ocr page 1

f

ocr page 2

AL Vl^ \t

VOOR OUD EN JONG.

(BOLIVAR, SUCRE en MIRANDA.)

Qu'importent les morts... la liberté vit!

DOOK

H. VAN L O O.

AMSTERDAM. JAN LEENDERTZ amp; ZOON.

11 APR. 1963

1 ft O c ««ar SPAANS.u ..... ..

1 5 X lt;xX . «Mimito d» Emw*» Mfepirtteo. in, rs fc ^ w

********* . IkwmnrlcMtot Partuuo^ u I^O.AZZ^

ocr page 3
ocr page 4

Tquot; G E D E E 1. T E

VENEZUELA EN SPANJE.

i.

Qu'importent los raorts... la liberté vit!

Mag Nederland met trots en erkentelijkheid terugzien op een Prins Willem den Eerste van Oranje, zoo kunnen de Venezuelanen er even grooten roem op dragen in hun midden een Simeon Bolivar te hebben zien opstaan, aan wiens ongeëvenaarde wilskracht en zelfverloochenende vaderlandsliefde het geheel te danken valt dat hij zijn geboortegrond mocht verlossen van het Spaansche juk, waaronder het sedert drie honderd jaren gebogen was geweest.

Het Rijl i in welks hoofdstad de held der Venezuelaau-sche omwenteling het levenslicht aanschouwde en dat even kwistig bedeeld is met reusachtige rivieren en breede mee-ren als met kolossale bergketenen en diepe wouden, wordt allerwege doorsneden door zijtakken van het Cordilleras-gebergte, hier de Andes geheeten, waarvan de Sierra-Ne-vada of Sneeuwgordel haar eerwaardige kruinen tot vier-duizend-vijfhonderd-en-tachtig el boven de zee verheft.

Bevond men zich op een dezer toppen, dan zou men

TI. van Loo. Een edel driemanschap. 1

ocr page 5

2

gewaar worden hoe zich van het westen naar het oosten een tal van bergketenen naar alle zijden uitbreiden, die een statigen scheidsmuur vormen naar de grens van Nieuw Grenada en een bonte afwisseling aanbieden van vruchtbare landouwen, schilderachtige valleien, uitgestrekte bos-schen en naakte woeste zandvlakten.

Een der takken uit de Andes ontstaan, baant zich in breede bochten een weg langs de kust, waar zij zich bij afwisseling voordoet als hooge rotsgevaarten, die zich tot ver in zee uitstrekken en fier op het majestueuse element neerblikken, of als nietige zandstrepen, welke als 't ware één geheel met het strand vormen.

Van de oostelijke naar de westelijke grens des lands stroomt de vorstelijke Oriniko, wier bekken tweehonderd-twee-en-vijftig-duizend vierkante mijlen beslaat, vierhonderd-en-twintig rivieren in haar loop opneemt en in den wastijd op sommige plaatsen vijf-en-twintig mijlen breed is. Met de snelheid van een stortvloed stuwt zij haar golven bruisend en ziedend voorwaarts, schuimt en kookt als een volle zee en neemt in verschillende armen haar uitmonding in den oceaan, wier wateren verschrikt terugdeinzen en door haar macht meer dan twintig mijlen ver verzoet worden.

Aan den rechteroever dezer rivier verheffen zich nog verscheiden nieuwe berggordels, die met de Parama-keten ineen loopen en tusschen Venezuela en Brazilië een ongenaakbaar bolwerk opwerpen.

De onmetelijke zandgronden, weilanden, bosschen en moerassen, welke aan den voet dier verschillende ketenen gelegen zijn, dragen den naam van llanos en zijn in sommige streken zóó laag, dat zij tien meters beneden den spiegel der zee staan.

ocr page 6

3

De vele fossielen van schelpdieren, benevens de groote hoeveelheden zout die er nog dagelijks uit te voorschijn komen, werken de overlevering ten gunstigste in de hand dat deze gronden vroeger deel zouden hebben uitgemaakt van den oceaan.

Nog altijd dienen de llanos als van oudtijds tot verblijfplaats van eenige Indiaansche stammen waarvan de Guaharibosen, Piaroasen en Maypoyers de voornaamste groepen uitmaken. Deze vertegenwoordigers der oudste bezitters des lands bewonen de steppen gelegen tusschen de Rio-Negro, de Meta en de Orinoko-rivier.

Verdreven door de Spanjaarden toen dezen in 1579 de Oriniko opvoeren om er vierhonderd-zestig mijlen van hare uitmonding een stad te stichten, trokken verscheiden stammen zich na een hardnekkigen doch vergeefschen tegenstand terug naar de ondoordringbare wouden die hun een alleszins veilige schuilplaats aanboden. Enkele volksplantingen achtten het voldoende de Oriniko een eind-weegs verder op te gaan en zich te vestigen op een uitgestrekte strook lands welke aan weerszij door zijtakken van bewuste rivier ingesloten was. Moerassig als echter allerwege den bodem was, bouwden zij hun hutten op palen en keerden gedurende den wastijd der rivieren naaide llanos terug, die hoewel ook aan overstroomingen onderhevig, nochtans hier en daar sommige heuvelplekken opleverden, »mesasquot; genaamd die niets van den opkomenden vloed te vreezen hadden. Ook namen alsdan vele bewoners dier streken de wijk naar het zoogenaamde hoogland of paramos, breede, onherbergzame rotsvlakten. tegen de helling der bergen gelegen, die dikwijls tot dertig mijlen in den omtrek beslaan en voortdurend als zij geteisterd worden door geweldige orkanen, sneeuw-lawinen

1*

ocr page 7

4

brandende lava-stroomen den stempel der schromelijkste verwoestingen dragen.

Behalve de reeds vermeldde stammen dwalen in de llanos ook nog steeds een tal van herders rond, bekend onder den naam van llanero's, die in menig opzicht doen denken aan de Bedouïnen van Afrika en de Roodhuiden der Pampas. Gewapend met een »machetequot; een lomp bewerkt wapen, dat dienst doet voor sabel, bijl en hakmes, zitten zij van den vroegen morgen tot den laten avond te paard, om des te beter het oog te kunnen houden op hunne kudden die zij dikwerf met gevaar van hun eigen leven met den meesten zorg bewaken.

Hoewel de llanero even als de meeste Indiaansche stammen bij voorkeur in de diepste wildernis, in de schaduw van eenige palmen zijn hut opslaat, zoo komen zijn zeden en godsdienstige begrippen toch veel meer overeen met die der kustbewoners, welke aan het bestaan van een Opperwezen gelooven en zich aan vaste wetten houden. Evenzoo heeft de llanero slechts eéne levensgezellin die hij zich meestal kiest uit de stam der Chimasen, de beschaafdste van alle Indiaansche volksplantingen die in de Uanos ronddwalen.

Van de door de Orinoko gedeeltelijk overstroomde vlakten af tot aan de grenzen van Brazilië en Guyana, en het grondgebied der Amazone en der Yuruari toe, verheft zich een onmetelijk woud, welks groeikracht gevoed wordt door een vochtige atmosfeer die in deze streken buitengewoon groot is. Ternauwernood dringt het daglicht onder het dichte looverdak door dat zich donker tegen het blauwe azuur af-teekent. Zoowel de mahonie, campèche, de bamboes, de laurier, de banaan, de kokos, de tamarinde, de palmdadel, de citroen, de balsem, de olijf, de kaneel, de katoen als de

ocr page 8

5

oranje en granaatboom, tieren hier welig voort. Hoven-dien ontsluiten er de heerlijkste bloem- en roosgewassen hun kroonen die de welriekendste geuren uitademen, en fladderen er ontelbare vogels rond welke met den schitterendsten vederdos prijken of door hun welluidend gezang de droefgeestige stilte van het woud afbreken.

»Geen plek ter wereldquot; roept een bezoeker dier streken uit, »waar de plantengroei zulk een rijkdom ten toon spreidt of waar de tropische bloementuin onder zulke prachtige, weelderige vormen vertegenwoordigd is, maar ook geen plek gronds waar zoovele roofvogels, schadelijke insecten en afzichtelijke diermonsters rondwaren. Wij noemen hiervan slechts de muskiet en de chigo; de arend, de gier, de kamichi en de kondor; de panterkat, de jaguar en de hyena: de boa-constrictor, de ratel, vuur- en witte-ringslang. Bovendien dienen de rivieren die deze wouden besproeien tot verblijfplaats van moorddadige water-reptielen waarvan de zoogenaamde groene slang die zelfs over den kaaiman de overwinning behaalt, een eerste plaats inneemt.

Maar de natuur heeft nog andere gevaren gestrooid op den vruchtbaren bodem van Venezuela.

Behalve dat de geele koorts er soms geheele streken doet uitsterven, zoo heeft het land ook zeer veel te lijden van aardbevingen welke menigmaal in luttele seconden tijds de grootste verwoestingen aanrichten en duizende slachtoffers eischen. Evenmin mogen wij het onvermeld laten hoe dikwerf, als de katoenplantingen in den bloeitijd, den meest gezagenden oogst beloven, eensklaps een wolk van geele kapellen in het luchtruim zichtbaar worden die langzaam op de struiken neerdwarrelen om er slechts korte oogenblikken teverpoozen. Weldra echter ontwikkelen.

ocr page 9

G

zicli uit de door haar gelegde eitjes een ontelbare menigte van kleine rupsen die ten koste der bladen, bloemen en stammen groot worden en met hare scherpe gebitsorganen de planta ges ten treurigste vernielen.

II.

Doch van al de opgenoemde plagen en bezoekingen is er geen enkele die in ellende en wreedheid te vergelijken valt bij hetgeen de beklagenswaardige Indianen te wachten stond toen de Spanjaarden op hun grondgebied den voet zetten met het voornemen er geheel als heer en meester te werk te gaan.

Voor het eerst vertoonde zich aan de Venezuelaansche kusten een, Castiliaansche wimpel, in 1498, bij gelegenheid dat C hristoffel Columbus zijn derde reis naar de Nieuwe-wereld volbracht en langs de Golf van Paria de Oriniko opvoer ton einde het door hem opgespoorde land van naderbij te leeren kennen.

Hij wachtte er zich echter wel voor aan wal te gaan,

o '

daai de houding der inlanders die de huu zoo onwelkome bezoekers met hun pijlen, knodsen, tomahawks en messen bedreigden, zóó vijandig was, dat de minste onvoorzichtigheid hem ongetwijfeld zeer duur te staan zou zijn gekomen. Zoodra hij dan ook de oorden waar hij slechts grootendeels overstroomende vlakten, ondoordringbare wouden en kanibaalsche volksstammen was o'cwaar geworden, in naam zijner Souvereinen Ferdinand en Isabella in bezit had genomen, wendde hij den steven en keerde hij naar Europa terug.

In den loop van het volgende jaar vertoonden zich wederom eenige andere Spaansche vaartuigen, die den

ocr page 10

7

onverschrokken zeereiziger en land-ontdekker Americus Vespucius met zich voerden. Evenals zijn voorganger deed hij de Golf van Paria aan en zette hij van daar rechtstreeks koers naar het meer van Marcaybo, dat dertig mijl lang en vijf-en twintig mijl breed is. Toevalligerwijze werd hij in deze streken eeuige hutten op palen gewaar, wat hem op het denkbeeld hracht bewuste oorden te doopen met Venezuela of klein Venetië, een benaming die zich later over het geheele land uitbreidde.

Aangezien de Indianen Vespucius en zijn tochtgenooten al even weinig vriendschappelijk gezind schenen als hun voorgangers, zoo volgden zij wijselijk het voorbeeld van Columbus en trokken bijna even spoedig af als zij gekomen waren.

]STa deze beide bezoeken volgden er verscheiden jaren dat zich geen enkel vaartuig aan de kust liet zien dan eenige zeeschuimers, waarvan de bemanning weinig lust scheen te hebben van naderbij te komen, daar de Indianen eiken »blekkie,quot; aldus noemden zij een ieder die een blanke gelaatskleur had, waar zij de hand op konden leggen, onmiddellijk afmaakten en aan het braadspit staken.

Toen dan ook koning Ferdinand in 1510 andermaal besloot in de hem toegevallen bezittingen eenige nasporingen te laten doen, rustte hij daartoe verscheiden oor-logsvaarders uit, voorzien van ettelijke honderde beproefde manschappen, om de Indianen door geweld van wapenen tot onderwerping te dwingen.

Na. een zeer langdurige, stormachtige, maar bovenal vermoeiende reis, stapten de bewuste regimenten in de richting van het schiereiland Caracas aan wal, en namen hoe zwak en uitgeput zij zich ook gevoelden, onverwijld de

ocr page 11

noodige maatregelen om Venezuela binnen te kunnen dringen.

Doch nauwelijks waren zij eenige honderde schreden voortgegaan of duizende, van top tot teen gewapende Indianen die zich tusschen het hooge struikgewas schuil gehouden hadden, traden de niets kwaad vermoedende Spanjaarden onder woest krijgsgeschreeuw te gemoet, lieten hun vergiftige pijlen door de lucht snorren en takelden met hun speeren en knodsen de »blekkiesquot; dermate toe, dat dezen zich genoodzaakt zagen hals over kop het hazenpad te kiezen en weer scheep te gaan.

Op hist van den kommandant voer men de kust een emd terug en liet men het anker vallen in een kleine baai die naai een totaal onbewoonde streek leidde, driehonderd-negentig mijlen verwijderd van de plek, waar zoo vele manschappen door de Indianen neergeveld waren geworden.

Ten einde het gevaar te ontduiken andermaal door de inlanders overrompeld te worden, zoo was het hun eerste werk onverwijld eenige flinke woningen te doen verrijzen en ter dekking er van een fort te bouwen, waaruit later de stad Cumana ontstond.

Zoodra de Indianen te weten kwamen dat de »blokkies, van wie zij zich reeds voor goed ontslagen rekenden, de stoutheid hadden begaan een gedeelte der kuststreek in beslag te nemen, riepen de hoofden der verschillende stammen alle strijdbare mannen bijeen om de overweldigers met vereende krachten naar hun eigenland terug te drijven.

De Spanjaarden ontvingen echter de toestroomende horden van uit hun fort met zulk een dichten kogelregen, dat dezen na een zeer bloedig verlies, geheel onverrichter zake moesten aftrekken.

ocr page 12

9

Ver van zich hierdoor te laten ontmoedigen, waagden

o 7 O

de Indianen den eenen uitval na den anderen, vast besloten niet te zullen rusten dan voor en aleer zij de »blekkiesquot; weer hun grondgebied hadden doen ontruimen.

Vooral de Indianen uit de stam van Caracas, bijgestaan door de Teken, bestookten de indringers op zeer felle wijze, zonder nochtans te mogen erlangen wat zij zich zoo vast voor oogen gesteld hadden.

Nadat deze strijd ongeveer zestig jaren had aangehouden, bleef de zegepraal volkomen aan de zijde der Spanjaarden, tegen wier voortreffelijke wapenen, overlegde taktiek en strenge krijgstucht de Indianen op lange na niet opgewassen waren. In de hoop het den wilden voor altoos af te leeren zich tegen de »blekkiesquot; te verzetten, zoo volbrachten de overwinnaars aan de door hun gemaakte krijgsgevangenen de wreedste straffen. De een staken zij met een gloeiend ijzer de oogen uit, terwijl de andere gevierendeeld of de huid afgestroopt en aan een boom opgehangen werd om verder tot aas van het roofgevogelte te dienen; zelfs ontzagen de barbaren zich niet menigen Indiaan, waaronder Guaycarpuro, het heldhaftige opperhoofd der Teken, aan een paal te binden en ten aanzien zijner stamgenooten levend te roosteren.

Hoe het de Indianen ook tegen de borst stuitten het hoofd in den schoot te leggen, zoo zagen zij zich hiertoe nochtans ten laatste verplicht, daar na verloop van een veertigtal jaren de meeste hunner volksplantingen tot op de helft gesneuveld waren.

Enkele horden die het onmogelijk over zich verkrijgen konden de zoo diep verafschuwde Spanjaarden onderwerping te beloven, namen de wijk naar de bosschen of verhuisden naar de hoogvlakten waar zij zich vereenigden

ocr page 13

10

met de Caraïben om met deze dappere volksplanting, de eeuige die de Spanjaarden nog steeds in liet open veld afbrenk poogden te doen, gemeene zaak te maken.

Menigmaal mochten deze ruwe horden de Spanjaarden zulke groote verliezen toebrengen dat dezen maar dankbaar waren door de Caraïben en bondgenooten met rust gelaten te mogen worden; zelfs gebeurde het. dat zij bij eene ontmoeting met hen in de vallei van Caracas 'zulk een gevoelige nederlaag leden, dat Don Rodriguo de aanvoerder der Spanjaarden, de Caraïben liet voorslaan de wapens neer te leggen en zamen op nadere voorwaarden een vredesverdrag aan te gaan.

Het hoold der stam. Param aconi verklaarde zich dadelijk genegen hiertoe, wijl hij zeer goed voorzag dat bij een weigering de Spanjaarden uit de andere koloniën de noodige hulptroepen zouden laten aanrukken om zich ten bloedigste over dit antwoord te wreken.

Als plaats van samenkomst koos men een schaduwrijk plekje uit in de nabijheid der Guayra-rivier waar de Spanjaarden zich beijverden een tent op te slaan, rijkelijk behangen met de Castiliaansche kleuren en de sierlijkste wapentrofeeën om er Don Rodiguo en Paramaconiquot; met de meeste plechtigheid plaats in te doen nemen.

Nauw was liet afgesproken uur dat beide hoofden elkander ontmoeten zouden, aangebroken of Don Rodriguo, gedost in een zilveren wapenrusting en omgeven vaneen schitterende staf vertoonde zich aan ieders blikken.

Bijna tegelijkertijd verscheen ook Paramaconi, die als eenige kleeding een mantel van een licht weefsel uit palmvezels vervaardigd welke los over de schouders geslagen aan had en een bevallige kroon van pauwenvederen droeg.

ocr page 14

11

Met zijn boog en pijlkoker in de hand naderde hij Don Rodriguo in fiere houding en gaf zijn gevolg met een gebaar te kennen hem met zijn vijand alleen te laten.

Slechts een jonge, buitengewoon schoone Indiaansche vrouw, om wier middel een gordel van papegaai- en koli-briveertjes bevestigd was en wier gitzwarte haarvlechten bijna den grond raakten, bleef aan zijne zijde verwijlen. Het was Cayra, de bloem der stam en de verloofde van den Vorst die iedereen om het zeerste vereerde en lief had.

Terwijl beide opperhoofden de voorwaarden der wapenstilstand vaststelden, liet Don Rodriguo telkens het oog naar Cayra dwalen, blijkbaar geheel betooverd door haar schoonheid en bevalligheid.

Eensklaps nam Rodriguo, Paramaconi ter zijde en fluisterde hem toe: »Sta deze liefelijke jonkvrouw aan mij af en gij kunt van mij gedaan krijgen wat gij wilt.quot;

Deze woorden nam de Indiaan zóo euvel op dat hij Don Rodriguo als eenig antwoord op zijn verzoek bij den keel greep en hem voor zich in het stof nederwierp.

Deze daad deed een groot tumult ontstaan; de vredesonderhandelingen werden onmiddellijk afgebroken, onder de heftigste bedreigingen den strijd zoo spoedig en zoo moorddadig mogelijk te hervatten.

Tegen het vallen van den nacht dat Don Rodrismo nog

^ O O

geheel onder den indruk verkeerende van hetgeen er voorgevallen was, langs de voorposten dwaalde, werd hij in de schaduw een menschelijke gestalte gewaar waarin hij met een oogopslag de bevallige Cayra herkende.

Behoedzaam sloop zij naar Don Rodriguo toe, nam een smeekende houding aan en verzocht hem nederig, geheel onkundig als zij er van scheen te wezen, waarom de vredesonderhandelingen op zulk een droevige wijze afgebro-

ocr page 15

ken waren geworden, haar stam toch verder met vrede te laten.

In de stellige overtuiging dat de schoone Cayra zich

s echts op verzoek van Paramaconi naar hem toe begeven had,

Wikte Don Rodngno haar teeder aan en fluisterde harts-

toclitel'jk: »Cayra, om uwentwil ben ik tot alles bereid.quot;

Meteen legde hij zijn arm om haar ranke leest en drukte

ij iaar een kus op het benevelde voorhoofd. Sidderend

Tan verontwaardiging over deze liefkoozing, trad zij ijlings

achteruit en het het oog vol walging op den man rusten,

ieu zij om zijn wreedheid tot in het diepst harer ziel haatte.

Reeds had zij er den mond toe geopend om hem dit rondborstig te bekennen, toen zij zich eensklaps bedacht en met een glimlach om de lippen zeide: »Tot mijn innig leedwezen durf ik geen oogenblik langer hier te blijven want merkte men mijn afwezigheid op, dan zouden dadelijk honderde Indianen naar hier toesnellen om mij uit mv macht te verlossen. Maar zoo gij lust mocht gevoelen my andermaal te ontmoeten, zoo kom morgen avond bij het flikkeren der eerste sterren bij gindschen heuvel en Oayia zal er zich ook bevinden.quot;

Tegelijkertijd wierp zij hem een afscheidsgroet toe en verwijderde zich met lichten tred.

Zonder te overwegen of er onder deze afspraak ook

eemg verraad kon schuilen, begaf Don Rodriguo zich op

den bepaalden tijd naar het door Cayra aangewezen plekje

en wachtte met een popelend hart de schoone Indiaan-sche af.

Tot zijne onuitsprekelijke vreugde trad zij spoedig uit een na ij gelegen grot te voorschijn en zweefde zij rechtstreeks naar hem toe.

ocr page 16

13

Buiten zich zeiven van blijdschap sloot hij haar aan zijne borst en omhelsde haar verscheiden keeren, waardoor het hem geheel ontging hoe Cayra den ponjaard dien hij iu zijn gordel droeg loshaakte en bij zich stak.

Op het alleronverwachtst echter vernam Don Rodriguo voetstappen; hij richtte het hoofd schielijk op en werd tot zijn schrik Paramaconi gewaar, die zich in zijne onmiddellijke nabijheid bevond.

Cayra ontving den geliefde met een hartelijken groet en voegde hem toe: »Dood, dood den vijand van onzen stam, hij is door mij geheel weerloos gemaakt. . . dus ten volle in uw macht!quot;

Bij deze ontboezeming greep Don Rodriguo te ver-geefsch naar zijn dolk. doch wist door een vluggen zijsprong Paramaconi's arm te ontwijken met den uitroep: »Nog niet. . . tot morgen dus .. .!quot;

Den anderen dag was de geheele vallei bedekt met krijgslieden. .Vlies deed vermoeden dat er een zeer hardnekkige slag op handen was.

Aan de rechterzijde van den heuvc1 had Don Rodriguo te paard plaats genomen, omringd van zijn officieren en manschappen die hij er met luider stemme toe aanmoedigde het verraad aan hem gepleegd, ten bloedigste te wreken, terwijl aan de linker Paramaconi aan het hoofd zijner trouwe en dappere scharen, gewapend met knodsen en bogen, den aanval rustig afwachtten.

Op een gegeven sein vuurden de Spanjaarden hun ge-weeren af en rukten met gevelde bajonet op de Indianen in, die hen een regen van steenen en pijlen tegemoet stuurden. Weldra stond man tegen man over elkaar, om niet te wijken voor en aleer er een zielloos was neergestort. In het heetst van het gevecht ontmoette eensklaps

ocr page 17

14

Paramaconi, aan wiens zijde Cayra de gevaren van liet gevecht deelde, den diep verfoeiden Don Rodricnio Als met een bliksemstraal schoten beide geliefden naar hem toe en blikten hem uitdagend aan. Terwijl Don Rodriguo het schuim van woede op den mond stond, omhefsde Paramaconi zijn aangebeden Cayra en sprak met bijna onhoorbare stem: .Wellicht is het voor de laatste keerquot; Don Eodnguo, die in deze omhelzing een nieuwe belee-gmg meende te zien, hief zijn degen op om Paramaconi in Woelt;Ie te doorsteken. Doch m plaats van zijn vijand trof het moordstaal het hart der arme Cayra, die met bloed bedekt aan ,1e voeten van Paramaconi neerzonk.

Half krankzinnig van smart, boog Paramaconi zie], over de stervende Cayra heen, trachtte haar op te heffen en smeekte haar weenende tot het leven terug te keeren. .1)6 laaoIlartlge Rodriguo maakte hiervan gebruik zijn pistool te trekken en zijn vijand naast de zieltogende Lay ra neer te vellen.

Deze moord wekte zoozeer de verontwaardiging der Indianen op, dat zij in razernij ontstoken, in massa op den onverlaat aanvielen en hem letterlijk vaneen scheurden.

amp;Paansche soldaten begonnen, ten hoogste ontsteld over deze wraakneming, te wijken; de Indianen besprongen hen als tijgers en knepen hen onder de vreeselijkste verwenschingen de keel toe. Weldra vluchtten de Spanjaarden naar alle zijden heen en lieten de Indianen volkomen meester van het slagveld, waar de jonge en heldhaftige Paramaconi aan de zijde zijner ontslapen Cayra ontzield ter neder! ag.

In alle plechtigheid begroef men beider stoffelijk overschot in de nabijheid waar dit bloedig drama had plaats gegrepen, en plaatste men op hun graf een gedenkteeken.

ocr page 18

15

Nog steeds wordt dit gedekt door twee wit-mamieren zerken, waarop in korte doch aandoenlijke bewoordingen vermeld staat hoe Paramaconi en Cayra elkander tot in den dood getrouw bleven.

III.

De behaalde zegepraal op Don Rodrigno en zijne machtige legerscharen, die ten naastenbij allen door de trouwe onderdanen van Paramaconi onschadelijk gemaakt werden, belette niet dat de »Conquistadores,quot; zooals de Spanjaarden zich zeiven bestempelden, den kring hunner veroveringen hoe langer hoe meer uitbreidden en verscheiden steden stichten, waarvan Santiago, welken naam later vervangen werd door Caracas, ter herinnering der moedige stam die er zich zoo lang had weten staande te houden, de voornaamste was.

De ontdekking van eenige kopermijnen op het voormalige gebied der Teken, bewoog den Spanjaarden op de plek zelve waar zij in der tijd denheldhaftigen Guaycarpuro aan de vlammen overgeleverd hadden, een dorp te doen verrijzen, dat weldra zóózeer in omvang en bloei toenam, dat het meerdere honderde inwoners mocht tellen.

De overweldigers konden dus in elk opzicht viktorie roepen. Alleen was het hun een doorn in het oog, dat zij de Caraïben niet de minste vrees mochten inboezemden, ja, door dezen telkenmale weer met vernieuwde woede aangevallen werden.

Hoe ongelooflijk het ook klinke, zoo hadden de Moeder-landers er twee eeuwen toe noodig hen ten volle aan zich te onderwerpen en dezen stam, nadat hij over geheel het

ocr page 19

16

noordelijke gedeelte van Zuid-Amerika gebied had gevoerd, naar de afgelegen districten der Orinoko-rivier terug te dringen.

Eenige Capucijner monnikken namen deze gelegenheid te baat om de Caraïben die als afgodendienaars voor de zon en de maan ootmoedig de knie bogen, er toe te bewegen, het heidendom af te zweren en tot de erkentenis van den eenigen, waren God te komen. Doch welke moeiten de vrome paters zich hiertoe ook getroosten, zoo bleven niet alleen al hunne pogingen vruchteloos maar hadden zij bovendien zeer veel te lijden van de vijandige gezindheid hunner nieuwe kudde, die in eiken geestelijken broeder slechts een Spanjaard, met andere woorden een beul van de ergste soort meenden te ontwaren.

De monnikken gaven echter den moed niet op, al mochten de moeielijkheden waarmede zij te worstelen hadden nog zoo velen zijn, de Caraïben evenals zij dit met de andere stammen hadden mogen doen tot andere denkbeelden te brengen. Doch hoe meer de zendelingen er hun best toededen de hun toevertrouwde schare van haar dwaalbegrippen te genezen hoe meer dat zij dezen zochten aan te kleven.

Zoo dikwijls als de paters over het Hemelsche Paradijs uitwijdden en de heerlijkheden er van in heilige geestdrift zochten af te schilderen trokken hunne leerlingen onverschillig de schouders op met de bemerking dat zulk een Paradijs hun al heel weinig lijken zou en wijl het er zeker krioelde van bloeddorstige Spanjaarden. » Bovendien zou uw God,quot; spraken zij, »die gij ons steeds poogt te beschrijven als een alziend wezen ons maar half kunnen bevallen, want welk een benauwende gedachte dag en nacht bespied te worden en er na zijn dood toe genoodzaakt te wezen tot

ocr page 20

17

van zijn geringste daden die men in dit leven bedreef, lekcn-schap te moeten geven. Neen, dan laten onze goden zich vrij wat gemakkelijker dienen. Waarom hen dus afgevallen en den God onzer vijanden aangehangen Vquot;

Welke welsprekendheid de paters ook ten toon spreidden om hun het tegendeel te bewijzen, zoo bleven de Caraïben er desniettemin meer dan ooit toe genegen de zon en de maan ter wier eere zij aan de oevers van de Orinoko en den Rio-Caroni verscheiden tempels opgericht hadden, goddelijke hulde te bewijzen. Nog steeds zijn enkele bouwvallen dezer tempels voorhanden. Evenzoo treft men in de boschvlakten, welke door de Orinoko, de Atahapo, Hio-Negro en Cassiquiares besproeid worden, reusachtige rotsgevaarten aan, onder anderen die van Caicaia en ürnano, waarop een tal van zinnebeeldige dierenfiguren zijn aan-o-ebracht, met de zon en de maan als middelpunt.

Maar noch deze gehechtheid aan hun geloof noch hun tegenzin voor het Christendom, leverden voor de vrome Capucyners ook maar het minste bezwaar op het aangevangen bekeeringswerk te staken. Ten innigste als zij er van doordrongen waren, dat welke teleurstellingen hen ook nog wachtten of hoevelen hunner ook nog het slachtoffer van zijn plicht mochten worden. God hun arbeid met de schoonste uitkomsten bekroonen zou, zoo bleven zij moedig op den ingeslagen weg voortschrijden en deinsden zij er zelfs niet voor terug tot in de meest afgelegen streken des lands, het Evangelie te verkondigen.

En zij hadden alle voldoening van hun ijver, want hoe langzaam, hoe ongemerkt ook, zoo werd hun invloed toch hoe langer hoe overwegender onder de Caraïben, die voortdurend als de Spanjaarden het er op bleven aan-leo-gen hen onder den voet te krijgen, nog slechts een

11. van Loo. Een edel drieiuanscliap. -

ocr page 21

18

flauwe schim aanboden hij hetgeen zij vroeger waren.

Beducht er voor, bij eiken verderen tegenstand geheel en al uitgeroeid te worden zoo gaven zij ten laatste dooiden nood gedrongen, aan de smeekredenen der monniken gehoor zoowel het heidendom als het zwervend leven voor goed vaarwel te zeggen.

Nog altijd treft men in de llanos-districten ten zuiden der stad Cumana enkele troepjes Caraïben aan, maar als men deze ongelukkige wilden gadeslaat, die zich liet lichaam met een dikke verflaag bedekt hebben, bij het minste verdacht geritsel schuw rondblikken en de vlucht nemen, dan valt het moeielijk te begrijpen dat zij de afstammelingen zijn der roemrijke krijgers, die gedurende twee eeuwen de uitgelezen Spaansche benden krachtig het hoofd wisten te bieden.

IV.

Wellicht zouden zich de verschillende Zuid-Amerikaan-sche bezittingen nog in het bezit der Spanjaarden bevinden indien dezen het er slechts niet van den beginne af op toegelegd hadden, de arme Indianen volslagen te behandelen als redeloos vee.

Zoo werden onder anderen wekelijks een tal dezer onge-lukkigen op last der regeering naar de markt gebracht om er voor twee stuivers, zes duiten het stuk verkocht en als slaven naar de mijnen of de verschillende plantages gebracht te worden.

Verscheiden opzichters met zweepen gewapend, waaraan ijzeren weerhaken bevestigd waren, liepen onvermoeid heen en weer om degenen die niet gauw genoeg voortgang maakten, meedoogenloos de hersens in te slaan. Menilt;.-

O

ocr page 22

19

maal lieten zii deze rampzalige wezens lasten torschen van meer clan vijftig kilo, die zij op den rug droegen en waaraan een lederen riem bevestigd was waarvan het uiteinde om het voorhoofd toegegespt zat. Door de sterke wrijving verloren deze lieden »Cargadoresquot;, genaamd, spoe-dilt;;' hunne wenkbrauwen en was hun voorhoofd niet alleen geheel ontveld, maar raakte dit na verloop van eenigen tijd dermate verwond dat gewoonlijk de dood op den achtergrond schuilde.

Te vadsig om te voet hun inspectie-tochten te volbrengen. zoo namen de opzichters plaats op den rug v an een slaaf die voorover op een stokje geleund dienst voor paard deed en spottenderwijze door hun ruiter gedoopt werden als »cabaliüosquot; of lastdieren. Dikwerf gebeurde het, dat wanneer de slaven tengevolge der veelvuldige mishandelingen die zij op den duur te verduren hadden ineen zakten en door de opzichters weggezonden werden totdat zij zich weder krachtig genoeg zouden gevoelen den arbeid te hervatten, zich in een afgelegen hoekje lieten doodhongeren om voor goed uit hun ellen-digen toestand verlost te mogen worden.

Vele Indianen werden zelfs van hunne betrekkingen weggerukt en naar Spanje vervoerd, waar hun een al even droevig lot beschoren was als in hun vaderland.

En om de kroon op al deze barbaarschheden te plaatsen, ontzag de Spaansche regeering zich niet, het schuim der natie, waaronder vele booswichten en moordenaars van den laagsten rang, naar de koloniën te sturen, om er over de bevolking gebied te voeren.

Een ooggetuige dier dagen deelt ons mede dat bewuste onverlaten dikwerf zoo lang op de slaven die op de plan-

ocr page 23

20

tages belast waren met hout te kappen of tabak en katoen te planten, losbeukten, totdat dezen levenloos ter aarde stortten. Zoodra zij bemerkten dat hun slachtoffer den laatsten adem uitgeblazen had, lieten zij het lijk naar een hoek der bezitting slepen en in een kuil neerwerpen.

Een dier monsters stelde er openlijk grooten roem op, op deze wijze meer dan driehonderd slaven van kant te hebben geholpen.

En gebeurde het dat de slaven tot wanhoop gebracht de vlucht namen, dan werden er dadelijk een tal van honden losgelaten om hen te achterhalen.

Deze dieren, een soort van herdershonden, even bloeddorstig en wreed als wolven, werden er van jongs af aan toe afgericht om de vluchtelingen de strot aftebijten en de ingewanden uit het lijf te halen. Onnoemelijk is het aantal Indianen die op deze wijze aan hun einde kwamen.

Niet minder gewetenloos waren de twee door de Spaan-sche regeering ingestelde dwangmiddelen om het werk harer slaafsche onderdrukking te voltooien.

De eerste dezer zoogenaamde wetten, bekend onder den naam van »mita, bestond in een lichting, waardoor elk district gehouden was een zeker getal manschappen te leveren, om in de dienst der landheeren de metalen uit den grond te delven. Zonder voorbehoud moest elke Indiaan, van zijn achttienden tot zijn vijftigsten jaar, aan dezen diensttijd deelnemen. De vermoeienissen, gepaard aan de mishandelingen die de arbeiders te wachten stonden, deden menigeen hunner reeds in de eerste zes maanden het tijdelijke met liet eeuwige verwisselen. Geen wonder dan ook dat het cijfer der sterfte zoo schrikba-

J.

ocr page 24

21

rend toenam, dat er geheele gewesten door ontvolkt werden.

De » repartin^entoquot; was een ander misbruik dat de regeering zich veroorloofde en den goeverneur of kapitein-generaal van elke provincie vergunning gaf, den Indiaan de noodige levensmiddelen te leveren, waardoor hem ten eenemale het recht ontnomen werd dezen bij elkaar m te koopen. Het schandelijkste der repartimento was nog dat het de verdrukte bevolking volstrekt niet vrij stond te koopen wat naar haar gading mocht wezen, doch zich genoodzaakt zag, tegen wil en dank de eetwaren m te slaan, haar door de hooge overheid opgedrongen, die bovendien van zeer slechte kwaliteit waren en door hen ver boven de waarde betaald moesten worden.

Het innen der verschillende belastingen ging met even veel onrechtvaardigheid gepaard.

Doch wee ! die zich tegen eenig misbruik durfde verzetten ; dadelijk werd hij vastgegrepen en het hoofd afgehouwen.

Tegen het eind der laatste eeuw had de dwingelandij der Spanjaarden, die telkens weer nieuwe middelen trachtten uit te denken de bevolking tot het laatste toe te martelen en uit te zuigen, zulk een helsch karakter aangenomen. dat de lankmoedigheid der inlanders, zoowel in Venezuela als in Peru, Chili, Paraguy of waar ook maar in Zuid-Amerika de Spaansche vlag woei, geheel uitgeput was geraakt.

Niet alleen de Indianen, negers en kleurlingen, maar allen die in de koloniën geboren en opgevoed waren, toonden zich even verontwaardigd over het snoode gedrag

der moederlanders.

Nochtans durfde niemand hunner de vaan des op-roers op te steken, uit vrees van reeds bij de eerste

ocr page 25

22

scheimutseling de beste, tot den laatsten man over de kling gejaagd en door de conquistadores nog meer verdrukt te worden.

De Spanjaarden die zulks zeer goed bemerkten, dachten ei dan ook geen oogenblik aan zich een weinig mensch-lievender te gedragen; zelts schenen zij er eenigermate naar te verlangen dat de Indianen rebellie zouden maken om een wettige reden te hebben, hen met het zwaard in de vuist te toonen, waartoe het leidt tegen het opperste gezag op te staan.

Wat er dus ook de gevolgen van mochten zijn de bevolking aan de ergerlijkste zedelijke verlaging prijs te geven, zoo bleven zij nochtans doodkalm hieronder. Zelfs lieten zij het oogluikend toe, dat in Peru, waar de ontevredenheid een nog veel ernstiger aanzien had verkregen, dan m eenige andere kolonie, een zekere Condorcuanqui die beweerde een rechtstreekschen afstammeling te zijn van de vroegere Inca's of Keizers van Peru, er zijn landgenooten openlijk toe aanzette, de ellendigen, welke zich niet ontzagen om het Rijk dat hun ontelbare millioenen gouds in den schoot had geworpen, voortdurend onder den voet te treden, als een man aan te vallen.

Zoo dikwijls als de Spaansche opperhoofden van Condorcuanqui's vermetele taal in kennis werden gebracht, liepen zij smalend uit: »Laten de Peruanen maar beginnen als zij durven ; onze troepen zullen hun dan wel spoedig aan het verstand weten te brengen, ten volle tegen elke soort van schreeuwers en oproermakers berekend te zijn. En mochten de aanhangers van Condorcuanqui soms na een eerste nederlaag nog verder lust gevoelen ons oorlog aan te doen, dan zal er wel even als in 1555 een tweede Ca netto te vinden zijn, bij wien vergele-

ocr page 26

23

ken Pizarro of de Hertog van Alva nog maar zachtzinnige lammeren waren, om hen voor een geruimen tijd weer

tam te maken.quot;

Daar het voor s'hands niet verder kwam dan In] ontboezemingen en bedreigingen, zoo meenden de Spanjaarden niet anders of de bevolking zou wel weer van zelf indommelen.

Op het alleronverwachtst echter barstte het reeds zoo lancr voorbereide oproer uit, dat in een ommezien zoozeer in omvang en hevigheid toenam, dat de Spanjaarden in de grootste verwarring geraakten en nederlaag op neder

laag leden.

Eér iemand er over dacht, hadden de oproerlingen reeds vijf provincies aan de moederlanders ontweldigd. Reeds vleiden de Peruanen er zich mede het uur nabij te wezen hun geboortegrond van elke vreemde heerschappij verlost te mogen zien, toen zich tot hun ontzetting verscheiden Spaansche oorlogsvaarders aan de kust vertoonden, bemand met duizende krijgslieden, om hun kameraden te hulp te snellen.

Ofschoon de Peruanen zich met leeuwenmoed zochten te verdedigen, zoo keerden de oorlogskansen en zagen zij de eene provincie na de andere weer in Spaansche handen

vallen.

Ten einde raad over deze ongelukkige wending, vei-zamelde Condorquanqui liet overschot van zijn leger, dat bijna geheel versmolten was, om een laatste poging te Wcig6n cl en vijand tot stium te kiijgen.

Doch niet alleen bleven de Spanjaarden volkomen mees-ter van het slagveld, maar maakten bovendien den held-haftigen Condorquanqui krijgsgevangen, dien zij onder luid gejuich op een paard bonden en met zich sleurden.

ocr page 27

24

Onder voorwendsel hem den opstandelingen ten voorbeeld te laten verstrekken hoe een rebel naar behooren dient gestraft te worden, bracht men den buit geniaakten held met zijn geheele gezin onder het aanheffen van jubelmarschen en liet zingen van triomfliederen naar het schavot, dat op de markt der stad Lima opgericht was. Vóór en aleer men er toe overging hem ter dood te brengen sloeg men eerst onder zijn oogen liet hoofd zijner vrouw en onschuldige kinderen af, wat onder de toeschouwers telkens een nieuw hoerah! uitlokte. Zoodra de jongste zijner telgen, een knaapje van drie jaar, onder beulshanden gevallen was, haalde men Coiidorquanqui met gloeiende tangen de ingewanden uit het lichaam, brandde hem de oogen uit en liet men hem ten slotte door vier paarden van een scheuren.

Volgens de verklaring van een geestelijke die den ongelukkige in zijne laatste oogenblikken bijstond, legden de Spanjaarden bij dit afschuwelijk schouwspel zulk^een ingenomenheid en uitgelatenheid aan den dag, dat zij zich éei gedroegen als kanibalen van de minste soort dan als vertegenwoordigers der christelijke beschaving.

De Spaansche regeering twijfelde er niet aan of de oproerlingen zouden zich thans wel verder stil houden. Doch m stede van het hoofd in den schoot te leggen, betoonden zij zich woelzieker en weerbarstiger dan ooit. Ja, hun verbittering en verontwaardiging was zóó groot dat zich als met een tooverslag duizende jonge mannen om een neef van den terechtgestelden held, een zekere Andres verzamelden, met de bedreiging op de lippen den dood

van hun geliefd opperhoofd ten bloedigste te zullen wreken.

Zondei dt minste aarzeling dan ook sloegen zij ijlings

ocr page 28

het beleg voor de stad Sorrata. waar een groot aantal rijke Spaansche kolonisten en grondbezitters waren lieen-rretocren om er te blijven totdat het in het land weer

O O

wat rustiger zou mogen geworden zijn.

Niet in het minst op een belegering bedacht zagen de inwoners zich weldra verplicht, geheel ontbloot als zij waren van wapenen of levensmiddelen, de stad op genade

of ongenade over te geven.

In een aan waanzin grenzende woede stormden Andrès horden de poorten van Sorrata binnen, richtten een bloedbad aan van twintigduizend slachtotiors, maakten zich meester van alle schatten die in de huizen opeengestapeld lagen en eindigden met de stad aan de vier hoekeu

in brand te steken.

Buiten zich zeiven van blijdschap over de behaalde overwinning, waren de oproerlingen roekeloos genoeg alvorens aan verdere veroveringstochten te denken, de geplunderde kostbaarheden onder elkaar te verdeelen en naar een veilige plaats te brengen.

Te vergeefsch trachtte Andres zijn overwicht te doen gelden toch onverwijld verder te trekken om zoo mogelijk geheel Peru er toe op te wekken zich bij den opstand

aan te sluiten.

Niet alleen sloegen zijn benden deze raadgeving in den wind maar gaven zich bovendien, met voorbijzien van eiken voorzorgsmaatregel, dank zij de rijke voorraad sterke dranken die zij in Sorrata buitgemaakt hadden, dag op dag aan de ergelijkste zwelgpartijen ovei.

De Spanjaarden maakten hiervan dadelijk gebruik om in grooten getale te komen opzetten en de opstandelingen die in hun kamp gerust lagen te ronken bij, nacht te overrompelen en van alle zijden in te sluiten. Bijna

ocr page 29

2G

zonder slag of stoot maakten de koninklijke regimenten liet gelieele vrijheidsleger krijgsgevangen, waaronder ook Andrès, dien zij met zijn gelieele staf op de plaats zelve ten brandstapel verwezen.

Na deze zoo verpletterende nederlaag gevoelde niemand lust meer, vooreerst althans, andermaal de wapens tegen liet moederland op te vatten. Daarbij wisten de Spanjaarden op zulk een listige wijze twist en tweedraclit onder de vrijheidsmannen vut te strooien, dat dezen in de grootste onmin met elkaar geraakten en de revolution-naire partij als volkomen krachteloos, zich langzamerhand geheel oploste.

V.

Naarmate het er in Peru vredelievender begon uit te zien, werd het in Venezuela met den dag onrustiger.

Algemeen voorspelde men dan ook dat de bevolking, dreigend als zij het hoofd bijeen stak, weldra een poging zou wagen, de Spaansche overheersching den bodem in te slaan.

De moederlandsche overheid had echter zulke strenge orders uitgedeeld elke oproerige beweging in den kiem te smoren en hiertoe zoovele spionnen op de wacht gesteld, dat de grootste omzichtigheid in acht diende genomen te worden niet als een rebel opgepakt, naar de gevangenis gebracht en vandaar naar het schavot gesleept te worden.

Toch gaf men den moed niet op vroeg of laat zijn droomen verwezenlijkt te mogen zien en als een vrij onafhankelijk volk zijn weg te gaan.

Middelerwijl werden er, zonder dat de Spaansche speur-

ocr page 30

27

honden er iets van bemerkten, in alle stilte een tal van geheime komplotten gesmeed en vergaderingen belegd om onderling met elkaar af te spreken op een nader te bepalen dag de zoo diep gehate en verachte overheerscliers aan te vallen en de republiek uit te roepen.

Dit was echter eerder gezegd dan gedaan want na het droevige uiteinde van Condorquanqui en diens neef Andres, gevoelde niemand eenige opgewektheid meer, zich aan het hoofd van den opstand te stellen. Bovendien deden zich telkenmale vele waarschuwende stemmen hooren der in-vloedriikste mannen uit de vergadering die mets vuriger gewenscht zouden hebben dan Venezuela van elke vreemde overheerschiug bevrijd te zien, toch liever met de uitvoering van elk plan dienaangaande te wachten totdat zich de gelegenheid zou opdoen met eenige kans van welslagen althans, de vrijheids-vaan omhoog te steken.

Misschien zou dit wel alles voor het oogenblik gebleven zijn zooals het was, indien er niet in het moederland een militaire zamenzweering ware ontdekt geworden tegen den persoon des konings. den goedhartigen doch zwakken Karei IV. waardoor vele medeplichtigen die lijfsgenade mochten erlangen, levenslang naar de verschillende Zmd-Amerikaansche koloniën verbannen werden, waar zij met open armen mochten ontvangen worden.

De nieuw aangekomenen brachten hun ontevreden stemming mede over den gang der zaken in 8]).iiij(_. dat geheel en al geregeerd werd door den gunsteling van het Hof. Emanuel Godoy, die in korte maanden van Luitenant der lijfwacht tot Minister opgeklommen, er slechts op uit was geheel als alleenheerscher te werk te gaan en den koning tegen diens oudsten zoon. den Kroonprins Ferdinand voortdurend in het harnas te jagen. Maar nog meer

ocr page 31

wekte liet hun verontwaardiging op toen zij er van nabij getuigen van waren op welk een gewetenlooze wijze de Zuid-Amerikaansche broeders uitgeperst en mishandeld werden.

Zij ontzagen zich dan ook volstrekt niet er hun nieuwe landgenooten in dringende taal toe aan te zetten zich naar het voorbeeld van Noord-Amerika los te wikkelen van een juk dat hen tot lastdieren verlaagde.

Ver van te overwegen of de Zuid-Amerikaansche bevolking wël bij machte was zich met goed gevolg tegen het moederland te verzetten, verhieven zij hun stemmen hoé langer hoe luider tegen de schandelijke verdrukkingen der Spaansche landvoogden. Zonder voorbehoud sloten zich vele der verbannenen, waaronder verscheiden zeer hoog geplaatste ambtenaars, in de eerste plaats in Venezuela, bij de revolutionnaire partij aan en bezochten trouw haar geheime vergaderingen, waarop zij steeds al hun welsprekendheid te baat namen de tegenwoordig zijnde inlandsche officieren er toe over te halen het zwaard te trekken ten gunste der arme broeders, die zeker allen bereid zouden wezen bij het vrijheidsleger dienst te nemen.

Zoo dikwijls als een der leden het te berde bracht of het geen hopelooze zaak zou wezen met eenige benden onbeschaafde negers en Indianen, die hoegenaamd niets van krijgstucht of krijgswetenschap af wisten, tegen de uitmuntende gewapende en aangevoerde regimenten op te trekken, wisten zij elk bezwaar te niet te doen met te betoogen dat slechts den stoutmoedigen het geluk behoort.

Ten zeerste als zij de kunst verstonden de gemoederen tot geestdrift te stemmen, traden er nog alle dagen nieuwe leden tot den Bond toe. Ouder dezen bevond zich ook

ocr page 32

29

een zekere Francisco de Miranda, die een Spanjaard tot vader en een Venezuelaansclie tot moeder had.

Eerst na viif-en-twintig jaren was het hem mogen gelukken den officiers-rang te behalen enkel en alleen omdat hij van geen zuiver Spaansch bloed was.

Met de meeste aandacht en belangstelling volgde hij de verschillende oproerige redevoeringen die hij steeds van ganscher harte toejuichte.

Op een avond dat een der woordvoerders er zijn toehoorders weder toe poogde aan te zetten niet langer te talmen met de bewijzen voor den dag te treden dat het hun waarachtig ernst was, een vrij volk te willen worden en hij met de smeekbede eindigde dat er zich toch eindelijk eens een man mocht voordoen met heldenbloed in de aderen om als plaatsvervanger van Condorquanqui en Andrès zich aan het hoofd der omwenteling te stellen, riep Miranda eensklaps met vuur uit: Dezea man wil ik ' wezen en er mij bij deze plechtig toe verbinden niet het zwaard in de schede te zullen steken dan vóór en aleer Venezuela in elk opzicht »triomf' zal kunnen roepen.

Over deze ontboezeming ging er van alle zijden een oorverdoovend gejuich op, vermengd met de kreten van; »Leve Miranda! leve de vrijheid, leve ons liet vaderlandquot;.

Zoodra de vergaderden eenigszins tot kalmte waren gekomen, gingen zij er toe over de noodige maatregelen te nemen, de in het geheim aangeworven manschappen er van op de hoogte te stellen zich van stonde af aan gereed te houden by het eerste sein het beste toe te snellen om met den strijd tegen het moederland een aanvang te maken, die naar zij beweerden, niet anders dan ten gunste der Zuid-Amerikanen beslecht kon worden.

ocr page 33

30

Doch helaas! hoezeer zou men zich in zijne verwachtingen bedrogen zien.

Want nauwelijks had de Gouverneur-Generaal Graaf Vasconceles, die pas onlangs uit het moederland naar Venezuela was afgevaardigd geworden om des noods dooide strengste middelen den vrede in de kolonie te bewaren, er kennis van gekregen dat zich ettelijke honderde Indianen onder kommando van Miranda in de vallei van Caracas verzameld hadden, of hij fronste de wenkbrauwen en liet hij onmiddellijk eenige kavallerit -regimenten last geven te paard te stijgen om aan deze dwaze vertooning zoo spoedig mogelijk een einde te maken.

Zoodra zijn adjudant er hem van kwam verwittigen dat de koninklijke troepen gereed stonden om te vertrekken, wierp hij zich mede in den zadel en stelde zich aan haar spits.

En niet in het minst er op verdacht welk gevaar hen bedreigde, sloeg den patriotten den schrik om het lijf toen zij eensklaps de Spaausche dragonders onder aanvoering van den Goeverneur-Generaal uit een berg-engte zagen te voorschijn komen. Met lossen teugel renden dezen met uitgetrokken zwaard op de vermetelen toe en traden hen meedoogenloos onder den voet of maakten hen met sabelhouwen af.

Tot de zeer weinigen die aan de algemeene slachting mochten ontkomen, behoorde ook Miranda. Dank zij de vlugheid van zijn ros vlood hij de bergen in en verschool hij zich achter een vooruitstekende rotspunt.

Eerst tegen het vallen van den nacht toen het in den omtrek weer volkomen rustig geworden was, waagde hij het zijn schuilhoek te verlaten en met inachtneming van de grootste omzichtigheid de woning te naderen van een

O O o

ocr page 34

31

der saamgezworenen. Nadat deze hem eenige dagen in zijn huis verborgen had gehouden, drong hij er bij Miranda op aan, Venezuela ten spoedigste te ontvlieden, wijl het voor de hand lag dat zoo de spionnen van Vasconceles hem op het spoor mochten komen, hij onverwijld ter

dood gebracht zou worden.

Miranda aarzelde dan ook niet aan deze alleszins gegronde raadgeving gehoor te geven, vooral daar hij zooals thans de zaken stonden, toch voor het oogenblik niets ter verbreking der Spaansche kluisters kon toebrengen.

Als pachter vermomd begaf hij zich naar de nabij gelegen havenplaats Guayra, waar hij aan boord van een Noord-Amerikaansch vaartuig opgenomen, zonder wederwaardigheden het eiland Trinidad mocht bereiken dat korte maanden geleden van Spaansche handen in Engel-sche was overgegaan.

VI.

Na het gebeurde scheen voor goed in elks borst de hoop uitgebluscht zich ooit van het Spaansche juk te mogen losmaken. Iedereen liet dan ook even mismoedig het hoofd hangen zonder met een enkel woord zijn smart te durven uiten, wijl de minste ontboezeming voldoende was, met den dood geboet te worden.

Graaf Vasconceles dien men hoe langer hoe meer leerde kennen als een der hardvochtigste landvoogden die ooit den scepter over Venezuela gevoerd hadden, was deimate verbitterd over het nieuwe waagstuk der patriotten, dat hij openlijk aan de bevolking liet weten, dat zoo zij voort mocht gaan rebellie te maken, hij haar des noods geheel zou laten uitmoorden.

ocr page 35

32

Het was dus maar zaak den wreedaard niet tot liet uiterste te drijven, temeer daar men zeer wel wist dat op één wenk duizende manschappen uit liet moederland zouden gezonden worden om de daad l-iij liet woord te voegen. Vasconceles voelde ziek opgetogen over deze schijnbare kalmte en zeide dikwerf tot zijn adjudant, als deze hem des morgens kwam berichten hoe overal in het land de meest volmaakte rust bleef' heerschen: »Wel een bewijs dat als men het zwarte gebroed maar eens ferm bij de ooren trekt het zich wel koest weet te houden. Peru en Venezuela liggen thans beiden, dank zij de doortastende maatregelen onzer regeering, zoo gedwee mogelijk voor Spanjes voeten neder. Het was dan ook meer dan tijd. dat er aan al dat oproergekraai een einde kwam. Klaarblijkelijk is de bevolking door mijn voorgangers veel te toegevend behandeld geworden, anders zou haar wel de lust vergaan zijn zich geheel en al van de ketting te willen losscheuren.

Doch ik zal voor al deze dwaze uitspattingen wel voor goed een stokje weten te steken, want wil men van de kroeskoppen wezenlijk eenige dienst hebben, dan moeten zij geheel en al behandeld worden als lastdieren. Ik zal dan ook zonder uitstel de verschillende opzichters der mijnen en der plantages een circulaire doen toekomen om hun dringend op het hart te drukken de slaven zoo streng mogelijk te behandelen en hen bij de geringste weerspannige bui een ferme geeseling te laten toedienen. Tevens ben ik van zins zoowel in de mita als in de repartimento groote veranderingen te weeg te brengen. Ook het belastingstelsel moet herzien worden; want hadden de Indianen niet te veel tijd en te veel geld, zij zouden wel wat anders aan het hoofd hebben dan zich van wapens te voorzien

ocr page 36

33

die hen door de Engelsclie kooplieden voor grof geld in de handen gespeeld worden. Blijft Spanje er niet voortdurend voor waken, zoo zie ik nog aankomen, dat liet met zijn koloniën gelieel en al zal gaan als niet die van Noord-Amerika, vooral daar de Engelsclie Minister Pitt in het Parlement verklaard heeft, dat zijns inziens de Spaansche bezittingen thans genoeg ontwikkeld zijn om Lest de voogdij van het moederland te kunnen missen.

Ofschoon de Venezuelanen er zich mede vleiden dat de Goeverneiir-Generaal liet slechts bij bedreigingen zou laten, zoo ondervonden zij dit weldra geheel anders. De eene wreedheid volgde de andere. Zelfs schaamde Graaf Vasconceles zich niet het spionnen-leger nog aanzienlijk uit te breiden, niet bepaling dat aan de slimste speurhonden een aanzienlijke som golds zou uitgereikt worden.

Het gevolg dezer belofte was dat vele spionnen slechts o]) eigen voordeel bedacht, valsche aanklachten indienden waardoor ontelbaar vele onschuldigen tot levenslangen dwangarbeid veroordeeld werden.

Telkenreize als Graaf Vasconceles weer een besluit ge-teekend had om somwijlen geheele dorpen te gelijk naaide mijnen te verwijzen, wreef hij zich met de meeste voldoening de handen met den uitroep: »De oproerige geest van Zuid-Amerika komt Spanje goed te stade, want nog nooit zullen er zoovele extra-mil lioeiien piasters in's lands kas gestroomd zijn, dan sinds het oogenblik dat de Indianen er in hun onnoozelheid over dachten geen penning meei hiertoe te willen opbrengen. Spanje mag mij dus wel, ten dank dat ik zijn tinancieële belangen zoo trouw behartig, op de marktplaats van Caracas een standbeeld oprichten, zooals zich dit de Hertog van Al va te Antwerpen liet

II. van Loo. Voor oud cn jong. 3

ocr page 37

34

doen. Wel is waar werd liet door zijn opvolger ter wille der algemeene rust, als een onding in de citadel opgeborgen en sleepten de Geuzen het in later jaren, onder het zingen van allerlei schimpliederen langs de straten, maar iets dergelijks zou hier niet licht gebeuren, want de Venezuelanen zitten thans zoo flink onder den duim dat zelfs de vermetelste onder hen de gedweeheid in persoon is. Zoo mogelijk zal het volgende geslacht de Spaansche landvoogden nog meer naar de oogen zien. als zij er maar voor blijven waken nooit iemand die in de Zuid-Amerikaan-sche koloniën geboren is, al ware hij ook een moederlander van het zuiverste ras, ooit in aanmerking te laten komen voor een invloedrijke betrekking, want geen enkele kreool die te vertrouwen valt.quot;

De beklagenwaardige Venezuelanen bleven, hoe zwaar hun ook de ijzeren vuist van graaf Vasconceles mocht drukken, zich desniettemin met de meeste onderworpenheid gedragen. Langzamerhand schenen zij zelfs aan de deerlijke tekortkomingen, hun door den nieuwen landvoogd aangedaan, eenigermate gewend te geraken en eindigden zij met geheel eigen leed over het hoofd te zien om den blik gevestigd te houden op het moederland, waar de staatkundige toestand zoo mogelijk nog treuriger was dan in de verschillende koloniën.

Behalve dat minister Godoy het zoo ver had weten te brengen dat, tot innige ergernis der natie, noch de koning noch diens gemalin iets meer van den kroonprins weten wilden, betoonde hij zich zulk een onderdanigen dienaar van Keizer Napoleon dat hij doof voor elke waarschuwing, blindelings aan diens eisch gehoor gaf, de havens van het Rijk voor de Engelsche schepen gesloten te houden. Het gevolg dezer onverantwoordelijke zwakheid was, dat de

ocr page 38

35

handel dermate begon te kwijnen dat zij langzamerhand

geheel te niet dreigde te gaan.

De algemeene ontevredenheid werd dan ook hoe langer hoe grooter; vooral steeg deze ten top, toen men ervoer dat Portugal als veel kleiner mogendheid, Napoleons verzoek rechtstreeks van de hand gewezen had.

Vun alle zijden in het nauw gebracht, begon Godoy er ernstig over te denken het gesloten verdrag weer te verbreken. Daar het echter maar al te zeer te bevroeden viel dat Napoleon deze opzegging met een oorlogsverklaring beantwoorden zou. zoo gaf hij last het leger ten spoedigste te mobiliseeren om een Vorst, wiens naam hij vooralsnog liever niet wenschte te noemen, met goed ge-voloquot; slag te kunnen leveren.

Napoleon kreeg van dit raadselaclitige dekreet kennis op het oogenblik dat hij zich bij Jena op bivak bevond om de Praisen op eigen grondgebied te bestoken en begreep dadelijk wat Godoy met bewuste wapening op het oog had. Hij liet evenwel niets hiervan bemerken, wijl hij eerste wilde afwachten hoe de zaken voor hem in Dmtsch-land zouden afloopen. Doch nauwelijks had hij de Pruisen verslagen of hij verzocht Godoy zich nader omtrent zijn geheimzinnige proclamatie te willen verklaren. Niet wetende hoe het aan te leggen. Spanje er voor te vrijwaren. zijn grondgebied door een Fransch leger bezet te zien. trachtte hij Napoleon wijs te maken, beducht te zijn geweest voor een landing van den Keizer van Marokko.

Napoleon stelde zich in schijn met deze leugenachtige opheldering tevreden, maar nam zich voor de ondervonden verraderlijke handelwijze van Godoy aan geheel Spanje betaald te zullen zetten.

Onder voorwendsel Portugal te willen kastijden als het

ocr page 39

36

eenige land dat tegen Frankrijks wil in, zijn handelsbetrekkingen met Engeland had vermeten aan te houden, ging de Keizer eeu verdrag aan, bekend onder dat van Fontainebleau, bij hetwelk hem vrijheid verleend werd, zijn troepen door Spanje te laten trekken om Portugal des te gemakkelijker te kunnen genaken. Verder eischte de Keizer dat Spanje hem onverwijld twintig-duizend zijner beste krijgers zou afstaan om de Denen die als overwonnen natie van Frankrijk, oproer hadden gemaakt, weer ten onder te brengen

O

Grodoy zeide op beider punten »jaquot; en »amenquot; waardoor de gemoederen nog meer in gisting kwamen dan zij reeds waren. Toch waagde niemand het in het openbaar voor zijn meening uit te komen, daar Napoleon beleedigd als hij zich blijkbaar gevoelde, slechts op een gelegenheid loerde, Spanje eveneens in beslag te nemen.

Inwendig bleef men echter kooken tegen den verachte-lijken Godoy aan wien men al deze verwarringen te danken had, en verhieven er zich met den dag meer stemmen, om den koning ia alle nederigheid te smeeken, den gehaten minister uit 's lands dienst te ontslaan.

Inmiddels was Generaal Junot dadelijk na de onder-teekening van liet nieuwe verdrag met Godoy. de Pyreneën overgetrokken en had hij zich met zijn vijf-en-twintig-duizend man troepen gelegerd in de omstreken van Sala-manka, van waar hij den Prins Eegent uit naam des Keizers liet aanzeggen, dat het Huis van Braganza vervallen verklaard was van den troon.

Het Portugeesche Hof belegde hij deze boodschap onverwijld een Ministerraad, op welke wijze hét best het gevaar af te weeren dat Lissabon door de Franschen in bezit zou worden genomen, toen tot overmaat van smart

ocr page 40

liet bericht kwam dat een Engelsche vloot onder bevel van Sir Sidney Smith, de Taag was opgezeild om Junot te beletten, in de hoofdstad de.s Rijks zijn kwartieren op te slaan.

Als het eenige middel Lissabon voor een bombardement te vrijwaren, schreef de Prins Regent aan Junot zich geheel naar de wenschen des Keizers te zullen schikken; tegelijkertijd beval hij Sir Sidney Smith onmiddellijk naar zee terug te stevenen, daar alles naar genoegen, hoopte

geschikt te worden.

Ten hoogste verontwaardigd over deze lafhartigheid, liet de Engelsche Admiraal het Hof kortaf weten dat zoo zich ook maar de geringste kans mocht voordoen dat de Portngeesche vloot in Fransche handen kon vallen, hij haar dadelijk, hetzij goedschiks of kwaadschiks, naar een der Britsche havens zou laten brengen.

Aan de eene zijde bestookt door Sidney Smith en aan de andere door Junot, belegde de Regent in den angst van zijn hart andermaal een Ministerraad waarin hij, ver van moedig op zijn post te blijven, zijn verlangen te kennen gaf met alle leden der koninklijke taniilie naar Brazilië over te steken, totdat de omstandigheden het Hot weder zouden vergunnen, naar Portugal terug te keeren.

Niemand der aanwezige Excellentie's die het over zich verkrijgen kon, zijn stem hiertegen te verheffen; integendeel allen wenschten den Prins, die als een kind zat te weenen om het zeerst geluk met dit plan, dat volgens hun eenparig gevoelen, de Brazilianen van blijdschap tot

in de wolken zou voeren.

Reeds een uur later hadden alle prinsen en prinsessen van het Huis van Braganza hunne paleizen verlaten om zich aan de diepste bedroefdheid ten prooi, en dooi dui-

ocr page 41

38

zende hunner trouwe onderdanen uitgeleide gedaan, aan boord van een fregat te begeven, dat door zes-en-zestig andere Portugeesche oorlogvaarders gevolgd, onmiddellijk den grooten waterweg naar Zuid-Amerika insloeo-

Dit gedwongen vertrek bracht in Madrid de grootste ontsteltenis te weeg, wijl men maar al te zeer voorzat dat hetgeen in Portugal geschied was, ook wel eens het lot van Spanje kon worden, daar Napoleon, verbolgen als hij zich op Godoy gevoelde, zeker niet rusten zou dan vóór eu aléér hij zijn gemoed aan dit ongelukkio-e land gekoeld had.

Men achtte het dus meer dan noodig dat Godoy zonder uitstel aftrad: doch hoe zulks te bewerkstelligen daalde koning nooit, hetzij door dwang, tot dit besluit zijn handteekening zou verleenen.

Toch moest dit noodzakelijk geschieden, verkoos men niet het land, ter wille van een mensch, er voortdurend aan blootgesteld zien, door Napoleon den voet op den nek gezet te worden.

De kroonprins, die deze zienswijze volkomen deelde, oing onvermoeid met zijne vrienden te rade wat er op te vinden zou zijn. tot het doel hunner wenschen te geraken.

Na lang wikken en wegen kwam men overeen dat Prins Ferdinand, die korten tijd geleden na een kinderloos huwelijk, weduwnaar geworden was, Napoleon in het geheim om de hand een zijner nichten zou verzoeken, met de bede om elk bezwaar dat dit huwelijk in den weg mocht staan, te doen verdwijnen. Waren de zaken eenmaal zoo ver gevorderd dat de kroonprins als gemaal eener Bonaparte, ten volste op den steun des machtigen Imperators rekenen mocht, dan zou het meende men. hem slechts één enkel woord kosten, om den keizer er toe te

ocr page 42

39

bewegen, Godoy te gebieden den ministerzetel te ontruimen en evenzoo den koning als totaal ongeschikt om te regeeren, in bedenking te geven zijn kroon en scepter

voor goed neer te leggen.

Reeds bij voorbaat juichte men over den gnnstigen uitslag van dit plan, toen liet toeval wilde dat Godoy achter het geheim kwam. Onverwijld gaf hij last bewusten brief aan den Keizer te onderscheppen, om er eerst behoorlijk kopie van te kunnen nemen.

Zoodra dit geschied was spoedde hij zich met het bewijs van 's Prinsen ontrouw jegens zijn vader, naar het Escuriaal en las met veel ophef Prins Ferdinands epistel

aan beide majesteiten voor.

De koning zag er niet weinig verrast van op dat

zijn zoon hem geheel buiten dit aanzoek had pogen te houden. Ook de koningin scheen uiterst verbaasd en sprak nadat er verscheiden minuten in stilte waren voorbijgegaan :

»Ik zou toch wel eens willen weten wat de kroonprins met deze huwelijksaanvraag eigenlijk 111 den zm heeft gehad, daar er onmogelijk van eenige liefde sprake kan zijn, want maar al te duidelijk blijkt het uit zijn brief dat hem volstekt onverschillig is, wie hij tot gemalin krijgt als het maar een zoogenaamde Prinses Bonaparte is.quot;

Godoy liet bij deze ontboezeming een spotachtig lachje om zijne lippen spelen en antwoordde met een veel be-teekenend gebaar: »Dat valt anders nog al gemakkelijk te begrijpen, als uwe Majesteit maar eens haar aandacht wil vestigen op 's Prinsen bede aan den keizer, om alle bezwaren0 die zich tot deze echt-verbintenis mochten opdoen, voor hem uit den weg te willen ruimen. Hiermede toch wordt klaarblijkelijk door zijne Hoogheid bedoeld,

ocr page 43

40

den koning als doorluchtig Hoofd van liet Huis van Castilie bij de geringste tegenspraak liet stilzwijgen op te leggen en mij als uw beider trouwsten dienaar mijn ontslag te geven, zoo niet naar een der koloniën te verbannen. Daarom acht ik het hoog noodig, hoe hard het u ook als vader moge vallen, dit komplot, want wat is het anders? in de kiem te smoren of u loopt gioot gevaar aan den kant geschoven te worden.quot;

Bij deze waarschuwende woorden begon de koning te beven als een espenblaadje en zeide terwijl hij Godoy's beide handen in de zijnen klemde: »Acli, ach, schaf toch raad, voordat het te laat is. . .

»Wehuiquot; hernam de valschaard »als u het mij dan op het geweten afvraagt, dan zou ik het geen seconde uitstellen om den Prins in tegenwoordigheid van alle minis-teis hier ten paleize te ontbieden om hem onder getuige zijn onwaardig gedrag als zoon onder liet oog te brengen en hem verder in het belang van uw rust, zoowel als van die van het geheele land, zonder eenige plichtplegingen in hechtenis te laten nemen.quot;

Zijn Majesteit knikte goedkeurend en zeide nadat ook de koningin had te kennen gegeven dat zij Godoy's raadgeving voortreffelijk vond: »Ja, ja, dat zullen wij doen, maar leg het zoó aan dat de ministers er zijn, voordat de Prins er is.quot;

Dit geschiedde.

Voordat Zijne Majesteit echter den tijd had met een der ministers een woord te wisselen, vertoonde zich de kroonprins.

Dadelijk trad de koning, zonder zijn zoon met een groet te verwaardigen, naar hem toe, beval hem meteen van aandoening trillende stem om den brief die zulke

ocr page 44

41

bezwarende zinsneden bevatte, aan de tegenwooidig zijnde ministers voor te lezen en gelastte verder den bevelvoerenden officier der lijfwacht den schuldige tot nader order onder strenge bewaking, in arrest te houden.

VII.

Nog denzelfden dag richtte de koning een eigenhandig schrijven aan den Hoogen Raad van Castilië, dat onder

anderen het volgende bevatte:

»Mijn leven scheen mijn zoon Ferdinand, Prins van Asturië, zulk een ondrageliiken last toe, dat hij met verloochening van alle godsdienst-beginselen die hem toch van jongs af aan met de teederste ouder-zorgen ingeprent zijn geworden, zich niet ontzag zijn vader van den troon te willen stooten. Voortaan dan ook. zal hem zoowel als allen die in dit gewetenlooze komplot de hand gehad hebben, de gevangenis ter woning verstrekken.

Ook aan Napoleon klaagde hij schnltelijk zijn nood, welke regelen nog verbitterder klonken dan die aan den Hoogen Raad.

»Mijn zoonquot; dus luidde de aanhef er van. »heeftzich aan het snoodste misdrijf schuldig gemaakt waaraan een kind zich slechts schuldig kan maken. Ik heb hem dan ook voor altijd uit mijn hart verbannen en het vaste voornemen opgevat om mij na mijn dood op den troon te doen vervangen door een zijner jongere broeders. . . '

De gevangenneming van den kroonprins bracht m Spanje een onnoemelijk pijnlijken indruk te weeg. Reeds vormden zich allerwege deputaties om den koning genade voor den troon-opvolger te vragen, toen de tijding zich

ocr page 45

42

verspreidde dat de Prins op het alleronverwaclitst op vrije voeten was gesteld.

Niemand die iets van deze zoo plotselinge vending in 's Prinsen lot begreep. Doch alras kwam men er achter-dat Grodoy, wien het er slechts grootendeels om te doen was geweest, Prins Ferdinand bij de natie in discrediet te brengen, hem herhaaldelijk in de gevangenis bezocht had om er bij hem op aan te dringen, zijn ouders om vergiffenis te vragen en hun plechtig beterschap te beloven ten einde het gevaar te ontvlieden als een tweede Don Carlos ter dood veroordeeld te worden.

Overtuigd als Godoy er van was dat de kroonprins in het vervolg niets meer bij zijn toekomstige onderdanen zou in te brengen hebben, zag hij niet weinig op zijn neus toen bij het bericht dat s konings oudsten zoon zich weer in vrijheid mocht bevinden, het geheele land hierover in de grootste vreugde geraakte. Nog minder stond het den »grootmachtigequot; aan er niet alleen openlijk van beschuldigd te worden den Prins slechts te hebben aangeklaagd om hem voor altijd van de liaan te dringen, maar er tevens de eenige en enkele oorzaak van te wezen dat TSapoleon liet er klaarblijkelijk hoe langer hoe meer op toelegde, Spanje onder de knie te krijgen.

Te vergeefsch trachtte Grodoy zich van alle schuld vrij te pleiten: wat hij ook ter zijner rechtvaardiging poogde aan te voeren, zoo was en bleef nochtans iedereen er even zeer van doordrongen dat hij slechts uit lage afgunst den Prins iu een verkeerd daglicht had zoeken te stellen en het land als geheim vriend van Frankrijk, willens en wetens aan de Napoleontische bajonetten overgeleverd had.

Vooral won deze meening veld toen wederom een nieuw armee-corps onder bevel van Prins Murat de grenzen van

ocr page 46

43

Spanje overtrok en tegen alle recht en Wl!ijklieilt;l m de vestingwerken v.n Barce\ona, Pampelnn. en Sint-Sete-

tiaan in bezit nam.

Godoy haastte zich den Graaf Ldquierdo naar Napoleon af te vaardigen om in naam der öpaansche regeering te-en deze daad van geweld op te komen, maar m plaats van eenige voldoening te mogen erlangen, bet de Keizer hem kortaf terng weten «lat alle vroegere of latere gesloten traktaten uitgediend hadden. Tegelijkertiid het m er Godoy van verwittigen, dat aangezien Frankriiks belangen het medebrachten de Spaansche provincies to aan de rivier de Ebro met liet Keizerrijk zamen te smelten. hii dit plan binnen kort hoopte te verwezenlyken.

Om echter aan dezen schandelijken eisch een glimp van rechtvaardigheid te geven, liet de Keizer Spanje, m ruil voor het verloren grondgebied, het veroverde Portugal

aanbieden.

Godoy trok zich bij deze boodschap de haren mt het hoofd vervloekte de trouweloosheid van Napoleon uit den grond van zijn hart zonder het in het minst m de gedachten te nemen, hoe hij den Keizer even verraderli.ik had poeren te behandelen en begaf zich staandevoets naar Aranjuez waar het Hof voor tijd en wijle heen getogen was om Zijne Majesteit er op voor te bereiden welk een verpletterenden slag Spanje boven het hootd hing.

De Koning kon zijne ooren bijna niet gelooven toen Godoy hem van het gebeurde ingelicht had en nep bleek van ancvst en schrik, op luiden toon uit: »Maar zou het wel waar zijn, maar zon het wel waar zijn ; Napoleon kan bet bijna niet meenen ons zulk een verfoeili) e

poets te willen spelen.quot;

De koningin, die mede in de audientie-zaal aanwezig

ocr page 47

44

was, scheen van een geheel ander gevoelen; zij wrong zich de handen en fluisterde met tranen in de oogenquot; »Ach. ach. hadden wij ons toch maar nooit met dien gewetenloozen avonturier ingelaten of hem ten minste op een behoorlijken afsttind geliouden.quot;

Nadat beide Majesteiten hun hart nog eenige oogen-blikken in allerlei ontboezemingen lucht hadden gegeven, vroeg de koning aan Godoy welke maatregelen ev het beste zouden te nemen zijn om bij deze nieuwe onbeschoftheid van Napoleon het volk in bedwang te houden, »want,quot; voer de koning voort »wanneer deze zaak bekend wordt, en hoe haar geheim te houdenV lijdt het geen twijfel of de natie zul u luider dan ooit verwijten, het land, in overleg met het Hof, den Keizer in handen gespeeld te hebben.quot;

Godoy zette een hoogst bedrukt gezicht en antwoordde langzaam doch beslissend: »Het eenige wat u naar mijn bescheiden meening overblijft, is om even als het Huis van Braganza, naar Zuid-Amerika over te steken. Ik raad u dit des te eerder, wijl het mij toescheen dat de Fransche gezant belast was met een geheime zending voor den kroonprins. Hoe gauwer hier dus vandaanquot; hoe beter, want wat te beginnen als het grauw het eens in het hoofd mocht krijgen u even als uw neef Koning Lodewijk XVI in uw eigen paleis te komen beleedigen en ii uit wraak over bewuste annexatie voor een revolution-more rechtbank te breno-en.quot;

»Wie had ooit kunnen denken,quot; fluisterde de koningin, »dat wij ooit zoo zwaar beproefd zouden worden, quot;eh dat te danken te hebben aan den man dien wij steeds in alles zijn zin gaven.quot;

Zonder op deze aanmerking acht te geven, blikte de

ocr page 48

koning zijn gunsteling met een beneveld oog aan en antwoordde met doffe stem. »Indien gij liet als minister noodzakelijk moclit achten dat wij in liet belang onzer veiligheid Spanje verlaten, zoo zal hieraan gevolg gegeven worden. Alleen komen mij de Zuid-Amerikaansebe koloniën als wijkplaats voor het Hof minder wenscbelijk voor, want zoo als wij belaas! allen weten, is de bevolking dier gewesten de moederlanders zóo weinig gezind dat zij met een ijzeren vuist in toom moet worden gehouden om niet tot een algemeene moord op de blanken over te slaan. Nog dezen morgen meldde mij Graaf Vasconceles bij geheime missive, dat ofsclioon de stemming overal rustig schijnt, desniettemin de algemeene toestand des lands, de meeste waakzaamheid blijft vereischen. m het bijzonder in Venezuela, waar hem de inwoners al te gedwee voorkomen om er niet het hunne mee te bedoelen.quot;

Godoy hoorde Zijn Majesteit onverschillig aan en sprak schouderophalend; »Ver van iets aan de verdiensten van Graaf Vasconceles te willen afdoen, geloof ik toch dat hij zich om welke reden ook, aan een schromelijke overdrijving schuldig maakt, want na de geleden nederlaag van Miranda in de vallei van Caracas is er ook geen enkel schot kruit meer op de Indianen gelost. Ook m Peru hebben de oproerlingen zich na de terechtstelling der belhamers Condorcanqui en Andrês tot dusverre dood stil gehouden. Maar hoe het zij, welke vijandige kreten er ook ooit door de Zuid-Amerikaansche bevolking tegen de Spaansche regeering zijn aangeheven geworden; het moederlandscbe Vorstenhuis is er steeds buiten gebleven. Ik ben er dan ook ten zeerste van overtuigd dat zoo u en Hare Majesteit er toe besluiten konden het Hof, voor hoe korten tijd

ocr page 49

46

dan ook, naar de Overzeesche bezittingen over te brengen men er u niet alleen onder luid gejubel ontvangen en er u als een halve godheid vereeren zou, maar tevens, door het vertrouwen, de bevolking geschonken, de band tusschen Spanje en zijne koloniën er ten hechtste door zou mogen bevestigd worden.quot;

De ongedwongen toon waarop Godoy dit zeide, boezemde de koningin zulk een vertrouwen dat zij met zekere overreding uitriep: »Laten wij dit doen, en wel zoo spoedig mogelijk daar het uit de geheele aard der zaak te voorzien is, dat er voor Spanje zeer benauwde tijden in het verschiet liggen. Blijkbaar heeft Keizer Napoleon het niet kunnen verkroppen dat wij in het belang van den handel weer onze havens voor Engeland hebben pogen open te stellen, en Godoy zich bovendien de vrijheid durfde ver-leenen het leger op voet van oorlog te brengen.quot;

»Dit is zijn zaak, antwoordde Godoy, »doch met dat al is Spanje er nu maar leelijk aan toe. Wie weet,quot; voedde hij er met een zucht bij. »hoe spoedig van het Escu-riaal de Fransche vlag zal wapperen.quot;

»God gave,' hernam de koning, »dat wij reeds aan gene zijde van den oceaan zaten. Maar alles wel bedacht, hoe komen wij hier nog met fatsoen van daan, want 't is best mogelijk dat als men bemerkt wat wij in ons schild voeren, het volk ons beletten zal een voet uit Madrid te zetten.quot;

»Daarom is het van het grootste gewicht,quot; sprak Godojr vastberaden, »dat uwe Majesteiten, .aan wie het ook zij, hoegenaamd niets van uw voorgenomen tocht naar Zunl-Amerika laat bemerken, want één woord, en de geheele reis zou in duigen vallen. Voorts hoop ik van mijn macht als opperbevelhebber van het leger gebruik te

ocr page 50

47

maken, om de vemUUemle lijfwacM-reg.menten d.e te.

bewaking 4er gm» «« fc «P* quot;quot; Pquot;,;tquot;squot; quot;1,SCquot; „kl zijn. onmicklellSk »»« hier te ,teen terngkeeren.

Wanneer hieraan voldaan is. i, het mijn verdere voornemen om wederom andere regimenten te gelasten, lt;hm m-gvan de hoofdstad tot de haven van Cadis toe, waar gi| n gemakkelijk in het geheim, aan l.oor.l van het een o ander oorlogs-schip kunt begeven, voor onhepaalden t,|d te

bezetten.quot; . i 11 i

»Dat is flink zoo,quot; hernam de koningin met verhelde lt;1

o-eluat. » Achquot; voer zij voort, de oogen ten hemel .slaande,

Twat zouden wij ongelukkigen, toch wel aanvangen als

de goede God ons geen Godoy tot raadsman geschonken

^Godoy boog gevleid en antwoordde terwijl hij hare hand die zij hem genadig toegereikt had, eerbiedig aan de lippen bracht: »Heb dank uwe Majesteit voor deze zoo vereerende betuiging, die een zoete balsem afgiet, m de wonden welke miquot;, in weerwil dat ik nacht en dag voor bet heil van het vaderland werkzaam ben, op de wreedste wiize door mijn benijdeis geslagen worden.

De Koningin vestigde haar oog met een medeliidende uitdrukking op Godoy, die het hoofd op de borst had laten zinken, en hernam vertroostend: »Da 's werelds loop. Excellentie : hoe meer roem. hoe meei

beniiders.quot; . ,

Godoy glimlachte gedwongen, waarop den Konmg

hem nogmaals dringend verzocht te hebben de zoo even

«■esmeede plannen ten spoedigste ten uitvoer te Jiei:glt;'n.

zijn gunsteling met een vriendelijken buiging te kennen

gaf. dat de audiëntie afgeloopen was.

ocr page 51

48

VIII.

Ofschoon Hunne Majesteiten er vast op vertrouwden dat van hun voorgenomen tocht naar Zuid-Amerika niets zou uitlekken zoo zweefde nochtans bewust nieuwtje weldra op ieders tono-.

De algemeene ontevredenheid was zeer groot over dit besluit; maar vooral voelde men er zich over gebelgd dat zonder eenige wettige reden de garde-regimenten ter bescherming der koninklijke familie naar Aranguez waren opgeroepen.

Wederom beschuldigde men er Godoy in de heftigste bewoordingen van. van deze voor de natie zoo beleedigende maatregel den bewerker te wezen. Zelfs ging men zóóver zonder omwegen te verklaren, dat elk rechtgeaard vaderlander er zonder voorbehoud toe diende mede te werken aan de onverantwoordelijke handelingen en aanmatigingen van den gehaten Godoy, wiens eenige streven het blijkbaar was, het koninklijke gezag met voeten te treden, een einde te maken.

Godoy voelde zich over deze vijandige houding der natie alles behalve op zijn gemak, temeer daar het met het oog op de tijdsomstandigheden wel eens van woorden tot daden kou komen. In de hoop zich als naar gewoonte met een leugen om bestwil uit de verlegenheid te helpen, vaardigde hij een dekreet uit, waarin hij het bericht omtrent 's Konings beraamde reis naar een der koloniën, ten sterkste tegen sprak.

Doch de tijd was voorbij dat de natie zich, door den ellendeling zand m de oogen liet strooien en beantwoordde

ocr page 52

49

zijn uitvaardiging met een dreigend; »Weg met den verrader; weg met den vriend van Frankrijk. ...

Een paar avonden later, vertoonden zieli eensklaps eeni^e honderdtallen van gewapende boeren uit de omstreken van Aranjuez benevens een groote schare van mannen en vrouwen uit de laagste volksklasse van Madrid voor liet koninklijke Lustslot, en begonnen onder de vensters der slaapvertrekken hunner Majesteiten te joelen en te tieren dat hooren en zien verging. De Koning traclitte door zich even op het balkon te vertoonen, de menigte weer tot bedaren te brengen, maar by zijn verschipiing schreeuwde en gilde men nog luider dan van te voren en riepen eenige mannen uit den hoop met de noodige scheldwoorden hem toe, zich door den booswicht Godoy te hebben laten ompraten, het vaderland aan Napoleons

eerzucht op te offeren.

Zün Majesteit trad hierop weer naar binnen, terwi]! de

1 i]fwacht-regimenten, de oproerige benden met kolfschoten

uit het Park wegdrongen en de ingangen tot het paleis

met een sterke macht afzetten.

Den volgenden dag verscheen een schriftelijke verkla-rino- des Konings aan zijn volk. waarin hij betoogde dat Napoleon niet als vijand maar slechts geheel en al als vriend en bondgenoot zijn leger-afdeelingen binnen Spanje gezonden had, om de Engelschen bij een mogelyke landino', met de noodige salvo's te ontvangen. en slotte quot;bevatte dit schrijven -Ie stellige verklaring dat de o-eruchten omtrent eene reis van het Hof naar Zuid-Amerika slechts een bloot verzinsel waren, van eenige booze tongen, om twist en tweedracht in het land te

■weef te brengen.

Deze proclamatie waaraan niemand eenig geloof sloeg,

11. van Loo. Een edel driemanscliap.

ocr page 53

50

vond zoo mogelijk een nog ongunstiger onthaal bij het volk dan die van Godoy.

De gisting werd dan ook hoe langer hoe grooter en 2,lam ZelfS een hoogst er^tig karakter aan toen de tii-Z1Cl; versPrei(lde, dat Prins Murat zich rechtstreeks op marsch naar Madrid bevond.

Aangezien men Godoy er als de eenige oorzaak van bleef beschouwen dat het land zjjn ondergang met reuzenschreden te gemoet ging. zoo besloot het grauw van Madnd dat geheel naar de inblazingen van eenige vrien-den van Pms Perdmand te werk ging, den ellendeling onschadelijk te maken, al moest zulks dan ook misschien gepaard gaan met de abdikatie des Konings. Men was tot het laatste des te meer genegen wijl Zijn Majesteit de kroon Spanje ten droevigste door zijn gunstelino-

«or iet Slquot;k liet zonder in zich de kracht te

gevoelen aan de misdadige eischen van Godoy paal en perk te stellen. ^ J 11

Reed. ,1..,, volgemle,. „acht trok „„ d. „il,,,,,,.!,.,!,,., van den l.n. l Zi|ner Majesteit een onafeienkare schare ijiunengesteld „it de bewne» der geringste acl,terk.„rte„ der hoo d, ad, „aar het j.aleis Villa-V,t.io,„

verbluf hield, .„et het voornemen hen. van zijn M J lichten en geboeid naar de gevangenis te slepen.

Bij het eerste gerucht der naderende menigte, sprono-« Ivomngs gunsteling uit de veeren en ijlde op raad van een zijner bedienden die hem een lakei-jas omwierp, naar n Z0ldei- voor bet woedende grauw te verber

gen. dat nog juist bij tijds door de toeschietende militaire macht uit elkaar gedreven werd.

Zoodra de Koning van deren aanval op Uodoy's paleis ken,us kreeg, het luj de nog steeds ... oproer verkeerende

ocr page 54

51

bevolking aankoudigen .lat hij öodoj v„n »1 d.em -aav-digheden m ontettm om zelf l.et opperkommando v„„

geheel het leger op zich te nemen.

Men stelde zich maar half tevreden met deze belofte, ook de garde-regimenten waren allengs dooi het on van gen van allerlei dwaze bevelen en tegen-bevelen m zulk een opgewonden stemming geraakt, dat zi) er roe .mgei Koe meer ioe begon,», ove,- te helle,, met bel volk ge-meene zaak te maken. Weldra volgden er dan ook nieuwe oploopen waarbij zich niet alleen tallooze benden van beschonken soldaten doch ook vele officieren aansloten

Zonder dat iemand er op bedacht was, stoof deze woeste horde eensklaps midden in den nacht mar Amyuez, om^-crelde het paleis en kreet als uit één mond ; gt;gt; Abdikeeien a ^ dikeeren. Leve de kroonprins! leve Koning lerdinand vil

De tot in zijn ziel ontstelde Karei TV verscheen wederom op het balkon, om het volk met een vriendelijk

woord toe te spreken, maar men liet hem dit n^ toe eii

riep nog luider, nog dreigender : gt;gt; Weg met den Koning.

weo- met de slaven van Frankrijk.

De ..mie-regimenten, in stede van het volk te beletten

den Koning nog langer te beleedigen. moedigde het

zoo dicht mogelijk het paleis te naderen. .,a. stookte het op niet naar huis te gaan vóór en aléér het zijn zm zou o-ekregen hebben. De toestand werd zoo hachehik en t houding der lijfwacht, die onder voorwendsel den persoon des Konings tegen de oproerlingen te willen beschermen, zonder plichtplegingen de vorstelijke appaitemen en w v

binnen edrongen, zóó onheüspellend, dat den Koning ni^

anders overbleef dan naar een papier te gnjpen en zy afstand te teekenen, onder voorbehoud dat Godoj ge i haar op het hoofd gekrenkt zou worden. ^

ocr page 55

Twee dagen later werd het volk met dezen troons-afstand

openlijk bekend gemaakt.

Opgetogen van Mijdscliap togen onverwijld een tal van deputaties, van de laagste tot de hoogste standen der Residentie, naar liet paleis van den kroonprins om hem met zyn verheffing tot Koning van Spanje en van Indië van harte geluk te wenschen.

Ferdinand ontving zijn bezoekers met een van vreugde stralend gelaat, dankte hen minzaam voor hunne blijken van deelneming met zijn komst op den troon, en beloofde plechtig alles te zullen doen wat in zijn vermogen was, om met Gods hulp Spanje en de koloniën die hem beiden even lief en dierbaar waren, tot de gelukkigsten

aller Rijken te maken.

Deze aanspraak bracht zulk een alleszins gunstigen indruk te weeg. dat de aanhangers van Ferdinand haar dadelijk met duizende exemplaren onder de bevolking verspreidden terwijl 's avonds op algemeen verzoek, de stad ter eere van den zoo populairen Ferdinand, schitterend

gëillumineerd werd.

Reeds was men in zijn vreugde Uodoy tennaastenbij o-eheel verbeten, toen het toeval wilde dat een zijner

ó n

lakeien die ter sluiks Villa-Viciosa had verlaten om eenige inkoopen te doen, onverhoeds herkend werd door een paar soldaten der lijfwacht. Dadelijk vatten zij hem bij den kraag en gelastten hem met het pistool op de borst, er hun van in te lichten waar de Prins de la Paz, een titel Godoy reeds voor jaren na een gesloten vredesverdrag met Frankrijk, door den Koning geschonken, zich verscholen hield.

Op lijfsbehoud bedacht fluisterde de bediende zijn ondervragers met knikkende knieën toe, dat zijn meester

ocr page 56

53

zich nog steeds in diens paleis Villa-Viciosa op een zolderkamertje verborgen hield en bijna van den honger stierf, daar hij sinds den vreeselijken nacht dat men hem te lijf wilde, zoo goed als nog niets gebruikt had.

Eenige voorbijgangers, van deze mededeelingen getuige, maakten aanstonds alarm en zetten het van alle zi] toestroomende gepeupel er toe aan, Godoy de s i 1 te sleuren en aan de eerste lantaarnpaal de beste op te

hangen. i.--1 i ^

Vóórdat het steeds aangroeiende gepeupel den tipl had

hieraan gevolg te geven, rukten eenige regimenten me

den stormpas aan en joegen de woedende volkshoop me

den sabel uiteen. Zoodra zij de straat schoon geveegd

hadden, traden eenige manschappen het bedreigde Vüla-

Viciosa binnen en brachten Godoy op last van en

bevelvoerenden officier, naar een der kelders van zipi

paleis, in afwachting wat er verder over hem beslist zou

worden.

Wederom dreigde door deze gebeurtenis het grauw aan het muiten te gaan, toen Ferdinand, in de hoop de gemoederen voor goed tot bedaren te mogen brengen a s eerste zijner regeerings-daden, een besluit uitvaardigde waarbij bepaald werd, dat alle roerende en onroerende .roederen die tot dusverre Godoy's eigendom uitgemaakt hadden, verbeurd zouden verklaard worden ten bate van de kroon. Tevens maakte hij de Residentiebewoners er mede bekend, dat zoo spoedig als de tyds-omstandigheden het hem slechts zouden gedoogen. zich in alle plechtigheid te zullen laten huldigen als Koning

van Spanje en Indië. i

De tijdimr van de verbeurdverklaring van Godoy s eigendommen gaf aanleiding dat het Madridsche gepeupel.

ocr page 57

54

onder voorwendsel te willen toonen hoe verheugd het zich over dezen maatregel gevoelde, andermaal onder woeste kreten naar Villa-Viciosa snelde, het paleis binnendrong, de meubels uit de vensters wierp en van dezen op de markt een autoda-fé oprichtte.

Toen de oude Koning ervoer aan welke schromelijke ongebondenheden liet volk zich wederom overgegeven had, kende zijn ergernis op Prins Ferdinand, die hij van dit alles als de drijfveer beschouwde, geen grenzen en schreef hij geheel onder den indruk hiervan aan Napoleon : »Ik hel) slechts afstand van de regeering gedaan om er mijn zoon voor te behoeden een vader-moordenaar te worden. Had ik geweigerd mijn kroon neer te leggen, geen twijfel of ik, zoowel als mijn teeder beminde gemalin, zouden op zijn bevel door de in vollen opstand verkee-rende lijfwacht-soldaten meedoogenloos overhoop gestoken zijn.quot;

Geheel onkundig van deze even onware als onwaardige betichting, hield Ferdinand eeuige dagen later zijn plechtige intrede in de straten van Madrid, waar vier-en-twintig uren van te voren Prins Murat met zijn legercorps was binnengetrokken om er voor goed kwartier te blijven houden.

De bevolking was echter zóó vervuld met de huldiging en de krooning van haar nieuwen heerscher, dat zij de tegenwoordigheid der Fransche uniformen ternauwernood

O ~

opmerkte.

Overal waar Ferdinand zich met zijn stoet vertoonde ging er een oorverdoovend gejubel op. Maar vooral scheen de geestdrift ten top te zullen stijgen toen hij uit de kerk wederkeerende, waar hij uit de hand van den aartsbisschop zijn krooning mocht ontvangen en hij trouw had

ocr page 58

o-ezworen aan de bestaande wetten, de juichende menigte met een minzaam glimlachje om de lippen groette.

Dadelijk na zijn terugkomst in het paleis, maakte lii) er zich een plicht van. Graaf Nunez naar Napoleon aftevaardigen, om Zijne Majesteit zijn troonshestugmg m alle plechtigheid te laten aankondigen.

lu de stellige verwachting dat Prins Murat, zoowel als de Fransch-gevolmachtigde Generaal Savary. zich zonder uitstel zouden aanmelden om hem even als alle andere Gezanten dit uit naam hunner monarchen gedaan hadden. met zijn verheffing tot koning geluk te wenschen, zoo liet noch de een, noch de ander iets van zich

hooren. ■ i • i .

Onwillekeurig begon Koning Ferdinand het zich m ie

hoofd te halen of Keizer Napoleon zich wel genegen zou gevoelen hem als opperhoofd van Spanje en ludie te erkennen.

In afwachting wat hij hieromtrent van braai Nunez bij diens terugkeer uit Bayonne, waar Napoleon tipleliik vertoefde, zou mogen vernemen, liet Generaal Savary hem op het alleronverwachtst om eenige oogenbhkken audientie

vragen.

Niet weinig benieuwd wat Savary hem te zeggen kon hebben, ontving Ferdinand hew listen Generaal nog denzelfden dag hij zich ten gehoore.

»Het eenige doel dezer audientie isquot; sprak de gevolmach-tio-de van Napoleon, nadat koning Ferdinand hem dienaangaande in bedekte termen had pogen te ondervragen »u met alle bescheidenheid in bedenking te geven, Zijne Majesteit om een mondelings onderhoud te verzoeken teneinde hem m eigen persoon uwe belangen te kunnen voordragen. Dit zou u quot;des te gemakkelijker vallen, wijl de Keizer van zins is

ocr page 59

56

eerstdaags hier naar toe te komen ter inspectie van het legercorps waarover Prins Murat de eer mag gemeten, het kommando te voeren. Ben ik u dus in alle nederigheid een wehneenenden raad verschuldigd, zoo reis met uw gevolg, waarbij ik mij gaarne zal aansluiten. Zijn Majesteit bij wijze van huldbetoon een eindweegs, tot Burgos bij voorbeeld, te gemoet. Ik ben zeker dat de Keizer dit zoo hoog op prijs zal weten te stellen dat hij u onmiddellijk, zonder eenig voorbehoud hoegenaamd, als wettig Vorst dezer landen en der koloniën de hand toe reikt.quot;'

Hoewel Ferdinand zeer vreemd van dezen voorslag opkeek, zoo beloofde hij den Generaal nochtans, er zijn aandacht op te zullen vestigen.

Aangezien er verder niets meer te bespreken viel dat eenige haast vereischte, zoo nam Ferdinand afscheid van den Gezant, die dadelijk daarna zijn schreden naar Aranjuez richtte om eveneens den ouden koning van Napoleons aanstaande reis naar Madrid in te lichten en hem tevens over liet vele leed dat in de laatste weken over zijn hoofd was heengegaan, zijn innige deelneming te betuigen.

Zijne Majesteit ontving den Generaal met een hoogst bedrukt gelaat en zeide na hem ternauwernood begroet te hebben: »Duid het mij niet ten kwade, mijn waarde Excellentie, dat ik mij moeilijk een weinig opgewekter kan voordoen, want ach! het is mij in mijn ziel zoo treurig te moede. . . 't Is dan ook bijna al te wreed zoo als ik door mijn eigen bloed op liet hart getreden word. Had ik maar wijzer geweest en niet naar Godoy's smeek-redenen geluisterd om mijn zoon in vrijheid te stellen en hem weer in genade aan te nemen. Ware hij in de gevangenis gebleven, hij zou althans niet in de gelegenheid

ocr page 60

zijn geweest mij en zijne moeder ten tweede male naar het leven te staan. . . En dan welk een gewetonlooze daad, niet alleen zijii ouders te vervolgen waar liij slechts kan, maar ook Godoy, den edelaardigen trodoy die hem nog zoo warm t)ij mij voorsprak, op de droevigste wijze onder den voet te treden, ja er zelfs niet voor terug te deinzen om de bezittingen die deze trouwe dienaar van den Staat door eigen vlijt hijeen wist te garen, kortweg aan de kroon te trekken. . . Kon Keizer Napoleon maar half bevroeden welk een ontaard mensch mijn zoon helaas! was. Zijn Majesteit zou hem zeker met walging den rug toekee-ren. Ten diepste beklaag ik het arme Spanje en zijn koloniën, dat door zulk een Koning staat geregeerd te worden. Hoe meer ik er dan ook over denk, hoe meer ik er toe overhel, mij rechtstreeks naar de grenzen te begeven om den Keizer in overweging te geven, de troons-bestijging mijns zoons als van nul en geene waarde te willen beschouwen.quot;

»Ik twijfel nietquot; antwoordde de Generaal »of Zijn Majesteit zou zich over dit bezoek uitermate verheugd gevoelen, daar hij niet alleen innig mededoogen met u heeft, maar u tevens een zeer vriendschappelijk hart toedraagt. Alleen moet ik u in vertrouwen mededeelen dat Prins of Koning Ferdinand, zooals u hem dan ook noemen wilt, eveneens het voornemen heeft opgevat den Keizer buiten Madrid zijn opwachting te gaan malven. Het is dus van het grootst gewicht dat u uw reis naar Bayon-ne zonder uitstel aanvaardt, of de Keizer heeft misschien bij uw aankomst een geheel andere beslissing omtrent uw lot genomen, dan hij zou gedaan hebben indien u, uw zoon bij Zijne Majesteit was voorgeweest.quot;

»Neent mijn besten dank voor dezen wenk sprak de

ocr page 61

58

Koning, »want zonder dat waren misschien al mijn pogingen te vergeefscli geweest. Nog heden dus zal ik de noodige maatregelen nemen om zoo mogelijk reeds morgen voor dag en dauw Aranjuez te verlaten.quot;

Tegelijkertijd reikte hij Graaf Savary met een buiging de hand en wenschte hem een hartelijk »tot weerziensquot; toe.

IX.

Terwijl Generaal Savary in zijn rijtuig stapte, en het hoofd schudde met den uitroep tot zich zei ven: »Vader en zoon moesten eens weten dat de Keizer den een al evenmin geschikt acht dan den ander een kroon te dragen zat Ferdinand met eenigen zijner beste vrienden hijeen om met hen te overleggen of hij al dan niet aan de roepstem van den Franschen Gezant gehoor zou geven.

Nadat men met elkaar in allerlei beschouwingen was getreden, zeide de Hertog van Intantado met zekeren nadruk; »Als het aan mij was. zou ik mij geen oogenblik bedenken om. al ware het nog in dit uur, den Keizer te gemoet te reizen, wijl een samenkomst met den machtigen Imperator het eenige middel is Spanje weer tot rust te brengen. Ook met het oog op de koloniën waar de hoofden der Republiekeinsche partij slechts op de loer zitten om wanneer het hier spaak mocht loopen, de bevolking er toe te dwingen zich onaf hankelijk te verklaren, is het hoog noodig dat aan al deze binnen-landsche twisten een einde komt.quot;

Daar ook de overige heeren, waaronder in de eerste plaats de Hertog del Parquo. den Kanunnik Escoïquitz en den minister Carvallos, Intantado's gevoelen ten volle deelden, zoo sprak Prins Ferdinand gelaten: »Dan maar

ocr page 62

59

hoe eerder hoe beter Madrid verlaten en de reis naar Burgos aanvaard. Voordat ik mij echter uit de hoofdstad verwijder, zal ik er eerst voor zien te zorgen dat er gedurende mijn afwezigheid een regeerings-jnnta in werking treedt, onder voorzitterschap van mijn doorluchtigen Oom den Infant Don Antonio. Voorts zal ik den Hertog van Intiintado. den Kanunnik Escoïquitz en den Ridder Urquyo verzoeken mij op reis te vergezellen. Graaf Savary heeft zich bereid verklaard zich gaarne als reisgenoot bij mij aan te sluiten om mij aan den Keizer te kunnen voorstellen. En thans mijne heerenquot; voer hij op eenigzius gejaagden toon voort »zal ik maarzoo vrij zijn, om. ontzaggelijk veel als er nog voor mij te doen valt. mij naar mijne werkkamer terug te begeven. Tot nader dus.

Dadelijk na het uitspreken dezer woorden rees hij op en verdween met gebogen hoofd uit de zaal.

Twee dagen later bevond hij zich reeds een heel eind van Madrid verwijderd, niet anders verwachtende of hij zon Keizer Napoleon te Burgos of althans te Vittoria

mogen aantreffen.

Doch toen in geen van beide plaatsen een spoor van Zijne Majesteit te ontdekken viel en niemand ook maar het geringst van een aanstaand bezoek des Keizers af wist. begon Ferdinand kwade vermoedens te krijgen of de (leneraal Savary hem maar niet wat had zoeken wijs te maken. Kidder Urquyo vertrouwde de zaak zoo mogelijk

nog minder en gaf Ferdinand in beraad of hij niet liever de eer aan zich zou houden en onverwijld naar Madrid terugkeeren. »Bedenk welquot; sprak hij »dat geheel Europa de blikken op u gevestigd houdt: stid u dus aan geen nieuwe teleurstellingen bloot, en laat den Keizer voor wat hij is.''

ocr page 63

60

Na lang re- en dupliek werd er met algemeen goedvinden door Ferdinand besloten den middenweg te kiezen en den Keizer een brief te doen toekomen, waarin hij onder meer, liet volgende uit zijn pen liet vloeien:

»Door de even vrijwillige als onverhoedsche abdikatie mijns beminden en doorluchtigen vaders tot Soeverein van Spanje en Indië verheven, heeft het mij ten zeerste gegriefd dat noch Prins Murat, noch Generaal Savary mij namens u niet mijn verheffing tot den troon, geluk zijn komen wenschen. De talrijke bewijzen van vriendschap en vertrouwen, mijnerzijds Uw Majesteit geschonken, waarvan onder anderen het bevel aan mijne troepen, Madrid te ontruimen om er de uwen des te beter te kunnen huisvesten, wel een der overwegendsten is, die ooit een vreemden Vorst kon toevallen, geven mij dan ook de rechtmatige hoop, dat Uw Majesteit niet langer zal aarzelen aan mijn zoo pijnlijken toestand een einde te maken en mij met omgaande te willen verheugen met een gunstig antwoord uwer hand.quot;

Met de overbrenging van dit schrijven werd Graaf bavary belast die te Bayonne aankwam, nadat Napoleon er eerst tegen alle berekeningen in, den vorigen nacht zijn intrek genomen had.

Toen de Keizer zich Ferdinands brief door Savary had doen voorlezen, liep hij in peinzende houding met beide handen op den rug, de kamer eenige keeren op en neer en zette zich zonder met den Generaal Savary een enkel woord van belang te wisselen voor zijn werktafel neder

ocr page 64

61

om Prins Ferdinand ongeveer het volgende op diens schrijven terug te melden:

» U zult zeker uit de verschillende gevonden papieren uw vaders gewaar geworden zijn, welk een wurm vriendschappelijk hart ik Zijn Majesteit toedraag. Eisch dus niet van mij. u als monarch van Spanje en Indië de hand te reiken, dan vóór en aleer het mij ten stelligste gebleken mocht zijn, dat uw gëeerde vader slechts geheel en al uit vrije ingeving kroon en scepter nederlegde. Ik sta nog des te meer hierop, wijl juist in de veel bewogen dagen dat Zijner Majesteits abdikatie plaats greep, zich duizende mijner krijgslieden op Spaanschen bodem bevonden. Hoe licht zou Europa er mij dus van kunnen beschuldigen dat ik in bewusten troons-afstand de hand had gehad. Ik wil dit vermijden, hetgeen zou kunnen geschieden door een vluchtige opheldering van de zijde uws vaders aan de Mogendheden. Verzoek hem dus daarom, zoowel in het belang van uw eer, als van de mijne. Geen twijfel of Zijn Majesteit zal, zoo tenminste de zaak zuivei' is, aan deze bede gehoor geven, temeer daar het hier de rust van geheel Spanje geldt.

Inmiddels zal het mij aangenaam wezen u alhier te mogen ontmoeten om deze zaak verder met elkaar te kunnen bespreken.

Met de plechtige verzekering dat ik mij jegens u even oprecht zal betoon en als jegens uw doorluch-tigen vader, bid ik God dat Hij u m zijn heilige bescherming moge nemen.

Napoleon.quot;

Bayonne, 16 April 1808.

ocr page 65

(52

In weerwil dat deze brief maar al te zeer aan Ferdinand te kennen gaf dat hij maar weinig op den steun des Keizers zou mogen rekenen, zoo besloot hij nochtans tegen

f

de raadgevingen van al zijne vrienden in, de reis tot liet einde voort te zetten.

Nauwelijks te Bayonne afgestapt, of Napoleon liet zich alreê bij hem aandienen. Tot zijne groote teleurstelling echter trad de Keizer hem zeer koel te gemoet eu sprak hem slechts met den titel van »Koninklijke Hoogheidquot; aan met zorgvuldige vermijding van elk onderwerp dat op het doel dezer reis betrekking kon hebben.

Bij het afscheid noodigde hij Ferdinand half gebiedend uit, den volgenden dag bij hem het tweede ontbijt te komen gebruiken; de Prins boog onderdanig met de verklaring dat hem niets aangenamer zou zijn en volgde zijn bezoeker de trap af, om hem in alle plechtigheid tot aan de straat uitgeleide te doen. Eensklaps wendde Napoleon het hoofd om en zeide onverschillig: »lk vergat u nog te zeggen dat ik Prins Murat gelastte, Godoy op vrije voeten te stellen en hem als banneling naar Frankrijk te laten brengen waar hij als vergeten burger zijn dagen in vrede kan eindigen, quot;t Is in elk opzicht beterquot; voer hij veelbeteekenend voort »dat het tot geen proces komt, wijl hierdoor licht een tal van zaken aan de groote klok zouden gehangen worden die voor de eer van het regeerend Stambuis gewenschter zijn. dat zij zoowel ten opzichte van Spanje ais der koloniën met den mantel der liefde bedekt blijven.quot;

Voordat Ferdinand den Keizer zijn bevreemding te kennen kou geven, hoe het hem mogelijk was geweest om den ontrouwen staatsdienaar die ten volle het schavot verdiend had, tegen den wil der geheele natie in, de

ocr page 66

03

deuren der gevangenis te doen openen, was iaij reeds met een lichte hoofdbuiging, in zijn karos gestapt. . . .

Verontwaardigd als Ferdinand zich gevoelde riep hij onverwijld zijn vrienden hijeen, om hun in alle bizonder-heden mede te deelen wat er tusschen hem en Napoleon voorgevallen was.

De bevrijding van Godoy keurde men zoo mogelijk nog meer af dan de krenkende manier, waarop Zijn Majesteit, Ferdinand had pogen te behandelen met hem slechts toe te spreken als kroonprins en niet als Koning. . . .

Doch wat aan dit alles te doen, wijl hij als wereld-veroveraar de macht totaal in handen had.

X.

In den loop van denzelfden dag kwamen ook de oude Koning en diens gemalin benevens alle Infanten, hunne zonen, te Bayonne aan.

Even als aan Ferdinand ging ook Napoleon de overige leden der Vorstelijke familie dadelijk zijn eerbiedige opwachting maken. Hoewel hij zich voorgenomen had het gesprek zoo onverschillig mogelijk te doen zijn, zoo mocht hem dit niets baten, want de oude Koning voelde zich èn als vader èn als Vorst zoo zeer door Ferdinand te kort gedaan dat hij de verfoeilijkste beschuldigingen tegen hem uitbracht en zijn woorden besloot met het dringende verzoek tot den Keizer in deze treurige familie-zaak als scheidsrechter te willen optreden.

Napoleon blikte hem bij deze vraag uiterst voldaan aan en zeide terwijl hij hem minzaam de hand toestak :

»Dit zal geschieden Sire, en wel liefst zoo gauw moge-

ocr page 67

64

lijk. Kunt ii dus, zoo kont dan monrenmiddao- tecen

O O O

half een bi] rui] op liet slot Mavrac waar ik sinds mijn aankomst alhier afgestapt l)en. Tk geef u dit uur op, wijl ik alsdan ook Prins Ferdinand bij mij verwacht. Slechts één verzoek Sire. Wanneer u Zijn Hoogheid ziet, tracht u alsdan te heheerschen, daar ik niet alleen een onoverwiniielijken afkeer heb van alles wat naar familietwisten zweemt, maar elk bitter woord den afstand tus-schen u en uw zoon nog grooter zou maken. En daar ik niets liever wensch dan de tusschen u en Zijn Hooo--heid gerezen geschillen te vereffenen en u met elkaar te mogen verzoenen, zoo zou mij elk noodeloos verwijt hoogst onaangenaam aandoen.quot;

Meteen rees hij op, nam van het koningspaar en de Infanten met een korte buiging afscheid en verdween uit aller blikken.

Prompt op het aangegeven uur hielden den anderen morgen de koetsen van vader en zoon voor het kasteel Marrac stil.

Ferdinand werd bleek van aandoening en schrik toen hij de ontvangst-zaal binnentredende, als met een tooverslas* den ouden Koning gewaar werd, die naast Napoleon stond en in een zeer gespannen toestand scheen te verkeereh.

De Keizer ging den Prins met een vriendelijk lachje te gemoet en zeide, hem de hand reikende: »Wees welkom. uw Hoogheid. Het zal u wel genoegen doen dunkt me, in mijn tegenwoordigheid den Koning te mogen ontmoeten, wijl dit ii als een teeken moet gelden dat ik er gaarne het mijne toe wil bijbrengen uw beiden weer als goede vrienden te doen scheiden.quot;

Ferdinand stotterde eenige onzamenhangende woorden terwijl de koning, wiens lippen zenuwachtig trilden, half

ocr page 68

65

weenend uitriep: »l)!it nooit, dat nooit. Daartoe lieeft liij mij te veel op liet hart getrapt.quot;

De Keizer blikte hem verbolgen aan maar de grijsaard .sloeg hier geen acht op en voer voort met zijn zoon de afschuwelijkste verwijten te doen.

Eindelijk sprak Napoleon met gefronste wenkbrauwen:

»Thans genoeg of verlaat dit kasteel.quot;

De Koning kromp onder den blik en den strengen toon van den Keizer ineen, en antwoordde sidderend: »lk zal zwijgen en rnij aan alles onderwerpen wat u goed dunkt. Zelfs verklaar ik u bij deze plechtig er toe bereid te zijn even als mijn voorzaat Karei \ . mijn kroon neer te leggen mits u er u toe verbinden wilt om den zoon die zijn ouders tot twee malen toe naar het leven stond, te beletten als mijn plaatsvervanger, de teugels van het bewind over Spanje en Indië in handen te nemen.

Napoleon boog toestemmend en antwoordde beslissend: »Hieraan zal voldaan worden. Hire; want behalve dat de Kroonprins zich deerlijk jegens u vergrepen heeft, mist hij alle hoedanigheden die van een Vorst gëeischt kunnen worden, om zijn onderdanen eerbied af te dwingen ot hen naar behooren te leiden en te regeeren.quot;

Ferdinand beet zich van drift en ergenis op de lippen en voegde den Keizer uitdagend toe dat beide zijn beschuldigingen valsch waren, daar hij zich vrij wat meer over zijn vader te beklagen had dan deze zich over hem en er verder nog geen enkel bewijs van voorhanden was, dat hij iets minder onbekwaam zou wezen den scepter op te nemen dan eenig ander Vorst.

Napoleon gaf zich de moeite niet zich te rechtvaardigen en hernam : »Ii\; denk er dan ook sterk over om mijn oudsten broeder Jozef wien ik den troon van Napels

II. van Loo. Een cciel driemanscliap. 5

ocr page 69

GO

.schonk, tot koning van Spanje te verheffen. En daar de tegenwoordigheid van u of van uw zoon slechts allerlei verwarringen in het Kijk zouden uitlokken, zoo hoop ik u beiden Frankrijk ter woonplaats aan te wijzen, maar u ieder, onder genot van een ruim jaargeld, een afzonderlijk kasteel zal ingeruimd worden.quot;

De oude Koning scheen hoog hiermede ingenomen en zeide met voldoening: »Deze beschikking is mij zeer welkom, want ik heb voor Frankrijk altijd een groote voorliefde gekoesterd. Breng dus maar de verschillende papieren in gereedheid om mijn afstand tot de kroon te kunnen teekenen en alles is in orde.quot;

De Keizer, die niet op zulk een spoedige toestemming had gerekend, sprak vriendelijk i »Zoodra als liet dejeuner is afgeloopen, zullen 11 dezen ter onderteekening voorgelegd worden.quot;

Tegelijkertijd bood bij den Koning zijn arm aan om hem naar de andere zaal, naar tafel te geleiden, zonder verder eenige acht te slaan op zijn anderen gast. die met vertrokken gelaat en wankelenden tred den terugtocht naar zijn hotel aannam.

Was er door geheel Spanje, maar bovenal in Madrid een kreet van afschuw opgegaan over de invrijheids-stelling van den schurkachtigen Godoy, zoo voelde men zich niet minder verontwaardigd, dat Napoleon verraderlijk genoeg had kunnen wezen, den niets kwaad vermoedenden Koning Ferdinand met allerlei zoetvloeiende redenen naar Bayonne te lokken, ten einde hem des te gemakkelijker vervallen van den troon te verklaren en als banneling naar Frankrijk te doen vertrekken.

Men hield zich echter oogenschijnlijk stil, wijl men zeer

ocr page 70

t57

wel begreep dat er bij de minste schermutseling een tul van dooden zouden vallen.

Doch toen uit naam van den ouden koning het bevel kwam om 'den Infant Don Antonio, benevens Ferdinands zuster en haar zoontje, den zevenjarigen Don Francisco di Paula, als de eenige familieleden der koninklijke familie die nog te Madrid vertoefden, naar Bayonne op te roepen, veranderden de residentie-bewoners geheel van houding met de verklaring, het nimmer te zullen gedoo-wen, dat men den jeugdigen vorstentelg uit hun midden zou wegvoeren.

De llegeerings-juuta sprak haar beslissing geheel inden-zelfden zin uit, maar Prins Murat die door den Keizer tot Recent was aangesteld, totdat Jozef Bonaparte in de hoofdstad aangekomen zou zijn. had dienaangaande zulke strenge orders ontvangen, dat bij ronduit verklaarde dat er dienaangaande niets te veranderen viel.

Dadelijk had er bij deze tijding een ontzettende oploop plaats, waarbij men om het hardst kreet: »Weg met Napoleon, weg met den dwingeland, weg met den vijand van ons Koningshuis.quot;

Om des te spoediger aan deze wanordelijkheden een eind te maken, gaf Prins Murat last onmiddellijk de karossen voor te laten komen om Don Antonio met diens nicht en haar zoontje onder geleide van eenige eskadrons huzaren, in vliegenden drat Madrid te doen verlaten.

Toen men bemerkte dat het met de zaak ernst begon te worden, stroomde het grauw naar het paleis waar de zuster van Ferdinand en den kiemen Don lHrancisco woonden en schreeuwde den koetsier toe, die reeds met zijn vierspan liet voorplein opgereden was; »Pak n weg of wij trekken u van den bok.quot;

ocr page 71

68

De huzaren joegen ^ tierende menigte uiteen en schaarden ziel! ou, het rijtuig om de Vorstin en den Infant zonder verder beletsel te laten instappen.

Maar nauwelijks had de hooge vrouw zich met een betraand oog aan het volk vertoond en den aanvalli-en Francisco m de hoogte getild om de residentie-bewoners met hexde handles een laatst vaarwel toe te wuiven of het geschreeuw begon opnieuw. Een huzaren-officier duwde haar den verschrikten Infant vrij onzacht in de koets en sloeg, met bevel aan den koetsier spoedig voort te maken, liet portier met een forschen ruk toe.

Vóór en aleer de paarden zich echter in beweging kouden stellen, drongen op het alleronverwachtst twee «-e-•■•pïerde mannen uit het gepeupel de huzaren op zij, trok-

-en hunne messen en sneden de strengen der paarden met toisclie hand door.

Een oorverdoovend gejuich bekroonde deze daad ; doch lupia tegelijkertijd kwam eruit de hoofdwacht eenige pele-tons mtanterie opzetten, die met de bajonetten op'de o-e-weereu. regelrecht op de muiters aanrukten en het voorplein van het paleis in een ommezien schoonveegden Na een oogenbiik van beraad drongen de rebellen an-

. ennaal nailr voren- dreigden .le soldaten met hun ponjaards en scholden hen uit voor slaven der Bonapartes De Kommandaut riep het gepeupel toe zich aanstonds

,le VOeten te lnaken- of zich genoodzaakt te zien, door zijn troepen vuur te laten geven.

In stede van hieraan te voldoen, vlogen hem als eenig antwoord op zijn sommatie, niet alleen aardkluiten, maar ook een tal van keien en messen naar het hoofd.

Bij deze nieuwe beleediging, stiet de Kolonel, bleek van toorn, een luide verwensching uit en gaf aan zijn

ocr page 72

69

onderhebbende kompagniën bevel hunne geweren op de muiters los te branden, waardoor er verscheidene hunner gekwetst ter aarde stortten.

Bij het zien van bloed tot het uiterste gebracht, viel het gepeupel als één man op de gewapende macht aan, rukten de soldaten de geweren uit de hand en doorstaken de ongelukkigen met hun eigen bajonetten. Alles deed voorzien dat geen enkele hunner er het leven zou afbrengen toen tot hun behoud, behalve eenige batterijen rijdende-artillerie, verscheidene eskadrons Fransche dragonders kwamen opdagen. Zonder de muiters den tijd te geven het hazenpad te kiezen, liet de bevelvoerende Fransche Generaal de kanonnen met den meesten spoed in batterij brengen, dezen met schroot laden en op de saamgepakte menigde afvuren.

Door deze onverantwoordelijke handelwijze werden niet alleen vele mannen maar ook vele vrouwen en kinderen doodelijk getroffen, die de lucht met hunne jammerkreten vervulden.

Ver van de zaak hiermede te laten afloopen of er zich mede te vergenoegen eenige der belhamels bij den kraai; te pakken, trokken de dragonders op een teeken van hun aanvoerder den sabel en deden tot driemaal toe een uitval op de volksmassa, die, eer zij zich bergen kon, met houwen overdekt werd of onder de hoeven der paarden terecht kwam.

Sinds dit oogenblik was het met de Fransclien in Spanje gedaan en beschouwde de natie Napoleon als den felsten vijand die ooit het land geteld had.

ocr page 73

XI.

Omstreeks een week later vaardigde de Keizer eene proclamatie uit om er de Spanjaarden officieel kennis van te geven dat beide hmme Vorsten afstand hadden gedaan van de regeering, en dat zijn broeder Jozef, door hem tot Koning van Spanje en Indië verheven, binnen korte weken te Madrid hoopte aan te komen.

»Weest er van overtuigd.quot; dns luidde bewuste proclamatie, »dat deze verandering van regeerend stamhuis de Spaansche natie ten zegen zal verstrekken, wijl de meeste barer staats-instellingen. schromelijk verouderd als zij zijn. groote veranderingen en verbeteringen dienen te ondergaan. Naar aanleiding van dien heb ik mij dan ook beijverd, te Buyonne een vergadering bijeen te roepen, waaraan de hoogste ambtenaren des lauds zullen deelnemen, om er mij persoonlijk van in te lichten wat Spanje ten nut kan verstrekken. Zoodra ik mij daarvan op de hoogte gesteld heb, hoop ik u een wetgeving te schenken die in allen deele even heilzaam als gemakkelijk te volgen zal wezen. Spanjaarden, bedenkt wat uwe voorvaderen geweest zijn en wat gij thans zijt. Doch de schuld ligt daarvan niet aan u, maar uitsluitend aan hen die het land zoo erbarmelijk slecht regeerden en beheerden. Vertrouw op mij en gij zult er wel bij varen. Tot ivwe verste nazaten, zullen mijn naam in dankbare herinnering zegenen en zoo dikwijls als zij zich mijner gedenken uitroepen : »Hij was de hervormer, de weldoener bij uitnemendheid van ons lief en dierbaar vaderland.quot;

Deze proclamatie, hoe veelbelovend zij ook mocht klin-

ocr page 74

71

ken, liet iedereen even onverschillig. Men had Napoleon van een al te verderfelijke zijde leeren kennen om ook maar in het minst aan zijne verzekeringen eenig gewicht te liechten.

De Regeerings-jimtii, het gezegde indachtig: »Groet ze die u te machtig zijnquot; zond den Keizer in antwoord oj) deze proclamatie een warme dankbetuiging terug, welke de verzekering inhield dat de Spaansche natie er zich hoogst ingenomen mede gevoelde, zijn doorluchtigen broeder tot

Koning te mogen erlangen.

In de hoop 's Keizers gunsten nog verder te mogen winnen. begaven zich vele Grandes en andere aanzienlijke personen des lands naar Bayonne, ten einde Jozef Bonaparte, die bereids uit Napels derwaarts gereisd was. hun nederige hulde aan te bieden.

Ook verscheiden deputaties uit het leger en der hooge geestelijkheid, maakten zich op naar bewuste grensplaats, om bij hun toekomstigen monarch niet hetzelfde doel ten

wehoore ontvangen te worden.

Nadat er in Jozefs tegenwoordigheid een tal van zittingen gehouden waren, legde hij een maand later op het Evangelie den eed van trouw af aan de heerschende godsdienst en wetgeving van den Staat.

Onmiddellijk hierna naderden de aanwezig zijnde leden der junta, der geestelijkheid eu van het leger benevens alle Groot-officieren en verdere dignitarissen van de kroon den zetel, waarop de broeder des Keizers plaats genomen had om hem onder aanroeping van quot;s Hemels bijstand te beloven. het nieuwe stamhuis met de meeste toewijding te zullen dienen en aan te hangen.

Jozef nam deze betuigingen hoogst onverschillig op, wijl hij maar al te goed wist hoe weinig de natie zich met zijn

ocr page 75

benoeming tot Koning ingenomen gevoelde. Evenzoo was hij er van doordrongen dat de onderworpenheid, waarmede de vergaderden hem behandelden, slechts uit een soort een bezorgdheid voortsproot, Spanje er voor te mogen behoeden door Napoleon nog verder vernederd te worden.

Aan deze vrees was het dan ook enkel en alleen toe te schrijven dat men er toe overging met algemeene stemmen te besluiten, den Keizer een adres van dankbetuiging aan te bieden voor zijne zoogenaamd edelaardige bemoeiingen aangaande de gezegende komst van Jozef op den troon van Spanje, die niet anders dan voor het land en zijne koloniën de heerlijkste vruchten kon afwerpen.

Napoleon nam dit adres in eigen persoon uit de handen van den voorzitter der vergadering aan en verzocht hem de tolk zijner gevoelens te willen zijn bij geheel de Spaansche natie, die hem volgens zijn beweering, even na aan het hart lag als die van zijn eigen vaderland.

Reeds den volgenden morgen begaf koning Jozef zich te paard op weg naar zijn nieuwe Staten, gevolgd door een stoet van honderd statie-koetsen.

Napoleon deed hem uitgeleide tot de grenzen en wenschte hem bij het afscheid van harte het beste toe met de kroon die hem zoo onverhoeds was ten deel gevallen.

Bij deze woorden begon Jozef smartelijk te glimlachen en fluisterde zijn broeder toe, in weinig vredelievenden toestand als Spanje verkeerde, met de leus : » Geen vreemde heerschers in ons midden hem toch, wanneer de nood soms ten top mocht stijgen, bij tijds te hulp te komen, ten einde

ocr page 76

73

het gevaar te ontduiken als een tweeden Lodewijk XVI. het hoofd onder het hakmes te moeten neerleggen.

Als eenig antwoord drukte Napoleon hem met bewolkten blik dequot; hand en reed in gebogen houding naar Bayonnc

terug.

Naarmate Jozef de hoofdstad van Spanje naderde, hoe treuriger het hem te moede werd en hij telkens ziju adjudanten toefluisterde die hem met bezorgdheid van ter zijde gadesloegen: »Ach. had de Keizer mij toch maar onder den heerlijken hemel van Napels gelaten: ik was

daar zoo gelukkig.

Ofschoon ziju gevolg er ziju uiterste best toe deed hem in wat opgewekter stemming te doen geraken, zoo mocht

niets hiertoe baten.

Zonder overdrijving dan ook bestond er voor den armen Jozef redenen in overvloed om ziju naaste toekomst zeer donker in te zien. want hoezeer men het hem ook uit het hoofd zocht te praten, zoo was het hem volstrekt geen geheim dat de Generaal Ricardos met een aanzienlijke troepenmacht op marsch was getogen om hem onder weg op te lichten en naar een vesting te brengen.

Had hij dan ook niet gevreesd, zoowel door zijn broeder als door geheel Europa voor een lafaard te worden uitgekreten, nog in hetzelfde oogenblik zou hij Spanje den rug hebben toegekeerd om er nooit meer een voet te

zetten.

Bovendien woelde het hem gedurig door den geest hoe de bevolking der zuidelijke provincies zich den zeven-en-twintigsten Mei. onder voorwendsel den naamdag van Ferdinand als dien van den laatsten wettigen Koning van Spanje in alle plechtigheid te willen vieren, allerwege de stormklok geluid en onder woest getier van : »Leve l er-

ocr page 77

74

dinand VIIquot; zich aan de vreeselijkste moordenarijen sclml-dig gemaakt had.

In den vroegen morgen reeds van dien bewusten dag, overrompelde liet gepeupel van Cadix het aldaar in de haven liggende Fransche eskader en bracht den admiraal op de meest gruwzame wijze om het leven. Te Valencia moordde men een Fransch schip, dat voor een Engelsch fregat de wijk genomen had, tot op den laatsten man toe uit. Te Carthagena, Grenada, San-Lucas, Saragossa, Bada-gos, Valladolid. de beide Castilie's, Navarro en Catalonie hadden eveneens de afschuwelijkste bloedtooneelen plaats.

Het bedenkelijkste was. dat zelfs de deftigste burgers vlijtig medehielpen om niet alleen de Franschen, maar zelfs eiken landsman, die zich voor de nieuwe orde van zaken verklaard had, meedoogenloos neer te vellen.

Verscheiden Goevernenrs en andere hooggeplaatste staatsambtenaars van wie men wist dat zij, hoe noode dan ook. hun invloed hadden doen gelden om er de bevolking toe over te halen zich aan Napoleons wil te onderwerpen, werden door de woedende menigte letterlijk van een gereten en hun hoofden op pieken gestoken, in triomf rond gedragen.

Ofschoon de Fransche troepen er eindelijk in mochten slagen het oproer te dempen, zoo deed toch alles vermoeden, dat men slechts oogenblikkelijk voor de overmacht gezwicht had om zoodra de omstandigheden het zouden veroorloven, den strijd met dubbele hardnekkigheid voort te zetten.

De geestelijkheid, wier macht door Napoleon aanzienlijk stond geknot te worden, drong er bij hare parochianen op aan om de Franschen met alle kracht te blijven vervolgen en er des noods hun laatsten druppel

ocr page 78

bloed voor veil te hebben, om koning Ferdinand weer op den troon zijner vaderen plaats te doen nemen.

De tijding dat Jozef Bonaparte ondanks al deze onheilspellende teekenen voor de handhaving van zijn gezag, nochtans Bayonne verlaten had om als Koning van Spanje het Escuriaal te betrekken, bracht in de zoo hebt ontvlambare gemoederen der Spanjaarden die alle Bona-partes voor halve demonen aanzagen, een nieuwen schok

te weeg. _ .

Op last der provinciale junta van Callicie, toog dadelijk op het bericht dat -lozef zich op weg naar Madrid bevond, de generaal Ricardos aan het hoofd van veertigduizend man de richting der hoofdstad uit. om .1™ broeder van den gehaten Imperator te beletten een voet binnen hare muren te zetten.

Zoodra de Generaal BessiOres vernam welk gevaar ko-iml(r Jozef boven het hoofd zweefde, trok hi,, hoewel slechts in het bezit van twaalf duizend man. Ricardos te gemoet, bezette met zijn artillerie de hoogten van Rio-Seco die aan de hoofdstad grensden en bracht m de naderende Spaansche regimenten zulke verwoestingcm te weef dat dezen, in den waan dat het geheele Fran-sche leger de omstreken betrokken had. ijlings de vlucht namen.0 Bessières zette hen achterna en eer het vier-en-twintig uur later was, had hij veertig stukken geschut veroverd, zes duizend krijgsgevangenen gemaakt en Madrid. dat zich in tegenweer had pogen te stellen, mot o-evelde bajonet stormenderhand ingenomen.

quot; Jozef kon .lus. dank zij de stoutheid van Bessières, o-erust voorwaarts schrijden zonder verder iets van zijn tegenstanders te vreezen te hebben of de poorten van Madrid voor zijn neus gesloten te vinden.

ocr page 79

Omgeven door een even talrijke als schitterende staf, reed hij zijn nieuwe standplaats stapvoets binnen en groette de opgehoopte volksmenigte, die hem onder een doodsche stilte ontving, met een minzaam glimlachje op het bleeke, van aandoening vertrokken gelaat.

De strakke houding der residentie-bewoners trof Jozef dermate dat hij den adjudant van dienst, die zich aan zijne zijde bevond, op pijnlijken toon toefluisterde: »Deze tocht heeft dunkt me, merkwaardig veel van den komst van Lodewyk \VI binnen Parijs, toen hi] als gevangene zijner eigen onderdanen uit Varennes wederkeerde.quot;

De adjudant trachtte den Koning gerust te stellen met hem te antwoorden : »Sire. ik ben er overtuigd van dat de stilte, waarmede de Madridsche bevolking u ontvangt, ver van eenige vijandige gezindheid, slechts een stomme bewondering voor uw doorluchtigen persoon geldt.quot;

Doch Jozef liet zich daaromtrent niets wijs maken: daar hij maar al te wel aan het bewolkte gelaat van den adjudant bemerkte hoe diep deze hem beklaagde, door de onverzadelijke heerschzucht des Keizers gedwongen te zijn geworden zich een kroon op het hoofd te plaatsen, die hem slechts doornen en distelen baren kon.

XII.

Nauwelijks was Jozef Bonaparte het Escuriaal binnengetreden of een ordonnans-officier kwam hem berichten dat de troepen van den Generaal Dupont slaags waren geweest met die van den Spaanschen veldheer Graaf Castanos, waarvan de uitslag was geweest dat de laat-sten de Franschen deerlijk klop hadden gegeven.

»Voorwaar geen bemoedigend beginquot; sprak Koning

ocr page 80

Jozef somber. »Maarquot; voer Hj ua eenige oogenbhkken ZWylt;Tens voort, »misschien dat de tijdingen omtrent deze nederlaag wel eenigszins overdreven zijn, daar de Oeneraal Dupont mij een veel te voortreffelijk taktikns toeschijnt om zijn soldaten in het vuur te brengen, indien hij niet van te voren op vaste gronden berekenen

kon, hen de zege te doen behalen.

Doch hoe ontstelde hij, toen eenige uren later een tweede ordonnans-officier de breede poort van het Es-curiaal spoorslags binnenreed om er hem van te verwittigen dat niet alleen de geheele leger-afdeelmg van den Generaal ünpont te Baylen in de pan gehakt ot krijgsgevangen gemaakt was, maar ook Andular, een dei-sterkste vestingwerken van geheel Spanje, zich met vlaggen en wimpels aan (iraaf Castanos overgegeven

had.

Onwillekeurig bracht Jozef de hand met een zenuwachtige beweging voor het gelaat en vroeg met doffe stemquot; »Is er dan wellicht verraad in het spel geweest dat deze ontmoeting met den vijand zoo noodlottig voor

onze wapenen gëeindigd is J.

De ordonnans-officier scheen eenigszins verlegen over deze vraag en antwoordde aarzelend; »Het eenige wat ik Uw Majesteit daaromtrent zou weten te zeggen, is dat beide divisie-Generaals die in de omstreken gekantonneerd waren en onmiddellijk hadden moeten aanrukken om Zijn Excellentie Dupont te steunen, eerst met hunne atdeelm-gen op het slagveld verschenen toen alles reeds lang voor

ons verloren was.quot;

»En welke oorzaak gaven bedoelde Generaals van deze

vertraging opquot; sprak Koning dozef gespannen.

»Dat hunne afdeelingen zoovele, en vooral zulke zware

ocr page 81

78

bagage-wagens in haar gevolg hadden, dat men den weg naar het slagveld slechts stapvoets kon afleggen.quot;

»En wat zat er dan in bedoelde bagage-wagens,quot; vroeg de koning ongeloovig »dat men dezen niet liever in den steek liet dan gevaar te loepen te laat op het bedreigde punt te verschijnen ?quot;

De ordonnans-officier trok veelbeteekend de schouders op en zweeg.

Uit een nader ingesteld onderzoek bleek het dat zich in de verschillende wagens slechts allerlei ten onrechte buit gemaakte kostbaarheden bevonden hadden, waaronder zelfs vele gouden en zilveren gestolen kerksieraden.

Toen Keizer Napoleon door Jozef van dit laakbare feit in kennis werd gesteld riep hij smartelijk uit: »Ware het mij mogeljik. gaarne wischte ik deze schande, geheel Frankrijk aangedaan, met mijn eigen bloed uit.quot;

Zijn verontwaardiging beteekende echter nog niets bij die der Spaansche geestelijkheid, welke er op den kansel openlijk op wees welk een bedorven moed er in de Fransche soldaten moest schuilen, om ter voldoening hunner roofzucht het heiligste uit het heilige van het altaar weg te stelen.

Terwijl Jozef met zijne Generaals in druk beraad stond welke maatregelen er te treffen zouden zijn om Andular weer op den vijand te veroveren, verspreidde zich eensklaps de mare dat liet Spaansche legercorps, dat krachtens het verdrag van Fontainebleau op bevel van Godoy naar de Baltische kust was vertrokken om de Denen in bedwang te helpen houden, van de gelegenheid gebruik had gemaakt om zich op Engelsche vaartuigen in te schepen en naar Spanje terug te keeren.

ocr page 82

Zoodra zij te Cadix voet aan wal gezet hadden schaarden zij zich onder de vanen van den Generaal Ustanos, om met vereende krachten Koning Jozef met zijn legei-scharen weer den weg naar de Pyreneën te doen inslaan. , ., Hoewel de Franschen zich met leeuwenmoed trachtten

staande te houden, zoo leden zij nochtans overal zulke felle nederlagen, dut Jozef reeds acht dagen na zyn komst te Madrid genoodzaakt was, in allerijl de wijk naai h-

toria te nemen. .

Dank zij het krachtige optreden der fepanjaarden. bepaalde zich zijn geheele koningschap nog slechts bi] een afti-ebakend kamp. waar hij geen voet durfde buiten zetten om niet door zijn nieuwe onderdanen overrompeld en een koevel door het hoofd gejaagd te worden.

De Eno-elschen. die den Keizer een zoo mogelijk nog onverzoenlijker haat toedroegen dan hij hen, hadden ter-nauwernood vernomen hoe slecht het met de krjgskansen der Franschen in Spanje gesteld was, of het Parlement (nlf Sir Wellesley, den tateren Lord Wellington, last. bij verrassing te Leyra in Portugal te landen om de Portugezen de hand te helpen bieden, de Napoleontische afdeelingen rechts-om-keer te laten maken

Eer dat Generaal Junot, die als opperbevelhebber dei Fransche troepen in Portugal, het koninkhjke paleis te Lissabon betrokken had. er in het minst op bedacht was. rukte Sir Wellesley met zes-en-twintig duizend Lngelsche en Portugeesche soldaten met versnelden pas voorwaaits en versloe»- de Franschen op zulk een schrikbarende wijze,

dat er binnen weinige dagen tijds geen enkel hunner meer op het Portugeesche grondgebied aanwezig was.

Na deze zoo schitterende uitkomst aarzelde Wellesley

ocr page 83

80

geen oogenblik eveneens Spanje binnen te dringen, teneinde ook dit Rijk van de Fransche adelaars te mo^en bevrijden.

Napoleon, wiens trots ten zeerste hierdoor geschokt was,

besloot ten laatste zich naar Spanje te begeven om in eigen persoon zijn legers den vijand te gemoet te voeren.

De tijding van 's Keizers aanstaande komst bij het leger, dat zich nog maar tussehen Madrid en Vittoria had weten staande te honden, verwekte bij de zijnen de grootste geestdrift daar niemand er aan twijfelde, of onder zijn geniale aanvoering zon alles wel weer .spoedig voor de Fransche wapens in het effen mogen komen.

En men had zich hierin niet misrekend, want reeds

enkele dagen later nadat de Keizer het kommando van

het leger op zich genomen had. bevonden Burgos en

V alladolid zich weer in de macht der Napoleontische troepen.

Op het bericht dat een nieuwe Engelsche legermacht onder Blake te Corunna geland was, snelde de onvermoeide Cesai ei heen, liet binnen een uur tijds meer dan duizend Engelschen in het stof bijten, maakte verscheiden honderden manschappen krijgsgevangen en veroverde bovendien nog ruim vijftig kanonnen.

De Spaansche leger-afdeelingen, onder aanvoering van Blaze en Romano, ondergingen een al niet veel beter lot.

Dientengevolge bevond Napoleon zich ruimschootsin de gelegenheid zijn hoofdkwartier naar Lerma te verlfggen en den Hertog van Montebelio te gelasten aan liet hoofd van tachtig-dmzend man. den Generaal Oastanos. wiens leger zich in de nabijheid van Tudela gelegerd had. onverwijld aan te tasten ,.,1 zoo mogelijk tot achter Madrid te dringen.

T

x

ocr page 84

81

De Fransche kavallerie kweet zicli zoo dapper van haar plicht dat Graaf Castanos weldra met achterlating van vierduizend dooden het hazenpad moest kiezen. Bovendien legden de zegevoerende troepen des Keizers niet alleen de hand op vier-duizend soldaten en drie-honderd officieren, maar maakten ook nog zeven vaandels, dertig kanonnen benevens alle voorraads-magazijnen buit die zich te Tudela bevonden en voor duizende piasters aan waarde bevatten.

Napoleon kon, door deze nieuwe schitterende zege-praal, tot Bozeguillas voortrukken waar hij andermaal met een Bpaansche leger-afdeeling handgemeen geraakt, deze in weinige uren tijds totaal versloeg.

Met innige voldoening zag bij het aan boe de Spaansche troepen die hem den doortocht naar Madrid hadden pogen te beletten, door den schrik bevangen naar alle zijden heenvloden en behalve al hun baggage-wagens en kanonnen, ook de verschillende regimentskassen jammerlijk in den steek lieten.

Onmiddellijk marscheerde Napoleon verder, met het doel, om niets als hem hiertoe meer in den weg stond, het beleg voor Madrid te slaan, dat een garnizoen van zestig-duizend vrijwilligers telde, en de verschillende forten om de stad gewapend had met zes-duizend man infanterie en honderd stukken geschut van zwaar kaliber.

Naarmate Napoleon Madrid naderde, hoe minder men er zich op zjjn gemak gevoelde. Zoowel de straten als de huizen waren tot in de minste achterbuurten zorgvuldig versperd ; terwijl van den morgen tot den avond de stormklokken werden geluid, wier metalen stemmen tot ver in den omtrek doordrongen.

Het gepeupel, buiten zich zeiven van angst, tierde en raasde als bezeten met de vraag in het hart, welk lot

II. vau Loo. Een edel driemanscliap. (j

ocr page 85

82

de stad wel wachten zou als de verafschuwde Keizer haar eens tegen alle berekening innemen mocht.

De komst van den adjudant van den Hertog van Istria, om in naam van Napoleon, Madrid op te vorderen, deed een nieuw tumult ontstaan.

De militaire-junta belegde in allerijl een vergadering, om te beraadslagen wat de Regeering in deze te doen zou staan en liet weldra den adjudant, die in een der nevenzalen op bescheid wachtte, door een barer leden terult;'-weten, dat de eisch des Keizers met algemeene stemmen verworpen was geworden.

De adjudant wilde na dit antwoord, hem op uiterst barren toon toegevoegd, oumiddelijk weer vertrekken, doch het woedende grauw dat zich in de straat opgehoopt had. greep zijn paard Inj de teugels en wilde hem met kracht en macht te lijf.

Slechts met de meeste inspanning ontkwam hij. dank zij de toegeschoten hulp van een eskadron huzaren, het gevaar van door het Madridsche gespuis in stukken te worden gehouwen.

Toen Napoleon het antwoord van de junta vernam en er mede van op de hoogte gesteld werd, in welke verbitterde stemming het grauw der hoofdstad verkeerde, trok hij met een medelijdend gebaar de schouders op en zeide: »Weet men dan niet in Madrid dat mijn legers tot bijna voor zijn poorten opgerukt zijn en het mij slechts eén woord zou kosten om de geheele stad in een puinhoop te doen verkeeren. Doch ik zal dit zoo lang zien te verhinderen als ik maar eenigszins kan en er mij voor het oogenblik mede vergenoegen, de voorsteden te laten bezetten en den Generaal Lauriston last te geven om, zoo de bevolking weer mocht beginnen op te spelen.

ocr page 86

8'5

haar door middel van eenige losse kanonschoten in toom te houden.quot;

Tegen middernacht liet de Keizer de stad andermaal opeischen.

Ten einde aan de zaak eenige klem bij te zetten, schoot de Generaal Renarmont terzelfder tijd met dertig stukken geschut bres in de muren van het fort Retiro. drong aan het hoofd van een bataljon jagers naar binnen, joeg de bezetting, vier duizend man sterk, die het bolwerk als sleutel der stad verdedigen moesten, op de vlucht en betrok het met zijn manschappen.

Hoewel door dit wapenfeit Madrid voor Napoleon open en bloot lag. zoo liet nochtans de Uegeerings-junta hem bi] eene tweede sommatie tot overgave der stad, door tusschenkomst van den Generaal Graai Morla om eenige dao'en uitstel verzoeken, onder voorwendsel de bevolking

O '

eerst tot wat meerder kalmte te mogen brengen.

Napoleon werd by deze boodschap bleek van drift en sprak: »Keer dadelijk naar Madrid terug en zeg aan de junta dat ik geduld zal hebben tot morgen ochtend, maar ook geen minuut langer. Heeft Madrid zich alsdan nog niet aan mij onderworpen, dan beloof ik u dat ik deze halstarrigheid zal weten te straffen, met alles wat ook maar binnen de muren der stad ademhaalt, meedoogen-loos over de kling te laten jagen. Hebt ge mij begrepen ?quot;

Graaf Morla boog en deelde dadelijk na zijn terugkomst de junta met bevende stem mede welk lot de gelieele bevolking bedreigde, indien men er zich nog langer moclit tegen blijven verzetten den dwingeland in alle gedweeheid de sleutels der hoofdstad aan te bieden.

ocr page 87

84

XIII.

Den anderen morgen voordat nog de klokken van Madrid het zesde uur verkondigd hadden, bevond Graaf Morla zich weer in het vijandelijke kamp om Napoleon te berichten dat de hoofdstad het hoofd volkomen in den schoot gelegd had.

O O

De Keizer boog voldaan en zeide : »Het doet mij genoegen dat de junta eindelijk heeft ingezien dat ik mij met geen ontwijkende antwoorden tevreden laat stellen.quot;

Om tien uur had Generaal Belliard reeds het kom-mando der stad op zich genomen en de bevolking uit naam des Keizers een algemeene amnestie laten afkondigen.

Als met een tooverslag heerschte in de stad de meeste kalmte en scheen iedereen even dankbaar dat het tot zulk een vreedzame ontknooping gekomen was.

Alleen de lijfwacht die zich in de kazerne der hoofdwacht versperd had, wilde niet van een overgave weten en verklaarde ronduit, den eersten Franschman, die de vermetelheid mocht hebben zich in de nabijheid te ver-toonen, op een schot hagel te onthalen.

Niet weinig bevreesd wat van deze ondoordachte grootspraak, indien zij Napoleon soms ter oore mocht komeni nooquot; de gevolgen zouden kunnen wezen, begaf de Corre-

O O o 'O

gidor met eenige Alkades zich dadelijk in eigen persoon naar bedoeld punt om de stoutmoedigen te smeeken toch zonder uitstel de wapens neer te leggen, wijl Napoleon er anders best in staat toe was, hun allen een kogel door het hoofd te laten jagen.

Ofschoon niemand der verzamelde troepen in den be-

ocr page 88

85

o-inne iets van ile smeekrcdenen des Corregidors weten wilde, zoo eindigde men toch ten laatste in het belang der geheele bevolking, met aan zijn roepstem gehoor te geven en het voorbeeld van de overige troepen te volgen, die zich na de overgave der stad, ter beschikking van den Keizer gesteld hadden.

Den anderen morgen hield Napoleon, met Koning Jozet aan zijn zijde, zijn intrede in de onderworpen stad en richtte rechtstreeks zijn schreden naar liet Escnriaal om er vooreerst gevestigd te blijven.

Een paar dagen daarna richtte hij tot de overwonnen Spanjaarden een proclamatie, waarin hij er niet weinig op snoefde, hun legers totaal te hebben verslagen en ofschoon hij zich in het volste recht bevond, de beleedi-gingen hem en Frankrijk aangedaan in hun Idoed af te wasschen, edelmoedig genoeg was. alles dienaangaande te willen vergeven en te vergeten. «Spanjaarden, dus eindigde hij zijne woorden. »uw lot berust volkomen in uwe handen. Wat ik reeds eenmaal zeide, herhaal ik bij deze, namelijk dat ik niets liever wensch dan uw hervormer te worden. Ik schonk u een vrijzinnige wet-ireving en vernietigde alles wat uw voorspoed, uw aanzien in den weg kon staan. Aan u dus, om bewuste constitutie een wet te maken. Mocht het mij echter blijken, dat gij niet genegen mocht zijn om het vertrouwen dat ik in u stel, met hetzelfde vertrouwen te beantwoorden, dan verklaar ik u plechtig u geheel en al te zullen behandelen als een veroverd wingewest en ik mijn broeder een anderen troon zal wijzen. Ik zelf zal alsdan de kroon van Spanje en Indië in bezit nemen en de noodige maatregelen weten te treffen, mij door de kwaadwilligen te doen gehoorzamen. Weest dus gewaar-

ocr page 89

8t)

schiiwd, want God heeft mij genoeg wilskracht geschonken om alle bezwaren te boven te komen.quot;

De Spanjaarden bleven onder Napoleons bedreigingen al even onverschillig als onder zijn beloften. De verraderlijke wijze waarop hij van den beginne af ten opzichte van Spanje en zijn geliefd Vorstenhuis gehandeld had. deed elkeen met verachting op den »grooten manquot; neerzien.

Geheel als men zich echter in zijn macht bevond, bleef de Spaansche natie niets anders over dan te zwijgen en te dulden. Van daar dan ook dat zich met algemeen goedvinden, de Corrigedor van Madrid zich aan het hoofd eener deputatie naar het Escuriaal begaf om er Napoleon in bloemrijke taal van te verzekeren, dat de bevolking van stonde af, niets onbeproefd zou laten, het Huis Bonaparte slechts stof tot tevredenheid te mogen geven.

Ofschoon Napoleon zeer goed scheen te begrijpen dat. zoo er geen dertig-duizend man Fransche troepen in Madrid hadden verwijld, de Corrigedor lang op zich zou hebben laten wachten, zoo antwoordde hij desniettemin; »Van harte hoop ik dat de hoofdstad het niet weder in den zin zal krijgen tegen de Fransche adelaars op te staan, al ware het dan ook maar alleen tot haar bestwil. Daarbij kan Madrid zoowel als het geheele land er op aan dat ik het oprecht goed met de natie meen. Of zou men er mij soms een grief van willen maken dat ik het getal monnikken, waarvan er alleen in een der Zuid-Amerikaansche koloniën zeven-en-twintig duizend in ledigheid rondloopen, aanzienlijk wil verminderen, of dat ik de priesters zal laten betalen uit de klooster-kassen die van rijkdom overvloeien, of dat ik de geestelijke rechtbanken hoop op te heffen, die reeds sinds een eeuw

ocr page 90

87

de ergernis van gelieel Europa uitmaken ? Ik denk van neen. Nog minder zal men liet mij euvel duiden dat ik door alle midden-eeuwsclie instellingen een schrap zal halen, als alleen voovdeelig voor enkele hooggeboren edellieden en meedoogenlooze vrekken. Misschien dat het tegenwoordige geslacht mij over al deze zoo heilzame besluiten den steen zal werpen, daar er nog te veel hartstocht m het spel is, om de zaak uit een onpartijdig oogpunt te beschouwen. Maar wat mij troost, is dat uwe naneven inij recht zullen laten wedervaren en zij de dao-en die ik in uw midden mocht doorbrengen, in het o-ulden Boek der Geschiedenis aanstippen, als het oogen-blik dat Spanje weer tot roem en bloei mocht geraken.'

De Corngedor boog onderdanig en stamelde een dankbetuiging waaraan echter zijn hart geheel vreemd hleet. want zoo ooit had Napoleon weder in deze toespraak getoond welk een pocher hij was en welk een hemelsbreed onderscheid er bestond tusschen zijne woorden en zijne daden.

Ruim een week of drie bleet' de Keizer op het Escun-aal verwijlen, welken tijd hij zich niet alleen ten nutte maakte om alle dagen, omgeven van zijn gevolg, met een vorschend oog door de hoofdstraten van Madrid te rijden en oud en jong een eerbiedigen groet at te dwingen, of de bevolking er toe te noodzaken de noodige piasters te offeren om ter zijner eere allerlei feestelijkheden te doen plaats hebben, waarvan een tal van stierengevechten het glanspunt was, maar ook om des te nauwkeuriger de verschillende marschen zijner leger-scharen te kunnen nagaan, die hij bevolen had de Spaansch-Engelsche troe-pen te beletten Madrid te naderen en tevens den opstand.

ocr page 91

die zich op nieuw dreigde uit te breiden, met de meeste gestrengheid te onderdrukken.

Voor s Keizers vertrek uit Madrid, waartoe hij den twee-en-twintigsten December vasgesteld had, verhief hij zijn broeder Jozef tot Luitenant-Generaal, met bepaling dat hij, behalve het opper-bevelschap van het garnizoen der hoofdstad, ook dat van alle andere Fransche legercorpsen die zich in Spanje bevonden, op zich zou nemen.

Den laat sten morgen van Napoleons verblijf op het Escuriaal. toen reeds bij de eerste stralen der opkomende zon, zijn trouw strijdros op het voorplein van het trotsche paleis heen en weer trappelde om zijn meester naar Astora te brengen, ten einde in eigen persoon met den Hertog van Dalmatië de noodige maatregelen te nemen, de Enlt;rel-sche kavallerie. die plotseling de Duéro-rivier was overgetrokken weer onverwijld naar den tegenovergestelden oever terug te jagen, wendde hij zich van zijn gevolg af en sprak hij tot Jozef, die zijn keizerlijken broeder met een mengeling van vrees en bewondering, aanstaarde ; »Bij uw vertrek naar hier, smeektet gij mij, als de nood soms aan den man mocht komen, n toch niet aan uw lot over te laten. Zonder u dienaangaande iets te beloven, ben ik dadelijk toegesneld om u in uw hooge waardigheid als

or?

Koning van Spanje en van Indië in triomf naar Madrid terug te voeren, vanwaar gij u helaas! uit hadt laten verdrijven door een handjevol muiters, dat zeker niets liever zouden wenschen dan dit spelletje nog eens van voren at aan te beginnen. Zorg er echter voor dat dit niet weder gebeurt, al moest ge er ook desnoods de ge-heele residentie bij in de lucht laten springen, want alsdan ware het voor altijd met uw zedelijk overwicht op de bevolking gedaan. Ik zeg u dit tevens met het oog

ocr page 92

89

op de overzeesche bezittingen, die best de komst van een Bonaparte op den moederlandsclien troon tot voorwendsel zouden kunnen gebruiken, zich liet gehate juk van Spanje van de schouders te werpen, (xeschiedde zulks, dan zou zeker het geheele land, met de geestelijkheid aan het hoofd, u hiervan, hoe onverdiend ook, de schuld geven. Tk lean u dus niet genoeg aanbevelen in alles even omzichtig te werk te gaan, daar het protectoraat van Frankrijk noch hier, noch in de koloniën, iemand recht naar den zin schijnt. Lag dan ook Zuid-Amerika niet zoo ver uit de buurt en was in die streken de geele koorts niet zoo inheemsch. ik zon geen oogenblik aarzelen om mij met een behoorlijk leger naar de Spaansche bezittingen in te schepen, ten einde er het gezag der Bonapartes voor altijd te bevestigen. Maar Goddank! dat er mijns inziens noo- andere middelen bestaan om dit te mosïen bereiken.

O O

In de eerste plaats dienen daartoe, zonder uitstel, eenige gedelegeerden naar Spaansch-Amerika gezonden te worden, om er niet alleen alle ambtenaars, officieren en manschappen van het koloniale bestuur, maar ook de gezamenlijke grondbezitters en andere notabelen des lands, den eed van trouw af te nemen aan het nieuwe Stamhuis, dat het oude in het moederland vervangen heeft. Gaat deze ceremonie gepaard zonder moeielijkheden, dan is zulks reeds zeer veel gewonnen, maar is soms het tegenovergestelde het geval, dan raad ik u dringend aan, er staandevoets een sterke legermacht heen te zenden om de weerbarstigen met geweld tot rede te brengen. In allen geval moeten de gedelegeerden dadelijk bij hun aankomst een warme proclamatie uitvaardigen, opgevuld met de vleiendste betuigingen en de heerlijkste beloften voor het welzijn der koloniën. Een enkele droppel azijn

ocr page 93

90

zou wellicht voldoende /cijn om alle Zuid-Amerikanen te gelijk aan het muiten te doen gaan. Daarom nog eens en ten laatste; zorg er voor, op welke wijze dan ook, uw naam in beide de uw toevertrouwde Rijken te laten eerbiedigen en sterf liever met den degen in de hand dan

O O

dat gij u tot schande aller Bonapartes en van geheel Frankrijk, de wetten zoudt laten voorschrijven. En nu vaarwel, totdat ik in alle oprechtheid tot u zal mogen zeggen: »Mijn broeder, ik gevoel mij tevreden, mij trotsch op u.'quot;

Tegelijkertijd klemde hij Jozefs hand in de zijne, nam met een vluchtigen hoofdknik van diens hofstoet afscheid, daalde zonder verder een woord te wisselen de breede marnieren trap af en besteeg zijn ros, dat voorafgegaan en «revolgd door een afdeeling dragonders, hem in vlug-

O O O ~ O

gen draf buiten de poorten van het nog sluimerende Madrid bracht.

KIN DE VAN HET EERSTE OEDEEI/TE.

ocr page 94

11« (i El» EEL TE

DE STRIJD TEGEN HET MOEDERLAND.

XIV.

Had Napoleon naar waarheid bevroed welk een weerzin de naam van Bonaparte in de Spaanscli-Amerikaansche koloniën verwekte, hij zon er zied: kwalijk mede gevleid hebben, zich of eenig lid van zijn geslacht ooit, hetzij sfoed of kwaadschiks, ook maar door een enkelen kreool. kleurling of Indiaan, als Soeverein dier landen erkend te zien.

Men kon slechts diepe verachting koesteren voor den man, die er zoowel ten opzichte van Spanje als van zijn doorluchtig Vorstenhuis, dat hem met een blind vertrouwen vereerde, de treurigste bewijzen van had geleverd, de heiligste beloften en rechten met voeten te treden.

Daarbij lag het de koloniale bevolking nog kersversch in het geheugen hoe laaghartig Napoleon destijds gehandeld had met den gewezen negerslaaf Toussaint van het eiland Haïti, die de verdrukkingen van Spanjaard en Franschman moede, zich aan de spits der mishandelde broeders gesteld had, om hen door een algemeenen moord o]) de blanke beulen, ten vrijheid te voeren.

ocr page 95

O li

Behalve dat Napoleon, destijds nog als Consul van Frankrijk en dadelijk onder bevel van den generaal Leelerc een leger van ruim twintig-duizend man had heengezonden om het oproerige eiland weer tot onderwerping te brengen, was hij gewetenloos genoeg geweest om den bevelhebber der expeditie in het geheim te gelasten, Tonssaint, trots een gesloten wapenstilstand, in zijn tent te lokken, onverhoeds gevangen te nemen en naar Frankrijk te laten brengen, waar de ongelukkige, in een der donkere, vochtige kasematten van het fort Jouyi opgesloten, twee jaren later den laatsten adem uitblies.

Toen geheel Europa Napoleon zijn verontwaardiging te kennen gaf over deze daad. die in geen opzicht verontschuldiging kon verdienen, antwoordde hij kortaf dat Tonssaint, als onverzoenlijk vijand der blanken, zich aan geheime bemoeiingen had schuldig gemaakt, den oorlog tegen Frankrijk te hervatten, dus slechts loon naar werken had ontvangen.

Maar Napoleon had in zijn verwatenheid niet gerekend op een nog veel onverzoenlijker vijand dan tie vroegere slaaf der tabaks-plantage Breda, namelijk de geele koorts, die den generaal Leclerc tot een barer eerste slachtoffers maakte en verder zulke deerlijke verwoestingen onder het Fransche leger aanrichtte, dat er zoo goed als geen enkele soldaat overbleef.

Zoo dikwerf als bet in de Spaansch-Amerikaansche bezittingen over deze voor Frankrijk zoo noodlottig geëindigde expeditie te spreken kwam, waarin elke Indiaan ten duidelijkste Gods hand meende waar te nemen, fluisterde men elkaar toe: »A1 mag Napoleon dan ook nog zoo machtig wezen, zoo is er toch nog altijd Één, die Hem hierin verre overtreft. Fiii Deze zal er ook ons zeker Zijn hulp toe verleenen, de koloniën er voor te vrijwaren

ocr page 96

93

zich ooit voor een Bonaparte te behoeven neer te buigen.quot;

Men werd in deze meening nog meer versterkt, toen men vernam dat reeds een week na de komst van Jozef Bonaparte, op den aan Koning Ferdinand ontfutselden troon, hij in allerijl het hazenpad had moeten kiezen.

In de stellige verwachting dat Napoleon ten minste ridderlijk genoeg zou wezen aan het »vox populiquot; recht te laten wedervaren en Koning Ferdinand aan zijn onderdanen teruggeven, voelde men zich dubbel verontwaardigd

oO 1 O

toen in stede van dien, de mare zich verspreidde dat de Noordsche Gesar den gevluchten Jozef, zoowel tegen diens wil als tegen dien van het geheele land in, dank zij de legers waarover hij beschikken mocht, in alle plechtstatigheid als Souverein van Spanje en van Indië op het Escuriaal teruggebracht had.

Geheel de Zuid-Amerikaansche bevolking, van welken stand of rang ook, trilde van aandoening bij deze nieuwe daad van geweld met de gedachte in de ziel: »Wat er ook gebeure, nooit aan een Bonaparte onderwerping ot gehoorzaamheid beloofd.''

Terwijl men in de meeste spanning verkeerde wat de naaste toekomst de koloniën zou baren, vernam men op het alleronverwachtst dat verscheiden Napoleontische gedelegeerden, voorzien van een honingzoete proclamatie, te Puerto-Gabello voet aan land gezet hadden, met de opdracht de bevolking er uit naam van den Keizer officieel kennis van te geven, dat zijn broeder Jozef, Koning Ferdinand als Souverein van Spanje en Zuid-Amerika vervangen had. Tevens luidde de boodschap dat alle notabelen des lands, of wie ook maar in eenige betrekking

O O

tot de Regeering mocht staan, gehouden waren, bij be-

ocr page 97

94

wuste gedelegeerden hun eerbiedige opwacliting te komen maken, ten einde tegelijkertijd in de gelegenheid gesteld te worden, den eed van trouw af te leggen aim liet Stam-liuis Bonaparte.

Na deze bekendmaking werden er onverwijld allerwege junta's of algemeene vergaderingen belegd, waartoe de Zuid-Amerikaansehe onderdanen krachtens een besluit van Keizer V. ten volle het recht bezat, ten einde met elkaar in beraad te treden op welke wijze men het best zich aan bewusten eed zou kunnen onttrekken, zonder gevaar te loopen ten zwaarste daarvoor te moeten boeten.

Na rijpelijk overleg besloot men in het belang van het algemeene welzijn voor 's hands een ■weifelende houding aan te nemen, in de hoop dat weldra het gezegende oogen-blik daar zou mogen wezen, dat men met zijn ware gevoelens openlijk voor den dag zou kunnen treden.

De geestelijkheid, die zoo mogelijk nog grooter afkeer voor Napoleon koesterde dan de bevolking, daar hij behalve haar invloed ook haar inkomsten belangrijk hoopte in te korten, om des te meer gelden beschikbaar te hebben voor de uitbreiding zijner legers, nam al haar welsprekendheid te baat, de kolonisten er niet ■verwerping van alle zijwegen toe te bewegen, slechts Ferdinand VII als hun Soeverein te blijven vereeren en lief' te hebben.

»Niet gewankeld in uwe keuze,quot; riepen zij hunne leeken toe, »in het vaste vertrouwen dat waar gij in krachten te kort mocht schieten om het Castiliaansche Vorstenhnis, dat Rome als den zetel van het Christendom steeds boven alles heilig was en nooit of te nimmer aan de smartelijke verdrukkingen die u helaas! van de zijde der landvoogden ten deel vielen, de hand heeft gehad, tegenover den overweldiger Bonaparte trouw te blijven,

ocr page 98

95

een hoogere macht u hierin ruimschoots zal weten te schragen. Roep dus zoo luid als gij kunt met ons mede: »LeTe Ferdinand, leve onze wettige heerscher en Koning.quot; Deze kreet, eerst in het geheim aangeheven, werd langzamerhand hoe meer het openlijke wachtwoord der bevolking. Welke veeten men ook jegens Spanje mocht koesteren. zoo schenen dezen eensklaps vergeten, om zijn aanhankelijkheid aan het onttroonde Koningsgeslacht des te sterker lucht te geven.

De landvoogden zaten er duchtig mede in, hoe aan dezen hachelijken toestand een eind te maken, daar niet alleen in Venezuela, maar ook in Peru, Chili, Guatemala, Uruguay, Buenos-Ayres, la Plata en verdere Staten de gisting een hoe langer hoe dreigender aanzien kreeg.

Aan geweld viel dus moeielijk te denken; toch moest er gehandeld worden, daar de gedelegeerden volstrekt weigerden te vertrekken vóór en aléér zij Koning Jozet op vaste gronden zouden kunnen mededeelen in hoeverre de meening vóór of tegen hem was.

De koloniale Regeering verzamelde zich dag aan dag, om in overleg met de gedelegeerden en de hoogere militaire overheid te beraadslagen, welke middelen er toe te bezigen zouden zijn, om de zuidelijke broeders door zachtheid voor Koning Jozef te mogen winnen, toen de landvoogden er plotseling van onderricht werden dat de bevolking op onderscheiden plaatsen, de proclamatie van Napoleon onder den aanhef van: »weg met de Bonapartesquot; onder luid gejuich, verbrand had.

Hoezeer ook het leger er naar verlangde tegen de muiters op te trekken, zoo achtte de Regeering het nochtans met het oog op den algemeen koortsachtigen toestand des lands, raadzamer er eerst de proef van te

ocr page 99

1X3

nemen of een militair vertoon bij wijze van selirikaan-ialt;rinsï niet voldoende zou wezen, de bevolking weer tot

tJ O O 0

rust te brengen.

Ofschoon de bevelhebbers der verschillende leger-afdee-lingen zich ten zeerste tegen dit besluit verklaarden, met de waarschuwing dat, indien men nog langer aarzelen mocht de koe bij de horens te pakken, de gevolgen niet te berekenen waren, zoo bleef de Regeering er nochtans bij volharden hen te gebieden, zoo iang mogelijk het zwaard in de schede te houden.

Zooals de legerkommandanten het maar al te wel voorzien hadden, nam de overmoed der bevolking dermate hand over hand toe, dat op de junta's die aan de orde van den dag waren, niets anders werd gedaan dan de Bonapartes te beschimpen en Ferdinand als hun slachtoffer ten hemel toe te verheffen.

Een dier vergaderingen, welke te Caracas plaats vond had ten uitwerking, dat in weerwil er in de stad ter handhaving der algemeene orde, een zeer sterk garnizoen in bezetting was gekomen en de bevelvoerende Generaal elke zamenscholing of betooging tegen den persoon des Keizers op straffe des doods verboden had, honderde kre-olen, kleurlingen en Indianen zich in aantocht bij elkaar aansloten en om het hardst door de straten schreeuwden: »Leve Ferdinand VII; weg met de Bonapartes.quot;

De kommandant der stad gaf onverwijld aan een af-deeling ruiterij last de muiters uiteen te drijven en de belhamels in arrest te nemen, doch moest de zaak ook daarbij laten berusten, daar de landvoogd Vascon-celes uit vrees van wellicht door één enkel schot kruit, in alle koloniën te gelijk een bloedige omwenteling te doen uitbarsten, hem bij geheime aanschrijving ten

ocr page 100

97

strengste liet verbieden de betoogers verder lastig te vallen.

De bevolking liet het van hare zijde evenmin tot handtastelijkheden komen, daar zij er van oudsher de ondervinding van had opgedaan hoe nog elk oproer in haar nadeel beslecht was geworden. Daarbij begreep zij zeer goed dat, zoo bij een mogelijken opstand de koninklijke regimenten er soms niet spoedig genoeg in mochten slagen, de rust te herstellen. Keizer Napoleon nieuwe legers in overvloed ter zijner beschikking had om dit bezwaar in een oogwenk te boven te komen. Hoe pijnlijk voelde men zich echter verrast toen men korte weken na bewuste betooging ervoer, dat de Goeverneur-Generaal van Santa-fé-de-Bogoto de onverantwoordelijkheid had begaan om een patriottische junta te Quito met geweld uiteen te laten jagen en alle leden, drie-honderd in getal, geboeid naar de gevangenis te brengen.

De bevolking, maar bovenal de geestelijkheid, voelde zich dermate verbolgen over deze daad, dat als uit één mond door geheel Spaansch-Zuid-Amerika de kreet opging, de leden uit de gevangenis te ontslaan en er zich nooit meer toe te vermeten een recht te schenden, dat de koloniën reeds sedert drie eeuwen, bij Keizerlijk besluit was toegestaan.

Verschrikt over dit krachtige optreden, beloofde de Goeverneur in zijn eerste opwelling plechtig, zich aan dezen wensch te zullen houden ; maar ver van de daad bij liet woord te voegen, was hij gewetenloos genoeg, om nog in hetzelfde uur een bataljon grenadiers te gelasten den kerker binnen te dringen en de ongelukkigen. die met kettingen aan den muur vastgeklonken waren, één voor één af te maken.

De geestelijkheid ontstak hierover in zulk een heilige

11. van Loo. Een edel drienianschap. 7

ocr page 101

98

toom, dat zij er hare kudden van den kansel openlijk toe aanzette om bewusten moord, die blijkbaar slechts gepleegd was om den onmensch Napoleon te behagen, ten strengste te straffen.

Deze aanmaning vond allerwege, maar vooral in de hoofdstad van Venezuela zulle een gunstig onthaal, dat er zich staandevoets, met trotseering van alle gevaar, een zoogenaamde junta-suprema vormde, samengesteld uit de eerste en rijkste burgers des Rijks, met het doel zich zoowel van het gezag der landvoogden als dat der Cortes onaf hankelijk te verklaren en zelf in naam van den martelaar Ferdinand VII, de teugels van het bewind in handen te nemen.

Zoodra als men in de naburige Staten te weten kwam tot welk stoutmoedig besluit de Venezuelanen waren overgegaan, haastten zich de burgers van Santa-fé-de-Bogota, Buenos-Ayres en Chili evenzeer dergelijke Regeerhics-lichamen in het leven te roepen.

De landvoogden, machteloos als zij zich tegenover de groote massa gevoelden, lieten de patriotten geheel vrijdom van handelen. Alleen in Mexico nam de Goe-verneur-Generaal, Graaf Venegas, onmiddellijk de noodige maatregelen, de bevolking er toe te noodzaken van hare plannen af te zien. Tegelijkertijd richtte hij een dringend schrijven tot de Cortes, toch zonder uitstel een expeditie uit te rusten, als het eenige middel de oproerige provinciën tot stilzwijgen te brengen.

XV.

ATiet anders verwachtende of de Cortes zou ten spoedigste aan dit verzoek voldoen, lieten de gezamenlijke

ocr page 102

99

Goeverneur-Generaals de bevolking der gezamenlijke koloniën bij trommelslag afkondigen zich zoowel in haar eigen belang, als van dat van geheel Spaansch-Amerika, wat ingetogener te gedragen en alle junta-zalen als broeinesten van zamenzweeringen tegen het wettig Be-stunr te sluiten, of gevaar te loopen als muiters te worden neergeschoten.

De landvoogden, die zich van deze proclamatie de beste uitkomsten voorspeld hadden, waren niet weinig verdrietig, toen zij juist de tegenovergestelde werking teweegbracht. Niet alleen betoonde de bevolking zich nog veel woelzieker dan van te voren, maar zelfs jouwde zij de koninklijke regimenten, die ter handhaving van de orde in de straten op patrouille uitgingen hartelijk uit, met de uitdaging op de lippen dat, zoo zij soms lust mochten gevoelen, den sabel te trekken en aan het vechten te gaan, zich door niets hiervan te laten terughouden.

Hoewel de verschillende regiments-kommandanten er van hoogerhand toe bevolen waren geworden, de ontevredenen zoolang en zooveel mogelijk te sparen, zoo viel, verregaand minachtend en tartend als hun houdino- begon

o O O

te worden, hieraan moeielijk te denken. Zelfs verstoutten zij zich om de koninklijke troepen die hen met het pistool durfden bedreigen, op steenworpen te onthalen of met vuilnis te werpen.

Eindelijk raakte dan ook het geduld der militaire macht uitgeput en volgde de eene botsing na de andere, waarbij telkens een tal van slachtoffers vielen.

Maar onherroepelijk vast als de Zuid-Amerikaansche bevolking besloten scheen, geen enkele schrede voor de Moederlanders achteruit te wijken, zoo trad dadelijk voor elk gesneuvelden patriot, tien anderen in de plaats.

7*

ocr page 103

100

Iedereen, hetzij vriend of vijand, bevroedde dan ook ten duidelijkste dat er in Zuid-Amerika een strijd op handen was, waarvan de geschiedrollen zouden gewagen als van een der moorddadigsten, die ooit in hare gedenkbladen was opgeteekend geworden.

Nu de Regeering eindelijk voor den waren toestand der koloniën de oogen openging en zij ten volle inzag dat de bevolking geen otter te zwaar zou achten om zich het slavenjuk van den nek te werpen, zoo besloot zij, met goedkeuring der Cortes een geheel anderen staatkundigen weg met de zwarte broeders in te slaan.

In de eerste plaats wettigde zij hiertoe de burgerlijke gelijkheid der /uid-Amerikanen, met bepaling dat hen van stonde at aan het recht was toegestaan, om even als de Spanjaarden, op s lands vergaderingen vertegenwoordigd te mogen worden, door één gedeputeerde op de vijftigduizend zielen.

Doch nauwelijks was deze nieuwe wet in werking betreden of zij werd alweer door de Cortes ingetrokken, daar het bleek, dat naar dezen maatstaf de Zuid-Ameri-kaansche vertegenwoordigers de Spaansche ver in getal zouden overtreffen. Tegelijkertijd stelde de Regeering het in haar wetboek vast, dat zelfs geen verwijderde nakomeling van een Amerikaamschen stam ooit burger of gedeputeerde mocht zijn of zich zelf, onder welke voorwaarden dan ook, daartoe kon laten vertegenwoordigen.

Door deze even roekelooze als verraderlijke verordening hadden slechts enkel en alleen Europeesche Spanjaarden toegang tot de vergaderingen der Cortes, om er op hun wijze, over de belangen der verdrukte koloniën het woord te voeren.

Aangezien de Zuid-Amerikaansche bevolking van den

ocr page 104

101

beginne af aan zeer wel begrepen had dat het er de Cortes slechts hootdzakelijk om te doen was geweest haar zand in de oogen te strooien, zoo bleven, zij onder dit vernieuwd bewijs van Spanjes trouweloosheid volkomen kalm. daar toch reeds lang de maat volgemeten was, den strijd tegen Spanje tot het uiterste voort te zetten.

Als laatste poging aan de heerschende spanning tus-schen Amerika en het Moederland een einde te maken, gaf Engeland als bondgenoot van Spanje, de Cortes den welgemeenden raad de kolonisten niet langer als slaven, maar als burgers van den Staat te beschouwen en hen in het belang der algemeene welvaart des lands vergunning te verleenen tot het drijven van een vrijen handel.

De Cortes was echter met dezen voorslag zóó weinig ingenomen, dat zij hem onvoorwaardelijk van de hand wees met de bemerking, dat zulks te groote schade zou berokkenen aan 's lands kas, die door den inval der Fran-schen toch reeds zoo goed als geheel uitgeput was.

Nog was dit niet alles.

Eenige Amerikaansche grondbezitters, op aanhoudend aandringen van het Engelsche Parlement naar het Moederland getogen, om bewust verzoek ten krachtigste te helpen ondersteunen, werden niet alleen op barre wijze met een gelijkluidend antwoord afgescheept, maar tevens aan het verstand gebracht, dat zoo de Spaansch-Amerikaansche onderdanen het er soms nog verder op mochten voorzien hebben, de Regeering de wetten te willen voorschrijven, het »toont den slaven de zweepquot; in de strengste vormen op hen zou toegepast worden.

Dit zoo weinig heusche onthaal, gepaard aan de weigering der Cortes, bracht op nieuw onder de bevolking

ocr page 105

102

een zeer groote gisting teweeg, vooral daar zij in liet laatste slechts een laffe uitvlucht meende te bespeuren, om de koloniën op het schandelijkst te blijven uitzuigen en te verdrukken.

Groote behoefte als men gevoelde zijn hart hierover uit te storten, belegden de leiders der patriottische partij, in weerwil van het door de Eegeering uitgevaardigde verbod. wederom junta op junta, om niet alleen hun haat tegen Spanje in heftige taal lucht te geven, maar tevens den afval van de Cortes met een nieuwen eed te bezegelen.

Op de junta van Caracas, waar het nog veel onstuimiger toeging dan elders, ontzag de president der vergadering zich niet. boutweg te verklaren, dat zoolang als de Zuid-Amerikaansche broeders zwak genoeg mochten wezen, om hetzij aan het Moederland, hetzij aan zijn gevallen Vorstenhuis ook maar een glimp van afhankelijkheid te idijven betoonen. er voor hen hoegenaamd niet goeds te verwachten viel.

Zoo spoedig als deze overmoedige taal den bevel voerenden Generaal ter oore kwam, begaf hij zich naar Graaf Vasconceles en zeide : »Blij ven wij nog langer met de handen in den schoot zitten, dan zijn de koloniën reddeloos voor ons verloren ! Uw Excellentie heeft dus maar te kiezen ot te deelen : ik wasch mijn handen in onschuld.quot;

Graaf Vasconceles trok driftig de schouders op en antwoordde : »ik kan toch niet tegen den wil der geheele Regeering 111 handelen. Generaal. Ge weet toch zeer goed welke aanschrijvingen wij dienaangaande uit Madrid ontvangen hebben. Evenmin kunt gij er vreemd aan wezen, hoe alle Goeverneur-Generaals er het herhaalde keeren eens over waren, voor een tal van wanordelijkheden de

ocr page 106

103

oogen gesloten te houden totdat de gisting aan liet afnemen zon zijn. Houd het mij dus ten goede dat ik er niet licht de hand toe leenen zal. de kat de bel aan te handen, temeer daar de ondervinding ons allen geleerd heeft

r? ' rj lt;r

hoe veel dreigender nog de algemeene toestand des lands is geworden, sinds de Goeverneur-Generaal van Santa-fé-de-Bogota, de junta-leden een kop kleiner liet maken. Wat zou ons dus misschien te wachten staan als ik u in mijn betrekking als landvoogd vergunning gaf, tegen de rebellen op te trekken. Geloof me, ik heb er steeds mijn best genoeg toegedaan liet zwarte gebroed in toom te houden, maar thans zie ik moeieliik kans meer hiertoe, wijl de Cortes dan met een honingpot, dan weer met een geeseltouw voor den dag komt.quot;

De Generaal blikte peinzend voor zich uit en hernam langzaam doch beslissend: »Als de Cortes dan niet wijzer is, zoo laten wij dit ten minste zijn. En mocht u er soms in uw hooge waardigheid als Onderkoning dezer gewesten voor terugdeinzen de bevelen der hooge Regeering te niet te doen, zoo neem ik gaarne alle verantwoordelijkheid daaromtrent voor mijne rekening, want zoo ooit, is thans het oogenblik daar, meer te wagen dan te wikken of te wegen.quot;

»Indien het u werkelijk ernst mocht wezen er mij geheel en al buiten te willen laten,quot; sprak Graaf \ ascon-celes met nadruk, »zoo ga dan gerust uw gang. Doch vergeet niet dat zoo uwe bemoeiingen soms verkeerd uitvallen of dat de Cortes mij daarover in het gehoor mocht nemen, ik ronduit voor de waarheid zal uitkomen.quot;

»Die ik steeds als eerlijk man bereid zal wezen, te onderschrijven,quot; klonk het wederantwoord. »Eii thans.

ocr page 107

104

tot ziens, Excellentie, in de hoop u weldra te mogen komen berichten, dat de zoogenaamde patriotten een zoo gevoelige les hebben ontvangen, dat zij niet zoo licht weer op nieuw beginnen zullen allerlei drogredenen tegen de Regeering uit te braken.quot;

De Goeverneur reikte hem de hand en zeide : »Van harte wensch ik hetzelfde, maar of gij hierin zult slao-en is een tweede zaak.quot;

Zonder verder met elkaar er in beschouwingen te treden, verliet de Generaal het paleis van den landvoogd en gaf onverwijld aan eenige regementen huzaren last zich gereed te houden om elk oogenblik te kunnen opstijgen, ten einde de oproerlingen bij den minsten nieuwen oploop te overvallen en onder den voet te rijden.

Toen dan ook tegen het vallen van den avond eenio-e groepjes van jongelieden, door duizende nieuwsgierigen gevolgd, de straten zingend doorkruisten, kwamen als met een tooverslag de koninklijke huzaren in vollen galop aanzetten, vuurden, zonder de minste waarschuwing vooraf te hebben laten gaan, hun pistolen op de niets kwaad vermoedenden af en hieuwen er rechts en links met hunne sabels op los.

Tnstede van er de menigte tot wijkeu te brengen, viel deze eensklaps met ontembare woede op de moederland-sche soldaten aan en onthaalde hen dermate op knodssla-gen, messteken en dolkstooten, dat zij weldra onder luide verwenschingen dm teugel lenktcn en met verlies van een aanzienlijk getal niiinschappen naar de kazerne teruo-vluchtten.

ocr page 108

105

XVI.

Plotseling te midden van al deze verwarringen ging het jnichend van mond tot mond: »Miranda is weer in het land; Francisco Miranda, onze trouwe aanvoerder die indertijd zoo onverhoeds de wijk moest nemen naar het eiland Trinidad. Nu hij er slechts weer is, zijn alle bezwaren overwonnen en zullen wij zeker binnen korte weken in geregelde marsch-orde tegen de koninklijke rege-menten kunnen optrekken om hen met zulk een kracht te bestrijden, dat de viktorie in allen deele aan onze zijde blijft.quot; .

Toen Graaf Vasconceles van deze nieuwe mare inge-% licht werd, zeide luj tot zijn adjudant: »Zoo ooit, heb ik

er thans een zeer zwaar hoofd in de zaken tot een bevredigend einde te brengen, want geen twijfel of de domme massa, die in Miranda een soort van Messias meent te aanschouwen, zal geen rust hebben, dan voor en aleer zij tegenover de Spaansche leger-afdeelingen met (luizende Indianen tegelijk in het gelid staat. Nu zou dit van niet zoo groot belang zijn, indien het laatste straten-gevecht slechts niet zoo bitter in het nadeel van onze i troepen was uitgevallen, want daardoor toch hebben de

muiters het bewijs ontvangen, dat zelfs de geoefendste regementen weinig of niets vermogen, wanneer een geheele bevolking tegen hen opstaat.quot;

De adjudant boog en blikte somher voor zich uit, terwijl Vasconceles met gebalde vuisten, op driftigen toon voortvoer: »Mijn halve vermogen had ik er voor over, indien het mij gelukken mocht, Miranda hetzij door geweld. hetzij door list in mijn macht te krijgen. Dadelijk

ocr page 109

106

zou ik last geven, liem als een schurk van de gevaarlijkste soort krom in de boeien gesloten, in liet ruim van een scliiji te werpen en naar Caclix te vervoeren.quot;

»Ik vrees, antwoordde de adjudant onderdanig,quot; dat u niet zoo licht daarin zoudt slagen, want nacht en dag houden honderde gewapende Venezuelanen de wacht voor zijn woning, die hij voor zoo ver mij bekend, nog geen oogenblik verlaten heeft, uit vrees van onverhoeds in een hinderlaag te vallen. Maar al waagde hij zich ook soms op straat, zon zou ik u toch in alle bescheidenheid dringend aanraden er liever niet zoo dadelijk werk van te maken, de hand op hem te laten leggen, want het gaat alle verbeelding te boven welk een onzinnige blijdschap er over zijn terugkeer heerscht. Niet alleen melden zich telkens nieuwe scharen van Indianen en mannen uit de volksklasse bij hem aan, om onder de vanen van het patriottische leger dienst te mogen nemen, maar zelfs vele jongelieden die tot de eerste familie's des lands behooren en om zoo te zeggen geen druppel Indiaansch bloed in de aderen hebben, maken er zich een eer en plicht uit, de wapens tegen Spanje te willen opvatten. Als reden hiervan geven zij op. het niet langer werkeloos te kunnen aanzien dat de Znid-Amerikaansche onderdanen als het uitschot der maatschappij behandeld worden. »Maakt er burgers vanquot; is hunne leuze ; »geeft hun gelijke rechten met de Moederlanders en dadelijk steken wij de hand van vriendschap toe, doch zoo lang dit niet geschied is, hebben wij er onzen laatsten druppel bloed voor over. de verdrukte broeders tot vrije men-schen te helpen maken.quot;

Graaf Vasconceles bracht bij deze mededeeling de hand in felle ontroering naar het hoofd en hernam met doffe

ocr page 110

107

stem: »Zulk een taal uit den mond van beschaafde lieden, laat staan van Spanjaarden, diende op stel en sprong met den strop gestraft te worden. Nooit had men dan ook in het Moederland roekeloozer kunnen handelen dan van de koloniën een soort van verbanningsoord te maken, want aan deze onvergeeflijke fout valt het zonder tegenspraak te wijten, dat de Zuid-Anierikaansche bevolking zoo onhandelbaar geworden is. Godoy vergat blijkbaar in zijn grootheids-waanzin, dat de door hem naar hier gezonden dwarskijkers van den Staat bij uitstek scherpe tongen bezaten en ter koeling van hun wraak niets te heilig zouden achten, de overzeesche onderdanen hun haat tegen Spanje te doen deelen. En thans, in plaats dat de Cortes zoo spoedig mogelijk de noodige middelen tracht te schaffen aan den zoo hoog verontrustbarenden toestand, door haar schuld in het leven geroepen. een einde te maken, is haar onveranderlijk antwoord aan wie haar hiertoe ook maar poogt aan te zetten : »Wij hebben thans nog veel te veel te doen in eigen land met de Franschen, om ook maar eén soldaat te kunnen missen. Ziet dus dat gij het rooit met de riemen die gij hebt, totdat wij ons in de mogelijkheid zullen bevinden u de noodige troepen te zenden.quot; Werkelijk 't is alsof de Cortes het er willens op aanlegt de koloniën voor Spanje verloren te doen gaan. Het gezegde van den Dnitschen wijsgeer Kant, »het verleden is een spiegel der toekomst,quot; schijnt haar ten minste geheel vreemd, anders zou zij een geheel andere taal voeren en het zich in herinnering weten te brengen hoe niet alleen het kleine Nederland maar ook het nietige Haïti zich van elke heerschappij wist los te worstelen. Dikwerf gevoel ik dan ook groote opwekking mijn ontslag in te die-

ocr page 111

108

nen en vanhier te vertrekken, want welke vruchten pluk ik van mijn sinds vele jaren onvermoeid streven, om van de mij toevertrouwde kolonie een goudmijn voor het Moederland te maken V Niets dan de treurigste on verschil liif-heid zoo niet den zwartsten ondank, of welken naam geeft gij er aan, ons in deze benauwde tijden totaal aan ons lot over te laten Vquot;

»'t Is inderdaad zeer treurig van de Cortes,quot; antwoordde de adjudant »dat zij niet wat meer belangstelling in de zaken toont, nog minder eenige vrees schijnt te koesteren dat de bevolking ons wel eens de baas zou kunnen worden.quot;

»\ rees : vrees herhaalde Graat Vasconceles »en hoe legt gij het dan uit dat zij ons gebood te zien. te hooren en te zwijgen. Hadden wij landvoogden maar van den beginne afaan de handen ineengesloten om '

de bevolking naar eigen goedvinden een domper op den neus te plaatsen. Doch nu is het vrees ik. te laat hiertoe, vooral daar de meeste '' oe verneu r-(»en era a I s bang zijn hun handen in koud water te branden. En alleen, tegen den algemeenen stroom op te werken, gaat niet: dat hebben wij aan de terechtstelling der junta-leden van Quito gezien. »Eendracht maakt machtquot; zegt een Hollandsch spreekwoord; maar noch hier, noch in Spanje is zulks, helaas! sinds tijden meer het geval. In het '

Moederland is de eén voor, de ander tegen liet protectoraat van Frankrijk en hier zegent de een het koloniale stelsel, terwijl de ander het weer vervloekt. Wat zon Keizer Karei \ wel van dit alles zeggen indien hij eens onveihoeds uit het grat kon oprijzen. Ongetwijfeld zou hij het hoofd bedroefd afwenden en uitroepen: »Zijn

dat nu mijn vroegere Staten waarin de zon nimmer on-(lero'i

ocr page 112

109

Doch waartoe al deze bespiegelingen die mij nog maar bitterder stemmen dan ik reeds ben. 't Is nu maar de vraag lioe het verder te beletten dat de kroeskoppen het ten minste niet in het hoofd krijgen, mij in hun overmoed in mijn eigen woning overhoop te steken.quot;

»De bevolking verkeert in veel te groote blijdschap over den algemeenen loop der zaken om voor het oo^en-blik althans, iets kwaads in den zin te nemen. Van oud tot jong springt men als dollen op de maat van een naar guitaren op de groote markt dooreen en doet men niets dan daarbij zingen:

»Miranda weer daar.

Weg met 't gevaar.quot;

» »Ze zijn krankzinnig. En hebt ge nog niets vernomen

omtrent het beleggen van nieuwe junta's?quot;

»Hoewel de plannen hiertoe zoó geheim worden gedreven Excellentie, dat zelfs de fijnste speurhonden er geen jota van weten na te vertellen, zoo vermeen ik toch uit verschillende omstandigheden te kunnen opmaken, dat er dezer dagen wederom een in het geheim zal plaats hebben.quot;

»Daar het mij alles waard zou wezen er achter te komen wat op bedoelde vergadering verhandeld werd. zoo ♦ neem bij tijds uw maatregelen dat een onzer schranderste

spionnen daarbij tegenwoordig is, ten einde behoorlijk van het gesprokene nota te kunnen nemen.quot;

»lk vrees. Excellentie, dat er ditmaal voor onze mannen slechts weinig kans toe zal bestaan tot de vergadering door te dringen, daar men niet alleen voorzien moet zijn van een kaart door den president zelf onderteekend, maar tevens ter voorkoming van elk bedrog, op de hoogte van het wachtwoord moet wezen.quot;

ocr page 113

Graaf Vusconceles bedacht zich even en zeide beslissend: »Ik kan er om genoemde redenen onmogelijk genoegen mede nemen dat wij er zoo klakkeloos bij zouden berusten buiten de zaal gesloten te blijven.

vooral daar de beraamde junta wellicht een komplot geldt dat, bleven wij er onkundig van, ons zeer duur te staan zou kunnen komen, /iet gij er dus geen kans toe, een flink spion op liet spoor te komen die over de door uw opgegeven bezwaren weet heen te stappen, en tevens vlug genoeg van begrip is om van de verschillende gevoerde gesprekken behoorlijk nota te kunnen nemen, zoo belast u zelt met deze taak. Gij hebt u hiertoe slechts in de uniform van een patriot te steken en de muiters wijs te maken dat gij u in uwe betrekking als majoor, bij het vrijheids-leger wenscht aan te sluiten. In hun Vreugde over i deze zoo belangrijke aanwinst zullen zij u ongetwijfeld dadelijk uitnoodigen de junta met uw tegenwoordigheid te willen opluisteren waarin gij natuurlijk met een leuk gezicht toestemt. Zoodra als de zitting is afgeloopen. laat ik u voor de leus door eenige vermomde soldaten op straat aanvallen en in arrest nemen, om wanneer ik door u alles weet wat de muiters met elkaar verhandeld hebben. kwansuis weer bij wijze van ontsnapping uw ei «en weg te gaan. Dit spelletje kunnen wij zoo dikwijls her- ♦ halen als ons goeddunkt, waardoor gij u in de eerste plaats een prachtigen loopbaan verzekert en ik als landvoogd op een haar na blijf weten, wat er in het vijandelijke kamp omgaat.quot;

De adjudant trok de wenkbrauwen pijnlijk te zamen en antwoordde zacht doch vastberaden: »Houd het mij *

ten goede Excellentie, dat ik het noch als Markies del fepezara noch als officier van het Spaansche leger over

ocr page 114

mij zon kunnen verkrijgen ooit de rol van spion te vervullen.quot;

»Gij weigert mij dus aan een verzoek te voldoen dat ik in het belang van het vaderland tot u rielit,quot; vroec de Graaf met een mengeling van teleurstelling en drift.

»Ik geloot niet dat ik er u ooit redenen toe gegeven heb mij dat te kunnen verwijten,quot; sprak de adjudant kalm en waardig, »doch wat gij thans van mij eiseht is te veel in strijd met mijn eergevoel om er, onder welke omstandigheden dan ook. een willig oor aan te kunnen leenen.quot;

»Uitvluchten, uitvluchten.quot; hernam Vasconceles smalend : »het eenige wat er u van terughoudt in mijn voorstel toe te treden is. dat gij bang zijt voor uw dierbaar leven.quot;

De adjudant waagde liet niet hierop te antwoorden, daar de landvoogd, wiens gelaat een afschrikwekkende uitdrukking had aangekomen, hem met tijgerblikken aanstaarde en de eene verwensching na de andere prevelde.

Eensklaps bracht Graaf Vasconceles de hand met een onheilspellend gebaar naar het gevest van zijn de quot;'en en siste tusschen zijn tanden: «Slechts met moeite bedwing ik mij u niet staandevoets aan mijn zwaard te rijgen.quot;

Bij deze bedreiging hief de adjudant liet hoofd met een fieie beweging op en zeide bedaard, terwijl hij het oog zonder eenige vrees op den woestaard liet rusten: »Vergeet niet txcellentie, dat ik ook een degen ter niijner beschikking heb. De minste poging dus uwerzijds om mij te doorsteken, en mijn zwaard zal het uwe kruisen.quot;

Daar de landvoogd maar al te zeer gevoelde dat hij in zijn drift te ver was gegaan, zoo trachtte hij zich zooveel mogelijk te herstellen en sprak met voorgewende kalmte : »Ik wilde er slechts maar eens de proef van nemen of gij moedig genoeg zoudt zijn u te verdedigen. Gij hebt

ocr page 115

112

uwe partij schitterend gewonnen. Ziehier dan ook mijn hand dat ik u nooit meer met voorstellen zal lastig vallen. die u tegen de borst mochten stuiten. Het eenige waarop ik slechts bij u blijf aandringen is er uw best toe te doen. dat de heeren spionnen niet bij hunne werkzaamheden inslapen, want de tijden zijn al te hachelijk om bij de pakken te blijven neerzitten. Het door de muiters zoo diep in het geheim ontworpen plan tot het honden eener nieuwe junta is hier wel het beste bewijs van.quot;

»Ik geloof niet,quot; antwoordde de adjudant geruststellend, »dat deze vergadering iets verder te beduiden zal hebben, dan den Kolonel Miranda een feestelijken welkomstgroet te bereiden.quot;

»En wat er verder volgt.quot; sprak Graaf Vasconceles.

»Kon ik mij onherkenbaar maken,quot; voer hij in heftige gemoedsbeweging voort, ik toog er zelf heen. Maar hoe ik er ook over peins, zou mij zulks nimmer gelukken, want volgens de algemeene getuigenis der mijn uitgezonden spionnen, heeft zelfs elk kind van de straat, mijn beeld als dat van den grootsten volks-beul die ooit over deze kolonie den scepter voerde, zich diep in liet geheugen geprent, om dadelijk bij mijn nadering met een uitroep van angst de vlucht te kunnen nemen. Was de bevolking bekend met den naam van Nero, zij zou mij voorwaar reeds sedert lang als zoodanig gedoopt hebben. En zij zou mij hierin geen onrecht gedaan hebben, want zag ik er kans toe, ik zou niet meer juichen dan even als bij met Rome deed, Caracas aan de vier hoeken in brand te steken en van het plat van mijn paleis de verwoestingen van het element onder guitarenspel gade te slaan. Evenzoo zou ik gaarne naar zijn voorbeeld de slaven aan een paal laten spijkeren en hen tot flambouwen

ocr page 116

11:3

laten dienen. In een woord; kon ik mij op het zwarte vee wreken, zooals mijn hart mij dit aangeeft, ik zou nog meedoogenloozer te werk gaan dan een panther, want zoo ooit, dorst mijn ziel naar wraak en bloed.quot;

De adjudant blikte den landvoogd met onverholen afschuw aan en riep tot ziclizelven uit, toen hij vergunning had verkregen zich te mogen verwijderen : » Zou Nero in al zijn verstoktheid nog niet beter beginselen toegedaan zijn geweest dan hij.quot;

XVII.

Nog denzelfden avond na dit onstuimige gesprek, vond in de woning waar Miranda sinds zijn terugkomst verblijf hield, de vergadering plaats, die den landvoogd reeds bij voorbaat zulk een schrik had aangejaagd. Zoodra als tegen het vallen van den nacht de junta-leden, waarvan ditmaal slechts de bloem der patriottische partij vertegenwoordigd was, zich in de sierlijk met de nationale kleuren Venezuela's, geel, rood en blauw getooide zaal vereenigd hadden, vertoonde zich ook Miranda. Dadelijk bij zijn verschijning rezen alle leden op eu ging er van alle zijden een gejuich op. Miranda boog erkentelijk voor de hartelijke ontvangst en betrad het spreekgestoelte, dat slechts een trofee van vlaggen aanbood.

»Zoo bevind ik mij dan weer,quot; sprak hij met heldere, welluidende stem, »na vele jaren van afscheid, te midden van u, die ik zoo liefheb en zoo hoog schat ter wille der grootsche heilige taak. waarmede gij u belastet. ons zoo dierbaren geboortegrond te helpen verlossen van het smadelijke juk, dat sinds drie-honderd jaren

II. van Loo. Een edel driemanschap S

ocr page 117

1 14

zijn deel was. God zul ons aller pogingen zegenen en even als Hij Israël verloste uit den druk zijner beulen, zal Hij ook ons daartoe zijn machtige hulp verleenen. Nochtans is en blijft het onze onverbiddelijke plicht, alles te vermijden, wat naar roekeloosheid of ook maar in het minst naar voorbarigheid zweemt en het zoo ver moo-e-li]k uit de gedachten zien te bannen, in een opwelling van geestdrift tegen den vijand te willen optrekken, vóór en aleer wij ten volle hiertoe uitgerust zijn.

«Goddank!quot; voer hij verheugd voort, »dat de uitzichten die wij thans omtrent onze vrijmaking mogen koesteren, oneindig gunstiger zijn dan toen wij voor de eerste maal de wapens tegen het Moederland opvatten. Niet alleen telt het pat'iottische leger nu verscheiden duizende krijgers meer dan toen. maar bestaat er tevens alle hoop op. dat een tal van En-gelsche keur-regimenten uit Trinidad zich bij ons zullen aansluiten, om met vereende krachten het Spaansche gebroed het land uit te werpen. Zoowel ontving ik hieromtrent de schoonste beloften van Sir Picton. den Goever-neur van bewust eiland, als van den Engelschen Minister, wijlen den edelen menschenvriend William Pitt, bij wien ik dadelijk na mijn vertrek uit Trinidad, te Londen om audientie liet verzoeken. N a een kortstondig verblijf in Engeland begaf ik mij naar Rusland, om ook mijn eerbiedige opwachting te gaan maken bij Czarin Catherina en haar met den allertreurigsten toestand dezer gewesten bekend te maken. Bij mijne onthullingen sprongen baar de tranen in de oogen en antwoordde zij mij, op mijne bede, ons lief vaderland onder hare bescherming te willen nemen, dat haar niets « elkomer zou wezen en zelfs geen enkel oogenblik aarzelen zou, haar leger ter beschikking van Zuid-Amerika te stellen. indien er niet de meeste vrees toe bestond, dat aan

ocr page 118

nr.

bar klimaat, als de Russische soldaten gewend waren, deze verzengende luchtstreek aller grafkuil zou worden. »Doch,quot; sprak zij minzaam, »hebt gij soms ter werving van vrijwilligers in uw land, geld noodig, zoo staat lius-lands schatkist voor u open, om er naar welgevallen de hand 111 te steken. Bovendien schenk ik u bij deze uit achting voor uw streven, Venezuela tot onafhankelijkheid te willen voeren, den titel van Russisch kolonel, met vergunning u waar en wanneer ook, te mogen tooien, met de uniform welke aan dezen rang verbonden is.

Op haar raad richtte ik ter verrijking mijner militaire kennis eu ter bestudeering der verschillende inrichtingen van het leger, mijne schreden naar 1' rank rijk, waar ik, dank /.ij een aanbevelingsbrief barer eigen hand, door den Generaal Dumouriez met veel onderscheiding ontvangen en door hem aangesteld mocht worden tot ritmeester van een huzaren-regiment, dat onder zijn onmiddellijke bevelen stond. Nadat ik een zeer werkzaam deel genomen had aan den veldtocht in Champagne en België, werd genoemde (ieneraal zoowel als ik, onder verdenking van geheime agenten der Bourbons te wezen, eensklaps in hechtenis genomen en te Parijs voor een krijgsraad gebracht. Doodonschuldig als ik werd bevonden aan de mij ten laste gelegde feiten, sprak de voorzitter mij van alle schuld vrij. om bijna weer even spoedig ingerekend te worden. Wel is waar openden /.ich binnen weinige weken ten tweeden male de deuren mijner gevangenis, doch slechts 0]i uitdrukkelijke voorwaarde. Frankrijk aanstonds te verlaten.

Zonder eenig eigenlijk doel begaf ik mij aan boord van het eerste schip het beste, dat mij toevallig weer naar Engeland voerde. Door de omstandigheden gedwongen het zwaard in de schede te houden, hield ik mij voor 's hands onledig

8*

ocr page 119

116

met mijne ervaringen onder den Generaal opgedaan, op lietquot; papier te brengen 1.

Omstreeks 1803, waagde ik het naar Frankrijk terug te keeren en bij de consulaire Regeering een verzoekschrift m te dienen, wederom door haar m de gelegenheid gesteld te mogen worden tot het meemaken van een nieuwen veldtocht. Maar Napoleon, vijandig als hij de zwarte broeders gezind is, vertelde mij dit wel anders en liet er mij bij monde van een gendarme kort weg van verwittigen dat, zoo ik mij niet binnen vier-en-twintig uur buiten Frankrijk bevond, hij mij als een tweede Toussaint in het fort Jour zou laten opsluiten. Het was dus maar zaak, mij uit de voeten te maken, want wij weten allen, dat Napoleon de eens beetgepakte prooi niet licht meer loslaat.

Na mijn tweede verdrijving uit het zoogenaamde land der vrijheid, zwierf ik van Noord tot Zuid en van Zuid tot Noord, totdat ik vermeende dat het uur geslagen was. mij naar eigen vaderland te kunnen inschepen om er nogmaals, met de degen in de vuist, de bewijzen van te leveren. in welke hooge mate de zuidelijke onderdanen de laaghartige knevelarijen hunner dwingelanden moede zijn.quot;

Terwijl Miranda boog, ten teeken dat hij zijn redevoering geëindigd had, barstten alle leden in een luid bravo uit. en benoemden hem met algemeene stemmen tot opperbevelhebber van het vrijheidsleger, om verder in zijne handen de plechtige belofte af te leggen, hem in elk opzicht blindelings te zullen vertrouwen en te gehoorzamen.

Onder de velen die hem hiertoe naderden, behoorde ook de drie-en-twintig-jarige Simeon Bolivar, die als zoon

1

Ordre do Dumouriez pour la bataille de Neerwinden. Opinion sur Ia situation do Ia France 1793. Correspondance avec Dumouriez, etc. etc.

ocr page 120

117

van een overleden schatrijk Spaansch Kolonel, in dienst van het koloniale leger, een uitstekende opvoeding luid mogen genieten. Op jeugdigen leeftijd naar Spanje vertrokken om er zijn studies te voltooien, waartoe hij als geboren Amerikaan slechts met zeer veel moeite vergunning mocht verkrijgen, vertrok hij na zijn bevordering aan de Hoogeschool te Madrid tot meester in de rechten, naar Frankrijk, om zich ook te bekwamen in de krijgs- en staatkunde. Toen hij ook met deze studie klaar gekomen was, bezocht hij achtereenvolgens Engeland, Italië, Zwitserland en Duitschland, hoofdzakelijk met het doel, de verschillende zeden en gewoonten dier volkeren nader te leereu kennen. Eindelijk weer naar Madrid teruggekeerd, trad hij er in het huwelijk met de schoone en lieftallige dochter van den Markies üztaritz del Torro, die hem reeds weinige maanden later, na de geboorte van een zoon, ontnomen werd. Half waanzinnig van smart over dit onverhoedsche heengaan, koesterde hij slechts den wensch. de vrouw die hij zoo onbeschrijflijk liefgehad had. ten spoedigste in het graf te mogen volgen, toen de berichten omtrent den hangen strijd, waarin Venezuela stond gewikkeld te worden, hem tot nieuw leven deed ontwaken. Brandende van verlangen voor zijn vaderland te mogen worden, wat Washington voor het zijne geweest was, aanvaardde hij onverwijld de reis naar Caracas, dat het eerst van alle Zuid-Amerikaansche steden, op besliste wijze getoond had, wat de koloniale bevolking eigenlijk betoogde.

Zoodra de president der vergadering hem als aanstaand lid van het patriottische leger aan Miranda had voorgesteld, voegde deze hem vriendelijk toe: »Gij valt gemakkelijk te herkennen aan uw gelaatstrekken, welke spre-

ocr page 121

118

kend gelijken op die van uw vader, Kolonel Bolivar, den onversaagden krijgsman en trouwen vriend, niet wien ik het voorrecht had, vele jaren hetzelfde garnizoen te deelen.quot;

Simeon Bolivar boog en hief meteen de rechterhand op, tot het afleggen van den vereischten eed, toen Miranda met nadruk hernam : » Deze is voor u geheel overbodig, daar de naam dien gij draagt mij reeds overvloedig ten waarborg verstrekt, dat gij uw plicht naar behooren zult weten te vervullen,quot;

»God geve,quot; sprak Simeon Bolivar aangedaan, »dat ik aan de hooge verwachtingen, die gij van mij koestert, zal mogen beantwoorden en er ruimschoots het mijne toe bijdragen, Venezuela te helpen opheffen tot een vrije, onafhankelijke Republiek !quot;

»\ an harte zeg ik hier »amen'' op,quot; antwoordde Miranda. »Jammer slechts,quot; voer hij langzaam voort, »dat er zeker nog wel drie maanden, zoo nog niet meer, zullen moeten verloopen, eer wij het zullen kunnen wagen in slagorde tegen den vijand op te trekken: want behalve dat het vrijheids-leger nog pas geheel in wording verkeert, zoo telt het wel veel handen, maar helaas ! bitter weinig hoofden. Het is dus voor de goede zaak van een onberekenbare waarde, dat ontwikkelde lieden van uw slag het niet beneden zich achten plaats te willen nemen in zijne gelederen, grootendeels als dezen slechts samengesteld zijn uit eenige benden van onbeschaafde negers en Indianen,quot;

»Indien ik u soms van eenige dienst zou kunnen wezen , hernam Bolivar bescheiden, «aangaande de regeling der verschillende lichtingen of de oefening der vrijwilligers, zoo hebt n slechts over mij te beschikken. Evenzoo

ocr page 122

119

reken ik het mij tot een heiligen plicht, om de rijkdommen, door mijn onvergetelijken vader nagelaten, zoo noo-dig tot den laatsten penning op het altaar des vaderlands neer te leggen.quot;

Miranda drukte hem de hand met de verzekering, dat hij beide aanbiedingen, die hij ten hoogste op prijs stelde, weldra in overweging hoopte te nemen. En zich daarop tot een jongmensch wendende, die vlak achter Bolivar aangetreden was om zich als aanstaand lid van het vrijheids-leger te doen inschrijven, zeide hij glimlachend: »En wie zijt gij, mijn vriendje Vquot;

»Antonio José Sucrequot;, klonk het antwoord, «geboren in de naburige havenstad Cumana.quot;

»En welken leeftijd hebt gij bereikt; naar uw uiterlijk te oordeelen, zijt ge nog niet heel lang de kinderschoenen ontwassen. Is het welVquot;

»Verleden week ben ik zeventien jaar geworden,quot; sprak Sacre, met een lichten blos, »maar voel mij minstens zoo sterk als iemand van twintig. Ik hoop dus niet,quot; voer hij fluisterend voort, »dat mijn leeftijd voor u een bezwaar zal opleveren, mij bij het patriottische leger te willen inlijven.quot;

Miranda klopte hem op den schouder en antwoordde geruststellend: »Zulk een flinke jongen als gij mij toeschijnt te wezen, is mij zelfs hoogst welkom als soldaat. Daarbij veroudert men spoedig op het slagveld, dus wie weet in hoe korte maanden reeds, gij aan een man van dertig jaren gelijk zult staan.quot;

Toen eindelijk alle leden aan Miranda trouw en gehoorzaamheid hadden gezworen, vatte hij nog even het woord op om er bij de aanwezigen, niet alleen met de meeste klem op aan te dringen, in alle kalmte het oogenblik «t

ocr page 123

120

te wachten, dat het leger er volgens zijn meening ten volle toe berekend zou wezen, tegen den Spanjaard in het veld te verschijnen, maar er tevens ook al hun welsprekendheid toe te baat te nemen, de broeders tot lijdzaamheid aan te sporen, teneinde het zooveel mogelijk te voorkomen, dat door botsingen van welken aard ook, de strijdkrachten, waaraan men zulk een overgroote behoefte had. niet noodeloos verbrokkeld zouden worden.

XVIII.

Toen de bevolking, iu plaats van zich aan nieuwe uitspattingen schuldig te maken, er slechts op uit scheen te wezen, met de meeste ingetogenheid haar weg te gaan, zeide Graaf Vasconceles dikwerf met innige verbazing tot zich zeiven: »Wat zou zulks te beteekenen hebben; is liet de stilte die den storm voorafgaat, of zou Miranda soms de patriotten hebben aangeraden, zich liever niet verder aan eenig bloedvergieten bloot te stellen Vquot;

Weldra werd hij echter hieromtrent uit den droom geholpen. door de tijding, dat er wederom ten huize van Miranda een vergadering had plaats gevonden, waarop bijwijze van proclamatie, door alle leden onderteekend, een-pang besloten was geworden, Venezuela, met verwerping van elke vreemde konings-macht, in naam van den almach-tigen God, voor onafhankelijk te verklaren en Miranda, reeds tot opperbevelhebber der patriottische scharen benoemd. tevens voor den tijd van twee jaren, den presi-dents-zetel der junta-suprema toe te wijzen.

Maar nog meer sloeg de landvoogd de handen er over m elkaar, dat de junta-leden in hun onverzoenlijken haat tegen het Moederland, de Spaansche vlag afgezworen, dezen

ocr page 124

iu fiiirdeii gescheurd hadden en met algemeen goedvinden overeengekomen waren, voortaan, bij elke gelegenheid, slechts het Venezuelaansche vaandel te zullen ontrollen.

»Nu zij zoo beginnen,quot; riep Graaf Vasconceles tot den spion uit, die hem van dit alles verslag was komen uitbrengen, »mogen wij geen seconde langer dralen, Generaal Monteverdo te verzoeken, zijn strijdmachten, die alom verspreid liggen, naar hier op te roepen, teneinde den hoon, de koninklijke vlag aangedaan, ten bloedigste aan de muiters te wreken en hun leger dermate met onze kanonnen aan te tasten, dat tot den laatsten patriottischen soldaat er het leven bij inschiet.quot;

Doch dit viel niet zoo gemakkelijk uit te voeren, dan Graat Vasconceles zich wel voorgesteld had, daar de patriotten. weinig als zij er zich nog toe in staat gevoelden, hunne krachten te nieten met de uitgelezen leger-af'dee-lingen van Generaal Monteverdo, bij het eerste gerucht van een mogelijken aanval, het gebergte ingetrokken waren.

Toen dan ook de koninklijke troepen ter plaatse verschenen, waar zij het vrijheids-leger hadden hopen aan te treffen, viel er in de verste verte geen enkelen patriottischen strijder te bespeuren. Deze omstandigheid deed Generaal Monteverdo dan ook het voornemen opvatten, zijn troepen maar weer te laten vertrekken naar de garnizoenen, die zij zoo onverwachts verlaten hadden ; doch weldra kwam hij van dit plan terug, daar verscheiden spionnen hem er van kwamen verwittigen, dat de muiters zich in het gebergte verscholen hadden om, zoodra zij er slechts even kans toe zouden zien, zich opnieuw in de vlakte te verzamelen. Bij deze mededeeling glimlachte hij voldaan en gelastte hij zijn troepen in een verwijderden hinder-

ocr page 125

laag op den loer te gaan liggen, om verder zoodra als de oproerlingen in de vallei afgedaald waren, onder hen een slachting aan te richten, waarvan geheel Venezuela de haren zou ten berge rijzen.

Overtuigd dat Generaal Monteverdo met de zijnen den aftocht geblazen had, zag Miranda er niet het minste gevaar in, zich een week later aan het hoofd van het leger, dat het zeer betreurde, werkeloos te zijn moeten blijven, naar de vlakte van Barquisemito te begeven, als het meest geschikte terrein er zijn kampementen op te slaan.

Alles ging voortreffelijk naar wensch, toen tegen het vallen van den tweeden avond, na zijn aankomst in bewuste legerplaats, als met een tooverslag van alle kanten Spaansche regimenten kwamen opzetten, die zonder zich aan de toenemende duisternis te storen, zich in slagorde stelden en bijna even spoedig meer dan vijftig stukken geschut met schroot geladen, op de patriotten afvuurden.

Miranda met Bolivar aan zijn éene en Sucre aan zijne andere zijde, riep de vrijheids-mannen toe, die in allerijl toegesneld waren en onder een : »Leve onze Generaal!quot; het Venezuelaansche vaandel opgeheven hadden: »Vooruit vrienden en toont dat de Zuid-Aiaerikaansche moed die der Spanjaarden ver overtreft.quot;

Geruimen tijd bleef het geheel in het onzekere, wie overwinnen zou, daar van weerszijden met even veel hardnekkigheid gestreden werd en ook telkens weer van weerszijden versche troepen kwamen opdagen.

Reeds was het volkomen nacht geworden, dat het gevecht nog steeds met de meeste verbittering werd voortgezet. Elke patriot verrichtte op zich zelf de schitterendste wapenfeiten. De jonge Sucre waagde zich zelfs tot twee malen toe zoo diep tusschen de vijandelijke gelederen, dat Boli-

ocr page 126

128

var hem met een afdeeling Indianen moest ontzetten, om hem voor een wissen dood te redden.

Geheele rijen van patriottische strijders werden door het moordend kanonvuur weggemaaid: doch wat nood! dadelijk werden de verslagenen onder een luid hoerah. door een tal van nieuwe verdedigers vervangen.

Het Venezuelaansche vaandel was dermate doorboord van kogels, dat het nog slechts een vormelooze lap aanbood, terwijl het slagveld dermate doorweekt was van bloed, dat men er op verscheiden plaatsen tot aan de enkels inzakte.

Miranda scheen zich overal te gelijk te bevinden, om de strijders door woord en daad nieuwen moed in te blazen. In de hitte van het gevecht werd hem het paard door een kanonkogel, onder het lijf weggeschoten. Met de meeste koelbloedigheid steeg hij af en zeide schertsend tot zijn omgeving: »Mij dunkt, dat de Spanjaard wel even goed te voet te bevechten zal wezen.''

Langzamerhand begon de vijand te wijken.

Op bevel van Miranda vormden de patriotten een carré, en traden met den stormpas vooruit om de deerlijk toegetakelde moederlandsche regimenten nog verder terug te drijven.

Bij de nadering der indianen vloden de Spanjaarden de richting van Caracas uit en lieten in hun schrik alles in den steek. Reeds hadden de zegevierende troepen er een aanvang mede gemaakt om de buitgemaakte kanonnen te vernagelen en de veroverde vaandels in triomf met zich mede te voeren, toen bij het krieken van den morgenstond een vijandelijk hulpcorps van ongeveer drieduizend man, dat nog in het geheel niet in het vuur was geweest, op het alleronverwachtst van achter een palm-

ocr page 127

124

bosch te voorschijn trad en onder het aanheffen van : »Leve Spanjequot; met zulk een woede op de afgematte patriotten aanviel, dat dezen na een kortstondigen tegenstand. waarbij ontelbare nieuwe slachtoffers vielen, verplicht waren den strjid te staken en het gebercrte in te vluchten.

Iedereen, maar bovenal Miranda, gevoelde zich uiterst terneergeslagen over dezen noodlottigen afloop, daar liet hem onophoudeliik door het hoofd woelde of de patriotten. zware verliezen als zij geleden en te vergeefs als zij met leeuwenmoed gestreden hadden, de Spanjaarden niet voor onoverwinnelijk zouden gaan houden en bijgevolg er moeielijk verder toe te bewegen zijn, hun leven andermaal voor het vaderland in de waagschaal te stellen.

Zonder echter in het minst iets van zijne gevoelens te laten bemerken, betoonde hij zelfs wilskracht genoeg om de luttel overgebleven manschappen om zich heen te verzamelen, ten einde hun zijn tevredenheid te betuigen, over de wijze waarop zij allen, zonder onderscheid, den Spanjaard in het aangezicht hadden geschouwd.

»Soldaten!quot; dus sprak hij niet ontroerde stem, »al is dan ook de uitslag van dit gevecht minder gelukkig voor onze wapenen geweest, dan wij aanvankelijk hadden mogen verwachten, zoo laat het u ten troost verstrekken, dat ik er u geluk mee mag wenschen, n te hebben gedragen als zonen, uw land en stam ten volle waardig. Ontvangt daarvoor mijn innigen dank. Leve het vrijheids-leger : leve zijne helden.quot;

Een algemeen gejuich, bekroonde deze aanspraak, waarop Miranda zich tot de officieren wendde, die mede zulk een warm aandeel in den strijd genomen hadden. »Gaat zoo voort!quot; luidde het van zijne lippen. »en uw naam zal de

ocr page 128

geschiedenis niet alleen tot een blijvend sieraad verstrekken, maar tevens tot in het laatste der dagen, bij een ieder in dankbare zegening blijven, als van de baanbrekers van Venezuela's onafhankelijkheid. Verder bid ik u allen, u niet door de omstandigheden te laten neerbuigen, want al ziet het er ook nog zoo weinig naar uit, de vaan der overwinning op ons werk te planten, zoo zal dit ongetwijfeld toch eenmaal mogen geschieden. Ik spiegel mij daartoe slechts aan cle Hollanders die, welke moordtoo-neelen de Spanjaarden ook onder hen aanrichtten, nochtans met de meeste vastberadenheid bleven voortgaan, hun verdrukkers het hoofd te bieden, totdat dezen eindelijk na een tachtigjarige worsteling gedwongen waren, de Ne-derlandsche provinciën voor altijd te ontruimen. Innig overtuigd ben ik dat het met ons lief Venezuela even gezegend zal gaan, mits wij ons slechts door geen enkele beproeving laten afschrikken, met de leuze in het hart: »Hoe banger de strijd, hoe heerlijker de overwinning.quot;

XIX.

Na de geleden nederlaag van Barquisemito, viel er voor de patriotten onmogelijk in den eersten tijd aan te deuken, andermaal tegen de Regeering een uitdagende houding aan te nemen, hetgeen Graaf Vasconceles bijzonder welkom was, daar de opstand in Chili en in Peru zulke afschrikwekkende vorderingen maakte, dat de Generaal Mon-teverdo, aan de spits van al zijn troepen, naar laatstgenoemd Rijk opgerukt was, om de muiters die onder aanvoering van een zekeren Castelli, verscheidene hooggeplaatste koninklijke staats-ambtenaren en voorname nota-biliteiten, onder anderen den president van Charcas en den

ocr page 129

120

zoon van den Admiraal Cordova op de markt van Potosi, liet hoofd had doen afslaan, er weer ten onder te brengen

O

Graaf Vasconceles beefde dikwerf op de gedachte, dat de bewoners der hoofdstad wel eens van de gelegenheid gebruik konden maken om hem, diep verfoeid als hij bij een ieder was, hetzelfde lot te doen ondergaan of althans het nogmaals te wagen, gewapenderhand tegen de Regeering O]) te staan. Toen echter tot zijn niet geringe verlichting de bevolking van Caracas, zoowel als die der overige steden zich even rustig bleef gedragen, als toen Generaal Monteverdo zich in haar midden bevond, liet hij langzamerhand alle bezorgdheid daaromtrent varen en zeide hij voldaan tot den officier van dienst, toen deze hem op een morgen wederom de meest bevredigende berichten kwam brengen: »De geestdrift schijnt dan aanmerkelijk bekoeld onder de zoogenaamde vrijheidshelden; blijkbaar gevoelen zij te veel hun zwakheid en onbedrevenheid om nieuwe waagstukken op touw te zetten. Werkelijk, de Generaal Monteverdo heeft er de meeste eer van, zoo uitstekend als hij er in slagen mocht, het cezao' van het Moederland in dezen Staat te herstellen. Het doet mij slechts leed, dat hij door de omstandigheden gedwongen, eerst naar Peru kon oprukken, toen de muiters er zich reeds aan do schandelijkste uitspattingen hadden schuldig gemaakt. Doch dit zal nu wel spoedig uit wezen en de oproerlingen dermate door Generaal Monteverdo onder den duim gebracht worden, dat zij even als hier, blij zullen wezen van even adem te kunnen halen.quot;

De officier veroorloofde zich de bemerking, dat al hielden de Venezuelanen zich ook voor het oogenblik stil, er toch alle redenen voor bestonden, dat zij eerlang weer met een nieuw leger voor den dag zouden komen, daar

ocr page 130

Miranda, volgens verschillende ingekomen berichten, er zicli onvermoeid mede bezig hield, hetzij door een zwaar handgeld. hetzij door de schoonst klinkende beloften, versche manschappen aan te nemen.

»Het eenige,'quot; antwoordde de Graaf luchtig, »wat hij er bij zon winnen, indien hij werkelijk de verwatenheid mocht hebben, ten derden male tegen de koninklijke troepen het hoofd op te steken, nogmaals en andermaals het bewijs te ontvangen, onmogelijk met de kroeskoppen eenige eer te kunnen inleggen. Maar ik denk wTel, dat hij na het betaalde leergeld voor goed bet droombeeld zal opgegeven hebben, als Verlosser van Venezuela in het graf te dalen.quot;

En inderdaad, de eene maand verliep na de andere, zonder dat Miranda, hoegenaamd iets van zich liet vernemen, wat Graaf \ asconceles ten volle tot de overtuiging bracht, dat al bevonden zich dan ook nog enkele steden in de macht der patriotten, den opstand als geheel gedempt te mogen beschouwen.

Inmiddels bleef Miranda in liet geheim voortgaan met zijn strijdmachten aanzienlijk te versterken. Evenzoo trachtte hij met het oog op Generaal Monteverdo's vertrek, met eenige zijner vertrouwde vrienden de noodige maatregelen te nemen, het zwakke garnizoen van Caracas te overrompelen en zich meester te maken van alle wapens, die in de verschillende krijgsmagazijnen opgeborgen waren.

Dit stout beraamde plan, waartoe reeds dag en uur waren vastgesteld, werd echter ton treurigste verijdeld door een aardbeving, die behalve Caracas, ook de steden la Guayra. Antimato, San-Felipe, Merida, Baruta eu Victoria, zoo goed als geheel ten gronde richtte.

•luist had zich te Caracas, op Witten Donderdag, tegen vier uur in den namiddag, een zeer talrijke schare, naar

ocr page 131

128

de met rouw behansfen kerken begeven, om voor liet om-

O o

floersde kruisbeeld neergeknield, den priester in het gebed te volgen, toen zich eensklaps een onheilspellend onder-aardsch gerommel deed hooren, afgewisseld door zulke felle schokken, dat deze de klokken gedurende tien seconden in beweging stelden en de stad op haar grondvesten daveren deed.

Wezenloos van ontzetting staarde men elkaar aan, zonder zich bij machte te gevoelen, de bedreigde kerkgebouwen te verlaten, die weldra onder donderend geraas ineen stortten en tienduizend bedegangers onder hare muren bedolven.

Tegelijkertijd werden een tal van huizen met ongekende kracht in de hoogte geworpen, om als puinhoopen te verdwijnen in de breede kloven, die zich allerwege in den wankelenden bodem gevormd hadden.

De wateren der Guayra verkeerden plotseling in een kokenden toestand en wierpen ontelbare doode visschen uit, terwijl de rivieren, die van de bergen de stad in onstuimige vaart binnenstroomden, zulke pestualiën met zich voerden, dat iedereen die haar inademde, bewusteloos nederzeeg.

De zwaarste schok die van zuidelijke naar noordelijke richting liep, en een slingerende en bevende beweging had, duurde tusschen de vijftig en zestig seconden. De grond kraakte en dreunde onder het voorbijgaan der vulkanieke krachten en opende en sloot zich herhaaldelijk, waardoor de hechtste gebouwen als een kaartenhuis ineenvielen en ontelbare slachtoffers in de diepste ingewanden der aarde een levendig graf bereid werd.

Een hartverscheurend gekerm vervulde de lucht van half verpletterde menschen en dieren, en alsof de maat nog niet volgemeten ware, sloegen allerwege de vlammen

ocr page 132

1J(.)

uit de houten huizen en trokken er zulke zware rookwolken over de stad. dat deze er geheel door verduisterd werd.

Sommige lieden door de ramp gespaard gebleven, dwaalden als zinneloozen rond en trachtten de plek terug te vinden, waar hun woning had gestaan, in de hoop hunne betrekkingen, die zoo onverhoeds van hunne zijde afgerukt waren, nog levend te mogen aantreffen.

Hun geschrei was te pijnlijk om aan te hooren; velen plotseling van hun verstand beroofd, wierpen zich in de vlammende puinhopen terwijl anderen uitgeput neervielen en Gode luidkeels smeekten hen genadig tot zich te willen nemen, om niet langer gedoemd te zijn van zoovele hartverscheurende tooneelen getuigen te moeten wezen.

In de naburige havenplaats la (xuayra, had de aardbeving zoo mogelijk een nog woester karakter. De oceaan deinsde bij den eersten schok terug, doch bijna even spoedig sloeg zij bulderend tegen de kust aan, slingerde een tal van voor anker liggende schepen naar den afgrond, spleet de rotsgevaarten tot splinters uiteen en verhief zich eenige honderde voeten hoog, als ware luj van zins de ge-heele streek in te zwelgen. De vulkanen openden hare kraters en braakten vuur en kookende lava-stroomen uit. De angst, de ontsteltenis was dan ook ten top gestegen : naar alle kanten vluchtten de strandbewoners heen, om onder het gebed tot den Vader, de elementen het stilzwijgen te gebieden eu de Heilige Maagd te smeeken, hiertoe Ij ij den Almachtige hun voorspraak te willen wezen.

De nacht na dezen vreeselijken dag was een der schoon-sten, der kalmsten ; een weldadig windje met de heerlijkste geuren vermengd, ruischte door het luchtruim, terwijl het starrenheir helder aan den hemeltrans flonkerde en

11. van Loo. Een edel driemanschap. 9

ocr page 133

13U

vreedzaam op de zoo deerlijk geteisterde plaatsen uederblikte.

Den anderen morgen snelden de landlieden uit den omtrek naar de hoofdstad toe en haalden in weinige uren tijds van onder de puinhopen twee-duizend zwaar verminkte lijken, die aan de oevers der (luayra een laatste rustplaats werd toegewezen.

Allerwege vertoonden zich ingestorte inuren, gapende kloven, ontwortelde boomen, dampende waterpoelen, gedeeltelijk onder de bouwvallen begraven slachtoffers, wee-nende grijsaards, kermende kinderen en klagende vrouwen en mannen, die hunne geliefde panden te vergeefsch poogden weer te vinden.

Terzelfder ure dat Caracas twee derde zijner bevolking, op de meest wreede wijze moest missen, ontlastte zich boven Louisiana een hevige orkaan, waardoor alle suikerplantages vernietigd, geheele wonden met den grond gelijk gemaakt werden en overal waar het woedende element zijn kracht had doen gevoelen, de vreeselijkste sporen van verwoesting achterliet.

Tengevolge der bezoekingen die het land getroffen hadden was de nood onbeschrijtlijk groot. De edele Washington, innig bewogen met den beklagenswaardigen toestand der zoo treurig beproefde provincies, die hem om baar vrijheidsliefde dubbel na aan het hart lagen, stelde dadelijk bij het Congres der Vereenigde Staten een dringend verzoek in. de bezochte streken zooveel mogelijk bij te staan.

Onverwijld hierop werden ter leniging van Venezuela's rampen, verscheiden schepen met meel en andere levensbehoeften beladen naar Costa-Firma gezonden en de inhoud kosteloos onder de bevolking verdeeld, die met warme dankbaarheid voor Washington vervuld, zijn naam luide zegende.

ocr page 134

131

Doch wat ook de verlosser viin Noord-Amerika of de naburige Spaansche koloniën trachtten aan te wenden om het lijden der arme Venezuelanen eenigermate te mogen verzachten, zoo bleef desniettemin allerwege de diepste armoede heerschen.

Vele patriotten meenden in de ramp, die het land zoo diep ter neergebogen had, een straffe des Hemels waar te nemen, voor zijn afscheuring van het Spaansche Vorstenhuis ; anderen wederom beschouwden het gebeurde als een uiterst slecht voorteeken in betrekking tot hunne vrjiheids-plannen. daar bewuste bezoeking plaats greep, tijdens de dagen, dat alle kerken in rouwgewaad gehuld waren. »Laten wij dus liever ten halve keeren. dan ten heele te dwalen.quot; klonk de algemeene roepstem. »willen wij niet dat ons reeds zoo beklagenswaardig lot. door een nog veel beklagenswaardiger staat gevolgd te worden.quot;

Ofschoon Miranda er zijn uiterste best toe deed. de bevolking deze alleszins ongegronde vrees uit het hoofd te praten, met er haar op te wijzen, hoe Venezuela gemiddeld elke vijftig jaar door een dergelijke ramp bezocht werd, zoo mocht hem dit niets baten, waarvan het beste bewijs was, dat dagelijks zoovele patriotten de vanen der Republiek verlieten, om naar zij beweerden, zich niet verder aan den toorn der Hemelsche Machten bloot te stellen, dat het vrijheids-leger ten laatste nog slechts drie-honderd krijgers telde.

Graaf Vasconceles was hierover boven de wolken en zeide tot zijn adjudant, toen deze van eeue inspectie-reis teruggekeerd, hem van zijn bevindingen in het breede ingelicht had: »Mocht het geluk willen, dat er nog een paar ferme aardschokken en windrukken kwamen, dan konden onze soldaten wel voor altijd de uniform aan den

9*

ocr page 135

kapstok hangen en aan het tabakplanten gaan. Daar het echter niet zeer waarschijnlijk is dat de natuur zich spoedig nogmaals zoo dienstvaardig jegens ons betoonen zal, zoo moeten wij maar zoo gauw mogelijk vooraan maken, om de steden waar nog steeds de patriottische vlag waait, ouder anderen Puerto-Cabello, opnieuw in onze macht te krijgen. Dit kan des te gemakkelijker geschieden, wijl de muiters alle zelfvertrouwen verloren hebben en de Generaal Monteverdo zich sinds een dag of acht weer binnen de grenzen van deze provincie bevindt, in afwachting wat er hier verder voor zijne soldaten te doen mocht vallen. Draag hem dus uit mijn naam op, om zoodra als liet Zijn Excellentie gelegen mocht komen, naar Puerto-Cabello te marscheeren, de muiters tot overgave te dwingen en er door middel van een sterk garnizoen, zooveel mogelijk voor te zorgen, dat deze zeehaven-stad als een der ruimsteu en sterksten van geheel Venezuela, niet meer in bet bezit onzer tegenstanders komt.quot;

De adjudant verwijderde zich om de bevelen des land-voogds onverwijld aan Generaal Monteverdo over te brengen.

XX.

Ternauwernood had Miranda vernomen, wat er gaande was of hij ontbood Bolivar en sprak, nadat hij hem medegedeeld had, welk gevaar Puerto-Cabello bedreigde: »Mocht gij er niet veel tegen opzien, om nog jong als gij een zelfstandig kommando op u te nemen, zoo

begeef u dan aanstonds met een paar honderd flinke borsten o]) weg daarheen en bezet liet fort San-Felipe, om door een vliegend kanonvuur, de Spaansche troepen te beletten de stad te naderen, want viel deze, dan zou de

ocr page 136

133

algemeene moedeloosheid dermate toenemen, dat ons leger er misschien geheel door opgelost zon worden.quot;

Ofschoon Bolivar er zich van overtuigd hield, dat het bijna aan het onzinnige grensde om bedoelde vesting te willen verdedigen met een handvol negers tegen een overmacht van wellicht drie tot vierduizend man, die zich bovendien in het bezit bevond van een sterke artillerie, zoo wachtte hij zich nochtans wel, Miranda met een bezwarend antwoord te leur te stellen.

Een paar uur later reeds toog hij op marsch en kwam hij na een zeer afinattenden tocht door het gebergte, een week later met zijn kleine schaar te Puerto-Cabello aan. waar hij door de bevolking, als de man die door zijn beleid de stad voor een Spaansche bezetting zou weten te vrijwaren, met de meeste geestdrift ontvangen werd.

Zoodra als zijn manschappen zich eenigermate van de uitgestane vermoeienissen hersteld hadden, betrokken zij het fort San-Felipe, dat voor de stad op een eilandje lag en voor onneembaar gehouden werd. Tot Bolivars niet geringe ontsteltenis echter, was er in de vesting, zelfs geen enkel bruikbaar geweer aanwezig, om den vijand op een behoorlijken afstand te houden.

Niets hield er dan ook den Generaal Monteverdo van terug, aan het hoofd zijner manschappen tot dicht bij San-Felipe voort te marscheeren, zijn kanonnen op te stellen, bres in de muren te schieten, er op zijn doode gemak naar toe te roeien en den opvalbrug neer te laten halen.

Tot het laatste oogenblik poogde Bolivar er de zijnen toe aan te zetten, San-Felipe voet voor voet, tegen de binnendringende Spanjaarden te verdedigen, ten einde de belegeraars ten minste te beletten hun ooit de blaam te

ocr page 137

1 :U

kunnen opwerpen, dat zi] zich als lafaards gedragen hadden.

Toen eindelijk de vijandelijke soldaten in grooten getale de trap opgestonnd waren en Bolivar van een hardnek-kigen. docli volstrekt hopeloozen strijd door den bevelvoerenden officier, geboden werd, zijn degen over te geven, gebeurde zulks niet. dan voor en aleer de dappere jongman verscheiden zijner aanvallers buiten gevecht had gesteld.

Terwijl de moederlandsche kapitein Bolivar's zwaard in beslag nam, blikte hij den heldhaftigen verdediger verwijtend aan.

»Hoe is het mogelijkquot;, sprak hij met nadruk, »dat gij er u als schatrijk Spanjaard en als behoorende tot eene der eerste familiën des lands, er toe leenen kunt, met een hoopje wilden tegen de moederlandsche regeering samen te spannen. Maarquot;, voer hij spottend voort, »na de bemachtiging van dit foi't, waardoor die van Puerto-Cabello van zelf volgen moet, zal, dunkt me, de lust van soldaatje-spelen bij de bevolking wel een einde nemen, vooral daar dit slechts grootendeels ten believe van eenige war- en heethoofden geschiedt.quot;

»Indien zulks werkelijk uw meening is,quot; antwoordde Bolivar bedaard. »dan bedriegt ge u schromelijk, kapitein, want al bleef er dan ook geen enkel plekje meer van geheel Venezuela in de macht der patriotten, zoo zouden zij toch niet rusten, dan voordat zij weer de noodige middelen geschaft hadden, het verlossingswerk te kunnen hervatten. En wat gij mij voor de voeten werpt, aangaande mijn vermogen of mijn afkomst, zoo bid ik u, wie denkt daaraan, wanneer het een zoo heilige taak geldt als deze Vquot;

O O

De kapitein streek met een onverschillig gebaar zijn

ocr page 138

knevel omhoog en hernam: »De Generaal Monteverdo zal u dit wel eens anders vertellen, mannetje. Doch hoe het zij, zoo raad ik n in alle oprechtheid, in uw eigen voordeel aan, u niet al te bout in zijn tegenwoordigheid te gedragen, want een aangeboren hekel als hij heeft aan alles wat naar pochhanzerij zweemt, zou hij u dit wel eens duur betaald kunnen zetten!quot;

Meteen wenkte bij zijn soldaten, die zich in een halven kring om hem been geschaard hadden. Bolivar als krijgs-eevansene naar het hoofdkwartier te brengen en hem als

D lt;gt; c-'

officier dubbel streng te bewaken.

De tijding van de inname van Sint-Felipe en Pnerto-Cabello. bracht onder de vrijheids-mannen zulk een pijnlijken schok teweeg, dat de laatst overgeblevenen de gelederen van het leger verlieten en uit vrees van met den kogel gestraft te worden, zich vrijwillig aan het Spaan-sche gezag onderwierpen.

Van allen verlaten en ontbloot van alle hulpbronnen nieuwe strijders voor de goede zaak te winnen, zoo zag Miranda zich ten laatste gedwongen, Graaf Vasconceles te verzoeken, hem bij zich te willen ontvangen, ter onderhandeling over een wapenstilstand.

De gehate landvoogd bepaalde dadelijk het uur hiertoe en ontving Miranda, die zich getooid had in de unilorm van Russisch kolonel, te midden zijner hofhouding. Nadat hij zijn tegenstander met een trotsch hoofdgebaar gegroet had, voegde hij hem smalende toe: »Nu ge eindelijk tot de slotsom zijt gekomen, dat er met de Indianen weinig of niets tegen de Spaansche regimenten aan te vangen valt, wilt gij u wel verwaardigen mij in overweging te geven de vijandelijkheden te staken. Dit zij u toegestaan, doch neem u in acht er de bevolking andermaal toe aan te zetten, rebellie

ocr page 139

l;5G

te maken of uw strut zul vreeselijk zijn en zonder lt;gt;'e-nacle.quot;

Miranda trok hij deze vernederende tuul de wenkbruuwen driftig te samen en antwoordde met klem: »Huddemoe-derlandsclie Regeering de Znid-Amerikaansche broeders eenigermate redelijker willen behandelen, nooit zou er iemand over gedacht hebben, de koloniën tot zelfstandige Staten te willen op heffen. Doch de knevelurijen en ver-drnlddugen van den meest onmenschelijken aard, hebbende bevolking tot het uiterste gebracht. Daarom, wat gij mij dus wilt beletten, zal ongetwijfeld door een ander geschieden. want geheel Spaunsch-Amerika heeft onherroepelijk besloten om den strijd tegen het Moederland te blijven volhouden, totdat het bereikt heeft, waar het sinds juren reeds naar snakt. Maar in alle oprechtheid gesproken. Excellentie. is het niet een hemeltergende onrechtvaardigheid uwerzijds, de miskende koloniën zoo diep om huur zucht tot vrijheid te veroordeelen, terwijl Spanje omtrent het Napoleontische gezag geheel en ul hetzelfde handelt?quot;

Graaf Vasconceles hief het hoofd driftig op en hernam op snijdenden toon: »Dat is geen vergelijk, heer Kolonel, want de Spanjaarden staan met de Franschen, wat ontwikkeling aangaat, volmaakt op een en dezelfde lijn. Maar wat zijn de Zuid-Amerikanen in vergelijk van de Moederlanders V Redeloos vee, dut als het muur even de teugel wordt losgelaten, de klauwen nuur zijn meesters uitslaat; alleen slechts als het de zweep voelt, stil en ingetogen zijn plicht verricht. Ik wil er u dan ook guurne op voorbereiden, dat ik in het vervolg nog veel strenger te werk zul gaan. dun zulks tot dusverre ooit het gevul is geweest en de muiters bij de minste poging, nieuwe straatkabalen in het leven te roepen, door de soldaten van den

ocr page 140

137

Generaal Monteverdo dermate laten bescliieten, dat er geen enkele hunner aan de Spaansche wraak ontsnapt. Doch thans genoeg over deze zaak. Hier is het door mij opgemaakte stuk. betreflende den door uw verlangden wapenstilstand. Onderteeken het en ga verder uws weegs. Alleen nog dit. Vergeet niet wat ik u gezegd heb, want zoo ik er ooit achter mocht komen, dat gij opnieuw aan het woelen zijt, en ik zal behoorlijk het oog op u laten houden, is uw vonnis onherroepelijk geveld.quot;

Meteen keerde hij Miranda den rug toe, die in de diepste neerslachtigheid het paleis verliet, wijl hij maar al te zeer bevroedde dat draaf Vasconceles. tijgerachtig-als hij van inborst was, zeker evenzoo lang naar een reden zou zoeken, hem in hechtenis te doen nemen, totdat hij er een gevonden had.

Toen Miranda vertrokken was, gaf de landvoogd aan den adjudant van dienst zijn verlangen te kennen ook Bolivar voor hem te laten verschijnen. Zijn rijzige gestalte. voorname houding, ernstige, zachtmoedige en toch zoo besliste gelaatstrekken, hoog, edel voorhoofd en open, verstandigen blik, deden Graaf Vasconceles den vier-en-twintigjarigen held, met zekere ingenomenheid begroeten.

»Het heeft ten hoogste mijn verbazing opgewekt,quot; sprak Zijn Excellentie, »hoe iemand van uw geestesgaven, vermogen en stand in de maatschappij er toe is kunnen komen, het zwaard tegen het Moederland te trekken, wat uw vader, als Spanjaard en als Kolonel in dienst van het koninklijke leger, toch zeker ook niet. naar den zin zou zijn geweest. Blijkbaar hebt gij u laten medeslepen door de snoevende, opgewonden redevoeringen van Senor Miranda, die het in zijn dwaze eerzucht er slechts om te doen is, zich een onsterflijken naam te bezorgen. Dat negers en

ocr page 141

138

Indianen, of zelfs lieden zonder naam of middelen zich dooi dei gelijke wartaal laten verlokken is mij begrijpelijk, maar dat iemand van uw ontwikkeling en rijkdommen daarnaar luistert, is mij een onoplosbaar raadsel. Doch hot het zij, van harte hoop ik. dat gij u in uw eigen belang, in het vervolg ingetogener zult weten te gedragen en er u mede tevreden stellen, als vreedzaam burger te genieten van de rijkdommen, die u tot een der rijkste lieden van geheel Venezuela maakt.quot;

» Er rusten hoogere plichten op mij.quot; antwoordde Bolivar bescheiden. »dan werkeloos door liet leven te treden. Vandaar dan ook. dat ik het mij onherroepelijk ten plicht heb gesteld, mij gansch en al aan de belangen van mijn dierbaar vaderland te wijden. Misschienquot;, voer hij met trillende stem voort, »zou ik niet met zulk een vuur voor deze taak bezield zijn, indienden zuidelijken broeders slechts van de zijde der Moederlanders een wat dragelijker lot had mogen bereid worden. De tranen springen mij in de oogen, wanneer ik naga met welke beulsche verdrukkingen de bevolking te worstelen heeft en roep ik vernietigd uit; »God zou er mij wis voor straffen, indien ik onder den smaad, de martelingen, den Venezuelanen dag aan dag aangedaan, onverschillig toeschouwer bleef. Tk bid u dus. Graaf, heb erbarming met de Indianen, over wie gij van hooger hand tot heerscher zijt aangesteld en de Hemel zal er u mildelijk voor beloonen.quot;

Teiwijl hij dit zeide, blikte hij den landvoogd met gevouwen handen, smeekende aan.

Ondanks het ijzeren hart. dat in Vasconceles, boezem schuilde, brachten de woorden van Bolivar en vooral de toon, waarop hij ze uitsprak, toch een zekeren indruk op hem teweeg.

ocr page 142

139

Te hoogmoedig lt;lit te laten bemerken, lifrniuu liii schijnbaar onverschillig: »Waart gij niet gehuwd met de dochter van den Markies Uztaritz, en is uwe echtgenoote niet gestorven juist op het oogenblik, dat gij door de geboorte van een zoon uw geluk ten toppunt meendet te zien ■

Bolivar boog treurig het hoofd en antwoordde met benevelde stem : »Beiden zag ik, helaas 1 naar het graf dragen. Ach ! hoe verlangde ik er toen naar mede te mogen sterven. Wellicht ware dit dan ook wel geschied, indien ik er minder sterk van doordrongen was geweest, het ten plicht te zijn. de liefde die ik eens voor vrouw en kind koesterde, op mijn dierbaar vaderland over te dragen en er goed en bloed voor veil te hebben, het te mogen verlossen van den druk. waaronder het reeds sedert drie eeuwen gebukt gaat.''

» Gedroegen de Indianen zich,quot; sprak Vasconceles streng, »zooals het lieden betaamt, die nog op de onderste sport der beschaving staan, de Spaansche Regeering zou er niet toe genoodzaakt wezen, haar toevlucht te nemen tot maatregelen, die haar zelve tegen de borst stuiten. Doch zoolang als de kolonisten zich tot muiterijen laten overhalen, zal dit met hand en tand tegengegaan worden, al moest ook tot de laatste Indiaan, het met het leven boeten. De grootste verantwoordelijkheid dezer gedwongen slachtingen komen echter geheel en al ter verantwoording van hen, die zich niet ontzien, de onnoozele Indianen tegen Spanje op te ruien en hen allerlei gouden droomen voor te spiegelen, die toch nooit verwezenlijkt kunnen worden. Onthoud dit wel. Handelde ik naar recht en billijkheid, ik zou u als cevaarlijk voor de algemeene rust in kluisters laten slaan en u dezen niet doen afnemen, dan voor en aleer de omstandigheden u er van zelf toe zouden verplichten, uw her-

ocr page 143

140

schensehimmen vaarwel te zeggen. Doch ik wil dit niet-gi] zijt dus vrij: ik geef u echter in overweging dat indien gi, uw vaderland werkelijk zoo liefhebt als gij voor-geeft. gij de bevolking tot onderwerping, niet tot rebellie moet trachten aan te sporen of het eene bloedbad zal noodzakelijk het andere volgen.quot;

Bolivar beet zich op de lippen doch zweeg, wijl de onheilspellende uitdrukking van Graaf Yasconceles' gelaat maar al te zeer bewees, dat hem het minste antwoord hoogst noodlottig had kunnen worden.

Inmiddels lt;gt;at de dienstdoende adjudant den jeugdigen held met een wenk te kennen, zich te mogen 'verwijderen. waarop twee heldebardiers bij den ingang der zaal op wacht gesteld, den in vrijheid gestelden Bolivar tot aan de poort van het paleis uitgeleide deden.

XXI.

Zoo spoedig als Bolivar er zich slechts eenigzins toe in de gelegenheid bevond, begaf hij zich bij het vallen van den avond naar Miranda, dien hij met de hand onder het hoofd in zeer gedrukte stemming aantrof.

gt;gt; Het zal,quot; dus sprak hij zijn jeugdigen vriend aan. hi] hem met zijn dapper gehouden gedrag op het fort San-Pelipe en zijn daarop zoo spoedig gevolgde vrijlating, geluk bad gewenscht. «vooreerst wel met den ver-lossmgs-oorlog gedaan zijn, want zooals gij misschien reeds weet, ben ik m de treurige noodzakelijkheid geweest braaf Vasconceles te verzoeken, de vijandelijkheden te staken, waardoor tot de laatste stad. waar de Venezuelaan-

ocr page 144

141

sclie vlag woei, weer onder den Moederlandschen scepter is geraakt. Bovendien behoort het patriottische leger zoo goed als geheel tot het verleden. Wij kunnen dus volop met Koning Frans I uitroepen : »Alles is verloren, behalve de eer.quot;

»Houd goeden moed,quot; antwoordde Bolivar vertroostend, »het spreekwoord indachtig, dat als de nood het hoogst gerezen is. de hulp nabij kan gerekend worden. Wel is waar, ziet de staatkundige hemel er bewolkt voor de patriotten uit, maar wie weet, hoe spoedig er weer een zonnestraal door de nevelen heendringt en versche krijgsbenden als het ware uit den grond zullen opdoemen om het verlossings-werk met verdubbelde kracht te hervatten, daar de bevolking, hoewel overwonnen, zich ver van ontmoedigd gevoelt. Al mag dus de republikeinsche partij in schijn niet meer bestaan, in de werkelijkheid is zij meer te vreezen dan ooit, daar zij in haar machtig streven onmogelijk aan een vernietiging gelooven kan. Geen twijfel dus, of steeds zullen er als om strijd nieuwe helden in haar midden opstaan om geheel de wereld te too-nen, wat een natie vermag, wanneer het haar slechts waarachtig ernst is, tot welken prijs dan ook. de vaan der onafhankelijkheid voor goed te mogen ontrollen.quot;

Miranda blikte hem met onverholen bewondering aan en fluisterde tot tranens toe bewogen: »W aarom, waarom mag ik slechts een Bolivar in mijn omgeving hebben ?quot; En daarop zijne hand vattende, voer hij smeekende voort : »Beloof mij dat, zoo ik ooit mocht sneven of door de trawanten van den verraderlijken Vasconceles, in hechtenis genomen, zoo niet door hen vermoord worden, de taak van mij te zullen overnemen, die mij zoo bitter weinig geluk mocht aanbrengen. Ik vraag u zulks om-

ocr page 145

142

dat ik er u alleen toe in staat acht, de grootsche roeping van bevrijder van Venezuela met goed gevolg te mogen volvoeren.quot;

»Indien gij u werkelijk, 't geen God verhoede,quot; antwoordde Bolivar zacht, doch beslist, »door de een of andere noodlottige gebeurtenis, verplicht mocht zien, uw betrekking van bevelhebber neer te leggen, zoo zal ik u daarin onverwijld trachten te vervangen : wij willen echter hopen, dat zulks nooit noodig zal wezen en de vele beproevingen, die tot dusverre uw deel waren, door een tal van de schoonste geluks-stralen mogen gevolgd worden.quot;

»Telde ik slechts honderd flinke krijgers om mij lieen.quot; sprak Miranda : »ik zou. onstuimig als mij het bloed in de aderen klopt, dadelijk nieuwe plannen beramen, onze verdrukkers behoorlijk de tanden te laten zien. Maar helaas ! waar zelfs slechts een vrijwilliger te vinden?quot;

»Al meldden er zich ook duizend bij ons aan,quot; hernam Bolivar. »zoo zou ik u toch in alle bescheidenheid raden, liever den strijd voor het oogenblik te laten rusten, want werd het ruchtbaar, dat wij op nieuw tegen de Regeering zamenspanden of zelfs slechts een onderhoud met elkaar gehad hadden, zoo zou ons dit beiden licht het leven kunnen kosten. Om deze reden dan ook zal ik. hoe gaarne ik ook nog eene wijle in uw bijzijn vertoefd had. afscheid van n nemen m de hoop, u weder spoediquot;* en onder gunstiger omstandigheden te mogen weerzien.quot;

Tegelijkertijd rees hij op, nam de hem toegestoken hand eerbiedig aan en sloop, na er zich behoorlijk van overtuigd te hebben, dat er geen spion in den omtrek verwijlde, met de meeste behoedzaamheid naar buiten.

Bolivar s vertrek bleef Miranda nog geruimen tijd in gedachten verzonken, somber voor zich uit staren. Hoe

ocr page 146

143

meer hij er zich in verdiepte, hoe zorgwekkender hem de toestand voorkwam, waarin Venezuela zich vrijwillig gewikkeld had. Vooral droeg ten zeerste hiertoe bij, dat zoo goed als men er in Spanje mede gereed gekomen scheen, de Pranschen naar eigen land terug te jagen, de Cortes besloten had binnen korte weken het beste gedeelte van het leger naar de Zuid-Amerikaansche koloniën te scheep te doen gaan, ten einde ook daar de zaken weer in evenwicht te mogen brengen.

Terwijl hij nog steeds hierover voortmijmerde, voelde hij een hand op zijn schouder rusten. Hij hief het hoofd verrast op en werd Sucre gewaar, die hem minzaam aanblikte.

»Duid het mij niet euvel Kolonel,quot; sprak hij hartelijk. »dat ik u op zulk een ongewoon uur kom storen, maar omringd als bij dag uw woning is, door allerlei men-schen van verdacht slag, durfde ik u niet anders naderen dan bij nacht. Op handen en voeten kroop ik hier naar toe. om u een verzoek te doen, dat ik innig hoop door u in gunstige overweging zal genomen worden.quot;

»En welk is ditVquot; vroeg Miranda tamelijk onverschillig.

»Om naar Nieuw-Greuada te vertrekken, Kolonel, en er mij te scharen onder de vanen van den (leneraal Narino, die naar ik verneem, nog steeds en met gevolg den strijd tegen onze verdrukkers volhoudt.quot;

»Ga gerust, mijn jongen!quot; klonk het van Miranda's lippen, »daar het dwaasheid zou zijn. hier werkeloos te blijven. «Misschien,quot; voer hij langzaam voort, »dat ik uw voorbeeld wel volg, want meer dan ooit voel ik er behoefte aan, tegen onze beulen den degen te trekken, waartoe in dezen Staat, in de eerste maanden althans, moeielijk eenige kans zal bestaan.quot;

ocr page 147

144

»Zou hrneder Bolivar,quot; vroeg Sucre, »ook geen roeping gevoelen zich, voor tijd en wijle bij liet (irenadusclie leger aan te sluiten om wellicht, wanneer bij onze naburen de zege bevochten zal wezen, met de noodige hulptroepen naar hier terug te niarsclieeren Vquot;

»Onderhoud u met hem hierover,quot; antwoordde Miranda. »en meld hem uit mijn naam, dat ik er zeer mede ingenomen zou zijn, indien hij er toe besluiten kon, om aan gene zijde der Andes, zijn heldenfeiten te hervatten. Maar weest voorzichtig, dat de spionnen van Venezuela u en viiend Bolivar niet te pakken krijgen: vermomt u desnoods ais veehoeders, en aanvaardt ieder afzonderlijk de reis. om des te gemakkelijker de grenzen over te komen. Door list alleen zal het u. maar vooral mij. mogen gelukken het hoofdkwartier van den Generaal Narino te genaken, want zooals gij er zelf' de ondervinding van hebt. word ik dag en nacht bespied, om bij de minste aanleiding, hoe onschuldig misschien ook, voor altijd door den onverlaat Vasconceles uit uw midden weggerukt te worden.quot;

A ermoeid als Miranda er uitzag, bleef Sucre slechts eene korte wijle bij zijn ouden vriend, die er maar half over op zijn gemak scheen of de spionnen van den landvoogd niet den veel belovenden jongeling verraderlijk-zouden vastgrijpen, om hem in tegenwoordigheid van hun meester ter verantwoording te roepen, wat hij in dit nachtelijk uur. bij den vroegeren bevelhebber van het patriottische leger had uitgevoerd.

Eerst toen hij er zich ten volle van overtuigd mocht hebben, dat Sucre zich minstens een paar honderd schreden verwijderd had, zonder dat hem iets verontrustends bejegend was, ademde hij, met een »Goddankquot; op de lippen, weer eenigszins ruimer op.

ocr page 148

145

In weerwil Ja hij zich ten doode toe afgemat gevoelde, zoo was liet hem nochtans onmogelijk den slaap te vatten. lelkens woelde het hem door liet brein, op welke wijze hij zich het hest onherkenbaar zou kunnen maken, om Venezuela te kunnen verlaten of bekroop hem de angst dat zijn bezoekers soms op weg naar hun woning opgelicht en naar de gevangenis gebracht waren.

In nog bewogener gemoedstoestand dan hij zich neergelegd had, rees hij op. toen hij ternauwernood zijn slaapkamer uitgetreden, om in de voorgalerij liet ontbijt te nuttigen, een rijtuig hoorde stilhouden.

Hij blikte naar buiten en werd een staatsie-karos gewaar, met de wapens van Graaf Vasconceles, waaruit een officier der lijfwacht stapte.

Bijna tegelijkertijd stond deze voor zijne blikken en zeide, terwijl hij hem, met overdreven beleefdheid groette: »Kolonel, de landvoogd laat u vriendelijk verzoeken, om indien het u ten minste gelegen komt, u even bij Zijn Excellentie te willen vervoegen ter bespreking van eenige nadere besluiten, aangaande den reeds gesloten wapenstilstand, die ongetwijfeld de geheele Venezuelaansche bevolking met de grootste vreugde vervullen zullen!quot;

De toon waarop de officier zulks zeide. was zoo vriendelijk, zoo ongekunsteld, maar vooral zoo geruststellend, dat Miranda dadelijk alle vrees liet varen, of bedoelde audientie ook soms tot lokaas moest dienen, hem in een hinderlaag te lokken, die hem levenslang heugen zou.

Miranda boog toestemmend en sprak: »Zeer wel kapitein ; alleen zal ik u verzoeken eenige oogenblikken geduld te willen hebben om mij in mijn Russische uniform te kunnen kleeden, daar die van het patriottische leger den landvoogd misschien minder aangenaam zou aandoen.quot;'

II. van Luo. Een edel drienianschap. |Q

ocr page 149

14(3

»Zooals ii verkiest, was liet antwoord; »wij kunnen dan samen met uw goedvinden in de koets van den landvoogd naar het paleis begeven.quot;

»Als men maar niet denkt.quot; hernam Miranda met een lichte beving in de stem, »dat gij mij als uw gevangene medevoert, want alsdan zou de bevolking mij zeker met geweld zoeken te verlossen.quot;

»Mij dunkt,quot; sprak de officier schouderophalend, »dat een arrestatie op andere wijze geschiedt, dan in een gala-rijtuig van den Onder-Koning. Maar geeft u er soms de voorkeur aan. eerst later op den dag bij Zijn Excellentie te verschijnen, zoo staat u dit natuurlijk volkomen vrij.quot;

»Neen, neen; ik ga met n mede, want ik stel er veel te veel belang in, zoo spoedig mogelijk te weten te mogen komen, wat de Graaf mij voor goede tijdingen aangaande mijn vaderland mede te deelen heeft. Zet u dus neer als ge wilt. In vijf minuten ben ik weer hier.quot;

De officier boog en oogde Miranda spottend na. »Wist hij wat hem wachtte,quot; prevelde hij, »hij zou in plaats van zich te tooien met het pakje hem door wijlen de Ozarin ten geschenke gegeven, het eerste raam het beste uitspringen en zich uit de voeten maken. Welk een zelfverblinding, het voor ware munt te kunnen aannemen, dat het den Graaf werkelijk ernst zoix wezen er zich toe te verwaardigen, nog in verdere beschouwingen te treden over een lang afgedane zaak of het zwarte vee met de honing-kwast om den bek te strijken.quot;

Het geluid van naderende voetstappen deed hem zijn bespiegelingen staken en zijn shako ter hand nemen om Miranda, die zich weldra op den drempel vertoonde, rechtstreeks in den val te leiden.

Bij hun aankomst op het paleis, bracht de officier hem met

ocr page 150

147

1 no o di g ( ceremoniën naar de audiëntiezaal en liet Graaf Vasconceles aanzeggen dat het hoofd der republikeinsche partij zich alreê l)innen de vier muren zijner woning bevond.

Nadat de landvoogd een kwartiertje op zich liad laten wachten, trad hij omringd van zijn lijfwacht in trotsche houding binnen. Zonder Miranda met een groet of zelfs ook maar met een blik te verwaardigen, grauwde hij hem toe: »Na uw verzoek om van weerszijden de wapens neer te leggen, had ik stellig vermeend, dat gij eerlijk crenoeg geweest zoudt zijn u aan geen nieuwe verraderlijke handelingen jegens het bestuur schuldig te maken. Maar naar mij van verschillende kanten bericht is geworden, houdt gij met uw handlangers de eene samenspraak na de andere, om den pas gedempten opstand opnieuw aan te wakkeren. Ik kan dit onmogelijk door de vingers zien. Beschouw u dus van stonde af aan als mijn gevangene en houd u er op voorbereid eerstdaags naar Spanje te worden gezonden om voor een militaire rechtbank uw verder vonnis af te wachten. Bolivar en Sucre hadden volop hetzelfde verdiend, maar voor het oogenblik zal ik ze nog niet laten arresteeren, om geen al te groote opschudding in de stad te weeg te brengen. Het staat echter bij mij vast, dat zoo zij zich op nieuw durven roereu. al is het dan ook maar met een enkel woord, hun vrijheid nog slechts bij uren «■e-teld kan worden. Het minste dus nog en zij vlieden in de kaars, zoo goed als gij.quot;

Voordat Miranda van zijn ontzetting bekomen kon of een woord ter zijner verdediging uitbrengen, hadden de soldaten der lijfwacht hem reeds tusschen zich ingenomen en buiten de zaal gebracht.

10*

ocr page 151

148

XXII.

De tijding van Miranda's arrestatie die reeds binnen het uur in geheel Caracas bekend was. stemde de bevolking zoo mogelijk nog neerslachtiger dan zij reeds was. Toen Bolivar van een zijner bedienden hoorde wat er geschied was, schudde hij ongeloovig het hoofd en zeide: »Erzal wel eenige overdrijving onder dit gerucht schuilen, want Graaf Vasconceles, hoe wreed en gewetenloos ook, is er toch dunkt me. ver boven verheven, zich aan zulk een laaghartig verraad schuldig te kunnen maken.quot;

Doch toen het gerucht hoe langer hoe meer zekerheid verkreeg, besloot Bolivar eindelijk zelfs eens naar Miranda's woning toe te gaan. om van de bedienden te vernemen wat er eigenlijk van deze zaak te gelooven viel.

De uitdrukking hunner gelaatstrekken zeide hem echter genoeg hiervan, zonder dat hij zich de moeite behoefde te o-even met hen over dit onderwerp in gesprek te treden.

Met neergebogen hoofd nam hij den terugtocht naar huis aan, toen een hem geheel onbekend jongmensch, als planter gekleed, ongemerkt ter zijde trad en op duisterenden toon sprak: »Indien uw vrijheid u lief is, senor, zoo stel het dan geen minuut langer uit, Caracas zoover mogelijk te ontvlieden. Graaf Vasconceles is er achter gekomen, dat gij met den Kolonel Miranda hebt samenge-heuld om Venezuela andermaal tot oproer aan te zetter.. Zooals gij zeker al vernomen hebt, zit de Kolonel Miranda reeds achter slot, om morgen naar Spanje te worden gezonden. Op u heeft de landvoogd ook het oog, dus nog eens, wees op uwe hoede en vlucht... of het is te laat.quot;

Bolivar zag den planter verrast aan en zeide: »Wie zijt gij, dat gij zulk een belang in mij stelt ?quot;

ocr page 152

149

»Een der bedienden van den landvoogd, waaraan het dan ook te danken valt, dat ik mij in de zaal bevond, tijdens liet oogenblik dat Zijn Excellentie er van verwittigd werd, dat Kolonel Miranda met n een geheim onderhoud had gehad, hetgeen den Graaf in zulk een toorn deed onsteken, dat hij onmiddellijk aan een der ofticie-ren der lijfwacht last gaf, senor Miranda naar het paleis te lokken, om hem als een boef van de ergste soort, krom in de boeien te sluiten en naar Cadix te zenden. De officier, wiens verontwaardiging nog grooter scheen dan van den Graaf, wilde 11 volstrekt tegelijkertijd doen arresteeren, maar daar Zijn Excellentie vermeende dat twee inhechtenisnemingen op een dag, licht een oploop zouden veroorzaken, zoo werd er na rijp beraad besloten, u nog een korte wijle in vrijheid te laten.quot;

Bolivar blikte hem achterdochtig aan en antwoordde : »Zoo ge werkelijk in dienst van den Graaf zijt, hoe komt gij er dan toe, zijn vijanden te waarschuwen voor hen op hun hoede te wezen Vquot;

»Wijl ik even als u een Venezuelaan ben. Wel is waar waren mijne ouders beide Spanjaarden, maar door mijn geboorte in deze stad, reken ik mij toch geheel en al een zoon van Zuid-Amerika. Dit is dan ook de reden dat ik er mij toe verplicht achtte om, in weerwil dat ik het hoogste vertrouwen van den landvoogd geniet en als diens eersten kamerdienaar zijner geheimste gesprekken getuige ben, er n als een der vrijheids-helden van dezen Staat, met gevaar van eigen leven van op de hoogte te stellen, wat u boven het hoofd hangt.quot;

Nog scheen Bolivar lang niet overtuigd van de goede trouw dezer betuigingen en hernam, terwijl hij den zoogenaamden kamerdienaar schei-]) in het gelaat blikte :

ocr page 153

150

»Indien gij inderd.iad in zulk een hoog aanzien bij Graaf V asconceles staat, hoe durft gij het dan te wagen met een zijner felste tegenstanders ten aanzien van iedereen, midden op den dag, op de openbare straat een gesprek aan te knoopen. Mij dunkt, het eene weerspreekt sterk het andere.quot;

»Slechts in schijn, senor Bolivar, want als ge 't dan volstrekt alles weten wilt, zoo zal ik het u niet langer verzwijgen dat ik behalve de dienst van kamerdienaar, ook dikwijls die van spion vervul. De landvoogd koos mij hiertoe uit, wijl Zijn Excellentie vermeende, dat ik als geboren Venezuelaan meer handigheid bezat dan eenig ander zijner spionnen, om uit te vorschen wat er in de stad gebrouwen wordt. Al liep ik dus ook nog zoo lang met u mede of al vergezelde ik u ook zelfs tot in uw huis, zoo zou dit ver van mij bij den landvoogd in verdenking te brengen, bij Zijn Excellentie slechts als een staaltje van mijn ijver gelden. Geloot mij : Pedro, al heet hij dan ook een spion van de Moederlanders te wezen, draagt het hart op de rechte plaats.quot;

Thans zag Bolivar hem niet geheel andere oogen aan. »lk dank u,quot; fluisterde hij vriendelijk, »voor uwe zoo belangrijke mededeelingen, zonder welke ik zeker op de meest ellendige wijze aan mijn einde gekomen zou zijn. Doch veroorloof mij nog eene vraag, indien gij inderdaad met zulk een liefde voor het vaderland bezield zijt. waarom sloot gij u dan niet bij de patriotten aan Vquot;

»Omdat Pedro een blinde moeder heeft, senor. Wie zou voor haar zorgen, haar kleeden en voeden als ik haar verliet. Daarbij ware- het best mogelijk, dat de landvoogd dubbel aan de arme vrouw zou wreken, wat haar zoon in zijn oog misdeed. Daarom, hoezeer mijn hart er ook

ocr page 154

toe gezind is, de republikeinsche partij openlijk van dienst te wezen, zoo rusten er plichten op mij, die mij dit onmogelijk maken.quot;

Bolivar klopte liem op den schouder, en zeide terwijl hij een welgevulde geldbeurs in zijn hand liet glijden : »En luitenant Sucre; loopt hij ook eenig gevaar van gevangen genomen te worden?quot;

»Hij bevindt zich reeds ginds gisteren over de grenzen, om zich bij liet Nieuw-Grenadasche leger te doen inlijven. Even als u waarschuwde ik hem ernstig Caracas te verlaten, daar de landvoogd zeer wel wist, dat ook hij een nachtelijk bezoek had afgelegd bij den Kolonel. En nu vaarwel senor; en vriendelijk bedankt voor uw gift, die naar ik hoop honderdvoudig aan u gezegend mag worden.quot;

Tegelijkertijd dwaalde hij een zijstraat in en blikte Bolivar, die met rassche schreden het plein San-Pablo over stak, als den weg die rechtstreeks naar zijne woning leidde, niet een bezorgd oog na.

Nog voordat de zon aan de kim weggezonken was, liet Bolivar liet vlugste paard van zijn stal zadelen en reed onder voorwendsel zich naar een zijner bezittingen te begeven, in gestrekten draf het gebergte in.

Eerst toen hij er volkomen zeker van was dat er zich geen enkele speurhond van den O raaf in de nabijheid bevond, zette hij zijn ros in stap en vervolgde hij met eenig zins kalmer gelaat zijn weg, om verder in het holle van den nacht, voor een hem bekende posada of herberg halt te houden.

Na slechts een paar uren van rust, zette hij zich op nieuw in den zadel en kwam na een tocht van eenige dagen. behouden op het grondgebied van Nieuw-Urenada aan.

ocr page 155

152

Zoodra als Bolivar slechts kon, vervoegde hij zich bij den Generaal Narino, die veel goeds als hij van den wakkeren Venezuelaanschen patriot had mogen vernemen, hem dadelijk het kommando over een afdeeling grenadiers te paard toevertrouwde.

Toen Bolivar den Generaal liet een en ander nopens de laatste gebeurtenissen in zijn vaderland medegedeeld had, zeide deze: »Ik koester zulk een diep medelijden met dezen Staat dat ik, zoo ik maar even de handen vrij had, mijn leger dadelijk zou bevelen er heen te trekken om het uit den druk te helpen verlossen.quot;

» Dat zou al te veel van uw edelmoedigheid gevorderd zijn,' hernam Bolivar. »l)aaibij zouden, als u ze mij kon afstaan, reeds een driehonderd tal goed geoefende manschappen voldoende wezen om als kern tot een nieuw leger, ontelbare Venezuelanen om mij heen te doen scharen.quot;

»Ziehier mijne hand er op,quot; antwoordde de Generaal met nadruk, »dat zoodra :ils de omstandigheden het zullen gedoogen, ik mij nader hierover verklaren en u met bewijzen staven zal. hoeveel er maar aan gelegen is om het land, dat ondanks de herhaalde beproevingen die het trof. toch weer telkens het hoofd tegen den Spanjaard poogt op te steken, ter hulp te mogen snellen.quot;

Bolivar voelde zich hoogst erkentelijk over deze toezegging, daar hij wist dat de Generaal Narino een man van zijn woord was. Hij zou zich dan ook volkomen kalm gevoeld hebben, indien hij slechts had mogen weten of zijn vriend Sucre, eveneens in behouden haven was mogen aanlanden.

1 oeu hij eindelijk, bezwaard als In] zich hierover gevoelde. zipi toevlucht tot den Generaal Navaro nam, zeide

ocr page 156

(leze: »Het Grenadasche leger is zóo uitgebreid en ligt zoo wijd uiteen, dat het best mogelijk is, dat Sucre sinds weken reeds onder zijn vanen strijdt, zonder dat ik nog in langen tijd iets hierover ervaren zal. Ook kan het wezen, dat hij door de omstandigheden gedwongen is geworden, in plaats van naar hier, naar een geheel anderen Staat te trekken, want zooals u zeker bekend is, verkeert op het oogenblik geheel Spaansch-Anierika in vollen opstand. Chili is reeds zoo goed als vrij en Peru kan zich hiertoe ook op weg rekenen. Evenzoo staan Mexico, (luatemala en Urugary met de wapens in de hand en vechten er op los dat het een aard heeft, zoodat de Moederlanders het overal even hard te verantwoorden hebben. Alleen in Venezuela hebben de patriotten voor 's hands den strijd opgegeven, en verdragen met de meeste onderwerping, hetgeen de schelm Vasconceles hun, wreedaardig als hij is, poogt aan te doen. Maar wee, driedubbel wee ! als er de deksel van de ketel springt ; alsdan zal de verbittering der bevolking geene grenzen kennen.quot;

»Dit denk ik ook.quot; antwoordde Bolivar, »want 'tis al te onmenschelijk, zooals de landvoogd te werk gaat; behalve dat hij zijn onderdanen zoekt te tergen tot op het bloed toe, zoo zou de gevangenneming van den Kolonel Miranda reeds voldoende wezen, het geheele land met de diepste wraak voor hem te vervullen. Komt het er dan ook ooit toe, dat de Venezuelanen Graaf Vasconceles in handen mochten krijgen, zoo is het best mogelijk dat zij hem in razernij de ingewanden uit het lichaam trekken.quot;

»Welke straf hem ook bereid moge wezen,' hernam tie (feneraal, gt;, zoo is deze toch nog altijd te zacht, voor hetgeen hij aan het geheele volk misdreven heeft.quot;

ocr page 157

154

Omstreeks een week na dit gesprek, riep de Generaal Narino, Bolivar vroeg in den morgen bij zich en zeide: »Het Spaansche leger heeft zich, naar ik verneem, in de vlakte bijeengetrokken, om een gevecht met ons uit te lokken. Houd u dus gereed er met uw grenadiers heen te maischeeren; doch zie vooral eerst goed htm vuurwapens na.quot;

Bolivar boog en verwijderde zich.

Reeds twee uren later stonden de patriotten tegenover den vijand, die het gevecht opende met een vliegend kar-tets-vuur.

De Grenadasche artillerie brandde eveneens haar kanonnen af, die zoo goed gericht waren, dat bijna geen enkel schot zijn doel miste; de Spanjaarden lieten zk-li echter niet afschrikken en zonden de vrijheidsmannen zulk een salvo van kogels en schroot tegemoet, dat honderden hunner dood ter aarde stortten.

De Moederlanders riepen reeds »viktoriequot;, toen eenige patriottische batterijen die op een rotshoogte hadden plaats genomen, hen eensklaps m den rug zoo tel begonnen te bestoken, dat zij genoodzaakt waren een andere stelling te zoeken, om niet totaal door de Zuid-Amerikaansche kogels vernietigd te worden.

Doch vóórdat zij zich hiertoe in de gelegenheid waren, versperde Bolivar hen niet zijn grenadiers den weg. De Spanjaarden tot vertwijfeling gebracht, vochten als wan-hopenden, doch Bolivar spotte wat hiermede en moedigde zijn wakkere krijgers aan niet te rusten, dan voordat de ellendelingen uil én onder den voet zouden «quot;e-

O

treden zijn.

Met de uitgetrokken sabel m de eene, en een pistool m de andere hand. kommandeerde hij : »Voonvaarts, man-

ocr page 158

nen ; houdt slechts het oog op mij gericht en den zegen is ons. Leve Nieuw-Grenada ; leve zijn vrijheid !quot;

Deze woorden wekten zulk een geestdrift op, dat de grenadiers met verdubbelden moed op de Spanjaarden losstormden. Daar zij echter onmogelijk bij machte waren het vijandelijke leger langer alleen tegen te houden, zoo snelde de geheele patriottische kavallerie met (! en er aal Narino voorop, toe om Bolivar in zijn pogingen te steunen.

Het Spaansche leger begon te wijken ; Bolivar drong hierop voort tot in het centrum, verbrak met zijn grenadiers de linie, rukte een Spaansch officier het regiments-vaandel uit de hand en hief dit met een : «Hulde aan mijn heldhaftige grenadiersquot; zegevierend omhoog.

in de meeste verwarring stoven de Spanjaarden de richting van huu kamp uit. Doch zij werden spoedig achterhaald en krijgsgevangen gemaakt, waaronder ook de bevelvoerende Generaal. Bovendien vielen de patriotten vijftig kanonnen, acht-honderd geweeren, benevens duizende piasters aan geldswaarde ten buit. die de Generaal Narino dadelijk onder zijn soldaten verdeelen liet.

Na afloop van het gevecht dankte hij het leger voor zijn betoonden dapperheid en sprak tot Bolivar, die hij voor het front der troepen aan het hart sloot; »W aart gij in dienst van Napoleon, hij zou u onverwijld tot Maarschalk van Frankrijk verheven hebben.quot;

XX1I1.

Heeds weinige dagen na de geleden nederlaag, trachtten de Spanjaarden zich hiervoor schadeloos te stellen met de patriotten in hun kamp bij nacht te willen overrom-pelen. Maar onderricht als dezen van dit plan waren ge-

ocr page 159

156

worden door eenilt;re Indiaansche soldaten, die van het vijandelijke leger waren overgeioopen, nam Generaal Narino onverwijld de noodige niaa,tregelen, om op elke gebeurtenis voorbereid te zijn. Ten eerste gaf hij hiertoe aan Bolivar last, zich met zijn grenadiers achter een rotswand te verschuilen en liet vervolgens verscheiden batterijen veld-houwitsers plaats nemen op de heuvelen, die zich op eemgen afstand aan weerszijden van het kamp bevonden, met bevel aan den batterij's-kommandant er zich naar te legelen. om op een gegeven teeken alle vuurmonden tegelijk op den vijand te kunnen losbranden. Een paar etmalen gingen er voorbij, zonder dat de Spanjaarden iets van zich bemerken lieten, toen Bolivar den derden nacht, tegen het tweede uur van den morgenstond, een zeer verwijderd hoefgetrappel en wapengedruisch meende te hooren. Oogenblikkelijk gaf hij hiervan kennis aan den Generaal Narino. die bij dit bericht zijn laatste orders uitdeelde en met Bolivar aan zijn zijde, de verschillende gelederen langs reed, ot iedereen zich wel op zijn post bevond.

inmiddels toog de vijand, in de stellige meening dat de patriotten in een diepen slaap gedompeld waren, met versnelden pas naderbij. De Grenadasche manschappen die zich zoo stil mogelijk hielden, om geen argwaan te wekken, luisterden met ingehouden adem naar het gekraak der voetstappen over het verdorde gras en verbeidden met het grootste ongeduld het «ogenblik dat het hun vergund zou wezen, den vijand op het lijf te vallen.

Reeds bevond de voorhoede van het Spaansche leger zich op nog slechts enkele voetstappen verwijderd van de heuvelen, waarop de patriottische artilleristen hun kanonnen in batterij gebraht hadden, toen dezen op een kort.

ocr page 160

157

doch krachtig trompetgeschal, zulk een moorddadig vuur openden, dat ontelbare Spanjaarden onder den kreet van »verraad, Terraadquot; nederzegen.

Bijna tegelijkertijd volgde er een tweede en een derde salvo. Geen kans ziende tot het kamp door te dringen, haastte de vijand rechts-om-keer te maken vóór en aleer de artillerie in de gelegenheid was, nogmaals op hen te vuren. In hun verwarring stuitten de vluchtende manschappen op de achterhoede van het leger, die hen voor lafaards uitschold en dwingen wilde opnieuw een aanval te wagen. Daar zij zulks volstandig weigerden, zoo gelastte de Generaal aan y.ijn soldaten, hen met de bajonet vooruit te drijven, waardoor tusschen de voor- en achterhoede zulk een bloedige botsing ontstond dat weldra de grond bezaaid lag met lijken.

Nadat Bolivar dit schouwspel eenigen tijd door zijn nachtkijker had aangezien, sloop hij met zijn grenadiers benevens eenige bataljons infanterie door het hooge struikgewas, voorwaarts, stormde eensklaps met geveld geweer op de nog steeds onder elkaar vechtende Spanjaarden los, en wist hen door een behendige beweging de richting van een afgrond uit te jagen. Ziende dat hem niets anders overbleef dan of te sneven öf tusschen de rotsen verpletterd te worden, wier]) de vijand zich op de knieën en smeekte om genade.

Bolivar gebood de Moederlanders op te staan en hun wapens over te geven, waarop hij hen als zijn krijgsgevangenen den weg naar het kamp liet inslaan.

De Generaal Narino was zoo opgetogen over het beleid, waarmede Bolivar de geheele zaak teneinde gebracht had. dat hij hem wederom voor het front van liet leger in de

ocr page 161

158

armen drukte en hem met luider stemme toevoegde: »Als blijk mijner erkentelijkheid voor hetgeen gij weder ter vernietiging onzer verdrukkers bewerken mocht, geef ik u bij deze vergunning, op het Grenada'sche grondgebied duizend vrijwilligers te werven om er ter verlossing van uw aangebeden vaderland, de Andes mee over te trekken. »Naar alle waarschijnlijkheid,quot; voer hij zachter voort. »zal het krijgsgeluk n thans gunstiger wezen, dan toen gij voor de eerste maal ter redding van Venezuela het zwaard aangorddet, daar bijna alle Spaansche troepen die er verblijf hielden, naar Peru vertrokken zijn. om dezen Staat, als t ware niet soldaten te overstroomen. Maar naar het zich liet aanzien, zal dit de Moederlandsche Regeering bitter weinig helpen, wijl Lord Cochbrane, een bekwaam Engelsch admiraal, aan wien volkomen de eer toekomt. Chili aan de macht der Spanjaarden ontrukt te hebben, voor korte weken met zijn vloot naar Peru gestevend is. om ook de Peru vinnen in hun worsteling tegen de Moe-derlanders bij te staan. I it deze omstandigheid valt het licht op te maken, dat de Spanjaarden, al stond dan ook geheel Venezuela in vuur en vlam. nooit Peru zouden verlaten, dan vóór en aleer zij zich in elk opzicht tegenover de Cortes konden verantwoorden, niets onbeproefd te hebben gelaten, deze kolonie althans voor het Moederland te mogen behouden. Zoo ooit dus, is thans meer dan ooit liet oogenblik aangebroken, werkelijk de redder uws vaderlands te mogen worden.quot;

Bolivar, wiens oogen van blijde aandoening vochtig werden, vatte de hand des Generaals en sprak door zijn tranen heen : »(iod schenke u de heerlijkste zegeninlt;Tii, vooi de hulp die gij aan Venezuela verleenen wilt.quot;

Algemeen als Bolivar zich in de korte maanden, dat

ocr page 162

159

hij zich bij het Grrenadasche leger bevond, bij elkeen geacht en bemind had weten te maken en groot als het zedelijke overwicht was, dat hij, dank zij zijn zachtaardig, vastberaden, maar bovenal rechtvaardig karakter, zoowel op zijn minderen als op zijn meerderen mocht uitoefenen, zoo waren er slechts luttele dagen toe noodig om ruim duizend wakkere, in den oorlog geharde en aan strenge krijgstucht gewende jonge mannen, waaronder vele officieren, om zich heen te verzamelen.

Zonder uitstel marcheerde hij met zijn strijders het gebergte over en begaf zich rechtstreeks naar Merida, dat hij bij verrassing, in triomf binnentoog.

Het Spaansche garnizoen, dat zich niet in het minst op een aanval voorbereid had, werd zonder eenig bloedvergieten krijgsgevangen gemaakt en alle voorraads-maga-zijnen, opgevuld met geweeren, pistolen, sabels en dolken, in beslag genomen.

Deze overwinning bracht zulk een ongekende geestdrift op de Meridianen teweeg, dat honderden hunner zich onverwijld bij Bolivar aanmeldden, om hem te verzoeken zich mede onder zijn vanen te mogen scharen, ten einde er het hunne toe bij te brengen, ook de overige provincies ter vrijheid te helpen voeren.

Bolivar nam hun bede met dankbaarheid aan en vestigde op algemeen verlangen zijn hoofdkwartier in de veroverde stad om van daar uit zijn krijgsbedrijven voort te zetten.

Vóór en aleer hij echter hiertoe nieuwe plannen maakte, riep hij al zijn manschappen bijeen en zeide: »Belooft mij, uwe overwinningen nooit te zullen schandvlekken met bloeddorstige wraaknemingen als uwer geheel onwaardig. Laat dit over aan de Spanjaarden, als aan

ocr page 163

KiO

wezens wier hoogste genot liet schijnt te wezen, de eene wreedheid op de andere te stapelen. Bovendien moogt ge quot;t onder geen voorwaarde uit het oog verliezen dat de Spaansche soldaten slechts het bloote werktuig der Moe-derhmdsche Regeering zijn, dus gedwongen naar de bevelen hunner chefs te luisteren of gevaar te loopen door dezen staandevoets tot de straf veroordeeld te worden, die zij den Indianen zochten te besparen. Daarom nog eens vrienden, bij alles wat u lief is, vergiet geen on-noodig bloed, handelt menschelijk met de overwonnenen, wier hart er misschien vreemd aan bleef wat hunne handen misdreven. Daarbij staat het te voorzien, dat elke wreedheid uwerzijds, door nog veel grooter wreedheden hunnerzijds zullen gevolgd worden. Bedenkt dit wel en maant er elkander toe aan. de uw gegeven wenken trouw in het oog te bonden.quot;

Niettegenstaande deze bede, die iedereen even heilig had behooren te wezen, ontzag een jong Venezuelaansch majoor met name Bricenio zich niet. toen hij dienzelfden dag met eenige zijner kameraden in een posada den avond sleet, openlijk met Bolivar's menschlievende gevoelens, den spot te drijven.

»Als wij ons moeten gedragen,quot; riep hij lachend uit, »als sentimenteele senorita's, die om een spehleprik flauw vallen, zal er vrees ik, niet veel van de verlossing van \ enezuela terecht komen. Maar misschien heeft Kolonel Bolivar wel het onmogelijke gevraagd, om het mogelijke van ons gedaan te krijgen, want het kan hem bijna geen ernst wezen van ons te willen eischen, door ons gevangen genomen blanke beulen in het leven te laten. Ik ten minste kom er openlijk voor uit. eiken Spanjaard, die ik te pakken kan krijgen, als een schadelijk insect te

ocr page 164

1(31

vernietigen. Carambaquot; ^), voer hij met een groote verheffing van stem voort, »hoe zou ik uit gansch mijn ziel juichen, als ik mijn handen eens flink rood kon wasschen in het Moed der Spaansche vervloekelingen, van wier duivelsch verraad Generaal Miranda zoo treurig het slachtoffer werd ; hem die ik vereerde als een halfgod, wijl hij slechts leefde voor de verlossing der verdrukte broeders, er zijn ge-lieele bestaan aan toegewijd had, het Spaansche rot tot op het uiterste te bestrijden. Geen grooter geluk zou mij dan ook ooit te beurt kunnen vallen, dan dat geen enkele Spaansche hond gespaard bleef.quot;

En daarop nog luider schreeuwende, riep hij zijn kamaraden toe, die zich den tijd kortten met dobbelen en kaartspelen: »Morgen zal ik aan de soldaten mijner onderhebbende kompagniën per dagorder laten afkondigen, dat wie hunner vijf-en-twintig koppen van Spanjaarden weet te snellen, behalve een rangsverhooging, zestig piasters in baar geld ontvangt. Wij zullen eens zien wie verder met zijn beginsels zal komen, de Kolonel Bolivar of ik. Tsa, mijn hart springt reeds op van vreugde bij de gedachte, de verschillende doodskoppen-trofeeën te bezichtigen, die ik mij op deze wijze verzamelen zal. Welk een voldoening, als bij elk gevecht alle Spaansche honden er het leven bij lieten ! Komt vrienden, laten wij de glazen nog maar eens vullen, om op de verdelging dier helsche monsters een teug te leegen.quot;

Door den drank verhit stootte men hierop herhaaldelijk met elkander aan, met de verzekering op de lippen, dat welke straffen hun dan ook wachten mochten, zooveel Spanjaarden als maar mogelijk was, onmid-

*) Venezuelaansch stopwoord.

li. van Loo. Een edel driemanschap.

11

ocr page 165

1amp;2

dellijk naar de andere wereld te doen verhuizen.

Den anderen morgen liet kapitein Bricenio alle mannen van zijn onderhebbend kommando op het appèl versehii-nen, om in hun tegenwoordigheid te herhalen, wat hij den vorigen avond onder het nuttigen der noodige «dazen aguardiento of inlandsche brandewijn, in benevelden toestand verkondigd had. »Hoe meer koppen,quot; dus luidde het einde van zijn toespraak, shoe meer geld en hoe grooter rangs-verhooging.quot;

Een onstuimig hoerah! vermengd met de kreten van »Viva onze majoor,quot; was liet antwoord op deze belofte, die er elkeen nog maar meer naar deed verlangen, met den vijand handgemeen te mogen worden.

De wensch van Bricenio's soldaten zou in deze spoedig vervuld worden, want reeds een uur of wat later kwam een verspieder berichten, dat een afdeeling Öpaansche ka-vallerie zich in een naburige bergpas verscholen had, blijkbaar met het doel, om de patriotten ter gelegenertijd te overrompelen.

Bij deze boodschap, toog Bricenio staandevoets met de zijnen, voorzien van de noodige proviand op marsch. hield op eeijigen afstand van bewusten bergpas halt, en legde zich in een hinderlaag neder, met de vermaning aan de manschappen zich zoo stil mogelijk te houden, daar het minste geritsel niet alleen het geheele plan in duigen zou kunnen doen vallen, maar hun tevens hoogst noodlottig worden.

.Met het meeste ongeduld wachtte men liet oogenblik af dat de vijand zich vertoonen zou. wat eerst den navolgenden avond geschiedde, toen de eerste sterren aan het firmament zichtbaar werden.

Onmiddellijk • bij het vernemen van hoefslagen en een

ocr page 166

163

verwijderd wapen-gekletter, spanden Bricenio's soldaten de lianen hunner geweeren, die zij op den vijand af'sclioten, toen deze zich nog slechts op enkele schreden afstands van de nederlaag bevond.

Velen hunner vielen doodelijk gekwetst neder, waaronder ook de bevelhebber en een zestal officieren.

Eer dat de overigen zich in tegenweer konden stellen, brandden de patriotten nogmaals hunne geweeren los en traden tegelijkertijd van achter een hoog begroeide rotsblok te voorschijn, om de reeds zoo zeer gedunde rijen nog verder te doen verdwijnen.

De Spanjaarden trachtten te ontvluchten, maar Bricenio liet bun geen tijd hiertoe: met donderende stem beval hij hen, af te stijgen en zich krijgsgevangen te geven. Zoodra dit geschied was, wendde hij zich tot zijn soldaten en zeide: »Begin maar met de honden hunne wapens at te nemen; dadelijk zal ik u zeggen wat ik verder met de rakkers in den zin heb.quot;

In plaats van de overwonnenen, die met gevouwen handen tot Bricenio opblikten, naar Merida te brengen om ze verder ter beschikking van Bolivar te stellen, beval hij hen kortai neer te knielen en hun gebed te doen. daar hun laatste uur geslagen was.

Lenige seconden later hadden allen een kogel in de borst ontvangen.

De patriottische soldaten brulden het letterlijk uit van blijdschap, trokken hunne macheta's, sneden de nog zieltogende Spanjaarden het hoofd af. hingen dezen aan de zadels der veroverde paarden en galoppeerden onder woest geschreeuw de richting uit van het patriottische kamp om hun kameraden te vertellen, hoe zij een bijna geheele afdeeling Spaansche kavallerie verschalkt en

li*

ocr page 167

164

op de plaats den kop van den romp gescheiden hadden.

De zeer weinige Moederlandsche soldaten, die door schielijk achter eenig struikgewas te kruipen, aan den algemeenen moord hadden mogen ontsnappen, kwamen eerst uit hun schuilhoek te voorschijn, toen er reeds lang niets meer van de patriotten te bespeuren viel. Vol afschuw wendden n] de blikken at van de verminkte lijken hunner krijgsbroeders en brachten, in het hoofdkwartier teruggekeerd, van het gebeurde in alle bijzonderheden verslag uit aan den bevelvoerenden Generaal. Toen deze alles hieromtrent wist, bleef hij eenige oogenblikken in gedachten verzonken en zeide : »Hebt gij ii tot dusverre jegens de muiters als tijgers gedragen, zoo doet dit voortaan als hyena's ; hang niet alleen eiken Indiaan op, die gij in uw macht kunt krijgen, maar slaat ook de vrouwen en kinderen een wurgtouw om den nek en sleept hun lijken aan de staarten uwer paarden het geheele land door.quot;

XXIV.

Bij het heuchelijke bericht van Bricenio's behaalde overwinning steeg Bolivar te paard, om den moedigen hoofdman in eigen persoon hiermede geluk te gaan wenschen.

Wie schetst echter zijn verontwaardiging toen hij bij den ingang van het kamp de afgeslagen hoofden der Spaan-sche krijgsgevangenen gewaar werd, die op een hoopje bijeen lagen.

Aanstonds liet hij zich naar Bricenio geleiden, dien in zijn tent, gerust lag te ronken.

Door het gedruisch opgewekt, meende Bricenio aan een zinsbegoocheling te prooi te zijn, toen hij Bolivar voor zijn hangmat zag staan.

ocr page 168

165

Dadelijk sprong hij op en zeide verlegen : »Had ik maar even kunnen vermoeden, welk een hoog liezoek mij wachtte, ik zou, in plaats van te zijn gaan slapen, u een eindweegs tegemoet zijn gereden.quot;

»Wat dit aangaat,quot; antwoordde Bolivar. »behoeft gij geene verontschuldigingen te maken, want iedereen zou na zulk een afmattenden tocht als gij achter u hebt liggen. zich op zipi leger uitgestrekt hebben. Ik kon het dus voorzien dat gy sliept, en zeker zou ik den laatste geweest zijn u wakker te maken, indien ik niet onverwijld van u had wenscheu te weten, wat die walgelijke trofee beteekent. welke mij daar zooeven onder de oogen kwam.quot;

Briceno werd bij deze vraag doodsbleek en stamelde eenige onverstaanbare woorden.

»Had ik u niet verzocht,quot; voer Bolivar streng voort, »dergelijke barbaarschheden achterwege te laten, of hebben uwe soldaten soms mijne bevelen daaromtrent m den wind geslagen Vquot;

Bricenio nam een smeekende houding aan en fluisterde: »Vergiffenis, vergiffenis. Ik beloof u. bij alles wat mij heilig is, dat zulks niet meer geschieden zal. Ik was de schuld van alles. In mijn haat voor onze beulen, moedigde ik er zelfs mijne manschappen met allerlei beloften toe aan aldus te handelen.quot;

Bolivar blikte hem met onverholen verachting aan en sprak: »Uw daad verdient de zwaarste straf; ontmoette ik u dan ook niet als overwinnaar en wist ik niet dat gij vele militaire deugden bezat, ik zou er niet voor terug deinzen u door uw eigen manschappen te laten fusilleeren. Ik schenk u dus het leven, maar zet u als volkomen onwaardig een kommando te voeren, terug tot gewoon soldaat.'

ocr page 169

16G

Bric enio viel hij deze uitspraak op de knieën en fluisterde : »Ik ontvang slechts wat ik verdiend heb. Toch geel ik den moed niet op, eenmaal weer in uwe gunsten te mogen geraken door er voortdurend naar te blijven streven, het patriottische leger, al is het dan ook maar als soldaat, tot sieraad te verstrekken.quot;

Bolivar bewaarde op deze ontboezeming het stilzwijgen en trad niet ontstemd gelaat naar buiten.

Half waanzinnig van smart en schaamte over de schande, zich geheel door eigen schuld op den hals gehaald, besloot Bricenio zoo mogelijk nog dienzelfden dag te sterven.

Gekleed als gewoon patriottisch soldaat, riep hij hiertoe een honderdtal zijner vroegere onderhoorigen bijeen en overreedde hen met hem het gebergte in te trekken, tot het plukken van nieuwe lauweren, als het eenige middel. weer bij Bolivar in aanzien te komen.

Nauwelijks echter hadden de roekeloozen zich een uur van het kamp verwijderd, of zij geraakten handgemeen met de Spaansche voorposten, die allen meedoogenloos in de pan hakten.

üe tijding dezer nederlaag deed Holivar minder pijnlijk aan. dan de wijze waarop zoovele zijner dapperste soldaten het slachtoffer waren geworden van hun vertrouwen in den man. die hen in zijn wanhoop als lammeren ter slachtbank gevoerd had.

Een brief uit het vijandelijke kamp van den (leneraal Monteverdo, gericht aan Bolivar en heni door een bpaansch ordonnans-officier overhandigd, bevatte het bericht, dat na de moord op bevel van Majoor Bricenio gepleegd, het Moederlandsche leger gelast was geworden, om alle patriottische krijgsgevangenen onverwijld neer te schieten. »Mee gevangen, meê gehangen.quot; dus klonk het slot dezer

ocr page 170

1 (gt;7

regelen. » Neem u dus iu acht, senor Bolivar! of uw vonnis is zoo goed geveld, als dat van den minste uwer soldaten.quot;

Deze missive deed Bolivar van verontwaardiging een vloek uitbrengen tegen de laaghartiglieid van den reeds zoo sleelit befaamden Monteverdo.

»Naar ik bemerk.quot; sprak hij tot den officier. »wil de Ueneraal aan ons allen wreken, wat slechts een enkel mijner onderhoorigen en nog wel geheel tegen mijn bevelen in. durfde misdrijven. Doch hoe het zij. zegt Zijn Excellentie, dat ik van zijn besluit, mijn troepen zal kennis geven en hen geheel hetzelfde op het hart drukken. Tevens verzoek ik u hem te melden, dat zijne bedreigingen er mij niet in het minst van zullen teraghou-den. de Spaansche legerscharen zoo mogelijk nog dichter in het aangezicht te blikken, dan tot dusverre nog ooit het geval heeft mogen wezen.quot;

De ordonnans-officier boog en vertrok.

Dadelijk hierna liet Bolivar appèl blazen en las den brief van den Generaal Monteverdo in eigen persoon aan zijne manschappen voor.

»Wellicht,quot; sprak bij met forsche stem tot de verzamelden, »ware ik nog vooreerst te Merida gebleven, daar er zich nog eiken dag nieuwe vrijwilligers bij mij aanmelden. om bij het vrijheidsleger dienst te mogen nemen. Doch na de zooeven ontvangen wenken, acht ik het mij onvoorwaardelijk ten plicht, van hier op te breken, teneinde de bevolking der meer afgelegen provinciën, die toch reeds in de laatste tijden, zooveel van de barbaarsch-heden der Spaansche soldaten te lijden heeft, er zooveel mogeli]k voor te behoeden, nog zwaarder mishandeld te worden. Mee dus mannen ! en volbrengt uw plicht als

ocr page 171

168

altijd. »Het spreekt van zelf,quot; voer hij na eenige oogenblik-ken zwijgens voort. »dat ik. na de uitvaardiging van den Generaal Monteverdo, geen enkelen zijner gemaakte krijgsgevangenen genade meer te zullen verleenen, u volkomen liet recht toeken, geheel in gelijken zin te handelen.quot;

tien verheugd »bravo,quot; vervulde de lucht, welker uitroep aanstonds gevolgd door de kreten van: »Leve Generaal Bolivar; leve het vrije Venezuela!quot;

Naar het hoofdkwartier teruggekeerd, en zijn werkkamer willende binnentreden, stond hij als met een toover-slag tegenover zijn vriend Sucre.

»Gij hier,quot; riep Bolivar in de hoogste verrassing en blijdschap uit. »0. hoe innig gelukkig en erkenteh]k stemt mij zulks.quot;

Tegelijkertijd sloot hij hem in zijn armen en fluisterde: »Tjw terugkomst wischt eensklaps al het leed uit, dat ik sinds ons laatste afscheid ondervonden heb. Doch zeg mij, waar komt gij zoo onverwacht vandaan en waar zijt gij al dien tijd geweest Vquot;

»Tot voor nog weinige weken was ik ingedeeld bij het leger in Grenada, waar ik aan de grens van Guyana, het bevel voerde over een divisie ruiterij. Verscheiden kee-ren poogde ik er na. te weten te mogen komen, of gij u ook in Grenada bevondt, maar niemand die mij hiervan het rechte wist te vertellen. Eindelijk bracht het toeval mij in aanraking met een der adjudanten van den Generaal Na-varo, die rechtstreeks uit het hoofdkwartier kwam en cr mij met de meeste bereidwilligheid van inlichtte, hoe gij na een tal van schitterende wapenfeiten, van Zijn Excellentie vergunning bekomen hadt met duizend Grenada-sche krijgers, de Andes over te marscheeren om den strijd in eigen land voort te zetten. Bij deze tijding bekroop

ocr page 172

1 G!J

mij zoozeer de lust mi] bij u aan te sluiten, dat ik den adjudant een brief voor den Generaal mede gaf, met de bede, mij mijn ontslag te willen geven. Geen drie weken later of ik mocht dit verkrijgen. Bovendien ontving ik een eigenhandig schrijven van Zijn Excellentie, om mij zijn dank te betuigen voor de vele en belangrijke diensten, het Grenadasche leger bewezen. Eervoller kon het dus niet. Zoo spoedig als ik slechts kon. gaf ik het kommando over aan mijn opvolger en aanvaardde de reis naar uw hoofdkwartier. dat ik zoo even zonder het minste oponthoud, in den besten welstand bereiken mocht.quot;

»Gij komt werkelijk als geroepen,quot; sprak Bolivar, »want een dag later en gij hadt mij misschien niet meer hier gevonden. daar ik morgen met het gezamenlijke leger verder trek, in de hoop weldra de geheele provincie Merida in mijn macht te mogen krijgen. Is mij zulks gelukt, dan is die van Truxillo aan de beurt, daar het mij behalve andere gewichtige redenen, van verschillende zijden ter oore is gekomen, dat de Spaansche troepen, waarvan op het bericht, dat ik de stad Merida in bezit nam, een gedeelte uit Peru terugkeerde, er de eene wreedheid na de andere bedrijven.quot;

»Ferni zoo,quot; antwoordde Sucre; »want t is meer dan tijd, dat ook hier schoon schip wordt gemaakt. In Peru hebben onze verdrukkers niets meer te zeggen, en in Chili zou men als 't ware met een lantaarn moeten uitgaan. om nog een Moederlauder ouder schot te krijgen.

»En thans,quot; hernam Bolivar vriendelijk, terwijl hij zijn bediende gebood een paar bokalen en een fiesch chicha 1) te geven. gt;,• eerst eens hartelijk op ons gelukkig wederzien

1

AVijii.

ocr page 173

170

geklonken en u verzocht mij van al uw ontmoetingen en wedervaringen bij liet Grenadasche leger, in alle bijzonderheden op de hoogte te stellen.quot;

T bt zeer laat m den nacht, bleven beide vrienden in gezel ligen kont bijeen zitten, om verder, na slechts een paar uren van rust, met den besten moed bezield, te paard te stijgen en onder vroolijk tromgeroffel, nieuwe gevaren tegemoet te ijlen.

XXV.

Overal waar het vrijheids-leger zicb vertoonde, snelde de bevolking toe om het ten warmste toe te juichen en het er in bij te staan, het Spaansche garnizoen tot overgave te dwingen.

Bovendien beschouwden niet alleen ontelbare jonge lieden en mannen, maar tevens vele grijsaards het als een heiligen plicht, zich bij de jiatriottische strijders aan te sluiten. teneinde er ook hunne beste krachten toe in te spannen. Venezuela tot een vrijen, onat'haukelijken 8taat te verheffen.

De Generaals Monteverdo en Iziquierda besloten aan deze veroveringstochten paal en perk te stellen, met al hunne krijgsmachten te samen te trekken en Bolivar bij Aguacaliento at te wachten, in de stellige verwachting door een beslissenden slag het patriottische leger totaal te verslaan.

Toen Bolivar er door eenige Indiaansche verspieders van ingelicht was geworden, wat genoemde Spaansche veldheeren van zius waren, zond hij oogeublikkelijk eenige hootd-officieren op verkenning uit. om door hun tusschen-komst. alles omtrent de verschillende stellingen en getal-

ocr page 174

171

sterkte :ils aiulerzins van lt;le vijaudelijke afdeelingen te weten te mogen komen.

Hiervan volledig onderricht, stelde hij zich voor het front van zijn leger, dat ruim vijfduizend soldaten telde, en spoorde het met weinige, doch krachtige bewoordin-o-rn toe aan er zijn best toe te doen, overwinnaars in den slag te blijven. »Wii hebben.quot; dus sprak hij »dank zij onze herhaalde zegepralen, kanonnen en geweeren genoeg, om den vijand met zijn eigen wapens, die hij hierheen bracht, om ons in bedwang te houden, met duizenden tegelijk in het stof neer te schieten. \ ooruit dus en niet gewankeld. in het vaste vertrouwen dat God met ons is.'

Hiei'op formeerden zich de verschillende bataljonsquot;, terwijl de kavallerie te paard steeg en de artillerie in batterij kwam. Onder het spelen van het Veneznelaansche volkslied. reed Bolivar langs de gelederen, om er zich van te overtuigen, of het leger wel volkomen slagvaardig was en tevens nog hier en daar aan de verschillende bevelhebbers eenige nadere hevelen nit te deelen.

Dadelijk hierop konnnandeerde hij voorwaarts: en toog met Sucre aan zijn zijde, langs een smallen bergweg, begrensd door diepe ravijnen en hooge rotsblokken de richting uit van Aguacaliento.

Nadat men eenige uren onvermoeid voortgeniarcheerd was. liet Bolivar, verzengend heet als het in de lucht was. halt blazen om man en paard eenige verademing te gnn-nen. toen bijna tegelijkertijd een Indiaan uit een grot naar hem toekroop met de mededeeling lt;gt;]gt; de lippen, dat de Spanjaarden zich met den Generaal Monteverdo in hun midden, op korten afstand verscholen hadden in een bollen weg.

De oou'en van Sucre schitterden van blijdschap, zoo

ocr page 175

172

spoedig weer den sabel te mogen trekken. Ook Bolivar scheen uitennate verheugd en zeide tot zijn vriend, die zich van voldoening de handen wreef; »I)u Generaal Monte ven lo dacht ons beet te hebben, maar nu zal juist het tegenovergestelde het geval zijn. »A bon chat, bon ratquot; zouden de Franschen zeggen.quot;

Hierop gat hij aan een zijner ordonnans-officieren last, wederom appèl te laten blazen.

loen hieraan voldaan was, deelde Bolivar zijne soldaten mede, wat hij zoo even uit den mond van den Indiaan vernomen had: »Stelt u inslagordequot;, riep hij uit : »spant de hanen der geweeren en richt de kanonnen, want waarschijnlijk zullen er geen tien minuten meer verloopen of de witte pluim van Generaal Monteverdo's steek vertoont zich reeds aan ons oog.quot;

Met de uitbundigste toejuichingen werd deze tijding begroet, en stemden de verschillende regiments-muzie-ken een der meest in zwang zijnde vrijheidsliederen aan, dat in wanne geestdrift door alle soldaten werd meegezongen.

Na het wegsterven der laatste tonen, bezette de artillerie. onder onmiddellijk toezicht van Bolivar, met de meeste vaardigheid de verschillende rotshoogten die het terrein bestreken, waar het Spaansche leger zich gelegerd had, terwijl de infanterie zich achter de kwistig voorhanden zij ui 1 c reusachtige steenbrokken en cactus-gewassen verborg en de grenadiers te paard met Sucre aan hun spits, een diep ravijn tot opstellingspunt koos.

De vijand, er van ingelicht naar het scheen, dat de patriotten plotseling hun marsch gestaakt hadden, verliet eerst verscheiden uren later zijn schuilhoek en rukte met versnelden pas voort tot op honderd schreden van de plaats.

ocr page 176

17:5

waar Bolivar zich met zijn dappere scliaren in positie had gesteld.

In het eerste uur bleven beide legers een afwachtende houding bewaren, toen eindelijk uit een der Spaansche vuurmonden, als sein tot den aanval, een schot viel.

De patriottische artillerie beantwoordde dit niet zulk een krachtig salvo, dat de rotsen als 't ware op haar grondvesten daverden.

De Spanjaarden niet 'weinig verrast, dat Bolivar over zooveel geschut te beschikken had, poogden met hun kavallerie de rotshoogten te bestormen, en om de bedienaars der patriottische batterijen neer te sabelen, maar thans sprong eensklaps Sucre niet zijn ruiters te voorschijn, om dit plan met het pistool in de hand te verijdelen. Tegelijkertijd drong ook de infanterie met gevelde bajonet voorwaarts, en deed de vijandelijke huzaren met tientallen tegelijk van hunne paarden tuimelen.

Bolivar hielp zelf mede de kanonnen laden en lossen, om de achterhoede van het Moederlandsche leger te beletten nader te treden.

Doch in weerwil dat bij elk salvo bonderde Spanjaarden neerzegen, zoo drongen zij desniettemin naderbij en schreeuwden: »De dood aan de muiters; leve Spanje !quot;

Weldra stond men man tegenover man; eu volgde er zulk een vreeselijke slachting, dat de grond in een oogwenk doorweekt was van het vergoten bloed van vriend en vijand.

»Vooruit, vooruit!quot; riep Sucre, telkens zijn soldaten toe, »vooruit en niet gerust dan voordat wij viktorie kunnen roepen.quot;

De Indianen gewapend niet macheta's, lansen met scherp

ocr page 177

174

geslepen piuiten en knodsen uit ijzerhout vervaardigd, sloegen den vijand rechts en links de hersens in, terwijl de artilleristen het verdere bewerkten.

Een paar uur later was het gevecht ten volle heslist ten voordeele der patriotten, en viel er van de Generaals Monteverdo en Iziqnierdo, die met hun stuf het hazenpad gekozen hadden, geen zweem meer te ontdekken.

De rijkste buit viel Bolivar en zijn moedige medehelpers ten deel ; tenten, geld. uniformen, kanonnen, levensbehoeften, wapenen : in een woord, de vrijlieids-niannen hadden het maar voor het grijpen.

W el is waar telde men vele dooden en gekwetsten, doch in vergelijk van de manschappen, die de Spanjaarden verloren hadden, beteekende dit getal betrekkelijk weinig. Met innige dankbaarheid vervuld over dezen even gelukkigen als onverwachten uitslag, liet Bolivar den volgenden morgen het geheele leger aantreden, reed bij wijze van huldebetoon met ongedekten hoofde langs de gelederen en hield de volgende aanspraak, die uit het diepst van zijn hart opwelde: »Gij hebt u.quot; klonk het helder langs de bergwanden, »gisteren zulke heerlijke lauweren verworven dat dezen nimmermeer verwelken kunnen. Zoo lang als er dan ook nog een Amerikaan van Zuid tot Noord ademhaalt, zal men met trots en erkentelijkheid gewagen van de onversaagde helden, die Venezuela er eindelijk weder toe in staat mochten stellen, allerwege het vrijheids-vaandel te ontrollen. God heeft zich blijkbaar als een God der gerechtigheid voor ons verklaard; op nieuw voorwaarts dus, gij wakkere strijders en naar Valencia en Puerto-Cabello gemarcheerd, om als wij deze beide sterkten aan de macht van den gehaten Monteverdo ontrukt hebben, eindelijk in mijn geliefde geboorte-

ocr page 178

stad. liet heldenmoedige Cciruciiw. ons aller ;uiiilt;n*heiieii vaderland nogmaals onafhankelijk te verklaren.quot;

Een donderend applaus bewees Bolivar hoezeer men met zijne woorden instemde.

Ongeduldig als het leger zich betoonde aan Bolivar s plannen gevolg te geven, maakte het zich onverwijld op naar V alencia, dat bij zijn nadering, op last van den Spaansehen bevelhebber, zijn poorten sloot.

Op de sommatie van Bolivar aan het Moeder] andsche garnizoen, de stad voor de patriotten open te stellen en zich aan hen over te geven, klonk het antwoord eenvoudig van » neen.quot;

Ook een tweede opeisching werd zonder eenig beraad afgeslagen.

»Dan zullen wij tot andere middelen onze toevlucht moeten nemen,quot; sprak Bolivar. »en de stad laten bombardeeren.quot;

En de daad bij het woord voegende, vlogen reeds een halt uur daarna de noodige gloeiende kogels Valencia binnen.

De Spanjaarden, die maar al te zeer begonnen in te zien. dat er met »senorquot; Bolivar niet te spotten viel. heschen de witte vlag ten teeken, dat zij den strijd verder opgaven.

Geheel hetzelfde mocht met Puerto-Oabello en la (iuayra geschieden, waardoor de patriotten regelrecht hunne schreden konden richten naar de hoofdstad, die Bolivar, op zijn vurig strijdros gezeten, met den ontbloo-ten degen in de hand, aan de spits zijner dappere strijders binnentoog.

De geestdrift der bevolking kende geen grenzen : overstelpt van dankbaarheid, droeg zij Bolivar in triomf

ocr page 179

176

lano1s de straten en schonk zii hem niet toestemming

f-i •'

tier junta-leden, den glorie-vollen eerenaam van »liber-tador.quot; *

»Bevrijd, bevrijd,quot; dus klonk het van aller lippen, »voor altijd bevrijd van het smadelijke juk dat ons sinds drie eeuwen door de Spanjaarden op de schouders werd getild.quot;

Doordrongen als een ieder er zich van gevoelde, dat de donkere wolken, die \ enezuela s toekomst benevelden, voor goed weggevaagd waren, zoo stond men dubbel versteld, toen de mare zich verspreidde dat de Generaals Iziquierdo en Monteverdo het overschot van hun leger te Arangua verzameld hadden, in afwachting dat een aanzienlijke troepen-versterking uit het Moederland, die eiken dag voet aan wal kon zetten, er hun toe in staat zou stellen de geleden nederlaag bij Aguacaliento, naar be-hooren te wreken.

Bovendien vernam men uit een alleszins vertrouw-bare bron, dat beide genoemde veldheeren, op aandrang van Graaf Vasconceles, tegen een zeer hooge somme gelds, een overeenkomst hadden gesloten niet een zekeren Bones, een gewezen kapitein der guerillero's uit het Moederland, die jaren achtereen den schrik had uitgemaakt der Fransche soldaten, met bevel de Ve-nezuelanen ten platten lande overhoop te steken en hun hattos of voorraadschuren aan de vlammen over te leveren.

Ofschoon jong en oud dadelijk te wapen liep en Bolivar een zijner moedigste en schranderste kolonels, met name Paez, die aan het hoofd eener afdeeling Mulatten

1

Bevrijder.

ocr page 180

177

stond, naar de bedreigde punten liet oprukken, zoo was deze hulp toch ontoereikend om aan de brandstichtingen eu moordenarijen van Bones, paal en perk te stellen.

Aan het hoofd eener uitgestrekte bende, samengesteld uit het verfoeielijkste schuim der maatschappij, waarbij zich nog telkens nieuwe schelmen voegden, tot dat doel door Vasconceles in vrijheid gesteld, drong Bones in enkele dagen tijds, tot in het hart der llanos en dei-meest afgelegen corrals of herderskampen door, velde de mannen onverhoeds neer, sleurde de vrouwen als krijgsbuit mede en wier]) de kinderen in de vlammen.

Wel trachtten de Ihmero's zich in staat van tegenweer te stellen, maar de moordbenden van den schurk spotten hartelijk met deze pogingen, evenals met de verschijning der patriottische inulatten-regementen, die hoe dapper zij zich ook van hun taak kweten, en door hun tusschenkomst menige corral voor een wissen ondergang mochten behoeden, toch eindelijk genoodzaakt waren de wijk te nemen.

Niets als Bones meer in den weg stond, zijn bloeddorst naar welgevallen bot te vieren, zette hij zijn strooptochten met zulk een ongekende woede voort, dat weldra meer dan zestig-duizend vreedzame Indianen aan het zwaard geregen werden.

Bolivar ten einde raad over deze moordenarijen, vooral daar Bones alle door hem gevangen negers en Indianen lijfsgenade toestond, mits zij er zich toe verbonden, met zijne horden gemeene zaak te maken, besloot hij ten laatste in overleg met Sucre, als het eenige middel aan dit onmenschelijke bloedvergieten een einde te maken, met al zijn manschappen tegelijk tegen Bones op te trekken.

II. van Loo. Een edel driemanschap. 22

ocr page 181

Maar helaas! de slechtaard beschikte over zulk een uitgebreid leger eu was in liet bezit van zulke uitstekende vuurwapenen, dat de scharen van Bolivar, na een kortstondig, doch hoogst moorddadig gevecht, door de huurlingen van den guerilleros-kapitein overwonnen en op de vlucht gedreven werden.

EINUK VAN' HET TWEEDK GEDEKLTE-

ocr page 182

I IJ'; GEDEELTE.

1) E V E E L O S S ! N G.

XXVI.

Nauw was Bolivar in het kam]) weergekeerd of hij ontving de tijding dat tengevolge van Napoleons val, Ferdinand VII als Koning van Spanje in al zijn rechten hersteld was geworden.

Men koesterde de beste verwachtingen omtrent deze verandering, daar niemand er aan twijfelde of Ferdinand zou ten opzichte der zwarte broeders, die hem zoolang mogelijk in trouw waren blijven aanhangen, alles doen wat in zijn vermogen was hun daarvoor zijn erkentelijkheid te betoonen.

Maar in stede van dien. vaardigde hij dadelijk na zijn terugkomst te Madrid, aan zijn Zuid-Amerikaansche onderdanen een dekreet uit, waarin hij hen kortweg gebood, zonder uitstel de wapens neer te leggen, met de mede-deeling dat Generaal Morello met tienduizend man troepen, uit de kern van liet Spaansche leger gekozen, eerstdaags te Puerto-Cabello zou aankomen, om Graaf A'as-conceles, als geheel ongeschikt een kolonie naar behoo-

12*

ocr page 183

180

ren te besturen, als landvoogd te vervangen. Eindelijk bevatte bewust dekreet nog het bericht, dat zich in het gevolg van den nieuwen Goeverneur-Generaal de Groot-Inquisiteur Torres bevond, belast met de opdracht der Cortes, om eiken priester of leek, van welken rang of leeftijd ook, die het nog zou durven wagen zich met 's lands zaken te bemoeien, hetzij in het goede, hetzij in het kwade, dadelijk voor een geestelijke rechtbank ter verantwoording roepen.

Met welken moed en wilskracht Bolivar ook steeds bezield was geweest, zoo boog hij thans het hoofd vernietigd neer, overtuigd als hij er van was, met zijn zoo weinig geoefende krijgslieden onmogelijk tegen de keurtroepen van Morello opgewassen te zijn. Daarbij waren zijn manschappen, tengevolge der aanhoudende marsehen door het gebergte dermate uitgeput, dat zij bijna niet meer voortkonden, terwijl de Moederlandsche geheel frisch van de reis kwamen.

Terwijl hij, aan de diepste moedeloosheid ten prooi, beide handen voor het benevelde gelaat hield, werd het doek van zijn tent opgelicht en vertoonde zich Sucre, die er zoo mogelijk nog bedrukter uitzag.

Beide vrienden reikten elkaar met een betraand oog de hand, zonder er in de eerste oogenblikken toe in staat te zijn, hun gedachten in woorden te kleeden.

Eenigermate tot kalmte gekomen, bespraken zij fluisterend, welke maatregelen er te treffen zouden wezen om het reeds zoo deerlijk geslonken leger aan geen verdere verliezen bloot te stellen.

Na rijp beraad kwamen zij overeen, zich zoo stil mogelijk te houden en tijd te zien te winnen.

Maar de Spaansche bevelhebbers, die zeer wel dezen

ocr page 184

181

toeleg begrepen schenen te hebben, marscheerden dcideliik na de aankomst der hun toegezonden troepen uit het Moederland met vereende krachten de richting uit, waai Bolivar en Sucre zich met het vrijheids-leger opgesteld hadden, vielen dit met een overmacht van meer dan achtduizend man aan en bleven na een wreedaardig gevecht, dat bijna allen patriottischen soldaten het leven kostte, volkomen meester van het slagveld.

Na dezen zoo hoogst noodlottigen afloop, die Venezuela weer geheel en al onder het gezag der gebate Spanjaarden deed geraken, besloten Bolivar en Sucre zich langs de Andes naar Santa-fé-de Bogota te begeven, om er in het geheim de noodige manschappen te werven, die hen in staat zouden stellen, Venezuela in zijn hoogst benarden toestand te hulp te mogen komen.

Ofschoon van Bogota's torenspitsen nog steeds de Moe-derlandsche vlag woei, zoo liet de bevolking er zich niet in het minst van terughouden, aan beide patriottische helden een warm onthaal te bereiden, en beijverde er zich tevens toe. hen in allen deele nieuwe hulpbronnen te verschaffen, om de gelederen der gedunde legerafdeelingen weer naar behooren te kunnen versterken.

Zoodra Bolivar en Sucre de aangeworven Grenada'sche vrijwilligers genoegzaam in den wapenhandel meenden geoefend te hebben, om met eenige kans tot welslagen tegen de Moederlanders op te rukken, schreden zij aan hun spits met de meeste behoedzaamheid de Venezuelaansche grenzen over. Alles ging naar wensch, toen zrj eensklaps bij den overtocht van den Hio-Apura-stroom. door eenige Spaansche divisies, die den tegenovergestelden oever bezet hadden, door zulk een moordend kanonvuur bestookt werden, dat zij zich verplicht zagen rechts-omkeer te maken.

ocr page 185

182

Aangezien er meer dan duizend dooden gevallen waren, zoo viel er met geen mogelijkheid aan te denken, het Moederlandsche leger op te zoeken en bleef' Bolivar en Sucre niets anders over dan er zich voor 's hands mede tevreden te stellen den vijand een guerilla-oorlog aan te doen.

Onmiddellijk nadat dit plan tot rijpheid gekomen en door de verschillende patriottische officieren goedgekeurd was, begaf Bolivar zich naar Jamaica, verzamelde er zoovele inlanders als hij slechts machtig kon worden, splitste dezen in kleine afdeelingen en droeg hen voor zijn terugkeer naar het leger op, overal waar zich de gelegenheid mocht opdoen, zich in een hinderlaag neer te leggen en de Spaansche soldaten met hunne vergiftigde pijlen te doorboren ot met hunne macheta's den schedel in tweeën te kloven.

Bewuste wijze van oorlog voeren, gepaard met hetgeen Bolivar en Sucre met hunne divisies zochten te bewerken, bracht het Moederlandsche leger op den duur zulk een groot nadeel toe, dat de Generaal Morello openlijk zijn meening uitsprak, dat zoo er niet binnenkort een tweede expeditie kwam opdagen, de patriotten hem spoedig geheel de baas zouden worden.

Deze gunstige wending voor de vrijheidswap enen deed Bolivar er toe overgaan, het kommando andermaal voor tijd en wijle toe te vertrouwen aan Sucre, ter bijwoning van een Congres te Angosturo, waarop met algemeene stemmen besloten werd, Nieuw-Grenada en Venezuela tot een Rijk samen te smelten, en dit ter eere van den grooten landontdekker den naam te schenken van Columbia.

Evenzeer maakten de leden van het Congres er zich een plicht uit, om Bolivar, in dank voor alles wat hij

ocr page 186

183

in liet belang der verlossings-zaak had pogen tot stand te brengen, te benoemen tot President van bet SoevereiiK Congres.

Deze onderscheiding diende hem dubbel ten prikkel om niet het leger naar Nieuw-Grenada te raarscheeren, om er in de eerste plaats Santa-fé-de Bogota als de hootdstad der kolonie aan de Spanjaarden te ontrukken.

Aan de grenzen echter ontmoette hij eensklaps in de nabijheid van Boyaca een vijandelijk armee-corps, dat door den Generaal Morello in eigen persoon werd aangevoerd.

Doch ver van zich hierdoor van zijn plannen te laten afbrengen, bestreed bi] de Moederlandsche afdeelmgen met zulk een meesterlijk beleid, dat de keurbenden van Morello op schrikbarende wijze het onderspit moesten delven.

Tengevolge dezer zegepraal, maakte de (joevemeur-G ener aal van Santa-le-de Bogota, zich bij de nadering der patriottische scharen zoo gauw als hij maar kon uit de voeten, zoodat Bolivar zonder een enkel schot kruit te lossen, binnen de muren der hoofdstad zijn triumtale intocht houden en Morello gebieden kon, Venezuela en Nieuw-Grenada onder den naam van Columbia, als Vrijstaat te erkennen.

De Generaal Morello liet hem echter terug weten, onmogelijk aan dezen eisch te kunnen voldoen. Alleen verklaarde hij zich genegen, het zwaard gedurende de drie eerste maanden in de schede te houden, om de troepen van weerszijden eenigszins op verademing te laten komen.

Bolivar nam met Morello's beslissing genoegen, doch nauwelijks was bedoeld tijdstip verstreken of de oorlog besron met vernieuwde woede.

ocr page 187

184

Beide partijen gevoelden echter zulk een dringende behoefte den strijd te mogen eindigen, dat alles deed voorzien, er een veldslag op handen was, die voor goed het lot van den jeugdigen Vrijstaat beslissen zou.

loch zou deze zoo vurig gewenschte ontnioetinsr wei-

O O o

licht nog door Bolivar eenige maanden uitgesteld zijn geworden, ter verzameling van nog meer strijdkrachten, indien niet de Goeverneur-Generaal van het eiland Trinidad op het alleronverwachtst verscheiden Engelsche rege-menten ter beschikking der patriotten gesteld had, om het Spaansche gespuis buiten de grenzen van Columbia te helpen drijven.

Dadelijk na deze zoo verblijdende tusschenkomst belegde Bolivar een krijgsraad, waaraan behalve Sucre en Paez, het heldhaftige hoofd der mulatten, nog vele andere hoofd-officieren deelnamen. Nadat Bolivar in alle mogelijke bijzonderheden met hen besproken had, of het niet geraden zou zijn. het Spaansche leger op te zoeken en aan te tasten, besloot hij zijn betoog met te zeggen: »Ik haak er nog des te meer naar aan dit plan gevolg te geven, wijl mijns inziens liet gevaar met den dag toeneemt, er nog een tal van nieuwe moederlandsche rege-menten binnen deze Staten zullen bijeentrekken, om tot welken prijs dan ook, Columbia voor Spanje behouden te laten blijven.

Daar alle tegenwoordig zijnde officieren geheel en al hetzelfde gevoelen toegedaan waren, zoo was men het er spoedig over eens de Spaansche afdeelingen, die aan de oevers van het meer Tacarigua hun kampementen opgeslagen hadden, bij verrassing aan te vallen.

Na afloop der krijgsraad ontving het leger bij monde van Sucre last, zich marschvaardig te houden, daar Boli-

ocr page 188

185

var reeds over een uur wensclite op te breken, om rechtstreeks over de Carabobo-gordel, den vijand in diens legerplaats tegemoet te trekken.

Met uitbundig gejuich werd dit plan door de patriottische strijders vernomen, die nog lang voordat bedoeld uur verstreken was. in het gelid geschaard stonden, en schier hun ongeduld niet bedwingen konden, dat het «voorwaarts hun in de ooren zou klinken.

Op eenige mijlen afstands van het meer Tacangua aangekomen, vernam Bolivar uit den mond van eenige spionnen. dat de koninklijke regimenten zich bij zijn nadering ijlings in eenige grotten aan den voet van het gebergte verscholen hadden, om het vrijheids-leger in den waan te brengen, dat zij afgetrokken waren en hen daardoor tot zorgeloosheid te verleiden.

Bij deze zoo belangrijke ontdekking, liet Bolivar onmiddellijk alle medegenomen kanonnen op een heuvel plaatsen en naar de vallei richten, terwijl Sucre het leger gelastte zich in slagorde te stellen, ten einde op een gegeven signaal, bewuste grotten te omsingelen en zoo noodig bij de ingangen groote vuren te ontsteken, om de Spanjaarden bij een mogelijke weigering zich te willen overgeven, meedoogenloos te laten stikken.

Door het krijgsrumoer opgewekt, maakten de voorposten van den vijand alarm, waarop dadelijk de verschillende Spaansche afdeelingen het hoofd buiten hare schuilhoeken stak, met het klaarblijkelijke plan zich aaneen te sluiten en de patriotten door een vliegend kartets-vuur uit

hunne stellingen te verjagen.

Maar voor en aleer zij hiermede geheel gereed konden komen, schoot Sucre met zijn ruiters toe en wist dooi een vlugge beweging, de verdrukkers van Zuid-Amerika s \iij-

ocr page 189

18G

heid van achter op te jagen, waardoor dezen in de meening, dat de patriotten van zins waren, hen in den rug aan te vallen, rechtstreeks op de vijandelijke kanonnen toeijlden, die onder het kommando van Bolivar zulk een ontzettend vuur op hen openden, dat de lucht van hunne noodkreten weergalmde.

Het gezicht der Engelsche regementen, die op verzoek van Bolivar in de achterhoede gebleven waren, deed de Moederlandei's nog meer van hun stuk geraken, met den uitroep op de lippen, dat er zich zeker nog veel meer andere Britsche divisies in het gevolg van het vrijheids-leger bevonden.

Ontelbare slachtoffers vielen er van beide zijden; dan woog de schaal naar de Moederlanders, dan weer naar de patriotten over, totdat Paez met zijne mulatten van achter een reusachtig rotsblok te voorschijn sprong en zulke vreeselijke verwoestingen onder de koninklijke gelederen aanrichtte, dat dezen door een algemeenen schrik bevangen, hunne wapens wegwierpen en met achterlating van alle tenten en kanonnen, voor dol en blind het hazenpad kozen.

Dank zij deze even schitterende als roemvolle overwinning, die de Spanjaarden in den nieuwen Vrijstaat den laatsten slag mocht toebrengen, voelde het Congres zich gedrongen. Bolivar in navolging der junta-suprema van Caracas, den eeretitel van »LibertadorM te schenken.

XX Vil.

Hoe dankbaar Bolivar zich er ook over gevoelde. Nienw-Grenada en Venezuela de kluisters te helpen doen afschudden, zoo achtte hij zijn taak toch lang niet voor

ocr page 190

187

geëindigd, daar de naaste bnm-staat Ecuador nog steeds onder het Spaansche gezag verkeerde en meer dan ooit aan de wreedste verdrukkingen ter prooi was.

Toen hij op een avond er met Sucre over sprak, hoe zwaar hem zulks op het hart woog, en er als 't ware

naar snakte, ook de broeders van bewuste kolonie tot vrijheid te brengen, zeide deze: »Ook ik verlang er ten zeerste naar, aan dezen ellendigen toestand een eind te zien komen. Ik zou u dus gaarne voorslaan, mij vergunning te willen verleenen er met mijn ruiterij heen te trekkenquot; om zoo ik soms in krachten tekort mocht schieten. de Spaansche honden den kop in te drukken, mij dadelijk eenige versche afdeelingen te doen toekomen.

»In dat geval,quot; antwoordde Bolivar beslist, »hoop ikzelf naar uquot; op te rukken, tenzij dat ik het in het belang en de zekerheid van Columbia heter mocht achten, ons niet alle twee tegelijk van hier te verwijderen.quot;

Sucre boog en nam van zijn vriend met een hartelij-ken handdruk afscheid, waarop hij reeds den volgenden morgen met een kleine, doch uitgelezen schaar in de nabijheid van Barbaco te scheep ging, na een alleszins voorspoedige reis midden in den nacht te Guayacpiil landde, deze zoo belangrijke havenstad bij verrassing mnaui en het Spaansche garnizoen, dat gerust lag te ronken, in hot

stof liet bijten.

Boven de wolken over dit gelukkige begin, marcheerde

hij met zijn divisie de Andes over. om ook op deze wijze Quito aan de Spanjaarden afhandig te maken. Doch tot zijn teleurstelling, werd hij onder weg bij Huachi. door het vijandelijke leger, dat hem den pas naar Quito wilde atsnijden. overrompeld en door de overmacht van diens kavallerie. genoodzaakt den aftocht te blazen.

ocr page 191

188

Onmogelijk er eenige kans toe ziende, om door welke krijgslist dan ook de poorten van Quito te genaken, zoo keerde hij met zijne manschappen naar Guayaquil terug, om bedaard te overleggen of er, na nader inzien, toch niet iets op gevonden kon worden. Ecuador tot reddenden

engel te mogen dienen.

Hoe groot was echter zijn blijdschap, toen niet alleen Bolivar, maar ook de Peruviaansche Generaal de Santa-('ruz vergezeld van een geduchte legermacht, als met een tooverslag. te Guayaquil voet aan wal zetten, om gezamenlijk te volbrengen, wat hij alleen onmogelijk had kunnen ten uitvoer brengen.

In opgewekte stemming togen de drie veldheeren met hunne dappere schaar de Andes over en hadden reeds het rijke Quito in het gezicht, toen een spion Bolivar kwam berichten, dat de Spaansclre Generaal Murgoni zich met een sterke legermacht gereed hield, om aan de veroveringsplannen der patriotten paal en perk te stellen.

Daar Bolivar zeer goed begreep, dat zulks nog zoo heel makkelijk niet zou gaan. zoo marcheerde hij zonder eenig oponthoud verder, totdat hij door zjin veldkijker de voorposten van Murgoni gewaar werd.

Onmiddellijk hierop kommandeerde hij »halt!quot; en liet de patriotten zulke voordeelige stellingen innemen, dat de Spanjaarden bij de minste voorwaartsche beweging, groot gevaar liepen ingesloten en door de patriottische kanonnen vernietigd te worden.

Bolivar droeg zijne troepen op, zich bedaard te houden, om wanneer de eerste Spaansche kogels door de lucht zouden vliegen, dezen onverwijld met een drievuldig salvo te beantwoorden.

De Spaansche bevelhebbers, die in deze kalme houding

ocr page 192

189

een soort van vrees meenden te bespeuren, verheugden zicli reeds bij voorbaat over de slachting, die zij onder de patriotten hoopten aan te richten. Geheel vervuld hiermede bevalen zij hunne afdeelingen in massa tegen den vijand op te rukken en hem van de smalle bergpaden in den afgrond neer te slingeren. Maar deze berekening laaide o-eheel en al, want in stede van zich uit hunne positie's te

O

laten verjagen, streden de patriotten met zulk een weer-galoozen moed en volgden zoo strikt de hun gegeven bevelen op, dat zij uiet alleen de Spaansche regimenten van elkaar wisten af' te zonderen maar hen tevens zulke zware verliezen deden lijden, dat reeds een half uur later een Spaansch officier met de witte vlag in de hand naar Bolivar toe reed, om hem uit naam van den Generaal Mur-(foni te verzoeken, de vijandelijkheden te staken.

Zoodra de noodige voorwaarden hiertoe door Bolivar waren vastgesteld, stelde het leger zich weer in marsch-orde, om aan zijne verdere voornemens gevolg te geven, doch ondervond daarin weldra een nieuwe vertraging, daalde Spaansche kavallerie de stad Rio-Bamba bezet had, die de patriotten noodzakelijk moesten doortrekken om Quito te kunnen naderen.

Op Bolivars sommatie Rio-Bamba aan hem over te geven, antwoordde de bevelvoerende Generaal, dat niets hiervan kou inkomen.

»Dat zullen wij dan eens zien,quot; sprak Bolivar, toen hij dit bescheid vernam. Tegelijkertijd gal hij last de kanonnen onder de wallen der stad te brengen en haar met gloeiende kogels te bombardeeren.

De Spanjaarden, ten zeerste in het nauw gedreven, waagden bij verrassing een uitval, om zich met lossen teugel door de patriottische gelederen heen te slaan.

ocr page 193

190

Maar deze pogingquot; kwam liun zeer duur te staan, want in weinige minuten tijds, waren zij allen ontwapend en krij gsgevangen genom en.

Onder een herhaald hoerah ! namen de patriotten Rio-Bamha in bezit en maakten zich daarna zonder uitstel gereed verder te trekken, ten einde Quito zoo spoedig mogelijk uit de Spaansche tyrannie te verlossen.

Maar ten derdemale zocht de vijand, die met het overschot van zi]u leger de steile bergwanden van den vulkaan Pichincha ingenomen had, de patriotten een spaak in het wiel te steken.

Het vrijheids-leger mocht echter ook ditmaal zulk een schitterenden zegepraal over de Moederlanders behalen, dat dezen spoedig met een groot verlies beenen maakten.

De patriotten zetten de vluchtelingen achterna en zouden zeker allen krijgsgevangen en afgemaakt hebben, indien niet de aanvoerder van het totaal verslagen leger. Bolivar smeekend had laten verzoeken met hem een vre-des-verdrag te willen aangaan, waarbij hij zich geheel uit eigen beweging verbond. Ecuador, waar sinds drie eeuwen de Castilaanscbe vlag gewaaid had, te zullen erkennen tot een vrije, onafhankelijke Republiek.

Onder blijde triomfkreten toog men naar Quito, dat reeds dagen van te voren door den Spaanschen landvoogd ontruimd was geworden, waardoor Bolivar met Sucre en Paez in diens paleis hun intrek konden nemen en van daar uit, op verzoek der junta-suprema vaststellen, dat Ecuador zich bij de Columbiaansche federatie zou aansluiten, om met Nieuw-Grenada en Venezuela een Bondstaat vormen.

Een reuzenwerk was dus volbracht, zooals de wereldgeschiedenis er slechts weinigen vermocht te tellen ; niet alleen had Bolivar de vrijheid van zijn eigen vaderland.

ocr page 194

191

maar nog lt;lie van twee andere Staten er hij. weten te bevechten.

De geesels en kluisters der Spaansclie dwingelandij lagen dus verbroken aan zijne voeten en was na een worsteling van ruim tien jaren, de bevolking van drie koloniën verlost geworden van het vernederende slavenjuk, dat zoovele geslachten, in de diepste ellende gedompeld had.

xxvm.

Bolivar's voldoening zou volkomen zijn geweest, indien slechts de laatste tijdingen uit Peru, dat reeds sedert maanden aan de Spaansclie overweldiging een einde had weten te maken, hem niet ernstige redenen tot bezorgdheid ingeboezemd hadden.

Een der hoofdoorzaken van dezen zoo droevigen omkeer in Peru's aangelegenheden was, dat de ('hiliaansche Generaal San-Martin, die zooveel tot de bevrijding van het oude Rijk der Inca's mocht bijdragen, na den aftocht der Moederlanders en het sluiten van den vrede met den Goe-verneur-Generaal Graaf Cantarac, den groven misslag had begaan, om vele officieren van minderen rang, die zich door het eene of andere wapenfeit hadden mogen onderscheiden, tot hooge ambten en eereposten te verheffen, zonder er zich in het minst rekenschap van te geven of zij hiertoe wel de bevoegde kundigheden of de noodige geschiktheid 1 tezaten.

Spoedig bleek het dan ook, hoe roekeloos hij gehandeld had, want vele der bevorderden toonden zich zoo onhandelbaar of maakten zulk een deerlijk misbruik van het hun toevertrouwde gezag, dat de eene klacht de andere volgde en de algemeene ontevredenheid dermate de

ocr page 195

192

overhand kreeg, dat deze voor de ontluikende vrijheid van den Staat ten hoogste gevaarlijk dreigde te worden.

Tot overmaat van smart werd een door den Generaal San-Maxtin tot divisie-kommandant benoemden kapitein, die er als 't ware nog niet bekwaam toe was, een enkele sectie te besturen, onverhoeds door den gewezen landvoogd eu veldheer Cantarac aangevallen, met het ongelukkige o-evolg, dat de patriottische troepen in enkele oogenblik-ken tijds niet alleen ruim duizend man verloren, maar daarenboven behalve vier stukken geschut, nog een aanzienlijken krijgsvoorraad, in het bezit van den vijand zagen overgaan.

Evenwel werd bet nationaal Congres te Lima bijeengeroepen. om den Generaal San-Martin op diens herhaaldelijk verzoek, naar ('bili te mogen terugkeeren, m de gelegenheid te stellen, het gezag des lands over te geven in handen der volks-vertegenwoordigers.

Zoodra de grijze held in de vergadering verscheen, werd hij met geestdrift begroet en hem bij monde van den president den innigsten dank betuigd voor alles, wat hij tot de onafhankelijkheid van Peru tot stand had mogen brengen.

Na deze aanspraak, die weder een warm bravo uitlokte, boden twee leden van liet Congres hem op een satijnen kussen een gouden lauwerkrans, benevens een perkamenten rol aan, waarin den onversaagden krijgsman, uit naam van geheel Peru den blijvenden eere-titel toegekend mocht worden van »Opperbevelhebber van het Peruviaansch, Republikeinsche leger.quot;

De Generaal Santa-Martin, innig aangedaan over zooveel blijken van liefde en erkentelijkheid, nam den hem geschonken titel met de meeste bereidwilligheid aan, onder

ocr page 196

193

voorbehoud echter, dadelijk na afloop der vergadering de reis naar eigen vaderland te mogen aanvaarden, om er omringd van vrouw en kinderen, zijne laatste levensdagen te eindigen.

Onmiddellijk na zijn vertrek, werd met algemeen goedvinden de uit Ecuador teruggekeerde Generaal de Santa-Cruz tot diens plaatsvervanger aangewezen, met verdere bepaling dat drie opper-officieren met den Kolonel Riva tot president, er toe uitgenoodigd zouden worden, het Congres in hare moeielijke taak te schragen, om aan het wanbeheer, door verkeerde benoemingen in het leger ontstaan, een eind te helpen maken.

Doch reeds bij de eerste zitting de beste ging het uiterst onstuimig toe en voegden de leden elkander allerlei verwijten toe, waardoor men geheel en al over het hoofd zag, waarvoor men eigenlijk bijeen gekomen was.

De Generaal Cantarac, het oud-Nederhindsche spreekwoord »m troebel water is het goed visschenquot;, recht latende wedervaren, verzamelde onverwijld duizend zijner beste soldaten, trok er mede op naar Lima en nam de hoofdstad, die zich geheel buiten tegenweer bevond, zonder slag of stoot in.

De Kolonel Riva die terwijl dit plaats had. in 's lands vergaderzaal tegenwoordig was en ofschoon tot komman-dant van Lima aangesteld, niet de minste voorzorgen genomen had, om weinig als de Spanjaarden te vertrouwen vielen, het garnizoen onmiddellijk onder de wapens te laten komen, sprong bij de tijding van Cantaracs verraderlijke handelwijze doodsbleek van zijn zetel op, in de hoop er nog in te mogen slagen, de Moederlanders weer buiten de poorten te werpen. Doch het was reeds te laat hiertoe, ja 't ware best mogelijk geweest, dat indien de

II. van Loo. Een edel driemanschap. 23

ocr page 197

194

junta-leden, met Kolonel J viva aan hun spits, niet hals over kop Lima uitgevlucht waren, zij allen zonder onderscheid op last van Graaf Oantarac onthooid zouden zijn geworden.

Van den eersten schrik hekomen, sprak men met elkander af', de verdere beraadslagingen te Calloa te houden in een kerkje aan het strand, op deu top van een rots gelegen.

Inmiddels betoonde zich de bevolking dermate verbitterd tegen den Kolonel Riva, dat zij het Congres in heftige bewoordigingen liet verzoeken, hem van den militairen stand vervallen te verklaren. De junta-leden beloofden zonder aarzeling aan dezen wensch gevolg te zullen geven, temeer daar de Riva zich zoozeer gehaat had gemaakt bij zijn soldaten, dat deze openlijk de bedreiging uitstieten. dat zoo hij het zich soms nog vermeten mocht, voor het front zijner divisie te verschijnen, zij hem den schedel vaneen zouden kloven.

Terwijl het Congres zijn tijd verbeuzelde met de Riva ter verantwoording te roepen, en zijne verdedigings-rede aan te hooren. maakte Graaf de Cantarae zich de gelegenheid te nutte, zóóvele troepen naar Lima te laten oprukken. dat er alle gevaar toe bestond, dat ook Calloa zou vallen.

De junta-leden achtten het dus maar raadzaam hunne zittingen te verleggen naar Truxilla, ter verdere bespreking en ontwarring van 's lands zaken.

In de twee eerste vergaderingen ging het vrij kalm toe, maar brj de derde kregen de leden het weer zoo bittei met elkaar aan den stok, dat zi] in stede van hun plicht te vervullen, in de grofste beleedigingen vervielen, waarbij zij zich dermate opwonden, dat het maar weinig had

ocr page 198

195

gescheeld of de vroede mannen waren handgemeen geraakt.

De Generaal de Santa-Cruz, die een dezer vergaderingen bijwoonde om de leden zijn plannen voor te dragen, aangaande de verdrijving der Moederlandsche legerscharen, kon zijn verontwaardiging over deze gewetenlooze verwaarloozing van Peru's belangen onmogelijk bedwingen en riep waarschuwend uit: »Gaat dit langer zoo toe, dan bestaat er geen twijfel, of ons vaderland wordt andermaal den Spanjaard ten buit. Keert dus éer het te laat is en stelt uwe krakeelen tot nader uit, temeer daar het mij ter core gekomen is, dat de Generaal Cantarac van zins is, een beroep te doen op de bevelhebbers die nog in de verschillende Zuid-Amerikaansche koloniën aanwezig zijn. om allen te zamen naar hier toe te marcheeren en Peru weer aan de patriotten te ontrukken. Mocht zulks gebeuren, dan valt het gemakkelijk te voorzien, dat ook wederom Columbia door de vijandelijke troepen bezet zal worden. Dus nog eens: staakt dus uwe woordentwisten of weldra zal het uur aanbreken, dat geheel dit werelddeel den vloek over u zal uitspreken.quot;

Deze woorden misten hun uitwerking niet.

Heilig zwoeren de leden van stonde af aan een geheel andere gedragslijn te zullen volgen en er in de eerste plaats voor te zorgen, dat de noodige bevelen werden uitgevaardigd, om de lichtingen die naar huis waren gezonden, weer onverwijld onder de wapenen te laten komen, ten einde de omliggende Moederlandsche regimenten te beletten het land binnen te rukken.

Toen men er echter toe overging de aandacht te vestigen op de sterkte van het vrijheids-leger, bemerkte men al ras, dat deze ver bij die van het Spaansche achter stond.

13*

ocr page 199

196

»Het eenige wat ons zou kunnen redden,quot; sprak Santa-Cruz, »is de hulp van den edelen Bolivar in te roepen. Overtuigd als ik er mi] van mag houden, dat de Verlos-ser van Nieuw-Grenada, Venezuela en Ecuador zich ook o-aarne ter beschikking van Peru zou stellen, om het weer ten vrijheid te voeren, zoo geef ik u in bedenking, hiertoe staandevoets een deputatie naar hem af te vaardigen.quot;

Deze raadgeving werd met een algemeen applaus beo-roet. waarop men er toe overging, bij het lot te bepalen. wie zich naar Bolivar zou toe begeven. Zoodra zulks uitbewezen was, gingen een zestal junta-leden aan boord van een vaartuig dat sinds dagen reeds ten dienste van het Congres in de haven voor anker lag, om in geval van nood, het ruime sop te kunnen kiezen.

Onverwijld na hun aankomst te Caracas, lieten zi] Bolivar verzoeken, hen bij zich ten gehoore te willen ontvangen. aan welken wensch nog in hetzelfde uur voldaan werd.

Toen zij Bolivar met de reden hunner zending hadden bekend gemaakt, zeide hij, nadat hij eene wijle met saam-o-etrokken wenkbrauwen voor zich uitgeblikt had: »Hoe eerder wij aan dezen treurigen toestand een einde trachten te maken hoe beter, want mocht het ongeluk willen dat Graaf Cantarac zich andermaal van Peru bemachtigde, zoo zou hieruit ligt kunnen voortvloeien, dat ook Chili en verdere Staten opnieuw de kluisters werden aangelegd, die ten koste van het leven van tienduizenden onzer edelste broeders verbroken mochten worden. Ik zal dus mijn trouwen vriend en helper. Generaal Sucre voorslaan, met drie-duizend man ruiterij te scheep gaan naar Peru, onder voorwaarde, dat de Generaal Santa-Cruz met zijn leger o-ereed staat, om zich bij de gezonden Columbiaansche divisie aan te sluiten.

ocr page 200

197

De deputatie boog en vertrok, waarop Bolivai een zijner adjudanten aan Sucre liet verzoeken, zich even bij hem te vervoegen, ter bespreking van een hoogst belangrijke zaak.

Een kwartier uurs daarna trad Sucre reeds bij Bob-var binnen, die hem van het zooeven ontvangen bezoek der Peruaansche junta-leden inlichtte en hem opdroeg, geheel als zijn gevolmachtigde naar het bedreigde Peru koers te zetten en er vooral in de allereerste plaats alle pogingen toe aan te wenden, Lima als den hoofdzetel des Rijks, op den vijand te heroveren.

Sucre beloofde hem op de hand zich stipt aan de hem gegeven bevelen te zullen houden en nam dadelijk de noodige maatregelen, reeds den volgenden morgen naai ba Guayra te kunnen vertrekken, waar een tal van schepen o]) de reede waren gekomen, om hem met zijne divisie naar Calloa over te brengen.

Zoodra hij in veilige haven mocht aangekomen zijn, rukte hij onverwijld, na de ontscheping zijner troepen, met lossen teugel op naar Lima. Nauw had Graaf Can-tarac vernomen wat er gaande was of hij voelde dermate den moed in zijne schoenen zinken, dat hij met de ge-heele Moederlandsche bezetting het hazenpad koos.

Niet weinig verbaasd over zooveel laf heid zette Sucre de vluchtenden na en dreef hen zoo ver het gebergte in, dat er spoedig geen zweem meer van de koninklijke regimenten te ontdekken viel.

»Ziezooquot;, sprak Sucre, toen hij onder de jubelkreten der menigte zijn intrek in Peru's hoofdstad deed; »dat werkje was gauw verricht: er nu maar voor gezorgd dat Graaf Cantarac niet op nieuw beslag op Lima legt. Het beste zal dus wezen hier een Hink garnizoen achter

ocr page 201

198

te laten en het overblijvende gedeelte mijner divisie met die van den Generaal Santa-Crnz te vereenigen.quot;

Doch den Generaal Santa-Cruz was dit al heel weinig naar den zin. wijl hij maar al te zeer vreesde, dat Sucre met de eer van elke overwinning zou gaan strijken. Hij zocht zich dus hiervan af te maken met te betoogen, dat het oneindig heter was, ieder afzonderlijk zijn weg te gaan, ten einde de Spanjaarden op verscheiden plaatsen tegelijk te kunnen aantasten.

Ofschoon Sucre zich uitsloofde hem dit anders te doen begrijpen met hem op vaste gronden te bewijzen, dat elke verbrokkeling van krachten voor de patriotten hoogst noodlottig zou kunnen worden, zoo was en bleef Santa-Crnz doof voor zijne vermaningen en marcheerde met zeven-duizend Peruvianen de richting van het gebergte uit. waar Cantarac heengevloden was.

Doch dit waagstuk kwam hem zeer duur te staan, want de Generaal Cantarac, die oogenblikkelijk na zijn verjaging uit Lima, alle in de omstreken verspreide divisies op een punt onder zijn kommando vereenigd had, viel hem met zulk een overmacht op het lijf, dat er van de zeven-duizend Peruvianen zes-duizend sneuvelden en Santa Cruz in allerijl de wijk moest nemen naar Calloa, om niet niet het luttel overschot van zijn leger krijgsgevangen genomen te worden.

Generaal Cantarac, door deze zegepraal wederom meester van Lima geworden, vestigde er zich andermaal en verzamelde er zulk een sterk garnizoen dat er van een herovering door de patriotten onmogelijk meer eenige sprake kon zijn.

De Peruvianen tot wanhoop gebracht, smeekten Sucre het opperbevel van het leger op zich te nemen en Santa-

ocr page 202

199

Cruz te gebieden, zich onder zijne vanen te scharen of hem bij weigering in arrest te stellen.

Maar noch het een noch bet ander was noodig. want voor dat het een uur verder was, liet Santa-Cruz zich in het hoofdkwartier bij Sucre aanmelden, om hem voor den beganen misslag vergiffenis te vragen en het verzoek tot hem te richten, met zijn divisie, die hij weer op vijfduizend man had weten te brengen, bij de Columbiaansche ruiters ingedeeld te mogen worden.

Zonder hem met eenig verwijt te bezwaren, reikte Sucre hem grootmoedig de hand en kwam na kort beraad met hem overeen, m het holle van den nacht naar Lima te marcheeren, zoo mogelijk het garnizoen te overrompelen en de stad weer in bezit te nemen.

Zoo gezegd, zoo gedaan.

De schildwachten, op den uitkijk geplaatst, wilden bij de nadering der patriotten alarm maken, doch vóór en aleer zij hieraan gevolg konden geven, hadden reeds eenige kompagniën Peruviaansche jagers de wallen beklommen en hen bij de keel gegrepen.

Tegelijkertijd drongen de overige manschappen de hoofdwacht binnen en bevalen den kommandant. die door den schrik bevangen, luidkeels om erbarming smeekte, de poorten der stad open te zetten.

In een oogwenk was hieraan voldaan, waai op het vi ij-heids-leger met gevelde bajonet naar binnen marcheerde, het garnizoen dat in de kazernen lag te ronken, krijgsgevangen nam en Generaal ( antarac noodzaakte, in nachtgewaad het hazenpad te kiezen.

Na deze zoo verblijdende gebeurtenis die de Peruvianen met nieuwe hoop bezielde, de zaken tot een bevredigend einde te mogen zien komen, scheepte Sucre zich onver-

ocr page 203

2U0

wij Id in naar Quilca, om de Spaansche legerscharen die nog steeds liet Zuiden bezet hielden, tot den aftocht te dwingen.

Maar hij mocht niet hierin slagen, want door een plotselinge voorwaartsche beweging van den vijand werd hij zoo in het nauw gedreven, dat hij zoo spoedig als hij maai kon weer aan boord gmg en naar Calloa terugvoer.

De Generaal Vera-Crnz was niet veel gelukkiger. Na het vertrek van Sucre naar Quilca, met zijn leger de Andes overgetogen, ten einde ook Opper-Pera van het Moe-derlandsche gebroed te zuiveren, bevond hij zich niet alleen in de onniogslijkheid er zich staande te houden, maar verloor op zijn terugtocht, door drie divisies tegelijk aangevallen, bijna al zijn manschappen.

De Spanjaarden riepen dus zoo hard viktorie als zij maar konden, rukten met hun leger, ongeveer twintigduizend man sterk, hoe langer hoe dichter bij en legden elke stad die zij doortrokken, zulk een zware brandschat-tmg op, diit (.eze de krachten der bevolking ver te boven ging. Maar de barbaren sloegen weinig acht hierop, ja waren laaghartig genoeg om de plaatsen, die er onmogelijk kans toe zagen, de gevorderde gelden op het bepaalde uur uit te betalen, meedoogenloos aan de roof- en moordlust hunner soldaten op te offeren.

De terugkeer van Sucre, gepaard met de noodlottige tijding dat Santa-Cruz op een vijftien-honderdman na, al zijn troepen had zien sneuvelen, en de vijand met een legermacht van ruim twintig-duizend man naar de hoofdstad in aantocht was, deed aan menigeen den noodkreet ontsnappen : »Wij zijn verloren ; het vonnis van Peru is onherroepelijk geveld!quot;

Jiin inderdaad, Peru zou zyn ondergang nabij zijn ge-

ocr page 204

■201

weest, indien Bolivar niet onmiddellijk bij het bericht, hoe de patriotten door de machtige legerscharen van Graat Cantarac allerwege verslagen waren geworden, geheel ongeroepen met ruim drie-duizend beproefde krijgslieden te scheep was gegaan met de vurige bede in het hart, voor Peru te mogen doen wat hij voor Columbia verricht had.

XXIX.

Ofschoon hij bij zijn intocht te Lima met geestdrift begroet werd als de redder van Peru, zoo gevoelde een gedeelte der bevolking zich toch minder ingenomen met deze inmenging van zaken, wijl zij vermeende dat door bedoelde tusschenkomst het land wel eens van Spaansche in Columbiaansche handen kon geraken.

De hoofdbewerker dezer zoo alleszins ongegronde vrees, was niemand anders dan de afgezette Kolonel de Una. die zich uit bitterheid over zijn val. aan het hoofd van eenige nietswaardige raddraaiers geplaatst had en geen enkele gelegenheid liet voorbijgaan, haat en onrust te zaaien. Nauw had hij dan ook vernomen dat Bolivar Peru te hulpe wilde komen of hij beschuldigde hem zoowel als Sucre er van, die hij beide voor indringers uitschold, de leelijkste nevenplannen in hun binnenste te koesteren. Zelfs schaamde hij zich niet, openlijk de voorspelling uit te spreken, dat Peru nog vrij wat beter zou zijn afgeweest onder Spanje, dan onder het beheer van bewuste twee Venezuelaansche gelukzoekers, die het er blijkbaar slechts om te doen was, behoorlijk hunne zakken te vullen en het land tot wingewest te vernederen.

Eindelijk deze schimperijen moede, liet Bolivar den lasteraar met geheel zijn aanhang achter de tralies zet-

ocr page 205

202

ten. maar zijne opstokerijen hadden reeds zulk een ver-derfelijken invloed op het leger uitgeoefend, dat een gedeelte er van tot rebellie oversloeg, zich van Calloa bemachtigde en Bohvar dwong Lima staandevoets te verlaten. Bovendien moest hij de smaad verduren, dat onder voorwendsel er hartelijk voor te bedanken naar Bolivars of Sucre s pijpen te dansen, de minister van oorlog, een Generaal, benevens drie eskadrons huzaren naar den vijand overliepen.

Ongetwijfeld zouden zoovele wederwaardigheden, maar bovenal zooveel miskenning een minder beleidvol en ondernemend veldheer den moed benomen hebben, verder te handelen, doch Bolivar was een van die menschen, die over alle bezwaren wist heen te stappen en zijn plannen verstoutte, naarmate zijn vijanden deze onuitvoerbaar zochten te maken.

Een enkel beroep op de Pernviaaiische natie, gepaard aan de goede faam die hij mocht genieten, was dan ook ruimschoots voldoende, vier-duizend in den wapenhandel flink geoefende jongelieden te doen besluiten zich onder zijne banieren te scharen, waardoor het Columbiaansche leger, dat reeds zeven-duizend man telde, bijna dubbel in getalsterkte toenam.

Zoodra de nieuw aangekomen strijders behoorlijk gekleed en gewapend waren, toog Bolivar met zijn trouwen Sucre d( bugketen van de Pasca over, ter opsporing van het vijandelijke leger, waarvan hij een gedeelte onder bevel van Graaf Cantarac in de zoogenaamde pampas de los Reyes of konings-vallei aantrof en door een voortreffelijk uitgevoerd plan, spoedig tot wijken bracht.

De bloedige veldslag bij Janin mocht voor de vrijheidshelden even gunstig afloopen, zoodat Bolivar en' Sucre

ocr page 206

203

tot aan den Pacachara, het hart van Pern, konden voortrukken en te Challnance de tweede stad des Rijks, hun

hoofdkwartier kiezen.

Veel als er te Lima nog te beredderen viel, vooral wat liet Congres betrof, waarvan de leden zich nog altijd even vijandig jegens elkaar gedroegen, zoo voelde Bolivar zich genoopt het opperbevel van het leger aan Sucre over te dragen en voor tijd en wijle naar bewuste hoofdplaats

terug te keeren.

Niemand gevoelde zich zoo verheugd over dit vertrek,

dan Graaf Cantarac, die zoodra als hij vernomen had dat Bolivar te Lima aangekomen was, den Generaal la Sema, met ettelijke dnizende soldaten in stilte uit Cuzco liet aanrukken, met bevel om Sucre en de zijnen, die veel geringer in getal waren, in den rug aan te vallen en zoo mogelijk tot den laatsten man af te maken ot m de peil-looze diepten van het Pacachara-gebergte voor altijd te

doen verdwijnen.

Gelukkigerwijze werd Sucre dj tijds door eemge verspieders van de geheime beweging van het vijandelijke leger ingelicht, die hem zoo bedenkelijk toescheen, dat bil zonder uitstel een krijgsraad belegde, om met zijn onderhebbende Generaals Lamar, Lara en Miller te bespreken, welke maatregelen er te nemen zouden zijn om de patriottische manschappen voor het treurige lot te vrijwaren door een overmacht van verscheiden duizenden soldaten achterop gedrongen en vernietigd te worden.

»Waren wij eenigszins bij machte ons tegen het Spaan-sche gespuis te verdedigen,quot; sprak Sucre »zeker zou ik de laatste aller Zuid-Amerikanen zijn. er ook maar een enkelen duim breeds voor uit den weg te gaan. Doch hoe ons op de smalle, hobbelige, met steenen en met cactus-gewassen

ocr page 207

204

bezaaide bergpaden in tegenweer te stellen ? Dadelijk zouden er de ellendigste verstoppingen ontstaan en ons slechts de keuze overblijven, om te sneven of door de ellendelingen in den afgrond geslingerd te worden. Daarom geef ik u ernstig in beraad met het leger naar Lambrana terug te trekken, daar alles wat wij aan manschappen bezitten, met elkaar te vereenigen om zoodra als dit ae-

c O

schied is, over het dorp Guamanga tot nader orde naaide pampa van Ayacucho te marcheeren. Indien het ons gelukken mag dezen tocht zonder hindernissen te volbrengen, dan hebben wy er ten minste zooveel bij gewonnen, dat wij lang op de plaats onzer bestemming zullen aangekomen zijn. voordat de Generaal la Serna er op bedacht kan wezen, ons den weg daarheen af te sluiten.quot;

De drie overige Excellenties keurden dit plan dadelijk goed en beloofden aan Sucre er voor te zullen zorgen, binnen een paar uren reeds Calluanca te kunnen verlaten.

Sucre reikte hun in dank hiervoor de hand, waarop de Generaals zich verwijderden om de verschillende regiments-kommandanten van de zoo even beraamde plannen in te lichten en hun te verzoeken de manschappen in het gelid te doen treden, daar elk oogenblik appèl kon geblazen, worden, niet pak en zak op te marcheeren.

Met een bijna onvergelijkelijk beleid en onnavolgbare volharding, leidde Sucre het vrijheids-leser lanes onlt;lt;■(;-

'J o o o

baande wegen, steile rotshoogten en diepe ravijnen naar Lambrana, waar hij een week rust kommandeerde om mensch en dier weer eenigermate op verademing te laten komen en tevens de verschillende losse regimenten, die elders in kantoimement hadden gelegen en door hem opgeroepen waren geworden, bij de andere divisies in te deelen.

ocr page 208

205

In het vooruitzicht ook te auamanga een wijle halt te houden, hoofdzakelijk om zich van nieuwe proviand en van versch drinkwater te voorzien, begaf men zich onder vroo-lijk trompet-geschal op marsch, toen de twee ordonnan-cen ter verkenning vooruit gezonden, al heel spoedig terugkwamen met de mare dat de stad reeds sedert dagen m beslag was genomen door den vijand, die zijn weg dwars

door het gebergte gekozen had.

Ofschoon deze tijding Sucre als een donderslag in de ooren klonk, zoo verloor hij toch geen oogenblik het hoofd en zette, hoe afgemat het leger zich ook mocht gevoelen, na een korte, doch kernachtige aanspraak den terugtocht met den meesten spoed voort naar Chmcheras. van waar hij, na zich slechts ternauwernood den tijd gegund te hebben tot den inkoop van eenige levensbehoeften, zijn manschappen de richting uit leidde van de bergengte van Pomocochas, als de kortste en veiligste weg naaide vlakte van Ayacucho.

Op het alleronverwachtst echter, vertoonde zich in het smalste gedeelte van dezen gordel de divisie van den Oeneraal la Serna. die zich met zijn artillerie aan weerszijden der engte opgesteld had en zulk een hevig kanonvuur op de doortrekkende patriotten opende, dat Sucre maar al te zeer vreesde dat er onder zijn soldaten een paniek zou ontstaan.

Hij wist dit echter te voorkomen met zijne soldaten luchtig toe te roepen; »Alloo vrienden', de beenen wat aangetrokken of de vijand houdt geen enkel schot meer

over voor een volgenden keer.'

Deze woorden wekten zoozeer de algemeene vroolijk-heid op, dat een der patriotten de Spaansche artilleristen toevoegde: »Als wij voorbijgetrokken zijn. kunt ge aan

ocr page 209

206

liet kogelzoeken gaan, want de meesten zijn langs ons neergevallen.quot;

Eindelijk Tras alle gevaar geweken en bereikte uien zonder eenige verdere ontmoetingen met den vijand Aya-cueho, een vierkante vlakte aan den voet der Condor-canqui en aan de grens van het Indiaansche dorp Qui-noa, dat deel uitmaakte van het regeerings-district Huanta.

Het was hoog tijd dat Sucre eindelijk »haltquot; kom-mandeerde, want de troepen konden bijna niet meer, terwijl de paarden wegens gebrek aan beslag, bijna allen onbruikbaar waren geworden.

Het bedenkelijkste van alles was nog dat de mondvoorraad zoo goed als geheel opgeteerd was geraakt, zonder dat er eenige kans toe bestond, zich van eenige proviand te kunnen voorzien, daar de Spanjaarden aan de bewoners van het geheele district Huanta, op straffe des doods verboden hadden, de patriotten zelfs geen druppel water, laat staan eenig voedsel te verschaffen.

De Engelsclie Generaal Miller gevoelde zich dan ook

O O

zoo moedeloos, dat hij daags na de aankomst van het vrijheids-leger te Ayacucho tot Sucre zeide: »Als deze pampa maar niet het graf van Zuid-Amerika's vrijheid wordt, want alles pleit er ten duidelijkste voor, dat zelfs het grootste veldheeren-talent hier onmogelijk eenige redding zou kunnen aanbrengen.quot;

Sucre drukte bij deze woorden de hand des Generaals Miller in de zijne en antwoordde: »Wees zonder vrees; Dezelfde, die ons tot dusverre nabij was, zal ons dit ook verder wezen en ons ter gelegener lire uitkomst schenken ; daarom, bid ik u, laat niet langer het hoofd hangen en zorg er vooral voor, dat het leger niets van uwe

ocr page 210

207

treurige gemoedsstemming bemerkt, daar het moreel van den chef ook dat van den soldaat is.quot;

XXX.

Een week na dit gesprek vernam Sucre in den loop van den avond, dat het koninklijke leger ongeveer negenduizend man sterk, met de Generaals la Serna en Cantarac aan zijn spits, heneden de kruin van den Condorcanqui, m de meeste stilte op een mijl afstands van het patriottische kamp. zijn hivak had opgeslagen. Niet weinig beducht er voor, dat de Spanjaarden zich den nacht zouden ten nutte maken, het vrijheidsleger te overrompelen, zoo beval Sucre aan de muzikanten van twee bataljons aan den voet van den berg post te vatten en gedurende den geheelen nacht allerlei vroliike marschen te spelen, om den vijand in den waan te brengen, dat het laagste gedeelte van het hoogland bezet was.

Deze list gelukte volkomen ; want geen enkele Moeder-hinder durfde buiten de verschansingen komen, uit vrees

van in een hinderlaag te vallen.

Eerst in den morgenstond, toen de Spanjaarden bemerkten hoe deerlijk zij verschalkt waren geworden, losten hunne voorposten een vliegend geweervuur op de beide muziekkorpsen, die zich daarop dadelijk m veiligheid

trachtten te brengen.

Tu alwachting dat het Spannsche leger zich ter levering

van een veldslag aan zijn oog vertoonen zou. liet Sucre de patriotten, die zich met het front naar den Condorcanciui en met den rug naar het dorp Quinoa in de vlakte geschaard hadden, verschillende rijen formeeren, om den vijand des te beter wederstand te kunnen bieden.

ocr page 211

208

Weinige oogenblikken nadut ilit bevel ten uitvoer was gebracht, kreeg men de divisie van den Generaal Villa-bolis in bet gezicht. De manschappen liepen behoedzaam langs de diepe rotskloven van den Condorcanqui naar de vallei toe en hielden zooveel mogelijk links aan, om de patriotten in de flank aan te vallen. Bijna even spoedig werd men ook den Generaal Monet gewaar, wiens divisie de rechter-vlengel der Royalisten uitmaakte. De soldaten dezer leger-afdeeling marscheerden zoo goed en zoo kwaad als zij konden, regelrecht naar het front van het vrijheids-leger. gevolgd door eenige eskadrons dragonders, die hunne paarden bij den teugel langs de diepe rotsspleten behoedzaam naar beneden leidden.

Gedurende deze manoeuvre plaatste Sucre zich voor het front zijner troepen op wier gelaatstrekken de bangste spanning te lezen stond en sprak met heldere, krachtige stem : «Soldaten, vergeet niet, dut deze veldslag het lot van geheel Amerika moet beslissen.quot;

Deze weinige woorden, met klem en nadruk uitgesproken. wekten de ruimste geestdrift bij de patriottische legerscharen op, die de lucht deden weergulmen van de kreet: »Leve het vrije Amerika. Overwinnen of sterven!quot;

Inmiddels hadden de koninklijke divisies des Generaals Monet en Villabolos voor de grootste helft de pampa bereikt en zich in slagorde opgesteld, om zoodra uls ook bet overige gedeelte in de vlakte neergedaald zou zijn. het gevecht een aunvung te doen nemen.

Doch voordat zij zich in beweging konden stellen, gaf Sucre aan de divisie vun den Generaal Cordova, benevens aan twee regimenten ruiterij, onder kommando van den Generaal Miller lust, voorwaarts te dringen en Monet en Villabolos tegen de rotsen terug te werpen.

ocr page 212

209

Bij dit bevel sprong de onverschrokken Cordova van zijn paard, stiet het dier zijn degen in de borst en riep zijn soldaten toe: »Nu ziet gij dat het mij onmogelijk zou wezen te vluchten; wij zullen dus gezamenlijk tot den laatsten man moeten strijden.quot;

Daarop nam hij plaats aan het hoofd zijner divisie, die zich in vier evenwijdige pelotons verdeeld had met de ruiterij van Miller er tusschen in, zwaaide zijn steek hoog door de lucht en riep: »Voorwaarts; ter overwinning gesneld.quot;

Onder een blij »hoeraquot;, stormden de patriotten op den vi]and los. die hoewel hi] pal bleef staan en de vrijheidshelden de punten hunner bajonetten in de borst zocht te drin«en. toch door de bewonderenswaardige orde en nauwkeurigheid, waarmede deze aanvallende beweging werd ten uitvoer gebracht, allengs zijn zelfvertrouwen begon te verliezen.

Terwijl er van weerszijden met den moed der wanhoop gestreden werd, waagden de ( 'olinnliiaansche huzaren, onder bevel van den Kolonel Silva, een tweeden uitval.

De dappere veldheer stortte, door een kanonskogel getroffen. doodelijk gekwetst van zijn paard, doch zijn soldaten begaf de moed niet. Integendeel, het sneuvelen van hun zoo beminden chef deed hun woede nog slechts verdubbelen en zulk een ontzettend bloedbad ondei de Moederlanders aanrichten, dat dezen plotseling door een paniek bevangen, het hazenpad kozen.

De patriotten zetten hen na en sloegen eiken fepanjaard, dien zij te pakken konden krijgen, met de kolven hunner geweeren de hersens in.

De Generaal Monet, wiens paard over een steen struikelde, werd onder een oorverdoovend gejubel krijgsgevan-

11. van Loo. Een edel driemanschap. 14

ocr page 213

210

gen gemaakt en zou zeker door de manschappen der af-deeling Silva, liet hoofd van den romp gescheiden zijn geworden, indien Sucre, die zich toevallig in de nabijheid bevond, zulks niet had zoeken te verhinderen.

De Spanjaarden trachtten tegen de berghelling op te klauteren, maar het Columbiaansche bataljon van Burgos en de Peruviaansche divisie van de la Mar, stuurden hen zulk een feilen kogelregen achterna, dat velen door het moordend lood den dood vonden en naar den voet des bergs rolden, waar hunne bebloede lichamen aan de vooruitstekende rotspunten bleven hangen.

Terwijl de patriottische kogels nog steeds onder de Moederlanders dood en verderf verspreidden, drongen ook de huzaren van Junin vooruit om den vijand nog verder het onderspit te doen delven.

Doch ternauwernood had hij met donderende stem «voorwaartsquot; gekommandeerd of de Generaal Valdez, niet zijn artillerie door een nauw ravijn van het slagveld gescheiden, opende een vliegend gelederenvuur met vier stukken berggeschut. De Peruviaansche afdeeling van la Mar zag zich genoodzaakt de wijk te nemen ; ook het bataljon van Burgos deinsde terug. Tegelijkertijd sprongen twee regimenten voetvolk der Royalisten uit een aangrenzende rotskloof te voorschijn, trachtten de patriotten te achterhalen en riepen hun onder een hevig pelotonvuur toe, zich over te geven.

Thans stond de zaak om beslist te worden. Hoogstwaarschijnlijk hadden de vrijheidsmannen het gevecht verloren, temeer daar hun geheele artillerie slechts in een enkele vierponder bestond, indien Generaal Paez niet plotseling aan het hoofd zijner huzaren de Spanjaarden tegemoet ware gerend en hen op zulk een moordend ge-

ocr page 214

211

■weer-vuur ')iit luuild liad, dat zij op liun beurt ontsteld rechts-omkeer maakten. Tegelijkertijd snelden de grenadiers te paard, onder aanvoering van Sucre en de divisie van la Mar toe, om den vijand geheel tot zwijgen te te brengen. In weinige seconden tijds hadden zij onder woest o-eschreeuw het ravijn, waar Valdez zijn kanonnen had doen opstellen bestormd, de artilleristen ovei-hoop gestoken, zich meester van het geschut gemaakt en onder een blij hoerah! een eindweegs de pampa inge-sleept.

De Royalisten hadden op jammerlijke wijze den veldslag verloren.

Op zelfbehoud bedacht, poogden zij, halt zinneloos van schrik, tegen den Condorcanqui op te kliiumen, die zij ruim een uur geleden met zooveel moed afgedaald waren.

In de hoop dat de patriotten, hem verder met rust zouden moeren laten, bracht de ''eneraal la feerna, op de kiuin van den berg aangekomen, zooveel soldaten bijeen, als hij maar eenigszins verzamelen kon en stelde zich niet de overige Generaals en verdere officieren aan hun spits, om onverwijld naar Guamanga terug te keeren.

Maar juist op het oogenblik dat Graaf Cantarac zijn paard besteeg en la Serna zijne laatste bevelen uitdeelde, vertoonden zich eenklaps, op eenigen afstand, de patriottische Generaals Lama en Lara, die met hunne divisies eveneens den Condorcanqui opgeklauterd waren.

Bij deze onverhoedsche verschijning werden de bpaan-sche soldaten door een nieuwe paniek bevangen, liepen als hazen uit de gelederen weg en verscholen zich ijlings achter eenige hooge rotsblokken, die hen voor elks oog verborgen hielden.

De Generaal la Serna, buiten zich zeiven van veront-

li*

ocr page 215

212

waardiging over zooveel lafheid, gebood hen met de noo-dio-e verwenschingen en vloeken voor den dag te komen en zich in tegenweer te stellen; maar hoe hij vloekte of schold, niemand die naar hem luisterde.

Aangezien Lara en Lamar het maar half vertrouwden of deze geheele manoeuvre niet op een krijgslist berustte, om hen op een gegeven teeken eensklaps op het lijl te vallen en den berg af te dringen, zoo gaven zij aan hunne manschappen last, bewuste rotsblokicen met gevelde bajonet te omsingelen en de vluchtelingen te gebieden zich over te geven of hen allen neer te vellen.

Deze bedreiging werkte als een toovermiddel, want éer iemand er op bedacht was, kropen geheele regimenten Moederlanders uit hun schuilhoek te voorschijn en vielen voor Lamar en Lara op de knieën neder.

Dadelijk nadat zij ontwapend en de buit gemaakte ge-weeren en sabels in veiligheid gebracht waren, werd er ook beslag gelegd op de aanvoerders. Hoewel bevende van inwendige ergernis, gespten zij hun degen gedwee af en stelden dezen in handen der beide patriottische veld-heeren.

Graaf Cantarac, die het laatst van allen den Generaal Lamar in gebogen houding naderde, zeide met onvaste stem: »Wees zoo goed, den bevelhebber van het vrij-heidsleger er kennis van te geven, dat ik bereid ben, op welke voorwaarden dan ook, den vrede met Peru te teekenen.

Lamar blikte hen minachtend aan en antwoordde koel; »Gij kunt u met deze boodschap even goed zelf belasten. Houdt er u dus slechts toe gereed met mij naar de vlakte af te dwalen, in afwachting wanneer de Generaal Sucre het gelegen zal mogen komen u bij zich te ontvangen.'

ocr page 216

213

Nadat Graaf Cantarac zich weer hij de andere krijgsgevangenen gevoegd had, lieten de Generaals Lamar en Lara zich een nauwkeurig verslag uitbrengen, omtrent het getal officieren en manschappen die zich aan hen overgegeven hadden, waaruit het bleek dat zestien Generaals, achttien Kolonels, acht-en-zestig Luitenant-Ko-lonels, acht-en-veertig kapiteins en luitenants en ruim drie-duizend soldaten, de patriotten in handen gevallen waren.

Bovendien telde het Spaansche leger ruim vijftien-honderd dooden en zeven-honderd gekwetsten, terwijl de vrijheids-mannen slechts drie-honderd-zeventig dooden en zeshonderd gekwetsten hadden.

Zoodra de Generaals Lamar en Lara de overwonnenen twee aan twee aan elkander hadden laten binden, beval hij hun den berg af te marscheeren om ter beschikking van den Generaal Sucre gesteld te worden.

Graaf Cantarac die met de Generaals la Serna en Valdez den trein sloot, riep meermalen uit: »Gevoelde ik mij niet ten plicht, het leger bij den opperbevelhebber der patriotten tot voorspraak te dienen, ik wierp mij in den eersten den besten afgrond te morsel.quot;

Eindelijk toen de tocht langs de gloeiende rotswanden volbracht was. werden alle Moederlandsche strijders, zonder aanzien van rang of leeftijd gelast, zich pelotons-gewijze in het gelid te plaatsen, daar de Generaal Sucre elk oogenblik uit zijn tent kon opdagen om hen m oogen-

schouw te nemen.

Velen waren echter dermate afgemat, dat zij zich onmogelijk langer staande konden houden en half bewusteloos neervielen, terwijl anderen wederom zulk een ondra-gelijken dorst leden, dat zij weenende de handen omhoog

ocr page 217

214

hieven en met den uitroep: »Estoy nmerto del sedquot; 1), op hartverscheurenden toon om een druppel lafenis smeekten.

Doch hoe vreeselijk hunne martelingen ook waren, niemand die eeuig medelyden met de ongelukkigen koesterde. Zelfs riepen enkele Indianen hun in bitteren spot toe : »Ieder zijn beurt; eerst hebt gij het er op aangelegd ons te laten versmachten, nu doet gij dit. Wel bekome het u.quot;

Inmiddels verscheen Sucre, omringd van een talrijken staf. Hij reed stapvoets langs de gelederen der krijgsgevangen gemaakte Moederlanders en zeide tot den Kolonel Miller, met een zegevierend lachje om den mond: »Heb ik het u niet voorspeld dat ons in den strijd een hoo-gere Macht nabij zou wezen en de reddende hand naar ons uitstrekken Vquot;

»Inderdaad,quot; antwoordde de Kolonel ernstig, »het wonder aan Zuid-Amerika geschied, is groot. Zoo ooit mocht dan ook wel naar het voorbeeld van het oude Israël, in deze pampa een gedenksteen verrijzen, met het opschrift : » Eben-haëzer.''

XXXl.

Naar zijn tent teruggekeerd liet Sucre, zoodra als zijn bezigheden het hem vergunden, Graaf Cantarac bij zich ontbieden, om over de vredes-voorwaarden in nadere onderhandeling met hem te treden.

De landvoogd, door twee grenadiers voor Sucre gebracht, boog onderdanig en herhaalde wat hij reeds op den Con-dorcanqui tot den Generaal Lamar gezegd had met bijvoeging, dat welke eischen hem ook gesteld mochten wor-

1

„Ik sterf van den dorst.quot;

ocr page 218

215

den, zich grootmoedig genoeg te betoonen, het verslagen leger vrijen aftocht te zullen laten.

»pit zal geschieden,quot; antwoordde Sucre, »mits gij er u schriftelijk quot;tot' verbinden wilt, alle vestingen en sterkten tot aan den Desaguardo-gordel door uw troepen staandevoets te laten ontruimen en er zorg voor te dragen, dat gij u binnen tweemaal vier-en-twintig uur met geheel uw aanhang buiten de grenzen van Peru bevindt. Zooniet, dan zal ik op de achterblijvers jacht laten maken, zooals uw landgenooten dit gewoonlijk op de weggeloopen slaven doen.quot;

Graaf Cantarac sidderde van ingehouden toorn; desniettemin boog hij toestemmend, wijl hij maar al te wel begreep,' dat na de schitterend behaalde overwinning dei-patriotten van Ayacncho, Peru's onafliankelijkheid en daarmede die van alle Zuid-Anierikaansche koloniën voor altijd

bevestigd was geworden.

Zoodra Sucre in overleg niet zijn Generaals de laatste

punten vastgesteld had en deze door Graaf Cantarac zonder voorbehoud goedgekeurd waren, werd de gesloten overeenkomst door beide partijen geteekend en deze onmiddellijk ter kennis van het patriottische leger gebracht.

Een der helden van den dag, de Generaal Gamara, werd reeds den volgenden dag met een Peruviaansch bataljon naar Cuzco afgevaardigd, om het Spaansche garnizoen, dat dadelijk onder de wapens kwam, krachtens de gesloten overeenkomst met Graaf Cantarac, te gelasten met stille trom af te trekken en voorts de bevolking de tijding mede te deelen, dat nog dezelfde week Sucre voornemens was met het leger, als overwinnaar van Avacucho, de stad met een bezoek te vereeren om er minstens veertien

dagen te blijven.

Onder blijde bravo's werd deze tijding door oud en

ocr page 219

21 (j

jong vernomen en beijverde iedereen zich, nadat de gehate Moederlandsche bezetting, onder het opzicht van den Generaal Gamara, den aftocht geblazen had, de stad met trofeeën van groen en bloemen te sieren, ten einde Sucre een alleszins waardige ontvangst te bereiden.

Zoodra als de bevolking vernam, dat Sucre aan het hoofd zijner dappere scharen in aantocht was, toog zij hem onder luid gejubel tegemoet en begroef hem letterlijk onder een regen van kransen en bloemen.

Hij groette de juichende menigte minzaam met de hand, die door menigeen met vurige kussen bedekt werd.

Ouder het luiden der klokken, het lossen van vreugde-schoten en het aanheffen van vrijheidsliederen, reed Sucre, omringd door zijue dapperste Generaals en voorafgegaan door de verschillende veroverde vaandels te Ayacucho op den vijand buitgemaakt, in alle statie de residentie dei-voormalige Inca's binnen.

Aan de poort door eeu eerewacht der voornaamste en rijkste burgers van Cuzco ontvangen, die hem van harte binnen de muren der oude veste welkom heetten, leidde deze hem langs de smaakvol met eerebogen versierde straten naar de markt, waar hij met zijn gevolg op eene met nationale vlaggen gedrapeerde tribune plaats nam.

Nadat hij dankend naar alle zijden heengebogen had, voor de vele en warme huldeblijken, die hem en het leger mochten ten deel vallen, sprak hij met krachtige stem, terwijl hij onder het voortdurend klokkengelui en kanongebulder, voor de nog steeds jubelende menigte de vrijheids-vaan ontrolde : »Ik verkondig u bij deze plechtig de verlossing van het Peruviaansche Rijk, dat zich van Spanje's heerschappij heeft vrijgemaakt door den wil des volks en de rechtvaardigheid der zaak, door God den Al-

ocr page 220

maclitilt;re zelf in besclieiming genomen. Moge Zijn zegen blijven rusten op onzen arbeid en de talrijke belden, ' ie deze verlossing met bun dierbaar bloed bezegelden, m bet bemelscbe Paradijs ten heerlijkste hiervoor be oond zijn geworden. Leve Peru; leve bet vrije onatbaukebjkeZuid-

Amerika.quot;

üuizende stemmen getuigden door baar luid gero i van den bijval die zijn aanspraak had gevonden.

Onder bet aanstemmen van het Peruviaansche volks bed

wuifden de omstanders met hoeden en doeken den beid van Ayacucho met geestdrift toe en namen vele moeders hare kinderen op den arm om hen later te kunnen doen

zegden ; »Ook wij hadden het voorrecht den grooten veldheer van aangezicht tot aangezicht te mogen aanschouwen.

Terwijl de stafmuzieken een plechtige hymne aanhie-ve.,, werd « w»* «. S»cre de vrijWids-»»,. «-aeheecte., «. »„ken alle aamezigeu op de kmeen „„der, o„. voov .Ie »o „verwed,te „itkomst hun hot

in bet gebed uit te storten.

Des avonds baadde de stad zich in een zee van licht e„ tadde., er «Uerwege in de ope„ lueht ,olks-bals en feestmalen pla.t,, de bnmkoeUh, de meert gel.ef-

koosde dans der Zuid-Amerikanen om liet drukst weid

uitgevoerd. , ,

Tot laat in den nacht bleven de straten en pleinen h.ni

opgewekt a.i„/.ien behondei, en liet™ de leestv,erende scharen er zich eerst door de stralen der opkomende mor-quot;•en-zon toe aanmanen, huiswaarts te keeren.

Eenige uren later werd er op verzoek van ucre m (e hoofdkerk een plechtig te Deum aangehevea om God nogmaals te loven en te danken voor de wonderen aan Zuid-

Anu-rika verricht.

ocr page 221

218

Voor en aleer Sucre er toe besluiten kon, Cuzco vaarwel te zeggen, richtte hij nog eerst zijne schreden naar het Raadhuis, om de bevolking openlijk zijn gevoeligheid te betuigen voor de hartelijke ontvangst hem en het leger te beurt gevallen.

Toen hieraan voldaan was, liet hij zich op een fluwee-len kussen het oude Spaansche vaandel ter hand stellen, dat hij in een der arsenalen der stad aangetroffen had en waarmede Pizarro, na de verovering van Peru, Cuzco in 1524 triomfantelijk binnengetogen was. »Ik wil.quot; riep hij uit »deze vlag den edelen Bolivar, den bevrijder van Peru en Columbia aanbieden, ter herinnering voor alles, wat hij voor het heil. de verlossing van vijf-Zuid-Ame-rikaansche koloniën mocht verrichten. Leve Bolivar, leve onzen redder: aan wien wij naast Cod de vrijmaking dezer Staten en daarmede die van ettelijke millioenen zielen verschuldigd mogen wezen.quot;

Was de geestdrift door deze aanspraak opgewekt, groot zoo steeg deze ten top, toen eenige kinderen in het wit gekleed, voor den zetel van Sucre een lauwerkrans neerlegden, waaraan een zijden lint gehecht was met de woorden; »ljit naam der gansche bevolking.quot;

Sucre, door zijn aandoeningen overstelpt, drukte dit eere-teeken zwijgend aan de lippen, waarna hij het bevestigde aan het ontplooide vaandel, dat sinds drie eeuwen de trots en de glorie van alle Spaansche landvoogden had uitgemaakt.

XXXII.

Mochten Sucre vele eerbetooningen ten deel vallen, zoo was dit niet minder het geval met Bolivar te Lima. Da-

ocr page 222

(lelijk bij de heuclielijke tijding der zegepraal van Ayacucho, stroomden duizende en .luizende Peruvianen naarBolivais woning om hem door gezang en gejuich te kennen te o-even. wat er in hun binnenste omging.

0 Bolivar, aan wiens wilskracht het enkel en alleen te danken viel, dat eindelijk de Spaansche overheerschmg en schitterendste den bodem was ingeslagen naam kon aannemen van .onafhankelijke hepubhek, verscheen op het balkon, nam zijn steek m de hand en sprak met eene van aandoening trillende stem: »*a de zoo roemrijke overwinning van Ayacucho. bestaat ei to -dank! alle hoop voor. dat het trotscbe R# der Inca s weer zal mogen worden, wat het voor dne eeuwen was, een vrij, bloeiend land, overstroomende van melk en honing, want de boeien die Peru's voorspoed en ontwikkeling en treurigste in den weg stonden, liggen verbrijzeld in he stof en de verdrukkers zijn naar de vier winden verstrooid „•eraakt. Zoo ooit .lus, mogen wi] thans de grootste stof tot dankbaarheid koesteren, met de blijde kreet op de lippen: »Leve het verloste Peru; leve zipie heldenzonen; leve allen die in welken kring, in welk opzicht ook, ten gunste dezer gezegende 1 bevrijding hun gansche bestaan m de

weegschaal stelden.

Een donderend applaus volgde deze aanspraak, cie onmiddellijk in druk verscheen en met ontelbare exemp a-ren door geheel Peru verspreid werd.

De tijdino- dat Bolivar nog in den loop van den . ag zou deelnemen aan een buitengewone zitting van bet ton-ores, deed dadelijk weer een onafzienbare menigte op de been komen, om den »libertadorquot; andermaal met de noo-din-e toejuichingen tegemoet te treden.

quot;Slechts met' moeite baande bij zicb een weg door de

ocr page 223

22(1

jubelende bevolking, die hem voortdurend met bloemen bestrooide of in eerbiedige houding den zoom van zijn mantel aan de lippen zocht te brengen.

Aan het Congres-gebouw gekomen, werd hij aan den ingang door de drie oudste leden, benevens den Generaal Santa-Cruz opgewacht, door hem met de meeste ceremonieel naar binnengeleid en een eerezetel aangewezen, bevallig versierd met palmen en lauwertwijgen.

Dadelijk bij zijn verschijning in d.* feestelijk getooide zaal, rezen alle vergaderden van hunne zitplaatsen op en stemde een der stat-muzieken het Peruviaansche volkslied aan.

loen de laatste tonen weggestorven en de bravo's en hoerah's eenigermate bedaard waren, maakte de president er Bolivar mede bekend, dat het Congres door dankbaarheid gedrongen er met algemeene stemmen toe besloten had, hem den titel toe te kennen van »Vader en Redder van Peru' en tevens hoopte ter zijner eere op de hoofdmarkt een standbeeld te doen verrijzen, ter eeuwige gedachtenis van wat hij ten bate der verlossing van geheel Spaansch /uid-Amerika had mogen bewerkstelligen.

Bolivar boog ontroerd over deze vernieuwde blijken van Peru s erkentelijkheid en zeide, nadat hij het Congres in weinige doch hartelijke bewoordingen zijn dank had betuigd: » Hoeveel er ook reeds in het belang van Peru en der verdere koloniën is geschied, zoo mogen wij toch nog lang niet aan eenige rust denken, daar de bevrijding dezer Staten dient bevestigd te worden op hechte grondslagen, die slechts te verkrijgen zijn, met de koloniën krachtige en duurzame wetten te schenken.

De toejuichingen die deze woorden volgden, leverden

ocr page 224

221

Bolivar bewijzen in overvloed op, in welke hooge mate de leden deze zienswijze met hem mochten deelen.

Ook het Congres van Opper-Peru was geheel en al dezelfde meening toegedaan en liet dientengevolge Bolivar smeeken het pas heroverde liijk een nieuwe constitutie

te doen geworden.

Zonder aarzeling beloofde Bolivar de deputatie tot dit doel, uit Chuquisaca tot hem afgevaardigd, er zijn uiterste krachten toe in te zullen spannen, de hem opgedragen taak tot een bevredigend emde te mogen

brengen.

Na de ontvangst van dit antwoord, liet het Congres den redder van Peru verzoeken, de eerstvolgende zitting van dit llegeerings-lichaam, die binnenkort te Chuquisaca zou plaats hebben, met zijn hooge tegenwoordigheid

te willen vereeren.

Ofschoon het Bolivar met het oog op zijn drukke bezigheden, veel beter zou geleken hebben te Lima te b Lij ven, zoo nam bij nochtans bedoelde uitnoodiging aan, wijl hij hierdoor in het vooruitzicht verkeerde, zijn trouwen vriend Sucre te zullen ontmoeten, die mede tot bijwoning van het Congres uitgenoodigd, van Cuzco naar

Chuquisaca op marsch was getogen.

Beide helden werden op hun geheele reis naar Opper-Peru's hoofdstad, ten hartelijkste door de bevolking toegejuicht als de bevrijders van '/md-Amerika, de verdelgers zijner felste vijanden.

Bovendien mocht Sucre de voldoening smaken, om de enkele Spaansche legerhoofden die zich nog hadden pogen staande te houden, tot onderwerping te dwingen.

Zoo venneette onder anderen Oeneraal Tristan, kom-mandant van Arequipa zich, bij het bericht dat Sucre met

ocr page 225

222

zijn leger in aantocht was, de poorten der stad voor zijn neus te sluiten. Maar toen Sucre hem heel bedaard liet aanzeggen, dat zoo hij deze niet onverwijld met de noo-dige verontschuldigingen opende, hij hem met het geheele garnizoen een strop om den hals zou laten slaan, kwam hij spoedig tot andere gedachten. Zelfs begaf hij zich, in de hoop Sucre's toorn te mogen afwenden, aan het hoofd der gansche bezetting naar hem toe. bood den dapperen overwinnaar in eigen persoon de sleutels der stad aan, met de smeekbede op de lippen, genade voor recht te laten gelden en het garnizoen, hoe onverdiend ook. vrijen aftocht te willen schenken.

Een ander Spaansch Generaal, met name Claneta. een wreedaard van het eerste water, die om zijn duivelachtige inborst, door zijne onderhoorigen om het zeerst verfoeid en veracht werd, gebood zijn soldaten, zich aanstonds in het gelid te stellen om de patriotten verraderlijk aan te vallen, om ten minste niet ongewroken over de kling gejaagd te worden. Maar niemand die hieraan gehoor gaf, wat hem dermate in toorn deed onsteken, dat hij bleek van drift, een geladen pistool voor den dag haalde en de bedreiging uitstiet, een ieder die nolt;gt;-een oogenblik mocht aarzelen aan zijn hevel te gehoorzamen, te zullen neerschieten. Maar nauwelijks had hij deze woorden uitgesproken, ot men sleurde hem van het paard, sneed hem onder de afschuwelijkste verwenschin-gen het hoofd af en plaatste dit op een piek om er ver-der, bij wijze ten teeken van onderwerping, de patriotten mede tegemoet te trekken.

Alacleta, een derde Spaansche Generaal, die het niet over zich verkrijgen kon, goedschiks de Moederlandsche vlag te strijken voor Sucre, verscheen met zijn troepen

ocr page 226

223

in het veld, om liem zoo mogelijk meteen den weg tot Chnquisaca af' te snijden. Maar nauw was het tot een lt;i'evecht gekomen lt;jf Alacleta zag zich genoodzaakt den strijd te staken en zich op genade of ongenade aan Sucre over te geven.

Na deze ontmoeting viel er geen enkele meer van dien aard te vreezen, daar in de divisie van Alacleta het leger in Opper-Peru onschadelijk was gemaakt.

Daar er weinig of geen tijd meer te verliezen was om ter bijwoning van het Congres, ter gelegener ure te Chnquisaca aan te komen, zoo zette Sucre zijn tocht met den meesten spoed voort.

Zoodra Bolivar, die reeds eenige dagen van te voren de hoofdstad bereikt had, vernam dat Sucre zich in de nabijheid bevond, liet hij zijn paard zadelen, om hem zonder uitstel te begroeten.

Door eene onafzienbare jubelende schare gevolgd, reed hij den zoo innig beminden vriend tegemoet, en steeg dadelijk uit den zadel toen hij hem, op korten afstand der poorten gewaar mocht worden.

Toen Sucre bemerkte wat er gaande was, verliet hij mede zijn paard en trad onder de daverende toejuichingen der bevolking naar Bolivar toe, die hem op de beide wangen omhelsde en hem met een betraand oog, uit de volheid van zijn hart toefluisterde; »Heb dank, oneindig grooteu dank voor hetgeen gij ten bate van gansch Spaansch-Znid-Amerika verrichttet, dat wellicht zonder uw beleid, zonder uw leeuwenmoed, wederom en misschien voor altijd in de diepste ellende zou zijn neergestort.quot;

» Slechts een zeer klein deel komt mij van deze eer toequot;, antwoordde Sucre nederig. »Gij, gij alleen zijt de manquot;, voer hij met verheffing van stem voort, »aau wien de

ocr page 227

zwarte broeders het naast de Voorzienigheid verschuldigd zijn, dat zij in vijf koloniën tegelijk, de gehate slaven-banden zoo ver mogelijk van zich af' mochten slingeren.

Meteen ontblootte hij zich het hoofd en riep in geestdrift uit: » Leve Bolivar ; de redder, de verlosser van Peru

en Columbia.quot;

Deze kreet werd door de menigte zoo luid mogelijk herhaald, wanrbij zich op aandrang van Bolivar, telkens die van: »Leve Sucre; leve de hebl. de overwinnaar van

Ayacucho!quot; voegde.

Ann in arm begaven zich Bolivar en Sucre naar het paleis des verjaagden landvoogds, dat hun tot verblijf was aangewezen waarna de eerste zijn vriend naar het balkon leidde, om hem in de gelegenheid te stellen de bevolking met een handwniving dank te zeggen, voor haar hartelijke ontvangst.

De dag werd besloten met een vriendenmaaltijd, waarop men tot laat in den nacht bijeen bleef, en menige dronk werd geleegd op de moedige voorvechters der Zuid-Ame-rische vrijheid, die zich door niets hadden laten afschrikken de Spaansche beulen den kop in te drukken.

XXXllL

Vroegtijdig in den morgenstond werden de bewoners van Chuquisaca gewekt door het feestgelui der klokken en het bulderen der kanonnen, ter eere der eerste zitting van het Congres, dat tegen acht uur plaats zou hebben.

Na een vluchtig ontbijt stapten Bolivar en Sucre in een met acht m eik-schimmels bespannen statie-karos van den vroegeren Moederlandschen Goevemeur-Generaal en reden, voorafgegaan en gevolgd door een ontelbare menigte, die

ocr page 228

225

hen zoo mogelijk nog met meer geestdrift toejuichte dan den vorigen dag, langzaam naar het junta-gebouw.

Dit genaderd zijnde, traden alle Congres-leden in galagewaad naar liuiten en boden hun na een hartelijke aanspraak, in een omlauwerden gouden bokaal, de eere-wijn aan.

Bolivar nam den beker van het schenkblad en sprak : »Deze dronk zij gewijd aan de steeds toenemende bloei dezer gewesten, die naar ik vurig hoop hun herkregen onafhankelijkheid ten eeuwigen dage zullen weten te handhaven.

Deze woorden wekten van alle zijden een oorverdoovend applaus op, vergezeld van den uitroep: »Leve Bolivar;

leve Sucre; leve Opper-Peru.quot;

Terwijl de menigte nog steeds de noodige bravo's en hoerah's aanhieven, begaven Bolivar en Sucre zich naar de vergaderzaal, waar zij, op een eere-zetel plaats namen en de president de zitting opende, met hun in een sierlijke rede welkom te heeten. Verder wijdde hij er in geestdrift over uit, hoe de koloniën het aan beider onversaagdheid, maar het bovenal aan de ongeëvenaarde wilskracht van Bolivar te danken hadden, dat de Moeder-landscbe vlag voor goed binnen de grenzen der Zuid-Amerikaansche Staten mocht neergehaald worden, waarna hij zijn toespraak besloot met de mededeeling dat het Congres den libertador, als een kleine belooning voor de vele diensten het land bewezen, een millioen dollars toegewe-zen had.

Bolivar rees op en sprak erkentelijk *. »Daar ik deze voor mij bestemde gift, geheel en al beschouw als een nationaal geschenk, zoo wil ik haar aanwenden tot een nationaal doel en er een gedeelte der slaven mee viij-koopen, die nog steeds slavernij rondkruipen.'

H. villi Loo. Een eüel dricmanschiip. 15

ocr page 229

226

Toen de toejuichingen die dit besluit ouder de loden opwekte, eenigzins bedaard waren, nam de voorzitter andermaal het woord op, om Bolivar er van te verwittigen, dat met algemeen goedvinden Opper-Peru voortaan herdoopt zou worden in »Boliviaquot; en dat hem levenslang als President, de bescherming van dit Rijk werd aangeboden, ten bewijze hoe dankbaar de natie er zich over gevoelde, uit zijne hand een nieuwe wetgeving te mogen ontvangen.

Bolivar betuigde in welsprekende, gevoelvolle taal, zijn dank voor de onderscheiding hem te beurt gevallen, doch gaf meteen zijn verlangen te kennen, dat al te zwaar als het hem waarschijnlijk met het oog op zijn vele werkzaamheden zou worden, de hooge roeping van President dei-Republiek Bolivia, naar behooren te vervullen, hij deze betrekking gaarne wenschte over te dragen aan zijn vriend, den wakkeren en beleidvollen Antonio Sucre, die hij tegelijkertijd als een blijk zijner hooge waardeering, den titel van Maarschalk van Ayacucho toekende.

De President antwoordde, dat hoewel het te betreuren viel, dat Bolivar van de hem aangeboden betrekking moest afzien, het den Staat tot troost kon verstrekken, Sucre naar alle waarschijnlijkheid in zijn plaats te zullen zien optreden, daar deze zeker nimmer hiertoe dooiden Redder van Peru en Columbia ware aangewezen, zoo er in diens binnenste ook maar de minste twijfel had bestaan, dat de held van Ayacucho zich niet met de meeste roem van zijn nieuwe taak zou weten te kwijten.

Terwijl de leden door daverende bijvalskreten zochten te bewijzen, hoe geheel en al zij het over dit punt met den President eens waren, richtte Sucre zich met een vochtig oog op, om het Congres voor het in hem gestelde

ocr page 230

227

vertrouwen, zijn gevoeligheid te betuigen en Bolivar te smeeken, hem ten opzichte van Bolivia, met zijne raadgevingen trouw ter zijde te willen staan.

De libertador klemde bij deze bede zijne hand in die van Sucre, en verklaarde plechtig, dat waar het ooit, hetzij in voor- of tegenspoed, de belangen van Zuid-Amerika's koloniën mochten gelden, men er hem steeds toe bereid zou vinden, haar naar plicht en geweten, met woord en daad bij te staan.

Terwijl men wederom in een algemeen gejuich losbarstte, stond Sucre op om het Congres te verzoeken, tweeduizend Columbiaansche ruiters, met wie hij zulk een tal van gevaren in zijn veelvuldige veldtochten gedeeld had en hem om hun weergalooze dapperheid en onkreukbare trouw, zoo na aan het hart lagen, bij wijze van lijfwacht om zich heen te mogen behouden.

Onverwijld werd dit verzoek in stemming gebracht en zonder den minsten tegenstand, aangenomen, waarop de President, schier ondragelijk als de temperatuur geworden was, de zitting ophief en Bolivar en Sucre met dezelfde plechtigheid de zaal werden uitgeleid, als zij deze binnen getreden waren.

XXXIV.

Ongeveer zes weken later, had Bolivar aan de door hem ontworpen wetgeving de laatste hand gelegd en deze bij het Congres ingediend.

Onmiddellijk riep de President de leden bijeen, om hen de bewuste constitutie voor te lezen en aan hunne nadere goedkeuring te onderwerpen.

De voornaamste grondslagen dezer wetgeving waren,

15*

ocr page 231

228

dat liet bewind zou uitgeoefend worden door een kiesgerechtigd, een wetgevend, een uitvoerend en een rechterlijk Lichaam. Verder dat de uitvoerende macht zou worden toevertrouwd aan den President der Republiek, die voor 's levenslang werd gekozen en er ten volle toe gerechtigd was een vice-president, benevens drie verantwoordelijke ministers aan te stellen. En eindelijk dat drie verschillende Kamers, elk tachtig leden sterk, voor den tijd van vier jaren zitting zouden hebben, en twee maanden in het jaar vergaderen.

Met de meeste ingenomenheid werd deze regeeringsvonn door het Congres begroet, evenals den wensch van Bolivar, om ingeval dat Sucre tusschentijds mocht aftreden, zich het recht voor te behouden, diens opvolger te benoemen.

Toen alles omtrent de nieuwe Staats-regeering vastgesteld was, vertrok Bolivar naar Lima, om ook in Peru dezelfde wetgeving met Sucre aan het hoofd, van kracht te doen wezen. Ofschoon de Peruviaansche junta bewuste wetgeving even gretig aannam als de Boliviaansche, zoo verzetten er zich toch spoedig velen tegen, dat Bolivar van het hem aangeboden presidentschap gebruik had gemaakt, dit even als in Bolivia aan Sucre over te dragen. Maar nog meer kantte een gedeelte der bevolking er zich tegen aan, dat de junta er haar toestemming aan had kunnen «reven, dat Sucre een buitenlandsche lijfwacht zou meebrengen.

Ver van zich aan dit gemor te storen, dat naar Sucre vermeende, door enkele gewetenlooze schelmen van het slao- van den Kolonel Riva teweeggebracht was gewor-

O

den, gaf hij reeds den eersten dag den beste, aan de verschillende ambtenaars, die allen militaire rangen hadden.

ocr page 232

229

last er zorg voor te dragen, dat de gegeven wetten, met de meeste nauwkeurigheid nagekomen werden.

Toen men bemerkte dat Sucre, tie Spaansche landvoogden in gestrengheid niets toegaf, nam de ontevredenheid hoe langer hoe meer de overhand, vooral ondei de geringere standen der bevolking, die zich stellig verbeeld hadden, dat zij zich na de verjaging der Spanjaarden aan geen enkele verordening meer te storen zouden hebben.

Eenige opruiers maakten van de heerschende spanning gebruik, om de bevolking tegen Sucre op te stoken en er haar in heftige taal op te wijzen, hoe kwetsend het voor ieder gevoel was, niet eens door een eigen landsman geregeerd te mogen worden. Zelts schaamden zij zich niet ook Bolivar bij de natie in verdenking te brengen, zich een kroon op het hoofd te willen plaatsen en de geschonken constitutie die kwansuis »demokratischquot; moest heeten, voor een verfoeilijk toonbeeld van «autocratiequot; uit te maken. Evenzoo maakten zij er de menigte aandachtig op, hoe weinig kans er op bestond, dat er ooit in de zaken eenige verandering zou komen, daar Bolivar zich stoutweg het recht had toegeëigend, om zoo dikwijls als een nieuwen President noodig was. hierin geheel naar eigen keuze te willen voorzien. »Laten wij dus niet langer talmenquot; riepen zij uit, »ons openlijk tegen dergelijke dwingelandijen te verzetten en Bolivar niet alleen ten eisch stellen, de Columbiaansche ruiterij, naar eigen haardsteden te doen terugkeeren, maar tevens de nieuwe wetcevinar. weinig' als deze de natie naar den zm is, bui-

~ O Ö ■ ~

ten werking te stellen.quot;

Toen de libertador vernam hoe verreweg onrechtvaardig men zijne beste bedoelingen poogden uit te leggen, ja er hem zelfs van durfde beschuldigen, zich ter

ocr page 233

gelegener ure tot Keizer van Peru en verdere Stilten te willen laten uitroepen, sprak hij verontwaardigd tot zijn naaste omgeving; »Hoe weinig was ik er op bedacht als eenigen dank voor alles, wat ik ter verlossing en tot heil van dezen Staat tot stand mocht brengen, zoo deerlijk miskend te zullen worden. Toch zal ik mij op mijn standpunt trachten te handhaven; niet uit heerschzucht of hoogmoed, maar als het eenige redmiddel Peru voor nieuwe onlusten, nieuwe bloedbaden te vrijwaren. Want waar zou het anders toe kunnen leiden, indien ik werkelijk zwak genoeg ware om een natie, die drie eeuwen in slavernij gezucht had, eensklaps alle banden af te rukken. Tot Peru's eisen bestwil dus, zal ik desnoods tot de streng-ste maatregelen mijn toevlucht nemen om het te behoeden voor een terugkeer van regeeringloosheid, en elkeen die het nog verder mocht wagen de bevolking op een dwaalspoor te leiden, zonder erbarming laten neerschieten.quot;

Ma ar helaas! hoe krachtig hij ook poogde op te treden, om het kwaad in den kiem te smoren, zoo mocht het hem niet gelukken de ontstane gisting te doen bedaren. Zelfs nam de spanning dermate toe, dat men luidkeels tot onder de woning van Bolivar, die nog steeds te Lima vertoefde, schreeuwde: »Weg met de Colum-biaansche ruiters; weg met de nieuwe wetgeving; weg met de Venezuelaansche tyrannen.quot;

Dit verdroot hem ten laatste zoozeer, dat hij de Peruvianen zijn aanstaand vertrek liet aankondigen met de rondborstige verklaring, niet langer in een land verblijf te willen houden, waar men zich zoo luttel weinig met zijn tegenwoordigheid of zijn wetgeving ingenomen gevoelde.

Doch nauwelijks had de natie van dit besluit kennis gekregen of zij gevoelde er groot berouw over, den man

ocr page 234

231

aan wien zij haar onafhankelijkheid te danken had, zoo

hard te zijn gevallen.

Geheel onder den indruk hiervan, zond zij verscheiden deputaties naar Bolivar toe, om hem te smeeken, het gebeurde te willen vergeven en te vergeten en te Lima te blijven, met de heilige verklaring, de nieuwe wetgeving voortaan in elk opzicht te zullen eerbiedigen en nakomen.

Eensklaps scheen de oude geestdrift als met een toover-slag in de harten der bevolking weergekeerd en zoo hard als zji nog eenige dagen geleden geschreeuwd had;»Weg met de wetgeving, weg met de vreemdelingen, riep men thans: »Leve de Boliviaansche constitutie, leve de held van Ayacucho, leve de verlosser van Peru.

Terwijl Bolivar er nog steeds over in beraad stond, of hij al of niet in Peru's hoofdstad blijven zou, ontving bij bet teleurstellende bericht, dat men ook in Nieuw-Grenada tegen zijn wetgeving was opgestaan en de President der opper-junta er zelfs al zijn krachten toe inspande, Nieuw-Grenada er toe te bewegen zich van de Unie los te wikkelen.

Buiten zich zeiven van aandoening over deze nieuwe beproeving, scheepte bij zich staandevoets te Calloa in. ten einde in eigen persoon te onderzoeken, in hoeverre deze noodlottige tijding met de waarheid overeenstemde.

Tot zijn niet geringe verlichting stroomde bij zijn aankomst te Bogota, dadelijk oud en jong hem tegemoet, om hem hartelijk toe te juichen en in hun midden welkom te heeten.

De opstand was dus zonder eenige moeite onderdrukt quot;eworden, doch boe sproot de macht ook nog was, die hij

O ' O

op zijn onderdanen mocht uitoefenen; van zijn wetgeving wilden zij hoegenaamd niets weten.

ocr page 235

232

Ook iu Columbia scheen men er met den Vice-Presi-dent aan liet hoofd, die door Bolivar tot onder-voorzitter dezer Republiek verheven was geworden, evenzeer van overtuigd, dat Bolivar heerschzuchtige plannen koesterde en niets liever zou wenschen, dan zich met het purper te bekleeden.

Ofschoon deze beschuldigingen enkel en alleen uitgingen van lieden, die uit wangunst gedreven. Bolivar slechts wilden wegdringen, om zich zoo mogelijk in diens plaats te stellen, zoo gevoelde hij zich nochtans zoo pijnlijk getroffen hierover, dat hij aan de Senaat van Columbia schreef:

»Het is mij ter oore gekomen aan welke laaghartige verdachtmakingen mijn naam te prooi is, als zou ik het ooit in het hoofd hebben kunnen krijgen mij een koningsmantel om de leden te willen plooien. Om het bewijs te leveren, hoe zulks uit de lucht gegrepen is, wil ik mij als gewoon burger van den Staat terugtrekken om er misschien later toe te besluiten, naar Europa te vertrekken en voor altijd den Oceaan tusschen Zuid-Amerika en mij in te plaatsen.quot;

Doch hoe groot den indruk ook wezen mocht, die Bolivars brief op de bevolking maakte, zoo baatte hij hoegenaamd niets om de Columbianen in betrekking tot de wetgeving tot andere gedachten te brengen, want hoe voortreffelijk deze ook in elk opzicht genoemd kon worden, zoo was zij in een al te kwaad gerucht gekomen, haar ooit goedschiks in toepassing gebracht te zien.

Iedereen die het dan ook oprecht met Bolivar meende, raadde hem aan, toe te geven of gevaar te loopen door de zwarte broeders ten treurigste tegen zich in het harnas te jagen.

ocr page 236

233

Te midden dezer bedroevende omstandigheden, liet er zich bij Bolivar een Columbiaanscli ordonnans-officier aandienen, om hem een geheime missive van den Generaal Lara ter hand te stellen, waarin deze hem meldde, dat de ontevredenheid in Peru wederom groote afmetingen had bekomen, en de tegenpartij zulk een allerhatelijkst karakter toonde, dat hij hem in alle bescheidenheid raden moest, liever in Nieuw-Grenada's hoofdstad te blijven.

Toen Bolivar van den ontvangen brief kennis genomen had. sprak hij somber tot den ordonnans-officier: »Naar ik vrees zal het in Peru thans wel voor goed met de invoering der nieuwe wetgeving gedaan zijn. Tevens voorzie ik dat men het de Columbiaansche ruiters, in weerwil dat het hoofdzakelijk aan hun beleid te danken viel, dat de veldslag van Ayacucho in ons voordeel mocht beslist worden, op den duur zoo lastig zal maken, dat hun ten laatste niets anders overblijft dan Peru te ontruimen. »Werkelijk,quot; voer hij bitter voort: »'t Scheelt maar weinig of men stelt mij in Peru gelijk met een Vasconceles.

»Wie weet,quot; sprak de ordonnans-officier, »hoe spoedig de bevolking weer tot betere gedachten komt, daar er toch «quot;een enkele geldige reden voor bestaat, zich zoo misnoegd jegens u te toonen.quot;

»De verantwoording dezer veranderde stemming, antwoordde Bolivar, »valt geheel en al terug op hen, die er een duivelsch vermaak in konden scheppen, de goed-geloovige menigte te^en haar weldoeners op te zetten en haar den dood op het lijt te jagen met van nieuwe kluisters te spreken, die nog vrij wat moeielijker te torschen zouden zijn dan de ouden. '

»Mochten wij er slechts in slagen ', hernam de ordonnans-officier met vuur, »de uitstrooiers dier lasteringen in

ocr page 237

234

handen te krijgen, dan zou zich zeker alles wel weer ten beste schikken, maar hoe dit te bewerken, daar de ellendelingen hunne netten zoo sluw hebben weten te spannen, dat er met geen mogelijkheid beslag op hen te leggen is.quot;

»Ofschoon ik mij wel wachten zou,quot; klonk het wederantwoord, »u tegen te spreken, zoo mag dit toch geenszins tot voorwendsel dienen, Peru aan zijn lot over te laten. Wat er dus ook nog verder gebeure, zoo is en blijft het onzen onverbiddelijken plicht, het Rijk dat zoo treurig afdwaalde, tot welke prijs dan ook, op den rechten weg terug te brengen.quot;

Doch reeds was het te laat hiertoe.

Niet alleen kwam het tot een volslagen oproer, maar leende de Peruviaansche Kolonel Bustamento er zich zelfs toe, om aan het hoofd van eenige rebellen, de Generaals Lara en Lanza, benevens nog verscheiden andere opperen andere officieren, van wier tegenstand het meest te duchten viel in hun eigen woning in arrest te nemen. Zonder uitstel liet hij deze trouwe dienaars van den Staat, die zich in zoo menig gevecht het hoofd met de schoonste laauweren omwonden hadden, als zijn gevangenen te Cal-loa, aan boord van een fregat brengen en naar Guayaquil vervoeren, onder bedreiging, dat zoo zij zich ooit weer op Peru's grondgebied lieten zien, zij den kogel zouden ontvangen.

Iedereen juichte deze daad van het schandelijkste geweld, om het zeerst in Peru toe en wenschte er den Kolonel Bustamento geluk mede, zulk een flinke stoot aan den opstand gegeven te hebben.

Nog dezelfde week werd er te Lima een nieuw Congres belegd, welks eerste handeling was de Boliviaansche wetgeving met eenparige stemmen, te verwerpen en het

ocr page 238

235

ministerie zijn ontslag te geven. Alleen de Generaal de Santa-Cruz bleef als minister van oorlog, aan het hoofd van het militaire gezag gehandhaafd, terwijl in de plaats van Sucre de Generaal de la Mar tot president der Eepu-Idiek verheven werd.

Evenzoo besloten de leden de Columbiaansche ruiters, als trawanten van Sucre, buiten de grenzen van Peru te laten brengen, eensdeels wijl zij als dragers van een vreemde uniform, de geheele bevolking een doorn in het oog waren, anderdeels wijl er maar al te zeer kans voor bestond, dat er onder hun een zamenzweering zou ontstaan, om aan de inwoners van Lima te toonen, dat zij hun chefs niet ongestraft lieten beleedigen.

Dientengevolge werd de Kolonel Bustamento, er door den Generaal de la Mar mede belast, de Columbiaansche soldaten uit te betalen, wat zij nog aan traktement te vorderen hadden, ze vervolgens onder een militair geleide te Calloa het ruime sop te doen kiezen en ze even als de Generaals Lara en Lanza te Guayaquil aan land te zetten.

Hun vertrek gaf tot de uitbundigste vreugdebetoonin-gen aanleiding, als gold het den afmarsch eener Spaan-sche bezetting. Des avonds werd de stad op hoog bevel geïllumineerd en volgde de eene volksvermakelijkheid de andere.

Tot in den morgenstond vierde Lima feest, en weergalmde de straten van allerlei schimpliederen op den » Boliviaanquot;, zooals men thans den bevrijder des lauds noemde, en hoorde men evenveel afschuwelijke verwenschingen tegen hem uiten, als men weleer de rijkste zegeningen over zijn hoofd afgesmeekt had.

Nog was de maat niet volgemeten.

ocr page 239

236

In een tweede zitting drong het Congres er op aan Bolivar den oorlog te verklaren, onder voorwendsel hem hierin vóór te willen zijn, daar hij den hoon hem als Regeerings-persoon aangedaan, moeilijk ongestraft kon laten en het nog minder door de vingers zou zien, dat men de Columbiaansche strijders, de heldhaftige mederedders van Znid-Amerika's onafhankelijkheid hij den kraag gepakt en als schelmen het land uitgezet had.

XXXV.

De oproerige stemming van Peru plaatste zich weldra over naar Bolivia, waar de nationale trots er al evenzeer onder leed een Columbiaansche bezetting in zijn midden te moeten dulden en men algemeen van gevoelen was dat Sucre, die een militair bestuur had ingevoerd, om alles te geregelder zijn gang te laten gaan, den jeugdigen Vrijstaat veel te streng, veel te Spaansch behandelde.

Zoodra de bevolking dan ook vernam wat er te Lima geschied was, wilde zij dadelijk denzelfden weg uit en riep jong en oud, arm en rijk, als om strijd: «Weg met Sucre; weg met zijn lijfwacht. Vrij willen wij zijn en vrij willen vrij blijven.quot;

In La Paz kwam het het eerst tot handtastelijkheden. In massa trokken de ontevredenen tegen de Columbiaansche ruiters op en riepen hun, onder de noodige scheldwoorden en steenworpen toe, de stad te verlaten of' in de kazerne opgesloten als vogels in de kooi verbrand te worden.

Toen Sucre, die nog steeds te Chuquisaca verblijf hield, het ter oore kwam, aan welke geweldenarijen zijn trouwe lijfwacht te La Paz bloot stond, sprak hij verbitterd :

ocr page 240

237

»A1 ligt La Paz hier dan ook twee of drie dagreizen vandaan, zoo levert dit voor mij toch niet het minste beletsel op, er met eenige mijner keur-regimenten naar toe te marcheeren, om de bevolking voor de Columbiaansche uniformen wat meer eerbied af te dwingen.quot;

Een uur later had hij reeds aan dit plan gevolg gegeven en trof bij zijn aankomst te La Paz, de stad in vollen opstand aan. De Columbiaansche soldaten die zich in de kazerne verschanst hadden, verkeerden in zulk een hooge mate van opgewondenheid, dat zij hem bij monde van hun chef den Kolonel La Guerra lieten verwijten, hoe het ooit in zijn brein had kunnen opkomen, hen naar een land te zenden waar zij niet alleen zoo weinig in aanzien stonden, dat men hen de leelijkste scheldwoorden durfde toewerpen, maar zij zelfs elk oogenblik gevaar liepen, het slachtoffer van het gepeupel te worden.

Sucre begaf zich na dit onderhoud naar hem toe, sprak de fel beleedigde soldaten met eenige vriendelijke woorden aan, schonk hun een gift van veertien-duizend piasters en veroorloofde hun tevens de Pazianen een gevoelige tuchtiging toe te dienen.

Met een luid »hoerahquot;, werd deze vergunning begroet en maakten de Columbianen er zich aanstonds toe gereed te paard de straat op te rennen.

De bevolking ten doode toe verschrikt, toog evenzeer te wapen en luidde de stormklok ten teeken in welk gevaar men verkeerde, over den kling te worden gejaagd.

Een moorddadig gevecht volgde ; de regimenten dei-lijfwacht joegen in vereeniging der troepen, die uit Chu-quisaca opgerukt waren, de muitelingen met pistoolschoten en lanssteken uit elkaar en trapten honderde vrouwen en kinderen onder den voet.

ocr page 241

238

Toen Sucre vermeende de zaak er verder bij te moeten laten, liet hij »rustquot; blazen en de bevolking aanzeggen, dat indien zij hem niet plechtig beloven wilde, zich voortaan rustig te gedragen, hij La Paz aan de plunderzucht zyner troepen zou overgeven.

In schijn nam men hiermede genoegen doch tegen den avond vielen de Pazianen andermaal de Columbianen op het lijf; men wierp hen met messen, vuurde uit de vensters, sneed de paarden de achter-pezen door en richtte allerwege barricaden op om de soldaten te beletten zich uit de voeten te maken.

Buiten zich zei ven van toorn over zulk een verraderlijke handelwijze, wierp Sucre zich in den zadel, om de Pazianen hun laaghartigheid naar behooren betaald te zetten.

Doch nauw was hij ter plaatse verschenen waar zijn onderhoorigen met de muiters handgemeen waren geraakt, of een bedronken Indiaan wilde hem van zipi paard trekken, doch tegelijkertijd gaf Sucre den onverlaat zulk een krachtige houw op het hoofd, dat deze ontzield terneer zeeg.

Eenige muiters van deze daad getuige, omsingelden met het schuim van woede op den mond, den held van Ayacucho, scholden hem uit voor »moordenaarquot; en trachtten hem hunne machéta's in het hart te stooten.

Sucre trok zijn pistool en schoot twee zijner belagers neer, toen een derde kerel, die fluks achter zijn paard getreden was, hem met een ijzeren bout zulk een harden slag op den arm gaf, dat deze brak.

Een kreet van smart ontsnapte Sucre's borst.

Verschelden Columbiaansche soldaten schoten uit de hitte van het gevecht naar hem toe. Bemerkende wat er ge-

ocr page 242

239

schied was, grepen zij zijn aanvallers bij den strot en knepen hun de keel toe.

Inmiddels was Sucre door de pijn overmeesterd, half bewusteloos uit den zadel gezonken. De Kolonel de Guerra, die mede toegesneld was, ving den zoo beminden veldheer in zijn armen op en zocht hem zooveel mogelijk te ondersteunen.

Een weinig tot zichzelven gekomen, fluisterde Sucre met lange tusschenpoozen : » Een teug water als't je blieft, want mijn keel brandt als vuur.quot;

Toen aan dit verlangen voldaan was, hernam hij met zwakke stem : »Breng mij naar het hospitaal en laat het voor 's hands een geheim blijven, wat er gebeurd is. want kwamen mijne soldaten er achter, er zou zeker in La Paz geen enkele steen op den andere blijven.quot;

Maar welke voorzorgen men ook nam hem ongemerkt te vervoeren, zoo wist nochtans binnen enkele minuten iedereen, welk een schandelijke aanslag er op hem gepleegd was.

Zooals Sucre maar al te zeer voorzien had, kende bij dit bericht de verbittering zijner manschappen geen grenzen meer. Zonder op het geschreeuw der menigte, om eenade, acht te slaan of zich aan de bevelen van den

o

Kolonel la Guerra te storen, bestormden zij in zinnelooze woede de huizen, wierpen de bewoners die zich in tegenweer zochten te stellen de vensters uit, trapten alles kort en klein en staken na een algemeene moord op de Pazia-nen, de stad aan de vier hoeken in brand.

Toen eindelijk La Paz, niets meer dan een rookende puinhoop aanbood, stelden de Columbianen zich in het gelid om af te trekken.

Ondanks de bijna ondragelijke pijnen die Sucre leed en

ocr page 243

240

l bede der ceneesheeren, zich eerst te laten de togend J ^ om met de

genezen, hel .1 • rl ..lc0 temg te teemi.

quot;- ™r; r^rrr

Chuqmsaca, waai rustbed neder-

arts, naar zijn woning braclit en op

lef,e; „ besteld omlei-zoek bleek het dat de ontote-ti, , dquot; werf depute in logheid toegenomen «as,

0 'ArioliiV werd cGciclit».

quot; een ampule ^ llö tegen e.ke

Toen men tquot;quot; AUot1 ^„dde l.ii het hoofd

verwachting _ ,ioil hmnen yemoeden,

quot; **** gespaard bleet'.

.....teeUng met eigen broeders zon ontno-

„en 'quot;'l6»'' onverhoeds aan Je lippen ge-

De U,denskelk hen terwijl lm aan

zet. scheen nog an0 ■ r- .n ^ gp0nde nitgestrekt

de vreeselijkste pip.™ De he-

'l'S^ü,',SlT llll O—«ansehe miters nit voor plnn-

^ ^stichters, dm

tige 8«'^ J^^e.. trok me. tegen de lijf-leggen. Met ve. ^ ^ cn imm den armen

Zquot; Z k-k hii ziel. ook gevoelde, in verzekerde he-

warmgquot; , , Potosi rukte bij deze bijna onge-

De kommandant van i ouu

ocr page 244

241

looflijke schanddaad met de noodige troepen naar Chu-quisaca op, om Sucre te ontzetten. Ook de Pemviaansche Generaal Gamarra, die in de vele jaren dat hij onder Sucre had mogen dienen, hem ten hoogste had leeren hoogachten en liefhebben, verscheen met een sterke legermacht. om het ten minste te mogen voorkomen, dat de bevolking aan den edelste harer belden een misdaad mocht begaan, waarvan een ieder tot in het laatste nageslacht

gegruwd zou hebben.

Toen Sucre vernam dat beide Generaals toegesneld waren, om door kracht van wapenen den vrede binnen Bolivia te herstellen, schreef hij hen van zijn ziekbed, liever niet »met de sabel in de vuist tusschen beiden te komen, want dat indien Europeesche machten bespeuren mochten, dat de rechten der Zuid-Amerikaansche koloniën slechts berustten op de punt der bajonet, zij zeker weldra de vrij gevochten Vrijstaten de wet zouden voorschrijven, zoo niet zeiven verschijnen om over hun lot

uitspraak te doen.quot;

De tegenwoordigheid van den kommandant van Potosi en van den Generaal Gamarra, deden echter de stad op slag tot kalmte komen, zonder dat er ook maar een schot behoefde te vallen of ook maar een muiter in hechtenis

genomen te worden.

Op herhaald verzoek van den kommandant van Potosi, liet Sucre er zich toe overhalen hem tot zijn herstel naar diens lt;nirnizoen te vergezellen, om daarna verder te kunnen handelen.

Verscheiden weken gingen er voorbij, dat Sucre tusschen leven en dood zweefde, toen er eindelijk een verandering ten woede intrad en de geneesheeren hem voor het vaderland behouden konden verklaren.

11. van Loo. Een edel driemanschap. 16

ocr page 245

242

Zoodra hij er zich slechts eenigszins krachtig genoeg toe gevoelde, nam hij de terugreis naar de hoofdstad aan, betrad rechtstreeks het Congres-gebouw, waar juist zitting was. plaatste zich in het midden der zaal en sprak met ontroerde stem: »Bij deze geef ik er de hier tegenwoordig zijnde leden kennis van, dat ik mijn waardigheid als President der Republiek Bolivia verlang neer te leggen. Zoover mij bewust, deed ik alles wat ik kon om door nauwe plichtsbetrachting en strikte rechtvaardigheid, de achting en genegenheid der bevolking te mogen verwerven, doch naar de uitkomst heeft bewezen, hebben mijne pogingen ten volle schipbreuk geleden. Daarom neem ik. hoe smartelijk het mij ook moge vallen, van u allen afscheid met de hoop in het hart, dat mijn opvolger de natie beter zal mogen voldoen en de belofte, dat zoo Bolivia onder welke omstandigheden ook, mijn hulp ooit nog mocht behoeven, het steeds vrij over mij zal kunnen beschikken.quot;

Een onderdrukt gemor volgde deze aanspraak.

Zelfs was een der leden hardvochtig genoeg hem met gebalde vuist toe te roepen; »Daar hebben wij te veel leergeld voor betaald: geen Sucre's of Bolivars als redders ot heerschers meer in het land.quot;

De President van het Congres fronsde bij deze schimptaal de wenkbrauwen, verzocht gebiedend om stilte en sprak tot Sucre, die zich reeds omgewend had, om verder zijns weegs te gaan ; »Denk niet dat wat eén enkel onzer op de lippen durfde nemen, ook maar in het minst de tolk onzer gevoelens kan wezen. Integendeel; het Congres is er ten zeerste van doordrongen, dat het land u, als zijn bevrijder, den hoogsten dank verschuldigd is en dat al mogen er zich ook vele ontevredenen in Bolivia bevinden, die u om uw gestrengheid den steen werpen.

ocr page 246

243

er Goddank! ook nog zeer velen zijn, die n naar verdienste zegenen en hoogschatten.quot;

o O

Sucre boog en maakte zich gereed te antwoorden, toen

O O

het geschreeuw en gesis weer dermate toenam, dat hem

O o

niets overbleef dan te zwijgen.

De President trok verontwaardigd de schouders op en verliet zijn plaats, om Sucre in eigen persoon uitgeleide te doen, doch bij het gerucht, dat hij zich in de vergaderzaal bevond, had zich in een ommezien een onafzienbare menigte lieden uit de laagste klasse, in de straat bijeen gehoopt, om hem uit te jouwen, zoo niet te mishandelen.

In allerijl liet de President den kommandant der stad verzoeken, de noodige Boliviaansche bataljons te laten aanrukken, om Sucre tegen de volkswoede te beschermen en hem tot buiten de wallen van Chuquisaca onder hunne hoede te nemen.

Doch ook het garnizoen was Sucre zoo weinig goed gezind, daar hij, naar het gevoelen der soldaten, zijn lijfwacht steeds boven de Boliviaansche regimenten voorgetrokken had, dat er alle vrees toe bestond dat zij hem, instede van te beschermen, wel eens te lijt konden trekken.

De President gaf hem dus in overweging, zich in het Congres-gebouw verscholen te houden, totdat het invallen van den nacht hem in de gelegenheid zou stellen. Chuquisaca in het geheim te verlaten en naar Lima te vertrekken.

Hoezeer het Sucre ook tegen de borst stuitte, als een misdadiger het land te ontvlieden, dat hij steeds met onkreukbare trouw en ijver had pogen te beheeren, zoo bleef hem nochtans niets anders over dan zich naar de omstandigheden te schikken.

Voor en aleer hij echter, als bediende verkleed, een der

16*

ocr page 247

244

—

muildieren van den President besteeg, om zich te Araquipa aan boord van een Boliviaanscli schip te begeven, dat belast was niet een geheime zending voor de Peruviaansche Reo-eering, vaardigde bij aan de verschillende Columbiaan-sche regimenten, die nog te CImquisaca en elders in garnizoen lagen, een mamtest uit, om met dan in den uitersten nood hun posten te verlaten en liever als helden te sneven, dan tegenover de bevolking de minste zwakheid te betoonen.

XXX VI.

Zoodra de President der Peruviaansche Republiek, de heldhaftige Generaal Lamar vernam, dat Sucre aan, wiens zijde hij bij Ayacucho een divisie gekommandeerd had, zich te Lima bevond, ging hij aanstonds naar zijn miskenden krijgsmakker toe, om hem niet alleen met een opbeurend woord toe te spreken, maar hem tevens uit te noodigen, zoolang als hij in Peru's hoofdstad mocht vertoeven, zijn gast te willen wezen.

Bij dit zoo onverwachte aanbod drukte Sucre hem de hand en antwoordde met trillende stem : »Gij weet met beste Lamar, hoe hoog dat ik liet in u op prijs stel, er u toe te beijveren mij in mijn deerniswaardig lot met dubbele hartelijkheid tegemoet te treden, daar gewoonlijk als de fortuin ons den rug toekeert, de vrienden die zich in dacen van voorspoed om ons heen schaarden, zich eveneens van ons afwenden. Met de meeste dankbaarheid dus, hoop ik u naar uw woning te vergezellen en voor eenige weken onder uw gastvrij dak mijn intrek te nemen, tenzij dat het ongeluk mocht willen, dat het tusschen Peru en Columbia werkelijk tot een uitbarsting kwam.quot;

ocr page 248

245

De Generaal schudde bedroefd het hoofd. »Opeenmin-nelijke schikkingquot;, sprak hij, »is helaas alle hoop vervlogen, want de dictator heeft de tot hem gerichte oorlogsverklaring zonder eenig bedenken aangenomen. En daar Peru er maar al te zeer voor beducht is, het Columbiaan-sche leger als vijand zijn grenzen te zien binnenrukken, zoo heeft het Congres gisteren in een buitengewone zitting besloten. Nieuw-Grenada op eigen grondgebied aan te tasten.'' »Dan is het mijn plicht, mijn onverbiddelijke plichtquot;, hernam Sucre, »hoe weldadig het mij ook, na de vele beproevingen die mij troffen, zou aangedaan hebben, mij weer eens in de woning van zulk een beproefden vriend te bevinden, als gij getoond hebt voor mij te wezen, onverwijld naar Bogota te vertrekken, om Generaal Bolivar in zijn moeitevollen toestand tot troost en hulp te verstrekken. Hoe eerder dus hier vandaan, hoe aangenamer mij dit wezen zal, temeer daar ik voor niets ter wereld den schijn op mij zou willen laden, den Bevrijder een

onverschillig hart toe te dragen.

De Generaal Lamar blikte Sucre met onverholen bewondering aan en zeide, terwijl hem de tranen langs de wangen biggelden ; » Dit besluit kan uw naam niet anders dan quot;een nieuwen luister bijzetten. Daarom, hoe het mij ook smart bijna tegelijkertijd dat ik u mijn welkomstgroet mocht brengen, weer afscheid van u te moeten nemen, zoo mag noch wil ik er u geen enkele minuut van terughouden, aan uw voornemen zoo mogelijk nog heden

gevolg te geven.quot;

Verlangend als Sucre was, Lima te verlaten, zoo bracht de Generaal Lamar hem nog in hetzelfde uur naar Calloa, waar hij aan boord van een Ecuador's vaartuig opgenomen, zich weldra op weg naar Columbia bevond.

ocr page 249

24(5

Te Guayaquil aangekomen, zette liij niet den meesten spoed de reis langs het gebergte naar Bogota voort, dat lii] omstreeks twee maanden na zijn vertrek uit Calloa bereiken mocht.

Hoe zwak of afgemat Sucre zich ook gevoelde, zoo gunde hij zich nochtans geen rust, dan vóór en aleer hij Bolivar, in de armen was gesneld.

De ontmoeting der beide helden was alleraandoenlijkst.

In de eerste oogenblikken waren geen van beiden er bij machte toe een woord te uiten.

Eenigermate tot kalmte gekomen, fluisterde Bolivar vernietigd : »Zoo zien wij elkander dan na maanden en maanden afscheid in de treurigste omstandigheden terug. Arme, arme vriend, hoe pijnlijk bovenal doet het mij aan, dat gij zoo wreedaardig verminkt zijt geworden door hen, die u als hun redder de grootste erkentelijkheid hadden behooren te betoonen.quot;

»Ondank is 's werelds loon,quot; hernam Sucre gelaten; »wat mij dus zoowel als u te beurt viel, is gewoonlijk het deel van allen, die zich voor het welzijn van het menschdom ter beschikking stelden. Goddank ! echter dat mij ten minste nog een arm gebleven is om voor het goede recht het zwaard te kunnen trekken.quot;

»Helaas !quot; sprak Bolivar, terwijl hij beide handen voor het bewogen gelaat bracht, »dat het zoover is moeten komen, dat wij tegen eigen landsbroeders in het gelid zullen moeten treden. God geve,quot; voer hij langzaam doch met nadruk voort, »dat de zaken weldra weer in het effen zullen mogen komen, want anders bestaat er alle kans voor, dat Spanje er naar zal pogen, zich de noodige bond-genooten te verwerven, om zijn rechten op Zuid-Amerika te doen herleven.quot;

ocr page 250

»Wat niets meer dan de koloniën haar eigen schuld zou wezenquot;, antwoordde Sucre streng, »want waar valt er een tweede voorbeeld van aan te wijzen, dat broederstammen, die elkaar zoo trouw de hand reikten, ter verkrijging van hun rechten als mensch, dadelijk na de vei-wezenlijking van dezen wensch er toe over konden gaan, aan hun trouwste helpers kortweg den oorlog te verklaren.

»Hoewel ik deze zienswijze geheel met u deelquot;, hernam Bolivar beslist, »zoo moeten wij er toch onvermoeid naar streven, Peru weer de vriendenhand te reiken, wijl dit het eenige middel zal wezen. Europa buiten Zuid-Amerika's aangelegenheden te houden. Het grieft mi] slechts,quot; voer hij langzaam voort. »dat de vrede niet \eikregen zal kunnen worden, dan nadat er eerst weer het noodige bloed gestroomd heeft, want de spanning is van al te quot;emstigen aard, om de vele geschillen, waartoe naar men beweegt, mijn wetgeving de eerste aanleiding gegeven heeft, in der minne te schikken. Het grootste bewijs hiervan is wel dat het Congres van Lima mij op eigen grondgebied wil beoorlogen, blijkbaar met het doel om er mij bij een mogelijke overwinning er des te gemakkelijker toe te kunnen dwingen aan alle zijn gestelde eischen blindelings gehoor te geven. Gelukkig echter dat het Columbiaansche leger in geen enkel opzicht voor het Peruviaansche behoeft onder te doen. Alleen ontbreekt het onze soldaten aan een aanvoerder, in wien zij hun volle vertrouwen zouden kunnen stellen. Gij alleen, lieve Sucre, zoudt den aangewezen man hiertoe wezen. Voelt gij u dus niet al te zwak, niet al te lijdend, zoo bid ik u, belast u ter wille van geheel Zuid-Amenka met deze even belangrijke als eervolle taak, in de overtuiging dat wederom een hoogere Macht u in den strijd zal bijstaan.quot;

ocr page 251

248

Sucre klemde onwillekeurig Bolivar's hand in de zijne en antwoordde: »Hoezeer ik ook naar rust haak, zoo beloof ik u, niet hieraan te zullen denken, dan vóórdat ik aan de spits der Columbiaansehe legerafdeelingen, andermaal de bewijzen heb geleverd, hoe na mij de eer, het geluk van Zuid-Amerika aan het hart ligt. Zoodra ik dus slechts eenigennate van de vermoeienissen der reis hersteld zal mogen wezen, die mij na de doorgestane operatie dubbel hard vielen, begeef ik mij naar het leger, hm geen twijfel of onze soldaten zullen door mijn voorbeeld aangewakkerd, dezelfde wonderen van dapperheid verrichten, dan waarvan de vlakte van Ayacucho ten aan-schouwe van geheel Europa, getuige heeft mogen wezen.quot;

XXXVII.

Enkele dagen na Sucre's vertrek uit Lima scheepte Generaal Lamar zich te Colloa met een sterke krijgsmacht in, met het plan te Guayacpiil te landen en de Columbiaansehe provinciën te bezetten.

Vóórdat Sucre den tijd had Guayaquil te bereiken, was deze plaats niet alleen sedert dagen reeds door den vijand in bezit genomen, maar waren de Peruvianen tevens een heel eind de provincie Quito binnengedrongen.

Ofschoon de Columbiaansehe strijders door de versnelde dag- en nachtmarschen en het aanhoudend klimmen over de bergruggen, ten doode toe vermoeid waren, zoo stelden zi] zich nochtans onmiddellyk weer in beweging om deu Generaal Lamar te beletten, het beleg voor Bogota te slaan.

Eerst in de richting van Tarqui kreeg men den vijand in het gezicht; feucre zette hem dadelijk met den storm-

ocr page 252

249

pas langs een verborgen pad na, ten einde de Peruviaan-sche afdeelingen door een plotselingen aanval den weg naar Nieuw-Grenada's hoofdstad af te snijden.

Toen de Generaal Lamar bemerkte, dat Sucre hem op de hielen zat, gelastte hij zijn manschappen in allerijl naar de vlakte af te dalen en zich achter een uitgestrekt woud te verschuilen, in de hoop dat Sucre hun spoor bijster zou worden.

Doch Lamars berekeningen faalden schromelijk, want nauwelijks had de voorhoede van het leger den zoom van bewust bosch bereikt of de Columbianen vertoonden zich reeds aan zijn oog.

Er voor beducht dat Sucre hem dermate zou opdringen, dat hij zich op het laatst niet meer zou kunnen verwikken of verroeren, zoo kommandeerde hij halt en liet hij zijn divisies front naar den vijand maken.

Sucre staakte eveneens zijn marsch en beval zijn soldaten, zich in slagorde op te stellen, daar het gevecht elk oogen-blik een aanvang zou kunnen nemen.

En inderdaad, geen tien minuten verliepen er of de Peruvianen openden den aanval met een vliegend kartetsvuur ; de Columbiaansche artillerie beantwoordde dit met een niet minder hevig salvo, zoodat de grond als met een tooverslag overdekt was met lijken.

Weldra geraakte ook de infanterie en kavallerie met elkander handgemeen; van weerszijden vocht men tot in den avond met ongekende verbittering voort, zonder dat het met eenige zekerheid te bepalen viel, wie der beide partijen overwinnaar zou mogen blijven, toen eenige esca-drons huzaren, bijgestaan door een paar kompagniën grenadiers te paard, met Sucre aan hun spits, de vijandelijke batterijen overrompelden, de ontstelde kanonniers krijgsge-

ocr page 253

250

vangen maakten en liet geschnt onder een zegevierend hoerah ! vernagelden.

Deze ongehoord stoute daad verwekte zulk een geestdrift onder de overige Columbiaansclie manschappen, dat zij den strijd met verdubbelde woede voortzetten, met den uitroep tot hun tegenstanders, aanstonds op de knieën te vallen, om Sucre als hun redder en weldoener vergiffenis te vragen tegen hem te zijn opgestaan, of allen neergeveld te worden.

Doch zoover zou het niet komen, want de Generaal Lamar, uit vrees geen enkel zijner manschappen naar Peru te mogen terugvoeren, vaardigde staandevoets een zijner adjudanten met de witte vlag in de hand naar Sucre af om hem te smeeken het gevecht als geëindigd te willen beschouwen.

Sucre gaf maar al te gaarne aan deze bede gehoor en liet zijn manschappen inrukken, waarna hij een ordonnansofficier naar Bogota zond, om Bolivar van de behaalde zegepraal kennis te geven.

Zoodra de Verlosser van Zuid-Amerika's gewesten er van verwittigd was geworden, met welke lauweren de Columbiaansclie krijgers zich wederom hadden mogen bedekken, begaf hij zich aanstonds naar Tarqui om in eigen persoon de vredes-voorwaarden vast te stellen.

Grootmoedig als altijd, was hij edelaardig genoeg bij zijn ontmoeting in het hoofdkwartier tot Sucre te zeggen: »Niet alleen wil ik Peru van elk protektoraat onafhankelijk verklaren, maar zulks ook doen, ten opzichte van Bolivia, al is het mij dan ook geen geheim, dat het Congres van Chuquisaca gewetenloos genoeg was, de hulp van den Generaal Lamar in te roepen, om de Columbiaansclie strijders over de grenzen te helpen zetten. Nog heden

ocr page 254

251

hoop ik mijn besluit aan beide Rijken bekend te maken en er voorts ter vermijding van alle verdere twisten toe over gaan, de grenzen dezer landen niet de meeste nauwkeurigheid vast te stellen.quot;

Toen de Generaal Lamar vernam, met welk een bijna ongelooflijke zelfverloochenende daad Bolivar de zegepraal van Tarqui hoopte te bezegelen, sprak hij eerbiedig ; »/00 mogelijk is de redder en bevestiger van Zuid-Amerika s vrijheid nog grooter als mensch dan als held.

Bolivar hoopte nu eindelijk tot rust te mogen komen, doch deze scheen niet voor hem weggelegd, want slechts even was de vrede met Peru en Bolivia geteekend of ook de bevolking van Antioquia geraakte in oproer met den uitroep op de lippen : »Niet half, maar geheel vrij willen wij wezen. Te lang hebben wij als redelooze dieren voor de ploeg geloopen, te lang het vervloekte juk der Moederlanders gedragen dan dat wij, nu de vrije mensch in ons ontwaakt is, 011s met nieuwe dwangwet-ten vrede zouden kunnen tevreden stellen. Weg dus met allen, hetzij landsman of vreemdeling, die ons andermaal in kluisters zou willen doen slaan; want nog eens, doordrongen als wij zijn van de rechten van den mensch, dulden wij niet de minste heerschappij meer.quot;

Deze tijding deed Bolivar zoo smartelijk aan, dat hij buiten zich zeiven van droefheid tot Sucre sprak : »AA'are ik slechts in een der vele veldslagen tegen de Spanjaarden gesneuveld. Ik zou alsdan ten minste met een beteren dunk van het menschdom gescheiden zijn dan thans.quot;

Sucre trachtte hem te troosten, hem moed in te spreken, doch Bolivar voelde zich dermate overstelpt, dat hem telkens opnieuw de tranen in de oogen sprongen en hij zijn gemoed aan de treurigste ontboezemingen lucht gaf.

ocr page 255

252

Met innige deernis blikte Sucre hem aan, toen hij eensklaps geheel tot kalmte scheen te komen en met vaste stem zeide: »Laat mij niet langer weenen als een zwakke vrouw of den tijd verbeuzelen met noodelooze jammerklachten. Liever zal ik op reis gaan naar Bogota en mijn ontslag indienen als President van Columbia, met verzoek mij nooit meer, tot eenige waardigheid in aanmerking te laten komen. Ver geef ik er de voorkeur aan mij naar het een of ander afgelegen oord terug te trekken, in de hoop dat de dood mij weldra naar den eindpaal aller noo-den zal voeren.quot;

Sucre bewaarde op dit alles het stilzwijgen, wijl hij maar al te wel begreep, dat elk troostwoord niet alleen zijn doel zou missen, maar den grootmoedigen bevrijder nog slechts bitterder zou stemmen dan hij reeds was.

Alleen toen Bolivar oprees tot het nemen der noodige maatregelen om ten spoedigste te kunnen vertrekken, stond ook Sucre op en sprak bescheiden doch dringend: »Sta mij toe u naar Bogota te vergezellen, daar mijn taak hier volkomen afgeloopen is en het mij voorkomt dat gij er op uw langdurigen, eenzamen tocht door het gebergte meer dan ooit behoefte zult gevoelen aan vriendelijke, gezellige aanspraak.quot;

Bolivar blikte hem bewogen aan en antwoordde : »In weerwil van al de beproevingen die mij troffen, bestaat er voor mij toch nog veel stof tot dankbaarheid een vriend te mogen bezitten, die mij zoo innig trouw genegen is..quot;

Als eenig antwoord drukte Sucre hem de hand ten teeken hoezeer hij deze betuiging op prijs stelde, waarna beide helden naar buiten traden, met een korte, docli hartelijke aanspraak van het leger afscheid namen en zich in den zadel zetten.

ocr page 256

253

In de eerste dagen ging alles naar wensch; zelfs waren er oogenblikken, dat Bolivar, dank zij de onderhoudende, opgewekte gesprekken van Sucre geheel scheen te vergeten, om welke treurige redenen liij Tarqui verlaten had, toen hem in de nabijheid van Bogota, de tijding bereikte, dat ook in Venezuela een omwenteling was uitgebroken, met liet doel zich van de Unie los te scheuren en als onafhankelijken Staat, een geheele andere wetgeving tot stand te brengen dan die de bevolking genoodzaakt was geworden, uit de handen van den

dictator aan te nemen.

»Had men geweten,quot; sprak Bolivar met een smartelijk glimlachje, »dat ik toch van plan ware geweest mijn presidentschap neer te leggen, de aanstokers van dit oproer zouden zich waarschijnlijk de moeite gespaard hebben het

land tegen mij op te ruien.quot;

Ongeveer een week later bereikten zij Bogota, waai de meeste opschudding heerschte : het oude Congres was zonder plichtplegingen afgedankt en het nieuwe nog slechts gedeeltelijk samengesteld. Te vergeefs had men naar een geschikten President uitgezien, daar niemand die de ver-eischte hoedanigheden bezat, zich als voorganger van het Congres aan het hoofd der beweging durfde stellen.

Ten einde raad wat te beginnen, daar men er maar al te zeer vreesde, dat Bolivar het leger uit Quito zou terugroepen om ter voorkoming van verdere ongeregeldheden. Bogota in staat van beleg te verklaren, zoo kwam men op den inval ter afweering van elke rechtmatige kastijding, Sucre bij monde van eenige der nieuwe juntaleden te laten verzoeken zich goedgunstig te willen belasten met het voorzitterschap van het Congres.

Sucre ontving de deputatie beleefd doch koel en ant-

ocr page 257

254

woordde, toen zij hem met hare belangen bekend had gemaakt: »Nog nooit heeft men te vergeefs bij mij aangeklopt, wanneer het het welzijn der koloniën betrof. Ik neem dus de mij aangeboden benoeming aan met den wensch, er met uw aller bijstand, in te mogen slagen, den grondslag te leggen tot een wetgeving die Columbia welgevalliger zal wezen dan de vorige. Vergeet echter nooit dat de Generaal Bolivar er zijn beste krachten toe gewijd heeft, het land een Constitutie te schenken, die het ongetwijfeld tot de meest gezegende ontwikkeling, bloei en aanzien zou hebben gebracht. Toon hem, hoe dankbaar gij u hierover gevoelt, al verwerpt de natie dan ook zijn wetgeving, en neem zijn aanvrage om ontslaquot;-als President der Republiek niet aan. Laat hem, ik bid er u om, dezen titel behouden, al is het dan ook in naam. Het nageslacht zou er u al te hard over beoordeelen, indien gij ondankbaar genoeg waart, den held, den grootmoedigen Verlosser dezer Staten, in stede van een enkelen lauwertak slechts een doornenkroon om de slapen te drukken.''

Sucre sprak met zóóveel bezieling, zooveel overtuioinquot;'

0 O Ö

dat de leden der deputatie hem plechtig beloofden er zooveel mogelijk het hunne toe te zullen bijdragen. Bolivar den titel te laten behouden, die hem pas zoo korte maanden geleden door de algemeene volksgunst geschonken was geworden.

Een paar dagen later had de eerste zitting plaats, waarop men er onverwijld toe overging de Boliviaansche wetgeving als in strijd met den wil der natie buiten werking te stellen, en een geheel nieuwe in beraad te nemen.

Sucre liet de leden zooveel mogelijk vrjj spel, wijl hij

ocr page 258

255

maar al te zeer bevroedde, dat zij bij de minste tegenkanting zijnerzijds argwaan tegen hem zouden gaan opvatten, wat hij voor alles vermijden wilde om Bolivar, den zoo deerlijk miskenden Bolivar.

Ongemerkt wist hij hem echter zoo vurig te verdedigen, zijn onbaatzuchtig, ridderlijk maar bovenal zijn opofferend karakter in zulke gloedrijke kleuren af te schilderen, dat het Congres geheel onder den invloed van Sucre's welsprekendheid in geestdrift besloot. Bolivar te smeeken, zijn aanvrage om ontslag als President der Republiek Columbia, in te trekken.

XXXVIII.

Zoodra de verschillende hoofd-artikelen der nieuwe grondwet onder Sucre's leiding ontworpen, goedgekeurd, vastgesteld en uitgevaardigd waren, droeg liet Congres hem op als zijn gevolmachtigde naar Merida te vertrekken, om de oneenigheden met Venezuela langs vreedza-men weg te vereffenen.

Met de beste hoop bezield er in te zullen mogen slagen, den door hem zoo hoog vereerden »libertadorquot; in de genegenheid der Venezuelanen te herstellen, aanvaardde hij met eenige junta-leden, de reis naar bedoelde stad.

Hoe kil viel het hem echter op het lijf, toen hij te Merida niet alleen uiterst stroef ontvangen werd, maar men er hem op het Congres een bitter verwijt van maakte, het nog in den zin te kunnen krijgen, den man te durven voorspreken, die het er blijkbaar slechts van den beginne op toegelegd had, de koloniën onder een nog veel strengere tucht te brengen, dan ooit onder de Spaansche heerschappij het geval was geweest.

ocr page 259

254

woordde, toen zij hem met hare belangen bekend had gemaakt: »Nog nooit beeft men te vergeefs bij mij aangeklopt, wanneer bet bet welzijn der koloniën betrof. Ik neem dus de mij aangeboden benoeming aan met den wenscb, er met uw aller bijstand, in te mogen slagen, den grondslag te leggen tot een wetgeving die Columbia welgevalliger zal wezen dan de vorige. Vergeet echter nooit dat de Generaal Bolivar er zijn beste krachten toe gewijd heeft, bet land een Constitutie te schenken, die het ongetwijfeld tot de meest gezegende ontwikkeling, bloei en aanzien zou hebben gebracht. Toon hem, boe dankbaar gij u hierover gevoelt, al verwerpt de natie dan ook zijn wetgeving, en neem zijn aanvrage om ontslag als President der Republiek niet aan. Laat hem, ik bid er u om, dezen titel behouden, al is het dan ook in naam. Het nageslacht zou er u al te hard over beoordeelen, indien gij ondankbaar genoeg waart, den beid, den grootmoedigen Verlosser dezer Staten, in stede van een enkelen lauwertak slechts een doornenkroon om de slapen te drukken.quot;

Sucre sprak met zooveel bezieling, zooveel overtuioino'

o' O Ö

dat de leden der deputatie hem plechtig beloofden er zooveel mogelijk het hunne toe te zullen bijdragen, Bolivar den titel te laten behouden, die hem pas zoo korte maanden geleden door de algemeene volksgunst geschonken was geworden.

Een paar dagen later had de eerste zitting plaats, waarop men er onverwijld toe overging de Boliviaansche wetgeving als in strijd met den wil der natie buiten werking te stellen, en een geheel nieuwe in beraad te nemen.

Sucre liet de leden zooveel mogelijk vrij spel, wijl bij

ocr page 260

255

maar al te zeer bevroedde, dat zij bij de minste tegenkanting zijnerzijds argwaan tegen hem zouden gaan opvatten, wat hij voor alles vermijden wilde om Bolivar, den zoo deerlijk miskenden Bolivar.

Ongemerkt wist hij hem echter zoo vurig te verdedigen, zijn onbaatzuchtig, ridderlijk maar bovenal zijn opofferend karakter in zulke gloedrijke kleuren af te schilderen, dat het Congres geheel onder den invloed van Sucre's welsprekendheid in geestdrift besloot. Bolivar te smeeken, zijn aanvrage om ontslag als President der Republiek Columbia, in te trekken.

xxxvm.

Zoodra de verschillende hoofd-artikelen der nieuwe grondwet onder Sucre's leiding ontworpen, goedgekeurd, vastgesteld en uitgevaardigd waren, droeg het Congres hem op als zijn gevolmachtigde naar Merida te vertrekken. om de oneenigheden met Venezuela langs vreedza-men weg te vereffenen.

Met de beste hoop bezield er in te zullen mogen slagen, den door hem zoo hoog vereerden »libertador in de genegenheid der Veneznelanen te herstellen, aanvaardde hij met eenige junta-leden, de reis naar bedoelde stad.

Hoe kil viel het hem echter op het lijf, toen hij te Merida niet alleen uiterst stroef ontvangen werd, maar men er hem op het Congres een bitter verwijt van maakte, het nog in den zin te kunnen krijgen,, den man te durven voorspreken, die het er blijkbaar slechts van den beginne op toegelegd had, dc koloniën onder een nog veel strengere tucht te brengen, dan ooit onder de Spaansche heerschappij het geval was geweest.

ocr page 261

256

Ofschoon Sucre dit de leden onmiddellijk geheel anders wist te bewijzen, zoo hieven zij desniettemin hij hun meening volharden, ja, ontzagen zich zelfs niet, toen hij nogmaals en andermaal den handschoen voor Bolivar opnam, hem schamper toe te voegen: »Keer naar Bogota terug en zeg aan uw vriend dat Venezuela noch van hem noch van zijn wetgeving iets weten wil.quot;

Maar al te zeer inziende, dat wat hij ook nog verder zou pogen, de leden tot mildere gevoelens te stemmen, olie in het vuur geworpen was, zoo brak hij de onderhandelingen met het Congres af en vertrok weer naar Bogota, waar de vijanden van den dictator van de gelegenheid gebruik hadden gemaakt, de bevolking opnieuw ten schandelijkste tegen hun weldoener en verlosser in het harnas te jagen.

Deze verraderlijke handelwijze jegens hem, aan wien Nieuw-Grenada alles te danken had, trok Sucre zich zoo mogelijk nog meer aan dan de zoo hatelijke houding der Venezuelaansche Congres-leden.

Doch aan welke treurige gevoelens hij ook ter prooi was of hoezeer hij er ook tegen opzag. Bolivar van zijn mislukte zending naar Merida in te lichten, zoo begaf hij zich nochtans zonder aarzeling naar hem toe.

Met een oopopslag bemerkte de dictator aan Sucre's beneveld gelaat, dat zijne pogingen om een verzoening tot stand te brengen, volkomen gefaald hadden.

Hij reikte hem de hand en zeide : »Bedrieg ik mij niet dan keert gij hoogst teleurgesteld uit Merida terug.quot;

» Helaas, jaquot;, antwoordde Sucre. » Wat ik ook beproefde, Venezuela voor de Unie te mogen behouden, zoo is en blijft deze Staat reddeloos voor ons verloren. De bevolking heeft het zich zoo vast in het hoofd gesteld dat de

ocr page 262

257

vornting van den Vrijstaat Columbia, bij u slechts ten doel heeft gehad, u over deze landen tot Imperator te verheffen om er in alle gestrengheid als alleen-heerscher te gebieden, dat zij zich liever dood zou vechten dan langer een deel van Nieuw-Grenada uit te maken.quot;

»Die verblinden,quot; hernam Bolivar; »willen zij dan niet begrijpen, dat bedoelde samensmelting slechts enkel en alleen geschiedde, om zich in tijd van nood des te vaster aaneen te kunnen sluiten V Maar de Venezuelanen zijn niet de eenigen die zich van den Bond willen afscheuren. Ook Ecuador brandt van verlangen zich tot een onafhankelijke Republiek op te heffen, met totale verwerping van alles wat aan eenige vroegere vereeniging herinnert. Hierdoor blijft Nieuw-Grenada van zelf alleen staan, wat het ten zeerste naar den zin is, daar men er omtrent mij geheel en al hetzelfde denkt als in de andere Staten. Het is thans niet meer. Bolivar de held. Bolivar de »libertadorquot;, maar Bolivar de usurpator. Bolivar de dwingeland, om wellicht te ontaarden in Bolivar den verrader.quot;

» Oppervlakkig geoordeeld,quot; antwoordde Sucre »zou men geneigd zijn uit te roepen: »Hoe is het mogelijk zoover van den rechten weg af te dwalen. Doch bij nader onderzoek komt men spoedig tot andere gedachten. Hoogst beklagenswaardig als het lot der Zuidelijke broeders onder het Spaansche juk was, zijn zij helaas in de hoogste mate achterdochtig geworden en staat het bij hen vast, dat elke wet, hoe nuttig, hoe heilzaam ook, slechts dienen moet, hen met de meest afkeuringswaardige bedoelingen, andermaal aan slavenbanden te leggen. Het woord »vrijheidquot; bepaalt zich bij hen slechts in »regeeringloos-heid.quot; Daarom vrees ik maar al te zeer dat Zuid-Amerika

II. van Loo. Een edel driemanscLap. 17

ocr page 263

258

nog eerst een tal van schokken zal te verduren hebben, t.eiquot; het tot de wetenschap komt, dat een land, waar men de wetten met voeten treedt, de overheid beschimpt en het »eendracht maakt machtquot; als onzin beschouwt, zijn ondergang ten krachtigste in de hand werkt

»Wij zullen dit zien te voorkomen', sprak Bolivarmet nadruk »temeer daar bedoelde schokken de vreeselykste bloedbaden na zich dreigen te slepen. Hoe eerder dus in het belang van den Vrijstaat aan dezen noodlottigen toestand een einde gemaakt wordt, hoe beter.

Daar hij verder zweeg, zoo veroorloofde Sucre ziel hem te vragen, welk redmiddel hij hiertoe hoopte aan te

wenden. , , , t,

»Heel eenvoudig,quot; antwoordde Bolivar kalm, »met Peiu

en Bolivia te verzoeken mij er toe m staat te stellen, Columbia tot rede te brengen. »Ik ben overtuig , voe hij voort, »dat genoemde Rijken zich gaarne hiertoe bereid zullen verklaren, al was het dan ook alleen maar ui dankbaarheid voor de onbaatzuchtige wijze, waarop ik hen na de behaalde zegenpraal van Tarqui, den vrede schonk.

Misschien ziet gij er mij met groote oogen over aan, dat ik

die mij steeds zoo sterk tegen elke vreemde inniengin0 verklaarde, tot iets dergelijks mijn toevlucht wil nemen Doch zooals de zaken in dezen Vrijstaat staan, moe ik wel van mijn gewone zienswijze afwijken of er staat Columbia een omwenteling voor de deur, waarvan de gevolgen niet te berekenen vallen.quot;

Eu daarop Sucre's hand in de zijne nemende, die ijskoud

was en koortsachtig beefde, fluisterde hij het niet te veel van uw geestkracht gevergd, beste vriend, zoo belast u met de moeitevolle taak, als mijn middelaar naar Peru te vertrekken en de Regeering te vragen ge-

ocr page 264

wapenderhand tusschenbeiden te treden, want nog eens, zien wij het langer lijdelijk aan, dat de regeeringloosheid nog grooter vorderingen maakt, dan bestaat er alle gevaar voor dat Columbia als onafhankelijke Staat reddeloos verloren is.quot;

Hoewel het Sucre als een lichtstraal door de ziel sring,

O O7

dat noch Peru, noch Bolivia zich licht met dit verzoek zou inlaten, daar de dictator er niet alleen nog meer tegenstanders telde dan in Columbia, waar zijn wetgeving er 200 mogelijk in nog slechtere reuk stond dan in eenige kolonie, zoo hield hij deze bedenking nochtans geheel voor zich zeiven en antwoordde : »Indien het slechts even kan, hoop ik nog vóór den nacht de reis naar bewuste Staten te aanvaarden. Ik moet er u echter op voorbereiden, mijn terugkomst niet al te spoedig tegemoet te zien, gedwongen als ik zal wezen op een gunstige gelegenheid te loeren, Columbia ongehinderd te verlaten, daar de Generaal Ovando, beducht als men er van hoogerhand voor scliijnt te wezen, dat het leger wel eens onverhoeds door u uit Quito kon terug geroepen worden, om Bolivia op zijn Spaansch tot orde en plicht te dwingen, de grenzen met de noodige regimenten bewaakt, met streng bevel, niemand van eenig verdacht allooi binnen of buiten het land te laten. De meeste omzichtigheid dient dus in acht lt;re-

O O

nomen, want mocht het noodlot willen dat ik gearresteerd werd, dan zou mijn vonnis spoedig zeker geveld zijn, daar onze tegenstanders ons zulk een bitter hart toedragen, dat er alles van te verwachten valt.quot;

»Indien gij soms mocht denken,quot; hernam. Bolivar, »dat het al te gewaagd zou wezen, mijn voorstel in overweging te nemen, zoo beschouw dit als niet tot u gericht en blijf rustig te Bogota.quot;

17*

ocr page 265

260

»Dat nooit,quot; antwoordde Sucre beslist. »Even als ik er mij steeds met verachting van alle doodsgevaar toe beijverd heb. mijn plicht als soldaat te volbrengen, zoo wil ik dit ook thans doen. Wat mij dus op mijn reis bejegenen moge, zoo levert dit niet het geringste bezwaar op, om als reizend koopman verkleed, op mijn trouw muildier, dat mij reeds zoo menigmaal door het gebergte droeg, plaats te nemen en over Popoyan en Pastos den weg naar

Bolivia in te slaan.quot;

»(iod geve,quot; sprak Bolivar bewogen »dat het u vergund zal zijn behouden naar hier terug te keeren en gij mij bij uw thuiskomst gunstiger berichten zult mogen mede te deelen hebben dan uit Venezuela.quot;

Sucre glimlachte gedwongen en zeide zonder op liet laatste te antwoorden: »()ok u ga het wel.

Enkele oogenblikken daarna bevond Bolivar zich weder alleen. Weinig vermoedde hij dat het voor de laatste keer geweest was, dat hij Sucre had mogen ontmoeten; de dood hen voor altijd van elkander scheiden zou.

XXXIX.

Koel en vijandig als de bevolking van Bogota zich jegens Bolivar bleef gedragen, als wilde zij hem doen gevoelen. dat het tot hem gerichte verzoek zijn ingediend ontslag als President der Republiek te willen intrekken, slechts uit nooddwang geschied was, om de hoofdstad er voor te vrijwaren in staat van beleg verklaard te worden. zoo besloot hij, smartelijk als hem deze houding viel, zijn verblijf over te brengen naar Carthagena.

Met de meeste onverschilligheid nam men deze tijding op; zelfs scheen de bevolking er zeer mede ingeno-

ocr page 266

261

men den »libertadorquot; uit hilar midden te zien verdwijnen.

Hoe pijnlijk Bolivar zich hierover ook aangegrepen gevoelde, zoo liet hij nochtans niemand iets omtrent zijn zieleleed blijken; slechts wanneer hij zich alleen bevond en hij onbespied zijne gevoelens kon lucht geven, riep hij dikwerf met tranen in de oogen uit: » Werkelijk het kost mij moeite de gedachte uit mijn binnenste te bannen, m Zuid-Amerika, slechts een slang aan de borst gekoesterd te hebben.quot;

Misschien zou hij zich over de verregaande ondankbaarheid zijner onderdanen beter hebben weten te troosten, indien hij slechts eenige tijding had mogen ontvangen van Sucre, die reeds sedert zes weken vertrokken was, zonder dat hij nog in het geringst iets van zich had laten hooren.

Op een morgen dat Bolivar in zijn kamer, met de hand onder het hoofd zat te mijmeren, liet zich een onbekend Kolonel aandienen, met de bede toch dadelijk Inj den dictator ontvangen te mogen worden, daar hij hem uit naam van den Greneraal Ovando, een zeer gewichtige me-dedeeling had te doen.

Niet weinig benieuwd, wat deze tijding te beteekenen kon hebben, gaf Bolivar last, den hoofd-officier aanstonds

binnen te laten.

Met ontsteld gelaat naderde deze Bolivar en zeide, nadat hij zich aan hem bekend had gemaakt als een der adjudanten van den Generaal Ovando; »Zijn Excellentie belastte mij met de treurige taak u er van te verwittigen, dat de Generaal Sucre vermoord is gevonden in het bosch van Berucas.quot;

Bolivar word bi] deze woorden doodsbleek en stamelde. »Sucre vermoord; het is bijna niet mogelijk dat hem zulk een wreed lot bereid werd .. . neen, neen. God is al

ocr page 267

262

te rechtvaardig, te barmhartig, zoo iets gruwzaams te hebben kunnen gedoogen. Gij vergist n dus zeker, want nog eens; de Hemel is al te goedertierend den edelste aller helden, zulk een vreeselijk lot te bereiden!

»Ware liet slechts zooquot;, antwoordde de Kolonel, »maar het stoffelijk overschot is herkend door allen die onder de bevelen van den overledene gediend hebben.quot;

Bolivar bedekte het gelaat met beide handen en barstte in een onderdrukt gesnik uit.

Nadat er eenige oogenblikken voorbij waren gegaan, fluisterde Bolivar door zijne tranen heeu : »Weet gij ook soms eenige nadere bijzonderheden omtrent het uiteinde van mijn vriend Vquot;

De Kolonel, wiens gemoed evenzeer aan de smartelijkste aandoeningen ten prooi was, antwoordde aarzelend: »Zoo ver als met zekerheid bekend is, bevond de Generaal Sucre zich met welk doel dan ook, als koopman verkleed op weg naar Bolivia. Zonder eenig beletsel drong hij te Pastos door onze troepen heen. 0111 de grenzen te genaken, toen hij buiten de stad herkend en door zijn belagers aan den ingang van het bosch van Berucas, tusschen het kreupelhout, neergeveld werd. Men vond ten minste zijn lijk door-boord met vijf kogels, terwijl zijn muildier, dat naast hem lag, er twee ontvangen had.quot;

Bolivar staarde den Kolonel als versteend aan en riep op hartverscheurenden toon uit: »Sucre, Sucre de held van Ayacucho, de redder van Zuid-Amerika's onafhankelijkheid, de vriend op wiens verknochtheid te bouwen viel als op een rots, moest hij aldus zijn gehechtheid, zijn onwankelbare trouw aan mij bekoopen !quot;

En daarop zijn stem verheffende, riep hij uit; »Vloek over de gewetenlooze schelmen, die hun handen met zijn

ocr page 268

263

dierbaar bloed durfden bezoedelen ; vloek over allen die door hun handelingen aan deze wandaad, welke de geschiedenis van Zuid-Amerika tot een onuitwischbare schandvlek verstrekken zal, het hunne toegebracht hebben.'

De anders zoo zachtzinnige Bolivar verkeerde eensklaps in zulk een woeste stemming, dat de Kolonel niet anders meende, of hij was van smart, van verontwaardiging.

krankzinnig geworden.

Door schrik bevangen, riep hij luidkeels om hulp en

o-elastte een der toeschietende bedienden een geneesheer Ö

te halen.

Allengs echter kwam Bolivar weer tot kalmte en zonk eindelijk uitgeput naar lichaam en geest, achterover in zijn stoel.

Toen de dokter verscheen trof hij den lijder in geheel bewusteloozen toestand aan.

Eerst verscheiden uren later, ontwaakte hij uit zijn verdooving en fluisterde: »Ts het waarheid of bediog dat Sucre niet meer is ? 't Is mij alles zoo duister, zoo verward. ...quot;

Slechts met de meeste omzichtigheid ging men er toe over. hem de werkelijkheid voor te spiegelen.

»God schenke mij de noodige krachten,quot; sprak hij gelaten. »deze beproeving, de zwaarste van allen die mij troffen, met een onderworpen gemoed te dragen, om naar ik ten vurigste hoop, den vriend die mij boven alles dierbaar was, weldra in het graf te mogen volgen.quot;

Een zware ziekte volgde; wel is waar mocht de beklagenswaardige Bolivar van het krankbed herrijzen, maar hij was en bleef zoó lijdend, zoó zwak, dat het ergste te

verwachten viel.

Door liet treffende uiteinde van Sucre, kwam de bevol-

ocr page 269

264

king van Bogota als met een tooverslag tot inkeer, hoe veel zi] aan de heide verlossers van ( olumbia tekort waren gekomen.

Met innig berouw vervuld, zond zij deputatie op deputatie naar den nog steeds kranken Bolivar, om liem te smeeken Carthagena te verlaten en zich andermaal te Bogota te vestigen.

Zoo dikwerf echter als de bewoners der hoofdstad hem hiertoe trachtten over te halen, met de plechtige belofte, hem met bewijzen te staven, welk een wroeging zij over hun vroeger gedrag gevoelden, zeide Bolivar hoofdschuddend: »Het zou al te veel van mij geëischt wezen, mij wederom aan nieuwe teleurstellingen, nieuwe miskenningen bloot te stellen.quot;

O

De bevolking liet hem echter niet met vrede, dan vóór en aleer zij hem de belofte had weten af te persen, om zoodra als zijn geschokte gezondheid het hem zou veroorloven, als eere-President der Republiek Columbia, naar Bogota te zullen terugkeeren.

Doch voortdurend als zijn reeds zoo ondermijnd gestel gekweld werd door zware koortsen, die naar geen enkel middel scheen te willen luisteren, nam hij zoozeer in krachten af, dat van eene verplaatsing onmogelijk sprake kon wezen.

Ofschoon Bolivar zich zulks zeer wel bewust was, zeide hij nochtans menigmaal tot zijn omgeving: »Zoo gaarne zou ik, voordat de dood mij mocht overvallen, Bogota nog eens wederzien, om de bevolking te toonen, dat ik jegens haar niet de minste veete in mijn binnenste koester.quot;

Hoe meer de geneesheeren hem dit plan zochten uit het hoofd te praten, hoe meer hij er naar scheen te haken, het ten uitvoer te brengen. »Houd er mij, bid ik u,

ocr page 270

265

niet langer van terug,quot; fluisterde hij hen telkens toe »een belofte te vervullen, die mij heilig is ; spoedig zou het te laat hiertoe wezen, want maar al te duidelijk gevoel ik, dat de doodsengel mij sedert weken steeds omzweeft.

Moeilijk als men liet over zich verkrijgen kon, hem nog langer teleur te stellen, zoo besloten de geneesheeren, hoe weinig goeds er ook van te voorspellen viel, aan zijn

wensch toe te geven.

Doch met welke voorzorgen de reis ook gepaard ging, zoo greep deze den lijder dermate aan, dat men zich reeds genoodzaakt zag in het naburige Baranquilla halt te houden en Bolivar op een rustbed neer te leggen.

»Het is met mij gedaan,quot; fluisterde hij. »Nog slechts luttele dagen en ik zal het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hebben. Zoo gaarne had ik Bogota nog eens weer gezien om van de zeer enkelen die mij m trouw en liefde mochten blijven aanhangen, een laatst en plechtig

afscheid te nemen.quot;

Verscheidene weken bleef zijn toestand ongeveer op dezelfde hoogte. Nu een kleine flikkering van beterschap, dan weer zulke zware benauwdheden, dat elk oogenblik de laatste levensvonk in zijn binnenste dreigde uitge-

bluscht te worden.

Herhaaldelijk fluisterde hij : »Daar het mij niet vergund mocht wezen, mijn tocht tot Bogota uit te strekken, zoo breng mij naar zee. Ik voel mij zoo beklemd tus-schen het gebergte; zoo gaarne zou ik sterven, de blikken gericht naar den Oceaan, dien ik eens met zulk een jeugdig vuur bezield naar hier overstak om mijn geboortegrond tot vrijheid, tot onafhankelijkheid te voeren.

Aanhoudend als hij er op bleef aandringen Baranquilla te verlaten, zoo plaatste men hem in een draagstoel en

ocr page 271

266

bracht men hem naar het stille zeedorpje Santa-Martha, waar een strandhnt ter zijner ontvangst in gereedheid gebracht was.

Hoe verheugde hij zich bij den aanblik van den Oceaan !

Met een erkentelijken blik op het doodsbleeke, uitgeteerde gelaat, dankte hij allen die tot deze verplaatsing hadden meegewerkt en sprak: »Hoe heerlijk is het hier ; bijna zou ik geneigd wezen te gelooven het hemelsche Paradijs reeds voor mij te zien.quot;

Soms kon hij uren achtereen luisteren naar het gezang, dat nu liefelijk en zacht, dan weder dreigend en onheilspellend uit den boezem der zilte wateren tot hem opsteeg of het dartele spel der golven gadeslaan, die stoeiend over het strand heen rollend zich in dunne schuimstrepen op-lostten of opgezweept door den storm, wild tegen de rotsen aansloegen.

Bijna ging er geen dag voorbij of de dorpelingen, bereidden hem de een of andere vriendelijke verrassing.

Menigmaal biggelden Bolivar bij deze blijken van gehechtheid, de tranen van blijde aandoening langs de wangen en fluisterde hij : »Zoo ik veelgeleden mocht hebben, zoo wordt door deze eenvoudige lieden ook weer veel aan mij vergoed.quot;

Ongemerkt echter namen zijne krachten zoozeer af, dat hij van de eene sluimering in de andere viel; slechts nu en dan opende hij even de oogen en speelde er een glimlachje om zijne veege lippen.

»Hoe zalig komt het mij voorquot;, lispte hij op een avond, terwijl de stralen der ondergaande zon zijn doodsbleek gelaat, purperrood kleurden, »aan gindsche zijde van het graf allen te zullen wederzien, die mij zoo dierbaar waren en mij in het eeuwige leven voorafgingen; Sucre, Miranda..

ocr page 272

267

Terwijl hij nog steeds poogde voort te spreken, sloot hij uitgeput de oogen; zijn ademhaling werd hoe langer hoe stiller; zijn steui hoe langer hoe zwakker en onverstaanbaarder. quot; Eindelijk liet hij het hoofd in de kussens zinken, znclitte en was niet nieei.

Geëindigd waren zijne beproevingen; zonder strijd, zonder smart was hij opgegaan tot de onbekende sfeeren. waarnaar hij dikwerf zoo reikhalzend had uitgezien.

Ofschoon de tijding van zijn verscheiden sedert weken reeds te verwachten was geweest, zoo bracht deze toch een diepen schok onder de dorpbewoners teweeg, die zich dadelijk naar het sterfhuis begaven, om nog eenlaatsten blik te mogen werpen op den edelen lijder, wiens gelaat slechts rust en vrede teekende.

Twee dagen daarna, werd het stoffelijk omhulsel, voorafgegaan door den priester, een tachtigjarige grijsaard met sneeuwwitten schedel, en gevolgd door de gansche bevolking, op het dorpskerkhof van Santa-Martha, waar geen ander geluid kon doordringen dan dat van het verwijderd gedruisch van den oceaan, aan den schoot der aarde toevertrouwd.

Voordat de baar in de eenzame groeve neerzonk, herinnerde de priester er aan, welk een uitnemend mensch de overledene in elk opzicht geweest was; zoo onversaagd in het gevaar, zoo volhardend vóór de nederlaag, zoo gematigd na de overwinning en hoe hij dank zij zijn wilskracht. zijn moed en zijn standvastigheid, maar bovenal zijn onwrikbaar vertrouwen in hooger Macht, er in had mogen slagen, met slechts eenige woeste horden over de Spaansche keurbenden den zege te behalen. Verder herdacht hij met een enkel woord, welk een groot veldheer, en een bekwaam staatsman Bolivar was geweest en hoe

ocr page 273

268

hij slechts als eenig loon voor alles wat hij in zijn zelfopofferende vaderlandsliefde ter verlossing der verschillende koloniën tot stand mocht brengen, smaad en miskenning had ingeoogst, om eindelijk verlaten en vergeten door allen, die hem eens als om strijd gehuldigd en met lauwerkransen bestrooid hadden, in een afgelegen dorpje den laatsten adem uit te blazen. »Tocli,quot; dus besloot de «rijsaard zijn woorden, »morde hij niet of koesterde hij eenige vete; integendeel hij bleef liefhebben wie hij had liefgehad en sluimerde in met de betuiging op de lippen, in vrede te verkeeren met het geheele menschdom.quot;

XL.

Twaalf volle jaren gingen er voorbij eer men zich te Caracas begon te herinneren, dat de assche van den roem-vollen held, ver van Venezuela, te Santa-Martha in stille vergetelheid sluimerde aan den voet van een rots.

Op verzoek van vele oud-strijders van het verlossings-leger. waarbij zich een aantal stemmen van het jongere geslacht voegden, ging de Regeering er toe over een commissie te benoemen om het gebeente van den miskenden Bolivar naar diens geboortegrond over te brengen.

Het oorlogs-fregat »la Constitucion tot dit doel in een rouw-kapel herschept, vertrok nog dezelfde week uit la Guayara, omringd door verscheiden andere schepen, uit de naburige Staten afgevaardigd, om zich bij den lijkstoet aan te sluiten.

Smartelijk als het de bewoners van Santa-Martha viel, afstand te moeten doen van liet stoffelijk overschot des bevrijders, zoo gaf de Regeering hun vergunning het hart des overledene in hun midden te mogen behouden.

ocr page 274

269

Onder het lossen van kanonschoten en het aanheften van treurmarschen, werd de baar uit de groeve opgedolven en aan boord der Constitucion gebracht, die hierna

langzaam van wal stak.

Drie etmalen later liet de vloot voor de reede van la

Guayara het anker vallen.

Na de ontscheping van het Hik. plaatsten eenige vroegere opper-officieren der patriottische heldenscharen de kist op hunne schouders en droegen deze, gevolgd door veertig llanero's te paard, naar gene zijde der Cordilleras, waar zij werd bijgezet in de hoofdkerk van Caracas.

Onder het presidentschap van den Generaal Guzman Blanco, werd Bolivars lijk echter andermaal opgegraven en een plaats aangewezen in het Pantheon. Terzelfder tijd verrees op een der pleinen van Caracas zijn ruiterstandbeeld. De libertador is hierop in fiere houding voorgesteld. zittende op een stij gerend strijdros, dat hij met de eene hand in bedwang houdt, terwijl hij de andere groetend uitstrekt. De uitdrukking van het gelaat is streng en edel. Een lange mantel met golvende plooien, bedekt gedeeltelijk zijn oorlogs-uniform. Blijkbaar geldt het den zegevierenden veldheer, die het vaderland na de behaalde

rgt;

overwinning zijn hulde aanbiedt.

Noordwaarts dor stad verheffen zich tegen een donkeren achtergrond van bergen, de witte torenspitsen van het Pantheon, dat sedert 1872 het gebeente van Bohvar binnen zijn gewelven huisvest. Het praalgraf van wit maimer werd vervaardigd door den beroemden Italiaanschen beeldhouwer Tenneranui. Twee kunstig bewerkte kroonkande-laars, een geschenk' van den tegenwoordigen President der Uepubliek. de Generaal Antonio Guzman Blanco, luisteren het heiligdom op en worden op den sterfdag van den be-

ocr page 275

270

vrijder ontstoken, als wanneer het Hoofd der uitvoerende Macht, vergezeld van alle hoog-dignitarissen van den Staat, zich in gala-gewaad naar het Pantheon begeett, om op het graf een lanwer-krans neer te leggen.

Om het graf des dictators bevinden zich verscheiden andere zerken, die het stoffelijk overschot dekken van Bolivars vroegere krijgsmakkers ; evenals zij zich om hem heen verzamelden op het slagveld, omringen zij hem na hun verscheiden.

Nog enkele oud-strijders uit het helden-tijdvak van den grooten vrijheids-oorlog bevinden zich in leven. LI it erkentelijkheid schonk de natie deze dapperen den eere-titel van »illustres Proceros.quot; Ook hun gebeente zal eenmaal in het Pantheon ter ruste worden gelegd, en ook hun namen zullen tot bij liet verste nageslacht in even dankbare herinnering blijven als die van den »libertador , wien het dank zij hun onversaagdheid gelukken mocht, de koloniën van het Moederlandsche gebroed te zuiveren; Nieuw-Grenada, Ecuador, Venezuela en de beide Peru's in de rij der volkeren een roemvolle plaats te doen innemen.

EINDE.

ocr page 276

Otayei van M LEEtfflEETZ S SM te tnsttrtam.

MEL. VAN JAVA.

Het Viooltje van St. Germain.

quot;TL

SUZE ANDKIESSEN,

GUIUO DE VIOOLSPELEE.

ANT. L. DE KOP,

Het Huis op het laclitegaalspad.

C. ALBERDINGrK TI LIJM,

DE HUISTIRA

ocr page 277

BETSY PERK,

Een recrmit op Corcica.

LOUISE STRATENUS,

besghermmgelen.

m Ills'' TC Ills'' TC7' TV® reAiJfeiJM 2JI X-

C. ALBERDINGK THIJM,

IJlG ¥E®W1L1

MEL. VAN JAVA. ONTMASKERD.

H. VAN LOO,

BETSY PERK,

ïaii laiiifaaii i ïï

Uit kt f

Bovenstaande f 2.25 in linnen geb.

„ 1.90 gebroclieerd.

ocr page 278