboden werd ter Kamer van Burgemeesteren. en dat met hem geaccordeerd werd wegens het bakken van een proef rogge bij den Magistraat opgedaan. ')
Jammer is het, dat ook de Tresoriersrekeningen van de jaren, voorafgaande het jaar 1585, niet meer in het oud-archief der Gemeente voorhanden zijn, -) ten einde er een en ander uit te kunnen aanteekenen omtrent de eerste burgemeesters. We moeten ons dus nu tevreden
!) Duidelijker nog spreken de volgende posten, ontleend aan de Tresoriersrekening van 1608; Betaald aan Pieter Jansz. Palesteyn âde somme van vijfl' ende vijftich ponden, eene schell. zes penn. vuyt saeke van bancquet ende andere waeren. bij hein totte voorz. maeltyt gelevert.quot;
âBetaelt Claes Corneliszoon, burgemeester van's Gravenhage de somme van vijftien ponden vijfthien schellingen vuyt zaeeke van diversche gewichten bij hem tot behouil' van de waech van 's Gravenhage verswaert.quot; Later heeft hij tinnewerk ten behoeve van 't Corpus van den Hage verhuurd.
â 1 Enkele vroegere jaren bevinden zich nog op het Rijks-Archief.
2 I
stellen met het jaar 1585, waarmede de reeks in 't outl-archief der gemeente begint.
Daarin wordt deze post gevonden :
âBetaelt den burgemeester ... de somme van dertich ponden, over een Tabbart Laecken hem als burgemeester van den Hage toegevoueht. verschenen Meydage anno vyer ende tachtich, mitsgaders nocli twee ponden voor de twee Stoopen wijns, blyckende by quitantie.quot;
Zooals echter werd gezegd de emolumenten moesten alles goedmaken, en om daarvan een inzicht te krijgen, ontleenen we quot;t een en ander aan een Memorie van 1795, waaruit blijkt welke emolumenten jaarlijks uit differente rekeningen aan Baljuw, Hurgemeesteren, Schepenen, en derzelver Ministers goed gedaan werden.
Uit de rekening van den Vendumeester Æ 96.â; als Commissarissen van de Vendu, (dit baantje had ieder op zijn beurt) Æ 200.â ; uit de rekening der verkooping in de stadsbank van leening f 144.â ; voor het opnemen der groote rekening en het tellen der panden f 12S.â; uit de particuliere stadsrekening voor almanakken, voor het betalen van intressen, en voor het hooren van Doleanten genoten Baljuw en Schepenen gezamelijk Æ715.â.
Bovendien ontvingen burgemeesteren gelden voor een almanak met zilver; voor rantsoenpenningen ; voor flam-bouwgeld; voor waterschouw; voor messen en scharen; voor courantengeld, voor dedomagement van briefporten, en ik weet al niet wat meer, en die emolumenten bedroegen te zamen voor een twintigtal personen, die de regeering van den 1 laag uitmaakten ongeveer Æ 45000. d. i. dus zoo wat door elkaar gerekend een bedrag van ruim f 2000.
Het Burgemeestersambt werd d;:n ook beschouwd als een voordeelig baantje, en hoe zwaar de werkkring oogenschijnlijk leek, was ieder begeerig om het ambt
22
tc bekleeden, cn keerden dc titularissen op hun toerbeurt, â zij het dat daarvoor geen officiccle bewijzen worden gevonden. ') â van vroedschap en schepen tot de burgemeesterlijke waardigheid terug.
Noemen we nu de 20 eerste Burgemeesteren van den 1 laag. Zij waren Jacob Vermy, 1560 ;-) Dirk van Alkemade, 1562; loost Jacobsz. Hogenhouck, 1562; Air. Alichiel Claesz. van den Berg, 1567; Claes van Dam, 1567; Adriaan van der Limit. 1568 ; Adriaen van de Velde. 157°' Jacob Willemsz. van Dorp, 1575; Frederik Frederiksz. van Elburch, 1576; Simon van der Does. 1578 ; Cornells Zijbrandtsz. van Brederode. 1581; Johan van der Wyele, 1584 ; Adriaen Screveiszoon, 1585 ; Jacob Adrz. v. d. Burch, 1590; Antonis van Cats, 1590 ; Aernt Boll, 1591; Cornells van Blijenburch, 1593 ; Jacob Cornelisz. van Wouw, 1594; Heyman Kiggelaar, 1597; en Evert Quirynsz. van dei-Maas, 1598, 3)
Niet onmogelijk is het. dat het instellen van het Burgemeesterschap van den Haag, er ook toe meegewerkt heeft om het tegenwoordige Raadhuis, dat van 1563 dagteekent, te doen bouwen.
Wij hebben immers uit de Instructic gezien, dat Burgemeesteren zitting zouden nemen in een apart vertrek, en hoewel reeds in een octrooi van Keizer Karei, als Graaf van Holland, van 20 Mei 1553, gesproken wordt
') 27 April 1739 werd o. a. door dc âWetquot; (Schout, Burgemeesteren cn Schcpcncn) gedelibereerd op de propositie van de Hccren van de Societcit, âom soo dc cleyne als grootc amptcn, staande ter begceving van dc Societcyt, tc maaken tot lourmupten.quot;
Dc Hccrcn gccomittecrdcn werden verzocht af tc wachten het plan. dat dc Heer Hooft verzocht was daarvanoptcstcllcn.cn hctsclvc ter deliberatie van de Magistraat te brengen.
-) Het jaartal achter dc namen geeft hun eerste optreden als Burgemeester van den Haag aan.
â¢') Dc burgemeesters op dezen volgende vindt men o. a. in de Haagschc Jaarboekjes 1889-1894.
van de reparatie van den Schcpenhuize in den Haag, welke noodig bleek, doch waarvoor geen gelden wegens den achterstand van den Haag, beschikbaar waren, zoo mogen wij gerust aannemen, dat het optreden van Burgemeesters, met den aankleve van dien, beambten en boden. â de âreparatiequot;, in een volslagen herbouw heeft doen overgaan.
De ongemeene bloei, waarin 's Gravenhage zicli mocht verheugen, zeer zeker te danken aan het Burgemeesterschap van twee vroede mannen, veroorzaakte een nieuwe aanwas van besoignes en affairen van den Hage door tal van dagelijksche zaken veroorzaakt.
Het waren nu de beide Burgemeesters zeiven, die met en naast den Baljuw, uit hun naam, en tevens uit den naam van regeerders van 's Gravenhage, zich tot de hooge overigheid wendden en een derden burgemeester verzochten.
Ook op dat request werd gunstig beschikt, zooals blijkt uit het octrooi door de Staten van Holland op 2 T Januari 1591 aan die van den Haag gegeven tot het hebben van een derden Burgemeester.
âDe Ridderschap, â alzoo luidt de beschikking, â de Ridderschap, Eedelen, ende Gedeputeerden vanden Steden van 1 lollandt ende Westvrieslandt, Representerende de Staten vanden selven Lande. Doen te weetene, dat alsoo Bailiiu, Schout, Burgemeesteren, ende Regier-ders vanden vlecke vanden Hage, ons verthoont hebben, dat deselffde vlecke inden jare 1559 byden Coninck. naer voorgaende advys vanden Stadthouder, President ende Raden van Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandt, vuyt gewichtige redenen, geoclroyeert ende geaccordeert is geweest, dat van alsdoen voertaen jaerhxx boven tgetal van Schepenen, die aldaer t'elcken jare gestelt worden, twee Burgemeesteren vande notabelste, byden gheenen die de Weth aldaer venneuwen, souden worden geordonneert,
^4
volgende wekken tot nochtoe twee Burgemeesteren in ofhcio binnen den Hage geweest waren, dan alsoo de dagelycxe voorvallende saecken, besoingnen, ende affairen vanden 1 lage, soo int vervolch van haerluydcr saecken aen ons ofte onse Gecommitteerde Raden, aenden Hoogen, Provincialen Raden, den Lin den van de Rekeninge, ende anderssints, dagelycx sulcx vermeerderen, dattet on-mogelyck was, soowel tot dienste vanden Lande, als die vanden Hage voorn., deselffde by twee Burgemeesteren te doen waernemen ende bedienen, bj sonder soo wanneer eene vandeselffde Burgemeesteren absent, sieck ofte in zyne nootKxke particuliere affairen sal wesen geoccu-peert, in wekken gevalle de saecken vanden Mage voorn, mosten blyven verachtert ende werden gepostponeert, tot grooten nadeel vandeselffde vlecke, Ende gemerct binnen d'andere Steden ommegelycke redenen de nombren vande Burgemeesteren waren geaugmenteert, de Supplianten versochten, dat wy, regard nemende opt gundt voorsz. is, haerluyder voorn, octroy souden willen amplieren, ende henluyden vergunnen ende accorderen, dat inde plaetse van twee, drie Burgemeesteren sullen worden geordonneert;
Soo is 't, dat wy de saecken voorsz. overgemerct, ende daerop gesien hebbende quot;t voorn, octroy, ende voorts aenmerekende, dat den derden Burgemeester oock van wegen de vroetschappen vanden Mage wordt versocht, vuj't onser rechter weetenschap ende volcommen autoriteyt, tot vorderingeende goede directie vanden regimente, politic ende administratie vande Justicie binnen de voorsz. vlecke vanden Hage, gegunt, geoctroyeert, ende geaccordecrt, gunnen, octroyeren ende accorderen by desen, dat van nu voortaen boven tgetal vande Schepenen ende twee Burgemeesteren aldaer, noch een derde Burgemeester geordonneert ende geset s:i! worden vande notabelste vanden 1 lage voorn., bij den ghecnen die jaerlycx
w
de Weth aldaer vernyeuwen, mede tot alsulcken cere, rechten en preeminentiën als anderen gelycke Hurge-ineesteren genyeten ende gebruyeken.quot;
Het valt niet met juistheid te zeggen wie als derden Burgemeester werd benoemd, want daar jaarlijks de wet vernieuwd werd, en de, in het vorige jaar, dienende Burgemeesters niet altijd op nieuw werden verkozen, kan I men uit de namen geen conclusie trekken.
Van 1591 â i 592 waren echter Burgemeesters Adriaan Screvelsz., Antonis van Cats en Arent Boll.
In dien laatsten zie ik den derden titularis, wijl hij vóór dien tijd nog niet op de lijst der .Magistraatspersonen voorkomt, terwijl de beide eersten reeds voor dat jaar als burgemeester of schepen fungeerden.
'1 ot den jare 1618 liep liet nu alles als van een leien dakje.
1 oen bracht Prins Maurits eene kleine wijziging in de bevoegdheid van Burgemeesteren en schepenen, of beter gezegd hij gaf aan hun macht eenige uitbreiding.
Nadat die Prins, als Stadhouder van Holland, alom in de steden de wet had verzet, kwam Zijne Excellentie, nu ongeveer 175 jaar geleden, den 8en November in den Haag, waar zijne Prinselijke Excellentie ook dezelfde verandering maakte.
De geheele Magistraat werd van den Eed ontslagen en een nieuw bestuur werd aangesteld, en toen het den eed had gedaan, verklaarde de Prins, dat zijne Excellentie niet verstond, dat de officier van 'süraven-^ hage, Willem van Outshoorn, eenig gezag of stem zoude
hebben bij de Burgemeesteren en Schepenen, of in de Vroedschap, maar dat hij zich zoude hebben te bemoeien met zaken zijn ambt alleen betreffende. ')
') âIn het begin van September reisde de Prins, vergezeld van een aantal edelen en omstuwd door zijn lijfwacht bij de steden van Holland rond en verzette er overal, waar het hem behaagde de liet.quot; (W ynne blz. 150.)
26
Volledigheidshalve voegen we hier den eed in dien 1 hi rgem eest eren moesten afleggen.
âWij beloven en zweeren de Staaten van Hollanden West-Vriesland, zijnde onze Hooge ende Souveraine overigheid gehouw en getrouw te wezen ; de Handvesten Octroyen, 1'rivilegien en Folicien van 's Gravenhage voor te staan; 't gemeene beste en oirbaar van 't corpus en borgeren alhier, zooveel in ons is, te bevorderen en te doen bevorderen; op de inkomsten en thesorye van 's Gravenhage voorz. goed requard en naarstig toezigt te nemen, ten e\ nde dezelve ten meeste profyte en oirbaar als vooren geregeert en geadministreert mogen werden ; de Secreeten van 's Gravenhage voornoemt, zulks deselve bij den Bailln, Schout, Burgemeesteren, Schepenen en Vroedschappen tot eeniger tijd zouden mogen werden geresolveert, niet te releveeren ofte openbaren, en de resolutien van dezelve te doen deligenteeren, effectueeren ende te wege brengen nae behooren, mitsgaders alles \ oorts te doen, 't gunt goede en getrouwe Burgemeesteren behooren en schuldig zijn te doen.quot;
In 1672 werd door l'rins Willem 111 eene herhaling gegeven van wat in 1618 plaats vond, zij het ook om eenigzins andere redenen dan door Prins Maurits w aren aangevoerd.
âTot meerder rust en dienste der Steden en tot wegneminge van alle murmureringe onder de ingezetenen, besloot de l'rins de Magistraten te veranderen, âzettende sommige leden uit en andere wederom in de regeeringe.'quot; ')
Die afzetting of verandering van de W et trof o. a. ook de drie regeerende Burgemeesters van den Haag.
i) Eensdeels hierom (0111 de in beweging geraakte bevolking der steden tot bedaren te brengen), en anderdeels omdat vele der regenten als aanhangers der staatsgezinde partij, niet aangenaam waren aan den stadhouder, machtigde de Staten van Holland den l'rins. den 2711 Augustus, voor zoover hij het noodig achtte, overal de Wet te verzetten.quot;
Overigens bleef het drietal Burgemeesters aldaar voortbestaan tot aan het revolutiejaar, ongeveer een eeuw geleden.
In 1794 dienden Mr. Covert Franco van Slingelandt, Mr. \\ illem quot;t Hoen, en Mr. van der Burch van Spieringshoek.
Na hem kwamen representanten, maires, enz. tot dat, in 1813, als provisioneele regcering, de trits burgervaders weer voor den dag kwam, bestaande uit de Mrs. J. Slieher, \\ . quot;t Moen en A. Bachman.
Bij Koninklijk Besluit van Dec. 1815. No. 86, werden vier burgemeesters benoemd, zijnde de twee laatstgenoemden van het j:.ar 1813, en de Heeren Mr. G.J.H. van der Heim en F. J. de Roest van Alkemade, welke laatste echter bedankte en vervangen werd door Mr. C. E. Van Doeveren.
Sedert 1822 regeerden Mr. J. A. Schietbaan, in de plaats van Mr. v d. Heim, en Mr. J. C. Van de Kasteele in de plaats van Mr. van Doeveren.
Van 23 Februari 1824 af was burgemeester de Heer L. C. R. Copes van Cattenburch, die op 8 Maart d. a. v. den Raad ontbonden verklaarde en een nieuwen Raad installeerde.
Na hem volgden in 1853 Jhr. Mr. C. L. H. Hooft; in 1858 jhr. Mr F. G. A. Cevers Deynoot; in September 1882 Mr. J. C. l'atijn, en 2 1 September 1887 onze tegenwoordige burgemeester, de geachte Heer Mr. A. J. Roest.
Het zou ons te ver voeren om bij dit verslag van het ontstaan en verloop van het burgemeestersambt in den Haag, nog te wijzen op ieder der personen die dit ambt waardig en in hoog aanzien bekleedden.
Bij een getal van ongeveer 700 burgemeesters, van wie velen, dit dient in 't oog gehouden te worden, herhaalde malen opnieuw als burgemeester fungeerden, zou het ons zelfs moeilijk vallen om een keuze te doen.
Laten wij echter dankbaar erkennen, dat ieder hunner, zijne beste krachten heeft aangewend om ons geliefd 's-Gravenhage te doen zijn wat het nu is, en laten we den wensch uiten, dat onder het bestuur van den tegen-woordigen burgemeester, den Heer Mr. A. J. Roest, onze stad nog meer moge toenemen in aanzien, in luisteren in bloei, opdat we, met een variant, den grooten Constanter, â Constantijn Huygens, â kunnen nazeggen en nazingen :
âeen stad der sleden; geen, dacr yeder steegh een pad is; maer stad der steden; één, daer yeder straet een stad is.''
Den Haag,
io November 1894.
XSt â /^£0
Ã-K
1
*b««
Lfc
CVi«9 M^Voerii^ f^vfiton ^cy^boxMt-wt
Ngt;ni|j onf^ crvooicn o|f cftVim^) ri^bi)n Vcxn ftoffcitwk ot^ii^li
^Jirti cU^ «wWfc1:
^CKjvnyy Oft ofOC^ ^«./W L^,
Qr^JJromw^ iebocv^ o^
iv» ^-5 .^«tev^iuxxtrcorxvi OMfTH^V ⢠^Utr 0*/\^
, '()£rtMlgt;gt; % 0*1
LC^Can^^V
^r^j^vooiCQ o|f cfiVnti^ n^ Vcxij ^off«»Wt^i^Vilt;5ltSj âºHlt^ oI^cocvai} ^»awiiw/ lt;MOr «^c*)ciaolt;WYy onitvj 'fitfficllt;lt;rigt;? ^jvfc
\4ew SwrjM^ ^c^r\ fUctc^ swftm i
^ ^ _____________ ^ ^twWy ^sajrt f9viw^^sSlt;g V^oittój ' '- ^ _ A ^ t .
Lvti; famp;tfrv fGoamp;Ctt .Mgt; OM^ oamp;tcftp U \6è tliV
:^mwu4Co»tcrl)otf «HO t
â ... .v -----------V -quot;tr r-p- tj»---
c^urcoV^vt ^tMwV» 0Xj*t)^VcV 1*5quot;Acro^Vx^ TÃok^cM; y\)olt;Sr((»t^ 5e^ C ocb wtic Agt;iv gt;w cS^ yc^ ^nct^ f \\G*cS\vi\iVHti /Hct«6c»»ifi
^paiM^HtV»
J
.vc
__ (^4- Vct'Vi amp;C/iboiamp;f}\c***tiT*Sn, w ______^ ^ ^ a ^cIaV- \Srtni^i^pOSn
xO fgt;Vttn ij-*4- tj^ ot HV^f) / Vi (*-amp;quot;O c'^bv^^Cft^^Ctj
_ ___________fy 0^1 V I OCwbify 1 / ^^^2^
lt^â¬Â»|C-x) vSciw^S^Scx^tj^lt;*44^4- CPim?tf£Gyrfèiamp;â¬*Ar,jr(}c\iamp;裻 4-AV \)CVMN^ f ck-C^V ^TU^Nxvm^I^ |
^C?lt;xvSrH^H^ vSN^ I fyp ^r*0ö\6^v^t\SS^ C-^xStvi^Vlt;» »^gt;V- It k-tH-SnvKS^â^tSrxS^ CkQ^Kv^ f Xlt;S(\ t 0/^«S fVh ^jgt;| '*^-'
^xt^nUuV^ ftf^txttvS, TrtJLVövY^ t^Wii^AcV4- | 4^NjÃN5â¬c^i^ o OCvW \c Ipt^vftLS^ r\vi foovA quot;'OpV^r l^j u^C^^«r^4^Sr(- VsVSrX^ pf powvSJ-Sc^- ^
4-o4- t^irooVtS VcxïiiH?-p5^f=^ x'Njt^Vfi'I^ lt; h\i t|vS^Tar^iSrA'^ C^Sgt;\lt;vv^c^
tfvttvïït^^4nScv4- , gt;Ccrf-kk4vKS)V^S(riC4^, ^(Ki-Stifi fc^trb itV^mvCVc 0igt;4-^viH^ Voovfif ^ ^avSrCuijXSr ^lt;gt;?r f'ou^'y V^'O^in -CV^n^vSASi i tSiV '
WHuvS^ cSt^W lt;-vvCi^O ^VSoS ^^^4- ^i-toiS VjClt;CH^it^- IMC^VVHAS^ I* mCCV^TN^Oquot;^tS? quot;t^t^U^OtvHv^ ^c^â f SteJsi lt;^a.±\amp;ii ^Vr«iVfi ^,1000*1/^ ö acSr^iSwft^
trv^ Si^\V ^VïöftV.^ ^CT^cifrfryJ a^^tntfxrCX.Svbï^^'i
JXVVth* tf^^.s\s IV:^Sri-tic\gt;tvnVS; fci-Sj-m» tSi4n*gt; / tr^yC^ft^ f i-StV ccchut 111 IrtX^H 1^vV
......... â .... ...... ............. . ------1----, -tSM^ ^Vcimm% , o cWt^ ^ vSrv^ ^S?V \jp^l W^«4- Vcmi VV WV^^V, ^ouls ^
^I^H-CV C Vft oPi^^SxkS vStXs 4-96^ ^3 cxC^cxvt / gt;i0^f^ vKsTVC^i^JJ nirtf^n^y o vhi^Sr4^-^t\L^y^Kf'^ Clx Cl Vt?o hXS^ Va Ht)4^v^lt;^V' Vlt;*»^C,
^|t\Si -t^-|^Sv^ntS^l*cdfoacvVi^OvSrtv»|vVNt^Sj 1 tivO^gt;- tcC^^CrfcVr ^gt;ir\^quot;VvS^i-v^ ' vSi\^ . »V^SSmvHJn/^v^ rv C-^ a.H\Slt;v^rt ^f^tj tiU-^l^-Sy^ ^SoSf W
öcn ^an6;n ,SuCtu!baii QlTanbt
rv/., KiZ, « t A_ ^ ! /
WMVW^- V r^i. CCiVi ^VV t#-AiSSitVgt;'^N.i^Vr4~ CxS^oo^^quot; â
/v V gt;: - ^ . lt;f~(i^^lt;y .lt;^JL
^Tpj / ^cMivöuin^'y^vf ^.^vS: ótoj ^\sS»\Sgt; ^TliNti-NkA^
er ^TCOftlUlHCK
\
\
Cl
. wvvUtmp. icociotxn^X^v
CKOc 4TcrttJ.ur^o(gt;vH ^cpïtfcnifactxW^c staten Sxxrwu fcCiitit' ^tVTx^c. ^CCTt tCOTWtCTl^
SiV ^^ns«XSc\V V,i»,|hS^Ci^fLiv\a;iiXSgt; 6lCt4#?Oö ' i rv. X^-» 1 ^
S^T^A.Aw. Vf^v ci- v. i fb S. i V ^ ^ j i i' -
7 ________________ l_____________- -F-^r-r, v-r ^^lt;*4- 1 ^144 ^oti^ t J
------- -...... ,, ------ ^ ^vv,.^n AJ V rv v vw LTrrcoH4- fytëO'fyjf^iiT- Vc^Vivi^ V,^Xrlt;W^vS\gt;if#::=f:ir^f fV|tXSgt; ^-^Vtu«^fc gt;ta^V\gt;lt;x»X^rt. WV4- -lt;354 »»\
^6'4n«:VAH-fy»iiVv. |ptvS»W- ^r^c^VnV) t iSiV4quot; /V» ttir^4-t»^ ^sTX^^^niCto'^b ' ' ^ 4 '4 r-^ ^ \_ - -/y*K.-i.
4^4^1^01*1 ^â¬c^^pSv*SiC v3nV ^ftgt;a iS- V»^ov\S^V»Oi^ JtlG »^*4^S^f^vS^SnSgt;rt.tv5w^ gt;\1* fiwH'jquot;
4 iHrt^vVvt»
Koo4^»|c4r^ trc*. ^4-tt-i*.Clt;tSr^-
^-vc^
oy }
b cSltVt^NjO CfVllH tvL
»Sa
:l54vvWvW.lt;n
.f-ftf. -gt;C=rrgt;i^tt
rL^4ó,t.i
1 n 4-P t vSro
0»^H- k^gt;c4iCXgt;Mé^ cS^^^^^t4^i4-t^Vgt;otl^\v ^t^rNS» fii
c^\i4-'^y sSs^uHp ^»vovSr ^ Cisi^^d, oA^ M»igt;iji^ti| 4^S ^^-^U-vV» ^ ^txitivönr^ CM- V^-'c^v vS: 0*1 ^\sS»\Sgt; SPigt;|
lt;w»
vSi^^OVin^----- f -------- ^-------- ------ - . ILuu
gt;^00 t f^66%Sj\(?tj Onj^i* t^röö4^^» (Ct iSrwrvON^
⢠v i rVy^ / C-! . . , l'*^ ^ l 'J v w ^
Door de Vereejiiqituj â the llacjhc zijn uitgegeven, of verkrijgbaar gesteld:
Haagsch Jaarboekje, onder redactie van A. J. Skrvaas \'an Rooijkx, voor de jaren 1889â1895.
J. Krvi'ER. Historische kaart van 's-Gravenhage,
met tekst.
C. II. Peters. Rapport over de Landsgebouwen,
2 din., met platen (bij uitzondering voor de leden).
Voor de leden tegen verminderden prijs aan te vragen bij den Penningmeester der Vereeniging.
Voor ;/7gt;/-leden te bestellen bij den boekhandel.
Ter perse:
\\ . P. II. J ansi.n. Het Klokkenspel van den Haag-schen St. Jaccbstoren. (Met portret).