rWAAIVi lgt;i: DTJIZKIVÃ. m
NIEÃW-MALTHUSIANISME.
DE
VOORBEHOEDMIDDELEN
TEGEN
ZWANGERSCHAP.
DOOK
c^rof. lt;1)r. ^f. Schoondermarh ^/r.
ho'elui van The Afalfhusia/i T.eognc (T.onden), van den. Sozial-llarmonhchcn Vtrein (Stuttgart), en van de JJguc de la Régékcra(io?i Iliiniahie (Parijs).
v/JJe Naaktheid is het heilige recht der kunst, en alleen de gebrekkige beschaving van het gepeupel noemt onzedelijk, wat rein en goddelijk is.quot; ⢠Eckstein,
Met 6 ih den tekst gedrukte Afbeeldingen.
TWAALFDE-, DOOR DEN SCHRIJVER HERZIENE EN! VEEL VERMEjfkDERDE DRUK.
AMSTERDAM,
B. MOR AN SARD. 1898-.
161
V u w
'rvv^v.vlx^igt;ii: igt;ijigt;5ü:]nigt;.
ék
NIEUW-MALTHUSIANISME.
DE
VOORB
'l'EGKN
ZWANGERSCHAP.
door
cJ'roj. CDr. Schoondermarh ^r.
her did van The Malthnsïan League (Londen), van den Sozial-Harmonischen Verein (Stuttgart), en van de Ligu: dc la Regeneration Humaine (Parijs).
//Dc Naaktheid is hel heilige recht der kunst, en alleen de gebrekkige beschaving van het gepeupel noemt onzedelijk, wat rein en goddelijk is.quot;
Eckstein.
Met 6 in den tekst gedrukte Afbeeldingen.
twaalfde, door den schrijver herziene en veel vermeerderde druk.
AMSTERDAM,
W. B. MOR ANSA RU.
18980
Een paar âSnuifjesquot; vooraf.
31 Jannari 1897, 's nam. te 6 ure, werden wij door den politiecommissaris in de 5'11' sectie te Amsterdam, ten zijnen bureele genoodigd, teneinde te bevestigen dat wij de schrijver zijn van »De Voorbehoedmiddelen tegen Zwangerschap'', van welke verklaring lege ar lis proces-verbaal werd opgemaakt. Aanleiding daartoe was het annonceeren door den uitgever in een der groote bladen, van de 1 i'u' uitgave van dit werkje. Aan ons verzoek aan voornoemden politiecommissaris, te mogen weten van wien deze aanklacht uitging,
beweerde deze ex officio niet te kunnen voldoen.......
Voor wie, in onze dagen, in Noord-Holland, bekend zijn met de hutspot van medisch recht en onrecht, van boerenhygiène en slordige administratie, van haar-klooverijen en provocatie, welke »Crcneeskundig Slaats-toeziehf heet, kan het niet twijfelachtig zijn, dat die denunciatie geschied was door den inspecteur j. P. Dozv. Maar onze Justitie schijnt met betrekking
6
tot interpretatie en toepassing der wet een geheel ander standpunt in te nemen, dan deze weinig snuggere ambtenaar, en de aanklacht leidde dan ook tot.......nihil!...............................
Hoogst aangenaam was ons de mededeelinu' van
o o «r*
den tegenwoordigen uitgever, dat hij, door aankoop, eigenaar is geworden van dit, en een ander werkje van onze hand (»Het Behoud van ens Ihtïüe/ijhs-viateriaalquot; 6cle uitg.), welke beide tot dusverre nog steeds behoorden tot het fonds van de firma A. van Klaveren. Wij achten ook deze beide geschriften in het sociale belang, waarvoor wij sedert jaren strijden, in het fonds, dat reeds zooveel andere, analoge vruchten van onzen literairen arbeid bevat, meer ter plaatse.
Bij al dien arbeid spraken wij immer in naam der Wetenschap, en met elk mensch van innerlijke beschaving, gevoelen wij de diepste verachting voor al wat pornographic moet, of kan heeten.
Prof. Dr. J. Sciioonpermark Jr.
Amsterdam, Mei '98.
Teneinde den Lezer van ons werkje een duidelijk begrip te geven vrvn liet gebruik van de voornaamste voorbehoedmiddelen tegen zwangerschap, is het noodig vooraf een korten blik te slaan op den Bouw en de Vcrrkhlingcv van de Vromvelijke Geslachtsivci'ktuigcn. Volledigheidshalve zou het misschien wenschelijk zijn, ook iets over het maaksel van den Manncljkcn geslachtstoestel te doen voorafgaan, maar wij mogen de bestemming van dit boekje niet uit het oog verliezen en moeten derhalve kort, en toch zoo bevattelijk mogelijk zijn. De Lezer zal dus in ons boekje alleen dat vinden, wat elke vrouw, die zwangerschap wil voorkomen, noodzakelijk moet weten, om in het belang van haarzclve, de haren ®), en middellijk ook van de geheele maatschappij, nuttig werkzaam te kunnen zijn 1).
Indien wij een, ook slechts oppervlakkigen, blik op den lichaamsbouw van eene volkomen en normaal gevormde vrouw werpen, bemerken wij eene reeks duidelijk in het oog loopende eigenaardigheden, waardoor wij in staat zijn, onmiddellijk het geslachtskenmerk van het individu, buiten allen twijfel, vast te stellen.
Die verschillen in de lichamelijke inrichting, welke op zich zelf reeds voldoende zouden zijn om een juist oordcel te kunnen geven, bepalen zich niet alleen tot den uitwen-digen vorm en tot den bouw van sommige inwendige or-
1
ââ )Prof. Dr. J. Schoondkrmark Jr., Te -reel Mensehen! Met lui Portret van tien Schrijver. 3e dr. Prijs Æ0.90. Uitg. \V. 1». Moransard, Amsterd.
s
ganen, maar strekken zich ook uit over de verrichtingen, welke deze organen in de menschelijke huishouding te vervullen hebben. Het hoofdverschil tusschen man en vrouw ligt in den bouw en de verrichtingen der geslachtswerktuigen.
De ontleedkundige eigenaardigheden van de vrouw kan men verdeelcn in die,
welke zich uitstrekken over het geheele organisme, en die.
welke zich bepalen tot de geslachtsorganen.
Een enkel woord hier dus over de ontleedkundige eigenaardigheden, welke zich over het geheele organisme uitstrekken, om daarna iets langer stil te staan bij die, welke zich tot den vrouwelijken geslachtstoestel beperken.
Indien wij het lichaam van de vrouw in zijn geheel vergelijken met dat van den man, dan valt ons bij de vrouw in de eerste plaats de geringe lichaamsgrootte in het oog; de uitwendige vormen zijn door de muskulatuur (de gezamenlijke spieren) niet zoo scherp begrensd als bij den man, zij zijn meer afgerond en wijzen op eene grootere teeder-heid en weekheid der vaste deelen. De geheele bouw van de vrouw is over het algemeen minder krachtig dan die van den man.
Ook de tijd, waarin de lichamelijke ontwikkeling tot haar einde komt, is bij beide geslachten verschillend, want terwijl de man eerst tegen ongeveer het 24ste levensjaar volkomen ontwikkeld mag heeten, is de vrouw dit reeds van het 18de tot het 20^e levensjaar, soms nog vroeger.
Nog scherper zijn deze verschillen in de afzonderlijke lichaamsdeelen; het zou ons hier echter te ver van ons doel afvoeren, zoo wij hier die alle wilden opsommen. Wij willen hier, om den weetgierigen Lezer niet binnen al te enge grenzen te houden, de belangrijkste verschillen aanhalen, welke gelegen zijn in de lengte en grootte van de borst en van den romp.
Reeds uitwendig neemt men bij de vrouw een overwicht van den buik over de borst waar; deze is smaller, enger en korter, de ribben komen meer uit, de omtrek van de borstkas ligt in een vlak loodrecht boven het bekken, bij den man
9
steekt deze hierover uit. De borstklieren zijn bij de vrouw veel meer ontwikkeld dan bij den man. De lendenwervels (men vergelijke ook bij deze oppervlakkige beschouwing zoo getrouw mogelijk fig. I bladz. 12) zijn bij de vrouw hooger gelegen, het bekken is gekenmerkt door zijne bizonderc breedte en de grootte van zijne afmetingen.
Van veel hooger beteekenis zijn de afwijkingen, welke de inwendige organen aanbieden, vooral die van het bloedvaat-en van het zenuwstelsel. Niet alleen, dat het hart bij de vrouw kleiner is dan bij den man, de slagaderwanden dunner zijn, maar ook de hoeveelheid bloed en het aantal bloedlichaampjes zijn geringer, terwijl de lymphevaten bij de vrouw meer ontwikkeld zijn dan bij den man. De vrouw vertoont daarom ook meer neiging tot bloedarmoede en bleekzucht dan de man. De hersenen zijn met betrekking tot de zenuwen en het overige van het lichaam, bij de vrouw aanmerkelijk grooter, hoewel de hersenen van den man die van de vrouw in grootte en zwaarte overtreffen. Het zenuwstelsel is bij het vrouwelijk geslacht evenwel veel zwakker, en teeder-der dan bij den man, en alleen de zenuwvlechten, welke naar den voortplantingstoestel leiden, de heupzenuwen en de uit de darmvlecht ontspringende takken, zijn eveneens krachtiger ontwikkeld. De vrouw is daardoor prikkelbaarder, zij vertoont eene grootere gevoeligheid voor uitwendige indrukken en heeft dientengevolge meer neiging tot krampen en spiersamentrekkingen (convulsiën) dan de man. Ook haar geestesleven is meer prikkelbaar, en het lijden daarvan veelal heviger dan bij het andere geslacht. Hiermede in overeenstemming zijn de verhoogde zinnen, welke bij de vrouw zoo krachtig kunnen zijn als zij bij den man niet worden aangetroffen.
De spieren der vrouw zijn dunner, zwakker, met uitzondering van de lenden- en bilspieren; de vrouw kan daarom minder kracht ontwikkelen dan de man. De beenderen van het geraamte zijn bij de vrouw over het algemeen dunner, zwakker en weeker; de beenmassa is minder ontwikkeld, waarop zells de bekkenbeenderen geen uitzondering maken.
De voeding is bij de vrouw krachtiger dan bij den man,
de spijsvertering verloopt sneller en door de groote ontwikkeling der lymphevaten is ook een sneller vervangen van bloed en van alle voedingsmateriaal mogelijk. De vrouw verdraagt daarom een bloedverlies beter dan de man. De duur van genezing is bij haar dan ook korter dan bij dezen.
Deze vluchtige schets van de eigenaardigheden, welke het organisme in sijn geheel tc aanschouwen geeft, moge hier voldoende zijn. Wij gaan thans iets meer nauwkeurig den bouw en de verrichtingen van de vrouwelijke geslachtsorganen na-
Met Vrouwelijk Gcslaeldsapparaat is uit verschillende afzonderlijke organen samengesteld. Het bestaat uit de baarmoeder, die zoowel tot berging en tot de ontwikkeling, als tot het uitdrijven (de geboorte) van de vrucht (het kind) dient; uit twee klieren, de eierstokken, die de eieren vormen; uit de beide eileiders; uit de deelen, welke de vrucht naar buiten leiden en welke tevens als gt; bevruchtingsorganenquot; dienen: de seheede en de sehaainlippen, en uit de beide borstklieren, de voedingswerktuigen voor de geboren vrucht.
De baarmoeder (uterus) is bij vrouwen, vooral bij haar, die gebaard hebben, eene peer- ol fleschvormige, meer platte, holle, vleezige spier, die slechts gedeeltelijk door het buikvlies bekleed is. Zij ligt boven de seheede tusschen de pisblaas en den endeldarm, in het boven-middengedeelte van het kleine bekken (zie later!) en is met haar bovenste gedeelte een weinig naar voren geneigd. Bij maagden evenwel vormt de baarmoeder een langwerpig ronden, van voren naar achter platgedrukten kegel, die zijne grootste uitbreiding van boven naar onder heeft. Lengte, breedte en omvang van het geheele orgaan zijn bij maagden geringer, dan bij gehuwde vrouwen, die »/« het kraambed gelegen hebbend
Het bovenste gedeelte der baarmoeder, dat tevens het dikst, breedst en gewelfd is, heet bodem-, haar middengedeelte, het meer lange en naar onder smaller toeloopende, lichaam, en haar onderste gedeelte, dat het smalst en dunst is en schuin naar beneden en rugwaarts loopt, hals. Bodem en lichaam zijn tusschen den achterwand van de pisblaas en
II
den voorwand van den endeldarm ingeschoven, en liggen naar boven een weinig tusschen de windingen van den dunnen darm. De hals, die een platronden vorm heeft en afsluit met een afgerond doorboord einde, loopt naar beneden in de scheede uit en heet daarom ook het scheedegedccltc. Aan zijne ondervlakte bevindt zich eene dwarsloopende, in de baarmoederholte voerende spleet, de uitwendige baar uwedcr-viond geheeten, welker beide dikke randen, die bij maagden dicht aaneensluiten en glad zijn en bij vrouwen, die gebaard hebben, in den regel ingekerfd schijnen en een weinig van elkander staan, gapend zijn, lippen worden genaamd.
De baarmoeder holte, die in verhouding tot de dikte der wanden, buitengewoon klein is, heeft den vorm van een' driehoek, met de basis naar boven en den top naar beneden gekeerd, welke laatste uitloopt in het kanaal van den baarinoederhals en op de plaats, waar zij met de holte van den hals samenkomt, den naam van itiwendigen baannoedermond draagt. Aan de beide bovenhoeken, d- i. aan den rechter- en linkerkant van den bodem, zet de baarmoederholte zich voort in de holten der eileiders.
Het inwendige van de baarmoeder, d. i. hare holte en haar kanaal, is bekleed met een bleekrood, teer slijmvlies, dat samenhangt met het slijmvlies van de scheede en met dat van de eileiders. Het bevat groote slijmklieren, die een slijm afscheiden, dat in de eigenlijke baarmoederholte witachtig, en in den hals, glashelder is en een eiwitachtig voorkomen heeft. De eigen zelfstandigheid van de baarmoeder heeft eene bruinachtig roode kleur, is dicht, vast en dik en heeft veel bloedvaten, minder zenuwen, en spiervezelen, die zich vooral eerst gedurende de zwangerschap ontwikkelen. De baarmoeder wordt in hare ligging bevestigd door het Imikvlies â dat haar verbindt met de omliggende organen cn hier den naam draagt van breede baartnoederbanden â, door de ronde baar n weder banden, en door de scheede.
De ronde baar moeder banden zijn twee rondachtige strengen, die van eiken kant van de baarmoeder, onmiddellijk onder den eileider, uitgaan en zich aan het lieskanaal bevestigen;
12
de breedc baarmoederbanden daarentegen zijn twee dwarse plooien van het buikvlies, welke van de zijwanden der bekkenholte uit, dwars naar binnen, zich vasthechten aan den geheelen zijrand van de baarmoeder. Elke band is uit twee platen samengesteld, tusschen welke de eileider
Fiff. i. T.oodrccJife doorsnede tuvi hef bekhen en van de daarin gelegen organen.
a. Schaambeensveveeniging. h. Heiligbeen, c. Voorgebergte, rt'. Staartbeen, c% Baarmoeder. /. Voorste Imarmoedermondslip. g. Achterste baarmoeder-mondslip. h. Baarmoederholte. /⢠Inwendige baarmoe;lermond. k* Uitwendige baarmoedermond. /. Voorste scheedegewelf, m. Ach'erste scheede-gewelf. ij. Scheede. o. Maagdevliesje. /. Nymphen. q. Kittelaar, r. Voor-huid van den kittelaar, s, Scheede-ingang. /. Groote Schaamlippen.//. Blaas. 7'. Blaashals en pisbuis, w. Dikke darm. x. Endeldarm, y. Sluitspier van den endeldarm, z. Buikspier, i. Uitwendige huid. 2. Vetkussen. 3. Rugge-mergskanaal. 4. Doornuitsteeksel van de wervelkolom. 5 Baarmoederblaas-ruimte. 6. Laatste lenden wervel. 7. Buikvlies. 8. Douglas'sche ruimte.
verloopt. In elke plooi ligt de eierstok. Elke twee plooien
verbinden de baarmoeder met dc blaas en den endeldarm.
De bestemming van de baarmoeder is de in hare holte door den eileider geraakte kiem van het nieuw te vormen
schepsel, cl. w. â /.. het ei, op te nemen en van lieverlede tot rijpe vrucht te ontwikkelen cn deze laatste naar buiten te drijven. Buiten zwangerschap en het tijdperk van zoogen, scheidt de holte van de baarmoeder op geslachtsrijpen leeftijd van de vrouw, op bepaalde tijden, eene zekere hoeveelheid bloed af, dat gemengd met slijm en de afscheiding der klieren in de uitwendige geslachtsdeelen, een eigen-aardigen reuk heeft; het druipt door den baarmoedermond en de scheedc, naar buiten (uregelsquot;, ninaandelijksche zuivering ', enz.). Later komen wij nog met een enkel woord hierop terug.
De eierstokken {ovaria) zijn twee plat-eivormige lichamen, die in den ingang van het kleine bekken liggen en ter weerszijden van de baarmoeder achter en onder de eileiders, met welker franjes zij samenkomen, aan de breede baarmoederbanden vastgehecht zijn. Hunne oppervlakten zijn gekenmerkt door rondachtige verhevenheden en zijn met een weivlies bekleed. Hun weefsel bestaat uit eene tamelijk vaste, dicht-vezelige, vaatrijke zelfstandigheid, in welker mazen rondachtige, heldere, volkomen gesloten zakjes, ter grootte van 1 tot 3 milimeter, de zoogenaamde GKAAF'sche blaasjes, gelegen zijn. *)
De grootste liggen het dichtst aan de oppervlakte. Zij bevatten eene heldere, lichtgele vloeistof cn de zoogenaamde kiemschijf (kiemheuvcl), waarin het eigenlijke ei (ovuin) ligt. Dit is een bolrond, in rijpen staat ]/s tot V,,, millimeter groot blaasje, waarin een lichtgele dooier en eene van een kernlichaampje â kiemblaasje â voorziene blaas-vormige kern besloten liggen. Van zulke Graaf'-jy-//*? blaasjes komen er in eiken eierstok 30j 50gt; ja zelfs 200 voor, terwijl in slecht ontwikkelde, of ziekelijk ontaarde eierstokken, gelijk die bij oudere vrouwen voorkomen, dikwerf slechts 2 tot 10, soms zelfs geen enkel aanwezig zijn.
De eileiders, baar moeder trompetten, ook wel ¥ AlA.ovV sche buizen [oviductus] geheeten, zijn twee vliezige buizen, welke ter
«) Prof. Dr. J. Scuoonüermark Jk., 40 Weken teven vóór «een Levenquot; of De Mensch van het Kif je lot de VVic^. 2c dr. Met cene Aib. Prijs/1. Ãitg. \V. B. Moransakd, Ainbtercl.
14
weerszijden aan het bovengedeelte van de baarmoeder in de holte van deze uitmonden en onmiddellijk vóór en over de eierstokken aan den bovenrand van de breede baar-raoederbanden liggen. Het andere einde van den eileider, dat zich ombuigt naar den eierstok, is door diepe insnijdingen in vlokken verdeeld [franjes), die eene trechtervormige verwijding (buikopening genoemd; in tegenstelling met de andere, veel nauwere baarmoeder opening) vormen, welker doel het is het gedeelte van den eierstok, dat het rijpe ei bevat, te omspannen, opdat dit in den eileider kan geraken, van waaruit het door wormvormige samentrekkingen van dezen, langzamerhand in de baarmoederholte gebracht wordt.
De scheede (â vagina) (fig. I «), welke èn voor de bevruchting, èn als kanaal, waarlangs het kind bij de geboorte naar buiten wordt gedreven, dient, is eene vliezige, gekromde buis, van gemiddeld 14 centimeter lengte, die van voren naar achteren samengedrukt is, en in de as van het kleine bekken, van het midden der bekkenholte tot aan haren uitgang, tusschen endeldarm en pisblaas ligt. Haar voorste wand is een weinig korter dan de achterwand, in de over-langsche richting, hol, en ligt onder den blaasbodem en de pisblaas; de achterwand, die iets langer is dan de voorwand en een bolle gedaante heeft, grenst aan den endeldarm, terwijl het boveneinde zich aan het midden van den baar-moederhals zoodanig bevestigt, dat diens onderste gedeelte in de scheedeholte reikt, terwijl het ondereinde met eene ronde opening, door spiervezelen omgeven (conslrictor cumd), in de inwendige schaam uitloopt. Het boveneinde draagt den naam van scheedegewelf of bodem, het ondereinde wordt scheede-ingang (introïtus vaginae) geheeten.
De zeer uitrekbare en vaste wanden zijn bekleed met een blauwrood slijmvlies, dat een groot aantal slijmklieren bevat, vaatrijk is en van veel tepeltjes en rimpels voorzien is. Het vormt aan den scheede-ingang, d. i. aan de plaats waar de scheede in den bodem der schaamspleet (voorhofjovergaat,eene halvemaanvormige plooi, het maagdevHesje (hymen, membrana virginitatis) genaamd. Aan beide kanten van den ingang der scheede liggen klieren, de zg. CowPERquot;.jramp;? of BAKTHOLlN'ir/fi?
15
klieren, die eene vastvlocibare, tot draden tc trekken vloeistof (zeer ten onrechte ook -ivrouwenzaad' geheeten) afscheiden.
Het door de Scheede afgescheiden slijm heeft eene meer melkachtige kleur en is zuur, d. i. heeft de eigenschap, blauw lakmoespapier rood te kleuren.
De uitwendige schaam [vulva, cumins) (vergelijk fig. i) is een zenuw- en vaatrijk orgaan, gelegen tusschen de binnenvlakten der dijen aan den bekkeningang, hangt met den scheedeingang samen en neemt de ruimte in tusschen den schaam-of venusheuvel [mons Veneris), d. i. het met haar begroeide gedeelte, en den bilnaad (perinaeiun).
Zij bestaat uit de beide groote of idtwendige schaamlippen {labia majora], uit de beide kleine of imveudige schaamlippen (labia minora, nymphae) uit den bodem der schaamspleet, den zoogenaamden voorhof (vestibulum), en uit den kittelaar [clitoris). De groote schaamlippen zijn twee overlangsche, van een vetkussen voorziene huidplooien en zijn gescheiden door de schaamspleet, voor en achter echter met elkander verbonden. Deze verbindingsplaatsen heeten de voorste, en de achterste commissuur. De uitwendige huid is met kleine haartjes bezet en bedekt met een gedeelte van de opperhuid, welke het geheele lichaam bekleedt; het inwendige bekleedsel is een slijmvlies.
De kleine of inwendige schaamlippen vormen twee vaat-en klierrijke platen, welke met een slijmvlies bekleed zijn. Zij steken tusschen de beide groote schaamlippen iets naar voren uit en omsluiten den voorhof, waarin de pisbuis (urethra) cn de scheede uitmonden. Naar voren verbinden zij zich met den kittelaar, die wel wat met het mannelijk lid (penis) overeenkomt en dan ook, evenals dit, van eene voorhuid (praepiitium) en een' eikel (glans) voorzien is. Hij dient, evenals de vorige uitwendige schaamdeelen, om het gevoel van wellust op te wekken. Het slijmvlies van den voorhof is rijkelijk voorzien van smeer- en slijmklieren.
Hoewel de borstklieren [mammae) 1) mede tot de uitwendige deelen van het vrouwelijk geslachtsapparaat gerekend moeten
1
l'rof. Dr. J. Schoon derivi ark. Jr., Moeucrr.ulk! Met 4 Afb. Trijs Æ 0.60, Uitg. W. B- Mor a ns a rd, Amsttrd.
i6
worden, gaan wij ze hier, met het oog op de bestemming van ons boekje, evenals een aantal andere hoogst belangrijke onderwerpen uit het geslachtsleven van de vrouw, met stilzwijgen voorbij. Weetgierige lezers verwijzen wij hiervoor naar grootere werken. Wij geven hier alleen dat over den bouw en de verrichtingen van den vrouwelijken geslachtstoestel, wat ons toeschijnt noodzakelijk gekend te moeten worden om het gebruik der Voorbcliocduiiddeleti tegen Zwangerschap duidelijk te verstaan. Meer dan dat, beoogen wij met ons schetsje niet.
Ter verduidelijking van al wat wij tot dusverre kort behandelden, is het noodig, dat wij â alweder met verwijzing naar fig.iâ ook iets mededeelen over de deelen, die den vrouwelijken geslachtstoestel omgeven, of die hun onmisbaren invloed op zijn leven doen gelden. Wij hebben hierbij het oog op den endeldarm, de pisblaas, op bloedvaten en zenuwen.
De endeldarm [rectum, met den aars, amis) (fig. I, X en Y) ligt in het midden van, en dicht tegen de binnenvlakte van het heiligbeen, aan den achterwand van het bekken en achter de baarmoeder en de scheede.
De pisblaas (fig. i «) ligt in het midden- en voorgedeelte van de bekkenholte, vóór de baarmoeder en boven de scheede, grenst met haar voorwand aan de schaambeensvereeniging van het bekken, en met hare zijvlakten aan de zijwanden van het bekken, en reikt met haar bovendeel tot aan den bovenrand der schaambeensvereeniging, in uitgezetten toestand echter, tot in het onderste gedeelte van de onderbuikstreek. De hals van de blaas en de pisbuis liggen aan den voorsten scheede-wand, dicht achter den rand der schaambeensvereeniging.
De bloedvaten (slagaderen en aderen), welke de geslachtsorganen verzorgen, liggen deels in het groote, voor een deel in het kleine bekken, de zenuwvlechten, aan de achter-en zijwanden der bekkenholte en ter zijde van de lichamen der lendenwervels.
Het bekken is het onderste, beenige deel van den romp, en heeft bij opgerichten stand van den mensch, eene schuin naar voren en onder neigende ligging. Het bestaat uit verscheidene deelen, en wel uit het heiligbeen, uit het staart-, stuit-of koekoeksbeen, en uit de beide bckkenbeenderen. Deze Deenstukken te zamen, omsluiten in hunne vereeniging, eene
ruimte, welke de bekkenkolte wordt genoemd. Deze laat twee afdeelingen onderscheiden, het grootc en het kleine bekken.
De beteekenis van het bekken is, de bovenste lichaamshelft den noodigen steun te verschaffen, terwijl de bekken-holte hoofdzakelijk dient om de voortplantingsorganen op te nemen en deze door hare beenige wanden, tegen uitwendige beleedigingen te beschutten.
De bekkenbeenderen, ook ongenaamde beenderen geheeten, zijn twee groote, platte beenstukken, welke naar voren aan elkander sluiten, naar achter aan het heiligbeen grenzen, waarmede zij de ruimte afsluiten. Op jeugdigen leeftijd bestaan de ongenaamde beenderen elk uit drie afzonderlijke stukken, nl. het schaambeen, het zitbeen en het darmbeen, die dan slechts door kraakbeen aan elkander verbonden zijn. Eerst op rijperen leeftijd, nadat het kraakbeen in verbeening is overgegaan, vormen deze stukken één geheel, üp de plaats waar deze samenkomen, bevindt zich de gewrichtsvlakte voor het dijbeen, de kom (acetabnlnui).
Het darmbeen is het grootste, naar boven gelegen stuk van de bekkenbeenderen en heeft als steun voor de darmen, een naar binnen, schuin afloopenden stand. Door eene verdikte lijn van het heiligbeen naar voren loopende, wordt zijne binnenvlakte in twee afdeelingen verdeeld. Opmerking verdienen nog de randen van het darmbeen, vooral de bovenste, die ook den naam van kam draagt.
Het zitbeen, het onderste gedeelte der bekkenbeenderen, waarop het lichaam bij het zitten rust, laat een opstijgenden tak, een neerdalenden tak en een lickaam onderscheiden.
Het schaambeen verdeelt men in het lichaam, den horizontalen en den nederdalenden tak. Aan den horizontalen tak valt de schaambeenskam, aan den neerdalenden tak de schaavibeensvereeniging te onderscheiden
Het heiligbeen, dat den beenigen bekkenring naar achter afsluit (zie lïg. I, b), behoort eigenlijk niet tot de bekken-beenderen; het is er slechts tusschen in geschoven. Als onderste gedeelte van de wervelkolom, grenst het naar boven aan den laatsten lendenwervel, naar onder aan het staart-, stuit- of koekoeksbeen; het bestaat op jeugdigen leeftijd uit
Voorbehoedmiddolcn Zwangerschap. 2
i8
verscheidene stukken, die later onderling versmelten, maar toch altijd hunne wervelachtige natuur blijven verraden, liet heiligbeen is een platgedrukte driehoek, welks basis naar boven aan den laatsten lendenwervel grenst, welks top naar onder ligt, en inwendig een kanaal tot opname van het onderste gedeelte van het ruggemerg heeft. De voorste, naar voren gebogen rand van de basis, heet voorgebergte (zie fig. i c). De tamelijk gladde voorvlakte, welke in de bekkenholte uitkomt, is van boven naar onder, en van de eene zijde naar de andere, naar binnen gebogen, terwijl de achter-vlakte, van veel verhevenheden voorzien, op dezelfde wijze naar buiten gekromd is. Aan beide deze vlakten bevinden zich vier gaten, welke in het kanaal leiden en waaruit de heiligbeenszenuwen, en bloedvaten te voorschijn treden.
Het staart-, stuit- of koekoeksbeen, sluit de geheele wervelkolom als een smal, puntig, naar binnen hol, naar buiten bol beenstuk, en hiermede de achtervlakte van het kleine bekken af. Het bestaat uit verscheidene kleine beenstukken, welke onderling door kraakbeen, met het ondereinde van liet heiligbeen echter door eene geleding, verbonden zijn.
Boven deelden wij reeds mede, dat de bekkenholte twee afdeelingen laat onderscheiden, die wij als het groote en het kleine bekken leerden kennen. De grens dier beide ruimten is eene lijn, ter zijde uitgaande van het voorgebergte van het heiligbeen, die langs de darm- en schaambeenderen loopt en in de schaambeensvereeniging eindigt.
Het groote bekken is eene dwars-ovale, boven breede en wijde, naar beneden zich vernauwende holte, die aan beide kanten door de schuinloopende darmbeensvlakten, naar achter door het lendengedeelte van de wervelkolom, naar voren door den zachten buikwand begrensd wordt, en naar onder in het kleine bekken overgaat. Het bevat een groot gedeelte van de darmen, groote bloedvaatstammen en zenuwstammen en spieren.
Het bekkengedeelte onder de genoemde grenslijn gelegen, dat de vrouwelijke voortplantingsorganen en de pisblaas, inhoudt, is het kleine bekken. Men onderscheidt daaraan den bekkeningang, d. i. de bovenste, met het groote bekken verbonden
[9
opening, de middelste bekkenndmte of de bekkenholte, en den bekkenuitgang. Zijn achterwand, gevormd door de binnen-, holle vlakte van het heiligbeen, steekt boven de door de darmbeenderen gevormde zijwanden en den door het schaambeen gevormden voorwand, die de laagste en de breedste is, uit.
De geneeskundige onderscheidt, teneinde zich over dit gedeelte van het menschelijk lichaam gemakkelijk te oriën-teeren, aan het onderdeel van den romp nog eenige streken, als; bovenbuikstreek, iniddenbuikstreek, onderbuikstreek, lenden-of nierstreek, welke elk afzonderlijk weder in afzonderlijke afdeelingen verdeeld worden. Zoo wenschelijk die indeeling voor den geneesheer is, zoo weinig noodig is het, dat de Lezer van dit boekje die nader leert kennen. Wij laten de nadere opsomming hiervan dan ook achterwege.
Na deze beknopte schets over den Bouw van den vrouwelijken voortplantingstoestel en zijne omgevende deelen, is het noodig den Lezer, vóór wij overgaan tot de beschrijving en de gebruiksaanwijzing van de voorbehoedmiddelen tegen zwangerschap, in het kort nog iets mede te deelen over de eigendommelijke Verrichtingen van het vrouwelijk lichaam.
In de verschillende levenstijdperken, welke het menschelijk organisme vanaf zijn ontstaan tot het einde zijns levens, doorloopt, ondergaat het vrouzvelijk individu de meeste veranderingen. Overeenkomstig hare bestemming, zijn het weder vooral de voor de voortplanting van het geslacht bestemde organen, waarin die veranderingen zich uiten, terwijl de overige in het geheele lichaam optredende veranderingen, meer als uitstralingen der eerste zijn op te vatten.
Men onderscheidt den levenstijd van de vrouw in drie afdeelingen. De eerste, het tijdperk der ontivikkeling, omvat den tijd vanaf het eerste vruchtleven tot aan het begin der geslachtsrijpheid, het tweede is het tijdperk der geslachtsrijpheid, d. i. de duur van het vermogen, kinderen voort te brengen, en het derde, de periode van teruggang, d. i. de tijd vanaf het oogenblik, dat het vermogen van nieuwe individu's voort te brengen, heeft opgehouden, tot den dood.
In de eerste levensperiode-, in het vrucht-of baarmoederlijke [intrauterine] leven, d. i. in den tijd, waarin de vrucht nog niet
20
gescheiden van het moederlijk lichaam kan leven, is nog geen verschil in het geslacht aan te wijzen. Zelfs dan, als dit voor de nog onrijpe vrucht mogelijk is en de meeste overige organen van het lichaam reeds tot een zekeren graad ontwikkeld zijn, is hot onderscheid tusschen beide geslachten nog niet noemenswaard. Eerst na verdere ontwikkeling van het menschelijk lichaam, die na de geboorte aanvangt, treedt dit meer te voorschijn, waarbij de geslachtsorganen echter altijd nog zeer weinig ontwikkeld zijn. Het duidelijkst is dit het geval met het voornaamste orgaan van den geslachtstoestel, de baarmoeder. Op kinderlijken leeftijd heeft dit orgaan den bolronden vorm, hem gedurende het binnen-baarmoe-derlijke leven eigen, nog behouden. De baarmoederhals overtreft in grootte nog de overige deelen, vooral het nog zeer kleine, meer driehoekige en sterk afgeplatte lichaam, en gaat hierin zonder scherpe begrenzing over. De inwendige baarmoedermond vertoont in dit levenstijdperk nog geen vernauwing van het kanaal, maar alleen eene wijziging in de richting, en wel meestal als eene buiging van het lichaam naar voren over den hals.
In het begin van de tweede periode n.1. bij het geslachtsrijpe meisje, verandert deze verhouding van den hals tot het lichaam van de baarmoeder. Het baarmoederlichaam begint in geringe mate te zwellen, terwijl de hals zijn bolronden vorm begint te verliezen, korter wordt en eene meer ton-vormige gedaante aanneemt. De plaats van verbinding dier beide deelen wordt dan gekenmerkt door eene meer en meer duidelijk optredende vernauwing. De buiging naar voren vermindert tot op eene geringe mate van kromming. Met den aanvang van deze organische veranderingen begint de baarmoeder eerst geschikt te worden de haar opgelegde taak te vervullen. Deze bestaat behalve in een op geregeld terugkeerende tijden uitscheiden van bloed, vooral ook in het rijpworden der in de eierstokken zich vormende eitjes en in veranderingen, welke eveneens op bepaalde tijden terug-keeren, van het slijmvlies harer holte. Met tijdperk, waarin dit alles voor het eerst geschiedt, noemt men dat van de huwbaarheid der vrouw of het tijdperk van puberteit.
21
Behalve deze in de geslachtsorganen plaatsgrijpende veranderingen, komen er ook nog op andere plaatsen van het lichaam voor. Bij de Jutwbare, d. i. dc geslachtsrijpe vrouw, die thans hare volkomen lengte heeft gekregen, komt nu eene grootere vetvorming onder dc huid tot ontwikkeling, waardoor de meer afgeronde vormen ontstaan en het hoekige, rechtlijnige, magere voorkomen, dat men bij het meisje, dat deze ontwikkelingsperiode nog niet ingetreden is, vindt, verdwijnt. De borstklieren komen daarbij tot meerdere ontwikkeling, evenals de tepels, welker »hofquot; de hem eigen verkleuring aanneemt. De uitwendige schaamdeelen en de okselholten worden met haar bedekt, de onderbuik meer gewelfd, en het bekken en de heupen nemen in breedte toe. Ook de geest ondergaat eenige veranderingen, welke hoofdzakelijk bestaan in een grooter schaamtegevoel en in eene meerdere teruggetrokkenheid van het mannelijk geslacht.
Onder bovengenoemde ingrijpende veranderingen van het geheele organisme en van het geslachtsapparaat nadert de vrouw tamelijk snel hare bestemming. Zij wordt geschikt voor de bevruchting, het tot ontwikkeling brengen van het bevruchte eitje, tot kiem en tot vrucht, voor het uitstooteu van deze laatste na verkregen rijpheid, en, door haar vermogen van te zoogen, voor het onderhoud van het pasgeboren kind.
De veranderingen, welke hierbij plaats grijpen, behooren tot de gewichtigste, welke het vrouwelijke organisme onder' gaat. Een korte blik op den invloed, welken deze veranderingen op de vrouw uitoefenen, kan den Lezers en Lezeressen van ons boekje dan ook zeker niet anders dan aangenaam en nuttig zijn.
Bij de ontleedkundige beschrijving van den eierstok hebben wij reeds medegedeeld, dat in zijn weefsel een groot aantal bolvormige blaasjes gevormd wordt, welke de kiem van een nieuw individu in zich dragen. Binnen een bepaalden tijd, die gewoonlijk begrensd wordt door het terugkeeren van de maandelijksche bloeding {menstruatie), komt het in het blaasje bevatte eitje tot rijpheid. Hierbij hebben eenige veranderingen in de baarmoeder en in dc eierstokken plaats. In dc
eerste plaats stroomt naar de beide organen eene grootere hoeveelheid bloed, vooral echter naar den eierstok, waarin zich het rijpe eitje bevindt, en dit wordt door vermeerderde vorming van de in het blaasje aanwezige vloeistof, meer naar den omtrek daarvan gedreven. Eindelijk barst door verhoogden inwendigen druk, het blaasje, en ontlast het zijn inhoud naar buiten, en verandert dan langzamerhand tot het zoogenaamde »gele lichaamquot; {corpus hit cum). De vermeerderde bloedstoever bepaalt zich echter niet alleen tot de baarmoeder en de eierstokken, maar breidt zich ook uit over de eileiders, waarin gewoonlijk het uit het blaasje uitge-stooten eitje door de trilhaarbeweging van de bovenste cellenlaag van het slijmylies, getrokken wordt.
De veranderingen in de baarmoeder bepalen zich hoofdzakelijk tot haar slijmvlies. Dit is gezwollen, los, week, uitgezet, met slijm bedekt en min of meer hoog rood gekleurd. 1 laar weefsel en dat van de eierstokken is eveneens sterk met bloed doordrenkt en ondergaat eene belangrijke verdikking. De hierbij voorkomende afscheiding van het slijmvlies bestaat voor het grootste gedeelte uit bloed, dat echter eerst dan in groote hoeveelheid pleegt te worden uitgescheiden, als de cellen der oppervlakkige laag van het baarmoederslijmvlies vettig ontaard, en afgestooten zijn. De men-struaalbloeding is derhalve het natuurlijk gevolg van de verwonding van het slijmvlies en ontstaat niet, gelijk men vroeger meende, door verscheuring van den vaatwand tengevolge van te sterken bloeddruk. Met het intreden van de bloeding verdwijnt van lieverlede de zwelling en na het einde van de bloedvloeiing, keert het orgaan met al zijne aanhangselen, tot zijne vroegere verhoudingen terug.
Al die veranderingen van het baarmoederslijmvlies gedurende de menstruatie, vooral voor het begin van de bloeding, komen geheel overeen met die, welke het slijmvlies in het begin van de zwangerschap ondergaat, zoodat de menstruatie reeds lang beschouwd is als ïccuc zwangerschap in het kleinquot;, m. a. w. als een voorbereidend stadium voor de ontwikkeling van het ei.
In overeenstemming met deze beschouwing maken de
nieuwste onderzoekingen over de ontwikkelingsgeschiedenis van het ei, het waarschijnlijk, dat dit eerst dan wordt uit-gestooten, als de zooeven genoemde veranderingen van het slijmvlies der baarmoeder hebben plaats gegrepen, d. i. dat flit voor het opnemen van het ei geschikt is, en dat de menstruaalbloeding mag opgevat worden als een teeken voor de rijpheid van een ei, welke echter onvruchtbaar verloopt.
Dit proces, dat men gewoonlijk, gelijk wij reeds zeiden, Hienstruatie, regels, gt;- uiaandeljksche zuiveringquot; noemt, bestaat dus niet, zooals men vroeger meende, in de bloeding alleen, die veeleer slechts bijzaak is, maar in eene reeks van veranderingen, die slechts dienen tot voortplanting van het geslacht, en waarvan het eenige wezenlijke, het vrijkomen van het eitje is. Dit proces herhaalt zich op bepaalde tijden, meestal om de 28 dagen, cn, als de vrouw gezond en krachtig is, altijd volkomen op de beschreven wijze. Uit het boven gezegde is nu ook gemakkelijk af te leiden, dat er gevallen kunnen voorkomen, waarin het niet tot bloeduitscheiding komt [anicnorrhoe), en toch bersting van het blaasje en uitstooten van het rijpe eitje [ovulatie] volgen, zelfs ook tot zwangerschap, zonder menstruaalbloeding komt. Wij kunnen hierover, hoe belangrijk op zich zelf ook, in dit boekje, niet meer uitweiden.
Wat de menstruaalbloeding betreft,, wij moeten daarover nog met een enkel woord iets in het midden brengen.
De kleur van het menstruaalbloed is soms donker, soms lichter dan die van gewoon aderlijk bloed, meestal evenwel is, door bijmenging van slijm, het laatste het geval.
De uitgescheiden hoeveelheid, welke volstrekt niet met eenige zekerheid te bepalen is en meestal beoordeeld wordt naar de zeer vage opgave der vrouw, is zeer verschillend en afhankelijk van de constitutie, de levenswijze, den werkkring, van het klimaat en ook van algemeene cn plaatselijke ziekten.
In het algemeen kan men aannemen, dat de hoeveelheid menstruaalbloed, bij eene periode uitgescheiden, in onze gewesten, 100 tot 250 gram (d. i ongeveer llu, tot V, liter) bedraagt; men kan daarbij als regel aannemen, dat krachtige, gezonde vrouwen eene geringere hoeveelheid uitscheiden dan zwakke, en dat stedelingen, cn vrouwen, die tot den meer
24
gegoeden stand behooren, rijkelijker menstrueeren, dan de vrouw van het platteland en die, welke tot de arbeidende klasse behoort. Men beweert ook, en misschien wel niet ten onrechte, dat de blonde vrouw {blondine) rijkelijker en langer aanhoudend menstrueert, dan de donkergekleurde vrouw [bnuictté). Ook de duur der bloeding is veranderlijk en in hoofdzaak van dezelfde invloeden afhankelijk als die, welke zich doen gelden op de hoeveelheid bloed. Meestal duurt zij drie tot vier dagen, hoewel er veel gevallen voorkomen, waarin zij langer of korter aanhoudt, zonder dat men daarom nog van een ziekelijken toestand kan spreken. Men kan de bloeding eerst ziekelijk noemen, als zij minder dan twee, en langer dan acht dagen duurt. Het ixcnstruaaltijdperk, d.i. de tijd van den aanvang der bloeding tot zij weder begint, is gewoonlijk 28 dagen, maar wisselt meestal met een dag, zoodat geringe verkortingen of verlengingen van die tijdruimte, nog niet als ziekelijk kunnen worden aangemerkt.
De duur der vienstruaalfunctie, d.i. de tijdruimte van jaren, waarin het rijp worden van de eitjes geschiedt en de men-struaalbloeding bestaat, is bij verschillende vrouwen eveneens verschillend. Erfelijke aanleg, constitutie, inwerking door het klimaat, sociale verhoudingen, verschillende ziekelijke toestanden enz., hebben hierbij een wezenlijken invloed, evenals deze zulks hebben op het eerst verschijnen der periode. De tijd van het begin der periode, welke vooral bepaald wordt door klimaat en levenswijze, schijnt geen wezenlijken invloed op den duur der menstruaalfunctie te hebben, want men heeft opgemerkt, dat vrouwen, die vroegtijdig menstrueeren, over het algemeen volstrekt niet vroeg daarmede ophouden. Men kan in het algemeen aannemen, dat in Midden-Europa de duur der menstruaalfunctie en de daarmede samenhangende vruchtbaarheid van de vrouw, ongeveer 30 jaar bedraagt, daar zij gemiddeld van het vijftiende tot het achttiende levensjaar begint, en van het vier-en-veertigste tot het acht-en-veertigste levensjaar eindigt.
Meer ingrijpende en veel gewichtigere organische veranderingen in den geheelen vrouwelijken geslachtstoestel dan de menstruatie en de daarmede samengaande vrijwording van
25
het eitje, hebben de zwangerschap en liet kraambed {kinderbed} ten gevolge, waardoor deze beide voor de vrouw de bron kunnen zijn van veel belangrijke stoornissen.
De veranderingen bepalen zich daarbij voor een groot deel tot de baarmoeder. Niet alleen, dat alle weefselveranderingen, welke wij bij de menstruatie leerden kennen, zich in dat orgaan herhalen, maar het neemt daarbij ook belangrijk in omvang toe, de holte der baarmoeder wordt vergroot en hare wanden worden dikker.
Het is vooral de spierlaag van den baarmoederwand, die in dikte toeneemt, terwijl reeds de tweede week na de ontvangenis (conceptie), het baarmoederslijmvlies zich verdikt, zachter, losser, rooder wordt en zich in uitstekende plooien van af de onderliggende spierlaag verheft. In het verder verloop verandert het woekerende slijmvlies voor het grootste gedeelte tot een bizonder vlies, terwijl een ander gedeelte, de moederkoek (placenta) wordt. Ook de baarmoederbanden, vooral de ronde baarmoederbanden, verder de bloeden lymphevaten en gedeeltelijk ook de zenuwen, ondergaan belangrijke veranderingen, welke zich uiten in eene toename in omvang.
Onmiddellijk na de baring begint de baarmoeder zich weder te verkleinen, hetwelk wordt ingeleid door de weeënachtige samentrekkingen harer spierlaag, die bekend zijn onder den naam van naweeën en welke nog meer worden opgewekt door het zoogen /'de lactatie]. Nader kunnen wij op de veranderingen, die het gevolg zijn van deze samentrekkingen, niet ingaan; genoeg, dat zij de oorzaak zijn, dat de verhoudingen, waaronder de baarmoeder vóór de zwangerschap bestond, spoedig terugkeeren. Het slijmvlies wordt bij de geboorte spoedig uitgestooten en reeds na twee tot drie maanden is de baarmoeder weder met een nieuw slijmvlies bekleed.
Na deze koite uiteenzetting van de processen, die gedurende de zwangerschap en in het kraambed, in de baarmoeder plaats grijpen, zal het voor al onze Lezers en Lezeressen wel begrijpelijk zijn, dat iedere zwangere, en vooral iedere kraamvrouw, zich ten plicht moet stellen alles te ver-
20
mijden, wat stoornis in die veranderingen kan doen ontstaan, zoo zij althans hare gezondheid niet vernietigd wil zien. Zij doet dit, althans in hoofdzaak, met het kraambed behoorlijk af te wachten.
Minder gewichtig, maar toch ook hoogst belangrijk is voor tic vrouw, het derde levenstijdperk, waarin het geslachtsleven als het ware ophoudt te bestaan. Deze periode wordt ook wel het climacterische tijdperk genoemd. Dit tijdperk biedt eene reeks van veranderingen in het lichaam aan, welke slechts teruggang beoogen, en welke met die der vrouw, die voor de voortplanting geschikt is, volstrekt niet te vergelijken zijn.
Evenals bij het begin van het tijdperk van geslachtsrijpheid, ontwikkclingsveranderingen in het geslachtsapparaat en in het geheele lichaam, worden waargenomen, vindt men bij den aanvang van het climacterische tijdperk, eene dergelijke teruggaande ontwikkeling in de geslachtsorganen en in het geheele organisme.
Van de eerste zijn het de eierstokken, waarbij de veranderingen het meest in het oogloopend zijn. Zij nemen in omvang af, verliezen hunne vroegere bloedrijkheid en het vermogen eitjes tot rijpheid te brengen. Zij worden slap en schrompelen niet zelden ineen tot de grootte van een boon. Ook de baarmoeder, die van lieverlede dieper in het bekken wegzinkt, neemt af in lengte, omvang en bloedrijkheid, haar hals wordt korter en dunner, en de holte kleiner. De eileiders worden .eveneens slapper en dunner, soms gaan ze zelfs geheel dicht, de schcede wordt korter en nauwer, verliest hare plooien en neemt eene vale, grauwe kleur aan. Gelijktijdig schrompelen de uitwendige schaamlippen en de borsten geheel ineen, en het geheele overige lichaam neemt, als uitdrukking van den ouderdom, den meer mannelijken vorm aan. Dit levenstijdperk van de vrouw is echter het meest gekenmerkt door het ophouden der regels.
De geheele teruggang verloopt op overeenkomstige wijze met haar eerste optreden. Werken geen storende invloeden in, dan worden de menstruaalbloedingen van lieverlede geringer, worden korter van duur, verliezen hare regelmatigheid in het terugkeeren, keeren zeldzamer weder en verdwijnen
eindelijk geheel. Dit is soms binnen eenige maanden geëindigd, dikwerf ook vedoopt er twee jaar over voor het geheel ten einde is; het geschiedt dan meestal onder onaangename aandoeningen.
Soms blijft dc menstruatie plotselijk weg [si/ppressio en retentio uiciisinvi) en keert zij niet terug. Uitputtende ziekten zijn daarvan veelal de oorzaak.*)
Dit proces van teruggang verloopt niet altijd rustig, soms geschiedt dit onder verschijnselen, die het beeld van ziekte dragen, zonder dat men die echter daartoe nog kan brengen.
In de eerste plaats moeten wij opmerken, dat bij veel vrouwen bloedsaandrang naar verschillende organen ontstaat, die eerst na langen tijd weder tot herstel leidt.
Evenzoo ziet men niet zelden een afloopen van slijm uit de geslachtsdeelen, bloedingen van den endeldarm, diarrhée enz., om evenwicht te brengen voor de ontbrekende menstruaalbloeding.
Bezinksels in de urine komen niet zelden voor. Hij veel vrouwen ziet men in dezen tijd van overgang, dc urine plotselijk troebel worden en een roodachtig bezinkel afzetten. Zij wordt weder helder, om na eenigen tijd dezelfde troebelheid aan te nomen.
Verhoogd gevoel van warmte, en zweeten behooren tot de veelvuldig voorkomende stoornissen, welke de vrouwen in do climacterische jaren vertoonen. Zij klagen nooit zoo zeer, als juist in dit tijdperk, over een gevoel van plotselijk beginnende hitte, dat meestal, uitgaande van den maagkuil, het bovenlichaam en het hoofd aangrijpt, en door haar vergeleken wordt met het gevoel, dat een overgieten van warm water doet ontstaan. Al hebben aan dit verschijnsel de zenuwen het hoofdaandeel, het valt toch niet te ontkennen, dat roodheid van het gelaat en zwelling der huid, op medewerking van het bloedvaatstelsel wijzen. Zulke aanvallen gaan gepaard met eene neiging tot zweeten, en het komt niet zelden tot het uitbreken van een sterk deels warm, deels koud zweet, vooral gedurende den nacht, of als de vrouw
!ï) Prof. Dr. J. Si'IIOontiermark Ju., Onze »'/.icUclijkcquot; Vrouwen. 2c ih'. Mol 4 Afb. IVijs / 1.25- L'itg. W. li. Moransaru, Amsterd.
vooraf een kop koffie of thee, of eenigen anderen warmen drank, heeft genuttigd, soms ook zonder eenige aanleiding. Ook dit zweeten wijst op bet bestaan van het derde tijdperk der vrouw.
Men meent ook te hebben aangetoond, dziiezncver hoogde afscheiding van koolsuur door de longen, aan dit tijdperk eigen is.
Vermeerderde vetaf zetting is regel voor deze jaren. Ue vroeger dikwerf in overvloed, tot nadeel der vrouw, afgescheiden hoeveelheid bloed, schijnt voor de voeding te worden gebruikt, en, evenals zij tot verhooging der krachten en tot den algemeenen gezondheidstoestand bijdraagt, ook de afzetting van vet te begunstigen. De meeste vrouwen krijgen dientengevolge in deze jaren van wisseling, niet zelden eene meerdere gevuldheid van lichaam, zooals zij die vroeger nooit hadden.
Gewapend met de kennis van den bouw en de verrichtingen van het vrouwelijk geslachtsapparaat, neergelegd in de vorige bladzijden, kan het den Lezers en Lezeressen van ons boekje niet meer moeielijk zijn, het volgende, d. i. eene beknopte beschrijving en gebruiksaanwijzing der aan te wenden voorbehoedmiddelen tegen zwangerschap, goed te verstaan.
liet doel der voorbehoedmiddelen is, de aanraking van do vloeistof, gedurende den bijslaap door de mannelijke geslachts-klieren [zaadklieren, ballen, testes) afgescheiden {het zaad, speru/a), met een eitje, te voorkomen.
De gebruikelijke voorbehoedmiddelen kan men, met het oog op de wijze, waarop men dit doel tracht te bereiken, verdeelen in die, welke een wegspoelen van het zaad beoogen, en in die, welke eene aanraking hiervan met het eitje rechtstreeks voorkomen.
Tot de eerste groep behooren de spuiten en de irrigators (besproeiers), tot de tweede, het kapotje, het sponsje en de gesloten haar moeder krans.
ïgt; c Spui ton.
De inspuitingen (welke voor ons doel steeds slechts met schoon water geschieden) in de scheede (en in de baarmoeder)
29
behoorden tot voor ecnigc jaren, tot de gewichtigste hulpmiddelen, welke men ter voorkoming van zwangerschap kan aanwenden. De eenvoudigste instrumenten hierbij gebruikelijk, zijn de gewone tuinen of glazen spuiten met daaraan bevestigde baar moeder canule, welke kortweg ook baarmoederspuiten worden genoemd. Het zijn gewone klisteerspuiten (fig. 2), waaraan eene 14 centimeter lange,
kromme, tinnen of glazen 12'
buis [canule of aanzetstnk),
welker kolf of boveneinde van verscheidene gaten voorzien is, bevestigd is.
Deze spuiten kunnen door de vrouw gemakkelijk zelf gehanteerd worden en zijn niet duur. Zij hebben evenwel tot schaduwzijde, dat zij slechts geringe hoeveelheden vloeistof (100 tot 160 gram) opnemen en kunnen op den duur dan ook, door het herhaaldelijk inbrengen in de scheede, (minstens 3 maal na eiken bijslaap), aanleiding geven tot storende prikkelingen.
Hetzelfde nadeel heeft de zoogenaamde ballonspuit, welke bestaat uit eene peervormige caoutchoucblaas, waaraan eene baarmoedercanule bevestigd is. Men vult haar door haar met de hand samen te drukken, de canule in het water te steken en daarna den druk op te heffen, zoodat het water in den peervormigen ballon stijgt. Bij het gebruik wordt de ballon weder samengedrukt, nadat de canule zacht in de scheede is ingebracht.
Twee andere, iets minder goedkoope instrumenten, die geheel aan de eischen, welke men aan eene spuit kan stellen, voldoen, zijn de zoogenaamde hydroclyse (fig. 3, zie pag. 30), eene van veer en dubbele kogelventiel voorziene, kleine/w///», en de clysopomp.
Minder geschikt, wijl zij een afgebroken straal geeft, maar gemakkelijk aan te wenden, is de rjuigspuit, tl ie uit eene lange elastische zuigbuis en eene dergelijke afvloeibuis, tusschen welke beide een gummiballon geplaatst is, bestaat. De eerste
3C
heeft het voordeel, dat zij, zoo zij niet van een waterreservoir voorzien is, wat in onze figuur wel het geval is, in elk willekeurig vat (kom,
pot, enz.) kan geplaatst worden. Beide geven echter een zwakken waterstraal, evenzeer als de RlCORD'sehe baarmoederspuit in den zoogenaamden penis-vorm (fig. 4), welke nog wel in gebruik is. Al deze spuiten, evenals de irrigators, ontleend aan het armamentarium van don vrouwenarts, hebben voor ons doel het groote nadeel,
ie. dat zij te weinig vloeistof bevatten, zoodat zij gewoonlijk te dikwijls in de scheede moeten worden ingebracht en weder uitgenomen, en de weeke geslachtsdee-len derhalve onnoodig geprikkeld worden, en 2e. dat de waterstraal, welken zij geven, veelal niet krachtig genoeg is om het aanklevende zaad weg te spoelen. Bovengenoemde RlCORD'sehe glazen spuit moge bij bepaalde ziektetoestanden van de vrouwelijke geslachtsdeelen al hoogst doelmatig zijn, omdat haar uiteinde een aantal openingen heeft, waardoor tamelijk krachtige waterstralen in de scheede kunnen worden gebracht, zij is voor het dagelijksch gebruik, gelijk zuij beoogen, evenals alle andere spuiten, minder doelmatig dan de zoogenaamde
1 r r i s a t 0 r s.
Het aantal irrigators (besproeiersl, bestemd om vloeistoffen in de scheede (en in de baarmoeder) te brengen, is buitengewoon groot. Vele daarvan zijn reeds vergeten en andere zijn alleen in gebruik geweest bij hem, die ze uitvond. Een
3i
oude en nog KlWISCU (fig.
artsen, vooral door CREDÃ, gewijzigd, en cilindervormig blikken (glazen) vat (ft), waarin het water wordt gedaan, en dat op willekeurige hoogte aan den muur kan worden opgehangen. Dit vat is, gelijk uit de figuur gemakkelijk is na te gaan, van eenc(i1/.|M.
lange) caoutchoucbuis (/;) voorzien, welke door eene kraan (c) kan worden'afgesloten.
De buis zelve heeft aan haar ondereinde eene baarmoedercanule [d) van glas of caoutchouc, waarin eenige openingen zijn. De kracht van de waterstralen is hierbij afhankelijk van de hoogte, waarop men het toestelletje hangt.
Eenigszins gewijzigd â d.i. ±2 liter inhoudende, aan één kant afgeplat, voorzien van een handvat, om hem hooger of lager te houden, en van eene canule met eene cen-traalopening, zoodat er slechts één krachtige waterstraal wordt gevormd, â, is deze irrigator (HeGAR'-st/^' trechter) de beste van alle ons bekende. Wij zullen de Lezers en Lezeressen van ons boekje dan ook niet lastig vallen met eene dorre beschrijving van andere vormen van irrigators, welke in het wezen der zaak toch alle overeenkomen.
Met nog een paar opmerkingen kunnen wij onze beknopte mededeelingen over de spuiten en de irrigators eindigen.
Het te gebruiken water moet lauw (130â-25° C.) zijn. Men gewenne zich niet aan te koud, en nog veel minder aan te warm water. Soms kan het gewenscht zijn aan het water eenige chemische zelfstandigheid [carbolzimr, boor zuur, sulphas zinct, sahcylzuur, aluin, sublimaat.... naar voorschrift vau den deskundige.') toe te voegen. Het zal wel niet noodig zijn er hierop te wijzen, dat de vruuw, die van eene spuit o'f een'
wel in gebruik zijnde irrigator is die
van
5). Dit werktuig is door verschillende vrouweneen
bestaat uit
d
â¢lt;v UI
VJ
irrigator gebruik maakt, zulks het geschiktst boven eenig vat, (kamerpot, bidet), en wel in zittende, of half gebukte houding, kan doen, teneinde het afvloeiende water op te vangen. Een krachtige waterstraal door de centraalopening van eene baarmoeder(scheede-)canule, die steeds diep en onmiddellijk na den bijslaap ingebracht moet worden, werkt gewoonlijk voldoende om dezen onvruchtbaar te doen zijn.
Vrouwen, wier geslachtsdeelen ziek zijn, moeten, vóór zij gebruik maken van de genoemde of van de nog te beschrijven voorbehoedmiddelen, haren arts raadplegen.
lïij het vele goede, dat de behandeling met water, d. i. het wegspoelen op boven beschreven wijze, heeft, is het toch ontegenzeggelijk veel gemakkelijker en beter, gebruik te maken van de apparaatjes, welke het invoeren van het zaad in de baarmoeder gedurende den bijslaap en alzoo bevruchting, rechtstreeks voorkomen. Daartoe behoort het van ouds bekende
K a i» o t j c,
door den beroemden geneeskundige anton Gabriel Fal-LOPIü (f 1562) het eerst in den eenvoudigen vorm van een linnen zakje aangewend tegen de vreesehjke syphilisbesmet-ting, ®) die in het laatst der 15de en het begin der 16e eeuw, een groot gedeelte van Europa teisterde. Later werd dit apparaatje meer bekend onder den naam van condom of wellicht juistergondom, aldus geheeten naar een Engelsch «edelmanquot;' aan het liederlijke hof van Karei II (1660â1685), die het tevens het eerst aanwendde tegen de ontvangenis. De toen gebruikelijke kapotjes werden vervaardigd uit het amnion van het schaap. De tegenwoordige condom (capote anglaise redingote) is een zeer dun overtreksel, foedraal, dat bij den bijslaap vooraf over den eikel en de roede (het mannelijk
*) Prof. Dr. J. Sciioondermark Ju., /TtV/ Zevental Se.xueelc Gebreken (In-potentia, Onanie, Nymphomanic. Lesbische liefde, Verkrachting, Ontmaagding, Venerie.) 2e dr. Prijs Æ 1.25. Uitg. W. li. Mokansard, AmsterJ., Prof. Dr. J. Schooxdkrmark Jr., Het Behoud van ons Huwdijksmateriaal. 6e dr. Prijs Æ0.90. Uitg. W. B. Moransard, Amsterd-
33
lid) tot op ongeveer de helft barer lengte, getrokken wordt. Het kapotje is een zakje, dat gemaakt moet zijn van eene fijne, katoenen of zijden stof, die door caoutchouc-oplossing ondoordringbaar is gemaakt. Gewoonlijk treft men in den handel eene zeer slechte soort aan, welke spoedig scheurt. Bij geregeld gebruik, is het wel het duurste van alle ge-gebruikelijke voorbehoedmiddelen tegen zwangerschap; de slechte soorten missen dikwerf dan ook nog haar doel, zoodat het kapotje, als voorbehoedmiddel tegen zwangerschap, wellicht spoedig tot de geschiedenis zal behooren, te meer daar bij den coitus condomatus een goed deel van het geslachtsgenot, zoowel voor den man als voor de vrouw, verloren gaat. nEen harnas tegen het genot, een spinrag tegen het gevaar', heet het bij een groot syphilidoloog, waar deze den condom beschrijft als voorbehoedmiddel tegen syphilis-en druiperbesmetting. Meer doelmatig dan dit afsluitingsmiddel, is
het Sponsje,
dat zeker nog wel het meest gebruikelijke voorbehoedmiddel van den tegenwoordigen tijd is. Het is met de uitvinding van het sponsje, als met het ei van COLUMBUS.
Een eenvoudig stukje fijne spons, zooals die in de apotheek verkocht wordt, ter grootte van een kindervuist en dat vooraf natuurlijk goed gezuiverd is van allerlei onreinheden, welke sponsen kunnen bevatten, is aan een 15 centimeter lang zacht, zijden handje bevestigd. Het sponsje wordt telkenmale vóór de uitoefening van deu bijslaap, achter in de scheede gebracht, nadat het vooraf met water vochtig gemaakt is. Het zal wel niet noodig zijn, hier mede te dee-len, waartoe het zachte, zijden {niet gekleurde'.) lintje dient. Het sponsje sluit den baarmoedermond (vergelijk fig. 1) af. Na afloop van den bijslaap wordt het sponsje verwijderd en niet weder gebruikt voor het voldoende schoongemaakt is. Goed uitgewasschen met zeepwater, mits weder goed miit de zeep gewasschenquot;, kan men met dit voorbehoedmiddel al zeer gemakkelijk en met zeer veel succes omspringen.
Voorbeiioedmiddclcu Zwangerschap. 3
34
Het is misschien goed, er hier even op te wijzen, dat het van tijd tot tijd leggen van het sponsje in chloorwater, car-bolwater of eenige andere desinfecteerende oplossing, aanbeveling verdient.
Terloops waarschuwen wij hier tegen het gebruik van olie of vetten, waarin sommigen het sponsje vóór het inbrengen, doen. Door ontleding dier stoffen en het ontstaan daarin van zwammen, zou men bij overigens weinig stipte zindelijkheid, noodeloos schade kunnen veroorzaken.
Niet veel gunstiger kan, begrijpelijkerwijs, ons oordeel zijn over den zvattentampon. Zulk een prop, droog inbrengen, is al zeer moeilijk, terwijl hij gedrenkt met eenige vloeistof, zeer zeker al zeer weinig geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken.
Het voorbehoedmiddel van de toekomst zal waarschijnlijk
de gesloten Baanuocderkrans
zijn. Dit apparaatje, door Dr. MenSINGA, vrouwenarts te Flensburg, voor eenige jaren uitgevonden en onder den naam van pessarium occlusivum in de praktijk gebracht, bestaat (fig. 6)
uit eene blaas van caoutchouc, welke in haren rand eene stalen spiraalveer heeft, die de blaas in voortdurende spanning houdt. In den laatsten tijd heeft dit pessarium eene
35
belangrijke verbetering ondergaan, daar de stalen veer vervangen is door een hollen caoutchouc-ring, waarmede dus het gevaar van eenige verwonding door ruw manipuleeren, geheel opgeheven is. De uitvinding van Dr. R. Gall dezen ring, na plaatsing, evenals de rijwielbanden, vol lucht te pompen en hem daardoor grooter spanning te geven, is.... ^Spielereiquot;. De gesloten baarmoederkrans wordt zoodanig achter in de scheede gebracht, dat zijn tamelijk dikke rand rust in het (voorste en achterste) scheedegewelf (bodem) (zie fig. i, / en m, bladz. 12), zoodat de eigenlijke blaas met hare bolle zijde tegen den baarmoedermond ligt en de baarmoederholte van de scheede afsluit. Deze afsluiting is, zoo de gesloten baarmoederkrans goed ligt, zoodanig, dat alles, wat in de scheede wordt ingebracht, niet in de baarmoeder-holte kan geraken, tenzij het apparaatje daarbij werd verscheurd, iets, wat niet dan met geweld zou kunnen geschieden, zoodat ook bevruchting door bijslaap, bij gebruik van dit eenvoudige en hoogst doelmatige werktuigje, ten eenenmale onmogelijk is.
Wij durven dit voorbehoedmiddel dan ook krachtig aanbevelen, al is het ook onder eenig voorbehoud.
Goed aangewend, is dit apparaatje van alle thans bekende, verreweg het doelmatigst, maar om het goed te lecren aan-wenden, moeten wij nog een oogenblik de aandacht van onze Lezers en Lezeressen vragen.
Zoo de gesloten baarmoederkrans aan zijne bestemming zal beantwoorden, is het noodig, dat hij volkomen juist past, d. w. z., dat hij zoo nauwkeurig mogelijk aansluit tegen de wanden van den bodem der scheede, zonder eenigen druk hoegenaamd, uit te oefenen. Het is derhalve noodig, dat de grootte van den te gebruiken baarmoederkrans volkomen juist beantwoordt aan die van de deelen der scheede, waarin hij komt te liggen.
De maat van den gesloten baarmoederkrans te
bepalen, is het werk van een deskundige!
Artsen en vroedvrouwen b. v. kunnen daarvoor de bevoegde personen zijn.
Bij de groote verscheidenheid in den bouw van het bekken,
36
van de schcedc en in het algemeen van alle deelen, welke bij het dragen van een' gesloten baarmoederkrans in aanmerking komen, is het voor den leek, die al die bizonder-heden niet juist kan kennen en beoordeelen, ten eenenmale onmogelijk, de juiste maat te bepalen. Wij wijzen hier dus met klem op de noodzakelijkheid, dat de vrouw, die van een gesloten baarmoederkrans als voorbehoedmiddel tegen zwangerschap gebruik wil maken, een' deskundige moet raadplegen. Wij doen dit, zeggen wij, met klem, omdat een niet passende krans in alle opzichten schaadt. Is hij te klein, d. w. z., sluit hij de baarmoederholte niet volkomen af, dan is het duidelijk, dat hij zijne beteekenis mist, en hij zal dan, door zijn heen en weder schuiven, evenzeer het slijmvfies der scheede kwetsen, als in de gevallen, waarin hij te groot is. Men late zich, echter door dit ons oordeel, niet afschrikken; een goed sluitende baarmoederkrans is, naar onze meening, het beste voorbehoedmiddel tegen de zwangerschap- Vandaar, dat wij aan het begin van dit hoofdstuk-zoo stoutweg durfden beweren, dat de gesloten baarmoederkrans waarschijnlijk wel het voorbehoedmiddel der toekomst zal zijn. Goed aangewend, treft hij steeds doel en schaadt hij niet, evenmin als een kunst-oog, als een kunst-trommel-vliesje in het oor, of als een kunst-gebit in den mond.
Dr. MENSINGA heeft, met het oog op de spelingen, welke in de grootte van de scheede bestaan, dan ook gesloten baarmoederkransen van verschillende afmetingen doen maken. Een zoogenaamd stel gesloten baarmoeder kransen bestaat uit een vijftal, welke eene middellijn van 6:'/â 7, 71/.,, 71/- en 7:';,1 centimeter hebben. Voor zeer buitengewone verhoudingen, kan men natuurlijk kleinere of grootere doen vervaardigen, zoo de deskundige slechts de maat van de scheede bepaalt.
Ur. MENSINGA heeft in een wetenschappelijk boek den vakmannen daarbij een zeer practischen weg gewezen.
Ue groote voordeden van het dragen van den gesloten baarmoederkrans boven de gebruikelijke afsluitende voorbehoedmiddelen, bestaan in de eerste plaats hierin, dat hij steeds doel treft, iets wat bij andere genoemde afsluitings-middelen niet altijd zoo geheel zeker is, en dat hij niet telken-
37
niale na eenquot; bijslaap behoeft te worden uitgenomen. Is het eerste voordeel niet gering te achten, het tweede is voor het gewone, dagelijksche huwelijksleven, zeker niet minder hoog te waardeeren.
De vrouw met gezonde geslachtsdeelen kan een juist passenden gesloten baarmoederkrans ongestraft geruimen tijd laten liggen; bij meer gevoelige geslachtswerktuigen moet hij van tijd tot tijd verwijderd worden. Dr. MENSINGA heeft in zijne praktijk, die zich meer speciaal tot de behandeling van vrouwenziekten bepaalt, dan ook vrouwen leeren kennen, die hem slechts eenmaal in de maand verwijderen, anderen doen dit om de veertien dagen, weder anderen eenmaal per week, sommigen ook wel om de twee of drie dagen. Het best zvcl is hem 's avonds in te zetten en 's ochtends uit te nemen. Wij zien hieruit, dat de gesloten baarmoederkrans blijvend kan gedragen worden, iets, wat met de andere afsluitende voorbehoedmiddelen niet het geval is. Dit groote voordeel zal wel door elke vrouw, die in de geheimen van het huwelijksleven eenigs-zins ingewijd is, ingezien worden.
Het doet ons leed, dat wij aan het slot van onze schets nog eens op een oud aanbeeldje moeten hameren, maar wij weten maar al te zeer, hoe noodig het is nog eens op iets te wijzen, waarop misschien niet genoeg gewezen kan worden. Wij hebben hier het oog op de reinheid. Veel vrouwen, en onder haar zelfs velen uit de eerste klasse in de maatschappij, hebben nog het bakerachtige denkbeeld, dat de geslachtsdeelen niet behoeven gereinigd te worden, ja, zelis, dat het gevaarlijk is, ze te reinigen. 1 Iet dwaze hiervan aan te toonen, lust ons niet, en zou ook wel buiten de strekking van onze schets liggen; genoeg dus, dat wij er hier nog eens terloops op wijzen, dat reinheid de gezondheid van welk lichaamsdeel ook, niet schaadt, maar deze ten zeerste bevordert. Vandaar dan ook, dat verstandige vrouwen, die gebruik maken van een der genoemde afsluitende voorbehoedmiddelen en vooral van den gesloten baarmoederkrans, ook den irrigator, gelijk wij dien boven beschreven, daarbij aanwenden. Dit uitspoelen van de scheede kan geschieden terwijl de krans rustig op zijne plaats blijft en behoeft dus
38
niet telkenmale na eenquot; bijslaap te geschieden. Wil men hem bij dit irrigeeren verwijderen, dan kan zulks niet anders dan aan de zindelijkheid bevorderlijk zijn («vaginaaldepuratiequot;).
Het scheedeslijmvlies is, gelijk wij boven reeds met een enkel woord mededeelden, voor den geringen druk van den krans gewoonlijk niet gevoeliger, dan het slijmvlies van den mond voor een kunstgebit. Soms ontstaat er in het begin ets meerdere afscheiding door het slijmvlies (zuiitc vloed, fluor a/bus), maar bij groote zindelijkheid, is die spoedig tot staan gebracht.
Het inbrengen en uitnemen van den baarmoederkrans leert de vrouw van den deskundige, die haar bij het bepalen van de maat hulp verleent. De meeste vrouwen krijgen daarin spoedig eene groote geoefendheid. Dikke vrouwen, vrouwen met een' zoogenaamden hangbuik, of ook vrouwen met korte armen, moeten bij het inbrengen en uitnemen van den krans soms gebruik maken van een zoogenaamden tinductorquot;. Ook het hanteeren van dit eenvoudige instrumentje moet van den deskundige geleerd worden.
Soms wordt de baarmoederkrans te klein, bij uitzetting van de scheede, (b. v. door te veel baren, hypertokic) of te groot, bij vernauwing daarvan, door vetvorming; men moet dan opnieuw de maat doen bepalen en een anderen nemen.
Dr. MENSINGA deelt in zijn meergenoemd boek mede, dat zulk een gesloten baarmoederkrans bij eenigszins goede behandeling, i1/,. tot 2 jaar, ja zelfs 4 jaren goed kan blijven.
Men kan zich maandelijks overtuigen, dat hij nog goed is door er een weinig water in te gieten, of ook door hem tegen het licht te houden.
Treedt de menstruatie in, dan moet de gesloten baarmoederkrans natuurlijk verwijderd worden. Bij het uitnemen verspreidt hij dan soms (bij langdurig liggen) een doordringenden stank, die echter, na hem met warm zeepwater atgewasschen te hebben of ook door hem zoo mogelijk eenigen tijd in 30/oquot;s carbolwater (3 gram carbol op 100 gram water) te leggen, spoedig geheel verdwijnt. Na het ophouden der menstruatie wordt de gesloten baarmoederkrans weder op de aangeleerde wijze, en gehuld in een sofje van eene zeer fijne soort van
39
harde toilclzccp {â 'â schniinzccpquot;) of wat carbolvasclinc (40/o's), die in elke apotheek te verkrijgen is, ingebracht.
Genoemde schuimzeep geeft met water een sop, hetwelk op het slijmvlies van het oog geen pijnlijken prikkel te weeg brengt.
De baarmoederkrans mag niet met olie of eenig vet besmeerd worden, omdat deze stoffen tot ontleding kunnen komen, aanleiding geven tot het ontstaan van zwammen, en ook, omdat zij de stof, waarvan de krans vervaardigd is, aantasten.
Bij vorenstaande mededeelingen hebben wij ons uitsluitend bepaald tot de beschrijving van die voorbehoedmiddelen tegen de zwangerschap, welke, vooral in ons land en eenige andere Europeesche staten, het meest in gebruik zijn.
Om de weetgierigheid van onze Lezers en Lezeressen zooveel mogelijk in allen deele te bevredigen, zullen wij ten slotte nog met een enkel woord gewag maken van eene reeks andere middelen, die bij verschillende, minder beschaafde volken in gebruik zijn of waren, doch welker nut of in hooge mate twijfelachtig is, of welker toepassing wij, om verschillende redenen, ten strengste moeten afkeuren.
Meer uitvoerig dan hier ter plaatse, worden al deze middelen behandeld in een ander geschrift van onze hand, over dit onderwerp*).
Onthouding (Abstinentia) Algehcele, en Tot op bepaalde tijden. Het meest »voor de hand liggendquot; middel tegen zwangerschap is wel de algeheele onthouding, de zoogenaamde kuischhcid. Het behoeft wel geen nader betoog, dat hierdoor aan het voortbrengen van kinderen voor goed een einde gemaakt wordt en daarmede ook alle zorgen en lasten, welke uit het matrimonieele geslachtsleven ontstaan, voor immer wegvallen. De vrome Engelsche geestelijke Thomas RoiiERT
i5) Prof. Dr. J. Sciioondermark Ju., iiGcvaarlijkcquot; Hnivtljksgchcimeu.TyitAx. Met 2 Afb. Prijs / 1.25 Uitg. W. E. MORANSARD Amster l.
4°
Malthus3) beval dit middel â in beperking van het aantal hmveljkcn â tegen het hand over hand toenemend pauperisme, door overbevolking, ten sterkste aan, doch vergat daarbij maar al te zeer, rekening te houden met een kwaad, dat van anderen kant daardoor in steeds toenemende mate veld zou kunnen winnen: de prostitutie, zoowel in haar pn-blieken, als in haar, nog meer gevaarlijken, clandestienen vorm.
Kuischheid te willen prediken aan gehuwden, schijnt ons toe eene dwaasheid tc zijn.
Uw huwelijk zij een lust, geen last.
Dat zij â betracht door ongehuwden âbij sommige men-schen, vooral bij hen, wier opvoeding vanaf de prilste jeugd niet met de vereischte omzichtigheid werd geleid, stoornissen doet ontstaan, die den naam van ziek verdienen, mag niet worden betwijfeld; en wij meenen hier ter plaatse dan ook als onze vaste overtuiging te mogen uitspreken, dat in de meeste gevallen het huwelijk aan den gezondheidstoestand van beide echtgenooten,®*) en middellijk ook aan dien van de geheele maatschappij, ten goede komt, mits daarbij een dooide rede bepaalde reuuning van de uitingen van het geslachtsleven geschiedt.
De onthouding tot op bepaalde tijden â wij zouden haar, misschien wat spottend, parüeele kuischheid willen noemen â, berust op de meening, dat de huwbare vrouw op bepaalde tijden minder dan op andere, voor de ontvangenis [conceptie] vatbaar is. 13c meeste vrouwenartsen [gynaecologen) nemen aan, dat de dagen onmiddellijk vóór, gedurende cn na eenc menstruatie de meest geschikte zijn om een coitus vruchtbaar te doen zijn. liet is dus duidelijk, welke tijd voor de beoefe-
*) 1 gt;r. Cn. i-i. Uuvsiiai.r., Ui'' f.n'cn cn de Werken quot;rail 'I'immas Kohci'l Mdllluis. Uit liet Engelsch vertaald, onder toezicht van Frof. Ur. J. Scikio.n-dkkmark Jr. Prijs f 1.30. Uitg. W. ]!. Moransaru, Amsterd. i)r. Cli. R. Drvsdat.k.. Jlcl nevomiigsvraagslult volgens Th. K. MalUms en J. S. MUL t it liet l'.ngelscli vertaald, onder toezicht van 1'rof. Dr. J. Sciioondkrmark Ir. Prijs Æ 1.25. ntg. W. I!. Moransaud, Amsterd.
**) 1'rof. i)r. J. SciiooniI/JImark Jr., Tromcen op A'eo-Mnle/iusianisfisc/ie lIimlt;eljksvoorwaanleu Prijs f 1â Uitg. W. 1!. Mok an-ark. Ams'crd.
â I1
naars der parlieele of inlenuitte erende kuischheid overblijft, die in deze (naar onze meening weinig betrouwbare) methode hun heil wenschen te zoeken, waar /\] gravieliteit willen voorkomen.
Kunstmatige hypospadic is het voorbehoedmiddel tegen de zwangerschap, waarvan de Australiër zich bedient. Bij sommige mannen komt eene abnormale vorming van den penis voor, waarbij de pisbuismond niet aan het as-einde van de roede, doch daar^özw^ (epispadie, van het Griekschc voorzetsel epi, dat op, van, over, daarover beteekent, en het Grieksche werkwoord spaein*), d. i- toetrekken, aantrekken) of (ldi3.vonder [hybospadie, van hypo, Gr. voorzetsel: onder, onderaan) gelegen is. Ue toestand van hypo spadie is oorzaak, dat bij de ejaculatie, tijdens den coïtus, het sperma uit de scheede afloopt, d. i. niet op de gewone plaats, aan den baarmoeder-mond, komt, waardoor bevruchting (faecundatie) óf onmogelijk, óf zeer onwaarschijnlijk wordt. De jonge mannen onder de Australiërs nu doen zich den penis splijten (»scharvormigcquot; penis, â »i1//Vrt-opeiquot;atiequot;), waardoor zij hypospadisch worden. Deze niet absoluut zekere methode zal onder de Lezers van ons boekje wel geen aanhangers vinden, en wij laten haar hier dan ook liever, als het rechtmatig eigendom van onze antipoden, verder onbesproken.
Verrassing (Surprise). IS ij de hooge aristocratie, die een groot aantal kinderen gewoonlijk niet begeert, teneinde het vermogen der familie tegen al te sterke splitsing te viijwaren, wordt als weinig krenkend voorbehoedmiddel tegen de zwangerschap van de fijn gevoelige, beschaafde vrouw, dikwerf gebruik gemaakt van de verrassing, welke alleen bestaat in een p/otselijk overvallen der echtgenoote in de vervulling van haren huwelijksplicht. De ervaring leert, dat de kans op conceptie toeneemt, naarmate aan den bijslaap eene meer innige lichaamsaanraking, vleiende liefkoozingen enz. voorafgingen, waardoor de opwekking bij beide echt-genooten verhoogd wordt, liet resultaat dezer methode schijnt gunstiger te zijn, naarmate zij vanaf het begin van
!i!) Spado (Lat.) d. 1. Ontmande, gelubde, gesnedene.
42
het huwelijk stipter werd nagekomen, iets, wat men gewoonlijk ook alleen in de hoogere kringen verwachten kan, waarin de Fransehe spreuk ; nhet eerste kind is voor de gezondheid, het tweede voor de schoonheid der vronw; meer kinderen bederven alles,quot; ten volle past. Juist daar is voor den man de behoefte aan een meer innig huwelijksleven minder groot, omdat hij, gesteund door gunstige pecuniaire verhoudingen, dikwerf extra mnros ten volle genieten kan.
Afleiding (Abstractio). Eene andere, eveneens weinig aanbevelenswaardige wijze van voorkomen der graviditeit bij de copulatie, bestaat in de afleiding van de zinnen, waarbij de man zijne gedachten zooveel mogelijk tot eenig onderwerp bijv. tot zijn maatschappelijken werkkring behoorende, bepaalt. De waarneming leert n. 1., dat de ontvangenis gewoonlijk verijdeld wordt bij een te spoedig, of ook bij een te laat ejaculeeren van het sperma en bij eene te geringe sympathie der echtelieden gedurende den coïtus. Op het oogenblik der ejaculatie moet, naar men zeer terecht aanneemt, deze hooge opwekking van den man samentreffen met die van de vrouw. Geschiedt zulks niet, dan is de conceptie bij overigens groot verschil in temperament en neigingen der beide echtelieden, niet zeer waarschijnlijk. Hieruit blijkt, dat de man en de vrouw, indien zij den kinderzegen begeeren, bij het bestaan van dat verschil, zich gedurende de cohabitatie naar elkanders neigingen moeten » regelen.quot;
Congressus interruptus, {coitus incompletus, â reservatus, onanisvms conjugahs). Op de vraag: âComment faire pour ne plus avoir d'enfants r' geeft een Fransch gynaecoloog het eenvoudige antwoord: iinanger le poisson sans la sauce, et â voegt hij er handig aan toe â jamais de contreDiarqucj' overtuigd als hij is, dat de waarschuwing tegen het weder inbrengen van het mannelijk lid, bij de beoefenaren van den coitus incompletus, in zeer veel gevallen wel niet overbodig zal zijn. De congrcssus interruptus, het plotselijk afbreken der cohabitatie onmiddellijk vóór de ejaculatie, (ifraudeerenquot;) is in werkelijkheid, en vooral in Frankrijk, de meest gebruikelijke methode ter voorkoming van de zwangerschap.
Deze meest gebruikelijke methode nu is tevens de meest schadelijke, zoowel voor den man, als voor de vrouw, omdat zij sluipende eene reeks van stoornissen vooral in het ziels-en zenuwleven der beide echtgenooten veroorzaakt, die, in vereeniging met opvolgende verzwakking van de geslachtssfeer, de vroeger misschien krachtige menschen in hooge mate uitput. Nader kunnen wij hier over dezen vorm van «vermomd onanismequot; niet uitweiden; belangstellenden en belanghebbenden, die meer van dit onderwerp begeeren te weten, verwijzen wij naar ons meergenoemd geschrift: ?Gevaarlijkequot; Huwelijksgcheimen.
Tot dusverre gaven wij hier, aan het eind van ons boekje, een beknopt overzicht van de middelen ter verkrijging van facultatieve steriliteit, welke' óf door den man en de vrouw beiden, óf alleen door den man in toepassing worden gebracht ; wij willen thans nog met een enkel woord gewag maken van middelen, welke alleen door de vrouw worden aangewend, om ten slotte met een paar woorden ons afkeurend oordeel uit te spreken over de zoogenaamde: »Jlethode doublequot; van Dr. POLIS, den schuilnaam van een bij uitstek handigen kwakzalver, en over een apparaatje, dat in den laatsten tijd met het noodige marktgeschreeuw, het publiek tegen hoogen prijs wordt aangeboden {^Atokosquot;).
Baarmoederverschmving (Disloeatio artijicialis uteri). Een in Europa geheel onbekend, doch in Ãost-Indië veel toegepast voorbehoedmiddel tegen de zwangerschap, is de zoogenaamde ittcrusverschuiving. De reeds vroeg ontwikkelde paringsdrift der meisjes in die tropische gewesten, doet haar bedacht zijn op eenig middel, waarmede zij de conceptie voorkomen. Haar wordt daarbij hulp verleend door eene âdokoenquot; eene oude vrouw, die de kunst verstaat, door drukken, wrijven en kneden, d i. eene soort massagebehandeling van den buikwand, eene liggingsverandering van de baarmoeder te bewerken, waardoor deze, eene achteroverbuiging {retrojiexte] verkrijgende, ongeschikt wordt tot het opnemen van het bij den coïtus geëjaculeerde sperma, en alzoo conceptie verijdeld wordt. Dat dit zeer wel mogelijk is, kunnen de Lezers en Lezeressen van ons boekje
41-
zich uit het op de vorige bladzijden medegedeelde over den bouw van den vrouwelijken geslachtstocstel, gemakkelijk voorstellen. De geringe stoornissen in de urineloozing [retentio urinae), pijnen in de lendenstreek daarbij, schijnen van voorbijgaanden aard te zijn. Wil een aldus behandeld meisje later huwen en moeder worden, dan wordt de uterus door zulk eene dokoen weder in zijn normalen stand teruggebracht. Bij vrouwen, die reeds baarden, schijnen deze mani-pulatiën met minder gunstig gevolg te worden aangewend.
Het wil ons toeschijnen, dat eene dergelijke behandeling voor de Europeesche vrouw minder gewenscht is, en wij willen daarover hier dan ook niet nader in bizonderheden treden.
Gouden Vaginakogels. Tot de vele artikelen, welke de karavanen reeds in de Middeleeuwen van uit het verre Oosten, China en Japan, naar den Levant voerden, om van daar naar Europa, met name Italië, te worden overgebracht, behooren ook de gouden vagina-oïgeslachtskogels. Vóór de cohabitatie werd, in Italië, in de voorgaande eeuw vooral, zulk een gouden kogeltje, dat vooraf eenigen tijd »in eene chemische zelfstandigheidquot; gelegd was, in de vagina ingebracht om bevruchting te voorkomen.
Een Fransch geneeskundige, die van dergelijke apparaatjes eene uitvoerige beschrijving geeft, deelt er o. m. van mede, dat zij in alle Mahomedaansche staten cn in het algemeen daar, waar polygamie (polygynie) heerscht *), tot de vele middelen behooren, welke daar in gebruik zijn teneinde conceptie te voorkomen.
De door het hcete klimaat sexueel geprikkelde vrouwen verstaan bij uitnemendheid de kunst haar geslachtsdrift (paringsdrift) te bevredigen.
Hij verhaalt hoe de Japansche en Chincesche vrouwen zich
':E) rrof Dr. J. S' linONHKUMARK Ju., TtlocilscJieiulii?^! Prijs / 1.25. l'itg. VV. li. mokansari», Arasterd. l'rof. Or. 11. K. Zikgi.kr. Nit!intruhlh'nschap cn Sociaal-'./emocratic o( Darwin en Bshcl. Uit het Duitscli vertaald, onder toezicht van Prof. Dr. J. Scuodnuermakk Jr. (verminderde) l'rijs Æ 1.25. Ultg. \V. L!. Mouansaud, Amsterd.
45
hiertoe o. in. ook van een instrumentje bedienen, dat uit twee kleine, holle kogeltjes van gelijke grootte, en van geel koper vervaardigd, bestaat. De wijze waarop de Oostersche vrouwen zich van dit middel, ter bevrediging harer paringsdrift, bedienen, vindt men, evenals de gebruiksaanwijzing van de gouden geslachtskogels, uitvoerig beschreven in ons reeds boven aangehaald werkje: nGevaarlijke'' Huwelijksgeheiuien.
Vaginapillen. F.ene andere soort kogeltjes, in gebruik ter voorkoming der graviditeit, zijn de vaginapillen. Zij worden bereid uit cacaoboter en zoutzure chinine en ongeveer een half uur vóór den bijslaap in de scheede ingebracht, en wel zoodanig, dat zij voor den in den scheedebodem uitstekenden uterusmond geplaatst worden. Door de lichaamswarmte (±370C) welke ook locaal nog verhoogd wordt bij de cohabitatie, wordt zulk eene pil vloeibaar, en het geëjaculeerde sperma wordt, door dooding der spermatozoïden door de vrij gekomen chinine, »onschadelijkquot; gemaakt. Vervloeit de pil evenwel niet op het gewenschte oogenblik, dan is de kans op bevruchting niet gering. Het is derhalve duidelijk, dat het nut dezer vaginapillen of suppositoria, zeer problematisch is. Een En-gelschman bracht ze in 1886 het eerst in den handel. De weinige voorstanders van het gebruik dezer vaginapillen de twijfelachtige beteekenis van dit middel inziende, raden dan ook, onmiddellijk na den coïtus, nog gebruik te maken van eene uitspoeling der scheede met eene zwakke, lauwe zeepoplossing, »ter verwijdering van het achtergebleven vetquot;. Vrouwen met een gevoelig scheedeslijmvlies, verdragen deze laatste volstrekt niet. Wij kunnen deze methode dan ook weinig aanhangers voorspellen. Hetzelfde lot zal de gelatine-kapsels, met gelijk doel door den Engelschman Dr. ALLljUïï der vrouwen aanbevolen, treffen. Reeds de Romeinsche geneeskundige SORANUS beval der vrouw, die conceptie wenschte te verijdelen, aan, zich telkenmale vóór den bijslaap den uterusmond met olie óf honig, beide met absinth of opobalsem vermengd, te bestrijken.
Vingerdruk (Digitaalcompressie). 15ij den minder beschaafden boerenstand in Frankrijk en dien in Zevenbergen, in welke landen de beperking van het kinderenaantal reeds geruimen
46
tijd ingang vond, is een voorbehoedmiddel in gebruik, dat bekend is onder den naam van vingerdruk. Op het oogenblik, dat de man het sperma in de scheede zal ejaculeeren, drukt de vrouw met een' vinger krachtig tegen den wortel van den geërigeerden penis, waardoor de pisbuis aldaar afgesloten wordt. Het sperma wordt op zijn gewonen weg, in de urethra, tegengehouden en regurgiteert, d.i. gaat den tegengestelden weg in, en wordt in de blaas gevoerd, van waaruit het later met de urine geëvacueerd wordt. Dat dit gewelddadig middel hetzelfde, en wellicht nog ingrijpender, schadelijk effect op den mannelijken geslachtstoestel vooral heeft, als de con-gressus interruptus, behoeft wel geen nader betoog. Iets dergelijks, doch gewoonlijk in mindere mate, treft men aan bij mannen, die aan sterke vernauwing (strictuur) van de pisbuis lijdende zijn, b.v. als gevolg van vroegere druiper-infectie. De schadelijke gevolgen van de toepassing dezer methode doen zich, evenals die van den congressus interruptus gewoonlijk eerst op den langen duur, maar dan ook niet weinig heftig, gevoelen, en dit nu juist is de oorzaak, dat waarschuwen van bevoegde zijde, bij de beoefenaren dier methode, zoo weinig of niets baat.
Reeds boven maakten wij met een enkel woord melding van de overeenkomst in temperament en neigingen der beide echtgenooten, welke gedurende den coïtus moet bestaan, indien deze tot de conceptie der vrouw zal leiden. Men mag dan ook met grond aannemen, dat van de honderd gevallen, in negentig, het niet volgen der conceptie gezocht moet worden in een te spoedig of een te laat ejaculeeren, d. i. in eene niet goede ^regelingquot; der beiderzijdsche zinnen ®). Dit feit nu is niet alleen aan meretrices, maar ook aan zueduwen bekend, die dit, onder gegeven omstandigheden, met uitstekend gevolg dienstbaar aan hare belangen weten te maken. Zij voorkomen de ontvangenis door het volgen van eene tweevoudige methode, dat zij namelijk op het beslissend
«â ) Prof. Dr. J. SchoonuerMiVrk Jit., Geen Kinderloos Ilmuelijk! of Man en Vader levens en Vrouiv en Moeder /evens. 2C dv. Met 3 Afb. Prijs J I.â L ity. W. B. Moransaru, Amstcrd.
47
oogcnblik van de sperma-ejaculatie Ivjt diep indringen van den penis door krachtige samenpersing van den buik, trachten tc bevorderen, of ook, dat zij daarbij den tegengestelden weg volgen, d.i. zich terughouden bij de meer innige vereeniging. In elk geval behoort hiertoe eene zekere mate van geoefendheid, welke veel vrouwen zich, door gunstige ligging van haar lichaam, eigen weten te maken. Inderdaad schijnt een zeldzamer zwanger worden het resultaat hiervan te zijp. Eene analoge uitwerking verkrijgt de vrouw met op hel oogenblik, waarin bij den man de hoogste mate van opwekking bestaat, cioi adem in tc houden. Meergenoemde Romeinsche geneesheer SORANUS beval dit middel ook reeds der vrouw aan.
Eene gelijke mate van zelf beheersching behoeft de vrouw, wanneer zij, met gelijk doel, op het beslissend oogenblik, een harcr voeten plotselijk binnenwaarts kantelt, waarbij de voetzool naar buiten, de teenen schuin' naar binnen worden gericht. Laatstgenoemde handeling is de spierbeweging, welke de nog maagdelijke echtgenoote bij hare, thans geoorloofde, defloratie, door den instinctieven schrik bij de voltooiing van den bijslaap, volbrengt.
Uitwerpen van het sperma uit de scheede. Het is weder Australië, vanwaar dit natuurlijk preservatiei ons wordt medegedeeld. quot;Onmiddellijk na de uitoefening van den bijslaap, richt de vrouw zich op, spreidt hare beenen uit elkander, en met eene slingerende beweging van haren romp, werpt zij met een krachtigen ruk naar voren, een massa wit slijm voor zich uit op den grondquot; .... aldus de beschrijving van iemand, die de twijfelachtige eer genoot, dit bij Australische vrouwen waar te nemen. Van uit Hongarije komen berichten, dat bij de vrouwen daar te lande, deze «methodequot; ook wordt toegepast. SORANUS leeraarde der Romeinschen vrouwen onmiddellijk na de copulatie, te hurken. Bij de arme bevolking van Italië is dit thans nog in gebruik, doch in zooverre gewijzigd, dat de vrouw deze lichaamsbeweging, ter verwijdering van het sperma, gepaard doet gaan met hoesten en het in werking brengen van de buikpers.
Langdurig zoogen. Ue eeuwenoude ervaring, dat de vatbaarheid voor ontvangenis gedurende het tijdperk van het
48
zoogen [lactatieperiode) uiterst gering is, gaf reeds der vrouwen van de oudheid en die van wilde volksstammen, een middel aan de hand ter voorkoming van groote gezinnen.
lïn dit langdurig zóogen heeft zelfs de Geestelijkheid van onzen tijd, die zich op het stuk van «moraliteitquot; niet zoo gemakkelijk uit het veld laat slaan, als voorbehoedmiddel tegen de zwangerschap, zoo weinig in strijd met »de goede zedenquot; geacht, dat zij daartegen geen bezwaren opperde. Deze nict-steekhoudende methode verdient evenwel geen aanbeveling, omdat zij in den vrouwelijken geslachtstoestel dikwert minder gewenschte veranderingen te voorschijn roept.
Vetvonuing (Corpulentie). Als even weinig nmmoreelquot; en sdemoraliseerendquot; wordt, ter beperking van groote gezinnen, in een Fransch geschrift de vctvorniing van de vrouw aanbevolen. Deze obesiteit van het vrouwelijk lichaam zou, door het langdurig gebruik van zetmeelhoudend voedsel, gepaard met een even langdurig dolce far mente, in zulk eene mate ontwikkeld moeten worden, dat in de deelen, welke het vrouwelijk geslachtsapparaat samenstellen, veranderingen intreden, welke de conceptie onmogelijk maken. Dit systeem van vetmakerij als voorbehoedmiddel tegen de zwangerschap, spookt, naar wij vermoeden, alleen rond in het brein van den Franschen arts Dr. Alex Mayer.
Methode double. In den laatsten tijd wordt onder den naam van âMethode doublequot; van Dr. I'üLIS, een voorbehoedmiddel tegen de graviditeit aanbevolen, bestaande in .een, vóór de cohabitatie, inspuiten in de scheede van eene vloeistof, gepaard met het inbrengen van eenige «granulesquot; in de mannelijke urethra, welker samenstelling, naar zijn geschriftje luidt, in het belang van den gebruiker, alleen bij Dr. POLIS bekend moet blijven. Als consiliarius voor Neo-Malthusianis-tische aangelegenheden (verleenen van hulp bij gewenschte kunstmatige onvruchtbaarheid, en kunstmatige bevruchting) waren wij in onze praktijk meermalen in de gelegenheid de uitwerking van deze «Methode doublequot;, door sommigen in blind vertrouwen aangewend, te leeren kennen- Geregeld volgde, ook bij de meest stipte toepassing van de in bedoeld geschriftje aangegeven methode, zwangerschap, terwijl wij
49
van verschillende mannen vernamen, dat op het inbrengen van de granules steeds pijnen volgden, blijkbaar als gevolg van eene acute (natuurlijk niet-virulenté) urethritis (pisbuisontsteking). Dit laatste, in vereeniging met het niet doel-treffen der methode en de hoogst twijfelachtige waarde van het â««^Y'/'^T/i'-anticonceptiefquot; bij, den zoogenaamden na-druiper, van welks gevaar »Dr. POLISquot;, meer in zijn belang, dan in dat der «afnemersquot;, zoo hoog opgeeft, doen ons deze «methodequot; ten strengste afkeuren.
Ten slotte nog een enkel woord over nAiokosquot;.
Atokos is de door Dr. JUSTUS ietwat gewijzigde, en bij oor- en keelartsen gebruikelijke, poederblazer, aan welks tubuseinde een apparaatje, uit een paar gebogen ijzerdraadjes bestaande, is aangebracht ter uiteenliouding van de scheede-wanden en ter voorkoming van verstopping'der buis door scheedeslijm. De poeder, welke tegen den baarmoedermond wordt geblazen en daaraan vastkleeft, werkt spermatozoïden-doodend, en bestaat volgens het voorschrift van genoemden medicus, uit 50 gram boorzuur, 2.5 gram citroenzuur, 2 5 gram looizuur, [3 gram Arabische gom en 35 gram tarwc-zetmeel.
Wij zagen van het gebruik van atokos niets dan ellende; het eind na korter of langer gebruik van dit »conceptiewerend'quot;
middel was immer.....zwangerschap, en wij raden dan
ook een ieder, die eenig anticonceptief wil aanwenden, aan dit middel niet die waarde te hechten, welke de verkoop-grage winkeliers er met het noodige humbug aan toeschrijven.
JP^T* Bij bestelling van achterstaande werken is opgave van het Nummer voldoende.
Voor Indië en het Buitenland io pCt verhooging ter tegemoetkoming in de extra frankeerkosten.
FONDS-GAT ALOG US
van
%1. K. 111111%AM%ICI». â
Toezending franco; (onder couvert, 10 Ct. verhooging voor elk werk.)
o. i. EDWARD CARPENTER, De Homogene Liefde en hare bete kenis in de vrije Maatschappij.......f 0.75
, Het Huwelijk in de Vrije Maat
schappij..................../0.60
3 .-----------, De Vrouw en hare plaats in de
vrije Maatschappij...............f 0.60
4 .--------------, De Geslachtsliefde en hare betee-
kenis in de vrije Maatschappij........Æ0.50
Mos. 1,â2,â3,â4, te zamen..........f 2.25
5. WILLIAM COUCHMAN, Trouwen on goed leven voor twaalf stuivers daags, 46 biz...........f 0.30
6. Dr. Ch. R. DRYSDALE, Het Leven en de Werken van Thomas Robert Malthus. Uit het Engelsch vertaald, onder toezicht van Prof. Dr. j. Schoondermakk Jr.,
158 blz....................f 1.30
7 .------, Het Bevolkingsvraagstuk, volgens
Th. R. Malthus en J. S. Mill. Uit het Engelsch vertaald, onder toezicht van Prof. Dr. J. Schoondehmark Jr., 128 blz....................Æ 1,25
8. FIORE DELLA NEVE, Twee novellen â- Constance
â Een Talisman. In cartonnen band.....f 0.70
Dr. E\v. HECKER, De behandeling der Slapeloosheid.
Naar het Dnitsch, door VlGILO........./'0.40
9-
Uilt;s;avcn van W. B. flOKAVKAKII, .liiisferdam.
No. 10. Dr. ALFRED HEGAR, Hoogleeraar in de Verloskunde en de leer der Vrouwenziekten aan de Universiteit te Freiburg. De Geslachtsdrift. Eene Medisch-sociale Studie. Uit het Duitsch vertaald door Dr. GkebedeHaan, Arts. 171 blz................./' 'o0
» 11. EEN LEEK, Een woord aan de Christenen of Bewijzen voor de Niet-Godheid van Christus.......Æ 0.75
» 12. Dr. A. LESSER, Praktizeerend Arts, Liefde zonder Kinderen. Een Geneeskundige raad ter voorkoming van Zwangerschap. Met 2 Aib. 3e dr........f 0.60
» 13. Merkwaardige en naar waarheid geschetste tafereelen en lotgevallen uit liet leven van een man van stand en geboorte, die zich uit het gewoel der wereld heeft verwijderd. Door hemzelven geschreven. 2 deelen in 1. Verminderde prijs...............f 0.30
» 14. AD. Af,F. MICHAKLIS, De Koffie. (Cotïea Arabica) als Genot- en Geneesmiddel naar hare Botanische, Chemische, Dieëtetische en Geneeskrachtige eigenschappen ......................f 0.60
» 15. Dr. F. OTTO, Praktizeerend Arts. De Geheimen en Ziekten der vrouwen. Geneeskundige terechtwijzingen voor Moeders en longedochters. Met een aanhangsel:
De Onvruchtbaarheid en hare genezing. 124 blz. /0.90
» 16. PHILANDER, Medische sprookjes. In gelith. omslag.
177 blz..................../ 1.â
s 17. ELISABETH VON STEINBORN, Het standpunt der Vrouw in ons Geslachtsleven, 146 blz......f 1.20
3 19.
» 18. Dr. A. SCHMITZ, Eigenaar eener geneeskundige Inrichting voor Zenuwlijders, Morphinisten en Dronkaards, te Bonn a. d. Rijn, Matigheid of Onthouding? . /0.75
Prof. Dr. J. SCHOONDERMARK Jr., Bacteriën, de oorzaak van Infectieziekten, naar het Duitsch van Dr. Mittenzwkig...............Æ 0-90
Uitgaven van W. K. Mt»KA\MAKi). Amsterdam.
No, 20. LOUJSJ'. STRATEXLS, Geluk. Jn cartonnen band f 0.70. Ingenaaid...............Æ 0.60
» 21. VJGILO, Massagebehandeling van Zenuwziekten. 1. Ze-nuwpijnen. Hoofdpijnen. â 2. Gevoelloosheid. â 3. Krampen. â 4. Verlammingen. â 5. Hersenziekten, Ruggemergsziekten. â 6. St. Vitusdans. â 7. Zenuwverzwakking, Hysterie.............f 0.40
» 22, ---â , Massagebehandeling van Gewrichtsziekten. â
1. Kneuzingen, Verstuikingen. â 2. Gewrichtsontstekingen. - 3. Verstijvingen. Verkrommingen. â 4. Ontwrichtingen, Beenbreuken. â 5. Gewrichtszenuwpijnen. ......................./0.40
23. Dr. KARL WEISSBRODT, Wetten en Geheimen der Liefde, bewerkt naar de zesde Duitsche uitgave . f 1.â
24. Prof. Dr. H. E. Z1EGLER, Natuurwetenschap en Sociaaldemocratie of Darwin en Bebel. Uit het Duitsch vertaald, onder toezicht van Prof. Dr. J. Schoondermark Jr. Groot So...................Æ 1.90
25â38. -iVIaUliiisiaiiisfisclie Werken van
Prof. Dr. J. SCHOONDERMARK Jr. â (Zie buitenzijde omslag).
39. Adviezen over het Nieuw-Malthusianisme van Mannen van beteekenis.................f 0.25
40. Recht voor het Onechte Kind! Bijdrage tot het onderzoek naar het Vaderschap. Door den schrijver van: Ervaringen en Onthullingen van een Middernachtzen-deling....................f 0.50
41. Dr. KARL WEISSBRODT, Huwelijksplichten volgens den Bijbel en den Talmud..........f 0.60
42. Mr. N. DE ROE\'ER, Van Vrijen en Trouwen. Bijdrage tot de geschiedenis van Oud-Vaderlandsche zeden. Met 8 Afbeeldingen................/ 2.00
43. Prof. Dr. J. SCHOONDERMARK Jr., Stérilité Facultative et Naturelle d'après la loquot;12 edition hollandaisc par le Dr. Guyot..............1 Franc
NIEUW-MALTHUSIANISTISCHE WERKEN
VAN
Prof. Dr. J. S⬠HOONDKK MARK Jr.
r.ircl'ui van 'J'hc Mn/thitshvi T.ciitfic (Londen), vau tien Soünl-llanuonhchcn ]'crcin (Stuttgart), en van de A/;//lt; lie la Regeneration IJnniaine (Parijs) 'â ,).
26.
28.
29. 30-3 [â¢
oo-
34-
35-36.
37-38.
lo. 25. Uit de Diepte, voor »Menschen van de J5ieedtequot;. Ecnc
Causerie..................f 1-30
40 Weken leven vóór »een Levenquot; ot de Mensch van het Eitje tot de Wieg. 2e dr. Met eene Afb. ... Æ 1.â Te veel Menschen! 3e dr. Met het 1'ortret van den
Schrijver..................Æ 0.90
De Philanthropische grondslagen der Neo-Malthusia-
nistische Wetenschap. 2e dr....... â¢Æ075
Gevaarlijkequot; Huwelijksgeheimen. 3e dr. Met 2 Afb. /1.25 Onze ^Ziekelijke'quot; Vrouwen. 2e dr. Met 4 Afb. . Æ 1.25
Moedermelk! Met 4 Afb- ⢠.........Æ 0.60
»Van de Verkeerde Richtingquot; of Man-mannenliefde en Vrouw-vrouwenliefde. Eene Pleitrede. 2e dr. . . Æ 0.45 Een Zevental Sexueele Gebreken. (Impotentia. Onanie. Nymphomanie. Lesbische liefde. Verkrachting. Ontmaagding. Venerie). 2e dr............./1-25
Geen kinderloos Huwelijk! of Man en Vader tevens en Vrouw en Moeder tevens. 2e dr. Met 3 Afb. . Æ f.â «There is much that is new in this treatise of the distinguishe 1 Dutch physicianquot;. the MAi/riirsiAx.
Bloedschending!.............f 1.25
De Voorbehoedmiddelen tegen Zwangerschap. 12e dr.
Met 6 Afb.................f o.go
Het Behoud van ons Huwelijksmateriaal. 6e dr. /090 Trouwen op Neo - Malthusianistische Huwelijksvoorwaarden .................Æ Â£,â
*) »rrofcss0gt;- Schoondérmarh is one of the best writer's on Neei-Malthiisianishi, 'both t/ieoretieal o/ut pntelieat, of the present tta\\quot;gt; TUK MALTlirsi.W.
: ' yfi
if
' - - »1 .'â¢..â â â â Rquot;*i ⢠**»
ïv|ja^;t;«pS5
« '. I-quot;;I
iii i* i s 'imm ï ü
â â â v-r,
â : v:Wtg-m Wm : iii . â fill