ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4

0523 7957

ocr page 5

GUNNING

(7- isr,

LEIDDRAAD

bij cle godsdienstige opleiding

tot vorming van

DIACONESSEN,

door

II. L. KM )( )ZKM KMKK',

l'ret/' te Arnhem.

BIBUOTHEFK DcR i^UKSUNiVERSITEH U T K E C H T.

Arnhem, \V. SWAAN. IS'Jl.

ocr page 6

Een leiddraad is geen handboek; een leiddraad geeft slechts de punten aan, die bij de mondelinge behandeling van het onderwerp in aanmerking moeten komen. Naast de veel/.ins voortreffelijke „Wenken voor Diaconessenquot; (l trecht, v. Boekhoven) is er bij de opleiding der Zusters tot de gewichtige Diaconessentaak, ook voor zulk een leiddraad plaats. Ruste op het gebruik daarvan 's 1 leeren genadige zegen!

Arnhkm. '■

ocr page 7

t É i D Draad

bij de g-odsdienstig-e opleiding-tot vorming van

DIACONESSEM.

De taak der Diacones is het verrichten van christelijken liefdedienst aan de kranken, in den geordenden weg van ambtelijke werkzaamheid.

lt;r. Roeping der gemeente tegenover lijdenden, inzond, kranken.

Plaats van de vrouw in dezen dienst.

lt;•. Vroegtijdige aanstelling van Diaconessen. Rom. XVI; i. 1/. Wederopleving van dezen dienst sedert 1836. Uitbreiding in den tegenwoordigen tijd.

r. Eigenaardige vorm van samenleving in eene zusterschap. f. Kerkelijk ambt; de band, die aan dit ambt verbindt, is niet onverbreekbaar, maar ook niet lichtvaardig ter zijde te stellen.

2.

Onder drie hoofddeelen laat zich dc bespreking der taak van de Diacones verdeelen. Zij moet zijn: Christin; ziekenverpleegster; draagster van geestelijken zegen.

a. Onmisbaarheid van persoonlijk geloofsleven; even als bij den prediker door geene uiterlijke gaven te vergoeden.

ocr page 8

4

/'. Uitwendige dienst aan de kranken is eerste of naaste roeping. Niet voornamelijk evangeliste, maar verzorgster.

c. De uitwendige dienst is te verrichten met bedoeling van iets hoogers. Vanzelfsheid bij eene Christin; de weg tot het hart door uitwendig hulpbetoon; eigen-aanlig voor de vrouwelijke roeping.

De Diacones als Christin.

Het eerste vereischte in eene Diacones is, dat zij in besliste en bewuste overgave den Heiland toebehoort, wiens genade hare wederliefde opwekte.

lt;/. Onwaardig, als liet ambt om stoftelijke ledenen begeeid wordt.

lgt;. Onvoldoende, als er niets dan algemeene menschen-

liefde in het hart is.

c. Ongenoegzaam, zoo er nog slechts aanvankelijke toe-

gekeerdheid is.

il. Het vereischte is; in Jezus den Heiland gevonden te

hebben. Joh. VI ; 68.

e. De verzekerdheid van het geloofsleven is eerst te vinden bij de hoogste ontwikkeling van dat leven. Rom. Vill. 2 Tim. 1\ ; 7, lt;S.

4-

De duurste roeping der Diacones is daarom te blijven in

ocr page 9

de gemeenschap met den Heer, en op te wassen in geloof, hoop en liefde.

it. Ontwikkeling van geestelijk leven, afhankelijk Viin het

verbonden blijven aan den Heer. Joh. XV : i—6. /'. Het (Jliristelijk leven in zijne drie grondvormen, i Cor. XIII : 13, en in zijne vruchten, Gal. V : 22.

5-

Deze ontwikkeling van geestelijk leven is slechts mogelijk door Schriftonderzoek en gebed, gesteund door de viering des Avondmaals.

d. In de Schrift spieekt de lieer tot den mensch; in het gebed de mensch tol den lieer: in de Avondmaalsviering ontmoeten beiden elkander.

b. Gebruik der middelen onmisbaar tot verkrijging van het doel.

6.

Het Schriftonderzoek loont den lieer en Zijne gaven, en de daaruit voortvloeiende roeping des Christens.

11. Christus de Openbaring des Vaders, de Uitlegger der wet, het Licht aangaande de leidingen der voorzienigheid. Joh. XIV : 9. Matth. V : 17 verv. Matth. VI : 24 32. b. Christus gegeven lot rechtvaardigheid, heiligmaking en

verlossing. 1 Cor. I ; 30.

t'. Christus de mededeeler des II. Geestes. Hand. II : 33. (L 1 )e Christen geroepen tot beheersching van het vleesch, tot zegenverspreiding in de wereld, lot verheerlijking Gods. 1 Cor. VI ; 20. Matth. V : 13 — 16. 2 Cor. III : 5-9.

7-

Het gebed is de uilgang der ziel lol God, in dankzegging

ocr page 10

6

en schuldbelijdenis, vragende om geestelijke en tijdelijke gaven.

a. Oeineenschappclijk en eenzaam gebed, formulier-gebeden

en vrije gebeden.

h. Noodzakelijkheid en rechtmatigheid van dankend bidden. rhil. IV ; 6.

c. Belijdenis van zonde en van zonden. I's. XXXII. Luc. XVIII : 13.

d. Beden om geestelijke gaven en hare vervulling. Luc. XI : .3.

c. Beden om tijdelijke gaven, verhoord en niet verhoord. Ps. LXV : 3. Deut. lil ; 26. Matth. XXVI : 39.

8.

Het Avondmaal verzekert de instandhouding van het verbond, door Clod opgericht in den Doop.

tt. Beteekenis en zegen des Doops. Matth. XXVIII ; 19. lgt;. Beteekenis en zegen des Avondmaals. Luc. XXII: 19,20. tquot;. Vereischten in den Avondmaalganger.

Wanbegrip omtrent het onwaardiglijk eten des Avonds-maals. 1 Cor. XI ; 20—23.

9-

Het leven uit God, door deze middelen gevoed, moet zich openbaren in zelfverloochening, ijver, waakzaamheid en alomvattende liefde.

a. Zelfverloochening tegenover zelfzucht. Matth. XVI: 24. lgt;. IJver in het besteden aller krachten, gebruiken van

alle gelegenheden. Matth. XXV ; 14—29. c. Waakzaamheid ten opzichte van boezemzonden en liet geven van ergernis. Matth XVIII : 6—9.

Liefde om Christus wil, jegens de medegeloovigen en jegens de nog onbekeerden. 2 I'etr. I : 5—7.

ocr page 11

7

i o.

De algemeen-Christelijke roeping lot den dienst des Heeren heeft de Diacones te vervullen in een bepaalde ambtstaak. a. De roeping der Diacones staat niet boven de algemeen-

Christelijke, maar is een bepaalde vorm daarvan. igt;. Het persoonlijk geroepen zijn tot dit ambt ligt in de samentrefllng van deze drie zaken: eigene keuze, geschiktheid, omstandigheden.

c. Met ernst maken met deze roeping sterkt de kracht, weert de wispelturigheid, omlerhoudt de blijmoedigheid.

d. Roeping tot verandering van werkkring moet zeer duidelijk zijn.

11.

De Diacones vervult deze roeping als lid eener geordende zusterschap; hieruit vloeien eigenaardige verplichtingen voort. tt. Onbepaalde en blijmoedige gehoorzaamheid aan tie Moeder des Huizes is van zelf sprekende plicht; is onmisbaar voor een geregelden gang van den arbeid; is een voorrecht dat van al te zware persoonlijke verantwoordelijkheid ontheft.

lgt;. Het samenleven en samenwerken met andere zusters geeft steun in den arbeid, maar roept ook tot inschikkelijkheid tegenover gebreken van anderen, en tot bereidheid om de minste te willen zijn. c. De zusterschap is voor de Diacones als een familieband, die gewis niet afzondert van de buitenwereld, maar toch tot bijzondere trouw en vertrouwelijkheid de onderscheidene leden verplicht.

ocr page 12

8

11.

De Diacones als ziekonveritlecgster.

12.

Als ziekenverpleegster moet de Diacones zich daardoor kenmerken, dat zij baren arbeid verricht uit liefde tot den Heiland, en als vervulling eener door Hein opgelegde taak.

a. Dankbare wederliefde lot den Heiland moet éénige en voldoende drijfveer zijn.

b. .Medelijden en zucht om nuttig werkzaam te zijn, kal deze liefde niet vergoeden.

t-. 'Hij. die als Redder en Vertrooster kwam, heeft aan Zijne gemeente de taak nagelaten zielen te winnen, en in lichamelijken nood verzachting te brengen. De Diacones heeft daartoe van de gemeente eene ambtelijke roeping ontvangen.

ij-

Dit beginsel geeft wijding en beteekenis ook aan de geringste diensten.

ti. Diacones is; dienares. Daarom is geen arbeid haar te gering.

/gt;. Verrichten van het voor de hand liggende is het middel om hoogeren zegen te ontvangen.

c. Verzachting van smart is de weg om toegang te verkrijgen tot het hart.

14.

Om de kranken waarlijk van nut te zijn, heeft de Diacones behoefte aan theoretische kennis, praktische oefening en liefderijk geduld.

ocr page 13

9

a. De geestelijke drijfveer tot haren arbeid ontslaat de Diacones niet van ernstige studie van alles wat /.ij als ziekenverpleegster behoort te weten, maar spoort juist daartoe aan. Van het onderwijs der geneesheeren is daarom nauwgezet gebruik te maken.

h. Naast de opgezamelde kennis is de gestadige oefening, met het bewuste voornemen van inderdaad geoefend tc worden, van het hoogste gewicht.

c. Kennis en oefening beide komen aan de krankcn slechts dan ten goede, als de Diacones met liefderijk geduld zich aan hen toewijdt, en voortdurend de verzachting van hun lijden en hunne genezing bedoelt.

IS-

Van groot belang voor haren arbeid is het, dat de Uiacones iilijk geve van een kalmen, opgewekten zin, en dat zij inschikkelijkheid met vastheid wete te paren, waar dat noodig is. Kalme opgewektheid houdt het midden tusschen vroo lijkheid, die ongepast, en somberheid, die voor den lijder neerdrukkend zijn zou.

I'. Tegenover krankheid en smart is groote inschikkelijkheid noodig; ook tegenover wisselende wenschen der lijders.

c. Die inschikkelijkheid mag echter nimmer iets toelaten wat voor de herstelling schadelijk zijn zou.

16.

De verhouding der Diacones tot den geneesheer is die van de helpende hand tot het denkend hoofd.

a. De Diacones handele nooit tegen eenig voorschrift

des geneesheers.

/'. De Diacones zij opmerkzaam op het waarnemen van

ocr page 14

IO

alle ziekteverschijnselen, waarop de geneesheer wil dat /,ij zal acht geven.

c. In geen geval, cn onder geen voorwendsel, late de Diacones zich verlokken tot het uitspreken van een oordeel over de behandeling der ziekte door den geneesheer.

17-

De Diacones vleie den kranke met geene ijdele hoop, noch verschrikke hem door bedreiging met den dood. /.ij zoeke hem te brengen in de stemming, waarin hij dood en leven rustig in 's 1 leeren hand kan geven.

a. Het is eener Christin onwaardig, en het is verraad plegen aan de zielen, als het bestaand gevaar geloochend wordt.

1'. Ken dreigen met den dood is geen van God gewild

middel om geestelijken zegen te brengen.

r. Sterven of herstellen woult eene vraag van ondergeschikt belang voor wie in Christus geborgen is.

iS.

Tegenover de kranken en hunne omgeving te /amen betaamt aan de Diacones ingetogenheid, bescheidenheid en onbaatzuchtigheid. In haar hart beware zij den ootmoed voor Cod, die ook tegenover menschcn nederig doet blijven. ,i. Ingetogenheid, door Christelijke reinheid gesteund, moet wapenen tegen gevaren, die zouden kunnen ontstaan door eene vertrouwelijkheid, die een natuurlijk gevolg is van gewaardeerde verzachting, in lijden aangebracht.

I). De bescheidenheid is natuurlijk uitvloeisel van het besef van dienares te zijn; ze houdt de Diacones

ocr page 15

11

terug van te willen heerschen in de gezinnen, waarin zij verpleegt.

c. Ook waar het persoonlijk ontvangen van geschenken verboden is, bestaat nog het gevaar van voordeel te willen trekken uit aanrakingen, waarin men komt. De Diacones blijve bedenken, dat wie eigene belangen voor oogen houdt, haar loon weg heeft.

d. Boven lof of blaam is niemand verheven, maar de gedachte van voor den Heer en niet voor de menschen te arbeiden, geeft aan beide eene ondergeschikte beteekenis.

111.

lgt;c Diacones als draagster van geestelijken zegen.

IQ.

Christelijke liefdearbeid moet van zelf het aanbrengen van hoogeren zegen dan uitwendige verpleging bedoelen.

gt;i. Zooveel hooger als de ziel staat boven het lichaam, zooveel hooger waarde heeft geestelijke zegen boven uitwendige hulp.

h. De geestelijke zegen laat zich niet evenzeer op recht-streeksche wijze aanbrengen als de uitwendige hulp Terwijl de Diacones dit hoogste doel steeds voor oogen houdt, late zij zich leiden op de wegen, die God voor haar baant.

c. Liefde, zachtmoedigheid, lankmoedigheid en juisten tact zijn voor h.tren arbeid nog meer de eigenaardige vereischten, dan voor eenigen anderen arbeid ten dienste van het Godsrijk.

ocr page 16

Het ontvangen van geestelijken zegen is: deel verkrijgen aan (iuds gave in Clirislus geschonken. Wie daaraan bevorderlijk wezen zal moet dus niet alleen die gave kennen, maar ook de verhouding, waarin de zielen, die men tot zegen wenscht te zijn, lot deze gave staan.

,i.' Het eerste en onmisbare vereischte om tot zegen te wezen is: zelf te leven in de gemeenschap met den 1 leer.

/'. Daarnaast is kennis noodig van het inenschelijk hart in 't algemeen, en, zooveel mogelijk, van de bijzondere gesteldheid der harten waarmede men in aanraking komt. Groote schade, die liet miskennen der verscheidenheden aanbrengt.

21.

De meest gewone zielstoestand, dien de Diacones aantreft, is: stompzinnige onverschilligheid voor alle hoogere dan lichamelijke behoeften.

d. 1 )ie onverschilligheid is nog geene opzettelijke vijandschap; er is schuld, en er is, wat tot verontschuldiging strekt.

(!een andere weg om diepere behoeften te doen ontwaken, dan liefdebetoon en verzachting des lijdens. t'. Gewoonlijk gaan met deze stompzinnigheid onkunde en wanbegrippen omtrent den dienst Gods gepaard.

2 2.

()ok waar behoeften aanwezig zijn of beginnen te ontwaken, is vaak geslotenheid des harten een beletsel tegen de invloeden des Evangelies.

,r. Die geslotenheid heeft een zeker recht, in zoover het

ocr page 17

'3

binnenst van een inenschelijk hnrt een heiligdom zijn moet, dat alleen voor (iod open staat. /'. Die geslotenheid is dikwijls een gevolg van vroeger

ondervondene onbescheidene inmenging.

c. Vertrouwen kan niet afgedwongen, maar slechts door

liefde uitgelokt en op het gebed verkregen worden. lt;/. Nooit worde tot anderen gesproken over vertrouwelijke uitstortingen des harten.

23-

Hoe veelvuldig ook de schakeeringen mogen zijn, in de verhouding tot (lod zijn alle zielen te verdeden in afkeerigen, heilzoekenden en toegebrachten.

a. Kenmerkend verschil .dezer drie klassen. Verscheidenheden in elke daarvan.

24.

Bij de meeste kranken zal de Diacones den natuurlijken toestand des menschen ontmoeten. Die natuurlijke toestand des menschen is afkeerigheid van (lod, van Zijn Kvangelie en van het leven in Zijnen dienst.

a. Meer of minder besliste uiting dezer afkeerigheid. Aanwezigheid daarvan, ook waar eene Christelijke opvoeding Christelijke vormen en indrukken aanbracht. c. Oorsprong dier afkeerigheid in hoogmoed en zondelust des harten.

J. Krankheid en lijden genezen deze afkeerigheid niet van zelf; zij verbitteren vaak in plaats van te ver-teederen.

c. Voorwendsels tot rechtvaardiging dezer afkeerigheid: wetenschappelijke bezwaren, gebreken der geloovigen, tevredenheid met eigen deugd.

ocr page 18

M

ƒ. ()pcnbaring van etgcn blijmoedig cn werkcliidig geloof^ kan onder Gods zegen begeerte naar iets beters doen ontstaan.

25-

In andere kranken vindt zij een zoeken naar God. Eene vrucht van voorbereidende genade is het, waar de natuurlijke afkeerigheid heeft plaats gemaakt voor heilbegeerte, al is ook deze zielstoestand nog slechts een aanvang van iets beters. a. Kennelijk onderscheid tusschen dezen toestand en dien

der afkeerigheid.

!gt;. Heilbegeerte een doorgangstoestand.

r. Aandoeningen en indrukken nog geen bewijs van bekcering, veel min van wedergeboorte.

20.

Onderscheidene beletselen moeten overwonnen worden, eer dc heilbegeerte een zoeken wordt mot het ganse.he h.irt.

n. Verstandelijke beletselen, door gebondenheid onder eene noodlotsleer, of door een zoeken van den grond des behouds in bevindingen.

lgt;. Een hinken op twee gedachten.

c. Een streven naar eigene gerechtigheid.

,/. Onbeledene cn onbestredene zonden.

e. Vertragen in het gebed.

27.

Wat de Diacones aan deze zielen moet trachten aan le brengen wordt bepaald door hunne behoeften. De ware behoefte der heilzoekenden is méér nog een beter leeren kennen van- en vertrouwen op Christus, dan een doorvorschen van eigen gemoedsgesteldheid.

ocr page 19

i5

a. Zelfkennis is onmisbare voorwaarde, maar redmiddel is alleen het geloof.

/'. Steunen op het volbracht verzoeningswerk, en niet verachten van de zwakke aanvangen.

c. Een wandelen overeenkomstig het aanvankelijk verkregen licht.

d. Een aanhouden in het besef, dat eerst wie gevonden heeft zalig is.

28.

Tegenover de toegebrachte geloovigen onder de kranken met wie zij in aanraking komt, heeft de Diacones eenc taak van vertroosting, leiding en ondersteuning.

a. Lichamelijk lijden geeft aanleiding tot neergebogenheid des geestes.

/'. Tijden van krankheid zijn tijden van afzondering, die het geestelijk leven moeten vooruit brengen.

c. Met lichamelijk lijden gaat vaak aanvechting der ziele gepaard.

cl. De roeping tot Godverheerlijking houdt in krankheid niet op, maar verkrijgt eene bijzondere gestalte.

29.

Behalve de verschillende zielsgesteldheid, brengt ook de onderscheidene lichamelijke toestand bijzondere roeping voor de Diacones mede.

a. Bij de nadering des doods bepale zich de toespraak tot weinige woorden, vooral tot woorden der Schrift

/gt;. Bij langdurige krankheid legge de Diacones zich toe op afwisseling in hetgeen zij nnn de ziel heeft aan te bieden.

c. Bij herstelling zij het haar streven, dat de lijder het

ocr page 20

i6

in de krankheid ontvangene beware, en met gesterkte kracht de nieuwe verzoekingen en beproevingen des levens tegen ga.

30-

Om zooveel mogelijk voor allen alles te zijn, onderhoude de Diacones een gebedsleven, dat haar in nauwe gemeenschap

met den lieer doet staan.

a. Voortdurend geven is niet mogelijk zonder voortdurend

ontvangen.

/,. ])e frischheid van eigen geestelijk leven is slechts te bewaren door een getrouw gebruik van de middelen der genade.