ocr page 1

TABITHA STA OP!

of de

ROVWELLIKE ARMENVERZORGING

IN DE GEMRENTE

een eisen des Ghristendoms.

10'inquot; stt'in iles roft|Ji!nlt;lon :

quot;licri'iil den i1 's

.Irsaia. Johannes uk Doopek.

Uitgegeven van wege de l'',VAN' !F:LTSCHE VEHEKXICTING ZUTPHEX.

Apeldoorn. N, A. U INC ST. 1887,

ocr page 2
ocr page 3

V OO R WOO RI ).

Toen luil geachte bestuur van de Evangelisch Ver-eeniyivfj te Zutphen, in overeenstemming met andere broeders, die mijn in de vergadering van 29 Sept. j. 1. uitgebracht referaat gehoord hadden, mij uitnoodigde, om dat referaat aan die vereeniging af te staan, meende ik het aan het belang der daarin besproken zaak verplicht te zijn, dal eervol verzoek niet af te slaan, ik geel het stuk ten beste, zooals ik het m de vergadering voordroeg, met enkele opmerkingen en mededeelingen van de aanwezige broederen en van elders woonachtige Dames verrijkt mij ook nu nog het onvolledige van mijn werk levendig bewust. Moge het zijn weg vinden in menig Christen-huisgezin en eene kleine bijdrage zijn tot herleving in de gemeente des Heeren van dien geest, die haar in de volle waarheid leidt, om deze in liefde te betrachten.

S. K. THODEN VAN VEL'/EN.

Warnsveld. 5 Oct. 1887.

ocr page 4
ocr page 5

Dat dit onderwerp, ook bij onze Evangelische ver-eeniginlt;i. ter sprake komt kau niemand bevreemden. De treurige verschijnselen onzer dagen op maatschappelijk en sociaal gebied zouden zich zeker voor een goed deel niet hebben vertoond, indien liet pauperisme niet op vele plaatsen, vooral in bevolkte steden, zulke groole afmetingen had verkregen. En dit verschijnsel gaat weder niet om buiten het gebrek aan heigeen a r m e n v e r z o r g i n g inderdaad en de waarheid hee-ten mag, armverzorging in den geest van het Christendom.

Daarentegen is, zeker mede naar aanleiding van die treurige en onheilspellende teekenen des tijds , juist in onze dagen van verschillende zijden, eene belangstelling ontwaakt in alles wat den beslaanden nood, zoo niet wegnemen, althans verminderen kan. Met nadruk is ock gewezen op het aandeel, dat tot bereiking van dit philanihropisch doel hel vrouwelijk geslachl in dien arbeid airede genomen heeft en nog verder nemen kan.

1

ocr page 6

2

De stellinsr, wier bespreking of verdediging: ik op mij nam: «armverzorging in (ie gemeente door vrouwen is een eiscli van liet Christendomquot;, d. i. van die godsdienst, die wij, in onderscheiding van andere wijzen van Gods-vereering, met dien naam bestempelen, bepaalt zich tot de vrouwelijke helft van de belijders dezer godsdienst. Uitgaande van de onderstelling of liever van het axioma, dat armverzorging door het Christendom geëischt wordt, wil zij, dat de roeping daartoe ook, en niet in de laatste plaats, de roeping is van het vrouwelijk geslacht, — terwijl de nadere bepaling van die zorg, uitgedrukt dooide woorden: in de gemeente, wel uitgaat van het idee, dat vrouwen die roeping bij voorkeur zullen hebben te vervullen, in verbintenis met de gemeente, waarvan zij door geboorte of belijdenis leden zijn. even als zulks tot hiertoe in de gemeente van den beginne af geschied is door de gewone van gemeentewege aangestelde armverzorgers of D i a k e n e n. Zoo althans meenen wij, dat deze woorden moeten worden cpgevat. Dientengevolge splitst zich onze bespreking der genoemde stelling in twee onderdeelen, waarvan h e t eerste de aanwijzing zal bevatten, dat armverzorging door vrouwen als een heilige eisch des Christendoms mag worden beschouwd en het an d e re, dat aan dien eisch op de meest wenschelijke wijze wordt voldaan, als zij geschiedt in aansluiting aan het liefdewei k en ter bevordering van den bloei der gemeente.

ocr page 7

ïZelfverloochening is de roeping der vrouw, is de eisch van het Christendom tevens. Daarom zijn beiden voor elkander zoo uitnemend geschikt, en daarom kan de vrouw zoo groot worden door het Christendom, maar door dat ook alleen.quot;

Beeldengalerij van Christelijke vrouwen.

gt;Armverzorging door vrouwen een eisch des Chris-tendoinsquot;, ik meen dat liet voornaamste van hetgeen tot staving dezer stelling kan worden aangevoerd, lor sprake komt, als ik eerst met een enkel woord het oog vestig op hetgeen tot de rechte a r m verzorging mag geacht worden te behooren; als ik . ten andere, uit het standpunt des Christendoms, de vrouwen gadesla als do bij uitnemendheid daartoe geroepene helft van ons geslacht.

A

Om de vraag te beantwoorden , wat er tot de rechte armenverzorging behoort, letten wij op den arbeid, die met dien naam mag worden bestempeld, op zijn beginsel of drijfveer, op zijn u i t o e f e n i n g.

a) Indien wij onder armverzorging slech's te verstaan hadden hetgeen althans velen in praktijk brengen en dan als toereikend schijnen te achten, uitdeeling van geld, kleeding, levensbehoefirn ann lun die daarvan geheel of ten deele verstoken zijn, dan ware er zoo geen bepaalde reden, om bij dat werk de hulp van het zwak-

ocr page 8

4

kere geslacht in le roepen. Maar, gelijk het woord reeds aanduidt, heeft armenzorg, of hetgeen nog verder gaat: verzorging eene andere, \'eel omvattender en ingrijpender Laak te vervullen. t. w. het voorzien niet alleen of bovenal in den oogenhlik-kelijken nood, maar het ingaan in de oorzaken van de bestaande ellende, en liet aanhoudend en dikwijls veel geduld vragend s t r e v e n en pogen . om , onder hooger zegen. die ellende zooveel mogelijk te verminderen en ten laatste geheel weg le nemen. Dit toch verdient alleen met den naam van armenzorg of verzorging te worden bestempeld, evenals er ook in dezen zin sprake is van krankenverpleging. zielenzorg en dergelijke. Maar dnn ook valt liet al aanslonds in het oog. dal. zoo opgevat, de vrouw, wier taak is hel verzorgen van hel aan haar toevertrouwd gezin , de reeds daarom zelfs boven den man aangewezene is, om zulk gedulds- en liefdewerk le behartigen en gelukkig te volbrengen. En zoo spreken wij reeds

b) Het beginsel uit of de d r ij 1 v e e r van elke ware armenzorg: de erbarmende liefde, die wel zonder tegenspraak hel element is. waarin de vrouw zich veel meer beweegt en die zich ook in haar veel krachtiger vertegenwoordigt, dan in den man. Moge loch al op dat gebied het koude verstand ook eene stem hebben in het kapittel; mag al niemand, die deze laak aanvaart, zijne aangeboren weekhart igheid tot maatstaf zijner liefde maken; draagt zelfs de ware liefde een meer ernstig karakter; zonder den geest der er harming mei lijdende armen, uie ingaat in de diepten der ellende, zal de armenzorg haar eigenlijk doel de vermindering laat staan de wegneming van de kwaal bereiken. En deze geest woont wel zonder twijfel in den regel in

ocr page 9

ruimer mate in het zachter rtnnjj elegrie vrouwen-dan in liet forscher kloppend mnnnenhart.

e) Wij spraken in de derde plaats van de uitvoering of uitoefening der armenzorg, het terrein waarop zij zich voor liet grootste deel heweegt. Dat het bezoeken van armen in hunne woningen , niet omgekeerd het, gaan der armen naar die der rijken, eene eerste voorwaarde is van alle armenzorg, hehoelt geen betoog, maar hier is het weder de vrouw die op den voorgrond treedt. Zij. veel geschikter dan de man . om zich te verdiepen in de kleine aangelegenheden des gezins, waarom zich menigwerf de gansche spil der ellende beweegt; zij, met fijner opmerkingsgave bedeeld, om de verkeerdheden van stoiïelijken of zedelijken aard op te merken, met meer takt. om ze vriendelijk en toch ernstig t,e bestraffen en te bestrijden, om niet te zeggen ; dat, er in die armenzorg dikwijls zaken voorkomen van zoo teederen aard . dat ze alleen gevoeglijk door de vrouw kunnen worden besproken met de vrouw, die dan ook bij zulk huisbezoek, tien- tegen eenmaal de man in het huis te vinden is.

Voor mij lig! eene rede van mijnquot; onvergetelijken leermeester, Prof. Hofstede de Groot over Armverzorging door vrouwen, in '58 uitgesproken. nadat do vroeger, vooral door zijn toedoen te Groningen opgerichte vrouwen -ver eeniging ter bevordering van werkzaamheid en welstand onder de geringere volksklasse , aldaar 20 jaren had bestaan.

In dat overrijke resultaat van Iwintigjarigen liefde-arbeid komen zaken voor, die, zoo niet doelmatiger, ailhans niet minder geschikt door mannen kunnen worden behandeld, b, v. om slechts iets te noemen de aangewende en eindelijk gelukte pogingen dier vereeni-ging, om de werkloonen, door bazen en fabrikanten

ocr page 10

6

aan hunne knechton niet meer op Zaterdaotavond te doen plaats hebben, maar op een anderen dag ; om bij liet opdoen van brandstoffen als anderzins geen sterke dranken aan de arbeiders of arbeidsters te geven. Daarom is het. dan ook verre van ons alle mannelijke armenzorg op zij Ie willen zetten. Deze werd daarbij zelfs door de Groninger vrouwen-vereeniging telkens ingeroepen. Maar als daar sprake is van het kiezen van middelen, om in velerlei lichamelijke behoeften te voorzien, liet kennen leeren. door persoonlijke kennismaking, van meisjes, die voor kindermeisjes of boodschaploopers geschikt zijn, en het haar bezorgen van een dienst: het ver-schiilfen van eene huur aan dochters des huizes als dienstmaagden • van moeders in een huis als werksters, het laten metamorphoseeren van eenigszins versleten kleeren, door de dames van hare vriendinnen gevraagd, in kindergoed enz. enz. dan zal iiier wel ieder verstandig mensch aan vrouwelijke zorg en voorziening boven mannelijke ver de voorkeur geven , ja direkt tot liet inzicht komen, dal alleen door de eerste in de bestaande behoeften kan worden voorzien.

In die rede komt ook een schels voor van aanteekeningen over de gedane bezoeken. Kn het eerste, dus ook en niet te onrecht het gewichtigst geachte van alle punten, 9 in getal, luidt aldus: «Zindelijkheid in huis en op het lijf.quot; In het jaarverslag van de W int e r s w ij k s c h e v r o u w e n-vereeniging van quot;86 op '87 , wordt ter opheldering van de wijze harer werkzaamheid, het voorbeeld aangehaald van eene huismoeder, jaren lang aan een kwaal lijdende, die na hare laatste bevalling zeer verergerd was, wier gezin zonder hulp tot de grootste armoede en onreinheid zou vervallen zijn, maar daarvoor bewaard werd doordat, de vereeniging niel alleen in ver-

ocr page 11

sterkend voedsel voorzafr, maar ook hare 1 i lt;: g i n g vernieuwde, voor eene w a s e h v r o u w zorjrde, weder aangesteld uit een verarmd liuisjrezin, terwijl men eene buurvrou w hewoosi , urn eiken dag de kinderen en de woninjc op le knappen, de vrouw te helpen eten te kokon, alles lejren eene kleine geldelijke vergoeding. Ook werd er voorzien in de aanschaffing van r e i n i-gingsmiddelen in deze door de zwakte der vrouw achteruilKegane huishouding. ') Met behoeft wel niet gezegd, dal alleen de v r o u w en wel soms hij voorkeur de g e h u w d e vrouw eigenlijk alleen in staat is, om dat zoo gewichtige artikel met de huismoeder te behandelen.

B

Mag het gezegde genoeg geacht worden , ten belooge dat de armenzorg, zal zij dezen naam in waarheid dragen, als voor de vrouw is weggelegd; als wij haar nog verder uit een C h r i s t e 1 ij k oogpunt gadeslaan, dan is zij als lot dien liefdesarbeid geroepenen aangewezen. Ik twijfel niet of onze lezers zullen er met mij gelijkelijk over oordeelen , als wij er op letten 1°. hoe zij er uil dankbaarheid toe verplicht is; 2o. hoe zij zich van den beginne af, door al de eeuwen der C jaartelling, tol dat liefiiewerk ge roepen achtte; 3». hoe zij, juist op dezen weg, voor vele haar dreigende zedelijke gevaren bewaard wordt, (n de schoonste geestelijke vruchten er van inoogst voor zich zeiven en voor vele anderen.

1) Zij is er toe verplicht uit d a n k b aa r he i d. Het zou voor een woord ter inleiding te veel zijn , om met den blik op den toestand der vrouw hij beschaafde zoowel als niet beschaafde niet Christenvolken aan le toonen, dat

•) Zie Winterviyksche Courant van 19 Juli 1887.

ocr page 12

8

hel alleen hel Christendom was en nog is, quot;t welk de vrouw, door de godsdienstige heirekking tot Christus als den Verlosser van allo der menschiieid onwaardige banden, hare oorspronkelijke waarde hergaf en haar in in hare gelijkheid met den man hersteld heeft. Toch zal hel nog niet overbodig zijn, er aan te herinneren — om van wilde volken te zwijgen, bij wie de vrouw niets meer dan koopwaar en huisraad was -- dal hel er in dil opzicht treurig uitzag bij volken, die de eer toekomt dal ze hel ander geslacht nog meest geacht hebben ; de J o d e n , de R o ra e i n e n , de G e r ra a n e n, want van de Grieken, enkele eervolle uitzonderingen, b. v. Pythagoras, Socrates en P 1 u t a r c h u s niet mede gerekend, zwijgen wij, waar een Hesiodns ze een uil Pandora's doos voortgesproten geslacht noemt en een Ar is lo te les ze, om niet hel ergste te zeggen, 4iet begin heet van eene verbastering der natuurquot;', en zelfs de D i v i n u s PI a t o in zijne ideale Republiek eene vereeniging van vrouwen voorstelt, waarbij alle zedelijke betrekking vervallen moet. Wat nu aangaat de .loden behoeven we slechts op Mo zes wel op de »echlscheidi.igquot; te wijzen en op hel palen van hel Voorhof der v r o u w e n aan dal der H e i d e-n e n in den S a 1 o ra o n i s c h e n tempel. Bij de Romeinen raag de opmerking volstaan, dal het onbeperkte V a d e r-gezag zich aldaar ook tot de vrouw uitstrekte, wie het ingeval van echtbreuk, zelfs niet geoorloofd was gerechtelijke tusschenkorasl in te roepen. Lm moge nu al T a c i t u s hoog opgeven van de achting, die de vrouw bij de G e r in a n e n , even als onder de Celtische staramen, genoot, men vergele daarbij niet, dat, dil alleen de vrije vrouw geldl, geenzins de veel talrijker vrouwelijke lijfeigenen, die geenerlei rechten bezaten, om niet eens te gewagen van de zeer

ocr page 13

ö

ruwe bepalingen, die in dit opzicht inde F rankische, I? o n r g o n d i s c h e en Saksische wetten gevonden worden. Men dweept tegen woon lig met de vóór-en buiten-christelijke beschaving van de Hindoes, maar men verwart in die literatuur vóór- en na-christelijke bestanddeelen dooreen; men schijnt hunne wetboeken niet te lezen, waarin (ie vrouwen met grijsaards, si a ven en melaatse he n worden gelijk gesteld, om niet eens van de veelduizende weduwen te spreken, die, na den dood barer echtgenoten, tot de onleerendste straffen worden veroordeeld. ')

Ja voorwaar! bel is Christus en Hij alleen, die de kluisters; waarmede de zwakkere helft van ons geslacht nu zachter dan harder gebonden was , en nog is waar men Hem niet kent ot' erkent voor 't geen Hij is, verbroken en den vloek, die op haar rustle, heeft weggenomen, en het ook, blijkens ons nieuw Wetboek van bel strafrecht, al meer en meer doet, door zijn woord, voorbeeld en geest. Hij is het alleen, die het vrouwelijk ideaal, door Solocles in zijne A n t i g o n e, door C a 1 i d a s a in zijne S a k o n t a 1 a gescbelst, veel meer dan verwezenlijkt beeft, en dat in die vrouwelijke karakiers, wier diepste teederheid, innigheid en idealiteit, zooals de christelijke poësy ze naar het leven teekent, zelfs uit min lijn gecultiveerde standen, te vergeefs builen het Christendom gezocht wordt. Dat deze uitspraak zeifs niet door de Antigone van Sophocles, noch door de S a k o n t a I a van C a-lidasa wordt gelogenstraft, valt in het oog. als wij bedenken , dat de vrouwelijke heldenmoed eu de zell-opofferende Helde bij de eerste, zich om haar vleesch en bloed beweegt en bij de I a :i t s t e de bekoorlijkheid

') In mijn Kom over ü n help ons, 2'1'' ui'fraaf, heb ik dit pnnt breeiler besproken, bt. 30 volg.

ocr page 14

10

der sclioonheid hoven hel aanminnige der vrouwelijke ziel gesteld wordt, om niet te zeggen , dat uil denzellden mond, die Sakonlala's sclioonheid roemt, de woorden worden gehoord: -Wat vrouw heet, kent de list, ook zonder onderwijsquot;, en dat »die reine blanke parelquot; door haar pleegvader vermaand wordt »0111 haren gemaal te gehoorzamen en in vrede met lieel zijn vrouwenstoet te verkeeren.quot;

En deze opheCfing van het vrouwelijk geslacht is weder alleen mogelijk gemaakt door de onwrikbare vaststelling van hetgeen slechts tijdelijk en sporadisch buiten het Christendom gevonden wordt, maar door Christus uitdrukkelijk gewild : de m o n o g a m i e, het e e n i g e ware h u w e I ij k, die moeder van alle echt huiselijk leven, dat zedelijk heiligdom in de maatschappij, die kweekster van de schoonste deugden . ook van de zich zeil' verloochenende liefde, waarvan de armenzorg een onderdeel uitmaakt.

Heeft nu het vrouwelijk geslacht, behalve al de geestelijke zegeningen. aan 1 lem die bijzondere en onwaardeerbare weldaden te danken en is belangstelling in het lot der armen, — door Hem zoo uitdrukkelijk aan de liefde der zijnen aanbevolen, — een hoogstbelangrijk deel der-Christelijke dankbaarheid; de vrouwen in het Christendom maken dan wel zonder tegenspraak die helft uit van ons geslacht, die zich tot dat liefdewerk in Zijnen naam in de eerste plaats ten duurste verplicht mogen rekenen, die zich zelfs, als haar hart op de rechte plaats zit. dat werk niet mogen willen laten ontnemen! Ja het is misschien zelfs niet zonder dien zijdelingschen wenk, dat de Heer bij gelegenheid, dat Hij eene zijner meest liefhebbende vriendinnen legen den aanval van een' Judas in bescherming nam, toen zij Hem dat roerend blijk van dankbaarheid gaf voor eene aan haar

ocr page 15

It

en hare zuster bewezen bijzondere weldaad, toch weer van ter zijde dat liefdewerk hoeft opgedragen in het woord, dat ook zij zieii mocht aantrekken: »den armen hebt gij a 1 I ij d bij u !quot;

2) Het zijn dan ook steeds de vrouwen geweest. die zich tot dat liefdewerk geroepen en daartoe bij uitnemendheid berechtigd hebben betoond. Als er van de vriendinnen van Jezus gezegd werdt; »Zij dienden Hem van hare goederenquot;, waren dan niet reeds tijdens 's Heeren leven op aarde de eerste vrouwelijke volgelingen des Heeren de. eerste armenverzorgsters, als men bedenkt, dat de Heer zelf niets had om zijn hoofd neèr te leggen, Hij die arm werd om ons door Zijne armoede rijk te maken ? Maar deze vrouwelijke armverzorging hield ook niet op toen in 's Heeren gemeente het eerste Diakonaat, uit mannen bestaande, vol des H. geestes en der wijsheid, nevens hel Apostolaat, met het oog op deze noodige zaak. plechtig was ingewijd, en zeker op de meest doelmatige, onpartijdige en liefdevolle wijze in de behoeften der arme broeders en zusters voorzag. Of was het niet kort na quot;s Heeren henengaan weder eene zijner discipelinnen, de edele D o r k a s of T a b i t h a die er hare levenstaak van maakte, om kleedingstukken voor arme weduwen te vervaardigen ? En was hare ziekte, dood en herleving op Pet rus gebed en onder de tranen dier weduwen, geen zegel van omhoog op het liefdewerk door haar gewrocht, waaraan destijds onder de arme Christenen in Palestina zoo dringend behoefte was ?

• Tabitha Koemi!quot; zoo luidde in Jezus naam des Apostels woord aan de sponde, waarop het ontzielde lichaam dezer in den Heer ontslapene nederlag en a!s wij dat wekwoord vergeestelijken en zeggen: »geest der liefde en der erbarmens! sta weder op, herrijs in de

ocr page 16

12

Christelijke wereld ', die op zoo meni? gebied hare eerste liefde verlaten en zieh nns niet weder bekeerd heeft (ook op dat der philanlhropie in den praktischen zin), dan treedt ons toch eene veel te breede zusterenrij tejcemoet, die. hetzij afzonderlijk of gemeenschappelijk, armenzorg in de scemeente hebben sepleelt;id, om ze zelfs bij name te noemen. Wilden wij dat ook maar van verre beproeven, dan zouden wij, ook waar wij zoo velen voorbijgaan, van wie in de brieven van Paul us sprake is, dat ze »veel in den Fleer hebben gearbeidquot;, althans melding moeten maken van eene Plioebé, de Diakones te Kenchreén, bij Corinthe; Rom. 16 : 1. 2; van de v r ouwen, (der Diakenen) die hare mannen in de bedeeling of verpleging van hulpbehoevende bijstonden: 1 Tim. 3 ; 11: van de w e d u w e n . die T i m o-theus ten behoeve der gemeente Ie kiezen had en onder wTier kwaliteiten ook deze geroemd wordt, dat ze gaarne herbergen, en der heiligen voeten wasschen, den verdrukten hulpedoen en a 11e g o ed werk najagen: 1 Tim. 5 : 9. 10 1); van de maagden, (ministrae) van welke Plinius gewaagt i:i zijn brief aan Trajanus, zonder twijfel vrouwen (in 't begin van de 2de eeuw der Chr. jaartelling) ten bewijze, dat de instelling der Diakonessen . al wordt daarvan geene bepaalde melding gemaakt in hetN. T. even als die van het

gt;) Dr. Merens is met Meijer in zijn 1« o m m e n t a a r en anderen van ooi-deel, dat hier sprake is van liet opnemen van weduwen in gemeentelijke verzorging, wij zouden echt er uit het Grieksche woord, in onze vertaiincr luidende: gekozen, in het oorspronkelijke meest van op de lijst geplaatste soldaten gebezigd . met de Synodale vertaling aan eene verkiezing denken tot eenige kerkelijke werkzaamheid h. v. van Diakones, niet het minst ook uit kracht van tegenstelling tegen de af te wijzen jonge weduwei vs. 4. Zie Ho u wst een en van Dr. Heldring I Jaarg. 'I volp.

ocr page 17

15

D i a k o n a a t, eene zeer oude Chr. instelling geweest ia O-Desgelijks van de vrouwen, vnn wie Ch r y s os t omus gewaagt, als «overtrelTende de mannen , behalve in edele zeden cn ware vroomheid, in Christel ij ken ij v e r en liefde tot Christus, die den vloek van het menschelijk geslacht heeft weggenomenquot;. Behalve de hier zeker vooral door hem bedoelde zeer gegoede weduwe Olympias, Diakones te Constaniinopel, wier eenige vreugde het was wel te doen aan a rm en, /jouden onder deze ook begrepen kunnen worden, N onna de moeder van Gregorius van Na z i a n z e, die de ondersteuning van weduwen en weezen, het gt;bezoeken van armen en krankenquot; nog gewiehiiger achtte, dan de eigenlijke uitoefening van de ook zeer hoog bij haar aangeschreven Godsvereering ; de keizerin A e 1 i a P u 1 c h e r i a , die al haar goed aan de armen had vermaakt en in wie de geest van T a-bitha gevaren scheen; en, om geen meerderen te noemen uit de/.e overigens alles behalve in hel p r a k-t i s c h Christendom voorbeeldige dagen , de vrome Pa u 1 a , de vriendin van H i e r o n y m u s moeder van B 1 e s i 1 1 a en E u s t o c h i u m, die, na den dood van haren gemaal T o x o t i u s , hare gansche have den armen schonk, en overal met een voorbeeld van zelfverzaking en deemoed voorging. '•')

Maar dan mochten ook niet gepasseerd worden, uit de nog veel donkerder dagen der kerk, de heilige

•) In hot Oosten bleef' het Diakonaat als een gewijd kerkambt tot in de lii110 eeuw bestaan. Zie Neander K i r c h e n g e s c h. t Th. S 499 over het eigenaardiquot;' •verschil dat er in dezen bestond tusschen liet Oosten en het Westen vergelijke men de belangrijke B ij b e 1 s c h - , historisch-, statistische studie van Dr. Merens get. De Diakones, in de üouwsteenen van Dr. Heldring ) Jaarg. bl. 2(59 volg.

ï) Zie Dr. Ha gen bach Vo rieslingen n. d Kirchei;-geschichte I. S. 598, t 462 f f.

ocr page 18

14

Elisabeth van T huringen, die, vóór 600 jar sn vrijwillig arm werd om armen te dienen, noch Catha-rina van Siena, die, eveneens in de middeleeuwen, haar hart den Heiland gaf en hare krachten van lichaam en ziel de armsten onder de armen te dienste stelde, over wie niemand zich ontfermde; noch, omstreeks dien zelfden tijd, de heilige Brigitta met hare dochter Kat li ar in a van Zweden, die zich tot haar zalig einde toewijdden aan de werken van Barmhartigheid; noch Dorothea L i b ij 1 1 a , hertogin van Liegnitz, voor wie de door hare liefdezorg voor behoeftigen zaamge-stelde lijsten, met de namen der ongelukkiger!, wekstemmen tot weldoen waren, ja die als een goede Engel — en even onzichtbaar — al wat leed en verdrukt was omzweefde, (f 1625); noch de Fransche Gravin Louise Le Gras. die. voor een 2-tal eeuwen, in de stad van weelde en wereldzin de orde der B a r m hartige zusters in het leven riep: noch Maria N a t h u-sius, geb. Scheele, die het meesterlijk verslond hare moederlijke en huiselijke plichten in de sciioonste harmonie met haar barmhartigheidswerk en haren dichterlijken arbeid uit te oefenen ; en wel allerminst Amalia Sieve-king, de Christelijke jongvrouw bij uitnemendheid, die. na jaren lang in dien philanthropischen arbeid, zonder leven en gezondheid le ontzien , bezig le zijn geweest, eene vrouwelijke vereeniging gesticht heeft, voor a r-m e n- en k ranken verpleging, waarvan de grondslag was «persoonlijke omgang met de armen en »eene uit het geloof voortvloeiende betooning van liefde'quot;, die ook den sloot gaf lot de grootsche Instelling van het D i a k o n e s se n am b l in de prolestantsche kerk, zooals deze door Pastor F I i e d n e r te Kaisers-werlh in het leven geroepen is. Had diens eerste gade F r e d e r i k a . . . . zich , reeds vóór haar huwelijk

ocr page 19

15

mei hem, hel lot van srevangenen aangetrokken , zijn tweede gaile. Caroline B e r t h o 1 d, was de eerste der talrijke kweekelingen van A m a 1 i a S i e v e k i n g die armen in hunne woningen opzocht, die ook reeds vóór haar huwelijk drie jaren lang aan het hoofd van een h o s p i t a a 1 stond, die zich, evenals genoemde F r e-derike. ook als Diakones zijner stichting liet opnemen ; en. wat evenmin mag vergelen worden, niet alleen eene voortreffelijke Directrice van liet Moederhuis te K a i s e r s w e r t h, maar ook eene voortreffelijke moeder was van de 3 kinderen van Fliedner uit zijn eersten echt gesproten, tot een sprekend bewijs, dat de eerste plicht eener vrouw, die moeder is, onder de meest besliste toewijding aan armenzorg niet behoeft te lijden. ')

Zoo iemand der zusteren van liefdadigheid getoond heeft en geleerd daarbij, dat en hoe vrouwen den Heer in zijne arme broeders en zusters dienen kunnen, ja dat z ij de bij uilnemendheid daartoe aangewezene en toegeruste personen zijn. dan was het deze M a 1 c h e n , zoo als haar hare vriendinnen noemden, in 179i Ie Hamburg geboren en l April 1859 ook aldaar gestorven , nadat zij hare krachten in de dienst der liefde had verteerd, en getoond, wat op het gebied der armenzorg in de gemeente des lleeren de vrouw kan zijn, in wie Christus eene gestalte heeft, eu die hare krachten in

') Wie nadere kennis wenscht te maken met F li e d n e r s stichting en de werkzaamheid van hot Diakonessen-tno e-d f c h u i s te K a 1 s e r s w e r t li a/d R ij n , liij leze hot vanwege de Eva n g. Vereeniging to Z u t p li e n uitgegeven , op dit gebied hoogst belangrijk en uit authentieke br nnen geputte werkjr-van Mej. S. M. Hofstede de Groot get. De vernieuwing-van het Apostolisch Diakonessenambt enz. te Apeldoorn bij N, A. H i n g s t 1887.

ocr page 20

Ifi

deze goddelijke dienst Ier zijner beschikking gesteld heet

Reeds noemden wij een barer grondbeginselen bij dezen arbeid. Een ander was geene oogenblikkelijke opbefting van den nood . maar grondige wegname van de kwaal, waaruit armoede en krankheid ontstaan. Een derde: wel nooit met ledige handen tot de armen te gaan, maar ook nooit louter geld geven, maar levensmiddelen in natura of briefjes voor bakker of slager, houtmagazijn enz. Vóór alle dingen echter den armen werk verschaffen, ten behoeve waarvan hare vereeni-ging zelf eenige werkplaatsen had, waarin de armen bezig gehouden werden, terwijl hunne producten weder door de Vereeniging tot haar nut werden verkocht. En, om niet meer te noemen ; om niet louter voor liet lichamelijk . maar ook voor hel geestelijk heil der armen te zorgen. Het zal wel niel behoeven gezegd te worden , dat de verpleegsters der kinderen zich steeds op het vriendelijkst met deze onderhielden, en hen, in overeenstemming met de ouders, liefde voor school en kerk trachtten in te boezemen, waardoor dal liefdewerk zich van zeil aan alle weidenkenden aanbeval. Wij noemen hier slechts eenige punten van dit bij uitnemendheid verstandig en tevet.s geheel op chrislelijken leest geschoeid liefdewerk, om ten proeve te verstrekken van hetgeen vrouwen op dit gebied, der ongelukkige menschheid ten zegen, vermogen: de groote eisch van het Christendom ook der vrouw van welke de Heer eene der uitnemendsten van haar geslacht zalig sprak met het woord, waarin tevens liare heiligste roeping staat uitgedrukt: »zij heeft gedaan wat zij koudequot;. ')

*) Zie G o d a c li t en o v e r a r m en verzorging van A m a t i a \\ i 1 h e 1111 i n a S i e v e k i n g, b ij o e n verzameld uit hare schriften, op vele plaatsen vooral echter H. VIII. dat onschatbare wenken bevat.

ocr page 21

17

3) Nog één en wel een tweeledig punl, bleel' ons over, om, aan ons progiMm;nn getrouw, den eisch des Chrislendoms van alle zijden in hel licht te plaatsen, t. w. dit, dat dit liefdewerk op den weg der vrouwen ligl: ter één er zijde, om de haar geslacbl steeds meer dreigende zedelijke g e v a r e n te ontgaan , t e r an de rer. om in de voor haar van Godswege in deze liefdedienst weggelegde rijke, geestelijke zegeningen te deelen.

a) Wat liet eerste betreft geel ik liefst het woord aan de reeds genoemde A m a 1 i a , en omdat zij lot het vrouwelijk geslacht behoort e n omdat zij, ik zou haast zeggen op dit gebied met een bijna onfeilbaar gezag bekleed is in haar gulden boekske : »ter gedachtenis aan mijne jonge vriendinnenquot; 1), wijst zij er op, ten einde ze in het streven der liefde te vereenigen, dat de reden van zoo veelvuldige ontstemming door kleine onaangenaamheden des levens, het telkens daarop terugkomen en daarover bij elke gelegenheid tegen anderen in klachten lucht geven, tot zelfs in het huwelijk toe . en dus dubbel gevaarlijk, voortvloeit, uit een te veel en een te weinig, t. w. uit te veel t ij d, om zoo dwaselijk ziek te zijn en uit t e w e i n i g t ij d , bij gebrek aan zaken van hooger belang. Zij raadt haar daarom recht vroegtijdig naar zulk eene liefdewerkzaam beid uit te zien, 't welk haar, als zij naar Gods raad de levensgezellin van een wakkeren man zullen worden, zoo veel te geschikter maken zal, om de plicht eener goede moeder le vervullen en indien zulks niet bet geval wordt, gelijk hel niet missen kan bij den tegenwoordi-gen slaat der maatschappelijke betrekkingen, of duizen-

2

1

In IPS! bij Bolhuis 11 o i t z e in a te Groningen uitgegeven.

ocr page 22

18

den bereiken de gewone bestemming der vrouw niet. toch vrolijk en getroost doet blijven, liet door velen zoo gevreesde 30 jaar zonder schrik zal doen naderen, alleen daarop bedacht, om de werkzaamheid harer lietde een meer bepaald uitgedrukt karakter en eene grootere uitgebreidheid te geven. Terwijl zij eindelijk voor alle uilstel in dezen ernstig waarschuwt, wijzende op de dwaasheid, waaraan zoo menig jong meisje zich schuldig maakt, 't welk het geluk eener nuttige en geregelde beroepswerkzaamheid voor »de treurigequot; dagen des rijperen ouderdoms bespaart en hare jeugd niet beter meent te kunnen genieten, dan waar zij bals en andere gezellige vermaken, hel geven en ontvangen van in den regel geestdoodende bezoeken, de zorg voor haar toilet en iijne handwerken, die zoo onnoemelijk veel tijd rooven, tot haar hoofdbezigheid maakt, het middenpunt haars levens, om ten laatste, als de wereld, die zij afgodisch had gediend , van haar meer en meer terug treedt, en zij het verleerd heelt haar verlangen op iets hoogers te richten, iets te ondervinden van de kwelling van Tantalus, die den vloed, waaruit hij zijne dorst wilde stillen, altijd zag terugwijken, en den met sappige vruchten beladen tak, als hij er naar greep, omhoog rijzen. ')

b) Doch het werk dezer dienende liefde door vrouwen te aanvaarden is niet slechts negatief, het is niet minder positief voor haar hoogstgeraden en aanbevelenswaardig; het is dat vanwege den rijken zegen, die van dien

') a. w. bl. 18—32. Noemt zij hier niet in denzelfden adem de niet minder tijdroovende en in den regel zedelijk nog veel schade-lijker R o m a n I e k t u u r, ook deze brengt zij later afzonderlijk ter sprake, en keurt haar ook daarom en terecht zeer at, omdat het bestendig gewennen aan lichte kost van alle andere inspannende takken van literatuur afkeerig maakt.

ocr page 23

19

arbeid uitgaat, in alle richtingen des levens en zegenend wederkeert tot haar, die daarin bezig zijn en er zich aan in stille wijden. Hier geldt, wat de Wansbec-ker Bode zijne armen op de lippen legt, ter opluistering van de gravin S c li i m m e 1 in a n op haren geboortedag. 29 Sept. 1793.

«Weldaan stil en rein gegeven.

Zijn dooilen , die in 't graf nog leven ,

't Zijn bloemen . die den stonn bestaan,

't Zijn sterren, die nooit ondergaan '.

En aan wie is de aanwijzing van dien zegen weder beter toevertrouwd dan aan diezelfde A mal ia, die een groot deel van haar zoo rijk gezegend leven en werken daaraan heeft besteed: die er in hare hoogst interessanle Jabresberiehte gedurig op lerug komt en het voornaamste dat hier Ier sprake komt heeft saamgevat in het afscheidswoord aan hare lezers en vriendinnen, meest naar aanleiding van de even krachtig tot liefdewerk opwekkende, als aan troost zoo rijke profetie van J e z a i a , den nog onlangs op een heerlijk feest als gt;den grooten leermeester van zijnen en van onzen lijdquot; voorgestelden Evangelist des 0. Verbonds! Een enkel woord uit den overrijken schat barer uit het leven gegrepen ideën over dit onderwerp vinde hier eene plaats. Dat wij ze dankbaar als de onze overnemen behoeft wel niet gezegd. Zegt de menschlievende profeet lloofdst. 58 vs. 7: -deelt den hongerigen brood medequot;, zij wijst er op, dal het de Heiland is, die ons tegemoet komt in den persoon van den hongerige, den dorstige, den naakte, den verlatene, den kranke on gevangene. Hij die zoo oneindig veel voor ons deed en niet hel oog daarom gezegd heeft, dat Hij ten genen grooten dage zeggen zal: »;k »ben hongerig geweest en gij hebt mij te elen gegeven,

ocr page 24

20

«dorstig en ^rij liebt mij Ie drinken gegeven, vreemde-»ling en gij hebt mij geherbergd, nniikt en gij hebt mij ♦ gekleed, in de gevangenis on gij zijl lol mij gekomen' . Kan er, vraagt zij aan liaro zusler, en wij vragen liet met haar, iets worden uitgedacht, waardoor hei hart van den geloovigen Christen krachtiger wordt opgewekt, om zich de noodlijdenden aan te trekken, dan de hoop, om eens uit den mond van quot;s menschen Zoon dat hemelsch woord te hooren?

Maar de godzaligheid heetï niet alleen do belofte des toekomenden, zij heeft ook die des t eg en woo r-digen levens. Kn als zij dan weder vs. 8 heeft aangehaald, gt;dan zal uw licht doorbreken als de dageraad ' enz. dan hervat zij, »de schemering van hei, morgenrood eener eeuwige zonne beschijnt allen, die op het pad der liefde wandelen, 0! zegt het mij, gij, die met een hart, door liefde ontgloeid, U hebt beijverd, om middelen in de hand des lieeren te zijn lol zegen voor anderen, zegt het mij of de profeet geen waarheid spreekt ? Uw weg heeft u geleid in de woningen van jammer en ellende en in hel treurig donker van uitwendig leed zaagl gij menigmaal de nog grootere duisternis in hel gemoed der noodlijdenden, maar hebt gij niet juist daar dikwijls op zeer verkwikkende wijze Gods nabijheid ondervonden? Als Hij door uwe hand lafenis liet brengen aan lijdenden, was u dat geen waar genot? Als een dankbare traan in 't oot? van den armen lijder u tegenblonk, kondt gij dan uwe eigen tranen terughouden of vloeiden ze niet met die der dankbaren samen? Of waar gij den kommer niet kondt wegnemen, of de harten koud bleven voor de woorden der liefde, was het u .aar nog niel goed, als gij uw hart tot (iod kondt verheffen in liefderijke vo.jrbede voor uwe arme broeders en zusters ? Hebt gij u daar niet kunnen troosten met

ocr page 25

91

de belofte des Heilands. dat ook voor hen nog eens do dag des lieils znl aanbreken en hot door u gestrooide zaad, ofschoon het thans geheel verloren schijnt, te zijnerti.jd nog zal ontkiemen en halmen en aren voorl-brengen ?

Zijn wij nog zeer zwak en onvolkomen in de liefde, als de wil maar oprecht in ons is, om tot eer van God en tot heil van anderen werkzaam te zijn, dan zal zich dat leven der liefde ook wel bij ons ontwikkelen. Van geloof tot geloof, van kracht tot kracht. zoo zal onze verbetering spoedig toenemen. En hoe meer wij indringen in der armen toestand des te meer zal ons hart vervuld worden met eene alles omvattende menschen-liefde. die ook den meest gezonken zondaar niet bui-tensliut.

En als wij ons eigen toestand bij dien der armen vergelijken , hoe zal dan alle ontevredenheid over kleine levenslasten v:m ons wijken! Wat hebben toch deze te beteekenen bij de dagelijksche rampen der armen , die dikwijls zoo groot en vrecselijk zijn?

Ook voor ons komt de tijd, waarin geen vriend op aarde ons kan helpen, waarin de wereld van ons wijkt, en waarin, als Hij ons niet terzijde slaat, een angstig gevoel van vreeselijke verlatenheid over ons komen zal. Maar ook in dagen van kracht, gezondheid en geluk hebben wij dien 1 leinelvriend noodig. Al loop! ons levenspad langs lachende velden . toch kunnen wij dien trouwen Gids niet ontbeeren. In lift bont gewoel der wereld laten wij wel eens zijne hand los en raken van Hem af. maar zouden wij Hem dan met gaarne terug willen vinden V Latdi wij Hem dan zoeken in de eenzame knmer in het stille gebed des harten, daar wil Hij zich laten \inden! Maar zoeken wij Hem ook in de hutten

ocr page 26

22

der urmen. Daar zullen wij Hem ontmoeten. gelijk Mij hel zelf in zijn woord beloofd heeft.

Doch niet voor dengene alleen die het verricht, werpt zulk liefdewerk vrucht af, het doet het ook voor anderen en in allerlei betrekkingen des levens. Het brengt a r-men en rijken, die dikwerf door eene groote klove van elkander verwijderd zijn, tol elkander nader. En, zegt Amalia, zoo geheel terecht, vrouwen zijn bestemd hier vriendelijk tusschen beide te treden ; door de werkelijk bij vele r ij k e n bestaande weldadigheid bij de armen te roemen en dezen te doen verstaan, dat ook de rijken hun deel hebben aan 's levens wee en omgekeerd de belangen der armen bij de dikwijls voor ben onverschillige rijken voor te staan, vooral door hen, die ligt de armen over ééne kam scheeren, op het groot verschil opmerkzaam te maken, dat er tusschen ware en bescheiden armen en hel onwillig gepeupel van bedelaars en briefschrijvers bestaat,, die door onnadenkende gevers als de eigenlijke typen van de noodlijdende klasse wordt beschouwd.

Van dezen onnavolgbaren lakl. zooals zij alleen bij vrouwen denkbaar is, geeft Amalia zelve menige roerende proeve zonder ooi! een oogenblik haar heilig principe: zuivere en zachtmoedige \v a a r h e i d te spreken . te verzaken. ')

Bijzonder echter geldt natuurlijk de vrucht van deze dienende liefde de a r m e n zelf. Deze worden er door opgewekt, om met overtuiging Ie gelooven. dat er een Vader in den hemel is . die met trouwe Vaderzorg naar hen vraagt. Ja zelfs een begrip te ontvangen van Gods eeuwige liefde in ('hristus lol luin eeuwig heil, als

') Zie G e tl a c h t c 11 o v e r A r m verzorging van A rn a-I i a \V i I li e I in i n a S i e v c k i n g (bijei-nvorzamelfl uit haiv schriften) J857 bl. 'i4 volg.

ocr page 27

2o

men /e daarbij tevens opmerkzaam maakt op hunne geestelijke behoeften. ')

Vs. 12 gewaagt Jezaia van «verwoeste plaatsen. ♦ die opgebouwd worden, van bressen, die dicht gemuurd «worden, van wegen, die verbeterd zullen worden, «zoodat men er wonen magquot;. Amalia schroomt niet , in haren aan Jesaia verwanten profelischen geest, van de alles geloovende en hopende liefde, deze woorden bijzonder toe te passen op de werkzaamheid der vrou-wenvereenigingen. Zulke verwoest liggende landen zijn in den regel in hel zedelijke in groote mate met doornen en distelen begroeid, liet is der vrouwen bestemming door de dienende liefde zulke bressen dicht te maken . waar eene beschermende muur was vernield . alles verbeteren, vernieuwen, de steenen des aanstoots weg te nemen door scheidende en reinigende kracht van het Christelijk geloof en de Christelijke liefde.

De armen- inrichtingen kunnen niet alles doen. De mannen zijn met zooveel bezigheden bezet. De vrouwen hebben, ook wel de hare, — en zoo iemand, dan is Amalia er van verwijderd de haar door natuur en God gezette grenzen weg te nemen, iaat staan de vrouw van hare huiselijke plichten afkeerig te maken, ^ i) Ware die voor alle goed woord ontoegankelijke '21-jange jongen uit de hoofdstad, van wien , naar luid van de K e r k e I. C o u r a n t van 24 Sejiteniber, de I! o u \v s t e e n e n van Dr. II e I-d ring zoo roerend spreken , het voorwerp der liefdezorg van eene geestverwante van Amalia Sieve king of Sara Martin quot;eweest, hij zou niet hebhen gezegd: »ik kan mij niet herinneren dat iemand ooit meer een goed woord tegen mij gezegd of mij liefde betoond heeft.quot;

Zie a. w. bi. 117 volg, handelende over de huiselijke plichten der vrouwen. Zij wijst het aan, hoe bij eene geregelde verdeeling des tijds, ook hi t leven van de meest overladene huisvrouw en moeder nog gelegenheid biedt, om iets voor de armen te doen. Ken voorbeeld daarvan geefl zij op bl. 122, 126.

ocr page 28

u

maar haar zal het in hel algemeen toch ligter vallen, eenige uren uit te winnen voor de dienst der armen. En terwijl er vele beroepsbezigheden bestaan, bij uit-sluiling voor de mannen geschikt, is liet zeker niet onbescheiden. als ik armen- en ziekenverzorging beschouw als een beroep geheel gepast voor de vrouwen. In de edele natuur der vrouwen ligt eene bijzondere geschiktheid, om, waar geleden wordt, te trooslen en !e helpen.

Toen A mal ia voor meer dan eene halve eeuw hare vereeniging in het leven riep, om voor bijna 30jaren in te gaan in haars Heeren vreugde, was er nog weinig sprake van Communisme in den ongunstigen zin des woords, hiat slaan van S o c i a a 1- d e in o c r a t i e, N i h i 1 i s m e en A n a r c h i s m e . al moest zij reeds gewagen van den geest des tijds, om de vrijheid te verwisselen met ongebondenheid en teugelloosheid , om omver te willen rukken de palen, door de wet gezet en liet verschil der standen te verachten. ') Maar het is dan ook wel degelijk met hel oog daarop, dal zij dezen dienenden arbeid der liefde gadeslaat en het behoeft niet gezegd, dat hare woorden in onze dagen driedubbele behartiging verdienen. Nog eens met aanhaling van Jesaia s belofte: gt;de paden zullen weder opgemaakt worden, om te bewonen'', luid! haar afscheidswoord aldus

• Daar waar niel alle teugels verbroken zijn, datir worde

• door ons verzoenend gewerkl . geleid, geheeld en de 'ontstemming der geringe volksklasse, zoo dikwijls ont-'Slaan door ongeloof en ontevredenheid met haren be-

• krompen toestand, worde veranderd en verzacht door 'de vermeerdering van den geest des geloofs. Is die geest «weder bij de armen herleefd o ! dan is alles gewon-Tien, want wie tevreden is met zijn God is ook le-

') a w. hl.

ocr page 29

25

vreden met de menschen om zich henen.--En

♦ gelijk de bloemknop zich opent voor de stralen der gt;zon, zoo zal ook het arme geslolene hart des menschen »zich openen voor de warmte der goddelijke liefde en

♦ waarheid, die het voor de eerste maal aanschouwt in

»een vreemden, maar toch menschelijken boezem.---

»0p zulk eene wijze kunnen vele steenen des aanstoots »door ons worden weggeruimd en zoo een weg gebaand,

♦ waarop armen en rijken elkander in broederlijke vriend-»schap ontmoeten, maar tevens een weg voor den II eer 'bereid, moge het dan ook niet zijn in de kracht, »dan toch in den geest van den prediker in de woes-»tijn '. Dan zullen «goedertierenheid en waarheid elkander ontmoeten, de gerechtigheid en de vrede elkander

♦ kussen. O dal in allen een heilige ijver der liefde

♦ mocht ontwaken! Dat vooral de ongehuwden , die «reeds tol rijper jaren gekomen zijn, zich tot dat werk

der liefde mochten aangorden! Waar aardsche ver-»wachtingen bedrogen, daar zal het leven voor den hemel des te meer vreugde aan het gemoed gevenquot;. «) In een brief, ten jare 1853, aan Pruis ens Koningin. waarin A mal ia afkeurend melding maakt van het idee van haren Neef. die arts in Londen was, om naast het Christendom liet Duitsche patriot i s m u s hij hare jonge Dames op te wekken, schrijft zij: «moge het bij hooggeplaatsten onder ons geslacht eene houding hebben, dat ze zich wagen in het Labyrinth der Staatkunde, voor eene roeping van den middelstand kan ik dit niet houden. Maar ééne zending hebben, zou ik rneerien, alle vrouwen gemeen, zij mogen hoog of laag geplaatst zijn. Met is de zending van eene op het geloof gebaseerde, deemoedig dienende liefde, die

i) A. w. hl. -296- Ü!»8.

ocr page 30

26

door liaie zachte heloovering (Zauber) bemiddelend inwerkt bij de scherpste tegenstellingen eener door hartstochten wild bewogen wereld, ja den hemel op de arme aarde doel nederdalen en een paradijs bouwt in het eigen hart, ook waar het niet steeds gelukt daarbuitenquot;. !) En nog eenmaal in 1855 : »de oude Germanen werden dikwijls door het wild geschrei barer vrouwen tot bloedvergieten aangezet. Deze rol kunnen wij echter geene Christenvrouw toewijzen. Hare zending kan nooit eene andere zijn dan die der bemiddelende, lang-moedige, zelfopofferende liefde. 2)

Voorwaar! als de vrouwen, de vrouwen uit alle rangen en standen in de Christenwereld naar die Godstem hadden geluisterd, die Bath kol bij uitnemendheid, omdat zij, die ze hooien deed, wat zij aanbeval, zelve metderdaad geslaafd heeft: als zij zich. ik zou haast gezegd hebben »als een éénig man'quot;, hadden aangegord, om dat haar overal tot den arbeid roepend liefdewerk te verrichten; de thans angst en schrik verspreidende f u r i ö n der menschheid, in eene Madquot;, Wilson in London, Sophia P e r o w s k a j a in Petersburg, Louise Michel in P a r ij s belichaamd . zouden niet geboren zijn, of zoo ze al uit den afgrond opgedoemd, zich als Engelen des lichts hadden vertoond, door de heerschende opinie tot zwijgen gedoemd zijn. Z ij zouden geene sympathie hebben gevonden bij het volk. zooals zulks, der Christenwereld tot schande, helaas ook zelfs bij onze Natie, vooral in enkele onzer srootste steden gezien is, waar het overigens niet ont breekt aan allerlei Maatschappijen en Vereen i-gingen van p h i 1 a n t h r o p i s c h e n aard . waarin

') D c ii k w ii r d i lt;r k e i t e n a n s: il c n L lt;• li o n v, A ui ïi I ! a S i e v k i n g - Anti S. 449.

2) t. z. pl. bi. 432.

ocr page 31

ook invloedrijke en edele vrouwen werkzaam zijn, maar, bij gebrek aan veel algemeener en goed georganiseerde deelneming onder baar geslaelit, of ook wel van even beslist als mild Evangelischen geest, onvermogend. om den opgehoopten Augias-stal van sociale wanverhoudingen naareiscb Ie reinigen en de ter onzaliger ure losgelaten booze gees! en van ongeloof en opstand te bezweren. Wat zeg ik, in plaats dat de aan het oudste en beste Chi'islendom ontleende, maar schandelijk misbruikte, verdraaide, en in anli-christelijken geest bedoelde uitdrukkingen, als daar zijn: «eigendom is diefstal; al het uwe is het mijnequot; en dergelijke weerklank zouden hebben gevonden in duizend harten, zouden die sociale wanverhoudingen nooit gezien zijn, en waar zij zicli vertoonden eene heerlijke oplossing gevonden hebben, zooals deze zich te midden onzer ondsle broeders vertoonde van welke geschreven -taat: »zij waren één hart en ééne ziel en niemand zeide, dal

• iets van hetgeen hij had zijn eigen ware, maar alle »dingen waren hun gemeen, en er was niemand onder »die gebrek had en aan een iegelijk werd uitgedeeld

• naar dat elk van noode had'quot;. ')

Wie zou hef durven ontkennen, dat niet nu reeds de stoutste idealen waarvan Jezaia's profetiën vervuld zijn en die ook leefden in het hart van eene A m a-1 i a S i e v e k i n g, tot dien gt;nieuwen hemel en die nieuwe aarde toequot;, waarin gerechtigheid woont, hare verwezenlijking hadden gevonden ? 2)

') Hand. i : 34. 35.

-) Als Ds. S. Ulfers in zijn referaat, getiteld: IJ e Sociale v r a g e n o n de E v a n g e 1 i e d i e n a a r, beweert, dat de oplossing der sociale nooden niet ligt op het terrein dor barmhartigheid, maar des woords, omdat do inwendige zending het weunemen van de oorzaak der kwalen overlaat aan het woord, de p r e d i-

ocr page 32

2«

Maar !e krachtiger en nadrukkelijker roepen wij ook nojr heden, eer hef daartoe misschien voor altijd te laat is, de vrouwelijke sekse op. ook in ons vaderland in Christus naam tot dat werk der dienende liefde. Met het, oog op hetlt;ieen wij nn weder rrezien hebben, dat de Christelijke vrouw vermag, roepen wij onze zusters toe, treedt in de voetstappen dier edele vrouwen, die van af de wieg en bakermat des Christendoms tot op den huldigen stond en door al de eeuwen der Christelijke jaartelling heen en onder alle Chi isten-volken u zoo schitterend zijn voorgegaan. Toont hef ann ons dikwijls zoo berekenend geslacht, waf Chr. liefde is. waf den naam van Chr. erbarming verdient te dragen. Daar ligt het veld. waarop gij onsterfelijke lauweren kunt behalen. Daar wachten u heldendaden, die allicht niel oplt;feteekend worden in de geschiedboeken der wereld, maar met vlammend schrift staan te prijken in het boek des levens, dat ten opschrift draagt,: gt;Wat gij den minste der broederen gedaan hebt, dat hebt gij Mij gedaan, ga in in de vreugde uwres Heeren!quot; üwe hand is van dezelfde stof geweven , die eene T a b i f h a, eerie Elizabeth van Thuringen, eene C a f h a r i n a van S i e n e eene A mali a Sieveking tot zoo groote en heerlijke dingen in staaf stelde, in de kracht van Hem, die haar eerst had lief gehad. Tof deze dienst der helpende en reddende liefde is ieder uwer bekwaam. die een lief-

kinp:), dan vergoot hij, rlat de liefdedaad in Christus naam, he-hatve dat hij of zij, die haar volbrengt, ook een mond heeft, om daarbij van den lieer te getuigen, wel de, meest welsprekende prediking van Christus is. Dat die daad echter niet de eer.ige is en daarnevens de prediking van Chiistus door het woord ten allen tijde mag en moet geschieden, zal wel niemand, die ooit ouder de Christus prediking nedeizat, ontkeuneu. Evenmin als U willen ook wij twist, wie de meeste zij. Zij gaan hand in hand i n kunnen elkander niet missen.

ocr page 33

20

hebbend hail in zijnen boezem draagl. Daarvoor staat niemand !e iiooj, daarvoor niemand te laag. «Iedere dis-cipelin van Jezus.quot; zeggen wij Ge rok na, waar iiij het Peiruswuord : T a I) i t li a sta op! als oen wekstem voor onzen tijd in Wuiiembergs lioofdslad doet weerklinken, «iedere discipelin des Heeren kan eene Tabilha worden. Waar eene rijke vrouw haren adel. haar roem, haar vreugde zoekt in helpen en dienen, in weldoen en zegenen, daar is Tabitha, .maar ook waar eene arme weduwe hare twee penningskens in de offerkist legt. Waar een van Christusliefde aangeblazen hart een afgelegen gasje dor armen niet ontziet en de stegen der ellende opzoekt, om er in te komen met troost en raad, met lichaamspijs en zielenkrachtmeel, daar is Tabitha. En waar twee, ot 10, of 50, of 100 te samen zitten, al is het ook maar eenmaal in de week , om naakten te kleeden, om een verkleumd kindje een roksken of een sidderenden grijsaard een deken te naaien met vlijtige vingeren, daar is Tabitha. Waar van een weibezeten disch ook eene arme moeder eenmaal s weeks haar soepjen voor hare kinderen halen mag, of eene vrome dienstmaagd van hare spaarspenningen een cent of ook nu en dan een gulden, in plaats van aan sieraad en pronk aan armen besteedt, daar is Tabitha. Waar medelijdende vrouwen er aan denken, om verwaarloosde kinderen een tehuis te geven, of arme kranken van nabij of van verre te ondersteunen, daar is Tabitha; of waar eene barmhartige zuster in de liefde van Christus aan het krankbed dienende nederzit en helpt — Sla dan op Tabitha, honderdvoudig en Gij, groole annenvriend, goddelijke held der liefde en dos erbarmers, giet van uwe liefde een straal uit in het hart van hen, die zich uwe discipelen en discipelinnen noemen !quot;'

ocr page 34

li.

«Hijs Tabitha !quot; Daar verrijst zij , Waar de grafverwinnaar wenkt; De almacht van Gods liefde, prijst zij, Die haar levensdraad verlengt,

En zij zelve naar zijn Woord ,

Spint het werk der liefde voort. Zoo wekt God het dor gebeente, Op dc smeekstem voor zijn troon. Zoo hergeeft Hij der gemeente. De eélste parel uit haar kroon ;

Daar Hij duhble heerlijkheid,

Zijn Tabitha's toebereidt!quot;

Ten Kaïe.

«Armenverzorging in de gemeente een eisch des Cliris-domsquot;; dat de woorden: »i n de gemeente'quot; een pleonasme zouden zijn laat zich , zelfs hij de soberheid der le bespreken stelling, niet vermoeden. Dat zij de bedoeling zouden aanwijzen, om, naar het principe der Roomsche kerk. geene andere philanthropic, dus ook geen andere armenzorg te gedoogen , dan die uitgaat van en gezag ontleent aan de kerk of de kerkafdeeling. waartoe het armenverzorgende personeel behoort, evenmin Dan toch zouden ze over de vrije en zelfstandig werkzame liefde den staf breken, die in geen geval mag worden belemmerd, en eene veroordeeling behelsen van een groot aantal Vereenigingen , die, mogen ze al niet vijandig tegen de kerk gekant zijn, toch evenmin in eene recht-streeksche betrekking tot haar staan, of van eenig kerkbestuur oorsprong of organisatie ontleenen. Dit zou, om slechts enkele dezer vereenigingen te noemen van toepassing zijn op de zoo rijk gezegende Armen- u.

ocr page 35

krankenpflege 'von A m a I i a S i e v e k i n g zelve, waaraan dat kerkelijk karakter ontbrak en nieltegen-stnande zij zicli herhaaldelijk en met een levendig en blij bewustzijn daarop mocht beroepen, dat zij, als Hambur-gerin, lid van een vrijstaat mochi zijn, die niet als zoo vele andere grootere steden onder de alle geweten, liefde en waarheid verwoestende tegenstellin^en van het staatkundig en kerkelijk partijwezen te lijden had. ') Desgelijks zou het gelden de V r ouwe n-v ereeniging ter bevordering van w e r k z a a in h e i d en welstand onder de geringere volksklasse ten jare 1838 te Groningen opgericht, naar aanleiding vooral van eene van N u t s w e g e door Prof. 11 o f s t e d e de Groot, in den winter van dat jaar-gehouden Rede: over de Christel, rn e n s c h e n-liefde in hare werkzaamheid volgens de geschiedenis der C h r i s t e I ij k e kerk. Uit de algemeene bepalingen, zooals deze achter de ten jare 58 door de Groot gehouden Redevoering ter v iering van h et 20j a rig bestaan dier vereeniging, gedrukt en nog in 59 h e r-zien zijn, blijkt wel, dat zij geheel op Chr. Evange-lischen bodem staat en werkt. Dit liet zich trouwens niet anders van haren edelen hoofd-oprichter verwachten. Desgelijks dat de leden dier vereeniging vooral ook te lellen hebben op de kinderen, om aan deze, ook door eene goede opleiding op scholen en catechisatiën, lust tot werkzaamheid deugd en godsdienstzin in te boezemen ; dat door de Vereeniging de stad in negen deelen verdeeld wordt, overeenkomend met de negen kluften der Ned. llerv. gemeente, maar zonder overigens in eenige dadelijke betrekking tot eenig kerkbestuur of Diakome te stuan, of tot eenig ander verslag harer werkzaam-') D e n k w u r d i g k e i t e n a, s. w. Einl. S. XIII.

ocr page 36

lieden verplicht le zijn , dan aan de inteekenaren, die de vereeniging door hunne bijdragen steunen. Ja er wordt uitdrukkelijk in gezegd, dal de werkzaamheid der Vereeniging niet alleen van die der Diakoniën onderscheiden is, maar dat ook d e m e n s c h e n , voor wie de Vereeniging werkt, over het geheel a n d e r e n zijn, dan du door de Diakonieën bedoelden. Ja zelfs, dat men de aan armen verleende hulp wil aanwenden uit vrije liefde, om hen zelfstandig le doen worden en hen te bewaren, dat ze niet onder de Diakonie komen, of zoo zij er onder zijn, zich daarboven verheffen. quot;)

Op mijne navraag naar den staat dier Vereeniging voor het tegenwoordige, ontving ik van Mej. S. M. 11 o f-stede de Groot, thans le Haarlem, het vriendelijk en tevens verblijdend antwoord, dal zij nog heden len dage bloeit. Nadat HEdeles vader. Prof. P. Hofstede de Groot in 83 als president had bedankt, was H.E. broeder. Prof. C. P. Hofstede de Groot, in diens plaats opgetreden en na diens vroegtijdige afroeping van zijn post, was het presidentschap opgedragen aan .Ihr. Alberda van Ekens te in. Bij bovenstaande mede-deeling voegt Mej. de Groot nog de opmerking, dat de Dames zich tegenwoordig vooral ten doelstellen, om aan de vrouwen werk le verschaffen, terwijl ook het sparen wordt aangemoedigd. Tevens was uit den boezem der vereeniging eene Zondagschool ontstaan, »die zelfstandig werkt.quot;

Nauw verwant met deze Vereeniging en ook sinds 20 jaren gepresideerd door denzelfden Hoogleeraar, die ook de Vrouwenvereeniging in het leven riep, maar overigens onder een afzonderlijk bestuur beslaat in datzelfde Groningen : het toevluchtsoord voor verwaarloosde meisjes, 't welk zeer gezegend werkt en

'j Zie achter de Redevoering van af bl. 67 en volg.

ocr page 37

33

tusschon de 30 cn 40 meisjes herbergt, die meest voor dienstboden worden opgeleid en over hel geheel beant-woorden aim de goede chiistelijke opvoeding, die zij krijgen. Dat dit toevluchtsoord ook den naam draagt van Pleeggesticht heeft daarin zijn oorsprong, dat door het Bestuur ook losse verpleegsters bij zieken worden uitgezonden, die niet in het huis wonen, terwijl van de meisjes die in het huis worden opgevoed, sedert een paar jaar twee uit eigen keus als pleegzusters uitgingen. na daartoe eerst Ie zijn opgeleid, en uitstekend voldoen. Van deze inrichting is th u.s Prof. .). van Dijk voorzitter.

Men ziet uit het een en ander, dat te Groningen de eigen geest van Armen- u. Krankenpflege voorzit, die aan Hamburgs zoo rijk gezegende stichting het aanzijn gaf, maar dat de verhouding van dezen liefde-arbeid lot de kerk nagenoeg dezelfde is gebleven, terwijl de in 38 geslichte vereeniging thans nog meer overwegend dan in den beginne, zich op stoffelijk gebied beweegt.

Prof. de Groot gewaagt in zijne door ons boven aangehaalde K e d e van S n e e k, Leiden, A m s t e r-d a m , s B o s c h , Rotterdam, D e 1 f z ij 1. K a-m-pen en .menige andere plaatsquot;, waar vrouwen zoo iels beginnen, als Groningen, dal op dit gebied voorging, dus ook zeker zonder rechtstreeks van de kerk te zijn uitgegaan. Omtrent Kampen bericht mij Mej. Hofstede de Groot, dat de aldaar gevestigde vereeniging door Ds. v a n L o o n was opgericht, na, door ll.Edls. Vader in eene opzettelijk daartoe ingerichte Rede le zijn aanbevolen, dat die Vereeniging later door H.^dls. broeder eer. tijdlang was gepresideerd en weldadig op hel lot van armen en kranken werkte.

3

ocr page 38

H

Dat ook de Hoofdstad van Nederland soortgelijke vrouwenvereenigingen binnen hare muren telt, daarvan kon ons de eerste blik overluigen in hel pas verschenen Jaarboekje van Dr. 1Heldring voor i n- e n u i t w e n d i g e zending e n p h i I a n t h r o p i e, uitgegeven door de Redactie van de Bouwsteenen, Tijdschrift voor inwendige zending, hoewel ook de schrijver zelf, even als de steller dezer bladen gaarne erkennen zal. nietteaenstaande zijne onpartijdigheid, niet volledig te zijn. Men treft daar al aanstonds onder de rubriek Arme n z org de Alge m e e n e N e d e r 1. v r o u-wen-vereeniging aan met de leus; «arbeid adel tquot; te A in s t e r d a m gevestigd. Het aangegeven doel dezer vereeniging is; «Lotsverbetering te brengen in den toestand der onvermogende vrouw uit den beschaafden stand, door werkversehafling ' enz De Di-rektie de-er vereeniging berust geheel in handen van vrouwen. Eveneens is dit het geval met de zich ook a l g e m e e n e Neder landsche vrouwe n-v e r-e e n i g i n g noemende vereeniging Tesselschade, met een soortgelijk doel werkzaam en door Dames bestuurd, van welke er eene te A m s t e r d a m, eene tweede te 's 11 a ge, een derde te Baarn woonachtig is. Zijn deze beide zeker van allen kerkdijken invloed onafhankelijk , dit geldt zeker ook: Eben-Haezer, eene school voor havelooze kinderen in de Bloemstraat te A m s t e r dam, waar een paar honderd kinderen kosteloos onderwijs ontvangen en hun . behalve spijs en drank, kleedingstukken worden toegereikt door de meisjes vervaardigd.

Eene dito inrichting voor havelooze kinderen, waarbij een Dames-comité de lee;hngen tweemaal 'sjaars van kleederen en kousen vuor/iet en na afloop der schooluren de meisjes onderricht in naaien en

ocr page 39

35

breien ontvangen , beslaat in de C r i s p ij n 1 a a n te Rotterdam. Desgelijks is te 's 11 a g e sinds 73, in de Zuid-binnensingel eene vereeniging werkzaam tot instandhouding van een huis van B a r m li a r t i g-h e i d, waar ook «kinderen worden opgenomen, verzorgd en opgevoed, wier ouders geacht worden buiten staat te zijn voor onderhoud en opvoeding der kinderen behoorlijke zorg te dragenquot;. Hiervan is .Ihr. I.. (1. Q u a r 1 e s van Ufford president en Mej. i\l i t z e de Directrice; een drietal Dames hehooren tot liet bestuur.

Nog verdienen hier vermeld de vrouwen-vereenigingen ten behoeve van F a brie k arbeidsters, zooals er eene in 67 te Leiden, in 71 le Amsterdam en te 11 a a r I e m, in 7t.l !(gt; A r n li e in, in 81 te K o t-t e r d a m is opgericht, die wel allen eene zedelijke en godsdienstige strekking hebben en in eene van welke zelfs een Evangelist arbeidt, maar zonder dat er overigens van eenige betrekking tot Kerk ol Kerkbestuur sprake is.

Waar de groote sleden van ons land zoo voorgaan, daar behoeft het niet te bevreemden, dat ook ten platten lande vrouwen tot dien liefdearbeid jegens de armen zich vereenigen. Zoo opende o. a. te Wagenborgen in de Prov. Groningen eene vrouwenvereeni-ging in 75 een dito li u i s van B a r m h a r t i g h e i d, waarin »alle soort van hulpbehoevenden worden verpleegdquot;. De naam althans van Mej. Brons, als Directrice, bij wie men zich, evenals bij den Pres. van denzeltden n a a m ter opneming kan vervoegen , doet vermoeden, dal ook vrouwen in deze inrichting van weldadigheid een werkzaam aandeel hebben.

Tot deze zeilde rubriek van vrouwenvereenigingen, die onafhankelijk van de kerk en haar bestuur werkzaam zijn. behooren zeker ook wel haast zonder uit-

ocr page 40

36

zondering de zoogen. T a b i t li n's of Dorkassen, die, als ik aan hare verbreiding in ons land den maat-slat' mag aanleggen van hetgeen de provincie F r i e s-land te aanschouwen geeft, waarin ik hel groolste deel mijns leven doorbracht, zeker in nagenoeg alle sleden en plaatsen van eenige belcekenis in ons Vaderland zullen zijn opgericht, en. of geheel op zich zelve werken, of. gelijk zulks o. a. te W inters w ij k het geval is andere v r ouwenvereenigi n gen met het ver-leenen van kleedingstukken als anderszins zusterlijk Ier-zijde staan, maar evenmin als deze van kerkelijke origine in den eigenlijken zin. Kn deze vrij neutrale verhouding beslaat niet daar alleen, waar de genoemde vereenigingen van in het godsdienstige meer of min liberale ol Evangelische beginselen uitgaan, maar ook waar, ze van streng confessioneelen stempel zijn. Zoo o. a. als wij wel onderricht zijn in de stad, naar welke onze Evangelische Vereeniging zich noemt, waar behalve een Dorkas ook nog eene zoodanige zeer confessioneele vrouwen vereeniging moet beslaan, die, uithoofde van hare der Hervormde Kerk allesbehalve loegenogene verhouding, door een van de aldaar werkzame maar milder orthodoxe predikanten werd vaarwel gezegd.

Het zij verre van ons de goede bedoelingen te willen verdenken of iels le kort te doen aan de gezegende vruchten , die dergelijke vrouwenvereenigingen afwerpen voor de armen ter wier wille ze zijn opgericht en voor haar, die in dal liefdewerk bezig zijn ; wij zien ook niet voorbij, dat zeker 9/l0'ie van op dat philantropiscii gebied werkzame vrouwen lidmaten zullen zijn van de eene of andere afdeeling der Chr. Kerk. Maar dit neemt niet weg, dal de bespreking van de woorden: »armenzorg in de gemeente door vrouwe nquot;, vooral in onzen

ocr page 41

37

lijd. niet overhodig mn;r heeten, in eene meer speciale heleekenis opgevat.

Bekend is het en een onloochenbaar feit, dat bij de in ons land, ook in de laatste jaren vooral, niet afnemende maar toegenomen tegenzin tegen en onverschilligheid jegens de kerk, zich tal van stemmen verhellen, die de armenverzorging, gelijk zulks reeds lang mei het onder \v ij s en zelfs met de Z o n d a gsc h o-1 e n het geval is, liefst geheel van kerkelijken invloed willen losmaken. De klacht, in eene 5 jaren geleden te Amsterdam gehouden samenkomst voor i n w e n-d i g e zending over de particuliere (cooperative en in dividuëele) armverzorging te Rotterdam: »in beginsel ♦ verdient deze afkeuring, ook al werkt zij uitmuntend, «omdat daardoor der gemeente van Christus , de liefelijkste taak haar door den Heer opgedragen, ontnomen «wordtquot;, — die klacht heeft haar reden van bestaan nog niet verloren. — Dit werd daar genoemd een on-vennij lelijk gevolg van die paniculiere zorg; een gevolg, waarvan sommige harer leden zich niet bewust zijn, maar dat anderen daarentegen als een bepaald doel voor oogen houden. »Zij wilquot; heet het daar, »der gt;gemeente des Heeren alles ontnemen, tot dat haar niets ^ meer .blijft dan de Dominé en een paar gemeenteleden. »Van daar de tegenstand tegen diakonale armenzorg, «het opsporen van al wat tot haar nadeel kan gezegd ^•worden en het miskennen van hel goede, dat er nog gt;is. Van hier ook haar liefde en ingenomenheid met «elk werk der inwendige zending, zoolang zij daarin seen hulp meent Ie vinden, om den bedoelden ondergang der kerk Ie bespoedigenquot;. ')

Moge deze klacht zeker voor een deel hare verklaring

') Bonwstoenen. Tijrlschr. van ::rv Zenilii g door Dr. L, Heldring, 1 Jaarg bi '.H gt;.

ocr page 42

38

vinden in den locnlen toestand eener treurige verdeelde gemeente in de Ncd. üerv. Kerk, dat hel ecli!er, beide van de uiterste linker- en rechterzijde, op haren ondergang gemunt is, behoeft wel geen beloog. Zoo bedoelden — om niet terug te komen op den gemeentelijken arbeid der dienende liefde in de eerste eeuwen des Christendoms en tol vóór de dagen der Hervorming, die, bij strenge centralisatie, de uitgebreidste individueele armenverp'egipg in zich vereenigde ') — de stichters der vrouwenvereenigin zen in de Protestantsche Kerk ten behoeve der armen het niet, noch bij de Lulhersche noch bij de Gereformeerde afdeeling dier kerk , noch buiten, noch binnen de grenzen van ons Vaderland.

Werd al de instelling van Diakonessen in de Kerkordening van Luther niet opgenomen (inter arma silent musae) de tusschenkomst des hervormers te II er fort in W e s t p h a 1 e n ten jare 1532 , ten gunste van het voortbestaan der zusters van het g e m e e n e leven, wier geestelijk gewaad en werkzaamheid hij geenszins in strijd achtte met Gods Woord, bewijst dat de leden dezer vereeniging allesbehalve gekant waren tegen kerkelijke verordeningen op dit gebied, en zulks niettegenstaande die vereeniging dagteekende uit de dagen van de verregaande verbastering der moeder, de kerk. De even begaafde als vrome Magdalena BI aar er, zuster van den bekenden ljurgemeester van C o n s t a n z, Thomas Blaar er verzamelde gedurende de pest van 1/540 een kring van vrouwen en jonkvrouwen rondom zich , om , naar het voorbeeld van P h e b é , dienaressen te zijn van armen en kranken, maar h.ire betrekking tot Erasmus, B u 1 I i n g e r en Bu ce r bewees ten overvloede, dat zij in dit liefdewerk op ker-

') Zie Dr. G. U li I li o r rn, d i e c ti r. f, i e 1) s t h ;i t i g h c i 1 in de r a 11 e n K i rc li e S. 159 ft.

ocr page 43

39

kelijk gereformeerde bodem stond. Dit was ook het geval met de aan geen kloostergeloften gebonden Demoiselles de C h a r i t. é , aangesteld door Hendrik Robert v. d. Mark, sinds 1559 gereformeerd vorst van hot welbekende S e d a n, en met rijken zegen tot ondersteuning van armen, ouden en kranken werkzaam, tol dat die instolling in de rampzalige godsdienstoorlogen van Frankrijk onderging. Dezelfde verhouding tot de kerk bestond er bij de Diakonessen, die te Wezel door den kerkeraad gekozen werden en door Evangeliedienaren werden ingezegend, zooals dit ook, van af 1582 tot liet einde der vorige eeuw, te Amsterdam plaats gr'ep, waar nog sinds 11308 eene gemeente van N o n-conformisten, om de vervolging door de E p i s-c o palen uit Engeland geweken, eene gemeente-diakones bezat, die om hare vlijtige armen- en krankenzorg als pon moeder geëerd werd, toidat zich die gemeente naar Amerika verplaatste.

Dal diezelfde vriendzusterlijke verhouding tusschen de Diakonessen en haar kerkgenootschap bij de N e d e r-1 a n d s c h e Doopsgezinden en de uit de 13 o-heemsche broeders verzamelde leden der Broedergemeente bestond , behoeft evenmin betoog , als dat zij aanwezig was bij de vrouwelijke vertegenwoordigers van het Diakonaat in de Roomsche kerk, door wier algeheele toewijding aan dit heilig liefdewerk, die kei k nog voor d.iizenden ton rijken zegen is, he zij ze den naam dragen van Barmhartige Zusters; de vrije instelling van St. Vincent de Paula, die van 1633 dagteekent. en met groolen ijver in de hospitalen en stegen der steden hare kloosters vindt, heizij zij als leden der Nonnenorde van den H. B o r r o m e o de gelofte van levenslange dienst afleggen. ')

') En r|i^ verhouiling blijft rtaar voortduren, niettegenstasnrle

ocr page 44

40

Maar zoo was en bloet ook de geest der Stichters en Stichteressen van dergelijke vrouwenvereonigingen in onze eeuw. A m a 1 i a S i e v e k i n g's Armen u. K ranken pflege was zoo ver vervreemd van vijandschap tegen de kerk , dat zij met hare bestuurders in zeer vriendschappelijke betrekking bleef, ja levenslang zwanger ging van het idee, om in de Evangelische kerk eene Evangelische zusterorde of D i a-konessenschap op te richten, een idee. waarover zij reeds vroeger in briefwisseling was gel reden met den beroemden staatsman, Vrijheer von Stein, die, na verschillende instellingen van weldadigheid inde Roomsche kerk te hebben leeren kennen, dergelijke in Protestant-schen geest in de Evangelische kerk in hel levpn wilde roepen ') F 1 i e d n e r, ofschoon zelf als predikant met zijne grootsche stichting persoonlijk aan de kerk zijner belijdenis verbonden, sloot zicli bovendien op liet innigst aan haar aan, door de bepaling, dat de Presidenten van de W e s t p h a a 1 s c h e en R ij n s c h e Synode altijd leden van het Bestuur zouden zijn. Op dezelfde kerkelijke grondslagen richtte ten jare 1842 Pastor Frans H a e r t e r te Straatsburg, niet in navolging, maar naar aanleiding van Roomsche proselylen-makerij, onder feilen tegenstand van verschillende zijden, uit eene door hem gevormde J on g vr ouwe n-v e r ee-

diezelfde kerk in liaiv Do^niatisclu' versteening eene der voortret-felijkste typen van dr laatstgenoemde orde: Amelia do La-saulx, om liaren tegenstand tegen liet leerstuk van 'sPausen onfeilbaarheid, haren liefdearlieid gebiedt te staken. Zie de A r-m e. n u. K r a n k e n f r e u n d 184!) 4. S chafer's W e i b 1 i c h e D i a k o n i e, 1 Th. S. 09 IJ. — Dr. F. W. M e r e n s, d e D i a k o n e s, li ij b e 1. h 1 s t. s ta t. Studie, iu 11 e I d r i u g's Bouwsteenen, 1 .laarg. bl. 273 volg.

') Zie Einl. op de D e n k w u r d i g k e i t e n a. d. li eb en v o n A in alia Si e v e ki '■ S. X V,

ocr page 45

41

nigins voor armen-en kr ankenhulp een D i a-konessenhuis op , dat, bezield door 's mans macli-tigen en door eigen lijden geheiligden geest, opwies tot eene uitgebreide sticliting, die zelfs in den omtrek van Straatsburg zich gelden deed, o. n. door de voor'retFe-lijk geregelde vrouwelijke gemeente-diakonie te M ü h 1-h a u s e n in den E 1 z a s. ')

Zagen wij de Groninger Vrouwen-Vereeniging zich onafhankelijk van de kerk en het kerkbestuur organi-seeren, waartoe de nitgang van hel Nut allicht mede aanleiding gaf. Prof. Ho ('steile de Groot erkent in zijne reeds genoemde Rede, dat de dienende liefde der vrouw gebaseerd is op drie door God zelf ingestelde kringen: huis, staat en kerk, desgelijks, dat zij den laatstgenoemden kring; de alomvattende Chr. kerk, die de menschen tot kinderen Gods heeft te vormen, niet kan ontbeeren ; terwijl hij tot aanbeveling van he'sieen de vereeniging bedoelt, van menig kind gewaagt, dat door de aansporing der leden trouw ter school komt, menig volwassene ter catechisatie en iioe jaarlijks eeni-gen lidmaten worden van hun kerkgenootschap. Trouwens had zijne leerrede over ,loh. li : 12, «Voorwaar, voorwaar ik zeg u, die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe. zal hij ook doen, en hij zal grootere doen dan dezequot;' niel weinig tot stichting dier in den grond door en door godsdienstige vereeniging hijgedragen. — Nog meer opzettelijk behandelde denkelijk ten jare 1853

') Nos' eon tal anclore Vrouwen-Vereonis'ingen van denzelfikn stempel brengt Dr. Merens ter sprake, o. a. in Zwitserland, D n i t s ch 1 a n (1, F ra n k r ij k Engeland en de Scan dinavische landen, van welke een aantal, merkwaardig genoeg omstreeks denzelfden tijd ontstonden, a. w. hl. 281 volg.

-) I', Hofstede de Groot, Armenverzorging il o u i1 v r o ii w e n enz. bl. 2't, 30, ?,1.

ocr page 46

Dp. J. P. d e K e ij s e i van A r n li e in dit ondenverp in eon in de Morgenster geplaatst artikel: Kerk en inwendige zending, Arnhemseh Hulpbetoon. Hij toont daarin de dwaling aan van de i n n e r e Mission, dat zij, in stede van de bestaande organen der kerk te waardeeren, te bezielen en ze aan haar doel dienstbaar te maken, ze als dood en voor geen leven vatbaar ter zijde laat liggen, eene vijandige houding er tegen aanneemt, seetarisch wordt en g: bukt gaat onder al de treurige gevolgen van het sectewezen, geestelijken hoogmoed, liefdeloosheid, ziekelijke overspanning, parfbrce-bekeei ingen. om langs dezen weg tegenstand op te wekken bij wie hare voorstanders en helpers waren geweest, zoo zij zich door meer ootmoed en liefde, door meer zucht tot orde en onderwerping aan de beslaande machten had onderscheiden.quot;

Na daarop de middelen te hebben genoemd, van stof-felijken en geestelijken aard, waarover dat Hulpbetoon beschikt, en het doel dat zij tracht te bereiken, om hare armen tot waardige Christenen en goede burgers te vormen, vervolgt hij: »het personeel bestaat zooveel mogelijk uit hel geheele collegie Diakenen der Ned. Herv. Gemeente, de Predikant en Not ibele leden, die zich aan Predikanten en Diakenen aansluiten, uit Ouderlingen, Oud-Ouderlingen en Oud-Diakenen gekozen, drie leden van den Lutherschen Kerkeraad en een aantal Dames, leden der Protestantsche Gemeenten, waarvan sommigen, aan het hoofd der wijken geplaatst, met andere zelfgekozen Dames tot datzelfde doel, volgens dezelfde beginselen en door gelijke middelen, medewerken. — De samenwerking van broeders en zusters der gemeente waarborgt de doordringing van vrouwelijke liefde en zelfverloochening en mannelijke wijsheid, kracht en ernst —Hot kerkelijk karakter van Hulpbetoon

ocr page 47

43

verdient alle aandacht. Het predikambt is in zijne waardij erkend, het op/denerschnp, overeenkomstig zijn aanleg dienstbaar gemaakt aan den jreestelijken wasdom der itemeenle, het Diakonaat krachtig herinnerd aan zijne roeping tot Christel ij k e armenzorg. Zoo stroomt der Vereeniging kracht, toe uit de gemeente, is zij bekleed met het wettig gezag eener door hel kerkbestuur erkende en gesteunde inrichting, beschikt zij over den invloed dei' meest levende leden van de gemeente , wordt door haar kerkelijk verband voor menige afdwaling bewaard, vereenigt door bet gedeeltelijk af treden, (ouderll. diakk.) gedeellelijk aanblijven der leden (hoofd- en hulpdames, predd.) op een gelukkige wijze de beginselen van behoud en hervorming.

En dat deze innere Mission zich allesbehalve in een ondragelijk keurslijf van opgelegd gezag bewoog bewijst hetgeen zij zelve verklaart: »Zij is eene geheele kerkelijke inrichting, houdt zich in allen deele aan de kerkelijke reglementen en onderwerpt jaarlijks hare rekening en verantwoording aan de goedkeuring van den kerkeraad. Al hare leden moeten leden der gemeente zijn. en haar bestuur behoort uit enkel kerkelijke personen te bestaan. De dames, die zich aan hare dienst hebben gelieven te wijden , zijn ook verplicht zich s'ipt naar de kerkelijke bepalingen en verordeningen Ie gedragen, gelijk zij ook altijd in overleg handelen met de leden van den kerkeraad, die lot, hare wijken be-hooren. Op dezen grondslag is onze vereeniging van stonden aan gebouwd geworden en wij hebben later meer dan ééne reden gehad ons deswege ie verblijden. Hierdoor onderscheidt zij zich , zoorerre ons bekend is. van de meesle, zoo niet van alle in ons land beslaande armenpatronalen en van alle weldadige inrichtingen, die er vroeger hier ter stede bestonden of nog beslaan''.

ocr page 48

u

Zoo luidde na een v ij f jarig bestaan het ver-slapr der vereeniping op even milde en vrijzinnig ais besliste Evanjielisclie beginselen en niet op de doode letter eener kerkelijke rechtzinnigheid gebouwd, en de toen reeds verkregen vruchten van dien arbeid, beide stoffelijk en geestelijk waren niet gering. De invloed op arbeidzaamheid, matigheid, zindelijkheid, bijwoning dei-openbare atodsdienstoefeningen, bezoek van scholen en katechisatiën, huiselijke godsdienst. waren, bij onvermijdelijke teleurstelling, verblijdend. De band lusschen de hoogere en lagere maatschappelijke standen werd door de Christelijke liefde nauwer toegehaald , de arme aan den arme meer verbonden, daar lo' het verzorgen der kranken weder van andere behoeftigen het werk der liefde werd gevraagd, waarbij de zusterbezoeksters ruime stof hadden om zich te verblijden over de hulpvaardigheid van haar, bij wie eigen lijden en ontbering de deelneming in anderer smart had opgewekt. Hel geestelijk leven, door de vereeniging aangekweekt, is warm, innig, even ver verwijderd van de hitte der dweeperij, als van de kilheid van het formalismus, en de lauw heid der burgerlijke zedelijkheid, liet levende, krachtige geloof. dat vrouwen en jonkvrouwen, lot van den hoogsien maalschappelijkeu stand en de tijnste beschaving , drijft naar de hutten der verwaarloosden en de dakkamertjes der beschaamde armoede, om er tie blijde boodschap des heils in Chris'us Ie brengen, dat gelool droeg vruchtenquot;. ')

') Opzettelijk heb ik mij deze uitvoerige raederteeling: veroorlooft), 1quot;. omdat hier de hoofdlijnen zoo navolginpswaardin;getrokken zijn, en het bewijs geleverd, dat vrouwelijke armenverzorging in de gemeente in innig en doorloopend verband mei de kerk en bare bestuurders kan vereenigd zijn zonder dat die arnienverzorging daardoor in hare vrije beweging zicb beperkt boboelt te gevoelen 2''. omdat de organisatie van dat vrijzinnige en toeb eebt Evai.ge

ocr page 49

45

Naar ik van bevoegdo hand vernam hebben Arnhems bewonerd beide van la geren en hoogeren stand zich in dat indertijd zoo heerlijk opgaand liciit niet zoo heel lange j:iren mogen verblijden. Üe geestelijke stroomingen. die in het laalste vierde onzer eeuw, zich overal in ons tand deden gelden, beide eerst van de linker-en tengevolge daarvan vooral van de rechterzijde, hebben ook Gelderlands hoofdstad niet gespaard en zonder twijfel grooten afbreuk gedaan aan den bloei van dit zoo echt Evangelisch opgezet 11 u 1 p b e t o o n. Eene der door mij geraadpleegde vroeger daarin ijverig werkzame Dames, die in Arnhems nabijheid woont, schreef mij, dat zij reeds een tijd geleden gedurig over achteruitgang hoorde klagen, over het op den achtergrond geraken van het doel van H. B. en liet zich beperken van alles tot het geven van naaiwerk en het verkoopen daarvan. ♦ Zooquot; schrijft zij »is het nog op dezen oogenblik, de zaak kwijnt en enkele belangstellende leden. die iets meer willen en het niet bereiken kunnen, gaan eruit, terwijl er ook de linantieële zijde der inrichting zeer kwijnend isquot;. Volgens het door haar bij eene hulpdame ingewonnen bericht had deze van Domiue's of Diakens niet gehoord, zoolang zij in die inrichting was geweest, en een andere Dame, die zich veel met philanthropie bezig hield, wist niet eens, dal er een Hulpbetoon bestond. Dit laatste was echter uit het Arnhemsch adresboek ge-

tischi' Hulpbetoon ons dagen in het geheugen roept, toen de tegenstellingen van Modernisme en O r t h o d o x i s m e of liever kerkelijk Confessionalisme, zooals deze later grooten afbreuk hebben gedaan en nog heden doen aan den invloed der kerk op de philanthropie nog niet beleinmerend tusschen beide traden. Moge de dag niet meer verre zijn, dat die tegenstellingen in eene hoogere Evangelische eenheid zich oplossen. Evangelische zeggen wij niet met het oog op eenige richting of partij , maar op de waarheid, die in Christus Jezus is , den Chr. van het Evangelie,

ocr page 50

46

bleken onjuist te zijn, aangezien daarin nog wel van een

uil 13 leden beslaand bestuur sprake is, waarvan de Heer .1. M. K o 1 f f l5'6 en de Remonstrantsche Predikant Dr. L. M. Slo tem aker 'i11' Voorzitter is en althans een Ttal Dames leden. Ten slotte deelt genoemde Dame mij nog mede, dat er ten harent (V...) ook eene soortgelijke vereeniging is, die redelijk goed werkt en waarin de Dames hoofdzakelijk op schoolgaan en kerkgang letten en zooveel mogelijk goeden invloed trachten uil te oefenen, maar dat de kerk (t. w. het kerkbestuur) daarmede niets hoegenaamd heeft uit te staan.

Des te hoogeren prijs stellen wij er op, dat er weder elders in ons vaderland Stichtingen zijn ontstaan en zich vermenigvuldigen, waarin de band tusschen de kerk en hare wettige kinderen: de vereenigingen ter verzorging der armen, weder nauwer wordt toegehaald. H e 1 d r i n g's Jaarboekje noemt er verscheidene op, die van dezen stempel mogen geacht worden, uit den aard der zaak-onder de leiding van meer of minder Orthodoxe Predikanten, omdat de zorg over de gemeente in onze groote steden bijna zonder uitzondering aan dezen is opgedragen en men daar dus vruchteloos namen van E v a n g e-ii s c h e n zoeken zou. Indien wij ons toch niet bedriegen , valt de Vereeniging T a b i t h a in de h e r-s t e 1 d Luthersche gemeente te Amsterdam, in 62 door Ds. P. .1. Hel wig opgericht, althans wat het bestuur betreft, onder deze rubriek. Nog meer beslist echter doen dit enkele w ij k v e r e e n i g i n g e n aldaar, h. v. die van Ds. J. Bruin meikamp, waaraan krankenbezoek, armenzorg enz. verbonden is; desgelijks van Dr. G. J. Vos, bijgestaan door een godsdienstonderwijzer en 7 dames, wijkzusters en eenige wijkbroeders, waarvan het doel is :

ocr page 51

Al

«Evangelisatie en armenzorg door ee.i 6tal werkzaamheden: »C:Uechisalie en geestelijk bezoek, ♦ armbezoek , naaiwerkversciiaffing, ziekenverpleging, ♦kleederenvervaardiging en kinderbewaarplaalsquot;; waarvan weder eene d e r d e w ij kcommissie niet veel verschilt indertijd ingesteld door wijlen D.ï. N. H. de Graaf, daarin bijgestaan en gesteund door zusters der gemeente, die week aan week do armen en de be-hoeftigen in de wijk bezoeken en hen met raad en daad bij staan: zorg dragen voor getrouw school- en cate-chisatiebezoek der kinderen ; nietlidmaten opwekken om wijkcatechisatien, lidmaten om de openb. godsdienstoele-ningen bij te wonen, bijbelverspreiding enz.

In dito wijkvereenigingen verheugt zich echter behalve Amsterdam ook 's 11 a g e, waar in 76 zulk eene vereeniging onder de leus ; opstanding en leven onder het voorzitterschap van Dr. .1. A. G e r t h van W ij k, met eene mannelijke en vrouwelijke tak van werkzaamheid is opgewekt; een tweede in het zelfde jaar, die zicii noemt: de Heer zal voorzien, in eene wijk van ruim 12D(,'0 zielen, «gegrondquot;, zooals het luidt, »op »het fundament der H. S. en instemmende met de beiij-'denis der Ned. Herv. kerk, om mede te werken tot «uitbreiding voor het godsrijkquot;. Hiervan is Ds. J. C. Knottnerus president, onder wiens leiding broeders en zusters werkzaam zijn, door colportage, zondagscholen, zieken- en armenbezoek. Vdti deze is, wat haar doel betreft, eene derde wijkvereeniging, get «Pniel', onder leiding van Dr. S. v. Gheel Gil-demeester slechts in n a a m en w ij k verschillend, terwijl ook hier, van wege de Evangelisch Luthersche gemeente, in navolging van Amsterdam, eene vierde werkt, die, door Ds. J. A. Hel wig P.Jzn in het leven

ocr page 52

48

geroepen, e\ren als de vorige den naam van geineente-vereeniging mag dragen.

Nevens den Haag mogen nog vermeld iienlen en Utrecht, Leiden nan 't hoofd van welke aldaar gevestigde Chr. wijkvereeniging üs. S. H. J. de Wolff geplaatst is, Utrecht, waar van de wijkvereeniging voor de B u u r k e r k w ij k, Ds. E. H. F. Wolf 1' en Dr. F. W. M e r e n s met 2 wijkzusters het bestuur uitmaken; om van andere wijkvereenigingen of aldaar of elders te zwijgen, wier namen ons onbekend zijn en waarvan titels vermeld staan, zonder dat hel blijkt, of er ook vrouwen in werkzaam zijn, en of ze onder de rubriek armenzorg mogen worden gerangschikt. !)

Aan deze verblijdende lijst van wijkvereenigingen, die zeker met andere vermeerderd zouden worden, indien ons alles bekend ware, wat op dit terrein van Christelijke liefdezorg in ons vaderland geschiedt , sluit zich geredelijk aan van den laatstgenoemden verdienstelijken Dr. F. W. M e r e n s , e e n e stem voor vrouwe-lijke gemeente-Diakonie, mij, terwijl ik juist dit punt onder de hand had, door onzen geachten Voorzitter toegezonden en in d e e 1 V I van de reeds herhaaldelijk genoemde Bouwst oenen geplaatst. a)

Deze stem gaal uit van het verkieslijke van de reeds genoemde w ij k v e r e e n i g i n g e n mei geregeld bezoek der wijkzusters huis aan huis met de noodige spijskokerijen, bedeelingen, breiseholen enz. boven de gewone vrouwenvereenigingen, die dikwijls te sporadisch werken, zoodal wel een zeker aantal gezinnon daarvan geniet, maar geen nel over de geiieele wijk, parochie of gemeente geworpen wordt, dal allen.

') Zie jaarboekje voor i u- en uit w. Zending enz. door Dr. Heldring, bi. 4—y, bi. 30 en elders.

BI. 94 volg.

ocr page 53

49

die hier in aanmerking komen, gelijkelijk omvat. Doch ook nog aan deze wijk vereen igmgen ontbreekt, volgens hem de, in sommige gevallen, zoo noodige krank en-zorg, waarin noch de onderlinge welwillendheid der geburinnen, noch de Diako Hessenhuizen overal en altijd kunnen voorzien (de laatste alleen ook daarom niet, omdat zij niet overal spoedig genoeg bereikbaar zijn). Wat de Heer Me re ns bedoelt en airede in DuitschlanJ bestaat, is eene kleine nederzetting van 2 , 3 of meer zusters, die op vaste uren aldaar te vinden zijn, waarvan sommigen zich in overleg met den Evangeliedienaar en, waar zij bestaan, met de Armver-zorgers met gemeentelijk armbezoek bezig houden, de noodige scholen en straks genoemde vereenigingen oprichten en leiden, terwijl anderen voor krankenzorg beschikbaar en van de noodige middelen voorzien zijn, om in spoedeischende gevallen tusschen beide te treden, alsmede, om een kranke, die aan eigen woning geen verzorging vinden kan, als dit een enkele maal voorkomt, in hare woning of domicilie op te nemen.

Na dit idee uiteengezet te hebben, wijst hij er op, dat o. a. zulk eene vrouwelijke gemeente-Diakonie te Mühl-h a u s e n in den E 1 z a s bestaat, waar voor elke arbeiderswijk zusters zijn aangewezen, die zich met genoemde werkzaamheden bezighouden, desgelijks te Londen, in het zoogen. Mildinay huis; ') ja dat ook reeds in ons eigen land en wel te Amsterdam van de Luthersche zijde en te Leiden van de Waalse he

') Over M ii h I h a u s e n , zie S c h a t er s W e ib 1 i c h e D i a-k o ii i e tl. S. 181 II. en over quot;t M 11 d in a y-h nis; de Christel, verpleegsters, jaarg. 86; en Maandblad van de Utrechts c li e D i a k o n e s s e n-i n r i c h t i n g. Dr. M. had ook op do te Kaifcersw erth gevormde Diaconessen kunnen wijzen die als g e m e e n t e-D i a k o n e ssen den predikant op vele plaatsen terzijde staan. Zie Ap o s t o I. Diakuncssen A m b t, bovengen, bl. 3t). 4

ocr page 54

50

gemeente een aanvang met zulk v r o u w e 1 ij k-g e-meente-Diakonaat gemaakt wordt. Even als er te N ij m e g e n, waar sinds jaren eene Utrechtsche Ü i a k o n e s in een klein protestantsch ziekenhuis gestationeerd is, pogingen worden aangewend, om dit. na het afsterven van stichteres en begunstigsters, door gezamenlijke hulp van belangstellenden in stand te houden. Indien de kerkeraad zich daarmede in verbinding stelde, kon het mede de aanvang eener vrouwelijke ge-meente-Diakonie worden , die zich verder dan ook met armbezoek en Evangelisatie moest bezig houden.

Doch ik mag Dr. Me r ens, dien wij reeds vroeger op dezen nieuwen tak van Chr. philanthropie boorden wijzen niet verder volgen, waar hij deze elke andere vrouwenliefde-arbeid concentreerende gemeenleinstelling bespreekt en verder uiteenzet, hoe deze Evangelische armen- en krankenzorg in de gemeente te verwezenlijken. Hij laat het daarvoor aan zeer nuttige en voor de praktijk bruikbare wenken niet ontbreken, ') vooral ook met het oog op de verhouding van zulk eene vrouwelijke gemeente-Diakonie tot onze vaderlandsche Diakonessenhuizen, van welke in dezen natuurlijk te vergeefs hulp verwacht werdt, al ware het ook alleen daarom, dat deze zich bij krankenzorg hebben te bepalen en in menige plaat-

i) Als Dr. M. op de Evangeliedienaren wijst uls daartoe allereerst aangewezen, om deze gedachten in de gemeenten ter sprake te brengen en dan van L i d mat e n - C a t e c h i s a t i e n gewag maakt, uls gelegenheid daartoe biedend, dan zou ik de gewone catechisatien voor a a n s t a undo li d in a t e n er witten bijvoegen, waarin voor deze bespreking bp de beliandeling van de Kerkel. Geschiedenis in den geest van Neander en Lei po ld overvloedige gelegenheid bestaat. Dit gevoelen wordt gedeeld door den B a-zelschen K i r c h e n f r e u n d van Lii Febr. 82, waar een dringende opwekking gevonden wordt, om bij de voorbereiding tot bet kerkelijk lidmaatschap de jonge dochters met zulk een kerkelijke Diakonessen-werkzaamheid hekend te ruaken.

ocr page 55

51

seliike behoefte niel kunnen voorzien, mnar die niettemin als vorm- en kweekscholen voor zulke gemeente-Diak'inessen, groote diensten aan de verwezenlijking van deze gewenschte zaak zouden kunnen bewijzen.

In zoover echter, behoudens de onbelemmerde particuliere en vrije armenzorg, het idee van Br. M er ens oin de vrouwelijke armenzorg aan het geloof's-en liefdewerk te verbinden, dat 's Heeren gemeente als de draagster van zijnen H. geest is aanbevolen bezit dal idee onze volle sympathie. Dat de uitvoering er van bezwaren ontmoeten zal, die men niet dan door volharding, zelfverloochening, geldelijke offers en gemeenschappelijke inspanning van vele en velerlei krachten en gaven zal te boven komen, lijdt geen twijfel, maar evenmin, dat er niel te vergeefs van de liefde, de liefde tot Christus geschreven staal: zij geloof t niet alleen, zij hoopt niet alleen, neen ook zij vermag alle dingen, door Hem, die kracht geeft.

Dr. M. besluit zijne stem, met de ontegensprekelijke en behartigenswaardige verklaring, dat »dan eerst de levende «gemeente der geloovigen een zout wordt, dal de

• wereld vatbaar maakt voor het koningrijk Gods, als ^zij tie menigte niet aan zich zeiven overlaat, om ze ^slechts bij enkele gelegenheden, huwelijk of doop, voor »een oogenblik van verre met de kerk in aanraking

• te brengen, maar ze in heggen en wegen opzoekt en «dwingt in te gaan in den zin, waarin de Heiland dit «bedoelde ; dat deze arbeid voor anderen dubbel zegelend tot ons zal wederkeeren, ons zal verwakkeren, «om ook op eigen heiligmaking bedacht le zijn ; ons be-«hoeden voor ijdele bespiegelingen omlrenl spitsvondige »onderscheidingen , die verbittering en scheiding wekken »en vatbaar maken, al is hel ook steeds in beperkte »inalc, lol verheerlijking Gods 1quot; Deze aan veelzijdige kennis en rijke ervaring op dit gebied, ontleende echt pro-

ocr page 56

fetische taal ten volle beamend , wijzen wij onze lezers en hoogst gewensclite lezeiessen nog eens terug op de edele vrouwelijken figuren, die voor onze blikken verrezen en zonder andere liefdemachten te kort te doen boven deze allen op de bij herhaling voor ons opgetre-dene A ra a 1 i a S i e v e k i n g, die het wel niet mocht gelukken haar lievelingsidee : »eene Evangelische zusterorde , een Diakon esse n-a m b t, als dat der eerste gemeente in het leven te roepen. maar wel, en misschien des te heerlijker, om het daadwerkelijk bewijs te leveren, -welke en hoevele vrouwelijke krachten, eene enkele kerkelijke gemeenteorganisatie ten dienste staan, als de kerk eerst in grooteren omvang als tol hiertoe den moed des geloofs bewijst, om de gemeente eene haar voor dit liefdewerk passende gedaante te geven en Christus niet langer te wederstaan, opdat Hij ook in d e g e-m e e n t e als zoodanig eene gestalte hebbe, en de wereld geloove dat God Hem gezonden heeft.

Door zulke een rechtstreeks uit den geest des Heeren voortvloeiende en door onzen tijd zoo luide en dringend gevorderde organisatie of gedaanteverwisseling der kerk, zoo niet in hel leven te roepen, dan toch ernstig voor te bereiden, zou de Synode der gemeente eene geheel andere dienst bewijzen, dan door jaar uil jaar in gevolg te geven aan hel geroep van eenige heethoofden en drijvers van de twee uitersten, d i e het telkens en telkens weder herhalen, dal ze het, vanwege het verschil van leer en belijdenis, niet meer met elkander in een kerkverband kunnen uithouden, en — leer en belijdenis zouden er ten slolle wel bij varen , want waar groote liefde is, daar en daar alleen is ook een helder inzicht in de waarheid; een groot geloof eneenenooil beschamende h o p e. Amen.