ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

)

ocr page 4

BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT

F

2942 344 3

ocr page 5

naar de

ARCHIEVEN VAN POSTEL'8 ABDIJ,

(opklimende tot 1224 eo ififioÉnile zeïeii gpavupen)

door

TPÏ. IG-IST.

Trior, Bibliothecaris-Archivaris der Abdij Postel-Mo/Ie,

Corresp. Lid van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, Buitenlid van het letterlievend Genootschap Met Tijd en Vlijt der RooqescJml van Leuven, Eerelid der Pius-Vereeniging te Amsterdam,

Briefte, Lid v.h. Genealogisch en Heraldisch Genootschap DeNederlandsche Leeuw te 's Grarenhage, Werkend Lid van La Société d'Archéologie te Brussel, enz.

Aug. Pellemans te

HELMOND (Nederland).

Fr. Beersmans-Pleek te

Turnhout (Belgie).


1892.

ocr page 6

Met de goedkeuring der Oversten van de Orde.

stempel

IMPRIMATUR.

Mechliniae, 12 Octobris 1892.

P, C. C. Bogaerts, Vicarius Generalis.

IMPRIMATUR.

Haaren, 18 Octobris 1892.

L. Berkvens, Libr Censor.

ocr page 7

VOOiRTfcBDDE.

Talrijke handschriften over Zomeren berusten in het archiej der abdij van Postel. Hoe zorgvuldig die stukken, met vele andere oorkonden \oo van Noord- als Zuidnedcrlandsche plaatsen, sedert eeuwen %ijn bewaard, heeft toch de vratige tand des tijds aan menige handschrift geknaagd en dikwijls foo ongenadig behandeld, dat hier woorden, ginder gansche regels tfn verdwenen. Het was dus hoogst noodzakelijk eene verdere afknaging te keer te gaan ; ^ulks is geschied, daar de belangrijkste stukken de\er gemeente deels in hun geheel, deels beknopt maar met den voornaamsten inhoud ^ijn medegedeeld en

^oo voor het nageslacht behouden

Ter aanvulling van eenige feiten, vooral in de lijst der geestelijke bedienaren hebben wij de Geschiedenis van het bisdom V Hertogenbosch door L. H. Ch. Schutjes en andere ons ver

strekte inlichtingen gevolgd.

Menigeen zal in dit werkje zÜquot; familienaam vinden, die door verloop van tijd eenigszins gewijzigd kan zijngt; want 'n die dagen lette men weinig op de spelling, z00 komt soms dezelfde naam op dezelfde bladzijde met een verschillend schrij-ven voor.

De nederlandsche plaatsnamen ziJn geschreven volgens de lijst die in 1864 door de Letterkundige Afdeeling der Koninklijke Academie van Wetenschappen is uitgegeven, naar aanleiding van een verzoek des Ministers van Oorlog om inlichtingen over de spelling van eenige namen van steden, dorpen en gehuchten in Nederland.

ocr page 8

4

VOORREDE.

Ten einde de oude parochiekerk, waarvan thans niets meer rest (bl. 16) aan de vergetelheid te onttrekken, is dit gebouw uit een tweevoudig oogpunt naar eene ^eer gelijkende teekemng aanschouwelijk voorgesteld: ook lieten wij de tegenwoordige kerk afbeelden. Vier merkwaardige oorkonden, met de uithangende pegels, -xijn daarenboven door de ^incographie in facsimiles [handschriften-nabootsing] wedergegeven, wier oudste 'tot den lang vervlogen tijd van 1224 opklimt; dit charter is tevens een oprecht sieraad van schrijf kunde, wiens geheele geschrift nog gitzwart is als telde het slechts een dag.

Ten slotte {ij den inwoners van Zomeren on^en dank betuigd voor hunne groote belangstelling in de-xe geschiedkundige studie, waarvoor wij tijd noch zelfopoffering hebben gespaard om op te sporen, te ontcijferen en te ordenen wat op de volgende bladzijden den le^er vóór oogen wordt gelegd.

DE SCHRIJVER

ocr page 9

De vroeycre parochiekerk van Zomeren tot aan 1829 Zuid-oostelijk gezicht De vroeaere parochiekerk van Zomeren bet aan 1829 Noord-westelijk qszicM

De parochiekerk ven Zomeren (Dorp) m 1Ö92.

ocr page 10
ocr page 11

naar de

ARCHIEVEN VAN POSTELSW ABDIJ.

Colligite fragment» ne pereant. Et pius est Patri® facta referre labor.

Verzamelt de stukkeu opdat zij niet vergaan. ovidius.

Een nuttig werk verricht de hand Die feiten boekt van 't Vaderland.

I

Ligging, grootte, naamsafleiding, zegel eij heerlij^eid van Zomereij.

et uitgestrekte Zomeren ligt in Nederland, provincie Noord Brabant, en bevat in zijne oppervlakte van ruim 5863 hectaren o. a. de gehuchten Eind of Einder schoot, Harsel, de Hoeven, Hozen, Sly ven, Vlas en Vlerken. Nog gewagen de handschriften van Lijnstrepen in iS/a, van

(i) Postel, een gehucht van Molle in de provincie Antwerpen, heeft eene abdij van kanoniken der orde van Premonstrek of ook wel genoemd Norbertijnen, naar den H Norhertus, die aartsbisschop van Maagdenburg stierf. Reeds in 1140 werd Postel door Norbertijnen bewoond, geiijk nog op den huidigen dag Waar de veelvuldige abdij -archieven zweden, hebben wij ter aanvulling J. A. Coppens, Ch. Schutjes en anderen geraadpleegd, ofsrhoon deze arbeid hoofdzakelijk volgens de handschriften der abdij gedaan is

ocr page 12

6 grootte en naamsafleiding van zomeren.

Ramsel in i38y en Roemsel in iSgg, van Akkerbroek in 1413, van Wansdonk in 1468, van Kruiseik in 1639, enz.

Reeds vóór zes eeuwen wordt in Postel's archieven van Zomeren gesproken. De plaatsnaam komt onder verschillende schrijfwijzen voor ; in 1212 vindt men Sumeren en Sumrin, in 1242 Summerin, in i3o2 Zomeren, op het schepenzegel der gemeente van i362 Zomeren, in 1457 Zomeren, in i5o2 Zoemeren, in iSSg weer Zomeren, Vroeger ging men in de schrijfwijze met geen groote nauwgezetheid te werk ; zulks blijkt hieruit dat meermalen in één en dezelfde oorkonde plaats- en eigennaam met verschillende spelling voorkomen.

Aangaande den oorsprong van het woord Zomeren zijn niet allen van hetzelfde gevoelen ; eenigen meenen dat de plaatsnaam samengesteld is uit so of soe water, ma land en ren grens, d. i. eene plaats aan eene waterachtige streek grenzende ; anderen, waaronder de latijn-sche geschiedschrijver J. B. Gramaye (f i635) zoeken de afleiding in sevenmoeren, van seuen of seven en bij verkorting seu, van hier seumoeren en seumeren, omdat het riviertje de Aa aldaar uit zeven moeren zijn oorsprong zou nemen. Op de Aa stond, naar een handschrift van i557, de watermolen van Vladeracken of meerendeels bij verkorting Vlerken genoemd.

Dat de inwoners voorheen vele moeren bezaten, getuigt de schepen Andries Smits in i5g2, wanneer hij tevens meldt, dat toen de gemeentegronden gekocht zijn van den custos der St. Lambertus te Luik.

Jan, hertog van Brabant, verheft de plaats tot eene vrijheid en bepaalt 2 juli i3oi, zondag na St-Peter en Paulus, dat te Zomexen zeven schepenen zullen gekozen worden.

De kaart van Zomeren's grensscheiding door hertog Philips verleend, is in een vidimus (x) van 1484 medegedeeld.

(1) Vidimus, een latijnsch woord, beteekent wij hebben gezien. Karei de Groote laschte de gehede stukken, die overgeschreven wer.

ocr page 13

zegel en heerlijkheid van zomeren.

Deze en andere voorrechten deden het dorp in bloei en welvaart klimmen, zoodat het oudtijds wel dertig fraai aangelegde straten met eene bevolking van tien duizend inwoners telde, terwijl hunne dapperheid (i) en krijgskunde hoog aangeteekend stonden. Voerden zij, om deze of om andere redenen, vier klimmende leeuwen in het gemeentewapen aan den linkerkant van hunnen patroon den H. Lambertus, met den staf in den rechter en een boek tegen de borst in de linkerhand, hierop kunnen wij niet antwoorden.

Vele schepenakten der abdij o. a. reeds van i362 hebben die voorstelline; meestal op roode was, met het omloopend randschrift, in gothieke letters : sigillum commune scabinorum de zomeren, d. i. gemeentezegel der schepenen van Zomeren.

Op die welvaart en bloei kwam een tijd van kwijning en verval, welke zonder twijfel aanleiding vonden in de baldadigheden en strooptochten der Gelderschen. Zoo gaf de hertog Karei van Gelder, 2october i5o6, het dorp prijs aan afknevelingen en uitplunderingen ; de zoozeer befaamde Maarten van Rossem sloeg het in r543 met eene schreeuwende brandschattingr. Het was dus geenszins te verwonderen, dat menigeen dien bodem verliet om elders een veiliger oord op te zoeken, en zoo vervielen van lieverlede de heerenhuizingen, wier overblijfselen van grachten en puinen de huidige dag nog aantoont.

den in de daarvoor bestemde charter- of diplomaboeken, opdat de oorspronkelijke inhoud niet vervalscht zou worden. Sedert het einde der XII eeuw schreef de bevoegde overheid op de vernieuwde akten het vidimus, ten bewijze dat de kopij met het oorspronkelijke stuk eensluidend is. Vooral in de XIV eeuw vindt men vele oorkonden met het vidimus geteekend. Zoo gebruikte men somtijds ook, gelijk meestal de Engelschen, het gelijkluidende inspeximus.

(i) Vicus hic est ex Campiniae maximis, incoke ex bellicosissimis, et numerasse audio plateas seriaüm habitatas, connexis aedibus tri-ginta, hominum ad decem millia numero, utroque ob continuas bel-lorum tempestates mirum in raodum diminuto. Gramaye Pelandia. p. 22

7

ocr page 14

HEEKLIJKHKID VAN ZOMEREN.

Tot de eigenaars dier heerenhuizingen behoorden o. a. deVladeracken, Edelenburg, Wolfnest, Witvrouwenberg, Donk, Grimberg en een zevende kasteel wiens naam onbekend is. De archieven wijzen nog op de Eynthouts in 1379, op van Ej^ck ook in iSjg, Wj'tfliet in 1627, Kessel in i583, enz.

De heerlijkheid behoorde in de XIII eeuw aan het geslacht de Rovere (1), doch schijnt weldra opgeheven te zijn. Het geslacht van Zomeren had de leuze : post fata viresco, en voerde in 't wapenschild een veld van azuur beladen met drie gouden korenaren, dat later door Jan van Zomeren Janszoon gevierendeeld is met een springenden martel van sabel op een grond van zilver, en alleen door zijnen stam (2) gevierd werd.

Na dit algemeen overzicht, gaan wij den archieven haspel in beweging brengen, om daarmede verscheidene geschiedkundige draden dezer gemeente naar vermogen te verbinden, hopende dat een of ander inboorling later de handen zal uitsteken om een doek te weven, waarop de feiten van Zomeren in grooter getal en in kunstrijkere trekken aanschouwelijk voorgesteld worden.

(1) Henricus de Rovere, heer van Mierlo, komt in 1287 voor ; Hermans Analytische Opgaven. Willem de Rovere was heer van Lierop, Stakenburg en Zomeren, evenals zijn broeder : Recueil Général des Jam. des Pays Bas, Rotterdam 1775, p. 95.

[2) Beschrijving van Dordrecht, bl. i23i, van Balen.

8

ocr page 15

II

Patrooij der kerk, Begevingsrechl. Tienden. Bekrachtiging.

mstreeks 640 ontving de H. Landebertus, gewoonlijk Lambertus geheeten, te Maastricht het levenslicht van adellijke en vermogende ouders, die door hunne deugden en christelijken levenswandel nog grooteren roem verwierven. Van kindsbeen in de vreeze des Heeren opgevoed, werd hij eindelijk bisschop van Maastricht ; hij doorliep een zeer verdienstelijke loopbaan voor Christus' Kerk en leer, zoodat hem de martelaarskroon geschonken werd. Om zijn heiligen dood koos men hem tot patroon te Luik en ook van menige kerk elders.

Daar nu het begevingsrechl der kerk van Zomeren en een deel der tienden van dit dorp vroeger aan de Lam-bertuskerk van Luik toebehoorde, zal men gereedelijk begrijpen, waarom er die Heilige tot patroon werd gekozen.

In welk jaar deze parochie aan het klooster van Floreffe kwam, vinden wij niet aangeteekend, doch zij wordt reeds sedert 17 december (XVI kal januarii) 1212 bij bulle van Paus Innocentius III, met andere kerken, zooals van Arendonk(i), Asten, Mierde, enz., bevestigd voor Wericus I, abt van Floreffe bij Namen.

De custos (2) der kerk van Luik had zijn gedeelte der

(1) Dit stuk is in onze Geschiedenis der vrijheid Arendonk, gedrukt in 1887.

(2) De custos, een kerkelijke bediende, droeg zorg voor de schatten, sieraden, misgewaad, het ondeihoud der kerkgebouwen en voor alles wat den goddelijken dienst aanging-

ocr page 16

10 TIENDEN EN BEGEVINGSRECHT VAN ZOMEREN.

tienden als leengoed en zijn begevingsrecht van Zomeren bij erfrecht overgedragen aan Henricus Kirse, een edelman van Zomeren. Deze Henricus schonk, in 1224, met de toestemming zijner vrouw Mabilia, èn tiende èn begevingsrecht aan de kerk van Floreffe ten bate van zijne ziel en van de zielen zijner voorgangers. De aalmoes geschiedde ten behoeve van Floreffe's fiUaalhuis, te weten voor de mannen- en vrouwenreligieuzen van Postel, die deswege, als huldeblijk van het leen, ten eeuwigen dage, met 's Heerenhemelvaart en met de HH. Apostelen Simon en Judas, zeven Keulsche marken, min twintig de-nariën, aan den custos en zijne opvolgers zouden betalen. Bij gebreke dezer betaling, moest de abt van Floreffe in de bres springen. Hugo, bisschop van Luik, bekrachtigt dit alles in de tegenwoordigheid van geloofwaardige ge-tuigen. Het charter werd met het zegel van den kerkvoogd en met dat van den custos gesterkt, zonder dat kon men de echtheid der oorkonden betwisten. Ziehier bet afschrift des prachtigen charters van 1224 met zijn facsimile. De verkortingen zijn door bijzondere letters aangevuld.

Hugo dei gratia leodiensis episcopus uniuersis Christ fidelibux praesentem paginam inspectwris ueritatis testimonium acceptare Qwon/am frequenter accidit, ut quae rite gesta sunt, propter inopiam testium in judicium deducuntwr sapientis consilio contractus homi num commendari memonae debent scnptwran/m. Ad noticiam igitur tam praesentium qz/am futMrorww sub praesentis kartae testimowio uolumMS peruenire, qilt;od cum henricMS vir nobilis de sumren deci-maw, quam a cwstode beari lamberti in leodio iure hdpreditario possi-debat in eadem villa nomine feodi. pro salute ammae suae et prae-decessorwwt suorwm ecclesiae floreffiens/ dare uellet in elemosinam coram pluribï/s personis et testib?« idoneis ipsam decimam (il, ad opus dictae ecclesiae in manus nostras resignauit Nos igitur qin in eo sumus loco cowstituti, ut p'iarum mentiuw qwantum in nobis {est) promoueamMS in bono uoluntates. ipsam decimam (1) pro remedio animae nosfrae abbari et ecclesiae floreffiensf ad usus fraf/wm et

(11 In een ander Hs, ook van de XIII eeuw, leest men achter decimam nog cum iure patronatus et pertinentiis suis.

ocr page 17

cpc Smiusi5 IbJil^ jgt;a|Tmnn ucntzaw rJlrmöttiu acceptnTV

w jiJmaum fee/n

♦ iW 'gt;tr nmingt; commmdan Tnono^ic teamp;cnrscpta^.^riwimt^ y

45 / ? ^ '1 ? Tf ,

(\nnrm lecim miam a

/ff w ^

. -4wbti w U»ow iw-t kdtmru» pdifitdat m 6jwot WU touitt atr iuc n pvcttceiiov

llUtt7ecxlu f(a:ci|lCll cLltVUCu^C ttl cL^Tilt;S5M1flTTl lt;024W üll«*iL *t T'inl^ ipamÏCCltTUttTl'

M '4 1 i d *

fick «tlw wtrumusttvaltwmiflvutiNi^jrlt;am wfumu^ UooMhtimncvud'wmttu

^ } f/ { J*Z \ '**/

attmm m nc[\\gt;moumn mbno xioluntawMDaro tcani Air pro temcüio amm^ niv Awl *i cccM tic

® 4^ f jmf ^ ( J ƒ

x^mcn uiu^ tvm tmtaum m vcttuu tub fttvarnwii? lt;enulimu4 «ftno-in

pmiut

^ m w mr v - — ■ ~ j ~ ' * * ■ «« - - w . w ^ —

£ gt;#1 f f r tf r i ^

tsndnr ciOtot»! eccUTbi Umbn^luvf mjpcmut^ iuaxllojito w (ctwtntnatti^ ce[onilt;\i xnöntvi

t* i_Sd ^rnjzZji ,m Tquot; (i . dit«

in aiUofcv

......v *---- quot; »»» WW ^liT- ^ UKWIV M^S-nviUWsM7*'

■'''. . J'f ' i« L I ^

rcr-a^ tna^m unw ^vduSu*^ inarcpcH TV ccmi^vy^nm- \\p \ilo^tn. i

.wtbajicm

fxiiwf

rvH- ^ ^ i ^

mi

. .. ^ .v ..c^ ^ .. ^ ^.acnimtt^tauuVUcf»^ micéto ■femlt;quot;tn^ n mV tmcUr licit* tgt;iuiK, «n iuiiotnjp{i)luemi.

jS i{ *#' f: i i - cr amp;

L pti^Lmitu tmtt^ 7 lt;Lc f Cinlt;r»\?rfuv4e ociUtfI

ttivqrx^ (ui)5C»_______

jfi 2 - t £i A A;

x «, .i^—

C ynomm^tmn liimrrwvr ItUuit mwrctmur-S^t i ir

i»!agt;nuu!«j^nw(1.u ytfLttm k; rmLn m «llttnowum. e .IvtuimiimmtnC

ugiiiis aaw bi Utifeti n Ctbnrn ccctic niHx^idVicttuip 'omtmul toicMuSittn. jlckup 2iti

/ (f a v\ Jff -if „

U -I'M ^

l j n^bvUoamp;epc vtuiL. _ ^---- r —

acculir tit^iie tw^^^^Cinrj^ptrt*'tjiii' r^f^F /^j ' r ibA

an-uxtu5 Wrninum commmoan monodie trocnr

[ubpr»cuti5 LvcctJL

pjlittrnlfcn? «i owitnrvnc ö|^ui$« aiaf öe t rvcogtnvmcm ivcfci

flbiiUintiawm* dm.ajui^ttnd. cc. xxï»^* VöttnrwmK ^ur tri anna, vvmv

ccdu

ocr page 18

OVERGAVE VAN TIENDEN EN BEGEVINGSRECHT. II

sororam deientium (i) in postula sub eius regimine contuümus ele-mosinae nomine iure perpetuo possidendam ea condiüone, qïlt;od prouisor curiae de postula in recognitzonem feodi, singwlis annis, te ■ nebit«r custodi ecclesiae heat\ lamberti et suis in perpetuum succes-soribas in septem marcis coloniensis monetae, XX denarzïs min-ns. ita uidelice^ qwod in fcsto symonis et iudae tenebitzlt;r idem prouisor ipsi custodi persoluere Uil. marchas. in ascensione uero dow/ni tres residuas marchas. XX. colonienses minz« Qwod si prae-d/ctz/m prouisorem in solutzone praed/c^ae summae, terminis statutis deficere contingeret, supradzcto custodi beati lamberti idem abbas et ecclesia floreffienszs pr^nominatam summam soluere tenerentur. Ut autew haec nostras concessionis ordinatio rata et inconuulsa perma-neat, praesentem kartulam in testimonium cum sigilli nos/n muni-mine sigillis ecclesiae beati lamberti et enlt;sdem ecclesiae, custodis dignum duximus roborandum Actum anno ab incarnatzone dowfni millesimo. Cquot;C. XXIIII. Pontificatus autew nosfri anno XX0IIIJ0.

Luidens dit sierlijk geschreven originale, was Hugo van Pierrepont 24 jaar bisschop van Luik in 1224. De kerkvoogd is op het zegel in zittende houding voorgesteld, met den bisschopsstaf in de rechter- en een geopend boek in de linkerhand. De custos of schatbewaarder der kerk te Luik is staande en met een sleutel in de hand, zinnebeeld van zijn officie, afgebeeld. Beide zegels zijn in natuurlijke grootte geteekend, en met uithangende zijden draden aan het perkament verbonden. In het archief berusten nog twee perkamenten Vidimussenvan dit charter, doch zonder zegels ; naar de schrijfwijze behooren die twee oorkonden ook tot de XIII eeuw.

Vier jaren na de bekrachtiging van het begevingsrecht en van de tienden door den bisschop Hugo, bevestigt Lambertus, custos, kanonik der St-Dionisiusparochie te Luik en officiaal van den kerkvoogd, 's maandags vóór het St-Martinusfeest 1228, de gift van het geheele recht op Zomeren's tienden en op het juspatronaat, die ridder Hendrik Kirse enzijae vrouw Mabilia in tegenwoordigheid van vele getuigen, afgestaan hadden. Alhoewel het origineel nog al versleten is, zijn wij er nochtans in gelukt

(1) Voor degentium.

ocr page 19

12 BEVESTIGING DER OVERGAVE VAN 'T BEGEVINGSRECHT.

met behulp van een vergrootglas het afschrift te geven; de spelling en ponctuatie zijn gevolgd, de verkortingen aangevuld.

LamberUw custos et canonicus ecclesiae heaü Dyonisy in leodio, officialis (n uenerabilis patm leodiensfs episcopi. Gum soleat eorw/n quae fiunt sollewpniter cognitio per scr/pturam memoriae commen-dari, ne lapsu temporis obliuioni tradantur qz^^genmtwr, Nouerint uniuersi, henricum Kirse miliiew et mabiliam uxorew ejws de Sume-ren om«e jus, qz/od dicebant in decima et ecclei/a de Sumeren se habere et qz^erelam in presentia prefati uenerabihs patr/s et nostra, aliorww mul'orMm, uidelicet abbafis montis Cornelii, et praepositi sawc^i Gereonis coloniae, et canonicorzlt;w majoris ecclesiae Icodiens/s, Domini Anselmi de Barbecim, Arnoldi de Hollandria et Henrici de Trecis, et heati Pauli i« leodio Ononis decani, et magistri Hugonis scolastici ejusdem ecclesiae gerpuisse (2), prorsus et exfestucasse libere et absolute ad opzlt;s ecclesiae de postula ordinis pr^monstra-tens/s. Tamen ut hoc factum ratuwi maneat 'in perpetuum hanc scr/ptura»: eidew ecclesiae sigillo officialitatis nosfrae sigillauimKS et sigillo Gustodiae sanctï lamberti in robur et testimonium ueiitatis prcedietorMm

Datum feria secMnda ante festuw sancii Martini, anno gratiae M0 G'-G uicesimo octauo.

Het fransijn, metende in geschrift 17 op 12 cM, heeft twee insneden, waardoor de zegels van den officiaal (1) en van den custos vroeger aan de oorkonde verbonden waren. Het afstaan dier goederen moet metgroote plechtigheid hebben gepaard gegaan, indien men naar de aanwezigheid der voorname getuigen oordeelt. Als getuigen treden hier de officiaal van Luik ; de abt van St-Corne-liusklooster ; de proost van St Gereon te Keulen ; de

(1) De officiaal oefende de rechtspleging uit over de geestelijke zaken zijner onderdanen, over de kerkelijke en burgerlijke zaken der geestelijken des bisdoms Dit ambt was nauw vereenigd met dat der groot vikarissen van den bisschop Van de rechtbank eens officials van den bisschop trad men in hooger beroep voor het officialaat van den metropolitaan Habet's Geschiedenis van Roermond. Indien deTheux den eersten officiaal van Luik in 1282 stelt, geven wij in dit charter reeds een in 1228

(21 Ook guerpire, geuwerpir en werpire — wegwerpen ; querelam gerpire — alle klachtea laten varen, dus geene moeilijkheden opperen.

ocr page 20

altaren, beneficiën, broederschappen, enz. l3

heeren Anselmus van Barbecim, Arnoldus van Hollandria, Henricus van Tricht, kanoniken der kathedraal te Luik; Otto, deken der St-Pauluskerk in dezelfde stad, met den scholastiek Hugo. Zoo kwam dan het begevingsrecht dezer parochie met de tienden reeds in 1224 aan Postel, of liever aanPostel'sstamabdij Floreffe; toen de dochter, omstreeks 1618 van haar moederhuis gescheiden en tot eene zelfstandige abdij verheven werd, kreeg zij ook het volle bestuur en gebruik dezer twee zaken, maar er werden bezwaren geopperd, gelijk hierna in i635 in de pastoorslijst gemeld wordt.

III

Altareiij beneficierij Broederscljappen, kerk, enz.

en jare i520 stonden de volgende altaren in de kerk : van den H. Geest, O.-L.-VrouwOpdracht in den Tempel, H. Kruis, St-Jan Evangelist, Catharina en Barbara, Oda en Barbara, Matri-cularia (1), Jacobus, Maria, Cornelius, Catharina, en het nieuwe altaar van St-Jan. De kapel te Opstal was eene kapel onder den beschermheilige den H. Jacobus ; hier stond het altaar van Maria en Barbara. Aan eenige altaren (2), o. a. aan dat van de H. Maagd

(1) Het ambt van koster (matricularius) werd dikwijls door een priester waargenomen, gelijk nog in vele steden van België, o. a. te Lier, Brussel, die aldaar geestelijke koster heet ; het altaar, waar hij gewoonlijk mis las, altare matricidare. Zulk altaar was in i520 ook te Zomeren De koster was vroeger dikwijls ook schoolmeester en deed de eerste mis, waarom hij ook primissarius heette.

(2) Het archief St-Pieter te 's Bosch, meldt ; Someren habet quatuor missas.

ocr page 21

14 ALTAREN, BENEFICIËN, BROEDERSCHAPPEN, ENZ.

Maria en van den H. Antonius, van St-Jan en het H. Kruis moesten wekelijks drie of vier missen gelezen worden, waarvoor dan jaarlijks eenige vaten rog werden betaald, In 1458 begiftigt de priester Rodolf van Asten met vier vat rog het Maria-altaar ; zie over dit altaar bij den pastoor in 1471.

Op de bede van Berthold (ratione juris proprietatis et possessionis), wettigen zoon van Willem van Kessel, wordt de priester (vir generosus ac venerabilis) Mathias van Kessel, in opvolging van den overleden Petrus van Eckerbroeck, als laatsten rector aangesteld door den aartsdiaken van het Kempenland, tot rector der altaren van den almachtigen God, der HH. Maagd Maria, Ca-tharina, Cornelius, Martinus en Antonius. Volgens de akte, door den priester-notaris Jonathas Schuyten in Zomeren's kerk verleden, werd de rector 12 mei dezes jaars ingeleid in tegenwoordigheid van den priester Mathias Hannarts en andere personen.

Over het broederschap Meylanen zie hierna bij den pastoor R. Bellarts en in de schepenakten van september i553.

De vikaris-generaal G. Coeverincx, benoemt 12 augustus i5g3, in opvolging van Jacobus Daems overleden, den priester Joannes Marcelis tot rector der altaren van de H. Maagd, HH. Cornelius en Antonius. Anna van Baerlo met haar zonen Willem en Jan van Kessel hadden het begevingsrecht. De inleiding had 6 september iSgS plaats.

Franciscus Jaspers, rector altaris PrczsentationisetS.Annce, beschrijft 5 april 1610 de vruchten van dit beneficie.

In de kerkvisitatie van 23 april 1616 worden genoemd de altaren van het H. Kruis, H. Geest, O.-L.-Vrouw, Jacobus, Antonius, Catharina en van de Elfduizend Maagden.

Over de broederschappen van het H. Sakrament en van O.-L.-Vrouw, zie hierna in i5oo, bij den pastoor S. Sampry.

ocr page 22

broederschappen, kerken, enz. l5

Het broederschap der H. Drievuldigheid, 3 november 1682 door den algemeenen zaakgelastigde der orde van de H. Drievuldigheid, Antonius Dachier, overste des kloosters te Luik, verleend, werd met toestemming van den vikaris G. Bassery, in de oudeschuurkerk opgericht, en is met de daaraan geschonken voorrechten 5 februari i835 door den vikaris H. den Dubbelden, ingevolgeeener bijzondere macht door den H. Stoel 28 augustus i83i hem verleend, in het nieuw kerkgebouw overgebracht.

Wij spraken zoo even van de schuurkerk, daarover wat meer. Vroeger stond de St-Lambertusparochie op het gehucht Speelheuvel ; het was een groote en schoone kruiskerk, en moet in 1436 of voltrokken of hersteld zijn, daar men dit jaartal bij eene zijdeur las. Ter gelegenheid van den Vrede van Munster (1648) werden de Katholieken beroofd van hunne kerk en van de rijke geestelijke goederen ; daarom sloegen de inwoners van Zomeren met « andere plaetsen » buiten het Statengebied, bij het Kievitsven, langs de baan van Zomeren naar Weert, eene hulpkerk op. De Katholieken getroostten zich dien langen weg om de mis te kunnen bijwonen. Het was Magda-lena, geboren gravin van Egmont, princes douairière « tot Chimay ende van 't Heylich Ryck, vrouwe tot Weert, Nederweert ende Wessem », die 16 octoberi65i, verlof gaf onder Nederweert deze kerk te bouwen met eene huizing voor den pastoor en voor den koster. De gebouwen mogen niet verkocht, noch tot een logement of ander wereldsch gebruik gebezigd worden. Voor dit alles betaalde men een cijns van 2 1/2 stuiver. De gravin liet uit hare heerlijkheid Weert, enz. « bij de respective gerichten ende interventie van onsen rentmeester » achttien bunder grond verkoopen, waarvoor de kapel of kerk zou gebouwd en onderhouden worden. De tiend dezer bunders en nog eene jaarlijksche rent van vijf stuivers van eiken bunder waren voor deze weldoenster. Voor dit alles moest de pastoor (en zijne opvolgers) na de mis de geloovigen aanmanen om een Paternoster en een

ocr page 23

16 BROEDERSCHAPPEN, KERK, ENZ.

Ave Maria voor de « prosperityt » der gravin en hare nakomelingen te bidden.

De perkamenten oorkonde, op het kasteel te Weert gegeven, draagt de eigenhandige onderteekening : Madeleine d'Egmont. De zegels zijn verdwenen, het handschrift is zeer versleten.

Na den inval der Franschen in 1672, opende men weldra te Zomeren eene schuurkerk, die met Statenverlof

17 februari 1760 vernieuwd en aan de westzijde met een toren, uitloopende in eene kleine spits, verrijkt werd. Zoodra de naasting der oude kerken was toegestaan, namen de Katholieken van Zomeren hunne vorige parochiekerk in bezit en bleven tot 22 april 1800 in hun recht gehandhaafd. Ten jare 1809 vond de vikaris A. van Alphen het geraadzaam met de Hervormden eene overeenkomst te treffen en de oude kerk hun over te laten, onder bepaling dat de kerkgoederen gelijkelijk zouden verdeeld worden. De Katholieken bouwden in 1829, met behulp eener rijkstoelage van 35oo gulden, op het terrein, waar in 1672 eene schuurkerk geopend werd, eene fraaie, nieuwe kerk met een torentje. Toen de oude kerk tot de Hervormden overgegaan was, gebruikten deze, vermits hun getal klein is, slechts het koor en lieten het overige zoozeer vervallen, dat de pastoor Sebastianus van den Eynde, met bewilliging des gemeentebestuurs (dat in 't midden der XVII eeuw aan de westzijde eenen toren met kleine spits had gebouwd) dezelve voor i3oo gulden aankocht, deed sloopen en met den afbraak het klooster der Franciscanessen opbouwde. Toen wij in 1892 dit kerkterrein bezochten, vonden wij er eenen hoop puinen; ook het kerkhof is thans bij de in 1829 gebouwde parochiekerk, waarbij men ten jare 1870 een sakristij gemaakt heeft. Door de medewerking van den laatstgenoemden pastoor is de kerk verrijkt met de beelden van beroemden beeldhouwer Jan van de Ven, uit 's Bosch, voorstellende den Zaligmaker met de 12 apostelen en Joannes den Dooper, zijnde de modellen der prachtige

ocr page 24

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

beelden, die het koor der St-Janskerk te 's Bosch versieren; ook eene piëta (1) van denzelfden kunstenaar staat in het zuidelijke zijaltaar. Nog andere geschenken zijn aan de kerk gemaakt; eene verzameling; van schilderijen, tafereelen uit het Oude en Nieuwe Testament, blijven ten eeuwigen dage het sieraad der pastorij.

IV

Geestelijke bedieijaren der St-Lambertuskerk.

e volgende bijzonderheden tot aan i635 zijn grootendeels aan handschriften ontleend, en wel vooral aan een getiteld Extractum ex Obituali antiquissimo prime fundationis Domus Postellensis 1140. Alhoewel deze parochie reeds in 1212 aan de Norbertijnen-abdij van Floreffe(2) toebehoorde (bl. g), kunnen wij voor den eersten naam van den pastoor tot slechts i33g opklimmen. De pastoors tot i56o zijn uit de abdij van Floreffe.

i33g. Joannes Hargnet, overleden 22 november i34g. Een ander handschrift meldt: Obitus X kal decembris fratris Joannis de Nivella, dicti Hargnet, sacerdotis et canonici floreffiensis et pastoris in Zeumeren. Nijvel was zijne geboorteplaats. Bij anderen heet deze pastoor Starognel (3).

(1) Voorstelling der H. Maagd met het ontzielde lichaamvan haren Zoon op de knieën.

(2) De abdij van Floreffe bij Namen dient thans tot hei kleinseminarie dezes bisdoms De kloostergebouwen bestaan nog meeren -deels; tot omstreeks 16:8 hing Postel vaH deze abdij af

(3) Waarschijnlijk heeft men hier in de H een ST gezien en ook nog andere letters verkeerd gelezen.

17

ocr page 25

geestelijke bedienaren.

1349. Joannes de Plichon, overleden 27 september.

1350. Henricus, geboren te Orp-le-Grand, religieus van Floreffe, overleden 5 augustus te Zomeren. Henricus van Hersele heet, in eene schepenakte van St-Gertruda i35o, pastoor te Zomeren.

13 . . tot 25 juni 1403, toen overleed Walterus Gruyt, hij is ook prior van Floreffe en novicenmeester te Her-laimont in Henegouwen geweest. Naar eene schepenakte van Mierlo 17 november 1400 heet Willem van Hersel persoons-priester, zoodat de pastor primarius (1) er niet gevestigd was of den dienst niet verrichtte, maar in W. van Hersel een plaatsbekleeder had,

1403. Gijsbertus Back, afstand doende, verwisselt 12 maart 1451 zijne prebende en sterft 24 juli 1458. De seculiere priester was kanonik van St-Jan te 's Bosch.

14 . . Petrus ... uit Floreffe staat als getuige vermeld in de oprichtingsakte van het beneficie in de kapel van Ommel onder Asten.

1458? Lambertus de Scaveta, uit Floreffe, overleden 5 juni 1471. Volgens eene akte van 14 october 1458, woonde er de priester Radulphus van Asten (zie bl. 14), en in 1468 de priester Lucas.

(1) De pastor primitivus of primarius droeg niet persoonlijk den last van zijn officie, maar benoemde voor den dienst zijner parochie eenen priester, geheeten presbyter curatus, vicecuratus, persoonspriester, enz , aan wien hij het noodig onderhoud bezorgen moest. Zulk gebruik bestond vooral ter plaatse waar de pastor primitivus, ook persona en persoon geheeten, over aanzienlijke inkomsten kon beschikken ; dit was ook het geval met de tienden van Zomeren. Het personaat dagteekent van de XIquot; eeuw en wordt in die kerken aangetroffen, welke aanzienlijke tienden hadden behouden. Die rijke beneficiën vereenigde men met hooge geestelijke waardigheden om in het bestaan der titularissen te voorzien. Men moet het personatus en patronatus wel onderscheiden. He* Jus patronatus of begevingsrecht bestond hierin, dat men het recht bezat om iemand tot een beneficie voor te dragen, onder nadere goedkeuring of benoeming van den bisschop. Een personaat bestond ook te Lagemierde, waar het klooster eveneens de tienden bezat en de oversten des kloosters den titel van pastoor van het dorp voerden, alhoewel zij te Postel woonden.

i8

ocr page 26

geestelijke bedienaren.

1471. Paulus Keteler, overleden in i5oo.

1474 juli wordt bij apostolisch gezag (in Romana curia et litteris apostolicis) Joannes Peerizifalen tot rector van het Maria-altaar benoemd. Naar de akte van den notaris G. van Diest is de rector 5 september 1474 ingeleid. Het perkament is bijna gansch versleten.

i5oo. Simon Sampry. Hij was ook kanonik der St-Peterskerk te Leuven. Den 10 october i5oi schrijft Joannes, officians ecclesiam parochialem de Someren het testament van Gerardus Goswini, waarin legaten vermaakt worden aan de broederschappen van O. L. V. en van het H. Sakrament. Een vidimus door Joannes Bruyen 12 feb. i5o3 geschreven, stelt de oprichting des broederschaps van het H. Sacrament 10 october iSoi, en het gemeentearchief van Lierop noemt 26 januari i5o5 Franco Bruyen ecclesiam parochialem de Someren officians. Een nieuw bewijs (zie ook boven bij den pastoor W. Gruyt) dat deze pastoors er niet altijd gevestigd waren. Ant. Bruynx geeft 7 maart i5oi pro rata fructuum i5 gulden aan Sampry.

In i5o7 heet Franco Sornynnen officians en Judocus S. Andree matricularius.

i5 . . Petrus Gherinx, geboren te 'sBosch. i5 . . Rutger Bellarts ook Beblaert, alias Havere, uit Floreffe, overleden i56o. Luidens eene schepenakte van 1 september i553, worden door den priester Govart Daems drie gulden aan het broederschap van O. L. Vrouw van « Meylanen inder kercke van Zoemeren » geschonken ; die rente stond op den Vlerkschen watermolen. Volgens een pouillé (1) van i553 hield R. Bellarts geene residentie. Een handschrift meldt: extra romanam curiam et in partibus de functus est et ei succcessit R. de Limburg.

19

i56o den 8 october Remaclus van Limburg. Hij heet ook magister en subdiaken : honorabili viro domino et

(1) Register waarin de uitgaven, inkomsten en andere bijzonderheden der parochie aangeteekend werden.

ocr page 27

jo geestelijke bedienaren.

magistro Remaclo de Limburg, subdiacono ad ecclesiam parochialem de Sommeren. Wie in plaats van dezen subdiaken Remaclus de pastoreele bediening waarnam, meldt het Extractum ex archivis archidiaconaticis Campinie niet, maar hij werd aan den aartsdiaken van het Kem-penland voorgedragen door den abt van Floreffe.

i5 . . jacobus daems, van Zomeren, was seculier priester.

i5 . . jacobus van den eynde, van Zomeren, deed afstand ten gunste van zijn neef M. Brants, hij was in de promotie van i535 te Leuven de twintigste onder 108 studenten.

156g. mathias brants, van Zomeren, s. T. b. en deken. Hij overleed 27 april, volgens anderen 23 juli 1574. Brants, te Leuven in iSSg onder 154 studenten de i8de, rector der kapel van Opstal, verwisselde 20 december iSóg dit rectoraat tegen het herdersambt, door hem zeer loffelijk bediend. Bij de eerste synode van 's Bosch in 1571 werd Brants deken van het toen opgerichte dekenaat Helmond en stierf te Zomeren, waar in de oude (thans vóór eenige jaren afgebroken) parochiekerk zijn grafzerk lag.

1574. gerardus jacobs op de voordraging van den abt van Floreffe. Jacobs, geboren te Asten, studeerde te Leuven en werd seculier priester, S. T. B. deken en overleed 10 october i6i3. Hij aanvaardde met de pastorij van Zomeren tevens het dekenschap van Helmond, maar verzocht in i6o5 door den bisschop van dezen last ontslagen te worden, welk verzoek eerst in 1612 werd ingewilligd. Hij is schrijver van de Weldaden te Ommel door O. L. Vrouw verkregen. Dit boek zag in 1607 onder den titel van Diva Virgo Ommelensis te Leuven het licht; hij gaf de Martelaren van Gorinchem van Estius in latijn-sche verzen uit te Antwerpen ; verder nog twee werkjes in latijnsche verzen : Exercitium pium in vitam et gloriam B. V. Mar ice te 's Bosch in 1608, en Pium exercitium de creatione te Antwerpen in 1611.

ocr page 28

gekstelijke bedienaren.

Franciscus Jaspers heet 5 april 1610 rector altaris Praesentationis Mariae et S. Annae.

i6i3. Gulielmus Colen, seculier, was in i6o5 kanonik van St-Jan en stierf 10 october i6i5 van de pest.

i6i5, Gijsbertus van Dystelberch, kanonik der Norbertijnen van Berne (thans is die abdij te Heeswijk gebouwd), werd 17 october x6i5 door den abt van Floreffe voorgedragen, 20 door Zoesius benoemd en 23 october ingeleid. Hij deed afstand en overleed nog in i6i5 als pastoor van Anholt.

i6i5. Franciscus van den Eynde, van Lierop, S. T. B. overleed in october i635. Van den Eynde ook a Fine verklaart in de kerkvisitatie van 23 april 1616, dat hij 27 jaren oud en één jaar pastoor van Zomeren is, waar 1200 communicanten wonen en niemand van ketterij verdacht wordt. In vele handschriften onderteekent hij Franciscus Joannis, doch in de presentatie van zijnen opvolger heet hij Franciscus Joannis Lemmens, ter onderscheiding van zijn naam- en tijdgenoot Franciscus van den Eynde, pastoor van Heeze.

i635-i636 afstand. Joannes Adriansen ook Adriani. Na het overlijden des vorigen pastoors, teekent Joannes du Chesne, abt van Postel, 10 oct. i635 te Geldrop den presentatiebrief van zijnen medebroeder Adriani tot pastoor. De gemeente wilde den kanonik niet als pastoor ontvangen en deed zelfs ruwe bedreigingen ; hierom smeekte de bisschop Ophovius bij eenen brief van 23 nov. den abt, om in die gevaarvolle dagen voor den moreelen dwang te wijken, uit vreeze dat de pastorij van Zomeren zou aangeslagen worden, gelijk vóór acht dagen, na den dood des pastoors, te Nuland geschied was. De abt trok de benoeming van Adriani in en presenteerde, naar uitdrukkelijk verlangen des kerkvoogds, in juni, volgens anderen 26 juli 1636, Gerardus Verdonck tot pastoor. Adriani, 25 mei 1696 te Retie geboren, werd 3o dec. 1618 te Postel geprofest, teekent 3o april 1629

21

ocr page 29

geestelijke bedienaren.

supprior en in i633 provisor, in welke laatste betrekking hij 3 october 1667 te Postel overleed.

1636-67. gerardus verdonck, deken. Verdonck staat van 1022-35 als kapelaan van Mierlo vermeld, vanwaar hij 12 december i63i door een patroelje uit Heusden werd weggevoerd, doch te Geldrop voor 25 gulden ingelost. Zijn ijver wordt door Ophovius hoog geprezen ; op verzoek des bisschops stond hij de zieken van Zomeren bij en teekende reeds 19 mei i636 als deservitor dezes dorps, terwijl zijne aanstelling tot pastoor 3o juni en de inleiding 16 juli volgde. Ook staat de naam des werk-zamen priesters 6juni 1644 in het doop- en 22 dec. 45 in het trouwregister te Nunen aangeteekend. De bisschop vond 10 juli 36 in hem voor het dekenschap een waar-digen op\ olger van den geleerden A. Wichmans, religieus der abdij te Tongerloo, en verleende hem eene uitgestrekte jurisdictie. Verdonck legde in 67 de pastoreele zorg neer, doch behield tot den dood (1680) de waardigheid van deken. Het blijft onzeker of hij te Mierlo geboren is, hoewel de bisschop hem Mierloensem noemt. Verdonck verlangde tijdens de retorsie in 46 de herderlijke zorg af te leggen, hierom verleende de vikaris van den Leemputte, op voorstel van Verdonck, 27 oct. 45 het beneficie der H. Brigida in Zomeren's kerk, door den dood van den rector Marcellus Goossens opengevallen, aan Mr, Antonius Mennius. Mennius pastor Swatnensis verwisselde 26 maart 46 gemeld beneficie tegen het pastoraat van Zomeren, en volgens een schrijven van 29 april 46 verlangde Mennius deze permutatie tot stand te brengen, wat echter niet geschiedde, daar Verdonck eerst 3i juli 1667 de parochie aan H. Verschueren afstond. Hoogstwaarschijnlijk is het de deken-pastoor Verdonck, die in 1646 als pastoor van Hooidonk onder den naam van Gerard Verdonck voorkomt, aldaar kon hij veilig in het nonnenklooster verblijven.

1667. henricus verschueren tot zijnen dood in 1673.

1673-4 april 95. antonius jacobs, van Deursen.

22

ocr page 30

geestelijke bedienaren.

Jacobs, in october 1673 pastoor benoemd, werd 10 november '73 door den deken Verdonck ingeleid en stierf 4 april 1695.

Nauwlijks was deze seculiere priester door den vikaris I. Houbraken benoemd, of Gaillard, abt van Postel, zond zijnen kanonik Fr. Hoyberghes, die door aflegging van het examen tot de bediening van dien post bekwaam was geoordeeld. Toen de vikaris den kloosterling weigerde, rees er een geschil tusschen hem en de abdij, dat vele moeilijkheden veroorzaakte en waarin zelfs de wereldlijke macht zich mengde. Dat de ingezetenen van Zomeren op de benoeming van den Norbertijn zeer aandrongen, blijkt uit dit verzoekschritt dat, met verscheidene handteekens gesterkt, den vikaris opgezonden is.

Hochweerdichste Mynheere Vicaris Generael.

Alsoe Uwe Hoochw naer het affsterven van den eerw. heere Hendrick Verschueren, gewesene pastoor van onsen dorpe Someren, verscheyde hperen toegesonden heeft met volcomen macht de pastorye te bedienen, als te weten eersten den heere Franciscus Hoyberghes van Postel, den heere Joannes vander Cruycen, ende nu ten iaetsten den heere Antonius Jacobs van Deursen, die nu segt absoluielyck, met vuytsluytinge van alle anderen, pastorale macht te hebben Ende want ons by deen olt d'andere in het bedienen der pastorye seer ge-interesseert vinden, soo ist, dat wy on^ reverentelyók keeren tot UWHoochw; jnstantelyck versoeckende ten eyndedat UWHoochw; goede gelielte sy ons met eene vaederlycke affectie toe te staen, dat wy mogen met den heer Hoyberghes van Postel gedient blyuen ; redenen ons moverende, dat wy, in dese troubele tyden onse ge-meynte seer verarmt synde door swaere lasten, exactie ende vuytroo-vingen, nu by gijene anderen beteren konden gesolageert wesen als by den selven, synde religieus van Postel, want albereyts den prelaet van Postel niet op onsen, maer op synen eygen costen den seluen heere toe gevoeght heeft, ende noch bereet is, in toeco nende tyden, te helpen onderhouden, ja te verhopen hebben dat oock blyuende onderworpen aende regeringe der heeren Staeten, ende den heere prelaet wederomme gecregcn hebbende syne goederen, in onsen dorpe gelegen, sullen door den selven heeren, buyten onsen costen oft laste, tot groot contentement versorcht blyven.

Alles wel rypelyck geconsidereert synde, soo wy niet en connen obtineren het continueren van den heere Hoyberghes, moeten onder

23

ocr page 31

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

de gemeyntenaeren groote onlusten ontstaen, de welcke allereerts beginnen tot geen cleyn achterdeel, soo int geestelyck als int vverelyck, oock tot groot schandael vande ghene die hier syn vande Gereformeerde religie tvvelck niet ende twyfele, oft UWHoochw: geerne soude verboet sien, waeromme wy nochmaels suppliceren ende vertrouwen. dat UWHoochw: roet eene vaederlycke affectie desen onsen seer redelycken versoecke seer geerne sal toestaen, sullen ons teecke-nen te syn ende te blyven

van UWHoochw. seer oytmoedige kinderen. Paulus Huybert, regerende borgemeester ende rotmeester, Jan Weyen, kerkmeester regerende,

Dirck Jan Smits, schepen,

Joost Gerarts, schepen,

Cornelius Horemans, schepen,

J. Hoefnaegels, oud preses ende gewesen H. Geestmeester, Joannes Smits.

Gerart Jan Mieghiels, kerkmeester.

Flips Frans Verdyesseldonck, H. Geestmeester,

Joost Toenyes den Smet, rotmeester,

Willem Hendryck van Otterdyck, out-schepen drymael en

drymael borgemeester, Antonius Aeits van Brey, borgemeester,

Wilbert Hubers Verdyesseldonck, out borgemeester,

Joost » » H. Geestmeester,

Antony Lamberts schoolmeester.

Peter Jansen van Moorsel, rotmeester, en meer anderen.

De vikaris willigde het smeekschrift niet in, hierom wendden de inwoners van Zomeren zich 22 september 1673 naar den internuntius, opdat deze bij den vikaris de zaak tot een gunstigen uitslag moge brengen, te meer daar Hoy berghes' afgelegd examen door den vikaris goedgekeurd was. De vikaris schrijft 1 october uit Antwerpen een latijnschen brief van vier bladzijden aan den internuntius. Een onwetende of beter eene kwaadwillige tong heeft den vikaris zoodanig om den tuin geleid, dat dit geheel schrijven een samenweefsel van leugens is ; men leest er o. a. dat de parochie altijd door seculiere priesters bediend werd, dat de abt nu den eersten keer een zijner onderdanen voordroeg, dewijl er de hoop glom, dat de vroeger door den Staat aangeslagen kerkgoederen zouden teruggegeven worden ; in dit geval

24

ocr page 32

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

moesten de pastoors hun onderhoud niet meer zoeken in de bijdragen der parochianen. Men bracht ten derde nog in 't midden, dat de leden der Premonstratensen-orde, waartoe de religieuzen van Postel ook behooren, geene herderlijke bedieningen mogen waarnemen. Er werd aan den abt eene maand uitstel verleend om met grondige akten het tegenovergestelde te staven. Talrijke stukken met de doorslaandste bewijzen waren spoedig voorhanden. Schoon alle onpartijdige geschiedkenners goed wisten, dat de parochie Zomeren in 1673 reeds vóór eeuwen (bl. 9) aan de Norbertijnen was geschonken, zoowel ter begeving als ter bediening, eerst aan de religieuzen van Floreffe, later aan die van Postel, welke ook èn van het begevingsrecht, èn van de parochiebediening daadwerkelijk gebruik hebben gemaakt, wilden nochtans eenigen bij die middagheldere klaarheid niet zien. In de hoop dat de oogen dezer halsstarige blinden geopend en de zegepraal aan de waarheid toegekend worden, werd het geschilpunt voor den Raad van Brabant gebracht, die zich « als pro-tecteur van allegeestelijkheytendederselver privilegiën» deed gelden. Door de abdij werd, 3i october 1673, Frans de Fraye als zaakwaarnemer gevolmachtigd bij den Raad ; voor de belangen van den vikaris trad de advo-kaat P. Festraets te Brussel op.

Te midden dier bedrijven werd A. Jacobs 10 november 1673 als pastoor ingeleid. Zijne verdedigers bleven geene moeiten sparen ten einde den Norbertijn te verwijderen ; om tot dit doel te geraken, voegden zij bij de boven aangehaalde redenen nog deze, dat de abdijgoederen te Zomeren aangeslagen waren, en het klooster dienvolgens ook geen recht op de parochie bezat.

Alle redenen werden bondig en grondig wederlegd. De eerste pastoors waren Norbertijnen, doch bij gebrek aan deze kloosterlingen, die de volkstaal (de handschriften zeggen de Teutonische) verstonden, zijn intusschentijd seculiere priesters voorgedragen geweest door den abt ; dit is een onwraakbaar feit, maar als men daarvan de

25

ocr page 33

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

aanleiding kent, is het bewijs der tegenkampers niet meer steekhoudend. Dewijl Floreffe in een Waalsche provincie ligt, is het geen wonder dat die religieuzen meestal Walen waren welke geen Nederlandsch aangeleerd hadden. Dit was ook een der redenen waarom de bisschoppen van 's Hertogenbosch, Masius en Zoesius, zoozeer aandrongen op Postel's onafhankelijkheid van Floreffe ; in dit geval immers, kon Postel zijn eigene novicen en bijgevolg Nederlanders aannemen, die dan voor den herderlijken dienst in dit bisdom konden gebruikt worden.

Om de onwaarheid der tweede reden in te zien, moet men slechts de bullen, door verschillende pausen gegeven, lezen en de praktijk op zooveel andere plaatsen nagaan, waar de religieuzen dezer orde eeuwenlang in de herderlijke bediening zijn geweest.

Wat de derde reden aangaat, luidens het charter van 1224, worden tienden en begevingsrecht afgestaan en gansch zonder de voorwaarden, die de vrienden van A. Jacobs lieten gelden. Toen nu Theodoras Ketoen, notaris te Antwerpen, metal die deugdelijke bewijsstukken een eindresultaat aan den vikaris vroeg, en de belhamels vreesden dat de vikaris recht zou laten wedervaren aan Postel, te meer daar Hoyberghes zijnebekwaamheid door het examen had getoond, verscheen 28 februari 1675 te Zomeren Daniel Marhille, stadhouder van Ge-rardus van Brommen, hoofdschout des kwartiers van Peelland, welke namens dezen Gerardus « gerichtelyck heeft aangesecht ende verboden den heere Hoyberghes der abdye van Postel, dat hy van nu af aen geen Room-sche leeringhe oft dienste sal hebben te doen ende uyt dese dorpe sal hebben te onthouden, ende dat binnen den tydt van driemaal vierentwintich uren. »

Zomeren's schepenen, Hendrik Genis en Willem van Sterksel, verklaren verder in de akte van 28 februari, dat de stadhouder Daniel hen « heeft geïnsinueerd ende becalengiert, datter in twee besondere huysen ende door

26

ocr page 34

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

twee besondere Roomschc priesters Roomsche diensten wirden ghedaan, soo hy secht, ende mede heeft de voorsch. stadhouder de voors. huysinghen ofte schuere, in de welcke de Roomsche diensten wirden ghedaen, in arrest ghenomen. » Deze schepenen werden verzocht, van wegen den stadhouder, akte van dit alles op te stellen, gelijk zij ook hebben gedaan. Het afschrift, waaruit dit getrokken is, beantwoordt volkomen aan het origineele, gelijk P. van der Lits in 1675 getuigt.

Na een veelvuldig pogen, om van weerskanten het doel te bereiken, gelukte men ten laatste een vriendschappelijke overeenkomst aan te knoopen tot vreugd der ingezetenen van Zomeren. De voorwaarden van deze overeenkomst zijn aan het volgend handschrift ontleend ; wij laten het eerste deel achterwege, omdat het slechts een overzicht der reeds besproken zaak geeft.

....Om te voorcomen alle ongelcgentheyden ordinaris in cas van processen uno verbo {kortom) om te mogen blyven leven in goede vrintschappe ende sincere correspondentie, soe syn partyen voors. geaccordeert in de manieren naervolgende, te weeten dat gemelde heere vikaris, voor soe veel in hem is, verclaert te annuleeren, cassee-ren ende te niet te doen, mits deesc het pretens concurs by hem aen-gestelt ende de institutie by hem diesvolgens verleent aen myn heer Jacobs ende dat de gemelde heer prelaet ofte coadjutor ook, voor soe veel in hem is, te niet doet mits deese de institutie by hem gegeven ende dat hy aln^gh voor deese ryse sal gedoogen, gelyk hy ge dooght mits deesen aen den selven heer .latobs de bedieninge ende naeckte deserviture van de selve pastorye van Someren om de selve alsoe by naeckt gedooge te mogen blyven bedienen ter tydt toe dat de selve heer prelaet hunne goederen, gelegen in de Peellande, sal wederoiume becom n hebben, in cas de selve Jacobs soo langh leefde ; oft totdat de selfde op een ander eerder, by wat maniere het soude mogen wesen, wirde ofte waere versien, ofte van Someren vertrocke. Ende de cas gearriveert synde van eenen van deese dry gevallen, sal heer vikaris eenen anderen soo wel als allen andere ende voordere, by hem heer prelaet te presenteeren syne religieusen, posita capacitate quoad scientiam et mores, int toecomende altyt gehouden weesen behoorlycke insütueeren ofte confirmeeren Soo ende gelyck de selve vikaris gelooft ende sich verobligeert mits deese geloovende partyen allen het geene voors. is te achtervolgen, tc volbrengen ende

27

ocr page 35

geestelijke bedienaren.

altyt te houden voor goedt vast ende van weerde onder obligatie van onse persoonen en de goederen, prout in simplissima forma constitu-eerer.de ten seiven effecte.

Ende yeder toonder deser om te compareeren vóór den Souverainen Raede van Brabani, grootte Raed tot Mechelen ende alomme elders des versocht ende daer het noodigh soude mogen ofte konnen gewee-sen ofte bevonden worden ende ons in het punctuele onderhouden ende achtervolgen, van alle t' ghene voorsis, volontairelycke te laeten dummen ende condempneren, gelovende ratum et gratum onder obligatie als boven met expresse renonciatie aen alle exceptien ofte priviligien, de welcke dies aengaende eenigsints souden moogen ofte connen obsteeren, ende oock aen den regel diceerende, dat gen^-raele renonciatie niet ende subsisteert, al waer de speciaele niet vooren gaet oft en is geschiet.

In teecken der waerheyt ende tot vastigheyt van allen dwelcke, soo hebben wy ondergescreven dese met onse gewoonlycke signature bevestigt.

Actum desen ig april 1676 binnen 's Bosch.

J. Houbraken Fr A. Gaillard, coadjutor abbatis.

De reeds vroeger gesloten overeenkomst werd 19 april 1676 onderteekend. Luidens dit stuk behield Jacobs als deservitor de parochie, doch na hem zou de abt den pastoor voordragen. Mocht het klooster zijne goederen in het Peelland, door de Staten aangeslagen, terugkrijgen, dan herkreeg de abdij tevens haar begevingsrecht.

i6g5 tot 18 aug. 1701, Macarius van Heessel, deservitor. Geboren te St-Oedenrode, werd hij 6 dec. i685 te Postel geprofest, 20 sept. 87 priester te Antwerpen, 3i jan. go kapelaan te Helmond, 4 juni g5 door den pastoordeken van Veghel ingeleid als pastoor van Zomeren, waar hij 10 augustus 1701 overleed. Hetvolgende verstrekt een staaltje, hoe vroeger de pastoorsbenoemingen weieens met niet kleine zwarigheden vergezeld gingen.

Krachtens het handschrift van 19 april 1676 zou, na den dood van den heer Jacobs, de abt een zijner religieuzen tot pastooor te Zomeren voordragen. De vikaris Martinus Steyart beweerde voornoemd verdrag niet verbindend, omdat de bekrachtiging des H. Stoels eraan ontbrak ; hij erkende nochtans om vredeswille die

28

ocr page 36

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

overeenkomst en schonk zijne goedkeuring aan de herderlijke benoeming van Macarius van Heessel, toen dit vraagpunt 19 mei uit de Hoogeschool van Leuven was teruggezonden, waarheen men het ter onderzoeking had gestuurd.

Macarius had moeilijkheden ondervonden voor zijne benoeming, maar noggrootere voor en na zijne inleiding als pastoor. Een zwaar pak handschriften gewaagt hierover. De Norbertijn vond in den seculieren priester Verschueren een heftigen tegenstander, die de ingezetenen, den tweeden zondag na Paschen 1695, op ongelooflijke wijze opruide, blijkens deze oorkonde :

lek ondergeschreven attesteere, dat mynheer Verschueren, priester van de swarte geestelyken int verleden jaer (lógS) op den tweeden sondach naer Paesschen alhier binnen Sommeren publieckelyck van den predickstoel prekende, geseyt heeft dese substantie te weten, dat die van Sommeren souden standvastich blyven in haere privilegiën ende recht te defenderen tegens den heer canoniek van Postel, ende dat sy cloeckelyk voet by steek, hand aan hand souden houden, daer byvoegende dat de gemeynte daervan geen oncosten souden hebben, maer sy swarte heeren alles souden affcaveren (dragen) ende gemeynte van Sommeren indemmeren. Dese ende diergelycke woorden in substantie syn van den heer in publiecke vergaederinghe uytgespro-ken, soo als ick selver gehoort hebbe ; voorders attesteere, dat hier fondamentelyck de maere endede geruchte syn, dat verscheyde swarte heeren de schepenen van Sommeren ende de andere inwoonderen hebben geanimeert ende opgestoockt omme niet te admitteren eenigen heer van Postel...

£00 attesteere ick altoos willich ende paraet het selve met eede, daertoe versocht synde, te verclaeren.

Gedaen in Sommeren den derden juny 1696.

Gravin van Berlo, geboren van Erp.

(Verder) ; Accordeert met het origineel aldus bevonden binnen Helmont by my openbaer notaris, aldaer ter stede residerende, ende gedaen den 3 juny 1696, sic attestor Theod Alberts, notarius publicus.

Zoodra de mare van de inleiding des heeren M, van Heessel al verder en verder verspreid werd en die dag meer naderde, trachtten eenigen het volk tegen deze

plechtigheid heviger in het harnas te jagen, vandaar ver-

4

29

ocr page 37

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

neemt men nog uit het laatst gemelde handschrift, dat « eenigen geanimeert hebben de schepenen ende andere boeren van Sommeren om den heer van Heessel niet te admitteren, waerop het gemeyn kerekenhuys van den gemelten heer door de schepenen gesloten is gehouden, ende noch wordt ende blyft voor hem gesloten », zoodat de pastoor-deken van Veghel. Joannes Werner Toten, 4 juni i6g5, de inleiding met de plechtigheden bij gesloten deuren van « het gemeyn kerekenhuys » of schuur-kerk moest verrichten. Uit de woorden des pastoordekens ; « ego eumdem dominum in possessionem requi-sitam induxi, traditis ei missali, calice, clavibusque sacrarii nostri, ac si fuissent similia tradita in oratorio Sommerensi, ubi prïedicta inductio, ad majorem populi notitiam, renovabitur tempore opportune, » blijkt dat de inleiding te Veghel (sacrarii nostri) geschied is, welke bij gunstigere dagen te Zomeren zou vernieuwd worden tot algemeene kennis dezer parochianen.

Het zal trouwens niemand verwondering baren, dat de schuurkerk gesloten was, toen de inleiding moest gebeuren, wanneer men uit het bovengemelde zich herinnert, dat sommigen de verklaring hadden afgelegd om op alle wijzen zich tegen van Heessel te verzetten, en dat men voor de hieruit voortspruitende onkosten zou instaan, zoodat er aan de gemeente geen de minste schade zou worden berokkend. Ook zelfs de schepenen dezes dorps waren aangespoord ten einde tegen den regulieren priester te velde te trekken, daarom kon dan ook bij zulke volksopgewondenheid de inleiding niet geschieden gelijk die plaats grijpt in rustige tijden.

Na de inleiding te Veghel, werd Macarius nog voortdurend door zijne tegenstrevers belemmerd en bemoeilijkt. Zoo bleef hem, volgens zijnen latijnschen brief van 18 juni i6g5, de deur van het oratorium gesloten, wer-waarts hij zich met twee dienaars der gravin begeven had om er den H. Dienst te doen. Te vergeefs trachtte hij de drie aldaar aanwezige schepenen, Peter Belle, Jan

3o

ocr page 38

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

Dirix en Peter de Kremer met den H. Geestmeester Henricus Roymans over te halen, om de deur te ontsluiten. De schepenen waren door de vrienden en bloedverwanten van Verschueren tegen Marcarius opgeruid, terwijl een groot deel der inwoners onverschillig bleef en de familie Idelet en andere aanzienlijken van de gemeente voor den Norbertijn partij trokken. Nauwelijks was voornoemde weigering ter ooren der gravin gekomen, of zij liet afkondigen « dat men op haar kasteel de mis kon komen bijwonen, waar van Heessel den dienst deed en met het nakend St-Jansfeest ook zou preken. Deze brief, aan den abt gericht, meldt verder, dat Macarius bij zijne nicht gehuisvest was en die daarom eveneens veel van schepenen moest verdragen.

Struikelblokken werden den Norbertijn, ook door den schout van Peelland in den weg geworpen.

Deze beambte mengde zich in die netelige zaak en verbood den pastoor de godsdienstoefeningen zelfs ten huize der gravin van Berlo, doch daar van Heessel zich weinig bekreunde om de woorden van eenen persoon, welke in zaken van den Roomsch-Katholieken godsdienst geen wettige zending ontvangen had, noch eenig gezag voerde, schreef Alexander Villers, 25 juni, uit Veghel, het volgende aan den deurwaarder A. Voskuyl ;

Antony Voskuyl, deurwaerder,

Alsoo Haere Ho Mo. de Staeten Generael der Vereenighde Nederlanden aen my ondergeschreven als quartierschout van Peelant hebben toegesonden eene resolutie vanden veertienden deser maent, waerby my wort aen geschreven om my te informeren opden inhouden van een requeste, daer by gevoeght, ende dien soodanig bevindende als inde de selve is ter nedergestelt, daerontrent te procederen, dat tegens de placaeten van de lande geen nieuwigheden door Room-sche gesinde moogen worden gepleeght, als breeder is blyckende by gemelte resolutie, ende dat ik, ommedie nieuwigheden te weeren, den persoon van Macaris van Heessel, uyt de abdy van Postel, voor dese all verscheydene malen gerichtelyck aensegginghe hebbe laeten doen omme sigh binnen den dorpe van Someren ende op den woonhuy-singhe van mevrouwe de gravinne van Berlo van alle de Roomsche

3i

ocr page 39

geestelijke bedienaren.

diensten ende exercitien te abstineren, welck verbot de gemelte monick door contrare feiten is vilipendeerende, rebelleerende alsoo tegens het doen observeeren van lants placaeten, soo suit den gemelien monick gerichtelyck insinueeren ende voorleesen de gemelte resolutie van haar Ho. Mo. omme hem voortaen daer naer te reguleeren, ander-sints, etc. Gevende my relaes van de uwe gedaene exploicte om my daer van te konnen dienen.

Actum Vechel den 2 5 juny 1695,

Alex. Zoeten de Laeken van Villers.

De kwartierschout had voor een doovenmansoor zijne bevelen afgekondigd, want de pastoor bleef ten huize dei-gravin de godsdienstoefeningen verrichten, oordeelende dat hij meer Gode dan den menschen moest gehoorzamen. Dit had ten gevolge, dat de schout 10 october i6g5 uit 's Hertogenbosch dezen bevelbrief aan den vorster van Zomeren zond :

Vorster in Sommeren,

Alsoo niittegenstaande de voorgaende minnelyke aenmaninge en gedane interdictie de heer van Heessel, geestelyck priester der abdye van Postel, binnen den dorpe van Sommeren in particuliere huysinge blyft continueeren den priesterlycken dienst, ent gene daer van depen-deert te doen ; selfs in weerwil van de regenten en de ingesetenen, soo suit U andermael vervoegen by den gemelten heer van Heessel en den selven gerichtelyck aenseggen ; dat hy sigh in 't toekomende in den dorpe voors daer van ten eenenmael sal hebben te onthouden, ofte dat andersints de ondergeschreven sigh daer tegens van soodanighe middelen sal doen voorsien als volgens de wette van den lande bevinden sal te behooren.

Mij gevende relaes van uwe exploiete, omne etc.

's Hertogenbosch, 10 octobris 1695. Jon(ker) Al van vlllers.

Op hoe hoogen toon deze man ook aansloeg, toch wilde men naar zijn noten niet dansen, men stribbelde den toonaangever op alle wijzen tegen.

De gravin schrijft 8 nov. 1695 aan den pastoor, dat zij van den vikaris een brief ontvangen heeft, waaruit blijkt dat alles goed zal uitvallen.

De gesloten schuurkerk werd eindelijk, volgens een schrijven van Thomas Idelet den 10 november, voor het

32

ocr page 40

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

publiek geopend, in welke « gemeene schuer oft oratorium » door den magistraat van Zomeren zoowel aan van Heessel en Cuypers, als aan andere de volkomene toestemming werd verleend om er de godsdienstoefeningen te verrichten, en wel zonder hinderpaal of stoornis. De openbare notaris Henricus van Heeswyck, te'sBoseh gevestigd, verklaart 4 juli 1645 dit stuk met het origineel eensluidend. Vanwaar die plotselinge omkeer bij de tijdelijke overheid, die één maand vroeger, luidens het schrijven van 10 october i6g5, zich heftig tegenover van Heessel plaatste ? Er schuilt soms een verraderlijke adder tusschen de bevalligste bloemperken, en wanneer de hand, zonder de minste achterdocht zich uitsteekt om bloemen te vergaren, voelt zij onverhoeds van eene verborgen tong het gift in de aderen druipen. Macarius was huiverig en besloot daarom met de grootste omzichtigheid te handelen in eene zaak die hem en veel anderen zoo vreemd en ongegrond toescheen; met anders te werk te gaan, kon hij zich blootstellen aan dc grootste roekeloosheid. Hij had weldra lont geroken. De verscholen adder verhief spoedig het hoofd en slingerde ook de vergiftige tong rond naar den pastoor. De herder schreef i3 november g5 aan zijnen prelaat, dat hij daags te voren, tegen den avond, van wege den heer J. Boor drie afgevaardigden te zijnen huize ontvangen had, die hem eene derde waarschuwing kwamen brengen en zijne inkerke-ring aankondigden, zoo hij het onderspit niet wilde delven. Er liep zelfs een gerucht, dat de afgevaardigden te Zomeren opzettelijk bleven vernachten om een oog in 't zeil te houden of van Heessel in de schuurkerk de godsdienstoefeningen niet zou doen. Voorzichtigheidshalve onthield dc pastoor zich hiervan, cn las de mis op het kasteel, zonder veel toeloop van volk, terwijl Egidius van der Voort, pastoor van Heeze, in het algemeen bid-huis (in oratorio communi) bineerde en onderwijzing deed zonder kennis van Macarius.

Bij al die vreemde bedrijven wist A. Cuypers niet

33

ocr page 41

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

van welk hout pijlen maken, want van den eenen kant zag hij, dat de schepenen van Heessel aanvaardden, van den anderen oordeelde hij uit verschillende omstandigheden, dat zij hem verwierpen ; op dit laatste drong ook J, Boor aan. In dien toestand oordeelde de abdij het geraadzaam en noodzakelijk zich tot den vikaris Steyart te wenden, ten einde deze de door den schout van Peel-land geworpen struikelsteenen uit den weg zou helpen ruimen. De vikaris antwoordt hierop 18 november légS, toen hij te Molle de diocesane visitatie deed, dat de voorgestelde zaak tot het algemeen welzijn zal verstrekken, indien de H. Stoel hieraan eene eindbeslissing wil mededeelen, waardoor aan de rechthebbende partij de uitspraak toegepast worde. Bij dit alles liet de gravin van Berlo geene gelegenheid voorbijgaan, om den pastoor van Heessel uit alle bezwaren te trekken en daarvoor bij den vikaris al het mogelijke aan te wenden, gelijk zij 25 nov. schrijft, dat men voor de schepenen van Zomeren op zijne hoede moest wezen.

De schepenen van Lierop, Jan van den Boomen, president, en Cornelius van Goch, brengen ter kennis, dat Hubertus Joost en Martinus Joost Verberne, ook Lierope-naars, getuigenis onder eed afgelegd hebben, dat zij 27 november lögS ten huize van M. Verberne gehoord hebben « uyt den mont van den vorster van Mierlo met van Gelkerken gehaelt te syn geweest op dato deses voors met een peert van H. Roymans, hoevenaer van t slants (1) hoeve tot Lierop, om stoornisse te doen aan den voornoemden heer van Heessel ende den selven uyt de schuerkercke geleyt te hebben naer syne plaetse van residentie, ten huyse van den heer advokaat Thomas Idelet, »

34

Reeds 29 november melden G. Hoefnagel en Marcelis

(i) De abdij Postel bezat weleer zeven hoeven, een molen en de tiende te Lierop ; ter gelegenheid des vredes van Munster werden zij door het Land aangeslagen en daarom 's lands hoeven heeten.

ocr page 42

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

Smets, dat hij dagelijks mis las op het kasteel, waartoe elkeen vrije toegang verleend was.

Een handschrift, te St-Oedenrode 7 december xögS onderteekend door A. Molenmaeckers, advokaat, en C. van der Sande, prokureur dezer vrijheid, brengt ter kennis, dat die twee personen onder gemelde dagteekening te Veghel vruchtelooze pogingen aangewend hebben bij J, Boor, in de afwezigheid van A. van Villers het ambt van kwartierschout waarnemend, om te weten of bij bevel van Zomeren's schepenen de namen der lieden opgeschreven waren, welke op de heerenhuizing der gravin de godsdienstoefeningen van M. van Heessel bijgewoond hadden. Een advokaat, de broeder van Macarius, en de gravin van Berlo waren 17 december i6g5 van gevoelen, dat men de tusschenkomst van den vikaris-generaal moest inroepen, om A. Cuypers weg te nemen of ten minste om zijne volmacht voor het inzegenen der huwelijken en het toedienen des doopsels te beperken. De gravin zou zich naar de Staten van Holland wenden, zoo A. van Villers nog langer bleef dwarsboomen. Uit dien brief, door Macarius aan zijnen prelaat gezonden, verneemt men o. a. dat de kapelaan van Mierlo en de burgemeester dezes dorps den Norbertijn genegen waren.

Op de menigvuldige brieven, door de seculieren naar den vikaris gezonden, antwoordt deze aan Franciscus van der Cruys, pastoor te Asten, dat hij van Heessel voor Zomeren benoemd heeft zonder eenig gevaar voor de parochiën van Eersel, Lommei en St-Oedenrode, waarop de Norbertijnen bekennen geen recht te bezitten. Verder uit de vikaris den wensch dat, als de partijen tot proce-deeren overslaan, zij toch het gebod der liefde indachtig blijven en het nakomen. Op de bepaalde afvraging voor de gemeente antwoordt de vikaris 12 april 1696 « dat hy verclaert overvloedich voldaen te hebben aen syne plicht ende noodsaeckelyckheyt de prochie van Someren door de commissie, gegeven aen den heer Paulus Sleeuwens,

35

ocr page 43

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

Actum desen 12 april 1696 ter presentie van Mr Philips vander Haert ende

Francis de Teuck, getuygen, my present als notaris, G. van den Brande, notaris, 1696. »

Voornoemde « overvloedich voldaen te hebben » enz. bestond hierin, dat de vikaris 11 april 1696 uit Leuven aan van Heessel had geschreven zorg te dragen, dat in den toestand, waarin hij verkeerde, de parochie door Norbertijnen zou bediend worden met het naderen van den Paaschtijd, of bij gebreke dat dan de heer P. Sleeu-wens hiermede belast zou wezen. De laatste had in elk geval de noodige macht, die hij behield, tot dat het geschilpunt uitgewezen zou zijn.

Had die toestemming van den vikaris sommigen ontevreden gemaakt, wij weten het niet, maar uit de « inter-rogatoriën om van wegens het hoogh officie daer op onder solemnelen eede te hooren » blijkt, dat er 's nachts tusschen 14 en i5 april, vreeselijke wanorden plaats gehad hebben aan de heerenhuizing der gravin, waar van Heesel toen zijn verblijf had. In dit interrogatorium wordt gesproken dat in dien nacht 7 of 8 personen met geweren door de deur, vensters en dakglazen dezer heerenhuizing geschoten hebben, «ende meer andere violen-tien ende geweldenaren gepleeght, ende dat van Heessel hem (zich) door den gracht heeft moeten ontswemmen om syn leven te salveren. » Fabricius, vorster van Zomeren, had die baldadigheden aan « het hoogh officie » niet medegedeeld, daarom giste men dat hij aan de zaak deel genomen had, indien zij hem bekend was, waaraan moeilijk te twijfelen viel. Te twee ure in den namiddag van 27 april, verscheen de vorster ter plaatse waar de wanorden gepleegd waren, en zeideo.a. : « heer Heessel most ietwas laeten maecken om over het water te comen, want als de beclaegde naer den Bosch moet, soude men welhaest den rooden haen laeten vliegen », d. i. brand stichten. Het handschrift eindigt met eenige vragen, die

36

ocr page 44

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

aan den molenaar van Someren en aan de dienstmaagd van Macarius moesten voorgesteld worden om de booswichten van dit feit te leeren kennen.

Na in den Raad van Brabant het in 1675 gesloten verdrag breedvoerig blootgelegd te hebben, werd op dezes ten uitvoerbrenging 3 mei 1696 te Brussel, volgens den advokaat P. Festraets, zeer geadviseerd.

Voornoemde P. Sleeuwens is maar kortstondig in bediening geweest, gelijk de vikaris Steyart i3 mei 1696 schrijft : Sicut nuper commiseramus domino Paulo Sleeuwens curam et sollicitudinnem parochise de Someren, ita et nunc tibi (Gerardo Verschueren) committimus, ut cum dominus Macarius de Heessel ab officiis deser-viturai suae impediretur, defectum illius suppleas in functionibus pastoralibus, ad quas tibi potestatem faci-mus per pnesentes, duraturas donec vel supradictum impedimentum cessaverit, vel lis hodie pendens Romse terminata fuerit, vel aliter consuevimus ordinandum.

Datum Lovanii die i3 maii 1696. M. Steyart.

Verder luidt dit schrijven : Damus tibi etiam potestatem, substituendi loco vestro in Vlierden cum consensu rev. dni pastoris sacerdotem ex iis quos supra designa-vimus. M. Steyart.

Nu zou Verschueren den dienst verrichten, daar van Heessel door zijne vijanden hierin nog voortdurend verhinderd was en die moeilijkheden nog niet spoedig schenen verwijderd te zullen worden. De pastoor van Heeze bij Leende, Egidius van der Voort, streed ook tegen van Heessel, gelijk de koopman en oudburgemeester van Helmond dirk Oldenzee, 3 juni 1696 vóór den notaris dezer stad, Theodorus Alberts, getuigt naar aanleiding van hetgeen Dirk 23 mei dezes jaars uit den mond van dien pastoor in een logement te Turnhout had vernomen. Daar vertelde de pastoor, dat hij bij den internuntius zijn best zou doen om den kloosterling uit Zomeren te verwijderen en een seculieren priester in de plaats te

brengen, en moge hij daarin niet slagen, noch te Rome

37

5

ocr page 45

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

verhoord worden, dan zou hij zich wenden naar 's Gra-venhage. Wat al moeilijkheden de Norbertijn van wege den predikant Jacobus van Brughe te verduren had, leert het volgend stuk, ontleend aan het register der Re-solutien van de Hoogmogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden :

Die lovisden 14 juny 1696.

Is ter vergaderinge gelesen de requeste van Jaccb van Brughe, predikant van Someren, inhoudende dat, nu al omtrent een jaer geleden, seecker monick met name Macarius van Heessel, affgesonden uyt de abdye van Postel, binnen den dorpe van Someren voornoemt in weerwil van innegesetenen hadden onderstaen op het buys der gra-vinne van Berlo tegens de placaeten van den Lande, den Roomschen dienst daegelycx te oeffenen, ende exerceren, dat niet tegenstaende het iteratiff interdict van den quartierschout van Peellant, comende dan telkens met het eyndigen der misse de aenhoorders der selver naer het kerckhoff van de parochiale kercke (daer hy suppliant den Gereformeerden godsdienst is doende) aldaer dan knielen ende voor de affgestorven menschen bidden, direct strydende is tegens Ho Mo. geëmaneerde placaeten en strecken tot grooten ergenisse van de Gereformeerde religie, versoeckende derhalve dat haar Ho. Mo. gelieve den quartierschout van Peellant te ordonneeren ende te gelasten om den monich, ende de-i noots met stereken handt te doen delogeeren ende uyt voors. dorp te vertrecken, waerop gedelibereert synde is goet gevonden ende verstaen dat de ropie van de voors. requeste gesonden sal worden aen den quartierschout van Peellant, ende de selve aengesien hem op de voors. saecken te informeeren ende die soodanich bevindende, als inde voors. requeste is ter nedergestelt, daer omtrent te procedeeren, dat tegens de placaeten van den Lande geen nieuwigheden door de Roomschgesinden mogen worden ge-pleght.

(Was onderteekend) S. van Essen.

Accordeert met 't voorschreven register. F. Fagel.

Wanneer wij voornoemde feiten op den toets zetten, dan ziet men spoedig dat alle bestanddeelen valsch zijn; een paar stukken zullen hiervoor voldoende wezen.

Gemelde notaris Th. Alberts schrijft uit Helmond, dat Govert Hoefnagels, molenaar te Zomeren, 20 juni 1696 getuigd heeft :

38

ocr page 46

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

Waerachtigh te wesen, dat hy veele Roomsche diensten van pries-teren tot Someren, midts hy tot Someren geboren ende opgevoet ende woonende is, volgens den plight van syn Roomsch gelooff heeft by-gewoont, ende oock metten selve daegelycx geconserveert gelyck nu oock een jaer lanrx herwaerts van ende mette heere Macarius van Heessel geboortigh van St Oeden Roy oock in dese Meyerye, dat hy van alle desselfs voorsaeten wel van aenstootelyckheden van 't knielen op de kerckhove by het begraeven en op de graeven van de doo den heeft hooren leeren, dogh dat de voornoemde heere Heesseis ter contrarie tot naelaetinge ende vermydinge van sulcx syne voors. gemeente heeft vermaent ende gewaerschout gehad, omme daer door gheene klaghten te geven aen die gheene de welcke daerdoor moghten geergert werden oft sulcx mishaegden, en alsoo daer door de gemeente van Someren buy ten schaede te houden.

De notaris schrijft verder den heer Macarius goed te kennen en verklaart andermaal, dat de Norbertijn nooit iemand aangespoord heeft om dat te doen, waarmede hem een lastertong heeft beklad. Deze getuigenis werd door Alberts afgelegd in tegenwoordigheid van den heer quot;Willem van Ommeren en Sr J. van Oldensee.

De gravin van Berlo, reeds meermalen ten voordeele der waarheid opgetreden, rekende het zich hier weer ten plicht eenen gezalfde des Heeren te verdedigen, die valsch beticht was nieuwigheden ingevoerd te hebben, welke met 's lands plakkaten in strijd waren. Ziehier, tot nadere inlichting een afschrift des origineelen en ge-zegelden briefs van de gravin :

Gehoort en verstaen hebbende, dat de heer Jacob van Brughe, predikant binnen Sommeren, ingedient heeft een seker request tegens den heer van Heessel aen de Hoogh Ed. Mog. Heeren Staeten Gene-rael, welck request meldde al of de voorn, heer van Heessel eenige nieuwicheden van den Roomschen dienst alhier hadde ingebracht, te weten, al of hy gemelte heer te volck van Sommeren soude hebben geanimeert om op den kerekhof van den parochiale kereke te knielen en voor de afgestorven menschen, aldaer begraeven, daer te bidden. Om dit valsch te maken, soo attesteere ick ondergeschreven, dat dier-gelycke sake en usantie langher tyt voor hem alhier gepleeght syn, en vervolgens dat de voors heer noch directe, noch indirecte oorsake daarvan is. Dat selve met my daertoe versocht synde, soude bekenne getuygen de heel gemeynte van Sommeren. Verders heeft by sup-

39

ocr page 47

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

pliant in 't voorn, request gelieven in te dienen, dat heer van Heessel alhier is in den weerwil van de ingesetenen van dese gemeynte, wat aengaet mijn persoon houde my indifferente, my submitteerende aen de geestelycke overigheyt, te meer om soo te voorkomen groote pro-cesse en schade, waer mede dese onse gemeynte beswaert ende belast soude konnen worden, waer in ick in dier voeghe, als wesende alhier van de principaelste geerfden, soude het aldermeest moeten contri-bueeren.

Actum Sommeren den 29 Juni 1696.

(Eigenhandiggeteekend) GRAVINNE VAN BERLO.

Verschueren bleef een hevige tegenstander en spaarde geene moeite om de pastoreele bediening waar te nemen, zooals uit eene samenkomst van 2 augustus 1696 te Nederweert blijkt. Gerardus Hoefnagels verklaart, dat hij onder deze dagteekening zich in de herberg « De Keizer » te Nederweert bevond met den heer Verschueren, Canters, prokureur, gevestigd te Asten, dezes dochter, verder met Jan Brustens en dezes broeder, en dat hij daar die personen gevraagd heeft, wie zijne kerkbank te Zomeren aan stukken geslagen en er de kerkdeur gesloten had. Hierop antwoordde Verschueren, dat zulks hoofdzakelijk op zijn bevel en orde geschied was door zijnen broeder. Desnoods, zegtG. Hoefnagels, bereid te zijn alles onder eed te verklaren, dat èn zijne kerkbank gebroken, èn de deur toegenageld was, ten einde de Norbertijn niet zou kunnen binnengaan. De notaris Joachim Kets, gaf i5 februari 1697 een gelijkduidend afschrift van dit stuk.

Om van Heessel uit die moeilijkheden te trekken, bood de vikaris hem 6 aug, 1696 de pastorij van Valken-swaard aan, doch de Norbertijn maakte van dat vriendelijk aanbod geen gebruik, oordeelende dat hij zijn recht op Zomeren niet mocht afstaan. Vele gemoederen bleven tegen van Heessel opgewonden, de moeilijkheden, waarin men hem inwikkelde, werden dagelijks grooter en van ernstigeren aard, want men wist de Hooge Macht zoodanig tot kookhitte aan te vuren, dat

4°

ocr page 48

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

de Norbertijn uit Zomeren eindelijk verwijderd moest worden. Zoo werd op den beschuldigingsbrief, die door den predikant van Brughe met tusschenkorast van den kwartierschout Alexander van Villers aan Hare Hoog-mogenden geschreven was, door de Staten Generaal des woensdags ig september 1696 geantwoord, dat Macarius, acht dagen na die afkondiging. Zomeren moest verlaten en dat, bij weigering, de gewapende macht hem daartoe zou dwingen. Het was nu niet meer alleen omdat hij, volgens dit handschrift, « op de huysinge der gravinne openlyck dagelycx de misse deed ende andere diensten daertoe specteerende, niet alleen tot gerief van gemelte gravinne ende haere familie, maer oock dagelycx meer ende meer ingesetenen tot syn persoon en frequenteringe van misse aenlockende, » dat men -met geweld tegen hem ten strijde ging trekken ; doch ook omdat, luidens dit handschrift, « seer groot nadeel ende prejudicie aen Haer Ho. M. souden worden toegebraegt, daer in bestaende, dat het jus patronatus van die plaatse privative, aen Haer Ho. Mogenden specterende niet aen de abdye van Postel. » Nog werd den regulieren kanomk ten laste gelegd, dat hij slechts pastoor wilde blijven « om uyt arme ingesetenen de burse te vullen, die dan by affsterven geen ander erffgenamen hadden als de abdye, sonder dat eenighe ingesetenen oft de arme taeffel daervan eenigh genot konden hebben, selfs oock niet Haere Hoog Mogenden het berecht van 40° of 20® penning, mitsgaders het revenue van lantssegel, ter wile sy gene goederen onder de landen van Peellant souden coopen, maer het gelt tot eenen aenmasseringe van haer clooster byeen samelden. »

Al die opgedischteen uit onrijpe kruiden vervaardigde gerechten, waren voor veler maag niet alleen te zwaar om te verteren, maar ook voor menigeen zoo schadelijk, dat men besloot aan dit alles een einde te stellen. Om die reden schreef Jan Boor, op last van den kwartierschout A. van Viilers, 23 september 1696 uitVeghel, dat

41

ocr page 49

GEESTELIJKE

BEDIENAREN.

42

van Heessel « binnen acht dagen naer insinuatie deses sich sal hebben te retireren uyt de dorpe van Someren, ofte by langer vertoef, dat naer den teneur der placaeten en met de stercke handt tegens hem zal werden geproce-deert, » De akte is 24 september 1696 te Helmond door den notaris Alberts gezien en wettig verklaard. Op de rechtelijke- of beter wederrechtelijke afkondiging, dat namelijk de religieus binnen acht dagen het grondgebied, waar hij pastoor benoemd was, moest vaarwel zeggen, waren de ooren van velen gespitst, de muitelingen hoopten dan koning te kraaien. De machine, door de vijanden van den Norbertijn in werking gekomen om dezen pastoor te verwijderen, moest verschillende raderen in beweging brengen ; doch nu eens haperde het hier, dan weer daar, zoodat eindelijk de rechtverkrachters in deze zaak zoo ver gingen, dat zij geld beloofden om hun slecht doelwit te treffen. Het volgend handschrift meldt, dat aan den vorster Fabricius de som van 80 gulden beloofd was, indien hij van Heessel gevangen nam :

Op heden 26 november 1696 compareerde voor my openbaer notaris by den Ed. Mogende Raede van Brabant in 's Gravenhage ge-admitteert, binnen Helmont residerende ende in kennisse der getuy-gen de eersaeme Joannes Jacquet, out omtrent de 21 jaeren, ende Godefridus Hoefnaegels molenaer, out omtrent 33 jaeren, byde woo-nende in de prochievan Someren, persoonenmy notaris wel bekent, de welcke ter instantie van dheer Macarius van Heessel hebben ge-attesteert ende verclaerf, gelyck sy doen by dese, waer ende waer-achtich te wesen, dat Wilhelmus Fabricius, vorster in Someren op den 20 deser met de attestanten is geweest ten huyse van Maria Ver-diesteldoncq binnen Someren, alwaer onder meer andere wiert gedis-coureert van witte en swarte pastoors, dat onder die selve discoursen gevraegt wierde aan Fabricius, wie hem betaelde van syne salaris die hy verdient hadde omtrent tvangen van de witte heeren ofte in specie dheer van den Heessel voors, ende Fabricius daer op antwoorde, dat dheer Verschueren hem daer van belooft hadde te betaelen, ende daer nogh wel 70 a 80 gulden op te pretenderen hadde. Redenen van kennisse de attestanten allegerende vant geene voors de goede kennisse te hebben, presenterende tgeene voors. des noots tallen tyde, des versocht synde, solemnelyck by eede te bevestigen.

Aldus gedaan ende verclacrt ter presentie van Joannes van Olden-

ocr page 50

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

zee, kerckmeester en Goort Marten Kelders, als lofwairdige persoo-nen, getuygen ende poorteren deser stadt, ten desen expres versocht die de minute deses, neffens de attestanten respective en my notaris hebben ondertekent.

Actum Helraondt den voors 26 november 1696.

(Onderteekend) Joes Jacquet, G Hoefnaegel, Jan van Oldensee, Marten Kelders en Joachimus Kets notarius pu-blicus.

Concordiam cum suo originali attestor. Actum in Helmont ut supra. Ita est

Joachimus Kets, not(ariu;s p(ublicus).

Ook de andere prelaten der Norbertijnen-orde in België waren van de rechtvaardigheid dezer zaak zoodanig overtuigd, dat zij het zich een plicht achtten het hunne bij te dragen, opdat van Heessel zonder hinder of moeilijkheid de herderlijke bediening kon uitoefenen, volgens het vroeger gesloten verdrag tusschen Postel en I. Houbraken. De optreding dier prelaten geschiedde met dezen inhoud :

Wy der orde van Premonstrnteyt respective abten der abdyen hier onder genoempt, allen degene, die dit soude mogen raecken, saluyt.

Doen te weten hoe dat ons ondergeschrevenen kennis gedaen synde, dat den seer eerw heer onsen amptgenoot, den heer abt der abdye van Postel ende den heer Houbraecken, vicarius van het bisdom van 's Hertogenbosch, beyde pro tempore, synde aengegaen over de pastorye van Summeren, niettegenstaande de clausule van consent in voluntarie condemnatie, soo voor den Raed van Brabant, als ander-sins daer in geinserveert, als andere dienende ten profijte van den heer abt van Postel voors, hebben gesamelyck ende ieder in het be sonder, als ons rakende, goet gevonden de questie ten desen onsen naem ten voordeele van den abt van Postel te houden staen ende te defenderen, aldaer, soo, ende gelyck t'selve sal bevonden worden van noode ende oirbaer te wesen tegen alle degene, tegen de welken het selve soude noodigh geoordeelt worden, commitieerende hier toe mits desen den ghenen den gemelden heer abt sal willen committeren, hier toe volle maght gevende, sponte et de raio et grato in omni meliori forma ; salvo, dat ons sal vry ende liber wesen ende blyven aen ons int gemeyn, oft ider in het besonder, al sulken gecommitteerde daer by te voegen als ons sa! goet duncken, t oirconde etc.

43

ocr page 51

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

Datum binnen Tongerloo den 26 november 1696.

Abbas Tongerloensis. » Averbodiensis.

» S(ancti) Michaelis.

» Heylissemensis •» Diligemensis.

» • P(hilippus) Vian) T(uchom A(bbas) P(arcensis),

signatura domini abbatis parcensis.

Krachtens het medegedeelde van 22 september 1696, was Macarius genoodzaakt geweest Zomeren te verlaten, doch de trouwe herder had zorg gedragen, dat een zijner medebroeders, in zijne afwezigheid, dagelijks tenkasteele der gravin mis las en andere geestelijke oefeningen deed, niet alleen voor deze familie, maar ook voor de inwoners van de parochie. Die schijnverwijdering van Macarius werd, volgens een uittreksel der Besluiten van de Hoogmogende Staten van 1 december 1696 beschouwd als « eene vilipendentie van alle interdictien door den quartierschout gedaen, » hierom werd in den Raad besloten en voorgeschreven, dat ook de plaatsvervangende Norbertijn de parochie moest verlaten, op straffe van anders vóór het gerecht getrokken te worden.

Namens den abt van Postel en de zes bovengenoemde abten, werd 17 december 1696 naar P. Festraets, advo-kaat te Brussel, geschreven om den vikaris generaal gerechtelijk de benoeming des Norbertijns af te vragen. De advokaat belastte 28 december N. Gilberts, notaris te Leuven, daarmede. Gilberts schreef den volgenden dag naar Postel, dat hij bij den vikaris de vraag had voorgesteld, waarop hem ten antwoord werd gegeven, dat hij (vikaris) zich zeer beklaagde over « die van Postel, doch om voorders t antwoorden, sich sal beraeden als in affairen van grooter importantie mette hoochwerdichste heeren internuntius ende bisschoppen van dese quartie-ren als syne amptgenooten, gelyck de prelaet van Postel sich beraeden heeft met syne respective amptgenooten. » Op deze commissie heeft de ondergeteekende geprotes-

44

F(rater) Gregorius

• Servatius » Joannes Ghrysostomus

» Walterus » Henricus

ocr page 52

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

testeerd wegens kosten, schade, enz, 29 december 1696,

N. Gilberts, notarius. De vikaris geeft 22 maart 1697 den prokureur Moite-mont de volmacht, om het proces tegen Postel voort te zetten. In eene rescriptie voor den vikaris van Heessel, door J. F. Potter 28 maart 1697 onderteekend, wordt o. a. aangevoerd, dat de vikaris, tijdens de verwijdering van den Norbertijnen-pastoor uit Zomeren, een seculie-ren kapelaan aangesteld heeft, omdat de parochie 1600 kommunicanten telde. Aan den heer G. Verschueren is nog een ander kapelaan toegevoegd geweest om de sa-kramenten te helpen bedienen, vermits « de Gereformeerden nyet en gedoghen, maer verdry ven de religieu-sen. » Het toevoegen van seculiere kapelanen, door den vikaris, was maar voorloopig, volgens den inhoud : « Can nu de heer van Heessel, getyck hy contendeert by authoriteyt van desen Hove, sich doen mainteneren in de voors. pastorye om onverlet te mogen doen de func-tien daertoe staende, dan sal de commissie (van den kapelaan) aen den heer Verschueren gegeven ende des-selfs assistent van selfs comen te ccsseren. »

Uit een processtuk, door S. P. Christyn aan de partijen 10 juni 1697 medegedeeld, blijkt o. a. dat de Staten hun recht op de parochie lieten gelden, daar Zomeren « door de reductie» onder de heerschappij derVereenigde Provinciën gekomen was, « waerdoor de parochiale kercken ten respecte van de Catholicquen syn gedes-trueert ende gecomen in de macht der Gereformeerden tot oefeninghe van hunne religie, door de predicanten gesuccedeert inde plaetse van de Catholicque pastoors. En sedert die reductie worden de priesters bij gedooghe der voors. Heeren Staeten, aldaer doende de pastorale functien, ten gerieve van Catholicquen gehouden voor missionarissen, die gealimenteert worden van hunne parochianen. »

De werkzaamheden van den pastoor leert men ook uit het volgende kennen, Gerardus Hoefnagels, woonachtig

6

45

ocr page 53

GEESTELIJKE BEPIENAREN.

te Zomeren, heeft vóór Helmond's openbaar notaris Joachim Kets 10 april 1698 « op manne waerheyt in plaetse van eede » verklaard, dat van Heessel, sedert hij in lögS bezit heeft genomen van de pastoreele bediening, tot in september 1699 voorallen in 't publiekten kasteele der gravinne » in een vertreck ofte twee saelen, seer ampel synde, » den Katholieken godsdienst heeft uitgeoefend voor zoo grooten toeloop van volk dat, niettegenstaande de opgepropte ruimte, vele lieden de mis onder den blauwen hemel moesten bijwonen. Gerardus getuigt verder van Macarius : « hebbende die tyt gedurende, niet alleen simpelyck voor alle toehoorders ende alsoo voor de geheele gemeynte de misse gecelebreert, daer en boven alle sondagen ende heylichdaegen gepreekt, gecatechi-seert ende jonckeyt onderwesen, siecken geadministreert ende alles gepleegt dat een pastor toecompt ende behoort te doen, als biecht gehoort, de communie vuytgerycht aen honderde menschen (soo opt Hoogtytvan Passchen, Kerstmis ende andere tyden) ende voorders alle dyerge-lycke pastorele functie meer gepleeght, ende in alle voorvallen syn selve geexponeert om door dese pastoreele ende andere voorvallende functie de gemeyne ingesete-nen ten dienste te staan. »

Deze belijdenis werd in tegenwoordigheid van den notaris en van Willem van Tricht afgelegd ; voornoemde Hoefnagels was desnoods bereid die belijdenis onder eed te bevestigen, daar hij den handel en wandel van Macarius goed kende en ook dikwijls met de priesters Ver-schueren en Cuypers had gesproken.

Festraets, in augustus 1698 bij den raadsheer Fierlants komende, getuigt van hem vernomen te hebben, dat de vikaris Steyart mondelings en schriftelijk voorgesteld had den heer van Heessel volkomen (formaliter confir-mare et instituere ut pastorem Somerensem) pastoor van Zomeren aan te stellen, ingeval de seculiere geestelijkheid van het bisdom 's Hertogenbosch op hare kosten het proces vóór den Raad van Brabant wilde voortzetten.

46

ocr page 54

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

Festraets had hierop 7 januari 1699 nog geen beslissend antwoord ontvangen. De moeilijkheid werd aan de Congregatie tot Voortplanting van het Geloof (de Propaganda Fide) voorgesteld; zoodra deze hoorde, dat de zaak reeds vóór de burgerlijke rechtbank hing, gaf zij wel een antwoord, maar geene eindoplossing. Zij schreef o. a. dat men de voorrechten èn der orde èn des vaderlands ongeschonden moest bewaren.

Eindelijk werd 27 juli 1700 door den vikaris Govarts en den prior der abdij M. van Boxmeer, in de residentie van den internuntius te Brussel, dat latijnsch stuk ter bekrachtiging neergelegd :

Anno Reparationis Nostrse die 27 julii 1700, coram me notario apostolico et testibus infrascriptis prsesentes constituti... Petrus Govarts vicarius generalis .. et Milo van Boxmeer prior Posteilensis ..

Cum inter abbatem et abbatiam Postellensem ex una, et clerum sjecularetn ex altera parte .. litigia essent instituta coram curia Romana imo etiam Senatu Brabantite super jure et exercitio pastora-tuum quorumdam et signanter Somerensis, sitorum in districtu et dioecesi Silvaeducensi. Illis sustinentibus dictum pasioratum Someren-sem esse regularem et abbatias praedictae proprium ipsique incorpo-ratum ; his econlra ilium esse et semper fuisse ssecularem, verum postquam utraque pars experientia didicerit, quam damnosa foret discordia inter utrumque clerum in Ditionibus illis Acatholicis, et dum illic singuli sectantur jura propria, causae communi gregis sui prsejudicium inferrent gravissimum, maluerunt tandem, desertis liti-giis, se ad cogitationes pacis convertere, ut mutua caritate pastorum oves nutriantur et sacerdotum concordia denuo res accrescant, quapropter Sacne Gongregationis de Propaganda Fide ac 11®* et Rmi Dni Internuntii praefati monitis obedientes, convenerunt in se-quentes conditiones.

Scilicet quod, rebus sic stantibus, et donec Givitas et Districtus Silvaaducensis suberunt dominio Statuum Hollandiae, possessio et exercitium dicti pastoratus de Someren manebit penes abbatem et abbatiam Postellensem, ita ut nulli alteri clero committi aut conferri poterit, quam canonico regulari Postellensi; in cujuscompensationem dicti abbas et abbatia renuntiant possessioni curia; Rhodae Sanctae Odse, cujus exercitium et possessio transibunt ad clerum saecularem supradictum, nee conferri aut committi poterit alteri clero quam saeculari. Haec autem transmutatie adimpleri debebit infra annum computandum a tempore approbationis pontificise, nisi de consensu partium terminus prorogetur. Ne tamen interea exurgere poterit

47

ocr page 55

GEESTELIJKE BEDIENAREN.

nova querelarum occasio tam pendente prfedicto termino, quam adimpleta utrimque dicta pcrmutatione, abbas et abbatia Postulensis retinebunt possessionem et exercitium omnium aliorum pastoratuum, quosde facto et in praesenti pösïident in illo districtu ; neque iidem pastoratus committi aut conferri poterunt ulli alteri clero quam ca-nonico regular! Postellensi ; et econtra penes clerum saecularem ma-nebunt possessio et exercitium omnium pastoratuum, quos in eodem districtu de fado et in prsesenti possident, et nulla ex iisdem curis vel pastoratibus committi aut conferri poterit ulli alteri clero quam saeculari.

Si vero conligerit aliquando, ut civitas et iistrictus Silvaeducensis redeant ad dominium Catholicum, prsedicti pastoratus redibunt ad pristinam suam naturam et instituium, ita ut Sseculares cedant Sfecu-laribus, et Regulares Regularibus.

Ac tandem ut hoe caritatis et pacis vinculum fortius sit et inviola-bilius, et ne ab aliquo accusetur prassentabitur hsec concordia S. C. de Propaganda Fide approbanda.. .

P. Govarts et M van Boxmeer ut supra.

Testes F. Cornet et Julius Roida.

Actum Bruxellis in ^Edibus 111. Internuntii Apostolici, anno et die ut supra In quorum tidem prcesens publicum instrumentum sig-navi meoque sigillo munivi

Carolus Franciscus Meldiorri, not. apost.

Dit stuk luidt hoofdzakelijk, dat de parochie aan de abdij zal blijven en door hare leden bediend worden, zoolang de Meierij van 's Hertogenbosch aan de Staten van Holland zal onderworpen zijn ; dat de parochie van St. Oedenrode door seculieren zal bestuurd worden ; met de andere parochiën zal men op den werkelij-ken voet voortgaan. Zoodra de Meierij weer onder de Katholieke heerschappij terugkeert, zullen de parochiën overgaan naar hen die ze van den beginne opgericht en bediend hebben.

Wat was nu het eindslot van die moeilijkheden, welke niet alleen veel opspraak gemaakt, maar ook veel geld voor beide partijen gekost hadden ? Dat M. van Heessel, door den vikaris Houbraken 3o mei i6g5 pastoor van Zomeren aangesteld, als een trouwe wachter op zijnen post bleef totdat de dood 18 augustus 1701 te Zomeren aan zijn volhardenden strijd een einde stelde.

48

ocr page 56

GEESTJiLIJ Kü BEDIENAREN.

Gedurende die moeilijkheden droeg de vikaris de jurisdictie op aan drie deservitoren, te weten

In 1695 aan den kapelaan Antonius Cuypers, van Gemert, in 1696 kapelaan te.Bergeik ;

In 1696 aan Paulus Sleeuwens, van Heeze, die afstand deed ; en

In 1696 mei i3 aan Gerardus Verschueren, van Zomeren, overleden 20 juli 1704. Hij werd in i685 rector te Vlierden.

De volgende bijzonderheden zijn aan het reeds gemeld werk van Ch. Schutjes ontleend :

1704. Michael Fransen, van Lommei, deed in 1738 afstand. Fransen was in 1696 kapelaan te Deurne.

1738. Andreas Fransen, van Lommei, overleden

17 augustus 1782. Fransen, reeds i3januari 1738pastoor, teekent aan, dat de roodeloop 20 september 1747 in Zomeren uitbarstte en in october 27 slachtoffers eischte en in dat jaar 64 lijken werden begraven. De bisschop van Roermond vormdeer 4 juni 1755 deparochianen, wat ook 20 augustus 1760 te Nederweert geschiedde.

1782. Joan. Bapt. Koekhofs, van Budel, overleden 21 juli 1808. Hij was in 1776 pastoor van Westerhoven.

1808. Arnoldus Franciscus Moors, van Vught, in 1809 kapelaan te 's Hertogenbosch-Kerkstraat.

1808. willibrordus Burgers, van Veghel, overleden

18 april i838. Hij werd in 1798 kapelaan te 's Bosch in de bidplaats op de Kerkstraat.

i838. Henricus Sporenberg, van Woensel, in 1841 pastoor te Loon-op-Zand.

1841. Christ. Henr. Schrijvers, van Schijndel, overleden 3 februari 1868. Schrijvers geboren 18 mei 1795, oudere broeder van A. P. Schrijvers, pastoor van Waalwijk (overleden 10 augustus 1870), werd in 1820 kapelaan te Heesch, in 1834 pastoor te Loon-op-Zand, en in 1841 via permutationis pastoor van Zomeren.

1868. Joan. Sebast. van den eynde (i) overleden

(i) Deze en de twee volgende pastoors Van den Eynde's zijn broeders

49

ocr page 57

geestelijke bedienaren.

14 oct. 1884. Geboren 3i december 1817 teGemert, werd hij 1844-51 kapelaan van St-Jan te 's Bosch, van i85i-6i kapelaan van 't Goirke te Tilburg, van 1861-68 eerst rector en weldra pastoor te Mortel. (Zie bl. 16.)

1884. Franciscus Ant. van den eynde. Geboren 17 juli 1827 te Gemert, werd hij in i85i priester in het Liefdehuis der Zusters door Mgr. J. Zwijsen, in i852 assistent te Bladel en nog hetzelfde jaar kapelaan van de toen opgerichte kapelanie aldaar, 29 april i853, kapelaan te Zomeren en hier in 1884 pastoor.

PAROCHIE-EIND.

Na eene onverpoosde inspanning van acht jaren, heeft de pastoor J. S. van den Eynde te dezer plaats eene kerk en pastorij gebouwd. De eerste pastoor werd in

1878. Theodorus Lud. van den Eynde. Geboren in 1823 te Gemert, werd hij in 1847 priester, assistent in 48 van St. Jacob te 's Bosch, 5i kap. te Geffen, 5i te Kaatsheuvel, 23 november 5g rector te Helenaveen, pastoor van 1873 tot 78 te Bergeik 't Hof.

Kapelanei^ te Zomeren.

óór de Hervorming zijn het rectoren der kapel te Opstal en rectoren van altaren.

De tweede kapelanie is in 1843 opgericht. 1544. Mathias van Kessel, rector altaris omnipotentisDei, Marise, Catharinae,enz.(bl.i4), i5.. Jac. van den Eynde, van Zomeren, rector der

5o

ocr page 58

kapelanen te zomeren.

kapel, pastoor te Zomeren. In iSyi heeft de pastoor Brants de volgende beneficiaten bekend gemaakt :

iS/i. Gosuinus a molendino (van der Meulen) «rector altaris S. Spiritus.

iSyi. Antonius Bruynen rector altaris Crucis et Joannis Baptistse, vulgo het Kesselskoorke genoemd. Het Kesselskoorke stond ter begeving der heeren van den huize te Donk onder Zomeren, zooals Vrouwe Margrita van Oudtheusden, weduwe jhr van Pollyn in het begin der XVII eeuw getuigt,

iSyi. Martinus Simons, rector altaris Crucis, Petri et Pauli.

iSyi. M' Theodericus Brants, rector capellae beatse Mariae, Georgii, Antonii ac Barbaras, en tevens rector altaris Sebastiani et Lucise.

De volgende beneficiaten waren afwezig en lieten de verplichtingendoor aanwezige priesters volbrengen :

1571. Jaspar Petri Henrici, rector matriculariae, welk kosterschap door Petrus Jansen uit Nunen werd waargenomen, ook belast met het onderwijs.

1571. Petrus Daems, rector altaris Prsesentationis Marise, welk altaar door M. Jacob Daems bediend werd. 1571. Guilielmus Michaëlis, rector altaris Jacobi. 1571. Joannes Michaëlis, rector altaris Catharinae et Barbarae.

i58o. Joannes Marcelis van Teylberch, priester, rector altaris Petri et Pauli, krijgt 9 maart i58o licentia testandi. (Zie bl. 14.)

Vóór xSgS. Jacobus Daems, (bl. 14.)

In iSgS staan als rectoren der altaren bekend deze zeven :

1597. Gosuinus Molanus. Joannes Marcelis. Theod Brants, drie reeds genoemde priesters. Gerardus Bos-mans, rector Crucis et Joannis Baptists in choro de Kessel afwezig. Arnoldus Gulielmi Hannen, rector Praesentationis Marise, student te Leuven. Henricus Vagemans, rector Catharinae et Barbarae, Franciscus

5r

ocr page 59

KAPELANEN TE ZOMEREN.

a Pascuis, rector Jacobi, wil afstand doen ten voordeele

van Joannes Brants.

De altaren van Brigida (i) of van Petrus en Paulus en Elfduizend Maagden hadden toen geen rector; zij worden in 1616 aangehaald (bl. 14).

1610. Franciscus Jaspers, rector (bl. 14).

In de kerkvisitatie van 23 april 1616 worden genoemd: 1616. Franciscus Berckvens, rector altaris S. Spiritus en rector der kapel te Opstal. Berckvens ook de Berckvenne was van 1625 tot 16 november 1634 pastoor te Dennenburg, waarna hij weerte Zomeren voorkomt als rector altaris S. Crucis et S. Spiritus en tevens « rectoir van St Lenart capelle. »

i5i6. Mr Joannes Vareel, rector Jacobi, daarna kapelaan te Weert. Henricus, Pater in Achelen, rector Catharinae. Theodericus van Asten, rector Catharinas, kapelaan te Asten.

1634. Marcelis Goossens te Zomeren geboren 3o October i5Si, sedert 1606 priester, rector Brigittse, resideert te Heeze. Franciscus, pastor Sterxellensis, rector Annse. Mr Everardus Horckmans, rector Jacobi, resideert. Franciscus van Berckven, rector Crucis et Spiritus en van St Leonaidus' kapel, resideert. Mattheus Diricx, rector Catharinae. De altaren van Anna en het beneficie van het hoogaltaar hadden toen geen rector.

1648. Phil. Joan. Michielsen, rector der kapel te Opstal, sluit de lijst der beneficiaten, dewijl in 1648 de geestelijke goederen aangeslagen zijn.

16.. Henricus van Riel, van Helmond, was in 1696 kapelaan van St-Jan te 's Bosch, verrichtte 25 december 1704 te Brcugel de godsdienstplechtigheden en werd er 12 februari 1700 pastoor ingeleid.

52

17.. Anselmus Bossers, van St. Oedenrode. In 1719 rector te Ommel (Asten), in 1726 pastoor te St, Oedenrode, waar hij 11 maart 1739 overleed.

(1) Wat lager in bij 1634 leest men Brigitta.

ocr page 60

kapelan en te zomeren.

1719. Petrus Aerts, van Lommei, in 1724 pastoor te Dinter en in 1726 te Lommei tot zijnen doodinaug. 1740.

1764. Wilhelmus Fransen, van Lommei.

1788-95. Wilhelmus Baeten, van Moergestel. Hij was in 1782 kapelaan te Erp, van 1795 tot zijn dood 1799 pastoor te Bedaf onder Vorstenbosch.

1795-04. Jacobus van Steenacker, van Sevenum, in 1804 tot zijn dood 28 december 1809, pastoor te Stratum.

1804. Jan Verwetering, van Veghel, in 1812 pastoor te Lommei en daar i5 september i836 overleden.

1812-16. Joan. And. v. der Heyden, van 's Bosch, in 1816 kapelaan te Eindhoven, pastoor te St-Oedenrode 1 augustus 1826, waar hij 17 februari 1846 overleed.

1816-22. Theodorus van de Ven, van Bokstel, in 1814 kapelaan te Liempde. Pastoor te Wintelre 1822 tot 7dec. 1857 zijnen dood. Hij is 21 maart 1790 geboren.

1822-27. Godefridus Joan Verhofstadt, van Ge-mert, in 1827 assistent te Soerendonk, in i83o te Ryt-hoven, pastoor aldaar in i83i tot zijn afstand in 1862.

1827-44. Ant. van der Vorst, van Lierop, in 1844 pastoor te Oyen.

1843-52. Corn. Theod. van Erf, van Oss. In i852-62 kapelaan van St-Jan te 's Bosch. In 1862-80 pastoor te Vught ,

1844-54. Laurentiusv. d. Heuvel, van St. Michiels-Gestel. Hij was eenigen tijd te Maastricht in bediening, werd kapelaan te Oorschot in i836 en in 1854-78 pastoor te Macharen.

1853-84. Franc. Ant. van den Eynde, zie de pastoors-lijst, bl. 5o.

1863-67. Ed. Theod. van Kemenade, geb. 1 mei i836 te Beek en Donk, 60 pr, i5 mrt 67 rector aan het gymnasium te Gemert, 2 juni So pastoor te Gestel-Eindhoven, waar hij 29 januari 86 overleed,

i863. Judocus van de Ven, geb. 28 juli 35 te Eindhoven, pr 14 juni 62, kap 68 te Leende, kap 78-81 te Zomeren, toen pastoor te Hatert.

53

ocr page 61

kapelanen te zomeren.

1867 maart—21 april 6g. Joan. Dion. Joren, geb. in i83o te Zevenbergen, pr 54, kap. 21 april 6g te Asten, in 79 pastoor-deken te Leeuwen.

1869-71 dec 3r. Joan. Gaspar van Vroonhoven, geb. 17 april 1839 te Son, pr 55, kap 66 te Maarhees en 3i dec 71 te Schijndel, ten jare 84 aldaar in de toen opgerichte parochie van het Wijbosch pastoor,

1871 dec. 31 — 78. Joan. Ant. van Heesch, geb. i5 dec. 45 te Oss, pr. 71, kap. 3o jan. 78 te Boekel, in 82 kapelaan te Leeuwen en in 1890 pastoor te Batenburg.

1878-81. J. van de Ven, voornoemd in i863.

i88i-83. Petrus van den Gevel, geb. 1847 te Son, pr 72, ass te Gestel bij Eindhoven, in 83 kap. te Megen.

1883-85. WalterusH. van Besouwen, geb. 59, pr82, ass te Steensel en Knechtsel, 85 kapte Nymegen (Augustijnen-kerk), in 88 professor te St-Michiels-Gestel.

1884-88. J. A. Leenen, geb. 5i, pr 76, in juli 88 kapelaan te Veghel.

i885. Antonius Rovers, geboren te Tongelre i856.

1888-91. Leonardus Deenen, geb. in 1846 te Vierlingsbeek, werd pr in 74, kap 75-88 te Luiksgestel, 8 nov. 91 pastoor te Ooy en Persingen.

1891 november 8. Henr. Jos. Berkelmans. geboren in 1864 te Oosterwijk, werd in 1889 priester, in 89 assistent te Ooy en Persingen.

54

ocr page 62

VI

Het Klooster der Franciscanessen,

IT klooster, in de nabijheid der tegenwoor-dige kerk, werd gedeeltelijk^opgetrokken met de bouwstoffen der gesloopte oude parochiekerk. De ^y bouw, op groote schaal aangelegd, is in 1870 \ voltooid, zoodat er in februari dezes jaars eenige Zusters uit het Franciscanessen-klooster te Gemert herwaarts kwamen en al aanstonds aan een tweehonderdtal meisjes godsdienst, taal en handwerk begonnen te leeren. Om de uitgestrekte parochie en den verren afstand van vele scholieren, blijven er van Allerheiligen tot Paschen omtrent veertig kinderen het middagmaal in het gesticht gebruiken. De volgende Zusters vestigden er zich in : 1870. Aldegónda van Kol, van Eindhoven, Moeder, met de Zusters : Alphonsa Terborg uit Geldorp, Mathilda Sporenberg uit Eindhoven, Benedicta van der Aa uit Schijndel, Stanislas van Vessem uit St. Oeden-rode, Josephina van de Rijt uit Beek en Donk, Coleta van Brussel uit Gemert en de werkzuster Agatha.

Op de Moeder A. van Kol volgde :

Theresia Smeeds, van Weert ; zij werd van hoofdonderwijzeres te Gemert, Moeder, en overleed in 1882.

i882-85. Maria....... Moeder, geboren te Vught ; zij

werd in i885 naar het moederhuis te Gemert verplaatst. Het personeel in 1892 bestaat uit ;

Maria Cath. van Dijck (Zuster Leonarda), sedert i885 Moeder, geboren 7 september 1826 te Leende ;

ocr page 63

het klooster der franciscanessen.

Anna Mutsaers (Zuster Lucia), geboren 6 juni 1827 te Tilburg ;

Anna Maria Dalleu (Zuster Magdalena), geboren

26 dec. 1840 te Waalwijk ;

Maria Donata van Erp (Zuster Humiliana), geboren 23 april i85i te Oss ;

Petronella Ysbouts (Zuster Francisca), geboren 22 maart i83g te Zomeren ;

Francisca Frensen (Zuster Joanna), geboren i3 juni 1841 te Asten ;

Gertruda v. d. Plof (Zuster Josepha), geboren 8 dec. 1854 te Mill ;

Henrica Coolen (Zuster Alexia), geboren 1 juli i856 te Zomeren ;

Joanna v. Rijswijk (Zuster Andrea', geboren 25 december 1862 te Loon op Zand ;

Helena Joosten (Zuster Egidia), geboren 23 maart 1872 te Helmond ;

Wilhelmina Jansen (Zuster Veronica) geboren 18 dec. 1837 te Asten ;

Adriana Scheepers (Zuster Norberta), geboren 22 april i854 te Heze ;

Wilhelmina v. d. Boom (Zuster Dionisia), geboren

27 mei 1866 te Zeelst.

In den voorgevel des gebouws prijkt het jaarschrift van 1870 :

XenoDoChIUM paroChIaLe InfantI aC senI.

Luidens dezen inhoud verstrekt de bouw ook tot gasthuis, waar jongelieden en ouderlingen vanZomeren's parochie opgenomen worden. Voor dit gesticht hebben de drie gebroeders van den Eynde, pastoors van dit dorp, veel bijgedragen. Tot dusverre is aan het klooster nog geen rector verbonden, de geestelijke dienst wordt er door den pastoor der parochie verricht.

56

ocr page 64

■VII

Lijst van seculieren en regulieren die te Zomeren geboren en ten jare 1892 in leven zijn.

a over de dienstdoende geestelijken te Zomeren gedurende vele eeuwen uitgeweid, en ook op het aldaar bloeiend klooster van onze dagen een oogslag geworpen te hebben, deelen wij thans de lijst en woonplaats der in 1892 nog in leven zijnde Zomerensche geestelijken en religieuzen, volgens alphabetische orde, mede :

Seculieren en Regulieren.

ASTEN (van) ANTONIUS, sedert 1878 pastoor te Bergeik, op Het Hof.

BENNENBROEKS PetrusJOANNES, Pater Franciscaan te Wychen

boer (van den) gerardus, sedert 1880 kap. te Tilburg, 't Goirke. » » » joannes, » 1879 » » St Oedenrode » b » petrus, werd Pater Franciscaan (Ivo) te Weert, is nu missionaris te Chiansi in China Deze drie zijn gebroeders.

Bree ;vani joannes, Broeder Trappist te Achel,

bussel (van) Joannes werd Pater Franciscaan (Chrysostomus) te Weert, is nu in de missie bij Petrus van den Boer (Pater Ivo).

bussel (van) Petrus, Pater Capucijn (Solanus) in Velpbij Grave.

DrieSSEN JOANNES, Jezuiet en missionnaris in Amerika.

gaal (van) FranCISCUS, Pater Trappist (Julianus) en novicen meester te St-Remie bij Rochefort in België.

GAAL (van) JOSEPHUS, Broeder Trappist te Achel.

Deze twee zijn gebroeders.

HlKSPOORS TheODORUS, Pater Carmeliet te Osch. Den 5 juni

ocr page 65

religieuzen geboren te zomeren.

iSg2 protessor aan het gymnasium te Zenderen bij Borne in Overijsel

HOUTS (van) JOANNES (it trad in 1886 de Premonslratensen-abdij te Postel-Molle binnen en werd er 19 december iSgi priester.

houts (van) wilhelmus vertrok, na zijne studiën geëindigd te hebben in het Missiehuis te Turnhout, in 1892 als Jezuiet naar Amerika.

hurkmans joannes, Broeder Trappist te Berkel Tilburg

kerkhof (van de) gerardus, Broeder Franciscaan te Weert. » » « joannes, » » »

KUIPERS, J., Broeder Trappist te voornoemd St. Remie, (Geboren in het Eind.)

lammers mathias, in het Fraterhuis te Tilburg.

martens antonius, Broeder Franciscaan te Weert.

verberne henricus, sedert 1888 pastoor te Besooien » wilhelmus, Broeder Franciscaan te Megen.

verhoysen franciscus, a » te Wychen.

» Leo i2 'Theologant op 't seminarie te Haaren.

wvnen, Broeder Trappist in den Elzas.

Vrouwelijke Religieuzen.

boer (van den) dina, Liefdezuster in de afdeeling te Kuik St. Agatha.

boer gt;• joanna, quot; hoofdonderwijzeres in de af

deeling te St. Michiels Gestel.

boomen (van dem catharina, Franciscanes, hoofdonderw. Vught, quot; quot; quot; henrica, - te Oorschot

quot; joanna, quot; afdeeling te Mierlo.

üriesskn dina, Liefdezuster in de aldeeling te Budel

engelen bertha, Zuster van het Gezelschap van Jezus, Maria en Jozef i3' te Waalwijk.

fiupsen zie PllILIPSEM

gaal van; elisabeth, religieuze van O.-L.-Vrouw van het H. Hart te Brussel

gaal (van) francisca, » « - «

H art te Brussel

hermans dina, Garmelites te Boksmeer.

hoefnagels maria, Liefdezuster te Schijndel.

(1) Deze en de volgende zijn gebroeders, hunne zuster Maria is Ursuline ; de oudere broeder Henricus stierf een heiligen dood als Jezuiet, 10 januari 188ó in Engeland 2) Franciscus en Leo zijn gebroeders en zonen van den burgemeester. (3) Ook wel Jezuietessen geheeten; het moederhuis van Engelen is sedert 1871 in de Postel-straat te's-Hertogenbosch. Elisabeth de Wit vertrok in 1892 als Ursuüne-werkzuster naar Batavia.

58

ocr page 66

RELIGIEUZEN GEBOREN TE ZOMEREN.

Houts (van) Catii., Liefdezuster van 's Bosch, afdeeling te Eist in Gelderland.

Houts » Joanna, Franciscanes te Gemert.

quot; quot; Maria, Ursuline-ondervvijzeres te Batavia (i).

quot; •» wilhelmina, Liefdezuster van 's Bosch, afdeeling te Montfoort

Isbouts Petronella, Franciscanes in de afdeeling te Zomeren.

Kerkhof tvan de) Theodora, Franciscanes in de afdeeling Gemert.

Konijnenberg, Henrica, Ursuline-werkzuster te Batavia.

Koolen Joanna, Ursuline-onderwijzeres (Stanislas) te Batavia.

» Alexia, Franciscanes in de afdeeling te Zomeren

Lammers Bertha, Zuster te Waalwijk (zie bij Bertha Engelen).

» Elisabeth (2) Zuster van den Goeden Herder te Leuven.

« Dina, Zuster van Jezus, Maria en Jozef te Waspik.

Lucas Hendrina, Franciscanes (Cecilia) te Gemert.

Maas Maria, Liefdezuster in de afdeeling te Weert.

quot; Wilhelmina, Franciscanes (Brigitta) afdeeling Gemert

Philipsen Joanna, Overste der Ursulinen te Batavia.

Rovers Dina, Zuster te 's Bosch zie bij Bertha Engelen)

Roymans Elisabeth, Jezuietesse, ook Zusters van het Gezelschap van Jezus, Maria en Jozef te Waalwijk.

Roymans Elisabeth, Ursuline te Grubbenvorst

« quot; Franciscanes te Leeuwen.

Snijders Joanna, Liefdezuster in de afdee ing te Weert.

Sonnemans Wilhelmina (3 , Liefdezuster te Amsterdam Cafdeeling Rufinus).

Sonnemans » Medarda), Zuster van Tilburg, in de

afdeeling te Venlo

Sonnemans Henrica (Odelberta , Liefdezuster te Amsterdam (Leliegracht) eene andere afdeeling.

Verberne Antonetta, Franciscanes Theresia) te Gemert.

quot; Henrica, » te Oorschot.

quot; Makia Anna, Liefdezuster te Deventer.

» Wilhelmina, Ursuline onderwijzeres te Batavia.

Verhoysen Anna (4) Franciscanes te Oorschot.

» Dina, » van Oorschot, hoofdonderwijze

res in de afdeeling te Hilversum

Indien men het getal inwoners (in 1891 bedroeg het 3009) in aanmerking neemt, dan ziet men dat deze

(1) Zie de i* nota van bladz. 58. (2) Elisabeth en Bertha zijn gezusters. (3) Deze drie Sonnemans zijn gezusters, hare tante Francisca Sonnemans overleed in mei 1802 als werkzuster te Oorschot. (4) Anna en Dina zijn dochters van den burgemeester.

59

ocr page 67

zomeren's bevolking.

6o

gemeente (i) zeer veel priesters en religieuzen heeft, die deels in Europa, deels in Amerika en Azië (Batavia) aan hunne zaligheid en aan die van hunnen evennaaste werken.

(i) Den i januari iSyS telde men er 3048 inwoners, verdeeld in 2881 Katholieken en 61 Protestanten; in 1880 waren er 3048 inwoners.

quot;VIII

Akten van schepenen en notarissen, met bijzonderheden uit die stukken.

1301—1640.

e vroegere schepenbank, dikwijls laat-en ding-Jtamp;è* bank genoemd, bestond uit zeven leden, geko-zen uit deugdzame en meestal uit de gegoedste Jfy personen. Bij de aanvaarding van dien post, legden zij den eed van getrouwheid en rechtvaardigheid af. De eedformule van Zomeren vinden wij niet in het archief, doch daar zij wellicht met die van Reusel, ten minste zelfstandiglijk, zal overeenkomen, geven wij, vooraleer verder te gaan, de formule van deze schepenen : « lek sal rechtveerdig oirdeelen ende vonnissen gheven, weduwen ende weesen sal ick helpen tot hunne goede rechte, ende allen die des vandoen sullen hebben, ende catholycken roomsche religie ende onse bancke costuymen.... sal ick voorstaen.... ende sal ick niet laten om vader ende moeder, om zuster ende broeder,

ocr page 68

[gt;^ ^-^V-'^fe«*Awr Bav, a«tvgt; ^gt;va^

1is»fc«, W^ r^gt;«; fV UvCC^Sr^. %v- WvwAsxC

^Uêf r^ ^ ftf; fAM^- •?■«- »«« ^ «,.,»« öe«.vve gU}^. ,

w . c , , , Ö«t»-Hv«c- svvr ft*- feim-Ct Viv^ A0_ ^ ^

V.^ WQt ^ ^■quot;- **^vfife VMv-.^r. ^MW^- 2L

rj^eti Vwiiao^v,^ 'fcij# Wow4 èt6wr^rp«wv^ ^

^ ftrtekT |wv^ f4^^ RvM^o.wnT »r^«A6w \SW?C feefr^o» CNgt;uf ^Wnr r» ^K

**\lt;ï

Lith. Fcddegon S' Co. — Amst.

ocr page 69

AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN. 6l

*

om gifte oft gave, om 't geenderley, noch om de vreeso van de doot. »

Die leden waren de veiligheidsmannen voor vgle zaken ; zij sloten akten van verkoopingen, van giften en gingen andere verbintenissen aan. Alle bescheiden, door de schepenbank verleden, moesten met het zegel gesterkt worden, gelijk wij dan ook zien bij al de stukken van Zomeren die in ons bezit zijn.

Jan hertog van Brabant verheft deze plaats tot eene vrijheid en bepaalt 2 juli i3oi, « sondach na St. Peters en Pauwels dach », dat te Zomeren zeven schepen zullen worden gekozen, die « hen overhooft (opperhoofd) hebben aen onse schepenen ten Bossche », en dat die van Zomeren vrij zullen zijn van alle « exactiën, tollenende beden. » Men betaalde hiervoor jaarlijks dertig pond zwarte tour-noisen, welke som in 1646 vastgesteld werd op zeven en zeventig en in 1788 verminderd tot dertig gulden.

Na dit algemeen overzicht treden wij in bijzonderheden van zeer vele akten dezer bank. De stukken zijn in 't Nederlandsch, op perkament en meestal met het schepenzegel gesterkt.

De oudste schepenakte in de Nederlandsche of Diet-sche taal dagteekent van i35o ; het zegel is verdwenen. Met aanvulling der talrijke verkortingen en bijvoeging der ponctuatie deelen wij dit geheele perkamenten handschrift mede, wiens facsimile hier tevens voorgesteld is : Wy heinric van der hoesiden, heinric die vrede, didderic van aelst, ghevart van den horrec, didderic snoec van der santvoert, willem van van den eckerbroec tnde jan herinc, scepen te zomeren grute« met kennisse der waerheit alle die ghene die dese teghe/nvordigbe/t brief solen sien oft hore« lesen enrfe doen hen cont dat voer ons is comen heinric kelremaw enrfe heinric van der hoesiden ende hebbew gheloeft (aan) bruder Jan den .. meister van postel op hen e.vide op hoer goet, tnde allen andere/j meisteren, die na hem comen solen lot des Gods hues behoefe van postel, waer dat sake, dat her heinric van hersele oft ymant van synre weghen attempteerde des goeds hues goet van postel, endc mids die rechte van der kerken weghen van zomeren voerder 'verderlt; dan syn voerseter ghehadt hebben, die werelec waren, dat sy die scade tndc dien coste tnde twee hondert pont, al sulkeres

ocr page 70

AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN

ghels als in borsew (i) gheet dew meester van postel voernoemt weder keder besolen {2) tot des gods hues behoef van postel voernoemt en^e ghelden. dese voernoemde brief sal durew also langhe als her heinric van hersele voernoemt persoen te zomeren is ende niet langher, tnde dan syn dese voernoemde borghcn heinric kelreman enrfe heinric van der hoesiden het deser voerghenoemder gheloefden. In orconde der litterew beseghelt met des dorps seghel van zomeren ende om beden wille beiderpaer voerschreven also als ghewoent is. Ghe^even) lt;ten jaer ons heren doe mi screef dusent driehondert enrfe vijftech op sente gheertruden dach, die gheleghen is in den mei.

i35o, vrijdag na Invocavit-zondag (2ofebruari). Alhoewel deze akte niet door de schepenen van Zomeren, maar door die van 's Bosch gemaakt is, geven wij hier toch het stuk, omdat het Zomeren raakt. De verkortingen zijn in cursief gedrukt :

Arnoldus dicfus Vulroc filius quondam Henrici filii quondam Deyn-kini de Vladeracken totum jus, ipsi Arnoldo de morte d/c/i Deynkini sui quondam avi, atqzlt;ede morte d/cfi Henrici sui quondam patrisjure successionis hereditari aduolutum in bonis, quae fuerant dicfi quondam Deynkini, diesis cofn/nHniter tot Vladeracken, sitis in parochia de Zomeren, ut ipse dicebat, ac in attinentiis eorumdem bonorwm omnibus et singulis ubicunque locorum situatis, ut asserebat, Johanni suo fratri libere et hereditarie supportauit, integraliter tradidit et effestucando resignauit, modo in talibus consueto, promittens d/c/us Arnoldus, ut debitor prfneipalis super se et bona sua omnia, quod ipse supportationem, traditionem et resignationem huiusmodi ratas et firmas sine quacumque contrad/c^ione perpetue obseruabit, et omnem obligationem ex parte eiusdem Arnoldi in hiis existen/enz, prefato Johanni suo fratri deponet omnino. Testes interfuerunt scabini in Buscho duc/s Henricus de Arkel et Godefridus Sceyvel. Datum feria sexta post Dominicam Inuocauit, anno Domini millesimo CCC quinquagesimo.

62

In deze akte, met de ongeschonden zegels der Bossche schepenen Hendrik van Arkel en Godfried Sceyvel gesterkt, worden de Vladerakensche goederen, onderZome-meren, aan Jan Deynkins met de vereischte plechtigheden afgestaan.

(i) Tweehonderd pond volgens den koers van dien tijd. (2) Betalen.

ocr page 71

MET BIJZONDERHEDEN UIT DIE STUKKEN. 63

i357 en 1359. Volgens dit handschrift bestond er eene moeilijkheid tusschen Stakenburg en Postel, tot wiens verwijdering Joannes Tserclaes, deken der St. Gudula te Brussel, als scheidsrechter optreedt.

i362 april 28, brengen de schepen Dirk van Aelst, Jan Hughen, Maes van Aelst, Dybout van Eckerbroeck, Matheus die Scoemeker (in een ander handschrift : Scoe-stiker), Hubrecht Peters en Art Hermeszoon ter kennis, dat Hendrik Marceliszoon, Hendrik van Mierlo, Marcelis van den Bovenecker van Vlierden, Ysebout Brustens van den Scoet, Zeghers Zegherszoon van Helmond en Willem Ghibenzoon van Meyel beloofd hebben den overste van Postel 800 pond, Bossche munt, te betalen vóór St. Jan i363, en nog 262 pond na drie jaren. H. Staecskens en G. van Berghelen worden in dit stuk aangehaald. Het zegel is verdwenen.

i362 's woensdags na St. Dionisius, getuigen de vijf voornoemde schepenen, dat vóór hen « syn comende in eenen gheseten ghedinghe Dybout vanden Eckerbroeck ende Henric de Vroede » om met Catharina de deeling van goederen te eischen. Dit is het oudste handschrift waaraan het schependomszegel nog bevestigd is met uit-hangenden strook. Het randschrift luidt ; sigillum-

COMMUNE-SCABINORUM-DE-SOMEREN (bl. 7).

1367 Reminiscere-zondag, 14 maart, staat Catharina, dochter van Marcelis van den Eynde (de Fine), al hare goederen aan Andreas Rupemont, overste van Postel, af; die afstand gebeurde in de tegenwoordigheid der Bossche schepenen Giselbertus van Doorn (de Spina) en Jan Boudewyns (Johannes filius Boudewi). De twee zegels zijn verdwenen.

1372 's woensdags na St. Remigius, melden de schepenen Jan Marienzoon, Hubrecht Peterszoon, Jan van Aelst, Gerit van der Straten, Jan Hughen, Maas Ba-kermanszoon en Jan Bolx, dat Dybout door Jan van den Rode betaald is van wege Postels godshuis, uit goederen de Lynstrepen en de Peerakker, welke Jan

ocr page 72

64 akten van schepenen en notarissen

« voers tieghen Dy bout Henricx soen gecoft heeft. »

1379 den 4 mei, brengen Lodewijk van Endehouts, Simon Lambrechtszoon, Jan Mariënzoon, Willem van Eycke, Dirk die Vroede, Jan van den Rode en Marcelis Eyseken ter kennis, dat Spapenzoon vóór hem verschenen is tijdens het bewind van Henricus van Stakenborg, overste van Postel, belovende de boomen, uitgenomen de fruitboomen nabij zijn huis, te zullen ruimen, die den wind beletten om te malen. Zegels als bij i362.

Dezelfden waren 25 januari i386 schepen, doch voor Eyseken staat Henricus Mertenszoon.

1384 St. Matheus-avond, melden Jan van Rode, Jan Mariënzoon, Simon Lambrechtszoon, Hendrik van Aelst, Dirk de Vroede, Willem van Eycke en Hendrik van Stiphout, dat Hendrik Bufaes zoon van Gerardus van Eycke een beemd te Lierop voor Postel gekocht heelt.

1387 eersten zondag na Lichtmis (4 februari), bekennen de vijf eerste schepenen van 1379, dat Jan van Rode een beemd kocht in het Ramsel te Zomeren. Zegel gelijk bij i362.

1389 waren schepenen Jan Mariënzoon, Simon Lambrechtszoon, Dirk die Vroede, Willem van Eycke, Willem de Raes en Roef van Verster. Ook hier is sprake van eenen beemd te Ramsel.

1391 eersten zondag na 24 juni [zS juni) verklaren Jan van den Rode, Jan Bolx, Jan Mariënzoon, Simon Lambrechtszoon, Hendrik van Stiphout, Willem de Raes en Hendrik van Werdinghen, dat Hadewigis van der Heggen een stuk land op Slyven afstaat. Zegel aanwezig.

1399 mei 1, gewagen Arnoldus Eye, Dirk die Vrode, Roef van Verster, Hendrik van der Avenne, Hendrik Simonszoon, Hendrik Mertenszoon en Dirk Ghyelenzoon, dat de eerwaarde heer Maes, zoon van Gerard van der Straten pastoor of, volgens het oorspronkelijk handschrift, « persoen inde kercken van Nuenen ende van Gherwen » met zijnen broeder Gerardus aan Nicolausvanden Rode, onderoverste van Postel, tot voordeele dezes Godshuizes

ocr page 73

MET BIJZONDERHEDEN VAN DIE STUKKEN.

een beemd, te Roemsel, erfelijk verkocht hebben, naar een handschrift van Gerwen van rigg. Het stuk is met drie zegels bekrachtigd geweest, te weten op de eerste plaats met dat van den pastoor, vervolgens van zijnen broeder en eindelijk van de schepenen; alleen het zegel des pastoors is gedeeltelijk overgebleven. Voornoemde schepenen, doch met vervanging van Gerardus de Clerck en Peter de Hoect voor Mertens en van Eye, verklaren (1400, St. Servatius) de verkooping der goederen in xSgg onder het schependomszegel.

IA01 St. Thomasfeest, melden de schepenen Simon Lambrechtszoon, Gerard de Clerck, Roef van Verster, Jan Bolx, Dirk Gielen, Hendrik van Avenne en Petrus de Hoect

65

Dat voor ons is comende Henrick geheyten van Staeckenborch, wittige soone wylen Willem die men hyet van Staeckenborch ende jouffrouw Margrite, wittich wyff wylen Jans die men hyet van Kessel, syne wittige suster ende jouffrouwe Margrite voors, wittige dochter die by heur hadde heuretwee eerstgeboerne soonen Henrick endeJan, die men sal hyeten Staeckenbroeck (1) ende heeft Henrick, geheyten van Staeckenbroeck, opgedragen ende overgegeuen jouffrouwe Margrite, wittich wyff Henrick gehyeten van Staeckenbroeck ende haere wittige eruen eenen pacht van hondert gout gulden, goet van goude ende swaer van gewichte, die de meester vanden Gotshuyse van Postel geit ende alle jaere te gelden schuldich is binnen Someren op onser Vrouwe Lichtmis dach voor 't gebruyek van allen syns vaders goederen ende erffenissen binnen Someren ende Lyrop gelegen, die welcke alsamen die meester van Postel daer voor gebruyekt^nde ge-bruyeken sal een tyt van hondert jaeren en eenen dach, ende langer niet, gelyck als die schepenen brieven, die daer op gedicht ende ge-maekt syn, volcomenlyck begrvpen ende inhebben. Ende heeft voor-ders Henrick, gehyeten Staeckenbroeck, jouffrouwe Margrite voors, twee eerstgeboerne soonen Henrick ende Jan, die men sal hyeten Siaeckenbroeck. verclaert ende bekent voor syne rechte wittige eruen aen alle de selue verpande goederen ende erffenissen in Someren ende Lierop gelegen ende heelt haer opgedragen ende ouergegeven alle recht, dat hy aen die selue van wylen Wilmen, synen wiitigen vader geerft ende verkregen heeft, alsoo dat sy ofte heure rechte wittige eruen, naer verloop der pant jaeren voors, alle de selue goederen.

(1) Hier wordt het eerste gerept van Stakenbroeck.

ocr page 74

AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN

teweten vier erffenissen (ii inde prochie van Someren de geheele thien-den ende den wintmolen, ende noch een goet geheyten Moersel. een geheyten Stipdonck ende een geheyten Lyrop, wederom aanveerden ende ten eeuwigen dage erffeiyck besitten sullen, gelyck al de rever-salen ende schepen brieuen, die ons schepenen voorbracht ende bewe-sen syn, volcomelyck begrypen ende in hebben. Weleke reversalen en schepenen brieuen Henrick van Staeckenbroeck jouffrouwen Mar-griten opgedragen ende ouergegeuen heeft, ende ten behoue van heur eerstgeboerne soone voors. ende desen broeder ende susteren, die noch naer desen geboren mochte werden ende heure rechte eruen op die seiue reversalen en schepen brieuen, ende op recht ten eeuwigen dage helmelinge vertegen ende beloff d opdragen, d overgeuen ende tfer-tyen voors. eewichlyck vast ende stedichte houden.

Besegeit metten gemeynen segel ons schependoms inden jaere ons Heeren 1401, op St. Thomas apostels auont.

Aan het origineel was het zegel met een dubbel uit-hangenden staart vastgemaakt, luidens P. Gillis i5 september 1625.

1404 maandag na Lichtmis, verklaren de schepenen Dirk de Vrodc (3) Willem Herinc, Jan van de Water-laet, Nicolaus de Ridder Dirk Gielenszoon, Hendrik van den Avenne, Gerard Arntszoon en van der Straten, dat met den onderoverste van Postel de grenzen tusschen den Hoogenakker en de erfenis des Godshuizen getrokken zijn. Zegel als bij i362.

1408 daags na St Jacobus Apostel, waren voormelde schepenen Avenne, Arnts en Straten vervangen door Hendrik Simonszoon, Hendrik die Monyc en Jan Jans Mariën ; zij bekennen dat Willem van Doorn de rente, door Postel hem schuldig, kwijtgescholden heeft ; zegel als 1362.

66

1410 Maria-bezoeking, zijn Willem Herinc, Nicolaus die Ridder, Hendrik van den Avenne, Rodolph van Verscher, Dirk de Vrode, Jan van den Waterlaet en Jan Jans Mariënzoon, als getuigen der opdracht van twee stukken land, een bij den Huls en een op den Schoot, opgetreden.

(U Boerderijen. (2) Men leest nu eens Vrode dan weer Vroede.

ocr page 75

MET BIJZONDERHEDEN UIT DIE STUKKEN.

1411 daags na St, Michael, treden de schepenen Lo-dewijk van Eyndehouts, Nicolaas de Ridder, Dirk de Vrode, Hendrik van den Avenne, Hendrik die Monyc en Govaart Hendrikszoon als getuigen op, dat P. van Berghe een stuk land te Hersel (Lierop) voor Postel gekocht heeft.

1413 november 22. Deze perkamenten akte meldt de huurceel der hoeve Akkerbroeh ; daar het stuk vele bijzonderheden bevat, wordt het hier in zijn geheel medegedeeld :

Wy Lodewyk van Eyndhouts, Claas die Ridder, Dirk die Vroede, Hendrik van den Avenne, Gerart van den Rode, Dynont Sanders en Jan Roerselman scepenen in Zomeren doen cont enyegeliken dat voer ons is comende

heer Jan van Eyke, meester ende prouisoer des Godshuys van Postel, ende heeft verliet ende verpacht Dyriken soen Daneels Bidden soen was tgroet goet ten Eckerbroeck, gelegen in die parochie van Zomeren, toebehoerende den voirs Godshuse met allen sinen toebe-hoerten, sesse jaer lanc, van paesschen naest voerleden, die deen den anderen daer nae naest volgen sullen, elcs jaers van de sesse pacht jaren, voirs omme

tween twyntich mudden rogs ende acht mudden ghersten der malen van Postel op onser Vrouwen Lichtmis dach tot Venbergen (onder Valkenswaard) te leueren ende te betalen.

Item Dyrc pechter sal geuen elcs jaers opten voirs sondach een loopen raepsaets met enen driesacke.

Item elcs jaers een voeder walmstroes (gehuiverd stroo om daken te maken) een voeder scobben (gebroken strooj aen die hamel tot Moersel {Morselhoeve onder Lierop).

Item alle beesten, die opt voirs goet wesen sullen den tyt voirs, als horenvee, paerden, scapen, verken ende byen, de sullen tusschen hen te halvere wesen ende in rechter geselscap.

Item Dyrc sal hauden een paert van tien audere scilden altoes be-reet te syn, als dat Godshuys te doen heeft, ende alle kerweyen te doen, gelyc anderen laten.

Item die husynge van wenden ende van daken, die heymingen, grachten ende gestichten sal hy wael ende lol berlyc hauden. Ende als die h-synge tymmeryngen behoeft soe sal men hem tymmerluden seynden ende loenen, mer hy sal se vueden op sinen cost sonder yet daer af te rekenen.

Item hedde [had] hy vianden, die des Godshuys vianden wesen

67

ocr page 76

AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN

wouden {wilden) om sinen wille, die sal hy stillen op synen cost son-der des Godshuys scade, ende hedde dat üodshuys vianden, dat God verbieden moet, soe sal hy syn goet aventuren met des Godshuys goede, oft syn tyt sal vyt wesen, voert eest vorwarde oft Dyrc pechter voirs, storue (^om sterven, bynnen den voirs sesse jaren dat dan altoes tot Paesschen daer naest volgende syn tyt vyt wesen sal Ende Dyrc pechter voirs Lambrecht van der Heggen, Gerart Theeus soen, Jan Loemaer, Arnt Ghielen soen ende Jan Yden Dircs soen hebben ge-loeft als principael sculderen gesamenderhant, ongesceyden ende een voer al op hen ende op alle huer gueden den voirs heer Jan den voirs pacht den tyt voirs ter stede voirs te leueren ende te betalen, ende alle pumen ende vorwarden voirs te houden, te leysten ende te voldoen. Besegeit metten gemeynen segel ons scependoms van Zomeren. Ghe-geuen int jaer ons Heren 1413 november 22.

1417 juli i, verleent, in een latijnsch stuk, Gerardus Molitor (de Molenaar) aan den overste van Postel, Jan Van Eyck, kwijtschelding van 70 gulden, die het klooster ter gelegenheid van den molen schuldig was. De schepen Zibertus van Hoculem en Jan van Dussen zijner getuigen. Het zegel van den eersten schepen is nog aanwezig.

1422 mei 7, verklaren de schepenen Nicolaus die Ridder, Jan Mariënzoon, Jan van den Zoerssel, Dirk die Heer, Jan Dirk Gielen zoonszoon, Jan Willemszoon van Dyepenbroeck en Jan van Heyenbraken, dat Willem van IBoeschot het Godshuis van Postel en zijne goederen heeft ontslagen ten eeuwigen dage van « allen schot ende aenspraeke die hy ofte yemant van synre wege dar op hebben mucht in enigher manieren. »

1435 juli i5, omstreeks 1 uur, het V jaar des paus-schaps van Eugenius IV, maakt de priester en openbare notaris Theodericus Austaden, van Asten, eene latijn-sche akte waarin Hendrik en Renier, zonen van Willem van Boisscot, den religieuzen van Postel kwijtschelding verleenen onder hypotheek hunner roerende en onroerende goederen. Ridder Willem van Eyck liet dezen notaris hiervan akte verlijden ; zulks geschiedde op den openbaren weg (supra communem plateam ante domum predicti Henrici) vóór het huis van Henricus van Boes-

68

ocr page 77

met bijzonderheden uit die stukken. öq

scot te Zomeren, in tegenwoordigheid der priesters Ar-noldus, Joannes en Henricus de Bruyn, enz. De notaris heeft het stuk met zijn eigenaardig handmerk gewaarborgd.

1440 maart io, bekent Willem van Beest, dat vroeger tusschen hem en « de dieneren ende ondersaten van t goedshuys van Postel » twist gerezen was, en dat hij thans dit quot;huis van allen last ontslaat. De drie uithangende strooken getuigen van de zegels, van Gerard van Steelberch, Dirk Sceper en jonker Jan van Kessel ; de twee laatste zegels zijn nog gedeeltelijk aanwezig.

1440 april 3o, bekennen Jan van der Goer, Aert de Bru3'n, Simon Dirk Simonszoon, Jan de Hane, Jan Dirk Ghielen zoonszoon, Jan van den Soersel en Jan van Hoernick, dat Postel voor den windmolen en « alle schoude ende geloefte » voldaan heeft.

1441 sporkel (1) 8, is van der Goer vervangen door Renier Hanegreef.

1443 sporkel 8, getuigen Jan Soerselman, Jan van der Stralen, Jan van den Horric, Renier Hanegreef, Simon Dirk Simonszoon en Klaaszoon Jan Janszoon gegeven te hebben aan Jan Bakermans, laat van Postel, ten behoeve van dit huis « een half buenre beempte «, grenzende aan het goed van Jordaans van Stercsel.

1450 maart 12, melden Jan van Soerssel, Willem de Bruyn, Jan van der Straten, Hendrik Mertens, Jan van den Horric, Willem Cortsmit en Daniel van Eckerbroeck, dat Lambrecht Robyns aan Postel volkomene kwijtschelding van alle betaling verleent. Zegel gelijk op bladzijde 63.

1457 september 3, over de molens, zie hierna.

1458 october 14, indictie VI, het eerste jaar van den paus Pius II, heeft de priester en notaris Jan Godefridus-zoon van Asten, te Asten het volgende testament van den priester Radulphus, zoon van Godefridus, gemaakt: aan

fil Thans sprokkel, sprokkelmaand-februari.

8

ocr page 78

yo AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN

het Maria-altaar te Zomeren 4 vat rog tot uitbreiding van den godsdienst ; 1 vat voor een jaargetijde tot late-nis der zielen van Gyselbertus en zijne vrouw Heilwigis, zoolang de pastoor zal leven ; 1 vat aan ae kerkfabne' en 1/2 aan den geestelijken koster (matnculano). Dl eraan moest jaarlijks met Lichtmis geleverd worden, en na den dood van dezen pastoor zou men dat 1 vat aan üe H. Geesttafel van Zomeren uitkeeren. Eindelijk 1 mai-der (1^ rog, voortkomende van Jan van der Stappen uit Bergeik, aan jufvrouw Elisabeth, echtgenoote van den schildknaap (armigeri) Henricus van Eyck Bij die plechtigheid waren getuigen Nicolaus van Voshole, Godetn-dus, zoon van meester Jan van Asten, beiden priesters. Het latijnsche stuk eindigt met het notarieel en rond fmet eene ster in het midden) handmerk van den notaris, die zijn naam in het figuur heeft geschreven, te weten : \o{annes (films) Go{defri)dï de Asten.

1468 maart 23, brengen Willem Cortsmit, Maes Ni colaus Smeetszoon, Marcelis van den Camp, Goessen Zelen, lan Dirk Vrancszoon en Dirk Happen ter kennis, dat van den Biggelaer een beemd in den Wansdonk verkocht heeft ten voordeele van den priester Lucas.

1469 garstmaand (sept.) 18, waren de laatste schepenen van 1468 vervangen door Reinout Janszoon van den Horric, Henricus Henselmans en Art. Janszoon.

1480 mei 16, getuigen Marcelis van der Camp, Uirk [an Gielenszoon, Simon de Bruyn, Dirk Happen, Dirk Eener, Dirk Heeze en Jan van Eckerbroeck, dat de heer van Eckerbroeck aan den overste Henricus van Eyck ten voordeele zijns kloosters een stuk land opgedragen heeft. Het schepenzegel is grootendeels versleten. De namen dezer zes laatste schepenen komen ook 3 juni 14«!

voor. T TT 1

14.82 mei 20, melden de schepenen Jan van Eckerbroeck, Jan van den Waterlaet, Dirk Heeze, Art de Bruyn, Jan de Coninck, Jan Dirk Gielens, de overgaaf

quot; (O Mafder - 126 kilos. Mar es. De Jure et Justitia, bl. Sao.

ocr page 79

MET BIJZONDERHEDEN UIT DIE STUKKEN. 71

van een perceel land aan Postel; het zegel is ongeschonden. In 1484 schenkt deze Jan van Eckerbroeck nog een veld aan het klooster.

1490 juni 29. De notaris Willem Jan van de Laer maakt op de pastorij der kerk te Eerschot onder St. Oedenrode het testament van den priester Dirk Michiel Sconck. Deze priesterteSt. Oedenrode woonachtig, sticht twee beurzen uit goederen, die toen Marcelis Moers, Margaretha Gheerts en Thomas Mesmeker bebouwden te Zomeren. Om deze beurzen te genieten, welke jaarlijks elk drie vat rog bedroegen, moesten de studenten op school latijn leeren, een voorbeeldig leven leiden en met voldoende talenten verrijkt zijn, zij konden dan tot het 25ste jaar gebruik maken van de beurs. Bloedverwanten van den stichter hadden de voorkeur. Het perkament is op vele olaatsen zoo versleten, dat een groot gedeelte onleesbaar geworden is.

1499 april 29, verklaren Jan Dirk Gielenszoon, Peter en Aart de Bruyn, Joost Jan Dirkszoon, enz., dat Heil-wigis het recht op den windmolen ten bate van Postel afstaat. Het zegel is nog aanwezig.

1501 october 10, maakt Jan Svranc, priester en notaris, het testament van Gerardus Goswyns{GerardusGoswini) in zijn huis te Zomeren. Gerardus geeft o. a. vier rijngulden voor eene ciborie. Het zegel is verdwenen.

1502 mei 6, wordt aan Postel's drie pachters van de hoeven Morsel, Boomen en ten Hofstad onder Lierop toestemming verleend, om jaarlijks drie dagen in de gemeenteheide van Zomeren turf te steken en heide te maaien. Die perkamenten oorkonde luidt :

Wy Henrick van Eycke meester van Postel, ende schepenen ge-sworen, kerckmeesters, heyligeestmeesiers ende gemeyn innegesetenen des dorps van Zoemeren, doen cont enenyegelycken dien dese onse litteren voircomsn sullen. Alsoe sekeren stoot ende gescille geresen was tusschen ons meester van Postel inden name onss voirs Goids-huys ter eenre, ende ons van Zoemeren voirs. inden name vanden seluen dorpe ter andere syden, aengaende sekeren gebruyck der drie hoeven des Goidshuys voirs, gelegen inden dorpe van Lyedrop, te

ocr page 80

akten van schepenen en notarissen

wcienen Moersei, Boomen ende ter Hofstat, als van torven ie steken op die voirs gemeynte van Zoemeren, dair inne dat Goidshuys van Postel segde gerecht te wesen als voir die drie houen voirs, daii die innegesetenen van Zoemeren die contrarie aff susiineerden Vuyt sake vander welken wy innegesetenen van Zoemeren met een mandement voere den cancellier ende Raidt van Brabant in recht betrex-ken waeren, die dair aff appointeert hadden, nae inhoudt van eenre acten dair aff synde. Ende ouermids tussen spreken van goeden mannen, die ons partyen voirs. inden besten onderwesen hebben, allegerende onder dandere, dat dat Goidshuys van Postel tot Zoemeren liggende hadde vier houen, ende dat dien Goidshuyse oick toebehoerende weere die geheel thiende ende oick de wyntmoelen des dorps, ende alsoe nyet en soude bethamen eenige gedingen tegen malcanderen om cleyne saken te hebben, soe syn wy partyen voirs met malcanderen doeghdelyck ouereengecomen in des nae volgende manieren, dat elcke vanden voirs houen jairlics op die gemeynte van Zoemeren steken sal met enen spade drie daghe torffs, ende dat ten tyde ende wylen als den torff van Zoemeren ontslagen sal syn om den gemcynen nae-bueren van Zoemeren te toruen, ende dat op sulcken geboden ende verboden als die van Zoemeren toruen Ende dat oick die voirs. houen op die gemeynte voirs. die heyde sullen moegen maeyen, als die heyde ontslagen sal syn, gelyck een ander ploegher tot Zoemeren gewoenlyck is te doen. By alsoe oft naemails geboirden, dat die innegesetenen van Zoemeren omme haere lasten wille int gemeyn op elck voeder heyden ende torffs onraet stelden, soe sullen die houen voirs. oick dien onraet gelden ende betalen, gelyck de innegesetenen. Ende hier mede soe sullen alle processe van gedingen nedergeleght syn, ende elck partye sal syn costen, by hem gedaen, seluer dragen ende betalen, alle dinck sonder argelist.

In welker dingen getugenissen ende vesticheyden, soe hebben ick meester ende prouisor voirs mynen properen zegel, ende wy scepenen gesworen kerekmeesters, heyligeestmeesters ende gemeyn innegesete nen des dorps van Zoemeren voirs den gemeynen segele des dorps oft scependoms van Zoemeren voirs aen desen litteren doen hangen

Gegeuen inden jair ons Heeren i5o2 mey 6

Aan de twee uithangende strooken zijn de gedeeltelijke zegels van H. van Eyck en van de schepenen bevestigd.

i5o5 mei 6, bekennen Pieter Dirks Kyemszoon, Jan Willem Wagemekerszoon, Joost Jan Dirkszoon, Klaas van Doerren, Geryts Matheuszoon van den Hout en Klaas Willem Dirkszoon, dat Willem janszoon van

72

ocr page 81

MET BIJZONDERHEDEN VAN DIE STUKKEN.

Kessel een beemd in de Wansdonk aan van den Eynde verkocht heeft. In een andere akte van dezelfde dagtee-kening krijgt deze aankooper nog een beemd in de Wansdonk. Het stuk is gezegeld.

1505 mei i5, geven de Bossche schepenen Gerardus Kuyst en Franco van Langel een latijnsche akte, waardoor Gerardus, zoon van Adam Rutger van Eyck, bij testament 112 rijngulden aan Postel en een stuk land aan de hoeve len Hohind maakt. Werd het land verkocht, dan moest de opbrengt gelijkelijk verdeeld worden tus-schen het groot gasthuis en de H. Geesttafel te 's Bosch en tusschen de H. Geesttafel te Zomeren. Het zegel van den eersten schepen, voerende 3 molenijzers in 't schild, hangt nog aan het perkament.

1506 maart 3o, verklaren de schepenen, dat Willem Janszoon van Kessel, ten voordeele van zijnen broeder Dirk « hel melingen vertegen heeft op den watermoelen Vlercken met alle heure toebehoirten ende gereetscap-pen. » Zegel gelijk op bl. 63.

1507 november 25, onderteekent en zegelt (het zegel voert een hart, met twee pijlen doorstoken, in 't schild) Franco Sornynnen, dienstdoende priester der kerk Zomeren, het testament op fransijn van Jan Nelen. In dit testament worden gemaakt 1 stuiver aan de St-Lamber-tuskerk te Luik, 1 den priester die hem de HH. Sacramenten zal toedienen, 1 aan den koster, 1 aan't Godshuis van Postel en 1/2 bunder aan de hoeve Akkerbroek. De geestelijke koster Judocus Andreaszoon komt onder de getuigen voor.

i5i6 mei 28, heelt de notaris Fredericus de Wolff te 's Bosch ten refugiehuize van Postel, en het IV jaar der regeering van paus Leo X eene latijnsche akte gemaakt, waarin Philips van Nuenen, meester des Godshuizes van PI ooidonk en Jan Wouters, schout van Heeze en Leende, scheidsrechters aangesteld worden, om het geschilpunt van Zomerens brandschatting te vereffenen. Dit geschil was gerezen tusschen dit dorp en Postel. Als getuigen

73

ocr page 82

74 AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN

treden op meester Raso Raeszoon « doctor ende raidsman » van 's Bosch en Goyart van Eyck, poorter dezer stad. De notaris heett in zijn handmerk dit verkort inschrift : Theodericus de Wolff Bnscodiicen geschreven.

i52I april 19, getuigen de Bossche schepenen Christia-nus Coenen en Lambertus van den Broeck in een la-tijnsch handschrift, dat Dirk van Kessel een edcijns van elf gulden, staande op den watermolen, aan Gertruda, weduwe van Willem van de Laerschot, verkocht heeft. De zegels der twee schepenen hangen aan het perkament.

1523 october 5, melden de schepenen, de kerk- en H. Geestmeesters met andere ingezetenen, dat Zomeren ter gelegenheid der Geldersche onlusten zware schaden heeft geleden, die niet kunnen hersteld worden zonder eenige gemeentegronden te verkoopen. De overste van Postel, Philips Dodomont, koopt goederen en krijgt een bewijs van totale betaling ; hij wordt tevens in het zAondeheziider vwnniksbeemden, liggende in het Houbroeck, gehandhaafd, doch het daaroverheen loopend voetpad moet blijven. Daar eenigen die beemden aan Postel betwistten, waren gemelde schepenen vaneen ander gevoelen en verklaarden hierom dat « de laten van Postel van auder possession die monyxbeemden altyt syn geweest te begraven ende te beheymyssen (1) omme die vruchten ende profyten, dair aft comende, te brengen tot profyt des voirs. goidshuys. « Het schepenzegel hangt aan het perkament.

1524 augustus 26, verklaren Gerard Matheuszoon van den Hout, Michael Jacob Sconckzoon, Goessen van de Veen, Marten Peter Maeszoon, Marten Willems Bruy-nen, Renier Jan Willemszoon en Dirk Janszoon van Kessel, dat Postel de 3oo gulden voor de brandschatting, tijdens den Gelderschen oorlog afgelegd, betaald heeft. Zegels gelijk op bl. 63.

i55i april 1, melden de schepenen, kerk- en H.Geest-

(1) Gelijk aan omheinen.

ocr page 83

met bijzonderheden uit die stukken. y5

meesters, enz., dat Zomeren met een kapitaal van 1400 gulden belast is, » in welcke quote ende commer de goederen van Postele gequoteert syn als de moeien metter moelenhuys, de smaelre thiend ende de vier houven metter thienden ter somme van 79 1/2 keysersgulden. » Voornoemde personen, verklarende dat de overste Hendrik Boerten die rente afgelegd heeft, hebben deswege het perkament met het schepenzegel gesterkt.

i55i octoben, berichten jan Jan Brunenszoon, Simon Jan Dirkszoon, Jan Gybertszoon, Gevaert van den Zeyl-berch, Joost van Duppen en Jan van Aelst, dat Postel eenen beemd, in het Ramsel, verwisseld heeft. Zegel aanwezig.

1553 september, verklaren de vier eerste schepenen van i55i met Jan van Diepenbeek, Frans Matheus van Baerlo en Willem Aart Willems, dat de priester Govart Daems eene erfrente van 3 rijngulden, afgeworpen van den Vlerkschen watermolen, aan Daniël Reiners en Jan Gybers, dekens van het broederschap onzer « Vrauwen van Meylanen inder kercke van Zoemeren » opgedragen heeft ten bate dezes broederschaps. Zegel aanwezig.

1554 april 6, getuigen de schepenen van i553, dat de molenaarEverardNicolausSmollerszoon vervangen wordt door Jan Wouters voor 20 keizergulden met toestemming van Postel's overste, H. Boerten. Zegel aanwezig.

1555 october 1, brengen de schepenen van i553 ter kennis, dat Petrus Joossens van den Berchvenne « by erfwisselinge ende erfmangelinge » een weide, grenzende aan Verdisseldonks en van Liessels eigendom, aan den overste Jan Buyle heeft opgedragen. Zegel aanwezig.

iSSy november 16, melden de schepenen, dat aan Aart Jan Wouters de molenweg met den watermolen « hangende op eenen gemeynen stroom Aa, op eene hoeue geheyten Vlercken » verkocht is met de bijbehoo-rende reepen, ballen, molsterschotel, enz. De heerlijke cijns van vier oude grooten, van den molen uitgaande, moest jaarlijks den hertog voldaan worden, gelijk o. a.de

ocr page 84

AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN

priester Anthonis getuigt. Deze oorkonde is een afschrift op papier, door den notaris L. Verachter ; het oorspronkelijk handschrift is onderteekend door « Loy van Ghystele », in iSSy secretaris te Zomeren.

iSSg october 2, over den watermolen aan den overste :

Wy schepenen Gysbrecht Jan Gyben, Govart Bruystens, Jan van Diepenbeeck, Frans Mathyszoon, Willem Aart Willems, Jan Dirk Brants en Gielens, Jan Dirck Gielenszoon, scepen in Zomeren, doen cont allen luyden dat voer ons comende is die nagelaten weduwe Elisabeth Art' Wouters huysvrouwe met haren gesworen mominer, die haer die heer met vonnis ende recht, nader gewoenten, heeft ge geuen, ende Henrick haer soen met haer ende hebben erfelicken ver-coft ende opgedragen heeren Jannen van Buylle, prouisoer van Postel, ende dat tot behoeff des seluen Godtshuis een watermolen, gelegen binnen die prochie van Zomeren, genaempt Vladeracken. met allen die toebehoerten ende in alle manieren, dat Art Jan Wouters, Elisabeths voirs man die voors. molen in coop vercregen hadde tegen Merten Willem Bruynen, alst blyckende is in scepenen litteren van Zomeren van dato iSSy den 16 nouembris. Ende alsoe hebben dese Elisabeth ende Henric haer soen helmelinge vertegen opte voirs watermolen metter toebehoirten, mede veriyen op alle recht, actie, hen luyden ennichsyns dair inne toehorende, ende op alle scepenen litte ren, dien aengaende, tot behoef des Godtshuys, ende alsoe gelouende dese selue Elisabeth ende Henric als principael schuldeneren op hen ende allen heure gueden, hebbende ende vercrygende, dit opdragen vercopen metten vertyden, welck va.-t ende stedich tonderhouden ende alle commer van hunnent wegen te vorens aftedoen. Besegeit metten gemeynen segel onss scependoms van Zomeren, den tweeden dach octobris anno iSSg

Eene schepenakte van dezelfde dagteckening gewaagt, dat « Gyricksken», weduwe van Marten Willem Bruynen met haren « gesworen mommer » en hare drie kinderen Hendrik, Willem en den priester Antonius, in tegenwoordigheid der schepenen beloofd hebben, den Vlerk-schen molen « te vryen ende weeren los ende vry van alle commer ende calangeryen, uytgenomen vier oude grooten heerliche chyns aenden hertoghe van Brabant, ende noch drie gulden jaerlicx te betalen aen die broe-derscapp onser lieuer Vrouwen van Melane inder kereken van Zomeren. » Zegel nog aanwezig.

76

ocr page 85

MET BIJZONDERHEDEN UIT DIE STUKKEN.

I Sög april 29, is cr tusschen de schepenen Jan van Duerren Michielszoon, Jan Jan Bruynenzoon, Adriaan Deenen, Corn, van Oirschot, Peter Mathyszoon, Len-dert Goossenszoon en de « eersaeme » Herman van Gherwen met Hubertus Simonait, overste van Postel, deze overeenkomst gesloten : Daar Pos'el de groote tienden bezit, zullen de religieuzen voor het bouwen en onderhouden van den kerktoren bijdragen één keer 3 eiken en 40 gulden, daarenboven een wagen met 2 paarden leenen om de klok te halen en eindelijk elk jaar 4 vat rog geven. Zegel aanwezig.

iSyS juli 1, melden de schepenen Jan Michielszoon van Deurren, Corn, van Oirschot, Frans van Barloe, Hubert Symons, Willem Brants, Peter Matheuszoon en Hendrik Verberne, dat Peter Janszoon van Luytelaer voor hen verschenen is. Zegel aanwezig.

i586 juli 16, luidens dit perkament van koning Philips, had men Willem van Kessel gevraagd van wege Postel, om afstand der tiendpacht tc doen ; de reden wordt niet opgegeven.

i5g8 oct. i5, was er een geschil over den molenberg op Vlerken gerezen, zooals jonker Johan van Kessel uit Zomeren naar Postel schrijft en deze religieuzen aanspoort om de moeilijkheid te vereffenen.

1603 maart 25, berichten Uelmond's schepenen Gabriël van Berchem (ook Bergom) en Peter van Hemselroy, dat Daniel Jan Simons een beemd bij Ackerbroeck te Zomeren aan Colibrant, overste van Postel afgestaan heeft tot vereffening zijner schuld, wegens het huren eener hoeve en eener klamptiend van de religieuzen. Het met twee zegels nog gesterkt handschrift is geschreven door den sekretaris J. Becx.

1610 juni 21 geeft de pachtceel der tiend, zie hierna.

1611 april 3, waren schepenen Hendrik Willems van Horrick, Albert van Mierloc, Goort Jacob Tielens, Peter Andries Smits, Peter Goort Cuylmans en Jan Gevarts. De sekretaris heet Steven Alberts.

77

ocr page 86

AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN

1612 october 25, wordt toestemming gevraagd voor het oprichten van eeiien rosmolen. Het perkamenten handschrift luidt :

Ver ooch gedaen aen de president ende lieden van der Caemera van Rckenin^e van henne hoocheyden in Brabant, bij den meester ende proviseur van Postel, inhoudende hoe dat •• des sdues hujse waeren toebehoerende eenen wintmolen ende een watermolenken, gelegen onder de dorpe van Someren, daer van de wintmolen noch waere in effe siaete, maer het watermolenken waere door de voorlede troube ien teenemael vergaen, dvvelck was dienende om de gemeynte te gerieven van meel, soo wanneer daer gebreck was van windt, ten laste vande welke t^ee molens henne Hoocheyden jaerlycx tot noch toe hadden genoten thien mudden rocx welcken lasi seer excessiff synde, die de suppliant qualijck coste verhaelen op den voors. wintmolen alleenc Ende want hen tot noch toe ong.-legen waere t' selue watermolenken op te rna.-cken, soo soude hij jn plaatse vandyen by prouisie omtrent den vs wintmolen geerne doen stellei. eenen rosmolen om daermede de gemeyn c van meel te gerieuen ende gaende te houden totter tyt toe, dat hy bequuemelyck t' voors. vvatermolenken sou hebben opyemaeckt. Maer alsoo hy t'selue niet en vermochte te doene sonder voirgaende consent van dyen der voors Caemers, soo hadde hy de selue ootmoedelycke gebeden hun gelieuen wilde hem suppliant te consenteren ende permitteren het stellen van den voors. rosmolen omtrent den wintmolen, ende dat alleenelyck by prouisie ende in plaatse vant voors watermolenken tertyt toe hy t' selue wederomme soude hebben hermaeckt, alles op de voorgaende recognitie van thien mudden rocx, ende hen daer van te doen depescheren behoorlycke acte, daer toe dienende Die president ende lieden van de voors. Caemere andermael ouersien ende geuisiteert hebbende die voors. requeste, mif-gaders d'advis daerop gegeuen, bij den rentmeester generael vande domcynen van Brabant int quartier van t' sHertogen-bossche M' Marten Fierlants, ende op alles rypelyck gelet, accorde ren ende consenteren inden naeme ende van wege henne hoocheyden, mils desen de suppliant het stellen ende erigeren van den rosmolen in plaetse van t' watermolenken by hem versocht, mils jaerlycx in be kentenisse van dyen betaelende iot proffyte van henne hoocheyden eenen erffel ycken chyns van vertig stuyvers Arthois, daer af d'eerste jaer van betaelinge vallenende verschynen sal St Jansmisse XVIeende derthiene, ende dat bouen die oude recognitie, ende chyns van thien mudden rocx ende vier oude grooten, die men bevindt vuyt te gaen ten laste van den wintmolen ende wotermolenken, met verstande nachtans dat hy sal gehouden wesen voor hem ende syne naecome-lingcn ;e renuncieren vau de gerechticheyt van het watermolenken,

7»

ocr page 87

MET BIJZONDERHEDEN VAN Dili STUKKEN'.

ende het selue nu noch hier namaels meer te restaureren oft op-maecken, dan sal de rosmolen blyven tot het gebruik vancien suppliant ende syne naercomelingen oock dat liy schuldig ende gehouden sal syn voorde jaerlycxst'he betaelinge ende verseeckerheyt van 't gene voors. is te verlyden voor stadhoudere, ende mannen van leen der stadt van den Bossche syne behoorlycke verbantbrieuen in forma t synen cost ende last, ende by den voors. rentmeester gene-rael jaerlycx ontfanck maeckende van de voors thien mudden rocx, dertich stuyuers in eene ende vier oude grooten in een andere partye Ende ouerbrengende dese acte oft copye autenticque daer voir sal men hem des gestaen doen ende alsoo t behooren sal.

Actum ten burec-le des voors Caemere van Rekeninge in Brabant, ende onder het cachet der selucr den XXV octobris XVIC ende tweelfde,

lm vt A. de Zoete.

Plaats des zegels ; het randschrift luidt : s{igillum) c3im{erae) ration(«/«) Brabant(me),

1612 october 3o, getuigen de schepenen Hendrik Willem Jans van Horrick, Albert van Mierlo, Goyart Jacob Thielens, Peter Andries Smits, Peter Goyart Cuylmans, Jan Gevart Janssen en Willem Peter Slaets, het afstaan vaneen stuk land, liggende nevens dat van jonker Willem van Kessel. Zegel aanwezig.

1614 januari 24 en augustus 28, waren de schepenen Horrick en Mierlo vervangen door Verdysseldonck en Lenarts.

1619 december 5, verklaren Peter Andries Smits, Frans Meer, Jan Verdysseldonck, Willem Peter Slaets, Willem Willcms Lenarts, Jan Peter Weye en Antonius Willem Lomans, dat Cuylmans eene weide, te Roemsel, den Godshuize van Postel verkocht heeft. Zij waren 7 juli 1620 nog schepenen.

1627 september 24, melden Peter Andries Smits, Lenarts, W. Slaets, Jan Michael Gyben, Ant. Roymans, Nic Verweynen en W Vlemmincx, dat Jan Crynen en Mat. Willems, burgemeesters, met H. Bruynen, kerkmeester, beloofd hebben geene moeilijkheden den tiendenaars van Postel te berokkenen en dit « onder verbant

79

ocr page 88

AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN

van hunne respective personen ende goederen, hebbende ende verengende. »

1627 october 27 gewaagt van baldadigheden. Het Hs meldt niet rechtstreeks de oorzaak van dien opstand, doch het gepeupel schijnt opgehitst te zijn ter gelegenheid der tienden. Deze misdaden zijn aangeteekend : het afsnijden van heesters, liet uittrekken van 't vlas van den president, het inslaan der glazen bij Michaël Goortse, het afsnijden der paardenstaarten, het aansteken van den turf, luiden der kapelldok, breken van eene kar en het achtervolgen van den tiendenwagen naar de akkers.

Wij stipten boven aan datmen nietzeker weet waarom die baldadigheden geschiedden; doch uit de laatste misdaad kan men toch besluiten dat hierwederom de tienden in het spel waren. Die misdaden schijnen een voornamen persoon, jonker Johan van Wijtfliet, maar ten onrechte, toegeschreven ie zijn, weshalve hij te zijner verdediging en onschuld de zaak vóór het gerecht of de dingbank bracht. Een handschrift van i5 bladzijden spreekt over dit alles breedvoerig en begint ; ten ver-suecke van joncker Johan van Wytfliet de banck (van Someren) extraordinarie gespannen den XXXI octobris 1627 coram Smits, Verwynen, Gyben, Vlemincx

Ten tweede maal is op verzoek van dien jonker « de banck gespannen » die Veneris den 26 november 1627, als de secretaris, in afwezigheid van Peter Andreas Smits, van den schout van Pcelland gevolmachtigd werd als stadhouder in tegenwoordigheid van Willem Slaets, Claas Verwynen, Willem Lenaerts, Jan Gyben en Willem Vlemminckx,

Een groot getal aanzienlijke en geloofwaardige mannen komen in dit pak voor, die allen « gedaeghr ende geeet aen {in) handen des officiers ende geexamineert op seeckere feyten ende delicten » volmondig bekennen, dat gemelde jonker, volgens hunne kennis, daarin noch door woord, noch door daad. hetzij middellijk, hetzij onmiddellijk heeft medegewerkt ; dat zij de klok wel hebben

So

ocr page 89

MET BIJZONDERHEDEN UIT DIE STUKKEN. 8l

hooren luiden, doch daarvan de oorzaak niet kenden ; en dat zij kort daarna de droevige sporen van het vernielingswerk aanschouwd hebben, maar geene reden hadden om jonker van Wijtfliet in de zaak te trekken. Als getuigen treden o. a op : Hubert Mr Jan Verdyssel-donck, kerk- en rotmeester, G Verberne en J. And. Smits, H. Geestmeesters, Jozef Homans, rotmeester {wachtmeester), enz.

1629 april 6, brengen deschepenen Peter Andries Smits Willem Slaets, Willem Lenaerts, Jan Gyben en Anto-nius Roymans ter kennis, op verzoek des heeren van Stakerbroek, gouverneur der stad Grave, dat « de abt van Postel alhier binnen Someren is hebbende » 1 windmolen, de geheele tiend des dorps, 4 pachthoeven: te Rhode, te Hofstad, Groot en Klein Akkerbroeck.

{Onderteekend) Volphart Idelet, secretarius.

i633 januari 10 brengen ter kennis, dat jonker Johan van Wijtfliet, oud bijna 35 jaren, voorloopigop zijn zolder de 10 vaten ros; bewaarde die Postel uit den molen moest betalen aan het Land.

i633 december 28, melden de schepenen Volphart Idelet, stadhouder. Peter Smits. W Slaets, W. Lenaerts, J. Gyben, A. Roymans en Willem Vlemmincx, dat de gemeente niet kon blijven bestaan, indien de pachters der Postelsche hoeve niet de gewone en buitengewone belastingen betaalden... « als synde waerachtich dat eenige hoevenaers des voors heeren abts jaerlvcx binnen onsen dorpe wel betaelen vierhondert guldens ende meer. »

1640 october 25, waren er ter gelegenheid der tienden moeilijkheden ontstaan, waarbij een der pachters van Postel in hechieniswerd genomen. Het handschrift luidt:

Heere gerichts bode der stadt van Helmont.

Ter instantien van Ennekens huysvrouwe van Jan Willem Goes-sens, parhteres vanseeckere clampthiende in Zoemcren, suit sMj den heere abt, in sijne absentie den piwm^eur. prinr nft andere n i'frieo

ocr page 90

82 AKTEN VAN SCHEPENEN EN NOTARISSEN

sen aendienen ende insinueren, dat Pe'cr Schuyl, ontfanger vande geestelijke geamortiseerdi' goederen binnen der stadt van 's Bossche, tseJen den X july lestleden den vlt; ors jan in gevanckenisse is hou der de binnen dese stadt in qualiteyi als pachter, in welcke gevancke-nis^e Jan (naar dat hem eenmael ende andermael by prouisie voor eenighen tyt vuytstel om den oogst ende andersyns is geaccordeert gewepsl) den XII octobris wederom heeft moeten gaen igelyck oock de pachter vande thiende, den heer persoon personaet tot Assen com peterende, heelt moeten doen\ den wekken Jan die voors Schuyl metten deurwerdere heeft laeten roepen voor t recht, ende wilt teg^ns hem inde voors. qualiteyt gaen procederen tot slijteringhe van sijne bestialen ende goederen, daer van den voors pachter, gelyck allen d'anderen pachtenaeren der thienden int pachten van dyen indemni teyt is gelooft, ende dat sy nyet sullen worden gemoydt van wegen de Heeren Staeten impositien oft met betaelinghen van XXXVI mudden rogge aen den pastoor, die den voors Schuyl, mits de d' od van heer Frans Janssen aflijvig hier pastoor, pretendeert. Soo suil ghy, salvo salario, die weeten doen aenden abt, oft andere syne heeren in syne eerw heere absentie, ten eynde de selue gelieuen sal voor den voors Jan te doen en te laeten interveniren ende hem houden van des voorseyt is, costdoos ende schadeloos, by weygeringhe suit tegens hem protesteren van fillen schaede, costen ende interesse

Actum Zoemeren den XXV otobris anno 1640.

Van gelycken ende ten versueck van allen anderen pachtenaeren suit proti steren van alle costen, schaeden ende interesse, mede aen den abt te weeten doen, 'en eynde hy ordonnantie seyndt, aen \\ ve sv die thiendtpachtinge zullen leueren ende voldoen ; want die pa( biters nyem.inden anders hebben te voldoen ende te betaelen dan aen sijn eerw. heer oft sijne ordre hebbende, daer aff protesterende Ter instantie vande voors rc'qi:iranten.

Wolff Idclet, secretarius

Achtervolgende deses hebben ick Jan vander Meer, vorster onder-derschreuen, met Nicolaes Coppen-, vorster tot Zoemeren, visie ende lecture van tgeene voors staet gedaen aenden abt van Postel, die van my versocht copye te doen, die ick hem hebbe geleuert.

Actum Helmont i3 decembris anno XVP veertich.

Jan Adriani van Meer, vorster van Helmont Nicolaes Coppens, vorster tot Zoemeren.

1640 december 5, deelt een papieren handschrift mede, dat Postel's schuldenaren ten huize van G. Boes-doncq te Helmond komen betalen ;

ocr page 91

MET BIJZONDERHEDEN UIT DIE STUKKEN.

Heer vorster in Zomeren, suit niet naerlaten te publiceren, ter plaetse aldaer gewoonlyck publicatie te doen, op sondach yerstco-mende, dat de prelaei van Postel oft syne gecommitterde hem sal laten vynden binnen der stadt Helmont, ten huyse Guilliam Boes-doncq, op woensdach ende donderdach in dese weken, wegende 12 en i3 decümbris, opdat al syne pachtenaers, soe hoeuenaers, molenaers, tiendenaers, ende alle andere rentgelderen ende schuldenaren comen aen syne eerweerdc voldoen ende betaelen alle hare restanten, oft by foute van dyen, soo wordt een yegelycke gewaerschout, dat syne eer-weerde yemanden eenige executie ofte schade sal afdragen ofte ontlasten van costen, al wordde hy wegens den last vanden Godtshuyse gehaalt, tsy by den coninck van Spaengien oft wegens de Staten van Hollant, soe lange hy noch aenden Godtshuyse schuldig ende ten achteren is ; daeromtne compt in tyts voldoen ende vergoet U L. schade.

Dit gedaen synde, ste!t hier onder U. E. relaes onder uwen be-hoirlycken salaris, ende sendc ons dese wederomme te rugge.

Ter ordonnantie van syne eerweerde

den heer prelaet van Postel. FRANS DECKERS.

Postel desen 5 decembris 1640.

Dese publicatie ghedaen 9 decembris 1640, waer men de publicatie ghewonelvck is te doenen

NicolausJansen Denen.

vorster der heerlykheyt Soemeren.

De afkondiging der publicatie is dooreen ander hand geschreven.

Deze is de voornaamste inhoud der akten van i3oi tot 1640, waarin zeerzeker menigeen zijn familienaam, schoon eenigszins gewijzigd, zal herkend hebben ; het kloosterarchief bevat ook veel merkwaardigs over de voormalige abdijgoederen.

83

ocr page 92

quot;VI

Postel's goederen te Zomeren.

JÉ

coR een zorgvuldig bestuur, door giften van vele °Èamp;Ês lieden en vooral der familie van Stakenburg (i) en eindelijk door aankoop, hadden de goederen te Zomeren, die aan Postel toebehoorden, een 'ij groote uitgebreidheid verkregen. Deze goederen ■gt; bestonden, naar de Hss van 1401, van i5o2 en i559 (bl. 78 en 78), uit de geheele tiend, twee molens en vier pachthoeven met veel bouwland en weiden.

ii) Willem de Roovere, heer van Lierop, Stakenburg en Zomeren, en zijne echtgenoote Beat ix van Cuyck, vrouwe van Asten en Escha-ren, verwekken Willem van S. den tweeden van dien naam. Deze W, heer van Asten, Escharen en Lierop, gehuwd met Margaretha, erfdochter van Matheus, heer van Boi-schot verwekken Hendrik van S. die, na het H. Land bezocht te hebben, zijn heerlijk goed aan den hertog van Brabant verkoopt, religieus te Floreffc wordt en in i354 als overste van Postel en tevens pastoor van Oerle (waar hij een plaatsbekleeder had) voorkomt. De gebroeders V\ illem en Matheus gaven veel goud- en zilverwerk aan den religieus in bewaring, toen ook zij, volgens een Hs van 20 januari iSSy, naar het H. Land vertrokken. De vader van den religieus schonk aan Postel talrijke goe deren te Lierop, Zomeren enz , voor 100 jaren en één dag, welke dnarna in de rechtstreeksche linie dezer familie souden terugkei-ren. Na latere verandering bleven die goederen aan Postel, ofschoon Jan van Stakenburg, ook Spikerman en van den Spiker geheeten, zieh hiertegen verzette ; hij werd, naar een Hs van 3 september 1426, van hertog Jan veroordeeld om gevangen te worden, vermits hij zeils het klooster had willen in brand steken. Matheus Callenbaert of van Boisschot opperde in 1455 bezwaren tegen die goederen, waar-

ocr page 93

postel's goederen te zomeren.

De volgende bijzonderheden zijn aan het archief der abdij ontleend.

TIENDEN.

Deze tienden behoorden in den beginne deels aan de St. Lambertuskerk te Luik, deels aan het mannenklooster te Hooidonk onder Nederwetten. Wij zien den custos der St. Lambertuskerk een deel overdragen aan den edelen Hendrik van Kirse en deze verkocht, met toestemming zijner vrouw Mabilia, de tienden in 1224 (bl. 10), voor den jaarlijkschen cijns van zeven Keulsche marken min twintig denariën, aan de abdij van Flo-reffe (1) maar ten bate van Postel. Dit alles werd in 1228 (bl. 12) door den officiaal van Luik bekrachtigd.

De prior met de religieuzen des kloosters te Hooi -donk verkoopen, met toestemming van Martinus, abt van Rode (2/, 9 september 1242 hunne tiend te Zomeren

voor men in een Hs van 27 april 1456 ten bate des Godshuizes optrad, met het gevolg dat zoowel nu als in 1625, gemelde goederen aan het klooster bleven, schoon Thomas van Stakenbroek in dit laatste jaar het tegenovergestelde beproefde De vader van den religieus overleed in 1307 te Postel, waar hij in het koor der kerk begraven werd onder eenen schoonen zerk met zijne beeltenis en wapen met vier kwartieren. Achter het hoofdaltaar ie Postel vond i5 november 1625 Jacobus Fabri, notaris te Helmond, dit door hem beschreven wapen op glas : het velt vant wapen geele oft goud met drye blauwe cruysen daerinne, boven welk wapen stont Stakenborch, buygende tegen een ander wapen met een wit oft silvere velt, met een roode eruyse van vyf plaetkens waerboven stont Kessel, wesende de tweede raeme aende rechter syde ten choorwaerts in vant glas Dit Hs is onderteekend : Petrus Andries Smits, president ende voorschepen, Nic Vlymen, schepen te Zomeren, Jacobus Fabri, notarius in Helmont.

(1) Daar Postel als een flliaalhuis aan zijne moederabdij Floreffe tot in de eerste helft der XVII eeuw onderworpen bleef, moest het in vele zaken Floreffe laten handelen, dus ook hier in de tienden. (2) rooien of uitdoen, o. a. aardappelen rooien. Vele plaats

namen eindigen met roi en i-ai zooals Venraai, d. i. leeggemaakt ven. Zoo komt men tot de beteekenis van ontginnen. Rode-le-Duc vormt bij samentrekking Rolduc—Hertogenrode.

85

10

ocr page 94

postel's goederen te zomeren.

en tevens twee Keulsche stuivers (solidi) aan Postel. Dit belangrijk stuk is in facsimile hier voorgesteld, met aanvulling der verkortingen in cursief :

Martinus (i) dei gratia abbas Rodens/s. theodericus prior et co-nuentus de Hodunc. ommbMS pr^sentem cedulaw inspecturis. salu-tem in vero salutari. Ne res gesta processu temporMm infirmetwr scrfpti memoriae commendatz/r. un^e sit uniuersis declaratum. qz/od nos unanimi ccwsensu decimam quam conuentas in hodunc tenuj jn villa qua? dicitzlt;r Summerin et duos solidos colomenses ibidem, ven-didimus domui in postula. libere et absolute sicut possedimus perpe-tuo possidendam (2). Et ne super hac emcjone (3) dicta domus ab aliquo mortalium maliciose possit pertwrbari. aut factum nostrum caluwpniose inficiari. présentera cedulam sigillo nosft-o et prforis jn hodunc dictae domuj jn postula jndulsimus communitam. Hujas rei testes. Martinus abbas rodens/s. iheodericus prior egidiws sacerdos. frater arnoldus Walterws. gerardz/5 gilbertus e(d)mundMS. renerws. conuersi in hodunc. Item Iwannz/s magister jn postula. et hater hubertus. Acta sunt haec domini. anno M0 CC0 quadragesimo se-ctindo. mense septembris crastina nziivitatis htatae maire (4) semper v/rginis.

Gelijk op vele plaatsen, zoo waren ook te Zomeren de tienden driederlei : de groote, de kleine tiend (5) en de lammertiend. Deze laatste heette ook vee- of vleesch-tiend, omdat zij bestond uit varkens, kalveren, hoenders, lammeren, enz. Onder de benaming van groote tienden vielen de vruchten die halm en stengel hadden ; zij werden getrokken uit rog, tarw, boekweit en haver, en heeten in de latijnsche Hss decimae major es in tegenstelling van de decimae minores de smalle of kleine tienden, die uit raapzaad, boter, eieren, kaas, was, enz., geheven werden.

Voor de lammertiend te Zomeren betaalden ten jare

(1) Daar er alleen de letter M staat, zou het ook een ander naam kunnen zijn. (2) Possidendam. (3) Emptione. (4) Eene letterverwisseling van ir voor ri dus Mariae. Daar het Geboortefeest van Maria den 8 september valt, is dit charter van den volgenden dag. (5) De braaktienden [decimce novates of novce ter ree), geheven uit nieuw opgebroken of ontgonnen gronden, worden in ons archief niet genoemd.

86

ocr page 95

jcm^r)

y i j j j i0 ^**1 Q/cnl?!

nnyr- jramp;A J . gt; St^f . A ^

■ / M*Lr fuur-Uz^i j^i:fro'U

j^£ ^«- tvy*nlt;y Swk S^uf Z XftiO Mamp;n.k, yL . ^ ^ ^ rif 'r /J^r- J amp;gt; y] '

p,y 3» ^JTl ^.w^fr

Squot;-5 xrfWquot;quot;hgt; -f)quot;f m rAX lf ■Tfr^

puc

\L

nf

Jquot; if fyTpCVli

J5

ocr page 96

postel's goederen te zomeren.

i588 de volgende personen aldus (het eerste getal betee-kent gulden, het tweede stuivers) : P. Hezemans i3,i8 ; H. Gevers 13,19; P. van Bree 21,25 ; J. van der Aa 6,8; L. Berlens 4 ; H. van Asten 12 ; H. van Verssel i3,i5 ; J. de Coninck 4,6 ; A. van den Donk 6,8 ; F. van Rode 6; M. Leenen 12,18 ; A. Bitters 6,10 ; Mr (1) J. Verdys-seldonk 16,26; D. Clots 7 ; J. Verbast 17,10 ; N. Hom-pes 6,8 ; J, Tielen 7,10 ; H. Leenen 3 ; Mr J. Cnaep 5 ; G. Sieris g ; J. Daems 10,i3 ; Govaerts 6,8 ; Denen 6,9: Gielens 3,8 ; Colen 12,i5 ; Gielen4,5 ; Sanders 7,12 ; Eenen 21,10 ; Marcelis 6,9 ; Lomans 6,10 ; Denen 6,g; Celen 10,4 ; Vermeulen 4 ; Bruynen 4 ; Wylarts 4,5 ; Scherers 6,9 ; Wylen 4,8 ; Gielis 4,5 ; Vlercken i3,9 ; Pigge 2 ; Verheyenbroek 4,5 en Gieben 4,5. Het verslag der twee volgende jaren is bijna eensluidend.

Indien men moeilijk gelooft, dat in dit dorp zooveel familiën waren die eene kudde schapen hielden, moet men weten dat, behalve de lammertiende, ook tienden van varkens, kalveren, enz. bestonden, die hier onder de algemeene benaming van lammertiend uitgedrukt zijn.

Volgens eene akte van 16 april i583, heeft de overste Hubertus Simonart, « door de rebellen gevangen ende het Godshuys teenemael beroeft synde van alle bestialen ende meubelen » ter aflossing der zware belastingen, door goddeloozen het klooster opgelegd, de groote tiend voor drie of zes jaren verpacht aan jonker Willem van Kessel tegen den jaarlijkschen prijs van

110 mud rog, naar de maat van Zomeren, tijdens den oorlog zuiver en vrij te leveren te Helmond, en tijdens den vrede te Venbergen onder Valkenswaard ;

200 gulden vrij van alle lasten ;

87

2 « voederen strooys » op Stipdonk (2) te brengen voor de paarden van Postel.

(1) Hij was 28 juli 1697 nog schoolmeester, vroeger teekende hij notaris. (2) Onder Lierop stond eene huizing van Postel, geheeten Stipdonk.

ocr page 97

postel's goederen te zomeren.

De overste Rumoldus Colibrant verpacht volgens een perkamenten huurceel van 8 bl., den 21 juni 1610 de geheele tiend aan den pastoor Gerardus Jacobs, jonker Jan van Kessel, schout, aan de schepenen H. Willems. P. Gordts, J. Gevaerts, R. Goyarts, enz., voor

220 mud rog,

10 mud haver, Helmondsche maat, vrij in Postel te leveren,

en een als « saelde » 75 gulden. De pastoor ontving van den rog 36 en de kerk 4 mud. Postel moest instaan voor hagelslag en voor de schade der heirkrachten, indien die schade binnen drie dagen na het voorval aan den overste aangekondigd werd.

In i63o bedroeg de opbrengst 2i5 mud rog, 24 haver, 24 boekweit. Hiervan moest Postel 36 mud rog aan den pastoor en 4 aan de kerk uitkeeren, en 20 gulden jaarlijks aan den koster der St. Lambertusparochie te Luik.

In i633 was de opbrengst i/3 verminderd wegens den inval der Zweden, ten jare i636 gaf de tiend slechts 32 mud ter oorzaak van de groote droogte en ziekte, doch in 1637 zijn 108 mud en 344 gulden aangeteekend.

Meermalen rezen hier en elders moeilijkheden ter gelegenheid der tienden, gelijk reeds bij 1627 op bl. 80 aangeteekend is, om die redenen had de Hooge Raad van Brussel ook meermaals voor Postel in de bres gesprongen. In i63i waren weer inpalmende handen naar de tienden uitgestoken, toen de abt deswege dit smeekschrift aan den kanselier zond :

Den heer cancellier, etc.

Verthoont met reverentie de prelaet van Postel, hoe dat synen Goidtshuyse onder ander is competerende de groote ende cleyne thienden binnen den dorpe van Sommeren, welcke thienden de voersate van den suppliant voer eenige jaeren heeft verpacht gehadt aen tgemeyn corpus, ende alsoo den voers. suppliant heeft bevonden, dat daerdoer dese thienden souden te nyet gaen, ende om sulcx te beletten ende om de selve in specie te doen collecteren, heeft de suppliant geraedtsaem gevonden ten profyte van synen Goidtshuyse de selve by dampen vuyt te geven ende te verpachten den particuliere

88

ocr page 98

postel's goederen te zomeren.

by expresse geconvenieerde conditiën, dat de selve in specie souden worden gecollecteert, ende metten thiende waegen behoirlyck jnge-vuert, sonder die onder de nabueren te doen off laeten ymaeldeylen ott parteren, op pene vandaeroverop elcken clamp te verbeuren desomme van twee hondert rinsgulden, detweedeelen voer den heere remonstrant ende tderde deel voer den aenbrenger, in gevalle sy contrarie deden.

Op welcken voet was voer de ieerste vandecontraventeurs als lesten slaeger eenen clamp aengebleven aen Willem Jan Baeckermans opten sevensten july lestleden. Item is alsdoen noch aengebleven respective aen yeder volgenden persoon eenen clamp thienden, tewetene aen Mercelis Henricx Bruynen, Michiel Goertssen van Duppe, Jhr Johan Wytfliet, Jan Janssen Weynen, Anthonis Jan Willemssen, Henrick Render Henricx, Willem Janssen van Lieshout, Frans Janssen Kyen, ende voer het leste eenen clamp jnt gelyck aen Willem Peeter Slaets, Goyaerts Verberne, Arnoldus Henrick Baeckermans ende Gielis Ysbouts, sonder dat de pachteren hun naer de voers conditiën hebben gereguleert, nyettegenstaende sy wel expresselyck hebben geloeft tselve te doen, soo dat sy daerdoer gehouden syn te betaelen als synde geoirloeft de conditiën Ende aengesien die heer suppliant is active ende passive inden Raede van Brabant te recht staende, ende dat hem oyck nyet gelegen en soude syn tot Sommeren te procederen, soo eenige pachters aldaersyn medeschepenen, soe is de heer suppliant geweest genoetsaeckt syne toevlucht te nemen totten Hove, oytmoede-lyck biddende, dat de selve gedient sy hem te verleenen behoirlyck provisie, hiertoe dienende. Vuyt crachte van welcke de voers pachters worden geordineert aen heere suppliant op te leggen ende te betaelen de pene van twee hondert gulden, elck naer rate van hunne gepachte dampen thienden, in contbrmiteyt van de conditiën daeraff synde.

D'welck doende, etc. J. WEYNS.

89

J. Cools schrijft 16 december i63i, dat op dit verzoekschrift binnen veertien dagen zal voorzien worden. Het gevolg hiervan was, dat de tiend in 1639 niet meer in massa (1) maar in deelen of klampen verpacht werd.

(O Toch is zij 11 juli 1642 weer in massa verpacht door den abt C van Boesdoncq aen den edelen heer M. Hovelmans, drossaard der baronie Kranendonk, en aan Mr Johan Costerius, licentiaat in de Rechten, voor 75 vat rog, 36 vat voor den pastoor en 4 voor de kerk. Schaden, door storm, hagel en soldaten aangericht, bleven ten laste der abdij, indien men te Postel (of te Bree waar de abdij een refugie-huis had, hiervan binnen acht dagen inlichting had gegeven.

ocr page 99

postel's goederen te zomeren.

Uit een cahier « Specificatiën vande thiend dampen tot Someren beginnende 2 july i63g » leeren wij deze klampen of kavels kennen met opbrengst, eerst die van 1649 dan van 1692 ; de som is in gulden opgegeven.

i6le groote klamp Hofstad tot de Morselsche heide 142-265.

2d0 quot; quot; quot; v dekerktotdeBoomschehoef i32-200.

1st0 kleine » gt;• » quot; quot; « Jonker Lynden ii8-25o.

2d'' quot; quot; quot; van de Lieropsche baan tot Rode 96-250.

iste groote « Akkerbroek tot aan de Zandstraat 202-200

1^ « « * de overige gronden 117 33o.

is,e kleine » quot; van Kruiseik tot de Holstraat 86-346,

2de quot; •gt; » behoort bij ten Rode 94-200.

iste groote quot; ten Rode van Akkerbroek tot't kerkpad 118-336.

2d8 )gt; » quot; quot; het restend goed 122-416

Istquot; kleine * » « tot aan groot Akkerbroek.

2de .. quot; quot; quot; van Groenstraat tot Hofstad.

De groote Eyndhoutsche klamp van de Groenstraat tot ten Rode, en de kleine tot aan den Boomschen klamp 134-44.

Zoo gaven dan deze tienden i36i gulden in 1649 en 2837 in 1692. De eerste rekening is door Wolfert Idelet, stadhouder en sekretaris 26 october 1649 onderteekend. Overvloedige of schaarsche oogst deden natuurlijk de tiendschaal klimmen of dalen, vandaar dat merkelijk klimmen of dalen in sommige jaren ; doch de gemiddelde opbrengst bedroeg in de XVII en XVIII eeuw 2200 gulden.

De abdij bleef in het rustig bezit der tiend, molens en hoeven, totdat de Staten zich die goederen aanmatigden ter gelegenheid van den Vrede van Munster in 1648, voorwendende dat Postel niet onder Antwerpen maar onder de Meierij van den Bosch behoorde. Dientengevolge wist de rentmeester Abraham Tempelaers uit de abdijgoederen te Zomeren, volgens een handschrift van de XVII eeuw, te verzamelen

van Goyart Wouters, molenaar, 670 gulden,

» Willem Ant. Roymans 108 * 47 vat rog,

» Goyart Cl. Deene 04 » 46 » «

» Frans Verdysseldonck 100 « 96 » »12 vat haver

go

ocr page 100

postel's goederen te zomeren.

Volgens een tweede handschrift trok A. Tempelaers :

Uit de Hofstad 11 vat rog, 24 gulden,

» ten Rode 11» quot; 24 » 2 vat haver, quot; Groot Akkerbroek 8 » » 24 quot; 1 quot; »

Klein lt;gt; 6 » » 24 * 1 » quot;

» den windmolen 40 » »

» de tienden 2282 »

91

Deze rijksrentmeester eischte ook veel uit de goederen, die Postel op andere plaatsen in Noord-Brabant bezat. De kanoniken lieten geene middelen onbeproefd om de hun ontvreemde goederen terug te krijgen. Hiertoe werden de bondigste vertoogen ingediend zoowel ter gelegenheid van den Vrede van Rijswijk in 1697 als op het K' ngres van Utrecht in 1712, nu eens door bijzondere zaakverzorgers te 's Gravenhage, dan weer door de medewerking der regeering waaronder Postel altijd gehoord heeft. Een werkje (Deductio brevis) voert meer dan i5o grondige bewijzen aan, dat Postel steeds onder het markgraafschap Antwerpen is geweest, onder welke provincie het nog behoort. Toen de Halfverdeelde Rechtzaal (la Chambre Mipartie), te Mechelen gevestigd, een gun-stigen en rechtvaardigen uitslag aan de abdijgoederen voorspelde, poogden de Hoogmogende Staten deze eindbeslissing te vertragen. De rechtbank werd inmiddels ontbonden, met het gevolg dat die zaak in 1721 nog niet beslist was. Schoon de Norbertijnen, met langdurige pleidooien, er in slaagden de verkooping hunner goederen, die door de Staten meermalen was afgekondigd, tegen te houden, gelukte het hun echter niet in 't bezit van hun eigendom te blijven. Eerst, 8 november 1787, is tusschen keizer Jozef II en de Noord-Ncderlandsche Staten het geschil van Postel's ligging naar recht beslist en uitgemaakt als zijnde onder Antwerpen ; doch de goederen, zoowel die te Zomeren als in andere plaatsen (1)

(1) Zooals te Bergeik hoeven 2, Bladel 7, Duisel 1, Hapert 3, Hulsel i, Hoogloon 1, Kasteren 3, Lagcmierde 1, Lierop 7, Lom-

ocr page 101

postel's goederen te zomeren.

92

van Noord-Brabant, door de Staten aangeslagen op grond dat Postel onder de Meierij van 's Hertogenbosch behoorde, zijn aan de reguliere kanoniken van Postel niet teruggegeven, in weerwil der talrijke verweringen en grondige bewijzen ten hunnen voordeele in 't midden gebracht.

Ten jare i855 zijn de tienden van Zomeren als domeingoederen door de gemeente voor 82,000 gulden aangekocht. Die aankoop was zoo gunstig, dat, na tien verpachtingen der tienden, de koopscm met interest in twaalf termijnen betaald en de gemeente in 1868 tiend-vrij was.

mei !, Loon-op-Zand 1, Mierloo 1, Netersel 2, Oerle 2, Oorschot 1, Reusel 6, Zomeren 4, Spoordonk zie Oorschot, Steensel, 1, Valkens-waard 1, Veldhoven of Zonderwijk 2 ; afwerpende jaarlijks ruim elfduizend gulden Vele dezer hoeven werden met 2 en 3 paarden bewerkt, en ziet men thans in talrijke gesplitst, zoo zijn uit de zeven hoeven te Bladel nu negen en twintig grootere en kleinere aangelegd. Nog behoorden aan de abdij te Bergeik 1 molen met een stuk tiend, Bladel 2 molens, Gennep (Aalst) 1 molen en tiend, Helmond tiend met die van Binderen, Overbruggen en Rikstel, Hulsel 1 molen, Kasteren 1 molen en tiend, Lagemierde tiend, Lierop 1 molen en tiend, Lieshout tiend, Lommei 1 molen, Oerle 1 molen en tiend, Reusel 1 molen en tiend, Steensel stuk tiend, Valkenswaard 1 molen, Veldhoven tiend. Westerhoven 1 molen en tiend, Weebosch tiend en Zomeren zie boven ; ook deze goederen gaven jaarlijks nog meer dan de hoeven De goederen der abdij in de provincie Antwerpen waren geheel Postel groot 4445 hectaren met zeven hoeven, ie Arendonk 3 hoeven, te Balen-Molle 3, te Poppel 1 en te Olmen de tiend. Hierbij kwamen nog de refugiehuizen te Bree, Diest, Emmerik, 's Hertogenbosch, Leuven, Lier, Luiksgestel en Wezel bij Molle; dit alles gaf jaarlijks ruim tien duizend gulden. Na die groote inkomsten, in vroegere tijden, zouden wij ter volledigere kennis ook de uitgaven moeten melden, dit zou ons te ver over de hier afgebakende grenzen voeren ; doch terloops zij aangestipt, dat de uitgaven deels voor aalmoezen, deels voor andere werken de inkomsten dikwijls ver overtroffen, vyant er kwamen op sommige dagen, uit de omliggende dorpen tot vijfduizend armen, die allen de hun voorgeschreven aalmoes, (prove volgens de handschriften) ontvingen. Zie de Geschiedenis van Postel.

ocr page 102

diól^L LJ lini^u-^fiól^L LJ lini^u-^f

W r- ^ Cquot; nquot; 10 I—4rx »lt;quot; pöc^JI V

\l*

li

ril^.ws JtoSb-nJ* ^«.OAC-S

t ^rt

(C^wiförlCi ^ eiolSt.l (V' 4^ v© CwlifSiW '^^5•:1'^,

li*) yamp;Cto-ïvUé Gn Y)0*Q /boj^c^ Ot l^t

^r»clt;5Wvgt;vff vrro^r^m?,?

' ^ ^0/ ' i

'iviivi övj;

gt;?|quot;bw6 /^vvi(

vnC^a lWl,quot;WT? 4«

^oiwq-c» (flHc|iio^ tZiyiiibJlii? lt;^^aSrh2 infi ijcC

Ipïiijjnjj) Q (gt;gt;oQiiH^Vo0/^^^^Vtr»^^7 ^llSh

I

ocr page 103
ocr page 104

Molens.

Dwangmolens en hunne eigenschappen. Opbrengsten voor Postel.

illem, heer van Stakenburg, gaf in 1266 zijnen molen aan Postel.

Het oudste en ongeschonden Hs over een windmolen te Zomeren dagteekent van St-An-dreasfeest i3o2. In dit charter geeft hertog Jan de toestemming aan Postel, om een windmolen te plaatsen waar deze religieuzen het verkiezen, doch zij moeten daarvoor jaarlijks en ten eeuwigen dage aan den hertog en zijn opvolgers vier vat rog betalen. Niemand mocht zonder Postel's vergunningeen windmolen oprichten. Het nevensgaande facsimile volgt hier in gewone letter met aanvulling der talrijke verkortingen :

Uniuersis praesenfes littmis uisuris et auciituris. Nos Johannes dei gratia Dux lolharingice, brabantme et limburg/ce notum facimus quod nos domui de pcstela et prouisoribus eiusdem qui nutte sunt uel pro tempore fuerunt, cowcessimus, cencedimus et conferimus haereditarie, ut ipii molendinum venti facere possint et aedificare in parochia de zomeren pro quatuos modiis sili^inis pagab/lis nobis et nostris successoribus et h^eredibus ab ipsa domo de postula et suis semper prouisoribus annis singulis imperpetuum in festo beati andreae aposloü persoluend/s locum eüam in molendinum statuendi ubi d/cris Domui de postula et prouisoribus eiusdem uigt;um iuerit expedire et ventuw ad hoe conferenies. Caeterwm concessimws eisdem domui de postula et prouisoribus eiusdem quod nullus infra

11

ocr page 105

DWANGMOLENS EN HUNNE EIGENSCHAPPEN.

dscram pa roc hi am de zomeren aliquod venti molendinum construcre poterit nee aed/ficare nisi hoc de consensu praedictorum domus et prouisorum eiusdem processerit et voluntate Datum bruxellae in die bea/i Andreaeapostoli. Anno dommimilleiimotrecentesimo secondo...

Gelijk het facsimile aantoont, is deze oorkonde nog met twee uithangende zegels gesterkt. Hoe oud het perkament ook is, heeft het nochtans weinig geleden.

In 1417 verleent men aan Postel kwijtschelding van 70 gulden, uitgaande van zijnen molen (bl. 68) ; in 1440 wordt getuigt dat de schulden voldaan zijn.

Reeds ten jare 1370 is er sprake van den dwangmolen te Zomeren en te Lierop. Ziehier hoe Joanna, hertogin van Brabant, daarvoor in de bres springt :

Johanna bider gratiën Goits hertoghinne van Luttenbourch, van Lotharingen, van Brabant, van Lemborch ende maregravinne des heiliks rijxs. Doen condt al en luden, dat wi aensiende den meneghen dienst ende groten last, dien onze goidshuis van Postele dicke ii)ende menichwerf ons ghedaen heeft, ende leden om onsen wille in den orbare ons lants van Brabant, ende overmids de goide gunste, die wi tot onsen vourseide goidshuise draghen, hem hebben gegheven, ghe-wellecoirt (31 ende gheconsenteert om Goids wille in Jielmoesen ende in recompensatien der saken vourseid, dat ghemael gheheel ende altemale van onsen dorpen van Zomeren ende van Liedorp, met haren toebehoirten, dat te hebbene te houdene ende te ghebruken pais-selic ende rastelic tot eweliken dagen, dats (3i te wetene, dat alle onse ondersaten ende lude, in den dorpen vourseid wonechtich ende ghe-seten, malen sonder enich wederseggen.

94

Voirtmeer op des vcurscrevens ons goidshuis molens, dairt (4^ onsen luden vourseid bestcomin enda ghericven sal, dats te verstaan, totter molen van Zomeren, van Slipdonc, van Venberpen ochte (5) totter molen van Westerhoven, ende op alsulken molsstere (6 alse men ten molenen vourseid ghewoenlic heeft geweest te nemen tot opten dach van huden, sonder argelist ende teghen onse naeomelingen hertogen in Brabant, verbuert hebben ende bereit srjn in eenre boeten ende misdade van twintich schellingen paijements, alselc 7 gelts, alse altoes in onseschouteit ambachte vanvien Bossche in boisen gaen sal, behoudelic dien altocs, was da sake dal wi, ochte onse naeomelingen

d'Dikwijl*. (2) Toegestaan, (3) Dat i«. f41 Daar het. f5) Of. (6 Hoeveelheid meel, door de molenaars als maalloon genomen. (7)

ocr page 106

DWANGMOLENS EN HUNNE EIGENSCHAPPEN. $5

hertoghen in Brabant, selve aldaer een molen wouden doen maken, dat dan onse ondersafen ende lude, in onsedorpen vourseiJ pheseten, niet elders d;in tot onsen molen malen en souden, noch en mochten, ende altoes behoudelic ijf;heliken sinen rechte.

Ontbieden, bevelen ende ghebieden onsen rentmeesters vanden Bossche, ende onsen molenpanden, die nu sijn orhte namaels wesen suelen, dat si ende elc van hen, sonder des ander ghebot van ons, oclite onse nacomelingen hertoghen in Brabant te werdene. wairt dat yeman elder mole, ocht dade malen, tot onsen behoif te panden ende heffen alsulken boete alse vourseid is, also dicke alse dat vallen sal, daer af, bi onse rentmeesters vanden Bossche, ons ende onse nacomelingen altoes goide rekeninge te doen.

In oirconde des briefs, besegeit met onse zegelen. Gegeven in onse stat van den Bossche XXVIJ dage m aand m aart) int jaer ons Heeren MCCC ende tseventich, na costume des bisdoms van Camerike

Bider herthoginne selve. Ter relatien heeren van Periveis van Beringe ende Godel'ridus rentmeester.

Hertog Philips treedt 3 september 1467 voor Postel's welzijn op, door de rechten der banmolens te verdedigen en het privilegie zijner voorzaten te bekrachtigen met dezen inhoud :

Philips byder gratiën Gods hertoge van Brabant, enz, saluyt. Want onse geminde in Gode, die meester ons Godshuys van Postel ons heeft doen thuenen, hoe dat al eest sake dat den selven onsen Gods-huyse by brieuen van onsen voirvorderen hertogen ende herlogynnen van Brabant, saliger gedachten, van seer ouden tyden gegonnen ende verleent is geweest, dat gemael geheel ende altemael van onsen dorpen van Zomeren en de van Lyedorp mit haeren toebehoirten, om dat te gebruyckenen peyselic ende vastelic tot eeuwigen dagen, dats te wete-nen, dat alle onse ondersetenen ende luden, in onsen voirs. dorpen wonende ende geseten, malen selen, dat is te verstane totter moele-nen van Zomeren, van Stipdonck, van Venberghen (Valkenswaard] oft totter moeien van Westerhoven, ende op alsulken molster maalloon), als men ten voirs. moelenen gewoenlic heeft geweest te neme-nen, alsoe dat nyemande van onsen onderseten inden voirs. dorpe geseten, geoirloeft en is sonder des voirs. meesters consent ende oirlof buyten den voirs ban te malen, gelyc die voirs. brieve, onsen voirs Godshuyse dairaf verleent, dat alles heerliker (i) inhouden ende be-gripen. Dien nyet tegenstaende, soe sijn nochtans enige van Zomeren, die hen pijnen (2) onsen voirs. Godshuyse inden voirs hueren

(1) Voorden inhoud der heeren hertogen. (2) Fransch : peiner d. i. zich moeite geven.

ocr page 107

DWANGMOLENS EN HUNNE EIGENSCHAPPEN.

van t voirs. plaatsen ongebruyck ende hynderfe doen, als buyten den selven te malen of te doen malen, ende cic hen {^ich vermeten cenige rosmoelenen aldaer te setten tegen des meesters danck ende wille, ende des selfs ons Godshuys groter schaden, hynder ende achterdeele ende in preiudicien, quetsen ende vercortinghen van hueren rechte inden banmoelenen voirs. Ons oitmoedelic biddende die voirs. meester hem daarop te willen versien, Soo EFST, dat wy willende in desen onsen voirs. Godshuis ondei houden dinhoudt vanden brieven van onsen voirs voirvorderen ende. om t recht vanden voirs. banne, den seluen onsen Godshuygt;e ende ons onser interest in dien te besor-gen, hebben geordincert ende willen, ontbieden u ende bevelen, dat hy tallertyde, als ghy des vanden voirs meester oft synen nacomelin-gen soelt worden versocht, hem van onsen ^egen stelt end*1 eydt eenen oft meer goede eerbaere mans die hy u daertoe sal presenteren, om inden cingule (i) vanden banne(2) der voirs moelenen te wesen moe-lenpanders Bij alsoe dst u die daervoere nut ende oirberlic duncken wesende die welke macht selen 3 hebben alle dieghene, die sy bevinden selen eenich coren oft graen vaii bynnen den ban der selver banmoelenen vuerende, oft dragende op andere moelenen om aldaer te doen malen, oft eenich meel van buyten den ban vander selver banmoi lenen, dair onder gemalen, bringen, gedragen ot gebracht hebbende, van onsen wegen te calengeren ende tvoirs. coren ofr meel te arresteren ende aan te veerden .. die peene van twintich schellingen payements, alsulcs gelts als altyt in onsen scoutheitampt van den Bosch gemeynlic in borssen gaen selen, om tvoirs. coren ende meel te volgen den moelenpandere ende andere van ouder gewoenten daerinne gericht wesen ie, ende gdyc dat in anderen onsen banmoelenen gewoenlic is geweest, ende vander voirs. peynen f4) van XX st(uivers) ons by u rekeninge ende bewys gedaan te werden, alsoe beboeren sal nae inhoudt van hueren brieven, die sy daeraf hebben.

Ende om trecht van desen voirs banne te_____ onderhouden, willen

96

wy dat ghy van eiken moelenen, die inden voirs. banmoelenen voir-taen sal malen, neempt eenen behoirliken eedt, dat hy den voirs. moe-lenpanders sal bybringen alle dieghene die hy bevynden sal eenich coren oft graen buyten synen banne vuerende of dragende, oft oic eenich meel van buyten daerinne bringende oft gevuerdf, gedragen oft gebracht hebbende om die voirs. peyne ende verbuerte van hen te werden genomen, alsoe beboeren sal. Van welken dingen alsoe te doen ende de» daeraen mach eleven, wy u geven volcomen macht ende sunderlinge bevelen, ende u, op dats noot is, daertoe committerende mit desen oneen brieve. Ontbieden ende bevelen allen onsen ambachteren, richteren ende dieneren ons voirs. lants van Brabant ende

1

Omtrek. (2) Terrein der banmolens. (3) Zullen. {4) Straf.

ocr page 108

dwangmolens en hunne eigenschappen. 97

hueren stedehouderen nu synde ende namaels wesende, ende eiken van hen alsoe hem toebehoirt, dat sy u hierynne onderdenich, gehoir-sam ende bereet syn sonder letsel oft wederseggen, Want wy t alsoe gedaen willen hebben.

Gegeven 3 septembri int jair ons heeren 1457.

By mynen heere den hertoge,

ter relatien vanden Raide. P van Thielt.

Het groot maar gedeeltelijk geschonden zegel van den vorst in roode was is nog met enkel uithangenden strook (1) aan het perkament, metende in geschrift 32 op 17 cM, verbonden.

Het was geen wonder, dat men zoo dringend het recht op de « banael of dwanckmoelens » liet gelden, want zoowel onder het leenroerig tijdvak als ook later waren aan deze molens voor de eigenaars vele voordeden verbonden. Tot die voordeden behooren o. a. dat men geen molen zonder de toestemming des eigenaars van een ban- of dwangmclen mocht oprichten, dat de ingezetenen van een of meer dorpen hun koren op zulke molens moesten laten malen op zware geldboete, verbeurdverklaring van het gemaal en het inioopen van de ongenade der hertogen. Voor die molens moest de eigenaar een heerlijken cijns aan den vorst betalen, gelijk eveneens het geval te Zomeren (bl. gS) was. Ook voor de bakovens moest men aan den eigenaar van banmolens betalen. De kring, waarin de dorpen lagen die aan zulken molen verbonden waren, heette bati en de molens alzoo banmolens.

In i55i was Postel's molen en andere goederen aangeslagen in de algemeene belasting van Zomeren. Twee jaren later liet het klooster zijn banrecht gelden, toen in l553 een molen gebouwd werd, nadeelig aan den zijnen. Welke hier de vereischten waren, melden de oorkonden niet; maar de watermolen op Vlerken, in ïS5j aan Jan

(1) Boudewijn Vil heeftin de kanselarij van Brabant ingevoerd om zegels met uithangende strooken aan Hss te bevestigen.

ocr page 109

OPBRENGST VOOR POSTEL.

van Kessel toebehoorende, werd volgens de schepenakte van 2 october i55g (bl. 76) aan Postel verkocht. Op dien molen stond eene rente (bl. y5) voor eene broederschap te Zomeren.

Naar de Hss van 25 october 1612, bezat het klooster eenen wind- en watermolen ; dewijl de laatste meeren-deels versleten was, richtten de religieuzen in 1620 een rosmolen (1) op, welke te zamen voor den hertog jaarlijks 10 vat (2) rog afwierpen; die rog werd later aan den rentmeester der domeinen betaald, volgens een rekenboek over i63o-36.

Een woord Log over de jaarlijksche opbrengst der twee molens.

In 1627 gaven zij 48 vat rog of 5y6 gulden met 18 gulden voorlijf.

Van i63o-36 jaarlijks 58 vat.

In i638 twaalf gulden en 5o vat.

Een derde handschrift meldt 48 mud, 40 pond was, 12 hoenders, 6 gulden en 12 gulden voorlijf.

98

Tijdens de XVII en XVIII eeuw bedroeg dit gemiddeld inkomen 490 gulden.

11) Molen die noch door water, wind of stoom, maar door een blind of geblinddoekt paard of ros maalt. Uit dezen molenging een cijns van 3o stuivers. (2) De latijnsche handschriften hebben modii.

ocr page 110

a. verloop van tijd, hebben de vier hoeven een ' groote uitgestrektheid verkregen ; zij heeten Ten Rode, De Hofstad, Groot en Klein Akkerbroek en behoorden reeds in i55r (bl. 74) aan Postel toe. Dewijl de Akkerbroeksche hoeve de oudste in de nog restende handschriften aangehaald wordt, beginnen wij met deze.

Groot Akkerbroek heette vroeger slechts Eckerbroec. Een Willem van Eckerbroec was reeds in i35o schepen te Zomeren, en in i362eenDybout van den Eckerbroeck. Dat die aloude en voorname familie menige gift aan het Godshuis maakte, getuigen verscheidene schepenakten; in 1480 heeten Dirk en Jan heeren van Eckerbroek.

De hoeve t groet goet ten Eckerbroec werd 22 november 1413 door den overste Jan van Eycke verpacht voor 22 mud rog, 8 mud garst, enz., zie verder bl. 67. In 1694 gaf zij iQo gulden en volgens een ander maar ongedateerd handschrift, 9 mud rog, 2 haver en 28 gl voorlijf. Wij vinden de volgende perceelen dezer hoeve met hunne grootten aangestipt :

Papenbroek groot 4 loopensen 33 roeden.

Willemsakker

i ♦» » i

Huurkens . 1 * gt;. 6

Klein Hofstad 3 » »32

Baeles 1 » »2

Respe o » »38

Vier hoeven, grootten en opbrengsten voor Postel.

ocr page 111

grootten der hoeven.

Groote Morselman groot 7 loopens en 16 roeden.

Akker 6 * »32 »

Middelste Papenbroek 6 » quot;Si «

Waterlaat 1 » gt;»22 quot;

Heilem 10 »gt; »2 »

Groote Hofstad 10 * » i5 quot;

Berk 9 quot; »64 quot;

Morselman 3 » «6 »

Bogaard 11 M »23 »

Graanakker 2 » »gt;31 »

Verder nog ander bouw- en weiland, dat geenen bijzonderen naam draagt.

Klein Akkerbroek is uit de vorige hoeve ontstaan die, eindelijk eene te groote uitgestrektheid verkrijgende, in twee gesplitst werd. Deze perceelen, met hunne grootten, worden van die hofstede opgegeven :

Kerkakker groot 2 loopens en 2 roeden.

Koolhof » 2 y «33 »

Distelakker •gt; i5 » «3 «

Kamp Jut »3» «21 »

Boterakker « 6 » »4 »

Berk » 6 » »2 »

Akker » 2 » »38 »

Bogaard » 2 » »32 »

Padakker » 8 » » i5 *

Een handschrift zonder dagteekening meldt deze opbrengst : 8 mud rog, 2 haver, 1 boekweit, 12 pond boter en 28 gulden.

Ten Rode bestond met zijne benamingen en grootten uit ;

Koolhof groot 2 loopens en 10 roeden.

Morselman Deurakker Overschrijf Klamp Heuvel Pauwakker Groote akker Akker

IOO

73 6 quot;

99

41

99

» 99

99

I

99

99 6 99

V

2

9f

99 l8 9f

99

32

n

99 8 9$

V

3

9»

»» 4 w

99

18

99

99 26 ■ 99

99

23

99

99 IO »»

9f

1

99

ocr page 112

opbrengsten der hoeven voor postel. loi

In het begin der XVII eeuw bedroeg de jaarlijksche opbrengst 12 mud rog, 4 haver, 1 zak raapzaad (ter grootte om er een loopens lands mede te bezaaien), 5o pond boter, 100 eieren, 6 hoenders, 1 hamel, 6 gulden in specie en 3o als voorlijf.

De Hofstad was samengesteld uit de perceelen en grootten :

Haagakker groot 5 loopens en 2 roeden.

Klokhuisakker ^ 6 » - 24 »

Pauwakker « 4 » »2 »

Heynkens » 4 « »38 »

Straatakker 1 « » 40 »

Loefstreep » 5 » »8 »

Groote akker * 24 » »10 »

Kerkakker » 1 » quot; 24 quot;

Koolhof » 1 » »5 »

Deurakker »12 * 'gt;33 »

Onderden huurling Antoon Jan WillemshadLte Hofstad 16 maart 1622, volgens het verslag van Postel's sekreta-taris, 2 beste paarden, en 1 paar zwarte ossen (3 ossen in 1648), 4 koeien (9 in 1648), 6 ledige runderen (9 in 1648 en 4 kalveren) en 1 kudde schapen, bestaande in 1648 uit 80 stuks.

De inkomsten klommen in

1616 tot i5 mud rog, in i63o tot 10.

» 3 » haver, » » »1.

» 2 » garst, » » »2.

» 5o pond boter, » » »25.

» 1 zak raapzaad » » » o. » 38 stuiver paardgeld » » » o. » 5o eieren, » » » o.

» 4 kapoenen, » » »0.

» o in specie, » » »6.

» o voorlijf, » » » 19-

» 1 vet lam, » » » 1.

Ten jare 1700 wierp De Hofstad 296 gulden af. De gemiddelde opbrengst der vier hoeven bedroeg in de XVI

12

ocr page 113

I02 OPBRENGSTEN DER HOEVEN VOOR POSTEL,

en XVII eeuw 890 gulden ; deze som met die der tie en molens klom dan tot 358o gulden.

De bezittingen der abdij hadden dan eene aanzienlij uitgebreidheid verkregen, zoodat die talrijke en versch lende goederen op den geographischen vloer van Zon ren aan een mozaïek kunnen vergeleken worden, wlt; mozaïek ter gelegenheid van het vredesverdrag v Munster in 1648 vreeslijk opgebroken, menig stuk uitgenomen en, eindelijk gansch verbrokkeld, naarvree den is overgegaan.

Hiermede hebben wij het voornaamste over Zomer naar het archief van Postel's abdij medegedeeld, en e digen dus, de hoop koesterende, dat te eenigen tijd ec andere hand de pen zal opnemen om, met behulp v eene veelzijdigere oorkondenverzameling, eene vollec gere geschiedenis dezeraanzienlijkegemeenteteschrijve

EINDE.

ocr page 114

BL-AJD-WIJ-ZIEIR.

I. Ligging, grootte, naamsafleiding, zegel en

heerlijkheid van Zomeren......5

II. Patroon der kerk. Begevingsrecht. Tienden.

Bekrachtiging..........g

III. Altaren. Beneficiën. Broederschappen. Kerk,

enz..............i3

IV. Pastoors der St. Lambertuskerk.....17

V. Kapelanen te Zomeren........5o

VI. Klooster der Franciscanessen......55

VII. Seculieren en regulieren te Zomeren en ten

jare 1892 nog in leven.......57

VIII. Akten van schepenen en notarissen, met bijzonderheden uit die stukken, van 1301-1640. 60

IX. Postel's vroegere goederen te Zomeren. . . 84

X. Molens. Dwangmolens en hunne eigenschap

pen. Opbrengsten voor Postel.....g3

XI. Vier hoeven, grootten en opbrengsten voor

Postel............gg

Benige alphabetische aanwijzingen .... io3

ocr page 115
ocr page 116

Eenigeaiphabetische aanwijzingen van dit werk.

Aa yS

Aelst 61, 63.

Akkerbroek. 6, 14, 67, 99 Alberts 29.

Altaren i3, 70.

Arkel, 62 Asten 70, 84.

Austaden 68.

Avenne 65.

Baerlo y5, 77.

Bakermans 63, 69 Baldadigheden 80. Banmolens 95.

Becx 77.

Beest 69.

Begevingsrecht 9. Beneficiën i3.

Berchvenne yS.

Berghe 67.

Berghelen 63.

Berlo 29, 40.

Boeschot 68.

Boisschot 84.

Bossche schepenen 62. Biggelaar 70.

Bolx 63 Boudewyns 63. Braakland 86. Brandschatting 74. Brants 76 Broeck 74

Broederschappen i3, 14. Brustens 63.

Bruyn 69, 70.

Bruynen 79.

Bruynstens 76.

Buyle 76.

Callenbaert 84.

Camp 70.

Chambre Mipartiegi. Clerck 65.

Coenen 74.

Coninck 70.

Coppens 82.

Cortsmit 70.

Custos 9.

Cuyck 84.

Cuylmans 79.

Daems 75.

Dapperheid 7.

Decimas 86.

Dertig straten 7. Deynkins 62.

Didden 67.

Diepenbeek 75.

Doerren 72, 77.

Donk 8.

Doorn 63.

Douairière i5. Drossaard 89.

Dussen 68. Dwangmolen 93. Dyepenbroeck 68, 76. Eckerbroec 61, 63, 69. Eed formule 60. Edelenburg 8.

Eerschot 71.

Egmont i5.

Eind 5, 5o.

Einderschot 5.


ocr page 117

I04 ALPHABETISCHE AANWIJZINGEN VAN DIT WERK.

Ennekens 81.

Erp 29.

Escharen 84.

Eyck 8, 64, 70, 74. Eynde49, 5o, 63. Eynthouts 8, 67.

Fabri 85.

Floreffe 17. Franciscanen 55. Gasthuis 56. Gelderschen 7, 74. Gemert 55.

Gerwen 64, 77. Gheerts 71,

Ghielen 69, 76. Goederenverlies 91 Goer 69 Goortse 80.

Gravin i5, 29, 32, 40. Grimberg 8.

Guerpire 12.

Hane 69.

Happen 70.

Harsel 5.

Heessel 28, 46.

Heeze 73.

Hemselroy 77. Henselmans 70. Herrinc 66.

Hersel 67. Heyenbraken 68. Hoculem 68.

Hoect 65.

Hoernic 69, 75. Hoesiden 61.

Hoeven 5, 72, 99 Hofstad 73, 90, 101. Honderd )aar 84. Hooidonk 73, 85, 86. Horrec 61, 70, 79. Houbraken 2 3. Houbroek 74.

Hout 74.

Hozen 5.

Hughen 63.

Huls 66.

Idelet 81, 82, 90. Inspeximus 7.

Inwoners 7.

Jacobs 20.

Jansen 82.

Kanoniken van Luik i3. Kapelanen 5o Kelrernan 61.

Kerk i5.

Kessel8,14, 5o, 65, 69,77, Kievitsven i5.

Kirse 10, 85.

Koster i3.

Kranendonk 89. Krijgskunde 7.

Kruiseik 6.

Laer 71.

Laerschot 74 Lambertus 9 Lambrechts 64. Lammertiend 86.

Langel 73.

Leende 73.

Lenartskapel 52.

Lierop 65, 71, 94. Lijnstrepen 5, 63. Loemaer 68.

Lomans 79.

Luik 88.

Luytelaer 77.

Mabilia 10, 85 Marien 63, 68. Malricularius i3, 70. Mechelen 91.

Mesmeker 71.

Meylanen 14, 75, 76. Mierloo 79.

Moeilijkheden 28 Moersel 66, 67 Molle 5.

Monniksbeemd 74. Munster 90.


ocr page 118

ALPHABETISCHE AANWIJZINGEN VAN DIT WERK. Io5

Naamsafleiding 6.

Namen van schepenen 61, Nelen yS.

Norbertijnen 5.

Notarissen 14, 29, 36, Sy, 43, 44, 60, 68, 69. 71, 73, 76. Nunen 64, 73.

Oedenrode (St) 71 Officiaal 12.

Oirschot 77.

Oldensee 39, 43. Overeenkomst tusschen Go-varts en Postel 47.

Oudste Ned. akte 61. Pastoorslijst 17.

Pastor primarius 18. Patronaat 18.

Patroon 9 Peerakker 63.

Personaat 18. Persoonspriester 18.

Postel 5, 23, 84, 85.

Pouillé 18.

Predikant 41.

Priesters van Zomeren 57. Radulphus 69.

Raes 64.

Ramsel 6, 64, 75, 7g. Religieuzen van Zomeren 57. Ridder 66.

Robyns 69.

Rode 63, 64, 85, 90, loo. Roemsel zie Ramsel Rosmolen 98 Rossem 7.

Rotmeester 81 Rovere 8, 98.

Roymans 79 Rupemont 63 Sanders 67.

Santvoert 61.

Sceper 69.

Sceyvel 62.

Schepenakten 61.

Sevenmoeren 6. Schijndel 54 Schoot 66.

Slaets 79.

Sly ven 5, 64 Smits 6, 77, 85. Smollers 75.

Snoec 61.

Soersel 6g.

Sornynnen 73.

Spapen 64 Speelheuvel 15. Spikerman 84. Staeckens 63. Stakenburg 63, 65, 84 Steelberch 69.

Stercsel 69.

Stipdonck 87. Stiphout 64, 66. Stralen 69.

Straten 66, 69. Sumrin 6, 86.

Svranc 71.

Ten Rode 90.

Tielens 77.

Tienden g, 85. Tserclaes 63.

Utrecht gi.

Veen 74.

Verachter 76. Verberne 34, 81. Verdysseldonck 81. Verster 64.

Verweynen 79, 80. Vidimus 6.

Vikaris 23.

Villers 32, 35. Vladeraken 6, 62, 76. Vlas 6.

Vlemmincx 7g, 80. Vlerken 5, 73, 97. Vorster 82, 83.

Vrode 67.

Vroede 64.


ocr page 119

I06 ALPHABETISCHE AANWIJZINGEN VAN DIT WERK.

Vroonhoven 84. Vulroc 62. Walmstroo 67. Wanorde 36. Wansdonk 6, 7o, 73. Waterlaet 66. 7o. Watermolen 76, 78. Weerts 15. Werdingen 64. Werpire 13.

Wessem 15

Willems 76, 79. Witvrouwenberg 8 Wolff 73. I Wolfnest 8. Wouters 73 Wytfliet 8, 80. Zegel 7. 11.

Zelen 7o Zeylberch 75.

Zoete 79. ; Zusters 55


G-IFl^VCJiRIBlNr.

De parochiekerk van Zomeren (Dorp) in 1892. De vroegere parochiekerk. Zuid-oost. gezicht.

» » » Noord-west. »

Facsimile van een handschrift Van 1224 . . . » » » » » i35o. . . » » » » » 1242 . . .

» » » » » I3O2 . . .

ocr page 120

----

.

r-:; '

■

ocr page 121
ocr page 122
ocr page 123