Pi
I
m
NOVENE
TER EERE VAN
D. L. Vrouw van Lourdes,
VOLGENS DE 18 VERSCHIJNINGEN
VAN
O. L. Vrouw aan Bernadette Soubirous
IN DE GROT VAN MASSABIELLA NABIJ LOURDES,
t,
C
11 Februari tot 18 Juli 1858.
/
K E R K E LIJ IC GOEDGEKEURD.
1 November 1890.
SNELPERSDRUK â A. KUSTERS â ALKMAAR.
EERSTE DAG DER NOVENE.
Bernadette, plaat» en tijd.
Het was Donderdag 11 Februari 1858, het uur van den Angelus, dat de H. Maagd voor de eerste maal aan Bernadette verscheen. Grootsch, zielsverheffend zijn de uitwerkselen, welke deze voor immer gedenkwaardige gebeurtenis reeds heeft teweeggebracht â en wie weet, hoe heil- en zegenrijk zij in derzelver gevolgen nog zal zijn, hoevele onschatbare weldaden in den loop der tijden nog voor het menschdom daaruit zullen voortvloeien. Ook hier vinden we bewaarheid het woord van den II. Pau-lus, wanneer hij zegt: âGod kiest het zwakke der wereld uit, om het sterke te beschamen.quot;
Bernadette werd 7 Januari 1844 te Lourdes, een stadje in de Opper-Pyreneën aan de Spaan-scho grenzen in Frankrijk, uit arme doch brave ouders geboren. Haar vader heette Franciscus Soubirous, hare moeder Louisa Casterot. Zij was klein en tenger van gestalte en leed aan asthma. Daar zij de oudste der kinderen was, was aan haar, wanneer de moeder veldarbeid had te verrichten, do taak opgedragen op hare broertjes en zusjes te passen. Deze taak nu, had zij menigmaal te vervullen, want hare moeder was, om in de behoeften van
P)
hot gezin te voorzien, dikwijls genoodzaakt bij de boeren te gaan werken, wat ook haar vader deed, die vroeger een molen in hnur had gehad, doch wiens zaken achteruit waren gegaan. Het gevolg hiervan was, dat zij noch schrijven noch lezen kon; ja zelfs, ofschoon zij reeds veertien jaar was, hare eerste II. Connnunie nog niet had gedaan.
Men ziet hieruit, dat Bernadette in geenen deele behoorde tot diegenen, welke men in ' de wereld groot noemt en die in hoog aanzien staan bjj de menschen. Neen, zij was oen arm, zwak en daarbij onwetend kind: een kind, gelijk men er vele in onze achterbuurten aantreft. quot;Wij zien hieruit, dat God hier andermaal dat, wat de wereld gering schat, bezigt om de hoogmoedige wereld te beschamen, daar zij in den dienst treedt der allerheiligste Maagd, door wier handen Ilij Zijne rijkste zegeningen over het aardrijk wil verspreiden en Zijne ondoorgrondelijke raadsbesluiten volvoeren. W elke gewichtige gevolgen de verschijning der Onbevlekt Ontvangene in deze veelbewogen tijden nog voor de wereld zal hebben, is eene vraag, welke de tijd alleen vermag op te lossen. Dat deze groot zullen zijn, mag met recht verwacht worden.
Het onaanzienlijk kleed van de arme Bernadette omsloot echter een kostbaren schat, en die was hare eenvoudigheid, zedigheid
I
en godsvrucht. Toen Bernadette nauwelijks zeven maanden oud was, was hare moeder door ziekelijkheid en drukke bezigheden go-noodzaakt haar bij eene vrouw te Bartrés iu de nabijheid van Lourdes uit te besteden tegen betaling van vijf francs per maand. Daar verbleef zij veertien maanden en keerde toen naar de ouderlijke woning terug. Van toen af werd zij door hare moeder en hare beide tantes, Maria Hernarda Casterot en hare peettante Lucia Casterot, beiden congre-ganisten der H. Maagd, godvruchtig opgevoed. Vooral werd haar het heilig Rozenkransgebed geleerd, en zij tot het bidden daarvan aangespoord. Toen zij ouder was geworden, bad zij zelve den Rozenkrans in het gezin voor, en nicn heeft opgemerkt, dat zij nooit eerder begon, dan wanneer allen op hunne plaats waren om er aan deel te nemen. Ook in de kerk was zij een voorbeeld van ingetogenheid, zedigheid en godsvrucht.
Jn September 1857, toen zij dus ruim dertien jaar oud was, wist de familie te Bartrés, bij welke zij als een klein kind veertien maanden was verpleegd geworden en bij wie zij naar 's lands gebruik jaarlijks eenige dagen had doorgebracht, van hare ouders te verkrijgen, dat zij voor vier maanden bij haar kwam. Toen was het, dat zij nu eu dan de kleine kudde schapen dezer lieden hoedde, waarin
8
sommige schrijvers aanleiding hebben gevonden, haar den naam van herderin te geven. Daar in de eenzaamheid, op do groene heuvelen, gevoelde zij zich nog meer opgewekt haar Rozenkrans-gebed op te dragen aan de II. Maagd, toen ook voor haar slechts zichtbaar door de oogen des geloofs, doch die zij, door een bijzondere gunst van God, niet lang daarna in eene hemelsche heerlijkheid met hare lichamelijke oogen mocht aanschouwen. Ook werd gedurende dezen tijd het verlangen om hare eerste H. Communie te doen, meer en meer in haar levendig; en toen zij op zekeren dag iemand aantrof, die naar Lour-des ging, vroeg zij dezen, hare ouders te ver- | zoeken haar te komen halen, opdat zij zich tot hare eerste H. Communie zou kunnen voorbereiden. Aan haar verlangen werd voldaan, en tegen het einde van Januari 1858 kwam Bernadette, ten einde zich voor het doen harer eerste II. Communie voor te bereiden, bij hare ouders terug. Deze woonden toen te Lourdea in een armoedig gehuurd huis. De uiterlijke armoede der woning beantwoordde volkomen aan die, welke daarbinnen heerschte. Als een staaltje daarvan kan dienen, dat in het gure jaargetij de weelde van het dragen van kousen aan de ziekelijke Bernadette slechts verschaft kon worden, wanneer haar drie jaar jongere zuster zich die ontzegde
011 11 on
va de lijl
dei bij Tc zus eei reu gaf din soo eini I
hun der kek de i dat en voet ben de I â ( wez( om
on met bloote voeten in de klompen liep. J)en 11 Februari, den Donderdag voor de Vasten, ontbrak liet brandhout voor de toebereiding-van bet sober maal, en dit werd in do band der Voorzienigbeid liet middel tot verwezenlijking barer plannen.
âGa wat hout sprokkelenquot;, zeide de moeder tot Maria, bare tweode dochter, âginds bij de (lave of op de gemeentegrondenquot;. Terstond bood Bernadette zich ar.n om hare zuster te vergezellen; doch alleen toen nog een ander meisje gekomen was, en do kinderen gezamenlijk bij de moeder aanhielden, gaf deze eindoiijk hare toestemming, onder boding echter, dat ISernadette haar capulot (een soort van kapmanteltje') om moest doen, ton einde zich tegen de koude te beschutten.
De kinderen gingen de stad uit, namen hun weg over do brug naar den linkoroever der Grave en begonnen daar hout te sprokkelen. Bernadette scheen minder gelukkig dan do anderen, althans zij vond weinig. Wie daar dat bloeke tengere kind in hare armoedige en versleten kleoding met klompen aan de voeten gezien had, zou deernis met haar hebben gehad en haar voor een door do natuitr en de fortuin misdeeld schepsel bobben gehouden â en dit in de oogen der wereld ondoduidonde wezen was door do Voorzienigheid bestemd om eone door don Hemel moest bevoorrechte,
10
jaeene der merkwaardigste vrouwen barer eeuw te worden. Men ziet hieruit, dat Gods wegen veelal anders zijn dan die der mensclien.
De kinderen waren middelerwijl gekomen op de plaats, waar de molenbeek zich weder met de Gave vereenigt. Vlak achter die beek verheffen zich hooge rotsen, waarin eene vrij breede, doch niet diepe, grot is, algemeen de âGrot van Massabiellaquot;, dat is, de âoude grotquot;, genoemd. 1 n deze Grot bevindt zich eene eivormige nis tor grootte van een hoog venster, waar zich een wilde rozelaar, die in een scheur der rots wortelt, om heen slingerde. Dat was de plaats door den Heer uitverkoren.
Daar de beek dien dag wegens herstellingen aan den molen bijna droog, en aan den overkant onder de rotsen veel hout te sprokkelen was, hadden Maria en Joanna terstond hare klompen uitgetrokken en waren blootvocts door de beek gegaan.
âHet water is koudquot;, zeiden zij, toen zij aan den overkant waren. âWerpt een paar steenen in de beekquot;, antwoordde Bernadette, âdan kan ik droogvoets overkomen.quot; âTrek uwe kousen uit en doe als wijquot;, riep Joanna haar toe. Daarop gingen zij in de grot om hout te rapen.
Bernadette ging tegen een daar liggend rotsblok zitten om hare kousen uit te trekken. Het was hij twaalven, het oogenblik, dat alle
11
klokken in de dorpen der. Pyrenoën den Angelus luiden en door millioenen eene eerbiedige huldegroet aan de Koningin des hemels wordt gebracht. liet oogenblik, door deze uitgekozen, was daar.
TER OVERWEGING.
God kiest hier tot volvoering Zijner verhevene inzichten, wat in minachting is bij de wereld. Aan Bernadette, aan dat arme, eenvoudige boerenkind zullen gunsten verleend worden, welke die van aardsche vorsten ondenkbaar verre overtreffen.
God veracht den arme niet, bemint hem veeleer met eene bijzondere liefde. Volgen wij â om God Hem hierin na.
Frankrijk, het land van zooveel geloof en zoo-j veel ongeloof, wordt door God uitverkoren, om begunstigd te worden met de verschijning Zijner heilige Moeder. Dit- had plaats in een tijdperk, waarin de zoogenaamde sterke geesten dezer wereld of de vrijdenkers, al het bovennatuurlijke stoutweg ontkenden als in strijd met de Rede. Dit had plaats aan den vooravond van groote gebeurtenissen.
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria , Moeder Gods.
Litanie teh keue van ü. L. Vkouw van Lourdes, of drie Onze Vaders es Wees Gegroeten ter eere dek Onbevlekte Oxtvangknis.
TWEEDE DACt DER NOVENE.
Eerste, en tweede verschijning, 11 en 14 Februari 1858.
Terwijl Bernadette zich van hare kousen begint te ontdoen, hoort zij eensklaps een vreemd gedrnisch gelijk aan een opkomenden hevigen wind. Zij ziet op, doch bespeurt niets; en geen blad aan do populieren, die langs de Gave staan, beweegt zich. Bernadette wil opnieuw beginnen hare kousen uit te trekken, maar andermaal verheft zich het geheimzinnig gedruisch. liet kind schrikt op, slaat de oogen naar de tegen over haar liggende grot en ontwaart daar een schitterend licht, waarin zich in staande houding eene vrouw van eene hemelsche schoonheid bevindt, die haar aanziet. Bij dit gezicht valt zij oogenblikkehjk op hare knieën, grijpt haar rozenkrans en wil bidden.
âIk beproefdequot;, zoo verhaalde zij zelve later, âhet kruis van mijn rozenkrans aan mijn voorhoofd te brengen om het kruisteeken te maken, maar mijne hand viel als verlamd neer. Opnieuw beproefde ik het, maar tevergeefs.quot; De maagd (Bernadette bezigt deze uitdrukking, wijl haar toen nog onbekend was, wat haar eerst later zou bekend worden) de maagd, als om mij aan te moedigen, maakte
13
zelve het kruisteeken met het kruisje van den rozenkrans, dien zij in hare handen hield. Dadelijk schep ik moed, maak een kruis en hegon mijn rozenkrans te bidden; zoodra ik daarmede gedaan had, verdween de verschijning.
De schoonheid van Maria, noch het licht, waarin zij verscheen, zijn met woorden te beschrijven: alles was, naar Bernadette's latere beschrijving, heilig, verrukkelijk en hemelsch. Het sleepend opperkleed was wit als pas gevallen sneeuw en daalde iu sierlijke plooien neder tot op de bloote voeten, zonder ze te bedekken; op elk der voeten prijkte eene goudkleurige roos en zij rustten op den grond van de nis in de grot, terwijl zij den tak van den rozelaar lichtelijk drukten. Een hemelsblauwe gordel daalde met twee lange banden tot bijna op de voeten neder, terwijl een witte sluier, die breed over de schouders en bovenarmen hing op het hoofd was vastgehecht en langs den rug in golvende plooien tot den grond reikte. De kralen van den rozenkrans, dien zij in de gevouwen handen had, waren als blanke paarlen en aan een gouden snoer geregen, langzaam liet zij ze door hare vingers glijden, hare lippen bewoog zij evénwel niet. Dikwijls groette zij haar bevoorrecht kind met de open armen of met het hoofd; meestal hield zij haar oogen op die van Bernadette gevestigd. â Later hief zij ze soms ten hemel
14
of liet ze rusten op de toegestroomde geloo-vigen, wier aanwezigheid haar verheugde.
Toen Bernadette do vijf tientjes van den rozenkrans gebeden had en de verschijning verdwenen was, trok zij hare kousen uit en liep door de Grave naar hare vriendinnen. âHebt gij niets gezien?quot; vroeg zij, toen ze kort daarop huiswaarts keerden. âjSeenquot;, antwoordden zij, âmaar hebt gij iets gezien?quot; âNu, als gij uiets gezien hebtquot;, zeide Bernadette, âdan heb ik u niets te zeggen.quot; Toch had zij veel te zeggen, liet goede kind, en toen dan ook hare gezellinnen aanhielden en bij haar aandrongen, kon zij niet meer zwijgen. âIk heb iets gezien, dat wit gekleed wasquot;, verhaalde zij, en beschreef vervolgens do gansche verschijning â âmaar ik bid uquot;, zeide zij, âzeg er toch niets van.quot;
Hoe zouden echter Maria en Joanna daarover kunnen zwijgen ? Spoedig wist het vrouw Soubirous, en deze bestrafte Bernadette wegens hare âzotte kuren en inbeeldingenquot;, zooals zij het noemde, en verbood haar voorgoed om in het vervolg naar de grot te gaan.
Het was Zondag 14 Februari, twee dagen daarna, dat Bernadette zich door een bovennatuurlijken aandrang gedreven gevoelde, om naar de grot te gaan. Bovendien kwamen een twintigtal andere kinderen haar vragen om mede te mogen gaan. Het verbod van vrouw
15
Soubirous aan Bernadette stond aan haar verlangen in den weg; eerst na lang en dringend aanhouden werd de opheffing er van verkregen onder uitdrukkelijke voorwaarde echter, dat allen bijtijds in de Vespers moesten zijn. Toen vroeg Bernadette, of al de meisjes wel een rozenkrans bij zich hadden, twee van haar hadden dien niet en gingen naar huis om er een te halen. Toen ze terug waren, vermaande Bernadette haar, om dien met vurigheid voor de grot te bidden. Ook werd besloten wijwater mede te nemen, om te zien, of de verschijning wel van een goeden oorsprong was. Het wijwater haalden ze uit de kerk, waar ze eerst eenigen tijd baden; weldra lagen zij allen voor de grot geknield.
âNa eenige oogenblikkenquot;, zoo verhaalt Bernadette verder, âwerd de nis der grot verlicht, en stond de verschijning voor mij, juist als den eersten keer. Ik zeide tot mjjne gezellinnen; Ziet! daar is ze. Terwijl ik bij het aanschouwen dezer hemelsche schoonheid in vervoering was, gaf eene mijner gezellinnen mij de flesch met wijwater in de hand. Toen herinnerde ik mij onze afspraak, stond op en wierp uit de flesch wijwater op de vrouw, die daar voor mij in het binnenste der nis stond, zeggende: Komt gij van Godswege, nader dan!''''
âZij antwoordde mij door een liefelijken glimlach, boog zich naar mij toe en trad voor-
16
uit tot op don rand der rots. Ik herhaalde: âZoo gij van God komt, treed nader!quot; en ik bemerkte, dat op liet noemen van den naam van God haar aangezicht van een nieuwen luister schitterde.
âOp het gezicht van zulk eene schoonheid en majesteit, en het zien van dien moederlijkon glimlach, kon ik er niet toe besluiten om, gelijk afgesproken was, tot haar te zeggen: âKomt gij van duivel, ga dan heen.quot;
Ik gevoelde mij in do tegenwoordigheid van eene bewoonster des hemels; ik knielde dientengevolge andermaal neder en ging voort mot het bidden van mijn rozenkrans, '/ij scheen te luisteren; want zelve haar rozenkrans in de hand houdende liet zij, zonder evenwel een woord te spreken, de kralen door hare vingers glijden. Nauwelijks had ik mijn gebod geëindigd, of de verschijning verdween uit mijne oogen.quot;
De kinderen gingen daarop gezamenlijk naar do Vespers. Van de verschijning hadden zij niets anders waargenomen dan de verandering van Bernadette's gelaatstrekken. Dien zelfden avond nog vertelden zij alom wat er gebeurd was. Er waren er-, die geloofden; er waren er, die niet geloofden.
TER OVERWEGING.
Bornadette verschrikt bij het zien der vor-
17
schijning, doch zoekt geen heil in de vlucht, of roept de hulp van menschen in, want zij gevoelde, dat dit, tegenover hetgeen haar vrees aanjaagt, vruchteloos zou zijn. Zij valt op de knieën en bidt tot haar, die God ons tot moeder en beschermster heeft gegeven, bij middel van het haar geliefkoosde rozenkrans-gebed.
Maria zelve heeft een rozenkrans, zij moedigt het kind, door zelve met het kruis er van het kruisteeken te maken, tot het bidden er van aan. Zij doet nog meer: zij bidt mede en de koralen van haar rozenkrans glijden langzaam door hare vingers. Hoe aangenaam moet het rozenkrans-gebed aan de 11. Maagd zijn, en hoeveel op haar tecder moederhart vermogen; hoe waard derhalve met aandacht gebeden te worden. Bedenken wij steeds bij liet bidden van don rozenkrans, dat, alhoewel wij Maria niet zien, zij ons wel ziet.
lioe sterk de aandrang, dien Bernadette inwendig gevoelde, om naar de grot te gaan, ook is, zij geeft er uit kinderlijke gehoorzaamheid geen gevolg aan, en gaat niet eerder dan nadat hot moederlijk verbod is opgeheven. Het eenvoudige kind geeft hier een treffend voorbeeld van gehoorzaamheid. De moeder, door slechts verlof te geven onder voorwaarde bijtijds in de Vespers te zijn, geeft een schoon voorbeeld van Zondagsheiliging.
Hoe welu'evallis moet aan Maria het eenvoudig
O O O
18
geloof en kinderlijk vertrouwen in de middelen der Kerk, welke men meende tegen haar te moeten aanwenden, geweest zijn. Zon zich die zoete glimlach vol moederlijke teederheid wel op dat hemelsch gelaat vertoond hebben bij een minder eenvoudig geloof, een minder kinderlijk vertrouwen ?
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie ter eere van ü. L. Vrodw van Lourdes, of drie Onze Vaders en Wees Gegroetes ter eeke
DER ÃNBEVLBKTli ontvangenis.
DERDE DAG DER NOVENE.
Derde, en vierde verschijning, 18 en 7.9 Februari 1858.
Voor het opgaan der zou, Donderdag 18 Februari, na de II. Mis van halfzes gehoord te hebben, werd hot Bcrnadette toegestaan andermaal naar de grot te gaan. Mejuffrouw Antoinette Peyrot, congreganiste, en mevrouw Millet gingen met haar mede. Daar zij dachten, dat de verschijning wel eene ziel uit het vagevuur kon zijn, zeiden zij tot Bernadette: âVraag aan die vrouw, wie ze is en wat zo begeert. Laat ze u dat zeggen, of, wat beter is, laat ze het voor u opschrijven.quot;
Daar de herstellingen aan den molen des heeren do Lafitte waren afgeloopen, was aan het kanaal deszelfs vrije loop teruggegeven en kon men de grot nu niet anders bereiken, dan langs den moeielijken weg door het bosch, om vervolgens langs steile paden naar dezelve af te dalen. Bernadette was in weerwil van het asthma, dat haar voortdurend kwelde, niettemin reeds eenige minuten voor hare gezellinnen bij de grot. Toen do beide andere vrouwen daar aankwamen, lag Ber-
20
nadetto reeds geknield met de oogen naar dc plaats der verschijning gericht en meer op een engel dan op een mensch gelijkende. Hooren wij nu Bernadette zelve.
âIk was vóór mijne gezellinnen bij de grot aangekomen, knielde voor de nis, waarin ik de vrouw gezien had, neder en bad. Na eenige oogenblikken gebeden te hebben, zag ik, dat de nis verlicht werd, en terstond daarop verscheen de vrouw mij voor de derde maal. Zij stond op den rand van de rots. Het was dezelfde hemelscho schoonheid, dezelfde glans als bij de vorige verschijningen. Zij lachte mij toe en gaf mij met do hand een teeken om naderbij te komen. Toen ik aan haar verlangen ging voldoen, kwamen mijne gezellinnen, zij knielden dadelijk neder, en ik zeide tot haar: âZij is daar, zjj geeft mij een teeken om te naderen.quot; Zij zeiden mij toen : âVraag haar, of wij kunnen blijven.quot; ik voldeed aan het verzoek en ten gevolge van hot ontvangen antwoord, zeide ik haar: âJa, gij kunt blijven.quot;
Zij knielden naast mij neder en ontstaken de kaars, die zij hadden medegebracht, de kaars van de congreganisten.
Terwijl ik in volle geestverrukking do onuitsprekelijke schoonheid, die voor mij is, aanstaar, zeiden mij mijne gezellinnen : âVraag haar, om op dit papier te schrijven, wie zij
is on waarom zij komt. la het eene ziol uit hot vagovuur, die gebeden of missen verlangt, dan zijn wij ten volle bereid te doen, wat zij voor de rust harer ziel begeert.quot;
Men had mij papier, pen en inktkoker in de hand gegeven, en daarmede naderde ik tot do vrouw, die mij met haar blik aanmoedigde. Doch bij eiken stap, dien ik voorwaarts deed, week zij dieper in de nis terug. Ik verlies haar eon oogenblik uit hot oog; doch weldra zie ik haar weder. Toen ging ik op de de teenen staan, om dicht bij haar te komen en bood haar het papier, de pen en inkt aan. Mijne gezellinnen traden ook nader, maar op oen wenk der vrouw beduidde ik haar, niet verder te gaan, en nu knielden zij een weinig tor zijde neder.
Toen kweet ik mij van mijne opdracht: âVrouwequot;, zeide ik, âindien gij mij iets hebt mede te doelen, zoudt gij dan de goedheid willen hebben, op te schrijven, wie gij zijt en wat gij begeert?quot; Zij glimlachte bij mijne vraag en sprak deze woorden: âHetgeen ik u te zeggen heb, behoef ik niet op te schrijven.quot; Daarna liet zij er op volgen: âWilt ge mij het genoegen doen, gedurende veertien dagen hier te komen?quot; Ik antwoordde âik beloof het u.quot;
Daarop toonde zij zich voldaan en lachte mij opnieuw too, en op mijne belofte ant-
22
woordde zij: âEn ik, ik beloof' u, u gelukkig te zullen maken, niet in deze wereld, maar in de andere.quot;
Daarna ging ik, steeds mijne blikken op haar, die mij deze woorden had toegevoegd, gevestigd houdende, naar mijne gezellinnen terug en vertelde haar, wat zij mij gevraagd en wat ik geantwoord had. En daar ik opmerkte, dat ze, mij met de oogcn volgende, tevens hare blikken op de eongreganiste vestigde, zeide ik tot deze: âOp het oogen-hlik ziet zij u aan.quot; Mijne gezellinnen zeiden mij toen; âVraag haar, of zij er niets tegen hoeft, dat wij gedurende die veertien dagen eiken dag u hierheen vergezellen.quot;
Ik deed de vraag en zij antwoordde: âZij kunnen met u terug komen, zij en nog anderen. Ik wensch hier een grooien toeloop te zien.''1
Na dit gezegd te hebben verdween zij, en wel zoo, dat eerst de vrouw en daarna het licht verdween, terwijl bij het begin der ver-schijning altoos eerst de lichtkrans en daarna de vrouw zichtbaar werd.
Overgelukkig keerde het drietal naar do stad terug, en daar het dien dag juist marktdag was, verspreidde de mare zich spoedig door de gansche streek, en begon men te denken en te zeggen; Zou zij, die ons allen uitnoodigt om te komen, en zoo bidt en spreekt, niet de Moeder Gods zijn?
23
s Aan het verlangen der onbekende vrouw: â?7c ivensch hier een grooien toeloop te zienquot;, werd spoedig voldaan. Vrijdag, 19 Februari, werd de bevoorrechte plaats door meer dan honderd personen bezocht.
Tegen zonsopgang en na de H. Mis gehoord te hebben, kwam ook Bernadette met hare moeder en eeuige andere vrouwen bij de grot, om welke zich een honderd toeschouwers schaarden. Zij knielde op de gewone plaats tegenover de ovale opening in de rots neder met don rozenkrans in de hand. Weldra vertoont zich de verhevene vrouw, Iti Bernadette's uiterlijk heeft eene groote verandering plaats en zij schijnt als in een engel herschapen. Haar oogen zijn bestendig gevestigd op de f hemelsche schoonheid, die haar in verrukking brengt; zij ziet, zonder liet nochtans te weten, de Onbevlekt Ontvangen Maagd. Allen knielen neder en vouwen de handen tot het gebed. Men twijfelt er niet meer aan, of wat Bernadette ziet, is een hemelsch visioen, en gevolgehjk rijst de gedachte: Het is de Moeder Gods.
Een uur ongeveer duurde het, eer Bernadette tot haar gewonen toestand was teruggekeerd.
TER OVERWEGING.
Maria slaat met welgevallen hare oogen op
24
Antoinette Peyret, lid eener tot hare bijzondere vereering opgerichte vereeniging; ook is het aan de twee tantes, beiden congreganisten der H. Maagd, gegeven, Bernadette gestadig te vergezellen. Het blijkbaar welgevallen der H. Maagd in deze congregaties, leere ons dezelve hoog te schatten, en, er nog geen lid van zijnde, het te worden, en dan het zoo waardig mogelijk te zijn.
Maria, de Koningin des hemels voor wie Cherubijnen en Serafijnen de knieën buigen â hoe bemoedigend voor ons â verlangt een grooten toeloop van menschen; de moeder verlangt hare kinderen om zich heen te zien. En in spijt van alle tegenwerking van de wijzen dezer wereld is die toeloop gekomen: eerst waren honderd, toen duizend, toen al stijgende tien duizenden, en bij gelegenheid van de kroning van Maria's beeld, waren honderd duizend personen te gelijk bij de grot bijeen.
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie ïeb eeue van ü. L. vrouw van Loukdes. op t)uik Wnze Vaders en Wees Gegroetun ter eicru der Onbevlekte Ontvangenis.
VIERDE DAG DER NOVENE.
Vijfde en zonde, refscliijiuii;/ :?() en :J 1 Fehnuiri isös.
Don volgenden morgen van Zaterdag 20 Februari op hetzelfde uur, waren er wel vijfhonderd personen, waaronder ook de ouders van Bernadette, bij de grot aanwezig. Eerna-dette hield even als gisteren, en gelijk zij in liet vervolg, zoolang de H. Maagd zich vertooüde, immer deed, eene waskaars in de linker- en den rozenkrans in de rechterhand. Zij bad voortdurend het Wees lt;/e(/r(gt;ef, doch bijna nooit zag men hare lippen bewegen. Ook hoorde men hare stem niet, wanneer zij toch werkelijk tot de verschijning sprak, waarover Bernadette zelve hare verwondering te kennen gaf. Soms was liet, of zij meer aandacht dan anders aan de verschijning wijdde, alsof ze luisterde; nu en dan maakte zij opnieuw het kruisteeken en altijd even eerbiedig. Eerst werd haar de kaars door eene dame uit de stad geleend, later gaven hare tantes, die haar gewoonlijk vergezelden, haar de kaars, die zij bij de congregatie gebruikten.
Eens tegen het einde der geestverrukking, vroeg Bernadette aan hare jongste tante Lucie:
2G
âWilt go injj uwe kaars gevou en toestaan, dat ik ze in do grot late?quot; âJa, ja, ik geof ze u,quot; antwoordde deze, âgjj kunt ze er lioen brengen, als ge wilt.quot; Jjernadette ging daarop naar het binnenste der grot, stak de kaars in den grond en liet die daar branden. Later zoide zij: âDe vorscliijning heeft mij gevraagd, of' ik de kaars daar wilde laten, doch daar liet uwe kaars was, kon ik het zonder uwe toestemming niet doen.quot;
Reeds hadden eenige personen kaarsen medegebracht.
Don 20 Februari, den eersten Zondag van do Vasten, was de door de If. Maagd verlangde âtoeloopquot; reeds zoo groot, dat het getal der bij do grot aanwezige personen eenige duizenden bedroeg.
Het weder was kalm, on do lucht helder. Nog voor het opgaan der zon, verscheen Bor-nadette, vergezeld van eenige vriendinnen, mot hare moedor en zuster op liet pad, dat naar de grot leidt. Do menigte laat haar dooien knielde daarop in stille aanbidding, als ware het in een heiligdom, met hot bevoorrechte kind voor do grot neder. Nauwelijks heeft Rornadotte haar gebod begonnen, of haar gelaat wordt verheerlijkt. âDe verschijning, de vorscliijning!quot; hoort men uit velor mond; âde II. Maagdquot; Huisteren eenigen; allen bidden, schouwen aandachtig toe, en het engel-
ad)tig schoon, dat ovor hot gelaat der zioustcr ligt verspreid, wischt allen twijfel bij hen uit. Ziehier, wat Bernadette verhaalt, gezien te hebben;
âNauwelijks had de versehjjniug zich aan )))ij vertoond, of haar aanblik deed mij, gelijk de vorige keeren, iets hemelsei) gevoelen. Ik had ze reeds eenige oogenbiikken in al hare schoonheid en luister aanschouwd, toe)) eensklaps een wolk van droefheid dat hemelsch gelaat scheen te verduisteren, liet scheen, alsof zij niet hare blikken de gansche aarde doorliep; daarna vestigde zij dezelve met eene nitdrukking va)) diepe droefheid op mij. Getroffen door de innige droefheid, die hare gelaatstrekken aantoonden, zeide ik tot haar:
âWat deert u? AVat moet men doen?quot;
Zij antwoordde mij; âHidden voor de zondaars.quot;
Ik deelde in haar droefheid en mij voegende, naar betgeen zij gezegd had, begon ik inwendig voor de zondaars te bidden.
Eindelijk, alsof zij de vrucht der door de Kerk gedane gebeden, en de zondaars door een oprecht berouw met God verzoend had gezien, verscheen zij mij in eene hemelsche kalmte, de zaligheid der hemdingen lag over haar gelaat verspreid. Zij stortte een straaltje dier zaligheid in mijne ziel over. Ik eindigde mijn rozenhoedje, en zij verdween.quot;
28
Do gelaatstrekken van Bernadetto herkregen ( langzamerhand hun gewoon aanzien. Allen, die haar gedurende het visioen van nabij gezien hadden, getuigden, dat haar uiterlijk was als dat van een engel. Meer dan ooit verspreidde zich dezen dag als bij tooverslag de wondermare; men sprak slechts van Lourdes, van de Massabiel'arots en van Bernadette.
Toen Bernadette 's middags uit de Vespers naar huis ging, werd zij door oen gendarme aangehouden en naar liet bureau van politie gebracht. Hier verhaalde zjj mot eono engelachtige kalmte, wat zij gezien had. Men trachtte haar in hare woorden te vangen, doch to vergeefs. âDat heb ik niet gezegd,quot; zegt zjj, âmaar wel dit.quot; Men bedreigt haar met den kerker. âGij kunt injj gevangen zettenquot;, zegt zjj, âmaar wat ik gezegd heb, is de waarheid.quot;
TKK OVERWEGING.
w jj zien uit het bovenstaande, hoeaangenaam aan Maria de kleine offers zijn, welke hare kinderen haar uit liefde brengen. De wereld spot er mede: maar stelt oene moeder de kleine geschonken, die haar kind haar aanbiedt, niet op hoogen prijs?
Hoe schittert hier de belangstellende liefde van Maria voor de zondaars, voor degenen om wie haar Goddelijke Zoon aan het kruis
werd gehecht, on haar moederhart vaneenge-reten. Haar gelaat, waarop liemelsche vreugde verspreid lag, wordt door een wolk van innige droefheid overtogen, als dezen haar voor den geest komen. âWat deert u? Wat moet men doen?quot; vraagt de goedhartige Bernadette. âBidden voor de zondaars1*, antwoordde zij. Laten wij naar ons vermogen aan dat verlangen voldoen, wat ook het vurig verlangen is van het aanbiddelijk Hart van J esus.
Geloofd zij dr heilige. Onhcrlelde Ontvaiif/cnis der Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie tkii ekre van O. L. Vnouw van Loukdes, of nuiE Onze Vadeks en W'kes Gegiioetkn' tür keiie dki! Onhevi.ekte Ontvangünis.
VIJFDE DAG DEH NOVENE
Zcrcudc rti acldxte eersehipthig, 23 'â gt;' 24 Fehrnari 18')#.
Dinsdag 2:5 Februari, voor zonsopgang, knielde J Jernadotte te midden van een talrijke seliaar als naar gewoonte voor de grot neder. Weldra verschijnt de gezegende Vrouw en spreekt tot het kind met die liefeljjke stem, welke de hemelen in verrukking brengt.
âIk heb u een geheim, dat voor u alleen is, en u alleen aangaat, mede te deelen. I?e-looft ge mij, het nooit aan iemand ter wereld te zullen openbaren ?quot;
âIk beloof' het u.quot;
/ij deelde mij daarop het geheim mede, mij tevens eene groote liefde betuigende. Vervolgens gaf zij mij dit bevel: â(Vy zul/ aan lt;lc. priester* zeyyen, dat ik tril, diif men mij hier eene kapel houirequot; waarbij zij mjj dooide uitdrukking van haar gelaat, door haar blik en hare gebaren te kennen gaf, dat zij hare weldaden en genaden op deze plaats overvloedig wilde uitstorten.
Na deze woorden eindigde ik mijn rozenkrans. Er was sedert het begin van het visioen
31
eon uur verstreken, toon zij zich nan mijne blikken onttrok.quot;
Aan Bernadette was dus eene gewichtige zending opgedragen. Ãm zich daarvan te kwijten, kon zij niets beter doen, dan den toenmaligen pastoor der gemeente, den ZEerw. heer Peyra-m;vle, van hare o])dracht in kennis te stellen, gelijk zij dan ook deed. De pastoor had het kind nooit gezien, gaat zeer omzichtig in deze zaak te werk en begint met haar aldus aan te spreken :
âZijt gij niet llernadette, de dochter van den molenaar Soubirons?quot;
âJa, mijnheer Pastoor.quot;
âWat komt gij hier doen
âIk kom vanwege de vrouw, die aan mij verschijnt bij de .Massabiella-rotsen.quot;
I!ij deze woorden zet de pastoor een ernstig gezicht en spreekt, om haar op de proef' to stellen, Bernadette op een strengen en in-drukwekkenden toon aan. Het kind hoort hem steeds deemoedig aan en blijft kalm.
âKent gij den naam van die vrouw?quot;
âNeen, mijnheer Pastoor, zij lieeft injj dien niet gezegd.
âEr zijn velen, die denken dat liet de JT. Maagd is.quot;
âIk weet niet of zij het is. Maar waar is het, dat zij mij dit bevel gegeven beeft: â(!ij zult den priesters gaan zeggen, dat ze hier een kapel moeten bouwen.quot;
32
Wat moest de pastoor doen? Hij twijfelde bijna niet meer, maar hij diende dan toch wel een bewijs te vragen tot staving der waarheid van Bernadette's woorden. âAVij zijn,quot; zoo ging hij dan voort, âwjj zijn in den winter, zeg nu van mijnentwege aan de Vrouw, die n verschijnt, dat, zoo zij eene kapel wil hebben, zij den wilden rozelaar, die onder hare voeten is, doet bloeien.quot;
âIk zal het doen,quot; was het ootmoedig antwoord van het goede kind; en Hernadette hield woord.
Woensdag don 24 Februari, bjj het opgaan der zon, was er reeds eene ontelbare menigte om de grot aanwezig; sommigen hadden n'e-hoord, welk wonder de pastoor verlangd had. Wat zou er geschieden? Allen zijn weder getuigen van de geestverrukking van het bevoorrechte kind. Zij bidt als een engel, en van een hemelsch licht en bovenaardsebe schoonheid schittert haar gelaat. Ziehier, hoe zjj, hetgeen zij toen zag en deed, kort daarop met kinderlijke eenvoudigheid aan den pastoor van Lourdes verhaalde:
âIk heb de verschijning gezien en haar gezegd: âmijnheer de pastoor vraagt u, eenig bewijs te geven, bijvoorbeeld den wilden rozelaar onder uwe voeten te doen bloeien, «laar mijn woord den priesters niet voldoende is, en zij zich niet op mij alleen kunnen ver-
33
laten.quot; Zij glimlachte toen, doch sprak niet.
âVervolgens lieeft ze mij gezegd, om voor de zondaars te bidden, de aarde te kussen voor hunne bekeering, en mij bevolen, van den oever der Gave tot binnen in de grot op te stijgen. Ook heeft zij driemaal gezegd: âBoetvaardigheid! Boetvaardigheid! Boetvaardigheid!quot; Ik heb deze woorden herhaald, terwijl ik op mijne knieën tot op de aangeduide plaats kroop. Daar heeft ze mij een tweede geheim geopenbaard, dat mij persoonlijk aangaat; vervolgens is ze verdwenen.quot;
Bernadette's uitwendige handelingen werden als gewoonlijk door de toeschouwers gezien; ook het driemaal âBoetvaardigheid,quot; dat zij de verschijning nasprak, werd duidelijk vernomen.
TER OVERWEGING.
Maria deelt Bernadette een geheim mede: aan de eenvoudigen en nederigen wordt geopenbaard, wat voor de wijzen der wereld en de hoogmoedigen wordt verborgen gehouden.
De omzichtige houding van den pastoor tegenover Bernadette is die, welke de Kerk ten opzichte van bovennatuurlijke gevallen of wonderen, die aan haar oordeel worden onderworpen, steeds in acht neemt. In dit opzicht is zij eerder hard- dan lichtgeloovig te noemen.
34
Wonderen, door do Kerk als zoodanig erkend, kunnen don toets der kritiek doorstaan.
Maria vraagt om voor de zondaars te bidden. Zou er een krachtiger middel zijn, om Jesus' en Maria's gunst te verwerven, dan liet onze bij te dragen tot redding van hen, voor wie Jesus aan het kruishout stierf en tegelijkertijd Maria's hart met een zwaard van droefheid doorboord werd?
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie ter eeue van ü. L. Vrouw van Loukdes. of iikie üxze Vaders en Wees Gegiioeten tek eerk der Onbevlekte Ontvangenis.
ZESDE DAG DER NOVENE.
Negende en tiende verschijning, 25 en 26 Februari 1858.
Donderdag den 25 Februari was er eene onafzienbare menigte uit alle oorden van het departement toegestroomd, teneinde getuige van Bernadette's geestverrukking te zijn. Zie bier wat zij later dienaangaande verhaald heeft: âNadat zij mij eenigen tijd bare tegenwoordigheid had laten genieten, zeide mij de Vrouw, terwijl zij mij met nog meer teederbeid tot zich trok: âMijn dochter, ik wil u nogmaals, en doe dit voor u alleen, een laatst geheim, dat u alleen aangaat, mededeelen, en dat gij evenmin als de twee andere aan iemand ter wereld moogt openbaren.quot; â âIk beloof het u,quot; antwoordde ik. Toen deelde zij mij het geheim mede. Na mij zulk eene groote gunst te hebben verleend, bewaarde zij een oogenblik het stilzwijgen, als wilde zij mij het geheim, dat ze mij had toevertrouwd, laten genieten.
Daarna zeide zij: âEn nu, mijne dochter, ga drinken en u wasschen aan de bron en van de kruiden eten, die er om heen groeien.quot;
Daar ik, om mij heen ziende, geen bron ontdekte, richtte ik mij, steeds mijne oogen
36
wp haar, dio tot mij sprak, gevestigd houdende, naar de Gave. Met een woord en een wenk hield zjj mij tegen, zeggende:
âGa niet derwaarts; ik heb u niet gezegd aan de Gave te gaan drinken, ga naar de bron, die is hier.quot;
En hare hand uitstrekkende, wees ze mij met den vinger in liet binnenste der grot denzelfden hoek, naar welken zij mij den vorigen dag bevolen had op de knieën heen te kruipen. Ik haastte mij te gehoorzamen en kroop op mijne knieën naar de aangewezen plaats. 11c zag echter geen bron, maar slechts hier en daar eenige kruiden. Om aan het ontvangen bevel te voldoen, begon ik in den grond te krabben om er een kuiltje in te maken. Eensklaps borrelen er onder mijne hand eenige droppels water op. liet kuiltje liep vol; het was evenwel slechts met aarde vermengd water. Tot drie keeren beproefde ik er van te drinken, maar ik walgde er te zeer van om het te doen. Daar ik niettemin, liet kostte wat het wilde, aan het mij gegeven bevel verlangde te voldoen, doe ik eene nieuwe poging, drink van liet water, wasch mjj er mede en eet van de kruiden, die mij zijn aangewezen. Op dat oogenblik liep het water over den rand van het kuiltje en begon met een dunnen straal langs den afhellenden grond weg te loopen.
37
Tk had alzoo al de bevelen, die mij gegeven waren, volbracht. De onbevlekte Maagd toonde zich voldaan, en na mij met goedheid te hebben aangezien, verdween zij.quot;
Vrijdag den 26 Februari waren er wel vijf-a zesduizend menschen om de grot. De bevoorrechte Bernadette komt. âDe heilige! de heilige!quot; roept de opgetogen menigte. Doch hoe vurig zij ook bidt, er komt geen verandering in haar gelaat, er heeft niets bijzonders plaats; na een uur gebeden te hebben, staat zij op en zegt; âVandaag heeft de verschijning zich niet vertoond, ik heb niets gezien.quot;
Middelerwijl was het dunne straaltje een vinger dik geworden, om weldra tot een straal van een arm dik aan te groeien en dagelijks 100,000 liters water op te leveren.
Ook dezen dag was het, dat de reeks van wondoren, welke de echtheid der verschijningen voor immer zouden staven, oen aanvang nam. Onder de velen, die reeds de kracht van het wonderbare water ondervonden, dient inzonderheid de mijnwerker Bouriette vermeld te worden. âDo II. Maagd, als zij het is,quot; had hij gezegd, âhoeft slechts te willen, en ik zal genezen zijn.quot; Hij wiesch het oog, waaraan hij blind was, met een weinig water van do bron en zag. âEen wonder,quot; riep do geneesheer uit. Nog denzelfden avond stroomde geheel Lourdes (Bouriette en do andere ge-
38
nezenen natuurlijk mede) naar de grot, en badende in de zee van licht, door de medegebrachte waskaarsen verspreid, zong de menigte de Litanie van de H. Maagd.
De onaanzienlijke grot was een heiligdom geworden. Maria nam bezit van haar nieuwen troon in het Pyreneesche gebergte. Het was het voorspel van den luister, waarvan wij nu getuigen zijn.
TER OVERWEGING.
Er was een teeken gevraagd, het bloeien van den wilden rozelaar, en het werd niet gegeven. Ook wij erlangen door ons gebed niet altijd wat wij vragen, zelfs ook dan niet, wanneer wij mogen vertrouwen, dat het aan de vereischten van een goed gebed beantwoordt. Maria glimlachte, toen haar gevraagd werd, den wilden rozelaar te doen bloeien. Zij wist iets beters, iets dat krachtiger van de echtheid barer verschijning getuigenis zou afleggen. Zij deed eene bron ontspringen, eene bron, die eene bron des heils zou zijn voor duizenden in alle deelen der wereld en tot in de verste tijden; maar zij gaf geen bloemen, die ras verwelken eu verdwijnen.
Wanneer het dan gebeuren mocht, dat wij, na met vertrouwen en aandrang gebeden te hebben, ons gebed niet verhoord zien, houden
39
wij het er dan voor, dat Maria zeker iets beters voor ons wist, en zijn wij verzekerd, dat ons gebed vruchten zal dragen en wij iets beters zullen krijgen dan dat, waarom wij verzochten. Maria is eene moeder, wier liefde voor den mensch die van aardsche moeders voor hare kinderen verre overtreft, en die over onmeetbare schatten beschikt. â Zal zij hare kinderen, die haar iets komen vragen, met ledige handen van zich laten gaan?
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie tek t.eke van ü. L. Vrouw vanLourdes, of drie Onze Vaders en Wees Gegroeten ter eere
dek ün'bevlekte ontvangenis.
ZEVENDE DAG DER NOVENE.
Van de tiende tot de vijftiende verschijniny, 27 Februari tot en mei 4 Maart 185b'.
Zaterdag den 27 Februari had de verschijning voor de tiende maal plaats. Vervolgens verscheen de hemelsche vrouw den 1,2,3 en 4 Maart, telkens als de vorige keeren. Ook herhaalde zij eiken dag het bevel, dat zij den 25 Februari aan Bernadette gegeven had: âGa drinken aan de bron, wasch u,en eet van de kruiden, die daar groeien.''''
Den 4 Maart was de laatste der veertien dagen, op welke Bernadette volgens hare belofte een bezoek aan de grot moest brengen. Dien dag had dus de vijftiende verschijning plaats; daar men wist, dat het de laatste der veertien dagen was, waren er eon verbazend aantal menschen, meer dan twintig duizend, van alle kanten naar de grot samengestroomd.
De zon was reeds op, toen Bernadette, van hare moedor vergezeld, en steeds zonder het minste vertoon, als de geringste dochter uit het volk, op het pad verscheen, dat naar de grot leidt. âDaar is de heilige, daar is hot bevoorrechte kind der 11. Maagd!quot; is de kreet, die uit de menigte opstijgt, liet kind slaat
41
echter niet eens de oogen op, maar knielt in ootmoed neder om te bidden, en de gansehe! schaar werpt zich met haar op de knieën en bidt.
âZij verschijnt! de II. Maagd!quot; fluistert men, en aller harten trillen van aandoening en blijdschap. Zjj zien Maria niet, nlleen de glans, die van de Koningin des hemels op Bernadette afstraalt, verkondigt hun hare tegenwoordigheid. â Wat was er echter meer noodig? Ziehier, wat verder plaats had.
De hemelsche vrouw herhaalde haar bevel van aan de bron te drinken, zich to wasschen en van de daar groeiende kruiden te eten. Zij voegde er echter opnieuw bij: âGa, mijne dochter, (jo. a cm de priesters zeggen, dat men hier cm heiligdom voor mij houwe, en dat er processies worden gehouden.quot;
Uit gehoorzaamheid aan den pastoor, vroeg het kind nogmaals den naam der vrouw; deze beantwoordde de vraag echter enkel door een bevalligen glimlach. Toen het uur verstreken was, lachte de vrouw Bernadette andermaal minzaam toe, en voor zij verdween, wierp zij nog een moederlijken blik op de menigte en zegende hare kinderen.
TER OVERWEGING.
Marin verschijnt herhaalde malen, terwijl
42
Uene enkele keer haar voldoende zou zijn geweest, aan Bernadette datgene te openbaren en te gelasten, wat zij wilde, dat deze zou weten en doen. Ware zij slechts eene enkele maal verschenen, weinigen zouden hare verschijning, door Bernadette's gedaanteverandering aangeduid, hebben kunnen genieten. Zij wilde echter velen aan dat geluk deelachtig maken. Ook door haar verlangen, dat op die plaats een heiligdom voor haar zou worden opgericht, herhaalde malen te kennen te geven, toont zij ons de vurigheid harer begeerte, eene plaats te hebben, waar hare kinderen tot haar zouden komen om haar hunne kinderlijke hulde te bewijzen; waar zij hunne zorgen en bekommernissen in haar moederhart zouden kunnen uitstorten. Zou er iets tegen eene zoodanige beschouwing zijn? Herhaalde malen beveelt zij haar bevoorrecht kind, zich aan de bron te wasschen, er uit drinken en te eten van de kruiden, die er omheen groeien. Zou zij ons in Bernadette niet hetzelfde bevelen, dat is, ons uitnoodigen, om tot onze reiniging, verkwikking en versterking een veelvuldig gebruik te maken van de onuitputtelijke genadebron, die zij tot hare beschikking heeft?
En Bernadette, aan wie God groote dingen had gedaan, in een eenvoudig en armoedig gewaad gekleed, nederig en bescheiden als
43
do geringste onder de geringen, daalt aan de zijde harer moeder liet pad, dat naar de grot leidt af. Het fluisterend uitgesproken âdaar is de heiligequot;, raag haar oor bereikt hebben, raaar tot haar hart doorgedrongen is het niet; zij slaat niet eens do oogen op en houdt ze naar den grond gericht. Eene les voor ons in de nederigheid. Eene waarschuwing tevens voor ons, nooit laag neer te zien op dezulken, die in stand of vermogen verre beneden ons staan; want het zou dikwerf het geval kunnen zijn, dat deze door ons gering gesehatten meer innerlijke waarde hadden dan wij.
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie ter eere van ü. L. Vrouw van Lourdes. ok drie Onze Vaders en Wees Gegkoetex ter eere der Onbevlekte Ontvaxgenis.
ACHTSTE DAG DER NOVENE.
Zestiende en zeventiende verschijning, 25 Maart en 5 April 1858.
De wonderbare genezingen hielden steeds aan. Bernadette ging nog dikwijls naar de grot, maar iets buitengewoons had er niet plaats. Den 25 Maart, het feest van Maria-Boodschap, hoorde zij echter opnieuw die inwendige stem, die steeds zulk eene onweder-staanbare macht op haar had uitgeoefend. âBernadette gaat naar de grotquot;, riep men elkander toe, en velen, waaronder de meeste van degenen, die genezen waren, volgden haar.
De lucht was helder; de sneeuw, die, opmerkelijk genoeg, juist na den 4 Maart, den laatsten dag der verschijning, was beginnen te vallen, was in het dal weggesmolten, nog lag ze als een smetloos kleed, het beeld der Onbevlekte, die zich nu zou bekend maken, over de bergen gespreid. â Ziehier het verhaal van Bernadette aangaande deze verschijning, waarbij de omstanders als de vorige keeren het verheerlijkt gelaat van het kind bewonderden en met haar medebaden.
âO Vrouwe!quot; zoo begon het kind, âwilt gij de goedheid hebben, mij te zeggen, wie
45
gij zijt en hoe uw naam is?quot; Zij antwoordde mij echter alleen met een glimlach. Ik drong aan en herhaalde mijne vraag oen tweede en derde maal. Zij blijft zwijgen, maar haar zwijgen gaf mij moed, zoodat ik mijne vraag voor den vierden keer dorst herhalen en zeide: âO Vrouwe, wilt gij de goedheid hebben mij te zeggen, wie gij zijt en hoe gij heet?quot;
Die vrouw had de handen gevouwen, zij deed ze nu vaneen en liet den rozenkrans, dien zij in de hand had, op haar arm glijden. Daarop opende zij hare armen en strekte ze naar de aarde uit, als om het gansche men-schelijk geslacht met hare maagdelijke handen te zegenen; vervolgens voegde zij ze weder samen, legde ze op de borst, sloeg haar blik ten hemel en zeide: âIk hen de. Onbevlekte Ontvangenis.'quot;
Paasch-Maandag, den 5 April, voelde Berna-dette zich opnieuw door die kracht, waaraan zij geen weerstand kon bieden, naar de grot getrokken. Tien duizend menschen waren door hun geloof en godsvrucht daar insgelijks heengevoerd, zonder evenwel te weten, dat Berna-dette er zou komen, of dat er iets ongewoons zou gebeuren. De H. Maagd wilde echter haar werk de kroon opzetten, door in tegenwoordigheid eener groote menigte aan Bernadette te verschijnen. Den 18 Februari had zij gezegd: âWilt gij mij den dienst bewijzen om
4G
veertien dagen hier te komen? Ik vvenscli hier een grooten toeloop to zien.quot; Bernadette had aan haar verzoek voldaan, de toeloop kwam, en de II. Maagd is getrouw. Thans echter wil zij nogmaals â het is de zeventiende keer â aan haar bevoorrecht kind verschijnen: het is de vijftiende en laatste maal, dat zij het doen zal in tegenwoordigheid der menigte.
Bernadette is als naar gewoonte in hare eenvoudige boerenkleeding. De tienduizend getuigen knielen met haar neder: als eene weerkaatsing van het hemelsch licht schittert haar gelaat van een bovenaardschen glans. Ditmaal schijnt de glans nog sterker dan de vorige keeren; meer dan ooit gelijkt het kind een engel; een luide kreet stijgt uit de menigte op: âZij is in geestverrukking, de Allerheiligste Maagd verschijnt haar!quot;
Een vreemd verschijnsel heeft dezen dag plaats. De kaars, die Bernadette droeg, was zeer groot en zij hield die met beide handen vast. Bij het zien der H. Maagd gingen hare handen onwillekeurig omhoog, in dier voege, dat de vlam der kaars, van den wind bewogen , tusschen hare vingers doorspeelde, zonder echter dezelve te branden of er eenigszins letsel aan te doen. Honderd vijftig personen zijn dicht genoeg bij haar om het verschijnsel van nabij te kunnen waarnemen; het gerucht ver-
47
spreidt zich door do menigte en allen roepen in vervoering uit: âMirakel! Mirakel!quot; Maria sprak dozen keer niet.
Eindelijk liep er eene rilling over liet lichaam van Bernadette en koerde zij tot haar gewonen toestand terug.
TER OVERWEGING.
Bernadette had uit den mond der II. Maagd zelve het woord âOnbevlekte Ontvangenisquot; gehoord, zonder echter te weten, wat hot he-teekende. De pastoor van Lourdos onderrichtte haar, en zei: âDe hemolsch schoont! vrouw, die aan u verschonen is, hooft zich do Onbevlekte Ontvangenis genoemd, omdat zij zonder de smet der erfzonde, waarmede alle Adamskinderen bevlekt zijn, ontvangen is, en dit is het eenparig gevoelen der Kerkvaders geweest, en door den II. \ ader Paus Pius IX tot dogma, dat is leerstuk, verklaard.quot;
âIk geloof het met hart en zielquot;, sprak daarop Bernadette, âen nu weet ik, dat het de II. Maagd is, die mij is verschenen.quot; Overgelukkig vertelde het kind alles verder en bootste de houding en gebaren na van haar, die tot haar, gezegd had: Ik be» (h'Onhr.rlektc-Oittvwugenis.
Ja, het bevoorrechte kind had met hare lichamelijke oogeu de vrouw aanschouwd, wier voet,
48
volgens de door God in hot Paradjjs gedane belofte, den kop van het helsnh serpent zou verpletteren; zij zou de aarde zijn, die het heil der wereld, den nieuwen Adam zou voortbrengen, die do zonden der wereld op zich zou nemen en niet kon voortkomen uit eene door de zonde besmette aarde. Welk een dank zijn wij aan God, dat Ifij ons Maria geschonken heeft, toch verschuldigd!
Bernadette moet tot viermaal toe hare vraag aan de hemelsclie vrouw, wie zij was, herhalen, eer Maria er gevolg aan geeft. Leeren wij daaruit, dat, zoo wij iets van God verlangen, we niet moeten ophouden er om te smeeken.
Geloofd zij ilc. heilige Onhevlekte ihdwmgmm der AUcrheiligtite Maugtl Markt, Moeder Gods.
Litanie ter eeeh van O. Ij. Viioinv van Louiidhs, of hkie üinzk VaDJSKS en wüks Geguoeten tek 1se11h dek OnüEVI.ektk ontvangenis.
NEGENDE DAG DER NOVENE.
Achttiende en laatste verschijning, 1() Juli 1858.
Het was Woensdag 16 Juli, hot feest van O. L. Vrouw van den Berg Carmel, dos avonds acht uren, dat de II. Maagd voor het laatst aan Bernadette verscheen. Dien dag gevoelde zij andermaal een hevigen aandrang om naar de grot te gaan. Hare jongste tante (hare peettante) bood zich aan om met haar mede te gaan, ook werd zij vergezeld van twee vrouwen, die hare vurige begeerten daartoe hadden te kennen gegeven. De schemering was reeds ingevallen, zoodat Bernadette door de menigte niet herkend werd. Zij knielden op een afgelegen plaats tegenover de grot neder en begonnen daar het rozenhoedje te bidden. Weldra verschijnt de H. Maagd aan Bernadette, zij geraakte in geestverrukking en haar gelaat wordt verheerlijkt: een feit, dat slechts hare gezellinnen alleen goed kunnen waarnemen. Daar het terrein vlak voor de grot op bevel van hoogerhand was afgesloten, bevond Bernadette zich aan den anderen kant der Gave voor de grot. De afstand, door de menschen gesteld, verdween voor hooger macht. Het was, alsof de gezegende rots tot Bcrna-
50
dctto was gekomen; zij sclioen haar even nabij als vroeger, on in do nis zag zij de Onbevlekte Maagd, dio haar minzaam toelachte, zonder evenwel te spreken, haar toeknikte, als wilde ze hot kind tot aan oen zalig wederzien vaarwel zeggen.
Op de plek waai- Bernadotte voor liet laatst met de verschijning der 11. Maagd begunstigd werd, verheffen zich nu drie Gode gowijdo gestichten: oen klooster der Carmelitessen, een der Benedictinessen en het weeshuis der Liefdezusters van Novers. Xa nog acht jaren in Lourdes verbleven te zijn, om getuigenis af te leggen, van wat zij gezien en gehoord iiad, trad zij in 1866 in het laatstgemelde klooster. Daar leefde zij, en leed veel; doch met geduld en onderwerping, onder Maria's hoede. Daar stierf zij, men mag het met grond vertrouwen, don dood der rechtvaardigen. Hot tijdstip, dat Maria de haar voor de grot gedane belofte zou vervullen, toen zij haar zeide: v Ik beloof ii, u gelukkig te zullen maken, niet in deze wereld, maar in de anderequot;, was aangebroken. Het was Woensdag den 1!) Maart (dag aan den IT. Joseph gewijd) 1879 te drie uren des namiddags, dat Bernadotte haar ziel aan haren Schepper teruggaf.
TEK OVERWEGING.
Bernadotte heeft hare zending volbracht.
Grootsch was liet, wat door de Moeder des Heeren aan dit arme eenvoudige kind was opgedragen. Vier jaar was liet geleden, dat Pius IX de leer der Onbevlekte Ontvangenis tot leerstuk der Kerk had verheven, eu zie, daar verschijnt de H. Maagd en bevestigt zelve, door zich de Onbevlekte Ontvangenis te noemen, de uitspraak van den plaats-bekleeder haars Goddelijken Zoons, tot haar tolk nemende een arm, eenvoudig boerenkind. Wonderen bevestigen de waarheid van Ber-nadetta's woorden, allen redelijken twijfel omtrent de werkelijkheid eener hemelsche verschijning verdwijnt; tegenspraak dergenen die het bovennatuurlijke loochenen, verstomt voor het aangezicht van bovennatuurlijke feiten, ruw geweld moet het ten laatste opgeven. Dat dit beknopt overzicht diene tot versterking van ons geloof.
Hoe treffend blijkt Maria's liefde voor den mensch; hoe spoort het ons tot betrouwen aan dat verlangen een grooten toeloop van men-schen bij de grot te zien. Voldoen wij dan van onzen kant aan dat verlangen; en daar het slechts aan enkelen onzer gegeven is, haar onze kinderlijke hulde op de door haar bevoorrechte plaats zelve aan te bieden, laten wij het dan doen op die plaatsen in ons vaderland, waar zich eene ter eere van O. L. Vrouw van Lonrdes opgerichte grot bevindt; kunnen
52
wij ook dat niet, doen wij dan in den geest eene bedevaart naar Lourdes; deze, met ware godsvrucht gedaan, zal Maria even aangenaam zijn, alsof' wij werkelijk daarheen gingen.
Wij zijn nu tot aan den laatsten dag dei-novene genaderd. Verlevendigen wij nog eens onze liefde voor onze hemelsche Moeder, alsmede ons betrouwen op hare machtige voorbede. En mocht het zijn, dat wij juist niet dat verkregen, waarom wij gevraagd hebben, denken wij dan aan den pastoor van Lourdes; hij vroeg vergankelijke bloemen en kreeg eene bron, die tot den huldigen dag nog vloeit tot heil van duizenden. Houden wij ons overtuigd, dat ons gebed niet vruchteloos gestort is; want, gelijk de H. Bernardus zegt, het is nooit gehoord, dat iemand, die tot Maria zijn toevlucht nam, ongetroost is weggezonden.
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ontvangenis | der Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods.
Litanie ter kerk van ü. L. Vrouw van Lourdes. or drie Onze Vaders en Wees Gegroeten tereere der Onbevlekte Ontvangenis.
Liti
Litanie van 0. L Vrouw van Lourdes
Heer, oiitfenn u onzer.
('Iiristus, outfcnii n onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Glirisius, hoor ons. â
Christus, verhoor ons.
God Heinelsclie Vader, ontf'onn ü onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm L onzer.
God Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm 1 onzer.
-Maria, allerheiligste en allerverlievenste Moeder Gods
bid voor ons.
Maria, minzame Koningin, wier glinsterende troon op de vleugelen der Seraph ijnen, aan de rechterhand van den Koning der Koningen rust,
Maria, machtige Koningin, die heerscht over legioenen Engelen, die eerbiedig uwe bevelen afwachten om uwe getrouwe dienaars ter hulp te snellen,
Maria, bewonderenswaardige Koningin, die van het hoogste uwer uitmuntende grootheden, U gewaar-digd hebt neder te zien op eene woeste plaats -der aarde, om er een arm kind te zoeken, S
Maria, die schitterend van luister en hemelsehe lt; goedheid, vcrschciden malen verschenen zijt, in de c grot van Lourdes, aan eene jonge dochter des velds, Maria, die tusschen uwe handen een rozenkrans g houdende, en het teekeii des 1:1. Kruis makende, het verbaasde kind hebt aangezet om den H. Ro-zeukraus te bidden,
Maria, die met bedrukten blik aan de kleine herderin
bevolen hebt veel te bidden voor de zondaren, Maria, die het eenvoudige kind tot de Priesters gezonden hebt, om te zeggen: dat, Gij wildet dat men U eene kapel zon bouwen op de rotsen waar Gij verschenen waart.
54
Maria, die aan het, nederig kind gezegd hebt,: dat Gij verlaugdet, dat men de spelonk van Lourdes liezoeke, en er in processie koine,
Maria, die eene bron van helder water hebt, doen ontspringen uit de rots op welke uwe gezegende voeten hadden gerust,
Maria, die, onder alle verhevene namen en glorierijke eeretitels, dien uwer onbevlekte ontvangenis, verkozen hebt, om te Lourdes geëerd te zijn, Maria, die, al de pogingen der wereldsehe wijsheid die den stroom uwer goedheid en gunsten wilde tegenhouden, in de grot, van Lourdes, verstomd en verijdeld hebt, door uw alverbazend vermogen, Maria, uitdeelster van genaden, weldaden en zegeningen, die gedurig de wonderbare bron van Lourdes onderhoudt, en voedt.
Onbevlekte Maagd, nitnemende uitdeelster van glorie, vreugde en zaligheid voor de gelukkige hemelingen, hemelsche uitdeelster van zoetigheid, vrede en volharding voor de rechtvaardige zielen, onuitputtelijke uitdeelster van medelijden, barmhartigheid cn vergiffenis voor de arme zondaars, levende uitdeelster van vertroosting, opbeuring en
steun voor de bedrukte harten,
overvloedige uitdeelster van bijstand, kracht en rf genezing voor de zieken en kranken,
,2 zalige uitdeelster van hulp, genade eu hoop voor
do stervenden,
-S weldadige uitdeelster van verzachting, licht, en ver-^ lossing voor de lijdende zielen des vagevuurs, o vermaarde uitdeelster \an heil, bescherming en quot;s welzijn voor het mcnschelijk geslacht, 0 die aan de blinden het gezicht, aan de stommen de spraak, aan de dooven het gehoor en aan de verlamden het gebruik hunner ledematen verwerft,
wier ontelbare en schitterende weldaden in alle gewesten der aarde verkondigd en bewonderd zijn.
55
Onbevlekte Maagd, wier heilig hart overstroomt van
tocdcrheid eu goedheid voor ons, bid voor ons. Onbevlekte Maagd, wier liefde tot ons, de liefde aller moeders voor hare kinderen overtreft, bid voor ons. Onbevlekte Maagd, wie nooit iemand heeft aangeroepen
zonder verhoord te zijn, bid voor ons.
Van uit den schoot der goddelijke glorie, die U in den
hemel omringt, bewaak ons, Maria.
In de onderhouding der geboden Gods en der II. Kerk,
moedig ons aan, Maria.
Op den engen weg des hemels, ondersteun ons, Maria. In den strijd tegen satan, do wereld en liet vleesch,
beschut ons, Maria.
In de ware en standvastige godsvrucht, bevestig ons, Maria.
In ziekten, krankheden en smarten, vertroost ons, Maria.
In de uur onzes doods, beseherin ons, Maria.
Als wij bevend voor onzen rechtvaardigen Rechter
zullen staan, bid voor ons, Maria.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
ONZE VADEll, enz. WEES GEGROET, enz.
Bid voor ons, o heilige en onbevlekte Moeder Gods. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
O Jesus, God van oneindige goedheid, die Maria uwe onbevlekte Moeder hebt aangesteld tot Uitdeelster van dien schat van genade en barmhartigheid, waar uw Goddelijk Hart het begin en de eeuwige bron van is, en welke het die wonderlijke Maagd behaagt op zulke verbazende wijze uit te storten over de gezegende rotsen
56
van Lourdcs, wij bidden U nederig, door hare verdiensten en gebeden, geef ons toeli al wat ons heilzaam is, de gezondheid der ziel en des liehaams, maar bovenal de onsehatbarc genade van U altijd meer en meer te kennen en te beminnen, opdat wij, ua U op aarde getrouwelijk gediend tc hebben, ons eens in den hemel, voor uwen troon mogen bevinden, aan do voeten van Maria, onze goede Moeder en, vereenigd met de koren der Engelen en der Heiligen, U met hen loven, danken en beminnen in allo eeuwigheid. Amen.
/V a u gt;1 avi n .
Wees eeuwig gezegend, geloofd, bemind en aangeroepen, o Maria! die met zooveel liefde een overvloed van genade uitstort over de grot van Lourdes, welke Gij door uwe tegenwoordigheid geheiligd hebt. Wees toch altijd onze Moeder, onze hoop, onze troost op aarde en onze Koningin in de eeuwige zaligheid. Amen.
Gebenedijd zij de heilige en Onbevlekte Ontonngenis van de Allerheiligste Maagd Maria.
(300 dagen aflaat.)
Zoel Hart van Maria, wees mijne zaligheid.
(300 dagen aflaat.)
IM P RIM A T U R.
Amstelodami, die 27 Octobris 1890.
H. J. 11. Rusciieklatt, Libr. Cens.
Voorrede.
Tiet bnokskoa, diit wij u hier aanbieden, is cene Novene ter eere van O. L. V. van Loardes.
t)iii met. vrucht eene Novene te houden, is eene gepaste gemoedsstemniing een onmisbaar vereischte.
Liefde en vertrouwen, ootmoed en onderwerping moeten het, hart vervullen dergenen, die eene gunst, hetzij van tijclelijken of geestelijken aard, met goed gevolg van den Kemel willen afsmeeken.
Wij meenen dat een beknopt, doch zakelijk verhaal dezer treffende gebeurtenis, een geschikt middel daarvoor is.
liet lieflijk beeld der H. Maagd, iu dit verhaal geschetst, haaj uitgedrukt verlangen, don mensch door hare machtige voorbede te helpen, kan niet anders dan liefde en vertrouwen in ons opwekken.
Hernadette toont ons door hare kinderlijke eenvoudigheid, hoe men moet bidden. Teneinde de aandacht op het meest treffende in elk der negen verhalen te doen vestigen, hebben wij het niet ondienstig geacht, met een paar woorden aan het einde van elk verhaal daarop te wijzen.
Wat betreft het gebed, na elke lezing en overweging te doen, dunkt ons de Litanie van O. L. V. van Lourdes het eigenaardigste en geschikste te zijn; ook heeft dit gebed het voordeel, dat het gezamenlijk door verscheidene personen gebeden kan worden, en men weet, dat God volgens Zijne belofte daar is, waar twee of meer in Zijnen naam vergaderd zijn.
Moge dit werkje strekken tot eer van God, lot verheerlijking van Maria en tot heil der zielen.
â
50
dctte was gekomen; zij scheen haar oven nabij als vroeger, en in de nis zag zij de Onbevlekte Maagd, die haar minzaam toe-laehte, zonder evenwel te spreken, haar toeknikte, als wilde ze het kind tot aan een zalig wederzien vaarwel zeggen.
Op de plek waar Bernadette voor het laatst met de verschijning der H. Maagd begunstigd werd, verheffen zich nu drie Gode gewijde gestichten: een klooster der Carmelitessen, een der Benedictinessen en hot weeshuis der Liefdezusters van Kevers. Xa nog acht jaren in Lourdes verbleven te zijn, om getuigenis af te leggen, van wat zij gezien en gehoord had, trad zij in 1866 in het laatstgemelde klooster. Daar leefde zij, en leed veel; doch met geduld en onderwerping, onder Maria's hoede. Daar stierf zjj, men mag het met grond vertrouwen, den dood der rechtvaardigen, liet tijdstip, dat Maria de haar voor de grot gedane belofte zou vervullen, toen zij haar zeide: vlk beloof «, u f/elukkiy te zullen maken, niet in deze irereld, maar in de anderequot;, was aangebroken. Het was Woensdag den 19 Maart (dag aan den IF. Joseph gewijd) 1879 te drie uren des namiddags, dat Bernadette haar ziel aan haren Schepper teruggaf.
TEU OVKKWEOIXG.
Bernadette heeft hare zending volbracht.
Grootsch was het, wat door de Moeder des Heeren aan dit arme eenvoudige kind was opgedragen. Vier jaar was het geleden, dat I'ius IX de leer der Onbevlekte Ontvangenis tot leerstuk der Kerk had verheven, en zie, daar verschijnt de li. Maagd en bevestigt zelve, door zich de Onbevlekte Ontvangenis te noemen, de uitspraak van den plaats-bekleeder haars Goddelijken Zoons, tot haar tolk nemende een arm, eenvoudig boerenkind. Wonderen bevestigen de waarheid van Ber-nadetta's woorden, allen redelijken twijfel omtrent de werkelijkheid eener hemelsche verschijning verdwijnt; tegenspraak dergenen i die het bovennatuurlijke loochenen, verstomt voor het aangezicht van bovennatuurlijke feiten, ruw geweld moet het ten laatste opgeven. Dat (lit beknopt overzicht diene tot versterking van ons geloof.
1 loe treffend blijkt Maria's liefde voor den mensch; hoe spoort het ons tot betrouwen aan dat verlangen een grooten toeloop van men-schen bij de grot te zien. Voldoen wij dan van onzen kant aan dat verlangen; en daar het slechts aan enkelen onzer gegeven is, haar onze kinderlijke hulde op de door haar bevoorrechte plaats zelve aan te bieden, laten wij het dan doen op die plaatsen in ons vaderland, waar zich eene ter eere van O. L. Vrouw van Lourdes opgerichte grot bevindt; kunnen
52
wij ook dat niet, doen wij dan in den geest cone bedevaart naar Lourdes; deze, met ware godsvrucht gedaan, zal Maria even aangenaam zijn, alsof wij werkelijk daarheen gingen.
Wij zijn mi tot aan don laatsten dag der novene genaderd. Verlevendigen wij nog eens onze liefde voor unze hemelsche Moeder, alsmede ons betrouwen op hare machtige voorbede. En mocht het zijn, dat wij juist niet dat verkregen, waarom wij gevraagd hebben, denken wij dan aan den pastoor van Lourdes: hij vroeg vergankelijke bloemen en kreeg eene bron, die tot den huidigen dag nog vloeit tot heil van duizenden. Houden wij ons overtuigd, dat ons gebed niet vruchteloos gestort is; want, gelijk de H. Bernardus zegt, het is nooit gehoord, dat iemand, die tot Maria zijn toevlucht nam, ongetroost is weggezonden.
joec jrot laria, liouc liet zonk aria, bcvo aria, ^czo mon (iij \
Geloofd zij de heilige Onbevlekte Ontvangenis ^ der Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods. jai.;a
Litanie ter eeue van O. L. Vrouw van Lourdes. of diiie Onze Vaders en Wees Gegkoeten tereekb der Onbevlekte Ontvangenis.
Lits
Heer Chris 1 leer Chris Chris God God God Heilii -Mm rii bid Maria op min Maria Eiu uwe Maria lioo digc dei
Litanie van 0. L Vrouw van Lourdes.
Heer, outt'erm 11 onzer.
Christus, ontferm \i onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons. â¢
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm à onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God Heilige, Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm U onzer.
-Maria, allerheiligste en allerverhcvenste Moeder Gods,
bid voor ons.
Mi «quot;ia, minzame Koningin, wier glinsterende troon op de vleugelen dor Seraphijnen, aan de rechterhand van den Koning der Koningen rust,
Maria, machtige Koningin, die heerscht over legioenen Engelen, die eerbiedig uwe bevelen afwachten om uwe getrouwe dienaars ter hulp te snellen,
Maria, bewonderenswaardige Koningin, die van hol hoogste uwer uitmuntende grootheden, U gewaar-digd hebt neder te zien op oene woeste plaats â der aarde, om er een arm kind te zoeken, £
Jaria, die schitterend van luister en hemelsche lt; goedheid, verscheiden malen verschenen zijt, in de c grot van Lourdes, aan eene jonge dochter des velds, c' laria, die tusschen uwe handen oen rozenkrans g houdende, cn het toeken des H. Kruis makende, het verbaasde kind hebt aangezet om den H. Rozenkrans te bidden,
aria, die met bedrukten blik aan de kleine herderin bevolen hebt veel te bidden voor do zondaren,
aria, die het eenvoudige kind tot de Priesters gezonden hebt, om te zeggen: dat Gij wildot dat men U eene kapel zou bouwen op de rotsen waar Gij verschenen waart.
eest rare aam
iler eons als-f oor-niet )ben, i'des; eenc iit tot uigd, â t is; iet is a zijn en.
ngenis God*.
)U11DES. ill EliliK
52
wij ook dat niet, doen wij dan in den geest eene bedevaart naar Lourdes; deze, met ware godsvrucht gedaan, zal Maria even aangenaam zijn, alsof wij werkelijk daarheen gingen.
Wij zijn nu tot aan den laatsten dag der novene genaderd. Verlevendigen wij nog eens onze liefde voor onze hemelsche Moeder, alsmede ons betrouwen op hare machtige voorbede. En mocht het zijn, dat wij juist niet dat verkregen, waarom wij gevraagd hebben, denken wij dan aan den pastoor van Lourdes: hij vroeg vergankelijke bloemen en kreeg eene bron, die tot den huldigen dag nog vloeit tot heil van duizenden. Houden wij ons overtuigd, dat ons gebed niet vruchteloos gestort is; want, gelijk de II. Bernardus zegt, het is nooit gehoord, dat iemand, die tot Maria zijn töovlucht nam, ongetroost is weggezonden.
Geloofd zij de, heilige Onbevlekte Ontvangenis | der Allerheiligste Maagd Maria., Moeder Gods. â :
Litanie ter eeiik van ü. L. Vuouw van Lourdes. | or drie Onze Vaders en Wees Geguoeten ter eeke dek Onbevlekte Ontvangenis.
:câ¢[ Litanie van 0. L. Vrouw van Lourdes.
⦠dl
lieer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm n onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons. â¢
Christus, verhoor ons.
God Hcmelsche Vuder, ontferm ü onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm l' onzer.
Maria, allerheiligste en allerverheveuste Moeder Gods,
bid voor ons.
Maria, minzame Koningin, wier glinsterende troon op de vleugelen der Serapliijnen, aan de rechterhand van den Koning der Koningen rust,
Maria, machtige Koningin, die heerscht over legioenen Engelen, die eerbiedig uwe bevelen afwachten om uwe getrouwe dienaars ter huli) te snellen,
Maria, bewonderenswaardige Koningin, die van hot hoogste uwer uitmuntende grootheden, U gewaar-digd hebt neder te zien op eeue woeste plaats â der aarde, om er een arm kind te zoeken, £
Maria, die schitterend van luister en hemelsche lt; goedheid, verscheiden malen verschenen zijt, in de c grot van Lourdes, aan eeue jonge dochter des velds, c' Maria, die tusseheu uwe haudeh een rozenkrans g houdende, eu het toeken dos H. Kruis makende,
liet verbaasde kind hebt aangezet om don H. Rozenkrans te bidden,
^ Maria, die met bedrukten blik aan de kleine herderin | bevolen hebt veel te bidden voor de zondaren,
Maria, die hot eenvoudige kind tot de Priesters gezonden hebt, om te zeggen: dat Gij wildot dat men U eene kapel zou bouwen op de rotsen waar Gij versclienen waart,
54
Maria, die aan liet, nederig kind gezegd hebt: dat Gij verlangdet, dat men de spelonk van Lourdes bezoeke, eu er in processie kome,
Maria, die eene bron van helder water bebt doen ontspringen uit de rots op welke uwe gezegende voeten hadden gerust,
Maria, die, onder alle verhevene namen en glorierijke eeretitels, dien uwer onbevlekte ontvangenis verkozen hebt, om te Lourdes geëerd te zijn, Maria, die, al de pogingen der wereldsehe wijsheid die den stroom uwer goedheid en gunsten wilde tegenhouden, in de grot van Lourdes, verstomd en verijdeld hebt, door uw alverbazeud verinogen, Maria, uitdeelster van genaden, weldaden en zegeningen, die gedurig de wonderbare bron van Lourdes onderhoudt, en voedt,
Onbevlekte Maagd, uitnemende uitdeelster van glorie, vreugde eu zaligheid voor de gelukkige hemellngen, hemelsche uitdeelster van zoetigheid, vrede en volharding voor de rechtvaardige zielen, onuitputtelijke uitdeelster van medelijden, barmhartigheid en vergiffenis voor de arme zondaars, levende uitdeelster van vertroosting, opbeuring eu steun voor de bedrukte harten,
âj- overvloedige uitdeelster van bijstand, kracht eu ^ genezing voor de zieken en kranken,
zalige uitdeelster van hulp, genade eu hoop voor
de stervenden,
weldadige uitdeelster van verzachting, licht en ver-^2 lossing voor de lijdende zielen des vagevuurs, 5 vermaarde uitdeelster \an heil, bescherming en quot;B welzijn voor het menschelijk geslacht,
O die aan de blinden bet gezicht, aan do stoiüinen de spraak, aan de dooven het gehoor en aan de verlamden het gebruik hunner ledematen verwerft,
wier ontelbare en schitterende weldaden in alle gewesten der aarde verkondigd en bewonderd zijn.
55
Onbevlekte Maagd, wier hoilif; hart overstroomt van
toederheid en goedheid voor ons, bid voor ons. Onbevlekte Maagd, wier liefde tot ons, de liefde aller moeders voor hare kinderen overtreft, bid voor ons. Onbevlekte Maagd, wie nooit iemand heeft aangeroepen
zonder verhoord te zijn, bid voor ons.
Van uit den schoot der goddelijke glorie, die U in den
hemel omringt, bewaak ons, Maria.
In de onderhouding der geboden Gods en der 11. Kerk,
moedig ons aan, Maria.
()]) den engen weg des heinols, ondersteun ons, Maria. In den strijd tegen satan, de wereld en het vleeseh,
beschut ons, Maria.
In de ware en standvastige godsvrucht, bevestig ons, Maria.
In ziekten, krankheden en smarten, vertroost ons, Maria.
In de uur onzes doods, bescherm ons, Maria.
Als wij bevend voor onzen rechtvaardigen Hechter
zullen staan, bid voor ons, Maria.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
ONZE VADER, eUZ. WEES OKGUOET, CUZ.
Bid voor ons, o heilige en onbevlekte Moeder Gods. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
O Jesus, God van oneindige goedheid, die Maria uwe onbevlekte Moeder hebt aangesteld tot Uitdeelster van dien schat van genade en barmhartigheid, waar uw Goddelijk Hart het begin en de eeuwige bron van is, en welke het die wonderlijke Maagd behaagt op zulke verbazende wijze uit te storten over de gezegende rotsen
5(5
van Lourdes, wij bidden U nederig, door hare verdiensten en gebeden, geef ons toch al wat ons heilzaam is, de gezondheid der ziel eu des liehaams, maar bovenal de onsehatbare genade van U altijd meer en meer te kennen en te beminnen, opdat wij, na U op aarde getrouwelijk gediend to hebben, ons eens in den hemel, voor uwen troon mogen bevinden, aan de voeten van Maria, onze goede Moeder en, vereenigd mot de koren der Engelen en der Heiligen, U met hen loven, danken en beminnen in alle eeuwigheid. Amen.
a n gt;1 a r* i a.
Wees eeuwig gezegend, geloofd, bemind en aangeroepen, o Maria! die met zooveel liefde eeu overvloed van genade uitstort over de grot van Lourdes, welke Gij door uwe tegenwoordigheid geheiligd hebt. Wees toch altijd onze Moeder, onze hoop, quot;onze troost op aarde en onze Koningin in de eeuwige zaligheid. Amen.
Gebenedijd zij de heilige en Onbevlekte Ontmngenis van de Allerheiligste Maagd Maria.
(300 dagen aflaat.)
Zoet Hart van Maria, wees mijne zaligheid.
(300 dagen aflaat.)
IMPRIMATUR.
Amstelodami, die 27 Octobris 1890.
H. J. H. Rusctieblatt, Libr. Ce as.
Voorrede.
Tiet boüksken, dat wij u hier aanbieden, is eene Novene tei* cere vau O. L. V. van Lourdes.
Om met vrucht eene Novene te. houden, is eeue gepaste gcnioedssteinming een onmisbaar vereisehte.
Liefde en vertrouwen, ootmoed en onderwerping moeten het hart vervullen dergenen, die eene gunst, hetzij van tijdelijken of geestelijken aard, met goed gevolg van den Hemel willen afsmeeken.
Wij meenen dat een beknopt, doeli zakelijk verhaal dezer treilende gebeurtenis, een geschikt middel daarvoor is.
liet licllijk beeld der H. Maagd, in dit verhaal geschetst, haar uitgedrukt verlangen, den mensch door hare machtige voorbede te helpen, kan niet anders dan liefde en vertrouwen in ons opwekken.
Bcrnadctto toont ons door hare kinderlijke eenvoudigheid, hoc men moet bidden. Teneinde de aandacht op het meest treffende in elk der negen verhalen te doen vestigen, hebben wij liet niet ondienstig geacht, met een paai- woorden aan het einde van elk verhaal daarop te wijzen.
Wat betreft het gebed, na elke lezing en overweging te doen, dunkt ons de Litanie van ü. L. \ . van Lourdes het eigenaardigste en gcschikstc, te zijn; ook heeft dit gebed het voordeel, dat, liet gezamenlijk door verscheidene personen gebeden kan worden, en men weet, dat God volgens Zijne belofte daar is, waar twee of meer in Zijnen naam vergaderd zijn.
Moge dit werkje strekkeu tot eer van tlod, tot verheerlijking van Maria en tot heil der zielen.