WENKEN
voor
DIAKONESSEN
hij de
u.
VERVULLING VAN HARE TAAK.
(Onllmiil aan di' Aaiiwijziiigen en Vermaninscn voor de Zusters van het West-faalsclie lliakonessenliuis te Bielefeld.)
u t r e c u 'i1. j. VAN BOEKHOVEN. 18.85.
WENKEN VOOR DIAKONESSE
BIJ DE
VERVULLING VAN HARE TAAK.
-0-C£ö^00--
1. De Diakoncs tegenoyer den Heer.
Iedere arbeid in het Koninkrijk Gods vereischt drie hoofdzaken: ootmoed, gehoorzaamheid en troniv.
De ootmoed der diakones bestaat daarin, dat zij zich zelve beschouwe als eene arme zondares, aan wie het uit genade vergund wordt den Heer Jezus te dienen, en Hem, die zelf in nederigheid gediend heeft, daarin na te volgen. Die ootmoed openbaart zich in bescheidenheid en stilheid van bestaan en wandel, in eenvoud en in tevredenheid onder alle nooden des aardschen levens. Matth. 20 : 28, Joh. 12 : 26, Phil. 2 : 5- 8, 2 Sam. 6 : 22, Phil. 4 : 11 â13, 2 Cor. 6 ; 10.
Waar oprechte ootmoed des harten is, daar voelt eene diakones, reeds zonder dat men er haar iets van zegt, dat kostbare kleederen en opschik haar niet voegen. Daar haar Heer en Meester zelf arm was en veracht onder de menschen, zal zij gaarne alles vermijden, wat naar gelijkvormigheid aan de wereld zweemt, en
4
ook hierin Zijn goddelijk voorbeeld navolgen. Zonder ootmoed des harten echter is alle uiterlijke eenvoud huichelarij en wordt ook spoedig als zoodanig openbaar.
De geit oor :aamhcid der discipelin van Jezus is eenc vrucht der gehoorzaamheid des Meesters. Zij kan slechts groeien op den bodem van een waarlijk ootmoedig en verbroken hart. trelijk door een ootmoedig hart, dat met Jakob spreekt: âIk ben geringer dan al uwe weldadigheid en trouw,quot; alle (-rods leidingen, hoe donker vaak, met dankbare vreugde worden aangenomen , zoo is voor een gchooyznam hart alles reden tot blijdschap wat den ouden vleeschelijken wil wederstaat. Gehoorzaamheid is evenwel geene slavernij; zij is voor de kinderen Gods heerlijke' zalige vrijheid, de vrucht der bevrijding van de heerschappij des eigen willens en eene blijmoedige overgave aan don wille Gods. Rom. 6 : 17. Uit de overgave van den eigen wil en de vrije volkomene onderwerping aan Gods wil vloeit van zelf gehoorzaamheid voort aan de door God gestelde menschelijke ordeningen tot aan de grenzen door den Apostel gesteld: âMen moet Gode meer gehoorzamen dan de menschen.quot; Ootmoedige gehoorzaamheid is eene zalige beoefening der liefde tot Christus, behoorende tot den vreedzamen weg dei-godzaligheid, die de beloften heeft beide des tegen-woordigen en des toekomenden levens. Zij doet ons onze eigene gedachten, wenschen en meeningen ter zijde stellen, die zoo vaak onze ergste vijanden zijn, en ons groote hinderpalen worden in de zelfverloochening, daar zij den diepsten sluier der eigenliefde over onze oogen
uitspreiden, en ons zeiven en anderen den weg door het leven zoo zwaar maken. Echte gehoorzaamheid is gewilligquot; en stipt, lloe vollediger on kinderlijker een hart in de gehoorzaamheid aan den heiligen wille Gods leeft, des te gemakkelijker wordt ook in moeielijkc gevallen de zekerheid van op den rechten weg te zijn en het gevaar te ontgaan om de gehoorzaamheid tot een dekmantel der traagheid, liefdeloosheid of derge-lijken te gebruiken, hetgeen den naam en de zaak des Heeren tot schade zou zijn. Phil. 2 : 28, Jes. 50 : 5, Hebr. 5 ; 8.
Trouw is die volhardende, zich zelf gelijk blijvende liefde, die ook het geringste niet verwaarloost. Zij is geworteld in de dankbaarheid jegens God, en in de bewustheid van verantwoordelijk te zijn tegenover Hem. De trouw in het kleine is de zekere en noodzakelijke weg tot trouw in het groote. Luk. 16 : 10. Daarom bezwijkt niet, want wie volhardt, zal zalig worden, en aan do trouw tot in den dood is de kroon des levens beloofd. Joh. 6:12; 13:1, Rom. 12 : 11, Ps. 101 : 6, 1 Tim. 1:12.
2. llc Diakoncs tegenover de Inrichting.
De Diakones moet in de eerste plaats ootmoed, gehoorzaamheid en trouw bewijzen aan de moeder des huizes, aan wie zij stipte onderdanigheid schuldig is, niet met den oogendienst des menschenbehagers maar om Gods wil. Hieruit vloeit tevens voort, dat /.ij
6
gehoorzaamheid bewijst aan allen, die voor korter nf langer tijd over haar gesteld zijn Eph. 6:7, 8, 1 Thcss. 5 : 12, 13, 1 Petr. 5 : 5.
liet is voor iedere ziel, en zelfs voor den ganschen diakonessenarbeid, zeer schadelijk, als eene zuster, die over werkelijk of vermeend onrecht te klagen heeft, daarover tot anderen spreekt Wie niet zwijgend en biddend onrecht kan dragen, zonder zich te laten verbitteren , â wie zich ten minste daarin niet ernstig wil oefenen, heeft van de navolging van Christus nog weinig begrepen. De Schrift noemt het stille, gewillige onrecht lijden genade. 1 Petr. 2 : 18, ig. Daarom laat ons er naar streven om stil te zijn. Het is reeds verkeerd, als de zusters zich er aan gewennen om elkander haren nood te klagen, het moge personen of verschillende verhoudingen betreffen. Door zulk een zich beklagen geraakt men van den weg des Heeren af en komt op den weg der wereld; uit de liefde, die in stilte vergeven kan, en dan ook ervaart dat dit genade en vrede geeft, â op den weg van het oordeelen en murmureeren. Jak. 1 : 26, Matth. 5 : 46, 47. Heett eene der zusters behoefte om haar hart uit te storten, vooral op punten, waarop het den arbeid geldt, die haar lief is, dan wende zij zich openhartig tot de moeder des huizes zelve, maar neme nooit zieken of vrienden buitenshuis tot hare vertrouwden, die bijna nimmer de onderlinge verhouding der zusters zuiver kunnen be-oordeelen, en daarom zelden eenen raad geven, die den vrede bevordert.
Zoo lang eene ziel ontstemd is, ziet zij noch zich
7
zelve, noch anderen uit een zuiver oogpunt, zij ziet dan alles door hot gekleurde glas van haren wrevel en het kan veel schade aanrichten als zij in zulk eone gemoedsgesteldheid over het werk of hare medezusters spreekt.
God schenke zijne genade, opdat ook hierin de oude mensch met ernst en volharding ten onder gebracht en de goede strijd gestreden worde, opdat niet daar, waar juist de deugden der Diakones een helder licht moesten verspreiden, eene reuke des doods van haar uitga.
Iedere Diakones rekene het zich tot plicht om dagelijks hare zusters en het geheele werk in haar gebed te gedenken, en voor zich zelve en alle anderen de kracht des H. Geestes af te smeeken, opdat zij geschikt mogen worden om elkanders lasten te dragen zonder morren of bitterheid. Het werk en de inrichting worden haar dan tot een heiligdom, waarover zij niet in veroordeelenden zin zal spreken. Met al dc gebreken, die er aan kleven cn die zij diep en met zelfbeschuldiging gevoelt, blijft het haar toch des Heeren work, en het is haar eene onverdiende'genade, dat zij er Hem in mag dienen. Hij helpe haar slechts om al hare plichten steeds getrouwer te vervullen. Gal. 6:2.
Een der noodigste zaken, waarvan het bestaan en het wél gelukken van het werk voor een groot deel afhangen is orde, waaruit de rechte harmonie geboren wordt. Wie alléén zingt of speelt heeft op niemand te letten dan op zich zeiven; wie echter in een groot
8
koor medezingl, moet zich ook naar de anderen voeden , opdat uit hot samenvloeien der stemmen eene heerlijke harmonie ontsta. Zoo moet in iedere gemeenschap liet enkele lid zich vrijwillig voegen in de orde des geheels; dat is de wille Gods, want God is niet oen God van verwarring maar van orde. i Cor. 14 : 33. Hij wil zijne kinderen hier beneden opvoeden tot eene hoogcre orde en eene eeuwige harmonie. De ootmoedige zuster loert doze les gemakkelijk, maar hot hoogmoedige hart noemt aan alles aanstoot.
Ofschoon in den regel de zusters niet lang in ééne verpleging blijven, zoo gebeurt het toch wel eens, dat dit noodzakelijk hot geval moet zijn. Iedere zuster zij er op bedacht, dat het, zoowel voor haar zelve als voor de zaak die zij dient, schadelijk is, als zij in dit geval zich te sterk hecht aan personen en toestanden of zich aan eene zekere gemakzucht overgeeft. Ook zijn er dikwijls menschen, die jammeren en klagen als zij van diakones moeten verwisselen, on somtijds is de diakones dwaas genoeg, om zich daardoor in te beelden , dat zij op haren tegenwoordigen post onontbeerlijk is. Eene ware diakones zoekt overal, waar zij ook zij, don vreemdelingszin te bewaren, en laat haar gemoed niet verstrikken door het aanknoopon van vriendschapsbanden, waar die hare roeping in den weg staan. Neemt zij zich op dit punt niet in acht, dan zal hare straf niet uitblijven, want wanneer zij dan toch moot scheiden, heeft zij met veel verdriet to kampen , dat zij zich had kunnen on moeten besparen. Niets werkt bij hot aanvaarden van eonen nieuwen
9
arbeid zóó verlammend, als wanneer het hart zich niet kan losmaken van de plaats, die men verlaten heeft. Hebr. 13 : 14, Ps. 39 : 13. Het is niet minder verkeerd wanneer het een of ander arbeidsveld om deze of gene moeielijkheid, die er aan verbonden is, in een slechten reuk komt en daarom geschuwd wordt. Men behoeft het minder aangename niet aangenaam te vinden , maar het getuigt van een treurig gebrek aan den waren diakonessengeest, als men zich over den arbeid beklaagt, of hem een ander op den hals zou willen schuiven. Het is ook eene zeer gemakkelijke uitvlucht om te zeggen: âDat kan ik niet, ik heb er de gave niet toe.quot; Het is geen gebrek aan gave, maar wel gebrek aan goeden wil en zelfverloochening, dat meestal dit woord in den mond geeft. Hoogmoed, traagheid en innerlijke tuchteloosheid brengen tot die ontevredenheid , die aan opstand en mismoedige versaagdheid grenst. De zuster, die met eene aanvechting te kampen heeft, waardoor het hart meestal tot nijd en afgunst wordt opgezet, strijde den goeden strijd des geloofs en zij overtuigd, dat juist die aanvechting het teeken is dal zij zich op de rechte plaats bevindt.
3. De Diakones tegenover hare medezusters.
De diakones gedrage zich tegenover hare medezusters als eene ware dienstmaagd des Heeren Jezus in ootmoed, gehoorzaamheid en trouw, anderen hooger achtende dan zich zelve, niet hare eigene eer zoekende.
IO
maar die harer zusters, boven alles die des Heeren. Deze gezindheid bouwt het huis, en doet het bloeien en gedijen. Phil, i : 19, 20; 2 ; 1â3, Col. 3 : 12â14, 1 Cor. 13 : 4.
De liejde is de band der volmaaktheid, die de onderlinge gemeenschap onderhoudt, en iedere afzonderlijke ziel doet opwassen in gelijkvormigheid aan Christus. Joh. 13 : 34. Aan haar ziet de wereld, dat onze zaak uit God is. Joh. 17 : 20, 21. Deze liefde moet echter vlijtig geoefend worden, anders sterft zij. Waar zij verkoelt, vallen de zielen een voor een in de strikken des Satans; in hoogmoed, afgunst, ja zelfs in grove zonden, en hot werk lijdt groote schade. Zoo ontstaan, scheuringen en partijen, en een huis dat tegen zichzelven verdeeld is, kan niet bestaan. Daarom, wanneer aan de liefde te kort is gedaan, bevlijtige men zich om eenc scheuring te voorkomen , of is zij reeds ontstaan, dan haaste men zich haar te heelen uit vrees dat de bedreiging, die de Meer Openb. 2:4,5 aan de gemeente van Ephese doet, anders aan ons voltrokken zou worden.
Om de zusterlijke liefde recht levend te houden neme men de volgende vermaningen ter harte:
1quot;. Iedere zuster zoeke van harte gaarne do gelegenheid, om met de anderen zamen te zijn. Dit strijdt niot tegen de noodige afzondering in de binnenkamer. I Iet is geen goed teeken als eene zuster zich altijd terugtrekt, of als eenigen te zamen zich gaarne van de overigen afzonderlijk houden. Spr. 18 : 1.
2quot;. De zusters behooren elkander met den noodigen
eerbied to behandelen. Rom. 12 : 10, W aar twee met elkander twisten en elkander vervvijtingen doen, vooral in tegenwoordigheid van anderen, daar is het met de liefde spoedig gedaan; bitterheid en tegenzin komen daar voor de liefde in de plaats, en dan vertoont zich de oude mensch, die noch liefderijk noch beminnelijk is. Erkent en eert de verlosten des Heeren Jezus, voor wie Hij Zijn dierbaar bloed vergoten heeft, als, ondanks al hare gebreken, toch waardig Zijne dienstmaagden te zijn; dan zal het u niet moeielijk vallen elkander in Hem te eeren en lief te hebben.
3quot;. De liefde bedekt ecne menigte van zonden , en acht de lankmoedigheid onzes Heeren voor zaligheid. Spr. 10 : 12, 2 Petr. 3 : 15. Daarom oefene zich een iegelijk in het dragen van de fouten en gebreken der andoren, en vorgote niet hoeveel zij op hare beurt haren medezusters te dragen geeft, ja dat haar eigen verdorven hart haar meer moeite veroorzaakt dan alle andere harten te zamen. D£in wordt men streng tegenover zichzelve, barmhartig jegens anderen; dan hooft men geen lust om op andorer zonden te letten; maar wel op het goede, dat do Hoer in haar gewerkt heeft. De liefde gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen, liet is beter uit onergdonkonheid tienmaal to dwalen , dan in lichtzinnigheid schade toe to brengen aan ééno ziel waarvoor Christus gestorven is. Rom. 14 : 15; â¢5 : 1â3. 5- 7-
4quot;. Wij zijn leden ééns- lichaams; daarom zijn wij voor elkander verantwoordelijk. Wanneer eene ziel
I 2
uit ons midden op het dwaalspoor is geraakt, moeten de anderen niet uit de hoogte over haar oordeelt'n, zij moeten over haar ïvecnen, zich met en jegens haar schuldig gevoelen, en niet ophouden ernstig voor haar te bidden; want wanneer eene ziel verloren gaat, is het wel een triumf voor den booze, maar voor den Heer is het eene smart en aan het werk wordt eene schade toegebracht, die misschien in jaren niet vergoed kan worden. Wanneer eene dwalende zuster echter terecht gebracht wordt, is het eene vreugde voor den Heer en Zijne engelen en een groote blijvende zegen, zoowel voor het geheele werk, als voor ieder lid afzonderlijk. Uit de hoogte te oordeelen is liefdeloos, maar het is even liefdeloos en daarenboven lafhartig, als men het bevel des Heeren Jezus (Matth. 18 : 15) niet durft op te volgen om eene zuster onder vier oogon hare zonde voor te houden. Ieder smeeke daarom om den geest der liefde, opdat zij anderen moge waarschuwen en in ootmoed op het haar dreigende gevaar opmerkzaam maken. Slechts wanneer de herhaalde liefdevolle vermaning niet gebaat heeft, deele zij met ware zielesmart de overtredingen harer medezuster aan de besturende zuster mede. Matth. 18 : 16, 31, Jak. 5 ; 19. 20.
De Heer doe een ieder ervaren, dat gewillig dienen in moeite en arbeid, en met een blijmoedig gelaat de zelfverloochening beoefenen, eene kostelijke zaak is, die den vrede der ziel meer en meer bevestigt. Zoo leert het hart rusten in de goedertierenheid des lleeren op den eenigen onveranderlijken grond der vergeving
van zonden. Zoo wordt het juk des Heeren Jezus zacht en Zijn last ligt.
Zoo verheugt zich dan ook de een in de gaven en voorrechten der anderen, en liet onderscheid in rang, stand, ontwikkeling en gaven dient slechts om de harmonie en het welzijn van het geheel te bevorderen. Nijd en ijverzucht mogen niet geduld worden; geene sympathien en antipathien mogen de gemeenschap der liefde belemmeren. Een bijzondere vriendschapsband onder de zusters is slechts in zoover geoorloofd en Gode welgevallig als hij het geheel ten goede komt, en de liefdevolle deelneming in de belangen der anderen opwekt en versterkt. Is eene vriendschap van meer zelfzuchtigen aard, dan veroorzaakt zij partijzucht en oneenigheid, en staat den ouderlingen vrede in den weg. Ziet, hoe liefelijk het is, als zusters eendrachtig tc zamen wonen; daar gebiedt de lieer den zegen en het leven tot in eeuwigheid: dc Heer geve ons Zijnen vrede en wone bij ons met Zijne genade. Phil. 2 : 1â3.
4. De Diakones tegenover hare verpleegden.
Jegens hare kranken en de aan hare zorg toevertrouwden moet zich de diakones ids eene ware dienstmaagd des Heeren Jezus betoonen. Zij moet in allon den lieer zei ven dienen met trouw en zelfopoffering, met geduld, zachtmoedigheid en vriendelijkheid, en bovenal met die liefde, wier doel liet vóór alles is.
14
naar Paulus voorbeeld, hunne zielen voor den Heer te gewinnen, i Cor. g : ig, 22.
De diakones neemt zich in acht voor ieder onnoodig-gevaar. Daarentegen vreest zij noch gevaar, noch besmetting noch vermoeidheid als haar plicht haar roept. Zij is er zeker van, dat de Heer haar bekrachtigt en Zijne engelen haar behoeden. wanneer zij zich niet op zelf gekozen wegen, maar op den weg der gehoorzaamheid bevindt.
Het hoogste gebod is dat der barviharfighcid. Wel moet de diakones met vaste hand orde en reinheid handhaven, maar men moet het tevens kunnen voelen, dat het g'eene heerschzucht maar barmhartige liefde is, die haar drijft. De wereld gelooft ons niet als wij van Jezus liefde spreken, wanneer onze handel en wandel van deze liefde geone getuigenis geeft.
Hoe menigeen wordt afgestooten door het gebrek aan liefde en ootmoed in hen, die wegwijzers tot den Heer behoorden te zijn en wier werken niet met hunne woorden in overeenstemming waren. Dan is alle moeite en arbeid der diakones te vergeefs, zij heeft haren loon weg, want haar werk is niet in de liefde geschied. 2 Cor. 6:3, Rom. 2 : 24.
Zorgvuldig wachtje zij zich voor partijdigheid. Zij moet geene harer patienten op eenigerlei wijze vóór-trekken, hetzij wat voeding en verzorging, hetzij wat het bewijzen van kleine oplettendheden betreft. De menschen zijn toch maar al te geneigd afgunstig op anderen te zien en te meenen dat zij zei ven veronachtzaamd worden. Het gedrag der kranken mag
5
geen invloed hebben op de liefde der diakones. Zij moet den ongemakkelijkcn, ondankbaren zieke met onveranderlijk geduld dragen en zich een waar kind betonnen haars hemelschen Vaders, die goedertieren is ook over de ondankbaren en boozen. Luk. 6:36, Eph. 5 : 15.
De arbeid der diakones strekt zich ook uit over de ziel der kranken, die aan hare zorgen worden toebetrouwd, opdat zij op den van God verordineerden heilsweg door de van Zijnentwille daartoe gestelde middelen mogen zalig worden. Rom. 10 : 1. Eene diakones werkt niet slechts voor den tijd maar voor de eeuwigheid. Zij verpleegt het lichaam met zorgvuldige liefde om den wille der ziel, wier het is.
Zielzorg, zoowel wat onze eigene ziel als die onzer medemenschen betreft, is de plicht van ieder Christen, doch gelijk de diakones den arts ter zijde staat in zijne zorg voor het lichaam, zoo is zij evenzeer eene hulp voor den leeraar bij zijn arbeid aan de zielen.
()m voor andere zielen te kunnen zorgen , moet de diakones bovenal hare eigene ziel niet verwaarloozen. Phil. 2 : 12.
De kracht tot haren moeitevollen arbeid bewaart eene diakones door dagelijksch g-ebed en lezen der H. Schrift, en door een getrouw gebruikmaken van de tafel des Heeren. Joh. 8:31, Ps. 27 ; 4, Luk. 6:12.
Gelijk voor lederen Christen, zoo is het ook voor de diakones hoog noodig, dat zij hare gewijde zielsstemming beware te midden van den arbeid des daags. Dit zal haar echter onmogelijk zijn, wanneer zij zich
i6
niet dagelijks eene korte poos afzondert om hare gedachten te verzamelen, en gemeenschap met den Heer te oefenen, vooral des morgens, voor zij zich aan het werk begeeft, en des avonds bij het naar bed gaan. Het is eene groote dwaasheid, wanneer men het dage-lijksch voedsel aan de ziel onthoudt wat zij evenmin ontberen kan als het lichaam. Die dit doet, zal hoe langer hoe meer verslappen in ware geestelijke toewijding, tot zij eindelijk in plaats van eene dienstmaagd des Heeren te zijn , afdaalt tot het peil eener dienstmaagd harer eigene vleeschelijke neigingen.
Slechts in zoover zij hare eigene ziel onder de tucht van het Woord Gods stelt, zal zij ook met vrucht dat woord tot anderen kunnen brengen. Maar al te ligt worden, terwijl men anderen predikt, de behoeften der eigene ziel vergeten, i Cor. g : 27.
Evenzeer dreigt het 'gevaar, dat de diakones dooiden gedurigen omgang met kranken, lijdenden en stervenden gevoelloos worde voor den ernst des doods. Zulk eene geestelijke stompheid is echter slechts mogelijk in een hart, dat lauw geworden is, en hoe afkeerig de Heer van lauwheid is, zien wij in Openb 3 : 16.
De diakones zij daarom ten allen tijde op hare hoede; en, om haar hart warm, haar geest ontvankelijk te houden voor hooger invloed, verdiepe zij zich dikwijls in overpeinzing van het lijden en den dood des Heeren, Wanneer de lieer u in uwe roeping bij een sterfbed plaatst, ziet gij in den doodsstrijd des stervenden, in zijne smarten en pijnen, in zijne laatste stuiptrekkingen wel iets, maar toch slechts het duizendste deel van al
â¢7
wat uw Heiland om uwentwille geleden heeft. Ja, zie het goed aan. Aan het sterfbed wordt de sluier opgelicht; daar zien wij wat de vrucht der zonde is; dciAr aanschouwen wij onze schuld en Zijne liefde.
De Apostel wijst ons nog op een ander middel tegen onverschilligheid, als hij zegt: âIk sterf alle dagen.quot; Sterven en dood worden vaak met elkander verward. Sterven is iets dat aan den dood voorafg^lat, dat in den dood na korter of langer tijd zijne voltooiing heeft. Wij hebben hier op aarde menige moeielijke les te leeren, maar de moeielijkste van allen is om te leeren sterven. Datgene waarin wij ons niet dagelijks oefenen, zullen wij nimmer kunnen. Daarom als de Apostel zeg't dat hij alle dagen sterft, wil hij daarmede te kennen geven, dat hij dagelijks iets in den dood geeft. Het oude ik moet in den dood. Wanneer u de Heiland ontmoet heeft, en gij in Hem uwe rechtvaardigheid gevonden hebt, begint voor u het nieuwe leven en geeft gij het oude in den dood. Dat is uw dagelijksche arbeid. Wanneer gij dien volbracht hebt, neemt uw Heiland u tot zich in het Vaderhuis. Alle diakonessen, die bij sterfbedden ongevoeligquot; geworden zijn, hebben dit kenmerk, dat het dagelijksche sterven is opgehouden en het vleesch â zij het ook in zijn' fijnsten vorm â zijne macht over den geest heeft hernomen.
En nu nog iets: ieder sterfbed zij u een getrouwe spiegel van uw eigen einde. Van de twaalf uren, die het uurwerk u dagelijks afkondigt, is ééne uwe doods-ure. O dat iedere goddelijke prediking, die wij aan de sterfbedden zien en hooren, de diakones mocht dringen
18
om tot Hem de toevlucht te nemen, die den dood van zijne macht heeft beroofd, en het leven en de onvergankelijkheid heeft aan het licht gebracht.
Men kent de ware zielzorg daaraan, dat zij tracht de zielen aan den Heer Jezus toe te brengen, en de dood van alle zielzorg is niet verre, als do diakones de zielen voor zich, in plaats van voor den Heer zoekt te winnen. Joh. i : 29, 30. De vijand is op dit punt zeer arglistig, en weet juist bij begaafde diako-nessen het verborgen gif der ijdelheid zoo fijn aan te brengen, dat zij het zeiven niet bemerken. Alles wordt bedorven door het trachten naar eigene eer. Eene zuster, die de listen van satan bij ervaring kent, is daarom zeer huiverig te spreken van de heerlijke vruchten van haren arbeid aan de zielen. Zij houdt het kleine vonkje zorgvuldig toegedekt tegen den pestwalm van menschenroem, die zoo gemakkelijk insluipt, ook daar waar men met -morden den Heere de eer geeft. Daarom kan do Heer ons/zoo weinig vrucht op onzen arbeid toonen, omdat Hij weet, hoezeer wij geneigd zijn die tot onze eigene verheerlijking tc mis-/ ; /, bruiken, en zoo onze en anderer zieleiijte- vwdervou.
Het is vroeg genoeg als de eeuwigheid ons openbaart wat onze arbeid voor den Heer heeft uitgewerkt. De oogstdag, waarop men met vreugde zijne schoven aanbrengt, ligt pas aan gene zijde van het graf. Ps. 126 ; 6. Voor ons werk hier beneden geldt niet het woord: zij brengen vrucht voort met vreugde maar in volstandigheid. Luk. 8 . 15. Zielzorg is een arbeid des geloofs en der gehoorzaamheid; het aanschouwen is ons hier niet be-
19
loofd. Jak, 5 ; 7, 8. De schoonste en rijpste vruchten komen meestal pas aan het licht, als zij, die met tranon gezaaid hebben, reeds tot hunne rust zijn ingegaan. Joh. 4 : 36â38.
De zielzorg strekt zich uit tot alle menschen, die aan de diakones zijn toevertrouwd, niet alleen de kranken en zwakken, maar ook de armen, de gevangenen, de verwaarloosden, de kinderen, de gevallenen. Het hoofd-middcl echter om de zielen voor den Heiland tc winnen, waarmede steeds begonnen en geëindigd moet worden, is voor de diakones de ootmoedige dienende liefde. Het is haar kostelijk deel, hare liefelijke roeping, dat zij niet in de eerste plaats komt om te onderwijzen of te bestraffen, maar om te dienen. quot;Welk een schoone sleutel tot de harten is haar daarmede geg'e-ven! Mocht zij dien slechts weten te gebruiken! Het blijft waarlijk nooit zonder indruk te maken als cene diakones stil en ootmoedig, eenvoudig en trouw, met ongeveinsde liefde de kranken verpleegt, de armen verzorgt, en door haren wandel ook zonder woorden getuigenis aflegt van Hem, wiens woord in hare ziele leeft. 1 Petr. 3:1, 2. De grootste handigheid en bekw aamheid in het verplegen en de rijkste ervaring â van hoeveel waarde zij ook moge zijn â laten de harten koel als de adem der ootmoedige liefde ontbreekt. Eene ware dienstmaagd van Christus zal zich wel wachten voor hartstochtelijke gemoedsbewegingen, want hare ziel rust in den Heer en dat geeft vrede en kalmte, maar die Heer is tevens een God van liefde en de liefde is vol innerlijke bewegingen der barm-
20
hartigheid. âUwe smart is mijne smartquot; zegt Hij door den profeet tot het volk van Israël, en de Zone (iods zegt herhaalde malen: âIk werd innerlijk met ontferming bewogen.quot; Die nu waarlijk rust heeft gevonden aan het hart des Heeren, heeft, bij al zijnen zielevrede en zijne gewisheid des heils, toch een onr-H*ttg en diep bewogen hart bij den aanblik van des naasten lichaamslijden en zielenood. De dringende liefde van Christus, die door den Heiligen Geest in het hart van ieder begenadigd kind Gods is uitgestort, heeft dit kenmerk , dat zij niet rusten kan vóór dat de naaste geholpen is. Zij is niet alleen bereid om het leven voor de broeders te laten, neen, voortdurend offert zij werkelijk het eigen leven voor hen op, de eigen gezondheid, cere, vreugde; de liefste wenschen en verwachtingen, dat alles geeft zij blijmoedig op om Zijnentwille, die ons heeft liefgehad, en voor ons Zijn dierbaar leven gegeven heeft, i Joh. 3 : 16; 4 : 10.
Zonder deze ongeveinsde, ootmoedige, geduldige liefde zijn alle woorden der diakones, al sprak zij met talen der engelen, slechts een ijdel geklank en luidende schelle; zij wekken verbittering op en drijven de zielen dieper in het ongeloof in. Deze liefde kan alleen afgebeden worden van Hem , die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewasschen heeft in Zijn bloed. Openb. 1 : 5. Waar deze liefde regeert, daar opent zich ook de mond ter rechter ure. Eene diakones, die dagelijks zelve put uit de bron van (rods Woord, opdat haar eigen geloof en liefde niet zouden verkwijnen, geeft ook van harte gaarne aan alle dorsti-
2 I
gen van dit levende water te drinken. Jes. 12:3. Zij wordt niet moede zich steeds rijkelijker te voorzien van deze hemclsche medicijn voor allen zielenood. Zij streeft er naar om altijd een goeden schat van leering en vermaning, troost en bestraffing, in Schriftwoorden vervat, in het geheugen te hebben, opdat zij bij voorkomende gelegenheden niet angstig naar een gepast woord behoeve te zoeken. Zij wordt van dag tot dag meer tehuis in de H. Schrift, en oefent er zich vooral in om deze duidelijk en aangenaam voor te lezen.
Van de schatten, die zij zich aldus verworven heeft, moet zij, als eene verstandige huismoeder en getrouwe uitdeelster van Gods geheimenissen, een wijs gebruik maken. De ware liefde maakt wijs. Gelijk op het gebied van hot lichamelijke een goed diëet van het grootste gewicht is, zoo is het dit niet minder op geestelijk gebied. Eene verstandige diakones zal den kinder kens geene vaste spijze maar melk geven; eenen onboetvaardigen zondaar zal zij niet door liefelijke troostwoorden nog dieper doen inslapen, maar met de hardheid der liefde zal zij hem den spiegel der wet voorhouden. Het gekrookte riet zal zij evenmin als haar goddelijke Meester verbreken. Zij zal mot den moeden het rechte woord ter rechter tijd weten te spreken. Zij zal met een liefdevollen blik, die ook de kleinste bijzonderheden omvat, den zielstoestand harer kranken en verpleegden waarnemen, opdat zij de wet en het evangelie, troost en bestraffing, olie en wijn op de rechte wijze uitdeele, terwijl zij zich zelve altijd mede onder het Woord Gods stelt.
22
Om tot eenen kranke het rechte woord ter rechter tijd te kunnen brengen, is het vooral noodig dat de diakones zijnen zielstoestand goed doorgronde. Is zij daaromtrent niet meer in het onzekere, dan tracht zij ook den kranken zeiven tot de kennis van zijnen toestand te brengen. Kent zij de kwaal zijns harten, dan wijst zij hem de ware artsenij aan, d. i. dat deel des goddelijken Woords, dat daarop van toepassing is; vermanend en aanmoedigend waakt zij voor en met hem in den gebede, tot hem van den Heere hulpe geworden is. Zij komt echter niet met nevelachtige denkbeelden tot hem; slechts heldere gedachten en duidelijke voorstellingen kunnen hem baten, gegrond op de stellige uitspraken in Gods Woord vervat. Iedere geestelijke gedachte uit de H. Schrift brengt haren zegen met zich, en oefent dien te krachtiger uit naarmate zij duidelijker wordt weergegeven.
Tot eene goede zielzorg behoort ook dat de diakones de eigenaardige hindernissen kenne en zooveel mogelijk opheffe, door welke iedere krankheid den mensch op zijnen weg naar de eeuwigheid belemmert. Lichaam en ziel des menschen oefenen eenen voortdurenden invloed op elkander uit. De toestand der ziel werkt zeer sterk op dien des lichaams. Men kan van toorn of ook van vreugde sterven; men kan ook van blijdschap gezond worden. Toorn brengt in het lichaam des menschen toestanden te weeg gelijk aan die der allergevaarlijkste koortsen. Treurigheid verlamt, terwijl wederkeerende blijdschap den zwakken en moeden kracht en opgeruimdheid wedergeeft. Er is geene aan-
23
doening der ziel, die niet op het lichaam terugwerkt, ja geene lichamelijke artsenij werkt zoo snel en zeker als opwekking der ziel.
Gelijk nu eene zielsstemming hetzij gunstig, hetzij ongunstig op het lichaam werkt, zoo heeft ook de toestand des lichaams een sterken invloed op het ziele-leven. Er geschiedt een groot wonder, als door de kracht des H. Geestes, die als Koning in het hart moet wonen en over alle ziels- en lichaamskrachten moet heerschen, eene gezonde ziel in een krank lichaam woont. Gewoonlijk lijdt met het lichaam ook de ziel mede, en wie is hij, die dezen invloed niet in strijd en aanvechting ervaren heeft? Den invloed, dien iedere krankheid op het zieleleven des menschen uitoefent, na te gaan en te leeren kennen, is eene kunst, die van iedere diakones gevorderd mag worden. Wie haar machtig is, laat zich door het uitwendig wezen des kranken niet bedriegen; zij zal niet te gunstig, maar ook niet onrechtvaardig ongunstig over hem oordeelen, uit vrees van hem op eene verkeerde wijze te behandelen. Evenzoo zal zij den kranke zelf inlichten omtrent zijn ziekelijken zielstoestand; zij zal hem aan-toonen, dat deze gedeeltelijk uit zijne lichaamskwalen voortvloeit, en hem uit Gods Woord de middelen aanwijzen , door welke hij dezen invloed kan tegengaan.
Het arbeidsveld der diakonessen is uitgebreid. Maar hoe veelsoortig de arbeid ook moge zijn op het veld der dienende liefde, â voor God is er geen hooger of lager, geen eervoller of geringer. Wilde men in Jezus' geest een onderscheid maken, dan moest men
24
den meest verborgen arbeid den meest eerwaardigen keuren. Diakonessen behooren echter nimmer eenig onderscheid te maken, en eene zuster, die jaren lang-trouw en geduldig in keuken, wasch- of naaikamer arbeidt, staat voor God en Zijne heilige engelen even hoog, en moet ook door hare medezusters even hoog geacht worden, als zij die haar werk vindt bij de kranken of bij de armen der gemeente. Iedere arbeid is schoon, wanneer de Heer Jezus er in gediend wordt. Geene diakones mag zich ontslag-en rekenen van den plicht om zich in alle vrouwelijke bezigheden te oefenen. Zij toone zich eene trouwe, verstandige huisbezorgster en rentmeestcres van Gods gaven, die ook de overgeschoten brokken verzamelt, en zorgt dat er niets verloren ga, hetzij haar eene gansche huishouding of slechts een deel daarvan in keuken, naaien waschkamer worde toevertrouwd.
Wordt haar de dienst op de ziekenzaal toevertrouwd, dan make zij hare ziekenkamer door ootmoedige, dienende, voorbiddende liefde tot een Bethel, van waar de engelen Gods op en neder stijgen en waar het ook den ellendigste aangenaam te moede wordt. Gen. 28 : 17, Luk. 9 : 33.
Valt haar het liefelijke deel te beurt om de kleine kinderen te mogen dienen, hetzij kranke of gezonde, zij bedenke steeds, dat hunne engelen altijd zien het aangezicht des Vaders, die in de Hemelen is. Zij wan-dele in stilheid, vreezende den kleinen in woord of wandel ergernis te geven, d. i. eene oorzaak van verzoeking' te worden; zij bidde om een kinderlijk Imrt,
2 5
dat met de kinderen medeleeft en medevoelt, en tevens om een moederlijk hart, dat hunne taal verstaat ook wanneer zij zich slechts gebrekkigquot; weten te uiten. Matth. 18 : 4, 5; 1 ïhess. 2:7. ' ''
Wordt zij tot gevallenen of gevangenen gezonden, zij vergete nooit, dat de Heer slechts zondaren zalig maakt, en dat zij zelve van nature eene doemwaardige zondares is, wier zonden door niets anders dan door het bloed van Jezus Christus afgewasschen konden worden. Zij doordringe zich van de groote waarde eoner menschelijke ziel waarvoor Christus gestorven is. Zij bidde om genade om een kloek verstand en heiligen ernst te verbinden met de liefde, die alles hoopt, alles gelooft en alles draagt. Joh. S : 1 i , Ps. 145 : 14, Jak. 5 : 19, 20.
In verplegingen ontmoet de diakones grootere gevaren dan op ieder ander arbeidsveld. Zij moet daarom dubbel op hare hoede zijn. Luk. 22 : 31. Soms wordt zij op allerlei wijze vernederd en worden haar lasten opgelegd, die niet tot hare taak behooren; meer komt het echter voor dat men haar ver boven haren stand behandelt, dat men haar vleit en vertroetelt. Dan schenke de Heer haar genade om een heilig evenwicht te bewaren, om zich evenmin te laten verbitteren als tot hoogmoed prikkelen; dan moet zij de les loeren waarvan Paulus spreekt: âbeide vernederd te worden en overvloed te hebben, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden.quot; Phil. 4:12. In de schamele woning dor armen moet zij blijmoedig afdalen tot het geringe; in
26
de huizen der aanzienlijken mag zij zich niet laten verblinden door aardsche heerlijkheid, Overal moet zij zich beijveren om dien ooi moed te bewaren, die nooit met aanmatiging wetten oplegt en veranderingen opdringt, hoe gewenscht die ook wezen mogen. maar die toch ongemerkt de ééne overwinning na de andere behaalt op alles wat in de omgeving der kranken niet naar Gods ordeningen is. Met groote wijsheid moet zij in van God vervreemde huisgezinnen met Zijn Woord omgaan, en het den kranken niet vóór den tijd opdringen. opdat de deur niet geheel voor haar gesloten worde. Zij moet zich door een zachtmocdigen, liefelijken omgang eerst den weg tot het hart banen, en tevreden zijn als zij hier en daar eens een enkel woord plaatsen kan, totdat do Heer haar de deur geheel ontsluit. Opdat haar dit alles mogelijk zij, moet zij mot groote trouw haar gebedsleven onderhouden en do lozing van de H. Schrift niet nalaten.
Bij het armbezoek is het werk der diakones bijzonder liefelijk en rijk aan velerlei vreugde. Zij wordt vóór alle dingen de vriendin, de raadsvrouw en steun der armen. Zij heeft tot taak den armen, die door hunnen nood zoo vaak verbitterd zijn en aan God en men-schen vertwijfelen, door hare daden te prediken dat Jezus hen liefheeft. Ps. q : 10, 13, 14; Ps. 6g : 34; Matth. 11 ; 5; 26 : 11. Zij kan ook der armen liefdevolle voorspraak bij de rijken zijn en do klove tus-schen deze beiden trachten weg te nemen, door niet alleen hunne gaven te begceren, maar ook de rijken tot persoonlijk dienstbetoon op te wekken, en hen in
27
de huizen der armen in te leiden. Is deze dienst rijk aan vreugde, zij stelt echter ook hooge eischen aan de diakones. Zij moet in alle opzichten wel beslagen ten ijs komen, in de huishouding zoowel als in de ziekenverpleging. Zij moet zondagsscholen en naaischolen kunnen leiden, en zoo noodig voor iedereen kunnen inspringen. Zij moet wijsheid bezitten en de geesten weten te beproeven, opdat zij de armen niet schade door ontijdige of ongepaste hulp. Zij moet een practischen blik hebben, opdat zij in iederen nood het rechte hulpmiddel wete te vinden.
De God aller genade die ons geroepen heeft tot Zijnen zaligen dienst, die volmake, bevestige, versterke en fundeere ons in denzei ven. Hij helpe ons om dagelijks volgzamer in Zijne wegen te wandelen, opdat wij Hem verblijden door onze trouwe, ongeveinsde liefde. Zijnen Naam verheerlijken door een Hem gewijd leven, en tot aan het einde volharden in het vaste geloof aan Zijn dierbaar Evangelie. Hij late Zijne oogen dag en nacht open zijn over onzen arboid, ojzidat geene onreinheid binnensluipe. Zijne onverdiende genade bevestige het werk onzer handen, ja het werk onzer handen bevestige Hij! Amen.