' t
HET
j 'ï
;*
HYPÃ
â
i-r
if
.4;' V
'k quot;fejHïvS
:S
- â *
HET MAGNETISME, SOMNAMBULISME,
â¢/
HYPNOTISME, SUGGESTIE en SPIRITISME
' -k'. '
DOOR
j. de riols
2 E; Druk.
MAGNETISME, SOMNAMBULISME, HYPNOTISME. SUGGESTIE en SPIRITISME.
Bij den Uitgever dezes is mede verschenen:
Handboekje voor
den Magnetiseur,
of het MAGNETISME en SOMNAMBULISME verklaard, toegelicht en met voorbeelden uit de ervaring bevestigd.
2lt;' Druk.
Prijs â â¢ â¢ Æ 0.50.
J, DE RIOLS.
Het Magnetisme, Somnambulisme, Spiritisme, Hypnotisme en de Suggestie.
2e Druk
I1quot;..............â*â¢gt;
BIBLIOTHEEK OER RÃKSIgt;gt; «-cRSITEn j | U T R E C h' T
' coll. thomaasse f
Rotterdam, D. BOLLE.
RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
2203 1474
1 N 11 O U 1).
E E R S T E A F D EELT X G.
Bladz.
Het Magnetisme en Somnambulisme.......1
I. Mosnier. Wat het Dierlijk Magnet isme is. Voorwaarden
om goed te magnetiseeren. Zich in rapport stellen . 3
[[. Gewoon Somnambulisme. Magnetisch Somnambulisme. Voorzorgsmaatregelen, te nemen gedurende den magnetischen slaap van den patiënt. Voorbeelden . 11
III. Gebruikelijke manieren van magnetiseeren. Zich in
rapport stellen. Lange bestrijkingen. Gedeeltelijke bestrijkingen. Overdwarse bestrijkingen. Magnetische wrijvingen, inblazingen............22
IV. Uitwerkselen van het Magnetisme. Vereischten van het
Magnetisme. Gemagnetiseerd water en zijne aanwendingen. Omzichtigheid in acht te nemen bij de magnetiseering uit het oogpunt der zedelijkheid. Overoude oorsprong van het Magnetisme; keizer Vespasianus, magnetiseur. Enkele genezingen, door het Magnetisme ....................28
V. Besluit....................43
T W E E D E AFDEELT N G.
Hypnotisme en Suggestie...........45
Hot Hypnotisme of Braidisme. De Fakirs, die op hun navol staren. Hoe men het hypnotisme opwekt. Hypnotische verschijnselen, zinsbegoocheling, enz. Therapeutische invloed van het hypnotisme.
i n' ii o u igt;.
Bladz.
Mondeliui/c on innerljl'c suggestie. Meelianismc v:ui de innerlijke suggestie. Innerlijk woord. Toekomst der hypnotische wetenschap.......47
1'roeven. Keur van proeven in zake de mondellmje ot limcrljlie hypnotische suggestie. Handelingen te verrichten gedurende den magnetischen slaap of na het ontwaken, oniniddellijk of na een bepaald tijdsverloop. Gesuggereerd schrift, enz......62
D E R D E A P ]) EELT N G.
Het Spiritisme................89
I. Over het bestaan der Geesten. De familie Fox. Over het eigenaardig wezen der Geesten. Over het Perisprit. De Mediums. Verschillende klassen van -Mediums................. g]
11. Oproeping der Geesten. Draaiende tafels. Verschillende middelen, welke door de Geesten worden gebruikt om zich te openbaren. Uitvorschende slinger. Oude en nieuwere voorbeelden. Theorie van den uit-vorschenden slinger.............101
lil. De Wichelroede. Haar overoude oorsprong. Moord te Lyon (1692). Over de wijze om zich met de Geesten in betrekking te stellen. Hoe zij zich uit eigene beweging openbaren. Voorzorgsmaatregelen
bij het oproepen in acht te nemen.......114
Besluit.................. 126
IV
EERSTE AFDEELTNG.
HET MAGNETISME EN SOMNAMBULISME.
i
HET DIERLIJK MAGNETISME liN MET SOMNAMBULISME.
I. Mesmkis. Wat het dierlijk magnetisme is. Voorwaarden om goed to magnetiseei'cn. Zich in rapport stellen.
Wij mogen dit geschrift over het dierlijk vuuj-netisme niet beginnen, zonder van hem te spreken, die het eerst in Frankrijk deze bijzondere vloeistof, deze vreemde macht heeft doen kennen, en die even hartstochtelijke bewondering, als scherpe en zeer dikwijls nijdige critiek heeft uitgelokt.
Mesmei-, een Duitsch geneesheer, den 27sten Mei 1733 te Marburg in Zwaben geboren, dokter bij de faculteit te Weenen, kwam, na in de verschillende gewesten van Duitschland magnetische proefnemingen gedaan te hebben, welke de aandacht der geleerden van dien tijd op hem vestigden, in clèn loop van de maand Februari 1778 te Parijs, waarheen zijne schitterende reputatie hem reeds was vooruitgesneld.
Hij was toen vijf en veertig jaar oud.
Hij verkondigde, dat eene algemeene kracht de wereld bezielt; eene kracht, welker werkend deel eene ontastbare, niet door de zintuigen waarneembare vloeistof is, welke het gansch heelal vervult en de dichtste lichamen doordringt; eene vloeistof
4
in één woord, welke men alleen met dei) aether, waarvan de natuurkundigen spreken, kan vergelijken. Volgens hem houdt (leze vloeistof al de hemellichamen van elkander op een afstand, welke onbetwistbaar en altijd dezelfde is, en regelt de verschillende invloeden van deze lichamen op elkander. De raensch kan naar willekeur de bewegingen van deze vloeistof regelen, ze in zich ophoopen, ze op grooten afstand verwijderen, ze naar zijn wil uitdealen, en ze dienstbaar maken, om de geheimste en meest ingewortelde ziekten te leeren kennen en te genezen.
Gedurende de zeven jaren, welke Mesmer te Parijs doorbracht, was hij het voorwerp van een hardnekkig vooroordeel, dat alleen te vergelijken is met den haat, welke zijne belagers hem toedroegen. Voor velen was de Duitsche geneesheer een groot man, een geleerde, een weldoener der menschheid; voor een grooter aantal was hij slechts een gewoon kwakzalver, ja zelfs een oplichter!
Hij doorreisde Duitschland, Engeland en Italië, en ging zich eindelijk voorgoed in Zwitserland, aan de boorden van het meer van Constanz, vestigen. Hij stierf den 1 511611 Maart 1815 te Mersburg, op een en tachtigjarigen leeftijd, tal van geleerde en ondernemende leerlingen nalatende, die de wetenschap van het magnetisme zouden verheffen, en haar een glans bijzetten, welke hij zelfs gedurende het leven van haar stichter nooit had bezeten.
Het Magnetisme is, zooals wij gezegd hebben, eene overal verspreide vloeistof, welke zich in het menschelijk lichaam in zeer verschillende graden bevindt, al naarmate van zijne meer of minder zenuwachtige natuur, zijn temperament, enz. De raensch kan, alleen door de kracht van zijn wil, deze vloei-
O
stof in ieder deel van zijn lichaam, naar hij bet dienstig acht, ophoopen, voornamelijk in de uiteinden, en ze weder snel doen wegvloeien in de richting, welke hij zelf bepaalt.
Bijgevolg kan hij op een zeker lichaamsdeel van een ander eene meer of minder groote hoeveel-lieid van zijne eigene vloeistof overbrengen, en het aangetaste deel zal er weldra den invloed van ondervinden. Talrijke proeven hebben duidelijk aangetoond, dat de pijn, welke aanvankelijk door de ziekte in een lichaamsdeel was gelocaliseerd, dooiden wil van den magnetiseur naar andere plaatsen kon overgebracht en vervolgens geheel weggenomen worden.
Drie beginselen, door den heer de Vuybéyur, een beroemd magnetiseur, vastgesteld, regelen het gebruik van het magnetisme, en geven de middelen aan, om het zeker te ontwikkelen:
lo. Keu l-rachtiye wil op hei goede gericht;
2o. Een vast geloof in de macht van het magnetisme;
3quot;. Algeheel verirouweu in de aanwending er van.
Bovendien, daar het magnetisme in zeker opzicht eene uitstrooming van den magnetiseur is, en de gemagnetiseerde er een physieken indruk van ontvangt, volgt er uit, dat de magnetiseur een gezond lichaam moet hebben, dat vrij is van iedere mogelijke ziekte, welke zich kan meedeelen. En daar zijne betrekking met den gemagnetiseerde op den langen duur op dezen laatste onvermijdelijk een zedelijken invloed moet hebben, moet hij ook rechtschapen zijn, verhevene gevoelens koesteren en een in den grond deugdzaam karakter bezitten.
De magnetische kracht bestaat bij de beide seksen. Evenzeer als zekere mannen haar in meerdere of
#
()
mindere mate bezitten, evenzeer ontmoet men vrouwen, bij wie zij meer of minder ontwikkeld is.
Het magnetisme van den man werkt op de vrouw met eene grootere intensiteit, naarmate de kracht van den wil en van de zedelijke macht van den man grooter is; maar om zekere redenen en vooral uit het oogpunt der zedelijkheid is het verkieslijk, eene vrouw door eene andere vrouw te doen magnetiseeren. Wij zullen op dit bijzondere punt later terugkomen.
Zelfs de kinderen kunnen magnetiseeren, en zij doen het zeer goed, wanneer men hen van de gebruikelijke wijze van handelen op de hoogte brengt. Zij zijn bovendien veel minder afgetrokken, dan de groote personen, concentreeren gemakkelijker hunne handeling, werken met veel meer vertrouwen en worden enkel door de begeerte gedreven, om de smarten van den persoon, op wien men hun zegt eene proef te nemen, te verlichten. De lichte ongesteldheden, de minder ernstige ziekten worden door den invloed van hunne vloeistof spoedig en nadrukkelijk genezen.
Doorgaande werkt het magnetisme met eene veel grootere kracht op de personen, die altijd een eenvoudig, sober leven hebben geleid, dat vrij was van de beslommeringen, waarin dat der menschen van de wereld en der bewoners van de groote middelpunten zoo rijk is. De menschen van het platteland en de kinderen ondervinden er zeer gemakkelijk den weldadigen invloed van. Deze wordt met oneindig meer moeite gevoeld door hen, die
O O '
veel geleden hebben, wier lichaam met talrijke en verschillende geneesmiddelen is opgevuld, die zenuwachtig, ziekelijk en woelziek zijn, die hun gansche leven in moeiten en langdurigen verstandelijken arbeid doorgebracht hebben.
7
Nochtans gebeurt liet soms, dut een persoon, die voor de werking van het magnetisme volkomen ongevoelig was in gezonden toestand, er plotseling en in hooge mate gevoelig voor wordt, wanneer hij ziek is. Bovendien is de werking van het ma^ne-tisme in de eene ziekte volmaakt geene, terwijl zij in eene andere zich zeer krachtig doet gevoelen.
Om werkelijk krachtdadig te kunnen raagneti-seeren, is er een samenloop van omstandigheden noodig, welken wij kort uit elkander willen zetten.
Vóór alles moet er sympathie tusschen den magnetiseur en den gemagnetiseerde bestaan, dat wil zeggen, dat zij in rapyori staan. De zedelijke sympathie bestaat, wanneer de magnetiseur vurig wenscht den gemagnetiseerde van dienst te ziin, en wanneer deze tegelijkertijd ten zeerste de verlichting verlangt, welke de magnetiseur in zijn lijden wil aanbrengen. Deze sympathie bestaat ook, wanneer beiden over dit of dat onderwerp dezelfde gedachten hebben, dezelfde wenschen koesteren voor den goeden uitslag van deze of gene handelsonderneming, volkomen dezelfde meening hebben ten opzichte van de eene of andere zaak, enz., enz.; in één woord, wanneer hun geest overeenstemt, en de wensch of de wil van den een niet in strijd is met den wensch of den wil van den ander.
De magnetiseur moet verder den vasten wil hebben om te magnetiseeren, vertrouwen stellen in zijne krachten, en de ernstige begeerte koesteren om een ander van dienst te zijn. Hij moet geloof hebben, vast overtuigd zijn, dat (ie bewerking, welke hij gaat doen, den zieke verlichting zal aanbrengen. Dit is zoo waar, dat de ridder de linr-harin, een zeer vroom man, verbaasd over de
wonderbare genezingen, door de toepassing van het magnetisme tot stand gebracht, meende, dat de uitwendige handelingen overbodig waren, en dat de vaste wil van den magnetiseur voldoende was, om uitstekende uilkomsten te verkrijgen. Ten slotte hield hij zich overtuigd, dat het voldoende was te willen om wonderen te doen. Vele praktiseerende artsen namen zijne denkbeelden aan. Zij bepaalden er zich toe bij het bed van den zieke te gaan bidden, terwijl zij met al de krachten hunner ziel wenschten, dat deze daardoor verlichting mocht ontvangen. Door deze krachtige concentratie van hun wil en de uitstroomingen der magnetische vloeistof, welke aldus op den patiënt gericht werden, week dikwijls de ziekte.
Maar deze wijze van werken put de krachten van den magnetiseur spoedig uit, en kan hem zelfs ernstige hersenaandoeningen bezorgen door dc spanning, waarin de hersens gedurende de handeling verkeeren. Het is daarom verkieslijk en bovendien oneindig veel krachtiger, de middelen te gebruiken, welke wij straks aan zullen geven.
Het is zeer heilzaam, maar niet volstrekt noodig, dat de gemagnetiseerde vertrouwen stelle in zijn magnetiseur. De vloeistof werkt evengoed op hen, die in het magnetisme gelooven, als op hen, die er geen geloof aan slaan. Het is voldoende, dat de gemagnetiseerde volstrekt geen weerstand biede aan zijn magnetiseur, dat hij zich aan hem overgeve, en dat hij geduldig, nieuwsgierig zelfs den uitslag-van deze handeling verbeide.
De zieke moet zooveel mogelijk â en dit is zelfs een regel, waarvan men maar zeer zelden moet afwijken â door denzelfden magnetiseur gemagnetiseerd worden. Anders zouden de vloeistoffen (flui-
1)
dums) Viiii verschillende magnetiseurs met elkander in strijd komen in de deelen van het menschelijk lichaam, waarin zij up onhandige wijze opgehoopt werden, en storingen na zich slepen, of op zijn minst eene aanvankelijk gelukkige genezing vertragen en volkomen tegenhouden kunnen.
j_ Dikwijls veroorzaakt het magnetisme pijnen in de lichaamsdeelen, waarin het werkt en het kwaad zetelt. Andere pijnen, welke sedert eenigen tijd verdwenen ot voor het minst bedaard waren, worden door zijn invloed weder opgewekt en houden gedurende zekeren tijd met meerdere of mindere ' heftigheid aan. Dit is een bewijs van de wezenlijke werking van het fluidum. De natuur poogt zich van de ziekte te ontdoen. Er heeft eene heilzame crisis plaats, en de pijn houdt weldra op, om voorgoed te verdwijnen, wanneer de behandeling van den magnetiseur met oordeel wordt voortgezet.
Wacht u, wanneer gij magnetiseert, personen om u te hebben, wier gesprekken, opmerkingen, houding de aandacht van den patiënt kunnen afleiden en de werking van uw fluidum belemmeren. Vooral moet gij u wachten voor de tegenwoordigheid van een persoon, die ook magnetiseert en in macht u overtreft of ook maar met u gelijk staat. Zonder het te willen, en alleen door het feit, dat hij op uwe verrichtingen de aandacht gevestigd houdt, kan die persoon uwen invloed verijdelen en alle uwe pogingen vruchteloos maken.
Alvorens de gebruikelijke wijzen van handelen om te magnetiseeren op te geven, zullen wij over den magnetisch en slaap, gewoonlijk Somnambulisme genoemd, spreken. De reden daarvan is, dat de patiënt, gedurende de magnetische bewerking, zeer dikwijls inslaapt en in dien toestand een buiten-
10
gewone helderziendheid bezit; hij hoort zijn magnetiseur, antwoordt hem en geeft zelf niet alleen de geneeswijze aan, welke moet gevolgd worden om zijne krankten te genezen, maar noemt ook de geneesmiddelen, welke anderen noodig zijn, om hen van de kwaal, waaraan zij lijden, te verlossen.
Zooals men ziet, staan het magnetisme en het somnambulisme in nauw verband met elkander; het tweede is altijd een gevolg van het eerste.
11. -
Oen-oon somnamuuusme. Magnctisch Somnambulisme. Voor
ZORGS.MAAïrtEÃELEN TE NEMEN GEDURENDE DEN MAGNETISCliEN Sf.AAP VAN DEN PATIÃNT. VOORREELMN. â
De feiten, welke de vrucht zijn van het gewone somnambur.TSME, in onderscheiding van hetgeen wordt opgewekt door het magnetisme, zijn tot hiertoe weinig bestudeerd, en door de verhitte verbeelding van hen, die er getuigen van waren, zooals Tardieu in zijne studie over de Krankzinnigheid zegt, dikwijls verkeerd voorgesteld, en niet dan in phantastischen en legendarischen vorm, waarachter het niet altijd gemakkelijk is de waarheid te herkennen en in te zien, ter kennis van het publiek gebracht geworden.
Zekere personen met een bijzonder zenuwachtig gestel hebben de zonderlinge eigenschap, dat zij hun bed gedurende den slaap verlaten, zich aan-kleeden, loopen, verschillende handelingen verrichten, welke vereischen, dat men ziet en helder wakker is, zich uit het eene vertrek in het andere begeven en zekere dingen doen kan, welke niet alleen groot nadenken, maar ook eene lang niet alge-meene vaardigheid vereischen.
Het is zeker, dat de mensch, die deze eigenschap bezit, niet volkomen in slaap is. Zijn toestand is nader aan dien van slapen, dan van waken, maar zijne zintuigen zijn bijna volkomen wakker en het
geheugen is bij hem vooral hoogst ontwikkeld. Dit blijkt hieruit, dat wanneer men de meubelen in de kamer van den somnambule verplaatst en er een in zijn weg zet, hij zich zeker stoot. Zulk een som-namlmle, die de hebbeiijkheid heeft, slapende het een ot ander op zijne tafel te verrichten, er boeken op in orde te leggen, eene kaars aan te steken, een glas water in te schenken, zal dit niet meer kunnen doen, wanneer men de tafel een eind verder zet; hij zal haar dan niet terug kunnen vinden.
In dezen bijzonderen vorm van den slaap is het dus uitsluitend het geheugen, dat werkzaam is, en Fodéré haalt in zijne verhandeling over gereclitelijke geneeskunde en openbare gezondheidsleer, lste gedeelte, lV,le afdeeling, de beruchte geschiedenis aan van //dien monnik slaapwandelaar, die, daar hij een zijner medebroeders een kwaad hart toedroeg, in zekeren nacht diens kamer binnentrad om hem te vermoorden en in zijn bed verscheidene messteken gaf (zijn vijand bevond zich dien nacht toevallig buiten het klooster); vervolgens de cel weder verliet en de deur sloot. Hij ontmoette daarop den bewaker, die hem wakker maakte en tegenover vvien hij zich schaamde, dat hij hem vond met een mes in de hand.quot;
Deze man was bij deze zijne handelingen geleid geworden door de herinnering aan zijn haat tegen zijn medebroeder, en door het denkbeeld hem te vermoorden bij zich om te dragen, had zijn lichaam ten slotte gaandeweg de ongeregelde bewegingen zijner verbeelding uitgevoerd.
Dat is het (jewone Somnambulisme.
Het maynelisch Somnambulisme is die bijzondere toestand van den gemagnetiseerden persoon, waarin hij schijnt te slapen, niettegenstaande hij, evenals
13
in wakenden toestand, geheel onderworpen is aan den invloed van zijn magnetiseur. De uitwendige organen der zintuigen schijnen grootendeels verdoofd. Desniettemin worden zij in zekere gevallen bezield met de kracht en de werkzaamheid, welke zij in den gewonen toestand bezitten. Op die wijze hoort de gemagnetiseerde persoon, ofschoon in slaap, den magnetiseur, antwoordt hem, staat op, loopt, schrijft zoo noodig, en voert al de bevelen uit, welke hem door dezen gegeven worden.
Wanneer de somnainbale weder wakker wordt, weet hij niets meer van hetgeen hij gedurende zijn kunstmatigen slaap heeft kunnen zeggen of doen; dit is trouwens ook het geval met den gewonen somnambule.
Men moet, wanneer men een persoon voor de eerste maal magnetiseert, nimmer het somnambulisme bij hem zoeken op te wekken. De vooringenomenheid, welke van de pogingen in die richting de vrucht is, stoort den weldoenden invloed van het magnetisme en werkt dien tegen. Men moet het somnambulisme langs natuurlijken weg laten ontstaan; en daar de meeste zieken niet vatbaar zijn voor dezen bijzonderen toestand, zou het noode-loos tijdverlies, zich zeiven en hen vermoeien zijn, hen te willen doen inslapen.
Enkele magnetiseurs hoopen hun fluidum op het hoofd van den patiënt op, om zóó den magneti-schen slaap gemakkelijker op te wekken. Maar, wij herhalen het, dat is zeer verkeerd. Door dat te doen brengen zij niet alleen hun fluidum, maar ook dat van den zieke samen in de hersenen, en kunnen daardoor een aandrang van bloed naar de hersenen veroorzaken, welke niet zonder gevaar is. Men moet de natuur alleen haar weg laten gaan. Zoo de
zieke vatbaar is voor den niagnetischen slaap, zal 1'ij gemakkelijk in slaap gaan, en door den invloed van deze zijne vatbaarheid zeiven zal uw fluidum en het zijne naar zijne hersenen stijgen en kalm het somnambulisme teweegbrengen. De oogen van den patiënt zullen zich sluiten ; groote kalmte, eene weldoende verdooving zullen zich van zijn geheele organisme meester maken, en hij zal in staat zijn zonder inspanning of pijn te antwoorden op de vragen, welke gij hem doet.
Zoodra de zieke is ingeslapen, vraagt gij hem, hoe hij zich voelt, of hij wel is, of hij geen pijn heeft, of hij in rapport met u is, of hij goed hoort, wat gij tot hem zegt, of hij u bij voortduring zijn vertrouwen wil schenken, ot hij de vaste overtuiging heeft, dat hij door uwe tusschenkomst verlichting zal ontvangen?
O
Zoo hij antwoordt zonder wakker te worden, zoo de kalmte gedurende de geheele handeling blijft, en zoo hij, bij het ontwaken, zich niets herinnert van hetgeen hij gezegd heeft, heeft er somnambulisme bestaan, en kunt gij veilig de proef herhalen.
Maar zoo hij onmiddellijk weder wakker wordt en in wakenden toestand antwoordt, is er voorliet ocgenblik geen somnambulisme. Zoo hij niet antwoordt, bestaat er misschien een beginsel van somnambulisme, en gij gaat dan, om het volkomen op te wekken, voort met de handelingen, welke wij straks zullen beschrijven; vervolgens richt gij opnieuw eenige vragen tot den patiënt. Zoo hij door het een of ander teeken het bewijs geeft, dat hij u hoort, houdt gij op met vragen en gaat voort met de werking van het fluidum, totdat de zieke eindelijk, volkomen in niagnetischen slaap, helder kan antwoorden, goed den toestand zien, waarin Lij zich
!.quot;)
bevindt, en u zoo duidelijk mogelijk opgave kan doen van zijne kwaal en van de middelen om ze te genezen.
Men moet deze handelingen met liet grootste geduld verrichten, en den zieke niet vermoeien door talrijke, dringende, onbescheidene vragen, welke hem in verlegenheid brengen, hem verontrusten en zijne uitwendige vermogens, welke geneigd waren in te dommelen, weder half doen ontwaken. Men moet uitsluitend bezield zijn door de begeerte het schepsel, dat lijdt, verlichting te schenken en het alles te verschaften, waaraan het behoefte heeft; dit is het eenige doel, dat de rechtschapene, nauwgezette magnetiseur, die werkelijk zijne medemen-schen lief heeft, zich moet voorstellen.
Men moet zich niet verbeelden, dat al de zieken, die in magnetischen slaap vallen, helderziende zijn, dat wil zeggen, dat zij den aard van hun kwaal en de geneesmiddelen, welke er tegen aangewend moeten worden, kunnen aangeven. Overigens is de zieke bij den eersten aanval van somnambulisme gewoonlijk niet in staat tot volkomen bewustzijn van zijn toestand te komen, en hij, die later in dc hoogste mate helderziende is, is dat volstrekt niet bij de eerste proef.
Eerst bij de tweede zitting, één of twee dagen na de eerste, zal men dus tot den somnambule eeniquot;e hoogst eenvoudige vragen kunnen richten:
O O O O
Slaapt (jij ?
Zijl gij in orde ?
Zijt (jij naar aio zin gemagnetiseerd ?
Moeten wij u lang laten sla pen?
Wilt gij waklcer gemaakt worden ?
IFanneer moeten wij u wakker maken?
1(3
Zijl gij vermoeid?
Zult qij opnieuw in slaap (jehracU willen worden ?
Denkt gij, dat gij beter zult worden?
Kunt gij mij de juiste plaats van uw lijden aangeven ?
In de volgende zittingen moet de magnetische slaap natuurlijk veel sneller opgewekt worden, dewijl de patiënt er door de voorafgaande werkingen meerdere vatbaarheid voor gekregen heeft Gij zult hem meer besliste vragen kunnen doen over den oorsprong van zijne kwaal, over de oorzaken, welke haar in het leven geroepen hebben, over de middelen, welke aangewend moeten worden om ze te genezen. Uwe viagen zullen duidelijk moeten zijn en verscheidene malen in verschillenden vorm herhaald worden, zoo de zieke ze niet begrijpt. Het zou toch kunnen gebeuien, dat de patiënt voor het oogenblik door het een of ander afgetrokken was en uwe vragen niet goed begreep of zelfs niet hoorde.
Gij moet hem vragen, welk tijdstip hij het gunstigst acht om opnieuw gemagnetiseerd te worden ; wat gij hem bij zijn ontwaken moet voorschrijven; welke zaken gij voor hem geheim moet houden en welke gij hem moet mededeelen?
Bij zijn ontwaken moet gij u wachten hem te zeggen, dat hij gedurende de zitting gesproken heelt, en, zoo het mogelijk is, moet gij er voor hem zelfs een geheim van maken, dat hij de eigenschap bezit in magnetischen slaap gebracht te kunnen worden ; en uwe recepten moet gij hem geven, alsof zij van uzelven zijn. Er ontstaat toch eene groote vertrouwelijkheid tusschen den zieke en den magnetiseur, en het is zeldzaam, wanneer deze laatste den somnambule verboden heeft hem
17
bij zijn ontwaken te vragen naar de bijzonderheden van zijn magnetischen slaap, dat de zieke zieh over die bijzonderheden bekommert en wenscht ingelicht te worden omtrent hetgeen hij gesproken of gezegd heeft. l)eze gehoorzaamheid is onbewust, maar zij bestaat daarom niet minder, en wij zullen er latei-een treffend voorbeeld van aanhalen.
Wanneer de zieke gedurende den magnetischen slaap begint te spreken over zaken,, welke vreemd zijn aan zijne ziekte, moet men hem er bedaard af zoeken te brengen, niet op zijne opmerkingen antwoorden, en langzamerhand zal hij weder tot zichzelven komen en zich bij zijne kwaal bepalen. Gewicht te willen hechten aan de soms buitengewone proeven, welke hij van zijne helderziendheid kan geven, zou zijne ijdellieid gaande maken en er hem toe brengen, zich doorgaande met alles
O ; O
behalve zichzelven bezig te houden, wat men zorgvuldig moet vermijden : een aanmerkelijk deel van den magnetischen slaap zou zoodoende voor hem verloren gaan, en men moet dien toestand niet te lang laten duren.
Laat gedurende den slaap niemand in de kamer van den zieke komen. Daar de zedelijke gevoeligheid der somnambulen zeer groot is, bemerken zij terstond, dat hen een vreemdeling nadert, en hunne vermogens worden er merkbaar door gestoord, vooral wanneer, gelijk ik boven gezegd heb, de vreemde persoon zelf een magnetiseur van zekere klacht is.
In zijne Critische (/esckiedenis van het magnetisme, deel 1, hoofdstuk IV, zegt de beroemde Ãeleuzè het volgende: //Ziehier wat mij, toen ik nog niet meer dan leerling was en voor de eerste maal het somnambulisme opwekte, overkwam: ik noodigde een magnetiseur, een kweekeling van Mesnier, een, die
9
IS
veel kracht bezat, uit mij de middelen aan te wijzen um een somnanibnle te doen spreken. Hij kwam hem zien, hij raakte hem niet aan, en toch oefende hij zulk een invloed op hem uit, dat de loop van het somnambulisme geheel door hem in de war gebracht werd, en mijn jonge somnambule, die binnen weinige dagen zoo helderziend mogelijk zou geweest zijn, ophield zijne verschillende gaven te ontwikkelen en eensklaps die verkreeg van zich door woorden uit te drukken. Hij maakte volstrekt geen vorderingen meer.quot;
Wanneer uw somnambule, na verscheidene opklimmende zittingen, in staat blijkt te zijn helder en zonder inspanning op uwe vragen te antwoorden, geef u dan moeite hem den aard van zijne kwaal goed te doen beschrijven. Velen weigeren beslist te antwoorden, hetzij, omdat zij onverschillig zijn omtrent eene kwaal, waarvan zij den noodlotti-gen afloop voorzien, hetzij omdat zij ontsteld zijn door het magnetisch gezicht van den toestand, waarin hunne organen verkeeren. Gij moet dien tegenzin overwinnen en hen dwingen, door de volhardende werking van uwen wil, de antwoorden te geven, welke gij van hen wenscht te ontvangen. Daarna valt het u, met de hulp van een geneesheer, gemakkelijk den zieke de verlichting te bezorgen, waarmede het magnetische fluidum reeds begonnen is.
Gedurende den slaap moet gij den zieke aanraden, wat hij u zelf als heilzaam en nuttig voor zich zal aangeven. Zoo moet gij hem zekere spijzen, zekere dranken, zekere wandelingen, te sterke aandoeningen, den schouwburg, den dans, de lezing van zekere werken verbieden; gij moet hem daarentegen dat alles aanraden, wanneer hij u zelf ver-
19
zekert, dat hij er in het vervolg eene gelukkige uitwerking van zal hebben. Bij zijn ontwaken zal hij die voorschriften opvolgen, alsof hij uit eigene beweinno: handelde, en zonder te vermoeden, dat
O O 3
hij slechts uw wil gehoorzaamt, welks werking zich in hem doet gevoelen ten gevolge van de magnetische uitstroomingen, waarmede gij hem vervuld hebt.
Op die wijze slaagt men er in, zijn eigen wil, om zoo te zeggen, de plaats te doen innemen van dien van enkele uitmuntende somnambulen, die zelve hun magnetiseur verzoeken hun de eene of andere daad te verbieden of te bevelen, daar zij zeer goed weten, dat zij, wanneer zij ontwaakt zijn, onbewust, maar beslist en zonder het te vermoeden zullen gehoorzamen.
Zoó verzocht eene dame, die een afkeer van bloedzuigers had en voor wie die toch volstrekt noodig waren, haar magnetiseur er haar gedurende den magnetischen slaap zooveel te laten zetten, als de geneesheer voorgeschreven had, en haar te verbieden, wanneer zij ontwaakt zou zijn, naar hare voeten te zien. De bloedzuigers werden werkelijk gezet, en deze dame, zegt Deleuze, heeft nimmer vermoed, dat zij deze bewerking ondergaan had.
Vele somnambulen bezitten in den magnetischen slaap eene buitengewone vaardigheid en eene vol-komene gevoelloosheid. In dien toestand maakte eene dame zelve eene opening in haar linkerborst, waarin eene ophooping van kwade vochten was ontstaan, en verbond de wond tot die volkomen genezen was.
Eene vroedvrouw, die zeer vatbaar was voor den magnetischen slaap, heeft zelve Deleuze verzekerd, dat zij, wanneer zij eene lange en moeilijke
20
verlossing had te doen, zich vooraf door haar magnetiseur in slaap liet brengen, en in dien toestand met zulk eene vaste hand, kracht en vaardigheid werkte, dat zij zelve er zich over verbaasde, daar zij ze in wakenden toestand niet bezat.
Andere somnambnlen bezitten eene soort voorwetenschap, soms eene zonderlinge gave van waarzeggerij. Bij velen ontwikkelt de geest zich eensklaps, en, niettegenstaande zij van minderen stand zijn, drukken zij zich eensklaps in zuivere laai, met juiste woorden en buitengewone sierlijkheid uit. Eene somnambule, die door de Lausanne gemagnetiseerd werd, was herkomstig van Sint-Domingo en woonde sedert haar zesde jaar te Parijs. Toen deze vrouw veertig jaar oud was, wist zij volstrekt niets meer van de Kreoolsche taal. Gedurende den magnetischcn slaap herinnerde zij zich de geringste bijzonderheden van haren kinderlijken leeftijd, en drukte zij zich uitsluitend uit in de taal van de negerin, die haar had opgevoed.
Maar men moet zorgvuldig vermijden, den somnambule te gebruiken, om zich afleiding te bezorgen, en zich enkel door nieuwsgierigheid te laten
O ' O ^
leiden. Het kan niet genoeg herhaald worden: wanneer men door onbescheidene vragen over zaken, welke hemzelven geheel vreemd zijn, de ijdelheid van den somnambule opwekt, brengt men stoornis in zipie magnetische eigenschappen, bederft ze zelfs, of opent hem een weg, waarop men hem vervolgens zeer moeielijk kan leiden. Later, onder den invloed van een weinig nauwgezet, onbedreven en zwak magnetiseur, komt de patiënt er toe de afdwalingen van zijne verbeelding voor magnetische ingevingen te houden, en hij wordt een gewoon kwakzalver.
Alles moet bij het magnetisme op één enkel doel
21
gericht zijn, dat men nimmer uit het oog mag verliezen-. te trachten een ander verlichting te bezorgen, en zijn mogelijke best te doen om in hem een gedeelte van ons levensbeginsel op te hoopen, ten einde aan een krank orgaan het leven weder te geven en eene zwakheid te doen verdwijnen, welke daartoe slechts eene vermeerdering van kracht vraagt
O O
en het geven van een flinken stoot aan die vochten, welke den omloop van het bloed belemmeren. Daarvoor is noodig, behalve de gewone beoefening van het magnetisme, welke het, vermogen schenkt om het krachtig te doen werken in welke richting men ook wil, eene algeheele zelfverloochening, en de vurige begeerte zijn naaste tot zegen te zijn.
lien vaste en volhardende wil is, zooals wij boven reeds zeiden door het oordeel van den ridder de Barberiu aan te halen, dikwijls reeds voldoende om genezing te bewerken.
Ill, â Gebruikelijke manieren van magnetisecrcn. Zich in rapport stellen. Lange bestrijkingon. Gedeeltelijke bestiijkingen. Oncr-dwarsehc bestiijkingen. â Magnetische wrijvingen. Inblazingen.
Wij gaan nu zoo duidelijk mogelijk de gebruikelijke manieren van magnetiseeren beschrijven, met name die, welke door Mesmer, de drie Chnslcnet s de Puysetjur, Dcleuze, Tissard, Doppet, Thouret, fillers, lioullier, Du .Polei, La fond, Ricard, Figeaire, Gauthier, enz. aanbevolen worden.
Vóór alles moet de zieke vertrouwen in u stellen en moet gij de stellige bedoeling hebben hem te genezen. Te dien einde spreekt gij met den persoon, die uwe hulp komt inroepen, en vraagt hem, of hij geneigd is zich aan de proeven te onderwerpen, in weerwil van de geringe uitwerking, welke zij oogenblikkelijk zouden kunnen hebben. Gij beveelt hem aan, zich door geen enkel vreemd vooroordeel te laten afleiden, zich door niemand te laten in-fluenceeren, en tot het einde de magnetische kuur, welke gij begint, te volgen. Gij moet zorgen, dadelijk alles te verwijderen, wat den zieke zou kunnen hinderen. Zoo het eene vrouw is, moeten uwe houding, uwe taal haar het volste vertrouwen inboezemen, en tenzij haar leeftijd deze voorzorg volstrekt overbodig maakt, moet gij haar niet magne-
23
tiseeren, dan in tegenwoordigheid van een lid harer familie of van een vriend, in wien zij hot volste vertrouwen stelt. Gij moet den patiënt laten beloven, dat hij zich door niets zal laten afbrengen van de nauwgezetheid, welke hij u zal beloven, geen enkele zitting over te slaan, stipt uwe raadgevingen op te volgen, en ten slotte met niemand over zijn plan te spreken, dan met hen, die het recht hebben er van ingelicht ie zijn en er zich tegen zouden kunnen verzetten.
De gronden voor dezen laatsten wenk laten zich gemakkelijk begrijpen.
Zoo gij u genoodzaakt ziet u bij de zittingen door een of meerdere personen te laten bijstaan â wat trouwens zoo min mogelijk moet geschieden, en dan slechts door één zoo het kan â druk hun dan wel op het hart, dat zij zich met uwe bewerking niet bemoeien, dat zij niet spreken, dat zij zich met den patiënt niet inlaten, dan in de gedachten en met den wensch, dat het magnetisme hem verlichting van zijn lijden schenke. Op deze wijze zullen de getuigen zeiven in betrekking zijn met u en den patiënt, en zal de bewerking, in plaats van er schade door te lijden, ei juist krachtiger door worden.
Gij laat vervolgens den patiënt vóór u plaats nemen, en gaat zelf zoo dicht bij hem zitten, dat zijne knieën zich tusschen de uwe bevinden, en zijne voeten tegen de uwe staan. Verzoek hem vertrouwen in u te stellen en zich over te geven, zich niet te laten afleiden door de emoties of de indrukken, welke hij mocht ondervinden ; te gelooven, dat hij kan genezen worden en zich zelfs volkomen zeker van den goeden uitslag te achten; niet ongeduldig te worden en zich niet te verbazen, zoo hij
staande de behandeling niefs bijzonders gevoelt: de invloed van het magnetisme wordt dikwijls eerst na eene behandeling van een of twee maanden gevoeld.
Neem de duimen van den zieke, en wel zóó, dat de binnenkant van de zijne tegen dien van de uwe ruste. Daartoe neemt gij den duim van den patiënt tusschen uwen duim en wijsvinger.
Na eenige minuten in deze houding gezeten te hebben, terwijl gij uwe oogen strak op den zieke gevestigd houdt, laat gij, zoodra gij in de handen eenige warmte begint te gevoelen, wat aanduidt, dat uw Huidum in beweging is en zich in uwe handen ophoopt, die van den patiënt los en trekt de uwe, de palm naar buiten keerende en de armen openende, langzaam terug.
Gij heft ze langzaam omhoog boven het hoofd, zonder dit aan te raken en legt ze op de schouders van den zieke, waarop gij ze een of twee minuten laat rusten.
Vervolgens laat gij ze, de kleeren nauwelijks aanrakende, langzaam langs de armen tot de toppen der vingers zakken, en laat ze daar niet langer dan een paar seconden, üeze handeling is wat men noemt eene bestrijking, eene uitdrukking, waarvan men zich zeer dikwijls bedient bij het magnetisme.
Eene hesfrijlcinj is derhalve iedere beweging der handen, welke ten doel heeft het magnetische flui-dum over een deel van het lichaam te verdeelen of het er in op te hoopen.
Gij herhaalt deze bestrijkingen, altijd langzaam, zes of zeven maal. De vierde evenwel kan iets sneller gedaan worden, en zóó vervolgens de andere. Zoo gij den patiëmt reeds kent, en hij verscheidene malen aan uwen magnetischen invloed onder-
25
worpen is geweest, kunt gij de hestrijkingen met nicer snelheid uitvoeren.
Wanneer gij die over de armen volbracht hebt, plaatst gij uwe handen boven het hoofd van den patiënt, niet de duimen en de vingers naar hel hootd gekeerd, en houdt die daar zoo lang als gij zonder vermoeienis kunt. (ïij laat de handen vervolgens zakken tot vóór dc maag, terwijl gij de vingers altijd naar het gelaat en het lichaam gekeerd houdt, zonder dit aan te raken. Gij laat uwe handen gedurende eenige minuten in deze houding, en gij kunt zelfs, wanneer gij de duimen op het maagkuiltje gericht houdt, de andere vingers naar de onderste ribben laten zakken, alsof gij met uwe beide handen het lichaam van den zieke wildet vatten.
(iij herhaalt dezelfde bewerkingen, beginnende van de maag en de handen langzaam latende zakken tot de knieën en ze niet of nauwelijks aanrakende; vervolgens laat gij uwe handen zakken tot de voeten, waar gij ze zoo lang mogelijk laat, en gij gaat met deze laatste strijkingen zoo lang voort, als gij het zonder vermoeienis doen kunt.
(jij begint vervolgens uwe strijkingen aan de schouders, en gij zet ze onmiddellijk voort tot aan de voeten.
Zorg er vooral voor, dat gij, iederen keer, dat gij uwe handen opheft om de bestrijking weder aan het bovengedeelte van het lichaam te beginnen, dc handpalmen naar buiten keert, opdat het fluidum, waarmede de handen vooral bij de palmen beladen zijn, niet overga op den zieke, en opstijgende den loop neutraliseere van dal, wat gij door uwe bestrijkingen in zijn lichaam ophoopt van boven naar beneden. Op deze zaak moet zeer stipt gelet worden, en ziehier waarom:
Het fluidum, dat van de handen van den magnetiseur afstroomt, dringt door in de organen van den patiënt, vereenigt zich niet zijn eigen fluidum en doet, geleid door de handen van den operateur, een stroom naar het onderdeel van het lichaam ontstaan, welke den bloedsomloop versnelt en de vreemde vochten, de beginselen van ziekten, dwingt, deze richting te volgen. Zoo de operateur zijne handen, wanneer hij die weder naar boven brengt, dicht bij het lichaam van den patiënt hield, en wel zóó dat het fluidum er zich in tegenovergestelde richting in ophoopte, zou de door de eerste bestrijkingen opgewekte stroom gestaakt worden en geen de minste uitwerking hebben.
Eene zitting kan een half uur of een uur duren, al naar dat de patiënt meer of minder gemakkelijk onder den invloed van het magnetisme komt. Dikwijls duurt zij zelfs drie uren.
Zoo gij wilt eindigen, maakt gij doorloopencle bestrijkingen, dat wil zeggen, bestrijkingen, welke gij begint bij het hoofd, om te eindigen bij de voeten. Deze bestrijkingen dienen om het hoofd volkomen vrij te maken van het fluidum, dat er zich in te groote hoeveelheden kan opgehoopt hebben: daarop doet gij eenige (jcdecUelijke bestrijkingen van de knieën tot de voeten, en eindelijk doet gij enkele dwarsche bestrijkingen voor het gelaat, om de overmaat van fluidum weg te nemen.
Ziehier, op welke wijze de laatste bestrijkingen gedaan worden: de magnetiseur houdt de handen, met de duimen en vingers vooruit gekeerd, naast elkander vóór het gelaat van den patiënt; vervolgens verwijdert hij ze driftig van elkander door de armen te openen; hij schudt zijne vingers, om het fluidum, dat aldus is opgewekt, te verwijderen, brengt de
27
handen op zijne borst weder tot elkander, en richt ze daarna opnieuw naar het gelaat van den zieke.
Het is goed van tijd tot tijd de bestrijkingen niet alleen aan de schouders, maar zelfs achter op den rug, en wel zoo laag mogelijk te beginnen. Daartoe nadert de magnetiseur, wanneer hij, gelijk wij gezegd hebben, vóór den zieke staat, dezen, legt zijne handen achter de schouders, op de schouderbladen, brengt ze vervolgens naar boven, en laat ze daarna zooals gewoonlijk langs de armen zakken.
Dikwijls past men, om krachtdadiger op den zieke in te werken, wanneer er reeds talrijke bestrijkingen zijn gedaan en de invloed van het fluidum zich doet gevoelen, wat men noemt maynet/ische wrijvingen, toe. Dat zijn bestrijkingen, waarbij men met de toppen der vingers of zelfs met de handpalmen de ledematen aanraakt. Op deze manier heeft de mededeeling van het fluidum oneindig veel krachtiger plaats.
Eindelijk is het gebruikelijk, dat men aan het einde der zittingen, om het fluidum over het gan-sche lichaam van den zieke gelijkmatig te verdoelen en het overvloedige te doen wegvloeien, zich overeind naast hem plaatst en wel zóó, dat de borst van den magnetiseur omstreeks dertiür centimeters
O
van de ziide van den zieke verwijderd is, en dat, wanneer hij de armen uitstrekt, de eene arm zich vóór en de ander zich achter den zieke bevindt. Men doet dan opnieuw doorloopende besirjkingen van het hoofd tot de voeten.
Zoodra het fluidum van den magnetiseur begint te werken, ervaart de patiënt een aangenaam gevoel, dat hij in het begin der zitting niet waarnam, en de magnetiseur zelf ontvangt een indruk, waardoor hij bemerkt, dat de patiënt in rapport mei hem is. Bij de volgende zittingen ontstaat het rapportsnel.
28
terstond na ile eerste bestrijkingen, of zoodra de duimen van den magnetiseur in aanraking zijn gekomen met die van den patiënt.
Dikwijls plaatst de magnetiseur, om het rapport kraehtiger te doen zijn, zijne tien vingers tegen die van den zieke, en wel zóó dat de vleezige deelen der toppen elkander raken. Zoodra er eene hoogere warmte, dan de gewone, wordt gevoelt!, begint de operateur de bestrijkingen.
De do or looiende hestr ij kingen dienen, om het flui-dum van den patiënt in beweging en in aanraking met dat van den magnetiseur te brengen; om aan den zieke eene algemeene verlichting te bezorgen. Daarna moet het fluidum op het lijdende deel werken, en ziehier, hoe men daartoe handelt:
De magnetiseur brengt zijne handen, in de door ons aanu'eüreven houding, vóór dat deel van het
O O O7
lichaam, en laat ze vervolgens langzaam tot het uiteinde óf van de armen, óf van de beenen zakken; dit zijn gedeeltelijke hestrijkinyen.
Zoo maakt men, wanneer de patiënt over pijn in het hoofd, schele hoofdpijn, zenuwpijn, kiespijn klaagt, doorloopende bestrijkingen, welke aan het hoofd beginnen, om aan de voeten te eindigen. Op die manier ontlast men het hoofd, leidt de oorzaak van de pijn af naar de voeten en herstelt het evenwicht in het zenuw- en spierstelsel.
Zoo de pijn in de dij zetelt, past men gedeeltelijke bestrijkingen toe, welke aan dit lichaamsdeel begonnen worden, om aan de voeten te eindigen. De pijn wordt minder, verplaatst zich, volgt den loop door de bestrijkingen bepaald, en komt ten slotte aan het uiteinde der voeten, waar zij eene warme vochtigheid teweegbrengt en verdwijnt.
Op dezelfde manier leiden de gedeeltelijke bestrij-
2!J
kingen de pijn, wanneer zij in den schouder zetelt, naar liet uiteinde der hnnd en eindelijk buiten het lichaam.
Dus is de algemeene re^el: richt terstond eene
o _o
groote hoeveelheid magnetisch fluidum oj) het zieke deel, doe vervolgens, wanneer het fluidum er zich opgehoopt en op de weefsels en vochten gewerkt heeft, bestrijkingen, om het naar de onderste deelen en naar buiten te leiden. 15ij zijn tocht zal het de oorzaak van het lijden niet zich voeren. Dikwijls ontvangt een zieke verlichting na twee of drie zittingen. Sums is hij na afloop van eene zitting volkomen genezen, zooals men uit de voorbeelden zien zal, welke wij aan het einde van dit werkje bij zullen brengen.
Er bestaan nog tal van manieren, om het magnetische fluidum op de door ziekte aangetaste lichaams-deelen op te hoopen. Dc Heer Kluge, professor aan de geneeskundige school te Berlijn, heeft ze nauwkeurig verklaard in zijn werk: Over hel dierlijk maynetisnie als geneesmiddel. Eene der krachtigste, welke zeer dikwijls wordt toegepast, bestaat hierin, dat men op het zieke deel een verscheidene malen dubbel gevouwen stuk linnen legt, vervolgens den mond tegen dit linnen drukt en er met kracht den adem doorheen doet gaan. De adem prikkelt sterk de weefsels door zijne warmte, deelt dezen eene grootere vatbaarheid mede om het magnetisch fluidum, waarmede hij vervuld is, te assimileeren, en het fluidum hoopt zich alsdan niet alleen op de oppervlakte van liet orgaan, maar ook inwendig in aanmerkelijke hoeveelheid op. Men doet vervolgens gedeeltelijke bestrijkingen, en met het overmatig fluidum heft men de oorzaak van het lijden op.
Be inhlnzhuj op een afstand, zonder er linnen tusschen te plaatsen, deelt ook zeer goed het fluidum mede, en wordt zeer dikwijls toegepast.
IV. Uitwerkselen van liet Magnetisme. Vcreischtcn van liet Magnetisme. Gemagnetiseerd water en zijne aanwendingen. Omzichtigheid in acht te nemen bij de magnetiseering uit het oogpunt der zedelijkheid. Overoude oorsprong van hot Magnetisme; keizer Vespasian//s, magnetiseur. Enkele genezingen door het magnetisme. â
Het Magnetisme werkt niet op alle zieken met dezelfde intensiteit. De snelheid van zijne werking is zeer verschillend, en verscheidene patiënten blijven er zich voortdurend tegen verzetten. Eenigen voelen haar na afloop van enkele minuten; anderen onmiddellijk; anderen ten slotte ondervinden ze eerst na talrijke en lange zittingen. Maar zoodra het rapport tusschen den patiënt en den magnetiseur bestaat, werkt het fluidum geregeld en snel.
Wanneer de gemagnetiseerde in rapport is, voelt hij eene zekere warmte in het gezicht, als de vingers van den magnetiseur het naderen. Hij ervaart deze aandoening van warmte ook in de lichaamsdeelen, waarlangs de magnetiseur zijne bestrijking doet, ofschoon hij op een afstand en niet door magnetische wrijvingen werkt. Het is hem alsof er lauw water over zijn lichaam loopt in de richting, waarin zich de handen van den operateur bewegen. Zijne ledematen worden stijf, en hij voelt dikwijls vrij levendige pijnen in de door ziekte aangetaste deelen : dit is een bewijs, dat er daar eene ophooping van Hui-
31
duin bestaat, cn dat de natuur worstelt om zich van het kwaad te ontdoen. Door gedeeltelijke be-strijkingen houdt de pijn op, ol' verplaatst zich en verdwijnt.
Zeer dikwijls ervaart de gemagnetiseerde eene groote verdooving: zijne oogen sluiten zich en zijne oogleden worden zoo zwaar, dat hij ze niet weder kan openen. In dezen toestand wordt hij door den slaap bevangen en slaapt somtijds in. Hij geniet eene volmaakte kalmte, en gevoelt zich, wanneer hij wakker wordt, bijna altijd volkomen verlicht. Eij het ontwaken gebeurt het meestal, dat de pijnen, welke door den stroom van het magnetische flui-dum naar buiten zijn gevoerd, verdwenen zijn.
Somtijds is de slaap, waarvan hier sprake is, magnetisch. De zieke komt dan in den toestand van SGMNAMBUiifSME. Deze slaap heeft eene uiterst herstellende kracht: zoolang hij duurt werkt de natuur uit zichzelve: de zieke wordt helderziende, ziet zijn kwaal, beschrijft die, en geeft de beste wijze van behandeling aan. Deze slaap is dikwijls voldoende om den zieke, na eene of twee zittingen, volkomen te genezen.
Men moet er zich zorgvuldig voor wachten een persoon, die in magnetischen slaap is, plotseling wakker te maken. Zulk een plotseling wakker worden kan de ernstigste stoornissen ten gevolge hebben, en veroorzaakt altijd veel pijn aan den patiënt. Er zijn tal van voorbeelden bekend van somnam-bulen, die, plotseling en zonder voorzorgsmaatregelen wakker gemaakt, eensklaps en voor altijd de eigenschap, welke zij bezaten, verloren hebben. Anderen hebben eensklaps stuipen gekregen.
Om den patiënt, dien gij in magnetischen slaap gebracht hebt, weder wakker te maken, moet men
eerst gedeeltelijke strijkingen vtin de schouders naar de knieën doen, om het hoofd vrij te maken, en vervolgens van de knieën naar de voeten, om het fiuidum te doen wegvloeien. Men verspreidt zoo het fluidum door het geheele lichaam, en kan het daarop zeer gemakkelijk door de uiteinden vei wij deren. Men doet vervolgens dwarscle hestrij-Idngen vóór het gelaat, vóór de oogen, en beveelt daarna den patiënt wakker te worden. Zoo het Somnambulisme niet geheel en al mocht opgehouden hebben, moet men dezelfde bewerkingen herhalen, maar daarbij vooral niet verzuimen het hoofd zooveel mogelijk vrij te maken, alvorens men vóór het gezicht en de oogen de dwarsche strijkingen doet.
De magnetiseur werkt niet alleen onmiddellijk door zichzelven, dat wil zeggen door ojüegying der handen, maar zijn fluidum kan ook later werken, wanneer het vooruit opgehoopt is op vreemde voorwerpen. llij bezit daarin krachtige hulpmiddelen om de behandeling, door hem begonnen, voort te zetten.
Zoo worden waier, wol, (jlas, hout, bloemen, hoo-men enz. enz. zeer gemakkelijk met magnetisch fluïdum geladen, en kunnen bij de aangevangen behandeling eene krachtige hulp verleenen.
Gemagnetiseerd water is de sterkste magnetische werkkracht, welke bekend is, want inwendig ge-biuikt brengt het het fluidum in alle deelen van het lichaam, dat er dan inniger al den weldoenden invloed van ondervindt. Vele ziekten zijn alleen met gemagnetiseerd water behandeld cn er door genezen geworden.
Men kan de afkooksels, bouillons enz., welke de zieke gebruikt, evenzeer met magnetisch fluidum verzadigen.
33
O ui het een of ander vocht te magnetiseeren, plaatst men de flesch, waarin het is, vóór zich op de knieën of op eene tafel. Men legt de handen, met de vingers naar de Hesch gekeerd, aan de opening en doet langzaam met de beide handen bestrijkingen van boven naar beneden. Deze bewerking wordt zoo lang mogelijk herhaald. Enkele magnetiseurs passen ook de volgende manier toe, welke het vocht snel verzadigt: zij blazen lucht in den mond van de llesch en doen te gelijk bestrijkingen op deze. Om een glas water te magnetiseeren, houdt men het met de eene hand bij den voet vast en doet bestrijkingen met de andere.
Zoo ongeveer eene minuut is voldoende om een glas water sterk te magnetiseeren, en twee of drie minuten om een karaf van gewone grootte te magnetiseeren.
Dokter Roullier heeft een zieke genezen door hem Kemasnetiseerd water te laten drinken ; dit
O O
water had bij hem dezelfde uitwerking als eene purgatie. Deleuze heeft hetzelfde resultaat verkregen. Hij slaagde er binnen veertien dagen in door dit middel een zieke te genezen, die gedurende meer dan zeven jaren hevige pijnen in maag cn ingewanden leed. Baden van ^ematnietiseerd water
o O O
hebben dikwijls de heilzaamste uitwerking gehad. Bij wassingen gebruikt, heeft dit vocht ook veel werkende kracht.
liet water behoudt de magnetische kracht, ver-seheidene dagen, maar het is voorzichtiger het om de twee dagen met fluidum te verzadigen, aangezien de bewerking, zooals wij gezien hebben, slechts zeer weinig tijd vordert.
Wij willen u niet ophouden met de beschrijving van de wijze, waarop andere voorwerpen, welke bij
O O
do toepassing van liet magnetisme ook veel in gebruik zijn, zooals glazen platen, ringen, bakjes, boomen, enz. enz., gemagnetiseerd worden. Wij zullen ons bepalen tot het maken van enkele opmerkingen omtrent de aanwending van het magnetisme in zekere bijzondere omstandigheden, dat de goede zeden, of voor hel minst de eerbaarheid gekwetst zouden kunnen worden, wat vooral zeer zorgvuldig moet vermeden worden.
Wij hebben reeds gezegd, dat eene vrouw, zoo immer mogelijk, door eene andere vrouw moet gemagnetiseerd worden. Men begrijpt de reden waarom. Zoo echter de omstandigheden een man dringen de magnetische bewerking op eene vrouw toe te passen, zou het hoogst onwelvoegelijk zijn met haar te handelen, zooals wij het boven beschreven hebben, dat wil zeggen haar tegenover zich te laten plaats nemen, met de knieën tusschen die van den magnetiseur.
Men moet zich in dat geval op zijde van dc zieke plaatsen, hare duimen vatten, en vervolgens, gelijk werd aangeduid, doorloopende bestrijkingen en gedeeltelijke bestrijkingen doen, zonder haar aan te raken en vooral zonder magnetische wrijvingen, â tenzij deze gebiedend noo-dig zijn.
Eene met de zieke bevriende persoon, die ook in denkwijze met haar overeenstemt, moet bij de handeling tegenwoordig zijn. Het zal zeker overbodig zijn op te merken, dat die persoon niet tegen de magnetische behandeling gekant is, en dat zij, bijv., niet al haar best gedaan heeft, om de zieke van haar plan, zich te laten magnetiseeren, af te brengen: wij hebben reeds duidelijk gemaakt, dat de tegenwoordigheid van eene persoon, die
iets dergelijks beoogt, op de behandeling een hoogst nadeeliuren invloed zou uitoefenen.
Zoo de zieke te bed ligt, moet men hare duimen vatten, vervolgens, na een kort tijdsverloop ten einde hel rapport ie doen ontstaan, met ééne hand de borst magnetiseeren, terwijl de andere met den rug in aanraking is. Daarop moet men iederen arm afzonderlijk magnetiseeren, en eindelijk, zonder de zieke te ontblooten, gedeeltelijke bestrijkingen, op een afstand boven de dekens, van het hoofd tot de voeten doen. Zoo het noodig mocht zijn hetfluidurn op eene plaats op te hoopen, welke vooral pijnlijk is, moet men de meest mogelijke voorzorg, welke de welvoegelijkheid voorschrijft, in acht nemen, ten einde de kieschheid der patiënte niet te kwetsen, en zoo den goeden uitslag van de bewerking te verzekeren.
Eindigen wij dit werkje met eenige voorbeelden van den buitengewonen invloed van het magnetisch fluidum in zeer verschillende ziektegevallen.
Vooraf zij verklaard, dat Mesmer het magnetisme noch uitgevonden, noch ontdekt heeft. Dit fluidum was sinds de vroegste tijden bekend, en de priesters van Isis en Osiris maakten er een ruim gebruik van.
Keizer Vespasianus bezat de magnetische kracht in hooge mate, en zijne onderdanen kenden deze eigenschap van hem. Een Romeinsch schrijver, Tacitus, een senator, die zeker niet van te groote licht-geloovigheid kan beschuldigd worden, verhaalt in het vierde boek van zijn Geschiedenis het volgende feit:
Op zekeren dag, dat Vespasianus zich te Alexan-drië bevond, naderden hem twee mannen, die hem verzochten, hen aan te raken, daar zij zich overtuigd
36
hielden, dai deze aanraking de genezing van hunne lichaamsgebreken ten gevolge zou hebben. De een had een lamme hand, en de andere was tennaastenbij blind. De keizer liet onmiddellijk geneeóheeren komen en vroeg hun, ot' de gebreken, waaraan die mannen leden, van dien aard waren, dat zij genezen konden worden. De geneesheeren antwoordden, na een onderzoek te hebben ingesteld, dat de een het gezicht en de ander het gebruik van zijne hand terug kon erlangen, zoo zij aan den inoloedvan ectie (jroote cn hcilzanie kracht blootgesteld werden (').
Onmiddellijk legde Vespasianus de handen op deze beide mannen, en de genezing had plaats ten aanschouwe van eene talrijke menigte. Tacitus vernam dit verhaal van tal van personen, die getuigen waren van deze buitengewone quot;fencziiiLC.
O O O
Uit het geheel der feiten volgt, dat het denkbeeld van toonder den keizer ticheel vreemd was, want
O 1
zoo hij gemeend had iets, wat het ook zij, aan den natuurlijken loop der dingen te kunnen veranderen, zou hij, alvorens zijne macht uit te oefenen, niet eerst het gevoelen der geneesheeren gevraagd heb» ben. Aan den anderen kant zou hij, zoo hij geen vertrouwen had gesteld in zijne magnetische kracht, welke zeker reeds door zeer talrijke voorbeelden gebleken was, zich, waar hij poogde deze twee on-gelukkigen te genezen, ten aanschouwe der menigte niet aan eene mislukking: blootgesteld hebben.
O O
De volgende feiten worden medegedeeld door Deleaze in zijn Instruction pratique sur le Matjac-
1
linie nou exesam vim lumiiiis, et rediturain si pellerentui' obstan-tia, illi clapsos in pravum artus, si salubris vis adhlbealiir, posse iutcgrarl. (Tac. Hist, lib, IVj.
/isme (ai!mal, en door Auhin Cau!hier in do Revue M ngnchque;
â Eciie vrouw van aclit én vijftig jaar had boven op liet hoofd een knobbel, welke, toen hij langzamerhand de grootte van een ei had gekregen, openging en eene groenaehtige, etterige en stinkende stof ontlastte, waarin van tijd tot tijd klonters bedorven bloed voorkwamen. Weldra begon het schedelbeen af te schilferen; er ontstond een gat, en de gencesheeren oordeelden het ongeneeslijk. De zieke verkeerde sinds vijf jaren in dien toestand; zij leed voortdurend, kon niet slapen en wenschte niets liever, dan te sterven, toen de ridder Brice, aardrijkskundig-ingenieur, die bij de posterijen werkzaam was, haar door het magnetisme wilde behandelen, waarvan zij trouwens niet de minste verwachting had. Al dadelijk matigde hij de hevigheid der pijnen en deed haar weder slapen; in weerwil van den afkeer, welken deze afgrijselijke ziekte hem moest inboezemen, in weerwil van de vermoeienis, welke het hem veroorzaakte, had hij den moed om voort te gaan en, na vier maanden van onafgebrokene verpleging, het geluk te slagen. Toen de behandeling was at-geloopen, magnetiseerde hij haar nog gedurende verscheidene maanden eenmaal per week.
Dit feit is te opmerkelijker, omdat er noch somnambulisme, noch eenig verschijnsel, dat de nieuwsgierigheid kon gaande maken, bij te pas kwam. Deze vrouw heeft voortdurend gemagnetiseerd water en nooit eenig geneesmiddel gebruikt.
â Eene vrouw, die sedert zes jaren eene zweer aan het been had, is in vijf en dertig zittingen genezen geworden.
38
â Een man van vijf cn zeventig jaren, die vreesde, dat men hem het been zou afzetten wegens een zweer, welke zoo groot was als eene hand cn welke dagelijks grooter werd, werd in drie maanden ge-nezen.
â Een man had sinds twee jaren eene diepe wonde aan het heen, waarin men pluksel stopte. In weinige dagen is die wond geheeld geworden.
-â Een jongmensch van twintig jaar was krankzinnig geworden, zoodat men zicli genoodzaakt had gezien hem in een krankzinnigengesticht te plaatsen. Zijne familie wendde zich tot een man, die in de hoogste mate al de eigenschappen bezat, welke den goeden magnetiseur vormen. Hij gaat den zieke bezoeken, en na gedurende drie dagen herhaalde proeven genomen te hebben gelukte het hem zich in rapport te stellen, te maken dat zijne tegenwoordigheid verlangd werd, en de aanvallen geheel te bedaren. Jn veertien dagen was hij volkomen genezen.
â P. Geritz, geneesheer en professor aan het Instituut Gcoryicon te Keszthely, werd, te Pesth zijnde, geraadpleegd over een meisje van acht a negen jaar, wier eene oog, ten gevolge van de pokken, geheel bedekt was met eene zoo dikke vlek, dat het quot;eheel ongevoelig was voor het licht. Daar de geneesheeren dit kind opgegeven hadden, besloot hij het magnetisme op haar toe te passen. Gedurende twee maanden bleek de behandeling volkomen onmachtig; de derde maand begon de vlek dunner te worden, en de volgende maand was de genezing volkomen.
â Een meisje van achttien maanden had een
39
strontje op het oog, dat haar veel pijn veroorzaakte. Haar vader neemt haar op zijne knieën, magnetiseert haar door haar de handen op het hoofd te leggen, en liet kind valt terstond in slaap. Een uur daarna werd het weder wakker: het strontje was verdwenen.
â Eene dame van Chalons-sur-Marne had een kind van tien jaar, welks ingewanden zoo verzwakt waren, dat het zich eiken nacht bevuilde. Men had al de middelen aangewend, welke gewoonlijk gebruikt worden om dergelijke ongesteldheid te genezen. Eindelijk besluit de moeder het te laten mag-netiseeren. l)e eerste maal had het magnetisme eene buitengewone ontlasting ten gevolge; de tweede maal had er nog iets dergelijks plaats; maar den derden dag was het kind genezen. Men zette de behandeling nog eenige dagen voort, zonder dat het eenigen indruk ondervond, en sedert heelt zich niet het geringste verschijnsel zijner ongesteldheid meer opgedaan.
â Een zeer bekwaam geneesheer beproefde, na zonder vrucht eene jonge dame behandeld te hebben, die eene aanmerkelijke kromming van de wervelkolom had, haar te laten magnetiseeren. li ij stond zeer verbaasd, toen hij zag, dat, na verloop van eenige maanden, de ruggegraat geheel hersteld was.
â Een meisje van twaalf jaar had de Engelsche ziekte. De lendenwervels vormden eene belangrijke afwijking. Ken achtenswaardig geestelijke raadde hare moeder het te laten magnetiseeren en belastte zich met de behandeling. Binnen veertien dagen
40
namen de wervelbeenderen weder de ricliting aan, welke zij moesten hebben.
â L'e Corbeil was liet eene been van een jonquot;' meisje tien centimeter korter dan het andere, terwijl aan de heup zich een knobbel had gevormd ter grootte van een vuist. Na eene behandeling van zes weken was de knobbel de helft kleiner en het been vijf centimeter langer geworden, terwijl zij te gelijkertijd in krachten was vooruitgegaan.
â Eene nog jeugdige dame was zeer lijdende, doordien het bloed sinds verscheidene jaren had opgehouden zijnen natuurlijken loop te nemen. Zij had zonder vrucht geneesmiddelen gebruikt, welke haar somnambulen hadden voorgeschreven, en zij had zich door verscheidene personen laten magnetiseeren.
Een krachtiger magnetiseur, die bij haar ontboden was, verkreeg in één uur de crisis, welke men tot hiertoe vruchteloos in het leven had zoeken te roepen, en welke noodig was voor het herstel harer gezondheid.
â Mej. Maria (ïAlhanel, zeventien jaar oud, leed verscheidene jaren aan gewrichtsziekte in den rechtervoet. De kwaal nam zoodanig toe, dat het noodig geoordeeld werd het been af te zetten. Men besloot daarbij het magnetisme toe te passen, en het proces-verbaal der operatie werd opgemaakt te Cherbourg den 2'lequot; October 1845 door de HU. Durand, magnetiseur, Loysel en Gibbon, doktoren.
Op den bepaalden dag, 's morgens elf uur, werd Mej. d'Albanel door den IJeer Durand in minder dan drie minuten in slaap gebracht, en vervolgens op eene tafel gelegd. Men begon onmiddellijk in
hare tesenwoordiiJrlieid de noodi^e toebereidselen
o o o
te maken, en toen de lieer Du rund de zekerheid verkregen had, dat zij volkomen ongevoelig was, verklaarde hij aan de doktoren Loysel en Gibbon, dat zij gerust met de operatie konden beginnen.
Daarop maakte dokter Loysel, te midden van een plechtig stilzwijgen en terwijl al de omstanders opmerkzaam en uitvorsehend de oogen op het kalme gelaat der zieke gevestigd hielden, met het mes eene diepe, cirkelvormige snede in hetvleesch, waardoor het grootste gedeelte van het scheenbeen en kuitbeen bloot kwamen te liggen. Het bloed stroomde overvloedig. De huid werd aan beide kanten van de wond ingesneden en losgemaakt, het beenvlies doorgesneden, de beenderen ontleed en afgezaagd; het afbinden der slagaderen, het schoonwasschen en het sluiten van de wond, het aanleggen van het verband en het pluksel, dit alles geschiedde zonder dat de zieke het geringste teeken van pijn gaf.
Haar gelaat bleef voortdurend kalm en rustig.
Hare handen werden vrij gelaten, en zij sprak verscheidene malen met een glimlach op het gelaat met haar magnetiseur, zelfs op de oogenblikken, welke gewoonlijk de pijnlijkste van de operatie zijn, welke, het verbinden er bij gerekend, langer dan een half uur duurde. De gevoelloosheid was volkomen, en de pols onderging, en wat kracht èn wat het aantal slagen betreft, geen noemenswaardige verandering.
Terstond na den afloop werd Mej. Albanel op haar bed gebracht en liet men haar een oogenblik rustig liggen. Na verloop van een kwartier werd zij wakker gemaakt. Zij opende' eensklaps de oogen, glimlachte tegen de personen, die om haar stonden.
42
en Weef zóu lanyer dan tien minuten liggen, zonder te bemerken wat er had plaats gehad en zonder de geringste pijn te gevoelen. Vervolgens zeide zij eindelijk, zonder eene al te sterke ontroering te openharen; //Al), ik zie dat het is gebeurd! hoe gelukkig! ... O, ik dank u, ik dank u, heeren ! . . .quot; De zieke bleef het overige van den dair rustig,
O O O'
en sliep kalm een groot gedeelte van den nacht. En zóó bleef het de volgende dagen. Den I3ae11
O O
October, dat is te zeggen elf dagen na de operatie, verliet zij hare kamer en maakte eene wandeling in den tuin, waar zij daartoe ruim twee uur bleef zitten.
Zij herstelde spoedig.
V. BESLUIT.
Laat ons ton slotlo metlcdeelon, wat Auhin Gantliier in zijn Traih' pralii/iie dn M/ujJirlinmc rl dn Sdinndiiibnlisnic zogt over don \vezerlijk«'n aard van het magnotismc:
//Vele menschen, die een patiënt in den toestand van somnambulisme hebben zien brengen, ineenen, dat dat magnetisme is; zij zien een uitwerksel en zij besluiten, dat de geheele kunst bestaat in het middel, waardoor het wordt voortgebracht. Indien dit zoo ware, zouden zij gelijk hebben; maar wat zij voor het wezenlijke der zaken gehouden hebben, was er inderdaad niet meer dan de oppervlakte van.quot;
Wanneer de magnetiseur de handen op een zieke legt, ontspringen er onmiddellijk uit zijn lichaam verscheidene stroomen van vloeibare stof, welke zich op den gemagnetiseerde richten. »/Men merkt,quot; zegt Mesmer, //bij de proefneming, het wegvloeien van eene stof, welke door hare ijlheid alle lichamen doordringtquot; ('). Dientengevolge begrijpt men, dat de magnetiseur niet alleen zijne moeite, zijn tijd, en de vrucht van zijne studie, maar ook een gedeelte van zijn eigen wezen geeft; hij verricht niet,
(1) l^e proposition de Mesmer.
44
zooals do geneesheer, eene gewone en zuivere geestelijke handeling, hij geeft zijne substantie.
Zonder overigens de magnetische werkingen der onvergelijkelijke genezingen, door Jezus Christus tot stand gebracht, ter sprake te willen brengen, herinner ik alleen, dat eene kranke vrouw, toen zij den zoom van zijn kleed had aangeraakt, zich eensklaps genezen gevoelde. Maar Jezus zeide terstond: IFic heeft mij aangernaht? En toen allen het ontkenden, en Petrus en die met hem waren zeiden : nj\1eesier, lt;te ach aren druk ken en dringen u, en gij zegt: wie heeft mij a'tngeraald?quot; antwoordde Jezus hun://7«?-mand heeft mij nangerankt; want ik heb bemerkt, dat er kracht van mij uitging.quot;
De magnetische kracht dus, welke in de hoogste 1 ... .
mate in -lezus woonde, is in geringere mate in alle
menschen aanwezig ; en iederen keer, dat de magnetiseur de handen oplegt, gaat er kracht van hem uit.
De magnetische behandeling pul dus hem, die ze toepast, dubbel uit: vooreerst vermoeien de herhaalde bewegingen, welke hij moet maken, zijne organen ; en verder verbruikt hij zijne levenskrachten ; hij heeft er dus het grootste belang bij ze te ontzien, en 'noe vurig hij ook moge wenschen zijnen naasten van dienst te zijn, of hoe groot ook zijne begeerte naar winst moge wezen, hij kan niet, verder gaan, dan zijne krachten reiken.
T WK EDE Al'DEELING.
HYPNOTISME EN SUGGESTIE.
HYPNOTISME EN SUGGESTIE.
!. Het My, nolisme of Braidisme. 13« fakirs, ilie np hun navel staren Hoe men het hypnotisme opwekt, llypnotisclie verschijnselen, zinsbegoocheling, enz. Therapeulische invloed van het hypnotisme. Mondelinge suggestie en innerlijke suggestie. Mechanisme van de innerlijke suggestie; innerlijk woord. Toekomst der hypnotische wetenschap.
Het Hypnotismk (van liet grieksche Sttw?, slaap) is cciic soort van kunstmatige slaap, van bijzonder somnambulisme, door de gewone middelen opgewekt, door het magnetisme, maar meer bijzonder gedetermineerd, zooals docter Braid dat liet eerst heeft bewezen, door het aanhoudend en volhardend staren op een schitterend voorwerp, dat zeer dicht vóór de oogen is geplaatst. Het is eene soort van kunstmatige waanzin. Vandaar de naam Braidisme, welken men terstond aan het hypnotisme heeft gegeven.
Deze zenuwslaap, opgewekt door een schitterend voorwerp, dat op eenigen afstand van de oogen wordt gehouden, en het is niet eens volstrekt noodzakelijk, dat het voorwerp schitterend zij, was sinds de vroegste tijden in Indiö bekend. De Hemic de I'Orient deelt hieromtrent zeer belangrijke bijzonderheden mede en herinnert feiten, welke
bekend zijti door do verhalen der reizigers, die deze veratgelegene landen bezocht en hunne be-vvuners en zekere secten, welke onder hen zeer in eere zijn, langen tijd bestudeerd hebben, ledereen heelt wel eens hooren spreken van die Fakirs, die gedurende een aanmerkelijken tijd in de zonderlingste houdingen blijven, een wezenlijk catalep-tischen toestand, zonder de ^erimjrste beweLcinü te
. O O O O
maken en toegerust met de volkomenste ongevoeligheid, nUeze Fakirs,quot; zeggen de reizigers, nstaren op de punt van hunnen neus, en slagen er zóó in hun eigen persoon in dien zonderlingen toestand van automatische strakheid te brengen. Andere secta-rissen, ombihcains ot ompit a lops/jch is ten genaamd, komen in een soortgelijken toestand van catalepsie (zinvang) door gedurende zeer langen tijd strak op hun navel te staren. Volgens de wijsgeerige begrippen van deze godsdienstige dwepers, is de navel liet edelste deel van het lichaam, omdat daardoor het kind met zijne moeder verbonden is, en dat, in gedachte opklimmende tot den oorsprong der men-schelijke geslachten, de navel van den eersten mensch het punt vertegenwoordigt, waardoor de menschheid aan de godheid verbonden is. Om deze reden houden de ombilicains hun blik up hun navel (ombilic) gevestigd, en komen zóó in een toestand van gevoelloosheid en extase, welke maakt, dat zij door het volk als heiligen beschouwd worden. Zoodanig is de loop der wetenschap en der wereld : gedurende cene reeks van eeuwen kennen de Indische priesters het middel, om door onbeioegeljkheid can den blik de gevoelloosheid voort te brengen, en in de XlXe eeuw ontdekken de Europeesche geleerden het op nieuw.quot;
Is het hier wederom niet de plaats, om het woord
49
van den koning Salomo te herhalen : NU novi sub sole? //Hetgeen, dat er geweest is,quot; zegt de wijze koning, //hetzelfde zal er zijn, en hetgeen, dat er gedaan //is, hetzelfde zal er gedaan worden, zoodat er niets //nieuws is onder de zon!quot; (').
Dat wij nu verklaren op welke manier men gewoonlijk liet hypnotisme of Eraidisme opwekt.
Neem een schitterend voorwerp, een bal van gepolijst metaal, een met facetten geslepen knop van eene karaf, ecu stuk zilver enz., en plaats dit voorwerp op 20 of 25 centimeters afstand van den patiënt, een weinig boven het voorhoofd. Noodig hem uit al zijne aandacht bij het voorwerp te bepalen, en zijne oogen in weerwil van de prikkeling, welke spoedig de bindvliczen zal aandoen, er niet van af te wenden.
De oogen zullen terstond een weinig gaan tranen; vervolgens zal zich na verloop van eenigen tijd de pupil samentrekken, om zich weldra weder te verwijden en nogmaals samen te trekken, evenals gedurende den slaap. Weldra zal deze ongevoelig geworden zijn voor het licht. De pols zal ongeregeld beginnen te kloppen; de ledematen zullen zich samentrekken en stijf worden, evenals bij catalepsie; de gedachten zullen verward worden ; er zal hoofdpijn, duizeling, zwaarte in het hoofd, meer of minder verlies van het bewustzijn ontstaan, en eindelijk zal het hypnotisme plaats hebben.
In dezen toestand schijnen de rede en het geheugen ingeslapen, de verbeelding is zeer overspannen, de wil is werkeloos of bijna; en zoo de persoon, die de bewerking verricht, een denkbeeld suggereert (opdringt) aan zijn patiënt, dat wil zeggen
(1) Prediker 1 : ü.
4
50
hem zegt dit of dat te gclooven omdat het werkelijk zoo is, hoe ongerijmd hot denkbeeld ook wezen moge, zal de patiënt, de gehypnotiseerde, er zieli aan onderwerpen en het aannemen, want hij is niet in staat tot zich zeiven in te keeren, deze sur/fjestie te ontleden, en daar hij voor het oogen-blik geen wil heeft, zal hij op onwederstaanbare wijze volgens het opgedrongen (gesuggereerde) denkbeeld handelen.
In de meeste gevallen evenwel doet men den patiënt eenvoudig inslapen door aanwending van de praktijken, welke ik in het hoofdstuk //Magnetisme en Somnambulismequot; (') hei) beschreven, dat wil zeggen door de aanhoudende aanraking met de duimen en de magnetische strijkingen; en wanneer de patiënt goed met zijn gewonen magnetiseur in gemeenschap is, wanneer hij geheel onder zijnen invloed is, doet deze hem zelfs op een afstand, zonder hem te zien en zonder gezien te worden, inslapen, zooals ik het straks zal bewijzen door de mededeeling van eenige ervaringen van onze ervaren-ste practici (zie pag. 59, 75, 82 enz.).
In hvpnotischen toestand kunnen de zintuigen volkomen werkeloos zijn; het geheugen gaat weg. Zoo gij den gehypnotiseerde suggereert, dat hij keizer Napoleon 1 is, zal hij het werkelijk gelooven en spreken, schrijven, zooals het naar zijne overtuiging die vorst deed. Zeg hem, dat hij nauwelijks (i jaar oud is, en hij zal kinderlijk worden en gebaren maken en spreken als een knaapje; zeg hem, dat hij tachtig jaar oud is: zijne bewegingen en zijne geheele houding zullen terstond den gang
(1) Zie hiervoor.
51
en de wijze van zijn van een grijsaard aannemen. (Zie pag. 81, 85).
M en brengt bij hem de volkomenste zinsbegoocheling teweeg en door. de suggestie zal men er in slagen hem te doen gelooven, dat hij werkelijk iemand op een ledigen stoel ziet zitten, en hij zal de kleeren van dien denkbeeldigen persoon beschrijven, precies zooals gij die zelf in uwe gedachten beschrijft. Dring aan den onderworpene op, dat uwe hnnd vol tabak is en laat ze hem ruiken : hij zal niezen.
Suggereer hem, dat een orkest speelt, en hij zal muziek hooren (Ervaringen van Hack Tuke). Suggereer aan een persoon, dat hij tabak of eenige andere zelfstandigheid met eenen scherpen en sterken smaak kauwt, en zijn gelaat zal terstond den 1c-vendigsten afkeer openbaren.
Men drong aan eene gehypnotiseerde persoon op, dat zij overdekt was met bijen .... Onmiddellijk begon zij te schreeuwen, al de teekenen van den grootsten angst te openbaren, hare kleeren te schudden, over het hoofd en de handen te strijken, als om ze van de gevaarlijke insecten te ontdoen, en ten slotte ontkleedde zij zich. -â Men drong aan eene andere op, dat zij hevige kiespijn had. Terstond gaf zij teekenen van eene ondraaglijke smart .... l)it zijn blijkbaar hallucinaties van de algemeene prikkelbaarheid.
Men heeft gevraagd, welke werkelijk de eerste oorzaak van het hypnotisme was en tot op welke hoogte de onbeweeglijkheid der oogappels, zoowel als de inspanning van den geest, daarbij dienstig was? De heeren Demarquay en Giraud-Teulon meenen, dat de oplettendheid part noch deel aan dit verschijnsel heeft en schrijven het uitsluitend
52
aan de onbeweeglijkheid van den blik toe. De lieer Braid gelooft daarentegen, dat men het verschijnsel ten deele moet toeschrijven aan het versland van den persoon, zonder hetwelk het verschijnsel zich niet zou voordoen. Maar Demarquay en Giraud-Teulon voeren, om hunne stelling kracht bij te zetten, deze proef aan, welke door hen en andere personen zeer dikwijls â en met succes â genomen is en hierin bestaat, dat men een haan of een kip in een toestand van onbeweeglijkheid cn in meer of minder volkomene ongevoeligheid brengt, eenvoudig door den bek tegen den grond te houden en hierop eene rechte streep met krijt te trekken, naar welke zijne oogen dan saamgetrokken worden. De onbeweeglijkheid der oogappels is dus een belangrijk element bij het verschijnsel van het hypnotisme. Intusschen is het zien niet volstrekt noodig, daar men blinden hypnotiseert, die men de oogen zóó laat houden, dat de assen er van convergeeren.
Maar, zooals ik hierboven gezegd heb, een voor indrukken vatbaar, zenuwachtig persoon, met fijne en gemakkelijk te overprikkelen zintuigen, zal, vooral zoo hij reeds dikwijls gehypnotiseerd is geworden, (voornamelijk de hysterische vrouwen), reeds in een kunstmatigen slaap geraken door de sterke inspanning van ziju geest, eenvoudig door zijn vurig verlangen en zijne gespannen aandacht, zonder eenige uitwendige physieke handeling. Dus is het bij het Braidisme of hypnotisme niet zoozeer het schitterend of eenig ander voor de oogen geplaatst voorwerp, dat het verschijnsel voortbrengt, maar wel de aandacht, welke door het voorwerp levendig gehouden en tot écn punt bepaald wordt en de spanning, wat er gebeuren zal.
53
In den kunstmatig gcwekten slaap denkt en handelt de persoon, die aan de suggestie is onderworpen, zooals de hypnotiseur het wil; maar bij zijn ontwaken herinnert hij zich niets meer, noch hetgeen hij misschien gezegd, noch hetgeen hij misschien gedaan heeft; en bijna altijd herinnert hij zich., wanneer hij opnieuw in slaap gebracht is, al gebeurt dit ook een jaar of langer daarna, precies wat hij in dien vroegeren slaap gezegd of gedaan heeft.
Om den slapende wakker te maken is het voldoende hem even aan te stooten, een groot geraas aan zijne ooren te maken, hem in tegenovergestelde richting magnetisch te bestrijken, of eenvoudig dat de hypnotiseur, terwijl hij hem langer of korter op de wenkbrauwen blaast, wil dat hij ontwake.
liet Braidisme heeft een groote geneeskundige werking. Bij slapeloosheid en zenuwprikkeling heeft het aan de gewone medische behandeling dikwijls een zeer krachtigen steun geschonken, en vele zieken, die eenmaal door den hypnotischen slaap verlichting hebben ontvangen, verzoeken er daarna met aandrang om, ten einde hunne smarten te lenigen. //Wij houden ons overtuigd,quot; zeggen Demarquay en Giraud-Teulon, //dat verhoogd baarmoeder-lijden, waardoor ongelukkige vrouwen dag en nacht gekweld werden en dat haar bittere klachten ontlokte, bij iedere hypnotische seance week, zoolang die bijzondere toestand van het zenuwstelsel duurde, en vervangen werd door eene volkomene verlich-
timi, welke gemiddeld twintig uren aanhield. Deze
.. i ⢠i verlichtinc: was zoo werkelijk, zoo onbetwistbaar,
O J '
zoo duidelijk, dat de zieken, wanneer men haar bezocht, terstond verzochten gehypnotiseerd te worden. Eene jonge dame, die vreeselijke zenuwpijnen in het bekken leed (tengevolge van eene ernstige kneu-
zing met breuk), en die noch door opium, noch door chloroform, welke een ganschen nacht toegediend werden, verlichting had kunnen vinden, kwam als door tooverkracht, en wel gedurende twintig uren, tot kalmte door het hypnotisme. Dezelfde pijnstillende werking vertoonde zich ook de beide volgende dagen.quot;
Zooals ik het in mijn boven aangehaald hoofdstuk zeide, hoevele hoogst gewichtige wetenschappelijke zaken, welke eerst in den tegeuwoordigen tijd ontdekt zijn, waren, naar 't schijnt, reeds in de hooge oudheid bekend ! . . hoevele zoosreimanule wonderen,
O gt;
welke als zoodanig zijn erkend en waaraan tal van personen hunne heiligverklaring hebben te danken, die dat thans volstrekt niet vermoeden en er bij hun leven niet aan dachten, doen zich thans als geheel natuurlijke handelingen voor, welke met een bijzonderen toestand van het zenuwstelsel, met hysterie, met zenuwlijden enz. in verband staan.
Denkt aan de genezing van de twee zieken door keizer Vespasiaims, alleen door hun de handen op te leggen, geheel zooals Jezus Christus dat deed, geheel zooals tegenwoordig onze geneesheeren dat doen bij de hypnotische behandeling (').
En de vraag, welke iedereen zich doet, betreffende de gesprokene of innerlijke suggestie gedurende den hypnotischen slaap, eene suggestie, welke door bijna altijd zekere uitkomsten, door stipte opvolging van gegevene bevelen of door aandoeningen, welke men wil dat worden vwodA, zelfs na het ontwaken, \\o\\\t gevolgd, is deze: waarin bestaat deze vreemde invloed van den eenen persoon op den ander? Hoe komt het dat deze geene andere gedachte, geen
(1) Zie Magnetisme en Somnambulisme.
;j:j
anderen wil heeft, dan die van den operateur? Hoe komt het, dat een menscli, twee of drie dagen nadat hem in den hypnotischen slaap een bevel is gegeven, de ontvangene voorschriften opvolgt? Dit is nog altijd eene verborgenheid, gelijk het reeds sinds onheuglijken tijd eene verborgenheid is geweest, in weerwil van de talrijke verklaringen, welke men vruchteloos beproeft te geven.
Maar wanneer de suggestie zuiver innerlijk is, dat wil zeggen, wanneer de hypnotiseur, tegenover den patiënt geplaatst, hem in de gedachten een bevel geeft en dit bevel stipt wordt uitgevoerd, is dit dan niet iets geheel buitengewoons, dat de gedachte aan verstandhouding en kwakzalverij geheel buitensluit?
Wat .is dc innerlijke sugyestie ?
M. A. liuAut/r geeft er in zijn werk over het mechanisme van de innerlijke hypnotische suggestie de volgende omschrijving van:
De zoogenaamde //innerlijkequot; suggestie is de invloed. loelken de gedachte van den hypnotiseur in bepaalden zin uitoefent, hetzij op de gedachte van den (!ehgpnoUseerde, hetzij op de zich voordoende materieele verschijnselen van hypnotischen aard bij den gehypnotiseerde, zonder dat de gedachte van den hypnotiseur zich, openbaart in uitwendige teekenen, waarvan hij zich bewust is en welke door de zintuigen der omstanders zijn waar ie nemen.
Maar wie weet, als wij ons aan dezen practicus houden, daar m den toestand van somnambulisme de zintuigen oneindig veel scherper zijn, of een geluid, eene beweging, welke in wakenden toestand door ons gehoor niet zijn waar te nemen, niet opgemerkt worden door het oor van den gehypnotiseerde, dewijl het vermogen van zijn gehoor drie, tien, ja
5G
wellicht hoiulerdmnal grooter is geworden?...
Weet men, of men, wanneer men denkt, niet eene inwendige stem heeft?
Het is duidelijk, dat men zelf, wanneer men denkt, niet liet geringste geluid hoort, dat daardoor wordt voortgebracht; maar alles leidt er toe om te gelooven. dat het bestaat, vooral wanneer de gedachte zeer werkzaam is... In dit laatste geval wordt zij bovendien vertolkt door gebaren, houdingen en geheel onwillekeurige bewegingen, waarvan iedereen dagelijks getuige is.
Ziet dien biljartspeler; hij volgt aandachtig met de oogen den bal, welken hij voortgestooten heeft; deze beweegt zich in de richting van het voorgestelde doel ; hij wenscht vurig zijn stoot te zien gelukken, en onbewust helt zijn lichaam, gehoorzamende aan de levendige impulsie zijner gedachte, naar rechts ot links over, al naar den loop, dien de bal neemt, alsof hij dien een gedeelte van zijne kracht wilde meedeelen, om hem het doel te doen bereiken . . .
En weten wij, hoe wij zouden hooren, indien ons gehoor twintigmaal scherper ware? Weten wij, of wij de bewegingen der meer naar binnen liggende spieren van ons lichaam, welke zelfs door de microphone onmogelijk zijn waar te nemen, niet zouden hooren? En of wij, bijgevolg, geen vatbaarheid zouden hebben om die waar te nemen, welke ongetwijfeld met het denken gepaard gaan ? En zouden wij dan al de zeer zwakke geluiden, welke aldus zijn opgevangen, niet kunnen onderscheiden, even goed als wij, te midden van al het geraas van de straat, voortgebracht door de rijtuigen, welke elkander kruisen, door het geschreeuw der kooplieden enz., het lichte tikken van ons horloge onderscheiden, wanneer wij
57
het aan het oor brengen om ons te overtuigen, dat het niet stilstaat. vOnlfuigs,quot; zegt de heer Ruault, //heeft Paul Tannery ('), uitgaande van de vooronderstelling, dat de zeer zwakke spiergeluiden van de inwendige stem van eenig belang konden zijn als middel om de gedachte over te brengen, deze wijze van verklaring van de innerlijke suggestie voorgesteld. Later heeft de heer Ch. Feré (1) eene soortgelijke hypothese ontwikkeld, waar hij tracht te bewijzen, dat deze overbrenging der gedachte ook plaats heeft door middel van de inwendige stem, welke is vernomen, niet door het gehoor, maar door het gezicht, dat er da zeer zwakke bewegingen van de uitspraak, teweeüfgebraeht door de aanleidende beelden der woorden, van opvangt. Het is eene algemeen erkende wet bij de pliysiologie, dat de gedachte aan eene vrijwillige handeling een streven is naar het volbrengen van die handeling, een streven, dat krachtiger is al naarmate het willen krachtiger is. Op een gegeven oogenblik wordt dit streven eene ruwe schets van die handeling zelve. Wanneer hij, die eene proef neemt, innerlijk wil suggereeren op zijne somnambule, dat zij het been opliehte, zegt hij bij zich zeiven: «Licht het been op ! Ik wil, dat gij het been oplicht 1...quot; En hoe ernstiger hij dat bevel wil geven, met hoeveel te meer nadruk hij die woorden uitspreekt. Men begrijpt dus, dat de patiënt, evenals de doofstomme, maar met meer scherpte, die bijna duidelijk uitgesprokene woorden kan verstaan, door te letten op de uitwendige bewegingen, welke bij den hypnotiseur door het zeer zwakke spel der organen van het woord bepaald worden. Het is van belang
1
(^) Ch. Fe ré, Kevue l'hilosophique, t. XXI 1886. p. 247.
58
hierbij op te merken, dat de hypnotiseur, die proeven van innerlijke suggestie neemt, zich richt tot een patiënt, dien hij reeds kent en met vvien hij, dikwijls sinds gemimen tijd, proeven van viondelingc suggestie neemt, welke veel minder in werkelijkheid, dan in schijn verschillen. Wat hij innerlijk wil sugwereeren, heeit hij dikwijls mondeling gesuggereerd.
De hypnotische ervaring en bedrevenheid schenken hierbij een krachtigen steun; de verschillende reeksen van uitgesproken gedachten gaan bij den hypnotiseur gepaard met reeksen van daarmede overeenstemmende gebaren, houdingen, uitdrukkingen van het gelaat, welke standvastig blijven, zelfs in den staat van voorbereiding, wanneer de woorden niet meer uitgesproken worden. Kr ontstaat op die wijze ten slotte tussehen den patient en den hypnotiseur eene taal in teekens, oorspronkelijk wel is waaien waarvan de hypnotiseur zich niet bewust is, maar werkelijk en waarbij de reeksen van bedoelde bewegingen, houdingen, uitdrukkingen van het ^e-laat opgelost worden in groepen, welke elk eene gedachte vertegenwoordigen (').
Dat alles is zeker zeer vernuftig; maar bij den nevelachtigen toestand, waarin zich werkelijk de hypnotische wetenschap vooral op het punt van de innerlijke suggestie bevindt (want wat de gesprokene suggestie betreft ontbreken de aannemelijke verklaringen niet), is er grond om te gelooven, dat er iets anders bestaat. Dat mets andersquot; voor het oogen-blik nog niet bekend, zal later, over langeren of korteren tijd, ontdekt worden, tenzij men gaandeweg minder belang in deze soorten van physiologische studiën gaat stellen, maar het bestaat.
(1) Bulletin de la Socicle de Psychologie physiologique, annce 1880, feuilles 0, 7, 8, pag. 99.
5!)
En ik wenscli tot bewijs alleen het getuigenis aan te halen van die geleerden, wier geloofwaardigheid niet in twijfel kan worden getrokken, omdat hunne wetenschap en hunne goede trouw algemeen erkend worden, omdat zij zeiven aanvankelijk onge-loovigen en daarna altijd twijfelaars zijn en omdat zij hunne eigene proeven haarfijn nagaan, door ze tien-, vijftien-, twintigmaal te herhalen alvorens er van te spreken, ten einde die alle op zijde te schuiven, welker goede uitkomst de vrucht kan zijn van een gelukkig toeval; omdat zij zelfs weigeren die bij te brengen, welke huns inziens geen beslist
wetenschappelijk karakter hebben.....Ik vvensch
als voorbeeld alleen aan te voeren de innerm.ike sucüestik oi' een aestand, waarvan ik straks de proeven, door die uitstekende geleerden genomen, naar hunne eigene mededeeling zal geven. (Zie pag. GOâ60). Wat zien wij bij die verrassende proeven van de spierytluicleu van het inwendige woord, en van de o eer eens temmende reeksen van lt;] e -haren, houdingen, uitdrukkingen van het gelaat, welke, zij het ook nog onvolkomen, standvastig blijven, wanne er de woorden niet meer uitgesproken worden ? . . . Hoe komt het, dat de patiënt, terwijl hij in zijne kamer is opgesloten, het bevel van in slaap te gaan of wakker ie -worden, dat zijn magnetiseur inwendig hem geeft, onmiddellijk gehoorzaamt, terwijl deze 0 of 700 meter van hem verwijderd is? (Zie pag. ö3, 0i, 70). Hoe de geschiedenis, door den heer M. J. lléricourt in de Société de psychologie physio-logique medegedeeld, van die dame te verklaren, die door hem gedurende eenigen tijd aan eene proefneming was onderworpen geworden, en bij wie hij, volgens zijn zeggen, nooit de innerlijke suggestie heeft kunnen provoceeren, maar die alleen
GO
insliep wanneer hij wilde, dat zij in slaap viel, en eene pijnlijke gewaarwording in de streek van het middelrif gevoelde, wanneer hij aan haar dacht? (Zie pag. 77).
De pers heeft zich dezen laatsten tijd veel ingelaten met de buitengewone proeven, welke door uitstekende doctoren, de Charcot's, de Bernheim's enz. genomen zijn. Men heeft gevraagd â want men wil er altijd het naaste van weten, zoodra een nieuwe tak van wetenschap bestudeerd wordt â men heeft gevraagd, of men bij het onderzoek van zekere misdaden niet moest nagaan, welk aandeel er de. gesprokene of innerlijke suggestie in kon hebben... Een mensch vermoordt een ander; hij weet niet aan welk gevoel hij gehoorzaamd heeft: hij was overprikkeld, hij zag rood, en hij heeft zijn slachtoffer gedood, zooals hij een ander zou gedood hebben; eenvoudig om te dooden ... Heeft een hypnotiseur, die zich op iemand wilde wreken, hem niet aangezet om op dien dag en dat uur die daad te bedrijven ? . . .
Het is te onderzoeken, maar vooral niet met te veel hartstocht. Stelt, op breede schaal onderzoekingen in, omtrent het zenuwlijden en omtrent de door alcohol ontstane ziekelijke toestanden; het veld is ruim genoeg. Want vergeten wij niet, dat eene hysterische, een zenuwlijder, een patiënt, zal hij op die wijze iemand gehoorzamen, langen tijd aan diens invloed moet onderworpen zijn geweest, met hem m rapport moet zijn, zooals de beoefenaars van het magnetisme zeggen; en dat maakt lange seances, aanhoudende en goedgevolgde oefeningen noodig, welke men niet houdt met den eerste den beste, en waarvan de vrienden van de beide betrokkenen kennis dragen ; het vermoedelijk gevolg van eene
(il
dergelijke suggestie zou nooit onopgemerkt voorhij kunnen gaan. (Zie pag. 77).
Daar de omvang van dit werk mij verplicht mij te beperken, zal ik nu enkele proeven meedeelen, welke ik ontleen aan het Bulletin de la Sociélé de Psjcholoijie phi/sioloyique, en welke, naar ik hoop, voldoende zullen zijn om te bewijzen, dat dit hypnotisme, waar men tegenwoordig zooveel van spreekt, en dat zoovele ingewijden en zoovele kwaadsprekers heelt, eene werkelijke, goed bestudeerde wetenschap is, welke er nog verre van verwijderd is haar laatste woord gesproken te hebben en welke geroepen is een der krachtigste bondgenooten van de geneeskunde te worden.
II. PnoKVEN. Keur van prooven in zakc do iiioiu/c/int/c of iniin-lijlcc hypnotische suggestie; handelingen Ie verrichten gedurende den magnetischen slaap of na het ontwaken, onmiddellijk of na een bepaald tijdsverloop; gesuggereerd schrift, enz.
1°. Innerlijke suggestie:
Maatregelen in acht te nemen na het ontwaken.
Zie hier een geval van innerlijke suggestie, dat ik heb waargenomen met dokter Liebaulf. De patiënt is een gezond, eenigszins schroomvallig jong-mensch, een zeer goed somnambule. Hij kwam hij Dr. Liébault met zijne nicht insgelijks eene zeer goede somnambule, en die voor zenuwtoevallen onder hypnotische behandeling was.
Dr. Liébault brengt den patiënt in slaap en zegt tot hem gedurende den slaap: //liij uw ontwaken zult gij doen, wat u door de aanwezige personen innerlijk zal bevolen worden. Ik schreef toen op een stuk papier met potlood deze woorden ://Zijne nicht kussen.quot; Toen ik (le;ce woorden geschreven had, toonde ik het papier aan Dr. Liébault en aan eenige aanwezige personen, hun op het hart drukkende, het eenvoudig met de oogen te lezen, zonder een enkel woord, dat er op staat, ook met de lippen maar uit te
03
spreken en ik voeg er hij; '/]}ij zijn ontwaken moet gij sterk denken aan hetgeen liij moet verrichten, zonder iets te zeggen of zonder ook maar het geringste teeken te geven, dat hem op weg zou kunnen helpen.quot; â Daarna maakt men den patiënt wakker en wachten allen den uitslag van de proef. Kort na zijn ontwaken zien wij hem lachen en het gelaat met de handen bedekken, en in deze houding blijft hij eenigen tijd staan.
Ik vraag hem daarop: //Wat scheelt u?quot; â //Niets.quot; â //Waar denkt gij aan?// â Geen antwoord. â weet, zeg ik tot hem, quot;dat gij iets moet doen, waaraan wij denken. Zoo gij het niet wilt doen, zeg ons dan ten minste, waaraan gij denkt.quot; â Geen antwoord, â Vervolgens zeg ik tot hem: //Zoo gij het niet hardop wilt ze^ii-en, zeg het mij dan stil aan het oor, en ik nader hein. â uMijue nicht te kussoi, zeide hij tot mij. Toen eenmaal de eerste stap gedaan was, volgde het overige van de suggestie vanzelf. (Dr. Beaunis, Buil. de la Soc. de Psych. pliysiol., 1885, tome I, p. 39).
2quot;. Slaap uit de verte opgewekt.
Hier is sprake van een jong meisje van 14 jaar, dat lijdende was aan ernstige hysterische storingen: verlamming van het gezicht en den reuk, bedert van den smaak, verlies van de bewegingen met de rechterhand en de beide beenen en van het gevoel er in, slokdarmkramp, ruggegraatspijn, neiging tot zelfmoord, â en waarbij Dr. Dusart in 1809 geroepen werd om haar te behandelen. De nommers van dc Tribune médicale van 15 en 30 Mei 1875 behelzen een verslag van deze proeven, en op dat tijdstip
04
was, zooals Dr. E. Gley in een artikel van het Bulletin de la Societé de PsycJioloffie ps/jsioloyique zegt, het wefeiischappelijk onderzoek van het hypnotisme en van zijne verschillende toestanden nauwelijks begonnen. Om den weerzin tegen voedsel bij het meisje te overwinnen â vergeten wij niet, dat het neiging tot zelfmoord had â besloot L)r. Dusard den magnetischen slaap aan te wenden. Hij bracht haar derhalve in slaap door middel van strijkingen, zooals hij die vroeger door magnetiseurs, met name door Dr. Aran, geneesheer van de hospitalen, had zien toepassen. Zie hier hoe hij zelf de resultaten van eenige der door hem genomene proeven op dit jonge meisje beschrijft;
wik had opgemerkt, dat, wanneer ik mij onder het strijken liet afleiden door de gesprekken der oud eis, ik er nooit in slaagde, zelfs niet na langen tijd, haar voldoende in slaap te brengen. Ik moest dus aannemen, dat mijn wil een belangrijk deel in de bewerking had. Maar zou die, zonder den steun van eenige uitwendige handeling, voldoende zijn? Zietdaar wat ik wilde weten.
quot;Ten dien einde kom ik op zekeren dag vóór het uur, dat den vorigen avond voor het ontwaken was vastgesteld en beveel de zieke in de gedachten, zonder haar aan te zien, zonder eenig gebaar, wakkei te worden : ik word onmiddellijk gehoorzaamd. Ingevolge mijn wil geraakt zij iii geestverwarring en begint te schreeuwen. Jk ga daarop vóór het vuur zitten, met mijn rug naar het bed van de zieke gekeerd, die met het quot;gelaat naar de deur van de kamer gewend lag, praat met de aanwezige personen, zonder mij schijnbaar om de kreten van mej. J... te bekommeren; vervolgens geef ik, op een bepaald oogenblik, ui (jedachten, zonder
Gó
dat iemand had bemerkt wat er in mij omging, hevel tot slapen, en dit geschiedde. Meer dan honderd meden werd de proef op verschillende manieren herhaald; het innerlijk bevel werd gegeven op een teeken, dat Dr. X... mij gaf, en altijd was de uitkomst dezelfde. Op zekeren dag kom ik, dat de zieke wakker en geheel ijlhoofdig was; zij gaat, in weerwil van mijne tegenwoordigheid, voort met schreeuwen en woelen, ik ga zitten en wacht tut dokter X... mij het teeken geeft. Nauwelijks is dit gegeven en heb ik het bevel gedacht, uf de zieke zwijgt en valt in slaap. â //Wist gij, dat ik er sinds eenigen tijd was?quot; //Neen, mijnheer; ik merkte uwe tegenwoordigheid eerst, toen ik voelde, dat de slaap mij overviel; toen werd ik mij innerlijk bewust, dat gij vóór het vuur zat...quot;
//Ik gaf haar dagelijks, alvorens te vertrekken, bevel tot een bepaald uur van den volgenden dag te slapen. Eens vertrek ik en vergeet dezen voorzichtigheidsmaatregel te nemen; ik was reeds op een afstand van 700 meter toen ik het ontdekte, en daar ik niet kon terugkeeren, zeide ik bij mij zeiven, dat mijn bevel, in weerwil van den afstand, misschien zou gehoord worden, daar een bevel op 1 of 2 meter afstands in gedachten gegeven, was
O O O ;
opgevolgd. Derhalve denk ik het bevel, dat zij tot den volgenden morgen 8 uur moet slapen en ik vervolg mijn weg. Den volgenden morgen kom ik om half acht; de zieke sliep. //Hoe komt het; dat gij nog sliept?quot; â Maar, mijnheer, ik gehoorzaam u.quot; â //Gij vergist u; ik ben gisteren vertrokken zonder u eenig bevel te geven.quot; â //Dat is waar, maar vijf minuten later heb ik u duidelijk hooren zeggen, dat ik moest slapen tot S uur. Ãn het is nog geen S uur.quot;
(5(3
//Daar dit het uur was, dat ik doorgaans aangaf, bestond dc mogelijkheid, dat de gewoonte de oorzaak was van eene illusie, en dat er hier eenvoudig quaestie van een toeval was. Ten einde hieromtrent tot zekerheid te komen en allen twijfel op te heffen, gelastte ik de zieke te slapen tot zij bevel ontving wakker te worden.
//In den loop van den dag een vrij oogenbük gevonden hebbende, besloot ik de proef te voleinden. Ik verlaat mijne woning (op 7 kilometer afstand) en geef te gelijk bevel tot ontwaken. Ik overtuig mij, dat het twee uur is. Ik kom bij de zieke en vind haar wakker. De ouders hadden op mijn verzoek het juiste uur van ontwaken opge-teekend. Het was precies hetzelfde, waarop ik het bevel gegeven had. Deze proef, verscheidene malen en op verschillende uren herhaald, had altijd dezelfde uitkomst.
//.......Maar ziehier wat iioü: meer afdoend
zal schijnen.
//Den lsten Januari staakte ik mijne visites en verbrak alle betrekking met de familie. Ik had er niet meer over hooren spreken, toen ik den 12den, terwijl ik in tegenovergestelde richting visites maakte en mij op 10 kilometer afstand van de zieke bevond, mijzelven afvroeg of, in weerwil van den afstand, de verbreking van iedere betrekking en de tusschen-komst van een derde (de vader magnetiseerde zelf zijne dochter), het mij nog mogelijk zou zijn mij te doen gehoorzamen. Ik verbied de zieke zich in slaap te laten brengen; vervolgens, een half uur later, bedenkende dat, zoo ik, tegen verwachting gehoorzaamd was, dit aan het ongelukkige jonge meisje nadeel kon berokkenen, hef ik het verbod op en houd- op er aan te denken.
//Ik stuud zeer verbaasd, toen ik den volgenden morgen om ü uur een besteller bij mij zag komen, die een brief van den vader van iiiej. J. bracht. Deze berichtte mij, dat het hem den vorigen dag, den 12den, om JU uur in den morgen, niet dan na eene zeer lange en pijnlijke worsteling was gelukt zijne dochter in slatip te brengen. Toen de zieke eenmaal ingeslapen was, had zij verklaard, dat zij, zoo zij weerstand geboden had, dat had gedaan op mijn bevel, en niet in slaap was gegaan vóór ik het had toegestaan.quot;
//Deze verklaringen waren afgelegd geworden in tegenwoordigheid van getuigen, door wie de vader het papier, waarop ze geschreven waren, had laten teekenen. Ik heb dien brief bewaard, en de heer J. heeft mij later, door de mededeeling van nog enkele meer uitvoerige bijzonderheden, den inhoud er van bekrachtigd.quot;
//Ziet daar,quot; zegt dokter E. Gleij, //die belangrijke waarneming in hare gewichtigste bijzonderheden.quot; Zij verdient, dunkt mij, de aandacht wegens den werkelijk wetenschappelijken ernst, waarmede zij schijnt gedaan te zijn; en misschien heeft zij des te meer waarde, omdat wij haar danken aan een geneesheer, die, terwijl hij bijna niets van het hypnotisme wist, bovendien zijne waarneming deed in een tijd, toen men deze vragen nog niet bestudeerde, en zocht met een zuiver medisch doel en niet om proeven te nemen, zonder twijfel ter goeder trouw moest zijn, zoowel tegenover zich zeiven als tegenover de feiten.
ÃS
3°. Innerlijke Suggestie.
Gedurende den slaap, welke op een afstand is opye-
loekt. Uitgelokte handelingen. Gecocide pijnen.
Dokter P. Janet geeft op de volgende wijze verslag van de proeven door hem zeiven genomen, om de vroeger door hem met dokter Gilbert genomen proeven en die van de doktoren Richet, Beaunis en Héricourt te controleeren:
n...... öeze nieuwe nasporingen betreffen vooral
den slaap op een afstand opgewekt, want de zaak is van het grootste gewicht en schijnt vrij gemakkelijk te staven te zijn. Daar ik er prijs op stelde mij van dc werkelijkheid van dit verschijnsel te vergewissen, heb ik getracht het zelf bij herhaling en met de grootst mogelijke nauwkeurigheid voort te brengen, en op het verslag van deze proefnemingen wil ik mij terstond beroepen.quot;
//Mevr. B.....was sedert 10 Februari in Havre
terug; zij was zeer welvarende gebleven en had sinds hare laatste reis geen enkel verschijnsel van zenuwaandoening gehad. Een enkele keer was zij ongesteld geweest en wel onder de volgende omstandigheden: eene persoon van het land, waar zij zich bevond, en die haar vroeger met de grootste gemakkelijkheid deed inslapen, had beproefd haar opnieuw in magnetischen slaap te brengen. Zij begon bij herhaling, spande gedurende drie achtereenvolgende uren al hare krachten in en slaagde niet met haar te doen inslapen. Mevr. B.....kreeg ten gevolge van deze poging eene hevige migraine en bleef eenigc dagen ongesteld; daarenboven begreep zij volstrekt niet, wat er was voorgevallen ; zij meende ronduit, dat niemand haar meer in slaap zou kun-
GO
nen brengen en wij zelfs daarin niet zouden slagen. Wij maakten ons echter daarover volstrekt niet ongerust, want wij herinnerden ons, dat den dag vóór haar vertrek uit Havre de heer Gilbert haar l)ij de laatste séance, op den 14den October, verboden had, zich door iemand buiten Havre in slaap te laten brengen. Deze suggestie had innerlijk plaatsgehad, dat wil zeggen, dat de heer Gilbert, zijn voorhoofd in de nabijheid van dat der somnarabule brengende, dat verbod slechts had (jcdacht. Evenwel kan ik dit feit niet als een bepaald voorbeeld van innerlijke suggestie aanvoeren, want ik ben er niet zeker van, dat wij in hare tegenwoordigheid, terwijl zij sliep, de mogelijkheid van eene dergelijke suggestie niet besproken hebben. In ieder geval ziet men, dat zij gedurende vier maanden volkomen geslaagd was. Zoodra wij bij mevr. li ... . waren, drukte Dr. Gilbert, zonder eenige opheldering te geven, haar zooals vroeger de hand en zij
o o 7 o j
viel binnen twee minuten in slaap; ik zelf bracht haar den volgenden dag met het. grootste gemak binnen enkele minuten in slaap.
//Ik heb, wanneer ik die vrouw deed inslapen, zelf dikwijls getracht een soort invloed op haar te krijgen, groot genoeg om met eenige kans van slagen de proef te kunnen nemen met het bevel tot slapen op een afstand gegeven. Gedurende de eerste séances hei) ik mevr. H .... in slaap gebracht door haar hand of duim vast te houden, zonder met andere manipulatie de proef te nemen. Toen de hypnotische toestand eenmaal verkregen was, heb ik dien bestudeerd en geanalyseerd, ten einde er zooveel mogelijk het karakter en de phasen van te onderkennen, en het is het resumé van dezen arbeid, dat mijnheer Ch. Richet de voorkomendheid gehad
70
heeft in de Revue Scientifique op te nemen. Na verloop van eenigen tijd gelukte het mij den slaap spoediger op te wekken. Terwijl ik vroeger vier minuten en somtijds meer noodig had om mevr. E... in slaap te brengen, wek ik nu den slaap in minder dan eene halve minuut op. liet was ook niet meer noodig mijne gedachten bij het bevel tot slapen te bepalen, om mevr. B... inslaap te brengen; de phy-sieke werking op het hypnogenisch punt aan den duim verving iederen anderen invloed. Het innerlijk bevel behield al zijn gewicht, ook als ik de patiënte niet aanraakte, wanneer men haar door innerlijke suggestie in slaap bracht, terwijl men zich in dezelfde kamer bevond. Deze proef slaagde nog zeer gemakkelijk, maar het is niet zeker, dat de houding van den magnetiseur in het opwekken van den slaap niet een grooter rol speelde, dan zijne gedachten.
//Na een tiental séances, waarin ik zelf mevr. E... zesmaal in slaap had gebracht, heb ik beproefd haar te bevelen in slaap te gaan zonder dat ik bij haar was, maar mij in eene aangrenzende kamer ophield. De proef gelukte; na gedurende vijf minuten bezig geweest te zijn met haar in slaap te brengen, trad ik haar kamer binnen en zag, dat zij volkomen was ingeslapen, terwijl haar hoofd en lichaam sterk overhelde naar den kant, waar ik mij te voren bevond. De proef is evenwel niet afdoende, daar mevr. B... blijkbaar mijn voornemen vermoedde.
//Den 2:3stequot; Februari heb ik, na veertien séances en na haar zelf achtmaal in slaap gebracht te hebben, voor de eerste maal beproefd haar uit de verte het hevel tot slapen te geven ('). Ik was in mijne
(1) Om den slaap, welke op een afstan l word! opgewekt, te l)estiideeren,
71
woning op 4 a 500 meter van de woning, waarin mevr. B... zich bevond, toen ik beproefde mijne gedachten op het bevel tot slapen te concentreercn, zooals ik dat dikwijls in hare tegenwoordigheid gedaan had. Ik wijdde er misschien noch den noodigen ernst noch den vereischten tijd aan, want ik bepaalde er zeker mijne gedachten niet langer dan vijf minuten bij. Daarenboven ging ik eerst een uur later naar haar toe, daar ik mij vooruit van het ⢠geringe succes mijner onderneming overtuigd hield. Tot mijne groote verbazing deelden de huisgenoo-ten mij mede, dat mevr. 13... sinds een uur zeer onpasselijk was; zij had duizelingen gekregen en zich genoodzaakt gezien haar arbeid te staken. Zij had, om weder op haar verhaal te komen, een glas water moeten drinken en zich het gelaat en de handen vvasschen. Mevr. B... vertelde mij zelve hare ongesteldheid, welke zij zich niet wist te verklaren; het is niet overbodig hier op te merken, dat mevr. B... in wakenden toestand volstrekt niet vermoedt, dat men haar uit de verte kan doen inslapen. Het op zijn minst zonderling samenvallen van bovengenoemde twee feiten bewees twee zaken ;
'/1°. dat ik wellicht een zekeren invloed, zelts uit de verte, op deze vrouw had, en dat er reden bestond de proef ernstiger te hervatten ;
//:20. dat om de eene of andere reden, hetzij door gebrek aan gewoonte, hetzij door de wer-kinn van het koude water, mevr. B... aan dien in-
O Æ . . , .
vloed nog weerstand kon bieden en met in slaap ging.
//Gedurende twee dagen heb ik haar nog van nabij in slaap gebracht door haar aan ts raken,
is dit de eenvoudigste proef: van de plaats waar men zich bevindt, bevel tot slapen geven tegen het eene of andere uur van den dag.
7:2
zonder dat er iets bijzonders voorviel. Ik heb haar, terwijl zij wakker was, verzocht, dat zij hare handen niet meer in kond water zon steken; zonder haar eenige verklaring te geven, heb ik haar aan het verstand gebracht, wat niet geheel en a! bezijden de waarheid was, dat zij zich door aldus tegen eene voorbijgaande verdooving te worstelen zeer benadeelde. Ik herhaalde dit verbod ook gedurende haren magnetischen slaap, en gaf zoo aan mijne raadgevingen door de kracht der suggestie meer nadruk. Den 25sten Februari begon ik, zonder iemand te waarschuwen, dezelfde proef opnieuw. Onder dezelfde omstandigheden denk ik er 's avonds omstreeks 5 uur aan, haar in slaap te brengen. Ik denk er, gedurende acht minuten en bijna zonder afgetrokken te zijn, zoo sterk mogelijk aan; daarop begeef ik mij onmiddellijk tot haar. Zij lag op eene canapé in een diepen slaap ; en hoe zij ook wordt geschud, men kan haar niet wakker krijgen. Maar als ik hare vingers vat of de huid van haar arm even aanraak, trekken zich de daaronder liggende spieren sterk samen ; wanneer ik hare oogen voor het licht open, krijgt zij een wezenlijk toeval, dat met de kenmerkende stijfheid der ledematen gepaard gaat; sluit ik hare oogen weder, dan keert de voorafgaande toestand terug. Zij verkeerde dus wel in een toestand van hypno-tischen slaap, welke door een allerzonderlingst samentreffen juist eenige oogenblikken vóór mijne komst was begonnen. Bovendien begint zij weldra onrustig te worden en als helderziende somnambule te spreken : zij openbaart eene groote vreugde over mijne tegenwoordigheid en weet zeer goed, dat ik haar om vijf uur heb doen inslapen.
v.... Den 2lt;lcn Maart geef ik in mijne woning om drie uur in den namiddag hetzelfde bevel. Ik zoek
73
haar eerst een uur later op en vind haar in eene zonderlinge houding. Zij zat op en naaide een servet; hare oogen waren epen, hare bewegingen waren voortdurend geregeld, maar buitengewoon langzaam : zij deed nauwelijks drie of vier steken per minuut. Ik neem, zonder een woord te spreken, haar arm en steek dien recht uit; hij blijft onbeweeglijk: zij had een werkelijk toeval, en verkeerde, tot groote verbazing der aanwezige personen, sinds een uur in dien toestand. Zij had langzamerhand opgehouden op de haar gedane vragen te antwoorden, en was aldus onbeweeglijk blijven zitten. Ik sluit haar de oogleden; onmiddellijk valt zij achterover en houdt in dezen toestand van lethargisch somnambulisme niet op te roepen: quot;O, ik heb slaap... gij veroorzaakt me pijn door me wakker te maken . . . ik heb slaap, ik zal vallen ... gij veroorzaakt me pijn als gij tegen me spreekt. . . Dr. Janet komt niet... Wanneer zal hij komen?quot;... In een helder oogenblik herkent zij mij, grijpt mijne handen met een kreet van vreugde en slaapt daarop kalm en zonder droomen weder in.
//...... Wat de suggestie van landelingen dooide gedachten betreft, heeft mij de tijd ontbroken om er mij even ernstig mede bezig te houden als met den slaap op een afstand opgewekt, en ik heb er zelf geen bepaald resultaat van verkregen. Maar de heer Gilbert heeft drie malen van die innerlijke suggesties en met meer succes de proef genomen.
//Den 19clen April suggereert hij haar door de gedachten, den co!(jenden dag om drie uur ons te gemoet te komen. Op het aangegeven uur bevond zij zich bij de deifr en trad op mij toe, maar nam op het gezicht van andere personen de vlucht.
//Den 2:2st«n April was de suggestie tegenover de
74
II.H. Myers vnn Cambridge, Ochorovicz en Mariller veel merkwaardiger. Deze lieeren kozen die zeiven en zagen ze den volgenden dag volkomen ten uitvoer brengen.
// Kenige dagen later, toen deze heeren vei trokken waren, suggereerde Dr. Gilbert, mevr. B .. . den tuin te begieten; den volgenden dag om 20 minuten over tweeën nam zij een gieter, vulde dien met water en begoot het laagste gedeelte van den tuin. Na dit verricht te hebben ging zij weder te bed en viel niet weer in slaap; de ontroering week langzamerhand.
//Men kan zeggen, dat er bij mevr. E... ook eene soort van zinsbegoocheling bestaat, welke door innerlijke suggestie is opgewekt. Zij büjkt dezelfde aandoeningen te ondervinden, welke ik zelf ondervind of welke ondervonden worden door dezen of genen der aanwezige personen, met wie zij meer bijzonder in betrekking staat. Zij meent ie drinken en te eten, wanneer ik het gedurende laar slaap doe. Indien ik, zelfs in eene andere kamer, flink in mijn arm of been knijp, slaakt zij kreten en is er over gebelgd, dat men haar in den arm of in de kuit knijpt. Ten slotte beproefde mijn broeder, die bij deze proeven tegenwoordig was en een zeldzamen invloed op haar had, want zij verwarde hem-met mij, nog iets veel merkwaardigers. Terwijl hij zich in eene andere kamer bevond, brandde hij, toen mevr. E ... in die phase van lethargisch somnambulisme verkeerde, waarin zij voor de innerlijke suggesties vatbaar is, ernstig zijn arm. Mevr. E..,. slaakte ontzettende kreten, en ik had moeite haar in bedwang te houden. Zij hield haar rechterarm boven den pols vast en klaagde, dat zij er veel pijn aan had. Nu wist ik zelf niet precies de plaats.
waar mijn broeder zich had willen branden. Maar het was wel op die plaats. Toen mevr. 15 . .. wakker was geworden, zag ik met verbazing, dat zij nog haar rechterpols omvat hield en klaagde, dat zij er veel pijn aan had, zonder te weten waarom.
Den volgenden dag ging zij nog voort koude compressen op haar arm te leggen, en 's avonds constateerde ik zwellingen en eene duidelijk zichtbare roode vlek precies op de hoogte, waar mijn broeder zich gebrand had; maar ik moet opmerken, dat zij haar arm in den loop van den dag nat gehouden en gewreven had.quot; (Le Havre, 25 rnai 188(5. üocteur Pierre Janet. Bull, de la Soc. de Psychol, physiol., année 188G, feuilles 4 et 5, p. 70 .
4°. Somnamiiulisme op een a/stand.
//In den loop van het jaar 1S73, ik was toen assistent-arts in het hospitaal Beaujon, heb ik vele proeven van somnambulisme genomen en slechts op eene enkele der patiënten, die door mij in slaap waren gebracht, somnambulisme op een afstand kunnen constateeren.
//liet was eene jonge vrouw van omstreeks 20 jaar (zij lag, indien ik mij niet vergis, op bed N0. 11 van de vrouwenzaal), die, terwijl zij inden aanvang weinig vatbaar voor slaap was, ten slotte, tengevolge van oefening, zeer gemakkelijk in slaap kon gebracht worden. Eerst deed ik haar inslapen door strijkingen, later door haar hand aan te raken, eindelijk eenvoudig door in de zaal te komen.
//Wanneer ik 's morgens met mijn chef van dienst. Professor Le Port, de zaal binnentrad, zag ik haar terstond aan het einde van de zaal, waarop zij lag, slapende. Maar daar ik niet wilde, dat zij sliep op
7(5
het oogenblik, dut Prof. Le Eorl aan haar bed zou zijn, spande ik al mijne krachten in om haar door innerlijken invloed wakker te doen worden; en, indérdaad, zij werd altijd eenige oogenblikken voordat Prof. Le Fort aan bed Nu. 11 kwam, wakker.
//Was hier werkelijk sprake van eene wilsdaad van mijne zijde, hetzij om haar wakker te maken, hetzij om haar te doen inslapen, of ging zij in slaap en werd zij wakker uit vrije beweging? Dit is een punt, dat ik nooit voldoende tot zekerheid heb kunnen brengen. En indien, zooals ik ga mede-deelen, de proef niet op eene andere manier was genomen geworden, zouden deze slaap en dit ontwaken volstrekt niets bewijzen.
'/Op zekeren dag, dat ik met mijne collega's in de wachtkamer zat te ontbijten â onze confrater Landouzy, op dat oogenblik assistent-arts in het hospitaal Beaujon evenals ik, was erbij â beweerde ik, dat ik bedoelde zieke kon doen inslapen op een afstand, en dat ik haar in de wachtkamer, waar wij ons bevonden, zou doen komen, alleen door eene daad van mijn wil. Maar toen er na verloop van tien minuten niemand gekomen was, werd de proef als mislukt beschouwd.
//Werkelijk was de proef niet mislukt; want eenigen tijd daarna kwam men mij waarschuwen, dat de zieke slapende in de gangen wandelde en mij zocht te spreken, maar mij niet vond; en inderdaad het was zoo, zonder dat ik eenig ander antwoord uit haar kon krijgen, om haar slaap en die omdolende wandeling te verklaren, dan dat zij mij verlangde te spreken.
//Een volgenden keer heb ik deze proef herhaald, ze op de volgende manier wijzigende:
//Ik verzocht twee mijner collega's zich in de
77
zaal te begeven, onder voorwendsel naar de eene of andere zieke te komen zien ; in waarheid echter ora na te gaan, hoe N0. 11, die ik van plan was op dit oogenblik in slaap te brengen, zich zou gedragen. Eenigen tijd daarna kwamen zij mij zeggen, dat de proef was mislukt. Intusschen was zij ditmaal wederom gelukt. Want men had bij vergissing, inplaats van Nquot;. 1L, de daarnaast liggende zieke aan de heeren gewezen, die natuurlijk helder wakker was gebleven, terwijl Nquot;. 11 werkelijk was ingeslapen.quot; (üocteur Ch. Richet, Buil. de la Soc. de Psychol, physiol. 1885, tome I, pag. ;33).
5n. Somiiainbulisine.
Opgemekt op een afstand.
//Er is sprake van een jonge vrouw van vier en twintig jaar, eene weduwe, van afkomst eene Spaansche. Mevr. D... is klein, mager, zeer bruin en met erg lang haar. Het nauwgezetst onderzoek heeft bij haar geen enkel persoonlijk of overgeërfd hysterisch gebrek aan het licht kunnen brengen.
quot; «Toen ik bij mevr. ü... het hypnotisme zocht op te wekken, was zij vooraf nooit aan eene proef van dien aard onderworpen. Na haar een tiental minuten strak aangekeken en hare duimen stevig in de volle hand gehouden te hebben, gelukte de eerste poging volkomen. In 't vervolg werd hetzelfde resultaat verkregen, hetzij door haar slechts aan te zien of door gedurende nauwelijks enkele seconden hare hand of haar hoofd aan te raken, en later eindelijk door nog oneindig veel minder te verrichten, zoonis ik zoo aanstonds zal meedeelen.
//De toestand van mevr. D... was toen in eens die van heldurzieiiid soiniuuubulisnie; het onderhoud
78
was gemakkelijk, de bevatting van de patiënte levendig, hare gevoeligheid bleek overspannen en haar geheugen bewonderenswaardig; elk voor den geest geroepen beeld bracht eene hallucinatie teweeg, maar dit verschijnsel deed zich nooit van zelf voor. Bij het wakker worden, dat ik teweegbracht door met den vinger over de bovenste oogleden te strijken, had zij de herinnering van wat er gebeurd was volkomen verloren, maar wanneer zij een volgenden keer in slaap was gebracht, wist zij alles van haar wakenden en slapenden toestand aaneengeschakeld te vertellen.
//Ik heb gezegd, dat ik mevr. D... dagelijks met grooter gemak deed inslapen. Inderdaad, na haar omstreeks veertien dagen op deze wijze behandeld te hebben, behoefde ik, om dit resultaat te verkrijgen, haar niet meer aan te raken of aan te zien: het was mij, terwijl ik mij van iedere soort gebaar, dat mijne bedoeling zou kunnen verraden, onthield, voldoende het te willen. Was zij te midden van verscheidene personen in een levendig gesprek, terwijl ik mij in den een of anderen hoek in de houding van de volkomenste onverschilligheid ophield, dan zag ik haar weldra, naar mijn goedvinden, tegen den slaap worstelen, welke haar overviel, en ten slotte er voor bezwijken, of den loop harer gedachten weder voortzetten, al naarmate ik zelf voortging ot ophield mijne gedachten bij het te verkrijgen resultaat te bepalen.
//Maar weldra dacht ik er niet meer aan mijn invloed alleen van het eene einde der kamer tot het andere uit te oefenen, ook van het eene vertrek tot het andere, van het eene huis tot het andere in eene meer of minder verwijderde straat gelegen werd hetzelfde resultaat verkregen.
7!)
//Mevr, I)... beweerde, dat zij iedere keer, dal ik aan haar dacht, eene groot,e pijn in dn streek van het middelrif gevoelde; diezelfde pijn gevoeld?; zij trouwens ook wanneer dc séances van soiunam-bnlisrae wat langer duurden, en deed mij besluiten er een einde aan te maken, inderdaad, wanneer ik, nadat wij het vooraf overeengekomen waren, wilde dat mevr. D. .. hare woning verliet, behoefde ik slechts in eene straat, welke in de nabijheid van de hare lag, stil te houden en er haar innerlijk het bevel toe te geven. Het duurde niet lang of ik zag haar komen, en altijd zeide zij mij, dat haar pijn aan het hart haar had aangeduid, waar ik mij bevond.
//Deze pijn in de hartstreek werd hoe langer hoe lastiger en dreigde eene werkelijke borstontsteking te worden, zoodat ik besloot de overdreven oefening, waaraan ik mevr. D ..., wei is waar buiten haar weten, want zij wist bijna nooit, dat er iets was t/eheurd, en dat haar leven dus bij herhaling was gestoord, â had onderworpen, te matigen, en vervolgens geheel te doen ophouden. Mevr. D ... was daarentegen door en door hysterisch geworden, en de resultaten, minder zuiver dan bij den aanvang, begonnen verstoord te worden door aanvallen van convulsie. Midderwijl moest Mevr. D ... zich verwijderen, en verloor ik haar geheel uit het oog quot; (üocteur Héricourt. Buil. de la Soc. de Psyciiol-physiol. torn. I, p. 35).
0quot; Proeven van Suggestie.
Gedurende den kunst matigen slaap.
//Ik heb eenige proeven genomen op personen.
80
die ik drie jaren geleden in eene seance, welke hier door den heer Hansen werd quot;quot;eleven, met succes
O O '
aan de inwerking van het hypnotisme had zien onderwerpen.
// De een, Hubert R ..., is een jongraensch van een twintig jaar oud, op dat oogenblik student aan de Rijks-Landbouwschool te Gembloux.
//Ãe ander. Hector P..,., is zes en twintig jaar oud en oefent het vak van slager in dezelfde plaats uit.
//Om de hypnose teweeg te brengen, heb ik nooit een ander middel te baat genomen, dan het
O '
vestigen van den blik op den vinger met sterke convergentie der gezichts-assen. Eéne minuut is voldoende voor R,... die kalm inslaapt. P. krijgt na drie minuten eenige krampachtige schokken door het geheele lichaam, vestigt daarna den blik strak op den betooverenden vinger en slaapt.
//Op zekeren dag zeide ik tot R...., terwijl hij in slaap was: //bij het verlaten van mijne woning zult gij mij de loep, welke op tafel ligt, ontstelen, maar zóó dat gij niet betrapt wordt,quot;
Een half uur later, toen het noodlottige oogenblik gekomen was, staat R... op, nadert steelsge-wijze de bewuste tafel, kaapt het voorwerp met zeldzame behendigheid weg en verlaat ons.
//Later zeg ik hem, dat wanneer hij weder is ontwaakt, één zijner vrienden, een landbouwer uit dezelfde plaats als hij, die overgekomen is om een dag met hem door te brengen, hem zal voorgesteld worden. Ik doe hem ontwaken en stel hem een oogenblik daarna, zonder een woord te spreken, een student voor, die van het begin van den avond
81
naast hem gezeten heeft: //Ha, daar is F....!quot; riep hij, omhelsde hem daarop onmiddellijk en overstelpte hem met vragen. Het onderhoud duurde langer, dan een half uur. Dit maakte den lachlust van de getuigen van dit tooneel gaande, natuurlijk ten koste van den student, die zich al dien tijd inspande om zich goed te houden in de rol van iemand, dien hij niet kende.
//Op zekeren avond gelast ik 11...., zich den tnlyenden dag in het middaguur naar den apotheker te begeven en hem een stukje aloë te vragen. De last werd op het aangegeven uur stipt uitgevoerd, en het geneesmiddel bij het middagmaal in de soep gebruikt. Maar ongelukkig moest R..., eene omstandigheid, waarvan ik geen kennis droeg, dien namiddag eene vrije lange reis per spoor maken, zoodat het overbodig is te zeggen, dat de reis zeer bezwarend was.
quot;Op een Zondag suggereerde ik hein het volgende: uAanstaanden Woensdag moet gij onmiddellijk na het middagmaal aan Dr. 11... (deze was officier van gezondheid in eene naburige plaats) op eene briefkaart het volgende schrijven: //Ik heb de eer u te berichten, dat ik benoemd ben tot Professor aan de Rijks Landbouwschool te Gerabloux. Ik zal onderwijs geven in de kunstmatige vischteelt, Ik hoop, dat gij, bij uw eerste bezoek aan Gem-bloux, mij met mijne benoeming geluk zult komen wenschen. Ontvang, enz.quot; Den volgenden Vrijdag zendt mijn confrater mij de kaart, welke op bovengenoemd uur en, in weerwil van het belachelijke van de zaak, met dezelfde woorden, welke gesuggereerd waren, geen woord meer, geen woord minder, geschreven was.
h 11 ij betuigde mij later, dat hij er volstrekt niets van wist dat hij die briefkaart geschreven had.
G
Den 2()stei1 Deccmher verzocht ik liem het volgende:
//Den lstequot; Januari, bij gevolg in uwe vacantie, moet gij ieder van ons, deze drie personen en mij, een visite-kaartje zenden, nadat gij op de keerzijde er van het volgende geschreven hebt: //Ik vvensch u alles goeds. Ik schrijf n onder den invloed van eene hypnotische suggestie, welke ik den 2Ã5tequot; December ontvangen heb. Ik wensch u dit van harte, ofschoon ik op dit oogenblik niet weet, wat ik doe.quot; â En de vier bedoelde personen hebben ieder voor zich op den bepaalden tijd het kaartje ontvangen. Er was eene kleine wijziging in de wending van den volzin, maar de inhoud was geheel dezelfde. Thans herinnert zich de patiënt volstrekt niet, wat hij gedaan heeft.
//Somnambulisme van P.
//Hij slaagde uitmuntend in de objectiveerinc) van i/jpen (zooals de heer Ch. Richet die beschreven heeft). P. is een schrander jongmensch, maar die geen ander onderwijs dan dat van de uitgebreid-lagere school heeft genoten. Hij bezit eene schoone stem en is lid van een tooneelgezelschap in zijne woon plaats.
//Ik d oe hem inslapen en herschep hem in een acteur. De keus van hetgeen hij zal voordragen is aan hem overgelaten; een talrijk publiek wordt geacht naar hem te luisteren. Wij hooren daarop een tooneel, dat een volleerd kunstenaar niet beter had kunnen weergeven. Langer dan tien minuten verrukte de gewaande acteur ons door zijne manier van voordragen en acteeren. Wanneer ik echter, terwijl hij heen en weder loopt, met den vinger ook maar even zijn schedel rechts aanraak, staat de patiënt onbeweeglijk in de houding, waarin ik hem
heb overvallen en verstomt zelfs midden in een woord; dit verschijnsel, dat rnen naar verkiezing kan laten voortduren, houd eerst op als men den vinger terugtrekt.
//Ik herschep hem ook in een generaal en in een advocaat van het hof van lijfstraffelijke rechtspleging.
//In de laatste séance zeg ik tot hem : //Morgen kwart voor twaalf moet gij alles laten staan, om u regelrecht naar den heer X. (een zeer gezien persoon in zijne woonplaats te begeven. Daar de heer X. zeer bevriend is met den heer Beernaert, het hoofd van het ministerie, moet gij hem verzoeken, dat hij u zijn steun verleene om u te doen benoemen tot ridder van de Leopolds-orde.quot; Den volgenden dag zat P. op het aangegeven uur in het koffiehuis met eenige vrienden kaart te spelen. Eensklaps staat hij .driftig op, verlaat zonder een woord te spreken het koffiehuis en begeeft zich met haastige schreden naar de woning van den heer X. Mij geeft zijn verlangen met gepaste woorden te kennen, maar weigert mede te deelen, wat hem tot zulk een pretensie drijft. Toen hij zijne boodschap stipt volbracht had, komt hij in het koffiehuis terug om zijn spel te eindigen. Maar zijne makkers, die met zulk eene wijze van handelen volstrekt niet ingenomen waren, hadden het goed gevonden zich te verwijderen en hem de verteringen te laten betalen.
//Eenige dagen later vertelde hij mij, dat hij zich het bezoek, dat hij aan den heer X. gebracht had, herinnerde, maar volstrekt niet de zaak, welke het betrof : hij had zich daarom niet verder bekommerd, ongetwijfeld bij zich zeiven zeggende, dat hij weder-
84
om onder den invloed van eene suggestie had gehandeld.quot; (Dr. Elie Etienne, Buil. de la Soo. Psychol, physiol. 188(5, feuilles l, 3, 3, pag. 42).
7quot;. Suggestie.
Met een tusschentijcl van 172 dagen.
//Don I4'.len Juli 1884 in den namiddag suggereer ik aan mej. A. E , na haar in hypnotischen slaap gebracht te hebben, het volgende (ik schrijf de aanteekening over, welke ik in mijn schrift voor waarnemingen heb gemaakt);
////Den lsten Januari 1885, 's morgens om 10 uur, zult gij mij zien, ik zal u geluk komen wenschen met het nieuwe jaar; daarop zal ik, na u geluk gevvenscht te hebben, weder verdwijnen.quot;
//Den lgt;ten Januari 1885 was ik te Parijs (mej.
A____ E____ woont te Nancy), ik had over deze
suggestie met niemand gesproken. Ziehier, wat zij op den dag zeiven aan eene van hare vriendinnen vertelde, en wat zij mij zoowel als den- Dokter zeide. Den lsten Januari bevond zij zich 's morgens tien uur in hare kamer, toen zij aan de deur hoorde kloppen. Na //binnen1' geroepen te hebben, zag zij mij tot hare groote verbazing binnenkomen en hoorde zij mij haar mondeling gelukwenschen. Ik vertrok bijna onmiddellijk weder en niettegenstaande zij zich naar het raam begaf zag zij mij niét vertrekken, zij merkte ook op, wat haar in dien tijd van het jaar zeer verbaasde, dat ik eene zomerkleeding aan had (het was dezelfde, welke ik droeg op den dag, dal ik haar de suggestie had gedaan).
//Men bracht haar te vergeefs onder het oog dat
ik op dien datum in Parijs was en dat ik den |sten Januari niet bij haar kon geweest zijn; zij hield vol te beweren, dat zij mij had gezien, en heden nog is zij, in weerwil van mijne verzekeringen, overtuigd, dat ik mij aan haar vertoond heb.
//Dus is, na een tusschentijd van 172 dagen, de suggestie, welke ik had gedaan, tot in de kleinste bijzonderheden verwezenlijkt. Ik voor mij betwijfel geen oogenblik, of de suggestie zal na een veel lange-ren tijd en misschien zelfs na verscheidene jaren kunnen slagen.quot; (ür. Eeaunis, Buil. de la Soc. de Psychol, physiol. 1885, tome 1. p. 20.)
Jk heb in mijne werken over het magnetisme en het somnambulisme dikwijls gesproken over de vermeende wonderen op grond waarvan men de godheid van den grooten en geleerden wijsgeer Jezus Christus gelooft, die, laat ons dit niet vergeten, een gedeelte van zijn leven in Egypte had doorgebracht, waar hij zeker eene uitgebreide kennis had opgedaan van de wetenschappen, welke ons bezighouden.
Is deze door Dr. Beaunis gesuggereerde verschijning na een tusschentijd van 172 dagen niet de tegenhanger der verschijning van J. C. aan de heilige vrouwen en aan zijne discipelen na zijn dood ? ...
8'. Oesuggercerd Schrift.
Proeve van proefondervindelijke (jrapholoyie.
In mijne verhandeling over Graphologie bewees* ik door tal van voorbeelden, dat het schrift onvermijdelijk de persoonlijkheid, het karakter van den schrijver openbaart. De hypnotische proeven heb-
S(5
ben dc beweringen der geleerden volkomen bevestigd, die over het verband, dat er bestaat tusschen
O ' '
het karakter van een inensch en de lijnen, welke zijne pen trekt, nagedacht hebben, en ziehier betreffende dit onderwerp een uittreksel van het verslag, den 32sten Februari 1S8G in de zitting van de Société de Psychologie physiologique gelezen, omtrent de proeven, welke door de doktoren H. Ferrari, .!. lléricourt en Ch. Richet zijn genomen:
vZoo de vorm van het schrift werkelijk afhankelijk is van iemands bewustzijn en persoonlijkheid, moet ook iedere verschillende persoonlijkheid een verschillend schrift hebben.
vl)e resultaten der proefnemingen hebben dit vermoeden bevestigd, zooals men dat kan zien in de handschriften, welke wij hierbij overleggen, zoowel als in de afdrukken, welke wij er door de photographic van hebben laten maken, op eene wijze, welke er de volkome getrouwheid van verzekert.quot;
//Ziehier allereerst het gewone schrift van een jong student in de medicijnen, X..., negentien jaar oud en volstrekt niet bekend met de grapho-logie. Om dit jongmensch in den toestand van suggestie te brengen is het niet noodig den slaap op te wekken, en zijne gevoeligheid is zoo groot, dat hij in den toestand, beschreven onder den naam van magnetisch waken, wordt gebracht door een-voudis: de hand vóór de oouren heen en weder te
O «-J
bewegen en misschien zelfs door een duidelijk uitgesproken bevel. In dezen toestand suggereert men den heer X. achtereenvolgens, dat hij een slimme boer, dat hij Ilarpagon, en ten slotte, dat hij een zeer oud man is en geeft hem daarop de pen in de hand. En op hetzelfde oogenbük, dat men
ziet, dat de gelaatstrekken en de algcmeene bewegingen van den patiënt zich wijzigen en in overeenstemming komen met de voorstelling van den gesuggereerden persoon, merkt men op, dat zijn schrift daarmede overeenkomende, nietminder scherpe wijzigingen ondergaat en insgelijks een bijzonder karakter aanneemt, dat aan ieder van de nieuwe toestanden van het bewustzijn eigen is. In één woord, dat de beweging van het lichaam bij het schrijven zich gewijzigd heeft, evenals de beweging van liet lichaam in het algemeen.
//Ziehier van den anderen kant het schrift van eene dame, bij wie men insgelijks met het grootste gemak den toestand van magnetisch waken opwekt; men suggereert haar, dat zij Napoleon is, en vervolgens, dat zij een meisje van twaalf jaar is. Twee verschillende handschriften stemmen nogmaals met deze twee toestanden van persoonlijkheid overeen.
//liet eerste besluit, dat uit deze twee proeven is te trekken, is dat waarop wij prijs stellen den nadruk te leggen: dat zij namelijk aantoonen, dat de wijzigingen van het schrift vrucht zijn van de wijzigingen der persoonlijkheid.
//Daardoor is ook het beginsel van de mogeljlc werkelijkheid der graphologie bewezen. Zij toonen bovendien hare toezenlijl'c werkelijkheid ten duidelijkste aan voor zooverre de veranderingen van het schrift, waarvan wij opmerkten dat zij overeenstemden met de veranderingen der persoonlijkheid, in hare algemeene trekken ten minste, de l-nrakterisddkc henleekenen weergeven, welke door deyrapliologen aan de versc/iillende gesuggereerde persoonlijkheden worden toegekend.quot; (Docteurs Ferrari, Héricourt et Ilichet, Buil. de la Soc. de Psychol, physiol. AnneelSSO; feuilles J, 2, p. 21).
DERDE AEDEEL1NG.
HET SPIRITISME.
11 KT SPIRITISM Hl KN DE DllAATENDE TAFELS.
ï. Ovor liet bestaan der Geesten. â De familie Fox. Over hot eigenaardige wezen der Geesten. â Over het Perisprit. â De Mediums. â Verschillende klassen van Mediums. â
Hoe dikwijls heeft men zich de vraag niet gesteld; Bestaan er geesten?
Door middel van eene zeer eenvoudige redeneering kan men het bewijs leveren, dat er tegen het geven van een heslist bevestigend antwoord op diq vraag niets is in te brengen; zij, die aan de onsterfelijkheid der ziel gelooven, nemen natuurlijk aan, dat er geesten bestaan, omdat na hun sterven de hunne, hunne ziel, zal blijven voortleven. â Maar zoo hunne ziel moet voortleven na hun sterven, leven evenzeer ook die van al de menschen, die sedert de schepping der wereld gestorven zijn, voort. Derhalve bestaan er zuivere geesten, ontdaan van alle materie, van ieder lichamelijk bestanddeel.
Zie hiér daarenboven, hoe men, analogisch door-redeneerende, zich van deze waarheid nader overtuigen kan. Alles in de natuur, in het heelal is gelijk. De algemeene wetten, welke gegolden hebben bij de vorming der wereld, zijn onveranderlijk. Zij hebben nooit eenige wijziging ondergaan en
zullen nimmer gewijzigd worden. Alles hangt samen in de natuur, en het eene begrip brengt onmiddellijk het, andere correlatieve hegrip voort. Zoo wekt het begrip van een zeer slecht vervaardigd standbeeld onmiddellijk het begrip van een volmaakt standbeeld, en wij weten, dat er werkelijk standbeelden zonder gebrek bestaan. â liet begrip van een leelijk mensch wekt evenzoo dat van een schoon mensch. Het ledig wekt het begrip van vol, en omgekeerd. En wat er in de stoffelijke wereld plaats grijpt, heeft zijn tegenhanger in de onstoffelijke wereld; de ondeugd doet denken aan de deugd, en sluit het werkelijk bestaan van deze laatste in zich. Wanneer wij een dom mensch zien en hooren, komen wij tot de overtuiging, dat er geleerden bestaan.
Derhalve, er bestaan lichamen, welke zichtbaar zijn en zwaarte hebben; de gesteenten, de metalen, de gewassen, enz. â Bijgevolg bestaan er ook onzichtbare en onweegbare lichamen : de gassen. . . .
Er bestaan zichtbare en niet met verstand begaafde lichamen; de gesteenten, enz. â Bijgevolg bestaan er ook zichtbare en met verstand begaafde lichamen; de mensch en zekere dieren. . . .
Maar daar er zichtbare en met verstand begaafde lichamen bestaan, moeten er ook onzichtbare en met verstand begaafde lichamen bestaan; de geesten.
Inderdaad, wie het meerdere vermag, vermag ook het mindere. Zoo er van trappen, van meer of minder gemakkelijk in zake de schepping sprake kan zijn, heeft God zeker met meer gemak een eenvoudig en geest geschapen, dan een wezen, dat, zooals de mensch, eene tijdelijke vereeniging van een geest en een stoffelijk lichaam is. Bijgevolg is ongetwijfeld Zijne eerste daad geweest het scheppen van
i)3
de eenvoudige geesten, en dit vermoeden wordt ook door de overlevering bevestigd. Deze geesten bestaan dus, naderaaal wij zelve, die uit een lichaam en een geest zija samengesteld, bestaan.
Uitgaande van deze waarheid, welke ons onbetwistbaar toeschijnt, heeft de raensch zich ten allen tijde de vraag moeten doen, of de zuivere geesten zich niet nu en dan met hem in betrekking stellen en of zij daartoe niet eene menschelijke of ten minste eene stoffelijke gedaante aannemen; of zij geene bijzondere middelen hebben, om hunne tegenwoordigheid kenbaar te maken, enz.? â Vandaar de talrijke mythologieën ; vandaar die ongeloofelijke menigte geesten, behoorlijk gecatalogizeerde godheden, wier aantal Varro alleen voor de Romeinen op 3000 begrootte.
Vandaar dat men, nog niet zoo lang geleden, de geesten bad zich te openbaren.
En daar er, zooals Salomo het uitdrukte, niets nieuws onder de zon is, is het hoogst belangrijk op te merken, dat de ouden, waar zij de geesten opriepen, handelingen verrichtten, welke onder de menschen van den nieuweren tijd nog in gebruik zijn en welke dezen meenen bedacht te hebben. Wij zullen dat in het vervolg (pag. 107) aantoonen, en herinneren hier eenvoudig, wat wij ten opzichte van het dierlijk magnetisme van keizer Vespasianus gezegd hebben (^.
Men meent, dat het onderzoek naar de middelen, waarvan zich de geesten bedienen om zich met ons in betrekking te stellen, in Amerika begonnen is.
Te Hydesville, in den Staat New-York, leefde in 1S4S een methodist. Fox genaamd. Op zekeren
(1) Magnetisme en Somnarabulismo.
94
avond, op het oogenblik dat zijne vrouw en zijne twee dochters naar bed gingen, hoorde men slagen, welke op een meubel gegeven werden. Na een oogenblik geluisterd te hebben, maakte óéne dei-dochters een geluid met de vingers, waarop eene echo onmiddellijk antwoordde. Het andere meisje klapte vervolgens cenige malen in de handen; toen zij ophield, herhaalde de echo precies hetzelfde aantal klappen. â Men houde in het oog, dat het woord echo, waarvan wij ons bedienen, hier eenvoudig in figuurlijken zin gebruikt wordt, want de door de muren eener kamer begrensde ruimte sluit de mogelijkheid van het natuurverschijnsel, dat dien naam draagt, volkomen uit.
Vervolgens vroeg mevr. Fox op hare beurt: Zijt gij een menschelijl- wezen?
Er volgde geen antwoord.
Maar toen deze dame zeide: Zoo gij een geest zijl sla dan tweemaal.... werden de twee slagen gegeven.
Door middel van eene alphabetische combinatie, tusschen deze dames en den geest vastgesteld, verklaarde deze, dat hij Charles liagn heette, op een-en-dertigjarigen leeftijd vermoord en in het huis zelf begraven was geworden.
Ueze buitengewone feiten werden weldra in de gansche buurschap bekend, en openbaringen van geesten kwamen spoedig in al de Staten van Amerika voor.
Maar sinds langen tijd had men zich in Frankrijk met deze openbaringen der geesten beziggehouden. Na 1413 beval de monnik Basilius Valentin het gebruik van de Wichelroede aan om, met de hulp der geesten, die haar op de goede plaatsen in beweging brachten, in de aarde verborgen schatten.
deze of gene meiuien, bronzen, enz. te ontdekken. Sedert, hebben tal van schrijvers; Faracelsus, Me-Innchtun, Libavius, de kerkvaders Ccesius, Kircher, Jean-Francois, Gaspavd Schott, enz., dit onderwerp behandeld, die deze zeldzame eigenschap der roede of aan eene geheimzinnige sympathie, of aan de geheime macht der geesten toeschreven.
Dan, hoe dit ook wezen moge, wij willen hier terstond de theorie van het spiritisme meedeelen, voorgelicht door een van zijne vurigste aanhangers en verspreiders, Allan Kar dec, wiens leer in het breede is uiteengezet in drie verschillende werken, welke m hun tijd grooten opgang gemaakt hebben: Le Livre des Ãsprits, Ie Li ere des Médiums, en la Revue Spirite.
De overgang tusschen tien geest en de stof is niet plotseling. Tusschen deze essenties bestaat er eene derde, welke de spiritisten het Perisprit noemen, liet is eene substantie, welke beslist meer geestelijk dan stoffelijk is. Het is eene uiterst fijne, onzichtbare vloeistof, welke om zoo te zeggen het lichaam van den geest uitmaakt. Door het perisprit kan hij de indrukken teweegbrengen, waardoor hij zijne tegenwoordigheid openbaart. Onze ziel heeft evenzeer zijn perisprit: het is die bijzondere band, welke haar met het lichaam verbindt; bij den dood sterft alleen het lichaam en wordt ontbonden, het perisprit behoudt dan, hoewel onzichtbaar, de menschelijke gedaante. Daar evenwel dc substantie van het perisprit niet vast is, volgt hieruit, dat zij die gedaante niet altijd behoudt en de geest haar naar willekeur kan wijzigen.
Daaruit volgt ook, dat de geesten ons volkomen gelijkvormige wezens zijn en dat wij, wanneer zij het voegzaam achten zich op zichtbare wijze te
9C
openbaren, hen zien in menschelijke gedaante: maar zeldzaam doen zij het op deze manier. â Gewoonlijk doen zij het door middel van geheel andere zichtbare of door de zintuigen waar te nemen verschijnselen, dat wil zeggen door zinnelijke of wel door zuiver geestelijke openbaringen.
Het eene oogenblik hebben die openbaringen op onze oproering, het andere oogenblik geheel uit vrije beweging plaats.
Om de geesten te kunnen oproepen, hen te doen verschijnen en van hen een antwoord te ontvangen, moet men in een bijzonderen toestand verkeeren, eene bijzondere eigenschap bezitten : moet men Medium zij n.
Ieder mensch bezit in meerdere of mindere mate de vatbaarheid om medium te zijn: maar oefening, en voorts een geregeld en ingetogen leven, een gelijkmatig karakter, een gerust geweten en groote liefde tot den naaste ontwikkelen die krachtig.
Er zijn verscheidene soorten van mediums, overeenkomstig de middelen, waarvan de geesten zich bedienen om zich aan hen te openbaren. De mediums met physieke werking, de voor indrukken vatbare mediums, de hoorende mediums, de sprekende mediums, de ziende' mediums, de in magnetischen slaap ver keer ende mediums, de genezende mediums, de jmeumatoyraphische mediums, de pst/chotjraphisolie mediums of schrijvers, enz.
De mediums met physieke werking brengen voornamelijk de bewegingen van het lichaam, de geluiden, in één woord de stoffelijke verschijnselen voort. Zij kunnen willekeurige of onwillekeurige mediums zijn, al naarmate hunne actie zich overeenkomstig hun wil of buiten hun weten openbaart.
De voor indrukken vatbare mediums zijn dezulken,
97
die de tegenwoordigheid der geesten ontwaren door een geheel eigenaardigen lichamelijken indruk ; lichte aanrakingen, wrijvingen, enz.
De hoorende mediums hooren het spreken der geesten. Het eene oogenblik doet die stem zich inwendig, in hun binnenste hooren; het andere oogenblik wordt zij uitwendig vernomen, ;tlsof zij door een onzichtbaar persoon werd voortgebracht. In dit laatste geval hooren al de omstanders haar ook.
De sprekende mediums bezitten deze bijzondere eigenschap, dat zij hunne organen den geest leenen, die er zich van bedient en spreekt door hun mond.
De ziende mediums bezitten eene nog zonderlinger eigenschap: zij zien de geesten komen en zich weder verwijderen. Zij roepen hen, zien hen tot zich komen en spieken hen aan als den eerste den beste, dien zij ontmoeten. Zij moeten zich daarvoor in eene zeer bijzondere physieke stemming bevinden ; enkele bezitten zelfs deze eigenschap slechts dan, wanneer zij bijna volkomen in magnetischen slaap verkeeren. Zij zijn bovendien uiterst zeldzaam, en wij meenen onzen lezers igt;een ondienst te doen met de mede-
O
deeling van een paar feiten, welke door Allan Kardec zeiven op de volgende wijze verteld worden :
//1quot;. Wij woonden op zekeren avond met een zeer goed ziend medium de voorstelling van de opera // O her on' bij Er stonden in de zaal een vrij groot aantal plaatsen ledig, waarvan er evenwel vele bezet waren door geesten, die in de opvoering belang stelden: enkelen hunner voegden zich bij zekere toeschouwers en schenen naar hun gesprek te luisteren. Op het tooneel viel er geheel iets anders
7
98
voor: verscheidene opgeruimde geesten vermaakten zich daar met achter de acteurs al hunne bewegingen op belachelijke wijze na te bootsen; anderen, meer ernstige, schenen de zangers te bezielen en zich moeite te geven, om geestdrift bij hen te wekken. Eén hunner hield zich voortdurend in de nabijheid van ééne der voornaamste zangeressen op; wij schreven hem een meer of min lichtzinnig opzet toe. â Toen het scherm gevallen was, riepen wij hem. Ilij kwam tot ons en verweet ons met eenige gestrengheid ons lichtzinnig oordeel. /'Ik ben niet
o quot; ....
waar gij mij voor houdt,quot; zeide hij; //ik ben haar leidsman en haar beschermgeest, het is mijne taak haar te leiden. Adieu! zij is in hare loge, ik moet naar haar toe om voor haar te waken.quot; â Wij riepen vervolgens den geest van Webcr, den auteur der opera, op en vroegen hem, hoe hij de uitvoering van zijnequot; schepping vond ? â n Dat gaat nogal,quot; antwoordde hij, umaar zij is mat; de acteurs zingen, meer niet! Er is geen bezieling bij.quot; // Wachtquot; voegde hij er bij, nik zal beproeven hun een weinig feu sacré in te storten.quot; Daarop zagen wij hem op het tooneel boven de acteurs zweven: een stroom scheen uit hem voort te komen en zich over hen uit te storten; op hetzelfde oogenblik was er werkelijk verhooging van geestdrift bij hen op te merken .. ..quot;
//2°. Ziehier» een ander feit, dat bewijst welken invloed de geesten op de menschen buiten hun weten uitoefenen. Wij woonden, evenals dien avo nd, met een ander ziend medium eene voorstelling in den schouwburg bij Toen wij met een geest, die toeschouwer was, een gesprek aangeknoopt hadden, zeide deze tot ons: //Gij ziet de twee dames wel.
99
die daar aüeen in de eerste lotje zitten? Welnu, ik maak mij sterk haar de zaal te doen verlaten..!' Dit gezegd hebbende, zagen wij hem naar de bedoelde loge gaan, daarin plaats nemen en de beide dames aanspreken; onmiddellijk zien dezen, die aandachtig de voorstelling volgden, elkander aan, schijnen met elkander te overleggen, verwijderen zich daarop en keeren niet meer terug. De geest knikte ons toen komisch toe, ten teeken dat hij woord gehouden had, maar wij zagen hein niet terug om hem eene meer uitvoerige verklaring te vragen.quot;
Het medium, dat in magnetischeii slaap verkeert, verschilt van den gewonen somnambule-slaap hierin, dat deze in den magnetischen slechts den aandrang van zijne eigene ziel gehoorzaamt, welke in dezen toestand veel helderder is geworden. De eerste daarentegen handelt onder den aandrang van vreemde
o o
geesten.
Het genezend medium is zulk een, waaraan geesten zich mededeelen, die de geneeskunst verstaan, of zich ten minste door genezingen openbaren: vermoedelijk geesten van vroegere geneesheeren.
Het pneumatographiscl medium is zulk een, door wien de geesten rechtstreeks met gewone letterteekens neerschrijven, wat zij ons mede te deelen hebben. Zoo men een pneumatographisch medium is, behoeft men slechts een vel papier te nemen, dat in vieren te vouwen, en het vervolgens op een meubelstuk of in eene lade, welke desverkiezende gesloten kan worden, te leggen. Na verloop van zekeren tijd is dit papier bedekt met teekens, letters, en zeer dikwijls met geheele volzinnen, ja zelfs met gesprek ken. Wat er op staat is geschreven met eene grijze, zwarte of roode stof, enz.
100
Fsyclograpliiscl medium is hij, van \vilt;;ns hand de geesten zich bedienen tot het onmiddellijk schrijven van letters en antwoorden op de vragen, welke tot hen gericht worden. In dien bijzonderen toestand beweegt de hand zich onder eene drijfkracht, welke zij niet bij machte is te wijzigen, en zij schrijft onbewust, wat de geest haar doet schrijven.
Een anderen keer is het een plankje, een mandje, eene kleine tafel, welke op verzoek van het schrijvend medium zich met het opteekenen belasten ; men maakt er in dat geval een potlood aan vast en plaatst ze op een vel papier.
Volgens Kardec //houdt het mandje soms met zooveel kracht op, dat het aan de hand van het medium ontsnapt, somtijds zelfs begeeft het zich naar bepaalde personen in den kring om hen te slaan, een anderen keer getuigen zijne bewegingen van zeker gevoel van toegenegenheid. Hetzelfde heeft plaats wanneer men het potlood in de hand houdt; dikwijls wordt het dan met kracht weggeworpen, of wel de hand beweegt zich evenals het mandje, krampachtig en slaat driftig op de tafel, terwijl het medium zelf hoogst kalm is en er zich over verbaast, dat het het voorwerp niet meester is...quot;
Deze verschijnselen bewijzen de tegenwoordigheid van onbeschaafde geesten van minderen rang. Volgens het algemeen gevoelen der spiritisten, weten de meer verhevene geesten zich veel waardiger te gedragen, en bepalen zij er zich eenvoudig toe zich te verwijderen, zoodra zij bemerken, dat men op hunne raadgevingen geen acht slaat, of dat zij belachelijk worden gemaakt.
II. Oproeping der Geesten. Draaiende tafels. Ver.scliillende middelen, welke ilnor de Geesten worden gebruikt om zich te openbaren. Uitvorschende slinger. Oude en nieuwere voorbeelden. Theorie van den uitvorschenden slinger.
Oin medium te worden, moet men, evenals bij het magnetisme, geloof hebben; bezield zijn door een groot vertrouwen ; vast gelooven, dat de opgeroepen geest zijne tegenwoordigheid wel zal willen openbaren: een geregeld leven leiden; een rechtschapen karakter bezitten; verhevene gevoelens koesteren en den omgang met geesten vurig begeeren.
Vervolgens vormt men een gezelschap van vijf of zes personen, â dit neemt niet weg, dat men ook alleen kan werken â en noodigt, na eenige oogenblikken van diepe overpeinzing, den geest uit zijne tegenwoordigheid en zijne welwillendheid te openbaren door het eene of andere teeken, dat men hem aanduidt. Men moet hier bedenken, dat het tegenwoordig zijnde medium den geest moet uitnoodigen zich te openbaren door eene der verrichtingen, door middel waarvan hij, medium, vatbaar is de onbewuste helper van den geest te worden. Zoo moet bijv. Xwiphysielie medium zinnelijke, stoffelijke werkingen, geluiden, het verplaatsen van voorwerpen van
102
de eene plaats naar de andere vragen; zoo moet het hoorende medium woorden vragen, welke nauwkeurig door hein alleen of door het gezelschap gehoord kunnen worden, enz.
Een der meest gebruikelijke middelen om met de geesten in aanraking te komen is de draaiende tafel. Dit is de spiritistische werking, welke het eerst is opgemerkt.
De aanwezige personen plaatsen zich om de tafel en leggen hunne handen plat, den rug van de hand een weinig opgetrokken, op den rand der tafel, zoodat het dikke gedeelte der vingertoppen alleen op het meubel rust. Het is niet noodig, dat de pink van de eene hand den pink der naastliggende hand aanrake.
Daarna moet men het stilzwijgen bewaren en volstrekt in zichzelven gekeerd zijn. Men moet uitsluitend aan de handeling denken, waarmede men bezig is, en naar de tegenwoordigheid van den geest verlangen. Men moet zich vooral met eene goede dosis geduld wapenen, want de werking openbaart zich maar zelden terstond; somtijds komt de tafel niet voor na een kwartier, een uur in beweging. Dat hangt af van de mediumkracht der handelende personen.
Weldra doet zich een licht gekraak hooren. De tafel beweegt zich een weinig, wordt van den grond gelicht, trilt, valt weder, en komt daarna in eene ronddraaiende beweging.
Men moet er zich dan een weinig van verwijderen, ten einde haar niet in hare bewegingen te belemmeren, maar de handen intusschen voortdurend op hare oppervlakte laten rusten.
Wanneer de tafel goed in beweging, wanneer zij in rapport is met de geesten of met den bepaalden geest, dien men opgeroepen heeft, doet men dezen
103
eene vraag en verzoekt, hem, daarop te antwoorden door een of ander teeken, dat men hem aanduidt: bijv. door de tafel met één der pooten één klop te laten geven als het antwoord bevestigend, en twee kloppen als het ontkennend moet wezen. Gewoonlijk verzoekt men hem vlug, met volledige zinnen te antwoorden, door gebruik te maken van de letters van het alphabet. Te dien einde duidt de geest de letter A aan door één klop, de letter B door twee kloppen, de letter C door drie kloppen, en zoo vervolgens.
Dikwijls doet de tafel, in plaats van te draaien, inwendig eene reeks schrille, dofte geluiden hooren: het geluid van den regen, het onweder, de golven, van een troep soldaten op marsch, enz.
In plaats van eene tafel kan men zich ook uitstekend van een hoed, eene mand ol ieder ander rond voorwerp bedienen.
Dikwijls worden ook de voorwerpen, welke wij daar genoemd hebben, hoe zwaar zij ook wezen mogen, door den geest opgeheven en op meer of minder groeten afstand weggeworpen. De tafels worden geheel van den grond gelicht, in de hoogte geheven, bewegen zich als een schip, dat slingert en stampt, heen en weder, stijgen tot het plafond der kamer, dalen, terwijl zij als eene vlok watten door de lucht zweven, langzaam en komen bedaard weder op den grond te staan, of worden er eensklaps tegen gesmeten en breken.
Soms openbaart de invloed der geesten zich door eene buitengewone zwaarte, welke aan een betrekkelijk licht voorwerp wordt medegedeeld, of door eene ongehoorde lichtheid, welke een zeer zwaar voorwerp tijdelijk bezit.
Hoe kan een geest, een onstoffelijk lichaam, deze
104
effecten teweegbrengen? Door middel van het Ferüprit, waarvan wij reeds gesproken hebben. Door deze half-stoffelijke en half-geestelijke essentie met tie algemeene vloeistof, welke de geheele natuur bezielt, met den ether, zooals de natuurkundigen haar noemen, te verbinden, heeft ds geest eene stof te zijner beschikking, welke, ofschoon onzichtbaar, eene aanmerkelijke dichtheid bezitten en werken kan als de zwaarste lichamen, welke wij kennen, In de werkelijke zwaarte der lichamen is niet de minste verandering gekomen, maar h unne betrekkelijke zwaarte is aanmerkelijk gewijzigd.
Eene vergelijking zal nug beter doen begrijpen, wat wij te kennen willen geven.
ledereen kent de luckipomp. Wanneer wij de glazen klok luchtledig maken, wordt deze zoo stevig op de metalen plaat van het werktuig gedrukt, dat het, zelfs aan de vereende krachten van verscheidene personen, volmaakt onmogelijk is haar op te lichten. Intusschen is die klok niet zwaarder geworden. Zij blijft aan de metalen plaat verbonden door het hoogst aanmerkelijk gewicht van de kolom lucht, welke er op drukt en met langer een tegenwicht heeft in de drukking der lucht, welke zich vroeger in de klok bevond.
Zoo wij daarentegen, in plaats van de lucht uit de klok te pompen, er door middel van eene perspomp eene belangrijke hoeveelheid dampkringslucht inbrengen, wordt de klok opgeheven, evenals eier-doppen, welke men op een waterstraal laat dansen. Ook nu zal de klok niets van haar gewicht verloren hebben; zij zal eenvoudig in de hoogte gedreven worden door eene kracht, welke grooter is, dan haar gewicht.
Aan eene dergelijke oorzaak moet men ook het
105
verbazende vermogen toeschrijven, dat de geesten bezitten, de zwaarste voorwerpen met de snelheid der gedachte van de eene plaats naar de andere over te brengen.
Wanneer dus het nhysielce medium den geest bezweert .iets van zijne plaats te doen gaan, vervult deze het aangeduide voorwerp met zijn perisprit; dit perisprit verbindt zich met de midden vloeistof van liet medium, en het voorwerp, dat aan de werking van deze dubbele kracht onderworpen is, voert al de bewegingen uit, welke de wil van den geest het beveelt.
Wanneer de geest door dit middel een tafel kan oplichten, kan hij bijgevolg zooveel te eer een leuningstoel, en zelfs den persoon, die er opzit, of dezen alleen opheffen. Op deze wijze heeft Home, een krachtig Amerikaansch medium, meer dan honderd malen, voornamelijk te Londen, eene verrassende proef kunnen herhalen. Dit medium werkte, in plaats van op voorwerpen om hem, op zich zeiven in en vertoonde weder de vermaarde proeven van Simon dsn Magiër. Hij riep den geest op^ en deed zich opheffen en in de ruimte zweven. Verscheidene malen steeg hij op tot liet plafond van het vertrek, waarin de séances plaats hadden; de toeschouwers liepen onder hem door; en om goed te doen uitkomen, dat het verschijnsel geen gezichtsbegoocheling was, schreef hij met potlood eenige woorden op het plafond.
Voorts begrijpt men door deze verklaring van het loestroomen van het perisprit, hoe, onder den invloed der geesten, een zwak, tenger persoon, die niet bij machte is spierkracht van eenige beteeke-nis uit te oefenen, eene tafel of een meubelstuk, dat eenige honderden kilogrammen weegt, even
lOG
gemakkelijk kan optillen, als hij eene pen zou opnemen.
Eene andere manier om de geesten zich te zien openbaren, welke onder het hereik van iedereen is, insgelijks veel van zich heeft doen spreken en zelfs tal van geleerden tot een ernstig onderzoek heeft gedrongen, is de volgende:
Het eene of andere voorwerp, een ring bij voorbeeld, hangt aan een draad; neem dezen slinger bij het einde van den draad, en houd de hand volkomen stil door den elleboog op de tafel te laten rusten. Na eenige oogenblikken komt de slinger uiterst zwak in beweging, vervolgens begint hij te slingeren; deze slingeringen worden weldra grooter, en eindelijk gaat hij snel heen en weer.
Heb nu den vasten wil, dezen slinger door de gedachte te doen stilhouden; langzamerhand worden zijne slingeringen kleiner en hij eindigt met stil te hangen. Heb den vasten wil hem weder te zien beginnen in tegenovergestelde richting, en hij zet zich weldra in de nieuwe richting in beweging.
l)e geleerden, zoowel als de spiritisten, hebben over dit verschijnsel lanjj; en breed geredeneerd en gepoogd, het door middel van talrijke hypothesen te verklaren.
De spiritisten, dit spreekt vanzelf, zien er de bemoeiing der geesten in.
Do heer Chevreul, de beroemde geleerde, lid van het Instituut, directeur van het Museum van natuurlijke historie, verklaart in een brief aan de Revue des deux Mondes van 23 Maart 18-33 met het opschrift: Over eene bijzondere soort van spierbewegingen, dat hij er eenvoudig eene physieke, onbe-
107
waste handeling in ziet van hem, die ze verricht, welke bepaald wordt door eene machtige werking van zijnen wil en door de begeerte, de zsiak te zien gelukken ').
Wanneer de lezer, spiritist of niet, de proef er van mocht nemen, zal hij slechts herhalen, wat men reeds in het jaar 379 na Clir., onder de regeering van den Keizer van het Oosten, Flavins Valens, gedaan heeft, en ziehier bij welke gelegenheid;
Eeni^e samenzweerders hadden zich verbonden om dezen vorst te onttronen, en het kwam er op aan vooruit te weten, wien men hem tot opvolger zou geven. Er werden lange en geheimzinnige toover-middelen door hen aangewend, om er achter te komen. Aangeklaagd, gevangen genomen en op de pijnbank gebracht, vertelde één hunner, Hilarius, op de volgende wijze, hoe zij den naam van den toekomstigen keizer, Theodorus, aan de weet waven gekomen ; het zijn de woorden van den llomeinschen geschiedschrijver Ammianus-Marcellinus; men zal uit deze passage zien, dat niet alleen de uitoor-schende slinger, maar ook de draaiende tafels sinds de vroegste tijden bekend waren:
//Verheven Rechters, wij hebben, in navolging //van den drievoet van Delphi, onder de auspiciën //der onderwereld, deze ellendige tafel daar voor //u uit lauriertakken samengesteld; en na haar, //volgens alle regels, vele uren aan de werking der //geheimzinnige formulen en bezweringen met al den //aankleve van dien onderworpen te hebben, is het
1) De la Baguette dioincitoire et d/c jPendule explorateuT, etc , tin point de vue de Thistorie, par M. E. Chevreul, membre de rinstitut. Paris. 1S.)4-.
108
quot;ons gelukt ze eindelijk in beweging te brengen. De //wijze van handelen nu, om ze ie doen bewegen, //wanneer men ze over verborgene zaken wilde raad-oplegen was deze; men plaatste haar midden in een //huis, dat met Arabische reukwerken zorgvuldig //van onder tot boven was gereinigd; men plaatste //er een rond blad op, dat uit verschillende metalen //was vervaardigd en waarop niets stond. Op den //rand van het blad waren de vier en twintig letters //van liet alphabet gegraveerd. Boven het blad laat //iemand, die in de kennis der tooverplechtigheden //onderwezen is, in linnen stoffen gekleed, met linnen //schoeisel aan de voeten, en met een blad van een //heiligen boom in de hand, na zicii door zekere //gebeden van de bescherming van de godheid, die //de profetieën ingeeft, verzekerd te hebben, een nnng, welke aan een zeer dunnen, op mystieke //wijze gewijden draad aan de zoldering is opge-nhmgen, slingeren. Deze ring wijst, rijzende en dalende //tusschen en over de letters, er enkelen aan, welke, //bij elkander gevoegd, heroïsche verzen vormen en //antwoord geven op de gestelde vragen, evenals die //van de Pythia. Wij vroegen, wie de opvolger zou '/worden van den op het oogenblik regeerenden vorst; //en daar men zeide, dat het een volmaakt opge-'/voed man zou zijn, riep één van het gezelschap, //toen de ring door zijne slingeringen de beide syl-'/laben e E o en daarop de letter ^ aangewezen //had, dat het T h e o d o r u s zou wezen. liet onder-//zoek werd niet verder voortgezet, want wij hielden //ons overtuigd, dat het lot hem aanwees.'/ â ]) Deze slinger is sinds lang bekend onder den naam van uitvorschenden slinger. Hij werd zóó genoemd.
J) Ainmian Marccll. Hock XXIX, hooWst. I.
10!)
omdat hij gebruikt werd om de ligging en de bijzondere gesteldheid der eltslagen te ontdekken. Inderdaad, al naar de substantie, welke onder den slinger is gelegd, verschillen zijne slingeringen in richting en lengte. Deze verschijnselen zijn zelts waar te nemen, wanneer men hein boven verschillende deelen van het lichaam plaatst, en lliiier, die bijzondere studiën aan deze zaak wijdde, heelt er verschillende artikelen over geschreven in het Tubing-sche Journaal Het Moryenblad-.
//Men neemt,// zegt hij, //een stuk pyriet of gedegen zwavel, of het eene ol andere metaal. De irrootte en de vorm van dit lichaam is onverschillig. Men kan bijvoorbeeld een gouden ring gebruiken. Men bindt dit lichaan aan een draad van zekere lengte; men houdt dezen met duim en wijsvinger vast, laat hem loodrecht hangen en zorgt voor de quot;rerinüfste beweinnquot;'. Het best is den draad een weinig
o o
vochtig te maken.
Aldus ingericht plaatst men den slinger boven ot tamelijk dicht bij een met water gevulden beker, of boven het eene of andere metaal; men kiest bijvoorbeeld een stuk geld, een plaatje zink ol koper; de slinger maakt ongemerkt elliptische slingeringen, welke in eene cirkelvormige beweging overgaan en steeds regelmatiger worden.
Boven de noordpool van een magneet geschiedt de beweging van links naar rechts; boven de zuidpool van rechts naar links.
Boven koper en zilver als boven de zuidpool.
Boven zink en water als boven de noordpool.
Men moet zorg dragen altijd op dezelfde manier te werk te gaan, dat wil zeggen, den slinger altijd op dezelfde manier, hetzij van boven naar beneden, hetzij van ter zijde in de nabijheid van het voor-
no
werp te brengen, want door hierin verandering te brengen, brengt men ook verandering in het resultaat; de beweging, welke geschiedde van rechts naar links, geschiedt dan van links naar rechts, en oiijurekeerd.
O
liet is ook niet onverschillig of de handeling met de rechter- of met de linkerhand verricht wordt; want bij enkele personen bestaat er aanmerkelijk verschil tusschen de rechter- en de linkerzijde.
Het vermoeden van vergissing bij deze proeven is gemakkelijk weg te nemen, al ware het hierdoor alleen, dat de slinger zonder eenige mechanische beweging zijne slingeringen volbrengt; de regelmatigheid der bewegingen zal u ten slotte volkomen overtuigen. Gij kunt de proeven wijzigen tot in het oneindige; gij kunt zelfs aan den slinger een stoot geven in tegenovergestelde richting van zijne beweging, weldra, wanneer de mechanische kracht heeft opgehouden haar invloed te doen gevoelen, zal hij zijne eerste richting weder aannemen.
Wanneer men den slinger boven een chinaasap-pel, een appel, enz. aan den kant van den steel houdt, geschiedt de beweging als boven de zuidpool van den magneet; zoo men de vrucht omdraait, verandert ook de beweging; hetzelfde verschil van polariteit vertoont zich aan de beide einden van een versch ei.
Het vertoont zich nog veel in 't oog vallender in de verschillende deelen van het menschelijk lichaam.
Boven het hoofd volgt de slinger dezelfde bewegingen als boven het zink.
Roven de voetzool dezelfde als boven koper.
Boven het voorhoofd en de oogen dezelfde als boven de noordpool van den magneet.
Ill
Boven den neus als boven de zuidpool.
Boven den mond als boven de zuidpool.
Boven de kin als hoven de noordpool.
Men kan soortgelijke proeven op al de deelen van het lichaam nemen. De bovenkant en de binnenkant der hand hebben eene verschillende werking. De slinger zet zich in beweging boven ieder punt van den vinger, en zelfs boven den vierden of ringvinger, maar hoven dezen in eene richting tegenovergesteld aan die boven de andere vingers. Deze vinger bezit ook de eigenschap, dat hij den slinger doet stdstaan, ot hein eene andere lichting weeft zoo men hem alleen op den rand van de tafel legt, waarop de proeven genoinen worden.
Gerboin, professor aan de bijzondere geneeskundige school te Straatsburg, heeft in 1808 eene reeks studiën over hetzelfde onderwerp in het licht gegeven.
Volgens hem werken de lichamen op den slinger in en doen hem van rechts naar links, of van links naar rechts schommelen; of wel zij zijn zonder werking; of zij zijn eindelijk grillig, dat wil zeggen, hebben eene ongestadige, veranderlijke werking, en soms geene.
Hij heeft naar de bovengenoemde gevallen de lichamen in klassen verdeeld.
Die, welke den slinger van rechts naar links doen schommelen, zijn;
De phosphorus, de zwavel, het zilver, het piatina, het kwik, het lood, het koper, het ijzer, het tin, de zwavelige, phosphorische en chloorzuren, het zeezout, de zeep, de ammoniak, de vlam van eene
waskaars, enz.
Die, welke den slinger van links naar rechts doen
schommelen zijn:
113
De verschillende kwikoxyden, liet koperoxyde, het bisnmtoxide, de ijzer- en zinkoxyden, het aluminium, het water, de aluin, de kobalt, het antimonium, het zink, de suiker, het hout, de gom, de stijfsel, de zwavelzuren, het zuringzuur, het boraxzuur, het salpeterzuur, het arsenikzuur, de vlam van phosphorus, enz.
Die, welke geen invloed op den slinger uitoefenen, zijn: De sneeuw, het ijs, het kwarts, het borax, de wol, de ruwe zijde, de gebleekte katoen, de vlam van alkohol, het phosphorzuur, enz.
Die, welker werking veranderlijk is, en soms volstrekt geen invloed uitoefenen, zijn :
De schilfersteen, de steenkool, het graphiet, de in ontbinding verkeerende plantaardige of dierlijke stotfen, zekere mineralen, ertsen, enz.
De spiritisten bedienen zich dikwijls van den uitvorschenden slinger, niet om den aard der in de ingewanden der aarde verborgen ertslagen te onderzoeken, maar om de geesten te raadplegen. Inderdaad, wanneer men wil, dat de geest op de tot hem gerichte vraag een bevestigend antwoord geve, komt men niet hem overeen, dat de slinger zich van links naar rechts bevve^e; in het teorenoverge-
O ' O O
stelde geval zal hij wel zoo goed willen zijn, hem van rechts naar links te doen gaan.
Maar het toestel, door middel waarvan de geesten zich in een zeker tijdperk, en vooral tegen het einde der XVIIe eeuw, het schitterendst geopenbaard hebben, is de wichelroede.
Deze roede draagt verschillende vormen; de meest algemeene zijn de volgende: een zeer lichte stok, ongeveer 40 centimeter lang, aan 't einde een weinig omgebogen; ofwel geheel omgebogen, met eene kleine vork aan één der beide einden. Men houdt de roede loodrecht, als een slinger;
i 18
te (lien einde neemt men het boveneinde in de hand en iaat dit tegen de handpalm rusten; de drie voorste vingers houden haai bijgevolg op omstreeks 5 centimeter van het einde vast. In dezen toestand begint de roede, zoo een verborgen invloed op haar inwerkt, flink te slingeren, zooals een slinger dat zou doen, of te sidderen en te trillen als eene metalen snaar.
»
8
III. Do wichelroede. Hani- overoude oorsprong. Moord te Lyon (1092). Over de wijze oiu zich niet de geesten in betrekking te stellen. Hoe zij zich uit eigene beweging openbaren. Voorzorgsmaatregelen bij het oproepen in acht te nemen.
Pintls de hoogste oudheid is de roede het teeken van wezenlijke of denkbeeldige macht geweest. De voorbeelden er van in de Heilige Schrift, in de mythologie en in de geschiedenis zijn talrijk.
Herinneren wij ons, om slechts één van de duizend voorbeelden aan te halen, dat zekere volken de gewoonte hadden, in meer of minder gewichtige omstandigheden ééne of verscheidene roeden te raadplegen, het 12e vers van het IVe hoofdstuk van Hozea:
//Mijn volk raadpleegt een stuk hout; een stok moet hun de toekomst onthullen ; want de geest der hoererij verleidt hen, om van onder hunnen God weg te hoereeren.quot;
Wie herinnert zich niet de wonderen, gewerkt door de roede can Aaron en door den staf van Mo-zets, welke in Egypte in eene slang veranderde, en in de woestijn eene bron van levend water deed ontspringen. Door middel van hare roede veranderde Circc de metgezellen van Ulysses in zwijnen, en door middel van hare roede schonk Minerva den held van Ithaca achtereenvolgens het uiterlijk van
11 5
een jongeling of van een grijsaard. De Scythen, de Chineezen, de Indiërs bedienden zich van eene wichelroede in tallooze mystieke omstandigheden. Am mi an us Marcellinus, de Romeinsche schrijver, dien wij reeds boven aanhaalden, deelt mede, dat de Alanen zich van eene wilgen wichelroede bedienden. (Hist. lü). XXXI). De Friezen maakten er gebruik van om de moordenaars te ontdekken, en juist door eene dergelijke werking wekte de loichel-roede in 1693 in de hoogste mate de algemeene belangstelling.
Ziellier onder welke omstandigheden;
Een koopman in wijn en diens vrouw waren te Lyon in hun kelder vermoord, en bovendien waren er ) 30 kronen, 8 louis d'or en een gordel vol zilver gestolen. Deze verraderlijke moord bracht de geheele stad in opschudding, en het ijverigst onderzoek werd ingesteld om de moordenaars te ontdekken. Tevergeefs putte de politie al de middelen uit, waarover zij beschikte.
Een vriend van den vermoorden koopman herinnerde zich toen, dat er in een naburig dorp een rijke boer leefde, wiens reputatie sedert geruimen tijd in den omtrek was bekend geworden, die de politie bij hare nasporingen wellicht de behulpzame hand kon bieden. Deze man, Jacques Aymar genaamd, ontdekte doormiddel van de wichelroede niet alleen verborgene schatten, ertslagen en bronnen, maar ook de plaatsen, waar eene misdaad was gepleegd, en hij kon het spoor van de boosdoeners volgen, zoodat zij vervolgens onfeilbaar ontdekt werden.
De procureur des konings en de halsrechter werden op Jacques Aymar attent gemaakt, die hem naar Lvon opontboden en op de plaats van de misdaad brachten.
8*
llü
Nauwelijks was de boer daar gekomen of hij begon eensklaps te beven en de roede, welke hij loodrecht in zijne omgekeerde rechterhand tusschen zijn duim en wijsvinger hield, begon snel rond te draaien. Hij liep den kelder door en, geleid dooide voortdurende slingeringen van de roede, kwam hij in den hoek zeiven, waar de lijken gevonden
waren.
Hij ging onmiddellijk op weg. altijd naar de aanwijzingen van zijne wichelroede, en volgde het spoor van de booswichten, die, naar hij zeide, diie in getal waren. Wanneer hij van het spoor afraakte, bleef de roede in rust; wanneer hij het precies volgde, trilde zij voortdurend. Hij legde op deze wijze een aanmerkelijken afstand af, volgde de Rhone, ging door weilanden, kwam in dorpen, ging scheep op de rivier, reisde door tot het kamp van Sablon, dat de booswichten sinds korten tijd verlaten hadden, en kwam eindelijk te Beaucaire. Ingevolge de aanwijzingen van de roede ging hij regelrecht naai de gevangenis der stad. Daar de roede nog altijd in beweging was, trad hij ze binnen, doorliep de gangen, bleefquot; voor eene der cellen staan, ging er in, en bevond zich in tegenwoordigheid van een kleinen gebochelde, die kortelings wegens een onbeduidend misdrijf gegrepen was, en van wien hij veiklaaide,
dat hij een der drie moordenaars van den wijnkooper
was. Betreffende de beide andere medeplichtigen wees de roede aan, dat zij den weg naar Ni mes
ingeslagen waren.
Naar Lyon teruggebracht en door dc overheidspersonen. ondervraagd, ontkende de gebochelde met den meesten nadruk alle deelgenootschap nan de misdaad, hij begreep niet, wat men van hem verlangde, hij was nooit te Lyon geweest. Maar toen
117
hij in tegenwoordigheid van de huren van het huis, waarin de moord gepleegd was, gehoord werd, herkende men hem als dengene, db gedurende den nacht vóór de deur van den winkel had gestaan. Door vragen in het nauw gebracht, eindigde hij met te bekennen, dat hij de wacht had gehouden, terwijl de twee mannen, hij wie hij zich in den loop van den dag had aangesloten, den wijnkooper en zijne vrouw vermoordden. Zij waren laat in den avond met hun drieën den winkel binnengetreden, waarop de gebochelde den koopman eene flesch had gegeven, opdat deze naar den kelder zou gaan om ze met zijn hesten wijn te vullen. Toen de ongelukkige daarop naar den kelder was gegaan, waren de twee landloopers hem op den voet gevolgd en hadden hem vermoord. Vervolgens was de vrouw op hare beurt naar den kelder gesleept en naast haar echtgenoot van het leven beroofd.
Met behulp van de wichelroede werd de flesch in een anderen hoek van den kelder teruggevonden, waar de gebochelde ze begraven had.
Jacques Aymar begaf zich onmiddellijk weder op weg, om de twee andere misdadigers te zoeken, en volgde hen tot Toulon. Hij verklaarde, dat deze mannen langen tijd de kust gehouden hadden, dat zij op zekere plaatsen, welke hij aanwees, onder olijfhoo-men geslapen hadden; dat zij den nacht doorgebracht hadden in eene herberg in de nabijheid van de haven, en dat zij eindelijk scheep gegaan waren. Van toen af was het onmogelijk hun spoor te volgen.
üe kleine gebochelde werd ter dood veroordeeld en den 30equot; Augustus lü!):2 op de Place des Ter-reaux terechtgesteld. Toen men hem, overeenkomstig den inhoud van de uitspraak, langs het
118
huis leidde, waarin de misdaad was gepleegd, hoorde de ongelukkige daar de lezing van zijn vonnis aan, knielde en smeekte de beide slachtotters om vergiffenis voor het aandeel, dat hij aan hun ontzettend uiteinde had gehad, door de deur van den winkel te bewaken, terwijl men hen in den kelder vermoordde.
Deze zaak maakte een buitengewonen indruk en Jacques Aymar werd een man van gewicht. Van alle kanten riep men zijne hulp in. Men smeekte hem den bedrijver van deze of gene misdaad, van dit of dat boevenstuk te ontdekken; men smeekte hem in een tuin, op een land te komen, waar men vooronderstelde eene bron of de eene ot andere mijn te zullen vinden. Men ging zelfs zoover, dat men hem door eene straat liet gaan om, door de werking van zijne roede, aan te wijzen welke huisgezinnen heimelijk geschandvlekt waren door het wangedrag der vrouw. Het schijnt dat ten gevolge van eene van deze laatste proeven de straat in quaestie eensklaps het brandpunt van zoo vreeselijke oneenigheden en twisten werd, dat de overheid tusschenbeide moest komen om weder rust in de huishoudens te brengen, welke door afgrijselijke ontdekkingen beroerd waren.
Hoe is de zonderlinge eigenschap van de wichelroede te verklaren? Tal van verklaringen zijn er voorgesteld, welke ten naaste bij alle hierop neder-komen : de metalen, het water, de lichamen in een woord, laten van hunne substantie eene aanmerkelijke menigte lichaampjes ontsnappen, welke op de roede inwerken, op dezelfde wijze als de magneet op het ijzer. Men geeft zelfs aan de lichaampjes, welke van het lichaam van een dief en van een moordenaar ontsnappen, den naam van dievenstof cn moor da-
119
naarsstof. De persoon, die de roede vasthoudt, slorpt door de poriën en door de longen de stof in, waarvan hier sprake is; zij verspreidt zich door het lichaam, komt in groote massa in de hand, welke de roede vasthoudt, en zóó in deze laatste, welke, krachtig aangedaan, verschillende bewegingen uitvoert, al naar de stof, welke op haar inwerkt, van een metaal, van een vocht, van een dief, V!\n een overspeler, enz. is.
Ziedaar dus verscheidene manieren om met de geesten omgang te hebben . de draaiende tafels, de uitvorsehende slinger en de wichelroede. Daar zijn er nog vele andere, welke in dit werkje geene plaats kunnen vinden. Laat ons nu over de merkwaardige verschijnselen spreken, welke de geesten teweegbrengen, wanneer zij zich uit eigene beweging met ons in betrekking willen stellen.
In de meeste gevallen kondigen zij hunne tegenwoordigheid door eene reeks korte tikken aan, welke met gelijke tusschenruimten herhaald worden. Gewoonlijk staat men, bij het vernemen van deze geluiden, welker oorsprong men niet kent, verbaasd, men denkt een oogenblik na, vervolgens houdt men zich weder met geheel iets anders bezig, terwijl men deze lichte stooten aan de eene of andere natuurlijke oorzaak toeschrijft, welke men voor het oogenblik niet kent.
üe spiritisten verklaren, dat men zich voor eene dergelijke zorgeloosheid wel moet wachten. Men moet zich derhalve van de tegenwoordigheid en de oogmerken der geesten vergewissen, en het middel om te ontdekken, of de geluiden eene natuurlijke of eene bovennatuurlijke oorzaak hebben, is bovendien zeer gemakkelijk. Men moet in gedachte ver-
120
langen, dezeltcle geluiden in gelijk of verdubbeld aantal te hooren, verlangen zelfs ze te hooren op deze of gene plaats in dc kamer, waar zij niet voortgebracht werden. Zoo het verlangde gebeurt, is men ontegenzeglijk in tegenwoordigheid van een geest. Dan moet men hein met luider stem vragen, wat hij verlangt, en hem het middel aanwijzen, waarvan hij zich bedienen kan, om zijn wil te openbaren. Men zul hem ook onmiddellijk het gebruik van dat middel gemakkelijk behooren te maken, hetzij door eene tafel of een hoed te laten draaien, hetzij door een stuk papier eenige keeien dubbel te vouwen, opdat de geest er op kunne schrijven, wat hij te zeggen heeft, hetzij zelfs door een potlood op een vel papier te houden: zoo gij schrijvend medium zijt, zult gij zóó een uiterst vlug middel hebben om u met de geesten te onderhouden.
A. Kardec haalt in zijn Soek over de mediums een voorval aan, dat hem overkwam in den tijd, dat hij zich met het spiritisme begon in te laten. Terwijl hij op zekeren avond zich onledig hield met een werk over dit onderwerp, hoorde hij gedurende vier achtereenvolgende uren boven zich tikken. Toen hij zich grondig overtuigd had, dat het getik door geen natuurlijke oorzaak was voortgebracht, ging hij een zijner vrienden, een uitstekend schrijvend medium, opzoeken en verzocht hem zich met den geest, dien hij gewoon was te raadplegen, in betrekking te stellen, om de beweegreden en den oorsprong van het geluid te weten, dat hij gehoord had. l)e geest antwoordde; ^ ww
beschermgeest, die u wensehte te spreken. quot; Waai -om ?quot; vroeg Kardec.
// Vraag )iei hem zelf,quot; antwoordde de geest, uhij is daar, gij kunt hem ondervragen.quot; Door de tus-
121
schenkonist van zijn vriend, het schrijvende raedi-um, onderhield Kardec zich geruimen tijd niet zijn beschermgeest, en deze gaf hem talrijke wenken ten opzichte van zijne studiën, met name betreffende een werk, dat bij toen schreef en waarin de geest hem verscheidene vergissingen aanwees.
De geesten openbaren zich niet altijd op eene zoo kalme wijze. Dikwijls kondigen zij hunne tegenwoordigheid aan door krachtige, vervaarlijke geluiden, door hevige schokken, door een geweldig geklop op deuren en vensters; de meubels worden onderstboven geworpen, de vensters worden stukgeslagen, de kleederen verscheurd, het vaatwerk wordt gebroken, enz., zonder dat men deze verwoestingen uit eenige natuurlijke oorzaak kan verklaren. Vervolgens keert alles weder tot de orde terug; de meubels nemen precies de plaats weder in, welke zii eerst innamen, de deuren en vensters gaan weder dicht; de kleeren, de glasruiten en het vaatwerk zijn ongeschonden . . .
Op die wijze hebben zes personen, die samen woonden en zich niet in betrekking konden of wilden stellen met de geesten, die zich met hen wenschten te onderhouden, gedurende verscheidene jaren hunne kleeren 's nachts van de stoelen zien wegnemen, waarop zij ze 's avonds legden, en vonden ze 's morgens niet dan met de grootste moeite terug. Nu waren die kleeren in den tuin, dan op de straat; een volgenden keer in een meubel, dat op slot was ; dikwijls zelfs waren ze verscheurd en in de diepste schuilhoeken van den zolder verborgen. En toch sloten zij iederen avond hunne kamer zoo zorgvuldig mogelijk, en namen zelts de voorzorg ze krachtig te barricadeeren.
Andere personen, die helder wakker waren, heb-
132
ben hunne lakens zien verscheuren, hun beddegoed onder zich zien weghalen, terwijl zij zeiven op den grond geworpen werden.
A. Kardec verklaart hieromtrent, dat //zoo het geesten zijn, die zich vermaken, zij, hoe ernstiger men de zaak opvat, des te langer volhouden; evenals guitige kinderen, die hen, die zij ongeduldig zien worden, des te meer plagen, en den lafaards vrees inboezemen. Zoo men de wijze partij koos van om hunne leelijke streken bij zichzelven te lachen, zouden zij eindigen met moede te worden en zich rustig te houden. Wij kennen iemand, die, verre van zich stil te iiouden, hen aannitste, hen tartte dit ot' dat te doen, met het gevolg dat zij na eenige dagen niet meer terugkwamen.
Men kan niet alleen de geesten oproepen, die vrij zijn van elke lichamelijke belemmering, maar ook hen, die met een lichaam verbonden zijn, zooals bijv. de ziel van een vriend, van een bloedverwant, van een kind. Maar dan moet de persoon, wiens ziel men wil raadplegen, i/i slaap zijn, opdat die ziel een oogenblik het lichaam ten deele kunne verlaten, om aan ons verlangen te voldoen, liet volgende is een treffend voorbeeld van deze spiritistische waarheid: Eene oude dame, een uitmuntend schrijvend medium, besloot op zekeren dag den geest van haar kleinzoon te raadplegen, die op dat oogenblik sliep in de kamer, waar zij zich bevond. Nauwelijks had zij den geest opgeroepen, ot' haar hand begon te schrijven. Er viel niet aan te twijfelen; het was wel degelijk de ziel van haar kleinkind, welke zich met haar onderhield; zij herkende de zegswijzen van het kind, zijne gebruikelijke uitdrukkingen, en toen zij hem gevraagd had, wat hij dien dag had uitgevoerd, antwoordde de
123
geest met treffende nauwkeurigheid, zonder eene enkele bijzonderheid over te slann. Eensklaps hield de hand van het medium op met schrijven : het kind maakte eenige beweging bi zijn bed en sliep vervolgens weder in. De hand begon terstond weer te schrijven en de geest zette het gesprek voort, dat afgebroken was door de oproeping van het organisme van het kind.
Wij besluiten met de mededeeling van enkele raadgevingen, welke door de spiritisten gegeven zijn omtrent de voorzoi^smaatregelen welke men te nemen
O O
heeft, wanneer men de geesten oproept.
1°. Het is verkieslijker een bepaald aangeduiden geest op te roepen, dan eene algemeene en onbepaalde oproeping te doen. De reden hiervan is, dat, daar in het laatste geval geen enkele geest in het bijzonder is opgeroepen, uwe oproeping onbeantwoord zou kunnen blijven. Hoogstens zou onze beschermgeest, die zich aan ieder onzer hecht, zich dan kunnen openbaren; maar men zou zich daarvoor reeds in betrekking met hem gesteld moeten
O O
hebben, of wel men zou eene groote macht als medium moeten bezitten. â Van den anderen kant, wanneer men een geest oproept zonder hem aan te duiden, zou zich een geest van lagere orde, nog geheel onder den invloed van de hartstochten en gebreken, welke hij op aarde had, kunnen vertoo-nen en ons in dwaling brengen. Zijne mededeelin-gen zouden in dat geval zeer schadelijk zijn. Men moet evenwel in het oog houden, dat een booze geest, zonder daartoe opzettelijk uitgenoodigd te zijn, maar zelden de vrijheid neemt zich te openbaren aan een ernstig, rechtschapen, deugdzaam mensch, die slechts met een zedelijk en werkelijk nuttig doel eene oproeping doet.
124
2°. Wanneer men een bepaalden geest heeft opgeroepen, antwoordt hij niet altijd onmiddellijk. Zoo men zieh reeds eenige malen met hem onderhouden heeft, is er reeds eene zekere gemeenschap tot stand gekomen; hij hoort de oproeping onmiddellijk, hij vertoont zich terstond, zoo zich daar niets tegen verzet. Maar hij openbaart zich gewoonlijk eerst na verloop van langeren of korteren tijd, en maakt dan zijne tegenwoordigheid kenbaar door te zeggen: v Hier hen ik,quot; ofwel: '/ IFa/ verlangt (jij ?quot; Zoo gij een schrijvend medium zijt, schrijft hij door uwe eigene hand deze woorden; zoo ge lioorend medium zijt doet bij u inwendig of met luider stem deze woorden hooren.
3U, De geest kan, op het oogenblik dat gij hem oproept, op dezelfde wijze door anderen in beslag genomen zijn. Van den anderen kant kan eene hoogere macht hem verbieden, zich te openbaren. Eindelijk deze geest staat, op het oogenblik dat hij opgeroepen wordt, misschien op het punt zich opnieuw met een lichaam te vereenigen, om een nieuw leven op aarde of op eene planeet te beginnen, en hij begint in dit uiterste oogenblik de beroering te ondervinden, welke zijne eigenschappen vernietigt. In dit laatste geval neemt zijn volstrekt geestelijk leven een einde. In de andere gevallen laat zijn antwoord zich langeren of korteren tijd wachten, en men ziet zich dikwijls verplicht hem verscheidene dagen achtereen op te roepen, voor men hem zich ziet of hoort openbaren.
4°. Men kan alle geesten oproepen, zoowel die van personen, die vóór eeuwen geleefd hebben, als die van personen,. die vóór korten tijd zijn gestorven. Het zou evenwel onvoorzichtig wezen, dien van een persoon op te roepen, die pas onlangs gestorven is. De geest is dan feitelijk nog geheel van de
125
aardsche vloeistoffen doortrokken ; hij leeft, om zoo te zegden, nog het lichamelijke leven; hij is er nog niet aan ontwend; hij wordt bij zijn lichaam te-rugirehouden door de gewoonte, welke van deze lange samenwoning de vrucht was. liij verkeert in den toestand, waarin wij ons zeiven bevinden, wanneer wij, in een benauwden droom, ons dood in bed zien liggen, omringd door onze weenende familie: wij staan bij ons bed en wij beschouwen met beklemdheid ons bleek en werkeloos lichaam....
In de crisis, welke op de scheiding van lichaam en geest volgt, kan deze van geen enkel vreemd verzoek eenigen indruk ontvangen; hij is geheel vervuld met de gebeurtenis, welke plaats grijpt, en eerst later zal hij de hebbelijkheid van het geestelijke leven, welke hij, zoolang hij op aarde verkeerde, verloren had, terugkrijgen.
Het is derhalve verkieslijk den geest op te roepen van iemand, die reeds sedert eenige jaren dood is.
5°. Men moet de geesten oproepen met eenvoudige en volstrekt niet gebiedende woorden. Door gebiedend te werk te gaan, kan men een geest, die reeds geneigd was in gemeenschap te treden, voor immer verwijderen. Men moet bovendien niet vergeten, dat zekere geesten een zeer hoogen rang op aarde bekleedden, en dat wij, zoo wij toen met hen in aanraking gekomen waren, hen zoo eerbiedig mogelijk toegesproken zouden hebben. Zooveel te meer moeten wij ons aldus tegenover hen gedragen, nu zij het stoffelijk omhulsel afgelegd hebben, en wij tegenover hen nog onbeduidender zijn, dan gedurende hun aardsche bestaan.
En zoo ooit, dan is het hier de plaats om te verklaren: gebrek aan beleefdheid bewijst altijd gebrek aan verstand!
BESLUIT.
Het geloof aan het bestaan van bovennatuurlijke, onzichtbare en onlichamelijke wezens is zoo oud als lt;le wereld.
Zoodra de inensch geschapen was, of ten minste zoodra de daarop volgende ontwikkeling van zijn organisme en van zijn verstand hem in staat stelde nfgetrohkcn te redeneeren, maakte hij vergelijkingen tusschen zijn toestand van betrekkelijke zwakheid en de natuurlijke krachten, welke hem omringden. Hij was zich volkomen bewust van de gevaren, waaraan hij aanhoudend blootstond, en vanhetgering aantal en de weinig krachtige middelen, waarover hij beschikte, om ze te bezweren.
De groote natuurverschijnselen wekten dikwijls in
zijne ziel een onuitsprekelijken angst. Een onweder,
het ontzettend gebrul der watervallen, het somber
geloei van üen wind in het diepst der wouden, het
â¢rehuil der wilde dieren, alles was voor hem eene oor-à 7
zaak van onrust.
In de kindsheid van zijn verstand hadden deze uitwerkselen noodwendig voor hem eene oorzaak, welke hij niet kende, maar waaraan hij een leven buiten het gewone leven toeschreef; hij schiep zich even zoovele fantastische wezens, als hij zich door
127
oorzaken van gevaar of verbazing omringd zag. Hij had een bijzonderen geest voor den donder; een ander bestuurde de bewegingen der golven; een ander deed de planten groeien, welke hem voedden.
Op deze wijze ontstonden de mythologieën.
Later maakte de mensch onderscheid tusschen oorzaken, welke gunstige en die, welke ongunstige uitwerking hadden.
Er bestonden goede en hooze geesten.
En in plaats dat deze behoefte aan godheden minder werd, naarmate de beschaving toenam, werd zij integendeel ^ root er. Er was, volgens eene beroemde uitdrukking, een oogenblik dat alles God was, behalve God zelf. Ue deugden, de eigenschappen, de gebreken, de meest afgetrokkene zaken, alles werd verbood.
O
Men was begonnen met de zon. Inderdaad dat levenwekkend lichaam bezat voor den mensch eene macht, welker weldoende werking hij niet kon miskennen, en voor haar ontboezemde hij zijne eerste wenschen, tot haar stegen zijne eerste, zijne vinnige wrakingen op.
Vervolgens waren de groote natuurverschijnselen aan de beurt. Daarna de voornaamste elementen. Er was eenmaal eene godin van de Schoonhenl, een god van den Nijd, eene godin van de Tweedracht, een god van den Oorlog, van het Toeval van den Slaap, eene godin van de Luiheid, van de Weelde, van de Wijsheid; ja er waren goden van de schandelijkste ondeugden.
Men kwam er toe de Stilzwijgendheid tot eene godin te verheffen.
Men verdeelde de godheden zelfs in verschillende klassen: er waren verschillende Vernissen, naar de verschillende indrukken, welke de schoonheid maakte.
128
Nochtans was dit niet voldoende.
Men schreef aan de planten, aan de boomen, aan de bronnen, aan de rivieren, aan de stroomen, enz. een goddelijken oorsprong toe. De Laurier werd eene nimf, die in dezen boom was herschapen. De Narcis werd een wezen, dat eertijds dwaselijk met haar schoon uiterlijk was ingenomen en latei-in deze bloem werd veranderd. De Iloos, vroeger wie, kreeg haar kleur door eenige droppels bloed,
welke aan de vingers van Venus ontvallen waren----
Weldra werd de lucht bevolkt met zegenende ot verdervende, grillige en onvriendelijke wezens, wier werkzaamheid was de reizigers te volgen, hun hulp te verleenen of hen op een dwaalspoor te brengen ; andere geesten, die namen droegen, welke aan hunne function ontleend waren, hielden zich op in de bouwvallen, kwelden, plaagden de wa. ch-vrouwen, daalden op een lichtstraal der maan in de woningen neder, herstelden de daken, hielpen verborgen schatten ontdekken, genazen de ziekten of deden ze ontstaan, deelden jeugd en schoonheid uit of legden leelijkheid en ouderdom op ; anderen bezochten de kerkhoven en vergastte zich aan het vleesch der lijken, enz., enz.
De nimfen, de boschnimfen, de toovergodinnen, de waternimfen, de kwelbeesten, de aardgeesten, de berggeesten ontstaan achtereenvolgens in het brein der dolende stervelingen.
En heeft men in tijden van hooge beschaving geen rampzaligen, eenvoudig omdat zij verdacht werden met de geesten in geheime verstandhouding te staan, ernstig in het verhoor zien nemen door gestrenge rechtbanken, zien veroordeelen en met de ontzettende en uitgezochtste barbaarschheid terdood-bren^en?
O
129
Wat tal van armzalige schepselen, slachtoffers van een verfueielijk bijgeloof. Men waant te droo-raen als men het rechtsgeding leest van Ãrbain Grandier, een geleerd priester, die ter dood gebracht werd wegens tooverij, in den tijd dat er mannen als de kardinaal de Richelieu leefden!
En hoevele menschen hebben tegenwoordig nog, in weerwil van de verbetering en uitbreiding van het onderwijs, valsche en erbarmelijke begrippen omtrent de geesten ? En wat is het eerste boek, dat men het kind dat eerst sinds gisteren kan lezen, in handen geeft? De sprookjes der feeën.
En het verdient opmerking, dat, zoodra het geloof aan die gewaande berggeesten, aardgeesten, feeën, enz. begon te verflauwen, om zelfs geheel te verdwijnen bij de verlichte personen, er een nieuw beroep ontstond, dat der geestenbezweerders. â Wij hebben reeds gesproken van de familie Fox. Zij had het voorrecht de eerste spiritistische openbaringen te ontvangen: maar het feit was te nieuw en
O O '
te buitengewoon, om andere personen niet op de gedachte te brengen, zich als gezworene vertolkers der geesten op te werpen. In Amerika komt men nooit achteraan wanneer er sprake is van het exploi-teeren van een nieuwen toestand, van een nieuwen tak van handel, van de eene of andere uitvinding.
Er trad dus zeer spoedig eene menigte van ?«e-dhms van verschillende kracht en aanleg op, en de séances, welke eerst in besloten kring gehouden werden, hadden weldra in het openbaar plaats.
Men herinnert zich het beroemde medium Home en zoovele anderen, vooral de broeders Davenport. Deze laatsten hebben in Frankrijk veel van zich doen spreken. Na in Amerika en in Engeland een zeer groot succes gehad te hebben, hadden zij het
130
ongelukkig denkbeeld in Parijs hun Waterloo te komen zoeken. Deze twee broeders, Williams en Ira, waren zeker uiterst handige goochelaars otquot; liever clowns. Daar zij uitnemend de kunst verstonden van schijnbaar niet los te maken knoopen te leggen, en vooral van die weder te ontknoopen, en bovendien ondenkbaar lenige ledematen hadden, lieten zij zich stevig aan elkander binden en in eene kast opsluiten; vervolgens deden zij het geluid van verschillende instrumenten hoeren, welke men met hen opsloot. Zij verwisselden zelfs van kleeren en handelden in één woord, alsof zij handen en voeten volkomen vrij hadden. Men opende de kast, en zij vertoonden zich weder volkomen gebonden. Geen enkel touw was verschoven!
Zoo zij zich eenvoudig tevreden gesteld hadden met deze sterke stukken aan hunne behendigheid toe te schrijven, zouden zij in Parijs meer geld verdiend hebben, dan zij hadden durven hopen. Tot hunne schade volhardden zij, in weerwil llohui oj) zijn tooneel en wel Gnverholen volmaakt dezelfde toeren deed, met de Parijzenaars te willen overtuigen, dat zij het deden door tusschenkomst dei-geesten. Men moest hen doodslaan en zij loo-pen nog.
Die Davenport's wisten zonder twijfel niet, dat onder Lodewijk XIV Cagliostro reeds dergelijke toeren had gedaan en dat hij zich vlug losmaakte uit touwen, welke met de grootste behendigheid om zijne ledematen waren gebonden. (Zie Deer amps).
Later maakte men van de geesten gewone indus-trieelen, en de spiritistische photographieën verschenen. Nogmaals ongelukkig oordeelde het publiek die uiterst ingewikkelde verklaringen der medinms-photographen niet te moeten aannemen en evenmin
181
de correctioneele politie. Deze tak van nijverheid stierf bijna onmiddellijk na zijne geboorte, 't Is werkelijk erg jammer!
Vervolgens had men de genezende mediums, wier beslistheid van handelen zoo ontzettend was, dat de hoogstgeplaatste personen niet schroomden zich te compromitteeren door hunne behandeling in te roepen. Heeft men geen generaals naar den zounnf Jaeoh zien gaan, om hem te raadplegen?
En is eindelijk heden nog, in onze eeuw van vooruitgang, het beroep van zeer helderziende somnambule (en bijna altijd uit Féronne, men heelt nooit geweten waarom) niet uiterst winstgevend ? Ook dat van kaartlegster niet? Eene vrouw van niet de geringste ontwikkeling en niet een meer ot min terugstootend uiterlijk veinst te slapen en antwoordt met beslistheid op de vragen, waarmede niet alleen de keukenmeiden, maar ook personen, wier positie hen ten minste tot nadenken moest dringen alvorens zich op die wijze belachelijk aan te stellen, haar overstelpen.
Overigens zijn de vragen altijd dezelfde. Men begint met de uitlegging van een droom te vragen, en weldra gaat men over tot meer intieme bijzonderheden; men wil weten of men bemind wordt, of men bedrogen is, of men zal erven, of men in eene onderneming zal slagen, enz. En men betaalt de meer of minder bespottelijke antwoorden, welke de geest in eene afschuwelijke taal geelt, contant.
Wij hebben onszelven, wanneer wij die droomuitleggers en andere kwakzalvers van dezelfde soort â behoorlijk geautoriseerd door hen, die daartoe gemachtigd zijn â hoorden pochen op een geestelijken omgang en hen brutaal hun bedrieglijk bedrijf op de kermissen en elders zagen uitoefenen, terwijl zij
132
liet zelfs up de vierde bladzijde der dagbladen aankondigden, dikwijls afgevraagd wat toch wel het volgende artikel van het Wetboek van Strafrecht mag beteekenen:
Art. 479. â Met eene boete van elf a vijftien francs zullen gestraft worden:
7°. Be personen, die zich afgeven met waarzeggen en voorspellen, of met het uitleggen van droomen.
EINDE.