ocr page 1

De Gemeente-Diakones.

DE VOORNEMENS VAN DE NEDERLANDSCHE HERVORMDE DIAKONESSEN-INRItHTING TE AMSTERDAM,

HKSPkOKF.N DOOR

A. VOORHOEVE,

Predikant tc Amsthrdam.

yiTGEGEVEX TEN VOORDEELE VAN DE J^ED. ^ERV.

pi akonessen-Jnrichting.

AMSTERDAM, F. W. K Ci ELI X G

ocr page 2
ocr page 3

EEN WOORD VOORAF.

Wat op de volgende bladzijden gedrukt staat is naar inhoud ■en vorm hetzelfde als wat op 25 Maart 1892 te Amsterdam in het Odcon door mij werd gezegd. De woorden van warme sympathie, dien avond door een der aanwezigen in het openbaar uitgesproken en door velen met toestemming begroet, hebben ons zeer versterkt en aangemoedigd om in 's Hceren kracht voort te gaan met het aangevangen werk. In de hoop dat de in deze lezing medegedeelde voornemens onderwerpen van nadenken en gebed voor velen mogen worden, bied ik haar mijnen medechristenen aan. Mocht haar inhoud aanleiding geven tot een bespreking in Nieuwsblad of Tijdschrift, dan houd ik mij voor de toezending van een exemplaar aanbevolen. Met opbouwende kritiek zal de Inrichting haar voordeel trachten te doen.

Met het oog op de plaats waar ik de lezing uitsprak stond mij de gemeente-diakones voor den geest, zooals zij in de stad optreedt. In den grond verschilt hare werkzaamheid op het platteland niet zooveel. Mijne lezing sluit zich aan bij het boekje van Ds. L. H. F. A. Faure: „De arbeid der gemeente-diakones, inzonderheid op het platteland.quot; Het gesprokene zou door zijn plaatselijk karakter den indruk kunnen maken alsof onze Vereeniging zusters uitsluitend voor Amsterdam wilde opleiden. Dien indruk wensch ik aanstonds weg te nemen. Wij nemen gaarne meisjes en vrouwen van ■elders aan, evenals wij hopen binnen een niet te ver verwijderd tijdstip zusters buiten Amsterdam te kunnen zenden. .Zij blijven dan aan onze Inrichting verbonden.

ocr page 4

Het Bestuur van onze Vereeniging bestaat uit Ds. A. Voorhoeve Voorzitter, Joan H. Nachenius Secretaris, Mr. P. Hooft Graafland Penningmeester, Ds. H. V. Hogerzeil en W. van Hasselt, allen te Amsterdam woonachtig. De Statuten sluiten echter de mogelijkheid niet uit, dat ook personen buiten Amsterdam woonachtig in het Bestuur zitting nemen, indien slechts twee bestuursleden tevens leden van den Algemeenen Kerkeraad van de Nederduitsche Hervormde Gemeente te Amsterdam zijn, terwijl alle bestuursleden lidmaten van de Hervormde Kerk in Nederland moeten zijn. Wenscht men nadere bijzonderheden van de inrichting der Vereeniging te weten, dan vrage men een exemplaar van de Statuten bij den Secretaris aan. De juiste naam van onze Vereeniging is „ Nederlnndsche Hervormde Diaconessen-Inrichting1 •, zij is gevestigd te Amsterdam en hare Statuten zijn goedgekeurd bij Kon. Besluit van 2 Dec. 1891, n0. 28 (Staatsblad n0. 15, 18921. Ik deel dit mede voor hen, die haar bij testamentaire beschikking willen gedenken.

Indien gij, lezers en lezeressen van dit boekske, naar de-uitbreiding van dit deel van den diakonessen-arbeid verlangt, vraag ik uw steun in uwe voorbede, in uwe toetreding als leden en begunstigers van de Inrichting, in de verspreiding van deze lezing. Ontdekt gij in uwe omgeving christinnen voor wie de opleiding tot het diakonessenwerk een zegen zou zijn en zij tot een zegen zouden kunnen worden, vestigt dan hare aandacht op ons en onze aandacht op haar. Worde in het hart van sommige lezeressen de bede tot den Heer gewekt: „Zie, hier ben ik, zend mij henen.quot;

Voor nadere inlichtingen wende men zich tot onze zuster-directrice, Mejuffrouw C. H. C. Tack. Brieven aan haar adres worden door mij opgezonden naar hare tijdelijke verblijfplaats.

Gods zegen zij over u!

A. VOORHOEVE.

Amsterdam, Bloeimaand 1892.

ocr page 5

liet Bestuur van de Nederlandsche Hervormde Diakn-nessen-Inrichting alhier verheugt zich hartelijk in uwe bereidwilligheid om aan zijne uitnoodiging gehoor te geven tot deze samenkomst. Met het oog op het groote belang van den diakonessen-arbeid in de gemeente is het noodig ons rekenschap te geven van de noodzakelijkheid van dezen arbeid, is het gewenscht de voornemens, die ons bezielen, kenbaar te maken en verkeerde voorstellingen, zoo mogelijk, uit den weg te ruimen. Het is mij een voorrecht het onderwerp voor dezen avond:

De arbeid van de gemeente-diakones

bij u te mogen inleiden. Ik spreek, gedrongen door de overtuiging dat de christelijke gemeente door haren Heer geroepen wordt de kranken te bezoeken en te helpen en dat zij zich van een zegen berooft, indien zij zich aan dien arbeid onttrekt.

Ik begin u een algemeen bekende waarheid voor de aandacht te brengen. De christelijke gemeente heeft

ocr page 6

6

zich van don beginne aan ontfermd over lijdenden en armen. Zij gedacht aan de ontfermingen haars Heeren, die zondaren opzocht en kranken genas, en hield rekening met dc voorschriften van haren Gebieder. Naast de uitoefening van de barmhartigheid van de enkelen ontstond t/r dienst der barmhartigheid van dc gemeenschap, van de gemeente, namens haar eerst door de apostelen en daarna door diakenen uitgeoefend. Het duurde niet lang of ook de vrouw, zuster der gemeente, wijdde hare krachten en gaven aan den dienst der liefde. En geen wonder. Had de Heer Jezus niet een kring van vrouwen rondom zich, die Hem van hare goederen dienden ? En zouden zij Hem dan niet dienen in zijne armen en kranken als offer van dankbare wederliefde jegens Hom?

In den brief aan de Romeinen (Hoofdst. 16 : i, 2) vermeldt de apostel Paulus in een kort maar veelzeggend woord dc gemeonto-diakones en haar arbeid. „Ik beveel u,quot; zoo schrijft de apostel, „Febe onze zuster, ., die eene dienares, of wat hetzelfde is, diakones, is dor „gemeente die te Kenchroa is ; opdat gij haar ontvangt „in den Heer gelijk het den heiligen betaamt en haar „bijstaat in wat zaak zij u zoude mogen van noode „hebben; want zij is eene voorstandster geweest van „velen, ook van mij zeiven.quot; Uit het feit dat geene nadere verklaring wordt gegeven wat eene gomeente-diakones is, mag worden afgeleid dat de diakonossen niet onbekend waren in don tijd dor apostelen. Had eene gemeente zoo klein als die te Kenchrca, immers eene der twee havens van Corintho, eene diakones, dan mag daaruit worden afgeleid dat zij in grootero gemeenten

ocr page 7

7

niet ontbrak. Dit gevoelen wordt bijna zekerheid, indien wij lezen wat de jongere Plinius, stadhouder van Bithynië, in het jaar 104 of 111 n. Chr. aan den keizer Trajanus mededeelt in een rapport over het Christendom in zijne provincie. Nadat hij de beschuldigingen heeft genoemd tegen de christenen ingebracht en de weerlegging van deze beschuldigingen door hen heeft medegedeeld, gaat hij letterlijk aldus voort: ., Jk „hield het voor noodzakelijk twee maagden, welke „dienaressen of diakonessen genoemd worden, te laten „folteren, om te weten te komen wat van die beschuldigingen waar mocht zijn. Doch ik vond niets anders „als grenzenloos bijgeloof.quot; Voor ons doel is het genoeg uit deze mededeeling af te leiden dat de christelijke gemeente van de eerste eeuw diakonessen kende en dat zij ecne zoo belangrijke plaats innamen in de gemeente, dat Plinius hare getuigenis wenschte om op de hoogte van der christenen doen en laten te komen.

Het aantal diakonessen en haar arbeid breidde zich zóózeer uit. dat in eene verzameling van kerkelijke voorschriften, de apostolische instellingen, van het midden der vierde eeuw, ook de diakonessen-arbeid wordt geregeld, liet gebed, waarmede de diakonessen toen onder handoplegging tot haar ambt werden ingezegend, wordt heden ten dage in sommige inrichtingen bij deze plechtigheid nog gebruikt. Deel ik eindelijk mede, dat Johannes Chrysostomus in Constantinopel, 400 n. Chr. ongeveer, het werk van de diakones hoogelijk roemt; dat wordt verhaald van eene gemeente, die niet minder dan 40 zoodanige zusters in haar midden zag arbeiden; dat sommige zusters, zooals de weduwe Olympias, een

ocr page 8

8

schoon voorbeeld van dienende liefde van de echte soort gaven, dan meen ik duidelijk te hebben aangetoond, dat de christelijke gemeente bij de uitoefening van den dienst der barmhartigheid door diakonessen is ter zijde gestaan. Haar arbeid in deze eerste tijden bestond in de hulp aan armen en kranken om Christus' wil, in het voorbereidend onderwijs voor den doop aan meisjes, vrouwen en armen, en ook in het toezicht op de kinderen gedurende de godsdienstoefening.

Indien het doel van deze samenkomst ware het diakonessen-werk van de eerste eeuwen te bespreken, dan zou ik gaarne eene poging wagen u een paar portretten te schilderen van aan den 1 leer toegewijde zusters uit dien tijd. Dit kan nu niet. Toch mocht ik over dien eersten tijd niet zwijgen, omdat men van sommigen verneemt dat zij den diakonessen-arbeid afkeuren als iets nieuws. Ik kan mij levendig voorstellen, dat welgezinde christenen wat huiverig zijn voor het aantal plannen waarmede men komt aandragen om tot verbetering van de maatschappelijke toestanden te geraken, ook al zal men de aangewende poging als poging loven. Xieuw is echter de diakones-sen-arbeid in geenen deele. Hij is bijna zoo oud als de christelijke kerk. Door dezen arbeid voor te staan keeren wij terug tot eene eeuwenoude instelling, die veel zegen heeft aangebracht. Indien de gemeente van onzen tijd meer gaat gelijken op die van de eerste eeuwen, zal zij er ongetwijfeld wel bij varen.

Wat had men gaarne het vrouwelijk gemeente-diakonaat in de eeuw der hervorming hersteld! Luther sprak den wensch daartoe meer dan eenmaal uit. Op

ocr page 9

9

lt;le Synoden van de Gereformeerde Kerken in Nederland werd de zaak aan de orde yesteld, maar het kwam niet veel verder dan tot het uitspreken van wenschen en het maken van bepalingen, met uitzondering van een enkele welgelukte poging. Onder die welgelukte pogingen moet de arbeid van de diakonessen in Amsterdam worden genoemd, bij de (rcreformeerden zoowel als bij de Doopsgezinden. Hij de Gerefi irmeerden waren ■de diakonessen werkzaam van 1582 tot op het laatst van de vorige eeuw, eenmaal zelfs mot 28 zusters. ') Hare namen leven in beide gemeenten voort; bij de ■Gereformeerden in den naam van diakones, gegeven aan de regentessen van de Godshuizen, bij de Doopsgezinden in de gehuwde dames, die de diakenen bijstaan in hun arbeid. Zoo brak het voor dezen liefde-arbeid zoo gedenkwaardige jaar 1836 aan. God gebruikte zijn dienstknecht, den predikant Theodoor Fliedner, om aan de christelijke gemeente hare diakonessen terug te geven. Om u een bewijs te geven van den zegen op dit werk, deel ik u mede dat Fliedner dezen arbeid der liefde aanving in het tuinhuisje van zijn pastorietuin te Kaiserswerth bij Dusseldorf, waarin hij een uit de gevangenis ontslagen meisje opnam en in de verzorging geholpen werd door cene vriendin zijner jeugd, en dat nu het aantal diakonessen is gestegen tot een 8000-tal uit verschillende moederhuizen afkomstig en werkzaam onder een aantal kranken. lijdenden.

') Nadere bijzoiulerheden vindt men in het „Monatschrift für innere Missionquot; van 18S1, Hl/. 227, in een artikel van de hand van Dr. F. W. Merens: „Zur «jeschichte der weiblichen Diakonic in den Xiederlanden.quot;

ocr page 10

IO

verwaarloosden, dat niet onder cijfers te brengen is. Ook Nederland bleef niet achterwege; in 1844 werd het eerste Diakonessenhuis te Utrecht opgericht, gevolgd door de huizen te 's Gravenhage, Haarlem, Arnhem, Leeuwarden, Groningen, Leiden en Nijmegen.

Na dit vluchtig overzicht van het verleden, dat natuurlijk geen aanspraak maakt op volledigheid, kom ik tot het heden en meer bepaald tot de plannen van de Vereeniging „Nederlandsche Hervormde Diakonessen-Inrichting te Amsterdam.quot; Deze vereeniging staat op denzelfden grondslag als de tot den Ivaiserswerther bond toegetreden Diakonessenhuizen in Nederland, maar haar hoofddoel is eenigszins afwijkend van de bestaande huizen. Hoofddoel van de bestaande huizen in ons land is tot heden do christelijke verpleging van zieken in het Diakonessenhuis en van uitzending van zusters in verpleging in de huizen der kran-ken, gedurende meerdere dagen of weken achtereen. Ons hoofddoel is: hulp te verleenen door het bezoeken van hulpbehoevende gezinnen door voor dezen arbeid gevormde diakonessen. In onze Statuten omschreven wij ons doel aldus; .,dc uitoefening van den „dienst der christelijke barmhartigheid door daartoe „gevormde diakonessen, voornamelijk aan kranken en „armen in hunne woningen.quot; De bestaande Diakonessenhuizen nemen zieken ter verpleging op, onze vereeniging zal dat niet doen. Waarom niet ? 1 leeft Amsterdam dan geene behoefte aan christelijke verpleging van kranken in een daarvoor ingericht huis? Niemand zal

ocr page 11

dit ontkennen. Maar wij meenen dat de opening van zoodanig huis ons zooveel te doen zou geven, dat wij de beschikbare krachten der zusters daarvoor uitsluitend zouden moeten bestemmen. De ervaring is hier leermeesteres. Hoe gaarne de bestaande Diakonessen-huizen ook meerdere zusters zouden afstaan voor do wijkverpleging, hot kan niet geschieden, omdat het huis vele krachten noodig heeft, zoodat de wijkverpleging nevendoel moet blijven. En wij wenschon de hulp in de woningen der kranken zeer bepaald als hoofddoel.

Nog een onderscheid tusschen den arbeid van deze huizen en onze vereeniging is dit. De zusters van do Diakonessenhuizen verplegen kranken in hunne woningen in den regel voor eenige dagen of weken achtereen. Onze zusters leggen bezoeken af bij de kranken, bieden de behulpzame hand bij verbinden en verbedden, besteden daarvoor een of meer uren, om dan in een ander gezin hetzelfde te doen, zoodat op één dag meerdere bezoeken worden afgelegd. Zouden wij zusters afstaan voor een doorloopende verpleging van dagen en weken, dan moesten zij aan den eigenlijken wijkarbeid onttrokken worden. Dit kan dus niet geschieden, vóórdat het aantal zusters zeer is uitgebreid.

Wij zijn nu gekomen tot het punt, waar de arbeid van de gemeente- of wijkdiakones nader moet worden omschreven. Ik stel eerst de vraag: „in welke gezinnen biedt de zuster de behulpzame hand?quot; Ik antwoord: „In de gezinnen van on- en minvermogenden, waar zich kranken, zwakken of lijdenden bevinden.quot; Al aanstonds moet echter onderscheid gemaakt worden tusschen de hulp van dc zuster te verlcenen in gemeen-

ocr page 12

I 2

ton met cn in g-cmcenten zonder ziekenhuis. In eene gemeente zonder ziekenhuis komt de zuster in aanraking met allerlei ziekten, slepende, snel verloopende en besmettelijke. Op den duur kan zij in zulke plaatsen niet zonder een ziekenhuisje met een paar bedden, zooals het b.v. te Breda is geschied. In cene gemeente met zieken- en gasthuizen zal de zuster in den regel uitsluitend met slepende ziekten te doen hebben of ook met personen die niet ernstig genoeg lijdende zijn om in eene inrichting te worden opgenomen.

Hier echter hoor ik een bezwaar tegen de zoogenaamde wijkverpleging. „Men moet,quot; zoo zegt men, „alle on-en „minvermogende zieken in de bestaande gast- en ziekenhuizen doen opnemen. Daar immers heeft men den „geneesheer, de apotheek, de verpleegster, dequot; goede „ligging en de vele hulpmiddelen bij het ziekbed bij „elkander. Zal men ten slotte met de wijkverpleging' „niet meer kwaad dan goed doen?quot; Mijn antwoord zal aan duidelijkheid niets te wenschen overlaten. Wanneer de geneesheer opname in een gast- of ziekenhuis wen-schclijk acht, werkt do diakones dit zooveel mogelijk in de hand; ja, ik ga nog verder: indien de diakones oordeelt, dat zij don kranke niet voldoende bij hare bezoeken kan verplegen, moet zij op opname in de gast- en ziekenhuizen aandringen en, indien dit niet mogelijk is, trachten eene zuster voor aanhoudende verpleging aan dit ziekbed te brengen. Dit in aanmerking nemende, blijft hot aantal lijders en lijderessen nog zeer groot en het arbeidsveld dor zusters zeer uitgebreid. Dr. A\'. M. Gunning, Hoogleeraar in de oogheelkunde to Amsterdam, hooft ons in een lezenswaardig

ocr page 13

'3

opstel in het „Maandblad voor Ziekenverplegingquot; 1) getiteld „Ziekenverpleging in eigen woningquot; voorgerekend, dat 1jö deel van de minvermogende zieken te Amsterdam in de gasthuizen en 4/r, in eigen woning worden verpleegd. Zulke cijfers zijn welsprekend. Wat moet er met die zieken in eigen woning geschieden ? „Zij moeten in de bestaande inrichtingen verpleegd worden,quot; zegt dc tegenstander van de wijkverpleging. Maar deze inrichtingen zijn meer dan vol! „Dan moeten er meerdere worden gebouwd.quot; Ik antwoord: daarmede eischt men het onmogelijke. Is het te verwachten, dat de inrichtingen voor zieken door de burgerlijke en kerkelijke gemeente, door vereenigin-gen en particulieren tot stand te brengen, vijfmaal zullen vermeerderen? En dat moet geschieden om in Amsterdam voor eiken minvermogenden kranke plaats te hebben in de ziekenhuizen.

Daar is echter een bezwaar tegen deze groote uitbreiding van ziekeninrichtingen, stel dat dit mogelijk ware, dat mij zeer ernstig weegt. Ik denk nu niet aan de ontzaglijke sommen hiervoor te besteden, ik denk ook niet aan het groote aantal verpleegsters bij zulk een uitbreiding noodig, maar ik denk aan een bezwaar van zedelijken en godsdienstigen aard. Het is mijns inziens niet goed de verzorging van de zieken geheel aan het gezin te ontnemen. Het gezin is door God samengevoegd om voorspoed en tegenspoed te deelen. De sombere dagen van ziekte hebben iets te zeggen tot den zieke zoowel als tot de gezonde

Maandblad voor Ziekenverpleging, lc jaargang 1891, Xn. 6 en 10.

ocr page 14

14

loden des gozins. God wil dat het geduld geoefend en de liefde beoefend zal worden. Er moet gelegenheid zijn voor de leden des gezins met elkander te spreken, te lezen, te bidden; men moet elkanders lasten weten te dragen en dat echte medelijden leeren, waarvan ons de Heiland een exempel heeft nagelaten. Bij zulke ziekbedden heeft de diakones een schoone taak. Zij biedt de behulpzame hand als vrouw van kennis en ervaring op het gebied van de ziekenverpleging ; zij tracht de middelen te verschaffen om het lijden te verzachten; zij zorgt dat de voorschriften van den geneesheer nauwkeurig worden opgevolgd; zij wijst op den hoogen eisch om elkander als leden van één gezin te dienen door de liefde ; zij beproeft het ontstemde en ongeduldige gemoed tot rust te brengen ; zij wijst den kranke op der kranken vriend Jezus Christus; zij doet het oog naar boven slaan, tot den God van alle hulp en vertroosting, en, is het oogen-blik daartoe geschikt, dan gaat zij voor in een eenvoudig en geloovig gebed. Ik onthoud mij met moeite van het noemen van voorbeelden, waaruit blijkt dat het optreden van de zuster op deze wijze grooten zegen heeft aangebracht. Genoeg u te zeggen dat ieder, die met wijkdiakonessen arbeidt, deze voorbeelden kan bijbrengen. Vat ik nu de verhouding van de zieken-inrichtingen en van den arbeid der wijkverpleging samen, dan spreek ik als mijn gevoelen uit, dat de zieken verpleegd moeten worden in de bestaande zieken- en gasthuizen, indien de ziekte van dien aard is, dat de verpleging in eigen woning schadelijk zou werken, — en dat de diakones der gemeente de be-

ocr page 15

15

hulpzame hand Ijicdt o\-oral waar dc zieko in eigen woning kan verpleegd worden. Deze gevallen juist te onderscheiden is aan de wijsheid van den geneesheer, van de zuster en het comité overgelaten.

Het bezoek van de zieken in hunne woningen staat in den arbeid van de gemeente-diakones op den voorgrond, en wij moeten ernstig toezien dat de verzorging van kranken niet in de tweede of derde plaats wordt gesteld. Daarvoor bestaat groot gevaar. De behoeftigen beschouwen eene wijkdiakones zeer spoedig als een persoon die nieuwe bronnen opent om de bedeeling te doen stijgen. Daarvoor moet zij zich zorgvuldig wachten. Zeker, de diakones komt met de armoede in de nauwste aanraking; zij ontdekt bij nadere kennismaking door voortdurend bezoek of er in dc gezinnen onderstand noodig is; zij slaat een blik op het lijf- en beddengoed; zij kan berekenen of dc gaven al dan niet goed zullen besteed worden; zij kan ook de beste wijze van hulp-bieden aanwijzen; zij kan zelfs toezicht houden op het juiste gebruik van de ondersteuning. In één woord, zij kan den diaken en armbezoeker van onschatbare hulp zijn, en zij moet hare kennis van de gezinnen en haar overleg gaarne cn ten allen tijde ten dienste stellen van de armver-xorgers. Maar, zij mag nooit in den arbeid van den diaken treden. Eene gave in geld uit te reiken moet tot de hooge uitzonderingen behooren, en dan nog liefst door dc hand van den diaken. liet mannelijk en vrouwelijk diakonaat moeten onderscheiden, ik zeg niet gescheiden worden. De diakones moet de hulp van den diaken zijn, niet meer en niet minder.

ocr page 16

i6

Ter voorkoming van verwarring is het misschien beter niet te spreken van armenzorg door de diakones uit te oefenen, indien ten minste de armenzorg zich bepaalt tot bedeelen en verzorging in gestichten. De diakones houdt zich echter wel bezig met de belangen van noodlijdende gezinnen in zedelijken of stoffelijken zin, op de wijze zooals ik het hierboven beschreef, en voorts door de bespreking en aanwending van middelen om het gezin op tc heffen. De zuster spoort de ouders aan de kinderen naar de school, naar de brei- en naaischool, naar de zondagsschool en catechisatie te zenden, lilijkt het noodig, dan opent de zuster eene naai- en broischool of een leesavond voor zulke volwassenen die niet kunnen lezen, of zij vraagt haar bestuur om de oprichting van eene bewaarschool, liefst onder de leiding vein eene voor het bewaarschool-onderwijs gediplomeerde zuster. De diakones spoort de ouders aan hunne dochters te laten dienen; zij wordt dikwijls de tusschenpersoon tusschen gedienden en dienenden; zij moet in sommige gevallen voor het uitzet van kleederen zorgen. En blijkt dan dat eene opleiding voor den dienstbaren stand hier even noodig-is als op vele plaatsen in het buitenland, dan kan het voorbeeld van vele Duitsche gemeente-diakonieën worden gevolgd, die opleidingshuizen onder leiding van eene zuster hebben gesticht met zeer gunstige gevolgen. De gemeente-diakones doet het hare om de meisjes van de straat te houden door het houden van eene samenkomst met haar, die dit wenschen, of door eenig ander middel. In één woord: zij tracht de vertrouwde persoon te worden in het huisgezin, die

ocr page 17

17

gaarne als raadsvrouw wordt geraadpleegd. De taak van de gemeente-diakones kan aldus worden samengevat: Zij biedt hare diensten in de eerste plaats bij het ziekbed in de woningen van den on- en minvermogende, zij tracht in de tweede plaats gezonken gezinnen zedelijk op te beuren, en zij doet dit alles om Christus' wil en in do overtuiging dat Christus' invloed opheft en troost.

De bespreking van do taak van de gemeente-dia-kones leidt ons van zelf tot de vereischten aan eene diakones te stellen. I Iet Bestuur van de vereeniging spreekt als zijn gevoelen uit, dat bij haar die eene opleiding wensehen te ontvangen tot wijkdiakones de overtuiging levendig moet zijn, dat niet alleen do behoefte en de nood der lijdenden, maar bovenal do liefde van Christus haar dringe om Zijnentwille het leven der dienende liefde te leiden. De vereischten om tot den proeftijd te worden toegelaten zijn, dat de aanstaande diakones zich tot gehoorzaamheid verbindt aan hen die over haar zijn gesteld; dat zij lidmate is van eene Protestantsche kerk en dus zeker niet jonger dan 18 of 19 jaar moet zijn, maar ook niet ouder dan ongeveer 35 jaar; dat zij voor het minst de kundigheden bezit die door het gewoon lager onderwijs gegeven worden; dat zij op de hoogte is van de nuttige handwerken voor vrouwen; dat zij aanbevelingen van bevoegde personen kan vertoonen en een attest van den huisdokter dat de gezondheidstoestand van de candidate geen hinderpaal zal zijn voor de uitoefening van het diakonessenwerk; dat zij eindelijk

ocr page 18

i8

kan overleggen een bewijs van de toestemming barer ouders. Aan den proeftijd zal een voorproef voorafgaan van eenigc weken. Blijkt het dat do candidate ongescbikt is, dan wordt zij niet tot den proeftijd toegelaten.

De opleiding van de aanstaande zusters moet met groote zorg gescbieden. Zij moeten onderwijs ontvangen tbeoretisch en praktisch in de verpleging van kranken en het verbinden van wonden, welk onderwijs niet weinig tijd zal vorderen. Zij bebben een cursus te volgen in de bijbelscbe geschiedenis en geloofsleer, en in de kennis van bijbelplaatsen, die bij het ziekbed van nut kunnen zijn. Zij moeten eenigs-zins op de hoogte worden gebracht van de beginselen waarvan de christelijke armenzorg behoort uit te gaan en van het doel dat deze zich moet stellen; zij moeten de wegen om geholpen te worden kunnen aanwijzen, terwijl zij geene vreemdelingen mogen zijn in de geschiedenis van het diakonessenambt. Men zou kunnen vragen of bet niet wenscbelijk is sommige daartoe geschikte dia-konessen op te leiden voor de acte van apothekeres en bewaarscboolhouderes, zooals zeer dikwijls, vooral in do buitenlandsche diakonessenhuizen, geschiedt; het antwoord op die vraag luidt in bet algemeen bevestigend, maar hangt, wat de toepassing betreft, af van de ontwikkeling van onze stichting in verloop van tijd. Bij de opleiding noemde ik niet de vorming van het karakter en de oefening in zelfverloochening; dit zijn geen onderwerpen voor een cursus. De zuster-direc-trice worde de leidsvrouw der zusters, die met baar spreekt en strijdt en bidt in diepe afhankelijkheid van

ocr page 19

den Geest Gods, die karakters vormt en zelfverloochening leert.

Onze Diakonessen-Inrichting moet een gedeelte van de opleiding der zusters bij anderen zoeken, bepaald de opleiding tot de verpleging, omdat wij geene zieken in ons huis denken op te nemen. Het Bestuur is reeds bezig om besprekingen te houden met bestaande inrichtingen, welke echter voor mededeeling nog niet geschikt zijn. Trouwens er zal in dit opzicht ook rekening moeten gehouden worden met het karakter en de talenten der zich aanmeldende zusters. Ik mag u echter wel mededeelen, dat wij van meer dan ééne .zijde welwillendheid ondervinden. Is de zuster voor dc verpleging gereed, dan kan hare verdere opleiding in ons huis plaats hebben, terwijl wij dan hopen dat de in Amsterdam bestaande wijkverpleging ons bij de praktische vorming de helpende hand zal willen reiken.

Ik spreek daar over ons huis. Dat is wel wat voorbarig, want wij bezitten geen eigendom en zijn ook nog niet in staat eene woning te koopen. Zonder huis kunnen wij echter op den duur niet. Daar wonen de zusters samen onder leiding van de zuster-directrice ; daar heeft de ernstige voorbereiding plaats voor de wachtende taak; daar wordt dc zuster verwacht aan het einde van haar dagtaak en aan het gemeenschappelijk middagmaal, indien de afstand tusschen haar arbeidsveld en het moederhuis niet te groot is; daar zoekt zij de versterking harer krachten naar lichaam en ziel; daar wordt zij verpleegd in dagen van ziekte; daar wordt zorg gedragen dat de ijverige zuster niet te veel van hare krachten vergt en zij hare uren van

ocr page 20

zuster bij invaliditeit, indien de kas der Vereeniging-dit toelaat. Het is echter zeer denkbaar, dat sommige zusters, daartoe bij machte, haar kleedgeld aan de kas der Vereeniging teruggeven, ofschoon dit een geheim voor de andere zusters moet blijven. Het is te verwachten, dat andere zusters geen aanspraak willen doen gelden op verzorging bij invaliditeit, omdat zij later in eigen onderhoud kunnen voorzien.

De zucht naar winstbejag moet verre worden gehouden van dezen schoonen arbeid; daarvoor staat zij te hoog. De getrouwe arbeidster ontvangt geen winst in den gewonen zin des woords, maar aan zegen zal het haar niet ontbreken. Wanneer zij haar werk beschouwt als de arbeid des Heeren, wanneer zij Hem, die de-lust van haar leven is geworden, wil dienen in Zijne armen en kranken, zal op haar het woord des Heilands van toepassing zijn: „En zoowie één van deze kleinen „te drinken geeft alleen een beker koud water, in den „naam eens discipels, voorwaar zeg ik u, hij zal zijn „loon geenszins verliezen,quot; Matth. 10 : 42. Schoon is de roeping voor de ongehuwde vrouw en voor de weduwe, die geene kinderen te verzorgen heeft, in dezen arbeid, (rod heeft der vrouw gaven geschonken, welke op dit arbeidsveld tot ontplooiing komen; geheiligd in Christus' gemeenschap kan de vrouw haar scherpen blik, haar zacht gemoed, haar vaardige hand op heerlijke wijze aanwenden tot leniging van smart, door haren godvruchtigen en stillen wandel getuigenis afleggende van de liefde van Christus. In de handen der christin geeft de Heer de nar-dusflesch, om zich wel te oefenen in de aanwending

ocr page 21

van haar kostclijkcn inhoud. Ach, dat vele jonge dochters, die thuis wel gemist kunnen worden, zich aanmeldden voor dezen arbeid met het doel, om hare gaven en krachten den Heer te wijden en een leven van zelfverloochening te leiden! Een christen mag niet vragen: „wat is het gemakkelijkste?quot; maar moet vragen : „waarin kan ik het best en het meest dienen ?quot; Onze Heiland is opgetreden met het devies; „niet om gediend te worden, maar om te dienenquot;, en Hij heeft ons gediend tot in den dood des kruises. Onze Heiland wil rondom zich verzamelen een kring van vrouwen, evenals gedurende Zijne omwandeling op aarde, om in Zijne gemeenschap de bloedende wonden van de geslagenen te verbinden. Ziet gij in uwe omgeving personen, die aan de liefde ook de gaven paren, wekt hen dan op tot den arbeid als diakones, opdat er een einde kome aan de algemeene klacht, dat het aantal geschikte personen, die zich aanmelden, zoo uiterst gering is met het oog op de behoefte. Somtijds maak ik mij bezorgd, niet over het geld, dat voor onze Inrichting noodig is, want ik ge-geloof dat velen het zich tot een voorrecht zullen rekenen te kunnen bijdragen, maar over de mogelijkheid om een voldoend aantal zusters te kunnen opleiden. Vanwaar zullen de zusters komen ? En als ik dan bezorgd ben luister ik naar des Heeren Jezus verklaring: „De velden zijn aireede wit om te oogstenquot; en de vermaning: „Bidt dan den Heer des oogstes dat Hij arbeiders uitstoote in Zijnen wijngaard.quot; En dat heeit de lieer gedaan. Fliedner bad en de Heer schonk hem ééne zuster; Fliedner bad wederom en de Heer

ocr page 22

-4

deed het aantal zusters toenemen ; Fliodner is niet vertraagd in het gebed, hij noch zijne medestanders, en do 1 leer heeft het aantal diakonessen, nu werkzaam, tot een Soootal doen aangroeien. Dat is van den Heer geschied, en diezelfde God leeft nog.

Hier ben ik genaderd tot het punt waarbij bezwaren ter sprake moeten gebracht worden, die wij vernamen tegen de vermeerdering der Diakonessenhuizen met een door onze Inrichting. „Er zijn er nu in ons land reeds acht,quot; zoo zegt men; „waartoe hun aantal vermeerderd? „en indien gij voor Amsterdam meerdere wijkdiakones-„sen noodig hebt, waarom deze dan niet bij de bestaande inrichtingen aangevraagd?quot; Ik antwoord eerst, dat de acht Diakonessenhuizen nog met een staan vermeerderd te worden, en wel te Rotterdam waarvoor iemand een kapitaal huis met eenige fondsen cadeau heeft gegeven. Het blijkt dus dat iedere stad van eenige uitbreiding pogingen in het werk stolt om in eigen behoefte te voorzien. Nu mag men met meer of minder recht zeggen, dat het beter ware, indien één groot moederhuis voor geheel Nederland bestond met filialen in verscheidene gemeenten; wij moeten ecliter rekening houden met den feitelijken toestand. De richting van het Diakonessenwezen in ons land is nu eenmaal niet centraliseerend en ik geloof ook niet dat dit in ons volkskarakter ligt. De bestaande huizen leven in de beste verstandhouding met elkander, maar arbeiden ieder zelfstandig in eigen kring. Zou Amsterdam alleen zonder zoodanige inrichting moeten blijven, de stad in

ocr page 23

wier midden de diakonessenarbeid heeft bestaan vóórdat er elders in ons land sprake van was ? Daarbij vergete men niet, dat onze inrichting- zich tot hoofddoel stelt de opleiding van gemeente-diakonessen, terwijl de andere huizen tot heden de verpleging in de inrichting en in de woningen der kranken gedurende dagen of weken tot hoofddoel stellen.

En wat het tweede bezwaar betreft, dat wij beter deden zusters van elders aan te vragen om hier den jirbeid uit te breiden. Het is u bekend, dat in zes wijken van de Xed. Hervormde Gemeente alhier, om nu van de 1 Aithersche diakonessen niet te spreken, acht diako-nessen arbeiden die op twee na tot bestaande Diako-nessenhuizen behooren. Deze zusters blijven aan haar moederhuis verbonden en kunnen door hare besturen teruggeroepen worden; er kunnen zich andere omstandigheden voordoen waardoor de plaats der zuster vacant wordt en het groote moeite kost deze weder te bezetten. De Amsterdamsche gemeente wordt krachtigquot; geholpen door het Utrechtsche en Haarlemsche Huis, wij kunnen daarvoor niet dankbaar genoeg zijn, maar het gaat toch niet aan dat onze gemeente voortdurend op de hulp van deze huizen steunt. Wij hopen hartelijk dat de nu arbeidende zusters nog lang in ons midden zullen blijven, maar op uitbreiding van haar aantal door toevoeging van buiten bestaat zoo goed als geen kans. Waarom niet? De besturende zusters van al de moederhuizen in ons land worden overstelpt met aanvragen om gemeente-diakonessen. Dit is een verblijdend verschijnsel, maar zegt ons toch ook heel duidelijk dat aan uitbreiding van dezen gezegenden

ocr page 24

26

arbeid in onze stad niet kan worden gedacht, indien wij zelf niet de handen ineen slaan om in de bestaande behoefte te voorzien. Ik geloof dat de aanschouwing van dezen arbeid in de gemeente de aandacht van de jeugdige zusters der gemeente zal vestigen op een voor haar geschikt arbeidsveld, zooals-de aankondiging van onze plannen eene enkele reeds-heeft opgewekt om zich bij ons aan te melden. Het is ons eene zaak van blijdschap, dat wij u tevens mogen mededeelen, dat de besturen van de bestaande Diako-nessenhuizen naar luid van hun schrijven ons optreden met sympathie hebben begroet.

De arbeid van de gemeente-diakones wordt aanvankelijk rijk gezegend in onze gemeente, maar slechts enkele doelen van de stad worden bearbeid; uitbreiding en nadere regeling is eene behoefte. Hoe wij ons de bearbeiding van de geheele gemeente voorstellen? vraagt gij misschien. Laat ik u op die vraag mogen antwoorden met het verhaal van hetgeen ik in den zomer van iSqo van den wijkarbeid aanschouwde in Mülhausen, de voornaamste fabriekstad in den Elsas mot ongeveer Soooo inwoners. Mülhausen is een arbeidsveld van het groote Diakonessenhuis te Strassburg; het moederhuis heeft daar 22 zusters in het stedelijk hospitaal werkzaam, dat natuurlijk voor alle gezindten openstaat. De arbeid van de diakonessen in dit hospitaal wordt op hoogen prijs gesteld; zij behoeven niet na te laten met de Protestantsche patiënten over hun geestelijk heil te spreken en oefenen in het algemeen een weldadigen invloed in de inrichting uit. Ik deel dit ter loops mede, maar toch met den wensch

ocr page 25

dat onze rijks-, provinciale- en gemeentelijke inrichtingen voor zieken, zenuwlijders, krankzinnigen enz. hare poorten voor de diakonessen openden. Men zou er wel bij varen! Verder is er in Mülhausen een gesticht waar drie, een ziekenhuis waar vier Strassburgsche diakonessen arbeiden en eindelijk de gemeente-arbeid met zeven zusters.

Van dezen diakonessen gemeente-arbeid is het volgende opmerkingswaardig. De stad is ten behoeve van dezen arbeid in zeven kwartieren verdeeld. Ieder kwartier heeft zijn huisje, vriendelijk en aangenaam in de volksbuurten gelegen, en omringd door een tuintje. Het bevat drie kamers. Eene grootere waarin eene tafel staat, die aan 18 personen plaats kan aanbieden, eene kleinere waarin zich de nood-apotheek bevindt met de meest voorkomende medicijnen en waar de geneesheer zijn spreekuren houdt, en eene bovenkamer voor de berging van provisie en kleederen. Een tweetal kamertjes zijn in gebruik bij een man en vrouw, die als huisbewaarders kunnen beschouwd worden. De man heeft zijne werkzaamheden buitenshuis, de vrouw houdt het kwartierhuis schoon. Het huis is eigendom van het kwartier-comité, eene vereeniging van eenige heeren en dames, die voor de tinantieele zijde van den arbeid zorgt en met de diakones de belangen der gezinnen bespreekt. Elk kwartier heeft slechts ééne zuster in gewone omstandigheden, bijgestaan door eene bezoldigde vrouw die niet onbekend is met de ziekenverpleging. Zij komt 's morgens te 71/2 uur in haar kwartierhuis, bezoekt eerst de ernstige zieken of zorgt dat deze opgenomen worden in het

ocr page 26

2 8

stads-hospitaal, waar zij door zusters van hetzelfde huis worden verpleegd. Tweemaal in de week is een door liet kwartiersbestuur gesalarieerd geneesheer [f 300 per jaar) voor de loopende patiënten te spreken, terwijl de medicijnen, voor zoover deze niet in het kwartier-huis aanwezig zijn, op vertoon van een bewijs van den geneesheer in de stads-apotheek gratis kunnen worden ontvangen. Uit dat spreekuur in elk der kwartierhuizen gehouden vloeit veel arbeid voor de diakonos voort, maar zij komt daardoor ook naar den wensch van haar hart in aanraking met vele lijdenden. Een 12 tot 1700 gevallen worden jaarlijks aan elk kwartierhuis behandeld. De spijs voor de zwakken benoodigd wordt in het kwartierhuis gekookt door de inwonende vrouw en, evenals de melk, namens de kranken afgehaald of in sommige gevallen aan hunne huizen bezorgd. Is een lid van het verarmde gezin zooverre hersteld dat hij weer naar de fabriek kan gaan, maar heeft hij nog groote behoefte aan een stevig middagmaal, of doet zich het geval voor dat de werkman of het kind thuis niet kan eten wegens ziekte van de moeder des gezins, dan noodigt de diakones dezulken aan haar tafel, zoodat zij gewoonlijk met een iS-tal gasten aanzit. Dat in zulk een kwartierhuis de naai- en breivereeni-ging en de moedervereeniging niet ontbreken, zal niemand verwonderen. Herinner ik mij goed, dan heeft elk kwartierhuis ook zijn bibliotheek.

„Maar vanwaar de finantiën?quot; zoo vraagt iemand. Reeds zeide ik, dat voor de onkosten niet g-ezorgd wordt door het moederhuis, maar door het comité van ieder kwartier. Mij werd vriendelijk toegestaan een

ocr page 27

2 9

blik in de boeken te werpen, waaruit mij bleek dat de kosten voor elk kwartier jaarlijks ongegeer ^3500 bedragen. Onder die uitgaven is alles begrepen, ook het honorarium van den geneesheer en de vergoeding aan de vrouw, die de diakones behulpzaam is bij de verpleging van de zieken. Deze uitgaven worden gedekt voornamelijk door giften en inschrijvingen, door eene bijdrage uit de stadsarmengelden en door eene jaarlijksche collecte langs de huizen voor ieder kwartier binnen zijne eigene grenzen. Wat van dit eene kwartier wordt gezegd geldt ook van de andere. Wel hebben sommige kwartieren behalve de gewone werkzaamheden nog iets bijzonders, b.v. eene bewaarplaats voor kleine kinderen, eene inrichting voor herstellenden waar deze op den dag vertoeven, maar dit behoort niet tot het werk waaraan men het geheel kan kennen.

Ik heb bij de beschrijving van den arbeid der wijkzusters te Mülhausen eenigzins breedvoerig stilgestaan, omdat deze naar ik meen bijzonder goed is ingericht en met inachtneming van onze toestanden tot model kan dienen. Ook bij ons zal het wijkcomité de uitgaven hebben te bestrijden, welke deze arbeid medebrengen en zal de arbeid van de diakones door samenspreking van het wijkcomité met onze zuster-directrice geregeld moeten worden, terwijl aan de Diakonessen-Inrichting een nader te bepalen som door het wijkcomité wordt uitbetaald, evenals dit ook nu geschiedt in den vorm van retributie aan de Diakonesscnhuizcn, welke zusters afstaan. Hoe de stad het best bearbeid zal worden, hetzij door aanstelling van eene diakones in ieder van de kerkelijke bezoekwijken van de gemeente, hetzij door

ocr page 28

3°

verdeeling in een getal kwartieren overeenkomende met de diakonale genees- en heelkundige wijken of wel op andere wijze, dit zijn punten van nadere regeling. Het zou onvoorzichtig zijn hieromtrent nu reeds bepalingen te maken.

En hiermede ben ik gekomen aan het einde van mijne taak. Ik heb getracht een antwoord te geven op vele vragen, die wij hier en daar hebben vernomen cn u onze plannen blootgelegd. In de eerste circulaire waarin wij aan de gemeente kennis gaven van de oprichting der Vereeniging hebben wij geschreven: „De ondergeteekenden zijn zich ten volle bewust van de zware taak die zij op zich hebben genomen.quot; Dat is geen phrase. Wij weten dat de moeielijkheden en bezwaren niet gering zijn; wij weten dat veroordcelen en misverstand zullen te overwinnen zijn; wij weten ook dat wij het door onze kracht niet zullen doen en daarom is het goed aan eigen zwakheid herinnerd te worden. En toch meenden wij niet te mogen weigeren toen het Ministerie van de Hervormde Gemeente alhier volgens opdracht van den kerkeraad ons vijftal uit-noodigde eene poging aan te wenden om den arbeid van de gemeente-diakones over de geheele gemeente uit te breiden. Wij ontwierpen eenige bepalingen, welke voor dezen arbeid moesten worden vastgesteld, naar •onze meening; wij namen in die bepalingen het beginsel op om ook andere gemeenten te helpen; wij deelden mede in welk verband wij meenden dat zulk eene inrichting met de kerk moest staan. Toen deze bepalingen waren geaccepteerd door den kerkeraad hebben

ocr page 29

31

-wij ons bereid verklaard de taak op onze zwakke schouders te nemen in het diep besef van onze alge-heele afhankelijkheid van God. Wat wij ons voornemen ? Wij willen dienen; wij willen ons o zoo gaarne laten gebruiken door onzen aanbiddelijken Heiland om lijdenden en behoeftigen te helpen. Wat dunkt u ? Indien in den boezem van de christelijke kerk in ons vaderland, die de meeste bewoners van Nederland onder hare leden telt, het besef wakker wordt: „wij moeten meer doen dan tot heden om kranken en armen te helpen, om het verlorene en afgedrevene terug te brengenquot;, indien van de zijde van die kerk de uitnoo-diging komt om bij de volvoering van dat voornemen de behulpzame hand te bieden, wat dunkt u, mag dan een zoon der kerk weigeren aan die roepstem g-ehoor te geven ? Wij konden niet weigeren.

Wij rekenen op krachtige medewerking. Wij treden op in naam der gemeente en rekenen op steun der gemeente. Weest niet haastig in uw oordeel; beschouwt deze zaak als de uwe en laat zij eene plaats in uw hart en in uw gebed innemen ; eischt niet van ons dat wij in minder dan de benoodigde tijd zusters kunnen opleiden, daarvoor is de voorbereiding te ernstig.

En wenscht gij nu ten slotte te weten waarmede gij •ons nu kunt helpen, dan antwoord ik ; aan het bezit van eene woning of de mogelijkheid om eene woning te kunnen huren ; aan een lidmaatschap van de ver-eeniging tegen f 5 minstens per jaar; aan de toetreding als contribuant tegen f 1 minstens per jaar. Wij stellen veel prijs op eene algemeene deelneming in dit werk der liefde.

ocr page 30

l aten wij dan de handen ineenslaan. De tijden zijn ernstig, het lijden is groot, de zonde verslaat hare tienduizenden. Allen gevoelen, dat er wat moet gedaan worden. Nieuwe plannen worden gemaakt en toegejuicht, maar het blijkt dat vele van deze onuitvoerbaar zijn of geen doel treffen. Er is echter een middel zoo oud als het Christendom, d. i. de toepassing van de dienende liefde. Die liefde heeft de heidenwereld voor Christus gewonnen; die liefde is nog dezelfde macht om te genezen, op te richten en te vertroosten. Zij worde door ons geleerd aan de voeten van Hem, die ons gediend heeft tot m den doo des kruises, en met ons- is tot aan het emde der

wereld.

ocr page 31
ocr page 32
ocr page 33
ocr page 34