r^v â . ; â - - â : , -;|
V-quot;' ' '; ' â ', J-V , quot;' â¢â¢quot;â¢â¢gt;â¢â¢- y-V .; .lt;â¢gt;â¢quot;»*-: 'V^?'
:-V â â¢â ..â â .â ; ;:4i .. â quot;â quot; â â ii-,
:-5-
...â ,. â y - â ' â .
EENIGE DENKBEELDEN
â â V
$t: â â â â¢-.⢠â â l ip..* , â¢'V-s:-.
: ''\V
- l.V
Ãc:
â¢: , ⢠i / ;-v : gt; y lt;
OMTEBNT DEN TOESTAND DEE
ZUIVELBEREIDING
in de laatste japen en op het huidige oogenblik.
quot; ;
C. H. HUMMELINCK,
Directeur van de âHóllandiciquot;9 Hollandsche fdbrieTc van melkproducten te Vlaardingen.
â 1-^15
Met zes uitslaande graphisohe Kaarten.
I ^
r ^
5»
ffi .:';
â Wï
ROTTERDAM,
NIJGH amp; VAN DITMAR. 1886.
^ '
} -5
Wmm'-'u:
â¢v-r-5;r
'X i'%. , â gt;. 'â â¢â .. ' . ; ' '.r iquot;quot;
â - 4 i-' 'i
â ' ÃA. - VS
i ; ' ' . , ' ' . - - ' Vip/quot; W-i- .
'â -v: â -. quot;:f : â - ' V ⢠^ ^ gt;quot;:
'i ' ^ K ^r i ^ ' ' , . s lt; / C\ ^
. u ⢠' 'A. , ' 1. , ^ ^
|
AA. ocl. 5 §3 | |
|
% |
âf ⺠-*gt;â 3'5 x*quot; f S)S quot;V^r* |
|
GESCHENK VAN | |
|
MEVR. DE WED. | |
|
DR. 0. P. VAN | |
|
TlENHOVEN= | |
|
NINCK BLOK. | |
|
% |
Z/ttsïtsZ- ÃVL^'c: ^%JW 'j^ ^Tr) ^iJamp; OXÃ^à |
. *:â ^
J] Jl fsrs
EENIGB DENKBEELDEN
OMTRENT DEN TOESTAND DEK
ZUIVELBEREIDING
in de laatste jaren en op het huidige oogenblik.
DOOR
C. H. HUMMELINCK,
Directeur van de ,,Hollajidin'', Hollandsche fabriek van melkproducten te Vlaardingen.
Met zes uitslaande graphische Kaarten.
^w*-
ROTTERDAM,
NIJGH amp; VAN DITMAR. 188(3.
In eene Algemeene Vergadering van de Vlaardingsclie Afdeeling van de Holl. Mij van Landbouw, werd door mij op nitnoodiging van den Voorz. dier Afd., eene spreekbeurt vervuld, en ik heb toen het onderwerp behandeld, dat deze Brochure ten titel draagt. De beperkte tijd, die ter beschikking was, en meer andere redenen, waren oorzaak, dat dit onderwerp niet zoo uitvoerig kon worden behandeld als in het belang der zaak wel wenschelijk was â terwijl het mij bovendien toescheen, dat eene uitvoerige behandeling van sommige gedeelten voor deze gelegenheid minder gewenscht was. Alzoo werden toen voornamelijk de hoofdpunten besproken en behandeld, om zoodoende het onderwerp in te leiden en, kon het, voor discussie geschikt te doen zijn.
Van onderscheidene zijden werd ik later aangezocht om het onderwerp, zooals het daar behandeld was, in druk te doen verschijnen, waartoe ik na eenige overweging besloot.
Een onderwerp van zoo groote beteekenis geeft zoo ruime stof tot bespreking, dat ik mij in hoofdzaak zal moeten bepalen tot het opsommen van feiten, maar naar gelang de feiten van meer dadelijk belang zijn, iets ruimer uit te weiden, b. v. wat betreft het statische gedeelte en de verklaring van het doel en de werking van Hollandia's nautokenrigen en direct aanwijzenden Cremometer.
Mocht deze opvatting niet juist zijn, dan hoop ik dat het doel boven de uitvoering zal worden gewaardeerd.
Na deze inleiding behoeft het wel geen betoog, â wilde de behandeling het oorspronkelijke karakter behouden â dat de vorm, waarin de inhoud thans is gegoten, misschien niet de gewTensclite is; wij vleien ons echter, dat de welwillende lezer dit zal kunnen goedkeuren.
â
-
â
,
EENIGE DENKBEELDEN
omtnent den toestand den Zuivelbereiding in de laatste jaren en op het huidige oogenblik.
Het is voorzeker niet noodig, een beeld te schetsen vn,n dou gedrukten toestand, waarin handel en nijverheid gedurende de laatste jaren verkeeren â de couranten en vooral de vakbladen doen op hunne beurt hun best, ons daarop to wijzen, cn hoeveleu onzer worden niet op gevoelige wijze te zijner tijd aan de waarheid herinnerd : aan die waarheid, welke zich oplost in zorgen en kommer voor'alle handelstakken en bedrijven. Bij voortduring en als ware het bij intnitie, worden pogingen aangewend om de oorzaken en den omvang der gevolgen op te sporen â doch nog steeds is het vraagstuk niet volkomen opgelost, en blijkt het bovendien, dat zelfs bij de vakonderzoekers dikwijls volslagen gebrek aan overeenstemming bestaat.
Voorzeker heb ik bij mijne beschouwingen niet op het oog, nieuwe zaken op te disschen; het is mij in hoofdzaak te doen om tot belangstelling op te wekken, en mag het mij daarbij gelukken, in bekuopten vorm eenige feiten op te sommen die op locale toestanden wijzen, dan kan misschien ook eenig nut daarvan het gevolg zijn.
Veilig mogen wij aannemen, dat voor den achteruitgang, dien wij op dit oogenblik algemeen hooreu constateeren bij elk onderdeel van het groote arbeidsveld â dat wij door handel en nijverheid bepalen, â andere oorzaken kunnen worden gedacht; oorzaken, waarvan afmetingen en waarde dikwijls boven onze beoordeeling of bevatting liggen, en al zijn ze ook
bekend, ons dan nog niet nader tofc de overwinning brengen.
Het is een feit, dat vooral een onzer nationale hoofdtakken van bestaan, namelijk de landbouw, sedert de laatste jaren in een treurigeu toestand van achteruitgang is geraakt; in een toestand, die op dit oogenblik zulk een karakter van bestendigheid heeft aangenomen, dat wij moeten vreezen dat die aandoening chronisch zal worden, want tot op dit oogenblik vertoont zich geen enkel helder plekje aan den bewolkten horizon. Mogen wij, onder den indruk van deze beschouwingen, in dien toestand berusten, of behoort het tot onzen plicht, ons door deze lijdensgeschiedenis opgewekt te gevoelen tot onderzoek, en daardoor met te meer kracht hoofd en handen aan het werk te stellen, om zoodoende te trachten â gelouterd door de geleden tegenspoeden â de toekomst geruster te gemoet te gaan ?
Mij dunkt, het laatste past het meest voor onze roeping als mensch, en voorzeker kunnen wij vaststellen, dat alle hulpbronnen daarvoor nog niet zijn uitgeput, ja zelfs bij het kleinste onderdeel van dezen gewichtigen tak van ons volksbestaan zal dit streven zijne vruchten kunnen afwerpen.
Het is alzoo onze plicht te onderzoeken, wat ter verbetering van dezen toestand moet geschieden en welke hulpmiddelen daarvoor aanwezig zijn.
Het doel, waarvoor wij zoo gaarne uwe belangstelling inroepen, heeft echter niet die beteekenisvolle strekking, die gij u na deze inleiding misschien zoudt voorstellen; maar wel wenschten wij eenige oogenblikken uwe aandacht te vragen voor de mededeeling van eenige denkbeelden betreffende den verleden en den tegenwoordigen toestand onzer Zuivelbereiding, en daarbij met u van gedachten te wisselen. Het komt ons daartoe gewenscht voor, de navolgende vragen ter beantwoording in te leiden, en wel:
le. Welke zijn de vermoedelijke oorzaken van den achterstand der Zuivelbereiding;
7
2e. Zijn er ook gegevens, ivaardoor die achteruitgang eenigszins aanschouwelijk kan worden verklaard en beioezen;
3e. Eene berekening te geven van de gemiddelde opbrengst van de melk voor den landbouwer, die volgens gewone methode zuivel maakt;
4°. Is door betere en doelmatiger aanwending van de grondstoffen, tot grootere opbrengst en hoogere verkoopprijzen te geraken ; kan daartoe wettige bescherming, zoowel van den handel als tegen vervalsching der levensmiddelen, medewerken, en kunnen hetere methoden op de Zuivelbereiding u-orden toegepast;
5e, Zijn aan de tarieven of de prijzen voor melkverkoop op groote schaal, in de praktijk ook bezwaren verbonden, en volgens icelke methode kan op billijke grondslagen de melk naar hoedanigheid worden gekocht en verkocht.
lo. Welke zijn de vermoedelijke oorzaken van den achterstand van de Zuivelbereiding.
Ter behandeling van dit vraagpunt is het noodzakelijk, dat wij ons eenige oogenblikken bezighouden met de geschiedenis en de gebeurtenissen van de laatste dagen.
Sommigen schrijven die oorzaken toe aan ceconomische schommelingen, aan overproductie van vele artikelen, en aan waardevermeerdering van het geld, enz.
Zeker is het, dat de ware oplossing van het vraagstuk: âwat zijn de oorzaken der algemeene malaise?quot; nog niet is gevonden, en kunnen wij ook veilig aannemen, dat de zooeven opgenoemde feiten wel moeten plaats nemen in de reeks dei-gevolgen, maar niet als oorzaken mogen worden genoemd.
Volgens eene andere beschouwing moet als hoofdoorzaak voor dezen abnormalen toestand worden genoemd: de tijdelijke achteruitgang van de algemeene welvaart, en slechts in een enkel geval â dus ook voor een enkel artikel â de overproductie.
Die opvatting willen wij gaarne nader toelichten.
Voorzeker mogen wij aannemen, dat niet alle levensartikelen even onmisbaar zijn als brood, dat alzoo bij vermindering van
iil^emeene welvaart, vele behoefte-artikelen uog in de rubriek weelde-artikelen kuuueu worden gerangschikt.
Dit gaat natuurlijk gemakkelijker, naar mate zulk een artikel minder lang in liet gebruik is opgenomen.
Door de vermindering van de algemeene welvaart zal dusvoor-zeker drang naar bezuiniging, en door die bezuinigingszucht bij sommige behoefte-artikelen vermindering naar vraag ontstaan, en daar vraag en aanbod voor courante artikelen de prijzen beheerschen, blijft prijsvermindering niet uit.
Bij prijsverlaging van beteekenis worden door scherp concur-reerende industrieën allo middelen aangewend om de productiekosten tot het kleinste minimum te herleiden, ten einde daarmede de verkoopsprijzen te kunnen ontheffen.
Die vermindering van productie-kosten wordt zeer dikwijls gevonden in uitbreiding van het productie-vermogen â en aiedaar het begin van overproductie.
Neemt deze industriëele krachtsaanwending groote afmetingen en een algemeen karakter aan, dan is het ontegenzeggelijk, dat daaruit overproductie volgt.
Déze overproductie en de vroeger verklaarde vermindering van vraag voor dezelfde artikelen, werken samen om de prijsvermindering te forceeren, waarna, als uitvloeisel van dien progressieven achteruitgang, somwijlen een gewaand hulp-middel op den voorgrond treedt; een hulpmiddel, dat wel is waar tijdelijk de hand reikt, maar bij dien handdruk do smetstof voor eene nieuwe ziekte achterlaat.
Wij bedoelen den consignatie-handel. â¢
Alhoewel dergelijke uitweiding buiten het bestek dezer beschouwingen behoorde te liggen, moeten wij toch â nu dit woord is genoemd â een paar woorden tot opheldering geven.
Door consignatie-handel wordt door ons in een algemeenen zin verstaan: het zonder order uitzenden van goederen naar verwijderde plaatsen, alwaar de verkoop aan een tusschen-persoon wordt opgedragen.
Het moet hier echter worden opgemerkt, dat het de overtuiging van vele bekende handels-autoriteiten is, dat de
9
consignatie-handel een gevaarlijk bedrijf kan zijn en liet voorstaan van dien handel alleen te verdedigen is, als de usantie geen anderen handel mogelijk maakt tot het invoeren van een nieuw artikel, en door nieuwe ondernemingen, die nog bewijzen van bestaan en van deugdelijk fabricaat moeten leveren.
Toch heeft helaas, deze handelstak reeds die afmetingen verkregen, dat de gevolgen niet met groote woorden zijn te bezweren.
Een andere soort overproductie, die naast vermindering van algemeene welvaart, handel en nijverheid drukte â maar dan toch alleen voor het gedeelte dat door haar wordt beheerscht â denken wij ons door het ontstaan van nieuwe industrieën.
Is het te verwonderen, dat bij het ontstaan van nieuwe industrieën, de behoefte aan het geproduceerde niet regelmatig toeneemt met dea omvang, dien het fabriekswezen dan reeds spoedig aanneemt ?
Is het te verwonderen, dat de geboorte van zoovele beetwortel-suikerfabrieken eene overproductie kon scheppen; want al mogen wij aannemen, dat liet gebruik van suiker door de prijsverlaging voorzeker veel zal zijn toegenomen, dan toch niet in die mate als het productievermogen. Kan daarvoor het zoeken, naar uitwegen, b.v. âsuiker als veevoederquot;, niet eenigszins als bewijs dienen?
Is het te verwonderen, dat, niettegenstaande de behoefte aan een goedkoop surrogaat voor boter was gebleken, die behoefte en het toenemend gebruik geen gelijken tred hielden met het productievermogen, dat als ware het van den hemel nederdaalde â want op dit oogenblik tellen wij in ons land ruim 70 kunstboterfabrieken, waarvan er sommige duizenden kilogrammen fabriceeren, terwijl reeds verscheidene fabrieken in den strijd der concurrentie zijn bezweken, â en dat in dezen tak van nijverheid overproductie ontstond ?
Wanneer wij nu bedenken, dat beetwortelsuiker de rietsuiker waardig vervangt, dat kunstboter een goedkoop surrogaat voor natuurboter is, dan kunnen wij ons gemakkelijk voorstellen dat deze overproductie op beide afdeelingen van een-
10
zelfde industrie eveu zwaar drukt; â en in zooverre heeft dan ook naar onze opvatting, liet bestaan der kunstboterfabrieken de zuivelbereiding evenzeer in hare bronaderen aangetast, en zal die strijd, ook met vooruitgang van de algemeene welvaart, nog niet zoo spoedig gestreden zijn. Het evenwicht tusschen vraag en aanbod moet worden hersteld, en wij willen hopen, dat dit herstel kan geschieden door het toenemen der vraag, maar niet door het verminderen van aanbod, en evenmin dat het noodig zij, dat dit door waarde-vermindering der landerijen â, d. i. koopprijzen en pachten â moet geschieden.
Het is echter niet onze bedoeling, hierover langer uit te weiden.
Men zal het ons nochtans wel willen vergeven, indien wij hier eenige oogenblikken uitvoeriger spraken dan wellicht voor het doel past.
Voor den achterstand van de zuivelbereiding worden in het algemeen vele oorzaken opgesomd.
Als het spreekwoord ârust roestquot; in ruimen zin mag worden gebruikt, dan moet het voorzeker op onze zuivelbereiding worden toegepast.
Mochten wij ons vroeger beroemen, op het gebied der zuivelbereiding eene waardige plaats in te nemen: thans behoeft het geen betoog, dat onze zuivelbereiding (ten minste voor het oogenblik) haren roem heeft overleefd.
Denemarken, dat vroeger verre beneden ons stond, heeft zich met groote inspanning en opofferingen nieuw bloed voor dezen tak van zijn volksbestaan laten imprfegneeren.
Het heeft de rollen verwisseld en neemt nu op zijne beurt de eerste plaats in.
Hollandsche boter was vroeger de boter, thans is dit de Deensche; Nederlandsche Gouda- en Edammer kazen waren de gezochte kaassoorten, tegenwoordig nemen de Amerikaan-sche vetkaas en de in Rusland en Oost-Pruisen gefabriceerde Edammer kazen eene eerste plaats in.
In een gesprek met een onzer vrienden klaagden ook wij
11
over de algemeene malaise iu handel en fakriekswezen. Hij antwoordde ons: âja, de strijd valt zwaar, vooral als hij lang moet duren, doch de ervaring bewijst, dat er nu en dan moet gestreden worden. Wanneer handel en nijverheid een tijd lang welig hebben getierd, dan treedt voor velen een tijdperk van rust in. Niets werkt op handel en nijverheid nadeeliger dan rust. âRust roestquot;. Het wordt dan noodig dat men wordt wakker geschud, en dit nu geschiedt thans door de tijdsomstandigheden.quot; â Dit was zijn antwoord.
En wanneer wij ons afvragen : hebben onze landbouwers in het algemeen gebroken met de oude gewoonten en gebruik gemaakt van de hulpmiddelen van den laatsten tijd, dan is het antwoord : âneenquot;, zij waren voor het meerendeel in rust. Gelukkig kunnen wij hierbij op enkele uitzonderingen wijzen, en tellen wij vooral onder de zoogenaamde stille en openbare marktaanzetters nog zuivelbereiders bij uitnemendheid.
Een gewichtig verschijnsel mogen wij hier niet onvermeld laten, namelijk, dat die bekwame zuivelbereiders in den regel landbouwers van de eerste soort zijn â d. w. z. landbouwers, die een groot bedrijf voeren. Voor ons is hierdoor het feit verklaard, dat de zuivelbereiding een bedrijf van eenige beteekenis eischt; een bedrijf, waa,rin de zuivelbereiding hoofd- en geen bijzaak kan zijn. Wij komen hierop later terug.
En toch is er geen land, waar zoo bij uitnemendheid de gelegenheid bestaat, om methode en gewoonten te wijzigen en te verbeteren : onze uitgebreide en gemakkelijk gelegen weilanden, onze groote bedrijven, alles leent zich daartoe bij uitstek.
Zwitserland telt voor het meerendeel kleine veehouders, dit geldt eveneens voor Denemarken; doch beide landen hebben het middel gevonden om hunne zuivelbereiding te verbeteren.
Onze zuivelbereiding heeft bovendien een krachtig en zich steeds meer ontwikkelend concurrent te bekampen : de behoefte aan een goedkoop surrogaat voor boter.
Naar onze meening moet echter de strijd niet aangegord
12
worden tegen de kunstboter-fabrieken; neen, bun bestaan voldoet aan eene behoefte; reeds lang te voren was de behoefte aan goedkoope boter gebleken. Er werden immers jaarlijks millioenen kilogr. knoeibotei- geëxporteerd, boter, die dikwijls -30 a 60 % vet, reuzel of dergelijke vetmiddelen bevatte.
Eerst nadat het, door de groote afmetingen die deze industrie bad genomen, duidelijk was gebleken, dat er behoefte aau een surrogaat bestond, toen verrezen de kunstboter-fabriekeu als paddestoelen uit den grond en werd ons landje de welige kwee-ker voor deze nieuwe industrie.
Na de kunstboter-fabrieken ontstonden de kunstboter-boeren met hunne kunst-natuurboter, en na de kunst-natuurboter de mengboter. Omtrent deze twee laatste handelsartikelen nog eene kleine toelichting.
Door kunstboter-boeren verstaan wij boeren, die onder den naam van room- of natuurboter een soort boter aan de markt brengen, gefabriceerd uit de melk van hun eigen bedrijf, met toevoeging van een hoeveelheid margarine, arrachiden-olie of andere vetsoorten, in verband met het jaargetijde.
Mengboter is een soort boter, die vooral uit Nederland in belangrijke hoeveelheden in Engeland en Duitschland wordt ingevoerd en waartegen in Pruisen zoo krachtig de strijd is aangegord.
Op welke wijze en door wie deze boter in den handel werd gebracht ? Dit had onder de navolgende omstandigheden plaats;
Natuurlijk bestonden er van oudsher handelaars, die zich speciaal toelegden op den verkoop van goedkoope botersoorten. Aanvankelijk was dit slechte natuurboter, daarna natuurboter, waaraan eene geringe hoeveelheid kunstboter werd toegevoegd; die toevoeging kreeg langzamerhand groote beteekenis, zoodat het in den laatsten tijd niet meer was natuurboter met kunstboter vermengd, maar kunstboter, waaraan eene kleine hoeveelheid natuurboter werd toegevoegd.
Zachtjes-aau volgden grootere handelaars dit voorbeeld; want ook voor de meest solide boterhandelaars raakte het gewone debouché verstopt, zoodat zij ten gevolge van de ge-
13
wijzigde vraag naar boter, hunne bakens moesten verzetten. De strijd om het bestaan vorderde dus maar al te dikwijls dat ter wille daarvan, eerlijke beginselen werden prijsgegeven ; zij moesten den handel in zijne vraag volgen; de vraag was meer naar goedkoop, dan naar onvervalscht.
Ziedaar de gevolgen van gebrek aan belangstelling in, en toezicht op zoo gewichtige landbouw- en nijverheids-belang-en.
Vooral do landbouw, een der hoofdbronnen van ons bestaan, wordt door deze gevolgen ernstig bedreigd, en het is thans reeds zoover gekomen, dat de toestand voor onze zuivelbereiders treurig is te noemen.
Onze boter is als prima botersoort van de wereldmarkt verdrongen ; dezelfde naam die haar vroeger beschermde en onze zuivelbereiding tot roem verstrekte, is haar thans tot vloek geworden.
Op sommige buitenlandscho markten, vooral in België, is de naam âBeurre de la ïïollandequot; (Hollandsche boter) eene waarschuwing geworden. Op de weekmarkten in Berlijn wijdt de politie aan de zoogenaamde âHoll. Mischbutterquot; [menghoter) hare bijzondere aandacht, en herhaaldelijk worden er verkoopers aangeklaagd en vervolgd. Men leest in het te Bunzlau verschijnend weekblad âLandw. Thier-zuchtquot; van 6 Januari j.1. het volgende (vertaald) :
,,Tn de plaats van de kunstboter is in den kleinhandel do âMischbutter (mengboter) verschenen. Deze wordt hoofd-âzakelijk in Holland uit onderscheiden soorten slechte natuur-âboter en kunstboter bereid. Met dit nieuwe handelsartikel âheeft de industrie een nieuwen weg betreden, waarmede in âelk land de goede naam der boter te gronde gaat. In âHolland is reeds niets meer te bederven, en het zal wellicht âniet lang duren, of de goede naam der Duitsche boter is âeven diep gezonken.quot;
Tot zoover de mededeeling in dit Duitsche weekblad.
Naar wij meenen, hebben wij door deze beschouwingen voldoende stof ter toelichting en ter inleiding van het antwoord op punt 1 geleverd.
u
2e. Zijn er ook gegevens, waardoor de achteruitgang eenigszins aanschouwelijk kan worden verklaard en bewezen.
ludioa het ons gelukt is, voor de inleiding tot liet antwoord op het vorige vraagpunt, een denkbeeld van onze beschouwingen omtrent die oorzaken te geven, dan zal het duidelijk zijn, dafc het antwoord op deze vraag daarmede geheel samenhangt. Nochtans komt het ons doelmatig voor, door eenige feiten, graphische voorstellingen van hoeveelheden en prijzen, dien achteruitgang meer aanschouwelijk voor te stellen.
Bij de beschouwing van de graphische voorstelling (Bijlage A) over de prijzen der, en hoeveelheden boter aan de Delftsche markt in de jaren 1884 en 1885, mogen de navolgende toelichtingen dienen:
De volle lijn geeft do hoeveelheden in 1884 aan: â stippel â â â â â 1885
â kruis â â â prijzen â 1884 â â gegolfde â â â â â 1885 â
De eerste kolom wijst de wekelijksche hoeveelheden aan , boven aan staat 1400 vaten, onderaan 250 vaten.
De tweede kolom wijst de wekelijksche prijzen in 5 vaten aan, bovenaan staat Æ 86.â onderaan Æ 34.â,
en de volgende kolommen al de maanden van het jaar, waarin elk â¡ vakje eene week aanduidt, zoodat de hoogte der lijnen in elke week door de corresp. getallen in de le en 2o kolom, prijs en hoeveelheid aangeven; â zoo zien wij b.v. dat in de 2° week van Febr. 1885 de aangevoerde hoeveelheid (zwarte stippellijn) slechts 300 | vaten, en de prijs in diezelfde week (gegolfde lijn) Æ 74.â bedroeg; terwijl in dezelfde week van 1884 de prijs (kruislijn) Æ84.â was; alzoo juist dan, als de zuivelbereiding op het weligst tiert,- de voorraad groot is, maar de prijzen zeer laag zijn â terwijl daarentegen in de jaargetijden dat de productie van natuurboter zeer gering is, de prijzen hoog zijn ; echter met het kolossale onderscheid, dat tegenover 5 zomermaanden met lage prijzen en groote productie, slechts 3
15
wintermaanden met hooge prijzen en kleine productie kunnen worden gesteld, omdat de verhouding der productie van zomerweek tot winterweek ongeveer is als 5:1.
In de 4 zomermaanden der jaren '81â'85 kwamen in Mei, Juni, Juli en Augustus aan de Delftsche markt, respectievelijk 371460, 348900, 384560 en 381260 kilogr. boter, met een gemiddelde hoogste noteering van Æ 1.475 , Æ 1.55, Æ 1.385 , en Æ 1.25 In de wintermaanden half December tot half Maart van '81â'85 kwamen aan de Delftsche markt respectievelijk 78160, 78700, 87580 en 87720 kilogr., met eene gemiddelde hoogste noteering Æ 2.â, Æ1.95, Æ 1.965 en Æ 1.815; alzoo gedurende de 4 zomermaanden van die jaren dagelijks eene gemiddelde productie van 3095, 2900, 3200 en 3180 kilogr. boter, respectievelijk tot de hoogste noteeringen van Æ 1.47°, Æ 1.55, Æ 1.385 en Æ 1.25; daarentegen gedurende de 3 wintermaanden over die jaren 868 , 874, 973 en 975 kilogr. per dag, tot eerie hoogste noteering respectievelijk van Æ 2.â, Æ 1.95, Æ 1.965 en Æ 1.815. Zoo zou b.v. in 1885 een boer, eigenaar van 40 koeien, uit gemiddeld 500 liters melk daags in de 4 zomermaanden en 150 liters daags in de 4 wintermaanden, hebben bereid ruim 1800 kilogr. a Æ 1.25 en slechts 500 kilogr. ii Æ 1.855.
Door deze toelichting omtrent hoeveelheden en prijzen springt het dadelijk in het oog, dat de tijdelijke hooge prijzen voor de lage in de verste verte geen evenwicht kunnen aanbrengen, zoodat de lage prijzen de opbrengst der zuivelbereiding geheel beheerschen en de zuivelbereiders bijna uitsluitend met die lage prijzen hebben rekening te houden.
Wanneer wij het beloop der prijslijnen van de boter over 1882â1885 (graphische voorstelling, Bijlage B, volle lijn voor '82, stippellijn voor '83, kruislijn voor '84 en gegolfde lijn voor '85) aandachtig beschouwen, dan zien wij een vrij regelmatig verloop bij het vergelijken van de jaargetijden in de opvolgende jaren; maar treft het ons, dat die voorstelling voor elk volgend jaar een ongunstiger prijsliju heeft. Dit feit stemt tot ernstige overdenking en levert een aanschouwelijk beeld
12
worden tegen de kuastboter-fabrieken; neen, bun bestaan voldoet aan eeno behoefte; reeds lang te voren was de behoefte aan goedkoope boter gebleken. Er werden immers jaarlijks millioenen kilogr. knoeiboter geëxporteerdj boter, die dikwijls oO ii 00 % vet, reuzel of dergelijke vetmiddelen bevatte.
Eerst nadat het, door de groote afmetingen die deze industrie bad genomen, duidelijk was gebleken, dat er behoefte aan een surrogaat bestond, toen verrezen de kunstboter-fabriekeu als paddestoelen uit den grond en werd ons landje do welige kwee-ker voor deze nieuwe industrie.
Na de kunstboter-fabriekeu ontstonden de kunstboter-boeren met hunne kunst-natuurboter, en na de kunst-natuurboter de meugboter. Omtrent deze twee laatste handelsartikelen nog eene kleine toelichting.
Door kunstboter-boeren verstaan wij boeren, die onder den naam van room- of natuurboter een soort boter aan de markt brengen, gefabriceerd uit de melk van hun eigen bedrijf, met toevoeging van een hoeveelheid margarine, arrachiden-olie of andere vetsoorten, in verband met het jaargetijde.
Mengboter is een soort boter, die vooral uit Nederland in belangrijke hoeveelheden in Engeland en Duitschland wordt ingevoerd en waartegen in Pruisen zoo krachtig de strijd is aangegord.
Op welke wijze en door wie deze boter in den handel werd gebracht ? Dit had onder de navolgende omstandigheden plaats;
Natuurlijk bestonden er van oudsher handelaars, die zich speciaal toelegden op den verkoop van goedkoope botersoorten. Aanvankelijk was dit slechte natuurboter, daarna natuurboter, waaraan eene geringe hoeveelheid kunstboter werd toegevoegd; die toevoeging kreeg langzamerhand groote beteekenis, zoodat het in den laatsten tijd niet meer was natuurboter met kunstboter vermengd, maar kunstboter, waaraan eene kleine hoeveelheid natuurboter werd toegevoegd.
Zachtjes-aan volgden grootere handelaars dit voorbeeld; want ook voor de meest solide boterhandelaars raakte het gewone debouché verstopt, zoodat zij ten gevolge van de ge-
13
wijzigde vraag naar boter, hunne bakens moesten verzetten. De strijd om het bestaan vorderde dus maar al te dikwijls dat ter wille daarvan, eerlijke beginselen werden prijsgegeven; zij moesten den handel in zijne vraag volgen; de vraag was meer naar goedkoop, dan naar onvervalscht.
Ziedaar de gevolgen van gebrek aan belangstelling in, en toezicht op zoo gewichtige landbouw- en nijverheids-belangen.
Vooral de landbouw, een der hoofdbronnen van ons bestaan, wordt door deze gevolgen ernstig bedreigd, en het is thans reeds zoover gekomen, dat de toestand voor onze zuivelbereiders treurig is te noemen.
Onze boter is als prima botersoort van de wereldmarkt verdrongen ; dezelfde naam die haar vroeger beschermde en onze zuivelbereiding tot roem verstrekte, is haar thans tot vloek geworden.
Op sommige buitenlandsche markten, vooral in België, is de naam âBeurre de la Hollandequot; (Hollandsche boter) eene waarschuwing geworden. Op de weekmarkten in Berlijn wijdt de politie aan de zoogenaamde ,,Holl. Mischbutterquot; [menghoter] hare bijzondere aandacht, ea herhaaldelijk worden er verkoopers aangeklaagd en vervolgd. Men leest in het te Bunzlau verschijnend weekblad âLandw. ïhier-zuclitquot; van 6 Januari j.1. het volgende (vertaald) :
âIn de plaats van de kunstboter is in den kleinhandel do âMischbutter (mengboter) verschenen. Deze wordt hoofd-,,zakelijk in Holland uit onderscheiden soorten slechte natuur-âboter en kunstboter bereid. Met dit nieuwe handelsartikel âheeft de industrie een nieuwen weg betreden, waarmede in âelk land de goede naam der boter te gronde gaat. In âHolland is reeds niets meer te bederven, en het zal wellicht âniet lang duren, of de goede naam der Duitsche boter is âeven diep gezonken.quot;
Tot zoover de mededeeling in dit Duitsche weekblad.
Naar wij meenen, hebben wij door deze beschouwingen voldoende stof ter toelichting en ter inleiding van het antwoord op punt 1 geleverd.
14
2e. Zijn er ook gegevens, waardoor de achteruitgang eenigszins aanschouwelijk kan worden verklaard en bewezen.
ludion het ons gelukt is, voor de inleiding tot het antwoord op het vorige vraagpunt, een denkbeeld van onze beschouwingen omtrent die oorzaken te geven, dan zal het duidelijk zijn, dat het antwoord op deze vraag daarmede geheel samenhangt. Nochtans komt het ons doelmatig voor, door eenige feiten, graphische voorstellingen van hoeveelheden en prijzen, dien achteruitgang meer aanschouwelijk voor te stellen.
Bij de beschouwing van de graphische voorstelling (Bijlage A) over de prijzen der, en hoeveelheden boter aan de Delftsche markt in de jaren 1884 en 1885, mogen de navolgende toelichtingen dienen:
De volle lijn geeft de hoeveelheden in 1884 aan: â stippel â â â â â 1885 â
â kruis â â â prijzen â 1884 â â gegolfde â â â â â 1885 â
De eerste kolom wijst de wekelijksche hoeveelheden aan , boven aan staat 1400 vaten, onderaan 250 vaten.
De tweede kolom wijst de wekelijksche prijzen in j vaten aan, bovenaan staat Æ 8G.â onderaan Æ 34.â,
en de volgende kolommen al de maanden van het jaar, waarin elk â¡ vakje eene week aanduidt, zoodat de hoogte der lijnen in elke week door de corresp. getallen in de le en 2e kolom, prijs en hoeveelheid aangeven; â zoo zien wij b.v. dat in de 2e week van Febr. 1885 de aangevoerde hoeveelheid (zwarte stippellijn) slechts 300 5 vaten, en de prijs in diezelfde week (gegolfde lijn) Æ 74.â bedroeg; terwijl in dezelfde week van 1884 de prijs (kruislijn) Æ84.â was; alzoo juist dan, als de zuivelbereiding op het weligst tiert,- de voorraad groot is, maar de prijzen zeer laag zijn â terwijl daarentegen in de jaargetijden dat de productie van natuurboter zeer gering is, de prijzen hoog zijn ; echter met het kolossale onderscheid, dat tegenover 5 zomermaanden met lage prijzen en groots productie, slechts 3
15
wintermaanden met hooge prijzen en kleine productie kunnen worden gesteld, omdat de verhouding der productie van zomerweek tot winterweek ongeveer is als 5:1.
In de 4 zomermaanden der jaren '81â'85 kwamen in Mei, Juni, Juli en Augustus aan de Delftsche markt, respectievelijk 371460, 348900, 3845G0 en 381260 kilogr. boter, met een gemiddelde hoogste noteering van Æ 1.475 , Æ 1.55, Æ 1.385 , en Æ 1.25 In de wintermaanden half December tot half Maart van '81â'85 kwamen aan de Delftsche markt respectievelijk 78160, 78700, 87580 en 87720 kilogr., met eene gemiddelde hoogste noteering Æ 2.â, Æ1.95, Æ 1.965 en Æ 1.815; alzoo gedurende de 4 zomermaanden van die jaren dagelijks eene gemiddelde productie van 3095, 2900, 3200 en 3180 kilogr. boter, respectievelijk tot de hoogste noteeringen van Æ 1.47®, Æ 1.55, Æ 1.385 en Æ 1.25; daarentegen gedurende de 3 wintermaanden over die jaren 868 , 874, 973 en 975 kilogr. per dag, tot eene hoogste noteering respectievelijk van Æ 2.â, Æ 1.95, Æ 1.965 en Æ 1.815. Zoo zou b.v. in 1885 een boer, eigenaar van 40 koeien, uit gemiddeld 500 liters melk daags in de 4 zomermaanden en 150 liters daags in de 4 wintermaanden, hebben bereid ruim 1800 kilogr. a Æ 1.25 en slechts 500 kilogr. a Æ 1.855.
Door deze toelichting omtrent hoeveelheden en prijzen springt het dadelijk in het oog, dat de tijdelijke hooge prijzen voor de lage in de verste verte geen evenwicht kunnen aanbrengen, zoodat de lage prijzen de opbrengst der zuivelbereiding geheel beheerschen en de zuivelbereiders bijna uitsluitend met die lage prijzen hebben rekening te houden.
Wanneer wij het beloop der prijslijnen van de boter over 1882â1885 (graphische voorstelling, Bijlage B, volle lijn voor '82, stippellijn voor '83, kruislijn voor '84 en gegolfde lijn voor '85) aandachtig beschouwen, dan zien wij een vrij regelmatig verloop bij het vergelijken van de jaargetijden in de opvolgende jaren; maar treft het ons, dat die voorstelling voor elk volgend jaar een ongunstiger prijslijn heeft. Dit feit stemt tot ernstige overdenking en levert een aanschouwelijk beeld
16
van het besprokene, wat betreft de beantwoording van de snb 2 gestelde vraag.
Voor de kaas is dit wel niet precies zóó het geval; kaas is eenigszins een stapelartikel.
In den regel zijn de prijzen van de kaas in de maanden, dat groote hoeveelheden Mei- en zomerkaas worden gemaakt en verkocht het hoogst, doch, met afwijking op dien gewonen toestand, is de prijs in de zomers van 1884 en 1885 juist even laag of zelfs lager gebleven.
De aanschouwing van de graphische voorstelling der komijne-kaasprijzen over de jaren 1882â1885 (Bijlage C, kruislijn voor '82, gegolfde lijn voor '83, volle lijn voor '84 en stippellijn voor '85) geeft ons al een even treurig beeld, en die van het jaar 1885 in allesovertreffenden trap.
Wij zien de prijslijn voor dat jaar met een reuzensprong naar beneden dalen en daar geruimen tijd blijven: deze lijn is een waar schrikbeeld en zal den zuivelbereider eeuwen lang hengen.
Gelukkig mogen wij ons op dit oogenblik over eenige wijziging tot vooruitgang verblijden, en willen wij hopen dat buitengewone oorzaken hebben medegewerkt tot de treurige prijzen van 1885; want door velen wordt beweerd, dat de qualiteit der kaas in 1885 veel te wenschen overliet en daaraan voor een gedeelte die afwijkende prijzen te danken zijn. Wij willen aannemen, dat dit werkelijk de hoofdoorzaak is, want tian kan die ervaring wellicht op eene leering, en niet op een chronisch verschijnsel wijzen.
3e. Eene berekening te geven van de gemiddelde opbrengst van de melk voor den landbouwer, die volgens gewone methode znivel maakt.
Bij de inleiding voor het antwoord op deze vraag, stellen wij ons ten doel, om overeenkomstig de werkelijkheid, doch zoo beknopt mogelijk, onderscheidene wijzen van prodnceeren te behandelen, als:
1'7
rt. de productie voor een bedrijf met 40 koeien, wanneer boter en komijnekaas worden bereid;
h. de 'productie voor een bedrijf met 40 koeien, wanneer Goudsche kaas en weiboter worden bereid, en voegen daaraan toe ;
c. Enne verklaring, naar welken maatstaf de onderscheidene uitgaven als onkosten bij de bereiding zijn berekend.
Vooraf moeten wij hierbij opmerken, dat geheel is rekening gehouden met de voornaamste marktprijzen dezer productsoorten ; zoodat die berekening, wat de opbrengst betreft, voor andere boter- en kaassoorten in ons land nog veel nadeeliger uitkomt.
Wijders, dat als grondslag voor onze berekeningen is aangenomen een bedrijf met 40 koeien, en mede als hoogste opbrengst per dag G25 liter melk (1250 kop) â dat is, zooals de boeren zich gewoonlijk nitdrnkken, gemiddeld bijna 16 kop per koe per maar â; zoodat ook door de grootte van het bedrijf de voorwaarden niet op het ongunstigst zijn gesteld De prijzen zijn genomen volgens de gemiddelde noteering aan de Delftsche en Goudsche markten over 1885, terwijl de opbrengstpercentage overeenkomstig de werkelijkheid is vastgesteld.
a. De productie in een bedrijf met 40 koeien, wanneer boter en komijnekaas worden bereid.
Bij eene opbrengst van 625 liter melk in de maand Mei, kunnen wij ons voor de volgende maanden (getallen, getrokken naar de werkelijkheid) die opbrengst voor een dag in die maanden voorstellen, zooals is aangegeven in staat. Bijlage 1).
Blijkens de in deze verzameling als rendement opgenoemde hoeveelheden tap- of vloode-molk, waaruit komijnekaas werd bereid, leverde die als opbrengst ;de resultaten, vervat in bijgevoegden staat. Bijlage E.
Wij hebben hier voor deze rekening opzettelijk de hoogste marktprijzen tot grondslag aangenomen , vooral met het oog op den buitengewoon ongunstigen toestand in 1885 ; en toch ook nu nog is het resultaat bedroevend.
18
Op de beregening, naar welke al die onkosten zijn gemaakt, komen wij bij de behandeling van punt c terug.
Uit de optelling, voortspruitende uit de verzameling van al deze rendementen, zien wij dat 3655 liters volle melk, als totaal van liet gemiddelde over 7 dagen (genomen één in elk der maanden Mei tot en met November) opbrachten aan :
Æ 130.69 jy 33.51 Æ 164.20quot; â 4.49.
boter en karnemelk aan kaas en wei ... 3055 liter te zamen
of per 100 liter
h. De productie in een bedrijf met 40 koeien, wanneer Goudsche kaas en weiboter worden bereid.
Nemen wij voor deze berekening de resultaten van het geheele jaar 1885.
Wanneer wij ons oog laten gaan over de graphische voorstelling der prijzen van Goudsche of*zoete-kaas en van de weiboter (Bijlage F, volle lijn voor prijs van weiboter, stippellijn voor prijs van Goudsche kaas), dan geeft die aanschouwing ons, evenmin als vroeger bij de prijzen der komijne-of Delftsche kaas, een verkwikkend beeld. Hier bewegen zich die lijnen bijna even grillig, maar wat het ergste is, zeer nederig op het papieren veld â en wel in de maanden Mei tot en met September â juist in het jaargedeelte, dat in ééne gewone maand ongeveer evenveel wordt geproduceerd als in de zes wintermaanden te zameu.
Bij het berekenen van de opbrengst namen wij aan, evenals bij de vorige berekening, een maximum opbrengst van 625 liter (1250 kop) per dag. De opbrengst-percentage hebben wij opzettelijk zoo hoog mogelijk gesteld, en daarvoor als grondslag genomen het gemiddelde van eenige goede resultaten, zooals die ons ook uit de praktijk van anderen bekend zijn; b. v. voor kaas: over 5 maanden eene opbrengst van 11 %, over 3 maanden 10%, over 3 maanden !H %, en over ééne maand 9 % ; deze laatste is de maand April, in welke maand de melk veel moet achterstaan wat hare qualiteit betreft.
19
Voor weiboter: gemiddeld 0.8 % van de hoeveelheid wei, dus ongeveer ^ gedeelte van de hoeveelheid, die als boter van roommelk wordt verkregen.
Aannemende dat in het te behandelen bedrijf de hoeveelheid melk is als volgt: in Januari 160 (zie verder staat, Bijlage F.) dan blijkt uit de optelling van de onderscheiden waarden, die deze geproduceerde artikelen kunnen vertegenwoordigen , dat als het gemiddelde in elke maand van het jaar 1885 â dus in 12 dagen â werden verkregen 4765 liter
melk , waarvoor werd ontvangen :
voor kaas ..........................................Æ 192.48
â boter ..........................................â 32.93
â wei................................................â 12.27
f 237.68
Gezamenlijke onkosten............â 30.09
4765 liter .........................Æ 207.59
o£ per 100 liter..............................â 4.356.
Wij zien hieruit, dat uit de opbrengst van weiboter en wei de gezamenlijke onkosten geheel worden bestreden, en er na aftrek van al deze onkosten nog ongeveer i cent per liter overblijft als meerdere opbrengst uit de zoogenaamde afvalproducten.
De bruto opbrengst der weiboter (Æ 32.93, verkregen uit 4000 liter melk) heeft alzoo groote beteekenis.
Wij moeten echter hierbij op éene omstandigheid de aandacht vestigen en wel, dat voor de wei ^ cent per liter is gerekend, en is het naar onze meening zeer twijfelachtig of de wei â ter bestemming waarvoor ze gewoonlijk wordt gebruikt â gedurende de laatste jaren ooit dien prijs heeft kunnen vertegenwoordigen.
Br zijn landbouwers, die bij het mesten van varkens, na aftrek van hunne uitgaven voor aankoop van mesting, op hoegenaamd geen avance konden wijzen, alzoo die voor wei, strooisel en oppassing niets terugontvingen.
Nu is het zeker, dat de opbrengst dier mesterij wel grootendeels afhankelijk is van de methode; maar nog meer bewezen is het, dat vooral de laatste jaren niet kunnen
20
wijzen op vooruitgang â aangenomen nog, dat 111011 alles wat ten dienste werd gebruikt, naar billijker maatstaf had in rekening gebracht. Alleen dus door alles te gebruiken en door alles eene waarde te doen vertegenwoordigen, kan op eene opbrengst als voren worden gewezen.
De vergelijking der opbrengst bij de verschillende methoden van produceeren geeft ons te zien, dat voor het jaar 1885 de fabricatie van Goudsche of zoetekaas eene kleinigheid in het nadeel was bij het botermaken.
Boter gaf per 100 liter Æ 4.49 en Goudsche kaas per 100 liter Æ 4.35quot;', waarbij echter dient te worden opgemerkt, dat bij de fabricatie van Goudsche kaas de kleine bedrijven steeds â en wel in ongunstige verhouding â minder zullen opbrengen , want vooral het bereiden van weiboter vordert veel zorg en oplettendheid, om verliezen te voorkomen en alzoo tot de hierboven opgesomde rendementen te geraken.
c. Eene verklaring, naar weikon maat.ft af de. onderscheidene uitgaven als onkosten hij de. he.reiding zijn berekend.
Rij do berekening der uitgaven, aangegeven door de alge-ineene uitdrukking âonkostenquot;, word mede de werkelijkheid zoo getrouw mogelijk vooropgesteld , en kunnen wij die uitgaven als volgt toelichten:
Voor Boter.
Arbeidsloon. Hieronder is begrepen het koelen en het in den kelder dragon der volle melk, het uit den kelder dragen van room en tapmelk, het afroomen, het karnen, het boter-bereiden en het afleveren der boter. Voor het karnen is berekend als volgt: een paard kost aan voer per week Æ 4.â en aan kapitaal en rente-verlies Æ 1.â, te zamen Æ 5 â per week; daarvan is de helft berekend voor het karnen, alzoo f 2.50 per week. Bij het afleveren der boter is begrepen waaggeld, stalling en het rijden.
Zout. Is berekend a Æ 0.12 per kilo. Er wordt verbruikt
21
voor lOO kilo boter, 3 kilo zout, dus = Æ 0.3G per 100 kilo boter.
Vaatwerk. Is berekend a Æ 1.â pur 20 kilo boter.
V oor K o in ij u e k a a s.
Arheiddoon. Hieronder is begrepen liet maken, persen, verdoeken en keeren der kaas, het afleveren met do daarbij komende onkosten en het reinigen van alle gereedschappen.
Brandstoffen. Dagelijks 2 takkenbossen, Æ 0.05.
Stremsel, Berekend Æ 1.â per liter of 1000 gram. Er wordt verbruikt voor lOO liter melk 20 gram, alzoo = Æ 0.02 per 100 liter inulk.
Kleursel. .Berekend Æ 2.â per liter oL' 1000 gram. Er wordt verbruikt voor 100 liter melk 1 gram, alzoo = Æ 0.002 per 100 liter melk.
Zout. Berekend a Æ 0.12 per kilo. Er wordt verbruikt voor 100 kilo kaas Jr 5 kilo zout, alzoo = Æ 0.Ã0 per 100 kilo kaas.
Komijn. Berekend a Æ 0.80 per kilo. Er wordt verbruikt voor 100 kilo kaas 0.G kilo komijn, alzoo = Æ 0.-18 per 100 kilo kaas.
Nagelen. Berekend a Æ 1.30 per kilo. Er wordt verbruikt voor 100 kilo kaas 0.05 kilo nagelen, alzoo = Æ 0.005 per 100 kilo kaas.
Voor Goudsche Zoete melkschekaas.
Arheiddoon. Hieronder is begrepen het maken, persen, verdoeken, keeren, wassuhen of schrappen, kleuren en a He veren dor kaas, het karnen van den weiroom, met do boterbereiding en het reinigen van alle gereedschappen en het gedeeltelijk gebruik van een paard.
Brandstoffen. 1, 2 of 3 takkenbossen per dag /' 0.05.
Stremsel. Zie komijnekaas.
Kleursel. ,, ,,
Zout. ,. â
Voor onderhond van gereedschappen is niets gerekend.
22
De uitgaven voor arbeidsloon zijn berekend naar een bedrijf waarin veel door eigen handen geschiedt, want het behoeft geen verklaring, dat het niet te veel is geëischt, om ter betaling van menschen- en paardenarbeid in een bedrijf met 40 koeien gemiddeld Æ 1.G0 of Æ 1.75 per dag aan te nemen, dit naar gelang boter of wel kaas wordt bereid.
4°. Is door betere en doelmatiger aanwending van de grondstoffen, tot grootere opbrengst en hoogere verkoopsprijzen te geraken ; kan daartoe wettige bescherming, zoowel van den handel als tegen vervalsching van levensmiddelen, medewerken, en knnnen er betere methoden op de Zuivelbereiding worden toegepast.
Onze beschouwingen over het eerste gedeelte van dit vraagpunt kunnen kort zijn. Er ligt daarin te ruime stof tot behandeling, zoodat het wellicht beter is, later uitsluitend aan dit onderwerp eenige bladzijden te wijden.
Wij willen thans alleen die feiten opsommen, welke tot het vergrooten van de opbrengst en tot verhooging van qualiteit medewerken, als: nauwkeurige wetenschap van het productievermogen van elke koe â dus van de hoeveelheid en soort der melk - en van het roomgehalte; â bekendheid met de meest geschikte voedingsmiddelen; â zindelijkheid in het algemeen; â luchtverversching in den kelder en in alle melklokalen; â het direct afkoelen en uit den stal verwijderen van de melk; â uiterste zorg voor de bereiding; â het gebruik van den thermometer en andere goede hulpmiddelen ; â en boven alles een goede voorraad koelwater.
Al deze zaken kunnen voorzeker factoren worden genoemd, die de waarde en de opbrengst beheerschen.
Als onderwerp van den dag behandelen wij hier de wettige bescherming tegen vervalsching van levensmiddelen. Dat er behoefte bestaat aan bescherming tegen vervalsching, behoeft wel geen betoog. Oorzaken en ge-
23
volgen, die uit gebrek aan toezicht ontstonden, deelden wij reeds in het vorige gedeelte mede.
Geen land heeft grooter behoefte aan toezicht, want in geen rijk rust het zwaartepunt der inkomsten meer op den landbouw, en wordt er met boter erger en op grooter schaal geknoeid, dan in Nederland. Kunnen de oorzaken niet opgeheven worden, laten wij ten minste dan maatregelen zoeken, om ons tegen de onrechtmatige gevolgen te beschermen.
Do wet op de vervalsching van levensmiddelen, hoe zal zij op de gewone wijze in al deze gevallen voldoende waarborgen geven en beschermen; en op welke wijze werd tot dusverre daarin voorzien ?
Als wij ons die vragen voorleggen, dan moeten wij ons met weinig bemoedigende indrukken tevreden stellen.
Met belangstelling lazen wij in het verslag van 1G Maart j.1. over het verhandelde in de zitting der Staten-Generaal, Tweede Kamer, de interpellatie van den heer A. van Dedem, over âkunstboterquot; en de daaruit gevolgde discussie.
Do lezing leverde ons een eigenaardig beeld van do verschillende meeningen die over deze quaestie bestaan, waarbij zich voor ons onwillekeurig de vraag op den voorgrond plaatste : worden de oorzaken, die aanleiding gaven tot het ontstaan van âknoeierijen in den boterhandelquot;, niet te veel achter de deuren der margarine-boterfabrieken gezocht; is dit geheel onbevooroordeeld ? Het feit bestaat; de toestand van onzen boterhandel is des zomers bedroevend (die van de kaas echter niet minder).
Die lage boterprijzen zijn echter in den handel niet vreemd en jaren terug waren ze algemeen even laag; ja, zelfs in den regel lager. Met het stijgen van de waarde der landerijen stegen de pachten en ook de boterprijzen, of in omgekeerde orde; er was toen voor de zuivelbereiding een behoorlijk evenwicht tusschen productie-kosten en opbrengst. Nu dit evenwicht is verbroken, zoekt men misschien te gereed de oorzaken geheel en al in het bestaan van do kunstboter-fabrieken en van de knoeierijen in den boterhandel, even zooals sommige landbouwers (teelboeren) heil van beschermende rechten verwachten;
24
eveuzoo wordt iu ludië de oorzaak der lage suikorprijsseu toegeschreven aau gebrek aan bescherming van de rietsuiker-tegenover do beetwortelsuiker-mdustrie.
Wat is hier echter het geval ? Zooals de heer Helut terecht opmerkte, werden vroeger, vooral in tijden dat de natuurboter schaars â dus duur â was, door den werkman andere smeer-iniddeltjes, in plaats van dure boter, gebruikt; het was dan gewoonlijk een raixtum van vet, zoet en zout.
Liever had men natuurboter, doch die viel door te hoogen prijs in den regel buiten bereik, en werd dus alleen bij uitzondering gebruikt.
Ook bij de beschouwing der graphische voorstelling van hoeveelheden tegenover prijzen, springt het dadelijk in het oog, dat de boterprijzen nog wel degelijk groote be-teekenis hebben, zoodra de vraag naar boter daartoe slechts aanleiding geeft; zoo zien wij in de maanden Oct., Dec., Jan. en Febr. hoogc prijzen, die geregeld elk jaar terugkomen (zie Bijlage A. en B., met hoogsten prijs Æ 2.15 tot Æ 1.805 per kilogram).
De tijdelijke overproductie aan boter â die in hoeveelheid ook jaarlijks toeneemt â is oorzaak, dat juist in die maanden, waarin de fijnste boter wordt gefabriceerd, de prijzen het laagst zijn. Immers, voor den werkman behoeft men op geen dure natuurboter meer te rekenen, zoodat de productie in den zomer te groot is voor de behoeften.
Bij aandachtige beschouwing van deze graphische voorstelling wordt het ons mede duidelijk, dat ter voldoening aan de gewone vraag, in een gedeelte van het jaar overvloed, en in een ander gedeelte gebrek aan natuurboter bestaat.
Naarmate dit laatste langer kan worden gerekt, in die mate heeft het ook een gezegenden invloed op de prijzen, die anders in dit jaargedeelte laag zijn, terwijl de productie dan buitengewoon groot is.
Bovendien werd voorheen de prijs gehandhaafd, zoowel door het opleggen van grooten voorraad bestemd voor goede keuken-boter als wel tot het fabriceeren van surrogaten (geen kunstboter).
25
Als surrogaten werden in den regel genoemd: boter met vet, glucose, siroop, stijfsel, aardappelmeel met water enz. Dio qualiteiten zijn tegenwoordig voor goed van do markt verdreven, en vervangen door goedkoopo kunstboter, â zou dit laatste op zich zelf geen zegen mogen worden genoemd ? Want het is toch voldoende bekend, waaruit kunstboter wordt bereid.
Uit een en ander mogen wij afleiden, dat de treurige toestand in deze niet aan het bestaan der kunstboter mag worden toegeschreven, maar dat de prijzen thans door onderscheiden oorzaken worden gedrukt; in het algemeen zouden wij denken door de malaise, die in den handel nu en dan is waar te nemen, waarmede de vraag vermindert, en in het bijzonder door de overproductie in sommige jaargetijden â vooral nu door het bestaan van goedkoope surrogaten met den voorraad niet meer, zooals voorheen, kan worden gewoekerd.
Bescherming tegen vervalsching komt ons zeer gewenscht voor, doch geen maatregelen van uitsluiting zullen hierbij helpen; de algemeene weg, verzekering door handels- en fabrieksmerken, kan hier alleen blijvende waarborgen leveren. Natuurlijk zal deze nieuwe maatregel zijne eigenaardige inoeielijkheden opleveren, maar toch kunnen tegen de invoering geen onoverkomelijke bezwaren worden aangevoerd. De export-handel van boter is in handen van kooplieden of fabrikanten ; deze kunnen, als ieder ander, hunne koopwaren door hun eigen merk dekken. Voor het binnenlandsch debiet levert het evenmin bezwaar; ieder die boter koopt, weet in den regel wel, welk vertrouwen aan den verkooper moet worden geschonken : bovendien is te voorzien, dat binnen beperkten tijd maatregelen zullen worden getroffen, waardoor de koopers het gewenschte vertrouwen aan den verkooper zullen kunnen schenken.
De oplossing van dit vraagstuk zal alzoo zeer gebaat worden door het aannemen van fabrieks- en handelsmerken om de waren te dekken, met bepaling, dat de boter in drie soorten moet worden verdeeld, als: natuurlijke roomboter, kunstboter cn mengboter. (Wij gebruiken hier den naam van
26
ânatuurlijke roomquot;, omdat ook âkunstroomquot; wordt gefabriceerd door emulsatie van vet met magere melk).
Wanneer bovendien de gelegenheid wordt verschaft om op eenvoudige en weinig kostbare wijze de koopwaren te doen onderzoeken, dan zullen de wederzij dsche belangen voorzeker gebaat zijn.
Wij zien dus reikhalzend naar betere regeling uit, zonder nu in ons verhingen zoover te gaan, b.v. als eene vereeniging te Londen, die bij de regeering aandringt om de fabrikanten van kunstboter te verplichten, hunne producten paars te kleuren.
Wij herhalen, het is niet onze bedoeling mede te werken om de fabricatie en handel in kunstboter te fnuiken, maar wel om paal en perk te stellen aan de niet te limiteeren knoeierijen.
De kunstboterfabrieken hebben evenveel recht van bestaan als de beetwortelsuikerfabrieken e. a. Zou het, wat betreft deze laatste industrie, ons in de gedachten komen om bij de regeering aan te dringen, dat die fabrikanten verplicht werden hunne suiker zwart te kleuren? Toch ook hebben de fabi-icatie van- en den handel in rietsuiker de voordeelige jaren reeds lang achter den rug. Of zou men bij de regeering durven aandringen om aan alle tramstafcions ernstige waarschuwingen voor het publiek aan te plakken, omdat tramondernemingen de concurrenten en de ondergang van de omnibus-maatschappijen zijn?
Maar wel verzoeken wij om behoorlijk toezicht op, en duidelijke onderscheiding van dergelijke levensmiddelen, aangeduid op de verpakking enz.
Dat er elders voor deze industrie krachtige maatregelen tot billijke bescherming worden getroffen, blijke uit het volgende:
Denemarken heeft bij eene wet van 1 April 1885 in 5 art. deze aangelegenheid waardig geregeld, en de straffen voor overtredingen bepaald.
Zweden heeft bij besluit van 20 Oct. 1885 op nog vol-
27
lediger wijze in het toeziclit op knoeierijen voorzien, en heeft eveneens daarbij de straffen voor overtreding bepaald.
Ook Sleeswijk-Holstein heeft, naar het voorbeeld van Denemarken en Zweden, maatregelen getroffen om beide soort-producten duidelijk te onderscheiden.
De Belgische minister van landbouw heeft bij circulaire van 27 Mei '85 de gouverneurs der provinciën gelast, do gemeentebesturen te herinneren, dat knoeierijen in den boterhandel strafbaar zijn volgens de wet van 17 Maart 1850: âover de vervalsching van eetwaren.quot;
Te Verviers vestigde zich een syndicaat (bestuurd door 9 leden, waaronder een chemicus), met het doel aan consumenten de gelegenheid en verzekering te geven, dat zij natuurboter kochten.
Volgens de âMilch-Zeitungquot; 1885, is de controle op den boterhandel in den staat Vermont (Ver. St.) zoo streng, alsof het de vervaardiging van vergift betrof.
Er wordt door fabrikanten eene belasting van 10000, en door détailhandelaren van 5000 doll, betaald, terwijl de hoeveelheden die worden geproduceerd, moeten worden aangegeven ;ââ overtredingen worden zeer zwaar gestraft.
Dnitschland's regeering is van voornemen, in het belang van den handel de navolgende maatregelen te nemen, en wel op initiatief van den Landwirthschaftsrath.
Kunstboter krijgt een bijzonderen naam, waarin het woord âboterquot; niet voorkomt; deze naam komt voor op elke verpakking, met zwarte letters, terwijl de verpakking zelve een eigenaardigen vorm krijgt. Knoeiers worden publiek bekend gemaakt.
De fabricatie in het binnenland wordt bewaakt om de soort grondstoffen te kunnen beoordeelen.
De invoer wordt eveneens uit een hygiënisch- en handelsoogpunt sterk gecontroleerd. (Januari '86).
Het onderzoek betreffende de knoeierijen in Duitschland gaf den verslaggevers daarover ongeveer het navolgende in de pen.
28
âUit zekere feiten in Nederland kunnen de belangheb-âbenden zien, hoe het gaat, wanneer er tusschen natuur- en âkunstboter geen afdoende grens getrokken isquot;, enz., en ten slotte: ânadat de Nederlandsche boter door Deensuhe en âNorinandische overal als prima boter was verdrongen, toon âhet bleek dat zoowel het vertrouwen voor don uitvoer als âvoor het binnenlaudsch verbruik was verloren, dat het reeds âzoover was gekomen dat Nederl. boter slechts in naam bo-âstoud, maar in hoofdzaak slechts diende voor het in den âhandel brengen van een kunstproduct; toen het bleek dat âde margarine niet alleen hare bestemming vond in de kunst-âboterfabrieken, maar ook in den koeienstal (alzoo bij de âkunst-natuurboterfabrikanten), toon begon men de alarmklok âte luiden, maatschappijen enz. ter bevordering van den âzuiveren handel op te richten, maar tot nog toe geen wettige âresultaten.quot;
Wij zien derhalve hieruit, hoe treurig ons boter-crediet in Duitschland gevestigd is, en hoe broodnoodig hot is, dat er afdoende maatregelen worden getroffen om dien gewichtigen handelstak en die industrie naar recht en hilUjkheid te beschermen.
Want wat zou de ooi-zaak zijn, dat de voorwerpen uit goud en edele metalen vervaardigd, aan een keur en wettig toezicht zijn onderworpen ? Zou deze maatregel zijn ingevoerd alleen met het doel, om zich eene nieuwe bron van inkomsten te verschaffen; of zou dit toezicht het gevolg zijn van de gebleken behoefte aan wettige regeling, ter voorkoming van misbruiken en knoeierijen voor die fabricatie en dien handel.
Wij zullen derhalve in deze onze hope gevestigd houden op de verklaring van den Minister van Binnenlandsche Zaken, die â bij ontstentenis van den Minister van W., U. en N. â aan den heer Hüydegoi'jse in do Eerste Kamer antwoordde: âdat wat boterhandel betreft, dooide handelingen van velen hier te lande onze naam in het buitenland veel geleden heeft. Het punt van wettelijke regeling omtrent de zoogenaamde kunstboter zou nader worden onderzocht (23 Jan. '8G), en op hut antwoord van den
29
Minister van Waterstaat en van Justitie, naar aanleiding van de interpellatie-van Dedem in de zitting van de Tweede Kamer der Staten-Generaal d.d. 16 Maart jl. over âkunstboterquot;.
Die antwoorden geven het volkomen bewijs, dut dit onderwerp bij de Regeering aan de orde is, doch hoe overtuigd wij ook mogen zijn, dat wettige regeling van, en toezicht op de belangen van deze industrie eene dringende behoefte is, toch is liet onze plicht te bedenken, dat exclusieve maatregelen wel anderen kunnen benadeelen, doch ons niet opbeuren; laten wij onder den treurigen indruk van den tegenwoordigen toestand het doel niet voorbij snellen, wantnaar ons gevoelen mag het zwaartepunt onzer wenschen niet gezocht worden in krachtsontwikkeling door verbod, maar wel door verbetering van het product, door wettige bescherming en boven alles door het aanvaarden van den strijd tegen margarineboter met eerlijke middelen.
Wij willen echter den lezer niet langer met deze jeremiaden lastig vallen ; hem liever enkele oogenblikken bezighouden met eenige denkbeelden over don invloed, dien beschermende rechten op den toestand onzer zuivelbereiding zouden kunnen uitoefenen.
In de vergadering van de LToll. Mij. van Landbouw, gehouden te Purmerend den 17 September 188quot;), werd het onderwerp âomtrent het al of niet wens ch e 1 ij ke, dat beschermende rechten bij invoer van Landbouwproducten worden gehevenquot;, op meesterlijke wijze ingeleid door don heer Baudin, lid van het Hoofdbestuur.
Do heer B. gaf daar, met cijfers gestaafd, een pleidooi ten voordeele van het vrijhandelstelsel en bracht het in zijne berekeningen zelfs zoo ver, dat hij als slotsom kon aanwijzen, hoe tegenover eene inkomst van ruim millioen gulden door beschermende rechton, door den Ned. Landbouw aan die zelfde rechten, voor het gebruik maken van ingevoerd graan, ruim 24 millioen gulden zou worden betaald.
De heer B. zegt: â(Goedkoop voedsel in in de dagloon er s-hringen hoofdzaak, en voor hen een groote zegen, laten wij dat dus niet bederven.quot;
30
In eene vergadering van de Burgerkiesvereeniging te Zaandam werden door den lieer Duuvis de nadeelen, aan beschermende rechten verhonden, mot zeer veel tact en vuur uiteengezet, en werd door hem o. a. het navolgende gezegd: âDe malaise is verre van een uitsluitend verschijnsel van den tegen woordigen tijd; op gebied van handel en nijverheid is er voortdurend afwisseling als die van ebbe en vloed. Deze sombere dagen zullen voorbijgaan om plaats te maken voor gunstige tijden, die wederom door malaise zullen worden gevolgd. Deze wetenschap moet leiden tot het bedachtzaam maken op mogelijke verandering bij voorspoed; hij die zich in de dagen van weelde tot overdaad laat verleiden of in slaap laat wiegen, zoodat hij zijne activiteit verliest, kan de kwade dagen niet doorstaan. De handel is evenals de natuur onderworpen aan wetten. Het is noodzakelijk deze wetten op te sporen en te leeren kennen; tegenspoed is onvermijdelijk, als de handel geen rekening houdt met do wetten die hem beheerschen; de kennis dier wetten is zoo noodig, dat in gedrukte tijden het allereerst hij bezwijkt, die het bestaan daarvan miskent.quot;
Iets verder: âOp eene door de fabrikanten in Londen uitgeschreven prijsvraag, verklaarden zich in de antwoorden 47 tegen en slechts 1 vóór beschermende rechten. En terecht, immers, konden deze baten, dan had er vroeger nooit malaise bestaan; want bescherming vigeerde overal â dan was de toestand in Duitschland veel beter; dan bloeide Frankrijk's handel, dan gaf Amerika ons geen zorgvol beeld van zijn handel en industrie.quot;
âBeschermende rechten leiden noodzakelijk tot overproductie en bevorderen daardoor handelscrisis.quot; Deze laatste beschouwing wordt echter niet door ons onderschreven; wel zijn wij het met hem eens waar hij zegt: âBeschermende rechten kannen alleen tijdelijk geen voortdurenden bloei geven, zij kunnen welvaart verplaatsen, nooit scheppen.quot;
âWij mogen echter eischen dat onze invoerrechten onze eigen industrie niet benadeelen, en dit is toch soms het geval.
31
getuige het adres van den heer Beijnes te Haarlem. Beschermende rechten kweeken den handel als eene broeikast plant. Geen graanrechten kunnen ons helpen, zij zijn gelijk het hopbitter in de geneeskunde.quot;
Het spreekt wel van zelf, dat ook met evenveel vuur motieven ter verdediging worden aangevoerd, dio voor beschermende rechten pleiten. Wij wijzen daarom alleen op enkele volzinnen, die wij overnemen uit het âMaandblad van de Mij. van Landbouw,quot; waarin o. a. als bestrijding van een pleidooi voor vrijhandel, het navolgende wordt gezegd:
âEen der consequente gevolgen der Freetrade is geweest de afschaffing der differentiëele rechten in Indië, welke maatregel als tastbare gevolgeu na zich sleepte: verlies van onze suikermarkt en de reductie onzer zeilvloot en scheepsbouw tot een schim.quot;
âDank zij onze Freetraders-beginselen, voorziet Manchester onze koloniën van katoentjes, Duitschland levert de rijstketels voor den Javaan, de Denen boter en kaas, Amerikanen geconserveerd vleesch, terwijl voor ons Nederlanders de twijfelachtige eer is weggelegd, de Indische tekorten in den vorm van hooge en verhoogde opcenten op het personeel etc. op te brengen. Dank zij diezelfde Freetraders-beginselen, worden de drie stoomschepen, be-noodigd voor de Mij. Zeeland, in Engeland gebouwd, wordt Beijnes in Duitschland geweerd, en rest voor Nederland, de werkeloozen door aalmoezen in het leven te houden, daardoor het socialisme in de hand te werken, en zijn welvaart de grenzen over te zien gaan.quot;
Het behoeft wel geen betoog, dat naast deze verdediging â⢠met hoeveel vuur en sympathie zij ook werd uitgesproken â enkele cardinale kantteekeningen zijn te plaatsen ; wij wijzen daaromtrent slechts op de voorstelling van de oorzaken voor het verloop onzer zeilvloot en den daaraan verbonden scheepsbouw.
Bij ons kwam de gedachte op : zou de spr. met het bestaan der stoomvaart onbekend zijn ?
32
Ook het voorbeeld-BEMNES wijst juist op het hatelijke van beschermende rechten, en zou hoogstens kunnen pleiten voor het heffen van reprociteits- of represaille-rechten.
Uit de geleverde beschouwingen mogen wij wel opmaken, dat de moeielijkheid om dit onderwerp met volkomen klaarheid te behandelen, groot is, en moeten wij besluiten, dat juist in die gevallen, wanneer het gewicht van het onderwerp zaakkundige verdedigers doet optreden, het dezen, zoowel vóór- als tegenstanders, niet aan bewijzen ontbreekt â en juist daardoor wordt ons het zoeken naar de waarheid zoo moeie-lijk gemaakt.
Naar onze meening echter, hebben wij van beschermende rechten geen heil te wachten, zij zullen geen druk ontnemen, maar dien onregelmatig verplaatsen, b. v. van de teelboeren op de zuivelboeren, enz. â en kunnen wij daardoor dan verbetering te gemoet zien ?
Van grooter belang komt het ons voor er op te wijzen , dat de zuivelbereiders zich met kracht moeten toeleggen om de middelen te vinden, waarmede zij hunne producten kunnen verbeteren en bovendien de opbrengst vergrooten.
Hierin is een reuzensprong te maken, waarop wij meenen, met allen ernst de aandacht te moeten \ es-tigen.
Dien vooruitgang stellen wij ons voor, door het invoeren van eenige belangrijke wijzigingen in het melkbedrijf en de melkopbrengst; zonder te groote onkosten, zonder ingrijpende opofferingen kan hierin worden voorzien. W ij noemen daarvoor:
1°. Het in den zomer gebruik maken van stoombeweeg-kracht en roomafscheiders;
2quot;. door melkverkoop;
3°. door coöperatieve samenwerking;
4°. door zich nauwkeurig op de hoogte te stellen van noodzakelijke eischen voor aankoop van goede melkkoeien.
33
De wijziging sub 1 bedoeld, d. i. machinale bewerking, heeft vooral waarde voor groote zuivelbedrijven, b. v. waarover onze berekeningen liepen â dus boerderijen waar 40 en meer koeien worden gemolken; die sub 3, coöperatieve samenwerking, biedt het grootste voordeel voor kleine zuivelbedrijven.
Wij zullen trachten de waarde dezer wijzigingen te verklaren.
le Wijziging.
Het in den zomer gebruik maken van stoombeweegkracht en roomafscheiders.
Het is buiten alle kijf aan alle zuivelbereiders bekend, dat het onmogelijk is, naar de heerschende methoden des zomers de melk tot het maximum van opbrengst te verwerken : de temperatuur van het jaargetijde en de wijze van bereiden werken die tekortkomingen in de hand; het is alleen mogelijk daarin gedeeltelijk te gemoet te komen door het gebruik van ijs, en dan nog is er een groot practisch verlies te constateeren.
Met deze wetenschap hebben de Denen hun voordeel gedaan en daaraan is het te danken, dat in Denemarken, behalve tal van andere roommachines, duizende roomseparators van Laval in gebruik zijn.
Wij willen met enkele woorden op de voordeelen van deze roommachine wijzen, maar moeten nog herinneren, dat wij in onze besprekingen het oog hebben op z. g. zomermaanden : alleen dan zijn naar onze meening de hoeveelheden daartoe geschikt, eu nemen aan dat de maximum hoeveelheid melk op een dag 625 liter (of 625 kop per maal) bedraagt.
Een zeer beknopt overzicht voor deze bewerking stellen wij ons voor als volgt: De melk wordt gangsgewijze uit de weide aangebracht en direct in het kleine reservoir van den separator overgestort. Dit roomtoestel is reeds vooraf in bedrijf gesteld, zoodat door het openen van de kraan het roomen direct een aanvang neemt. Wanneer men de melk achtereenvolgend aanvoert, dan zal het roomen bijna geëindigd zijn als de laatste melk wordt binnengebracht en in in elk geval dit werk in ruim een uur zijn afgeloopen.
84
De vlugheid van deze bewerking springt voorzeker in liet oog en de voordeelen ziju bovendien groot; want ontegenzeglijk hoeft men het hier in de hand âwanneer inen alleen melk uit zijn eigen bedrijf gebruikt â om de fijnste boter te fabriceeren en de hoeveelheid met | % te verhoogen (dus voor deze hoeveelheid met ruim 3 kilogr. per dag); men kan de versche tap- of vloode-melk onmiddellijk tot kaas verwerken, en heeft dus geen kans, dat in die melk reeds de kiemen van bederf aanwezig zijn, of in het warme jaargetijde de melk reeds gedeeltelijk bedorven is.
Men houdt meer vloode- of tapmelk, maar minder karnemelk over, want er wordt slechts 8 a 10 liter room van 100 liter melk genomen, en verkrijgt alzoo meer kaas.
Het geheele bedrijf verloopt regelmatiger; het karnen is veel spoediger afgeloopen (immers de hoeveelheid room is veel kleiner, maar de room zelf veel dikker), terwijl ook de karn door dezelfde machine kan worden in beweging gebracht. Men heeft veel minder gereedschappen noodig, want in den koelkelder is niets anders dan room geborgen.
Het invoeren van machinale ontrooming laat derhalve een aanzienlijke bezuiniging aan arbeidskrachten en materiaal toe.
En nu de kosten die hieraan verbonden zijn ? zult gij wellicht als vraag op uwe lippen hebben. Die onkosten lossen zich op in een steenkolen-verbruik van hoogstens 2 Hect.ht. per dag, waardoor men alle in het bedrijf noodige warmte kan aanvoeren, zoowel voor het kaasmaken als voor het wasschen en reinigen van vaatwerk enz.
Die kosten op Æ 1.â per dag aannemende (behalve de eerste aanschaffing van machinerieën) zijn dit de eenige uitgaven, die tegenover de vermeerdering van productie en bezuiniging in arbeid en materiaal moeten worden gesteld. De kleinigheden voor machinebehoeften noodig, brengen wij in compensatie voor het bedrag, dat anders voor kaas-melk-verwarming moest worden aangewend; zoodat de totale kosten bijna niet grooter zijn dan die, welke men daarvoor aan ijs kan bezuinigen.
Wanneer wij nu aannemen dat dit bedrijf in de zes zomer-
35
maandeu gemiddeld dagelijks 500 liter melk verwerkt, dan zou dit eene verhooging der opbrengst van 2J kilogr. per dag (180 x = 450) of 450 kilogr. boter afwerpen, dus 22/8-vaten en Vio-vat meer, vertegenwoordigende eene waarde van Æ 675,â, waarvan alleen de dagelijksche onkosten, te zameu ongeveer Æ 175,â, moeten worden in mindering gebracht â derhalve eene zuivere meerder opbrengst van Æ 500.
Het spreekt echter van zelf, dat de toepassing in een klein bedrijf niet zulke voordeden kan afwerpen, dat de kosten daardoor worden beloond.
De verhoogde opbrengst door grootere hoeveelheid en betere qualiteit van kaas, gaan wij slechts stilzwijgend voorbij, maar heeft bijna even groote beteekenis.
De eerste aanschaffing van het strikt noodige om geheel met stoom en machinekracht te kunnen werken, vordert eene uitgaaf van ongeveer 1200 gulden. Een uitgaaf, die voorzeker door de verhoogde opbrengstwaarde van twee jaren geheel wordt gedekt. Die overtuiging staat bij ons zelfs zoo vast, dat wij niet zouden opzien om ons daarvoor borg te stellen, doch, let wel! ingericht naar de denkbeelden die wij hebben ontvouwd.
2e Wijziging.
Door melkverkoo'p. Mochten wij bij de inleiding van vraagpunt 2 slagen, een getrouw beeld op te hangen van de opbrengst der melk, verwerkt tot boter en komijne-kaas en tot Goudsche kaas en weiboter, en daarvoor als resultaat eene opbrengst voor boter enz. van Æ 4.49 en voor Goudsche kaas enz. f 4.355 per 100 liter voorleggen, dan gelooven wij, daarin ook een grondslag aangewezen te hebben tot de vergelijking, welke wijze van handelen het voordeeligst kan zijn : of de melk te verwerken tot boter en kaas, of de melk te verkoopen.
Wij zijn huiverig do verdenking op ons te laden, alsof wij in ons oordeel partijdig zouden zijn, en laten die oplossing daarom liever aan den lezer over, ons echter bereid verklarende, al onze berekeningen en beschouwingen nader toe te lichten.
30
3e Wijziging.
Door coöperatieve samenwerking. Het is niet de bedoeling, bij de beliandeling van dit onderwerp ons te verdiepen in de vraag over het al of niet nuttige van het coöperatieve als handelsstelsel; wij behandelen die samenwerking alleen voor zoover zij hier nuttig kan worden aangewend, zoodat in deze beschouwingen de woorden âCoöperatieve samenwerkingquot; wellicht zouden kunnen worden vervangen door de uitdrukking âsamenwerking voor gemeenschappelijk belang.quot;
Onder de eerste voorwaarden die in den handel aan boter en kaas worden gesteld, behoort niet het minst deugdzame en regelmatige qualiteit. Een ieder die met den boter-h an del eenigermate bekend is, is van deze waarheid overtuigd en zal de laatste zijn om aan de toepassing van die gestrenge eischen te kort te willen doen. Het zijn voor den boterhandelaar de voornaamste hulpmiddelen, die hem voor qualiteit en houdbaarheid eenigszins garandeeren.
Niettegenstaande de waarheid dezer woorden door tal van zuivelbereiders week op week wordt gevoeld ; niettegenstaande zij daarvan bewust zijn, en door dien achterstand in productwaarde, jaarlijks verliezen van beteekenis moeten lijden, toch heeft het hen niet zoodanig getroffen, dat zij middelen hebben opgezocht om deze tekortkoming te verhelpen. Men is niet genoeg overtuigd dat de qualiteit te wenschen overlaat; het heet: men stelt te hooge prijzen aan het product, en men vindt te gereede uitvluchten die de schuld verplaatsen â terwijl gebrek aan kennis en gewone traagheid maar al te krachtig medewerken om den ouden toestand te bestendigen.
Hoe dit ook zij: óf de hooger gestelde eischen voor qualiteit, öf wel de gebreken in de bereiding, in beide gevallen eischt het welbegrepen belang, de behoefte van den handel te volgen, en behoort daartoe al het mogelijke te worden aangewend. Zoo ooit, dan is het voor de zuivelbereiding als eene onomstootelijke waarheid gebleken, dat stilstand achteruitgang is.
Nog komt daarbij dat de kleine zuivelboeren nooit bij machte zijn geweest â en bij bestendiging van dezen toestand nooit bij machte zullen zijn â om den strijd tegen de groote zuivelbereiders te aanvaarden. Hunne inrichting maakt het bijna onmogelijk, want welke gebreken en tekortkomingen door hunne wijze van bereiden moeten wij reeds dadelijk constateeren! De kleine hoeveelheden noodzaken hen maar al te dikwijls om de melk van 2 of meer dagen op te garen; eene manier van werken, die op de qualiteit in de eerste plaats grooten invloed oefent; zij hebben dikwijls gebrek aan werkkracht en aan hulpmiddelen om de geheele bereiding naar eisch te doen geschieden.
Door de kleine hoeveelheden krijgen zij dikwijls 3 a 4 botersoorten in eene week, soms in 1 vat, zéér verschillend in qualiteit, kleur en zoutgehalte, en toch alles eigen fabricaat; zij hebben hoegenaamd geen gelegenheid om verbeteringen in te voeren , zelfs geen hulpmiddelen, om zich met de eenvoudigste proeven bezig te houden.
Die toestand is evenwel niet buitengewoon, maar doet zich ongeveer op dezelfde wijze voor in de aangrenzende rijken.
Zwitserland heeft daarvoor zijne Kdsereien, Denemarken zijne coöperatieve zuivelbedrijven, en bijna overal elders wordt het stelsel van samenwerking toegepast. Op die wijze heeft men daar getracht in deze leemten te voorzien, door zich als kleine zuivelboeren te vereenigen.
In Zwitserland b.v. verwerkt eene Kasevei de melk van 20 kleine zuivelboeren, zij heeft een kaasmaker met het strikt noodige personeel.
Het kaasmaken van 20 bedrijven wordt op die wijze in één bedrijf verzameld; de betaling der melk geschiedt volgens aandeel in de levering, terwijl daarbij zeer gestrenge en wettige controle tegen oneerlijke handelingen en vervalsching wordt uitgeoefend.
Zou het niet mogelijk zijn, dat ook bij ons de toepassing van deze wijze van samenwerken meer bijval ging vinden? Voor zooverre ons bekend is, bestaat in ons land slechts ééne
88
fabriek^ in de Wieringerwaard (Sohagen), die eonigszins naai-deze methode wordt gedreven. Die fabriek is liet eigendom der melklevcranciers.
Wanneer wij een voorstel moesten doen, op welke wijze dit doel is te bereiken, dan zoude dit gescliieden op de navolgende grondslagen;
1°. Bene vereeniging van znivelboeren, b. v. 20, kiest zicli een zuivelboer â deze laatste voorziet zich van de noodige hulp.
2°. De melk wordt aan de boerderij afgeleverd en naar hoeveelheid en, kan het, naar qualiteit betaald.
-3°. Do deelnemers oefenen hierop toezicht uit naarmate het hun noodig voorkomt.
40. De betaling geschiedt naar den maatstaf van de opbrengst der producten; er wordt mede bepaald, of het geven van een wekelijksch voorschot op het te ontvangen aandeel wenschelijk en noodig is.
5°. Een der deelnemers is met het toezicht en met den verkoop belast; hij geniet daarvoor eene kleine tegemoetkoming en evenals de zuivelboer een aandeel in de coöperatie-winst, doch is voor do zaak verantwoordelijk tegenover alle coöperanten.
6°. Bij den aanvang van elke drie maanden wordt de aproximatieve waarde van de melk voor het a. s. kwartaal vastgesteld.
7°. Door coöperatie-winst wordt verstaan de meerdere netto opbrengst, dan door de aproximatieve melkwaarde was aangegeven.
8°. Allo producten, boter, kaas, karnemelk, enz., worden door den verantwoordelijken deelnemer te zijner tijd verkocht, en
9°. De afval-producten worden â⢠voor zooverre ze niet worden verkocht â onder de deelnemers pro rato der geleverde melk verdeeld.
Naar onze opvatting zouden dit de hoofdbeginselen kunnen
39
zijn, waarop samenwerking in onderscheiden gedeelten van ons land met vrucht kan worden ingevoerd.
Het behoeft evenwel geen betoog, dat nog in veel andere punten voorziening noodig zal zijn.
De gegeven verklaring omtrent de gebruikelijke en de ge-wenschte methoden voor zuivelbereiders heeft â hopen wij â duidelijk gemaakt, dat aan samenwerking van sommige zuivel-bereiders de navolgende voordeden verbonden zijn. Verbetering van qualiteit; vergrooting van opbrengst; besparing van arbeidskrachten ; bezuiniging van materialen; vereenvoudiging van liet bedrijf, zoodat of meer tijd en zorg aan vee en landerijen kan worden gewijd, of wel liet dienstpersoneel kan worden verminderd. En boven alles, de melk zal meer opbrengen.
Naar onze overtuiging ligt derhalve voor kleine zuivelboeren eene groote kracht in nauwe samenwerking; ook hopen wij dat het spoedig zoover zal gekomen zijn, dat de landeigenaars â met de waarheid van onze beschouwingen instemmende â hunne pachters daartoe zullen aansporen; ook voor hen is het van beteekenis, het oog gericht te hebben op den voorspoed en de welvaart van hunne pachters; want het is maar al te waar dat de landheeren tot op den huidigen oogenblik weinig van hun invloed gebruik maken, om den pachter nu en dan van zijn werkelijk belang te overtuigen. Het bezoeken van tentoonstellingen zal geen heil aanbrengen; het lid zijn van een Afd. der Mij. van landbouw zal weinig-baten, wanneer men niet vatbaar is voor bewijzen, wanneer men de oogen gesloten houdt voor kennelijke verbeteringen, die zich, op het gebied der zuivelbereiding in en buiten Nederland, zoo ruim weg wisten te banen.
Voorzeker ligt hier niet de kracht in het isolement, maar in de samenwerking aan hetzelfde belang.
4e Wijziging.
Door zich rekenschap te kunnen geven van noodzakelijke eischen bij den aankoop van goede melkkoeien.
Wellicht is het aan sommigen onzer lezers nog niet genoeg
40
bekend^ welk onberekenbaar verlies voor den landbouwer gelegen kan zijn in de slecbte kenze van melkvee. Het is bij ons niets ongewoons, dat in een veestal onderscheiden melkkoeien worden gevonden, die elk jaailijks Æ 80,00 verlies berokkenen, om de eenvoudige reden, dat ze als melkkoe in qualiteit en quantiteit der melk, zoo aanmerkelijk bij andere koeien achterstaan, zoodat het verschil soms wel eens de helft bedraagt. Van die waarheid is men in sommige landen meer overtuigd en doordrongen, b. v. in Zwitserland, waar de melkkoeien bijna zonder uitzondering verkocht worden met garantie van leeftijd, bewijs van de laatste werpingen, boven alles met garantie, dat ze na een zeker aantal dagen eene bepaalde hoeveelheid melk moeten geven â dat is de rente van het kapitaal, en men spreekt daar ook eigenlijk algemeen van eene koe van zooveel liters.
Op sommige markten aldaar is het zelfs gewoonte, het aantal liters aan den kop der koe te vermelden. Voor zoover ons bekend is, komt dit bij ons zeer zelden voor.
Het is daarom van het grootste gewicht, dat de landbouwer zijn vee kent, dat hij die koe, welke als melkkoe niet aan het doel beantwoordt, opruimt en daarvoor eene betere in de plaats koopt. In een groot bedrijf is de schade, die men zich, door onvoldoend toezicht op de waarde van het melkvee, kan berokkenen, door geen Æ 1000 per jaar aan te geven.
Wij gaan thans over tot de behandeling van het laatste vraagpunt;
5®. Zijn aan de tarieven of de prijzen voor melkverkoop op groote schaal, in de practijk ook bezwaren verbonden, en volgens welke methode kan op billijke grondslagen de melk naar hoedanigheid worden gekocht en verkocht?
De verkoop van melk op groote schaal heeft in de laatste jaren door de oprichting van vele zuivelfabrieken, melk-inrichtingeu enz. langzamerhand groote afmetingen aangenomen, en wanneer men let op de klachten, die daarover in allerlei vorm worden geuit, dan heeft nooit eene zaak of een
41
gebruik iu de praktijk meer gebreken vertoond dan die, welke wij moeten toekennen aan de gewoonte, om de melk te koopen volgens eene methode, waarbij alleen de hoeveelheid als maatstaf voor betaling is aangenomen.
De fonten, die dit stelsel aankleven, nemen met den dag toe en doen overal â zoowel in binnen- als buitenland â reikhalzend uitzien naar middelen om daarin afdoende verandering te brengen.
Al te duidelijk is het dan ook door de ervaring gebleken, dat deze wijze van betalen door onderscheiden oorzaken hoogst onbillijk en, wij zouden haast zeggen, onhoudbaar is, â en wel op de volgende gronden.
Behoeft het nog betoog, dat er een hemelsbreed onderscheid bestaat in de hoedanigheid der melk bij zuivelbereiders in dezelfde streek, ja, zelfs bij de naaste buren ?
Die voorbeelden liggen maar al te gereed voor de hand, zelfs zoo, dat het verschil aan boter-opbrengst bij twee boeren soms 33 % bedraagt, m. a. w. dat van dezelfde hoeveelheid melk, waaruit bij A. 3 Kg., bij B. meer dan 4 Kg. kan worden verkregen. Dit heeft plaats in gevallen waarin wij kunnen bevestigen, dat er geen vervalsching van melk had plaats gehad, zoodat dit feit geheel en al aan verschil in qualiteit moet worden toegeschreven.
Is het dan wel te verwonderen, dat die industrieën, welke jaarlijks molk contracteeren, ook jaarlijks te kampen hebben met de onbillijke toepassing van tarieven, waaraan zich vooral ook de goede zuivelboeren maar noode onderwerpen, want sommigen hunner zijn zich te goed bewust, dat hunne melk bij die van anderen veel voor heeft, en hun daarvoor naar billijkheid betere betaling toekomt. Hoe hier het kaf van het koren te schiften ?
Hoe het ook zij, het is maar al te duidelijk, dat de wei-kelijk goede zuivelboeren zich door deze gewoonte sterk benadeeld zien â daargelaten nog het onaangename denkbeeld, dat zij bij den gewonen, ja bij den onbeduidendsten zuivelboer in betaling niets voor hebben ; en toch was er tot
42
nog toe geen weg te vinden, die het evenwicht der belangen van kooper en verkooper kon aantoonen.
Zou ook de methode van betaling naar hoeveelheid, de eerlijkheid niet voortdurend op te zware proef stellen, zoodat er bij enkelen een dagelijksche strijd tusschen geweten en eigenbelang ontstaat, waarbij zelfs de goede trouw van den leverancier niet voldoende is; want toonde ons niet de ervaring, dat. maar al te dikwijls het overdreven behartigen der belangen van den patroon, hier oorzaak der fraude was ?
Die strijd doet menigeen bezwijken, en zoo wordt maar al dikwijls met kwistige hand het hemelwater aangewend om aan het productie-vermogen der koe te gemoat te komen, ten minste wat de hoeveelheid aangaat. Vordert het plichtbesef en de wetenschap dat zulke dingen kunnen geschieden, niet van den kooper, dat hij zich steeds diligent toone om die handelingen te bestrijden?
En ongelukkig begint langzamerhand nog eene andere ziekte te ontkiemen, n.1. het verschijnsel, dat in sommige streken, waar men zich op den verkoop van melk toelegt, de zuivel-boeren zich daar te sterk toeleggen op den melkverkoop, m. a. w. geleerd hebben melk te vèrkoopen. Als de kooper zijne klanten kent, dan is dit bezwaar slechts betrekkelijk â doch het is een feit, dat de melk in die streken zeer dikwijls het onderzoek naar eene gemiddelde samenstelling niet kan doorstaan. Hier treedt dus langzamerhand eene nieuwe soort vervalsching der melk op den voorgrond, en wel reeds in het lichaam der koe, want reeds van het eerste oogenblik af voldoet die melk niet aan billijk te stellen eischen.
Wij vragen: is de toestand, zooals wij dien in onze beschouwing hebben geschetst, gezond ?
Is het billijk, dat bij deze handelingen zooveel belangen worden te kort gedaan en voortdurend op de proef gesteld ?
Onze overtuiging daaromtrent luidt; de eenige en rechtvaardige grondslag voor verhoop van melk is betaling naar qualiteit; die basis voorziet in alle redelijke belangen, zij voldoet aan de overtuiging van zoovelen dat âhunne melk even goed of heter is dan de
43
hestezij is van even groot belang voor den kooper als voor den trouwen verkooper. Zij ontheft den kooper van een onaangenaam verplicht toezicht op de qualiteit der te leveren melk, en schenkt de wederpartijen eene zekere rust.
Het is daarom boven alle bedenking, dat, zoodra het middel gevonden is om met voldoende nauwkeurigheid bij de levering de qualiteit te bepalen â en wel op eene wijze, dat de belangstellenden het onderzoek kunnen volgen en zich overtuigen van de waarde der bepaling, â dat dan die wijze van betaling aan vele wenschen te gemoet zal komen. Er blijft derhalve nog steeds over het zoeken naar middelen, om die qualiteit spoedig langs practischen en eenvoudigen weg te kuunen bepalen. Voldoen daarvoor de gewone middelen van onderzoek ter bepaling van vetgehalte en vaste stoffen enz., zoo ook cremometer-onderzoek gepaard met bepaling van specif, gewicht ?
De waarde van deze methoden behoeven wij hier niet te be-oordeelen, want naar onze meening kuunen ze â hoe volmaakt ook â voor ons doel niet dienstig zijn. Zij vorderen te veel tijd, of stellen het den verkooper niet zoo aanschouwelijk voor, dat hij daaraan zijn vertrouwen geheel zal schenken. De methode van Soxhlet, hoe volmaakt zij ook moge zijn, geeft niet genoeg te zien en is te kostbaar voor dagelijksch onder zoek van alle geleverde melk. â¢
Met zooveel anderen hebben ook wij getracht mede te werken tot de oplossing van dit vraagstuk, en wij nemen de vrijheid hier de bescheiden resultaten van dit zoeken mede te deelen.
Bij ons drong zich het allereerst de vraag op den voorgrond; welke samenstellende deelen der melk hebben zoowel voor den kooper als voor den verkooper de meeste waarde. Het antwoord luidde : de room en de gezamenlijke hoeveelheid vaste stoffen.
De practische bepaling van de waarde der vaste stoffen leverde geen bezwaar; moeielijker was die voor den room.
Wij vleien ons op bescheiden schaal er in geslaagd te zijn, en kunnen met het toestel, dat door ons werd vervaardigd,
44
binnen een half uur de qualiteit der melk van 6, en in één uur die van 18 leveranciers bepalen.
Dat tijdsverloop is geen bezwaar, daar die tijd trouwens ruimschoots noodig is, om de melk van evenveel leveranciers in ontvangst te nemen.
Het to.eBtel âHullandia's nauwkeurig en direct aanwijzende cremorneterquot;, dat daarvoor aan de fabriek IloUandia is vervaardigd, heeft, wat het beginsel aangaat, niet het recht als geheel nieuwe vinding aangemerkt te worden, integendeel, het is voor een gedeelte ontleend aan eene toepassing, die sedert jaren verlaten is.
Het was hier hoofdzakelijk de uitvoering door, en de toepassing van ceutrifugaal-kracht, die ons hierin ten dienste waren.
Do resultaten zullen wel niet geheel nauwkeurig beantwoorden aan de scheikundige strenge eischen voor totale ontvetting der melk ; maar liet practische verschil is zoo onbeduidend, dat gerust daarover mag worden heengestapt. De tapmelk hield volgens herhaalde analysen slechts 0.3 % vet, en aangezien die onvolmaaktheid standvastig kan in rekening worden gebracht, levert ze voor de praktijk geen bezwaren.
Wij vertrouwen ook, dat men van ons niet zal vergen, met eigen hulpmiddelen eene machine te vervaardigen die aan den eisch van gewoonheid â nog veel minder aan die van volmaaktheid â voldoet; door betere constructie en het aanbrengen van ons bekende verbeteringen, kan zelfs het onderzoek in -ja van den tijd geschieden en tot grooter nauwkeurigheid worden gebracht. Om voor dit onderzoek het gewenschte vertrouwen in te boezemen, hadden wij de practische proeven opzettelijk zóó geregeld, dat zij de werkelijkheid zoo getrouw mogelijk nabij namen, en werden daarom de verzegelde melkmonsters gedurende die vergadering ontvangen.
Wij gaven van die melk drie verschillende proeven, als: lo. van de melk zooals zij van de koe komt, 2°. verdund met 10 % water, en 3quot;. verdund met 20 % water.
Het was ons boven alles te doen om een oprecht practisch beeld van de methode te geven.
Mochten wij er nu in geslaagd zijn, de ingenomenheid voor dit gedeelte der methode voor onderzoek te winnen, dan rest ons nog de voorwaarden op te sommen, volgens welke de betaling dient te geschieden.
Zooals wij straks reeds opmerkten, wordt de prijs bepaald naar de hoeveelheid geconcentreerden room en vaste stoffen â derhalve hoofdzakelijk naar de hoeveelheid boter en kaas, die er uit kan bereid worden.
Die prijs wordt aangegeven door een waarde-factor volgens het jaargetijde, het speciiiek gewicht en een veranderlijk coëfficiëut, die men verkrijgt door de waarde te bepalen van het % getal geconcentreerden room, vermeerderd met de overwaarde van het specif, gewicht boven het als minimum te vorderen specifiek gewicht van 1.029, en wel voor algemeene toepassing door de formule A {R O) S.
Voor ons doel is A vastgesteld op 0.34 voor de maanden April, Mei, Juni en Juli, op 0.36, voor de maanden Maart, Augustus, September en November, en op 0.4 voor de maanden October, December, Januari en Februari.
R geeft steeds het werkelijke getal van het procent roomgehalte;
S het specifiek gewicht der te onderzoeken melk bij 15° C, en
O het verschil van dit spec. gew. 8 met het minimum te vorderen spec. gew. van 1.029 â dus de overwaarde van het gewicht aan vaste stoffen, zoodat de waarde van O positief of negatief zal zijn naar gelang, S gt; of lt; dan 1.029 is.
De formule A {R O) S geeft hier dus den prijs van 100 lit. melk in guldens aan.
De beginselen, waarnaar de waardefactoren van deze formule zijn vastgesteld, worden door ons als volgt verklaard :
De waarde van A is bepaald naar gelang het jaargedeelte, waarin de melk wordt geleverd, volgens de ervaring aan de melk meer of minder waarde toekent. Die waarde werd
46
door ons vastgesteld naar liet gemiddelde waarde-verschil, waargenomen in de onderscheiden jaargedeelten der vier laatste jaren, en wel gerekend uaar de marktwaarde van de melk, en van de boter aan de Delftsche markt. Dit grootste verschil in waarde in de onderscheiden jaargetijden, is door ons op ongeveer van de waarde gesteld.
De waarde van B wordt bepaald^ door het % getal ge-concentreerden room, dat door het onderzoek wordt aangewezen.
R zal voor elke nieuwe levering zeer verschillend zijn; waarom ook do billijkheid vereischt, dat met de waarde van i? voor betaling der melk, nauwkeurig rekening worde gehouden.
De waarde van S wordt bepaald door het specifiek gewicht der te onderzoeken melk, derhalve de gezamenlijke vaste stoffen in de meik aanwezig â zonder rekening te houden waaruit die stoffen bestaan; terwijl ook de waarde van dit getal zich voortreffelijk eigent om op vervalsching door ont-rooming of watertoevoeging te wijzen, waarom ook aan S groote waarde in de berekening wordt toegekend.
De waarde van O wordt bepaald door het verschil van het spec. gew. S. der te onderzoeken melk en het als minimum vereischte spec. gew. van 1.029, terwijl dit verschil 1000 maal wordt in rekening gebracht. O zal dus positief of negatief zijn naar gelang $ gt; of lt; 1.029 is.
De ervaring heeft ons geleerd, dat in onze streken een minimum spec. gew. van 1.029 bij 15° C. voor onver-valschte melk moet gevorderd worden, waarom wij dan ook van dit minimum uitgaan.
De waarde der vaste stoffen S wordt op deze wijze tweemaal in rekening gebracht, 8 als factor op zich zelf, en dooide overwaarde O als onderdeel van den veranderlijken coëfficiënt {B O).
Zoo geeft de waarde dezer formule voor de melk, zooals zij in de vergadering werd onderzocht, de navolgende resultaten :
47
Ouvervalscht. Verdund met 10 % water. Verdund met 20 % water.
Specif, gewicht S = 1.031. Specif, gewicht S 1.0375. Specif, gewicht S = 1.0245.
A = O.-i A = O.t A 0.4
R = 15 B = 13.5 B = 12
O = 2' O = â 1.5 O = â 4.5
A (R O) S = A (R O) S = A (K O) S =
= 0.4 (15 2) 1.031 = = 0.4. ^3.5 â 1.5) 1.0275 = = 0.4 (12 â 4.5) 1.0245 =
= Æ 7.01 por % liter. = Æ 4.93 per % liter. = Æ 3.07s per % liter.
Wanneer wij de getallen, die door ons als basis voor de betaling zijn aangenomen, aan do werkelijke waarde van de melk in onze omstreken toetsen, dan leert ons de ervaring, dat melk met een gehalte van 15 % geconcentreerden room bij een specif, gew. van 1.032, en evenzeer van 11 % geconcentreerden room met een specif, gew. van 1.029, niet tot de uitzonderingen beboert, terwijl evenzoo uit de vergelijking der stalmonsters, met die der geleverde melk kon blijken, dat daarbij hoegenaamd niet op vervalsching moebt worden gewezen.
Do waarde voor deze twee qualiteiten van melk zouden voor dit seizoen, bij toepassing der formule, volgens onderstaande rekeningen bedragen :
Voor melk met 15 % gec. room en een Voor melk met 11 % gec. room en een
spec, gewicht van 1.032 ( c), dan is: spec, gewicht van 1.029 (ij), dan is :
A = 0.4 A = 0.4
R 15. R = 11.
S = 1.032 S = 1.029
0=3, dus 0=0, dus
A (R O) S = A (R O) S =
= 0.4 (15 3) 1.032 = 0.4 (11 0) 1.029 =
= Æ 7.43 per % liter. (1) = Æ 4.53 per % liter. (2)
Wij zien dat de waarde, door berekening volgens de formule, voor deze onderscheiden melksoorten beduidend verschilt, trouwens zeer terecht, want beide betalingen zijn geheel iu verhouding der waarde.
Nemen wij nu verder aan, dat de melk x op twee wijzen wordt vervalscht: lf) door het ontnemen van 20 % room, en 2° door het toevoegen van 10 % water, dan heeft de melk, bedoeld sub 1°., in overeenstemming met de werkelijkheid een spec, gewicht van 1.03275 (bier is het oorspronkelijke spec, gew. 1.032 vermeerderd met -/10 van 0.00375, welk laatste
â 1-8
product (0.00075) het verschil in spec. gew. aangeeft van dezelfde melk x onvervalscht en afgeroomd voor 2/1 0 gedeelte).
Wij hebben alzoo voor deze sooi-t melk :
A = 0.4
R = 12.
S = 1.03275
O = 3.75, dus in do formule A (R O) S =
= 0.4 (12 3.75) 1.03275 = Æ 6.505 per % liter. (3)
De waarde-uitkomst is hier niet juist in overeenstemming met de grootte der vervalsching; maar hier een klein verschil in het voordeel der formule te constateeren.
Wij hebben voor dit doel naar een maatstaf gezocht, waarbij dit verschil onbeduidend klein is â vooral voor veronderstelde ontroomingen van geringe beteekenis â want wij hebben hierbij vooropgesteld, dat de mogelijkheid bestaat, dat in sommige jaargetijden, b.v. bij langdurig ongnnstig weer, melk wordt geleverd, die, ofschoon onvervalscht, toch, wat roomgehalte betreft, beneden, en wat specifiek gewicht aangaat, boven het als norm vastgestelde gaat. Hadden wij hiermede geen rekening gehouden, dan zou somtijds onbillijke en onregelmatige korting worden toegepast.
De waarde van deze melk (afgeroomd voor 20 %) zoude, berekend naar de grootte der vervalsching, practisch ook als volgt kunnen worden aangetoond :
De melk x bestaat uit 15 % room en 85 % vloode-tnelk, waarvoor wij als waarde vaststellen voor:
Room............. 15 liter a Æ 0.335 = Æ 5.00
Vloode-melk......... 85 ,, â â 0.02^)9 = â 2.43
100 liter melk (x) = Æ 7.43
waardoor bij vervalsching met vermindering van 20 % room,
die melk («) wordt gewijzigd in :
Boom................. 12 liter u Æ 0.33s = Æ 4.00
Vloode-raelk......... 88 â â â 0.0290 - â 2.55
100 liter afgeroomde molk... Æ C.55 (4)
zoodat uit de vergelijking van (3) en (4) volgt, dat de formule-berekening hier nog Æ 0.045 per 100 Lit. in het voordeel is.
De omstandigheid, dat de grootte der vervalsching feitelijk
4(J
alleen gescliiedt voor de hoeveelheid, rooirij en uiet. voor de in melk aanwezige tapmelk, en in dien veranderlijken coëfficiënt {R 0) groote overwaarde aan R wordt toegekend, is oorzaak, dat, al wordt O door vermeerdering in specif, gew. ook grooter, die aanwas nooit liet verschil der evenredige afneming van R kan compenseeren, maar steeds een klein voordeel in betaling voor de formule-berekening aanbiedt, en hoe grooter de roomvennindering' is, hoe meer de formule in het voordeel komt. Dit is ook billijk, want bij melk met minder dan 10 % room, is ontrooming zeker oorzaak der geringe qualiteit.
De melk bedoeld sub 2 (melk x waaraan 10 % water is
toegevoegd) geeft voor:
A = 0.4 E = 13.5 S = 1.0285
O = â 0.5, dus in de formule A (R O) S =
= 0.4 (13.5 â 0.5) 1.0285 = Æ 5.35. (5)
In tegenstelling met het streven .naar gering verschil in betaling, voor melk met geringe roomgehalte bij hoog specif, gewicht, die â zooals wij vroeger opmerkten â door andere oorzaken buiten schuld van den verkooper, alhoewel van geringe waarde, toch als onvervalscht moet worden erkend, is de veranderlijke coëfficiënt {R O) hier zeer in het nadeel van de vervalsching, en wel zoodanig, dat diezelfde 90 liter melk, die door toevoeging van 10 liter water tot 100 liter zijn gebracht, anders afzonderlijk berekend, eene waarde zoude vertegenwoordigen van 90 x Æ 0.0743 = f 6.687 (6).
Die waarde is door de toepassing der formule (5) slechts Æ 5.35, en geeft dns aan den kooper Æ 1.3325 per 100 liter voordeel.
Het betrekkelijk groot verschil in specif, gewicht bij toevoeging van water, geeft in deze een zeer te waardeeren hulpmiddel, om de vervalscbers langs practischen weg groote boete op te leggen.
Bij groote vervalschingen van deze soort wordt de opge-
50
legde boete sterk toenemend grooter; zoo is de waarde voor diezelfde melk x, vervalsclit door toevoeging- van 20 water:
A = 0.4
E = 12.
S = 1.0255
O = â 3.5, dus in de formule A (R O) S =
- 0.4 (12 â 3.5) 1.0255 = Æ 3.485. (G)
Hier komt de vervalschmg nog veel sterker in liet nadeel van den verkooper, want de melk, die aan waarde feitelijk 80 liter melk a Æ 0.0743 = Æ 5.945 (7) vertegenwoordigt, wordt volgens (0) slechts met Æ 3.485 betaald. De berekeningvolgens de formule biedt den kooper een voordeel van Æ 2.40 per 100 liter.
Die toepassing moet voorzeker billijk worden geacht en zal, hopen wij, een middel zijn om de zucht tot vervalsching te dooden.
Wij moesten hier, ter algomeene toepassing, van eene formule gebruik maken, zal het mogelijk zijn om met vereischten spoed en naar billijkheid direct bij de aflevering de waarde te bepalen; de hiervoor vervaardigde tabel (Bijlage (i) geeft gelegenheid, die waarde dadelijk iu getallen aan te duiden.
Wij mogen er hier nogmaals op wijzen, dat het niet de bedoeling is, den lezer iets voor te leggen dat door uiterste nauwkeurigheid in de praktijk onberispelijk blijkt, maar wel dat wij hebben getracht, een denkbeeld te geven van de methode, die wij ons voorstellen practisch toe te passen.
Wij zijn van meening, hiermede eene voldoende beschrijving omtrent bet doel van J/oZZajicZia's nauwkeurig en direct aanv:ijzen-den cremometer te hebben gegeven. Aangenaam zal het ons echter zijn, daarover door belanghebbenden op- en aanmerkingen te vernemen; wij zullen trachten niet in gebreke te blijven, daarvoor de noodige toelichtingen en ophelderingen te vei-schaft'en.
Aan het einde van de inleiding dor gestelde vraagpunten veroorlooven wij ons nog eene opmerking. Wij zijn ten volle overtuigd, dat op het gebied van de zuivelbereiding
51
nog vele tekortkomingen schuilen; wij zijn evenzoo overtuigd, dat wij allen ons dagelijks aan verzuimen schuldig maken; maar het staat toch ontegenzeggelijk vast, dat gebrek aan belangstelling bij meer ontwikkelden en landeigenaren eene groote fout is, want vooral deze laatsten kunnen een wel-dadigen invloed op hunne pachters uitoefenen. Laten wij allen, ieder in zijn kring, die pogingen aanwenden, welke onder ons bereik liggen, en laten wij de handen in elkaar slaan en gezamenlijk arbeiden aan de herstelling van het groote gebouw der zuivelbereiding ; â wanneer ieder onzer door onderzoek en medehulp een steentje aanbrengt, dan kan het niet anders, of het tijdstip moet nabij zijn, dat aan dit gebied zijn oorspronkelijke waarde kan worden hergeven.
De overtuiging, die bij ons levendig is dat er nog veel kan en moet gedaan worden, zal, hopen wij, ons allen daarvoor waak- en werkzaam doen zijn, opdat men na zooveel jaren ons niet op nieuw de beschuldiging oplegge: ,7i ij waren en bleven in rus t.quot;
Bijlage A.
Graphische Toorstelling der Boterprijzen en hoeveelheden in de jaren 1884, 1885, 1886, 1887.
(Overgenomen uit de offlciëele noteering der Delftsche Coumtit.)
Graphische voorstelling der Boterprijzen in de jaren 1882, 1883, 1884, 1885.
Overgenomen uit de officiëele noteering der Delftsche Courant. â (Hoogste noteeringen.)
Bijlage C.
Bijlage IX
Approximatieve begrooting voor opbrengst der volle melk per 100 liter, aan boter over de voornaamste maanden van 1885,
berekend voor een bedrijf waarin 40 koeien worden gemolken en deze als lioogste opbrengst 625 liter melk geven, â waarvan wordt verkregen 125 liter of 20 p
De pil} zen genomen volgens de gemiddelde noteering van de Del/ische markt*
Bijlage ES.
________ ^PProximatieve begrooting roor opbrengst der tapmelk per 100 Uter, oyer de voornaamste maanden ran 1885,
wannMr gMn^^nr zzzrz :cn zr- r»- - -â»p~ - âJâ¢Â» ^ uteI
vernregen. â De prflBen genomen Tolgene de hooote noteering Tan de Dtl/fehe markt.
lt;s
⢠â¢
U 'Z-CA'Xy
lob o'S-C U'cK
fVCt
ïï M
IJL_^
m
/â 5. .50
1 f5.
^4
/.3 45/9
iLZ 5JÃ
£2^
//â .5Y?
JbL.
lü. U2
m
QL 5JÃ
Bijlage E1.
|
|
MAANDEN.
Mei .......
Juni .......
Juli .......
Augustus . September October ... November
/0.10 â 0.10 ^ 0.10 « 0.09 â 0.08 0.08
0.08
Totalen
Æ 0.63
RECAPITULATIE der opbrengst uit 3655 Liter volle Mnifr
Aan Boter en Karnemelk ..............................Æ 130.69 volgens Bijlage D'.
Alzoo zullen 2930 liter Tapmelk netto opbrengen Æ 33.56 of Æ 1.14 per 100 Liter.
â Kaas en Wei.......................................... â 33.56 â .. E«.
Æ 164.25
Alzoo per 100 Liter = Æ 4.49.
93 »
Bijlage 7.
Approximatieve begrooting yoor opbrengst der volle Melk per Liter aan Goudsche Zoetemelksche Kaas over het jaar 1885,
berekend voor een bedrijf waarin 40 Koeien worden gemolken en deze als hoogste opbrengst 625 Liters volle Melk geven. (De prijaen genomen volgens de gemiddelde
noteerine der Goudsche markt.
2 % korting
voor Kaaskoopers.
Æ0.16 â 0.15 â 0.18 â 0.27 â 0.41 â 0.43 0.45
Gemiddelde prijs per Kilo.
Æ 1.20 1.26 1.01 0.81 0.80 1.â 1.02 0.95
1.04 1.24
1.05 1.02
Aantal
Kilo's
Boter.
1.12 1.04 1.36 2.8 4.32 4.32 4.32 3.84 3.44 2.96 1.92 1.28
Aantal Liters Wei.
140 130 170 350 540 540 540 480 430 370 240 160
Gemiddelde prgs per 50 Kilo.
Totaal Kilo's Kaas.
17.6 16.5 20 36 59.4 59.4 59.4 56 50 47.3 31.9 22
% Getal Kilo's Kaas.
11 11 10
9
H
H H
10 10 11 11 11
Totaal Bedrag.
Bedrag voor Wei.
Bedrag roor Boter.
% Getal Boter.
Bedrag.
/
9.40 8.97 10.80 16.37 24.99 27.37 28.03 25.67 25.84 26.48 17.90 12.01
9.56 9.12 10.98 16.64 25.40 27.80 28.48 26.09 26.27 26.92 18.21 12.21
Æ 0.42 0.39 0.51
Æ
99
99
9}
99
99
99
99
9}
99
99
99
Æ 134
1.31 1.37 2.27 3.46
4.32 4.41 3.65 3.58 3.67 2.02 1.53
Æ 32.93
0.8 0.8 0.8 0.8 Q.8 0.8 0.8 0.8 0.8 0,8 0.8 0.8
7.80 7.42 9.10 13.32 20.32 21.86 22.45 21
21.40 22.14 15.47 10.20
Æ
ii *) V 9) 9} 9) 9) 99 9)
Æ 22.15 â 22.50 22.75
9}
9}
9)
99
H
99
99
9}
99
n
9}
»
1.05 1.62 1.62 1.62 1.44 1.29 UI 0.72 0.48
18.50 17.10 18.40 18.90 18.75 21.40 23.40 24.25 23.20
gt;y
n
gt;}
n
gt;}
0.42 0.43 0.44 0.31 0.20
n
n
n
»y
»
n
n
n
n
Æ 237.68
Æ3.85
Æ 12.27
32.72 â
|
_ 475.5 â Æ 192.48 4090 |
Bijlage F1.
|
Blyft Æ 233.83 |
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Alzoo zullen 4765 Liters volle Melk opbrengen Æ 207.59 of Æ 44151 per 100 Liter.
Bijlage Gr.
BEREKENING DEE MELKWAARDE in Guldens per 100 liter volgens de naar gelang de Melk wordt geleverd in de zomer- (Z.), midden- (M.) Room; S = het spec. gew. bij 15° Celcs. en O = S â 1.029.
7«
|
Spec, gewicht bij 10 in de 11 in de 12 in de 13 in d( | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
waaruit aan het einde van een jaar op gemakkelijlce wqa® de zuiverê lt; hunner landerijen en bezittingen kan worden opgemaakt,
DOOB
STEPH. J. BAKKER Pz.,
Secretaris der Maatschappij tót Droogmaking der leg meerploMen.
Groot kwarto formaat. Prijs Æ 2,â.
.ii
~;-4l
'/5 â¢: gt;
m
p4-i2
iets over het belang van den Tuinbouw in Nederland
en over hét . ^
TUINBOÃ W-ONDER WIJS.
»OOE
W. A. VIRULY VERnrU UiE,
Lid van de Tweede Kamer der Staten-Oeneraal,
Groot 8vo. 8 rel druks. Prijs Æ 1.20.
OVERZICHT
VAN DB
in Merland verhandeld wordende Amenkunschc Spoorwegfondsen.
⢠DOOB v ^ '
J. D. SANTIIjHA.NO,
met 9 gesteendrukte Kaarten en een groote ffpourvoegkaart van de Vereenigdé lt; i â g Staten, in Meutendrnk.
Prijs Æ 7.50; gebonden In awart linnen band Æ 8.â.
iiiife'
CURMT1TM VAN HET PliOTECTIOMSME.
Onder dezon titel verscheen in de N. R. Ct. een tal van artikelen, die in hoège mate de aandacht trokken..
Van verschillende zijden daartoe aangezocht, hebben de Uitgevers deze artikelen tot een Bundel vergaard, en in klein 8° formaat van 72 bladzijden uitgegeven. De prijs per Exemplaar is Æ 0.4Ã. Ten einde tot eene algemeene verspreiding mede te werken, is door hen de prjjs bij groote getallen aanmerkelijk verlaagd, zoodat zij de 25 Ex. è. /-0.359 50 Ex. amp; Æ 0.30 en 10à Ex# è. Æ 0.20 per stuk verkrijgbaar stellen.
^ 'V-
mm