ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

■re—ö—•

O n

ö-J : 0(0Mt 1 P/i•.'n'. o oj .

^ r^iTi 9 pi.J

ÏTWj rvti

- ^ r^L-.o o

ocr page 4
ocr page 5

lis

VAN DE

HEERLIJKHEID WEERT,

GETROKKEN UIT ÜK

Stafcsrcfccnliujcn, Cbarters en anberc oorspronI?elijF?e

bcscbeiöcn,

WU li

A-- Jquot;- FLAü^EElSTT,

Commies-ciiartei-meester bij het Rijksarchief in I^imhnrg.

Eib!.,' ) jk MINDER^OEDERS WEER f.

\

MAASTRICHT, ; _ _ s

Stoomdnikkerij van » Lb Coürrthr dk i.a Mkcrk'-./

IffiL'

mm

ocr page 6
ocr page 7
ocr page 8
ocr page 9

— 15 —

ten zeiven daghe, in presentie van Heeren Anthonis de Tholedo ende Alonso de Lumbrades ende my Pastoer onder gescreven.

In confirmatie van den welcken de voerscreven Heer testateur dit heeft ondergescreven.

Onder stont gescreven:

P. de Montmorency.

Ende noch:

Verum est. Gislus de Vroede.

Dit testament is ontleend aan: Be Katholiek, Godsdienstig-, geschieden letterkundig maandschrift. Dertigste deel. 1856. Te 's Gravenhage bij Gebr. J. en H. van Langenhuysen, bladz. 243 — 247 waarin het is overgedrukt uit het Nederl. Rijks-Archief, onder redactie der H.H. Bakhuizen van den Brink, van den Bergh en de Jonge. 2C afl. Het testament, eene copie, zooals ook uit de spelling blijkt, is gevonden in de loketkas Holland.

Bijdragen voor de reschiedenis v. d. Provmclo. der Minderbroeders n de Nederland*».

SEKRETA'ilAAT van de Red»liti«

Pater C. iLOOTS O. F.M. UEUNSEWEG 2 VENRAY

ocr page 10

t

ocr page 11

CHRONIEK VAN DE HEERLIJKHEID WEERT,

GETROKKEN UIT

de stadsrekeningen, charters en andere oorspronkelijke bescheiden.

- ■ mm 11 gt; i i- -

De cbroniek van de heerlijkheid en der stad Weert die hier volgt) is geheel geput uit het archief der gemeente Weert en de rechterlijke archieven dier heerlijkheid.

Van gedrukte bronnen is geen gebruik gemaakt dan voor de aan-teekeningen. Een chroniek is, of liever moet zijn, een bron voor de geschiedenis en daarom moet men niet daarvoor uit afgeleide beken putten; dan wordt later voel als authentiek door anderen overgenomen dat dien naam niet verdient en men dekt zich met de aanhaling bijv. chroniek van Weert uit de archieven; zulke dooreenmenging van authentiek en niet authentiek is dikwijls de oorzaak van geschiedkundige dwaling geweest, vooral als men dan uit gedrukte boeken feiten overneemt die niet voldoende gestaafd of, erger, geheel valsch zijn.

Om verder deze chroniek geheel zijn eigenaardig karakter te doen behouden, hebben wij zelfs niets overgenomen uit andere chronieken van Weert, zooals de „ kronyk van het klooster Maria-Wyngaard (1), te Weert, door zuster Maria Luyten in dl. XII, bladz, 145 — 220 en

(1) In quot; Verslag aangaande een voorloopig onderzoek in Engeland naar archivalia belangrijk voor de geschiedonis in Nederland , op last der regeering ingesteld door D'' P. .1. rilok, Hoogleeraar te Groningen quot;, 's üravenhage, Martinus Nijhoff, 1891, 8°, ..ufdt, bladz. 22, veredeld datzich in het British Miiseun; bevindt quot;.Ms. 26663 Doodcn-lijst van het convent van Weert (1627—1813)quot; — Welk klooster nu hier bedoeld is, dat der Franciscanen of der reguliere kanonik ■ -vii. weet ik niet : de reguliere kano-niken waren in 1627 nog niet te Weert. Dergelijke doodenlijsten bevatten dikwijls bizonderheden die niet slechts voor de geschiedenis van het convent maar ook voor de plaats waar zich dit bevond, van waarde zijn.

ocr page 12

de chroniek der stad Weert van 1784 tot 1852 geschreven door den ooggetuige Larabertus Goofersquot; in dl. XXV van dit tijdschrift, p. 365 — 410; noch heb ik getracht de feiten van onze chroniek met die der twee andere, waar oogenschijnlijk of in waarheid verschil bestond, in verband te brengen, of die van onze chroniek uit de twee andere toe te lichten; slechts op een paar plaatsen hebben wij op verschil ge-wezon. Een ander zij de taak overgelaten uit al die chronieken een geschiedenis samen te st?llen, doch dan liefst niet in chroniekvorm. Maar dan dienen meer bronnen te worden benuttigd en wel voornamelijk de stadsrekeningen, die met 1436 (1) reeds aanvangen, van het begin tot het eind en de privilegie-boeken, de boeken der gilden, der resolution van den magistraat (1740-1796) de ordonnantie-boeken, de boeken der armenstichtingen enz. enz., waartoe ons de tijd en de gelegenheid heeft ontbroken.

Wij raadpleegden slechts: 1° de charters van de gemeente-archieven en rechterlijke archieven, 2° eene portefeuille van het stadsarchief, waarin door mij werd bijeenverzameld wat tijdens het schiften der rechterlijke van de gemeente-archieven in de maand Mei en Juni 1891 ten raadhuize te Weert opmerkelijk voorkwam - bij welke gelegenheid tevens een korte inventaris met inhoudsopgave der charters en dei-stukken in voornoemde portefeuille werd vervaardigd — 3° ook enkele afzonderlijke rechterlijke bescheiden toen door mij in regest meegedeeld in den inventaris. 4° Slechts „ currents calaino quot; of liever „ stylo plumbsoquot; mocht ik enkele oogenblikken benuttigen om hier en daar uit de stads rekeningen een en ander aan te stippen; dit geldt slechts voor de jaren 1501 (alleen de eerste steenlegging der kerk) Allerheiligen 1510 - Allerh. 1511, - Allerh. 1555 - Allerh. 1556, - idem 1556-1557, 1571-1572, 1573-1574, 1574-1575, 1585-1586, 15^6 —1587. Men houde in het oog dat het rekeningjaar te Weert van Allerheiligen tot Allerheiligen liep.

Dit alles tot „ Würdigungzou de Duitscher zeggen, van mijn chroniek.

Wat nu volgt strekke tot toelichting:

Het is bijna onmogelijk om geregeld den draad te volgen van deze chroniek zonder te weten wie achtereenvolgens het bestuur over

(1) Sinds 1488 volgen zij vrij geregeld.

ocr page 13

Weert in handen hadden; vooral sinds 1568 wordt de opvolging zeer verward en is zeer weinig bekend, daarom plaatsen wij hier een klein overzicht van de heeren. (Tot Philips de Montmorency volgen wij Goethals' Histoire Généalogique de la maison de Horne en Stokvis).

1. Willem I ? (!) heer en graaf van Horne, heer van Weert, Nederweert, Wessem, enz. t circa 1240, gehuwd met Margaretha van Altena enz.

2. Willem II, graaf van Horne, heer van Altena, Weert enz. t 1 -34, zoon van Willem I.

3. Willem III, heer enz. gesneuveld in den slag van Zierikzee 1304, zoon van Willem 11.

4. Gerard I, heer enz. t 3 Mei 1333, 2do zoon van den voorgaande.

5. Willem IV, heer enz. f 1343, zoon van Gerard I.

6. Gerard II, zoon van Willem IV, graaf van Horne, heer enz. en van Hees en Leenden. 1345, 26 Sept. gesneuveld te Stavoren.

7. Willem V, graaf van Horne, heer van Altena, AVeert, Nederweert en Wessem, t 1358, broeder van Gerard II.

8. Willem VI, zoon van den voorgaande, heer enz., f -5 Oct. 1415 in den slag van Azincourt.

9. Willem VII, heer enz. t 28 Juli 1433, zoon van Willem VI.

10. Jacob I, heer enz. en graaf van het Heilig Roomsche Rijk (bij brief van 1450) f 3 Mei 1488, zoon van Willem VIL

11. Jacob II, heer enz., t 8v09fa 1500, zoon van Jacob 1.

12. Jacob IE, heer enz., t Oct- 1531, zoon van Jacob 11.

13. Jan I, heer enz., t in 1540, broeder van Jacob III.

14. Philips van Montmorency, zoon van Joseph graaf van Nivelle en Anna, dochter van Floris van Egmond. Anna hertrouwde na Joseph's dood met Jan I van Horne. Philips werd gelijk bekend is 5 Juni 1568 te Brussel onthoofd (2).

15. Op Philips volgde Herman van Nieuenaer, broeder van Wal-burgis, de vrouw van den voornoemden Philips de Montmorency. Hij verhief de heerlijkheden Weert, Nederweert en Wessem in 15/6 en overleed 4 December 1578.

1

Over de hoeren vóór hem heerscht slechts twijfel.

ocr page 14

Hoe de heerlijkheden eerst aan Herman van Nieuenaer, en niet rechtstreeks aan zijne zuster zijn gekomen gelijk dikwijls beweerd wordt, zullen wij in 't kort zien:

Eenige geschiedschrijvers, wien het testament van Philips en zijne huwelijksvoorwaarden onbekend waren, vertellen heel eenvoudig dat hij ze aan zijne vrouw naliet. Niets is minder waar, daar had hij niet het recht toe en heel toevallig als 't ware, bij gemis van nadere erfgenamen kwamen deze heerlijkheden later aan gemelde gravin. Men zal hier achter zien uit het testament zelf, dat de hier bestreden bewering geheel onwaar is: Philips vermaakte in 156S, 4 Juli, al zijne bezittingen aan Floris zijn broeder, die Oct. 1570 ter dood werd gebracht in Spanje.

Jan I, de laatste graaf van Horne die van 1-531 tot 1541 regeerde, Philips' stiefvader, heeft echter het geval in zijn testament voorzien dat Philips en Floris kinderloos zouden overlijden en bepaalt, met name omtrent de heerlijkheden Weert, Nederweert en Wessem, dat zij zouden in bezit overgaan gelijk bij de huwelijksvoorwaarden tusschen Philips van Montmorency en Walburgis van Nieuenaer was bepaald. In het eigenlijk huwelijkscontract, na Jan's dood gesloten, staat letterlijk:

„ Dat in gevalle de voorseyde heer Philips en heer Floris syn broeder sonder eenige wettige geboorten te hebben van beuren huys-vrouwen te laeten, dat alsdan 't graefschap van Hoorne, stadt ende heerlicheyt van Weert, dorpen van Boucholt ende Bruegel, met allen heuren toebehoorten, den huyse van Nieunaer vervallen en succederen sullen Dit contract werd 22 Jan. 1546 geteekend in tegenwoordigheid van Anna van Egmond, weduwe van Jan van Horne en Willem van Nieuenaer, vader van Walburgis enz. De antinuptiale conventies van 26 November 1540 tusschen Jan van Horne zelf met zijne vrouw Anna van Egmont van de eene zijde en Willem van Nieuwenaer, Walburgis vader, van de andere zijde voornoemd, waren natuurlijk eensluitend.

Graaf Jan I werd tot deze schenking waarschijnlijk hierdoor bewogen, dat de familie van Meurs Nieuenaer zware hypotheken op de heerlijkheden had, die nooit waren afgelost. Deze waren ten voor-deele van Vincentius van Meurs, broeder van Joanna, de vrouw van Jacob I van Borne aangegaan.

ocr page 15

Ook Philips spreekt er van in zijn testament; daarbij was do familie van Meurs-Nieuonaer nauw verwant aan de Horna; immers een Johanna van Meurs was gehuwd met Jacob I. Deze Johanna was de tante van Frederik van Meurs (zoon haars broeders Vincent), den overgrootvader van Herman en Walbnrgis. Daarbij was hun grootvader Willem in 1487 gehuwd met Walburgis (geb. 1468) dochter van Coenraad, graaf van Manders^heidt en Sleyden en Walburgis van Horne, dochter van Jacob I graaf van Horne. Deze Jacob I was dus de oudovergrootvader van Herman en Walburgis en zijn dochter Walburgis van Horne, hun overgrootmoederquot;.

De mannen gingen in de voorschreven heerlijkheden, als zijnde mannelijke leenen voor de vrouwen, dus ging Herman voor zijne zuster Walburgis. Dat Herman bepaald als erfgenaam voor zijn persoon en riet namens ziine zuster als leenverheffer en bestuurder der voornoemde heerlijkheden optrad, blijkt wel uit de deductie van Charles Louis Antoine d'Alsace tegen ülrich comte de Frézin, hierna nader beschreven, waar dit, op bldz. 100, uitdrukkelijk gezegd wordt.

Deze deductie zal wel uit authentieke bescheiden geput zijn, die thans niet alle meer voorhanden zijn.

In 1577 werden de leenen van Weert, Nederweert en Wessem verheven door Joris van Horne, heer van Houtkerck, gehuwd met Eleonora van Egmond, 4® kind van Lamoraal (15 Juni 1568 te Brussel onthoofd). Nog in 1577 en opnieuw in 1578 werden de heerlijkheden verheven door Eleonora van Montmorency, zwagerin van Walburgis van Nieuenaer (de zuster van haar man Philips), weduwe van graaf Antonius Lalaing van Hoogstraten. Met deze beide partijen moest men namelijk procedeeren over deze heerlijkheden, maar noch Eleonora van Montmorency, nöch Joris van Horne Houtkercke hebben ooit feitelijk de voornoemde heerlijkheden bezeten, ondanks hun leen-verheffing. Na den dood van Hei man van Nieuenaer in 1578, volgde;

16. Walburgis, zijne zuster en de weduwe van Philips de Montmorency die te Brussel onthoofd werd. Zij huwde in 2en echt met haar achterneef Adolf van Nieuenaer en overleed 21 Mei 1600 te Utrecht. Walburgis vermaakte de heerlijkheden, onder voorwaarde dat de hervormde religie er zou gehandhaafd worden, aan haarjnecf;

17. George Everard' van Solms-Lich, kapitein-generaal in dienst der Vereenigde Nederlanden, gouverneur van Hulst en -j- 2 Febr. 1602 te

ocr page 16

Arensbergh. Na diens dood kwam de heerlijkheid aan zijne vrouw:

18. Sabina van Egmond, 10° kind van Lamoraal, overleden in 1614. Zij verhief de heerlijkheid eerst in 1612, nadat 17 Nov. 1610 door do Aartshertogen Albert en Isabella opheffing was verleend van de confiscatie van Weert, Nederweert en Wessem ten voordeele van Philips II als hertog van Gelre, ten gevolge der ter dood veroordeeling van Philips de Montmorency wegens rebellie en felonie tegen dezen zijn leenheer enz., in welk geval de ter dood veroordeeling de confiscatie altijd na zich sleepte. Deze opheffing werd verleend in gevolge van het vredestractaat van 9 April 1609 te Antwerpen gesloten en eene latere verklaring over dit tractaat van den 7 Jan. 1610, tusschen de Aartshertogen en de Staten-Generaal. Bij het tractaat van 1609, 9 April was namelijk bepaald dat al de confiscatiën veroorzaakt door de vorige troebelen van weerszijden zouden ophouden. Deze opheffing door de Aartshertogen is verre van algemeen bekend te zijn. Ik vind ze p. 145 van de nader aan te halen deductie van Charles Louis d'Alsace en zonder deze is niet te verklaren, hoe ondanks de confiscatie des Konings van Spanje, de opvolgers van Philips de Montmorency in het feitelijk bezit bleven der heerlijkheden, al hebben tot in 1648, de koninklijke fiscalen te Roermond hun dit bezit lastig gemaakt. Op Sabina volgde haar broeder:

19. Karei van Egmond, prins van Gaveren, 8® kind van Lamoraal van Egmond. Deze erfde de heerlijkheden Weert, Nederweert en Wessem van zijne zuster Sabina. Hij had voor deze heerlijkheden een mededinger in Philips den oude, graaf van Solras (1), die 1615, 18 October deze in leen verhief. De bezwaren werden met Karel's dood, die 1620, 18 Januari plaats had, niet geeindigd. Hij werd in 1620 opgevolgd door zijn schoonzoon:

20. Alexandre de Ligne, genaamd Croy, prins van Chiraay geb. 1590, kind van Karei, prins van Arenberg, die door zijne vrouw, Anna van Croy, hertog van Aerschot was. Het schijnt echter dat Alexander's vrouw, Magdalena van Egmond feitelijk de drie heerlijkheden bestuurde en zeker trad zij na zijn dood 16 Aug. 1629 (hij sneuvelde voor Wesel) als bestuurster op. Alex, had 15 Feb. 1620 leenhulde gedaan.

(1) Dc jongste broeder van George Eberhard heette Philips (gob. 1569, 14 .lulj f 1631). Ik gis dat deze hier is bedoeld.

ocr page 17

21. Magdalena van Egmond. Zij had proceesen te voeren met den graaf van Horne-Houtkerk, den graaf van Solre (zie de deductie reeds aangehaald p. 54), den hertog Charles Philippe de Croy de Havré, die 16 Jan. 1637 de heerlijkh. te leen verhief wellicht ook met Jean Adolphe, heer van Milendonck (1) en president der rekenkamer to Spiers, die 1 Oct. 163S mode de heerlijkheden liet verheffen. Aan deze processen kwam in 1649 een einde, toen het hof te Roermond Magdalena in het gelijk stelde tegen al de andere partijen en ook tegen de koninklijke fiscalen te Roermond, die nog altijd ondanks de opheffing van de confiscatie van 1610 het haar lastig maakte. 1 Juli 1630 had zij de heerl. in leen verheven.

Reeds vóór haar dood, 7 Nov. 1663, werd zij opgevolgd door haar kleinzoon:

22. Ernest Alexander Dominique d'Arberg de Croy Chimay, zoon van Philippe d'Arberg (f Jan. 1675), Magdalena's tweeden zoon, en van Théodore Maximilienne Jossène de Gavre comtesse de Frésin. Hij had den 6 Juli 1663 de heerlijkheid te leen verheven. Hij stierf in Juni 16S6 als onderkoning van Navarra te Pampeluna, na aldaar den e'quot; dier maand zijn testament te hebben gemaakt (2). Op dezen volgt:

23. Philippe Louis Antoine de Hennin Liétard f 25 Maart 1688, die 28 Sept. 1686 zijn leenhulde deed, zoon van Eugène de Hennin Liétard, graaf van Boussu (t 1658) en Anna Catharine d'Arberg, geboren in 1616, zuster van Philippe d'Arberg, den vader van Ernest Dominique. Phil. Louis Ant. huwde Anne Louise Verreycken, dochter van den vrijheer Karei van Impden. Op hem volgde zijn zoon .

24. Charles Louis Antoine d'Alsace comte de Boussu f 12 Sept. 1716 oud 33 jaar. Hij deed 24 Nov. 1688 zijn leenhulde. Hij had een erfstrijd met Ulrich, comte de Prézin d'Arberg, als gehuwd met Cecilia Isabella Gonzaga, wier moeder Isabelle, dio gehuwd was met den markies van Gonzaga, mede een zuster was van Philippe

(1) .1an Adolf van Milendonck, zoon van Herman Dietrich, heer van Ghoir, Meyel enz. en van Franciscus van Ghoir. Deze Herman Dietrich was wederom de zoon van Gothard cn Maria van Brederode, dochter van Walram en Anna van Nieuenaer. Walburgis van Nieuenaer, vrouw van Philips van Montmorency, graaf van Horne, die aan Herman Dietrich van Milendonck voornoemd de Maastol, genaamd de Bra-bantsche landtol, naliet, was volstrekt dus geen tante van dezen Herman Dietrich, gelijk S. von Oidtman in Die Herren von Milendonck aus dein Geslechte von Mir-laer (Zeitschrift des Aachcner Geschichtsvereins dl. XI p. 26) zegt, maar was de dochter van Willem, den broeder van Herman's grootmoeder Anna van Nieuenaer.

(2) Zie de chroniek.

ocr page 18

voornoemd. Dit proces duurde, blijkens de voornoemde deductie, nog 12 Juni 1715 (zie pag. 178). Hij was gehuwd met Diana Mancini, d. van hert. Philips de Nevers.

Reeds tijdens zijne minderjarigheid voerde zijne moeder als voogdes namens hem, een proces met de graven van Arberg en Moucron. Op hem volgde zijn broeder:

25. Alexander Gabriel Joseph (1) de Hennin Liétard, comte de Boussu, prince de Chimay t 17-18, gehuwd met Gabrielle Francoise do Beauveau Craon.

Ook Alexander gelijk men uit de chroniek zal zien, had proces te voeren met den voorn, graaf van Arberg, die voor zich als erfgenaam van Ernest Dominique een negende deel der leenon Weert, Nederweert en Wessem begeerde.

26. Philippe Gabriel Marie Joseph, zoon van den voorgaanden Alexander Gabriel. Hij stierf kinderloos en was de laatste heer, want in 1795 werden de heerlijkheden in België door de Franschen afgeschaft.

Zijne zuster Marie Anne Gabrielle Josèphe Franqoise Xavier (f 1806), huwde met Victor Maurice de Ricquet, (t 24 Jan. 1807) comte de Caraman, tweeden zoon van Victor Pierre Francois.

Hun zoon Francois Joseph Philippe, geb. 21 Nov. 1771, f 2 Maart 1843 en bij contract van 8 Aug. 1801 gehuwd met Maria Jeanne Ignace Thérèse de Cabarrus, geb. 3 Juli 1773 te Saragossa, t 15 Jan. 1835, erfde van zijn oom Philippe Gabriel voornoemd de heerlijkheid Chimay.

De bronnen waaraan ik deze bi/,onderheden en van de bijlage n0 II, de genealogie Horne-Nieuenaer, heb ontleend zijn :

J. M. Wolters, Notice historique sur l'aneien coraté do Horne et sur les anciennes seigneuries de Weert, Wessem, Ghoor et Kessenich. Gand, P. et E. Gyselynck, 1851, p. 107—112.

Fr. Goethals, Histoire généalogique de la maison de Horne, Polack-Duvivier 1845, 43—184.

(1) Aldus teokent hij zelf in do oorspronkelijke acten welke doze chroniek vermeldt, ook bij Goethals, Dictionnaire gónrtalogiqne, deel HI, s0 geneal. tafel van het geslacht Horne komt hij aldus voor. In deel IV van ditzelfde werk, geslacht Riquet, Ih et hij echter Thomas Gabriel Joseph en bij de Poplimont ,. La Belgique h(5raldique IX, p. 182 (geslacht Riquet) quot; Thomas Gabriel. Wellicht was zijn volle naam Alexander Thomas Gabriel Joseph.

ocr page 19

— 11 —

Fr. Goethals, Dictionnaire généalogique et héraldique des families nobles du royaume de Belgir)ne. Rrux , Polaek-Dnvivier 1850, 3e dl. Se tafel, van Home, en in het 4° deel geslacht Ricquet.

Buïkens, Trophées tant sacrées lt;iue profanes du duché de Brabant. La Haye 17' 4, II. 47, II 70.

J. Hi t.xkrs Geslacht- en rekenkundige tafelen Leyden, D. Haak ii2'2 I, 240 (geslacht Ligne, Aremberg, Aerschot, Chimay en Barbanson) en 1, 241 (Croy, Aerschot en Chimay, Havré, Roeux en Solre) en II, 394, (Solras Lich).

Etat et nature des terres et pays de Weert, en forme de deduction de droit, par Messire Charles Louis-Antoine d'Alsace, corate de Boussu, Prince de Chimay et du St. Empire, et Re-scribent contre Messire Ulrich comte de Frézin, d'Arberg etc. qualitate qua suppliant, 199 bladz, kl. fol. op p. 2, 3, 54, 55, 76, 98, 100—104, 126, 134, 144, 154, 170, 172, 174, 175, 178 en elders passim.

Cu. Popumont, La Belgique héraldique. Brux. 1863, I, 211 — 212 (Arenberg) en 181—187 (Riquet).

A. M. H. J. Stokvis, Manuel d'histoire, de généalogie et de chronologie III, p. 478—479 en chap. X, tableau gén. N® 8.

JV.B. Al de aangehaalde stukkeu der chroniek, berusten op het Gemeentearchief te Weert, behalve waarbij is vermeld dat zij ontleend zijn aan het, Rechterlijk archief van Weert of elders.

IBijlstg-e I_

Testament van Graaf Philips van Montmorency.

Int jaer ons Heeren duysent vyff hondert achtenzestig, den vierden dor maendc van Junio. Heelt Heer Phlps van Montmorency, Grave van Hornes zynen vuyttersten wille verclaert in deser manieren.

In den Eersten, soo offert hy den almogenden goeden God, der maget Marie en alle heyligen zyne ziele, soo wanneer zy vnyt den lichaem zal gescheyden zyn. Ende zyn lichaem der Heiliger Sepultnren, ter plaetsen daert den Ma1 van den Coninck zal concederen oft daert zyne vrunden ende maghen zullen raoghon obtineren oft vercrijghen.

Ende voor zoeveel het ïiengaet zyne tydelicke goeden hoedanich die raoghen zijn. In den eersten zoo bidt hy zijnder moeder dat zy heur

ocr page 20

— 12 —

in alles wil tevreden stellen ende confirmeren heur metten wille des Heeren ende des Conincx, heur ernstelick biddende, dat zy hem wil vergheven oft hyse in eenige zaecken mocht hebben geoffenseert ende tegens hour misdaen, tor cause dat hy zijne goeden onnultelick heeft verdaen, Bidt daerenboven dat zy metten onderdanen wil spreken dat zy hem gelieven te vertijden oft vergheven van dat hy henluyden tot eenige tijden te zeer hart is geweest in scattingen ofte exactien. Ende dat hy die all verteert heeft buyten Landts ten tijde hy geweest is in dienste van de Co: Ma1.

Bidt oock ernstelicken zijnder huysvrouwen oft hy haor eenichsins mocht hebben misdaen dat zy 't hem van harten wil vergheven, ende besunder dat hy soo langhen tijt van heur absent is geweest, zulcx dat hy hem neffens haer nyet en heeft mogen bruyken als d'officie van den echten staet is heysschende. Nyettegenstaende dien rochtans zy heur altyt eerlicken heeft gedragen. Doer welcke oorsaecke en beneficie hy hem selven bekendt verobligeert, heur te hebben in zynder memorien by den almogenden goeden God, Ende bid dat zy wil doen alles dat wel geraden zal zijn, ende dat sy daerinne wil volghen den Raedt van heure vrienden en besunder van beuren broeder.

Hy danckt oock seer den vrienden en broeder van zijnder huysvrouwen van de goede gunste ende affectie, die zy tot hem hebben gehadt ende hoewel hy zoo vele van henlieden hulpe oft assistentie nyet en heeft geuseert, neempt nochtans henlieden goeden wille, die zy tot hemwaerts hebben gehadt voor het werck oft de daet selfs.

Bidt oock zijnder moeder ende zyn erfgenamen, dat zy bestellen dat zijnder huysvrouwe worde gegeven tgene by hijlicxe verwarden is beleeft oft oock naederhandt gegeven, hoedanich die zij, want hy heeft die hijlicxe ghifte naer die hijlicxe voerwaerden vermeerdert. Begeert oock dat zy voor haer sal behouden alle de cleederen ende twelck behoort tot ornamenten oft verchierynge des lichaems, ende dat zy vuytten huysraet zal nemen tgene heur gelieft, ende dat zy zal hebben alle de tapisseriën laetstmael vercregen van Pannemaecker, ende dit all tsamen begeert hy zijnder huysvrouwen vry te laeten volgen, sulcx dat zy nyet geholden en zy tot betalyngen van eenige schulden.

Begeert oock dat zijn moeder ende zyn erfgenamen den Grave van

ocr page 21

Nuenaer willen ontlasten van de borchtocht daar met hy hem heeft verbonden voor hem testateur, zulcx dat hy daer gheen schade en van cryghe.

Hy institueert syn universeel erfgenaem in allen den resterende zijne goederen, den heeren van Mxmtigny zijnen broeder, dewelcken hy van harten bidt hem te willen vergheven dat hy zijne goeden, diewelcke hy van zijne voorouders heeft ontfanghen, alzoo heeft ge-dissipeert, hem oock biddende, waerinne hy hem eenichsins mocht hebben misdaen, dat hy hem tzelve wil vergeven, ende dat hy hem wil gedachtich wesen nae zijn doot in zyne gebeden, gelyck hy oock zijnder sal gedachtig wesen.

Begeert oock dat men zijnen barbier, want hy hem trouwelick gedient heeft, sal munereren oft tellen de somme van drye hondert ducaten oft zess hondert guldens, ende dat zy zijnder zullen zorge dragen, ende hem houden in dienste indyen zij hem behoeftich zijn, gelyck hy hem testateur trouwelicken heeft gedient.

Item begeert dat men Baptisten den bottelier zal munereren oft tellen drye hondert guldenen, begeert oock dat zijne erfgenamen hem in dienste houden, indyen zy hem behoeftich zijn want hy trouwelicken heeft gedient.

Zoe veel het aengaet die andere zijne dienaers begeert dat zij van zijnder huysvrouwe ende erfgenamen getracteerd worden naer haer verdiensten, want hy en mach alsnu soo besundero ende singulier-licken op alles nyet geoccupeert wesen, ende hy met gemack oft gevoechlich tzelve hadde moghen verzien naer heure trouwe diensten, die zij hem tot noch toe hadden gedaen.

Bidt oock Heeren Anthonis d'Avila, dat hy wil ontfangen nyet zoo seer voor een ghifte als voor een memorie een zeker horologie, 't welck hy by hem heeft gehadt binnen Gendt.

Hy bidt oock zijnen erfgenamen dat zy willen procureren dat zijne creditoren moghen worden betaelt, onder denwelcken zijn eenighe Spaensche Capiteinen ende soldaten, den welcken hy schuldich is tot omtrent de vijftich ducaten meer oft min, als hetzelve zal blycken vuyt zekeren boeck denwelcken Anthonis d'Avila by hem heeft, ge-screven met de eygen hand van hem testateur.

Dit ghene dat boven gescreven is, heeft de voorscreven testateur begeert ter executien gestelt te worden, Behoudelicken dyen dat hy

ocr page 22

— 14 —

altyt noch wat mach adderen oft diminueren. Dit is gedaan ter presentie van den getnygen heeren Johannis Vrieze ende Anthonis d'Avila, aldus onderteekend

P. de Montmorency.

Ende onder die signature was gescreven met de eygen handt van den testateur, deze naevolgende woerden:

J'entens et prie Madame ma Mère, mon frère et mes héritiers vouloir. satisfaire ceste mienne dernière volunté, lesquels entens estre executeurs de ceste mienne dernière volunté.

Buyten op de ploye van het testament stondt gescreven deze naevolgende woerden, getranslateert vuytten Lattyne, Dit testament gesloten zal gelevert worden, my vrouwe die Gravinne van Horne oft den Heere van Montmorency, ende andere eifgenaemen des Graven van Horn.

Codicil.

Naedemael In het besloten ende het besegelde testament metten zegel van den testateur, dezelve testateur heeft gereserveert de macht te vermeerderen ende verminderen, Daeromme zoo ist lat hy begeert in maniere van Godicille naedyen hy nu begeert zijne ziele wel version te zijne, wel wetende dat zijne ziele nae zijn doot oock mach geholpen worden mettet sacrificie van der missen ende aelmoessen, dat men het doester van de Minnebroeders gelegen in de stadt Weert zal gheven hondert Rinsguldenen. Ende dat opdat zy voer zijne ziele zouden bidden, ende sacrificiën offeren. Item dat men zal gheven den aermen binnen Weerdt hondert croonen oft twee hondert guldenen. Item hy begeert noch dat men den minnebroeders der stadt van Bruesael gheve vyftich Rinsguldenen, ende zoe vele den prediceeren ende carmelieten, den armen van deser stadt hondert Rinsguldenen, ende die all tsamen vuyt te reyeken ende distribueren by my Gislus de Vroede, Pastoer van der Capelien.

Bidt oock de voorscreven testateur dat dit al tsamen van stonden aen zal worden betaelt, ende dat doerdyen dattet van stonden aen zynder ziele zoude te stade common. Bidt oock der voerscreven testateur dat zijne erfgenamen eenighe fundatie maecken, die hem testateur ende zijnen erfgenamen mochte te stade commen. Gedaen

jb'- ' t ,-2

ocr page 23

1062, 11 Kal. Octobris, 21 Sept. Keizer Hendrik IV verklaart in een diploom gegeven te Silva Ketela, dat de markgraaf Otto van Thuringen en diens vrouw Adela overgegeven hebben aan de kerk van Sint Servaas, hun „ praedium (landgoed)quot; in de villae (hofsteden) Werta en Thilesha, met de aanhoorigheden voor 300 pond zilver en het levenslang vruchtgebruik der villae Oya, Mahlen Masewig, Hese.

Getuigen waren Anno aartsbisschop van Keulen, Diedwinus bisschop van Luik, Frederik hertog, Godfried markgraaf, Lambert, graaf van Brussel en zijn zonen, Wenricus van Wivsehel en anderen.

Copie van het jaar 1726, 24 Octobris, op papier naar een© copie van het origineel, dat op het Rijksarchief te Maastricht berust. (Rechterl. archief van Weert.).

Zondag na St. Jan Baptist, 1 Juli. Aert, graaf tot Loen, verklaart dat Gosen van Borne, heer tot Elstheloo (Elsloo) „ syn dienre aan diens neef Willem van Horne gegeven heeft een deel waters van een beek, loopende bij den molen genaamd Nedermolen in de heerlijkheid Boeckhout, welke heerlijkheid Gosen van hem, graaf tot Loen, in leen hield en wel zoo wijd en breed „ als doer eyn vaet off duetlinck geheithen eyn biecaer loupen mach quot; (1).

(Copie van een Charter).

1360 Oculi, 8 Maart. Dirk (2) van Horne schenkt de heerlijkheid Weert een privilegie (over de rechtspraak te Weert en Nederweert).

(Privilegieboek).

1378, 1 Maart. Willem VI, graaf van Horne, richt het wollenambt op.

(Dit blijkt uit een suppliek van het ambacht aan den magistraat van na 1784. Port. 178 N0 68).

1414, 5 Mei. Hij schenkt wederom een privilegiebrief aan de heerlijkheid Weert, waarbij 3 jaarmarkten. Op St. Bonifacius, 5 Juni,

ocr page 24

St. Jan's onthoofding, 6 Mei, en Sinte Barbara, 4 Dec., en een woke-lijksche markt op Zaturdag^worden verleend.

. (Privilegiebook).

1419, 20 Jan. Willem VII, graaf van Horn, schenkt een privilegie aan Weert. (Boschrecht). (Privilegieboek).

1436, Maandag na Oculi, 12 Maart. Lambrecht Gyskens, „ meister, als een pater quot; en Geei truyt Gyskens van Sevenhem als moeder en het geheel convent van het „ susterhuys quot; te Weert, bekennen ten behoeve van graaf Jacob van Horne, dat zij haar goederen niet verder zullen „ vryen quot; dan zij nu zijn en in zake van schat, bede en recht, ge hoorzaam zouden zijn aan de landrechten en geene goederen binnen het land van Home zullen laten gelden (1).

(Charter met fragment van het zegel van het klooster).

1446, Maandag na Oculi, 21 Maart. Jacob I van Horne geeft een privilegie aan quot;Weert.

(Port. 178 N0 44 afschrift; origineel in 't Privilegieboek).

1464. Het timmerambacht te Weert opgericht door graaf Jacob van Horne.

(Dit blijkt uit een request na 1784 door het ambacht den Magistraat aangeboden. Port. 178 N0 68).

1471, 28 April. Jacob van Horne richt het kleermakersambacht op.

(Dit blijkt uit een request van het ambacht aan den Magistraat na 1784. Port. 178 N0 68 ibid.).

1476, 20 October. Alexander, bisschop van Forli, legaat van den Paus in Duitschland, ontslaat die van Weert van de kerkelijke excommunicatie, waarin zij wegens beleediging van Arnold de Porta die zich als geestelijke en gerechtsbode had voorgedaan waren vervallen bij vonnis van den Luikschen officiaal en ter instanüe van Jan van Damerhesen, die zich als procureur des officiaals uitgaf. Met name worden genoemd als geexcommuniceerd de onderpastoor Hendrik Kathyns, de schout Herman Loxelhem, Jan bastaard van Horn, leek.

Jan van Kelft.

(Orig. charter op perkament met het zegel van Henricus

Urdeman, deken van St. Andreas te Keulen, als judex in deze zaak).

(1) Is hier het klooster Mariuwyngaard bedoeld der reguliere kanonikessen van Sint Augustinus ? Dan ware dit liet oudste bekende document , daarop betrekking hebbende, want 1442 werd de kapel eerst ingewijd volgens de ehroniek van Maria Luyten en dit is de eerste bekende datum. Zou Lambrecht Gyskens de pater, niet familie van moeder Gyskens uit Sevenhem en zouden beide niet de stichters Eijn ?

ocr page 25

19 —

1479. Zondag na Sint Remigius, 8 October. Schout en schepenen van het graafschap Horne, „ ain der Maissen geheiten Maislandquot; verklaren dat, daar zij nooit gescheiden zijn geweest van Weert en Overweert, zij ook gezamenlijk met schout, schepenen, burgemeesters en gezworenen dezer bei'le gemeenten willen borg blijven voor het betalen eener rente van 280 Rijnsche gulden, waarvoor, ten verzoeke van den graaf van Uorne, Jacob I, beide gemeenten borg waren gebleven bij Joncker Johan van Mascharei, ridder en heer te Wynandsrade.

(Charter op perkament. Zegels afgevallen ibid.).

1479, 18 December. Schout, burgemeesters en schepenen van Weert en Overweert, verkcopen aan Michiel Scribant, burger te Leuven en „ apotecarys quot; 16 Rijnsche guldens jaarlijks voor 200 dergelijke gulden ten bohoeve der stad.

Orig. Chart, op perkament. Zegel afgevallen.

1479. Van dit jaar dagteekenen de oudste bescheiden van 't ge-fundeert huis van Heythuizen, eene armenbtichting.

1480. Stichting der jonge schutterij van Ste Catharina.

(Gildeboek dier schutterij).

1480, 16 Februari. Maximiliaan en Maria van Bourgondiën geven een octrooi voor den vrijdom van de licenten voor goederen en koopmanschappen der burgers naar Brabant en van daar naar Weert.

1482, 23 Feb. Jacob II, graaf van Horne, schenkt een privilegiebrief aan de heerlijkheid Weert, waarbij o. a. de heide tusschen de inwoners van Weert en Nederweert wordt verdeeld.

(Privilegeboek).

1484, op Sint Georgius (martelaar) 21 April. Burgemeesters en schepenen van Wessem met de onderbanken, dorpen enz. van Op-hoven, Geistingen en Beegden, schepenen der vrijheden van Overweert en Nederweert, schepenen enz. der dingbank van Heythuizen en Roggel en schepenen enz. der dingbank van Malen en de onderbanken, dorpen enz, van Neer, Buggenum en Horne verkoopen ten ge-meenen behoeve eene erfcijns van 24 zware overlandsche Rijnsche keurvorsten gulden, munt der vier keurvorsten aan den Rijn, aan Gerard Koemeren en Elisabeth zijne vrouw.

Orig. chart, op perkament, met de zegels van den graaf van Horne en de banken Wessem, Beegden, Weert, Nederweert, Heythuizen, Haelen en Neer.

ocr page 26

1484, Woensdag na St. Julianus, 14 Jan. Voor Steven van Staerc-horst, Ungeren Post en Hendrik Staerkenbosch gezworen rechter en schepenen then Borch van wegen den edelen heer tot Wyssche beklagen zich Geurt Wyndemoell en Hendrik Kosters, dat, toen zij van wegen Steven Reaell en Johan Wyndemoell, broeder van Geurt, naar de markt te Diest reden, na te Weert vertoefd en die stad verlaten te hebben, [nagereden zijn door Otto Schenck en Philippus van Eyll, elk met hun knecht en mishandeld waren, beroofd van geld en paarden, enz. enz. Zij hadden hen gevoerd in eene hofstede bij het klooster van Thorne daar eene watermolen voor stond (1).

Met brokstuk van het zegel, van Then Borch. (Rechterl. archief).

1485, 22 Maart. Burgemeesters en schepenen van het land van Horne, O verweert. Neder weert, Wessem, Haelen en Heythuizen ver-koopen aan Hadewieg, weduwe van Gerrit Kempen, burgeres van 's Hertogenbosch eene erfrente van 25 overlandsche Rijnsche guldens.

Orig. chart, op perk. met zegels van Weert, Neder-weert en Haelen.

1485, op Paaschdag, 8 April. Burgemeesters en schepenen der stad Weert, verkoopen ten voordeele der stad aan Dirk Coppen en echt-genoote te Venlo, 27 Rijnsche gulden erfrente, voor 520 Rijnsche gulden.

Orig. op perk. met zegel der stad.

1485, Dinsdag na Paschen, 5 April. Burgemeesters, schepenen enz. van Weert, Nederwesrt, Wessem, Neer, Halen en Heythuizen verkoopen aan Simon Duyffinck en Peterken zijn vrouw, burger te Venlo eene jaarlijksche erfrente van 21 Rijnsche gulden voor 850 Rijnsche gulden.

Orig. chart, op perkament, met zegels van Weert, Neder-weert, Wessem en Heythuizen.

1485, op Sint Petersbanden, 1 Aug. Voor Hubrecht van Hushoven en Gerard van Parle, schepenen te Roermond, verklaart Johan van Nijmegen, deken van den H. Geest aldaai, dat hij niet uit kracht van koop en wederkoop, maar „ omme sundcrlinger gunsten quot; tegen zekere voorwaarden aan het land van Horne, stad Wessem (met on-

(1) Uit dit voorval leert men den toestand kennen in de omstreken van Weert in die dagen van oorlog tusschen de Hornes en de van der Marcken. Otto Schenck was een hoofdman der Home's. (Zie p. 149).

ocr page 27

derbanken van Geystingen, Beegden) Over- en Neil er weert, de ding-banken Heythuizen, Roggel, Buggenum en Neer, kwijtscheldt eene erfrente van 21 overlandsche Rijnsche keurvorsten gulden.

Orig. chart, op perk, met zegels der schepenen.

1485, 3 November. Robert de la Marck, oudste zoon te Esdin (1) verzoent zich met de burgers van Over on Nederweert, in bijwezen van hem en zijne ritmeesters Gerard van Werder, Goedart van Met-ternich. Dries van Balie, ritmeester te Stockhem, Heer Johan van Neufchatel, heer van Sint Lambrecht, Daem (Adam) van Meroide, Wilhelm van Burtscheidt, die den zoenbrief onderteekenen.

Orig. chart, op perk. De zegels der twee laatste onderteekenaars zijn bewaard.

1486, Maandag na Paulus bekeering, 30 Jan. Otto Schenck, als ritmeester en vele hoplieden en ruiters te Maeseyck gelegen, van wege graaf Jacob II van Horne, verklaren, dat zij in tegenwoordigheid van den graaf van Horne voornoemd, overeengekomen waren met de ingezetenen van het land van Horne, te weten Over- en Nederweert, (2) dat deze laatsten hun voor soldij en schade van paarden geven zullen 2000 Rijnsche gulden en dat zij hen dan niet verder zouden aanmanen wegens soldij, die zij hun verschuldigd waren tijdens den laatsten oorlog tusschen den graaf van Horne en Robrecht van der Marck.

Orig. chart, op perk. Met zegels van Frederik van Ob-bendorf, heer te Schinnen en Hendrik van Nunhem.

I486, 24 Maart. Voor schepenen van Heythuizen en Roggel, verbinden zich burgemeesters, schepenen en ingezetenen van Weert en Nederweert aan Johan Vynck, Aerts' zoon te betalen eene jaarrente van 46 Rijnsche gulden en nog eene van 18 Rijnsche gulden. Schepenen van Roggel en Heythuizen, verklaren dat deze renten hun alleen betreffen en die van Weert en Overweert slechts borg zijn gebleven.

Orig. chart, op perk. Zegel van Heythuizen.

(1) De oom van dezen, genaamd Willem v. d. M.. vijand van het huis van Horne en hoofd dor tegenstanders van .tan I van Horne. liisschop van Luik, verwekte groote onlusten in liet prinsdom ; ook het land van Horne, Weert, Nederweert en Wessem dat o. a. door Guy de Canne gebrandschat, moest in den oorlog deolen.

(2) Ten onrechte werden Weert en Nederweert dikwijls bij het land van Horne gereekend gelijk in dit charter.

ocr page 28

1486, 3® dag na Sint Joris, 24 April. Burgemeesters, schepenen enz. van Weert, Neder weert, Wessem, Haelen en Heythuizen, verklaren dat zij verschuldigd zijn eene jaarrente van vijftien Rijnsche gulden aan Stynen Clnsen, burgeres te Venlo (1).

Charter op perk. Zegels verloren.

1486, 24 Juni. Burgemeesters en schepenen van Buiten-Wessem, schepenen enz. van Horne en Buggenum, schepenen enz. van Beeg-den, verklaien dat er twist was ontstaan tussclien hen en de ingezetenen van Overweert en Neder weert wegens de brandschatting die aan Guy van Canne te Thorn beloofd was, waarvan die van Weert en Nederweert op bevel van Graaf Jacob II van Horne en zijn vader de drie eerste termijnen van 7500 Rijnsche gulden betaald hadden en het geld te 's Hertogenbosch, Roermond en Venlo met groote schade hadden geworven en opgebracht.

In deze twist was uitspraak gedaan door 's graven vader, door Frederik van Obbendorf, heer te Schinnen, en Hendrik Kellener, zoodat eerstgenoemde partij aan die van Weert en Nederweert f-OO Rijnsche gulden zoude betalen binnen twee maanden of tot Paschen wachten en de jaarrente betalen op boete van 100 Rozenobel«, welke boete half voor den heer en half voor den klager zou zijn. Bleef men in gebreke, dan mochten die van Weert en Nederweert te Roermond of Weert in „ ein eirbaren quot; herborg twee schepenen van Horne en Buggenum en twee van Buiten-Wessem in gijzeling zetten.

Orig. chart, op perk. Zegels der banken Binnen-Wessem en Beegden.

14S8, op Sinte Margareta, 13 Juli. Robrecht van der Marcken, heer te Esdin, Chimay (2) enz. verklaart dat de onderzaten van het land van Horne en Weert, „ in der veheden quot; (veten) ten tijde „ des edelen und wahle gebornen Herrn Wilhelms van der Marckenquot; zaliger gedachtenis, zijn oom, aan heer Gyse van Canne zaliger, ettelijke sommen gelds wegens brandschatting te betalen schuldig gebleven waren, maar dat er wegens de restanten een vergelijk is getroffen.

Orig. chart, op perk. Zegel der stad Luik. Met een transfix, waarin een verzuim in den brief wordt hersteld, de dato 1488, Zaterdag na Sinte Margareta. Op perk. met zegel van den graaf.

(1) Wij deelon liior liet herhaald opnemen van gel 1 nictle om tcdoen zien hoe Weert o.i de hier vorder opgenoemde gemeenten zich in schuld moesten steken gedurende dio oorlogen, om vrij te zijn van brandsohatting, en x ooral ter wille van hun landheer.

(2) Zijn vrouw was Cath dochter van 1'hilips graaf van Croy en Chimay.

ocr page 29

1489. St. Remigiusdag, 1 Oct. Burgemeesters enz. van Weert en Nederweert verkoopen ten behoeve der voornoemde gemeenten aan het convent van O. L. Vrouw, buiten Hinsberg 22 enkele goudguldens en

5 stuiver Brab. jaarl. erfrente.

(Charter in het Gem. archief).

1490, Maandag na Sint Gereon, 11 Oct. Johan van Horne, bisschop van Luik, bekent dat de gemeenten Weert en Nederweert zich op dien dag verbonden hebben bij Willem, graaf van Menrs, heer te Isenborch zijn neef, voor de som van 7366, enkele goudgulden a

6 7o en dat die schuld afkomstig is van 's bisschops oom Vincentius, graaf van Meurs. De bisschop belooft dat zij altijd zonder schade zullen zijn en blijven.

(Charter met handteekening van Jan van Horne).

1490, den dag na Sint Thomas, 22 Dec. Burgemeesters, schepenen enz. van Wessera met de onderbanken, dorpen enz. van Ophoven, Gyestmgen en Beegden, burgemeester, schepenen enz. van de vrijheden van Over- en Nederweert, schepenen enz. der dingbank van Halen, met de onderbanken van Neer, Buggenum en Horne, verklaren verkocht te hebben ten hunnen gemeenen behoeve eene erfrente van 36 Overlandscho Rijnsche gullen, munt der vier keurvorsten van Keulen aan Johan van Nijmegen, deken van het kapittel van den H. Geest te Roermond.

Charter op perk. 3 zegels nog overig van Beegden,

Nederweert en Heythuizen.

1492, Sint Vytz avond (martyris;, 14 Juni. Burgemeesters en schepenen van Weert, Heythuizen en Roggel bekennen schuldig te zijn aan Jan Vinck, burger van Venlo, 24 erfmalder rogge, Venlosche maat.

Orig. chart, op perk. Zegels afgevallen.

1493, 5 Februari. Voor schepenen van Antwerpen bekennen burgers dier stad, als gevolmachtigden van Albrecht van Tackenhuyz jn, ridder, en van Jonker Lodewick van Wangen alsmede andere burgers ten eigen behoeve ontvangen te hebben eene som van 15 Hornsche guldens als gedeelte van de hem verschuldigde 6800 goudguldens van wege de ingezetenen van Over- en Nederweert, die hiermede betaald waren.

Orig chart, op perkament. Zegel van Antwerpen.

ocr page 30

1491-, Woensdag na Sint Mathias Apostel, 26 Febr. Johan van Berlaar verklaart dat hij afziet van alle aanspraken en vorderingen, die hij had tegen die van Weert en Overweert, toen hij hun vijand was.

Orig. op perk. Zegel van den medezegelenden voogd van Heynsberg, Claes van 't Zijss, geschonden.

1497, 19 December. Jacob II graaf van Horne enz. verklaart dat burgemeesters en schepenen van de twee dingbanken Overweert en Nederweert zich verbonden hebben in handen van Aretz van Dalen en Johanna van Nunhem zijne huisvrouw eene jaarlijksche rente te betalen van 30 gouden overlandsche Rijnsche gulden, Keurvorster munt, af te leggen met 500 dergelijke gulden, wat aan voornoemden Aretz was beloofd, bij het verlaten van den burgt te Weert, waar hij geweest was op bevel van 's graven zwager (1), Willem, graaf van Nieuenaer, heer tot Bedbuer, toen burgt en vrijheid van Weert in „sequester gedaen iss geweestquot;, waarom zijn broeder Jan van Horne, bisschop van Luik, burgt en dingbank van Weert in zijne bescherming had genomen, waarvoor die van Weert en Nederweert 250 en die van Maasland ook 250 goudgulden hadden gegeven. De graaf belooft hun de rente te betalen uit zijne molen en tienden te Weert, Nederweert en Overweert.

Orig. Chart, op perkament. Zegel afgevallen.

1501, 13 Juli. Schepenen van Heijthuizen en Roggel verklaren dat zij hun deel willen betalen in de rente, waarvoor het gansche land van Horne, Weert en Nederweert borg is gebleven, voorkomend van gelden opgenomen door graaf Jacob van Horne, Jonker Vincentius van Meurs en Johan van Horne, bisschop van Luik, namelijk aan den graaf van Weyde, 58 gulden, aan Hendrik Hellener, 180 goudgulden. Dries van Vrankenberg 210 goudgulden, den Pater van Mariëngaarde, 100 goudgulden en SSVs makier rogge, Jan Morell 231 goudgulden, Bruyn Heynster 5Va goudgulden en 16 malder rogge, Joest Cremer 34 goudgulden, Dirck Verkens 220 gulden current, den vicaris 75 gulden current, Hawich Vleyshouwers 60 gulden current.

Orig. op perk. Zegel verloren.

1501, 13 Juli. Burgemeesters en schepenen van Ophoven en Geys-

(1) Hier onkel als aangehuwd op te vatten. Willem was de aangehuwde neef van Jakob II van Horne. Zie Oenealogie in bijl. II.

ocr page 31

tingen verklaren dat zij zich verbonden hebben met de dingbanken van Weert en Nederweert en van het geheele land van Horne om hun aandeel te betalen in de rente voortkomende van de gelden opgenomen achtereenvolgens door graaf Jacob van Horne, Jonker Vin-centius van Meurs en Bisschop Jan van Luik.

Orig. op perk. Een gedeelte van het zegel is over, voorstellende een bisschop met mijter, in de rechterhand een staf, waarmede hij een draak doodt, in de linkerhand een sleutel, links van hem het wapen van Horne.

1501, 13 Juli. Schepenen der dingbank van Halen belooven dat zij hun gedeelte zullen betalen van de renten, die de banken van Over-weert, Nederweert en het overige land aan de Maas (land van Horne en Wessem) verschuldigd zijn wegens gezamenlijk borg staan voor gelden aan wijlen Jonkheer Vincentius graaf te Meurs en naderhand aan Johan van Horne, bisschop van Luik verstrekt.

Orig. op perk. met zegel van Halen.

1501, Sinte Magdalena avond 21 Juli. „Item den XXIst('n daich in Julio op Maria Magdalenen avont des morghens omtrent VI uren iss dat fundament van onser nuwer kercken aingelacht, heefft myn ghe-nedgen Heer van Horne Greve Jacop den iersten steyn doin leggen ende der burgemeester den anderen ende dair onder gelaicht enen Koels postulansgulden facit 1 gulden 10 st.quot;

Hiermede stemt ook overeen wat op den steen aan den zuidei-buitenmuur te lezen is;

In 't gulden jaer van vyftien hondert Is gebroken dy aide Kerck u niets en wondert (1) En op avont Magdaleen Is gelacht dy ierste steen.

1509, 20 Maart. Lodewijk Kardinaal-priester van den H. Marcellus, geeft namens den Paus aan de boogschutters van St. Hubert het

(1) Aldus te lezen: letterlijk staat er n3 e afkorting van ;niets en.

ocr page 32

privilegie om hun kapel of autaar van SS. Christoffel en Hubertus, toen nog niet ingewijd, voortdurend door een wereldschen of ordepriester te doen bedienen en zulks op verzoek o. a. van Arnold Goldwert, recto]1 der parochiekerk.

Op Sint Maartensdag (11 November) 1510 werd den Genadigen Heer van Horne (1), en den proost (2) en den Jonkher van Horne (3) geschonken in Pouwelshuis (4) 37 kwarten wijns van 6 gulden,

I stuiver 3 oort.

Op Sint Stevensdag 26 December, werd „ Mynen Heere quot; geschonken in Pouwelshuis 42 kwarten wijns ad 3 stuiver, te zamen 6 gulden 6 stuiver.

Op Zondag na Sint Laurentius, „Mynen Heere quot; en den proost geschonken 19 kwarten wijns voor 2 gulden 17 stuivers en aan de abdis van Thorn (5) acht kwarten wijns voor 1 gulden 4 stuivers, aan een dienaar van den Keizer, (6) 4 kwarten wijns voor 12 stuivers.

Weder den Heer en den proost in Pouwels huis geschonken 25 kwarten wijns voor 4 gulden, 18 stuivers 3 oort.

Op Sint Franciscusdag 4 October 1511 aan de observanten (van het klooster de Biest) 4 kwarten wijn ad 2 stuivers 3 oort. Te zamen

II stuivers.

Toen de heer van Nassouwen (7) voor de poort was zond men hem 10 kwarten wijns, een ton bier, gekocht bij Jan Kontz, ad 22 stuiv.

1

Jacob II van Horne, zoon van Jacob I (die op zijn ouden dag minderbroeder werd in liet door hem gestichte klooster op de Biest te Weert) en van Joanna van Meurs; zijn broeder was Jan van Horne, bisschop van Luik. Jacob II werd geb. omstreeks 1450 en stierf 8 October 1530.

ocr page 33

— 27 —

en nog 18 kwarten ad 3 blank. Te zamen voor 2 gulden, 14 stuivers 4 oort.

Toen die van Maeseyck hier waren om te getuigen met den landdeken in Pouwels huis 15 kwarten wijns ad 2 gulden, 1 stuiver, 1 oort.

Toen de deken van Eindhoven in Weert was met een wasen om de getuigen te hoeren in de zaken van Maeseyk 10 kwart wijns (1).

Den prior van Sint Elizabeth (2) 2 kwarten van 51/2 stuiver.

Op Sint Simon en Judas, 28 October, toen de erfgenamen van Juffrouw Michiel (3) kwamen, 16 stuivers verteerd.

1512, Pinksterdag 30 Mei. Jacob Jongreve te Horn (Jacob III) bevestigt de jonge schutters, hun getal mag 50, ook 8 of 10 meer, bodragen.

Ditzelfde jaar bevestigt hij de busseschutters; zij mogen 50 of 60 in getal zijn; uit de hem toekomende booten zal de graaf hun jaarlijks 50 bescheiden Philipsgulden geven en de burgemeester moest hun er 7 jaarlijks geven en 50 pond salpeter (buskruit) of de waarde daarvan. — Hieruit blijkt dat Jacob HI toen al als gebiedend heer optrad, terwijl zijn vader eerst 1530 stierf. Had deze aan zijn zoon toen al het bestuur overgedragen ?

1512, op Sint Stevensdag, 26 December. Joannes Hoeffs, Aernt Kouken, Niles Knoups, Syes Bosemans en Dyrick Jacops, gevolmachtigden van Maselant, verklaren dat zij 2000 gulden zullen betalen van de 3000, die het land van Home met die van Weert en Neder-weeit waren overeengekomen te betalen aan den hertog van Gelder, binnen drie weken na dato van dit contract om den graaf' van Horne uit de gevangenis te bevrijden. (Hij was te Worcum, waar hij namens den Keizer bevel voerde, bij de inname gevangen genomen).

Orig. op perk. met zegels van Wessem en Heythuizen.

1513. Op Paaschdag, 27 Maart. Peter Schoemekers, Claes Coelen de jonge, Gerard Pytten en Gerard Schoemekers, gezworen werkmeesters in het wolambacht te Weert, verklaren dat zij na rijp

(1) Deze twee posten hebben betrekking op een geding te Luik aanhangig tusschen de gemeenten Weert en Maeseyi-k (dit blijkt uit de rekeningen van 1516—lül7) waarbij de deken van Eindhoven als rechter ol scheidsrechter optrad.

(2) Der Reguliere Kanonieken van Sinte Elizabeth te Heythuizen.

(3) Wellicht eene dochter uit het huis van Horne of eene aanverwante.

ocr page 34

— 28 —

beraad met de zestien mannen en het geheele ambacht te Antwerpen en Bergen-op-Zoom twee hallen „ gegolden quot; (gekocht) en getimmerd hebben tot nut van het ambacht en daartoe aan Peeter Beelen eene jaarrente van 6 goudgulden voor honderd dergelijke guldens ver-koopen (1).

Orig. op perk. Zegels verloren.

1514, op Sint Margaretha, 13 Juli. De burgemeesters en schepenen van Maesland (land van Horne en Wessem) verklaren dat zij hun deel zullen betalen in de rente van 650 gulden, voortkomende van de geldon die de graven van Horne voortijds hadden opgenomen van heer Jan van Mascherel, ridder heer te Wynandsrade en in ééne rente van 12 Rijnsche gulden aan Berthel Bax verschuldigd.

Orig. op perk. Zegels van Wessem, Halen en Heythuizen.

Op denzelfden dag bekenden de schepenen van Wessem en de onderbanken (Ophoven, Geystingen en Beegden) van Halen en de onderbanken (Buggenum, Neer en Horne) van Heythuizen en Roggel metal de gemeenten van Maasland, met die van Weert en Nederweert ter liefde van Jacob Jonggreve tzo Horne quot; en zijne vrouw Margriet van Croy beloofd te hebben aan den graaf van Wede te betalen 5415 goudgulden, waarvan 1000 betaald waren en dat zij hun aandeel in het overige zouden betalen.

Orig. op perk. met zegels van Wessem, Haelen en Heythuizen.

1514, 12 September. Jacob, „jonggreve tzo Hornequot; enz. verklaart, daar zijne onderzaten in Maesland, Weert en Nederweert voor hem borg zijn gebleven bij den heer Mascherel, den graaf van Wede en verschillende personen ook aan Jan Bach, hun privilegie en gerechtigheden niet te zullen schenden.

Orig. op perk met zegel van den graaf en priv. boek.

1515, op Sint Matthias apostel, 24 Feb. Schepenen van Heythuizen en Roggel beloven met het geheele land van Horne, Weert en Nederweert hun deel te betalen in de renten voortkomende van kapitalen waarvan zij „ ter leyffden quot; hunner landsheeren, de graven van Horne borg gebleven waren, binnen Roermond en elders en dit „ ter leyffden quot; van Jonker Jacob „ jonggreve tzo Horne

Orig. op perk. Zegels afgevallen.

(1) Uit dit charter leert men de belangrijkheid kennen van de Weerter wol-fabrikatie en den handel in dit artikel in vroegere dagen, toen de stad zelf? hallen te Bergen-oii-Zoom en te Antwerpen er op na hield.

ocr page 35

1515, 25 Maart. Leonard, priester kardinaal van Sinte Susanna, bevestigt namens den Paus het voorrecht van 1509, 20 Maart gegeven aan de schutters van St. Hubert (hier broederschap van SS. Andries, Hubert en Christoffel genoemd).

1516, Pinksteravond 10 Mei. Burgemeesters en schepenen van Weert en Nederweert verkoopen ten behoeve der gemeente aan Thomas Maesz, priester te Helden, eene erfrente van 30 Hornsche gulden a 12 stuivers Brabantsch de gulden.

Origineel op perkament. Zegel afgevallen.

In 1516—1517.

Er werd gewerkt aan de Maaspoort en er werden straten gemaakt.

üe bode van Neer weert die de lieden aandreef om steenen te brengen kreeg 7 stuivers.

1517, 17 April. Op Vrijdag na Paschen hebben de burgers bij de Beggijnen (1) geteerd met Heer Andriessen, gasthuismeester te ïricht (Maastricht), broeder der meesteresse. Deze kreeg 10 kwart wijns voor één gulden.

19 April. Op beloken Paschen kwam er volk des Keizers en de graaf kwam des avonds met de jonkeren teeren. Dit kostte 8 gulden 10 stuivers.

17 Juli. Op Vrijdag na de verdeeling der Apostelen, toen de graaf van Holland kwam en zijn genade in Pouwels huis teerde werd 3 gulden 17 stuivers betaald.

22 Aug. Zaterdag na Maria Hemelvaart kwam de graaf uit Brabant en teerde 11 stuivers 1 oort.

26 October op Maandag na Sint Severinusdag kwam hij met zijn vrouw (2) te gast en dit kostte 6 gulden 6 stuivers.

Een riem papier en 16 boeken voor schrijfbehoeften der stad kostten 1 gulden 10 stuivers.

Aan de oude schutters werd van stadswege verstrekt 10 gulden, aan de bussenschutters 6 gulden 5 stuivers en aan de jonge schutters 4 gulden 16 stuivers.

(1) Welke zusters bedoeld zijn is niet zeker. Ik zou donken die van Mariëngaarde.

(2) Hier is de zoogenaamde jonggrave of Jacob III bedoeld met zijne 2° gemalin Cl. iidine van Savoye met wie hij 4 Nov. 1514 was gehuwd. (Zij f 2 April 15281 Jacob II was toen weduwenaar.

ocr page 36

Voor hei. stellen der klok (1) werd 2 gulden 8 stuivers gegeven ; Hendrik van Ensenbroeck kreeg voor zijn tabbaert 1 gulden, 4 stuivers ; ook kregen Johan Snyders, Peter Leramens, Jaspar Lenarts, Janssen Meys en Thonis Pouwels achtereenvolgens dezelfde toelage voor den tabbaert. — Wat waren deze personen?

Ratten Dries, wijl hij zes jonge wolven had gevangen kreeg 2 Hornsche guldens, en de drie gezellen die met bussen des nachts „ de oude wolf meenden te schieten quot; elk 12 stuivers, 3 oort. Dus zamen 1 gulden, 16 stuivers, 3 oort.

Aan verschillende gezellen die in 't Broek gingen zien om die van Boechhout, waar zij mede in twist waren, daar te krijgen (2), en den schout die met wel vijftig liedtn daar heen ging 3 guiden 15Va stuiver.

Toen Jan van den Bosse van Weert reisde en de Maaspoort aangelegd had, bleek het dat men aan logies „in 't huysquot; en verteering van hem en zijn dienaar 4 gulden, 6 stuivers, 2 oort had uitgegeven.

Onder den eersten steen had men een Philipsdaalder gelegd.

De schoolmeester Kersten (Ghristiaan) kreeg voor zijn loon 18 Hornsche gulden. (Voor een vierde jaar ?)

1522, Donderdag na beloken Paaschen, 1 Mei. Voor rechters en schepenen van Venlo, koopt Harmen Kiespenningh, dokter in de medicijnen van Dirik Ververs en Joost Welen, gezonden van de stad Weert eene jaarrente van 15 gulden.

Zegel van den rechter Johan van Vogelsanck en fragmenten der zegels van de schepenen Dirk van Meurs

Groert;Boegell.

1524, 24 Januari. Merten van Hovelle, Frans van Horne, Matthijs Portraans en Lemmen van Paris, gezworen werkmeesters in het wol-leambacht te Weert, verklaren, dat zij met rijpen raad met de zestien mannen en het gansche ambacht te Antwerpen en Bergen op Zoom een hal hebben „ gegolden quot; en getimmerd ten behoeve van het ambacht, waartoe zij aan Peter Beelen of Rutten, verkocht hebben 82% goudgulden, erfelijke jaarrente voor 650 dergelijke guldens.

Orig. op perk. Zegel verloren.

(1) Verder staat er niets van deze klok.

(2) In praegnanten zin, zooals wij nog zeggen : ik zal hem krijgen, dat is: er onder krijgen.

ocr page 37

— 31 —

1531, 23 Oct. Jan van Horne belooft do privilegiën van Maeslanl (liorne en Wessem) Weert en Neder weert te bewaren en betuigt den inwoners zijn dank voor hun borgstelling, wegens gelden door zijn voorgangers opgenomen van den Heer van Mascherel, den graaf van Wede, Johan Bach enz. (Privil. boek.)

1533. Zonder dagteekening. Voor rechter en schepenen van Venlo verkoopt Mr Herman Kiespenninx, dokter, aan Thijs Spee en Mar-ceüs van Beringen, burgemeester der stad voor het gasthuis ten behoeve van de armen eene jaarlijksche erfrente van 8 goudgulden op de stad Weert.

1536, 27 October. Johan van Hoerne, bekend schuldig te zijn 20 guld. Brab. aan het klooster van Mariagaarde te Weert, wegens ontvangen gelden, waarmede hij eene erfpacht van 28 malder roggen op den watermolen bij Panheel, genaamd Bossmolen, die aan het klooster der reguliere kanunniken bij Eindhoven in den Hagen verkocht was, afloste.

Afschrift op papier. (Rechter!, archief).

1539, 14 Mei. Voor schepenen van Roermond, bekennen Dierick, Christoflel en Goert Hoeft, gebroeders, dat de rente, waarover zij misverstand gehad hebben met Johan van Lom zaliger en die Herman Ueesmann en zijne vrouw Margaretha te zamen gegolden hebben af te staan aan Johan van Lom (1).

Grig, op perk. Zegels verloren.

1539, 14 Mei. Schepenen van Roermond verklaren dat de ingezetenen en burgers van het graafschap Horne hen hebben verzocht met hen naer het Lieve Vrouwe Munster te gaan, waar zij op het hoog altaar zekere penningen hebben gelegd zijnde de renten van verscheidene jaren die zij aan Johan van Lom en Aleydis Dynslaycken, burgeresse van Keulen verschuldigd waren (2). _____Orig. op perk.

(Ij Den dag te voren, op Sint Servaes, verklaarden schepenen van Roermond, I'alich van Camphaizen en Johan Zeguers een brief te hebben gegeven, waarin vermelding van een jaarrente aan Johan van Lom verschuldigd door de stad Wessem met de on-derbanken, dorpen enz. Ophoven, Oeystingen en Beegden, burgemeesters enz. van Overweert, Nederweert enz schepenen enz. der banken van Heythuizen ou Roggel, item der bank van Halen en der onderbanken, dorpen enz. van Buggenum en Horne. (Orij;. op perk. Zegels der 2 schepenen gaaf).

(2) Dit kapitaal met renten groot 200 goudgulden werd blijkens transfix van 1540, 1 A.ug. door de schepenen van Roermond gegeven, door schout en burgemeester van Weert neergelegd op voornoemd altaar. Blijkens transfix door dezelfde schepenen gegeven 25 Feb. 1540, legden schepenen en naburen van Wessem, Ophoven en Neer, ingezetenen Tan het graafschap Horne op voornoemd altaar 1000 goudgulden kapitaal en rente neder aan dezelfden verschuldigd.

ocr page 38

— 32 —

1540, 1 Mei. Burgemeesters en schepenen van Weert verkoopen ten behoeve der stad aan Juffrouw Gaelandt van Bree en de andere provisoren van wegen en tot behoeve der armen te Mullenbracht, uit kracht van testament aan Herman Ageris van Bracht, dokter me-dicinae te Keulen, 52 keurvorsten gulden jaarl. erfrente voor 1300 dergelijke gulden. Orig. op perk. Zegel verloren.

15-11, 20 Jan. Anna van Egmont, gravinne van Horne, vrouwe van Altena en Weert en haar zoon Philips van Montmorency beloven de privilegiën van Weert en Nederweert te bewaren. (Privil. boek).

1541, 12 Maart. Philips vaardigt 2 reglementen uit voor de schutterijen.

1548-1544.

Een bode word naar Wessem gezonden om te hooren of de Gel-derschen over de Maas waren, naar het gerucht wilde ; overal werden boden heengezonden, in het land van Kessel.

Op de vier hoogtijden, Paschen, Pinksteren, Alderheiligen en Kerstdag werd den observanten 2 kwart wijns vereerd, ook de pater die de passie preekte kreeg 2 kwart. Dit kostte 6 gulden 16 stuiver.

De genadige Vrouwe (1) resideerde te Heeswijk, aldaar kwam de schout haar spreken. Toen de Vrouwe tot Weert kwam, werd zij op pasteien getracteert, die aan bakker 2 gulden 14 st. kosten.

Dit jaar werd het huis gemetseld, Johan Puytlinck leverde de grauwe steenen, Tilraan Rutgers (2) en Pelsken van Antwerpen gaven ieder een glas in het „ nuwe buys en men schonk hun het gelag, zijnde 5 stuivers (3).

Er kwamen 5 lazarussen (melaatschen), een werd „ doetkranckquot; eene vrouw moest bij hem waken. Dit duurde 19 weken. Alles samen, met inbegri van geleverd brood, bier, zeep enz. kostte 10 gulden, 14 stuivers.

(1) De weduwe van Jan I, Anna van Egmond.

(2) Dezen werd, gelijk uit een vroegeren [tost blijkt 4 gulden, 4 stuivers geschonken om zijn vriendschap meermalen door borg te blijven aan het land bewezen.

(3) Ik gis dat met »het huis quot; hier het gemeentehuis is bedoeld, dit was zeer fraai meteen toren versierd en gallerijen, gelijk wij later zien zullen dat er gebouwd werden.

Het werd afgebroken in 182G. De Heer Driessen uit Weert zeide mij, dat wijlen den Heer Poel z. g. onderwijzer te Weert, in do school verhaalde, hoe hij jong zijnde en uit Venlo, waar hij toen woonde, met zijn vader naar Weert gekomen, getuige was ran den afbraak van het oude stadhuis en het prachtige goudleer waarmede de zalen behangen waren.....op barbaarsche wyze zag vei scheuren.

ocr page 39

— 33 —

De toren achter de school viel om.

De „ broitsusteren die jaarlijks toegelaten waren kregen 8 gulden, mits zij daarvoor de zieken, die „ haestelich quot; ziek (1) werden, zouden oppassen.

1545, 30 October. Schout en schepenen van Weert, getuigen dat voor hen verschenen zijn de gravin Anna van Egmont, douairière van Horne, Weert enz. en Coruelis van Straelen, burgemeester van Weert en dat zij Willem van Edinghen, rentmeester en Marten Berckenbos, secretaris van Weert, hebben geconstitueerd om te Brussel te „bekommerenquot; en te arresteeren Aleyt van Dynslaycken van Keulen, die daar bekommerd was van wegen de koninklijke Majesteit, omdat zij tegen de onderzaten van Weert had geprocedeerd met Keizerlijke mandaten en gedwongen haar betalingen te doen van zekere groote som. (Zie 2 bladz. hier voor).

(Rechterl. archief van Weert).

1548, op Sint Dionysius, martelaar, 9 October. Schepenen der stad Weert verklaren dat voor hen meester Mosses (?) verkocht heeft ten behoeve der armentafel van den H. Geest aldaar aan de gezworen mombers dezer tafel Gerard Thoemen, Severyn Stopkens en Bernar-dinus Vrackers eene jaarrente van 30 Carolusgulden voor eene som van 600 dergelijke guldens.

Orig. op perk. Zegel van Weert.

1548-1549.

Er werd verordend dat ieder brouwer maar één gebrou (brouwtoc-stel) zou onderhouden. Bij die gelegenheid werd bij Gerart van Haelen, 10 stuivers 1 vleguit verteerd.

Toen Aert in den yseren Granen zijn eed deed, werden bij Jans in den Eenhoern 8 kwarten wijns geschonken.

Toen de burgemeesters den Genadigen Heer Graaf te gast hadden, werd bij Jans in den Eenhoern verteerd aan „ wijn, cost enile pas-teyen quot; 44 gulden, 19Va stuivers. — Met Pinksteren was de Genadige Heer, bij het schieten der gilden, koning, daar hij den vogel afschoot

(1) De haastige ziekte, eene soort epidemie. Ik gis dat met » broitsusteren quot; de celleziisters der 3e orde van St. Augustinus van het klooster, genaamd .. Broodboom gaard of Godsboomgaard quot; te Roermond, bedoeld zijn. Deze verpleegden de zieken vooral in tijden van besmetting en werden ook zwarte zusters genoemd

(2) Een vaan was 7 kan of 6 liter.

3

ocr page 40

— 34 —

Men dronk acht vierden wijn voor 4 gulden 16 stuivers. Ook de rentmeester,- burgemeesters en schepenen hielden toen „ aider gewoonten quot; met de schutters feest en verteerden 3 gulden 10 stuivers.

Met den priester die gekomen was te Weert om „dy pastory aen te nemenquot;, werd bij Willem van Kelft 18 stuivers 1 oord verteerd.

Er werd hi] de Observanten met rentmeester en schepenen, toen broeder Jeronimus „ irstquot; tot Weert was gekomen, voor 28 stuivers verteert. „Ter zeiver tijdquot; werd aan twee „ cabbelyawen, witbroit ende ringe quot; 2 gulden 9 stuivers 1 oort verteerd. Den broeder werden 3 kwarten „ joepenbyersquot; voor 4Vï stuiver geschonken. Hij kreeg ook voor stadsrekening 41/2 kwart romanit (1) voor 15 stuivers 1 vleguit bij Cornells van Straelen. — Wel zal met dezen Br. Hieronymus,'bedoeld zijn Hieronymus van Weert, later te Brielle in 1572 wreedaardig ter dood gebracht door Lumey en al? martelaar vereerd. Deze broeder (pater) is ook in het H. Land geweest. Misschien gold dit onthaal zijn terugkomst, of waarschijnlijker nog, zijn Priesterwijding.

De Observanten kregen dit jaar nog tot „behulp hunner kermissen eenen haemel ende een lamp quot; (lam), wat samen 4 gulden en V2 stuiver kostte. - Toen „ der aide pater quot; te Weert was, haalde men voor het klooster op stadskosten 19 kwarten wijn: op de vier hoogtijden (Paschen, Pinksteren, Allerheiligen en Kerstmis) kregen zij 8 kwarten wijn a 3 st. het kwart.

Dit jaar had men een proces te Brussel met de tollenaars van Leuven, wat veel geld kostte aan reizen enz.

In handen des rentmeesters Willem van Edinghen, werd ten behoeve der gebiedende vrouw 800 gulden gestort als van den eersten termijn, die begon op Onze LieveVrouw Lichtmis 1549 en die haar voor 5 achtereenvolgende jaren beloofd waren.

Toen „ der prince van Spaingnenquot; (Philips II) te Weert kwam, werd aan teertonnen en aan teer om in de vuurpannen te „ horren quot; en aan kaarsen en bier dat de schutters dronken die dien nacht waakten, uitgegeven 271/2 stuivers IV» oort. Verder werd bij die gelegenheid nog verteerd aan een ton „ wyken quot; om in de vuurpannen te „ borren quot; plus de vracht 30 stuivers.

Meester Ewald en meester Bartold schoolmeesters kregen voor hun salaris 24 gulden en meester Franssen, (dezelfde als meester Ewald,

(1. Romanet, een soort Bourgognewijn, toen veel gedronken.

ocr page 41

— amp;:gt; —

die Ewald Franssen heette) kreeg nog extra 24 gulden voor zijnen „ arbeyt(Over dezen Ewald XVf» noot), ,

Meester Bartholomeus (Bartold) kreeg volgens belofte „ in zyn yerst aencommen quot; 3 gulden.

Voor de stads brieven, waarmede wel de stads privilegiebrieven bedoeld zijn, werden vijf „ bleken doeskens quot; aangeschaft voor 7 stuiv. „ om dy zegellen te bewaeren quot;. (Deze privilegiën zijn nu met doosjes en al verdwenen).

Dit jaar werd ook aan het „ stadt huys quot; getimmerd ; Merten Van den Hoevel en Sillen van den Berckenbos kregen 6 gulden betaald. Ook werd er aan „ den alden toerenquot; gewerkt (gewraicht) om de steenen af te breken, en gemetseld.

1554, 13 Juni. Anna van Egmond verklaart dat de vergunning door het kapittel van Sint Servaas (dat met den heer van Weert beurtelings de pastorie vergaf) aan Ludovicus d'Alb of Sentefoy verleend om te mogen bedanken ten voordeele van Rogerus de Montmorency, niet zou zijn ten nadeele van de aanstaande beurt des kapittels, daar Anna van Egmond, Ludovicus d'Alb had aangesteld. (Apotheca S. Servatii VI, 514 op het Rijksarchief).

1555 — 1556. Aert de Schoolmeester, die den dienst ging verlaten, kreeg bij overeenkomst 60 gulden. Hij had elk half jaar, 26V2 gulden gehad. Dit jaar komen ook als schoolmeester voor een Mr Geerten, en na 31 Jan. 1556 Mr Peeter (Langenius).

Dit jaar werd aan de Maaspoort gewerkt, en men schonk 3 vaenen biers aan de werklui opdat zij „ dapperlyck quot; werken zouden. Voor de „ begenckenisse met halfvasten quot; werden 30 stuivers verteerd.

Ook de gallerijen van het raadhuis werden gemaakt, waartoe de steenen in haringtonnen werden gemeten.

1555 — 1556. Toen de burgemeester van Weert en Nederweert dag tegen elkander hadden, (dat is gerechtsdag hielden) wegens de heide werd verteerd 2V2 gulden, 2 stuivers, 1 oort.

Toen meester Peter de schoolmeester (1) 31 Jan. 1556 werd aangenomen, verteerde men IV2 gulden.

(1) Van dezen Peter, Langenius genaamd, schrijft Foppens II, 986, dat hij bestuurder was der school te Weert cn tot vorming der jeugd in de goede zeden en letteren uitgaf quot;Exhorlationes ad Veritatem quot; versu elegiaco, — «Admonitoriae aliquot Prac-ccptiunculae ad Piëta tem quot;, — »Dialog us de mundi cupidine aspernanda, Antverp. typis Loei, 1556'' versu elegiaco.

ocr page 42

Dit jaar werd er weder aan het „ kaer quot; gewerkt.

De burgemeester ging te Wessem straatsteenen koopen.

Daar men meende den graaf te gast te hebben, kocht men 2 kapoenen, 6 hoenders, boekweit, kappers en olijven.

1555 — 1556.

Frans Vummelen (?) kreeg 2V2 stuiver omdat hij den geheelen nacht had gewaakt, waar die van Nederweert passeeren moesten om hen beter te onderwijzen, waar men steenen moest halen.

De bouwmeester van de Biest, Jacob Robers, en Symen Buyssen kregen voor straatsteenen 57 gulden 17 stuivers.

Niel Pitten, Lem Ketelboeters, Sys Melen als keurmeesters kregen voor hun gewone gage 3 gulden 3 stuivers samen.

Jan Welen, die van een hond gebeten was en ziek te bed lag, kreeg 18 stuivers, de huisvrouw van Thys Verstappen, die hem op-pastte, kreeg ook 18 stuivers.

Meer andere zieken werden dit jaar gesteund en met bedden, lakens, schoenen, hosen, huisraad enz. voorzien.

Tiet „ melatenhuis quot; werd gedekt, 't kostte 10 stuivers. - Hieruit blijkt dat er een hospitaal voor melaatschen was.

De burgemeester Syl Pompers ging met zijn knecht naar Maeseyck om 2Va aam wijn te halen, een aam werd gegeven aan den aflaet (wellicht ter gelegenheid voor de viering van Portiuncula op 1 Augustus) en de rest kreeg de schout voor zijn bruiloft. Nog IV2 aam werden toen ter gelegenheid van den aflaat gebruikt.

Gielen de lazarus (melaatsche) kreeg voor zijn huisraad 3 gulden 5 stuivers.

Leen de organist kreeg voor een steen te houwen aan het uurwerk 4V2 stuiver. Dit uurwerk was Zaturdag na Sacramentsdag 6 Juni aanbesteed. Hendrik van Hasselt, de meester die het maakte kreeg voor godspenning 1IV2 stuiver. (Zou hier het uurwerk van het oud stadhuis bedoeld zijn?)

1556-1557.

Toen de graaf van Horne naar den keizer van Duitschland reisde, verteerden schout en schepenen in Jacops van Straten huis 23 stuiv. — Waarschijnlijk werd er toen, volgens gewoonte weer gedronken, op behouden terugkomst.

De Observanten kregen dit jaar weder wijn op de 4 Hoogtijden, en de pater die de passie preekte ook. Samen voor 5 gulden 2 stuiver.

ocr page 43

— 37 —

Dit jaar werd aan het nieuwe heerenhuis gewerkt. De landstim-merman Thonis wordt op de eerste plaats vermeld. Ouder den esrsion steen legde men 24 en Vs stuiver. — Wat dit heerenhun was, komt men niet te weten, ik gis het kasteel.

De dekenen der Sinte Catharina-schutters en die der Bussenschutters kregen 6 gulden 5 stuiv. van den magistraat, (volgens het reglement van den graaf van Horne van 12 Maart 1541), en voor hun gaffel (vergaderplaats der schutters), 4 gulden 16 stuivers; de gaffelknecht kreeg voor een nieuwen tabbaard 28 stuivers.

Op Pinksterdagen 6 en 7 Juni, toen men „ alder ghewoenten quot; der. vogel schoot, werd door schout en schepenen 4 gulden verteerd.

Dit jaar is geboekt een post van „ meester Ewald quot; en een voor „ meester Fraussen quot; van 22 gulden voor loon (1).

Vijf lazarussen of melaatschen, zoo mannen als vrouwen kregen ieder voor hun brand 18 stuivers. Een vrouw werd krank en stierf, de verzorging kostte de stad 11 gulden 17 stuivers 1 vleguit ; de doodkist kostte 9 stuivers.

De broodzusters kregen 8 gulden van den Magistraat.

Merten van den Berekenbosche kreeg voor het schrijven van de bewijsboeken en 14 „ beedboekenquot; en een zendbrief 4 gulden 12 stuivers. — Deze post wordt niet verder opgehelderd.

1503 (1562 Brab. stijl), 16 Feb. Burgemeesters, schepenen en raad der stad Diest, getuigen dat voor hen en voor den schout verschenen zijn, de overlieden en vele gezellen van het velbloeters ambacjt aldaar en verklaarden eene overeenkomst te hebben gesloten met burgemeesters , gezworenen , schepenen, werkmeesters en de zestien

(1) Deze meester Ewald en meester Fransseu zijn een en dezelfde persoon, namelijk Ewald Franssen, die volgens liet toenmalig gebruik der humanisten, zijn naam latiniseerde tot Gallus, onder welke benaming hij voorkomt in Foppens, Bihliotheca Belgica I, 274 waar van hem gezegd wordt dat hij rector was der scholen te Weert en de volgende werken uitgaf :

I. Grammatica Latina, Hbris 111. Antverpiae apud Nutinm 1563, 8°.

II. Dialoffi et Icycs morales ex Erasmi libeUo, de morum civilitate.

Behalve deze werken schreef hij nog het volgende hoogst zeldzaam werkje aan

Foppens onbekend, dat op de stadsbibliotheek te Maastricht wordt bewaard :

Dictionario-|| lijm l.atinogek-1| manicum, non tam multa, || quam selecta voca-bula 1| complectens, au-1| tore Eualdo || Gallo. || (Volgt een vignet voorstellende een zaaier met inschrift: Spbs ai.it agricoi.as). Antverpiae, || Exitdebat Joannes i! Latins, An. 1556. || 232 pag. kl. 8n ongepagincerd. De drukker Latins zegt, in zijn voorrede, van den schrijver ; •gt; Viri omnium sufi'ragio eruditissimi, tum et do literis optime meriti.

ocr page 44

— 38 —

mannen der stad Weert, welke overeenkomst wordt vermeld en bekrachtigd door den schout, schepenen en raad van Diest met consent der hertogin-douarière van Aerschot, Diest en Ziehen.

Orig. op perk. met zegel der stad Diest.

1563, 27 Sept. Schout, burgemeester, schepenen en raad van Weert kondigen bij gedrukt plakaat aan dat de graaf van Horne, Philips van Montmorency, jaarlijks 3 vrije paardenmarkten had toegestaan ; dit jaar zou de eerste Donderdag na Papen-vastenavond (Quinquagesima) plaats hebben, de 2e op den tweeden dag voor Petrus en Paulus, de 3® Vrijdag en Zaturdag na Grevinger markt in Westphalen. (1) Voor deze markten werd een vrijgeleide toegestaan, twee dagen vóór en twee dagen na de markt, in het in- en afkomen enz., behalve voor hen die „ teghen synder ghenaden oft synder genaden hoocheydt mis-daen hebbenquot;. (Port 178 N0 38).

1564, 13 Mei. Philips de Montmoiency belooft aan de jonge schutters jaarlijks 37V3.Karolusgulden te schenken evenals de Bussenschutters genoten.

1564, 27 Juli. Keizer Maximiliaan II schrijf aan den graaf van Horne om hem aan te manen ten einde zijn bedrag in „ der neun und fünfzig zu Augsburg bewilligten Paugellts, sieben hundert fünf und sibenzig gülden Regensburgischen Türkenhilf, acht hundert sechs und fünfzig gülden Französischen Reiskosten, sechs und vierzig gülden und den gemainer Pfennung quot; te betalen, waarin hij was ten achter gebleven. Copie op papier uit deze eeuxc.

Charter met schepenzegel van Aken. (Rechterlijk archief). Om hetgeen nu volgt beter te verstaan diene het volgende:

In 1566 werd te Weert gebeeldstormd onder oogluiking van Anna van Nieuenaer de Luthersche vrouw van Philips van Montmorency. De kerken werden in Maart 1570 weder verzoend. In de eerste helft van Augustus bemachtigde Willem van Oranje, na de inname van Roermond, 14 Aug., de stad en er werd weer gebeeldstormd, 6 October 1572 kwam Weert aan den Koning terug, werd November 1578 door Hohenlohe voor de Staatschen ingenomen en eindelijk 13 Februari 1579 door Parma wederom onder de gehoorzaamheid des konings gebracht, 1593 werd Weert door de Staatsche troepen uit Nijmegen ingenomen en geplunderd,

(1) Greven aan dc Ems, Kreis Munster.

ocr page 45

— 39 —

en Hendrik graaf van den Bergh die met geld om de soldaten te betalen uit Brussel daarheen was getogen, gevangen genomen.

1571, 16 Aug. Getuigenis van het schepengerecht te Aken, dat men van de schepenbank van Weert bij die van Wessem en v;in die van Wessem bij die van Aken in appel ging.

In 1571 — 1572 leed aan schade aan de soldaten, alleen wegens het geleverd wittebrood circa 355 gulden.

1571 — 1572. Kaptein Guarcy Swarz of Suarez (?) lag in de stad.

Er werd uit Antwerpen tijding gebracht, dat Berlaimont aldaar was gekomen. — Verschillende boden naar Brussel, Wessem, Venlo, Roermond, Bree, Maastricht en 's Hertogenbosch enz. door den gouverneur De Monte-Sayas (1) gezonden, ook naar den Rijn om te informeeren naar het krijgsvolk. Ook werd naar Turnhout gezonden toen men hoorde dat daar kriigsknechten lagen, die binnen Weert zouden komen.

10 November 1571 kwam de Minister (2) tot Weert. Burgemeesters en pastoor heetten hem met meer andere heeren welkom.

1572, 27 Januari ging men van wege de stad naar Brussel om den gouverneur te spreken.

12 Mei kwam de bisschop van Roermond (3) te Weert en werd hem de kost geschonken in 't klooster (Maria-wyngaerd ?). Hij en de gouverneur kregen 10 kwarten wijns op den 28 Mei.

Er waren piekeniers in de stad die 17 Juni optrokken.

1572, 7 Aug. was een Spaansch luitenant op het kasteel.

Toen Alva de Maas aftrok naar Zutphen, kwam een commissaris in de stad met paardenvolk, dat door de stad werd geherbergd. Het kostte 60 gulden 16 stuivers 2 oort; toen zij optrokken naar Zutphen moest de stad voor 41 gulden 12 st. borg blijven wegens hun kosten.

Lambert de barbier van Zijne Excellentie die voor de stad had gesolliciteerd kreeg 48 gulden 6 stuivers. Wie hier bedoeld is, weet ik niet. Misschien Alva's barbier of chirurgijn of die der gouverneurs.

In 1573, doch zonder verderen datum, deed men opbovel van den

(1) De eerste gouverneur.

2) De minister-generaal der Minderbroeders.

(3) Wilhelmus Damasi Lindanus, Roermond's lc bisschop. Hij kwam in de jaren 1570—1572 meermalen et Weert. In 1570 logeerde hij in hot klooster Maria-wijngaard. Het herstel van den katholieken godsdienst was het doel van zijn komst. (Zie .los. Habets, geschiedenis van het Bisdom Roermond II, 91—98).

ocr page 46

— 4ü —

gouverneur ten tijde van den tocht van graaf Lodewyk, 350 pond lood voor 28 gulden 17 stuivers 2 oort koopen.

1573, 7 November werd Simon Stryken in den nacht naar Helmond gezonden om te vernemen of Alva ov?r Weert zou komen, zooals het gerucht wilde.

1573, 10 November werd Simon Stryken naar Brussel gezonden met brieven van den gouverneur van Weert daar de ordonnantie gekomen was van de compagnie van don Fernando de Toledo.

11 November 1578 tot 9 Februari 1574 was de compagnie Toledo in de stad, de luitenant heette Juan Polly. Dit veroorzaakte ruim 1482 schade aan geld, 380 aan wijn, 146 aan wittebrood, 73 aan bier, 70 aan serviesgelden.

1573, 10 December werd Rut Koemmen (?) naar Mook gezonden om den kaptein te begeleiden

In het laatst van December werd de pastoor en de kapellaan van Boven naar Antwerpen gezonden om te bewerken dat de stad bevrijd bleef van de compagnie van Fernando de Toledo. Zij kwamen terug met de tijding dat 720 gulden voor de ruiters waren vergoed.

Telkens werden dit jaar personen naar Brussel en Antwerpen gezonden van stadswege om verlichting van garnizoen, onder andere de burgemeester Cornelis.

Op het kasteel lagen soldaten ingekwartierd; aan leen- en serviesgeld werd hun ongeveer 1883, betaald, 29 gulden aan wittebrood, 14 gulden aan kaarssen, aan bier ruim 63.

22 April 1574 logeerden de soldaten van Mook (de Spanjaarden) in de stad (1); de stad werd overvallen met groot geweld, de burgemeester Cornelis kreeg voor geleden verlies 72 gulden.

27 Juni 1574 kwamen de ruiters van Hans Walhard op monstering dit kostte de stad 2000 gulden ruim.

25 Aug. was de compagnie Forsy de Musaca te Weert, men had eene schade aan geld, wittebrood, vleesch, haver, hooi, ruiterkosten enz. van over de 1600 gulden.

Aan de 5 melaatschen werd dit jaar 4 gulden 10 stuivers besteed.

(1) 14 April 1574 had de slag op de Mookerhei plaats, waar o. a. Lodewijk en Hendrik van Nassau sneuvelden. Na dezen slag had de eerste muiterij plaats der Spanjaarden en kozen zij zich een gt;• Eietto Deze muitelingen nu vielen in Weert.

ocr page 47

— 41 —

1574-1575.

G November ging mon te Antwerpen verlichting vragen van het regiment Forsy de Musaca, en werd ontslagen van het leangeld op het kasteel.

10 Nov. De luitenant op het kasteel kreeg een paar zijden hozen wijl hij de ruiters zou zonden in 6 dorpen, die onwillig waren geld op te brengen ; dit kostte 3 gulden 6 stuivers.

Hendrik van der Heyden kreeg een kroon (2 gulden 6 stuivers) wijl hij de belofte van don Alonso de Vargas zou vorderen. (Waarschijnlijk om niet te Weert te komen met zijn troepen).

1575.

Den 1 Januari, 26 Juli, 3, 12 en 17 Augustus ging men naar Antwerpen om verlichting van garnizoen ; ook den 30 Augustus mee request aan Zijne Excellentie dat het onbehoorlijk was dat zij hooien havergeld naar Antwerpen moesten brengen terwijl de Duitsche knechten nog in de stad waren.

3 Maart werd een bode naar Alonso de Vargas te Maastricht gezonden voor verlichting van ruiters te Wessem. De stad had wederom veel schade aan leengeld.

18 Mei, de Vargas te Weert, zijn paarden stalden in „ de Keyser

29 Juli ging men met den luitenant van het kasteel van stadswege naar Suppio Vitelli te Antwerpen om hem verlichting van garnizoen te vragen. Karei en Frans Keteler gingen mee.

1580, 23 December. Burgemeesters en schepenen van Antwerpen, getuigen dat voor hem gekomen zijn Johan Kuten en Fhris Cuypers, om geld op te nemen in naam van burgemeesters, schepenen van Weert en Nederweert en werkmeesters en gezworen zestien mannen van het woiambacht ten einde borgen te vinden voor burgers van Nederweert, te Diest gevangen. Zij stellen daarvoor in handen van burgemeesters al hunne goederen te Antwerpen o. a. de hal van Weert in de Hoogstraat.

Orig. op perk. met zegel van Antwerpen.

1582, 21 Dec. Walburgis, gravin van Nederweert, Meurs en Lim-borg, weduwe van Philips de Montmorency, vrouw te Weert, gelast dea Schout van Weert den deurwaarder te kennen te geven, dat de executies tegen de moeder van het klooster van Maria-wijngaard te Weert subreptitie verkregen was met verzwijgen van de appellatie

ocr page 48

- 42 —

op den bisschop van Roermond, met hoop eerstdaags citatie en inhibitie te verkrijgen (1). (Op papier Rechterlijk archief).

1585 — 86. De compagnie Biasio Capezucchi in de stad.

Aan graaf Karei van Mansfeld te Eindhoven en aan Diego Gommez, Spaansche bevelhebbers, werd voor veel geld aan mondbehoeften enz geleverd.

1585. Ruiters die naar Gelderland vertrokken, lieten hun bagage in de stad.

6 December werd naar den Kanselier te Brussel gezonden om op-schorsing der evaluatie (de muntevaluatie) te vragen (2).

22 December Gaspar Bobadilla te Boeckhout (Bockholt).

28 December werden 24 vendelen Spaansche soldaten naar Thorn geleid.

1586, 29 Januari werd van stadswege gezonden naar Karei van Mansfeld op Strypdonck.

28 Februari werden 27 vendelen Spaansche soldaten naar Maastricht geleid langs de Maas.

10 April kwam de luitenant der compagnie van Haultepenne Biasio Capezucchi halen nm mee naar Grave te trekken.

8 Mei was Ayala te Neder weert en menging hem van stadswege „ bekallen quot; om uit die heerlijkheid te trekken. Don Diego Sarmento brengt nieuwe troepen op onder Mansfeld.

4 Mei. De gouverneur Duboys gaat te Brussel klagen over de contributie van Karei van Mansfeld.

19 Mei. Don Juan Ayala wordt naar Brabant geleid met zijne troepen.

28 Mei werd gezonden tot den graaf van Mansfeld voor Grave, om over onderhoud van het leger te confereeren.

2 Juni werd het huis van Jonker Otto (misschien Otto Schenk zie op 1486, 80 Jan.) ontruimd voor de Koninklijke Commissarissen (p. 173, N0 2).

(1) In een proces tegen Adolf van Nieuenaar tlie circa 1580 de tienden van Sint Servaas-kapittel had in beslag genomen (in welk proces Wamesius voor het kap. pleitte, zooals uit Centuria canonica 1, consil. 89 en Cent. civ. 1, cons. 2 blijkt) weigerde dit convent een copie te geven van een stuk betreffende de tienden te Tun-gelroy. Ue bisschop van Roen: ond beval de uitlevering, stelde 1582, 27 Aug. de kosten vast die het klooster aan't kap. moest betalen, sprak 1583 de censuur uit tegen het kl. en riep, toen het daar 9maanden in was verbleven, den wereldlijken arm in, waarop 1583, 28 .lan.. de Koning van Spanje executoriaal mandaat verleende. (Ms. Apotheca Sancti Servatii, op het Rijksarchief dl. VI, p. 514, 515).

(2) De munt-evaluatic door Philips II uitgevaardigd.

ocr page 49

— 43 -

2 Juli werd getriomfeerd wegens de overgan ,r van Venlo aan den Koning, klokken geluid, pektonnen gebrand. (Venlo was 28 Juni veroverd).

22 Juli. De gouverneur zendt met de plakkaten van due de Leicester in Holland gepubliceerd naar Cigonia te Roermond.

26 Juli werd over eene schilderij van Peter Ernst van Mansfeld een bode naar den Bosch gezonden met brieven voor don gouverneur.

4 Sept. werd van stadswege iemand naar Roermond gezonden tot den sergeant Rodrigo om brieven van Richardot en Ga nier te Brussel terug te vragen.

1586-87.

Dit jaar werd aan de Zwarte zusters, die hier toen waren, 58 gulden gegeven, om in tijd van pest de zieken op te passen. (Dit waren waarschijnlijk weer de „ broidzusterenquot; van Roermond, die ook Zwarte zusters heetten ; zij bewoonden daar het klooster „ broodboom-gaard of Godsboomgaardquot; en waren Cellieten van den 3Cquot; regel van dint Augustinus).

1586—15S7. Richardot met den heer van Chaussé was bij den rentmeester van de heerlijkheid te middagmaal. Men had ten dien einde 2 zalmen van 24 pond a 6 stuivers het pond en 31 potten „ pasteykes quot; besteld.

Toen Madame (Duboys, vrouw van den gouverneur) in het kinderbed was, werd haar wildbraad en wittebrood en „spellenquot; op 't kasteel geoffreerd en pastoor, burgemeesters en gerecht werden, verzocht.

1586, 6 Feb. Philips II gelast de inwoners van Weert, Nederweert en Wessem te Roermond, in plaats van te Aken in appèl te gaan, welk bevel door Panna 5 Juli daarop wor it opgeheven Bij mandaten van 1675 en 1676 te Madrid gegeven, worden Parma's quot;^handelingen goedgekeurd. (Apotheca Sancti Servatii VI, 515 et Deduction de droit etc. p. 12, 40-41).

1586, 14 November wordt Ghielis Huyben te [paard ^met een Artesiër van den Prins van Panna gezonden naar Diest, alzoo hij de komst des Prinsen had aangekondigd ; dien dag werd jdes avonds Frans Boonen met Thys van lleythuyzen en den oppersten_tburier des Prinsen gezonden, om dezen des nachts den weg te wijzen. Panna gebruikt het middagmaal op het stadhuis met den.markies de Renthy, Barlaymont, Arenbergh, Haultepenne, Garnier, den auditeur-generaal

ocr page 50

en kanselier van zijn Alteza (Panna), Madame Duboys (de echtgenoote des gouverneurs), en meer andere heeren.

1586, 15 November. Vertrek van Parma naar de legerplaats van Cygogne.

1586, 17 November. Kaptein Biasio Capezucchi werd des nachts naar Diest gebracht.

1586, 13 December. Engel Baertmans wordt naar Venlo gezonden om te zien of de Weertenaren bij het Wysselterbroek gevangen genomen, de Maas al over waren.

1586, 15 December. De soldaat Kruysappel wordt door den gouverneur naar Eindhoven gezonden om twee hazewinden te halen, die men Prins Parma zou schenken.

1587, 8 Feb. Toen de tijding kwam dat Deventer over was aan de Spanjaarden, werden er pektonnen gebrand en klokken geluid. (Deventer was 29 Jan. door Willem Stanley overgegeven aan den gouverneur van Zutphen, Taxis).

1587, 16 Maart. De Minister der Minderbroeders komt te Weert De gardiaan noodigt den schout, rentmeester, burgemeesters, schepenen en secretaris uit. De stad gaf 34 potten wijn en 5 vanen bier.

1587, 28 Maart. Cigonia, bevelhebber te Roermond, eischt van de stad Weert 300 gulden voor zijn garnizoen.

1587, 21 April werd burgemeester Hendriks naar Brussel gezonden om Richardot, Garnier, Cigonia die daar toen was, en anderen te beschenken, uit vrees voor garnizoen. Dit kostte 164 gulder. en 1 braspenning, aan reisgeld, geschenken enz.

1587, 14 Juni. Ghielis Huyben wordt naar Eyndhoven gezonden met brieven, wijl de Geusen op de Langstraat vergaderden, en den 15 wordt hij weer gezonden om te vernemen hoe sterk de Geusen waren.

1587, -gt;5 Juni zijn er uit Eindhoven hier 33 gevangen vrijbuiters gebracht, die den dag daarop door de soldaten van Roermond werden gehaald.

1587, 25 Juni zond men Engel Baertmans naar Roermond „omdat zy dy vrybuiters van hier haelen souden quot; die van Eindhoven hier gebracht werden.

1587, 5 Tuli. Toon de tijding kwam dat Gelre door de Spanjaarden veroverd was, werden pektonnen gebrand en de klokken geluid. (De

ocr page 51

- 45 —

stad was .dienzelfden dag den Spaanschen bevelhebber Haultepenne, die te Weert dikwijls in garnizoen lag, overgeleverd door Patton (Ij.

1587, 7 Juli. De gouverneur (2) zendt brieven aan den d'ossanl van Einrlhoven voor het leger te Boxtel. (Deze drossaard heette ook Jean Duboys evenals de gouverneur).

1587, 8 Juli. Haultepenne belooft het leger geheel te doen vertrekken. Men dronk op het kasteel 22 potten wijn.

1587, 15 Juli werd gezonden naar de abdij Keyzersbosch om do ammunitie die van Venlo kwam een anderen weg te doen nemtn.

1587, 16 Juli werd naar den Bosch gezonden met brieven van den Heer van Haultepenne. Nog werd dien dag naar Maastricht gezonden met een lakei van dezen heer, die gekwetst was. (Hij was volgens Strada's geschiedenis der Vlaamsche oorlogen 14 Juli te 's Bosch al overleden, doch de bode kan Haultepenne den 14 's morgens al verlaten hebben). — Te Maastricht was de broeder van Haultepenne Barlaymont.

1587, 28 Juli. Barlaymont, broeder van den gesneuvelden Hanlte-penne, komt op het kasteel liggen.

29 Juli werd Frans Boonen naar Venlo gezonden met de ruiters die den graaf van Barlaymont convoyeerden.

14 Augustus, werden 10 jonge hoenders en 1 paar duiven aan Cigonia, die men meende dat te Eindhoven was, gezonden.

18 Augustus, kwam de secretaris van Barlaymont die naar het Hof (te Brussel) reisde, in Weert.

28 Augustus. Jenken Schote gaat een Engelsch kaptein die uit Deventer kwam den weg wijzen.

6 September. De markies de Bentivoglio is in het Weerterbroek gelegerd.

Bentivoglio solliciteert om te Weert in garnizoen te komen, de burgemeester Hendriks gaat met advies des gouverneurs naar het leger voor Sluys. Dit kostte 120 gulden 10 stuivers.

(1) Zie F. Netteshoym, Geschichte der Sladt und des Amies Gcidern, Crefeld 1863, 80p. 333—338. Ten onrechte plaatsen Strada cn van Meteren deze inname in .Januari, gelijk ook uit onze chroniek blijkt, anders zou men niet eerst in Juli getriumfeerd hebben te Weert, zoo de stad nl. in Januari al over ware gegeven.

(2) Jean Baptiste Duboys. Zie over hem Jos. Habets, Geschiedenis van het bisdom Roermond II, 96 en Publications dn Limbourg XII, 237 en volg. Hij was met bisschop Lindanus als commissaris aangesteld door den Koning van Spanje, bflast met het herstel van den Katholieken godsdienst.

ocr page 52

— 46 —

10 September komen kanselier, momber en rentmeester van het Geldersch overkwartier te Roermond, de wet veranderen (andere schepenen enz. aanstellen).

1587, September. Brieven van Barlaymont voor Wezel bezorgd en brieven van hem naar Brussel, ook aan Cigonia te Roermond.

1587, 27 Sept. Bene schoone schilderij om op een autaar te plaatsen neemt de gouverneur mede naar Cigonia.

1587, 21 Oct. Burgemeester Hendrick naar Brussel gezonden tot Richardot (president van den geheimen raad).

1587, 25 Oct. Men vreesde dat het gansche leger voor Wezel legerend, naar Brabant zou komen en schreef hierover aan Cigonia.

1587, 31 Oct. Een regiment Italianen lag voer de Maaspoort, om hier in garnizoen te komen.

1588, 15 Juli. Philips, koning van Spanje, beveelt dat schout en magistraat van Venlo zullen laten genieten aan de inwoners van Weert, Wessem en het land en graafschap van Horne, de gunst dezen geschonken door den hertog van Parma, om de rente aan de stad Venlo schuldig niet te betalen tot den dag der reductie en reconciliatie met den koning en verklaart de arresten van onderdanen van Weert, condemnatiën enz. nietig en zulks ton koste der Venlo-naars met restitutie van schade en interesten. 1588, 18 Juli.

Orig. op perk. met he. Majesteitszegel van den koning van Spanje.

15)0. Karei de Heraugière (1), gouverneur te Breda, schrijft aan die van Weert over sauvegarde voor de inwoners van Weert en Horne door de Staten te 's Hage. Deze brief is geteekend Aercen.

(Port. 178, Nquot; 50).

1591, 15 November. Walburgis van Nieuenaar, vrouw van Weert, te Utrecht verblijvend, schrijft den magistraat over de oude restanten en nieuwe sauvegarde, waarover de magistraat niemand tot haar had gezonden, waarom zij thans Jan Reynen zond om daarover te onderhandelen. (Port. 178, N0 65).

1598, 1 Juni. De kanselier van Brabant zendt aan den magistraat een afschrift der „ Forme en publicatie van Peys tusschen den co-ninck van Spanigion en den coninck van Vranckryk quot; van 2 Mei 1598 te Verviers gesloten. (Port. 178, Nquot; 76).

(1) Bekend door zijn aandeel in de inname van Breda in 1590 door een turfschip

Èk

ocr page 53

1603, 1 Sept. Burgemeesters, schepenen, raad met de zes gezworen werkmeesters en de zestien mannen van het wolambacht van Weert, verklaren ten behoeve der stad te hebben verkocht aan Simon Nuelen eene erfrente van 30 gulden Brabantsch jaarlijksch voor 600 gulden Brabantsch.

Orig. op perk. met zegel van de schepenen on werkmeesters van het wolambacht (een weversspoel) en een ander zegel van dit ambacht (mede een weversspoel, maar het zegel ecnigzins anders) dat burgermeester en zestien mannen verklaren te gebruiken.

1603, 3 Burgemeesters en schepenen der stad Weert, verkoopen ten behoeve der stad aan Willem Hugo (1) eene jaarrente van 33 gulden.

Orig. op perk. met zegel der stad.

1605, 2 December. Sabina van Egmont en Solms, vrouw van Weert, schrijft aan den Magistraat van Weert over sauvegarde (dooide Staten verleend) en over contributie haar door zekeren Tonis Suytwyck geweigerd. (Port. 178, Nquot; 65).

1606. S. V., Maart. De aartshertogen schrijven aan den magistraat ten gunste van den historieschrijver Jean Baptiste Gramaye, prevost der kerk van Sint Walburgis te Arnhem, die verlof had om hun provinciën te doorreizen, dat men hem zou toelaten in het archief enz. De Magistraat moest bedenken dat, wat hij deed, zoude strekken tot verheerlijking der stad en om bekend te maken wat er zich zeldzaams en bemerkenswaardig in hun kwartier bevond. De diensten hem bewezen, zouden zij rekenen hun zeiven bewezen.

(Port. 178, N0 86).

Ziehier wat ik van de acte, die geheel geschonden was, nog kon ontcijferen.

(A)rchiducs,

...Jean Baptiste Gramaye, prevost de l'église St. Walb ... Utrecht et nre historiographe pour le meilleur exercice.... d'Icelluy) de faire un tour en nos provinces de Luxem(bourg).... ner pour peu de temps es villes

(1) Van dit geslacht, dat op liet einde der vorige eeuw uitweek, men weet niet waarheen, zou, zegt men, Victor Hugo afstammen, wiens voorvaderen geen F ranselen waren, gelijk ook de naam aan duidt. In hot reg. dei bussenschutten komt 3 Juni 1quot; 00 Guiu,. Hugo als deken voor.

ocr page 54

— 4S —

principalles des dites provinces.....nous vons en avons sur requeste

bien voulu advertir affln quo.....addresser promptement et ce dont

il desirera seputant par dev.....archives ou aultrement et, copen-

dant pour trois on quatre jours.....avecq son variet et assistent. En

consideration mesmes que ce quil......pour honorer votre viile en

particulier et meitre en lumière pour...... rares et remarcables

de votre quartier ce que recevrons pour.....vous ait en sa Ste Garde.

De notre viHe de Bruxelles, Mars 1606 (S. V.).

N )S chers et bien aymes ceux du Magistrat de notre ville de Wert.

Omstreeks 1610-1633 waren in het oude boek der Sint Hubertus-schutterij of der bussenschutters als leden ingeschrev n: Eugenius graaf van Bossu, markgraaf van Vere en Vlissingen, marquis van Lembeek, baron van Liedekercken en Denderloo, ridder van het gulden vlies en kaplein „ catapultorum equitum turmae capitaneus quot; en prins Ferdinand Carel van Gonzaga, markgraaf van Mantua ook Jan in de Croon (1) en de schout Jan Costerius.

Als schout komt in een rentebrief ten laste der stad in dato 1 Sept. 1615 voor Hendrik van Bocholt, licentiaat in de beide rechten, ge-hu w2 met Anna Carel van Rees. (Zij koopen eene erfrente van 40 gld. jaarl. voor 800 gulden.)

161 y, 9 November. Burgemeesters en schepenen van Weert, verklaren verkocht te hebben eene erfrente van twaalf gulden 10 st. brab. aan zuster Catharina Henricx, mater, en zuster Margaretha Moffert, procuratrise van het regularissen klooster binnen Weert, ge-noem pt O. L. Vrouwe Wijngaard ten behoeve des kloosters voor eene som van 250 gulden Brabantsch.

Afschrift op perk. zonder zegel.

(1) Waarsch. de bekende .lan in de Croon, keizerlijk veldheer in den dertig-iarWn oorlog. Hij schonk in 1665 aan de busschensehutten do som van 116 gulden Weertsch voor eeii nieuw vaandel. Men verwarre dezen Jan niet met Jan van Weert, Den Kerw. Heer Habets, archivaris van Limburg komt de eer toe in 1862 in zijn werk quot;Jan van Weert'' generaal der Beijersche en Keizerlijke kavallerie, en Jan in do Croon, gouverneur van Praag en onderkoning van Bohemenquot;, .... Roermond, J J Romen 1862, het eerst en afdoend het bestaan van twee zoo verschillende holden, wier daden en bestaan eerst docpreen waren geward in den eenen Jan van Weert, to hebben bewezen. Dat ook de groote Jan Weert uit Weert althans zeker afstamt, blijkt wel uit een charter van de abdij Thorn van 1389, 29 Maart, waarin een Jan van Weert priester, als medobezegelaar voorkomt en wiens zegel een wapen vertoont met drie molenijzers 2—1, het oude wapen van Jan van Weert, voor dat het door den Keizer verbeterd was.

ocr page 55

— 4!) —

1632. In dit jaar rezen er moeielijkheden tusschen de gemeenten Weert, Asten en Neerweert. (Zendbrieven van den Magistraat van Asten in Port. 178 Nquot; 7).

1632, 21 September. Isabella Clara Eugenia, gouvernante te Brussel, schrijft aan Jean Dubois, heer van Droogenbosch, gouverneur van Weert, dat zij van burgemeesters en schepenen dezer stad vernomen had dat de prins van Oranje neutialiteit had verleend aan het land van Weert, en dat zij van haren kant dit1 ook deed en dat derhalve de gouverneur der stad met krijgslieden, artillerie enz. moest verlaten en zich naar Roermond begeven.

Orig. op papier met handteekening en zegel.

1633, 11 Juni. Jan van Bourtembourg, tot gouverneur aangesteld door den Koning. (Port. 178, N0 75).

1634-, 6 April. Magdalena van Egmont, gebiedende vrouw te Weert, beschikt gunstig op een verzoek van den magistraat en het wollen-ambacht aldaar, om een wolmolen te mogen oprichten.

(Port. 178, N0 47).

1637, . . . Burgemeesters enz. van Antwerpen verklaren ontvangen te hebben van Hans Diercx, wonende in de hal van Weert te Antwerpen, in naam van den Burgemeester, schepenen, raad en het wolambacht te Weert een kapitaal met interest. (Charter). , 1618, 17 Aug. De prior der reguliere kanoniken Joannes Boutmans gaat een overeenkomst aan met burgemeester en schepenen om de Latijnsche scholen over te nemen tot en met de rhetorica, daartoe 4 of 5 meesters aan te stellen, waarvan een met het zangkoor zou belast zijn. De burgemeesters zouden den prior jaarlijks 100 ducatons betalen. Voor elk student van buiten zou hij 2 ducatons genieten, van die der stad en buitenie naar hun goede affectie. Het gemeentehuis in de Schoolstraat werd den prior afgestaan; brand en turf zouden vergoed worden en de kanoniken vrij zijn van alle lasten(!).

1657, 19 November. Magdalena van Egmond, prinses van Chimay, vrouw van Weert, Nederweert enz. verklaart dat haar schout als auditeur zal zitten bij het overleggen der rekeningen van de burge-

4

1

Ms. van Haoff op hot Rijksarchief op p. 90-01, naar ecne oude copie.

ocr page 56

meesters. Deze volmacht werd vernieuwd in het jaar 1685, in naam van den heer Ernst Alexander Dominjque d'Arberg, de Croy-Chimay.

Orig. op papier. Beide stukken met het zegel.

1661. Er ontstonden dit jaar verwikkelingen over de beek de Aa tusschen de inwoners van Weert en die van Bockholt; de vrouw van Weert, Magdalena van Egmont en de magistraat richtten een request aan den Bisschop van Luik als heer van Bockholt.

(Port. 178 N0 1).

1661, 13 Juni. De magistraat van Weert looft als prijs ter gelegenheid van de aanstaande paardenmarkt, oen zilveren roskam uit

voor do beste en schoonste paarden.

(Geschreven op een exemplaar van het gedrukt plakkaat van 1563, 27 Sept., waarbij de markt wordt afgekondigd; in port. 178 N0 38).

1666. Toen de regenten van Weert den eed van getrouwheid aan den nieuwen koning van Spanje, Karei II deden, insereerde het Hof van Gelre in de formule „dat zy waeren leeden van het Gelderlant; maar de regenten oordeelden dat dit niet waar was . Hierovei ontstonden verwikkelingen, de eed werd onder protest gedaan en men vervoegde zich bij Hare Majesteit te Brussel.

(Bundel in port. 178 N0 28).

1668. De schepenen van Weert getuigen in zake den strijd van erfopvolging te Weert, Nederweert(l) en Wessem tusschen de weduwe, voogdes van Charles Louis Antoine d'Alsace, comte de Boussu, prins van Chimay en Anthoine Udalric, comte de Frézin, né comte d'Arberg de Valengin. (Rechterlijk Archief Port. 159, N0 3).

1670, 12 Januari. Ernsst Dominique Croy Chimay d'Aremberg, comte de Beaumont et Wertheim, seigneur de Weert, Nederweert et Wessem, colonel d'un régiment d'infanterie, geeft op verzoek van Jean Costerius, zijn schout, aan dezen zijn zoon Arnold tot opvolger.

De prins resideerde toen te Brussel.

(Rechterl. Archief. Port. 159, N0 11).

^(575_1694. Simon Peerbooms, regulier kanonik van Maricnhage te

Weert, eertijds rector der scholen aldaar en 1675-1694 pastoor te Woen-sel (van een der 2 schuurkerken) bij Eindhoven geeft gelden voor prijzen

(1) Zie voorrede.

ocr page 57

uit te üeelen. (Getuigschrift van een prijs voor Wilhelm Frencken van Weert, jaartal uitgewischt). Dit boek, Gemma Frisius arithmetica 1586 te Keulen gedrukt, behoorde voor 1796 aan do bibliotheek van Mariën-hage, en kwam met meerdere boeken aan de bibliothèque de l'ócole centrale, en behoort thans stadsbibliotheek te Maastricht.

1677, 28 Jan. Ernest Dominique Grey Chimay d'Aremberg getuigt dat Arnold Costeruis den eed van schout en ontvanger heeft afgelegd.

(Rechterl. Archief Port. 159, N0 18).

1679, 17 October. De magistraat van Weert stelt den advocaat J. van Bree te Weert als pleitbezorger der stad aan bij het Hof van Roermond, voor 10 pattacons jaarlijks en levenslang. — Het contract werd reeds 31 Juli 1680 opgezegd. (Port. 178 N0 53).

1682, 25 Mei. Burgemeesters en schepenen bekennen schuldig te zijn aan Arnold Costerius, rentmeester, eene som van 500 rijksdaalders of pattacons tegen eene rente ad 5 0/0.

Grig, op perk. met zegel der stad.

1684, 2 Juni. Charles Jammaire escu3rer licencié ès loix, conseiller et intendant des maisons et affaires de Son Excellence Monseigneur le prince de Chimay enz., heer te Weert, staat namens laatstgenoemde toe dat een bisschoppelijk mandement „ touchant les nudités et luxes des filles et des femmes quot; te Weert, Wessem en Nederweert worde afgekondigd, vermits men den Prins in kennis had gesteld.

(Port. 178, N0 62).

1684, 7 Juli. De bisschop van Roermond geeft Theodorus van Eerckel verlof om een eremitagie te Neerweert te bouwen en geeft hem een regel o. a. moest hij de zieken, zelfs de „gepestifereerdenquot; verplegen. (Bissch. Archief te Roermond).

1684, 4 December. De prins van Chimay, heer van Weert enz. verbiedt op verzoek van don secretaris te Weert aan particulieren om openbare acten te passeeren, den secretaris voornoemd voorbehouden in zaken van tutelle en curatelle.

(Rechterl. Archief Port. 150 N0 13).

1685, 17 Februari. Burgemeester en schepenen van Weert verklaren ten behoeve der stad, van den secretaris Frencken voor den tijd van zes maanden een kapitaal van 700 gulden Weerter valour a 5 0/o opgenomen te hebben. Grig, op papier.

1686, 15 Juni Prins Ernest Alexandre Dominique de Chimay

ocr page 58

maakt zijn testament. — Hij was onderkoning van Navarre en overleed te Parapeluna kort daarna.

(Rechterl. Ai chief Port. 159, N0 5).

1689, 6 Maart. Francois van Nassau, gouverneur van Gelderland te Roermond, verklaart dat die van Weert, Nederweert en Wessem slechts contributie aan den Koning van Spanje als hertog van Gelre betalen, als een leen openvalt. (Port. 178 N0 39).

1690, 10 Mei. Schepenen en raad geven een reispas aan den oudburgemeester Johan van Halen (1), die met een „ cleyn bruyn merrie-peerdtien, oudt omtrent vyff jaeren, hem eygen toe behoirende genoodzaakt was te reizen in Brabant, Holland enz.

(Port. 178 N0 78).

1690, 19 Mei. Franciscus Osorio Berssa, geeft uit Keizersbosch bevel aan die van Weert om de troepen van den prins van Hannover in te laten. „ L'estat general du maitre du camp-geueral le baron de Podeville, le bagage de Son Altesse le Prince de Hannovre etc. quot; 20 en 21 Mei wordt nadere opgave van bagage verstrekt (2).

(Port. 178, N0 49).

1690, 23 Mei. Franqois van Nassau, gouverneur van Gelderland, geeft aan den Magistraat zijne verwondering te kennen, dat men troepen van den Hertog van Hannover zonder zijn orders had in gelaten. (Port. 178, N0 49).

1691, 3 Juli. Met permissie van den officier wordt op prompte betaling ten stadhuize eene verkooping van schilderijen gehouden, die niet verder worden omschreven als „ pasteele quot; en „ oele quot; (olieverfschilderijen). (Lijst der koopers in Port. 178, N0 61).

1692, 17 Jan. Don Francisco Antonio de Agurto, markies van Gastanaga, lieutenant-gouverneur en kapitein-generaal van de Zuide-lijke-Nederlanden, gelast die van Weert om jaarlijks de renten te Antwerpen te betalen van de 180000 gulden, zijnde 12000 gulden, aan den keurvorst van Brandenburg, om te voldoen aan het tractaat

(1) Een voorvader van den bekenden Don Juan van Halen, die in de Spaansche onlusten in het begin dezer eeuw en in de Belgische revolutie een rol heeft gespoeld 1738, 21 Oct. gaf de Bisschop van Roermond aan Frans Gerard van Halen, die naar Spanje vertrok, een bewijs van wettige geboorte en recht geloof.

(2)' Van 1673 tot den vrede van Rijswijk 20 Sept. 1097, waren de Zuidelijke Nederlanden het tooneel des oorlogs tusschen Spanje en Nederland van de eene en Frankrijk van de andore zijde.

ocr page 59

— 53 —

r

met ilozen door den gouverneur-generaal gemaakt den 15 Jan. 1692, waartoe 3ü Jan. daarop door den Magistraat besloten wordt.

(Port. 198, N0 69). 1697, 13 Mei. De bisschop van Roermond geeft LaurenLius Lau-renssen vei lol' om een eremietagc te bouwen bij de St. Rochuskapel te Nederweert (Bissch. Archief te Roermond).

IS0 De Magistraat richt eon request aan den Prins van Chimay heer van Weert, voor herstelling der twee molenkarren tot het ophalen der veldvruchten eu brengen van meel voor de inwoners van Weert. (Port. 178 N0 42).

18e eeuw. Wilhelmina Bullens, de weduwe van Godefridus Bus-liuyskens verzoekt het gericht van de stad en heerlijkheid Weert om de posterijen, door haar man bediend, te mogen aanhouden en om gunstig advies hieromtrent aan hot Hof te Roermond, waaraan Uemicus van Veen, dio al drie ambten had, namelijk van barbier bakker en schoenmaker, zich had gewend, om de posterijen met uitsluiting van haar te bedienen. (Port. 17«, N0 16).

1700, 20 April. De bisschop van Roermond veroorlooft Simon Linssen zich te Boshoven, gehucht van Weert, als eremiet te vestigen. mits hij school houde. (Bisschoppelijk archief te Roermond.)

1700, 22 Mei. Pastoor, schout, schepenen en gezworenen der heerlijkheid Baerlo maken met consent der gebiedende heeren en princi-paalste geërfden een contract met den klokkengieter Alexius Jullien, wonende te Weert, om de grootste en kleinste klok te vergieten.

(Hierbij zijn gevoegd 2 rekeningen, een van 6 Sept. 1700 en een van 3 Febr. 1701).

(Port. 178, N0 27).

In den Spaanschon successie-oorlog 1701 — 1715 met Spanje en Frankrijk gevoerd over de nalatenschap van Koning Karei II van Spanje werd Weert, op last van John Churchil graaf van Marlborough, voor de geallieerden (Oostenrijk, Pruissen, Engeland en Nederland), ingenomen door generaal Schulz, in Aug. 1702. Marlborough schonk aan de inwoners van Weert toen een sauve-garde, welk document met eigenhandige onderteekening van Marlborough, nog op het Raadhuis te Weert bewaard wordt. Weert kwam evenals Vonlo on Roermond, en nog andere plaatsen van het Overkwartier tot 1715 in de macht der Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden.

ocr page 60

1701, 29 November. Charles Louis Antoino d'Alsace, comte de Boussu, prince de Chimay etc., seigneur de Weert, Nedenveort et Wessem, schenkt aan Costerius zijn schout te Weert, wegens verschillende diensten hem bewezen, vooral „ a raison du bienfait particulier que le dernier nous vient de faire contribuant prévenir aux différents qui estoient meus entre nous et notre bonne mere la prin-cesse douairière de Chimay quot; de rechten, prerogativen en emolumenten hem zeiven behoorende to Weert en Nederweert en van jaarlijks den magistraat te veranderen.

(Rechterl. Archief Port. 159 N0 10).

1704, 18 December. Burgemeesters en schepenen van Weert verklaren ten behoeve der stad opgenomen te hebben van de reguliere kanunnikessen aldaar eene som van 3000 gulden Weerter valeur voor eene rente van 120 gulden om te voldoen het slot der rekening van den burgemeester Segerus Ketelers van 20 Sept. 1703 in zijn regeerend jaar 1702, waartoe de stad door het hof van Gelderland den 12 November 1704 was veroordeeld.

Orig. op papier met zegel.

1706. Het platte land van Weert doet expositie zijner grieven tegen het 6* artikel van het traité des contributions faict a Enguien, 3 Sept. 1706. (Port. 178, N0 40).

1707, 27 October. Hendrik van Nassau, heer van Ouwerkerk, veldmaarschalk-generaal over de legers van den Staat der Vereenigde Nederlanden, geeft aan het regiment van den generaal-majoor La Leek orders om naar Weert te trekken en aldaar garnizoen te houden.

(Port. 178, N0 55).

1707. Anna Louise Philippe de Vereycken, gravin douairière van Boussu, prinses van Chimay verzoekt aan de generaliteits-rekenka-mer te 's Gravenhage, wegens de confiscatie der heerlijkheden Weert, Nederweert eu Wessem, (omdat haar zoon in dienst was van den koning van Spanje), om copie der rekeningen van haar rentmeester Arnoldus Costerius. De rekenkamer staat 29 Januari 170J haar verzoek toe. (Copie in port. 178 N0 51).

1708, 5 April. Nicolas Etitnne Roujault, intendant de justice, police et finances de la province du Haynaut, Paisd'entre Sambre et Meuse et d'Outre-Meuse, voor den koning van Frankrijk tc Maubeuge, geeft een sauvegarde aan de buitenio van Weert voor een jaar.

ocr page 61

— 55 -

daar men zich aan de contributie had onderworpen, bij accoord met , le sieur Jacques Banquier, depputé de la dite Buttenie

(Port. 178 N0 77).

1708, 26 November. Scholtis, burgemeester, schepenen, gezworenen en regeerders der vrije heerlijkheid van Nederweert, verklaren dat zij niet willen treden in het voornemen van Peter Verborgh en Gielis Denckens, die, naar de magistraat vernomen had, van plan waren, namens de gemeente te procedeeren tegen den landheer om diens tienden schatbaar te maken. Dit besluit wordt 21 Oct. 1710 en 28 Oct. 1711 vernieuwd.

(Extract en copie uit het ordonnantieboek der heerlijkheid Weert in Port. 178 N0 25).

1709, 1 Juni. De prinses douairière de Rubempré ziet af van haar saisissement op de rente, competeerende den prins van Chimay te Weert, Nederweert en Wessem.

(Acte voor notaris Jacques Laurent Janssens te Brussel in port. 159. Rechter), archief N0 16).

1711, September. Arnold Costerius, schout van Weert, beklaagde zich er over bij de Staten-Generaal der Yereenigde Nederlanden (1), dat de Pastoor Theodorus Bistervelt bij het sluiten der rekening van den armcnmeester in zijn stoel had plaats genomen, en op zijn verzoek om dien te verlaten, dezen bad „weggesmetenquot; een anderen in de plaats gesteld en hem verdere beleedigingen aangedaan.

Bij resolutie der Staten-Generaal van 26 September 1711 werd de schout in het gelijk gesteld. (Port. 178, N0 13).

1714, 10 Januari. Groote brand te Weert, vele huizen branden af en de burgers lijden groote schade, zoodat den 19 Maart daarop, scholtis, burgemeester en schepenen aan hun medeschepen Peter van Winckel een bezegeld volmacht geven om gold op te halen voor de burgers die geleden hadden. (Port. 178, Nu 22).

1714, 15 Mei. De Raad van State te 's Gravenhage staat aan den magistraat na 2 requesten remissie toe van de jaarlijksche subsidie

(1) Dezo haddon, als bondgenooten van den Keizer, tijdens den Spaansclien successie-oorlog Weert in bezit genomen en bleven er tot 1713 raccster, wanneer door het tractaat van Utrecht Weert aan eerstgenoemden monarch kwam.

ocr page 62

— 56 —

van 1529 gulden Brab. wegens oorlogsschade en den brand van 10 Januari 1714, waarbij 125 huizen vernield werden.

(Port. 178, N0 71).

1718, 80 Juli. Burgemeesters, schepenen enz. van Weert verklaren te hebben opgenomen van de reguliere kanonikessen aldaar eene som van 838 gulden, 6 st. en 2 oort Weerter valeur waarmede een gelijk kapitaal aan Juffrouw Anna Theresia van Halen is afgelegd volgens constitutiebrieven van 1709 en zulks voor eene jaarrente van 29 gulden, 8 st., één oort. (Op papier, met zegel).

1718. Een winkelier en herbergier op den Biest tegenover de Minderbroeders, Simon Simons vraagt den graaf var Boussu, prins van Chimay, ridder van het Gulden Vlies, heer van Weert, Nederweert en Wessem, verlof om een uithangbord te stellen waarop het portret van Zijne Hoogheid was geschilderd „ pour faire ronommer sa mai-son waarop 27 Nov. gunstig beschikt wordt.

(Port. 178, JST0 46).

1718, 15 Nov. In eene acte van het gerecht van Wessem komt als priorin van Maria Wyngaert te Weert voor, Maria Elisabeth van Ghoor. Deze leent 200 guldon aan de Wed. Jan Leurs, geb. Gertruyt Driessen. (Rechterl. archief. Port. 159, N0 12).

1718, 27 Nov. Op verzoek van het gerecht te Wessem beveelt d'Alsace, comte de Boussu, prince de Chimay, handhaving van het appel van Weert, Nederweert, Ophoven, Geystingen, Beegden, Pol, en Panheel voor de schepenbank te Wessem, welk appel soms verzuimd werd. (Rechterl. archief, Port. 159 N0 14.)

Na 1718. De Prins van Chimay handelt met Henry Cloret, Max Ambrosy over renten en aflossing van kapitalen.

(Concept contract in port. 178 N0 4).

1719, 10 Juli, De magistraat maakt een „ regulatyffquot; over de aanstelling van een schoolmeester. (Port. 178, N0 88).

1719. J. C. van Vlierden komt voor als rector van Maria Wyngaard te Weert in eene acte van het gerecht te Wessem van 27 Oct.

(Port. 159 v. h. rechterl. arch. Nquot; 2).

1719. De gravin van Berlo-van Erp sticht een beneficie van de H. Drievuldigheid, de H. Maagd en de H. Barbara in de parochiekerk: dat in 1725, 8 Sept. vergeven wordt aan Petrus Loyens, clericus. (Bisschoppelijk Archief te Roermond).

ocr page 63

— 57 —

1720. Het hotje van Berlo wordt gesticht door de gravin van Berlo-van Erp, ten voordeele van vier oude vrouwen; (Ibidem).

Na 1723. Alexandre Gabriel d'Alsace, prins van Chimay, verzoekt het Hof van Gelderland te Roermond hem te handhaven in het bezit van de integrale leenen van Weert, Nederweert en de heerlijkheid Wessem, tegen den graaf van Arberglj, die aanspraak maakte o . een negende gedeelte. (Minuut of copie in port. 178, N0 5).

1726, 14 Juli. Keizer Karei VI geeft octrooi aan burgemeesters enz. van Weert, om rentebrieven te mogen uitgeven ten laste der stad tot een bedrag van 15662 gulden 6 st. en 1 oort, ter voldoening van de debitieve slotten der stadsrekening van 1707 — 1725 aan de gewezene burgemeesters.

Op perk. met ridderzegel van koning Karei II van Spanje, wijl 's Keizers zegel nog niet gereed was.

1729, 12 Feb. Alexander Gabriel d'Alsace, prins van Chimay, graaf van Home, stelt Bernard Costerius, zijn schout te Weertquot;, als zijn gevolmachtigde aan, om vergunning te verwerven van het Hof van Gelre of van de leenkamer te Roermond, ten einde de oude renten staande op do goederen van Weert, Nederweert en Wessem te mogen aflossen en door lagere reuten te mogen vervangen.

(Copie eener acte gepasseerd voor notaris Pilloy te Brussel, in port. 178, N0 3).

1732, 17 Juli. Vernieuwing der limieten tusschen Weert en Budel.

(Port. 178, No 8).

1734, 5 Januari. Associatie van Weert met de landen Thorn, Kes-seniuh en het graafschap Horne ter weering van landloopers en vreemde bedelaars. (Port. 178. N0 32).

1734. De magistraat van Weert requesteert bij den gouverneur-generaal te Brussel opdat de stad exempt zou verklaard worden van de som van 543 gulden, 16 sols, 7 deniers, hun quote in de subsidie. De stad had een „ donatie!' volontair quot; van 180U0 guldens zilver aan den öouverein betaald, maar was overigens „ reconnu avec ses ap-pendances pour terre franche indépeudante de la matiicule de Guel-dre et conséquemment exempte de tout subside et charge Zij had 220000 gulden schuld te betalen, was tweemaal in tien jaar tijd door brand geruïneerd enz. (Port. 178, Nu 72).

1734 — 1745. Verwikkelingen tusschen de stad Weert en de bui-tenie (de buitendorpen). (Port. 178, No 82).

ocr page 64

— 58 —

1734, 14 October. Keizer Karei VI gelast het decreet uit te voeren ten gunste van burgemeester enz. van Weert en do Buitenie door hem gegeven.

Orig. op perk. Majesteitszegel geschonden.

1739. Verwikkelingen over den watermolen te Swartbroeck.

(Port. 178, N0 44).

1739, 23 Oct. Ordonnantie op de vreemde bedelaars, lediggangers en landloopers door het Hof van Gelderland te Roermond.

(Port. 178, Nu 34).

1789, 13 November. De magistraat van Weert geeft een ordonnantie over het gewicht van het brood. (Port. 178, N0 14).

1741, 24 Mei. Opheffing van het verbod van graanuitvoer door het Hof van Lielre. (Port. 178, N0 33).

1744. De schout van Weert, Nederweert en Wessem en de schepenen dier plaatsen zijn in proces met de procureurs J. Stockem en M. F. F. Loyens.

Don schout wordt gelast zijne commission te toonen als schout van Wessem en der twee onderhoorige gerichten en van het recht van den magistraat te veranderen. (Rechterl. archief, port. 159, N0 15).

1744, 18 Nov. In een schepenacte van Neer komt als priorin van Maria Wyngaert te Weert voor Geertruidis Constantia Smeuknaers. Zij leent aan Neer 500 patacons a 21/9 patacon ten honderd.

(Rechterl. archief, port. 159, N0 17).

1746. Het Regiment de Los Rios te Weert in garnizoen. (Oorlog ttisschen Oostenrijk en Frankrijk 1744—1748.) (Port. 178, N» 54.)

1746. Gen. majoor baron d'Ayvory gebiedt den magistraat namens den veldmaarschalk de Bathyani *0 kanen met dubbel span te Horsen achter Venlo te leveren.

1746, 21 en 22 Juli. Prifis Charles van Oostenrijk met gevolg en équipage te Weert in garnizoen. (Port. 178, N0 59.)

1746, 23 November. Bernard Bodewijk Costerius, zoon van den schout van Weert Bernard Joseph en vrouwe N. Verspekt, als primus van Leuven plechtig ingehaald. Wij geven liet woord aan den secretaris Scheenaerts die dit voorval in het privüegieboek omstandig heeft geboekt in Nu 12.

„Anno 1746 döh 13 November heelt den Eerw. lleere A. Loos, Regent der paedagogie de Lelie tot Loven notificatie gedaen aen 't

ocr page 65

Magistraet tot Weert, dat den heere Ludovicus Bernardus Costerius d'eerste jilaetse heeft becornen in de . eneraele promotie der vier paedagogien tot Loven voors. ais te zien uyt den volgenden teneur: Mijne Heeren.

Alsoo UE. inngeseteuen Bernardus Ludovicus Costerius naer het voltrecken synder ptiiiosophie in onse pedagogie de Lelie heeft be-comon d'eerste plaetse inde generale promotie van de vier pedagogiën, geve my d'eore, van UE. aen te seggen de tydinghe, welcke ver-hope ten uyttersten sal aengenaem wesen, insgelyx myne heeren verhope, dat UE. hem wel suldt toejuygen en de groote achtinge en affectie in syne aenkoraste op UE. heerlyckheydt gelyck alomme in dit geluckigh geval gepleeght wordt, waerom betrouwende op UE. goedtgunstigheydt, recommandere ick alles aen UE. wyselycke discretie, synde gepersuadeert, dat het genoechsaem is, myne heeren UE. geadverteert te hebben, dat Bernardus Ludovicus Costerius primus is van onse universiteyt, biddende myne heeren, wel te willen ontfan-gen myne cleyne offers van dienst, hebbe d'eere, van my met alle respect te teeekenen, die waerlyck ben,

Myn Heeren onderstopt UE. oetmoedighsten ende onderdaenigh-sten dienaer was geteekent A. Loos Regent van Lelie, Loven den 13 9ber 1743. D'Opschrift was als volgJd. Aen de Seer Edele heeren, Myne heeren van het magistraot der stadt Weert, tot Weert.

Waerna den welgemelten heere Ludovicus Bernardus Costerius als primus der universiteyt van Loven op den 23 dito novembris 17411 tot Weert arriverende, is voor de poorte van de stadt, geaccompag-neert synde van de drye gewapende schutteryen met vliegende vaendels ende slaonde trommels, ende van de studenten te peerdt, ende noch van eene cavalcade, met groote achtinge, ende toejuyginge van vreuchdeteeckenen van alle borgers, ende inwoonders opt solemneelste ontt'angen, ende gefeliciteert door die van den Gerichte, ende binnen de poorte door de Eervv. heeien van de Clergie dezer parochiale kercke van St. Martinus, ende geconduiseert door de Molenstraete, synde voor de poorte van den area. (1) der schole eene schoone harangue (2) gedaen, ende concerten gespeelt, waerna geavanceert synde

(1) Voorhof.

(2) Redevoering.

ocr page 66

- 60 -

tot voor de poorte van de voorseide parochiale kercke, heeft den Eerw. heere pastoir ende deecken Petrus Boogaerts oock aldaer eene harangue gedaen, ende voorts getreden synde in deselve kercke, is opt solemneelst gesongen den Te Deum Laudamus etca, naer het eyndigen is den heere Primus tusschen de voorsegde gewapende schutteryen gegaen naer het huys van syn ouders, den heere scholtis, en rentmeester Bernardus Josephus Costerius, ende vrouwe N. Verspecht (1), wettige Eheluyden, voor wiens deure gelost synde verscheyde salvos, syn de schutteryen in goede orde vertrocken, ende is alles in voegen als voor geyndicht, tot welcken memorie, üeb ick ondergeschreven deze annotitie gemaeckt met permissie van den voorschreven gerechte, ende deselve geteekent op den voors. 23 novembris 1746. .

P. M. Scheuaerts.

1747. De staf van Botta te Weert. (Port. 178, N0 58).

1748. Burgemeester J. F. Garis vraagt den magistraat om ondersteuning ter betaling van de stadsehuiden.

(In Port. 178 N0 15 met de woorden: „ exhibitum ter gemeenen rolle van 17 Oct. 1759).

1749. 9 Juni. Conventie over de heide van Weert en Nederweert ingevolge het privilegie van 1482, 28 Februari. De grensregeling werd 27 Juni, 10 Juli en 22 October van dat jaar voltrokken.

(Privilegieboek fol. 18 — 16).

1757, 30 Augustus. Karei van Lotharingen, gouverneur-generaal van België, geelt verlof tot schorsing van het remboursement dei-kapitalen opgenomen bij octrooi der.Hooge Regeering 15 Mei 1749 ten bedrage van 10,000 gulden, af te lossen binnen 5 jaren 2000 jaarlijks en van 23 Januari 1751 ten bedrage van 22,063 gulden, mede af te lossen binnen het tijdsverloop van 25 jaren met ongeveer 1838 gulden. Als de oorlog geëindigd was, moesten die kapitalen

(1) De eehtgenooto des schouten heette Maria Regina Verspecht. Een andere zoon van hen Arnold Ignatius werd 1744, 3 ücr. door den Bisschop van Roormonp getonsu-reerd, ontving 174S, 20 S.'pt. de mindere order, '.vanneer hij reeds kanonik van liet kathedraal-kapittel aldaar was, werd 30 Mei 174(.i diaken, 17ÖÜ, 23 M' i priester : 1769, ü Juli werd hij na den dood van den bisschop Joes Ant, de Robiano, vicaris-capitula-ris gekozen. Hij was toen J U. L. Eccl. Cath. Can. grad. et vicarius-generalis et officialis.

Eene dochter des schouten Joanua Alexandrina, kreeg 30 Dec. 1721 verlof des Bis-schops om te huwen niet Christoflel Mathias van li ree.

1723, 29 Sept. werd getonsureerd Jobs Franciscus Jos. de Morne, zoon van Amandus Adrianus en Maria Anna Costerius. (B:sschoppelijk Archief). De familie Costerius voerde 3 gouden granaatappels in azuur.

ocr page 67

weder geregeld worden afgelost. Hiertoe had de stad zich bij rekwest gewend tot de Keizerin Maria Theresia. (Privilegieboek fol. 18).

1760, 18 Maart. De souvereinen raad van Gelderland geeft een vonnis ten voordeele van den oud-burgemeester J. F. Garis, tegen de stad. (Port. 178, N0 21),

1760, 26 April. In het „sleutelgat der straetdeure van den regeerenden borgemeester der stadt Weert Jan Kuiten, wordt een „seditious billet oft briefken bevondenquot;. Dit geeft aanleiding tot „dovoiren quot; en vacatiënquot;. (Port. 178, N0 36).

1760. Het volgend feit is ontleend aan een chroniek van Weert in handschrift door den Eerw. Heer van Haeff z. g. voorheen kapellaan te Weert en overl. als pastoor te Venray, samengesteld. Deze ontleende hot aan een oud lielje. In de stadsrekening en schnttersbooken vond ik geen vermelding van dit feit, doch ter wille van het vreemd geval dat niet wordt opgehelderd en waaromtrent ik te vergeefs naspo ringen deed, meende ik het in mijn chroniek bij uitzondering in te moeten lasschen. De chroniek van Past. van Haefï berust in het Rijksarchief. — Ik gis dat de partie bleu hier bedoeld een bende struikroovers was.

1760. In het jaar 1760 den 7 Aug. 's namiddags ten 2 ure zag men onverwachts door de Maaspoort eene bende soldaten binnen trekken. Zij kwamen van Wessem, waren gekleed in wit en blaauw, doch van welke natie zij waren is onbekend. Voor op kwamen twee officieren te paard, en daarna volgden drie karren met voetvolk welke allen bij Bogers in het zwaard hunnen intrek namen. Daar stelden zij eene schildwacht aan de deur, en vroegen 8000 dukaten, namelijk 1000 van de stad, 1000 van de Witte Heeren (Canonici regulares) en 1000 van de grauwe nonnen (Penitenten) met bedreiging van de stad in brand te steken, indien deze som mogt geweigerd worden ; doch men was zoo haastig niet om aan hunnen eisch te voldoen, maar men zocht naar ander geld, hetwelk hun ook vo rgeteld werd. De schutton namelijk werden opgeroepen en men moedigde hen aan met te zeggen, dat het slechts eene parti-bleu of eene troep gewuzen waren, en dat hunne orders niet authentiek waren. De schutten trokken dan voorbij de kerk, en kwamen aan de wacht, waarvan zij ei- twee of drie omver sloegen, doch hierop begon men zoodanig te schieten, dat men gemeend zou hebben, dat de stad te niet moest

ocr page 68

gaan. De schutters posteerden zich nu aan de markt nabij de kerk en traden beurtelings mot hun geweer te voorschijn ; vooral werden zij aangemoedigd door Dirks van de Biest, doch ook onderscheidden zich Wilhelmus Eyckholi, Mathijs Eyckholt, Manzeli en een oud sergeant. Terwijl de alarm-tok geluid word, schoot men eenen der partisans, welke zich binnen de poort bevond, den buik vol hagel, en een tweede kreeg eenen schot in de beenen, aan welke wond hij kort daarna gestorven is. Nu hielden de partisans op met schieten, en hunne pistolen nederleggende, riepen zij; met luider stemme; „ halte-la mes amis, le bourguemestre vienne ielquot;, doch hierop gaf men hun geen gehoor, men sloeg appèl en trok kloekmoedig het huis binnen, alwaar men de degens der partisans vóór hunne voeten in stukken brak. De partisans op de kniën vallende vroegen pardon ; doch allen, zoowel officiers als soldaten werden naar gevangenis geleid. De buit bestond in tweo zeer schoone paarden.

NB Van de burgers is er niet een gedood, doch vier zijn gewond geworden. (In Ms Van Haeft', p. 30 — 32).

1760. Voor het gebruik en het ijken der tonnen werd gemaakt het „ stadtswapen met drye hoorens ende der kaper quot;.

De bisschop van Roermond, de Robiano, kwam dit jaar te AVeert.

1761, 23 Mei. Thomas Alexandre Marc (1) comte de Boussu, prince de Chimay et du St. Empire, Grand d'Espagne de première classe, comte de Beaumont, marquis de la Verre et de Vlessinques, baron de Liedekercke et d'Enderleau (sic voor Denderloo) de Commines et d'Hallwin, vicomte de Lomheek ot Grand Rangh (?) seignieur de la terre et pairie d'Avesnes, des villes et païs de Weert, Nederweert et Wessem, premier pair des Comtés de Hainaut et de Naraur, colonel aux Grenadiers de France, capitaine de la compagnie des gardes du corps du Roy de Pologne, due de Lorraine et de Bar quot; geeft in zijn hoedanigheden „van héritier par bénéfice d'inventaire et substitué de Gabriel Alexandre d'Alsace notre père, qui était pareillement héritier bénéficiaire et substitué de Charles Louis Antoine d'Alsace, son frère alné, notre oncle et sans immisénation aux dettes quot; commissie aan Ferdinand Costerius, zoon van den overleden schout van Weert en Nederweert,

(1) Deze lieer van Weert hebben wij eerst in deze acte leeren kennen ; hij komt dus in de lijst der heeren te staan voor zijn broeder Philippe Gabriel Marie Joseph.

ocr page 69

als schout van Weert en de buitenie van Weert en Nederweert en als stadhouder van het leenhof van Weert, Nederweert en AVessem. Hij schenkt hem volmacht om later deze ambten over te dragen aan zijn broeder Alexander als hij er de vereischte qualiteiten voor zal bezitten. Hij en zijn broeder zullen levenslang den magistraat jaarlijks mogen vernieuwen te Weert en Nederweert. Zijn tractement zal zijn 150 gulden, zwaar Brabantsch geld, het derde der boeten, en de opbrengst der geheele boeten, minder dan 4 sols. Den eed zou hij afleggen in handen van des prinsen intendant De Courtillain, wat hij den 15 Juni gedaan heeft.

(Privilegie boek fol. 17).

1761. De magistraat der stad en heerlijkheid Weert antwoordt op oen request van den Raad-Mombiro te Roermond van 30 Maart 1761, die over de wijze van aanstelling der Magistraat te Weert inlichting had gevraagd. (Port. 178, N0 35).

1764. Het hoofdkwartier van den prins Maximiliaan van Salm-Salm, te Weert. (Port. 178, N0 56).

1764, 15 April. Ordonnantie betreffende Peelvelden.

(Port. 176, N0 66).

1765, 12 October. Maria Thereaia staat aan den burgemeester toe eene som van duizend pattaci ns of vier duizend gulden Weerter valeur, op te n -raon voor de restauratie der parochiekerk waarvoor door tusschenkomst van het hof van Gelderland eene collecte was uitgeschreven, die bemoeilijkt werd door zekere partij te Weert, zoodat daaruit een proces was ontstaan : mits men zorgde, dat het geld was afgelost binnen een jaar na de opneming.

(Ouder de charters uit gemeente archief.)

1766, 20 Feb. Charles Alexander, hertog van Lotharingen, luite-nant-gouverneur en kapitein-generaal der Zuidelijke Nederlanden te Brussel, schrijft aan den Magistraat van Weert dat de auditeur dei-rekenkamer Savage de rekeningen van Weert zou komen inspecteren.

(Port. 178, Na 70.)

1767, 7 Juli. De magistraat van Weert en die van Nederweert geven een ordonnantie over het gebruik en den verkoop der Peelvelden. (In Port. 178, N0 11).

1769, 3 Febr. De Magistraat geeft den rentmeester der stad J. Cos-terius verlof om de gelden in ontvangst te nemen door den prins

ocr page 70

van Cliimay, als heer van Weert verschuldigd voor de verachtorde schattingon der tiendemolens, ten bedrage van 700 gulden.

(Port. 178, N0 28).

1769, 27 Feb. Voor de erfgenamen van pastoor Petrus Boogaerts landdeken te Weert, Joanna Maria en Petronolla Boogaerts stellen Christiaan Rogier van Elven en Joanna Maria Boogaerts, zijne huisvrouw zich borg wegens voorgaande en nog gepretendeerde- achterstallige schat van tienden. (Port. 178, N0 31).

1769. 20 Maart. Jonkvrouw Henriette, dochter van den markies Franciscus Guttieres de Loz Rios en Cordera, Turn en Taxis en gouverneur van Ath en van Anna Ernestine d'Alsaze, gravin van Boussu, prinses van Chimay verkoopt eene rente van 30000 gulden bepand op de inkomsten te Weert, Nederweert en Wessem, bestaande in de hooge en lage justitie, tienden enz. aan Hendrik Heremans en zijn vrouw Maria Angelica Door te Antwerpen, bij acte voor den notaris Christiaan Oorvers te Antwerpen. (Rechterl. arch. port. 159, Nü 8.)

1769, 21 November. Vernieuwing der associatie van Weert met de landen van Thorn, Kessenich en het graafschap Horn, in dato 5 Jan. 1734 onder aggreatie van het Hof van Gelderland.

(Port. 178, No 32).

1770 of later. De magistraat (?) verklaart dat in meer dan 30 jaren de bakkers niet zijn vervolgd als het brood 12 pond woog.

(Port. 178, N0 37).

1771, 11 Juni. De magistraat van Weert verklaart dat hij genoegen neemt met de levering van 60 malder rogge door die van Nederweert, ingevolge ordonnantie van het Hof van Gelre te Roermond, daar de rogge-oogst eerder in zou vallen dan men gemeend had. (Port. 178, N0 2).

1774, 26 Januari. De magistraat geeft bevel om to intormeeren naar het bestaan van een veeziekte die te Grathom en Hunsel zou zijn uitgebroken. (Port. 178, N0 20).

1774. Dit jaar bestellen de schutten van Sinte Catharina of jonge schutten een nieuw altaar van hunne patrones bij Peter Verschueren, voor 216 gulden. Aan dit altaar was in 1773 nog een versiersel aan het oude altaar aangebracht voor 17 gulden 5 st.

(Boek der Ste Cath. schutten.)

1774, 2 Aug. De magistraat geeft aan schout, burgemeester en

ocr page 71

schepenen Andreas van Aecken en S. J. van den Eynd n een com-missiebrief om tegenwoordig te zijn bij de vernieuwing van den limietpaal tusschen Weert en Budel. (Port. 178, N0 8).

1775, 3 Juni. De magistraat constitueert als advocaten voor het Hof te Roermond in zake hun processen tegen den prins van Chimay en het Kapittel van Sint Servaas te Maastricht over de aardappelentienden, de heeren de Stuers en Janssen. (Port. 178, Nquot; 80).

Den 3 Aug. 1787 zond de gouverneur-generaal te Brussel den heer de Stuers een dépêche, waarbij hij geautoriseerd werd de betaling te eischen van 152 Fransche kroonen, voor zijn devoiren en vacatiën beloopend 508 gulden 9 st. Brab. verdiend met zijn advies eh rapport, gevolgd op de requeste door die van Weert 1781 gepresenteerd aan den Keizer. — 1789, 2 Maart gaf de Stuers de quitantie der laatste 82 Fransche kroonen. (Ibidem).

1781, 24 November. Weert en Nederweert liggen met elkaar in proces over de Bocholter beek. (Port. 178, N0 84).

1784, 13 April. Het klooster der Reguliere kanoniken wordt krachtens de plakaten van Joseph II opgeheven, maar op verzoekschrift der Weertenaren en gunstig advies van den fiscaal raadsheer J. B. de Stuers weder hersteld. (Uit een register des kloosters p. 34 aangehaald in het Ms. over Weert van Pastoor van Haeff, p. 89 en 90).

Na 1784. Supplieken van het tiramermansambacht, het wollenambacht en het kleermakcrsambxlit, botreflènde het nemen van vreemde knechts. (Port. 178, N0 fi8).

1789, 8 November. De snaphanen, geweren en pistolen worden te Weert opgehaald.

Dit geschiedde wel op last der patriotten, en deze wapenen dienden o. a. om de 630 man er mee te voorzien die op last van generaal van der Mersch, hoofd der Belgische troepen, den kanselier G. J. Luytgens, den raad-momboir Joseph Bernard do Stuers en den griffier van der Renne gevangen gingen nemen (zooals in deel XXV, p. 374-875 en 411-418 der Publications is verhaald).

(Lijst der snaphanen in Port. 178, No 73).

1790. Martinus Janssens, burgemeester, ontvangt van het Congres

ocr page 72

der Patriotten te Brussel een zilveren penning ton geschenke. (Zie in de Bijlage hierna „ lijst der giften van 1793, gedaan aan de gilde van Sinte Catharinequot;).

1790. 15 Augustus. De Weerter schutterij van Sinte Catharina of jonge schutters offert een deel van haar zilver aan de patriotten te Brussel zooals blijkt uit het volgende besluit in hun gildeboek geschreven :

„ Op hede syn alle de capityns, konik, alferis, broermeesteren en onderlinge en verders het corpus gesiteert en hebbe geconsentert om van ons sil verwerk te offerere aen de State van Brabant en is van dit silverwerk overgebleven dat op hede 1791 nogh in wese is.

1. voor eerst een silvere vogel en bogh.

2. een silveren ketin.

3. een groote plaet waer op staet het wapen van Memonmeransie {sic voege,: Montmorency) war aen is vast een kleyn plaetie waer op ataèt S. quot;Catharina.

4. een silvere plaet waer op staet de 3 horens en kaper (1) (keper).

5. een stuk geit van 30 sol (2).

6. een stuk geit van 24 Marie grosse.

7. twee goude penóige (in 1S27 was nog 1 goudo penning stond met een latere hand er bijgeschreven).

8. een Weerter blamuyser.

1792, 31 Jan. De pastoor J. Janssens, L. L. Jansssns priester en Josephus Haex, Med. dr richten uit Maarheze, waarheen zij gevlucht waren, een schrijven tot den Magistraat, om de reden hunner verwijdering te verklaren, uit vrees dat deze „ aen eene gevaerlyke ver-dagtheyd en door singuliere geesten aen kwaede en valsche uycleg-gingen quot; gelegenheid zou geven; zy waren rustige en trouwe ingezetenen, al hebben zy vroeger, ,, by versohoyde omstandigheden quot; hun denkwijzen doen kennen en zich zelfs daarnaar gedragen ; maar zij bobben nooit gehandeld tegen de inspraken van hun „ conscientie ofte ge-

(1) Het wapen van Weert was of oen keper, of de drie hoorns, welke laatste eigenlijk het wapen der lieeren van Horne uitmaakten.

(2) Gedeeltelijk muntspeciën te Weert geslagen zqu ik gissen, immers N0 8 staat het uitdrukkelijk : Een Weerter blamuyser. Waarom zou men die munten anders bewaard hebben? Zie verder onder do bijlagen.

ocr page 73

wisse Alles was echter door de Keizerlijke amnistie in eene „ complete vergetenhydquot; gebracht en na die amnistie hadden zij niets hoegenaamd gedaan tegen de orders of intentie van Zijne Majesteit-Toen de amnistie voor Brabant herroepen was, konden zij niet denken dat dit ook voor Weert gold. De plotselinge komst echter van den heer fiscaal der provincie Gelderland, die buiten iemands voorweten zelfs van den Magistraat, geschiedde, het infbrmeeren door den gerechtsbode aan het huis van docter Haex, de militaire inkwartiering in hunne huizen, te meer daar de geestelijken nooit belast waren, en het huis des doctors wegens „ de allergevaerlykste ziekbedde van eene religieuse onder kerke rechten liggendequot; van deze belasting acht dagen te voren was vrijgesteld, dit alles had hun argwaan gewekt. Zij wenschten niet anders dan voor hun competenten rechter te verschijnen. Nu wilden zij van den Magistraat direct of door diens tus-schenkomst weten ; ' 1° of de vergunde amnistie voor het land van Weert zonder exceptie van personen algemeen zou zijn, dan of zij herroepen was; 2° of zij in veiligheid konden terugkeeren, mits zij zich bij citatie, voor hun competenten rechter zouden verantwoorden, zonder dat deze veiligheid van personen, ten laste der gemeente zou dienen (1).

(Copie berustend bij den WelEd. Gestr. Heer Mr Haex te Maastricht).

Eerste komst der Fransdien en Fransch Bestuur 1792 — 1813 (2).

In November 1792 vielen de Fransche republikeinen in België. 10 December zou volgens eene aanteekening uit een oud register de vrijheidsboom op de markt to Weert door de Franscho vtroepen zijn geplant.

(Ms. van Haeft over Weert, berustende op het Rijksarchief p. 9S).

ocr page 74

Bij decreten der Nationale Conventie te Parijs van 2 en 4 Maart en 8 Mei 1793 werden eenige gedeelten van België met Frankrijk vereenigd, onder meer het land van Luik. Zoo daaronder de Luiksche Kempen zijn begrepen (1), gelijk in het decreet van 24 Brumaire an III dat volgt, dan zou Weert toen ook zijn geannexeerd aan Frankrijk.

(Zie deze decreten aangehaald in de wet van 9 Ven-démiaire an IV in Registre des lois et arrêtés du Gouvernement. I, fol. 5 verso en volg.)

Bij besluit der Volksrepresentanten van 24 Brumaire an III (14 Nov. 1794) werd een Centrale Administratie voor het land tusschen Maas en Rijn ingesteld, waaronder 7 onder-administraties ressorteerden.; de eerste had haar hoofdzetel te Maastricht, daaronder waren begrepen de Luiksche Kempen, dat is het land van Loon, Horne, Weert enz.

(Zie „ Recueil des proclamations et arrêtés etc. émanés des Représentants du peuple et de 1'Administration supérieure de la Belgiquequot;. Brux. Hayez. I, p. 101).

Bij besluit van 18 frimaire an III (8. Dec. 1794) werd het arrondissement beter' geregeld door genoemde Administratie; het land (voorheen graafschap) Horn en de districten van Weert, Thorn en Kessenich worden sub N0 5 genoemd, als deel uitmakend van dit arrondissement.

(Zie Registre des délibérations de l'administration de Maestricht, I, fol. 16 verso.)

1795, 31 Aug. (14 fructidor an III) kwam bij besluit van het „ Comité du Salut Public quot; der conventio te Parijs, alweer eene nieuwe verdeeling van België en het land van Luik en aangelegen landen, nl. in 9 arrondissementen of departementen, waarvan het 5e den naam kreeg van Departement der Nedermaas, welk departement civiel en rechterlijk in 30 cantons werd verdeeld. Het 6° canton was Weert, dat de volgende plaatsen omvatte: Weert, Nederweert, Meyel, Thorn, Hunsel, Ittervoort, Neeritter, Stramproy en dependentien.

(Zie Registre des lois et arrêtés du gouvernement

Francais I, 2 verso.)

(1) Ook vóór 1794 werd Weert als gcënclaveerd in hot land van Horne, door vele schrijvers en op landkaarten tot het land van Luik gerekend.

ocr page 75

— 69 —

1 October 17iJ5, 9° vendémiaire an IV werd België, het land van Luik en aangelegen landen voor goed met Frankrijk vereenigd dooide Nat. Conventie (Registre I des lois et arrêtés du gouvernement Franc-ais fol. 5 verso en volg)

1795, 30 Oct., an IV, 8 brumaire. De volksrepresentanten verkl;i-ren dat de prins van Chimay, Philippe Gabriel Maurice Joseph d'Alsace Chimay kan blijven in het vrij genot zijner goederen en dat hij geen emigrant is.

(Indicateur XI, N0 935, in dato 4 frimaire an VH, 24 Nov. 1793).

1795, 8 November (17 brumaire an IV) werden de Administration van Limburg Spa en Maastricht geheel onttrokken aan de centrale Administratie voor de landen tusschen Maas en Rijn te Aken, dooide volksrepresentanten. (Reg. des lois etc. fol. 109.)

1796, 9 Jan. (An IV, 'J nivöse). Bij besluit der Centrale Administratie van het departement der Nedermaas te Maastricht, ingevolge een schrijven van de volksrepresentant Perès en Portiez (de l'Oise) uit Brussel van 21 brumaire an IV (12 Nov. 1795) werdt het departement in 30 cantons verdeeld. Liet canton Weert komt sub N0 13 voor en omvatte alleen Weert als hoofdplaats, Nederweert, Stram-proij en dependentien. (Bij Weert was toen nog niet gevoegd een deel van Bocholt, wat eerst in 1843 geschiedde.)

(Registre des correspondances du Tribunal supérieur, interne N0 1, p. 82, berustende op de rechtbank te Maastricht.

1796, 19 en 20 October An V, 28 en 29 vendémiaire, werd krachtens art. 2 van de wet van 15 fructidor an IV — 1 Sept. 1796 het klooster der Penitenten-Recollectinnen te Weert in de Beekstraat geinventariseerd door de Commissarissen der Fransche Republiek. De laatste Penitenten-Recollectinnen waren :

Maria Elisabeth Mouwens, geb. 15 Febr. 1731, overste onder den naam van Bernardina (1). — Maria Elisabeth Theunissen, geb. 12 Nov.

(1) 5 Feb.' 1805 schreef zij uit Aersehot den volgenden brief aan den maire vanTJWeeit, ,, N. Bloemaeits quot;.

Myn Heer üeëerden Vrint. — Hebbe lt;1 Eer UEd. gronthertig to dancke voor d'attentie die UEd. ten onser opsigtc sig geweerdigt heeft te nccme aingaonde liet pensioen to kennen i rocken, wy hebben nu al 8 jaren gesucholt om schraal onsen kost te winnen, en nu myn jaren op een eynde lopen, soo veer in de

ocr page 76

— 70 —

1746 te Rotterdam, vicaresse. — Joanna Gertrudis Mouwens, geb. te Stevensweert 3 April 1740, dochter van Willem en Maria Sophia Aelmans, instructrice. — Joanna Claessens, discreterse. — M. Paschasia de Thier. — M. Vincentia Collaerdtsz. — Ursula Hoffmans. — Maria van Kuypen. — Arnolda van Alphen. — Anna Gertrudis Rosen. — Ida Keulen. — Joanna Maria van Kuyck. — Marianne Kemps. — Pe-tronella van der Dussen. — Anna Helena Oda van der Pypen, geb. 28 Nov. 1750 te Weert, dochter van Adrianus en Maria Martina Saesen. — Maria Gertrudis van der Pypen, geb. 7 Aug. 1760, te Weert. — Anna Maria Knapen, geb. 23 Mei 1772. — Wilhelmina Catharina Tindemans, geb. 27 Juni 1766 te Weert, dochter van Hieronymub en Aldegonda Donders. — Wilhelmina Deelen, geb. te Heeze (N.B.) 5 Mei 1728. — Jacoba van Eersel, geb. te Woensel (N.B.) 12 Feb. 1771. — Margaretha van Jaersvelt, geb. te Hilvarenbeek 17 Mei 1770.

Be Conversen. Gertrudis Peeters, geb. te Neer 7 April 1740, dochter van Theodoor en Gertr. Spee. — Helena Sonnemans, geb. te Weert 17 April 1758, dochter van Petrus en Joanna Oppendunck. — Maria Elisabeth Coppens. — Maria Coppens. — Joanna Hendrix. — Petronella Evers.

1796, 21 October, an V, 30 vendémiaire. De inventaris van het klooster der Recollecten wordt opgemaakt door den Commissaris der Fransche Republiek. Maar wegens het groot aantal vlaamsche boeken in de bibliotheek voorhanden, en de snelheid waarmede de inventarisatie moest geschieden, zag de Commissaris zich genoodzaakt de

steveiitig, ist de pyne niet meer waert ; te meer omdat Ida Keulen, eu d'ander Uoligiense die sig aengegeven hebben voor 't iiensioen, daer gans van afsien ; wy syn UEd. danckbaer voor alle moeyte en sorg voor ons aengewent; \vy sullen tot herkentenisse voor UEd. en des selfs Familie een gemeen gebedt den Heere opdragen voor seegen en gelucksaligheyd.

Versoeke ons aller complimenten aen den Eenv. lieer Pastoor, mama, freers en sceurs en myn to gloove dat ik bon met gedistingeerde achting.

Myn Heer geëerden Vrint UEd. seer ootmoedige dienaresse.

Scour Bernardina Mouwens, Rclig. Penit.

m(ator) omv(oordigh).

Dit briefje van dc bijna tachtigjarige overste is fraai geschreven Er blijkt uit dat zij met andere zusters te Oirschot het kloosterleven voortzotten. Het werd geschreven aan den maire van Weert, N. Bloemaers, en uit diens begeleidend schrijven aan den Prefect blijkt dat Jean Francois Wouters, haar oude directeur bij haar inwoonde. (Zie verder Schutjes, kerkel. geschiedenis van het bisdom 's Bosch V, 378 op Oirschot. (Cf. III. 470—471 op Dommelen).

ocr page 77

zegels die op de bibliotheek waren gelegd door den canton rechter er op te laten tot dat anders zou zijn beschikt door den Directeur dt r domeinen.

De laatste kloosterlingen waren:

Jacobus Verwers, gardiaan. - - Lambert van den Put, geb. 16 Oct. 1752 te Tirlemont, vicaris. — Peter Joseph Joannes van Opstal, geboren 6 Juli 1766 te Lichtaert (dép. des deux Nethes). — Franciscus Petrus Lambrecht, geb. 19 Juli 1748 te Heyst-op-den-Berg (arrondissement van Mechelen). — Petrus Baers, geb. 12 Aug. 1760 te Thielt, (arrond. Leuven;. — Isaac Verhoeven, geb. 3 Dec. 1743, te Bergeik. — Theo-door Boelens. — Willem Dirkx, geb. 23 Mei 1735, overleden te Hamont bij den pastoor Lemmens, 3 Juli 1808. — Willem Verluyten, geb. 11 Aug. 1750. — Andreas Willekens, geb. 8 Sept. 1751. — Antonius Cornelius Worst, geb. 29 Maart 1724. — Joannes Franciscus Wouters, geb. 13 Juni 1752. — Joannes Franciscus van Gemert, geb. 20 Nov. 1735 te Megen, zoon van Hendrik en Willemina Snoex. — Hendrik Swolfs (Andreas) was 15 Juni 1810 kapellaan te Neerweert. — Christiaan Frenckin. — Egidius Aussems. — Franciscus Debroux. — Petrus Schillemans. — Jan Baptist de Meersman en de leekebroeders: Jan Wouters, geb. 18 Oct. 1768, — Adriaan do Bie, geb. 22 Dec. 1768. - Cornelis Jan Lecleir, geb. 28 Dec. 1730. — Jacobus Molenaers, geb. 16 Januari 1748. — Jan Joseph Troost (Jacobus), geb. 2 Jan. 1704. — Joseph van Casteren, geb. 21 Juni 1742. — Pieter van den Bosch, geb. te Woensel 8 Sept. 1744, zoon van Antonius en Antonia Dircks. — Peirus Springer. — Willem Viten.

De datum van het inventariseeren des kloosters van de Reguliere kanoniken vond ik niet in het archief, maar het geschiedde ongeveer in den zelfden tijd. De laatste paters waren : Michel van Asten prior, geb. 27 Oct. 1737 t? Neerweert. — Willem Hubert Jaspers. Hendrik Pellemans. — Willem Bogaerls, geb. 9 Dec. 1748 te Weert. — Nicolaus Meerts. — Jacobus van B reu gel, geb. 12 April 1752 to Weert.— Petrus Vincentius Joseph Daems, geb. 23 Feb. 1761 te Tilburg. — Ant. Jacob van den Eydcn; de leekebroeders Jan Beugems, geb. 7 Mei 1750. — Adriaan Verhindeit, geb. 29 Sept. 1751 te Asten, zoon van Antoon Jan en Joanna Adriana Hezius. — Doopborgen. — Arnold, zoon van Adriaan Hezius en Jacoba Jans'dochter Verhindert. — Matheus Acn den Brouck, geb. 17 Jan. 1757.

ocr page 78

1797, 10 Feb. (An V, 22 pluvióse). De religieusen van het klooster der reguliere kanonikessen in de Maasstraat, (thans klooster der Brig-gitinessen) werd aangezegd door den cornmissaris Laguesse, om het klooster te verlaten ingevolge de wet van 1 Sept. 1796, zonder dat haar de tijd van 2 décades (of republikeinsche weken van 10 dagen) te laten. De kloosterlingen dienden het volgend protest in ;

Les Chanoinesses Regulières du Couvent, dit la Vigne de Notre-Dame, dans la ville de Weert.

Aians recu de la part de l'administration, par le commissaire Laguesse, en exécution de la loi du 15 fructidor dernier, les ordres, d'abandonner notre couvent le 22 Pluvióse sans nous accorder le tems de deux décades, et par conséquent, sans avoir égard a la loi susdite, qui accorde le temps de deux décades, après le jour de la présentation des bons et dont la forme et teneur a été observé jus-qu'ici, par tout, a l'égard de l'évacuation des maisons religieuses.

Et vü notre obligation indispensable, de conserver les biens dont la religion et l'ordre que nous professons, nous ont fait dépositaires et gardiens et propriétaires de son usufruit.

Vü la défënse de l'Eglise, sous peines les plus graves, et sous menaces de ees anathêmes d'alién.^r, sans l'aveu de l'Eglise, ces biens, dont nous avons juré la conservation.

Vü la liberté des cultes, dont les francais et la constitution ont authorisé 1'exercice et garanti la conservation.

Vü entin en dépit de tont cela, les ordres les plus strictes, que le commissaire nous a déclaré avoir, d'exécuter par la force armée l'évacuation de cette maison on cas de refus.

Nous protestons en conséquence formellement e i présence de Dieu et en face de tout l'univers que nous n'abandonnons, ni ne quittons notie couvent ni nos biens ni notre costume de religieuse, qu'en tant quo nous nous voyons contraintes par la force. En conséquence nous protestons encore, que nous ne consentons aucunement dans notre supression ; mais que nous voulons et désirons de vivre et de mourir dans cette maison religieuse et dans 1'état que nous avons professes solemnellement.

Ainsi fait et signé dans le couvent susdit le 22 Pluvióse, an cinq do la Uépublique francaise. (en was aldus onderteekend door:)

ocr page 79

Sr. M. Clara Gommers, priorinne. — Sr. A. F. Bockholts, subpr.— Sr. Joanna B. Aerts. — Sr. M. E. Sogbers. — Sr. Brigetta van Buel. — Sr. M. Augustina Boo/aerts. — Sr. M. Anna Bull. — Sr. Maria Geer-tru Boogaorts. — Sr. Cornelia Schouts. — Sr. Maria Beelen. — Sr. Marie T: van Dinter. — Sr. Maria Theresia Monica Raupp. — Sr. Con-stantia Claessens. — Sr. M. Catharina Sneyers. — Sr. Maria Rosa Kroesen. — Sr. Francisca van Heythuysen.

En door de volg. leekezusters: Sr. Catharina Hendrikx. — Sr. Dorothea Jaspers. — Sr. Agatha Meeuws. — Sr. Lucia Pelsers. — Sr. Helena Gerits. - Sr. Ida van Stiphout. — Sr. Josef Hubkens. — Sr. Martina van der Velde. — Sr. Cecilia van der Steen.

(Registre du séquestre des convents du Département de la Meuse-Inférienie).

Ziehier wat ik omtrent sommige nader heb gevonden:

Jeanne Aerts, kloosternaam Barbe, geb. 18 Oct. 1722 te Neder weert.

— Catherina Snyders, kloosternaam Marie Catherine, geb. 21 Oct. 1758 te Weert. — Petronella van Buel, kloosternaam Brigitta, geb. 19 Sept. 1729 te Hamont. — Anna Maria Bochholts, geb. 22 April W22 te Weert. — Maria Elisabeth Gommers, geb. 17 Sept. 1737 te Budel.-Elisabeth Jaspers, kloosternaam Dorothea, geb. 13 Oct. 1728 te Hamont.

— Christina van Heythuysen, kloosternaam Fran^oise, geb. 24 Mei 1770 te Weert. — Maria Catharina Boogaerts, kloosternaam Augustine, geb.'7 Jan. 1758 te Woensel (N.-B.). — Anna Maria Buil, kloosternaam Marie-Anne, geb. 25 Juli 1736 te Leende. — Maria Theresia Raupp, geb. 9 Januari 1758. — Maria Elisabeth Janssens, geb. te Weert 16 Jan. 1767. — Guillemine van der Velden, kloosternaam Martina, geb. 20 Juni 1767. — Maria Helena van de Steyn, kloosternaam Cecilia, geb. 31 Maart 1758. ~ Ida Hendrica van Stiphout, kloosternaam Ida, geb. 10 Feb. 1739 te Beek-en-Donk. — Helena Hupkens, kloosternaam Josepha, geb. 17 Nov. 1758 te Baexem. — Joanna Maria Meevis, kloosternaam Agatha, geb. 24 Maart 1731 te Nederweert. — Maria Pelsers was 1803 of 1802 reeds overleden.

(Répertoire des pensionnaires ecclésiastiques du Département de la Meuse-Inférieur).

1797, 23 Maart. (An V, 3 germinal) werd het klooster der Recol-lecten, van alle zijden omringd door een vijver, bestaande uit kerk, vele gebouwen, grooten tuin niet eenigo fruitboomen, verkocht voor 15000

ocr page 80

— 74 —

livres aan Jean Guillaume, beambte van het Departement te Maastricht voor Antonius Hermans, ex-recollet van het klooster te Reck-heim. (Affiche IV, art. 11 der Domeinen-verkoopen).

179S, 7 December. An VII, 17 Frimaire. Het Directoire Exécutif te Parijs beschikt afwijzende op de reclamatie van Philippe Gabriel Maurice Joseph d'Alsace d'Hénin Liétard, bekend onder den naam van Prince de Chimay en zijne echtgenoote Laure Auguste Fitz-James, dat hunne namen definitief van de lijst der emigranten zouden worden geschrapt. Uit dit besluit blijkt dat de prins zocht te bewijzen reeds sedert 1779 Frankrijk te hebben verlaten en dat zijne echtgenoote in 1792 was vertrokken uit dit land. Hiertoe had hij eene niet geregistreerde reclamatie aangebod.n, onder den niet authentieken datum van 31 Dec. 1792. De Administration Centrale et Supérieure van het voormalige België had 17 Thermidor an III (4 Aug. 1795) een besluit genomen waarbij een opschorsing van 4 décades (40 dagen) werd verleend voor den verkoop der goederen van personen die beschuldigd werden van emigratie, dit tijdsverloop was door het „ Comité de legislation quot; 6 fructidor an III (23 Aug. 1795) verlengd, zonder dat de datum bepaald werd. Bij besluit van het departement der Seine van 14 fructidor an VI (31 Aug. 1798) waren hunne namen vooiioopig op de lijst dei-emigranten behouden. D'Hénin, die voorgaf in 1777 Frankrijk te hebben verlaten, had zijn domicilie te Parijs en eon hoogen rang in het Fransch leger behouden, waardoor hij krachtens do wet van 25 brumaire an III (15 Nov. 1794) paragr. 3 van het 1° artikel als emigrant moest beschouwd worden; voor zijn vrouw die voortdurend tut 1792 Parijs had bewoond was geen enkele uitzondering geldend, baar zij 26 floréal an III (15 Mei 1705) hun reclamatie niet hadden ingeleverd, hadden zij reeds de vervallenverklaring bij die wet uitgesproken, beloopen. De namen des Prinsen en van zijne echtgenoote werden nu definitief op do lijst der emigranten gehandhaafd, al hun roerende en onroerende goederen verbeurd verklaard ten voordeele der Republiek, en zouden verkocht worden. Zij zeiven mochten het grondgebied der Republiek niet meer betreden, „ sous peine d'etre traités commo émigrés, ayant enfreint le bannissement. Dit besluit (Registre des arrètés et lois du gouvernement fra .^ais VI, p. 202, verso en volg.)

5 Aug. 1798, An VI, 18 thermidor. Chénard, president Gerardy

ocr page 81

— 75 —

Bousmart en Vinoix, administrateurs van het departement der Ne-dermaas te Maastricht, plaatsen op de lijst der emigranten van het departement voornoemd, krachtens wet van 25 brumaire an III (15 Nov. 1794) de volgende geestelijken uit Weert: den gardiaan der Minderbroeders Jacob Ververs, den vicaris Lam. van den Putte en de paters Peter Baens, Willem Dircx, Franciscus Lambrechts, Antoon Swolfs, Jan van Gemert, Isaac Verhoeven, W illem Vertuijlen(?), Andreas Wilkens, Franciscus Wouters; don pastoor Joseph Janssens en den kapellaan Cornelis Franciscus Princen, allen veroordeeld ter deportatie en voortvluchtig. Ingevolge de wet van 17 messidor an VI (5 Juli 1798) werd het volgend artikel (art. XIV van den 5,leri titel of paragraat) onder het besluit gedrukt. „ Tous Citoyens qui auront dénoncé, suivi et arrêté des émigrés, recevront, après l'exécution du jugement, la somme de 100 francs pour chaque émigré quot;.

1798, 4 November. (An VII, 14 brumaire) werden bij besluit van het Directoire Exécutif te Parijs, ingevolge de wet van 19 fructidor an V (5 Sept. 1796) verbannen, omdat uit bewijsstukken was gebleken „ dat de priesters en monnikken der vereenigde departementen, die zich niet onderworpen hadden aan de wet van 7 vendémiaire An IV (29 Sept. 17(J5) betreffende (1) het staatstoezigt op den oere-dienst en den eed niet hadden afgelegd door die van 19 fructidor an V (2) gevorderd, de wreedste vijanden van Frankrijk waren, dat zij voortdurend de werking van het gouvernement hadden gedwarsboomd, ile republikeinsche instellingen geschandvlekt, troebelen veroorzaakt, de hartstochten geprikkeld, de dweepzucht- voortgep'anf, brandlibellen verspreid, de openbare ambtenaren aan de dolken der

(1) Volgens deze wet moesten de geestelijken de volgende declaratie aHeggen : •Ie reconnais i|iie I'linivcrsalito des citoyens francais est le souvorain, et jo promets soumission ei obéissance unx lois de la république (titro art. 6 der wet). Gedeelten dezer wet werden bij besluit van liet Directoire Exécutif van 7 pluvióse an V (2(5 Jan. 1792) met meer andere van toepassing verklaard voor do departementen, bij wet van 9 vendémiaire an IV (1 Oct. 1795) met de Fransche Republiek vereenigd, en zijn gedrukt in deel 1 p. 298—303 van Recueil des lois et règlements pour les neut' départemens réunis par la loi du 9 vendémiaire an IV, en exécution de l'arrêté du Directoire Exécutif du 7 pluvióse an V. A Paris, Iinprimeric de la République, Vcn-töse an ^ , (19 Feb.—20 Maart 1797} (titre 11. Ill, Section IV tiu titre IV, t. V en VI zijn gedrukt).

(2) Deze eed luidde : .Ie jure liaine a la royauté et a l anarchie, je promels fidélité et obéissance a la Constitution de l'un 111. Deze wet werd 25 fructidor an V (11 Sept. 1797) geregistreerd te Maastricht. 2 Buil. des lois 1-12 Nquot; 1400.

ocr page 82

moordenaars gewijd, afzonderlijke bidplaatsen gehouden, conciliabulen voorgezeten en den algemeenen opstand, in die streken onlangs uitgebroken, hadden georganiseerd enz., enz., enz.; uit het canton Weert Joseph Janssens, pastoor van Weert, den kapellaan Jan Kenten, de beneficianten : Zegerus Weelen, Frans Bruynen, L. L. Janssen, H. Sche-naerts, S. Princen, den priester M. van Heythuyzen, H. Bruynen, kapellaan van Tun'gelroy, J. J. Timmermans, kapellaan van Zwart-broek, Matheus Gielis, priester te Hushoven, de kanoniken regulier Willem Bogaerts, Jacob van Bruegel, Jacob van Eynden, de Recollec-ten: Jan Baptiste de Meersman en verder uit het canton Weert pastoor Michel Houtemans, Michel Voullers en Petnis van Beul kapel-laans, pastoor Godfried Versteegen, de kapellaan Leo Dupont, de beneficiant Mathieu Daemen, de pastoor Jan Mathias Monforts, de kapellaan Jan Willems.

1800, 17 Februari. (An VIII, 28 pluviöse). Het departement der Nedermaas wordt bij consulair besluit in 8 arrondissementen verdeeld : 1° van Maastricht, 2® van Hasselt, 8° van Roermond ; onder dit laatste ressorteerden 9 rechterlijke cantons, het 6C was dat van Weert. De verdeeling der cantons in gemeenten schijnt toen niet te zijn veranderd. (Bulletin des lois 17, 115).

1800, 12 Maart. (An VIII, 21 ventöse). De Centrale Administratie van het departement der Nedermaas beveelt dat tot den verkoop dei-molens toebehoord hebbende aan den Prins de Chimay, zal worden overgegaan.

(Registre des arrêtés de 1'Administration Centrale.

Registre 322, fol. 179).

1800, 25 Mei. (An VIII, 5 prairial). De Conseiller d'Etat Regnier gelast opschorting van de vervreemding der goederen der Prinsen van Chimay, daar er grond bestond om te doen denken dat zijn reclamaties tegen het besluit van 17 brumaire an VII, zou worden aangenomen. (Indicateur de Préfecture I, N0 678).

1800, 28 A ril. (Au VIII, 8 fioréal) werden de volgende goederen van den prins de Chimay verkocht: een stuk land groot 7 bunders met jagerswoning, schuur, stallen enz. bij het kasteel gelegen in de Biest, aan Hemy Nierstrasz, notaris te Maastricht, voor Petrus van Brussel goudsmid te Weert, voor 12,600 francs. (Affiche 89, art. 16) alsmede de volgende molens:

ocr page 83

— 77 —

Te Weert, een windmolen van eiken- en pijnenhout, met leien gedekt en met dubbele beweging van vier steenen voorzien, genaamd de Sint Rombontsmolen, aan Jean Théodore van Gulpen, notaris te Maastricht, als lasthebbende van J. J. T.eyer aldaar, voor 240,000 francs. (Affiche 39, art. 18).

Te Nederweert, de Roevenwaerdsmolen, van dezelfde inrichting en bouwstoffen, aan Henri Bleron fils te Maastricht, als lasthebbende van J. J. Leyer aldaar, voor 299,000 francs. (Affiche 39, art. 19).

Verder te Nederweert, een windmolen genaamd „ Op 't Rosveld quot;, van dezelfde inrichting en bouwstoffen aan Jean Théodore van Gulpen, Notaris te Maastricht, als lasthebbende van J. J. Leyer aldaar, voor 312,000 francs. (Affiche 39, art. 20).

1800, 8 Mei. (An VIII, 18 floréal) werd verkocht de molen genaamd „ de Binnenmolenquot; te Weert, aan den Prins de Chimay toebehoo-rende en van dezelfde inrichting en bouwstoffen als de drie vorige, aan George Charles Schwarz te Maastricht, voor 160,000 francs.

(Affiche 39, art. 17 (1).

1801, 26 April (An IX, 6 floréal). De Consuls der Fransche Republiek staan toe dat de namen van Philip Gabriel Maurice Joseph d'Alsace d'Hénin Liétard en zijne echtgenoote Laure Auguste Fitz-James, toen te Florence, van de lijst der emigranten worden verwijderd. (Lois et arrêtés du gouv. Francais, rég. VII, fol. 42, verso).

1801, 5 Juni (An IX, 16 prairéal). De Prefect van het département de la Meuse-Inférieure beveelt de opheffing van het beslag op de goederen van den prins de Chimay gelegd te Weert en Nederweert.

(Registre des arrêtés du Préfet, 333 fol. 113).

1802, 9 Jan. (An X, 19 nivöse). Bij consulair besluit wordt ingevolge de wet van 8 pluviöse an IX (28 Jan 1801) waarbij de cantons van de geheele Fransche Republiek op een maximum van 3600 en

(1) Costerius de laatste rentmeester der Prinsen van Chimay te Weert, bleef het Vorstelijk Huis zijner gebieders, waaraan zijne familie sinds meer dan een eeuw te Weert door dankbaarheid verknocht was, ook in het ongeluk getrouw. Hij kocht bij retrocefsie al die goederen in, en liet zich wegens wanbetaling met opzet vervolgen, want hij verzocht bij de Prefectuur uitstel van betaling, wijl do Prins op liet punt stond van de lijst der emigranten geschrapt te worden, en dan zelf de prijs zou voldoen. 13 floréal an IX (3 Mei 1801) werd dit verzoek in de Prefectuur behandeld en 21 floréal (11 Mei) daarop werd geantwoord dat men hem geen uitstel van vervolging kon toestaan, maar wel de wederverkooping der goederen (door de wet in geval van wanbetaling voorgeschreven) kon uitstellen. (Indicateur de Prefecture V N0 574).

ocr page 84

— 78 —

een minimum van 3000 waren gebracht (1), het aantal cantons van het departement der Nedermaas op 23 gebracht, dat van Weert bleef onder het arrondissement Roermond en kreeg de volgende gemeenten Baexem, Heytlmizen, Moijel, Nederweert, Roggel, Stramproij en Weert. (3 Bulletin 161: 1234 gerectificeerd in 3 Buil. 22S|-'is Nquot; 7, pag. 103).

1802, 12 Maart. An X, 21 ventóse. De gendarmen der brigade te Weert en Pierre Henri, gendarme te Heythuyzen, omsingelen op bevel van den luitenant Gombervaux en van de lijst der geëmigreerde geestelijken met den maire om 10 ure des morgens verschillende huizen en het klooster der Recollecten van Weert. Zij gingen in een huis binnen waar een Begijn school hield Zij vonden eerst niemand, maar eindelijk kwam een grenadier van de 48° half-brigade die dit huis omsingelde met een „ individu quot; aan zonder bchoenen die wilde vluchten. Het was Pierre Daems, een Recollect van de Meierij die één jaar te Weert was; de maire kende hem niet en had hem nooit verlof gegeven in Weert te vertoeven. Toen deze Recollect in de corps-de-garde was gebracht, ging men de pastorie onderzoeken, maar vond niemand. Vervolgens werd het klooster der Recollecten te Weert onderzocht. Op zolder vond men er twee in een hoek die aan een gendarm en twee grenadiers werden toevertrouwd, twee anderen vond men boven het gewelf der kerk. Het waren Willem Dirix, ex-Recollect van het departement des deux Nèthes, 67 jaar oud, die niet op de lijst der verbannen geestelijken stond, maar gevlucht was, „ et étant disant messe et la disant tous les jours dans le Couventquot;, Isaac Vershaven (Verhoeven) van Bergais (Bergeik), ex-Recollect, 60 jaar oud, die op de lijst stond, Laurent van de Putte, ex-Recollect, geboren te Tirlemont, 50 jair, die niet op de lijst stond maar in het klooster gevlucht en verbl'gen; Francois Lambrecht, ex-Recollect, 61 jaar, van HeistenbergJfDeux-Nèthes), vicaris des Recollecten, en op de lijst gebracht, die #itkende vicaris te zijn geweest. Zij werden aangehouden uit kracht/der wet van 25 brumaire an III en van het besluit der Centrale Administratie van het departement. Willem Dirix en Lambert van de Putte bevonden zich niet op de lijst der verbannen geestelijken, maar op die der emigranten. Alle vijf werden als mislezende geestelijken gehouden, wijl de gendarmen niet wisten of

(1) 3 Bulletin des lois 07, ól2.

ocr page 85

_ 79 —

zij waren geschrapt van die lijst en omdat geen der geestelijken de eed van trouw aan de Constitutie van het Jaar VIII hadden afgelegd. (Procés-verbaux de la gendarmerie an X).

1803, 13 Jan. (An XI, 23 uivöse). Drugman, chargé d'affaires van den Prins do Chimay te Brussel, protesteert bij de Prefectuur tegen de weder verkooping van het land van den Prins met de jagerswoning en stallen in de nabijheid des kasteels (1), aangezien de verkoop 8 floréal an VIII was gehouden, en reeds 5 prairial te voren opschorting door vervreemding zijner goederen was gelast door den conseillor d'Etat Regnier.

Indicateur de Prefecture XII, N0 181.

1803, 4 Mei. (An XI, 14 floréal). Verkoop van het klooster der religieusen Penitenten-Recollectinnen met kerk lang 21 i/s breed 8 3/4 Meter en tuin van 200 kl. roeden in de Beekstraat, voor 4700 francs aan Hubert Francois Hermans, wijnkooper te Maastricht, voor de eene helft, en voor de andere helf aan George Caleb-Schwarz, gepensioneerd kaptein in dienst der Bataafsche Republiek, te Maastricht. (Affiche 22, art. 18).

1803, 14 Sopt. (An XI, 27 fruotidor). Het klooster der Witte Vrouwen te Weert wordt verkocht voor 8200 francs aan Ignace Albert Spineux, arpentier-générale te Maeseyck, voor zijn lastgevers George Caleb de Schwartz, gepensioneerd kaptein in dienst der Bataafsche Republiek, Hubert Francois Hermans, wijnkooper, Pierre Francois Ceuleneers vader, tabakverkooper, alle drie te Maastricht

/

(1) Het kasteel zelf bleef altijd aan de familie Chimay, daarna aan dio van Caraman-Chimay. Eerst in 1841 werd het door de erfgenamen van den prins do Caraman, ambassadeur van Frankrijk te Weenen, verkocht aan dun Heer Louis de Beerenbroeck, die op een der oude torens een heerenhuis deed bouwen. Thans ziet men nog twee gedeelten van torens en een oudo poort. Eene afbeelding dei-ruïne vindt men Goethals, » Histoire de la maison de Horne 1848, p. 12, in don linker bonedenhoek » Lith. .1. Lots'quot;', en in den rechter benedenhoek .. P. Wul-lernan dl. et Lith.' In »Vues dans le Limbourg, van Alex Schaepkens, pl. 23 inden 1. b. h. quot; Alex. Schaepkensquot;. Eene kleinere afb. in G. M. Poell, Beschrijving van het hertogdom Limburg, met 12 steendrukplaten. Antw. .1. P. van Dieren S Comp. 8°, in den linker benedenhoek, » li;.p. Lith. .1, M. H. Smoets te Weert'quot; en in don rechter bon. hoek, -.1. ,1. F. .lansen, del. quot;' In Wolters, Notice hist, sur Home p. 1:33 ongeteekend. Een grootere afb. wederom in ,, Album biographique des Beigesquot;quot; 1848 11, p. 343. In den 1. b. h. n A. Nunians, sculp. quot; en inden r. b. h. gt;i A. Schaepkens »

ocr page 86

woonachtig, Pierre Joseph Hermans, commies-griffier te Reckheim en Laurent Henry Frencken, te Weert, elk voor één zesde.

(Affiche il, art. 5 der verkoopen van Domeinen) (1).

1806, 10 Mei. Keizer Napoleon beveelt het graven van het groote Noord-kanaal, dat de Schelde met den Rijn zou verbinden, loopende van Antwerpen naar Heronthals, door de Kempen langs Weert op Venlo, waar het in de Maas kwam. Van daar langs Herungen tot Grimlichhausen, waar het zich met den Rijn vereenigde. Het werd in 1808 begonnen en in 1812 gestaakt.

180;», 10 Mei. Een gedeelte van het klooster der Reguliere Kano-niken in de Schoolstraat (de kamers der theologanten, de scholen en de oude keuken) met de kerk, die volgens beschrijving in het procesverbaal van verkoop 28 Meter lang en 12,5 lang was, met inbegrip van den gang, wordt verkocht voor 1425 francs, aan Marcel Albert Bloemaerts, secretaris (griffier) van het vredegerecht te Weert, met voorbehoud van keuze zijns lastgevers.

(Affiche 85, art. 20 der verkoopen van de Domeinen). In 1809, 29 November werd hem de rest van het gebouw verkocht voor 750 francs (2).

(1) An V, 13 prairial (1797, 1 Juni) werden hunne hoeven verkocht; de Begijnenhof te Weert, groot 20 bunders I!S1 kleine roeden voor 40800 livres aan Maria Thoresia van Dinter, converse van het klooster zelve voor haar en als gevolmachtigd van Cornelia Schous, Constantia Claessens, Rosa Kroesen en Helena Gerets, aT)e religieusen van het klooster : alsmede de Moesdijkerhoff te Weert met 7 bunders aan notaris Nierstrasz te Maastricht, als lasthebbende van dezelfde religieusen voor 9200 livres- (Affiche XI, art. 1 en 2).

(2) An VI, 13 ventöse (1798, 3 Maart) werd hun hoeve do Clacshof te Wessem met 21 bunders 150 kl. roeden grond, bosch en heide voor 60,000 francs toegewezen aan Jean Gilles Hyacinthe Smeets, gt;■ homme de loiquot; te Maeseyck, als gevolmachtigde van Reinier Moers te Thorn. (Affiche 38, art. 11 der verkoopen van Domeinen) en den 8 germinal daarop (1798, 28 Maart) hun hoeve de Heurshof onder Weert, groot 231/4 bunder 28 kleine roeden, voor 120,üOO francs aan Henry Huttjens van Stramproy en Hendrik Maes van Tungelroy. gehucht van Weert. (Affiche 42, art. 6).

ocr page 87

— 81 —

T O IE Gr I IP T

Nederlandsch bestuur 1814 — 1SS0.

1822, 10 November de le steen gelegd aan de Zuid-Willemsvaart, die langs Weert gaat en Maastricht met 's Hertogenbosch verbindt.

1830 — 1889. Weert onder Belgisch bestuur.

1836. De kapel van Swartbroeck, die bouwvallig was wordt herbouwd.

1886, Zondag 16 April. De oude kloosterlingen van het Recollec-ten-klooster, drie in getal, pater Lynen oud 89 jaar en twee leeke-broeders, nemen het kleed weder aan in hun oud klooster (1). De plechtigheid werd geleid door Pater Koepp, overste sinds 5 April, den dag waarop pater van Opstal was overleden. Deze was in Januari daarheen gezonden door Mgr. Corselis van het klooster van St. Trond, waarmede dat van Weert toen was verbonden. De deken van Weert celebreerde de Hoogmis. De groote kloosterpoort was met triomfbogen versierd ; de toeloop des volks groot.

Na 1839 onder Noord-Nederland.

1839, 5 Nov. Opening van het graf van Philips de Montmorency in de parochiekerk te Weert voor het hoogaltaar, op last der kerkfabriek in tegenwoordigheid van kerk- en gemeentebestuur. J. P. Se-veryns toen kapellaan, later pastoor te St. Maartensvoeren onderzocht het graf. (Eigenhandige brief aan den Z Eerw. Heer Habets).

1842, 15 Mei. Willem II, komt's morgens tegen Ti/s uur uit Roermond te Weert, en bezichtigt de gebouwen o. a. het klooster der Minderbroeders.

1868. De kapel van Swartbroeck van de parochie Weert gescheiden, behalve voor de inzegening der huwelijken.

(1) Het klooster werd door Jakob I van Horne, op aansporen zijner vrouw .loanna van Meur? opgericht : deze verkreeg in Oct. 14(11, van deii Luikschen bisschop Lud. de Bourbon, ingevolge pauselijke Bnlle van 2 Juli van dat jaar hiertoe machtiging. Kerk en kerkhof werden, niet verlof van voornoemden bisschop, 30 Mei 1462 door Judocus, bisschop van Hieropolis, suffragaan van David van Bourgondiën bisschop van Utrecht ter eere van St. Hieronymus ingewijd. In 1710 werd door den gardiaan Bonaventura Ververs alles vernieuwd op één pand in do kerk na. Een afb. vindt men in Goutiials' Histoire de la rnaison Hornes, 1S48, p. 117 : in den linker benedenhoek » Lith, J. Lois en in den rechter ben. hoek gt;i P. Wulleman fecit

ü

ocr page 88

— 82 —

1867, 29 Juni. De Canonizatie der twee Weertsche martelaren Hieronyrnus en Antonius van Weert te Briello door Lumey ter dood

gebracht, plechtig gevierd.

1867, 16 Juli. De nieuwe brug over de Zuid-Willemsvaart wordt

ingewijd.

1879, 2 Jurii. Opening der lijn Gladbach—Antwerpen, sectie Roermond tot aan de Belgische grens bij tlamont voor goederenvervoer en

80 Juli daarop voor personen.

1888 — 1889. De parochiekerk met een hoogen houten toren vooi-

zien door den bouwkundige J. Kayser.

ocr page 89

ZR IJ ZL^O-IElSr.

I. Privilegien.

Nquot; 1. 1296, 11 Juni {I). Aert graaf tot Loen staat icater uit de Bochholterbeek af aan Willem van Home.

Aert, greve tot Loen, saluyt ende ewigen vrede in Goede met bekenllicheit der waerheit; kenlick sy eynen yegelicken die dese onsse gegenwordige brieve sullen syen ofte horen lesen dat in jegenwor-dicheit onsser ende onser ondersaten mennichvoldicheit erschenen ende komen is der edell ende onste getrouwe Goessen van Bonne, heere tot Elsthelo onse dienre bekennende voir ons geconsenteert ende gegeven te hebben den edelen ende waillgeboren heren Willem heer tot Hoerne synen lieven ende getruwen neve eyn deill waters eynre beeck loupende by den molen geheitten die Nedermolen in der heer-licheit van Boechout, welke heerlicheit Goessen voirgenoemt van onss in leenscap haldende iss, so voele ende soe breit alls doer eyn vaet offte duetlick geheitten eyn biecaer loupen mach welke water alsoe alls voerscr. steit Willy me heer tot Hoerne voirgen. ontfangen sail beneden der nedermolen voirscr. in teicken der wairheyt ende be-schermsell der wairheyt des voirscr. steit hebben wyr Aert Greve voirg. alls overheit der voirscr. heerlicheyt Boechout ter beden Goes-sens voergen. in teiken der waerheyt ende onss selffs consentz ende belieff onsen siegell hier onder op spacien dess brieffs doen hangen. Int jair ons lieren dusent twee hondert ses ende negentich des Son-dachs voir sint Jan Baptist dach binnen der stad Brussel.

(Volgt vidimus door Lodewijk van Bourbon, bisschop van Luik, waarin dit Charter nog eens wordt herhaald, van 1481 23 Sept., bekrachtiging door deken en kapittel der kathedraal van Luik van denzelfden datum, idem door burgemeester, gezvjorenen en raad van Luik op denzelfden datum). (2)

Everat, Greve van der Marck van Arenborch, beer zo Merrwa zo .. .esberch (?) zo Boechout ende Brogell, Erffvoecht zo Ludiek, doen kont

(1) Aldus de datum in do clironiek verbeteren.

(2) Deze vidimussen volgen hierna in't Latijn uit het privilegiebeek, als zijnde in deze taal gegeven. De vertaling van het charter zelfheeft varianten.

ocr page 90

allen denghene, die onsse tegenwordige brieve sullen syen off horen lesen wie van onsser voirscr. heirlicheit wegen Boechont en Brogell approbeert, confirmeert ende ratificeert hebben voir onss, onse erve ende naecomelingen alss wy ouch overmits lesen onsen brieven ap-proberen, confinneeren ende ratificeren ende geven ouch ende gonnen allen dat gheens den boven bescreven steit met uitgeschei len.

In teicken der waerheyt hebben wir Everat greve voir en. onss selfïs bant onder op spacien dess briefs gesat int. jaer onss heeren dusent vyflhondert ende twelff dos veerteenten dach in Julio.

(was get.) Evrard v. d. Marck.

(De volgende charters N0 2 — 11 zijn uit het oudste privilegieboek op perkament in 4° ontleend.)

N0 2. 1481, 23 Sept. Vidimus, bekrachtiging en uitbreiding van het vorig privilegie tot het drievoudige der hoeveelheid water, door Lode wijk van Bourbon, bisschop van Luik.

Ludovicus de Bourbon Dei gratia Episcopus Leodiensis, dux Bullo-niensis et Lossensis. Notum facimus omnibus et singulis presentes litteras audituris seu visuris quatonus per amabilem supplicationem fidelis nostri consanguinei Jacobi Comitis de Hoerne requisiti sumns, sibi veile annuere et consentire pro subditis suis de Weerdt ad habendum et utendum de rivulo nostra ante molendinum vulga-riter nuncupatum die nedermolen prope Boechout currente ter mains quam predecessoribus suis concessum tuit per piae memoriae dominum Arnoldum comitem Lossensem secundum tenorem litterarum earnmdem quarura tenor sequitur de verbo ad verbum, et est talis. Universis praesentes litteras visuris vel audituris Arnoldus comes Ijossensis Salu-tem cum noticia veritatis in Domino sempiternam. Noverint universi quod in nostra praesencia hominumque nostrorum plurium constitutus vir nobilis fidelis noster Goeswinus de Borne dominus de Elsthlo famulus recognovit et confessus fuit coram nobis se concessisse per-petuo et contulisse viro nobili domino Wilmhelmo domino de Hoerne fideli nostra dilecto partem aquae cujusdam rivuli juxta molendinum quod dicitur Nedermoelen currentis seu defluentis in jurisdictionem de Boeckhout quam a nobis penitus tenet in feudum dictus Goeswinus tantum videlicet quod ultra quoddam vas quod vulgariter teutonice byckaer appellatur sive per medium eius currere possit et

ocr page 91

— 85 ~

transire. Quam aquam vir nobilis de Hoerno praedictus recipere debet subtus molendiuum dictura nedermoleii pracsertim. In cuius rei testimonium et munimen tamquam dorainus bonorum sive jurisdictionis de Boechout praedictae superior ad petitionem praedicti Goeswini in signum confirmationis ratificationis et nostri consensus sigillum nostrum praesentibus duximus appendendum. Datum Anno domini millesimo ducentesimo nonagesimo sexto dominica ante festum beati Joannis Baptistae in Bruxella, et quia praedictus noster consanguinous Jacobus Comes de Hoerne a juventute noster fuit commensalis pluraque nobis fecit, et adhuc faciet servitia, ita quod preces suas postergare nequi-mus, sed sibi et successoribus suis per litteras nostras praesentes in perpetuum annuimus damns et consentimus pro se et suis et sub-ditis de Weert ad utendum et habendum de praedicto rivulo adhuc ter in tantum quam in praedicta littera concessum et datum est, omnibus ddo et fraude seclusis. In signum veritatis fecimus sigillum Majestatis Episcopatus nostri praesentibus appendendum, datum in civitate nostra Leodiensi Anno domini millesimo quad ringen tesimo octuagesimo primo, vicesima tertia die mensis Septembris. Infra erat scriptum de mandato domini mei metuendissimi superioris praesentibus domino Godenoldo de Slens caucellario et magistro Martino decano Sancti Dionisii et signatum erat Bugchaylt (?) et erat appen-sum sigillum Majestatis Episcopatus Leodiensis in cera rubra expres-sum et ferro albo inclusum.

1481, 23 Sept. Bekrachtiging door deken en kapittel te Luik van hetzelfde charter.

Decanus et Capitulum Leodiense, universis praesentes nostras litteras inspecturis notum facimus quod nos instantiis et precibus nobilis et generosi domicelli Jacobi, comitis de iïoerne in litteris Reveren-dissimi in Christo patris et domini nostri Ludovici de Bourbon Dei et apostolicae Sed is gratia Episcopi Leodiensis ducis Bullonensis et comitis Lossensis quibus praesentes nostrae Litterae transfiguntur no-minati domini Episcopi litteras in quantum in nobis est et ad nos spectat salvo jure unias cuiusque laudamus et approbamus. In quorum fidem et testimonium sigillum nostrum ad causas praesentibus duximus appendendum, datum anno a nativitate domini millesimo quadringentesimo octuagesimo primo, vicesima tertia die mensis

ocr page 92

— 86 —

Septembris. Infra erat scriptum „ Per venerabiles dominos raeos su-pradictos et de illorum mandate mihi in Capitulo fauto signatum erat Johspym...(?) et erat appeasum sigillum capituli Leodiensis in cera viridi expressum et ferro albo inclusum.

1481, 28 Sept. Idem door den Magistraat te Luik.

Nes Burgimagistri jurati et consules nobilis civitatis Leodiensis. Notura facimus omnibus et singulis ad quos litterae presentes perve-nerint, qnod nos instantiis nobilis et generosi domicelli Jacobi comitis de Hoerne in litteris Reverendissimi domini nostri domini Ludovici de Bourbon Episcopi Leodiensis, ducis Bullonensis et comitis Lossensis quibus hae nostrae litterae transüxae sunt nominati inclinati, contenta et in eisdem descripta quantum in nobis est et ad nos spectat laudamus approbamus et ratificamus salvo jure cuiuslibet, in quorum üdem et testimonium sigillum civitatis nostrae praesentibus duximus appenden-dum. Datum anno a nativitate domini millesimo quad ringen tesimo octuagesimo primo vicesimatertia die mensis Septembns et erat infra scriptum de mandato principali Burgimagistrorum, consulum et ju-ratorum praemissoram, signatum erat G-o: Qroetboir, et erat appen-sum sigillum civitatis Leodiensis in cera viridi expressum et ferro albo inclusum. (Privilegieboek fol. 9 en 10.)

N0 3. 1360, 8 Maart. Privilegie van heer D/ederick van Hoerne.

Wij Diederick (1) heer van Hoerne, unde van Altenae maeken condt ende kennelyck allen luyden, dat wij geloifft hebben ende geloeven in gueden truwen, allen unsen gueden luyden van den dorpen van Weert, van den overste eynde ende van den nedersten eynde, dat wy hen rechte ende vonnisse doen solen onsen schepen van Weert,

(1) Uit dit charter vernemen wij dat deze Dirk een oom had die heer van Perwijs was en eene zuster die vrouw was van Diest : dit kan niet slaan op Dirk, bisschop van Osnabruck, zoools wij in de noot dcrchroniek op 1360 zeiden, maaralleen op Dirk Loef of Dirk heer van Perwijs diens broeder, wier zuster Elsa met Hendrik van Diest was gehuwd cn wier oom Dirk van Perwijs kinderloos stierf, waardoor Parwys op den voorgenoemden Dirk, kind zijns halven broeders Willem overging'. Nu heeft Dirk Loert' inderdaad don titel van heer van Woort gevoerd. (Goethals Ilist... de la lamillc de Horne p. 103.) In een charter bij Goethals p. 210 aangehaald, wordt bij verdrag tus-schen hem en zijn neef Willem (kind zijns broeders Willem V of VI) bepaald o. a. » dat Willem van Hoerne houden ende besitten sal die heerseap van Huerne, Weert en Wessemquot;. Dat geschiedde 20 Febr 130'J.

ocr page 93

— 87 —

unde anders en gheenrehande ghewalt. Ende dat wij hen binnen drien jaeren naestvolgende en gheynrehanden beede noich schattinge aft-niemen en sullen, noch laeten niemen nae onser maicht, ten weere dat ons lyffs noyt dede om bequamelyken unde groeten dienst dien sy ons ende onsser suster der Joufrouwe van Diest gedaen hebben want sy ons ende unsen lieven oem den heer van Parwys geloitft hebben te geven vyffthien hondert auder schilde binnen drien jaeren voirscr. ellcs jairs en derdel te betalen tot unsser suster behoiff van Diest voirscr. In oirkunden des brieffs met onsen zegel open bezegelt ende om te meere sekernissen soe hebben wy gebeden onssen lieven oem den heer van Parwys want hy hier over aengeweest heeft, unde by zynen wille geschiet is dat hy diesen brieff met ons bezegelt, dat hij om onsser beeden wille gedaen heeft. Ghegheven in't jair van der geboirten ons heeren doe men screeff duysent dryhon-dert ende dsestich des Sonnedaichs als men singht Oculi. ffol. 1.)

Nquot; 4. 1414, 5 Mei. „Privilegie van den Merchrecht gegeven van heer

Wilm van Hoerne

Wyr Willem, heere tot Hoerne van Altenae ende van Corthessem doen te weeten allen luyden die diesm brieff sullen sien oft hoeren lesen, dat wer aengesien hebben oirbair ende nutheyt onser landen ende sunderlinghe onsser stadt van Weert, unde om dat ons onre-delyck ende teghen Godt dunckt wesen dat men des Soendaechs, unde op andere hoege heylige daeghen merckt helt ende coupt ende 'Vercoupt, alsmen Goide aenroepen ende dienen sonde, soo hebben wer gegeven unsser stadt van Weert vurscr. dry jairmerckden des jairs datz te weeten eenen up Sinte Bonifacius daechs die es des vyfden daichs in braemaent, eenen op Sinte Jans daich Baptisten dat hy onthoifft wairt ende eenen op Sinte Barben daich der Jonck-vrouwen alle jair op elcken van diesen drien daeghen te halden ende alle weken eenen weeckmerckt te halden op alle Saterdaich die int jair compt, ende gheven allen den gheenen die diese voorsz. merckden, jair mercken unde weeckmerckden versuecken snllen off tot Weert commen sullen op diese voiisz. mercktdaighe goet vast seker geleyde te commen ende te keeren van alle saecken sender die weder ons off' onsser heerlichheyt gedaen hebben, ende alle saecken die ghevallen sullen dat sy van schulden offte van kive in den merckt

ocr page 94

offte op eenen mercktdaich sal men onvertoeghen richten op dien mercktdaich oft op eenen anderen merckdaich. Voirt soe gheven ■wei-voor ons ende onsse naecoeraelinghe onsser stadt van Weert voorscr. tot ewighen daighon erfflyck ende ewelick gheduerende alle die assyse die sy gesot hebben offte setten zullen op alle goit datmen tot Weert coupen oft vercoupsn sail, dairmen in anderen steden, ende dorpen assize aff plecht te gheven inder stadt behoiff die te oirbae-ren ende te keeren bij raede unzser nnsamp;er Amptluyde, onser Scepen ende Eurghemeisters der voorsz. stadt van Weert dair sys beste toe behoeven sullen om mede die straeten ende bruggen te halden hoen mede te vesten poirten ende sloeto mede te maken ende tot anderen saeken die den lande nut wesen sullen ende dair aff sullen zy dees jairs tot eenre tyt ons offte onsse amptluyden rekeninghe ende bewys aft doen, wair die voorsz assyze aengekeert zullen weerden oft' zyn ende die voirsz. assyze te minderen ende te meerderen by raide onsser off onssen amptsluyde onsser Scepen ende Burgemeisters voirscr. alsoe dicke ende mennichwerff alst ons ende hoen nut ende oirbaer sal duncken ende des lantz profyt wesen sal beheltlick ons onsser heerlicheyt ende recht ende onsser naecome-linghen. Ende omdat wer willen dat diese voerscr. saecken vast ende stedich blijven zullen soo hebben wer onsser groeten zegel onderaen diesen brieff doen hanghen. Gegeven int Jair ons heeren geboirte doe men screef duysent vierhondert unde veortheen op den vyffden daich in Mey. (fol. 2.)

N0 5. 1419, 20 Jan. Privilegie van Willem ran Home (hoschrecht)%

Wy Willem, heere van Huerne van Altenae ende van Montengys doen kont allen denghenen dyo diesen brieff sullen zyen oft hoeren lesen, dat wy van onssor guedertierenheyt, ende om diensts wille den ons onse. ghemeyue ondersaeten und guede lude van Weert van beyden banckon ton oversten yndo en le ten nedersten ynde daegelix doen unde naemaels duren sullen. Soo hebben wy voor ons ende onsso erven onssen gueden luyden van Weert geseten binnen den twee bencken voorscr. ten vuersten ende ten nedersten eynde dy nu syen ende naemaels common hun endo hoeren erven dy bossch Lebben oft crigen imogiien gegomien hoir eeckir hon te dienen elck

ocr page 95

— 89 —

nae zijnen bossch beianck inne alle der maten dat hoir vocrenthyt by onssen alderen die heeren tot Hoirne waeren, plaich te dienen ende nae akler gewoente. Oicli hebben wer voer onss ende onsse erven, onsen gueden lueden van Weert geseten bynnen beyden bencken ten oversten eynde ende ten nedersten eynde die nu syn ende naeraaels kommen sullen ende hoeren erven gegonnen dat sy alle houl eyeken off douffnout elck wider zyn erve op dy ghe-meynten poeten maich ende duen poeten, ence dat hout eyeken ende douffhout sail moeghen houwen ende te gebruyeken alsomennich werf als hy will sender te misdoen teghen ons off' onse naecomelinghe off sender kalentieren onsser, onsser naecomelinghe, onsser amptluyde, ende onsser naecomelinghen amptluyde. In oirkonden der waerheyt soo hebben wy Willem, heere van Iluerne, van Altenae ende van Mon-tengys onssen zegell aen diesen brieff doen hanghen.

Gegheven int jaer ons heeren duysent vier honderd ende neghen-tien op Sinte Sebastianus daich. (fol. 3.)

N0 6. 1446, 27 Maart. „ Previlegie van Lantrecht gegeven ende verleendt van heer Jacop, heeren zoe Hoernequot;.

Wyr Jacop, heere zo Hoerne zo Altenae zo Corterschem ind zo Montangys doen kondt allen luden ind bekennen init diesene brieve voir ons onsse erven ind naecommelinge dat wyr mit gueden voir-beraet ind wailbedaichten sinnen in bywesen unsser frunde her nae bescreven aengesien ind besonnen haeven getrouwen dienst unsser underseesen van Weert, sy onssen alderen ind onss gedaen haeven ind noich alle daeghen midt gueder willen doin. Ind haeven dairom denselven onssen onderseesen zo Weert vryheyt privilegien ind rechten gegheven. Ind geven mit diesene brieve diese vryheyt ind rechten hyr nae beschreven der sy bis noich voir gheyn recht dan voir guede gewoente gehalden haeven. Inden irsten soe en sullen noich en plegen die watermoelen tot Leyvelroe tot Tonghelroe noch tot Hoichten niet te maelen voir synt Remeys daicli noich aichter halff Meert dat sy water sullen scutten weert saecke dat sy dair weder deden ende scutten waeter als syt niet scutten en soulden soe sal ons amptman common ende draeghen dat molenyser met hem opdat sy gheynen schaeden en zullen doen in bossch ende broick ende aen beenden noich anders aen der luyden erve. Weert oich saeke dat sy water schutten ende der luyde

ocr page 96

beenden ende erve verdroncken nae halfï'meert ende voir sint Re-meys daich als voirscr. is ende der moelener en wol des niet laeten soe mach een man den dye schaede gheschiet een scudtbeert op-trecken sender broeken oft mysdoen ende laeten twater lonpen. Item soo sal ons moelener maelen op onsser molen een malder roggen om eenen cop rogghen, ende een vaet roggen om een schotel roggen der sess eenen cop maecken ende niet meer en sal die molener niemen van recht. Item soo sal die ghene die onsse waeghe heeft weghen eenen swairs om eyn payements moirken. Item bossch en de broicke ende die ghemeynte allgemeyn dair moeghen die vurscr. onss onder-seesen vaeren ende gaen ende der luydt beesten op ende in te gaen. It. soe soilen die koeren van den brueken staen soo weymen dair in vindt houwende op sesa buyschen ende die koeren haeven wyr onsen ondersesen van Weert halff gegeven tot hulpen tot hoeren renboumen ende bruggen te halden ende dat lant myt te versten. Item weert saeke dat unsse rintmeister gementen uytgeven wolde die sal hy uytgeven overmitz scepen ende die boede sail die kuulen steken ende van elcker kulen sail die boede haven eynen alden bra-bants. Item soe wanneer wyr eenen eynen (ywen?) Scoltit tot Weert setten, die sal zweeren allen mensschen sittende binnen diesen twee bancken te weten ten oversten ende ten nedersten ende tot Weert recht ende vonnisse te doen binnen diesen bencken alsoe verre als die luyde off ymen begheert. Ende weert saeke dat sy niet zweoren en wolden, soe moeghen die scepen opstaen ende vyt der banck gaen sonder misdoen weder ons tot der wylen dat sy geswoeren sullen haeven. Item weert saeke dat onsse amptluyden eenighen minssche aentasten ende vinghen die geseten weere binnen diesen voorscr. twee bencken van wat saeken dat weere, bedden sy burgers te setten, soe en sal men den menssche niet stocken noich sluyten mer op zyn borghen laeten gaen, soo verre hy borghen voir die brueken heeft, dair om hy aengetast woirde. Item sal men den niet stocken mer int yser setten dry daeghe lanck. Ende off hy langher sitten bleve soo maich men den stocken off setten dair her vast weer. Item eyn man die gefangen woird van scholt ende gesa1: woirde te sluten, sal gheven eenen brabants ende te ontsluyten eenen brabants Item van eenre hoiftvairt tot Wessem sal een drosszt haven XXVI vleems ende een Scoltit van Weert VIIJ vleems Illick scepen VIV2 vleems.

ocr page 97

— 91 —

Item der boidt van Weert VIVs vleemH. Der Scoltit van Maeslant twee spint vueders ende een half veerdel wyns. Illick scepen van Wessem een quart wyns ende der boidt van Wessem een quart wyns. Item om eenen commer te slaen sal eyn Scoltit heffen eenen bra,bants ende den vierden penninck den scepen geven. Item der boidt van Weert sal heffen voir zyne rent van eynen ploeger een gerve op den acker te ouste ende te winter eyn broit ende daerom sal hij den ploger daeghen alsoe mennich princepalen als hy begeert ende tot elcken een vol getuych, mer wilt hij meer waerheyt gedaicht haven soe mach der boede van eiken eyn payemens moirken niemen alsoe mennighen als hy der hem daicht. Item die den boede gheyn provande en gheven, die soelen hem gheven van elcken mensche die hy hem daicht een payemens moirken. Item soe sail der boede eonen kommer kondt doen eynen ploeger off hys begeert, alsoe verre als hij den kommer gereken kan ende kondt gedoen kan binnen eynen daeghe ende des aventz wederom thuys zyn mach op zyns selffs cost. Item soe maich malleck douffhoilt poeten opten straeten die gemeyn zyn ende dat houwen tot zynen oirbaer sonder misdoen. Item soe wanneer ons off onsen naecommelinghen onss onderseesen van Weert scattinge off bede geven off ander ongelt betalen dye somme van dry hondert penninck des soilen die van den oversten imie gelden hondert pennick ende XCIIII ende die van dan nedersten ende soilen des betaelen hondert pinninck inde sesse. Ind des gelycks alweghe nae beloip der somme sal ygelick alsoe zyn aendeil gheven diese voirscr. punten sementlich ind ygelick besunder sy in yr naecommelinghen van ons ind onssen naecommelinghen vur vry befreien previlegiën ind rechten zo haven ende tzo behalden mit den onderscheyde off onss off onsan frunden off naecomelinghen zo eyni-ghen naecomenden thyden beduchte dat onsser heerlicheyt in deyle off tzomaele hyr in zo kortz geschiet weer off geschege dat wyr off ons naecommelinghen dan maicht sullen haven diese punten voirscr. zo veranderen ind zo versetzen, zo oirbaer onsser ind onsser vnrscr. onderseesen beheltlich onss ind onsser naecommelinghen heerlickheyt ind rechten. Hyr zyn aen ind overgeweest onsse frunde mit naemen Johan van Ghoir inder tzyt onsse Drosst, Goirt van Vlodorp heero zo Leute, Meert Mont onsse rintmeister ind Wilm van Kelft onsse scoltit van Weert. Ind dys zo oirkunde soe haeven wyr Jacop heer

ocr page 98

— 92 —

tzo Hoerne vursz. onsse zegel by unsser wysentheyt aen diesen brieff doen hangen in den jaere ons hee' cn duysent vier honderd sessende-veertzich des maendaichs nae den Sondaege Oculi. (fol 4.)

Het privilegie van Jacob II, graaf van Horne, 1482 23 Febr., (fol. 5) is uitgegeven door den Z. E. Heer Jop. Habets in de Publications du Lim-bourg, dl. XII, p. 441 — 445, naar het oorspronkelijke stuk berustend te Roermond in het Rijksarchief des overkwartiers en voor de uitgave van de Publications gereed gemaakt door den archivaris J. B. Sivré. (De spelling van het Privilegieboek wijkt af.) De graaf belooft onder meer te zorgen dat de beek van Bochholt, door Bisschop Lodewijk van Bourbon afgenomen, weer in gebruik van die van Weert zal gegeven worden. Hij zal zorgen dat zijne dienstboden geen paarden afnemen van zijne onderdanen, dat zij vrij blijven van geestelijke geboden. Heide, weide, water, land, broek, bosch en brand tusschen de heerlijkheden van Weert en Nederweert zullen als vroeger gemeen zijn, voor hen die geen eigen erf te Weert hebben.

Hek is althans hoogstwaarschijnlijk dat hier Jacob II bedoeld is. Vreemd is het echter dat hij van zijne inhuldiging in dit charter van 23 Febr. 1483 spreekt als van een verleden zaak „ doen condt ind bekennen dat wyr int ierste inkommen onser graefschap ind landen van Hoerne, mit naemen Weert ind Maeslant, van onsen gemeynen onder-saeten, hulde, eyde ind onderdanighschap ontfangen, ind denselven

wederomme hulde ind geloiffde gedaen hebben.....want dan zedert

der voors. huldingenquot;. Eerst in 1484, 15 Nov., deed hij leenhulde te Curingen wegens Horne, zie bet art. van Jos. Habets der Hornsche leenen in Publications du Limbourq VIII, p. 52.

N0 8. 1014,12 Sept. Privilegie van Jacob III van Home.

Wy Jacop jongreve tzo Horne, heero tzo AlLenae, tzo Corterschem doen kondt ende bekennen voir ons onssen erven ind naecomelinghen, soe unsse gheminde ondorsaeten onsser landen van Maeslant Weert inde Nederweert sich in voerleden jaeren bezegelt hebben gehadt borch-tochten hal ven aen den Maesscheelen (1) aen den geene(2) van Weede

(1) De hoer van Mascherel.

(2) Een schrijffout voor Greve (graaf).

ocr page 99

— 93 —

inde aen diversche persoenen in den lande van Gelre, heer Jan Back inde anderen voir ter lieffden unsser heeren inde voeraldereu dat welcke sy in unsser tyt ter lieifden van onss soem betaelt ende soem geloifft hebben te betaelen nyet wederstaende sy noichtan van ons des gaede scadeloes brieft hadden, dat wyr sullix uyter onssen rinten alle jaer sulden doen betaelen buyten hindei inde onsser onderseten vurscr. scaeden dairaff' wyr ons bedanckon. Inde soe unsse under-saeten vurscr. dye scaedelois brieft' ons te lyeff wederomme tot onsen handen gekeert hebben in den wekken wyr hun geloifft hadden alle previlegiën gherechtigheyden ende des gheens ons voirheeren inde alderen gegeven hadden te laeten gebruycken unssen voirscreven lieve onderseten dus geloeven wyr in craichten dis brieffs voir ons unssen erven ind naecoramelinghen dat wyr ons undersaeten voirscreven in gheynre manieren en sullen doen noch laeten verunrechten noich ver-corten in eenighen puncten noich previlegiën inde gerechticheyden die hun van onssen voirheeren ende alderen gegeven zijn, confirmeerende die selve inde willen in raaichten inde van weerden gehalden hebben init diessen onsen brieftquot; sonder list. Gegeven onder unsser hand inde zegell twelf daeghe in Septembris anno duysent vijffhondert inde veertheen. (fol. 6 recto.)

Aldus onderteyckent

Jacop tzo Hoirnes.

N0 9. 1531, 23 Oct. P. ivilegie van Jan I van Home.

Wyr Johan Greve tzo Hoerne, heere zo Altenae zo .Corteschem zo Avelghem ende zo Weert etc. Doen kondt ende bekennen voir ons onssen erven ende naecommelinghen. Soe onsse gheminde ondersaeten onsser landen van Maeselant, Weert ende Nedervveert sich in voir-ledenen jaeren verziegelt hebben gehadt borchtoichten halven aen den Massarelen aen den greve van Wede inde aen diverschen persoenen in den Landen van Gelre, heere Johan Back inde anderen voir ter lieffden onsser heeren inde voiralderen dat welcke sy in onsser tyt ter lieffden van ons soem betaelt ende soem geloifft hebben te betaelen nyet wederstaende zij noichtans van ons des guede schaedelois brieft hadden dat wyr sullix uyter onssen rinten alle jair sulden doen betaelen buyten hinder inde onsser ondersaeten voirsz. schaeden daer

ocr page 100

aff wyr ons bedancken inde soe onsse ondersaeten voirsz. die scha-lois brieff ons toe lieff wederomrae tot onssen handen gekeert hebben inden welcken wyr hun geloifft hadden alle previlegiën gereehticheiden endó des gheens ons voirheeren ende alderen gegeven hadden te laeten gebruycken onssen voirscr. lieven ondersaeten. Dus geloeven wyr in craichten des brieffs voir ons onssen erven ende naecornmelinghen dat wyr onsse ondersaeten voirscr. in gheynre manieren en sullen doen, noich laten veronrechten noich vercorten in eenighen puncten noich priviligiën inde gherechticheyden die honne van onssen voirheeren ende alderen gegeven zijn, confirmerende die selve inde willen in maichlen inde van weerden gehalden hebben rait diesen onssen brieft' sonder argelist. Gegeven onder onsser hant ende siegele den drieen-twintichsten daich in October anno duysent vyfhonclerl ende eenen-dedertich.

Aldus onderteykent

Johan tzo Hoernes.

(fol. 7 recto.)

N0 10. löli, 20 Jan. Privilegie van Anna van Egmont en haar zoon Philips de Montmorency.

Wyr Anna van Egmont, gravinne van Hoirne, vrouwe van Altenae, van Weert etc. ende wyr Philips van Mommorancy, heere tot Nevele en alsoe wyr dan huldinghe unde eyde ontfanghen hebben van onssen lieven getrouwen ondersaeten van Weert ende Nederweert ende denselven diessgelycken wedergedaen hebben gelyck den heeren unde ondersaeten nae den alden herecommen tsoebehoirt in welcker huldinghe onsse lieve getrouwe ondersaeten voirscr. van ons begeert hebben ende gebeden honne siegelen, brieven, previlegiën, lantrechten van onssen voirheeren verleent gegont ende gegeven te willen con-flrmeeren, ratificeren ende te approbeeren ende van summighen ar-ticulen hyr nae beschreven dair sy tot heer toe gheyne brieven noich siegellen aff en hebben te willen version ende te privilegieren. Item inden irsten soe geloeven wyr Anna ende Philips voorscr. voir ons onssen erven ende naecommelinghen onssen lieven getrouwen ondersaeten van Weert ende Nederweert allen siegellen, brieven, privilegien ende landtrechten van onssen voirheeren verleent, gegont ende gegeven in hunne gansscher maicht onverbroickeliken ende vest-

ocr page 101

95 —

Heken te halden, dieselve altyt te vermeerderen ende niet te verminderen, dair toe gevende onssen lieven getrouwen ondersaeten vursz. dat sy alle accysen die nu syn offt gheordineert mochten weerden sullen moeghen gebruyeken ende in des lantz nutz ende profyt keeren sonder wederseggen van ymantz achtervolgende 't goit bescheyt sy ons te kennen gegeven hebben, dairaff gehadt te hebben ende noich hebben. Beloevende voir ons onssen erven ende naecom-melinghen denselven onsen lieven getrouwen ondersaeten voirsz. getrou-welicken ende vestelicken dat wyr zy mit ongewoenlicken schattingen off beden nyet besweeren en sullen het en waire een merckelicke oirsaeke die ons off den ondersaeten dair thoe benoitdichden, ende den ondersaiten profitelick waere off mit onbehoirlicken dienstbrieven dye billicheyt nyet belasten noich besweren en sullen. Ende dat wyr oich in diesen twe dingbencke gheyne ghementen boeven die aide privilegien dair van zynde eewech sullen gheven off nyemantz uytlen-dich dair in laeten gebruken, die op datum van huyden dair inne gheyne gherechticheyt en hebben. Item gheven ende gonnen noich denselven onssen lieven ondersaeten voirs/. dat alle saecken twisten ende geschilde in diesen twe dingbencken voirscr. heircommende van schattinghen, accisen ende alle andere saeken der ghementen aengaende sal men binnenlantz onvertoeghen richten met recht sonder voirder dair aff te appelleeren, gelyck die voirheeren dat gegont ende gegeven hebben. Item geven ende gonnen noich onsser stadt van Weert dat alle misbruyek und schaede der geschien moicht aen poerten, mueren, stacketten, wallen, bruggen off dat den bouwe aencleeft, die-ghene die dair op befonden woirden, sullen tot allen tijden gefallen zijn in eene boete van twee goltgulden halff den heere, ende half tot behoiff der stadt, eynmael andermael. Ende die boit nyet te geven en hebben sullen altyt staen tot straeffinghe ter werrelycker scanden nae gelegenheyt der saeken nae erkentenis des gerichtsz ende ten derde-mael off straeffinghe des heeren gerichts nae uytwysen der scepen ten waere dat mit naicht off ontyde geschiden. Item geven ende gunnen noich dat gheyne uytlendighe luyde in diesen twe onssen dingbenken sullen moeghen commen woenen ende dye ghementen ge-biuycken sy en sullen schuldich zijn irst te gheven dry carolus-gulden tot behoiff der ghementen. Item geven ende gonnen noch diesen twee dingbencken volcommen maicht ende auctoriteyt altyt te moeghen

ocr page 102

— 96 —

setten ende te ontsetten mit consent van den scontit e.^nen off meer veltscutten, omme dye gheraenten daerm?de te bat te ondeiiionden Soe dan unsse on-iersaeten voirsz. een waecke op unsser borch gedaen hebben, sop zyn wy nu tevreden, dat men dye daghelix halden sal nae gelegenheyt des tytz ende discretie van der heere. Item geven ende gonnen noich ende bevelen onssen amptman nu synde off hyr-maels toecomende, dat hy egheene geboiden en sal doen off doen doen op die ondersaeten hoegher dan vyff stuver tnen sy mit raede der Burgemeisteren unde des gh?richts. In orkonde ende in getuijch-nisse der wairheyt aire punten ende clausulen voirscr. hebben wyr Anna Gravinne voirscr voir ons onssen erven ende naecommolinghen onssen zegelle aen diesen tegenwoirdigen bryeff doen gehangen ende wyr Philips van Mommorancy heere tot Nevele der selven brieff gehanteykent int jair ons heeren duysent vyffhondert eyn undveertich den twintichsten daich Januarii.

Aldus onderteykent

Phpes van Montmorancy.

(fol. 8 redo.)

N0 11. 1452, 4 Juni. De stad Eindhoven verleent aan die van Weert vrijheid van „ wechgeld

Condt sy allen dengeenen die dese litteren sullen sien off hooien leesen, dat comen zijn die schepenen borgemeesteren raet, ende dat meestendeele van den goeden mannen de stadt van Eyndoven, ende hebben geconsenteert ende verleent, consenteeren ende verleenen voor hen ende voor hon naecomelinge tot ewigen dagen den ingeaetenen van Weert boven ende beneden, los, vrij ende quyt te varen van wechgelde binnen der stadt van End oven voorscr. In den oirconden der waerheyt hebben wy den ziegel der stadt voorscr. aen desen litteren gehangen in den jaer als men screef van de geboert ons ideeren dusent vierhondert vyfftich ende twee op ten vierden dach der maent van Junio. Onder was wthangende aen den selven brieft' den ziegel van de stadt Eyndhoven gedrukt in groenen was. (fol. 11.)

Einde der privilegies.

ocr page 103

— 97 —

Nquot; 12. Charter van 1486, 30 Juni. (Zie Chroniek op dezen datum.)

Wyr Ott Schinck rittmeister und voert gemeyne hoefflude ind ruyteren mit namen ende tuenamen hier naer genoenipt tot Maze Eycke gelegen van wegen des Wailgeboeren Heren Jacops Greve zo Huerne etc. Te weten Kemphusen, Heynrick van Best, Baiych, Schonenberg, Philips Herdir, Philips van Juckrayd, Wincken van dei-Hart, Douff Jorys ind Paerle, Ridder Ghyse Heythusen, Holtmolen, Zoers, Franck van Baersdonck, Franc'v Verkulen, Lievendael, Herman Koevoit, ind voirt Bruyckman, Schoen Jorij, Marcelis, Heynrick van Laensteyn, Coenrardt Cress, Herman Boesell, Kummell, Coenrairdt van Struych, ind voirt aen Jacop Vedderman, Herman Planck, Heynrick van Wiss, Clais van Lymbrig, Claes Rocelder, Cornelis Selbach, Vullinck van Kessell ende ouch Jan van Eyll ende Sluper doen alle sementlich kont oevermits desen brieve dat wyr in bywesen onss Heren van Hoerne vursz. guetlich ouverkomen ind eyns woirden synt, mit den ondersaten geseten in den lande van Hoerne, te weten Oeverweert ind Nederweert. Alsoe dat sy ons van soldyen ende schalden van perden geven ind betalen sullen twee dusent Rynssche gulden nae inneiialt eyns besegelden brieffs wir van den selven hebben. Ind gelaven hier umb alle sementlich dat wir den vursz. ondersaten van Oeverweert ende Nederweert, nyet mere heyssschen noch tyen en sullen van geynre soldyen noch scoult die men ons schuldich is, ind wir van wegen des greven van Hoerne vursz. binnen Eycke off buten Eycke verdiendt hebben off noch eynigertyt hier nae mails van synre genaeden wegen verdyenen mochten aengaende deser lesten veeden tussen onssen Heren van Hoerne vursz. ind Heren Ropprecht van der Marck het en were dan mit consent ind weten der van Oeverweert ende Nederweert Beheltlich den brieff van de twee dusent gulden vursz. in synre machte te blyven biss hy geloist ind gequeten is. Zonder arglist. In orconde der waerheyt hebben wir alle sementlich gebeden die eirbaeren ind froemen Frederich van Obbendorp heere tot Schynne ind Heynrick van Nuynhem dat sy desen brieff tot eynre konden oever ons besegelen willen, dat wir Ffrederich ende Heynrick vursz. omrae beden willen der vursz. ruyteien gerne alsoe gedaen hebben. Gegeven int jair onss Heren dusent vierhondert sas

ocr page 104

— 98 —

emletachtentich den neesten Manendaighz nae sent Pouwelsdach Conversien.

Met 2 zegels; het 1° een schild met klimmenden, naar rechts gewenden leeuw, het schild gekroond door een helm mede naar rechts gewend, waarop de leeuw van het schild en daarachter een vederbosch en lambrequins; omschrift: S — ederici... Obbe. Het 2* zegel voorst, een schild mei hertgewei; het schild gekroond met een naar rechts gewenden helm, waarop het hertgewei van het schild; omschrift: S. Henrici Bollart van Nun ...

N0 13. 1306. Contract tusschen het kapittel van Si. Servaas te Maastricht en den Heer van Home, in betrekking tot parochie en tienden.

(Regest.)

1306, 14 Nov., 3cn dag na St. Maarten in den winter. Gerard van Horne en Altena van de eene zijde en de deken en het kapittel van Sint Servaas van de andere zijde stellen als scheidsrechters over de verschillen die bestonden tusschen Gerard's vader, Willem en den deken en het kapittel: de Heer van zijn kant Engelbertus proost van Sint Sal-vator te Utrecht en meester Macharius, Luiksch kanonik en het kapittel van St. Servaas, Robinus de Millen, deken, en Willem de Juleymont kanonik van het kapittel. Zij zullen bij de uitspraak berusten, op boete van 2000 kleine zwarte ponden Toursch.

15 Dec., twee dagen na Ste Lucie van bet zelfde jaar stelt de graaf tot zijn procuratoren aan in deze zaak Walter van Brunshorne, Luiksch kanonik en zijn dienaar Godfried van Werthe.

1(.) Dec. had de uitspraak plaats: de tienden des kapittels zouden vrij zijn van de collecte des heeren en vrij door het kapittel geschuurd en verpacht worden ; de cynsmunt aan het kapittel te betalen werd vastgesteld op 2 Toursche zwarte grooten minstens voor een Luikschen denarie; de heer zou de cijnsplichtigen noodzaken tot betaling als zij onwillig waren; er zou een rentmeester en een boschwachter zijn, de rentrae:ster zou voor 3 of meer mansionarii of cijnslieden des kapittels in bezit stellen en onterven wat goederen des kapittels betreft; de rentmeester zou ook de cynsen ontvangen en pandschap nemen bij onmacht van betaling; 's heeren rentmeester zou hem bij-

ocr page 105

— 99 —

staan; de onbebouwde gronden zou de rentmeester des kap. in bezit nemen, ook voor de kormeden en andere rechten bij dood en huwelijk te heffen kon de rentmeester panden vorderen, zelf of door den fores-tarius; het kapittel mocht een tienden-schuur hebben ; het kapittel mocht ten hoogste 30 bunders aankoopen in Weert, werden meer dan 5 bunders gekocht die leenplichtig waren, dan moest het kapittel den Heer daarvoor een vasal stellen; de rentmeester, forestarius en de landbouwer des kapittels waren vrij van belastingen en heerendiensten, karrediensten enz.; het koren mocht vrij uitgevoerd worden ; de tijdelijke rechtspraak, hooge en lage, berustte bij den Heer van Horne, daarom kreeg het kapittel ten eeuwigen dagen 8 Toursche kleine zwarte ponden jaarlijks; beurtelings zou deken en kapittel van de eene zijde en de Heer van de andere, den pastoor voorstellen ; deken en kapittel mochten voor den geestelijken rechter hun schuldenaren en beleedigers vervolgen. Deze uitspraak werd gedaan in tegenwoordigheid van 21 kanoniken, de 2 procuratoren des Heeren van Horne, van Willem de „ Altera Ripaquot; Ogier van Haren, voogd van Maastricht, 4 ridders, 1 schepen van Maastricht, 7 priesters kapellanen, 4 klerken choralen. nog 5 ridders en 7 mannen allen genoemd; de 1 arbitratores zegelden het stuk, ook de instrumenteerende notaris, de heer van Horne, en deken en kapittel alsmede 7 der getuigen - 1308, 11 Juli, feestdag der translatie van St. Benedictus, keurdo de vrouw des Heeren van Horne de overeenkomst goed.

Apotheca Sancti Servatii, VI p. 496 — 502.

N0 14. 1534, 24 Febr. Jan I graaf van Weert bekrachtigt de btur-telingsche voordracht van een pastoor, door den graaf en het kapittel van Sint Servaas.

1584, 24 Febr. Nos Johannes, comes de Horn, Dominus de Altena, Werdt Cortesschem etc. Nee non Nos vicedecanas et capitulum Ecclesiae collegiatae D. Servatii----Notum facimus____quod sicut ex

diversis litteris et documentis nostrorum hinc inde praedecessorum clare pateat et constet, collationem seu praesentationem Ecclesiae Parochialis oppidi de Weerdt Leod. Dioecesis ad Nos comitem et capitulum praefatos alternative pleno jure patroLatus spectare et pertinere, dictamque vicissitudinariam collationem seu praesentationem ultra memoriam hominum observatam et inviolabiliter teutam fuisse ;

ocr page 106

— 100 —

verum ne ex dictorum documentorum vetustate, aut longo temporis lapsu Veritas praernissorum quovis rnodo occultari contingat; ld circo nos cupientes praetnissa omnia et singula per Nos et successores Nostros, perpetuis futuris temporibus, firma et rata observari et adimpleri, supra tactas vicissitudinariam collationem et praesenta-tionem ac longaevam desuper respective ut supra, observatam consue-tudinem, ex certis nostris scientiis, ac maturis deliberationibus desuper saepius praehabitis, pro Nobis et successoribus Nostris ad perpetuam rei memoriam renovaviraus, confirmavimusque, et approbavimus prae-sentium per tenorem promisso, quod Nos Johannes comes primam dictae Ecclesiae collationem seu praesentationem, Nos vero vice-deca-nns et capitulum secundam ejusdem Ecclesiae collationem seu praesentationem ac sic deinceps alterna'is vicibus perpetuo, omnibus dolo et fraude seclusis et amotis, habebimus.

In cujus etc.

Apotheca Sancti Servatii dl. VI, p. 511.

N0 15. 1648, 17 Aug. Contract tusschen de Stad en de ReguHere kanoniken over de Latijnsche scholen.

Op heden den 17 Augustus 1648 zijn de Eerw. Heeren de Heer Pater Prior van het klooster ten Hagen ter eene, en de heer burgemeester en schepenen der stad Weert bij interventie van den heere scholtis ter andere zijde geaccordeerd en vergeleken, in de manier hierna volgende, en eerstens zoo belooft de voorz. heer pater Prior aan te vaarden den last van de Latijnsche scholen tot rhetorica inclusief, en daartoe te houden vier of vijf meesters, van welke ook een den last van het koor zal hebben, zoodat hetzelve bediend en bezorgd zal zijn, gelijk het van te voren altijd met den zang is bediend geweest. Hiertegens zal de burgemeester hem. Pater Prior jaarlijks betalen de som van honderd dukatons of de waarde derzeive, en daarbij genieten het schoolgeld van diegenen, welke buiten deze stad hier zullen komen studeren ter somma van twee dukatons jaarlijks, en die van de stad en de buitenien naar hunne goede affectie en genegenheid, en hebben de woning in 't gemeenten huis van de stad gelegen in de schoolstraat hetwelk men ten dien einde zal stellen in behoorlijke reparatie; daarenboven zal men hem doen de byvaryen (?) van brand of turf, die hij aldaar tot zijne huishouding zal vandoen

ocr page 107

— 101 —

hebben, en daarenboven vrij zijn van alle lasten en itnpositiën en dit tot provisie en verzoek van een jaar, zoowel de eene als de andere partij aangaande, en was onderschreven: ita est Sign. Joan Bout-mans prior van den Hagen [lager stond) ter ordonnantie van scholtis Borgmr en schepenen en was onderteekend M. Pitten, secretaris (nog lager) na gedane collatie door mij onderschreven notaris is deze met origineel contract bevonden te accorderen, quod attestor, geteekend J. Bernaudt, not8 rogats (accordeert met de copij auth0 geauthenti-seerd bij den openbaren notaris J. Bernaudt, quod attester J. H. Barbers, not8 pub. rurdus.

Copie in een Chroniek Ms. van pastoor van Haeff, vroeger kapellaan te Weert, in het Rijksarchief te Maastricht (p. 90 — 91).

N0 16. 1541, la Maart. Reglement vow de S schutterijen door Philips de Montmorency.

Wy Philips van Montmorancy, Grave van Horn, Heere tot Nevel, Weerdt, Altena, Burgh, Cortersom, Boukholt ende Bruogel eerfvocht des lants Thoor Nederweerdt etc.

Doen cont ende gestaen als dat wy geordonneert ende geconsen-teert ordonnoeren ende consenteeron met consent ende met wille onser vrouwe moeder te weten in onse stadt van Weerdt te weten dry schutteryen als nemlich die Aide schutten, die Buschutteu ende Sinte Catharinen schutten om goede ordonnantie ende gewoonte te onderhalden.

Item ten iersten soo gonnen ende geven wy die Alden schutten jaerlycx thien gulden brabants, item den Busschutten jaerlycx VI guldon brabanta 5 stuyver.

Item den jongen schutten jaerlycx VI gulden brabants 5 stuyver. Ende bevelen onsen scholtis die alle jaer te betaelen vuyt onse bruecken, des soo willen wy dese naebeschreven puncten onderhalden hebben, ende dat die deekens der geenen die sich misbruycken die bruecken af nemen sullen, soo verre sy des niet en doen, soo bevelen wyr onsen scholtis, dat hy die bruecken van onsent wegen ontfangen ende op beuren sal.

Item sullen die schutten rotten maecken ende jeder rot sal thien sterck syn, ende als jemant van onsent wegen den rotmeester gebiert

ocr page 108

— 102 —

te trecken soo sal den rotmeester tot allen tyden, met syn rotgesellen willich ende bereyt syn, met rotten oft met halfve rotten te trecken waer ons dat van noode wesen sal. Ende ofte sy ergens bnyten des landts toegen dat sal op onssen cost syn, ende offe hier iemant wey-gerich in were sender merckelycke oirsaecke der sal bruecken een vat biers.

Item sullen allen die schutten hun rustinge hebben met een goede spiess off ein goede helbaerdt ende met roer ende tuyeti ende ringh-coller, ende die busseschutten desgelycx, met haere rustinge ende met een roer, der des niet en heeft dat hem selfs toe behoort sal breucken een vat biers.

Item sullen allen die schutten in eygen persoon inde processie met haer eygen rustingh omgaen het en were merckelycke oirsaeck off sal bruecken een vat biers.

Item als men den vogel schiet soo en sal niemant o den berch oft onder den vogel comen dan die daer toe verordineert syn off sal bruecken V stuyver.

Item niemant en sal buyten schootz die hem geordineert is nae den vogel schieten, off hy sal bruecken een ton biers.

Item off sy iemant affschoot buyten synen schoot sal bruecken vier vaeten biers.

Item als die schietdagen verordonneert syn van de deeckens om te kleeff(l) te schieten met consent onser, soo sal een ieder roepen voor den schoot: vast, die des niet en doet sal verbeuren tot elcker reyse

V stuyvers.

Ende als een heeft geroepen: vast, ende dan liep iemant onder den schoot oft krege ongeluck, die en sal aen ons oft aan de partyen niet misdoen.

Item sullen die schutten haer schietdagen halden die verordineert syn, ende komen schieten, weer des niett en doet sal bruecken tot elcke reyse V stuyvers.

Item niemant en sal op der schietbaenen vloecken oft sweren by Godt oft syn gebodt, oft by syne gebenedyde moeder oft sal bruecken

V stuyvers.

(1) Schijf.

ocr page 109

— 103 —

Oft iemant hier tegen seggen wokle, soo sal der schutten knecht gaen ende haelon pant daer voor sonder wederseggen.

Item oft iemant op der selver schietbaenen den duyvel noempt, der sal synen rechter schoen op dat kleeff laeten hangen, ende daer naer laeten schieten eene hellen offerschoot oft lossen met eenen halven stuyver.

Item oft der schutten knecht dat niet te recht en dede, soo sal hy selfs synen schoen setten, ende hier in en sal ofte en mach nie-mant voordeel hebben.

Item wanneer die schutten by den anderen op haere gaffelen eten oft drincken. soo en sal niemant den anderen tot syn moeder heyten gaen, oft ontemmelycker wordt geven, in ernster moed, weer dat doet sal bruecken vyff stuyver soo dick als dat gebeurt.

Item niemant en sal op der gaffelen in gramme moede sweeren by Godt oft syn gebodt oft by syne gebenedyde Moeder, so dick ende menichmael dat gebeurt sullen bruecken V stuyvers.

Item op der gaffelen en sal niemant commen oft sich eenich dincks o^erwinden dan die schutten oft wyon de deekens belieft.

Item niemant en sal van der gaffelen gaen hy en sal syn gelaech betaelen, oft den knaep vernuegen op 't verbeuren dry stuyvers.

Item oft noch eenige goede ordonnantiën ervonden off erdacht mochten werden, sullen die deekens met consent onsers off onsers scholtissen mogen insetten.

Item soo wat bruecken dat op gaffelen vallen behalve bendige wonden, dootslach: dat sullen onder don anderen soenen ende slichten.

Item alle die bruecken voorsz. sal men op der gaffelen verdrincken, want die deeckens dat niet en doen sullen sy dobbel betaelen.

Item die deeckens en sullen niemant van die schutten aff oft aen-setten sonder consent onser.

Item sullen die Aide schutten tot allen fyden don voordeel hebben, ierst mogen aensetten ende daer naer die busschutten.

Item dat wy dat alsoo gehalden willen hebben soo hebben wy dat-ter oirconden dese voorsz. ordonnantiën met ons eygen handt on-derteeckent. Gegeven op onser borch Weerdt den XII dach in Meert Anno 1541 ende all tot ons wederseggen.

(Register der busschenschutten p. 2 — 5, der oudo schutten p. 1 — 4, der jonge schutten p. 11 — 14.)

ocr page 110

— 104 —

N0 17. „Gopie van anderen seeckeren brief geschreven in pirquement onderteeckent by de handt van den Grave van Horn ende getrocken vuyt het alt schutten bocek in dato als bovenquot;.

Dit is do ordonnantie van den schutten van Overweerdt.

Item alman van den schutten sal in syn selfs persoon omrae gaen inde processie als men onse Vrouwen dreght(l) in syn harnas by soo verre hy tot Weerdt is, ende is hy niet tot Weerdt sal hy eenen man daer toa setten die daer goet tou is, die des niet en doet, sal verbeuren ein vat biers den geselschap ten sy noetsaecken.

Item nieraant en sal den anderen quaede worden geven op der gaffelen van schelden oft van vloecken, soo deck dat geschuyt sal der verbeuren 2 stuyvers, dat sal der schuttenknaep halen sender wederseggen.

Item men sal alle wegen op St. Jorisdach schieten den vogel naer middaege, ende men sal die mis singen ende mette processie omgaen, ende oft saecke were dat der dach voorsz. viel onbequamelycke sullen die decken den dach verlingen.

Item wanneer die schietdaegen ordonneert syn van den deeckens soo sal alleman syn schietdaegen halden, die des niet en doet, ende die sal allemael verbeuren eenen braspenninck sonder wederseggen.

Item alle man sal sich stellen van den schutten dat hy hebben sal een nieuwe cogel (1) tegens dat men onse Vrouwe draeght, ende binne i s'jaers silveren, die de kogel niet en heeft sal verbeuren eenen braspenninck, ende die dat silveren niet en heeft een vat biers.

Item als die deekens omgaen totten vogel sal elck man geven III stuyvers van schueten.

Item niemant en sal van den gaffelen gaen, hy en sal syn gelaegh betaelen oft den knaep vernuegen op te verbeuren eenen stuyver.

Item als men den vogel schiet soo en sal niemant op den berch comen dan die schutte;i, ende die de schutten aendieneu op te verbeuren ses stuyvers.

Item niemant en sal schieten buyten schools, soo dick dat geschic.

(1) Het beeld van O. L. Vrouw ronddraagt in processie.

(2) Covol een kap of hoofddeksel.

ocr page 111

— 105 —

te verbeuren een vat biers, offc hy se afschoot buyten synen schoot die hem gekavelt is te verbeuren 4 vaet biers.

Item als men schiet te cleve sal een een ieder roepen, boven schoot staet vast, die dat niet en doet sal bruecken tot elcke reyse ses stuyvers, ende oft daerenboven eenich ongeluck geschiede, en sal men daer met niet bruecken noch misdoen.

Item soo was onder dese schutten velt te doen op haere gaffelen van bruecken, begeeren sy aen myn genedige heeren dat te laeten slichten by den dekens van de schutterio, soo dat in voor tyden de schutten geconsenteert is geweest.

Item begeeren die schutten dat men niemant daegen en sal op haere gaffelen want dat soo plach te syn.

Item op de gaffelen en sal niemant bewint hebben dan die schutten oft deckens belieft.

Item men sal op der gaffelen geen spel bedryven op verbeurte van VI stuyvers.

Item oft noch voorder ordonnantie vonden worde by den gansschen geselschap, bidden sy ende begeeren van myne Gen. Heere dat voorts te willen beteyckenen ende was onderieeekenl, in desor manieren.

Was onderteeckent de Hornes.

(Reg. der oude schutten p. 1—5, der jonge schutten p. 15— 17).

N0 18, 1üS2, 1 April. Copie der caerte van de dry schutteryen

der stadt Weerdtquot;.

Naerdemael die deeckens der dry schutteryen dagelycx syn ende bevinden groote abuysen ende ongeregeltheyt ende dat principaelyck van quaede geweer ende ammonitie daertoe, son heeft op huyden den iersten dach April Anno 1582, goetgedocht ende oock oirbaerlyck die dry vaendragers, die twelf deckens met die ses broermesters der dry schutteryen goede regarde ende opsicht te nemen, om alsulcke gebreecken te remedeeren ende te version. Bevelen ende ordonneeren daerom mits desen, eenen iederen, dat hy sich sal vuogen ende stellen op alsulcken geweer, daerop by geordineert is ende men hem de weete daervan doen sal, ende voorts alle dese naebeschreven ar-ticulen ende puucten met sich syn brengende te observeeren. Ver-hoopende dat sulx sal wesen tot oirbaer onde proffyet deser gemeynte.

1. Item inden iersten verordineert men, dat dat alle visitateurs ende rotmeesters die de wacht syn hebbende, sich met haeren rotgesellen

ocr page 112

op die wacht sullen vuegen met alsulcken geweer daer sy op verordineert syn, wel geproviseert met cruyt ende loot, oft sullen bruecken t'elcke reys vyfthien stuyvers.

2. Item is noch verordineert dat ieder een sich voegen ende ver-schynen sal op den merckt als die tromme omgeslagen wordt, aleer men die wacht op vueren sal, oft sullen bruecken t'elcke reyse vyfthien stuyvers ieder een.

3. Item den eenen sal den anderen geen geweer leenen int cleyn oft int groot, ende den geenen die dat geleent heeft sal bruecken t'elcker reyse vyfthien stuyvers ende den verleender vyff stuyvers ende dat staet op vernemen.

4. Item allen den geenen die de wacht sullen hebben, die sullen den verordineerden visitateuren ende hunne rotmeester in alles gehoor geven wes die wacht aengaet, op die peene van dertich stuyvers.

5. Item die rotsgesellen die de wacht hebben, sullen t'eenemael niet meer dan twee seffens mogen gaen eeten, ende dat mot believe van haeren rotmeester, ende en sullen maer een uhre mogen vuyt blyven, ende op die peene van ieder uhre die sy daer buyten gaen thien stuyvers.

6. Item niemant en sal geen huerlingen inde wacht stellen oft tensy dat hy cranck oft vuytlendich sy ende wanneer sulcx geviel sal hy eenen schut in syn plaetse stellen, met alsulcken geweer als den crancken oft vuytlendigen verordineert is op die peene van vyfthien stuyvers, ende by alsoo verre hy geenen anderen in syn plaets en stelt sal bruecken t'elcke reyse XXV st. ende staet tot de ken-tenisse der visitateurs.

7. Item dat alle rotmeesters oft hunne gecommitteerden in dei-porten daer sy de wacht syn hebbende, op hunne gestemde ende verordineerde uhre haer schiltwacht sullen vuyt stellen op peene van XX stuyvers ende de schiltwachter die loose (1) te recht overgeven, ende by soo verre daer eenige faut in viele, oft dat den voorsz. schiltwachter die loose vergaet sal bruecken t'elcke reyse dertich stuyvers ende de voorsz. schiltwachter en sal van synder schiltwacht niet afgaen off hy en woorter afgehalt op die peene van dertich stuyvers ende by soo verre den schiltwachter een half uhre boven

(1) Het loswoord, wachtwoord of parool.

ocr page 113

synen tyt moeste blyven ataen, dat den /eenen die van den rotmeester gemandeert wordt hem niet af en haelt op synen tyt, die sal bruecken t'elcke reyse vyfthien stuyvers, ende den rotmeester die daer geen regarde op en nempt, wanneer hy den schiltwichter hoort roepen die sal bruecken thien stuyvers, ende den rotmeester en sal niemant langer laeten staen als een uhre oft onderhalf seffens oft hy rotmeester sal bruecken thien stuyvers.

8. Item en sal den eenen den anderen int afhalen van der schilt-wachten geen averechse loose geven op die peene van ses gulden, ende dat sal noch staen tot erkentenisse en correctie der deekens.

9. Item niemant en sal sich inder wachte droncken drinken off in geender manieren hem onverdoemelyck halden en sal op peene van dertich stuyvers, noch oock vuytter wachte gaen speelen, hy sy wat speel dat het oock waer, dan in die wacht dyen het believen sal, noch den eenen en sal den anderen geen injurieuse worden geven int cleyn oft int groot oft sal bruecken XX XX stuyvers.

10. Item egeen bruecken die inde wacht vervallen syn en sullen mogen inde wacht verdroncken worden dan believet den waeckers eenen pot biers te drincken, die sal een iegelyck vuyt synen buydel mogen verdrincken, maer alsulcke brueck die sullen die rotmeester ende rotgesellen des avonts wanneer haer wacht gedaen is, oft des anderen dachs mogen verdrincken tot hunnen believen, ende dat op pene van thien stuyvers.

11. Item die geene die de wacht hebben op de merckt die sullen gehalden syn die ronde te gaen soo wel des dachs als des nachts, ende alle fouten ende misbruyck deser voorsz. puncten die sy inde porten off wachten mochten vinden, sullen sy die bruecken afnemen, ende soo sie het selve niet en deden, soo sal men die ronde die bruecken afnemen, waer in hon misbruyck mochte wesen op pene van dry gulden ende dat tot correctie der deekens oft visitatueren der voorsz. wachten.

12. Item alle die geene die gepant worden van bruecken dei-wachten, ende sy dat selvige wederom ontpinden, die sullen voor die ontpindinge gehalden syn te stellen in handen van die deekens een een ton biers off vierden halven gulden daervoor, ende die bevonden sal wesen onrecht te hebben die sal daer in vervallen syn.

13. Item niemant van der wacht wesende, en sal sich vervoorderen

ocr page 114

— 108 —

door vryheyt van den wacht, iemant te beschaedi^en off andersints eenige moetwilligcheyt off rabaunerye te doen aen iemants huysen oft op straeten met nacht off ontyden, by soo verre die wacht daer iemant op vint die sullen bruecken een ton biers oft vierden halven gulden daervoor.

14. Item niemant en sal sich vervoorderen die tromme te slaen inder wachte buyten tyts off ordeningh op de peene van thien stuy-vers.

15. Item geenen rotmeester oft rotsgesellen die de wacht syn hebbende in tou (1) porten oft open, en sullen daer niet vuyt gaen ,lus smorgens vroegh voor die clock en heeft acht uhren geslagen, onde dat met believen haeren rotmeesteren op die peene van elcker reyse (ieder een die dit doen wille sonder consent des rotmeesters voorsz.) sullen bruecken thien stuyvers.

16. Item niemant en sal sich vervorderen inde wacht te vechten oft te kyven, oft oock geen geweer trecken oft sal bruecken twee tonnen biers oft seven gulden daer voor.

17. Item is verdraegen dat een leder op die wacht wesende oft die wacht is hebbende syn roer off moesquetten niet ongelaeden en sal lacten staen op die peene van vyfthien stuyvers. Ende oft daer iemant op die wacht, die een andermans geweer, roer oft musquet in absent wesende afloste ofte afschot die sal bruecken twintich stuyvers. Ende oft 't selvege iemand (niet van de wacht wesende) vuyt syn eygen authoriteyt dede, sal bruecke t'elcke reyse eenen gulden thien stuyvers.

18. Item dat sich niemant vervoorderen en sal op die wacht te trecken met quaet geweer, hetsy moesquet oft roer, ende daer' y sal hy syn wel gesorteert van cruyt en loot, oft die bevonden sal wesen, daervan niet version te wesen als voornoempt is, die sal bruecken twee gulden.

19. Item is noch verordineert dat een ieder syn wacht halden sal in alsulcke port oft plaetse als hem int optrecken synder wacht bewesen (2) wort souder die te verlooten oft te vermwangelen (3), oft ;ensy dat hun alle gader belieft, die rotmeesteren met die rotsgesellen, ende sullen haer niet vervoorderen die port met halven rotten te be-

(1) gesloten. (2) aangewezen. (3) verwisselen.

ocr page 115

— ion —

waeren oft te laeten op pene van vyfbhien stuyver? ieder een, ende den rotmeester dobbel derticli stuyvers.

20. Item alle die geene die utlendich syn, hetsy gehoude oft on-gehoudo mannen ofte jongesellen, ofte wenenaers die alhier vier ende vlam syn ophaldende (1), ofte alhier inde gemeyntto haere traeffycken met laecken ende wolle syn verhanterende, oft andere coopmanschap syn doende gelyck andere borgeren en naebueren; die sullen haere verordineerden convoyen ende wachten doen, oft eenen anderen in haero plaetse stellen gelyck als anderen, ende dat met alsnleken goeden geweer, wel geproviseert van polver lonten ende loot, daer haer die deckens op sullen ges telt hebben op peene van een ton biers, off S3S gulden daer voor tot ellick een, die daer in versuymich syn.

21. Item noch dunckent die deckens met believen scholtis, borge-meester ende schepenen raetsaem te wesen dat alle naebueren, die de wacht syn hebbende op haere wacht sullen comen, als die port clock heeft geluyt, ende dat ter oirsaecken dat sy haer daechhuer vol doen mochten, ende des anderen dachs wederom met het port clock luyden van den anderen naebueren wederom afgelost worden, op de peene van thien stuyvers ieder een die hier in versuymich waere.

22. Item alle naeburen die wacht syn hebbende ende sich in eenige voorsz. puncten misbruyeken, die sullen met gelycke peene gestraeft worden naer vuyt wysen der puncten deser caerten voorsz. daer sy sich in misbruyekt mochten hebben.

23. Item want saecke waere dat die rotmeesteren wanneer sy die wacht syn hebbende, eenige articulen off puncten inde wacht mochte vallen, niet en onderhielden ofte straefden, gelyck de voorsz. puncten haer punitie hunner peene met sich syn brengende, soo sullen die voorsz. rotmeesteren in die selvige straeff aen haere deckens off broer-meesters vervallen syn, daer hunnen rotgesellen in vervallen mochten wesen, ende dat op peene van dry gulden ende dat staet op vernemen.

24. Item by soo verre als daer iemant waere die dese carten oft artickel brisff verdestru eerde oft te niete maeckten met schueren off andersints, die sal staen tot correctie des heelen geselschap.

25. Item is noch verdraegen met consent scholtis, borgemeester,

(1) een haardstee of huis hebbende.

ocr page 116

schepenen, deckens, broerraeesters der dry schutteryen, dat niemant sich van der wacht halden sal, (by nachte) sender wettelycke olr-saecke, oft hy sal den rotmeester ierst te kennen geven, die redenen waerom. Ende soo hy dat niet en dede sal hy bruecken t'elcke reyse dry gulden thien stuyvers. Ende by soo verre hy daer dach ende nacht afblyft sonder seeckere redenen oft consent synen rotmeester soo sal hy bruecken alle reysen seven gulden.

26. Item dat als voor dat niemant op die schiltwacht slaepen en sal, oft hy sal bruecken eenen gulden, ende dat sal noch staen tot correctie der deckens.

27. Item is noch verdraegen dat den rotmeester met syn rotsge-sellen niet vuytter wacht gaen en sullen daer die porten toeblyven, oft hy sal daer ierst eenen schiltwacht stellen, den geheelen dach duerende, die op die port sal blyven staen schelten, elck een synen gesetten tyt, met alsulck geweer daer hy op gestelt is. Ende den schiltwachter die dat versyumt sal bruecken van elcke uhre twintich stuyvers, soo hy synen rotsgesellen den tyt niet gestimpt en heeft, die schiltwacht des dachs te verhueden.

28. Item is noch verdraegen soo daer iemant waere schut oft naebuer, too wel gehouda als ongehoude, wevenaers oft jonge sellen, ryck oft aerm, die van de deckens oft broerraeesters niet gedwongen ende gestraeft en wilden syn, naer luyde deser caerten, die met consent onser raagistraet ende der dry schutteryen eendrachtelycken geslooten ende geraaekt is, die selvige sullen staen tot straeffige onser scholtis ende schepenen deser stadt Weerdt.

29. Item is noch verdraegen dat alle borgerskinder die noch jonck syn, ende nochtans onder die schutterio als schutt aengeroepen waeren voor haere ouders niet en sullen mogen waechten oft sy en syn sesthien jaeren out.

30. Item is noch verdraegen, soo daer deckens oft broerraeesters waeren, die in haere wacht op alle dese articulen ende puncten niet en letten, noch en begeerde die selve; niet te straeffen, soo in haere wacht tyt versuymt waere, soo sullen die deckens oft broerraeesters der toecomende wacht (van andere schutteryen) die selvige mogen straetfen, voor die voorsz. bruecken ende peene, die de rotmeester oft rotsgesellen, die deselve wacht versuymt mochten hebben. Dit

ocr page 117

alles wes hier voorsz. gesloten is beloven die twelf deckens ende ses broermeesters rnalcanderen onverbreeckelyck die goede handt te halden.

(Register der jonge schutten p. 18 — 27).

Nquot; 19. Reglement op der wacht gemaeckt den 27dcn January 1652. (voor de 3 schutterijen.)

Wordt geordonneert van scholtis, borgemeesters, schepenen ende samptelycke deckens.

Dat een jeder gerot (1) synde in persoon op de wacht sal hebben te compareeren op verbeurte van vier gulden, ende soo iemants cranck oft vuytlandich was, oft van ouderdom niet en coste compareeren sal staen tot erkentenisse ende discretie van deeckens.

Dat precise ten seven uhren een ieder sich sal hebben te vervoegen inde wacht met goet geweer, sonder nochtans daertoe te mogen brengen eenige coorengaffelen oft dergelycke lomperyen, op de verbeurte (naer die waerschouwinge) eenen gulden.

Dat oock ten acht uhren de rotseelen sullen gelesen worden ende den geenen alsdan daer niet bevonden sal worden, sal verbeuren eenen gulden.

dat prechyse ten seven uhren die schiltwacht sal worden Tuyt-gestelt.

dat deselve niemant en sal hebben vuyt te laeten sonder consent van den deecken, oft dss last hebbende. Ende oft de schiltwacht sonder consent als boven verhaelt dede sal t'ellicke reyse verbeuren thien stuyvers.

Ende want iemants tegens der wille van de schiltwacht vuytginge sal t'ellicke reyse verbeuren gelycke amende.

dat die deeckens oock sullen hebben te visiteeren het geweer ende den selve daer aen gebreeck gevonden sal worden gecorrigeert naer eys der saecken.

dat onder jeder roth twee halve spiessen gevonden sullen worden, waer voor de corporaels sullen hebben sorge te draegen, als haer geordineert sal worden op die rotseele.

dat oock het geselschap inde wachte sich sal hebben te draegen,

(1) In rotten ingedeeld.

ocr page 118

— 112 —

in alle modestie sender greet gerucht te raaecken oft insolentie te bedryven.

dat ingevalle sulex tot misachtinge van hunne deeckens oft aen-seggen desselfs geschiede, den corporael van sulck dronckaerts oft insolentie sal hebben te nemen de hovyen om de selve des smorgens naer discretie van de deeckens te lossen, ende soo den corperael ten versuecke vande deeckens daer weygerich in viele, sal den selven ter discretie van de deeckens gestraeft worden.

dat oock die patrouillie sal vuytgaen, datelyck naer den negen uhren, ende de selve continueren alle uhren tot smorgens ten vier uhren toe.

Dat gheene deeckens corperaels oft rotgesellen voor de vieren die wacht en sullen quiteeren op pene by den borgemeester en daer van arbitraelycke gestraeft te worden.

dat oock van de corporaels by de deeckens sal gestelt worden eenen stockmeester om den teurf ende kerssen de welcke by den geselschap onnuttelycke placht veidaon te worden met manieren te gebruyeken.

Aldus gedaen ende geslooten ter presentie van scholtis, borge-meesteren, schepenen, samptelycko deeckens ende corperaels inde caemer der werekmeesters op huyden den 17den January 1652 desen ten oirconden dit by onsen secretaris doen teeckenen ende was on-derteckent. M. Pitten, Secret.

(Register der jonge schutten p. 28 — 30, der bussen-schen p. 6 — 7, der oude schutten p. 6 — 7).

N0 20. 1480. Oprichting van St. Catharina of jonge schutten.

Condich sy eenen yegelycke, die desen brieff hoeren ende lesen, dat daer syn eenige goede mannen die daer hebben een broederschap van Sta Catharina ende hebben aen sich genomen een schutterye om die broederschap te bat te halden, soo hebben sy onderdraegen des jaers eens eyn cogel te maecken van alsulcken verve als sy dat met mal-canderen verplegen, voort meer hebben sy onderdraegen des jaers eens eenen vogel te maecken ende dat..........(1)

(1) Ontbreekt in liet register.

ocr page 119

— IIS —

vogel te schieten, emle eenen eerlycken kost to haklen by raalcando-ren, ende oft saecke waere, dat der gesellen eynen achter bleeff buyten den cost, die sal verboren dobbelen cost half S'0 Catharinen (1), ende half den gesellen ; voort meer hebben sy geordonneert, dat sy sullen kiesen twee deekens, die sullen schietdagen leggen, die daer niet niet en quaeme die sal verboren eenen halven stuyver den gesellen, ende wy syn cogel niet en heeft als uien onse Lieve Vrouwe draeght te Weerdt (2), die sal verboren vyff stuyver dyen dach, ende voort alle sondaegen daer nae eenen stuyver, halff Sinte Catharir.a ende halff de gesellen.

Off dat saeck waar dat jemandt rebel weer als men der vogel schieten sal, die niet schieten en wilde, die sal verboren vyff stuyver den gesellen, ende ouch hebben sy onderdraegen dat sy geynen man in den geselschap niemen en sullen, ten sy met raede des heele geselschaps. Voort meer is onderdraegen dat sy geynen man int ge-selschaep brengen en sullen, dan eens off tweewerf te schincken, die vander cogelen niet en weer. Oft iemant weer in haeren gelaegh die den anderen vloeckden, ofte tot syne moeder hiet gaen, oft hiet liegen, oft genaemde droncken brecht; dan eenen vrintelycken dronck, die sal verboren eynen halven stuyver den gesellen, ende oft onder die gesellen eynich waer die syn cogel noderworp van syn gesellen, sonder reden oft saeck des heelen geselschaps die sal verboren dertich stuyver, thien stuyver Sinte Catharine, thien stuyver den heer, ende thien stuyver den gesellen, ten weer met consent des heelen geselschaps, ende gonden hem dat hy die cogel weer droego. Oft iomant weer, die van die keef(?) onloffelycke wordt sprecken, oft den vyant noemden, oft diergelycken, die sal verboren dat daer op steyt, oft hy salt' verbeteren met eyen halven stuyver, olt iemandt onder die gesellen weer, die syn gelaegh niet en betaelden, soo sullen die deekens dat betaelen ende sullent des anderen sondachs vuyt penden, akoo veer als sy dat niet en betaelden met confuys. Als men te banen compt om te schieten soo en sal geen man spannen, die anderen en hebben geschoten op te verboren eenen halven stuyver den gesellen, ol't saecko weei dat die deeckens iet te doen hadden onder malcanderen,

(1) Om waslicht voor haar beeld to koopeii. (.2) Op Lichtmis (zie rek. 1573—74).

ocr page 120

— 114 —

soo sullen sy die gesellen ontbieden, ende als sy dat geselschap ontbieden, ende dat geselschap niet gehoorsaem en weer, dat sy niet en quemen die sullen verboren eyneo halven stuyver den gesellen, ende geen man en sal geynen anderen bringen int geselschap om te sitten, hy cn heeft oorloff van den gesellen, op te verboren eenen halven stuyver den gesellen. Als die oraganck is te Weert op Sinte Catharinen

clach.........sy by malcanderen syn binnen inden

omgangen die des niet en dede, die sal verboren vyfthien stuyver, half Stc Catharine ende half den gesellen, ten waer saeck, dat dat geselschap des te vreden were ofte consenteeide, oft dat saeclv weer dat eenich man dit voorgenoemde wesen, ende schutterye aennaeme ende niet halden en wilde, oft gebreeckelyck weer, die sal verboren dertich stuyver, thien stuyver Sinte Catharine, thien stuyver den heer, ende thien stuyver den gesellen.

Als men schietet naer den vogel, soo is elck iersten scheut eynen vlemsch, ende dat sullen hebben die deekens.

Weer eynen van dese gesellen die sich liet penden als van eenige broeken, soo van wat broke dat dat syn die sal veiboien vyff stuyver, totten anderen broken daer hy om gepant waer, ende die vyff stuyver sal hebben half die heer, ende half die gesellen.

Ende dit sullen die deekens ende dat geselschap minren ende meeren altoos nae proffyet, ende oirbaer soo wanneer sy willen, ende alle dese voorgenoemde saecken ende puncten hebben sy malcanderen geloft als saeck ende borge, ende dat geselschap sal elck der anderen tuygen als geboden voorwaerts luyde, ende waer men te onrecht pent, dat sullen sy terecht richten. Geschiet int jaer ons Heeren duys'ent vier hondert ende tachentich, in wesen ende schynen des geselschaps.

(Reg. der jonge schutten p. 1 — 3).

N0 21. 15U, 30 Mei. „Bevestiging der jonge schutten door Jacob UI van Horne

Wy Jacop Jongreve tzo Horne, heere tzo Altena, tzo Cortesschom doen cont ende bekynnen mits desen tegenwordigen brieve dat wy geordineert ende inde gestalt hebben in onser stadt van Weerdt eyn schutterye van jongen schutten genaempt Sinter Catharineschutten, lot vyftich persoonen soo oft dair omtrent ongeveerlyck acht oft thien

ocr page 121

— 115 —

meer off min, die welcken in unss (?) befonden inde behoorlyck on-derstaen in unssen opboyd inde dienst gelyck den alden schutten unssen stadt Weerdt, die men noemt St. JorisschutLen, inde sullen noch die jongh schutten voorsz. hon onderhalden by bonnen deckenen in hon schietdaegen gerust met hornen ende bogen in alle opbod inde verbode, inde in alle saecken op heure gaffelen inde inden waken daer toe sy geordineert weerden onderhalden gelyck den alden schutten, weert auch saeck dat sy jemant inder geselschap bedden onbequem ende sich niet stichtelyck en onderhiel, den mogen sy met consent unsz den decken ende gerichtsluyden afsetten all gelyck den Aide schutten sender lyst ende dasz te vollast sullen unsse Borgemeesteren tot Weerdt, inder tyt synde hon jaerlycx in honuen geselschap besorgen inder tyt van Pinxten decht (?) voorschott. In kenniss alle desz voornoemde saecken van weerden te halden, hebben wye Jacob Jongreve voorsz. unsz gewoonelyck hantteycken mit unsz handt hy onder opgestelt op het hoochtyt van Pinxten anno 15 honderd twelf. Was onderteeckent Jacob tzo Hornes.

(Reg. der jonge schutten p. 8).

N0 22. 1564, 13 Mei. Philips van Montmorency schenkt den jonge schutten jaarlijks 42xk Carolusgulden.

Wy Philips van Montmorancy, graive tzo Horn, fryheer tzo Nivel, heer tzo Weerdt, Cortershom, Altenae ende Admirael etca doen condt und geven te kennen eenen jegelyck voor ons onse erven und nae-comelingen, dat wyr aenmerckende den groeten dienst und getrou-wicheyt die ons onse jonge schutten to Weerdt daegelycx doen ende noch in toecommende tyden doen konnen und willich syn te doene, hebben alsoo met rypen raede und voorbedachten moet, opdat sy alsullcken voorseydon dienst und getrouwicheyt te batt mogen onderhalden, und aen ons onsen erven und naecomelingen, in tyden unde wylen bewysen hen gegunt und gegeven, gunnen ende geven mits desen in aller manieren alsulcken vryheyt, und jaerlycx onderhalt van seven en vertich und eenen halven karolus . ulden, als die bussen-schutten van ons hebben, und jaerlycx t'zynder tyt aen orden und plaetsen heften und beuren, bevelende daerom onsen scholtis borger-meysteren und schepenen onser stadt Weerdt die nu syn oft in toe-comende tyden wesen mogen dat sy onsen voorsz jongen schutten

ocr page 122

— 116 —

alsulcken bemelte fryheyt ende jaerl. onderhalt, sonder eenige wey-geringe und hinder genieten, vuytrichten ende volgen laeten, want daer aen onse ernstelicke is geschiet. Oircont hebben wyr Philips voorsz. met onsen eygen handt onderteeckent ende met onsen zegel becraftigen laeten.

Gegeven op onsen slot tot Weerdt den derthienden dach van Mye int jaer ons Heeren duysent vyff hondert vier und sestich. Onderstont aldus. Ph. de Monmorancy ende was gezegelt met synder genaeden grooten zegel in rooden wassen.

(Reg. der jonge schutten p. 7.)

N0 23. Privilegie van Bussesdiutte der staclt Weert, door Jacob III van Home, 1512.

Wy Jacop, Jongreve tzo Horn Heere tzo Altenae, tzo Cueltsschen (sic voor Corteshemi, doen condt soo wyr in onsser stadt van Weerdt geordonneert hebben vyftich busschenschutten oft t' sestich tot bonnen believen soo geloven wyr die selve te onderhalden, inde doen onderhalden op houre gaffelen, inde anders in allen gerechticheyt niet van vuytgescheyden gelyck unsz alden schutten van Weert inde dese sullen die selve bonnen behoorlycken dienst vuyt ende inde vurssz. stadt Weerdt doen, nae advenandt gelyck de alden schutten, inde des geloven wyr bon jaerlycx te betaelen oft by onssen ampman vuth unssz broecken (1) te doen betaelen inde hem passeren in syne recke-ninge vyeff bescheyden Philips gulden, inde daer toe onsse borge-mestere in den tyt tot Weert wesende onderhalden dat sy denselven busseschutten olt bonne deeken auch alle jaer geven inde betaelen seven dyer Philips gulden, inde vyftich pont salpetere oft die weerde alsoo dat sy datt innecoopen moeten. Sonder Septenen {sic) onder unssz hand spitiatich {sïc) anno XII. Was onderteeckent

Jacop tzo Horne.

(Gildeboek der Busschenschutten p. 1.)

N0 24. 1009, 20 Maart. „ Privilegie van den Autaer van St. Hubert, Patroon van die Busseschutten Binnen Weerdtquot;.

Lodewyck door de Goddelycke bermherticheyt op den tytel van den H. Marcellus, priester cardinael aen onse beminde in Christo

(1) Boeten die de graaf inde.

ocr page 123

— 11V —

Ai noldus Goltwert, rector van de parochiaele kercke van Overweerdt int bisdom van Luyck, ende aen de parochiaenen der voorseyde kercke ende aende medebroeders van het broederschap der cappelle oft altaer van den heyligen Christoffel ende Hubrecht gelegen binnen de paelen van voormelde parochiaele kerck Saluyt in den Heere.

T)e vraege aen ons lestmael voor ons deel opgedraegen begreep, dat ghy lieden ontstecken synde door brant van devotie, versoeckt inde voorseyde cappelle oft Altaer de welcke noch niet gewydt en is, te doen celebreren missen ende andere goddelycke diensten door eygen priester oft andere wereltlycke oft geestelycke van wat ordre die mogen wesen, hetwelck ghy lieden meynt dat aen u ende aen u naercomelingen niet en mach toegelaten worden sonder dispensatie van den Apostolycken Stoel, waer over hebt ghylieden oetmoedelyck een supplycke gemaeckt aen ons ende onse naercomelingen om door de goedertierentheyt derselven stoel van een bequaem remedie berm-hertelyck voorsien te worden, wy dan aendenckende dat wy int geene dat stryckt tot de vervoorderinge van Godtsdienst, gonstich moeten syn ende goedertieren, ende genegen tot de beden aen ons in dat cas gedaen, door de macht van den heer Paus, wiens last wy principalyck draegen ende door syn bysonder gebodt ende spraecke aen ons gedaen, opdat ghy lieden indeselve capelle oft Altaer door eygene oft eenige andere bequaeme wereltlycke oft geestelycke priesters, missen en ander goddelycke diensten met eenen Altaer steen oft Altaer die verdraegen can worden ende andere dingen daer toe nodich ende bequaem sout mogen ende connen doen celebereren, ende dat uwe naercomelingen souden mogen ende connen doen, den oorlotf van den bisschop geensints versoecht wesende, ende sonder iemants prejuditie oft veroordeelinge, het recht nochtans van parochiaele kercke, ende alles andere, in alles altyt geheel blyvende, aen U lieden ende uwe naecomelingen ende aen de voorseyde priesters geven wy verlooft' door den inhout van desen, ten eewigen daege, ende vergunnen viye macht, ende dispenseren bermhertelyck met U. L. ende uwe naercoomelingen ende de voorseyde priesters over dese saecke, niettegenstaende eenige constitutiën, ordonnantiën, apostolycke, pro-vinciaele, oft hoedanich sy souden wesen. Gegeven tot Romen by Sinte Peetcr onder den zegel van den eersten, desen 20 Meert des Fausdoms van Heer Julius den tweeden van dyen naem het sesde jaer dat is 1509. (Reg. der Bussenschutten ). 21 — 22).

ocr page 124

— 118 —

N0 25. 1516, 25 Maart. Confirmatie van den voor gaanden privilegiequot;.

Leonaert door de goedertieren heyt Godts onder den titel van de IJ. Sussanna, priester cardinael, aen onse beminde in Christo, provi-scurs ende medebroeders van de eerwerdige societeyt oft geselschap onder de aenroepinge van den heyligen Andries, Huybrecht ende Christoffel inde parochiaele kercke van Overweerdt int bisdom van Luyck, saluyt in den Heere, van uwe zijde is ons voorgehouden, dat ghy lieden door eenen yver van liefde ende devotie ontstecken synde over eenen altaer, den welcken ghy lieden inde voorseyde kercke onder de aenroepinge ende ter eeren van voormelde heylige gebout hebt, oft hebt doen bouwen, ende noch niet gowyt en is, sout begeren door de voorgaende oft andere bequaeme wereltlycke oft gees-telycke priester missen ende andere goddelycke diensten te doen celebreren het welck ghy lieden twyffelt aen U. L. geoorlooft te woorden sender bysonderen oorlof van den Apostelycken Stoel, waer over hebt ghy oitmoedelyck doen bidden om dat aen U. L. ende uwe naecomelingen door den Apostolycken Stoel van een bequaem remedie goedertierentlyck soude versien worden. Wy dan door macht van den Heer Paus, wier last wy voor het ierste draegen ende door syn bysonder gebodt daervan aen ons gesprocken, opdat ghy op den yoorseyden autaer door de voorgaende olt andere bequaeme wereltlycke oft geestelycke priesters, missen ende andere goddelycke diensten met eenen altaer steen ende andere saecken daertoe nodich en bequaem vry ende los sout mogen ende connen doen celebreren, ende uwe naecomelingen souden mogen ende connen doen, den oorloff des Bisschops oit iemant anders daer toe geensints versoecht wesende, het recht nochtans van de parochiaele kercke ende jeder anders in alles altyt geheel blyvende, laeten wy toe aen U. L. en uwe naecomelingen ende aen de voorseyde priesters voor eewich, ende geven vry macht ende oorloff ende dispenseren goedertierentlyck over dese saecke met U. L. ende de naercomelingen ende de voorseyde priesters niettegenstaende eenige con^titutiën ende ordonnantiën apostelycken, oft statuyten ende gewoonten soo provinciaele als synodale ende wat contrarie can wesen. Gegeven tot Roomen by Ste Peeter onder den segel van het Arnpt van den iersten, den 25cn Meert, des Pausdombs van Heer Leo, Paus den thienden, het tweede jaer, dat is 1515.

Ibidem p. 22 — 23

ocr page 125

— 119 —

.N® 26. 1665. Geschenk van Jan van der Croon aan de hussenschutten.

eei/wigefr memorie.

Al/,.

Soo heeft den Wel Edelen 1/hooghgeboren Johan tfryheeren vanjle/

Croon, heere van Soursen, Tashufy,Piessen enySolupes, den Roomsen Keyserlycke Mats werdet Hofs Crieghsraedt Gen$ra$l Wachtnié#fei\

C Bestotter Oversten Coujinandant te Prage en Vice Chrieg-Comman--«

dant int Coninckryck Bohemen, ridder des Alderheylichste Graff Jesu Christy te Jerusalem eta.

Gegeven aen het broederschap oft busse|schutten onder die protectie ende broederschap van St. Hubert opgericht binnen die stadt Weerdt by hoochloffelycke memorie onser genaedigé'Heere Heere Jacob grave tot Horne opgericht, een somme van vertigh Ryxdalers maec- l kende een somme van hondert sestien gulden Weert, waer voor die deckens Symon van der Heyden, HenricK van de Ryth, Hans Pitten /quot; V ende Jan Ververs, dienende in den jaere XVIC onde vyff en sestich gehouden sullen wesen, daer voor sullen hebben te doen maecken een nieuw vendelen totter voorsz. schutterie dienende, naer alder-beste forme ende maeniere, als by haer Ijaeden ende de ouderlingen dat sullen vinden te behooren, onder alsulcke conditie nochtans dat die voorsz. deckens overmits/voorsz. gifte hunlieden by den voors. heere Baron do la Croon gegeven,) gepermitteert hebben, syne Ed. swager Peeter van Thoor, inwoënder'defj.tadt, ende met broeder van de voors. , schutterie voor alle syne debvoiren daeromme gedaen van nu aff te syn tocht ende wacht vry, ende sulex voor syn ende des huysvrou-wed leven.

Reg. der bussenschutten p. 165.

N0 27. Zilverwerk der hussenschutten.

De eerste overname van het zilverwerk wordt vermeld 14 Juni 1675, met naam wordt het voor 't eerst in Juni 1679 omschreven, bij de overname door de nieuwe dekenen. Het zilverwerk bestond toen uit de volgende stukken: „ den vogel met dry horens ende silveren kroes, waecht te samen vier pont weiniger dry lootquot;.

Volgens de overgave 12 Juni 1754 was er nog bij een „ silveren platquot; het gewicht blijft, N.B., hetzelfde.

ocr page 126

— 120 —

1758, 23 Mei wordt er voor het eerst melding gemaakt van „eenen silveren St. Hubertquot; doch het gewicht blijft, N.B., nog altijd, „vier ponden weyniger dry loot

N0 28. Zilverwerk van de jonge schutters of van Sinte Catharina

in 1776.

Op heeden den 3 juny 1776 syn afgegaen de oude deeckens nao-mentlyk Paulus Groenen, Matthys Saes en Simon Screyckens ; Joannes Keulen en blyft voor broerraeester Peeter van Brussel en is aenge-stelt voor nuwen broermeester Gerrat Giellissen en geeft aen den voogel twee guldens.

Daer en boo ven syn aengestelt voor nu we deckens Mattys Kroesen, Jacobus Verstappe, Jan Francis Knaepen ende Andrias Vruens ende is oovergegeven aen den capiteyn Mattys Kroesen, het kistiën met het silverwerck bestaende in eenen silveren voogel hebbende aen den hals vast eene zilvere boogh, eene groote silvere plaet waer op ge-graveert is Ste Catrina, eene dito groote silvere plaet waer op staet de dry hoorens met den dobbele caper, alnoch eene silvere ront schilt van Philippus van Montmerantie waer aen is nog hangende een klyn schilt waer op staet St0 Catarina, nog eene silvere platte met een root cruys, nog een 24 Mariëngrosse stuck, noch een stuck van XXX sols, nog een stuck met en cruys op Spaense maniere, nog een clyne plaet met de dobbelen caeper ende de 3 hoorens, nog een form van Spaens waepen benetf ns eenen Weerter blamuyser, nog een klyn guide stuckjen, nog eene kiyne guide stuckxken alles te saemeu vast weesende aen eene silvere kettinghe, alnoch twee silvere kroesen. De derde dewelcke daer is geweest is gebruyckt tot een schilt van Stc Catrina op de tromme zulckx geschiet met consent der capieteyns ende alle ouderlinghe ende de tweo kroesen dier nu nog syn hebbe alle byde op het beelt van Ste Catarina ende by dit alles is alnoch oovergegeven aen den voorsyde capityn Mattys Kroesen de som van een hondert ende acht en vyftich guldens volgens de gepasseerde reckening de dato voorschreeven.

ocr page 127

— 121 — #

Nquot; 29. Het zilver der schutterij van Ste Gatharina in 1791.

Op hede is geconsentert dor heel het korpus kaptyns konik alferis broermesters eu ouderlinge om die iaerelykse ton bier int vervolgh te late blyve die de kapityns plagte te trecke vor het heele korpus om dar vor te late make van tyt tot tyt silvere plate om het silvere werk te vermerdere en dat vor de 20 iare nae volgende ge-reselvert in de iare 1791 met de vorg lende resolusie te same twe en twintigh iaere.

Nquot; 30. Het zilver der schutterij van Ste Gatharina in 1793.

Behalve wat nog over was van het oude zilver na de gifte aan de Brahautsche patriotten gedaan, (zie onze chroniek op 1790) hel volgende :

„Specificatie en aenteeckeninge van de liberaele giften gedaan aen de vogel en syn als volght gedaen den 28 Mey lïtt3 door ten eersten by resolutie hier nast volgende (1) een silvere schilot van de koninghs ton, waerop gegraveert is eene silvere ton.

2dc eene silvere schildt waerop gegraveert is eene hellebaert gegeven door de capiteyns.

3'ie eene dito silvere plaete, waerop g'graveert is eene metsel trouvel, waterpas en schietloodt gegeven door Joannes Mattias Hendriks den ouden.

4de eene dito silvere plaete waer op gegraveert eenen kelck ver-eerdt door Petrus van Bruessel.

5de eene dito silvere plaete waerop gegraveert eenen metsel troufel, waeterpas en schiedtloodt, geoftereert door Joannes Mathias Hendricks den jongen.

6de eene dito silvere plaete, waerop gegraveert eenen schoenlyste (2) snymes, werekmes en eelsen, vereert door Martinus Mantels.

7d* eenen silveren penning int jaer 1790 door het congres van Bruessel aan Mertinus Janssens doenm.ls Borgher present gedaen ende als nu aen den vogel vereerdt in qualiteyt als alfairis

(1) Dat is de resolutie hier boven afgedrukt.

(2) leest.

ocr page 128

% — 122 —

8ste twee silvere bandekens aen de trommelkluppels gegeven door Arnoldus van der Heyden, tambour.

Nota. Deege voorenstaende giften worden echter gedaan onder restrictie en reserve dat in val dese schutteryen soude comen te cesseeren en vernietight te worden dat als dan een ieder syne gifte intrekt en om eygen reclameert.

N0 31. Benige schouten van Weert en Nedenoeert.

1446, 26 Maart, Willem van Kelft. (Privilegiebrief 26 Maart 1446.)

1476, Herman van Lopelhem. (Chroniek op 1476, 20 Oct. aldus te verbeteren in plaats van Loxelliem.) (1)

1482. Joannes van Schinvelt, in 't privilegie van 1482, 28 Februari komt hij als getuige voor en Herm. v. Loepelhem als rentmeester des lands van Horne.

1521. Jan van Horne, gehuwd met Paschasia van der Gracht, werd schout bij patent des jaars 1521. (Volgens Patricius van Hamme — zie Goethals, IImm. general de la maison de Horne p. 118—was hij een natuurlijke zoon van Jan van Horne, Bisschop van Luik, vóór diens priesterwijding verwekt).

1588, 11 Dec. Frans Ketelaer, schout van Weert, wordt afgezet door de koninklijke commissarissen Bisschop Lindanus en Duboys gouverneur van Weert. (Publications du Limbourg XII, 232 en 238).

1615. Hendrick van Bocholt (chroniek anno 1615).

Vóór 1670, 12 Jan. Gosterius, j chroniek

1670, 12 Januari. Arnold zijn zoon benoemd, i

1711. Arnold Gosterius (chroniek).

1729, 12 Feb. Bernard Gosterius. (Chroniek.)

1761, 28 Mei. Ferdinand Gosterus, zoon van den overleden schout benoemd. (Ghroniek).

N0 32. Priors van het klooster der Beguliere kanonikken te Weert.

1. Joannes Boutmans. 2. Leonardus van den Bergh, geb. te Aken, die 't klooster bouwde. 8. Petrus Berenbroek van Leende, bedankte.

(1) In eon gichtregister van Maastricht op 6 Aug. HST verkrijgen bij ruil „Herman van Lupelhem quot; en zijne vrouw Oatharina een erfcyns van 4 mark op oen huis in de Kleine Gracht te Maastricht. Is deze dezelfde persoon ?

ocr page 129

— 123 —

4. Franciscus de Notere, geboren ie Brussel, bedankte. 5. Joannes van Heithuysen, geboren te Weert. 6. Martinus Ververs, geboren te Weert. 7. Anthonns Michael Lo Sire „ Floracensis8. Arnoldus van Bree, geb. te Weert (1). 9. Michael van Asten, geb. te Nederweert, overleed 1813, 28 Dec. Hij was tot prior verkozen 6 Ja;i. 1782. Hij was gedurende 31 jaar prior, beminnelijk voor een ieder, geliefd door allen, vooral door de knapen en kinderen ; hij die de kinderen beminde scheidde op den feestdag der Unnoozele kinderen (28 Dec.) uit dit leven. Onder hem werd deze kanonie 13 April 1784 met andere kanoniën dei-Reguliere kanoniken opgeheven, maar 22 Juli van dat jaar in den vorigen staat, hersteld, op een suppliek der gemeente Weert, en gunstig advies van den Heer J. B. Stuers, fiscaal en raadsheer te Roermond. Onder dezen zelfden prior werden de kanoniken door het Fransch gouvernement uitgejaagd, het klooster en de goederen verkocht in het jaar 1797.

„ Uit het register des kloosters pag. 33' en 34 quot; afgeschreven door Pastoor van llaett' p. 90 van zijn Ms. over Weert op het Rijksarchief, door ons vertaald uit het Latijn.

gt;lt;0 33. Beroemde o bekende personen te Weert geboren of die daar woonachtig geweest zijn.

over Jan van Weert en Jan van der Croon schreef de ZEerw. Heer IJabets een werk door ons in onze Chroniek op het jaar 1610—1633 aangehaald in de noot In dit werk vindt men de bronnen in overvloed beschreven.

Jan I van Home, geboren op het kasteel te Weert in 1458, gekozen tot bisschop van Luik 1482, overleden 15 Januari 1505 te Maastricht. Zijn leven vindt men o. a. bij Chapeauville, Gesta pon-tificum Leod. t. Ill, 203 — 234 passim en Gokthals, Maison de Hornes p. 123 — 143. Hij werd begraven in het klooster der Minderbroeders to Slavante bij Maastricht (2).

(1) In 1773 komt voor als prior in het protocollum decanatus Werthensis op de pastorie bewaard, Petras Haex. In dit zelfde protocollum komt Le Sire in 1759 voor. Zio .1. I,. Fbischis, «Het klooster Maria-ten-Hagen der reguliere kanoniken tc WeertMaasgouw 1888 p. 98-99.

(~) Over Slavante zie Jos. Habets, Gcsch. van het bisdom Reormond III, p. 697 (ii 742.

ocr page 130

Arnold van Horne, bisschop van Utrecht van 1364 tot 131)0 en prinsbisschop van Luik 1378—1390. (Chapeauville III, 40 — 67).

Laurens en Jan van Weert schilders, wien men het prachtig schilderstuk der wonderen van St. Albert in de Karmelitenkerk te Luik toeschreef. Zie Wolters p. 193.

Jacobus Marin of Marinup, te Weert geboren bestuurde in 1526 het Latijnsch college te 's Hertogenbosch. Hij is omtrent het jaar 1550 overleden.

Hij schreef een werk over de Latijnsche syntaxis met verzen vermengd, dat voor de eerste maal uitkwam onder den titel „ Didas-calicon quot;. Antverpiae, Michael Hillenius 1526, 4°. Vervolgens onder die van „Syntaxis linguae Latinae Sylvaeducis 1542, 4°.—Hierony-mus van Oerle opvolger van Marin, werkte dit boek om en gaf het uit na Marin's dood onder den titel ,, Jacobi Marini, Weerteni viri undecunque doctissimi, syntaxis, prioribus illis et limatior et com-pendiosior. Quod quidem ad usus attinet, jam tertio in lucem edita... Graecis nonnullis, praesertim cum Latina constructione facientibus, passim insertis quot;. Sylvaeducis, Joannes Schcefterus, 1515, 4° 104 on-gecijferde bladz.

(Zie Paquot, Mémoires pour servir a l'histoire littéraire des dix-sept provinces des Pays-Bas, de la principauté de Liége, et de quelques contrées voisines. Louvain 1765—1770 in fol. dl. I, p. 545. Valerius Andreas, Bibliotheca Belgica p. 420. Foppens Bibliotheca Belgica I, 525. Coppenö, Nieuwe beschrijving van het bisdom van 's Hertogenbosch, II, 220.

Joannes Knaepen of Servilius. Humanist der 16° eeuw. geboren te Weert. Hij bracht het grootste deel van zijn leven te Antwerpen door. Een groot beschermer had hij in Ladislaus van Ursene, een edelman die de letteren liefhad en dertien maal burgemeester van Antwerpen was. Hij bloeide 1536—1545. Zijn devies was „ sapit qui sorti sapitquot;. Zijne werken zijn bij Paquot I, 76 en Foppens II, 728 vermeld.

Vooral bekend is zijn „ Dictionarium triglotton, hoc est, tribus linguis, Latina, Graeca et ea qua tota haec Inferior Germania utiturquot; gedrukt bij Michael Hillenius te Antwerpen in 1548. Dit is het eerste eigenlijke groot Latijnsch woordenboek dat in de Nederlanden uit-

ocr page 131

kwam, hoewel gelijk de schrijver zelf in zijn voorrede bekent er al eenige waren onder den naam van „ Gemmulae quot; of „ gemmae maar die volgens hem geen zuiver Latijn gaven.

Gaudentins van Loemel, regulier kanonik, profes van het klooster Mariahagen bij Eindhoven, was zielsbestierder der kanonikessen regulier te Weert. Hij gaf uit een bundel Vlaamsche gedichten onder den titel: Den geestelycken Orpheus. Leuven 1660.

Den wechwyser tot de seven Weenen (?) der Moeder Godts, met eenige Godtvruchtige Liedekens tot beweginge des Lydens Christi. Roermond 1662.

Den toetsteen der Tongen. Roermond, 1662 in verzen.

Een drukker te Roermond in 1662 is ons niet bekend. Het is jammer dat Paquot (II, 461), aan wien wij deze aanteekening ont-leenen, dezen niet noemt.

Over Peter Langenius en Ewald Franssen of Gallus hebben wij in onzen chroniek gehandeld (1).

Joannes lm pens geboren te Leuven, bekend dichter en regulier kanonik, was omstreeks 1689 te Weert aan de Latijnsche school als leermeester verbonden. (Analectes de l'histoire ecclésiastique de Bel-gique XII, p. 463.)

Servatius Neranus predikant te Dordrecht, gaf een vertaling des Nieuwe Testaments uit en stierf 24 Dec. 1608 aldaar.

Johannes Hubertus Schaeken componist, geboren 2 Januari 1832 te Weert, die van zijn vader het eerste mnziekonderricht ontving. Hij was achtereenvolgens organist der Mozes- en Aaronskerk te Amsterdam, te Samarang (in 1861), waar hij les gaf in de beide gouvernementsweeshuizen, sinds 1868 kapelmeester der Koninklijke parochie van St. Jacques-sur-Caudeberg te Brussel. Zijn leven en werken zijn in Melchior's woordenboek der toonkunst, Schiedam, H. A. M. Roelants 1890, goed en vrij volledig beschreven. Zijn laatste werk is, de opera „ Jean de WeertHet zij voldoende voor zijn roem hier aan te halen wat de groote Fétis schreef in zijne aanbeveling aan den directeur der Haagsche muziekschool Lubeck: „ Si vous pouvez admettre

(1) Cui'iositatis causa zij nog vermeld Jat in de rekening van 1573—~4 voorkomt Grieten Meester Ewaldes ende Bcbolken Verbarch als » wyszvrouwedie ieder voor hun gagie 5 gulden kregen.

ocr page 132

— 126 —

M. Schaeken dans votre conservatoire corame profosseur d'harmonie et de composition, vous n'aurez qu'a vons féliciter de cette acquisition, tant pour le savoir que pour la bonne conduite Zijn broeder is leeraar in de muziek aan het Collegie te Weert en is mede een goed muziek kenner en ook in het teakenen en schilderen niet onbekwaam. Een ander broeder is schilder te Brussel.

Hun moeder dichtte niet onaardige versjes die wel waard zijn te worden uitgegeven ; daaronder is een „ de Meisjes van Weertquot; dat op muziek is gezet.

Wilhelmus Schaeken in 1754 te Weert geboren, is een lid dier zelfde familie ; hij was een leerling van den landschapschilder Jan Borrekens te Antwerpen en de leermeester van M. J. van Bree. Eon H. Maagd en het Lichaam van Christus in eene grot liggende, zijn met roem bekend. In 1773 — 1774 was Schaeken te Italië om zich op de groote meesters toe te leggen, na 12 jaar te Antwerpen, bepaaldelijk aan de Akademie zich trf hebben geoefend, bij welke instelling hij verschillende medailles behaalde en als 2° professor werkzaam was vóór zijn vertrek naar Italië. Na zijn terugkomst was hij tot zijn dood, 28 Dec. 1830 te Antwerpen werkzaam. Hij is 25 jaren lang professor aan de akademie geweest. Zie Immerzeel, de levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, giaveurs en bouwmeesters.....III, p. 56.

J. J. F. Janssen beoefende te Weert mede de schilderkunst; de Hannibalseed wordt ten stadhuize aldaar van hem bewaard. Aan anderen het oordeel over dit stuk. Hij teekende vrij goede schetsen van Limburg voor Poel's Beschrijving van het Hertogdom Limburg. Antw. J. P. van Dueren en Cic, die door J. M. H. Smeets te Weert zeer net gegraveerd werden.

Gepromoveerden te Leuven in de faculteit der kunsten uit Weert en Home.

1528. Marinus Hoevelmans uit Weert en Joannes Dirk's zoon uit Horne.

1531. Hendrik Kypen uit Weert.

1535, 18 Feb. Petrus Boelen uit Bree: zijn examinator wa Joannes Reyneri uit Weert. Deze was in 1508 de vierde in de paeda-

ocr page 133

— 127 —

gogie de Burchten doceerde de wijsbegeerte in deze paedagogie, daarna ■werd hij president van het collegie der drie talen of' van Busleide tot 1540. 1 Maart 1544 werd hij kanonik der kerk van St. Donatianus te Brugge, vervolgens in 1559 deken der collegiale kerk van St. Jan te 's Hertogenbosch; nog werd hij in 1544 president van het collegie van Burcht; was hij 1 Feb. tot 2 Juni 1547 licentiaat in de Theologie zijnde, deken der faculteit voor de kunsten en wederom van 30 Sept. 1557 tot 1 Feb. 1558. Hij stierf 1560, 14 October en is stichter van studiebeurzen o. a. voor inboorlingen van Weert, Neder-weert, graafschap Horne en vorstendom Thorn. (Zie het art. van P. Doppler, Maasgouw 1890, p. 68 en 79 en Jos. Habets, Studiebeurzen in Limburg p. 83).

Omstreeks 1517 wordt door Valerius Andreas Fasti academici p. 41 als 220e rector der Universiteit vermeld, Cornelius de Weerdt S. Theol. licentiaat, regent van de Paedagogie de burcht en omstreeks 1539, Lucas Dillenus van Weert als deken van het collegie der bac-calareüssen p. 212. Hij werd later deken der Kathedraal van 's Hertogenbosch.

Jan de Villers, pastoor te Nederweert en kanonik van het kap. van O. L. Vrouwe te Maastricht sinds 23 Nov. 1538. stichtte een beurs in het collegie der Preekheeren te Leuven en een ander in de paedagogie de Lelie aldaar, voor één student in de wetenschappen en al de overige faculteiten. (Zie Maasgouw 1890, p. 72, art. van P. Doppleb.)

ocr page 134

— 128 —

N0 34. Weertsche Genealogiën.

DE HORNE'S (1) (zie Golthals, Maison de Hornes p. 143.

Jun, Bisschop van Luik

Jan die

1521 schout wordt

Een dochter die N. de Hompesch huwt.

X

Paschina van der Gracht.

1

Jan, schout van 't graafsch. Horna (?) in 1571

X

Constantia van der Heyden,

d. van Michel ridder en burgern. v. Aniwerpen in 1546 ( 4 April 1549)

en van Margareta Salomon (4- 8 Aug. 1556). _A_

Jan Jan Werner, grondheer in Aertselaer

X X Marie van der Meiren d. van Frans heer van Beveren

N de Herlwegen. en Cath. van der Stralen.

1

Lucretia X Adriaan Herman van den Branden,

[haar neet'.

Anna-Cath. verloofd aan Martin de

Hornes daarna X Jan Albert graaf van Schellaert.

Constancia X Jean-Bapt. van den Branden.

I

Adriaan Herman X niet zijn nicht Lucretia van Horne

(1) Natuurlijke kinderen en hun afstammelingen.

ocr page 135

In het boek der oiule schuiten vond ik nog de volgende namen uit het oude boek van 1633 overgenomen. Flips, Jan, Frans, Touis en Bertel van Horn (p. 117 — 118).

Uittreksels der geneal. aanteekeningen van den Z. E. Heer Hnhets uit de Acta Episcopalia des Bisdoms te Roermond: 1. Familie de Home en Costerius.

1695, 4 Maart. Vergunning om biecht ie hooren van Carel Albert de Hornes, capucijn te Mechelen.

1723, 29 Sept. Getonsureerd door den Bisschop van Roermond Joës Franciscus de Hornes, zoon van den Zeer Edelen Heer Amandus Adrianus de Hornes en Maria Anna Costerius. — 1731, 17 Febr. kreeg hij van denzelfden de d?mi^soriales voor de kleinere orden, hij verbleef toen te Parijs. — 1733, 18 Febr. verkreeg hij de demissoriales voor het diaconaat, hij was toen leerling van het Seminarie Saint-Sulpice te Parijs en kanonik van het Roermondsch kapittel. — 1734, 1U April werd hij priester gewijd, hij was toen J. U. L. en gegradueerd kanonik te Roermond.

(Cl. J. Habets, Gesch. v. h. bisd. Roermond 111, 117.)

1727, 22 Jan. geeft de bisschop demissoriales voor de le tonsuur aan Arnold Philip Lodewijk tie Hornes uit AVeert, scholier van het diocees Roermond.

1704, 16 November, de Bisschop d'Ognies verbindt te Brussel in de kerk der Capncijnen den Heer Augustinus de Horne van Geldrop en Antoinetta Roosen van Roermond in den echt.

2. Familie van Halen (1) en aanverwante familien.

1693, 3 Juli. Dispensatie in de 3 huwelijksafkondigingen van Petrus van Winkel en Barbara van Halen uit Weert.

(1) 1656, 25 April. Hendrik van Halen, burgemeester van Weert, komt voor op een apostil van een rekwest der jonge schutten in dato 24 April 1656. (Register der jonge schutten).

1696, 13 Juni wordt een nieuwe alf'eris der bussenschutten gekozen na den dood van burgemeester Jan van Halen.

(Reg. der bussenschutten).

1548 —'49 komt in de rek. voor Gerrit van Halen.

ocr page 136

1723, 19 Februari. Getonsureerd Petrus Livinus van Halen, zoon van Henricus en Anna Catharina Frenken. Hij werd 1726, 21 Dec., subdiaken, 10 Aug. 1728 werd hij priester en 1733 kapellaan te Weert.

1730, 4 Oct. Franc. Ludovicus Sanguessa, bisschop van Roermond geeft getuigenis omtrent de wettige geboorte van Jan Antoon van Halen, zoon van Hendrik van Halen, burgemeester van Weert en keizerlijk ontvanger aldaar en van Catharina Frencken ; de familie van Halen en haar voorouders waren roomsch-katholiek en in den tijd der godsdiensttroebelen ijvervolle verdedigers geweest van het katholiek geloof.

1738, 21 Oct. gaf de bisschop van Roermond getuigenis van wettige geboorte en rechtgeloovigheid aan Frans Gerard van Halen, die naar Spanje vertrok.

1739, 10 April. Dispensatia in de 3 huwelijksafkondigingen van Jacobus Bernardus van Halen, advocaat bij het Hoog Brabantsch gerecht, parochie van Ste Gudulle te Brussel en Joanna Sophia Cox uit Roermond. Zij huwden te Roermond in de bisschoppelijke kapel voor kapellaan Petrus Livinus van Halen.

3. Familie van Breugel en Beerenbroek.

1676, 19 Oct. Dispensatie van de 3 huwelijksafkondigingen voor den Heer Gerard van Zoutelande en Mej. Maria van Breugel uit Roermond en Weert.

1688, 21 Sept. Dispensatie in de 3 huwelijksafkondigingen van Judocus van Beerenbroeck van Eindhoven en Maria van Breugel uit Weert.

4. Familie De Brias en andere families.

1725, 10 April. Dispensatie in de 3 huwelijksafkondigingen voor den Zeer Edelen Heer Claudius de Brias, heer van Hoogendoorne en Helena Joanna van der Schaeren, beiden uit Weert.

1738, 16 Feb. Dispensatie in den 2en graad van aanverwantschap en den 2en en 3en graad van bloedverwantschap van Claudius Emmanuel de Brias en Maria Helena van Bree, beiden uit Weert en arm en behoeftig.

1767, 16 Dec. Hun zoon Jan Bapt. Joseph getonsureerd.

ocr page 137

— 131 —

1749, 20 Jan. Dispensatie in de 3 huwelijksafkondigingen voor den Zeer Edelen Heer Ernest Anton de Linsingen, kapitein van den prins van Baden-Dmiach in Hollandschen dienst en Juffrouw Maria Anna de Brias, uit Weert.

1781, 21 Nov. Getonsureerd Claudius Emmanuel van Linsingen uit Weert, zoon van Ernst Albert Anton en Maria Anna de Brias,

1734, 9 Aug. werden getonsureerd Wynants en Ludovicus Garis uit Weert.

1759, 9 Maart. Frater Gaugericus Joseph Suringar zoon van Gerard en Catharina Maria Pouwcls, van de orde der reguliere kano-niken van Mariënhagen te Weert ontvangt de 1° tonsuur en de wijding van subdiaken, 1759, 21 Dec. wordt hij diaken, 1761, 14 Feb. priester.

1759, 21 Dec. wordt Joannes Paulus, zoon van Gerard Sibrand Suringar en Catharina Margaretha Pouwels, scholier van hetzelfde convent subdiaken; 1761, 19 Sept. priester.

5. Familie Haex.

1735, 8 Oct. Walter Haeckx, zoon van Petrus en Joanna van Elven uit Weert, getonsureerd 1737, 10 A.ug. subdiaken; 1738, 22 Mei priester.

1749, 24 Jan. Dispensatie in de 3 huwelijksafkondigingen van Joannes Mathias Haex en Gertrudis van der Eynden.

Aant. uit de familiepapieren van Mr Haex te Maastricht over deze

zijne familie.

1749, 25 Aug. Johan Matthijs Haex, koopman te Weert, komt voor als kooper van een deel der oude korentiende in de heerlijkheid Bree, ambt van Kessel zijnde 1/4 van een 1/3 dezer tiende, welk derde een „bundighquot; leen was ter Cuijckschen rechte. Hij koopt deze van de kinderen van Aerdt Camp en Lysbeth van den Monnickhoff te Horst.

Deze Johan Mathijs was gehuwd met Anna Catharina Schincke-ls, die als weduwe, 8 Oct. 1761, haar testament maakte. Over hare 2 minderjarige kinderen benoemt zij den pastoor van Weert Joseph

ocr page 138

Janssens en den Eerw Heer Joannes Krats als voogden Blijkens opening van dit testament, door schepenen Gerard van Breugel en Jacobus van Elven op 22 Febr. 1762, was zij toen al overleden. De opening geschiedde in tegenwoordigheid van den oud-burgemeester Wilhelmus Kessels, Joannes Eickholt en Wilhelmus Cogels als naaste vrienden (bloedverwanten) van de overledene. Pater Herensis, min-derbroeder, gaf hun het testament over.

Justine Olive Haeck huwde „ Etienne Hugo, colonel et brigadier au service du roi d'Espagne a Louvain

N0 35. Kunstvoorwerpen te Weert.

1. In de parochiekerk: een zilveren emmertje met de drie horens er op, dienende tot wij wateremmer, was vroeger op het stadhuis en is het model van eene oude Weerter maat. Het emmertje werd aan het kerkbestuur verkocht.

2. De verguld zilveren kelk door de vereeniging van oproerige Spaansche soldaten „ de gealtereerden quot; genoemd, ten geschenke gegeven met opschrift „ Opera et impensis unionis militiae Werthensis 1601.

3. De doopvont met het beeld van Sint Martinas te paard in geel koper, met sierlijk hekwerk in renaissance, waarop wapen van Jan van der Croon.

Deze ballustrade, niet de doopvont in gothieken stijl, die veel ouder is, gaf Jan van der Croon ten geschenke. Het opschrift, zijn titels vermeldende, zie men in de aangehaalde biographie van den Z. E. Heer Habets, p. 170.

4. Tegenover de doopvont, dat is in de andere beuk der kerk, ziet men een triptiek, waarop in het midden de verrijzenis van Christus wordt voorgesteld; op een der vleugeldeuren de verschijning aan Magdalena. Het stuk is wellicht van Bloemaert. Verder is de schilderij van Christus' geboorte op het altaar der H. Maagd zeer schoon en bezienenswaardig.

5. De altaren zijn sierlijk gesneden in renaissance-stijl en verdienen de aandacht. Jammer dat het altaar door de familie van Halen gesticht is verkocht en thans in een kerk in Belgisch Limburg wordt bewaard.

ocr page 139

— 133 —

Voor,den ingang der sacristie, op het oude kerkhof', bevindt zich een zeer eigenaardige grafsteen hoog 1.41 M., breed 1.44 M., die naar men zegt, een graf der familie Heythuysen bedekt. In het midden ziet men een hertenkop met gewei, daaronder links van hem die er voorstaat, een wapenschild waarin een wild-zwijnskop naar rechts gewend, (heraldiek rechts is links van den toeschouwer) boven en onder den kop een balk; onder den hertenkop rechts een ruitenschild, doorsneden : rechts ? en links de letters TR aan een; boven den hertenkop weer een zwijnskop in dezelfde lichting als die van het schild en daarboven een menschengezicht. Onder de twee schilden in het midden weer een hertenkop, maar zonder hoornen en aan weerszijden een dolfijn met de staarten naar elkaar toe, op eiken dolfijn een mensch (man?) met uitgestrekte armen en in de linkerhand een knots; aan weerszijden van den bovensten hertenkop een hoorn van overvloed, de uiteinden naar boven, en de openingen gekeerd naar den hertenkop, ter weerszijden van die hoorens ziet men een menschen- of engelen-figuur, die met hun beiden over het geheel een draperie of banderol houden; onder die twee figuren ornamentwerk, dat aan weerszij der in een peer met bladeren eindigt.

(Naar teekening en beschrijving van den Hr H. Thiessen te Weert.)

Op het Raadhuis.

Het zegelstempel voorstellende een gothiek kasteel, waarin wapenschild der graven van Horne, zijnde drie horens 2 — 1, is in koper zeer fraai gestoken.

Bij de Minderbroeders.

liet kasuifel van Jacob I graaf van Home.

Eene prachtige schilderij, van Quintin Metzys, naar men zegt, voorstellende Christus' lichaam in den schoot zijner H. Moeder, geschonken door den Heer de Haan (die laler als broeder der orde onder den naam Nepomucenus te Maastricht overleed).

In de kerk eene fraaie copie van Rubens' afneming van het Kruis, door Pater Petrus van den Berg, te Weert geboren (pater Gonzales).

Verder vindt men er een schilderij met feiten uit het leven van Öt. Antonius.

ocr page 140

Bij particulieren.

Bij do familie Wagemans in de Beekstraat, eene schilderij van Jan Adriaan van der Drift, den bekenden kunstschilder bij Kramin en Immerzeel gunstig vermeld, geboren 1808 te 's Gravenhage, overleden 23 Maart 1888 te Weert, medestichter der Haagsche etsschool, die in 1851 zich te Roermond vestigde en verschillende stadsgezichten schilderde, later naar Weert ging en ook daar fraaie stadsgezichten afmaalde. Hij woonde bij de familie Wagemans voornoemd.

De schilderij stelt voor de parochiekerk met toren, de markt, het gesticht der broeders (pensionaat St. Louis) en de korenmarkt. Het is een groot en fraai stuk.

Bij den Heer Mathijssen in de Maasstraat, een vriend der schilders, wordt een schilderstuk bewaard, voorstellende een gezicht op het klooster der Minderbroeders buiten do stad op de Biest en het akkerveld genaamd de Haag, met koren en schoven. Het is een klein en lief schilderstukje.

De Heer quot;Verleg, thans overleden, bezat een schilderstukje, voorstellende een gezicht op het kasteel van Weert, waarschijnlijk thans in het bezit zijner moeder.

Over een fraai schildpaddenkastje, afkomstig van het kasteel van Weert, thans in het bezit van pastoor Leens, geboren te Weert en pastoor te Oirlo, schreef ik in de Maasgouw 1892, p. 9.

Men zie voor het zilverwerk der schutten Bijlagen 27 — 30.

ocr page 141

— 135 —

Liber paralipomenón of eenige in de chi oniek overgeslagen feiten

met loelichtingen.

Evenals zelfs in den Bijbel op het boek der chronieken een boek der overgeslagen feiten volgt, zij dit ook na onze chroniek het geval:

1525, 2 Dec. Jacob van llorne, graaf van Horne, heer van Altena, Weert, Corteshein en Hanelgyem (?), staat aan zijn onderhoorigen van Nederweert toe de accijnsen jaarlijks te verpachten, zonder ze echter te vermeerderen of te verminderen buiten zijn toestemming. Zij mochten jaarlijks de Peel openen en sluiten naar gewoonte met verlof des schouten. Zij moesten jaarlijks 50 gulden aan den graaf daarvan betalen. Maar stierf de graaf en zijn broeder Joannes, de Luiksche proost, zonder wettige kinderen, dan waren zij vrij van die betaling.

(Apotheca Sancti Servati, dl. VI, bladz. 510).

1548 — 49. Er wordt van het luiden der klok bij onweder gewaagd.

Dit jaar had men een proces met de tollenaars van Leuven. Wij leeren hieruit kennen wat alzoo de honorarium's waren van rechtsgeleerden in dien tijd, wat betaald werd voor copieerloon, enz. :

De deurwaarder die naar Leuven reisde om de tollenaars tot restitutie aan te manen en de knecht des procureurs om de acta te schrijven naar inhoud van heer Johau Ghysen's cedulen, kregen samen 3 gulden. Frans Karis die naar Brussel reisde met een brief van procuratie aan den procureur 24 stuivers; een man van Brussel, die het geld van de tollenaars bracht kreeg IVs stuiver; de secretaris (ick staat er in de rekening) en Aert in der Yseren Craen reisden naar Turnhout, 2OV3 s1,.; de secretaris met burgemeester en Aert over Turnhout naar Brussel, 7 gulden 10 st.; bij deze laatste gelegenheid kreeg de deurwaarder der rekenkamer aldaar 21 st. De secretaris ging met den schout naar Brussel, wat 10 gulden 7 stuiver 1 ort kostte; de „ dictoirquot; van de rekenkamer die den besloten brief gaf, kreeg 23 st. Maar te voren werd gedronken in den Eenhoeren 1 kwart wijn, de schout huurde daar ook een paard, alles samen voor 6V5 st. — Merten de schrijver en de secretaris Morten 1 ■ rckenbosch (en ick) reisden over Antwerpen naar Brussel en verteerden 1 I gulden 10st.; Gerit van Haelen en de secretaris reisden ook naar Brussel, en verteerden 5 gulden IV2 stuiver. Toen „Aert der burgemeester ende

ocr page 142

— 136 —

ick quot; den eersten zegel en briof' medebrachten uit Brussel had men 15 gulden 2Vs'stuiver verteerd. Meester Jacob Boen kreeg toon een geschenk van 8 bescheiden Philips gulden, 10 gulden 16 st.; ook werd hij tot twee maal toe te gast gebeden, men dronk 4 kwart wijns telkens en verteerde telkens 12 stuiver. Ook gingen „ Aert ende ick quot; naar Brussel toen de tollenaars dag van oppositie hadden; zij verwierven wederom ,, bryeff enik' zegele quot;, de procureur kreeg 21 st., de advocaat 23 st., de knecht des procureurs 5 st., die van den advocaat 4 st., alles samen met zegel- en schrijfgeld betaalde men nu 18 gulden 12 Va st. De secretaris die den tolbrief schreef' en on-derteekende kreeg 12 st., de knecht van meester Jacob Boen die hem copieerde 21 kst.

1548 — 49. Het volgende dat een helder licht werpt over het feit van de plechtige ontvangst van broeder Hieronymus van Weert (Mart. Grorcum) in 1548 — 49 in zijn geboortestad, welk feit in onze chroniek op dat jaar wordt vermeld, ontleen ik aan een hoogst belangrijken brief van den ZEerw. Pater J. van Rooyen, minderbroeder te Weert.

Ik heb bij mijne tehuiskomst met onzen Zeer Eerw. pater Nieu-wenhuizen gesproken over de feestelijke ontvangst van pater Hiero-rymus, toen hij voor de eeiste maal zijne geboorteplaats. Weert, bezocht. Volgens het gevoelen van pater Nieuwenhuizen is deze pater Hieronymus niemand anders dan de H. martelaar, die in 1522 te Weert geboren, in 1572 9 Julij te Brielle voor het geloof is ter dood gebragt, doch als martelaar van Gorkum met nog 18 andere geloofshelden vereerd wordt. De feestelijke inhaling in 1549 door zijne familie en stadgenooten is hoogst waarschijnlijk geschied ter gelegenheid van zijne terugkomst uit het H. Land, alwaar hij eenigen tijd zich heeft opgehouden. Hoe lang kan met zekerheid niet gezegd worden. Estius (uitgaaf 1603, lib. 2 Cap. 7. pag. 123: „ aliquandiu... in monasterio sui ordinis moratus fuitDe minderbr. pater Henricus Sedulius (Henricus Vroom) in zijn „Historia seraphica Antw. 1613... nliquot annis Hierosolymis sanctissime vixitquot;. (Cap. 3, p. 672).

Estins lib. 3, cap. XII p. 194 zegt dat pater Hieronymus bij zijn marteldood ongeveer 50 jaren oud was; hij moet dus omstreeks 1522 geboren zijn, in 1549 kon hij reeds 4 jaar priester zijn geweest, en 2 a 3 jaar in het H. Land; in die dagen werd een pelgrimstocht naar de heilige plaatsen van Jerusalem, als een daad van christelijke

ocr page 143

moed en godsvrucht beschouwd. Inderdaad, de gevaren op reis waren groot, de weg vermoeiend en lang, het doel heilig. Daarom werden zij die zulk een reis ondernamen, bij hun vertrek, volgens ritueele plechtigheden uitgeleid, en bij hunne wederkomst feestelijk ingehaald. Dit nu zal in 1549 ook met pater Hieronymus het geval geweest zijn; in ons archief wordt daarvan wel geen melding gemaakt, doch daarvan zijn, wegens de droevige vervolgingsJagen van de kloosterlingen niet weinige merkwaardige stukken verloren geraakt.

Wij lezen bij eenige schrljveis, dat pater Hieronymus van Weert voor zijn intrede in de orde der Minderbroeders wereldlijk priester is geweest, en zij maken van hem zelfs een pastoor in de Kempen. Dit vinden wij onder anderen in het vertaalde martelaarsboek van Petrus Opmeer, een Amsterdammer, uitgeg. te Antwerpen 1700 bij Petrus Pratanus 2e dl. alsmede in het archief van het Aartsbisdom van Utrecht, 10« dl. bl. 239.

Wij vonden dil ook nog bij een ander schrijver. Bij Opmeer wordt die plaats genoemd Goor in Brabant, in het Utrechtsch archief Guer-chia in Brabantia. Bij den ons ongenoemden schrijver leest men Guerchic (Guerchère) in Z. Brabant.

Bij later onderzoek is ons gebleken dat pater Hieronymus van Weert noch wereldlijk priester noch pastoor is geweest, maar dat hij doodeenvoudig eenigen tijd als assistent de pastoreele bediening heeft vervult te Over-IJsche in Brabant, een aanzienlijk dorp nu ongeveer 4000 zielen tellende; in die gemeente was een stoornis verwekt, doordien twee priesters naar het pastoorsambt dongen. Door de kerkelijke overheid werd, met goedkeuring van zijn overste, pater Hieronymus daarheen gezonden, ofschoon nog niet lang priester zijnde. Hij is daar maar korten tijd geweest, want de zaak in questie had hij spoedig geregeld en alles naar wensch volbracht. Pater Henricus Sedulius (Hendrik de Vroom) Historia seraph, uitgegeven Antverpiae 1613, C. 3 p. 672, zegt daarom dat hij (patjr Hieronymus) quasi sequester egerat; en het blijkt uit dien schrijver dat Hieronymus niet lang daarna naar het H. Land is getogen, omdat hij t. a. p. zegt: „ nam postea quam apud Overiischum celeberrimum Brabantiae pagum templi curionem, duobus inter se sacerdotius litigantibus, quasi sequester egerat; in Palaestinam profectus aliquot annis Hierosolymis sanc-tissime vixit, etc. quot;

ocr page 144

— 188 —

Pater Cornelius Thielmauu hist, der Gore. mart. gedr. tot Loven 1628 zegt bi. 109 c. 2... „Pater Hieronymusquot; die oock te Overysch (Overiischnm) Over-Ysche) de pastorye bedient hadde (alser twee priesters daer oneenich waren, is daerna in Palestyne ghereyst) ende lieeft sommige jaren te Jerusalem zeer heilighlyck geleeft. Eatins reeds hierboven aangehaald, stelt den tijd van Hieronymus verblijf zeer kort, althans zoo heel lang niet. (Zie hier boven) in 1549 kon pater Hieronymus bij zijn feestelijke inhaling reeds een jaar of vier priester zijn geweest.

In het bijvoegsel beboerende tot De Tijd N0 9553, Maandag 2 Dec. 1878, lezen wij:

1° Petrus Opmeer, geb. in 1526 en -f- in 1595. Zijn werk „ His-* iCit toria martyrum Batavicorum, enz.quot; is door hem wel vervaardigd maar niet uitgegeven ; eer het tot die uitgave (later) kwam, kreeg pater Henricus Sedulius twee gedeelten ten gebruike, namelijk datgene wat Opmeer bepaaldelijk over de martelaars van Alkmaar en die van Gorcum geschreven had. Hij nam beide stukken in zijne „ historia seraphicaquot; 1613 over, en alzoo verscheidene jaren na Op-meers dood. Doch voegde achter ieder stuk zijn eigen (Sedulius) aanteekeningen, die hij zorgvuldig afgezonderd liet blijven van Op-meers tekst, omdat, zooals hij zegt „Opmerus censorem necdum ha-buerat, fuere pauca corrigendaquot;.

2° Wat de Alkmaarsche en Gorcumsche martelaars aangaat, moet men den Latijnschen tekst van Sedulius raadplegen, omdat Opmeer's Latijnsche tekst nog al omzichtigheid vordert. (Zie Be Tijd.)

3° In 1700 kwam te Antwerpen bij Petrus Pratanus een martelaarsboek uit beschreven door den heer Petrus Opmeer, Amsterdammer, vertaler en bewerker bleef ongenoemd en onbekend. Doch het is niet te Antwerpen maar te Leiden gedrukt, bij den bekenden Leidschen drukker Pieter van der Me?rsche, (het Latijnsche pratum, Hollandsch: veld, weide; Vlaamsch: meersch). Er is een kerkelijke goedkeuring bijgevoegd in 1607 aan het handschrift van Opmeers Latijnschen tekst verleend, en dat daarenboven op v. d. Meersche's Holl. heiligen levens in het geheel niet behoorde. Het is curieus om het bijvoegsel van De Tijd hierboven vermeld, in te zien.

Eenige jaren geleden heeft men een nieuwe editie willen uitgeven van Opmeers martelaarsboek, doch slechts een deeltje daarvan zag

ocr page 145

— 139 —

het licht, wellicht ten gevolge van de opmerkingen destijds door De Tijd gedaan in 3878, N0 9553.

Summa summarum heeft de AVeertsche rekening betrekking op de feestelijke inhaling van pater Hieronyraus die in 1572 9 Julij, den marteldood is gestorven te Briolle, zijnde hij toen vicaris van het Minderbr. klooster te Gorcum, vroeger was hij gardiaan te Bcrgen-op-Zoom. In 1522 is hij te Weert geboren, in 1545 of 46 priester gewijd, heeft slechts eenige maanden te Over-ijsche als minderbr. de parochiale zorg waargenomen, en is kort daarna naar het H. Land gegaan, van waar hij in 1549 voor het eerst zijn vaderstad terugzag, waar hem die welkomseer zoowel van den kant der burgers als van zijne familie en medebroeders te beurt vielquot;.

Zoover de Z. E. Pater van Rooyen, wien wij onzen hartelijken dank betuigen voor zijn nasporingen en moeite.

1559. Omstreeks dezen tijd vervaardigde de beroemde keizerlijke cartograaf Jacob van Deventer, op last van Philips II het plan der stad Weert.

Een minuut van het plan, afkomstig uit de nalatenschap van Franqois van Aerssen, heer van Soramelsdijk, afgezant der Staten-Goneraal in Frankrijk enz., werd 11 April 1859 te 's Gravenhage verkocht met meerdere kaarten, N0 81 van den Cataloog aldus vermeld: „ Fragments d'anciennes cartes des parties de la Zélande et de la Flandre, ainsi que de la Hollande et de la Frise, plans de villes de Cos pays, etc. tous dessinés et coloriés au XVI0 sièclequot;. Deze kaarten 152 in getal werden gekocht door Frederik Muller, den hoogstverdienstelijken antiquaar te Amsterdam, on door hem aan W. Eekhof, archivaris vin Friesland afgestaan; deze stond dit plan met andere die op Limburg betrekking hadden af aan het toenmalig Provinciaal Archief te Maastricht. (Zie de steendruk naar die kaart vervaardigd in deze bijdrage).

1573—1574. Jan Keteler, Cornells Pompers en Peter van Winkel, worden als burgemeester genoemd.

Dit jaar wordt nog vermeld Reynder in de Croon als' herbergier.

14 November 1573 vergaderden burgemeester en schepenen met kapellaan van Boven, om te beraadslagen wie om verlichting tot den hertog van Al va zou reizen.

De secretaris van den grooten raad van Brussel kwam met soldaten te Weert.

ocr page 146

— 140 —

Ten tijde van den tocht van graaf Lodewijk werden zelfs tot in Gulik en Gulpen toe boden uitgezonden om te vernemen waar de vergadering was van zijn leger en naar het land van Valkenburg.

Men zond verder boden naar „ coronelquot; Montesdoca (Montesz doke) te Maastricht op 30 Maart 1574. Op Beloken Paschen 18 April werd „coronel Mondragonquot; naar Diest geleid; ook wordt vermeld de „caste-leinquot; van Antwerpen die van Mook kwam; dit geschiedde 18 April 1574, toen werden brieven van wege den gouverneur te Antwerpen bezorgd.

De commissaris Camergo werd mede geleid toen de groote tocht door Weert kwam. Sancio d'Avila, het legerhoofd zelf, kwam 20 April van Mook.

De burgemeester Keteler bood zalf een rekwest namens de gemeente aan Zijn Excellentie te Antwerpen aan.

Er had ook een oproer plaats bij Hein Ketelboeters, waar, gelijk uit een andere .post blijkt, soldaten ingekwartierd waren; burgemeester Cornells Pompers ging naar Antwerpen en Aalst, waarschijnlijk wijl Alva daar was, om rapport te doen. Vermeld wordt nog kaptein Camely de Mont en de secretaris „ van der Aequot; die door ruiters werd geleid.

Er werd aan den hofmeester Gastellen met advies van eenigen van het gerecht een Spaansch vel geschonken tot een collen quot; ?

Behalve Jorzy was Ghristoffel de Beyssen luitenant van het regiment van Toledo.

De koster Willem kreeg eene extra toelage van 12 gulden wijl hij ten tijde der pest naar veel plaatsen het H. Sacrament tot de zieken moest brengen.

Nog wordt vermeld een Mr Leenardt, rector, die voor zijn salaris 100 gulden kreeg.

1603, 3 Dec. De noot bij dit jaar eischt nadere verklaring. Op het einde of in het begin der vorige eeuw, zoo vertelde mij de secretaris van Weert „ veneranda canitie son ex quot; in den volsten zin des woords, week de familie Hugo uit Weert, zonder dat men weet, waarheen. De secretaris schreef eenige jaren geleden aan een Franschen geleerde, wiens naam hem ontgaan was en die, blijkens de dagbladen, zich met een onderzoek naar de afstamming des Franschen dichters bezig

ocr page 147

— 141 —

hield, en die afstammiug uieL vorder in Frankrijk kon nagaan, zijn vermoeden over de mogelijkheid, meer niet, dat er verwantschap tnsschen den dichter en de Weertsche tamilie bestond, maar kree^ geen antwoord.

Uit de genealogische bijlagen, art: van Halen, blijkt dat er een Hugo kolonel in Spaanschen dienst was. De vader van den dichter Victor Hugo was krijgsoverste in Franschen dienst, o. a. te Nancy : nu is in het algemeen eene verwisseling van verschillende, ja zelfs van dezelfde leden van een familie op het punt van krijgsdienst in vroegere dagen geen zeldzaamheid; (er dienden zelfs geboren Franschen als krijgsoversten bij de Pruisen); toen nu een kleinzoon van Louis XIV, den Spaanschen troon beklom zijn tusschen Spanje en Frankrijk de betrekkingen veelvuldiger en vriendschappelijker geworden en geeft eene verwisseling van den Spaanschen met den Franschen dienst geen reden tot verwondering.

Het blijft echter een veronderstelling, meer niet, dat Victor Hugo verwant zou zijn aan de Weertsche familie van dien naam. Maar hoogstwaarschijnlijk waren de voorvaders van Hugo van Dietschen bloed, 't zij dan Elzassers, Duitschers of Nederlanders, Belgen of ver-franschte Belgen uit Noord-Frankrijk; immers de naam duidt zulk een oorsprong aan. Hugues (men denke aan Clovis Hugues), Hueon, Hugonet, zou de Fransche naam zijn.

1745, 15 Mei. Beleening van de burg, stad en heerlijkheid van Weert en Nederweert met alle hun rechten en toebehooren, aan den licentiaat en scholtis Bernard Jozef Costerius, uit kracht van volmacht hem gegeven door Vrouwe Gabriëlle Franqoise de Beauveau-Craon, princesse van Chimay etc. in qualiteit als garde nobele van hare minderjarige kinderen.

1745, 15 Mei. Beleening aan denzelfden der stad Wessem met het hoog en laag gerecht en alle andere toebehooren.

1760. De schout Costerius kreeg voor het bijwonen der generale jacht en van een wolfjacht op verzoek van die van Buel en Maer-heze bijgewoond, 26 guld. 5 stuivers.

Voor het abonnement des beuls te Roermond werd 32 gulden 13 stuiv. wegens de buytenie aan den scholtis Raemaeckers te Roermond betaald.

ocr page 148

— 142 —

De hofbode die een besloten brief overbracht, meldende een victorie der Oostenrijkers op de Pruisen, waarvoor een Mis met Te Brnm geschiedde, kreeg 4 gulden.

Voor S witte flambouwen voor de „ kersbruyten quot; en de processie op kermis en H. Sacramentsdag, werd 8 gulden betaald.

De bisschop van Roermond komt te Weert.

ocr page 149

Enrsfbet et stdcLeixcLst.

De 2° noot bij 1862, 8 Maart vervalt; onder de bijlagen in de noot bij het charter op dien datum is deze vraag opgelost.

Op 1476, 20 Oct. 2° regel van onderen staat Loxelhem lees: Lopelhem.

„ 1510, 11 Nov. De proost is waarschijnlijker Jan I van Horne toen proost van St. Lambert te Luik.

„ 1540, 1 Mei 4e regel van boven staat aan Herman lees: van Herman.

15^8 vond ik nog vermeld een „ begenckenisse quot; met Halfvasten: ook wordt dit jaar vermeld een her Jan Ghysen die „ nae inhalt eender cedulen aen der toll brieftquot; te copieren ende van zynder schoeien te bewaeren ende andere sakenquot; 2 gulden 10Va stuiver kreeg. „ Heerquot; voor een naam beteekent dat die persoon priester was. Zouden met de „ schoeienquot; die hij bewaarde de Latijnsche scholen bedoeld zijn'?

„ 1572, 2', regel van onderen lees: des gouverneurs.

„ 1573, 2e „ „ boven staat lood lees: lonten.

„ 1573, 7 en 10 Nov. 3° regel van boven staat Strijken lees: Screykens.

„ „ 10 Dec. 13* regel van boven staat Koermen? lees : Koentm.

„ „ zonder datum, 10c regel van onderen staat 63 lees: 46.

1574, 22 April 7e regel van onderen staat 72 lees: 12. (Deze vergoeding gold het verlies van den besten mantel des burgemeesters).

1573-74. De kosten zijn vrij laag opgegeven en bij benadering berekend. De compagnie van Toledo veroorzaakte wel 1583 schade aan geld ; de ruiters van Hans Walhard kostten der stad wel 3484 gulden. Eene juiste berekening zou zeer moeielijk zijn, daar eerst na lang zoeken blijkt hoe die oude stadsrekeningen in elkaar zitten.

1574, 25 Aug. 4C regel van onderen en 6 Nov. 3° regel van boven lees: Jorsy de Musaca.

1615. 1 Sept. 8a r. v. o. lees: huwde met Anna Gaol van Rees.

1760, 7 Aug. 5° regel van onderen staat gewuzen lees: geuzen.

ocr page 150

— 144 —

1761, zonder datum, staat Mombiro lees: Momboir.

1774 lees: Aan dit altaar was in 1773 nog een

-L ' 1 IJ J)

versiersel aangebracht voor 17 gulden 5 stuivers.

1836, 16 April. Dat pater Lynen te Weert kloosterling was is eene onjuistheid, verschuldigd aan mijn zegsman den redacteur van het Luiksche Journal historique 1886 ; hij was echter in een ander klooster der orde, vóór de opheffing, pater geweest.

Bijlage N0 17, noot -, lees: Covel een kap of hoofddeksel, of schouderkleed. Zie A. Matthaeus Anal. (Ed. 1738) I, 420, Kiliaen editie van Hasselt in voce Lambertus Hortensius, liber 7, hist.

in fine.

Bijlage N0 31. De rekening 1548—1549 is geteekend door den schout Gillis Schellardt, die dus bij de schouten moet gevoegd worden.

In 1543 — 44, 1555- 56 wordt er van broitsusteren gesproken die 8 gulden krijgen, in 1586 — 87 wordt van zwarte zusteis gewaagd, wij hebben de meening geopperd dat hier de zusters van den Broodboomgaard te Roermond bedoeld worden, die ook zwarte zusters heetten; nu vinden wij in de rekening van 1573-74 vermeld dat de zusters buiten Weert voor hun gagie 8 gulden kregen ; dat jaar heerschte de pest te Weert, gelijk blijkt uit de vermelding van het feit dat de koster voor het brengen van het H. Sacrament naai de zieken eene toelage kreeg. Zouden nu die zusters buiten Weert niet de broodzusters zijn geweest, die daar de pestzieken verpleegden,

gelijk meer geschiedde buiten de steden?

Op het jaar 1548 vermeldde ik dat de stads ptivilegiën met doosjes en al zijn verdwenen; slechts één dat van 1514, 12 Sept. is nog over in origineel; maar „ en revanchequot; zijn andere hoogst belangrijke stukken uit het archief bij ongeluk quot; in handen van particulieren geraakt, bijv. het testament van een der graven van Horne

(van Jan I wellicht).

Bijlage 33. „ Een ander broeder is schilder te Brussel vervalt.

ocr page 151

— 145 —

Bijvoegsel van bijlage 34, Nn 4.

Wij ontvingen nog van den Zeer Eerw. Heer J. Habets, wien wij daarvoor onzen hartelijken dank zeggen, de volgende door hem samengestelde genoalogiën der aan elkaar verwante familiën de Brias, von Linsingen en de Smackers.

1. De Brias.

Franciscus de Brias de Hegendoorn, majoor van een regiment dragonders in Keurpfaltzischen dienst, stierf 2 Maart 1705, zoon van Horatias en Catharina Damas.

Hij had tot huisvrouw Anna Mechtildis de Holsbecker, weduwe van Frans de Corswarem en van Ferdinand de Smackers. Hun kinderen :

Claudius Emmanuel, geb. op het kasteel te Horne, huwt 1° Helena van der Schaeren, waarvan 2 dochters a) Maria Anna Mechtildis, die huwde met den baron Ernest Albrecht Antoon Willem van Linsingen, majoor in Holl. dienst, en h) Joanna Agnes Florentina, die in le huwelijk zich verbond met den ridder de Ribaux, kapitein in 't regiment van Horion in Franse!ten dienst, en in 2C huwelijk met Michael Karei Janssens, kapitein der grenadiers in 't regiment de Los-Rios.

Claud. Emmanuel huwde 2° met Claude Emmanuele Helena de Bree, voerende in een veld van sabel drie gulden adelaars.

Kinderen uit dit huwelijk zijn:

1° Jan Frans Baptiste, priester op zijn kasteel te Baexem.

2° Maria Albeitina de Brias huwde Constantinus Wagemans, advocaat te Weert.

De riddermatige familie de Brias stamt uit België en voort oon gedeeld schild, boven van sinopel beladen met drie guldon vederen, onder van goud beladen met een rechtsgaanden leeuw.

Een tak der familie de Brias werd bij open brieven van Keizer Joseph II, gedateerd Weenen 21 Febr. 1787, tot graaf verheven in den persoon van Jean Frédéric Joseph de Brias, heer te Hollenfeld (1) etc., lid van den adelstand van Luxemburg, luitenant-kolonel in het

(1) De Bi ias de Hollenfeltz voeren : D or a la fasoo de sable aceompao-née de trois cormorans du même becqués et membrés de gueules, rangés en cliof. Casque couronné cimier nn cormoran dt 1'écu issant el essorant dans l'attitude de l aigle héraldimie' lambrequins d'or, de sablo et de gueules.

10

ocr page 152

— 146 —

Keizerlijk leger, zoon van Jan Bapt. Dominique heer te Hollenfëld, la Rochette etc. en van Anna de Bayer. (Titres de Noblesse p. 280.)

2. Fan Linsingen.

Een zeer vertakt en uitgebreid adellijk geslacht uit Duitschland, dat zijne stamzetels heeft te Agnesdorf. Birkenfeld, Burgwald, Hescheau, Reinstedt, Mönchhof, Ringelrode, Sittendorf, Udra, Tilleda etc. en in een veld van keel 3 balkon voert van azuur, beladen met 7 bezanen van zilver 3 — 3 — 1.

Ernst Frederik Hartman uit de linie Birkenfeld, Keur-Maintzschen officier en commandant te Starkenberg overleden te Hippenheim in April 1756, zoon van Hans Albrecht, Keunnainzschen officier en ge-rechts-assessor, t 9 Jan. 1718 en Anne Wilhelmine Marie von Zerzen von Rinkeln. Hij huwde te Roermond den 17 Maart 1709 Theresia van Maroyen, voerende in een veld van azuur eene witte lelie en won bij haar de volgende kinderen.

Anna Helena

Mal8 geb. te Luik 31 -lan. 1710.

3.

l.

2. Willem Mathias geb. te Venlo 25 Oct. 1711.

Anna Sophia X .lan Frans Brusselaers.

4. Ernest Albrecht Antoon Marcus Willem geb. te Walhausen

25 Sept. 1719 gest. 4 .luni 17ti8 als Hollandseh majoor te Weert, huwde Joanna Marie Anne do Hrias de Hogendoorn den 21 Jan. 1749 te Weert.


.cA.

i. Helena 3. Joanna Theresia 4. Joseph

.losephina geb, te Weert Frederik

geb. te Weert (gt; April 175S, Christophe

14 Nov. 1751 stierf te Weert Albrecht

Stiftsdame te li Nov. 1gt;S09. geb. tc Weert

Xanten, Zij was gehuwd 1760

orde van Citeaux, te Weert t te Weert

28 Sept. 1779 8 Febr. 1785 13 Sept. 1779.

X te Leend mot

10 Dec. 1804. Adriaan Frans

van Moorsel,

mod. doctor,

geb. to Helmond 1742.

Zie over deze familie ,,Goschlochts-folge der Uralte- Rittcr- und Stiftsmasige familie von Linsingenquot;, door A. E. von Linsingen, K. Frcusischo Obrist-Wachtmeistcr, Jiifurt, 1774, in 4,,.

1. Claudius Emmanuel geb. te Yperen 8 Jan. 1750, kanonik van Stc Gertrude te Leuven in 1770, verliet die abdij wegens ziekte.

ocr page 153

— 147 —

3. De familie de Smackers te Weert.

Bij diploma van den 12 Feb. 17U6 en geregistreerd in de kamer heraldiek te Luik in 1707, schonk Keizer Joseph I voor de diensten dio de familie de Smackers den Koning van Spanje steeds had bewezen, aan Godfried de Smackers raad en admodiateur te Limburg, heer te Mirwart en Montigny en zijne broeders Ferdinand en Michaël en hunne respectieve nakomelingen den titel van adel en tot wapenschild : in een veld van sabel een schip van goud met zilveren vlaggen, gekroond met een kroon van 9 perlen in goud en 2 gouden luipaarden tot schildhouders. In — 1728, 13 Nov. werd de adel bevestigd van Nicolaus Edmond de Smackers „écuyer seigneur de Mirwart et de Montigny. (Liste et titres de noblesse p. 116).

Ferdinand, broeder van Godfried en Michaël, admodiateur te Horne huwde Anne Mechtilde de Holzbecker weduwe van Andreas de Corswarem.

Onder hunne kinderen:

1) Hendrik Godfried, kapitein in het regiment van Louis de Wol-fenbüttel in keizerlijken dienst, sterft 1744 te Luxembourg.

2) Jan de Smackers, admodiateur to Horne t 24 Nov. 1752 te Weert; hij huwde 12 April 1705 te Thuin Maria Antoinetta Mar-chot. Hunne kinderen :

a) Godfried Ferdinand geb. op het kasteel te Horne 10 Sept. 1706, geestelijke rector van het beneficium van het H. Kruis te Roermond, stierf 26 Aug. 1755.

b) Jan Willem, luitenant in het regiment Wolfenbüttel, geb, 7 Jan. 1708 te Horne t 1737 te Luxemburg.

c) Anna Josepha, geb. 10 Juli 1710 f 31 Maart 1773, te Thiel begraven in de Prot. kerk.

d) Anna Wilhelmina, geb. 12 Dec. 1712, huwt te Caulille Jan Chrisfciaan Lenoir.

e) Maria Helena, geb. 8 Dec. 1714.

f) Clara Gertrudis, geb. 10 Feb. 1717 t 5 Nov. 1782 te Weert, huwde Pieter Marcel Scheenarts, secretaris der stad. Deze 3 laatste geb. op het kasteel Goor en gedoopt te Nederweert.

0) Emmanuel Joseph, geb. te Weert don 28 Maart 1721, raad van

ocr page 154

— 148 -

Hare Koninkl. Hoogheid Cunigonde van Saksen princes-abdis van Thorn en Essen en haar lijfmedicus, volgens patent, dateerende Ehrenbreitstein 22 Maart 1778, overleed te Weert 25 Feb. 1798, Hij huwde Maria Francisca de Borman, geboren te Maeseyck en t te Weert 28 Maart 171)7.

ocr page 155
ocr page 156

,1

ocr page 157
ocr page 158