ocr page 1

/J-lt;/-sa-t-

; 'gt; • quot;V \ ' 1 '.....

ii

ocr page 2
ocr page 3

GEHEILIGD.

OPGEDRAGEN

AAN DE LIJDENDE KINDEREN

VAN

O. L. Vr. van het H. Hart,

j-loop DER HOPELOOZEN.

TWEEDE DRUK.

Roermond,

J. J. ROMEN amp; ZONENT,

IhuUkers van Z. II. lt;1cn Paus uu van liet Di^dom.

Liturgische Vergt;e©niging Aartsbisdom UTRECHT Volgnummer 3ib!i3th«@k '

ocr page 4

IMPRIMATUR.

RuR/EMünd.ï, 22 Junii 1888.

P. Hussel, Can. et Prof.. Librorum Censor.

REIMPRIMATUR.

Rur.lmund.ï, 12 Martii 1899.

DK. P. MANN ENS, Librorum Censor.

ocr page 5

ma

m

Een blik op het tegenWoofdig leven.

I. Ons lut in deze wereld.

de wieg: tot het gral' is alles lijden, omdat dc vloek over onze eerste ouders uitgesproken ons overal treft in liet lichaam zoowel als in de ziel. Het is onmogelijk het lijden te ontgaan.

Dat men het wil'e of niet, hierbeneden nwet men werken, lijden en sterven. De wet is onherroepelijk.

Het eerste levensteeken van het kind is een kreet van smart, veroorzaakt door dc lacht, de koude, de duizend zorgen, die men het bewijst. Het eerste gevoelen is reeds pijn; het is het noviciaat des levens.

In allo klassen der samenleving hoort men alom en overal de kreet, de klacht des lijdens. Ieder immers ontmoet op zijne beurt de beproeving in hart, in geest of lichaam of inbeelding. En als wilden wij onzen lijdensbeker onuitputbaar maken, zouden wij nog gaarne de smart lijden van degenen die ons dierbaar zijn, om ze hun te sparen.

Troos: u over deze kortstondige beproeving door uw werk en uwe smart verdienstelijk te maken. //Eete eeuwige rustquot;, zegt de H. Augustinus, //zou

ocr page 6

_ 4 —

door een eeuwigen arbeid moeten gekocht worden, maar zoo groot is de goedheid Gods, dat Hij niet zegt; Arbeid een millioen, ja duizend jaren, zelfs geene vijftig jaren wellicht. Hij zegt: werk en lijd gedurende den korten tijd, dien gij op deze wereld verwijlt en gij zult eene eindelooze rust verwerven.quot;

Herinner u reeds des morgens, dat gij in de wereld zijt om te lijden en zeg met den eerbiedwaardigen Pastoor van Ars: „Welaan, mijne ziel, gij gaat dezen dag met God spreken door vurige gebeden, met Hem werken, met Hem wandelen, met Hem strijden en lijden. Gij zult arbeiden. Hij zal uw arbeid zegenen; gij zult wandelen. Hij zal uwe schreden zegenen; gij zult lijden. Hij zal uwe smarten zegenen.quot;

Hoe gelukkig zijt gij, kind der ware Katholieke Kerk, in een godsdienst te zijn geboren, waarin men, als men lijdt, zijn hart kan leggen op hèt goddelijk Hart van Jezus, God kan loven. Zijne hulp kan inroepen en aldus zijne ziel kan zalig maken.

Ons leven is slechts een lijden voor ons lichaam, een voortdurende doodsangst voor onze ziel.

Het lijden van ons lichaam wordt veroorzaakt door moei el ij ke plichten en allerlei soort van lichamelijk lijden.

De smart onzer ziel komt voort uit vrees, walging en droefheid door smart en plicht veroorzaakt.

De vrees omhelst al onze inwendige smart voor de toekomst.

ocr page 7

— 5 —

De verveling en de walging omvatten onze smarten voor bet tegenwoordig oogenblik.

Berouw en wroeging, ziedaar ons lijden omtrent liet verleden.

Jezus, die onze zwakheid kent, geeft ons minder inwendig, dan lichamelijk lijden. Door Zijne genade matigt Hij onze droefheid, onze verveling, onze vrees, opdat onze natuur onder dezen doodstrijd niet bezwijke.

Het geheim om het lichamelijk lijden tegelijk met den inwendigen, voortdurenden strijd grootmoedig te verdragen, wordt slechts door waarlijk godvruchtige zielen gekend. Zij leeren het bij Jezus Christus zeiven, aan den voet van het kruis, of bij het heilig Sacrificie der Mis. Zijne voorbeelden bevatten de bewonderenswaardige les, die men dagelijks moet be-studeeren, omdat men die onder den druk des lijdens geheel vergeet.

De gewichtigste les, die Jezus ons in Zijnen doodstrijd geeft is; he! geied. Het Evangelie zegt ons: ;/ln doodsangst gevallen zijnde, bad Hij nog meer.quot; Bid dan in uwe smartvolle lijdensuren, opdat uw wil niet wankele. Maar herinner u ook dat gij alle lijden voordeelig kunt maken ter zaligheid, zelfs naberouw en wroeging. De goddelijke barmhartigheid leert ons het bewonderenswaardig geheim om de rampen en smarten door onze zonden veroorzaakt, te gebruiken om ze te boeten. Hierdoor wordt het hervallen in de

ocr page 8

— 6 —

zonde belet, de duivel beschaamd, ons verlies hersteld en vloeit de genade over in de ziel, waarin de boosheid overgevloeid heeft.

Onze Lieve Vrouw van het H. Hart is natuurlijk do patrones der lijdenden; haar oor luistert met medelijden naar onze klaagtonen; want was er één leven smartvoller dan dat van Maria? Zeg dan als gij lijdt: O Moeder vim Smarten, zegen mijne lijdensuren, gelief ze uwen Zoon aan te bieden en leer mij het lijden te beminnen gelijk Gij.

II. Het dal van tranen.

iet zonder reden noemt men deze aarde een dal oan tranen. Het kruis en de opoffering zijn planten, die onder alle hemelstreken welig tieren. Het leven -is voor alle menschen somber en moeilijk. God laat dit toe om ons te verplichten onze oogen hemelwaarts te slaan. Elke leeftijd heeft deszeifs beproevingen; de jeugd heeft de hare, welke betrekkelijk licht zijn in tegenstelling met die der rijpere jaren, want dan ziet men de ledige plaatsen dergenen, die ons ontvallen en weldra stelt de ouderdom ons zeiven tegen over den dood. Dat gedurig lijden werkt op het gevoel, op het karakter, en men lijdt veelal zonder zijne lijdensuren te heiligen. Hoevele tranen hebt gij gestort over uw eigen lijden, hoe weinige, wellicht geen enkele liefdetraan over het lijden van Jezus

ocr page 9

Christus? Welaan, droog door eene edelmoedige poging al die tranen van smart, en werp u geheel in het goddelijk Hart van Jezus, door eene liefdevolle overgeving aan Maria, Koningin vfn Jezus' Hart. God, die de ourzaah van uwe tranen toelaat, wil dat zij nuttig, in plaats van schadelijk zijn voor uwe ziel.

Tracht ook uw gevoel te bestrijden, '/eg reeds des morgens; Met Gods genade begin ik dezen dag, die mij slechts lijden en beproeving voorspelt, doch als ik ook heden tranen zaaien moet, geduld! het zijn zoovele paarlen voor de eeuwigheid! Al het aardsche zal weldra een einde nemen, en al leefdet gij eene volle eeuw, zou deze u slechts één oogenblik

schijnen.....De tijd vliegt voorbij en wordt gevolgd

door eene gelukzalige eeuwigheid, waar geene tranen meer zullen vloeien.

III. De Voorzienigheid v'aatt orer ons.

IÊeu tieten korfje, waarin een ter dood veroordeeld kind rustig sluimerde, dreef aan de oevers van den Nijl. Juist kwam daar de dochter des konings, zag het korfje en liet het zich brengen. Was het toeval? O neen, de Voorzienigheid sluimert nooit; Zij waakte over dat wiegje en redde hem, die bestemd was om Israël te verlossen.

De Voorzienigheid heeft ons laten geboren worden in armoede of rijkdom : Zij beschikt ons goede oi

ocr page 10

— 8 —

kwade dagen, ziekte of gezondheid, een lang of een kort leven, doch de Heer zorgt voor ons even vaderlijk als vo r Mozes. Ons leven wordt beproefd door verschillende wederwaardigheden, waarvan de oorzaak buiten ona begrip ligt, maar die ons behoeden voor zware bekoringen en gevaarlijke gelegenheden tot zondigen. Beschouw de Voorzienigheid in de beproeving, die u thans drukt, gij zult daarin eene wijze les of een behoedmiddel voor de toekomst lezen.

Kende de Voorzienigheid den stand niet van het zwaluwnest, welks val Tobias blind maakte ? Hij, die over de zijnen waakte, zorgde dat zijn dienaar zich juist daaronder nederlegde, ten einde hem aldus door de beproevingen te heiligen. Zoo bereiden ook „duizenden smartelijke omstandigheden onze heiligmaking en loopen samen tot een doel, Gods glorie overwaardig. Beschouw dus in alles den vinger Gods en gij zult gaarne datgene lijden wat Zijne hand u bereidt. Beschouw derhalve ook uwe tegenwoordige beproeving als eene vingerwijzing der Voorzienigheid om bijzonder te letten op dit of dat punt, dat gij misschien tot dusverre hebt veronachtzaamd, of u te doen vorderen in deze of gene deugd. God is onze goede Vader. Hij gebruikt alle middelen om ons wel te doen en ons dicht bij Zijn Hart te kunnen plaatsen.

ocr page 11

— 9 —

IV. Het lijden on* door onzen eoennnasten aangedaan.

^Sij het veelvuldig lijden, dat ons hier op aarde treft, staan op eene der eerste plaatsen de onaangenaamheden ons voortdurend berokkend door de gebreken, de hartstochten, die elkander in onze omgeving kruisen en opvolgen. Door deze gedurige wrijving ontstaan koelheid, onverschilligheid, vijandschap, soms wraakzucht, en zoo de goddelijke goedheid ons niet ondersteunde, zouden wij onder het lijden ons daardoor aangedaan, vaak bezwijken. Doch hoe gelukkig is het de moeielijkheden van eiken dag tot onze zaligheid te kunnen benuttigen, ja daarmede te kunnen woekeren in onze verschillende betrekkingen. Maak dan eene wachtzaal in uw hart voor die onvermijdelijke moeielijkheden. Dat men u beschimpe of beledige, .... zwijg. •— Mor niet inwendig; daardoor zoudt gij den vrede verliezen, doch tracht door minzame woorden den vrede rondom u te herstellen, nooit een woord te halen noch te herhalen, dat anderen kon wonden, nooit u beklagen over degenen, die u beledigden. Hij, die aldus lijdt, verrijkt zich in plaats van te verliezen, verheft zich in plaats van verlaagd te worden, en heeft eigenlijk meer reden zich te verblijden, dan zich te bedroeven om de geleden beleediging, want zij deed ons rijke verdiensten vergaderen en eene vermindering van straf in Gods oordeel hopen.

ocr page 12

- 10

V. .\reii woet zich aan hel lijden gewoon maken.

iA'les ontstelt, alles bedroefd iemand, die niet gewoon is te lijden, nochtans is er niets noodzakelijker dan zich aan het lijden gewoon te maken, want het is... ons dagelijksch hrood Het behaagd God n daarmede te voeden, omdat Hij u sterk genoeg kent om het te verteren. Hoe vele personen, die Teel te worstelen hadden met rampen van allerlei soort, verhengen zich dat zij zich daaraan gewoon gemaakt hebben. Trek uw voordeel uit de ervaring, die gij reeds hebt opgedaan omtrent de ellende des levens ten einde ze zoider nedergedruktheid te lijden.

Denk eiken morgen; 1° Deze dag kan mij veel lijden aanbrengen. Wat men voorziet, ontstelt minder. 2quot; Het cednrig lijden is eene gedurige boetvaardigheid, en wat kan non beter doen om zijne zondige gewoonten tegen te gaan en te boeten.

De rechtvaardige is nooit zonder lijden. Voor eene oprecht christelijke ziol verkort het lijden «Heen den duur onzer ballingschap. Indien gij al uwe moeiten en rampen plotseling zaagt verdwijnen, zoudt gij moeten vreezen de Helde Gods verloren te hebben. God plaatst u in de wereld niet om te genieten, doch om te lijden. Hij vraagt n, dat gij u ter zijner liefde ecnig geweld zoudt aandoen om heilig te worden.

Houd dan moed! als gij de punt van het zwaard in nw hart voelt dringen, sla dan het oog ten hemel

ocr page 13

— 11 —

olquot; op uw beeld van 0. L. Vrouw van het H. Hart en. zeg: Ik lijd voor de eer van Jezus en Maria 1 dat deze heilige namen immer gezegend zijn

VI. Rampen en tegenspoed.

egenspoed! Ziedaar een woord dat den wereld-ling zeer verschrikt. De christen hoort het zonder te sidderen, omdat hij weet hoe vele genaden hieraan zijn verbonden en hij heeft De goldelijke

barmhartigheid bedient zicli van den tegenspoed om onze zielen te versieren, te verrijken, cr hare mees-terstulken van te maken. Bedroeven wij ons derhalve niet en ontvangen wij allen rampspoed, zoo niet blijmoedig, dan toch met kalmte, omdat wij door het lijden van één dag (want wat is hel leven meer?) eene schoonheid verkrijgen, dat ons aangenaam maakt in Gods oog, benevens een schat van verdiensten voor alle eeuwigheid. De heiligen zijn zoodanig overtuigd dat de rampspoed eene bron is van bovennatuurlijke rijkdom en zaligheid, dat zij verklaren, dat wij in den dag des oordeels (jelukkiy zullen zijn door onze ongelukken, rijk door onze offers, trotsch op onze vernederingen.

VII. Het verlies onzer dierbaarste bloedverwanten en vrienden.

nder alle beproevingen des levens is er gewis geene, die het gevoelig hart inniger treft dan het

ocr page 14

— 12 —

afsterven van dierbare vrienden en bloedverwanten. Aan hun ziekbed gezeten, is het ons te moede als waren wij gebonden aan een paal, terwijl de panter, die ons hart moet vaneen rijten, stap voor stap nadert.

God, in zijne goedheid, laat soms toe, dat wij het lijden niet langer kunnende aanzien, ten laatste smeeken om uitkomst, en eene zekere verlichting vinden als wij het brekend oog ten laatste mogen toedrukken en ons als het ware verheugen, dat die dierbaren niet meer lijden. In de eerste dagen na een smartelijk verlies, houden ons nog duizend zorgen bezig; men betoont ons deelneming, —■ doch als de groeve gesloten is dan eerst breekt de smart der scheiding ten volle los. O zoek dan toch uw troost bij God alleen; de menschen kunnen u niet helpen. Zij, die trachten u op te beuren weten niets beter dan u te wijzen op hun eigen leed! En weldra verveelt het hun zelfs u te zien treuren, te hoeren klagen, ja zelfs de stille zucht vindt geen weerklank meer. Ga dan tot God, kniel voor het tabernakel, bid voor hen die u voorgingen, zie hen do kroon vlechten, die uw hoofd zal sieren en bedenk dat elke traan in stille onderwerping in het H. Hart van Jezus, voor den troon van O. L. Vr. van het H. Hart gestort, een parel wordt aan uwe hemelsche kroon.

gt;

ocr page 15

VIII. De yrootste smart!

et is droevig voor liet ouderhart een kind te verliezen en den liemel den engel te moeten terugschenken, waarover men zich zoo innig verheugd had. Hot is droevig den besten vriend onzes levens naar het graf te dragen. Het valt hard dengenen te verliezen, die onze steun, onze leidsman, ons eenig geluk op aarde uitmaakte , doch het is de grootste smart niet! Zoolang wij hen gerust na mogen staren in het eeuwig rijk, waaruit niemand wederkeert, is het wel eene groote, doch geene ontroostbare droefheid. Immers de hoop zegt ons : wij zullen hem terugzien. Doch, als de godsdienst haren trooil weigert, als de innigste genegenheid zich niet durlt afvragen: //Wat is er van die ziel geworden.'quot; Ja, dan is het lijden voor het hart, dan ondergaat het een waren doodstrijd en wie vermag het te troosten r O gij zwaarbeproefde ziel, het oog omhoog 1 Oordeel niet, het oordeel behoort aan God alleen en God is de Vader aller barmhartigheid.

Gedenk deze woorden; Ieder mensch ontvangt de noodige genade om zalig te kunnen worden. Wanneer.quot; Dit is het geheim van God. Wat weet gij omtrent hetgeen er in de ziel omging in het laatste oogen-blik, toen gij kortzichtige, alles verloren waandet. Oordeel niet, God weegt in de schaal zijner barmhartigheid : Redenk ook dit woord: Niemand gaat

ocr page 16

— 14 —

rerluren dan door eigen schuld. God alleen kent de omstandigheden, de kracht der verleiding en der hartstochten. Oordeel dns niet, doch bid. Bid zonder ophouden, bid meer dan ooit. Wellicht heeft God bij het voorzien van het gebed en de goede werken, die voor deze ziel gedaan zouden worden, haar bij voorbaat daarvoor de zoo noodige genade van een oprecht berouw geschonken.

Breng edelmoedig het offer uwer groote en rechtmatige droel heid. Wellicht hebt gij jaren lang gebeden om de bekeering dier ziel te verwerven. God verhoorde u niet op zichtbare wijze, docli zou hij niet juist oiö u in nederigheid te willen vestigen, u willen verbergen dat Hij uw gebed verhoord heeft. Wanhoop niet, wellicht zal de ziel, die gij verloren waant, de eerste zijn, die u in den hemel verwelkomt, en u dankt voor de gebeden tot hare eeuwige rust gestort.

ocr page 17

Onze lydensuren geHeiligd.

--

I. Troost in ziekte.

lichaam is een werktuig van boetvaardigheid.

Ieder Christen moet zijne zinnen bedwingen of doen lijden, wil hij ze beletten hem te doen toestemmen in de zonde. Maar wie vast ? Wie mengt, gelijk de heiligen, aseh onder zijn voedsel? Wie bewaart van den morgen tot den avond zijne oogen en ooren voor nieuwsgierigheid, zijne handen voor luiheid ? Zoo God alleen rekende op onzen goeden wil, hoezeer zou zijne barmhartigheid bedrogen worden? Daarom zendt Hij lijden over aan het lichaam, dat de mensch niet genoeg voor zijne zonden kastijdt, en straft Hij door de pijnen de overdreven kieschheid, waarmede wij dat lichaam behandelen. Het is zeker, dat er veel minder ziekten heerschen in de dorpen, waar de inwoners matig leven en hunne spijzen weinig veranderen, dan in de steden, waar men zich vaak aan overdaad schuldig maakt, en daar de zinnelijkheid aan tafel der dorpelingen niet aanzit, eerbiedigt de ziekte ook meer hunne door het werk en de matigheid verharde lichamen. Is dat niet billijk ? De gelukzalige

ocr page 18

— l(i —

Maria der Engelen, karmelites te Turin, werd gedurende haar noviciaat door eene kwaadwillige koorts aangetast en ontving dit als stral' voor cenige zinnelijkheden. Derhalve schreel'zij aan haar zielbestierder: «Onze Heer heeft groot gelijk, dat Hij mij deze ziekte overzendt; daar ik mijn lichaam gaarne vlei, heei't Hij in zijne rechtvaardigheid toegelaten, dat ik gedwongen werd om dit te doen.'quot;

Moet gij, meer in waarheid dan de gelukzalige, niet erkennen, dat gij het dierbaar omhulsel uwer ziel te zacht behandelt, en dat gij uwe ziel minder verzorgt dan haar dienaar uw lichaam? Ligt de oorzaak uwer kwalen en pijnen niet dikwijls in de zinnelijkheid, die voorzit aan uwen disch 'r Hebt gij den moed niet om daar eenvoud en soberheid te doen heerschen, verneder u ten minste over deze zinnelijkheid met meer rede dan de heiligen. Een honderdjarig kluizenaar had bij zijn maaltijd zijne kruiden met een weinig olie bereid en een teug wijn gedronken. Hij verontwaardigde zich tegen zich-zelven en noemde zich een oude gulzigaard! Welken naam moeten wij ons-zelven geven na elk onzer maaltijden?

II. liet ziekbed en de wil Gods.

e ziekte heel'c u overvallen, uw geneesheer zegt, dat zij van langen duur zal zijn en gij zegt; ,Nooil zal ik gewoon worden te bed liggen.quot; Bemerk echter,

ocr page 19

— 17

dat ziekelijke personen langzamerhand aan het lijden gewoon worden. Ten laatste komen zij mtt Gods hulp zoo ver, dat zij aan hun. dugclijksch lijden niet denken. Wilt gij gedurende eenigen tijd niet doen, wat zij geheel hun leven doen '1

Gebruik uwe ziekte om uwen wil te gelijk met uw lichaam af te matten. De pijn werkt mede in alles, wat ons van den hemel komt. Het levi;n van alle menschen is een voortdurend kruis, wat maakt het dan ol' wij lijden op een donzen bed ofte midden onzer bezigheden ? God werkt op alle wijzen om ons naar lichaam en ziel te redden. Ziedaar waarom hij ons op het ziekbed nederwerpt. En al zoudt gij voor jaren daarna gekluisterd zijn, hoe blijde zoudt gij nog moeten wezen van u verzekerd te kunnen houden, dat ge voortdurend den wil Gods vervult, en niets u daarvan aftrekt? Ik raad u aan partij te trekken van uw ziekbed, en u wel te doordringen, dat uw lijden u door de goddelijke goedheid wordt overgezonden tot boete van het verleden en tot uw geluk in de eeuwigheid. Elke zaak heeft hare goede zijde, maar deze is op aarde niet altijd zichtbaar. Het geloof met de hoop vereer.igd, verlicht de smarten. Wanneer gij het oog vestigt op uw bed, dat voor n het rad der martelie geworden is, dan zeg : Hier moet ik lijden, doch hier bemin ik, hier zal ik altijd den wil Gods beminnen. De gelukzalige Broeder Gerardus Majella had op de deur zijner cel deze woorden doen plaatsen:

2

ocr page 20

— 18 —

„Hier doet men den wil Gorf-s'.quot;quot; Hij zeide glimlachende; Ak beschouw mijn bed als het werktuig van den wil Gods quot; Zijn geneesheer vroeg hem of hij liever wilde leven ol' sterven ? „Ik wil noch leven noch stervenquot;, antwoordde hij, „ik wil slechts wat God wil!quot; Eene volmaakte onderwerping aan Gods wil scheen hem de beste deugd, die hij den zieken kon aanraden. Deze heilige broeder schreef aan personen, die de hulp zijner gebeden inriepen ; „Geeft u geheel over aan den Heer, opdat Hij volgens zijn welbehagen over u beschikke. Hebt geduld, de tijd vervliegt, de verdiensten op uw ziekbed vergaderd, zullen u volgen in de eeuwigheid.quot;

Vraag dikwijls de liefde lot den goddelijken wil; God zal u die verleenen met vele andere genaden, noodzakelijk voor uwen tegenwoordigen toestand. Eene enkele zaak is u slechts noodig ; Lijden met liefde'. God vindt behagen in eene volmaakte onderwerping aan zijne inzichten, maar de liefde tot zijnen heiligen wil behaagt Hem het meest. Maak u gewoon aan het denkbeeld, dat gij lang zult moeten lijden en aan het verwekken van veelvuldige akten van liefde.

III. De slapeloosheid.

l^^eze beproeving zoo veelvuldig gevonden bij bedroefde of zieke personen, schijnt altijd i ieuw en altijd even pijnlijk. Men schrikt bij het vooruitzicht

ocr page 21

— 19 —

van een slapeloozen naclit. Maar het is tevens de beproeving, die de meeste middelen aanbiedt, om liaar moedig, ja godvruchtig te omhelzen. Gij telt alle uren, gij hebt geen oogenblik rnst, gij durft u nauwelijks bewegen om den slaap niet te storen van degenen, die u oppassen. Maar Jezus waakt met u. Hij wendt het oog niet van u af. Hij luistert naar eiken zucht, zijn oor vangt de minste klacht op. Hij telt uwe smarten en op zijn bevel schrijft uw engelbewaarder ze alle in het boek der eeuwige vergelding. Geen enkel dier oogenbMkken, die u zoo lang vallen, is voor u verloren. Hoe genadig worden de verheffingen uwer ziel om kracht en geduld ontvangen! Hoe vele verdiensten vergadert gij gedurende die zeven of acht lijdensuren, waaraan de dageraad een einde maakt!

Maar denkt gij ook aan Jezns, gedurende dien tijd, dat Jezus zich zoo bestendig en teederlijk met u bezig houdt? Luistert gij ook naar zijne klacht in de eenzaamhuid van het tabernakel !J Terwijl Hij naar u ziet, naar u luistert, voor u zorgt, voor u bidt en zich opoffert, hoe vele personen, die slechts waken, om Hem te beleedigen. Van hoevele woningen keert zich zijn blik met afschuw. Hoevele misdaden ziet Hij bedrijven onder den sluier der duisternis?

En naarmate dat de zonden zich opééustapelen, offert Hij zich voortdurend op één ol' ander altaar van het wereldrond; zijn Bloed vloeit vóór zijnen

ocr page 22

- 20 —

Vader voor hen, die Hem op nieuw kruisigden. Vereenig dan uwe lijdensuren met die van Jezus, ofïer ze op met het goddelijk Bloed. Gedurende die zelfde uren heeft Jezus gewaakt, gebeden, bloed gezweet in den hof van Olijven, Hij is met boeien en kluisters beladen, in een somber hok opgesloten, door zijne bewaarders gehoond en geslagen! Aan wie kan Jezus eene eereboete vragen voor zi;n nachtelijk lijden dan aan de godvruchtige zielen? Vereenig dan uwe slapeloosheid met de nachtwake van Jezus, gevangen en mishandeld na zijnen vreeselijken doodsstrijd. Is uw lot, dat u zoo zwaar valt, wel bij het zijne te vergelijken. Al dacht gij slechts vier of vijf malen gedurende den nacht er aan om uw waken met dat van Jezus te vereenigen, zou dit reeds een troost zi jn voor zijn Hart en voor u eene zeer nuttige oefening van godsvrucht

IV. De aanhoudende pijnen.

en voegt zich naar eene voorbijgaande foltering, doch men vreest het aanhouden van ongeneesbare kwalen. Indien men niet zorgt dikwijls zijne gevoelens van onderwerping op te wekken en te vernie-wen, komt men weldra tot een toestand van wrevel, van ongeduld, van opstand. Overgeleverd aan eene reeks van droevige dagen, door dezelfde pijnen gekenmerkt, niets meer vervrachtende van de toekomst,

ocr page 23

— 21 —

slaken sommige personen, soms ondanks zich-zelven, de smartkreet «uch, kon ik maar sten-en.quot; — Deze mismoedigheid doet vele verdiensten verliezen. Wanneer de heiligen door ongeneesbare kwalen worden aangetast, bidden zij veel en verkrijgen daardoor de genade, die moedig te verdragen. De gelukzalige Margaretha van Savoye was reeds lang aangetast door de jicht; toen zij eens bad om verlichting, verscheen de H. Maagd haar, en zegde : //Mijn goddelijke Zoon wil dat Gij aldus zult lijden tot het einde van uw leven.quot; Onmiddellijk vraagde de heilige hertogin aan Maria de genade eener oprechte gelatenheid en nooit ontsnapte eene enkele klucht meer aan hare lippen. Als men haar vraagde hoe zij zich bevond, antwoordde zij altijd ; //Zeer wel, want ik vervul den wil van God.quot;

Volg dit voorbeeld. Gij hebt geene openbaringen noch verschijningen noodig om te weten dat gij levenslang moet lijden. Het verleden borgt ons vcor de toekomst. Laat u niet ontmoedigen, zelfs zeg ik ii met Fenelon ; //Bedank God, die in uw gestel een schat gelegd heeft door de kiem der ziekte, waardoor gij langzaam alle uren van den dag kunt sterven.quot; Die voortdurende staat van lijden heeft ontegensprekelijk in de plannen Gods, het edelst doel. Vraag uwe genezing niet met te veel aandrang, want, om uwe begeerte te vervullen, zou God wellicht toestaan dat een ander voor u leed. En als dit ofler onder de

ocr page 24

— 22 —

uwen gekozen werd, wat zoudt gij dan uw gebed betreuren! Vergeet nooit dat gij in de wereld zijt om te lijden. Lijd dus gelijk iemand, die zich tehuis gevoelt in zijne roeping. Niets gebeurt zonder de goddelijke toelating en alles geschiedt tot ons welzijn ; daarom moeten wij troost en lijden even gewillig aannemen. Al vreest gij dat het lang zal duren, moet gij u toch geduldig gedragen al waart gij aan de betere hand, dan zult gij blijmoedig tot degenen, die u komen bezoeken zeggen : //God zij geloofd, ik bevind mij nu zeer wel!quot; Zeg ten allen tijde. //Het gaat mij goed, want ik vervul den wil van God.quot; Ach hoezeer bemint God eene ziel, die altijd tevreden is in den staat, waarin Hij haar plaats! Tracht u door Jezus te doen beminnen, en gij zult het voorwerp zijn van het welbehagen zijns Vaders !

V. Bij zware hoofdpijnen.

;/J^Jedert eenige tijd vermeerderen uwe pijnen en vermeerdert mijn medelijden met u. Intusschen moet gij u niet verwonderen,quot; zegde de H. Agapitus, //als het hoofd, dat in den hemel met glorie gekroond moet worden, op aarde lijdt.quot; — Ik dank God, die u met welbehagen beschouwt onder dien diadeem van doornen. Als gij de pijn voelt opstijgen, verbeeld u dan dat Jezus eene bloedige doorn uit zijn voorhoofd trekt en ze ii aanbiedt om ze in het

ocr page 25

— 23 —

uwe te drukken. Zult gij ze weigeren, nis zoo velen die met verrukking zouden aannemen? Zeg, evenals de gelukzalige Margaretha Maria, eens toen zij hevige hoofdpijn leed; «Ik ben mijnen Zaligmaker grootere dankbaarheid schuldig voor deze kostbare kroon, die mij niemand ontnemen kan, dan als gave Hij mij al de diademen dezer aarde, want deze kroon stelt mij in de gelukkige noodzakelijkheid mijne nachten slapeloos door t1! brengen, en aldus meer aan mijnen Zaligmaker te denken.quot;

Laat gedurende deze verschrikkelijke pijn een deel van uw werk en uwer gebeden. Span u minder in met het overdenken der smarten van uwen goddelij-ken Meester, en verwek liever inwendig akten van onderwerping en van liei'de tot den heiligen wil God-!; nooit zal die liei'de oprechter zijn dan te midden van het lijden. Verhef dikwijls dour eene enkele beweging des harten, uwe ziel tot God. Roep gedurende slapelooze nachten Jezus aan, die den laatsten nacht zijns levens doorbracht in een duister hol, en op het kruis geen oogenblik zijn door de doornenkroon verscheurd hoofd kon laten rusten.

Uwe pijnen zijn zeer voordeelig voor uwe zaligheid. Gij hebt slechts te rekenen met de goedheid, de barmhartigheid van God en een weinig ook met zijne rechtvaardigheid, die er tusschen komt in zooverre het noodig is om u te sparen in het toekomstig leven. Bid dan niet dat God u hier uwe pijnen ontneme.

ocr page 26

— 24 —

want gij zoudt u daardoor vreeselijke smarten bereiden in eene toekomst, die met snelle schreden nadert. Neem de pijnen aan uit Jezus eigene handen. Hoe gelukkig zult gij zijn onderworpen en tevreden te leven in Gods Hart. Hond goeden moed ! Alles gaat voorbij ! Snel verloopt het leven en de hemel, die ons met zijne vreugde en zaligheid wacht, zal nooit voorbij gaan!

VI. Bij heviye tandpijn,

S^it lijden is onverdragelijk, omdat het u dag noch nacht rust laat. Gij deelt, hoewel door eene andere oorzaak, eenigszins liet lot der H. Apollonio, wier tanden met gloeiende tangen werden uitgetrokken, omdat zij den naam van Chrslus had beleden. Welk eene vreeselijke marteling ! En gij zoudt durven klagen als men u één tand moet uittrekken'r Als de pijn u een oogenblik rust laat, deuk dan dat gij wordt gestraft door het werktuig der zonde ! Heeft uw mond u ïiooit door zinnelijkheid doen zondigen ? Hebt gij aan tafel nooit eenige wet der Kerk overtreden? Welnu, ziedaar een uitmuntend middel om boetvaardigheid te doen voor fouten, die gij wellicht te ras vergeten hebt. Mifschien meent gij dat dit alles door een vluchtige akte van berouw goed gemaakt is. Wij weten nooit hoeveel malen wij ge-zondigt hebben noch of onze boetvaardigheid vol-

ocr page 27

— 25 —

doende geweest is. Als men zoo terugdeinst voor het lijden, is het wel te vreezen, dat men zijne schulden niet volkomen nitgewischt heeft. Zijn zij het, des te beter. God zal ons dan wellicht laten voldoen voor eene ziel, die Hij in zijn paradijs wenscht op te nemen. In elk geval bestaan tr voor ons lijden duizenden redenen, de eene al wettiger dan de andere. Wees daarvan verzekerd.

Wat moet gij doen bij deze levendige pijnen? Uwe smart aannemen met onderwerping, verdragen met geduld, met liefde opofferen ter verkrijging van deze of gene reeds zoo lang vruchteloos afgebeden genade.

Beschouw Jezus aan het kruis. Welke vreeselijke foltering veroorzaakte Hem de doornenkroon, zoo gruwelijk op zijn goddelijk hoofd gedrukt. Beschouw den hemel. Eens zult gij beloond worden ver boven datgene wat gij thans lijdt. Trek door uw ongeduld en uw morren geene andere straffen over uw hoofd, doch zorg zelfs het minste greintje uwer verdiensten niet te verliezen. Als uwe akten van onderwerping de woedende pijn niet kunnen bedaren, zullen zij die toch zeker heiligen.

VII. Het ondergaan eener smartelijke operatie.

eg niet; liever sterven dan deze operatie ondergaan. Gij zoudt spreken als waart gij meester van

ocr page 28

— 26 —

luv leven, terwijl God alleen als Meester van ons bestaan, naar zijn goedvinden dit kan verkorten of verlengen. Wanneer ons leven noodig is voor ons gezin, bestaan er nog meer reden om alle middelen te gebruiken, die ons zoo lang, als liet God belieft in deze wereld kunnen houden. Verscheidene heiligen hebben zich aan operatiën onderworpen, alleen uit liefde tot God, die hen op die wijze wilde heiligen. De H. Josephus van Leonissa, een Kapucijn, zag op het oogenblik dat hij eene smartelijke operatie moest ondergaan, dat de chirurgijn hem met koorden wilde vastbinden en riep uit : «Hoe banden en koorden ! Zie hier mijn Zaligmaker, niet nagelen doorboord, ter mijner liefde, die mij bindt en mij dwingt uit liefde tot Hem onbewegelijk te blijven.quot; Aldus onderging hij, zonder eene enkele klacht, de smartvolle operatie en een blik op zijn kruis was genoeg om elke smartkreet te doen verstommen.

In dagen van vurigheid zegdet gij : »Waa om werd ik niet geboren tijdens de vervolging, dan hadde ik den palm van den marteldood kunnen behalen ! God heeft dat woord aangeteekend, en ziedaar de martelie, niet om u te doen sterven, maar om uw leven te heiligen, uwe kroon te versieren. Laat u dan zoo noodig binden, bedwelmen, onderwerp u aan alle noodzakelijke maatregelen, alsof men u voor den naam van Jezus naar den brandstapel voerde. Door uw geduld zult gij don heiligen

ocr page 29

— 27 —

Naam verheerlijken, in wiens kracht, al wat God wil, ons mogelijk wordt. Plaats vooral door eene vurige Communie Jezus in het midden van uw hart en zeg eenvoudig met den H. Joannes van Sahagun, alvorens eene zeer gevaarlijke en moeielijke operatie te ondergaan; //Heer ik heb geene andere hoop dan in U, geef mij de kracht de pijnen, die mij wachten te verduren.quot; Eens zult gij God loven dat Hij u zooveel gevraagd heeft, als gij zult zien, dat uwe belooning uwe liefde jegens Hem evenaart, ja zelfs ver overtreft.

VIII. Trooft hij hevige smart.

ele pijnen overvallen u te gelijk en slaan u als geeselroeden. Denk dan dat Jezus u een der nagelen aanbiedt, waarmede Hij werd vastgeklonken.

Kan Hij u iets kostbaarders geven dan een deel van wat Hij voor zich-zelven koos ? Gij meent dat Hij u den diksten en scherpslen nagel heeft uitgekozen. Dit moge waar zijn, maar Hij heeft zich voor u laten kruisigen, en zoo gij al meer dan anderen moet lijden, zoo vermeerdert de genade in evenredigheid uwer smart.

Deze zelfde gedachte trachtte de H. Franciscus van Sales in te boezemen aan iemand, die een gevaarlijk abces had. «Als de heelmeester u met zijn lancet nadertquot;, zegt hij, //denk dan dat hij zich bedient van

ocr page 30

— 28 -

een der nagels, die de voeten van onzen beminnelijken Zaligmaker doorboord hebben. Welk eene groote eer bewijst Hij u door ter nwer heiliging een werktuig te gebruiken, waardoor de zaligmaking der menschen bewerkt is. Het is voor u dat zijne ledematen geheel doorboord zijn. Zou dan eene wonde u mishagen als gij denkt uw Zaligmaker van het hoofd tot de voeten slechts ééne wonde was En deze wonden waren Hem zoo dierbaar, dat Hij zelfs in den hemel die wil behouden. Ook de uwen zullen eenmaal glorierijk zijn.quot;

Gij meent dat het onmogelijk is God op uw ziekbed te dienen en gij zucht aldus uwe oefeningen van godsvrucht te moeten achterwege laten. Zeg mij eens, waar heeft Jezus Zijn goddelijken Vader het meest verheerlijkt, dan wel aan het kruis genageld ? Toen kon Hij Zijnen goddelijken Vader niet anders dienen dan door het lijden ! Zoo staat het thans eenigszins met u.... Breng dan uit goeder harte thans het offer uwer smarten aan Hem, die leed om ons eeuwige pijnen te sparen.

Toen de groote apostel van Heieren, Sebastiaan Winkelhofer, door ziekte verplicht werd zijne prediking te staken, waardoor hij zoo vele zielen bekeerde, zegde hij: »De Heer heeft het gedaan.quot; — Deze woorden behooren steeds op uwe lippen te rusten, als het kruis u drukt; de Heer Jezus doet alles ter uwer zaligheid. Gaarne nemen wij die woorden //De

ocr page 31

— 29 —

Heer heelt het gedaanquot; tot onze leus als ons alles .toelacht en wel gaat, om ons niet te verheffen en ■ons niets toe te eigenen van de gaven Gods. Dit is billijk. Alle natuurlijk en bovennatuurlijk goed, dat uit onze handen komt, is het werk van Gods genade. Doch wanneer Hij in Zijne barmhartigheid onze werken gezegend heeft en ons beloont door het lijden, zeggen wij dan ook altijd : //De Heer heeft het gedaan en wel gedaan.quot; Deze woorden zullen de klachten en het gemor terughouden, dat somtijds onze lippen wil ontsnappen. Geven wij ons liever over aan vreugde en vertrouwen in de rampen, die onze natuur kruisigen en herhalen wij steeds; //De Heer heeft het gedaan, bijgevolg is dat voor mij zeer goed.quot;

IX. Nut eener smartelijke icerkeloosheid.

lechts met moeite begrijpen wij het nut van een toestand, waarin de gedrukte geest geene gedachte kan voortbrengen en de smart onze ledematen tot werkeloosheid dwingt. Het is wellicht dan, volgens de meening der heiligen, dat wij het meeste doen voor onze heiliging. De menschen, die druk voor hunne zaken in de weer zijn, leven in voortdurende werkeloosheid voor God, zoo zij Hem hun arbeid en hun zwoegen niet opdragen, maar de zieke of lijdende, al schijnt hij werkeloos, leidt voor God een zeer verdienstvol, werkzaam leven als hij lijdt voor God.

ocr page 32

— 30 —

Men betuigde aan iemand, die door verlamming aan zijn leunstoel gekluisterd was, groote deelneming, omdat hij een leven moest opgeven dat geheel aan goede werken was toegewijd. //Wat maakt mij,quot; antwoordde hij, //de toestand, waarin God mij plaatst! Liever wil ik van den morgen tot den avond in mijn leunstoel zitten door den wil van God, dan uit eigene beweging vele goede werken verrichten. Het werk des menschen is niets, zijne onderwerping is alles. Mijne tegenwoordige werkeloosheid is nuttiger voor mijne zaligheid, dan al mijne vorige werken.quot;

Herinner u dit antwoord zoo dikwijls als uw kruis zwaarder drukt en u tot werkeloosheid veroordeelt en zeg dan; //Mijn lijden belet mij te werken, doch bevordert dc werking der genade. God, die mij in een oogwenk mijn lijden kan ontnemen, laat het langer duren, opdat het Zijn loerk in mij morje volbrengen. Anderen zien het einde hunner ziekten en beproevingen, de mijnen houden steeds aan, omdat het goed voor mij is te lijden. Wel kort het mij moeite mij daarvan te overtuigen, wel zou ik het anders verkiezen, maar God weet beter dan ik wat nuttig is voor mijne ziel, en zoo Hij mij doet lijden zoo komt dit omdat het noodzakelijk is voor mijne heiliging ol' die van anderen.quot; Doordring u van deze en dergelijke gevoelens zoo lang uwe beproeving duurt en wacht geduldig het uur af, waarop het God zal behagen u er van te verlossen.

ocr page 33

— 31 —

X. Voordeelen der blindheid.

^n het jaar 384 der christelijke jaartelling werd een priester, Andreas genaamd, veroordeeld om onthoofd te worden. Pas^cus, opzichter der openbare werken, hem ziende beven in afwachting van het oogenblik der gerechtstelling, riep hem toe; «Mijn vader, sluit een oogenblik het oog, weldra zult gij het licht van Jezus Christus zien!quot; Wat Ananias deed ingevolge een wijzen raad, hebt gij gedaan door den wil Gods. Hij, die jaloersch was op de blikken, die {jij op de schepselen sloegt, heeft n het middel verschaft om de oogen uwer ziel steeds op Hem gevestigd te honden. Deze beproeving is zoo groot en pijnlijk aan onze natuur, dat God meestal daaraan groote genaden verbiedt. De heiligen beschouwen do genezing niet als de grootste genade. H'-ud u aan hunne meening.

Op het. gebed van den gelukzaligen Ubaldus, genas God eens een groot getal zieken, behalve een blinde, die zich nochtans met groot vertrouwen tot den heilige had gewend. Om hem te troosten, zegde de bisschop hem: «Zoo God u het licht der oogen hadde teruggegeven, zon het licht uwer ziel zeker minder helder geweest zijn. Is het dan niet beter dat het onsterfelijk deel van uw wezen verlicht zij dan het sterfelijke 'r Verdraag geduldig uw lijden en keer onophoudelijk uw inwendigen blik tot God, die door

ocr page 34

- 32 —

uwe getrouwheid getroffen, u zal beloonen, door u bij uw verscheiden uit deze wereld, het licht der glorie in ruimer mate te schenken.quot; De blinde werd door deze woorden volkomen getroost; zullen zij voor u van minder kracht zijn?

Sedert lang vraagt Gij God de genezing uwer oogen, maar zou dat gebed u voordeelig zijn ter zaligheid ? Uw beste gebed is aan Jezus Christus te betuigen, dat gij, geheel aan uwen eigen wil verzakende, u geheel aan Zijnen wil onderwerpt.

.XI. Ons lijden is hel langdurigst en let zwaarste lijden niet.

m uwe smarten beter te verdragen, moet gij ze vergelijken met die van anderen. Eene menigte mcn-sclien lijden even veel, ja veel meer dan gij. Doorloop de zalen der hospitalen, treed in die vochtige woningen, in die schamele hutten, waar armoede en smart heerschen en beklaag u dan als gij durft. Is uw toestand erger dan die dezer zieken, dier behoeftigen en zij doorstaan nochtans hun lijden met een heldhaftig geduld.

Gij klaagt over de langdurigheid uwer smarten, maar hebt gij acht-en-dertig jaren op uw bed doorgebracht en even als Ludwina voor geheel uw leven van het gebruik uwer ledematen beroofd geweest'r Beschouw het lijden van den Zaligmaker; Hij leed

ocr page 35

~ 33 —

van Zijne geboorte tot aan Zijnen dood; och! laat het u niet vermoeien te lijden !

Eene religieuze, Madeleine Crsini genaamd, werd sedert geruimen tijd door allerlei kwellingen als overladen. Jezus verscheen haar aan zijn kruis gehecht en vermaande haar geduldig te lijden. De dienstmaagd des Heeren durfde Hem antwoorden; Heer, slechts drie uren hebt Gij aan het kruis gehangen en ik lijd reeds sedert zoovele jaren \quot; — »0 gij dwaze, antwoordde haar de Zaligmaker, van het eerste oogenblik mijns levens, leed ik in mijn hart al de pijnen, die ik latei-op het kruis leed.quot; — Gij kunt niet zeggen, dat gij nooit een enkel oogenblik rust vindt; uwe pijnen houden somtijds op. En als gij onzen Heer oprecht bemint, zullen uwe smarten u minder hevig, uw verdriet minder bitter schijnen. Vraagt gij den martelaren, den belijders, hoelang en hoeveel zij geleden hebben, dan zullen zij u antwoorden: //Onze beproevingen, onze lijdensuren hebben slechts een oogenblik geduurd, de genade verlichtte ze, en onze belooning is eeuwig.quot; — De tegenwoordige kwalen, zegt de H. Bernardus, zijn niets in vergelijking met de zonden, die God ons heeft vergeven, en de glorie, die wij eenmaal verwachten! Houd u vast aan Gods hand, hetzij Hij uwe kwellingen verkorte of verlenge en houd u verzekerd, dat een volmaakt betrouwen op Hem het middel zal zijn om uit uw toestand uitmuntend partij te trekken voor tijd en eeuwigheid.

3

ocr page 36

— 34 —

XII. Het gebed van den zieke.

aulus op den weg van Damascus door de machtige hand des Heeren nedergeworpen, mocht Hem vragen; //Heer! wat wilt Gij dat ik doe?quot; De zieke behoeft op zijne lijdenssponde dit niet te vragen, want hij volbrengt Gods wil reeds, en moet slechts begeeren om dien steeds beter en beter te vervullen, meer en meer gelijkvormig te worden aan den lijdenden Jezus.

Een geneesheer zegde tot eene jonge vrouw ; »Me vrouw, ik zal al het mogelijke doen om u zoo-dra mogelijk van al uw lijden te genezen.quot; — «Dat is te veel. Dokter,quot; zegde zij glimlachend, «.neem mij alleen datgene af wat mij belet mijne plichten te vervullen; indien ik niets meer te lijden had, hoe zou de lijdende Jezus dan bij mijnen dood zijn beeld in mij erkennen ?quot;

Terwijl het lijden u dag en nacht wakker houdt, zegt dan bij het slaan der klok; //Mijn God, geef mij de genade heden wel te lijden.quot; Is het volbrengen van den wil Gods nw laatste einde niet ? God wil, dat gij veel en lang lijdt. Moet gij u daarom bedroeven? Neen, want niets beters kan u overkomen ! Hoor wat de heilige Magdalena van Pazzi u daaromtrent zegt; ,/Mij dunkt, dat ik geene enkele foltering noch smart zou kunnen weigeren als God mij vraagde dit ter zijner liefde te verduren.quot; Zij

ocr page 37

— 35 —

gevoelde zoo wel dat geheel ons geluk bestaat in voor God te mogen lijden, dat men te midden der hevigste pijnen, die haar folderden, haar slechts behoefde te zeggen: //Het is de wil Gods, dat gij lijdt.quot; Dit was genoeg om haar het lijden te doen omhelzen en haar geloof deed haar een grooten troost vinden bij de gedachte, dat de wil Gods door haar volbracht werd. Denk gelijk deze heldhaftige ziel, dat gij bestemd zijt om Gods wil te volbrengen en herhaal dikwijls ; //Heer, geef mij de genade om wel te lijden uit liefde tot u, uit liefde tot Maria, de L. Vrouw van uw lijdend Hart.quot;

XIII. Liefdeverzuchtingen in ziekte.

et Hart van Jezus ontvangt zoo gaarne betuigingen van liefde en vertrouwen, vooral wanneer Hem die gegeven worden te midden der hevigste pijnen en diepste smart. Zend Hem in die oogenblik-ken, waarin gij zoo hevig lijdt, door uw engelbewaarder, als bewijs uwer berusting op zijne goedheid, eene boodschap, gelijk die van Martha en Maria, toen zij haren broeder met den dood zagen worstelen; //Heer, hij dien Gij lief hebt is ziek!quot; of wel; //hij dien Gij lief hebt, is tot de uiterste droefheid gebracht.quot; Is dit niet zwijgend gezegd ; //Ik houd mij verzekerd dat het genoeg is U mijn treurigen toestand bloot te leggen om door U ge-

ocr page 38

— 36 —

holpen te worden.quot; De ware vriend verlaat ons niet in het uur der beproeving. Hoe zou Jezus u verlaten, u die Hem bemint, terwijl Hij de zondaars helpt bij hunne eerste bede? Hernieuw uwe verzuchtingen dikwijls door den dag en wat er ook gebeure, volhard in het uitdrukken van gevoelens van ootmoed en vertrouwen. Zoo Jezus uitstelt u ter hulp te komen en te troosten, herdenk dan hoe dikwijls Hij u reeds verhoord heeft, en hoe dikwijls gij zijne goede inspraken verzuimd hebt. Houd u verzekerd, dat Hij uw vertrouwen niet zal beschamen al stelt Hij eenigen tijd uit. Hij zal u verhooren, wellicht niet volgens uwe menschelijke, maar volgens zijne goddelijke inzichten. Helpt Hij u niet voor den tijd, dan helpt Hij u voor de eeuwigheid. Offer somtijds uw lijden op tot bekeering der zondaars. //Hij, die voor anderen bidt,quot; zegt de H. Alphonsus, //zal spoedig verhoord worden als hij voor zich-zelven vraagt.quot; Verzucht dikwijls met de heilige Magdalena van Pazzi: /,Heer! laat mij zoo dikwijls sterven en herleven, tot ik de schulden van alle zondaars bij uwe rechtvaardigheid uitgewischt hebt.quot;

XIV. Begeerte te genezen.

ij moogt zeker de gezondheid vragen aan onzen Heer, doch zou Hij tot u niet even als tot de heiligen mogen zeggen: „Wees tevreden zoo ik u de gezondheid

ocr page 39

— 37 —

geve of neme.quot; De gelukzalige Margaretha-Maria, hare stem verloren hebbende, bad Onzen Heer haar die terug te schenken. Jezus antwoordde: .»Uwe stem behoort niet aan u, doch aan Mij. Wees evenzeer tevreden volgens mijnen wil te spreken of te moeten zwijgen.quot; De gelukzalige door die les getroffen, zegde zacht; //Niets behaagt Jezus meer, niets is nuttiger voor de ziel dan eene volkomen overgeving aan den hemelschen Vader.quot; Verlang derhalve niet te sterk naar uwe genezing; dring bij God niet te zeer hierop aan en bereid u zelfs om ziek te willen blijven, zoo Hij dit verlangt.

//Leef,quot; zegt de gelukzalige Margaretha-Maria, //leef eiken dag en elk uur gelijk het der Voorzienigheid behaagt, en neem gaarne alles aan wat zij overzendt, vreugde of kwelling, vrede of onrust, gezondheid of ziekte. Vertrouw op God, Hij zal u niet verlaten. Hoe meer gij u zeiven verlaat, hoe dichter God bij u zal wezen.quot;

Tracht nut te trekken uit deze woorden van den Zaligmaker en die zijner getrouwe dienstmaagd. Zeg ook; Wat maakt het mij of ik mijne stem verloren heb, als mijn hart God maar kan aanroepen! Wat maakt het mij of ik het kruis moet dragen, als ik maar voortga op den weg des hemels. Mijn leven behoort mij niet toe. Ik verlaat mij op God. Alles wat volgens Zijnen wil geschiedt is welgedaan.

I

ocr page 40

— 38 —

XV. Zich verlaten op den yoddelijken geneesheer.

^Lijdens de beproeving is de christen in Gods hand als de zieke in de hand van een bekwaam geneesheer, wiens voorschriften hij moet -volgen van uur tot uur, hoezeer deze hem soms tegenstaan. De dokter, die den smaak van zijn zieke zou raadplegen, zou hem dooden. Hij moet of zijnen raad doen volgen of zijn afscheid nemen. Schrijft hij niets meer voor, zoo is dit omdat hij weet dat niets meer kan baten. Als God eene ziel overlaat aan hare begeerten is dit een bewijs, dat God aan hare genezing wanhoopt. Geloof niet dat de hevigheid uwer kwalen de wetenschap van uwen hemelschen geneesheer heeft uitgeput. Hij evenredigt de middelen naar de kwaal. Gij stelt uw vertrouwen in de aardsche geneesheeren, gij volgt hunne voorschriften en gij zoudt Hem, die alle wetenschap bezit, mistrouwen! Het Hart van Jezus wordt verheerlijkt als gij te midden der hevigste smarten en wreedste kwellingen blindelings op Hem vertrouwt en veel liever op hem steunt dan op de hulp der schepselen.

XVI. Het goddelijk ijeneesmiddel.

nze Verlosser heeft het H. Sacrament des Altaars en het lijden door de nauwste banden vereenigd. Zij leenen elkander wederzijdsche hulp. Als wij lijden, communiceeren wij beter en de Communie helpt ons

ocr page 41

— 39 —

om beter te lijden.quot; Dikwijls verlicht zij onze smarten, gelijk wij lezen in het leven der heilige Barbara. Na vreeselijk gepijnigd te zijn geworden, wierp men haar in een afschuwelijken kerker, waar de H. Communie haar op geheime wijze gebracht werd. Terwijl zij Jezus bad, haar in haren laatsten strijd te willen versterken, verscheen de Heer haar onder zijne men-schelijke gedaante en zette haar aan met geloei' en liefde in den strijd te volharden. Op hetzelfde oogen-blik gevoelde Barbara zich bekleed met eene bovennatuurlijke kracht, en zoo volkomen genezen, dat er zelfs geen spoor van de strafoefening en foltering overbleef.

Hevige smarten overweldigen u geheel.... Roep Jezus ter hulp en smeek Hem u door de heilige Communie te komen bezoeken. Hij zal u versterken, u troostende gedachten inboezemen, indien het Hem behaagt uwe pijnen te verlengen.

Ga zoo dikwijls ter heilige Communie als het u mogelijk is, maar zoek geene lange voorbereiding, vermoei uw geest niet door nuttelooze pogingen. Gij lijdt, dit is genoeg. Juist omdat gij ziek zijt, komt Jezus gaarne tot u. De pijnen, die gij lijdt, trekken Zijn Hart tnt u. Het lijden is geene akte van eigen wil, het is als de indruk van den goddelijken wil op ons. Draag dan den last, dien God u oplegt, lijd met gelatenheid, en als gij Jezus onder den schijn van brood bij u ziet binnentreden, dan kunt gij

ocr page 42

— 40 —

zonder vrees zeggen: //Mijn hart is bereid, Heer, mijn hart is bereid. Kom, Heere Jezus \quot;

XVII. Ons lijden vereenigt ons met hel voorldurend offer van Jezus-Chrislus.

-t ^quot; smart vereenigt ons geheel met Jezus gekruist. Deze vereeniging stemt ons tot eene bijzondere deelneming aan al de HH. Missen, welke voortdurend over de geheele wereld opgedragen worden. Het valt u zeer hard, belet te zijn de H Mis bij te wonen. Gij blijft in het verdriet gedompeld en vergeet het voordeel, dat gij nu trekken kunt uit eene grootere gelijkvormigheid met het goddelijk slachtoffer, dan wel als gij gezond zijt. Gij kunt in uwen smartvollen toestand een onmiddellijk deel nemen aan het lijden van Jezus-Christus, en op het altaar des lijdens, dat God u doet beklimmen, kunt gij, in vereeniging met al de Mitsen, die heden gedaan worden, een offer opdragen dat zeer nuttig zal zijn voor uwe ziel, bekwaam om God te verheerlijken en op de lijdende en strijdende Kerk een overvloed van zegen al' te trekken.

Wacht u dus wel te denken dat de H. Mis u onnuttig is, omdat gij ze niet kunt bijwonen. Als de klok u zegt dat het heilig offer begint, vereenig dan uw lijden met het lijden van Jezus-Christus en verheug u over het voordeel dat gij zelf gaat trekken

ocr page 43

— 41 —

uit deze groote oefening van godsvruclit. Verzoek uw engelbewaarder uw hart op het altaar te gaan neerleggen. Bid Jezus Christus het te vereenigen met Zijn Hart door eene vurige geestelijke Communie. Als gij op die wijze uwe lijdensuren van den dag aan Jezus Christus zult hebben opgeofferd, zullen 7ij u minder smartelijk vallen; gij zult ze naar het voorbeeld der heiligen moediger doorstaan. Keer u ook dikwijls tot^ 0. L. Vr. van het H. Hart en zeg Haar; O Maria, in mijne altijddurende smarten reken ik op uwe altijd-durenden bijstand. Gij kunt, indien gij wilt, mijne, volgens de natuur ongeneesbare kwalen, doen verdwijnen. Maar indien mijn lijden moet toenemen, indien uw Hart genoodzaakt zij, volgens de plannen van God, mijne genezing uit te stellen, laat mij dan die plannen der goddelijke liefde, die slechts mijne heiliging ten doel hebben, beminnen en aanbidden.

XVIII. De onontbeerlijke deugd der zieken.

ij houdt u met alle recht verzekerd, dat gij geene groote edelmoedigheid hebt in uw lijden. Onthoud die bekentenis wel, want daardoor komt men tot de gevolgtrekking: //Kan ik niet edelmoedig zijn in het offer, dan zal ik trachten door het geduld in het lijden te voldoen voor hetgeen ik bij God te kort schiet in het offer van mij-zelven. Het geduld be-heerscht het hart, waarin de liefde tot God woont. Daarom verdraagt de Christen met kalmte de wissel-

ocr page 44

42 —

vallisheid dezes levens. Men kan het gevoel der smart niet verstikken, doch men kan zijne gedachten en zijne tong altijd onderwerpen aan den wil Gods. Uit vreeze van de natuur te zeer in te volgen, naoet men zeer weinig spreken over zijne kwalen met onverschilligen, die er geen belang in stellen, met zijne vrienden, die ze niet kunnen genezen, maar .spreken wij er van met onzen Heer, met de H. Maagd, die zoo goed en medelijdend voor ons zijn. Het gebed geeft ons kracht om elke zaak, die ons bedroeft, geduldig te verdragen. Stel u voor dagelijks drie oefeningen van geduld te doen Gij neemt bijv. een lauwen drank, dien gij gaarne warm zoudt hebben; gij wacht om uw bediende te bellen, die u laat wachten; gij ontvangt vriendelijk uw geneesheer, die zijn bezoek een vol uur heeft laten wachten; gij blijft liggen in een slecht geschud bed enz. Is het geen dwaasheid minachtend den prijs te verwerpen, beloofd aan het geduldig lijden der rampen dezes levens. O hoevele verdiensten doet het geduld ons vergaderen voor dien grooten dag der vergelding. Ontvang dan in Jezus naam die kwalen, waarvoor menschelijker wijze gesproken geene genezing bestaat en lijd ze geduldig uit liefde tot Hem.

XIX. De hoetvaardiglieid en versterving der zieken.

od bemint u genoeg om u in staat te stellen u te versterven, zelfs in zaken die niet verboden zijn.

ocr page 45

_ ,3 —

ten einde uwe verdiensten, en de daaraan verbonden belooning te verdubbelen. Versterf u gaarne ter zijner eer en voor uwe eeuwige zaligheid. Laat de gelegenheid niet voorbijgaan om u kleine verzachtingen, die u niet noodzakelijk ol' misschien nadeelig voor uwe gezondheid zijn, te ontzeggen. Gij zijt bijv. zeer moede van het leggen en zoudt gaarne opstaan of van plaats veranderen, de geneesheer verbiedt het!» Gij verlangt naar een konden, frisschen drank, hij beveelt u een zoeten en warmen. Gij snakt naar lucht en men houdt uwe vensters gesloten Gij zoudt eenige vrienden willen ontvangen, men ven or deelt n tot stilte en eenzaamheid. Onderwerp n aan dit alles. Ziedaar uitmuntende boetplegingen, die uw e genezing gewis zullen bevorderen. En gij zult eene den Heer zeer aangename zaak doen, zoo gij nog vrijwillig hier iets bijvoegt. Dit immers is Hem zeggen : Mijn God, ik ben zoo ver verwijderd van mijn lijden te groot te vinden, dat ik in vereeniging met den gal en edik, die Gij bij uwen kruisdood hebt gevoegd, nog deze of gene zaak bij mijn lijden wil voegen om u des te beter te gelijken. Tracht ook het ongeduld te onderdrukken en vooral te verbergen bij het ondervinden van eene onhandigheid, een vergeten bevel, eene traagheid om aan uwen wil te gehoorzamen? Verdraag kalm de duizend kleine wederwaardigheden van uw ziekelijken toestand; gij zult vele fouten vermijden en groote verdiensten voor den hemel vergaderen.

ocr page 46

— 44 —

XX. Hel lijden helpt ons Ier zaligheid.

hebt gij dikwijls de woorden gehoord ; //Stel uwe bekeering niet uit tot morgen,quot; — hetzij van den stoel der waarheid of der boetvaardigheid, zonder dat zij bijzonderen invloed op n te weeg brachten. Gij waart toen niet geschikt tot eene volkomen verandering van leven, maar nu de ziekte u op eene lijdenssponde kluistert, u veroordeelt tot eenzaamheid, slapelooze nachten en vei velende dagen, nu nemen die beproevingen eene stem aan en roepen ons toe; «Gevangene der goddelijke barmhartigheid, bekeer u tot den Heer uwen God.quot; Wacht niet tot het laatste oogenblik om de inspraak der genade te volgen, — dan zou het te laat zijn — en gij zoudt gevaar loopen uw lijden in de eeuwigheid te zien vermeerderen. Wat houdt u terug ? De zorg voor uw bestaan, voor uwe fortuin ? Naar de andere wereld neemt men niets mede Helaas, zij die gij het teederst bemint, zullen, zoo-dra gij het oog gesloten hebt, wellicht de eersten zijn om u uit uw huis te zetten. Gij hebt niets zekers dan het graf, dat uw lichaam tot het laatste oordeel zal bewaren. Bid dan en zorg voor uwe ziel, ten einde in de eeuwigheid gelukkig te zijn. O hoe kostbaar zijn deze oogenblikken u door God verleend om het verleden te boeten. Begin eiken dag als ware het de laatste. Gij kunt reeds nu uwe

ocr page 47

— 45 —

eeuwige woning bouwen. Gelijk gij haar maakt door «w geduld en goede werken, zal zij eeuwig zijn.

XXI. De ziekte is eene leerschool van ootmoed.

'Cijiens de ziekte leert men zich-zelven kennen. De lijdende, als hij ten minste niet zeer deugdzaam is, verliest zijne macht over zich-zelven en toont onwillekeurig wat hij is. De lichamelijke zwakte en de opgewektheid van het zenuwgestel, door de pijn geprikkeld, laten de natuurlijke gebreken uitkomen. De lichtgeraaktheid, de teergevoeligheid, het ongeduld maken den zieke soms onuitstaanbaar voor zijne omgeving en voor zich-zelven. Voeg bij deze vernedering de vrees niet van door anderen veracht te worden. De lijder verdient onzen eerbied, omdat de christen Jezus ziet lijden in zijn evennaasten. ./Het is een groot voordeel,quot; zegt de H Franciscus van Sales, //zijne nietigheid te kennen.quot; Gij zult sterk zijn tegen de smart, het pijnigt ai telkens te vallen. De natuur zucht en schreit, maar om de morrende klacht terug te houden, moet gij uwe lippen drukken op het beeld van onzen aanbiddelij-ken Meester aan het kruis en dan eerst zult gij smaken hoe zoet de Heer is voor degenen, die Hem dienen en lief hebben.

ocr page 48

— 46 —

XXII. De ziekte des Uchaanis geneest de ziekten der ziel.

ij zijt ziek, niets natuurlijker; ons lichaam is tot lijden geschapen. God bedient zich van de ziekte tot verschillende uitmuntende doeleinden, en daar Hij onze behoeften kent, kiest Hij het geneesmiddel dat ons dienstig is.

Al geneest de koorts onze geestelijke kwalen niet, zoo ruit zij zekere leemten aan in ons christelijk leven en komt altijd van pas. Een kloosterling, die zeer veel ondervinding had in het bestier der zielen, zegde tot iemand die uit luiheid zich niet kon schikken naar zekere oefening; //Pas op, Gol zelf zal u weldra eene waarschuwing zenden ter verbetering uwer traagheid.quot; Zij beterde zich niet en viel in eene zware ziekte. Zoek niet angstig naar de oorzaak van de uwe, doch geloof eenvoudig dat God u bemint en uw welzijn ter harte neemt. Terwijl de koorts uw lichaam verteert, moet gij denken dat uw hart niet altijd gebrand heeft uit liefde tot God, en bidden dat uw lijden hiervoor moge voldoen. Terwijl gij nutteloos zijt en onbekwaam de plichten van uwen staat te vervullen, moet gij denken dat gij die dikwijls verzuimd hebt om uw vermaak na te jagen, en uwe smarten aannemen als eene les om voortaan getrouw te zijn. Zeker wil God dat gij al het mogelijke aanwendt om te genezen, doch wees overtuigd dat deze staat van lijden eene weldaad is

ocr page 49

voor uwe ziel. De heiligen waren hiervan zoo wel overtuigd, dat zij verklaarden zich nooit beter te gevoelen, dan wanneer zij ziek waren. De gelukzalige Petrus Carafïa lag in eene hevige koorts en als zijne broeders met belangstelling naar zijnen toestand vraagden, antwoordde hij : «Ik bevind mij zeer loei, want ik bevind mij in den staat, waarin God mij hebben wil.quot; Onthoud dit krachtig woord, en zoek uwe beterschap zoo angstig niet. Wij bevinden ons zeer wel als het lijden des lichaams de kwalen der ziel geneest.

XXIII. Geestelijk voordeel aan het lijden verbonden.

JÊr is niets zoo rein op aarde of er valt een stofje op; niets noodzakelijker dus dan zich daarvan te zuiveren. De ziekte biedt hiertoe het raiddel aan; zij scheidt ons at' van de wereld en hare vermaken ; zij onderdrukt het lichaam, dat gewone werktuig onzer ongeregeldheden ; zij werpt, door ons van de schepselen te verwijderen, de hinderpalen omver, die de uitgestortheid plaatst tusschen God en de ziel; zij wekt do gedachte aan de eeuwigheid op. Deze eerste en reeds groote genaden bereiden den-gene, die er getrouw gebruik van weet te maken, tot het ontvangen van grootere. De H. Franciscus van Assislë, wel verre van zich over zijn lijden te beklagen, dankte God steeds dat Hij hem reeds in

ocr page 50

— 48 —

dit leven zuiverde, ten einde hem voor de eeuwige straffen te bewaren.

Wees wijzer dan de wijzen dezer wereld, verdraag geduldig en blijmoedig al uwe lichamelijke lh inwendige smarten, want zij bestrijden in u duizend onvolmaaktheden, die gij niet bemerkt ten tijde der welvaart en die gij niet tracht te verbeteren, hoewel zij uwe ziel veel nadeel toebrengen. De druilluis is verborgen aan het oog, doch doet den wijnstok sterven. De kleine onvolmaaktheden vinden een geneesmiddel in de ziekte, die haar alle voedsel ontneemt. Daarenboven dient de smart niet slechts om de ziel te zuiveren, maar ook om haar recht te geven 0]i eene rijke belooning in den hemel.

XXIV. De ziekte verkort het vagevuur.

lÊe

✓en mensch zonder schuld, zegt men, is gelukkig, omdat hij vrij is van de noodzakelijkheid schulden te maken, en van de schande die niet te kunnen voldoen. Wij allen zijn schuldenaars van God, en verplicht onze zondeschuld te betalen. Het lijden is hiertoe eene kostbare munt. Gij hebt het slijk dezer aarde niet kunnen betreden zonder u daarmede te bezoedelen, het is u derhalve dienstig op eene of andere wijze u daarvan te ontdoen. «De zieken,quot; zegt de H. Catharina van Genua, //vinden een vagevuur in hun eigen lichaam.quot; De H. Eusta-

ocr page 51

— 4!J —

chius, abt van Luxeuil, door eene hevige ziekte aangetast, gevoelde eene groote vrees voor het oordeel Gods. Terwijl hij nadacht over de groote schulden, die hij te voldoen had, hoorde hij eene stem, die hem vraagde ; //Wilt gij den hemel ingaan na veertig dagen van lichte kwelling, of spoedig door een hevig vuur gezuiverd worden Vquot; — De heilige antwoordde, dat hij het liefst door een hevig, maar kort lijden, spoedig tot God wilde gaan. Stel u in dezelfde gevoelens. Wensch hierbeneden te zijn in den staat die uw intreden in den hemel verhaast. De ziekte is zulk een heilige staat, dat zij alleen ons tot de hoogste heiligheid kan geleiden. Maak dan een getrouw gebruik uwer lijdensuren, en klaag niet over hare langdurigheid. Beschouw ze als middel om uw vagevuur te verkorten, want men boet niet tweemaal voor dezelfde fouten. Wat gij hier beneden uitboet is daarboven uitgewischt. Lijd dan een iceinig met verdienste, in plaats van later ceel te lijden zonder verdienste.

XXV. De langdurigheid onzer jitjnen in vergelijking met de eeuwigheid.

ia£?e eentonigheid van uwen ziekte-toestand, die niet erger noch beter wordt, doet u uw lijden zeer vervelend en langdurig vinden Wat is het in vergelijking met de eeuwigheid ? Elke smart zoowel als

4

ocr page 52

— 50 -

elke verloopen minuut, brengt u nader tot de genezing of tot den dood. . . doch in üe uitgestrekte loopbaan der eeuwigheid gaat men niet vooruit maar blijft altijd 0)1 hetzelfde punt, want de eeuwigheid is altijd even geheel als op het oogenblik dat men haar intreedt. Deze gedachte ondersteunde de martelaren in hunne folteringen en wekte hunnen moed op tegen de natuurlijke vrees voor den dood. //Gedenk,quot; sprak eene heilige moeder tot haar zoon, ./dat de eanige pijn, die ons moet doen sidderen, die is welke nooit zal eindigen.quot; Door deze woorden gesterkt, onderging het kind de hevigste marteling en ruilde weldra dit vergankelijk leven tegen de eeuwige glorie !

Achten wij ons dan gelukkig in de tegenwoordige wisselvalligheden des levens, in afwachting der onveranderlijkheid onzer toekomst; achten wij ons gelukkig door voorbijgaande kwellingen de hoop te mogen voeden in den hemel eeuwig te genieten en aan de vrjeselijke pijnen der hel te ontsnappen. Elke dag brengt ons nader tot deze twee uitersten, waarvan één noodzakelijk ons deel zal wezen. Bedank God dat Hij n hier plaatst in een toestand, die u aan het eeuwig ongeluk zal onttrekken.

O mijn God, geef mij geloof en moed om een weinig boete te doen alvorens de eeuwigheid binnen te treden.

ocr page 53

— 51

XXVI. De zachtmoediylieid in het lijden.

e zachtmoedigheid is onontbeerlijk om met geduld en liel'de tot God de beproevingen des levers te verdragen. Deze deugd doet ons heldhaftige oefeningen verrichten, die volkomen beveiligd zijn tegen de bekoringen van ijdele glorie. Besluiten wij met het voorbeeld van den H. Franciscus van Sales.

Deze heilige onderstond lange en smartelijke ziekten met ongeloofelijke zachtmoedigheid, zonder zijne kwalen door overdreven klachten te vergrooten noch door geveinsdheid te verkleinen. Minzaam voor ledereen, bleef hij kalm en blijmoedig en was zeer tevreden door zijne groote smart, zijne liefde tot God te betuigen. Hij antwoordde aan den geneesheer als deze hem eenig onaangenaam geneesmiddel voorschreef; ^Doe met den zieke wat gij wilt. De Heer beeft mij ter beschikking van den geneesheer gesteld om hem te gehoorzamen als aan God-zelven.quot; Deze onverstoorbare zachtmoedigheid kwam voort uit den geest van gelooi', die hem bezielde. Eens, dat de koorts hem belette te prediken, zegde hij glimlachend : //Daar God niet wil dat ik Hem vereore door te prediken, zal ik Hem vereeren door te lijden.quot; Hij ontving met dezelfde kalmte van geest het bericht van den dood zijner moeder en zegde: //Heer, ik zwijg, omdat Gij het zijl, die dit offer gevraagd hebt.quot;

ocr page 54

Ons inwendig lijden.

-«-f-

I. In Gethsemani.

^eder Christen treedt op zijn beurt in dien hof van lijden om er den doodstrijd te ondergaan. Tot de smarten, die ons daar wachten, behooren op de eerste plaats alle zielesmart en gewetensangst; vervolgens alle harteleed als: belecdiging, laster, ondank, verraad, trouweloosheid, in één woord al wat men, in den geest kan lijden door de menschelijke bedorvenheid. Dit lijden, dat voor een ieder van vorm en graad verschilt, overtreft het lichamelijk lijden even zoo ver als de ziel verheven is boven het lichaam ; men heeft oneindig meer kracht, meer moed noodiir om het inwendig lijden van geest en hart tc doorstaan, dan men behoeft voor welke ziekte het ook zij. Die kracht verkrijgen wij door het gebed. Gedurende Zijnen vreeselijken doodstrijd in den Olijfhof bad Jezus aldus: //Vader, als het mogelijk is, neem dezen kelk van mij weg.quot; Jezus begint in het hevigste van zijnen zielsangst met te willen wat

ocr page 55

— 53 —

God mogelijk oordeelt. Vervolgens drukt Hij zijn verlangen uit van het lijden verlost te worden. Loeren wij uit Zijn voorbeeld hoe wij in onze beproevingen tot God mogen spreken. Het goddelijk antwoord was de verschijning des engels, die den Zaligmaker een bitteren kelk aanbood '

Zie, lieden zendt God u een kelk, die inderdaad zeer bitter is, maar in plaats van u dien te reiken door uw engelbewaarder, doet Hij u dien aanbieden door deze persoon, die gezorgd heeft er een poeder van onuitstaanbaren geur in te werpen, en bij het zien van dien bitteren kelk is uw eerste woord ; /,Mijn God, keer dezen kelk van Mij,quot; dofh gij vergeet gelijk Jezus-Christus er bij te voegen i,indien het mogelijk isquot;. Uwe bede is onvoorwaardelijk. Bloost gij dan niet zoo dikwijls aan Jezus' lielde-disch te drinken en den bitteren kelk van ziels- ol' lichaamsli jden van u af te stootenDie kelk, zoo bitter voor uwe lippen, zal door de kracht van Jezus lijden zoet worden voor uw hart. Zoodra gij Haar aanroept zal Maria tot u komen en u zeggen ; //Mijn kind, neem dit weldadig geneesmiddel ter liefde mijns Zoons, voor u op het kruis met gal gelaafd.quot;

Zeg dan ; //Heer, mijne natuur kan zich niet overwinnen, doch mijn wil kan alles met uwe genade. Uw wil geschiede, niet de mijne.quot; En sluit dan het oog en drink in ecnen teug dien kelk tot den droesem, en uw engelbewaarder neemt hem uit uwe

ocr page 56

— 54 —

hand aan, om ii dien vol genaden terug te brengen in afwachting dat hij weder vol geschonken worde, want aldus verloopt ons leven.....

II. De heleediginy.

eschouw hem niet ala uw vijand, hem, die u beleedigt. Zegt nooit; ,/ik kan niet dulden aldus behandeld te worden door iemand, wien ik slechts goed gedaan heb.quot; Beschouw als winst al wat gij lijdt, door wien ook. Eene zeer kleine beleediging, waarover gij noch geraaktheid, noch lastigheid zult too-nen zal zeer verdifnstvol zijn. Sluit uw hart voor alle verbittering en wra ikzucht. Een groot hart is boven eene beleediging verheven. Nooit staat het hooger en vaster, dan terwijl het buigt onder herhaalde slagen. lt;,Zich niet over eene beleediging zoeken te wreken,quot; zegt de H. Joh. Chrys., //is het gedrag van een wijze ; maar gaat gij zoo ver van goed te zeggen van degenen, die u vervolgen, zoo is uw gedrag dat van een engel en bewijst eene groote liefde tot Jezus-Christus.quot;

Tiet gebeurde eens te Alexandrië dat eene bende ongeloovigen, na een grijsaard met hoon en beschimping overladen le hebben, hem spottend vraagden : „Welk mirakel doet de Christus, dien gij aanbidt?quot; Deze ware Christen antwoordde : //Hij heeft het mirakel gedaan van mij geheel ongevoelig te laten bij

ocr page 57

uwe beleedigingen en bij nog veel grootere, zoo gij mij die wilt aandoen.quot;

Vergeel' dan gaarne, want Uod lian altijd tot u zeggen : //Ik heb u iets te verwijten.quot; Hel beste middel om te zorgen dat Hij op den jongsten dag ons vietx te verwijten hebbe, is de menschen hier op aarde vrij spel te geven, ons zelfs te laten steeni-gen, doch hun te gelijkertijd alle mogelijk goed te bewijzen, dan wordt de oirecht vaardigheid der schepselen een nieuwe band, die u aan den Schepper verbindt.

111. De ondankbaarheid en trouweloosheid.

od, die ons geschapen heelt om zijne weldaden over ons uit tc storten, heeft ons hart tot dankbaar-heul gevormd. Helaas! waarom brengt de zoo gewone ondankbaarheid zooveel lijden in deze wereld !

Nooit wordt men gewoon zijne weldaden met onverschilligheid, zonder een woord van dank, ja zelfs met ondank vergolden te zien. De heiligen zelfs waren hieraan gevoelig. De H. Johannes van het Kruis beklaagde zich eens bij God over de ondankbaarheid van eenige inwoners van Xeres, die hij met weldaden had overladen, doch de Heer antwoordde hem; ,/Ik werd aan het kruis genageld door degenen, die ik vrijkocht door mijn Uloed, en gij ontstelt u zulke kleine vervolgingen te moeten uitstaan van degenen, die u vreemd zijn.quot;

ocr page 58

— 5(i —

Doordringen wij ons wel van de gedachte, dat wij zeer ondankbaar zijn jegens God, en wij zullen met meer kalmte den ondank verduren, die vooral zoo hard valt als hij ons komt van degenen, die ons dierbaar zijn. God straft ons over onze ondankbaarheid jegens Elem, door die der menschen jegens ons. Ziedaar de gedachte, die ons hart het beste zal wapenen. Waarom laat God toe dat de wereld boosaardig, lichtzinn:g, trouweloos zij, dan opdat wij een meester zouden zoeken, die goed en getrouw, nooit verandert, nooit verlaat ? Hecht u dan aan dien goeden Vriend, die alles ziet en oordeelt. Hij zal u recht doen voor engelen en menschen. Wacht zij a uur al', en vertraag het niet door uw geduld.

IV. Hoon en laster.

e Christen heeft niets dierbaarder dan zijn goeden naam, die als het hulsel is van zijn geweten. De wonde aan zijne waardigheid, zijne eer toege-brtclit is de gevoeligste. Daarom zegt de wereldling dat deze aanranding bloed vraagt. Dit is zoo moeie-lijk te verdragen, dat de heiligen zelfs ons het middel, door eigen ervaring heilzaam bevonden, aanraden : het (/ehed. het s ilzivijijen, het (jeduld. Wees niet te gevoelig op het punt van eer, want dit bereidt u zware bekoringen. Gij hebt eene bloedige beleediging ontvang'1!!, ontstel u niet. Roep uw geloof ter hulp,

J

ocr page 59

— 57 —

en neem ze aan uit goeder harte in vereeniging met de beschimping en versmading door Jezus ondergaan. Beken dat gij nog veel meer verdient en bid voor dengene, die het u aandoet. Indien gij spreken moet, dan bid eerst inwendig. Hond u in eene gesteltenis van liefde voor al degenen, die u beleedigen en lasteren, ten einde even edelmoedig te kunnen zijn als de H. Franeiscns van .Sales, di; na te vergeefs getracht te hebben een man, die hem zwaar beleedigde, tot zwijgen te brengen, hem ten laatste bedaarde door deze woorden, den leerling van Calvarië zoo «verwaardig; «Mijnheer, ik verïekeiquot; u, dat ah gij mij ééu oog zoudt uitrukken, ik u met het andere nog als mijn besten vriend minzaam zou beschouwen.quot;

De laster doorbaort u het hart en bedroeft u dieper dan alle ander leed. Vraag aan God dit hart met zijne liefde zoodanig te vervullen dat het ongevoelig worde voor dit scherpe zwaard. Vraag niet waarom God toelaat dat men u zoo valschelijk beschuldigt. Houd u aan deze oefening van geloof; ./God laat het toe voor mijn welzijn. 5Iij geschiede naar Zijnen wil.quot; Hond u vast aan de hand Gods en wees verzekerd dat Hij u niet zal loslaten. Tot wien zoudt gij beter gaan dan tot Hem, die u altijd heeft geholpen ? tot Hem die reeds de dageraad doet schijnen in den duisteren nacht, die u omhult. Verlaat God niet en behoud den geest van liefde. Bid daartoe dikwijls voor dengene, die u lattert, vraag zegen

ocr page 60

-sa

vooi' hem en de zijnen, bewijs hem dienst als de gelegenheid zich aanbiedt Aldus zult inj vurige kolen op zijn hoofd verzamelen, maar vurige kolen, die die liefde tot God ontstoken heeft.

V. Zielsangst. - ■ Spanning. — IIarteleed.

^wijlc verontrust men zich omtrent de toekomst ■mo voor het lijdelijke als het eeuwige. Dit is nutteloos, want men kan de omstandigheden niet voorzien, waardoor God de toekomst kan wijzigen en wat u thans onmogelijk schijnt, zal door Zijne genade mogelijk worden. Als de beproeving ons overvalt gaat zij altijd buiten onze verwachting; dikwijls houdt zij op of verandert op even plotselinge wijze, onverklaarbaar voor ons en voor ieder, behalve voor God.

Waartoe die voortdurende angst? Al vretzen en beven wij tot het einde van ons leven, doet dit niets anders dan ons de zoo noodzakelijke berusting en gelatenheid ontnemen. Uw overdreven angst voor een mogelijken, doch twijfelachtigen rampspoed is een teeken van gebrek aan geloof. Hebben vroegere rampen u vernietigd? Neen — waarom zoudt gij nu minder kracht en genade verkrijgen om de toeko-menoe tegenspoeden te trotseeren. Het gebed en het vertrouwen op God beschermen ons tegen winden n zeequot;. Kwel u ook niet door de gedachte dat uwe

ocr page 61

— 59

kleine wederwaardigheden slechts de voorboden zijn van grootere, want deze berusten alleen in nwe angstige verbeelding. Zou zelfs eene onverwachte ramp u trefïen, •dan zult gij bij het tabernakel een heilig toevluchtsoord vinden en zal God op uw smeeken het verdwenen geluk naar uwen haard terugvoeren. God is niet kortzichtig gelijk wij. Voor Hem bestaat geen noch morgen, maar een eeuwig heden. Wees verzekerd dat als er een morgen voor u daagt, God uwe kracht zal meten nasr de beproeving. Wees dus gerust omtrent de toekomst. De beste toekomst is voor ons langs den kortsten weg naar den hemel te gaan.

De spanning is voor den geest wat de wroeging is voor het geweten, eene knagende gedachte. . .. Gij verliest veel tijd in onzekerheid, in o gerustheid en deze zou uw vertrouwen op God moeten oefenen, maar mag u niet werpen in eene werkeloosheid, die op uwe omgeving drukt.

Er zijn oogenblikken waarop men moet handelen, tegen zijne besluiteloosheid in. God heeft genade in voorbehoud om ons omtrent Zijnen wil te verlichten. Er zijn middelen om dien te kennen. Bid en vraag raad. Heeft men eenmaal de zedelijke overtuiging, dat men handelt volgens Gods wil, dan moet men zich geheel aan Hem overlaten. Hij zelf zal over Zijne belangen waken.

ocr page 62

Doordringen wij ons wel van de gedachte, dat wij zeer ondankbaar zijn jegens God, en wij zullen met meer kalmte den ondank verduren, die vooral zoo hard valt als hij ons komt van degenen, die ons dierbaar zijn. God straft ons over onze ondankbaarheid jegens Hem, door die der menschen jegens ons. Ziedaar de gedachte, die ons hart het beste zal wapenen. Waarom laat God toe dat de wereld boosaardig, lichtzinn'g, trouweloos zij, dan opdat wij een meester zouden zoeken, die goed en getrouw, nooit verandert, nooit verlaat r1 Hecht u dan aan dien goeden Vriend, die alles ziet en oordeelt. Hij zal u recht doen voor engelen en menschen. Wacht zij a uur al', en vertraag het niet door uw geduld.

IV. Hoon en taster.

e Christen heeft niets dierbaarder dan zijn goeden naam, die als het hulsel is van zijn geweten. De wonde aan zijne waardigheid, zijne eer toege-brtcht is de gevoeligste. Daarom zegt de wereldling dat deze aanranding bloed vraagt. Dit is zoo moeie-lijk te verdragen, dat de heiligen zelfs ons het middel, door eigen ervaring heilzaam bevonden, aanraden : het i/eljeil. het s'itzwijgen, het (jeduld. Wees niet te gevoelig op het punt van eer, want dit bereidt u zware bekoringen, (lij hebt eene bloedige beleediging ontvangen, ontstel u niet. Roep uw geloof ter hulp,

ocr page 63

— 57 —

en neem ze aan uit goeder harte in vereeniging met de beschimping en versmading door Jezus ondergaan. Beken dat gij nog veel meer verdient en bid voor dengene, die het u aandoet. Indien gij spreken moet, dan bid eerst inwendig. Houd u in eene gesteltenis van liefde voor al degenen, die u beleedigen en lasteren, ten einde even edelmoedig te kunnen zijn als de H. Franciscus van Sales, dij na te vergeefs getracht te hebben een man, die hem zwaar beleedigde, tot zwijgen te brengen, hem ten laatste bedaarde door deze woorden, den leerling van Calvarië zoo «verwaardig: //Mijnheer, ik verzeker u, dat ah gij mij één oog zoudt uitrukken, ik u met het andere nog als mijn besten vriend minzaam zou beschouwen.quot;

De laster doorboort u het hart en bedroeft u dieper dan alle ander leed. Vraag aan God dit hart met zijne liefde zoodanig te vervullen dat het ongevoelig worde voor dit scherpe zwaard. Vraag niet waarom God toelaat dat men u zoo valschelijk beschuldigt. Houd ii aan deze oefening van geloof; r/God laat het toe voor mijn welzijn. Mij geschiede naar Zijnen wil.quot; Houd u vast aan de hand Gods en wees verzekerd dat Hij u niet zal loslaten. Tot wien zoudt gij beter gaan dan tot Hem, die u altijd heeft geholpen? tot Hem die reeds de dageraad doet schijnen in den duisteren nacht, die u omhult. Verlaat God niet en behoud den geest van liefde. Bid daartoe dikwijls voor dengene, die u lattert, vraag zegen

ocr page 64

— 58 —

voor hem en de zijnen, bewijs hem dienst als de gelegenheid zich aanbiedt Aldus zult gij vurige kolen op zijn hoofd verzamelen, maar vurige kolen, die die liefde tot God ontstoken heeft.

V. Zielsangst. - - Spanning. — Harleleed.

verontrust men zich omtrent de toekomst -zoo voor het tijdelijke als het eeuwige. Dit is nutteloos, want men kan de omstandigheden niet voorzien, waardoor God de toekomst kan wijzigen en wat u thans onmogelijk schijnt, zal door Zijne genade mogelijk worden. Als de beproevirig ons overvalt gaat zij altijd buiten onze verwachting; dikwijls houdt zij op of verandert op even plotselinge wijze, onverklaarbaar voor ons en voor ieder, behalve voor God.

Waartoe die voortdurende angst? Al vrefzen en beven wij tot het einde van ons leven, doet dit niets anders dan ons de zoo noodzakelijke berusting en gelatenheid ontnemen. Uw overdreven angst voor een mogelijken, doch twijfelachtigen rampspoed is een teeken van gebrek aan geloof. Hebben vroegere rampen u vernietigd? Neen — waarom zoudt gij nn minder kracht en genade verkrijgen om de loeko-inenoe tegenspoeden te trotseeren. Het gebed en het vertrouwen op God beschermen ons tegen „winden on zeequot;. Kwel u ook niet door de gedachte dat uwe

ocr page 65

— 59

kleine wederwaardigheden slechts de voorboden zijn van grootere, want deze berusten alleen in uwe angstige verbeelding. Zou zelfs eene onverwachte ramp u trefl'en, ■dan zult gij bij het tabernakel een heilig toevluchtsoord vinden en zal God op uw smeeken het verdwenen geluk naar uwen haard terugvoeren. God is niet kortzichtig gelijk wij. Voor Hem bestaat ^een rerleden, noch morgen, maar een eeuwig heden. Wees verzekerd dat als er een morgen voor u daagt. God uwe kracht zal meten naar de beproeving. Wees dus gerust omtrent de toekomst. De beste toekomst is voor ons langs den kortsten weg naar den hemel te gaan.

De spanning is voor den geest wat de wroeging is voor het geweten, eene knagende gedachte... . Gij verliest veel tijd in onzekerheid, in o gerustheid en deze zou uw vertrouwen op God moeten oefenen, maar mag u niet werpen in eene werkeloosheid, die op uwe omgeving drukt.

Er zijn oogenblikken waarop men moet handelen, tegen zijne besluiteloosheid in. God heeft genade in voorbehoud om ons omtrent Zijnen wil te verlichten. Er ziju middelen om dien te kennen. Bid en vraag raad. Heeft men eenmaal de zedelijke overtuiging, dat men handelt volgens Gods wil, dan moet men zich geheel aan Hem overlaten. Hij zelf zal over Zijne belangen waken.

ocr page 66

— 60 —

De onverschilligheid van degenen, die men lief heeft is eene zware beproeving. Hoevele personen zuchten en lijden hieronder. Hare oprechte bewijzen van toegenegenheid worden ontvangen met tegenzin of met koelheid Zij durven geene vraag doen, zij durven zich niet mengen in het gesprek, daar het plotseling stilzwijgen haar genoeg zegt dat zij te reel zijn. Zij gevoelen dat, als zij zijn heengegaan, men vrij zal adem n. Dit is voor het hart als even zoo vele dolksteken en nooit zal het daaraan gewoon raken, want ons hart is geschapen om te beminnen en bemind te worden. De liefde is eene voortdurende behoefte voor dat hart, dat God voor zich geschapen heeft. Doch God stelt ons schadeloos voor alles, wat het schepsel ons onttrekt. Nog meer: God vervult dat hart naar mate de schepselen het verlaten. Zoek dan in het gebed een toevlucht legen uwe droevige gewaarwordingen en vraag aan Jezus, verlaten door de Zijnen, de genade van uwe beproevingen te doen strekken tot het geluk der uwen en tot vermeerdering uwer deugd.

VI. Inwendige duisternis en droefheid des yeestes.

od laat dikwijls de ziel in onwetendheid omtrent hare deugden en gebreken, ten einde haar noch te verheffen noch te ontmoedigen. Ik heb iemand gekend, wier ziel verkeerde in zulk een diepe duisternis, dat

ocr page 67

— (il —

zij geen goed van kwaad kon onderscheiden. Zij leefde in voortdurende vrees van in Gods ongenade te zijn en er niet uit te kunnen komen. De duivel maakte gebruik van dezen toestand om haar meer en meer )e verwarren en te doen vreezen. Kiet wetende ol' die toestand eene straf of eene beproeving was, weigerde zij gedurende twintig jaren alle bemoediging. Doch eens. bij gelegenheid van een bezoek aan een Karthuizersklooster, deelde zij haren toestand mede aan den overste Na een oogenblik gebeden en nagedacht te hebbep, zegde deze haar: «Zoo dikwijls als deze sombere gedachten n voor den geest komen, moet gij den wil van God over u eerbiedig aanbidden. Hem zeggende; //Mijn God, ik aanbid uwe raadsbesluiten in mij en ik doe het offer van ooit uit mijnen zielsangst getrokken te worden, ja, ik wil in dien staat sterven zoo dit uw welbehagen is.quot; Zij doet dagelijks deze oefening. Zij wordt er niet door getroost, doch zij is gerust. De gehoorzaamheid is betw dan de troost.

De droefheid des geestes is ijdel, wanneer zij voortkomt uit een neerslachtig gestel, uit eene bekoring van walging, van vertwijfeling, enz. Zij is niet aangenaam aan God, niet verdienstelijk ter zaligheid, en stelt de ziel bloot aan vele fouten.

De H. Bernardus noemt haar //een beletsel tot alle goedquot;, en de H. Ambrosius «een nagel die ons hecht aan de aardequot;. Zoodra de ijdele droefheid zich van

ocr page 68

u zoekt meester te maken, volg dan den raad van den H. Jacobus; //Bid en roep de goddelijke hulp in. Keemt zij toe, dan volhard in uw gebed. Het kleinste gebed heeft groote macht op Gods Hart. Werp u neer voor het tabernakel en vertrouw Jezus uw verdriet, daar stroomen de tranen zonder bitterheid en gij zult daar kalmte vinden om te lijden en te hopen. Beproef de goedheid van Jezus; gij zult ondervinden dat er geen betere vriend is dan Hij; blijf steeds kloppen aan do deur van Zijn Hart, Bij zal u openen en gij zult plotseling den troost ol de genade ontvanger, die Hij u zoo lang heeft laten wachten.

Vil. De stormen der ziel.

(3ij weet maar al te wel, hoezeer het scheepje onzer

ziel op de zee dezer wereld geteisterd wordt. Dan eens zijn het bekoringen en twijfeling, die het heen en weder slingeren, dan weder kookt alles 111- en rondom ons; donderslagen en bliksemschichten omringen onze ziel. Houd moed en verberg u in het tabernakel van uw hart. Zoolang deszelfs kolommeii niet bezwijken hebt gij niets te vreezen. Vindt gij daar in het tabernakel niet de oplossing van al uwe twijfelachtigheden? Beschouw uw kruisbeeld; Hoeveel

stroomen bloeds heeft Jezus voor ons vergoten. Gij treft zijn Hart smartelijk door te twijfelen aan zijne goedheid en vaderlijke zorg voor u,we ziel.

ocr page 69

Somtijds als uwe hartstochten zich verheffen hoort gij als het loeien van den storm in uwe ziel. Bid en kus uw kruis, als waart gij in gevaar van schipbreuk te lijden, l.aat den storm voorbijtrekken, doch neem moedig uw deel aan den arbeid om hem te bestrijden, lïoep Jezus sleeds ter hulp en Hij zal ter bekwamer uur den storm bedaren. Offer u in de H. Communie met Jezus aan den eeuwigen Vader. Vrees niet deze zoo geringe offerande te vereenigen met die van uw Zaligmaker en mocht dit uw lijden niet verm'nderen, zro denk dat de Heer zijne wijze reden heeft om u niet onmiddellijk te troosten. Hij helpt u nochtans, niet door u datgene te geven wat gij verlangt, maar iets dat ver boven uwe begeerten verheven en oneindig beter is. Als gij liet onweder voelt opstijgen in uw ziel, roep dan vertrouwvol den Heer ter hulp. Tracht zooveel mogelijk te vergeten wat u ontstelt. Er is eene genade, die de Heer gaarne schenkt en die de H. Maagd vraagt voor de lijdenden, lt;le blijdschap van den (/eest en de vrede der ziel. Vraag die zonder ophouden en verder .... moed en vertrouwen. De hemel is de belooning der getrouwe ziel. Reeds hier beneden bezit zij het begin der gelukzaligheid door haar getrouwe onderwerping aan den aanbiddelijken wil des Heeren.

ocr page 70

— (54 —

VIII. De inwendige verlatenheid.

ij meent dat de lieer u heeft verlaten, o neen ! Hij is bij u. hoe zoudt gij anders dezen harden strijd kunnen doorstaan ? Deze beproeving liomt en gaat, daalt en stijgt, doch hoe heviger zij is, des te korter zal zij duren. Vooral moet gij u wel overtuigen, dat God deze beproeving, die u het verste van Hem schijnt te verwijderen, gebruikt om u dicht bij Hem te plaatsen. Vele heiligen werden even als gij ter vertwijfeling gebracht. Hadde de H. Franciscus van Sales het niet ondervonden, zoo hadde hij nooit dit verheven gebed uitgesproken ; »0 mijn God, als ik U dan in alle eeuwigheid moet haten, laat mij U dan hier op aarde volmaaktelijk beminnen.quot; Doch in plaats van het gebed te bezigen, als krachtig wapen in dezen strijd, doen wij duizend nuttelooze pogingen om ons te verlossen van het lijden, dat wij niet kunnen verwijderen. Onze krachten bezwijken er onder en als wij nede^gedrukt zijn, is de wanhoop niet ver ! Dan verlaten wij het gebed en de versterving en de bekoring neemt toe. Waarom niet liever 7iiet God strijden tegen den duivel, tegen de bekoring, zonder ons over ons lijden te beklagen ?

Iemand die sedert lauge jaren tot wanhoop werd bekoord, zegde eens tot Onzen Heer Jezus-Christus: ./Mijn God, mijne zonden verdienen de hel, doch de herinnering aan zoovele Communiën, die ik het geluk

ocr page 71

— 6ö —

had te ontvangen, noopt mij U altijd te beminnen. En als ik U hier op aarde bemin, hoop ik dat Gij mij de genade zult bewijzen u eeuwig in den hemel te beminnen.quot; — Zoo dikwijls de bekoring haar aanviel, herhaalde zij dit gebed en vond daarin de noodige kalmte.

Volhard in een nederig en geduldig gebed. Vraag dikwijls aan O. L. Vrouw van het H. Hart, dat zij uwen wil houde in eene voortdurende onderwerping en gij zult zegevieren door het geduld en de volharding in het gebed.

IX. Dorheid en ongecueliyheid in het gehed.

liiat dikwijls,quot; zegt de H. Theresia, //de ziel in zulk een staat van dorheid, dat alle deugd verdwenen schijnt.quot; Zij zelve bracht ongeveer achttien jaren door in dien staat, de woestijn van het inwendig leven doorkruisende zonder eene enkele bloem te ontmoeten; en deze beproeving is zeer dikwijls het deel van heilige. God zeer aangename zielen. Het is droevig zijne godsdienstplichten te vervullen meteen koud en gevoelloos hart, met een verstrooiden geest, zijn hart als het ware tot God te moeten slepen, te biechten zonder eenig gevoel van leedwezen, te coiu-municeeren zonder begeerte. //Deze dorheid,quot; zegt de H. Aiphonsus, //is niet altijd eene straf, doch eene beproeving die God toelaat, om ons in de nederigheid

5

ocr page 72

— (56 —

te vestigen.quot; De H. Rosa van Lima, reeds ver gevorderd op den weg der volmaakte liefde, ondervond gedurende vijftien jaren, eene voortdurende dorheid in het gebed.

De gevoelige vurigheid kan God alleen geven. Als zij ons ontbreekt schijnen de godvruchtige oeleningen aan menige brave ziel een stuk drooy brood. Maar als haar dit droog brood ontnomen werd, hoe zou zij wegkwijnen, hoe vele genaden zou zij verliezen? Daarom wordt vooral aanbevolen in dien staat zijne gebeden en godvruchtige oefeningen niet te verkorten. De H. Ignatius raadt zelfs aan ze vijf minuten te verlengen. Wees tevreden met hetgeen God u geeft, daar Hij zich wel wil tevreden stellen met hetgeen gij Hem aanbiedt.

X. Ongeduld en moedeloosheid.

B^ir komen dagen in het leven waarop ons alles ontbreekt, waarop alles ons verschrikt, het verleden, de toekomst, het tegenwoordig uur! God, die wil dat wij ons blindelings en geheel in zijne armen werpen, geleidt ons in dien staat, waarin onderwerping, gelatenheid niets vermogen ; men moet zich-zelven geheel verlaten en zich aan God overgeven. Zelden komen wij tot dezen staat in ons leven. Wij hopen altijd eenigen troost, het einde of de vermindering van ons lijden, en vaak roept men uit: «Ach, wist ik maar

ocr page 73

— 67 —

wanneer deze beproeving zal eindigen !quot; Uw toestand heeft wellicht geen ander doel dan u te geleiden tot die volkomen overgeving in Gods hand.

Gij zijt nedergedrnkt, moedeloos, maar uw ongeduld en uwe bovenmatige begeerte om verlicht te worden, stellen u bloot aan veelvuldige bekoringen. God is niet verplicht bij onze eerste bede, ons als door mirakel van ons kruis te verlossen. Zoo Hij ons niel dadelijk troost, geven wij toe aan droefheid, aan moedeloosheid en Satan maakt hiervan gebruik om ons vertrouwen te doen wankelen.

De Heilige Margaretha-Maria schijnt tot u te spreken in de volgende regelen: ;/Als God u geleidt op een weg met distels en doornen bezaaid, keer dan het hoofd niet, om te zien of er niemand is die u kan helpen.quot; Het is nutteloos. Niemand op aarde kan dengene troosten, dien God tril hedroeren. Als alle troost u mocht ontbreken, laat u dan aan God over en hoop tegen alle hoop in. Als gij meent dat alles verloren is, is de hulp des Heeren nabij. Beschouw veel meer den hemel dan de aardsche zaken; daar moet gij eene eeuwigheid doorbrengen.

De grootste rampen kunnen eene ziel van groot geloof niet ontmoedigen, omdat in den laatsten dag de langste dagen nog zeer kort zullen schijten. God stelt den sleutel zijner genaden in uwe hand, verlies dien niet uit onachtzaamheid, laat hem niet vallen door moedeloosheid, doch bewaar hem, dankbaar dat

ocr page 74

gij elk uur van den dag in de schatten van den goddelijken rijkdom kunt putten.

XL De vrees voor den dood.

5^-1), die zich roemen r:onder vrees den duod onder de oogen te durven zien, beven ten minste onvrijwillig bij deszeifs nadering. De heiligen alleen beschouwen hem met heilige onverschilligheid, eenigen zelfs met blijde verwachting. Zij willen zelfs uit volkomen onderwerping aan Gods wil, den dood aannemen onder welken vorm ook, dien het God belieft hun te bestemmen. Een vurig christen, veroordeeld om zoolang door de straten gesleept te worden tot de dood hem verloste, riep uit; //Elke dood is mij dierbaar omdat hij mij geleidt tot God.

Houdt u in dezelfde gesteltenis, hetzij dood of leven uw lijden volge. Vertrouw, dat God u zooveel genade zal geven als uwe laatste ziekte zal eischen en zeg dikwijls met vertrouwen; Alle lijden, elke dood zijn mij dierbaar omdat zij mij tot U, o God, en tot den hemel geleiden, tot dat leven, waar geene zonde en geene smart meer zal zijn, tot dat leven van volmaakte liefde, dat nimmer zal eindigen. Wanneer de vrees zich van u meester maakt, zeg dan met de H. Clara; ,/Vertrek, mijne ziel, want gij wordt geleid door eenen trouwen gids; vertrek, want Hij die u geroepen heeft, bemint u met de teederste liefde.quot;

ocr page 75

— 69 —

XII. Onzekerheid voor de toelotnsl.

^■JRiemand weet of hij haat of liefde waardig is.quot; Heeft God mij mijne zonden vergeven? Ben ik in staat van genade? En zoo ja, zal ik dan volharden tot mijnen dood? — Ziedaar vragen die niemand kan oplossen. De Uavolging van Christus geeft ons een wijzen raad; //Leef, zegt zij, als waart gij zeker, dat ge tot de uitverkoornen behoort en doe wat gij doen zoudt om dit groote geluk niet te verliezen. Vraagt gij of er geen teeken bestaat dat men behoort tot de uitverkoornen ? O gewis, het zekerste teeken is de gelijkvormigheid met Jezus gekruist. Wordt dan uw lichaam door smart gekweld gelijk Jezus gekruist, wordt uw geest bedroefd gelijk Jezus in den Olijfhof, of draagt gij uw kruis in vereeniging met Jezus, zoo is deze gelijkvormigheid uwe beste geruststelling. Doch zoo de Heer u alle lijden spaart, zoo gij u zelven alle boetvaardigheid spaart, dan hebt gij rede te beven.

Arm van geest, ootmoedig en zachtmoedig levende, al weldoende rondgaan, lijdende naar lichaam of geest zult gij een levend afbeeldsel zijn van Jezus. Dan zult gij uwe vrees voelen bedaren, want gij kunt zeggen ; //Ik draag in mij de heilige kenteekenen van mijn lijdenden en stervenden Meester.quot; Zal Hij Zijnen toorn uitstorten op een ander zich-zelven? Maar mag onder een met doornen gekroond hoofd, het lidmaat zich kronen met rozen ?

ocr page 76

Gij kunt, zegt gij, zonder sidderen, niet denken aan 'die vreeselijke ontmoeting, die u wacht na uwen dood, aan die plotselinge tegenwoordigheid van uw rechter, wiens opperste majesteit u zal omringen op het oogenblik dat gij den geest zult geven. En heeft zoo dikwijls gij communiceert die zeilde ontmoeting niet plaats ? Doordringt Jezus dan niet de geheimste plooien van uw geweten? Waarom zoudt gij meer vreezen dan alles voor Hem bloot te leggen, zoowel als nu. Communiceert gij zonder van harte uwe zonden betreurd, verfoeid, beleden te hebben, zonder het voornemen te vormen de minste zonde te vermijdend Geeft gij dan aan Jezus niet al wat gij zijt, wat gij bezit, ja uw hart en leven? Wat wilt gij meer gedaan hebben in uw laatste uur? Kunt gij niets meer doen, — waarom dan vreezen? Jezus is even goed als rechtvaardig. En is Zijne Moeder onze machtige Middelares niet?

Men vraagde aan den H. Ambrosius op zijn sterfbed of hij het oordeel Gods vreesde; hij antwoordde op vertrouw vollen toon: //Wij hebben een goeden Meester.quot;

Ziedaar wat gij moet antwoorden als de vrees u het hart beklemt. Bid onze Heer Jezus Christus, dat de liefde in uw hart steeds grooter moge zijn dan de vrees, en dat Hij u grootere begeerte schenke om Hem te zien. dan angst voor zijn oordeel.

Een redelijke vrees voor de hel is nuttig om ons te behoeden voor de zonde. De overtuiging dat gij

ocr page 77

door uwe zonden hebt verdiend geworpen te worden in de eeuwige vlammen, door de wraak des Almacli-tigen ontstoken, doet u sidderen van angst en vrees en vernietigt in uwen geest de herinnering aan de goedheid, de weldaden, de barmhartigheid Gods ten uwen opzichte. Ware het zeker dat op dit oogenblik gij nog de hel verdient, dat uwe zonden niet vergeven zijn, dan zijn de bronnen van Jezus Bloed nog niet uitgedroogd. Opent God dan zijne vaderarmen niet voor den zondaar zuodra hij berouwvol tot Hem wederkeert. Ai waren uwe vorige biechten altijd slecht, zoo kan de eerste die gij doet goed zijn en al het vorige herstellen. Uwe vrees doodt in u de liefde tot God en ziedaar wat de duivel zoekt. Hij houdt u gedurig bezig met uw vorig leven, keert uw oog af van de ontvangen genaden, opdat gij God daarvoor niet zoudt danken en geene nieuwe zoudt ontvangen om u te ondersteunen in dezen toestand van zielsangst en lijden. Waartoe dienen uwe lange beschouwingen van hel en oordeel? Ware het niet veel beter aan den voet van het kruis op den Kal-varieberg te gaan leeren hoe Jezus ons bemint? Kus de wonden van den Zaligmaker, bied ze aan als uw eigendom aan den hemelschen Vader lot herstelling uwer zonden en die welke gij hebt doen begaan en blijf dan vertrouwvol met Magdaleta aan Zijne voeten.

ocr page 78

— 72 —

XIII. Een u-oord ter bemoediging.

©nze Heer verscheen eens aan de H. Gertrudis en deelde baar mede, dat zij gedurende eenigen tijd door iawendigf lijden zou beproefd worden. Dit veroorzaakte in het begin groote droefheid aan de heilige

dienstmaagd Gods. Dit, was eene bekoring en eene zwakheid, want elk lijden brengt ons voordeel aan, en wie niet winnen wil, verliest. Om Gertrudis te troosten, zegde de Heer haar zich in de armen der H. Onbevlekte Maagd te werpen zoodra de voorzegde beproeving haar zou overvallen. Volg hierin haar voorbeeld. Beveel u aan O. L. Vrouw van het H. Hart in elke zielsmait en bid ; „Machtige Maagd, help mij.quot; Zoo Zij u al niet geheel van uw kruis verlost, zal zij u verlichten en u althans de genade verkrijgen te lijden met moed en met geduld.

Het is gemakkelijker over het lijden te spreken dan het te verdragen, doch als de ware dienaar Gods niets te lijden heeft, vreest hij dat God Hem vergeet. En hij bidt met de stoutmoedigheid der liefde: „Heer, vergeet mij niet.quot;

ocr page 79

De kruisen des levens.

I. liet kruis.

^^nder de algemeene lienaming van kruis verstaat men alle soort van lijden en tegenspoed.

Deze benaming is ontleend aan het Christendom. Het is eene treffende herinnering aan het Imiis des Zaligmakers en leert ons, dat wij in ons het verlossingswerk moeten voltrekken, waarvan de verdiensten ons niet zonder onze medewerking kunnen toegepast worden.

Beschouw deze wereld als een uitgestrekte Calvarieberg, alwaar voor ieder onzer een kruis staat opgericht. Daar ontmoeten en verdringen weelde en armoede, voor- en tegenspoed elkander, want alle menschen lijden op deze wereld. Ieder beklimt op zijne beurt den Calvarieberg, en het lijden maakt alle klassen der samenleving gelijk. Zoudt gij dan alleen uitzondering willen maken ?

De Heer zendt het kruis om vo'gens zijnen wil in ons Zijn werk van zaligheid te voltrekken. Een heilige zegt, dat het een minder kwaad is door den duivel te worden aangevallen dan geen kruis te

ocr page 80

— 74 —

hebben. .I)e wereldlingquot;, zegt de eerbiedw. pastoor van Ars, «treurt als hij kruisen heeft, en de goede Christen als hij er geen heeft. De Christen leeft in het lijden als de visch in het water. Het kruis zuivert hem, onthecht hem van de wereld, het rukt uit zijn hart alle hinderpalen ter zaligheid, en helpt hem om dit leven te doorkruisen, zooals eene brug helpt om over het water te gaan.quot; Daarom moeten zij die lijden het kruis ontvangen met geloof, hoop, liefde, eerbied en vertrouwen, het nederig en moedig dragen, want een kalm berusten in het kruis is de toetssteen der

deugd.

II. De icaarde ran het kruis.

Iföet kruis heeft voor ons oneindig meer waarde dan alle goederen der aarde, ja zelfs meer dan allen hemelschen troost. Als een engel u een gesehenk bracht, zoudt gij dit beschouwen als eene zaak van de hoogste waarde. Als God het u zelf bracht zoudt gij het nog hooger schatten. Welnu, gij hebt uw kruis niet uit de hand eens engels, maar van God zeiven ontvangen, en door die goddelijke gift verdient gii den prijs van Jezus Bloed ! En men vreest die gift meer dan men haar verlangt, terwijl wij toch

de waarde er van kennen !

Ontvang dan eerbiedig elk kruis, zij het groot ol klein, en acht het hooger dan het rijkste geschenk, want men is inderdaad rijk als men den stempel der

ocr page 81

gelukzaligheid draagt, het middel bezit om zijne zonden hier op aarde te boeten, de bekeering te verwerven voor degenen in wie wij belang stellen, en de zielen uit het vagevuur te verlossen. Dit kruis zal u in den hemel meer glorie, dan hier op aarde lijden bezorgen. Het kruis is nog een schild tegen de bekoring, een wapen tegen den duivel. Elke ziel met het kruis geteekend, beschouwt hij als zijne vijandin. Bedank dus God als Hij uw bestaan ol' uw leven met zijn kruis teekent en geloof vast, dat Hij u een kostbaar geschenk heeft gegeven. Hoevele genaden toch hebt gij leeds aan het kruis te danken? De vergiffenis uwer zonden, de kracht tot strijden en de bekoring te overwinnen, en hoevele andere zal het u nog verkrijgen! ten laatste zal het u den hemel openen ! Dagelijks vermeerdert, verdubbelt, bevestigt zich uw titel op dit hemelsch vei blijf! De Heer kon aan zijne apostelen, die Hij had uitverkoren en bemind, die Hij aan zich had gehecht tot het laatste oogenblik zijns levens, zijne beste gaven niet weigeren. En wat liet Hij hun in deze wereld? Wat anjers dan grooten strijd, rustelooze vermoeienis, de laagste verachting en verguizing. Nu geeft Hij u deel aan de voorrechten zijner vrienden om n ook deel te kunnen geven aan het goed dat er uit voortvloeit. Eerst in de eeuwigheid kent men die ten volle, maar bij den dood geniet men den voorsmaak. Bedenk dat de heiligheid van dengene, die God looft ten

ocr page 82

— 76 —

tijde der beproeving, gelijk staat met de heiligheid eens martelaars. De belooning zal niet veel minder zijn. Er is een groote gelijkvormigheid tusschen den palm der liefde en den palm der smart!

III. De afmetingen van ons kruis.

et kruis van Jezus, hoog en breed, strekte zich uit naar alle deelen der wereld; is het nu te verwonderen, dat de schaduw ook op ons leven valle ? Uw kruis is afgemeten naar uwe kracht en de u toegevoegde genade. En al zegt gij met schijnbaar recht: //mijn kruis is te zwaar, ik kan het niet dragenquot;, dan moet gij toch bekennen, dat God u behandelt volgens uwe verdiensten en geen onrecht aandoet. Vele menschen zoeken hun kruis wat af te korten en te schaven.... Zoudt gij dan met een zeer klein kruisje den Zaligmaker durven volgen, die zulk een groot kruis droeg, dat Hij zich moest laten helpen. Zou Jezus geen blik van verwijt werpen op uwe lafhartige ziel ? Zoudt gij uwe hemelsehe kroon ook daarmede niet afschaven en verkleinen ?

Keeiu uw kruis op in geheel deszelfs breedte, die alle zaken en gelegenheden omhelst, waardoor gij kunt lijden. Het is geen kleine (roost te weten, dat Jezus in dat kruis al het lijden van ons leven heeft gesloten om het te heiligen

Neem uw kruis op in geheel deszelfs lenyle, dat

ocr page 83

■wil zeggen zoo lang het duurt. Gij moet liet willen dragen zoo lang God wil, ja tot uwen dood, als dit Zijn welbehagen is.

Neem uw kruis op in geheel deszells hoogte, dat is in al het smartelijkst dat het u doet lijden. De maat onzer gelukzaligheid wordt genomen volgens de maat van ons kruis. Gelukkig hij die lijdt door zijn kruis, nog gelukkiger hij die veel lijdt, hoogst gelukkig hij die gebukt gaat onder het gewicht van talrijke «n zware kruisen, en wiens leven met Jezus-Christus •een voortdurend lijden is.

Vergeet niet, dat God weet hoe groot onze zwakheid is en daarmede rekeoing houdt. Zijne hand schijnt op ons verzwaard en ondersteunt ons intus-schen op onzichtbare wijze. Als gij den moed voelt zinken, dan bid, bid zonder ophouden en gij zult uw kruis dragen zoo groot, zoo lang, zoo breed, zoo hoog de Heer het u in zijne liefde toereikt!

IV. Kleine en groute kruisen.

^n zijne barmhartigheid bereidt God kruisjes Nan allen vorm. voor alle kracht. Ieder is niet in staat levenslang een zwaar kruis te dragen. Elke last, zij hij licht ol' zwaar, drukt ten laatste en eene menigte kleine kruisjes vallen dikwijls zwaarder dan een groot kruis. Doch wij moeten bekennen dat, hadden wij minder eigenliefde, wij ook minder te lijden

ocr page 84

— 78 —

zouden hebben. In onze oogenblikken van vurigheid vragen wij dikwijls aan God om veel voor Hem te mogen lijden. Dan raakt de Heer ons soms even aan met een zeer liclit kruisje en reeds buigen wij onder den last en roepen om hulp! Begeer dus niets, stoot niets van u ai', doch neem uwe beproevingen aan gelijk God ze u zendt; gij hebt het nog niet tot den heldenmoed gebracht! Beklaag u dan niet heden over dit, morgen over dat, immers nwe klachten verbeteren uwen toestand niet. Jezus zal u helpen om het leed van dit uur te dragen en Hij zal u versterken tegen het leed van morgen. Gij plukt uur per uur de bloemen uwer hemelsche kroon. Weldra komt het uur dat de krans voltooid is en dan zult gij zien dat al uw lijden een zegen voor tijd en ■ eeuwigheid geweest is. Vrasg dan immer de groote genade om uwe kleine kruisjes getrouw te dragen.

God bemint al wat groot is en daarom overlaadt Hij sommige zielen met groote kruisen. Gelukkig zij, die Hij daartoe verkiest, want groote genaden zijn haar weggelegd om ze wel te dragen.

De heilieen gingen uit liefde tot God zoo ver, dat zij groote kruisen vraagden om in zijne liefde toe te nemen. De H. Ignatius zegt; //Als de Heer eene ziel groote kruisen overzendt, zoo is dit een bewijs, dat Hij groote inzichten omtrent haar heeft. Edelmoedige zielen omhelzen die blijmoedig, wel overtuigd dat Jezus haar niet zal verlaten. '

ocr page 85

— 79 —

V. Kruis voor kruis.

ij kent liet Evangelie en weet op welke wijze Jezus aan het kruis werd geklonken en uit liefde tot u daaraan stierf. Welnu, vraagt de liefde wederliefde, dan moet men ook het kruis te zamea deelen. Het ligt zoodanig in de natuur der liefde, dat men het lijden van zijn vriend wil deelen, dat de Zaligmaker dikwijls zijne meest bevoorrechte heiligen berispt heeft, als zij eenige verlichting zochten in de smarten die Hij hun overzond. Gedurende eene hevige ziekte van de gelukzalige Maria der Engelen verzochten de religieuzen van haar klooster haar dringend eene matras op haar stroozak te mogen leggen. Hare smarten waren zoo hevig, dat zij een oogenblik aarzelde, doch de Heer verscheen haar met het kruis op de schouders en zegde haar: //Ziehier mijn rustbed.quot; Door deze woorden werd de dienstmaagd des Heeren beschaamd en bemoedigd om zonder verzachting hare smarten te doorstaan.

Zeker was het de vrees van Jezus liefde niet genoeg te erkennen, die de H. Elisabeth van Thuringen aanzette Hem //kruis voor kruisquot; te vragen. Het antwoord van den Zaligmaker op die echt koninklijke bede was; //Liefde voor liefde.quot;

Hebt gij den moed niet zulk een edel gebed aan den gekruisten Zaligmaker op te dragen, zeg Hem dan ten minste, dat gij gaarne uit zijne hand wilt

ocr page 86

— 80 —

aannemen wat zijne liefde u beschikt. Welk een geluk hier beneden met Jezus het kruis te deelen, waarvan men bij zijn dood slechts afdaalt om in den hemel eene eeuwige liefde te gaan deelen.

VI. De kruisleeg des levens.

M Christen bewandelt werkelijk den kruisweg van het begin tot het einde zijns levens. De rampen, die u treffen, leeren u welke struikelblokken gij kunt ontmoeten, doch het zijn slechts de eerste schreden op dezen weg, die zwaar vallen. Het is u voordeelig den moeielijken weg, die naar het hemelsch vaderland geleidt, te bewandelen. Tracht door afkeer der doornen op dezen weg gezaaid, niet te zondigen, opdat hij u geen weg des verderfs worde. Terwijl gij het bloedig voetspoor van Jezus Christus volgt, hebt gij nog geen enkelen droppel van uw bloed gestort. Zoudt gij dan zelfs de kleinste wonde vreezen. Zeg mij, waar zoudt gij liefst door den dood verrast worden? Op den weg met de rozen van het geluk bezaaid, of op den doornigen weg -van Calvariequot; Is het niet verkieselijk door het lijden tot de kruin van Golgotha op te klimmen en daar met uw Heer en Meester te sterven? Kies voor u zei ven. O, waart gij ernstig ziek dan zoudt gij u niet zoo lang bedenken. Jezus is u voorgegaan op dezen weg. Zie wie van u beiden het meeste lijdt en uwe beproeving zal u licht

ocr page 87

— 81 —

voorkomen. Ga zoo lang en zoo ver den kruisweg op als God het zal willen en gij zult zoo hoog komen dat gij uwe kroon kunt bereiken. Zeg dan tot onzen Heer: O mijn opperste Meester, die alles beschikt met wijsheid en liefde, help mij den weg bewandelen, die ten hemel leidt, opdat ik niet bezwijke en u getrouw moge volgen.

VII. Het kruis uit christelijk oogpunt ieschomcd.

m

erp eiken morgen een blik vol geloof en liefde op het kruis, waarop Jezus voor ons gestorven is; deze blik zal u bezielen met gedachten, die zalig zijn voor uwe ziel. De H. Elisabeth van Thuringen beschouwde eens haar kruis en schaamde zich prachtige kleederen en edelgesteenten te dragen. Zij wierp haar diadeem af en riep uit; »0 aanbiddelijke Zaligmaker, voortaan armoede voor armoede, vernedering voor vernedering!quot; De liefde boezemde haar dezen kreet in, die uw hart niet durft herhalen, daar het, koud en ongevoelig voor Jezus Christus, de goederen dezer aarde begeert. En toch, hoeveel reden hebben wij niet om voor het kruis dit nederig gebed te herhalen: «-Heer! armoede voor armoede, vernedering voor vernedering.quot; Dan helaas! de edelmoedigheid der heilige Vorstin ontbreekt ons. Zeggen wij ten minste als wij ziek zijn: //Ja, mijn God, lijden voor lijden!quot; Als gij voor uw kruisbeeld knielt, vooral

6

ocr page 88

— 82 —

als gij eenige fout bedreven hebt, dan zeg; Heer, Gij hebt geleden ter uitwissching der /.onde, die ik bedreven heb, der onrechtvaardigheid, waaraan ik mij heb schuldig gemaakt; ik kom die betreuren en U vergiffenis en eene boete vragen. En als u in den loop van den dag eenig lijden overkomt, dan zeg; Mijn God, ik dank U, dat ik door deze kleine boete mag voldoen voor mijne zonden. Ik voreenig die met de verdiensten van uwen Zoon !

VIII. Wij moeten het kruis hegeeren en omhelzen.

it onze natuur kunnen wij het kruis niet begeeren, doch wij kunnen datgene zoeken wat ons meer direkt naar den hemel geleidt. Elke zieke in een vreemd land haakt naar zijn geboortegrond. Moeten wij dan niet evenzeer verlangen naar ons hemelsch vaderland? De heiligen verlangen naar het kruis en ontvangen daardoor eene genade, waardoor zij bekwaam worden de natuur te beheerschen. De H. Gertrudis bad den Heer veel voor Hem te mogen lijden; haar edelmoedig hart week voor geen kruis, hoe zwaar ook, terug.

Om de heiligen althans van verre na te volgen moeten wij bij God niet te zeer aandringen om van het kruis verlost te worden. Weinige heiligen hebben de begeerte om te lijden zoo ver gedreven als de H. Andreas. Bij het zien van het werktuig zijr.er straf riep hij uit: »0 dierbaar kruis, dat ik zoozeer

ocr page 89

— 83 -

begeerd, zoo bemind, zoo gezocht heb, nu zijt gij gereed mij te ontvangen. Trek mij van de aarde om mij op te voeren tot mijnen Meester, opdat ik door u zijne glorie moge binnentreden.quot; Daarop kuste hij het kruis en leed en stierf voor Jezus Christus.

De Christen onderwerpt zich gaarne aan het omhelzen van zijn kruis waarop Jezus zich met ons laat nagelen. Er is geene smart, die bij dien godde-lijken Meester niet bedaart, er valt geen last'te zwaar als de goddelijke Cyreneër ons dien helpt dragen. Doch als Hij ons het gevoel zijner tegenwoordigheid onttrekt, dan zijn wij op het punt te bezwijken. O druk dan uwe lippen op de voeten van uwen ge-kruisten Zaligmaker en zoo die godvruchtige kus u geene gevoelige kracht mededeelt, zal hij ten minste de hoop verlevendigen, die de kracht vermeerdert. Kns eiken morgen uw kruis en omhels daardoor alle groote en kleine smarten en wederwaardigheden, die u in den loop van den dag, door uwen hemelschen Vader zullen overgezonden worden.

IX. Wij moeten het kruis opnemen en drayen.

^ezus heeft gezegd; //Neem uw kruis op en volg mij.quot; Let hier wel op het goddelijk woord. Neem het op, dat wil zeggen, neem het in bezit. Het kruis opnemen is het ons toeëigenen en niet zoeken ons daarvan te ontmaken. De katholieke volken hebben

ocr page 90

elkander het hout van liet icare kruis betwist. Men heeft een bloedigen strijd geleverd om het meester te worden, en zoudt gij, die het nu in handen hebt, het verre van u willen werpen ?

Neem het kruis dat Jeaus u geeft. Zoek niet het te ruilen tegen dat van anderen. Neem blijmoedig uw deel der wederwaardigheden en beproevingen, en volg aldus beladen uw Zaligmaker op den koninklijken weg van het heilig kruis. Beoordeel vooral uwe moeielijkheden niet uit menschelijk oogpunt. Dit zou aan uwen geest eiken daad zelfs van edelmoedigheid en belangeloosheid ontnemen. Plaats liever de goddelijke liefde in uw hart; zij zal u het kruis leeren beminnen onder welken vorm God liet u aanbiede!

Gij moet het kruis dragen. Denk terwijl het op uwe schouderen, op uw hart drukt, dat het u geluk aanbrengt niet voor den tijd waarop het slechts voorbijgaand is, maar voor de eeuwigheid, waar alles onvergankelijk is. Eene zeer troostende gedachte is deze: als men het kruis draagt. Maat men op de plaats ran Jezus, gedurende zijn lijden.

Ja, terwijl het kruis uwe schouderen of uw hart drukt, staat gij voor de engelen als eene herinnering aan het Verlossingswerk, en op aarde hernieuwt gij het beeld van den lijdenden Jezus. Is het geene grootsche zaak hier op aarde de plaats van Jezus te vervullen, deel te hebben aan zijne zending en aldus te verdienen eens zijne glorie te mogen deelen ?

ocr page 91

— 85 —

Zeg nooit: Ik kan dat kruis niet dragen.... liet is te zwaar! God wil niet, dat wij dergelijke opschriften op ons kruis zetten. Hij wil geen ander dan dat zijner goddelijke hand. In Cruce salus est. In het kruis ligt uwe zaligheid !

gt; Aanbid eiken morgen den oneindig liefderijken wil van Hem die U het kruis op de schouders heeft gelegd, die alleen het U kan ontnemen en werp het nimmer uit weerstand aan (jjc genade, moedwillig op den grond.

^ X. Wij moeten op hel kruis sterven.

^quot;ezus heeft u tot heden het leven gespaard, opdat gij met Hem op het kruis zoudt leven en sterven. Bid, opdat zijne genade, die u altijd geholpen heeft zonder dat gij dit wellicht duidelijk bemerkte, ten einde toe ondersteune. En kimt gij op uw kruis niet met vreugde lijden, zoo blijf er ten minste met geduld en onderwerping tot het einde toe. Een blik op Jezus den gekruiste zal u moed en vertrouwen geven om in vereeniging met uwen Schepper te sterven.

De hulpmiddelen der menschelijke wetenschap zijn krachteloos tegenover sommige smarten, want zoodra de levenswerktuigen in verband zijn, doen de ge-neesheeren eigenlijk niets anders dan ons komen zien sterven. Is het niet veel beter onze pijnen aan te zien als middelen, waarvan God zich bedient om onze zielen te genezen of onze heiliging te bespoedigen ? Uwe laatste ziekte nagelt u vaster dan ooit aan het

ocr page 92

— 86 —

kruis. Maar nadat gij evenals Jezus Christus bijna geheel uw leven in een aanhoudenden doodstrijd liebt doorgebracht, behoeft gij slechts uw laatsten doodstrijd met den zijnen te vereenigen en evenals Hij uwe ziel in de handen van den hemelschen Vader aan te bevelen. Dan hebt gij slechts een voet meer « te verzetten om het Paradijs binnen te treden.

Leef eu sterf op het kruis, gelijk Jezus uit liefde voor u op het kruis geleefd heeft en gestorven is.

XI. De dagelijksche kruisverheffing.

i^e kruisvinding, zegt eene heilige, is een zeer gewoon feest voor den Christen, daar hij dagelijks eenig kruis vindt.

De kruisverheffing daarentegen is een zeer huiten-gewoon feest, want zeer weinigen verhellen en zegenen het kruis dat God hun oplegt om in hen de kracht zijner macht en glorie te openbaren. Onze Heer bemint dit feest echter zoo zeer, dat Hij dit op het einde der eeuwen zal bevestigen. Dan zal in den hemel het teeken van den Godmensch verschijnen in groote glorie en majesteit. Indien dit eene onfeilbare waarheid is, hoe hoog zullen zij tronen in den hemel, die op aarde het kruis der kwelling in hun hart verheven hebben.

Gij vereert met recht, gij aanbidt geknield het ware kruis, omdat dit heilig hout eenige uren in aanraking geweest is met het lichaam van het mensch-

ocr page 93

— 87 —

geworden Woord, maar evenzeer moet gij h«t kruis eerbiedigen dat God u overzendt.

Beschouw uwe moeielijklieden, uw lijden als deeltjes van het heilig hout der verlossing. Eerbiedig ze, waardeer ze als haddet gij die rechtstreeks ontvangen uit de hand Gods.

Vóór dat het kruis op zijne schouderen gedrukt en zijn hart verscheurd had, was het een voorwerp van schande. Jezus heeft het geheiligd en verheerlijkt! Het kruis is voor zijne heilige menschheid de oorzaak eener eeuwige glorie, die glorie zal haar glans op u afwerpen, naarmate gij het kruis meer of minder zult vereeren. Naarmate gij het hier beneden zult verhellen in uw hart, zal het u verheffen in den hemel.

Eerbiedig ook al degenen die gij met dit teeken gestempeld ziet. De lijdende Christen is het beeld van Christus. Treed met eerbied het verblijf binnen, waar de lijdenskreet uw welkomstgroet is. Deze gedachte heeft zoo terecht den naam van Guds huizen doen geven aan de toevluchtsoorden der smart. De wereld-llng ontvliedt ze, maar gij zult de woning der lijdenden groeten, want het is die van den lijdenden Jezus.

XII. Het kruis maakt ons leven vruchtbaar voor den hemel.

^^k heb een dag verloren,quot; zegde Keizer Titus tot zijne vrienden als hij een dag had doorgebracht zonder eenig goed te verrichten. Beschouwen wij ook

ocr page 94

— 88 —

onzen dag als verloren, zoo vaak wij een dag hebben doorgebracht zonder iets voor God te hebben gedaan ol' geleden.

Het kruis belet onze dogen onvruchtbaar te zijn voor de eeuwigheid; daarom moeten wij vreezen dat de dagen waarop wij niets geleden hebben nutteloos zijn voor den hemel. God geeft ons geen gebrek aan lijden, omdat ons dit nuttig is.

De H. Joannes van het kruis leert ons; Gij die hier beneden wenscht te genieten zoudt nergens anders genot zoeken dan in het kruis, indien gij wist hoe glorievol het is voor God en hoe verdienstelijk voor u-zelven. Hoevele zielen, die plotseling in hare dierbaarste genegenheden getroffen werden of haar vermogen verloren, hebben, door het kruis verlicht, de nietigheid aller aardsche zaken begrepen en zijn daardoor tot de deugd, het geloof teruggebracht! Misschien hebt gij zelve door treurige ervaring het nut van het lijden begrepen?

Wanneer de avond valt en de moeielijkheden van den dag voor u voorbij zijn, verheug u dan in de overtuiging uwen dag niet te hebben verloren, en zeg dan : Mijn God ik dank U, dat gij mij meer lijden dan aardsche goederen toezendt, want de laatste kunnen mij bij mijnen dood niet meer dienen en het kruis zal mij eeuwige vruchten afwerpen.

ocr page 95

Zinnebeelden.

-ÏTi»-

I. De trcee ringen.

e H. Gertrudis bood den Heer eens al haar lichamelijk en inwendig lijden aan met deszelfs onvermijdelijke gevolgen; het ontberen van den geestelijken troost en het lichamelijk genot. De Heer verscheen haar en gaf haar twee kostbare ringen, als belooning voor de tweevoudige offerande, die zij Hem gebracht had. Volg deze heilige na en stel u niet tevreden met God het verdragen van uw lijden op te offeren, maar ook het gemis van den troost of het genot, dat daarvan het gevolg is. Aldus zult gij eenen dubbelen oogst verzamelen, en onthoud wel dat beide rir.gen met een kostbaren steen versierd waren.

Beschouw uw lijden ook als een verbond met Jezus Christus gesloten. //Het lijdenquot;, zegt Blosius, //is een kostbare ring, dien Jezus schenkt aan de ziel, waarmede Hij zich wil vereenigen.quot; Wees dankbaar dat gij het onderpand eener zoo schoone vereeniging moogt dragen. Loof God te midden van uw lijden; de dankbaarheid in onze uren van beproeving, is God zoo aangenaam, dat wij daardoor eene schitte-

ocr page 96

— ge

rende kroon in den hemel verdienen. Hij alleen denkt er aan ons dubbel te beloonen voor datgene wat sleclits ééne beproeving schijnt.

II. De lofzang der liefde.

een, weerhoud uwe klachten, uwe tranen niet, noch voor het kruis, noch. voor het tabernakel. Eene enkele zucht uit een onderworpen hart klinkt in het oor van Jezus als een aangenaam gezang, als eene welluidende muziek. Wij behoeven ons niet in te spannen om ons te doen hooren, //wantquot;, zegt de proleet, //de Heer is bij decgene die lijdt.quot; Eene godvruchtige ziel wel doordrongen van deze waarheid, was gewoon een lied te zingen, als zij, door lichamelijk lijden of duizenden kleine beproevingen vreesde zich over te geven aan ongeduld ol' moedeloosheid. //Ik heb hierbij nog een ander doelquot;, zegde zij, //dit is om God te toonen dat ik mijn lijden vroolijk draag, want de zang is de uitdrukking der vreugde van een hart, dat volkomen tevreden is. Ik ben ook volkomen tevreden, want de wil Gods is alles voor mij. Ik bezing mijne liefde om mijne smarten te bedaren en te vergeten.quot; Wees dan ook opgeruimd, al moet gij zeggen: //Heere Jezus, ik heb geene kracht, geene stem meer om U te loven, doch ik heb altijd een hart om U tot het einde toe te beminnen!quot; Een kalm gelaat bekoort de menschen, hoe zou het dan het Hart van Jezus niet bekoren ?

ocr page 97

— 91 —

III. Een stuiver op interest.

erbeeld u dat Jezus zich, gedurende uw morgengebed, aan u vertoont en u zegt; //Mijn kind, gij geeft dikwijls een stuiver aan een arme, dien ik vermenigvuldig naarmate uwe meening zuiverder is, en ik doe dit met elk offer uit moe hand. Plaats dan alles wat u leed doet, u verveelt, bedioeft of doet lijden als zoovele stuivers in mijne band en ik zal ze in waarde doen stijgen naarmate uwe edelmoedig-lieid grooter zal zijn.quot; Hoe gaarne zoudt gij dit voordeelig aanbod aannemen? Welnu dit zegt u zijn Hart dagelijks. Leg dan in zijne hand die duizenden namelooze zaken, die uwe dagen benevelen, en zoodanig van gedaante zullen veranderen in Jezus hand, dat gij, als de avond valt. Hem eene rijke aalmoes zult hebben aangeboden. Al die stuivertjes edelmoedig gegeven en met liefde ontvangen, worden u bij uw sterven, met woeker uitbetaald.

IV. De heste spijs.

e H. Angelo de Foligno vergeleek de rijkdommen, het geluk en vermaak dezer wereld bij kruimelen, die vallen van 's Heeren disch; de kwellingen en het lijden bij de beste spijs, die de Heer zijnen dierbaarsten vrienden voorzet. In deze overtuiging ondernam de heilige eene lange bedevaart om God kruisen en tegenspoed te vragen. Ook de H. Franciscus van

ocr page 98

— 92 —

Assisië en vele andere heiligen beschouwden deze als de beste spijs der ziel.

En gij, die de Heer nitnoodigt om het krachtvol brood der smart te eten, gij toont een bepaalden tegenzin voor de spijs door zijn Hart gekozen. Gij bidt, gij doet bedevaarten om toch zoo dikwijls niet nitgenoodigd te worden tot dat geheimzinnig gastmaal der uitverkoornen. ,/Een welopgevoed mensch eet van allesquot;, zegt de H. Philippus Nerius, «en laat nSjmand zien dat de voorgestelde schotel hem mishaagt.quot;

Vraag dan dagelijks aan Jezus de kracht om getroost het bitter brood des lijdens te eten en smeek uwen hemelschen Vader u een stuk te geven, al zoudt gij het gisteren verworpen of met lange landen geproefd hebben. Vraag God ook om dankbaar alle smarten te omhelzen als de beste schotels voor de ziel, en allen rampspoed kalm en onderworpen uit liefde tot Hem te dragen.

V. Het Debet en Credit,

ij allen zijn bankiers en God heeft onze schatkist rijkelijk voorzien met de schatten zijner genade. Wij hebben dus een kapitaal in handen, waarvan wij het cijfer niet kennen, maar dat ontwijfelbaar verbazend groot is.

Wij mogen het noch verkwisten, noch renteloos laten. God verplicht ons het te doen gedijen; onze

ocr page 99

— 93 —

werken beschikken er over ten onzen bate of ten onzen nadeele. En hoe groot ons kapitaal ook zij, staan wij immer als schuldenaars voor God. Maken wij dan, even als de bankiers, eiken avond onze balans, vergelijken wij winst en verlies. Erkennen wij het goed of slecht gebruik van deze genade, dezen tegenspoed, deze beproeving. En als wij voor God ons debet en credit oprecht erkend hebben, vragen wij ons dan; //Als ik dezen nacht stierf, zou dan mijne winst of mijn verlies de schaal der goddelijke gerechtigheid doen overslaan?quot; Zeker zou het debet overslaan zoo God in zijne vaderlijke goedheid mij niet ter hulp kwam? Waar zou ik zijn als Hij door het lijden, dat ik door zijne goedheid met een welgemeend //Fiatquot; omhelsd heb, het evenwicht der schaal niet eenigszins hersteld hadde ?

VI. Het krachtig tegengif.

'fl^iemand,quot; zegt de H. Augustinus, //is zoo dwaas om vrijwillig vergif te gebruiken en te zeggen: //Mogelijk doet het mij geen kwaad.quot; Intusschen ziet men eenige menigte menschen gretig den zoeten, doch vergiftigden drank der zinnelijke vermaken grijpen, waarin zij den dood vinden voor tijd en eeuwigheid.

Wellicht hebt gij ook in volle teugen dit vergif uit gouden bekers gedronken, zonder te denken aan het venijn, dat het in uwe aderen stortte. Doch

ocr page 100

plotseling heeft God in zijne onuitsprekelijke barmhartigheid in uw hart, in uwen geest, en al uwe ledematen het krachtig tegengif des lijdens gestort, waardoor de uitwerkselen der zonde belet zijn en uwe ziel door eene gedwongen boetvaardigheid hare kracht terug heeft bekomen. Is het niet beter een bitteren drank in te nemen dan te sterven ? Walgt hij u, dan bid en zet hem zonder morren, zonder klagen aan uwe lippen.

Indien uw Engel-Bewaarder u kwam zeggen, dat gij slechts één dag meer te leven hadt, hoe zoudt gij dien gebruiken om boetvaardigheid te doen en aldus de straf te ontgaan, die u voor 's Heereu rechterstoel morgen zou opgelegd worden ? En inderdaad hebt gij slechts den dag van heden tot boeting uwer zonden, want de dag van morgen is aan niemand beloofd. Hoe velen zullen dien niet beleven ? Minstens 80.000. Wellicht behoort gij onder dit getal.....

Ledig dan moedig den bitteren lijdenskelk, die de zonde bestrijdt en bid God dat gij geen enkelen droppel moogt verliezen van het zalig tegengif, dat zijne barmhartigheid u voor uwen dood wil schenken.

VII. De hittere pillen.

m de aanvallen der koorts tegen te werken, schrijft de geneesheer den zieke de bittere quinine voor in den vorm van pillen, in suikerpoeder gerold. Om ons

ocr page 101

— 95 —

van de koorts van onzen eigen wil te genezen, ziet onze goddelijke geneesheer zich ook genoodzaakt ons zalige, doch zeer bittere pillen te doen slikken. Ziekte, laster, verachting, ziedaar pillen die onze natuur zeer tegenstaan.

Dan eens zijn zij dik en moeielijk te slikken, dan weder is do suikerpoeder vergeten. Slik ze zonder ze te bezien, noch te rieken. Wikkel ze in de gedachtenis aar het lijden des Zaligmakers, doop ze in zijn kostbaar Bloed, en zo zullen hare bitterheid grooten-deols verliezen! Luister naar de woorden van den H. Bernardus;

«De soldaat bekommert zich niet over zijne wonden, als hij zijn koning dood voor zijne voeten ziet vallen. Zal God ii dan de bitterheid moeten verbergen der geneesmiddelen u tor zaligheid noodwendig, als gij Jezus Christus met gal gelaafd, de vreeselijksto pijnen ter uwer liefde ziet verdragen ?quot;

Hoevele pillen hebt gij uwen naasten niet doen slikken zonder te vragen of zij hem heilzaam waren. Jezus handelt niet aldus ten uwen opzichte en geeft u slechts wat u heilzaam is. Neem dan met vertrouwen alle geneesmiddelen, die zijne hand u toereikt.

Vlll. Ons klein geld.

ij hebt vijanden, groote vijanden .... wie heeft zo niet! dit schijnt ons lot in deze wereld. Zij maken onze dagen rijk in liet klein geld, dat wij noodig

ocr page 102

— 96 —

hebben om de goddelijke rechtvaardigheid te betalen naarmate wij grootere of kleinere schulden tegenover Hem aangaan. Dit klein geld is ook bestemd om geduld, ootmoed en gelatenheid te koopen. Wat zou er van ons worden in ons laatste uur als God ons door het lijden de middelen niet gaf onze schulden te betalen en deugden te verkrijgen. In het uur des lijdens denkt men wel meer aan het verdriet daardoor veroorzaakt, dan wel aan de zalige gevolgen, doch dit komt door onze schuld, niet door die van God. Hij ziet niet gaarne dat wij deze kostbare munt verliezen. Hij werpt vele stukken op onzen weg om te zien of wij die zorgvuldig zullen oprapen en ze sluiten in dien portemonnaie, dien men niet op aarde achterlaat, en niet in de aarde begraaft, doch dien wij ten onzen bate medsnemen naar den goddelijken rechterstoel. Indien wij in plaats van bij den minsten tegenspoed uit te roepen. //Ach, Heer, hoe vervelendquot;, eenvoudig zegden : //Ik dank U Heer! zouden onze handen gevuld worden met die hemelsche munt, besproeid door het goddelijk Bloed en des avonds zouden wij God een aardig sommetje kunnen aanbieden op afrekening onzer groote schuld, eene afrekening, die ons zoo krachtig zou helpen als wij later al onze schulden tot den laatsten penning zullen moeten afbetalen.quot;

ocr page 103

— 97 —

IX. De toetssteen.

et geduld in de beproeving doet ons den geest der beproefden kennen, even als de toetssteen ocs het koper van het goud doet onderscheiden. Hij, die bij de minste beproeving klaagt over den geneefheer, en zijne oppassers beschuldigt van nalaligheid is niet geduldig; het koper vertoont zich in plaats van het goud. //Maarquot;, zegt gij, //ik lijd zoo veel, mag ik niet klagen ?quot; Hoor wat de H. Alphonsus zegt; //Beklaag n zoo gij wilt over uwe hevige smarten, doch zoo gij ii over het minste lijden beklaagt, dan zijt gij werkelijk te beklagen, niet om uw lijden, maar om uw ongeduld dat u ziek maakt naar lichaam en geest.quot;

Een eerbiedwaardig schrijver zegt dat verscheidene personen niet zalig zouden worden, indien zij gezond waren. Vele heiligen werden met langdurige ziekten bezocht. Ue H. Theresia was gedurende veertig jaren geen enkelen dag zonder lijden. Als men zich dus niet voortdurend oefent in het geduld, gaat het leven voorbij in klagen, morren en ongeduld en men bemerkt niet dat men in plaats van Go^s wil te volbrengen men in gedurigen opstand tegen Hem leeft. Hoe vele mensehen zullen bij hun sterven ter hunner beschaming zien, dat God slechts geduld in het lijden van hen vraagde en dat hunne smarten slechts verlengd werden om hun die deugd te doen verkrijgen.

7

ocr page 104

— 98 —

Wers dan tevreden als gij ziek zijt; op uw ziekbed vervult gij den wil des Heeren. Hij wil zien ol' gij koper oï goud zijt. Verbeeld u dat God n des morgens zegt: //Ziehier, lioe ik vandaag door u gediend wil worden.quot; Indien Hij n deze woorden werkelijk toevoegde, zoudt gij zeer gaarne den gelieelen dag in uw bed, of uwen leuningstoel blijven. Welnu, zijn wil is u even duidelijk. Een dag is niet lieel lang, breng hem voor God door. Morgen kunt gij het weder zoo maken. Maar ondersteun u zeiven door het gebed; hierdoor alleen kunt gij het noodige geduld en de heilige volharding bekomen.

X. Be bloempjes van Kalvarië.

ver het algemeen zijn onze dagelijksche kruisjes aan de wereld verborgen, doch voor God zijn het liefelijke bloemen, ontsproten aan den voet van het kruis, die onze zielen met eene eeuwige schoonheid zullen versieren. Als God weet dat eene ziel te zwak is om sieraden van massief goud, dat is, zware rampen te dragen, bedekt Hij haar met bloemen, te weten met duizend kleine kruisjes. Deze bloemen zoo verscheiden in vorm, zoo gezocht en gewaardeerd door de heiligen, ontbreken u niet. Hoofdpijn, maagpijn, tandpijn, rhumatisme of zware vermoeienis, in de ziel eene teleurstelling, een kleine tegenspoed, tegenspraak, miskenning, o hoevele kruisjes, of liever

ocr page 105

— 99

hoevele bloemen! Eiken avond hebt gij een heerlijken krans in handen !

Nog kunt gij den Heer andere bloemen aanbieden, die God u vrijlaat te plukken ol' te laten staan, doch die vele brave zielen zoo gaarne aan het Heilig Hart van Jezus aanbieden. Bijv.: bij zomerhitte tusschen de maaltijden niet drinken, — als gij zeer hongerig zijt een oogenblik wachten alvorens te eten, — niet eten tusscten de maaltijden, — geen onderscheid maken tusschen de spijzen, die u worden voorgezet, — datgene kiezen wat u minder toelacht, — niet klagen als iets uwen wil wederstreeft, enz. enz. Al deze kleine, met zorg verborgen verstervingen zijn zoovele bloemen, waarvan Gud alleen den geur inademt. Verzamel met zorg al de kleine beproevingen op uw levenspad gezaaid, als zoo vele passie-bloemen, doch doe het met liefde en blijmoedigheid. Deze bloemen verwelken nooit, want besproeid door het dierbaar Bloed en de liefde van Jezus, worden zij zoo vele immortellen, die onze Engel-Bewaarder in onze eeuwige kroon vlecht.

XI. De sleutel der heide verelden.

^e zachtmoedigen zullen het aardrijk bezittenquot;, zegt de Heer, want deze deugd heeft den sleutel dei-harten. Een zachtmoedige ziel, die zich zelve bezit, beheerscht anderen, want de zachtmoedigheid bezit

ocr page 106

— loo —

groote kracht. Men heeft groote kracht noodig om te lijden, en deze kracht vindt men in de smart met zachtmoedigheid te omhelzen.

Hij, die niet op zich zeiven let, laat in zijne lijdensuren van zijne lippen druppelen azijn vloeien die de harten sluiten, terwijl de zachtmoedigheid die wijd voor ons opent. Men gaat gaarne tot dengene die lijdt, doch anderen niet doet lijden, en God stort zijnen zegen uit op het hart dat geen gal uitwerpt.

De zachtmoedigheid is de sleutel eener wetenschap, die zeer belangrijk is, //wantquot;, zegt David; ;/De Heer zal zijne wegen leeren aan de zachtmoedigen.quot; Een dezer wegen loopt uit in de eenzaamheid, de andere doorloopt de wereld, doch beide loopen door het pad des lijdens naar den hemel. Welnu, hoeveel kracht heeft niet de zachtmoedigheid op het hart der menschen en het Hart van God. Deze sleutel opent al de hemelsche sloten. God weigert niets aan dengene, die Hem nortt weerstaat. Door het gebed verkrijgt men de zachtmoedigheid, en door deze deugd bezit gij den sleutel van Gods Hart.

XII. Gulden Woorden.

Bis gij ziek zijt, dan verheug u, want de Heer denkt aan u. Elke zieke gelooft zich het ziekste, elke arme gelooft zich het armste en geen van beiden denkt dat hij met volle hand put uit de schatkist der genade.

ocr page 107

— 101 —

Als het lijden ons niet smartelijk aantastte, zou het geen lijden meer mogen heeten, doch de Christen beheerscht de smart. De groote kunst van den zieke bestaat hierin, dat hij zich geheel onderwerpe en geduldig hulp afwachte van den hemel.

Het lijden is de zaligste oefening, die God aan ons lichaam ol' onze ziel kan opleggen. Wees dan tevreden uwe kracht daartoe te mogen leenen.

Het is moeielijker geduldig en stilzwijgend te lijden dan mirakelen te doen, ja zelfs dooden op te wekken. Als Jezus u zonder troost laat lijden, gelijk Hij zelf deed in den hof van Olijven, zoek dan geen troost buiten zijn bedroefd Hart. Zoudt gij troost willen smaken terwijl Jezus water en bloed zweet om uwe schuldige vermaken te boeten?

Het zekerst bewijs, dat God groote inzichten heeft met eene ziel is wanneer Hij haar kwelling op kwelling, lijden op lijden zendt en haar riet uit dezen staat trekt.

Neem het kruis uit de hand des Zaligmakers en niet uit de handen der schepselen. Zeg nooit: //Deze of gene heeft mij dit lijden berokkend, dit onrecht aangedaan.quot;

Ge ziet niet hoog genoeg, daarom veroorzaakt uwe beproeving u meer lijden en eene zekere verontwaardiging. Beschouw Jezus Christus, die u een der doornen zijner kroon tot onderpand zijner liefde aanbiedt en gij zult uw kruis gemakkelijker dragen.

ocr page 108

— 102 —

XIII. Hel heste geschenk.

e tegenspoed is een der beste geschenken, die God ons kan aanbieden. Die wie onzer zou bij deszelfs ontvangst liet niet liefst uit het venster werpen, ol' de deur sluiten ? Wij zouden ons echter zoo lichtzinnig niet durven ontmaken van eene gift, ons door eene vriendenhand aangeboden. Als men u iets aanbiedt dat niet volgens uwen smaak is, toont ge u, wel-levendheidshalve toch tevreden en dankbaar. Waarom dan bedankt gij God niet voor eene smart, een kruis, eene doornenkroon zelfs, daar deze dingen hoe weinig zij u ook behagen, meer waarde hebben dan de kostbaarste diamanten. Neem ze ten minste gewillig aan ter liefde van Hem, die ze u zendt met het edelmoedig plan u daardoor te verrijken.

Gebruik de opvoeding u door God gegeven om zeer beleefd, ja zelfs dankbaar de gift te ontvangen die zijne goddelijke hand u toereikt. Ueins niet terug, toon geen weerzin voor dit hemelsch geschenk. Dank God dat Hij u aldus de kostbaarheden laat ophoopen, klaag niet over haar gewicht. Behoud gedurende uw lijdensuren het kalme gelaat, dat betaamt aan iemand, die tevreden is met hetgeen hij bezit. Bewaar dan met zorg het goddelijk geschenk, dat God u op deze aarde gegeven heeft om daarmede eens den hemel te kunnen koopen.

ocr page 109

— 103 —

XIV. De doornstruik.

I^e Jeugd plukt even als de honigbij die slechts de suiker der planten zoekt, de bloem dezer wereld en denkt uiet dat zij later de doom zal vinden, doch reeds bij het intreden der loopbaan, die men niet bloemen bezaaid meende, verscheurt men handen en voeten aan de doornstruik der tegenspraak, der verveling, der opoffering! Zij groeit welig in allo hemelstreken, ja in de huizen, in den schoot der i'amiliën zelfs steken de doornen het scherpst. Zij dringen in het geheugen, zij dringen zich in het hart en doen het bloeden, zij hernieuwen de wonden en dringen zoo diep in het vleesch, dat men na langen tijd ze nog in de wonde terngvindt.

De boetvaardigheid en de tegenspoed zijn als de doornen, die de bloemen der Kerk, dat is de zuivere en boetvaardige zielen, omgeven. Rozen toch groeien steeds op doornige takken. De bloemen, die ontluiken op de paden dezer wereld zijn meer schitterend dan welriekend en verbergen ook scherpe doornen, die veelal geen (roost, geen heeling brengen noch in deze, noch in de andere wereld. Hierbeneden verwelkt de roos en overleven de doornen, in den hemel ontluikt de roos en laat hare doornen op aarde. In dit dal van smart verheft de ziel, de bloem door Jezus bemind, zich op den doornigen stam van het kruis, maar in den hemel zal de roos, van doornen bevrijd, eeuwig bloeien.

ocr page 110

— 101 —

Maar hoe zal men zooveel lijden omhelzen? Het groote middel cm de doornen te trotseeren is Jezus veel te beminnen en veel te bidden. De beminnende ziel alleen is moedig. De moed is noodzakelijk, de liefde nog meer. Z?g dikwijls; //Heer, voor U lijd ik, vermeerder in mij uwe liefde.quot; Bid aldus alle dagen, wat zeg ik — alle uren van den dag, want de natuur heeft steun noodig, omdat het lijden haar weldra uitput. Vraag God de liefde nooit te scheiden van het lijden. Ze zal u gegeven worden door de tusschenkomst van O. L. Vrouw van het H. Hart, aan wie gij u voortdurend moet aanbevelen.

XV. De heitel van den goddelijken beeldhouwer,

'/ü?e wereld, zegt de H. Fracciscus van Sales, is eene steengroef, waar de tteenen, bestemd tot den bouw van het hemelsch Jerusalem, worden gehouwen en gebeitfld.quot;

Uwe ziel is een dier koude, harde steenen, d e de goddelijke werkman, naar zijn goedvinden bewerkt, volgens de plaats die Hij daarvoor in zijne ondoorgrondelijke besluiten heeft bestemd. Hij bewerkt in ons met de grootste zorg, wat wij niet hadden kunnen doen. Duld dan dat zijn beitel afscheide, houwe, kerve en polijste al wat den kostbaren steen uwer ziel zou beletten met de andere overeen te komen. God snijdt in het binnenste van uw hart, uwen geest,

ocr page 111

— 105 —

uwe ingeworteldste genegenheden, al datgene af wat zijn gebouw zou ontsieren, maar zoodra de beitel ons treft, verbeelden wij ons datlGod de zaak niet verstaat en dat Hij veel gemakkelijker tot zijn doel zou komen door eene bewerking die minder pijnlijk voor ons ware. Zoodra Hij ons raakt roepen wij om hulp... Wij slaken luide kreten ah de beitel diepe groeven slaat of lompen onzer eigenliefde medesleurt.

Verduur de goddelijke bewerking zonder ontsteltenis, zonder morren, zonder inwendigen opstand. Behoud de zoo noodzakelijke kalmte, stel uw vertrouwen op God en geef u over aan de pijnlijke bewerking zijner genade.

Als gij den goddelijken werkman vrij laat en rustig blijft onder zijne hand, zal Hij van u een meesterstuk zijner waardig maken. Wees dan nederig, onderworpen aan de verstandige bewerking van den goddelijken Meester, totdat Hij u genoeg bewerkt en gepolijst vinde om u te plaatsen in het schitterend paleis van het hemelsch Jeruzalem.

XVI. De gloeiende kolen.

ij lezen in de H. Schrift, dat een Serafijn met een vurige kool de lippen kwam zuiveren van den profeet Isaias. Op sommige uren onzes levens zendt God de ziekte om onze zinnen te zuiveren en het licht te verspreiden in ons verstand. Het geloof alleen

ocr page 112

— 106 —

leert ons de waarde kennen van het werktuig door God gebezigd. Een arme koortslijder gevoelt zich alsol' hij op gloeiende kolen ligt, en als hij zijn gelooi' raadpleegt begrijpt hij, dat zijne smarten kostbare kleinodiën zijn, uit het Hart van Jezus getrokken.

Als lichamelijk of inwendig lijden u van buiten of van binnen als op gloeiende kolen nederleggen, branden zij dan ook in uw hart de banden niet af van uw aardsche genegenheden 'r Laat u dan branden zooveel God wil en bij het licht van uw eigen brandoffer zult gij de waarde erkennen van uw offer, gebracht in vereeniging met Jezus. Vrees het vuur der smart evenmin als de heiligen de vlammen van den brandstapel vreesden en bid den H. Geest het vuur der liefde in uw hart te ontsteken.

XVII. De pleizierreis.

»Ö3ij de eerste schoote lentedagen, als de aarde haar bloemtapijt uitspreidt voor ons oog, snakt men naar eene uitvlucht naar buiten. Men onderneemt blijmoedig een reisje om de schoone natuur te beschouwen, en de reis naar de i euwigheid zou men willen uitstellen, die ons oneindige heerlijkheden zal ontdekken ! Hadde de H. Augustinus geleefd in onze eeuw dan zou hij in plaats van te schrijven; //Hij die oogen heeft om te zien, beschouwe de ziekte als eene reis per post om tot God te gaanquot;, gezegd hebben: ;/De ziekte is de e.xprestrein om tot God te gaan.quot; Het lijden doet

ocr page 113

— 107 —

ons werkelijk per sneltrein reizen, zeker niet gemakkelijk, doch om ons naar den hemel te brengen, doet het lijden den dienst eener fel snuivende locomotief.

De beproeving heeft u inderdaad in den exprestrein des hemels geplaatst. Voor de natuur is dit eene treurige reis beginnen en voortzetten, die eerst in de eeuwige lente zal eindigen. Men kan zeggen dat ons intreden in de wereld het begin van onzen levenslangen pelgrimstocht is. Gij kunt den wngon, waarin het leven eu het lijden u geplaatst heb'en, niet meer verlaten. Vroeger of later, doch weldra zal uw trein stilstaan, en gij zult de eeuwige lente genieten. De dag uwer aankomst in de hemelsche woningen zal de schoonste zijn van uw bestaan. Ja, gij die zooveel lijdt en met zooveel liefde tot God lijdt, zult dan verzekerd zijn, dat gij werkelijk eene pleizierreis gemaakt hebt. De schoone dagen hier beneden worden door zware stormen opgevolgd; zoo gaat het ook in het geestelijk leven met hen die waarlijk God beminnen en voor zijne glorie willen lijder». Gij hebt het geluk gehad veel te mogen lijden. Uwe dagen door stormen geteisterd zijn des te schooner, zoo gij als een waar leerling van Christus hebt geleefd.

Het einde zal nu de pleizierreis zijn. Houd u niet meer vast aan deze aarde Pak dagelijks uw koffer, en op den laatsten dag kan men u toeroepen; Goede reis! De aankomst zal gelukkig zijn. Jezus, Maria en Jozef wachten en zegenen u.

ocr page 114

— 108 —

XVIII. De laatste sport.

et leven gelijkt eene ladder, die van de aarde tot den hemel reikt. Elk verloopen jaar is een sport hooger die de afstand vermindert, welke ons nog van de eeuwigheid scheidt. In onze uren van lijden en tranen moeten wij de sporten tellen, die ons nog scheiden van het hemelsoh vaderland, waar geene zuchten noch tranen meer zijn. De hemel is niet ver meer verwijderd. Daarboven zullen de kruisen, de beproevingen, de ziekten voor altijd verdwijnen. Hier beneden zijn onze beproevingen even zoo vele sporten, waarop wij moedig ten hemel moeten klimmen. Br bestaat geen andere teeg.

Toen de beulen de H. Felicitas één voor één hare zonen ontrukten om ze te vermoorden, zegde zij onversaagd ; «Gaat naar den hemel, mijne kinderen, ziet daarboven verwacht Jezus Christus, uw goddelijke Meester u met de andere martelaren, die n zijn voorgegaan. Lijdt moedig voor het geloof en volhardt in de liefde van den God, die voor u op het kruis gestorven is.quot; Welken heldenmoed geeft het geloof! Maar Felicitas zag hare kinderen op den hoogsten sport der ladder en hare stem en haar moederhart drong hen den hemel in.

Volgen wij deze heilige na, offeren wij volstrekt alles aan de liefde des Heeren, houden wij niets terug; familie, rang, aanzien, fortuin, gezondheid.

ocr page 115

— 109 —

leven, geven wij alles edelmoedig als de eer van God het vraagt. Zeg dikwijls te midden uwer tranen: //Ik ben vandaag dichter bij don hemel dan gisteren. Dezen avond ben ik er dichter bij dan nu. Klimmen wij moedig de ladder op, Jezus Christus wacht ons op den hoogsten sport.quot;

XIX. De twee kronen.

e Heer bood eene doornen en eene gouden kroon aan de H. Catharina van Senen en zegde haar; //Kies, mijne dochter, eene dezer kronen.quot; De heilige koos onmiddellijk de doornenkroon en drukte ze diep in haar hoofd. Van dit oogenhlik ai' was haar leven slechts tegenspoed en smart. Zij gevoelde veel inwendig lijden, eene groote verlatenheid en het was als overweldigde de ziekte geheel haar lichaam. Als het lijden haar meer dan gewoonlijk kwelde, plaatste zij tegenover de herinnering aan de gouden kroon, die zij had kunnen dragen deze woorden : //Ik heb mijne hoop in mijn Jezns geplaatst en ik zal niet beschaamd worden. In den hemel zal ik den tijd hebben te genieten.quot;

De gouden kroon, het zinnebeeld van voorspoed en genot lacht ons toe, maar is het wel verkieselijk nooit tot God te kunnen zeggen: /-Zie, Heer, dit lijd ik voor uwe eer.quot; Kan de ziel, die immer geniet. God veel liefde bewijzen ? God laat u de keuze niet

ocr page 116

— 110 —

tusschen de beide kronen. Hij deelt met u zijne doornenkroon. Beklaag n niet o\er uw lot alsof gij de gouden kroon betreurdet; men kan die niet hier en hiernamaals dragen. Wil dan liever hier de scherpe doornen gevoelen om hiernamaals de heerlijkheid der goddelijke liefde te smaken. God bemint u. Eené gouden kroon is u in den hemel voorbehouden.

XX. Interest op Interest.

et lot der rijken schijnt vaak de volheid van het geluk en men meent valschelijk, dat zij voor alle lijden en verdriet gevrijwaard zijn. Doch als men alles wel beschouwt, zijn de heiligen alleen renteniers en genieten zij wat zij verzameld hebben zonder vrees het te verliezen. Maar zij kunnen ook niets meer verkrijgen. En wij, hoe arm en behoeftig ook, wij kunnen dagelijks door het gebed, door oefeningen van deugd, doch vooral door het lijden, ons onvergankelijke goederen en eeuwigen interest verzamelen. Elke kleine of groote boetvaardigheid, hetzij vrijwillig of gedwongen, elke zaak met eene goede meening voor God verricht, vermeerdert ons kapitaal.

Do H. Franciscus van Assisië zegde schertsend, dat hij uit den graanzolder zijner armoede de middelen trok om de uitgehongerde scharen te voeden. Wat zoudt gij dan niet kunnen trekken uit den graanzolder uwer smarten, waar al de verdiensten van

ocr page 117

— Ill —

Jezus Christus ter uwer bescliikking opgehoopt liggen? Denk dan veel meer aan het benutligen uwer rijkdommen ten voordeele der zondaars, der lijdende zielen, dan om u beklagen, omdat God u het middel geeft u te verrijken. Gij gelooft dat God u niet bemint omdat Hij u vele rampspoeden overzendt, doch JU is juist het tegendeel. De beproeving is veel meer eere genade dan eene straf. Beschouw niet het pijnlijke van uw toestand, maar de gevolgen. De koopman, die een voordeeligen koop sluit, ziet niet op zijne moeite, maar op de waarschijnlijke winst, üw lijden geeft ii het recht eene zekere winst te verwachten eu wordt een voortdurende interest. Beklaag u dan niet terwijl gij te midden der goddelijke schatten zit en in deze jaren van schaarschheid den noodigen rijkdom vergadert om de eeuwigheid gelukkig door te brengen.

O hoe ongelukkig zoudt gij zijn zoo gij te laat begrijpt dat gij rijk hadt kunnen worden voor God en den hemel en door eigen schuld verarmd hebt.

ocr page 118

Woofden ter herinneping.

--

I. Alles tot meerdere eer van Gud.

it woord was de leus van een dapper edelman, later een groot heilige. Naar het voorbeeld van Christus, zijn Heer en Meester, die zijne glorie stelde op het kruis te lijden en te sterven, zocht hij ook zijne eer in zijn Meester te volgen te midden van arbeid, lijden en vervolging.

Het lijden, ziedaar de glorie, die de eerzucht van een God waardig was. Deze glorie vergaat niet met de wereld, zij wordt grooter naarmate onze kruisen toenemen. Om deze glorie te bevorderen moet men altijd gereed zijn alles te lijden, alles te verliezen.

Draag dan des morgens al uw lijden van den dag op tot meerdere glorie van God. Als het zich meer dan gewoonlijk doet gevoelen, zeg dan; Heer ontvang dit lijden tot uu-e meerdere glorie. Stel u voor alles te doen en te lijden om deze glorie te bevorderen in gebeden, woorden en daden en om mede te werken om die glorie in de wereld te verspreiden door uwe gebeden en uwe gesprekken. Hierdoor zult gij van

ocr page 119

— J13 —

nabij Jezus Christus volgen, die, geduietde zijn ge-heele leven geen ander doel had. Bestaat er wel iets verdienstelijker dan op alle wijzen te werken aan Gods glorie?

Op deze wijze zult gij God verheerlijken met en door Jezus Christus en zeer vele en zeer groote verdiensten verzamelen.

II. Alleluia.

od loven is eene groote akte van geloof en liefde. In onze lijdensuren is dit eene groote akte van rechtvaardigheid en edelmoedigheid, vooral als men dit doet met oprechte onderwerping aan Gods wil. Er zijn vele oprechte Christenen, die het kruis weten te waardeeren. Eene godvruchtige vrouw, door eene smartelijke ziekte uitgeput, schreef; //Mijne kwaal duurt reeds sedert twaalf jaren en neemt. God zij dank, dagelijks toe. God bemint mij, daar Hij mij pijnen overzendt, gelijk aan die welke zijn goddelijke Zoon in zijne kruisiging doorstond.quot; Eene andere, die niet minder zwaar bezocht werd, schreef aan eene vriendin; //De Kruisweg dien ik bewandel, bewijst mij duidelijk, dat God plannen van barmhartigheid over mij heeft, daarom zal ik Hem altijd loven, mij zoovele kruisen en zoovele genaden toegedeeld te hebben.quot; Nooit zal ik dankbaar geaoeg het u Alleluiaquot; kunnen uitspreken, wijl de Heer mij waardig

8

ocr page 120

— 114 -

geacht heeft op aarde zooveel te lijden. Zonder deze gunst zou ik vreezen zijn rijk niet binnen te treden.quot;

Zoo heeft Jezus nog getrouwe leerlingen, die voor het lijden niet sidderen en niet terugdeinzen voor het brandoffer van zich-zelven. Bemoedig u dan om God te loven in alle omstandigheden en bedenk, dat uit uwe beklemde borst, waaruit nn de zucht der ballingschap ontsnapt, eens het eeuwig Alleluia zal weergalmen, dat de Engelen sedert hunne schepping herhalen! Zeg, om u van verre met hunne gevoelens te vereenigen, ten minste eenmaal daags: //Mijn God, ik loof U voor al het goede en het kwade dat ik gevoel en voor alles wat Gij in en voor mij doet.quot;

III. Deo Gratuis.

Ma

laarom zoudt gij God niet bedanken voor uwe veelvuldige kruisjes, daar het geloof ons verzekert dat zij kostbaar zijn in zijne oogen ? Als men ziet dat God ons met voorliefde de gelegenheid tot lijden aanbiedt, moet men zich dan niet verheugen zich te bevinden in een toestand, die in den hemel zoo hooggeschat wordt?

Een vurig Christen liet eene H. Mis tot dankzegging opdragen daags nadat hij door een proces zijn vermogen verloren had. Hij zegde, dat zoo men God bedankt na het herstel van eene ziekte, men Hem veel meer moet bedanken voor eene tijdelijke beproe-

ocr page 121

— 115 —

ving, die de dankbaarheid ia eene eeuwige weldaad verandert. Als wij ondankbaar zijn voor de gave van het kruis, kon God ons er van berooven, en een vreeselijk ongeluk ware het voor ons, als God ons aan de vermaken der aarde overliet, gelijk Hij er soms zijne vijanden aan overlaat.

Het eerste woord dat gij nu moet zeggen is: Heer ik dank TJ, het tweede moet eene bede zijn om een goed gebruik te maken van het lijden, het derde eene akte van hoop omtrent de goede gevolgen, die de beproeving voor u zal hebben. De hoop brengt vreugde mede. Wij staan altijd op den vooravond der vergelding. Verheug u dus geleden te hebben, van nog te lijden, want naarmate uwe smarten zult gij hiernamaals genieten. Indien God onze dankzegging voor de gewone weldaden van dit leven met welbehagen aanneemt, zoo zijn die van een bedroefd hart Hem nog veel aangenamer. Een enkel Deo Gratias tijdens onze lijdensuren, is beter dan dezelfde woorden duizendmaal uitgesproken te midden van geluk en voorspoed.

IV. Fiat.

^C'iedaar het woord van Jezus Christus bij het omhelzen van zijn lijden, het woord der H. Maagd, toen Haar het goddelijk Moederschap werd aangeboden ; het moet het onze zijn bij alle beschikkingen der Voorzienigheid ten onzen opzichte. Dit woordje

ocr page 122

zoo gemakkelijk om uit te spreken, wordt dikwijls met moeite uit het hart gerukt. Doch hoe billijk is het en hoe vele reden heeft het Christelijk gemoed om het te zeggen! Uw tegenwoordig lijden is of beschikt of toegelaten door denzelfden wil, die Jezus Christus voor onze zaligheid aan den dood overleverde, die het H. Sacrament des Altaars instelde! Die goddelijke wil, die ons op denzelfden dag op het altaar het goddelijk Bloed van onzen Heer Jezus Christus en de heilige Hostie geeft, voegt het lijden bij zijne gaven. Hij wil ons redden door deze beproeving, even als door de verlossing. Gelukkig in het uur des lijdens de Christen, die met gelijke liefde al de werken van den goddelijken wil bemint en zijne ziel daarmede voedt.

Dat het woordje ujiatquot; immer op uwe lippen zij, vooral in die zich zoo vaak vernieuwende zielsmart, veroorzaakt door het gevoel onzer onmacht om te beletten dat God in onze onmiddellijke nahijheid beleedigd worde. Jezus Christus onderwierp zich ook toen Hij zijn lijden zoo onnuttig zag voor een ontelbaar getal zielen, voor wie Hij zijn leven ten beste gaf.

Onderwerp gij u ook als gij uw pogen om diegenen die gij meer dan u zelve bemint tot God te brengen, vruchteloos ziet. Zeg „fiatquot;' bij al wat u verveelt, u bedroeft, u beangstigt, in één woord bij al wat u doet lijden. Bemin Jezus en zelfs te midden uwer tranen zal uw hart het kruis fdelmoedig omhelzen.

ocr page 123

— 117 —

V. Al naar God wil.

jaii^e H. Ignatius beveelt aan den lijdende zich door het herhaaldelijk inroepen van Gods hulp in eene volkomen onverschilligheid te houden voor al wat Hij over ons beschikt, hetzij ziekte of gezondheid, droefheid of troost, rust of tegenspraak, fortuin of rampspoed, voor- of tegenspoed, alles in één woord, mits het geschiede zooals God het wil. Zeg dus omtrent den nog onzekeren uitslag van eenige zaak met geloof en vertrouwen in de goedheid Gods; er zal geschieden wat God zal willen, ik vertrouw op zijne Voorzienigheid.

Ziehier een brief van den H. Franciscus van Salus, aan uw adres, hoewel gericht tot de H. Joanna van Chantal:

//Als gij God troost gevraagd hebt en het Hem niet behaagt u dien te geven, denk dan dat Hij uwe liefde wil zuiveren en u wil behandelen als moest gij op het kruis blijven en nimmer eene zuivere en gezonde lucht inademen. Onderwerp u tot Gods eer en glorie aan zijnen heiligen wil en bedenk, dat dit de beste wijze is om Hem uwe liefde te bewijzen. Men dient God nooit beter, dan wanneer men lïem dient zooals Hij het tril.''

Zie derhalve met welke vaardigheid gij u des morgens voor den geheelen dag moet plaatsen in eene heilige onverschilligheid bij het voorzien der blijde

ocr page 124

— 118 —

of droevige zaken, die u kunnen overkomen, verhef u door die onverscliilligheid zoo hoog boven de aardsche zaken, dat zij u zoo klein toeschijnen dat zij nauwelijks uwe aandacht verdienen. Gods wil moet den onzen geheel in zich omsluiten. Hij alleen verdient onze liefde.

VI. Ah het God belieft.

ij sluiten met het leven een verbond voor onbe-paalden tijd, doch dat zich steeds laat vernieuwen volgens het welbehagen van God. Over den lijd als eüjendom beschikken, op het leven rekenen, zou eene onvoorzichtigheid, eene vermetelheid, ja eene onbeleefdheid zijn gelijk die van iemand die in een anders woning doet als ware hij tehuis. God alleen is tehuis in tijd en eeuwigheid, en ik noch in deze wereld noch in de andere, evenmin als mijn buurman baas is in mijne kamer. Het staat ons niet toe over eene week, een dag te beschikken zonder er bij te voegen: Als het God belieft. Deze woorden drukken onze afhankelijkheid, onze onmacht uit omtrent al de voorvallen van ons leven. Gebruik die woorden volgens uw toestand, en zeg: //Ik lijd, en als het God belieft zal ik genezen.quot; Als het God belieft zal deze zaak, deze onderneming, deze beproeving ten beste uitvallen.... Na deze uren van lijden zal ik eenigen troost vinden, als het God belieft. Deze woorden in

ocr page 125

— 119 —

volle overgeving des harten uitgesproken, overtreffen alle andere in kracht èn op de gebeurtenis èn op ons zeiven. Zij maken ons moedig te raidden van rampspoed en onheil. Door deze akte van geloof versterken wij onzen wil, verbergen wij onze twijfelachtigheden en angst in eene vaste hoop, plaatsen wij ons hart in een onwankelbaar vertrouwen op God, zoodat wij in leven en dood in volle gerustheid durven zeggen; Ik zal zalig worden door de voorspraak van Maria, als het God belieft.

VII. Geloofd zij Jezus Christus.

séjc heilige Johannes Chrysostoraus begroette al de gebeurtenissen zijns levens met de woorden: Geloofd zij Jezus Christus. En in onze dagen hoorden wij een ander Chrysostomus, de godvreezende bisschop van Keulen, Clemens Auguste, toen de gewapende macht hem van zijnen zetel, in ballingschap verdreef, deze woorden herhalen: Geloofd zij Jezus Christus! Dit woord bevat de kracht en de hoop eener ziel van geloof! Bid uw engelbewaarder u die woorden in het geheugen te roepen als zielssmart of harteleed u overvallen of de duisternis uwen geest benevelt. Maak de meening, altijd onzen Heer te willen loven over de middelen om heilig te worden, welke Hij u geeft door droefheid of ziekte, want gij weet, dat wij de glorie der verrijzenis niet kunnen deelen voor dat

ocr page 126

— 120 —

wij liet lijden van Kalvarië hebben gedeeld. Alvorens de zoetheid der zegevierende liefde te smaken, moet men de bitterheid der kruisigende liei'de proeven, maar in welken toestand ook, altijd: Geloofd zij Jezus Christus!

Dit gedrag zal u vele verdiensten verwerven, omdat het ii niet alleen houdt in een God aangenamen toestand, maar omdat het u belet aan anderen uwe droefheid, uwe neerslachtigheid te toonen. Twijfel dan nooit aan Jezus liefde, wees sterk in het vertrouwen en volhard in het gebed.

VI11. Alles in den naam van Jezus.'

e H. Franciseus Xaverius raadde eens een hardnekkig zondaar, aan wiens bekeering hij werkte, dikwijls den aanbiddelijken naam van Jezus aan te roepen. Zou u deze oefening ook niet nuttig zijn ten tijde der beproeving? Jezus heeft nooit over zijn lijden geklaagd, noch in de kribbe, noch in Gethsemani, noch op Kalvarië zelfs! omdat zijn lijden ons moest redden. Hij lijdt in stilte, omdat dit de wil is zijns Vaders. Te midden der smarten denkt Hij aan ons, en lijdt om ons den hemel te winnen. En gij, die zoovele zonden hebt bedreven, die Jezus ziet te midden van zoovele kwellingen, wat doet gij om Hem uwe liefde te toonen? Gij kunt zelfs geene kleine, kortstondige pijn verdragen! Hoe dikwijls zijt gij lauw

ocr page 127

— 121 —

en traag en weigert Hem het kleinste offer. En gevoelt gij nu na deze overweging de begeerte niet om den heiligen naam van uwen Verlosser te eeren en alles te doen tot zijne grootere glorie?

Indien gij bij uw sterven al uwe handelingen als gedaan, — al uw lijden als verdragen in den naam van Jezus moogt beschouwen, — indien gij gekruisigd blijft tot het einde van uw leven, dan moogt gij met vertrouwen met uw kruis kloppen aan de deur des hemels, — men zal u openen, •— want wees wel overtuigd, dat niets verloren gaat van al wat door dezen heiligen naam ten hemel stijgt!

IX. Alles roor Jezus.

^ezus wil voor ons het begin, het middelpunt, het einde aller zaken zijn. Dit is billijk, want, zegt Pater Faber, ;/er was in zijne ziel niet ééne macht, die niet medewerkte voor onze zaligheid, in zijn heilig lichaam geen enkel lid, dat voor ons niet leed, in zijn Hart geene enkele klopping, die niet voor ons was. Voor ons stortte Hij tot den laatsten druppel van zijn dierbaar Bloed, voor ons dronk Hij den bitteren kelk zijns lijdens tot den droesem.quot;

Gij zijt zwak, arm, tot alles onbekwaam, God zij geloofd, dit is een beletsel voor de ijdelheid, die ons zoovele verdiensten ontrooft. Zeg dan met eene godvruchtige ziel, die door icne ongeneesbare kwaal

ocr page 128

— 122 —

was aangetast: uil' wil alles lijden, alles verdragen voor de eer van Jezus.quot;

Dergelijke woorden troosten en sterken de ziel, die God in de smeltkroes der beproeving zuivert. O, hadden wij een levet.dig geloof, eene vaste hoop, hoezeer zouden die deugden ons opwekken tot de liefde, tot het lijden. Het geloof is immers het hemelsch licht dat ons elke kwelling doet zien als komende uit het Hart, uit de liefde van Jezus. Roep dan uw geloof ter hulp en zeg: Alles voor Jezus, ten allen tijde, op alle plaatsen, in gezondheid, ziekte, vreugde, droefheid, troost, verlatenheid; alles offer ik aan zijn Hart, aan zijne liefde! De ziel, die slechts wil wat Jezus wil, is de welbeminde dochter van God !

X. Het is goed hier te zijn !

elk woord kan aangenamer klinken in het goddelijk oor, dan dit woord, uitgesproken te midden der rampspoeden des levens. Welke schoonere akte van liefde en vertrouwen kan men doen dan door tot God te zeggen: Het is hier goed te midden van allerlei kwelling.

Het is goed hier te zijn ter prooi aan duizend moeielijk-heden, daar dit uw verlangen is, mijn God !

Het is goed overgeleverd te zijn aan de smart, daar dit het middel is om mij de eeuwige pijnen te doen vermijden.

ocr page 129

— 123 -

liet is mij yoed den wil uwer barmhartigheid te vervullen, omdat deze mij nu slechts slaat om mij te sparen voor de slagen uwer rechtvaardigheid.

liet is goed hier op het bed van smarten uitgestrekt te liggen, omdat uwe H. Schrift mij verklaart, dat uw blik met medelijden rust op de lijdenden; — omdat Gij uwe hand plaatst onder hun hoofdkussen om hun een weinig rust te verschaffen. Welke vriend is immer hiertoe bereid ? Zoudt gij te midden der vermaken dezer wereld ook kunnen uitroepen: Het is mij goed hier te zijn! zonder menig verwijt van uw geweten te moeten aanhooren ? Rijkdom en aardsch genot geven geen waren troost, want geheel ons geluk op aarde en in den hemel is slechts bij Jezus Ie vinden. En bij het zien onzer smart dringt zijn Hart Hem tot ons. In geen anderen toestand kunnen wij met meer waarheid uitroepen: i,Heer,het is mij goed hier te zijn. wijl Gij hij mij zijt.quot;

XI. Frees niet.

erban uit uwe ziel alle onrust en verwijder van u die slsafsche vrees, die in u de werking van den geest Gods belemmert. Stel uwe hoop op Jezus, al meent gij ook, dat het zwakke vaartuig van uw hart door den storm geslingerd en door de golven gebeukt wordt, vrees niet, de Heer, dien Gij ver van u verwijderd meent te zijn, is dicht bij u. Doch laat Hem

ocr page 130

— 124 —

alles geleiden, alles besturen gelijk Hij wil en stel u tevreden met voor zijne glorie te gehoorzamen en te lijden.

Gij siddert bij het naderen van het lijden; het komt u voor als een dreigend schrikbeeld en gij hoort den Zaligmaker niet, die n deze troostende woorden toelluistert; Frees niet. Hij laat aan den storm en de golven toe uw scheepje te teisteren, maar Hij komt u ter hulp en zal u blijven helpen.

Al wat God u vraagt is de vaste wil liever duizendmaal te sterven, dan eene vrijwillige dagelijksche zonde te bedrijven. Als de gedachte uwer zonden u beangstigt, werp ze dan alle in den afgrond der goddelijke barmhartigheid.

XII. Zalkj de armen. Zuliy zij die weenen.

ID e voorzienigheid meet hare gaven naar onze behoefte. De rijke, die al den troost dezer aarde geniet, ontvangt minder geestelijken troost. De arme, die vaak geen anderen vriend vindt dan God, heeft recht op de voorlie{fie van Hem, die ter onzer liefde arm werd. De smart vernietigt vele aardsche hoop; zij graaft in ons hart een afgrond, die de genade alleen kan vullen. Nooit waart gij arm van geest geworden in het oog van God en zijne engelen, als de fortuin n steeds hadde toegelachen. Het is aan u, die aard-schen rampspoed te verduren hebt, dat Jezus deze

ocr page 131

— 125 —

onsterfelijke woorden toeroept: „Zalig de armen, hun behoort het rijk der hemelen.quot;

Zalig zij die weenen! Welk een troost te weten dat ons geluk het gevolg zal zijn van onze droefheid zelve! In het jaar 1830 zelde Mgr. de Bonald tot eene dame, die zwaar beproefd was bij de revolutie van '93. het keizerrijk en de Juli-revolutie; //Ik bid God uwe tranen te drogen.quot; — //Neen, zegde zij, vraag Hem alleen dat Hij mij den troost schenke, dien Hij belooft aan hen die weenen.quot;

Wanneer wij aan den voet van het kruis tranen storten die niet voortkomen uit verbittering, uit eigenliefde, noch uit eenige andere ongeregelde beweging der ziel, doch uit het overvolle van een bedroefd hart, tranen uit een onderworpen en gelaten hart, dan stroomen zij niet te vergeefs. God telt ze, verzamelt ze, en vergeldt ze ons eenmaal. Geene tranen zijn kostbaarder dan die, welke de voeten van Jezus besproeien, en zich vermengen met de zijne.

De Heer vraagt u kalm en gelaten te lijden en te weenen, en uw tegenwoordigen toestand, hoe pijnlijk die ook zij, geduldig te verdragen en (Jaarin tevreden te zijn uit liefde tot zijnen wil.

XIII. Houd moed'.

edert lang wordt gij zwaar beproefd, lioud moed, getrouwe Christen! Betreur noch uw werk, noch uwe vrije beweging! Houd moed in de werkeloosheid.

ocr page 132

— 126 —

want God uw vader, uw vriend ziet uwen strijd, telt uwe pogingen, richt ze alle tot de eer van zijnen naam en uwe eigene heiliging. Wanneer gij, na eenen langen dag doorgebracht in heilige verlangens en gedurige opoffering, des avonds uwe ziel beveelt in de handen van God, moogt gij vertrouwen, door uw geduld het recht verkregen te hebben om het nederig woord der ware werklieden te herhalen: //Heer, wij hebben gedaan wat wij konden, doch wij zijn slechts onnuttige dienaars quot;

Wie gij ook zijn moogt die uwe kracht daarheen ziet kwijnen. Houd moed! Denk niet, dat God u verwerpt omdat Hij u geen uitwendige taak oplegt. Zeg dikwijls tot u zeiven, dat God ons niet noodig heeft, en dat de onrustige bezorgdheid van Martha Hem minder glorie geeft dan het bedaard gebed van Maria. Vervul dan gedurende uw lijden de taak van te bidden en naar den Heer te luisteren als Hij tot u spreekt. En, slechts onnutte dienaar in eigen oog, zult gij in geduld en nederigheid het werk van

Christus voltooien.

•

XI'V. Hoop tegen alle hoop in.

we hoop, schrijft de gelukzalige Margaretha Maria, moet aangroeien naar gelang uwer kwellingen.

Pater Grasset trachtte in de hem toevertrouwde zielen steeds dit woord zoo vol waarheid te prenten:

ocr page 133

— 127 —

//ÏJooit moeten wij vaster hopen, dan wanneer alles verloren schijnt. Nooit moeten wij minder vreezen dan wanneer het ons toeschijnt alles te vreezen te hebben. Weerstreef' niet in het lijden noch In woorden, noch in daden en laat vooral het gebed niet na. Jezus, van iedereen, ja zelfs van zijnen hemelschen Vader verlaten, Jezus met doornagelde handen en voeten bad voor u. En is ons Hoofd door het kruis den hemel binnengegaan, zoo is dit de koninklijke weg voor zijne onderdanen. Als de rampspoed u treft, zoo bedenk dat uw lijden een liefdeblijk is van God, waarop gij trotsch moogt zijn. De heiligen steunen op de goedheid van Hem, zonder wiens toelaten geen haar van ons hoofd valt. De vaste overtuiging, dat gij door uw gebed. Hem als verplichten kunt zijne genaden over u uit te storten moet uw vertrouwen onoverwinbaar maken.quot;

XV. Ik lijd veel, des te heter.

eze woorden drukken eene gesteltenis der ziel uit die hoogst noodzakelijk is. Als gij bij het naderen eener beproeving niet zegt: ,/Daar komt een kruisje, des te beter,quot; dan zijt gij nog niet genoegzaam voorbereid om het te omhelzen en wellicht zult gij later morren ! Het middel u door God tot uwe heiliging aangeboden, wordt een beletsel door uwen eigen wil.

Hoe smartelijk uw toestand ook zij, zeg; »Des te

ocr page 134

— 128 —

heter, Gods wil yeschiede in mij!quot; Bedenk dat de Heer nooit dichter bij ons is dan In onze lijdensuren. Dan komt Hij tot ons op het juiste oogenblik en doet ons zijne tegenwoordigheid gevoelen.

De gravin G. herhaalde in de smartelijkste aanvallen harer tweejarige ziekte Immer; «Ik lijd veel, des te heter', als ik hierdoor de zaligheid mijner kinderen kan verkrijgen.quot; Nooit wilde zij, dat men voor hare genezing bad, zoo overtuigd was zij dat het lijden des lichaams buitengewoon voedsel aanbrengt aan de ziel. De smart trekt den liel'devollen blik van onzen Zaligmaker op ons. Onze tranen zijn stille gebeden, die in den Hemel verhooring vinden.

XVI. Nog meer Heer, noy meer!

oor deze woorden vraagde de H. Franclscus Xaverius niet om meer geestelijken troost, meer zegen over zijn zwaren arbeid voor de zaligheid der zielen, neen, hij vraagde slechts vermeerdering van lijden, van vermoeienis, van ontbering. En ziedaar waardoor deze heilige zulk een overvloedigen zegen over zijne apostolische werken aftrok.

De gelukzalige Alphonsus Rodriguez noemde zijne smarten goddelijke weldaden en deze overtuiging eener ziel vol geloof zoo overwaardlg, zette hem aan uit te roepen; „Heer, nog meer lijden, maar ook meer gelatenheid, meer liefde om liet te verdragen.quot;

ocr page 135

Zulk een gebed is zeker ten tijde van het lijden nooit van onze lippen gevloeid, doch zouden wij echter, tegenover ons kruisbeeld aldus niet moeten bidden om ons meer gelijk te maken aan ons goddelijk voorbeeld r Een ander religieus van de Societeit van Jezus bad gedurende zijne H. Jlis; ,/Wijn God, geef mij nog meer lijden, maar ook meer zielen om voor uwe glorie te bekeeren.quot; De Heer vraagt van onze zwakheid dit gebed niet, Hij wil slechts dat wij met onderwerping aannemen wat Hij ons overzendt. Zeggen wij derhalve ten minste: //Heer, geef ons noy meer onderwerping aan uwen wil, nog meer liel'de tot U.quot;

XVII. Nu en dan !

u hebt gij een grooten geest van geloof, een onoverwinbaar geduld, een onwankelbaar vertrouwen, eene volkomen overgeving aan Gods wil, een grooten geest van gebed en altijd meer en meer liel'de voor het kruis noodig. Dit laatste vooral ontbreekt u sedert gij veel moet lijden. Nochtans hebt gij, zonder nog te spreken van de martelaars, gelijk de H. Paulus, niet vijfmaal veertig geeselslagen gehad, noch een dag en een nacht door de zee verzwolgen geweest,

gij hebt niet tot den bloede gearbeid en geleden____

Nooit zult gij uw lijden naast dat der heiligen durven leggen. Nu slaat voor u gelijk voor hen het lijdensuur, maar de uren verloopen en de smart

!)

ocr page 136

vergaat met hen. Niemand kan pijnen tot morgen uitstellen, noch die van gisteren herroepen.

Weldra schijnt de groote dag, waarop voor u geen andere volgt, en dan zullen uwe kwellingen van een oogenblik tegen een gewicht van oneindige glorie worden opgewogen. Voor die smart, die u thans drop voor drop wordt toegemeten, zal u dan een rloed van oneindige vreugde overttroomen, en gij zult overvloeien van vrede en geluk; — zult gij dan zoo als nu lust hebben tot klagen en morren? Zult gij dan uw lijden ondragelijk en hoven uwe kracht oordeelen ? Hel' dan het hoofd op, de verlossing is nabij. Het nu is de voorzang van het dan.

XVIII. Altijd, nooit.

ater Avila bekeerde eene dame door haar voor te schrijven deze twee woorden: Altijd, nooit te overwegen. Deze twee woorden, zoo kort en zoo krachtig, zullen u ook helpen om uwe lichaamskwalen, uwe zielssmart en harteleed geduldig te verdragen. Zeg dan dikwijls:

Mijne smarten zijn diep, levendig, maar voorbijgaand .... bij mijn dood eindigen zij voor altijd. Nooit zullen zij wederkeeren....

A s ik geduldig lijd zal ik eene beloosing erlangen, die mij nooit zal ontnomen worden.

Alles staat mij tegen en verveelt mij, maar ieder

ocr page 137

— 131 —

oogcnblik kan de deur der eeuwigheid voor mij open gaan . .. dan zal ik mij altijd verheugen hier beneden veel geleden te hebben.

Nu is mijn leven eene aanéénsehakeling van pijn en lijden, maar bij mijnen dood zal ik een oneindig geluk vinden dat altijd duren zal. Nooit zal het bezit van God mij ontnomen worden.

Helaas, hoe ongelukkig zouden wij zijn, zoo wij bij zulke gelegenheid om groote verdiensten te verzamelen, die verloren lieten gaan, tn het uur van onzen dood afwachtten alvorens die woorden; Altijd, nooit wel te verstaan !

ocr page 138

Beweegreden tot hoop en Vertrouwen.

-üti---

I. Het lijden van Jezus.

et overdenken van Jezus lijden is eene liron van eindeloozen troost. De gedachte, dat Onze Heer aan het kruis is gestorven tot boeting onzer zonden, is wel in staat om al de kwellingen van ons leven en van onzen laatsten strijd te verzachten. De beste Jbemoediging bij vervolging, bij laster, bij tegenspoed, is een blik op Jezus, die daar van alles ontbloot, van allen verlaten, aan het kruis hangt. De zieke vindt troost aan den voet van het kruis, doch vergeten wij niet, dat, terwijl onze zieke ledematen op een zacht bed rusten, Jezus zijn verscheurd lichaam slechts kon doen rusten op het harde kruishout en dat Hij geen ander hoofdkussen had dan eene doornenkroon !

Kus dikwijls uw kruis. Viaag van alle aardsche zaken niets anders meer dan Jezus als hostie en Jezus aan het kruis, en roep, in het uur dat smart of lijden u het hevigst aanvallen: /,Jezus, mijn Zaligmaker, Gij zijt mijne eenige liefde, mijne eenigste hoop. Ik stel al mijn vertrouwen in de kracht van uw goddelijk Bloed.quot;

ocr page 139

- 133 —

II. Het yoddelijl.' Hart van Jezus.

godsvrucht tot het Heilig Hart van Jezus moet den lijdenden Christen zeer ter harte liggen, omdat wij alles aan dat Goddelijk Hart verschuldigd zijn en daarin vinden al wat wij behoeven.

Op zekeren dag, dat de H. Margaretha Maria, aan het hevigst lijden ter prooi, om zich tot onderwerping en gelatenheid op te wekken do smarten van Jezus Hart overwoog, verscheen haar die goddelijke Meester en haar zijn Hart toonende, zegde Hij haar: //Daarin heb ik gedurende mijn lijden het meest geleden!quot; Is het nu te verwonderen, dat, zoo Jezus Hart aldus door het hevigst lijden verscheurd is geworden, ook uwe grootste beproevingen zich iu uw hart samentrekken. Omhels dan ook dien levenslangen doodstrijd, en wees ook gij martelaar uit liefde voor dat Hart, dat ter uwer liefde zulk een langen, vreeselijken doodstrijd heeft ondergaan. Zal het u niet zoet zijn bij uwen dood ook tot God te mogen zeggen in alle gelijkvormigheid met uwen lieven Zaligmaker : Zie, Heer, in mijn hart heb ik het meeste voor U geleden ! Eene godvruchtige ziel zegde bij haar naderend einde: //Ik heb een driedubbel lijden onderstaan: door de scheiding en het verlies der mijnen, door het bijzijn van degenen die mij kwelden en door de overtuiging dat mijn lijden en mijne beproevingen steeds zullen vermeerderen tot aan mijn laatste uur. O als ik niet

ocr page 140

— 134 —

dikwijls den doodstrijd van Jezus overwogen hadde, ware het leven mij ondragelijk geweest.quot;

Verdraag dan uw lijden met Jezus; bied naar zijn voorbeeld aan God, voor hen die u doen lijden, het gebed van uw zwaarbeproefd hart. Deze verheven akte van liefde is de eenige troost, die onze Zaligmaker wilde smaken, de eenige, welken diegenen moeten begeeren, die voor Hem willen leven, lijden en sterven.

III. De (jodsvrucTit tot de II. Maagd.

ij zouden ons niet schikken naar den geest der H. Kerk als onze godsvrucht jegens de H. Moeder Gods niet toenam in teederheid, in vertrouwen, naarmate de jaren en het lijden ons nader brengen tot het einde van ons leven. Geene godsvrucht biedt meer troost in de dagelijksche moeielijkheden, in de vrees voor den dood en deszelfs onvermijdelijke gevolgen. //Geene godsvrucht,quot; zegt de eerbiedwaardige pastoor van Ars, //is krachtiger voor de ziel dan de godsvrucht tot de H. Moeder Gods.quot;

Een godvruchtig schrijver legt de H. Maagd deze woorden in den mond: //Komt tot mij, wie gij ook zijt, armen en rijken, kleinen en grooten, zieken of gezonden, gij zult hulp en troost vinden.quot; En mogelijk denkt gij : //De H. Maagd is de hulp der kranken, en ik blijf ziek. Zij is de troost der bedroefden, en

ocr page 141

— 135 —

ik ontvang nocli hulp noch troost! Zij toont zich nog mijne moeder niet!quot; O, verwerp voor immer dergelijke gedachten, het Hart van Maria is het liel'derijkst aller moederharten. Maar onze verplichting tot lijden houdt hare tusschenkomst en hare medelijdende hand terug, omdat zij ons niet wil berooven van de genaden van het lijden. Zij is niet kortzichtig gelijk wij, en zij wil ons vooial de hemelsche goederen bezorgen. En zoo gij een waar kind van Maria zijt, zult gij zeker behooren tot het getal der uitver-koornen. Zij zal u beschermen in dit leven, zij zal u bijstaan in uw laatste uur, zij zal uwe ziel aan uwen rechter aanbieden en voor u ten beste spreken. Gedenk echter in uwe lijdensuren waartoe uw titel van kind van Maria u verplicht.

Het kind der Moeder van Smarten moet niet alleen met geduld allen rampspoed ondergaan, dit geduld moet nog groot, edel, heldhaftig zijn gelijk het hare.

Ga dan in al uw uitwendig en inwendig lijden tot uwe goede Moeder. Als zij u ziet lijden biedt zij uwe tranen aan God en verkrijgt voor u de genade van op eene voor den hemel verdienstvolle wijze te lijden. Zij verlaat u nooit. Volg dus den raad van den H. Bernardus, en roep Haar dikwijls aan in het uur van kwelling, angst en leed. Gij weet, O. L. Vr. van het H. Hart is de Hoop der hopeloozen, waar niemand helpen kan helpt Zij; als het water aan de lippen komt is hare hulp nabij. Vereenig vooral uw

ocr page 142

- 136 —

lijden met de smarten uwer Moeder. Houd haar gezelschap aan den voet van Jezus kruis. Bied uwe schouders aan om den last van Jezus te dragen, uw hart om door de zeven zwaarden doorboord te worden, die Maria's Hart doorploegden. De Heer zal nwen last verlichten, Maria zal uwe wonden helen. Vergeet rooit, dat de grootste troost van den Christen bestaat in te lijden in vcreeniging met Jezus en Maria. De aldus gedragen beproeving zuivert ons an onze fouten, behoedt ons voor bekoringen, volmaakt ons in de liefde en drukt in ons eene groote gelijkvormigheid met de Koningin van Jezus Hart.

Kniel dan neder voor het beeld van O. L. Vrouw van het H. Hart, beschouw haar Hart door zulk een scherp zwaard doorboord, en vraag; O Maria, geef mij den moed, die u staande hield onder het kruis, verheven boven de smart en maak mij gelijk gij kalm en onwrikbaar bij al het lijden dat mij zal overkomen.

IV. De eeuwige liefde van Gcd.

IDo

'oordring u van de volgende bemerkingen, die u de eeuwige liefde van God in het geheugen brengende, uw vertrouwen in Hem zullen vermeerderen. Mijn hart, gij gevoelt de behoefte om bemind te worden, gij lijdt ah men u de verschuldigde liefde weigert.

ocr page 143

— 137 —

Leer hierdoor de behoefte voldoen van het Hart van God, dat u altijd wil beminnen en het voorwerp uwer genegenheid wil zijn. Mijn hart, al zou uw lijden zeer lang moeten duren, zoo houd u verzekerd, dat de zorg van uwen hemelschen Vader zich veel verder uitstrekt.

Door een oneindig goeden, oneindig barmliartigen God beschermd, wat hebt gij te vreezen? Mijne ziel, al zou uw lijden vermeerderen, za! de liefde van God noo:.t verminderen, want zij is onuitputtelijk, oneindig en volmaakt. Gij staat onder zijne bescherming, vrees dus niets.

Al zouden mijne smarten mij geleiden tot de poorten der eeuwigheid, zal de dood tot mij komen als afgezant van den besten aller Vaders, die dag en uur bepaald heeft, welke voor mijne vereeniging met Hem het gunstigst waren. Aan zijne vaderzorg overgegeven, vrees ik niets.

Al zou bij mijne uitwendige pijnen zich nog de grootste verlatenheid des geestes voegen, al zouden zij altijd vermeerderen, zoo zal God niet ophouden mij te beminnen en in het bezit van Gods liefde vrees ik niets.

Al zou ik bezwijken onder het lichamelijk en inwendig lijden, al zou God mij voor een tijd zijn aangezicht verbergen, zal ik het oog sluiten en overtuigd, dat ik geleid word door eene oneindige liefde, zal ik niets vreezen.

ocr page 144

— 138 —

Eindelijk, al zou de eeuwige afgrond zich voor mijne voeten openen, al zou ik door de herinnering aan mijne zonden overtuigd zijn, dat ik ten volle verdien daarin geworpen te worden, zal ik vluchten in de wonden mijns Zaligmakers.'Ik zal Hem herinneren, dat zijne liefde Hem aan het kruis heefc genageld om mij van de hel te verlossen; ik zal Hem een toevlucht vragen in zijn Hart; ik zal mij verbergen onder den mantel van de H. Maagd en sterk op haren bijstand, zal ik niets meer vreezen noch van mijne bedrevene zonden, noch van de hel.

V. De Heer nadert!

et leven van den Christen is eene toenadering tot het tabernakel en den heme), dikwijls, helaas, onderbroken door menigen val. Het geluk van dit leven, zoowel als het geluk der eeuwigheid, bestaat in het naderen tot God. Dagelijks bidden wij : //Uw rijk toekomequot; en zou dan de dag waarop dit rijk in ons gevestigd wordt ons geene vreugde aanbrengen. Alles wat den Christelijken zieke omgeeft trilt door de nadering Gods; de aarde vlucht weg onder zijnen voet, de wereld verdwijnt uit zijne oogen, de adem der eeuwigheid schijnt hem alleen te bezielen. Eene bovennatuurlijke vreugde zweeft boven het sterfbed van den rechtvaardige; zij omvat tijd en eeuwigheid, zij wordt verwekt door de onmiddellijke nadering

ocr page 145

Gods. Nog korten tijd en God zal zijne liefde, zijn eenig leven uitmaken. Immers het is onmogelijk zoo dikwijls te hebben gecommuniceerd, zoo dikwijls Jezus in zijn heilig tabernakel te hebben bezocht en niet van vreugde Ie trillen bij de gedachte van Hem nu voor eeuwig te gaan bezitten. Dan betreurt men zijne goedheid, zijne teederheid niet genoeg gekend te hebben. Het overdenken zijner schoonheid, zijner volmaaktheid en een blik op ons kruisbeeld, dat ons beter dan alle boeken zijne liefde leert kennen, vestigen in ons eenc vaste hoop, een kinderlijk vertrouwen, dat bijna eene verzekering der zaligheid wordt als de verdiensten des Verlossers ons door de H. Absolutie worden toegevoegd.

Zie dan in den dood slechts de hand die Jezus, uw Bruidegom en beste vriend, zich beijvert om u toe te reiken ten einde uw lijden te verkorten, uwe tranen te drogen, uwe ellende te verrijken, uwe deugden te bekronen, u, armen banneling, het vaderlijk huis te openen. De duivel alleen vindt belang in u van deze troostende gedachten af te keeren en hij zal hierin niet in gebreke blijven. Doch overtref hem in list. Houd u vast aan het kruis, werp u in het H. Hart van Jezus, roep Maria, de Koningin van Jezus Hart, ter uwer hulp en hij zal beschaamd de vlucht nemen. Omdat //de Heer nadert.'quot;

ocr page 146

— 140 —

VI. De lieer is getromd

od is getrouw in zijne liefde tot ons. Was er in nw leven een oogenblik waarop Hij ophield u te beminnen en u zijne liefde te toonen? God is getrouw in het geven van alle tijdelijke en geestelijke hulp, die gij behoeft. Wat heeft n ontbroken sedert uwe geboorte? God is getrouw in de zorg om liet kruis niet te zwaar O'J uwe schouders te doen drukken, opdat het u niet verplette. Hij vraagt niets onmogelijks, zijne genade is altijd bereid om uwe kracht te ondersteunen, opdat hetgene u ondragelijk schijnt, dragelijk worde. God is getiouw in zijne beloften. Is er eene enkele, die Hij niet heeft vervuld? Is er dan eene die Hij niet zal nakomen, Hij die u schiep om eeuwig gelukkig te zijn. Het is niet te vergeefs dat de Heer ons beloofd heeft ons bij te staan in de dagen van verdrukking en beproeving. Waarom zou Hij juist voor u aan die plechtige belofte te kort schieten. Hij zegt tot de smarten, die Hij ons overzendt, even als tot de wateren der zee: //Tot hier en niet verder!quot; Zijne genade is altijd dicht bij ons om ons te troosten in onze lijdensuren. Verwacht dan zijne hulp en bijstand met het grootste vertrouwen. Hoevele duizenden hebben vóór u zijne getrouwheid ondervonden. Bid dan vurig en vertrouw op den goeden Vader, en Hij zal u getrouw blijven tot uw laatsten snik.

ocr page 147

— 141 —

VII. De leste gesteltenis om icel te sterren.

en vraagde eens aan den H. Franciscus welke de beste gesteltenis was om heilig te sterven. Hij gal' ten antwoord; Een goed sterfbed raoet de liefde hebben tot matras; de nederigheid en het vertrouwen tot hoofdkussens, ten einde aldus in het nederig vertrouwen op de goddelijke barmhartigheid te sterven. De nederigheid, het eerste hoofdkussen, leert ons onze ellende kennen en bezielt ons met eene liefdevolle vrees; eene moedige en heldhaftige nederigheid, die, terwijl zij ons wijst op eigen ellende, ons doet steunen op God alleen. Van dit eerste hoofdkussen komt men licht tot het tweede, het vertrouwen op God. En wat is dit vertrouwen anders dan eene vaste hoop, gegrond op de oneiodige liefde van onzen hemelschen Vader, die ons welzijn vuriger verlangt dan wij zeiven?

De genade van een zaligen dood moet het doe! wezen van onze bijzondere gebeden. Vraag dagelijks de genade van te mogen sterven in het geloof en de vreeze Gods. Daar de volharding eene genade is, die wij niet kunnen verdienen, moeten wij die dagelijks vragen. En wijl het noodzakelijk is bij ons afsterven de deugden van geloof, hoop en liefde te bezitten, moeten wij dikwijls de oefeningen herhalen en trachten ons daar wel mede te doordringen. Keer xi dikwijls tot de H. Maagd; de genade van een goeden dood behoort tot haar gebied. Vergeten wij ook haren

ocr page 148

— 142

maagdelijkeu Bruidegom den H. Jozef niet, noch gedurende ons leven, noch bij het naderen van ons einde, en herdenken wij het woord der H. Theresia, die zegt: //dat zij zich niet herinneit den H. Jozef ooit iets gevraagd te hebben dat zij niet verkregen heeft.quot;

Ook mv H. Engelbewaarder waakt aan uwe lijdenssponde. Laat hij uw trouwe afgezant zijn bij het hemelsch hof. Belaad dagelijks zijne hand met een rijken schat van bloemen aan den voet van het kruis geplukt en bid hem, die te gaan vlechten tot een krans rond Jezus Heilig Hart en rond den troon van O. L. Vrouw van het H. Hart.

Smeek hem u bij te staan in uw laatste uur, u bij de hand te geleiden tot den rechterstoel van uwen Zaligmaker en voor u ten beste te spreken. Aldus uitgerust en begeleid, hebt gij niets te vreezen !

ocr page 149

*r,ért/ i Rg/irfiBi-W.-lJTVj fe?l VSl?

xéxtamp;amp;SÉ*amp;gt;kM!é : xföt

OEFENINGEN

om zich te bereiden tot den dood.

en engel openbaarde aan de H. Ludwina, dat hare verdiensten slechts door de laatste smarten haars levens zouden vervuld worden. Hij vermaande haar te lijden met vreugde en liefde. Tracht u te houden in eene voortdurende gesteltenis van vertrouwen en liefje en bid daartoe somtijds de volgende verzuchtingen :

Mijn God, ik stel mijn leven in uwe handen en offer U gaarne al wat mij dierbaar is in deze wereld.

Mijn God, indien het U behaagt mijn leven te verlengen, geef dan dat ik al deszelfs oogenblikken gebruike om U te dienen en te beminnen. Wilt Gij het mij ontnemen, zoo geschiede uw wil! Ik omhels den dood met al de pijnen, die hem zullen voorafgaan. Gelief mij slechts de hulp der heilige Maagd Maria te verleenen.

Mijn God, indien hot oogenblik van mijnen dood nabij is, onderwerp ik mij aan uwen wil, dien ik

ocr page 150

— 144 —

aanbid cn looi' in liet diepste mijns harten. Ik neem den dood aan met al den angst, het lijden, den doodstrijd en kwellingen die hem zullen vergezellen, ten einde daardoor te voldoen aan de goddelijke rechtvaardigheid.

Mijn God, ik verlang taar den dood om de macht te verliezen van te kunnen zondigen en U te kunnen mishagen.

Mijn God, ik verlang naar den dood om U onophoudelijk mijn danklied te kunnen zingen, voor al de weldaden, die Gij niet opgehouden hebt mij te bewijzen.

Mijn God, ik begeer den dood om U eindelijk het bewijs te geven dat ik uwen wil meer bemin dan het leven, en om de zekerheid te bezitten, dat ik U eeuwig zal beminnen.

O mijn gekruiste Jezus, mijn borg bij de goddelijke rechtvaardigheid, ik smeek U door uw bitteren dood en heilige Wonden mij de volharding tot het einde en eene groote liefde voor uwen heiligen wil te schenken.

O mijn gekruiste Zaligmaker, met den H. Franciscus vereenig ik mijnen dood met den uwe. Red mij, o Heer, die ter mijner liefde hebt willen sterven. Heer. mijn God, die mij geschapen hebt in uwe liefde, verwerp mij niet van voor uw aanschijn, als ik in uwe tegenwoordigheid zal verschijnen en doe mij eeuwig uwe oneindige barmhartigheid gevoelen.

ocr page 151

O Heere Jezus, wees mij genadig, verwerp mijne ziel niet voor eeuwig.

Heilige Maagd Maria, lieve Moeder van Jezus H. Hart, bid voor mij, nu en in liet uur van mijnen dood. Sta mij zichtbaar bij in mijn laatste oogenblik en bescherm mijne ziel als zij voor Gods rechterstoel zal verschijnen. Deze gunst vraag ik U door het goddelijk Hart van Jezus, waaraan Gij niets kunt weigeren, ik vraag het door de bemiddeling van den H. Jozef, wien ik al mijne tijdelijke en eeuwige belangen aanbeveel.

10

ocr page 152

HL I T A N I E

TOT

te Line trow van kt I Barl va» Jczüs.

---iea-1--

eer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, bid voor ons. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, Koningin des

vredes en der goedertierenheid, bid voor ons.

Onze Lieve Vrouw van het H. Hart. Uitdeelster van

Gods gaven, bid voor ons.

Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, Veroveraarster

der harten, bid voor ons.

Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, Moeder der barmhartigheid, bid voor ons.

ocr page 153

— 147 —

Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, Moeder der goddelijke genade, bid voor oub.

Zoet geschenk des Hemelci,

Opperste Weldoenster,

Onvergelijkelijke Schatmeesteres,

^ Doorluehtige Middelares,

b0 Zekere Hulp in alle gevaren,

^ Hoop en Bijstand der hopeloozen,

W Moeder der weezen en veriatenen,

Gij, die de geslachten zegenen, S

'1 '

c Gij, wier liellijkheid de zoetheid van honig .

gt; overtreft, 8 ? Gij, wier gebeden bij den Almachtige alles 0

Ö * 3

o vermogen, co

^ Gezegende aarde, die de vrucht des levens hebt

gt; voortgebracht.

Onbevlekte lelie, welker geuren het heelal g vervullen,

O Geheimzinnige bron.

Veilige schuilplaats tegen de gevaren der wereld, Zuiverste en beminnelijkste der schepselen. Dat het U behage onze lofzangen aan te nemen en onze smeekingen te verhoeren. Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.

Dat de hemel U eere, O. L. Vr. van het H. Hart. Dat de aarde uwe weldaden verkondige, O. L. Vr.

van het H. Hart.

Dat de jeugd onder uw maagdelijken mantel sehuile, O. L. Vr. Tan het H. Hart.

ocr page 154

— 148 —

Dat de moeders U hare familie toevertrouwen, Onze

Lieve Vrouw van het H. Hart.

Dat de grijsaards U aanroepen en zegenen,

Verkrijg de bekeering der verhardste zondaars.

Vraag de vermorzeling onzer harten.

Verwerf ons tranen van berouw.

Wees onze wapenrusting als satan ons belaagt.

Dat het U behage ons in 't heiligen van ons leed

behulpzaam te wezen, Sp

Dat het U behage Gods zegen over onze werk- quot;

zaamheden af te smeeken, t-.

Dat het U behage ons onder uwe bescherming te ^

bewaren, lt;

Laat U bewegen door onze wonden, gevaren en g

kwalen, ^

Dat uwe liefde ons uwe armen ten toevluchtsoord p

o

moge openen, _

Dat uwe meewarigheid ons helpe onze fouten te %

verbeteren, ffi

2.

Dat uwe teederheid ons nimmer moge verlaten, Dat uwe nederigheid over onzen hoogmoed moge ^ zegepralen, g

Dat uwe liefde ons tot het Hart van Jezus moge ^ geleiden.

Dat uw gebed ons in ons laatste uur moge bijstaan.

Dat uw verdediging ons voor Gods rechterstoel

moge beschermen.

Bewaar door uwe tusschenkomst den Paus-Koning,

ocr page 155

Verkrijg, dat het ware geloof in ons vaderland steeds

bloeie. Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. Verkrijg, dat de bisschoppen en de geestelijkheid op den weg der heiligheid bestierd worden, O. L. Vr. van het H. Hart.

Bescherm de wereld tegen de pogingen dtr goddeloosheid, O. L. Vr. van het H. Hart.

Breng door uwe voorspraak de ketters en scheurmakers terug tot de Kerk van Christus, O. L. Vr. van het H. Hart.

Verwerf, dat het licht des Evangelies schittere voor de oogen der geloovigen, O. L. Vr. van het H. Hart. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

spaar ons, Heer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons, Heer!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer!

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

v. Bid voor ons, vermogende en onverwinlijke Vrouw van het Heilig Hart,

R. Opdat wij door U, verhevene Hoop der hope-loozcn, mogen waardig worden de beloften van Jezus Christus, uwen Zoon,

ocr page 156

— 15e —

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die, om de zcgepiaal uwer barmhartigheid en het heil onzer zielen, aan Maria, de onbevlekte Maagd, den grootsten invloed hebt willen geven op het Hart van Jezus; verleen ons, door hare gebeden en tusschenkomst, de genade in uwe heilige liefde te leven en te sterven. Wij vragen het U, door dcn-zelfden Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

HET „MEMORAREquot;

VAN

O. li. Vr. van het J4. flapt Van Jezus.

100 dagen atlaat (Pius IX, 13 Juni 1870).

edenk. Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. den onweerstaanbaren invloed, dien Gij bezit op het Hart van uwen aanbiddelijken Zoon. Vol vertrouwen op uwe verdiensten, komen wij uwe bescherming ai'smec-ken, liefderijke Moeder van Jezus, die de onuitputbare bron van alle genade is, welke Gij naar welgevallen kunt openen om er over 't menschdom te deen uit-stroomen de schatten van liefde en barmhartigheid, van licht en zaligheid, die er in zijn opgesloten. Verleen ons, smeeken wij U, de gunsten, die wij verzoeken. Neen, wij zullen niet afgewezen worden, en omdat Gij onze Moeder zijt, Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. neem onze gebeden gunstig op, en gelief ze te verhooren. Amen.

ocr page 157

BLADWIJZEE.

Een blik op het tegenwoordig leven.

I. Ons lot in deze wereld.......

II. Het dal van tranen........

III. De Voorzienigheid waakt over ons . . .

IV. Het lijden ons door onzen evennaasten aangedaan............

V. Men moet zich aan het lijden gewoon maken.

VI. Rampen en tegenspoed.......

VII. Het verlies onzer dierbaarste bloedverwanten en vrienden..........

VIII. De grootste smart.........

Onze i^densuren geheiligd.

I. Troost in ziekte..........

II. Het ziekbed en de wil Gods.....

III. De slapeloosheid..........

IV. De aanhoudende pijnen.......

V. Bij zware hoofdpijnen........

VI. Bij hevige tandpijn........

VII. Het ondergaan eener smartelijke operatie.

VIII. Troost bij hevige smart.......

IX. Nut eener smartelijke werkeloosheid . .

X. Voordeelen der blindheid......

ocr page 158

Hl.ADWlJZKR.

XI. Ons lijden is het langdurigst en het zwaarste lijden niet............

XII. Het gebed van den zieke......

XIII. Liefdeverzuchtingen in ziekte.....

XIV. Begeerte te genezen........

XV. Zich verlaten op den goddelijlten geneesheer

XVI. Het goddelijk geneesmiddel......

XVII. Ons lijden vereenigt ons met het voortdurend offer van Jezus-Christus . . . .

XVIII. De onontbeerlijke deugd der zieken . .

XIX. De boetvaardigheid en versterving der zieken.............

XX. Het lijden helpt ons ter zaligheid . . .

XXI. De ziekte is eene leerschool van ootmoed.

XXII. De ziekte des lichaams geneest de ziekten der ziel.............

XXIII. Geestelijk voordeel aan het lijden verbonden .............

XXIV. De ziekte verkort het vagevuur . . . .

XXV. De langdurigheid onzer pijnen in vergelijking met de eeuwigheid......

XXVI De zachtmoedigheid in het lijden . . .

Ons imrendig lijden.

I.

In Gethsemani . . .

II.

De beleediging . . .

III.

De ondankbaarheid en

trouweloosheid .

IV.

Hoon en laster . . .

V.

Zielsangst. — Spannin

j. — Harteleed .

ocr page 159

HLimVIJZER.

VI. Inwendige duisternis en droefheid des

gcestcs ............(iO

VII. De stormen der ziel........02

VIII. De inwendige verlatenheid......64

IX. Dorheid en ongevoeligheid in het gebed . 65

X. Ongeduld en moedeloosheid......6()

XI. De vrees voor den dood.......()8

XII. Onzekerheid voor de toekomst.....69

XIII. Een woord ter bemoediging.....72

De kruisen des levens.

I. Het kruis............73

II. De waarde van het kruis......74

III. De afmetingen van ons kruis.....76

IV. Kleine en groote kruisen......77

V. Kruis voor kruis.........79

VI. De kruisweg des levens.......80

VII. Het kruis uit christelijk oogpunt beschouwd 81 A'III. Wij moeten het kruis begeeren en omheizen 82 IX. Wij moeten het kruis opnemen en dragen 83

X. Wij moeten op het kruis sterven. . . . 85

XI. De dagelijksche kruisverheffing .... 86

XII. Het kruis maakt ons leven vruchtbaar voor den hemel............87

Zinnebeelden.

I. De twee ringen..........89

II. De lofzang der liefde........90

ocr page 160

liLVmVUZER.

III. Een stuiver op interest.......91

IV. De beste spijs..........91

V. Het Debet en Credit........92

VI. Het krachtig tegengif........93

VII. De bittere pillen.........94

VIII. Ons klein geld..........95

IX. De toetssteen...........97

X. De bloempjes van Kalvariö......9K

XI. De sleutel der beide werelden.....99

XII. Gulden woorden..........100

XIII. Het beste geschenk.........102

XIV. De doornstruik..........103

XV. De beitel van den goddelijken beeldhouwer 104

XVI. De gloeiende kolen........105

XVII. De pleizierreis..........106

XVIII. De laatste sport..........108

XIX. De twee kronen..........109

XX. Interest op Interest.........110

Woorden ter herinnering.

I. Alles tot meerdere eer van God . . . .112

II. Alleluia.............113

III. Deo Gratias...........114

IV. Fiat..............115

V. Al naar God wil.........117

VI. Als het God belieft........118

VII. Geloofd zij Jezus Christus......119

VIII. Alles in den naam van Jezus.....120

ocr page 161

Jil.ADWlJ/.ER.

IX. Alles voor Jezus..........121

X. Het is goed hier te zijn.......122

XI. Vrees niet............123

XII. Zalig de armen. Zalig zij die weenen . . 124

XIII. Houd moed...........125

XIV. Hoop tegen alle hoop in.......12(1

XV. Ik lijd veel, des te beter......127

XVI. Nog meer, Heer, nog meer......128

XVII. Nu en dan...........12!)

XVIII. Altijd, nooit...........130

Beweegreden tot hoop cn Tertrouweii.

I. Het lijden vau Jezus........132

II. Het goddelijk Hart van Jezus.....133

III. De godsvrucht tot de H. Maagd .... 134

IV. De eeuwige liefde van God......136

V. De Heer nadert..........138

VI. De Heer is getrouw........140

VII. De beste gesteltenis om wel te sterven. . 141

Oefeningen om zich te bereiden tot den dood. 143

Litanie tot Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart van Jezus...........140

ocr page 162
ocr page 163
ocr page 164