ocr page 1

572

u v K±t DE

imM ™ Mm

DOOR DEN

Eerw. P. JOSEF PERGMAYR, s.j.,

in het Nederlansch vrij vertaald

DOOR EEN

R -K. Priester.

Brerta,

EDUARD VAN WEES,

UITGEVER.

ramp;Q

Va4c/64

ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

OVER DE

Éerleii m leem

DOOR DEN

Eerw. P. JOSEF PERGMAYR, s.j.,

in het Nederlansch vrij vertaald

DOOR EEN

R -K. Priester.

-'taf

y

Uturg»3ch«^V^enigmg

Aarlr.bieci*quot;'1 ^

Valgnumm«r Sibüothwi- '

eduard van wees,

UITGEVER.

ocr page 6

IMPRIMATUR.

Datum in Seminario Ypelaar, hie 19 Sept. 1891.

J. J. HOPSTAKEN,

Reg. Sem Libr ('ens.

ocr page 7

Over do zuiverheid der meening.

üp de reinheid der meeuiug komt het vooral aan, dus moeten wij er heel bijzonder werk van maken. Iri al onze handelingen geeft God alleen acht op de reinheid onzer meening. Is onze meening rein, volmaakt en met eene vurige liefde bezield, dan rekent God ons de nietisste en gerinorste daden als

O ^ ^ O O

de grootsten aan : hij vindt er zijn innigst welbehagen in, en beloont dezelve met uitgelezen genaden, [s onze meening niet zuiver, is ze onvolmaakt of lauw, zoo hecht Hij niet de minste waarde aan de verhevenste daden. Hij vindt er geen welgevallen in, Hij beloont ze niet of beloont ze slechts luttel. O! hoe dikwijls gebeurt het niet dat eene vrome dienstmeid meer verdient in een half uur in haren dienst, dan een geleerde in eene week door de verhevenste bespiegelingen en diepste studiën, indien gene hare dienstbezigheden verricht met eene volmaakte meening en eene vurige liefde, terwijl de geleerde zijne verhevenste studiën doet met een koud hart en met lauwheid. Wat al wonderbare geheimen zullen ons eens in het dal van

ocr page 8

6

Josapliat ontsluierd wordeu ! Wij zullen er heiligen zien, die in hun heele leven slechts gewone zaken gedaan hebben, en die desniettegenstaande tot de hoogste glorie 7,ijn opgeklommen, omdat al hunne handelingen met de reinste en van liefde gloeiende meening gedaan werden. Wij zullen duizenden anderen zien, gansch arm aan verdiensten, ofschoon ze in het oog der wereld schitterden door luisterrijke daden, — dewijl ze slechts handelden uit ijdelheid en praalzucht en met louter wereldsche inzichten.

Zedeles. In ons gansche gedrag deze reine en volmaakte meening hebben, om alleen aan God te behagen.

Beweegredenen voor de reinheid der ineening.

Eerste beweegreden. De daden, die goed zijn in zich zelve, worden beter, verdienstelijker en aangenamer voor God door de reinheid der meening. Bidden, vasten, aalmoezen geven, zich versterven en andere goede werken , indien ze uit een hooger, bovennatuurlijk beginsel geschieden, zijn altijd goed, aangenaam en verdienstelijk bij God, maar ze zijn

ocr page 9

7

oneindig beter, aangenamer en verdienstelijker in het oog van God, als ze vergezeld zijn van eene heel reine meening. Het kortste gebed en de geringste versterving met die meening gedaan, hebben meer waarde dan duizend anderen, waarvan de meening minder volmaakt is.

Tweede beiceegreden De zuivere meening maakt zaken, die in zich onverschillig zijn, zeer aangenaam en verdienstelijk voor God.

God let niet op dat wat wij doen, maar Hij geeft acht op de meening, waarmede wij het doen. Het minste wat wij doen met eene zuivere meening, is Hem uiterst aangenaam. Hij zal het met de eeuwige glorie beloonen en beloont het reeds hier op aarde door groote genaden.

Derde heioeegreden. De reine meening maakt de kleinste kruisjes en kwellingen verdienstelijk en aangenaam voor God.

Het kleinste kruiamp;je, dat slechts een oogeublik duurt, een kleine beleediging door een enkel woord ons aangedaan, wanneer men ze met eene zuivere meening verdraagt, verdienen den hemel, eene eeuwigheid van geluk. Iemand kwetst u door een grievend woord : gij zwijgt, gij verdraagt het, gij keert u

ocr page 10

8

tot God en zegt: ^Mijn God en mijn al! ik lijd deze beleediging met geduld, alleen om U te eereu, te behagen, uit liefde tot U, om uwen heiligen wil te vol-brengen, omdat Gy het opperste goed zijt. Len kleine miskenning, een enkel hard woord dat gij met eene reine meening, zwijgend verdraagt, is van zoo groote waarde, dat God het met een eeuwig geluk beloont. Indien God 11 voor dat kwetsend woord, wat u werd toegevoegd en dat gij verduldig verdroogt, de wereld gaf met al hare goederen , hare rijkdommen en genoegens om dezelve gedurende de eeuwigheid te genieten, zoudt gij daarvoor voldoende beloond zijn? Neen, die belooning zou veel te klein zijn. Indien God u het aardsche paradijs schonk voor de gai sche eeuwigheid, met het genot wat Adam er van had in zijne onschuld, zoudt gij dan althans voor dat grievend woord voldoende beloond zijn ? Neen , ook deze belooning zou veel te klein zijn. God moet u ter belooning de eeuwige glorie schenken; Hij moet u bij zich nemen in den hemel; ziedaar de belooning die gij er van verwacht ; ziedaar wat voor u, in de oogen van God, een enkel hard woord, dat ge meteen reine meening verdroegt, waard is.

ocr page 11

9

Vierde beweegreden. De reine meeinng maakt die handelingen, welke uit zich zeiven aan de natuur aangenaam zijn, kostbaar en behaaglijk aan God.

Wat is er allerdaagscher dan drinken, eten , rusten , slapen , schertsen , gezellig kouten ? En toch, indien dit alles op welgevoeglijke wijze geschiedt, en men het^an God met eene reine meening opdraagt, zullen deze daden vol verdiensten zijn en genaden.

Eigenschoppen van de goede meening.

Eerste eigenschap. Zal onze meeniug rein en volmaakt zijn, dan moet ze vrij zijn van alle eigenliefde.

Wilt ge eene reine en volmaakte meening hebben, dan moet ge in al uwe handelingen niets anders begeeren en zoeken, dan Gods eer, zijn welbehagen en de volbrenging van zijn heiligen wil. Wat aan God behaagt, moet ge boven alles verkiezen. Om aan God te behagen , moet ge bereid zijn Hem uw lichaam op te offeren, uw bloed, uw leven, in één woord, alles.

Laat u niet door uw eigen belang leiden. Ge moet u slechts afvragen: wat wil God

ocr page 12

10

van mij; hebt ge dat erkent, zoo moet ge niets anders meer zoeken 't Is een oneindig groote zaak alleen te doen wat God behaagt, het eenige en oneindige Goed.

Ziedaar wat de volmaakte meening uitmaakt. Om aan God te behagen, behoeft men zich niet te verdiepen in verhevene gedachten, er wordt niets anders ver-eischt dan eene reine meening.

Van tijd tot tijd zal men die meening. wat uitvoeriger uitdrukken, bijvoorbeeld: »0 mijn God, Gij zijt de eenige liefde, het eenig verlangen, de eenige vreugde van mijn hart! ik bemin en omhelsquot; ü met alle krachten en vermogens mijner ziel, en meer dan alles wat in'den hemel is en op de aarde, omdat Gij alleen het opperste goed zijt. Daarom zoek ik slechts U in al mijne handelingen, in mijn gansche gedrag. Ik draag ü dus deze handeling op in vereeniging met de liefde, waarmede Gij U zeTven van alle eeuwigheid bemint, ten einde U den eerbied te betuigen die aan uw heiligen Naam verschuldigd is, en uw aanbiddelijk fïart te behagen, ü myn God! liefde, verlangen en eenige vreugde van mijn hart! 't Is uw heiligen wil, die me aanzet nu deze handeling te

ocr page 13

11

verrichten. Ik draag U dezelve dus op met dezelfde meening, die Gij zelf liebt, in mi], en met mij medewerkende, om dit werk te verrichten.quot; Korten bondig kan die meening ook zoo geformuleerd worden; »0 mijn God! ik bemin U bovenal, omdat Gij het opperste goed zijt. Uit liefde tot U, om U te eeren, U te behagen, ü te gehoorzamen , draag ik U dit werk op.quot; Deze meening maakt onze handelingen zeer verdienstelijk en aangenaam bij God. Het onbeduidendste werk in die meening gedaan, heeft meer waarde dan duizend andere van verhevener aard, maar waaraan die meening ontbreekt. Deze leer is zoo zeker, dat God ze meermalen bevestigd heeft door buitengewone genaden en wonderen.

Tweede eigenschap De reinheid der meening moet algemeen zijn; zij moet zich tot onze daden uitstrekken. Dit punt eischt een bijzondere oplettendheid

't Is ongeloofelijk met welke snelheid en hoe vaak de eigenliefde en het eigen belang in onze handelingen binnensluipen. Een appel schijnt uiterlijk zeer schoon en goed, maar snijdt ge hem open, dan bevindt gij dat hij van binnen bedorven is. Eveneens meenen wij dik-

ocr page 14

12

wjjls iets goeds gedaan te hebben, omdat wij het laten voorafgaan door eene goede meening; en toch, als wij die daad eens goed onderzoeken onder het oog van God, vinden wij er slechts uiterlpe schijn in, dat, wat in het oog valt der menschen; voor het overige is er niets goeds aan; het inwendige is bedorven door de eigenliefde en andere fouten.

üm dit kwaad tegen te gaan, moet men zich ijverig toeleggen, aan God, van ganscher harte al onze daden op te dragen en iedere in het bijzonder; alle verkeerde neigingen zorgvuldig uitsluiten en zich nooit een andere beweegreden veroorloven dan Gods welgevallen.

't Is niet genoeg alleen 's morgens al zijne handelingen aan God op te dragen, door eene goede meening. Wie God wil toebe-hooren, neemt de znak ernstiger ter harte.

üm juist te schieten, moet men scherp op het doel mikken, wat men wil bereiken. Lene ziel, die naar volmaaktheid streeft vestigt allereerst haar oog op God, daarna draagt zij Hem, met een heel zuivere mee-ning, de zaak op die ze gaat verrichten; en dan eerst gaat ze aan 't werk.

Wie dezen regel verwaarloost, zal dui-zende dingen doen die wellicht schitteren

ocr page 15

13

zullen iu het oog der menschen, welke hun als zoovele heilige en volmaakte handelingen zullen toeschijiien; maar in het oog van God zulleu ze verachtingswaardig, ydel zijn, zonder verdienste, zonder vruchten.

Bij het begin van elke handeling moet men zich in Gods tegenwoordigheid plaatsen, zich tot Hem keeren uit geheel zijn hart, dezelve aan God opdragen met eene vurige liefde en eene zeer reine meening; daarna moet men het werk beginnen. Op die wijze hebben de heiligen hun leven ingericht. Men zal dus op de volgende wijze te werk gaan :

1° 's morgens zal men nederknieleu in Gods tegenwoordigheid; men zal Hem op de volgende of op een andere wyze al de handelingen van den dag opdragen, »0 mijn God! mijn eenig en hoogste goed! ik bemin U uit geheel mijn hart; uit geheel mijne ziel en met al mgn krachten, meer dan alles, eenig en alleen omdat Gij het opperste goed zijt, waardig bemind te worden boven alle dingen, waardig bemind te worden om U zeiven. Uit liefde tot U draag ik U op al mijne gedachten, al mijne begeerten, al mijne neigingen, al mijne woorden, al mijne schreden, alle bewegingen van mijn

ocr page 16

14

lichaam, al mijne handelingen, mijne gebeden, mijne innigste gesprekken met U, mijne bekoringen, de kruisen en moeielijkheden, de uren en oogen-blikken, kortom alles wat ü gedurende dezen dag kan opgedragen worden. Dat alles draag ik ü op in vereeniging met de meening; waarmede Jesus al zijne werken op aarde heeft verricht en U heeft opgedragen, alleen tot uwe meerdere eer en glorie, om uwen heiligen wil te volbrengen, en voor het doel, waarmede Gij in mij en met mij werkt gedurende dezen dag. Mocht ik U, elk oogenblik van dezen dag, zooveel eer en glorie en voldoening kunnen geven, als de gelukzaligen in den hemel U geven; daarvoor. Gij weet het, o mijn God! zoude ik bereid zijn elk oogenblik mijn bloed en mijn leven te geven. Maar omdat het mij niet mogelijk is ü die eer en glorie te verschaffen, bid ik ü, in plaats daarvan , mijne goede meening aan te nemen, en mij de genade te geven dien wensch en die meening geen oogenblik uit het oog te verliezen.quot;

2° Bij het begin van elke handeling moet ge u in Gods tegenwoordigheid plaatsen en een vurige akte van liefde tot God

ocr page 17

15

richten. Nooit moet men iets beginnen, zonder het aan God door eene goede actueele meening te hebben opgedragen; wie anders zou handelen, zou weinig of

3 geen nut vau zijne handelingen hebben,

t 3° Is het werk van eenigen duur, zoo

t zal men het van tijd tot tijd onderbreken,

3 ' om zich op nieuw in de tegenwoordigheid

t Gods te plaatsen en zijne meening met

3 veel zorg te hernieuwen. 3 Die tegen den stroom moet opvaren,

3 mag de roeiriemen niet loslaten, op

3 gevaar af door den stroom teruggedreven

c te worden. Zoo is het ook met onze

e goede meening; org die niet te verliezen ,

b moet men zijn oog steeds gevestigd

; houden op Gods welgevallen, op gevaar

! af anders door onze ongeregelde neigingen

I te worden medegesleept. r Derde eigenschap Opdat onze meening

e goed zij, moet ze steeds met versterving

, gepaard gaan

□r Opdat onze meening volmaakt zij,

e zoodat ze door God gewild is, moet ze

u al onze werken en al derzelver omstan

digheden bezielen, van den morgen tot ■t den avond, zoodat we geen oogenblik

n op iets anders doelen dan den wil van

d Gods en zijn welgevallen.

ocr page 18

16

Men kan hieraan niet te veel zorlt;f besteden , en nog zal men nauwelijks het noodzakelijke doen. Ik ben van oordeel dat niemand een heelen dag ononderbroken de zuiverheid van meening kan onderhouden, zoo hij niet aanhoudend zich op versterving toelegt en steeds in Gods tegenwoordigheid wandelt.

Er zijn allerhande ongeregelde genegenheden, die de zuiverheid der meening bederven; ik zal er hier eenige aanstippen : 1° De zinnelijkheid, welke natuurlijk die handelingen binnensluipt, waarvoor we een bijzondere lust gevoelen, zooals drinken, eten, slapen, schertsen en dergelijke.

2° De ongeregelde liefde die ' we hebben voor een persoon, aan wien we een dienst bewijzen, en wiens genegenheden we zoeken,

3° De natuurlijke afkeer dien we gevoelen van dingen die ons lastig zijn die ons tegenstrijden, ons verdnet 'en moeite veroorzaken, of die ons teo-eii onzen wil zijn opgelegd.

4° De eerzucht, die bijna alle onze handelingen bederft.

5° Het menschelijk opzicht, waardoor we iets zeggen, doen of nalaten te doen ter wille van een meusch, dien we meer beminnen en vreezen dan God.

ocr page 19

17

6° Ons eigenbelang, dat ons steeds aanspoort om tijdeliik voordeel te zoeken en nadeel te vermiiden.

O! welke zuiverheid van meening is er noodig om al die listen en lagen van den duivel te ontdekken en te verijdelen ! O ! hoe noodig is hier de versterving, ten einde de zuiverheid van meening te bewaren, als men bestormd wordt door zoovele verkeerde neigingen !

Twee dingen worden er vereischt zonder dewelke het onmogelijk is de zuiverheid van meening te bewaren. Het eerste is: voor dat ge iets begint, moet ge onderzoeken of er soms in uw hart geen verkeerde neiging schuilt. Is het zoo, dan bestrijd en verafschuw dezelve alvorens uw werk te beginnen. Het tweede is: nadat gij die slechte neiging bestreden hebt, moet ge u tot God wenden en Hem die handeling met eene vurige liefde en reine meening opdragen.

Vierde eigenschap. Om zuiver en volmaakt te zijn, moet onze meening gestadig en onderbroken zijn.

Omdat gij den vijand moedig bestreden hebt, daarom h«bt ge hem nog niet verslagen , veel minder overwonnen. Gij moet u op een nieuwen aanval gevat

ocr page 20

18

houden en derhalve de wapenen niet afleggen, maar kruit en lood droog houden. Zoo zullen ook onze booze hartstochten, de zinnelijkheid, het eigenbelangen zoovele andere, die wij bij het begin van ons werk bestreden, ons wel een poos met rust laten, edoch na korten tijd komen ze terug en doen een nieuwen aanval; moet men ze dus op nieuw bestrijden en de goede meening hernieuwen, wil men de eindzegepraal niet verliezen. De H. Ber-nardus kreeg eens, terwijl hij preekte eene bekoring van ijdele glorie; de heilige zweeg een oogenblik en hernam toen: »ik heb voor jou deze predikatie niet begonnen, ik zal ze niet voor jou voltrekken.quot; Daarna zette hij zijne rede voort.

Ik herhaal dus wat ik hiervoren reeds zeide, dat de zuiverheid der meening om volmaakt te weezen en volgens Gods wil, al onze daden en al derzelver omstandigheden moet bezielen, van den morgen tot den avond. Men kan daaraan niet genoeg zorg besteden, en die zielen geraken er alleen toe die zich voortdurend versterven en in de tegenwoordigheid van God wandelen. Laat ons nu nocr verder uiteenzetten waardoor en hoe de goede meening onderbroken wordt.

ocr page 21

19

1° De goede meening wordt onderbroken, zoodra er iets wat God mishaagt, binnensluipt. Bijvoorbeeld: ik maak een goede meening voor den tijd der uitspanning of recreatie, en ik begin ze goed, maar intusschen zondig ik tegen de liefde jegens den evennaaste; ziedaar de goede meening onderbroken, want men kan toch geene goede meening overeen gebrek aan liefde maken, noch zulke handelingen aan God aanbieden; beware ons God van Hem iets aan te bieden wat noodig is

2° De zuivere meening wordt onderbroken door de zinnelijkheid. Bijvoorbeeld: ik maak de goede meening, als ik mij naar den refter of de eetzaal begeef, spijs en drank slechts te gebruiken uit noodzakelijkheid, om Gods wil hierin te volbrengen; ondertusschen komt de zinnelijkheid er zich in mengen; in plaats van haar te onderdrukken, geef ik er aan toe, ziedaar de goede meening onderbroken, ik eet immers niet om God te behagen, maar om mijne zinnelijkheid te voldoen.

3° l)e goede meening wordt onderbroken door de ijdele glorie en andere menschelijke inzichten Bijvoorbeeld: alvorens een loffelijk gesprek te beginnen, maak ik een goede meening, doch onder

ocr page 22

20

het gesprek biedt zich de gelegenheid aan mijn verstand te laten zien, waaraan ik toegaf; daardoor is de goede meening onderbroken, aangezien ik niet handel om aan God te behagen maar uit ijdele glorie.

4° De reine meening wordt onderbroken , telkens als men een werk begint, voortzet of voltrekt nit een natuurlijken beweeggrond of uit een of andere ongeregelde genegenheid. Bijvoorbeeld: ik maak de goede meening mijnen tijd goed te besteeden; ondertusschen komen twee personen mij om eenen dienst verzoeken ; den eenen verleen ik mijne hulp omdat die persoon mij bevalt, terwijl ik ze den anderen weiger, omdat hij mij mishaagt; ziedaar de goede meening alweer onderbroken; omdat ik handel uit een natuurlijke genegenheid en niet om aan God te behagen.

Op welke wijze men 's morgens een goede meening moet maken.

Bij het ontwaken zal men zorg dragen zijnen ijver op te wekken, zijn hart voor God uit te storten; zich zei ven en alle werken van den dag met een volmaakte liefde en zuivere meening aan God op te dragen

ocr page 23

21

met veel ijver en vuur. Aangaande de wjize waarop men dat zal doen , zal ieder de ingeving van den fl. Geest volgen : ik zal er een aangeven die men kan volgen en waaruit men veel vruchten zal trekken.

»0 miin God en mijn hoogste goed! ik stort mij voor ü uit, ik werp mij voor uwe voeteu neder en vernietig mij voor uwe oneindige majesteit Gij zijt het oneindige Wezen, één in wezen, drievuldig in personen, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Gij, o Zoon des Vaders, Gij zijt uit den hemel nedergedaald voor mijne zaligheid; Gij heb de menschelijke natuur aangenomen en zijt voor mij den dood des kruises gestorven. Gij beloont'het goed en straft het kwaad Gij zijt het opperste goed, waardig bemind te worden om U zeiven en boven alles. Deze mysteriën en alle andere waarheden die de heilige Kerk mij voorstelt om te gelooven , geloof ik, omdat Gij, die de opperste waarheiden wijsheid zijt, dezelve geopenbaard hebt. In dit geloof wil ik leven en sterven ; voor dat geloof ben ik bereid mijn bloed en mijn leven te geven. Mijn God ! mijn eenig en hoogste goed! uw barmhartigheden jegens my zijn

ocr page 24

22

oneindig groot en oneindig in getal; en toch verlang ik er nog meer en nog grootere. Mijn God, schenk mij de vergiffenis van al mijne zonden, de volharding in uwe genade tot aan het einde mijns levens en de eeuwige zaligheid. Schenk ons heden de genade ü volmaakt te beminnen, en alle oogenblikken van dezen dag in uwe liefde door te brengen. Ik hoop en verwacht al deze genaden van ü, en ik verwacht ze met het grootste vertrouwen omdat Gij almachtig zijt en oneindig goed; Gij kunt ze mij geven en wilt ze mij geven; Gij zijt oneindig getrouw, Gij hebt het mij beloofd, om wille van de verdiensten en de genade van Jesus Christus, onder voorwaarde dat ik medewerk met uwe genade.

0 mijn God! eenig en hoogste goed! ik bemin ü boven alles wat in den hemel en op aarde is. Uit liefde haat en verafschuw ik alle zonden van geheel mijn leven, meer dan alle kwalen en pijnen van dit leven en het andere, alléén omdat ik ü daardoor vergramd heb. O! dat ik dezelve kon ongedaan maken. O! dat de dood mij toch in uwe liefde van de aarde hadde weggenomen vóór dat rampzalige uur toen ik U voor de

ocr page 25

23

eerste maal vergramd heb. O engelen en heiligen des hemels en Gij zelf, o mijn God ! ik neem ü tot getuigen, dat ik thans met vreugde mijn leven zou willen geven , indien ik daardoor kon maken, dat ik U nooit vergramd had! Maar wat gedaan is, kan niet meer ongedaan gemaakt worden, ik doe wat ik kan. Ik heb berouw over mijne zonden, ik haat en verzaak dezelve uit geheel mijn hart; ik maak het vaste voornemen nooit meer te zondigen, liever duizend maal te sterven, dan U nog ooit te vergrammen, o mijn God !

Mijn God en mijn al! ik bemin en omhels ü boven alles wat er bestaat in den hemel en op aarde. Door deze liefde offer ik ü de liefde op die Jesus voor ü gehad heeft, ik vereenig met deze liefde al de gedachten, genegenheden en verlangens zijner ziel; alle woorden, schreden, bewegingen van mijn lichaam, al mijue handelingen, al mijne gebeden, verzuchtingen tot en gesprekken met U, o mijn God, alle bekoringen, kruizen en kwellingen, de uren, minuten en oogenblikken', kortom alles wat U van daag kan worden opgedragen.

Ik offer U dat alles op, om door mijne nederige aanbiddingen te toonen

ocr page 26

24

dat Gij mijn God zijt; door mijne diope onderwerping, dat Gij mijn quot;Heer en opperste Meester zijt; door mijne dankbaarheid, dat Gij de eenige bron van alle goed zijt; door mijne lof-, eer- en eerbiedbewijzen, dat Gij het hoogste goed zijt in den hemel en op de aarde. Ik zou U al deze eer- en plichtbetuigingen willen doen met alle volmaaktheid, welke uwe oneindige Majesteit verdient.

Ik offer U dat alles op met de oprechtste dankbaarheid voor alle genaden en barmhartigheden, welke Gij mij tot heden toe bewezen hebt en in de toekomst mij nog zult bewijzen. Ik erken, o mijn God, dat ze ontelbaar zijn en oneindig kostbaar in uwe oogen; Gij hebt ze mij geschonken zonder verdienste van mijnen kant en ondanks ik dezelve heel onwaardig was, alleen door uwe oneindige genegenheid, goedheid, liefde en goedertierenheid jegens mij.

Ik offer U dat alles op om althans een gedeelte mijner schulden jegens ü af te betalen. Mijn God! Gij ziet mijn hart; ik wensch dat het dierbaar Bloed van Jesus Christus U tot verzoening mijner zonden opgedragen worde, zooveel malen als ik van daag zal ademhalen. Ik wensch ü

ocr page 27

25

mijn bloed op te dragen, zooveel malen als er ocgenblikken zijn in dezen dag, en daardoor zou ik wenschen al mijne zonden zoodanig te vernietigen, alsof ze nooit bestaan hadden.

Ik draag U dat alles op tot meerdere glorie van uwen heiligen Naam, tot de grootste voldoening van uw aanbiddelijk Hart, alle liefde waardig, kortom tot alle doeleinden, waarvoor Gij in mij en met mij werkt. Ik belijd, o mijn God! dat Gij verdient oneindig bemind te worden om U zei ven. Ik heb alleen uwe eeie, uwe glorie en uwen heiligen wil op het oog; daaraan wil ik alle oogenblikken van dezen dag toewijden. Ik zoek geene belooning, doch, omdat ik weet dat Gij oneindig goed zijt, dat Gij niets onbeloond laat, ofschoon men geene belooning zoekt, zoo bid ik U, om wille van de verdiensten van Jesus' bloed en van alles wat ik vandaag uit liefde voor ü zal doen en lijden, mij de volgende gunsten te verleenen :

1° de genade mijne zonden af te boeten gedurende mijn leven;

2° de genade mij zelven aan de wereld af te sterven; ü volmaakt te beminnen en innig met U vereenigd te blijven;

ocr page 28

26

3° iu uwe liefde te sterven; 4° mij niet U voor altijd te oraan vereenigen, onmiddellijk na mijnen dood.

O God van liefde en barmhartigheid, ontferm U mijner.

Op welke wijze men , gedurende den dag, eene reine meening moet maken.

Ik heb reeds gezegd, dat het voor eene ijverige ziel niet voldoende is 's morgens eene goede meening te maken, 't Is bovendien noodzakelijk het oog ten hemel te richten bij het begin van elk werk, en duurt dit wat langer, de meening die men 's morgens gemaakt heeft te vernieuwen Daarvoor bestaan vele oefeningen, ik zal er hier eenige van aangeven.

Eerste oefening. Aan God het werk opdragen, uitsluitend om Hem alleen te behagen. Bijvoorbeeld: »Miju God en mijn al! ik bemin ü boven alles, omdat Gij het hoogste goed zijt; 't is uit liefde tot ü, dat ik U dit werk opdraag in vereeniging met het H. Bloed van Jesus Christus en ik beoog daarbij niets anders dan ü te vereeren, te verheerlijken en te beminnen, en uwen heiligen wil te volbrengen.

ocr page 29

27

Tweede oefening. Aan God het werk opdragen wat men gaat verlichten, tot hetzelfde einde wat God zich voorstelt bij dat werk.

Ora dit goed te verstaan,, dient men op deze twee waarheden te letten. De eerste: ik vermag niets zonder Gods bijstand, zouder zijne dadeljjke genade; de tweede: daar God oneindig heilig is, kan Hij bij dit werk geen ander dan een heilig doel hebben Wil ik dus eene volmaakte meening vormen, dan moet ze met die van God volkomen overeenstemmen. Bijvoorbeeld : Mijn God en mijn al! ik bemin U boven al, omdat Gij het hoogste goed zijt. Ik draag U dit werk uit liefde op, uitsluitend om U te eeren, te verheerlijken, te beminnen, en uwen wil te volbrengen en tot hetzelfde doel, wat Gij hebt iu dit werk, in en met mij werkende.

Derde oefening. liet werk dat meu gaat verrichten, aan God opdragen met een vurig verlangen Hem te behagen. Bijvoorbeeld: Mijn Heer en God! ik bemin U boveu al, omdat Gij het opperste goed zijt: 't is uit liefde voor U, dat ik ü dit werk opdraag, uitsluitend om ü te eeren, te behagen, te beminnen en uwen

ocr page 30

28

heiligen wil te volbrengen. O dat ik U daardoor kon eeren, beminnen en gehoorzamen , zooveel als de Serafijnen dit in den hemel op dit oogenblik doen. Ik neem U tot getuige, o God, dat ik met blijds hap mijn leven zou willen geven om dit te kunnen doen, en 't is met deze meening en met het cfier van mijn leven dat ik dit werk wensch te verrichten. Zulke verlangens zijn niet onnuttig, onder voorwaarde dat ze uit het hart komen. De gelukzalige Alphonsus Rodriguez wenschte eens de heele wereld te kunnen bekeeren, en hem werd geopenbaard dat hij voor dezen wensch zooveel glorie zou ontvangen, alsof hij werkelijk de wereld bekeerd had.

Vierde oefening. Aan God bet werk opdragen door eene verkorte herhaling van de morgen-meening. Bijvoorbeeld: Mijn God en mijn al! ik bemin ü boven alles, omdat Gij het hoogste goed zijt. Ik draag U deze handeling uit liefde op en met dezelfde meening, waarmede ik U van morgen alle handelingen van dezen dag heb opgedragen.

ocr page 31

-

—

_____

_

_

ocr page 32

%