IMPRIMATUR.
Fr. Tel. KROONEN,
Provy Carm.
Boxmeer, 2 Julii 1892.
Datmu in Seminarie Ypelaar, hac 16 Julii 1892.
J. J. HOPSTAKEN,
Libr. Cens. Keg. San.
F-u /lt;sv
/rj
IvTOVEE^
TER EERE VAN
O, L. ïroDW van flen Berg
(^V X«gt;r ET^,
OF VAN IIET
H. SCAPULIER.
BREDA,
de Prius-Cardinaal, D , 6'! ,
EDUARD VAN WEES,
Snelpers Boek- eu Muziekdrukker^.
Belangrijk Bericht.
Z. H. Paus Leo XIII heeft tot uitbreiding der devotie van O. L. Vrouw, op aanvrage van den Hoogwaardigsten Pater Generaal der geschoeide Carmelieten, hij decreet van 16 Mei {Feestdag van den H. Simon Stock) van dit jaar 1892 aan alle Kerken en Kapellen der Paters en Zusters van de Orde der geschoeide en ongeschoeide Carmelieten eene kostbare en zeer vereerende gunst bewezen.
Alle geloovigen namelijk, die genoemde Kerken of Kapellen op het Feest van O. L. Vrouw van het H. Scapulier van af de eerste Vespers {daags te voren om 2 uur) tot zonsondergang van dien dag bezoeken, kunnen onder de gewone voorwaarden, zoo dikwijls zij daar bidden tot intentie van Z. H. den Paus, iedere keer een Vollen Aflaat verdienen. Deze aflaten zijn evenals de soortgelijke aflaat van Portiuncula toepasselijk op de geloovige zielen in het Vagevuur.
Aanmerking. Wil men werkelijk meermalen aan den vollen aflaat deelachtig worden, dan moet men telkens de kerk opnieuw bezoeken en daar bidden volgens de intentie des Pausen. Een bepaald gebed is echter niet voorgeschreven.
Noveen ter eere van 0. L. Vrouw van den berg Carmel, of van het H. Scapulier.
Eerste dag.
Hemelsche Oorsprong van het H. Scapulier.
1. Ootmoedig neergeknield voor dien schitterenden troon, waarop gij, o Maria, zoo glorievol gezeten zyt, smeeken â wij u met den diepsten eerbied, sla toch op ons een medelijdenden blik, en ontsteek onze harten door het vuur uwer heilige liefde, om deze noveen, die wi] ter uwer eere gaan houden, goed te beginnen, opdat zij aangenaam aan u, en voordeelig voor ons moge wezen. Wees gegroet. Glorie.
2. O Moeder van genade, hoe buitengewoon was de teederheid uwer liefde, die u zichtbaar op aarde deed nederdalen , om ons uw heilig Scapulier ten geschenke te brengen, als een teeken dat gij de Orde van Carmel onder alle anderen voor de üwe hebt verkozen. O indien wij meer acht gaven op de
6
grootheid van het geschenk dat gij, o Maria, ons gedaan hebt, met hoeveel meer eerbied zouden wij het dan dragen, en met hoeveel meer godsvrucht vereeren. Wees gegroet. Glorie.
3. Al hadden wij ook honderd tongen om uwen lof te verkondigen en uwe eer te verheffen, nimmer zouden wij in staat zijn om naar waarde het geschenk te verheerlijken, waarmede gij, o Maria, u gewaardigd hebt ons zoozeer te bevoorrechten. Geef dan, o Maria, dat gelijk het een bewijs is van uwe aangeboren milddadige goedheid, het ook voor ons een prikkel moge wezen om altoos dankbaar te zijn voor uwe weldaden en uwe liefde. Wees gegroet. Glorie.
4. Met uwe eigene hand hebt gij, o Maria, hier op aarde het kleed van uwen lieven Jezus geweven, en met uwe eigene hand hebt gij ook ons uit den hemel dit kleed gebracht, dat onze hoop en onze luister is. Wat eene schoone opwekking is dit voor ons allen, o gena-digste Maagd! Wie zou een kleed gering kunnen achten , dat ons zoo gelijkvormig maakt aan Jezus; wie zou daaraan niet
7
den voorkeur geven boven alle andere schatten? Wees gegroet. Glorie.
5. Nauwelijks begon de blijde mare van het heilig Scapulier zich te verspreiden of alle volken haastten zich het met godsvrucht aau te nemen: zij bewonderden het als eene buitengewone gaven des hemels en hielden niet op het met eerbied te kussen en met tranen van vreugde te bevochtigen. O hoezeer beschamen deze teekenen van eerbied en geluk onzer eerste Medebroeders onze onverschilligheid voor uwe gunsten, o Maria. Wees gegroet. Glorie.
6. Met wat godvruchtige blijdschap beroemden zich ten allen tijde zells vorsten, koningen en Pausen dat zij uw kleed droegen, o Maria: met eene heilige trotschheid noemden zij dit hun schoonste eereteeken, en het voornaamste sieraad van alle aardsche majesteit en grootheid. O schoon en edel kleed van Maria, indien wij van tijd tot tijd uwe waarde overwogen, hoeveel dierbaarder en beminnelijker zoudt gij dan voor ons niet zijn! Wees gegroet. Glorie.
7. Een onderpand van bijzondere liefde hebt gij uw kleed genoemd, o Maria,
8
en een verbond van eeuwige vriendschap tusschen u en al degenen die het godvruchtig zouden dragen. 0 wat zoete troost is het voor ons steeds te mogen zeggen: Ik word met eene bijzondere teederheid door Maria bemind. Doch daar gij ons zoozeer bemint, zoo geef ons ook, o beminnenswaardigste aller Moeders, dat wij u voor eeuwig eene bijzondere wederliefde mogen bewijzen. Wees gegroet. Glorie.
XjIT-A^HSTIE
ter eere van de
ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer.
9
H. Drievuldigheid, één God, ontferm onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden,
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade, Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder,
Ongeschondene Moeder.
Onbevlekte Moeder.
Minnelijke Moeder,
Wonderlijke Moeder.
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Moeder, luister van Carmel, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Maagd, Bloem van Carmel,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat,
10
Schoon vat van godsvruclit, bid voor ons.
Geestelijke roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden huis,
Ark des verbonds,
Deur des hemels.
Morgenster,
Behoud der kranken.
Toevlucht der zondaars, amp;
Troost der bedrukten, ^
Hulp der Christenen, o
Patrones der Carmelieten, °
Koningin der Engelen, o
Koningin der Aartsvaders, v»
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaars,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder vlek ontvangen.
Koningin van den Allerheiligsten
Rozenkrans,
Hoop van alle Carmelieten,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.
11
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm u onzer.
Æ. Bid voor ons, H. Moeder Gods. ijf. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige en eeuwige God, die de Orde van den Berg Garmel met den glorievollen titel van de allerroemrijkste Maagd en Moeder van uwen Zoon onzen Heer Jezus Christus hebt vereerd, wij bidden U, dat wij door hare voorspraak van alle rampen naar ziel en lichaam verlost worden en tot ü in de eeuwigdurende vreugde mogen overgaan. Door Jezus Christus onzen Heer. Amen.
Zoo men deze noveen houdt als voorbereiding tot het Feest van O. L. Vrouio van het H. Scapulier, hidden men als volgt:
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die de Orde van Carmel met den verheven titel der allerheiligste
12
Maagd Maria, uwe Moeder, hebt verheerlijkt ; verleen genadig dat wij, die hare gedachtenis voorkomen , door haren bijstand versterkt, tot de eeuwige vreuc-
J 1 1 l
den des liemels mogen geraken. Die
leeft en heersüht in alle eeuwen der
eeuwen. Amen.
Tweede Dag.
Het H. Scapulier maakt ons aangenomen kinderen van Maria. â¢
1. Allergoedertierenste Maagd, was het reeds een groot bewijs uwer liefde dat gij ons uw heilig Scapulier ten geschenke bracht', hoeveel grooter werd dit nog, toen gij ons te gelijker tijd voor uwe meest beminde kinderen ver-klaardet. Wat eene verhevene waardigheid is dit voor ons! Wat grooter geluk zouden wij hier op aarde kunnen genieten' dan tot het uitverkoren getal uwer kinderen te behooren, o Maria.
Wees gegroet. Glorie.
2. Zij zijn waarlijk van u die schoone woorden, o Maria, zij zijn uit uwen mond gekomen toen gij, uwe hand uitstrekkende tot den H. Simon om hem
13
het heilig Scapulier aan te bieden. tot hem zeidet: Ontvang, beminde Zoon, ontvang dit onderpand mijner liefde, dat voor u en voor alle Medebroeders van Carmel een bijzonder teeken zal zyu dat gij mijne kinderen zyt. O wat zoete en dierbare woorden! Gij onze Moeder, wij uwe kindereu, o Maria. Wees gegroet. Glorie.
3. Alle geloovigun kunnen er op roemen dat zy uwe kinderen zijn, o Maria, wyl gy hen in den persoon van den H. Joannes op eeue geestelijke wijze hebt gebaard aan den voet vau het kruis onder de smarten van Calvarië; doch daarmede was uwe buitengewone liefde jegeus de Broeders en Zusters van Carmel niet tevreden, en gij hebt hen op nieuw willen baren te midden van de vreugden des Hemels. O lieve Moeder, hoe teeder was altijd uwe liefde, en hoe vindingrgk om ons met weldaden te overladen. Wees gegroet. Glorie.
4. Om ons des te meer te overtuigen dat wij u boven allen lief en dierbaar zijn, o Maria, heeft men een uwer beelden door een wonder het hoofd zien buigen om ons te groeten, en in tegen-
14
woordigheid van eene ontelbare menigte tot driemaal toe duidelijk hooren zeggen : Ziedaar mijne kinderen, dat zijn mijne ware kinderen. 0 goedheid van Maria! 0 zalig lot dat ons te beurt gevallen is. Wees gegroet. Glorie.
5. De Engelen bewonderen de uitstekende goedheid hunner Koningin , die door overmaat van liefde en zonder eenige verdiensten van onzen kant zich ge-waardigt, om allen die haar heilig kleed aannemen tot de waardigheid van hare kinderen te verheffen. Dewijl gij ook ons tot dat groot geluk hebt uitgekozen, o Maria, zoo maak dat wij ons best doen, zooveel in ons vermogen is, om waardige kinderen van u te worden. Wees gegroet. Glorie.
6. Ofschoon wij arm en ellendig waren voos het aanschijn des Hemels, voor dat wij het heilig Scapulier van Maria hadden ontvangen, zoo zijn wij toch, door het godvruchtig aanvaarden van dat zoo vereerenswaardig kleed, rijk en dierbaar voor de oogen van Maria geworden , en worden wij door haar beschouwd als hare teeder beminde kinderen. Ziedaar eene schoone verandering door
15
de machtige hand van Gods Moeder bewerkt. O minnelijke Moeder Maria, stort steeds met milde hand uwe gunsten meer en meer over ons uit. Wees gegroet. Glorie.
7. 0 Maria, indien er geene grootheid of waardigheid is die vergeleken kan worden met den gelukkigen staat vau hen, die gij in hoedanigheid van uwe dienaars aanneemt, wat zou men dan niet kunnen zeggen van de Broeders en Zusters van Carmel, die gij bemint als uwe teergeliefde kinderen ! Welaan dan, dierbare Moeder Maria, blijf steeds in ons hart gedrukt, opdat wij nimmer mogen nalaten u met kinderlijke liefde te beminnen en te dienen. W ees gegroet. Glorie.
Litanie enz. als op den eersten dag.
Derde Dag.
Als kinderen van Maria, zijn wij verplicht Haar te beminnen.
1. 0 Moeder der schoone liefde, wie zal ooit uwe onvergelijkelijke goedheid voor de Broeders en Zusters van Carmel ten volle kunnen beseffen, daar gij hen
16
verheven hebt tot deu uitstekenden rang van uwe eigene kinderen ? Nimmer zullen wij u daarvoor genoegzaam kunnen danken : doch daar gij er behagen in schept om met uwe gaven zoo mild en weldadig jegens ons te zijn, zoo maak ook, dat de schoone titel van kinderen ons aanspore om u steeds meer en meer onze wederliefde te schenken. Wees gegroet. Glorie.
2. Met recht zou men van ons kunnen vorderen, o Maria, dat hoe meer uwe moederlijke liefde tot ons afdaalt om ons wel te doen, onze kinderlijke dankbaarheid des te hooger tot u opklom om uwe liefde te evenaren: doch daar dat nimmer mogelijk zal zijn voor ons eng en ongevoelig hart, zoo gewaardig u het te verruimen en door het vuur uwer liefde te ontsteken, opdat wij ten minste u alle wederliefde mogen schenken, waartoe wij in staat zijn. Wees gegroet. Glorie.
â J. Alleen daarom, o Maria, hebt gij ons uw heilig kleed geschonken en ons tot kinderen aangenomen opdat wij, die door uwe moederlijke goedheid boven anderen zijn bevoorrecht, ons ook boven
17
alle andereu zouden onderscheiden door eene teedere kinderlijke liefde jegens u. O welk eene schande is het dan voor ons, dat wij onder het schoone kleed van Maria een hart verbergen, dat door zoovele ongeregelde driften wordt verdeeld , terwijl het geheel en onverdeeld aan u, o Maria, zou moeten zijn toegewijd. Wees gegroet. Glorie.
4. Gij, dierbare Moeder Maria, zoudt het meest geliefkoosde voorwerp onzer genegenheden en verzuchtingen moeten zijn, uw zoeten naam zouden wij diep in ons hart geprent moeten dragen, ja met nieuwe eerbewijzen zouden wij u iederen dag moeten vereeren! En evenwel, bekleed met het Scapulier van Maria, denken wij aan geheel wat anders dan aan Maria, spreken wij over alles behalve over Maria, eu toonen wij misschien in onze handelingen geheel iets anders dan dat wij uwe godvruchtige kinderen zijn, o Maria. Wees gegroet. Glorie.
5. Een waarlijk godvruchtig kind van Maria moet altoos hare eer behartigen, en met dankbaren ijver hare glorie verheffen , Ja bereid zyu die zelfs ten koste
18
van zijn bloed en leven te verdedigen. Doch boe ellendig zijn wij, die de plichten van kinderen van Maria verwaarloozende, zelfs geen voetstap naar bare kerken kunnen ricbten nocb een gebed ter barer eere kunnen'storten zonder ons te vervelen. O laten wij ods tocb beijveren om Maria beter te vereeren, zoo wij baar als onze Moeder erkennen. Wees gegroet. Glorie.
6. Indien Maria zicb verbengt dat bare kinderen bezorgd zijn voor bare eer en glorie, boeveel te meer verlangt zij dan niet te zien dat zij Jezus beminnen en eeren. Wie Jezus niet bemint, wie Jezus beleedigt, zal nimmer een waardig kind van Maria zijn. Eu boe dikwijls bebben wij Jezus niet door onze zonden mishaagd ! Acb lieve Moeder Maria, verkrijg voor ons de genade dat wij alle pogingen mogen aanwenden, om onze verledene misslagen met des te meer liefde en getrouwheid jegens Jezus te herstellen. Wees gegroet. Glorie.
7. Aan wat snoode ondankbaarheid zouden de Broeders en Zusters van Carmel zich schuldig maken, wanneer zij na zoo liefdevol door Maria als kinderen
19
te zijn aangenomen , liaar nog door eene enkele zondige daad zouden durven be-leedigen! Ach neen, o Maria, dat het ons toch nimmer gebeure u eene zoo groote oneer aan te doen! Thans beloven wij u plechtig dat wij u zullen-beminnen en voor eeuwig zullen beminnen: wij zullen niet rusten , voor dat wij eene waarlijk teedere en kinderlijke liefde verkregen hebben jegens u, die de Moeder der schoone liefde zijt. Wees gegroet. Glorie.
Litanie euz. als op den eersten dag.
Vierde Dag.
Als kinderen van Maria, zijn wij verplicht Haar na te volgen.
1. O verheven Moeder Gods, die door de grootheid uwer verdiensten al het geschapene zoo ver te boven gaat, hoe is het mogelijk dat wij u onze Moeder durven noemen , wanneer wij overwegen hoe ellendig wij zijn in vergelijking met u. En evenwel is het zoo. Gij die de Moeder zijt van God, gij zelf hebt het verklaard, toen gij ons uw kleed ten geschenke gaaft, dat gij ook onze Moeder
20
zijt. Welaan, o Maria, toon dan ook dat gi] onze Moeder zijt, en geef dat wij ouze waardigheid mogen erkennen, en getrouwde plichten mogen volbrengen die wij als kinderen jegens u te vervullen hebben. Wees gegroet. Glorie.
2. De kinderplicht vordert van ons, o Maria, dat wij steeds ijverig en getrouw zijn in het navolgen uwer schoone deugden , en in al ons doen en laten zooveel mogelijk aan u gelijkvormig trachten te worden. Maar hoe hebben wij tot nog toe dien duren plicht vervuld ? Wij gaan er groot op dat wij het kleed uwer kinderen dragen , doch waar, o Maria, waar zijn uwe werken in ons te vinden. Wees gegroet. Glorie.
3. Hoe zuiver en onbevlekt behooren de kinderen te zijn van Maria, die de maagdelijke reinheid zoo zeer beminde, dat zij, om deze te bewaren, zelfs voor de hoogste eer, voor de waardigheid van Moeder Gods zou hebben bedanki. Hoe diep ellendig zijn wij toch, die, hoewel bevoorrecht met de waardigheid van kinderen van Maria, zoo weinig bezorgd zijn voor de zuiverheid des harten. O Moeder der zuiverheid, verwerf voor
21
ons dat wij onze verledene schulden met onze tranen mogen uitwisschen , en liever verkiezen te sterven dan ons nog ooit te bezoedelen. Wees gegroet. Glorie.
Do
4. Te midden uwer onmetelijke voorrechten scheen steeds de diepste ootmoedigheid in u uit, en hoewel gij de Engelen zeiven in waardigheid te boven gingt, hebt gij hier op aarde toch geen anderen roem gezocht dat u zelve te beschouwen als de nederige dienstmaagd des Heeren. Verhevene Maagd! gij waart vol van genade en evenwel zoo ootmoedig; wij zijn zulke ellendige zondaars, en toch zoo eerzuchtig en hoovaardig! Ach heb medelijden met ons, vernietig onze trotschheid en maak dat wij van u leeren ootmoedig van harte te zijn. Wees gegroet. Glorie.
5. O Moeder, wat onoverwinnelijke standvastigheid in het lijden hebt gij gedurende geheel uw leven niet getoond ! Gij zijt de Koningin der Martelaren, de Moeder van Smarten, omdat gij in uw hart de wreedste pijnen en folteringen hebt geleden. Wij integendeel kunnen niet eens eene ziekte, eene kwelling, zelfs geen onvriendelijk woord
22
geduldigquot; verdragen. Dat uw voorbeeld, o Maria, onze zwakheid versterke, opdat wij als oprechte kinderen door onze deelneming in uw lijden, uwe liefde meer waardig mogen worden. Wees gegroet. Glorie.
6. De ijver van Maria voor de eer van God was zoo groot, dat zij nog slechts drie jaren oud zijnde de wereld verliet, om zich in den tempel geheel en al aan God ten ofler te brengen, en van dan af nimmer eene gedachte, een verlangen ' of genegenheid had, welke niet op de volmaakste wijze met den goddelijken wil overeenstemde. Wat zullen wij zeggen, die zoo traag en nalatig zijn in den goddelijken dienst; die zoo veel voor de wereld en zoo weinig voor God doen? Schenk ons, o dierbare Moeder, een recht kinderlijk hart, opdat wij met ons hart ook ons leven mogen veranderen. Wees gegroet. Glorie.
7. Die heldhaftige ijver, welke Maria bezielde, om steeds meer en meer aan God te \ behagen, bracht in haar dat teeder medelijden voort jegens haren evennaaste, zoodat zij hem hartelijk be-
23
minde, gaarne te hulp kwam en steeds zooveel zij kon niet weldaden begiftigde. Hoe ver staan wi] in dit opzicht by Maria ten achter! O verhevene Moeder, verleen ons de genade dat wij, onze oogen vestigende op uwe schoone voorbeelden , ons beijveren om die getrouw na te volgen en alzoo uwe kinderen te zijn, niet nlleen door ons kleed en niet den mond, maar uwe ware kinderen door onze werken. Weesgegroet. Glorie.
Litanie enz. als op den eersten dag.
Vijfde Lag.
Het H. Scapulier beschermt ons in de gevaren des lichaams.
1. Met wat gunsten hebt gij, o Maria, de Broeders en Zusters van Carmel niet overladen, daar gij niet tevreden hen te beschouwen met de oogen eener Moeder, u daarenboven nog beijverd hebt hen op eene bijzondere wijze te beschermen tegen alle rampen , welke ons leven hier op aarde van alle kanten omgeven en bedreigen! O hoezeer moet dit ons troosten in onze noodwendigheden , daar wij weten dat Maria als eene teeder-
24
minnende Moeder altoos waakt voor ons welzijn en ons behoud. Wees gegroet. Glorie.
2. Wie ziet niet in dat de naam zelve, dien gij, o Maria, aan uw kleed hebt gegeven, tot onderpand uwer belofte strekt, daar gij het een behoud inde gevaren hebt genoemd ? Waarvoor dan zouden de Broeders eu Zusters van Carmel te vreezen hebben, nadat gij hun verzekerd hebt, dat zij in uw heilig kleed eene sterke verdediging en de krachtdadio;ste bescherming zouden vin-
O O
den. Wees gegroet. Glorie.
3. Niemand zal ooit in staat zijn de wonderbare kracht te begrijpen welke gij, o Maria, aan uw heilig Scapulier hebt medegedeeld, om zonder tal en maat de grootste wonderen uit te werken. Hemel en aarde en alle elementen waren daaraan onderdanig en toonden steeds hun ontzag voor hen die het godvruchtig droegen. Ja duizendwerf gelukkig zijn de Broeders en Zusters van Carmel, daar zij verzekerd zijn ten allen tijde genadig door u, o Maria, geholpen te zullen worden. Weesgegroet. Glorie.
25
4. Hoeveel schoons en wonderbaars heeft men op aarde niet zien gebeuren door middel van uw heilig Scapulier, o Maria! Eenigen heelt het zonder letsel uit vree-selijke afgronden gered, andere onder eene onmetelijke vracht steenea eu puinen in het leven bewaard, en wederom anderen onzichtbaar gemaakt voorde wreede aanslagen hunner woedende belagers en vijanden. 0 mochten wij toch even zoo ijverig zijn om onze toevlucht tot u te nemen, lieve Moeder, als gij bezorgd zijt ons hulp en bijstand te verleenen. Wees gegroet. Glorie.
5. Wat verbazende wonderen heelt het heilig kleed van Maria niet gewerkt op het water? Het verandert de vree-selijkste stormen in eene rustige kalmte, het ondersteunt de op zee verdwaalde schepelingen , het redt degenen die op het punt zijn van te verdrinken en behoudt hen zelfs in het leven, die reeds bijna op den bodem der wateren begraven lagen. Hoe groot is dan de kracht van het heilig Scapulier van Carmel, o Maria, en hoezeer moeten uwe Broeders en Zusters die het dragen zich verheugen, en door huu vertrouwen op
26
hetzelve, zich hemoedigen. Wees gegroet. Glorie.
6. Nog meer vertoonde zich de on-verwinnelijke kracht van het heilig Scapulier van Maria in de lucht en in het vuur, want het strekte tot behoud voor hen die van torens, van huizen en boomen vielen, of door gloeiende kogels, door den bliksem of door brand getroffen werden. Neen, te midden van zoo vele gevaren zullen de ware Broeders en Zusters van Carmel nimmer vergaan, omdat gij overal hunne veilige beschutting zijt, o Maria. Weesgegroet. Glorie.
7. Hoe velen zijn er niet bij de eerste aanraking van dit heilig kleed van Maria eensklaps genezen van aanstekende ziekten en ongeneesbare kwalen, en zelfs van den dood weder tot het leven verwekt. Er is geen wonder, dat het Scapulier van Maria niet uitwerkt, geene genade, die het niet verkrijgt, geen smeekende, dien het ongetroost laat. Hoe gelukkig is dan de staat van hen die een zoo wonderdadig kleed dragen! Verleen ons toch, o Maria, de genade dat wij het nooit door de zonde besmeuren , opdat het steeds zijne volle
27
kracht moge behouden om ous voortdurend te beschermen. Wees gegroet. Glorie.
Litanie enz. als op den eersten dag.
Zesde Dag.
Het H. Scapulier beschermt ons in de gevaren der ziel.
1. Het heilig kleed , dat wij van Maria ten geschenke ontvingen, is een teeken van behoud niet alleen voor het lichaam , maar nog meer voor de ziel, zoodat het ons eenen krachtigen bijstand en hulp verschaft tegen den algemeenen vijand onzer zaligheid. O Maria, hoe duidelijk bewijst ons uwe zorgvuldigheid om in al onze behoeften te voorzien, dat gij als eene goede Moeder met ons wilt handelen , en hoe zeer moet daardoor het vertrouwen op uwe allermachtigste bescherming in ons niet aangroeien! Wees gegroet. Glorie.
2. Indien de onderdanen het liefst hulp en ondersteuning zoeken bij hunne koningin en de kinderen bij hunne moeder , tot wie zullen dan de Broeders en Zusters van Carmel in hunne benauwd-
28
hedeu en zielskwellingen liever hunne toevlucht nemen dan tot u, en van wie kunnen zij met meer vertrouwen hulp en bijstand verhopen om de wreede aanslagen van den vijand hunner ziel te doorstaan en af te weren dan van u, o Maria, en van uw heilig kleed. Wees gegroet. Glorie.
3. Sterk in getal en zeer vreeselijk zijn de vijanden, die ons in- en uitwendig zonder ophouden van alle kanten aanvallen en bevechten. Wij zijn geheel in onrust en verwarring, en alles wapent zich tegen ons om ons den zoeten vrede des harten te benemen. Doch de Broeders en Zusters van Maria behoeven slechts hunne oogen op te hefïen tot de heilvolle Ster van den Carmel; wanneer zij Maria vurig aanroepen, dan zal alle benauwdheid en kwelling zeer spoedig verdwijnen. Wees gegroet. Glorie.
4. Wie zal beter de hevigheid onzer kwade driften kunnen bedwingen en hare ongeregelde bewegingen zoo kunnen beteugelen, dat zij aan de rede onderworpen blijven? Wie zal beletten dat wij door de ijdele vleierijen der be-driegelijke wereld overwonnen worden,
2D
en ons hart zicli vastliechte aan rle ver-achteliike scliiingoederen dezer aarde, tenzij uwe liefderijke en machtige hand, o verhevene Moeder Maria? Wees gegroet. Glorie.
5. Met minzame voorzienigheid hebt gy gewild, o goedertierenste Voorspreekster, dat uw heilig Scapulier ons hart zou bedekken, en voor hetzelve een krachtig schild zou wezen tegen onze onzichtbare vijanden, die het op allerlei wijzen zoeken te verleiden en in het verderf te storten. Ach beroof ons nooit van uwe hulp en bescherming, o Maria, opdat onze harten altijd gesloten blijven voor onze vijanden en alleen mogen openstaan en vrij zijn om u te beminen. Wees gegroet. Glorie.
6. Aan hoeveel Broeders en Zusters van Carmel is het niet gelukt om, beschut door de veelvermogende kracht van het heilig Scapulier van Maria, de hevigste bekoringen te overwinnen; en alleen door liet Scapulier godvruchtig aan hun hart te drukken, getrouw te blijven aan God te midden der drei-gendste gevaren, zelfs dan, wanneer zij op het punt stonden de goddelijke ge-
30
nade te verliezen! O liefderijkste Maagd, onze eenige hoop, verleen ook ons, wanneer wij die noodig hebben, een dergelijke hulp. Wees gegroet. Glorie.
7. Hoeveel arme zondaars, die in een afgrond van ongerechtigheid verzonken en reeds lang naar de ziel in de schaduwen des doods begraven lagen, heeft men onverwachts vol leedwezen hunne oude en ingewortelde boosheden zien be-weenen eu eene heilzame boetvaardigheid zien doen, zoodra zij met het heilig Scapulier van Maria waren 'bekleed! O zoete toevlucht der zondaren, bescherm ook ons ten allen tijde, en laat ons te midden van zoo groote gevaren toch nimmer aan ons zeiven over. Wees gegroet. Glorie.
Litanie enz. als op den eersten dag.
Zevende Dag.
Het H. Scapulier verschaft ons troost in het uur des doods.
1. Het grootste gevaar, dat wij te duchten hebben, brengt ons sterfuur mede , waarin onze ziel nog veel grootere behoefte zal hebben aau krachtdadige
31
hulp. Doch wat vertroostingen zullen dan de Broeders en Zusters van Carmel smaken in u, o Maria, dewijl gij aan allen, die uw heilig Scapulier gedurende hun leven godvruchtig zullen dragen, beloofd hebt. hun in het uur des doods al de teederheid uwer moederlijke liefde en bescherming te zullen doen ondervinden. Wees gegroet. Glorie.
2. Gij hebt ons uw heilig kleed geschonken , o Maria, om ons geducht te maken voor alle vijanden van ons leven, en ons tegen elk bedrog en eiken aanslag te beveiligen; indien gij dan met zooveel zorg op eene bijzondere wijze onze bescherming hebt willen zijn in de noodwendigheden van dit leven, hoeveel te meer moeten dan de Broeders en Zusters van Carmel niet hopen, dat gij hen nog met veel grooteren ijver zult bijstaan in het vreeselijke en allergevaarlijkste oogenblik van sterven. Wees gegroet. Glorie.
3. O! wanneer eene goede moeder, die haar kind in gevaar ziet, aanstonds vol bekommering toesnelt om het te redden, hoe zult gij dan, o Maria, die u beroemt onze liefdevolle Moeder te zijn,
32
en in der daad de beste en liefderijkste aller moeders zijt, hoe zult gij dan kunnen nalaten, u als zoodanig te toonen in dat gevaarlijke oogenblik, waarvan geheel ons geluk voor eeuwig afhangt, en waarin al de krachtdadigheid uwer moederlijke liefde meer dan ooit moet uitkomen! Wees gegroet. Glorie.
4. De helsche leeuw moge dan vol razernij rondom ons heenloopen en de laatste pogingen zijner kwaadaardige woede tegen ons aanwenden, om onze ziel te rooveu en naar den afgrond der hel mede te slepen; geharnast in dit machtig kleed dat gij ons geschonken hebt, o Maria, zullen wij in dat beslissend oogenblik moedig de vreeselijke aanvallen van onzen vijand het hoofd bieden, en van de overwinning verzekerd in uweu verheven naam tegen hem optrekken. Wees gegroet. Glorie.
5. Verschrikkelijk voor de duivels is het heilig Scapulier van Maria, en gelijk de wilde roofdieren zich bij het opgaan der zon uit de voeten maken om zich in hunne holen te verbergen, zoo zullen ook de booze geesten op het zien van dat kleed overwonnen en in hunne eigene
33
boosheid beschaamd gemaakt, in allen haast naar de diepte hunner afgronden vluchten. Verberg ons dan onder uw kleed van zaligheid, o allerbarmhartig-ste Maagd, nu en in ons laatste uur, opdat wy dan zegevierend over onze vijanden, ongehinderd ons zalig vaderland mogen binnentreden. Wees gegroet. Glorie.
6. Wat gelukkigen en krachtigen bijstand zal het heilig kleed van Maria in het uur des doods aan ons hart verschaffen, om het goed voor te bereiden en de smarten van den doodstrijd met verdienste te verduren! Hoezeer zal het ons helpen om vurige akten te verwekken van een levendig geloof, van eene vaste hoop, van eene brandende liefde, en van het volste vertrouwen op onze nabijzijnde zaligheid. 0 boe zoet is het te sterven in het heilig kleed van Maria! Wat zoete vreugde, o Maria, zullen uwe Broeders en Zusters smaken op den laatsten dag huns levens! Wees gegroet. Glorie.
7. Hoe hartroerend is het om te zien, hoe zoo veel deugdzame Broeders en Zusters van Carmel in dat vreeselijk
34
oogenblik zicli in zoete samenspraken onderhouden met de allerheiligste Maagd, haar bedanken dat zij hen onder hare kinderen heeft opgenomen , meermalen met godsvrucht het heilig Scapulier kussen, en vol vreugd en blijdschap in vrede sterven. O liefderiikste Moedermaagd , maak dat wij altoosquot; getrouw zijn in uwen dienst en in uwe liefde, opdat ook wij een zoo schoonen en zaligen dood mogen sterven. Wees gegroet. Glorie.
Litanie enz. als op den eersten dag.
Achtste Dag.
Het H. Scapulier verkort de pijnen des Yagevuurs.
1. O milddadigste Maagd, hoe ver gaat de teederheid uwer liefde, die u zoo bezorgd maakt voor het welzijn en het geluk der Broeders en Zusters van Carmel, ons begrip te boven! Uwe moederliefde houdt zich niet tevreden hen zonder ophouden bij te staan gedurende hun leven en in het uur des doods, maar ook in het vagevuur wilt gij nog eene bijzondere zorg voor hen dragen.
35
Dit is eene genade, o Maria, die de kroon zet op alle andere gunsten en die de Moeder der barmhartigheid volkomen waardig is. Weesgegroet. Glorie.
2. Andere vrienden zullen ons wellicht spoedig na onzen dood vergeten en zonder hulp in het vagevuur laten lijden: Maria daarentegen zal nog met des te meer liefde op ons nederzien, en wij zullen in die vlammen en pijnen met het volste vertrouwen onze handen tot haar kunnen uitstrekken om bijstand en verlichting. Duizendmaal gezegend zij dan ook uw heilig Scapulier, o Maria, dat ons kinderen maakt van eene Moeder die zoo teeder en liefderijk voor ons is. Wees gegroet. Glorie.
3. Indien de gedachte aan de groote schulden, die wij bij God gemaakt hebben, eene christelijke ziel met schrik en angst vervult, wijl zij weet dat zij die allen zal moeten afboeten in de vreeselijke vlammen des vagevuurs, zoo mogen toch de Broeders en Zusters van Car mei zich verheugen en hun betrouwen stellen op Maria, want zij zal voor hen eene frissche koelte wezen, die de vlammen van dien brandenden oven zal verzachten. Zij zal
36
weldra al hunne boeien en ketenen verbreken , en hen vrij en gezuiverd uit dien kerker tot de eeuwige zaligheid geleiden. Wees gegroet. Glorie.
4. Als eene teedere Moeder, die zelve de pijnen harer kinderen gevoelt, hebt gij, o Maria, ons verzekerd, dat gij uwe Broeders en Zusters die in het vagevuur gezuiverd worden, bereidvaardig zult helpen en bijstaan en uwe krachtige voorspraak bij uwen godde-lijken Zoon zult aanwenden, opdat hij, met hen verzoend , zich gewaardige hen in den schoot zijner barmhartigheid op te nemen. 0 Maria, gij zijt waarlijk eene minnelijke Moeder en waardig om ten allen tijde door ons te worden bemind. Wees gegroet. Glorie.
5. Om onze hoop nog meer op te wekken heeft de allerheiligste Maagd den Zaterdag aangewezen als den dag, waarop zij zichtbaar zal verschijnen aan hare godvruchtige Broeders en Zusters die in het vagevuur lijden, hunne zielen van alle droefheid en kwelling zal bevrijden en hen in zegepraal naar den hemel zal medevoeren. O Maria, onze hoop, geef dat wij dien dag steeds door
37
eene bijzondere oefening van godsvrucht mogen kenmerken, opdat hij ook weldra de dag onzer verlossing en eeuwige rust moge worden. Weesgegroet. Glorie.
6. Hoe schoon en heerlijk zal de Zaterdag voor de Broeders en Zusters van Carmel in het vagevuur aanbreken, met wat onuitsprekelijke vreugde zal hun hart niet worden vervuld door de zoete hoop dat die blijde dag bunne tranen in eeuwigdurende vreugde zal verande-
o o
ren. 0 goedertierenste Voorspreekster, help ons alie verplichtingen, waarvan gij dit zoo uitstekend voorrecht afhankelijk hebt gemaakt, getrouw vervullen, opdat ook wij de vruchten uwer dierbare beloften eens met zekerheid mogen genieten. Weesgegroet. Glorie.
7. 0 hoe vele zielen van Broeders en Zusters van Carmel, die eene teedere godsvrucht hadden voor hunne lieve Moeder Mai-ia, heeft men, dank zij den schat der aflaten van het heilig Scapulier, op Zaterdag rechtstreeks van de aarde naar den hemel zien opstijgen! Doch indien wij eene zoo groote gunst van u niet verdienen, o Maria, verleen ons toch dat wij daarop ten minste
38
mogen hopen, en in deze hoop mogen leven en sterven. Weesgegroet. Glorie.
O O
Litanie enz. als op den eersten dag.
Negende Dag.
Het H, Scapulier van Carmel is een teeken van eeuwige voorbeschikking.
1. Als eene hoogst roemrijke voltooiing uwer overvloedige gunstbewijzen jegens de Broeders en Zusters van Carmel hebt gij, o Maria, toen gij hun uw heilig kleed ten geschenke gaaft, tevens beloofd dat dit voor hen een bijzonder teeken van voorbeschikking tot de eeuwige zaligheid zou zijn. 0 alleredelmoedigste Maagd, met hoeveel grond zou men mogen zeggen dat de Broederschap van Carmel in de hoogste mate bevoorrecht is! Uwe moederliefde gaat hier tot het buitensporige; en noch gij, o Maria, zoudt iets meer kunnen geven, noch wij iets meer verlangen. Wees gegroet. Glorie.
2. Maria heeft ons beloofd, dat zij voor hen, die in hare Broederschap het heilig Scapulier altoos met ware godsvrucht zullen dragen, de genade zal
39
bekomen van een oprecht christelijk leven te leiden, en zoo zij ooit het ongeluk hebben van in zonde te vallen, zij hen dan zal bijstaan om de genade der bekeering te verwerven, zoodat wij door hare hulp en voorspraak in Gods liefde uit deze wereld zullen scheiden, en alzoo aan de glorie des hemels deelachtig zullen worden. Hoe verheven is toch dit voorrecht van uw heilig Scapulier, o Maria! Hoezeer moeten wij ons niet verheugen en verblijden, dat gij ons getooid hebt met een kleed, dat voor ons een teeken van zaligheid is. Wees gegroet. Glorie.
3. Indien het niet mogelijk is dat een ware dienaar van Maria verloren gaat, hoeveel minder hebben wij dan voor ons eeuwig geluk te vreezen, zoo wij u getrouw blijven, o Maria, daar gij zelf hebt beloofd, dat al wie in uw heilig kleed christelijk afsterft den eeuwigen brand niet zal lijden, en in den persoon van den heiligen Simon ons hebt verzekerd, dat gij al uw vermogen zult aanwenden om ons zalig te maken. Wees gegroet. Glorie.
40
4. Zelfs de duivelen hebben moeten bekennen dat de ware Broeders en Zusters van Carmel op eene bijzondere wijze door Maria bijgestaan en bevoorrecht worden, daar zij dikwijls huilend hebben uitgeroepen: O kleed, hoeveel zielen ontrooft gij aan ons en aan de hel! Hoe gelukkig zijn wij dus, wanneer wij deugdzaam leven en daarbij nimmer de devotie tot Maria achterlaten! Ja dan zal ook onze ziel tot diegenen behooren, die door de kracht van het heilig Scapulier voor eeuwig aan de klauwen van het helsche monster zijn ontkomen. Wees gegroet. Glorie.
5. Hoe zou het thans met ons gesteld zijn, zonder de godsvrucht tot u en uw heilig kleed, o Maria! Hoe dikwijls hebben wij misschien op den rand van den helschen afgrond gestaan ; en terwijl de duivelen met open armen onze ziel stonden op te wachten, en wij op het punt waren in ons verderf te storten, hebt gij, o Maria, nog genade voor ons verkregen. Wij geven ons dan ook geheel aan u over, o allerliefde-rijkste Maagd, verzekerd als wij zijn dat gij veel vuriger naar onze zaligheid
41
verlangt, dan de gan^che hel naar onzen ondergang en verderf. Wees gegroet. Glorie.
6. De schoone bloemen van heiligheid , die hier op aarde de Broederschap van den Carrael zoo heerlijk versieren, en daar boven in den hemel nog zoo veel luisterrijker schitteren, die hebt gij, o Maria, in uwen geliefkoosden lusthof van Carmel overgeplant en onder de weldadige schaduw van uw heilig kleed zoo heerlijk doen opgroeien, om aan uwe Medebroeders en Zusters een teeken hunner eeuwige voorbestemming te geven. O Moeder onzer zaligheid, sta ons bij, opdat ook wij eenmaal u tot vreugd en tot eene eerekroon mogen strekken. Wees gegroet. Glorie.
7. Om onze zaligheid te verzekeren, hebt gij ons, o Maria, in uwe bevoorrechte Broederschap opgenomen en nu staat gij voor den troon uws Zoons voor ons te bidden. O al zijn wij ook al te ondankbaar voor zoo veel liefdé geweest, zoo vertrouwen wij evenwel op uw moederlijk hart; behoud ons altoos in uwe Broederschap en ga voort met ons altoos te beschermen, opdat
42
wij eenmaal het geluk mogen hebben om met onze zalige Broeders en Zusters uwen lof en dien van uw heilig Scapulier voor eeuwig te zingen in den hemel. Amen. Weesgegroet. Glorie.
Litanie enz. als op den eersten dag.
LIEDEREN/*'
AAN 0. L. V. VAN HET H. SCAPULIER.
(Te zingen als: Lieve Moeder van den Heer.)
Wees Maria, wees gegroet!
Voor het kleed, van U ontvangen, Wijd ik U, zoo rijk, zoo goed.
Dankbaar bede en jubelzangen.
Wees geprezen voor de sier Van uw heilig Scapulier!
Hebt Ge aan 't kruis, waar Jezus leed,
In zijn offer deel genomen;
Door uw heilrijk schouderkleed
Doet Ge opnieuw genaden stroomen, Voor uw dienaars, U zoo dier, Koningin van 't Scapulier!
Als een teedre moeder, trouw
In 't bewaken van uw kinderen, Wilt Gij onheil, smart en rouw,
Zelfs gevaar voor mij verminderen. Des te blijder roem en vier Ik uw heilig Scapulier.
(1) Overgenomen uit Rosa Mystica van Fr. A. van kerkiioff, o. c.
41
Hoogverheven, zuivre Maagd,
Vrij van zonden, rijk in deugden, Die aan God bet meest behaagt.
Meest ook deelt in 's Hemels vreugden 'k Wil uw voorbeeld volgen , fier Op uw roemrijk Scapulier!
Deel met milde moederhand Mij dan uwe gaven mede,
Die Ge als kostbaar onderpand
Hebt beloofd op Simons bede; Dat ik sterve in reine sier Van uw heilig Scapulier.
LIED DER BROEDERSCHAP VAN HET H. SCAPULIER.
(Te zingen als: Maria's beeld te midden.)
Maria, Koninginne
Van heel het hemelscb hof, O milde Rijksvorstinne,
Wij zingen uwen lof!
Nooit moede in ü te prijzen Voor uwe gunstbewijzen,
Maria, Maria, Moeder U ter eer!
45
Hebt Gi] ons boven velen
Getooid met uwe sier,
Door 't kleed ons meê te deelen,
Uw roemrijk Scapulier: Wij willen 't alle dagen Met grooter godsvrucht dragen, Maria, Maria, Moeder ü ter eer
Dan mogen wij verwachten
Een heilrijk levenslot,
Terwijl wij immer trachten,
Te sterven eens in God, En 't Scapulier te wyden,
Door 's levens strijd te strijden, Maria, Maria, Moeder U ter eer
0 Moeder, sta uw kinderen
Dan bij in alleu nood.
Wil nooit de gunst verminderen
Die 't Scapulier ons bood;
Opdat wij U eeuwig prijzen Voor uwe gunstbewijzen,
Maria, Maria, Moeder ü ter eer