â â¢- âMS â :â :â â ;â â : quot;èVi- ' ⢠⢠i^ysJW'
â â ⢠: m
¥'famp;m ' -sfïfe?
*quot; lt;r3?*y ' - ' ⢠- â¢
m
ISig.;#
i ?
: vv - f ;- 1:-
- v: , , f ,: ^ .v
⢠.-. â¢
. v-
|
i'quot; ,
will ;, -
8^B«Sjafq^B|
i'iV^
;;s0
mmà â - ..quot;V't--
I^^SHS^KSirag^g»WL ________ ^
aKIcï;quot;-:®
|
^ k -r't.: ' 'ë^^Ãw' i - â !:.a |
â ^*m jH â 'â :%r ' i: tv ' â 'V-'-V 7rquot; |
1 ^Vgt; r^ | - ;
â ' '.' ⢠' 1 '1 *' -x''- , ' â â¢â
: - ~' . -v-- lt;s*- ^ % .-.â gt; '.
E'Vquot;quot; ^VTgt;;-.:V
|
.- i. '. ⢠/, - VL'quot;Vquot; quot; . |
-â â¢â¢ KSllii vV:; 1 â ,-s Sr %jamp;Wk h 4 'quot;'s â¢'ï â %-).'-k'' V' â¢â * è . / ft.. 0 v;:;^' - r .? r |
l
â v - â â â ;-
NOVENE
TEK EEKE VAN
O. L. Vrouw van Lourdes,
VOLGENS DE 18 VERSCHIJNINGEN
VAN
O. L. Vrouw aan Bernadette Soubirous
IN DE GROT VAN MASSABIELLA NABIJ LOURDES,
ii Februari tot 18 Juli 1858.
I M P K I M A T U R.
Amstelodami, die 27 Octobris 1890.
II. J. II. Ruscheblatt, Li.hr. Cens.
VOORREDE.
Om met vrucht eene Novene te houden, is eene gepaste gemoedsstemming een onmisbaar vereischte.
Liefde en vertrouwen, ootmoed en onderwerping moeten het hart vervullen dergenen, die eene gunst, hetzij van tijdelijken of geestelijken aard, met goed gevolg van den Hemel willen afsmeeken.
Wij meenen dat een beknopt, doch zakelijk verhaal dezer treffende gebeurtenis, een geschikt middel daarvoor is.
Het lieflijk beeld der H. Maagd, in ilit verhaal geschetst, haar uitgedrukt verlangen, den mensch door hare machtige voorbede te helpen, kan niet anders dan liefde en vertrouwen in ons opwekken.
Hernadette toont ons door hare kinderlijke eenvoudigheid, hoe men moet bidden. Teneinde de aandacht op het meest treffende in elk der negen verhalen te doen vestigen, hebben wij het niet ondienstig geacht, niet een paar woorden aan het einde van elk verhaal daarop te wijzen.
Wat betreft het gebed, na elke lezing en overweging te doen, dunkt ons de Litanie van O. L. V. van Lourdes het eigenaardigste en geschikste te zijn; ook heeft dit gebed het voordeel, dat het gezamenlijk door verscheidene personen gebeden kan worden, en men weet, dat God volgens Zijne belofte daar is, waar twee of meer in Zijnen naam vergaderd zijn.
Moge dit werkje strekken tot eer van God, tot verheerlijking van Maria en tot heil der zielen.
EERSTE DAG DER NOVENE.
Bernadette, plaats en tijd.
Hot was Donderdag 11 Februari 1858, het uur van den Angelus, dat de II. Maagd voor de eerste maal aan Bernadette verscheen. Grootsch, zielsverheffend zijn de uitwerkselen, welke deze voor immer gedenkwaardige gebeurtenis reeds heeft teweeggebracht -- en wie weet, hoe heil- en zegenrijk zij in der-zelver gevolgen nog zal zijn, hoevele onschatbare weldaden in den loop der tijden nog voor het menschdom daaruit zullen voortvloeien. Ook hier vinden we bewaarheid het woord van den H. Paulus, wanneer hij zegt: âGod kiest hot zwakke der wereld uit, om het sterke te beschamen.quot;
Bernadette werd 7 Januari 1844 te Lourdes, een stadje in de Opper-Pyreneën aan de Spaansche grenzen in Frankrijk, uit arme doch brave ouders geboren. Haar vader heette Franciscus Soubirous, hare moeder Louisa Casterot. Zij was klein en tenger van gestalte en leed aan asthma. Daar zij de oudste der kinderen was, was aan haar, wanneer de moeder veldarbeid had te verrichten, de taak opgedragen op hare broertjes en zusjes
6
te passen. Deze taak nu, had zij menigmaal te vervullen, want hare moeder was, om in de behoeften van het gezin te voorzien, dikwijls genoodzaakt bij de boeren te gaan werken, wat ook haar vader deed, die vroeger een molen in huur had gehad, doch wiens zaken achteruit waren gegaan. Het gevolg hiervan was, dat zij noch schrijven noch lezen kon; ja zelfs, ofschoon zjj reeds veertien jaar was, hare eerste 11. Communie nog niet had gedaan.
Men ziet hieruit, dat Bernadette in geenen deele behoorde tot diegenen, welke men in de wereld groot noemt en die in hoog aanzien staan bij de menschen. Keen, zij was een arm. zwak en daarbij onwetend kind: een kind, gelijk men er vele in onze achterbuurten aantreft. W ij zien hieruit, dat God hier andermaal dat, wat de wereld gering schat, bezigt om de hoogmoedige wereld te beschamen, daar zij in den dienst treedt der allerheiligste Maagd, door wier handen J Ijj Zijne rijkste zegeningen over het aardrijk wil verspreiden en Zijne ondoorgrondelijke raadsbesluiten volvoeren. Welke gewichtige gevolgen de verschijning der Onbevlekt Ontvangene in deze veelbewogen tijden nog voor de wereld zal hebben, is eene vraag, welke de tijd alleen vermag op te lossen. Dat deze groot zullen zijn, mag met recht verwacht worden.
Het onaanzienlijk kleed van de arme Bernadette omsloot echter een kostbaren schat, en die was hare eenvoudigheid, zedigheid en
i
godsvrucht. Toen Bernadctte namvclijks /oven maanden oud was, was hare moeder door ziekelijkheid en drukke bezigheden genoodzaakt haar bij eene vrouw te Batrés in de nabijheid van Lourdes uit te besteden tegen betaling van vijf francs per maand. Daar verbleef zij veertien maanden en keerde toen naar do ouderlijke woning terug. Van toen werd zij door hare moedor en hare beide tantos, Maria Bernarda Casterot en hare poettante Lucia Casterot, beiden congreganisten derll. Maagd, godvruchtig opgevoed. Vooral werd haar bet heilig Rozon'krans-gebod geloerd, eii zij tot hot bidden daarvan aangespoord. Toen zij ouder was geworden, bad zij zelve don Rozenkrans in hot gezin voor, en men heeft opgemerkt, dat zij nooit eerder begon, dan wanneer allen op hunne plaats waren om er aan deel te nomen. Ook in de kerk was zij een voorbeeld van ingetogenheid, zedigheid en godsvrucht.
In September 1857, toen zij dus ruim dertien jaar oud was, wist de familie te Batrés, bij welke zij als oen klein kind veertien maanden was verpleegd geworden en bij wie zij naar quot;s lands gebruik jaarlijks eenige dagen had doorgebracht, van hare ouders te verkrijgen, dat zjj voor vier maanden bij haar kwam. Toen was het, dat zij nu en dan de kleine kudde schapen dezer lieden hoedde, waarin sommige schrijvers aanleiding hebben gevonden, haar den naam van herderin te geven. Daar in de eenzaamheid, op de groene heuvelen, gevoelde zij zich nog meer opge-
8
wekt haar Rozenkrans-gebed op te dragen aim de II. Maagd, toen ook voor haar slechts zichtbaar door de oogen des geloofs, doch die zij, door een bijzondere gunst van God, niet lang daarna in een hemelsche heerlijkheid met hare lichamelijke oogen mocht aanschouwen. Ook werd gedurende dezen tijd het verlangen om hare eerste II. Communie te doen, meer en meer in haar levendig; en toon zij op zekeren dag iemand aantrof, die naar Lourdes ging, vroeg zij dezen, hare ouders te verzoeken haar te komen halen, opdat zjj zich tot hare eerste H. Communie zou kunnen voorbereiden. Aan haar verlangen werd voldaan, en tegen het einde van Januari 1858 kwam Hernadette, ten einde zich voor het doen harer eerste II. Communie voor te bereiden, bij hare ouders terug. Deze woonden toen te Lourdes in oeu armoedig gehuurd huis. De uiterlijke armoede der woning beantwoordde volkomen aan die, welke daarbinnen heerschte. Als een staaltje daarvan kan dienen, dat in het gure jaargetij de weelde van het dragen van kousen aan de ziekelijke Bemadette slechts verschaft kon worden, wanneer haar drie jaar jongere zuster zich die ontzegde en met bloote voeten in de klompen liep. Den 11 Februari, den Donderdag voor do Vasten, ontbrak het brandhout voor de toebereiding van het sober maal, en dit werd in de hand der Voorzienigheid het middel tot verwezenlijking harer plannen.
âGa wat hout sprokkelen,quot; zeide de moeder tot Maria, hare tweede dochter, âginds bij
9
de Gave of oj) de gemeentegronden.quot; Terstond bood Bernadette zich aan om hare zuster te vergezellen; doch alleen toen nog een ander meisje gekomen was, en de kinderen gezamenlijk hij de moeder aanhielden, gaf deze eindelijk hare toestemming, onder beding echter, dat Bernadette haar capulet (een soort van kapmanteltje) om moest doen, ten einde zich tegen de koude te beschutten.
De kinderen gingen de stad uit, namen hun weg over de brug naar den linkeroever der Gave en begonnen daar hout te sprokkelen. Bernadette scheen minder gelukkig dan de anderen, althans zij vond weinig. Wie daar dat bleeke tengere kind in hare armoedige en versleten kleeding met klompen aan de voeten gezien had, zou deernismethaar hebben gehad en haar voor een door de natuur en de fortuin misdeeld schepsel hebben gehouden â en dit in de oogen der wereld onbeduidende wezen was door de Voorzienigheid bestemd om eene door den Hemel meest bevoorrechte, ja eene der merkwaardigste vrouwen barer eeuw te worden. Men ziet hieruit, dat Gods wegen veelal anders zijn dan die der menschen.
Be kinderen waren middelerwijl gekomen op de plaats, waar de molenbeek zich weder met de Gave vereenigt. Vlak achter die beek verheffen zich hooge rotsen, waarin eene vrij breede, doch niet diepe, grot is, algemeen de âGrot van Massabiellaquot;, dat is, de âoude grotquot;, genoemd. In deze Grot bevindt zich eene eivormige nis, ter grootte van een hoog venster,
10
waar zich non wilde rozelaar, die in een scheur der rots wortelt, om heen slingerde. Dat was de plaats door den Heer uitverkoren.
Daar de beek dien dag wegens herstellingen aan den molen bijna droog, en aan den overkant onder de rotsen veel hout te sprokkelen was, hadden Maria en Johanna terstond hare klompen uitgetrokken en waren blootsvoets door de beek gegaan.
â Het water is koud,quot; zeiden zij, toen zij aan den overkant waren. âWerpt een paar steenen in de beek,quot; antwoordde Bernadette, âdan kan ik droogvoets overkomen.quot; âTrek uwe kousen uit en doe als wij,quot; riep Joanna haar toe. Daarop gingen zij in de grot om hout te rapen.
Bernadette ging tegen een daar liggend rotsblok zitten om hare kousen uit te trekken. Het was bij twaalven, het oogenblik, dat alle klokken in de dorpen der Pyreneën den Angelus luiden en door millioenen eene eerbiedige huldegroet aan de Koningin des hemels wordt gebracht. Het oogenblik, door deze uitgekozen, was daar.
TER OVERWEGING.
God kiest hier tot volvoering Zijner verhevene inzichten, wat in minachting is bij de wereld. Aan Bernadette, aan dat arme, eenvoudige boerenkind zullen gunsten verleen !, worden, welke die van aardsche vorsten ondenkbaar verre overtreffen.
11
God veracht den arme niet, bemint lieni veeleer mot eene bijzondere liefde. Yolgen wij â om God â Hem hierin na.
Frankrijk, het land van zooveel geloof en zooveel ongeloof, wordt door God uitverkoren, om begunstigd te worden met de verschijning Zijner heilige Hoeder. Dit had plaats in een tijdperk, waarin de zoogenaamde sterke geesten dezer wereld of de vrijdenkers, al het bovennatuurlijke stoutweg ontkenden als in strijd met de Eede. Dit had plaats aan den vooravond van groote gebeurtenissen.
Geloofd zij de heilige Onbevlekte ünt-vaxgexis dek Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie ter eere vcm O. L. Vrome ran Loiircles, of drie Onze VarJers en 11 'een (le-groeten ter eere der Onbevlelde Ontvangenis.
TWEEDE DAG DER NOVENE.
Eersti' en tweede rerschijniny, 11 en 14 Februari 1S58.
Terwijl Beraadette zich van hare kousen begint te ontdoen, hoort zij eensklaps een vreemd gedruisch, gelijk aan een opkomenden hevigen wind. Zij ziet op, doch bespeurt niets; en geen Mad aan de populieren, die langs de Gave staan, beweegt zich. Bernadette wil opnieuw beginnen hare kousen uit te trekken, maar andermaal verheft zich het geheimzinnig gedruisch. Het kind schrikt op, slaat de oogen naar do tegen over haar liggende grot en ontwaart daar een schitterend licht, waarin zich in staande houding eene vrouw van eene hemelsche schoonheid bevindt, die haar aanziet. Bij dit gezicht valt zij oogen-blikkelijk op hare knieën, grijpt haar rozenkrans en wil bidden.
âIk beproefde,quot; zoo verhaalde zij zelve later, âhet kruis van mijn rozenkrans aan mijn voorhoofd te brengen om liet kruisteeken te maken, maar mijne hand viel als verlamd neer. Opnieuw beproefde ik het, maar tevergeefs.quot; De maagd (Bernadette bezigt deze uitdrukking, wijl haar toen nog onbekend
13
was, wat haar eerst later zou bekend worden) de maagd, als om mij aan te moedigen, maakte zelve het kruisteeken met het kruisje Tan den rozenkrans, dien zij in hare handen hield. Dadelijk schep ik moed, maak een la-uis en begon mijn rozenkrans te bidden; zoodra ik daarmede gedaan had, verdween de verschijning.
De schoonheid van Maria, noch hot licht, waarin zij was verschenen, zijn met woorden te beschrijven: alles was, naar Bernadette's latere beschrijving, heilig, verrukkelijk en hemelsch. liet sleepend opperkleed was wit als pas gevallen sneeuw en daalde in sierlijke plooien neder tot op de bloote voeten, zonder ze te bedekken; op elk der voeten prijkte een goudkleurige roos en zij rustten op den grond van de nis in de grot, terwijl zij den tak van den rozelaar lichtelijk drukten. Een hemelsblauwe gordel daalde met twee lange banden tot bijna op de voeten neder, terwijl een witte sluier, die breed over de schouders en bovenarmen hing op het hoofd was vastgehecht en langs den rug in golvende plooien tot den grond reikte. De kralen van den rozenkrans, dien zij in do gevouwen handen had, waren als blanke paar-len en aan een gouden snoer geregen, langzaam liet zij ze door hare vingers glijden, hare lippen bewoog zij evenwel niet. Dikwijls groette zij haar bevoorrecht kind met de open armen of met het hoofd; meestal hield zij haar oogen op die van Bernadette geves-
14
tigd. â Later hief zij zo soms ton hemel, of liet ze rusten op de toegestroomde ge-loovigen, wier aanwezigheid haar verheugde.
Toen Bernadette de vijf tientjes van den rozenkrans gebeden had en de verschijning verdwenen was, trok zij hare kousen uit en liep door de Gave naar hare vriendinnen. âHebt gij niets gezien?quot; vroeg zij, toen ze kort daarop huiswaarts keerden. âINeen,quot; antwoordde zij, âmaar hebt gij iets gezien?quot; âNu, als gij niets gezien hebt,quot; zeide Bernadette, âdan heb ik u niets te zeggen.quot; Toch had zij veel te zeggen, het goede kind, en toen dan ook hare gezellinnen aanhielden en bij haar aandrongen, kon zij niet meer zwijgen. âIk heb iets gezien, dat wit gekleed was,quot; verhaalde zij, en beschreef vervolgens de gansche verschijning â âmaar ik bid u,quot; zeide zij, âzeg er toch niets van.quot;
Hoe zouden echter Maria en Joanna daarover kunnen zwijgen? Spoedig wist het vrouw Soubirous, en deze bestrafte Bernadette wegens hare âzotte kuren en inbeeldingen,quot; zooals zij het noemde, en verbood haar voorgoed om in het vervolg naar de grot te gaan.
Het was Zondag 14 Februari, twee dagen daarna, dat Bernadette zich door een bovennatuurlijken aandrang gedreven gevoelde, om naar do grot te gaan. Bovendien kwamen een twintigtal andere kinderen haar vragen om mede te mogen gaan. Het verbod van
15
vrouw Soubirous aan Bernadette stond aan haar verlangen in den weg; eerst na lang lt;n dringend aanhouden werd de opheffing er van verkregen onder uitdrukkelijke voorvaarde echter, dat allen bijtijds in de Vespers moesten zijn. Toen vroeg Bernadette, o? al de meisjes wel een rozenkrans bij zich hidden, twee van haar hadden dien niet er. gingen naar huis om er een te halen. Toen zij terug waren, vermaande Bernadette hair, om dien met vurigheid voor de grot te bidden. Ook werd besloten wijwater mede te nemen, om te zien, of de verschijning wel van een goeden oorsprong was. Het wijwater haalden zij uit de kerk, waar zij eerst eenigen tijd baden; weldra lagen zij allen voor de grot geknield.
âNa eenige oogenblikkon,quot; zoo verhaalt Bernadette verder, âwerd de nis der grot verlicht, en stond do verschijning voor mij, juist als den eersten keer. Ik zeide tot mijne gezellinnen: Ziet! daar is ze. Terwijl ik bij het aanschouwen dezer hemelsche schoonheid in vervoering was, gaf een mijner gezellinnen mij de fleseh met wijwater in de hand. Toen herinnerde ik mij onze afspraak, stond op en wierp uit de flesch wijwater op de vrouw, die daar voor mij in het binnenste der nis stond, zeggende: Komt (jij van Godswege, nader dan.'quot;
âZij antwoordde mij door een liefelijken glimlach, boog zich naar mij toe en trad vooruit tot op den rand der rots. Ik her-
16
haalde: ,,Zoo gij van God komt, treed nader!quot; en ik bemerkte, dat op het noemen van den naam van God haar aangezicht van een nieuwen luister schitterde.
âOp het gezicht van zulk eene schoonheid en majesteit, en het zien van diei moederlijkeu glimlach, kon ik er niet to? hesluiten om, gelijk afgesproken was, tct haar te zeggen: âKomt gij van den duivel, ga dan heen.quot;
Ik gevoelde mij in de tegenwoordigheid van eene bewoonster des hemels; ik knieMe dientengevolge andermaal neder en ging voort met het bidden van mijn rozenkrans. Zij scheen te luisteren; want zelve haar rozenkrans in de hand houdende liet zij, zonder evenwel een woord te spreken, de kralen door haar vingers glijden. Nauwelijks had ik mijn gebed geëindigd, of de verschijning verdween uit mijne oogen.quot;
De kinderen gingen daarop gezamenlijk naar de Vespers. Van de verschijning hadden zij niets anders waargenomen dan de verandering van Bernadette's gelaatstrekken. Dien zelfden avond nog vertelden zij alom wat er gebeurd was. Er waren er, die geloofden; er waren er, die niet geloofden.
TER OVERWEGING.
Bernadette verschrikt bij het zien der verschijning, doch zoekt geen heil in de vlucht.
17
of roept de hulp van mensehen in, want zij gevoelde, dat dit, tegenover hetgeen haar vrees aanjaagt, vruchteloos zou zijn. Zij valt op de knieën en bidt tot haar, die God ons tot moeder en beschermster heeft gegeven, bij middel van het haar geliefkoosde rozenkrans-gebed.
Maria zelve heeft een rozenkrans, zij moedigt het kind, door zelve met hot kruis er van het kruisteeken te maken, tot het bidden er van aan. Zjj doet nog meer: zij bidt mede en de koralen van haar rozenkrans glijden langzaam door hare vingers. Hoe aangenaam moet het rozenkrans-gebed aan de H. Maagd zijn, en hoeveel op haar toeder moederhart vermogen; hoe waard derhalve met aandacht gebeden te worden. Bedenken wij steeds bij het bidden van den rozenkrans, dat, alhoewel wij Maria niet zien, zij ons wel ziet.
Hoe sterk de aandrang, dien Bernadette inwendig gevoelde, om naar de grot te gaan, ook is, zij geeft er uit kinderlijke gehoorzaamheid geen gevolg aan, en gaat niet eerder dan nadat het moederlijk verbod is opgeheven. Het eenvoudige kind geeft hier een treffend voorbeeld van gehoorzaamheid. De moeder, door slechts verlof te geven onder voorwaarde bijtijds in de Vespers te zijn, geeft een schoon voorbeeld van Zondagsheiliging.
Hoe welgevallig moet aan Maria het eenvoudig geloof en kinderlijk vertrouwen in de
2
18
middelen der Kerk, welk men meende tegen haar te moeten aanwenden, geweest zijn. Zou zich die zoete glimlach vol moederlijke teederheid wel op dat hemelsch gelaat vertoond hebben bij een minder eenvoudig geloof, een minder kinderlijk vertrouwen?
Geloofd zij de heimge Onbevlekte Oxt-
vangexis der AlLEKHEILIGSTE maagd maria,
Moeder Gods.
Litanie ter eere van O. L. Vrouw van Lour des, of drie Onze Vaders en Wees Gegroeten ter eere der Onbevlekte Ontvangenis.
DERDE DAG DER NOV EXE
Derde en vierde verschijning, 18 en 10 Februari 1S5S.
Vooi- het opgaan der zon, Donderdag 18 Februari, na de H. j\!is van halfzes gehoord te hebben, werd het Bernadette toegestaan andermaal naar de grot te gaan. Mejuft'rouw Antoinette Peyret, congreganiste, en mevrouw Millet gingen met haar mede. Daar zij dachten, dat de verschijning wel eene ziel uit het vagevuur kon zijn, zeide zij tot Bernadette: âVraag aan die vrouw, wie ze is en wat ze begeert. Laat ze u dat zeggen, of, wat beter is, laat ze het voor u opschrijven.quot;
Daar de herstellingen aan den molen des heeren de Lafitte waren afgeloopen, was aan het kanaal deszelfs vrije loop teruggegeven en kon men de grot nu niet anders bereiken, dan langs den moeilijken weg door het bosch, om vervolgens langs steile paden naar dezelve af te dalen. Bernadette was in weerwil van het asthma, dat haar voortdurend kwelde, niettemin reeds eenige minuten voor hare gezellinnen bij de grot. Toen de beide andere vrouwen daar aan-
20
kwamen, lag Bernadette reeds geknield met de oogen naar de plaats dor verschijning gericht en meer op een engel dan op een mensch gelijkende. Hooren wij nu Bernadette zelve.
âIk was vóór mijn gezellinnen bij de grot aangekomen, knielde voor de nis, waarin ik de vrouw gezien had, neder en bad. Na eenige oogenblikken gebeden te hebben, zag ik, dat de nis verlicht werd, en terstond daarop verscheen de vrouw mij voor de derde maal. Zij stond op den rand van de rots. Het was dezelfde hemelsche schoonheid, dezelfde glans als bij de vorige verschijningen. Zij lachte mij toe en gaf mij met de hand een teeken om naderbij te komen. Toen ik aan haar verlangen eing
O o o
voldoen, kwamen mijne gezellinnen, zij knielden dadelijk neder, en ik zeide tot haar: âZij is daar, zij geeft mij een teeken om te naderen.quot; Zij zeiden mij toen; âVraag haar of wij kunnen blijven.quot; Ik voldeed aan het verzoek en ten gevolge van het ontvangen antwoord, zeide ik haar: âJa, gij kunt blijven.quot;
Zij knielden naast mij neder en ontstaken de kaars, die zij hadden medegebracht, de kaars van de congreganistcn.
Terwijl ik in volle geestverrukking de onuitsprekelijke schoonheid, die voor mij is, aanstaar, zeiden mij mijne gezellinnen : âVraag haar, om op dit papier te schrijven, wie zij is, en waarom zij komt. Is het
21
eene ziel uit het vagevuur, die gebeden of missen verlangt, dan zijn wij ten volle bereid te doen, wat zij voor de rust harer ziel begeert.quot;
Men had mij papier, pen en inktkoker in de hand gegeven, en daarmede naderde ik tot de vrouw, die mij met haar blik aanmoedigde. Doch bij eiken stap, dien ik voorwaarts deed, week zij dieper in de nis terug. Ik verlies haar een oogenblik uit het oog; doch weldra zie ik haar weder. Toen ging ik op de teenen staan, om dicht bij haar te komen en bood haar het papier, de pen en inkt aan. Mijne gezellinnen traden ook nader, maar op een wenk der vrouw beduidde ik haar, niet verder te gaan, en nu knielden zij een weinig ter zijde neder.
Toen kweet ik mij van mijne opdracht: âVrouwe,quot; zeide ik, âindien gij mij iets hebt mede te deelen, zoudt gij dan de goedheid willen hebben, op te schrijven, wie gij zijt en wat gij begeert?quot; Zij glimlachte bij mijne vraag en sprak deze woorden: âHetgeen ik u te zeggen heb, behoef ik niet op te schrijven.quot; Daarna liet zij er op volgen: âWilt go mij het genoegen doen, gedurende veertien dngen hier te komen?quot; Ik antwoordde; âik beloof liet u.quot;
Daarop toonde zjj zich voldaan en lachte mij opnieuw toe, en op mijne belofte antwoordde zij: âEn ik, ik beloof u gelukkig te zullen maken, niet in deze wereld, maar in de andere.quot;
22
Daarna ging ik, steeds mijne blikken op haar, die mij deze woorden had toegevoegd, gevestigd houdende, naar mijne gezellinnen terug en vertelde haar. wat zij mij gevraagd en wat ik geantwoord had. En daar ik opmerkte, dat ze, mij met de oogen volgende, tevens hare blikken op de congre-ganiste vestigde, zeide ik tot deze: ,,Ophet oogenblik ziet zij u aan.quot; Mijne gezellinnen zeiden mij toen: âVraag haar, of zij er niets tegen heeft, dat wij gedurende die veertien dagen eiken dag n hierheen vergezellen.quot;
Jk deed de vraag en zij antwoordde: âZij kunnen met u terug komen, zij en nóg anderen. Ik wenscli, hier een g roof en toeloop te zien.quot;
Na dit gezegd te hebben verdween zij, en wel zoo, dat eerst de vrouw en daarna het licht verdween, terwijl bij tiet begin der verschijning altoos eerst de lichtkrans en daarna do vrouw zichtbaar werd.
Overgelukkig keerde het drietal naar de stad terug, eu daar het dien dag juist marktdag was, verspreidde de mare zich spoedig door de gansche streek, en men begon te denken en te zeggen: Zou zij, die ons allen uitnoodigt om te komen, en zoo bidt en spreekt, niet de Moedor Gods zijn?
Aan hot verlangen der onbekende vrouw: âik icemch hier een groot en toeloop te zien,quot; werd spoedig voldaan. Vrijdag, 19 Februari, werd de bevoorrechte plaats door moer dan honderd personen bezocht.
23
Tegen zonsopgang en na de II. Mis gehoord te hebben, kwam ook Bernadette met hare moeder en eenige andere vrouwen bij de grot, om welke zich een honderd toeschouwers schaarden. Zij knielde op de gewone plaats tegenover de ovale opening iu de rots neder met den rozenkrans in de hand. Weldra vertoont zich de verhevene vrouw, in Bernadette's uiterlijk heeft een groote verandering plaats en zij schijnt als in een engel herschapen. Haar oogen zijn bestendig gevestigd op de hemelsche schoonheid, die haar in verrukking brengt; zij ziet, zonder het nochtans te weten, de Onbevlekt Ontvangen Maagd. Allen knielen neder en vouwen de handen tot het gebed. Men twijfelt er niet meer aan, of wat Bernadette ziet, is een hemelsch visioen, en gevolgelijk rijst de gedachte: Het is de Moeder Gods.
Een uur ongeveer duurt het, eer Bernadette tot haar gewonen toestand was teruggekeerd .
TER OVERWEGING.
Maria slaat met welgevallen hare oogen op Antoinette Peyret, lid eener tot hare bijzondere vereering opgerichte vereeniging; ook is het aan de twee tantes, beiden con-greganisten der II. Maagd, gegeven, Bernadette gestadig te vergezellen. Het blijkbaar welgevallen der H. Maagd in deze congre-
24
gaties, lcere ons dezelve hoog to schatten, en, er nog geen lid van zijnde, hot te worden, en dan het zoo waardig mogelijk te zijn.
Maria, do Koningin des hemels, voor wie Cherubijnen en Serafijnen de knieën buigen â hoe bemoedigend voor ons â verlangt
o O
een grooten toeloop van menschen; do moeder verlangt hare kinderen om zich heen te zien. En in spijt van alle tegenwerking van de wijzen dezer wereld is die toeloop gekomen: eerst waren honderd, toen duizend, toen al stijgende tien duizenden, en bij gelegenheid van de kroning van Maria's â¢beeld, waren honderd duizend personen te gelijk bij de grot bijeen.
Geloofd zt.i de heilige Onbevlekte Ont-vanttexis der Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie ter core ran O. L. Vrouw ran Louriles, of drie Onze Vaders en Wees Gegroeten ter eere der Onbevlekte Ontvangenis.
YIEKDE DAG DEK NOVENE
Vijfde en zesde verscliijniiuj 20 en 21 Februari 1H58.
Den volgenden morgen van Zaterdag 20 Februari op hetzelfde uur, waren er wel vijfhonderd personen, waaronder ook de ouders van Bernadette, hij de grot aanwezig. Bernadette hield even als gisteren, en zij in het vervolg, zoolang dc H. Maagd zich vertoonde, immer deed, eene waskaars in de linker- en den rozenkrans in de rechterhand. Zij bad voortdurend liet 11'ces Gei/roet, doch bijna nooit zag men hare lippen bewegen. Ook hoorde men hare stem niet, wanneer zij toch werkelijk tot de verschijning sprak, waarover Bernadette zelve haar verwondering te kennen gaf. Soms was het, of zjj meer aandacht dan anders aan de verschijning wijdde, alsof ze luisterde; nu en dan maakte zij opnieuw het kruisteeken en altijd even eerbiedig. Eerst werd haar de kaars door eene dame uit de stad geleend, later gaven hare tantes, die haar gewoonlijk vergezelden, haar de kaars, die zij bij de congregatie gebruikten.
26
Eens tegen liet einde der geestverrukking, vroeg Bernadette aan hare jongste tante Lueie: âWilt ge mij uwe kaars geven en toestaan, dat ik ze in de grot late?quot; âJa, ja, ik geef ze n,quot; antwoordde deze, âgij kunt ze er heen brengen, als ge -wilt.quot; Bernadette ging daarop naar liet binnenste der grot, stak de kaars in den grond en liet die daar branden. Later zeide zij: âde verschijning heeft mij gevraagd, of ik de kaars daar wilde laten, doch, daar het uwe kaars was, kon ik het zonder uwe toestemming niet doen.quot;
Reeds hadden eenige personen kaarsen medegebracht.
Den 20 Februari, den eersten Zondag van de Vasten, was de door de H. Maagd verlangde âtoeloopquot; reeds zoo groot, dat het getal der bij de grot aanwezige personen eenige duizenden bedroeg.
Het weder was kalm, en de lucht helder. Tvog voor het opgaan der zon, verscheen Bernadette, vergezeld van eenige vriendinnen, met hare moeder en zuster op het pad, dat naar de grot leidt. De menigte laat haar door en knielde daarop in stille aanbidding, als ware het in een heiligdom, met het bevoorrechte kind voor de grot neder. Nauwelijks heeft Bernadette haar gebed begonnen, of haar gelaat wordt verheerlijkt. âDe verschijning, de verschijning!quot; hoort men uit veler mond; âde H. Maagd!quot; fluisteren eenigen; allen bidden, schouwen aandachtig
27
toe, cn liet engelachtig schoon, dat over het gelaat der zienster ligt verspreid, wischt allen twijfel bij hen uit. Ziehier, wat Bernadette verhaalt, gezien te hebben:
âNauwelijks had de verscliijning zieli aan mij vertoond, of haar aanblik deed mij, gelijk de vorige keeren, iets hemelsch gevoelen. Ik liad ze reeds eenige oogenblikken in al hare schoonheid en luister aanschouwd, toen eensklaps een wolk van droefheid dat hemelsch gelaat scheen te verduisteren. Het scheen, alsof zij met hare blikken de gansche aarde doorliep; daarna vestigde zij dezelve met eene uitdrukking van diepe droefheid op mij. Getroffen door de innige droefheid, die hare gelaatstrekken aantoonden, zeide ik tot haar;
âWat deert u? AVat moet men doen?quot;
Zij antwoordde mij: âBidden voor de zondaars.''
Ik deelde in haar droefheid en mij voegende, naar hetgeen zij gezegd had, begon ik inwendig voor de zondaars te bidden.
Eindelijk, alsof zij de vrucht dor door de Kerk gedane gebeden, en de zondaars door een oprecht berouw met God verzoend had gezien, verscheen zij mij in eene hemelsche kalmte, de zaligheid der hemelingen lag over haar gelaat verspreid. Zjj stortte een straaltje dier zaligheid in mijne ziel over. Ik eindigde mijn rozenhoedje, en zij verdween.quot;
Be gelaatstrekken van Bernadette herkregen langzamerhand hun gewoon aanzien.
28
Allen, die haar gedurende het visioen van nabij gezien hadden, getuigden, dat haar uiterlijk was als dat van een engel. Meer dan ooit verspreidde zich dezen dag als hij tooverslag do wondermare; men sprak slechts van Lourdes, van de Massabiellarots en van Bernadette.
Toen Bernadette 's middags uit de Vespers naar huis ging, werd zij door een gendarme aangehouden en naar het bureau van politie gebracht. Hier verhaalde zij met eene engelachtige kalmte, wat zij gezien had. Men trachtte haar in hare woorden te vangen, doch te vergeefs. âDat heb ik niet gezegd,quot; zegt zij, âmaar wel dit.quot; Men bedreigt haar met den kerker. âGij kunt mij gevangen zetten,quot; zegt zij, âmaar wat ik gezegd hebt, is de waarheid.quot;
TER OVERWEGING.
Wij zien uit het bovenstaande, hoe aangenaam aan Maria de kleine otters zijn, welke hare kinderen haar uit liefde brengen. De wereld spot er mede: maar stelt eene moeder de kleine geschenken, die haar kind haar aanbiedt, niet op hoogen prijs?
lloe schittert hier de belangstellende liefde van Maria voor de zondaars, voor degenen om wie haar Goddelijke Zoon aan het kruis werd gehecht, en haar moederhart vaneen-gereten. Haar gelaat, waarop hemelsche vreugde verspreid lag, wordt door een wolk
29
van innige droefheid overtogen, als dezen haar voor den geest komen. â Wat deert u 'i AVat moot men doen?quot; vraagt de goedhartige Bernadette. âBidden voor de zondaars,quot; antwoordde zij. Laten wij naar ons vermogen aan dat verlangen voldoen, wat ook het vurig verlangen is van hot aanbiddelijk Hart van Jesus.
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ontvangenis dek Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie ter eere van O. L. Vrouw vanLonrdes, of drie Onze Vaders en JVees Geyroeten ter eere der Onhevlekte Ontvangenis.
VIJFDE DAG DER NOVENE.
Zevende en achtste verschijning, 28 en 24 Februari 1H5S.
Dinsdag 23 Februari, voor zonsopgang, knielde Bernadette te midden van een talrijke schaar als naar gewoonte voor de grot neder. quot;Weldra verschijnt do gezegende Vrouw en spreekt tot het kind met die liefelijke stem, welke de hemelen in verrukking brengt.
âIk heb u een geheim, dat voor u alleen is, en u alleen aangaat, mede te deelen. Belooft ge mij, het nooit aan iemand ter wereld te zullen openbaren?quot;
âIk beloof het u.quot;
Zij deelde mij daarop het geheim mede, mij tevens eene groote liefde betuigende. Vervolgens gaf zij mij dit bevel; âGij zult aan de priesters zeggen, dat ik wil, dat men mij hier eene kapel homvequot; waarbij zij mij door de uitdrukking van haar gelaat, door haar blik en hare gebaren te kennen gaf, dat zij hare weldaden en genaden op deze plaats overvloedig wilde uitstorten.
31
Na deze woorden eindigde ik mijn rozenkrans. Er was sedert liet begin van het visioen een uur verstreken, toen zjj zich aan mijne blikken onttrok.quot;
Aan Bernadette was dus eene gewichtige zending opgedragen. Om zich daarvan te kwijten, kon zij niets beter doen, dan den toenmaligen Pastoor der gemeente, den ZEerw. heer Peyramale, van hare opdracht in kennis te stellen, gelijk zij dan ook deed. De pastoor had het kind nooit gezien, gaat zeer omzichtig in deze zaak te werk en begint met haar aldus aan te spreken:
âZijt gij niet Bernadette, de dochter van den molenaar Soubirous?quot;
âJa, mijnheer pastoor.quot;
âAVat komt gjj hier doen ?quot;
âIk kom vanwege de vrouw, die aan mij verschijnt bij de Massabiella-rotsen.quot;
Bij deze woorden zet de pastoor een ernstig gezicht en spreekt, om haar op de proef te stellen, Bernadette op een strengen en in-drukwekkenden toon aan. Het kind hoort hem steeds deemoedig aan en blijft kalm.
âKent gij den naam van die vrouw?quot;
âNeen, mijnheer pastoor, zij heeft mjj dien niet gezegd.quot;
âEr zijn er velen, die denken dat het de H. Maagd is.quot;
âIk weet niet of zij het is. Maar waar is het, dat zij mij dit bevel gegeven heeft: âGij zult den priesters gaan zeggen, dat ze hier een kapel moeten bouwen.quot;
32
Wat moest de pastoor doen? Hij twijfelde bijna niet meer, maar hij diende dan toch wel een bewijs te vragen tot staving der waarheid van Bernadette's woorden. âquot;W ij zijn,quot; zoo ging hij dan voort, âwij zijn in den winter, zeg nu van mijnentwege aan de Vrouw, die u verschijnt, dat, zoo zij eene kapel wil hebben, zij den wilden rozelaar, die onder hare voeten is, doet
bloeien.quot; , , , t
âIk zal het doen,quot; was het ootmoedig antwoord van het goede kind; en Bernadette
hield woord. .
Woensdag, den 24 Februari, bij het op-o-aan der zon, was er reeds eene ontelbare menigte om de grot aanwezig; sommigen hadden gehoord, welk wonder de pastoor verlangd had. Wat zou er geschieden? Allen zijn weder getuigen van de geestverrukking van het bevoorrechte kind. /ij bidt als een engel, en van een hemelsch licht 'en bovenaardsche schoonheid schittert haar gelaat. Ziehier, hoe zij, hetgeen zij toen zag en deed, kort daarop met kinderlijke eenvoudigheid aan den pastoor van Lourdes
verhaalde; .
âIk heb de verschijning gezien en haar «â â¢ezegd: âmijnheer de pastoor vraagt u, eenig bewijs te geven, bijvoorbeeld den wilden rozelaar onder uwe voeten te doen bloeien, daar mijn woord den priesters niet voldoende is en zij zich niet op mij alleen kunnen verlaten.quot; Zij glimlachte toen, doch sprak niet.
33
âVervolgens hoeft ze mij gezegd, om voor de zondaars te bidden, de aarde te kussen voor hunne bekeering, en mij bevolen, van den oever der Gave tot binnen in de grot op te stijgen. Ook heeft zij driemaal gezegd: Boetvaardic/hpid/ BoetvcKirdicjheidBoctraar-digheid! Ik heb deze woorden herhaald, terwijl ik op mijne knieën tot op de aangeduide plaats kroop. Daar heeft zo mij een tweede geheim geopenbaard, dat mij persoonlijk aangaat; vervolgens is ze verdwenen.quot;
Bernadette's uitwendige handelingen werden als gewoonlijk door do toeschouwers gezien; ook liet driemaal âlUieirdan]iijheiil dat zij de verschijning nasprak, werd duidelijk vernomen.
TER OVERWEGING.
Maria deelt Bernadette een geheim mede : aan de eenvoudigon en nederigen wordt geopenbaard, wat voor de wijzen der wereld en de hoogmoedigen wordt verborgen gehouden.
Ue omzichtige houding van den pastoor tegenover Bernadette is die, welke de Kerk ten opzichte van bovennatuurlijke gevallen of wonderen, die aan haar oordeel worden onderworpen, steeds in acht neemt. In dit opzicht is zij eerder hard- dan lichtgeloovig te noemen. quot;Wonderen, door de Kerk als zoodanig erkend, kunnen den toets dei-kritiek doorstaan.
3
34
Maria vraagt om voor de zondaars te bidden. Zou er een krachtiger middel zijn, om Jesus' en Maria's gunst te verwerven, dan het onze bij te dragen tot redding van hen, voor wie Jesus aan het kruishout stierf en tegelijkertijd Maria's hart met een zwaard van droefheid doorboord werd?
Geloofd zij de hstlige Onbevlekte Oxt-
vangests der allerheiligste maagd maria,
Moeder Gods.
Litanie ter eere vent O. L. Vro/tw van Lour des, of drie Onze Vaders en Wees Geyroefen ter eere der Onbevlekte Ontvangenis.
ZESDE DAG DER NOVENE.
Negende i'ii tiende rerschijniny, '2.rgt; en 26 Februari 1858.
Donderdag den 25 Februari was er eene onafzienbare menigte uit alle oorden van liet departement toegestroomd, teneinde getuige van Uernadette's geestverrukking te zijn. Zie hier wat zij later dienaangaande verhaald heeft:
âNadat zij mij eenigen tijd hare tegenwoordigheid had laten genieten, zeide mij de Vrouw, terwijl zij mij met nog meer teederheid tot zich trok: âJlijn dochter, ik wil u nogmaals, en doe dit voor u alleen, een laatst geheim, dat u alleen aangaat, mededeelen, en dat gij evenmin als de twee andere aan iemand ter wereld moogt openbaren.quot; â¢â âIk beloof het u,quot; antwoordde ik. Toen deelde zij mij het geheim mede. Na mij zulk eene groote gunst te hebben verleend, bewaarde zij een oogenblik het stilzwijgen, als wilde zij mij het geheim, dat ze mij had toevertrouwd, laten genieten.
Daarna zeide zij: nn, mijne dochter, gn drinken en u wctsschen aan de bron en
36
run rle kruiden eten, die er om heen (jroeien.quot;
Daar ik, om mij heen ziende, geen bron ontdekte, richtte ik mij, steeds mijne oogen op haar, die tot mij sprak, gevestigd houdende, naar de Gave. Met een woord en een wenk hield zij mij tegen, zeggende:
âGa niet derwaarts: ik heb u niet gezegd aan de Gave te gaan drinken, ga naar de bron, die is hier.quot;
En hare hand uitstrekkende, wees ze mij met den vinger in het binnenste der grot denzelfden hoek, naar welken zij mij den vorigen dag bevolen had op de knieën heen te kruipen. Ik haastte mij te gehoorzamen en kroop op mijne knieën naar de aangewezen plaats. Ik zag echter geen bron, maar slechts hier en daar eenige kruiden. Om aan het ontvangen bevel te voldoen, begon ik iu den grond te krabben om er een kuiltje in te maken. Eensklaps borrelen er onder mijne hand eenige droppels water op. liet kuiltje liep vol; het was evenwel slechts met aarde vermengd water. Tot drie keeren beproefde ik er van te drinken, maar ik walgde er te zeer van om het te doen. Daar ik niettemin, het kostte wat het wilde, aan het mij opgegeven bevel verlangde te voldoen, doe ik eene nieuwe poging, drink van het water, wasch mij er mede en eet van de kruiden, die mij zijn aangewezen. Op dat oogen-blik liep het water over den rand van hetkuiltje en begon met een dunnen straal langs den afhellenden grond weg te loopen.
Ik had alzoo al do bevelen, die mij gegeven waren, volbracht. De onbevlekte Maagd toonde zich voldaan, en na mij niet goedheid te hebben aangezien, verdween zij.quot;
Vrijdag den 2(i Februari waren er wel vijf- a zesduizend menschen om do grot. De bevoorrechte Bernadette komt. «De heilige! do heilige!quot; roept de opgetogen menigte. Doch hoo vurig zij ook bidt, er komt geen verandering in haar gelaat, er heeft niets bijzonders plaats; na een uur gebeden te hebben, staat zij op en zegt: âVandaag heeft de verschijning zich niet' vertoond, ik heb niets gezien.quot;
Middelerwijl was het dunne straaltje een vinger dik geworden, om weldra tot een straal van een arm dik aan te groeien en dagelijks 100.000 liters water op te leveren.
Ook dezen dag was het, dat de reeks vnn wonderen, welke de echtheid der verschijningen voor immer zouden staven, een aanvang nemen. Onder de velen, die reeds de kracht van het wonderbare water ondervonden, dient inzonderheid de mijnwerker Bouriette vermeld te worden. âDe H. Maagd, als zij het is,quot; had hij gezegd, âheeft slechts te willen, en ik zal genezen zijn.quot; Hij wiesch het oog, waaraan hij blind was, met een weinig water van de bron en zag. âEen wonder,quot; riep de geneesheer uit. Xog denzelfden avond stroomde geheel Lourdes (Bouriette en de andere genezenen natuurlijk mede) naar de grot. en badende in de zee
38
van licht, door de mcdegcbmclite waskaarsen verspreid, zong de menigte de Litanie van de H. Maagd.
De onaanzienlijke grot was een heiligdom geworden. Maria nam bezit van .haar nieuwen troon in het Pyreneesehe gebergte. Het was het voorspel van den luister, waarvan wij nu getuigen zijn.
TEU OVERWEGING.
. Er was een teeken gevraagd, het bloeien van den wilden rozelaar, en het werd niet gegeven. Ook wij erlangen door ons gebed niet altijd wat wij vragen, zelfs ook dan niet, wanneer wij mogen vertrouwen, dat het aan de vereischten van een goed gebed beantwoordt. Maria glimlachte, toen haar gevraagd werd, den wilden rozelaar te doen bloeien. Zij wist iets beters, iets dat krachtiger van de echtheid barer verschijning getuigenis zou afleggen. Zjj deed eene bron ontspringen, eene bron, die eene bron des heils zou zijn voor duizenden in alle deelen der wereld en tot in de verste tijden; maar zij gaf geen bloemen, die ras verwelken en verdwijnen.
Wanneer het dan gebeuren mocht, dat wij, na met vertrouwen en aandrang gebeden te hebben, ons gebed niet verhoord zien, houden wij het er dan voor, dat Maria zeker iets beters voor ons wist, en zijn wij verzekerd, dat ons gebed vruchten zal dragen
89
en wij iets beters zullen krijgen clan dat, waarom wij vevzocliten. Maria is eene moeder, wier liefde voor den mensch die van aardsche moeders voor hare kinderen verre overtreft, en die over onmeetbare schatten beschikt. â Zal zij hare kinderen, die haar iets komen vragen, met ledige handen van zich laten gaan ?
Geloofd zij de heilige Onbevlekte O.vt-
vangen'is der allerheiligste maagd maria,
Moeder Gods.
Litanie ter eere van O. L. Vrouw van Lounles, of drie Onze Vaders en I V'es Gegroeten ter eere der Onbevlekte Ontvangenis.
ZEVENDE DAG DER NOVEXE
Van de tiende tot de vijftiende verschijning,
27 Februari tot â tn met 4 Maart 1858.
Zaterdag don 27 Februari had de verschijning voor de tiende maal plaats. Vervolgens verscheen do liemelsche vrouw don 1, 2, 3 cn 4 Maart, telkens als de vorige keeron. Ook herhaalde zij eiken dag hot bovel, dat zij den 25 Februari aan Bernadetto gegeven had: vGa drinken aan de bron, wasch u, en eet van de kruiden, die daar (/roeien.quot;
Den 4 Maart was de laatste der veertien dagen, op welke Bernadette volgons hare belofte eon bezoek aan de grot moest brongen. Dien dag had dus de vijftiende verschijning plaats; daar men wist, dat hot de laatste der veertien dagen was, waren er oen verbazend aantal monschon, moer dan twintig duizend, van alle kanten naar do grot samengestroomd.
De zon was reeds op, toen Bernadette, van hare moedor vergezeld, on steeds zonder hot minste vertoon, als de geringste dochter uit hot volk, op hot pad verschoon, dat naaide grot leidt. âDaar is de heilige, daar is
41
het bevoorrechte kind der H. Maagd!quot; is de kreet, die uit de menigte opstijgt. Het kind slaat echter niet eens de oogen op, maar knielt in ootmoed neder om te bidden, on de gansche schare werpt zich met haar op de knieën en bidt.
âZij verschijnt! de H. Maagd!quot; fluistert men, en aller harten trillen van aandoening en blijdschap. Zij zien Maria niet, alleen de glans, die van de Koningin des hemels op Bernadette afstraalt, verkondigt hun hare tegenwoordigheid. â Wat was er echter meer noodig? Ziehier, wat verder plaats had.
De hemelsche vrouw herhaalde haar bevel van aan de bron te gaan drinken, zich te wasscheu en van de daar groeiende kruiden te eten. Zjj voegde er echter opnieuw bij: âGa, mijne dochter, (ja aan de priesters zeggen, dat men hier een heiligdom voor mij hoawe, en dat er processies worden gehouden.quot;
Uit gehoorzaamheid aan den pastoor, vroeg het kind nogmaals den naam der vrouw; deze beantwoordde de vraag echter enkel door een bevalligen glimlach. Toen het uur verstreken was, lachte de vrouw Bernadette andermaal minzaam toe, en voor zij verdween, wierp zij nog een moederlijken blik op de menigte en zogende hare kinderen.
TEK OVERWEGING.
Maria verschijnt herhaalde malen, terwijl
42
ecne enkele koer haar voldoende zou zijn geweest, aan Bernadette datgene te openbaren en te gelasten, wat zij wilde, dat deze zou weten en doen. Ware zij slechts eene enkele maal verschenen, weinigen zouden hare verschijning, door Bernadette's gedaanteverandering aangeduid, hebben kunnen genieten. Zij wilde echter velen aan dat geluk deelachtig maken. Ook door haar verlangen, dat op die plaats een heiligdom voor haar zou worden opgericht, herhaalde malen te kennen te geven, toont zjj ons de vurigheid harer begeerte, eene plaats te hebben, waar hare kinderen tot haar zouden komen om haar hunne kinderlijke hulde te bewijzen; waar zij hunne zorgen en bekommernissen in haar moederhart zouden kunnen uitstorten. Zou er iets tegen eene zoodanige beschouwing zijn ? Herhaalde malen beveelt zij haar bevoorrecht kind, zich aan de bron te wasschen, er uit drinken en te eten van de kruiden, die er omheen groeien. Zou zij ons in Bernadette niet hetzelfde bevelen, dat is, ons uitnoodigen, om tot onze reiniging, verkwikking en versterking een veelvuldig gebruik te maken van de onuitputtelijke genadebron, die zij tot hare beschikking heeft?
En Bernadette, aan wie God groote dingen had gedaan, in een eenvoudig en armoedig gewaad gekleed, nederig en bescheiden als de geringste onder de geringen, daalt aan de zijde barer moeder het pad, dat naar de grot leidt af. Het Huisterend uitgesproken âdaar
4:-j
is de heilige,quot; mag haar oor bereikt hebben, maar tot haar liart doorgedrongen is het niet; zij slaat niet eens de oogen op en houdt ze naar den grond gericht. Eene les voor ons in de nederigheid. Eene waars flut wing tevens voor ons, nooit laag neer te zien op dezulken, die in stand of' vermogen verre beneden ons staan; want het zou dikwerf het geval kunnen zijn, dat deze door ons gering geschatten meer innerlijke waarde hadden dan wij.
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ont-
vaxoenis der allerheiligste maagd maria,
Moeder Gods.
Litanie ter een' ran O. L. Vrouw run Loiinles, of drie Onze Vaders en Wees Gegroeten lei' eere der Onbevlekte Ontvangenis.
ACHTSTE DAG DER NOVENE.
Zestiende en zecentieiule verschijning, 25 Maart en 5 April 1858.
De wonderbare genezingen hielden steeds aan. Bernadette ging nog dikwijls naar de grot, maar iets buitengewoons had er niet plaats. Den 25 Maart, het feest van Maria-Boodschap, hoorde zij echter opnieuw die inwendige stem, die steeds zulk eene onweder-staanbarc macht op haar had uitgeoefend. ^Bernadette gaat naar de grot,quot; riep men elkander toe, en velen, waaronder de meeste van degenen, die genezen waren, volgden haar.
De lucht was helder; de sneeuw, die, opmerkelijk genoeg, juist na den 4 Maart, den laatsten dag der verschijning, was beginnen te vallen, was in het dal weggesmolten, nog lag ze als een smetloos Idced, het beeld der Onbevlekte, dat zich nu zou bekend maken, over de borgen gespreid. Ziehier het verhaal van Bernadette aangaande deze verschijning, waarbij de omstanders als de vorige koeren het verheerlijkt gelaat van hot kind bewonderden en met haar medebaden.
-tlquot;)
âO Vrouwe!quot; zoo begon liet kind, âwilt gij de goedheid hebben, mij te zeggen, wie gij zijt en hoe uw naam is?quot; Zij antwoordde mij echter alleen met een glimlach. Ik drong aan en herhaalde mijne vraag een tweede en derde maal. Zij blijft zwijgen, maar haar zwijgen gaf mij moed, zoodat ik mijne vraag voor den vierden koer dorst herhalen en zeide: âO Vrouwe, wilt gij de goedheid hebben mij te zeggen, wie gij zijt en hoe gij heet?quot;
De Vrouw had de handen gevouwen, zij deed ze nu vaneen en liet den rozenkrans, dien zij in de hand had, op haar arm glijden. Daarop opende zij hare armen en strekte ze naar de aarde uit, als om het gansche men-schelijk geslacht met hare maagdelijke armen te zegenen; vervolgens voegde zij ze weder samen, legde ze op de borst, sloeg haar blik ten hemel en zeide: âIk hen dn Onbevlekte Ontpangenis.quot;
Paasch-Maandag, den 5 April, voelde Berna-dette zich opnieuw door die kracht, waaraan zij geen weerstand kon bieden, naar de grot getrokken. Tien duizend menschen waren door hun geloof en godsvrucht daar insgelijks heengevoerd, zonder evenwel te weten, dat Berna-dette er zou komen, of dat er iets ongewoons zou gebeuren. De II. Maagd wilde echter haar werk de kroon opzetten, door in tegenwoordigheid eener groote menigte aan Bernadette te verschijnen. Den IS Februari had zij gezegd: âWilt gij mij den dienst bewijzen om veertien dagen hier te komen? Ik wensch
46
hier con grooten toeloop te zien.quot; Bernaclette iiiiil aan haar verzoek voldaan, de toeloop kwam, en de 11. Maagd is getrouw. Thans echter wil zij nogmaals â het is do zeventiende keer â aan haar bevoorrecht kind verschijnen: het is do vijftiende en laatste maal, dat zij hot doen zal in teyentroordigJieicl der mcnifitc.
Bernaclette is als naar gewoonte in hare eenvoudige boeronkleeding. De tienduizend getuigen knielen mot haar neder; als eeno weerkaatsing van hethemelsch licht schittert haar gelaat van eon bovenaardschen glans. Ditmaal schijnt do glans nog sterker dan de vorige keeron; moor dan ooit gelijkt hot kind een engel; oen luide kreet stijgt uit de menigte op: âZij is in geestverrukking, de Allerheiligste Maagd verschijnt haar!quot;
Een vreemd verschijnsel hoeft dezen dag plaats. Do kaars, die Bernadette droeg, was zoor groot en zij hield die met beide handen vast. Bij liet zien der 11. Maagd gingen hare handen onwillekeurig omhoog, in dier voege, dat de vlam dor kaars, van den wind bewogen, tusschen hare vingers doorspeelde, zonder echter dezelve te branden of er eenigs-zins letsel aan te doen. Honderd vijftig personen zijn dicht genoog bij haar om hot verschijnsel van nabij te kunnen waarnemen; hot gerucht verspreidt zich door de menigte en allen roepon in vervoering uit: âMirakel! Mirakel!quot; Maria sprak dozen keer niet.
47
Eindelijk Hop or oono rilling ovor hot lichaam van Hornadotto on koorde zij tot haar gowonon toestand terug.
TER OVERWEGING.
Hornadotto had nit don mond dor H. Maagd zelve het woord âOnbovlokte Ontvangenisquot; gehoord, zonder echter te weten, wat het bo-teekonde. De pastoor van Lourdos onderrichtte haar, en zei: âDo henielsch schoono vrouw, die aan n verschenen is, hooft zich do Onbevlekte Ontvangenis genoemd, omdat zij zonder de smet der erfzonde, waarmede alle Adamskinderen bevlekt zijn, ontvangen is, en dit is liet eenparig gevoelen dor Kerkvaders geweest, en door den II. Vader Paus Pius IX tot dogma, dat is leerstuk, verklaard.quot;
âIk geloof hot met hart en ziel,quot; sprak daarop Hornadette, âen nu weet ik, dat hot de H. Maagd is, die mij is verschenen.quot; Overgelukkig vertelde het kind alles verder en bootste de houding en gebaren na van haar, die tot haar gezegd had: H: hen de Onhe-vlekte Ontcamjenis.
Ja, hot bevoorrechte kind had met hare lichamelijke oogen do vrouw aanschouwd, wier voet, volgens de door God in liet Paradijs gedane belofte, den kop van hot helsch serpent zou verpletteren: zij zou de aarde zijn, die het heil der wereld, den nieuwen Adam zou voortbrengen, die do zonden dor wereld op zich
4S
zou nemen en niet kon voortkomen uit ocno door de zonde besmette aarde. Welk een dank zijn wij aan God, dat Hij ons Maria geschonken heeft, tocli verschuldigd!
Hernadette moet tot viermaal toe hare vraag aan de hemelsche vrouw, wie zij was, herhalen, eer Maria er gevolg aan geeft. Leeren wij daaruit, dat, zoo wij iets van God verlangen, we niet moeten ophouden er om te smeeken.
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Oxï-
vangenis der Allerheilioste maagd maria,
Moeder Gods.
Litanie ter eere ran O. L. Vrouw vanLourdes, of drie Onze Vader* en Wees Gegroeten ter eere der Onbevlekte Ontoangeni».
NEGENDE DAG DER NOVENE
Achttiende en laatste verschijniiKj, 1G Juli 1838.
Het was Woensdag 16 Juli, hot feest van O. L. Trouw van den Berg Carmel, des avonds acht uren, dat de H. Maagd voor het laatst aan Bernadette verscheen. Dien dag gevoelde zij andermaal een hevigen aandrang om naar de grot te gaan. Haar jongste tante (hare peettante) bood zich aan om met haar mede te gaan, ook werd zij vergezeld van twee vrouwen, die hare vurige begeerten daartoe hadden te kennen gegeven. Do schemering was reeds ingevallen, zoodat Bernadette door de menigte niet herkond werd. Zij knielden op een afgelegen plaats tegenover de grot neder on begonnen daar hot rozenhoedje te bidden. Weldra verschijnt do II. Maagd aan Bernadette, zij geraakte in geestverrukking en haar gelaat wordt verheerlijkt ; een feit, dat slechts hare gezellinnen alleen goed kunnen waarnemen. Daar hot terrein vlak voor de grot op bevel van hoogor-hand was afgesloten, bevond Bernadette zich aan den anderen kant der Gave voor de grot. De afstand, door de menschen gesteld, verdween voor hooger macht. Het was, alsof
4
50
Je gezegende rots tot Bernadette was gekomen; zij scheen haar even nabij als vroeger, en in de nis zag zij de Onbevlekte Maagd, die haar minzaam toelachte, zonder evenwel te spreken, haar toeknikte, als wilde ze hot kind tot aan een zalig wederzien vaarwel zeggen.
Op de plek waar Bernadette voor het laatst met de verschijning der H. Maagd begunstigd werd, verheffen zich nu drie Gode gewijde gestichten: een klooster der Carmelitessen, een der Benedictinessen en het weeshuis der Liefdezusters van Nevers. Na nog acht jaren in Lourdes verbleven te zijn, om getuigenis af te leggen, van wat zij gezien en gehoord had, trad zij in 1866 in het laatstgemelde klooster. Daar loefde zij; en leed veel; doch met geduld en onderwerping, onder Maria's hoede. Daar stierf zij, men mag het met grond vertrouwen, den dood der rechtvaardigen, liet tijdstip, dat Maria de haar voor de grot gedane belofte zou vervullen, toen zij haar zeide: âTh beloof it, u gelukkuj te zullen maken, niet in deze wereld, maar in de andere,'' was aangebroken. Het was Woensdag den 19 Maart (dag aan den II. Joseph gewijd) 1879 te drie uren des namiddags, dat Bernadette haar ziel aan haren Schepper teruggaf.
TER OVEKWEQIXQ.
Bernadette heeft hare zending volbracht. Grootsch was het, wat door de Moeder des
51
Heeren aan dit arme eenvoudige kind was opgedragen. Vier jaar was het geleden, dat Pius IX de leer der Onbevlekte Ontvangenis tot leerstuk der kerk had verheven, en zie, daar verschijnt de II. Maagd en bevestigt zelve, door zich de Onbevlekte Ontvangenis te noemen, de uitspraak van den plaats-bekleeder haars Goddelijken Zoons, tot haar tolk nemende eeu arm, eenvoudig boerenkind. Wonderen bevestigen de waarheid van Ber-nadette's woorden, allen redelijken twijfel omtrent de werkelijkheid eener hemelsche verschijning verdwijnt: tegenspraak dergenen die het bovennatuurlijke loochenen, verstomt voor het aangezicht van bovennatuurlijke feiten, ruw geweld moet het ten laatste opgeven. Dat dit beknopt overzicht diene tot versterking van ons gelooi'.
Hoe treffend blijkt Maria's liefdevoorden mensch; hoe spoort het ons tot betrouwen aan dat verlangen een grooten toeloop van men-schen bij de grot te zien. Voldoen wij dan van onzen kant aan dat verlangen; en daar het slechts aan enkelen onzer gegeven is, haar onze kinderljjke hulde op de door haar bevoorrechte plaats zelve aan te bieden, laten wij het dan doen op die plaatsen in ons vaderland, waar zich eene ter eere van O. L. Vrouw van Lourdes opgerichte grot bevindt; kunnen wij ook dat niet, doen wij dan in den geest eene bedevaart naar Lourdes; deze, met ware godsvrucht gedaan, zal Maria even aangenaam zijn, alsof wij werkelijk daarheen gingen.
52
AVij zijn nu tot aan den laatsten dag der novene genaderd. Verlevendigen wij.nog eens onze liefde voor onze hcmelsche bloeder, alsmede ons betrouwen op hare maclitige voor-liede. En mocht het zijn, dat wij juist niet dat verkregen, waarom wij gevraagd hebben, denken wij dan aan den pastoor van Lourdes : hij vroeg vergankelijke bloemen on kroeg eeiie bron, die tot den huidigen dag nog vloeit tot heil van duizenden. Houden wij ons overtuigd, dat ons gebed niet vruchteloos gestort is; want, gelijk de H. Bernardus zegt, het is nooit gehoord, dat iemand, die tot Maria zijn toevlucht nam, ongetroost is weggezonden.
Geloofd zij de heilioe Onbevlekte Ont-vaxgenis dek A llerueiligste Maagd Maria, Moeuek Gods.
Litanie ter eere ran O. L. Vroiur ran Lourdes, of drie Onze Vaders en Wees Gegroeten ter eere dei' Onbedekte Ontvangenis.
LITANIE VAN O, L. VROUW VAN LOURDES,
lieer, ontferm u onzer.
Cliristus, ontferm ü onzer.
llrur, ontferm 11 onzer.
Christus hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Hemelsehe Vuiler, ontferm L' onzer.
God Zoon, Verlosser dei- wereld, ontferm U onzer. God Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, een (iod, ontferm U onzer. I;ir 1;i, allerheiligste en ullerveilievenste Moeder (Jods, lijd voor ons.
Jliiriii, ininziune Koningin, wier glinsterende troon o|) de vleugelen derSeraphijnen, aan de rechter-iiand van den Koning der Koningen rust,
Jlaria, maelitige Koningin, die heerselit over legioenen Engelen, die eerbiedig nwe bevelen afwachten om uwe getrouwe dienaaj s ter hulp (e snellen, Maria, bewonderenswaardige Koningin, die van het hoogste uwer uitmunteiule grootheden, U ge-waardigd hebt neder te zien op eene woeste plaats der aarde, om er een arm kind te zoeken, rt Maria,diesehitterend van luisteren hemelsclie goed- ~ heid, verscheiden malen verschenen zijt, in de grot o van Lourdes, aan eene jonge dochter des velds, -. Maria, die tusschen uwe handen een rozenkrans o houdende, en het teeken des H. Kruis makende, 'p hetquot; verbaasde kind hebt aangezet om den H. Rozenkrans te bidden,
Maria, die met liedrukten blik aan de kleine herderin bevolen hebt veel te bidden voor de zonda reu,
Maria, die het eenvoudige kind naar de Priesters gezonden hebt, om te zeggen : dat Gij wildet dat men U eene kapel zou bouwen op de rotsen waar Gij verschenen waart.
54
Maria, die aan het nederig'kind gezegd hebt; dat Gij verlangdet, dat men de spelonk van Lourdes bezoeke, en er in processie koïne,
Maria, die eene bron van helder water hebt doen ontspringen uit de rots op welke uwe gezegende voeten hadden gerust,
Maria, die, onder alle verhevene namen en glorierijke eeretitels, dien umoi' On bevlekte Ontvangenis verkozen hebt, om te Lourdes geëerd te zijn, Maria, die, al de pogingen der wereldsche wijsheid die den stroom uwer goedheid en gunsten wilde tegenhouden, in de grot van Lourdes, verstomd en verijdeld hebt, door uw alverbazend vermogen,
Maria, uitdeelster van genaden, weldaden en zegeningen, die gedurig de wonderbare bron van Lourdes onderhoudt en voedt.
Onbevlekte Maagd, uitnemende uitdeelster van glorie, vreugde en zaligheid voor de gelukkige hemelingen,
hemelsche uitdeelster van zoetigheid, vrede en
volharding voor de rechtvaardige zielen, onuitputtelijke uitdeelster van medelijden, barmhartigheid en vergiffenis voor de arme quot;gL zondaars,
g levende uitdeelster van vertroosting, opbeu-^ ring en steun voor de bedrukte harten, o overvloedige uitdeelster van bijstand, kracht -g en genezing voor de zieken en kranken, -5 zalige uitdeelster van hulp, genade en hoop ^ voor de stervenden,
^ weldadige uitdeelster van verzachting, licht en verlossing voor de lijdende zielen des vage-vuurs,
vermaarde uitdeelster van heil, bescherming en welzijn voor het menschelijk geslacht.
00
lt;lio iiiiii de blinden hot gezicht, aan destomnieii de spraak, aan.de dooven het gehoor en aan de verlamden het gebruik hunner ledematen fcp verwerft, â
Jh wier ontelbare en schitterende weldaden in £1 quot; allo gewesten der aarde verkondigd en be- lt; -§ wonderd zijn, c
2 wier heilig hart overstroomt van teederheid S en goedheid voor ons, 2
wier liefde tot ons, de liefde aller moeders ⢠C voor hare kinderen overtreft,
wie nooit iemand heeft aangeroepen zonder verhoord te zijn.
Van uit den schoot der goddelijke glorie, die U in den hemel omringt, bewaak ons Maria.
In de onderhouding der geboden Gods en der H.
Kerk, moedig ons aan, Maria.
Op den engen weg des hemels, ondersteun ons, Maria. In don strijd tegen satan, de wereld en het vleeseh,
beschut ons, Maria.
In de ware en standvastige godsvrucht, bevestig ons, Maria.
In ziekten,krankheden en smarten, verti'oost ons,Maria. In de ure onzes doods, bescherm ons, Maria. Als wij bevend voor onzen rechtvaardigen Rechter
zullen staan, bid voor ons, Maria.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz. Wees Gegroet, enz. Bid voor ons, o heilige en onbevlekte Moeder Gods. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
5(5
O Jesus, Odd van oiieiuiliire goedheid, die Jlnria, uwe onbevlekte Moeder, hebt aangesteld tot Uitdeelster van dien schat van genade en barmhartigheid, waai' uw Goddelijk Hart het begin- en de eeuwige bron van is, en welke het die wonderlijke Maagd behaagt op zulke verbazende wijze uit te storten over de gezegende rotsen van Lourdes, wij bidden U nederig, door hare verdiensten en gebeden, geef ons toidi al wat ons heilzaam is, de gezondheid der ziel en des lichaams, maar bovenal de onschatbare genade van U altijd meer en meer te kennen en te beminnen, opdat wij, na IT ij|) aarde getrouwelijk gediend te hebben, ons eens in deu hemel, voor uwen troon mogen bevinden, aan de voeten van Maria, onze goede Moeder en, vereenigd met de koren der Engelen en der Heiligen, U met hen loven, danken en beminnen in alle eeuwigheid. Amen.
Wees eeuwig gezegend, geloofd, bemind en aangeroepen, o Maria! die met zooveel liefde een overvloed van genade uitstort over de grot van Lourdes, welke Gij door uwe tegenwoordigheid geheiligd hebt. Wees toch altijd onze Moeder, onze hoop, onze troost op aarde en onze Koningin in de eeuwige zaligheid. Amen.
Gezegend zij de lieUilt;ie en Onhevlehte Ontvangenis van de Allerheiliyste ilaagd Jifaria.
(300 dagen aflaat.)
Zoet hart van Maria, wees mijne zidiglmd.
(300 dagen aflaat.)