j )0('gt;R
Hi.M.t m dquot; ('■• Ir \;m 11''r niiici-T in 'i.* (gt;vlt;U' \;i
DERDE VERBETERDE DRUK
Met Stenograpliischo Platen en Woordenlijsten
s '; HAVKN u.v; i:
OKliKS. .1. 11. VAN LANCKNHUVSKN
111
4
|
■: : |
:-0^ |
|
. -■ v , :. - |
t'WÊÊ, |
|
- '':.•: ./ |
ti-iÊ |
|
: H, . ; . ■ | |
|
•-:■ N ' r- .( ; |
r - '
.vev/.-. ■ quot;v- .. . - quot; r ;' i - -■ ■
.;■ -r: ■■ - ■ .-lt; ■■.■■quot;
;-■ -•• .-- ■; gt; --■:•■ . ., - v.- - •.- ■ ■ ■
^ ■ -
- ---■, i.
- - 'lt;■ ■.,••: ^ - -^s ■;
's ':■ ■ , ■ ■ f. ■ ■
' - quot; ' - ' ' - quot; V-
T (/
U.R. l'TPFCMT AS J
5C58
VOOR
DOOR
IJirecteur van de Stecographiselie Inrichting der Staten-üeneraal. üiddcr in de Orde van den Nederlandschen Leeuw.
Officier in de Orde van den Eikenkroon,
Eerelid van verscheidene Stenographische Yereenigingen.
DERDE VERBETERDE DRUK Met Stenographische Platen on Woordenlijsten
S GEAVKXIIAGE
GEBRS. J. amp; H. VAN LANGENHÜYSEN 1S99.
\
0365
■r
Door deze nieuwe uitgaaf wordt in het stelsel van stenographie Tetar van Elven—Steger geen verandering gebracht. In hoofdzaak wijkt dit leerboek niet af van de Handleidingen van 1867 en 1882. Wel brengt het eenige verbeteringen, sedert het laatstgenoemd jaar door de praktijk ingevoerd, ter algemeene kennis. Dit geldt evenwel alleen de stenographie als middel tot het opteekeoen van redevoeringen. Waar toch in de uitgaaf van 1882 eene poging werd gedaan om onze kunst dienstbaar te maken aan het algemeen schriftelijk verkeer, wordt die hier niet voortgezet.
Van die zoogenaamde «correspondentie-stenographie» werd toch, zooveel mij bekend is, door de beoefenaars van ons stelsel, geen gebruik gemaakt. Zij gaven zich liever de moeite om het te leeren met al de noodige verkortingen.
Daarenboven, sinds men onze kunst of hetgeen men zoo heeft gelieven te noemen, want in den grond is het geheel iets anders, in de laatste jaren, ook hier te lande, tot geheel andere doehinden wil bezigen dan waartoe zij bestemd is, wensch ik voor goed terug te keeren tot het oude, geheel zuivere standpunt.
Voor het schriftelijk verkeer hecht ik aan de stenographie zoo goed als geen waarde meer, nu men het getal stelsels van snelschrift legio zou kunnen noemen.
4
Zelfs in ons land beoefent men er een vijf of zestal. Voor eigen gebruik heeft onze kunst ook slechts een zeer gering belang, en kan men daarvoor volstaan met dezelfde stenographie, waarmede redevoeringen worden opgeteekend.
Wat het gebruik der stenographie betreft voor den handel of voor administratieve doeleinden — dit is vrij wel en terecht teruggedrongen sedert de invoering van de schrijfmachine. Alet een typcvjriter bereikt men hier veel beter het doel, dan met de stenographie. Snel genoeg kan met dit werktuig bijv. een gedicteerden brie! in druk worden gebracht, en dan is hij in eens gereed om verzonden te worden. Toen men de stenographie voor dit doel bezigde, moest de brief nog in gewoon schrift worden overgebracht. Dit tijdverlies wordt met den typewriter niet geleden. Zoo gedicteerd, is het stuk onmiddellijk ter verzending gereed. Wie voor dit doel dus nog stenographie gebruikt, is uit de mode en achterlijk : de bij uitstek praktische Amerikanen doen het ten minste niet meer of veel minder dan voorheen.
Toch zou het gewone alphabet ook in het vervolg te pas kunnen komen, om een woord of een eigennaam letterlijk te kunnen teruggeven. Daarom is dit ook behouden in deze nieuwe uitgave. Men zie de talel van verbindingen aan het einde van dit boek.
liet stelsel in dit Handboek vervat, wordt reeds eene halve eeuw gebezigd om verslag te geven van de openbare vergaderingen der Staten-Generaal. Dit afdoend bewijs van deugdelijkheid maakt elke andere aanbeveling overbodig, en ontneemt aan elke principieele bestrijding allen grond, liet stelsel is geschikt voor onze door eenvoudigheid van vormen uitmuntende
moedertaal. Men kan het in zeer korten tijd zich in die mate eigen maken, dat het voor eigen gebruik kan worden aangewend. Aan de hoogere eischen welke den stenograaf van beroep worden gesteld, wordt met dit stelsel, evenmin als met elk ander voldaan, dan onder voorwaarde dat de persoon die het wil toepassen den natuurlijken aanleg, de ontwikkeling des geestes en de wetenschappelijke vorming bezit, welke voor den stenograaf in de ware beteekenis van het woord, een onmisbaar vereischte moet genoemd worden. Een bekwame stenograaf van beroep is in alle landen vrij wel te beschouwen als eene zeldzaamheid, De heer J. E. Rockwell zegt daaromtrent inde Circular of information nquot;. i, 1895, bladz. 142, van het Bureau of Education (Department of the Interior. United States of America): «Probably not more than one person of a hundred who take up the study of shorthand, are physically and mentally qualified to make a verbatim reporter». Het cijfer komt mij voor nog beneden de waarheid te zijn.
Onder de stelsels der «geometrischeschool» (Hippolyte Prévost, L. P. Güémn, Aimé Paris, Isaac Pitman, Duployé) staat ons systeem in de eerste rij. Zijne teekens hebben met al de verwante stelsels gemeen den eenvoudigsten vorm voor de medeklinkers. Boven al deze, bezitten wij het voordeel der samensmelting van klinkers en medeklinkers, zooals in sommige graphische stelsels geschiedt, en zeer zeker aanbeveling verdient.
Op al deze gronden blijve de aandacht van al degenen, die de stenographic als vak willen beoefenen, bij voortduring op ons stelsel gevestigd.
Begrip en doe! cfer Stenagraphie.
§ i. De Steno gr aphie, het etigschrift— eene benaming afgeleid uit de Grieksche woorden trrsvs;, eng, en ypciQEiv, schrijven — is een stelselmatig snelschrift. Ongeveer achtmaal sneller dan het gewone schrift, stelt deze kunst ons in staat om in vijf minuten hetzelfde getal woorden op het papier te brengen, waartoe met gewoon schrift veertig minuten zouden gevorderd worden. Dat het stenographisch schrift op het papier veel minder plaats inneemt dun een in gewoon schrift geschreven stuk van denzelfden inhoud, vloeit van zelf uit deze bepaling voort.
§ 2. Om verder een juist begrip van deze kunst te geven, dient nog het volgende te worden aangemerkt. Door middel der stenographie kan men het gesproken woord getrouw terug geven. .Men heeft berekend dat in geen Europeesche taal meer dan tzvee-honderd woorden in de minuut worden gesproken. Dit wil niet zeggen dat het onmogelijk zou zijn sneller te spreken voor zeer korten tijd en met weglating van nadruk of klemtoon, op geheel kleurlooze wijze. Maar wanneer wij hier gewagen van eene radheid van tong die zelden of nooit wordt te boven gegaan, dan denke men aan eene redevoering van eenigen duur,
7
en zóó uitgesproken dat zij nog te volgen is met de gedachte. Aan den eisch van zulk eene snelheid van spreken moet de stenographie beantwoorden. Met geen der stenographische stelsels, ook niet met ons systeem, kan men meer dan 130 woorden in de minuut letterlijk opteekenen Derhalve, de definitie dat de stenographie de kunst is om zoo snel te schrijven als men spreekt, lijdt aan onjuistheid. .Men behoort te zeggen : de kunst om het woord getrouw terug te geven. Deze bepaling neemt het ■woordelijk opteekenen in de meeste, het woordelijk teruggeven in alle gevallen aan, en verklaart alleen met juistheid het begrip der stenographie.
§ 4. Welk is nu het doel der stenographie :
De stenographie is oorspronkelijk alleen bestemd om redevoeringen op te teekenen, eene taak waartoe zij zich ook in onzen tijd hoofdzakelijk heeft te bepalen. Zij kan ook eenigen dienst bewijzen voor eigen gebruik tot besparing van tijd en plaatsruimte. Voor het algemeen schriftelijk verkeer evenwel, is zij ten eenen male ongeschikt. Vooral zoolang ten minste voor elke taal meer dan een systeem in gebruik komt. Nu men in alle beschaafde landen tal van stelsels beoefent, kan van het aanwenden der snelschrijfkunst tot vervanging van het gewone schrift op eenigszins uitgebreide schaal geen sprake meer zijn. Ook in deze bracht de hooggeroemde concurrentie zeker geen voordeel. (1)
(1) Uit de Circular of information nquot;. 1,1893 — Shorthand Instruction and Practice, een officieel werk van de bevoegde hand des heeren Jui.ifs F.vsio.\ liocKWELL, uitgegeven door liet Departement van 15iiinenlandsche Zaken te Washington, blijkt, dat sedert de laatste 10 jaren, alleen voor de Emjehche taal zijn verschenen 180 stelsels van stenographie. öinds 1588. toen het eerste systeem in liet licht kwam, 577, zegge vijfhonderd zevon en zeventig stelsels!
R
Met een oud-stenograaf van zeer goeden naam (i), zijn wij het dus geheel eens, als hij zegt: «Men leere en beoefene deze schoone kunst, wanneer men het voornemen heelt om als stenograaf van beroep op te treden ; men eere en bewondere de mannen, die hunne tijd-genooten en de nakomelingschap met deze heerlijke en grootsche uitvinding hebben begiftigd, en men brenge haar op haar eigendommelijk gebied hoe langer hoe meer in toepassing. Maar .... men misbruike haar niet tot doeleinden, waaraan zij, volgens hare natuur, niet kan beantwoorden en verge van haar geen diensten, welke zij op denzelfden grond nimmer dan gebrekkig en onvoldoende zal verrichten».
§ 5. De middelen waarvan de stenographie zich slel-sehnatig bedient, zijn ;
i0. Kortere dan de gewone letterteekens; 20. woordverkorting;
3quot;. zinverkorting.
§ 6. Derhalve is het een dwaalbegrip :
dat de stenographie voor eik woord een eigen teeken heeft, een soort van hiöroglyphe, welke men van buiten leert, om het gesproken woord daarmede terug te geven;
dat in de stenographie, met name in dit Neder-landsch stelsel, veel is overgelaten aan de willekeur van den stenograaf; en
dat daarom de stenografen die dit stelsel beoefenen, elkanders schrift niet zouden kunnen lezen.
§ 7. Integendeel. Al de beoefenaars van dit stelsel, hebben zich te houden aan vaste regels. Wel kan de
(1) Aug'uat Kretzschmar, Die Wahrheit über die Stenographie.
O
eene stenograaf een woord uitvoeriger schrijven dan de andere, omdat hij misschien minder zelfvertrouwen in zijne kunstvaardigheid bezit, maar dit zal voorzeker een ander kunstgenoot niet beletten, het aldus overtollig duidelijk geschreven woord even gemakkelijk te lezen als degene die het schreef dit zou doen. Beneden het minimum van kortheid dat vast staat, kan niemand gaan zonder een, althans voor een ander onleesbaar stenogram te maken. Maar dit heeft niets te doen met de al of niet leesbaarheid der stenographie, waarvan hier de rede is.
LETTERTEEKENS
§ 8. De stenographische teekens, zoo eenvoudig mogelijk, zijn ontleer.d aan den cirkel en aan de lijn, in verschillende richtingen geplaatst, liet behoort derhalve tot de zoogenaamde geometrische stelsels, omdat de schrijfteekens aan de meetkunstige figuren zijn ontleend, ter onderscheiding van de graphische stelsels, welker letterteekens uit het gewone schrift zijn ontstaan.
§ 0. Voor dengene, wiens hand aan de veel schuinere schrijfletters gewoon is, kan het maken van onze rechtstandige stenographische teekens in den aanvang eenige moeielijkheid opleveren.
Bij eenige oefening evenwel gewent hij daaraan, en schrijft ten laatste, als de hand de goede houding heeft aangenomen, even snel onze teekens als de gewone letters.
Overigens vindt men zelfs in de graphische stelsels tegenhandsche bewegingen, en veel ingewikkelder en moeielijk te schrijven woorden dan in ons systeem, dat, het kan niet genoeg gezegd worden, uitmunt door groote eenvoudigheid, eene hoofdvereischte van elk stenogra-phisch schrift.
11
Daargelaten de niet te ontkennen maar spoedig te overwinnen moeilijkheid om eene langdurige gewoonte af te leggen, en zich aan eene nieuwe schrijfwijze te onderwerpen, is het ons altijd voorgekomen dat de richting van het loopend schrift niet zoo natuurlijk is als die van onze stenographisehe teekens. Terwijl toch vooral de schrijfmethoden van den lateren tijd eene buitenwaarts gewrongen houding van de hand vorderen, bewaren de stenographisehe teekens van ons stelsel evenals die van het bekende en jammer genoeg in ons land weinig beoefende fransche rondschrift, de hand meer in hare natuurlijke houding. Maar al mocht men van gevoelen omtrent dit punt van ons verschillen — de ondervinding heeft geleerd, dat het mogelijk is onze teekens niets minder gemakkelijk en vlug te kunnen schrijven dan het gewone schrift. Oefening en gewoonte doen hier alles af. Opmerkelijk is het, dat iemand die onze stenographie beoefent, dikwijls ook zijn gewoon schuinsch schrift laat varen, om eene rechtstandiper richting aan zijne letters te geven, zeer ten voordeele van de duidelijkheid, een eerste vereischte ook van de in onzen tijd zoo verwaarloosde schrijfkunst.
Alphabet.
§ id. liet stenographisch alphabet bestaat uit iq teekens, te weten ;
a ; b,p\ c, k, q ; d, t ; e ; ƒ, v ; g ; h ; i, ƒ, ij \ l \ m : w ; o ; r ; s ; m ; to ; x ; 2.
Er wordt dus geen verschil gemaakt tusschen de harde en de weeke medeklinkers, wel tusschen de scherpe en de zachte. Voor de klinkers i, j, ij bestaat hetzelfde teeken.
I 2
§ ii. De medeklinkers sch en schr worden geschreven sh en ,sr: ch wordt door de /lt;: of door de ^ wedergegeven, al naarmate de klank dit medebrengt. Zoo schrijft men in stenographic : /.quot;risten, niet c/jristen, nu^'t, niet nacht. Wil men, wanneer de stenographie in het schriftelijk verkeer gebruikt wordt eigennamen letterlijk teruggeven, dan geschiedt dit gemakkelijk, zooals op de stenographische tafel, aan het slot van dit boek, wordt aangegeven.
§ ia. Al de medeklinkers hebben dezelfde grootte, met uitzondering van de teekens voor /2, w, s cn z. Men zie de verhouding op de stenographische plaat.
§ 13. De grootte der klinkers staat in verhouding tot die der medeklinkers als 1:3.
§ i.|. Verdubbeling van klinkers of van medeklinkers heeft nooit plaats.
§ 15. Al de teekens worden van boven naar beneden geschreven, alleen het teeken voor de r van beneden naar boven, gelijk uit de verbinding met het volgende letterteeken blijkt. De richting der r is ook iets schuiner dan die van de d en de /.
§ 16. De twee- en de drieklanken worden gevormd door aaneenvoeging der gewone stenographische teekens. In den regel staat 11 voor zn.
Indien daardoor ■— in een zeer enkel geval — onduidelijkheid zou kunnen ontstaan, zoodat men het eene woord met het andere zou kunnen verwarren (muil; mul) wordt ui geschreven door aaneenvoeging der beide gewone stenographische teekens.
§ 17. Medeklinkers onderling en medeklinkers met klinkers laat men samenvloeien telkens als dit kan geschieden zonder nadeel voor de leesbaarheid, kan, lau, han, km, lm, muur, aak, kam, kaart.
De verbinding der letterteekens geschiedt door eenvoudige aaneenzetting.
WOORDVERKORTI NG.
§ 18. De hoofdregel der woordverkorting is, alleen dat te schrijven wat men bij de uitspraak hoort, en niets meer dan strikt noodig is om in het teeken het woord te kunnen terugvinden. Derhalve wordt in de stenographie volstrekt geen acht gegeven op de taalkundige spelling der woorden. Alleen de grondvorm van het woord wordt teruggeven. De veranderingen van vorm, de voor-en de achtervoegsels worden weggelaten, zoodra daaruit geen onduidelijkheid kan voortvloeien. Voor den stenograaf bestaan derhalve de woorden alleen als kLanken, niet als redededcn.
§ 19. De stomme klinkers worden dus nooit uitgedrukt. Dit geldt hoofdzakelijk de gesloten e. Ook kunnen andere klinkers worden weggelaten, wanneer men die bij bet lezen van zelf terug vindt, gelijk de beide a's in aalmoes; de o wanneer die kan worden aangeduid door verronding bij de aansluiting met medeklinkers.
§ 20. De voorvoegsels der woorden worden verkort als volgt : (zie de stenograph]'sche platen.)
i0. be en ge worden altijd weggelaten ; een enkele maal kan het gebruik van deze voorvoegsels noodig zijn : ter onderscheiding, zooals in geloofwaardig, om dit woord niet te verwarren met lofwaardis ;
15
2°. voor aarts wordt geschreven ; aar : aartshertog;
3°. er, her, wr worden aangegeven door eene kleine r a. erkennen, b. hernieuwen, c. verwonderen ; per onafscheidelijk wordt weggelaten ; d. veranderen ; e. verantwoorden. Alleen wanneer vergissing mogelijk zou worden, schrijve men her voluit ; dit is het geval bij de woorden f. herinnering en g. herijk, om ze te onderscheiden van ring en rijk ;
4°. ont, onver worden geschreven on ; onont: oo ; onover ono ;
■)quot;. uor schnjit men met eene enkele o ; behalve wanneer verwarring met over mogelijk; is ant — a;
6J. uit, een bijzonder teeken gelijk aan een krom geschreven accent aigu, en gevormd uit u en l ; dit teeken wordt ook gebruikt voor builen. Somtijds kan het noodig zijn buiten geheel te schrijven. Dan moet men voor het gewone teeken voor uit een b schrij ven: voorbeeld «Elke Kamer benoemt haren griffier buiten haar midden «.
7°. over wordt geschreven met een enkele o ;
8°. af; voor dit voorzetsel bestaat eeu afzonderlijk teeken, gelijk aan een accent grave, en ontleend aan de samenvoeging van a en ƒ; onaf wordt geschreven : on met het teeken voor aj', niet verbonden met het werkwoord;
9°. voor, boven, onder, achter. Deze voorzetsels worden, als zij onafscheidbaar zijn, aangeduid door een stip te plaatsen voor, boven, ouder of achter het wortelwoord ; anders verkort men ze door vo, bov, on en ag ;
io0. De voorvoegsels aan, een en in, afscheid baar of onafscheidbaar, worden geschreven : a, e, n ; aaneen — as ;
iiquot;. door schrijft men do, doortasten ;
12°. mede me: a. medeweten; b. medegaan;
16
13°. meer =rr me: in samengestelde woorden: a. meervoud, b. meerderjuriy ;
140. neder ~ ne, in samengestelde woorden ; a. nederzetten ; b. nederslaan ;
150. open — op: a. openbaar; b. openhartig;
10°. opper — op : oppermachtig ;
170. van — v ;
18°. vooraf \
190. voort — voor ;
20°. waar — raa ;
21quot;. zelf — z: zelfstandig.
§ 2 j, Omtrent de achtervoegsels gelden de volgende regels, (/ie de stenographische platen).
1°. t, d, te, de worden altijd weggelaten. Schrijf dus niet inactit, droogte, vreugde, maar niag, drag, vreug ;
20. de achtervoegsels aad en aar wo rden in den regel aangeduid door eene a. sieraad ; b. toovenaar. Mocht verwarring mogelijk zijn, dan kan de sluitletter worden bijgevoegd ;
30. In het achtervoegsel st, valt de t weg ; kunst = kuns ;
4°. voor in schrijft men een enkele n ; voor ing, ng ; a. koning ; b. koningin, indien dit voor de duidelijkheid noodig is, wordt voor in eene n geschreven met een punt; bij voorbeeld : daarin, ter onderscheiding van dan ;
50. de uitgang ig wordt aangeduid door eene i ; de uitgang uzo, door eene n : honig, zenuw ;
6°. de achtervoegsels he id en schap, worden aangegeven door h en sh : matigheid, gezelschap :
7°. de achtervoegsels ach tig, haftig, baar, lijk, loos, schap, worden in de stenographic aldus verkort ; ag, haf, ba, l, Is, sh ; voor zaam heeft men een afzondelijk
teeken, ontleend aan de verbinding' van de 2 en de m ;
8°. de uitgang der worden door dr aangeduid of door een enkele r ais der volgt op de letter r, tot den wortel van het woord behoorende ; herder, uitvoerder.
§ 22. Bij samengestelde woorden schrijft men niet altijd den wortel van elk eenvoudig woord der samenstelling, zooals anders in de stenographic gebruikelijk is. Dikwijls zal het voldoende zijn een gedeelte van beide, of van een der beide woorden te beteekenen. Bij voorbeeld : a. uurwerkmaker ; b. boomkweeker ; c. ■waarheidlievend ; d. hoogeschool.
§ 23. Nooit moet men gewoon schrift bij de stenographic gebruiken. Dit is volkomen overbodig, en het gevolg van een geheel ongegrond gebrek aan zelfvertrouwen. Alle woorden zonder uitzondering, zelfs eigennamen en vreemde woorden kunnen in stenographic duidelijk genoeg geschreven worden. In den regel is het voldoende wanneer de twee eerste lettergrepen van een vreemd woord worden aangegeven, om het gcheele woord te kunnen terugvinden Bij voorbeeld : Ik heb hem resti . . . . gegeven ; Hij kan zich die contri . . . . niet getroosten; Hij is altijd in de contra .... enz.
§ 24. Stenographische cijferteekens behoeft men niet. Enkele cijfers door een spreker genoemd, kunnen met de gewone arabische cijfers worden opgeteekend. Zij zijn den stenograaf ook meestal bekend, ofte vinden. Groote becijferingen worden door den redenaar in den regel van het schrift voorgelezen en moeten dan aan den stenograaf medegedeeld worden. De nauwkeurigste opteekening zou toch geen juistheid bij het teruggeven kunnen waarborgen, omdat zoo licht verkeerd kan verstaan worden.
2
i8
§ 23. Andere niet te versmaden hulpmiddelen bij de stenographic zijn de zoogenaamde menten. Daardoor verstaat men vaste teekens, voor enkele dikwijls in de rede voorkomende woorden, of verkortingen, welke de stenograaf voor zich kan kiezen, om woorden terug te geven, in de bespreking van een onderwerp zeer dikwijls voorkomende. Onder de merken van de eerste soort komen de volgende voor:
1. alsnu ; 2. aldus; 3. alzoo; 4. beraadslagen (ing); 5. bovendien; 6. binnenlandsch ; 7. buitenlandsch; b. buitengewoon; 9. buitendien; 10. dat; 11. daar, ook in al de met daar samengestelde woorden ; 12. dadelijk; 15. en, als voegwoord en in liet midden van woorden, denken; 14. derhalve; 15. deshalve, ió. een ; 17. einde ; 18. evenzoo ; 19. geven ; 20. grondwet; 21. gouvernement; 22. gouverneur-generaal ; 23. hebben; 24. het; 25. ik; 26. indien; 27. inderdaad; 28. leden; 29. niet; 30. nieuw; 31. ofschoon; 32. raad van state: 33. staten-generaal; 34. stelsel; 35. hij; 36. wij: 37. zelf; 38. in dit opzicht.
§ 26. Phraseographie, dat is de verbinding of het aaneenschrijven van kleine woorden, voorzetsels en lidwoorden, of woorden welke in een nauw zinverband tot elkander staan, is ook zeer aan te bevelen : Als ; aande, vande, enz.; zeerzeker; weliswaar; totnutoe.
Dit middel moet niet geïmproviseerd worden, dat wil zeggen men moet die verbindingen (phrases) niet onder het opteekenen als het ware uitvinden. De vaste verbindingen welke men heeft aangenomen, moeten derhalve zóó in het geheugen geprent, gememoriseerd zijn, dat zij, zonder daaraan te denken, evenals de woordverkortingen, uit de pen vloeien. Anders zou het bezigen der phraseographie meer oponthoud geven,
10
dan snelheid van opteekenen bevorderen. Men gebruikt die phrases derhalve ook bij gemakkelijk te volgen sprekers, al zijn ze daar niet strikt noodig. Toch is het niet overbodig te waarschuwen tegen een overmatig gebruik van verbindingen. In vroegeren tijd was dit middel niet bekend, en toch kon de snelste spreker met een goed stelsel van stenographie opgeteekend worden. Het is dus te beschouwen als eene verbetering, in zooverre het opteekenen daardoor minder inspanning vereischt. Werd de phraseographie, vooral de geïmproviseerde, overdreven, dan zou daardoor het doei niet worden bereikt, maar tegengewerkt.
§ 27. Hoofdletters en leesteekens worden niet gebruikt. Men kan de volzinnen van elkander scheiden door eene kleine ruimte. In den regel geschiedt dit niet, omdat daaraan geen volstrekte behoefte bestaat.
111-
§ 28. Met onze korte letterteekens en de verkorting der woorden kunnen wij niet alleen een langzaam, maar ook een middelmatig sprekenden redenaar zonder moeite woordelijk opteekenen ('). Onder de langzame
2 I
sprekers rekenen wij hen, die niet meer dan honderd woorden in de minuut, of dit cijfer ongeveer bereiken, liet middelmatige tempo van spreken, 100—125 in de minuut, kan ook woordelijk worden gevolgd, met uitlating van lidwoorden en voorzetsels, waar dit zonder eenig gevaar van onnauwkeurigheid in het teruggeven kan geschieden. Gaat een spreker boven dit cijfer, dan is ook zinverkorting noodig. Dit hulpmiddel is onvermijdelijk, onverschillig welk stelsel van stenographie wordt toegepast. Indien een redenaar, om een voorbeeld te noemen, bij uitzondering, op den duur tweehonderd woorden in de minuut zou spreken, dan zou het toch wel niet mogelijk zijn voor elk woord een streepje, laat staan een min of meer samengesteld stenographisch teeken te zetten.
Bovendien, een redenaar die boven de 150 woorden in de minuut spreekt, vervalt noodwendig in herhalingen, drukt zich nu en dan minder correct uit, verwartzich in zijne volzinnen, waardoor zij, zooals men zegt, niet goed rond loopen ; kortom, spreekt in een stijl, die voor den hoorder al het aangename van eene schitterende improvisatie kan hebben, maar die noodwendig in een leesbaren schrijfstijl moet worden omgezet.
Daaruit volgt van zelf, dat, wel verre van zulk een redenaar woordelijk te moeten opteekenen, de stenograaf het best zijn taak zal vervullen die, reeds onder het stenographieeren, of ten minste bij het uitwerken, al datgene uit de rede verwijdert, dat, zooveel mogelijk met behoud van den eigenaardigen spreektrant des redenaars, niet moet geschreven worden, om de eenvoudige reden dat men niet moet spreken zooals men schrijft of, althans in sommige gevallen, niet schrijven gelijk men spreekt.
§ 29. Bij die zinverkorting is — het zal aan een
ieder nu duidelijk zal zijn geworden waarin zij bestaat — vooral noodig, kennis van het onderwerp der beraadslaging.
Hier ook wordt de vlugheid van opvatting en de tegenwoordigheid van geest van den stenograaf op de proef gesteld.
De gevatheid en de handigheid welke gevorderd worden om de zinverkorting met goed gevolg te kunnen toepassen, wordt wel door oefening in vergaderingen verkregen, maar daartoe is het toch noodig dat men natuurlijken aanleg voor dit moeilijk werk bezit, en eene geschiktheid, welke bij overigens goed ontwikkelde lieden , ai zeer weinig wordt aangetroffen.
Algemeene regelen voor die zinverkorting te stellen is eene onmogelijke zaak. Men vindt dan ook in geen enkel handboek voor onze kunst eene poging om dit te doen, wel eenige voorbeelden van dit hulpmiddel, zooals men ook in onze handleiding zal aantreffen.
Iedere stenograaf zal voor zich zeiven het best weten hoe hij het moet aanleggen om de zinverkorting zoo toe te passen, dat het gesprokene volkomen juist, zij het dan ook niet woord voor woord, worde teruggegeven, liet zeer weinige wat omtrent dit derde middel onzer kunst dan nog te zeggen valt, is het volgende.
§ 30. Men late bij het opteekenen alles weg wat bij het ontcijferen der rede van zelf wordt teruggevonden, zooals lidwoorden, bijwoorden, voornaamwoorden, voegwoorden, hulpwerkwoorden enz.
§ 31. Bij zegswijzen en spreekwoorden schrijve men alleen den aanvang; «De kruik gaat. . . «Een ezel stoot zich . . . .» «Si vis pacem.....»
§ 32. Herhalingen van woorden worden weggelaten, bijv., niet uit onverschilligheid, noch uit wrok ; —
23
door vrijheidszucht, door eer en door trouw geleid ; met naam en met invloed, met beleid en met kloeke daden, met al wat de nood zou eischen ; èn in het belang van den landbouw, èn in het belang van den handel, èn in het belang van de financiën ; enz.
§ 33. Bij tegenstellingen laat men het tweede gedeelte weg: het goed of het kwaad, bij dag en bij nacht ; te recht of ten onrechte.
§ 34. Alle bekende aanroepingen, als Mijneheeren, Mijnheer de Voorzitter, Geachte toehoorders, worden aangegeven door een gewoon uitroepingsteeken.
Komt het er om eene bijzondere reden op aan, dat men de juiste apostrophe aangeve, dan worde die op de gewone wijze geschreven. Ik heb een lid der Tweede Kamer gekend die er zeer op gesteld was dat de stenograaf hem niet het gebruikelijke (Mijnheer de Voorzitter liet zeggen. Hij richtte zich tot de vergadering altijd met: «Mijne Meeren !» «Hij sprak immers», zeide hij, «tot zijne rechters».
§ 3 5. Het teeken van gelijkheid (=) wordt gebruikt om dikwijls voorkomende woorden aan te geven, nadat men ze reeds eenmaal gestenographieerd heeft. Bijvoorbeeld : Zij maken verordeningen , die zij voor het provinciaal belang noodig achten. Die = behoeven enz. — Elke Kamer onderzoekt de geloofsbrieven enz. = benoemt haren griffier.
Wenken voor leerlingen.
§ 36. Wil men de stenographie voor eigen gebruik, meer uit liefhebberij, beoefenen, dan zal het voldoende zijn zich van het leerboek te bedienen. In elk geval is dit beter dan het zoogenaamd onderwijs te ontvangen van iemand, die, zelf geen stenograaf zijnde, en dus zonder eenige ondervinding in de praktijk, zich tot leer-
meester der snelschrijfkunst heelt opgeworpen. Nog erger is het wanneer zulk een geïmproviseerde onderwijzer zich veroorlooft wijziging, zoogenaamde verbeteringen te brengen, in een stelsel van stenographic dat jaren lang met goed gevolg is gebezigd. Omdat ik persoonlijk de nadeelen heb gezien door zulk een zoogenaamd onderwijs aan den leerling berokkend, komt mij herhaalde waarschuwing niet overbodig voor tegen «leermeesters», die de kunst niet geheel als vak uitoefenen, en voorgeven aan anderen te zullen onderwijzen wat zij zei ven niet kennen.
Men wachte zich dus voor de lieden die ik eens heb gemeend te moeten aanduiden als les, flibustiers de la stenographic. Mijn oude vriend en kunstgenoot, professor Dr. J. VV. Zeibig, een der celebriteiten op steno-graphisch gebied, vond die uitdrukking wel «etwas drastischgt;j, een beetje kras zouden wij zeggen, maar de exploitatie heeft onze kunst in de laatste jaren, ook in Nederland, meer kwaad gedaan dan kan gezegd worden, en een scherp woord overal dat geknutsel en dat boerenbedrog, waarvan ten slotte de leerling het slachtoffer is, wie zal het mij niet, om de zaak, ten goede willen houden.
Het spreekt van zelf dat personen die de stenographic als vak wenschen te leeren uitoefenen, zich onder de leiding van een bekwamen en geroutineerden stenograaf behooren te stellen. Onlangs is in Oostenrijk bepaald, dat een cursus tot vorming der stenografen voor het parlement zal gehouden worden, waaraan alleen «Hoch-schüler.; mogen deelnemen, die reeds eene snelheid van 80 tot 100 woorden in de minuut bezitten. Zoo wordt voor hen die stenografen der Staten-Generaal wenschen te worden, een jaarlijksche cursus gehouden, die in de Nederlandsche S/aa/scowran/wordt aangekondigd,
met vermelding van de voorwaarden waarop men daaraan kan deelnemen. Verdere opleiding' wordt gegeven bij de Stenographische Inrichting der Staten-Generaal. Hoofdzakelijk en in den regel alleen langs dezen weg, is het in ons land, bij gebrek aan elke andere oefenschool, mogelijk om tot stenograaf te worden gevormd. Zonder wetenschappelijke vorming — ook dit bedenke men wèl — is de stenographic niets waard, minder nog dan palet en penseel in handen van een neger of een Boschjesman.
Dat ik in dit gevoelen onder de deskundigen niet alleen sta, kan onder anderen blijken uit het volgende.
Tranz Stolze, de zoon van den uitvinder van een stelsel van stenographic, Willem Stolze, heeft daarin, al dadelijk na den dood van zijn vader, verandering'en gebracht, welke ten doel hadden om het als covrcspon-dentic en hcnidelsschrijt bruikbaar te maken. Hij deed uitkomen dat het nimmer de bedoeling is geweest dat stelsel te doen dienen als een snelschrift voor de twaalf stenografen van het Pruisische Huis van Afgevaardigden, «omdat deze zich ten allen' tijde toch zelf
moeten helpen». Wie praktische stenograaf wil worden, zegt hij, «moet maar naar Berlijn komen». «Brengt hij de noodige kennis en de noodige vaardigheid mede, en is hij overigens onvermoeid, dan zal hij na twee, drie zittingen, derhalve na twee of drie jaren, reeds een groot eind zijn vooruitgegaan, maar nog geen meester zijn. Tus-schen den stenograaf-dilettant en den stenograaf van beroep bestaal immers een verschil dat niet geringer is dan tusschen den eenvoudigen liefhebber vang3'mnas-tiek en den kunstenmaker, die zijne halsbrekende toeren voor het publiek uitvoert. Om den hoogsten graad van het meesterschap in de stenographic te verkrijgen, wordt eene oefening gevorderd, waartoe niemand buiten
het Parlement in de gelegenheid is. Zelfs de stenografen der Kamers nemen bij het begin eener nieuwe zitting met een i ge beklemdheid plaats aan hun schrijftafel, omdat zij het gevoelen de geoefendheid een weinig te hebben verloren. Het is eene dwaling en eene aanmatiging van den liefhebberstencgraaf als hij meent, datgene wat de stenograaf van beroep door een arbeid gedurende lange jaren, door voortdurende vereeniging van alle geestelijke en lichamelijke krachten op één punt, door de dagelijksche oefening welke het beroep medebrengt bereikt heeft, in zijne snipperuren, bij wijze van tijdverdrijf, ook te kunnen verwerven ».
Deze opmerkingen verdienen ten zeerste behartiging. Men ziet er uit dat hetgeen ik in eene vroegere uitgave van mijn Handhoek geschreven heb, dooreen Duitschen vakgenoot volkomen beaamd wordt. Hoe beter een stelsel geschikt is voor gebruik in het dagelijksche leven, hoe minder bruikbaar het is voor het hoogste doel der stenographic.
Iedereen die de stenographic als vak wil beoefenen, moet natuurlijk beginnen met de keuze van een systeem.
Men kieze dan een stelsel waarvan proefondervindelijk bewezen is dat het aan het doel beantwoordt. Daar zijn stelsels genoeg, waarmede het mojrelijk is tot zekere hoogte het gesproken woord te volgen. Zulk een stelsel dat men kan gebruiken voor hetgeen in de wandeling handels- of amanuensis stenographic genoemd wordt, is ongeschikt voor dengene, die de stenographic wil bezigen voor het opteekenen van redevoeringen. Kies ook geen stelsel door een theorist vervaardigd, dat is door iemand die het nooit in de praktijk heeft gebracht, hij moge dan notaris of kapitein, ja zelfs majoor der infanterie wezen.
2?
Zoo zijn er ook in ons vaderland uitgegeven. Kies vooral geen stelsel, waarvan de vervaardiger u ten stelligste belooft, als ware hij de waarheid in eigen persoon, dat gij het in weinige lessen volkomen zult kunnen in beoefening brengen. Is een stelsel gedurende vele jaren met goed gevolg gebezigd, niet door een enkelen stenograaf, maar door verscheidene mannen van het vak, dan kunt gij veilig vertrouwen dat het geschikt is voor het doel, en daarop derhalve uwe keuze bepalen.
.Men meene niet dat dit alles van zelf spreekt, en het dus geheel onnoodig is, hierop de aandacht te vestigen. Mijne langdurige ondervinding heeft mij geleerd, dat hoe meer de stenographie, vooral in den laatsten tijd, in ons land beoefend is geworden, hoe minder men zich een juist begrip heeft gevormd van de moeilijke taak, welke de stenograaf geroepen is te vervullen. Voorts nog dit. Personen die de kunst willen leeren, vragen zich niet ernstig af, waar natuurlijk de meeste waarborgen voor de deugdelijkheid van een stelsel gevonden worden, maar nemen het een of ander systeem ter hand, omdat de een of andere boekverkooper het hun als het nieuwste aanprijst, of dewijl eene aankondiging daarvan in een dagblad wordt gevonden. Zoo handelende, komt men allicht bedrogen uit, en een stenograaf, die dezen naam in waarheid verdient, blijft dan ook, ondanks al die systemen en certificaten van «vertrouwdheid» en speed-certificates, in ons land een witte raaf.
Indien ik bij dit zeer gewichtig onderwerp wat langer heb stilgestaan, dan mij, om verscheidene reden, lief was, het geschiedde omdat mijn werk bestemd is voor personen, die zich op de stenographie willen toeleggen, met het doel om daarmede eenig geldelijk voordeel te
28
verkrijgen, en die bijna geregeld daaromtrent op het dwaalspoor worden gebracht : blinden geleid door blinden. Polemiek in de dagbladen kan daarin, dunkt mij, geen verbetering brengen, en is dan ook van mijne zijde nooit te verwachten ; alleen in een werk dat aan het vak is gewijd, kan zulk eene terechtwijzing geacht worden op hare plaats te wezen. Men gelieve daarmede nu zijn voordeel te doen.
§ 37. Wat nu het schrijfmateriaal betreft, voor de oeleningen in het schrijven der letters, der verbindingen en der woordverkortingen, gebruike men de bekende schriften met hokjes van middelmatige grootte, zooals zij voor de vormleer gelinieerd zijn. Oefeningen in het stenographieeren worden 023 gelinieerd papier gedaan, voor het opteekenen van redevoeringen bezigt men best, zwaar, ongeglansd papier als men het potlood gebruikt, geglansd wanneer men zich van de pen bedient.
gt;5 38. Over het gebruik van het potlood of de stalen pen bestaat bij de vakstenografen groot verschil van gevoelen. Daar zijn er die beweren dat het gebruik van het potlood schrijfkramp veroorzaakt, omdat het veel minder elastiek is dan de pen, en een grooteren druk vordert. Dit is, onder anderen, het gevoelen van den heer David Wolfe Brown, stenograaf van het Huis van Vertegenwoordigers van de Vereenigde Staten van Amerika, schrijver van verscheidene werkjes over onze kunst. Ik kan dit volstrekt niet toegeven. Gebruikt men een geschikt, middelmatig zacht potlood, zooals de BB Paber, dan behoeft de drukking niet grooter te zijn dan met de pen. Gedurende de 50 jaren dat de stenographie bij de Staten-Generaal in praktijk is gebracht, kwam, zoover ik weet, geen geval van schrijf-
29
kramp voor. Persoonlijk weet ik nog niet wat dit euvel is, ofschoon menig potlood door mij is verbruikt voor het opteekenen van redevoeringen, en nooit een pen. Wel herinnerde ik mij gevallen van groote vermoeienis der hand. Nu gebruikte men gedurende al die jaren, bij de Stenographische Inrichting bijna zonder uitzondering het potlood. Ik herinner mij slechts van twee stenografen, dat zij ter besparing van hunne oogen, die zwak waren, zich uitsluitend van ganzenpennen bedienden ; maar dus volstrekt niet uit vrees voor schrijfkramp. De stenograaf moet zich gewennen met lichte hand te schrijven, zonder drukking, de hand te laten glijden over het papier, en haar nooit oplichten. Het stenographieeren met potlood is dus zeer aan te bevelen. Men heelt dan het bezwaar niet van het herhaald indoopen, van het spatten der pen en andere dergelijke hindernissen. Stenographieeren met de pen daarentegen levert het vooideel op, dat men bij langdurig uitwerken, vooral bij kunstlicht, de oogen veel minder vermoeit. Het beste is pen en potlood steeds bij de hand te hebben. Voor middelmatige snelle sprekers gebruikt men de pen; voor buitengewoon radde sprekers, het potlood.
leder bezige de pen waarmede hij gewoon is te schrijven ; pennen met al te fijne punten zijn af te raden. Aan het potlood wordt eene platte punt geslepen, omdat daarmede gemakkelijker de verdikking der letters kan geschieden.
«5 38. Omtrent de houding der hand valt het volgende aan te merken. Men moet die niet eene schuinsche richting geven, zooals bij het gewone schrift geschiedt, maar eerder binnenwaarts gekeerd, zóó dat de duim parallel blijve met den voorkant van het papier,
3°
als men dit recht voor zich heeft. Men gewenne zich om de pen, tusschen den duim en de beide voorste vingers, gemakkelijk in al de voor het stenographisch schrift vereischte richtingen te bewegen. De nieuwste methode van schrijven, waarbij de pen tusschen den eersten en den tweeden vinger wordt geplaatst, is dan ook voor ons stelsel van stenographic ongetwijfeld af te keuren. Welk voordeel daarin voor het gewone schrilt is gelegen, kon mij nog niet duidelijk worden. Vlugheid van schrilt wordt daardoor zeker niet bevorderd ; duidelijkheid misschien wel, omdat het schrilt, daardoor rechtstandige!' wordt. Maar ook met de oude methode kan men de pen vlug bewegen, en keeren en wenden zooals men wil. In den beginne kost het eenige moeite, vooral als de hand aan de schuine buitenwaartsche richting gewend is, om zich naar de voor ons stelsel gevorderde richting te voegen, maar langzamerhand beweegt men de hand in die nieuwe richting met groot gemak.
§ 99. De leerling moet beginnen met zich een paar weken bezig te houden met het schrijven van het alphabet. Aan deze en al de andere dagelijksche oele-ningen bestede men minstens twee, liefst drie uren. Zooveel mogelijk verdeele men dien oefeningstijd zóó, dat er tusschen elk uur een geruime tijd verloope, ten einde de aandacht en de hand te doen rusten. Men make zich de teekens van het alphabet zóó eigen, dat ze nauwkeurig en tevens vlug, zonder aarzelen, kunnen geschreven worden. Deze nauwkeurigheid is nog noodzakelijker bij de oefeningen in de woordverkorting. Men schrijve de woorden zoolang, totdat zij zonder moeite voor den geest komen en worden opgeteekend. Men moet zich geen oogenblik
behoeven te bedanken hoe het woord moet geschreven worden, en de hand beboort bij het stenographieeren nog veel minder te aarzelen dan dit geschiedt bij het gewone schrift.
Keurig stenographieeren van den beginne af, is een eerste vereischte. Hij die zijne teekens slordig maakt, vervalt al spoedig van kwaad tol erger, en eindigt met zoo onduidelijk te schrijven, dat het lezen met moeite gepaard gaat. Niets bederft zoozeer de onvermijdelijk noodige vastheid van hand, dan de slordigheid, laat ik het noemen de slapheid, waarmede men stenographieert.
Herhaald naschrijven van een correct stenogram, totdat men van de verkortingen volkomen zeker is, daarna onder dictee hetzelfde stenographieeren, met de grootst mogelijke snelheid, zoodat het schrift toch duidelijk blijft — ziedaar een ander middel om spoedig groote vorderingen te maken in het snel stenographieeren.
§ 40. Volgt eene oefening in het maken der verbindingen gedurende drie weken. Men schrijve drie kantjes daags , elk van zes verbindingen, in de volgorde als hierachter is aangegeven.
Het behoeft wel niet gezegd te worden dat deze bepalingen omtrent den tijd van oefening, wijziging moeten ondergaan naar gelang van den aanleg en de geschiktheid van den leerling. Toch meen ik deze opgaven van tijd als minima te mogen aanduiden. Het kan zeer goed zijn dat het resultaat eerst na langeren tijd verkregen wordt. Een ieder toetse dit aan de verkregen uitkomsten.
§ 41. Gedurende al dien tijd, laat de leerling zich
een paar maal in de week de letters en de verbindingen waarin hij zich geoefend heeft, dicteeren, om zoo te beproeven ol zij hem dadelijk voor den geest komen, en of hij eenige vordering daarin maakt. Intusschen moet men daarbij niet met overhaasting te werk gaan, en zich nimmer boven zijne kracht van schrijven laten voorzeggen. De vlugheid, men kan het niet genoeg herhalen, want dit is een struikelblok voor de meeste leerlingen, moet niet ongeduldig worden nagejaagd. Men schrijve keurig en juist; de snelheid zal onge-merkt komen. 1 och moet men van den anderen kant het zichzell met te gemakkelijk maken, en eenige inspanning niet vreezen.
§ 42. Men mag de pen niet oplichten, vóór dat het geheele figuur geschreven is. Mets is geschikter dan eene gezette oefening in de verbindingen, om den leerling gemak te doen verkrijgen in de vrije beweging van de pen tusschen den duim en de twee voorste vingers.
§ 43. Sommige verbindingen zijn dubbel aangegeven, omdat zij ter linker ol ter rechterzijde geschieden, naarmate van de plaatsing van het eerstvolgend teeken. Men oefene zich voor de helft in beide.
Wanneer klinkers met medeklinkers in ééne richting samenloopen, gaat de dikte van den klinker zacht over in den dunnen medeklinker: a—è; a—c. enz.
§ 4-1. Nadat de leerling zich gedurende den aangegeven tijd in het schrijven der stenographische teekens en hunne verbinding, in het tempo dat voor ieder naar zijn aanleg en krachten bestaanbaar is, met groote netheid heeft bezig gehouden, — gaat hij over tot het beoefenen van de woordverkorting.
§ 45- stelsel van verkorting der woorden is tot de uiterst mogelijke grens gedreven. Men heeft wel eens gevraagd of het niet overdreven was.
De ondervinding door mij gedurende eene halve eeuw opgedaan, zoowel bij mijn eigen praktijk, die zich over vele en verscheidene onderwerpen van bespreking heeft uitgestrekt, als bij het onderwijzen van anderen, geeft mij het recht om ten stelligste te verklaren, dat een ontwikkelde en wetenschappelijk gevormde stenograaf, de verkortingen door mij aangegeven volkomen gerust zal kunnen toepassen, en dat hij niet in het allerminst vergissing, verwarring of onduidelijkheid behoeft te vreezen.
In den aanvang zal de leerling wellicht eenige moeite hebben om het stenographisch woordteeken te ontcijferen, maar aldoende verkrijgt hij daarin een groot gemak; en eindelijk leest hij het woord met evenveel zekerheid alsof het in gewoon schrift voor hem stond.
Hetzelfde ziet men bij kinderen die leeren lezen. Ook zij moeten het woord eerst ontleden vóór dat het hun mogelijk is het vlug en zonder aarzelen te kunnen uitspreken. Het heelt mij, bij den Cursus van Stenographic dikwijls verrast, hoe spoedig de leerling in deze oefening vooruitgaat. In de derde of de vierde les over de woordverkorting, leest hij de woorden die hem worden voorgelegd, met vaardigheid. Dit deed mij vooral ook daarom genoegen, dewijl het een afdoend bewijs is, dat de verkortingen goed gekozen zijn, en volkomen beantwoorden aan het dubbele doel: duidelijkheid van schrift en grootst mogelijke kortheid.
§ 46. Men gaat nu voort met het schrijven der ver-
3
34
kortingen, io woorden per kant van 40 regels in het vormleerschrift. De^e oefening duurt drie maanden. Al de geschreven woorden laat men zich dicteeren, niet met het doel om ze snel te schrijven, en ook niet te langzaam, maar alleen om de proef te nemen of het stenographische teeken, dat het woord uitdrukt, vaardig voor den geest komt. Daardoor wordt het bewijs geleverd of men al dan niet de verkortingen machtig is.
Heelt men zoo de woordenlijst bij deze Handleiding gevoegd doorloopen, dan wordt dit gedeelte der oefeningen vervangen door het eigenlijke stenographieeren
lïene gemakkelijke manier om zich nu en dan zonder dictee te overtuigen of men vorderingen in dit gedeelte der oefeningen heeft gemaakt is de volgende.
Vouw een vel papier in folio, in eenige kolommen. Schrijf de woorden uit de lijst in stenographie op de eerste kolom; schrijl ze over in gewoon scnrift op de tweede kolom, en plooi dan de eerste kolom achterom ; breng het gewoon schrift over in stenographie in de derde kolom, en ga zoo afwisselend voort. Doe dit totdat de gewenschte uitkomst is verkregen.
§ 47. Bij de stenographie moet, evenals bij het gewone sclirilt, de schrijflijn in acht worden genomen. Alen plaatse de woorden zoo, dat zooveel mogelijk evenveel van de teekens der verscheidene woorden gelijkmatig boven als beneden de lijn komt. Daardoor verkrijgt het schrift een fraai en regelmatig aanzien. Men raadplege de voorbeelden.
§ 48 Men oefent zich verder in het naschrijven van een boek. Bij eene dagelijksche oefening van drie uren, cn het schrijven onder dictee, minstens driemaal vijf
35
minuten in de week, duui t dit Idutste gedeelte Vein den cursus twee maanden. Dij die schrijfoefening is het doel volsti ekt niet om snel, maar om zeer nauwkeurig en net te schrijven.
Herhaald naschrijven van een correct stenogram totdat men met de verkortingen volkomen vertrouwd is, daarna onder dictee schrijven van hetzelfde stenogram met de grootst mogelijke snelheid — ziedaar een an dei-middel om gi oote vordering te maken in het snel steno-giaphieeien. Altijd blijlt groote keurigheid van schrift in het oog te houden.
Het dictee vangt aan met 50 woorden in de minuut. Het wordt gaandeweg opgevoerd tot jou woorden. fJicteeien is evenwel altijd slechts op zijn best een nabootsen van het opteekenen, van voor den vuist uitgesproken redevoeringen. Daarom kan met dicteeren nooit een stenograaf gevormd worden. De kunst kan men alleen leeren door redevoeringen in eene vergadering uitgesproken. De jeugdige stenograaf moet leeren verscheidene sprekers te volgen en aan hun stem, toon, spreektrant gewoon worden. Want ook het gehoor dient te woiden gcoc/enJ, al is het ook zoo scherp, als vooi ieder die de stenographie als beroep wil beoefenen, een onmisbaar vereischte moet worden geacht. Is die graad van snelheid van 80 — 100 woorden in de minuut bereikt, dan begint de oefening in het stenographieeren van gesproken redevoeringen. .Men kiest eerst de langzame sprekers, en teekent gaandeweg de snelste op. Hoe minder men daarbij zijne bedaardheid, die toch met zekere inspanning kan en moet gepaard gaan, verliest, hoe beter men in dit moeielijk werk zal slagen. Gejaagdheid en zenuwachtig opteekenen is een groot struikelblok voor iederen stenograaf, maar voorname-
lijk voor den beginneling. In den regel duurt de opleiding van stenografen voor de Staten-Geueraal een drietal jaren, de dagen van oefening berekend op ongeveer honderd vijftig vergaderingen in het jaar.
Daarbij dient in aanmerking te worden genomen, dat het hier niet alleen de vraag is om de stenogra-pliische vaardigheid te verkrijgen, maai ook om zich langzamerhand op de hoogte te stellen van de zeer onderscheiden ontwerpen van allerlei aard, die bij eene wetgevende vergadering ter tafel komen. Zonder die kennis is het in vele gevallen niet mogelijk, ook met de grootste technische vaardigheid in de stenographic, een goed verslag van de redevoeringen te geven. Dit zou alleen het geval kunnen zijn als ieder redenaar sprak gelijk men zegt «als een boek»; en in een tempo dat zonder eenige uitlating zou kunnen worden bijgehouden, zoo correct dat de stenograaf zich eenvoudig te bepalen had bij nauwkeurige opteekening en uitwerking. Zoo kan het geschieden bij uitzondering. De regel is dat de redenaar improviseert, op punten spreekt, onjuiste uitdrukkingen bezigt, zijne gedachten niet duidelijk mededeelt, zich in tusschenzinnen verwart, en welke andere afwijkingen zich daarbij nog kunnen en zullen voordoen. Is de stenograaf in zulke gevallen, waarvan het eene bij dezen, het andere bij genen redenaar voorkomt, niet op de hoogte van het onderwerp, dan kan het beste stelsel van stenographic hem niet uit den brand helpen, en moet hij onvolkomen werk leveren.
Dc groote menigte die nu veel van stenographic hoort spreken, en aan wie deze kunst wordt voorgesteld alsof zij en bagatelle behandeld, tusschen de druppels door, gelijk met andere bezigheden, in korten tijd en met weinig inspanning kan geleerd worden,
37
moge zich nu een beter denkbeeld vormen van de taak die gesteld wordt aan de mannen van het vak. Evenmin als alles goud is wat er blinkt, bestaat er ook stenographic en stenographie. De eene is eene ernstige en moeielijke kunst, waarin slechts zeer weinige menschen het tot zekere hoogte kunnen brengen ; de andere is een voorwerp van uitspanning als men dat zoo wil— de smaken zijn verschillend en grillig—een klein hulpmiddel in het dagelijksch leven, zoodat men dit onderscheid wel voor oogen mag houden, telkens als er sprake is van de snelschrijfkunst, waarmede in onze dagen al zeer zonderling wordt gesold en omgesprongen. Zooals het ook in ons land met de zaak der stenographie gelegen is, mochten, dacht mij, al deze opmerkingen in een boek dat vooral bestemd is voor hen die als stenografen van beroep wenschen op te treden, niet ontbreken.
§ 48. Gedurende de oefeningen waarvan in de laatste plaats sprake was, late men niets weg. Dit komt eerst te pas bij de zinverkorting, wanneer men zeer snelle sprekers moet opteekenen.
§ 49. Vaardigheid in het lezen van een stenogram is niet minder noodig dan bij het opteekenen. Daarom behoort men zich ook hierin geregeld te oefenen.
§ 50. Waneer de stenograaf niet met al de aangegeven middelen om ook zeer snelle sprekers op te teekenen gewapend en die volkomen meester is, doet zich toch het geval voor dat van eene woordgetrouwe opteekening geen sprake kan zijn. Met dit stelsel evenmin als met elk ander buitenlandsch systeem. Men kan echter gerust aannemen dat een redenaar die meer dan 150 woorden in de minuut spreekt, ik zeg niet voorleest, zijne gedachten niet in leesbaren vorm
voordraagt. Dan moet de stenograaf al datgene over boord werpen wat toch in eene behoorlijk gestileerde redevoering zou worden ter zijde gelaten. In den regel, om niet te zeggen altijd, zijn die vervaarlijk snelle sprekers niet onberispelijk in de keuze hunner woorden en in de vorming der zinnen. Voor zulke redenaars kan en moet de stenographie geen photographie zonder retouche zijn ; en in zoover behoort de stenograaf, evenals de photograaf, de kunst verstaan om het cliché te verbeteren, zonder dat de gelijkenis schade lijdt. Hieromtrent regelen te stellen is eene onmogelijke zaak. die door geen enkelen schrijver over onze kunst, hij moge Gabei.sberger, Prévost, Pitman, Zeibig, Krieg, Duployé of Guémix heeten, ooit is ondernomen. Hier vooral treedt de stenograaf in zijne practische bekwaamheid op den voorgrond ; hier legt hij het bewijs af van zijn eigenaardig en zeldzaam talent. Hier vooral is het gevleugeld woord van Hippolyte 'Prévost eene waarheid ; teint vaut l'homme, teint vaut la Stenographie..
V\ at deze uitstekende en zeer bekende deskundige in zijn Nouveau (Manuel Complet de Sténographie omtrent dit onderwerp, op zijne eigene schilderachtige wijze, ten beste geeft, moge hier nog volgen :
«11 arrivé aussi, pourquoi n'en pas faire l'aveu ? que la parole dépasse, dans sa rapide articulation, l'apogée de célérité graphique atteinte par la main la plus exercée, Le sténographe sent alors qu'il est distancé; sil sobstine a retenir de mémoire et a écrire sans omission tous les mots de la première phrase, la seconde lui échappera en entier; et il ne sereprendra qua la suivante. Comment combler ensuite la lacune ; II sera exposé au danger de se substituer, pour les sutures, a l'orateur lui-même, et d'opérer la liaison avec toutes les incertitudes du souvenir, en l'absence
S9
absolue de notes. II y a, pour lui, un plus sur parti a prendre, celui de faire un prompt calcul de proportion, et au fur et a mesure du développement oratoire, de jeter résolument par-dessus le pont, le dixième,' ie huitième, le quart des mots excédant la limite de sa prestesse stenographique. Ce sacrifice dune portion du texte, opéré prèsqu'instinctivement, suppose, de la part du sténographe, un aplomb imperturbable, un jugement rapide et sür. II doit, au passage, choisir sans hésiter, les parties du discours dont la prétérition est le plus aisément reparable, et ne saurait engendrer de confusion dans l'esprit du traducteur de la note réduite. C'est une élagation instantanee des tiges secondaires, qui ne pouvra altérer ni la beauté d'ensemble de l'arbre, ni surtout tarir la sève qui le vivifie. En pareillo occurence, c'est a dédoubler les verbes, les adjectifs qui se suivent sans ajouter sensiblement a 1 expression, a omettre les prepositions, adverbes et auties petits vocables faciles a rétablir, etc. etc., que doit s'attacher Ie sténographe. II lui faut conserver toute sa présence d'esprit pour bien apprécier le poids et la qualité du lest dont il allége sa barque pres de submerger ; Ie reste. s'il demeure maitre de lui. se lera tout naturellement.»
r
WOORDENLIJST.
|
2Q aandoenlijkheid 30 —drang. 31 ■—drijven. ?2 —drift. 35 —dringen. Tl —druischen. 35 aaneenbinden. 3 6--hechten. 3 7---houden. 3^---groeien. 3 9--ketenen. 40 ---- kleven. 41 -----klinken. 4 2--kluisteren. 4 3--knoopen. 4 4--schakelen. 4 5--voegen. 4 6--zetten. 47 aangedaan. 48 —geklaagde, j 49 —gelegenheid. 50 —genaam. j 51 —genomen. 52 —geven, i 33 —gezigt. I 54 —gezien, j 55 — giftbiljet, i 56 —gorden. |
44
|
57 |
aangrenzend. |
97 |
aanschaffen. |
|
5* |
— halen. |
98 |
—roeren. |
|
59 |
— hangen. |
99 |
—spannen. |
|
6 o |
—hangsel. |
100 |
—schijn. |
|
6i |
—h an keli j khei d. |
101 |
—schouwelijk |
|
62 |
— hef. |
i 102 |
—schrij ven. |
|
63 |
— hitsen. |
103 |
—slaan. |
|
64 |
—hoopen. |
104 |
—slag. |
|
65 |
—hooren. |
105 |
—slibben. |
|
66 |
-—houdend. |
106 |
—spoelen. |
|
67 |
—jagen. |
1 107 |
—spraak. |
|
68 |
—kanten. |
j 108 |
—spreken. |
|
69 |
—klager. |
109 |
—slaande. |
|
70 |
—kleeden. |
110 |
—steken. |
|
71 |
—kleven. |
111 |
—stellen. |
|
72 |
—kloppen. |
112 |
-—stippen. |
|
73 |
—komst. |
113 |
—stoken. |
|
74 |
—kondigen. |
114 |
—stonds. |
|
73 |
—koop. |
115 |
—stootelijk. |
|
76 |
—kweeken. |
116 |
— tasten. |
|
77 |
—landen. |
117 |
—teekenen. |
|
78 |
—leeren. |
i 118 |
—tijgen. |
|
79 |
—Ie0quot; |
119 |
—tocht. |
|
80 |
—loksel. |
120 |
—toonen. |
|
81 |
— manen. |
121 |
—treffen. |
|
82 |
—matigen. |
i 122 |
—vaarden. |
|
83 |
— melden. |
1 123 |
—vallen. |
|
84 |
—merkelijk. |
124 |
— vang |
|
85 |
— moedigen. |
I2S |
—voegen. |
|
86 |
—munten. |
: I 26 |
—voerder. |
|
87 |
— nemer. |
127 |
—vraag. |
|
88 |
— peil. |
! I 28 |
— vullen. |
|
89 |
— plakken. |
I 29 |
— wenden. |
|
QO |
— planten. |
I30 |
—wennen. |
|
91 |
—prijzen. |
131 |
— werven. |
|
92 |
—raden. |
132 |
— wezig. |
|
93 |
•—randen. |
133 |
— wijzen. |
|
94 |
-—reiken. |
I34 |
—zien. |
|
95 |
—rekenen. |
135 |
— zijn. |
|
96 |
— roepen. |
136 |
—zuiveren. |
r
45
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
217 |
afgunst. |
2 37 |
afstemmen. |
|
2 1S |
—hakken. |
i 258 |
—stoolen. |
|
219 |
■—halen. |
239 |
—stralen. |
|
220 |
— keer. |
2O0 |
—stuiten. |
|
221 |
—keuren. |
261 |
—tappen. |
|
2 22 |
— kijken. |
262 |
— tellen. |
|
22 1 |
— kloppen. |
263 |
—treden. |
|
2 2^| |
—iaden. |
264 |
— trekken. |
|
22, |
— leeren. |
263 |
— vallen. |
|
220 |
—leggen. |
260 |
—vegen. |
|
227 |
— leiden. |
267 |
— vloeien. |
|
226 |
— leveren. |
268 |
— vragen. |
|
2 29 |
•—lezen. |
2O9 |
— vuren. |
|
23Ü |
—lossen. |
270 |
— waarts. |
|
0 0 T 5 )1 |
— maken. |
27I |
— wachten. |
|
2^2 |
— meten. |
272 |
—wateren. |
|
233 |
— nemen. |
— werpen. | |
|
234 |
—palen. |
2 74 |
■—wijken. |
|
—passen. |
275 |
— wisselend | |
|
2 3O |
—persen. |
270 |
—zagen. |
|
O quot;Ï T 2 5 / |
- plukken. |
277 |
—zakken. |
|
33S |
•—raden. |
278 |
—zeggen. |
|
239 |
—rekenen. |
279 |
—zenden. |
|
24O |
—roepen. |
2 80 |
—zichtelijk. |
|
24I |
—schaffen. |
281 |
—zonderen. |
|
242 |
—scheidbaar. |
i 282 |
— zweren. |
|
2 13 |
—scheuren. |
283 |
agentschap. |
|
244 |
—schieten. |
1 284 |
akelig. |
|
245 |
—schrijven. |
2S5 |
akkerbouw. |
|
24b |
— schrik. |
286 |
akte. |
|
247 |
—schuwelijk. |
287 |
al. |
|
24Ö |
—slaan. |
288 |
alarm. |
|
249 |
-slepen. |
289 |
aldaar. |
|
250 |
—sluiten. |
290 |
aldus. |
|
251 |
—smeeken. |
291 |
aleer. |
|
252 |
—spraak. |
292 |
algeheel. |
|
253 |
—staan. |
1 293 |
algemeen. |
|
2 54 |
—stammen. |
I 294 |
alhier. |
|
2S3 |
—stand. |
j 295 |
alhoewel. |
|
25Ó |
—steken. |
1 296 |
alleen. |
■17
|
|
t
|
|
■1')
|
453 beletsel. 454 belofte. 455 beluisteren. 456 bemiddelaar. 457 bemiddeling. 458 bemind. 459 beminnenswaardig. 4tgt;o bemoedigen. 461 bemoeien. 462 benadeelen. 463 benauwd. 4O4 benijdenswaardig. 465 beoordeelaar. 466 bepraten. 467 beraadslagen. 468 beramen. 469 berechten. 470 beredeneerd. 471 bereid. 472 bereidwillig. 473 berouw. 474 berucht. 475 berusten. 476 beschaald. 477 beschaamd. 478 beschadigen. 479 bescheiden. 480 beschenken. 481 beschermen. 482 beschikbaar. 483 beschilderen. 484 beschroomdheid. 485 beschuldigen. 486 beschutten. 487 bespottelijk. 488 bessenboom. 489 best. 490 bestaanbaar. 491 bestanddeel. 492 bestellingslijst. |
I 493 bestempelen. 494 bestendigheid. { 495 bestieren. 1 49O bestijgen. 497 bestrijden. 498 betaalbaar. : 499 betamelijkheid. ! 500 beterschap. 501 betooggrond. I 502 betreden. 503 betuigen. I 504 betwijfelen. 505 betwisten. 506 beukenboom, 507 beurtelings. 508 bevooroordeeld. : 509 bevoorrechten. 510 bevorderaar. 511 bevrachten. 512 bevredigen. 513 bewaarschool. 514 bewaken. 515 beweeggrond. I 516 beweenen. 517 bewonderenswaardig. j 518 bezadigdheid. ! 519 bezeeren. j 520 bezingen, j 321 bezwaren. 522 bijblad. 523 bijeenbrengen. 524 bijeenkomst. 525 bijgeloof. 526 bijoogmerk. 527 bijzonder. 528 binnenlandsch. 529 blijdschap. 530 blusschen. 531 boedelbeschrijving. |
4
|
532 boekdrukkerij. 533 boezem. 534 bolwerk. 535 boomkweekerij. 536 bootsman. 537 borgstelling. 538 boven. 542 ---gezegd. 543 buiten. 54 5--dijks. 54 6--gewoon. 54 7--lands. 54 8--waarts. 549 burgemeester. 550 burgerlijk. 55 1--recht. 552 buurtweg. 553 candidaat. 554 catalogus. 455 cavalerie. 556 ceder. 557 cellulair. 558 cement, 559 censuur, 560 centenaar. 561 ceremonie. 562 certificaat. 563 cessie. 564 chirurgie. 565 chocolade. 566 cilinder. 567 citaat. 56S college. |
569 combinatie. 570 collatie. i 571 concessie. ! 572 conditie. ; 573 contragsigneeren. j 574 contraventie. ( 575 convocatie. 576 correspondentie. I 577 consequentie. ; 578 conservatief. 579 crediet. 580 daad. 5S1 dat. 582 daar. I 583 —aan. i 584 —enboven. 585 —mede. 586 —onder. 587 —op. 588 dadelijk. ! 589 de. { 590 debat. I 591 debet. 592 debiet, i 593 decreet. 594 defensief. 595 deerniswaardig. 596 departement. 597 desniettemin. 598 deze. 599 die. 600 diefstal. 601 diegene. 602 dienaar. 603 dienstplichtig. 604 diensvolgens, i 605 diepzinnig. |
|
606 dier. 607 dierbaar. 608 dijkwezen. 609 dikwerf. 610 dikwijls. 611 discussie. Ó12 doen. 613 domein. 614 door. 613 —drijven. 616 —een. 617 —eenmengen. 618 —taslen. 619 —trapt. 620 —waadbaar. 621 —weven. 622 —worstelen. 623 —zeilen. 624 —zetten. 625 —zwelgen. 626 dorpbestuur. 627 dozijn. 628 dringen. 629 drinken. 630 duisterheid. 631 duurzaam. 632 ebbenhout. 633 edelmoedi O * 634 eenigerhande. 635 eenigszins. 636 eenzijdig. 637 eerbied. 638 eerlijk. 639 eetbaarheid. 640 eeuwigdurend, 641 effectief. Ó42 eikenhout. |
643 eindoorzaak. 644 eischgoederen. 645 ellendig. 640 emancipatie. 647 engageeren. 648 enkelvoud. 649 erkennen. 650 eskader. 651 essaieur. 652 eten. 653 evenaren. 654 evenredig. 355 examen. 656 executie. 657 expedieeren. 058 explicatie. 659 faculteit. 660 factie. 661 fatsoen. 662 fictie. 663 financiën. 664 firmament. C65 flink. 666 fontein. 667 fortuin. 668 frauduleus. 669 geaardheid. 670 gedenkdag. 671 gedenkpenning 672 gedisciplineerd 673 gedurende. 674 geestdrift. 675 gehechtheid. 676 geldswaarde. |
|
6 77 |
gelijkluidend. |
1 7'4 |
hetzij. |
|
öyH |
geloofwaardig. |
715 |
hier. |
|
679 |
gemeenschap. |
1 7l6 |
—aan. |
|
680 |
geneesmiddel. |
: 7I7 |
—af. |
|
681 |
geoorloofd. |
718 |
— bij. |
|
083 |
gereedschap. |
719 |
— boven. |
|
683 |
gevangenis. |
: 72O |
—in. |
|
G84 |
gewaarwording. |
721 |
—voor. |
|
085 |
gezamenlijk. |
: 722 |
hij. |
|
686 |
gezichteinder. |
i 723 |
hinderen. |
|
687 |
godsdienst. |
72l |
hindernis. |
|
(188 |
golf. |
725 |
hoedanigheid |
|
689 |
gouvernement. |
1 72Ü |
homogeen. |
|
690 |
go u v er n e u r- gen e ra a 1. |
727 |
homogeniteit. |
|
691 |
grondwet. |
728 |
hoorbaar. |
|
692 |
griffier. |
! 729 |
horloge. |
|
693 |
groeizaam. |
: 73° |
hospitaal. |
|
694 |
grondvesten. |
731 |
huurling. |
|
695 |
grooten deels. |
1 732 |
hypotheek. |
|
696 |
gruwzaam. |
1. | |
|
697 |
gymnasium. |
iedereen. | |
|
698 |
gymnastiek. |
; 733 | |
|
734 |
ijk. | ||
|
11. |
7)5 |
ijverzuchtig. | |
|
73Ö |
in. | ||
|
699 |
handeling. |
737 |
inboorling. |
|
700 |
handelshuis. |
738 |
incident. |
|
701 |
hebbelijkheid. |
739 |
incompetent. |
|
702 |
hectogram. |
74° |
inconsequent. |
|
703 |
--liter. |
741 |
indemniseerei |
|
704 |
--meter. |
74- |
indien. |
|
705 |
heerendienst. |
743 |
industrie. |
|
706 |
herdenken. |
744 |
ineenvloeien. |
|
707 |
herdruk. |
7-15 |
ingeland. |
|
708 |
herijk. |
74b |
ingenieur. |
|
709 |
herkennen. |
747 |
inmiddels. |
|
7J0 |
heropenen. |
748 |
insinuatie. |
|
711 |
herroepen. |
1 749 |
installatie. |
|
712 |
het. |
1 750 |
instinctmatig, |
|
713 |
hetwelk. |
75' |
instituteur. |
|
752 internationaal. 753 interpellatie. 754 inventariseeren.
764 kabinet. 765 kajuit. 766 kalfateren. 767 kamer. 768 kapitaal. 769 kapitein. 770 knoeien. 771 kohier. 772 kolenmijn. 773 kolenvuur. 774 kolonel. 775 koning. 776 koningin. 777 krachtdadig. 778 krijgsgebruik. 779 krijgshaftig. 780 kubiek. 781 kunstlievend. 782 kwaadwillig. 783 kweekeling. 784 kwetsbaarheid. 785 kwijnen. 786 kwistigheid. |
787 laatdunkendheid. 788 laatstleden. 789 landaard. 790 langdurigheid. 791 langstlevend. 792 legaliseeren. 793 letterkundige. 794 levensbeginsel. 795 levensgevaar. 796 levensmiddel. 797 levenswijs. I 798 lichaamsoefening. 799 lediggang. 800 leedwezen. 801 leeftocht. 802 leenroerig. 803 leenstelsel. 804 leeuwenmoed. 805 lichtgeloovig. 806 lichtzinnig. 807 liggeld. 808 lijdzaamheid. 809 lijnwaad. 810 linkervleugel. 811 links. 812 lithograaf. 813 lofwaardig. 814 logisch. 815 loopgraaf. 81 ö losbaar. 817 loslaten. 818 loszinnigheid. 819 luidruchtigheid. 820 luisterrijk. 821 luitenant-generaal. |
|
822 maagschap. 823 maar. 824 maart. 823 maatschappelijk. 82b machine. 827 magistratuur. 828 mandaat. 829 marine. 830 medearbeider. 83 1--erfgenaam. 832 — — lijdendheid. 833 medicament. 83.1 meer. 835 meerderjarig, 83O meermalen. 837 meervoud. 838 meerendeels. 839 meetkunst. 8.|o meewarigheid. 841 mei. 8.12 men. 8.13 middelmatig. 84.1 middelstand. 845 middelpunt. 846 middenin. 847 mijnheer. 848 minister. 849 ministerie. 850 minstens. 851 misdadiger. 852 misstand 853 moedwil. 854 muil. S55 mul. 836 naar. |
|
55
|
Soa onbewijsbatr. |
934 |
ontmantelen. | |
|
8q5 |
onder. |
935 |
— moedigen. |
|
896 |
--aan. |
936 |
— moeten. |
|
897 |
--danig. |
: 937 |
ontoegankelijk. |
|
898 |
--een. |
i 93« |
ontraden. |
|
899 |
--in. |
939 |
—schepen. |
|
900 |
--staan. |
940 |
—sluieren. |
|
901 |
--uit. |
941 |
— vang. _ |
|
902 |
--zoek. |
942 |
—vankelijk. |
|
903 |
oneensgezind. |
: 943 |
—vreemden. |
|
904 |
—eindig. |
' 944 |
—zeggen. |
|
905 |
—genade. |
945 |
—zetbaar. |
|
906 |
--oefend. |
1 946 |
onverantwoordelijk |
|
907 |
--veinsdheid. |
947 |
--dedigbaar. |
|
908 |
—ingevuld. |
948 |
--deeld. |
|
909 |
—langs. |
949 |
--eenigbaar. |
|
910 |
—meedoogend. |
95° |
--gankelijk. |
|
911 |
—menschelijk. |
! 95' |
— —gefelijk. |
|
912 |
—nadenkend. |
952 |
——getelijk. |
|
913 |
—natuurlijk. |
953 |
--hinderd. |
|
014 |
—noodig. |
954 |
--hoopt. |
|
915 |
—omkoopbaar. |
955 |
--mijdelijk. |
|
916 |
—ontbindbaar. |
! 956 |
-—■—moeid. |
|
917 |
—ophoudelijk. |
957 |
--mogend. |
|
918 |
—oplosbaar. |
. 95« |
--nietigbaar. |
|
919 |
—opmerkbaar. |
959 |
--plicht. |
|
920 |
—overdacht. |
960 |
--saagd. |
|
921 |
—partijdig. |
961 |
--staan baar. |
|
922 |
—raadzaam. |
962 |
--stand. |
|
923 |
—rechtvaardig. |
963 |
——vuld. |
|
924 |
—regelmatig. |
964 |
--wachts. |
|
925 |
—schadelijk. |
1 965 |
--wijld. |
|
92Ó |
—schendbaar. |
, 966 |
--winbaar. |
|
927 |
—staatkundig. |
967 |
--zadelijk. |
|
928 |
ontbieden. |
968 |
■--zoen baar. |
|
929 |
—cijferen. |
969 |
--zwaard. |
|
930 |
—doen. |
S 970 |
onvoorwaardelijk. |
|
931 |
—eigeningswet. |
i 971 |
--zien. |
|
932 |
ontevreden. |
972 |
onzelfstandig. |
|
933 |
—tijdig. |
1 073 |
oogenblik. |
56
|
974 cogmerk. |
roi ,1 |
overschieten |
|
975 oorbaar. |
10] 5 |
overste. |
|
97b oordeel. |
1016 |
overtuigen. |
|
977 oorlog. |
101 7 |
—waaien. |
|
978 oorlogswapen. |
1018 |
— winnen, |
|
979 oorspronkelijk. |
1019 |
—zeesch. |
|
980 oorzaak, |
1020 |
—zenden. |
|
981 Oost-Indië. |
102 1 |
—zicht. |
|
982 opbrengen. | ||
|
983 opeeniaden. |
1*. | |
|
984 opeischen. | ||
|
985 openbaar. |
1022 |
pakgoed. |
|
986 openhartig. |
1023 |
parlement. |
|
987 opening. |
1024 |
paradox. |
|
088 ophelderen. |
102 t |
partijdigheid. |
|
989 ophemelen. |
1020 |
patentplichtig. |
|
990 ophouden. |
1027 |
pedagogie |
|
991 op kweeken. |
102 8 |
peillood. |
|
992 opmerkenswaardig. |
I02C) |
penning |
|
993 opperbestuur. |
1 O3O |
perceel. |
|
994 oppermacht. |
IO3I |
periode. |
|
995 oppervlakte. |
10 32 |
permissie. |
|
996 oppositie. |
IO33 |
personaliteit. |
|
997 optie. |
1034 |
petitie. |
|
998 ordelijkheid. |
103, |
philantrophie. |
|
999 organisatie. |
IO36 |
philosophic. |
|
1000 orthodoxie. |
IO37 |
photographic. |
|
1001 oudheid. |
1038 |
physiologic. |
|
1002 over. |
1039 |
plantenbeschrij- |
|
ic'03 ■—brengen. |
ving. | |
|
1004 —bruggen. |
IO40 |
pleidooi. |
|
1005 —daad. |
IO4I |
pletmolen. |
|
1006 —eenkomst. |
I 0_j 2 |
pondspondsgewijze |
|
1007 —eenstemming. |
IO45 |
populair. |
|
1008 overigens. |
IO44 |
positief, |
|
1009 overladen. |
1045 |
possessie. |
|
1010 —leveren. |
IO46 |
posterij. |
|
101 x —peinzen. |
IO47 |
preparaat. |
|
1012 —reden. |
1 O48 |
president. |
|
1013 —rompelen. |
1049 |
procedure. |
5/
|
1050 procuratie. 1051 provinciaal. 1052 publiciteit. 1053 quadraat. 105/1 quasstor. 1055 qualificatie. 1056 quantiteit. 1057 quarantaine. 1058 quasi. 1059 quitantie. 1060 quotiënt. 1061 raadpensionaris. 1062 raadsbesluit. 1063 raderwerk. 1064 radicaal. 106^ ravelijn. 1066 reactionnair. 1067 realisceren. 1068 recensie. 1069 reces. 1070 rechtbank. 1071 rechtmatig. 1072 rechtsgeding. 1073 rechtsmacht. 1074 reclameeren. 1075 recognitie. 1076 recruteeren. 1077 redacteur. 1078 redding. 1079 redmiddel. 1080 referendaris. 1081 regeering. 1082 regeeringsvorm. 1083 regelen. |
] 1084 regelmaat. I 1085 regiment. I 1086 register. I 1087 rekenkamer, j 1088 rente. 1089 republiek, i 1090 resident. 1091 retourbiljet. 1092 rijksadvocaat. 1093 rijksmuseum. 1094 Romein. 1095 rondborstigheid. 1096 rooktabak. 1097 ruimnaald. 1098 runderpest. I 1099 ruwheid. j 1100 saffraan. ; hoi saksisch. i 1102 scheepsbehoeften. 1103 scheepsbouw. 1104 scheepskapitein, j ijo^ scheepslading. 1106 scheikunde. I 1T07 schenden. 1108 schennis. 1109 schenken. 1110 schepeling. I 1111 scherpzinnig. 1112 schiereiland. 1113 schietgeweer. 1114 schikking. in 5 schilderachtig. 1116 schipper, i 1117 schitteren. ! 1118 schoenmaker. 1119 schoolmeester, i 1120 schoonheid. |
|
21 |
schoorvoetend. |
1161 |
staten-generaal. |
|
2 2 |
schoutbijnacht. |
1162 |
stationsgebouw. |
|
23 |
schrijfkunst. |
1163 |
stelsel. |
|
24 |
schrikbeeld. |
1164 |
stelselmatig. |
|
25 |
schroef boot. |
1165 |
stemgerechtigd. |
|
26 |
schuins. |
1166 |
stenographic. |
|
27 |
schuldenaar. |
1167 |
sterrenkundige. |
|
28 |
schuwheid. |
1168 |
steunpunt. |
|
29 |
securiteit. |
1169 |
stoomboot. |
|
30 |
seizoen. |
1170 |
stoomsleeper. |
|
31 |
sententie. |
1171 |
stormenderhand. |
|
32 |
sergeant-majoor. |
1172 |
strafrecht. |
|
0 0 ) ) |
servituut. |
1173 |
—gevangenis. |
|
34 |
signalement. |
quot;74 |
—wet. |
|
3 5 |
sinecuur. |
quot;75 |
strandvonder. |
|
36 |
slavernij. |
1176 |
strikvraag. |
|
37 |
sleeptouw. |
quot;77 |
studeerkamer. |
|
3^ |
sluikhandel |
1178 |
stuurmanskunst. |
|
39 |
smeekschrift. |
1179 |
stuurschheid. |
|
4° |
sneeuwwit. |
1180 |
stuurstoel. |
|
41 |
snelschrijver. |
118: |
subjectief. |
|
42 |
soldaat. |
1182 |
subsidie. |
|
43 |
soldij. |
1183 |
subsidiair. |
|
44 |
sollicitant. |
1184 |
substituut-griffier |
|
45 |
souvereiniteit. |
1185 |
successie. |
|
-16 spaarzaamheid. |
1186 |
suikercultuur. | |
|
47 |
specificatie. |
1187 |
suppediteeren. |
|
48 spoedig. |
1188 |
suppleeren. | |
|
49 |
spotprijs. |
1189 |
supplement. |
|
5° |
spreekwoord. |
1190 |
surnumerair. |
|
31 |
springvloed. |
1191 |
sympathie. |
|
52 |
staathuishoudkunde. |
1192 |
syndicaat. |
|
53 |
staatsbesluit. | ||
|
54 |
staatsinkomsten. |
T. | |
|
55 |
staatsraad. | ||
|
56 |
staatsrecht. |
1193 |
tafereel. |
|
57 |
stadhouder. |
1194 |
talloos. |
|
■58 stadsschool. |
1195 |
taxateur. | |
|
59 |
standbeeld. |
1196 |
teekengereedscha |
|
60 |
standvastig. |
1197 |
tegenantwoord. |
50
|
ii9^ tegenbcdcnking. |
i 1237 |
tusschen. | |
|
1199 |
--gift. |
1238 |
tusschenpersoon. |
|
1200 |
——over. |
1230 |
tusschenzin. |
|
i 201 |
— — strijdigheid. |
1240 |
twijfelachtig. |
|
i 202 |
tekort. |
1241 |
typograaf. |
|
10 O |
temperatuur. | ||
|
I 204 |
tenuitvoerlegging. |
U. | |
|
I 205 |
tenzij. | ||
|
1206 |
terechtzitting. |
I 2.|2 |
uitbaggeren. |
|
I 207 |
terminologie. |
I2.|3 |
uiteengaan. |
|
1208 |
terug. |
124.1 |
uiteinde. |
|
I 209 |
— — eischen. |
1245 |
uiterlijk. |
|
1210 |
--roepen. |
I 246 |
uitermate. |
|
I 2 I I |
testament. |
I247 |
uiterste. |
|
12 12 |
tevreden. |
I248 |
uiting. |
|
I 2 T ^ |
thesaurie. |
1249 |
uitzuinigen. |
|
I 2 I 4 |
tijdelijk. | ||
|
I2IS |
tijdsomstandigheden. |
V. | |
|
I216 |
timmermanswin kei. |
I25O |
vaartuig. |
|
1217 |
toebehooren. |
1251 |
vacature. |
|
I 2 T 8 |
— bereiden. |
I252 |
van. |
|
12 10 |
— passelijk. |
I253 |
—eenscheuren. |
|
1220 |
—hoorder. |
I25 1 |
— waar. |
|
I 22 1 |
— komst. |
1235 |
vastberadenheid. |
|
12 2 2 |
—naderen. |
12 50 |
vasteland. |
|
1 223 |
—passen. |
125/ |
vaststellen. |
|
1224 |
—eigenen. |
1258 |
veelmin. |
|
1225 |
—reikend. |
1259 |
veelvuldig. |
|
1226 |
— stemming. |
1260 |
velerhande. |
|
1227 |
— vloed. |
12(n |
velerlei. |
|
122S |
—zeggen. |
i 262 |
vennootschap. |
|
1229 |
tot. |
1 263 |
veraccijnzen. |
|
1230 |
totaal. |
1 264 |
—antwoorden. |
|
1231 |
totdal. |
1265 |
— beeldingskracht. |
|
123 2 |
traditie. |
1266 |
— binden. |
|
1233 |
trafiek. |
1267 |
—bitteren. |
|
1234 |
treuren. |
i 268 |
— dedigingsmiddel |
|
1235 |
tropisch. |
1269 |
—eenzei vigen. |
|
1236 tuinier. |
1 270 |
—gelijkender wijze. | |
6o
|
1310 vredelievend. 1311 vrijgeleide. 1312 vrijheidlievend. 1313 vrijwillig. 1314 vruchtbaar. 1315 vruchteloos.
|
i
|
347 wapening. 348 waterschap. 349 wederdienst. 35 0--leggen. 35 1--om. 352 ——rechtelijk. 353 weerbaarheid. 354 weerzin. 355 wegrukken. 556 —vliegen. 357 weigeren. 358 welbespraakt. 359 —doener 360 —luidend. 361 willendheid. 362 wenschelijkheid. 363 wereldkundig. 364 werkzaam. 365 West-Indië. 366 wetenschappelijk. 367 wetteloosheid. 368 wezenlijk. 369 vvijdloopig. 370 wijngaard. 371 wijziging. 372 winkel. 373 winstgevend. 374 wiskunst 375 woensdag. 376 woestaardig. 377 wondbaarheid. 378 woonhuis. 379 woordvoerder. 380 worden. 381 wraakgierig. 382 wrijven. |
385 zamen. 38 6--binden, 38 7--leving. 38 8--werken. 38 9--stellen. 390 zanggezelschap. 391 zedekunde. 392 zeebrief. 393 zeevaarder. 394 zegepraal. 395 zekerheid. 396 zeldzaam. 397 zelfstandig. 398 zelfzucht. 399 zelfverwijt. 400 zichtbaar. 401 ziekenhuis. 402 zijdgeweer. 403 zinnebeeldig. 404 zinspelen. 405 zitting. 406 zonsverduistering. 407 zorgvuldig. 408 Zuiderzee. 409 Zuidholland. 410 zuinigheid. 411 zuiverheid. 412 zwaar. 413 zwak. 414 zwart. 415 z werven. 416 zweven. 417 zwetsen. 418 zwijgen. 419 Zwitserland. 420 zwoegen. |
1383 zaaitijd.
1384 zachtaardig.
VAN
S T IE jST O O- IR. IP ïï 1 E.
Eigenschappen van den Stenograaf.
i. Het is mij nuttig en noodig: voorgekomen in korte trekken aan te geven, de eigenschappen die de stenograaf van beroep moet bezitten.
Men kan die gevoegelijk verdeelen in lichamelijke en geestelijke.
De stenograaf moet in het genot zijn van eene goede gezondheid, van een lichaam, dat de vermoeienissen kan doorstaan, welke het gevolg zijn van ingespannen werken, gedurende vijf of zes achtereenvolgende uren, somtijds weken achtereen. Er is geen afmattender erbeid dan die, welke te gelijkertijd en in zoo hooge mate als de stenographic, het samenwerken van hoofd en hand vereischt. Al is de stenograaf ook sterk genoeg van gestel, om zijn arbeid gedurende een reeks van jaren op voldoende wijze te kunnen vervullen, hetgeen bij jeugdige menschen allicht het geval is, — indien hij niet werkelijk een ijzersterke natuur bezit, zal hij
I
63
veel vroeger dan volgens den gewonen loop der zaken geschiedt, afgeleefd en ongeschikt zijn voor zijne moeielijke taak. Men heeft dikwijls, met betrekking tot de snelschrijvers bij wetgevende Kamers, de tegenwerping gemaakt, dat de stenograaf in den vacantietijd ruimschoots gelegenheid heeft om, zooais men zich uitdrukte, van zijne vermoeienis uit te rusten. Maar men gelieve niet uit het oog te verliezen, dat die dagelijksche overspanning van lichaamskrachten het werktuig meer doet lijden, dan de meest mogelijke rust in staat is om daaraan te herstellen. Als de boog wordt overspannen, kan ontspanning hem de verloren veerkracht immers niet teruggeven. Daarom raad ik niemand aan, die niet in het genot is van een sterk gestel, de steno-grapie als zijn beroep te kiezen.
In groote vergaderingen is het ook zeer noodig, dat de stenograaf een goed oog bezitte, ten einde al de sprekers te kennen, en hen, die somwijlen op verwijderden afstand aanmerkingen van hunne zitplaats maken, dadelijk te kunnen onderscheiden, om alzoo hunne namen, die dan meestal niet genoemd worden, toch te kunnen opgeven , en het onaangename «eene stem ter linker-, ter rechterzijde» te vermijden. In onze kleine vergaderzalen is dit vereischte niet van zeer groot belang......Evenwel is het niet te ontkennen, dat door middel van het oog dikwijls helder wordt, wat voor het oor onduidelijk is, en zoodoende is een goed oog den stenograaf somtijds een hulpmiddel, om den redenaar die niet duidelijk spreekt, toch te verstaan.
2. Wat echter hier te lande, zoo goed ais elders noodzakelijk is : een zeer scherp gehoor, om ook
64
de woorden, die zacht en onduidelijk worden uitgesproken, met vlugheid te kunnen opvangen ....
Maar van hoeveel grooter gcnvicht is niet voor den stenograaf, hetgeen men wel kan noemen de gezondheid van den geest. Hij moet bezitten een scherp, een zeker en snel opvattingsvermogen. Hoofdzaak is het voor hem, geen woorden neder te schrijven waarvan hij den zin niet begrijpt, en alzoo in dwalingen te vervallen. De stenograaf moet den redenaar, die met de meeste snelheid zijne gedachten mededeelt, onmiddellijk begrijpen en op den voet nagaan. Zekerheid, gemakkelijkheid en vlugheid van begrip komt vooral den stenograaf te pas, wanneer hij een spreker moet volgen die, uit hoofde van ongewoonte om in het openbaar het woord te voeren, of ten gevolge van andere oorzaken, zich in zijne woorden verwart, en slechts zeer onvolkomen zijne gedachten wedergeeft. In zulk geval zal men van den stenograaf toch wel niet willen vergen, dat hij, zich tot een werktuig verlagende, de geschreven woorden in dezelfde gebrekkige orde weder-geve. Voorzeker, de snelschrijver is bij machte om eene rede woordelijk terug te geven, doch tenzij dit kan geschieden behoudens duidelijkheid en goeden stijl, moet hij niet zijn een bloot werktuig, maar te gemoet komen aan hetgeen den spreker in dit opzicht ontbreekt. Men moge beweren, dat dit de roeping van den stenograaf niet is, maar dan vraag ik eenvoudig, hoe het verslag eener zitting vofledig zou kunnen zijn, wanneer daaraan ontbraken de redevoeringen, die het licht niet zouden kunnen zien, omdat men de onduidelijke taal van een spreker, die zijne gedachten niet helder kan uiteenzetten, toch niet in druk zou kunnen geven. Neen ; in dat geval
65
voornamelijk is het standpunt van den stenograaf niet dat van een bloot werktuig. Helder, vlug, gemakkelijk, scherp denken, ziedaar de eigenschappen onafscheidelijk aan het vak verbonden.
Wat heeft de stenograaf nu verder noodig ? Technische vaardigheid en algemeenc kennis.
Technische vaardigheid. Het is misschien hier de plaats, om een enkele opmerking te maken over het aanleeren der stenographic. Even verkeerd als het is te beweren, dat men zich de kunst in weinige uren kan eigen maken, even onjuist is het den oningewijde af te schrikken van het aanleeren der stenographic, door het voorspiegelen van bijna onoverkomelijke moeite en arbeid. Het spreekt van zelf dat er tijd, oefening en geduld vereischt worden om met vastheid, nauwkeurigheid en vlugheid een schrift in praktijk-te brengen, dat zoozeer afwijkt van het gewone schrift; om zonder aarzelen verkortingen aan te wenden, waardoor het den stenograaf somtijds mogelijk wordt, met 1, 2, 3 bewegingen van de hand, hetzelfde neer te schrijven, waarvoor in het gewone schrift 20 of 30 bewegingen worden vereischt. Evenwel kan men het, bij geschiktheid en ijver, in zes of zeven maanden zoo ver brengen, en in vele gevallen zal een korter tijdvak voldoende zijn om het doel te bereiken.
Algemeenc kennis. Het is met denkbaar dat de stenograaf zijne taak naar behooren zal verrichten, wanneer hij niet werkelijk goed begrijpt het onderwerp dat behandeld wordt. Hetgeen reeds is gezegd over de roeping van den stenograaf, zal het onnoodig maken hieromtrent eenige verdere toelichting te doen volgen. Maar al moest men ook eene redevoering woordelijk
66
teruggeven, zooals zij is uitgesproken, dan nog heeft de kunst om het woord te photographeeren, die volmaaktheid niet verkregen, dat zij, werktuigelijk toegepast, tot het doel zou kunnen leiden.
(De Stenographic in Nederland, dooiquot; Cornelis Steger, Eerste Stenograaph bij de Staten-Generaal. 's Gravenhage, M. J. Visser, 1859).
Bijblad tot de Nederlandsche Staats-Courant, blz. 597. Zitting 14 Jul'ij 1849.
De heer Lolsy.......Ik heb thans te meer
regt om op dat punt aan te dringen (voorstel van maatregelen om de stenographic in te voeren), omdat ik sedert ons laatste reces in de gelegenheid ben geweest te ondervinden dat werkelijk, op dit oogenblik, bij de Staals-Courant een ambtenaar is geplaatst, die de stenographie volkomen weet toe te passen. Er bestaat dus een systeem van stenographie dat in werking zou kunnen gebragt worden, maar als de zaak blijft rusten, enz.
blz. 692. Zitting 24 Julij 1849.
De heer van Hasselt : Noch de spreker uit Gorkum, noch de schrijver van dat Iets heeft mij begrepen, en ik acht mij gelukkig dat juist de rede, die ik op dien dag heb gehouden, allernaauwkeurigst, van woord tot woord, door den snelschrijver, welken wij reeds een
paar dagen geleden in deze Vergadering hebben hooren prijzen, door middel der stenographic is overgebragt geworden.
blz. 814. Zitting 12 September 1849.
De heer Cosier us ; Welnu, welke waarborgen kunnen wij wachten van de stenographen ? Van de steno-graphen ? Wij bezitten er slechts één. Wij verheugen ons in zijn bezit, en wij hopen dat uit zijne school, even als uit het Trojaansche paard, louter vorsten zullen voortkomen.
Dezelfde zitting, blz. 816.
De heer van Eek : Een middel is er, om aan al de klagten te gemoet te komen : de invoering der stenographic. Dat zij denkbaar is, is gebleken ; een ambtenaar van hel Ministerie van Binneniandsche Zaken (1) heeft, een stelsel van stenographic aan anderen medegedeeld, en reeds een der ambtenaren van deStaais-Courant (2) heeft de toepasbaarheid van dat stelsel bewezen en redevoeringen geleverd, die zeer juist waren opge-teekend. Dit bewijst dus voor dit stelsel.
(1) De hoer II. f,. Tetar van Elve.v.
(2) De sehrijver dezer Handleiding.
Den Koning staat ter zijde een Raad van State, waarvan hij de Voorzitter is en den Ondervoorzitter benevens de leden benoemt. De Prins van Oranje heeft echter, nadat zijn achttiende jaar is vervuld, daarin zitting van rechtswege en eene raadgevende stem. De Raad is in vijf afdeelingen verdeeld, waarvan ieder in betrekking staat tot eene of meer ministerieele Departementen, en daaruit voor haar deel ter bearbeiding bekomt, wat van wege de Ministers naar den Raad wordt verzonden. De leden der Aideelingen wisselen elkander periodiek af, uitgezonderd die van de Af-deeling voor geschillen van bestuur, die niet afwisselen. Aan den Raad is de bevoegdheid verleend om : ten eerste in overweging te nemen alle wetsvoorstellen door den Koning aan de Staten-Generaal te doen of door de Staten-Generaal aan den Koning gedaan, alle algemeene maatregelen van inwendig bestuur van den Staat en van zijne koloniën en bezittingen in andere werelddeelen, de vernietiging door den Koning van besluiten der Provinciale of Gedeputeerde Staten of van plaatselijke verordeningen ; ten tweede om door den Koning te worden gehoord in de gevallen, waarin de wet het beveelt, mitsgaders over alle zaken van algemeen of bijzonder belang, waarin de Koning het noodig oordeelt; ten derde, om voordrachten aan den Koning te doen omtrent onderwerpen van wetgeving of bestuur, waaromtrent hij het doen van voorsteilen aan de Staten-
(1) Uit liet Overzicht van de Staatsregeling van ons Vaderland van Dr. L. li.. HeijkeN.
69
Generaal of het uitvaardigen van algemeene maatregelen van inwendig bestuur, wenschelijk acht ; ten vierde eindelijk is hij in een zijner Afdeelingen, wier leden uit de vijf Afdeelingen, waarin hij verdeeld wordt, worden gekozen en aldaar vaste zitting behouden, met het onderzoek der geschillen van bestuur of andere, waarvan de beslissing bij bijzondere wetten aan den Koning is opgedragen, belast. Hierdoor is ieder burger van den Staat van eene onpartijdige rechtspraak zooveel mogelijk verzekerd in gedingen, waarin de Koning, als hoofd van de uitvoerende macht, partij en rechter tevens in zijne zaak zou zijn. Want hoewel de beslissing van de geschillen bij den Koning verblijft, zoo wordt in eene openbare vergadering van den Raad, een overzicht van den staat van het geschil gegeven, waarbij de partijen hunne belangen kunnen voorstaan, en wordt het advies van den Raad, bijaldien het van de Koninklijke beslissing afwijkt, met deze in het Staatsblad ter algemeene kennis gebracht, en is aldus voor den geringsten burger eene onpartijdige uitspraak in het administratief gewaarborgd, ook waar de Koning partij en tevens rechter is. Ten slotte kan de wjet aan den Raad van State of aan eene afdeeling daarvan de uitspraak over geschillen op administratief gebied opdragen ; hierdoor is de mogelijkheid eener eigenlijke administratieve rechtspraak in het leven geroepen, een product der jongste herziening.
Volgens artikel 61 der Grondwet heeft de Koning het opperbestuur der koloniën en bezittingen van het Rijk in andere werelddeelen. De reglementen op het beleid der regeering aldaar worden echter door de
7°
wetgevende macht vastgesteld ; voor Indië is dit geschied bij de wet van 2 September 1854.
Krachtens dit Regeeringsreglement vereenigt de Gouverneur-Genera:;], — door den Koning, wien hij vertegenwoordigt en aan wien hij alleen verantwoording schuldig is, op voordracht van den .Ministerraad benoemd, — in zich het wetgevend en het uitvoerend gezag. liet eerste bepaalt zich tot die gevallen, welke niet door de wet of bij Koninklijk Besluit moeten worden geregeld, en wordt door hem uitgeoefend in overeenstemming met den Raad van Indië. In alle aangelegenheden van het tweede kan hij het advies van dit lichaam inwinnen ; voor sommigen is hij daartoe verplicht, en in enkele gevallen wordt overeenstemming met den Raad vereischt.
üe Raad van Indië bestaat uit een vice-president (president is de Gouverneur-Generaal), en vier leden, alle benoemd door den Koning ; de eerste op eene voordracht van den Ministerraad, de leden op eene van den Gouverneur-Generaal.
Verder wordt de Gouverneur-Generaal bijgestaan door een Algemeenen Secretaris. Deze is de vraagbaak en voorlichter van het bestuur; hij doet aan de regeering voorstellen tot bevordering van den dienst, en zorgt voor de expeditie, registreering en bewaring der beschikkingen van den Gouverneur-Generaal, alsmede voor de samenstelling van het Staatsblad van Nedeiiandsch-Indië.
Het administratief beheer van Nederlandsch-Indië omvat het civiel-, het militair- en het marine-departe-ment. liet eerste is gesplitst in vijf departementen van algemeen bestuur : Justitie, Binnenlandsch Bestuur, Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, Burgerlijke Openbare Werken, Financiën, elk onder een Directeur. Aan
71
het hoofd van het militair departement staat de kom-mandant der landmacht, aan dat van de marine die der zeemacht.
Voor de contróle der financiën is eene algemeene rekenkamer ingesteld, bestaande uit een voorzitter en zes leden, door den Koning benoemd, op voordracht van den Gouverneur-Generaal.
In geheel Xederlandsch-Indië rust het burgerlijk bestuur op het beginsel van de inlandsche bevolking zooveel mogelijk te laten onder de onmiddellijke leiding van hare eigene, door het Gouvernement aangestelde of erkende hoofden, zoodat alleen het hoofdbestuur aan kuropeesche ambtenaren is opgedragen.
De wetgevende macht deelt de Koning met de Slaten-Generaal, die, in twee Kamers gesplitst, door hem hetzij elk afzonderlijk hetzij gezamenlijk, kunnen ontbonden worden. De leden der Tweede Kamer zijn honderd in getal, gekozen in kiesdistricten, waarin het Rijk volgens de wet verdeeld is. Zij worden rechtstreeks gekozen dooiquot; de mannelijke ingezetenen, tevens Nederlanders, die de door de wet, de kieswet, te bepalen kenteekenen van geschiktheid en maatschappelijken welstand bezitten en den door die wet te bepalen leeftijd, welke niet beneden 23 jaren mag zijn, hebben bereikt.
Zij hebben zitting voor vier jaren, treden tegelijk af en zijn dadelijk herkiesbaar. De Staten-Generaal hebben het recht van voorstellen van wet aan den Koning te doen. De voordracht daartoe behoort uitsluitend aan de Tweede Kamer. Deze bezit daarbij het recht van wijzigingen in een voorstel des Konings te maken, van inlichtingen te vragen over regeerings-daden en van eigen onderzoek.
72
De leden der Eerste Kamer, vijftig in getal, worden door de Provinciale Staten benoemd óf uit de in de directe belastingen hoogst aangeslagen ingezetenen, óf uit hen die eene of meer hooge en gewichtige openbare bij de wet aangewezen betrekkingen bekleeden of bekleed hebben.
In elke provincie wordt het getal der hoogstaangeslagenen bepaald tot één op elke i 300 zielen : de aangewezenen moeten natuurlijk de algemeene vereischten bezitten om lid der Staten-Generaal te zijn. Hare leden hebben zitting voor negen jaar, en een derde gedeelte treedt om de drie jaren af, doch deze leden zijn terstond weder verkiesbaar. Hun Voorzitter wordt door den Koning uit de leden benoemd, de Voorzitter der Tweede Kamer uit eene door haar opgemaakte voordracht van drie personen. Ook de Eerste Kamer bezit het recht van interpellatie en van enquête, dit laatste recht kan ook door de vereenigde vergadering der beide Kamers worden uitgeoefend.
Beide de Kamers kunnen door het aannemen van het voorstel van eene motie van orde, waardoor de gang der werkzaamheden gewijzigd of een debat gesloten wordt, van haar gevoelen doen blijken.
Van ernstiger aard is een gemotiveerde motie van orde, waarbij de Vertegenwoordiging hare gevoelens zoowel ten gunste als ter veroordeeling van eene daad der Regeering uitspreekt : eene bevoegdheid waarvan de Grondwet zwijgt, maar die door de parlementaire gewoonte in zwang is gekomen. Over de vraag of daardoor, en zoo ja, binnen welke grenzen dergelijk voorstel gewettigd is, bestaat groot verschil van gevoelen.
Volgens art. 100 der Grondwet, moeten de Staten-Generaal minstens eenmaal 's jaars vergaderen, en die gewone'jaarlijksche vergadering, welke geopend wordt
13
den derden Dinsdag in September, moet, volgens art. 103, minstens twintig dagen duren, behoudens des Konings recht van ontbinding.
Andere voordrachten dan voorstellen van wet kunnen door elke Kamer afzonderlijk aan den Koning worden gedaan.
Onder de tegenwoordige Staatsregeling komt eene wet op de volgende wijs tot stand. De voorsteilen van wet, uitgegaan in den regel, namens den Koning, van een of van meer Ministers, en vervolgens ter kennis van den geheelen Ministerraad gebracht of uitgegaan van de Tweede Kamer, worden, vergezeld van al de daarbij behoorende stukken en eene memorie van toelichting door de Ministers, tot wier Departementen zij behooren, onderteekend, naar den Raad van State gezonden, somtijds worden zij aldaar door de daarbij betrokken Ministers, persoonlijk in de afdeeling, die bijzonder met het onderzoek van het wetsvoorstel belast is, verdedigd. Gewoonlijk echter wordt erdoor den Raad een schriiftelijk advies over uitgebracht, dat met het wetsvoorstel naar den Ministerraad teruggezonden wordt. liet wetsvoorstel wordt vervolgens, gewijzigd of niet, op het advies van den Raad van State (want de Regeering behoeft zich niet aan het advies te houden), bij de Tweede Kamer ingediend, alwaar het naar vijfde afdeelingen ter overweging verzonden wordt. Deze afdeelingen worden door middel van loting samengesteld, en kiezen uit hare leden hare voorzitters, ondervoorzitters en rapporteurs. Wanneer het onderzoek in de afdeelingen is afgeloopen, vereenigen zich de rapporteurs tot het ontwerpen van een verslag, waarvan het opmaken meestal aan den griflBer of een
74
der beide commies-griffiers der Kamer toevertrouwd, doch ook wel een enkele maal door een der rapporteurs zelf opgesteld wordt. Over belangrijke ontwerpen wordt bijna altijd eerst een voorloopig verslag uitgebracht, en dan volgt een schriftelijk antwoord van de zijde der Regeering, en daarna een verslag van de rapporteurs, dat als eindverslag geldt, liet uitbrengen van het verslag, hetzij al dan niet door een voorloopig versiag en eene memorie van beantwoording voorafgegaan, beteekent dat het ontwerp rijp wordt geacht voor de openbare beraadslaging. De Koning kan aan bijzondere door hem aangewezen commissarissen opdragen, de Ministers bij het behandelen van die voorstellen in de vergaderingen der Staten-Generaal bij te staan. Voor de behandeling van het ontwerp-wetboek van strafrecht heeft de Tweede Kamer in 1879 afzonderlijke bepalingen van orde gemaakt, ten einde eene rijpere voorbereiding voor de openbare beraadslaging te waarborgen. Wederom zijn afzonderlijke bepalingen met hetzelfde doel door haar vastgesteld in 1882, voor de behandeling der Militie- en Schutterij wetten.
Vervolgens wordt het wetsontwerp in openbare beraadslaging gebracht, en, hetzij onveranderd, hetzij door een of meer amendementen gewijzigd, met meerderheid van stemmen aangenomen oi verworpen. Is het aangenomen, dan wordt het naar de Eerste Kamer gezonden, die in hare vier aldeelingen het wetsontwerp op dezelfde wijs behandelt als de Tweede Kamer, uitgezonderd dat zij het niet mag wijzigen door middel van amendementen, maar de voordracht in haar geheel moet aannemen of afstemmen. Ook de Eerste Kamer heeft in December 1880 afzonderlijke voorschriften voor hei onderzoek van het Wetboek van Strafrecht vastgesteld. Zoolang de Eerste Kamer nog niet heelt beslist,
/ 5
bezit de Koning het recht, het door Hem gedane voorstel in te trekken. .Maar uit den aard der zaak komt een voorbeeld van intrekking in dat stadium van den wetgevenden arbeid uiterst zelden voor. Na aldus in den Raad van State en in de beide Kamers der Staten-Generaal goed- of afgekeurd te zijn, wordt het ontwerp, in het eerste geval door den Koning bekrachtigd en in het Staatsblad afgekondigd, of, (doorgaans tengevolge van de amendementen door de Tweede Kamer daarin gebracht) niet goedgekeurd. Gaat een wetsvoorstel van de Tweede Kamer uit. dan wordt het, na in de beide Kamers aangenomen te zijn, aan den Koning gezonden, die er eerst den Raad van State over hoort en het daarop goed- of afkeurt. De Tweede Kamer is bevoegd aan een of meer harer leden de schriftelijke en mondelinge verdediging van haar voorstel in de Eerste Kamer op te dragen.
quot;V-
De rechterlijke macht wordt in 's Konings naam uitgeoefend : in het militaire door het Hoog Militair Gerechtshof te Utrecht, waarop van al de krijgsraden van land- en zeemacht beroep bestaat en wier Auditeu-ren, gelijk de Fiscaal van de laatste door Zijne Majesteit worden benoemd ; in het burgerlijke door den Hoogen Raad, een vijftal Hoven, de Arrondissements-Recht-banken en de Kantongerechten. De Koning benoemt de leden van den Iloogen Raad op de volgende wijze ; bij het ontstaan eener vacature, geeft de llooge Raad daarvan aan de Tweede Kamer kennis, die eene nominatie van drie personen aan den Koning aanbiedt, ten einde daaruit eene keuze te doen. Hij benoemt den President en den Vice-President uit de leden en stelt de Procureurs-Generaal, de Advocaten-Genenraal, de
76
Officieren, de Griffiers en de Substituut-Griffiers van den Hoogen Raad, van de Hoven en van de Rechtbanken, benevens de Kantonrechters en hunne Griffiers aan. De leden van den Iloogen Raad. de leden van de Gerechtshoven en van de Rechtbanken, en de Kantonrechters worden voor hun leven aangesteld. De leden der Rechtbanken worden nog, na het opmaken eener alphabetische, uit drie personen bestaande, den Koning evenwel niet bindende, aanbeveling van de leden, benoemd ; vóór 1875, ook de leden der Gerechtshoven, die sedert rechtstreeks worden aangesteld.
8 JO
|
(f |
b-p |
C-li-CJ |
d-i |
e |
f-v |
|
r |
1 |
c |
O |
\ | |
|
,f/ |
]. |
ijü |
i |
m |
n |
|
1 |
O |
D |
(._^ | ||
|
0 |
r |
u |
vv |
ac | |
|
/-N |
't |
\ |
c |
S c/
§ 17
§ 20 1-__; z0' .3-° a, /X ; I). KA ;
c. j d C^y e 'K ; f i cf. f/H.
6'? ^ V • ^ • /2 fx. 2 I. 2-
a cj^z
17 X;
13 gt;- a. ^ ^ , 14
|
§ 21 P 2-•5quot;^ // 4? |
9 ? A' 0 ~) - O Ï / ()- / - 1 •■ '-- 8°l vx y\/quot; CI. -amp; |
*■ h- V / / / |
x
■■
§ 22 a ^ h !? c V^\ cl
§ 25 r ^ ; .2° ^ j (S ; Vquot; -5quot; ru
ftVr^- ; 7quot; ; cSquot; lt;. ; 9quot; ^ y 10°/;
I/quot;/; 12° /^, ; I.quot;, y ,■ /4quot; /1 ,■ Ijquot;/ ■
/ -- -
iaquot; o ; /7quot; /,• is0 ^ j ir___,• w .•
2r_0 rr „ 2.r ( ,• 24quot; 25° d ,•
26,4cc / 27quot; /,• 2tfV^ , 29° ^/30quot;^
/ /
;5/quot; quot;v. • ^r.-y- j.r 7 .yr /
/ / ^
3.v I ,■ .uiquot; \ ; ;gt;7;ks' /.
/
5.
a-bp. a-ckcf. a-dt a-e. a-y a-h a-y ij.
l
fy-a. b-ckg. hp-dt. b-e. b-f.o. b-y. b-ij.ij
i_
c-dt. e-Lgt;, c-J' cXy-y c-h c-vf.tj
ckü-il C-Ö.
/ r
1
7
\D
^ L_
dt-u d/-ó dt-cka. dt-e. dt-fv. dt-y. dt-h. dt-i/. ij
(
6
e-a. e-bp. e-c/cy. e-dt. e-/h. e-c/. e-h. e-u.i/
If
^ p
yv-a.
\
gt;
'y.fvdt f 'v-e. yhy. fv-fi. fv-L./.y
v
\ \ l c
\j
Jf-a y-6p.y-cAf. j-d. j-e yfv y-A
4.
/t -a A Jv-cka hd. h e A ft' h-q k -// y
} I gt; } ct k ix |___ l
j-a. j-bp j-ck9 Jrct j-e. j-fr j q J-h
1 l / X 1
\\ j / w vyo \ ------•
/ a. / tgt;p /■ cky. l -df- t-e L/ 'u / -y / - h /-//y
|
gt; |
l r' j |
A / |
} s |
|
/i-a |
/ (*) Jt'O |
ac |
rtd |
|
Wi |
Vv_gt;| |
^—/ | |
|
d-L* |
a -o. |
/gt;-d. | |
|
? |
r\ 1 i |
•5 V |
7 / |
|
/'-Cl . |
rö |
r-c. |
r-d. |
|
A / |
/\ / i |
/ .-•V |
-i // |
|
lt;s~lt;z. |
S'(t. | ||
|
T |
1 |
7 |
/ |
(*) l)** s^C'ïxO.sXrtéc' /n/tc-U *.bc /te*') nü'l ruaft'c /téifiUjCtUjlZyn, fnuaSc/t .Vtrc'c i/rJf
rt'srsru *lt;.)/ «'■fJs,' OtijZsiisuJ Aoow Cte 1 •gt;cj lcl/r-/*/tfiS/f ê
t*f'iA'itfj itc.yc/t'moefi
j .i ^ 1___ r
-•/ V_9 V_^x V..gt;—
lt; gt;-/' O lt;/ O -/l Oquot;.
'X
\ 1
.1 /*
/ /
u-a. u-/gt; u-c u-d ae tif u-a. u-h. a-i
'N
7
C
\ ^
w-u. n-'-b m-c. w-d. iff-Cr tvjT w-y w-h
W - f \
JC-t
V
jc-a. .x-b ^c-
jc-d jc-c tyf j:-y .r-/t
1
4 ^
z-os z-6 z-c z-d- z-amp; t-f z-y z-k-
Z't.
V /
\
T
fl-l
a-z,.
tz-m a-/t a-a. a-r a-s a-u. a-w. a-x
lt;/
bp-L B-m a-u iï-o. fr-r 1gt;-S b-u b-w b-x.
6-
z.
cfy-l c-nt c-rt o-o c-r. c-s c-u c-w c-x
c-z
C
d^z
L
C
L
A
dt-l d-m d-n- d-o. d-r d-s d-u d-w- d-x
e-l. e-/ft. f-n ï-o e-r e.-s e-u e-tn e-Jc e-z.
lt;r-' ^ ^ ^ // .-.r r' /:
gt;' \ J J v;__oquot;gt; 6 a lt;r- o- ^ lt;-s ,T- ^1—
fv-L fv-zn-y-n. f-o f-/' fs. J-zi. f-ir /-■? /'z
i/-l lt;j-/n y-// y-r y-s y-u y w y-.t
/i-l h-r/i Si-n A-o A t' h o' A-u A-w A-x A-z 1 'lil I \ ^ J L
t-l i-nu i-n t-igt; t -/* i-s tu t-fv t-v t-z
^ / A \ J ____ '--vj ^-- -J gt;
lm l-n. ligt;. l-r l-s. l-tt l-ü? /-.f l-z
/ri n rn c /n r. //i-s. m-u /r^v? m\Z'. /n-z.
ƒ/ / /Z-A/Z /z-^ /Z-/* /?-,gt;■ /7-/Z- /I JC // Z
/
^-N v_r-
r
igt;-l. o-m o-n o-r. o-s. o-tc. o-w. o-x. o-z-.
O
r
J
r-t r-r/i /'-//. r-o. r-s. /'-u. r-iv. r-jr r-z.
s-L s-iït. s-n. s-o s-r s-w. s-m s-jc. s-z*.
tf -/ U-W. u-n U-O tl -r' lt s M-W. ll-JC U-X
3
A
a?-l fp-m w-o tv-r w-s w-ult; w-.v iv-z.
jc- t. jc-/n JC-0. x-r ac-s x-u x-tr x-x.
C-
/ s
L-o Ly
-/ z-/7i. z-n. z-o. x-r z-s. z-ic. z-iv. z-x.
~\ z.
|
2 O 3 9 10 // iZ 13 te ró fc f7 r
|
v. ■5ö lt;5/ Az ^quot;7 / Ó8 ÓS êo 61 62 63 6u 66 ee ƒ/ 68 70 7' /z 3o || * /^. |l ^ |i 3^ ij 3e 4_ r^-gt;, 'i _ ^7 C *8 £gt; |
- _rS / 1 C-i_/ |
/3
|
w- s 78 ^ *7^- 81 ^ (?2 ^ ^ V —gt; Jquot; K 97 96 S* 99 L /W V/ /^ lt;_/quot; /T-V^ /05 ;^(? V^) /07 V(. 108 CIL log.Z ■ .. /// A « f //quot;•^ — //ƒ ^ 7/^ c^- //7 //(? lt;^- |
722 \{ 72^ V 72 i J28 j5o l3z Sr-/^ gt; /- /S8 £~- Uo ^ |
'
10.
^3
\ /
C .
Y
v
V/-
V
/gs 19e
w
ig8
W
zoo
Z01 ZOZ 203 Z04.
20 S
Z06 ZOJ ZOS zog 210 21/
2fZ
Z13 Z1U Z15
zie
7
s
^ L
\
quot;7quot; /
v
V
/ós r-/SI /55
/66 l^o •
,s7 ^—:
/08 O ■ /Sg
/fa ----/
/6, ^ • fêt '
/63
/64 ^ ■ /ëó ■
/ee 0 ' /ty •
/amp; 1 •
/46 i^V' r4e
/48
fóO ^
tóf
1Ó2 *-
^ VL /88
'3° ^ I/
^ v lp
/86
r
v
i
lt;
24/ 2^2 243 244-2*5 240
247
248
2\9 250
20/
2Ó2
233
254
255 25S 257 Z58
16Q
26o 2Sf zez ZB3
ze^
v. \
1,
V
v-
\
v/c
\
V_/-^
Vv7 NZ
v7
V'7
'd
N 7
d
v ^
/
C
v5
7 gt;
X
2Zi 225 22ê 2.2] 228 22# 230 23)
232
233
234 233 236 257
y~z~
V^_
V
v }
/
vk
1
vr
Vl?
238 \
Z3g v/C 24-0 v/v/^
gt;
V
223 (?~\
221 222
V,
V,
220 V(^/
zr/ ZiS ng
V.
\
|
zp |
vV/ |
|
274- |
vv |
|
/ |
v_ |
|
zp |
vv^ |
|
2JS | |
|
V ^ | |
|
V | |
|
Z77 |
r |
|
273 |
____ |
|
27s |
V _ |
|
2S0 |
v_ ___, - |
|
23! |
V |
|
23? |
/ 1 |
|
283 |
*—1 |
|
264 | |
|
c | |
|
285 |
3 |
|
2Se |
f |
|
2S/ | |
|
288 |
^gt;0 |
|
zes | ||
|
16 s |
V v ----- | |
|
Zily | ||
|
V 4 | ||
|
ZoS | ||
|
V, | ||
|
2amp;g |
^-v | |
|
2J0 |
vY/_ | |
|
i |
Zi/ |
V V lt;____ |
|
VN | ||
|
! |
Zr'Z / |
■
IS.
3/lt;3 3/4 3/Ó 3/6 3// 3/8 3y 3zo 32/ Szz 313 3zU
325
326 32/ 3z6 32p 33o 33/
332
333
334 333 336
f r
c.
c'
Cs
-c
^quot;V
C
gt;-)c
-quot;7
5
'c
«7
A'
v
\
ztic -—gt;
c/ ,x
r
ZCfO ^
Zlt;jl
O
^ quot;l./ *95
zgti lt;s~ö
z$7 ^ v zgö ^/1
W) r //lj 3oo /-—v—v
^v^L
3^
jt m ' \
34-U
j
Ij 346
I
346 34]
3Ut 3i.g t-^' 350 t/? 35/
35z
353
354 ^
355 :y-Jód
35/
358
359 ^
360 ^
èij Cv 336 ^ 330 340
.542
3Ut
ii
261 (_
I
sez 363 36',
d£5
Ly
see
367
J
iS8 r s % io
370 i-gt;_ J//
I
^ C^/Tquot;
3/6'
ij? .3/# lt;!/?
% j/f 337
3S2 j/quot;
383 ly?
Wgt; .3« ^
I JiS5 £^1_ ! / L.
j JSfi c^
I 33? S
388
38g
390 Jgi
302
303 3t)4 Xr-^
3#
3# Z^— 3sS
3Sff /^\
boo
uoi
M?
M /L__
4-oB
|
1 irp |
lt;L |
|
j 420 |
U y |
|
421 |
r |
|
422 |
} |
|
i iZ3 |
s |
|
j M j | |
|
: tee |
quot;V |
|
1 1 te? |
X |
|
428 | |
|
42g | |
|
43o |
^a.- c |
|
4Sgt; |
? |
|
432 |
C- |
)4.
MS fV-T-
1
■Wé' 1
c/
^ (gt;^-Y
/) r
48f 4S2 4*3 USb
I
^ % N
4lt;?6' /
^ - 1 h t ^quot;
oo
4-3lt;y
487 4SS
1
U8
~5—
^(7(?
|
óoB 5og y ów V»-^4 S11 ' Ó!2 5/2 gt; SU f SIS ^— SlS Vo Stj % 5zo ' T-^ i2z Vt 02/ |
528 ^ r~v, A?/ Lr~^y^ JJ, ÓJ3 Ito, ■538 5i2 -V--- SM 545 ^ l J4ê J J V S4J Ó4S |
055 JJy -~»—quot;s/* óèo Ó6€ —xS~\^ ó6j öëS 5p O |
16.
êoi eoz eos
ÊOi
t'oó
Szi
/
628 J--
!
t jO
£c/ J
!gt;
c
/
c
V/'N
A
/
gt;quot; gt; /( lt;
i
Va 'C^*
ëo8 %
k'/0
tquot;/f
o/Z
6/3
ofA
üf5
êfé
êf7 /
egt;s
$'9
Szo
6Z1
i ezz ezi 62it
5
/
/
586 63?
088 %
quot;'L
ÖOZ ^
W (y* yi
¥
¥ (/
amp; V tyd lt;*■
*99 /
/
Sou ^y
Cquot;^
083
M-
SS3
es*
632
^ ----^
cr-V
/1
637 ° Yquot;
/
638
?
I
I
691
698
eM
/00 707
702
64.9 650 65/ — 6óz / êói êóï
6ó5 ^r 656 Y
«/ s %
SêO
m '1 661
éoJ
^■4 V?-
lt;
103 704
sö quot;V
1^1 X
Lrf^
V-x^'
^ v %
670 ty
~N
1
6jz
6go egi egz ip
6gu ___/^\_
Cig5 -
6ge _/^-)
676 —'
£/7 ty6 -
fys -^i
ëSo 681
6gz ^ 683
m \/
68£
687
688
Hj
~v
674 -^\
]°3 ^ 710
771
772 7/5
7«lt;
7/5
7/6 777
/«\ 7') H,
720 \y
^jy
J
7°5
706
707 quot;^T-
708 \/X-
O
|
72/ • t, ■].Zt | ]P-3 l /- '2.1, L - '/quot;i C,. P7 jzS 729 ]3o 13; /t* n___ S b 'j* 7# /Jé' V.V /•amp; /ic %r ■Jhl ju: 1 /• |
Ij JoO ll l] li' ' '/M ■/35 737 i| / ■;t7 ij 762 '-A- y */' A f «.«—-* i_'V V ■y • •gt; • /lt;- |
7bQ J70 77É // 1 7#o ! ' jj ]Sz !l 7^4. ■/Si ]S6 |
lt;_■ c« V. ^ v-: |
quot; ^ quot;X'''
r
19* -gt;lt;
?98 799
SSt 853
80S ^_Si Sóê —4/'
m
v
S3S
33e
821 =lt;^ gt;
838
'* lt;d (?4(?
y
8È1
sez ^2
ca^i
865
m
r
X
20.
tr-*\
gt3 gn 91 5 916
P'7 jf8
W 920
911
gzi
92?
yzu
gzs
ffze
P7 02S
u
9Z9 95o
9*' 03z
i)33 9J6
93Ó
/
1
-r ??
'T
1
u
gt;
-7 s
'\
X
/ \
gt;
-A
-\
Cy
r quot;
^D-'
c'
a
S7S 8amp;o
887 8Sz 833 $S4
ó L,
-v^y ^
887 7
S65 866 v S6j K 868
^—7
}
88ff ^
8pt
Syz ^ f
dg: Ó
%
üw
J
yoi
goz
903
ga,
9 05 006 aoj
qog ■v-^-v
909 ^
p/o 0/1
91Z
o
-7/
|
/CW |
1 |
|
1002 |
ry |
|
\ /ooó |
V |
|
j 100b |
1A |
|
1 1005 |
/ |
|
IOOS |
•X7 |
|
/00/ | |
|
/008 |
22.
O4-quot;
c
/-1
gt;033 [/quot;
mu }
v-lt;
ii ms
i
i wse
-T
/0/3
/03/ /028 /oip /cuo mi
i
Wt.
ll
£
I
C1
I-
my
/o5c I 'C^
/05/ |/ \__7 /Oil ^
^ c
lt;
quot; Ó
/v
« e
toss
/Oóê C
ij mj i'
l!
il foSo
i tob io Si f0ê5
ii /^v ij
il 1065 ïi
!; -Vf 6
i
!j /^7
'!| . it toes
ji
|j ^
jï /^/(7 mr
w??. /o/i /o?4
/op
107S 10/J '0?$ toy /080
r
trzz
gt;
//36
/OfZ
l! nzi
A
24.
lt;
;/Jé
rrj/ 1/JS
'W ftSo 7f8r
nól
'fSu rtSS f/S6 //amp;■gt;
rm ffty
quot;9° ï'S' fW /y3 V
/y5 quot;9* quot;SI quot;S*
7200
v'-e
V.
-ü ^
quot;7 %
t K
/r£r
/ r
/
n
1-
L
A^gt;
-\
J
-y
lt; y*quot;
x-
i-'t/'
quot;i
7170
lt;
cS-
s
7
:
■~\
u/s
nor j 720Z 7203
I
/204 \ /ZOS /206 /zoy /208 /200 /270 /2/7 7Z7Z i| /2/3
'j 72/4
ij 7275
l|
il u/s
li
727/ 7276 727$ 722C 7227 7222 j; 722} 1224
25.
|
1216 fZZ6 ^ / )Z2J 'quot;9 / /Z30 ^ tZ3r yf' IZii gt;23U rzis X't 1Z36 quot;ó^ gt;Z3J 7233 J 1 y_ J ? / ?■ J IZiï /ZU /ZU nn /Z/,6 JZüJ S 3Z*S |
■v JZ5Z X /Z53 ^ 1Z5U 1ZÓ8 v v-\^ /26/ quot; /Z6Z xgt;^ /ZG3 tZfo /265 /266 1Z6J \ 1268 c/ ~ —\ /^7(? /i// |
7Z/J /27/, y 1ZJ5 - 1280 \_/ i 119/ -^X. /282 ' tZS3 x ^ quot; me /28/ ~~ /268 quot;3 /28$ Vv^ 'V. /^2 -V /Zt/k ~\ |
/32 j
/322 /320 132* /323 /326 /32/ /323 /32$
/330
/33/
7332
/JJJ
/334
rSii
/33$
/337
/33#
/33^
/340
/34/
/342
/343
/314
/345
/343
/34/
/348
/340
/33?
/35/
/332
/333
/334
/365
/333
/33/
/3i»
/330
/3ê0
/36/
/362
/3ë3
/364
/333
/3ëe
/33/
/338
e
/30ff /3/0
/3// \/J' /3/2 Vt /3/3 VVO /3/4 \
/J/J
/J/C X-N
/3//
/3/3 /3/0
■/
/
\
\
2
)
\
•t
t- ' V\
gt;■
1 \
\j
\^r
gt;)
V
gt;
X
V7. ,
Agt;
V—I
i'..
gt;quot;
v
r
?
V
f
O
7
|
/Syt —«— W -r '39e V /boo j /^/ quot;\_ /«^ v ii /^J quot;M !! i~N -v.n f^OÓ —y MS fi-OJ ^V^-^ ~gt;V,. | ^ —v_^ /4^ |
/4// ^ /4/# quot;V^— /42i? quot;v^. |
/4/4 /4/^ -v quot; Mrê -y^
■J8.
/ CS} • lt;~y Cry /'C t.--------7
?C / v—^ ^ ^
^ lt;-_^ -!_/ ^ ^ f 'O-^ ƒ' /
X^- 6 ^ -T^ ^ vc ^X\ _? V--., ^ ^ o ■
(i_r (^-- ^ ^ ^ 7 ^7!' ^O -/^—
N cj/l V^ V ^ C o ^ '-';S--lt;:^r----' gt; - U-
cx. ' ^ ^ y o
-■'lt;/; NO / \ .,
^ 1 V
v /
^ 2^r- ? quot;) ^'^. --/'/L
7 ijc---X— 7
1 O
2.9.
V/ quot;1 c
O
---^— -KS^ 7 '- S (lt;7 // cV.'i ,;■
/' - 7
lt;^ / / (.quot; . J o v v /' 5V \ -- ? h /C
...... ^
O /^ /
V-
0gt;—lt;
. / :^
~V ^ 1 k.., c ^ ■ - t* Vvy ^
v
'y ^ ^ ^ ^ 7
o_/_y1 1/
• ^ r~ ~ 7 ty-
y ^ v y lt;?~
\ V'__^ - ^V -N ^ / '
i-v v/ ^ '-V '
/-
O
quot;2- quot; % 7
lt;s -v 4/ ^
N/ ^V2
/1
' V
{J
^ Nquot; ^ 6 -T-
P V 1^ / —-v -f
'quot;V-v
V . O
— ^ Vr - ^ i./- yi /
\ quot;^r ^ O —^
. /quot;^ } ^— gt;
/ gt;- ^ f ^ / ?/J -c/- , ^ ^..
'lt;■-- /cagt; i v i «gt;' v ^ o y
9
/ t--*--^y ^
t
30
, v' V ,
T. - gt; .
r^-7
gt; ^ O
c ' v gt; '
V'
^ - V X/ V/ N
'/ / lt; V—
V
_* Cr-^,
.... ~ ^ c ■
er' lt;«-.-
.
G %'h lt;- ^
—V -Jgt; (-
^•7 xlt; ? 3, . Z / 7-«? '■/'X. 5 ^
P /, t -
V fr/ / C / ^ ^L'/7
I v- ü v7 d K—. V//^ gt; W -
w _/J O -TUL, ^ ^'N ^ ^ ^
/-? -j C
/ o / N/C
C ay A-^7 yj_,
L
y /
X'quot;n ' ^
1
3. gt; 1 /.^,
/00 n ^
V .^O
V'
7
-x e
'Y /
c
/
-e ^
X 1 'quot;5—
^xgt; ^ ^
. ^ /7^\ A
^ Qy lt;—- __
gt;
. -v-
/ ■/ a
1
31
V/7 / 2. ^ V — ^r\ V V Vx.^
\
o C gt;'' v , /. quot;
e ^
^ ) C^r- v ^/f '' / ■'' quot;t .j r' '—* ^ c - y y
/ x lt; - c
\. 1 y v^ quot;v^ /^ v/ /-^----
? S\ /quot; cZ_'quot;gt; -r_ ' -x. X-) P Cr'^ ___v/quot; /4quot;quot;^— .4
gt; v,
r^ Arquot; J r? V/^XV f___ ^l (d £,-
J- ƒ -.lt;n -7 V • y
fl lt;-£-gt; ■ --' lt;-J ^ Vr^ l£S-C)
r gt; / ( 6 /^ -----P X X ^ ^ ^4 ^
^-/—■ P l/vy A' (JA \ c5^
9 /^ p c /- y v- i / \_y /
' x'
'gt;v^^ quot; 5--« ^ y7 V^'^- l ^- / cZ.-gt; V-J ^ 7 o
/1- _
^2- - 24 -vagt;
y V- ( ^_ / 7e lt; ^-/-O i?
j 2 --A . C lt;^__ quot;2- ^ ,/ ov- /-^ C 1 cL— I, I 'lt; v4 / ^ -7- gt;'-
_^/-11/ k' 4- /'Xs,
i—e. S' 'Jf -r/ v * IcPllj
ir Ciy ^- ^^ _ - ^ ^ , O ^ ^-y ? ö^y N y
__o . \ ^ /1/ ^ quot;gt; i/' - y v/
-gt; ' 5
^-x --p/ l^-
y ^ O 3 ^'/ ^
/-O •- c 5:- gt; c - N T j c / v ^ ^ lt;2gt;-
7 • ^ gt; quot;'V- 1 /4 // v- - V
A ' 4 ' /
/ ^ / \s- i~ • / 2_
33.
^ I /. 7 ,^ /^s
]~^y /# ^ ^ ^ x/ \
.» —X w ƒquot; V.A cA gt; ^ quot;^c /ƒ 'v gt;--
I,^ . ys ^ ^ ^ gt; V-
/^ ^ V-^A .-7- ,1^' v ^ / • / %A. ^ X O
gt; / C— ^ 7— ^ ^ ^ lt;6 ^ O 20~A
\ v\; ^ - -y ^ lt;-£/ vO-- ' ^
\ _^y /' i^\ A cj// \ \ o/ ^ ^ a_,—
-\ ^ r^_y ^ y ^ ^ r 3 --/ C/
quot; X O lt;V 0 \ \ r— lt;/ '.
Kj- I y^(~^ - • V/ C-gt;. . r~^ quot;ÏL — h p /-D /' X-s \ -x' \ C v gt; /. x- L ^ gt;
/ /' * X /'
^ ^ ^ - ■'' gt;•lt; ^ . T -2 Y
■ gt; / J/
-xy'y^° ____gt; / ^ l.' ,
^ (^ •7. V/ ^ gt;, ^ 4^ ,w^ _,.^,
V V ')lt;* Y£y ■ -'p W 1 quot; quot; - -gt; •/.. •-- '7
v ''c' ^ ''1A- Y r—e gt; / C ^ '/ • lt;
U A
C. ^' gt; A ' o V./S lt;-; .. hlt; v' - ' lt;- L'^ I v. Z A. ^ ^ y ! lt; ^
tXx / i o
\
■V- 0/ ^quot;- X jSfiy' L -•'' c% . ^ Vt •-- V' v 'I '-gt; A'~'a,- i Vl 7v
/
.gt;5
/■ c:vv v i ^C-
X
— / ?—7 ^ / -V i ■ o*s* '-
ilt;— •gt; ) . , lt;
|
\ - ' 7 x w \o. v.c\ |
(7 ' *» —c' ^ /■ \ - ' / * \ ^ c-. c'-gt;~^ ' C, I o - ' z7' ^ .......... i /. 4* \ V gt; N X L -'7 ^ V,--' v. v.- |
^
f ' s e/-
C-
/ \
. \^6 S~\ ^ ^-3» /r^ \ gt; _
\/ v//_
: f- C-T
o V ^
W d a S^) - -^y
^2 ■ va- gt;
. V 7
-XJ
%
^ ^/v -c - ^
\
*?.. r \ Q
/_
r
\ ^
gt;
'•quot;*-1 ^ V •
lt; v_
«w/-\/
7 / C,
/
•'^-0
■ /. gt;,
'/ ( y/-^ A \ ^ v ó /quot; ^ C^j ^ / , j . c lt;;'^ ^ ^
7
•/- —/
C,
X_-) ^ . (_ \ _,7 r-gt; /\ , .A,/)
-V
/ % a / ^ ^ c i ^
- / z )
^ 4 -j ^ v/ ^ /quot;v
, too 6i_ ^ 6^ ^ J ^ V__ lt;,
^,v/x^ ^ ^ ï n /
/«U ^ v V -y 7 A ^ -
v^. Y y I 2j}gt; c^ 2— I ^
//z__ [ 'at \ -^. vv^ gt; rw //.■gt; / y
—
—
\y-J^7'rC •y /'s ~ N V- ^ ^
' s ' . /
uv , • -gt; v c-L— '■ V- ^ -------
. x /---•,/r So L, «.lt; N / vy ,^\ J / v/y'■ lt;-- u ^ c- _ v.,-*- \ o ^ 'y U . . v. ^ S AC ty ^ -x_ ,/x A k _-r ., lt;. . i - /■') gt; f-ioc
a
/ \ 7' -/ / O O y ^
cgt;— / gt; O / '
7— /_^ f - o / '-/-.
.P ^ v /.__^ ^ V ^
v/ ^V/ / /quot; gt; /. ^ / •lt;
•o / ^ '/-- - gt;- 1A ^//J7 \
. \ C / /- - /V C Z- 4 / ........
/ /
I lt; Vv/
/ /
V t.^- 0 y ^ V \
'! i;. / ^ quot;vr'^v — ^ Z x , - r. A '^S N,'
^ o N. , ^/_-.V ^ //lt;iO W
.ST.
Lr- \ j/ - S) L \^gt; ---^
- ^ ^ 7_^ 'V.X-v^
Ó
\~-\ c/ quot;gt; o ^ ^ ^ ^•c-/r-—l/
/ \ ., -v ——s/ v-j 'J / /-''lt;^_7 n, c- /0.? lt;^_ cL—- ^ ^ /- / \
lt;^-' • !■'* '7-~.\^ O '-^ ^ v—0.-1
/V-O
IV
Ugt;N -x, /O ^
/•• '6- gt; ^ V-- Sv- N c-. /^ U/ ?
• o p \ Argt; J*L, / isS -lt; /
/ l) -~-(s J ' -ngt;' N ^ »/ - •
^ ' s
\ ^ / ^^ V/ 'S, \/ ^ - v -vy 'I ' lt;w gt; V /A'/ v ^
••'V / V;
. y ■ ^ ■ A/ VU y o
^ ^ ----^ -^-O V 'V-N £7 C-gt;
^ /^Vx v/ o v v ^ O ^ •^-r~t—-'^ T ^ V^ » -V'v^ V ^ 1//S
. cU c gt;/4//^ z^___0 gt;
lt;, ^ ^ .r^ — . o ^ \ ^ V—o
r/^ / ? SV '/quot; V è A- / Vs -v.^^ (U
^ V/ / e-i / /Z ^ ^ v ^ ^ ^
40
? /A
^ gt;N\ 7^quot; A
/JPfo
//lt;
' Aj- —lt;/ / C
K V ^-c ^ gt; '' quot;gt;
/ X' i-^ .j
gt; V-
s ^z------r
/
^ N ^ ^ vv o
'
._•gt;. a v c; /^, vy v
/ lv/ . 'lt; -^ Av s,
r c *\ ^ /-
. Xx
/ s
/ t
1 ^ . v/.
') ,'0
/' V / 7 ^ X \ lt;^ /
/' L' ' U-2- / ^ ^ V-
gt; — s^'C/ lt; c, / o -2 - / s gt;quot; r,5 vo C ogt; o ^ -'/A /v^/ i
/[V- ^/, A , 7^ /' l'c _ / quot;v,---'
c
Wquot; / ?- ^ gt; ^v gt;/^\
/CjJ- - . (^ _/\ r gt; l. ^ /^-N
gt; /~lX .~gt; • 7 CX./' - ^ ^
(/ ^ :—L t / I •. ƒ L^ t quot; ^ /■ / ■gt; v _ ^
■ /frr / - a /quot; L J -^/ /•_^lt;1 ' ?—
/ X
42.
|
/ |
; |
I |
[ | ||
|
r3 |
/ |
vi |
J |
r | |
|
VI |
/i |
'J |
\J V\I |
ll | |
|
V |
Ï |
f |
s | ||
|
/ |
/ |
/ |
S | ||
|
r / |
r / |
S |
r V |
r 1 | |
|
gt; |
gt; |
vK |
K. |
K \ | |
|
r1 |
/ |
/ |
vi |
b |
\ |
|
A |
/ |
gt; |
0 |
X5 |
\ \ |
|
V |
/v |
/V |
vH |
w | |
|
•— |
S |
/■— |
jquot; |
r- |
1 |
|
f |
c / |
r / |
Q |
1 | |
|
/ |
P |
*N |
J lt; | ||
|
/ |
/ |
vj^ |
p. |
O | |
|
A- |
/ |
gt; |
vSquot; |
S | |
|
) | |||||
|
/ |
J |
i |
P | ||
|
- |
Xquot; |
/- |
T |
7- |
r |
|
I rJ |
; |
gt; |
vi |
f | |
|
/ |
/ S // |
/ vi |
/ lt; •5 |
/ | |
|
£gt; |
? |
i |
f | ||
|
N |
^\ |
K |
N |
N | |
|
/ |
A ■' |
vi- |
hU | ||
|
— |
/1 |
/— |
vr |
5 |
i—■ |
|
/• |
/- |
gt; |
V» |
1- | |
|
N |
tir.
|
N |
gt;1 |
_i |
J |
N |
i |
/ |
I |
J |
i |
1 |
1 |
y |
\ |
! |
4 |
/ |
vj | |||||||||
|
ü |
J |
N |
3 1 |
} |
j |
e |
o3 |
■i T- J |
} c |
J |
\ |
3 |
X |
3 ? |
/ |
vj |
] |
r | ||||||||
|
VI |
quot;TJ |
^-AJ |
NJ |
u |
AJ |
M |
quot;J |
^ j |
:M |
^vj |
~u |
VJ |
M |
\ •J |
^ j |
\J |
kl | |||||||||
|
y |
-/ |
/ |
V |
q/ |
/ |
✓ |
_/ |
/ |
j |
V c |
/ |
s ) |
rS |
V |
lt;• |
/ |
V |
V |
lt; |
f | ||||||
|
y |
V |
y |
N/ |
y |
X |
lt; i |
y |
/ |
Z ■W1 |
/ |
,-/ |
lt; |
y |
lt; |
/ |
V |
/ |
/ |
/ | |||||||
|
sT |
__r |
v/ |
V |
cf |
/ |
r |
_r |
? |
r |
r |
^r |
C .) |
r |
r |
j* |
\ |
X |
/-/ |
r / |
/ |
r |
r | ||||
|
gt;lt;i |
^v \ |
\ |
/\ |
N |
\ |
C\ |
r^ \ |
gt; \ |
% |
—\ |
\ |
\ |
r\ |
gt; |
x gt; |
!vN |
K. |
K \ | ||||||||
|
«o |
w |
—1 |
O |
N |
b |
z1 |
f |
- |
sj |
/ |
rs |
ls \ J |
(j |
j |
\ |
r1 |
/ |
/ |
vi |
lt; |
i | |||||
|
\ |
\ -x |
o |
\ |
\ |
\ |
I |
\ \ |
\ |
\ 0 |
gt; |
\ CK |
\ |
\ |
1 ' V |
T- \ |
\ 'i |
A |
i» |
/ |
gt; |
\ quot;k | |||||
|
V |
J |
/^ |
-V |
rV |
Ngt; |
\ \ |
quot;y |
/ J |
vK | |||||||||||||||||
|
—— |
, J |
\ |
/~ |
r i |
•«— |
3 |
^J~ |
r~ |
r\_ |
^— |
\ |
i-- |
\ \_ |
r~ |
/ |
J- |
i— | |||||||||
|
r- |
q |
\ |
6 |
/ |
h |
w» |
( |
r* |
:■) |
c |
.J |
t; |
\ |
f |
/ |
r / |
vj |
c 3 |
\ | |||||||
|
0 |
~\ |
^j) |
\) |
ö' |
S~'' |
P i |
y |
J sj |
) f |
rS) |
s V |
___j |
P |
V) |
/ |
-N |
) |
P | ||||||||
|
vo |
V, |
cO. |
/^ |
-O |
r\ |
. C^ N |
f~r^' |
lt;: \ j |
/~ \ |
_Oi |
X |
/^S, |
/ |
/ |
ƒ |
O |
O | |||||||||
|
r |
r |
( gt; |
r -i |
w |
( |
r r\ |
c |
r V |
_v_ |
s ( |
\ |
/— |
X |
r ( A |
/ |
gt; |
f s |
r ( ï | ||||||||
|
w , V |
quot;V |
V |
'\gt; |
•O |
c~ |
\j J |
w |
X |
hs-/ |
\ \ |
rJ |
/- |
Av' |
'•-J-w |
\gt;j | |||||||||||
|
quot; X |
O |
-0 |
O |
\ |
3 |
/J / |
i |
5 |
'\J |
/ V |
■P J |
? |
quot;) |
'J |
\ |
/ |
/= |
4 |
ï | |||||||
|
v Tquot; |
V |
^T- |
/~ |
r |
— |
T*quot; |
gt;✓ |
(~ |
r~\_ |
J |
-- |
v |
r \ |
- |
V |
r- |
/quot; |
/~ |
T |
7* |
r | |||||
|
J |
1 |
| O |
sl |
Ifj |
/ |
j |
i |
I |
v |
rH |
1 gt;. |
i i |
___i |
gt; |
i ls |
f |
\1 si |
Ï |
1 / |
| / |
v i |
j i |
( | |||
|
V |
V |
_/ |
v/ |
V |
/ ,o/ |
/ |
1 |
J |
/ |
rV |
x J |
/ c |
/ |
y |
s lt; |
/ r |
\ / X/ |
/ r |
/ '/ |
/ vf |
gt; |
/ | ||||
|
gt;-D |
O |
Nc |
g |
/ |
P |
— |
p |
/ ( |
r\ |
\ |
p |
--O |
c gt; |
S-C) |
? |
/ |
? |
J |
? |
f | ||||||
|
gt;3 |
N |
~X |
\ |
\ |
\ |
/\ |
N |
quot;\ |
N |
c\ |
r\ |
K |
X |
\ |
X |
\ |
\K |
X |
/N |
X |
N |
X |
X | |||
|
-v; |
oV |
V |
'■o |
/V.) |
M |
O |
vO |
(^ |
r |
V \ \ |
u |
/ |
• h |
k^' | ||||||||||||
|
— |
v_ |
^~ |
1— |
— |
■i |
V |
{ |
T~ |
— |
T— |
\ \ |
!- |
\ |
r— |
/^ |
/- |
vr |
5 |
1— | |||||||
|
gt;• St |
-v |
■vgt; |
\ |
f-N -V |
/quot; |
k |
r |
r* |
gt; J |
(S |
Vquot;- |
X 1 u \ \! \ |
A. |
/• |
/• |
i- |
•v» |
h | ||||||||
|
V |
X |
| ^ j «o |
-So |
N | ||||||||||||||||||||||
Tquot;\ n 2r6 n /, .JJ t ogt;i ü 7
:^ ■ v^-
-• .■■ ^ vim
v . /- V ■ - ^ ■ : ■-■■/
- ^ '
■■•-- /. - ■ : ■ ■: ■ ■; ■ ■- - -v ■ - ■ - ^ - .,•
. .quot; . ■ quot;■ ■ , •- .- ' '■ quot;■ •, , -r .. ^r/: '■ T
- quot; .- ••-■ •r ':.' -, -:r' •-;■•■-••--- r-v^'^v-
, ■
:: ■ , ,. - v--- -:;ytiy-'A--gt;■ -
■ .'\-^r''vVi V '.'S - % .■■ :■■. ■' - ■ .V---: ■■■'-- .v
■ - 5; ' - ■■ ' '■
I