OVER DEN INVLOED
VAN
SALICYLVERBINDINGEN
OP DE SAMENSTELLING DER URINE.
-
1
â
OVER DEN INVLOED
VAN SALICYLVERBINDINGEN OP DE SAMENSTELLING DE8, URINE.
OVER DEN INVLOED
VAN
S AL I C Y 1. VE R B I N I) I N G E N
OP DE
samenstelling der urine.
PROEFSCHRIFT
TER VERKRIJGING VAN DEN GRAAD VAN
AAN DE RIJKS-UNIVERSITEIT TE UTRECHT
NA MACHTIGING VAN DEN RECTOR MAGNIFICUS
Dr. G. H. L A. M E K. S
Hoogleeraar in de Faculteit van Godgeleerdheid MET TOESTEMMING VAN DEN SENAAT DER UNIVERSITEIT
TEGEN DE BEDENKINGEN VAN
DE FACULTEIT DER GENEESKUNDE TE VERDEDIGEN
op Donderdag, den Maart 1888, des avonds te S'/z uurgt;
DOOR
JOHAN CHRISTIAAN SCHREUDER,
geboren te Leeuwarden
--olt;icgt;cgt;-
-ï
UTRECHT - KEMINK amp; ZOON
AAN MIJNE OUDERS.
Aan hef einde vav mijne academische loopbaan gekomen, is het mij eene aangename plicht U, Professoren en Docenten in de Faculteit der Geneeskunde, mijn oprechten dank te betuig en, voor hetgeen Gij tot mijne vorming hebt bijgedragen.
Vooral denk ik daarbij aan U, Hoog Geleerde Talma, hoog geachte Promotor.
Niet alleen hoop ik te toonen, dat uwe lessen bij mij de geuenschte vruchten dragen, maar U ben ik bovenal verplicht door uwen steun bij de keuze en de samenstelling van dit proefschrift. Uwe vriendschappelijke omgang zal mij steeds in herinnering blijven, eu, zoo het toeval mij gunstig is, hoop ik later mijne erkentelijkheid hiervoor door daden te kunnen toonen.
Ook U, Hoog Geleerde Hertz, betuig ik mijnen hartelijken dank voor de vele wenken, die ik, gedurende de jaren, waarin ik onder uwe bijzondere leiding merk-zaam was, van u ontving. Met de praktijk kennis te maken, met uwen raad tot steun, was voor mij een voorrecht, dat ik niet hoog genoeg kan waardeeren.
En gij, die in mijne studiejaren mijne vrienden geworden zijt, thans voor het grootste deel reeds overal verspreid; weest overtuigd, dat de herinneringen aan u een hand vormen, die mij dikwijls onweerstaanbaar naar Utrecht trekken zal. Laat het ons gegeven zijn bij menig Lustrum de onvergetelijke uren te herdenken, die wij hier hebben doorgebracht.
1 N H O I J D.
Blz.
Inleiding................ 1
Hoofdstuk I. Ziekten der organa uropoëtica, waarbij
salicylpraeparaten gunstig werken . . ;! Hoofdstuk 11. Physiologische werking van salicylzuur en van zijne verbindingen (Xa en Am) op de secretie en de samenstelling der
urine............ï-2
(iesplitst in ondcrafdeelingen:
n......blz. 22
^......â 41
c......»120
Overzicht . . . â 134 Hoofdstuk lil. De therapeutische waarde der gevonden
feiten en hunne toepassing . . . .137
Vkkklarino der curven...........145
STEIiIJInren................147
INLEIDING.
Zoo in de geschiedenis der geneeskunde één jaargetal merkwaardig mag genoemd worden, dan is het zeker het jaar 1874, toen Kolbe in liet âJournal fiir practische chemiequot; zijne onderzoekingen meedeelde over het tot dien tijd toe niet zeer bekende salicylzuur. Door zijne nieuwe bereidingswijze bracht hij deze stof onder het bereik van eiken medicus, en de stroom van onderzoekingen, die spoedig volgde, bewees voldoende welk een onscliatbaren dienst hij door zijne synthese aan de wetenschap had bewezen; een stroom, wiens vaart nog niet is gestuil en waarin ook dit onderzoek zich wensclit opgenomen te zien, al maakt het slechts op een zeer bescheiden plaatsje aanspraak.
Van de vele aandoeningen, waarbij salicylzuur en zijne verbindingen worden toegediend, trokken mij gedurende den tijd dat ik de Utrechtsche Kliniek bezocht en vooral later toen ik in het Binnengasthuis te Amsterdam meer zelfstandig en geregeld kon waarnemen, die der organa uropoëtica steeds
i
2
zeer aan. Wat natuurlijker, dan dat mij, toen ik den raad inwon van Professor Talma bij het kiezen van een onderwerp voor mijn proefschrift en Z.H.G. mij op den invloed van salicylzuur en zijne verbindingen bij blaas- en nierlijden wees, een onderzoek naar de therapeutische waarde der genoemde geneesmiddelen in die gevallen zeer toelachte.
De ondervinding aan het ziekbed had gewezen op de uiteenloopende waarde van salicylzuur en enkele zijner zouten. Dit door een methodisch onderzoek nauwkeuriger na te gaan en, zoo mogelijk, te verklaren, ziedaar hetgeen wij ons voorstelden te bereiken. Iets bij te dragen tot de kennis der physiologische werking van salicylzuur, van zijn natrium en aminoniumzout, de gunstige werking aan het ziekbed waargenomen te verklaren en vingerwijzingen te verkrijgen voor meerdere toepassingen, dat is het doel en vormt den inhoud van dit proefschrift.
Wenschelijk komt het ons voor, aan het experi-menteele gedeelte een kort overzicht te laten voorafgaan van die aandoeningen der organa uropoëtica waarin salicylverbindingen ons zulke uitstekende diensten bewezen hebben. Het toetsen der waarnemingen aan het experiment en het scherper stellen der indicaties als gevolg van ons onderzoek, zal ten slotte den inhoud uitmaken van het laatste hoofdstuk.
HOOFDSTUK 1.
Ziekten dn- organa uropoëtica, waarbij salicyl-praeparaten gunstig: werken.
Reeds een jaar nadat op salicylzuur aller aandacht gevestigd geworden was, maakte Fürbvinger') zijne resultaten bekend, bij bet intern gebruik biervan verkregen, in die gevallen van aandoeningen der urinewegen, waarbij annnoniakale gisting in bet spel was. Niet steeds zag hij succes, maar toch vond bij, zoo hij met de doses slechts boog genoeg klom (tot 10 gr. de die) verbeteringen, die hij merkwaardig genoeg achtte om wereldkundig te maken.
Alleen stond hij niet in zijne ervaring. Boege-huid-) uit Berlijn wijdde in de âDeutsche niedizi-nische Wocbenschrii'tquot; een opstel aan de behandeling van den acuten blaascatarrh en deze was zóó tevreden over liet bij een twintigtal patiënten met salicylzuur
1) Boil. Klin. Woclienschr. 1875. N0. 10.
2) BnpgehoM. Dpntsch Medizin. Woclionseluilt. ISSH. |p. 512.
1*
4
verkregen elTecl en zóó dankbaar levens voor de hulp, die hij zelf van dit middel ondervond, dal hij dit lezenswaardig artikel sluit met de woorden; âan Sicherkeit, Schneliigkeit und Annehmlichkeil fur den Kranken wird diese Methode der Beliand-lung gewisser Arten von Blasenkatarrh van kelner anderen überlrolïen.quot;
Het is aan âgewisser Artenquot; in deze conclusie, dat de meeste heteekenis moet worden gehecht. De vormen, waarbij hij als door een looverslag de urine weder normaal zag worden, waren de rheu-matische en de gonorrhoische, als gevolg van hel nog acute in de urethra aanwezige ontstekingsproces. Bij chronische cystitides, tengevolge van strictura urethrae of hij die vormen, waarbij proslatahyper-traphie ten grondslag ligt, was het verloop weinig verschillend, van hetgeen iiij tot dien tijd met de bekende middelen had bereikt.
De chirurgische handboeken hechten aan het inwendig gebruik van salicylzuur (volgens Fürbringer) of als salicylzuur natrium (volgens Boege-hold) meer gewicht dan hunne interne collega's, zooals mij bij het nazien van het vroeger algemeen gebruikte handboek van Niemeijer en het thans overal doordringende van Eichhorst is opgevallen.
In de door mij gebruikte uitgave van Niemeijer') wordt niets hierover vermeld en Eichhorst3) deelt
1) Niemeijer, Lehrbuch der speciellen Pathologie und Therapie. 1879.
2) Eichhorst, Specielle Pathologie und Therapie. Deel II. p. 593.
5
slechts mede, dat Friedreich en Fürbringer met goed gevolg acidum salicylicum bij cystitis liebben gegeven, maar voegt terstond hieraan toe, dat hij met andere schrijvers bekennen moet, dat dit middel de gekoesterde verwachtingen heeft beschaamd.
Httter !) daarentegen, die âjede Cystitis als eine lebensgefahrliche Krankheit betrachtetquot; laat zich bij het opnoemen der middelen, die, inwendig gegeven , blaascatarrhen kunnen bestrijden over salicylas natricus veel gunstiger uit en König 1) zegt in zijn âLehrbuch der Chirurgiequot; dat salicylzuur âwegen ihrer bedeutenden antifermentativen und antisep-tischen Eigenschaft zu empfehlen ist.quot;
Maar op groote doses dringt hij aan, en wel omdat âihre antifermentative Wirkung hier nicht zur Verhüting, sondern zur Aufhebung einer bereits unter denkbar günstigen Verhaltnissen bestehenden Faulniss,quot; zich ontwikkelen moet. Hij geeft dan ook elk uur 1 gram en gaat eerst, nadat de urine weer goed zuur geworden is en niet ammoniakaal ruikt, tot het geven van 3 tot 4 gr. over.
Van Engelsche zijde is nog bekend eene mede-deeling van Koberts2) op het Internationale Congres in 1881, die op den günstigen invloed wees van salicylzuur in eenige door hem waargenomen gevallen van bacterurie, waarbij de urine na eenige dagen normale reactie en voorkomen had herkregen.
1
König, Lehrbuch der Chirurgie, p. 387.
2
Roberts, Brit. Medical Journal. 1881. p. 359.
(3
Ziedaar alles wal bij liet nazien der literatuur uver dit onderwerp mij onder de ooyen gekomen is en onwillekeurig dringt zich de vraag op : waaraan is het toe te schrijven, dat door de medische wereld zoo weinig aandacht geschonken werd aan het dooi de verschillende schrijvers met zooveel overtuiging uitgesprokene, wat toch ieder verrassen moest, die bij ondervinding weet, welk een ondankbaar veld voor therapeutisch ingrijpen aandoeningen der urinewegen zijn.
Die vraag te beantwoorden zou voor mij te vermetel zijn, maar bij het lezen van een paar mede-deelingen, waarin aan salicylzuur voor lijden der urinewegen geen waarde wordt toegekend, bleek mij, dat door het niet nauwkeurig nagaan der aetiologie, soms blaaslijden van geheel verschillenden aard aan dezelfde oorzaak werd toegeschreven en dat de werking van salicylzuur, in zulke uiteen-loopende gevallen, op gelijke wijze nagegaan, tot conclusies leiden moest, ongunstig voor de goede eigenschappen van salicyl-praeparaten, maar mijns inziens onjuist.
Schiiller ') o. a., die in 1877 zijne ervaringen met salicylzuur verkregen als zeer bedroevend schetst, voegt hieraan eenige proeven toe om de aetiologie der blaascatarrhen een stap verder te brengen.
Trail be 1) die het eerst, geleid door zijne ondervinding, de meening opperde, dat, blaas-catarrhen
1
^ Trau be, Berl. Klin. Woch. 1804. N0. ^2. p. 18.
7
hun ontstaan in den regel te danken hebben aan het indringen vau bacteriën door het inbrengen van onzuivere instrumenten, zoo urine stagneert, vond in Schriller een criticus, die tot geheel andere gevolgtrekkingen kwam, na proeven bij honden met kunstmatige sticturen, die zoodanig waren aangelegd dat slijmvlies-beleediging niet had plaats gehad, terwijl tevens catheteriseeren zorgvuldig was vermeden. Hij zag dat de urine spoedig alcalisch en troebel werd en microscopisch toonde hij de voor blaascatarrh kenmerkende bestanddeelen aan. Hij meende dan ook het recht te hebben hieruit te besluiten, dat door verhinderde urineloozing een blaascatarrh tot stand kwam, daar elke wond en elke vijand van buiten zorgvuldig was geweerd. Boe ge hold wees hem echter op het tegendeel. Daar bij genoemde proeven slechts van eene strictuur en niet van eene geheele sluiting sprake was, was de mogelijkheid, dat bacteriën in de steeds urine bevattende urethra waren binnen gedrongen, niet uitgesloten en wat was meer waarschijnlijk dan dat de deze vergezellende rotting zich door de wegens het voortdurend persen niet gesloten sphincter vesicae tot de blaas had voortgeplant.
Zoo bracht hij overeenstemming tusschen Scluil-ler's experiment en Tr au he's uitspraak en bleef de leer van Cohnheim, die het normaal blijven der urine, zoo zij afgesloten van de lucht bewaard wordt, verkondigt, onaangetast.
Maar Schüller trok uit deze proeven een resultaat, dat waarschijnlijk tot zijne afkeuring van
8
het door de vorigen zoozeer geprezen salicylzuur heeft bijgedragen. Zoo urinestnwing de oorzaak van den blaascatarrh was, moest hij natunrlijk aan paralysis vesicae door centraal lijden en aan urinestnwing post stricturam urethrae voor de therapie gelijke waarde hechten. Do catarrhen, die beide aandoeningen vergezellen, hadden volgens iiera denzelfden oorsprong en indien salicyl in het laatste geval niet hielp was het in het eerste niet aan te raden.
Dit nu is niet in overeenstemming- met hetgeen
fj O
in de rtrechtsche kliniek is waargenomen. Een blaascatarrh na strictura urethrae, is meestal voor salicylverbindingen inwendig gegeven even weinig gevoelig als voor andere middelen. Bij paralysis vesicae echter, zonder anatomisch lijden der blaas, heeft salicyl, hetzij om cystitis te bestrijden, betzij om baar te voorkomen, steeds zijne waarde getoond.
Wanneer wij in de literatuur verder nagaan bij welke andere aandoeningen der urinewegen salicyl is aangewend, dan is de oogst zeer schraal. Pyelitis, pyelonephritis en nephrol i thiasis') zijn zeker even hardnekkig tegenover inwendig gebruikte medicijnen als blaaslijden en zoo het mogelijk is, geleid door ervaring en experiment enkele gegevens te verzamelen, die in sommige gevallen aan
O 7 O cJ
salicylverbindingen eenig effect verzekeren, dan achten wij ons ruimschoots beloond. Natuurlijk dient ook hierbij in de eerste plaats de aetiologie
1quot;) Fürbringer, Wreden's Saiiimluiig meiUzin. Lehrhücher. 1884. Dip Krankheiten dor Harn- und Geschlechtsorgane. p. 17fi. 194. 244.
9
der aandoening te worden nagegaan. Zoo bijv. de ontsteking van liet nierbekken het gevolg van blaas-en ureterlijden is, wordt dit vóór alles behandeld, evenals in andere gevallen nephritis suppurativa en nephrolithiasis het eerst ons ingrijpen vereischen.
't Is bij Nephrolithiasis dat ik hier en daar iets over het gebruik van salicyl vermeld gevonden heb. Eichhorst wijst slechts ter loops op het gebruik van salicylzuur lithium bij uraatsteenen en Fürhringer, getrouw aan zijne ondervinding, dal salicylzuur een betrekkelijk onschadelijk antisepticum is, dat in groote hoeveelheden de ainmoniakale gisting tegengaat, prijst het als het middel dat, hoewel zwakker zuur, meer belooft dan andere zuren, omdat deze in te geringe hoeveelheid gegeven kunnen worden om veel uit te werken, daar de ammonia-kale gisting der urine hierbij eene hoofdrol speelt, en deze langs zuiver chemischen weg niet dan door groote hoeveelheden zuur kan worden bestreden. Vandaar dat hij lot salicylzuur wegens zijne antiseptische werking zijne toevlucht genomen, en zooals hij zelf verklaart âin einem Theil der Fidle als wirksam befundenquot; heeft.
Wanneer wij nu de ervaring der genoemde schrijvers vergelijken met die, welke in de laatste jaren in de Utrechlsche kliniek is verkregen, dan vinden wij veel terug, wat ons bij het naslaan der literatuur heeft getroffen. Van de gewone salicylprae-paraten werd hier meestal salicylas ammoniae voorgeschreven en dit om de volgende redenen:
Roven salicylzuur werd het. gekozen omdat het
10
oneindig gemakkelijker door maag en darmen verdragen werd. Zeiden klaagden patienten over onaangename gewaarwordingen na langdurig gebruik en zoo slechts een goed corrigens, waarvoor melk het geschiktst bleek te zijn, werd toegevoegd, konden patienten hunne medicijn maanden lang zonder tegenzin innemen. De groote oplosbaarheid van Salicylas ammoniac was tevens een voordeel, dat het gebruik hiervan in de kliniek boven dat van niet dan in ouwels te geven salicylzuur stellen deed.
Dat door salicylzuur plaatselijk lijden ontstaat, werd in 1875 door Wolffberg bevestigd, hoewel door Riess 1) en anderen ontkend. Hogg2) deelt in zijne dissertatie mee â volgens de âJahresberichte der gesammten Medizinquot; â dat bij een patient na liet gebruik van 8 gram in 2 doses hevige kolieken en diarrhoea volgden, terwijl hij bij een konijn na het geven van 3 gram acidum salicylicum talrijke haemorrhagische haarden in den maagwand vond.
Sée3) daarentegen bestrijdt in hetzelfde jaar de nadeelige inwerking van salicylzuur en salicylzuur natrium op maag en darmkanaal. Alleen vermeldt hij dat soms walging van den kant der patienten bij lang voortgezet gebruik tijdelijke staking noodzakelijk maakte.
1
Riess, Berl. Klin. Woch. 50 p. 673.
2
k2) Hogg, De l'usage théiMpeulique de 1'acide Salicylique elc. 1877. These IV. Paris.
3
Do stuiliën van Germain Sée over de werking van Salicylzuur en zijne verbindingen zijn verschenen in de âBulletins de l'aca-démie .Ie médecine. N0. -26, 27, 28, 35 en 39.
11
Nog anderen hebben hunne ervaring ten beste gegeven, maar de feiten zijn zóó niteenloopend, dat wij, de plaatselijke werking van salicylzuur op de mucosa van keel en neus en de geringe oplosbaarheid indachtig, bij de behandeling van patiënten voorloopig van salicylzuur geen gebruik meenden te moffen maken, te meer omdat salicylzuur ammo-
O ' ^
nium ten volle aan de verwachting beantwoordde. Sterke toename der aciditeit en duidelijk rolling-werende eigenschappen werden na het toedienen hiervan vrij spoedig waargenomen.
Salicylzuur natrium, waarmede ook in den aanvang werd geëxperimenteerd, voldeed minder. De urine werd niet zoo spoedig en niet zoo duidelijk zuur als met hel ammoniurnzout en de palienten konden het bij lang voortgezet gebruik veel slechter verdragen. Dikwijls moest het door de ammoniumverbinding vervangen worden, waarna hoogst zelden verschijnselen van maag en darmen volgden. Soms vertoonde zich eene idiosyncrasie tegenover salicyl-verbindingen en dan werd het eene zoo min als het andere verdragen; soms werd bij tuberculosis dei-in testina ook door salicylas ammoniae diarrhoea veroorzaakt.
Onze onderstelling dat het ammonium- beter dan het natriumzout moest werken, omdat alle ammoniumzouten vrij losse verbindingen zijn en waarschijnlijk een groot deel ') der ammoniak in
1) Verder kan oen rteel iler ammoniak langs (ie iongen ontwijken,
12
ureum nmgezt?t het binden van salicylzimr aan alcaliën of'alcalisclie aarden noodzakelijk zon maken, waardoor de totale hoeveelheid der zure zouten zou moeten toenemen, werd volgens de waarnemingen aan het ziekbed niet gelogenstraft.
D O
Alle voordeelen waren dus schijnbaar aan den kant van het ammoniumzout. Van daar dat dit werd voorgeschreven. Uit de gevallen, waarin het hielde beste diensten bewees, hetgeen ik helaas niet met officieele staten kan staven, daar niet alles geboekt staat, bleek het volgende.
Succes werd verkregen:
a. Bij Cystitis, het meest bij oppervlakkige, ten gevolge van kouvatten, en in het begin van rugge-mergslijden. Acute gonorrhoïsche cystitis, waarbij Boegehuid nuttig ellect zag, werd door ons niet waargenomen.
Bij dieper gaande cystitis bleek salicylzuur ammonium van even weinig waarde te zijn als de bekende middelen van vroegeren en lateren tijd. Hier was steeds plaatselijke behandeling de eenige therapie.
b. Bij paralysis vesicae zonder anatomisch lijden der blaas was salicylas ammoniae een prachtig middel om cystitis te voorkomen of, zoo zij reeds aanwezig was, te bestrijden.
terwijl ook ppii deel 011 veranderd met de urine wordt afgescheiden, zooals Neubauer voor enkele ammoniakpraeparaten heeft aangetoond. Zie: Neubauer en Vogel: Anleitung zur qualitativen und quantitativen Analyse des Harns. 1885. p. 553.
13
c. Bij Pyelitis en pyelonephritis.
Het waren vooral die secundaire vormen, waarbij de primaire aandoening in blaas of ureter school, die den gunstigsten invloed ondervonden. Waar tuberculosis of nieuwvormingen aanwezig waren, was meestal eenig succes niet te ontkennen, hoewel uit den aard der zaak niet schitterend. Die vormen, waarbij de oorzaak niet gevonden kon worden in primair nierlijden, of die niet van cystitis waren voorafgegaan, hoe zeldzaam ook, ondergingen steeds eene verandering ten goede.
Zulk een geval is het volgende;
Mevrouw X., vroeger volkomen gezond, voor de eerste maal zwanger, begon in de tweede helft der graviditeit te klagen over pijn in de linker nierstreek, somtijds verdwijnend, om later erger en somtijds zeer heftig te worden. De urine was zwak alealisch, bevatte een spoor albumen, spoedig na de lozing veel schizomyceten, roode bloedcellen en epithelia, die hoogst waarschijnlijk uit het nierbekken afkomstig waren.
Salicylzuur ammonium (3 gr. salicylzuur -|- Ammonia liquida ad saturationem) wordt gegeven. De urine wordt zuur; de schizomyceten verdwijnen; de epithelia nemen in aantal af; de pijn houdt op.
De behandelende medicus, die gediagnosticeerd had zwangerschapsnephritis en zich niet met het toedienen van salicylas ammoniae had kunnen verzoenen, raadde aan het gebruik te staken. Langzamerhand kwamen de oude objectieve en subjectieve verschijnselen van
44
nierbekkenlijden weder voor den dag om voor salicyl op nieuw te wijken.
Patient beviel en hield nu (op raad van den medicus) voor goed op met het gebruiken van salicylzure ammoniae. Acht dagen later kwam de pijn met de oude hevigheid terug. Onderzoek der urine was onmogeljjk. Onder het gebruik van salicylzuur (als boven toegediend) verdwenen de pijnen spoedig op nieuw. Na vier weken werd de behandeling gestaakt en de urine bleef normaal. Een steen werd nooit geloosd.
Waren stcenen de oorzaak, dan was voor therapeutisch ingrijpen hoogst noodzakelijk de aard der lithiasis te kennen. Juist hierbij werden in een paar gevallen van oxalaatsteenen resultaten verkregen, zoo schitterend, dat zij eene uitvoeriger vermelding verdienen. Eén der gevallen was het volgende:
Doctor X. loosde vóór 15 jaren een steen per ure-thram van oxalzure kalk, die moeieljjk passeerde en waarbij nierkolieken aan de rechterzijde voorafgingen. Gedurende dien tijd klaagde hij steeds over geringe, maar blijvende pijnlijkheid in de rechter nierstreek, uitstralende langs den rechter ureter. Voor eenige maanden loosde hij op nieuw een kleine oxalaatsteen. De urine was zwak alcalisch, bevatte vele ettercellen, bekkenepithelia, schizomyceten, vele kristallen van oxalas calcis, mucus en eiwit.
Hij stelde zich onder behandeling. Salicylas ammoniae (3 gr. de die) had hier een schitterend gevolg. De urine werd spoedig zuur, bevatte allengs minder
15
en minder epithelia en ettereellen en spoedig geen schizomyceten meer. Na een paar maanden werden nog slechts enkele kleine kristallen van oxalas calcis gevonden en de patient vertelde, dat nu eerst het onaangenaam gevoel rechts in den buik verdwenen was. Geconstateerd werd door den patient, die, medicus zijnde, zichzelven nauwkeurig waarnam, dat sedert 15 jaren de voor een paar maanden geloosde steen de eenige was, die zich in al dien tijd had vertoond.
De vraag, die wij ons stelden, in hoever salicyl-zuur ammonium hierbij gunstiger werkte dan andere middelen, kan a priori opgelost door hetgeen wij in navolging van Fleischer !) meenden te mogen aannemen, dat nl. salicylzuur de eigenschap heeft dinatriumphosphaat in liet zure- of mononatrium-phosphaat te veranderen.
Verder is bekend door onderzoekingen van Nen-bauer en Kühne, door Canlani1) vermeld in zijne voorlezing over de door hem in de rij der stofwisselingsziekten opgenomen oxalaemie, eene ziekte die tot nu toe slechts weinig verdedigers vindt, dat in urine met veel zuur phosphorzuur natrium geen typische oxalas calciskristallen worden aangetrolïen. De in niet dan sterke minerale zuren oplosbare kristallen van oxalas calcis vertoonen deze
1
'2) Caiitani, Specielle l'.ith. mul Tliorapie der StoU'wectiselkiaiik-heiten. Aus dem Italienisclieu von Pr. Halm. p. 4.
16
zelfde eigenschap tegenover zuur phosphorzuurna-triuni.
Wat ligt nu meer voor de hand dan dat de oxa-laatsteenen, door âper osquot; toegediend salicylzuur, in hunnen schuilhoek zullen worden aangetast en dal daardoor oplossing en verwijdering gemakkelijker dan anders tot stand komen.
Salicylzuur paart bovendien aan zijne oplossende, zijne antiseptische, rottingwerende werking en daardoor juist is het boven phosphorzuur of phosphas nairicus te verkiezen (zooals Gantani voorschrijft). Hoewel het door ons waargenomen aantal gevallen klein is, en onze ervaring daardoor zeer gering, had geen patient zich over onze keus te beklagen.
Hoogst verleidelijk is het even stil te staan hij Gantani's uitspraak:
âDe pathologische oxalurie is eene ziekte, die als stofwisselingsziekte aan diabetes mel-litus verwant is.quot;
De vermeerdering van oxalzuur, niet afhankelijk van het toedienen van spijzen, die veel van dit zuur bevatten, als; druiven, spinasie, pieterselie, sellerie, rhabarbar, enz., berust volgens hem op eene functioneole uitputting van het organisme, waardoor dit niet in staat is de gebruikte koolhydraten om te zetten in koolzuur en water. âDie um wandelenden Kriifte des Organism us' zouden door te groote toevoer van meelspijzen en suiker uitgeput raken.
Meer in het bijzonder wijst hij op de volgende oorzaken voor oxalaemie:
17
1°. Te vool albuminalen. Daardoor slochls onvolkomen omzetting.
2°. Te veel in liet bloed aanwezig koolzuur. Daardoor onvolkomen verbranding van acidum uricum.
3°. Te veel koolhydraten. De opgenomen zuurstof is voor volledige omzetting onvoldoende.
4°. Respiratiestoornissen. Vandaar voortdurend zuurstofhonger.
Als constante verscliijnselen wijst Cantani op de progressieve vermagering, de toenemende spierzwakte, de lendenpijnen en de psychische depressie, soms lot zelfmoord voerend. Dikwijls werd waargenomen virile impotentie en herhaalde drang tot urineeren.
In alle gevallen (ten getale van 20) door hem meegedeeld, was de urine steeds zeer rijk aan kristallen van oxalas calcis, en met genezing ging verdwijnen hiervan gepaard. Steenen werden niet altijd gevonden, bijna steeds waren de patienten gewoon groote hoeveelheden melkspijzen en ooft te gebruiken, dikwijls werden in dezelfde familie mel-liturie en oxalurie, soms jicht aangetroffen, en in enkele gevallen was het verband tusschen nerveuze symptomen en het optreden van veel oxalas calcis niet te miskennen.
Het voornaamste wat tegen dezen Morbus Cantani i, waarvan het bestaan bij het. lezen van zijn opstel zeer aannemelijk schijnt, is aan te voeren, is het volgende:
a. In de genoemde ziektegeschiedenissen wordt de hoeveelheid oxalas calcis steeds microscopisch
48
geschat, hoewel geen verband tusschen liet voorkomen van oxalzunr calcium in oplossing en in kristallen bekend is (Eichhorst ').
h. Door lichte lotting van mucinehoudende urine vormen zich kristallen van oxalas calcis, geheel onafhankelijk van het al of niet aanwezig zijn van veel oxalzuur calcium in versch geloosde urine.
c. Door oxydatie kan uit organische stoffen zich licht oxalzuur vormen, wat natuurlijk evengoed in de urine na de secretie kan plaats hebben als in het bloed, wat juist door Cantani als bewijs wordt aangevoerd voor een mogelijk ontstaan zijner oxal-aemie, daar al die stoffen, die bij normale verbranding koolzuur en water tot eindproducten geven, bij onvolledige oxydatie oxalzuur zouden kunnen vormen.
(I. Ãxalaatsteenen groeien zeer langzaam. In het door ons meegedeelde geval waren 45 jaar lang oxalaatsteenen vrij zeker aanwezig, en hoogst waarschijnlijk zou eene stofwisselingsziekte over zulk een lang tijdsverloop, meer stoornissen ten gevolge hebben, dan in genoemd geval aanwezig waren, want behalve de steeds aanwezige pijnlijkheid was patient volkomen wel.
e. De steenen gaan steeds gepaard met pyelitis. Epitheel en roode bloedcellen zijn altijd in de urine aanwezig, Hierdoor zijn verschillende symptomen te verklaren die door Cantani als constant voor oxalurie worden aangenomen.
I) Eichhorst, 1. c. B. II. pag. 442.
10
f. De ervaring heeft, iu die gevallen, die hier waargenomen werden, geleerd , dal dour salicylzuur de objectieve en subjectieve verschijnselen van irritatie binnen eenigen tijd zeer afnemen, zoo niet geheel verdwijnen, hetgeen ook sterk pleit tegen eene abnormale stofwisseling, die geheel ander ingrijpen zou vereischen.
g. Volgens Kühne behoeft zich maar eene kleine hoeveelheid oxalzure kalk in de urinewegen neer te slaan om steentjes te vormen, zonder dat oxalzuur meer dan gewoonlijk in de urine aanwezig is.
h. Door Cantani wordt, zelfs in die gevallen, waar oxalaemie in hoogen graad bestond, nooit over het aanwezig zijn der bekende briefcouvert-kristallen in het bloed gesproken, hetgeen toch, de normale reactie van het bloed en de moeielijke oplosbaarheid van oxalzuur calcium in aanmerking genomen, wel te verwachten zou zijn.
i. Door Cantani zelf wordt bevestigd, dal bij sterke dyspnoe, waarbij toch in de eerste plaats aan eene vermindering der verbrandingsprocessen moet worden gedacht, nooit vermeerdering van oxalzuur werd gevonden.
Waarschijnlijk zou men nog meer ophelderingen kunnen vragen. Hoe geniaal ook verzonnen, zal zonder nieuwe feiten deze nieuwe ziekte geen burgerrecht verkrijgen
1) Esbacli twijfelt Odk volgens een opstel in het âBulletin général de Thérapiequot; 1H8I!, dat ik niet Ier inzage kon krijgen, aan de waarheid van Canlani's uitspraak.
20
Dal pliospliaat- en carbonaatsleenen niftl onverschillig waren tegenover hel door ons besproken medicamenl, is te gemakkelijk te verklaren om er bij stil te staan; en dat uraatsleenen niet dan door alcalische wateren konden worden verwijderd, ligt in den aard der zaak.
Hetgeen wij aan het. ziekbed bij genoemde aandoeningen van het toedienen van salicylzuur ammonium zatfen, bracht ons lot het instellen van het
O '
nu volgend onderzoek.
Ten volle mij bewust, dat hetgeen door mij is verricht te weinig is om conclusiën te trekken die geen twijfel toelaten â daarvoor ontbraken mij personen, die onvoorwaardelijk eene voorgeschrevene leefwijze eenige weken lang wilden volgen, terwijl ik zelf als proefobject, door het langzaam afnemen der werking van salicylzuur bij voortgezet gebruik, wat in de literatuur ') herhaaldelijk vermeld staat en ook door ons werd gevonden, niet langer in aanmerking kon komen, â toch komen telkens dezelfde feiten in dezelfde volgorde terug en niet te gewaagd schijnt het hieraan eene beteekenis toe te kennen, die de waarde van salicylzure verbindingen als geneesmiddelen verhoogt en eenige uitbreiding kan geven aan hunne toepassing.
Naast de werking van salicylzuur ammonium,
\) Binz, Voilosungen über Pharmakologie. pag. 733. âDas Salicylsaure Nation verliert mit der Zeit au Wirksamkeit uud muss deslialtj mil Unterbrechmigen genommen werden.quot; Can-tani. Jahresber. der Ges. Med. 1879.
21
werd die van salicylzuur en salicylzuur natrium nalt;reffaan. De verschillende waarde dezer stollen
O O
voor de behandeling van lijden der urinewegen hleek reeds spoedig, en ons vermoeden, dat salicylzuur ammoniak groote voordeden aanbiedt, werd ten volle bevestigd.
HOOFDSTUK II.
Physiologische werking van salicylzunr en van zijne verbindingen (Na en Am) oj) de secretie en de samenstelling der urine.
a. Normaal verloop der aciditeit van dc urine tegenover lakmoespapier.
Dat er verband bestond tusschen de reactie der urine en de physiologiscbe processen bij de digestie was reeds jaren lang een bekend feit, maar de resultaten door verschillende onderzoekers verkregen en de methoden door hen gebruikt, zijn zóó uiteenloopend, dat het wenscbelijk scheen, nadat de te kiezen methode nauwkeurig was vastgesteld, van elk der voor mijn onderzoek bestemde personen de dagelijksche schommelingen na te gaan.
Had Bence Jones ') in 1819 het eerst uitgesproken, dal drie uren na het ontbijt en vijf uren
li Beni-.e Jones, Philosophical Transactions 1810. pag. 235.
23
na liet middagmaal de reactie der urine tegenover lakmoes neutraal of alcalisch werd en reeds hiervan als verklaring gegeven, dat Het onttrekken van zuren aan het bloed, om voor de spijsvertering te dienen, de oorzaak was en Roberts het door hem waargenomen feit bevestigd, zonder met zijne verklaring mee te gaan, ook stemmen in anderen geest deden zich hooren.
Beneke !) zegt o. a., dat de reactie der urine op verschillende uren wel niet dezelfde is, maar dat het hem na meer dan honderd onderzoekingen bij verschillende individuen niet mogelijk geweest is zekere regelmatigheid te ontdekken. Volgens hem zou de urine het minst zuur reageeren tusschen het ontbijt en het middageten.
Fustier, die de reactie der urine tot onderwerp zijner âThèsequot; maakte, komt ook tot geheel andere gevolgtrekkingen. Het proefschrift zelf was niet binnen mijn bereik maar Lépine3) refereert aldus;
âNeutre ou alcaline avant le déjeuner, elle (l'u-rine) devient acide après le repas, surtout si l'ali-mentation est animale. L'acidité augmente a mesure (pie la digestion s'accomplit; la digestion terminée l'acidité diminuequot;, en verder âsi Ton a regard au nombre d'heures pendant lesquelles se secrète cette urine, celle- ci presente une acidité absolu faiblequot;.
1) B en e kf, Grundliuien dev Pathologie des Stoffwechsels. Vor-lesung. 22. pag. 377.
2) Lépine, Revue mens. de med. en de cliir. T. IV. pag. 049â952,
24
\ogel ') beweert, dat hij iu (ie voormiddagaren de urine hel minst zuur, na liet middagmaal echter meer een gemiddeld cijfer gevonden heeft. Hiernaast en tegenover staan weder de resultaten van anderen. Gorges2), die voor liet beantwoorden van eene prijsvraag eene reeks proeven op zich zeiven nam , Quincke3), die patienlen voor zijne proeven uitkoos, en HolTmann l), die in 1884 eene âInaugural Dissertationquot; over âdie Semiologie des Harnsquot; publiek verdedigde, komen weder tot andere conclusies, evenals Sticker on Höbner''), die bij het bestu-
1) Vogel, Archiv für gemeinschaftliche Arbeilon. Jid. 1 p. 9ti.
2) Gorges, Archiv für experimentelle Pathologie mul Therapie. Bd. XI. Ueber die unter physiologischeii Bedingungeu eintretendeu Alkalescen?. des Harns.
Schliisse 1. Nach jeder Mahlzeit, mochte dieselbe in gemischter, in animalischer oder vegetabiliseher Nahrung bestanden haben, land eine Abnahme jder Saure des Uiins statl, in der Weise, dass bei animalischer und gemischter Kost nach zwei Stunden die saure Reaktion in die alkalische überging, in der dritten bis zur fünften Stunde nach der Mahlzeit die Alkalescenz des ürins ihren Höhepunct erreichte, warauf dieselbe meist ziernlich schnell wieder seine same Reaktion bekam.
'2. Die Saure-lntensitat des Urins war des Morgens beim Erwachen am grössten und nahm daun von Stunde zu Stunde ab, bis sie zwischen Frühstück und Mittagessen ihren niedrigsten P u n c t erechte.
3. Die alkalischs Reaktion des Urins trat früher ein und dauerte kür/.ere Zeit, wenn die Hauptmahlzeit zu einer früheren Stunde eingenommen wurdequot; etc.
3) Quincke, Zeitschrift für Klinische Medizin VU. Supplement 1884. pag. 22.
4) Hoffmann, Zur Semiologie des Harns. Dissert. Berlijn.
5) Sticker en Hübner, Zeitschrift für Klin. Medizin. XU. 1887. pag. 114.
25
deeren der âWecliselbezieliungen zwischen Secreten und Excreten des Organismusquot; do reactie der urine onder physiologische en pathologische omstandigheden nauwkeurig volgden.
In de meeste gevallen gaat Quincke met Gorges mede. Beide vonden âdas Saureminimumquot; op de uren vóór den middag, maar soms vond Quincke onder schijnbaar normale verhoudingen, vooral des morgens en in den voormiddag versche urine troehel door phorphorzure kalk en alcaliscli reageerend.
HolTmann's urine vertoonde 'snaclits zeer geringe, in den namiddag de grootste aciditeit, en Sticker en Hühner brachten, mijns inziens, het vraagstuk op het juiste standpunt, door, even als Quincke de aciditeits-curve als zeer individueel beschouwend , te spreken van eene constante afhankelijkheid der urinereactie van processen in het organisme, die met name door hen genoemd worden âdie Abson-derungsphasen der Verdavmngssafte, insondorheit dos Magensaftes und des Bauchspeichels.quot;
Niot alleen leverden de aciditeits-curven groote verschillen op, maar ook de cijfers, die de totale aciditeit per 24 uur weergeven. Deze totale aciditeit wordt nu eens in oxalzuur, dan in zoutzuur uitee-drukt gevonden, en wordt berekend uit de hoeveelheid normaal-alcali, die voor in 24 uren ge-gecerneerde urine ter neutralisatie noodig is. â De volgende tabel bewijst dit voldoende:
Hoffmann ') 1.74 gr. _ Vogel 1.62â3.24 â
1) H o ff ma n n, I. c.
Winter 1.84 gr.
Fustier 0.74 â
Rijasson 0.37G â
Voor een deel zijn deze uiteenloopende cijfers uit het gebruiken van verschillende methoden te ver-klaren. HoiVmann bijv. gebruikt als indicator eene alcoholische phenolphthaleïne-oplossing, en verdunt, om de reactie scherper te laten optreden, de urine met eene hoeveelheid water, die hij laat afhangen van de Intensiteit der urinekleur. Maar sedert zijti onderzoek is bewezen, dat:
1° phenolphthaleïne zich tegenover neutrale phos-phaten gedraagt als tegenover een zuur (Fresenius)
2° phenolphthaleïne bij aanwezigheid van ammoniak geen scherpe eindreactie geeft; (o. a. Rothschild) 1).
Twee feiten, die aan de waarde zijner cijfers wel iets te kort te doen.
De methode door Gorges gebruikt beschrijft hij zelf als volgt:
âUm nun auf die Si'uire, resp. Alkalescenz des Urins zu prüfen, brauchte ich nur eine bestimmto Menge meiner H KaO und HC1 zum Urin zu setzen so lange, bis der Urin möglichst neutral â urine is door de eigenaardige verbinding der phosphaten tegenover lakmoes nooit neutraal â reagirte.quot; Lakmoes tinctuur wordt door hem verworpen, omdat
1
Rothschild, Oiss. Straatsburg. 1886.
27
duor de araphotere reactie hel juiste oogenblik der neutralisatie niet kan worden waargenomen, Hij doet daarom het volgende:
âEin Streifen rothen und ein Streifen blauen Papieres, beide recht emplindlich, wurden an die Wand des Glases, worin der zn titrirende Harn sich befand, so angeklebt dass sie gerade noch mit den Spitzen in die Flüssigkeit (zure urine) tauch-ten. Nun setzte icli vorsichtig 11 KaO hinzu, so lange bis ein Punkt eintrat, wo beide Streifen dieselben Farbennuancen zeigten.quot;
Tegelijk hiermee brengt hij ter controle met een glasstaafje druppels der vloeistof op rood en blauw lakmoespapier op witten ondergrond en op deze wijze gelukt het hem na eenige oefening zeer goed het âNeutralisisationspunktquot; te treilen en tamelijk nauwkeurig te titreeren.
Hoewel de door mij gevolgde methode ook eene druppelmethode is, is liet mij nooit mogelijk geweest dit punt van overgang te vinden. Het beoordeelen of' de kleurveranderingen op rood en blauw lakmoespapier len slotte eene volkomen gelijke tint verkrijgen is zóó lastig en laat zóóveel speelruimte over voor onnauwkeurige waarneming, dat ik Gorges' methode als mijns inziens onvoldoende ter zijde geschoven heb.
En gesteld, dat het mij mogelijk was geweest dat, door de dissociatie der phosphorzure zouten toch zeker kort bestaande âNeutralisationspunkfquot; aan te toonen, kan dit dan het bepalen der aciditeit ten opzichte van lakmoes worden genoemd?
28
Uitgaande van de tol nu lue lieerschende meening, dooi' Liebig 1) het eerst uitgesproken, hoewel niet zonder eenige bedenkingen te huldigen, dat de zure reactie der urine vooral aan zuur phospborzuur natrium is toe te schrijven, zijn tegen bovengenoemde wijze van experimenteeren de volgende bezwaren aan te voeren:
a. Zoo blauw lakmoespapier nog violet gekleurd wordt, heelt men eene vloeistof, waarin naast basische en neutrale phosphaten nog zuur natriumphos-phor aanwezig moet zijn, hetwelk volgens deze wijze van bepalen verwaarloosd wordt. De gevonden cijfers zijn derhalve te laag.
b. Is het bepalen van de gelijkheid der verkregen tinten te subjectief om voor eene algemeene bruikbare methode te dienen. Eigenlijk kan hiervan alleen sprake zijn, zoo het gebruikte lakmoespapier niet zeer gevoelig is.
c. De gevoel ikheid van blauw en rood lakmoes-
O O
papier is geheel verschillend. Bekend is toch dat rood lakmoespapier in gevoeligheid bij het blauwe achterstaat. Van een gelijk matigen overgang van het blauw in het rood, en van het rood in het blauw kan dus geen sprake zijn.
Juist omdat lakmoes tegenover urine nooit neutraal reageert, heeft Maly2) eene methode aan de hand
1
Neubauer en Vogel, Auleituug zur qualitaliven und quanli-lativen Analyse des Harns. pag. 543.
2
'2) Maly, Ztschr. f. anal. Cliemie. 15. |iag. 417.
29
gedaan om in het steeds wisselend phosphatenmeng-sel der urine die hoeveelheid phosphorzuur te bepalen, die niet aan alcaliën of alcalische aarden gebonden is. Maar deze methode eene aciditeitsbe-paling te noemen gaat ook niet, want de waterstof, die aan dinatriumphosphaat gebonden is, wordt hierdoor tot znurnatriumphosphaat teruggebracht.
Het is daarom, dat ik onder de indicatoren, die in de laatste jaren in chemische tijdschriften bij rissen worden bekend gemaakt, enkele die onder mijn bereik waren, uitzocht om hunne bruikbaarheid na te gaan. Maar alle leverden voor de praktijk afdoende bezwaren op.
Op het nadeel, aan het gebruik van phenol-phthaleine verbonden, heb ik reeds gewezen.
Cochenilletinctuur, geschikt voorliet titreeren van een mengsel waarin zuur en neutraal natium-pbosphaat voorkomt, dat geel door zuren, violet door alcaliën wordt, gebruikt bij urine, die met water iti verhouding van 1 ; 4 was verdund , liet mij den overgang van bet geel in het violet niet nauwkeurig waarnemen1
Rosolzuur, dat groote verdienste heeft, omdat de eindreactie van het geel (zure reactie) door het kleurlooze naar het rood (alcalische reactie) gaat, verloor juist bij urine, als die ten minste niet zoo sterk met water vermengd werd, dat eene kleine fout afmetingen van beteekenis moest aannemen, deze eigenschap, doordat de kleur bij niel te sterke verdunning steeds licht geel bleef.
30
Methylorange, als indicator aan hel einde der stikstofbepalingen gebruikt, waarover later meer, had tegen «lat liet â volgens M. Dechan ') â bij organische zuren, waarvan het aanwezig zijn in de urine bekend is, niet bruikbaar is. Ook was hier de kleur der urine een groot bezwaar.
Congorood, kwam niet in aanmerking, omdat dit ten eerste niet bruikbaar is bij vloeistoffen, waarin sporen ammoniak voorkomen (Wuster1)), hetgeen ook door ons werd waargenomen, omdat het verder voor alcaliën veel gevoeliger is dan voor zuren (Thomson) en ten slotte omdat in het door mij gelezen referaat over de waarde van congorood als indicator, uitsluitend sprake was van vrije zuren (Brücke 2)).
Nog andere indicatoren had ik kunnen beproeven, maar de keus zou waarschijnlijk niet veel gemakkelijker worden, en daarom, geleid door Thomson, den man die in de laatste jaren de grondigste onderzoekingen over acidimetrie heeft gepubliceerd en die lakmoes en rosolzuur als voor zuren het meest gevoelig aanduidt, door een toeval in het bezit van lakmoespapier, welks grootc gevoeligheid met de in de prijscourant opgegevene overeenkomt3) en dat,
1
â¢2) Or. Wuster, Centralblatt I. Physiol. Nquot;. 11. 1887.
2
Brücke, Centralblatt f. Phys. 1887. pag. ISS.
3
Mar ins, Prijscourant N°. 809.
blauw papier: 1 S O_ op 'JiK.MH) water rood papier: 1 H KaO op 13000 â
31
voldeed aan de vereischten door Mohr '), den vader der titreermethode gesteld, besloot ik voor mijne bepalingen van genoemd papier gebruilc te maken.
Hiernaast is af en toe ter controle phenolphtha-leïne gebruikt, omdat dit van alle nieuwere indicatoren de scherpste reactie geeft, waarbij bet voortdurend booger zijn der cijfers aan neutraal pbospbas natricus en ammoniak moet worden toegeschreven, maar waarbij tocb dezelfde regelmaat wordt aangetroffen, als bij de met lakmoes verkregene.
Mijne metbode was de»volgende:
Uitgaande van 50 cc. urine, werd hieraan uit eene met 1/10 Normaal Kaliloog gevulde buret, waarvan telkens na het maken eener nieuwe hoeveelheid het titer tegenover ilw Normaal Oxalzuur werd nagegaan, zooveel toegevoegd, zoo de urine ten minste niet reeds terstond de eigenschap had blauw lakmoespapier rood en rood blauw te kleuren, tot duidelijk de ampbotere reactie optrad, die werd nagegaan, na goed geroerd te hebben, door met een uitgetrokken glasstaafje een paai' druppels te brengen op twee reepen blauw en rood lakmoes-papier op witten ondergrond. Het waarnemen der verkleuring geschiedde een paar seconden nadat gedruppeld was, terwijl met een poreuzen doek of een stukje filtreerpapier liet overtollige vocht werd opgezogen.
1
Mohr, Lehrbuch der chemischen unalylisclien Titrirrnethode.
18rgt;lt;(. pag. 12R.
Hij spipekt reeds vau glad papier, dat aan eene zijde met eeue gevoelige lakmoesoplossing bestreken is.
32
Was do ampholere reactie geconstateerd, dan werd verder per 0 5 cc. de 1IW N. Kaliloog toegevoegd en telkens alleen op blauw lakmoespapier nagegaan of het oogenblik reeds aangebroken was, waarop de amphotere reactie voor eene tegenover blauw lakmoespapier indiilerente plaats maakte. Door de groote gevoeligheid van ons lakmoespapier was dit vrij nauwkeurig te bepalen. Onze relatieve fout was nooit meer dan 0,25 cc. l/io N. K., op de geheele massa, eene fout, die absoluut niet zooveel verschil kan opleveren, dat zij deze methode voor ons onderzoek ongeschikt maken zou.
De redenen, waarom op een bepaald tijdstip werd waargenomen, evenals waarom terstond na het omroeren der urine met de hieraan toegevoegde kali gedruppeld werd, zijn, dat zoo men wacht, de de pliosphaten saamstellende elementen ten opzichte van elkaar van plaats verschuiven, en dat daardoor in de niet meer amphoteer reageerende urine, op nieuw zuur natriumphosphaat ontstaat, waai dooide reactie verandert.
Verder mocht na het druppelen de vloeistof niet te lang op het papier blijven liggen, vóórdat werd waargenomen, omdat door het verdampen van ammoniak en koolzure ammoniak, hetgeen bij toevoeging van alcali aan urine steeds in kleine hoeveelheid ontstaat '), de reactie gewijzigd wordt en bet eerst blauw blijvende in rood verandert.
1
Neubauer en Vogel, 1. c. pap. :lt;01.
33
Om deze bron van fouten zoo klein mogelijk, en daar zij niet geheel te vermijden was, voor alle waarnemingen ongeveer gelijk te maken, werd nauwkeurig steeds op dezelfde tijden gedruppeld en waargenomen.
Dat van 50 cc. uitgegaan werd en niet van 100 cc., zooals in de handboeken van Hoppe Seyler1) en Neubau er en Vogel staat aangegeven, vond zijn oorzaak in het niet steeds aanwezig zijn van zulk eene massa. Gaarne erken ik, dat het beter is van grootere hoeveelheden uit te gaan, maar do menscbelijke natuur, gecombineerd met eene bepaalde leefwijze, stelde mij grenzen, waartegen ik niets vermocht.
Voor mijne waarnemingen maakte ik de eerste weken gebruik van een viertal patienten, die van den kant der organa uropoëtica geene afwijkingen vertoonden. Reeds spoedig de ervaring opdoende, dat bet hun onmogelijk was zoo dikwijls te uri-neeren als mij wenschelijk voorkwam, besloot ik, om hen niet tot bedriegen de gelegenheid te geven, de urine te onderzoeken, als volgt:
4. De nachturine ('smorgens om l2l.2 uur geloosd).
2. De urine, verkregen een half uur voor den hoofdmaaltijd ('smiddags 3 uur), nadat tusschen 11 en 12 uur voor het laatst was nefirineerd.
n
1
chemisehon Analyse, pag. li'ii.
2
Hoppe Seyler, llanilljucli iler physiologisch unii palholügisch
34
3. De urine, een uur na het eten verkregen.
Dit werd vier dagen voortgezet, terwijl patient leefde volgens een voorgeschreven dieet en eiken dag hetzelfde dronk.
Hierna werd een viertal dagen de avondurine, die 3 uur na het eten geloosd was, onderzocht, terwijl in dien tijd niet geurineerd werd en in eene volgende serie ditzelfde gedaan voor vijf uur na het eten ('s avonds om uur).
De urine, die 's avonds om G1^ uur en uur verkregen werd, werd den volgenden morgen onderzocht. Natuurlijk kon aan de dan verkregen cijfers geene groote nauwkeurigheid worden toegekend. Spoedig toch verandert urine na de lozing en het verminderen der aciditeit, zou waarschijnlijk een der eerste verschijnselen zijn. Om deze niet te vermijden fout (niet te vermijden, omdat de leefregel in het ütrechtsche ziekenhuis het eten om 3 uur stelt en voor mijne patienten geen afzonderlijk potje kon worden gekookt), zoo klein mogelijk te maken, en tevens na te gaan wat ongeveer hare waarde was, werd de genoemde urine te bevriezen gezet in een mengsel van zout en ijs en gedurende den nacht op eene koele plaats bewaard, terwijl tevens in hetzelfde koudmakende mengsel den 4en, Oen) 7eii en 8en Oktober morgenurine geplaatst werd om des middags te vier ure de reactie tegenover lakmoes te onderzoeken. Constant werd eenige vermindering der aciditeit aangetroffen, hetgeen bij het beoordeelen der cijfers, voor de avonduren verkregen, in aanmerking genomen moet worden.
35
Zoo werd de urine van oenen patient, met ver-schijnselen van lateraal-sclerose, met een gecompenseerd vitium cordis, met juveniele progressieve spieratropliie en met lepra tuberosum eenigen tijd nagegaan. quot;Vol vertrouwen op hunne eerlijkheid en, waar die niet bijzonder groot mocht blijken te zijn, op de waakzaamheid van den oppasser, toog ik aan het werk en verkreeg resultaten, die sterk pleiten voor het zuiver individueele der aciditeitscurve.
Patient I. (Lat. sclerose).
Sterkste aciditeit des morgens; vóór den hoofdmaaltijd en drie uur hierna het geringst, terwijl zij op deze uren ongeveer gelijk was; één uur na hel eten verhoogd, evenals des avonds om S'/jj uur.
Patient, II. (Insulf. valv. mitralis et valvui. semil. aortae).
Urine des morgens minder zuur dan 's middags voor het eten; na het eten iets dalend, om 's avonds (8I/3 uur) weer te stijgen.
Groote bezwaren leverde bij dezen patient het urineeren op de vastgestelde uren op, zoodat niet eiken dag de gewenschte urine kon worden onderzocht.
Patient III. (Juven. progress, spieratropliie.) Hier was het verloop als volgt:
's Morgens grootste aciditeit, tegen het eten afnemend, hierna geklommen, drie uur later hel sterkst afgenomen om na vijf uur weer te
3*
30
stijgen. Aan de eerlijkheid van dezen patient werd reeds in het begin sterk getwijfeld.
Patient IV. (Lepra tuberosum).
Geringe acid it eits verschillen. Steeds de hoeveelheid der urine groot, kleur licht, soort, gewicht laag. Ook hem was het onmogelijk op vaste uren te urineeren. Sedert maanden aan het gebruiken van 0 gram salicylas ammoniae gewend, waarmede tien dagen vóór het bepalen der dagelijksche normale schommelingen was opgehouden, onderwierp patient zich niet dan noode aan deze onthouding, daar hij, zoo hij geen salicyl gebruikte, zich veel ellendiger meende te voelen. Onbepaald vertrouwen kan daarom aan zijne volgzaamheid niet worden gehecht.
Laat deze vermelding der conclusiën uit de in de eerste weken verkregen tabellen voldoende zijn. IV staten zelve laat ik liever in een vergeten hoekje rusten, omdat treurige ondervindingen mij leerden, toen salicylverbindingen in verschillende doses werden toegediend, dat ik van alle kanten werd bedrogen en het stellen van vertrouwen in de ver-kregen cijfers niet gewettigd was. Daarbij kwam dat mijn lepra-lijder, de eenige die zonder tegenzin salicyl gebruikte, vrij spoedig een licht typhoid kreeg, wat hem voor verder gebruik ongeschikt maakte; mijn vitium cordis na het nemen van salicyl geplaagd werd door vrij hevige diarrhoea, die ook lot tijdelijk staken dwong en een derde wegens
37
het niot kennen van hel onderscheid tusschen het mijn en dijn aan de dienaren van den heiligen Hermandad moest worden overgegeven.
Rampspoeden, talrijk genoeg om het experimenteeren op patienten te laten varen en alleen te vertrouwen op hetgeen ik bij mij zeiven zou kunnen waarnemen. Wel waren een paar vrienden welwillend genoeg zich aan te bieden voor proefobject, maar zich ^oed twee maanden aan eene vaste leef-wijze, mot wat salieyl tot eenige versnapering, te onderwerpen, was iets wat ik alleen mij zeiven durfde opleggen.
In de eerste plaats moest eene leefwijze gekozen worden. Het etensuur werd gesteld op 'smiddags half een, om 3 a 4 uur na het diner de urine te kunnen onderzoeken, die dan, zooals de waarnemingen hij de patienten, hoe onvolkomen ook, hadden geleerd, den meesten invloed van de digestie ondervond.
Des avonds om half acht werd liet avondeten gebruikt; van twaalf tot half acht gerust en om acht uur ontbeten. De eerste dagen, toen alleen als vraag werd gesteld den loop der physiologische aci-diteitscurve na te gaan, werden, zooals Tabel I aangeeft, ongeveer hetzelfde voedsel en dezelfde hoe-
n ' O
veelheid vloeistoffen gebruikt, hoewel niet zoo streng als latei' het geval was.
De persoon, die zich hieraan onderwierp, genoot eene goede gezondheid, woog 89 K.G. en is steeds in het bezit geweest van eene zeer goede stofwis-
39
seling. Volgens zijne gewone leefwijze is hij eerder onder de carnivoren dan onder de herbivoren te rangschikken, en voor zoover hij zich herinneren kan werd zijn maag nog nooit door salicylpraepa-raten verontreinigd.
Den llei1 Oktober namen de waarnemingen een aanvang. Om 8 uur 's morgens werd voor eene hoeveelheid van 50 cc. urine bepaald ;
a. het soort, gewicht;
b. de kleur;
c. het optreden der amphotere en het verschijnen der alcalische reactie ten opzichte van lakmoespapier;
d. de hoeveelheid;
e. het optreden der alcalische reactie tegenover phenolphthaleïne, waarvoor steeds van 10 cc. urine, tot 50 cc. verdund met gedestilleerd water, werd uitgegaan.
Dit werd herhaald om 10 uur, 12 uur, 2 uur en 4 uur. Door den tijd van het jaar was het onmogelijk na 4 uur nog gering verschil in kleur waar te nemen. De verkregen resultaten zijn opgeteekend op Tabel 1 en worden graphisch door Curve 1 voorgesteld.
De gemiddelde curve, die uit de vier voorgaande is geconstrueerd, geeft aan dat de grootste aciditeit des morgens werd waargenomen, dalende tot aan den middag, na het eten stijgende om snel te dalen in de uren, waarin de spijsvertering in vollen gang is. Tevens blijkt uit de veranderingen van het soort, gewicht, dal in den regel tot aan het middag-
40
eten eenu geringe vermindering hiervan werd waargenomen, die hierna voor eene vermeerdering plaats maakte. Ook valt eene vrij constante verandering van kleur op to merken, terwijl in den namiddag de hoeveelheid urine geregeld iels toeneemt.
De als uitgangspunt genomen curve werd in het vervolg in de perioden, waarin geen salicylverbin-dingen werden toegediend, steeds teruggevonden. Na het volgende onderzoek, toen elk uur, zoolang het daglicht ons niet in den steek liet, de urine op hare aciditeit werd onderzocht, komen wij nog even hierop terug.
Hiermede was het eerste deel, van hetgeen wij ons voorstelden, afgeloopen. Laten wij nu nagaan, welke veranderingen door salicylverbindingen in deze gegevens ontstaan.
b. Invloed van salicylverbindingen op den loop der physiologische aciditeit').
Nadat de physiologische curve was vastgesteld, werd den 18CI1 Oktober begonnen met het gebruiken van 3 gr. salicylas amrnoniae in mixtuur. Volgens onderstaande formule werd in de Ziekenhuisapotheek het mengsel bereid;
R.
Ac. salicyl. 5.048 Amm. liq. q. s. ad satur.
Syr. aurant. 30.
Aq. com. q. s. ut fiat mixtura 200.
S. a. 2. u. 1. 1.
Hiervan werd den 18en en i9ei1 Okt. telkens de h'dft gebruikt. Om U uur 's morgens werd begon-
1) Onder âaciditeitquot; wordt steeds verstaan die tegenover lakmoespapier.
42
lieu eu om 11 uur 's avonds het laatste genomen. Den 20ei1 en 21ei1 word de dagelijksche hoeveelheid gebracht op 4 gr.; den 22en op 5 gram.
Bij hel voorschrijven der salicylverbindingen werd steeds in aanmerking genomen, dat in de verschillende mengsels, wier werking later met elkaar vergeleken moest worden, en die nu eens salicylzuur, dan weer salicylas natricus of ammoniae bevatten, dezelfde hoeveelheid der benzolkern aanwezig was.
In aanmerking nemende dat volgens Ilager ') de moleculair formules van salicylzuur natrium, salicylzuur ammonium en salicylzuur de volgende zijn:
Salicylas natricus. Salicylas ammoniae.
I I
M = 338 2 ««W j 0 LO = 328 Acidum salicylicum
«A « J . = «
werd aangenomen:
3 gr. sal. amm. = 3.091 gr. sal. natr. = 2.521 gr. ae. salie.
4 â â = 4.122 â â = 3.365 â â
5 â â = 5.152 â â = 4.206 â â
6 â â = 6.18 â â â 5.04 â â
C6B5 ona;
cob
Deze tabel werd bij de volgende proeven steeds
1) Hager. Haudbuch Jer pharmaceutisclien Praxis.
43
gebruikt. Syrupus aurantiorum was liet corrigens voor liet natrium- en het ammonium zout en aci-dum salicylicum werd, vermengd met saccharum lactis, in ouwels genomen.
Van 18 Oktober tot 2 November werd op deze wijze de invloed van salicylzure ammoniak en sal. natron nagegaan. De tabellen II en IV geven een overzicht der verkregen cijfers, terwijl de hierbij behoor end e curven de feiten nog duidelijker weergeven. (Zie de Plaat).
Voordat wij tot bet beschrijven van bet gevondene overgaan moet nog even gewezen worden op eene fout, die, eens begaan, niet voor herstel vatbaar was. Het zijn tie cijfers, die de in 24 uren opgevangen urine in deze staten weergeven, waaruit geene conclusie getrokken mag worden. Daarvoor is toch genomen de tijd van 's middags vier uur tot den volgenden middag, terwijl voor het salicyl-gebruik steeds de proefdag genomen is sedert 9 uur 'smorgens, zoodat op denzelfden dag het voorge-schrevene was verbruikt. De proefdagen voor de salicylverbindingen vallen dus niet saam met den tijd, waarvan de urinehoeveelheden staan opgetee-kend en van gevolgtrekkingen aangaande de diure-tische werking der genoemde verbindingen mag hier geen sprake zijn. Daar het echter nog niet ons doel is om den invloed van salicylzuur op de hoeveelheid urine na te gaan en wij in dezen tijd om die reden in het gebruik van vloeistoll'en ons niet eiken dag aan hetzelfde hebben gehouden, zooals
r
p ^ -j.
00
^ Pö jf!. r SS |f^ R| ff râ r- - sf =. =
gg r r*
^ r- =
IK rë- ö
11Ã
05 K p-0=6.
0
r-
1
s.g-: *.
C! Ci -.a. ^ -
s à S o =
â¢a a - ^ oa ti 1
I
- « e â:
to
£. £
3 2 S S i j' - ' g I 2
gt;â¢'1- t !gt;quot; t I i
' ' r.
| ||||||||||||||||||||
|
ö' |
^ t- _
:gt;5:^ j 1
- ^ PI ifi - po ||!â p| f|
â O S.i * | - £.2 30 = - -H.«.5 â¢- 5--
quot;E. â quot;5 2. â¢'â 5 ^ quot;H. â¢' â 5 ro
r F | quot; £. 1 quot; quot;
|
bc ^ - -Z.
' ss
â H.« 2 ^ =' ~ â 5 P = lt;gt;5
r F l
i û ?⢠f»^ E
-T^ ⢠P-
^ i co oc -j ⢠= o c. - J
=» ?Sif-= ?s ||
r
| â¢- - ;r â quot; £â
i W O O ^ O
bbo ^ =:
-^- â w 73 rr
ggg- - -
i:-i
cc gt;
o H
r S-CC
a
â g-s-i iilquot;l^|'n ^ i -;r â¢quot; 1
2
o c -
M ^
9-,
!gt;
C/3
V5 t-C/ â ^ ^ â â
â ^ ⢠_ o --o o â ' â -i to.- r- __
oii
cor:-.- 5- - = 5- ^ » o
3'p i ^ i''?: i ^ rC: -quot; i!w i vr i
r rr r o
2 tquot;
a
o B
a â¢
gt;
w
i
â¢=2.= â ir'-?
quot;T
o =
1-ötoOOO^1 ICI^OOC â â â
litis rrm üüe rrrri rrr
1« O 00 ^ IC â â to O X lO â ^ to
O
c
g r-
- - ^ ^ c
f I 2. ^ P o
I iilslli s^Ssi i slsis
isi
P h 3 3 i p If? 3 3 3 p f: js
p p
ö ö at5? ~
- P s 1
â = =L=: ^ tg
â¢5 I
â P - s
ip-iici:
r 1- i
to O 00
^ ^ ^
= £ilt; ? pn pi i
lO O 00 ; c
^ ^ - c
Ct O 00 ⢠⢠â
- s ê i
O c
J ^ 2 s p.
s-'â =quot;:gt; E = - . 8^|
?â â = =.ï ® ^ ra -^ S - y m
P â
5 S
â H-S-S
S ë-
Iff
^ ?r w i § quot;
Ut
=2 Si
III
I: ö-ï
|l f -
jH-P
s-^Lquot;
io2 «
vz â â az
â ^ J'
_ - 1 cr
â¢â¢ ac
.2.
.i?r
it ?: li
â Si
to jr.'
lt;D
o i^»
a o) lt;y â o -r 0.4 a -r: - o
^ toâ- quot;^5 -^ â¢â¢ o Cü=: o
JS£ m E - M a
il ^ â P
s = = âi s
O iC iO O O O
V* Cl iC CO ; C-
cr. -r- â â â ^
â J - - -
3 ^ ^ ^ ^
QJ O
00 0 c-gt; ^
sTTTT
X O d C-l
jj:
|
â |
ZL |
tc |
C. | |
|
p |
i. |
0 oi |
y i | |
|
GJ |
O O | |||
|
w |
2 |
CD | ||
|
có |
G) '- O â¢
- ^ ^
à Wf ^
^ W) CO CC
w
O _s -
L* .= ^ = « a.
S S «N .
i, o w P ^
3 â ^ y
-c 0 es « c.
O *
G^l
Æ r: o
c âz: -
C Cu ^
-C 5 ji Squot;
- .S v* ^ re ^
: ^ c» .
J t. O W - -
:-2 -r- o
' 2 i quot;quot; =!
cj . iT. T' O*
ISZ amp; T* T*
^ 3 tc c Ã
~ quot;f? O Cl quot; « C.
= â¢- = G-' ⢠Ã--- â¢-gt; - -
»0 Ifi
CM
O â
. viquot;
o ^ cDN
rt a â gt;
^ quot;S, . quot;5.
!=0 s m B-
ï.= ««ö.
= = .
^ r â ? - u
a» a. ~
Cà £« ^*
r quot;S
o u o*o - r
â â T- ^
5 tb^.0.
o Tio as r^
^ t/3 o-l 00
quot;~ ^ quot;rt quot;H.
- o
^ -5
. o ^ O . QC -rquot; »..
tf) c-«
e
00
40
40 uur.
8 uur.
Datum.
TABEL
SALICYLAS 12 uui'. 2 uur.
|
klour: licht bruin geel s. g. 1021 0 cc. araph. 23 â alc. 20.5 ,, phph. kleur: licht bruin geel s.g. 1028 7.5 cc. amph. 23 â alc. 30 â phph. Okt. 27 28 |
klonr: bruin geel s. g. 1024 8 cc. amph. 18 â alc. 21 â phph. klour; licht bruin geel s.g. 1020 5 cc. amph. 10 â alc. 19.5 â phph. |
kleur: bruin geel s. g. 1026 5.8 cc. amph. 13.4 â alc. 17.5 â phph. kleur: licht bruin geel s. g. 1025 4 cc. amph. 10 ., alc. 12 â phph. |
kleur: licht bruin geel s. g. 1027 8 cc. amph. 19 â alc. 29.1 â phph. kleur: geel urine troebel s. g. 1028 2 cc. amph. 11 â alc. 15.5 â phph. |
|
kleur: bruin geel s.g. -1029 8 cc. amph. 28 â alc. 34.7 â phph. 29 |
kleur: bruin geel s. g. 1029 8 cc. amph. 18 â alc. 24 â phph. |
kleur: licht bruin geel s. g. 1028 4.2 cc. amph. 13.2 â alc. 15.7 â phph. |
klour: licht bruin geel s. g. 1027 5.1 cc. amph. 20.8 â alc. 24.0 â phph. |
|
kleur: licht bruin geel s. g. 1025 9.7 cc. amph. 21.0 â alc. 28.7 â phph. 30 |
kleur: licht bruin geel s. g. 1025 8.5 cc. amph. 16.0 â alc. 18.0 â phph. |
kleur: geel s. g. 1025 0.2 cc. amph. 12.9 â alc. 14.2 â phph. |
|
kleur: licht bruin geel s. g. 1027 8 cc. amph. 23 â alc. 30 phph. (onduidelijk). 31 |
kleur; licht bruin geel s.g 1020 8 cc. amph. 22 â alc. 23 â phph. |
klour Keel s. g. 1026 10.5 cc. alc. 15.8 â phph. |
kleur: geel s.g. 1023 1.6 cc. amph. 12.1 â alc. 14.6 â phph. |
|
kleur: lichi bruin geel s. g. 1024 6 cc. araph. 22.9 â alc. 27.9 â phph. Nov. |
kleur; geel s. g. 1022 4.5 cc. amph. 13.6 â alc. 15.1 â phph. |
kleur: geel s.g. 1020 4 cc. amph. 10.3 â alc. 11.7 â phph. |
kleur; geel urine troebel s. g. 1023 R. amph. 8.7 cc. alc. 11.9 â phph. |
AanmerTcinyen: 27 Okt. Om 10' , uur met salie. natr. begonnen. Om 1 Nov. Na 4 uur 's middags salie. natr. niet meer urine) geen violette verkleuring met verdund
47
IV.
NATRICUS.
4 uur. hoev.
Dieet
|
kleur: licht bruin | s.g. 1027 1.7 cc. amph. 12.3 â alc. 18.3 , phph. :eel |
1 4 uur 8 8â10 uur 10â12 â 12â2 â 2â4 uur 10 975 cc. 85 â 75 â 90 â 350 â 1575 cc. |
ontbijt: brood, thee, melk 000 cc. middageten; als gewl., '/, 11. bier 300 â avondeten: brood, vleesch. 1 kop thee.......... 300 â 2 glazen melk en 1 glas water 450 â 1710 cc. Salie. natr.: 3.091 gr. |
|
kleur; geel urine helder a s.g. 1028 â¢nph. j' R. amph. 1c. ; | 4.3 cc. alc. hph. Ji 9.3 â phph. tot 8 uur 030 cc. 120 105 180 145 8â10 10â12 12_2 2â4 1480 cc. |
|
tot 8 uur 780 cc. 8â10 â 105 â 10â12 â 125 â 12â2 â 125 â kleur: geel s. g. 1025 R. amph. 1 cc. alc. 4 â phph. 2-4 â 170 â 1305 cc. |
Dieet: als gisteren. Gedronken : thee 750 cc. bier 720 â melk 150 â 1020 cc. Salie, natr.: 4.122 gr. |
geel
938 cc.
120 â
250 â
205 â
tot 8 10â12 12â2 2â4
1026
R. amph. 1.5 cc. alc. 0.0 â phph.
kleur: s. g.
Dieet: als gisteren. Gedronken: (als op 1quot;/1ö)
1480 cc. Salie, natr.: 4.122 gr.
|
kleur: geel s. g. 1020 R. amph. 2.5 cc. alc. 5.0 â phph. |
tot 8 uur 8-10 â 10â12 â IQ_q 1 - T) 2âi .. 950 cc. 120 â 130 â 180 â 275 â 1055 cc. |
Dieet: als gisteren. Gedronken: 1470 cc. Salie, natr.: 5.152 gr. |
|
tot 8 uur 995 cc. 8â10 â 180 â 10â12 â 178 â 12-2 â 145 â kleur: geel s. g. 1025 R. amph. 5.4 cc. alc. 9.2 â phph. 2â4 â 100 â 1058 cc. |
Dieet: als gisteren. Salie, natr.: 5.152 cr. |
12'/,, uur duidelijke Salicylreactie. gebruikt. Den 3en Oct. 's morgens liq. stypticus.
om 9 uur (de eerste m ine na de nacht-
1
glazen melk 300 ,,
1480 cc.
Salie, natr.; 3.091 gr.
48
»le tabellen aangeven, is de begane fout niet van beteekenis.
Hetgeen ons bij het bezien van Tabel 11 liet meest treft is de verandering der aciditeit op die uren, waarop bij normale urine volgens Tabel I steeds sterke daling werd waargenomen. Allengs zien wij bij bet gebruik van salicylas ammoniae de aciditeit toenemen. Op het middaguur en om vier uur worden niet meer de sterkste dalingen aangetroffen, langzamerhand wordt het aantal cc. lj10 N. H KaO. op alle tijden van waarneming vrij wel gelijk en den 22en Oktober is er tusschen de morgenurine en die van 4 uur slechts een verschil van 2,5 cc. '/io N. Kaliloog per 50 cc. urine, terwijl in de uren hiertusschen de aciditeit iets geklommen is.
Den 25e11 en 26e11 Oktober is de normale curve weer verkregen. Den 27⢠Oktober wordt tot hol innemen van salicylas natricus overgegaan.
De curve, uit Tabel IV (sal. natr.) verkregen, biedt, vergeleken met curve 11, opmerkenswaardige verschillen aan. Was daar sprake van een gelijkmatig worden der aciditeit, hier treft men schommelingen aan, veel sterker dan normaal voorkomen. Verder springt in het oog dat de normale middagschommeling niet meer regelmatig optreedt en, is zij aanwezig, in twee der waarnemingen een minimum bedraagt, terwijl om vier uur de aciditeit meestal minder dan normaal is.
Ook zijn er veranderingen in het soort, gewicht op te merken.
Voor het eerst komt een soort, gewicht als 10)33
49
voor, (men dient niet te vergeten dat deze cijfers bepaald zijn bij kamertemperatuur), meestal is de urine zwaarder dan in de eerste week van waarneming en het soort, gewicht na het middageten is af en toe lager dan vroeger, hetgeen op Tabel I niet voorkomt. Daar deze veranderingen echter eene zekere grilligheid vertoonen willen wij voor-loopig hieraan geen waarde hechten. Later komen wij hierop terug. Uit de getallen, die de gebruikte hoeveelheid alcali ten opzichte van phenolphtaleïne aangeven, blijkt, dat hierbij de reactie steeds iets later intreedt, geheel overeenkomstig de reeds geopperde bezwaren, die aan het gebruik hiervan verbonden moeten zijn.
Vóór wij overgaan tot het bezien der tabellen, die uit de tweede serie waarnemingen zijn opgebouwd, willen wij kort vermelden welke salicyl-reacties door ons werden gebruikt, waarom deze gekozen werden en wanneer en hoe lang zij na het gebruik van salicylverbindingen werden waargenomen.
De algemeen bekende purperroode verkleuring, die optreedt zoo aan eene salicyloplossing liquor stypticus wordt toegevoegd, was het uitgangspunt. Voegt men hiervan een paar druppels bij salicyl-houdende urine dan ontstaat evenwel eerst een praecipitaat (Phosphorzuurijzer), dat het waarnomen der salicylverkleuring zeer lastig maakt. Ook is niet uitgemaakt dat in onze urine niet toevallig bestand-deelen voorkwamen, die met ijzeroxydezouten,
4
50
evenals salicylzuur de violette verklaring gaven. Wel werd aceton niet gevonden, en ook geen suiker of eiwit, waarop de urine herhaaldelijk werd onderzocht, maar de urochemic staat nog voor to veel raadselen, dan dat de mogelijke aanwezigheid van zulke stolTen op beslisten toon kon worden ontkend. Daarom werd eerst naast de proef met verdunden liquor stypticus (1 :5), waarbij het gevormde ijzer-phosphaat door filtreeren werd verwijderd (Borntrii-ger1)), de methode van Robinet toegepast. Neutraal azijnzuur lood werd aan de urine toegevoegd, hierna gefiltreerd, het overtollige lood door verdund zwavelzuur verwijderd, op nieuw gefiltreerd en hierna Fe3 C1G toegevoegd. Bij de roode vloeistof, die dan ontstaat, kwamen nu nog eenige druppels verdund zwavelzuur om aanwezig azijnzuurijzer op te lossen en de dan blijvende verkleuring werd, zoo zij violet was, aan salicylzuur toegeschreven.
Eene enkele bedenking had ik echter tegen deze gevolgtrekking. Deze methode toch, die dienen moet om sporen salicyl aan te toonen, volgens sommigen tot 0.002o/o, heeft mijns inziens dit bezwaar dat, al wordt zoo zorgvuldig mogelijk verdund ILSG,. toegevoegd om het azijnzuurijzer te ontleden, toch bijna steeds meer aanwezig is dan aanwezig mag zijn om tegenover de salicylreactie onzijdig te blijven. Pa-gliani3) beweert wel, dat salpeterzuur en zwalvelzuur in groote overmaat aanwezig moeten zijn (400 dl. op
1
Borntrager. Zeitschrift für anal. Chemie 1S81, pg. 87.
51
op 1 dl. salicylzuur) om de salicylreactie te ontkleuren, maar volgens mijne vrij oppervlakkige waarnemingen, dat beken ik gaarne, was één druppel verdund zwavelzuur in overmaat op 20cc mengsel, zoo slechts sporen salicyl aanwezig waren, in staat elke reactie onmogelijk te maken.
Een ander bezwaar is nog: boe weet men, dat voldoende HaSOt is toegevoegd voor bet azijnzuur-ijzer? Wel is dit laatste veel helderder rood van kleur dan de meer violetroode salicylzuurijzer-verbin-ding, maar in zeer verdunde oplossing is een verschil tusscben beide kleuren niet scherp waar te nemen.
Waar verdunde minerale zuren mij goede diensten bij de salicylreactie hebben bewezen, was in die gevallen waar salicyl in vrij groote hoeveelheid aan-wezig was. Had men dan aan de urine vooraf eenige druppels verdund zoutzuur of zwavelzuur toegevoegd, zoo kreeg men met één druppel verdund liquor stypticus terstond de prachtigste reactie en bleef de vorming van pbosphorzuurijzer achterwege. Ondanks do aanbeveling van Bom trager, die zegt; âmirscheint die vorbergehende Ausfüllung der Harne mit I31ei-acetat deswegen empfeblenswertb, weil dadurch wohl manche sogenannte Harnbestandtheile sich werden entfernen lassen, die etwa ahnlich wie die salicyl-saure mit Eisenoxydsalzen reagirenquot;, heb ik om genoemde redenen deze methode laten varen en, wanneer sporen salicylzuur moesten worden aangetoond, van de volgende gebruik gemaakt.
Na de urine sterk zuur gemaakt te bebben met een paar druppels HCl, wordt de urine geschud met
52
aether om hierin het vrij geworden salicylzuur op te lossen '). Dit, als residu bij het verdampen van den aether achtergebleven, door verdunde kaliloog in het gemakkelijk oplosbare salicylaat omgezet, wordt gedruppeld op een glasplaat met witten ondergrond; er wordt nagegaan, of bij toevoeging van een druppel verdund liquor stypticus de violette verkleuring optreedt. Deze methode, waarvan het principe door Cazeneuve2) aan Yvon wordt toegeschreven, door anderen naar Bertagnini genoemd (Piccard3)), werd in twijfelachtige gevallen door ons gebruikt. Meestal meenden wij echter voor ons doel met verdund liquor stypticus (1 :5) op 10 a 15cc. urine te kunnen volstaan, mits de phosphaten door fil-treeren verwijderd werden.
De gevoeligheid der reactie werd aldus vastgesteld: A. 1 cc. sol. sal. natr. (1 ; 750).
10 â normale urine.
10 druppels verd. liq. stypt. (1 :5).
Sterke salicylreactie.
Verb.; Sal. natr. 4 op 7500 dl.
-1) Salicylzuur is oplosbaar in aether, welke eigenschap zijne zouten niet hebben.
'2) Cazeneuve. Revue mens. de inedecine et de chirurgie. T. III pag. 542. Sur 1'extraetion et le dosage dans les urines de l'acide hippurique, salicylique etc.
Hij zegt: L'ether évaporé laisse un residu, qui réagit en violet sur le pcrchlorure ou bien encore eet ether versé a, la surface d'une solution éteudue de perchlorure de l'er, donne ü la zone de separation des deux liquides un anneau violet caractéristiquo.
3) Piccard. Berichte der deutsch chemischen Gesellschaft. Berlijn. Deel VIII pag. 8J7.
53
B. 0.5cc sol. sal. natr. (1: 750).
quot;lO,, urine.
10 drupp. liq. slypt. (1 ; 5)
Zwakke reactie.
Duidelijk na uitscliudding met aetlier.
Verb.: Sal. natr. 1 op 15000.
G. 0.25ce op 10 urine gaf de reactie niet.
Konden wij na behandeling der urine met zuren en aether geene duidelijke reactie verkrijgen dan werd aangenomen, dat salicylzuur niet aanwezig was.
Een groot bezwaar, aan het gebruik van aether verhonden, was dat deze zich niet zuiver afscheidde, maar in den vorm eener emulsie bleef bovendrijven. Van Penzoldt's raad, om in zulke gevallen aan den aether eenige absolute alcohol toe te voeren, werd gebruik gemaakt, doch zonder succes. Het eenige wat hielp, was herhaaldelijk afgieten en op nieuw uitschudden.
Andere salicylreacties werden beproefd, doch voor ons doel niet geschikt gevonden.
Zoo 1° de reactie van Schulz; smaragdgroene verkleuring met CuSO.,, Deze was meestal aanwezig, zelfs dan, wanneer uitschudden met aether geen resultaat had opgeleverd. Schulz zegt zelf dan ook van deze reactie; âDiese Reaction kann benutzt werden falls dieselbe (Salicylzuur) schon mit Fe2 G1g nachgewiesen wurdequot;, eene aanbeveling die geene toelichting noodig heeft. Of de smaragdgroene ver-
54
kleuring bij de hierop onderzochte urine ontstond door kleurenvermenging of door bijzondere verbindingen is eene vraag, waarop ik het antwoord schuldig blijven moot.
2D. Kook urine (15 a 20 cc.) met 1 cc. methylalcohol en 0.5 cc. geconcentreerd zwavelzuur. Schenk dit na bekoeling over en, zoo salicylverbindingen aanwezig zijn, kan men de bij overgieting ontwijkende, sterk prikkelende en zeer karakteristieke stank van Gaultheria-olie (salicylzure-methylaether) opvangen- Eene methode, waarbij men te veel van zijn neus afhankelijk is, om haar groote waarde te kunnen toekennen. ')
Laat dit genoeg zijn om duidelijk te maken, waarom de reactie met verdund liquor stypticus en filtreeren, evenals het uitschudden met aether in twijfelachtige gevallen werden verkozen. Ik wil gaarne de eerste zijn om te bekennen, dat geen van beide reacties op chemische nauwkeurigheid aanspraak kan maken, maar voor ons onderzoek was het voldoende en âquand on n'a pas ce qu'on aime, il faut aimer ce qu'on a.quot;
Wat het optreden der salicylreactie aangaat, deze werd door ons 1 a 11 ^ uur na het innemen van 0,43 gram Salic, amm. en Sal. natr. waargenomen, terwijl de reactie met verdund ijzerchloride -40 tot 45 uren, die na uitschudden met aether, een paar
1
O. Curtmnn, Ztschrf. f. anal. Chemio. .Tnhi'gang XXVI. 5e ad. pag. 041.
55
uren langer werd waargenomen '). Hierna was het aantoonen van salicylzuur niet meer mogelijk. Wel trad steeds eene lichtbruine verkleuring op, die niet aan de ijzeroplossing kon worden toegeschreven en die voor het begin der reactie dour enkelen is uitgemaakt, maar steeds werd deze verkleuring met onze urine waargenomen, ook in die gevallen waar van salicylzuur geen sprake kon zijn.
Omdat het urineeren aan bepaalde uren gebonden was, kou de uitscheiding van salicylzuur niet nauwkeuriger worden vastgesteld, maar de verkregen reacties waren toch voldoende om de circulatie van salicylverbindingen te beoordeelen.
Steeds werd, lettende op den tijd, waarna salicyl was uitgescheiden, eene nieuwe salicylverbinding niet genomen, dan nadat drie dagen na het nemen van de laatste dosis van het vorige medicament waren voorbijgegaan.
Na deze uitweiding is de tweede reeks van waarnemingen aan de beurt.
Deze had ten doel:
1°. Van uur tot uur de schommelingen der aci-diteit te volgen.
1°. De veranderingen op te teekenen door salicylverbindingen in deze aciditeitscurve gemaakt.
3°. Te letten op de secretie der urine en op den invloed van salicylverbindingen hierbij.
1) Zie; Jahresberichte iler gesammten Med. 1875. Kol be, Für-bringer, Fleischer.
56
4°. üe veranderingen van het soort, gewicht en liet vermoedelijk gewicht, aan vaste stoffen per 24 uur, normaal en na het gebruik van salicylverbin-dingen te bestudeeren.
5°. De totale aciditeit per 24 uur, uitgedrukt in zoutzuur, te vinden en graphisch de veranderingen voor te stellen die door onze medicamenten hierin optreden.
6°. Zoo mogelijk nieuwe feiten te vinden, die voor ons doel van beteekenis kunnen zijn.
Voor het bepalen der fixa werd van Haeser's coëfficiënt gebruikt gemaakt. Wel is deze gegeven voor urine van eene bepaalde temperatuur (i50C), maar, daar deze bij onze bepalingen steeds nagenoeg gelijk geweest moet zijn (een kwartier na de lozing werd de aciditeit nagegaan in eene kamer, die warm genoeg gestookt werd om eenigen invloed van beteekenis op den warmtegraad der urine gedurende dit kwartier wachtens uit te kunnen sluiten), werd reductie van het s. g. op 150C. verwaarloosd. Het was niet de vraag op deze ruwe manier nauwkeurig de vaste stoffen te bepalen; het doel was slechts na te gaan, of zich na het gebruik van salicylzuur ook verrassende veranderingen voordoen.
Het diëet, dat tot 6 December gevolgd werd, was het volgende;
57
Ontbijt ('s morgens 8 uur);
brood met koek en kaas. 1 kop thee; 300cc.
1 â melk;300cc.
Middageten (12'/3 uur);
biefstuk , koud vleesch,
aardappelen, groenten (andijvie, kool),7oll. bier; 360cc. (spinazie, wortelen.)
Avondeten (7 uur);
vleescb, brood, 2 eieren. '/2 ^^1'quot; 360cc.
') 1 kop thee; 300
I620cc.
't Lichaams-gewioht, in den aanvang 89.5 KG, bleef vrij wei gelijk. In het begin van Deeember was dit 90.035 KG., een bewijs dat in de maand Nov. een evenwieht tussclien inkomsten en uitgaven aanwezig was. De defaecatie was steeds geregeld en de subjectieve gewaarwordingen, die bij het gebruik van salicylzuur en zijne verbindingen ontstonden, hadden geene blijvende stoornissen ten gevolge.
De diaphorese werd niet sterk gewijzigd; hart en zenuwstelsel ondervonden den meesten invloed; congesties, slaperigheid, oorsuizingen, dofheid van geest maakten vooral in den aanvang mijn leven onaangenaam.
Eiwit in de urine of digestiestoornissen werden nooit waargenomen, hartkloppingen en pijnen in de hartstreek een enkele keer. Salicylzuur had soms
1
Zooveel mogelijk was elkeu dag van elk voedingsmiddel de hoeveelheid gelijk.
58
licht branden in de maagstreek ten gevolge, dat na het gebruik van eene kleine teug melk steeds verdween; salicylzuur ammoniak werd goed verdragen, maar reeds den eersten dag was 's avonds congestie aanwezig; salicylzuur natrium veroorzaakte niet dan in doses van meer dan 5 gram stoornissen van beteekonis. Opmerkelijk was verdei' dat aan het einde dezer experimenten de hinderlijke werking scheen af te nemen, hetgeen nog duidelijker in December opviel, toen 6 gr. salicylzuur ammonium nauwelijks oorsuizen gaf en mij niet ongeschikt maakte om 's avonds mijne gewone bezigheden te verrichten.
Nadat van 7 November tot 6 December de urine dagelijks met het oog op de gestelde vragen was onderzocht, werden de tabellen V tot Xll met de hierbij behoorende curven saamgesteld, waaruit de volgende besluiten getrokken mogen worden;
1°. Ontleding der curve, verkregen voor het aci-diteitsverloop van normale urine, toont aan, dat tot 11 uur eene vermindering wordt waargenomen (dus 3 uur na het ontbijt).
Tot 2 uur stijgt de aciditeit, terwijl tot 4 uur het optreden der reactie steeds minder cc. Vio Kaliloog vordert.
Hoe het verloop na vier uur was viel buiten onze grenzen van waarneming. Om 42 uur des nachts werd de verzamelde urine gemeten en in een goed gezuiverde en nauwkeurig gesloten llesch bewaard tot den volgenden morgen. Mogelijke veranderingen konden niet worden voorkomen, zoodat het voor
59
deze urine verkregen cijfer geen volkomen vertrouwen verdient. Echter in aanmerking nemende, dat bij alle waarnemingen deze fout werd gemaakt, behoudt het vergelijken der cijfers toch gelijke beteekenis.
Om aan tc toonen, dat aan de cijfers, die de aci-diteit der nachturine weergeven, cn aan die, welke 's morgens om 9 uur voor de avondurine (4 â12 uur) gevonden zijn, niet dezelfde waarde moet worden toegekend als aan de des daags van uur tot uur ver-kregene, is het deel der curve, dat over deze waarnemingen loopt, gestippeld. Ook is dit het geval met het lijntje tusschen de waarnemingen om 8 en 9 uur, omdat niet aangenomen mag worden, dat de aciditeit der nachturine gelijk is aan die om 8 uur 's morgens.
2°. Het vergelijken der curven, op 15 en 16 November en op 1 en 2 December verkregen, met de normale doet zien in hoeverre verschil bestaat tusschen de werking van salicylzuur en zijne verbindingen op bet verloop der aciditeit. Lettende op de totale hoeveelheid urine, gedurende genoemde dagen verzameld, (bijv. den 15ei1 Nov. 1926cc, den 10ei1 Nov. 1354cc.) is het opvallend dat door salicylzuur gemiddeld de grootste aciditeit wordt verkregen, dat salicylzuur ammonium hierop volgt en dat salicylzuur natrium, evenals hij de eerste serie proeven scherpe verschillen tusschen morgen- en namiddag-aciditeit laat bestaan, maar de middagschommeling tot een minimum reduceert.
3°. Uit de lijsten, waar de op de verschillende
1
60
|
T A ï | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
I
61
L V,
O O gr.
83 48 38
84 00
53
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kov. 10. o a w w a « -s a 2 l br' 0 Fixn. Aaumer-kingeu. |
cc. 270
40 75 77 95 108 103 94 38G
01 gr-
OS
14
70
48 1 63
95 r.
1032
1031
1024 1023 1023
1025 1022 1023 1035
19.872
2.852 4.140 4.073 5.026 6.210 5.212 4.973 31.073
12â8 uur.
8â9
9â10 10â11
ll-12l/4 12^-2
2â3
3â4
4â12
cc.
32 8
14.0 16.0 8.5 9 5 '20.0 13.0 6.9 23.8
! 1.864= â gr. IIC!
cc. 177.12
11.52 24.00 13.09 18.05 43.20 26.78 12.97 183.74
510.70 83.431 Ki'.
1248
G2
|
t a 15 |
: l | |||||||
|
o c |
O |
| | ||||||
|
Nov. |
11. |
gt; O O a |
^ 3. a g z; o o ^ - quot; a. |
W -3 a = a 2 ^ |
S. g. |
Fixa. |
Aanmerkingen. |
N ov. |
|
cc. |
CC. |
CC. |
gr- | |||||
|
12- |
- 8 |
253 |
37.9 |
191.77 |
1031 . 18.039 |
8quot;, uur: ontbijt. |
12- | |
|
8- |
- 9 |
53 |
21.2 |
22.47 |
1030 |
3.657 |
1 8â | |
|
9â |
-10 |
73 |
12.5 |
18.25 |
1026 |
4.365 |
9â | |
|
10- |
-11 |
63 |
10.0 |
12.60 |
1024 |
3.478 |
10â | |
|
11- |
-12 |
46 |
14.2 |
13.06 |
1028 |
2.962 |
11 â | |
|
12-2- |
- 2 - 3 |
154 97 |
18.0 11.5 |
55.44 22.31 |
1023 1022 |
8.147 4.908 |
12'/, uur: middageten. |
12â 2â |
|
3- |
- 4 |
71 |
4.5 |
6.39 |
1026 |
4.246 |
3â | |
|
4â |
-12 |
480 1291) |
19.8 |
190.08 532.37 |
1033 =1.943 |
36.432 7 uur: 2 eieren, uo a brood, vleescli. 86.234 ' |
4â | |
|
irv. HCl. | ||||||||
|
o |
o | |||||||
|
Nov. |
13 |
t-* lt;D O w |
W S W O ^ â t5. â 5 ^ |
a | ti £ O ^ |
s. g. |
Fixa. |
Aanmerkingen. |
[Nov. |
|
CO. |
cc. |
CC. |
gr- | |||||
|
12- |
- 8 |
420 |
24.3 |
204.12 |
1022 |
21.252 |
Ac. salie. 3.02 gr. |
12 â |
|
8- |
- 9 |
55 |
22.0 |
24.20 |
1029 |
3.669 |
R. |
8â |
|
9-10-11- |
-10 -11 -12 |
00 62 73 |
12.8 14.0 13.0 |
15.36 17.36 18.98 |
1028 1024 1021 |
3.864 3.422 3.526 |
Ac salie. 5.048. Sacch. albi q. s. ut Bant pulv. N0 XX. S. a. l'/j u. 1 p. |
Tèi OS ^ * |
|
12- |
- 2 |
155 |
17.0 |
52.70 |
1021 |
7.487 |
12â . 2â | |
|
o_ |
- 3 |
111 |
9.0 |
19.98 |
1019 |
4.851 |
Om 8 uur begonnen; | |
|
3- 4- |
- 4 -12 |
77 560 |
13.0 17.0 |
20.02 190.40 |
1027 1026 |
4,782 33.488 |
laatste poeder om 12'/j uur genomen |
4â |
|
1573 |
563.12 |
=2.055 gr. HCl. |
86.341 | |||||
63
|
A B |
] L VI. | ||||||
|
] 1. |
Nov. 12. |
gt; o O w |
o ^ 83 S ^ z a h a S o |
o 03 .S S3 o gt;J amp;H S O |
S. g. |
Fixa. |
Aanmerkingen. |
|
cc. |
CC. |
cc. |
gr- | ||||
|
t. |
12â 8 |
273 |
37.3 |
203.86 |
1031 |
19.465 | |
|
: 8â 9 |
42 |
27.6 |
23.18 |
1030 |
2.898 | ||
|
9â10 |
77 |
14.3 |
22.02 |
1025 |
4,428 | ||
|
10â11 |
69 |
12.0 |
16.56 |
1024 |
3.809 | ||
|
11â12 |
67 |
14.7 |
19.69 |
1025 |
3.853 | ||
|
dag- |
12â 2 |
176 |
16.8 |
59.14 |
1023 |
9.310 | |
|
2â S |
100 |
8.5 |
17.00 |
1023 |
5.290 | ||
|
:5â 4 |
90 |
2.0 |
3.60 |
1024 |
4.968 | ||
|
;h. |
4â12i 390 |
23.8 |
185.64 |
1032 |
28.704 | ||
|
1284! |
550.69 |
=2.01 |
28.725 | ||||
|
Kr. HC1. | |||||||
|
9 -gt; w 3. tr. âi - |
o C3 Ja | ||||||
|
n. |
Kot. 14. |
o w |
K 0 = |
S. g. |
Fixa. |
Aanmerkingen. | |
|
cc. |
CC. |
CC. |
gr- | ||||
|
gr. 5. |
12â 8 8â 9 9â10i |
440 63 145 |
21.0 21.0 10.3 |
184.80 26.46 29.87 |
1021 1023 1019 |
21.252 3.080 6.337 |
Ac »alic. 3.365 gr. Tn poeders, a. 11 /, uur 1 poeder. |
|
s. oxx. |
I0i-ll |
120 |
9.0 |
21.60 |
1014 |
3.864 | |
|
P- |
11â12 |
158 |
8.0 |
25.2S 101L |
3.997 | ||
|
12â 2 |
293 |
11.0 |
64.46 |
1015 |
10.109 | ||
|
nnen; |
2â 3 |
116 |
9.0 |
20.88 |
1022 |
5.870 | |
|
om omen |
3â 4 |
86 |
8.0 |
13.76 1024 |
4.747 | ||
|
4â12 |
610 |
17.Ã |
207.40 |
1023 |
32.269 | ||
|
2031 |
594.51 = |
=2.170 gr. 11 CI. |
9175 25 | ||||
64
|
T A I | ||||||
|
Nov. 15. |
Hoev. |
^ -^ s. a ë K s o |
'/, âN.HKaO Totaal. |
S. g. |
Fixa |
Aanmerkingeu. |
|
cc. |
CC. |
CC. |
gr- | |||
|
12â 8 |
420 |
22.2 |
186.48 |
1025 |
24.150 |
Ac. salieyl. 5.042 gr |
|
8â 9 |
60 |
20.8 |
32,16 |
1028 |
3.864 | |
|
9â10 |
90 |
13.0 |
23.40 |
1022 |
4.554 | |
|
10â11 |
90 |
12.0 |
21.60 |
1021 |
4.347 | |
|
11-12.1 |
232 |
9.0 |
41.76 |
1014 |
7.470 | |
|
m- 2 |
151 |
16.3 |
49.23 |
1020 |
6.946 | |
|
2â 3 |
125 |
13.0 |
32.50 |
1022 |
6.325 | |
|
3â 4 |
78 |
12.0 |
Is,72 |
1025 |
4.485 | |
|
4â12 |
680 |
23.3 |
316.88 |
1026 |
40.664 | |
|
1926 |
722.73 |
=2.637 |
102.805 | |||
|
gr. HC1. | ||||||
|
Nov. 17. |
Hoev. |
â /..N.HKaO p. 50 cc. ur. |
o 03 M ^4 2 « W « |
S. g. |
Fixa. |
Aanmerkingen. |
|
CC. |
CC. |
cc. |
gr- | |||
|
12â 8 |
394 |
30.7 |
241,92 |
1027 |
24.467 |
Geen Ac. sal. |
|
8â 9 |
66 |
28.2 |
37.22 |
1029 |
4.402 | |
|
9â10 |
60 |
20.0 |
24.00 |
1027 |
3.726 | |
|
10 â 11 |
80 |
15.0 |
24.00 |
1023 |
4.232 | |
|
11â12 |
120 |
12,2 |
29.28 |
1018 |
4.968 | |
|
J 2â 2 |
224 |
15.7 |
70.33 |
1019 |
12.029 | |
|
2â 3 |
80 |
19.9 |
31.84 |
1024 |
4.416 | |
|
3â 4 |
60 |
19.1 |
22.92 |
1026 |
3.588 | |
|
4â12 |
508 |
23.0 |
233.68 |
1031 |
36.220 |
Sterke Salicyl.-reactieJ |
|
1592 |
715.19 |
=2.61 |
quot;98^048 | |||
|
gr. HCI. | ||||||
65
E L VU.
Nov. 16-
Totaal.
Fixa
'W
Aanmerkingeu.
cc. 390 C4 52 64 58 1 55 61 60 450
cc.
29.2 24.5
19.5
21.6 23.4
25.3 23.1 23.8 30.0
cc. 227. 31. üO. 27.
27. 78.
28. 28.
270. 739.
12â 8
8â 9
9â10 10â11 11â12 12â 2
2â 3 ;iâ 4 4â12
76 1028 36 1028 28 1030 65 1030 14 1032 43 1030 18 1030 56; 1030 OOl 1030 36=2.699 Kr. HCl.
|
1354 91.605 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
25.116 3.042 gr. Ac. salicyl.
4.122 3.588 4.416 4.269 10.695 4.209 4.140 31.050
gl'-
or,
T A B
Fixa. Aanmerkingen.
5S5.96=2.138 gr. HC1
|
Nor. 19. o gt;; a 3 W o Wo Totanl. S. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Geen spoor salicyl volgens Y v o n aan te toonen. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1304 88.lt;)97 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
NB. Wegens den te vroeg invallenden avond alles een half nur vervroegd. Salie. natr. 4.122 gr. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
07
E L vm.
Nov. 20.
Totaal.
S. g.
Fixa.
a
Aanmerkingen.
CC.
250 45 60 106
58 1:39 SO 4.:i| 650,
cc. 39.5 27.2 12.S 9.7 7.0 22.5 9.0 11.0 16.0
1034 1032 J 024 1024 1030 1037 1030
1035 1029
1431
12â 8
Sâ 9 9â10 10â11 11â12
12â 2
2â 3
3- 4'| 3fâ12
cc. 197.50 24.48 15.36 20.56 8.12 52.55 11.20 9.46 2ÃS.00
557.23=2.034 gr. HC1
gr-
19.550 3.312 3.312 5.851 4.002 9.911 5.520 3.462
43.555
98.275
Sal. natr. 4.122 gr.
R.
Sal. natr. 8. 244 Syr. aur. 30. Aq. eoïïi. q. s. ut fiat mixt. III 200.
S. a. '/i quot;⢠lOce., te beginueii om S'/j uur. 9'/» Salicyl-reactie.
O ..
w s
O .
^ e.
Totaal.
Fixa.
S. g.
Nor. 22.
Aanmerkingen.
cc. cc. 248 40.3 33 32.6 70 17.3 69 12.0 65! 14.8 13.5 3.8 4.0
12-
7 iquot; 8i-H-lüi-114-
H-2A-
3i-
1035
1036 1030 1027 1025 1025 1021 1025 1029
Salie. natr. 6.18 gr.
- 74
- »4
- 94 -104 â 114
- H
- H
- 34
- 12
150 126
891 670
cc. 199.89 21.52 24.22 16.56 19.24 40.50 9.57 7.12 16.0 214.40
gr-
19.964 2.732 4.830 4.285 3.738 8.625 6.086 5.118
44.689
553.02=2.018 100.067 gr. HC1
1520
5»
68
à A B
^3 ^ a â
w s.
K ë
o
i
Totaal.
S. g.
Nov. 23.
Fixa.
I
Aanmerkingen.
cc,
30.4 26.0 16.0
10.5 13.0 15.2
4.0 5.0 26.2
cc. 188.48 21.32 21.76 14.91 18.80 50.79 10.40 8.30 j 24-9.42:
cc. 310 â 41 68 71 76 167' 130 83 i 476
Salic, natr. G.18 gr.
- 7|
- 81
- 9|
-10i
'li 2
quot; lè
-2^ ~ 2
- 'H -\-z
12-
71-8|-9i-10 iâ lli-U-2è-3è-
1422
1033
1034 1026
1023 1025 1027
1024
1027
1028 584.18=2.132
ar.HCl.
gr-
23.529 3.2 06 4.066 3.756 4.270 10.371 7.176 5.154 30.654j 927182
«s
M 0quot;
W «
yj O »o
1
Totaal. S. g.
Nov. 25.
Fixa. Aanmerkiiigen.
|
- n - Si - 9| -10i -Hè - U quot; 2i - H -12 |
|
Spoor Salie, reaet. Geen Sal. reactie (methode Yvou). | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
12-n-
SI-
9è-101-lli-4-H-3i-
69
E L IX.
Aautnerkingen.
CC.
194.56 26.88 32.50 22.93 21.76 64.75 23.00 13.86
215.90
20.608 Geen salie, natricus. 3.202 4.140 5.860 3.754 9.660 6.084 4.428,
45.276 Sterke salicylreactie.
12-7è-
â «è - H -101 -uil â u
_ â¢) L
Si I 12 1
8i 9i 10i lli U
01_
quot;Hâ
cc. cc. 7èl 256 38.0 48| 28.0 75! 15.0 98 1 1.7 68 16.0 175 18.5 115 10.0 77 9.0 ! 635 17.0 Ã5Ã7
Nov. 2-4.
10;gt;5 1029 1024 1026 1024
1024 102:5
1025 _ 1031
606.14=2.2121103.012 Ki-. HC1._
O Ã M 3 |
a 8 !
Fixa.
Totaal.
S. g.
nüv. 26.
Aanmerkingen.
cc. 34.4 20.0 14.2 10.4 10.0 17.0 4.2 2.0 18.0|
cc. 185.76 22.00 21.30, 16.64 18.20, 52,36 9.41 3.24 194.40:
CC.
270 55 75 80 91 154 112 81 540
lli
n 21
3i 3.1â12
21-2
1458
12 â
n-8i â
9Ãâ101
101â
Ui-
H-
7i
1033
1025 1024 1023 1022
1026 1022 1027 1032 :
523.31=1.910 er. HC1.!
20.493 3.163 4.140 4.232 4.605 9.209 5.667 5.030 39.744
90.283
70
TAB
io -
1 * 2 a s
Nov. 27.
Fixa.
Aaumerkingeii.
Totaal. S. g.
i
cc. i 36.5! 32.5 17.5 18.5 20.0 5.0 7.5 27.0
cc. 280 75 60 55 130 !)8 67 301 1150
7|! y
1Ã2S 1026 1026 1025
1025 1022
1026 1031
Kli-
I I 1
1 1 2
U-
'gt;i_ ~ 2 3i
Defaeeatie; niet gebonden.
12
n.
0âioi
-ui
⢠u -
- ai â 12
cc. 170.20 11.70 18.00 17.16' 45.50 6.S6 4.96; 107.00
510.38=1.86 sir. HCl.
gr-
18.032 4.485 3.588 3.163 7.475 5.155 1.007 28.002 63.997
|
Aanmerkingen. Salie. amm.: 4 gr. R. Ac. salie. 3.365 Amm. liq. q. s. ad. satur. Syr. aurant. 10 aq. com. q. s. ut fiat mixt. 100 S. a. 110 u. 10 cc. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
71
E L X.
W ^
W S
K S 0 . i
I ^ ^ 1
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Nov. 30. tl O i; 03 â Totaal. S. g. Fixa. Aanmerkingen. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
cc. 178.56 24.84 20.80 20.40 22.;i2 55.86
25.08
21.09 227.94
Salie. amm. -1 er.
12-7A-Si-
H-10i-
1U-li-u-
34-
-
- 8i -
-101 -11 è
- U
- 2A
- 3è -12
596.89'
cc. cc. 310 -28.8 54 2:3.0 65 16.0 85 12.0 72 15.5 147 10.0 J14; 11.0 95 11.1 786 14.5 17281
1031 1027 1027 1025 1025 1025 1022 1025 1027 =2.179 gr. HC1.
22.103 3.353! 4.037 4.S88 4.140 8.453 5.768 5.463 48.811
107.016
1
72
TABEL
W ë
Dec. 1.
Totaal.
S- g-
Fixa.
Aaumerkingeu.
cc. 3fi0 39 â¢14 67 55 140 111 94 563
1473
cc. 28.8 26.0 i 8.5 20.0 26.5 21.0 15.0 13.4 30.0'
g'--
24.012 2.691 3.036 4.623 3.542 8.050 5.617 5.189
37.552
Salie. amm. 6 gr.
1029
1030 1030 1030 1028 10^5 1022 1024 1029
S|
9f
1 a
1 4
10|
Hf
li- 2i 21- li aiâ 12
SJ- 93 lOf Hf
7-ï-
12â 75
754.96=2.756 94.312 «r. HC1
cc.
207.36 20.28 16.28; 26.80 29.15 58.80 33.30 25.19
337.80
Aanmerkingen.
Dec. 3.
w
cc.
294 42 80 63 63 192 126 590
12â 71
n-
8|-9|-
- n
â 10|
10|âllf Uf- 21 2i- 3i 3iâ 12
|
o ra 3 w j 03 = Totaal. ! S. g. Fixa. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Geen salie. amm. 'S avonds lUOccmeer gedronken dan volgens het dieet. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
»
1450
73
1
â
ABEL XI
a § :
(_⢠o Totaal. ; S. g. Fixa.
Aaumcrkiugen.
gril.390 | 3.335 3.800 | 3.602 3.528 8.970 6.882 5.175 40.84S,
Salie. amm. 6 gr.
1027 ] 026 1026 1022 1025 288,00
CC. |
240.00! 1031 35.00; 1029 21.48 1028 19.14 25.37 58.50 27.20 19.80
735.39=2.684 97.530 ar. HCI
|
Aanmerkingen. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
75
TABEL XIII.
Fixa. p. 100
Hoev.
Fixa. p. 2 4 uur.
Dal urn.
Aamnurkiugeu.
Aciditeit | Aciditeit p. 24 uur. p. 100
P-24uur- iu HOI.
|
1565 cc. 1308 1280 1218 1290 1284. 1573 112031 \b\l926 16 1354. 17 1592 18 1425 19 1301. musi 21 1174 22 1520 23 1422 24 1547 25 1473 26 1458 27; 1159 28 1411 291370 3017 28 Dcc. 11473 21494 3 1450 4 1359 Nov |
1.691 gr. 2.032 1.820 1.861 1.943 2.010 2.055 2.170 2.637 2.699 2.610 2.498 2.138 2.034 1.859 2.018 2.132 2.212 2.411 1.910 1.863 1.918 1.939 2.179 2.756 2.684 2.696 2.252 0.108 gr 0.155 0.142 0.149 0.150 0.156 0.131 0.107 0.137 0.199 0.163 0.175 0.164 0.142 0.158 0.133 0.155 0.143 0.164 0.131 0.161 0.136 0.142 0.126 0.187 0.182 0.186 0.165 84.053 gr. 82.000 84.950 83.431 86.234 82.725 86.341 91.525 102.805 91.605 98.048 94.960 88.697 98.275 85.208 100.067 92.182 103.012 92.700 96.283 63.997 80.467 86.241 107.016 94.312 97.530 99.101 87.549 5.36s 6.269 6.636 6.685 6.684 6.443 5.489 4.506 5.338 6.765 6.158 6.664 6.802 6.867 7.258 6.583 6.482 6.659 6.293 6.603 5.522 5.703 6.294 6.193 6.403 6.528 6.834 6.442 gr. |
3.024 jrr. ac:. salie. 3.365 5.042 5.042 )) )gt; » ff ff ff geen salicylreaclic. 4.122 gr. sal. natr. 4.122 â â â 6-IS â â 6-18 â â â geen salicylreactic. 4 gr. sal. amm. |
84.630 6.475
1307
1.865 0.143
76
uren verzamelde hoeveelheid urine staat opnetee-kend, blijkt dat gedurende den nacht de afscheiding het geringst is; dat tusschen 8 en 9 uur âQuincke's morgendliche Harnlluthquot; niet meer van eenige waarde is, want steeds vindt men vati 8 lot 10 uren de laagste cijfers; dat na het middageten eene belangrijke vermeerdering steeds aanwezig is en dat des avonds een gemiddeld wordt aangetroffen, hetgeen overeenkomt met liet tusschen 9 en 12 uur 's morgens verkregene.
Salicylverbindingen brengen in deze verhoudingen geene constante veranderingen. Met den invloed op de totale hoeveelheid is het anders gesteld. Tabel Xlll wijst op eene vrij geregelde vermeerdering na salicylgebruik. De hoogste cijfers worden bereikt in de eerste dagen na hel toedienen van salicylzuur; salicylzuur natricum toont weinig invloed op de secretie (zie 20 en 21 November, Tabel XIII.); salicylzuur ammonium doet de dagelijksche hoeveelheid weer klimmen tot 1728 cc. Bevestigd wordt dus door deze waarnemingen, dat salicylzuur als diureticum groote waarde heeft, maar dat de diuretische werking, ten minste onder physiologische omstandigheden slechts een paar dagen blijft bestaan, en dat hiervoor geene groote doses noodzakelijk zijn.
4°. De lijst der soort, gewichten wijst op den invloed van salicylverbindingen op de stofwisseling. Zoo de periode der vermeerderde urinesecretie voorbij is, wordt vrij geregeld eene vermeerdering waargenomen. Zie Tabel VII 10 November; Tabel VIII
77
20 en 21 November. Tabel Xl. 1 en 2 December (hoewel hier minder duidelijk).
De rij der geheele hoeveelheden vaste stollen (zie: Tabel XII) vertoont op de dagen, waarop salicyl wordt toegediend, eene vermeerdering; een verschijnsel zoo constant met het geven van salicyl saamvallend, dat het eene nauwkeurige beschouwing meer dan waard scheen en daarom het uitgangspunt vormde voor eene derde reeks van waarnemingen.
5°. Ten einde beter den invloed van salicylprae-paraten op de aciditeit met door anderen verrichtte bepalingen te kunnen vergelijken, werd de totale hoeveelheid ,/l0 Normaal Alcali uitgerekend, die voor volkomene neutralisatie der in 24 uur afgescheiden urine noodig zou zijn en, wetende dat 10 cc. l/10 N. Kaliloog 10 cc. '/^ N. Zoutzuur (= 0.0365 gr.) volkomen neutraliseeren, de aciditeit der urine in zoutzuur uitgedrukt. Zie Tabel XIII met de daarbij behoorende curve.
Hieruit is af te leiden dat na het toedienen van salicylzuur en salicylzuur ammonium de totale aciditeit snel toeneemt, om, zoodra de toediening gestaakt wordt, tot het normale te dalen.
Tusschen de hoeveelheid HC1., die aan de aciditeit in genoemde gevallen beantwoordt, en die, welke door salicylas natricus verkregen wordt, is het verschil zeer in het oog springend. Klimt na toediening van salicylzuur en salicylzure ammoniak de curve zeer snel, na salicylzuur natrium is dit veel minder het geval. Hierbij stijgt de curve zeer langzaam. Het
78
toppunt wordt bereikt, wanneer reeds met het toedienen van dit zout is opgehouden. Met het verdwijnen van de salicylzuurreactie wordt de aciditeit weer ongeveer normaal om gedurende vier dagen op ééne hoogte te blijven, totdat den 29eu December aan salicylas ammoniae de beurt komt.
Uit de cijfers, die aangeven hoeveel zoutzuur per 100 cc. urine als maat voor de aciditeit mag worden aangenomen en die voor de praktijk derhalve de meeste waarde hebben, zoo verhooging van het zuurgehalte hel doel van ons ingrijpen is, blijkt dat salicylzuur en salicylzuurammonium een hooger percentage geven dan salicylzuur natrium, hetgeen wol de urine iets zuurder maakt, wat reeds door Fleischer ') gevonden is, maar toch te weinig (zoo men ten minste geen grootere doses geeft dan door ons gebruikt zijn) om in dit opzicht groote therapeutische waarde te vertegenwoordigen.
Aan den invloed van salicylverbindingen op de aciditeit kan na het vinden dezer feiten niet meer getwijfeld worden. Waardoor dit echter hot geval is, is niet zoo gemakkelijk aan te toonen als het feit zelf. Moet men denken aan zure salicylverbindingen of derivaten hiervan, aan vrij salicylzuur of aan den invloed van salicylzuur op de digestie of op de stofwisseling en tengevolge daarvan vermeerderde afscheiding van zure zouten?
üit zijn eenige vragen, waarop door mij geen volledig antwoord gegeven kan worden, maar toch
1) Fleischer, Berl. Klin. Woch. 3(.lâ40, pag. ï)19â547.
79
is het misschien mogelijk, aan de hand der literatuur en van eigene ervaring, enkele gegevens te vinden, die tot nauwkeuriger stellen der vragen, mlsscliien tot een antwoord kunnen meewerken.
Welke zijn de lotgevallen van salicylzuur in het organisme?
Baumann ^ hewees in 1870 voor liet eerst, dat vele aromatische stollen gebonden aan zwavelzuur in de urine voorkomen. Zoo vond hij behalve phe-
nylzwavelzuur: | SO.,., ook kressylzwavelzuur
Q IJ
Ka5! SO.,, in paardenurine. Brieger 1) bracht dit
onderzoek op den mensch over en vond bovenal kressylverbindingen. Andere onderzoekers plozen hetzelfde nauwkeurig na en het duurde niet lang of vijf zwavelzure aethers konden in menschenurine worden waargenomen en wel:
Skatoxylzwavelzuur â Brieger.
brandig catechuzwavelzuur â Baumann. indoxylzwavelzuur â Baumann.
behalve de reeds genoemde.
Dautzenberg 2), die zich in zijn proefschrift ten doel stelt na te gaan, of de vorming van zwavelzure aethers aan bepaalde organen verbonden is en die
1
lirieger, Ztschrf. f. phys. Chemie, lid. IV. p. 205.
2
Dautzenberg, Onderzoekingen over de uitscheiding van aether-zwavelzuren na het gebruik van metoxybenzoëzuur.
80
hiervoor in de eerste plaats den invloed van met-toxybenzoëzuur (een isomeer van salicylzuur) op zich zeiven bestudeert, komt tot de volgende resultaten :
a Het vriie zwavelzuur der urine vertoont âslechts zeer onbelangrijke schommelingen bij het, âgebruik van 5 gram metoxybenzoëzuur; bij ge-âbruik van 8 gr. eene niet geringe vermindering.
âIj. Onder het gebruik van 5 gr. ondergaat de âgeheele hoeveelheid HoSO^ in 24 uren nagenoeg âgeene verandering; bij gebruik van 8 gr. wordt âeene niet te miskennen vermindering der geheele âhoeveelheid waargenomen ').
Zoo men dus het ortlio- met hel metoxybenzoëzuur op eene lijn mag stellen, dan zal van de door ons genomen hoeveelheden salicylzuur zeer weinig in aetherzwavelzuren omgezet zijn.
Dat van hel overige salicylzuur hel grootste deel als zoodanig of als zoul wordt uilgescheiden, terwijl hiernaast nog eene aan amidoazijnzuur gebonden verbinding in de urine optreedt, bewees Ber-tagnini1). Dit zuur salicyluurzuur genoemd, koml in de meeste chemische eigenschappen met salicylzuur overeen. Te scheiden zijn deze zuren door de urine met aether te behandelen, en uil den aether
1
Berlagnini, Annalen der Chemie und Pharmacie. Bd. XCVII
p. '248.
81
het in grootere hoeveellieid aanwezige salicylziuir het eerst te laten uitkristalliseeren.
Vrij zeker moet inwendig genomen salicylzuur met de nrine het lichaam verlaten. In de faeces, zelfs in het laatste deel van het jejunum kon door Fürhringer geen salicylzuur aangetoond worden, hetgeen voldoende bewijst, lettende op de bestendigheid der benzolkern, dal bijna alles als aromatische verbindingen per vias urinales wordt gese-cerneerd.
Dat salicylzuur echter onveranderd in de urine in groote hoeveelheid zou worden aangetroiTen, wordt door Fleischer ') op de volgende gronden tegen gesproken;
âAus der Beobachtung, dass man aus dem betref-âfenden Harne mit Aether Salicylsaure ausschütteln âkann, bat man vielfach auf das Vorhandensein ireier âSaüre geschlossen.
âBei der Destination des Harns von Handen, âwelche grosse Gaben Salicylsaure innerlich erhalten âhalten und des Harns von Kranken, welche, au âacutem Gelenkrheumatismus leidend, mit grossen âGaben Salicylsaure behandelt worden waren, babe âicb erst nach dem Zusatz von Sauren zum Harn âim Destillat Salicylsaure nachweisen können. Dage-âgen gelang es mir stets aus dem sauren Harne âbeim Schüttelln mit Aether reichlicbe Mengen von âSalicylsaüre zu extrahiren.quot;
Dat laatste is, volgens hem, echter geen afdoend
i) Fleischer, Deutsches Archiv f. Klin. Medizin. Bd. 19. p. 877.
0
82
bewijs voor de tegenwoordigheid van vrij salicylzuur, want, zoo men zuur phosphorzuur natrium in oplossing scliudt met salicylas natricus onder toevoeging van aether, wordt steeds door den aetlier salicylzuur opgenomen. Het niet overdestilleeren van salicylzuur weegt bij Fleischer veel zwaarder.
Wat ik zelf gezien heb is het volgende;
Welke salicylverbinding men ook geeft, steeds is de reactie na het uitschudden met aether (de buitengewone eevoelisrheid en de intensiteit der ver-
O O O
kleuring in aanmerking genomen) naast die, verkregen, na toevoeging van eenige druppels sterk zoutzuur van weinig waarde. Eenig vrij salicylzuur schijnt dus voor te komen, of men moet met Fleischer aannemen dat dit in versche urine niet het geval is dan door eene geheimzinnige werking van don aether, dus niet dan te gelijk met liet schudden ontstaande.
Ik durf hierin niet beslissen, maar mijns inziens is, mocht ook eene kleine hoeveelheid vrij zuur aanwezig zijn, deze te gering om op den loop der aciditeit van invloed te kunnen zijn.
Verder in aanmerking nemende dat, ondanks het geven van verschillende salicylverbingen de reactie na uitschudden met aether steeds ongeveer dezelfde was1), dat salicylzuur naast neutrale phosphaten
1
Zeer nauwkeurige bepalingen zijn niet verricht. Wij bepaalden ons lot het gebruiken van eene vaste hoeveelheid urine, met steeds hetzelfde aantal ce. aether. Ongeveer 5 minuten werd geschud, dit nog eens herhaald zoo de aether zich niet zuiver afscheidde, ten
83
niet blijft bestaan en dal salicylzuur in liet bloed aan alcaliën en niet aan eiwit1) is gebonden (Fleischer), scliijnt de conclusie gewettigd, dat wij salicylzuur (voor salicyluurzuur geldt hetzelfde) voor het grootste deel niet vrij in de urine aantreffen, maar als zout en wel als een neutraal zout2),
Dat vrij salicylzuur na het geven van de zouten niet in groote hoeveelheid in do urine aanwezig kan zijn, is ook duidelijk, zoo men op Tabel XIV de cijfers nagaat, die daar de totale aciditeit weergeven. Van 0 gram salicylas natricus, twee dagen aaneen gegeven, is op de totale aciditeit geen invloed waar te nemen, hetgeen, hoewel minder dan in de twee eerste reeksen (een feil, waarop later gewezen zal worden) voor salicylzuur en salicylzuur ammonium niet het geval is. Toch leverde hel uitschudden met aether vrij wel hetzelfde resultaat. In die drie yevallen mag om deze reden eene zelfde kleine hoeveelheid vrij salicylzuur aangenomen worden.
Hetgeen ook sterk hiervoor pleit is, dat de urine van patienten die salicylzuur, bel natrium- of am-moniumzout, gebruikten, langer dan normale urine van rotting vrij blijft, terwijl toch salicylzuurnatrium
1
Friedberger, Arehiv für wisseuschaltliche mul praktische Thierheilkimde, 1875. N0 G.
2
Bi nz beschrijft salicylzuur natrium als âwasserfreie ('?) Schüpp-chenquot;, waarvan de geconcentreerde waterige oplossing zuur reageert.
Hagen (l.c) daarentegen noemt kristalwater aan en noemt liet zont neutraal. Aan den laatsteu schrijver hebben wij ons gehouden.
6quot;
84
(de vorm, waaronder salicylzuur vrij zeker gesecer-neerd wordt) geene antiseptische eigenschappen bezit. Zeker is hierop de vermeerderde aciditeit van invloed , ten minste zoo hel zuur of het ammonium-zout gegeven wordt, maar aan het rottingwerende salicylzuur moet hierbij ook worden gedacht.
Fleischer n.i. heeft aangetoond, dat zoo urine geconcentreerder wordt, ten gevolge van het wankelbaar evenwicht tusschen phosphaten en salicy-laten, salicylzuur vrij wordt. Hoe zuurder de nrine, hoe meer salicylzuur uit aanwezig salicylzuurnatrium zal worden vrij gemaakt, hoe langer de rotting kan worden tegengegaan; hoe sterker alcalisch, al is ook zeer veel salicylas nalricus gebruikt, hoe minder vrij wordt van salicylzuur en hoe eerder rotting optreedt. Deze gevolgtrekkingen, waarvan ik het hypothetische niet kan ontkennen, krijgen steun door enkele proeven, ingesteld om den invloed van salicylzuur op de rotting na te gaan. Steeds werd gevonden, dat groote aciditeit eene eerste vereischte was om urine vrij van bacteriën te houden, en dat, zoo deze gering was, al was het salicylgehalte zoo groot, als in die proevenreeks mogelijk was, de rotting veel eerder intradgt; dan in andere gevallen gevonden werd. Zoodra salicylzuur als inwendig antisepticum ter sprake komt komen wij hierop terug.
Maar hoe is dan de merkbare invloed van salicylzuur natrium op het zuurgehalte der urine te verklaren, zoo aan vrij salicylzuur eenige invloed van beteekenis moet worden ontzegd? Waarin schuilt
85
dan toch de mystische invloed van salicylpraepa-raten'?
De digestie bleef steeds ongestoord; hier kan de oorzaak dns niet scliuilen en derivaten, rechtstreeks uit de gegeven medicamenten af te leiden, hebben geen van allen eenigen invloed op de aciditeit (de aetherzwavelzuren komen gebonden aan alcaliën voor).
Voor salicylzuur en salicylzure ammoniak waren de zure zouten als hoofdbron aan te nemen, maar hoe de toename der aciditeit na het gebruik van salicylas natricus te verklaren? Al zou vrij veel salicylzuur na het toedienen van het natriumzout in de urine worden aangetroffen, van beteekenis voor de totale aciditeit zou dit niet kunnen zijn, omdat, met het ontstaan van het vrije zuur, het afnemen van de zure phosphaten gelijken tred houdt, en de veranderingen in het zuurgehalte hierdoor niet noemenswaard worden.
Verder wil ik nog even wijzen op hetgeen curve Xil ons leert. Wanneer de grootste hoeveelheid salicyl in de urine aanwezig is, zien wij het maximum der aciditeit nog niet bereikt. Dit treedt eerst op, wanneer het innemen van salicylas natricus is gestaakt; een feit, alleen dan te verklaren, zoo deze verandering niet van vrij salicylzuur, maar van veranderingen in do stofwisseling afhankelijk is.
Voor de oplossing van deze vraag meenden wij in de verandering van het soortelijk gewicht eene aanduiding te mogen aannemen. ICen nieuw onder-
86
zoek was daarvoor noodzakelijk, van grooteren omvang dan lol nu loe was verriclil. Het volgen van den invloed van salicyiverbindingen op de stik-stolüilsclleiding, als maat voor de stofwisseling, (hetgeen reeds vroeger dooi' eenige onderzoekers ondernomen werd) was ons doel en, daar de gevolgtrekkingen uil overeenkomstige proeven, vroeger verkregen, zeer uiteen loopen en de gebruikte proefobjecten zoo geheel verschillend waren, scheen het niet overbodig systematisch op nieuw eene reeks bepalingen le verrichten.
Zoo inderdaad aangetoond kon worden, dat hel eiwitverval door salicylzuur toeneemt, zou alles verklaard zijn. Evenals bij een konijn door hongeren de urine zuur wordt, zou onder invloed van sali-cylzure verbindingen bij gelijk dieet do omzetting van eiwit kunnen toenemen en dan zou hel raadsel, waarom door salicylas natricus de urine iets zuurder wordt, zijn opgelost. Bij salicylzuur en salicylas ammoniae zou een deel der toename ook hieraan toegeschreven moeten worden (het overige natuurlijk aan het binden van alcaliën) terwijl voor salicylas ammoniae a priori het besluit gewettigd schijnt, dat ammoniak niet als zoodanig wordt afgescheiden, maar in meer saamgestelde verbindingen wordt omgezet, waardoor het ammoniumzout in werking aan het vrije zuur gelijk zou moeten worden. Door eigen proeven dit te bevestigen hebben wij niet getracht, wegens de daaraan verbondene, bijna onoverkomelijke bezwaren en aan hot bovenstaande is dan ook slechts de waarde te hechten eener
87
hypothese, gesteund door mededeelingen van Sal-kouski ') cn verzonnen om het door ons vvaarge-genornene te verklaren.
liet doel der derde reeks onderzoekingen, waar-
O 1
voor verhuizen naar het Physiologisch Laboratorium noodzakelijk was, daar in het Ziekenhuis mij niet die hulpmiddelen ten dienste stonden, die voor het volvoeren van ons plan niet gemist konden worden, en die mij daar door de welwillendheid van Prof. Donders en onder de leiding van Dr. Hamburger zoo ruim mogelijk werden verstrekt, (waarvoor ik Z.H.G. en zijnen adsistent bij dezen mijnen welgemeenden dank betuig) â dat doel laat zich in korte trekken aldus omschrijven en mo-tiveeren;
1°. Wij wenschten na te gaan in hoever salicyl-verbindingen de stofwisseling wijzigen. Dat hiervoor gecombineerde stikstof- en zwavelbepalingen hooyst wenschelijk waren ligt voor de hand. Maar de resultaten van Dautzenberg '2) indachtig, die na het gebruik van 8 gram metoxybenzoëzuur de totale hoeveelheid S03 iels verminderd vond en die
1
Salkouski. Ztschrf. t'ür physiül. Chemie 1. pag. i.
Hij nam proeven op konijnen mei chloorammonium en vond:
a. Ammoniakzouten door het gebruiken van H^NCl niet van be-teekenis toegenomen.
2
b. Ureumafscbeiding, grooter op de salmiakdagen;
1. Voor zoover overeenkomt met de opgenomen s'ikstol. â¢2. Omdat de eiwitomzetting iets is toegenomen. â¢2) Dautzenberg, I. c. pag. 20.
88
hiervoor uls verklaring aanneemt, dat âdeze vermindering wijst up liet ontstaan eener grootere of kleinere hoeveelheid onoplosbare gepaarde zvvavel-zuurverljindingen (b. v. kalkzonten), die met de faeces worden verwijderd,quot; hoewel deze hypothese niet aan het experiment wordt getoetst, tevens lettend op de door hem voor ureum gevonden toename na het gebruik van 5 gram metoxybenzoëzuur (eene hoeveelheid, die met het door ons steeds gebruikte salicylzuur vrij wel overeenkomt) en niet blind voor de bezwaren, die aan eene nauwkeurige controle der S. afscheiding verbonden zijn, omdat een onderzoek der faeces en van het genomen voedsel op SO3 hiervoor onvermijdelijk zou zijn, meenden wij met stikstofbepalingen te kunnen ontstaan.
Ook zij, die zich vroeger met het bestudeeren van den invloed van salicylzuur op de stofwisseling hebben bezig gehouden, hebben zich, ten minste voor zoover mij bekend is, steeds met stikstofbepalingen tevreden gesteld. Maar wat zij niet deden was het verwaarloozen van het N. gehalte der faeces.
Waarom werd dit bij dit onderzoek wel gedaan, en tevens het stikstofcijfer van hel dagelijksch voedsel niet bepaald, hoor ik vragen?
Hiervoor wil ik het volgende aanvoeren:
a. lederen dag was- het dieet gelijk, voor zoover dit in mijne macht stond. Wanneer deze serie aanspraak maakte op overgroote nauwkeurigheid, dan had ik, hierop niet vertrouwende, eiken dag van brood, vleesch, aardappelen, groenten enz.,
89
liet stikslofgehalte moeten bepalen. â Maar mij was liet voldoende, van een vast dieet uitgaande, na te gaan, welke veranderingen door salicylver-bindingen in het N. gehalte der urine; ontstonden. Waren deze zoo gering, dat bij eene geregelde leefwijze geene vaste wijzigingen optraden, dan had ilit resultaat voor mij slechts negatieve waarde.
h. Bij liet naslaan tier literatuur bleek voortdurend duidelijk, dal liet N. gehalte der faeces tegenover dat der urine slechts eene fractie is, en het scheen mij daarom niet te gewaagd te besluiten, dat zoo salicylzuur de stofwisseling wijzigde, dit bovenal uit de voor urine gevonden cijfers zou blijken.
Op den naam van stofwisselingsproeven maakt ilit onderzoek dus geen aanspraak. Het stikstof-gehalte der urine te bepalen, was slechts het streven.
Over den invloed van salicylzuur op de stofwisseling zijn mij maar enkele onderzoekingen bekend, en deze bieden zulke verschillen aan en de proefobjecten loopen zoo uiteen, dat men hieruit niet vóór of tegen het uiteenvallen van eiwit na het gebruiken van salicylverbindingen zich verklaren kan.
Tn de ,.Jahresb. der Ges. Med.quot; J870, slaat eene dissertatie van Wolfsohn ') gerefereerd, die bij honden (in vier van de zes gevallen), na toedienen van salicylzuur heelt gevonden vermeerdering van N. in de
1) Wolfsohn, Ueber ilie Wirkuiig der Salicylsiiure uiul des salicylsanren Natrons auf den Stolïwechsel. Inaugur. Diss. Koningsbergen.
90
urine, die eeuige dagen aanhield en van tempe-ratuurverliouging vergezeld ging.
Ongelukkig echtei' zijn honden voor yalicyiver-bindingen bijzonder gevoelig. Zoo deelt Germain Sée '), de apostel der salicylverbindiugen in Frankrijk in eene reeks verhandelingen, mede, dat konijnen en honden na het gebruik van 1 tot 2 gr. onder dyspnoe en algemeene krampen stierven en daarom proeven op deze dieren van weinig waarde zijn.
Ook Virchow (Carl) ~) maakte met deze voor honden zeer vergiftige eigenschappen van salicyl kennis. De proeven van Wolfsohn en Salkowski (deze had voor benzoëzuur bestudeerd, hetgeen gene voor salicylzuur had ondernomen), werden door hem herhaald, en al komt hij tot het resultaat: âder Genuss von salicylsaurem Natron bewirkt beim Hunde im normalen Ernahrungszustande keine Ver-minderung der Eiweisszersetzung, sondern eben-falls eine starke sofort eintretende und sehr roich-haltige Vermehrung des Eiweisszerfalleszijn hond was na het gebruiken van 5 gr. salicylas natricus zoo ziek, dat verder experimenteeren niet meer mogelijk was.
Uit deze proeven te besluiten tot eene vermeerdering van N. afscheiding onder den invloed van salicylzuur bij een gezond individu schijnt mij te gewaagd.
1) Germain Sée. Etudes sur l'acide salicylique et les salicylas etc. Bulletin ile 1'Académie de Med. 20 en 27. pag. 689.
2) C. Virchow, Zeitschril't f. phys. Chemie, lid. VI. pag. 78.
91
Bauer en Künstie ') hebben de werking van salicylzLiur in antipyrelisclie doses op de omzetting van eiwit nagegaan. Stikstofbepalingen van taeces en urine geven hiervoor de maat, en het resultaat, waartoe zij komen 1), is, dat, terwijl do temperatuur afneemt, steeds eene geringe vermeerdering van het stikstofgehalte der urine en van het totale N. cijfer wordt waargenomen.
Hier is echter niet van den invloed van salicyl bij normale stofwisseling sprake. Ook wijst de door Igt;. en K. gegevene verklaring niet op eene directe werking van het natriumzout op de stofwisseling. Doordat de koorts afneemt zouden de nierepithelia weer normaal kunnen gaan functio-neeren en hel door de hooge temperatuur in groote hoeveelheid in het bloed aanwezige circulatie-eiwit, zou, evenals het hooge ureumgehalte, de grootere secretie hiervan na het gebruik van antipyretica verklaren.
Wat mij bij het nazien der tabellen in deze âArbeitquot; hel meest trof, was hel afnemen van de hoeveelheid chloor kort na liet toedienen van sali-cylzure natron. Bij hel bespreken van mijne cijfers kom ik hierop terug.
Verder zegt Binz van een onderzoek van Bau-mann en Herter, dat ook hier met te groote.
1
E. amp; K. 1. c. Curve III. pag. 02.
92
ziek makende doses gewerkt werd. Om conclusien te mogen trekken, die binnen liet gebied der Pliy-siologie moeten vallen, was dit onderzoek dus ook niet geschikt en het naslaan der literatuur leerde mij derhalve, dat de invloed van salicylzuur en van zijne zouten op de normale stofwisseling (wat voor mij alleen waarde had) nog steeds âeine olTene Fragequot; was.
Eigen onderzoek was derhalve noodzakelijk.
De methode, die hiervoor gevolgd werd en bij wier uitvoering mijn vriend Schuurmans Stekhoven zoo goed was mij te helpen, was die van Kjeldalil '); gekozen, omdat zij van de ons bekende stikstolbepalingen de eenvoudigste is, omdat zij viel binnen het gebied der hulpmiddelen, waarover wij konden beschikken en ten slotte, omdat hare veelvuldige toepassing in de onderzoekingen der laatste jaren voldoende aantoont, dat hare resultaten te vertrouwen zijn en hare uitvoering niet aan te groole bezwaren onderhevig is.
Als volgt werd gehandeld â¢
Urine (2.5 tot 3.5 cc.) werd met 30 cc. rookend H2S(\ een uur lang in een kolfje gekookt, met toevoeging van platinadraad om het stooten te vermijden, tengevolge waarvan eenige voorloopige proeven waren mislukt. Na bekoeling werd de vloeistof met 200 cc. water verdund, een paar kleine stukjes zink toegevoegd en hierbij gegoten 150 cc. 30o/o. Natronloog
1) Zlschrf. aniü. Chemie, 1853. pag. 36(1â38-2. C. Arnold, Archiv der Pharmacie. Bd. XXXlll. paj;. 177.
9.'}
(400 gr. per liter). Het destilleeren, wat nu volgde, werd voortgezel tot het destillaat neutraal reageerde en de vrijwordende ammoniak werd in zwavelzuur van bepaalde sterkte opgevangen. Na alloop van de destillatie werd het overtallige zwavelzuur bepaald met Vio Normaal Natronloog, terwijl methylorange als indicator werd gebruikt.
2°. Naast deze stikstofbepalingen werden ter controle de in de urine aanwezige stikstofhoudende verbindingen met salpeterzuur kwikoxyde getitreerd en, zooals gebruikelijk is, op ureum berekend.
Daar de hiervoor door ons gevolgde wijze van bandelen iets afwijkt van de, door Pllüger zelf gewijzigde, Pflüger-Liebig'sche methode1), waarvan de resultaten zoo weinig van de stikstofbepalingen volgens Kjeldahl afwijken ( 0,2o/o), dat Pllüger haar geen ureum-, maar stikstofbepaling noemt, moet ik deze met een paar woorden beschrijven.
Van 40cc.. urine werd uitgegaan. Hieraan werden 20 a 30cc. der bekende basische barytnitraat-oplossing toegevoegd. Koolzuur werd doorgevoerd, om bet overtollige Ba neer te slaan en hierna gefiltreerd. De helft der geheele hoeveelheid werd nu vermengd met zoeveel van eene Nitras argenti-oplossing van bepaalde sterkte, dat al het Cl. aan Ag. gebonden werd, hetgeen van te voren door eene Cl-bepaling was gevonden. Deze massa werd
1
PllügerV Archiv. Bd. XXXVI pag. 102.
04
op nieuw gefiltreerd en de helft hiervan (= lOcc. urine) met salpeterzuur kwikoxyde van een bekend titer getitreerd, met bicarbonas natricus als indicator en eene normale oplossing van natriumcarbonaat voor neutralisatie.
Dat deze bepalingen niet vergeleken kunnen worden met de nauwkeurige van Pflüger en diens leerlingen ontveins ik mij niet, maar de resultaten bewezen mij toch. dat tusschen de stikstof- en ureumbepalingen vrij wel dezelfde verhouding bestond en dat de hoeveelheid N., uit het gevonden ureum berekend, steerls het stikstofcijfer, volgens Kjeldahl gevonden, nabij kwam.
Controleproeven met ureum-oplossingen van bepaalde sterkte gaven een paar percenten N. meer, zoo deze als ureum werd bepaald, dan bij de directe N. bepaling werd gevonden. Daar echter voor de beteekenis van salicylverbindingen op de stofwisseling alleen met de laatste rekening werd gehouden, hebben wij bij deze fout ons neergelegd.
3°. De Cliloorbepalingen werden volgens Vol-hard-Falck !) met nüras argenti, rbodaankalium en ijzernitraat (het oxyde-zout) als indicator verricht. Het was juist naar aanleiding van de tabel in liet reeds vermelde onderzoek van Bauer en Künstle, die behalve het stikstofgehalte na het toedienen van salicylas natricus ook een overzicht der chloriden
1) Neubauer en Vogel. I. c. pag. 321.
05
geven, dat mij liet nagaan van het chloor na het geven van vrij groote doses salicylpraeparaten zeer wenschelijk scheen. Daar deze chloorbepalingen, zoo ureum met salpeterzuur kwikoxyde werd bepaald, toch moesten plaats hebben, werden zij, als onderdeel van hetgeen wij ons voorstelden te onderzoeken, opgenomen, hoewel zij schijnbaar met bet door ons behandelde onderwerp niet in verband staan.
4°. Het phosphorgehalte trok onze aandacht, omdat zure phosphaten voor het grootste deel de aciditeit bepalen. Deze bepalingen geschieden met eene oplossing van uraanacetaat van bepaalde sterkte, met geel bloedloogzout als indicator.
5°. Evenals in de twee eerste serieën werd de aciditeit tegenover lukmoespapier op de bekende manier nagegaan en hieruit de totale aciditeit per 24 uur berekend. Ook werd gelet op de hoeveelheid der in 24 uur gesecerneerde urine.
0°. De soortelijke gewichten werden steeds opge-teekend, maar, daar door het groote verschil in temperatuur de invloed hiervan niet meer verwaarloosd mocht worden, sedert 20 December reductie op 15° C. ingevoerd.
Uit de gevonden soort. gew. werd het vermoedelijk gewicht aan vaste stollen door vermenigvuldiging met den Haeser'schen coëfficiënt gevonden.
De in 24 uur afgescheiden urine werd in vier porties, van 12â8 uur (nachturine), 8â12 uur (voormiddagurine), 12âG uur (namiddagurine) en
90
6â12 uur (avondurine) verzameld, en daar het korte daglicht het onderzoek der urine op hare aciditeit des middags om 0 uur onmogelijk maakte, werd deze, evenals die van 's avonds bewaard, om den volgenden morgen te worden onderzocht. Dat hierdoor wellicht de gevondene cijfers te laag zijn, is duidelijk, maar daar ditzelfde het geval was gedurende de dagen waarop niet en waarop wel salicyl werd genomen, en het winterweer voor spoedig intredende veranderingen hoogst ongunstig was, kan aan de opgeteekende cijfers geen waarde worden ontzegd.
Het dieet, dat van 22 December tot 7 Januari sevolffd werd. was hetzelfde als in November, be-
O O '
houdens kleine wijzigingen, die op de tabellen vermeld staan. Het lich. gewicht, den lGequot; December 90 K.G., was den 26e|gt; 89.4 K.G. en den 8en Januari 89.17 K.G.
Beter dan bij de vorige experimenten werden de salicylpraeparaten verdragen. Verschijnselen van nadeeligen invloed op maag en darmen werden nooit waargenomen. De lichte pyrosis, die vroeger bij bet gebruiken van acidum salicylicum soms optrad, werd nu, daar steeds de salicylzuur bevattende ouwel met melk werd ingenomen, geheel quot;emist. De defaecatie bleef normaal. De aantee-
O
koningen hierover geven aan, dat deze slechts 3 keer 2 maal daags plaats had en dal abnormale consistentie steeds afwezig was.
Oorsuizingen waren slechts gering, hartkloppingen, albuminuric (met 11N03 nagegaan) en dofheid
97
van geest nooit aanwezig , zoodat uit de subjectieve verschijnselen mag worden afgeleid dat de werking van sal icy 1 aan intensiteit was afgenomen. De medicijnen, behalve de poeders, werden eiken dag-door mij zeiven klaar gemaakt. Salicylas ammoniae (6 gr.) en salicylas natricus (6.18 gr.) werden in eene mixtura van 100 cc., met syr. aurantiorum tot corrigens, in vijf porties van 20 cc. om 10 uur, 11 Va, 1, 3, en 41/2 uur gebruikt. Salicylzuur (5 049 gr.) werd in 10 porties, om de drie kwartier, te beginnen om 10 uur des morgens, genomen, zoodat om kwartier over vijf ure de laatste poeder was verorberd.
Den 22:1 December werd begonnen. Vier dagen werden geofferd om het organisme weer in het gareel te brengen en onder normale omstandigheden dat alles te bepalen, wat wij ons hadden voorgesteld. Dubbel noodzakelijk was dit, omdat ik nog de nawerking ondervond van een paar feestdagen, naar aanleiding van het promoveeren van een mijner clubgenooten. Hun invloed is, zooals het beschouwen der cijfers zal leeren, niet zonder betee-kenis voor ons resultaat; maar, aangenomen, dat wij ons bij het begin der proeven niet. in dien toestand van stikstofevenwicht bevonden, die zoo gaarne gewenscht werd, maar waarop wij niet langer konden wachten, omdat ons onderzoek in de Kerst-vacantie afgeloopen moest zijn, dan nog bieden onze cijfers enkele merkwaardigheden aan, die onze aandacht ten volle waard zijn.
98
Eene enkele opmerking zij echler geoorloofd.
Daar ik mij nog nooit met experimenten van dezen aard liad bezig gehouden, durf ik nicl beslissen in hoever voor de huishouding van ons organisme een zuiver stikstofevenwicht in 24 uur denkbaar is. Bekend is toch, dat bij eene normale stofwisseling eene zekere periodiciteit van tal van verschijnselen bij sommige dieren is waargenomen. Zulk eene schommeling is ook gevonden voor de ureumsecretie hij den mensch. Genth 1) lieeft namelijk aangetoond, dat ook bij hetzelfde dieet do ureumuitscheiding in meer of minder regelmatige perioden kan verloopen. Is steeds voldoende water gedronken, dan zijn die perioden bij zijn onderzoek schommelingen van 40 tot 29.9 gram ureum.
Voor de overige stollen, die per vias urinales het lichaam verlaten, o. a. chloriden en acidum uricum werd deze periodiciteit niet gevonden.
Zou dit misschien hij mij ook het geval geweest zijn? Het, is bijna niet aan te nemen, dat een ongeregeld leven, gedurende een paar dagen, tot zulke enorme stikstofcijfers zou voeren als bij mij in de eerste dagen van mijn onderzoek wordt aan-getroffen; cijfers, die volkomen vertrouwen verdienen, omdat zij vrij wel met het gevonden ure-umgehalte overeenkomen. Mijns inziens is het waarschijnlijk, dat de ureumsecretie bij mij periodiek verloopt en dat ik van den 22en December tot
1
Genth, Uebpr den Modus der Harnstoflausscheidiing. Plliiger's Archiv. Ud. XXXV. pag. 584.
90
6 Januari juist in zulk eene periode was. Zoo dil het geval geweest is, was het toeval mij gunstig, want viel het begin van mijn onderzoek met het midden eener schommeling saam, dan zou waarschijnlijk aan salicylverbindingen toegeschreven worden , wat zuiver physiologisch was.
De buitengewone ureumcijfers '), die door mij nog nooit waren waargenomen, en die mij in den aanvang, toon de apparaten voor de stikslofbepa-lingen nog niet in orde waren, aan mijne methode deden twijfelen, vond ik bij waarnemingen van anderen terug. Zoo vindt Koch 1) bij zich zeiven in de nachturine eveneens 4o'0 lot 50/o, een enkele maal zelfs 5.260/0. Ook hierdoor werd ik versterkt in het geloof, dal, hetgeen ik gevonden had, nog lag binnen physiologische grenzen.
Laten deze opmerkingen de inleiding zijn lot hel beschouwen van de in Tabel XV tot en met Tabel XVIII opgeteekende cijfers. Tabel XIV geeft een overzicht van de per 24 uur gesecerneerde urine, van de totale hoeveelheid HC1 (als maal voor de aci-dileil), PjC^, NaCl, ureum, stikstof en vasle bestand -deelen, hierin aanwezig, terwijl hiernaast uitgerekend staan de respectieve hoeveelheden per 100 cc.
De dagen, waarop salicylpraeparaten werden gebruikt, zijn 26 en 27 December (sal. amvn. 0 gr.).
1
C. F. A. Koch, Ueber die Ausscheitliug des Harnstoffs unit der anorganisclien Salze mit dein Ham unter dem Einlluss künstlich erhöhter Temp. Ztsclir. f. Biologie. Deel XIX. N. F. 1 pag. 447.
100
Totaal
Hoeveelheden.
Datum. Dec.
Tot. aeiditeit: Tot. aciditeit
1U Vlo
N. HKaO. in HC1.
Kel. acidit. p. lOOcc.
TA quot;tL
Rel. P.O.
1
p. lOOcc.
gr-0.2664
cc. 699.44
22
11 I' 1] 1( l;
lc 11
12
8 13 17 19 13. 15. 19.
0.1485 2.378
0.1653 0.1510 0.1237 0.1584 0.1508 0.1283 0.1068 0.1618 0.1785 0.1557
2.462
2.2108 1.9009 1.6848 1.8046 1.8511 1.6848 1.7422 2.1523 2.1703 1.9991
2.7007 2.7077 3.023 2.889 3.1701 3.0398 3.1933 2.8688 2.9543
31
Jan. 1
2
3
4
5 i 1216
6 I 1284
23 1279
I
24 1J 27
25 I 1099 2(5 \l311*~)
27 TSÃG
28 1337
29 1259
30 13) 1363 1139 1208 1313
?) 1632 1330
cc. 1293
633.56 1 2.202
473.14 1.645
532.22 â 1.850
546.64 1.947 *)
620.83 533.82 473.60 506.78
519.84 473.13 489.26 604.40 609.48 561.39
gr-2.431 i)
0.1722 3.074 j 0.2430 0.1459 2.400 1 0.2121 0.1683 2.558
0.2337 0.1814
0.1841
0.2145 '
0.1987
0.2654
0.2392
0.2414
0.1863
0.2401
0.2359
0.2301
gr. gr.
0.1880 3.445
Aanmerkingen:
1) lO.öcc Vlo N. HKaO = lOec â /.â N. Oxalznur.
2) Sal. amm. 6 gr. de die.
3) Sal. natr. 6.18 gr. de die.
4) I0.25cc. N. HKaO = IOcp. '/.o N. Oxalzuur
101
|
A B Occ. 164 130 121 537 ?14 |
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5) Tc weinig, daar 2 van de 4 porties niet niet NSjCOj geneutraliseerd zijn. 6) Den M/i2 begonnen met het reduceeren Tan liet S. g. op 15° C. 7) 5.019 gr. An. sal. in poeders. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
E L XIV.
341
145 '
987
654
392
414
863
401
359
301
102
TAB
|
Aciditeit. |
os |
| NaCl. | |||||||
|
es o |
Urcn. |
Hoev. 1 |
S. g. |
o 0 1 o* |
Totaal. |
c5 O O |
Totaal. |
O O O di |
Totaal. |
|
Dec. |
12â8 Sâ12 |
CC. | 372 1023 202,1023 |
CC. 29 20 |
CC. 215.76 80.80 |
gr- 0.121 0.069 |
gr- 1.125 0.348 |
gr-0.028 0.078 |
gr- 1.042 1.576; | |
|
22 |
12â6 |
345 1027 |
25 |
172.50 |
0.104 |
0.897 |
0.122 |
4.209 | |
|
6â12 |
374 |
1028 |
30.8 230.38 |
0.115 |
1.075 |
0.089 |
3.328 i | ||
|
1293 |
699.44; |
3.445 |
10.155 | ||||||
|
1279; | ||||||||||||||||||||||||||||||
|
300 1029 34 204.0 0.136 1.020 0.046 0.282
23 112â6| 350 1030| 18.5 129.5 0.083 0.726 29.51 226.56 0.109 1.046 633.56 3.074
|
0.043 |
1.290 |
|
0.108 |
2.646 |
|
0.139 |
4.865 |
|
0.136 |
5.222 |
|
14.023 |
;12â8 8 â 12
245 1027! 15
73.5
6â12 384 1032
24
103
â
|
gr. 0.21186 kolfje gekrsten 7.939 verin.: 0.19871 12.178 0.1602 17.503 0.21153 53.207 gr. 0.419 0.:39.3 0.:}53 0.468 |
4.0139 t; 5.52690, 7.91122 25.34325 |
1 9.6 f 9; Dieet als in November. lC.686j 10.5 cc. i/jQ N. Kali-i loog = 10 cc. '/ju 2 1.426 N. Oxal/,. 24.086: --;699.44cc.'i/10N.HKaO 75.877 = 666.13 cc. '/jq Oxalz.=: 2.431 gr. HC1. |
|
0.502 15.060 0.225208 0.404 9.898 0.18666 0.359 12,565 0.16226 0.523 20.083 0.23037 57.606 |
6.75624 4.57317 5.67910 8.84621 25.85472 20.010 15.214 24.150 28.262 87.636 |
Dieet als gisteren. 633.56CC.1'joN.HKaO = 603.39 cc. i;l0 N. Oxaiz. = 2.302 gr. IIC1. |
0.524 0.457 0.401 0.540
20.2 49 10.433 24.598 23.957 79.237
14.882 7.403 13.835 18.144 54.264
0.246796 kolfje geliarsten
verm.: 0.21113 i 0.172041|
0.24546
7.00901 3.42031 5.93541 8.24746 24.61219
Uieet: als gisteren.
473.14cc.i/1oN.HKaO = 450.61 cc. Vio N. Oxalz.â1.645 gr. HC1.
's avonds gegeten: veel vleesch, 1 ei, 4 wafels.
1
104
T A B E I
|
s |
Aciditeit. |
O, |
NaCl. | |||||||||
|
eö P |
uren. |
hoev. |
S. g. |
O i O ó- ! |
Totaal. |
p. -lOcc. | |
totaal. |
p. lOcc. |
totaal. |
i |
p.10 | |
|
12- |
-8 |
cc. 254 |
1030 |
cc. 35 |
CC. 177.80 |
gr- 0.129 |
gr-0.820 |
gr-0.021 |
gr- 0.533 |
gr 0.5 | ||
|
Dec. 25 |
8â 12- |
12 -6 |
165 355 |
1028 1032 |
17.7 15,6 |
58.41 1J0.76 |
0.054 0.081 |
0.223 0.719 |
0.105 0.146 |
1.733 5.183 |
0.5 0.4 | |
|
6â |
12 |
325 lOD'.i |
1030 |
28.5 |
185.25 532.22 |
0.098 |
0.796 2.558 |
0.098 |
10.634 10.634 |
0.5 | ||
|
12- |
-8 |
1 300 1030 |
32 |
192.00 |
0.017 |
0.878 |
0.042 |
1.260 |
0.5 | |||
|
26 |
8â 12- |
12 -6 |
160 1030 495 1031 |
16.5 12. |
52.80 118.80 |
0.044 0.049 |
0.176 0.606 |
0.121 0.123 |
1.936 6.089 |
0.4 0.3 | ||
|
6â |
12 |
416 |
1031 |
22. |
183.04 |
0.069 |
0.718 |
0.095 |
3.952 |
r |
0.4 | |
|
1311 |
546.64 1 |
2.378 |
13.237 1 | |||||||||
|
12- |
-8 |
304:1033 |
30.5 |
185.44 |
0.118 |
0.897 |
0.055 |
1.672 |
0.4 | |||
|
27 |
8â 12- |
12 -6 |
164 460 |
1032 1030 |
19.) |
62.65 |
0.057 |
0.234 |
0.131 |
2.148 , |
0.4 | |
|
6â |
12 |
428 |
1032 |
20.5 |
175.48 |
0.066 |
0.703 |
0.116 |
4.965 | |||
|
1356 | ||||||||||||
|
12- |
-8 |
260 |
1035 |
42. |
218.40 |
0.145 |
0.943 |
0.0499 |
1.297 |
0.' | ||
|
28 |
8-12- |
12 -6 |
212 415 |
1030 1030 |
20 18.1 |
84.80 150.23 |
0.053 0.052 |
0.281 0.540 |
0.133 0.148 |
2.819 6.142 |
0.' 0.. | |
|
6- |
-12 |
450 |
1030 |
18.6 |
167.40 |
0.062 |
0.698 |
0.109 |
4.905 |
0.^ | ||
|
1337 |
620.83; 1 |
2.462 |
15.163 | |||||||||
105
I B E L XVI.
|
Ui- |
e u m. |
Stik |
stof. | ||||
|
1. |
i' |
gt;. lOcc. |
totaal. |
p. lOcc. |
totaal. |
Fixa. |
Aanmerkingen. |
|
33 |
gr- 0.586 |
gr-13.919 |
gr- 0.2548 |
gr- 6.4719 |
gr-17.526 | ||
|
33 |
0.548 |
9.669 |
0.2156 |
3.5574 |
10.626 | ||
|
83 |
0.409 |
14.519 |
0.1760 |
6.2480 |
26.128 | ||
|
34 |
0.541 |
17.583 |
0.2212 |
7.1890 |
22,425 |
'Savonds: 1 ei, \cel vlecsch, 3 glas warme wijn. | |
|
34 |
tv |
55.690 |
23.4663 |
76.705 | |||
|
60 |
0.551 |
16.530 |
0.25853 |
7.7559 |
22.080 |
Sal. amm. 6 gr. | |
|
36 |
1 ⢠|
0.468 |
7.488 |
0.21616 |
3.4586 |
11.040 | |
|
89 |
0.350 |
17.325 |
0.14989 |
7.4196 |
35.294 | ||
|
52 37 |
t. |
0.432 |
17.971 59.314 |
0.19190 |
7.9830 26.6171 |
29.661 98.075 |
Titer; lü.?5cc. 1 )0 kali = lOcc quot;/.o oxalz. 546.64 ee. zr 533.31 N. HKaO. Vlo cc. Oxalz = 1.947 gr. HC1. |
|
72 48 65 |
0.480 0.450 |
14.592 7.380 |
0.23753 0.21060; I 0.16462 , |
23 074 12.070 31.740 | 31.501 |
Sedert quot;/i» S. g. gereduceerd op 15° C. Sal. amm. G gr. KB. De urine van 12â6 door een ongeluk verloren gegaan. | ||
|
i- |
. 1 |
1 |
98.385 | ||||
|
297 |
0.467 |
12.142 |
0.2178 |
| 5.6628 |
20.930 Oorsuizingen tot 's avonds. | ||
|
S19 |
0.418 8.861 |
0.1937 |
4.1064 |
14.628 | |||
|
142 |
0.333 13.829 |
0.15536 |
6.4474 |
â¢7S tJreum bepaald zondor neutralisatie. | |||
|
905 |
0.406 |
18.270 |
0.19126 |
8.6067 |
31.050 â â â 620.S3 '/.o HKaO = | ||
|
163 |
-1 |
53.093(? |
24.8233 |
2.2108 gr. HC1. 95.243j | |||
T A 1
|
a |
S. g. |
A o i d i t e i t. |
P. |
os |
NaCl. | |||||
|
2 4-gt; |
Uren. |
Hoev. |
bü | |||||||
|
Q |
15« C. |
O O di |
Totaal. |
p 4Ãcc. |
Totaal. |
p. lOcc. |
Totaal. | |||
|
CC. |
CC. |
CC. |
gr. |
Sr- |
gr. |
gr- | ||||
|
12â |
S |
34-1 |
1028 |
29 |
199.52 |
0.1171 |
1.0071 |
0.055 |
1.892 | |
|
Dec. | ||||||||||
|
8â |
12 |
190 |
1030 |
19.5 |
74.10 |
0.0584 |
0.2774 |
0.122 |
2.318 | |
|
29 |
12- |
(i |
395 |
1029 |
15 |
118.50 |
0.0754 |
0.7446 |
0.160 |
6.320 |
|
6â |
12 |
330 |
1030 |
24.5 |
161.70 |
0.0814 |
0.6716 |
0.121 |
3.993 | |
|
1259 |
553.82 |
2.7007 |
14.523: | |||||||
|
12- |
8 |
313 |
1030 |
32 |
200.32 |
0.1262 |
0.9875 |
0.064 |
2.003 | |
|
8â |
-12 |
15« |
1031 |
20 |
62.40 |
0.0493 |
0.1923 |
0.125 |
1.950 | |
|
30 |
12â |
6 |
â 408 |
1031 |
10 |
81.60 |
0.0607 |
0.6191 |
0.098 |
3.998 |
|
6â |
-12 |
486 |
1031 |
13.3 |
129.28 |
0.0748 |
0.9088 |
0.094 |
4.568 | |
|
1363 |
473.60 |
2.7077 |
12.519 | |||||||
|
12â |
}) |
340 |
1030 |
29 |
197.20 |
0.1328 |
1.129 |
0.040 |
1.360 | |
|
9â |
12 |
120 |
1031 |
20 |
48.00 |
0.068 |
0.204 |
0.086 |
1.032 | |
|
31 |
12â |
6 |
335 |
1032 |
10.7 |
71.69 |
0.094 |
0.787 |
0.108 |
3.618 |
|
6- |
12 |
344 |
1036 |
27.6 |
189.89 |
0.105 |
0.903 |
0.077 |
2.649, | |
|
1139 |
506.78 |
3.023 |
8.659 | |||||||
|
12â |
-81 |
263 |
1036 |
38 |
199.88 |
0.182 |
1.197 |
0.038 |
0.999 | |
|
Jan. | ||||||||||
|
81- |
â 12 |
190 |
1031 |
18.2 |
69.16 |
0.074 |
0.352 |
0.122 |
2.318 | |
|
1 |
12â |
-6 |
375 |
1031 |
15.2 |
114.00 |
0.0676 |
0.634 |
0.158 |
5.925 |
|
6â |
12 |
380 |
1032 |
18 |
136.80 |
0.0743 |
0.706 |
0.113 |
4.294 | |
|
1208 |
519.84, |
2.889 |
13.536 | |||||||
V
107
A L XVII.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Dieet: zonder afwijkingen. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
2C.738 27.968
J i
|
0.554 |
14.570 |
2.5152 |
6.6150 |
|
0.384 |
7.206 |
1.8985 |
3.6072 |
|
0.313 |
11.738 |
1.5827 |
5.9351 |
|
0.402 |
15.276 |
2.2251 |
8.4554 |
|
48.880 |
24.6127 |
90.029
519.84 cc. '/io II KaO = 1.8511 gr. HC1.
1
108
TAB
E L
|
c |
Aciditeit. |
os |
NaCl. | ||||||||
|
3 OS a |
uren. |
hoev. |
S. g. |
p. 50cc. |
totaal. |
p. 40ce |
totaal. |
p. lOcc. |
totaal. | ||
|
CC. |
CC. |
CC. |
or- |
gr- |
quot;r. |
gr- | |||||
|
12 |
âs |
210 |
1032 |
33 |
138.60 |
0.1775 |
0.9319 |
0.052 |
1.092 | ||
|
Jan. |
8- |
-12 |
189 |
1030 |
18.5 |
69.93 |
0.058 |
0.2741 |
0.143 |
2.703 | |
|
12 |
â6 |
470 |
1029 |
11.9 |
111.86 |
0.0828 |
0.9729 |
0.169 |
7.943 | ||
|
2 |
6- |
-12 |
444 |
1031 |
17.2 |
152.74 |
0.0893 |
0.9912 |
0.133 |
5.905 | |
|
1313 |
473.13 |
3.1701 |
17.643 | ||||||||
|
12 |
â8 |
296 |
1028 |
25.8 |
152.74 |
0.1437 |
1.0584 |
0.069 |
2.0424 | ||
|
8- |
-12 |
242 |
1027 |
13.1 |
63.40 |
0.0464 |
0.2807 |
0.146 |
3.5332 |
k | |
|
3 |
12 |
â6 |
54,0 |
1029 |
9.9 |
106.92 |
0.0593 |
0.S004 |
0.155 |
8.3700 | |
|
6- |
-12 |
554 |
1028 |
15 |
166.20 |
0.0650 |
0.9003 |
0.108 |
5.9S32 | ||
|
1632 |
489.26 |
3.0398 |
19.9288 , | ||||||||
|
12 |
-81 |
400 |
1027 |
26.S |
214.40 |
0.1342 |
1.3420 |
0.057 |
2.2S00 | ||
|
81 |
â12 |
150 |
1030 |
18.8 |
56.40 |
0.0480 |
0.1800 |
0.123 |
1.8450 | ||
|
12 |
â6 |
400 |
1032 |
17. |
136.00 |
0.076 1 |
0.7640 |
0.139 |
5.5600 | ||
|
6- |
-12 |
3S0 |
1034 |
26 |
197.60 |
0.0955 |
0.9073 |
0.108 |
4.1040 | ||
|
13301 |
604.40 |
3.1233 |
13.7890 | ||||||||
|
12 |
â8 |
332 |
1034 |
34. |
225.76 |
0.1594 |
1.3230 |
0.093 |
3.0876: | ||
|
8- |
-12 |
224 |
1030 |
15 |
67.20 |
0.0428 |
0.2397 |
0.153 |
3.4272 | ||
|
5 |
12 |
-61 |
400 |
1032 |
22.6 |
180.80 |
0.0751 |
0.7510 |
0.158 |
6.3200 |
1 |
|
H |
â 12 |
260 |
1033 |
26.1 |
135.72 |
0.0854 |
0.5551 |
0.111 |
2.8860 | ||
|
1216 |
609.48 |
2.8688 |
15.7208 | ||||||||
|
12 |
â8 |
232 |
1035 |
42. |
194.88 |
0.2033 |
1.1791 |
0.0771 |
1.7887 | ||
|
8- |
-12 |
198 |
1030 |
17.5 |
69,30 |
0.0481 |
0.2381 |
0.1108 |
2.1938 | ||
|
(i |
12 |
â6 |
360 |
1030 |
18.5') |
133.20 |
0.0584 |
0.5256 |
0.1913 |
6.8868 | |
|
6- |
-12 |
494 |
1028 |
16.6 |
164.01 |
0.0819 |
1.0115 |
0.1683 |
3.3140 | ||
|
1284 |
561.39 |
2.9543 |
19.1833 | ||||||||
L
100
i: L xviii.
Ureum.
I
p. lOcc. totaal.
Stikstof-
Fixa.
Aanmerkiugeu.
totaal.
p. lOcc.
I
amp;â
9.471 6.334 12.fi90 14.297
gr-
IS.456 13.041 31.349 31.657
91.503
nr-
0.431 0.351 0.270 0.32 J
42.792
gr-
0.2344.95 0.17718 0.1332 0.1739
gr-
4.92439 3.34970 fi.26040 7.72116
22.25565
Om 2 uur; geen aalioylreaclie.
â¢I73.13ce. H KaO = 1.6848 gr. HC1.
|
11.5144 6.7518 13.3380 15.5120 0.389 0.279 0.247 0.280 |
47.1162 0.206962 0.149548 0.11815 0.13813 6.12608 3.61906 6.38010 7.65240 19.062 15.028 36.018 35.678 105.786 |
23.77764 5.049 gr. acid. salicyi. in 10 poeders. Dieet als gisteren. Om 12 uur in de urine van 8â12 geer. salicyl. Om 2 uur sterke Sal. reactie.489.26c'c 1 loH.KaO = 1.7422 gr. HC1. |
|
0.170095 0.17748 0.149389 0.174086 |
6.80380 2.66220 5.97556 6.61527 0.322 0.381 0.287 0.380 12.880 5.715 11.480 14.440 44.515 22.05683 |
24.840 5-0^9 gr. ac. sal. 10.350 j3ieej ai3 stee(ja 29.440 29.716 â , â , 604 40CC. â /.â H.KaO 94-.34'b 2.1523 gr. HC1. |
|
14.4420 7.9744 12.6720 12.6646 0.435 0.356 0.3168 0.487 1 |
47.7530 0.20818 0.16333 0.165706 0.21280 6.91158 3 65859 6.62824 5.53280 |
22.73121 25.962 15.456 29.44-1 19.734 90.592 |
609.48ce. '/m H.KaO 2.1/03 gr. HC1. |
0.487 0.345 0.272 0.299
5.2724 3.3062 4.4518 6.6853
18.676 13.662 24.840 32.950
90.128
19.7157
11.2984 6.8310 9.7920 14.7706
42.6920
0.22726 0.1693 0.12366 0.13533
Om 1 uur sal. reactie. Om 2 uur geen salicyl-reactie.
M Aciditeit bepaald met norm. natronloog. 561.39 '/i N. H.NaO =r 1.991 gr. HC1.
*
410
30 en 31 December (sal. natr. 6.48 gr.) en 3 en 4 Januari (ac. salie. 5.049 gr.).
De invloed hiervan op de samenstelling der urine is volgens de voorafgaande tabellen niet te mis-
tj O
kennen.
Veranderingen treden op:
1°. In het stikstofgehalte der urine.
Sal. amm. den 26en December gegeven heeft eene duidelijke toename (zie Curve XIII) ten gevolge. Op rekening van de in de ammoniakverbinding aanwezige stikstof kan deze vermeerdering niet geschreven worden. Gesteld, dat de helft der stikstof van liet dien dag genomen salicylzuur-ammonium met de urine des avonds om 42 uur reeds verwijderd was, dan zou dit nog maar 0.25 gr. bedragen, terwijl de tabel ons wijst op een verschil van 3.2 gr.
Den 27c'11 kon de totale hoeveelheid belaas niet bepaald worden, doordat de middagurine eene andere bestemming vond, dan wij er aan wilden geven. Vandaar dat de lijnen (zie Curve XIII), die bet stikstof- en het chloorgehalte aangeven, niet doorgetrokken zijn.
Den 30e11 en 34e11, na het geven van salicylzuur-natrium ziet men de curve weer stijgen, om snel te dalen op den dag, waarop het salicylzuur in de urine gaat verdwijnen.
Den 3ei1 en 4e,1 Januari geldt voor acidum sali-cylicum vrij wel hetzelfde. Ook hier wordt de periodieke ureumschommeling (om met Genth te spreken) in haren loop gestuit, het stikstofcijfer weer omhoog gevoerd, om op nieuw snel af te
Ill
nemen, zoorlra salicyl in de urine nog slechts zwak aan te toonen is
Is men nu gerechtigd uit deze bepalingen tot vermoerderc] eiwitverval na salicylgebruik te he-sluiten? Meerdere waarnemingen waren zeer wen-schelijk, dat stom ik gaarne toe, maar mijne waarde als proef-object, zooals mij bijna overtuigend bleek, werd door het gewend raken van het organisme aan salicylpraeparaten, hoe langer hoe minder, en eenige maanden te wachten, om dan op nieuw te beginnen, was mij onmogelijk. Voorloopig meen ik niet te vrijmoedig te zijn, zoo ik do gestelde vraag bevestigend beantwoord. Latere onderzoekingen zullen bewijzen of ik een valsche profeet geweest ben.
2°. In het ureumgehalte.
Aan stikstofbepalingen is voor de stofwisseling-zooveel waarde meer te hechten, dan aan het nagaan van het ureumgehalte, daf ik volstaan kan met te verwijzen naar Tabel XIV, waar ongeveer dezelfde verhouding tusschen de ureumcijfers als tusschen de stikstofcijfers gevonden wordt. Van nauwkeurige overeenkomst is geen sprake, maar hiervan zijn de oorzaken reeds vroeger opgegeven.
3°. In het chloor ge hal te (het chloorgehalte is in NaCl. uitgedrukt.
1) Tegelijk met ile salicylreaclie verdwenen ook de subjectieve gewaarwordingen, aan het gebruik van salieyl verbonden.
112
De curve, die het verloop hiervan weergeeft, toont zulke verrassende dalingen steeds op die dagen, waarop salicylverbindingen worden gebruikt, dat ik, met de reeds genoemde tabel van Bauer en Künstle !) vóór mij, eene enkele uitweiding mij veroorloof.
Daar toch vond ik naast zeer uitvoerige stikstofbepalingen, die gedaan werden om bij een typhus-patient na te gaan in hoever salicylas natricus, door de temperatuur te verlagen, wijzigingen in de stik-stofuitscheiding brengt, eene lijst der dagelijks uitgescheiden chloriden gedurende drie weken, en hoewel het chloorgehalte vrij laag was, in overeenstemming met het lijden van den patiënt2), trof mij eene constante, vrij aanzienlijke vermindering, op de dagen, waarop salicylus natricus (4â8 gr.) was gebruikt, die, nadat met het geven van salicylas natricus was opgehouden, weer voor eene aanmerkelijke vermeerdering plaats maakte.
Opvallend was het, dat bij mij, die zich volkomen wel gevoelde, zich een soortgelijk verschijnsel voordeed.
Den 30equot; en 31611 December ziet men de curve snel dalen om weer te stijgen, totdat acidum salicylicum werd toegediend. Toen daalde zij weer en den 5equot; Januari, nadat de laatste dosis salicyl den vorigen middag was genomen, gaat de lijn op nieuw omhoog.
1) B. en K. 1. c. pag. 61.
'2) Valen t in er, Die chain. Diagn. in Kraukheiteu. Berlijn 1860 pag. 116.
413
Moet men hier denken aan salicylinvloed of is hel zuiver toevallig, dat eene vermindering vun hel chloorgehalte saaingaat met het toedienen van sali-cylverbindingen en met het stijgen der stikstofcurve.
Latere onderzoekingen zullen dit uitmaken, maar zou theoretisch de werking van salicylverbingen eene vermindering der chloriden kunnen verklaren?
Gesteld dat onze waarnemingen juist zijn, hoe laat zich dan oplossen liet samengaan der volgende verschijnselen.
a. vermeerdering der secretie; in de laatste serie proeven niet zeer aanzienlijk, maar toch niet te miskennen.
h. vermeerdering van het N. gehalte. c. vermindering van de afscheiding van keukenzout.
Van de vele theorieën, die opgebouwd zijn om de verminderde Cl. afscheiding bij ziekten met koorts te verklaren, is voor een paar jaren door Klees ') in zijn proefschrift op nieuw die op den voorgrond gesteld, waarin de verminderde chloorafschei-ding wordt toegeschreven aan eene aandoening dei-nieren. Proefondervindelijk heeft hij nagegaan bij konijnen en honden, na door het injicieeren van glycerine eene nephritis te hebben opgewekt, welke invloed de Cl. secretie hiervan ondervond, en het resultaat was, dat zij afnam.
1) Dr. R. Klees, Over chloorvermindering iu de urine bij acute koortsige ziekten en hare afhankelijkheid van eene aandoening dei-nieren. Amsterdam 1885.
8
114
Hiernaast vond hij echter de hoeveelheid ureum normaal, zelfs meer dan normaal, en dit feit is, volgens hem, niet te verklaren, zoo men niet aanneemt met Heidenhain, dat NaCl. door de epitlielia der glomeruli wordt afgescheiden. Zijne pathologisch-anatomische onderzoekingen toonden hem bovendien nog aan, dat, na suhcutane injecties van glycerine, in de eerste plaats de glomeruli dooide ahnormale stoiïen werden aangetast.
Verder in aanmerking nemende, dat nephritis tengevolge van salicylverhingen reeds dikwijls is waargenomen (o. a. Liirmann '); dat de epitlielia der glomeruli voor den geringsten invloed uiterst gevoelig zijn (Stokvis); dat de vermeerdering der secretie na het gebruiken van salicylverbindin-gen, zonder dat meer dan anders gedronken is, aanhoudend door ons werd gevonden; dat de ureum-secretie geene belemmering ondervindt en de salicyl werking, volgens haren invloed op acidi-teit en stofwisseling, slechts kort duurt, dan schijnt mij de hypothese hoogst waarschijnlijk, dat door salicylzure verbindingen, in hoeveelheden niet groo-ter dan door ons gebruikt, de epitlielia der glome-rali tijdelijk in hunne functie worden gestoord. Wel is eene geringe albuminurie het tot heden steeds aangenomen eerste bewijs van zulk eene aandoening, maar dit kan, doordat de abnormale prikkel slechts kort duurde, zoo gering geweest zijn, dat, om de daardoor in de urine aanwezige sporen albu-
1) Lürmann, Berl. Klin. Wochenschrf. 1870, pag. 47.
115
men aan te toonen, fijnere reacties gebruikt hadden moeten worden, dan door mij aangewend zijn.
Ik geef deze hypothese slechts voor hetgeen zij is. Naar ik hoop, zal ik later in staat zijn hierop nauwkouriccer in te traan,
O O quot;
4°. In liet phosphorgehalte.
Uit de tabel der phosphorcijfers (zie Tabel XIV) schijnt oppervlakkig niets af te leiden, wat zou kunnen pleiten voor eenige beteekenis der salicyl-praeparaten op de afscheiding hiervan. Maar bij eene nauwkeurige vergelijking der cijfers, die de aciditeit en het phosphorgehalte aangeven, springt liet volgende in het oog:
De eerste vier dagen van ons onderzoek zien wij het gehalte aan Po03 gelijkmatig met de aciditeit alnemen. Zoodra salicylas ammoniae gegeven wordt, neemt de aciditeit toe. Het phosphorcijfer verandert weinig; dus, zoo de phosphaten ook hier de maatstaf voor de aciditeit leveren, moet hieruit worden afgeleid, dat de hoeveelheid der zure phosphaten door het gebruik van salicylas ammoniae toeneemt, hoewel de geheele hoeveelheid phosphorzuur niet dan zeer geringe veranderingen ondergaat.
Nadat den 29equot; December het salicyl uit tie urine verdwenen is, ziet men tusschen de aciditeit en het phosphorzuur weer dezelfde verhouding optreden als van 22 tot 26 December.
Het geven van salicylas natricus gaat op nieuw van eene kleine verandering in deze verhouding vergezeld. Den 80⢠December ziet men, hoewel
8*
110
het gewicht aan PoOj hetzelfde blijft, de totale aciditeit afnemen om hierna te stijgen tot 2 Januari. De hoeveelheden P2Ã5 houden hiermee gelijken tred.
Den 4011 en 5quot;' Januari is weer hetzelfde het geval. Den 5en Januari â salicyl is verdwenen â komt de verhouding (ongeveer 7; 10) als in de dagen, waarop de normale urine werd nagegaan, op nieuw terug.
Zeer waarschijnlijk is de voornaamste oorzaak van deze toename der aciditeit, grooter dan door de verandering in de phospliaten gewettigd schijnt, het optreden van meer zuur phosphaat, dan vroeger het geval is. Maar met Tabel XIV voor ons, waarin de phosphorcijfers na salicylgebruik steeds iets (al is het weinig) toenemen; overwegende, dat volgens onze waarnemingen de stofwisseling door salicyl-verhindingen aanmerkelijk gewijzigd wordt, is eene andere oorzaak voor de toename der aciditeit niet uitgesloten, en door het vergelijken der Phosphorcijfers met den loop der dagelijksche aciditeit, vooral den 30ei1 en 31°quot; December, toen salicylas natricus werd ingenomen en in het organisme geen alcali behoefde te worden vastgelegd, krijgt de conclusie reclit van bestaan, dat door de verhoogde stofwisseling de hoeveelheid phosphaten in de urine iets toeneemt en daardoor tot de vermeerdering der aciditeit wordt bijgedragen.
5°. In de aciditeit en de diurese.
In alle opzichten zijn de in de laatste serie verkregen cijfers voor de totale aciditeit niet met die der vroegere reeksen te vergelijken. Werden daar
117
verschillende doses eenige dagen lang toegediend, hier werden slechts een [weetal dagen salicylver-bindingen gebruikt.
Dit in aanmerking nemende, zal het ons minder bevreemden, dat do in deze serie gevonden cijfers niet zoo hoog zijn, als vroeger gevonden werd. Al is het ell'ect niet meer zoo duidelijk, toch zien wij echter, evenals vroeger, door acidum salicylicutn en salicylas ammoniac de sterkste toename; de vermeerdering na salicylas natricus wordt het duidelijkst, wanneer salicylas natricus reeds voor het grootste deel uitgescheiden is. Van eenige beteekenis voor therapeutisch ingrijpen is deze geringe stijging echter niet.
De lijst der relatieve aciditeit (p. lOOcc. urine) leert ons nog, dat deze hel sterkst is, nadat de d i u r e t i s c h e werking van sa licyl ver bindingen verdwenen is.
Deze diurese, op Tabel XIII zoo duidelijk, wordt op Tabel XIV niet meer zoo sterk aangetroffen. Wel is, steeds vermeerdering der boeveelheid aanwezig (den 3ei1 Januari wordt door Salicylas ammo-uiae de hoeveelheid urine van 1313cc. op Iü32cc. gebracht), maar zoo sterk als vroeger zien wij de secretie niet toenemen, terwijl daar kleinere doses aanzienlijker diurese reeds in de eerste dagen gaven, dan bier, waar ü gram ongeveer werd toegediend. Opvallend is, dat na liet gebruik van bet zuur en het ammoniumzout de vermeerdering, evenals bij de vorige waarnemingen het sterkst was.
0°. In hel soort, gewicht en de vermoedelijke hoéveelheid vaste stoffen.
118
Het soort, gewicht ziet men op (ie dagen, waarop salicyl Werd gebruikt, steeds iets toenemen, om op nieuw te dalen, zoodra het salicyl uit de urine is verdwenen. Groot zijn de verschillen niet. Bij vorige proeven kwam dikwijls een sprekender verschil voor, maar in aanmerking nemende, dat gedurende deze laatste weken mij steeds de mindere invloed van salicylverhingen op liet organisme duidelijk werd, Iaat zich eene geringere verandering van het soort, gewicht ook door minder energisch ingrijpen van het salicyl op de stofwisseling verklaren.
Ue cijfers, die de geheele hoeveelheid vaste stollen weergeven, toonen in overeenstemming hiermee steeds toename na salicyltoediening. Is de diurese verhoogd, dan daalt het gemiddelde, om na het verdwijnen hiervan voor eene duidelijke vermeerdering plaats te maken en op den dag, waarop de invloed van salicyl niet meer ondervonden wordt, neemt dit op nieuw snel af.
Pleiten ook deze cijfers niet sterk voor den invloed van salicylpraeparaten op de stofwisseling'? Deze feiten, die, vroeger reeds waargenomen, toen het uitgangspunt vormden voor de derde reeks bepalingen, werden op nieuw geconstateerd, en zoolang mij niet duidelijk wordt aangetoond, dat ik mij vergist heb, blijf ik, volgens eigen ervaring, geloo-ven, dat salicylzuur de stofwisseling wijzigt en daardoor in de urine veranderingen doet ontstaan, die niet alleen aan zuiver chemische processen kunnen worden toegeschreven.
Aan het einde onzer beschouwingen over de resul-
119
taten van het laatste onderzoek â liet nagaan der gevonden cijfers volgens do door ons aangenomen dagverdeeling zou nog wel tot enkele opmerkingen kunnen voeren, maai1 deze staan niet met het door ons behandelde onderwerp In verband â acht ik mij verplicht mijn hartelijken dank te betuigen aan mijnen vriend Schuurmans Stekhoven, zonder wiens hulp het mij onmogelijk geweest zou zijn zoo vele bepalilingen dag aan dag te doen. Ook Dr. Hamburger betuig ik bij dezen mijne erken-lelijkheid voor de vele wenken, die ik, op het gebied der chemie zoo onervaren, van hem mocht ontvangen.
Het stellen der conclusién zou nu kunnen volgen, zoo zich aan dit onderzoek nog niet als laatste vraag aansloot: hoe verloopt de rotting, zoo urine salicyl-houdend isquot;? Hierover zijn, hoe onvolledig ook, enkele waarnemingen gedaan, en de laatste afdee-ling van dit Hoofdstuk zal hieraan gewijd zijn.
c. Invloed van salicylverbindingen op de ammo-niakale nrinegisting.
Sedert dat door Leube 1) de ammoniakale gisting «Ier urine nauwkeurig is nagegaan en hij, wenschende uit te maken of bet noodzakelijk is, dat de gistings-kiemen uit de luclit in de urine komen, ot dat verscb geloosde urine reeds âpilzequot; of hunne kiemen bevatten kan, waardoor ammoniakale ^istinsï zonder
' O o
toetreding der lucht zou kunnen ontstaan, op deze vraag ten antwoord gaf, dat âda wo eine scheinbar spontane Zersetzung des Urins beobachtet wird, die diese bewirkenden Pilze, bei sonstigem
' O
Mangel der Communication der Harnwege mit der ausseren Luft, dureb die Urethra in die Harn-blase eingedrungen sindquot;; nadat reeds vroeger eene andere verhandeling van denzelfden 2) liet licht zag, waarin bij, na een onderzoek om vast te stellen of verscbe urine van gezonde individuen steeds vrij van bacteriën geloosd wordt, door uiterst nauw-
1
Leube. Virchow's Archiv (J. pug. 540. Ueber ammoniaka-lische Harngahi'ung.
2
'2) Louhe. Zeitschrifl f. klin. Medizin Bil. III 1881. pag. 234.
121
keurige proeven tot een bevestigend antwoord kwam, is hel aan geen twijfel onderhevig, dat onder physio-logische verhoudingen versche urine vrij is van rot-tingsorganismen.
Hiervan uitgaande, meende ik den invloed van salicylverbindingen op de rotting te kunnen nagaan, door onder de noodige voorzorgsmaatregelen op verschillende dagen oene bepaalde hoeveelheid nu eens salicylvrije, dan weer salicylhoudende urine op te vangen in een gesteriliseerd vat, dat luchtdicht gesloten werd. Boven de vloeistof moest nog eene kleine hoeveelheid lucht aanwezig zijn om de ontwikkeling der rotting mogelijk te maken en op bepaalde tijden moest deze ververscht worden.
Zoo aan deze urine eene ongeveer gelijke hoeveelheid rottingsbacteriën (of hunne sporen) werd toegevoegd en dit aan eene bepaalde temperatuur werd onderworpen, zou het dan mogelijk zijn na te gaan, wanneer in de verschillende mengsels rotting optreedt?.
Bacteriologische waarnemingen waren niet het doel. Werd dit beoogd, dan zou de kleine hoeveelheid lucht, die zich boven de urine bevond ook steeds gezuiverd moeten zijn en zou hel ververschen hiervan met onoverkomelijke bezwaren gepaard gaan.
Ons doel was slechts onder de genoemde voorzorgen, met een minimum van fouten en dit voor alle proefporties vrij wel gelijk, ons van de rot-tingwerende eigenschappen van salicylverbindingen âper osquot; gegeven le overtuigen en de omstandigheden op te sporen, waaronder deze het best zich uiten.
122
Ondanks de geringe waarde waarop dit onderzoek aanspraak maakt, levert de uit de verschillende waarnemingen opgebouwde Label (N0 XIX) toch verrassende uitkomsten en, met ter zijde stelling van elke strijdvraag over rotting van urine, willen wij terstond tol het beschrijven der methode overgaan, die tol deze uitkomsten leidde. De door ons ge-bruikle indicator voor hel aantoonen der rotting was lakmoespapier. Doordal de voor zure urinegisting noodzakelijke factor â suiker â nooit was aangetoond , werd het afnemen der zure reactie als begin der rolling aangenomen en hel optreden der ampholere en der alcalische reactie waren de gegevens, waarna de loop der ammoniakale gisting-beoordeeld werd.
Bekerglazen van 150cc. inhoud, waarop aan den wand eene verdeeling was gegrift en waarvan de afgeslepen rand hel nagenoeg luchtdicht afsluiten door eene vlakke glasplaat mogelijk maakte, werden met hun deksel nauwkeurig gesteriliseerd. Na langzame afkoeling werd de rand van hel bekerglas bestreken met paraffine, waarvan vooraf hel smeltpunt bepaald en hooger gevonden was dan de temperatuur , waaraan de urine onderworpen moest worden.
Was op deze wijze het bekerglas hermetisch gesloten, dan werd het aan zijn lot overgelaten, totdat hel uur, waarop de urine moest worden opgevangen , was aangebroken.
Eerst werd nu voorzichtig de glasplaat afgeschoven en legen den binnenkant hiervan met gedeslil-
123
leerd water een klein stukje rood en blauw lak-moespapier vastgekleefd. Een stukje filtreer papier van bepaalde afmetingen (3 c.M. lang en 1 c.M. breed), afkomstig van papier, dat, na gedrenkt te zijn met rottende urine, die meer dan 14 dagen in dezen toestand iiad verkeerd, zonder twijfel sporen van rottingsbacteriën in groote hoeveelheid bevatte, werd nu in het bekerglas gebracht en tegen den wand eon smal reepje blauw lakmoespapier zoodanig geplakt, dat het voor een derde ongeveer zich onder het deelstreepje bevond, dat de hoeveelheid der te verzamelen urine aangaf.
Het bekerglas, aldus uitgedost, werd nu op nieuw gesloten, totdat het opvangen der urine moest volgen. Het spreekt van zelf dat van te voren gezorgd werd, dat alles voor het in orde maken van het bekerglas aanwezig was. Het was steeds ons streven de ge-heele manipulatie zoo kort mogelijk te laten duren.
Was, na de noodige voorzorgen !), alles gereed voor het opvangen der urine, waarvan de vereischte hoeveelheid ongeveer 70 cc. was, dan werd het deksel op nieuw afgeschoven en, onder verwaarlozing van het eerste deel der mictie, de gewenschte hoeveelheid in het bekerglas geürineerd, waarbij elke aanraking met het idas werd vermeden. Het afsluiten
O o
volgde terstond en, nadat de paraffine vernieuwd was, werd hel bekerglas geplaatst in eene broed-stoof, waarvan de temperatuur gehouden werd op 37° tot 38°.
1) Zie hiervoor Loube, Zeitschril't f. Kliu. Med. 1. c.
124
Des middags om 3 uur werd de stoof nagezien. Veranderingen aan hel, lakmoespapier, het optreden van schimmelwoekering, de graad van helderheid werden opgenomen en om de twee dagen de reactie der vloeistof tegenover lakmoespapier nagegaan. In de eerste weken nam ik hiervoor smalle reepjes van het reageerpapier van Ma rins en dompelde een klein stukje hiervan voorzichtig in de te onderzoeken urine, later maakte ik gebruik van een goed uitgegloeid glasstaafje, waarmee, na bekoeling, gedruppeld werd.
Enkele microscopische waarnemingen, waarbij eveneens met uitgegloeide naalden gewerkt werd en waarbij het onbedekt zijn der urine zoo kort mogelijk duurde, werden gedurende dit onderzoek ook verricht, meer uit nieuwsgierigheid, dan als
O O quot;
hiertoe behoorend. In do lijst der aanmerkingen staan enkele vermeld, maar deze nader te bespreken is niet mijn plan. Alleen moet ik meedeelen, omdat dit met ons doel in het nauwste verband staat, dat in de meeste gevallen met verandering der reactie het optreden van organismen gepaard ging, en dat hunne snelle of langzame vermeerdering overeenkwam met liet vroeg of laat volgen der alcalische reactie.
Niet tegengesproken kan worden, dat deze methode vrij ruw is. Ondanks alle voorzorgen waren fouten niet te vermijden, en het is ook niet dan schoorvoetend, dat ik tot het bespreken der resultaten overga.
Echter in aanmerking nemende, dat voor alle
125
proeven de bronnen voor fouten gelijk waren, dat, zoo de antiseptische werking van salicylverbindingen bij lijden der urinewegen voor de praktijk van waarde zijn zal, kleine verschillen niet tot gevolgtrekkingen mogen leiden en ten slotte, dat door Tabel XIX nieuwe steun geschonken wordt aan opmerkingen, vroeger in dit hoofdstuk vermeld, is het vertrouwen in de volgende feiten niet geschokt.
Deze staan zeer kort vermeld op genoemde tabel. Zij bevat de opgaven van datum en uur, waarop de urine werd opgevangen; in de volgende kolommen het aantal dagen, waarna de reactie duidelijk amphoteer en alcalisch geworden is, dan volgen de cijfers, die de aciditeit in 1/io Normaal Kaliloog weergeven en eindelijk eene kolom voor Aanmerkingen, waarin enkele verschijnselen staan opge-teekend, die gedurende het verblijf in de broed stoof, hetzij macroscopisch of microscopisch , werden opgemerkt.
Verder staat nog vermeld de hoeveelheid der sa-licylverbinding, die op den dag, waarvan de urine afkomstig is, werd gebruikt. Veel waarde hebben deze laatste cijfers niet, want hieruit te besluiten lot de hoeveelheid salicyl in de urine, is niet geoorloofd. Alleen kan men als zeer waarschijnlijk aannemen, dat op die dagen, waarop de dosis groot was, het salicylgehalte der opgevangen urine ook hooger geweest zal zijn.
420
T A B E I L Overzicht van den loop der rotting in ' sa
|
Dc (Irii | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Urine na toediening van Salicylas ammoniac. Okt. 20 2 uur 4 gr. s/jj ampli. (19 dagen) na 20 dagen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Okt. 21 Okt. 22 Okt. 23
Nov. 30 Dec. 1 Dec. 2
t. rott
I0/,
|
geen alc. reactie |
|
) â 39
â 38
) » 57
(25 (25 (24
(17
(Ui
( 7
10 10 10
2 2 2
ie;
20 19 12
/12
Urine na toediening van Salicylas natricus. 4.122 gr.14 n amph. (16 dagen)
Okt. 29| 10 uur
11
in as
26/
11
NU. 20/
27 quot; /11 toege 26/ /11 ondoc Aan
5/
I 2
(23 ( 4 (22 ( G
( 5
(na 5
Okt. 30 Okt. 31 Nov. 1 Nov. 22
Nov. 23
Nov. 12
4,122 5.152 5.152 6.18
6.18
10 12 10
/11
3/u In
28/
I I
117/
n 1 28;
r
|
31 dagen |
18.0 cc. |
|
28 , |
16.0 â |
|
8 , |
10.5 , |
|
28 â |
13.6 , |
|
14 « |
13.5 â |
|
10 B |
15.2 â |
|
7 » |
8.5 â |
Urine na toediening van Acidum salieylicum.
na 5 dagen )gt; 33 â
â 26 â
10.0 cc.
25.2 â
11.5 â
NB. De aci-diteit blt; paaiü zonder toegevoegd acid. sa-licylicum.
/n micro!
30;
i ,11 bact.
is toe|
geen alc. reactie
22
|
16/n amph. (2 dagen) 9/12 â (na 23 dagen) |
â 1) De urine werd steecis 's middags om 3 uur nagekeken.
2) De uren geven den tijd aan, waarop de urine opgevangen en in de broedstoof geplaatst werd.
3) De lijst der hoeveelheden salieylverbindingen bevatten het aantal grammen, wat op den dag Van wa
4) Controle-proeven. De urine, die den lien en 12eii November werd opgevangen, was normaal. ïlieraai Vingen staat opgeteekend.
E I L XIX. 127
in Salicylvrije en Salicylhoudende urine.
Aan m erkinye n.
Den 2n dag om 21!2 uur de glasplaat voor liet onderzoek oj) de aciditeit even verwijderd. Urine nog normaal. Om 41/2 uur ondoorzichtig.
'/n schimmels. ^25/,, rottingsbacteriën. 2C/U Torula's; Zoögloea. 2/I2 veel rott. bact. 5/12 Torula's bij massa's.
3/12 schimmels op het met rottende urine gedrenkte filtreerpapiertje. 3/12 vele rott. bact. 3/12 schimmels op hel ârottingpapiertje.quot; ull2 schimmels sterk toegenomen. 15l12 enkele rott. bact. 18/12 weinig rott. bact. Urine licht troebel.
10/,2 schimmels. Urine zwak troebel; enkele rott. bact. 14/12 urine ondoorzichtig.
CC
23/,0 schimmels op het rott. papier. 3,/10 schimmels snel toegenomen; urine helder. 14,] schimmels sterk toegenomen. Urine licht troebel.
Geen schimmehvoekering. Nooit rott. bact. gevonden.
., 25/11 geen rott. bact. 2T,1I enkele rott. bact.
20,ll schimmelwoekering op het in de urine hangende lakmoespapier. 2's,, enkele rott. bact en torula's. 3/12 aantal rott. bact. toegenomen.
312 schimmels op rott. papier. NB. op rott. bact. werd deze urine niet onderzocht. 4/12 schimmels. 1'/, 2 enkele rott. bact. 29/12 urine zwak troebel. Schimmels weinig toegenomen. 4/12 schimmels. n/12 veel schimmels. 1412 urine troebel. NB niet op rott. bact. onderzocht.
J k De aci-b. paalil toegc-acid. sa-um.
1
Vu schimmels van het rott. pap. uitgaande 26/11 enkele rott. bact. 28/11 rott. bact. in aantal toegenomen. 5/12 dito.
26/11 rott. bact. in groote hoeveelheid. Geringe schimmelwoekering.
NB. op rott. bact. niet onderzocht.
20/n schimmels aan de oppervlakte. 26/n schimmels zeer toegenomen. 27/11 schimmelwoekering. 28/1] rott. bact.; enkele torula's. 5/12 rott. bact. in aantal toegenomen.
26/11 schimmels op het rott. pap. 2S/n enkele rott bact. en torula's. 3!12 urine ondoorzichtig; vol rott. bact.
Aan normale urine werd 0.100 gr. salie, natrkus toegevoegd. enkele rott. bact. 5/12 rott. bact. zeer talrijk.
2
0IU schimmelwoekering. 3/12 oppervlakte met schimmels bedekt. 1enkele rott. bact. g/12 urine zwak troebel. NB. Normale, waaraan urine 0 100 gr. acid. salicylic. is toegevoegd.
t werd.
3
ormaal, Slieraau werd eene bepaalde hoeveelheid ae. Ral. en sal. nntr. toegevoegd, zooals onder de Aanmer-
128
Uit de beschouwing der cijfers, die de aciditeit on hel aantal dagen aangeven, waarna de ampho-tere en akalische reactie werden waargenomen, is af te leiden:
1°. Dat voor salicylvrije urine geene vaste verhouding schijnt te bestaan tusschen de aciditeit en den tijd, waarna de amphotere en de alcalische reactie intreden.
Zeer onregelmatig verloopt de ammoniakale gisting. Bij de [eersle waarneming (25 October) van sali-cylvrije urine trad, hoewel de aciditeit vrij hoog was, de rotting reeds sterk op na l'/s dag; bij de urine van 28 November verschijnt eene duidelijk amphotere reactie eerst na 12 dagen, om na 20 dagen voor eene sterk alcalische plaats te maken. De aciditeit was in dit geval = 16 cc. Vio HKaO, veel minder dan die van de urine van 25 Oktober.
Dat hier dus invloeden in het spel zijn, die de waarde der aciditeit als rottingwerend, sterk doen verminderen, is aan geen twijfel onderhevig.
T. Voor saiicylhoudende urine zijn de resultaten geheel anders. Hier kan inderdaad gewezen worden op een verband tusschen aciditeit en rotting.
In die gevallen, waar de aciditeit aanzienlijk is, zien wij deze steeds later intreden en langzamer verloopen, geheel in overeenstemming met Fleischer's bewering, dat zure phosphaten de eigenschap bezitten langzamerhand uit het Natriumzout Salicylzuur vrij te maken, hetgeen dan zijne antiseptische eigenschappen kan ontwikkelen.
129
Dit is duidelijk, zoo men de verschijnselen volgt, die optreden in de urine, den 30cn Okt., den iequot;, 2ei1 en 3equot; November opgevangen. Hoewel de lioe-veelheden salicylas natricus, in die dagen gebruikt, vrij aanzienlijk zijn en wij dus het recht hebben, de snelle uitscheiding der salicylaten in aanmerking-genomen , in de urine op die dagen eene vrij groote hoeveelheid salicylzuur (hetzij vrij of gebonden) aan te nemen, toch blijkt, dat bij vergelijking met het aantal dagen, dat voor urine na toediening van overeenkomstige hoeveelheden salicylas ammoniae en salicylzuur het intreden der reactieveranderingen aangeeft, het optreden der rotting-veel spoediger na het gebruik van salicylas natricus wordt aangetroffen. Er schijnt eene zekere regelmaat te bestaan, waarop wel enkele uitzonderingen voorkomen, maar die toch in het grootste deel dei-gevallen wordt waargenomen.
Zoo vinden wij voor salicylas natricus:
Vio
|
alcal. reactie. aciiliteit. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
terwijl twee waarnemingen iets afwijken; nl.:
4 Nov. na 28 dagen 43.0 cc. â
23 â â 10 â 15.2 â
Zoo men deze getallen vergelijkt met die in de
9
130
tweede rubriek, toen salicylas ammoniae gegeven werd, dan vinden wij daar naast grootere acidïteit een veel later optreden en langzamer verloop der ammoniakale gisting. Eéne uitzondering komt in deze reeks slechts voor, nl. den 2dequot; December, toen in weerwil van eene aciditeit van 19.5 cc na 12 dagen reeds eene duidelijke alcalische reactie aanwezig was. Dit enkele geval kan echter alle vorige waarnemingen niet ontzenuwen.
Daar dit onderzoek in het ziekenhuis plaats vond, was het mij niet mogelijk het na 20 December voor! te zetten. De gang der rotting na dien dag is derhalve niet gevolgd, maar de cijfers, die weergeven, dat in de urine van 16 en 30 November en van 1 December na 33, 20 en 19 dagen nog geene alcalische reactie werd waargenomen, bewijzen ten volle dat na het toedienen van het zuur of het ammoniumzout de rotting sterkere vertraging ondervond, dan toen salicylas natricus gegeven was.
Dat de urine van 21 October niet langer dan 39 en 38 dagen aan de temperatuur der broedstoof werd blootgesteld, komt, doordat deze urine bij het mikroscopisch onderzoek bij ongeluk zóó werd verontreinigd, dat zij voor verder gebruik ongeschikt was.
Toch spreken de genoemde getallen voldoende. Na 38 en 39 dagen zoo weinig rotting, dat nauwelijks enkele bacteriën konden worden aangetoond, pleit zeer sterk voor de onderstelling, dat in deze gevallen de urine geen geschikte voedingsbodem voor rottingsorganismen opleverde.
131
De urine van den 23eu October, met eene acidi-teit van 32.6 cc. werd eerst na 57 dagen alcalisch , een feit, dat ook voor dit geval genoemde onderscheiding voldoende bewijst.
Den 14P11 November zien wij daarentegen, dat urine na het gebruik van acidum salicylicum reeds na 5 dagen alcalisch wordt, maar hier was de aci-diteit slechts 11 cc. Ook hier valt dus overeenkomst met de andere waarnemingen niet te miskennen. Logisch is het alzoo voor salicylhoudende urine aan te nemen, wat door salicylvrije niet gevonden werd , dat aciditeit on antiseptische eigenschappen gelijken tred houden.
3°. Eene derde conclusie, die voor medtci het belangrijkst is, ligt na deze uiteenzetting der tabel terstond voor de hand. De door velen reeds geopperde stelling, dat salicylverbindingen, inwendig toegediend, de urine voor rotting minder vatbaar maken, blijkt geheel overeenkomstig onze proeven te zijn. Wil men echter deze eigenscliap zoo sterk mogelijk laten optreden, dan is verhoogde aciditeit een eerste vereischte en is het voorschrijven van het vrije zuur of van het ammoniumzout, volgens onze vroegere waarnemingen voor de aciditeit van de meeste beteekenis, te verkiezen boven hel meer populaire salicylas natricus.
4°. Uil hel niel systematisch microscopisch onderzoek der urine (niet systematisch, omdat mij daarvoor de tijd en de hulpmiddelen ontbraken) blijkt
9*
432
dat cocci, bacteriën, torula's en zoögloea-hoopen even goed, maar, vergeleken met het optreden hiervan in normale urine, meer sporadisch voorkwamen.
Eerst dan, wanneer de alcalische reactie was ingetreden en deze rottingsorganismen in den strijd om het bestaan de overwinning hadden behaald, namen zij in aantal en levendigheid verbazend toe. De tegenwoordigheid van geringe sporen salicylzuur scheen op hunne ontwikkeling en vivaciteit verlammend te werken.
Naast de vermelde waarnemingen, waaruit de meegedeelde conclusiën werden getrokken, is ter controle nog een tweetal gedaan met normale urine, waaraan den 11⢠November 0.100 gr. acidum aci-dum salicylicum, den I2e11 November 0.100 gr. salicylas natricus werd toegevoegd
Hoewel de aciditeit in beide gevallen weinig uiteen liep was het verschil in lijd, waarna de alcalische rotting optrad zeer aanzienlijk.
In aanmerking nemende dat 0.100 gr. acidum salicylium tegenover alcaliën gelijk staat met 0.0204 gr. zoutzuur en dat lOcc. '/io N. HKaO = 0,0365,gr. HCl is, zoo moest de totale aciditeit voor 70cc.
1) Er werd 0.100 gr. genomen, omdat dit, zoo na toediening van 5 of ü gr. salicylzuur of -zout per '24 uur minstens 2 gr. met de urine wordt gesecerneerd, ongeveer de hoeveelheid uitmaakt, die in 70 cc. zal voorkomen, de urinesecietie per '24 uur op 1400 cc. gesteld.
133
urine door toevoeging van 0.100 gr. ae. salie, met 7.2ee. toenemen on dit, berekend op 50cc. urine, geeft eerie vermeerdering voor de aciditeit op 11 November des middags te 2 ure met 5cc. Het eindresultaat, dat n.1. in salicylhoudende urine met eene aciditeit van 16.2cc. na 26 dagen de alcalische reactie optreedt, komt geheel met de vorige waarnemingen overeen.
De urine, waaraan werd toegevoegd eene oplossing van salicylas natricus, die, waarschijnlijk door geringe verontreiniging met vrij salicylzuur, zwak zuur reageerde, verloor na 7 dagen reeds haar zuur karakter, geheel in overeenstemming met hare aciditeit, die zeer gering was.
Hoogst interressant zou het zijn na te gaan ot' salicylhoudende urine dezelfde eigenschappen vertoon! , zoo de aciditeit door andere verbindingen dan door zure phosphaten veroorzaakt wordt. Dit echter als onderdeel van mijn proefschrift op te nemen, zou mij te ver voeren; wij hopen, dat anderen het zullen willen opvatten.
Hiermee zijn mijne waarnemingen afgeloopen. In hoever de gevolgtrekkingen, waartoe zij de stof leveren, voor de therapie practisch nut kunnen hebben, zal ik trachten in het laatste hoofdstuk uiteen te zetten.
Maar, voordat wij hiertoe overgaan, willen wij de conclusiën herhalen, waartoe dit onderzoek heeft geleid.
OVERZICHT.
1°. Vour den gang der aciditeit van de urine mag geene bepaalde curve worden aangenomen. Hel uiteenloopen der verschillende onderzoekingen leert, dat deze lijn als zuiver individueel moet worden opgevat. Voor onderzoekingen over den invloed van medicamenten hierop, moet het nagaan van het zuurgehalte der fnormale urine op vaste tijden als uitgangspunt worden aangenomen.
2°. De in de aciditeitscurve door salicylzuur, salicylzuur natrium en salicylzuur ammonium te weeg gebrachte veranderingen bewijzen dat het zuur en het ammonium zout de aciditeit niet alleen doen toenemen, maar dat ook de dagelijksche schommelingen voor een meer gelijkmatig zuurgehalte plaats maken, terwijl salicylas natricus daarentegen de dagelijksche schommelingen niet alleen laat bestaan, maar deze meestal vergroot.
3°. De totale aciditeit per 24 uur wordt dooide drie salicylpraeparaten verhoogd.
Door salicylzuur en salicylzuur ammonium neemt de aciditeit veel sneller en sterker toe dan door salicylas natricus.
135
Ook is de relatieve aciditeit (per 100 c.c. urine), na toediening van salicylzuui en het ammoniumzout, grooter dan na salicylas natricus.
4°. De vermeerdering der aciditeit is voor liet grootste deel haar ontstaan verschuldigd aan het toenemen der zure zouten.
Een ander deel der vermeerdering in alle gevallen, waar salicyl, in welken vorm ook, wordt toegediend, moet worden toegeschreven aan veranderingen der stofwisseling.
Vrij salicylzuur komt, ten minste zoo de doses niet grooter zijn dan de door ons gebruikte, na het geven van de drie bekende salicylpraeparaten in de urine niet voor dan in zeer kleine hoeveelheden, die onderling niet veel kunnen verschillen.
5°. In de eerste dagen na het gebruiken van salicylzuur of van zijne verbindingen neemt de secretie der urine toe om hierna normaal of iets meer dan normaal te worden.
Voor eene goede diurese zijn groote doses niet noodzakelijk, en na langdurig gebruik schijnt de invloed op de urinesecretie af te nemen.
De relatieve aciditeit daalt in het begin, om snel meer dan normaal te worden, zoodra de secretie weer afgenomen is.
Ook hebben salicylas ammoniae en acidum sali-cylicum, volgens onze waarnemingen, voor het toenemen der diurese meer waarde dan het natriumzout.
0°. Na het gebruik van salicylverbindingen nemen de vaste stoffen der urine, niet alleen relatief, maar ook absoluut, in gewicht toe.
136
Het soorlelijk gewicht, dat iets afneemt bij vermeerderde diurese stijgt, nadat de secretie weer ongeveer normaal geworden is , overeenkomstig met de vermelde vermeerdering van vaste stollen.
7°. Stikstofbepalingen leeren, dat door salicyl-verbindingen in 24 uur langs de urinewegen meer stikstofhoudende stoffen worden verwijderd, dan normaal.
8\ Door salicylverbindingen wordt de vrij constante verhouding tusschen de aciditeit (in zoutzuur uitgedrukt) en de hoeveelheid PoOs verbroken. Ook klimmen de Phosphorcijfers na het gebruik van ons medicament, om met het verdwijnen der salicyl- reactie weer te dalen.
9°. Te gelijk met de salicylverschijnselen treedt eene vermindering der chloriden op, die, met het verdwijnen hiervan, voor eene belangrijke vermeerdering plaats maakt.
10. Voor salicyl houdende urine beslaat eene bepaalde verhouding tusschen de aciditeit en het optreden en den loop der rotting, hetgeen voor salicylvrije urine niet aangetoond kan worden. Moe zuurder de urine door salicylpraepa-raten, des le langzamer ontwikkelen ziuh rottingsorganismen.
HOOFDSTUK JU.
Do thorapcutisclic waarde der gevonden feiten en Ininne toepassing.
In hue ver de verkregen resultaten, de door ons waargenomen gunstige werking van salicylas am-moniae bij eenige aandoeningen der urinewegen, kunnen verklaren, is duidelijk na het lezen der conclusiën in het âoverzichtquot; vermeld.
Dat dit zout boven de natriumverbinding te verkiezen is, laat na het bezien der tabellen en curven geen twijfel toe. Maar het salicylziuir openbaarde nagenoeg gelijke werking. Ook hier sterke vermeerdering der aciditeit, saamgaande met duidelijke vermindering der vatbaarheid voor rotting en ver-
n O
meerderde diurese.
Is nu nog de stelling gewettigd, dat het ammo-niumzout in bepaalde omstandigheden boven het zuur te verkiezen is ?
Bevestigend moet het antwoord luiden, hoewel salicylas ammoniae voor de samenstelling en secretie der urine niet op voordeden kan bogen, die het zuur mist en de gevaren aan het gebruik van
138
salicylzuur verbonden te overdreven worden voorgesteld. Fürbringer en Eichhorst, die beide in hunne klinieken salicylzuur voorschrijven en, voor zoover mij bekend is, nooit op bijzondere, hieraan verbonden, nadeelen hebb n gewezen, zijn autoriteiten, aan wie zoo iets niet zou ontgaan. Zonder twijfel zal het salicylzuur door de meestal aanwezige maaginhoud gebonden en als salicylaat opgelost worden en voor plaatselijke aandoeningen behoeft dan weinig vrees te bestaan. Wat beteekenen de enkele opgaven in de literatuur over de nadeelen aan het gebruik hiervan verbonden, tegenover hel groot getal van hen, die hierdoor geholpen zijn.
Toch is het gebruik hiervan te ontraden, omdat patienten met ouwels erg onhandig omspringen. Velen is het inslikken hiervan onmogelijk, bij anderen komt in de pharynx een weinig salicylzuur vrij en de onaancrename quot;evol^en hieraan verbonden â
o O O
ik spreek bij ondervinding â schrikken de lijders voor verder gebruik af. Ook wordt niet steeds gelet op het drinken van eene goede hoeveelheid melk, ten einde daardoor te voorkomen de hinderlijke pyrosis, die soms door mij na het gebruik van salicylzuur werd waargenomen, wanneer de maag slechts weinig bevatte en er dus voor plaatselijke werking gelegenheid bestond, en ten slotte heeft onze geringe ervaring geleerd, dat salicylzuur-ammonium weken lang verdragen wordt, hetgeen met salicylzuur meestal niet het geval is.
Aannemende om deze redenen dat salicylas ammoniac het aangewezen praeparaat is, zoo men het
139
zuurgehalte of hel rotlingwerend vermogen der urino wil doen loenernen, wat leeren dan onze waarnemingen?
a. Zoolang de diuretische werking nog op den voorgrond treedt , neemt de relatieve aciditeit, waarop wij vóór alles moeten letten, niet toe. Dit treedt eerst op, nadat feeds een paar dagen het medicament is toegediend. Is eene in ammoniakale gisting zich bevindende urine te bestrijden, dan zal na eenige dagen eerst nuttig effect worden verkregen. Met nagaan der reactie en het microscopisch onderzoek zijn de aangewezen hulpmiddelen om na te gaan, wanneer van het medicament voldoende is gebruikt.
b. Zoo men het herhaaldelijk met zeer korte tus-schenpoozen toedient, neemt de invloed op de aciditeit en bij gevolg die op het antiseptisch vermogen der urine iets af. Klimmen der doses of tijdelijk staken is dan aangewezen.
Zoo salicylas natricus in enkele omstandigheden (idiosyncrasie voor andere salicylverbindingen zou de oorzaak kunnen zijn) gegeven moet worden, dan kan de invloed op de ontwikkeling van schizomy-ceten waarschijnlijk even goed optreden, zoo slechts gezorgd wordt tl al de urine door zure phosphaten in aciditeit toeneemt. Of andere zuren dezelfde rol kunnen vervullen is voorloopig nog niet uitgemaakt.
c. Wat de beteekenis van salicylpraeparaten voor
140
de diurese aangaat, doze is door verscliillende klinici (Baelz1), Hogg2), Fleischer3)) reeds in hel licht gesteld en door Huber4) in het vorige jaar nog sterk aanbevolen. Vele verschijnselen, die ook hij dit onderzoek duidelijk uitkomen, â geringe verandering der diaphorese, vermeerdering der vaste bestanddeelen en verhooging van hot soort, gewicht, nadat de sterkere diurese was afgeloopen â werden door hem bij vele patienten met de meest uit-eenloopende ziekten geconstateerd.
In 45 gevallen van Pleuritis o. a. bewees sali-cylzuur als diureticum hem uitstekende diensten en het was slechts bij Typhus abdominal is, vergevorderde Phthisis pulmonum en bij acute nephritis dat hij zegt: âdie diuretische Wirkung der Salicylsaure trilt nicht mehr so prompt zu Tage.quot; Vermindering der diurese, die Hogg bij deze aandoeningen waarnam, vindt hij slechts bij nephritis.
Wij hebben ons uitsluitend bezig gehouden met de werking van salicylverbindingen onder physiologi-sche omstandigheden. Gaarne leggen wij ons hij zijne ondervinding neer, en evenzeer als hij, bevelen wij na dit onderzoek salicylzuur of liever het ammoniurnzout als diureticum aan. Wel is de voor-
1
Baelz. Ueber salicylsaure mul Thymol. Archiv f. Ileilkuiule ISTö. Dl. IV. pag. 378.
2
Hogg. 1. c.
3
Fleischer. I. c.
4
Huber. üeber die iliarelische Wirkung tier Salicylsauie Deutschcu Arch. i. Klin. Mcdizin. ISST. p. IS'.t.
141
raad dezer middelen voldoende, maar ruimer keus sluil beter keus in zich, en de vele eigenschappen, die salicylzuur lol een der meest te waardeeren medicijnen maken, zullen steeds in aanmerking genomen kunnen worden.
Na deze uiteenzetting is gemakkelijk te verklaren, waarom bij de in hel eerste hoofdstuk opgenoemde aandoeningen der organa uropoëtica van salicylas ammoniac steeds zooveel verandering ten goede werd waargenomen. â Waar ammoniakale gisting der urine in hel spel was, en deze voor de oorzaak van Cystitis, Pyelitis of Pyelonephritis kon worden aangenomen, bleef de oude leer van kracht: neem de oorzaak weg, en het effect verdwijnt. Waar deze gisting nog niet was ingetreden, maaide kansen hiervoor hoogst ongunstig waren, (Paralysis vesicae) werd door het ongeschikt maken der urine voor de ontwikkeling van roltingsorga-nismen veel ellende voorkomen. Waar phosphaal-of carbonaatsteenen de oorzaak waren van het ziek zijn der urinewegen, werden deze niet alleen door de zure urine lol oplossing gebracht, maar de schadelijke werking der urine, die meestal in ammoniakale gisting verkeerde, op de mucosa van bekken, ureter of blaas, werd ook opgeheven.
Ons vermoeden aangaande den invloed van salicylzuur of salicylzure ammoniak op oxalaatstee-nen, werd ook ten volle bevestigd. Geen oorzaak vindend om de zoo duidelijke aciditeilsloename door salicylzuur voor het grootste deel anders te verkla-
142
ren, dan door toename der zure phosphaten, waarin wij door de uitspraak van Fleischer werden gesteund, lag hierin de verklaring opgesloten van het verdwijnen der briefcouvertkristallen in zuringzuur-calcium houdende urine.
Nog wil ik even de aandacht vestigen op eene aandoening, die waarschijnlijk een dankbaar veld voor de toepassing van salicylas aminoniae zou opleveren. Mij is deze in de laatste maanden, toen âpatienten zienquot; niet meer tol mijn dagelijksch brood behoorde, niet onder de oogen gekomen en vroeger werd aan deze toepassing door mij niet gedacht, maar de verlammende werking van sali-cylzuur op rottingsbacteriën als maatstaf nemende, schijnt het mij niet onwaarschijnlijk dat bij inl'ec-tieuze nephritis, in het verloop van Scarlatina, Morbilli, Erysipelas, Diphtherie, Typhus abdominialis enz., zoo deze niet te gelijk met de andere verschijnselen verdwijnt, salicylas ammo-niae met goed succes kan worden voorgeschreven. Kannenberg '), die in 1880, en Bouchard, die in het volgende jaar te Londen op deze infectieuze nephritis en het optreden der specifieke bacteriën in de urine de aandacht vestigde, wijzen er op dat de Nephritis isochroon met het verdwijnen der âPilzequot; verloopt. Zoo nu in het slepende stadium van infectieuze nephritis door salicylpraeparaten dit bevorderd zou kunnen worden, zooals wij dit voor
1^ Kannenberg. Ztschr. f. klin. Med. 1880, 1. pag. 500.
143
de armnoniakale urinegisting hebben gezien, zou onze therapie in die gevallen een belangrijke stap vooruit gegaan zijn.
De diuretische werking van salicylverbindin-gen is bij de genoemde aandoeningen tevens een voordeel. Al staan aciditeit en hoeveelheid in omgekeerde reden, toch kan de in het begin der salicyltoepassing optredende urinevermeerdering niet anders dan gunstig op elke ontsteking der urinewegen werken, en in die enkele gevallen, waarbij het propbylactisch nut van salicylzuur op den voorgrond treedt, kan deze toename niet zulk een na-deeligen invloed hebben â misschien meerdere pijn bij paralysis vesicae, zoo alleen de m. detrusor verlamd is â of ruimschoots weegt hiertegen op de spoedig vermeerderende aciditeit.
Ten slotte nog een paar woorden over salicylas ammoniae als diuretium.
Dat bij aandoeningen van het nierparenchyn, zoo deze acuut of subacuut zijn, elke prikkel vermeden moet worden, is het grondbeginsel, dat voor therapeutisch ingrijpen bij nephritiden steeds gehandhaafd moet blijven. Dat Huber en Hogg bij dusdanige nephritis geene verhoogde, maar verminderde diu-rene waargenomen hebben, ligt voor de hand. Diuretica en dus ook salicylzuur zijn in die gevallen steeds te vermijden.
Ook bij Typhus abdominalis was de diurese volgens den eenen na salicylzuur normaal, volgens den anderen subnormaal, maar wanneer worden diuretica bij typhus voorgeschreven? Vergevorderde
144
Phthilis pulmonum levert ook eene contra-indi-catie op, maar ook hierbij zijn diuretica zelden aangewezen.
Bij elke andere aandoening is de diuretische waarde van salicylzuur van groote beteekenis, maar het gebruik hiervan moet steeds onder de noodigc voorzorgen plaats hebben. Hoewel het aantal waarnemingen, waaruit de schadelijke werking van salicylzuur op de nieren blijkt, niet groot is, moet toch steeds hierop de aandacht gevestigd zijn. Zoo men dit echter in aanmerking neemt en verder let op het afnemen van het diuretisch effect van salicylzuur, zoo dit langen tijd aaneen wordt voorge-schreven, kan dit zuur met recht onder de beste diuretica worden gerangschikt en bij hartlijden, leverlijden en plaatselijke vochtophoopingen met vertrouwen worden voorgeschreven.
f
VERKILARIIST Gr DER CURVEN.
Curve I. hoop der normale aciditeit, van 8 tot 4 uur, om de 2 uur bepaald.
Curve II. Loop der aciditeit, na het gebruiken van sali-cylas ammoniac.
Curve III. Loop der aciditeit, nadat de urine weer normaal geworden is.
Curve IV. Loop der aciditeit onder den invloed van sali-cijlas natricus.
Curve V. Loop der aciditeit van normale urine, van 8 tot 4 uur, om het uur bepaald.
Curve VI. Hetzelfde, na het gebruiken van acidum sali-cylicum.
Curve VII. Hetzelfde-, de urine vrij van salicylverbindingen.
Curve VUL â , onder den invloed van salicylas na-
tvicus.
Curve IX. Hetzelfde; urine zonder salicylverbindingen.
Curve X. ,, , na toediening van salicylas ammoniae.
Curve XL â ; normaal urine.
ND. In de curven V tot en met XI is het gedeelte van 4 uur 's middags tot den volgenden morgen it uur gestippeld, omdat de voor 12 uur 's avonds en 8 uur 's morgens gevondene cijfers niet de aciditeit van uur tot uur aangeven.
10
14«i
Curve XII. Schommeling der totale uciditeit der in 24 uur gesecerneerde urine van 7 November tot G December.
Curve XIII. Graphische voorstelling van de veranderingen door salicylverbindingen in het stikstof- en ohloor-natriumgehalte der urine per 24 uur.
STELLINGEN.
Tei' besfnjding van ammoniakale urmegislin^ ge-bruike men salicylas ammoniae.
II.
Bij hel toedienen van salicylpraeparaten lette men vooral op verscliijnselen van den kant der nieren.
III.
GanUini heeft hel heslaan van Oxalaemie, als eene bijzondere ziekte der stofwisseling, niet aannemelijk gemaakt.
IV.
Bij lijders aan Icterus catarrhalis is de behande-
148
ling met clysmata (Krull, Ghauffard) boven elke andere te verkiezen.
V.
De dagelijksche schommelingen van de aciditeit der urine zijn voor de diagnose van maagaandoeningen van veel beteekenis.
Vi.
Tegen het gebruik van kippeneiwit door nierlijders bestaat geen bezwaar.
VIT
Charcot, Richer e. a. hebben de toestanden, die zij als katalepsie, lethargie en somnambulisme hebben beschreven en als stadia van hypnose opvatten, gesuggereerd.
VIII.
liet vesiculair ademgeruisch ontstaat niet in de trachea.
149
1\'
Infectieziekten kunnen beschouwd worden als locale aandoeningen, die lot algetneem' verschijnselen aanleiding geven.
X.
Ter genezing van pyothorax verrichte men geene ribresectie, zoo te geringe ruimte tusschen de ribben deze operatie niet absoluut noodzakelijk maakt.
XI.
Het verband van Hennequin bij fracturen van het dijbeen verdient sterke aanbeveling.
XII.
Bij geschoten wonden is conservatieve behandeling aangewezen.
XIII.
Dc methode van Kühnast bij het behandelen van Erysipelas â multiple scarificaties en incisies, onder irrigatie der'wondvlakte met eene carbolzuur-
150
oplossing van 5°10 - is niet. boven sublimaalom-slagen te verkiezen.
XIV.
Voor Itet primair-affecl bij lues is rle induratie geen symptoom van groote waarde.
XV.
Ten onrechte beweert Zwei tel (Lebrbuch der Geburtsbnlfe, pag. 594), dat versie steeds zoo spoedig mogelijk moet worden verricht.
XVI.
Intrauterine irrigaties zijn in liet kraambed niet dan in zeer dringende gevallen toe te passen.
XVII.
De peripherische zenuwen moeten beschouwd worden als uitloopers van gangliëncellen.
XVIII.
De tusschenribspieren mogen niet als ademhalmg-spieren worden opgeval.
151
xrx.
De costale respiratie is bij vrouwen niet physio-logisch.
XX.
Secretie en resorptie in de dunne darmen volgen niet uitsluitend de wetten van osmose en filtratie, maar worden vooral bepaald door processen, waarvan de ware aard nog onbekend is.
XXI.
Het uitspoelen van de voorste oogkamer, na eene extractio lentis, ter verwijdering van daarin achtergebleven deeltjes van lens of kapsel, verdient geen navolging.
XX TI.
Bier met kleine boeveelheden salicylzuur kan niet om hygiënische redenen worden afgekeurd.
XXI11.
Eenheid van den rnedischen stand is, door de regeling van het voorbereidend onderwijs hier te lande, ondanks het artsexamen, niet verkregen.
J