; 6e mA
Vak 108
Dg Franschs Hofpers van 178S.
I Mil EdllS
van 1789
door
H. VAN LOO.
Bibliotheek IVHNDERB30EDER3 WEERT.
1). S. SLOTBOOM Beverwi.tk.
6
I.
Toen de Fransche natie, de aanmatigingen
' o o
en nitznigingen der aristocratie en monarchie moede, do ketenen van het âancien régimequot; poogde af te schudden, verrees er als met een tooverslag een menigte van bladen en geschriften om het koningschap te verdedigen of te niet te doen.
Ofschoon de revolutionaire pers zich dikwerf aan heftige, ruwe uitvallen schuldig maakte, zoo bedienden zich de royalistische organen, als âLe Journal de la Courquot;, âles Actes des Apótresquot;, âl'Ami du Roiquot;, âla Gazette de Parisquot; enz. enz., van nog wat grover wapenen en verloren deze organen tie wel-voegelijkheid nog wat moer uit het oog, dan ooit met eenig patriottisch blad het geval is geweest.
Daarbij dient opgemerkt te worden, dat âl'Ami du Peuplequot;, âle Défenseur de la Constitutionquot;, âle Point du Jourquot;, âla Sentinellequot; en hoe zij allen verder heeten mogen, geschreven werden voor de volksklasse, terwijl
i
O
de royalistische organen uitsluitend bestemd waren voor liet verfijnde publiek en het hof.
Nog laakbaarder klinkt het, dat de meeste opstellers dezer organen zeer geien waren ten paleize en er niet alleen van hooger hand toe aangemoedigd werden de voorgangers dei-nieuwe partij met slijk te bedekken, maar zelfs, als zoogenaamde verdedigers van kroon en
O O
altaar, uit de particuliere kas des konings een ruime toelage mochten genieten.')
De namen der verschillende schrijvers van genoemde hofbladen zijn reeds lang in liet vergeetboek geraakt; slechts die der medewerkers der âActes des Apotresquot;, het orgaan dat met âle Journal de la Courquot;, dank zij zijn sensatie-artikelen, stuitende hekeldichten en onzedelijke betoogen, bij de âgeus bien élevésquot; bovenaan stond, zijn min of meer in de geschiedenis der letteren bekend gebleven.
De oprichter der âActesquot; was een zekere Peltier, de zoon van een welgesteld koopman uit Nantes, die een zeer beschaafde opvoeding had genoten en zich na volbrachte studies te Parijs vestigde. Zijn voorliefde tot drinkgelagen en nachtbraken deed hem in kennis komen met eenige adellijke losbollen, met wie hij zulke verteeringen maakte, dat hij zicli ten laatste genoodzaakt zag naar een betrekking om te zien, welke hem in staat zou stellen
1) Zie âLo Reveil dc Sulenuquot; bladz. 4S, waaruit liet blijkt, dat deze seh rij ver als ineilevvcrkei* der wActes ' eeu gratilieatie van den koning uutving van duizend louis-d'or per jaar.
zich voor armoede te vrijwaren. Op raad zijner tafelvrienden, wier staatkundige gevoelens hij volkomen deelde, besloot hij een hof blad te beginnen en zich tot dat doel de medewerking te verzekeren van een vier-of vijftal jongelieden, die van hun letterkundige gaven reeds eenige blijken hadden gegeven.
In de eerste plaats behoorde hiertoe Rivarol, een der geestigste mannen der achttiende eeuw, die, tot het priesterlijke ambt bestemd, even vóórdat zijn wijding zou plaats hebben, het seminarie ontvluchtte en Parijs tot verblijfplaats koos. Ofschoon hij slechts de zoon was van een eenvoudig herbergier, zoo matigde hij zich nochtans den titel aan van âgraafquot;, met de bewering af te stammen van het doorluchtige geslacht der Rivarola's uit Florence.
Eenige maanden na zijn komst te Parijs opende hij zijn letterkundige loopbaan met een critiek over het gedicht âIjBs Jardinsquot; van Delille, benevens met een vertaling van âde Helquot; van Dante, die zoo meesterlijk was, dat Buffon uitriep: âDat is geen vertaling, maar een reeks van nieuwe denkbeelden, nieuwe scheppingen.quot;
Een jaar daarna gaf hij zijn âPetit almanach de nos grands hommes, par un citoyen actif ci-devant rienquot; in het licht, waarmede hij de schrijfwoede hoopte te temperen van sommige dichters, wier voortbrengselen den Franschen Parnassus meer tot schande dan tot eer verstrekten.
Uitermate vinnig als hij dezen en genen in bewuste bladzijden gehekeld had, zoo ver-
4
scheen er niet alleen tegensclmft op tegen-schrift aan zijn adres, maar ontving hij tevens menige uitdaging op do sabel of het pistool. Daar hij echter maar alloen de kunst verstond om te vechten met de pen, zoo liet hij het laatste over aan zijn vriend, den ridder de Champcenetz, door wiens tusschenkomst liij zijn âpetit ahnanachquot; nog met menige noot had mogen verrijken. Deze edelman, wiens letterkundige faam niet veel te beteekenen had, doch des te beruchter was als lichtmis en pamflettist, vervaardigde soms zulke hatelijke schimpdichten, dat deze hem in den tijd van één jaar tot drie keeren toe den weg naar de Bastille deden inslaan en Rulhière noopten uit te roepen:
.... 11 prend Des lettres de cuchet pour des titres de gloire, Et eroit qu'être lionni, e'est et re renoinmé.
^fais si Ton ne sait plnire on a tort de médire, Cest peu d'etre móchaut, il faut savoir écrire. Et e'est pour de bons vers qu'il faut être enferme.
(Iroot opzien baarde het, toen men vernam dat de ridder de Champcenetz zich als medewerker van Peltier's blad wenschte aan te sluiten, daar het van een algemeene bekendheid was, hoe hij de koningin in een dichtbundel deerlijk bespot had over haar dwaze vriendschap voor de hertogin de Polignac en hij zelfs de onbeschaamdheid had gehad, om dit boek bij gelegenheid van een receptie ten
1) Zie,: /,Msprit de Uivarolquot;, blad/.. C, uitgegeven te Parijs in ISQS.
5
hove op een tafel neer te leggen, om er hare majesteit des te zekerder kennis mede te laten maken. ')
Als derde medewerker van Peltier's orgaan hood zich Boniface Riquetti Mirabeau aan, die reeds menige bijtende satire uit zijn pen had laten vloeien. Buitengewoon zwaarlijvig als hij was, zoo noemde men hem in de wandeling ter onderscheiding van zijnen ouderen broeder, den vermaarden volksredenaar, â Mirabeau-tonneau.quot; Aangezien hij, evenals Peltier en de Champ-cenetz, een losbol van het eerste water was, zoo maakte Camille Desmoulins de opmerking, dat de ondeugd iemand er ver van op vermageren doet.
De vijfde letterkundige, die aan het nieuwe hof blad wenschte werkzaam te zijn wasSuleau, een gewezen officier der huzaren. Na slechts een paar jaren de wapens te hebben gedragen, kocht hij een advocaatsplaats bij den koninklijken raad, doch weinig als hem deze betrekking beviel, zoo deed hij haar weer van de hand en ondernam hij een reis naar Noord-Amerika, vanwaar hij in den zomer van 1789 naar Parijs terugkeerde.
Zonder het er over eens te wezen, bij welke der beide staatspartijen zich te scharen, zoo be gon hij met een vlugschrift 1) uit te geven, waarin hij den koning aanmaande, als monarch krachtdadig tusschenbeiden te treden, ten einde
1
üu petit mot a Louis \V[, sur les erimes de ses vertus.
6
het zoo fel bewogen vaderland weer tot rust en vrede te mogen brengen.
Inmiddels bleef hij op twee gedachten hinken, totdat de alleszins ergerlijke tooneelen, waarvan Versailles den vijfden en zesden October getuige was, hem voldoende redenen opleverden de zijde van het hof te kiezen, met het voornemen te doen wat hij kon om den wankelenden troon der Bourbons voor een wissen ondergang te behoeden.
Geheel vervuld hiermede begaf hij zich nog dezelfde week van den aanval op het koninklijk slot naar Picardië, om dc Royalisten er toe aan te manen zich zoo dicht mogelijk bijeen te sluiten en er hun beste krachten toe in te spannen, de Nationale Vergadering als een broeinest van oproerige redevoeringen en samenzweeringen tegen het doorluchtige stamhuis tot ontbinding te dwingen.
Doch nauwelijks had de gemeenteraad van Amiens er kennis van bekomen, wat Suleau zich in zijn ijver voor het behoud der monarchie had laten ontsnappen, of hij liet hem op de citadel gevangen zetten. Eerst nadat hij drie maanden in een kazemat opgesloten was geweest, werd hij naar Parijs vervoerd, om voor het tribunaal der C'hatelet zijn vonnis te vernemen. Aristocratisch eezind als echter de meeste leden
O
dezer rechtbank waren, zoo werd reeds na een eerste verhoor het verder onderzoek naar deze zaak gestaakt en Suleau ongemerkt in vrijheid gesteld
Weinige dagen daarop verscheen zijn eerste
7
artikel in de âActesquot;, waarvan liij tot het laatste oogenblik een der liechtsite steunpilaren bleef.
Behalve genoemde letterkundigen lieten nog verscheiden andere royalisten bun stem in Peltier's blad booren. onder anderen de advocaat en afgevaardigde Bergame, bekend door zijn vlugscbrift, waarin bij uiteenzette, in boe-verre de wetgevende en uitvoerende macbt eener monarcbie dient beperkt te worden;1) verder vond men er bijna elke week een Jinancieele bescbouwing in van den bertog van Brancas, terwijl de graaf de Montlosier, de scbrijver van bet zoo gerucbtmakende werk: âNécessité d'une contre-révolntionquot;, er menig staatkundig overzicht in leverde.
Den tweeden November 1781) verscbeen bet eerste nummer van de âActes des Apótresquot;, in klein octavo formaat van een vel druks, waarboven met groote letters geschreven stond :
âLibertc, Gaictc, Democratic royale.quot;
Moeielijk als het te berekenen viel, of er steeds stof genoeg voorhanden zou zijn, om dagelijks een exemplaar der âActesquot; het licht te doen zien, zoo besloot Peltier, vooreerst althans niet meer dan drie of vier nummers per weck te laten verschijnen, ieder van zestien tot zestig bladzijden groot. Voorts stelde hij vast, dat elke serie of dertig stuks een afzonderlijk boekdeeltje zou uitmaken en be-
1
ManiiVe dont il couvier»t de limitcr 1c pouvoir législatil' et exécutif rVuuc monarchie.
s
halve een toepasselijk plaatje, een inleiding en een bijvoegsel, een zeer rijke afwisseling beloofde aan te bieden van geestige puntdichten, belangwekkende proza-stukken, ernstige en kluchtige samenspraken en geschiedkundige aanhalingen uit vroegere eeuwen.
Evenals alle royalistische organen werden ook de âActesquot; verkrijgbaar gesteld bij Gattey, wiens winkel door de âChronique de Parisquot; afgeschilderd werd âals een hol, waar men op elk oogenblik van den dag de aristocratie kon hooren razen tegen alles wat naar recht of waarheid zweemde en voor twee stuivers de bliksemschichten te koop lagen, waarmede de monarchalen de constitutie hoopten omver te werpen.quot;
In den beginne ging het met de âActes des Apotres ' volmaakt naar wensch; de inschrijvingen stroomden van alle zijden toe en de schatmeester des konings betaalde het toegezegde subsidium met do meeste nauwgezetheid uit, terwijl bovendien de losse nummers zóó gretig van de hand gingen, dat er altijd honderde exemplaren te kort kwamen.
1 oen echter de opstellers zich niet ontzagen hoe langer hoe grover in hun uitdrukkingen te worden, er niet voor terugdeinsden de leden van den adel, die ten bate van het algemeene welzijn van hun voorrechten afstand deden, voor overloopers en verraders uit te schelden, den afgevaardigden van den derden stand de smadelijkste schimprodenen toe te voegen en de natie te brandmerken als een
lt;)
hoop dieven, oplichters en moordenaars, geraakte liet geduld der Parijzenaars ten laatste volledig uitgeput. Gewapend met messen, pieken en geweeren, togen zij in grooten getale naar den winkel van Gattey, sloegen er alles voit en klein, staken van alle voorhanden zijnde nummers der âActesquot; een vuurtje aan en tiokken niet af dan met de bedreiging dat, zoo hij er zich nog verder toe mocht leenen dergelijke schiaipbladen te helpen verspreiden, zijn huis eveneens een prooi der vlammen zou worden.
, Meer dood (hin levend van den schrik, begaf Gattey zich naar Peltier, om hem van het gebeurde in te lichten en hem tevens te kennen te geven, zich liever niet verder met den zoo gevaarlijken verkoop tier âActesquot; in te laten.
\\ einig opwekking als Peltier gevoelde deze weinig benijdenswaardige taak van Gattey over te nemen, zoo deed hij een beroep op de welwillendheid zijner medewerkers. Maar niemand hunner, die er ooren naar had zich goedschiks met de bewuste exploitatie te willen belasten, behalve de heldhaftige Suleau, wiens heftige artikelen en snijdende puntdichten hem reeds herhaalde malen naar de gevangenis derOhatelet hadden doen verhuizen.
Den anderen dag kondigde hij dit besluit op de volgende wijze aan:
. ;'Het Publiek zij er van verwittigd, dat men zich op de âActes des Apotresquot;' niet meer abonneert bij Gattey âden afvalligequot;, maar bij den mede-opsteller van het blad, den heer
10
Sul eau, gewoonlijk verblijf houdende in een der cellen van het paleis der natie ') en enkele keeren slechts te vinden ten zijnen huize in de rue d'Espagne.quot;
Ver van in het vervolg een ietwat gematigder toon te voeren, scheen de redactie der âActesquot; er slechts op uit, een nog snoodere taal te voeren, en randde zij niet alleen de afgevaardigden der linkerzijde op gewetenlooze wijze aan, maar trachtte zij zelfs ook hunne echt-genooten in haar goeden naam te bezwalken. Evenzoo schenen alle medewerkers der âActesquot; zonder onderscheid er een genot in te scheppen, de natie voortdurend te bedreigen met een aanstaanden inval der verbonden mogendheden, wier eerste werk het zou wezen de aanstokers der omwenteling ter galg te verwijzen.
Zonder te overwegen, of er eenige kans toe bestond als overwinnaars uit den strijd te treden, zette de hofpartij haar kruistocht tegen de patriotten met ongekende bitterheid voort, totdat de kloof, die hen van elkander scheidde, zoo breed geworden was, dat er van een toenadering onmogelijk meer eenige sprake kon wezen.
Roekeloos als de royalisten hunne schepen verbrandden, hadden zij het geheel aan zich zei ven te danken, dat, toen de revolutie al-lerzijds mocht zegevieren, zij, der volkswoede ten buit, meedoogenloos naar het schavot ge-
1) Volksuitilrnkljinfr vonf de gevangenis.
11
sleept werden en onder de hakbijl jammerlijk het leven lieten.
II.
Vier maanden vóór de stichting der âActesquot;, richtte de bekwame Parijsche uitgever en letterkundige Louis rrud'homme onder den tilel van âLes Revolutions de Parisquot; een vrijzinnig weekblad op, dat, versierd met een tal van platen en kaarten, veertig tot zestig pagina's groot octavo besloeg en tot opschrift gekozen had;
âLes grands nc sont grands Que paree que nous sommes a genoux;
Lèvons-nous.quot; ')
Tot hoofd-redacteur van dit orgaan, dat om zijn even degelijke als vertrouwbare artikelen, aan de beroemdste schrijvers die over het veel bewogen tijdvak der revolutie de pen hebben gevoerd, ten vraagbaak mocht dienen, werd door Prud'homine een jong rechtsgeleerde uit Bordeaux benoemd, met name Elysée Lou-stallot.
Wegens de uitgave van een hekelschrift
Dit motto was bijna woordelijk ovevgenonicn nit oen scliotsclmft van den libel.ist Dnbose Aiontrandé, dat in 1(5 il) onder den titel van wie Point, de i Ovale ' tegen .Mazarin vertelleen en o. a. de volgende regfls bevatte;
wLes grands ne nous paniissent grands, qne paree que nous les portons sur nos epau'es. Mous n'avous qu' a les seeouer pour en joneher la terre,quot;
12
voor don tijd van ccn halfjaar in zijn betrekking geschorst, richtte hij na volbrachte boete zijn schreden naar Parijs, waar hij zich liet inschrijven als advocaat bij do balie, en verder, zonder cenig vermogen als hij op de wereld stond, in zijn onderhond trachtte Ie voorzien met het vertalen van wetenschappelijke En-gelsche werken en het schrijven van staatkundige beschouwingen, die bij PrucThomme het licht zagen.
Meermalen als genoemde uitgever er op het âPalais de Justicequot; getuige van was geweest, in welke welsprekende, verlichte taal de zes-en-twintigjarige Loustallot zijn pleidooien wist in te kleeden, zoo liet hij al heel spoedig het oog op hem vallen, om hem du hoofdredactie der âRevolutionsquot; aan te bieden, hetgeen met zulke voordeelige voorwaarden gepaard ging, dat Loustallot geen oogenblik aarzelde tot Prud'homme's voorstel toe te treden.
Van het eerste artikel af aan, dat van zijne hand in de âRevolutionsquot; verscheen, toonde hij als dagbladschrijver een buitengewoon groot talent te bezitten, dat hij slechts aanwendde om de rechten der menschheid te verdedigen, en te ontwikkelen op welke grondslagen een vrije maatschappij dient bevestigd te worden, om eiken staatkundigen storm krachtdadig het hoofd te kunnen bieden.
Weinig als hij er naar streefde de volksgunst te winnen of als letterkundige gelauwerd te worden, zoo liet hij zijne stukken steeds ongeteekend onder de oogen van het
13
publiek verschijnen. Evenzoo sloeg hij slechts zelden acht op de beleedigingen zijner staatkundige tegenstanders noch achtte hij het der moeite waard hunne overdreven berichten welke hoofdzakelijk ten doel hadden de minder ontwikkelde klassen te verontrusten, in de âRevolutionsquot; te logenstraffen.
\ er bazend vlug als Ijoustallot met de pen ^ ist om te gaan, zoo nam hij bijna het geheele blad voor zijne rekening, dat weldra onder zijn geniale leiding zulk een faam mocht verwerven, dat dikwijls van een en hetzelfde nummer twee-hondoid duizendexemplaren van de baud gingen, en volgens de getuigenis van vriend en vijand van alle bestaande vrijzinnige bladen de omwenteling de grootste diensten mocht bewijzen.
Nadat hij eenige maanden als hoofdredacteur van 1 rud homme's blad was werkzaam geweest, gat hij bij wijze van inleiding tot dit orgaan een boek uit1), waarin o.a. de volgende zinsneden voorkomen; âWelk een gezegend onderscheid met eenige maanden geleden en nu ; de stoutste verbeelding gaat het tü boven, welk een reuzen-afstand wij in dit tijdsverloop afgelegd hebben. Toen nog slaven, zuchtende onder de verdrukkingen der bevoorrechte standen des Rijks ; thans het hoofd fier opgericht in het zalige bewustzijn, dat het oude vergaan, alles nieuw geworden is. Het zoo glorievol uit zijn assche verrezen vaderland levert er een treffend voorbeeld van op, hoe men met een vasten wil
1
luU'oJiicüoii ;i la RiU-oliuiou.
14
de grootste bezwaren overwinnen, de sterkste ketenen verbreken mag. Jammer slechts dat aan dezen reuzenarbeid enkele bloeddruppelen kleven. Doch veroordeelen wij onze broeders niet te streng over de door hen gepleegde geweldenarijen. Evenals de boom, met kracht ter neer gebogen, zich niet anders kan opheffen dan door zware schokken, is ook de mensch, die, door den machtiger broeder als slaaf behandeld, eindelijk den vrijen mensch in zich voelt ontwaken. In zijn eerste verbittering over het snoode lot hem bereid, valt hij op zijn verdrukkers aan en begaat aan hen daden, waaraan zijn hart geheel vreemd blijft.quot;
Deze beschouwing bevatte hoegenaamd niets overdrevens, want in welke sombere kleuren men ook den toestand van Frankrijk voor ITS',) poogt af te schilderen, zoo schiet men er toch nog verreweg bij te kort deze naar waarheid terug te geven.
Bijna klinkt het als een sprookje, dat van de vier-en-twintig millioen inwoners des lands slechts twee-honderd-zeventisr duizend iets in
O
het staatsbestuur te zeggen hadden en dat deze bevoorrechten niet alleen op één vierde na eigenaars waren van alle onroerende goederen, maar bovendien vrijgesteld, als zij waren van alle geldelijke verplichtingen, het volmaakt aan de âvilainsquot; overlieten, dat 's lands schatkist behoorlijk gevuld bleef. Daarbij was de kleinste overtreding, het minst onvoorzichtige woord reeds voldoende de vrijheid te verliezen.
Volgens do getuigenis van den graaf de
Vrillières, die in 1775 zijn betrekking als groot-zegelbewaarder nederlegde, waren er door licm gedurende de halve eeuw, dat bij bewust ambt bekleedde, minstens vijf-en-twintig duizend lettres-de-cachet afgeteekend.
Zijn opvolger, do heer de Maleshevbes, die zelf om een niet noemenswaardig feit vier jaren in do Bastille gesleten had, verhaalt ons, hoe Voltaire, op bloote verdenking op den koning een schimpdicht te hebben vervaardigd, achter de tralies gezet werd, terwijl een zekere Desforges om de enkele roden een vlugschrift te hebben uitgegeven, waarin hij den toestand van den minderen man in Frankrijk in een weinig rozekleurig daglicht gesteld had, aanstonds naar do gevangenis van den Mont-Saint-Michiel gesleept en onder den grond in een ijzeren kooi opgesloten werd, om gedurende drie jaren over zijn vergrijp na te denken.
Nog oneindig wreeder was het lot van don ridder Latude, het slachtoffer der markiezin de Pompadour, wier toorn hij had gaande gemaakt met haar in een brief wijs te maken, dat zij eerstdaags een pakje met vergiftigde poeders zou ontvangen. Bij de ontdekking van liet bedrog, werd Latude op haar bevel naar Bastille gebracht, waaruit hij, meer dan veertig jaren aan de onmenschelijkste behandelingen ton prooi, eindelijk in 17lt;S(.) als afgeleefde grijsaard uit do handen dor bevolking zijn vrijheid mocht terug erlangen.
Aangezien de koning ten bate zijner persoonlijke uitgaven naar hartelust kon putton
Ifi
uit 's Rijks schatkist, zoo viel hot onmogelijk te berekenen, hoeveel hij daaruit voor zich en zijne gunstelingen nam. l)at deze gelden echter ettelijke millioenen bedroegen, blijkt uit het feit, dat Lodewijk XV alleen aan het zoogenaamde Parc-aux-cerfs honderd millioenen besteedde en hij aan Madame de Pompadour vergunning gaf een eigen tooneel op te richten, waaraan een komedie- en een opera-gezelschap verbonden was, bestaande uit de grootste beroemdheden van den dag, en dat. behalve een orkesten kooren, een zeer talrijk corps-de-ballet telde, dat alleen reeds aan onderhoud verscheiden duizend franken in de maand kostte.')
Wel is waar, had het parlement het recht om, wanneer de koning een nieuwe belasting wenschte uit te schrijven, dit verzoek van de hand te slaan, maar zoo dikwijls als dit geschiedde, dwong hij dit staatslichaam door het beleggen van een rechtzitting zijn zin te doen en verbande hij de weerspannige leden naaide een of andere afgelegen provincie.
Deze hoogst willekeurige manier van doen en handelen was bovenal toegenomen onder de regeering van Lodewijk XIV, wiens overtuiging het was, dat de rechten eens konings van Frankrijk geen andere grenzen kenden dan diens wil.
Genoemde vorst, wiens ijdelheid en trots ten spreekwoord geworden zijn , verplaatste zijn verblijf van Parijs naar Versailles, om minder
1) Zie: Histoire tin theatre de Madame de Pompadour, dit theatre des Petits-Cabiucts.
15 16 17 18 18 20 21 22 23 24 25 2e 27 28 29 30
17
als hij aldaar voor het oog dor bevolking zichtbaar was, zich dos to betc-r in een waas van majesteit te kunnen hullen. ')
Zonder zich iets aan den minderen man gelegen te laten liggen, omringde hij zich uitsluitend van edellieden van den hoogsten rang, die op gezette tijden van hot jaar hunne kasteden verlieten, om voor eenigen tijd hem te voet te vallen en als een half-god te bewierooken. Wie zulks, om welke reden dan ook, verzuimen of zich maar zelden binnen de poorten van hot paleis vertoonen mocht, geraakte bij Zijne Majesteit in ongenade. Zoo dikwijls als er voor een dezer nalatigen iets te doen viel, sprak hij koel: âIk ken dien persoon nietquot;, waarmede alles gezegd was.
111.
Na de kroon stond de katholieke geestelijkheid in macht en rijkdom boven aan in den Staat. Niet alleen was zij meesteres van de registers van den burgerlijken stand, maar zij had tevens alle takken van het onderwijs in handen. Degenen,die door hun geloofsbelijdenis buiten de leer der Roomsche kerk stonden, waren verstoken van alle rechten, waarop zij als geboren
\
1) Zie: les Memoires da lt;lue Je Saint-Simon.
IS
Frauschen aanspraak konden maken. Tengevolge van de herroeping van het Edict van Nantes werden alle zoogenaamde ketters bniten de wet gesteld, hunne kerken voor afbraak verkocht on hunne leeraars aangezegd zich te hekeeren of Frankrijk binnen veertien dagen te verlaten, wilden zij geen gevaar loopen als galeiboeven hnn leven te eindigen. Tegelijkertijd sloot de geestelijkheid alle pvotestantsche scholen en herdoopte zij de kinderen in eigen kerk. Aan de leeken, die ijlings het land uitgevlucht waren,werd viermaanden toegestaan om naar eigen haardstee terug te keeren en hun geloof af te zweren uf al hunne goederen verbeurd verklaard te zien, ter wij 1 zij, die het nog wagen mochten zonder vergunning Frankrijk te willen verlaten, met de strengste straffen bedreigd werden, die in het wetboek voorkwamen.
Om aan dit besluit des te meer klem bij te zetten, kregen de provinciale bevelhebbers last, de onwil ligen met geweld van wapenen tot onderwerping te brengen. De wreedheden, welke hiêrdoor bedreven werden, zijn met geen woorden te beschrijven. Alleen in Lnnguedoc brachten de op verkenning uitgezonden soldaten honderd duizend vreedzame burgers om het leven, van welke ruim een tiende gedeelte geradbraakt werd of op de pijnbank den laatsten adem uitblies.
Ongeveer vierhonderd duizend protestanten kregen verlof zich in den vreemde te vestigen; bijna een even groot getal kwam van
honger en uitputting om ol' stierf in de gevangenis, de galeien of op het schavot. Ruim een millioen dezer ongelukkigen bekeerden zich voor de leus en bleven te midden der algemeene verslagenheid het geloof hunner vaderen in het geheim belijden, met de smeekbede in het hart om uitkomst.
De helft der verbeurd verklaarde goederen, die ongeveer zeventien millioen franken aan interest opleverden, kwam ten bate van do kroon, het overige gedeelte werd toegewezen aan de katholieke bloedverwanten der verban-nenen en aan eenige gunstelingen van het hot.')
Deze vervolgingen werden na den dood van Lodewijk met even veel ijver voortgezet als bij zijn leven. In 1752 veroordeelde de rechtbank nog zeshonderd protestanten, die openlijk voor hunne gevoelens durfden uitkomen, tot verscheiden maanden gevangenisstraf en legde zij achthonderd dezer lieden zware geldboeten op. 'â )
Eindelijk begon de volksstem zich krachtig tegen deze dwingelandijen te verheffen. Vooral te Parijs voelde men zich zóó verbitterd over do weinige christelijke verdraagzaamheid der priesters, dat in 1753 geen derde gedeelte der parochianen van anders kwam opdagen om hun Paschen te houden. Daarenboven deden zich gedurende den vastenavondtijd zoovele caricaturen van bisschoppen, abten en andere geestelijke waar-
1) Zie: Uistoiie dc 1 Europe depuis 1c coiuiucuceiucnt do la Revolution, franc ai se par Alison, Hoofdstak I.
2) Zie: Taine, L'ancien régime, blad/.. 80.
'20
IlighcidsbeklcGtlnrs voor, als nog nooit lgt;i) incusclien-heugenis het geval was geweest.
Desniettemin bleef de geestelijkheid al hare krachten inspannen om de protestanten zoo onredelijk mogelijk te behandelen; zelfs bnnne namen van de lijsten van den burgerlijken stand schrapte zij, zoodat er voor hen niet de minste kans bestond do wettigheid hunner geboorte te bewijzen oi hunne rechten op eenige erfenis te laten gelden.
In 1702 gaf de gepleegde moord op eender zonen van Jean Calas, een protestantschen koopman uit Toulouse, aan de geestelijkheid aanleiding,zonder eenig wettig bewijs, den eigen vader hiervan te beschuldigen en hem door het parlement van genoemde stad te doen ver-oordeelen geradbraakt te worden, onder voorwendsel zijne handen slechts met het bloed van zijn kind bezoedeld te hebben, uit wraak dat dit weer tot den schoot der Kerk teruggekeerd was.
Dank zij de krachtige bemoeiingen van Voltaire, werd dit proces in 1705 herzien en do nagedachtenis van den ongelukkigen grijsaard in eere hersteld.
De geestelijkheid voelde zich dermate gekrenkt over deze nederlaag, dat zij niet rustte, vóór en aleer de negentienjarige ridder de la li ar re wegens schending van een kruisbeeld tot den brandstapel verwezen werd. En daar de priesters zijn diepe verdorvenheid van ziel geheel en al toeschreven aan de lezing van Voltaire's âdictionnaire philosophique' ,
21
zoo word dit work mode ten vure gedoemd.
Tot in J77S duurden de zoogenaamde dra-gonnades voort, toen eindelijk in ITSldeaan-liangers van Luther's leer vergunning ontvingen hun geloof ongestraft te mogen uitoefenen en er in 1788 een koninklijk besluit verscheen, waarbij zij wederom in hunneburger-lijke rechten hersteld werden, met bepaling echter nimmer voor eenige gemeentelijke of rechterlijke betrekking in aanmerking te kunnen komen of eigen- scholen te mogen hebben.
In 1789 mochten de comedianten en in 1 7(.)1 ook de Joden zich in do wet opgenomen zien, wolk laatste besluit, waartoe de beëedigde abt Grégoire als afgevaardigde in de \ olksverga-dering den eersten stoot gegeven had, zoozeer do verontwaardiging dor hofpers gaande maakte, dat zij hem smalend toeriep:
âToi au Cluist si pon lidMc,
CiU' s'avouer 1'associé J)o ijui 1' out crucilii',
Autiint Icnir 1'cclicllc.'
()fschoon dt1 Kerk zich in het bezit bevond van vier milliard franken aan vaste goederen, die,met de opbrengst der liendon meegerekend, haar een inkomen verschaften van tweehonderd millioon franken, zoo zag zij zich nochtans ontheven van de meeste lasten, die de arbeidende klassen zoo treurig ter neder bogen.
Slechts nu en dan logde zij in 's lands kas een vrij willige gift neder, welke over hot goheole Kijk hoogstens drie millioon in het jaar bedroog.
Om prelaat te kunnen worden, moest men noodzakelijk van adel wezen. Door dezen maatregel bestond er tnsschen do hoogere en ]ao-ere geestelijkheid een onmetelijke kloof. Terwijl de eerste paleizen bewoonde, in een koets met vier paarden reed en zich in weelde baadde, moest de laatste zich geheel en al behelpen met de tiende, die in geld berekend nog geen anderhalven frank per dag bedroeg.
^Van harte beklaag ik,quot; sprak Voltaire, âden priester ten plattelande, in diepe armoede als hij zijn bestaan voortsleepten verplicht als hij zich nog bovendien ziet, zijn parochianen, schamel bedeeld als zij zeiven zijn, door allerlei dwangmiddelen te noodzaken hem zijn karig deel aan koren, erwten en boonen, rogge, garst enz. af te staan, om ten minste niet van honger om
te komen.quot;
Daarbij rustte op de lagere geestelijkheid alle lasten der verschillende dienstverrichtingen, terwijl van de prelaten niets anders geëischt werd, dan dat zij op enkele teestdagen de mis lazen, den adel de biecht afnamen, of een bidstond uitvaardigden.
JV.
Evenals voor den adel alle voorname kerkelijke waardigheden waren weggelegd, zoo namen
1-
I
23
do edellieden alle belangrijke plaatsen in bij het leger, de rechtsmacht en de diplomatie.
Hoe schitteiend ook de verdiensten of du geestesgaven van een burger mochten wezen of hoeveel het land ook aan hem verplicht was, zoo bestond er voor hem als âvilaiir' nochtans niet de minste kans, het ooit verder te brengen dan tot deurwaarder, advocaat, pastoor of luitenant.
Een schrijver dier dagen zegt dan ook met alle reden: âBevindt een zuigeling zich in het bezit van een adelbrief, dan is zijn fortuin reeds in de wieg gemaakt en kan hij, volgens zijn keus, prelaat, maarschalk, gezant of minister worden, doch is zulks niet het geval, dan weet hij vooruit, dat, al had hij het laud ook vijftig jaren met onkreukbare trouw gediend, hem dit niets zou baten om een aanzienlijk ambt te verwerven.quot;
Even hinderlijk was het voor den burgerstand, dat de edellieden, hetzij in vrede of in oorlog, steeds gewapend in het publiek mochten verschijnen, tevens alleen gemachtigd waren ter jacht te gaan eu hun als landeigenaars het recht was toegestaan, hunne onderhoorigen naar ei^en goedvinden le straffen met do pijnbank of het schavot.
In de kerk had de adel een eigen banken in het koor een eigen grafkelder; verder ontving hij het eerst van alle geloovigen uit de hand des priesters het gezegende brood en was deze gehouden in zijn openbare gebeden 's Hemels bijzonderen zegen over hem af te smeeken.
iimhiujh.jl.ja.âtsrrrs
24
Behalve dat de adel geen enkelen penning aan belasting behoefde op te brengen, zoo stond het hem geheel vrij den derden stand ongestraft te beleedigen en te mishandelen.
En mocht zich soms bij uitzondering het geval voordoen, dat een burger, tot het uiterste gebracht, een gepriviligeerde bij het tribunaal aanklaagde, zoo werd hem dadelijk door den rechter een slot op den mond gelegd, met de bedreiging dat, zoo hij zijn aanklacht niet aanstonds introk, hem een geeseling zou worden toegediend.
Geen wonder dat de adel, oppermachtig als hij zich waande, er slechts op uit was den burgerstand geheel en al als slaaf te behandelen.
Bekend is het, hoe Molière, door bodewijk XIV bij uitzondering aan het hof geroepen, met diepe minachting bejegend werd door de kaïnerjonkers, die gehouden waren met hem aan ééne en dezelfde diensttafel het middagmaal te gebruiken. Eindelijk verdroot hunne belee-digende houding hem dermate, dat hij zich niet meer aan den disch liet zien.
De koning er van ingelicht, hoe weinig-eerbiedig zijne jonkers zich durfden gedragen jegens iemand, dien hij in zijne hooge gunsten had opgenomen, zeide op een morgen tot Molière, toen deze aan het ontbijt lgt;ij hem binnentrad: âTot mijn leedwezen is liet mij ter oore gekomen, dat ge 't niet al te vet aan mijn hof hebt en dat mijne kamerjonkers er den neus tegen optrekken met u santen te middagmalen.
25
(Jij zult dus wel eetlust hebben; ook ik beu met een bijzonderen opgestaan; zet u dus bij mij neder en laten Avij samen een hoentje knappen.quot;
Hierop sneed de koning met eigen hand een vleugel van het gebraad af en legde dit op het bord van Molière. Tegelijkertijd gaf hij den dienstdoenden jonker een wenk de gewone morgen bezoekers binnen te laten, die uit de meest begunstigde personen van het paleis bestonden.
Sinds dit oogeublik beijverden de hovelingen zieh, Molière niet alleen met de meeste onderscheiding te behandelen, maar hem tevens met uitnoodigingen te overladen.1)
Minder bekend is het, hoe Marie-Antoinette den Zweedscben baron Haga naar de komedie leidde, om Vestris een pas-de-deux te zien uitvoeren. Deze liet zich echter verontschuldigen wegens een pees-verrekking. De koningin liet hem terugweten, dat zij er op stond, dat hij zich vertoonen zou, al was het dan ook maar voor één luchtsprong. Daar Vestris echter geen mogelijkheid hiertoe zag, zoo bleef hij dien avond weg, wat Marie-Antoinette zoozeer ontstemde, dat zij hem den anderen morgen krachtens een lettre do cachet naar de lïastillo liet brengen.
Zoodra deze onbillijke handelwijze Harer Majesteit jegens den lieveling van het publiek
1
Dit feit wer.1 medegedeeld door den lieer Lafosse, geneesheer vnn liet lluis des Konings, aan den vader van den lieer Campan; zijn kleindochter, madame Campan, voorlezeres de - Koninjriu, nam het op in hare vMémoiresquot;.
â¢26
bekend geworden was, regende liet vlugschrift op vlugschrift, om haar over hare handelwijze te kapittelen, wat haar bewoog Vestris uit de
gevangenis te ontslaan. ')
Den eersten keer dat hij na dit voorval weer optrad, riepen de hovelingen hem uit hunne loo-es gebiedend toe: âOp de knieën, op de knieën!'quot;
Het overige publiek verzette zich tegen dezen dwazen eisch door plotseling een oorverdoovend gesis en gefluit aan te heffen.
Zonder zich aan het ontstane kabaal te storen, danste Vestris zijn pas-de-deux met zulk een ongekende vlugheid en bevalligheid af, dat het geschreeuw en gesis allengs verstomden en hij onder de donderende toejuichingen van het gansche publiek het tooneel verliet.
Minder aangenaam liep voor \ oltaire zijn ontmoeting af met den ridder de Kotian, die enkele oogenblikken na hem op bezoek verscheen bij tie beroemde tooneelspeelstei Jeanne
Lecouvreur.
Voltaire bleef rustig doorpraten, wat de Rotran in zulk een hooge mate verdroot, dat hij eensklaps, op Voltaire wijzende, met krassende stem aan de vrouw des huizes vroeg, wat dat toch voor een vlegel was, die zijn tong-liet klapperen als een molenrad.
âDat is iemand,quot; antwoordde Voltaire voor haar, âdie zijn naam begint, waar gij den uwen eindigt.quot;
1) Zie; «Comédic ct comédicnsquot;, te Pavijs uitgegeven in 1SS7.
De ridder beet zich op de lippen met liet voornemen zich over dit bescheid te wreken.
Een paar avonden later wist hij ^ oltaire in een hinderpaal te lokken, met hevel aan zijne lakeien, hem een ferm pak slaag te geven.
Toen hij meende, dat Voltaire voldoende was afgestraft, riep hij ; âgenoeg, genoeg!quot; en liet hij hem verder ongestoord zijns weegs gaan.
In zijn eerste verontwaardiging gaf Voltaire het gebeurde aan, maar in plaats van in zijn recht gesteld te worden, kreeg hij nog een flinke schrobbeering toe, zich tegenover een edelman zoo onbeschoft te hebben aangesteld.
Voltaire achtte de zaak echter hiermede niet geëindigd en daagde den ridder uit op een tweegevecht. Doch weinig opgewektheid als deze hiertoe gevoelde, zoo vroeg hij een lettre de cachet aan, om Voltaire naar de Bastille te laten brengen.
Eerst een jaar later openden zich weer de deuren der gevangenis voor hem, waarna hij door den luitenant van politie te Calais aan boord van een schip werd geleid, om als balling naar Engeland te vertrekken.2)
Niemand die zich over deze ontknooping verwonderde, want wie als burgermanskind het hoofd tegen den adel opstak, wist vooruit, dat hij aan het kortste eindje trok.
1)lijkbaar durfde do politie den tweeden stand des Rijks niet aan; zelfs wanneer een edelman aan een âvilainquot; een verraderlijken moord be-
1) Zie: Gastiueau: nVoltaire cu exilquot;, blailz. 39,
28
quot;â inc. wist de rechter hem toch nog altijd van alle schuld vrij tc pleiten.
Zoo gebeurde het, dat een baron-grondbezitter het oog liet vallen op een boerenmeisje, dat op het punt stond van te trouwen. Niet weinig gebelgd over haar tegenstand, gaf de landheer haren verloofde last in een peppel te klimmen om er een kraaiennest uit te halen. Zoodra echter de niets kwaads vermoedende m den top zat, stuurde hij hem een kogel achterna, die zoo goed raak was, dat de ongelukkige
dood ter aarde stortte.
Ook deze zaak kwam voor de rechtbank, maar de moordenaar werd zonder onderzoek vrijgesproken, op grond dat het met bewezen kon worden, of hij wel met boos opzet had
quot;ehandeld. .1 1
Bovendien waren er voor de adellijken geheel
andere straflen in het wetboek opgenomen dan voor de onadellijken. B. v. vermeette een edelman zich het Lodewijks-kruis te dragen, zonder hiertoe gerechtigd te zijn, zoo kreeg hij twintig jaren gevangenisstraf, doch beging een âvilainquot; dezelfde overtreding, dan bleet hij levenslang in het tuchthuis opgesloten.
En zoo er zich soms een patriciër mocht voordoen, die de partij voorden minderen man opnam, dan werd hij dadelijk door zijn stand-genooten uitgekreten voor een bastaaul, tien ondergeschoven zoon van een lakei. oe meei kwartieren men als adellijke in zijn stamboom telde, hoe honger men bij de hooggeborenen in aanzien stond. Dagteekende iemands adels-
diploma van jongeren datum of was dit slechts door geld verkregen, dan werd hij door de overige vogels van gelijke voeren nog meer uit de hoogte bejegend dan een man uit den derden stand.
Aan het hof vooral werd er ten zeerste op gelet, of men met een edelman âde la vieille rochequot; of met een âbaron d'occasionquot; te doen had, zooals men diegenen betitelde, die âa force d'argentquot; een kroontje boven hun naam en het veelbeteekenend âde'' er vóór waren machtig geworden.
Zoo hoorde men een afgeleefde douairière, die zich op minstens dertig kwartieren beroemen kon. tot een nieuwbakken markies zeggen: âDe jongere adel is als de zee, die zich met het rivierwater vermengen wil; er blijft minstens nog wel tweehonderd jaren een brak smaakje aan ...quot;
De arme adel, waaronder vele huisgezinnen, die nog drieduizend franken inkomen had en in het een of ander vervallen kasteeltje voortkwijnde, zou liever van armoede zijn bezweken dan de handen uit de mouw te steken, wijl zulks in zijn oog ten zeerste in strijd zou zijn geweest met het ânoblesse oblige'quot;.
Vele zonen dezer verarmde adellijke stammen namen dienst bij liet âALaison du Roiquot;, zooals men de lijfregimenten betitelde, die gezamenlijk twaalfduizend man bevatten ou verdeeld waren in verschillendecompagnieën,als âlos mousque-tairesquot;, âles gardes du corpsquot;, âlescent-Suissesquot;, âle Royal Al lomandquot; enz. enz.
30
De kolonels on verdere opperotUcieren dezer regimenten werden zooveel mogelijk gekozen uit de aanzienlijkste mannen des lands, zooals de prins de lt; Voy, wiens familie-papieren, volgens verschillende overleveringen, dagteekenden van vóór den zondvloed, getuige o. a. de uitroep van Noach bij het van wal steken der ark: âSauvez los papiers dos ^ roy; of lt;lie andeie edelman, tot wiens stamvader de Heilige Maagd zou gezegd hebben, toen hij haar als de moeder Gods zijn eerbiedige opwachting kwam maken; âCouvrez-vous, mon cousin.quot;
Evenals de hoofdofficiers-plaatsen der lijfwacht gewoonlijk weggegeven werden aan de hoogstadell ij ken uit den lande, zoo bevonden zich de aanzienlijkste regeerings-betrekkingen in handen van ruim vijftig patricische families, op wie de bewuste waardigheden bij wijze van erfenis van vader op zoon overgingen.^
Deze stand van zaken dagteekende sinds de regeering van Hendrik 1\ , die de o\ eihcids-ambten, met recht van erflating, aan de meest biedenden in eigendom gaf.
Zoo was het geheele âancien régimequot; een samenweefsel van de schromelijkste willekeurigheden, die, gepaard aan de schier onverdraagzame hoogmoed en heerschzucht des adels, reeds ruimschoots voldoende zou geweest zijn vroeg of laat een omwenteling te bewerken, indien er voor den derden stand nog niet veel gewichtiger redenen hadden bestaan aan de in zwang gekomen misbruiken met kracht den bodem in te slaan.
31
In de eerste plaats behoorden hiertoe de bijna onoverkomelijke bezwaren, waarmede men te kampen had, eer men zoover was, als ambachtsman zijn brood te mogen verdienen.
Reeds dadelijk stuitte men op de moeielijkheid een baas te vinden, daar het bij de wet bepaald was, dat deze er slechts één leerjongen op na mocht houden.
Was men er eindelijk in geslaagd hij een meester in het vak aangenomen te worden, dan moest men er zich bij notarieele acte toe verbinden, zeven achtereenvolgende jaren op één en denzelfden winkel te blijven en den baas voor zijn onderricht een ruim leergeld te betalen.
Zoodra dat stuk in do stadsregisters was geboekt geworden, kon men dadelijk de beurs trekken tot het uitkeeren van ongeveer vijfhonderd franken als loon voor den klerk, die die bewuste acte had opgesteld, zijn opname als toekomstig lid van het gilde, de rechten van de waskaars, de kerk enz. enz.
Mede was de leerjongen verplicht om, zoo lang als hij bij een baas in do leer was, jaarlijks bij wijze van belasting een zekere som te storten in de gemeentekas. Kwam zijn baas soms tus-schentijds te sterven, dan zorgde het gemeen-»quot; tebestuur er voor, dat hij een anderen kreeg,
wat hem opnieuw op de onkosten joeg van dertig franken, ten bate van den ambtenaar, belast met de overschrijving der acte. En wilde hij zich soms als leerjongen uit liet ambacht terugtrekken, dan kon dit niet anders
o-eschieden dan door zich met do noodige franken vrij te koopen.
Had hij eindelijk zijn leertijd met goed gevolg volbracht, wat door een examen bewezen moest worden, dan mocht hij hiervan de kenteekenen aannemen. Was hij b. v timmerman, dan bevestigde hij aan een zijner oorbellen een zaagje en een kompasje; was hij kleermaker, dan bepaalde zich dit bij een schaar of een el; was hij metselaar, dan zag men daaraan een tiuf-feltje hangen, enz.
Maar daarmede was hij nog lang geen baas, doch slechts âcompagnon of knecht, wat hij nog minstens een jaar of veertien zijn moest, eer er aan te denken viel zich als âmeester neer te zetten. Eenmaal zoover gevorderd, wachtte hem een tweede examen, en wel inliet moeie-lijkste, wat het door hem gekozen ambacht kon opleveren, zooals een kromming van een trap, het smeden van een kunstslot en wat dies meer zij. Zag hij er soms te veel tegen op, wederom geëxamineerd te worden, dan was het voldoende in de gildekas een paar honderd franken neer te leggen, om hiervan ontheven te zijn en zijn patent te ontvangen. \ oordat hij zijn brevet echter in handen mocht krijgen, vielen er voor hem nog ruim twee duizend franken te betalen, die in den zak te recht kwamen van den deken van het gilde, den gezworene, den deurwaarder, de klerken, de geestelijkheid enz. enz.
Had men echter het geluk door zijn eigen vader voor het een of ander ambacht opgeleid
33
te wnrflcn, dan had men niets mot deze afzot-tcrijen te maken en werd men reeds op zijn zeventiende jaar âcompagnonquot;, om later zonder eenige onkosten of eenige formaliteiten hoegenaamd als âbaasquot; in zijns vaders plaats te treden.
Werd do vrouw van een baas weduwe en hertrouwde zij met iemand, die buiten het gilde stond, dan verloor zij al hare rechten en was zij gedwongen haar broodwinning er aan te geven.
Deze alleszins laakbare maatregel verlokte er toe, dat vele weduwen slechts uit berekening hertrouwden of in ontucht voortleefden, eenvoudig om voor armoede gevrijwaard te blijven.
V.
De boerenstand had het echter nosr veel
O
harder te verantwoorden.
Niet alleen konden de landeigenaars aanspraak maken op de helft der bruto-opbrengst hunner bezittingen, maar behoefden zij geen penning grondbelasting te betalen, die, bekend onder den naam van âtaillequot;, geheel en al voor rekening van den huurder bleef en meteen ton konteeken moest strekken, dat men tot de volksklasse behoorde. De onthoiling hiervan gold voor een soort van eerbewijs, al was
3
84
deze vrijstelling dan ook een der schandelijkste privilegies, die vóór ITS'.) in Frankrijk beston-den.
Wanneer men weet, dat bewnste belasting onder Karei Vil ongeveer óón millioen tweehonderd dnizend franken opbracht en de 'w ij-stellingen zeer gering konden genoemd worden, terwijl dezelfde belasting onder Lodewijk X\ I, in weerwil dat de ontheffingen legio waren, ruim tachtig millioen franken in de schatkist deed stroomen, zal men lichtelijk besetien, op welk een wijze de regeering den boerenstand
uitzoog. ..
En spande de landman er soms zijn krachten toe in om door een voordeeligen oogst zijne inkomsten eenigermate te vermeel dei en, zoo lag men dadelijk van hooger hand op de loer hem meer belasting te doen betalen.
Onder andoren verhaalt ons dienaangaande de markies d'Argenson, dat, tijdens hij zich in 1749 op zijn kasteel bevond, een schatter 111 het dorp verscheen om de hoofdgelden in den omtrek aanmerkelijk te verhoogen. op gionc dat de boeren er niet alleen beter gevoed uitzagen dan in eenige andere buurtschap, maai het zich, naar het scheen, ook aan niets ontbreken lieten, getuigen de veeren van geslachte kippen en ander pluimgedierte, die allerwegen op de drempels der boerenerven ronddwarrelden.
Jean Jacques Rousseau meldt') ons, dat de landman er dan ook maar steeds op uit was.
1) ,1 J. Itnusscau, â('.mlVssiuns'
35
zijn brood on verderen voorraad te verstoppen, dewijl, indien er slechts half aan getwijfeld werd, dat hij iets meer dan liet hoog noodigo bezat, hem dit afhandig gemaakt werd.
En bleef een boer soms, door armoede gedwongen, in gebreke zijn belasting op den vastgestelden datnm aan te zuiveren, dan verscheen dadelijk de ontvanger, om hem onder allerlei bedreigingen het verschuldigde af te persen.
Zonder op de smeekreden van den ongelukkige acht te slaan of hem althans eenig uitstel van betaling te verleenen, liet de man der wet de versleten stukken lijnwaad, die over de heg te droogen hingen, in beslag nemen, om verder, indien die niet voldoende waren, de hand op het armzalig huisraad te leggen. Zelfs deinsde het gerecht er dikwerf niet voor terug de hut van den achterstalligen betaler omver te laten halen om de balken en planken in bezit te kunnen nemen.1)
Aan deze plagen voegden zich nog de zoogenaamde heerendiensten, die dikwerf van zulk een vernederenden aard waren, dat het alle verbeelding te boven gaat. Zoo was het bij voorbeeld voldoende, dat een landheer in zijn slaap gestoord was geworden door het gekwaak van een kikvorsch, om hem zijnen onderhoo-rigen aanstonds te bevelen in de slotgracht don geheelen nacht mot stokken beweging te houden.
1
1 listoirc de Isi Uévolul.ion iVancaisc par T.ouis Hlanr, «lefl I\, blndz. I'gt;
oG
Tevens waren de boeren verplicht zich ten allen tijde beschikbaar te houden voor de koninklijke dienstverrichtingen,') welke hun van staatswege werden opgelegd.
Volgens de opteekeningen van verscheiden geloofwaardige schrijvers, daagden er minstens een paar keeren in het jaar eenige officieren te paard op, die de boeren met karwatsslagen voor zich uitdreven en tot het herstellen van den weg of eenige andere karwei, dikwijls vier of vijf mijlen van hunne hutten verwijderd, aan het werk zetten.
De maarschalk Vauban getuigt, dat in 1764, in het midden van den oogsttijd, driehonderd boeren eensklaps bevel ontvingen in Lotharingen een vallei aan te vullen met bagger, wat hun zoo duur te staan kwam, dat zij na volbrachte taak, onmogelijk als zij de te veld staande vruchten naar binnen hadden kunnen halen, naar den bedelstaf moesten grijpen.
Even hemeltergend was het ingeslopen misbruik, tegen een behoorlijke vergoeding gebruik te moeten maken van een voorwerp, dat den landheer toebehoorde. Zoo zagen de boeren zich gedwongen hun koren naar zijn molen, hun brood naar zijn oven, hunne druiven naar zijne persen te brengen. Wel is waar, kon men zich hiervan vrij koopen, maar doorgaans waren de eischen zoo hoog, dat de sukkels zich maar naar de omstandigheden trachtten te schikken.
1) De eerste zoogenaamde «corvee roy.ile wci'il in '717 ingevoei\l iu den Elzas, om zich later over geheel Frankrijk uit te strekken.
Zie Paul liomlois, //Institutions de ia France,quot; tweede ge.leelte bladz. 15^.
37
De kroon gaf eon good voorbeeld to( deze inlialigbcclcn, Avaarvtui liet zoogenaamde âdroit du bon vinquot; een waardig staaltje was. Ter nadere opheldering biervan diene, dat de koning, die zeer uitgebreide wijnbergen in Orleans bezat, bet overtollige, dat dezen bem aan druivennat opbrachten, te Parijs voor booge prijzen aan den man liet brengen, waartoe elk berbergier eenige tonnen âdu vin royalquot; ontving, met last dezen voor rekening des konings te slijten. In de vijf of zes weken dat zulks duurde, moebt er onder geen enkele voorwaarde een andere druppel wijn geschonken worden, zoodat men zich genoodzaakt zag, of den wijn, dien men dronk, dubbel te betalen, of zijn trek tot een glaasje tot later uit te stellen. ')
De jachtwetten waren den landman niet minder verderfelijk, daar in de kapitanerieën, uitgestrektheden van drie-tot vierhonderd mijlen in den omtrek, de hazen, konijnen, herten en wilde zwijnen ongemoeid mochten rondloopen, zonder dat eenige omheining hun den weg naar de bebouwde landerijen afsloot. En wee den sterveling, die het mocht wagen do hand naar de vernielers uit te strekken; aanstonds werd bij in hechtenis genomen, om bij een tweede overtreding aan don schandpaal gesteld en afge-geeseld te worden.
Van ontwikkeling was bij deze deerniswaardige schepsels geen sprake, 't Was veel, als er één op de honderd lezen of schrijven kon.
]) Zie Alfred FiMiiklin, âLa vie privéc (rautrefoisquot;.
38
En daar het hun geheel ondoenlijk was eenigon wintervoorraad op te doen, zoo namen de bedelarijen gedurende het barre jaargetijde zulke afschrikwekkende afmetingen en zulk een woest karakter aan, dat de reiziger, die zich een weinig buiten af durfde wagen, dikwijls naar zijn pistool moest grijpen, om zich niet door de uit-gehonderde en tot wanhoop gebrachte benden de k leer en van het lijf gescheurd te zien.
In 1T40 richtte de bisschop van Clermont-Ferrand ') over den alleszins rampzaligen toestand der plattelandsbewoners aan den kardinaal Fleury, als eersten minister van Frankrijk, bet volgende schrijven:
âDe landlieden zijn in den «Staat aan de bedroevendste ellende ten prooi. Het eenige voedsel, dat zij voor het meerendeel aan den mond bren gen, is een stuk steen bard ha \ ei bi ood, dat zij nog dikwerf aan vrouw en kindere i betwisten moeten, om op den aangegeven dag huu belasting te kunnen aanzuiveren.quot;
In zijn zoo beroemd werk over âF ancien réaimequot; roept Taine verontwaardigd uit;
âIn de gehecle vlakte van Toulouse voeden de boeren zich uitsluitend met een baksel, bereid uit het nazoeksel van allerlei graansoorten, daar zij niet meer dan één stuiver per pond besteden kunnen. In de bergstreken doen zij hun maal met kastanjes en beetwortels; in Normandië bestaat huu hoofdvoedsel uit haverpap, terwijl liet in Beauce en Iroyes
1) Massillon.
30
zoo mogelijk nog ellendiger met hen gesteld is. Even erbarm el ijk als hun voedsel zijn ook hun kleeding en huisvesting. Zoowel des zomers als des winters gaan zij barrevoets, met niets om de vermagerde leden als een versleten katoenen pak van de grofste soort. Hunne hutten, waarvan meestal het venster tot deur, de deur tot venster dient, het rieten dak half vergaan en de leemen vloer vol gaten is, zi jn verstoken van zelfs het hoogst noodige huisraad. De geiten, kippen en varkens hebben er vrij spel en slapen tusschen de bewoners in, die er in hun verstompten toestand ternauwernood eenig besef van hebben tot eene hoogere orde van schepsels te behoo-ren. De atmosfeer dezer kotten is van zulk een verstikkenden aard, dat de ademhaling er door ophoudt.quot;
Loustallot hangt omtrent het lot der landlieden een niet minder afgrijselijk tafereel op;
âGedurende de laatste twintig jaren der regeering van Lodewijk XV en sedert de troonsbestijging van Lodewijk XVI,quot; dus schreef hij in het voorjaar van 1790 in âLes revolutions de Parisquot;'), âging het mei den boeren- en don kleinen burgerstand steeds nog hoe langer hoe meer achteruit. In de steden verborg een onbezonnen weelde, die zelfs de geringste klassen bedorven had, de felste armoede in zich, terwijl ten plattelande zelfs de zwaarste arbeid er den landman niet voor behoeden
1) No. X.WI.X. du 0â12 Avril.
40
mocht zijn bestaan in diepe armoede voort te sloepen. Een snede beschimmeld rogge- of haverbrood, een stroozak tot ligging, eenige lompen, zoo niet een dierenhnid, tot kleeding, een hut, die meer op een varkenshok dan op oen menschelijke woning geleek, ziedaar alles, Avat onze beklagenswaardige broeders in het grootste gedeelte van Frankrijk konden machtig worden.quot;'
âNog steeds,'7 dus voer bij voort, âlevert het bestaan dezer stumpers in verscheiden streken van Bretagne, Bordeaux, Auvergne, Bayonne, Limousin en Périgord een onoplosbaar vraagstuk op, zonder te gewagen van de departementen, waar de bodem meer hulpbronnen aanbiedt, doch een tal van landerijen uit gebrek aan de noodige handen braak blijft liggen, waardoor do oogst minstens voor de helft verloren gaat.
âDoch indien er voor doze lieden veel stof tut klagen bestond, zoo was dit niet minder het geval niet den soldaat, wiens lot na dat van den landman het afschrikwekkendste was in den Staat.
âWie slechts één keer het zoogenaamde kommies-brood onder de oogen heett gehad, of de groenten uit hot water of hot stukje vleesch geproefd, waarmodo ons leger, driehonderd duizend man sterk, gevoed werd, zal dit maar al te zeer beamen.
âAl deze rampen hadden slechts óóne oorzaak; de overdaad van hot zoo diep gezonken hof, waar de Messalina s en de -lulias
41
met do Claudius' en de Nero's oni deu igt;i-ijs der ontucht en der schande dongen, waar elk genot gekocht werd met de rust van één millioen zielen, waar het goud Averd voortgebracht door de misdaad en de misdaad door het goud en waar de Franschc natie nog minder in tel was dan ecu paard. Geen straf, hoe streng dan ook. zou ooit hij machte zijn de snoodheden uit te wisschen, waaraan het hof zich jegens hot land vergreep; het hof, dat met de kroten dor verdrukten den spot dreef, den derdon stand tot op liet bloed toe uitzoog en do natie bovendien nog in een schuldenlast wikkelde van ruim drie milliarden . . .
âTot staving hoe gewetenloos hot hof durfde handelen, hebt gij slechts het âKoode Boekquot; open te slaan, waarin als niet vurige letters de giften en jaarwedden gogrifd staan, die de gunstelingen dor kroon dol en blind in den schoot geworpen worden. Loost dit boek en gij zult er in toesteimnon, dat in dozen elk mede-duogen laaghartigheid, elke edolmoodighoid verraad jegens hot vaderland, elke verschooning een samenzwering jegens do vrijheid zou wezen.
âDe kennisneming van het Koode Boek is zeer leerrijk. A Ton ziet er under anderen in, hoe de twee broeders dos konings') den Staat van 1782 tot I 787, alleen aan zuivere buitenkansjes, negenentwintig millioen franken kostten. Wanneer men in overweging neemt, dat aan bedoelde vorsten als prinsen van don bloede
1) De latere T.odenijk XV11I cu Karei V
42
een zeer ruim jaargeld was toegelegd en dat zij als eigenaars van verscheiden uitgestrekte landgoederen er nog de noodige millioenen bij opslokten, dan valt het licht te begrijpen, hoe zeker edelman bij de geboorte van eiken koningstelg kon uitroepen: âAlweer een
wolfje meer ,.
âÃSci de broeders des luoruirclis kwcimGn tille grooten op de proppen; de geheelo adel hield de hand bedelend tot het hof op; de rijksten waren de meest eischenden. In de eerste plaats de Polignac's. De hertog van Polignae kocht van den koning, voor den prijs van één millioen tweehonderd duizend franken, het graatschap Fenestranges en ontving van /ijne Majesteit een kwijtbrief zonder de beurs getrokken te hebben.
âl)it is echter nog niet alles.
âBehalve dat alle leden der familie Polignae de eene gift en jaarwedde na de andere ontvin-o-en, zooquot; genoot genoemde hertog, behalve een jaariijksche toelage van tachtig duizend franken, na zijn dood over te gaan op zijne vrouw, nog als stalmeester des konings een even groote som . . . En waarin bestonden de verdiensten der Polignac's? Oeheel i1 rankrijk w eet, dat geen enkele hunner het land ooit eenigen dienst bewezen heeft. Maar op welke bijzondere verdiensten mochten zij zich dan beroemen, die het konden rechtvaardigen, dat men hen drenkte met het bloed der ongelukkige Prai^chen? De echtgenoot had noch eenig talent, bekleedde noch eenige betrekking, maar de vrouw was
43
de vriendin, do gunstelinge bij uitnemendheid der koningin, dus redenen in overvloed voor de kroon, haar en haren gemaal onder de schandelijkste giften te begraven, zich toegc-eigend van het goud, dat, door den derden stand in het zweet zijns aanschijns vergaard, ten bate van het vaderland in de openbare schatkist was neergelegd . .
Geen wonder dat do monarchie, tuk als zij zich betoonde over de zoo zuur bijeengebrachte penningen den baas te spelen, vooral daar zulks als een bewijs barer onbeperkte macht moest gelden, hemel en aarde bewoog, het âancien régimequot; zoo lang mogelijk in eere te houden.
Een bijna even groot struikelblok voor de welvaart en de ontwikkeling des lands was de afgezonderde toestand, waartoe de bewoners der verschillende departementen gedoemd waren tengevolge van de zeer schaarsche verbindingswegen tusschen de verschillende gedeelten van het Rijk, de steden en de buurtschappen. Daarbij werd van de enkele koninklijke straatwegen, welke van bet eene hoofdpunt naar het andere liepen, slechts door twee publieke postwagens gebruik gemaakt, zoodat men soms dagen achteroen kon voortschrijden, eer een diligence in het zicht kwam.
J)e bekende geschiedvorscher Sijbel verhaalt, dat slechts in eenige departementen wegen voorhanden waren, die zich met de koninklijke kruisten of naar de steden leidden, waar markt werd gehouden.
44
Du graaf van Montlosier deelt ons nug in zijne âMémoiresquot; mede, dat maar eenmaal in de week een diligence uit de hoofdplaatsen naar Parijs vertrok en dat deze nog niet eens altijd bezet was. Evenzoo had men voor geheel Frankrijk maar een enkele courant, âla Gazette de France,'11) die Woensdags en Zaterdags het Jicht zag.
Wel is waar, bestonden er nog eenige andere organen, als âie Mercure galant ), âla Muse historiquequot; en â1'Année littéraire maar dezen hadden met de dagelijksche gebeurtenissen niets te maken en kwamen dan ook zelden verder dan de muren van Parijs,
Zoo eenzaam en droefgeestig als het er in de verschillende departementen uitzag, zoo vroolijk was de aanblik van \ ersailles, het verblijf van den koning en van het hot. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat bewoog zich onophoudelijk een driedubbele rij van koetsen tusscheii deze residentie en de hoofdstad en was de weg als bezaaid met ruiters en wandelaars. Maar verder lag er, zooals reeds gezegd is, over het geheele Rijk een lijkwaas uitgespreid.
âIndien een reiziger,quot; zegt Edgar Quinet, âeen paar jaren vóór het uitbreken der om-
1) Opirericht door den geneesheer Txenandot in 1032.
2) Dit blad had in lOT'i zijn aanzijn te danken aan Dunnean van Vise; omstïecks hetzelfde tij.lstip stuur,lc Loi-et liet eerste iminmei- van âla Musee historkiuequot; in de «ereld. âl'Ann.T littérairequot; werd o,.gericht in de eerste lielft der achttiende eeuw door 1'réron en den aht Deslentmnes, die, met volstrekte venvaarloozini; van elke. beschuuwing nver de staatkundige vraagstukken van den dag, bedeeld orgaan slechts gebruikten, om l,iuine |ier-oon lijke vijanden in (ie letterkundige wereld tc hekelen eu te bescbunpen.
wenteling Frankrijk doorkruist had, zoo zou li ij wel keurig onderhouden koninklijke straatwegen en kunstig gebouwde bruggen, maar nergens eenige bedrijvigheid, eenig vertier waargenomen hebben. Overal, waar een kasteel zijne tinnen verhief, werd hel oog smartelijk getroffen door de alom braak liggende bouwlanden of uitgestrekte heidevelden, waarvan een vervallen hutje hier en daar de eentoonige lijnen verbrak.quot;
Evenzoo gevoelde men zich pijnlijk aangedaan door den gedrukten geest, die op de plaatsen heerschte, waar men hetzij voor zaken, hetzij tot gezellig verkeer bij elkander kwam. Iedereen blikte even somber voor zich uit en hield den mond gesloten, als voelde men zich door de vrees bekropen, dat soms één enkel woord tot de bitterste ontboezemingen aanleiding zou kunnen geven, wat des te gevaarlijker zou geweest zijn, wijl allerwegen speurhonden op wacht waren gesteld, om den eerste den beste, die zich vermeten mocht zijne gevoelens over 's lands beheer in woorden te kleeden, onverwijld in naam des konings gevangen te nemen.
Het uur naderde echter met rassche schreden, dat de natie, geschraagd door eenige invloedrijke mannen, waaronder verscheiden patriciërs van eeuwenouden adel, als één man tegen het verfoeielijk stelsel van het âancien régimequot; zou opstaan, om dit tot den laatsten steen toe af te breken en een geheel nieuwen stand van zaken in het leven te roepen, die Frankrijk,
1()
zij het dan ook door hot hloed van tweo on twintig duizend slachtoftevs, niet alleen tor vrijheid, maar ook ter ontwikkelingen vrijheid zou brengen.
VI.
De patriciër, die het moest tot dit grootscho doel medewerkte, was Honoré Gabriel Kiquotti graaf Mirabeau, geboren in 1749 op het kasteel
Bignon, bij Nevers. _
Na een stormachtige jeugd, waarvan hij net grootste gedeelte wegens het maken van schulden, het schaken van mevrouw Monnier ') als anderszins, in de gevangenis of in ballingschap doorbracht, liet hij in 1786 voor het eerst zijn invloed op 's lands zaken gelden door de uitgifte van een vlugschrift, waarin hij het financieelo beheer van 's Rijks schatkist deerlijk aan do kaak stelde.
Als het beste middel om hem te ontwapenen, droeg het ministerie hem op een beschouwing samen te stellen over den staatkundigen toestand van Europa, van welke taak hij zich
n llii werd zelfs foor .lit feit doov het b-iljuwsclmp van Pontarlier veroovdcclil tot den doodstraf, welk vonnis goe.lgiustig veranderd «eul in levenslange gevangenisstraf, te ondergaan in de âdonjon de Vincennta , ,en . r somberstequot; tachthni.cn van Parijs. Dank n echter dc voo«pmk van zijn oon, en zijne zuster, herkreeg h.j reels «neen half jaa, late. zijn vrijheid.
47
met zooveel talent kweet, dat hij door den koning aangewezen werd naar Berlijn te vei-trekken, om den vermoede] ijken opvolger van Frederik den Groote op bedekte wijze te polsen over diens gevoelens aangaande Frankrijk.
Zoodra liij deze niet weinig teedere opdracht met do meeste nauwgezetheid had volbracht, keerde hij na een afwezigheid van bijna tien maanden naar Parijs terng, in afwachting dei belooning, die hem deswege van de zijde der regeering zou ten deel vallen.
Hoe was het hem echter te moede, toen hij niet alleen geen enkelen penning ontving, maar hem /.elfs voor de gemaakte reis- en verblijfkosten, die volgens overgelegde rekening-veertigduizend franken beliepen, niet de minste vergoeding werd toegestaan.
In zijn eerste verontwaardiging over zooveel bedrog doopte hij andermaal zijn pen in den inkt, en waarschuwde hij de natie ten ernstigste tegen de schelmachtige praktijken van het ministerie-Calonne.
Doch nauw was zijn vlugschrift') verschenen, dat het licht zag, toen de notabelen des Rijks te Versailles ter vergadering bijeen geroepen waren, of het werd door den koninklijken Raad op do lijst der verboden boeken geplaatst en de schrijver er van veroordeeld op het kasteel Sauraur gevangen te worden gezet.
Mirabeau wist echter dit vonnis te ontkomen
48
door naar België te vluchten, waar hij al hooi spoedig hot bericht ontving, dat Lodewijk X\ I hem, dank zij do voorspraak van eenige gunstelingen van het hof, vergiffenis geschonken had on de vrijheid gaf naar Frankrijk terug te koeren.
De bijeenrooping van het parlement bracht hem op het denkbeeld, zich voorshands te Aix te vestigen en zich daar ais lid van den adel verkiesbaar te stellen.
Daar het hom aan de noodige penningen ontbrak om genoeg stommen op zich te kunnen voreonigen, zoo nam hij zijn toevlucht tot hot weinig ridderlijke besluit, zijn geheime briefwisseling, tijdens zijn verblijt te Eerlijn met de Fransche regeering gevoerd, onder oenen pseudoniem in druk uit te geven. ')
Doch evenals zijn laatste vlugschrift werd ook dit werk door hot parlement op den index geplaatst, met bepaling dat het door den beul verbrand zou worden.
Vele zijner vrienden keerden hem na dozo onbescheidenheid don rug toe ; evenzoo schrapte de adel hem, onder voorwendsel dat hij noch land-eioenaar was, noch eenig leengoed in Provence bezat, kortweg van do kiezerslijsten zijner orde.
Verstooten en verloochend door hen, op wie hij had vermeend to kunnen bouwen als op een rots, stelde hij zich in zijn verbolgenheid tot candidaat bij de kiezers van den derden
1) Iliitoire sceix'te de l.i Cour ilc Bei-Uil ou coiTespoiulimcc J'mi voyagedi' deiiuis le ö .luillel IT^Cj jusqu'au U) Janvier 17S7.
49
stand, die hem, op zijn belofte do rechten der gemeenlen met warmte in'slands vergaderzaal to zullen bepleiten, tegelijkertijd to Marseille en to Aix kozen.
Weinig als do aristocratie op zulk een ontknooping bedacht was geweest, zoo overlaadde zij hem met schimpredenen, als:
âVoyant contre lui la noblesse,
Dans sou dópit, daus sa détresse,
Du tiers il arbore 1c dia peau A ccnl: foisquot;, bravo Mirabeau!quot;
Weinig als hij zich iets van deze beschuldiging aantrok, zoo antwoordde hij slechts, dat de hatelijke houding van den adel hom volstrekt niet verwonderde, daar het, in welk land van den aardbodem ook, van de vroegste tijden af aan, het streven der aristocraten was geweest, de vrienden des volks meedoogenloos door hot slijk te sleuren.
Niet weinig ergernis verwekte het andermaal bij de hofpartij, toen hij den vijfden Mei 17lt;S9, den dag, waarop de opening der Staten ten paloizo te Versailles in tegenwoordigheid des konings plaats had, in de kleeding van afgevaardigde van den derden stand met opgeheven hoofd de vergadering binnentrad.
Ondanks zijne afstootende, verwelkte gelaatstrekken, had zijn blik toch zoo iets geniaals, zijn houding zoo iets fiers en stouts, zijn ge heele persoon zoo iets indrukwekkends, dat hij ongemerkt ieders aandacht tot zich trok.
Dadelijk na de opening der debatten, poogde
50
hij er naar door de ineensmelting der drie rij less tanden een Nationale Vergadering te stichten, waartoe hij een motie deed, die ten doel had, de geestelijkheid ter wille van het algemeen belang te verzoeken, zich met de afgevaardigden des volks in één en dezelfde zaal te willen vereenigen. Tot dusverre hield elke orde hare beraadslagingen in een afzonderlijk lokaal.
Dank zij de bereidwilligheid, waarmede verscheidene priesters en ook een veertigtal leden van den adel, waaronder de hertog van Orleans '), Mirabeau's voorstel begroetten, zoo kon men er reeds den zeventienden Juni met vierhonderd zeventig tegen negentig stemmen toe overgaan, den naam aan te nemen van Nationale Vergadering, met uitvaardiging van het besluit, dat zij zich voortaan beschouwde als het eenig vertegenwoordigend lichaam des volks.
Deze vermetelheid wekte zoozeer den toorn van het hof op, dat het een paar dagen latei-de zaal door de gewapende macht liet afzetten. Doch verre van zich hierdoor te laten afschrikken, begaven de afgevaardigden zich onder voorzitterschap van Bailly naar de kaatsbaan van het paleis, waar men elkander onder eede beloofde, niet uiteen te zullen gaan, vóór en aleer er een nieuwe grondwet tot stand gebracht zou zijn.
Den drie en twintigsten Juni had er weder
1) Deze vorst stamt vechtstreek» af van den jougsten zoon van Lo-dewijk XIV.
51
eon koninklijke zitting plaats, waarbij Lodewijk XVI, omringd van alle kenteekenen zijner macht, het gedrag van de afgevaardigden der burgerij in sterke bewoordingen afkeurde, in zeer forscbe taal de handhaving der drie standen voorschreef en de Vergadering gelastte oogen-blikkolijk uiteen te gaan.
De geestelijkheid en de adel gehoorzaamden, maar de burgerij verroerde zich geen spier.
Na het vertrek des konings rees Mirabeau op en vermaande plechtig de leden hun eed, liet land in liet bezit van een verbeterde staatsregeling te stellen, getrouw te blijven.
Onderwijl was de graaf-ceremoniemeester, markies de Dreux-Brózé, binnen getreden met de vraag tot B.iillv, of hij soms de bevelen van Zijne Majesteit niet begrepen had.
âMaar al te wel zelfs hebben wij begrepen,quot; antwoordde Mirabeau voor hem, âwat do raadgevers van het hof den koning in de ooren geblazen hebben. Maar aangezien gij onder geen enkele voorwaarde te dezer plaatse zijn vertegenwoordiger kunt wezen, noch eenig recht bezit ons als leden der Nationale Vergadering in onze bezigheden te storen, zoo heb de goedheid heen te gaan en uw meester aan het verstand te brengen, dat wij hier vergaderd zijn krachtens de macht der natie en ons slechts uit deze zaal zullen laten verdrijven door het geweld der bajonetten.quot;
De grootmeester verdween, waarop de beraadslagingen werden voortgezet en, op voorstel van Mirabeau, de onschendbaarheid der loden
met algemeene stemmen werd aangenomen.
Daar do koning hoe langer hoe meer tot do overtuiging kwam, dat er tegen den alge-meenen stroom niet viel op te werken, zoo eindigde hij met aan de eisehen van de algevaardigden van den derden stand een willig oor te leenen en liet hij aan de meerderheid van den adel en aan de minderheid der geestelijkheid bevelen een strijd te staken, die toch spoedig zou blijken vruchteloos te wezen.
Tegelijkertijd echter liet hij de aanhangers van het âancien régimequot; ouder de hand weten, dat er wel op de eene of andere wijze voor gezorgd zou worden, dat alles weer in de oude plooi kwam.
Het eigendunkelijk wegzenden van den door de natie zoo hooggeachten minister Necker scheen het zekere begin dezer toezegging.
Toen de Parijzenaars vernamen, aan welke schromelijke onrechtvaardigheid de regeering zich schuldig gemaakt had, geraakten zij aan het muiten, luidden de stormklokken en begaven zich in grooten getale naar den tuin van het Palais-Roval, waar verscheiden volksredenaars het woord opvatten, om hun hart over het gebeurde lucht te geven.
Een hunner, met name Camille Desmoulins, wiens opgewonden taal de gemoederen nog meer in gisting bracht, plukte eensklaps een eikenblad af, met de uitnoodiging tot de saamgescholen menigte hetzelfde te doen, om er het borstbeeld van Necker, dat zich op het
stadhuis bevond, mede te omkransen en dit in triomf door de stad te dragen.
Terwijl men onder algemeen gejuich aan beider voorslag gevolg gegeven had, vertoonde zich op liet alleronverwachtst de âRoyal Alle-mandquot;, een der vele vreemde lijfregimenten des konings, die op hoog bevel Parijs binnengerukt waren, om eiken oploop met kracht van wapenen te onderdrukken. Zoodra men de Duitsche uniformen in het oog kreeg, veranderde het gejubel in luid gesis en gefluit; zelfs vielen er een paar geweerschoten en gonsden er eenige keisteenen door de lucht.
In plaats van de oproerige benden uit elkaar te jagen, gaf de kolonel zijn onderhoorigen last den teugel te wenden. Reeds juichte men, dat deze ontmoeting zoo genadig was afgeloopen, toen de mare zich verspreidde, dat de âRoyal Allemand'quot; zich naar den tuin der Tuilerieën begeven en verscheiden vreedzame wandelaars, onder welken een tachtigjarigen grijsaard, mee-doogenloos onder den voet gereden had.
Deze onverklaarbare handelwijze lokte het gerucht uit, dat de gezamenlijke buitenlandsche keurregimenten, vijfentwintig in getal,inliet geheim bevel hadden gekregen nog dienzelfden nacht Parijs op negen punten te gelijk aan te vallen en in brand te steken.
Bij deze tijding werden opnieuw de stormklokken geluiden trokken duizenden gewapende burgersnaar de Bastille, die, vóórdatde zon hare eerste stralen over de hoofdstadquot; verspreidde.
54
door de Parijzenaars in bezit genomen was. ')
Deze zoo verrassendo gebeurtenis deed de Nationale Vergadering, die reeds tot tweemaal toe den koning in bedenking gegeven had de vreemde uniformen uit Parijs te verwijderen, besluiten, er bij hem nogmaals op aan te dringen hieraan gevolg te geven.
Toen de leden, die met de overbrenging van dit verzoek belast waren geworden, op het punt stonden de vergaderzaal te verlaten, riep Mirabeau hun met luider stem de volgende gedenkwaardige woorden toe: âZegt hem, mijne heeren, dat de huurtroepen, die ons van alle zijden benauwen, gisteren in de oranjerie van het paleis een bezoek hebben ontvangen van de prinsen en de prinsessen van den bloede en hunne gunstelingen, en dat dezen hen niet alleen gul onthaald en belangrijke geldsommen uitgereikt, maar hen tevens op de meest laakbare wijze, ten opzichte van de natie, toegesproken hebben. Zegt hem, dat bewuste vreemde horden, opgepropt met goud en vol zoeten wijns, zich van nacht niet ontzien hebben, in hunne vervloekte liederen den wensch uit te spreken de Fransehe natie tot haar vroegeren sla ventoestand terug te brengen en de Nationale Vergadering naar de vier winden te verstrooien.
âZegt hem, dat in dit, zijn eigen paleis de hovelingen, onder dans en lach, luide met dien wensch durfden instemmen, en herinnert er hem aan, hoe op dezelfde wijze ook het
1) 11 Juli 1781).
55
voorspel van den Bartholomeus-nacht gevierd werd. Zegt hem, dat Hendrik IV, bij wien hij zich zoo gaarne vergelijkt, het muitende, door hem belegerde Parijs ter sluiks van de noodige levensmiddelen liet voorzien, terwijl zijne onmenschelijke raadgevers het koren, door den handel naar de noodlijdende hoofdstad gezonden, den verkeerden weg doen opgaan.quot;
Deze woorden brachten op den koning zulk een diepen indruk te weeg, dat hij onverwijld ter vergadering verscheen om medcdee-ling te doen, alreê tot de verwijdering dei-vreemde regimenten uit Parijs bevel te hebben gegeven en Neck er, naar den wensch der natie, als minister aan zijne zijde terug te zullen roepen.
Zoo luide als deze toegevende houding der kroon toegejuicht werd door de verschillende patriottische bladen, zoo luide werd zij veroordeeld door de hofpers, die blijkbaar maar al te zeer do vrees bekroop, dat do zwakheid des konings der monarchie hoogst noodlottig zou kunnen worden.
Zoo zag men op een plaatje in de âActes des Apotresquot; een onttakeld schip .,1e Royal Louisquot;, met bot borstbeeld van Lodowijk XVI in den voorsteven, dat, worstelende met do baron, elk oogenblik door het woedende element dreigde verzwolgen te worden. Terwijl de adel en do geestelijkheid het deerlijk geteisterde wrak op liet droge zochten to trekken, spande Mira-beau, bijgestaan door eonige zijner satellieten.
56
er al zijn krachten toe in om het naar den afgrond te doen rollen.
Op een andere illustratie van dit blad was een jacht afgebeeld, met een hert op den voorgrond, dat tusschon zijn hoornen een koningskroon droeg en vervolgd werd door den hertog van Orleans en door Nccker, die een tal van bloedhonden, allen voorzien van menschen-hoofden, waaronder dat van Mirabeau in de eerste plaats, meedoogenloos op het afgemartelde dier aanhitsten.
Daar echter de koning, ondanks de hem gegeven wenken, even Avankelmoedig bleef, zoo richtte de hofpers eensklaps al hare pijlen teeen Mirabeau als den vermeenden bewerker der rampen, die zoo onverhoeds over het regee-rende stamhuis waren uitgebroken, en spraken de âActesquot;' hem o. a. op de volgende minder vleiende wijze toe :
âyur ton cxécrublo visage Lu nature grava ton cocur,
Dans tcs yeux, sur ton front sauvago,
ChacjiU! muscle cu point la. noirccur.
Enfin oet-to mèro si sago ')i Par qui ront ótrc pst animc,
Surprise de tquot;avoir forinó,
Eut liorrour de sou propro ouvrngo.quot;
Van harte gaarne als de monarchisten hem den laatsten adem haddon zien uitblazen, zoo bazuinden zij wijd en zijd in do âActes' de tijding van zijn aanstaand overlijden uit ;
]) Dc natuur.
57
âFrancais, pleurez lo sort: de Mirabeau ainc:
J'lus d'adresses, plus do harangues. J1 va mourir empoisonné;
Eu dinani; l'autre jour, il s'est inordu l.i languc.quot;
In een lofzang aan den Heiligen Antonius, den schutspatroon der koningin, waarboven een prentje prijkte, voorstellende Mirabeau als duivel verkleed, met een touw in de hand om het traditioneele varken van bewnsten Heilige weg te kapen, las men:
âO, Mirabeau! chef de la borde ') Perturbatcur du genre hurnain,
Que n'avez vous au ecu la corde,
Quo vous toupz dans votre main !quot;
\'ersch als het .Mirabeau's vijanden nog in het geheugen lag, hoe hij, om ter zijner verkiezing als lid der Staten het noodige geld machtig te worden, zijn geheime briefwisselimr met de regeering aan de groote klok had gehangen, zoo beschuldigde do âHofpersquot; er hem zonder omwegen van, zich door den derden stand behoorlijk de handen te hebben laten stoppen, om zich als zijn verdediger op te werpen en tevens door den vijand van het hof, den hertog van Orleans, betaald te zijn geworden om den Koning zooveel mogelijk in het vaarwater te zitten ;
âLo Tiers l a bien payé pour prendre sa defense
DOrloans 1'a payó pour I'liorreur do la France; (jue vouloz-vous doniier, .Messieurs?'Vous pouvez voir, A tiut par Clime, on est sur do ravoir.quot;
]) Dc Nationale Vergadering.
58
Even hatelijk klonk in de âAclesquot; het bericht van Rivarol, dat liij een bezoek ontvangen zou hebben van den hertog Biron, om hem namens Filips van Orleans te verzoeken, een door Zijne Hoogheid geschreven schotschrift nit te geven, dat over de verspillingen van het hof handelde.
âNatuurlijk,quot; dus klonken de eindregels van dit nieuwtje, âdat ik mij, als verdediger dei-monarchie, hiertoe niet bewegen liet, en misschien even natuurlijk, dat ik den hertog in alle bescheidenheid aanraadde, met bewust handschrift naar Mirabeau te gaan en er een handvol Louis d'or op te leggen, als het zekerste middel dadelijk bij hem klaar te komen.quot;
Om Mirabeau's gelddorst in een nog helderder daglicht te stellen, bracht de aristocratie van hem een veredeld portret in den handel, waaronder het volgende opschrift in het Latijn prijkte:
âUit hebzucht verkocht hij het vaderland en verloochende hij zijn koning; voor goud schafte hi j de bestaande wetten af en ontwierp hij een nieuwe staatsregeling.quot;
In een geschiedkundige studie, die onderden titel van:
â F AM I LlE-ScH ILDEH LJ,
Frankrijk onder dc jeugd van Karei F,quot;
in de âActesquot; verscheen, werden Mirabeau en de hertog van Orleans op de volgende wijze aan de kaak gesteld:
âKoning -lan,quot; flus luidde de aanhef van dit stuk, âwas in I oöG op het slagveld van
Poitiers door do Engelschen krijgsgevangen gemaakt, hetgeen de Stalen-Generaal bewoog te Parijs bijeen te komen, om de tengels van het bewind in handen te nemen.
âDe voorzitter der afgevaardigden van den derden stand, de deken der kooplieden, een zekere Etienne' Marcel, een republikein van de gevaarlijkste soort, eisehte onmiddellijk voor de burgerij dezelfde rechten als voor den adel, liet o]) eigen gezag de koninklijke kleuren vervangen door die van Parijs, rood en blauw, en verkondigde verder het beginsel van de soevereiniteit des volks. Moeielijk kans als hij er toe zag het koningschap in eens af te schaffen, zoo plaatste hij de kroon van Frankrijk op het hoofd van Karei den Slechte, koning van Navarre, in do hoop dezen vorst, dien hij meende geheel te kunnen beheerschen, bij de eerste gelegenheid de beste, op zij te duwen en zich zeiven met het purper te bekleeden.
âMisschien verdiende de koning van Navarre niet beter, want behalve dat hij een domooien een lafaard was, maakte hij zich aan de verfoeielijkste uitspattingen schuldig, waardoor hij het leven zijner gemalin, een der schoonste en edelste prinsessen van haar tijd, allerdroevigst vergalde. 1)
âEn wat Etienno .Marcel betreft, zoo valt er van hem nog minder iets goeds te verkondigen, daar hij niet alleen in de hoogste mate heersch-
1
) /oo;ils bekcuil is, w as de hertog van Orleans geliiuvlt;l met de «leuiïdzame dochter van den hertog van l'enthicvre en had !iij den naam een ontrouw eehtgenoot te wezen.
60
zuchtig, arglistig, wraakgierig, wreed, valsch en onbeschoft was, maar zich bovemlien tot de misdadigste handelingen in staat gevoelde, mits hij er zijn doel slechts mede bereiken kon. Zonder hoegenaamd iets waardigs in zijn houding te hebben, of iets edels in zijn gebarenspel te ontwikkelen, bezat hij een lijkkleurig gelaat, een verwilderd oog, een dierlijken trek, een zenuwachtig vertrokken mond, korte armen, verdraaide beenen en een galmende stem, die, wanneer hij in toorn geraakte, in een schor geluid overging.quot;
Franschen,quot; dus klonk het slot dezer beschouwing, âgaat voort met den tweeden Etien-ne Marcel, die in uw midden verrezen is, te bewierooken en als een afgod ten hemel te verheffen. En gij, ongetemde redenaar onzer vergaderingen, onverdraagzame apostel der staatkundige toegevendheid, aanschouw deze schilderij en sidder :
âTu Marcel lus er is...quot;
VII.
Do aanval van het grauw van Parijs op het koninklijk slot van Versailles, door eigen roekeloosheid van het hof uitgelokt, deed de monarchale pers het gerucht uitstrooien, dat Mirabeau met den hertog van Orleans en nog
G1
meer andere bekende vijanden der kroon door versoheiden geloofwaardige personen ter plaatse gezien waren en de muiters met geld en goede woorden er toe aamre'/.et hadden de leden der
O
koninklijke familie voor altoos onschadelijk te maken.
Toen do Nationale Vergadering de aangeklaagden, na een nauwkeurig ingesteld onderzoek van den afgevaardigde Chabroud, markies de Vilette, van alle schuld volkomen had vrij gesproken, was dit voor de hofpers een reden te meer Mirabeau met den steen te blijven werpen, en verscheen in de âActesquot; een voorgewende brief van den heer Chabroud, âci-devaut marquis do Vilettequot;, aan zijn vriend Riquetti, âci-devant comte Mirabeau'quot;'), die onder anderen het volgende behelsde :
âEenige onverbeterlijke knorrepotten beweren bij hoog en laag, dat gij tot alle misdrij ven en vergrijpen in staat zijt. Doch niet beter te weten, slaan zij den bal met deze bewering deerlijk mis. Mij ns inziens bestaan er wel degelijk misdaden, die niet van uw gading zijn, namelijk dezulken, welke u geen voordeel aanbrengen. Ergo, zoudt gij u tot alles laten vinden, zelfs tot een goede daad, als gij u de zakken er maar mee kondt vullen.quot;
Nadat dergelijke schimperijen nog eenigen tijd hadden voortgeduurd en Mirabeau bij de geheele aristocratie stond gebrandmerkt als een woeste republikein, zou het toch weldra
l) Bfiilc edcllic.lcn van liunuc titels alstauil gedaan.
('.2
blijken, hoezeer men zich in «leze zienswijze vergiste en Neeker het volmaakt bij het rechte eind had, toen hij de meening uitsprak, dat Mirabeau een aristocraat uit trots en een volksredenaar uit berekening was.
Hieraan is liet dan ook slechts toe te schrijven, dat .Mirabeau. bij de bespreking der prerogatieven der kroon, in de nationale Vergadering-verklaarde, dat haar vóór alles het recht moest voorbehouden blijven wetten te bekrachtigen of af te schaffen. âWare het anders,quot; sprak hij overtuigend, âik woonde liever te Constan-tinopel dan te Parijs.quot;
Reeds den volgenden dag gaf Loustallot in de âRévolutions do Parisquot; zijn hooge bevreemding te kennen over deze ontboezeming met de vraag, in welk opzicht het met eenige mogelijkheid wenschelijk kon geacht worden, dat zich een gansche natie te regelen had naar den wil van één enkel mensch.
Ofschoon ook de andere vrijzinnige bladen dezelfde zienswijze waren toegedaan en Mirabeau over zijn raadselachtige houding behoorlijk de les lazen, zoo twijfelde deze er nochtans niet aan, of 't zou hem slechts één woord kosten om zich tot minister te laten benoemen.
Toen het echter hiertoe tot een stemming kwam, sloegen zoowel de royalistische als de republikeinsche loden de handen krachtig ineen, om hem van hot ministerieele kussen te houden, on vaardigdon verder het besluit uit, dat in de drie eerste jaren geen enkel
63
ia functie zijnde afgevaardigde voor Excellentie in aanmerking zou kunnen komen.
Innig gekrenkt als Mirabeau zich over de geleden nederlaag gevoelde en niet minder teleurgesteld als hij was over de alleszins wantrouwende en ondankbare bejegening zijner partij, wier belangen hij zoo menigmaal met warmte bepleit had, zoo besloot hij, ter verkrijging eener aanzienlijker en vooral eener winstgevender betrekking, wat des te noodzakelijker voor hem was, daar hij niet alleen in de grootste geldverlegenheid verkeerde, maar bovendien nog voor meer dan tweehonderd duizend franken in de schulden stak, oen geheel andere gedragslijn te volgen.
Zijn wensch dienaangaande werd ten zeerste begunstigd door de veelvermogende tusschen-komst van den Zuid-Nederlandschen grondbezitter en afgevaardigde der Staten, den prins van Arenbers-, quot;raaf Van der Ma rek, een warm
O 7 O
royalist en oprecht vereerder der koningin, die hij reeds in vroegere jaren ontmoet had ten huize van den prins de la Poix, gouverneur van Versailles.
Groote bewondering als deze staatsman voor Mirabeau's geestesgaven en overweldigend redenaarstalent koesterde, zoo trachtte hij niet alleen de kennismakinlt;r met hem te hernieuwen, maar zich tevens, al waren zij dan ook in de politiek tegenstanders van elkaar, nauwer aan hem aan te sluiten.
Daar Mirabeau niets liever wenschte dan den graaf zijn vriend te mogen noemen, zoo schonk
64
hij hem wel dm zijn geheele vertrouwen; zelfs ging hij er toe over, den graaf deelgenoot te maken van zijn benarde geldsomstandigheden, wat «raaf Van der Marck aanstonds deed beslui-
O
ten, hem vijftig louis d'or per maand te leenen.
Het mislukken van Mirabeau's poging om minister te worden, gaf aanleiding, dat hij zich nog nader bij den graaf Van der .Marck aansloot en aan dezen de bekentenis aflegde, dat hij slechts als voorganger der volkspartij zulk een vijandige rol jegens de monarchie had gespeeld, om zich bij haar bevreesd te maken, in de hoop dat haar zulks bewogen zou hebben, hem er op voordeelige voorwaarden toe over te halen zich aan hare zijde te scharen. âWare dit geschied,quot; sprak hij ernstig, âde kroon zou zich zeker niet over mij te beklagen hebben gehad.quot;'
Graaf Van der Marck hoorde hem met de meeste belangstelling aan en haaste zich zijne woorden aan den koning over te brengen, met de dringende raadgeving, Mirabeau als den eenigen man in den lande, die dank zijn overwegenden invloed in de Nationale Vergadering zou kunnen verhinderen, dat de revolutie nog verder veld won, een stand te verzekeren, die er hem als van zelf toe verplichtte, zich geheel aan de verdediging-van de belangen der kroon te wijden 1).
De koning beloofde het gesprokene in de gedachte te zullen houden en trachtte nog
1
Zie: Les Souvenirs du prince cl'Aren bergquot;, C'ointe ile l:i Ma rek.
denzelfden dag dienaangaande de gevoelens in te winnen van Necker, die dadelijk uitriep:
âNaar mijn bescheiden meening zou ik graaf Mirabeau maar liever op een afstand houden, daar hij maar al te zeer bewezen heeft iemand te zijn, op wien hoegenaamd niet te rekenen valt.quot;
Tengevolge dezer waarschuwing bleef alles, zooals het was, toen de graaf Van der Marek, nadat hij deze zaak reeds geheel in het vergeetboek had geplaatst, eenige maanden later, tijdens hij op een zijner landgoederen vertoefde, een brief ontving van den Oostenrijk-schen gezant bij het Fransche Hof, den graaf de Mercy d'Argenteau, om hem uit naam desko-nings te verzoeken zich ten spoedigste naar Parijs te begeven.
Onmiddellijk na zijn aankomst liet de graaf de Mercy zich bij hem aandienen, om hem er in liet geheim van te verwittigen, dat Hunne Majesteiten er, na rijp overleg, toch maar toe besloten hadden de diensten van Mirabeau aan te nemen, indien deze er zich ten minste nog toe genegen mocht betoonen, hun in hun treurigen toestand te hulp te komen.
Veertien dagen na dit gesprek had er in de grootste stilte tusschen den graaf Van der Marck en Mirabeau een onderhoud plaats, waarvan de uitkomst was, dat do laatste er zich plechtig toe verbond der zinkende monarchie zooveel mogelijk ten steun te zullen verstrekken.
Verheugd als de koning zich over deze
66
uitspraak gevoelde, zoo liet hij Mirabeau aanstonds door don graat \ an der jVlarcdc aanzeggen, liein, behalve driehonderd voor zijn kopiist, zes duizend franken per maand te zullen toeleggen, voorts al zijne schulden te zullen vereffenen en eindelijk, in dien hij zich na afloop van do zittingen dor Nationale Vergadering tevreden over hem mocht gevoelen, er nog een millioen bij te zullen voegen.
Zoodra de betrekkingen tusschen Mirabeau en het hof haar beslag gekregen hadden, schreef hij een brief aan den koning, waarin hij nogmaals de belofte aflegde niets te zullen verzuimen, om don wankelenden troon der Bourbons naar geweten en plicht te schragen.
Om hierin des te beter te slagen, wist hij hot zoover te brongen, dat hij gekozen werd tot voorzitter der Nationale Vergadering, wat don schrijver der â.Vetesquot;' de volgende dichtregels in de pen logde:
âPourquoi du Sénat permanent âEst-il si laid lo président?quot;
Demanda a sa mere Agues encore novice.
â â(Test nu'il n'est rien au monde aussi laid que Ie vice.quot;
Toen de gemeenteraad van Parijs hem eenige weken daarna hot eere-bevel aanbood over een bataljon der Nationale Garde, riep hetzelfde orgaan hem toe:
,.üopuis longtemps, Kiquetti, mon bijou,
Beau commandant de Grange-Batelière, On désirait vous voir lo hausse cou,
Mais d une autre n.aiiiere.
lt; )fsclioon do liofpei's zeer wel bevroeden kon, â dat er tusschen Mirabeau en de kroon een toenadering had plaats gehad, zoo ging zij er desniettemin meer dan ooit mede voort, zijn naam te bezwalken, en las men onder anderen in het âJournal general de la Courquot;, bij wijze van raadsel;
âJc suis un animal vóuinieux ot gluaut,
Perfide et dangereux, jaune, louche et i)uant;
Tous les êtres, ;t mes approclies,
J)u poison sentent los effets:
^les ennemis comme mos proclies Se plaignent tons do mes forfaitsquot;, enz.
Nog hatelijker klonk het gedicht, getiteld: âLe crapaud national ', waarin een royalist, bij wijze van testamentaire beschikking, Mirabeau het volgende toewenschte;
âO tol, dont lo génie imposteur et pervers Fut creé pour séduire et tromper I'linivers,
Jo te cliarge, en mourant, de la haine publique,
.Ie te livre aux f'ureurs du désordre auarcliique,
Et je te laisse eu proie a tes vils factieux,
Qui te reudent les maux que tu répands sur eux. I'uissent-ils voir au bout d'une piiiue sanglaute Promoner dans Paris ta fete encore fumante!quot;
Het beeft bij verscheiden schrijvers de verbazing opgewekt, dat Mirabeau er. na zijn verbintenis met het hof, geen moeite toe deed de monarchale bladen omtrent zijn persoon van toon te doen veranderen. Doch misschien liet hij dit wel met opzet, om do patriottische partij volkomen in het onzekere te laten.
welke drijfveer hem bezielen mocht, bij de bespreking in do Nationale Vergadering van het vraagstuk, wien het recht toekwam oorlog-te verklaren of vrede te sluiten, ronduit de meening uit te spreken, dat dit slechts den koning toekwam.
Barnave, die iia hem het woord voerde, bestreed deze zienswijze in krachtige bewoordingen, bewerende, dat zoowel de oorlog als de vrede enkel en alleen kon afhangen van den wil der natie, waardoor hij zoozeer de algemeene geestdrift opwekte, dat men hem na de zitting in triomf naar zijne woning droeg.
Nog dienzelfden avond verscheen er een vlugschrift, waarin de schrijver Mirabeau niet alleen afschilderde als een veranderlijk, baatzuchtig, verraderlijk mensch, maar hem bovendien de vraag stelde, hoe hij toch eensklaps aan zooveel geld mocht gekomen zijn, dat hij zijn armoedig kwartier had kunnen verwisselen voor een vorstelijk ingerichte woning en zich, behalve een uitgebreid dienstpersoneel, een schitterende equipage aanschaffen.')
In de clubs, in de koffiehuizen, tot op straat toe, verwenschte men luide zijn naam en het gepeupel zocht reeds bij voorbaat in den tuin van het Palais-Royal een boom uit, om hem aan op te hangen. 2)
1) Mirabeau had de selu'omelijke onvoorzichtigheid begaan, om, dadelijk n.i ile ontvangst der gelden ter afdoening zijner schulden, een buitenplaats te Argenteuil te koopeu cn een kamerdienaar, een kok, een koetsier enz, enz. te nemen. Zie de: Mémoires du comte Alexandre de Tilly, deel HL. bladz. K'J.
Zie de: Mémoires de Mirabeau, deel VII, bladz. 25S.
60
Een paai' dagen latei- in de Nationale Vergadering verschijnende en liet spreekgestoelte beklimmende, ontstond er zulk een rumoer, dat het hem onmogelijk was het woord op te vatten.
Zonder zich aan de kreten van: âa has Miraheau, a la porte, a la portoquot;, te storen, wachtte hij, met gekruiste armen en een grimlach om den mond, bedaard het oogenblik af, dat hij zich verstaanbaar zou kunnen maken.
Toen eindelijk hot kabaal door een dreigende stilte vervangen werd, sprak hij met bitteren spot: âOok mij wilde men onlangs in triomf langs de straten dragen, terwijl men thans voor een paar stuivers âla grande trahison de Miraheau'' rondvent, ik had deze les waarlijk niet noodig om te weten te komen, hoe luttel weinig afstands er tusschen het kapitool en de Tarpeïsche rots bestaat. Gelukkig echter de man, die zich bewust is, dat hij het vaderland nuttig heeft mogen zijn, en dit nog wil wezen, die ni^t naar ijdelen roem jaagt en den bijval van één dag verwerpt, om zich een waarachtige glorie-kroon op het hoofd te plaatsen, die de naakte waarheid durft verkondigen, het algemeen welzijn in de hand poogt te werken en, verre verheven boven de veranderlijkheid dor volksmeening, zich zeiven reeds genoeg beloond acht door hetgeen hij ten bate zijner medeburgers verrichten mocht.quot;
Ofschoon deze forsche taal de gemoederen als met een too verslag tot bedaren bracht, zoo
70
mocht hij er toch maar shchts gedeeltelijk in slaaon als overwinnaar uit den slag te treden; want nadat men nog gedurende twee dagen over het aanhangige punt geredetwist had, werd met algemeene stemmen uitgemaakt, dat wel is waar het recht van oorlogsverklaring der natie toekwam, doch dat het voorstel er toe van den koning moest uitgaan').
's Avonds na deze beslissing riepen de cou-rantenventers met luider stemme verheugd uit; âG'est la nation qui a gagné, la nation et pas d'autre.quot;
De meeste vrijzinnige bladen, waaronder ook de âInvolutionsquot;, wachtten zich wel met deze jubeltonen in te stemmen, daar zij eenparig van oevoelen waren, dat do zaak eer ten na-dan ten voordeelc van de natie uitgewezen was geworden.
^ Leest maar eens bedaard na ', riep Loustallot den lezers van zijn orgaan toe, âwat bewust decreet bevat, en gij zult uwe voorbarige triomfkreten onmiddellijk staken. Want hoe men het ook beschouwt, zoo is en blijft het een onvergeeflijk iets. het aan het iniatief van éi'n enkel mensch over te laten, het land in een oorlog-te . kunnen wikkelen of het te dwingen het zwaard in do schede te houden. Misschien zal menigeen de moening opperen, dat het belang der natie ook dat des konings is en dat, zoo dikwijls als de nationale eer mocht eischen zich ten oorlog too te rusten, de koning zeker
1) Zie ; Louis Blanc, llisloirc de la liiivolntion fi-ancaiso, deel IV, bladz. 221.
71
de eerste zou wezen de natie hiertoe op te wekken. Maar in de gegeven omstandigheden kon ook wel eens het omgekeerde waar zijn, daar een vrijzinnige grondwet de belangen van den vorst rechtstreeks in den weg staat.
,.AVie staat er ons dus borg voor, dat niet te eeniger tijd de koning, in geheim overleg met den vijand, een aanval zoekt uit te lokken, om de liberale partij den doodsteek te geven, ten einde de kroon weer te doen worden, wat zij vóór de omwenteling was.
âHet is en blijft dus onze plicht, onze stem er krachtig tegen te verheffen, dat de monarchie door haar weigering of bekrachtiging uitsluitend zou kunnen beslissen over een der gewichtigste aangelegenheden, die in een Staat kunnen voorkomen.
âBlijkbaar hebben wij deze zoo hoogst betreurenswaardige oplossing te danken aan eenige leden der Nationale Vergadering, dier hunne redenaarsgaven toe aanwendden de natie te misleiden, mannen, die na eerst het koningschap ten felste te hebben bestreden, thans het hof de hand toesteken, mannen eindelijk, die onder de bedriegelijke leus van beter dan eenig ander te beseffen, wat het vaderland tot geluk en voorspoed verstrekken kan, onze dierbaarste wenschen meedoogenloos schipbreuk lieten lijden. Doch laten zij gewaarschuwd zijn, want staken zij hunne kuiperijen niet, dan staat het hun te wachten, dal zij eerstdaags zullen worden ontmaskerd on de diepste verachting ondervinden/'
Deze regels, die geheel en al gemunt waren op Mirabean. lieten hem, overtuigd als hij er zich van hield een goed Averk voor te staan, volkomen onverschillig, âHet is er mij niet om te doen,'' sprak hij tot den graaf Van der Marck, âde revolutie te verzoenen niet den troon, maaiden troon met de revolutie, als de eenige uitweg om Frankrijk weer tot rust te brengen.quot;
Het eenige, wat Mirabeau slechts hinderde, was dat de koning, wien hij dagelijks eenige schriftelijke raadgevingen toezond, niet alleen eiken wenk in den wind sloeg, maar zelfs dikwijls in een geheel tegenovérgestelden zin handelde.
Eindelijk verdroot dit zonderlinge gedrag-der kroon hem dermate, dat lnj den graaf de Mercy, als vertrouwd vriend van het hof, verzocht oen geheime audiëntie voor hem aan te vragen, in de hoop dat een onderhoud meer invloed zou uitoefenen dan honderd brieven.
Daar de graaf de .Mercy deze zienswijze geheel was toegedaan, trachtte hij Hunne Majesteiten er toe over to halen, Mirabeau bij zich ter geheime audiëntie toe te laten, waartoe zij zich aanstonds bereid verklaarden.
Zoodra alle maatregelen genomen waren, dat van deze ontmoeting niets zou uitlekken, begaf Mirabeau zich, na eerst den nacht te Auteuil, bij zijn nicht, mevrouw d' Aragon, te hebben doordracht, naar het paleis van St.-Cloud, waar hij in de vertrekken der koningin door beide Majesteiten afgewacht werd.
Ofschoon Marie-Antoinette bij zijn aanblik
doodsbleek werd, reikte zij hem nochtans de bevende hand en onderhield zij zich even minzaam en vertrouwelijk met hem als de koning, wiens houding slechts kalme gelatenheid verried.
Mirabeau voelde zich dermate opgetogen over de hem te beurt gevallen ontvangst, dat hij bij zijn terugkomst te Parijs tot den graaf de Mercy uitriep: âLiever stierf ik, dan ongelukkige lieden aan hun lot over te laten. Niets zal er mij dan ook van weerhouden hen te helpen, waar ik slechts kan.quot;
Ook tot den graaf Van der Marck sprak hij in geheel gelijken zin en wijdde hij in geestdrift uit over do waardigheid der koningin, de bevalligheid barer persoon en de minzaamheid van haar toon, die op hem een onwisch-baren indruk schenen teweeggebracht te hebben.
Toon de graaf Van der Marck korten tijd daarna de koningin ontmoette en de onlangs aan Mirabeau verleende audiëntie ter sprake kwam, verklaarde zij, bij den aanblik van den man, die nog geen negen maanden geleden aan het hoofd eener bende vrouwen naar Versailles opgerukt was om haar en de haren te vermoorden, zoo ontsteld te zijn, dat. zij er zich later onpasselijk van had gevoeld. ' )
In weerwil van alle genomen voorzorgen, werd het toch ruchtbaar, dat Mirabeau te St.-( Moud geweest was. Zelfs wist âl'Orateur du peuple 'aan zijne lezers te vertellen, dat degroote volksrede-
1) Zie ile: Mémoires du cointc ile la Marck, prince d'Areuberg.
74
naar met de koningin een samenkomst had gehad.
Dadelijk werd dit blad ter inzage gezonden aan den raad van onderzoek der Nationale Vergadering, die echter even quot;\vijs bleef, als hij was, daar Mirabean met de meeste onbevangenheid volhield, enkel en alleen aan zijn nicht, mevromv d'Aragon, te Anteuil een bezoek te hebben gebracht, waarmede de zaak dan ook aliiep.
De royalistische pers dreef er niet weinig den spot mede, dat de koningin, het gezegde indachtig: âmen moet den duivel een kaarsje branden,quot; haren aartsvijand de hand zou toegestoken hebben. Zelfs dreef dit nieuwtje er een der opstellers der âActesquot; toe, een comedie-stukje in het licht te geven, dat echter nooit werd opgevoerd en getiteld was: âLa Journée des Dupes, pièce tragi-politi-comique, representee sur le grand theatre national par les grands comédiens de la patrie, en waarin 1 linieaura (Mirabeau) de hoofdpersoon en Yetafet (Lafayette), Montmicy (de hertog lt;le ^Montmorency) enz. enz. neven-figuren waren.
Sinds zijn onderhoud met den koning en de koningin, gunde Mirabeau zich geen oogenblik rust meer, ten einde de kroon weer in haarvorige macht en luister le herstellen. Weinig als het er
t i)
hem meer om te doen was voor een populair man door to gaan, zoo werd hij zelfs een der heftigste bestrijders der ultra-linkerzijde, die, hoewel slechts even dertig leden sterk, zulk een overwegenden invloed op het overige gedeelte der Nationale Vergadering uitoefende, dat hare moties, welke hoofdzakelijk ten doel hadden het koningschap den doodsteek te geven, meestal met een groote meerderheid van siemmén aangenomen werden. Zoo dikwijls echter als zij Mirabeau poogde te overschreeuwen, riep hij haar gebiedend toe: âSilence aux trente-six voixquot;, waarna bij aanstonds zijne pleidooien ten gunste der kroon hervatte.
Hij had echter weinig voldoening van de taak, die hij op zich genomen had, want weldra verviel de koning weer in zijn oude zwak, door aan iedereen te gelijk het oor te leenen, om ten slotte alles te laten, zooals hot was.
liet wankel moedige, besluitelooze gedrag des konings stuitte .Mi ra beau ten laatste zoo tegen de borst, dat bij aan den graaf Van der Marck schreef: âWat helpt bet mij, of ik mij al uitsloof, daar niemand toch naar mij luistert. W aar-om dus den koning nog verder met mijne brieven lastig gevallen ?quot;
Op de bede van den graaf A an der Marck stuurde hij echter den koning andermaal een reeks van wenken toe, die. zes en twintig in getal, later bijeengegaard en in het licht gegeven werden. ')
i) Apcrcu tl'* la situation dr In Franco ol dos movens de eoncilier la libortr publique avec l ant'n'itó royale.
TG
De hoofdinhoud dezer brieven luidde: de Nationale Vergadering te verzoeken, zich met de zijnen ver buiten Parijs te mogen vestigen; haar verder in bedenking te geven het besluit in te trekken, dat geen afgevaardigde in de eerste driejaren voor minister in aanmerking kon komen; en eindelijk als noodig voor het herstel van het koninklijk gezag, de eerste ge-leeenheid de beste te baat te nemen om de Nationale Vergadering te ontbinden, met benoeming van een andere wetgevende macht, die er der natie waarborg voor bleef, dat geen enkel der haar geschonken voorrechten eenig gevaar liep van ooit ingetrokken te zullen worden.
âIs de koning genegen,quot; schreef Mirabeau aan den graaf Van dor Marck, âaan dit plan gevolg t(! geven, dan heb ik nog eenige hoop, dat alles te recht zal komen, maar ontglipt ons ook deze laatste reddingsplank, dan is er geen ramp zoo groot,van den val dor monarchie tot de ontbinding van het Rijk too, waarop wij ons niet dienen voorbereid te houden. Tevergeefs vraag ik mij af, waar het door den bliksem getroffen en door den storm geteisterde schip van Staat ten laatste stranden zal. Wat er echter ook over Frankrijk beschoren zij of in welken donkeren nacht het ook gehuld moge zijn, steeds zal ik, indien ik ten minste niet in do algemeene schipbreuk onderga, met een gerust geweten kunnen zeggen: âIk stelde mijn ganscho bestaan in de waagschaal om allen to redden, doch zij hebben niet gewild.'quot;
Een vroegtijdige dood bewaarde er hora voor
77
deze sombere voorspelling vervuld te zien.
Overmatig als hij er zich op den duur toe inspande zijn plannen een goed gevolg te doen hebben, zoo geraakten zijne krachten allengs geheel uitgeput.
Moewei hij reeds sedert een paar maanden den dood door zijne aderen voelde woelen en zijne vrienden hem smeekten zijne bezigheden toch eenigermate te temperen, zoo betoonde hij zich nochtans werkzamer dan ooit.
Geen dag ging er voorbij, of hij verscheen in de Jakobijnen-club, om de leiders dezer partij tot wat meer gematigdheid aan te sporen, of hij voerde het woord in de Nationale Vergadering, .waar hij nog steeds iedereen, dank zij zijn machtig redenaarstalent, tot geestdrift wist te vervoeren.
Spoedig echter zou men zijn stem niet meer vernemen. De beraadslagingen over een nieuwe regeling aangaande den arbeid in de mijnen waren de laatsten, waaraan hij deel nam.
In zijn lijdenden toestand moeielijk meer kans ziende zonder hulp den weg naar de vergadering af te leggen, zoo deed hij zulks gesteund door de armen van twee zijner vrienden.
Zoodra de wandelaars hem in den tuin der Tuilerieën zagen naderen, gingen zij eerbiedig ter zijde, welk bewijs van hulde door de âActesquot; op de volgende wijze uitgelegd werd:
âCeci n'est point Hagonnerie,
Ãn óvito avec suin les mauvais odeur?,
Cliacun se range alors qu'on volt équarrisours Trainer dialogue a la voiiie...quot;
1 s
Nadat hij nog vijf koevon hot spreekgestoelte beklommen had. hetgeen alleen geschiedde ten believe van den graal' Van der Marck, die als eigenaar van verschiliende kolen-niijndistrieten het meeste belang bij de nieuwe wetsregeling had, werd liij, aan de hevigste ingewandspijnen ten prooi, in hoogst bedenkelijken toestand naar zijn huis vervoerd.
Welke pogingen de beroemde geneesheeren Cabanis en Petit ook aanwendden, hem voor het vaderland te mogen behouden, zoo bleef alles vruchteloos.
Bij de tijding dat Mirabeau in levensgevaar verkeerde, schenen eensklaps alle veeten jegens hem vergeten en begaf een ontelbare menigte van belangstellenden van eiken stand, eiken leeftijd, elke partij, zich op elk uur van den dag naar zijne woning, om eenige nadere berichten omtrent zijne ziekte in te winnen. ')
Zelfs zijne grootste tegenstanders, onder anderen Talleyrand, wiens geslagen vijand hij was, naderden ter elfder ure zijn sterfbed om verzoend van hem te mogen scheiden.
Onophoudelijk zweefde op des lijders lippen de naam van den graaf \ an der Marck, die, aan zijne sponde geroepen, nog juist bijtijds verscheen, om zijn laatsten ademtocht op te vangen en hem met voege stem te hooren fluisteren: âMet mijn heengaan daalt de laatste
]) Zie: wJournal ih; bi mabulic et ile la mort tie Mirabeau ainé par 1*. J. G. Cabanisquot; en wConsi tic ra lions sur la devolution traueaisc par Mad. do Staël, blatlz. 358.
71)
hoop op het behoud van het koningschap teu grave; na mij zullen de muiters olkander er de overblijfselen van betwisten.
Twee dagen na zijn verscheiden besloot de Nationale Vergadering het nieuwe gebouw der Heilige-Genoveva-kerk tot Panthéon te verhellen en Mirabeau's assche, als die van een der grootste mannen, die zich sinds het tijdstip der Revolutie jegens het vaderland bijzonder verdienstelijk gemaakt hadden, onder zijne gewelven te doen bijzetten. ')
Zijn begrafenisstoet was een der indruk-wekkendste, welke men ooit te Parijs had bijgewoond.
Behalve de Nationale Vergadering, sloten zich hierbij alle burgerlijke autoriteiten dei-stad en van het departement van Parijs aan, evenals de Nationale Garde, wier uniform hij als bataljonschef had gedragen, In het geheel volgden ruim twaalf duizend personen den stoet, die zich over meer dan een mijl lencte uitstrekte.
De lijkdienst werd met alle plechtigheid gevierd in do Sint-Eustasius-kerk, vanwaar het lijk naar de Genoveva-kerk werd overgebracht.
In weerwil dat vriend en vijand om zijn heengaan treurden, de markies de Ferrières van hem getuigde, dat zijn overlijden een onherstelbaar verlies was voorden koning; de monarchie en de aristocraten, die tevens hem vreesden en die hij in bedwang wist te houden, mevrouw de
1) Slt clits tlrie leden dei* rechterzijde braelitcn liuu stem tegen lit decreet uit, terwijl Pétliiou weigerde Mlrabeau de laatste eer te helpen bewijzen.
so
Staël van hem uitriep: Niemand van do loden der Xationalo Vergadering, of hij blikte, don dag na Mirabeau's dood, bedroefd naar de. plaats, waar hij doorgaans zat; de groote eik was gevallen, het overige gedeelte onderscheidde zich niet meerquot;, en Loustallot in de âRevolutionsquot; neerschreef: âWelk een ontzettende prooi heeft de dood in Mirabeau vastgegrepen!quot; had de hofpers niets als smaad voor hem over.
In een gedichtje, dat kwansuis âingezondenquot; was aan het adres der âActesquot;, las men:
âLa mort de Mirabeau est. dit-oii, im malheur;
Pour moi, je m'y lésigne et dis du fond du coour: J'uisseut les Parques favorables
Nous eu faire éprouver ciaq ou six de getnblables.quot;
In hetzelfde blad verscheen een paar dagen later âun Noël nouveau sur l'apothéose du grand homrnequot;, waarin ondermeerde volgende regelen voorkwamen:
âPleurons, j)leurons,
C'en est fait,
Xofre grand homme succombo,
Rt; pcut-ètre avant un an,
En plein champ,
On p.. .. sur sa. tombe.quot;
Deze voorspelling werd maar al te zeer bewaarheid. Xa de inname der Tuilerieën (10 Aug. 1792) vond men in de ,,Armoire de ferquot; het bewijs van zijne onderhandelingen met het hof. Dientengevolge werd, bij besluit van 27 November 1793, de assche van Mirabeau uit
81
liet Panthéon weggehaald en op het Sint-Catherina-kerkhof in den algemeenen grafkuil geworpen.
De verschillende grafschriften, die de hofpers liet verspreiden waren niet minder stuitend. Men oordeele zelf:
llonoré-lliquetti,
De Jjucifei1 ardent apótre.
Le Dion qu'il a bion servi,
Tant qu'il fut dans ce monde-ri, Le récompensera daus rautre.quot;
of :
âCi-git, do Mirabeau la dépouillo funcsre,
N'nsitez jjoint sa cendre: elle exhale la peste.quot;
/00 beschimpten de monarchale bladen de nagedachtenis van den eenigen man, die, indien liij het koningschap niet had vermogen te redden, den val er van althans zou hebben weten te vertragen.
IX.
Met even groote verbittering vervolgde de hofpers den hertog Filips van Orleans '), den
afstammeling van den eenigen broeder van Lodewijk XVI.
Op twee en twintigjarigen leeftijd in het
huwelijk getreden met de dochter van den
0
1
Dc latere Louis-Philippc Egalitc.
82
hertog van Pentlnèvres, groot-admiraal van Frankriik, wist men tot dusverre niet anders
o '
van hem, als dat hij zwierige manieren, een vluggen geest en een verkwistenden aard bezat. Weldra echter vestigde hij de aandacht van het geheele land op zich. door zich in 1774 niet alleen tegen de ontbinding van het parlement te verklaren, maar bovendien den koning te weigeren, in zijn hoedanigheid van pair zitting te nemen in het nieuw samengestelde staatslichaam, dat men uit spot âIe parlement Maupeouquot; noemde.
Door Lodewijk XV gebannen, werd hij weer aan het hof teruggeroepen bij de troonsbestijging van Lodewijk XVI, wiens eerste regeeringsdaad het was de oude parlementen te herstellen en de vorsten en pairs opnieuw een plaats daarin aan te wijzen.
Daar het hem innig verdroot zich op den duur tot een werkeloos leven veroordeeld te zien, zoo vroeg en kreeg hij van den koning vergunning dienst te nemen bij de marine, wat hem des te meer aanstond, daar de uitgebroken onlusten in Noord-Amerika, die Frankrijk partij hadden doen kiezen vóór de koloniën, alle uitzicht gaven op een oorlog ter zee met Engeland.
Na het maken van twee kruistochten benoemde de koning den hertog tot luitenant-admiraal en vertrouwde hij hem het bevel toe over het zoogenaamde âescadre bleuequot; ',) dat
!) Eensluideml met «adcUijk
83
met nog twee andere eskaders, onder kom-mando van den graaf Orvilliers, van Brest uit, liet ruime sop koos, ter opsporing der Engelsche vloot, die men op de hoogte van Ouessant in het gezicht kreeg.
Aanstonds stevende hij er naar toe en maakte hij zich gereed den admiraal Kep^el aan te vallen. Daar deze er echter blijkbaar van onderricht was, dat het blauwe eskader onder bevel stond van een prins van den bloede, wist hij dit door een plotselinge beweging van het overige gedeelte der vloot af te zonderen, waarna hij de âSaint Espritquot;, op welker bodem de hertog zich bevond, achtereenvolgens door zeven schepen dermate liet bestoken, dat het trotsche vaartuig ten laatste slechts een vormeloos wrak geleek.
Daar de prins, volgens het eenparig oordeel der bemanning, den vijand met leeuwenmoed bestreden had, en ofschoon de kogels hem om de ooren Hoten, tot het laatste oogenblik toe onafgebroken op het dek gebleven was, zoo bracht de markies Orvilliers een zeer gunstig rapport aan den minister van marine over hem uit, die daarop aan den hertog van Penthiè vres als groot-admiraal van Frankrijk schreef: âUw schoonzoon heeft zich niet alleen met de meeste dapperheid van zijn plicht gekweten, maar bovendien een tegenwoordigheid van geest aan den dag gelegd, die niet genoeg geroemd kan worden.quot;
Toen de vloot, naar Brest teruggestevend was, om eenige kalfateringen te ondergaan, begaf
84
de hertog zich voor eenigen tijd naar Parijs en Versailles, waar hem allerzijds de grootste eerbewijzen ten deel vielen, terwijl de koning, die hem met de meeste onderscheiding ontving, hem bij wijze van huldeblijk de taak opdroeg, de belooningen uit te reiken aan de officieren, die zich het moedigst gedragen hadden.
De oud-monarchale partij, nog niet vergeten, hoe Filips den overleden koning in diens wen-schen had durven dwarsboomen, koelde aan hem haar haat door uit te strooien, dat hij zich tijdens den slag in het ruim van de âSaint Espritquot; verscholen had, wat de koningin, vijandig als zij haar neefquot; gezind was, zóó grappig vond, dat zij er een spotdicht op vervaardigde.
ïe gelijker tijd verscheen er tegen don hertog een schotschrift, waarin hij werd voorgesteld als een lichtmis en een valschaard, wiens eenige toeleg het was, zijn schoonvader den voet te lichten, om zelf aan het hoofd der zeemacht te komen. ')
Zoolang de prins te Versailles vertoefde, bleef alles bij fluisteringen; doch toen hij weer met de vloot in zee was gestoken, verhieven zijne vijanden hun stem zoo luid en vooral zoo listig, dat velen zijner bewonderaars hem afvielen en de hertosr van Penthièvres
O
niets meer van zijn schoonzoon weten wilde.
I) jiVie privée du sérenissime prince Monseigneur le due de Chartres, imprimt'c ;i cent lieues de la liastille.quot; Eerst na liet ove.lijden van zijn vader, mocht hij den litel van MHertog van Orleansquot; voeren.
Evenzoo liet de koning, die gemakkelijk om te praten was, den hertog weten, dat hij er nooit op rekenen moest tot groot-admiraal te worden bevorderd, al bereikte hij ook zijn honderdste jaar.
Hoe pijnlijk aangedaan Filips zich ook over deze even krenkende als onverdiende bejegeningen gevoelde, zoo besloot hij nochtans, op raad van vele invloedrijke personen, aan den zeedienst verbonden te blijven, wat hem echter ondoenlijk gemaakt werd door den volgenden eigenhandig geschreven brief der koningin:
âLe roi est informé et mécontent de la disposition on vous-êtes de vous joindre a son armee. Le refus constant qu'il a cru devoir faire anx instances les plus vives de ce qui le touche de plus pres, les suites qu'aura votre exemple me laissent trop voir qu'il n'admettra ni excuse ni indulgence. La peine que j'en ai, m'a déterminée a accepter la commission de vous faire connaitre ses intentions, qui sont trés positives ... II a pensé qu' en vous épargnant la forme sévère d'un ordre, il diminuerait le chagrin de sa contradiction, sans retarder votre soumission.
âLe temps prouvera que je n'ai consulté que votre propro intérêt et qu'en cette occasion, comme en toute autre, je chercherai toujours, monsieur, a vous prouver mon sincere atta-chement. ,, ,,
M ARI F.-AXÃOINKTTK. ' )
]) wCoiTcs|)oiulanee de Louis-Philippe Joseph d'Ãi'leausquot;, uitgegeveu te Parijs door Leronge, bladz. 14â15.
S6
Na do ontvangst van dozen briof bleof den liertog niets anders over als zijn ontslag in Ie dienen, waarop do koning de betrekking voor hem schiep van kolonel-generaal der huzaren, mits hij schriftelijk afstand deed van zijn wensch, om te eeniger lijd tot hoofd der zeemacht te worden benoemd.
De hertog onderwierp zich hieraan, na dei-koningin, aan wier toedoen hij al het onder-vondene toeschreef, een doodelijken wrok te h ebben t oegez w oren.
De dood van zijn vader, dio in 1785 plaats had,bracht hem, behalve een onmetelijk vermogen. de hoogo waardigheid aan van gouverneur van Dauphiiu', waar hij zich dan ook zonder uitstel vestigde en, dank zij zijn minzaamheid en zijn alleszins rechtvaardig karakter, ieder voor zich wist in te nemen.
Een paar jaren later riep do koning, op raad van den nieuwen minister van financiën de ('alonne, do aanzienlijken dos Rijks bijeen, om onder voorzitterschap der prinsen van den bloede te beraadslagen, wat er aan te doen zou zijn om 's lands schatkist, die tot den bodem toe leeg geraakt was, weer behoorlijk gevuld te krijgen.
Deze bijeenkomst, waarvan de natio zich bijzonder veel goeds voorgesteld had, leverde geeno andere uitkomsten op, als dat do vergaderden onhewimpold verklaarden, de registratie te zullen weigeren van elk edict, dat don derden stand nog zwaardere verplichtingen mocht opleggen. Voorts gaven twaalf leden, onder
87
welken de hertog van Orleans, hun ineening te kennen, dat het recht tot heffing van belastingen niet bij het parlement, maar alleen bij de Staten berustte, welk gevoelen spoedig door alle notabelen gedeeld werd.
Dit laatste bewoog de Brienne, die de Ca-lonne als minister van financiën vervangen had, den koning er toe over te halen, zich in eigen persoon naar het parlement te begeven, om des noods den weerspannigen leden te gebieden de door hem noodig geachte edicten goed te keuren en, goedschiks of kwaadschiks, hun toestemming te erlangen tot het sluiten van een leening van vierhonderd vijftig millioen voor den tijd van vijf jaren.
De koning nam genoegen met dezen voorslag en riep do notabelen, die inmiddels uiteen waren gegaan, wederom bijeen, tot het houden eener feestelijke zitting. Zich overtuigd houdende, dat zijn tegenwoordigheid alle moeielijkheden uit den weg zou ruimen, zoo trad hij in opgewekte stemming de zaal binnen, met de betuiging op de lippen, slechts ter zitting verschenen te zijn, om de gevoelens van de leden, die hij hoopte, dat door hem met de meeste vrijmoedigheid zouden uitgesproken worden, nader te loeren kennen.
Toon het echter kenbaar werd, dat do meerderheid zich togen zijn wonsch dreigde aan te kanten, liet hij de opneming dor stemmen plotseling staken en gaf hij last do registratie der verschillende edicten zonder verder onderzoek to doen plaats hebben.
88
De Hertog van Orleans rees l)ij deze woorden op en bestreed 's konings eisch in de heftigste bewoordingen, waarin hij door verscheiden leden moedig bijgestaan werd.
Lodewijk XVI geraakte door dit verzet dermate in verwarring, dat hij de zaal verliet, zonder er zelfs aan te denken de vergadering op te heffen.
Den anderen dag werd de Hertog van Orleans naar Villers-Cóterets velbannen en twee der raadsheeren, die de registratie der koninklijke bevelschriften een schromelijke onrecht-vaardieheid hadden durven noemen, naar de
O '
onderaardsche kerkers van Dourlens en den Mont Saint-Michel vervoerd.
Deze nieuwe daad van geweld bracht in het parlement zulk een gisting te weeg'), dat het zich vereenigd naar den koning begaf, om hem te verzoeken de uitgevaardigde straffen in te trekken. Maar de koning weigerde zulks volstandig, onder voorwendsel zich als monarch van Frankrijk onmogelijk ongestraft te mogen laten beleedigen. Hierop gaf het parlement hem te kennen, dat hij zijn macht te buiten was gegaan, daar de kroon geen bevoegdheid had om te straffen , dat het dus niet meer dan recht en billijk zou wezen, de zaak aan een gerechtelijk onderzoek te onderwerpen.
Toen de koning ook hierop een ongunstig antwoord gaf, verhief de algemeene opinie den hertog en de beide gestrafte raadsheeren
1) Zie: de wMémoires du marquis de Ferrières.quot;
89
tot slachtoffers van het monarchale gezag, die er voor boeten moesten aan de gewelddadigheden der kroon paal en perk te hebben willen stellen.
Vooral hechtte men zich met warmte aan den hertog van Orleans, den volksman bij uitnemendheid, en riep men er luide wraak over, dat hij in zijn verbanning niet eens zijne vrienden bij zich mocht ontvangen.
De tijding, dat hij, op de jacht door den val van een rots, waarbij hij zich ernstig bezeerde, te water geraakt, slechts aan eigen behoud dacht, nadat hij zijn trouwen dienaar, die hem ijlings nagesprongen was, van een wissen dood had gered, verlevendigde bij velen de herinnering, hoe de hertog als vriend en verdediger der natie door het hof verguisd was geworden ').
De bijeenroeping der Staten bewoog den Koning zijn neef te vergunnen naar Parijs terug te keeren, ten einde deel te kunnen nemen aan de beraadslagingen der notabelen, ter bespreking van eenige formaliteiten, die bij bewuste convocatie dienden in acht genomen te worden. Zoodra dit geschied was, cinsr men tot de verkiezimren over en werd
O O O
de hertog op drie plaatsen te gelijk gekozen: te Parijs, te Villers-Cóterets en te Grespy-en-Valois.
Bij den plechtigen optocht, die één dag vóór de opening der Staten te Versailles plaats vond.
1) Deze incnselilievende daad des lieirtogs werd in plaatdruk o verge-braeht en met duizenden exemplaren door het geheele land verspreid.
90
liep de hertog, als de eenige prins van den bloede, die als gewoon afgevaardigde zijn stem in de vergadering zou doen hooren, tusschen de leden van den adel in, doch zoover achteraan, dat het allen schijn had, alsof hij tot de gedeputeerden van den derden stand behoorde.
De monarchale partij maakte hem hiervan een die}) verwijt, bewerende, dat zijn gedrag ten zeerste in strijd Avas niet alleen met zijn hooge geboorte, maar ook met de belangen
O O 7 ^ ^
der kroon. Zelfs wierp zij hem voor de voeten, dat het blijkbaar slechts zijn eenig doel was de natie tot verzet aan te sporen, en dat hij maar zoo weinig zorg aan zijn kleeding besteedde, om den populairen man uit te hangen ').
Dit alles verbitterde Filips dermate, dat hij zich hoe langer hoe vaster bij de volkspartij aansloot en als afgevaardigde de bedenking opperde de rechten van den derden stand te herzien en de lasten over de drie orden des Rijks gelijkelijk te verdeelen.
De hovelingen, niet weinig verbitterd over deze wending, stookten den koning op, de meest oppulaire ministers nit bet Kabinet te verwijderen en Parijs door een sterke krijgsmacht te laten bezetten.
De inname der Bastille en dc bloedige tooneelen, die deze maatregel ten gevolge had, deden de monarchisten van schrik ineenkrimpen en verscheiden gunstelingen van het hof,
1) Zuoals bekend is. zng de Hertog er sillijd even slordig nit.
91
onder welken de Polignacs evenals de broeders des konings, het hazenpad naar Zwitserland kiezen.
Toen het tegen alle verwachting in te Parijs verder tamelijk rustig bleef, begon de ai-isto-cratie weer eenigszins ruimer adem te halen en spotte zij met baar eigen vrees honderd uit, waarvan o. a. het volgende weinig kiesche versje, dat, bij wijze van samenspraak tusschen meesteres en dienstmaagd, in het âJournal de la Courquot; verscheen, als staaltje kan dienen :
M a r t o ik âHelas! madame la marquise,
On nous annonce une insurrection!
La marquise.
Hó non; on dit qu'elle est remise.
M a r t o n.
On parle de carnage et de destruction Et do viol ⢠choLe encore piie ...
La marquise.
Encore pire, vous plait a dire?
Mais enfin......
M a r t o n.
Mais jquot;entends partout Que les méchants massacreront les fommts-Celles, ajoute-t-on, qui seront de leur goüt, Jouets infortunés de leurs désirs infames ...
L a m a r q u i s e.
.fe frémis ... habilles-moi done;
Puisqu'on vous outrage on vous tue ...
A-t-on le choix? Mon rouge .. .01 ciel, jaune, abattuo, Je suis nffreuse, ils me tueront...quot;
De hofpers veranderde echter geheel van
92
toon, toen de Nationale Vergadering liet oude régime voor vervallen verklaarde. De aristocratie, die zich door dit besluit eensklaps beroofd zag van al hare voorrechten, wreekte zich met in hare organen het gerucht rond te strooien, dat honderdtallen van schelmen een komplot hadden gesmeed, om, als een dei-eerste vruchten van de revolutie. Parijs aan de vier hoeken in brand te steken.
Hoewel de gemeenteraad van Parijs de waarheid van dit bericht betwijfelde, zoo achtte hij het tocli zijn plicht, der burgerij de noodige wapens te doen uitreiken, om op elke gebeurtenis voorbedacht te zijn.
Daar de plunderaars en brandstichters, die, naar do Parijzenaars vermeenden, door de hofpartij aangenomen waren, om do revo-lutie-mannen door moord en diefstal van hun vrijheidsliefde te genezen, tevergeefs op zich lieten wachten, zoo trok de burgerwacht van het onderwijl opgeheven jachtrecht partij, om een groote slachting te houden onder het talrijke wild, dat in de naburige bosschen der hoofdstad ronddoolde.
Opmerkelijk was het, dat de burgersoldaten het jachtterrein van den hertog van Orleans on-onaangeroerd lieten, hetgeen door Loustallost in de volgende bewoordingen tot openbaarheid werd gebracht:1)
âVan morgen hebben zich minstens vierhonderd vijftig jagers bij het dienstdoend personeel van het Huis des hertogs aangemeld,
J) Zie tie: Revolutions de Paris, No. V (du einq au neuf Aout 1789).
93
om te weten te komen, waar zich de grenzen zijner bezittingen bevinden. Dadelijk nadat dezen hun door de hofbeambten van Zijne Hoogheid waren aangewezen, zetten zij hunne geweeren in rust en verwijderden zij zich, als blijk van hulde en eerbied aan den vader-landslievenden vorst, wiens stem er zich met alle macht toe verhief om de kapitaneriën, als strijdig met de belangen der natie, tot het verleden te doen behooren.quot;
De hofpartij ziedde van toorn over dit vernieuwde bewijs van toewijding en noemde den hertog kortweg een booswicht, die gaarne den koning den voet wilde lichten, om als constitutioneel monarch in zijne plaats te treden.
De aanval op het slot van Versailles bracht de tongen der aristocraten wederom in beweging, die er den hertog van betichtten zijn goud op de plaats zelve met volle handen onder het grauw te hebben rondgestrooid en het aan te zetten om de koninklijke familie in haar eigen paleis om hals te brengen.
In het âJournal de la Courquot; verscheen zelfs met betrekking tot dit uitstrooisel het volgende gedichtje:
âCuirassó de forf.iits, do basscssos et d'audace,
Tons les crimes sont points sur sa hideuse face, Digne chef des brigands qu'il paie en souverain, 11 assiège le tróne un poignard a la main.quot;
Daar het algemeen bekend was, hoe fel hij op het hof en in het bijzonder op zijn nicht Marie-Antoinette gebeten was, zoo gaven vele
94
hooggeplaatste personen, onder welken Necker en Lafayette, den koning in beraad hem ongemerkt voor eenigen tijd uit het oog te doen verdwijnen. Hoogst welkom als den koning deze wenk was, zoo belastte hij zijn neef kwansuis met de taak den minister Pit-t eenige geheime stukken te overhandigen en hiertoe zonder uitstel naar Engeland te vertrekken.
De âActesquot;, die te recht in deze opdracht niets minder dan een bedekte verbannimr ont-
O
waarden, wijdden dadelijk liet volgend gedicht aan den âBourgeonnéquot;, zooals dit blad den hertog om zijne allesbehalve fraaie gelaatskleur betitelde;
âII rapporte les picaillous,
Dont ministre Pitt lui tit hommage,
II eu couvrira les haillons,
Dont il connait si bion Tusage.
Mais quand j'y songc,
Hólas, li(';las,
Le Bourgeonné ne revient pas!quot;
Nauwelijks had hij Londen bereikt, of de âActesquot; vermeldden, dat de beroemde dokter in de scheikunde Priestley, de uitvinder van het waterstof-gas, de volgende meening over hem koesterde:
âSur 1'eau ce fut un plat Jean-tesse,
Dans l'air un sot do son aveu,
Sur terre il fit mainte bassesse ;
Je crois qu'il serait mieux au feu!quot;
De eerste regel zinspeelde op den reeds besproken zeeslag van Ouessant; de tweede moest er aan herinneren, hoe hij in 1785 met
95
de gebroeders Montgolfier, wier uitvinding hij met zijn beurs krachtdadig poogde te beschermen, een luchtreisje had gemaakt.
Toen do hertog een maand of wat latei-uit Engeland zon terugkoeren, haastten de âActesquot; zich oen prijsvraag uit te schrijven van vijfhonderd duizend franken voor hom, die het gemakkelijkst voertuig zou weten te vervaardigen, om den prins naar do hoofdstad te vervoeren, onverschillig of het oen schip, een koets of oen luchtballon was, mits dat aan liet schip geen touwen, aan do koets geen radoren en aan den luchtballon geen vuur aanwezig was, aangezien Zijne Hoogheid, uit licht verklaarbare oorzaken, noch van touwen, noch van raderen, noch van vuur goed kon hooren spreken.
To gelijkor tijd verwittigde het ,, Journal do la Courquot;, dat de oudste zoon van den hertog naar Toulon vertrokken was, om in de bagnes alios voor de ontvangst van zijn doorluchtigen vader in gereedheid te te brongen.
X.
Hot tribunaal dor Ohatelot, dat met het onderzoek belast was geworden aangaande do ergerlijketooneelen, welke den vijfden en zesden October te Versailles hadden plaatsgegrepen,
90
ontving omtrent den Hertog zoovele bezwarende geheime mededeelingen, dat een maand, nadat hij weer zijn plaats als afgevaardigde had ingenomen, een commissie uit bewuste rechtbank voor de Nationale Vergadering verscheen, om haar te verzoeken, met overlegging der verschillende processtukken, een verklaring af te geven, dat er alle grond was om zijne hoogheid in staat van beschuldiging te stellen.
1 )aar de Nationale Vergadering maar al to wel besefte, dat do hofpartij den hertog met alle geweld van de misdaad van majesteitsschennis wenschte aangeklaagd te zien, zoo besloot dit Staatslichaam de procedure te laten drukken en den markies de Vilette-Cha-broud met de uitbrenging van het rapport te belasten.
Toen het bij do voorlezing hiervan duidelijk bleek, dat alles, wat men den hertog ten laste poogde te leggen, slechts geheel en al op losse geruchten berustte, werd hij met groote meerderheid van stemmen van elke vervolging ontslagen.
Ofschoon deze beslissing, uitgebracht door een zoo eerbiedwaardig lichaam als do Nationale Vergadering, der hofpers heilig had behooren te wezen, zoo schaamde zij zich niet aan haar verbolgenheid over bewuste vrijspraak in tal van schimpdichten lucht te geven. Zoo las men in de âActesquot; :
âVainement la publique voix,
Vengeant le tróne qu'on opprime,
07
Nomme l'assassin do nos rois, Dont la scvérité dos lois Nous verrons eucore cettc fois D'Ovlóans n'être pas victimc. Les juges dont on a fait choix Sent les complices dc son crime.
L'auguste sénat lui pardonne.
Cc forfait n'a ricn qui m'étonne,
11 est jugé par ses égaux.quot;
âGoddank ten minste voor den hertog,quot; riep lüvarol in het blad van Peltier uit, âdat de natuur er zijne hoogheid, dank zij de verschroeide kleur zijner wangen, voor bewaard heeft, ooit over zijne vergrijpen te kunnen bloze n.quot;
Ia eene âOde a la nation francaisequot; kwam omtrent zijn vermeenden tocht naar Versailles, aan rde spits van een troep vrouwen, de volgende beschrijving voor;
âUn clief dégoutant de crimes,
Presse leurs sacrileges pas,
II leur désigne los victimes Dont 11 commando le trépas.
Sous sa crapuleuse figure La scólóratesse suppure.
Qu'entends-je, cent voix dissolues En tous lieux repetent son nom,
Leurs cris portos jusqu'aux mies,
Attestent que c'est un ... Bourbon ...
Un Bourbon!... Tout mon sang se glacé; Un monstre, ennemi de sa race,
7 â
98
Do sa more a souilló 1c lit;
11 n'est que lo fruit adultore Do Ravaillac on de Barriore,')
(^ue do sou sein ronfer vomit...quot;
Daar de hertog er zich wel eens over uitgelaten had, of het vaderschap van den dau-phijn niet eerder den graaf van Artois dan den koning zou toekomen, een meening, die de graaf van Provence ten volle met hem deelde, zoo stond, bij wijze van noot, het volgende onder bewust gedicht te lezen :
âHet staat dat monster nog al mooi de wettigheid der geboorte van onzen dauphijn in twijfel te trekken; 't zou hom vrij wat boter passen den mond te houden en naar zijn eigen moeder te zien, die met alle mogelijke lakeien en zakkendragers minnarijen onderhield . . . . Welke geboorte is dus verdachter dan die van zijn eigen ik . . . .quot;
Nog niet tevreden met dit alles, verscheen in de âActesquot; een brief, waarin men den hertog aan âvader Chabroudquot; in luchtigen stijl vertellen liet, hoe hij in den vroegen morgen van don zesden October met een bataljon âdames des Hallesquot;, onder welken ook de hertog van Aiguillon als vischvrouw verkleed, het koninklijk slot binnengedrongen was en bij de overrompeling der slaapkamer zijner nicht, Marie-Antoinette, van liet volgende grappige tooneeltje getuige had mogen wezen.
1) Een godsdienst-dweper, die in 1593 Hendrik l\ door sluipmoord wilde doen vallen doeh, door zijn biechtvader aangeklaagd, levend geradbraakt werd.
99
âJe me souvicns qu'au lever do la reine Je portal par hasard Un regard Sur son ... elle était en chemise,
Rion ii'ii couvrit son sein ;
Jo m'amusai do ce dósordre; enfin,
Je vis (jugez de ma surprise)
La taille de sa majesté !
Un vent de ce cóte Souleva sa hollandequot; ... enz. enz.
Bijna klinkt het als een sprookje, dat do koningin dergelijke grove schilderingen omtrent li are persoon kon dulden in een blad, dat, als gesalarieerd door het hof, het zich voor alles len plicht had behooren te stellen, niet anders als met den meesten eerbied over haar te spreken.
In een âCouplet sur l'innocence du due d'Orléans, décrotée par rassemblée nationalequot;', wraakte zekere annonymus dit, uitroepende:
âCélébrons la grande innocence ]3o ce grand prince do la Franco,
Qu'un grand décrot du grand sénat Purge d'un grand assassinat.
Vainement maint témoin lo charge,
Son sonl brévet lo met au largo,
Et nous fait dire on souriant:
Ma foi, c'est un grand innocent.quot;
Vermakelijk als de monarchale bladen het schenen te vinden, telkens weer op de gebeurtenissen van den vijfden en zesden October terug te komen, zoo verscheen in het âJournaal
100
de la Coluâ¢quot; een naamvers, waarin den koning in een nachtmerrie do volgende regelen in den mond gelegd werden :
Cigae chct de brigands que ton or séduislt, Opprobre de mon nom; prince pusillanimo, quot;idicule intrigant, sans honte do ton crime, quot;e regard seul me tne. â O douleur, line nuit â Slie présente encore ïi mon ame troublée â
r'idée d'une escorte ata voix rasse in blee ...
désastreuse, horrible.. . espoir vaiu, vils Hattears, ccur un tióne usurpé... üieu... j'étranglo, je incurs.
Maar âPhilippe le mauvaisquot;, zooals de hof-pers den hertog betitelde, zou, naar zij meende, zijn gerechte straf onmogelijk kunnen ontgaan. Reeds toch:
â11 voit en perspective La guillotine active ..
In een andere voorspelling heette liet:
âEn quatre-vingt neuf, grand combat,
Les Gaulois s'armeront les uns centre les autres, Le seigneur d'Orlèans y perdra son cracliat,
Mais il sera couvert des notres ..
Deze profetie werd onder de volgende omstandigheden door de hovelingen zeiven bewaarheid.
Reeds meermalen had de hertog gepoogd zich met den koning te verzoenen, toen deze hem eindelijk liet weten hiermede genoegen te nemen.
Den eersten keer werd hij zeer vriendelijk door
101
Z. M. ontvangen, doch de tweede maal bejegende Lodewijk hem zóó koel, zéó afgemeten, dat den Hertog niets anders overbleef als even spoedig te vertrekken, als hij gekomen was. Voor hij echter het paleis verliet, richtte hij zijne schreden naar de appartementen der koningin, die juist het tweede ontbijt gebruikte. Zoodra de hovelingen hem zagen binnenkomen, rezen zij kwansuis verschrikt op, hielden de handen boven de schotels en riepen uit, als had hij de zakken vol vergif: âLes plats, les plats, penez-garde aux plats!quot;
Verre van haar gevolg over zijn onbeschoftheid te bestrallen. bracht de koningin den zakdoek, met een goedkeurend gebaar, lachend aan den mond.
De hertog, buiten zich zeiven van verontwaardiging, trad naar de deur, doch voordat hij den tijd had de kamer te verlaten, drongen de hovelingen zich om hem heen, trapten hem, onder het maken van potsierlijke buigingen, deerlijk op de voeten en duwden hem vrij onzacht naar buiten. Up de trap gekomen, gingen zij schaterend van pret over de leuning hangen en zonden hem zulk een menigte âcra-chatsquot; achterna, dat niet alleen zijne kleeren, maar ook zijn hoofd en handen er als 't ware mede bedekt waren. ')
Sinds dit oogenblik ontstond er in zijn binnenste zulk een felle haat jegens zijn neef en nicht, dat hij, waar hij zich ook maar ver-
!) /ie ile: //Memoires de JMadaice Caui^aD.quot;
IÃ2
toonde, zicli .slechts in de bitterste bewoordingen over hen nitliet en liet zelfs zonder eenige aarzeling van zich verkrijgen kon, bij het proces des konings voor diens dood te stemmen.
Zelf als slachtoffer der revolutie ter strafplaats gevoerd, boog hij het hoofd lier onder de hakbijl, ten eenenmale het oordeel der hof-pers schitterend logenstraffende, dat hij een lafaard, een Jean-fesse was geweest.
o
XI.
Niet veel beter ging het den generaal Gilbert
o o o
Motier, markies de hafavette, den moedigen bevechter van Noord-Amerika's onafhankelijkheid, die, in 1784 met lauweren beladen naar Frankrijk teruggekeerd, als een der helden, op wie het vaderland te recht trotsch mag wezen, allerwegen met de warmste geestdrift begroet werd. 1 )e koninklijke familie, gaar ik1 met deze huldeblijken instemmende, overlaadde hem met eerbewijzen, doch daar Lafayette zich hiervoor onverschillig betoonde, zoo nam zij hem dit zeer kwalijk en begon zij er hem onwillekenrig van te verdenken, uit do nieuwe wereld denkbeelden te hebben medegebracht, die hem ten volle tot vrijheids-man stempelden.
Het hof werd niet weinig in deze zienswijze
lOo
versterkt, toen hij zich na de inname der Bastillo de benoeming liet welgevallen van generaal-kommandant der Parijsche burgerwacht, al onderwierp hij deze aanstelling aan de goedkeuring des konings en al stond hij er dan ook op, dat de âgarde nationalequot; bij het rood en blauw hunner kokarden het wit, als de kleur der Bourbons, zou aannemen.
Zoodra hij zijn betrekking aanvaard had, trachtte de hofpers hem door allerlei laffe verzinsels in het oog der Parijzenaars belachelijk te maken. Nu heette het, dat hij met nog geen twintig man een geheel esca-dron Duitsche huzaren onder een luid hoerah ! in de pan had gehakt, dan weer, dat hij verscheiden compagniën koninklijke soldaten, die zich in tonnen de stad hadden laten binnenrollen, krijgsgevangen gemaakt had of dat hij, dank zij zijn onvergelijkelijke scherpzinnigheid, een royalistische samenzwering op het spoor was gekomen, die, ware zij voor zijn oog-verborgen gebleven, geheel Frankrijk in vuur en vlam zou hebben doen opgaan.
Toen het bij de verkiezingen tot officier bij de burgerwacht bleek, dat de meeste aristocraten, die zich hiervoor candidaat gesteld hadden, met de kous op het hoofd naar huis konden gaan, volgden er dadelijk weer eenige nieuwe spotternijen, om te doen uitkomen tot welke geringe standen do gekozen epauletten-dragers behoorden:
âDe la garde paiisienno Jücr iili volontaire avec peine marchait,
104
Ec contre lui son capitaiue Jurait et tempétait.
Le soldat répondit a 1 lionune aux epaulettes
âVous avez tort de vous facher, Mon capitaine; avee los souliers que vous faites On ne saurait marcher.quot;
Fn een ander gedichtje werden de soldaten der niemv benoemde wacht kortweg uitgemaakt voor vastenavond-gekken.
âDe Vaurigard la bourgeoise miliee Se navanait a Paques au Cliamp de Mars. Ces braves gens, en apprentis Oésars,
A tour de bras faisaient leur exercise.
Vers sa maman portant un oeil subtil,
La jeune Eglee, tillette bicn tournee,
Disait: âMaman, des masques en Avril? Lo carnaval est bien lonï eette année.quot;
Tocli scheen liet, dat de aanhangers der kroon niet zoo luchtig over de burgerwacht dachten, als de hofbladen wilden doen vermoeden, getuige het volgende schrijven van den graaf van bt. Priest aan Lafayette, bij gelegenheid van de inzegening der nieuwe vanen in de Notre-Dame :
âZijne Majesteit draagt mij op er u kennis van te geven, dat hij' bij elko voorkomende gewichtige gebeurtenis de burgerwacht onder de wapens hoopt te roepen, daar hij met de meeste voldoening heeft opgemerkt,hoe dit korps zich geheel aan de handhaving van de rust der hoofdstad wijdt.quot;
Loustallot, die het weinig op deze minis-
105
terieele vleierij begrepen had, schreef de volgende waarschuwing in de âRevolutions de Parisquot; :
âNu men van hooger hand begint te bemerken, dat de natie zicli niet met geweld de kluisters Iaat aanleggen, tracht men haar met gefleem in do val te lokken. Hetzelfde had plaats in 1484, toen de connétablo de afgevaardigden begroette als âvilainsquot;, die het er slechts op toelegden den koning de brokken uit den mond te stooten, doch die men wel tot rede zou weten te brengen. ') Toen de afgevaardigden over deze taal glimlachend de schouders optrokken, bemoeide de grootzegelbewaarder zich met de zaak en maakte den hceren zulke zoetvloeiende complimentjes, dat hij hen allen, zonder dat de een iets van den ander afwist, geheel naar zijne hand zette.
âGij kunt dus niet genoeg op uwe hoede blijven en u niet te veel liet gezegde van den prins van Oranje in het geheugen prenten, die dikwerf zeide: âNiets is zoo hoog in prijs als de mensch, en toch kan men hem door een enkelen groet volkomen in zijn macht krijgen.quot;
Daar de hofpartij er al meer en meer van overtuigd scheen, dat zij noch met bedreigingen, noch met vleierijen een duimbreed verder zou komen om de monarchie te doen zegevieren, smeedde zij ten laatste hot plan den
1) Des vilains que vonlaient rogncr les morecaux ila rol, mais qu'uu saurait bien mettre ii la ruison.
106
koning, met behulp der militaire macht, naar Metz te brengen, om vandaar uit, in overleg met de vreemde mogendheden, de natie tot onderwerping te dwingen.
])e geruchten, die hieromtrent in omloo[) kwamen, brachten onder de geringere standen groots ontsteltenis te weeg, welke niet weinig toenam, toen de tijding tot Parijs doordrong, dat er op een luisterrijk banket, door de gardes-du-corps ter eere van het garnizoen van Versailles in de komediezaal van het paleis aangericht, van hooger hand alle moeite toe gedaan was geworden den soldaten de belofte af te persen, het aanstaande vertrek des konings naar de grenzen oogluikend toe te laten. Tegelijker tijd vernam men, dat,terwijl de tribunes opgevuld waren geweest met hoeren en dames van het hof, de koningin, niet den dauphijn op den arm, zich vertoond had aan de feestvierende reien, die, bij hare verschijning in blinde geestdrift ontstoken, onder den uitroep van: âNaar den duivel met de natie, aan de galg met de rebellen der Nationale Vergadering,quot; zich getooid hadden met de witte kokarde en de driekleurige aan hun zwaard geregen of vertrapt hadden.
Indien reeds het geven van een banket ten hove voldoende ware geweest het in hongersnood verkeerende Parijs tot rebellie aan te zetten, zoo wekten de omstandigheden, waarmede dit feest gepaard ging, de volkswoede dermate op, dat men dadelijk de stormklok luidde en eenige honderden vrouwen uit de
107
geringste achterbuurten der hoofdstad zich in optocht naar Versailles begaven, om in de eerste plaats den koning te vragen er voor te zorgen, dat het noodige koren in Parijs binnen kwam, ten einde hare kinderen er voor gevrijwaard te zien, den hongerdood te moeten sterven, ten tweede de vreemde lijf-regimenten voor goed naar hunne haardsteden terug te zenden, en ten derde hem te noodzaken, ter algemeene geruststelling, zijn intrek op de Tuilerieën te nemen.
Gevolgd door een onafzienbare menigte van mannen, gewapend met pieken, geweeren, sabels en kanonnen, sloeg bewuste horde, onder het uiten der vreeselijkste bedreigingen, den weg in naar Versailles.
Zoodra Lafayette vernam, welk gevaar het koninklijk gezin bedreigde, zette hij met zijne grenadiers de muiters na, om hen naar Parijs terug te drijven.
Nadat hij ruim acht uren tevergeefs tegen de steeds aangroeiende volksmenigte geworsteld bad, bereikte bij langs een binnenweg het paleis, waar op het voorplein oen sterke militaire macht het gepeupel in het oog hield.
Aanstonds meldde Lafayette zich aan bij den koning, die, evenals de koningin, hem uiterst koel ontving en ter bewaking slechts eenige onbeduidende buitenposten toevertrouwde.
Hoewel diep gekrenkt over deze onverklaarbare bejegening, nam hij nochtans afscheid van den koning, met de verzekering, dat hij er borg voor bleef, dat het grauw
108
geen vinger naar het paleis zon uitstrekken.
Zijn woord getrouw, bleef hij het grootste gedeelte van den nacht te paard zitten, om zich herhaaldelijk te overtuigen, dat het grauw, dat voor het meerendeel was ingedonmield, geen onverhoedschcn aanval in den ziu had.
Daar het in den omtrek van het paleis volkomen kalm bleef, steeg hij tegen het krieken van den dageraad eindelijk af om zich eenige rust te gunnen.
ïeruauwernocd had hij echter de oogen geloken, of hij werd opgewekt door een verwijderd gedruisch van wapengekletter, afgewisseld door geweerschoten en noodkreten.
In een oogwenk zat hij weer in den zadel en reed hij de richting uit van het slot. waar zijne grenadiers reeds uit eigen beweging heen geijld waren en met het gepeupel, dat zich door een openstaand hek een doorweg naar de koninklijke woning had weten te banen, handgemeen waren geraakt.
Buiten zich zeiven van aandoening, naderde hij de vechtende groepen entrad hij met ontbloot zwaard het paleis binnen, dat de droevigste sporen droeg van een moorddadig gevecht. Nadat hij de opeengehoopte lijken, die den toegang tot de trap versperden, had laten wegruimen, richtte hij zijne schreden naar het slaapvertrek des konings waar hij de geheele vorstelijke tamilie, hoewel doodelijk ontsteld, in ongedeerden toestand mocht aantreffen.
Zoodra madame Adelaide Lafavette gewaar
*
werd, trad zij naar hem toe, drukte hem aan
109
hare borst en fluisterde in hare aandoening : âMon general, vous nous avez tous sauvés.quot; ') Ofschoon ileze uitroep volmaakt de tolk der gevoelens Hunuor Majesteiten was geweest, en hoewel Lafayette de koningin, op wie het gepeupel het meest verbitterd scheen, naar het balkon gevoerd eu haar eerbiedig de haudge-kust had, zich vervolgens ook met een garde-du-corps vertoonde en dezen bij wijze van verbroedering zijn driekleurige sjerp omgespte en er den koning tot diens eigen bestwil toe bewogen had, zijn intrek op do Tuilerieën te nemen, zoo trachtten de hoforganen hem nochtans in een nog veel bespotte lij kor daglicht te stellen, dan ooit het geval was geweest. Sinds den aanval op het slot noemde het âJournal de la Courquot; hem nooit anders meer dan âle generalQui-dortquot; of âGod Morpheus 11quot;, terwijl in de âActesquot; het volgende versje verscheen, dat op de wijze van â Malboroughs' en va-t-en guerrequot; gezongen moest worden :
âHonneur a Lafayette,
MirotoD, tonton, miiontaine,
Honneur a Lafayette,
Sa tête est toujours nette,
Car il no pense a rien,
Aussi dort-il fort bien,
Honneur a Lafayette Mirotoii, tonton, inirontaine,quot; enz.
Tn een gedicht, getiteld: â\'ictoire éclatante
I) llarc eigen woorden. Zie: .,Tliieré, llist. de l:i Uév.,quot; deel 1.
110
da general Lafayette sur les ennemis do la démocratie royalequot;, las men :
â Avez-vous vu le clieval blauc (juo monte Lafayette?
11 connait bien du commandant La bravoure discrete,
Et s'il faut volor aux conbats,
11 regie teliement le p is,
Que ce héros,
Ceint de pavots,
Qu'il cueillit a Versailles,
l'recisément Vient au moment,
Oii finit la bataille!quot;
En dit van den held, den moedigen mede-bevrijder van Noord-Amerika, die door zijn beleid op het slagveld van Saratoga zes duizend Engelschen noopte de wapens neer te loggen en zich krijgsgevangen te geven !
Doch de hofpers scheen dit alles vergeten en bleef zich slechts beijveren Lafayette onder allerlei vormen aan te tijgen, hoe hij door zijn nalatigheid, zoo niet door zijn verraad, de oorzaak geworden was, dat de koninklijkefamilie bijna om hals was gebracht.
Li een gedichtje, dat in het â-lournal de la Courquot; verscheen, liet men hem o. a. hieromtrent de volgende alleenspraak houden ;
âO, nuit charmante, nuit si prospice au sommeil. Que tu me préparais un funeste réveil!
âüormez, dormez, soyez tramiuille,'
Disais-je au rol; âje vous réponds de tout.quot;
Chef crédul de soldats indoeiles,
Lorsque j'étais couché, le crime ótait debout.
Ill
Daar zijn betrekking van generaal-komman-dant der l'arijscbe burgerwacht het medebracht toezicht over dè Tnllerieên te houden, zoo gaf men hem den bijnaam van âcipier van Zijne Majesteitquot; en spraken de ,, Actes des Aputresquot; hem in hunne kolommen aldus aan :
âCautolcux et gauche renard,
Qui sans pudeur et saus égards Dans sa prison veille d'un air hagard Ton maitre
Om liet medelijden van sommige lieden op te wekken, vervaardigde een onbekende royalist een liedje, dat op de wijze van âO, mon Richard, o, mon roiquot; gezongen moest worden en waarin onder anderen de volgende regelen voorkwamen:
âChez vous, riiomme a de scs droits Recouvré le noble usage,
Et vous opprimez vos rois,
O quel injuste partage.
Le peuple est libre et Louis Est prisonnier dans Paris.quot;
Zelfs ging de hofpers zoover, dat zij Lo-dewijk X VI, bij gelegenheid dat den joden het burgerrecht werd verleend, op één lijn stelde met Christus:
âEst-il étonnant, o ina patrie,
Qu'on veuille a ta nouvelle loi (^ue le peuple Hebreu s'assoeie.
Comine il traita sou Dieu, nous traitons notrc roi 1
Toch was niets meer onwaar, dan dat de koning ot' de zijnen als gevangenen behandeld
112
werden; integendeel, zij waren vrij als voorheen en het opzicht, van Lafayette over de Tuile-rieën werd alleen wenschelijk geacht om te voorkomen, dat or oploopen aan het paleis zonden plaats grijpen. Hoe bitter weinig hij er op stond, dat de dienst verricht werd door de burgerwacht, bewijze dat, toen de koningin hem haar nood klaagde geen eigen lijfwacht meer te bezitten, hij er aanstonds voor zorgde, dat de Nationale Vergadering haar hiertoe de noodige vergunning gaf.
Maar toen Lafavette haar hiervan mededee-ling deed, zeide zij ontwijkend: â't Is misschien maar beter, dat ik alles laat, zooals het thans is, daar ik mijn trouwe garde er niet gaarne voor een tweeden keer aan zou blootgesteld zien door liet gepeupel neergeveld te worden ')
Het scheen, dat Hunne Majesteiten niets verhevener voorkwam, dan bij de natie voor martelaars door te gaan, waaraan het dan ook toe te schrijven is, dat, toen de koning zich voor eenigen tijd naar St. Cloud wenschte te begeven on de Parijzenaars hem dit poogden te beletten, hij het paleis weer binnentrad met de woorden tot Lafayette, die onmiddellijk toeschoot om vrije baan te maken: âIk wil niets tegen den zin der bevolking doen.quot;' â )
Terwijl de hofpers Lafayette maar steeds den eenen schimpscheut na den anderen bleef geven
1) Zie de: âMemoires de Mad. Cauipau Zie: Thiers.
113
en het âJournal de la Courquot; hem den titel van âwakenden slaperquot; gaf, richtte Loustallot in zijn blad de volgende aanspraak tot Marie-Antoinette als tot de vrouw, aan wier toedoen liet toegeschreven werd, dat het den koning ooit in de gedachte was gekomen, de hulp dei-vreemde mogendheden in te roepen om Frankrijk weer in zijn vorigen slaafse hen toestand terug te brengen :
âDank zij uw besluit uw gemaal naar Parijs te volgen, bestaan er alle redenen om aan te nemen, dat het u ernst is de geruchten te willen logenstraffen, die alle rechtgeaarde Fran-schen diep bedroefd, geheel Europa met weerzin vervuld hebben. Lieden, die zich aan u voordeden als trouwe vrienden, doch, naar het helaas! bleek, u,v bitterste vijanden waren, ontzagen zich niet u aan de natie voor te stellen als de ziel der partij, die den vreemdeling als haar handlanger binnen Frankrijk wenschte te lokken.
âHet zou onvergeeflijk wezen voor u de geruchten verborgen te houden, die een maar al te verderfelijken indruk op de natie te weeg gebracht hebben. Evenmin zij het u verzwegen, dat, indien de Parijzenaars uw naam met dien van uw gemaal in hunne uitingen van vreugde of huldeblijken vereenigen, dit slechts geschiedt om hem niet te kwetsen
âWij weten maar al te wel, dat de laster geen enkelen rang, geen enkele deugd spaart, maar wij weten ook, wat op de vorsten de vleierijen der hovelingen en de drang naar een onbe-
s
114
perkte macht vermogen; eveneens weten \vijgt; wat op het hart eener gemalin en eener moeder de wensch vermag de rechten te behouden, welke zij vermeent, dat haren echtgenoot en haren zoon toebehooren; en wat op eiken sterveling zonder onderscheid het verlangen vermag de geheime plannen, welke hij in zijn binnenste koestert, tot een gunstig gevolg te mogen brengen.
âMaar het is niet aan ons uwe gevoelens of uwe daden te doorgronden; voor het oogenblik hebt ge slechts God en uw gemaal tot rechter.
âOnze plicht bepaalt zich slechts, u onze dankbetuigingen voor uw komst in ons midden aan de voeten te leggen, met de bede in het hart, dat deze het vaderland ten zegen moge worden.
âOnze geschiedenis levert maar al te weinig voorbeelden op van koninginnen, die zich met het geluk van het volk bemoeiden ; daarentegen leert zij er ons zeer vele kennen, die voor de natie ware rampen konden genoemd worden.')
âNog steeds ontbreekt het ons aan een koningin, wier levenswandel een volmaakte tegenstelling aanbiedt van die zoovele monsters; een koningin, die het zich niet alleen ten plicht stelt het hart hare® kinderen te vormen en haar echtgenoot gelukkig te maken, maar die zich tevens belasten wil met de heilige taak de vervolgde onschuld te beschermen, do stille
O '
armoede te ondersteunen; een koningin ein-
l) Zie: Les crimes des Heines de France, par PmdMionime, uitgegeven te Parijs in 1791.
115
delijk, die als het eenigc deel, dat zij in 's lands regeeringszaken wenscht te nemen, een ministerie van weldadigheid tracht te stichten, wat zoozeer do dankbaarheid der Franschen zou verwerven en haar naam door alle volkeren zóó luide doen zegenen, dat haar gemaal er in zekeren zin afgunstig van zou worden.
âZiedaar, mevrouw, wat wij van u verwachten. De natuur heeft u alle middelen geschonken om hierin ton volle te slagen. Zweer dus eiken wrok, zoo deze soms bij u mocht bestaan, tegen de beste aller naties af en geef uwe daden over aan hare blikken, uw hart aan hare genegenheid.
âHot âvertrouwenquot;', waarmede gij in ons midden verschonen zijt, zal niet aan u beschaamd worden gemaakt. Reeds hebt gij veler hart gewonnen mot bewust woord openlijk uit te spreken. Voltooi uw roeping door zóó luide uw vaderlandsliefde te verkondigen, dat uweschijn-vrionden het voortaan wel uit het hart zullen laten uw naam te bezigen, om aan hunne ver-foeielijke bedreigingen des te meer klem bij te zetten.quot;
Indien Marie-Antoinette deze raadgevingen gevolgd had, zij had nog de beminde koningin der Franschen kunnen worden. Zi j gaf er echter de voorkeur aan den ingeslagen weg te blijven bewandelen, die haar ten laatste het schavot deed beklimmen.
Reeds dadelijk maakte het een verkeerden indruk, dat, bij het gerechtelijk onderzoek naar de aanleidende oorzaken der onlusten te Ver-
11G
sailles, de verhooren der verschillende hof-agenten geheim moesten blijven. Niet minder ergerlijk was het voor het gevoel der vrijzinnige partij, dat, toen men de koningin ter wille der waarheid smeekte, door haar getuigenis te willen beslissen, in hoeverre de verhalen omtrent het gebeurde op het banket ten hove met de waarheid overeenstemden, zij zich door de aristocraten de woorden in den mond liet leggen: âqu'elle ne serail jamais dilatrice des sujets du roi . .
Loustallot beklaagde zich zoowel over het een als over het ander, met de vraag, welkeredenen er toch van hooger hand mochten bestaan, om het gebeurde te Versailles in het vergeetboek te willen plaatsen.
âVreest men wellicht,quot; voerde hij aan âdat door de openbaarmaking de medeplichtigheid aan het licht zou worden gebracht van een al te groot getal schuldigen ot' van lieden van een al te hoogen rang? .Maar wat zou er dit op aankomen. Liet Brutus niet zijn eigen zoon dooden? Behoorde Catalina niet tot een der eerste families van Rome en was Lentulus geen consul geweest? Zijn niet om vrij wat minder ernstige vergrijpen de hoofden der Birons en der Montmorency's gevallen? Sluiten wij ons dus zoo dicht mogelijk aaneen, om de samenzweerders en de saamgezworenen zonder aanzien des persoons te ontmaskeren. 1 gt;at noch het getal, noch de rang er ons, hetzij uit zwakheid, hetzij uit vrees of berekening, van terughoude, voor het heil van het
117
vaderland en den vrede handelend op te treden.
âHet is noodig, dat de natie de naarheid te weten konie, opdat zij er niet langer onkundig van blijve, wie hare vijanden zijn. Evenzoo is het onze dnnrzame plicht de namen der ministers, die den koning verraderlijk wilden doen ontvlieden en de leden der Nationale A'ergade-ring allerschromelijkst belasteren,tot algemeene bekendheid te brengen.
âHetzelfde is van toepassing op de gardes-du-corps, die, naar men beweert, het garnizoen van Versailles slechts zoo mild onthaalden, om de soldaten onder bet knallen der champagne-kurken te pressen het vertrek des konings te begunstigen. Is dit werkelijk zoo, dan heeft de lijfwacht zich schuldig gemaakt aan natie-schennis.
âOok zij, die er last toe gaven het âO, Richard, o, mon roiquot; aan te beflen, of zich vermeetten de driekleurige kokarde af te rukken, deze aan den punt van hun degen te steken en te vertrappen, zijn hieraan schuldig.
âZij, die zich niet ontzagen te schreeuwen: âLeve de witte kokarde, weg met de natie, aan de galg met de rebellen der Nationale Vergadering,quot; behooren eveneens voor dit feit te recht te staan.
âHet grenst echter bijna aan het onmogelijke, dat een handjevol mannen vermetel genoeg zoude geweest zijn een dergelijk vergrijp tegen de natie te plegen, indien zij er niet van overtuigd waren geweest, dat het plan, waartoe zij door hun dwaas geschreeuw den eersten stoot poog-
I 18
den te geven, zooal niet hij den koning, dan toch hij het geheele hof, den warmsten hij-val had mogen vinden. Indien liet dus waar mocht zijn, dat, zooals van alle kanten ten minste kenhaar is gemaakt, de koningin zich met den danphijn naar hewust banket begeven heeft, en het âO. mon Richardquot; heeft hooien zingen, de driekleurige kokarde lijdelijk heeft zien vertreden, de oproerige kreten tegen de natie en de Nationale Vergadering glimlachend heeft aangehoord, en dat zij, in stede van haar zoon de ooren toe te stoppen en ijlings de vlucht te nemen, het doorluchtige kind den muiters met blijken van goedkeuring heeft voorgehouden, dan is ook zij schuldig aan vergrijp tegen de natie.
âAl deze geruchten zijn van een veel te groot belang om in het duister gehuld te blijven, want mochten zij waar wezen, dan behoort do natie of de schuldigen te s(rallen, óf hun grootmoedig vergiffenis te schenken.
âDat men er bij het onderzoek vooral op lette, of hetgeen ons omtrent het drinkcelau-der gardes-du-corps in de ooren werd geblazen de toets der waarheid kan doorstaan, wijl in dat geval de koningin er zelve dé aanleidende oorzaak van zou geweest zijn, dat bewust banket zulke verfoeielijke gevolgen had.quot;
Welke moeite de patriotten echter ook deden om dit alles te ontwarren, zoo mocht hun dit in geenen deele gelukken En toen eindelijk het tribunaal van de Chatelet over vermelde feiten aan de Nationale Vergadering een rapport
119
uitbracht, was dit zóó onvolledig, maar vooral zóó verward, dat nieinaiid er wijs uit kon worden.
Ofschoon de patriottische pers krachtdadig tegen deze alleszins gebrekkige inlichtingen opkwam, zoo spotten de royalistische organen er mede, even als hunne partij, die, hatelijker dan ooit, zóóvele inhechtenisnemingen liet bewerken, dat men zich eindelijk genoodzaakt zag de overvloedige gevangenen naar den donjon van Vincennes over te brengen. De bevolking, verontwaardigd over de verregaande partijdigheid der regeering, die de royalisten, wat zij ook uitrichtten, ongestraft liet en de patriotten bij de geringste overtreding beet pakte, besloot kortweg den donjon van Vincennes hetzelfde lot te doen ondergaan als de Bastille. Dit opzet werd echter verijdeld door de aanrukkende troepen, die de morrende menigte met kolfstooten uit elkander joeg. Deze muiterij deed aanstonds het gerucht ontstaan, dat liet grauw van zins was nog dienzelfden nacht een uitval te wagen op de Tuilerieen, wat voldoende was om dadelijk ruim twaalfhonderd edellieden te doen toesnellen om den koning op leven en dood te verdedigen.
Maar nauwelijks hadden zij zich om hem heen verzameld, of Lafayette verscheen met het bevel do wapens, die zij bij zich droegen, waaronder verscheiden degenstokken, af te geven en het paleis te ontruimen.
Deze daad, die Lafayette nog meer populair maakte, dan hij reeds was, werd hem door de
120
ruonarchalen zóó kwalijk genomen, dat zij in de âActesquot; het volgende portret van hem ophingen ;
âPetit General do hasard,
Au front cliauve, grand nez, poil ras et bien blafard, Bien bichonné, bien fade et bien mignard,
Jadis idolatró du bon peuple poissard,
A présent assailli de maint et maint brocard, Et qu'on accuse aussi d'amver un peu tard; Toi qui do la révolte arborant l'ótondard Fais le vil métier do moucbard,
Confisques les cannes a dard,
Sabres, pistolets et poignards,
Et fais chasser comine pendard (}ui sort lo roi do rempart Centre ours, tigre et léopard.
Ecoute moi, maitre cafard.
Grains fout de Condé régrillard1),
Illustre émule do Ba\ard,
Nouveau Dunois, mais pas batard,
Ce prince est un rude gaillard,
Rontles bombes, canons, pétards.
En vain prendras ton popelard.
Pour ie coup il sera trop tard Et tu tiniras par la hart.quot;
De man, die echter nn voor âcipierquot;, dan voor âmouchardquot; werd uitgemaakt en wien de tegenpartij zoo gaarne een strop om den hals wenschte, was juist zeer verknocht aan Hunne Majesteiten.
Hiertoe kunnen wij aanhalen, dat, toen het alleszins te vreezen was, dat de koning nog meer in het nauw gebracht zou worden, dan reeds
1) Ren der vorsten, die, het eerst van jillen naar het buitenland uitgeweken, over hel leger der geëmigreerd en het bevel voerde.
121
Let geval was, hij dadelijk met eeiiige invloedrijke regeeringspersonen in onderhandeling trad, ten einde het koninklijk gezin bijtijds in veiligheid te brengen. Doch toen alles hiertoe afgesproken en de dag en het uur van vertrek reeds vastgesteld varen, viel het geheele plan in duigen door het even plotselinge als onverwachte verzet der koningin.
Hoewel zij voorgaf hiertoe slechts te zijn overgegaan om het gevaar te ontgaan een burgeroorlog in het leven te roepen, verklaarde zij nochtans ter zelfder tijd aan haar naaste omgeving, oneindig liever door de hand van het volk te sterven, dan eenige verplichting te hebben aan iemand, dien zij zoo innig haatte als Lafayette. quot;)
XII.
Zoo mogelijk droeg de koningin Necker een nog vijandiger hart toe, daar het grootendeels aan zijn in 1781 verschenen vlugschrift âCompte rendu au roiquot;, waarvan in enkele dagen tijds tweehonderd duizend exemplaren in omloop gebracht werden, te wijten was, dat het land langzamerhand in zulk een hevig gespannen toestand geraakt was.
Daar Necker door zijne onthullingen aan-
]) Zie de: Mémoires de Madanie Campan.
122
gaande de geheimen der openbare schuld de regeering zeer tegen zich in liet harnas gejaagd had, nam hij nog in hetzelfde jaar zijn ontslag als controleur-generaal der financiën en vertrok hij naar Zwitserland, waar hij zich onledig hield met zijn âadministration des financesquot; te boek te stellen, dat ton doel had de natie van het wanbeheer van 's Rijks gelden in alle bijzonderheden volkomen op de hoogte te brengen.
De monarchale partij was hierover dermate verbolgen, dat zij Xecker openlijk aan de kaak stelde als een jrewetenloozen intrieant, die de
o O
algemeene opmerkzaamheid tot zich zocht te trekken en zich in do volksgunst in te dringen door de diepste geheimen dor regeering te verraden.
De minister de ( quot;alonne ging nog verder en betichtte hem de eenige oorzaak van het deficit te zijn.
Bij deze leugenachtigo aantijging keerde Nee-kor naai Frankrijk terug en weerlegde de las-terrijko beweringen van ('alonno in een schriftelijk antwoord op zulk een scherpen toon, dat de regeering hom uit Frankrijk verbande.
De herhaalde aanvallen op don nieuwen minister van financiën Urienne, gewezen aartsbisschop van Toulouse, brachten het hof ton laatste dermate in verlegenheid, dat de koning in overleg mot zijne ministers besloot, van twee kwaden het minste te kiezen on Neckor te verzoeken weder als controleur-generaal van 'sRijks schatkist te willen optreden. Necker
123
gaf hieraan dadelijk gehoor op voorwaarde evenwel, dat zijn werkkring geheel buitr-n dien van den zoo algemeen verachten Hricnne zou blijven.
Dank zijne bemoeiingen, was de natie het hoofdzakelijk aan hem verschuldigd, dat bij de aanstaande verkiezingen der Staten, de burgerij evenveel afgevaardigden naar 's lands vergaderzaal zond als de geestelijkheid en de adel tezamen. Evenzoo liet hij bij den koning-al zijn invloed gelden om de lasten over de drie standen gelijkelijk te verdeden en, met het oog op den financieel weinig voordeeligen toestand der schatkist, de uitgaven van zijn Huis zooveel mogelijk te beperken.
1 )e hofpartij, hiermede weinig ingenomen, stak het hoofd meer dan ooit tegen hem op, hierin ijverig bijgestaan door de koningin, die zich niet ontzag haar gemaal in het oor te fluisteren, Necker zedelijk te verplichten zijn ontslag te nemen.
.Moeielijk als de koning Marie-Antoinette iets weigeren kon, zoo handelde hij gehe.'l volgens haar wensch en bejegende hij Necker zóó koel en zóó wantrouwend,dat deze ten laatste andermaal als gewoon burger naar Zwitserland vertrok. De triomf der hofpartij was echter slechts van korten duur, daar Necker reeds een dag-of wat later door den algemeenen volkswil zijn post hernam.
Daar de schatkist nagenoeg ledig was, ving hij zijn moeielijke taak aan met vijftig- mil-lioen bank-acties te creëeren, wat een tijde-
124
lijk voordeel van zeventig millioen aanbracht.
Doch daar dit op verre na niet voldoende was om de financieele crisis te boven te komen, zoo trachtte hij een leening tot stand te brengen van vierhonderd millioen. die echter door de tegemverking der hoogere standen volkomen mislukte. Toen ook een tweede poging hiertoe geen gunstiger gevolgen bad, stelde Necker aan de Nationale Vergadering als het eenige middel om een Staats-bankroet te voorkomen voor, de uitgifte te decreteeren van vierhonderd millioen assignaten, genomen opde waarde van nationale vaste goederen, welke bij opbod tot dezelfde som te gelde moesten gemaakt worden.
De aristocraten, wier eenige toeleg het uit haat tegen de natie was, het herstel van het openbare krediet te beletten, strooiden uit, dat de assignaten al even weinig beteekenden als de bankbiljetten van den beruchten Schot Lau, onzaliger gedachtenis, door wiens bedriegelijke voorspiegelingen duizende welgestelde burgers straatarm geworden waren. Om aan deze beweringen nog meer klem bij te zetten, droegen zij een hunner meest invloedrijke afgevaardigden, den advocaat Bergasse, op, in een vlugschrift') den nieuw genomen financieelen maatregel te bestrijden, hetgeen hem zoo goed gelukte, dat het groote publiek tot de vraag kwam, oi Necker wel do man was, voor wien men hein tot dusverre gehouden had.
I) Protestation conhv lc^ nssignnts,
De hofpers hekelde de uitgifte der assignaten, ofschoon onder lt;len mom van spot, op niet minder vinnige wijze. Zoo vertelden o. a. de âActesquot;, dat de zoogenaamde âdames du Palais-Royalquot; ') een verzoekschrift bij den koning hadden ingediend, waarvan de aanhef klonk : âSire! Al zijn wij dan ook niet ver in de politiek, zoo hebben de âheeren van den tuinquot; er ons toch genoeg van verteld om te weten, dat wij bij elk assignaat minstens drie kwart op onze liefelijkheden te kort komen.quot;
Het âJournal de la Courquot;, dat zich al evenzeer beijverde de assignaten tot scheurpapier te verlagen, liet een vischvrouwtje tot een barer klanten uitroepen: âü, jou bedrieger, mij in plaats van met geld met zulk een vod te willen betalen. Steek het maar gerust weer op en voldoe je schuld in klinkende munt of ik houd mijn kabeljauw . .
Misschien zou Necker onder deze verdachtmaking kalm gebleven zijn, indien de patriottische bladen hem niet voortdurend op bestraflenden toon gevraagd hadden, waarom hij toch niet liever, in plaats van leeningen van allerlei soort te willen aangaan en voor mil-lioenen aan assignaten de wereld in te sturen, als eersten bezuinigings-maatregel de toelagen en jaarwedden ingetrokken had, die ten behoeve der gunstelingen van het hof op het âKoode Boekquot; ingeschreven stonden.
âIs het niet al te ergerlijkquot;, riep Loustallot
1) Vrouwen van verdachte zeden.
120
uit, âdat, ofschoon het traktement der maarschalken van Frankrijk vastgesteld is op veertien duizend franken, deze heeren, meer hovelingen dan krijgslieden, door gratificatiën van allerlei aard zulke verbazende sommen uit 's lands kas weten te trokken, dat het de stoutste verbeelding te boven gaat?
âZoo wist de maarschalk van lt;'ontadès zijn inkomen te vergrooten tot honderd zes en twintig duizend franken; de Broglie tot honderd dertig duizend; Duras idem idem, dank zij zijn titel van stokbewaarder van de âComédie-fran§aisequot; ; Ségur tot honderd acht en twintig duizend; Beauveau genoot alleen reeds als grootmeester van het Huis van wijlen den koning van Polen tachtig duizend franken, bovendien maakte hij er nog als gouverneur van Provence zestig duizend franken en als gouverneur van Bar-le-Duc acht duizend franken bij . . . Hoe kan men te gelijk in het noorden en in het zuiden regeeren? Te Bar-le-Duc en in Provence . . . Wat hebben onze generaals toch lange armen, dat zij dezen, ten gelieve van honderd duizend franken traktement, over geheel Frankrijk kunnen uitstrekken . .
Het einde van al dit geharrewar was, dat Necker zijn ontslag nam en zich voor goed naar Zwitserland terugtrok, zonder dat iemand, van welke partij ook, dit besluit betreurde.
Naar het zich denken laat, had de hofpers de meeste voldoening over deze ontknooping en kondigden de âActesquot; dadelijk zijn vertrek aan met het volgende liedje, dat op do wijze
van âMr. do la Palisse est mortquot; gezongen moest worden :
âLo grand Neckcr est parti Pour lo malliciu' do la Franco.
Ilólas! il (lonnait ici Tant lt;le preuves d'existenco.
])iro qu'il n'ost par sorcier,
Cost outragor la science.
11 sait.... changer en papier Tout Tor, tont l'argent do Franco...
11 voulut prendre une femme
Son époux la consultait Dans toutes ses ontreprisos,
On peut dire que c'était Un homme en deux chemises.
Mais il squot; óloigno de nous En nous laissant dans la bouse;
Adieu, docile ópoux,
Adieu, vertueuse épouso !quot;
Een iler medewerkers van liet âJournal de la Cour'quot; greep mede de lier van den wand, om het vertrek van Necker in zijne kolommen te vereeuwigen, en zong op de wijze van âla belle Bourbonnaisequot;:
âLa nation iVancaiso Est bien mal :i son aiso,
Elle est sur lo grabat, ah! ah I Or, messieurs, voici commo De Law le second tome,
Lo Necker, lo grand homme,
L'a misc en de beaux draps, ah! ah!quot;
128
Zelfs waren de â/Vetesquot; hatelijk genoeg zijne dochter, mevrouw de Staël, aan te randen in een gedicht, getiteld: âBouquet a la Neckronequot;, waarin onder meer de volgende regelen voorkwamen :
âD'un pi'ro bien fame, fille raai avisée Ues hommes et des arts amante mépriséo,
De ma cinique voix ne brave pas les chants, Et pour te corriger accueillo mes accents.
Je dis que ton regard sent 1'impudicité,
Que ton faux bel esprit n'est ([ue témérité,
Je dis que tes amants reQurent en partage Des Dieux et des démons l'intrépide courage.
Je ris de tes travers, j'iasulte a tes faveurs, Et dédaignant eutin tes lascives fureurs,
J'en veux a qui t'admire, et je plains qui te cede ; Pour avoir des amants, on n'en est pas moins laide.quot;
De benoeming van den eerlijken, moedigen afgevaardigde en beroemden sterrekundige Syl-vain Bailly tot maire van Parijs, na den moord van den onwaardigen Flesselles, deed de pennen der hofpers evenzeer in beweging komen.
Verre van het op prijs te stellen, dat zulk een algemeen geacht en erkend knap mensch als hij de verantwoordelijkheid op zich wilde nemen, in overleg met Lafayette, het gebrek lijdende Parijs te voeden en in rust te houden, stelde zij hem in hare kolommen voor als een zes voet langen slungel, die, leelijk als een rups, alleszins de geschiktheid bezat de kinderen een doodschrik op het lijf te jagen.
12!)
loon hij een jaar later, hij de verkiezingen van den nieuwen gemeenteraad, tegenover den hertog van Orleans als maire herkozen werd, riepen de âAetes?' uit:
âPüui'quoi ce grand fkadriu, cc hideux simulacre, Sylvain, a la inairie est-il done appelé?
1 oui quoi P (^aaud sur la placc on va clicrchcr tiacrc, Ou 's adresse au premier qui se trouve attele.quot;
In een liedje, op de wijze van âDans Paris la grande ville'quot;, heette het;
âArlcquin et Paillasse Pourront tenir la place Uil nous voyons Bailly.
Et par chance contraire,
Le grand Handriii de maire Tous les rules peut faire Ququot; Arlciiuin a remplis!quot;
De hofpers gaf niet alleen Bailly, maar ook diens vrouw een beurt, door haar op een prentje af te beelden als een kip, die een jongen haan, met name Lafayette, dermate poogt aan te halen, dat de wettige echtgenoot, in de gedaante van een ouden liaan, er op invliegt en âCocotjequot; de kracht van zijne sporen doet gevoelen. Ofschoon er op mevrouw Bailly's gedrag hoegenaamd niets aan te merken viel en zij als iemand van deftigen huize in elk opzicht een zeer beschaafde en ontwikkelde vrouw kon genoemd worden; zoo verlaagde de hofpers haar tot een keukenmeid zonder opvoeding,
die op een receptie ten stadhuize tot mevrouw
â¢j
130
Lafayette hij voorbeeld zou gezegd hebben: âWij, publieke vrouwen. . .
In de âActesquot; las men over dit uitstrooisel het volgende spotversje:
âAvez-vous vu du long Bailly La compagno civique?
Son style est noble, c'est celui
D'une femme publique.
Quand d'un favorable regard llonorant le Tiers... et 1c quart Elle sourit, qu'elle est gentille!
On jurerait qu'elle est encore fille____quot;
Deze belachelijkmakingen verdrooten Bailly op den duur zoozeer, dat hij, als het eenige middel om door de royalistische pers met rust gelaten te worden, in 1791 zijn ontslag nam.
XIII.
Daar de monarchale bladen allen, die als edellieden de banier der vrijheid omhoog hadden durven heffen, een dubbelen haat toedroegen, zoo smaalden zij op dezen nog veel harder dan op eenig ander.
Tot een dezer slachtoffers behoorde voornamelijk de hertog Mathys van Montmorency, die als piepjong luitenant der huzaren, onder de bevelen van Lafayette, aan den vrijheids-
131
oorlog van Noord-Amerika deelnam en, tot lid der Nationale Vergadering gekozen, zicli niet alleen voor de alschaffing van het ancien régime, maar ook voor die der adellijke titels verklaarde.
Het laatste vooral wekte zoozeer den toorn der âActesquot; op, dat zij onmiddellijk in hare kolommen de volgende samenspraak liet verschijnen ;
âDe ces Montmorency, si celèbres dans l'histoire, Est-ce la un rejeton ?
â Non, 1'ami, vous pouvez in'on ci'olre, Je connais mieux cette illustre maison,
Vous détromper est nécessaire,
Co Matliieu n'a que son nom,
Et d'un des laquais de sa mere II a rcgu le jour, le coeur, ramc et le ton.quot;
Het âJournal de la Cour'quot; vertelde ongeveer hetzelfde, doch in proza, bewerende dat de oude hertogin, zijne moeder, zoo dikwijls âde rechten van den monschquot; bestudeerd had met een lakei, dat deze de vader van Mathysje werd. âGeen wonder dus,quot; heette het verder, âdat onze vriend voor do afschaffing der livreien stemde, daar hem dit uit zuivere kinderliefde werd ingeboezemd.quot;
Toen de hertog, zijne beginselen getrouw, zich niet anders meer teekende of noemen liet als âmonsieur Bouchardquot;, zijn werkelijke familienaam, scherpten de medewerkers van het âJournal de la (-ourquot; nogmaals hunne pennen om uit volle borst te zingen :
âlis ont rasé cette noblesse,
Pourquoi? ca ne se conceit pas.
132
Las des maax de toute espèce Veulent-ils tout mottre a bas? l u Moattnorency l'approuve,
Ce décret est de son gout.
Et ([u'est-ce ijue cela prouve?
(lu'il a foule de gueux partout!quot;
of:
^Descendant du preaiier Baron Dont s' honorait la vieille France,
A détruire ;i la ibis et noblesse et blason Mathieu Bouchard travaille avec vaillance.
Ecu, livrée, alérion Pour Bouchard n'ont plus aucun charme;
Qu'en dire? Et bien, c'est le premier du nom Que Ton voit mettre bas les amies...quot;
De hertog van Aiguilkm, een der kundigste officieren van liet leger, werd niet minder door de hofpers verguisd, wijl hij als lid der Nationale Vergadering als zijn meening had te kennen gegeven, dat men, in stede van de natie met dwang tot haar plicht te willen brengen, oneindig edelmoedige]- zon handelen dooralle middel-eeuwsche misbruiken uit te roeien, die haar welvaart zoo treurig in den weg stonden.
Deze verklaring werd hem door de royalisten zoo kwalijk genomen, dat zij van hem uitstrooiden, dat hij den vijfden October, als vischvrouw verkleed, naar Versailles was opgerukt en aan het hoofd van een bataljon âdames de la Hallequot; zeer ijverig deel had genomen aan de bestorming van het koninklijk slot.
Dit verzinsel viel dermate in den smaak der hofpers, dat zij het dadelijk als een onbetwistbare waarheid wijd en zijd rondbazuinde.
1 O â¢gt;
1 DO
In een gedicht, dat door de âActosquot; gepubliceerd werd. lus men o. a.
âD'Aiguillon la vile ct lourde masse Do Coniulyx ') a le port incertain,
Souvent en lui monsieur a madame fait place,
Mais admirez son bizarre destin,
En hommo c'est un liiclie, en femme un assassin.quot;
Het âJournal de la Courquot;', dat nog meer dnn cenig arder liofblad zijn best deed den hertog in zijn goeden naam te benadee-len, Averd eindelijk door hem in een open brief, die in den âMoniteurquot; verscheen, genoodzaakt zijne artikelen als zuiver laster te herroepen. Desniettemin bleef de hofpers er mede voortgaan den hertog te beschimpen ; alleen noemde zij hem sinds âmadame du Graillonquot;quot; of schreef zij zijn naam slechts gedeeltelijk uit.
âOch, och,quot; luidde het in een der volgende r.ommers van het âJournal de la Courquot;, âwat zag mevrouw du Craillon er bij de laatste saturnaliën van vijf en zes October toch be-modderd uit. . . een echt smeerpoesje . . . maar toch had iedereen er schik van, zoo frisch en bloeiend als ons feeksje er uitzag en zoo parmantig als zij aan de spits barer Bacchanten voortstapte.quot;
Toen eenigen tijd daarna het nieuwtje in do hofkringen de rondte deed, dat de abtMaury den hertog op het terras der Tuilerieën tegengekomen was en hem toegevoegd had: âGa voorbij, vuilik,quot; liet de aristocratie hiervan
1) Een twceslnclitigo liirnur uit tic wPnrfl]p d' Orli'nnsquot; van Voltaiic.
131
een teekening vervaardigen in den vorm van een medaillon, waarop men aan de eene zijde een officier der huzaren zag, met het onderschrift: âCi-devant le due d'Aiguillonquot;. en aan den anderen kant een vischvrouw, boven wier hoofd de woorden prijkten: Passé salope.')
De gebroeders Karei en Alexander Malo de Lameth, die, ternauwernood de kinderschoenen ontwassen, hun leven voor de onafhankelijkheid van Noord-Amerika gewaagd hadden en bij hun terugkomst in het vaderland, naar het voorbeeld van zoovele andere patriciërs, als afgevaardigden van den adel zich aan de zijde der natie geschaard hadden, werden, toen het bij de opening van liet Roode Boek bleek, dat hun moeder voor do opvoeding barer zonen zestig duizend franken van den koning ontvangen had, door de helpers uitgekreten voor het uitvaagsel van het menschdom.
Hoewel genoemde broeders zich aanstonds beijverden bewuste som aan liet Rijk terug-te geven, zoo bleven de beschimpingen der hof-pers nochtans als om strijd haar gang gaan en riepen o. a. de âActesquot; uit:
âChaque jour au Sénat d'uno voix du tomierre Los deux frères Lamotli, cos foudres do guerre, S'óeriaiont: âConquórons co livre tcnóbroux, Monument; des dons odieux,
Faits a eet ossaini de vampires,
Croulés en mi precipice affreux,
Qu'un opprobre éternel soit. imprimé sur eux.quot;'
1) Zie Cimlliuuel: nllistoire-illustrré de la liep. frani;,quot; deel ], blad. 80.
135
11 parait'. Qu'off're-t-il ? On y lit quo leur more Du nionarquo rogut soixanto-mille francs,
Pour faire clever scs onfants.
Nicz après cola le trait do viporo.quot; ')
Loustallot nam de partij der gebroeders Lameth warm op, door in de âRevolutions de Parisquot; te betoogen, dat er zeker wel geen enkele Franschman zou te vinden wezen, die er zich niet hartelijk over verheugde aan bewuste gift een penninkske te hebben bijgedragen, daar mevrouw Lameth hare zonen tot goede burgers en tot ware vrienden der vrijheid had weten te vormen.
Deze loftuitingen deden de hofpers nog des te meer tegen hen opstuiven en o. a. het volgende Karei voor de voeten werpen :
âObjet do mépris et d'horreur, Ame atroco, esprit sans courage,
Jamais tu n'as connu 1' honneur, Et la bassesse est ton partage.
Sans talent comme saus pudeur, Le crime soul t'a fait connaitro, Comblc dos bionfaits do ton maitre, L'ingratitudo est dans ton coeur. Insensible :i la voix touchanto De ceux qui font donno 1c jour. Ton ambition dévorante Trabit la nature et 1'amour.quot;
waarvan do slotregels luidden:
âQue bientnt l ordre et la justice Nous reudeut nos droits les plus obers.
Puissent venger par ton supplico Les Dieux le trüno et l'univers.quot;
1) Dc laatste regel moest als tcicsiieliiig ilieneu oi) de bekende fabel van Lafontaine: wLc rnysnn ct le Serpent.quot;
136
Tn een tweegevecht gewikkeld niet den hertog van Castries, ontving Karei zulk een ernstige wond aan den arm, dat de heelmeester Dufouarre, een der beroemdheden van den dag, een oogenhlik zijn bezorgdheid te kennen gaf, dat dit lichaamsdeel afgezet zou moeten worden.
Het âJournal de la Courquot; maakte van deze omstandigheid gewag door te rijmen:
âFaudrait-il a Lametli coupcr quelques phalanges, ücmnndait a Dufouarre un patriote ardent.
Non, dit le nicdecin, transporte juslt;iu aux aiiiros ,11 faudra lui rogner los ongles seulement.quot;
Zoodra Ivarel zich weei* sterk genoeg gevoelde zijne werkzaamheden in de Nationale Vergadering te hervatten, gaven de ,, Actesquot; ten koste van zijn persoon hunnen lezers het volgende raadsel op:
vTe suis un animal rampant et vénimcux.
Enragó de ma honte et d(! ma turpitude,
Je veux dechirer tout ee (|iii s'offre a mes yeux ilonstre horrible dquot; inlt;rratitude,
Je ronge et je devore avec de longues dents Mes bienfaiteurs et mes parents,
Selon mon intérêt, je siHh; ou je crie.
Et tons les jours do mon affrouse vie.
Sans repos et sans ménagoments,
J'attaque mon espèoe ou bien je mords mamèrc.')
Vous croyoz sur oo porfrait-la (thie je parle d(ï hi vipèro,
Non e'est encore pis que coin,
Demandez a Jj ..ii vous renseignera.quot;
lt; )ndanks al deze verguizingen bleven de
1) liet vailerlaml.
137
Lameths zóó hoog in de algemeene volksgunst aangeschreven staan, dat in de Rue du Bac zelfs een koffiehuis den naam aannam van âCafé Lamethquot;, als het zekerste middel om tot bloei te geraken.
De âActesquot; maakten deze hulde op de volgende wijze bekend:
âQuc vois je... cst-ce mie trahison?
Café Lamoth!!!! Bon Dieu! lo cocur m'en saigno, .To savais bicn qu'ici ou veudait du poition.
^fais jo ne savais pas qu'on \ initquot; unc cnscigne.quot;
Eindelijk toen de hofpers haar gal over de Lameths genoeg meende uitgestort te hebben, koelde zij haar gemoed verder aan de echtgenoote van Karei, en wel in zulk een stuitende achterbuurtstaai,1) dat vriend en vijand er het hoofd over schudden, hoe organen, die dergelijke artikelen konden opdisschen, niet alleen in den hofkring den hoogsten bijval mochten inoogsten, maar bovendien uit 's konings handen een zeer ruime toelage genieten.
Evenzoo wekte het de grootste bevreemding op, dat de monarchie, bij monde van het âJournal de la (Jourquot;, de âActes des Aputresquot; en nog meer andere organen van royalistische kleur, zoo rechtstreeks hare verachting durfde tooncn voor de leiders eener partij, die voor het oogenblik de geheele macht in handen had.
Zoo gaf bij voorbeeld de verplaatsing der Nationale Vergadering van Versailles naar Parijs,
1
Zie o. ;i (U' Actes des Apótresquot;, No 175.
138
waar de oude manege-zaal van het paleis der Tuilerieën werd insreruimd voor bare zittingen,
O O '
reeds dadelijk het âJournal de la Courquot; aanleiding de verschillende besluiten der afgevaardigden te vergelijken bij mest, die 's morgens met karren wordt weggehaald; tegelijkertijd lieten de âActes des Apotresquot; een blufierigen baron uitroepen:
âQu'il est change, sandis, oe manége ordurier, Ou sous mou ami Villemotte Je caracolais l'an dernier.
âBah! repart un homme a calotte, 11 est toujours plein de fumier.quot;
Een andere hatelijkheid aangaande de reeds besproken uitgifte der assignaten luidde:
âDu manége les chevaux,
Sout tons en déroute;
II vont par monts et par vaux
Sans suivre la route.
Amis, quo nous sommes f'ous,
De les laisser sans licous.
Je crains Ia banquoroutc.
II faudrait tous les matins.
De bons coups d'etrillo Appliqucr sur ces mutins,
Par quelque bon drille.
11 est temps de commencer.
Car si vous voulez tarder,
(«are la banquoroute, ü guê,
Gare la banquoroute.quot;
Bij afwisseling betitelde de hofpers de twaalfhonderd leden der Nationale Vergadering als de oogenblikkelijke wetgevers en regeerders van
139
het land met den naam van: ânos douze-cents roisquot;, wat het âJournalquot; in het volgende ge-diclitje zoo hatelijk mogelijk zocht te pas te brengen:
âDans l'abensce de mon valet Un colporteur borgne et bancroche Pénètre dans mon cabinet,
Avec force gravures en poche.
â âNos douze-cents rois pour six francs, Mc dit-il, parfaits, je vous jure,
Boz',') dont on vante Ie talcnr.
Les a tons points d'après nature.
C'est le manege tout craché Et grave. Mais en conscience Ce sont tons les monstres de France Qu'on se procure a bon marché.
â (^uo eet' fois Belzebuth t'emporte.
Leur dis-je, bouillant de fureur.
Et puis je mets aver humeur,
Ainsi que leur introducteur,
Nos douze-cents rois a la porte.quot;
Bovendien zond de hofkliek allerwegen in de koffiehuizen en andere openbare plaatsen hare agenten uit, om tegen hooge betaling, ten aanhoore van iedereen, op de vrijheidspartij te smalen en haar te beschimpen. Loustallot. van een dezer gesprekken toevallig getuige geweest zijnde, gaf dit in zijn blad aldus terug: âWat wij thans in Frankrijk beleven,quot; dus sprak de eene agent schouderophalend, âis niets meer dan een schokje van de onschuldigste soort. 1 let janhagel zal, als de aristocratie
l) Kon der bc?tc teekenaavs van zijn tijd.
140
liet nog maar Avat op dieet houdt, zijn vrijheid spoedig moede wezen en er nog barder dan een van ons allen naar verlangen, dat alles weer in de oude plooi komt.quot;
âAls je dat denkt,quot; klonk het antwoord, âdan sla je de plank geweldig mis; 'tgepeupel is er juist trotsch op, dat het geen cent in den zak, geen stuk broed in de kast heeft, 't Zou dus vrij wat politieker zijn het ongemerkt een handvol franken onder den neus te houden, om, zoodra het zich door eenige louis-d'or heeft laten temmen, in stroomenbloeds de beleedigingen af te wasschen, die het ons sinds negen maanden reeds aandeed . . . Welk een inval ! te wachten totdat Janrap koest geworden is Zulks ware al te veel van ons geduld gevergd. Doch behalve dat zou het vóór dien tijd gemakkelijk nieuwe kabalen op touw kunnen zetten. Daarom nog eens: hoe eer wij de handen uit de mouw steken, om de zoogenaamde vrijheidsmannen in het niet te doen verzinken, hoe beter, en wol moet dit geschieden op een wijze, dat zelfs hunne verste nakomelingen niet anders als met bange huivering de voordeden herdenken, die hunne voorouders op het wettige gezag behaalden . .
Loustallot trachtte de natie echter gerust te stellen met bet spreekwoord, dat blaH'ende honden niet bijten, en met de bewering, dat, al had de hofpartij den mond ook nog zoo vol over een contrarevolutie, deze ver te zoeken was.
1) Nlt;1. WW III. du 30 Wars au 6 An-il 17(.»0.
141
Tegelijker tijd wijdde hij een afkeurend woord aan de tallooze schotschriften dor royalisten tegen de leden der Nationale Vergadering.
âMisschien is het uur niet verre meer,quot; schreef hij, âdat hot de hofpartij bitter berouwen zal, zulk een gevaarlijk spel met de natie te hebben gedreven, on dat zij tot de ervaring zal komen, slechts wind te hebben gezaaid om storm te oogsten.quot;
O
Ondanks allo gegeven wenken en waarschuwingen, bleef de hofpartij nochtans volharden in het smalen op de natie, wat er na do bestorming van het slot van Versailles nog hoe langer hoe meer op verergerde. Zoo b. v. las men weinige dagen daarna in hot âJournal de la Courquot;:
âDu peuple iious soinmes les pèfes S'écriaient l'autre joui- Minxbcau, d'Aigiiillon, Duport, Lametli, Laborde, Péthioii,
Target, Baraave et Robespierre.
Ne vous en vantez pas, messieurs, en vérité. Car votre enfant est bien nul clévó .. .quot;
en verder:
âQuel bruit, iiuels eris, ([uelle confusion?
Qui est done la? vols que e'est, Angéllque.
â Ma mere, c'ost la nation. â
â Grand Dleu! la nation, eeel n'est point comlque, Ma chore enfant, que tout soit blen cólé Car si la nation entralt dans ma boutique,
Tout me seralt volé ...quot;
en in de â Actosquot;:
âLa nation,quot; ce mot sonnc bien a rorollle,
11 fait tourner la tète a ces p iuvres Francais.
142
La nation! ((iielle mcvveille,
Ali! que c'est bean de loin, mais c'est bion laid dc prés!''
Zoo zou oak de hofpsrs, indien zij er slechts eenigszins op bodaclu ware geweest, welke rol hare slachtoffers nog eenmaal in het groote drama der revolutie zouden afspelen, er zich wel voor gewacht hebben een zoo gevaarlijk mensch als Robespierre, die later, als hoofd der Jaco-bijnen-club, als grootmachtige van Frankrijk den schepter zwaaide, in zijn grootste zwak aan te tasten.
Te Arras tot lid der Nationale Vergadering gekozen, was het âJournal de la Courquot; er reeds dadelijk op uit, hem bespottelijk te maken door te vertellen, dat hij niet alleen een groot geleerde, maar ook iemand van veel smaak en talent was.
âWaar gij in Artois ook dc voeten moogt zetten,quot; zoo luidde het, âzoo zult gij aanstonds uit aller mond vernemen, dat de heer âde Robespierrequot; ') een zeer dichterlijke natuur bezit en reeds menig klassiek vers uit zijn pen liet vloeien. Onder anderen bezong hij de bevallige madame Dugazon,1) de gevierde actrice van het Italiaansch tooneel, in zulk een hemelsche taal, dat Voltaire er zich op zijn ouden dag de haren van uit het hoofd trok en wij ons onmogelijk onthouden kunnen bewust
1
De hofpers beweerde, dat Robespierre tevergeefs bij madame Dngazon om hare liefde aanklopte, (har zij voor het oogenblik geheel in beslag genomen was door de aristocratie.
143
juweeltje, dat even meesterlijk van vorm als verheven van inhoud mag genoemd worden, onzen geachten lezers onder de oogen te brengen :
âCrois-tnoi, jeune et belle Ophólie,
Quoiim'en dise le monde et malgré ton miroir, Contente d'etre belle et de n'en rien savoir,
Garde toujours ta modestie,
Sur le pouvoir de tes appas Demeure toujours alarmée;
Tu n'en seras iiue mieux aimée.
Si tu crains de ne l'être pas.quot;
âBehalve dat de heer de Robespierre met een uitstekend gevolg deschoone letteren beoefent,quot; dus ging het in een adem voort, âis hij ook hoofd-redacteur van het âJournal de la Libertéquot;, waarin Zaterdag 11. een artikel van zijn pen verscheen, dat geheel was opgesteld in den geest van Tacitus en uitmuntte zoowel door diepzinnigheid als door bevalligheid. Zulke werkelijk geniale schrijvers, als tot welke de lieer de Robespierre behoort, treft men slechts hoogst schaars op dit onvolmaakte wereldrond aan. Een oogenblik, maar ook één oogen blik slechts, zijn wij in verzoeking geweest een parallel te trekken tusschen den heer de Robespierre en den heer de Montesquieu, maar wij zijn dadelijk hier van teruggekomen, daar het ons te binnen schoot, met welk een duistere wolk van aristocratische gevoelens de glorie-zon van dezen laatste was bedekt.
âBovendien is de heer de Robespierre zulk een bolleboos op natuurkundig gebied, dat iedereen er alras den mond over vol heeft.
?
144
âBij do verschijning van zijn treffend verslag over de âbliksem-alieidors/' een kunstwerk in elk opzicht, meende men in hem een nieuwen Franklin te mogen bespeuren, maar sinds is hij zijn meester in alle mogelijke soorten van kennis en roem ver voorbij gestreefd en hebben de bhksemschichten van zijn genie zich naai alle zijden een weg weten te banen . . .
âVan harte hopen wij, dat deze regelen de onpartijdige lieden in staat zullen stellen den heer de Robespierre beurtelings als dichter, geschiedschrijver, natuurkundige en wat dies meer zij, naar verdienste hoog te schatten. Wij voor ons althans zien er niet het minste bezwaar in, om, indien men graaf Mi ra beau de fakkel van Provence noemde, den heer de Robespierre den benijdenswaardigen titel toe te kennen van âde kaars van Arras.quot;
Wanneer men in overweging neemt, welk een verwaten karakter Robespierre had, welke kleingeestige vooroordeelen hij koesterde en hoe groot zijn eerbied voor de vormen was, dan zal men licht beseften, hoe dergelijke spotternijen hem tot in het diepst zijner ziel moesten aangrijpen en zijn wraakzucht in de hoogste mate gaande maken. .Maar de royalistische bladen, die niets meer in hem ontwaarden dan een eerzuchtig, opgeblazen advocaatje zonder zaken of vooruitzichten, stoorden zich bitter weinig aan zijn mogelijke geraaktheid of beleedigde eigenliefde en bleven maar steeds zich uitputten, nieuwe onderwerpen
145
te vinden, om hem aan hunne lezers voor te stellen als een der onbeduidendste wezens, dat als lid der Nationale Vergadering een stem in de regeering had.
Een week na de verschijning van vermeld artikel gaven de âActesquot; in hare kolommen een zeer ernstig en zeer behoudend ontwerp tot een nieuwe grondwet ten beste, dat wonderveel op een royalistisch manifest geleek. In het volgend nummer echter verwierp dit blad bewust ontwerp geheel en al, met de bemerking dat een dergelijke grootsche taak slechts met goed gevolg kon ten einde gebracht worden door 1 Ornement de la deputation septen-trionale!',den onsterfelijken Maximiliaan Robespierre.
Korten tijd daarop wist het âJournal de la Courquot;' zijne lezers er van op de hoogte te helpen, dat Robespierre bij een uitstapje door zijn departement door de verschillende kiezers met steenen was geworpen.
De âActesquot; herhaalden dit nieuwtje, spottend klagende: âVrienden en bewonderaars van professie van den eerlijken, den ridderlijken heer de Robespierre, vragen wij ons zeiven in de pijnlijkste ontroering af, hoe er toch zulke aterlingen kunnen bestaan, een zoo verheven, aan geheel Frankrijk zoo dierbaar, onontbeerlijk man als de afgevaardigde van Arras op bouwmaterialen te onthalen.quot;
Het slot dezer beschouwing luidde zeer beteekenisvol:
âD'etre pendii lo pauvre Robespierre
10
140
Vient on Arlois de courir le hasard.
Or, il 1c sera tót on tard;
Done tnieux valait so laisser faire.quot;
Daar Robespierre maar al te zeer getoond had door zich steeds âde Robespierrequot; te teekenen, hoe hoog hij het hart droeg en hoe gaarne hij voor een edelman wilde doorgaan, zoo verzonnen de âActesquot; de grap hem een geslachtlijst te bezorgen en hem, met toespeling op zijn naam, te laten afstammen van Robert Damiens, den driekwart onnoozelen hals, die Lodewijk XV, op liet oogenblik dat deze in zijn koets stapte, een lichte verwonding aan de hand toebracht, voor welk feit hij veroordeeld werd door vier paarden vaneengereten te worden.
âXe croyez pas que Robospierro,
Comme on l'a dit, soit né de rion,
Car il appartient par sa more A feu Robort-Franrois Damiens,
Qui pour son roi fut aussi tros severe.
Au mépris du dacret qui lui ravit ses droits,
Robert-Pierre, orguoilleux d une source aussi bolle, Dans son écusson écartèlo Du grand-onclo Robert-Frangois.quot;
Nog niet tevreden hiermede, lieten de âActesquot; de schim van Robert-Kran^ois voor Robespierre opdoemen, om hem diens ontevredenheid te betuigen, Lodewijk XVI nog steeds op den troon te dulden.
âUe zijt een domoor,quot; klonk liet van ooms lippen, âwaar niets mee uit te richten valt.
Was ik niet bang, dat Mirabeau van den schrik zon sterven, mij als schim bij zich te zien binnentreden, ik begaf mij op staanden voet naar hem toe.quot;
âDoe dat, oom, doe dat, maar neem vooral een goed gevulde beurs mee, want daar doet hij alles voor, al moest hij er ook zijn ziel en zijn zaligheid bij verliezen.quot;
âMaar zou hij bij mijn aanblik niet het hazenpad kiezen: 't is zulk een lafaard.quot;
âGeen nood, geen nood, als hij maar weet, dat u een Hinken zak met louis d'or bij u heeft, want hij is zulk een gier, dat hij even gaarne de hand ophoudt voor een doode als voor een levende.quot;
Toen bij de herziening der rechtelijke macht, waarbij deze een aanzienlijke uitbreiding ontving, Robespierre door de kiezers van Versailles als vrederechter in hun midden geroepen werd, voegden de âActesquot; hem den volgenden welkomstgroet toe:
âMonsieur lo député d'Arras,
Versailles vous offre un ret'ugo.
Do peur d'etre jugó la-bas, ') Jci constituoz-vous juge.
Juger vaut mieux qu être poudu,
Je le crois bion nion bon apotre,
Mais dift'eré nest pas perdu,
Et run nquot;empéchera pas l'autre.
^ orsailles par eet lieureux clioix,
Moins a blamer ([u'on ne le trouve,
1) 'l'e A reis.
148
Sort toute la France a la fois,
Et voici comme je le prouve:
En bonne police, et surtout Dans les présents conjoncturos,
II est bon d'avoir un égout,
Oü verser tontes les ordures.quot;
Aan deze dichtregelen, zóó vol gal en bitterheid, valt liet duidelijk te bespeuien, welk een groote staatkundige beteekenis do hofpers aan deze benoeming hechtte, daar Kobespieiie door bewuste onderscheiding als van zelf de aandacht van geheel frankrijk tot zich trok.
Te gelijker tijd bevatte het âJournal de la Courquot; in betrekking tot het besluit van den gemeenteraad van Parijs, om het getal rechters in de hoofdstad met zes te vermeerderen, de volgende beschouwing:
âVous croyez, pauvres Parisieus,
Que votre nouvelle justice Va par un sur et prompt supplice Vous délivrer de vos vauriens;
Renoucez u cette espórance,
ïoujours le crime est du crime l'appui,
Et nul brigand ne doit en conscience Faire accroclier a la potence Un brigand moins brigand que lui.quot;
Ofschoon de hofpers bleef voortgaan Kobes-pierre tot het mikpunt- barer aanvallen te kiezen, zoo kwam zij toch langzameihand van haar eerste zienswijze omtrent hem teiug en stolde zij hem, dank zij zijne vadeilands-lievende moties en onvermoeiden werklust, op éon lijn met Mirabeau, zonder te vermoeden
149
hoe oneindig noodlottiger hij der royalistische partij zou worden, dan ooit van âde fakkel van Provence' te duchten zou zijn geweest.
XIV.
De oprichters van het genootschap âLaSociété de la Constitution'' ') werden eveneens dooide monarchale organen als om strijd gegeeseld tot bloedens tou.
Li weerwil dat genoemde stichters aanvankelijk niets anders in den zin hadden gehad als onderling de noodige middelen te beramen de heerschende misbruiken in den Staat een einde te doen nemen en een nieuwe grondwet samen te stellen, die zoowel vereenigbaar zou wezen met de belangen der Kroon als met die der natie, schilderde de hofpers nochtans deze voor het Koningshuis zoo weinig gevaarlijke club in de volgende leugenachtige kleuren af:
âBon Dieu, dans ce Club execrable Quel mortel est digne d'entrer?
Qui pourra jamais pénetrer Dans ce repaire impenetrable,
Oil les ligueurs unis pour leurs complots affreus Enfantent des projets aussi criminels qu'eux? Ce sera celui qui du vice Attise le foyer impur,
1) l)c latere Jacobijuen-Club.
150
Qui niau'lio (Vim pas icnne ct bin Dans lu cliemin do 1 injustice,
Ignorant la vertu, mecoiniaissaut sa voix,
Eh clave du niecliaut ct chcnssaat se? Ioip,
Ce sera celui tlout la bouche Insulte a la divinitc,
Qui, sous un air d humanitc,
Cache au vulgaire un coeur farouclic.
In haar blinde vijandschap tegen de oprichters dezer club. verkleinde de hofpers hou zooveel, als zij er zich maar toe in staat gevoelde./oo was het bij voorbeeld voldoende dat Adnaan Dupont, een der grootste rechtsgeleerden van ziin tijd. als afgevaardigde van den adel de stad Parijs aan de Nationale Vergadering een zeer belangwekkend ontwerp eener mein\c regeling der rechtsmacht indiende, dat de monarchale bladen niet alleen aan zijn arbeid, maar ook aan zijn karakter mets goeds ovei.
lieten. i . . 1gt;1V
Geheel op dezelfde wijze bejegenden zij lgt;ai-
nave, den zoo weisprekenden advocaat uit Grenoble, die zich reeds op acht en twintigjaugeu leeftijd zulk oen naam bad weten te verwerven, dat hij door de kiezers zijner geboortestad met algemeene stemmen naar de Staten werd gezonden, waar hij zich weldra wist te onderscheiden
als een der ijverigste vrienden der volkspartij.
De moord der Parijzenaars op den oudintendant-generaal der iinanciën Foulon, den nietswaardigen ellendeling, die zich ten kc^te der half uitgehongerde bevolking der hooldbtaa de zakken vulde,quot; met den uitroep; âLaat dat
151
tuig mijnentwege hooi vreten'), deed den royalisten zulke onzinnige klachten slaken en den bewoners van Parijs zulke harde verwijten voor de voeten werpen, dat Barnave na het lezen van het volgende gedichtje in de âApótresquot;:
âPeuple atroce, peuple hcbctc,
(^iii ne craint pas de te souillei' de crimes,
Quand iiiassacrant d'innocentes vietimes I ii fais f'rémir 1' humanité,quot;
zich onmogelijk de vraag kon onthouden, of het vergoten bloed, waarover de hofpers zoo diep scheen te treuren, wel inderdaad zoo onschuldig was geweest.
Dit gezegde was voldoende voor de monarchale bladen, Barnave voortaan Nero II of den slager en beul van Grenoble te noemen en hem in hunne kolommen af te beelden met een alles-verslindenden haaienmuil of als een hyena, wiens bloeddorst zich zelfs tot lijken uitstrekte.
Terwijl de hofpers nog maar steeds haar hart bleef ophalen, Barnave voor te stellen als een monster van wreedheid, schreef Loustal-lot omtrent den gepleegden moord op Foulon de volgende beschouwing in de âRévolutionsquot; neder:
âWelk een ontzettende, afschuwwekkende aanblik.' Dwingelanden, werpt een oog op dit vreeselijke bloedtooneel en siddert bij de gedachte, hoe men met u handelt, niet u en uws gelijken.
1) Zie lliiers: //Histuire de la Kév. iVaucaisc ', deel I.
152
âDit zoo teeder verzorgde, met welriekende wateren gewasschen lichaam, onder de gruwelijkste verwenschingen door de modder gesleurd en door de straatkeien tot een bloedigen romp vaneengereten . . . despoten en ministers, welke harde doch ware lessen biedt deze wraakneming u niet aan.
âHadt gij wel ooit zulk een wilskracht van de Franschen verwacht? Neen, niet waar; maar uw rijk is uit; uit voor altijd. Siddert dus, toekomstige ministers, indien gij ten minste voornemens mocht wezen liet volk te willen bestelen, want alsdan zal ook u hetzelfde lot beschoren zijnquot;........
âIk begrijp ten volle,' dus klonk het slot dezer beschouwing, âhoezeer bewuste daad menigeen moet geschokt hebben. Ook mij heeft zij tot in mijn ziel aangegrepen. Maar daartegenover staat, hoe vernederend, hoe eerloos het is, op don duur als slaven behandeld te worden. Daarom kan geen straf, hoe ontzettend ook, te zwaar wezen ten einde de menschheid schennende misdaden een einde te doen nemen. En dan, zien wij het vooral niet over het hoofd, welke milde zegeningen onzen kinderen te wachten staan, als de verheven vrijheid haar guldentempel in hun midden zal opgericht hebben.quot;
Deze regelen doden de royalisten in nog grooter woede tegen Harnave ontsteken, wijl zij hierin een verontschuldiging voor hem meenden te zien. lgt;o beleedigingen, die zij hem aandeden, worden dan ook van zulk een groven aard, dat hij eindelijk het geduld
FÃDÃRATION GÃNÃRALE DES FRANCAIS AU CHAMP DE MARS LE 14 JUILLET 1790.
153
verloor en den afgevaardigde Cazalos, wiens ruwe uitvaDen hem reeds lang verdroten had-dun, op het pistool uitdaagde.
In de hoop Barnave neer te vellen, nam Cazalès het tweegevecht aan, met afspraak elkander den volgenden dag in hot bosch van Boulogne te ontmoeten.
De uitkomst was echter, dat Cazalès, in plaats van overwinnaar te zijn, zulk een gevaarlijk schot in den arm ontving, dat hij gedurende verscheiden weken bedlegerig bleef.
Dadelijk verscheen na deze uitkomst het volgende gedicht in het âJournal de la Courquot;:
âAux vertas lo malheur! Au crime le suceès!
Barnave a blessó Cazalès.
Dans ce siècle fécond en fureurs ott'royables, Xon ce n'est pas uu spectacle nouveau
De voir les gens irróprochables Trepasser par les mains du bourreau.quot;
en in de âActesquot;;
âSi Cazalès n'a pas mis Barnave au tombeau,
C est qu on ne peut du eiel éviter la vengcancc, Et qu il nc doit périr que des mains du bourreau.quot;
Dit geschiedde dan ook werkelijk.
Door de Nationale Vergadering met Péthion naar Varennes gezonden, om de koninklijke familie bij haar mislukte vlucht naar Parijs terug te voeren, gevoelde hij zich zóó begaan met haar lot, dat hij alles deed, wat hij kon, om haar zoo zachtzinnig en eerbiedig mogelijk te behandelen, wat dermate door Hunne Majesteiten op prijs werd gesteld,dat Marie-Antoinette bij haar terugkomst op de Tuilerieën aanstonds
154
tot madame de Campan uitriep: âSi jamais nous revenons au pouvoiv, le pardon de Barnave est d'avance inscrit dans nos coeurs.' ')
Daar hij den koning en de koningin als een trouwe vriend bleef aanhangen, zoo werd hij bij het proces dor laatste, moedig als hij haai bij hare aanklagers van de haar ten laste gelegde feiten poogde te zuiveren, veroordeeld het hoofd onder den valbijl te leggen.
Camille Desmoulins, de talentvolle schrijver van het zoo hoog geroemde vlugschrift âLa France libre ', die als een der oudste h'deii van âla Societé des amis de la lt; 'onstitution zich dikwerf schertsend den deken van deze club noemde, heette bij de hofpers koitweg het âezeltje,quot; â1'anon des moulinsquot;, dat zoo verzot op balken was, dat, wanneer het soms al te veel zijne longen mocht uitzetten, slechts met een paar ribbestooten tot zwijgen was te brengen.
Om hun haat nog verder tegen bewuste club te koelen, lieten do âActesquot;, bij gelegenheid dat do gezamenlijke beulen van 1'rank rijk, tijdens de heerschende financieele crisis, aan de Nationale Vergadering een patriottisch geschenk deden toekomen van zeventienhonderd franken, het volgende gedichtje verschijnen;
âDix-sept ccnt francs, .messieurs, c'est bien mesquin, â Cost tout ce qu' a pu notro zèle.
Le métier no \aut rieii, tout le monde s'en mèlc. Consolez-vous, bons citoycns.
Nous instrumenterons gratis les Jacobins,
Et nous tburnirons la ticelle.'
j) Hiue ciiri'ii woonleu. Zie de: Mi-iuuii'es cle Jlailame Camiiau.
Later werden aan senoemde club alle gru-
O
welen der revolutie verweten, zonder dat men daarbij in overweging nam, of de gepleegde moordenarijen zoo niet geheel, dan toch groo-tendeels voortgevloeid waren uit de misdadige houding der royalisten, die, van den beginne der omwenteling af, door hunne bedreigingen en komplotten met âden vreemdelingquot; do bevolkingvan Parijs half tot razernij gebracht hadden.
Na de zoo sombere dagen van 1793 en 1794, toen aan het onzalig bloedvergieten schier geen einde scheen te zullen komen, werd het woord âJakobijn'' een. der verachtelijkste scheldnamen, die men elkander kon toewerpen, waarvan de âmuscadins ' of voorname modegekken uit dien tijd gebruik maakten om, onder den uitroep van: âeen Jacobijn, een Jacobijn,quot; weerlooze mannen en vrouwen uit de volksklasse met stokslagen neer te vellen of in de vijvers der Tuilerieën te werpen.
Evenzoo brachten zij allerlei straatliedjes in zwang, als:
âfour rótablir l'ordre et la paix Leopold, Charles ct Gustavo Vont enfin punir les forfaits ü'Orléans, Lameth,quot; Barnave,
J1 faut y croire ah! ah! ah!
Que de Jacobins on prendraquot;.
lt; gt;ok lieten zij door hun invloed in de verschillende tooneelgebouwen allerlei platte zangstukjes opvoeren, die enkelen alleen ten doel hadden, de aanhangers der overwonnen partij, waartoe onder anderen de dappere legeroversten
156
Hoclie en Marceau behoorden, allerdeerlijkst
te beschimpen.
In een dezer vaudevilles, die ten titel had âLe concert de la Rue Feydeau on l'Agréinent d'un jourquot; en tot groot genot der âmuscadinsquot; ontelbare keeren in hot Theatre des \ arietes âau Jardin Egalitéquot; werd opgevoerd, kwam het volgende slotcouplet voor;
âLorsque l'on voudra, dans la France,
Peindre dos monstres destructeurs,
11 no faut plus de róloquence Emprunter les vives couleurs,
On peut analyser lo crime,
Car tyran, voleur, assassin.
Dans un seul mot cola s'exprimc Et ce niot-kï c'ost... Jacobin.quot;
XV.
De priesters, die, uit vaderlandsliefde gedreven, aan de nieuwe grondwet trouw hadden durven zweren, konden in de oogen der royalisten al evenmin genade vinden, onder voorwendsel dat zij tot bewusten eed slechts waren toegetreden om tot hooge kerkelijke waardigheden te geraken.
In een gedichtje, dat onder den titel van âKermis-uitverkoopquot; in de âActesquot; verscheen, werden de patriottische dienaren van het Lvan-celie op de volgende minder vleiende wijze
ten toon gesteld:
.157
âVeut-on dos mitres acheter,
Au diable il faut vous présenter.
Le prix n'en est pas alarmant:
On les a pour un faux serment En lui livrant son ame Oh bien!
Et son honneur au blame,
Vous m'cntendez bien.
11 ne faut qu abjurer son rol,
Jesus-Christ, 1' Eglise et sa foi Oh bien!
Pour la charto nouvelle,
Vous m'entenclez bien.
Dans peu plus d'un do nos Judas Ira se pendre et dans ce cas Consolez vous do grace,
Oh bien!
On vous promet la place,
Vous m'cntendez bien.
Grimaux, pelés, rustres, galeux,
Ignorants, ribaux, crapuleux,
Jusqu au pauvre Grógoire,
Oh bien!
Chacun peut faire foire,
Vous m'entendez bien.quot;
Bij de benoeming van Gobel tot beëedigd bisschop van Parijs, spraken de âActosquot; hem aldus aan ;
âPrctres, apostats, vos parjures Mériteront mille tortures,
Et vous osez paraitrc encor Vils adorateurs du Teau d'or.
158
Fauto d' evoques canoniques Cos laches iiitrus scliisniiitiqucs S' entredonneront 1quot; cpiscopat,
Asinus asiiuim fricat.
Het afleggen van den eed op de constitutie door Kavel .Maurits vorst 'ralleyrand-Périgord, bisschop van Autun, deed onder de royalisten no'T quot;-rooter opschudding ontstaan.
De eens zoo beroemd geworden staatsman, die als afgevaardigde bij de opening der Staten zicli voorde ineensmelting van den geestelijken met den derden stand verklaard had, en van wien mede zoowel de voorstellen tot den verkoop dei-kerkelijke goederen als tot de opheffing (Ier tienden waren uitgegaan, werd door de hotpers gebrandmerkt als een hoogst eerzuchtig mensch.
Zoo las men in de ,, .Vetesquot; :
âD'Autun :i sou ambition Immolo sa parole ct sa religion.
C'est tout simple, il a eessé d'etre Et gentilhommo ct prctre.
En in een ander geschrift, dat verscheen onder den titel van âLe portrait d un éveque qui clochequot; (Talleyrand ging zooals bekend is, mank door een verlamming aan den voet),
heette het;
âLTor enchaine tos voeux impies,
Voila le (lieu que tu chóris,
C'est ïi lui (ine tu saerifies Ton roi, ton honneur, ton pays,
A force d'art ct de maneges Tu nous arraches tout espoir Et déja tes mains sacrileges Briseut le. sceptre et 1'encensoir.
159
Pour te punir de ta furcur Et venger tes góuts liomicirles,
Je vols les pales Euménides Se disputer ton lilchc coeur,
A la fois cruel ot par jure,
Appreiids quo la postéritó N'ott'rira ton nom dótesté (iue sous 1' embleme d'unc injure.quot;
Te gelijker lijd verschoen in de âActesquot;' het volgende gebed, om 's Jreniels wraak over de Nationale Vegadering als de bron, waaruit allo rampen des lands voortvloeiden, af te smeeken.
fl.)us(iues a quand, grand Dieu, souffrirez-vous l'ivrcsse De cos infames criminels,
De qui la malicc transgresse Vos ordres les plus solennels,
Et dont rimpiétó barbare et tyrannique Au crime ajoute eucore lo mépris ironique De vos ministres temporels?
lis ont a tout 1c pcuple inspire leur furie, lis n'ont pcnsé qu' a l'avougler ;
lis ont semé dans leur patrie L' horreur, le trouble ot le danger;
lis out de 1'orphelin euvahi la ressource.
Et leur main sanguinaire a dessèché la source Du malade et de 1' étranger.quot;
Bij hot naderen van het Paaschfeest vereerde hetzelfde blad de Nationale Vergadering inet
O O
hot volgende lofgezang:
âQuand done ces fiers lógislateurs.
Grands amateurs, grands destructeurs,
Finiront leur opéra!
Alleliua!
160
Nuiro ct mordre est lour élément,
Chacun d'eux no sera content Que quand la France croulera.
Alleliua!
Est-il vrai qu'aux fatals décrets De ces cruels coupe-j arrets Personae no rusistora?
Alleliua!quot;
Dat tie hofpers do verschillende door de Nationale Vergadering genomen besluiten aangaande de kerkelijke zaken, waaronder ook de opheffing der klooster-beloften, zoo hoog niet telde, blijkt uit de volgende elegie, âLa Consolation-' genaamd, die zóózeer in den alge-meenen smaak viel, dat zij nog heden ten dage als volksliedje gezongen wordt:
âQu' avec fureur on supprime
Casuel, calotte et dime,
Je me moque de ces lois,
Si je puis a ma servante,
Dont le joli nez me tente,
Le soir dire en tapinois Eh zie, eh zie, eh zoc,
Eh fric, eh fric, et froc,
Quand les boeufs vont deux a deux Le labourage en va mieux.quot;
Deze woorden, den overste van een klooster in den mond gelogd door een der verdedigers van het monarchale stelsel, werden gevolgd door een tweede couplet, dat, door een jeugdig nonnetje dor Visitatie-orde op de wijze van âRichard coeur de Lionquot; gezongen, niet minder vroolijk klonk;
101
âAdieu done vèpres ot complies, Nenuphar et litanies,
Car je ne suis plus nonnain, J'emploierai mieux raa jeunesse,
Et je vais avoe tendresse Dire a quelque capucin:
Eh zie, eh zie, eh zoe!
Eh frie, eh fric, eh fi'oc!
(^tiaucl les boeufs vont deux a deux, Le labourage en va mieux.quot;
XVI.
Opvallend mag liet lieeten, dat, terwijl de royalistische pers hare tegenstanders aanhoudend onder alle mogelijke vormen met de doodstraf bedreigde, de patriottische bladen er juist ten zeerste voor ijverden deze bij de nieuwe staatsregeling te zien afgeschaft.
In een dezer pleidooien, dat van,Loustallot's hand in de âRevolutionsquot; verscheen, las men onder anderen daaromtrent het volgende:
âSommige lieden beweren, dat de doodstraf een noodzakelijk kwaad is, om den misdadigers de gelegenheid te benemen andermaal te beginnen. Bindt hen, maakt er galeislaven van, laat ben tot iets nuttig wezen, maar ontneemt hun niet het leven. quot;1 Is al te dwaas, dat vier en twintig millioen burgers geen voldoende politiemacht zouden kunnen ontwikkelen om eenige honderden booswichten buiten staat te
11
102
stollen opnieuw aan hot stelen, moorden of brandstichten te gaan. Hoe deden dan de Romeinen? Hoe legt de czarin liet aan, hoe doet Jozef, diezelfde Jozef, ') wiens naam in deze oogenblikken nog slechts met afschuw wordt uitgesproken? Ook hij schafte de doodstraf af. Waarom benoodigt men een bende schelmen niet liever tot de openbare werken, die den burger ten doode toe afmatten en vernederen? De dood van den misdadiger heet nuttig te wezen om de kwaadwilligen in toom te houden. Doch wie slechts één enkele maal de voltrekking van een doodvonnis heeft bijgewoond of de bagnes is binnengetreden, zal, het ongerijmde hiervan zeker dadelijk beseffende, veel meer de gedachte zijn toegedaan van Beccarie, door hem in een zijner geschriften uitgesproken, dat er veel meer kans bestaat het getal misdaden te doen verminderen door het blijvende schouwspel van iemand niet alleen levenslang van zijn vrijheid beroofd, maar tevens tot lastdier verlaagd te zien, dan door het vreeselijke, maar slechts zeer kortstondige tooneel eener terechtstelling.
âIn werkelijkheid treft do doodstraf den schuldige dan ook niet verder, dan dat zij hem uit de rijen der levenden doet verdwijnen. Ten overvloede dient opgemerkt, dat een ter dood veroordeelde hoogstens slechts één uur voor de voltrekking van zijn vonnis verneemt wat er over hem besloten is, en dat de priester,
1) Jozef 11, keizer van üosteunjk, broeder van Marie-Antoinette
103
die dadelijk na deze aanzegging in zijn cel verschijnt, om hem met het kruisbeeld in de hand tot moed en vertrouwen op te wekken, op zulk oen overredenden toon over de kwijtschelding van al onze zonden weet te spreken, dat er voor den onverlaat bijna geen tijd overblijft om over het vreeselijke van zijn vergrijp na te denken.
âIk spreek bij deze slechts van een hoogst gewone terechtstelling, want ik zou voor de eer van Frankrijk niet willen weten, dat het zich soms van eenige bedient, waarbij het leven op zulk een gruwzame wijze gerekt wordt, dat zelfs de wreedste kannibaal er voor zou terugdeinzen.quot;
De ter dood brenging der gebroeders Agasse, beiden nog slechts jongelingen van even achttien jaren, die tot den strop veroordeeld waren geworden wegens het vervaardigen van valsche bankbiljetten, versterkte Loustallot nog meer in deze zienswijze, te meer daar men meedoogen-loos genoeg was geweest den oudste van het tweetal te dwingen bij de ophanging zijns broeders tegenwoordig te wezen.
âIk heb,quot; dus sprak hij de lezers van de âRevolutionsquot;1) toe, âhet vonnis der gebroeders Agasse gelezen, maar nergens was er een jota van te vinden, dat de een van de terechtstelling des anderen getuige moest wezen. In de âverklaring der rechtersquot; staat dan ook duidelijk vermeld, dat de wet geene andere straften mag
1
No. \X\l.
164
opleggen dan zulke, welke als strikt onontbeerlijk kannen beschouwd worden voor do algemeene rust en zekerheid. Ten overvloede is het zoowel den rechter, die de terechtstelling leidt, als den beul streng verboden, bij de straf eenige bezwarende omstandigheden te voegen, welke of onnoodig óf in het vonnis niet voorgeschreven zijn.
âAangezien dus het vonnis alleen van een âeenvoudige ter dood brengingquot; sprak, zoo had men zich ook hieraan behooren te houden en na de ophanging het lijk van den oudsten broeder aan do blikken van den jongeren behooren te onttrekken. Bijgevolg is het een uitgemaakte zaak, dat niet alleen bij deze terechtstelling een schandelijk plichtverzuim beeft plaats gehad, maar tevens een daad van ongehoorde wreedheid is gepleegd, want zonder dat den uitvoerders der wet iets anders was bevolen geworden als den veroordeelden een strop om den hals te slaan, hebben zij de straf op eigen gezag aanmerkelijk bezwaard.
â't Is zoo het gebruik, hoor ik velen zeggen. Barbaren, wat geef ik om uwe verfoeielijke gebruiken en gewoonten 1 Houdt eeu veroordeelde soms op uw evenmensch, uw broeder te wezen? Hij is slechts een burger, die een groote schuld te vereftenen heeft jegens de maatschappij, welke zich wederom van hare zijde den duurzamen plicht ziet opgelegd, het lot van den afged waalden broeder zooveel te verzachten, als haar maar eenigszins mogelijk is.
âDat er vóór de revolutie Franschen gevonden
165
werden, die bij deze kosteloo/.e barbaarschheid stomme toeschouwers zonden gebleven zijn, valt te begrijpen, daar zij zicb noch als mannen, noch als burgers wisten te gedragen, maar dat sedert genoemd glorievol tijdstip minstens geen driehonderd duizend vrije Franschen hun beschermende stem verhieven, om het lijk van den gevonnisde weg te nemen vóór en aleer de andere veroordeelde der gebroeders het gewaar mocht worden, boezemt mij de maar al te zeer gegronde bezorgdheid in, dat de Fransche zielen zich nooit zullen weten te verheffen.quot;
Daar men er van patriottische zijde onvermoeid op bleef aandringen de doodstraf te vervangen door levenslangen dwangarbeid, zoo gaf de even geleerde als menschlievende geneesheer Guillotin als afgevaardigde aan de Nationale Vergadering in bedenking, om, zoolang als zulks nog niet geschied mocht wezen, een straftuig in te voeren, dat met één slag het hoofd van den romp zou scheiden.
Zoodra dit voorstel met algemeene stemmen was aangenomen, wijdden deâActesquot; het volgende menuet aan deze gebeurtenis:
âGuillotin,
Medecin,
Politique,
Imagine un beau matin,
Que pendie est inhuniain Et, pen patriotique.
Aussitót 11 lui faur
160
Un supplicc,
Qui sans corde ui jiotoau Supprime du bourreau L'office.
Le romain Guillotiii,
Qui s'approte,'
Consultc gens du metier;
Barnave et Chapelior,
Même le coupe-tète,
Et sa main Fait soudain La machine,
Qui simplement nous tuera Et que l'on nommera Guillotine.quot;
Aan de âActcsquot; komt geheel 011 al de eer toe het nieuwe straftuig aldus gedoopt te hebben; het zij echter opgemerkt, dat do geneesheer Guillotin volstrekt niet do uitvinder hiervan was, zooals de verschillende hofbladen wilden doen gelooven, getuige het gedicht van vader fats âDoodskisto voor de Lovendequot;, waarin o. a. de volgende regelen voorkomen;
âDaer is oen zeker tuyg in ouden tijt gevonden,
aerdoor al menigh mensch tor aerde is gesonden, Dit is een staele bijl die hangt aen oenen draet. Terwijl ze door een groef en op en neder gaet. Als dan het dunne snoer in stueken wordt gesneden, Soo schuyft do zware bijl die onder loyt en sucht En Hucks is bom do ueost vordweenen in de lucht.quot;'
.Het royalistische blad Le Journal en Vaudevillequot;, dat zich niet minder dan de âActcsquot; vroolijk maakte over de verzachtingen, die den
167
veroordeelden van de guillotine te wachten stonden, riep spottend uit;
âC'cst uu coup que 1'on revolt,
Avant qu' oa s'en doutc A peine on s'en apercoit,
Car on n'y voit goutte.
Un certain ressort cache,
Tout-a-coup s' etant laché,
Pais tomber,
Fais sauter,
Fais vol er la tête:
C'est bien plus honnête.quot;
De ridder de Champcenetz vond, dat de guillotine vooral een groote waarde had, omdat voortaan gerust het woord âgalgquot; iedereen in den mond kon nemen, zonder gevaar te loopen iemand een blos op de wangen te jagen.
Hoewel de Nationale Vergadering de invoering dei- guillotine goedgekeurd had, werd toch pas een jaar later hiermede een aanvang gemaakt1), wat den hofpers de vraag ontlokte, of' dit talmen misschien ook tot reden kon hebben het spreekwoord: âNe pariez jamais de corde dans la maison d'un penduquot;, nog wat in de mode te doen blijven.
Evenzoo staken do monarchale organen als om strijd den draak er mede, dat de afgevaardigde der linkerzijde Targetquot;) als voorzitter
1) Do eerste guillotine werd, onder het opzieht van den geneesheer Louis, vervaardigd dour een Duitsehen werktuigkundige en beproefd op drie lijken, daartoe opzettelijk uit Hieètre gehaald.
Den 21 Augustus 1702 bediende men zieh voor het eerst van dit moordwerktuig om ('ollinot. d'Angreuiont en eenige veroordeelden van 10 Augustus van hetzelfde jaar Ier dood te brengen.
2) Een der beroemdste advoeaten van Parijs en lid der Fransehe Aeademie van Kunsten eu Wetens.*;happen.
168
der Nationale \ ergadering amp;n van het âComité de la ConPtitntionquot; zoo lang draalde, zijn nieuwe grondwet, waaraan hij reeds twee jaren bezig was geweest, het levenslicht te doen aanschouwen.
Eindelijk niet zijn ontwerp klaar gekomen, diende hij dit ter nadere goedkeuring bij de Nationale Vergadering in, welke voor Frankrijk zoo hoogst gewichtige gebeurtenis door de âActes ' onder den titel van:
âDe bevalling van T a r g e tquot;
oj) de volgende kluchtige wijze beschreven werd:
âDen vierden Februari 11. werd de president te midden der zitting plotseling doodsbleek. Alles deed vermoeden, dat hij in barensnood verkeerde. Oogenblikkelijk snelden zes geheimschrijvers toe, om hem met alle behoedzaamheid op een matras aan den voet van het spreekgestoelte neer te leggen. Het zoo vurig afgebeden zuigelingetje zou zich mogen verheugen in acht en veertig duizend armen en beenen, dus evenveel als er bedrijvige burgers in den lande gevonden worden. \ erder zou het drie en tachtig oogen tellen : één per departement: en twee hoofden op het teedere lichaam dragen. De afgevaardigden Siéyès, Thouret en Chapelier, die als leden van hot comité zeer ijverig aan de wording van dit kind hebben meegewerkt, drongen zich zoo dicht mogelijk om den patient heen en verklaarden alSj uit een mond, dat juffertje Constitutie een zeer mooi meisje zal wezen. Alleen toonden
169
zij zich een weinig verlegen met het tweede hoofdje: de erfelijke monarchie. Igt;e leden stelden voor het te laten verhongeren, maaide chirurgijns, allen herkomstig van de heelkundige H oogeschol en van G October 1789, beweerden, dat het vrij wat minder omslachtig zou zijn, het kortweg af te snijden.
De vroegere hertog van Aiguillon, die dienst deed als vroedvrouw, trippelde in een katoenen samaar heen en weer en krabde zich gedurig achter het oor; Talleyrand riep den God van Abraham, Izaiik en Jakob aan; Malouet speelde een deuntje op de harmonica, om de zenuwen der kraamvrouw eenigszins te doen bedaren, terwijl â Mathijs Montmorency zijn best deed de leden met een hartelijk woordje toe te spreken, doch ontroerd als hij was, kon hij slechts eenige onsamenhangende klanken uit-breneeu.
o
âZijn meester, de abt Siéyès, dezelfde die hem uit de gelederen van den adel deed weg-loopen, om zich tot volksman te verheffen, kwam hem te hulp met een blaasbalg, wat de uit werk iijg had, dat dit jeugdig souvereintje een speech over zijne lippen liet rollen, waarvoor zelfs een Cicero den hoed zou afgenomen hebben.
âInmiddels lag vader Target heen en weer te woelen en liet nu en dan een pijnlijken kreet hooren .... Malouet, die do wacht bij hem hielp honden, riep eensklaps geruststellend uit: âFranschen, uw geluk, uw zaligheid bevindt zich in het binnenste van monseigneur
170
Target, maar dadelijk zal het er uit te voorschijn komen . . . Zweert het kind zijns geestes te zullen handhaven en het trouw te blijven . .
Bij deze uitnoodiging rezen alle omstanders op en zwoeren als om strijd.
Te gelijkertijd daalden de patriottische dames een voor een de tribunes af en stelden zich achter elkander om meester Target een bemoedigend tikje met hare waaiers te geven. Eenige harer, onder welke mevrouw de Staël-Holstein, mevrouw d'Escars, mevrouw Karei Lameth en mevrouw d Arguillon, voegden zich bij de afgevaardigden en wierpen hun verleidelijke oogknipjes toe. Mevrouw de Staël, behaagziek als zij is, trok den abt Fauchet ter sluik bij zijn jas en duisterde hem in het oor; âWat dunkt u van mijne voetjes? Zijn ze niet om te stelen, heer pastoor ... O, o, jou oude snoeper, ik geloof heusch, dat je naar mijn boezem kijkt. . . Pas op hoor, ondeugd, of ik keer me om . .
Inmiddels nam Gnillotin de gelegenheid waar, zijn kop-afhakker op zalvenden toon aan te prijzen als het menschlievendste straftuig, dat sedert de schepping der wereld in gebruik was gesteld.
Iedereen wenschte hem van harte geluk met zijne Christelijke uitvinding, behalve Nero Barnave, wiens rondborstige verklaring luidde, dat de guillotine, hoe snelwerkend, hoe prac-tisch ook, veel te weinig bloed liet stroomen.
Nadat Target nog een uur of vijf allerlei benauwde gezichten getrokken had, richtte hij zich eensklaps halverwegen op en slaakte zulk
171
een sm artel ij ken gil, dat het allen heeren en dames door merg en been drong.
âIs juffrouw Constitutie geboren?quot; vroeg men angstig van alle zijden.
âAch neen,quot; luidde het antwoord der heeren chirurgijns, âach neen ; papa Target lijdt slechts aan een hevigen koliek; het geluk van Frankrijk schijnt nog ver te zoeken ...quot;
Eenige dagen later kondigden de âActesquot; aan, dat meester Target den doodsnik had gegeven. âGoddank echter,quot; dus luidde het slot, âdat, even vóór dat hij naar het schimmenrijk verhuisde, Targinetje haar neusje in de wijde wereld mocht steken.quot;
In een der volgende nummers vertelden de âActesquot;, hoe Target met de meeste pracht en plechtigheid naar zijn laatste rustplaats was gebracht, de patriottische dames tranen met tuiten vergoten en de aanspraken tot laat in den nacht voortgeduurd hadden.
iedereen meende, dat de âActesquot; hiermede een punt achter dit onderwerp zouden plaatsen. Maar neen, een week daarna kwam dit blad nogmaals op deze zaak terug en vergastte het, onder den titel van;
âDo Opstanding van Targetquot;,
zijne lezers op de volgende spotternij :
âGisteren schepte een der trouwe aanhangers van troon en altaar, even na zonsopgang, een luchtje in den tuin van het paleis Luxem-
172
burg. Op hot alleronverwachtst- ontwaarde hij door de dunne nevelen van het schemerende morgenrood op het koepeldak een mannetje met een dik hoofd en scheele oogen ; het was zoo waar de gelukzalige Target, de vader van juffrouw Constitutie. Het genie der Revolutie fladderde om don herrezene en plaatste hem de trompet der Faam voor het lichaamsdeel, dat den Heer van Zwijnenburg zoo moedig tegen de aanvallen van eenige potsenmakers wist te verdedigden. Eensklaps riep het genie der Revolutie met een gebiedende stem uit: âOp de knieën, patriotten! en aanbidt de burgertrompet, want:
âC'est elle qui clnns leurs ecrits
Inspire la chaleur divine A ces ceiit-inillc beaux esprits,
Qui u'ótaient lieu dans l'origiiie.
lit cette sublimo trompette
inspire encor Monsieur Marat,
Messieurs Prud'homme et de Villette,
Messieurs Xoël, Carro, Garat,
Et tous ces graves personnages,
Apótres de la liberie,
(^ui dans leurs subli:iies ouvrages,
Ra'ppellent a leur dignité Les nations abatardies.
En leur prêcbant la cruauté,
Le pillage et los incendies.quot;
âPapa Target,quot; dus luidde het verder, âzager, niettegenstaande dat hij uit de dooden was opgestaan, zeer treurig uit, want het was hem alrec ter ooren gekomen, dat de koning,
173
al nam Zijne Majesteit Targinetje clan ook aan, niets met haar te maken wilde hebben. âBuiten mijn paleis blijven, kindlief,quot; was zijn uitspraak geweest, toen men hem het aanvallige wichtje aan het hart wilde leggenquot; .
Gelukkig voor Targinetje dat zij weinig of niets bij den tegenzin des konings te kort kwam, want lief, mooi en vooral geestig als zij was, werd zij spoedig het troetelkindje van degeheele linkerzijde der Nationale Vergadering. Zelfs besloten de pleegvaders van het zooveel belovende spruitje, liet zulk een prachtig uitzet te schenken, dat geheel Frankrijk er van gewagen zou.
âMaar o wee, o wee!quot; riepen de âActesquot; uit, âwat geschiedt er. Een der afgevaardigden, betooverd door Targinetje's lieftalligheid, legde haar zijne gevoelens bloot en .... éér iemand er op bedacht scheen,was /.ij een gevallen bloempje. De zaak werd echter in der minne geschikt, doch Targinetje, goed, maar zwak als zij was, valt ten tweede en ten derde en ten vierde male en heeft ten laatste zoo vele en zulke schandelijke liefdesavonturen, dat zij met alge-
1) Geen wonder dat de liolpartij een onovei'winnelijken weerzin voor Target's wetsontwerp gevoelde, waarvan de grondslagen waren : de afko ndiging van de reehten van den menseli, de toevoeging van een Nationale Vergadering aan de State.i-Generaal, gelijke aanspraken op het verkrijgen van alle mogelijke plaatsen en betrekkingen, afsehatHng der Rijks standen en privilegies, van het wAneien Uéginiequot;, de intendanten en de «lettres de cachet'quot;; verder de nietig-verklaring van alle koopbare ambten, waarborg der openbare schnlci, een geregelde verdeeling van het koninkrijk, vermindering der zontpaelit, gedeeltelijke intrekking der door de kroon toege-kemle jaarwedden, grootc bezuinigingen op linaneieel gebied, en liet recht der natie nieuwe belastingen te heffen en nieuwe wetten uit te vaardigen.
174
meene stemmen buiten de Nationale Vergadering gesloten wordt en uit wanhoop een zelfmoord begaat.
De verschillende gedichten, die de âActesquot; over âmademoiselle Constitutionquot; lieten verschijnen waren allen even vroolijk als geestig, maar ook allen zoo onvergelijkelijk onzedelijk, dat het een raadsel blijft, hoe dergelijke voortbrengselen in den smaak konden vallen van een Marie-Antoinette, althans hoe zij zich niet verlegen gevoelde een blad als de âActesquot; de eer te blijven gunnen, zich te betitelen als hoforgaan.
Nog geruimen tijd haalden de monarchale bladen den arbeid van Target over den hekel, poogden zij hem voor te stellen als den woedenden republikein, die èn als voorzitter van het comité der constitutie èn als die der Nationale Vergadering zijn roem als rechtsgeleerde totaal overleefd had. Onder anderen verscheen in een der hof bladen een satire op de Henriade, de âTargetadequot; genaamd, waarvan de aanhef klonk :
âJe cliante ce lourdaud, président de la France, Et par droit de manege et par droit d? importance, Qui pas six mois de brigue instruit a présider,
Servit les factieux et erut les commander.
Surpassa Chapelier et Lefranc et Tonnerre,
Et fut des enrages la trompette et le père.
Ce n'était plus Target, charmant son auditoire. Dus l'enfance au barreau connu par sa mèmoire. Tel braille au second rang qui s'enroue an premier. I! devint plat sonneur d'illustre basochier.quot;'
Niettegenstaande al het schelden der verschillende gesalarieerde hoforganen, wendde de koning zich twee jaren later tot Target, om hem tijdens zijn proces tegen de aantijgingen dei-Nationale Vergadering in bescherming te willen nemen. Target wees dit verzoek echter van de hand; de reden hiervan valt niet ver te zoeken.
XV.
In een andere humoristische schets, welke eveneens in de ,.Actes des Apötresquot; verscheen en die hoofdzakelijk ten doel had de laf hartigheid van eenige leden der Nationale Vergadering op de kaak te stellen, kwam de spotlust van dit blad nog schitterender uit dan in âdo bevalling van Target.quot;
Do hoofdpersoon dezer schets was een zekere Théroigne de Méricourt, de dochter van een welgestelden landbouwer uit het Luiksche, die, door een Duitschen edelman bedrogen en door haren vader uit de ouderlijke woning verbannen, zich in 1789 te Parijs vestigde.
Van harte de zaak der revolutie toegedaan, schaarde zij zich aanstonds aan de zijde der volkspartij en mocht het haar, dank zij haar gunstig uiterlijk, hare minzame manieren en gemakkelijkheid van toon, weldra gelukken
176
een grooten invloed op de menigte uit te oefenen.
Zoodra de hofpers Théroigne in het oog kreeg, dischte zij, uit wraak over hare vrijzinnige richting, de meest krenkende verhalen omtrent haar verleden op en beijverde zij zich haar een tal van nieuwe minnaars toe te dichten, die als loden der Nationale Vergadering haar dubbel na aan het hart moesten liggen.
In 1791 lieten de âActesquot; haar een staatkundig reisje naar Londen doen en legden zij haar bij gelegenheid van een feestmaal, ter harer eere aangericht door eenige Engelsche democraten, die juist van zins waren zich naar Parijs te begeven, ter bijwoning van de zittingen der Nationale Vergadering, de volgende sentimenteele romance in den mond :
âA.h d'ime femme désolée Daignez soulager lo tourmenf,
Loiu de ses fidèles amants,
Séants iï 1' au guste assemblee,
Elle languit, sèehe sur pied,
J)e sou état prenez pitié.
Quand vous verrez a la tribune Monter mujestueusement Un homme au regard innocent,
D'une figure peu commune,
(Test Mirabeau, rendez lo moi,
.Ie suis sa reine, il est mon roi.quot;
Nadat zij ook hare overige minnaars, als Barnave, Target, Populus enz. enz., in warme taal herdacht had, eindigde zij met uit te roepen:
177
âOh! rendez-vous a nies instances Voyoz ces grands hommes du jour, Peignez-leur bien tour mon amour,
Dites-leur toutes mes souffrances,
De mon ctat prencz pitié,
Car loin d' eux je sèche sur pied.quot;
Weer naar Parijs teruggekeerd, vertelden de hofbladen, dat de gevierde jonkvrouw der linkerzijde binnenkort in het huwelijk hoopte te treden met den vermaarden afgevaardigde, monseigneur Populus, den gunsteling bij uitnemendheid van haar hart.
Hoewel bewuste Populus een totaal legendarische persoon was en Théroigne er niet lipt minste plan toe had te trouwen, zoo stond nochtans een dag of wat later het volgende, onder den titel van: âGrand récit du mariage national, au village de Suresnes, entre monseigneur Populus et mademoiselle de Mère-y-courtquot;, in de âActesquot; afgedrukt:
âReeds in den vroegen morgen van den zoo gedenkwaardigen dag, dat Populus en Théroigne met elkaar in liet huwelijksbootje zouden stappen, werden in de zestig districten van Parijs evenveel kanonschoten gelost Alle afgevaardigden der linkerzijde begaven zich naar # Suresnes, om de huwelijksplechtigheid door hunne tegenwoordigheid te helpen opluisteren. Len beëedigd pastoor deelde den huwelijkszegen uit en sprak de jonggetrouwden aldus toe: â Gelukkige echtgenooten, benijdenswaardig constitutioneel paar, weest zoo zalig in en door elkaar, als onze onnoozele voorvaders
12
178
nooit hebben vermogen te wezen. Ontvang gij, roemvol lid van het souvereine Al, uit de hand der nijvere Hebe, deze zoo zeldzame gemeenteroos, deze door de hand der Constitutie bewerkte nagelbloem en deze nationale tulp, die nog steeds door de uitvoerende macht geëerbiedigd is geworden.quot;
Na het uitspreken dezer zoo echt patriottische woorden, die met eeu algemeen applaus bekroond werden, zette het gezelschap zich aan den wel voorzienen disch, die, onder het frissche lommer van een reusachtigen eik aangebracht, er dubbel feestelijk uitzag. Onder het ronddienen der schotels, het nooit volprezen Bacchus-nat en het liefelijk ruischen der harpen, die gedurig liet: âOu peut-on ótre mieuxquot; aanhieven, onthaalde Robespierre de vrienden op eenige zijner liefdes-gedichten, welke hij zoo heerlijk kon voordragen. Ter verdere afwisseling van dezen onvergetelijken dag, voerden tweehonderd herderinnetjes een ballet uit en bestrooide een heel leger van Danaïden de echt-genooten met bloemen en driekleurige linten.
Eensklaps, j uist op het oogenblik dat Robespierre de omstanders andermaal op een zijner meesterwerken wilde vergasten, stool Brissot, lid van het comité van veiligheid, met stof ^ en zweet bedekt het grasperk op, duwde de herderinnetjes en Danaïden vrij onzacht op zij en sprak, half wezenloos van schrik en aandoening: âAch, ach vrienden, een groot, een zeer groot gevaar bedreigt u, want zooeven ben ik er achter gekomen, dat er een royalis-
fisch koraplot gesmeed is, om u allen vooi' altoos onschadelijk te maken. Neemt dus bijtijds uwe maatregelen, wat ik u bidden mag, of gij ;lt;ijt allen kinderen des doods.quot;
Een angstkreet ontglipte de borst der feestvierenden, die als versteend voor zich uit blikten.
Een weinig tot zichzelven gekomen, rees Danton met krampachtig vertrokken gelaat op en stotterde met lange tusschenpoozen : âOnderzoekt de kelders en de zolders . . .quot;
Boucher, de dichter der âMaandenquot;, viel hem in de rede met den uitroep: âneen, niet alleen de kelders en zolders, maar ook de ver dere plaatsen van het gebouw, onder welks schaduwen wij gezeten zijn. . . Ik eisch zulks, wijl de Tarquiniërs, toen zij de Romeinsche Republiek wilden omverwerpen, de geheime gemakken hadden opgevuld met buskruit, om het geheele Kapitool den schedel vaneen te doen splijten.quot;'
Bij deze taal begonnen de gasten nog heviger te beven en kropen van angst onder de tafel. Robespierre wist hen echter zoo flink toe te spreken, dat men met algemeene stemmen besloot, zich zooveel mogelijk in staat van tegenweer te stellen en den vijand met den moed der wanhoop krachtdadig hel hoofd te bieden. In hetzelfde oogenblik echter vernam men een verwijderd gedmisch van gebroken pannen, die in de keuken van de tafel tuimelden. Opnieuw begon men te sidderen. ..Zijn dit reeds de vreemde bajonetten?quot; vroegen
180
de dames . . . Dadelijk ging de moedige afgevaardigde van Arras op den zoek naar het roode vaandel, om de krijgswet af te kondigen. Doch tevergeefs, want bewust vaandel had gediend om er een ham in te wikkelen. Daarop greep hij een braadspit van de tafel en wierp zicli op een ezel, die rustig stond te grazen. Het beest sloeg echter zoo deerlijk achteruit, dat Robespierre zoo lang als hij was in het zand rolde, waardoor de âonschendbaarheid van de leden der Nationale Vergaderingquot; de volle nederlaag leed.
Het tumult was onbeschrijfelijk groot; men vluchtte rechts en links, ook de kuische Thé-roigne maakte zich uit de voeten, zonder zich in het minst te bekommeren over den beklagenswaardiger! Populus, die zich echter weldra wist te troosten en in een marmeren pilaar hut volgende minder hoffelijke vierregelig gedichtje grifde :
â.J'aimais Théroigne et j'ai perdu moii coour, Pendant ttois jours moii ;iine en fut émue,
Mais ;i la fin jugeant micux nion malheur,
Je vis que ce u' était qu' une fille perdue.quot;
Het uitbreken der Brabantsche revolutie deed Théroigne besluiten naar Luik terug te keeren, om er hare landgenooien aan te zetten, de wapens niet neer te leggen, vóór en aleer zij het gehate juk der Oostenrijkers zouden afgeschud hebben. Doch hoe dapper de Zuid-Nederlanders zich ook weerden, zoo stuurde keizer Leopold hun zulk een geduchte leger-
181
macht te gemoet, dat elke tegenstand tevergeefs was. Bij de vele arrestaties, die de keizerlijke troepen deden, behoorde ook die van Théroigne, verdacht bij den aanval op het koninklijk slot van Versailles Marie-Antoinette als zuster van keizer Leopold') de meest barre verwijten naar het hoofd te hebben geworpen.
De royalisten, niet weinig verheugd over de behaalde zege der Oostenrijksche wapenen, wijl hierdoor de âkeizerlijkenquot; post konden vatten op de grenzen, om verder bij het eerste alarm Frankrijk binnen te rukken, gevoelden zich niet minder in hun nopjes over het gerucht, dat Théroigne naar Weenen vervoerd en aan de galg haar veel bewogen bestaan geëindigd zou hebben.
Dadelijk werd dit praatje door de hofpers als waarheid opgenomen en liet Suleau do volgende even hatelijke als ongegronde dichtregels zijner hand in de âActesquot; verschijnen:
âEcoutez, grande nation,
Et prêtez grande attention,
La demoiselle Théroigne \ ient d' attraper uu coup de peigne, Qui dcfriaera ses grands projets,
IlV-las! c'ntaiont de grands forfaits!
Au libre pays de Pribonrg La donzello faisait un tour;
Voila que deux aristoeratesquot;
Lui mettent la roain an collet!
La voila prise au trébnehet.
1) Jozef was sinds overleden.
182
La drólessc dans ce moment Leur dit: âmessieurs, probablement,
Vous vouloz un certain service,
Laissez-moi quitter ma pélissequot;. â âNon, lui dit-on, trève d'amour,
Vous serez pendu liaut et court.quot;
Et taudis que nous devisons Avcc nos petits chansons Autour du cou de Ia donzelle,
I n bourreau tourne unc ficelle,
Pleurez, mallieureux Populus,
Car votre maitresse n' est plus.quot;
In stede echter van te worden tor dood gebracht, herkreeg Théroigne, bij gebrek aan de noodige bewijzen, hare vrijheid.
Lenige maanden later liet zij Suleau ten volle boeten voor de onwaardige wijze, waarop hij haar goeden naam herhaaldelijk had pogen te bezwalken.
Bij de bestorming der Tuilerieën, waar hij in de uniform van garde national was heen-gesneld, om don koning tegen hel woedende grauw te beveiligen, werd hij door eenigen uit den volkshoop herkend en zijn tegenwoordigheid verraden aan Théroigne, die hem aanstonds vastgreep en, bijgestaan door een twintigtal mannen cn vrouwen, een eind ver voortsleurde. Suleau verdedigde zich dapper en maakte zich in de hitte van het gevecht meester van een sabel, waarmede hij Théroigne het hart trachtte te doorboren. I)ocIi eer hem zulks gelukte, wierp men zich van alle zijden op hem en blies hij onder de slagen
183
en houwen zijner tegenstanders den kaatsten adem uit. Het lijk van den ongelukkige, door het grauw beleedigd en het paleis uitgeschopt, werd in beslag genomen door eenige kinderen, die er tot 's avonds laat mee langs de straat sleepten. 1)
XVI.
Even fel als do hofpers gebeten was op Théroigne, was zij zulks ook op het lid der Nationale Vergadering ('hapelier, om reden dat hij in een der zittingen het denkbeeld had geopperd, of het niet geraden zou zijn een commissie te benoemen, ter beoordeeling wie er al of niet als uitgewekene naar het buitenland zoude mogen vertrekken.
Sinds dit oogenblik beschimpten de monarchale organen hem zoo hard als zij maar koudon en smeedden zelfs eenige jongelieden uit de hooge aristocratie het plan. hem bij gelegenheid een poets te bakken, die hem heugen zou.
Reeds lang hadden zij hier naar uitgezien, toen zij Chapelier in een koffiehuis ontmoetten, waar hij zonder eenig kwaad vermueden in een dagblad verdiept zat. Zuodra zij hem
1
Zie Revolution du U' Aoutquot;, par rdtiei', deel 1 bladz. 153.
184
gewaar werden, pakten zij hem onverhoeds hij den kraag, rosten hem duchtig af en wierpen hem het raam uit.
De royalistische pers vereeuwigde deze âgrande victoire de 1'aristocratiequot;, zooals zij hewusten kwajongensstreek noemde, met er minstens een volle week over te jubelen; o. a. las men in de âActesquot;:
âChapelier⢠sans ótonuement,
Lancó par la fenotre assez impoliraent,
Conime un poisson lancé dans 1' onde,
Xe s en porta que mieux, c'était son élément.quot;
De markies de Condorcet, de even voortreffelijke wiskundige als beroemde wijsgeer, wiens verheven denkbeelden over de waarde van den mensch er hem toe genoopt hadden, als lid der Nationale \ ergadering, den derden stand in zijn veelvermogende bescherming te nemen, maakte zich om zijne liefderijke gevoelens dermate gehaat bij de hofpers, dat zij hem eveneens zoo diep mogelijk zocht te vernederen.
Zoo riepen de âActesquot; b. v. uit:
âCondorcet is leelijk; zijn leelijkhoid is zelfs betreurenswaardig laag,- kwam er tusschen-beide niet een grimlach over zijne lippen, zijne trekken zouden even onbeweeglijk zijn als van een steen. Zoowel zijn gebaren als zijn houding en zijn gang geven duidelijk aan, dat hij een vreesachtig, koel mensch is. Maar neemt u in acht, naar deze verschijnselen zijn ware karakter of zijn hart te beoordeelen, want de eenige hartstochten, die hem beheer-
185
schen, zijn haat en nijd. Dag en nacht zit hij er op te peinzen, hoe het best aan deze ver-foeielijke hartstochten den vrijen teugel te laten, 't Is volstrekt niet noodig hem ooit in 't minst met opzet te hebben benadeeld, om zijn wraakzucht gaande te maken. Ten bewijze hiervan strekke, dat hij Mably een onverzoen-lijken haat toedraagt, om diens diepte van geest, evenals Buffon om diens stijl, Bailly om zijn hooge betrekking en allen verstandigen lieden om hun gematigdheid.quot;
Bij het bericht dat hij als hoofdredacteur van het âJournal de Parisquot; zou aftreden, om verder met den markies de Vilette âla Chro-niquequot; te besturen, wierpen de âActesquot; hem de volgende nieuwe smaadregelen toe:
âII est cltcz In cnnnille excellent gcntillioinnie, Honnète liomme estimé de tous les scélérats, Géomètre fameux pres de qui ne l'est pas,
Auteur très-instrucrif peur qui ne sait pas lire '), Ecrivain lumineux pour qui no sait. écrire,
Sage administrateur, intègro financier,
Comme 1c fut toujours son ami Lavoisier, â )
Cliéri des gons de bieu commo ie fut Cartouche, Mais n'ayant ses vertus, cas 11 est lache et bas, Rampant avec los grands et liaut aves les plats.quot;
Zelfs was het âJournal de la ('ourquot; lasterrijk genoeg op hem do klad te werpen, dat hij zijn
1) Dc âActesquot; vonueldden cchtcr niet, line hij behsilvc lid der Fransche, ook lid der 1'etersbuvijsclic en Herlijnsche Academies was, en hoe hij door laiitsigenoeind [iiclnam voor zijn âThéoiie des Ooinètesquot; bekroond werd met het cere-gond.
2) lOen zeer beroemd scheikundige, die tevens de betrekking bekleedde van pachter-generaal.
186
echtgenoote, do schoone en deugdzame Sophie de Grouchy, die verscheiden jaren met hem in leeftijd verschilde, behalve nog aan verscheiden andere leden der Nationale Vergadering, voor zekere som afgestaan had aan Miraheau.
âIedereen weet,quot; dus luidde bewust artikel, âdat Condorcet zijn vrouw verkocht heeft aan Mirabeau en dat deze hem voor de lieftallige Sophie, overvloedig als hij tegenwoordig in zijn geld schijnt te zitten, honderd kroonen bood. Maar men weet misschien nog niet, dat Condorcet, nadat hij vrouwlief met ,1e grand homme' een minuut of vijf alleen had gelaten, nog even weer binnentrad, om tot Mirabeau de veelbeteekenende vraag te richten, of vriend Montmorency wel van do zaak wist. .
Als een ander staaltje, hoe verregaand onbeschoft en lasterrijk het âJournal do la Courquot; te werk durfde gaan, halen wij nog het volgende gedicht aan, waarin de goede naam van de vrouw van den verdienstelijken afgevaardigde Cochon d'Agen, zonder dat er hoegenaamd iets op haar gedrag aan te merken viel, voor altijd te niet gedaan werd.
âD un gros Cochon d'Agen la femme, rautre jour, Avouait en pleurant quo, sensible a raniour,
Elle avait pendant son absence Pris beaucoup trop de soin do sa postérite. Le Monsieur re cut mal, a ce qu'on m'a conté,
Cette niarque de coufiance.
Aprés queli|ues soulllets Donnés de sa main démocrate,
11 sécria; â) espére au moins que vos attraits
187
N'ont point étc sonillés pas iin aristocrate,
Dans ce cas vous pourrioz ressontir les effets De ma fureiir jalouse.quot; â
âRassurez-vous Monsieur, lui flit sa chaste épouse,
âSi je m'en souviens bien, c'est (i(; votre laquais.quot;
Toen de hofpers eindelijk aan alle leden dei-Nationale Vergadering en ook aan de meeste hunner vrouwen een beurt gegeven had, haalde zij er haar hart nog eens aan op, de heeren afgevaardigden, met toespeling op hun familienaam, aan de galg te wenschen:
âLe Vasseur,
Bouclie, Trou,
Do Launusse,
Beauharnais, Petit, iluguet,
Rabaud, Dupont, Camus,
Bailh , Roy, Valet, Mestre,
Chapelier,
Beauregard,
Lavergne,
Long, (iilet. Maillot, Bonnet,
Barnave, Leboucher,
Périsse.quot;
Een gedicht van do hand van den ridder de Champcenetz, dat een gesprek bevatte van .Mirabeau met Populus, aan wien bij onder de roos mededeelt, hoe hij bij een mogelijke verheffing tot eersten minister van Frankrijk elk zijner vrienden aan een Staatsbetrekking hoopt te helpen, bevatte onder meer de volgende regelen:
âBarnave aura do droit celui des boucheries,
Muguet aura des Hours; au nasillant Buzot
188
Ions ]es voillours du coin payeront un impót, IjG trop lieurciix Baillj- palpera les épices, Les lapins do Clopiei' combleront los délices, Au verfucux Bandit jo donne les forets,
Ijt quand suivant les cours de mos vastos projots J irai dictor dos lois dans uno autre conhóe, 11 reprosontera ma personne sacrée;
Chasse-booul do Poissy sera lo commandant, Chapolier des Castors sera le président,
La Poule aura des grains, Colombo la voice, Labeste aura l'esprit do toute rAssemblée.quot;
Om aan te tooneu welk een minachting de hofpartij voor de uitgevaardigde besluiten der Nationale Vergadering koesterde, halen wij de volgende dichtregels aan, opgenomen in de âActesquot;:
Pour moi do leurs décrets jo me torche lo Q.
Jo les prise ainsi (iii'oux lo poids d'un faux R (). (ecu). Dans leur execrable P. I. (pays).
Assez longtemps j'usqu'ici (I. V. (j. (j'ai vécu)
Je les abaudoune, F. U. I. (fuis).
â¢Si quelque illumine de cos messieurs fait K. (cas). Les braves gens sur eux font K. K. (caca).
Et ceux qui sont savants Z. 1) L. I. K. (c'ést délicat). Les trouvent tous S. 0. P. 0. P. A. (sots, faux, fads). Je le repete done nargue D. C. R. O. (des zeros). Qui plongent tout dans Ie K. 0. (chaos).
Car jamais nos malheurs no seront bion C. C. (cessés). Que quand nous los vorrons a la latorno I. C. (hisses)
A. m. N,. (amen).
De wensch, waarmede dit gedicht eindigt, komt ook nog eens voor in de volgende dichtregels, die in het âJournal de Ia Courquot; het licht zagen.
189
âPour récompeuser le merite De nos divins législatours,
De ces beaux jours tout nous excite,
Prangais a les combler d' honneurs.
Que celui done qui nous gouverne,
Les décore de grands colliers Et les fasse tous chevaliers,
Mais chevaliers de la laterne.quot;
Toen het afschrikwekkende âCa iraquot; door de straten klonk en iedereen niet schrik vervulde, vervaardigde een der medewerkers der âActesquot;, blijkbaar in de hooi? dat de koning zich weldra in de gelegenheid zou mogen bev.nden Frankrijk met behulp der vreemde mogendheden een duchtige geeseliug toe te dienen, er de volgende parodie op:
âQa n' ira pas,
Avee la langue il faut des bras.
Qa n' ira pas,
Dans les coeurs l'esprit se ranime,
Ca u' ira pas,
Retirez vous vils scélérats.
En vain vous exhortez au crime Et vous dósignez la victime,')
Ca n' ira pas.quot;
Ofschoon de hofpartij er hoe langer hoe minder kans toe zag de monarchie te doen zegevieren, daar de Nationale Vers-aderina,
' O o '
gesteund door de geheele natie, slechts te gebieden had om stipt gehoorzaamd te worden, liet zij nochtans bij monde der âActesquot; een tweede parodie op het âCa iraquot; verschijnen:
1) De koiiiuu;.
190
âVous qui croyez durables
Do si nistres dóerets,
Aiiisi qu' inviolablos
Des serments indiscrots,
Yous verrez au rebours,
'jue ga, n' durera pas toujours.
Vous croyez que la France
Avec tons ses soldats Rctient dans le silence
Les lil us fiers potentats:
Moi je pense au rebours (Juo ^a n' durera pas toujours.
Entin de sa folie
Le peuple guérira,
Et de sa maladie
Les auteurs punira,
Je crois qu' après cela Oa ira, Ca ira.quot;
In liet gedichtje, getiteld âDe volksgeboden, of wat er toe behoort om tegenwoordig afgevaardigde te wordenquot;, dat eveneens in de â Actesquot; verscheen, kwam de haat der hofpers tegen de Nationale Vergadering zoo mogelijk nog schitterender uit:
âEtre sans urne, sans talent,
S'exprimer toujours bassement,
Konger le peuple constaimnent,
L'accabler inhumainement,
Le dépouiller avidement,
Ecraser tout ctre pensant,
Mépriser 1'honueur, sentiment,
Trahir 1' Etat a chaque instant,
Traiter un roi cruellernent,
L' avilir en 1'outrageant.
Faire du sceptre un jeu d'enfant,
Se rire des malheurs du temps.
191
Tout faire on Jépit du bon sons,
Sóvir iinpitoyabloment Contro prctre, noble, innocent,
Conseiller, jugc ou président,
Ordonner inibécileineiit.
Faire des decrets méchainment,
Exécuter au prix du sans:,
Etre babillard, insolent,
Parler de tout impndemment,
Airir audacieusement.
Et juger fort légèrement,
Reraplir sa bourse adroitement,
Donner au vice de l'encens.
De 1'intrigue être 1'instrument,
Tels sont les devoirs d'un nianant.
II doit les suivre ex acte ra ent,
Bêtement et servilement,
S' il veut être représentant.quot;
Onmiddellijk volgde op deze regelen een âOde a la Nation frangaisequot;, om niet alleen haar, maar ook de Nationale Vergadering andermaals de noodige slagen toe te dienen:
âFrancais, vous voule/, que j'enceuse
Ces législateurs trop fameux,
(^ue votre stupide ignorance Ose éléver au rang des Dieux.
âMoustres ququot; épargna le tonnerre,
Suivez vos horribles projets.
C'est tr. p peu de souiller la terre Par tant d'exécrables forfaits,
11 fa ut offrayer la nature.
Et pour combler toute mesure, (Jue tardez-vous ii dévorer De voire roi les tristes restes.
Les attïeux repas de Thyeste Peuvent-ils vous déshonorer?quot;
192
Zelfs ging het âJournal de la (Jourquot; zoover van uit te roepen: âWat zou het toch een genot voor ons wezen, tie ellendelingen dei-linkerzijde als padden op de bouwvallen der Bastille aan een staaf te spijkeren en ze verder aan hun lot over te laten.quot;
Geen enkel hofblad maakt er echter melding van, hoe toegevend bewuste âellendelingenquot; zich betoond hadden jegens den koning, door hem, niellegenstaande 's lands hoogst benarde geldsomstandigheden, naar diens eigen schatting wat hij jaarlijks voor liet onderhoud van zijn Huis zou behoeven, niet alleen onmiddellijk vijf en twintig millioen toe te staan, maar nog bovendien vier millioen franken uit te trekken als douairie voor de koningin.
Loustallot gevoelde zich dan ook zoo ontdaan over deze zwakheid, dat hij in de âRevolutions de Parisquot; neerschreef:
âIndien ik lid der Nationale Vergadering-ware en ik had er mij in een onbewaakt oogenblik toe laten verleiden, aan een dergelijk laakbaar besluit mijn stem te verleenen, ik geloof zeker, dat ik mij na de zitting uit schaamte in de Seine zou hebben geworpen. Want in weerwil dat het wetgevend Lichaam nog niet eens voorzag in het lot der natie, ingeval dat de koning onverhoeds mocht komen te sterven, deed het dit wel ten opzichte van een Antoinette van Oostenrijk. De constitutioneele artikelen omtrent het regentschap zijn niet gemaakt en reeds heeft de koningin alle mogelijke middelen ontvangen, om, ingeval dat zij weduwe mocht
193
worden, haar invloed te doen gelden op do verrichtingen van het Wetgevend Lichaam. Reeds alleen door het enkele feit, dat de natie de Nationale Vergadering in betrekking tot het âkind-koningquot; naar hare hand zou willen zetten, kon er een burger-oorlog uitbarsten en zou zijn moeder geld in overvloed bezitten, om zulk een onzaligen twist te onderhouden, zonder ook maar den minsten schijn op zich te laden er eenig deel aan te hebben. Verbeeldt u eens in de plaats van een Marie-Antoinette een Semiramis, en de nieuwere geschiedenis vloeit over van koninginnen, die evenals deze vorstin het leven van haren gemaal er aan opofferden om zelve aan de regeering te komen, welk ontzettend wapen zoudt gij haar alsdan niet ter voldoening barer eerzucht in handen hebben gegeven? Vrees voor de toekomst zou haar gemoed niet kennen, daar zij alle kans had aan het hoofd van het bewind te komen öf, indien hare partij onverhoeds het onderspit mocht delven, toch altijd de schatrijke vrouw te blijven van voorheen.
âNaar alle waarschijnlijkheid is bewust besluit een soort van hulde aan de gehechtheid der koningin aan haren gemaal; maar zijn de wetgevers niet ten strengste verplicht de personen weg te cijferen, om slechts de beginselen
en de gevolgen in hot 002; te houden? De ge ma-1 * i â¢
lin eens komngs kan zulk een overwegenden invloed op het lot eener natie uitoefenen, dat men onder geen enkele voorwaarde aan de regelingvan haar weduwen-pensioen mag denken,
13
194
dan wanneer zij haar echtgenoot overleefd zal hebben.
âIk wil nog niet eens spreken over de onzedelijkheid van dit besluit, waardoor een vrouw, die Frankrijk zooveel schade berokkenen kan, geheel losgewikkeld wordt van den dwang der algemeene opinie. Waarschijnlijk zal zij na de toekenning van zulk een ruim pensioen den haat der Franschen al even weinig tellen als hun genegenheid, daar zij toch nooit meer van de natie zou kunnen erlangen. In één woord, men heeft in eens alles voor haar gedaan, wat men zou hebben kunnen doen, indien zij Frankrijk op de eene of andere wijze gered had.quot;
XVII.
Na de herstelling der rust in de Brabantsche provincies door de Oostenrijksche wapenen, juichten de âActesquot; reeds bij voorbaat ovor de mogelijkheid Keizer Leopold Parijs te zien binnentrekken, om den koning uit de klem te doen geraken en den afgevaardigden der linkerzijde een plaatsje aan de galg te bezorgen.
âLeopold est sur la frontiore,
Tl vieut pour expulser ânes roisquot;,
Ce grand projet d'unc amc fiére
195
Met le cóté gauche aux abois.
â A mon secours accourez vite,
Citoyens, dit-il en tremblant..
waarop dezen antwoorden:
â âVous voudriez nous faire battre,
Pour servir votre ambition,
Qu' on a vu sans pudeur abattre Tróne, ordres, rangs, religion ;
AUez tourbe infame, hypocrite,
Vous même affronter Ie trépas.'quot;
waarna door de royalisten de volgende oproeping tot de uitgewekenen geschiedt;
âRameaux d'une tige Hétrie,
D'Enghien, Bourbon, Condé, d'Artois,
Revenez dans votre patrie,
Rendez-lui le sceptre et ses lois.quot;
Met andere woorden: Keert terug, schiet Parijs, door de Oostenrijkse]ie kanonnen gesteund, kort en klein en jaagt de patriottische leden der Nationale Vergadering nieedoogenloos over de kling.
âVotre arret est rendu,
De vous une centaine
A la Saint-Jean procliaine Je garantis pendus ...
Tel est le sort qu'on vous destine,
Mathieu, Liancourt et Menou,
D'Aiguillon, Noailles et Luynes,
Biron, Lameth et Montesquiou,
Camus, Barnave et Robespierre,
Alquier, Voydel, Boucbe et Rabaud,
Vous finirez votre carrière Par le sabre ou par le cordeau.quot;'
190
En als variant;
âSi monsieur Condé vous housarde, (Jue deviendront vos cliangements ?
On dit pour vous lincer, (in ils sont ciuatre-vingt-raille. Plus de districts, do tambours, de motions,
(Juand ils vous prendront votre grand'ville,
lis n'en feront ((iio dix sections.
On applaudira, on les bénira,
Le roi règnera, Barnavc on pendra,
A Paques ou cliantera uu Alleliua!
Tout le monde, tout le monde content sera.quot;
1 oen do Nationale Vergadering haar taak ten einde gebracht, tal van misbruiken afgeschaft en den weg bereid had tot de samenstelling van een nieuw Wetslichaam, spraken do âActes voor de vele gezegende veranderingen, door haar doortastendheid tot stand gekomen, op de volgende wijze hun dank uit :
âFoutre, je me nom' le pèr' Duchène Ce n'est pas par 1' bout du nez qu'on m'mène, Je suis un morceau de souverain.
Rendez-compte ou j' vous fous du train,
Vous agissez oom' des Cartouches,
L honneur n était done qn'dans vos bouelies? Depuis deux ans d'un air hautain \ ons prornettioz plus d'beurre ((ue d'pain. Executez vos bel' promesses,
Ou j vous fous des claq' sur les fesses.
Nous devious tons et' si heureux.
Nous som' foutre cent fois plus gueux.
J'm en fous, mais d' Paris qu'aucun n' bouge,
Qu il n mait montré son âLivre rougequot;.
J' verrais peut-ètre en les comptant Des Jean-Foutr' au lieu de gens francs.
197
J' m'en fous bien do vot' foutu régime,
(iui n' est foutu cjue sur le crime,
J' m'en ions de vot' t'outue liberie,
(iue nous fout ia mendicitéquot;.
In geen enkel republikeinsch orgaan, zelfs niet in de âPère Duchènequot;, treft men een gedicht aan, dat in znlke achterbuurt-taal is opgesteld als dit. En dan de gedachte, dat de âActesquot; met het âJournal de la Courquot; de meest geliefde dagelijksche gasten van het koninklijk paleis waren!
Na de ontbinding der Nationale Vergadering, waarnaar de monarchale partij reeds zoo lang reikhalzend had uitgezien, hadden onmiddellijk de verkiezingen plaats voor het nieuwe Wetgevend Lichaam. De aristocraten, die er vast op gerekend .hadden, in grooten getale gekozen te zullen worden, waren niet weinig te leur gesteld, toen het bleek, dat de natie zich bijna uitsluitend bepaald had bij mannen uit den burgerstand. Met de verklaring, van den drop in den regen gekomen te zijn, zochten zij hun ergernis lucht te geven door, onder den titel van âLa bien venue aux honorés et aux honorablesquot; de nieuw gekozenen des lands op de volgende wijze te verkleinen:
âN'ayant au fond do leur petite poclie Que des patards '), ils viennent par la eoclie ^ Ou dans Paris entrent d'un pied poudrcux.
Place a ces messieurs!
1) Volksuitdrukking voor stuivers.
2) Keu voertuig vau deu derden rang.
198
Grace au produit do la legislature lis quittoront le gros habit de bure,
Les gros souliers et les feutrcs erasseux.
Place a ces messieurs!
Plusicurs dit-ou ne saveut pas écrire,
Mais il en est qui ne savcnt pas lire.
lis savent tons pillcr on ue peut mieux.
Place a ces messieurs!
Apres deux ans d' ignobles prolétaires Tous devenus riches propriétaires lis s'en iront dans un char radieux.
Place a ces messieurs!quot;
In de veronderstelling dat de vreemde mogendheden eensklaps Frankrijk waren binnengerukt, voordat zulks geschied mocht wezen, klonk dit gedicht verder:
âMais quel nuage annonce Ia tenipète Et quel tonnerre éclate sur leur tête?
Aroici venir les princes glorieux.
Place a ces messieurs!
Kusses, Hongrois et Prussiens et Croates,
Suisses, Pandours et Hulans et Cravates, Viennent venger et les rois et les dieux.
Place a ces messieurs!
C'en est fait, le Parlement fidéle Suspend au bout d'une ficelle Et députés et badauds justiciers.
Place a ces messieurs!quot;
Bij de tijding dat de hertog van Noailles als afgevaardigde der Nationale Vergadering een rapport had ingediend over de vijandige houding der verschillende monarchen van
199
Europa jegens Frankrijk, lieten de âActesquot; de volgende samenspraak verschijnen:
Premier patriot o:
âJe vais a l'ennemi,
Oh! mon brave ami Tenons nous formes... je tremble.
Quel bruit on entend...
L' oreille me fend...
Est-ce le canon?... je tremble.
Je n'ai pas peur,
J'ai du malheur,
Je tremble...
Je n'ai froid pourtant,
Ne sais comment 11 arrive que j e t r e m b 1 e.quot;
Second patriote:
âSi c'est l'ennemi,
J'ai pris mon parti:
Sans dire un mot je me sauve!
Retiens bien ceci,
Mon très-digne ami,
Volteface et Ton se sauvo.
L' homme prudent Legerement se sauve.
Le citoyen Qui s' aime bien
Se sauve;
Tout bien supputó 11 est décreté Qu' en ce cas qui peut se sauve.quot;
Om den vreemdeling in te lichten, op welke wijze Frankrijk het gemakkelijkst te nemen zou zijn, gaf de hofpartij een zoogenaamde âCatéchisme royalistequot; uit, waarin
200
onder anderen do volgende vragen en antwoorden voorkwamen:
âSi Léopold s'y décidait, par conibien d'en-droits croyez-vous notre frontieie de Flandre
accessible a ses troupes?quot;
â Par cinq.
âEt Amédée (de Savoie), par combien de points pourrait-il pénétrer en Provence?quot;
â âPar trois, qu' un general habile peut réduire Ti deux.quot;
âDonnez-en les aperous,quot; enz.
Zooals reeds gezegd, vervulde de overwinning der Oostenrijkscbe troepen over de Bra-bantsche vrijheidsscharen de royalisten met onzinnige vreugde.
In weerwil dat de Zuid-Nederlanders wonderen van dapperheid verricht hadden, zonder zich te storen aan het bevel, dat de Oostenrijkscbe generaal Alton van den keizer ontving om op geen bloedvergieten te zien, als Brabant maar weer ten onder gebracht mocht worden, trachtte nochtans het âJournal de la Courquot; de heldhaftige verdedigers hunner onafhankelijkheid op de volgende wijze belachelijk temaken :
âLes preteudus patriotes Font caca dans leurs culottes,
J1 ont fait semblant d'attendre Quelques minutes pour se rendre,
lis parient de mousquetade,
Même un pen de canonnade,
N'est au fond ququot; une foirade,
Quinze milliers do potences (Qui seriiiont fort bieu en France), Attesterout la clémence
2UI
Et la verte vigilance De Monsieur 1' empereur,
Dont ils ont si grand peur.quot;
âDe vrijheidsmannen ten onzent,quot; spotte het âJournal de la Courquot;, âschijnen al niet veel moediger. Het is althans hun vaste voornemen bij de gezegende komst der Oostenrijkers hun devies ,, vivre libre ou mourirquot; te veranderen in âvivre libre et courirquot;. . .
âKomt vrienden,quot; dus klonk het slot van dit artikel, âlaten wij in afwachting der dingen, die nog gebeuren moeten, maar vast uit volle borst zingen:
âVive la France,
Vive notro bon roi,
La noire engeance,
Qui lui donne la ioi,
A la potenco ira bientót je crois.
(ine la bataille Nous rende contents.
Tremblez canailles De voir nos drapeaux blancs,
Et la mitrailie Et nos canons fumants.quot;
Niet alleen was 't het âJoui-nalquot; en anderen bladen voldoende aan de patriottische partij een brevet van lafhartigheid uit te reiken, maar zij maakten ook de nationale garde en het verdere leger voor hazen uit, getuige het volgende gedichtje uit de âActesquot;, waarin onder anderen gezegd werd;
202
âSi vos guerriers ne tirent pas,
Vos verrez nos braves soldats Narguer de fort pros tous les vótres;
Mais si vos coups cassent les os,
Vous verrez bientót quelques dos Accompagnés de plusieurs autres.quot;
l)eze eerlooze schimpdichten lieten de bevolking volkomen kalm, totdat de geruchten hoe langer hoe meer zekerheid verkregen, dat keizer Leopold, dank zij de voortdurende bemoeiingen van het hof, er meer dan ooit op bedacht scheen den troon van Lodewijk XVI weer pal te zetten.
Het steeds naar de grenzen nader rukken der troepen, die, naar men algemeen vermeende, geheime bevelen hadden ontvangen onverhoeds den weg naar Parijs in te slaan, om, in ver-eeniging met de monarchalen, het koningschap te herstellen en duizenden slschtoffers ter slachtbank te voeren, deed allerwegen den noodkreet opgaan van âte wapen, te wapen, burgers! de vijand staat voor de deur.quot;
Loustallot trachtte de rust in de fel bewogen gemoederen te doen wederkeeren dooide volgende beschouwing in zijn blad het licht te doen zien; âEvenals elk weldenkend burger verstijfde mij het bloed van verontwaardiging in de aderen bij de gedachte, dat niettegenstaande Leopold, de schoonbroeder van Lodewijk XVI, een verbond zou hebben gesloten met den koning van Pruisen, ons land stormenderhand te nemen, de sterkste steden van Dauphiné en van Vlaanderen ten
203
een en male ontbloot waren van troepen en kanonnen. Reeds zag ik Condé, aan het hoofd van vijf en twintig duizend Savoyarden en ontevreden Franschen, een uitval doen op Dauphiné en ontelbare van top tot teen gewapende Spaan-sche keurbenden ons land langs de bergpassen der Pyreneën binnendringen. Verder voorzag ik maar al te zeer, hoe Engeland van de gelegenheid gebruik zou maken om, in overleg met Holland, onze koloniën in te pakken. Niet minder angstig sloeg mij het hart in den boezem bij het denkbeeld, dat onze ministers en generaals gemeene zaak zouden kunnen maken met den buitenlandschen vijand, ten einde allerwegen in ons geliefd Frankrijk den oorlogsfakkel te ontsteken.
âDoch een weinig tot kalmte gekomen, zag ik de zaken geheel anders in. Zelfs glimlachte ik over mijn onbezonnen vrees, want als men den algemeenen toestand van Kuropa nagaat, dan heeft elk land genoeg met zich zelf te doen, dat het ons niet lastig zal maken.
âOordeelt zelf.
âRusland bevindt zich in oorlog met Turkije en wordt bedreigd door Zweden. Pruisen wapent zich tegen Oostenrijk en Engeland ligt overhoop met Spanje over diens kolonies.
âVoor het oogenblik valt er dus niets voor ons te vreezen; toch zou de toestand zich kunnen verwikkelen, want 't is en blijft een onloochenbaar feit, dat Condé aan het hoofd van vijf en twintig duizend geëmigreerden en ontevredenen staat en dat verscheiden mogend-
204
heden hare wapeningen vermeerderen. Maar nog eens, al laat de toestand dan ook in vele opzichten te wenschen over, dreigend is deze voor Frankrijk niet, vooral niet als het slechts vertrouwen in zich zelf blijft houden.
âAl vertoonen er zich dus ook donkere stippen aan den staatkundigen horizon, zoo biedt zich ter zelfder tijd een tal van de rijkste hulpbronnen aan ons aan. Nooit, nooit is nog een volk, dat het waarachtig ernst was, vrij te willen wezen, veroverd geworden. Doch neemt vóór alles de raadgeving van mij aan, u rechtvaardig te betoonen jegens alle volken en het oog gevestigd te houden op den bin-nenlandschen vijand, ten einde hem te beletten, indien wij soms van buiten aangevallen mochten worden, ons eenige schade toe te brengen. Denkt rijpelijk over uw toestand na, en gij zult slechts twee werkelijke tegenstanders gewaar worden: uw overdreven moedeloosheid na den nederlaag en uw al te groot vertrouwen na de overwinning.quot;
XVIII.
Evenmin als de hofpers zich ontzag de vijanden der monarchie vuistslag op vuistslag-toe te dienen, bracht zij gedurig den koning
205
de waarheid onder het oog over zijne besluite-looze houding.
lleeds bij de gedwongen terugroeping van Necker en het afgeperste bevel de vreemde lijfregimenten uit Parijs te laten aftrekken, riepen de âActesquot; hem toe:
âBourbon tu sommeilles,
11 f'aut qu'on éveille,
Prends done ton essor.
Peux-tu dormir encor?
Ji' honneur, la noblesse,
Te disent sans cesse,
Brise les fers.
Et punis les pervers.
Par trop extrómes Dans leurs systèmes Les fripons eux-mêtnes Te donnent des lois;
Keprends ta couronne,
L' honneur te 1' ordonne,
Ecoute sa voix Et defends tes droits.quot;
Na den aanval op het slot van Versailles en de verplaatsing van het hof naar de Tui-lerieën, schreef hetzelfde blad ;
â11 a tremble pour les jours
De sa compagne chérie,
Qui n'a trouvé de secours
Que dans sa propre energie:
Elle snit le fils d' Henri Dans les prisons de Parisquot;.
terwijl het âJournal de la Courquot; uitriep: âWie is de eigenlijke oorzaak al onzer
206
rampen? Niemand anders als de koning zelf, zoowel door zijn onbekwaamheid als door zijn zwakheid en kleingeestige inzichten.quot;
Hierop afgaande, gaf hetzelfde hofblad zonder omwegen zijn meening te kennen, hoeveel riddelijker, moediger, ondernemender koning de graaf d'Artois zon geweest zijn, van wien een onbekend dichter in bewust orgaan uitriep :
âOn croit a son noble maintien Que c'est le Dieu Mars en personne.quot;
Waar deze moed, deze ridderlijkheid, deze ondernemendheid echter schuilden, viel moeie-lijk te bepalen, daar hij, zoo als bekend, onridderlijk, lafhartig en baatzuchtig genoeg was geweest om, dadelijk na den aanval op het slot van Versailles, met de Polignacs, de troetelkinderen van het hof, het hazenpad naar het buitenland te kiezen.
In de hoop den koning eindelijk de oogen te mogen openen, al was het dan ook door nog zulke pijnlijke middelen, lieten de âAc-tesquot;' in hunne kolommen een studie over de regeering van Karei T verschijnen, waarin de oorzaken der omwenteling van Engeland meesterlijk uiteengezet waren. Jn den minister Shafford teekenden zij Calonne, en oen jeugdig democraat, met name Vane, lieten zij na de terechtstelling van den aan koning Karei zoo trouw verknochten staatsman uitroepen op de wijze van Barnave: âLe sang qu'on a versé était-il done si pur . .
207
Evenzoo staken de âActesquot; er hartelijk den draak mede, dat de monarchale partij Lode-wijk XIV, ten pleiziere zijner nazaten, steeds poogde voor te stellen als een der meest ver-hevenen vorsten, die ooit over Frankrijk het bewind hadden gevoerd.
âWaarom noemde men hem den âGrootequot;, vroeg bewust blad. âEnkel en alleen omdat hij een voorstander was van groote overwinningen, groote gebouwen, groote paleizen, groote vrouwen, groote kamerdienaars, groote pruiken, wat niet belette dat hij, na groote vernederingen, zeer klein stierf. .
Weinig als de hofpers zich ingenomen gevoelde met de houding der hooge aristocratie, die óf ijlings de wijk nam naar het buitenland, öf zich, hetzij uit baatzucht, hetzij uit overtuiging, bij de revolutionnaire partij aansloot, zoo las men in het âJournal de la Courquot; bij de opheffing der adellijke titels:
âVan het oogenblik af aan dat de Fransche edellieden hunne voeten niet meer lieten bestuiven op het oorlogsveld en liever, in hun kleedkamer in een gemakkelijken stoel uitgestrekt, hun haar lieten bedekken met een dikke laag poeder, sinds dit oogenblik bestond de adel nog maar in de boeken. Bijgevolg heeft de Nationale Vergadering door deze orde af te schaffen, ver van een recht te vernietigen, slechts een bloot feit verkondigd.quot;
Opmerkelijk dat de hofpers, die niemand spaarde, zelfs een madame Elisabeth aan den spotlust barer lezers overgaf, naar aanleiding
208
van een loos gerucht omtrent haar voorgenomen huwelijk met een afgevaardigde der Sta-teiij en er steeds op uit was Marie-Antoinette, aan welke onbedachtzaamheden zij zich ook schuldig mocht maken, niets dan overdreven lof toe te zwaaien. Zelfs na haar mislukte vlucht naar de grenzen, riepen deâ Actesquot; haar nog toe:
âO toi, (lont 1' Europe ótoimóe Admire et chérit les vertus,
Toi, que les Uieux out destinée A former de nouveaux Titus,
Princesse auguste, ton courage
Surpassa même tes revers.
Et le peuple iugrat, qui t' outrage,
Devient 1' horreur de 1' univers.
Avec quelle noble énergie Tu soutiens ces coups ménagants, Qui sernblent d'instants en instants Anéantir la monarchie.
Les brigands! leurs cruels transports N'ont pu te vaincre ni t'abattre;
Compagne du fils d'Henri quatre,
Mieux que lui tu bravas la mort.quot;
Ofschoon de natie tot het laatste toe den koning ver boven de koningin plaatste, getuige onder anderen de zeei gegronde opmerking van een der leden der Nationale Vergadering tijdens haar proces, âque le roi laissait faire mais qu'elle faisaitquot;, bleef de hofpers haar nochtans blindelings de voorkeur schenken.
Slechts één enkele maal zinspeelde een der medewerkers van het âJournal de la Courquot;,
2(1!)
ai geschiedde dat dan ook .slechts om haar grootheid van ziel ten hemel toe te verhellen, vrij onhandig op haar verregaande impopulariteit, zoowel bij het volk als bij haar omgeving :
âReine, jadis l'idole Du peuple et de la Cour.
(Juand ce peuple tVivolo Te reprend son amour,
Mets Ie conible a ta gloire,
A ta graudeur,
Eu perdaut la mémoiie De sou erreur.quot;
Het valt moeielijk te beslissen, in hoeverre Marie-Antoinette het verdiende, aan de eene zijde vertreden en aan de andere zoo uitbundig bewierookt te worden. Evenzoo is het nog een vraag, of zij werkelijk wel zulk een volmaakte schoonheid was, als de hofpers steeds liet door-schemeren. Madame Dubarry noemde haar nooit anders als âla petite roussequot;, terwijl Marie-The-resiahaar den achtsten Maart 177 1 schreef: âNoch door uw uiterlijk schoon, kindlief, noch door uwe talenten of uw knapheid (ge weet best, dat ge u op niots van dit alles beroemen kunt), maar alleen door uw goed hart moet ge de genegenheid der Franschen trachten te winnen.quot;
Maar zij wist zich deze noch in engeren, noch in ruinieren kring te verwerven; zelfs maakte zij zich door tal van onbezonnenheden dermate gehaat bij madame Adelaide, dat deze op een muziek-partijtje ten haren huize te Meudon, ten aanhoore van een ieder, oen eigen vervaardigde romance voordroeg, waarin onder
i4
210
anderen de volgende voorspelling voorkwam:
âPofitc reino do vingt ans,
Vüus qui traitoz si mal les gons,
Vous repasserez la fïontièie.quot;
Of Marie-Antoinette inderdaad zulk een liefdeloos oordcel verdiende, ligt in het duister, doch zeker is het, dat Marie-Theresia reeds dadelijk bij de aanvrage om de hand harer dochter, voor den vermoedelijken opvolger van Lodewijk XV, er een zwaar hoofd in had, hoe de nog geen zestienjarige aartshertogin hare waardigheid als dauphinezouweten op te houden. Dit was dan ook waarschijnlijk de reden, dat de machtige keizerin, die zich vóór alles beijverde een teedere moeder te wezen, Marie Antoinette niet alleen een eigen geschreven en opgesteld reglement medegaf, dat zoowel door schoonheid van taal als door verhevene gedachten uitmuntte, met de bede dit gedurig na te lezen en er zich zooveel mogelijk naar te gedragen, maar tevens haar vertrouwden dienaar en gezant aan het Fransche hof, den graaf de Mercy d' Argenteau, opdroeg, haar met eiken koerier, die uit Versailles vertrok, behalve de officieele briefwisseling, eenige geheime mededeelingen te doen toekomen omtrent hare dochter, om zoodoende, zonder dat deze er iets van bemerkte, op de hoogte van haar doen en laten te blijven. En aangezien de keizerin deze brieven noch onder de oogen van haar zoon, noch onder die van vorst Kaunitz wenschte te brengen, zoo luidde de verdere afspraak met den graaf de Mercy,
21 1
eiken zijner vertrouwelijke bl ieven te teekenen met âtibi soliquot;.
In den beginne van deze briefwisseling, maakte de graaf er aan zijn keizerlijke gebiedster sleehts gewag van, hoe Marie-Antoinette, daar het hof van Versailles voor het oogenblik weinig afleiding aanbood, tengevolge van den ziekelijken toestand des ko-nings, «lie, verzadigd van de genoegens der wereld, bovendien niet de minste vroolijkheid om zich heen duldde, zich zooveel mogelijk den tijd zocht te korten met het beoefenen der muziek.
Maar hoe ijverig zij zich ook met deze studie bezig hield, zoo kon haar clavecim baal of haar harp haar toch moeielijk vrijwaren zich soms erg te vervelen en zich uiterst eenzaam te gevoelen, daar de dauphijn, schuchter en linksch als hij was; er zeer weinig slag van had zijn jeugdige gemalin eenige verpoo-zing te bezorgen.
Dank zij het huwelijk der beide broeders van den dauphijn met de dochters van den koning van Sardinië, kreeg Marie-Antoinette het veel gezelliger; zelfs voelden de drie jonge paren, vooral wat do schoonzusters betrof, zich zoozeer tot elkander aangetrokken, dat-zij, tegen alle etiquette in, samen hot middagmaal gebruikten.
Ongemerkt kwam men op de gedachte eenige tooneelwerken van het thóa.tre-Francais in te studeeren en dezen op te voeren, waarbij slechtsdedauphijn als toeschouwer aanwezig
212
zou mogen wezen. Verder kwam men overeen, dat niemand anders zou meespelen dan de drie prinsessen, de twee prinsen en de hoeren Campan, vader en zoon. Voorts achtte men het hoog noodzakelijk het bewuste plan stipt voor een ieder geheim te houden, daar âmesdamesquot;, zooals gewoonlijk de tantes des konings genoemd werden, streng devoot als zij waren, ') het zeker zouden afkeuren en de koning, zoodra als hij er iets van gewaav mocht worden, misschien nog minder van een dergelijk vermaak zou willen weten.
Na rijp overleg koos men tot komediezaal een afgelegen bovenvertrek van het paleis uit, waar men zeker kon zijn door niemand van het dienstpersoneel overvallen te worden.
De drie of vier eerste voorstellingen liepen alleszins gunstig af; de prinsen kweten zich uitstekend van hun taak, terwijl de prinsessen, al speelden deze dan ook misschien minder eoed, vooral wat de Sardinische vorstinnen betrof, zich overgelukkig gevoelden in hare smaakvolle, streng gevolgde kostuums, en de dauphijn, die het soms uitproeste van de pret, blijkbaar hoe langer hoe meer behagen begon te scheppen in het gezelschap zijner gemalin.
Tot aller voldoening bleef dit tijdverdrijf
l) In haai* jeugil waren zij dit alles behalve; men leze sleehts haar
beider briefwisseling versehenen in een der jaargangen der rJlevne des
deux Mondesquot;. Op haar on.len dag echter was de kerk haar eenig a;anot, zoodat dan ook bij haar aanvraag in 170), mn naar Tt-ilië temogen
vertrekken, een der le.len der Nationale Vergadering spottend uitriep :
âWat komt het er op aan, of die ou ije.s de mis te Parijs of te Uome hou ren !
213
voor iedereen verborgen; zelfs ontsnapte het aun het waakzaam oog van den graaf de Mercy d'Argenteau, toen liet toeval wilde, dat op een avond, terwijl iedereen reeds gekostumeerd was voorde voorstelling, Marie-Antoinette den ouden heerCampan verzocht haar waaier te gaan halen die zij in de kamer had laten liggen.
Aanstonds begaf hij zich, geblanket en gekleed in het kostuum van Crispijn, langs een geheime trap naar beneden. Ongelukkig was juist een kamerdienaar, belast met het toezicht over de garde-robe, in bewust vertrek aanwezig om het een en ander na te zien. Eenig gedruisch op de trap vernemende, keek hij even door de reet van de deur. Ver van den heer Campan te herkennen, ontsnapte hem een luide gil en zeeg hij van schrik op den grond neer. De heer Campan richtte hem op en maakte zich aan hem bekend, met streng verbod iemand iets van deze ontmoetin»-te laten blijken.
Toen Marie-Antoinette vernam wat er geschied was, besloot zij de tooneelvoorstellimren voor 's hands af te breken, daar licht een tweede toeval van dien aard tot een ontdekking zou kunnen leiden en haar vele onaangenaamheden berokkenen.')
Doch wellicht zou dit vermaak toch wel ge-
1) Miidumc Cumpan, in wi.T âmémoiresquot; HK'ii dit nllos nn^rteckrinl vindt, jmclitc dezi; tuoiiuil-lii-l'liebbcrij lm zeerste toe, wijl Murie-.AntoineUe door het instudeereu liurer rollen niet alleen haar geliengen scherpte, maar zieh tevens hot langer hoe meer vertrouwd maakte mei de Fransehé tiial. Zie lloofilstiik Jll.
eindigt! zijn, tlntiv INluvit-Antoinette van lievei-lede met iiare schoonzusters op een min ot meer koelen voel was geraakt; in de eerste plaats met de gravin d'Artois.
De graaf de Mercy vond deze verhouding, die eerst zoo recht vriendschappelijk was geweest, dermate hinderlijk voor zijn gevoel, dat hij er in een brief aan de keizerin breedvoerig over uitwijdde, zonder echter in bijzonderheden te treden, aan welke oorzaken deze verwijdering kon toegeschreven worden.')
Weinige maanden later (10 Mei 1 (74) stierf Lodewijk XV, waardoor Marie-Antoinette tot koningin verheven werd. In de eerste twee jaren van haar komst op den troon, toonde zij niet het minste verlangen haar lievelings-vermaak voort te zetten, wellicht uit vrees dat wat de koning aardig in haar gevonden had als dauphine, hij minder gepast in haar zou vinden als koningin. Vandaar dan ook zeker dat zij haar gemaal slechts zeer langzaam met de gedachte verzoenen wilde haar andermaal het toon eel te zien betreden. H et jaarlijksch verblijf van het hof te Choisy bood haar een uitstekende gelegenheid aan, den koning door een reeks van tooneelvoorstellingen een aangename verpoozing te bezorgen, te meer daar zij hij ondervinding wist, dat hij vooral gesteld was o]) parodieën, getuige onder anderen die op âAlestequot;, welke hem zoozeer vermaakt had, dat hij de vervaardigers er van door den graaf
1) Zie den bi'ief van den nr.-uilMr Mevcy d'Argentean mm-Marie-Tlieresia ^eilngU-ckend van Maart ' « lt; I
215
de Ferté over hun arbeid zijn compliment liet maken, met verzoek nog meer dergelijke geestige stukjes te schrijven.1) Bovendien was het nog maar weinige weken geleden, dat de koning, naar aanleiding van de volgende gebeurtenis, zich verstaan had met eenige tooneel-spelers, om zoowel zijne vrouw als zijn broeder, den graaf d'Artois, onder het masker van een grap, een gevoelig lesje te geven.
In November namelijk, tijdens dat het hof zich te Fontainebleau bevond, had er een wedren plaats gehad, waarbij een paard â Koning Pepijnquot; geheeten, dat de graaf van Artois voor een fabelachtig hoogen prijs in Engeland was machtig geworden en voor een soort van Pegasus moest doorgaan, voor het eerst loopen zou.
Iedereen had den mom! even vol over âKoning Pepijnquot;, ten wiens gunstede eene weddenschap op de andere volgde. Alleen reeds bij den notaris Dufresne te Parijs waren hiertoe acht en veertig duizend louis-d'or gestort. Verscheiden paardenliefhebbers, die opzettelijk uit Engeland overgekomen waren om den wedren bij te wonen, beweerden echter,dat Pepijn lang het wonderdier niet was, waarvoor de graaf d'Artois het hield; zelfs beweerden zij, dat liet een versleten looper was, die door den eigenaar onder een valschen naam aan Zijn Hoogheid verkocht was geworden. Een hunner wilde er dan ook dadelijk tien duizend louis-d'or onder verwedden, dat Pepijn het zon a,Heggen. De
1
Zie: Mémoires secrets, 0 Aug. 1770.
210
liL'i'tosr van Cliartres') hield eveneens tegen
O w
Pepijn wat dadelijk navolging vond bij een tal van hovelingen, zoowel heeren als dames.
.1 )e koning, die een oprechten tegenzin in wedrennen had en zelfs reeds meer dan eens zijn voornemen te kennen had gegeven, dergelijke woeste vermaken, uit Engeland overgewaaid, te verbieden, liet zich desniettemin door zijne gemalin en den graaf d'Artois bepraten op de tribune plaats te nemen. Door deze toegevendheid aangemoedigd, verzocht de graaf hem ten gunste van Pepijn een zekere som te willen inzetten. De koning beloofde hem zulks, maar verklaarde tegelijkertijd hieraan nooit meer dan drie franken te zullen wagen, waarop zijn broeder, die meer dan honderd duizend franken op het spel had gezet, zich vrij gekrenkt terugtrok.
Eindelijk brak de negentiende November, de dag waarop bedoelde wedren zou plaats hebben, aan.
âMet ingehouden adem wachtte men, dus meldde de graaf de Mercy d'Argenteau aan Marie-Theresia 'â !), âden uitslag af, toen het spoedig bleek, dat Pepijn jammerlijk het onderspit had gedolven.quot;
De graaf d'Artois voelde zich dermate terneergeslagen over deze uitkomst, dat hem de tranen in de oogen sprongen en hij zulke overdreven jammerklachten slaakte, dat do
1) TV latere Philippe Egalité.
:2) Zie ilcn brief vau den j^raaf de Merey aau de keizeiMii van IS Doe 1770.
217
omstanders groote moeite luidden ernstig te blijven. Ook de koningin, die niet anders had gedacht, of Pepijn zou alle andere renners ver achter zich hebben gelaten, scheen zoo mogelijk nog meer teleurgesteld clan haar zwager, die zij zoo bedrukt de hand reikte en op zulk een hoogst bedrukten toon toesprak, dat de koning bevreemd de schouders optrok en in verstoorde stemming naar het paleis terugtrok.
Geheel onder den indruk van het gebeurde en het cr op gezet hebbende, zijn gemalin en zijn broeder door eigen oogen te laten zien, hoe dwaas zij zich aangesteld hadden, gaf hij aan eenigeder beste tooneelspelers, die ten hove de ,,])on Jafet van Scarron'quot; zouden komen opvoeren, het wachtwoord, om beide genoemden, in de cavalcade van bewust stuk, in al hunne gebaren en grimassen na te doen, zooals zulks bij den laatsten wedren het geval was geweest.
Deze grap, waartoe hij in eigen persoon de repetities leidde, viel zoozeer naar wensch uit, dat beide slachtoffers er zich aanstonds in hei 'k enden.
In hun eerste opwelling wilden zij de zaal verlaten, maar toen zij den koning in de handen zagen klappen en hein de tooneelspelers uithundig hoorden toejuichen, begrepen zij er alles van en kozen zij maar de wijste partij van nolens volens mee te lachen.
Daarbij wilde de koningin, met hot oog op hare plannen, den koning in een goed humeur houden en hem, nu zij er herhaaldelijk de
218
bewijzen van had ontvangen, welke soort van stukken hem het meest boeide, telkens weer op nieuwe schaikerijen vergasten.
Weinige maanden daarna werd dan ook, dank zij hare bemoeiingen, een nieuwe parodie ten hove opgevoerd, ditmaal op de opera âErm-lindequot;, waarin de bekende danser Desprez zulke allerpotsierlijkste bokkesprongen maakte, dat de koning het telkens uitschaterde en, uiterst voldaan als hij zich over de voorstelling gevoelde, genoemden artist een jaarlijksch inkomen van verscheiden honderd franken toelegde.
Het buitengewone succes dezer parodie deed tie gezamenlijke heeren van het hof besluiten, een nog vroolijker stuk te laten schrijven, door welke omstandigheid in weinige dagen tijds de âPrinses A E l O Uquot; tot stand kwam, welk stuk, te Choisy in het paleis opgevoerd, beide Majesteiten tranen deed lachen.
De âmémoires secretsquot; gewagen van de âPrinses A E I O Uquot; als van een zeer dubbelzinnig en stuitend stuk, voor wie er niet een zekeren glimp van ongekunsteldheid aan wist te verleenen, niet zoozeer omdat het tegen de goede zeden streed, maar omdat het geheel zoo verregaand achterbuurtachtig van gehalte was, dat men, bij de instudeering der rollen, zelfs eenige vischvrouwen uit Parijs had moeten ontbieden om het, dank zij hare wenken, in zijn karakter van stapel te doen loopen.
De mannen waren verkleed als vrouwen en de vrouwen als mannen, die op klompen met
quot;210
zulk een woest geweld door elkaar sprongen en zulk een getier maakten, dat iedereen hooren en zien vergingen.
Weinige dagen na deze opvoering vertelde een grappenmaker in de âMereure galantquot;, datde gezamenlijkevischvrouwen,dien de hooge eer was te beurt gevallen naar Choisy ontboden te worden, om de heeren en dames uit de âPrinses A E 1 O Uquot; op de hoogte hunner rollen te helpen, bij Hunne Majesteiten een verzoekschrift hadden ingediend, om, ter belooning der haar betoonde diensten, een passenden hoftitel, benevens een behoorlijk jaargeld, te erlangen.
Ofschoon do koningin op den duur weinig of geen smaak kon vinden in stukken, zooals het repertoire van het Hof aanbood, liet zij nochtans,aan wien ook, niets hiervan blijken, daar zij maar al te zeer voorzag, dat, zoo haar gemaal onder haar invloed mocht geraken, hij wellicht nooit meer een tooneelzaal ware binnengetreden, waardoor haarden weg, zelve weer op de planken te verschijnen, voor goed afgesneden ware geweest, vooral daar elke tooneelvrucht, waarin eenige ernst of verhevenheid van gedachte schuilde, hem slechts een geeuw kou ontlokken.
Dit was dan ook waarschijnlijk de eenige reden, dat de graaf d'Artois, bij gelegenheid van de inwijding van een nieuw kasteeltje, dat hij in bet Bosch van Boulogne had laten verrijzen, het koningspaar op een nog veel grover stuk vergastte, dan nog ooit in den hofkring was opgevoerd.
220
Eensklaps scheen de koningin tot ieders verbazing allo genoegens moede; zelfs de hasard-spelen, waarvan zij steeds zulk een hartstochtelijke liefhebster was geweest, lieten haar volmaakt onverschillig; het eenige, waarmede zij slechts vervuld scheen, was het verlangen en de hoop moeder te worden.
De graaf de Mercyd'Argenteau trachtte dadelijk van deze gelukkige verandering partij te trekken, om de koningin op vaderlijken toon aan te manen, toch verder allo wuftheid en verstrooiing van gedachten vaarwel te zeggen en slechts naar meer gematigde genoegens om te zien, die niet alleen veel heilzamer zouden zijn voor haar gestel, maar tevens veel meer beantwoorden zouden aan haar waardigheid als koningin en moeder.
Zoo dikwijls als de graaf de Mercy dit onderwerp te pas zocht te brengen, scheen Marie-Antoinette met belangstelling naar hem te luisteren,wat hem dermate verheugde, dat hij de volgende regelen aan Marie-Theresia schreef: ') âHare Majesteit schenkt tegenwoordig veel meer aandacht aan mijne woorden dan vroeger, misschien wel omdat zij door eigen ondervinding heeft ingezien, dat ik haar zaken voorspeld heb, waarvan de waarheid zich reeds bij haar doet gevoelen. Hare Majesteit heeft mij dan ook volmondig bekend, dat noch het spel, noch de dans, noch zelfs het tooneel haar in den laatsten tijd meer boeien kon.
1) Zie zijn brief van ^2 Duceuibcr 1777-
221
Even zoo gaf zij onder bedekte bewoordingen te kennen, soms alle moeite te hebben, zich tegen de verveling gewapend te houden. Ik heb Hare Majesteit eerbiedig doen opmerken, dat zulks enkel en alleen het gevolg was van zich al te veel aan de pret te hebben overgegeven en dat, indien zij er zich ten minste niet aan blootgesteld wilde zien, in een alge-meene onverschilligheid te vervallen, die op het overige gedeelte baars levens den droevigsten invloed zou kunnen hebben, zich een nuttigen werkkring te verschaffen.quot;
Hoewel de keizerin niet anders verwacht had, of hare dochter zou zich naar deze wenken pogen te gedragen, bleek het echter weldra, dat zij weer geheel tot haar oude levensmanier teruggekeerd was, met het onderscheid dat het tooneel, boven het spel en den dans, haar eeuige hartstocht scheen geworden te zijn.
/elfs was zij onnadenkend genoeg zich met eeuige barer gunstelingen, waaronder mevrouw de 1 olignac, voor onbepaalden tijd naar Trianon te begeven, waar zij, zonder de minste inachtneming van eeuige etiquette of verder ceremonieel, zich zoo vrij mogelijk zocht te bewegen. Zonder te bedenken wat van haar lichtzinnig gedrag nog eens het gevolg zou kunnen wezen, ol er zich aan te storen hoe zij reeds herhaalde keeren gehekeld was geworden in schotschriften, die in haar eigen omgeving ontstaan waren, dacht zij er slechts aan het leven met volle teugen te genieten.
222
Daar opnieuw het verlangen in haar sterk ontwaakt was, de planken te betreden, begon zij met hare gunstelingen er toe aan te zetten, onder elkander een liefhebberij-tooneel op te richten, wat dan ook in het voorjaar van 1780 geschiedde.
Zonder vooralsnog zelve mede te spelen, woonde zij elke voorstelling geregeld bij, waartoe de koning, die te Versailles gebleven was, gewoonlijk overkwam, vooral daar de stukken, die allen even licht en dicht waren, hem bijzonder schenen te bevallen.
âDoorgaansquot;, dus schreef de graaf de Mercy d'Argenteau'),,beginnen deze feestelijke avonden meteen wandeling door de tuinen, die tot het souper voortduurt, waarna men zich ter bijwoning der voorstelling naar de komediezaal begeeft. De eenige goede zijde van deze uitspanning is wellicht, dat de hasardspelen er aanmerkelijk door op den achtergrond geraakt zijn.quot;
De graaf de Mercy vertelde er echter niet bij dat, door het voorbeeld der koningin aangewakkerd, het kamerspel door gansch Frankrijk in een soort van mode-ziekte ontaard was. Geen huis in de stad, geen buitenplaats of geen kasteel, of men trof er een liefhebberijgezelschap aan, welke, geheel geschoeid op den voet van een wezenlijk tooneel, zich zooveel mogelijk beijverde de Fransche komedianten van beroep en de Italiaansche zangers
1) Zie dcu brief van den graat'aan de keizerin, gedateerd 17 Mei llt;h0.
22;:5
in de schaduw te stellen. Eindelijk drong deze liefhebberij zelfs door tot in de kazernen, zoodat de minister van oorlog, daar de dienst er zeer onder leed, zich ten laatste verplicht zag, de strengste straffen uit te vaardigen, om zoowel de officieren als de soldaten van hunne voorliefde tot het komediespel te genezen.
Eenige jaren later, toen de revolutie reeds in vollen gang was en âDe dood van Cesarquot; van Voltaire, eiken avond eivolle zalen lokte, bracht Loustallot in de âRevolutions de Parisquot; dezen bedroevenden tijd op de volgende wijze in herinnering:
âToen de Romeinen slaven waren geworden, bepaalden zich al hunne wenschen bij twee zaken: brood en komedie. Zoo ook de Fransche natie, toen zij nog gebogen ging onder het smadelijke juk der ministers, der priesters en eenige gevallen vrouwen. Enkele keeren liepen de gesprekken over de voorkeur, welke Boileau boven Racine of Racine boven Boileau mocht genieten. Afeestal echter onderhield men zich slechts over het nieuwe stuk, den tooneel-speler van den dag, de decoraties, de kostuums en de muziek. De rechten van den mensch, de persoonlijke vrijheid, de nationale soevereiniteit waren hersenschimmen, die men bijna in het geheel niet aanroerde. Want wee dengene, die zich mocht vermeten de onfeilbaarheid van een minister of de reinheid van beginselen der regeering in twijfel te trekken. Aanstonds openden zich de deuren der Bastille of van
Bicètre, om hom voor goruiincn tijd, zoo niot voor altoos, het zwijgen op te leggen.quot;
XIX.
Geen drie maanden nadat het koninklijke liefhebberij-tooneel te Trianon tot stand was gekomen, had Marie-Antoinette van haar gemaal de vergunning weten te bekomen, zelve
O O /
ook mede te mogen spelen. Van do prinsen wenschte alleen de graaf dquot;Artois zich als lid bij het gezelschap aan te sluiten; de graaf van Provence, zoowel als zijne gemalin en die van eerstgenoemde, verkozen liever toeschouwers te blijven. Verder werd bij de opmaking van het reglement bepaald, dat, behalve eenige gunstelingen, niemand tot de voorstellingen zou worden toegelaten als de lectrices en kamervrouwen met hare dochters, in het geheel een veertigtal personen, met het eenige doel de zaal een niet al te doodsch aanzien te doen hebben.
De graaf de Mercy, die dezen geheelen gang van zaken met leede oogen aanzag, durfde dit nochtans niet aan de keizerin bekennen en schreef haar slechts, onder dagteekening van den 10 Augustus 1780, het volgende:
âWeinig genoegens als dit jaargetijde medebrengt, zoo heeft de koningin deze leemte trachten aan te vullen met nu en dan op
22quot;)
Klein-Trianon een Komecliestukje op te voeren, waarin, behalve Hare Majesteit, de hertogin de Polignac en de gravin de Chalons do dames-rollen vervullen. De acteurs bestaan uit den graaf d'Artois, den hertog de Polignac, den graaf d'Adhemar en graaf Esterhazy. Tot dusverre heeft de koningin besloten niemand bij deze voorstellingen toe te laten als de prinsen en de prinsessen van den bloede, met dringend verzoek hun gevolg thuis te laten. Zelfs aan de âdames de palaisquot; en de grootwaardigheids-bekleeders en bekleedsters der kroon is de toegang tot de zaal ontzegd. Het parterre zal alleen ingenomen worden door de mindere hofbeambten, zooals de kameniers, de kamerdienaars, de portiers enz., die voor het oogen-blik op Klein-Trianon in dienst gesteld zijn. Houdt de koningin aan deze maatregel stipt de hand, dan is het grootste gedeelte van het bezwaar overwonnen iemand eenige reden tot jaloezie te geven. Hare Majesteit, die mij de hooge eer bewees, zich met mij over deze zaak te onderhouden, is van zins om elk verzoek, dat in strijd mocht zijn met de door haar vastgestelde bepalingen, zonder aanzien des persoons, van de hand te wijzen, waaraan ik niet anders als mijn zegel hechten kon.
âNochtans moet het mij van het hart, hoezeer ik het betreur, dat de koningin niet hare keuze heeft laten vallen op een meer geschikte tijdkorting. Daar er echter weinig aan te doen was Hare Majesteit van bewust plan at te brengen, zoo roken ik mij reeds gelukkig door mijn in-
15
226
vloed er eenige wijzigingen in aangebracht te zien, die haar naam niet anders dan ten goede kunnen komen. In allen geval geloof ik niet, dat dit soort van vermaak lang zal stand houden. Doch hoe het zij, zeker is het, dat de koning, die op dergelijke uitspanningen zeer gesteld is, daardoor veel meer met de koningin samen zal zijn en dat,aangezien er veel tijd met de instudeering der rollen en de repetities heengaat, het kaart- en dobbelspel er misschien wel geheel en al bij zullen inschieten.quot;
Denzelfden dag voegde de graaf bij dezen geheimen brief nog de volgende nota:
âSedert dat ik mijn nederig rapport aan Uwe Majesteit uitbracht, heeft reeds de eerste voorstelling op Trianon plaats gehad, waarbij de graaf van Artois tie rol van âpremier amoureuxquot; vervulde en het besluit, geen enkele toeschouwer hoegenaamd in de zaal toe te laten, strikt nagekomen is. De koning heeft zich, naar het schijnt, uitstekend vermaakt en is, als naar gewoonte bij zulke gelegenheden, eerst laat in den nacht naar Versailles teruggekeerd.quot;
Ofschoon deze nieuwe gril barer dochter de keizerin weinig verraste, zoo gevoelde zij er zich toch zoo onaangenaam door aangedaan, dat zij den graaf de Mercy het volgende op bewuste regelen antwoordde:1)
âIk wil best gelooven, dat de tooneelvoor-stellingen van Trianon u maar half aanstaan. Ik denk er geheel en al hetzelfde over, want
i) Deze i^elieele briefwisseli.iir. zoowel als de rapporten van tien graaf de Merey, bevinden zieli in de k.K. Archieven te Weenen. In 187- werden
227
al raag alles even geregeld als fatsoenlijk toegaan, zoo eindigen dergelijke comedie-ver-tooningen toch meestal met een liefdesgeschiedenis of eene andere geruchtmakende zaak. Het eenige, wat ik voor mijn persoon aan deze zaak goed vind, is dat mijn dochter er de leden der familie beter door leert kennen; bijgevolg ter wille van den huiselijken vrede er zich op zal toeleggen hen, zooal niet hartelijk, dan toch beleefd en bedachtzaam te gemoet te treden.quot;
Daar de eerste proeve allleszins naar wensch geslaagd kon heeten, zette raen er de grootste haast achter een tweede voorstelling te doen plaats hebben, waartoe een opera-comique en een comedie-stukje gekozen werden. ')
Den zestienden September bracht de graaf de Mercy aan de keizerin liet volgende rapport uit over dezen avond:
âDe koningin houdt streng vol niemand in de zaal te dulden als de prinsen en de prinsessen van den bloede; zelfs geen enkel persoon van hun gevolg heeft er toegang. Naar het mij door verschillende hofbeambten ter oore is gekomen, is de laatste voorstelling zoo mogelijk nog gunstiger uitgevallen dan de eerste. De koning vooral scheen zich kostelijk te vermaken en klapte gedurig in de handen, als
al ileze stukken met toestemining der regeering in liet licht gegeven door den conservator Ridder von Arneth.
1) Den eersten Augustus speelde men ,;Le roi et le ^ermierquot;, en ;;La Gageure imprévnequot; Den tienden Augustus volgden: ;.On ne s'avise jamais de tontquot; en het guitige eomediestukje «Les fausses infi IrliitV. (Zie Mémoires secrets.)
228
zijne gemalin voor liet voetlicht trad. Om negen uren viel het scherm, waarna men âen petit comitéquot; soupeerde en zich ter ruste begaf. De prinses de Lamballe,die zich, in haar rang als grootmeesteres, alle recht toekent de voorstellingen bij te wonen, is er niets over gesticht voor een gesloten deur te zijn gekomen. Tevergeefs heeft zij zich over deze bejegening bij de koningin beklaagd en haar nederig om een toegangskaart verzocht. Hare Majesteit heeft haar dit volstandig geweigerd, op grond dat voor het oogenblilc alle etiquetten opgeheven waren. De hofdames laten niet minder het hoofd hangen. En eenigszins met reden, want in weerwil dat in het dienstreglement van het paleis duidelijk opgeteekeud staat, âdat geen enkele omstandigheid de hofdames van hot voorrecht berooven kan haar dienst bij de koningin waar te nemenquot;, zoo heeft Hare Majesteit nochtans bepaald, dat, zoolang als zij op Trianon gevestigd bleef, haar gevolg vacantie had, behalve des Zondags, om te Versailles mee naar de mis te gaan.
âDit alles heeft zoozeer de algemeene ontevredenheid opgewekt, dat er allerlei minder gewenschte praatjes uit ontstaan zijn, die,door de tegenstanders der koningin gretig opgevangen, hun weg door geheel Parijs hebben gevon len. Hare Majesteit heeft dan ook, naar aanleiding van dien, de verschillende dames van dienst vergunning gegeven, dagelijks, van Versailles uit, eenige uren in haar bijzijn te komen doorbrengen. Deze maatregel heeft aan-
229
vankelijk een goeden indruk teweeggebracht, ofschoon de jaloezie zeer groot blijft, dat de koningin alleen maar mevrouw de Polignac, hare dochter, mevrouw de Guicho en de gravin de Chalons 's nachts op Trianon bij.zich behoudt. Binnenkort schijnt er weer een nieuwe reeks van tooneelvoorstellingen op til te zijn, waardoor de verhouding van Hare Majesteit met hare omgeving er zeker nog koeler op zal worden. Inmiddels behoort reeds tot een der meer ernstige gevolgen van hare afzondering op Trianon, dat, bij gelegenheid van den naamdag des konings, er niet half zooveel gelukwenschers te Versailles zijn verschenen dan anders.quot;
Al deze teekenen van afkeuring lieten Marie-Antoinette editor volmaakt onverschillig, waarvan ten bewijze kan strekken, dat zij maar steeds bleef uitstellen naar Versailles terug te keeren en, ondanks alle uitstrooisels en verhalen, den zesden Augustus andermaal met de gravin de Polignac in een tooneelstuk optrad. ') De wijze, waarop do koningin deze vrouw op den duur begunstigde, stemde haar omgeving hoogst ontevreden en lokte tevens een tal van schotschriften uit, waarin deze vriendschap voor een ziekelijke dweeperij word uitgemaakt. Daar echter Marie-Antoinette voor dergelijke berispingen de schouders optrok, zoo scheen zij zelfs er haar best toe te doen, om, hoe meer
]) MÃ/Anglais a Boi'ilcauxquot;, con comodie in vrije verzen, die ter eere van het sluiten van «leu vrede in 1703 vervaardigd eu opgevoerd werd, met medewerking van de beroemde Mile Dangeville. (Mém. seer.)
230
men haar zocht te hekelen, des te meer haar gang te gaan.
Zij ergerde echter hare geheime vijanden dermate door haar lichtzinnig gedrag, dat de geschriften tegen haar hoe langer hoe hatelijker van toon werden. Zelfs las men in een dezrer, dat daar het haar weinig aanstond, verder groo-tendeelsslechts voor stoelen en banken te spelen, zij er in den laatsten tijd toe overgegaan was de âgardes du corpsquot; tot de voorstellingen toe te laten en dezen op een avond van het too-neel toegeroepen had: âMijne heeren. ik deed mijn best u een aangenaam uurtje te bezorgen ; gaarne had ik wat beter gespeeld, maar helaas! ik kan het niet mooier.quot;
Tn een âcorrespondancequot;, uitgegeven dooiden heer de Lescuro, komt voor, dat een geheim berichtgever uit dien tijd in zijn orgaan neerschreef: âDe koningin zet nog steeds hare tooneelvoorstellingen met den meesten ijver voort; ter afwisseling der zoo zware rol, die zij in de wereld moet vervullen, heeft zij thans die van âsoubrette de theatrequot; aangenomen. De koning woont deze voorstellingen gewoonlijk bij, ofschoon bewuste liefhebberij volstrekt niet overeenkomt met zijn ernstig, streng karakter. Geen wonder dan ook dat hij de acteurs en actrices, met zijn eigen gemalin aan het hoofd, zoo dikwijls zij ten tooneele verschijnen, zoo hard uitfluit, dat de geheele zaal er van davert. Het dient echter gezegd, dat de graaf d'Artois, die vroeger al heel aardig op de koord danste, ook redelijk begint te acteeren.
231
Wat echter de koningin betreft, zoo spijt het ons zeer van haar te moeten getuigen, dat zij niets geen aanleg voor de dramatische kunst heeft, met anderewoorden âqu'ellejoue royalement malquot; . . . ')
Daar dergelijke uitstrooisels den graaf de Mercy niet weinig hinderden, daar hij maar al te zeer voorzag, dat zij de koningin bij de minder ontwikkelde standen grooten afbreuk zouden kunnen doen, nam hij de eerste gelegenheid te baat haar nogmaals dringend te raden, bewust vermaak toch te laten varen. Evenzoo gaf hij haar in bedenking zich zooveel mogelijk voor iedereen uit den hofkring toegankelijk te stellen, wijl er anders alle kans voor haar bestond te veel onder den invloed van enkele uitverkorenen te geraken, wat zijns inziens des te gevaarlijker was, daar niemand een troon zoekt te naderen, zonder er zijne eigen inzichten mede te hebben.
In zijn eerstvolgend schrijven aan de keizerin deelde hij haar onder meer het volgende aangaande zijne bemoeiingen bij Marie-Antoinette mede: 1)
âMet alle bescheidenheid gesproken, geloof ik,dat Hare Majesteit mij volmaakt gelijk gaf. Zelfs kwam liet mij voor, dat zij haar laatste gedragslijn eenigszins betreurde, daar het thans weder ten volle gebleken is, hoe do jaloezie en de laster er steeds op bedacht zijn om alles,
1
Zie zijn brief van I I Octobcu 1780.
232
zelfs de onschuldigste zaken, ten kwade uit te leggen. Hare Majesteit verzekerde mij dan ook van plan te zijn, zich binnenkort met het geheele Hof naar Marby te verplaatsen, en dat er alsdan van tooneelvoorstellingen geen sprake meer zou wezen. Verder gaf Hare Majesteit mij te verstaan, nooit iets anders met deze uitspanning bedoeld te hebben als de zomermaanden minder vervelend te doen zijn, doch dat zij, om alles weer in het effen te brengen, toekomenden winter ten paleize van Versailles niet alleen verscheiden groote receptiën, maar tevens een reeks van feesten hoopte te geven, die elkeen de ondervonden teleurstellingen zouden doen vergeten . .
De keizerin antwoordde den 3d'quot;quot; November op dit rapport: âVan harte verheugde ik mij over de goede voornemens mijner dochter, maar nog meer zou ik er mij over verheugen, indien ik slechts stellig wist, dat zij zich niet meer bedenken zal; want ;tls do etiquetten eens aan den kant geschoven zijn, behoort er heel iets toe om ze weer in te voeren.quot;
Deze brief was de laatste, die de graaf de Mercy van de hand der keizerin ontving. Onverhoeds op het ziekbed geworpen, blies zij den negen en twintigston van dezelfde maand, tengevolge van een bezetting op do borst, na vier dagen lijdens, den laatsten adem uit.
233
XX.
Door dit zoo onverwachte heengaan zag Marie-Antoinetto zich als niet een too verslag ontslagen van elk zedelijk toezicht en had zij zich aan niemand meer te storen, om, zoodra de rouwtijd verstreken zou wezen, opnieuw aan hare ontelbare grillen van tooneel-speleres gehoor te geven.
Het geheel volgende jaar kon echter hiervan niets inkomen, daar de koningin in de hoop verkeerde andermaal moeder te mogen worden en de geneesheeren haar de strengste rust aanbevalen, zoodat alle plannen om de tooneel-voorstellingen te hervatten voor geruimen tijd in duigen vielen. Reeds hadden de heeren en dames artisten, onder presidium der koningin, verscheiden vergaderingen belegd, om in het reglement eenige veranderingen aan te brengen. J)e twee voornaamsten dezer waren, om ten eerste behalve de officieren van het garde-du-corps en de stalmeesters hunner Majesteiten, ook eenige gasten tot de tooneelzaal toe te laten, van wier bijval men zich overtuigd kon houden. Aangezien echter op aandrang van Hare Majesteit besloten werd noch de cent-suisses noch de lijfwacht der prinsen tot de voorstellingen uit te noodigen, zoo voelden dozen zich even gekrenkt als verbitterd tegen de koningin, aan wie zij van dezen beleedi-genden maatregel luide de schuld gaven.1)
1
Mémoires de Mail.iuie ('anipan. llMofilsluk l.\.
23-4
Het tweede punt bestond om de auteurs, wier werken werden opgevoerd, vriendelijk te verzoeken er zich zeiven van te komen overtuigen, in hoeverre hunne werken naar verdienste vertolkt werden.
Had het eerste besluit bij velen afkeuring verwekt, zoo was dit niet minder het geval met liet tweede, daar men maar al te zeer voorzag, dat lieden, die als zij geheel buiten het Hof stonden, zich niet in het minst zouden ontzien het spel der koningin zonder eenige toegeeflijkheid te hekelen. Wegens den grooten dunk, dien Hare Majesteit van haar dramatisch talent en hare zangstem koesterde, zoo kwam haar dit niet in de verste verte in de gedachte en wachtte zij met het meeste ongeduld het oogen-blik af, dat zij weer hare lievelingsrollen zou kunnen vervullen.
Zoodra dan ook na de geboorte van den dauphijn hare krachten het maar eenigszins toelieten, werden de noodige aanstalten gemaakt om het liefhebberij-tooneel van I rianon te heropenen met het geestige coraediestukje .,Le sage étourdiquot; en de operette van Barré en Pus âLe sabot perdu.
In het laatste wenschte Mario-Antoinette de rol te vervullen van Babet, het schalksche, dorpsche asschepoestertje, dat, om 's avonds nog even haar verloofde lt; 'olin de hand te drukken, grootmoeders klomp had aangeschoten en deze op den terugweg verloor.
Aangezien de Uurgervader er zeerop stond den schuldige te ontdekken, zoo gat hij last de
235
gevonden klomp allen jongen meisjes van het dorp aan te passen. Niemand harer echter dien zij niet te groot â was. Hierna kwamen de moeders aan de beurt, toen het ten laatste bleek, dat het zeventigjarige grootje de eigenares er van was . . .
Ueeds was bedoeld stukje te Marly door de artisten der Comédie-Jtalienne ten hove opgevoerd geworden en had het dermate aan de koningin bevallen, dat de koning, op haar verzoek, de beide auteurs er van een bijzondere gift van twaalfhonderd livres liet uitreiken. ')
Zooals gezegd, was de rol van Babetje bestemd voor do koningin, terwijl mevrouw de Polignac voor het grootje en do graaf d'Artois voor Colin zouden spelen.
De beide schrijvers van âLe sabot perduquot;, die tot de voorstelling uitgenoodigd waren geworden, zaten midden in do zaal cn hadden op last Harer Majesteit, bij wijze van gala-kleeding, ieder een vervaarlijken hoed met pluimen opgezet.
Naai- het algemeene oordeel, was de koningin een geestig, bevallig Ilabetje. Ook tie overige heeren en dames artisten overtroffen zichzelven dermate dien avond, dat er aan de toejuichingen schier geen einde scheen te zullen komen on iedereen nog dagon achtereen met geestdrift gewaagde van het genot, dat men bij â Le sabot perduquot;' gesmaakt had.
I) nMrmoives secrelaquot;: \iix siturs Barré ft l'us, initeiui de pièces et vamlcvilles, Ia ^o^llne ilc i ?()0 livres. irratilieatiniiu eii\ neeur(!e«: pnr le roi (Avi-il ITS 1.1
236
Niet weinig trotsch op het behaalde succes, nam men twee andere stukken in studie, de operette: âLes deux chasseurs et la laitièrequot; en âGertrude et Isabelle ou la chercheuso d'espritquot;, getrokken uit het bekende sprookje van Voltaire: âL'Education des fillesquot;.
Zoo mogelijk oogstte men met laatstgenoemd stuk nog grooter triomf in dan met âLe sabot perduquot;. De koningin vooral blonk zeer uit als Isabelle, het ydillische landmeisje, dat onder een zekere kinderlijkheid een zeer listig hartje verborg en. ofschoon een eenvoudig persoontje in schijn, een volleerde kokette was.
Nadat âLa chercheuse d'espritquot; herhaaldelijk was opgevoerd geworden, werden achtereenvolgens de âTonneliersquot;, âle Sorcierquot;, âRose et Colasquot;, âOn ne s'avise jamais de toutquot; enz. opgevoerd.
De koningin was zóó vol ijver voor haar tooneel, dat zij dit geheel alleen wenschte te besturen. Zelfs vervulde zij, zooals een schrijver uit dien tijd ons mededeelt, de betrekking van decorateur en machinist. Geen spijker mocht er geslagen, geen scherm verplaatst, geen programma gedrukt, geen penning uitbetaald worden, of zij moest er bij wezen. Evenzoo regelde zij alles omtrent de voorstellingen, tot in de kleinste bijzonderheden toe. Zij had er zulk een zwak op, dat niemand zich met iets hoegenaamd omtrent haar tooneel bemoeide, dat, toen graaf Esterhazy een bediende had meenen te moeten straffen, wijl deze door lompheid een gat in een decoratie gestooten
237
had, zij hem schroef: âLaat mij u bij deze herinneren, dat mijne tooneelzaken geheel buiten don dienst van liet paleis liggen. Heb dus de goedheid om den man, dien gij zonder mijn medeweten in arrest hebt gesteld, los te laten en hem te zeggen, dat ik hem bij deze gratie verleen. quot;)
Eensklaps echter begonnen de voorstellingen, die met zulk een geestdrift heropend waren, te tanen, om eindelijk in Augustus 1785 geheel op te houden.
Tegelijkertijd dat de koninklijke komediezaal van Trianon gesloten werd, liet de koningin in de nabijheid van het paleis een reusachtige tent opslaan tot het geven van een tal van landelijke danspartijen. ^
De geheele hofkring van Versailles werd toegelaten tot deze feesten, waar het even luchtig als vroolijk toeging.
In navolging van deze bals, gaven alle dames, die in de omstreken van Parijs en Versailles een buitenplaats bewoonden, eveneens des Zondags een âföte champêtrequot;, zoodat men, waar men ook maar zijne schreden heen-richtte, de violen lustig hoorde krassen.
Veranderlijk van karakter als de koningin was, zoo was ook al heel spoedig de aardig-
1) Zie: Ciitalo^ue des lettres autogiMplies appautcnant au Comte George Esterhazy.
2) Zie: Metra. 0;)k het ^Journal manuscript dn roiquot;, gevonden in de mArmoire de Ier ' van de Tuilerieën, bij dc bestorming v.nr. liet paleis, quot;10 Aug 1«02 en bewaard in de HArchives natioiifilesquot;, bevat versehilhmde bijzonderheden over deze mode-feesten, die gedurende een paar maanden boven alle andere vermaken ver de voorkeur mochten genieten.
238
he id van dit vermaak af en zette zij het zich in het hoofd, het tooneel van Trianon weer te openen en de âBarbier de Sevillequot; op te voeren.
Toen zulks bekend werd, kon men zijne ooren bijna niet gelooven, want, afgezien dat iedereen het er voor hield, dat de âBarbierquot; do krachten van het liefhebberij-tooneel van Trianon ver te boven ging, zoo vond men het hoogst laakbaar van de koningin een werk te willen opvoeren van Beaumarchais, wiens Mariage de Figaro nog steeds alle tongen en pennen van Frankrijk in beweging bracht over de wijze, waarop hij hierin niet alleen het monarchale gezag, maar ook het opperhootd van den Staat had durven bespotten.
Al dadelijk had het groote bevreemding opgewekt, dat de koning, na eerst de opvoering van de âMariagequot;, waai van de âBarbierquot; tot inleiding moest dienen, verboden te hebben, later weer zoo zwak had kunnen wezen zulks toe te staan, toen het plan der koningin nog grooter opschudding veroorzaakte. Men veroordeelde haar nog des te meer, wijl het er allen schijn van had, alsof zij met den graaf d'Artois, wiens beschermeling Beaumarchais was, tegen haar gemaal samenspande.
Van alle zijden fluisterde men haar dan ook toe, om elk plan tot opvoering van de âBarbierquot; te laten varen, of dit althans voor onbepaalden tijd uit te stellen. Maar ver van zich aan eenige raadgeving te storen, liet zij zonder uitstel den tooneelspeler Dazincourt,
23ü
van de ('omrdio-Franc;aise, ten ]gt;uloize ontbieden om hem dc verdeeling der rollen op te dragen.
'i'o midden der repetitiën kwam als met een donderslac: de zaak van het halssnoer uit. De eerste onthullingen van den juwelier Böeh-mer kwamen de koningin ter oore bij het op handen zijn der voorstelling, waarnaar zij als een kind scheen te verlangen.
Ofschoon niemand barer omgeving anders gedacht had, dan dat een zoo pijnlijke verrassing haar al te fel geschokt zou hebben, om vooreerst aan eenig genot te kunnen denken, daar alle pogingen om de draad dezer duivelachtige intrige in handen te krijgen, vruchteloos schenen, zoo zette zij nochtans met koortsachtige gejaagdheid de toebereidselen tot de opvoering van de âBarbierquot; voort, ten einde deze den negentienden Augustus op bet paleis te Trianon te doen plaats hebben.
Terwijl iedereen zich om het zeerst hiermede bezig hield, drong het bericht te Parijs door, dat do kardinaal prins de Rohan, groot-aalmoezenier van Frankrijk, op het oogenblik dat hij zich den vijftienden Augustus in priesterlijk feestgewaad naar het altaar wilde begeven, door den majoor der lijfwacht, graaf d'Agoust, krachtens âune lettre de cachetquot; op last des konings in hechtenis genomen was.
De algemeene ontroering kende bij deze tijding geene grenzen; tevergeefs vroeg men zich af, hoe de koning er toe had kunnen komen om den prelaat, op zulk een plechtigen feestdag als Maria Hemelvaart, als een boos-
240
wicht ia verzekerde bewaring te laten nemen.
De verschillende Verhalen aangaande de geheimzinnige ontvreemding van het halssnoer deden elkeen hot zijne daarvan denken, temeer daar het van een algemeene bekendheid was, dat de prins van Rohan de koningin met geheel andere oogen aanzag als hem in eenig opzicht betaamde.
In weerwil van deze geruchtmakende arrestatie, waarin de naam van Marie-Antoinette op treurige wijze gemengd werd, had nochtans op den daartoe bepaalden datum de opvoering-van de âBarbierquot; plaats. ') Zonder er zich in het minst rekenschap van te geven, in hoeverre deze trotseering der algemeene opinie haar euvel kon geduid worden, scheen de koningin er meer dan ooit op uit, aan bedoelde voorstelling een recht feestelijk karakter te geven. Zelfs was zij onkiesch genoeg, Beaumarchais ter bijwoning er van in optima forma uit te noodigen, als wilde zij, door den auteur van de âBarbierquot; aan het hof te halen, hem rechtstreeks, tegen den zin haars gemaals in, op een voetstuk plaatsen.
In hoeverre deze opvoering naar wensch slaagde, valt moeielijk uit te maken, daar Grimm, de eenige schrijver, die er over uit-wijdt, met voorbijgaan van alle andere leden van het gezelschap niet alleen het spel des konings ten hemel toe zoekt te verheffen, maar bovendien alles, wat hij daaromtrent op-teekende, slechts uit den mond van een hoveling wist.
1) Zie «Ie Journal manuscript du roi
241
Onder moer zegt hij : O'était la reine elle-nieme qui jonait Rosine ; Mr. Ie Comte d'Artois celui de Figaro .... on a remarque surfcout que la reine avait répandu dans la scène du quatrièrae acte une grace et une vérité qui n'auraient pü manquer de faire applaudir l'actrice même la plus obscure. ')
Toen men vernam, dat de opvoering van do âBarbierquot; toch werkelijk bad plaats gehad, schudden zoowel de vrienden als de tegenstanders van het Hof het hoofd over zooveel ongevoeligheid, zooveel onbeschaamdheid. Tegelijkertijd verscheen er een tal vlugschriften, waarin betoogd werd, hoe de koningin en hare satellieten er toch toe waren gekomen, zich gedurende een geheelen avond ten koste van zich zeiven te kunnen vermaken met in hunne rollen, onder den mom van scherts, de veeten te vertolken, die de kleinen tegen de grooten, het volk tegen den adel koesterde.
Het was dan ook al te ongerijmd den graaf d'Artois als Figaro tot Almaviva te hooren zeggen; âGeloof me, heer graaf, sinds lang kende ik u als mijn zak en wist ik wat uwe zoogenaamde goedheden beteekenden, waarmede gij mij, eenvoudig barbiertje als ik maar ben, vereerd hebt. Ik was al zoo dankbaar, dat jre mij het loopen, want do groote sinjeurs zijn van meening, dat ze ons slag van menschen al meer dan genoeg begunstigen, als ze ons maar geen kwaad doen . .
of een uitval te hooren doen als dezen :
I) Zie: Corr: litteraire,
16
â¢242
âDat komt, heer graaf, omdat de rijken, veeleischend als zij zijn, wel alle deugden tegelijk in hunne bedienden zouden willen aantreffen ; maar pas op, als de heeren eens met gelijke maat gemeten werden, niet één hunner op de honderd, die het verdiende in een livrei-pakje rond te scharrelen . . .
De âBarbierquot; was het laatste stuk, dat door het tooneelgezelschap van Trianon werd opgevoerd. De aankoop van Saint-Cloud deed de koningin ten zeerste daarheen verlangen, om bewuste verblijfplaats even smaakvol in te richten, als zij zulks Trianon gedaan had. De zeldzaamste en kostbaarste bloem- en plantgewassen werden van heinde en ver ontboden om hef park van het slot in een Eden te herscheppen.
De eenige schaduwzijde van 's koningins verplaatsing naar St. Cloud was, dat zij er zich weer geheel moest voordoen als vorstin, met inachtneming van alle etiquette, die zij maar al te gaarne verwaarloosde. Bovendien kon, met het oog op het strenge ceremonieel van het hof, van komediespelen onder geen voorwaarde meer iets inkomen. Het scheen echter, dat haar dit minder kon schelen en dat do opvoering van de âBarbierquot; maar een gril van het oogenblik was geweest, om verder elke tooneel-liefhebberij aan den kant te schuiven.
De overige leden van het gezelschap voelden zich blijkbaar verlicht van hun dramatische oefeningen afscheid te mogen nemen, want, weinig als zij er aan gewend waren zich
243
in to spannen, was liet instudeeren hunner rollen reeds lang te zwaar gevallen.
Aangezien den koning het verblijf op St. Cloud om de buurtschap van Parijs slechts ten deele aanstond, zoo gaf hij weldra zijn verlangen te kennen naar Fontainebleau te vertrekken. Hoewel de koningin zeer gaarne nog wat gebleven was, vooral daar de nabijheid dei-hoofdstad haar een voortreffelijke gelegenheid aanbood er, ter bijwoning der openbare vermakelijkheden, avond op avond heen te gaan, zoo schikte zij zich nochtans naar den wensch baars gemaals en begaf zich het hof na een maand toevens op St . Cloud naar Fontainebleau, waar zich zulk een nieuwe wereld van afleiding voor Hare Majesteit opende, dat zij spoedig zich bijna in het geheel niet herinnerde ooit met hare vrienden en gunstelingen voor het voetlicht te zijn getreden.
Doch hare tegenstanders hadden dit maar al te wel onthouden en verweten haar in tal van geschriften slechts aan pleizier en geldverkwistingen te denken, terwijl het land aan tie hevigste beroeringen ten prooi was.
Misschien dat zij slechts uit onbezonnenheid zoo roekeloos handelde, zonder te bedenken dat, met liet oog op de droeve tijdsomstandigheden, elke onbezonnenheid met een groven misslag gelijk stond. In elk geval scheen zij volslagen blind te blijven voor de vele staatkundige wolken, die elk oogenblik dreigden zich boven Frankrijk te ontlasten.
Bovendien speelde iedereen om het zeerst
244
de geschiedenis van liet halssnoer door het hoofd, waarvan liet proces nog steeds in vollen gang was. Wel is waar, kon men moeielijk aannemen, dat de koningin laaghartig genoeg geweest zou zijn om, ter verkrijging van het kleinood, haar handteekening te geven om deze, toen zij later geen kans zag hare verbintenissen na te komen, kortweg te loochenen, maar toch, er was zooveel duisters, zooveel verwards in de geheele zaak, dat men met het onderzoek naar de schuldigen en de niet-schuldigen al even ver bleef, als men was.
Had Marie-Antoinette, na de ontdekking dezer gewetenlooze oplichterij, zich stil en ingetogen gedragen, door haar houding trachten te toonen hoe pijnlijk het haar aandeed, dat haar naam als koningin van Frankrijk voor de rechtbank gebracht werd, men zou medelijden met haar gekoesterd hebben; nu zij echter zoo duidelijk de bewijzen gaf, dat zij onder deze onteerende rechtszaak, die den smarte-lijksten indruk in het land teweeg bracht, ten volle onverschillig bleef, kregen velen een nog lageren dunk van haar, dan men reeds had. De achting, waaraan zij als re-geerende vorstin nog oneindig meer behoefte had dan eenige andere vrouw, had zij ten volle verloren door haar overdreven voorliefde tot het komediespel, wat nog des te onverklaarbaarder van haar was, daar de zoo algemeen verachte en gehate markiezin de Pompadour zich eens dermate ook door dezen hartstocht beheerschen liet, dat deze
245
gunstelinge des overleden konings, met ongekende pracht en weelde als zij haar tooneel inrichtte, ten koste van den werkenden stand, ettelijke millioenen daaraan wegwierp.
Zelfs de meest verknochte dienaars der kroon veroordeelden Marie-Antoinette er dan ook streng om, zich ooit met deze liefhebbeiij, als ten zeerste in strijd met de etiquette en de goede zeden, te hebben ingelaten.
De bekende voorvechter der monarchie, de advocaat de Montjoye, die gedurende derevolutie zoovele blijken gaf van zijn gehechtheid aan het Bourbonsche stamhuis, zegt onder anderen in een door hem uitgegeven werk,') dat het niet genoeg te bejammeren is, dat de koningin, in haar ijver voor het tooneel, den omgang kon zoeken met komedianten van allerlei slag, ten einde hunne raadgevingen in te winnen en hunne karakterrollen zich eigen te maken. Evenzoo haalt hij aan, hoe haar voorbeeld aanleiding gaf, dat zelfs de groot-zegelbewaarder des Rijks er zich toe leenen kon in de hansworst-rollen op te treden in stukken als de âJanotquot;.
Ten slotte spreekt bewuste schrijver er zijn afkeuring over uit, dat Marie-Antoinette, weinig kunstenaarsbloed als er in haar stak, hare dramatische uitspanningen niet wat eer staakte. âDoch,quot; gaat hij voort, âal werd haar dit ook nog zoo dikwerf en nog zoo gevoelig aan het verstand gebracht, zoo was dit alles
1) Vie de «Maric-Anioiuettequot;, 1T(.)7.
246
moeite tevergeefs, daar zij niet overtuigd wilde zijn en nog minder iets, wat zij meende dat haar vrijstond, laten wilde.'quot;
Tot staving dezer bewering deelt hij met meer andere feiten nog mede, dat, toen eenige hooggeplaatste personen van leeftijd, die het oprecht met de monarchie meenden, haar op de meest kiesche wijze te kennen gaven, hoe zij zoowel door haar buitensporige kleeding als dooi' de keuze harer vermaken en haar tegenzin voor alles, wat naar eenig ceremonieel zweemde, een zekeren schijn van lichtzinnigheid op zich laadde, ') die door een gedeelte van het publiek minder vriendelijk werd uitgelegd, zij met een spotachtig glimlachje antwoordde: âOch, wat wilt ge! Ik bevind mij nu eenmaal op het tooneel: aan het publiek dus mij uit te fluiten of toe te juichen.quot;
Had zij wat meer doorzicht, wat meer menschenkennis en vooral wat meer ernst bezeten, zij zou er zich wel voor gewacht hebben haren vrienden met een dergelijk zeer ongepast antwoord het stilzwijgen op te leggen. Doch de natuur had haar deze kostbare gaven, zoo onmisbaar voor den hoogen rang, waartoe hare geboorte haar bestemd had, ten eenenmale onthouden. Verre van er echter naar te streven haar verstand te scherpen of haar karakter te veredelen, sloeg zij de wenken harer moeder en van den graaf de Mercy, haar met de edelste bedoelingen gegeven, er nog bij in
1) Men denkc slechts aan de dwaze kapsels, die zij iu de mode bracht, als «a la fregalequot; of «au uid d'oiseauquot;.
247
den wind. ])o keizerin gevoelde zich dan ook zoo ontmoedigd over het gedrag harer dochter, dat zij in 17Ã7 aan den graaf de Mercy schreef,') bij gelegenheid dat Marie-Antoinette, ondanks al hare goede voornemens en beloften, eensklaps weer tot andere gedachten gekomen, meer dan ooit haar heil zocht bij het hazardspel, den dans en het tooneel: âl it de door ii mij toegezonden rapporten bemerk ik helaas! hoe langer hoe meer, dat de meening, die ik steeds van het karakter mijner dochter gekoesterd heb, volkomen juist was. Daar zij weinig tot nadenken in staat schijnt en onverzadelijk is in het najagen van alleilei genoegens, zoo vrees ik maar al te zeer, dat, hoe gedwee zij ook naar uwe zedelessen luisteren moge, dezen geheel aan haar verloren zullen gaan. Misschien dat een zware beproeving voldoende zou wezen haar tot een ernstige, waardige vrouw te vormen. Maar staat het niet te voorzien, dat, indien zij nog langer zoo voortgaat en er eindelijk een tijd van kommeren verdriet voor haar mocht aanbreken, waarvan toch geen enkel sterveling uitgesloten blijft, het te laat zal wezen het kwaad uit te wisschen, dat zij zich zelve door haar lichtvaardigheid berokkend heeft?quot;
Deze profetische woorden, in een oogenblik van de smartelijkste aandoeningen geuit, werden maar al te zeer bewaarheid ; toen Marie-Antoinette de oogen opende voor de vele
%
1) 7ac haar brief vau JJeccmbtv
248
gevaien, welks lui,ar van alle zijden omringden, was het kwaad onherstelbaar en stortte zij meedoogenloos neer in den afgrond, dien zij zich zelve grootendeels door eigen schuld gedolven had.
XXI.
Ofschoon verscheidene royalistische schrijvers beweren, dat de pamfletten, die tegen Marie-Antoinette in het licht verschenen, voor het meerendeel het werk waren van revolutiemannen, zoo is dit geheel bezijden de waarheid. De meeste en vooral de scherpste hekelschriften werden lang vóór 1780 to Versailles door de hovelingen zeiven opgesteld. En zoo deze penne-vruchten het jaartal 1789 dragen, zoo is hiervan de eenige reden, dat zij na do inneming der Bastille, bij de afkondiging dor vrijheid van drukpers, herdrukt werden, nadat zij sedert jaren in het geheim reeds in omloop waren geweest.
Terecht merkt dan ook de lieer Granier de Cassignac op, dat Mario-Antoinette oneindig meer gëeerbiedigd werd door de revolutie dan door do monarchie. Lichtzinnig en onberaden als zij was in handel en wandel, kostte liet haren tegenstanders, onder wie hoofdzakelijk madame Adelaide, de graaf van Provence en de hertog van Orleans, zeer weinig moeite om do noodige stof to vinden haar in het oog der menigte te verkleinen. Vooral droog do laatste haar zulk een minachting toe, dat hij
249
volgens 'le getuigenis van verschillende geloofwaardige schrijvers niet meer schik had, dan wanneer zijne vrienden Marie-Antoinette als eene moderne âBelle Hélènequot; afschilderden, wier âParisquot;, de graaf van Artois, âle premier amoureuxquot; van haar tooneel was. Hij zelf noemde haar gemaal nooit anders als âkoning Ménélausquot;, om aan te toonen, hoe hij zich in zijn onnoozelheid door vrouwlief bij den neus liet nemen.
Ofschoon de graaf van Provence voor het oog van de wereld op minder gespannen voet met Marie Antoinette stond, zoo benadeelde hij haar niet minder door ronduit aan wie het ook maar hooren wilde te vertellen, dat hij liet geheel met den hertog van Orleans eens was, dat de dauphijn eigenlijk tegen zijn papa âoomquot; en tegen zijn oom âpapaquot; moest zeggen.
Madame Adelaide, die het hare nicht maar niet vergeven kon, dat deze haar zoo dikwijls tot mikpunt barer spotternijen gekozen had, zocht bewuste uitstrooisels zooveel ingang te doen vinden, als zij maar eenigszins kon, terwijl de graaf van Artois, in stede van de partij zijner schoonzuster oj) te vatten, met welgevallen luisterde naar hetgeen de kwade wereld haar ten laste poogde te leggen.
Niet tevreden haar alleen met don mond te benadeelen, deden hare bloedverwanten dit tevens met de pen, en wel op zulk eene verregaand onbeschaamde wijze, dat de grootzegelbewaarder des Rijks eindelijk de leden
250
van den koninklijken Raad bijeen riep,die opzijn voorstel het besluit uitvaardigden âden prinsen van den bloede verder het privilegie to ontzeggen ten huunen paleize een eigen drukkerij te hebben, als de verzamelplaats van alle pain 11 e 11 e n, d i e tegen de koningin in het licht gegeven werden.quot;
Deze maatregel was geenszins voldoende om Marie-Antoinette tot inzien te brengen. Tot het laatste toe ging zij voort zich door den graaf van Artois en nog verscheidene andere heeren het hof te laten maken, onder Avie de hertog de Ooigny, de Huson de Be-senval, de kolonel von Fersens, kommandant van het Zweedsche regiment âle royal Suédois,quot; in dienst van Frankrijk, de graaf de Lausun, die er zich opei11 ijk op beroemde der koningin gansch niet onverschillig te wezen, enz. enz. Bovendien gedroeg zij zich, waar zij zich ook maar vertoonde, zoo opvallend teeder tegenover mevrouw de Polignac en ook bijwijlen tegenover de prinses de Lamballe en een barer hofdames, een zekere mevrouw d'Ossun, dat zelfs hare beste vrienden er den neus voor optrokken.
Verblind als de koning voor zijne gemalin bleef, zoo bemerkte hij hoegenaamd niets van hare laakbare handelingen. Zelfs was hij zwak genoeg een groot getal schotschriften tegen haar op te koopen, teneinde er de verspreiding van te beletten. Zoodra echter de auteurs het geld van Zijne Majesteit in den zak hadden, lieten zij hun werk overdrukken en onder een anderen titel het licht zien.
251
Onder bewuste schimpscliriften behoorden in de eerste plaats âLes amours de Chariot et de Toinettequot;, waarin op luchtige wijze de rainna-rijen tusschen den graaf d'Artois en de koningin beschreven werden; verder ,.Les amusements de Toinettequot;, ârAntrichienne en goguettes ou l'orgie royale, opéra proverbe, composé par un garde-du-corps et public depuis la liberté de la presse, mis en musique par la reinequot;, met het opschrift âVeni, vidiquot;; vervolgens âLes liaisons dangereusesquot;, âLa liste civilequot;, inhoudende een twaalftal namen, waaronder ook die der koningin, met toevoeging van hun zonden-register, blijkbaar opgemaakt door iemand, die volmaakt op de hoogte was van hetgeen er onder de roos aan het hof gebeurde; âLes concessions de Madame de Polignacquot;, âLes confessions d'un philosopLequot;, âLa reception du Comte d'Artois chez 1'Electeur de Cologne, le frère de la Reinequot;, waarin de schrijver Zijne Hoogheid laat opbiechten, hoe hij, behalve het hart zijner schoonzuster, ook dat barer boezemvriendin, mevrouw de Polignac, mocht veroveren.
Behalve deze schotschriften, waarvan wij er slechts enkelen noemden, verscheen cok nog dagelijks een oneindig getal vliegende blaadjes tegen de koningin. Onder anderen las men in een âOde a la reinequot;, dat voor een paar centimes langs de straten gevent werd, het volgende:
âMonstre eclinppó do Gormnnie.
Toi qui dóvastes nos Etats,
(Jontro ma trop faiblo patrio
252
Quand cesseront tes attentats?
Oui je te crois, indigne reine,
Plus prodigue que TEgyptienne,
Dont Mare-Antoiue fut ópris,
Plus orgueilleuse qu' Agrippine,
Plus lubrigue que Jlessaline,
Plus cruelle que Médécis.quot;
In weerwil dat de koning reeds meermalen ondervonden had, dat, welke sommen hij er ook aan ten koste legde, om de uitgaven dezer voor zijn Huis zoo onteerende geschriften te verhinderen, al zijne pogingen hiertoe vruchteloos bleven, zoo gaf hij nochtans den moed niet op eindelijk toch zijn doel te zullen bereiken.
Zoo gebeurde het, dat een zekere baron d'Ambies, een vertrouwd vriend van mevrouw Campan, zich bij haar vervoegde om haar te verwittigen, dat de gravin de Lamotte ') wederom een nieuw schotschrift tegen de koningin opgesteld had, doch het wilde vernietigen,
⢠1 ⢠⢠⢠. . O '
indien zij er tachtig duizend franken voor kon krijgen.
Daar Marie-Antoinette zeer wel voorzag, dat bedoelde som zoo goed als weggeworpen zou zijn, sloeg zij dit aanbod zonder bedenken af.
Eenigen tijd later meldde baron d'Ambies zich wederom bij mevrouw Campan aan. met de mededeeling dat verscheidene werklieden uit de porselein-fabriek van Sèvres bij de Volksvergadering een beklag hadden ingediend tegen
1} Dc dievegge Vim liet balssuuer.
253
den directeur Duport, wijl deze de geheele uitgave van bewust werk, getiteld âVie privée de Madame de Lamottequot;, op hoog bevel had laten verbranden.
's Middags aan tafel vertelde mevrouw Campan zulks aan Hunne Majesteiten, met de bemerking hoe dergelijke ongerijmde verhalen toch in de wereld konden komen.
Daar de koning een kleur kreeg en zijn hoofd verlegen naar zijn bord richtte, zoo vroegen de koningin en madame Elisabeth hem, of hij ook soms hiervan iets meer wist. Maar hoe zij ook vorschten, er was geen enkel woord uit hem te krijgen.
Bescheidenheidshalve verliet mevr. Campan de eetzaal. Weinige oogenblikken daarna vernam zij van de koningin, die haar in hare kamer opzocht, dat de koning, om haar voor nieuwe verguizingen te sparen, het libel van de gravin de Lamotte in stilte had opgekocht, met verzoek aan den heer Duport, het aanstonds in de ovens zijner fabriek te laten vernietigen, maar dat de vele Jakobijnen, die er onder zijne werklieden scholen, dadelijk de Nationale Vergadering van het gebeurde kennis gegeven hadden. ')
De koningin zich met de haren van alle kanten allertreurigst in liet nauw gebracht ziende, zoo liet zij haren broeder, den keizer van Oostenrijk, smeekbede op smeekbede toekomen, om toch ter hunner verlossing Frankrijk
i) Zie de: âMciuoii'cs ilc in.-uhuue Ciimpai»'*, ileel 11. bl.-nlz 1%.
254
eon loger te willen hinnenzeivlen, ter vergemakkelijking. waartoe zij hora de geheimste plannen der regoering zonder eenig voorbehoud in de ooren blies.
In de door den conservator ridder van Arneth uitgegeven verzameling brieven, getrokken uit do K. K. Archieven te Weenon, komt o. a. een schrijven van hare hand voor aan den graaf de Mercy-Argentoau, die na den dood der keizerin weer naar Oostenr ijks hoofdstad teruggekeerd was, dat het volgende behelsde :
âDaar er bij den heer Dumouriez niet de minste twijfel meer bestaat, of de Mogendheden hebben onderling een bond gesloten tegen Frankrijk, zoo is hij voornemens een inval in Savoye en in hot land van Luik te doen; tot het eerste doel zal zijn legerkorps, tot het tweede dat van Lafayette gekommandeerd worden. Ziedaar don uitslag van den gisteren gehouden geheimen ministerraad.
M.V KIE-A IS'TOI NETTE.quot; 1)
lgt;it voor do nagedachtenis der koningin zoo onteorend document, dat waarschijnlijk slechts bij vergissing in bewuste verzameling word opgenomen, kan alleszins ten bewijze strekkon, hoe zij, nadat elke poging tot redding haar ontsnapt was, eindelijk haar toevlucht nam tot middelen, welke haar tot land v erra ad ster verlaagden.
^) Deze brief h :is gedagtcckcnd van 20 Maart 1702 (bl:i;lz,'250 -200)
2quot;) 5
XXII.
Terwijl dit alles geschiedde, had liet hof-orgaan âLes Actes des Apotresquot;, van welks invloed Hnnne Majesteiten zich zooveel heil hadden voorgesteld, reeds een jaar opgehouden te bestaan. Tot de ervaring gekomen, dat de daarin opgenomen artikelen den koning honderdmaal meer vijanden dan vrienden bezorgden, zoo wisten zijne raadslieden van hem gedaan te krijgen, den intendant van zijne civiele lijst te gelasten den heer Peltier kennis te geven, dat van den eersten October 1791 af de hem toegestane maandelijksche toelage voor zijn blad niet meer uitbetaald zou worden.
Ofschoon Peltier zich door dit onverwacht besluit genoodzaakt zag de uitgave van zijn orgaan te staken, ontvingen nochtans de inschrijvers er van tot den tienden Augustus 171)2 een blaadje van vier kolommen, dat geheel in denzelfden geest als de â.Vetesquot; opgesteld was en ten litel had: â.V deux liards, a deux liards, mon journal.quot;
Na den val der monarchie verstrooiden de oud-medewerkers der âActesquot; zich naar allo zijden.
Rivarol stelde zich in de achterhoede van het leger van den hertog van Brunswijk en trachtte door het schrijven van anti-patriottische beschouwingen aan den kost te komen. In
25G
1700 begaf hij zich naar Hamburg, waar hij mot een uitgever een contract aanging, een Fransch woordenboek te schrijven. Doch in plaats van aan zijne verplichtingen te voldoen, maakte hij het bekomen voorschot op en was alle moeite hem aan het werk te zetten vruchteloos, hetgeen den uitgever ten laatste dermate verdroot, dat hij hem achter de tralies liet zetten. Eindelijk weer in vrijheid gesteld, zwierf hij van de eene stad naar de andere, totdat hij in 1801, met schulden overladen, te Berlijn den laatsten adem uitblies.
Ridder de Champenetz bleef te Parijs. Toen echter do tijden hoe langer hoe benauwder werden, trok hij naar Joigny en trachtte hij zich gedurende het schrikbewind verborgen te houden op een afgelegen buitenplaats onder dezelfde gemeente. Doch hij werd spoedig ontdekt en als erkend royalist gevangen genomen. Voor een revolutionnaire rechtbank gebracht, veroordeelde deze hem zonder bedenken tot de guillotine. Op de vraag, of hij soms nog iets te zeggen had, antwoordde hij op lossen toon: âNiets anders, dan of er geen mogelijkheid zou bestaan mij voor deze kor-vee door een ander te doen vervangen.quot;
Mirabeau-Tonneau voegde zich bij het leger van den Hertog van Condé en stierf in 1792; volgens eenigen bezweek hij aan een beroerte, volgens anderen kwam hij om in een tweegevecht.
tSuloau liet, zooals reeds gezegd, het leven bij de bestorming der Tuilleriën, terwijl Peltier zich
25 7
uit de voeten maakte naar Londen. Verscheiden jaren achtereen ontving hij zoowel van de Engelsche regeering als van de verbonden .Mogendheden eene toelage, om de pen te voeren tegen Frankrijk, het Directoire en Bonaparte, wat deze hem zóo kwalijk nam, dat hij Peltier bij het sluiten van den vrede van Amiens voor een Engelsche rechtbank trok en tot eene zware geldboete liet ver-oordeelen. Het hervatten der vijandelijkheden stelde Peltier hiervan vrij. Spoedig daarna zotte hij een nieuw blad tegen Bonaparte op, âl'Atnbiguquot; genaamd, dat nog veel heftiger van taal was dan een zijner vroegere geschriften.
Het herstel der Bourbons op den troon van Frankrijk deed hom naar Frankrijk terug-keeren, in de stellige verwachting dat Bodewijk XVIII, wiens belangen hij gedurende vijf-en twintig jaar met den meesten trouw en ijver had pogen voor te staan, hem met open armen zou ontvangen. Maar in stede van dien ondervond hij bij den voormaligen graaf van Provence zulk een stroef onthaal, dat hem niets overbleef als maar weer naar Engeland te stevenen, waar hij met de uitgave van zijn blad voortging, totdat hem dit niets meer opbracht. Dooiden nood gedwongen, klopte hij andermaal bij Bodewijk XVIII aan, in do hoop dat Z. M. ten minste medelijdend genoeg zou wezen hem een kleine ondersteuning te schenken. Doch de koning was hardvochtig genoeg hem opnieuw ongetroost weg te zenden.
n
Nog vijf jaren sleepte hij in diepe ellende ziin veeg bestaan voort, toen hij eindelijk op een zolderkamertje van do straat Mont-martre van gebrek den laatsten adem uitblies.
Karei X, die zijn broeder een jaar geleden in de regeering opgevolgd was en aan Peltier al evenmin eenige hulp had wenschen te ver-leenen, liet onverwijld na diens verscheiden beslag leggen op al zijne papieren, uit vrees dat er zich soms een stuk bij mocht bevinden, dat hij liever niet onder de oogen van het publiek gebracht zag.
In hetzelfde jaar stierf, in bijna even groote armoede, de bekende zaakwaarnemer der Bourbons, Froment, die zijn geheelo vermogen aan de monarchale zaak opofferde en ter redding van den rampzaligen Ij ode wijk XVI de provincie Languedoc tegen de Nationale Vergadering poogde op te ruien. In weerwil dat Karei X dezen trouwen dienaar van zijn stamhuis, in den tijd dat hij nog graaf van Artois was, titels, hooge rangen, ridderkruisen en rijkdommen beloofde en tot hem in zijn ballingschap te Turijn uitriep: âMijn beste vriend, tot mijn laatste stukje brood zou ik gaarne met u deelen, stuurde hij hem van het paleis weg met eon jaarlrjksche aalmoes van zeven honderd franken; juist een derde gedeelte van hetgeen zijn minste stalknecht ontving.....
Niet minder treurig lot trof don trouwen Zwitser Borel, die, in overleg met Pichegru, Barras en .Mircaa, niets onboproefd liet de
259
Bourbons weer in oere en aanzien te brengen en onder het Directoire, het Consulaat en het Keizerrijk minstens twintigmaal zijn vrijheid en zijn leven in de weegschaal stelde, om andermaal de witte vlag van de Tuilerieën te zien waaien. Teruggestooten en verloochend door degenen, die hem de grootste erkentelijkheid verschuldigd waren, wierp hij zich ten laatste uit een venster to Neufchatel, daar hem ten eenenmale do moed ontbrak den hongerdood te sterven.
Een schrijver van onzen tijd merkt dan ook met alle recht op, dat, zoo ooit een vorstenhuis weinig toewijding verdiende, dit voorzeker het ondankbare geslacht der Bourbons was.
xxin.
Ongeveer een jaar vóórdat het laatste nummer der Vetes'' het licht zag, verwisselde Loustallot, door wiens bezielde, gloedrijke pen âLes Revolutions de Parisquot; zulk een faam hadden verworven, het tijdelijke met het eeuwige.
Reeds sedert weken woelde hem de dood door de aderen, toen de slachting, onder de soldaten van het Zwitsersche regiment âChateau-vieuxquot; aangericht, dat met de Fransche regimenten âdu Roiquot; en âdu Mestre-de-Campquot; te
26U
Nancy in garnizoen lag, zijn uiteinde nog niet rassche sclireden verhaastte.
Nadat er in geen maanden een enkele penning aan soldij was uitbetaald geworden, mochten eindelijk de Fransche soldaten, met uitsluiting der Zwitsers, hun achterstallig traktement ontvangen.
De manschappen van het regiment âChateau-vieux staken onwillekeurig de hoofden bijeen en vaardigden, ten innigste overtuigd, dat de hun verschuldigde soldij in de zakken der officieren verdwenen was, twee flinke borsten uit hun midden naar den kolonel af, om hem te vragen, wanneer ook zij op eenige betaling-zouden mogen hopen.
Weinig vermoedden zij, dat de hofpartij, waartoe bijna alle hoofdofficieren van het leger behoorden, hun regiment een doodelijken haat toedroeg, wiji dit, toen het eenige maanden geleden in het Champ de Mars gekampeerd lag, verstandig geweigerd had op het volk te schieten bij gelegenheid dat dit, tot het uiterste gebracht, de geweren uit het âHotel des Invalidesquot; weghaalde, om zichzelf recht te verschaffen. ')
Nauw waren beide Zwitsers dan ook bij don kolonel verschenen en hadden zij hem met hun verlangen bekend gemaakt, of hij schold ze uit voor republikeinen en samenzweerders, en gaf hij last hen in streng arrest te brengen. Zondags daarop liet hij beide ongelukkigen naar het
1) 13 Juni 1789, waarop nachts de inname dei* Bastille volgde.
261
exercitie-plein voeren en hen in tegenwoordigheid van het geheele garnizoen op de parade afzwepen.
Deze even barbaarsche als verraderlijke daad bracht een geweldige opschudding in de stad te weeg, en openlijk trokken de Fransche soldaten, zoowel als die der burgerwacht, partij voor de mishandelde Zwitsers.
Den zesden Augustus werd deze zaak dooide Nationale Vergadering in behandeling genomen en op voorstel van Lafayette, tot wien de Zwitsers zich ter verkrijging van recht gewend hadden, besloten een commissie te benoemen om do rekening van bewust regiment op te maken. Alle commissarissen moesten echter worden gekozen uit de officieren zeiven, zoodat dezen tegelijk als rechters en als pleiters zouden optreden. Verder werd aan Bouillé, een der vurigste royalisten van het leger, die met den bittersten wrok tegen het regiment van âChateau vieuxquot; vervuld was, opgedragen de orde te handhaven.
Den zes en twintigsten Augustus bracht een officier, met name Malseign, bewust decreet naar Nancy over. De gemoederen waren inmiddels geheel tot bedaren gekomen, doch door zijne ruwe handelingen ergerde hij het garnizoen dermate, dat hij, na een paar Zwitsers, zonder eenige geldige reden, op degenstooten te hebben onthaald, ijlings de stad moest ontvlieden, om niet in stukken gehouwen te worden.
Nauw had Bouillé vernomen wat er geschied was, of hij rukte met vijf en veertighonderd
262
man uit Toul naar Nancy op, en beval hij den Zwitsers aanstonds de stad te verlaten, wat gelijk stond met hen op genade en ongenade over te leveren aan hunne chefs, die zij met allen «rond voor bedriegers en oplichters hadden uitgemaakt.
Uit licht verklaarbare redenen weigerden zij dus aan dit bevel te voldoen.
Dit was genoeg voor Bouillé om de Zwitsers met zijne manschappen, meest Duitschers, onverhoeds op het lijf te vallen.
Onmiddellijk schaarde zich een gedeelte der burgerwacht van Nancy aan de zijde der verongelijkte soldaten, terwijl eenige anderen barer bataljons zich daarentegen bij de troepen van Bouillé in het gelid stelden, zoodat landsman tegenover landsman kwam te staan.
Indien Bouillé gewild had, zou het hem slechts een geringe poging gekost hebben de geheele zaak zondereen enkelen droppel bloeds te beslechten. Doch zulks lag geheel bezijden zijne inzichten. Onder voorwendsel verplicht te zijn een afschrikwekkend voorbeeld te stellen, liet hij de Zwitsers en hunne bondgenoo-ten door zijne troepen insluiten en allen of in den pan hakken, of in hechtenis nemen. Ver er van dat hiermede de wraakoefening op het regiment van Chateau-vieux atgeloopen was, schoten de officieren een groot aantal dei-weerloos gemaakte manschappen als honden neer, hingen er een en twintig op, rad braakten er één en veroordeelden nog ruim vijftig hunner tot de galeien. . . .
2(3:!
Op voorstel van Mirabeau, betuigde de Nationale Vergadering den generaal Bouillé hare hooge tevredenheid over diens doortastend optreden, terwijl de koning hem een eigen-handigen brief van dank liet toekomen. Bovendien zou er in het Champ de Mars een plechtige lijkdienst plaats hebben; niet ter eere der slachtoffers, maar der beulen.
Loustallot, ofschoon reeds dood krank, nam voor den laatsten keer de pen ter hand en schreef het volgende neder:
âHet bloed der Franschen heeft gevloeid. De fakkel van den burgeroorlog heeft ge-iiikkerd.
âDeze vreeselijke waarheden zouden onzen moed, onze krachten verlammen, indien het vooruitzicht der nieuwe gevaren, die ons lief vaderland bedreigen, ons niet onvoorwaardelijk den plicht oplegde onze smart te verkroppen.') Wat in deze te zeggen of te raden, Franschen? In sommige beslissingspunten raakt en verwart zich alles en wordt soms het booze en het goede door bijna dezelfde middelen bewerkstelligd. Waarheid en recht! onder welk een dichten sluier doet gij u aan het oog uwer trouwe vereerders voor. Hoe zich te vrijwaren voor de strikken, waarin het Wetgevend Lichaam, de Wijzen van Frankrijk, gevallen is ... . Hoe een meniuto van bui ten gewone feiten saam te
t: O
vatten, die zoovele burgers zonder eenig voorbehoud, zonder eenige verbloeming, dienen
2(54
te leeren kennen. Hoe niet zulk een beklemd gemoed een verslag van het gebeurde uit te brengen? Hoe geregeld na te denken? Telkens verrijzen opnieuw voor onze verbeelding de lijken, die in de straten van Nancy verspreid liggen, welk treurig schouwspel slechts afgewisseld wordt door den glimlach om den mond van de vijanden der vrijheid, die onze broeders met de meeste koelbloedigheid ter slachtbank verwezen.quot;
Luttele dagen later ontaardde Loustallot's ongesteldheid in een zware typhus, die hem weldra in den vollen bloei, zijns levens ten grave sleepte.
Weinige uren na dit zoo droevig verscheiden, riep Fréron in zijn orgaan uit:') âEen der hechtste steunpilaren der Revolutie, een der zielen, wier groote talenten nog dagelijks ten behoeve der vrijheid nieuwe veroveringen maakten, heeft ons voor altijd verlaten; Lous-tallot is niet meer; zijn dood is een algeineene ramp; zijn verlies onherstelbaar. Niemand in het geheele land, die hem nabij mag komen in nauwkeurigheid van stijl en duidelijkheid en rijkdom van gedachten of wien het gegeven is met zulk een talent de moeielijkste vraagstukken in al hunne bijzonderheden te ontwikkelen en op te lossen. Maar vooral welk een reinheid, welk een verhevenheid van beginselen en welk een moed, do tegenstanders der Revolutie met open vizier te bestrijden.
1) L'Orateur ilu Pcuplc ; dctl 11. Xo. !0, bladz. 310,
âDe moord van Nancy bracht zijn gevoelig hart den laatsten steek toe en tooverde hem in zijne laatste uren de afschrikwekkendste visioenen voor de oogen. Hij sprak slechts van dooden en bloed. Burgers, tooit u in rouwgewaad: uw verdediger, de ridderlijke Loustallot, is tot een hooger leven ingegaan.quot;
Constantini, de afgevaardigde van Corsica, wiens hart steeds vol trouwe vriendschap voor Loustallot geklopt had. bleef geruimen tijd bij het stotlelijk overschot verwijlen. Eensklaps sloeg hij de doodswa terug, om nog eenmaal op het reeds door den dood verstijfde gelaat de lippen te drukken. Met moeite slechts wikkelde men hem uit deze laatste omhelzing los____
Den twintigsten September, juist op het oogenblik dat in het Champ de Mars het lijkfeest plaats vond ter nagedachtenis der geneuvelde soldaten van Bonillé, aan welke plechtigheid honderd duizend man troepen deel nam, droeg men Loustallot in den meesten eenvoud naar zijn laatste woning. Daar de tijding van zijn dood zich nog slechts weinig verspreid had, zoo stonden op het kerkhof slechts enkele vrienden om zijn baar geschaard. Overstelpt door hun gevoel, hadden zij slechts tranen, geen woorden. Alleen Legendre, het latere lid der Conventie, wist zich te vermannen en sprak door zijne tranen heen: âOngelukkige vriend wiens levensdraad werd afgesneden door den gepleegden moord op onze broeders van Nancy, zeg hun aan gindsche zijde des grafs,
2G6
dat, reeds alleen op het hooren van den naam van Bonillé, den vaderlandslievenden burgers een rilling door de leden vaart; zeg hun verder, dat bij een vrij volk geen enkele misdaad ongestraft blijft, dus dat zij vroeg of laat bloedig gewroken zullen worden.quot;
Do âClub des Amis de la Constitutionquot; en de âLiberté de la Pressequot; schreven een rouw uit van drie weken; lietzelfde geschiedde door de Jakobijnen-club te Mauriac en do republikeinen van Cherburg, welk voorbeeld door nog een aantal andere steden gevolgd werd.
Weinige vorsten, wien na hun verscheiden zoovele lofredenen, zoovele oprecht gemeende althans, mochten te beurt vallen als Loustallot.
Ook Camille Desmoulins herdacht hem met een warme rede, in de âSociété des Amis de la Constitutionquot; uitgesproken, die onder meer het volgende behelsde:
âLoustallot was mijn vriend, omdat hij die der vrijheid was; hij behoorde zelfs tot de beste mijner vrienden, omdat de vrijheid geen moediger verdediger telde dan hem. Telkens wanneer de storm zich met zulk een geweld tegen de patriottische schrijvers verhief, dat zelfs de meest onversaagden verschrikt terugdeinsden, was hij de eenige, die ons in het strijdperk terugvoerde, die niet aan het behoud der Republiek twijfelde. Doch wie na hem zal thans onzen moed schragen, onze krachten steunen, onze harten tegen den vijand pantseren ? . . .
âWij zullen hem niet meer mot ons stoffelijk
267
oog aanschouwen, doch zijn herinnering blijft in ons midden wonen als van den held; wien men geen grootere hulde brengen kan, dan zijn voetspoor te volgen, met den eed op de lippen de wapens niet te zullen nederleggen dan na de nederlaag der dwingelanden en der vijanden van het algemeen welzijn.quot;
Bij deze woorden blonk in aller oog een traan, innig doordrongen als men was, welk een ontzettend verlies het vaderland in Lon-stallot geleden had.
Brissot, wiens vereering voor den overledene even groot geweest was, wijdde een lang artikel aan zijne nagedachtenis, dat met de volgende woorden eindigde: âLoustallot was een dier weinige stervelingen, die de waarheid boven alles lief had. Zijn heengaan valt ons dubbel hard, wijl wij hem in een oogenblik uit ons midden zien verdwijnen, dat zij, die wilskracht bezaten, in zwakkelingen, die bloo waren, in tegenstanders dreigen te ontaarden. Flebilis occidit. 1)''
Ln geheel dezelfden zin werd Loustallot s dood betreurd door Mevrouw Roland, die in een later openbaar gemaakten brief aan een barer vrienden schreef: ..Onze wakkere voorvechter is niet meer. Wij hebben zijn verscheiden met oprechte tranen beweend.quot;2)
Zelfs Marat, de afschrikwekkende Marat, zwaaide Loustallot den meest onverdeelden lof
1
Le pa tri o te francais No. 110, 22 Sept. 1700.
2
Corrcipoiuliiucc (lettre du Sopt. 1790).
268
toe, waarbij hij lt;le volgende vleiende getuigenis van hem aflegde; âIn ruime mate als hij begaafd was met een kalmen, rechtvaardigen, ordelievenden geest, was hij meer dan iemand anders berekend do vrijheid bij een nieuw volk aan te kweeken. Een gelukkige natie zou zijn dood gevoeld hebben, voor een verdrukte ware deze pijnlijk geweest, maar voor het volk, dat het gevaar boven het hoofd zweeft opnieuw do slavenketens te worden aangelegd, is deze even wreed als bitter. Lief vaderland! was hot nog niet voldoende omringd te zijn van vijanden, van welken de een u bedreigt, de andere u verguist, dat een uwer heldhaftigste verdedigers door den aanblik uwer verworgde zonen van hartzeer moest sterven? Zoolane als do zon het aardrijk verlichten zal, zoolang zullen de vrienden dor vrijheid zich Loustallot mot aandoening herinneren, hunne kinderen zijn nagedachtenis dankbaar gedenken en zijn naam, in do glorievolle geschiedrollen dor Revolutie opgeteekend, tot bij hot laatste nageslacht in blijde zegening blijven. Geliefde en geheiligde schim, zoo gij in het verblijf dor gelukzaligen nog eenige herinnering aan het loven hebt overgehouden, zoo vergun aan oen uwer krijgsbroeders, ofschoon persoonlijk u onbekend, dat hij uw stoffelijk overschot mot zijne tranen besprooie, uw zerk met eenige bloemen bestrooie.quot; ')
In geheel tegenovorgestelden zin lieten do
2(39
Royalisten zich over Lou.stallot uit. Niet alleen betuigden zij zonder voorbehoud hunne vreugde over zijn vroegtijdigcn dood, maar beijverden zij zich om den genialen jongen man, wiens beschouwingen en kastijdingen hen zoo lang met vrees vervuld had, op de meest laaghartige wijze te onteeren en te lasteren. In een vlugschrift, getiteld: âPrécis sur la vie du fameux Loustallotquot;, ') stelde de onbekende schrijver hem voor als een lichtmis, zonder eenig werkelijk talent, die op kosten leefde van eenige slecht befaamde vrouwen, evenals een rechtsgeleerde, die zijne cliënten verraadt, na ze bestolen te hebben. Bovendien beschuldigde de anonymus hem oen tal van pamfletten het l'cht te hebben doen zien, waarin de zeden en de goede smaak gelijkelijk werden belee-digd. De schrijver van de âPrécisquot; beweerde zelfs uit schaamte de titels van bewuste ^e-schriften niet te durven noemen. De waarheid was echter, dat hij de namen er van niet kon opgeven, omdat zij eenvoudig niet bestonden.
âMaar,quot; ging de lasteraar voort: âbewuste geschriften brachten hem goed geld op, wat alles was, hetgeen Loustallot verlangde; om dezelfde reden omhelsde hij do zaak der revolutie, die hem wekelijks vijfhonderd franken aan bare munt bezorgde. Zijne uitspattingen waren echter van dien aard, dat hij, nog geen negen en twintig jaar oud, het leven er bij inschoot.quot;
1) Brochure en So. de 15 piujcs. IViris iuipniucric de Periet.
270
In eon ander vlugschrift, getiteld âLa triste journée,!) par rauteur de la Semaine joyeuse,quot; en verrijkt met het motto: âVixit et famosus erat,quot; werd allerdeerlijkst met zijn dood de draak gestoken. âHier is een briefje voor meneer,quot; dus luidde de aanhef van dat pamflet, âof hij zoo vriendelijk wil wezen morgen de uitvaart bij te wonen van den eersten fakkel der Revolutie, die gisteren den laatsten adem heeft uitgeblazen.
âO jeminee, wat een verlies! ... de vaders der Constitutie zijn er ontroostbaar over en ik ook en mijnheer Prud'homme dan! Ik begin met mijn leedwezen te betuigen over den dood van dezen geduchten man, dien ik Goddank! niet gekend heb. Hij was jong; nauwelijks had hij de helft van zijn loopbaan volbracht; 't is werkelijk al te treurig, maar ik kan er niets aan doen ....'quot;
âToevallig,quot; dus gaat de schrijver voort, âben ik de lijkrede machtig geworden, die Camille Desmoulins ter eere van Loustallot wil uitspreken, 't Staat alles op een oude courant gekrabbeld, die ik van morgen in een café uit zijn mouw zag glijden. Ik zal er maar eens dadelijk kennis mede maken. Doch eerst eenige toehoorders bijeen getrompetterd.quot;
âJa broeders, ja burger-soldaten, ja soldaten-burgers; hij is er geweest. Wij mogen ons
2) Uitgegeven te Parijs f,ii l'imprimerie des Revolutions iiifernnles 1700quot; Brochure de 2^ jmges in So.
271
hierdoor nog dos to moer verzekerd houden van do duurzaamheid der beroemde decreten der Nationale Vergadering.
âHm, hm, dezo aanspraak, afkomstig van den zenuwachtigsten mensch van het revolu-tionnaire genie belooft een meesterstuk van het eerste water te worden.
âTk bid u dus, spert toch goed de ooren open om er niets van te verliezen. O, o, ik voel mij zoo diep ontroerd .... ik stik bijna in mijne tranen, ik zal dus even uitscheiden. Wischt ook gij uwe oogen af: vrienden, hoest, snuit allen uwe respectieve neuzen, opdat geen onkel geluid mijn verdere lectuur onderbreke.
âToen Loustallot geboren werd, was hij nog maar een kind. Ik ben dit door een nauwkeurig ingesteld onderzoek te weten gekomen.
âMi lar hij telde nog geen tien jaar, of iedereen zag reeds tot hem op als tot een der meest lichtgevende sterren dor toekomst.
âMijn held hond spoedig daarna alles wat hij aan kleeren bezat in oen nieuwen zakdoek, nam zijne schoenen in de hand en sloeg den weg in van het land der grooto mannen. Weldra kwam hij te Parijs, maar, o wonder der wonderen, niemand sloeg eenig acht op dit vroegrijpe genie; zijne verdiensten bleven onopgemerkt. Doch zie, daar verschijnt in een wolk de nooit volprezen Revolutie. Geruiinon tijd hield zij zich verscholen. Weinige lieden slechts, die van het geheim afwisten, en nog minder burgers in den lande, die ook maar in hot minst iets van haar tegenwoordigheid gewaar
â¢werden. Maar er bestaan van die enkele bevoorrechten der goden, wier vlugge geest als met een arendsblik de toekomst doorboort. En aangezien Loustallot onder deze uitverkorenen behoorde, zoo wist hij bij do eerste uitbarsting precies te vertellen, wat Frankrijk wachtte. Een onzer boekhandelaars, wiens zaken vrij slecht stonden, zocht eenige jonge talenten, dieniets te verliezen hadden. Onmiddellijk meldde onze held zich bij hem aan en was spoedig numero één onder al zijn mededingers, toen eensklaps de Dood bij hem aanklopte. Och, och, wat zijn de genieën toch ongelukkig, dat zij nooit een werk mogen voleinden, waardoor Loustallot dan ook met zijne âRevolutionsquot; half in den steek bleef, zooals ik met mijne lofrede . . .
Eenige bladzijden verder volgde een breedvoerig verslag over de begrafenis, dat ongeveer aldus luidde:
âOp den dag van Loustallot's teraardebestelling begaf ik mij naar de Benedictus-straat, waar ik, vooreen raam gezeten, den prachtigen lijkstoet van den beroemden en zeer gelukkigen of on gelukkigen Loustallot zag voorbijkomen. Ik zeg gelukkig, omdat hij thans van alle aard-sche bekommeringen verlost is; ik zeg âongelukkigquot;, omdat als papa de Dood hem geraadpleegd had, hij zeker nog in leven zou wezen.
âDoch ik dwaal af: ter zake dus.
âDe vier slippen van het lijkkleed werden gedragen door Honoré Mirabeau, Ee Camus, Barnave en Alexander Eamoth, Prud homme liep als huilebalk achter de koets.
273
Op een kleinen afstand volgde de generaal van den Lantaarnpaal, die zicli tegen hel voorhoofd sloeg en met het eene oog huilde en met het andere lachte. Hij had een hartelijk woordje willen zeggen, maar de onduidelijkheid van zijn uitspraak maakte, dat men slechts neusklanken opving. Het eenige wat men uit dezen begreep was, dat hij voornemens schijnt le wezen een schitterende lofrede op den overledene te vervaardigen en dat hij zich zeiven van alle vrijheidsmannen, die deel uitmaken van de letterkundige bent. verreweg den bovenrang toekent.
1 )e kamergeleerde Oesaulchoy.dc vermaarde redacteur van het nog vermaardere blad ,.le Républicainquot;, zag er met zijn somber oog, zijne zwarte sluike haren, krommen rug en magere kuiten bijzonder belangwekkend uit. l'rud'homme wendde zich van tijd tot tijd tot hem om en blikte hem zuchtend aan. Maar de repu-blikeinsche trots van Desaulchoy verbood hem eenig acht op deze aanhaligheden te geven. â.Mijn âRépublicain'', meesmuilde hij, âis vrij wat beter dan een zeker ander blad'
De priesters psalmodieerden, Prud'homme, de onomkoopbare Prud'homme, snikte en de procureur-generaal van den Lantaarnpaal, alias lt;'amillo Desmoulins, raaskalde zooals gewoonlijk.
De verschillende hof bladen deden niet minder hun best Loustallot te bespotten en te beschimpen. Zoo las men o. a. in de âActesquot;: âZooeven vernamen wij, dat de redacteur der
is
âRevolutions de Parisquot; bezweken is aan een ijlende koorts. Naar zijne verschillende artikelen te oordeelen, ging hij reeds lang gebnkt onder deze ziekte, vooral sinds het feest der federatie. Hij kon maar niet begrijpen, dat men zoo veel âLeve den koningquot; ') en niet âLeve de redacteur der âRevolutions!quot; geroepen had. J )rie bladzijden drukte hij vol om de natie haar ondankbaarheid te verwijten jegens de patriottische schrijvers. Hij heeft dit niet kunnen weerstaan en stierf van smart.quot;
Zoodra het bekend was geworden, dat Syl-vain Maréchal. als redacteur der âRevolutions de Parisquot; Loustallot zou opvolgen, maakte het âJournal de la Courquot;, dat den overledene zoo mogelijk nog meer belachelijk gemaakt had dan eenig ander monarchaal orgaan, dit nieuwtje aldus bekend:
âMons Loustallo, auteur tros-frenétique.
Dans I'iiii des plus fougueux aeeès De sa tiovre patriotique S'en est alle l'autre jour âad patresquot;,
11 fut des droits de I'liomme uu ardent défenseur, Mais si le ciel rend nos voeux efiicaces, Consolons-nous, son digne suceesseur Jncessamment niarchera sur ses traces.quot; 1)
Doch welke spotternijen of schimpredenen of lasteringen de royalisten ook poogden te bedenken, zoo mochten zij er toch geenszins in slagen Loustallot's roem te verduisteren.
1
Zie het numero v:in Dinsdair '19 October 1790.
27 5
Twee jaren later besloot zelfs de gemeenteraad van Parijs lt;le straat Fossés-St.-Victor naar Loustallot te herdoopen; geen eidcel monarchist wien een dergelijke hulde te beurt mocht vallen.
Iedereen toonde zich even ingenomen met deze onderscheiding, want de/.elfdo achting en vereering, die men Lonstallot had toegedragen bij zijn leven, droeg men hem ook toe na zijn dood. En hij verdiende zulks ten volle, want gelijk .Michelet in zijn âHistoire de la Revolution francaise;: opmerkt, streed hij tot-in zijne laatste ure met hartstochtelijken ernst voor de Republiek.
Het volk schonk hem verreweg de voorkeur boven alle andere dagbladschrijvers, niettegenstaande hij zijnen lezers de waarheid, soms zeer hard, durfde zeggen. En indien zijn faam in zekeren zin minder schitterend mag wezen als die van Camille Desmoulins, zoo is hiervan slechts de eenige reden,dat hem het voetstuk der guillotine ontbrak. Ware hij in leven gebleven, hij zou deze zeker beklommen hebben, want geen twijfel of hij had, zoodra het Schrikbewind overbodig was geworden, even als Danton en nog zoovele andere menschlievende vaderlanders meer. zijn stem verheven om een âComité de clémencequot; te benoemen. Zijn vroegtijdig heengaan bespaarde er Robespierre dus voor, nog een broedermoord meer te bedrijven.quot;
En hiermede leggen wij de pen neder, voldoende als wij meenen aangetoond te hebben,
270
ho«- de royalistische pers en hare handlangers hoofdzakelijk de oorzaak werden, dat Frankrijk zich niet het bloed zijner edelste zonen bespatte. Ver van er zich een heiligen plicht van te maken verzoening en vrede te prediken, gingen de monarchale organen en de hofpartij er tot het laatste oogenblik mede voort de gemoederen tegen elkander op te hitsenen de natie de keuze te laten, of in blinde onderwerping voor den troon neer te zinken of door den âvreemdelingquot; te vuur en te zwaard verdelgd te worden.
Maar nog gewetenloozer dan deze bedreigingen was de taal, waartoe de verdedigers van het âancien régimequot; hun toevlucht namen, om de lachers der voorname kringen aan hunne zijde te krijgen. De middelen, die zij tot dit doel bezigden, bewijzen maar al te zeer in welke mate de Franscho aristocratie der achttiende eeuw tot in haar hartader vermolmd en hoe noodig het was, dat de ongezonde deelen verdwenen, om plaats te maken voor een geheel nieuwe maatschappij, waarin geen adelsbrief, maar slechts verdiensten c-r toe leiden konden in het huishouden van den Staat oen overwegend standpunt te verwerven.
Hij den nil a ever dezes is mede vcrscltcncn:
Ad. STEECKFUSS. Uit de Geestenwereld, Spiritistisclie Roman, f 3.25.
G. C. F. MEIJEK. Georg Jenatsch.
/' 2.25.
Mr. WILLIAM J. TEN HOLT, De Burgemeester. /'2.50.
E. VAN DER VEN. Zijn eerste vrouw,
2 dhi. /'4.â.
VON WALL) - ZEDW1TZ. Bona Fide, 2 din. /quot;4.75.
BERKOW. Op Leven on Dood, 2 dln.
f 5.75.
Mr. WILLIAM J. TEN HOET. Herfstviolen. f 3.â.