jfjFt I^nojö-Jliftnni]
DER
PAROCHIEKERK
H. Martinus
TE
â¢f
Groningen.
- . gt; |i
An 2^
p/U â
HET HOOFD-ALTAAR
OBK
I
Tl-]
GRONINGEN.
NIET IN DEN HANDEL
Den Parochianen van Sint Martinus te Groningen, die door milde bijdragen de bouwstoffen samenbrachten voor het Hoofd-Altaar hunner Fn-roclnelcerh, worden deze regelen aangeboden door
den Pastoor-Deken van St. Martinus AV. F. ELSEN.
GROXINGEK,
Sint Jozef dag 1897.
quot;Wanneer wij het hoofdaltaar in de Parochiekerk van den H. Martinus te Groningen beschouwen, dan springt ons weldra in het oog, dat onze Utreehtsche meester. Jan Brom, een monument van christelijke kunst heeft gesticht, geheel overeenkomstig den stijl der kerk. Dit gebouw is eene waardige herinnering aan den bloeitijd der Nederlandsche Gothiek; derhalve is het een hoofdaltaar waardig, dat ons de schoonste gedenkteekenen der middeleeuwen (aan kunst en godsdienstzin zoo rijk) voor den geest roept. Daarnaar heeft de kunstenaar gestreefd en in dat streven is hij volkomen geslaagd.
Om ons daarvan te overtuigen, zullen wij in de eerste plaats onze aandacht vestigen op de afmetingen van het altaar. Deze afmetingen zijn aangegeven door de hoofdlijnen der koornis
HET HOOFD-ALTAAR
drh
NIET IN DEN HANDEL.
Den Parochianen van Sint Martinus te Gro-ningen, die door milde bijdragen de bouwstoffen samenbrachten voor het Hoofd-Altaar hunner Pa-rochielcerh, worden deze regelen aangeboden door
den Pastoor-Dekoi van St. Martinus W. F. ELSEN.
GRONINGEN,
Sint Jozefdag 1897.
Wanneer wij het hoofdaltaar in de Parochiekerk van den H. Martinus te Groningen beschouwen, dan springt ons weldra in het oog, dat onze Utrechtsche meester. Jan Brom, een monument van christelijke kunst hoeft gesticht, geheel overeenkomstig den stijl der kerk. Dit gebouw is eene waardige herinnering aan den bloeitijd der Nederlandsche Gothiek; derhalve is het een hoofdaltaar waardig, dat ons de schoonste gedenkteekenen der middeleeuwen (aan kunst en godsdienstzin zoo rijk) voor den geest roept. Daarnaar heeft de kunstenaar gestreefd en in dat streven is hij volkomen geslaagd.
Om ons daarvan te overtuigen, zullen wij in de eerste plaats onze aandacht vestigen op de afmetingen van het altaar. Deze afmetingen zijn aangegeven door de hoofdlijnen der koornis
8
en wel zóó, dat de aanwezige ruimte aangevuld en versierd is, zonder eenige schade voor de architectuur. Daarom mocht de rotable (de opstand op de altaartafel) nooit zoo hoog worden opgebouwd, dat daardoor de ramen, die met fraai beschilderd glas bezet zijn, bedekt werden. Daarom ook is de bovenbouw van den hoog opstrevenden expositietroon geheel a jour bewerkt, zoodat het gezicht op het middelraam geenszins wordt belemmerd of verhinderd.
De geheele hoogte des altaars, van af den vloer der kerk tot aan de bovenste kruisbloem, is acht meter. De hoogte der rotable van den vloer af bedraagt vier meter. De breedte van hot sous-bassement, of onderbouw des altaars, is daaraan gelijk. De hoogte der tombe is een meter. Uit de maat dezer hoofdlijnen blijkt duidelijk de symmetrische of evenredige verhouding, eene verhouding, welke in alle onderdeelen is volgehouden.
Vragen wij thans uit welke bouwstoffen hot
9
altaar vervaardigd is. Met de drie treden van gepolijst graniet en een eikenhouten bevloering van liet superpedaneum, (vlakte op de derde trede voor de tombe) is de tombe en de geheele eerste retable, wat het constructieve gedeelte betreft, uitgevoerd in gepolijst marmer van verschillende kleuren.
Het beeldwerk, de versiering van tombe, van eerste en tweede retable met den expositietroon is gedeeltelijk uit mat, gedeeltelijk uit gepolijst koper gewerkt. Marmer en koper zijn dus do bouwstoffen waaruit het altaar is opgetrokken; maar die bouwstoffen eischen bezieling, het lichaam moet kracht en leven ontvangen, en wel van cene gedachte, welke den gcheelen bouw beheerschen en tevens wijzen moet op de heilige en verhevene geheimen, die aan het altaar worden gevierd.
Welk is de gedachte, waarmee de kunstenaar zijn arbeid heeft bezield? Is het altaar, gelijk het werkelijk is, bestemd voor het onbevlekt
10
Offer des Nieuwen Verbonds, voor het Heilig Offer der Mis, dan moet het voor alles eene offerplaats zijn. En is dat zijne besteraining,
dan moet ook in een altaar alles samenwerken,
*
om de hooge beteekenis en de goddelijke kracht aan te duiden, aan deze offerplaats verbonden en daarvan uitgaande.
Op die gedachte wordt reeds gewezen in de tombe -van ons altaar. Immers, welke is de âmateria sacrificiiquot; de stof waaruit het heilig Offer der Mis bestaat? Het brood en de wijn. Welnu; in het brood, waarmee de Engel des Heeren den profeet Elias op zijn tocht naaiden berg Horeb versterkte, en in den druiventros , door Josuë en Kaleb uit het beloofde land meegebracht, erkennen wij de voorafbeeldingen van die goddelijke offerspijzc en offerdrank, welke den Christen in de woestijn des levens, op weg naar den heiligen berg, het rijk der belofte; met moed en kracht zal bezielen.
Op liet middelvak der tombe treft ons de
11
voorstelling van de koperen slang, door Mozes in de woestijn opgericht. Allen, die door de vergiftige slangen waren gebeten; werden door een wonder Gods genezen, wanneer zij met geloof en vertrouwen hunne blikken vestigden op deze koperen slang. God had tot Mozes gesproken: âMaak een koperen slang en stel die tot een teeken; een ieder, die gebeten is en haar aanziet, zal leven.quot; (Num. 21 : 8.)
Deze slang is dan ook een voorafbeelding van Christus, aan de schandpaal van het kruis vastgehecht, die om ons van de vloek der zonde te verlossen, zelf voor ons ten vloek is geworden, en onzen schuldbrief aan het kruis heeft gehecht. (Gal. 3 : 13, Col. 2 ; 12.)
Aan beide zijden der tombe zijn de beeltenissen aangebracht van David en Malachias, beiden profeten, en beiden door God geroepen, om te gelijk met de belofte der Verlossing, de blijvende herinnering aan die Verlossing, het onbevlekte Offer des Nieuwen Verbonds te voor-
12
spellen. David roemde in profetische zangen het II. Sacrament des Altaars, als een gedenk-teeken van Gods wonderen. (Ps. 1 lü : 4.) â Malachias voorspelde: âVan de opkomst tot den ondergang der zon zal Mijn naam verheerlijkt worden onder de volkeren, en op alle plaatsen zal Mijn naam geofferd en een zuiver offer worden opgedragen.quot; (Mal. 1 : 11.)
Wordt echter de hoofdgedachte, in ons altaar gelegd, op de tombe slechts aangegeven; op de retahle wordt zij ten volle uitgewerkt. Daar toch wordt in vier voorstellingen, ontleend aan het Oude Verbond, de volledige beteokenis van het offer des Nieuwen Verbonds aangeduid. Immers, viervoudig is het doel; waarom het H. Misoffer is ingesteld. Het wordt opgedragen om God te loven en te aanbidden. God te danken , Zijne gaven te verzoeken en van Hem vergeving en barmhartigheid af te smeeken. (Lof-, dank-, smeek- en zoenoffer.)
Om God fe loven, te aanbidden. Het eerste
13
offer, waarvan de H. Schrift melding maakt, is liet offer van Abel âden gerechtequot;, hot word aan God opgedragen als eene hulde en erkenning van Zijne opperheerschappij over de schepping, â maar tevens is het eene voorafbeelding van het offer van Jezus Christus, âden waren Abelquot; die, om de macht des Satans te breken en de heerschappij van Zijn hemelschen Vader over de wereld te herstellen, aan liet schandhout des kruises zijn leven ten offer heeft gegeven.
Om God te danken. Gelijk aan den Allerhoogste door Melchisedech een offer van brood en wijn werd opgedragen, om Hem te danken voor de overwinning, door Abraham op zijne vijanden behaald, zoo wordt ook in de H. Mis een dankoffer opgedragen, want het onbloedig Offer des Nieuwen Verbonds is een voortdurend dankoffer voor de overwinning door den Heiland aan het kruishout op den duivel bevochten. Melchisedech, âKoning en Priester des Aller-hoogstenquot;, is eene trouwe voorafbeelding van
14
Jezus Christus, onzen âeeuwigen noogepricster en Koningquot; der heerlijkheid. Ook is Zijne onbloedige offerande van brood en wijn oene gelijkenis van het offer des Heeren op het laatste Avondmaal, toen Hij onder de gedaanten van brood en wijn Zijn goddelijk lichaam en bloed offerde, en Zijnen leerlingen beval hetzelfde te doen: âdoet dit tot mijne gedachtenis.quot;
Om Gods (javen te verzoeken. Abraham offerde zijn' zoon Isaac, op den berg Morea, en hij ontving van den hemel de heerlijke belofte: âin uw zaad zullen alle volkeren der aarde gezegend worden.quot; (Gen. 22 : 18.) Op den berg Calvarie heeft ook God Zijn eenigen Zoon niet gespaard, doch Hem overgeleverd, âopdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar het eeuwig leven hebbe.quot; (Joës 3 : 1G.) En gelijk wegens Abrahams offervaardigheid geheel zijn nageslacht werd gezegend, zoo dalen ook van het offeraltaar de zegeningen des hemels over het menschdom, zoo dikwijls Jezus Christus, de
15
eeuwige Hoogepriester, onder de gedaanten van brood en wijn zich zeiven door de handen des priesters op onbloedige wijze opdraagt aan Zijn hemelschen Vader, gelijk Hij zich eenmaal aan het kruis op bloedige wijze heeft geofferd.
Om God vergeving te vragen. Ter gedachtenis aan de wondervolle verlossing uit Egypte vierden de joden o.a. door het slachten van een lam, jaarlijks het Paaschfeest. God immers had de Israëlieten gespaard voor een verschrikkelijken dood, omdat de stijlen en de drempels der huisdeuren waren geteekend met het bloed van een lam; ook wij, zondaren, zullen gespaard blijven van den eeuwigen dood ter wille van het lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, want â ons Paaschlam, Christus, is geslacht.quot; En het bloed van dat goddelijk Lam, luider sprekend dan het bloed van den onschul-digen Abel, dat bloed roept niet om wraak, gelijk het bloed van Abel, maar om barmhartigheid on vergeving, en wel telken male als
16
op den onbloedigen Kalvarieberg onzer altaren de bloedige kruisdood van den goddelijken Hoo-gepriester Jezus Christus tegenwoordig wordt gesteld.
Aldus wordt op ons altaar door verschillende voorstellingen uit het Oude Verbond , door de offers van Abel, van Melchisedech, van Abraham en van het Paaschlam, het offer des Nieuwen Verbonds afgebeeld, gelijk het waarlijk is, namelijk als lof-, dank-, smeek- en zoenoffer.
Maar de beteekenis van het Heilig Misoffer komt nog beter uit, wanneer wij onze blikken vestigen op de verschillende Heiligen, die den troon van het Goddelijk Lam omringen. Zij staan daar als op den Thabor der verheerlijking, om te getuigen, dat Hij degene is, die in het Oude Verbond zoo heerlijk werd voor-afgebeeld door de meest zinrijke offers. Zij zijn Heiligen uit verschillende eeuwen, verschillend in waardigheid, in rang en in stand, doch allen wijzende op het hoogheilig offer, op zijn
bovennatuurlijke beteekenis en op zijn goddelijke kracht.
Daar staat de beeltenis van den Nederland-schen martelaar, den Gorcumschen pastoor, Leo-narclus van Vechel, die zijn bloed heeft vergoten ter belijdenis van Christus' werkelijke tegenwoordigheid in het Heilig Altaar-Sacrament en die daardoor het hoogste Offer van aanbidding bracht. Daar is de Christen soldaat, de TT. Wilhelmus, die op bijzondere wijze de verzoenende kracht van het Heilig Offer ondervond; de verstorven monnik, de H. Antonius, die zijn wonderkracht dienstbaar maakte aan de verheerlijking van Jezus Christus in het aanbiddelijk geheim onzer altaren.
Daar staan de beeltenissen van Heiligen; engelrein als de jeugdige jonkvrouw Sint Agnes, milddadig als de koninklijke weduwe Elizabeth van Hongarije, Sint Eligius, de Christelijke werkman en Yincentius a Paulo de vader der weezen en de vriend der armen; allen als
18
aangevoerd door den H. Joannes den Dooper, die hen wijst op het Lam Gods, dat verborgen in het Heilig Sacrament des Altaars, de zonden der wereld wegneemt.
Tusschen deze rij van Heiligen, in het midden boven den expositietroon, verheft zich de acht meter hooge baldakijn; daar is het goddelijk Lam zelf afgebeeld met den Vader en den H. Geest, zetelend in het huis Zijner heerlijkheid , om de belooning te zijn van hen, die op aarde in de kracht van het onbloedig Offer den goeden strijd hebben gestreden. Maar die verheerlijking wordt niet verworven tenzij dooi-lijden en strijden, en daarop wijzen ons de vier engelen, die do teekenen des lijdens dragen en het altaar omringen. Zij worden gedragen door vier koperen kolommen, die door tapijten aan elkander verbonden het geheel als omlijsten.
Ten slotte nog een enkel woord over de twee zilveren gedreven deuren aan het tabernakel. Van die twee deuren, afkomstig uit de zeven-
19
tiende eeuw, hoe meesterlijk ook uitgevoerd, kan niet gezegd worden, dat zij geheel en al passen in den stijl van het altaar. De ontwerper heeft gemeend niet beter aan gestelde eischen te kunnen voldoen, dan door deze deuren, als op zich zelve staande, te behandelen. De verlengstukken, welke hier noodig waren, zijn in den stijl van het oude kunstwerk. Als een eerbiedwaardige herinnering aan het oude Groningen, kan dit kunstwerk worden aangebracht zonder den indruk van het geheel te schaden. Beide voorstellingen op de deuren , zoowel het laatste Avondmaal, als David, die de toonbrooden ontvangt uit de handen van Achimelech, wijzen ons op de Heilige Communie als het brood der sterken; en zijn dus hier ongetwijfeld op hare plaats.
En zoo is door den vermaarden ontwerpei-een altaar samengesteld, dat door afmeting en stijl, door bouwstof en gedachte een monument is geworden. Door de vergelijkende studie van
20
verschillende gedenkteekcncn uit de middeleeuwen en tevens door de nauwgezette inachtneming der kerkelijke voorschriften omtrent den bouw van een altaar, heeft de Heer Jan Brom een kunstwerk gewrocht, dat geheel in overeenstemming is met den trotschen bouw van Groningens eerbiedwaardigsten tempel, een tempel die aan het verre nageslacht het geloof en de liefde van het Katholieke Groningen zal verkondigen.